Over belastingen
124
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De toepassing van de vennootschapsbelasting op intercommunales, elf jaar na de hervorming
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Van Quickenborne vraagt kritisch naar de effectiviteit van de Zweedse belastinghervorming (2015) voor intercommunales, die 220 miljoen euro moest opbrengen maar volgens hem werd omzeild via juridische constructies. Jambon bevestigt dat de opbrengst (gemiddeld ~200 miljoen/jaar) dicht bij de raming ligt, met uitschieters (190–268 miljoen), en dat energie-intercommunales vennootschapsbelasting betalen, terwijl afval/water onder de rechtspersonenbelasting vallen – geen sprake van "fiscale transparantie". Van Quickenborne bekritiseert vervolgens het gebrek aan efficiëntie bij intercommunales (bv. afvalbeheer) en pleit – als mening – voor privatisering via concessies, verwijzend naar Milton Friedmans stelling dat overheden twee keer minder efficiënt zijn dan de private sector. Jambon reageert niet op die kritiek.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, in 2015 besliste de Zweedse regering om het belastingsysteem voor intercommunales grondig te wijzigen. U maakte toen deel uit van die Zweedse regering, dus misschien herinnert u zich nog de discussies daaromtrent. Het ging over een groot bedrag – 220 miljoen euro – dat men wou ophalen via de hervorming van de intercommunales.
Sinds 1 januari 2015 vallen de intercommunales – ik ken er een aantal in mijn streek, waarschijnlijk zijn er bij u in Brasschaat ook wel een aantal – in principe onder het stelsel van de vennootschapsbelasting, tenzij ze specifiek zijn vrijgesteld op grond van hun activiteit of rechtsvorm. De opbrengst van die hervorming werd geraamd op 220 miljoen euro aan bijkomende fiscale ontvangsten. In de praktijk bleek toen echter al dat veel intercommunales dat probeerden te omzeilen. Men zegt vaak dat de Belgen de belastingen proberen te omzeilen, maar de intercommunales zijn nog veel straffer. Zij hebben toen blijkbaar juridische constructies opgericht om hun reserves zo fiscaal gunstig mogelijk te beheren. Dat heeft men mij althans verteld. We zijn intussen iets meer dan elf jaar verder en de vraag rijst hoe dit regime vandaag functioneert.
Ten eerste, kunt u toelichten welke intercommunales vandaag effectief onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting en welke daarentegen nog onder de rechtspersonenbelasting of onder een vrijstellingsstelsel vallen? Ik vraag natuurlijk niet naar alle namen en cijfers, maar wel naar de verhouding. Met andere woorden, is iedereen plots een rechtspersoon geworden in plaats van een vennootschap?
Ten tweede, hoeveel brengt de vennootschapsbelasting op intercommunales jaarlijks op? Hoe verhoudt zich dat tot de oorspronkelijke raming van 220 miljoen euro? Was dat met andere woorden een longshot of was dat een accurate inschatting?
Ten derde, worden er fiscale optimalisatietechnieken toegepast door intercommunales om de vennootschapsbelasting te beperken, zoals herstructurering, fusie, oprichting van patrimoniumvennootschappen of uitkeren van reserves aan gemeenten? Dat doet mij wat denken aan de interne meerwaardebelasting, maar dat is een andere discussie.
Ten vierde, hoe wordt in dat verband door de FOD Financiën toezicht gehouden op de fiscale transparantie van de intercommunales, gelet op hun publieke karakter en aard en op het feit dat zij grotendeels gemeentelijk kapitaal beheren?
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, behoudens voor deze die zijn opgenomen in artikel 180, eerste lid, ten eerste, van het WIB 92, wordt geval per geval beoordeeld of een intercommunale aan de rechtspersonenbelasting dan wel aan de vennootschapsbelasting wordt onderworpen.
Een compleet overzicht zou ons te ver leiden, maar over het algemeen worden de intercommunales die instaan voor het beheer van de distributienetwerken voor elektriciteit en aardgas aan de vennootschapsbelasting onderworpen. De intercommunales voor afvalbeheer, voor de productie en de distributie van drinkwater, en voor de organisatie van wijkwerking worden dan weer aan de rechtspersonenbelasting onderworpen. Ik bezorg het secretariaat een tabel met de globaal ingekohierde vennootschapsbelasting van de intercommunales tijdens de laatste aanslagjaren en die kan aan het verslag worden toegevoegd.
De globaal ingekohierde vennootschapsbelasting voor de intercommunales beloopt ongeveer 200 miljoen euro voor elk aanslagjaar, behalve voor de aanslagjaren 2019 en 2024. De inkohiering van het aanslagjaar 2024 is nog niet beëindigd, maar de raming van 220 miljoen zat dicht in de buurt.
Het begrip fiscale transparantie is in deze een ongelukkig gekozen term, aangezien intercommunales als rechtspersonen ofwel aan de vennootschapsbelasting ofwel aan de rechtspersonenbelasting worden onderworpen. Het is dus de rechtspersoon als dusdanig die aan de belasting wordt onderworpen. Van een fiscaal transparante behandeling van deze entiteiten is geen sprake.
De tabel van de ingekohierde vennootschapsbelasting kan aan het verslag worden toegevoegd. Zoals gezegd loopt dat van 207 miljoen tot 268 miljoen, met een uitschieter in 2019 toen het slechts 190 miljoen bedroeg. In 2022 en 2023 was het ook iets minders dan 200 miljoen. 2024 is nog niet volledig afgesloten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, de minister van Financiën en de regering van toen hebben destijds blijkbaar goed geraamd. Het is ook fijn om te zien dat er niet veel of weinig technieken worden gebruikt om dat te ontwijken. Dat is positief. Natuurlijk is de vraag of dat dan wordt doorgerekend aan de uiteindelijke eindgebruiker. Bij gas en elektriciteit waarschijnlijk wel. Elke belasting sijpelt altijd door, dat is onvermijdelijk. Het gebrek aan efficiëntie bij de intercommunales is soms hemeltergend. Ik weet niet hoe de situatie bij u in Brasschaat is met het nieuwe afvalbeleid en de kleine gft-bakjes. Bent u daarvan op de hoogte? Mijn vrouw vraagt zich constant af of het afval nu in een bakje of een zakje moet. Om nog meer te sorteren, wordt het allemaal nog moeilijker, maar vooral ook duurder. Ik vraag me dan af of dat allemaal in overheidshanden moet zijn. Zou het niet beter zijn om de staat wat te ontvetten en daar concessies voor uit te schrijven, weliswaar, mijnheer Vanbesien, met de nodige reglementering? Milton Friedman, collega’s, zei ooit dat als de overheid iets doet, het altijd twee keer minder efficiënt is dan de private sector. Dat heb ik al een paar keer gezegd en ik blijf dat herhalen tot iedereen het beseft en ook de heer Vanbesien het begrijpt en misschien zelfs aanvaardt. Dat gezegd zijnde, mijnheer de minister, dank ik u voor uw antwoorden. We kijken uit naar de tabellen die u aan het commissiesecretariaat zult bezorgen.
De overbelasting bij vervroegde uitkering van een liquidatiereserve aangelegd vanaf 1 januari 2026
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Quickenborne vraagt of minister Jambon kan bevestigen dat bij een vroege uitkering (binnen 3 jaar) van de liquidatiereserve zowel de 10% anticipatieve heffing als de 30% roerende voorheffing gelden, wat volgens kenners leidt tot een effectieve belastingdruk van 36,36% – hoger dan de klassieke 30% op dividenden. Jambon bevestigt dat de 30% roerende voorheffing geldt bij vroege uitkering en verdedigt dit als een logisch gevolg van de verkorte houdperiode (van 5 naar 3 jaar). Van Quickenborne stelt kritisch dat dit hogere tarief (36,36%) niet rechtvaardig lijkt vergeleken met directe dividenduitkeringen, maar Jambon gaat hier niet dieper op in.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, het gaat over de liquidatiereserve. We weten dat u daar een initiatief in hebt genomen om zowel de VVPRbis als de liquidatiereserve op elkaar af te stemmen. Dat is intussen goedgekeurd met de programmawet van 18 juli van vorig jaar. Ik heb echter een vraag die meer algemeen is. U weet dat als de termijn van drie jaar in het nieuwe regime wordt nageleefd, er een effectieve belastingdruk van 15 % is. Dat wordt verhoogd naar 18 %, dat weet u ook. Als de reserve vroeger dan drie jaar, of binnen die drie jaar, wordt uitgekeerd, is naast de anticipatieve heffing van 10 % ook nog de klassieke roerende voorheffing van 30 % verschuldigd. Kenners laten mij weten dat als die twee worden gecombineerd, men uitkomt op een totale belastingdruk van 36,36 %. Die uitkomst van 36,36 % is, voor alle duidelijkheid, niet uw verantwoordelijkheid, dat is al lang geleden beslist. Die persoon zegt mij dat de totale belastingdruk dan hoger ligt dan bij een onmiddellijke dividenduitkering en dat dat niet rechtvaardig lijkt.
Daarover heb ik drie vragen. Ten eerste, kunt u bevestigen dat bij een uitkering van een liquidatiereserve binnen drie jaar na de aanleg zowel de afzonderlijke heffing van 10 % bij de aanleg als de roerende voorheffing van 30 % bij de uitkering verschuldigd is? Ten tweede, leidt dat in totaal tot een effectieve belastingdruk van 36,36 % en ligt dat percentage dus hoger dan de klassieke roerende voorheffing van 30 %? Ten derde, was het destijds de bedoeling van de regering, gelet op de doelstelling om bij naleving van een termijn van drie jaar een effectieve belastingdruk van 15 % te realiseren, dat bij niet-naleving een zwaardere belasting zou ontstaan dan bij een gewone dividenduitkering?
Het zijn vrij technische vragen, maar we kijken uiteraard uit naar uw antwoorden.
Jan Jambon:
Ik kan bevestigen dat bij een uitkering van de liquidatiereserve binnen de drie jaar het standaardtarief roerende voorheffing van 30 % van toepassing is. De toepassing van het standaardtarief roerende voorheffing bij een te vroege uitkering van de liquidatiereserve enerzijds is te verantwoorden door het inkorten van de minimale houdperiode om van een verlaagd tarief roerende voorheffing te kunnen genieten van vijf tot drie jaar, anderzijds.
Vincent Van Quickenborne:
Dank u wel. Ik had ook vragen gesteld over de 36,36 %, dus een hoger percentage dan het tarief van de 30 %, maar daar komen we dan later op terug.
De terugvordering en de mogelijke wetsaanpassing in het kader van een disproportionele belastingdruk
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne vraagt of de 36,36% belastingdruk (10% afzonderlijke heffing + 30% roerende voorheffing) bij vervroegde uitkering van een correct aangelegde liquidatiereserve (binnen 3 jaar) kan worden vermeden, en stelt voor de roerende voorheffing te verlagen naar 23% om op 30% uit te komen. Jambon bevestigt dat terugvordering onmogelijk is (in lijn met het regeerakkoord) en dat het regime bewust een hogere belasting voorziet bij vroege uitkering, om kapitalisatie te stimuleren—geen wijzigingsplannen. Van Quickenborne bekritiseert de "disproportionele" druk als oneerlijk ten opzichte van normale dividenden (30%).
Vincent Van Quickenborne:
Dit betreft een eerdere vraag uit de vorige legislatuur, waarbij werd ingegaan op het beleid inzake de mogelijke overbelasting bij liquidatiereserves. Toen werd aan de minister van Financiën gevraagd of de afzonderlijke heffing van 10 % kan worden teruggevorderd wanneer een liquidatiereserve ten onrechte werd aangelegd. Uw voorganger bevestigde dat dit mogelijk is en verduidelijkte dat, wanneer een liquidatiereserve onterecht wordt aangelegd, de daaropvolgende dividenduitkering weliswaar aan de gewone roerende voorheffing van 30 % kan worden onderworpen, maar dat de vennootschap in dat geval een bezwaarschrift kan indienen om de 10 % terug te krijgen.
De situatie die zich vanaf 2026 kan voordoen is van een andere aard. Wanneer een vennootschap de liquidatiereserve correct aanlegt en vervolgens beslist die binnen drie jaar uit te keren, is er geen sprake van een foutieve toepassing van de wet, maar van een keuze binnen het wettelijk kader. In tegenstelling tot de vroegere situatie lijkt er in dit geval geen rechtsgrond aanwezig te zijn om de afzonderlijke heffing van 10 % via bezwaar te recupereren.
Ik heb daarover vier vragen.
Ten eerste, kunt u toelichten of het principe van de correlatieve overbelasting van artikel 373, van het WIB 92, zoals in het verleden aanvaard, in dit geval eveneens kan worden toegepast?
Ten tweede, zou dit kunnen toelaten dat de afzonderlijke heffing van 10 % alsnog wordt teruggevorderd wanneer de liquidatiereserve binnen drie jaar wordt uitgekeerd, hoewel de aanleg formeel correct was?
Ten derde, overweegt de regering, gelet op de disproportionele belastingdruk van 36,36 %, in een wetsaanpassing of een administratieve verduidelijking te voorzien die voorkomt dat een vennootschap die correct gebruikmaakt van de regeling zwaarder wordt belast dan bij een gewone dividenduitkering?
Ten vierde, kan een overweging erin bestaan om bij een uitkering binnen drie jaar een roerende voorheffing van 23 % te voorzien, wat zou resulteren in een totale belastingdruk van 30 % in plaats van 36,36 %?
Mijnheer de minister, we kijken uit naar uw antwoorden.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, wat uw eerste vraag betreft, in geval van spontaan betaalde roerende voorheffing kan geen toepassing worden gemaakt van artikel 373, van het WIB 92, omdat er geen sprake is van aanvullende belasting.
Ten tweede, nee, in dit geval is het niet mogelijk om de afzonderlijke heffing van 10 % alsnog terug te vorderen. Dit is volledig in overeenstemming met het regeerakkoord, waarin bovendien de wil bestaat om een roerende voorheffing van 30 % toe te passen in het geval van een vervroegde uitkering van de liquidatiereserve.
Ik behandel uw derde en vierde vraag samen. Nee, het regime van de liquidatiereserve is bedoeld om de kapitalisatie van kleine vennootschappen te bevorderen door middel van een uitgestelde dividenduitkering. De hervorming van dit regime bestaat erin om enerzijds de minimale houdperiode om van een verlaagd tarief van roerende voorheffing te kunnen genieten in te korten van vijf tot drie jaar en aldus het regime meer af te stemmen op dat van de VVPR-bis, en anderzijds het standaardtarief van roerende voorheffing van 30 % toe te passen bij een te vroege uitkering van de liquidatiereserve.
Vincent Van Quickenborne:
Hoe kom ik tot die 36,36 %?
Als je de afzonderlijke heffing van 10 % toepast, vertrekkend van 100 winst, deel je dat bedrag door 1,1 en houd je 90,90 over. Daarop pas je de heffing van 10 % toe, wat neerkomt op 9,09, zodat een liquidatiereserve van 90,09 wordt aangelegd. Wanneer die reserve vervolgens te vroeg wordt uitgekeerd, wordt daarop een roerende voorheffing van 30 % toegepast. Als je die twee heffingen combineert – de anticipatieve heffing van 10 % en de roerende voorheffing van 30 % – kom je uit op een totale belastingdruk van 36,36 %.
Nogmaals, dat is niet uw verantwoordelijkheid, mijnheer de minister, maar het gevolg van een eerdere beslissing. De fiscalist die mij daarop heeft gewezen, stelt dat dit niet correct aanvoelt, aangezien de normale roerende voorheffing 30 % bedraagt en hier in dit geval 36,36 % wordt betaald. Hij stelde dan ook voor – slim als hij is, die fiscale expert – de roerende voorheffing niet te schrappen, maar te verlagen tot 23 %, omdat de combinatie van beide heffingen dan opnieuw zou uitkomen op 30 %. Ik heb echter begrepen dat er op dit ogenblik geen plannen in die richting bestaan.
Deze fiscale expert zal u zeer dankbaar zijn, mijnheer de minister. Dank u wel.
Voorzitter:
Collega’s, mevrouw Grillaert is afwezig en heeft zich niet laten verontschuldigen. Haar vraag nr. 56009833C vervalt. Nochtans was de minister enthousiast om die te beantwoorden.
De personeelsbezetting bij de Bijzondere Belastinginspectie
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz vraagt om opheldering over de uitvoering van de regeringafspraak om 300 extra medewerkers voor fraudebestrijding (fiscaal en sociaal) aan te werven, en kritiseert het gebrek aan transparantie over de verdeling. Minister Jambon bevestigt dat 100 van die 300 naar het SPF Finances gaan (inclusief de AGISI), benadrukt dat er een project loopt om criminele fiscale fraude (gelinkte drugshandel, witwassen) aan te pakken, en meldt dat het AGISI-personeel licht daalde van 637,2 (jan. 2025) naar 632,5 ETP (nov. 2025). Schlitz reageert dat ze het dossier blijft opvolgen om "echte fiscale rechtvaardigheid" af te dwingen.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, l’accord de gouvernement prévoit le recrutement de 300 membres du personnel pour la lutte contre la fraude fiscale, en particulier au sein de la BBI, de la lutte contre la fraude sociale, de la police judiciaire et de la justice. Le ministre en charge de la lutte contre la fraude sociale indiquait en novembre dernier que ces 300 inspecteurs seraient en réalité répartis entre la fraude sociale et la fraude fiscale, sans davantage de précisions sur cette répartition. Où en est la mise en œuvre de cet engagement? Combien d’équivalents temps plein étaient dédiés à la lutte contre la fraude fiscale au 31 janvier 2025 et combien d’équivalents temps plein sont actuellement dédiés à la lutte contre la fraude fiscale?
Jan Jambon:
Madame Schlitz, l’accord de gouvernement prévoit effectivement le recrutement de 100 membres du personnel pour le SPF Finances, y compris pour l’Administration générale de l’Inspection spéciale des impôts (AGISI). Le chiffre de 300 membres du personnel comprend également des recrutements pour la Justice. Conformément à l’accord de gouvernement, l’Administration générale de l’Inspection spéciale des impôts travaille actuellement, en collaboration avec mon cabinet, à un projet visant à développer une lutte efficace contre la criminalité fiscale, qui mêle le trafic de drogue, le blanchiment et la fraude fiscale d’organisations criminelles. À cet effet, les besoins en personnel et en moyens légaux seront définis.
Au 31 janvier 2025, l’Administration générale de l’Inspection spéciale des impôts disposait de 637,2 équivalents temps plein. Au 3 novembre 2025, 632,5 équivalents temps plein sont dédiés à la lutte contre la fraude fiscale au sein de cette administration.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour ces précisions. Nous continuerons donc à suivre ce dossier important pour faire en sorte qu'il y ait une vraie justice fiscale dans notre pays.
De dubbele belastingheffing op inkomsten van burgerlijke vastgoedvennootschappen naar Frans recht
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Benoît Piedboeuf wijst op een structurele double imposition van Belgische aandeelhouders in Franse SCI’s: Frankrijk belast de winst als onroerend inkomen, België als dividenden (30% roerende voorheffing), ondanks een gunstiger Frans-Luxemburgs verdragsmechanisme. Minister Jan Jambon verdedigt de huidige belastingconventie (2021), die dividenden aanziet als roerend inkomen volgens Belgisch recht, en ziet geen grond voor aanpassing, omdat de dubbele belasting consistent is met de Belgische fiscale politiek (geen eliminatiemechanisme voor dividenden bij natuurlijke personen). Piedboeuf aanvaardt het standpunt maar benadrukt de ongelijkheid met Luxemburg.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, e n France, lorsqu’une société civile immobilière (SCI) est soumise à l’impôt sur le revenu, elle est fiscalement translucide: les bénéfices sont imposés comme des revenus fonciers directement dans le chef des associés, qu’ils soient distribués ou non.
Par un arrêt du 2 décembre 2004 (Cass., 2 décembre 2004, F.J.F., 2005, 179), la Cour de cassation belge avait jugé que, compte tenu de cette translucidité, les revenus distribués par une SCI détenue par des résidents belges devaient être considérés comme des revenus immobiliers au sens de la convention fiscale franco-belge du 10 mars 1964, et donc exonérés en Belgique par application de cette convention lorsque l’immeuble détenu est situé en France.
L’administration fiscale belge n’a toutefois pas maintenu cette interprétation et a continué de qualifier ces distributions de revenus mobiliers, assimilés à des dividendes au sens de l’article 18 du Code des impôts sur les revenus 1992. Cette approche, confirmée par la Cour de cassation en 2016 et 2017, conduit à une double imposition du même revenu : en France comme revenu foncier, et en Belgique via un précompte mobilier de 30 %.
La nouvelle convention fiscale belgo-française, signée en 2021, n’a pas permis de corriger cette situation, alors que la convention fiscale franco-luxembourgeoise du 20 mars 2018 prévoit, dans son protocole, un crédit d’impôt intégral pour l’impôt payé en France sur les revenus perçus via une SCI, ce qui permet d’éviter toute double imposition.
Monsieur le ministre, envisagez-vous d’ouvrir des discussions avec les autorités françaises en vue d’une adaptation de la convention fiscale belgo-française de 2021, afin d’y introduire, à l’instar de la convention franco-luxembourgeoise, un mécanisme d’élimination de la double imposition applicable aux revenus issus de sociétés civiles immobilières françaises?
Cette question pourrait-elle, par ailleurs, être intégrée aux échanges bilatéraux à venir avec la France, notamment dans le cadre de la révision de la convention relative à l’introduction d’un quota de télétravail transfrontalier?
Jan Jambon:
Monsieur Piedboeuf, je n'envisage pas d'ouvrir des discussions avec les autorités françaises en vue d'introduire, dans la convention fiscale belgo-française de 2021, un mécanisme particulier d'élimination de la double imposition applicable aux revenus issus des sociétés civiles immobilières françaises.
Cette convention prévoit expressément que, en ce qui concerne la Belgique, la nature des sommes qui sont payées ou attribuées à un associé pour une société civile immobilière française est déterminée conformément aux dispositions du Code des impôts sur les revenus 1992. Une société civile immobilière française est dotée de la personnalité juridique, de sorte que les sommes qu'elle paie ou attribue à un associé ont la nature de dividendes au regard de l'article 18 du Code des impôts sur les revenus 1992. Cela vaut tant lorsque l'associé est une société que lorsqu'il est une personne physique.
Lorsque l'associé de la société civile immobilière française est une société belge, la convention confirme que celle-ci peut bénéficier de la déduction des revenus définitivement taxés. Lorsque l'associé de la société civile immobilière française est une personne physique, la convention ne prévoit pas de mécanisme particulier destiné à éviter la double imposition que vous mentionnez, à savoir l'imposition en France des sommes qui lui sont payées ou attribuées en tant que revenus fonciers et en Belgique en tant que dividendes.
Ce résultat n'en est pas moins compatible avec la politique suivie en Belgique, tant sur le plan interne qu'au niveau conventionnel. En effet, ni le Code des impôts sur les revenus 1992, ni les conventions fiscales conclues par la Belgique ne prévoient de mécanisme d'élimination de la double imposition de dividendes dans le chef de personnes physiques résidant en Belgique. D'un point de vue économique, la double imposition qui se produit lorsque la société payant ou attribuant les sommes concernées est une société fiscalement translucide, telle qu'une société civile immobilière française, ne diffère pas fondamentalement de celle qui se produit lorsque la société qui les paie ou les attribue est fiscalement opaque.
Ces deux situations ne diffèrent que par le fait que, dans le premier cas, l'imposition a lieu deux fois dans le chef du même contribuable, l'associé, tandis que, dans le second cas, l'imposition a d'abord lieu dans le chef de la société, avant d'avoir lieu dans le chef de l'associé.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, je n'ai pas de réplique. La réponse est claire et nette. Je vous en remercie, monsieur le ministre.
De dubbelbelastingverdragen en onderhoudsgelden
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Benoît Piedboeuf stelt dat Belgische controleurs ten onrechte 26,75% précompte eisen op alimentatie naar India, terwijl de Belgisch-Indische belastingverdrag (CPDI) dit uitsluit als de ontvanger in India woont – enkel vermelding op fiche 281.30 zou volstaan. Minister Jan Jambon weerlegt dit: volgens hem blijft België bevoegd om te belasten (ook bij CPDI) en moet précompte altijd worden inhouden, tenzij expliciet vrijgesteld; India moet dubbele belasting voorkomen via verrekening. Jambon benadrukt dat controleurs wettelijk correct handelen door précompte te vorderen bij ontbrekend bewijs van vrijstelling. Piedboeuf aanvaardt de uitleg zonder verdere discussie.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, il me revient que certains contrôleurs et contrôleuses de l'administration réclament du précompte professionnel sur des rentes alimentaires versées par un débirentier résident belge à ses enfants qui habitent en Inde. Je pense qu’ils se trompent et occasionnent ainsi par méconnaissance des règles applicables des pertes de temps et d’argent à leur répondre, sans garantie qu’ils s’inclineront.
Pouvez-vous marquer votre accord sur le raisonnement suivant? Les conditions habituelles de déduction des rentes alimentaires dans le chef du débirentier sont également applicables lorsque la rente est payée par un résident belge à un bénéficiaire établi à l’étranger.
Deux conditions supplémentaires sont toutefois exigées, à savoir que le débirentier:
- doit retenir un précompte professionnel qui s’élève à 26,75 % des 80 % des sommes versées;
- doit mentionner ces sommes sur une fiche 281.30.
Concernant le 1er tiret, il faut examiner ce que dit la convention préventive de double imposition (CPDI) conclue éventuellement par la Belgique avec le pays où réside le bénéficiaire. Lorsque le bénéficiaire réside dans un pays avec lequel la Belgique a conclu une CPDI attribuant le pouvoir d’imposer la rente à l’État de résidence du bénéficiaire, le précompte professionnel ne doit pas être retenu, sous réserve de la présentation de la preuve de la résidence du bénéficiaire dans le pays concerné.
La Belgique et l’Inde ont signé une CPDI qui attribue le droit d’imposer ce revenu à l’État de résidence du bénéficiaire, c’est-à-dire l’Inde. Dès lors, si la résidence fiscale en Inde du bénéficiaire est attestée, le précompte professionnel n’a pas à être retenu, mais la déclaration et la fiche restent nécessaires.
Si vous pouvez marquer votre accord sur mon analyse, ne pensez-vous pas nécessaire de rappeler aux contrôleurs dans l’erreur quelles sont les règles applicables en matière de déduction en Belgique des rentes alimentaires versées à un crédirentier établi à l’étranger? Je vous remercie de vos réponses.
Jan Jambon:
Contrairement à ce que vous avancez, les conditions légales pour pouvoir déduire une rente alimentaire sont indépendantes des obligations en matière de précompte professionnel et d'établissement de fiches de revenus.
En droit interne, une rente alimentaire payée à une personne résidant à l'étranger qui remplit ces mêmes conditions légales est en principe imposable en Belgique, dans le chef du bénéficiaire, à l'impôt des non-résidents. En principe, la personne qui paie une telle rente alimentaire doit introduire une déclaration au précompte professionnel, verser ce précompte au Trésor et introduire la fiche de revenus ad hoc .
Lorsque des rentes alimentaires sont payées par un résident de Belgique à un résident d'Inde, la convention préventive de la double imposition conclue entre ces deux États donne le pouvoir d'imposition à la Belgique, car ces rentes proviennent de Belgique. Il appartient à l'Inde de résoudre alors la double imposition en imputant l'impôt belge sur l'impôt indien. Les impositions faites par mon administration dans ces circonstances sont donc justifiées.
Les rentes alimentaires font l'objet d'actions en gestion des risques. Cette gestion des risques concerne, d'une part, la vérification du respect des conditions de déduction des rentes alimentaires et, d'autre part, l'obligation de versement du précompte professionnel pour des rentes versées à l'étranger. Pour les paiements à des non-résidents de la Belgique, il est donc vérifié si le précompte professionnel a été payé et, lorsque ce n'est pas le cas, si les conditions de dispense du versement dudit précompte sont respectées.
Lorsque le précompte professionnel n'est pas payé et que les conditions ne sont pas remplies, le précompte professionnel doit être enrôlé. Les agents de taxation appliquent, lors du contrôle, les dispositions légales en vigueur, en tenant compte des éléments spécifiques propres à chaque dossier.
Benoît Piedboeuf:
Merci monsieur le ministre. Votre réponse est très claire.
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jan Jambon bevestigt de langlopende fiscale onzekerheid voor culturele vzw’s (zoals festivals) over vennootschapsbelasting, die volgens hem al sinds 1976 bestaat en verergerd wordt door wisselende rechtspraak (bv. Graspop-arrest 2016). Hij belooft een hervorming die rekening houdt met hun maatschappelijk karakter en concurrentieneutraliteit, maar weigert concrete criteria of timing te geven omdat het dossier nog in voorbereiding is. Niels Tas bekritiseert de blijvende onduidelijkheid—verergerd door wisselende fiscale handhaving—en dringt aan op objectieve, meetbare criteria om de "juiste ingesteldheid" van vzw’s te garanderen, plus een duidelijke timing; Jambon bevestigt enkel dat de hervorming "in volle voorbereiding" is en mogelijk dit jaar nog ter sprake komt.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, de fiscale onzekerheid treft de culturele sector, en in het bijzonder de festivalsector, zeer hard. Negentig procent van de festivals opereert vandaag via een vzw-structuur. Het argument als zouden ze te professioneel werken, terwijl hun opbrengsten zeer vaak volledig worden geherinvesteerd in het maatschappelijk doel en ze hoofdzakelijk met vrijwilligers werken, dreigt een diverse festivalcultuur te treffen door de financiële druk en de dreiging van commercialisering of overname.
U bevestigde in onze commissie op 12 november de intentie om culturele vzw’s met de juiste ingesteldheid te beschermen en de wetgeving rond de vzw-fiscaliteit aan te passen, conform het regeerakkoord, om ook misbruik tegen te gaan. U stelde echter ook dat de onderwerping aan de vennootschapsbelasting een feitelijke beoordeling vereist die geval per geval moet gebeuren en dat algemene uitspraken complex zijn. Dat laatste draagt net bij tot de huidige onzekerheid.
Culturele vzw’s als de Roma en Dranouter worden geconfronteerd met die fiscale procedures, terwijl ze in essentie hun maatschappelijke rol vervullen door culturele participatie en gemeenschapsvorming te stimuleren.
In het licht daarvan heb ik voor u een aantal vervolgvragen, waarvoor ik verwijs naar de vragen zoals ik die heb ingediend.
Hoe zult u de verklaarde politieke intentie om legitieme culturele vzw's te beschermen vertalen in concrete, objectieve en meetbare criteria in de aangekondigde wetsaanpassing? Welke mechanismen zullen worden ingebouwd om te verzekeren dat de fiscale administratie deze 'juiste ingesteldheid' en het ideële karakter van een vzw op een voorspelbare manier kan vaststellen, en niet langer enkel op basis van subjectieve interpretaties van handelsmethodes?
Hoe zal de minister ervoor zorgen dat de "feitelijke beoordeling" in de toekomst voorspelbaar en objectief wordt, zodat culturele vzw's weten welke mate van 'professionaliteit' of welke omvang van activiteiten aanvaardbaar is, en hoe hij zijn intentie om vzw's met de 'juiste ingesteldheid' te beschermen, zal vertalen naar wetgevende criteria?
De onzekerheid zal pas verdwijnen wanneer de wetgeving is aangepast. Welke timing voorziet de minister om hiervoor een wetsontwerp voor te leggen of de criteria te verduidelijken?
Jan Jambon:
Mijnheer Tas, uiteraard ben ik mij bewust van de problematiek waarmee die vzw’s geconfronteerd worden. Het is inderdaad niet altijd duidelijk voor vzw’s uit de cultuursector om te bepalen of ze onder de vennootschapsbelasting dan wel onder de rechtspersonenbelasting vallen. In tegenstelling tot wat u lijkt te suggereren in uw vraagstelling is dat echter allesbehalve een recent probleem. De problematiek bestaat al sinds 1976, toen men de huidige opdeling tussen de vennootschaps- en de rechtspersonenbelasting wettelijk geregeld heeft. Sindsdien zijn er tal van juridische procedures geweest.
Ik verwijs bijvoorbeeld naar een zaak omtrent de vzw Graspop, waarbij het Hof van Cassatie oordeelde dat de organiserende vzw aan de vennootschapsbelasting moest worden onderworpen. Dat is de uitspraak F.14.0197.N van 16 juli 2016 van het Hof van Cassatie.
Het is net om die al lang bestaande problematiek uit de wereld te helpen dat mijn beleidscel momenteel werkt aan een hervorming. Bij die hervorming wordt rekening gehouden met zowel het bijzondere karakter van deze organisaties als het garanderen van de concurrentieneutraliteit. De vragen die u stelt, zijn terechte vragen en raken aan de kern van hoe zo’n hervorming er zou moeten uitzien. Omdat mijn kabinet momenteel bezig is met de voorbereiding van die hervorming, wil ik niet vooruitlopen door deze vragen nu al te beantwoorden.
Zodra mijn kabinet een hervorming heeft uitgewerkt, zullen we die bespreken binnen technische werkgroepen en binnen de regering, en zal ik dat uiteraard communiceren aan het Parlement. De werkzaamheden zijn in volle voorbereiding.
Niels Tas:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor de erkenning van het probleem. Het klopt inderdaad, dit sleept al lang aan. Het heeft soms ook te maken met het moment waarop de fiscus daar extra aandacht aan besteedt en met de manier waarop dat dan extra in de picture komt. Ik heb nog één vraag ter verduidelijking. Is het de ambitie om daar dit jaar nog mee naar het Parlement te komen, zodat daar duidelijkheid over bestaat? (Ja) Dank u wel.
De praktische modaliteiten van de belastinghervorming
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Piedboeuf vraagt om verduidelijking over de geplande fiscale aanpassingen (drempelverlaging naar 70.000€, uitbreiding naar jonge doctoren) en bekritiseert administratieve knelpunten (trage rulings, gebrek aan coördinatie) die de aantrekkingskracht van België voor talent ondermijnen. Minister Jambon bevestigt dat de maatregelen vanaf 2025 gelden, schat de budgettaire impact van een 35%-abattement als beperkt in, en wijst op lopende communicatie over de uitvoering, maar ontwijkt concrete garanties voor vereenvoudiging. Piedboeuf bekritiseert impliciet de traagheid van de commissie Financiën, terwijl de voorzitter onverwachts verwante vragen over meerwaardebelasting intrekt.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, l’accord de coalition fédéral 2025-2029 engage le gouvernement à renforcer le régime fiscal dédié aux chercheurs et salariés entrants afin d’améliorer la position de la Belgique dans la compétition européenne pour les talents et les investissements à haute valeur ajoutée.
Deux mesures sont actées: abaissement du seuil de rémunération de 75 000 à 70 000 euros bruts, et extension de ce régime aux jeunes docteurs ayant moins de cinq ans d’expérience professionnelle, même en deçà de ce seuil. Ces avancées répondront aux attentes des employeurs, universités et centres de recherche. Cependant, la réforme de 2022 a révélé que le manque de clarté des textes d’application, les délais excessifs de ruling et l’absence de coordination entre le SPF Finances, les employeurs et les institutions académiques peuvent transformer une mesure d'attractivité en source de contentieux.
Dans ce contexte, alors que le budget fédéral 2026 est en négociation, il est essentiel que le gouvernement précise le calendrier, les modalités et les garde-fous administratifs nécessaires. Je me permets donc de vous poser trois questions:
1. Concernant un éventuel relèvement de l’abattement à 35 %, la suppression du plafond de 90 000 euros ou d’autres modifications structurelles du régime: quels scénarios sont étudiés, avec quel calendrier de décision et quelle évaluation d’impact budgétaire?
2. Quel est le calendrier précis de mise en œuvre de l’abaissement à 70 000 euros et de l’extension aux jeunes docteurs? Les arrêtés d’exécution et circulaires interprétatives seront-ils publiés avant le 31 décembre 2025 pour une entrée en vigueur au 1 er janvier 2026? Quelles mesures d’accompagnement sont-elles prévues (guide, webinaire, hotline)?
3. Quelles garanties concrètes assurez-vous pour une réelle simplification administrative? Un guichet unique sera-t-il mis en place? Un délai maximal pour le traitement des rulings et un dispositif d’évaluation annuel de l’impact administratif seront-ils instaurés?
Jan Jambon:
Monsieur Piedboeuf, ces mesures étaient reprises dans les articles 15 à 17 de la loi du 18 décembre 2025 portant des dispositions diverses.
Le coût budgétaire pour le relèvement de l'abattement à 35 % n'était pas estimable. Néanmoins, le coût devrait être assez limité, puisqu'une entreprise qui souhaite absolument attirer un cadre ou chercheur étranger ne fera pas beaucoup de différence entre octroyer une rémunération de 70 000 euros ou 75 000 euros. Le coût budgétaire pour la suppression du montant maximum de 90 000 euros est estimé à 2,49 millions d'euros sur la base d'un taux marginal de 50 %.
Pour l'extension du régime aux jeunes docteurs ayant moins de cinq ans d'expérience professionnelle, il existe le régime des chercheurs impatriés prévu à l'article 32/2 du Code des impôts sur les revenus 1992 qui est également concerné par les changements évoqués.
Le calendrier de la mise en œuvre est précisé à l'article 17 qui stipule que les mesures sont applicables à partir de l'année de revenus 2025.
Comme la loi a récemment été publiée au Moniteur belge , mon administration prépare actuellement les communications nécessaires pour que les contribuables soient bien informés.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, la raison pour laquelle on arrive seulement à ma question est en partie imputable au président qui a retardé les travaux en commission des Finances. C'est un clin d'œil que je lui fais.
Voorzitter:
De samengevoegde vragen nrs. 56010501C, 56011131C, 56011195C en 56010558C van mevrouw Alexia Bertrand, de heer Hugues Bayet en mezelf over de meerwaardebelasting worden ingetrokken.
De taks op managementvennootschappen, die ook van toepassing is op taxibedrijven (kmo-taks)
Het VVPR-bis-systeem en de terugwerkende kracht
De verhoging van de roerende voorheffing: rechtsonzekerheid, timing en overgangsregels
Belastingen en fiscale regelgeving voor bedrijven en investeringen
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand en Vincent Van Quickenborne bekritiseren de geplande verhoging van de roerende voorheffing in het VVPR-bis-regime (van 15% naar 18%) als een platte belastingverhoging van 20% die kleine zelfstandigen (zoals taxichauffeurs, bakkers en loodgieters) onevenredig treft, in plaats van enkel "excessen" bij topconsultants en managementvennootschappen aan te pakken—tegen de framing van minister Van Peteghem in. Bertrand stelt dat de maatregel het ondernemersklimaat verzuurt, wijzend op signalen van kapitaalvlucht en daling in investeringszin, terwijl Van Quickenborne vraagt waarom "gewone bedrijven" gestraft worden en waarschuwt voor rechtsonzekerheid door complexe overgangsregels (bv. historische winsten belast vanaf 2026). Minister Jan Jambon bevestigt dat de verhoging voor alle VVPR-bis-vennootschappen geldt (geen onderscheid), zonder terugwerkende kracht, maar pas ingaat na publicatie in het Staatsblad (dus niet per 1/1/2026); voor liquidatiereserves geldt het nieuwe tarief (9,8%) enkel voor reserves aangelegd na 31/12/2025, met uitwerking pas vanaf 2029 door de wachttermijn. Hij ontkent dat de impact groot is, maar Bertrand en Van Quickenborne blijven kritisch, beweren dat de cumulatie van belastingen (incl. meerwaarde- en effectenrekentaks) kmo’s en het investeringsklimaat ondermijnt en eisen een herziening.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, we weten dat wat ik nu aankaart, vooral een strijd is van uw collega, de minister van Begroting, de heer Van Peteghem, die de maatregel graag presenteert als gericht tegen de fiscalisten en tegen de managementvennootschappen. Ik weet niet of u dat ook zo presenteert, maar het klinkt natuurlijk goed, alsof u enkel de topconsultants en de excessen wilt aanpakken.
Telkens wanneer ik een Uber of taxi neem in Brussel, spreek ik met de bestuurder. Meestal zijn die chauffeurs heel jonge mensen, die vaak ook 's nachts werken. Zij vertellen mij altijd dat ze een vennootschap hebben. Ze doen dat, omdat ze heel goed begrepen hebben dat de fiscaliteit zo hoog ligt dat ze tegen 50 % belast worden. Die mensen werken heel hard, maar het zijn geen rijke mensen. Het zijn heel kleine zelfstandigen.
U viseert het VVPR-bis-regime, een term die klinkt alsof het om grote vissen gaat. In werkelijkheid is het geen achterpoortje voor de happy few, maar een systeem dat door tienduizenden hardwerkende ondernemers in dit land wordt gebruikt.
Ik wil daarom een heel concreet antwoord. Geldt uw tariefverhoging van 15 % naar 18 % enkel voor de managementvennootschap van de topconsultant, of geldt ze ook voor de vennootschap van de taxichauffeur, de mensen met wie ik vaak spreek? Geldt de tariefverhoging ook voor de loodgieter en voor de bakker op de hoek? Zoals wij het lezen, maakt u geen onderscheid. U scheert iedereen gewoon over dezelfde kam.
Ik begrijp dan ook niet goed waarom sommigen dat blijven framen als een rijkentaks, terwijl u goed weet dat het in de praktijk gewoon een platte kmo-belasting is die de kleine zelfstandigen zal treffen. Kunt u dat bevestigen, mijnheer de minister?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, mijn vraag gaat eveneens over die verhoging van 15 % naar 18 %, waarover mevrouw Bertrand spreekt. Eigenlijk is dat 20 % belastingverhoging. U weet dat er eind vorig jaar nogal wat paniek heerste bij accountants en fiscalisten, omdat mensen dringend geld uit hun vennootschap wilden halen aan het lagere tarief. Bart Van Coile van het ITAA verklaarde dat de onzekerheid het voor zijn leden zeer moeilijk maakt om cliënten correct te informeren. Intussen hebben we vernomen dat alles vast zou liggen in een programmawet, die nog naar het Parlement moet komen.
Mijnheer de minister, wanneer komt die wet naar het Parlement? Is er al een advies van de Raad van State? Wanneer komt de tweede lezing eraan?
Klopt het dat men verwacht dat die maatregel pas ten vroegste op 1 april 2026 in werking zou treden?
Klopt het dat historische winsten, dus winsten opgebouwd in het verleden, bij uitkering vanaf 2026 ook aan 18 % roerende voorheffing zullen worden belast, zelfs als ze onder een ander fiscaal regime zijn gerealiseerd? In de teksten staat dat het tarief voor VVPR-bis-dividenden zou worden verhoogd naar 18 % voor alle uitkeringen vanaf 31 december 2025. Betekent dat dat een dividend dat op 31 december 2025 wordt uitgekeerd reeds onder het nieuw tarief van 18 % valt, of bedoelt u in werkelijkheid vanaf 1 januari 2026?
Voor de liquidatiereserves geldt dat de reserves aangelegd vanaf 31 december 2025 aan 9,8 % zullen worden belast, terwijl oude reserves aan 5 % of 6,5 % kunnen blijven. Klopt dat al dan niet?
Ten slotte, hoe voorkomt u dat die opeenvolging van onduidelijke data, tarieven en uitzonderingen leidt tot paniekbeslissingen, foutieve aangiftes en betwistingen, met als gevolg rechtsonzekerheid voor ondernemers en extra werk voor de fiscus?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, mijnheer Van Quickenborne, in de programmawet zijn de hiernavolgende tariefwijzigingen met betrekking tot de roerende voorheffing opgenomen. In het VVPR-bis-stelsel wordt het tarief van 15 %, dat van toepassing is bij uitkeringen uit de winstverdelingen van het derde of een later boekjaar volgend op dat waarin de inbreng of verhoging heeft plaatsgevonden, opgetrokken naar 18 %. Die tariefverhoging zal pas van toepassing zijn vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de programmawet in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, dus niet vanaf 31 december 2025 of 1 januari 2026.
De maatregel is van toepassing op alle vennootschappen die gebruikmaken van het VVPR-bis-stelsel. Voor de dividenden die daarvoor worden toegekend, blijft het huidig tarief van toepassing. Er is dus geen sprake van terugwerkende kracht.
Voor de andere opmerking van mevrouw Bertrand citeer ik uit een recent artikel van De Tijd . Het gaat om kleine stapjes om de excessen eruit te halen, maar de impact is al bij al beperkt.
Voor de liquidatiereserve wordt het tarief van 6,5 %, dat van toepassing is bij uitkeringen waarvoor de wachttermijn van drie jaar is gerespecteerd, opgetrokken naar 9,8 % om op die manier uit te komen op een totale effectieve belasting van 18 % met inbegrip van de afzonderlijke aanslag van 10 %. Die tariefverhoging zal enkel gelden voor dividenden die voortkomen uit liquidatiereserves die op 31 december 2025 of later zijn aangelegd ofwel vanaf het aanslagjaar 2026. Door de wachttermijn van drie jaar zal die tariefverhoging pas ten vroegste uitwerking kunnen hebben in de loop van 2029.
De toepassing van verschillende tarieven naargelang de datum waarop de liquidatiereserve is aangelegd of de inbreng of verhoging heeft plaatsgevonden, is trouwens niet nieuw. Ook in het verleden bestond dergelijk onderscheid al en leverde dat geen problemen op wat de administratieve opvolging betreft.
Ik wil benadrukken dat de programmawet momenteel bij de Raad van State ligt. De tweede lezing binnen de regering volgt dus onmiddellijk nadat het dossier terugkomt van de Raad van State, waarna wij dat ongetwijfeld nader zullen bespreken tijdens de behandeling hier in de Kamer.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat dat van toepassing is op alle vennootschappen en dus niet alleen op de managementvennootschappen. Uw collega, minister Van Peteghem, zei over de managementvennootschappen trouwens dat ze een schande waren en dat het de bedoeling was om de excessen eruit te halen. U verwijst naar die excessen, maar ik zie niet goed in welke excessen u eruit zult halen.
Eigenlijk is het een verhoging van 20 %. U zegt dat het effect klein en beperkt zal zijn, maar daarmee ben ik het niet eens.
Jan Jambon:
Dat zei ik niet.
Alexia Bertrand:
Dat is een verhoging van 20 %. Dat is een zeer belangrijk effect.
Het effect is dubbel. Voor de kleine zelfstandigen is dat een belastingverhoging van 20 %: voor de bakker, voor de Uberchauffeur, voor de loodgieter, voor de elektricien, mensen die heel hard werken en die extra belastingen zullen betalen. Daarnaast is er ook een effect door de cumulatie van al uw belastingen. Naast deze belasting komt er ook een zeer complexe meerwaardebelasting. Collega Van Quickenborne heeft daar al op gewezen. Er komt ook een verdubbeling van de taks op de effectenrekening. U kunt zeggen dat de rijke mensen beoogd worden, maar al die maatregelen hebben vooral een negatief effect op het investeringsklimaat.
Ik zal u iets vertellen, mijnheer de minister. Een aantal dagen geleden kwam ik een bankier tegen op een receptie. Hij vertelde mij dat hij nog nooit in zijn dertigjarige carrière zoveel mensen heeft ontmoet die hem vragen hoe ze weg geraken uit België, uit dit land. We kunnen dat betreuren. Ik vind dat triestig. Ik zal in elk geval hier blijven. Het gaat erom dat die mensen op een bepaald moment vinden dat er in dit land geen klimaat van ondernemerschap meer is. Dat is het effect van deze maatregel.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik denk dat een en ander het gevolg is van het feit dat er over het ondernemerschap karikaturen worden opgehangen, waaraan u voor alle duidelijkheid niet meedoet. U kent wel de karikatuur van iemand die aan zijn zwembad ligt en zichzelf een minimumbezoldiging uitkeert of de karikatuur van de doctoors . Collega El Yakhloufi, die net binnenkomt, zei in een andere commissie dat die ondernemers gratis op onze wegen rijden en gratis onderwijs krijgen en intussen is het kassa kassa, in the pocket . Die uitspraak herinner ik mij nog goed. Door die karikaturen vermindert echter de schroom van de regering om die mensen fiscaal te straffen.
U wilt misbruiken bestrijden. Het behoort tot de opdracht van minister Van Peteghem om de excessen inzake managementvennootschappen aan te pakken. Het gevolg van die maatregel is dat u de gewone bedrijven taxeert, zowel de kleine als de middelgrote. Iedereen met een kleine vennootschap in ons land, honderdduizenden vennootschappen, zal nu plots meer belastingen moeten betalen.
Waar hebben die mensen dat aan verdiend? Dat gaat niet over de sterkste schouders, maar wel over mensen met een gewone activiteit, zoals een bakker, een slager, een loodgieter of een dakwerker. Iedereen die een kleine vennootschap heeft, zal die taks moeten betalen. Het is trouwens niet zomaar een taks, het is 20 % belastingverhoging. Waar hebben die mensen dat aan verdiend? Waarom doet u dat? Waarom moeten zij nu plots 20 % belastingen meer betalen? Ik heb die vraag al een paar keer gesteld aan u en aan de eerste minister, maar u blijft het antwoord schuldig. Dat is een platte belastingverhoging die niets te maken heeft met de sterkste schouders en die er alleen maar komt omdat u zegt dat u ze zult pakken waar u ze kunt pakken. Dat is jammer, want het ondernemersklimaat lijdt daar inderdaad onder.
Als u de optelsom ziet van al de taksen die erbij komen, taks op taks op taks, dan vrees ik inderdaad dat het klimaat voor ondernemers verder verzuurt. Het economisch klimaat is vandaag trouwens ook niet gemakkelijk en we stevenen regelrecht af op slechte resultaten, waarbij bedrijven mensen zullen ontslaan, er minder ondernemerschap is en de goesting om ondernemen in ons land zal dalen.
Mijnheer de minister, herpak u en verlaag de belastingen in plaats van ze te verhogen, zodat onze ondernemers gelukkig zijn. Ik denk trouwens dat er in uw coalitie ook partijen zijn die dat willen, maar het tegendeel gebeurt.
”Je le dis au nom de ma formation politique: il n'y aura pas d'autres taxes, ni de nouvelles taxes”, mais malheureusement, chers collègues, c'est l'inverse qui se passe.
Mijnheer de minister, ik hoop dat u goed geluisterd hebt. Ik denk van wel.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56011460C en 56011461C van de heer Hugues Bayet worden uitgesteld.
De jaarlijkse taks op de effectenrekeningen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand bekritiseert de verdubbeling van de effectenrekeningtaks (van 0,15% naar 0,3%) omdat deze ongelijke behandeling creëert: klanten van Belgische tak 23-verzekeringen (beleggingsverzekeringen) betalen de taks zonder drempel van €1 miljoen (omdat de rekening op naam van de verzekeraar staat), terwijl directe beleggers wel genieten van die vrijstelling, wat ze als "discriminatie" bestempelt. Ze wijst erop dat dit Belgische verzekeraars benadeelt ten opzichte van Luxemburgse concurrenten (die de taks ontwijken via vrije dienstverlening), wat klanten en makelaars logischerwijs naar goedkopere buitenlandse producten duwt. Minister Jan Jambon verdedigt de maatregel door te verwijzen naar het Grondwettelijk Hof (arrest 138/2022), dat de taks – inclusief de toepassing op tak 23-rekeningen – juridisch valide achtte, en stelt dat aanpassing niet aan de orde is. Bertrand verwerpt dit als onvoldoende: ze benadrukt dat de verdubbeling de ongelijkheid verergert (kleine beleggers betalen onevenredig veel) en dat de concurrentiepositie van Belgische verzekeraars verder ondermijnd wordt, terwijl Jambon zich volgens haar verschuil achter juridische argumenten zonder oog voor "fairness" of economische gevolgen.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de taks op de effectenrekening. U verdubbelt die taks van 0,15 % naar 0,3 %. Zoals u weet is die taks van toepassing op effectenrekeningen waarvan de waarde meer dan 1 miljoen euro bedraagt.
Het probleem betreft de cliënten van Belgische verzekeringsondernemingen die een tak 23-beleggingsverzekering onderschrijven. Een tak 23 - dat kent u, mijnheer de minister - is een levensverzekering die eigenlijk een belegging is. Dat is dus goede praktijk.
Het probleem is echter dat die mensen eigenlijk geen gebruik maken van een effectenrekening. De effectenrekening staat immers op naam van de verzekeringsonderneming. Die rekent dan de taks door aan haar cliënten. Dat is ook door de vorige minister van Financiën aan de verzekeringsondernemingen als normale praktijk erkend. Dat betekent wel dat voor die cliënten de drempel van 1 miljoen euro niet geldt, wat tegen de geest van de wet ingaat. Zij betalen de taks op de effectenrekening immers ook voor zeer kleine bedragen. Dat betekent dat er een ongelijke behandeling is tussen deze beleggers en de beleggers in financiële instrumenten die zelf een effectenrekening hebben geopend bij een financiële instelling. Ik vind dat discriminatie.
Mijnheer de minister, wat zult u ondernemen om deze ongelijke behandeling te stoppen?
Er is echter nog een tweede probleem. Beleggers die via hun Belgische verzekeringsmakelaar wensen in te tekenen op een tak 23-beleggingsverzekering, zullen de keuze hebben tussen een tak 23-verzekering bij een Belgische verzekeraar, waarop de taks op de effectenrekening wel van toepassing is, of een tak 23-verzekering bij een Luxemburgse verzekeringsondernemer, die in België via de Belgische verzekeringsmakelaar onder het stelsel van de vrije dienstverlening kan worden aangeboden en waarop de taks dan niet van toepassing is.
Het spreekt voor zich dat cliënten eerder de minst belaste weg zullen kiezen en dat is ook absoluut legaal. Ze zullen dus het Luxemburgse tak 23-verzekeringsproduct verkiezen boven het Belgische tak 23-verzekeringsproduct. De verzekeringsmakelaar, die het belang van zijn klant moet dienen, is bovendien verplicht om het product met de minste kosten te adviseren.
Mijnheer de minister, wat zult u ondernemen om dit ongelijk speelveld tegen te gaan en ervoor te zorgen dat aan deze ontsnappingsroute een einde wordt gesteld?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, de hervormde jaarlijkse taks op de effectenrekening werd ingevoerd in 2021. De problematiek is dus niet nieuw. Ik zat niet in de federale regering in 2021.
Het Grondwettelijk Hof heeft de taks gevalideerd, ook specifiek wat de rekeningen betreft die worden aangehouden in het kader van tak 23. Dat is arrest nr. 138/2022 van 27 oktober 2022.
Ik citeer punt B.19: “In het licht van zijn ruime beoordelingsbevoegdheid in fiscale zaken komt het de wetgever toe te oordelen welke effectenrekeningen, als werkinstrument in eigen naam en voor eigen rekening aangehouden door financiële instellingen en entiteiten en instellingen voor collectieve beleggingen, dienen te worden vrijgesteld om de normale werking van het nationale en internationale financiële systeem niet te ontwrichten. In het licht van de doelstelling van de wetgever om enerzijds een jaarlijkse abonnementstaks in te voeren ten aanzien van alle effectenrekeningen met een gemiddelde waarde van 1 miljoen euro en anderzijds aan de hand van een belastingvrijstelling voor de effectenrekeningen die welbepaalde financiële instellingen en instellingen voor collectieve beleggingen in eigen naam en voor eigen rekening aanhouden, de normale werking van het nationale en internationale financiële systeem te vrijwaren, is het daarenboven evenmin kennelijk onredelijk dat de vrijstelling van de bestreden taks niet geldt voor de effectenrekeningen die in het kader van een met een verzekeringsnemer afgesloten tak 23-levensverzekeringsproduct door verzekeringsondernemingen weliswaar in eigen naam worden aangehouden maar waarop derden een vorderingsrecht hebben dat verbonden is aan de waarde van de betrokken rekening.”
Een aanpassing ligt dus momenteel niet voor.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u hebt gelijk op één punt. Er is namelijk niets veranderd. Dat is net het probleem. Het probleem is echter wel groter geworden, precies omdat u de taks verdubbelt. De ongelijkheid wordt dus alleen maar groter. Dat is het probleem. U kunt uiteraard stellen dat het al zo was in 2021 maar u voelt toch ook aan dat er hier een ongelijke behandeling is. Het is niet fair dat mensen die in een tak 23 investeren met heel kleine bedragen van misschien 50.000 euro of 100.000 euro, ook die belasting moeten betalen terwijl die taks normaal gezien pas van toepassing is vanaf 1 miljoen euro. U beweert dat er niets is veranderd. Er is wel iets veranderd, namelijk dat u de taks hebt verdubbeld. Het probleem wordt daardoor alleen maar schrijnender. Ook het probleem van de concurrentie met Luxemburgse producten wordt groter. Het verschil in tarief van de taks maakt het immers veel interessanter om een Luxemburgs product aan te kopen in plaats van een Belgisch product. Dat is erg jammer voor onze Belgische verzekeringen. Ik ben het dus niet eens met u. U verschuilt zich achter een arrest en achter een juridische redenering maar het gaat hier niet over het recht of over een juridische redenering, het gaat over wat fair is, over wat onze economie en onze verzekeringsproducten bevordert en over wat fair is voor de kleine belegger in België. Ik ben dus heel teleurgesteld door uw antwoord. Ik had van u verwacht dat u toch iets aan het probleem zou doen. Het kan immers anders en het moet ook anders.
Het OESO-akkoord over de mondiale minimumbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Dieter Vanbesien bekritiseert het OESO-side-by-side-akkoord (Pillar 2) omdat het Amerikaanse multinationals vrijstelt van minimumbelasting terwijl Europese bedrijven wel gebonden blijven, wat volgens hem het speelveld vervalst, de Europese belastinginkomsten uitholt en strategische autonomie ondermijnt. Hij vraagt hoe België binnen EU en OESO internationale standaarden verdedigt en pleit voor alternatieve VN-kaders om geloofwaardigheid te herstellen. Minister Jan Jambon verdedigt het akkoord als een compromis om vergeldingsmaatregelen te vermijden en rechtszekerheid te bieden, benadrukkend dat het geen exclusieve Amerikaanse bevoordeling is maar een erkenning van het Amerikaanse belastingstelsel. België steunt impactanalyses (OESO 2029) en constructieve VN-onderhandelingen, maar wil duplicatie met OESO/EU-regels voorkomen. Vanbesien herhaalt zijn oproep om Pillar 2 niet af te zwakken en vraagt regelmatige Ecofin-debriefings in de commissie.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, op 5 januari besliste de OESO binnen het Inclusive Framework om een zogenaamde side-by-sideregeling in te voeren binnen de mondiale minimumbelasting voor multinationals, de Pillar 2. Die regeling laat toe dat multinationals met een Amerikaans moederbedrijf onder bepaalde voorwaarden worden vrijgesteld van bijheffingen via de Income Inclusion Rule of de Undertaxed Profits Rule, terwijl Europese ondernemingen volledig onder het Pillar 2-kader blijven vallen.
Die beslissing roept vragen op over een gelijk speelveld en over de impact op de Europese en de Belgische belastinggrondslag. Daarnaast staat die beslissing op gespannen voet met de herhaaldelijk uitgesproken Europese ambities inzake strategische autonomie, economische weerbaarheid en het verdedigen van gezamenlijk afgesproken internationale standaarden.
Ten eerste, hoe beoordeelt u het risico dat die regeling leidt tot een oneerlijk speelveld tussen Europese en Amerikaanse multinationals? Deelt u de analyse dat dit de Europese en Belgische belastinggrondslag kan uithollen?
Ten tweede, hoe rijmt u de nadruk op strategische autonomie met het aanvaarden van uitzonderingen die onder externe druk tot stand komen en die eerder afgesproken regels uithollen?
Ten derde, kunt u toelichten hoe België binnen de Europese Unie en de OESO pleit voor het verdedigen en het niet afzwakken van gezamenlijk afgesproken standaarden?
Ten slotte, het herhaald toevoegen van uitzonderingen en safe harbors ondermijnt de geloofwaardigheid van de mondiale minimumbelasting. Hoe staat België tegenover alternatieve, meer inclusieve kaders voor internationale fiscale samenwerking, zoals de momenteel lopende onderhandelingen binnen de Verenigde Naties?
Jan Jambon:
Alvorens in te gaan op de vragen die u aanhaalt, herinner ik u dat het zogenaamde side-by-side-akkoord kadert in een bijzonder gevoelige internationale context. Dat akkoord is immers voortgekomen uit het gezamenlijke initiatief van de G7 en de G20 en berust op drie pijlers: de vereenvoudiging van de internationale fiscale regels, de stabilisatie van het systeem en het vermijden van vergeldingsmaatregelen door de Verenigde Staten voor Europese multinationals.
Ik ben bijzonder aandachtig voor de risico's op concurrentieverstoring tussen Europese en Amerikaanse multinationals. Niettemin dient te worden benadrukt dat het akkoord werd ontworpen met het oog op vereenvoudiging en met de erkenning dat het Amerikaanse belastingstelsel al voorziet in maatregelen inzake minimumheffing op zowel binnenlandse als buitenlandse inkomsten van multinationale groepen met zetel in de Verenigde Staten.
Ik blijf evenwel voorzichtig wat betreft de mogelijke implicaties. Daarom hebben we tijdens de onderhandelingen de invoering van een inventaris van de gevolgen van het side-by-side-akkoord ondersteund. Er is voorzien dat de OESO een overzicht zal opmaken met betrekking tot de impact van het akkoord. Dat overzicht zal zijn gebaseerd op objectief bewijsmateriaal en de resultaten zullen uiterlijk in 2029 worden gepubliceerd.
Op Belgisch niveau is voorzien dat bij de omzetting van het side-by-side-akkoord in het intern recht formeel een analyse zal worden voorgelegd. Ik hecht groot belang aan de Belgische en Europese doelstellingen inzake strategische autonomie en economische veerkracht. De aanvaarding van het side-by-side-akkoord mag niet worden geïnterpreteerd als afstand doen van deze doelstellingen, maar veeleer als middel om een zo breed mogelijke toetreding tot het gemeenschappelijke multilaterale kader te bevorderen, zoals vastgelegd in de Pijler 2-regels van de OESO en de EU-richtlijn 2022/2523.
Het side-by-side-akkoord bevoordeelt niet uitsluitend Amerikaanse multinationale ondernemingen, maar is een erkenning van het Amerikaanse fiscale stelsel. Verder vereenvoudigt het de internationale fiscale regels en versterkt het de rechtszekerheid voor Belgische ondernemingen. Tot slot vermindert het de spanningen en het risico op vergeldingsmaatregelen met onze Amerikaanse partners.
België pleit consequent, zowel binnen de Europese Unie als binnen de OESO, voor een coherente, voorspelbare en eerlijke uitvoering van de overeengekomen regels. De voorbije maanden heeft dit zich onder meer vertaald in steun voor vereenvoudigingsmaatregelen die de integriteit en de doeltreffendheid van de regels waarborgen, eerder dan in geïsoleerde nationale initiatieven.
België stelt zich dan ook constructief op in de onderhandelingen van het VN-kaderverdrag inzake internationale belastingsamenwerking en de daarbij horende protocollen. Wij wensen wel duplicatie en fragmentatie van reeds geleverd werk op OESO- en op Europees niveau te voorkomen.
Daarenboven moeten de verplichtingen waartoe we ons zouden verbinden op VN-niveau duidelijk zijn, net als de precieze gevolgen ervan, met name voor ons bestaand netwerk van dubbelbelastingverdragen. België verzoekt daarom om een verduidelijkende toelichting bij het VN-kaderverdrag.
Dieter Vanbesien:
Het verheugt mij dat u de doelstelling van Pillar 2 onderschrijft en dat België zich constructief opstelt over de samenwerking op VN-niveau. Zodra die aangekondigde analysenota beschikbaar is, willen we deze zeker nog eens samen doornemen. We hebben deze problematiek enkele weken of maanden geleden al besproken in de commissie in het kader van de bespreking van uw wetsontwerp tot wijziging van de wetgeving rond de minimumbelasting voor multinationals. Naar aanleiding daarvan hebben Anders. en de MR al een pleidooi gehouden om Pillar 2 aan de kant te zetten en om dat dossier te agenderen op de Ecofin-vergaderingen. U zei toen dat het alvast het plan was dat dit dossier op de Ecofin-vergadering besproken zal worden. Ik herhaal mijn pleidooi om daar te pleiten voor het verdedigen en niet het afzwakken van de internationale afspraken. U kondigde aan om voor de omzetting rond de side-by-side-akkoord met een grondige analyse zal komen. Daar kijk ik ook naar uit. Ten slotte herhaal ik mijn vraag om regelmatig in deze commissie een debriefing te organiseren na de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofin, zoals minister Van Peteghem dat deed in de vorige legislatuur.
De overbelasting van de douane en de kosten-batenverhouding
De afschaffing van de pakjestaks en de vervanging ervan door een Europese taks
Douane-overbelasting, kosten-batenanalyse en Europese pakkettaks
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand bekritiseert dat de geplande 83 miljoen euro aan handhavingskosten voor de pakjestaks in 2026 mogelijk hoger uitvallen dan de netto-opbrengst, nu de nationale taks is uitgesteld (Europese variant start pas juli 2026) en de bruto-opbrengst van 223 miljoen euro onzeker is door vertraging en afhankelijkheid van Duitsland. Minister Jan Jambon ontkent dat de nationale handling fee is afgeschaft, maar stelt dat deze alleen wordt ingevoerd als buurlanden (inclusief Duitsland) meedoen via een Europees initiatief; hij verwacht 75 cent per pakje (via 3 euro EU-heffing) op een groter volume dan voorzien. Hij erkent onzekerheid door lopende EU-onderhandelingen en belooft een bijgestelde raming bij de begrotingscontrole in maart. Bertrand concludeert dat Jambon geen zekerheid biedt over de opbrengsten en geen antwoord geeft op de risico’s van dure handhaving zonder garantie op inkomsten, terwijl hij de kritiek op de optimistische cijfers niet weerspreekt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik heb de notificaties bekeken en verwijs specifiek naar notificatie 48. Daarin erkent u dat de douane de toevloed aan pakjes nu al niet aankan. U trekt daarom 83 miljoen euro uit voor extra scanners, IT en personeel om die taks te kunnen innen. De kosten staan vast, maar de inkomsten zijn onzeker geworden. De nationale taks is geschrapt en de Europese variant start pas in de tweede jaarhelft.
Mijn eerste vraag is of de kostprijs van de handhaving, dus 83 miljoen euro, in 2026 niet hoger dreigt uit te vallen dan de effectieve netto-opbrengst die België mag overhouden.
Ik heb een tweede vraag. In notificatie 48 schrijft u voor 2026 een bruto-opbrengst van 223 miljoen euro in, een bedrag berekend op basis van een nationale taks die zou ingaan op 1 januari 2026. Intussen is, zoals ik net zei, bevestigd dat die nationale taks er niet komt en dat de Europese taks pas start in juli 2026, dus zes maanden later. Mislopen we hierdoor niet de inkomsten van de pakjestaks van minstens de eerste zes maanden van 2026 onherroepelijk? Wat met de bedragen van de komende jaren? Hebt u dat verlies reeds verrekend in uw tabellen of is uw saldo momenteel te optimistisch voorgesteld?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, u had mijn antwoord kunnen weten, want die vraag is al gesteld. Ik heb die kwestie al omstandig toegelicht, maar ik doe het nogmaals, geen enkel probleem.
Ik kan u bevestigen dat tussen de budgettaire tabel die we destijds hebben opgesteld, de begrotingsnotificaties en de actuele stand van zaken vandaag, al heel wat gebeurd is. We volgen die situatie op en zullen bij de begrotingscontrole een herraming maken van de verwachte opbrengst.
Zoals u weet, heeft de Ecofin-Raad recent, in november, beslist om de bestaande vrijstellingsregel voor invoer van goederen met een waarde tot 150 euro af te schaffen en een soort importheffing in te voeren. Oorspronkelijk was het voorstel 10 %, dat is omgezet in diezelfde Ecofin-Raad naar 3 euro; dus geen percentage, maar 3 euro per pakje. In onze oorspronkelijke raming, waarin wij zelf een handling fee zouden invoeren, hebben we rekening gehouden met een verplaatsing van de stroom. Als heel Europa dat doet, zal die verplaatsing er niet zijn. Wat in Luik binnenkomt, bijvoorbeeld, is voor een derde voor de Duitse markt. Als natuurlijk Duitsland mee in dat systeem zit, is er geen enkele reden voor (…) en gaan we dus op een zeer hoog aantal pakjes die momenteel in Luik en Antwerpen binnenkomen, een Europese heffing van 3 % hebben. U weet dat wij daarvoor op 0,25 % rekenen, dus 75 cent, maar op een veel groter volume dan ingeschat.
De nationale handling fee is niet afgeschaft. Dat moet ik tegenspreken. In de pers is dat anders vermeld, maar dat klopt niet. Wat we wel hebben gezegd, is dat we enkel een pakjestaks willen invoeren boven op de Europese heffing, als we dat kunnen doen in samenwerking met al onze buurlanden. Nederland, Frankrijk, Luxemburg en België zijn daartoe bereid. Duitsland heeft recent aangegeven dat het dat niet zelfstandig zal doen, tenzij het in heel Europa wordt ingevoerd. Duitsland is wel bereid om het eerder in te voeren, maar het moet een Europees initiatief zijn. Daarom zal er een brief worden geschreven door deze vijf landen aan Europa om, boven op de importheffing, ook de handling fee in te voeren. Dat zijn immers twee verschillende zaken.
Er zijn dus nog enkele variabelen, maar we zullen dat tegen de begrotingscontrole beter kunnen inschatten. De raming die we hebben gemaakt met een handling fee van 2 % houdt rekening met een substantiële verplaatsing van het transport. Nu zijn we zeker dat de handling fee van 3 euro, waarvan 75 cent in België blijft, op een veel grotere basis zal worden geheven. De finetuning van dat bedrag zal tegen de begrotingscontrole zijn afgerond.
Europa plant echter ook een handling fee te doen – het is een beetje complex –, en die we naar voren willen trekken en de onderhandelingen daarover zijn lopende in trilogen tussen het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie. De uiteindelijke wetgevende tekst en de budgettaire raming kunnen dus nog wijzigen. Onze bedoeling blijft echter om, zo snel mogelijk en liefst in Europees verband, de handling fee boven op de importheffing te heffen.
Alexia Bertrand:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik begrijp dus dat de bruto-opbrengst van 223 miljoen euro totaal onzeker is en dat u het nog niet weet. Het zal afhangen van de beslissing van Duitsland. Drie buurlanden zijn al mee met het verhaal, maar het is nog onzeker of Duitsland zal meedoen. Dat zal afhangen van de vraag of er een Europees initiatief komt. Dat betekent wel degelijk dat er 223 miljoen euro in het gedrang komt. Dat moest op 1 januari ingaan, maar dat zal niet het geval zijn. U denkt dat het misschien nog op een andere manier kan lukken, maar dat weten we nog niet. We zullen dat pas zien op het moment van de begrotingscontrole. Zekerheid hebt u vandaag in ieder geval niet. Dat hoor ik ook niet van u. U hebt ook geen antwoord gegeven op mijn vraag over de handhaving. Daar zijn de kosten wel zeker: 83 miljoen euro. Voor 2026 weten we het nog niet. We zullen het samen bekijken in maart, op het moment van de begrotingscontrole. Ik zal die vraag op dat moment opnieuw stellen. Dan zullen we de waarheid van de cijfers samen kunnen bekijken.
De 'Vinted-taks', een belasting op spullen die al lang belast zijn
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 28 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Van Quickenborne bekritiseert de geplande "Vintedtaks", die particuliere verkopers (bv. tweedehandskleding, smartphones) vanaf €2.000 bruto-omzet/jaar (zelfs bij verlies) belast met 33% en noemt dit "overdreven" en "intimiderend". Jambon verdedigt de maatregel als rechtszekerheidverlenend, omdat ze normaal privébeheer (onder €2.000) vrijstelt van belasting—wat nu niet gegarandeerd is—en stelt dat alleen "abnormaal beheer" (bv. beroepsmatige verkoop) belastbaar blijft. Van Quickenborne blijft kritisch: de bruto-drempel treft ook verlieslatende verkopen, en hij eist volledige vrijstelling voor occasionele particuliere transacties. Jambon bevestigt dat de ingangsdatum (2026/2027) afhangt van parlementaire goedkeuring, maar Van Quickenborne ziet het als een "geldkloppende maatregel" die burgers extra zal kosten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, de arizonaregering heeft al heel wat nieuwe taksen uitgevonden. Er komt geen einde aan, lijkt het. Nu is er plots ook de Vintedtaks. Mensen die tweedehandsspullen op het internet verkopen, bijvoorbeeld kinderkledij, een smartphone of een tweedehands computer, krijgen, zodra ze meer dan 170 euro per maand en 2.000 euro per jaar verkopen, een belastingcontrole. Dat bedrag wordt door het platform aan de fiscus wordt meegedeeld. Het gaat niet over winst maken. Het gaat gewoon over verkopen. Zelfs als men met verlies verkoopt, wordt men aan 33 % belast. Verschillende mensen sturen mij hierover berichten en stellen dat men die spullen beter in de container weggooit, als er zo’n Vintedtaks wordt opgelegd, want anders staat de fiscus voor de deur.
Mijnheer de minister, vindt u het normaal dat burgers die occasioneel iets verkopen en meer dan 2.000 euro verdienen, in het vizier van de fiscus komen? Dat bedrag heeft men snel als men een smartphone, een computer of wat kledij verkoopt. Ik vind dat echt overdreven. Als het gaat over beroepsverkoop, is dat iets anders, maar daarover hebben we het niet.
Klopt het dat de grens van 2.000 euro een brutogrens is, dat men met andere woorden ook belasting moet betalen als er nul euro winst wordt gemaakt?
Welke instructies geeft u aan de fiscus om te vermijden dat de maatregel uitdraait op intimidatie van mensen die kinderkledij, een buggy, een smartphone of een computer verkopen?
Mijnheer de minister, wij kijken uit naar uw antwoord.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, er is nog geen wettekst goedgekeurd en zelfs nog niet in de commissie besproken. Ik ben formeel: de maatregel voorstellen als een Vintedtaks is misleidend en onjuist. Verrichtingen die voortkomen uit het normaal beheer van een privévermogen, bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende goederen, zijn niet belastbaar in de personenbelasting. Wanneer het niet langer om normaal beheer gaat, maar om abnormaal beheer, waarover we de afgelopen dagen een aantal keer hebben gesproken, zijn de opbrengsten uit die verrichtingen belastbaar als divers inkomen aan 33 %. Dat is al jaar en dag zo, dat is nooit anders geweest en daar wijzigt op zich niets aan.
De maatregel biedt eventueel wel rechtszekerheid. De hamvraag in de bestaande regeling is namelijk wat als normaal beheer wordt beschouwd. Dat is van belang, want zolang het gaat om verrichtingen die voortkomen uit normaal beheer, is er geen belastbaarheid als divers inkomen. De maatregel die in het ontwerp is opgenomen, geeft nu een extra zekerheid aan de burger door te stellen dat de opbrengsten die iemand behaalt, sowieso tot het normaal beheer van een privévermogen behoren en dus niet belastbaar zijn, zolang het bedrag van 2.000 euro niet wordt overschreden.
Die zekerheid bestaat vandaag nog niet, in die zin dat strikt genomen ook kleinere bedragen vandaag als divers inkomen belast kunnen worden. Ik herhaal dat dat een regeling is die al lang bestaat, waar opeenvolgende regeringen niets aan hebben gewijzigd en waarvan wij nu menen dat er rechtszekerheid moet worden geboden aan de burger. Daardoor moeten belastingplichtigen niet langer naar de rulingdienst stappen.
Zolang men niet boven dat bedrag van 2.000 euro uitkomt, zal de fiscus dus niet meer kunnen stellen dat het om abnormaal beheer gaat en dat die inkomsten belastbaar zijn. Die inkomsten zullen met andere woorden niet meer kunnen worden belast, in tegenstelling tot vandaag. Dat is voor de burger uiteraard alleen maar een goede zaak.
Het gaat inderdaad om bruto-opbrengsten. Dat staat letterlijk in de memorie van toelichting. U mag daaruit ook niet afleiden dat alles boven de 2.000 euro automatisch belastbaar is. Ook dat staat letterlijk in de memorie.
Het lijkt mij een maatregel in het voordeel van de belastingplichtige, die moet zorgen voor meer rechtszekerheid bij alle verrichtingen zoals via Vinted of 2dehands, terwijl de huidige situatie totaal onzeker is en de belastingplichtige noodzaakt om naar de rulingdienst te stappen voor meer rechtszekerheid.
Vincent Van Quickenborne:
Dank u wel, mijnheer de minister. Uw antwoord overtuigt mij niet. U probeert meer rechtszekerheid te creëren, maar het gaat over brutobedragen. Dat betekent dat bij de verkoop van spullen waarop mensen zelfs verlies lijden, die bedragen toch meegeteld worden voor dat bedrag van 2.000 euro. Dat vind ik problematisch.
Ten tweede wilt u vermijden dat mensen naar de rulingcommissie moeten stappen. Als gewone burgers morgen een advocaat onder de arm moeten nemen om de verkoop van een babywagen eerst te laten voorleggen aan de rulingcommissie, dan is het hek helemaal van de dam.
Ik verwacht van u, mijnheer de minister, dat de verkoop van dat soort spullen, waarvan mensen geen beroepsactiviteit maken, automatisch normaal beheer betreft. Dat is geen speculatie of abnormaal beheer, zodat u die mensen moet vrijstellen. Of het nu om 2.000 euro, 3.000 euro of 400 euro gaat, de verkoop moet worden vrijgesteld.
U werpt op dat de wettekst nog niet is goedgekeurd. Dat klopt. Hij moet nog in het Parlement worden ingediend. Als ik mij niet vergis, zal hij, indien hij voor het einde van het jaar wordt goedgekeurd, wel van toepassing zijn op het inkomstenjaar 2026. Of zegt u dat de maatregel pas zal gelden vanaf inkomstenjaar 2027? Dat zou ik nog graag weten.
Jan Jambon:
We zullen er eerst voor zorgen dat de tekst goedgekeurd wordt. Daarna weten we wanneer die in werking treedt.
Vincent Van Quickenborne:
Dat weet ik, maar is de ambitie dit jaar of volgend jaar?
Jan Jambon:
Er staat daarvoor een bedrag ingeschreven in de begrotingstabel.
Vincent Van Quickenborne:
Er staat een bedrag ingeschreven in de begrotingstabel en u wilt er geld mee ophalen, dat betekent dat mensen extra zullen moeten betalen. Ik vind dat hoogst problematisch. Maar goed, de discussie wordt gevoerd in het Parlement. Misschien kan de oppositie u nog op andere gedachten brengen, wie weet. Dat zou niet slecht zijn.
Praktijkdierenartsen
De antwoorden op de zware overbelasting van plattelandsdierenartsen
Plattelandsdierenartsen en praktijkdruk
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 27 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Clarinval meldt concrete maatregelen om de administratieve last voor dierenartsen te verlichten: de verplichte invoering van VAMREG voor paarden en aquacultuur wordt met zes maanden uitgesteld, er komt een analyse voor vrijstelling van kleine praktijken, en in 2026 volgen triloges voor automatische gegevensintegratie met softwareleveranciers. De Pax Veterinaria-afspraken (o.a. tariefsverhoging van €5 in 2026 en behoud van vergoedingen) blijven gelden, terwijl een taskforce administratieve vereenvoudiging moet versnellen. Bury en Prévot erkennen vooruitgang maar benadrukken de noodzaak van dringende actie: Prévot wijst op het hoge suïcidecijfer en massale uitstroom (40% jonge dierenartsen stopt binnen 4 jaar), eist tastbare verbeteringen (minder papierwerk, betere verloning) en noemt de huidige situatie "onleefbaar" voor praktijkhouders. Bury belooft opvolging met het veld maar stelt dat het antwoord nog onvoldoende concreet is.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik heb eerder al een vraag gesteld over de praktijkdierenartsen, die gezamenlijk de vergadering van 12 december verlaten hebben. Op mijn vraag antwoordde u toen dat er overleg zou plaatsvinden. Daarom stel ik daarover nu een aantal bijkomende vragen.
Welke concrete afspraken zijn tijdens dat overleg gemaakt? Wat is vastgelegd en wat is nog in overleg? Gaat u eventueel de verplichte ingebruikname van VAMREG tijdig opschorten, of zult u meer inzetten op de automatische gegevensintegratie via erkende veterinaire software, zodat dat dubbel werk kan worden vermeden?
Wat met de extra tijdsinvestering en de bijkomende handelingen die veeartsen met dat nieuw systeem moeten uitvoeren? Worden daarvoor compensaties of ondersteuningsmaatregelen voorzien? Wat met oudere of financieel kwetsbare dierenartsen?
Wordt er een impactanalyse gemaakt? Zal worden nagegaan welke implicaties die bijkomende verplichtingen hebben, gelet op het bestaande personeelstekort in de sector?
Is er een timing voorzien voor die ondersteuning en vereenvoudiging?
Last but not least , zult u het Parlement hierover regelmatig verder informeren?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, le 9 avril 2025 je relayais au sein de cette commission le cri de détresse des vétérinaires ruraux, un cri de détresse formalisé dans une lettre qui vous avait, notamment, été adressée. Quelques mois plus tard, en novembre 2025, nous apprenions que 40 % des jeunes vétérinaires quittaient la profession dans les quatre ans et, plus glaçant encore, que la profession de vétérinaire figurait parmi les professions connaissant le plus haut taux de suicide.
Sous la précédente législature, vous avez lancé la "Pax Veterinaria", une convention conclue entre les fédérations de la viande, les organisations vétérinaires et l'AFSCA et censée améliorer progressivement, d'ici décembre 2028, le cadre de vie des vétérinaires. J'en profite pour vous demander un aperçu de la situation à ce jour quant au respect des différentes étapes promises avant cette échéance de décembre 2028.
Mes questions sont donc les suivantes. Tout d'abord, l'augmentation progressive des tarifs – plus cinq euros en 2026, plus deux euros en 2027 – est -elle toujours prévue? L'indemnisation des déplacements dès le premier kilomètre et la rémunération minimale garantie pour chaque mission confiée par l'AFSCA seront-elles indexées pour 2026 et 2027? Autre question très concrète et attendue par le secteur: vous promettiez, dans votre réponse du 9 avril 2025, une large consultation avec la profession vétérinaire mais aussi avec les acteurs des administrations concernées. Quels sont les résultats de cette large consultation? Comment ces résultats se concrétiseront-ils en termes de mesures politiques? Enfin, verra-t-on finalement un changement au statut des aides vétérinaires et des infirmiers vétérinaires?
David Clarinval:
S'agissant des questions relatives à la détresse des vétérinaires, plusieurs accords ont été conclus à la suite des concertations menées avec les organismes vétérinaires afin de répondre aux préoccupations du secteur par rapport à l'enregistrement, notamment, de l'utilisation des antibiotiques, comme prévu dans le Règlement européen 2019/6.
Premièrement, l'enregistrement via VAMREG, pour les chevaux et l'aquaculture, sera reporté de six mois. Il y avait une grosse inquiétude de la part des vétérinaires quant à l'impossibilité d'implémenter VAMREG dans les délais.
Deuxièmement, les vétérinaires ont été invités à soumettre une analyse quantitative en vue d'évaluer la possibilité d'une exemption pour les praticiens dont le chiffre d'affaires annuel est limité. Cette proposition sera examinée par l'AFMPS au regard de sa faisabilité et de sa conformité aux exigences européennes.
Troisièmement, afin de faciliter l'automatisation complète du transfert de données des logiciels vétérinaires vers VAMREG, des trilogues entre l’AFMPS, les vétérinaires et les fournisseurs de logiciels seront organisés en 2026.
Par ailleurs, une plateforme de concertation mensuelle entre l’AFMPS et les éditeurs de logiciels sera mise en place afin de garantir la bonne opérationnalité des logiciels lors des mises à jour et de répondre aux questions techniques.
Met betrekking tot de volledige geautomatiseerde gegevensoverdracht naar VAMREG heeft het FAGG de nodige codes ontwikkeld en met de softwareleveranciers gedeeld. Het FAGG moedigt de dierenartsen aan om contact met hun softwareleveranciers op te nemen om hen aan het overlegplatform te laten deelnemen. Bij elke wijziging van hun softwarepakket kunnen de leveranciers dan verifiëren dat de gegevensoverdracht vanuit de software, gebruikt door de dierenartsen, naar VAMREG operationeel blijft.
De interoperabiliteit tussen de software van de dierenartsen en het systeem voor de gegevensverzameling SANITEL-MED, dat al operationeel is, wordt verzekerd. Dat vermijdt dubbele registraties, omdat de twee systemen gericht zijn op verschillende diersoorten en een volledige geautomatiseerde gegevensoverdracht verzekeren.
Met betrekking tot de ongerustheid van de landelijke dierenartsen blijven de engagementen van de Pax Veterinaria behouden. In 2026 wordt voor de BMO's van het FAVV een ereloon van 75,96 euro per uur voorgesteld. Dat bedrag is inclusief indexering en de geplande verhoging met 5 euro. De terugbetaling van de verplaatsingskosten zal volgens de modaliteiten voor 2025 behouden blijven.
Met betrekking tot het statuut van de diergeneeskundige assistenten en de helpers werd op 13 juni 2025 een studiedag georganiseerd. De conclusies worden momenteel opgevolgd.
Er zijn werkzaamheden aan de gang met de Orde der Dierenartsen en de opleidingsinstellingen om de opleidingen te harmoniseren en een erkend professioneel kader voor te bereiden.
Dans le cadre du plan national AMR, des primes sont par ailleurs prévues pour les vétérinaires. Compte tenu des difficultés exprimées par le secteur, une task force réunissant des représentants du secteur vétérinaire, présidée par un vétérinaire fonctionnaire du SPF Santé, a été créée. Elle aura pour mission d'examiner les propositions visant à réduire les charges administratives et d'évaluer l'opportunité d'une concertation structurelle à long terme.
Cette décision a été prise après une réunion que nous avons organisée avec Franck Vandenbroucke, moi-même, le FAGG, les différentes administrations et les représentants des vétérinaires pour pouvoir vraiment avancer sur toute une série de revendications qui étaient sollicitées par les vétérinaires. Voilà, madame la présidente.
De voorzitster : Ik neem aan dat er enkele reacties zijn.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is nog werk aan de winkel, maar u bent met de verschillende werven bezig. Ik bestudeer uw antwoord, koppel het terug naar de dierenartsen en daarna zullen er waarschijnlijk nog vervolgvragen komen.
Patrick Prévot:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. J’ai le sentiment que certaines choses avancent et c’est un élément qu’il convient de souligner. Je me permets toutefois d’insister sur l’urgence de la situation. Je le disais déjà dans ma question. Il s’agit de l’une des professions qui connaît l’un des taux de suicide les plus élevés. La semaine dernière, j’étais chez un ami agriculteur où Paul, un vétérinaire – plutôt proche de chez vous puisque sa compagne est conseillère communale MR à Soignies –, m’expliquait à quel point le métier de vétérinaire, en particulier pour les gros animaux, comme c’est son cas, est devenu extrêmement difficile. Il me disait aussi combien il doutait que les nouvelles générations soient suffisamment folles pour reprendre les rênes et exercer encore cette profession éminemment difficile. J’ai beaucoup d’amis vétérinaires qui lancent ce cri d’alarme. Nombre d’entre eux cherchent à arrêter, à se reconvertir, à faire autre chose de leur vie. À Soignies, l’un d’entre eux s’est même reconverti dans la restauration, ça ne s’invente pas. Il y a véritablement des mesures à prendre pour ce secteur. Je comprends l’utilité de créer une task force , d’écouter, de tenter de trouver des solutions, notamment en vue de réduire les démarches administratives, qui restent trop souvent l’éternelle difficulté. Aujourd’hui cependant, ce que le secteur demande avant tout, ce sont des actes. Au-delà des task forces , des réunions et des concertations, il faudra que vous puissiez, avec les autres membres du gouvernement, poser des actes concrets qui améliorent réellement la situation. Il s’agit de rendre de l’attractivité à cette belle profession, mais aussi de faire en sorte que l’on ne continue pas à constater un taux de suicide aussi élevé parmi celles et ceux qui l’exercent.
De bescherming van de consumenten tegen stijgende prijzen en hogere belastingen
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Annik Van den Bosch bekritiseert de stijgende levensduurte (4% duurdere boodschappen, btw-verhoging op basisdiensten zoals afhaalmaaltijden) en vraagt waarom de regering consumenten extra belast in plaats van winsten van supermarkten aan te pakken. Minister Rob Beenders verdedigt de koopkrachtmaatregelen (zoals de sjoemelkorting op energie en indexering) en stelt dat deze de stijgende prijzen compenseren, maar Van den Bosch betwist dit: ze wijst op netto verlies door tegelijkertijd belastingen te verhogen en noemt het beleid onbetrouwbaar. Beide partijen beschuldigen elkaar van selectieve argumentatie.
Annik Van den Bosch:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, Testaankoop heeft vastgesteld dat de winkelkar in 2025 opnieuw duurder is geworden, met een stijging van bijna 4 euro per 100 euro. Voor veel gezinnen betekent dat een merkbare toename van de uitgaven. Huishoudens met een beperkt budget ervaren die prijsstijgingen wekelijks bij het afrekenen.
Ik concretiseer even. Een kilo biefstuk kost vandaag bijvoorbeeld 4,50 euro meer dan vorig jaar. Een pak gemalen koffie van 500 gram is met 1 euro in prijs gestegen. Een reep chocolade van 100 gram kost 0,30 euro meer. Het betreft producten die bij veel gezinnen regelmatig in de winkelkar liggen.
Daarnaast heeft de regering beslist om vanaf 1 maart 2026 het btw-tarief op afhaalmaaltijden, hotelovernachtingen, festivaltickets en sportevenementen te verhogen met 6 cent per euro. Concreet betekent dit dat een afhaalpizza van 15 euro ongeveer 1 euro duurder wordt en dat een festivalticket van 50 euro 3 euro duurder wordt. Ook een weekendverblijf in een hotel wordt duurder. Voor veel mensen gaat het daarbij om uitgaven voor ontspanning en gezinsactiviteiten. De maatregelen verhogen de kosten voor consumenten en hebben een grote impact op huishoudens die al moeite hebben om hun uitgaven te beheersen.
De prijsstijgingen komen boven op eerdere verhogingen. Over een periode van 2 jaar betalen gezinnen 29 euro extra per 100 euro aan boodschappen. De prijs van spaghetti is met meer dan 5 euro per kilo gestegen en die van diepvriesfrieten eveneens met 5 euro per kilo. Tegelijkertijd blijven de winstmarges van supermarkten en grote bedrijven grotendeels onveranderd. Dat roept vragen op bij consumenten die hun uitgaven nauwgezet moeten plannen.
Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor consumentenbescherming, daarom wens ik u het volgende te vragen.
Hoe rijmt u die btw-verhoging met uw opdracht om consumenten te beschermen in een periode waarin de prijzen van basisproducten blijven stijgen?
Wat zult u concreet doen om ervoor te zorgen dat de winkelkar betaalbaar blijft voor iedereen en niet alleen voor wie het zich kan permitteren?
Waarom kiest deze regering ervoor om de belastingdruk te verhogen op consumptie- en basisdiensten in plaats van in te grijpen op de winsten en marges van grote spelers in de distributiesector?
Rob Beenders:
Ik begrijp uw vraag. Het is jammer dat u daarbij ook niet de maatregelen hebt vermeld die we eveneens hebben goedgekeurd en die net de koopkracht versterken, want dat zou uw vraag natuurlijk evenwichtiger maken.
Ik denk bijvoorbeeld aan de sjoemelkorting rond energie, die voor drie miljoen gezinnen 500 euro per jaar zal uitsparen, wat werd bevestigd door de CREG. Ik denk ook aan het informeren van mensen wanneer zij een contract hebben dat maandelijks stilzwijgend wordt verlengd en dat zij kunnen stopzetten, zodat zij niet nog een jaar langer blijven betalen. Er worden dus heel wat maatregelen getroffen die dicht bij de consument staan en die een directe impact kunnen hebben op de koopkracht.
Ik ben het ook eens met uw vraag om de winkelkar maximaal te beschermen. Ik heb daarin als bevoegd minister voor Consumentenbescherming inderdaad een verantwoordelijkheid. Ik ben het daarmee volledig eens. Ik zeg dus exact hetzelfde als wat u wilt bereiken.
Daarom is de index ook cruciaal. De index is het antwoord op de prijsstijgingen en op de duurder wordende winkelkar. Ik ben ervan overtuigd dat de burger ook heel goed begrijpt dat de index beschermd blijft en dat de maatregelen die we daarvoor hebben getroffen, net het beste antwoord zijn voor die winkelkar.
In combinatie met alle andere maatregelen die we hebben genomen, gaat het om veel meer dan een paar euro’s. Als ik bijvoorbeeld naar energie kijk, dan gaat het om honderden euro’s per jaar. Dat is wat effectief impact heeft.
Ik wil dat debat intellectueel eerlijk voeren. Als de prijs van de winkelkar stijgt, hebben we de index, maar daarnaast zijn er nog zoveel andere maatregelen die we kunnen nemen om de consumenten te beschermen en om ervoor te zorgen dat zij niet elke week of elke maand moeten betalen voor iets wat zij eigenlijk niet moeten betalen. Het is de combinatie van al die maatregelen die ervoor zorgt dat we de koopkracht van de consumenten blijven versterken. Dat is mijn strijd en die zal ik ook blijven voeren. Dat is misschien ook het verschil tussen in de regering zitten en er geen deel van uitmaken.
Het is heel gemakkelijk om een eenzijdige vraag te stellen, omdat de steak duurder wordt. Het is intellectueel veel eerlijker om ook de maatregelen te benoemen die de koopkracht wel versterken. Dat is ook mijn rol.
Annik Van den Bosch:
Zo’n antwoord had ik natuurlijk verwacht. U spreekt over de index, maar daaraan wordt nu wel gemorreld, dus hoever zal dat nog gaan? Heel veel vertrouwen hebben we daar niet meer in. Over de andere maatregelen die worden genomen om de koopkracht van de mensen te beschermen, zegt u dat die honderden euro’s zullen opleveren. Daartussen zullen ongetwijfeld goede maatregelen zitten, maar er worden ook taksen verhoogd die de andere maatregelen tenietdoen. Wat schiet er nog over als men de mensen langs de ene kant 100 euro geeft, maar hun langs de andere kant 150 euro afneemt? Ik vraag me af waar die bescherming dan zit. Ook daarin hebben we niet veel vertrouwen.
De doelstelling van de arizonaregering in de strijd tegen belastingfraude
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 15 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Hugues Bayet bekritiseert minister Jambon en diens regering omdat ze fraude sociale zwaarder bestraffen dan fraude fiscale (€30 mjd/jaar), wat hij een "twee maten en gewichten"-beleid noemt, en verwijt hen het ontmantelen van gespecialiseerde politiediensten onder vorige legislaturen, terwijl eerdere regeringen (bv. Di Rupo) wel €1,8 mjd terugbrachten. Volgens Bayet belast de regering onevenredig werkers, gepensioneerden en de middenklasse, terwijl fraudeurs en paradijsficus-gebruikers worden ontzien – een "schandaal" dat 80% van de Belgen verwerpt. Jambon werpt tegen dat zijn regering concreet optreedt (datamining, 377 extra agenten, een nieuw SRFF en fiscaal parket), en benadrukt dat fraude fiscale "de legitimiteit van het systeem ondermijnt", maar Bayet ontkent deze vooruitgang als "cijfergoochelarij" en eist meer middelen en daadkracht tegen belastingontduiking, die hij als structurele bescherming van rijken afschildert.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, hier matin, en buvant mon café, j'ai failli m'étrangler quand j'ai découvert les propos de votre collègue Clarinval. Pour lui, la fraude sociale est bien plus grave que la fraude fiscale. Nous savions que votre gouvernement n'était pas bon en maths, mais nous en recevons aujourd'hui une nouvelle preuve puisqu'il vaut mieux se battre pour récupérer quelques centaines de millions plutôt que les 30 milliards d'euros que coûte annuellement la fraude fiscale à la Belgique.
Monsieur le ministre, soyons très clairs, il faut évidemment lutter contre toutes les formes de fraude. Nous ne vous avons pas attendu, ne vous en déplaise. En effet, sous la précédente législature, grâce au travail du collègue Dermagne, nous avions obtenu de bien meilleurs résultats que les vôtres. Avec vous, c'est un peu comme s'il existait une bonne et une mauvaise fraudes. Le dumping social dans le secteur de la construction, par exemple, que le ministre Clarinval connaît bien, c'est non. Et il a raison. En revanche, le dumping fiscal qui consiste à planquer son pognon dans les banques, c'est quelque chose qui passe. Pourquoi donc? Or vous savez que 80 % des Belges veulent qu'on aille rechercher plus d'argent dans leurs poches. Tout le monde sait qu'investir dans la lutte contre la fraude fiscale rapporte. La preuve la plus concrète, qui va encore vous faire mal, en a été apportée par le gouvernement Di Rupo qui, avec les collègues de Vooruit, a ramené 1,8 milliard d'euros. Or, quand vous êtes au pouvoir, il ne se passe rien. Sous la Suédoise, avec Charles Michel, vous avez démantelé la branche de la police spécialisée dans la lutte contre fraude fiscale. Vous, monsieur le ministre – personne d'autre! Sous l'Arizona, vous avez décidé de ne pas dédicacer un ministère à la lutte contre la fraude fiscale.
Pour ma part, franchement, je me tracasse et je voudrais savoir, monsieur le ministre, ce que vous pensez des déclarations de votre collègue. Ne trouvez-vous pas qu'il s'agit d'un signal inacceptable, surtout quand, dans le même temps, votre gouvernement et vous en tant que ministre des Finances, vous assommez les retraités, les travailleurs et les classes moyennes de taxes diverses et variées? Du reste, je n'aurai même pas assez des deux minutes qui me sont imparties pour citer toutes les taxes que vous imposez aux citoyens depuis moins d'un an. C'est franchement scandaleux, monsieur le ministre.
Jan Jambon:
Cher collègue, vous exprimez ici une critique virulente. Permettez-moi de clarifier immédiatement un point. En moins d'un an, ce gouvernement a accompli davantage en matière de lutte contre la fraude que ce que certains gouvernements précédents ont réalisé en plusieurs années. Je tiens également à répéter ce point essentiel, que vous pouvez trouver dans l'accord de gouvernement: la fraude fiscale sape la légitimité de l'ensemble de notre système et touche en premier lieu toutes celles et ceux qui paient correctement leurs impôts. Demander des efforts à la population sans, dans le même temps, s'attaquer aux excès et aux abus, serait profondément injuste. Nous sommes d'accord.
Permettez-moi de vous donner un aperçu de ce que nous avons déjà entrepris au cours de cette année. La disposition anti-abus relative aux comptes-titres a été adaptée. Le recours au datamining a été rendu possible afin de détecter la fraude de manière plus ciblée et plus efficace. Cela nous a pris du temps en commission, mais c'est réglé. Nous mettons en place un Service de recherche fiscale et financière (SRFF) – vous avez raison, ce n'est pas un ministère – capable de détecter rapidement les flux financiers criminels et de les saisir. Un parquet financier est en cours de création – pas un ministère – et 377 recrutements supplémentaires sont prévus dans la lutte contre la fraude. Les douanes sont renforcées de manière structurelle et je travaille à des mesures législatives complémentaires afin de renforcer encore ce cadre.
Cher collègue, il ne s'agit pas d'effets d'annonce. Ce sont des faits, des actes, des décisions concrètes qui sont mises en œuvre dès à présent. Prenez-en bonne note: ce renforcement sera maintenu tout au long de la législature!
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, j'émettrai deux remarques. Premièrement, je confirme que vous êtes nul en maths. Vous dites que vous faites mieux que nous. Nous y reviendrons en commission avec des chiffres et nous verrons alors que ce gouvernement a des difficultés avec les mathématiques. Deuxièmement, sans surprise, vous confirmez les propos de votre collègue. Dès lors, pendant quelques années encore, les travailleurs, les retraités, la classe moyenne devront payer parce que vous voulez protéger les milliardaires et surtout les fraudeurs fiscaux. Cela ne va pas, monsieur le ministre. Vous ne pouvez pas prôner ce deux poids deux mesures en matière de lutte contre la fraude car cela gangrène la société. Vous devez, au contraire, renforcer les services de l'État, que ce soit en termes de moyens humains ou de moyens technologiques, tout comme vous devez traquer les entreprises qui exploitent les travailleurs, tout comme vous devez poursuivre les contribuables qui planquent leur argent dans les paradis fiscaux. Vous le savez, vous avez une immense responsabilité envers la majorité des Belges. Alors, agissez! Ramenez à la maison tout le pognon planqué!
De vertraagde stijging van de belastinginkomsten in 2025
De daling van de fiscale ontvangsten
Vertraagde belastinginkomsten en dalende fiscale ontvangsten
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Lode Vereeck (volgens cijfers FOD Financiën) wijst op een tegenvallende belastinggroei (1,6% i.p.v. verwachte 2,5%) in H1 2025, met name bij btw en voorafbetalingen, en vraagt naar oorzaken en compenserende maatregelen. Minister Jambon relativeert de cijfers als niet-representatief voor het jaarresultaat, verwijst naar conjunctuur en exogene factoren, en belooft concrete maatregelen in de aankomende begrotingsvoorstellen (september 2025). Vereeck aanvaardt het uitstel en stelt geen verdere vragen, afwachend van de parlementaire begrotingsdiscussie. Geen duidelijke oorzaken of oplossingen werden in dit debat geëxpliciteerd.
Voorzitter:
Ik heb begrepen dat mevrouw Merckx haar vraag niet wenst te stellen.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, deze vraag dateert van september 2025. Toen bleek uit de maandelijkse statistieken van de FOD Financiën dat de belastinginkomsten in de eerste helft van 2025 slechts met 1,6 % gestegen waren, terwijl het Monitoringcomité, dat daar toch een goed zicht op heeft, rekende op een groei van 2,5 %. Vooral de btw-inkomsten en de voorafbetalingen bleven in de eerste helft van vorig jaar achter.
Wat waren en zijn de oorzaken van die trager dan verwachte stijging van de belastinginkomsten, zowel wat betreft de btw als de voorafbetalingen? Welke maatregelen werden of worden genomen om die lagere inkomsten te compenseren?
Jan Jambon:
Mijnheer Vereeck, de evolutie van de fiscale ontvangsten op eind juli is niet noodzakelijk representatief voor het uiteindelijke jaarresultaat. Er werd echter wel al met die daling rekening gehouden in het rapport van het Monitoringcomité van juli.
De evolutie van de fiscale ontvangsten wordt uiteraard sterk beïnvloed door onder andere de economische conjunctuur en andere exogene factoren. Het is daarom aangewezen om zich steeds te baseren op de recentste cijfers, de cijfers die zullen worden opgenomen in het rapport van het Monitoringcomité van september.
De bijkomende maatregelen die deze regering zal nemen om de begroting terug op orde te krijgen, zijn ondertussen beslist tijdens de begrotingsbesprekingen, waarvan de begroting eerstdaags in het Parlement zal worden neergelegd.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We zullen die maatregelen dan verder bespreken wanneer de begroting hier voorligt. Ik heb momenteel geen verdere vragen.
De vliegtaks
De reactie van Ryanair op de verhoogde inschepingstaks
De zwaar overschatte begrotingsramingen en de verschoven doelstelling inzake de vliegtaks
Luchtvaartbelastingen, budgettaire inschattingen en luchtvaartmaatschappijreacties
Gesteld door
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jan Jambon verdedigt de verhoging van de vliegtaks (naar max. 11€) als een budgettaire maatregel die concurrentieel blijft vergeleken met buurlanden (bv. Zweden: tot 49€), maar belooft monitoring en bijsturing indien Ryanair (CEO O’Leary) vluchten schrapt, wat jobverlies in Charleroi dreigt. Lode Vereeck (N-VA) bekritiseert het gebrek aan onderbouwde impactanalyses en noemt de aanpak "trial-and-error", terwijl Vincent Van Quickenborne (Open Vld) de budgettaire ramingen (168M€ in 2027) als "onrealistisch" afschildert, wijzend op foutieve cijfers (btw, pakjestaks, centenindex) en een "luchtbel in de begroting". Jambon blijft vaag over gedetailleerde opbrengstberekeningen, verwijzend naar latere commissiedebatten.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, de topman van Ryanair heeft naar aanleiding van de verhoging van de vliegtaks geïrriteerd gereageerd en aangekondigd een aantal lijnen en vluchten te schrappen, wat gepaard gaat met jobverlies in Charleroi. Hij verwees naar de invoering van gelijkaardige belastingen in het verleden in Zweden, Italië en Hongarije, waar die volgens hem onmiddellijk tot verliezen hebben geleid, waardoor die landen die maatregelen later zouden hebben ingetrokken.
Mijn tweede ingediende vraag komt met de eerste overeen, maar vraagt naar actuelere cijfers.
Mijnheer de minister, wat is uw visie op die uitspraken? Denkt u dat de topman van Ryanair bluft, of moeten we zijn verklaringen ernstig nemen? Bent u bereid om de impact van de vliegtaks ten minste periodiek in kaart te brengen om indien nodig bij te sturen en een daling te voorkomen? In bijvoorbeeld Zweden werd een afname van 35 % van het aantal vluchten en van het aantal gestationeerde vliegtuigen opgetekend, wat uiteraard ook jobverlies betekent. Bent u bereid om een tussentijdse evaluatie te maken?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik wil het met u hebben over de budgettaire opbrengsten van de vliegtaks.
De vliegtaks is ingevoerd door de vorige regering; dat geef ik grif toe. De filosofie was toen: hoe korter de vlucht, hoe hoger het bedrag. Het ging om 10 euro voor vluchten onder de 500 kilometer, 2 euro voor vluchten binnen Europa van meer dan 500 kilometer en 4 euro voor vluchten van meer dan 500 kilometer buiten Europa. De opbrengst daarvan bedroeg 42,3 miljoen euro in 2024.
Mijnheer de minister, u hebt met Arizona beslist om die taks van 2 euro en 4 euro te verhogen naar 5 euro. Daartoe hebt u 37 miljoen euro ingeschreven in de begroting van 2026 en volgende. Vervolgens hebt u met het laatste akkoord beslist om die 5 euro op te trekken naar 10 euro en om de taks van 10 euro licht aan te passen naar 10,5 euro en 11 euro. De budgettaire opbrengst blijkt nu 168 miljoen euro in 2027 te zijn, 176 miljoen euro in 2028 en 184 miljoen euro in 2029, boven op die bedragen.
Mijnheer de minister, ik ben geen wiskundige zoals u, maar een eenvoudige jurist. Daarom heb ik mij bevraagd bij een aantal instanties. Als dat bedrag gewoon wordt geëxtrapoleerd, kunnen die bedragen nooit worden bereikt. Het bedrag van 168 miljoen euro dat u inschrijft in 2027, is eigenlijk maar 75 miljoen euro, zelfs bij een optimistische raming. Uw verhoging van 10 euro naar 10,5 euro per ticket en vervolgens naar 11 euro per ticket in respectievelijk 2028 en 2029 brengt u 0,2 miljoen euro en 0,4 miljoen euro extra op.
Hoe komt u tot die getallen?
U hebt mijn vragen gezien zoals ze zijn neergepend. Ik zal heel aandachtig luisteren naar uw antwoord.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de uitspraken van de heer O'Leary, die zijn eigen stijl heeft, zijn voor zijn rekening. Als CEO van een van de grootste luchtvaartbedrijven is het niettemin een belangrijke stem.
De Belgische luchtvaartsector is en blijft een belangrijke sector voor de Belgische economie. Niettemin is onze concurrentiekracht een belangrijk aandachtspunt. Aangezien de maatregelen in de programmawet zitten vervat, gaat het uiteraard in hoofdzaak om een budgettaire maatregel. De opbrengst van de maatregel zal worden gemonitord, net zoals dat voor andere maatregelen of belastingen gebeurt. Met het bedrag van 10 euro zitten we nog steeds concurrentieel ten opzichte van de buurlanden. In Zweden bijvoorbeeld kan de taks tot ongeveer 49 euro oplopen.
Voor een verdere bespreking verwijs ik naar de commissie, waarin de loop van volgende maand de maatregel in detail besproken zal worden tijdens de behandeling van de programmawet.
De maatregel opgenomen in het ontwerp voorziet inderdaad in een geleidelijke stijging in 2028 en 2029. Zoals ik voor andere maatregelen al herhaaldelijk heb gezegd, er wordt altijd gewerkt aan de hand van ramingen. Tijdens de volgende begrotingscontrole zullen die dan geëvalueerd worden. Als Ryanair inderdaad verschillende vluchten en routes schrapt, zal dat uiteraard een impact hebben. We zullen de opbrengst van de inschepingstaks aandachtig monitoren. Hetzelfde geldt voor de vragen van de heer Van Quickenborne; het gebeurt op basis van fiches van de FOD Financiën. Bij de begrotingscontrole zullen we monitoren of die ramingen correct zijn en bijsturen indien nodig.
Lode Vereeck:
Dank u wel.
Het viel mij al eerder op dat heel veel van de maatregelen van deze regering op trial-and-error berusten; deze maatregel, de vliegtaks, maar ook bijvoorbeeld de beperking van de werkloosheid in de tijd. Ik had persoonlijk gedacht dat er toch wel veel meer en veel betere modellen bestonden om zo'n begroting te ramen en verder op te volgen, vooral ook om de prijselasticiteit in die sector te kennen en precies te weten op welke manier er gereageerd wordt door consumenten.
Ten tweede, u zegt het zelf, O'Leary is een flamboyante CEO maar wel een belangrijke stem in deze sector – niet alleen O'Leary trouwens, ook zijn secondant, McGuinness kent er wel wat van –, maar ik vroeg mij toch af wanneer zo'n bedrijf, dat toch het grootste bedrijf in Charleroi is, dat signaal geeft, of daar dan enig overleg komt dan wel of dat gewoon wordt genegeerd. Dat waren mijn commentaren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, uw antwoord was zeer kort. U verwijst naar de fiches van de FOD Financiën. Ik had u echter letterlijk de vraag gesteld of wij een uitsplitsing kunnen krijgen. Met andere woorden, van die 168 miljoen euro, welk bedrag komt voort uit korte vluchten en welk bedrag uit lange vluchten? Ik veronderstel dat de FOD Financiën u dat toch moet hebben meegedeeld. Waarom antwoordt u daar niet op?
Voorzitter:
Het antwoord is gegeven.
Vincent Van Quickenborne:
Het antwoord volstaat allerminst. Ik begrijp niet, mijnheer de minister, hoe u in uw eerste maatregel 37 miljoen euro inschrijft en nu plots 168 miljoen euro. Ik weet niet over welke toverstaf u beschikt om dat bedrag zo te laten toenemen, maar ik geloof daar niets van. Het feit dat u geen uitleg geeft, toont aan dat het rammelt. Ik vrees dat dit ook geldt voor meerdere lijnen in uw begrotingstabel. Wat de btw betreft, u schrijft 222 miljoen euro in – we kennen het btw-verhaal ondertussen –, maar de btw gaat echter pas in op 1 maart, waardoor in 2026 reeds twee maanden ontbreken. De tabel klopt dus niet. Wat de pakjestaks van 2 euro betreft – we komen daar straks op terug –, die is reeds ingetrokken, die wordt niet ingevoerd. Het gaat om 3 euro op Europees niveau. Ook hier klopt uw budgettabel niet. Voor centenindex wordt 800 miljoen euro ingeschreven voor 2026, maar die centenindex komt er dit jaar niet. Dat is dus 800 miljoen euro die wordt opgeblazen. Mijnheer de minister, uw budgettabel zit vol met lucht. Herinner u wat de eerste minister heeft gezegd: "Voor minder dan 10 miljard euro zullen we het nooit doen". Nooit. Eerst was het geen 10 miljard meer, maar 9,2 miljard euro. Vervolgens was het geen 9,2 miljard meer, maar 8,2 miljard euro. En zo kunnen we de budgettaire lijnen blijven overlopen, mijnheer de minister. Uw begrotingscontrole moet er snel komen, en zelfs zeer snel. Ik vrees immers dat het budgettaire moeras van Arizona alleen maar dieper, en dieper, en dieper, en dieper wordt.
Fiscale fouten te goeder trouw
De uitspraak van het hof van beroep van Gent (belastingverhoging bij eerste fiscale overtreding)
Het arrest van het Gentse hof van beroep over belastingverhogingen
De fiscale weerslag van de rechtspraak over het 'recht om zich te vergissen'
Fiscale rechtspraak en belastingverhogingen bij vergissingen
Gesteld door
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
Vooruit
Niels Tas
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Lode Vereeck, Dieter Vanbesien en Niels Tas bekritiseren dat de afschaffing van de 10%-belastingverhoging bij fiscale fouten te goeder trouw (zoals beloofd in het regeerakkoord) alleen voor personenbelasting geldt en niet voor andere federale belastingen zoals btw, en pas in juli 2025 inging in plaats van 1 januari. Ze wijzen op een bom onder de fiscale praktijk door een arrest van het Gentse hof (nov. 2025), dat de verhoging als strafrechtelijke sanctie kwalificeert en retroactieve toepassing van de mildere wet afdwingt – met potentieel miljardenverlies voor de schatkist en gigantische administratieve lasten door massale herzieningen van lopende dossiers (mogelijk 84.000+ zaken). Minister Jan Jambon bevestigt dat goede trouw het uitgangspunt blijft en dat de fiscus de bewijslast voor kwade trouw draagt, maar ontkent dat het arrest fundamenteel iets verandert, omdat rechters altijd al individuele beoordeling konden toepassen. Hij erkent dat btw-initiatieven volgen, maar ontwijkt concrete budgettaire impactcijfers en een algehele oplossing, terwijl hij een cassatieberoep overweegt. Kritici vrezen dat de fiscus onvoldoende capaciteit heeft om fraude nog effectief aan te pakken en dat de begroting onvoorzien wordt getroffen.
Lode Vereeck:
Mijn eerste vraag heeft betrekking op de fiscale fouten te goeder trouw. In het regeerakkoord werd voorzien in de afschaffing van de belastingverhoging in geval van goede trouw voor alle federale belastingen. De programmawet van juli 2025 heeft het recht op fiscale fouten te goeder trouw echter enkel ingevoerd voor de inkomstenbelasting, met name de personenbelasting. De fiscus kan voortaan geen belastingverhoging van 10 % meer opleggen wanneer een belastingplichtige zich voor het eerst schuldig maakt aan een fiscale overtreding te goeder trouw. Het is bovendien aan de fiscus om het tegendeel te bewijzen. Daarover heb ik drie vragen.
Waarom wordt de afschaffing van de belastingverhoging in geval van goede trouw uitsluitend toegepast in de inkomstenbelasting, meer bepaald de personenbelasting, en niet op andere federale belastingen? Is de regering bereid om, conform het regeerakkoord, de afschaffing van de belastingverhoging in geval van goede trouw ook toe te passen op andere federale belastingen, zoals de btw? Op welke belastingen zou dit dan betrekking hebben en wat is de voorziene planning en timing? Fiscale maatregelen hebben in beginsel betrekking op het volledige inkomstenjaar. Waarom treedt deze maatregel pas in werking op 29 juli 2025 en niet op 1 januari 2025?
In dezelfde thematiek, maar toch enigszins verschillend, wil ik uw aandacht vestigen op een recente uitspraak van het Hof van Beroep van Gent van 18 november 2025. We hebben het daarnet al gehad over de wijziging door de programmawet. Op het ogenblik dat ik mijn vraag indiende, heeft het Hof van Beroep van Gent een arrest gewezen waarin werd geoordeeld dat de beoogde belastingverhogingen administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter zijn in de zin van het EVRM. Daardoor is het beginsel van de retroactieve werking van de mildere strafwet van toepassing, dat voorrang heeft op het Belgisch recht.
Naar mijn oordeel is dit arrest een regelrechte bom. Met dat arrest volgt het Hof immers de stelling dat de wijziging in de programmawet, die voorziet in het afzien van een belastingverhoging en in een vermoeden van goede trouw bij een eerste overtreding, ook moet gelden voor eerder gevestigde aanslagen die nog in debat zijn of die nog voor de rechtbank kunnen worden aangevochten. De gevolgen van deze uitspraak beperken zich niet tot de belastingverhoging die werd opgelegd bij een eerste overtreding te goeder trouw, maar strekken zich ook uit tot de minimale belastbare grondslagen.
Dat brengt mij tot de volgende vragen. Heeft de minister reeds kennis kunnen nemen van dit arrest? Waarom werd op de, naar het lijkt, evidente voorrang van het internationaal recht niet geanticipeerd en werd bijgevolg een onwettige datum van inwerkingtreding in de programmawet opgenomen? Bestaat er een inschatting van de impact van dit arrest op lopende betwistingen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de toepassing van artikel 206/3, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, dat in vele gevallen zal komen te vervallen?
Samengevat, collega’s, zorgt dat arrest van het hof van beroep ervoor dat, gelet op het strafrechtelijk karakter, retroactief voor alle hangende zaken of zaken die nog aanhangig worden gemaakt, niet alleen de sanctionerende belastingverhoging van 10 % zal moeten worden terugbetaald, maar dat ook eventueel de belastbare grondslag moet worden geregulariseerd, bijvoorbeeld als er een betwisting is over de totale winst en die niet volledig door de fiscus in aanmerking wordt genomen. Nu blijkt dat wel het geval te zijn.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over hetzelfde arrest van het Gentse hof van beroep, dat definitief de praktijk van sanctionerende belastingverhogingen bij een eerste fout op de belastingaangifte vernietigt. Voortaan moet met terugwerkende kracht het uitgangspunt van de goede trouw worden toegepast op oudere aanslagen als daarover nog een betwisting loopt.
Het arrest draait daarmee de bewijslast om. Het is niet aan de belastingplichtige om de goede trouw te bewijzen, maar aan de fiscus om de kwade trouw aan te tonen. Dat creëert mogelijk een aantal problemen binnen uw bevoegdheden, die om een oplossing vragen.
Ten eerste blijken er mogelijk zeer veel dossiers te zijn waarin een sanctionerende belastingverhoging van 10 % werd toegepast en waartegen mogelijk ook beroep werd aangetekend. Voor 2022 zou het in totaal gaan om 84.000 dossiers die werden geopend voor een belastingverhoging. Hoewel het onduidelijk is om hoeveel beroepsprocedures het gaat, kan worden vermoed dat het om een aanzienlijk aantal gaat en dat dit dus extra werk inhoudt voor de fiscus.
Hoe zal de fiscus die dossiers behandelen en dus de bewijslast aanleveren en welke extra middelen stelt u daarvoor ter beschikking, gelet op de lineaire besparing van 1,8 % bij de fiscus?
Ten tweede leidt het arrest mogelijk ook tot minder belastinginkomsten, met een impact op de begroting. Er zijn immers advocaten die stellen dat ondernemingen door de vernietiging van de belastingverhoging met terugwerkende kracht mogelijk enkele boekjaren als verlies kunnen registreren en dat in veel gevallen ook de aanslagen zelf zullen wegvallen. Gaat u akkoord met die analyse? Zo ja, welke impact verwacht u op de belastinginkomsten en hoe houdt u daarmee rekening in de begrotingsbesprekingen?
Niels Tas:
Mijnheer de minister, Ik heb het uiteraard over dezelfde uitspraak waarnaar de vorige twee sprekers verwezen. Het arrest zorgt niet alleen voor een juridische onzekerheid, maar houdt ook een potentieel budgettair risico in, zoals collega Vanbesien aanhaalde. In 2023 ging het al om 48 miljoen euro aan dergelijke sancties. Indien dit arrest een precedent schept voor dossiers die nog hangende zijn – sommige lopen wellicht al 20 jaar – spreken we over zeer aanzienlijke bedragen.
Bovendien grijpt het ook in op de vennootschapsbelasting, door de combinatie van een minimale sanctie van 10 % belastingverhoging en het aftrekverbod. Dat heeft een directe weerslag op de effectieve belastingdruk en de inkomsten voor de Staat. Bovendien dreigt de administratieve last om al die herberekeningen en terugbetalingen uit te voeren voor de administratie gigantisch te worden.
Kunt u een inschatting geven van het aantal lopende administratieve en gerechtelijke procedures waarin een belastingverhoging voor een eerste overtreding administratief en gerechtelijk wordt aangevochten? Over welk volume aan dossiers spreken we hier?
Heeft uw administratie reeds een simulatie gemaakt van de totale budgettaire impact indien de rechtspraak van Gent algemeen gevolgd wordt? Houdt u hierbij ook rekening met het effect op de vennootschapsbelasting, gezien de impact op het aftrekverbod?
Zal de FOD Financiën zich neerleggen bij de toepassing van de lex mitior, de mildere strafwet, of zal er een cassatieberoep worden aangetekend om de budgettaire belangen te vrijwaren?
Indien u niet naar cassatie stapt, zijn er provisies aangelegd in de begroting om die potentiële terugbetalingen en de bijhorende moratoriuminteresten op te vangen?
Jan Jambon:
Collega’s, het regeerakkoord bepaalt inderdaad dat goede trouw het uitgangspunt moet zijn bij de toepassing van administratieve sancties.
Inzake btw is er sinds de instructie 2018/1/41 van 13 juni 2018 een automatische kwijtschelding mogelijk. Het is echter de bedoeling om ook inzake btw bijkomende initiatieven te nemen.
Dan kom ik tot de argumentatie. Ik citeer daarvoor het advies van de Raad van State: "Er werd zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de aanslagprocedure. Na een aangifte, die vermoed wordt juist te zijn, vindt een controle plaats die aanleiding geeft tot een bericht van wijziging. Tenslotte volgt een vestiging van de aanslag, de inkohiering en de motivatie waarom al dan niet rekening werd gehouden met de opmerkingen van de belastingplichtige. Op dit moment kan de belastingverhoging effectief worden toegepast. Het leek dan ook logisch hierbij aan te sluiten en aan te duiden vanaf wanneer het wettelijk vermoeden temporeel wordt toegepast, zijnde wanneer de effectieve belastingverhoging ontstaat." Overeenkomstig het advies van de Raad van State werd dat ook letterlijk opgenomen in de memorie van toelichting.
Wat de vraag betreft over overtredingen begaan tegen de bepalingen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale vorderingen (WMGI) geldt dat ook die op dezelfde wijze zullen worden geanalyseerd als de overtredingen van de andere wetboeken.
Vóór de inwerkingtreding van de programmawet van 18 juli 2025 had de rechter reeds de mogelijkheid om, op basis van de feitelijke gegevens van het individuele dossier, de belastingverhoging van 10 % te beoordelen. Daarbij moet de administratie de beginselen van behoorlijk bestuur eerbiedigen, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De rechter kan binnen diezelfde grenzen de opgelegde belastingverhoging van 10 % beoordelen.
De administratie heeft dus steeds de mogelijkheid om het gebrek aan goede trouw aan te tonen. Die mogelijkheid blijft bestaan na de rechtspraak inzake de lex mitior.
Wat de hangende geschillen betreft waarbij een belastingverhoging van 10 % werd toegepast, onderzoekt mijn administratie geval per geval, op basis van de feitelijke gegevens, of er sprake kan zijn van een afwezigheid van goede trouw. Daarbij wordt rekening gehouden met de richtlijnen vermeld in de circulaire 2025/C/49. De bewijslast ligt bij mijn administratie.
In overeenstemming met de programmawet is er geenszins sprake van een vermoeden van goede trouw in geval van een aanslag van ambtswege. De mogelijkheid tot het instellen van een voorziening in cassatie wordt momenteel door mijn administratie nog onderzocht.
Gelet op de individuele beoordeling van elk geschil en op het feit dat een dergelijke belastingverhoging niet alleen werd opgelegd inzake vennootschapsbelasting met een eventueel bijhorend aftrekverbod, maar ook in een groot aantal aanslagen in de personenbelasting, is het op dit moment nog niet mogelijk om de budgettaire gevolgen van arresten van het hof van beroep te Gent te bepalen. Om die reden is het ook niet mogelijk om het aantal dossiers op te geven dat aanleiding zal geven tot een ontheffing van de belastingverhoging van 10 %.
Het recente arrest van het hof van beroep van Gent van 18 november 2025 verandert dus in se niets aangezien de rechter de beoordelingsbevoegdheid blijft behouden. In het voormelde arrest wordt bovendien ook bepaald dat de administratie niet het tegendeel van de goede trouw bewijst.
Ten slotte, het vroegere artikel 207, 7°, van het WIB92, thans artikel 206/3 van hetzelfde WIB, bepaalt dat wanneer een belastingverhoging van 10 % of meer effectief wordt toegepast, bepaalde aftrekken niet mogelijk zijn. De niet-toepassing van een belastingverhoging van 10 % heeft tot gevolg dat voormelde bepaling niet kan worden toegepast.
Lode Vereeck:
Voor het eerste deel van mijn vraag noteer ik dat u ook voor de fiscale fouten te goeder trouw bijkomende initiatieven gaat nemen in de btw-regeling.
Inzake de uitspraak van het hof van beroep gaat u daar toch iets te licht overheen. Ook in het verleden kon de rechter die beoordeling doen. Wat nu gebeurt, is dat, doordat het hier gaat om een strafrechtelijke sanctie of een administratieve fout met een strafrechtelijk karakter, de retroactieve werking van de mildere strafwet onmiddellijk speelt.
Dat betekent dat wij nu al weten dat in alle zaken die nu aanhangig zijn of die aanhangig worden gemaakt, de belastingplichtige niets meer moet bewijzen. Dat betekent in principe dat alle zaken die voorliggen, bij wijze van spreken allemaal van tafel zijn als het een eerste fout te goeder trouw betreft.
U laat uw administratie dus best eens navraag doen naar een inschatting van het aantal zaken die nu allemaal onder de nieuwe regeling vallen.
Zoals de collega’s ook hebben aangegeven, is het noodzakelijk om te proberen de budgettaire gevolgen daarvan in te schatten. De mensen uit de sector met wie ik heb gesproken, spreken over een fiscale splinterbom. Het kan immers gaan over vele miljoenen euro’s die niet naar de Schatkist vloeien. Terecht, maar u zult daar rekening mee moeten houden.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Los van de budgettaire impact, waarvan u aangeeft dat die vandaag nog niet kan worden berekend, onderschrijf ik het principe van goede trouw. Ik heb dat ook eerder gezegd tijdens het debat daarover. Ik heb daarbij altijd aangegeven dat dat betekent dat er meer mankracht nodig zal zijn bij de fiscus, aangezien het nu aan de fiscus is om de kwade trouw te bewijzen. De bewijskracht ligt bij de fiscus, waardoor die over de nodige mankracht moet beschikken. Die situatie wordt ondertussen realiteit. We moeten ervoor zorgen dat de criticasters van het principe van goede trouw geen gelijk krijgen. Het is dus belangrijk dat frauduleuze dossiers daardoor niet bewust door de mazen van het net glippen. Daarom is een reactie nodig en verdienen we een antwoord op de vraag hoe de fiscus daarmee zal omgaan en of die voldoende mankracht heeft.
Niels Tas:
Ik sluit mij aan bij de bezorgdheid van de twee voorgaande sprekers. We mogen de gevolgen van die uitspraak op tal van lopende dossiers niet onderschatten. Ik begrijp enerzijds het antwoord van de minister, die duidelijk maakt dat elk dossier individueel beoordeeld moet worden. Daardoor kan men niet eenvoudig met één klik een overzicht krijgen van het aantal dossiers dat een impact zal ondervinden. Anderzijds is de uitspraak een zwaard van Damocles. Een grondige analyse is dus echt aangewezen en uw diensten moeten daar verder mee aan de slag gaan. We zullen het dossier blijven opvolgen. Het is maar correct en eerlijk dat iedereen zijn deel doet. Zoals collega Vanbesien zegt, moeten mensen die bewust fraude plegen ook worden aangepakt. Dat is bijzonder belangrijk.
De fiscale hervorming ter stimulatie van arbeid en aanwervingen
De netto loonsverhoging, een illusie voor de middenklasse
De belastinghervorming
Belastinghervorming en impact op lonen en werkgelegenheid
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand en Sofie Merckx bekritiseren minister Jan Jambon omdat zijn belofte om werken aantrekkelijker te maken (500 euro netto verschil, 1.000 euro extra per jaar) de facto uitgesteld en drastisch afgekalfd is: voor een mediaaninkomen (3.700 bruto) levert het niets op, terwijl minimumloners in 2026 slechts 8 euro extra per maand krijgen – ver van de 500 euro. Jambon verdedigt de gefaseerde hervorming (werkbonus voor laagste lonen, belastingverlaging pas in 2030) en wijst op bijkomende maatregelen zoals hogere maaltijdcheques, maar ontwijkt concrete bedragen, wat Bertrand als "geheimzinnigheid" en "leegloop van beloftes" bestempelt. Merckx hamert op de koopkrachtverlaging door btw-stijgingen (voeding, medicijnen) en beperkte indexering, terwijl Jambon verwijst naar toekomstige microsimulaties in het wetsontwerp (pas na 17.00 uur ingediend). Critici beweren dat de hervorming vooral symbolisch is en gezinnen met mediaaninkomens benadeelt.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik denk dat dit een belangrijk onderwerp is. Ik weet dat deze vraag al gesteld is, maar tot nu toe hebben wij nooit een antwoord mogen krijgen. Het betreft nochtans een heel belangrijke belofte uit uw campagne en bovendien staat het in uw regeerakkoord. Het gaat erom dat werken meer moet lonen en dat er een verschil van 500 euro per maand moet zijn tussen mensen die werken en mensen die niet werken. Er werd ook gezegd dat mensen 1.000 euro per jaar extra zouden verdienen.
Als ik voorbij de slogans kijk en naar uw begrotingstabellen voor 2026, 2027 en 2028 kijk, zie ik echter een ander beeld; zeker sinds het begrotingsakkoord van december, waarin u de verhoging van het netto-inkomen uitstelt tot 2030. Dat is een beetje zoals zeggen op café: "Ik ga trakteren, maar mijn opvolger zal het betalen."
We hebben uw begrotingstabellen geanalyseerd. Voor een Belg met een mediaanloon – ik heb het over de hardwerkende middenklasse – lijkt die belofte een lege doos. U versnelt wel de fiscale werkbonus, maar dat geldt alleen voor de allerlaagste lonen. Dat is op zich nobel, maar de algemene belastingverlaging die iedereen ten goede zou komen, schuift u door naar de verre toekomst. Misschien komt die ooit terecht bij uw opvolger.
Ik wil duidelijkheid krijgen. Hoeveel euro netto, per maand of per jaar, dat maakt niet uit, krijgt een Vlaming met een mediaanloon – ongeveer 3.700 euro bruto – er effectief bij in 2026 en 2027? Krijgt iemand met een mediaanloon er überhaupt iets bij? Creëert u, door alleen de laagste lonen een bonus te geven, geen nieuwe promotieval? Zo krijgt iemand die promotie maakt of net iets meer verdient niets, maar hij betaalt wel de volledige nieuwe belastingen.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, il s'agit effectivement d'une grande, grande, grande promesse. Augmenter le pouvoir d'achat des travailleurs via une réforme fiscale en trois volets – le bonus emploi, la diminution de la cotisation spéciale de sécurité sociale et la quotité exemptée d'impôt –, c'est ce qui était dans l'accord de gouvernement.
Au début, il était question de 500 euros net en plus par mois. En juillet dernier, vous m'indiquiez qu'en 2029 on arriverait à une augmentation de 110 euros par mois pour un isolé au salaire minimum. Comme ma collègue l'a dit, tout le monde, bien sûr, n’a pas le salaire minimum.
Durant le débat budgétaire, et à la suite des notifications budgétaires, nous avons constaté que vous avez, d'un côté, avancé certaines mesures, mais que d'un autre, vous en avez postposé aussi une en grande partie, à savoir le relèvement de la quotité exemptée.
Quand je lis la presse de ces derniers jours, je vois que la mesure annoncée fera en sorte qu'un isolé au salaire minimum aura, tenez-vous bien, 8 euros en plus par mois en 2026. Donc, des 500 euros, on est finalement arrivés en 2026 à 8 euros en plus par mois, et à 12 euros pour un couple!
Pour ce qui est de la mesure concernant la quotité exemptée, le journal L'Echo ou La Libre – je suis désolée, je n'ai plus la source – a fait le calcul: il s'agira de 62 euros en 2029 et 91 euros en 2030.
Monsieur le ministre, la question est claire. Mme Bertrand vous a posé la question par rapport à un revenu médian, mais quels sont maintenant les montants corrects? Et, toute chose étant égale par ailleurs, concernant l'augmentation du salaire d'un isolé au salaire minimum d'ici 2029, quelle est la différence entre l'estimation que vous aviez faite en juillet et celle qui peut être faite suite à l'accord budgétaire de novembre dernier?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, het wetsontwerp met de verlaging van de personenbelasting werd aan de Kamer bezorgd en zal dus binnenkort in de commissie voor Financiën worden besproken. Die hervorming en de verlaging van de personenbelasting gaat al dit inkomstenjaar in en komt in 2030 op kruissnelheid. Daarnaast werd ook de maximale waarde van de maaltijdcheque van 8 naar 10 euro verhoogd, wat eveneens bijkomende koopkracht oplevert. Daarnaast zijn, zoals u weet, ook andere arbeidsmarktmaatregelen al van toepassing, bijvoorbeeld de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Ik zal de verschillende microsimulaties toelichten bij de inleiding op het wetsontwerp van de hervorming van de personenbelasting. Net zoals de vorige regering kiezen we ervoor om inderdaad het netto-inkomen voor de laagste lonen te verhogen via de werkbonus. Door de aanpassing van de parafiscale grensbedragen van de lage looncomponent en de zeer lage looncomponent wordt de promotieval enigszins getemperd.
L'augmentation du salaire net pour un travailleur au salaire minium résultera de l'adaptation du bonus à l'emploi. Cette adaptation fait partie du projet de loi portant réforme de l'impôt des personnes physiques qui sera prochainement examiné en commission des Finances. Les montants corrects sont ceux qui figurent dans le projet de loi. Je commencerai mon introduction du projet de loi portant réforme de l'impôt des personnes physiques par une présentation des différentes micro-simulations. Je vous demanderai donc de bien vouloir aborder toutes les questions relatives aux micro-simulations lors de l'examen du projet de loi en commission.
En ce qui concerne votre question, madame Merckx, sur la notification budgétaire dans les plans budgétaires initiaux, la réduction et la réforme de la cotisation spéciale pour la sécurité sociale étaient déjà prévues pour 2029. La notification prévoit une anticipation à 2028. Il n'y a donc pas de modification en 2029 par rapport à la notification antérieure.
We zullen alle microsimulaties aan jullie bezorgen en toelichten wanneer we het wetsontwerp in de commissie voor Financiën bespreken.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik kan u moeilijk bedanken voor uw antwoord, want u hebt mij geen antwoord gegeven. U hebt gewoon herhaald wat u al maanden zegt.
Ik hoor dat de wettekst zou zijn ingediend, maar dat is niet het geval, want op de website van de Kamer staat nog steeds: niet beschikbaar. Er is gewoon niets ingediend.
Jan Jambon:
Dat wordt vandaag voor 17.00 uur gepubliceerd.
Alexia Bertrand:
Het is 16.20 uur. We zullen dat aandachtig opvolgen, mijnheer de minister.
U hebt dat wetsontwerp ingediend, maar toch kunt u geen bedrag noemen. Nochtans is dat de kern, de essentie, van uw campagnebelofte, van uw aankondigingen. Is er iets te verbergen? Is dat zo moeilijk om te berekenen? Is het problematisch om die informatie met de Kamer te delen? U hamert daar al maanden op, maar het lijkt nu het grootste geheim van de wereld te zijn.
Ik vrees dat ik weet waarom. Die bedragen zullen zo veel lager liggen dan wat werd aangekondigd. De afschaffing van de BBSZ geldt alleen voor de alleenstaanden. Op zich is dat goed voor de alleenstaanden, maar dat betekent dat de gezinnen daarvan niet zullen kunnen genieten. De belastingvrije som hebt u tot 2030 uitgesteld. Wat blijft er over? U zei het zelf: een verhoging voor de allerlaagste lonen. Dat betekent dat gezinnen met een mediaanloon, de hardwerkende Vlamingen, de hardwerkende Belgen, niets zullen krijgen. Zij zullen niets zien. Integendeel, uw btw-verhoging zal alles absorberen. Ze zullen eigenlijk veel meer betalen.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, nous ressentons bien le malaise qui est présent. Nous lirons, en effet, le projet de loi.
Vous dites que nous devons attendre pour les micro ‑ simulations. C ’ est surtout parce qu ’ il s ’ agit de micro ‑ augmentations. Vous aviez promis 500 euros, et nous en sommes tr è s loin. Nous sommes à peine à 8 euros par mois en 2026 pour les personnes disposant du salaire minimum. Nous serons peut ‑ ê tre à 60 euros en 2029 et à 90 euros en 2030, mais cela rel è vera d é j à de la prochaine l é gislature.
Entre ‑ temps, monsieur le ministre, les gens verront leur pouvoir d ’ achat baisser. Alors que les revenus n ’ ont pas é t é augment é s, depuis le 1 er janvier, je re ç ois des centaines de messages de personnes qui me disent devoir payer 2, 3, 10, 15 ou 20 euros de plus pour leurs m é dicaments.
Vous décidez d’augmenter la TVA sur les plats à emporter ou dans les cantines scolaires. Vous décidez d’augmenter le prix des abonnements de fitness. Et je ne parle même pas de tous les Wallons qui vont subir l’augmentation massive des taxes dans l’ensemble des communes.
De plus, vous avez décidé de vous attaquer au pouvoir d’achat des travailleurs et des pensionnés en limitant l’indexation des salaires. Le résultat sera que votre augmentation va fondre comme neige au soleil face à toutes les hausses que les personnes subissent aujourd’hui, notamment en matière de prix et de taxes.
Leur pouvoir d’achat est en train de diminuer, mais rien n’est encore voté, et nous ferons en sorte de bloquer vos réformes. Bien sûr, pas la réforme fiscale, mais celles sur la TVA et sur l’indexation des salaires, qui vont lourdement impacter le pouvoir d’achat des gens.
Voorzitter:
Vraag nr. 56008552C van de heer Ribaudo is omgezet in een schriftelijke vraag.
De invoerheffing voor e-commerce
De pakjestaks
Het ontwijken van de pakjestaks
De Europese vaste douanerechten op kleine e-commercepakjes en de Belgische pakjestaks
De vestiging van SHEIN in Polen
De pakjestaks
Douanerechten en heffingen op internationale e-commercepakketten
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België schrapt zijn geplande nationale handling fee van 2 euro op pakjes uit niet-EU-landen, maar onderhandelt met buurlanden (inclusief Duitsland) over een gecoördineerde invoering (mogelijk 5 euro totaal, naast de Europese importtaks van 3 euro vanaf 1 juli 2026). 25% (0,75 euro) van die EU-taks gaat naar België, maar de verdeling kan verschuiven naar 10% als de EU haar claim verhoogt – wat volgens kritiek van Van Quickenborne (Open Vld) de budgettaire baten sterk zou reduceren. Kemal Bilmez (PTB) bekritiseert de maatregel als een regressive vlaktaks die lage inkomens onevenredig treft en stelt dat het beoogde doel (beperken goedkope import) niet zal slagen, terwijl Jambon (N-VA) benadrukt dat de opbrengst deels zal dienen voor douane-investeringen. De EU overweegt bovendien een eigen handling fee vanaf november 2024, wat nationale regels overbodig zou maken.
Voorzitter:
De heer Keuten is niet aanwezig.
Lode Vereeck:
Oorspronkelijk wou ik naar aanleiding van het bericht van begin november dat de Europese Unie, net zoals de Belgische regering, een importtaks op alle pakjes van buiten de Europese Unie, ook op de kleine pakjes onder de 150 euro, wou heffen, vernemen of de Europese en de Belgische pakjestaks naast elkaar konden bestaan, dan wel of ze mekaar zouden uitsluiten volgens het principe van non bis in idem . De situatie is ondertussen gewijzigd. De Belgische regering heeft haar pakjestaks van 2 euro ingetrokken en er komt nu een Europese taks van 3 euro.
Heeft de Europese Unie eigenlijk wel de bevoegdheid om die bijkomende belasting zomaar te kunnen invoeren? Gaat die opbrengst ook volledig naar de schatkist van de Europese Unie?
Ik zag in de begrotingsnotificatie ook dat er een handling fee komt. Is dat hetzelfde als de pakjestaks? Of is dat nog iets anders? Is dat dan een dubbele belasting? Komt er op pakjes uit het buitenland dan een handling fee en een Europese pakjestaks? Dient de handling fee dan eigenlijk om uw verlies aan inkomsten, dat u voorzien had met uw Belgische pakjestaks, te compenseren? Kunt u dat eens toelichten?
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand trekt haar vraag nr. 56011432C terug.
Vincent Van Quickenborne:
Het nadeel van relatief laat een antwoord te krijgen, is dat intussen de zaken veranderen. U zult begrijpen dat ik mijn vragen dan ook wat verander, want van de zeven vragen die ik indiende, zijn er inmiddels zes achterhaald. Ik heb begrepen dat u de Belgische pakjestaks niet zal invoeren. Die komt er niet. Wel zal de Europese pakjestaks van 3 euro vanaf 1 juli 2026 van kracht zijn.
Mijnheer de minister, hoe zit het dan met uw budgettaire opbrengsten? U had voor 2026 140 miljoen ingeschreven, voor 2027 200 miljoen, voor 2028 250 miljoen en voor 2029 300 miljoen. Als ik goed ben geïnformeerd, zal de opbrengst van de 3 euro Europese pakjestaks niet volledig België toekomen, maar slechts een deel, terwijl het andere deel aan Europa wordt gegeven. Hoe worden de opbrengsten verdeeld?
U was ook van plan bijkomende investeringen te doen omwille van meer controleurs en controlemechanismen. Hoeveel bedragen die investeringen?
Wat is uiteindelijk het budgettaire effect? Wat zal er nog overblijven van de geraamde opbrengsten?
Zal dat gebeuren via een Europese richtlijn, een Europees reglement, een verordening of moet de Belgische wetgeving worden aangepast in die zin?
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, fin novembre, dans le cadre de l’accord budgétaire, vous avez décidé d’introduire une taxe de deux euros sur les colis provenant de pays hors Europe. Cette mesure vise à répondre à l’afflux massif de produits bon marché.
Le 11 décembre, les ministres des Finances de l’Union européenne ont décidé, eux aussi, d’introduire, au niveau européen, une taxe de trois euros par colis à partir de juillet 2026.
Selon la presse du 24 décembre dernier, vous avez donc décidé de ne pas introduire de taxe belge distincte et il ne sera donc pas nécessaire d’élaborer une loi belge pour quelques mois, pour ensuite passer au système européen en juillet.
Pourtant, dans les notifications budgétaires, les montants ont déjà été inscrits: 223 millions d’euros en 2026, 283 millions d’euros en 2027, 333 millions d’euros en 2028 et 383 millions d’euros en 2029.
Monsieur le ministre, quel sera l’impact budgétaire de cette modification? Les notifications budgétaires actuelles intègrent-elles déjà ces derniers éléments? Comme dans le cas de la TVA, une partie de ces recettes sera-t-elle reversée à l’Union européenne?
Jan Jambon:
Het is een complex dossier. Enerzijds is er de handling fee en anderzijds zijn er de Europese invoerrechten. Onder andere op Belgisch niveau hadden we het steeds over een handling fee van 2 euro per pakje. We hebben dat besproken met Frankrijk, Luxemburg en Nederland, maar niet met Duitsland. In de budgettaire raming, die altijd gebaseerd was op een fee van 2 euro, hielden we rekening met een mogelijke verschuiving van het goederenverkeer om de handling fee te ontwijken, indien alleen die vier landen die zouden invoeren. De budgettaire raming is dus niet gebaseerd op een fee van 2 euro vermenigvuldigd met het dagelijkse ingevoerde aantal pakjes. Dat heeft de luchthaven van Luik de wenkbrauwen doen fronsen, om het zacht uit te drukken. Het Europees Parlement besliste vervolgens invoerrechten te heffen op pakjes met een waarde van minder dan 150 euro. Lange tijd bestond de hypothese van 10 % invoerrechten, maar op de recentste bijeenkomst van Ecofin, eind november, kwam Frankrijk met een voorstel om die vast te leggen op 3 euro.
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt gelijk: van de 3 euro gaat 25 %, dus 0,75 euro naar de lidstaten waar de heffing gebeurt, en 2,25 euro naar de Europese schatkist. De heffing van 3 euro per pakje wordt echter over heel Europa ingevoerd, vanaf 1 juli. We denken dat daardoor geen verschuiving van verkeer van goederen zal plaatsvinden. Op die manier is er dus een veel grotere belastbare basis dan met de handling fee van 2 euro per pakje, die we met slechts vier landen zouden invoeren.
Wat hebben we nu op regeringsniveau over de fee van 2 euro beslist? De pers heeft gemeld dat de maatregel is afgeschaft, maar dat is niet volledig correct. Men heeft mij gevraagd om twee zaken te doen: ten eerste overleg te plegen met de sector, vooral met de luchthaven van Luik, en ten tweede te bekijken of we Duitsland kunnen betrekken bij het systeem van de 2 euro. Hypothetisch, als we dat akkoord met Duitsland kunnen sluiten, komt dat boven op de 3 euro, waardoor het totaal 5 euro zou bedragen. In Frankrijk is het wetgevingsproces aan de gang om alsnog, naast de 3 euro, een handling fee in te voeren. De Senaat heeft beslist dat die minstens 5 euro moet bedragen, boven op de 3 euro importheffing. In Roemenië, als ik mij niet vergis, is dat bedrag ook al op 5 euro vastgesteld. Ik ben nu dus gevraagd om onderhandelingen met Duitsland te voeren. Ik heb opnieuw contact gehad met de vier landen die de handling fee wilden invoeren en wij zullen daarover in de marge van de eerstvolgende Ecofin-vergadering met onze Duitse collega overleggen.
Budgettair is het onze inschatting dat de heffing van 0,75 euro, vermenigvuldigd met de volledige hoeveelheid inkomende pakjes, minstens even veel zal opleveren als een fee van 2 euro die unilateriaal door vier van de vijf landen wordt opgelegd. Daarom is de budgettaire tabel niet aangepast. Het is zelfs mogelijk dat de heffing meer zal opleveren.
Europa overweegt tevens om vanaf november dit jaar een handling fee in te voeren. Op dat moment zullen wij de nationale handling fee laten vallen en zal de regeling voor heel Europa gelden. Het is enigszins complex, omdat de twee initiatieven elkaar deels doorkruisen.
De juridische basis van de invoering zal afhangen van de Europese onderhandelingen. Als er enkel een handling fee komt met verschillende buurlanden, zal die via een nationale wet worden ingevoerd. Als er een Europese handling fee komt met alle EU-lidstaten, zal dat via Europese wetgeving verlopen, die al dan niet in nationaal recht moet worden omgezet.
Het is dus niet de bedoeling dat een Europese en een Belgische handling fee naast elkaar bestaan, maar de importheffing kan wel naast een handling fee bestaan. Het is misschien een beetje complex, maar ik denk dat ik daarmee wel de actuele situatie heb geschetst.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik zou de uitwerking van de budgettaire raming wel eens willen zien. Als de 75 cent die we krijgen van de Europese pakjestaks en die niet tot een verschuiving van de handelsstromen leidt, meer opbrengt dan de 2 euro fee waarbij er wel een verschuiving is, dan kan men niet anders dan concluderen dat door de fee van 2 euro de distributie van pakjes meer dan gehalveerd moest zijn. Ik kan me voorstellen dat ze dan in Luik wel eventjes in hun haar krabben.
Dat zijn toch wel interessante cijfers. Ik dank u voor de uitleg. De impact is dus niet te onderschatten. De hele handel stuikt in elkaar, tot minder dan de helft. Het is dus een goede zaak dat u dat voorlopig niet unilateraal, met vier, invoert.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Wat ik onthoud, is dat er ofwel een Belgische handling fee komt, gecoördineerd met een aantal landen, waaronder Duitsland, ofwel komt er een Europese handling fee vanaf 1 november.
Jan Jambon:
Mijn inschatting is dat de Europese handling fee er zal komen vanaf 1 november. De vraag is of we al eerder samen met de buurlanden een Belgische handling fee zouden invoeren. Daar komt het op neer, maar daarvoor is die onderhandeling met Duitsland cruciaal belangrijk.
Vincent Van Quickenborne:
Samengevat, er kan eerst nog een handling fee komen met vier of vijf landen afhankelijk van het resultaat van de onderhandelingen. Dat is één zaak.
Een tweede zaak zijn de invoerrechten. Europa heeft beslist om vanaf 1 juli dit jaar een invoertaks van 3 euro in te voeren, ook voor pakjes onder de 150 euro. U zegt dat van de opbrengst 75 % naar Europa en 25 % naar België gaat. Dat is juist, maar ik heb mij laten vertellen dat Europa in haar meerjarig financieel kader (MFK), de nieuwe meerjarenbegroting, vraagt om de opbrengst van 75 % naar 90 % op te trekken. De opbrengst voor België is dus maar 10 %. U zegt dat de budgettaire tabel beter zal zijn dan we verwacht hadden, maar ik denk dat u met die 10 % niet zult behalen wat u hebt vooropgesteld.
Dank u voor de volledigheid en het actuele antwoord dat u hebt gegeven, mijnheer de minister.
Ik heb nog één laatste vraag. Eigenlijk heeft de pers het niet juist omschreven. Dat kan gebeuren. Het is duidelijk dat de invoerrechten worden verdeeld, maar gaat de opbrengst van de handling fee naar de lidstaten of is dat voor Europa?
Jan Jambon:
Dat gaat naar de lidstaten, in afwachting van de onderhandeling van het MFK. U gaat er al van uit dat het 90% en 10 % zal zijn. De meeste landen aanvaarden dat niet. Daarvoor volgt er nog een onderhandelingsproces, waar wij duidelijk standpunten zullen innemen. De opbrengst van de handling fee is voor de lidstaten.
Vincent Van Quickenborne:
Is dat een netto-opbrengst? Of moet men dat gebruiken om personeel aan te stellen, om te handlen?
Jan Jambon:
U hebt gewezen op een aantal investeringen die in de douane moeten gebeuren, voor meer controleurs en ook voor het informaticasysteem MASP-T, dat Europa ons oplegt, een project dat al een tijdje loopt. Wij moeten daarin nieuwe stappen doen en een deel van de inkomsten zullen wij aanwenden voor de automatisering van de inning.
Kemal Bilmez:
Ik dank u, mijnheer de minister, want het is inderdaad een bijzonder complexe situatie. Er lijkt sprake van een race om de pakjes zo snel mogelijk te taxeren.
Ik vind ook de cijfers die u aanhaalde over de opbrengst opmerkelijk. U gaf aan dat het transferverkeer in Luik zou halveren en dat een aanzienlijk deel van de pakjes via Duitsland zou verlopen indien we die handling fee in België en drie andere landen zouden invoeren. Dat zijn bijzonder opvallende cijfers. Het lijkt mij dan ook aangewezen om dat op Europees niveau aan te pakken en niet alleen op het niveau van België, waardoor alles via Duitsland zou passeren.
Tegelijk merk ik op dat dit betekent dat we na het einde van het jaar 5 euro per pakje zouden moeten betalen, terwijl dat nu nul euro is, als ik het goed begrijp. Dat komt neer op een aanzienlijke belastingverhoging. Het gaat hier om een vorm van consumptietaks, aangezien het een heffing is op consumptiegoederen. Zoals bij andere consumptietaksen, zoals de btw, veranderen mensen hun gedrag doorgaans niet meteen. Mogelijk gebeurt dat wel bij een bedrag van 5 euro. Bij een bedrag van 2 of 3 euro blijven niet-Europese producten echter meestal goedkoper dan Europese. In dat geval zal het consumentengedrag niet wezenlijk veranderen en wordt het beoogde doel niet bereikt.
Bovendien gaat het om een vlaktaks: iedereen betaalt hetzelfde bedrag. Dat maakt die belasting per definitie regressief. Mensen met een lager inkomen betalen proportioneel meer van hun inkomen aan dergelijke belastingen. We moeten daar eerlijk over zijn: het zijn niet de sterkste schouders die hun aankopen via AliExpress doen, maar veeleer gewone mensen met een beperkt inkomen.
We stellen dus vast, zowel in Europa als met uw beslissing, dat er opnieuw voor wordt gekozen om het geld niet te halen bij de superrijken of via het afbouwen van bedrijfssubsidies, maar wel via een platte consumptietaks die de werkende mensen treft. Dat betreuren wij ten zeerste.
Jan Jambon:
Het gaat hier duidelijk om pakjes die van buiten de EER komen.
De impact van de verdubbeling van de vliegtaks
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Britt Huybrechts bekritiseert de verdubbeling van de federale vliegtaks naar €10 als een economische zelfmoordpoging die jobs en trafiek op Zaventem/Charleroi bedreigt, wijzend op Ryanairs plannen om 1 miljoen stoelen en 5 toestellen te schrappen en het risico op vlucht van andere maatschappijen naar landen met lagere belastingen. Minister Jean-Luc Crucke verdedigt de taks als een "milieubelasting" die duurzamere alternatieven (zoals treinvervoer) moet financieren, bagatelliseert de concurrentie-impact (België blijft "aantrekkelijk" vergeleken met Duitsland/Frankrijk) en ontkent concrete signalen van vertrek bij andere maatschappijen, maar erkent werkgelegenheidsrisico’s. Huybrechts ontkracht Cruckes klimaatargument, stelt dat de opbrengst enkel de staatskas spekt zonder klimaatwinst en noemt de maatregel een "platte belasting" die reizigers straft zonder gedragsverandering; ze beschuldigt de federale regering – "met een Vlaams-nationalist aan de knoppen" – van een "rechtstreekse aanval op Vlaanderens economische motor", terwijl buurlanden taksen verlagen of afschaffen. Crucke houdt vast aan het milieu- en begrotingsnarratief, Huybrechts hamert op economische sabotage en Vlaamse weerstand.
Britt Huybrechts:
De aankondiging van Ryanair dat het één miljoen stoelen schrapt op vluchten vanuit Zaventem en Charleroi, als rechtstreeks gevolg van de verdubbeling van de federale vliegtaks, legt opnieuw bloot hoe België zichzelf structureel uit de markt prijst. Terwijl andere landen hun luchtvaartbelastingen verlagen om toerisme, handel en jobs te stimuleren, kiest België voor het tegenovergestelde. Dat treft niet alleen reizigers, maar ook de Vlaamse tewerkstelling op en rond onze luchthavens.
Bovendien blijft de regering blind voor het risico dat internationale spelers, met inbegrip van maatschappijen die instaan voor cruciaal point-to-pointverkeer, hun activiteiten verplaatsen naar landen waar het beleid wél economisch gezond verstand hanteert.
Hieromtrent heb ik volgende vragen aan de minister:
Welke economische impactstudie heeft de regering uitgevoerd vóór de beslissing om de federale vliegtaks opnieuw te verdubbelen tot 10 euro per passagier? Kunt u cijfermatig aangeven hoeveel verlies aan trafiek, jobs en investeringen u had ingecalculeerd?
Bent u op de hoogte van de aangekondigde schrapping van één miljoen Ryanairstoelen en vijf gestationeerde toestellen? Zo ja, welke analyse maakt u van de impact op de tewerkstelling op Brussels Airport?
Hoe reageert u op het feit dat verschillende EU-landen hun luchtvaartbelastingen verlagen of afschaffen, terwijl België ze verhoogt? Acht u het risico reëel dat andere maatschappijen hetzelfde voorbeeld als Ryanair zullen volgen en capaciteit zullen afbouwen of vertrekken?
Welke maatregelen plant de regering om te voorkomen dat onze luchtvaartsector structurele schade oploopt, en om het risico op jobverlies, dalende trafiek en verminderde investeringen te beperken?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, de uitspraken van de heer O’Leary geven zijn persoonlijke mening weer en passen binnen zijn communicatiestijl. Ik ken de redenering van de CEO van Ryanair, maar die is gedeeltelijk onjuist. Deze extra belasting, die ik beschouw als een milieubelasting, stelt de begroting in staat middelen toe te wijzen aan andere sectoren. Als minister van Milieu en Klimaat kan ik dat alleen maar toejuichen. De opbrengsten van de vliegtaks zullen bijvoorbeeld worden gebruikt om schoner vervoer, zoals de trein, te financieren en om reizigers ertoe aan te zetten voor een duurzamer alternatief te kiezen.
Vanuit economisch oogpunt kan ik mij niet vinden in het dramatische beeld dat u, via hem, schetst. Het is belangrijk te vermelden dat deze belasting van 10 euro geen grote invloed heeft op ons concurrentievermogen. De tarieven in Duitsland en Frankrijk liggen bijvoorbeeld aanzienlijk hoger. België blijft een aantrekkelijke locatie voor de ontwikkeling van luchtvaartactiviteiten. De dreigementen van Ryanair blijven echter ernstig en de regering is zich ten volle bewust van de uitdagingen, met name op het vlak van werkgelegenheid, die de luchtvaartactiviteit met zich meebrengt. Ik heb op dit moment geen informatie ontvangen dat andere luchtvaartmaatschappijen die actief zijn in Zaventem of Charleroi overwegen hun activiteiten geheel of gedeeltelijk te verplaatsen als gevolg van de invoering van deze belasting.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, u stelt dat een deel van die middelen zal worden ingezet voor schoner vervoer. Dat lijkt mij vreemd, want volgens de begrotingstabellen worden die middelen gebruikt voor de begroting zelf. Het lijkt mij dan ook moeilijk vol te houden dat die budgetten effectief zullen worden doorgeschoven naar schonere alternatieven. In de praktijk dienen ze vooral om de staatskas een klein beetje te spijzen, zonder dat er een noemenswaardig klimaateffect is. We moeten stoppen met te zeggen dat dit een klimaatmaatregel is, want dat is het absoluut niet. Deze verhoging van de vliegtaks is niets anders dan een platte belasting. Ze zal niet leiden tot een gedragsverandering bij reizigers. Er is geen alternatief, men betaalt gewoon meer, louter omdat men een vliegticket koopt en wil reizen. Dit gaat bovendien veel verder dan dat. Wat hier gebeurt, is een rechtstreekse aanval van de federale overheid op een van de belangrijkste economische motoren in Vlaanderen. Duizenden jobs, rechtstreeks en onrechtstreeks, staan op het spel. Opnieuw schaadt de federale overheid deze luchthavens. In buurlanden verlaagt men deze taks of schaft men ze zelfs volledig af, terwijl België als enige land de omgekeerde weg bewandelt en de taks verhoogt. Vlaanderen werkt en Vlaanderen creëert welvaart. Ik weiger te aanvaarden dat deze federale overheid, met een Vlaams-nationalist aan de knoppen, deze motor op een directe manier aanvalt. Als Vlaams-nationalist zal ik daar ook altijd tegen blijven strijden.
De auteursrechten van journalisten
De gevolgen van de afschaffing van de forfaitaire belastingaftrek voor auteursrechten
Auteursrechten en fiscale regelgeving voor journalisten en creatieven
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 18 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Pierre-Yves Dermagne en François De Smet kritiseren de regering voor haar fiscale aanval op journalisten, kunstenaars en auteurs, wier kwetsbare inkomens (vaak afhankelijk van auteursrechten) zwaarder belast worden door de afschaffing van de 50%-korting op de eerste tranche. Zij benadrukken dat deze groepen geen keuze hebben in hun belastingsstructuur (opgelegd door werkgevers) en dat de regering contraproductief handelt door hen naar het kunstenaarsstatuut te duwen. Jan Jambon verdedigt de maatregel als nodzakelijke budgettaire inspanning, wijzend op het voordeelige fiscale regime (15% in plaats van 7,5% effectief) en het hoge kostenniveau (€187 miljoen). Hij stelt dat iedereen een eerlijke bijdrage moet leveren, maar erkent dat echte beroepskosten nog aftrekbaar blijven. De oppositie verwerpt dit als hypocrisie: de regering treft precair betaalde sectoren (journalisten verdienen tot 30-50% via auteursrechten, kunstenaars gemiddeld €12.000-20.000/jaar) terwijl ze rijken ontziet, en ondermijnt zo democratische tegenmachten.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le vice-premier ministre, malgré les promesses de campagne ainsi que les déclarations viriles de certains présidents de parti de votre coalition – "Avec mon parti, il n'y aura pas d'augmentation de taxes", M. Van Quickenborne a rappelé cette phrase à de nombreuses reprises –, la classe moyenne, les travailleurs et les travailleuses sont chaque jour la cible de votre gouvernement depuis son installation, avec l'augmentation du plein d'essence ou de diesel, l'augmentation du prix de la pizza ou du sandwich en fonction de l'endroit où ils sont achetés et l'augmentation du prix du ticket de cinéma ou de concert. L'Arizona, finalement, c'est taxes, taxes, taxes!
Et vous vous attaquez, monsieur le vice-premier ministre, à une série d'acteurs fondamentaux de la vie en société, de la vie démocratique de nos sociétés, à savoir une série de contre-pouvoirs: les syndicats, les mutuelles – ce n'est pas une surprise –, mais aussi les artistes et les journalistes. Or ces travailleurs et travailleuses sont d'ores et déjà dans des situations qui sont particulièrement indignes du rôle qu'ils jouent pour notre société, avec des statuts hybrides, avec la nécessité notamment de devoir faire appel aux droits d'auteur et de ne pas pouvoir bénéficier d'un salaire et d'un traitement juste et équitable.
Monsieur le vice-premier ministre, nous nous sommes battus. Nous avons relevé les éléments injustes de vos réformes. Les secteurs se sont mobilisés. Nous sommes parvenus à faire en sorte que le statut des travailleurs des arts soit préservé, que ce soit le statut en tant que tel, les droits d'auteur pris en compte demain et aussi la pension.
Nous apprenons aujourd'hui que les journalistes (...)
François De Smet:
Monsieur le ministre, ce gouvernement a-t-il un problème avec ceux qui pensent, avec ceux qui écrivent et avec ceux qui essayent de vivre de leur plume? On finirait par croire que oui, et M. Ronse le confirme.
Vous avez décidé, dans le cadre de votre accord budgétaire de fin novembre, de supprimer l’abattement de 50 % sur la première tranche des droits d’auteur. Vous avez fait, il y a une semaine, une marche arrière partielle puisque l’abattement sera maintenu pour ceux qui ont le statut d’artiste. Tant mieux pour une série de professionnels comme par exemple les comédiens, les chanteurs ou les doubleurs.
Cependant, cela ne change rien pour les auteurs stricto sensu qui n’ont bien souvent pas le statut d’artiste. Cela leur fait une belle jambe! Pour les romanciers, les scénaristes ou les auteurs de bandes dessinées, les droits d’auteur représentent une part fondamentale de leurs revenus, et ils les perçoivent en général bien après la création.
Vous compliquez la vie de ces personnes et les renvoyez même vers le statut d’artiste alors qu’elles sont, pour beaucoup, indépendantes. C’est un contre-sens complet de votre politique. En outre, vous frappez de plein fouet un grand nombre de journalistes et de pigistes qui vivent des droits d’auteur. C’est le cas des journalistes salariés, dont les revenus sont souvent constitués jusqu’à 30 % de droits d’auteur, et des journalistes indépendants, pour lesquels cette part peut atteindre 50 %.
Monsieur le ministre, si ce n’est pas trop vous demander, est-il possible que l'Arizona cesse de taxer l’intelligence? Abandonnez purement et simplement la suppression de ces abattements fiscaux et rétablissez le droit d’auteur dans sa forme originelle!
Jan Jambon:
Cher collègue, je pourrais répondre par la négative à vos deux questions simples. (Rires)
Ce gouvernement est confronté à une mission budgétaire gigantesque. Aujourd’hui, un contribuable qui fait usage du régime des droits d’auteur bénéficie effectivement d’un régime fiscal avantageux comprenant un précompte mobilier de 15 %, une déduction de 50 % de frais forfaitaires sur la première tranche de 20 100 euros et une déduction de 25 % de frais forfaitaires sur une deuxième tranche allant jusqu’à 40 190 euros, jusqu’à ce qu’un montant maximal de 15 072,50 euros de frais forfaitaires soit atteint.
Le précédent gouvernement avait déjà mis en œuvre une réforme prévoyant une application plus stricte de ce régime fiscal avantageux. Selon les derniers chiffres de l’exercice d’imposition 2024, 87 212 contribuables ont eu recours à ce régime, pour un coût budgétaire de 187 millions d’euros.
Le gouvernement demande à chacun un effort, une contribution équitable. Je l'ai déjà rappelé ici à plusieurs reprises, c'est la réalité à laquelle nous sommes confrontés. Les journalistes qui optimisent une partie de leur rémunération via un payement sous la forme de droits d'auteur seront donc également touchés par cette mesure. Concrètement, il a été décidé de supprimer les frais forfaitaires en matière de droits d'auteur. Cela implique le doublement du taux effectif, qui passe de 7,5 % à 15 % pour la première tranche des 20 100 euros. La déduction des frais réels reste toutefois possible.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le vice-premier ministre, pour vos réponses et pour les mots que vous avez utilisés, qui attestent de votre mépris vis-à-vis de certaines catégories de travailleurs et de travailleuses.
Vous parlez d'optimisation fiscale pour ces journalistes, qui sont en fait contraints, par leurs employeurs, d'être payés pour partie via des droits d'auteur. Vous ne tenez pas compte de leur réalité de terrain, de la manière dont ils sont insuffisamment rémunérés au quotidien, pour le travail de qualité qu'ils font et pour le rôle essentiel qu'ils jouent dans notre société. Je l'affirme même si nous sommes – je le suis parfois moi aussi – la cible de ces journalistes. Je trouve cela absolument essentiel qu'en démocratie ils jouent ce rôle.
Vous parlez d'optimisation, de coûts, de contribution juste de chacune et chacun. Je voudrais juste, monsieur le vice-premier ministre, mettre en vis-à-vis deux de vos mesures: celle que vous prenez pour les droits d'auteur des journalistes et le cadeau fiscal que vous faites à ceux qui gagnent plus de 20 (…)
François De Smet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il ne vous vient pas à l'idée que les journalistes, dont vous dites qu'ils touchent une partie de leurs revenus en droits d'auteur, ne l'ont en général pas choisi. Ce sont les directeurs des rédactions qui leur imposent de recevoir une partie de leur rémunération de cette manière. Ensuite, vous qualifiez les artistes bénéficiant d'un tarif ou payés à la prestation d'avantagés. En général, les artistes gagnent environ 12 000 euros par an s'ils sont salariés, et 20 000 euros s'ils sont indépendants. Ils ne sont pas avantagés. Vous avez dénaturé le droit d'auteur, en faisant entrer dans cette catégorie des gens capables d'écrire trois lignes de code informatique, et en restreignant les conditions pour les vrais artistes qui essayent d'avoir le statut. Et vous allez pousser des gens qui ont le statut d'indépendant, qui sont des auteurs, vers le statut d'artiste. Vous vous tirez, ce faisant, une balle dans le pied. Comme d'habitude, vous n'avez pas anticipé les suites de vos réformes, et c'est bien dommage!
De dubbele belasting op batterijen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Lieve Truyman wijst op dubbele recyclagebijdragen voor Belgische bedrijven die batterijen in de EU kopen (eerst in productieland, dan via Bebat), wat Europese leveranciers benadeelt ten opzichte van Aziatische en volgens haar "nefast is voor de industrie en Europese economie". Ze vraagt om oplossingen via overleg tussen beleidsniveaus en integratie in plan MAKE 2025-2030. Minister Clarinval bevestigt dat de Europese verordening onder Volksgezondheid valt (collega Crucke) en benadrukt zijn steun voor vereenvoudiging (Omnibus) om gold-plating te vermijden, met als doel regelgeving die concurrentiekracht versterkt in plaats van verzwakt. Truyman bekritiseert dat bedrijven die duurzaam investeren (bv. zonnepanelen + batterijen) tweemaal betalen bij Europese keuzes, wat "jammer en contraproductief" is, en hoopt op afstemming tussen ministers.
Lieve Truyman:
De Belgische organisatie Bebat staat in voor de inzameling, het sorteren en het recycleren van gebruikte batterijen. Herbruikbare materialen van de batterijen worden gerecycleerd en schadelijke stoffen worden verwijderd en veilig en milieuvriendelijk verwerkt. Dat proces is van groot belang voor ons milieu en voor de circulaire economie.
Belgische bedrijven worden momenteel echter dubbel belast wanneer zij batterijen aankopen bij bedrijven in de Europese Unie. Ingevolge de Europese Batterijenverordening betaalt de fabrikant een recyclagebijdrage in het land waar de batterijen worden geproduceerd. Die bijdrage wordt vervolgens logischerwijs doorgerekend aan de klant, in dit geval het Belgische bedrijf. Wanneer dat Belgische bedrijf die batterijen hier installeert, moet het in België opnieuw een recyclagebijdrage betalen, dit keer aan Bebat. Kortom, Belgische kmo's, zelfstandigen en grote industriële ondernemingen betalen twee keer een recyclagebijdrage wanneer zij batterijen aankopen bij een bedrijf binnen de Europese Unie.
Het gevolg is dat het financieel veel voordeliger is om batterijen in Azië aan te kopen, waar men niet aan de Europese regelgeving is gebonden en waardoor men slechts één keer een bijdrage betaalt. Het is een bijzonder slecht signaal dat onze bedrijven in Europa twee keer moeten betalen. Dat is nefast voor onze industrie en voor de Europese economie.
Bent u op de hoogte van de problematiek? Is het mogelijk dat de Europese Batterijenverordening heeft geleid tot een ongelijk speelveld in de Europese Unie? Welke mogelijke oplossingen kan de regering bieden? Vindt hierover overleg plaats tussen de verschillende beleidsniveaus, meer algemeen ook met het oog op ondersteuning van onze ondernemers?
Daarnaast is het belangrijk dat iedereen zich inzet voor hernieuwbare en koolstofneutrale energie. Op die manier kunnen we onze bedrijven beschermen tegen overregulering en tegelijk hun concurrentievermogen versterken ten opzichte van ondernemingen buiten Europa. Wordt de aangekaarte problematiek ook meegenomen in het plan MAKE 2025-2030 en kan hiervoor een regeling worden uitgewerkt? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
David Clarinval:
Mevrouw Truyman, laat ik starten door te zeggen dat de Europese batterijverordening de verduurzaming van de volledige batterijketen stimuleert. Ze introduceert een uniforme aanpak in de EU. De verordening zelf wordt opgevolgd in de administratie van de FOD Volksgezondheid en valt dus niet onder mijn bevoegdheid. Voor vragen hierover neem ik de vrijheid u door te verwijzen naar mijn collega, minister Crucke.
Inzake uw vraag over de bescherming van onze ondernemingen tegen overregulering, kan ik u bevestigen dat ik als minister van Economie het door de Europese Commissie gelanceerde vereenvoudigingsproces Omnibus steun en dat ik bij de omzetting van de richtlijnen elke vorm van gold-plating wil vermijden, in overeenstemming met het regeerakkoord.
We willen ervoor zorgen dat de regelgeving niet verzwakt maar bijdraagt aan de versterking van de concurrentiekracht van onze bedrijven.
Lieve Truyman:
Dank u wel, mijnheer de minister. Ik zal de kwestie zeker opnemen met uw collega-minister Crucke. Ik hoop alleszins da u beiden hierover zelf al met elkaar van gedachte wisselen. Het is toch jammer dat bedrijven die investeren in zonnepanelen, en batterijen installeren om die energie te gebruiken, twee keer moeten betalen wanneer ze bewust kiezen voor een Europese leverancier. Dat is toch nefast voor onze eigen ondernemingen. Ik ben ervan overtuigd dat u het Omnibuspakket van dichtbij opvolgt en mee stuurt. Wij gaan hier zeker en vast verder mee aan de slag.
De belasting op protest
Moeten betalen om te mogen betogen
Protestbelastingen en demonstratierechten
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Julien Ribaudo (PTB) bekritiseert de 55-eurotax van Liège op manifestaties als een "péage démocratique", in strijd met art. 26 Grondwet en EVRM-artikelen 10/11, en waarschuwt voor een krimpende civiele ruimte (gesteund door het IFDH-rapport). Hoewel Liège de maatregel opschortte, vreest hij navolging door andere gemeenten en eist hij gratis, onbeperkt protestrecht als democratisch fundament. Minister Quintin (Binnenlandse Zaken) stelt dat de tax juridisch dekkend is (via art. 170 Grondwet en lokaal reglement), niet uniek is voor evenementen, en dat veiligheid/kostenbeheer legitimere doelen zijn zolang er geen juridische aanvechting is; hij distantieert zich niet van het principe, maar benadrukt wettelijk kader boven politiek oordeel. Ribaudo repliceert dat financiële drempels democratie ondermijnen (historisch cruciaal voor sociale rechten) en dat het IFDH "repressieve reflexen" signaleert, met Liège’s terugkrabbelen als bewijs van probleem. De voorzitter sluit af met doorverwijzing naar de Commissie Grondwet.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, imaginez un groupe de citoyens, une petite association de quartier. Ils veulent organiser une manifestation, une marche pacifique contre, par exemple, la fermeture d'un service public. Ils se renseignent auprès de la ville et là, on leur répond: "Oui, pas de problème, vous pouvez manifester, mais il faut payer 55 euros". 55 euros! C'est une barrière, monsieur le ministre.
C'est un signal, surtout. C'est comme si on disait: "La liberté d'expression, OK, mais c'est pas gratuit". Pourtant, l'Institut Fédéral des Droits Humains vient de le rappeler dans son dernier rapport, la liberté de manifester est un pilier de notre démocratie.
Comment peut-on dès lors accepter qu'une ville – Liège en l'occurrence – mette en place une taxe pour exercer ce droit? Ce n'est ni un détail administratif ni une simple redevance technique, c'est une porte qu'on entrouvre dangereusement. Cela signifie concrètement que pour pouvoir manifester, il faudra payer. Des associations, des syndicats, des collectifs de citoyens, tous ceux qui se battent contre l'injustice sociale se retrouvent face à une sorte de péage démocratique.
C'est une décision qui interroge parce que du point de vue juridique, elle est contraire à l'article 26 de notre Constitution et aux articles 10 et 11 de la Convention européenne des droits de l'homme. Au-delà du droit, il y a une question fondamentale: dans quel pays voulons-nous vivre? Est-ce qu'on veut vivre dans une démocratie où on doit sortir sa carte bancaire pour faire entendre sa voix? Est-ce qu'on veut vivre dans un pays ou dans une démocratie où l'accès au débat public dépend de son portefeuille? Pour nous, au PTB – pour vous aussi, je l'espère, monsieur le ministre – c'est inacceptable.
Le bourgmestre de Liège a reconnu son erreur. Il a annoncé la suspension et le remboursement. C'est une très bonne chose, mais ce n'est pas suffisant parce que d'autres communes envisagent des dispositifs similaires.
C'est pourquoi je me retourne vers vous, monsieur le ministre. Quelle est votre position sur le fait que des villes souhaitent imposer une barrière financière à l'exercice du droit de manifester? Trouvez-vous acceptable que des autorités locales expérimentent ce type de mesure pour des manifestations non commerciales? Que comptez-vous faire pour garantir que le droit de manifester en Belgique reste libre, gratuit et intangible?
Bernard Quintin:
Monsieur Ribaudo, Mme Daems n'est pas là, mais mon collaborateur me dit que je peux faire ma réponse en français et en néerlandais comme prévu.
Il ne m'appartient pas, en ma qualité de ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, de prendre position quant à une décision prise par une assemblée délibérante élue démocratiquement et qui semble être, depuis juin 2023, légalement ancrée dans l'arsenal juridique belge. Je ne suis pas informé d'une quelconque contestation juridique de la validité de cette norme. Le Conseil communal de la Ville de Liège semble avoir exercé en l'espèce les compétences que lui reconnaît la Constitution en vertu de son article 170. Il s'agit en l'espèce de l'article 6.36 du règlement de la Ville de Liège relatif à la redevance sur les prestations administratives.
Ik ben niet op de hoogte van de analyse van het dossier die ertoe heeft geleid dat een ruime meerderheid van de Luikse gemeenteraadsleden, 37 voor, 7 tegen en 0 onthoudingen, heeft beslist om een retributie in te voeren voor het occasioneel gebruik van het openbaar domein. Die retributie geldt niet alleen voor evenementen, maar ook voor optochten. Artikel 26 van de Grondwet bepaalt dat bijeenkomsten in de openlucht volledig onderworpen blijven aan de politiewetten. Het gemeentelijk reglement betreffende de retributie op administratieve prestaties dat in die retributie voorziet, is derhalve volledig van toepassing.
En ce qui concerne les articles 10 et 11 de la Convention européenne des droits de l'homme, il appartient à la Cour européenne des droits de l'homme – interrogée à ce sujet – de déterminer si l'ingérence invoquée est prévue par la loi, si elle vise à préserver l'un des buts légitimes prévus par le second paragraphe, les articles 10 et 11 et, enfin, si elle est nécessaire dans une société démocratique.
Bovendien houdt de toestroom van personen tijdens een openbaar evenement risico's in en stelt de rechtspraak van het hof vast, zonder dat te hekelen, dat het niet ongebruikelijk is dat de overheid beperkingen oplegt met betrekking tot de plaats, de datum, het tijdstip, de vorm of de modaliteiten van het plaatsvinden van een openbare samenkomst.
Comme je l'ai répété au moins trois fois aujourd'hui, je suis attaché au respect du droit de manifester, qui constitue un pilier essentiel de notre démocratie. Ce droit doit toutefois s'exercer dans le cadre des lois en vigueur qui visent à garantir à la fois l'ordre public, la sécurité des participants et des tiers, ainsi que la bonne gestion de l'espace public. En l'absence, à ce stade, d'une remise en cause juridique de la mesure adoptée par la Ville de Liège ou d'éléments établissant une atteinte illégale ou manifestement disproportionnée à l'exercice de ce droit, il n'y a pas lieu de s'opposer à cette mesure, du moins à mon niveau.
Julien Ribaudo:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Au-delà des arguments juridiques, le fait que la Ville de Liège ait reculé montre qu'il y a effectivement un problème par rapport à cette mesure, en tout cas pour les manifestations non commerciales. Et puis, je le rappelle, l'Institut Fédéral des Droits Humains (IFDH) l'écrit noir sur blanc dans son rapport: "Le réflexe répressif grandissant risque de dissuader les citoyens de participer au débat public". Cette alerte n'est donc pas théorique mais se vérifie chez nous aujourd'hui, mais aussi ailleurs en Europe. L'IFDH insiste sur le fait que toute restriction, y compris financière – et c'est là le point – doit être examinée avec la plus grande vigilance car elle contribue à ce mouvement inquiétant de rétrécissement de l'espace civique.
C'est ce que je tiens à rappeler clairement aujourd'hui: le droit de manifester n'est pas un luxe ni une faveur accordée par les autorités mais bien un outil essentiel de contrôle démocratique et de progrès social. En effet, sans le droit de protester, sans le droit de manifester collectivement, aucun droit social n'aurait été acquis. Le suffrage universel, la journée de huit heures, les pensions n'auraient pas vu le jour. Ériger des barrières notamment financières à ce droit, c'est en réalité saper la démocratie à sa base.
Voorzitter:
Vraag nr. 56011496C van mevrouw Pas is verwezen naar de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing.
De door bpost toegepaste pakjestaks van één euro
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 16 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Anthony Dufrane vraagt kritisch waarom bpost sinds 2020 een tijdelijke €1-heffing op feestcolis hanteert, of dit de piekbelasting dekt en of slecht budgetbeheer of prijsmanipulatie meespeelt. Minister Matz verdedigt de maatregel als sectorbrede praktijk om logistieke piekdruk (tot 829.000 colis/dag in 2025) en extra kosten te compenseren, wijst op bpost’s transformatieplan 2029 voor duurzaamheid, maar ontwijkt financiële details als "commercieel". Dufrane blijft kritisch: de heffing suggereert óf structurele onderfinanciering óf dynamische prijszetting en belooft opvolging.
Anthony Dufrane:
Madame la Ministre, bpost offre une série de services aux citoyens, le panel des offres de l'opérateur postal est en pleine croissance mais sa fonction première reste la distribution des courriers. Certes, les distributions ont évolué depuis le Covid où les colis ont désormais pris largement le pas sur les lettres, et ce particulièrement durant la période des fêtes de fin d'année.
En effet, le pic des livraisons de colis se situe entre le Black Friday et Noël. Durant ce mois, le réseau bpost, les centres de tri et la distribution fonctionnent intensément. Cependant, l'opérateur bpost a mis en place un tarif adapté sur les colis de fin d'année, entendez une taxe d'1€, "dans l'optique de compenser le surplus de coûts généré à cette période" comme l'annonce le site web.
Bien que la charge de travail supplémentaire soit inévitable, cette augmentation est prévisible et doit être prise en compte par bpost, comme via son recrutement d'intérimaires. Il est difficile d'entendre qu'une taxe soit mise en place de la sorte sur les utilisateurs d'un service dont la qualité doit être connue et continue.
Mes questions, Madame la Ministre, sont:
Depuis combien d'années la taxe d'1€ a-t-elle été mise en place?
Quelle somme est récoltée annuellement par bpost avec ce système?
Est-ce qu'elle comble le déficit causé par le surplus des coûts?
Comment expliquez-vous que bpost ait besoin de mettre en place cette taxe, en plus du prix des colis et des timbres?
Le budget de bpost est-il trop faible ou gère-t-il mal l'arrivée des fêtes et l'impact financier qui y est lié?
Contrôlez-vous que l'argent récolté servent réellement à combler le déficit des fêtes?
Ne craignez-vous pas que les utilisateurs se détournent de bpost pour des opérateurs privés qui seraient moins chers?
Vanessa Matz:
Monsieur Dufrane, concernant la taxe de 1 euro de bpost, comme d'autres acteurs du secteur, bpost applique depuis 2020 une contribution temporaire de 1 euro par colis distribué en Belgique pendant la période de fin d'année. Cette mesure vise à compenser les surcoûts opérationnels liés à une hausse exceptionnelle et prévisible des volumes à traiter: jusqu'à 829 000 colis par jour en 2025. Cette période entraîne une mobilisation accrue du personnel temporaire, des moyens logistiques supplémentaires, ainsi qu'une pression inhabituelle sur les infrastructures de tri, de transport et de distribution. Le supplément appliqué permet également d'inciter les clients à planifier leur envoi hors des jours les plus critiques. D'ailleurs, les comportements d'envoi évoluent en ce sens, avec une répartition plus large de la demande dès la semaine du Black Friday .
Je rappelle que ce secteur est concurrentiel et ouvert. Il ne m'appartient pas, en tant que ministre, de me prononcer sur la politique tarifaire de l'entreprise, ni sur le niveau de revenu généré par cette contribution, ces informations relevant de la stratégie commerciale de bpost. Je peux toutefois assurer que cette décision s'inscrit dans une logique d'adaptation aux réalités du marché, à l'instar d'autres opérateurs logistiques, qui appliquent également un supplément saisonnier.
Enfin, il est essentiel de comprendre que bpost poursuit une stratégie de transformation ambitieuse à l'horizon 2029. Cette stratégie vise à renforcer sa position dans le domaine du commerce électronique et de la logistique, tout en maintenant ses missions postales. Dans un contexte en constante évolution, cette trajectoire est indispensable pour assurer la viabilité à long terme de l'entreprise, et sa capacité à offrir un service de qualité accessible à tous.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, je vous remercie. Bien que cette décision de taxer de 1 euro les colis semble cohérente suite à vos explications, la mise en place de cette charge supplémentaire est néanmoins problématique et sous-entend soit un problème de financement de l'opérateur, soit une volonté de s'affranchir des prix fixés en temps normal, et donc d'adapter le prix selon la demande. J'ai bien compris l'explication relative à l'échéance de 2029 et je ne manquerai pas de rester attentif à ce dossier.
Het duurder worden van autorijden en verwarmen met gas door de EU-koolstoftaks
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 25 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België steunt geen uitstel van de koolstoftaks (ETS2) maar dringt aan op prijsstabilisatie (45-55 €/ton CO₂) en snelle herinvestering van opbrengsten in steun voor kwetsbare gezinnen en klimaatmaatregelen, om de transitie sociaal draaglijk te maken. Critici zoals Van Rooy betwisten de klimaateffectiviteit van de maatregel, wijzen op honderden euro’s meerkost voor burgers en onevenredige lasten voor lage inkomens, terwijl landen als China de Belgische CO₂-besparingen in dagen tenietdoen. De minister benadrukt dat gedragsverandering en alternatieven (elektrificatie, isolatie) de kern zijn, maar erkent dat verouderde data en onzekere prijzen de exacte impact vervagen. De spanning draait om klimaatambitie versus sociale rechtvaardigheid, met als twistpunt of ETS2 een dure, symbolische maatregel is zonder wereldwijd effect.
Sam Van Rooy:
Minister, door de koolstoftaks, die kennelijk koste wat het kost moet worden doorgedrukt, zullen autorijden met brandstof, verwarmen met gas en vliegtuigreizen steeds duurder worden. Volgens een impactstudie van het Federaal Planbureau zou aardgas 16 % duurder worden, stookolie 21 % en benzine en diesel ongeveer 10 %. Dat kan gezinnen die fossiele brandstoffen blijven gebruiken, omdat ze dat willen of omdat ze niet anders kunnen, 250 tot 400 euro extra per jaar kosten. Huishoudens met een laag inkomen, alleenstaanden en eenoudergezinnen zouden de impact het hardst voelen. Een studie van het VITO kwam zelfs uit op een mogelijk meerkost tot 650 euro voor wie niet overschakelt of kan overschakelen.
Een aantal Europese landen - Cyprus, Hongarije, Slovakije en Polen - vraagt dan ook om de start van de nieuwe zogenoemde koolstoftaks - officieel ETS2 - met minstens drie jaar uit te stellen, tot 2030. Dat is geen afstel zoals ik zou willen, maar een uitstel van drie jaar is toch al iets.
Sluit België zich aan bij deze landen die om uitstel vragen en misschien zelfs zullen evolueren naar afstel? Zo neen, waarom niet?
Hoe zult u ervoor zorgen dat mensen niet in de problemen komen of zelfs in armoede geraken omdat ze significant meer zullen moeten betalen voor autorijden met brandstof en om te verwarmen met gas? Alvast bedankt.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Van Rooy, u stelde ten eerste de vraag of België zich aansluit bij de landen die uitstel of zelfs afstel vragen en zo niet, waarom het dat niet doet.
Ik heb inderdaad te horen gekregen dat een aantal landen voor uitstel wil pleiten. België heeft hier echter niet toe opgeroepen, maar heeft wel samen met 18 andere lidstaten het initiatief genomen om een brief te sturen met het verzoek maatregelen te treffen om de prijs van ETS2 te stabiliseren.
Zoals u zelf aangeeft door het aanhalen van beide studies, is de onzekerheid over de prijszetting in ETS2 nog steeds vrij groot en lopen de schattingen naargelang de bron sterk uiteen. Zo stelt VITO bijvoorbeeld dat hoewel de exacte ETS2-prijs onzeker blijft, een doortastend klimaatbeleid de stijging ervan beperkt. Zonder aanvullende maatregelen kan de prijs in 2030 oplopen tot 200 euro per ton CO 2 of meer, terwijl het ETS-richtlijn het prijsstabiliteitsmechanisme voorziet vanaf 45 euro per ton CO 2 .
Het is dus van groot belang om die stabiliteit te verzekeren. Om de marktonzekerheid tegen te gaan en het draagvlak voor de invoering van ETS2 te vrijwaren, heeft Belgi ë dan ook met succes bij de Europese Commissie gepleit om ervoor te zorgen dat de markt zo snel mogelijk een duidelijker zicht krijgt op de prijs van ETS2.
De Europese Commissie heeft daar positief op gereageerd en intussen nieuwe maatregelen aangekondigd die meer liquiditeit in de markt zullen brengen en de prijzen zullen stabiliseren, zodat een soepelere start van ETS2 mogelijk wordt. Het voorstel zal ongecontroleerde ETS2-prijzen voorkomen en ze naar verwachting dichter bij 45 à 55 euro per ton CO 2 houden, wat in lijn ligt met de koolstofprijs die nu al bestaat in Duitsland en Frankrijk. Daarnaast zouden de opbrengsten ook sneller beschikbaar zijn, zodat wij ze onmiddellijk kunnen investeren in klimaatbeleid en de ondersteuning van gezinnen met een laag of gemiddeld inkomen en kmo’s, zodat zij beter voorbereid zijn op de koolstofprijs.
Zoals u weet, heeft de Milieuraad in het kader van zijn besluit rond de doelstelling 2040 akte genomen van de wens om de inwerkingtreding van ETS2 met een jaar uit te stellen. We kunnen besluiten dat we geen voorstander zijn van een verder uitstel van het mechanisme, maar pleiten voor een mechanisme dat aansluit bij de doelstelling ervan, met name door het aanvaardbaar te maken voor consumenten.
Hoe zal de regering ervoor zorgen dat de mensen geen cent meer zullen moeten betalen om met de auto te rijden en te verwarmen met gas? Het ETS2-systeem is geen taks om de begroting te voeden, maar een emissiehandelssysteem dat erop gericht is de onwenselijke consumptie van fossiele brandstoffen te ontmoedigen. Het is net de opzet om autorijden of verwarmen met fossiele brandstoffen minder interessant te maken en zo alternatieven aan te moedigen. Elke euro die de gezinnen en de bedrijven via de koolstofprijzen betalen, moet ingezet worden om de klimaattransitie te financieren en kan uitdrukkelijk ingezet worden om gezinnen en bedrijven, in het bijzonder de meeste kwetsbaren, te ondersteunen.
Investeringen in de klimaattransitie zijn hoe dan ook noodzakelijk. Het grote voordeel van het invoeren van een koolstofprijs in plaats van enkel in te zetten op directe regulering, is dat dit instrument alle opties voor het verminderen van de broeikasgasuitstoot – investeringen, maar ook gedragsveranderingen – op een evenredige wijze stimuleert. Niet de koolstofprijs op zich, maar de keuze inzake het recycleren van de inkomsten is bepalend voor de uiteindelijke sociale impact van dit beleidsinstrument.
De cijfers van het Federaal Planbureau werden hier eerder al besproken. Studies zoals deze vormen een interessante bijdrage aan het debat over het ETS2-systeem en de bijhorende flankerende maatregelen. Ze helpen om te identificeren welke types huishoudens het meest gevoelig zijn voor het prijssignaal vanuit het ETS2-systeem en om richting te geven aan de aard van de maatregelen die nodig zijn om de transitie van deze huishoudens te vergemakkelijken.
Toch kunnen er verschillende nuances worden aangebracht bij de resultaten van deze specifieke studie. Ten eerste, de koolstofprijs is momenteel nog niet gekend, waardoor het uiteraard onmogelijk is om de werkelijke impact op de huishoudens nauwkeurig te berekenen. De studies gaan uit van een prijs van 60 euro per ton, terwijl de autoriteiten streven naar een prijs van ongeveer 45 euro.
Ten tweede is de studie gebaseerd op verouderde energieverbruiksgegevens uit 2015, wat leidt tot een overschatting van de impact van ETS2, aangezien het huidige verbruik van fossiele brandstof al aanzienlijk is gedaald dankzij inspanningen op het vlak van energie-efficiëntie en elektrificatie. Er wordt bovendien verwacht dat dit verbruik verder zal dalen tegen 2030. Deze elementen zorgen ervoor dat de werkelijke impact van het ETS2 op de energiefactuur van huishoudens bij een gegeven ETS2-prijs waarschijnlijk lager zal liggen dan de raming van het Federaal Planbureau.
Wat de studie van het VITO betreft, citeert u de bedragen voor het hoogste inkomensdeciel, wat neerkomt op een bijkomende jaarlijkse uitgave van 0,6 % van het totale huishoudbudget voor deze gezinnen. Deze inschattingen zijn gebaseerd op dezelfde data als de studie van het Federaal Planbureau. Op basis van een andere methodologie schat het VITO de bijkomende kosten voor een gezin met een op gas verwarmde, slecht geïsoleerde woning en een wagen met verbrandingsmotor op 375 euro.
Ten slotte is het belangrijk op te merken dat ook deze inschattingen rekening houden met de inzet van ETS2-middelen via de federale en gewestelijke maatregelen in het Sociaal Klimaatplan en de rechtstreekse inzet van de overige ETS2-middelen. Deze maatregelen zijn er net op gericht om de financiële impact van ETS2 voor kwetsbare huishoudens aanzienlijk te verzachten of om middelen te geven aan huishoudens om hen vrij te stellen van fossiele brandstoffen, met alternatieve oplossingen en hen tegelijk in staat te stellen om actief deel te nemen aan de energietransitie.
Sam Van Rooy:
Minister, dank u voor uw antwoord. U stelt mij echter helemaal niet gerust dat de regering met die zogenaamde koolstoftaks het leven van hardwerkende burgers in dit land niet duurder zal maken, tot wel honderden euro’s. Dat is evident en al erg genoeg, maar nog erger is dat de impact van die koolstoftaks precies 0 graden Celsius bedraagt en dat de taks dus geen enkel verschil zal maken voor het klimaat. Dat is werkelijk wraakroepend. Wat België op een heel jaar uitstoot, wordt door een land als China op iets meer dan twee dagen uitgestoten. Terwijl de wereldwijde CO ₂ -uitstoot blijft stijgen, maakt deze regering het leven van burgers en bedrijven steeds lastiger en duurder en wordt onze industrie uiteindelijk kapotgemaakt.
De nieuwe belastingen en de totale belastingdruk
De verhouding van de inspanning
De verdeelsleutel van het regeerakkoord en de hangende voorstellen
De gevolgen van de stijgende rentevoeten
Financiële en fiscale impact van beleidsmaatregelen en economische trends
Gesteld door
VB
Wouter Vermeersch
Open Vld
Alexia Bertrand
VB
Wouter Vermeersch
PS
Frédéric Daerden
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De regering botst met haar begrotingsplannen op kritiek omdat ze belastingverhogingen (btw, indexsprong) en discretionaire maatregelen (40% inkomsten) vooropstelt, terwijl het regeerakkoord structurele hervormingen (⅔) en maximaal ⅓ belastingen eist—met slechts 11% voor "sterkste schouders". Minister Van Peteghem benadrukt de langetermijnfocus maar ontwijkt concrete cijfers, terwijl oppositie (Vermeersch, Bertrand) hem beschuldigt van koopkrachtaantasting, loodgieterswerk en het negeren van echte hervormingen (migratie, EU-bijdragen, politiek systeem). Daerden waarschuwt voor stijgende schuldenlast (1jrd extra in 2025, 3,3% PIB in 2030) en mist een duidelijke strategie om rentestijgingen en dalende ontvangsten te counteren. Kernconflict: regering kiest voor kortetermijnpijn (belastingen, besparingen) in plaats van structurele oplossingen, terwijl de verdeelsleutel uit het akkoord onhoudbaar lijkt.
Wouter Vermeersch:
Mevrouw de voorzitster, de belastingdruk zal u inderdaad nauw aan het hart liggen.
In De Zevende Dag verklaarde de minister van Begroting: "Als je kijkt naar de omvang van wat er vandaag voorligt, kan je deze niet alleen via besparingen en hervormingen realiseren." Hij had het dus over de begrotingsinspanningen. De minister kon of wilde ook niet uitsluiten dat er nieuwe belastingen zouden komen.
Mijnheer de minister, hoe rijmt u die uitspraak met het voornemen in uw regeerakkoord om de totale begrotingsinspanningen te laten gebeuren zonder verhoging van de belastingdruk? Dat is namelijk een belangrijke passage die in uw regeerakkoord staat. Ik heb wel opgemerkt dat die passage in uw begroting voor 2025 niet meer voorkomt. Dat is een stuk uit uw regeerakkoord dat de begroting voor 2025 niet heeft gehaald.
Een andere vraag die daarbij aansluit, is die over de verdeelsleutel van het regeerakkoord en de hangende voorstellen. U verklaarde eveneens in De Zevende Dag dat er op de onderhandelingstafel reeds een groot pakket van hervormingen en besparingen ligt. De hieraan gekoppelde inspanning zou ruim 6 miljard euro bedragen – bemerk echter dat u zelf een bedrag van 16 miljard hebt genoemd; u hebt het nu nog slechts over 6 miljard. Deze zou bestaan uit besparingen binnen de overheid, de hervorming bij de langdurig zieken en efficiëntiewinsten in de gezondheidszorg. De twee laatstgenoemde maatregelen maken twee van de vier kernmaatregelen uit waarover de regering zou onderhandelen. De andere twee maatregelen zijn ondertussen ook bekend: een btw-verhoging en een indexsprong.
In het regeerakkoord werd de verdeelsleutel van de door de regering te leveren begrotingsinspanning opgenomen, welke stelt dat aan het einde van de legislatuur minder dan een derde van de totale inspanning uit discretionaire maatregelen mag bestaan. Op hun beurt moeten deze discretionaire maatregelen voor twee derden bestaan uit het beheersen van de uitgavengroei en ten hoogste een derde uit bijdragen van de sterkste schouders en diverse inkomsten.
Gezien de regering onderhandelt over een meerjarenbegroting, waarbij 2030 als ijkpunt wordt beoogd, zou de totale inspanning conform het regeerakkoord voor meer dan twee derden uit structurele hervormingen moeten bestaan.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat de regering vasthoudt aan de in het regeerakkoord afgesproken verdeelsleutel? Kunt u bevestigen dat de begrotingsinspanningen van 2025 conform deze sleutel waren verdeeld? Hoe kwalificeert u de genoemde begrotingsmaatregelen volgens de typologie van het regeerakkoord? Erkent u dat het gros van deze nieuwe maatregelen discretionaire maatregelen betreft? Zo niet, kunt u toelichten wat de bijkomende structurele hervormingen zijn en hoe deze zullen opwegen tegen de andere maatregelen?
Met wat vandaag circuleert in de media komen wij niet tot die rekensom met die een derde, een derde en een derde. Dat blijkt helemaal niet te kloppen.
Alexia Bertrand:
Collega Vermeersch, die een derde, een derde, een derde, dat was de regel onder de vorige regering.
Mijnheer de minister, u bevestigde op 30 september in een interview dat de regering van plan is om zowel te besparen als de inkomsten te verhogen. Op 6 november zei u in Terzake dat er 6 miljard aan besparingen op tafel liggen. Uit die laatste informatie blijkt dat de regering zich ertoe heeft verbonden om een inspanning van 10 miljard te leveren. Het is mij niet meer duidelijk, want de voorzitter van uw partij heeft gezegd dat men eerder 13 of 16 miljard moest vinden. Misschien kunt u ons het uiteindelijke cijfer geven. Naar hoeveel miljard bent u op zoek?
Ik heb de volgende vragen. Welke verhouding moeten de inkomsten vertegenwoordigen binnen de totale inspanning? U lijkt te zeggen dat die 6 miljard gaat over besparingen en dat de rest uit inkomsten moet komen. Kunt u mij bevestigen dat de inkomsten dan 40 % van de inspanning moeten uitmaken?
Kunt u bevestigen dat het allemaal inkomsten moeten zijn? Ik heb immers gehoord dat u vragende partij bent van belastingverhogingen, wat u een evenwichtig pakket noemde.
Kunt u ook bevestigen dat het precies over dit inkomstenluik is dat er binnen de regering nog geen akkoord bestaat? Ik bedoel daarmee dat die 6 miljard euro dus allemaal besparingen zijn. Uit uw uitspraken begrijp ik dat er daarover wel een akkoord zou zijn.
Frédéric Daerden:
Madame la présidente, avant de passer à mes questions, je voudrais réagir à l'intervention de M. Vermeersch concernant Bruxelles. Monsieur Vermeersch, vous êtes dur concernant les finances de Bruxelles, et je pense que la situation est plus large que concentrée sur l'un ou l'autre parti. Je pense qu'il y a une vraie réflexion à entamer sur la place de Bruxelles dans notre É tat fédéral et sur les finances de Bruxelles. Cela étant dit, ce n'est pas en lien direct avec ma question.
Monsieur le ministre, la hausse des taux d'intérêt à long terme a alourdi le coût de la dette publique de l'État belge. En 2025, le surcoût des emprunts obligataires par rapport à 2024 s'élève à plus d'un milliard d'euros. En outre, le Bureau fédéral du Plan prévoit qu'à politique inchangée, les charges d'intérêts passeront de 2,3 % du PIB en 2024 à 3,3 % en 2030 pour l'ensemble des administrations publiques, dont 2,5 % pour le pouvoir fédéral.
Dans ce contexte, monsieur le ministre, comptez-vous maintenir la clé de l'accord de gouvernement dans un contexte de baisse des recettes depuis plusieurs années, et qui aggrave le déficit?
Deuxièmement, quelles mesures concrètes proposez-vous pour éviter une baisse des recettes, répartir équitablement l'effort, limiter l'incidence de la hausse des taux sur les finances publiques et éviter un accroissement disproportionné de la dette à long terme?
Enfin, comment comptez-vous adapter la stratégie de financement de la dette pour limiter l'impact de taux longs durablement plus élevés?
Vincent Van Peteghem:
In het regeerakkoord staan inderdaad een aantal interessante zinnen ter zake – ik citeer –: "De totale begrotingsinspanning gebeurt zonder verhoging van de belastingdruk, uitgedrukt in ontvangsten en in procent bbp. Deze regel blijft gerespecteerd gedurende de hele legislatuur en dus bij elke begrotingsopmaak en -controle."
In het rapport van het monitoringcomité wordt een duidelijk overzicht gegeven van de evolutie van de ontvangsten in procent bbp. Op basis van die tabel kunt u de verschillende discussies daaromtrent uiteraard duiden.
Wat de vraag over de verhouding van de inkomsten betreft, is er in het kader van het regeerakkoord op dat vlak geen specifieke verdeling opgenomen. De regering kijkt dan ook vooral naar een gezonde begroting op lange termijn. Ze focust zich daarom op structurele hervormingen, die op het einde van de legislatuur meer dan twee derde van de totale inspanning moeten vormen.
Ook op het vlak van inkomsten ben ik ervan overtuigd dat structurele hervormingen nodig zijn conform de afspraken die we daaromtrent in het regeerakkoord hebben gemaakt. Ik heb daarmee ook geantwoord op de vraag van de heer Vermeersch of de genomen maatregelen naar mijn oordeel discretionair zijn.
Monsieur Daerden, en ce qui concerne votre question relative à la dette, je vous renvoie vers mon collègue en charge des Finances, le ministre Jambon.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u sprak over hervormingen en over tweederdehervormingen, maar wat ligt er echt op tafel? Dat zijn nieuwe belastingen, indexsprongen en heel wat ad-hocmaatregelen. Dat is geen structureel beleid. U beperkt zich tot het proberen om geld te rapen via allerlei eenmalige en soms extra maatregelen die niet echt kaderen in het opzet van uw regeerakkoord. Het regeerakkoord is duidelijk, maar uw maatregelen zijn dat absoluut niet. U noemt ze structureel, maar ze zijn eigenlijk puur discretionair. U verkoopt hervormingen, maar levert uiteindelijk klassiek Belgisch loodgieterswerk. U komt uiteraard weer terecht bij de gewone Vlaming en raakt uiteindelijk ook de koopkracht van de burger in dit land.
U weigert de taboes aan te pakken, zoals besparen op het politiek systeem, op de migratiefactuur en op de gigantische miljardenbijdrage aan de Europese Unie en een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers. Al die zaken komen niet op tafel, terwijl u daarmee wel als regering het verschil zou kunnen maken. Dan zwijg ik nog over de vele honderden miljoenen die over de balk worden gegooid in zaken als ontwikkelingssamenwerking of klimaatfinanciering.
Als u uw eigen verdeelsleutels respecteert, mag u uiteindelijk niet uitkomen bij een louter pakket aan belastingmaatregelen en pestmaatregelen, zoals indexsprongen en btw-verhogingen. Toch is dat precies waarvoor de regering nu kiest. U noemt zich een hervormingsregering, maar u doet uiteindelijk niet beter dan een standaard Belgische regering. U kunt gerust in het rijtje van de voorgaande regeringen staan, die sinds het jaar 2000 de begrotingsproblemen in dit land hebben gecreëerd. U noemt het de zwaarste sanering in jaren, of dat wordt toch zo in de media verklaard. Wij stellen echter vast dat u de burgers een rad voor de ogen draait en vooral hun koopkracht wil aantasten, wat wij ten zeerste betreuren.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, u beheerst duidelijk de kunst om niet te antwoorden op de vragen. Dat is een kunst, proficiat. U danst er zeer goed rond.
U hebt hier opnieuw voorgelezen uit het regeerakkoord. Twee derde van de inspanning moet volgens dat regeerakkoord komen uit hervormingen en een derde uit discretionaire maatregelen, waarvan een derde, dus een negende of 11 % door de sterkste schouders moet worden gedragen. Dat betekent dat het hoogst mogelijke bedrag aan inkomsten 33 % kan zijn.
U zegt subtiel dat er 40 % uit belastingen moet komen. Dat is ongezien. Zelfs onder de vorige regering, met vier linkse partijen, is dat nooit gebeurd. U zult dus de verhouding totaal veranderen en veel meer ingrijpen op het vlak van belastingen dan ooit tevoren.
Ik maak me zorgen over uw uitspraken. U valt de ondernemers aan, met de kleine vennootschappen. U valt de studenten aan, met hun studentenjobs. U valt de flexi-jobbers aan. Er zijn allerlei pestmaatregelen en pestbelastingen op komst. Ik maak mij dus veel zorgen.
Ik heb trouwens geen duidelijkheid gekregen over de verhouding tussen besparingen en inkomsten. Ik begrijp tussen de lijnen echter dat het voor u rond de 40 % aan belastingen mag zijn.
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Dans la même logique que notre présidente, je vous demanderais d'être concret sur l'essentiel de nos questions. Vous devez comprendre que nous avons besoin d'une vraie stratégie fiscale, d'une adaptation claire du financement de la dette, d'une vraie stratégie pour soutenir nos acteurs économiques, et que tous les ministres ont leur part dans cette réflexion, particulièrement le ministre des Finances et le ministre du Budget. Et aujourd'hui, vos réponses restent très – je serais tenté de dire trop – vagues face à un risque budgétaire important, qui est bien réel, et à un déficit qui se creuse sous l'effet des politiques de votre gouvernement.
De overbelasting van de dringende geneeskundige hulpverlening door oneigenlijk gebruik
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 19 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De structurele overbelasting van dringende geneeskundige hulpverlening (DGH) wordt voor meer dan 12% onnodig ingeroepen, mede door verkeerde inschatting van dringendheid, ontbrekend alternatief vervoer en logistiek misbruik door huisartsen/instellingen. Minister Vandenbroucke ontkent een verplichte ziekenhuisopname, benadrukt sensibilisering (o.a. via 1733 en 112) en wijst op beperkte federale bevoegdheid voor niet-dringend vervoer (gemeenschapsmaterie), terwijl een boetesysteem onhaalbaar wordt geacht. De Knop blijft dringend actie eisen, wijzend op capaciteitsdruk en kostenefficiëntie, maar stelt vast dat het antwoord te weinig concrete stappen bevat. De status quo wordt als onverdedigbaar bestempeld.
Irina De Knop:
De dringende geneeskundige hulpverlening, gecoördineerd via de noodcentrales, kampt met structurele overbelasting. Er zijn heel wat studies en signalen uit het werkveld die erop wijzen dat meer dan de helft van de interventies potentieel door andere vormen van hulpverlening hadden kunnen worden afgehandeld.
Dat ondermijnt de beschikbaarheid van de dringende geneeskundige hulpverlening voor de echt dringende situaties. Vele burgemeesters en mensen die actief zijn binnen de hulpverleningszones zullen het daarmee eens zijn. Een belangrijke oorzaak ligt blijkbaar in de federale verplichting om elke patiënt mee te nemen naar het ziekenhuis, tenzij die expliciet weigert, ongeacht de dringendheid. Ambulanciers mogen de ernst van de situatie niet zelfstandig beoordelen en beslissen of ze mensen al dan niet meenemen.
Daarnaast ontbreekt een adequaat en gereguleerd systeem voor niet-dringend liggend ziekenvervoer, wat blijkbaar leidt tot lange wachttijden, onvoorspelbare tarieven en een verhoogde druk op de dringende geneeskundige hulpverlening. Als ik me niet vergis, is dat eveneens materie van de gemeenschappen.
Ook het gebruik van dringende geneeskundige hulpverlening door huisartsen en instellingen om logistieke problemen op te vangen draagt bij tot het probleem. Om de dringende geneeskundige hulpverlening duurzaam te kunnen ontlasten is een gecoördineerde aanpak nodig, met transparantie over het gebruik, aangepaste regelgeving en samenwerking met de gewesten. Vandaar, mijnheer de minister, mijn vragen.
Zijn de gegevens over het onnodig beroep doen op dringende geneeskundige hulpverlening bekend bij de FOD Volksgezondheid? Zo niet, welke stappen zullen worden ondernomen om toegang te krijgen tot die data en daarover transparantie te bieden?
Bent u bereid de regelgeving rond verplichte ziekenhuisopnames te herzien en te onderzoeken of ambulanciers, mits bijkomende opleiding, bevoegd kunnen worden gemaakt om niet-dringende oproepen ter plaatse af te sluiten of door te verwijzen? In dat verband wil ik opmerken dat er af en toe mensen klaarstaan met hun valies, om dan te zeggen dat ze moeten worden meegenomen omdat ze de dag nadien in het ziekenhuis moeten zijn.
Zult u overleg plegen met de gemeenschappen en gewesten, om in overleg met de ziekenfondsen te komen tot een gestructureerde en permanent bereikbare centrale voor niet-dringend liggend ziekenvervoer, analoog aan de noodcentrales?
Gelet op het soms grote prijsverschil tussen dringende geneeskundige hulpverlening en niet-dringend liggend ziekenvervoer en het misbruik dat daaruit kan voortvloeien, zult u bij de gemeenschappen aandringen op een regeling waarbij een aanvaardbare forfaitaire prijs voor dat vervoer wordt gevraagd?
Hoe zult u het oneigenlijke gebruik van de dringende geneeskundige hulpverlening door huisartsen en instellingen aanpakken? Overweegt u bijvoorbeeld een boetesysteem om misbruik te voorkomen?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw De Knop, de gegevens over onnodig beroep zijn beschikbaar. Het afgelopen jaar werd bij 12,3 % van de interventies aangegeven dat er onnodig een beroep werd gedaan op dringende geneeskundige hulpverlening (DGH).
Het is belangrijk bij de interpretatie van die cijfers te weten dat het gaat om een subjectieve postinterventie-inschatting door de hulpverlener-ambulanciers. Daardoor ontstaan soms weinig logische cijfers, zoals het feit dat bij het urgentieniveau reanimatie 17,6 % van de interventies als 'DGH onnodig' werd geregistreerd.
In antwoord op uw tweede vraag, er bestaat geen verplichte ziekenhuisopname bij dringende geneeskundige hulpverlening. Verzorging ter plaatse zonder vervoer naar het ziekenhuis is perfect mogelijk. Bovendien kan ik meegeven dat de vroegere financiële stimulans, waarbij alleen een interventie kon worden gefactureerd als er transport was, in 2018 werd opgeheven.
In antwoord op uw derde vraag, binnen de interministeriële conferentie is een werkgroep belast met het onderwerp niet-dringend liggend ziekenvervoer. Mocht bij de deelstaten de wens bestaan om een centrale voor niet-dringend liggend ziekenvervoer op te richten, dan kan daarover een samenwerkingsakkoord worden gesloten. De federale overheid heeft echter geen bevoegdheid op dat vlak en kan derhalve geen initiatief nemen voor de oprichting van een dergelijke centrale.
In antwoord op uw laatste vraag is een boetesysteem, onder meer door de moeilijkheid om oneigenlijk gebruik te definiëren, moeilijk uit te werken en om die reden niet echt aan de orde.
We moeten wel inzetten op sensibilisering. Tijdens de overlegmomenten over de huisartsenwacht, de triage van de niet-planbare zorg en de samenwerking tussen het nummer 1733 en het noodnummer 112 wordt iedereen gemotiveerd om de middelen correct te gebruiken en wordt het juiste zorgtraject van de patiënt centraal gesteld.
Het laatste woord daarover is niet gezegd. Dokter Roel Van Giel, die deel uitmaakt van mijn beleidscel, werkt in het bijzonder aan de vraag hoe we het 1733-verhaal in de juiste plooi kunnen leggen. Daar blijft immers heel wat werk bestaan. Dat hangt inderdaad ook samen, mevrouw De Knop, met de vraag hoe patiënten er maximaal toe kunnen worden aangezet om de juiste toegangspoort in de gezondheidszorg te gebruiken.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik ben voorzitter van een hulpverleningszone in onze regio. Men heeft mij niet toevallig gevraagd om te benadrukken dat dit een probleem is waarmee men zeer frequent wordt geconfronteerd. Het drukt op de capaciteit en jaagt de kosten de hoogte in, zowel voor de federale overheid als voor de lokale besturen. U weet dat wij zelf met een aanzienlijke versnippering van middelen kampen. We moeten heel veel inzetten in die grote regio. Ik heb in uw antwoord niet echt gehoord dat u daarvan dringend werk wilt maken, terwijl onze regio daar nochtans grote nood aan heeft. We zullen hierover zeker verdere vragen stellen en verder nadenken over hoe we deze problematiek kunnen aanpakken. De status quo is immers echt niet te verdedigen.
De geplande belastingverhoging voor kleine zelfstandigen
De fiscale maatregelen en de verhoging van de btw op gas
Fiscale wijzigingen en belastingverhogingen voor kleine zelfstandigen en energieverbruik
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Kjell Vander Elst kritiseert nieuwe belastingverhogingen op vennootschappen die kleine zelfstandigen (bakkers, loodgieters) raken, terwijl ze volgens hem de economische ruggengraat vormen, en beschuldigt de regering van ondernemersvijandig beleid. Minister Jan Jambon benadrukt steun voor zelfstandigen (ondernemersaftrek, premieverlagingen) maar bevestigt budgettaire noodzaak (10 miljard tegen 2029) en EU-verplichtingen (hogere TVA op gas), met belofte van "rechtvaardige verdeling". Hugues Bayet (PS) valt de regering aan voor aantasting van basisrechten (verwarming, voeding) via TVA-verhogingen en eist belasting op surwinsten banken/multinationals en paradijs fiscale bestrijding (8 miljard alternatief). Jambon ontwijkt concrete plannen, wijzend op lopende onderhandelingen, maar Vander Elst houdt vol: *"Straf profiteurs, niet de hardwerkers."*
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, collega's, België is een land van kleine zelfstandigen: bakkers, beenhouwers, loodgieters en dakwerkers. Het zijn allemaal mensen die de handen uit de mouwen steken en die de ruggengraat van onze economie vormen. 90 % van al die ondernemingen zijn kleine zelfstandigen.
Toch slagen we er keer op keer in om die groep weg te zetten als een bende profiteurs. Eerst waren er de socialisten van Vooruit, die met Charles en Henri het beeld ophingen dat de kleine zelfstandigen slapend rijk worden vanuit hun buitenverblijf of aan hun zwembad. Intussen sluit cd&v zich aan bij die beeldvorming. Ze heeft blijkbaar een groot probleem met vennootschappen, met flexi-jobs en met studentenarbeid. Mijnheer de minister, ook uw partij slikt taks, na taks, na taks.
Op de voorpagina van De Tijd vanmorgen werd ik opnieuw geconfronteerd met een belastingverhoging voor die kleine zelfstandigen, voor die bakkers, beenhouwers, dakwerkers en loodgieters. Dat zijn hardwerkende mensen, die vaak niet van negen tot vijf werken, maar langer bezig zijn. Zij steken eerder van vijf tot negen de handen uit de mouwen, elke dag opnieuw. Zij worden nu opnieuw getroffen door dat voorstel van belastingverhoging op de vennootschappen.
Mijnheer de minister, u weet zeer goed dat startende ondernemers moeten sparen en lenen om hun zaak op te starten. Zij moeten een vennootschap oprichten. Dat is de doelgroep die u met die maatregel treft. Zo wilt u die ondernemers afstraffen. Die maatregel zal het ondernemerschap in ons land fnuiken.
Mijnheer de minister, zult u echt die kleine zelfstandigen, de mensen die wel de moeite doen op te staan en te gaan werken, viseren met die belastingverhoging?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, je vois que vous avez bien dormi après notre tour du monde fiscal d'hier en commission. Je voudrais dès lors en profiter pour revenir sur l'essentiel, la question que tous les Belges se posent: comment allez-vous faire pour trouver ces 10 milliards d'euros qu'il vous manque dans le trou budgétaire que vous avez créé?
Excusez-moi, mais on nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs. Or, on voit quand même tous que vous avez séché les cours de maths. Vous n'avez pas de solution, si ce n'est d'encore et toujours aller chercher de l'argent dans les poches des travailleurs, des pensionnés, avec un petit saut d'index par-ci – ce n'est jamais que 30 000 euros sur la carrière d'un travailleur –, avec une augmentation de la TVA sur l'eau, le pain, les légumes – on sait tous que le caddie n'a pas augmenté. Et, maintenant, le scoop: à l'aube de l'hiver, après la taxation des chaudières, on nous dit que vous allez augmenter la TVA sur le gaz. Mais c'est bien sûr! Comment on n'y avait pas pensé plus tôt, monsieur le ministre? Sérieusement, puis-je vous rappeler que se nourrir et se chauffer sont des droits essentiels?
On a vraiment l'impression que le seul objectif de ce gouvernement est d'appauvrir les gens, de faire en sorte qu'ils ne vivent pas dignement et qu'ils se crèvent au travail. Et tout ça pourquoi? Probablement pour vos amis des banques et des multinationales.
Vous vous dites le gouvernement du pouvoir d'achat, mais, en fait, vous êtes juste le gouvernement de la perte du pouvoir d'achat. Car, oui, vos décisions vont appauvrir les travailleurs, les pensionnés, les familles. Elles vont étouffer la consommation et donc ralentir la croissance. Et, si vous ne me croyez pas, monsieur le ministre, je peux vous dire que tous les travailleurs, eux, l'ont bien compris. Leur consommation ne va pas augmenter avec les 500 euros net par mois que vous leur avez promis. Ils n'en verront pas un euro.
Monsieur le ministre, ma question est simple. Alors que l'hiver arrive, augmenterez-vous vraiment la facture énergétique des ménages ou irez-vous enfin chercher l'argent sur les surprofits des entreprises énergétiques et des banques ou bien auprès de ces sociétés qui planquent leur pognon dans des paradis fiscaux?
Monsieur le ministre, vous le savez, de l'argent en Belgique, il y en a. Ayez le courage d'aller le chercher là où il est!
Jan Jambon:
Mijnheer Van der Elst, ik wil eerst en vooral benadrukken dat deze regering zich meer dan ooit bewust is van de belangrijke rol die kleine en wat grotere zelfstandigen in onze economie spelen. Dat blijkt ook uit het beleid dat we voeren. Zo komt er een ondernemersaftrek, schrappen we de belastingvermeerdering voor onvoldoende voorafbetalingen en verdwijnt de premietaks voor de pensioenovereenkomst voor zelfstandigen. Ik ben het helemaal met u eens wanneer u zegt dat zelfstandigen ontzettend belangrijk zijn voor de slagkracht van onze economie en dus voor het behoud van onze welvaart. Wij staan aan de kant van de zelfstandigen.
Het is geen geheim dat deze regering voor enorm zware budgettaire uitdagingen staat. Het zal iedereen nu stilaan wel duidelijk zijn dat om de begroting op koers te houden, we een inspanning moeten leveren die tegen 2029 ongeveer 10 miljard euro bedraagt. Het is onze bedoeling om tot een evenwichtige en rechtvaardige oplossing te komen, waarbij we rekening houden met de draagkracht van de gezinnen, de werknemers, de zelfstandigen en de ondernemers. Wie beweert dat men een dergelijke oefening kan maken zonder naar de inkomstenzijde te kijken, is volgens mij niet realistisch.
Pour ce qui est de la question de M. Bayet, je dis et je répète que je ne ferai aucun commentaire concernant les négociations qui doivent être menées au sein du gouvernement. Les discussions budgétaires ont leur place au sein même du gouvernement, afin de préserver pleinement l’intégrité de ce dialogue. Ce que je peux vous confirmer, en revanche, c’est que de nombreuses pistes sont à l’étude, y compris en matière de fiscalité.
Monsieur Bayet, votre question concerne également des éléments liés à la TVA. Nous devons naturellement nous conformer à la réglementation européenne, laquelle nous impose de porter le taux de TVA sur le gaz naturel au taux standard d’ici 2030 au plus tard. Cette obligation découle d’une directive européenne du 5 avril 2022. La décision n'a donc pas été prise récemment mais au cours de la législature précédente, avec un soutien au niveau européen.
C’est dans ce cadre que nous examinons aujourd’hui comment et quand cette adaptation peut être introduite de manière socialement responsable, en tenant compte du pouvoir d’achat des ménages ainsi que de la compétitivité de nos entreprises. Chaque décision sera soigneusement pesée, en prenant en considération leur réalité et la nécessité de maintenir un climat favorable aux entreprises.
Kjell Vander Elst:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
U zegt dat u aan de kant van de zelfstandige ondernemers staat. Uw premier zei dat ook, vóór de verkiezingen: er komen geen nieuwe belastingen, zeker niet voor de hardwerkende Vlamingen en ondernemingen. Ondertussen ligt er echter toch weer een voorstel op tafel.
Mijnheer de minister, u schiet op de verkeerde groep. Dat u, onder druk van links en de socialisten van Vooruit, hier niet met heel veel applaus opkomt voor de kleine zelfstandigen, kan ik nog begrijpen, maar laat hen op zijn minst toch gerust. Laat de mensen die moeite doen om op te staan, om te gaan werken, om een kleine zaak uit te bouwen, om wat succes op te bouwen, ondernemen. Straf hen niet af met bijkomende belastingen. Focus op waar het geld wel te halen is, bij het profitariaat, bij mensen die niet opstaan, bij mensen die wel tot tien uur in hun bed willen blijven liggen, bij mensen die de welvaartstaat afbreken, bij mensen die profiteren van het systeem. Focus daarop en laat de ondernemers gerust.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, vous dites ne faire aucun commentaire, ce qui m'étonne car depuis le début de ce gouvernement, nous en apprenons plus dans les journaux que dans les réponses du gouvernement, que ce soit en commission ou en plénière. Soit, l'histoire jugera. Vos efforts ne sont en réalité pas si nombreux. Ce que vous faites, c'est vous attaquer véritablement à des droits essentiels: le droit de se chauffer, le droit de manger, le droit de vivre dignement. Ce n'est pas normal. Vous vous attaquez à la TVA, l'impôt le plus injuste qui soit au monde, alors que d'autres solutions concrètes et réalistes existent. Mes collègues socialistes et moi-même en avons déposé un bon nombre, et elles sont chiffrées: huit milliards d'euros sans toucher à la poche des travailleurs ou des pensionnés. Il s'agit simplement de demander aux banques un effort supplémentaire, comme on le fait en Espagne, d'interdire aux Belges de verser leur argent dans des paradis fiscaux, comme on le fait en France, et de faire contribuer un peu plus justement les milliardaires et les multinationales. Vous le voyez, monsieur le ministre, les solutions existent. Allez chercher l'argent là où il est et, si vous le faites (…)
Het dilemma tussen het streven naar bijkomende groei en het verhogen van de belastingen
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 7 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Wouter Vermeersch (Voka) kritiseert de regering-De Wever omdat ze economische groei verwaarloost ten gunste van nieuwe belastingen (meerwaardebelasting, miljonairstaks), terwijl lagere kosten en administratieve lastenverlichting voor ondernemers prioriteit zouden moeten zijn—0,5% extra groei zou 1,5 miljard opleveren. Minister Van Peteghem benadrukt dat de regering *wel* groeimaatregelen neemt (belastingvrije som, investeringsklimaat, vereenvoudiging) en streeft naar 1,2% gemiddelde groei (2025-2029), met een concreet plan eind dit jaar. Vermeersch repliceert dat de beloofde maatregelen nog niet zijn uitgevoerd en dat extra belastingen groei en investeringen ondermijnen, terwijl groeistimulering via ondernemersvriendelijk beleid de staatskas duurzamer spekt.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, deze zomer verscheen in De Tijd een interessant interview met de nieuwe topman van Voka, Frank Beckx. Hij benadrukte dat elke regering in dit land werk moet maken van een gezonde begroting en dat deze regering één belangrijk element mist in haar agenda, namelijk de creatie van economische groei. Hoge energie- en loonkosten, administratieve druk en rechtsonzekerheid zullen nefast zijn voor het ondernemerschap en de groei. Ik denk dat de man daar gelijk in heeft. Volgens de Voka-topman is het de hoogste tijd om economische groei centraal te stellen in plaats van steeds nieuwe belastingen te bedenken. Hij wijst erop dat een half procent extra groei meer opbrengt voor de staatskas dan bijvoorbeeld een meerwaardebelasting.
Vandaag zien we echter dat de regering-De Wever blijft focussen op fiscale maatregelen, zoals een meerwaardebelasting. Intussen horen we voorstellen over een miljonairstaks, een pakjestaks en andere nieuwe heffingen, terwijl ondernemers vooral vragen om lagere loon- en energiekosten, administratieve vereenvoudiging en een beter vergunningenbeleid.
Mijnheer de minister, ten eerste, hoe kijkt u naar dit pleidooi?
Ten tweede, kan de minister bevestigen dat een half procent groei de staatskas zeker 1,5 miljard euro zou opleveren?
Ten derde, erkent de minister dat economische groei een veel krachtigere hefboom kan zijn voor de begroting dan nieuwe belastingen, zoals een meerwaardebelasting, een miljonairstaks of een pakjestaks?
Ten vierde, erkent de minister dat de meerwaardebelasting een remmend effect kan hebben op ondernemerschap en investeringen, en dus uiteindelijk ook op de begroting?
Ten vijfde, wat zijn de actuele groeivooruitzichten voor 2025 tot 2029?
Ten slotte, zal de regering bijkomende maatregelen nemen om ondernemerschap, industrie en economie te stimuleren en zuurstof te geven? Als ik u hoor spreken over de vervennootschappelijking , mijnheer de minister, dan vrees ik dat daar weinig van in huis zal komen.
Kortom, hoe wil de federale regering concrete groei stimuleren in plaats van de lasten op de Vlaamse middenklasse te verzwaren?
Vincent Van Peteghem:
Eerst en vooral, mijnheer Vermeersch, kan ik uw stelling niet bijtreden dat de regering blijft focussen op fiscale maatregelen. De regering heeft al heel wat verschillende maatregelen beslist, zoals onder andere de verhoging van de belastingvrije som, specifieke initiatieven om het investeringsklimaat te verbeteren, de wet lagere kosten enzovoort. Die maatregelen dragen ertoe bij dat de activiteitsgraad zal verbeteren, de rechtszekerheid wordt verhoogd en administratieve vereenvoudigingen worden doorgevoerd. Dat zijn allemaal maatregelen die uiteraard een positieve impact hebben op de groei.
De actuele groeivooruitzichten zijn opgenomen in de economische begroting van het Planbureau van september, evenals in het rapport van het Monitoringcomité. Voor de periode 2025-2029 wordt daarin uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse groei van het reële bbp met ongeveer 1,2 procent.
Het is dan ook logisch dat de regering blijft focussen op economische groei. Ook ikzelf zal, in mijn hoedanigheid van minister van Begroting én bevoegd voor Administratieve Vereenvoudiging, daar sterk op blijven inzetten. Een concreet plan daartoe zal nog vóór het einde van het jaar aan de ministerraad worden voorgelegd.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, de maatregel die u noemt, de verhoging van de belastingvrije som, is nog niet doorgevoerd. Ik ben momenteel mijn belastingaangifte aan het invullen – ik heb een zogenaamde complexe aangifte, waardoor ik dat in oktober kan doen. Ik heb het nog even gecontroleerd, maar de belastingvrije som is absoluut nog niet opgetrokken. De groei in dit land is veel te laag. En wanneer u bijkomende belastingen invoert, zoals uw regering doet – ik denk aan de meerwaardebelasting, en ook aan andere plannen die in de pers verschijnen en opnieuw voor fiscale onzekerheid zorgen –, dan zet dat uiteraard de economische groei en de investeringen verder onder druk. Ons pleidooi is dan ook om daar bijzondere aandacht voor te hebben, om echt te focussen op groei. Volgens ons klopt het cijfer dat een half procent extra groei de staatskas zeker 1,5 miljard euro zou kunnen opleveren. Dat zijn pas reële terugverdieneffecten. Dat kan enkel via een beleid dat ondernemerschap stimuleert, dat mensen die risico’s nemen in onze economie niet afstraft met extra belastingen, maar hen juist aanmoedigt om verder te investeren. Want extra investeringen aantrekken is precies wat ons land nodig heeft, en dat kan alleen met een gunstige fiscaliteit.
Het exacte bedrag van de begrotingsoefening
Het exacte bedrag van de begrotingsoefening
Het exacte bedrag van de begrotingsoefening
De nieuwe besparingen van de regering
De begrotingsinspanning van 16,6 miljard euro
De door Europa gevraagde begrotingsinspanning en de uitspraken van de minister
Het Europese strafbankje
De impact van de EU-meerjarenbegroting
De lekken in de belastingontvangsten
De begrotingsambitie van de regering-De Wever
Begrotingsinspanningen, besparingen en Europese eisen voor 2024
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 7 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigt dat België een begrotingsinspanning van 16,6 miljard euro (20,7 miljard in 2030) nodig heeft om het tekort van entiteit I (federale overheid) terug te brengen naar 3,2% in 2029 en 3% in 2030, zoals afgesproken met Europa—hoewel critici (inclusief coalitiepartners) twijfelen aan de haalbaarheid en consistentie met eerdere beloftes over de *gezamenlijke overheid*. Hij wijt het structurele tekort aan decennia kortetermijnbeleid en waarschuwt voor een rentesneeuwbal (40% van het tekort gaat in 2030 naar schuldaflossing), maar ontwijkt concrete maatregelen tegen fiscale lekken (vennootschapsconstructies, flexi-jobs) die miljarden kosten. Oppositie en coalitiegenoten kaarten tegenstrijdigheden aan: de regering overweegt soepelere deadlines (2032 ipv 2030) voor Europa, terwijl Van Peteghem vasthoudt aan 2030, en ontwijkt sancties bij falen. Europese meerjarenbegroting (extra gat van 1,5 miljard) en belastinguitval (bv. Russische bevroren tegoeden) blijven onverdisconteerd, ondanks oproepen tot langetermijnplanning. Kritiek richt zich ook op oneerlijke lastenverdeling (patiënten/pensioenen vs. bankwinstbelasting) en tegenstrijdige hervormingen (uitbreiding flexi-jobs ondanks fiscale verliezen).
Voorzitter:
De heer Bilmez, mevrouw Merckx en de heer Daerden zijn niet aanwezig.
Mijnheer Vermeersch, u hebt het woord voor uw vier vragen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, de leden van het Vlaams Belang zijn wel trouw aanwezig.
Mijnheer de minister, uit de recentste berichtgeving blijkt dat de regering een bijkomende begrotingsinspanning van 16,6 miljard euro wil realiseren. Dat zijn uw eigen woorden, mijnheer de minister. Ik heb daarbij een aantal vragen.
Kunt u het bedrag van de beoogde inspanning bevestigen en toelichten? Hoe is dat bedrag berekend?
Het verschil tussen het tekort voor entiteit I, dat volgens het Monitoringcomité geraamd wordt op min 5,8 % van het bbp of min 42,6 miljard euro in 2030, en de doelstelling van het regeerakkoord, zijnde min 3 % van het bbp of min 22 miljard euro in 2030, bedraagt immers 20,6 miljard euro, volgens onze eigen berekening. Dat is natuurlijk uitgedrukt in euro’s van 2030. Daarom vraag ik of u uw berekening van die 16,6 miljard euro kunt voorleggen.
Op welke termijn wil men die begrotingsinspanning realiseren? Moet dat nu gerealiseerd worden of wilt u dat spreiden? U spreekt niet van een col buiten categorie, maar wel van een koninginnenrit, meerdere cols dus. Ik heb goed geluisterd, mijnheer de minister.
Bevat het genoemde bedrag in het federaal regeerakkoord de genoemde fiscale hervorming? Zo ja, hoe rijmt u dat met het voorstel van de partijvoorzitter van de MR, die pleitte voor een oefening van 20 miljard euro, waarin ook de fiscale hervorming opgenomen zou zijn?
Wat is de geraamde kostprijs van de fiscale hervorming die de regering wil doorvoeren?
Bevat het genoemde bedrag een correctie voor de overschatte terugverdieneffecten uit de verhoging van de werkzaamheidsgraad, die gedeeltelijk geoormerkt werd voor de fiscale hervorming?
Bevat de genoemde begrotingsinspanning een correctie voor mogelijke minderinkomsten uit de vennootschapsbelasting op de bij Euroclear bevroren Russische tegoeden?
In het federaal regeerakkoord wordt inderdaad de doelstelling van 3 % in 2030 vermeld. De ambitie om het tekort tegen 2030 onder de 3 % te brengen, werd herhaald in de algemene toelichting bij de begroting voor 2025.
Mijnheer de minister, u gaf u op 29 september een interview in Terzake . In de beschrijving van de aflevering staat onder meer dat de arizonaregering 16,6 miljard wil besparen om het gat in de begroting terug te brengen tot 3 % van het bbp in 2029. Toen u over de gevolgen van het niet halen van die doelstelling werd bevraagd, verbeterde u de journaliste in de studio en stelde dat die doelstelling uiteraard tegen 2030 te halen valt en dat daarover afspraken met Europa werden gemaakt, meer bepaald over de uitgavenevolutie.
Mijnheer de minister, wat is zowel in procent van het bbp als in absolute cijfers de concrete begrotingsambitie van deze regering voor entiteit I in 2029 en in 2030?
Wat is zowel in procent van het bbp als in absolute cijfers de concrete ambitie van deze regering voor de gezamenlijke overheid in 2029 en in 2030?
Hoe rijmt u uw uitspraken met de belofte aan Europa om het vorderingssaldo van de gehele overheid terug te brengen tot 3 % van het bbp in 2029 en tot 2,5 % van het bbp in 2030, zoals in het Europees meerjarenplan is opgenomen? Ik verwijs naar het document dat werd gepubliceerd in maart van dit jaar.
Het Europees strafbankje is het onderwerp van mijn derde mondelinge vraag. In juni 2025 nam de Europese Raad een herziene aanbeveling aan waarin wordt gesteld dat dit land zijn excessief tekort moet beëindigen tegen 2030. Daardoor dient er tegen 15 oktober 2025 effectieve actie te worden ondernomen en moeten de nodige maatregelen, samen met een ontwerpbegrotingsplan voor 2026, aan de Commissie worden bezorgd.
De referentiewaarden in de buitensporigtekortprocedure zijn een tekort van 3 % van het bbp en een schuld van 60 % van het bbp. U stelde onlangs in datzelfde interview in Terzake dat we op het Europees strafbankje zitten en dat de Europese Unie van ons geloofwaardige maatregelen wil, waarmee ik u citeer. Volgens de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken zou de regering soepelere begrotingsdeadlines kunnen vooropstellen, waardoor bijvoorbeeld 2032 als richtsnoer zou kunnen worden genomen. Het gaat dan dus niet meer over 2030, maar 2032. U stelde daarop dat dat mogelijk, maar niet wenselijk is.
Mijnheer de minister, hoe plant deze regering een ontsnapping aan die buitensporigtekortprocedure?
Welke doelstellingen streeft de regering daartoe na, zowel qua tekort als qua schuld?
Zal de gezamenlijke overheid tegen 2029 voldoen aan het tekort van 3 % van het bbp, zoals ook in het meerjarenplan aan de Europese Commissie werd vooropgesteld?
Wanneer en welke sancties dreigt België op te lopen bij niet-naleving van die vereisten?
Hoe verenigt u de Europese eisen in het kader van de buitensporigtekortprocedure, waaronder de strikte deadlines, met geluiden binnen de regering dat die begrotingsdeadlines er minder toe doen en kunnen worden vooruitgeschoven?
Inzake de begrotingsambitie van uw regering, mijn vierde mondelinge vraag, keer ik even terug naar september, toen de Voka Rentrée plaatsvond. Over dat evenement stond in de pers te lezen dat de premier erop wees dat de regering nog heel wat werk wachtte om het begrotingstekort terug te dringen. Volgens de premier zou België bij Europa niet wegkomen met een tekort van 6,5 % van het bbp tegen het einde van de legislatuur.
Verder werd bericht dat de regering, of minstens de partij van de premier, de ambitie koestert om een extra begrotingsinspanning te leveren van 12 miljard, wat het tekort zou moeten beperken tot 4,5 %.
Mijnheer de minister, moet in de uitspraken van de premier gelezen worden dat het begrotingstekort reeds in 2029 zou oplopen tot 6,5 %? Die vraag is ondertussen beantwoord door het Monitoringcomité.
Kunt u verduidelijken wat de precieze begrotingsambitie van deze regering is? Op welke termijn en op welke wijze plant men die te realiseren?
Is de regering bereid om haar doelstellingen, en in het bijzonder de 3 %-doelstelling, te realiseren zonder aanmaningen van de Europese Commissie?
Kunt u verduidelijken in welk jaar de bijkomende inspanning van 12 miljard gerealiseerd moet worden? Tot welk begrotingsresultaat moet die leiden?
Impliceert de bijkomende inspanning dat de doelstelling inzake het begrotingstekort wordt bijgestuurd van 3 % naar 4,5 % tegen 2029, en dat de aan Europa beloofde 3 %-doelstelling dus losgelaten wordt?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, ik vind het een beetje eigenaardig dat mijn vraag gekoppeld wordt aan alle voorgaande vragen, aangezien mijn vraag een andere insteek heeft, maar ik hoop er een antwoord op te krijgen.
Mijn vraag gaat over de boodschap van het Monitoringcomité dat ons tekort nog verder zal oplopen als gevolg van de financiering van de nieuwe Europese meerjarenbegroting. Die zou in de begroting een extra gat van anderhalf miljard kunnen slaan tegen 2030. Naast tot een hogere Belgische bijdrage zouden de Europese plannen ook tot een verlies aan inkomsten leiden door minder douanerechten, maar ook door minder vennootschapsbelasting als gevolg van een Europese heffing op grote bedrijven.
Die impact van de Europese meerjarenbegroting staat nog niet vast. Daar die nog het voorwerp van onderhandeling vormt tussen de Europese lidstaten in het Europese Parlement, hebben we nog tot eind 2027 om daarover een akkoord te vinden.
In de weekendkranten van eind september hebt u kritiek geuit op de dominante boekhoudersmentaliteit met betrekking tot de begroting. U stelde dat er dringend nood is aan een langetermijnvisie en een manier van werken op langere termijn. Ik geef u daarin gelijk.
Mijnheer de minister, hoe zal de regering, gezien de Europese meerjarenbegroting aan de horizon en de mogelijke toekomstige impact op de Belgische begroting, dat extra tekort opvangen? Met welke strategie op langere termijn zal de regering dat doen?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous avez récemment fait état de "fuites énormes" dans le budget fédéral, lesquelles font perdre des millions de recettes à l'État. Nous ne pouvons évidemment que vous rejoindre sur ce constat.
D'une part, vous visez les sociétés de management, qui offrent plusieurs avantages aux contribuables y ayant recours, notamment des cotisations sociales et des impôts moins élevés. D'autre part, vous visez l'extension incontrôlée des flexi-jobs et des jobs d'étudiants, qui entraînent eux aussi des taux de cotisations sociales et d'impôts bien plus faibles.
Ce gouvernement, dont vous êtes vice-premier ministre, a pourtant récemment encore marqué son accord sur une extension de ces deux régimes, qui sont actuellement à l’examen en commissions dans une loi dispositions diverses qui transpose l'accord de Pâques du gouvernement Arizona.
Faut-il voir, dans cette interview, une remise en cause du projet de loi actuellement en discussion, au vu des chiffres budgétaires publiés par le Comité de monitoring fin septembre, faisant état d’un déficit inouï de près de 43 milliards à l’horizon 2030?
Dans la même interview, vous avez aussi chiffré l’effort budgétaire à 16,6 milliards d'euros d’ici 2029, afin de rentrer dans les critères de la norme de Maastricht de 3 %.
Monsieur le ministre, avez-vous chiffré l’impact des fuites que vous évoquez dans votre interview? À combien s’élève, par exemple, le manque à gagner direct pour le budget fédéral et celui des soins de santé lié à la mise en société des indépendants, à l’essor des flexi-jobs, à l’extension du travail étudiant, ainsi qu’à la réduction du travail de nuit?
Vincent Van Peteghem:
Dank u voor uw vragen, collega’s. Er waren ook vragen bij die later nog aan bod komen.
Ik wil eerst nogmaals benadrukken dat wij in de komende periode voor een reusachtige opdracht staan.
Les chiffres présentés dans le récent rapport du Comité de monitoring ne sont bien sûr pas réjouissants. Cependant, le déficit n'est pas imputable au gouvernement actuel ni au précédent. Il résulte de décennies de politiques qui ne tenaient compte que du budget de l'année suivante. Le défi est désormais énorme. Si nous ne faisons pas attention, 40 % de notre déficit fédéral seront consacrés, en 2030, au paiement des intérêts sur ces dettes. Cela représente une somme colossale que nous ne pourrons pas consacrer aux soins de santé ou à la sécurité.
Deze regering heeft bij haar aantreden de doelstelling bepaald om het tekort op het niveau van entiteit I te beperken tot 3 % in 2030. Dat vraagt in een lineair scenario een bijkomende inspanning van 16,6 miljard euro tegen het einde van deze legislatuur in 2029. Dat is 20,7 miljard euro in 2030. Voor 2030 komt dat overeen met een negatief vorderingensaldo ten belope van 3 % van het bbp. In 2029 gaat dat over een vorderingensaldo ten belope van 3,2 % van het bbp.
Deze cijfers zijn gebaseerd op het rapport van het Monitoringcomité, dat daadwerkelijk rekening houdt met de verschillende maatregelen waarover deze regering reeds heeft beslist, de lastenverlaging op arbeid inbegrepen.
Les effets retour qui avaient été pris en compte dans le budget initial ne sont plus inscrits de manière exogène. Ce budget tenait compte des effets retour liés à l'augmentation du taux d'activité résultant des réformes prévues dans l'accord de gouvernement. Le montant retenu s'élève à 7,9 milliards en 2029.
Aangezien het Monitoringcomité uitgaat van de vooruitzichten en de economische begroting van het Federaal Planbureau, veronderstelt het dat de geraamde impact van de hervormingen vervat zit in verschillende macro-economische aggregaten, zoals de evolutie van de loonmassa, de werkloosheid en de werkgelegenheid, en wordt er geen afzonderlijke lijn met terugverdieneffecten meer opgenomen.
Mijnheer Vanbesien, u hebt gelijk, in de zin dat het Monitoringcomité enkel de bedragen opneemt die momenteel vaststaan en dat de impact van de EU-meerjarenbegroting, die tot vandaag onzeker is, niet mee is opgenomen.
Wat de exacte hoogte zal zijn van de komende begrotingsoefening, dat is een afspraak die we binnen de regering moeten maken. Zoals ik eerder al aangaf, is het goed om voldoende ambitie aan te houden. Zo houden we onszelf scherp, al moeten we natuurlijk ook realistisch blijven.
En ce qui concerne la clef de répartition, l'accord de gouvernement contient des accords clairs à l'horizon 2029 qui doivent être respectés.
Tot slot, met betrekking tot de vraag hoe dat zich verhoudt tot het medium-term fiscal structural plan heb ik al aangegeven dat Europa ons evalueert aan de hand van het uitgaventraject en niet zozeer aan de hand van het vorderingensaldo. Zoals ik eerder aangaf, hebben bepaalde elementen die wel invloed hebben op het vorderingensaldo niet noodzakelijk een impact op onze netto-uitgaven.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u veel meer antwoorden geeft op vragen in de studio van Terzake dan hier in het Parlement. Ik heb ook vragen gesteld over het Europese strafbankje, waarop nog geen antwoord is gegeven. De verdere lekken in de belastingontvangsten zijn hier eveneens uitgebreid bevraagd. Ik kom daar straks nog op terug. U gaat daar in uw antwoord echter niet op in. In de Franse versie van uw antwoord stelt u bovendien dat het niet uw schuld is, noch die van de regering, noch die van de vorige regering, maar dat het probleem nog uit eerdere periodes stamt. Dat mevrouw Bertrand tevreden is dat het niet van de vorige regering komt, is begrijpelijk. Mevrouw Bertrand, ik vermoed dat het probleem dateert uit de periode van Verhofstadt en dat u daar toch enige verantwoordelijkheid in draagt.
Wat opmerkelijk is in uw antwoord, mijnheer de minister, is dat u aangeeft dat u op een begrotingssaldo van 3,2 % in 2029 en 3 % in 2030 wilt uitkomen. U lijkt zowat de enige in de regering die gelooft dat het land in 2030 op 3 % zal uitkomen. Dat is toch heel opmerkelijk. U stelt dat die 3 % haalbaar zou zijn. Ik verwijs naar uw beleidsnota die u hier in het Parlement hebt ingediend. Daarin staat letterlijk: ʺh ervormingen die ervoor gaan zorgen dat op termijn de federale overheid bijdraagt tot het tekort van de gezamenlijke overheid onder de 3 % wordt gebracht en gehouden ʺ . U spreekt dus nog over 3 % voor entiteit I, de federale overheid, terwijl u in deze commissie in uw beleidsnota zelfs de belofte hebt gemaakt dat we op 3 % moeten uitkomen voor de gezamenlijke overheid. Dat staat zwart op wit in uw beleidsnota.
Dat is natuurlijk, mijnheer de minister, een manier om iedereen een rad voor de ogen te draaien. Zoals gezegd, u hebt Europa een rad voor de ogen gedraaid en u lijkt zowat de enige die nog gelooft in uw eigen begrotingsbeloftes. Het is hoog tijd dat er realiteitszin komt in de regering en dat de problemen met de begroting, die zeer ernstig zijn, eindelijk worden onderkend vooraleer de financiële markten ons daartoe dwingen. Het is daarom van groot belang, mijnheer de minister, dat we met correcte cijfers werken, de juiste doelen vooropstellen en de rentesneeuwbal, die stilaan aan het rollen gaat, erkennen. Die problemen moeten worden aangepakt.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, zoals u ook in uw antwoord hebt aangegeven, kunnen we niet anders dan de begroting op de lange termijn bekijken. Ik hoop dat dat zal gebeuren. U geeft aan momenteel geen rekening te houden met de mogelijke impact van de Europese meerjarenbegroting op onze begroting, omdat die nog onzeker is. Het zou echter verstandig zijn om dit toch in het achterhoofd te houden indien men op lange termijn wil werken. Het is immers zeer waarschijnlijk dat die er wel zal komen.
Ik wil ook terugkomen op de argumenten van de heer Vermeersch over onze bijdragen aan de Europese begroting. We mogen niet uit het oog verliezen dat ondanks dat ons land een nettobetaler is, het ook veel inkomsten heeft door het lidmaatschap van de Europese Unie, meer inkomsten dan we zouden hebben als we buiten de EU zouden staan, zowel door de voordelen van de Europese instellingen in Brussel als door de open economie en de interne markt, die een gelijk speelveld garanderen.
Op de lange termijn zou besparen op de Europese meerjarenbegroting niet verstandig zijn. De grote uitdagingen van onze tijd kunnen we veel effectiever op Europees niveau aanpakken dan wanneer elk van de 27 lidstaten dit individueel zou proberen. We zullen die extra impact dan ook in onze begroting moeten verwerken.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, votre constat sur les sociétés de management fait écho au plaidoyer de longue date des écologistes pour une plus grande justice fiscale.
Aujourd'hui, selon les chiffres publiés dans la presse, il devient intéressant pour un indépendant de passer en société à partir de 90 000 euros de chiffre d'affaires ou 45 000 euros de bénéfice par an. C'est le seuil à partir duquel les travailleurs peuvent se permettre de payer moins d'impôts en Belgique.
Votre constat sur les flexi-jobs fait également écho à la critique des écologistes, portée ici depuis des mois. En plus de coûter cher, ils sont inefficaces puisqu'ils concentrent les heures de travail auprès de travailleurs qui ont déjà un emploi, au détriment de travailleurs qui sont à la recherche d'un emploi. Vous êtes pourtant bien placé pour savoir qu'il y a 180 000 personnes qui vont être aujourd'hui à l'affût d'un travail. C’est donc une décision absolument illogique en plus d'être abjecte.
Monsieur le ministre, vous êtes actuellement dans une séquence qui va ne faire que s'intensifier dans les prochains jours, autour du budget 2026. Votre gouvernement va-t-il prendre ses responsabilités et mettre fin à certaines hérésies de certains de vos collègues, notamment en matière de travail de nuit?
Le ministre Clarinval a déjà reculé sur une série de secteurs qui étaient concernés par la limitation du travail de nuit en Belgique. On estimait, s'agissant de 10 commissions paritaires concernées, que cette mesure de réduction des primes de nuit aux heures prestées entre minuit et 5h – et non plus entre 20h et 6h du matin – avait un coût de 20 millions pour les finances publiques. Avez-vous 20 millions à donner pour booster l'e-commerce? C'est complètement hallucinant.
Par ailleurs, ces diminutions de primes retirent 25 millions de revenus aux travailleurs et travailleuses de ces secteurs. C'est de l'argent qui n'est pas injecté dans l'économie directe. C'est de l'argent qui n'est pas dépensé dans les restaurants, dans les magasins, par exemple pour de l'alimentation locale et qui soutient des producteurs d'ici.
Monsieur le ministre, ces décisions vont complètement à contre-courant. Par contre, elles équivalent à un cadeau de 45 millions net pour les entreprises.
Comme je le disais, le ministre Clarinval a reculé. Allez-vous le faire reculer davantage pour récupérer ces 20 millions? Je pense que c'est une chose que vous devez mettre sur la table dès aujourd'hui, lors du kern de cet après-midi, pour aller rechercher cet argent que, dans la période de crise que nous traversons, nous n’avons aucun intérêt à dépenser de la sorte.
C'est une idée parmi d'autres pour récupérer des montants dont nous avons bien besoin.
Frédéric Daerden:
Monsieur le président, désolé d’être arrivé un peu tard. Je n’ai pas pu écouter les différentes réponses de M. le ministre, mais je donnerai quelques éléments de réflexion à ce stade.
Monsieur le ministre, j’ai vraiment le sentiment que cela reste encore très flou, que c’est le flou qui règle la politique budgétaire du gouvernement actuellement. Une chose est certaine, la politique du gouvernement aggrave le déficit. L’objectif n’est pas clair. Certains parlent de 16 milliards, d’autres parlent de 20 milliards et d'autres encore de 8 milliards. Tout cela est évidemment inquiétant.
Ce qui est aussi inquiétant, c’est que vous ne voulez pas faire contribuer les épaules le plus larges, les ultra-riches, les bénéficiaires de surprofits bancaires, mais plutôt faire payer les patients et les pensionnés. Cela reste très inquiétant, mais je suis certain que nous aurons l'occasion d’en reparler dans les prochains jours.
Sarah Schlitz:
Connaissons-nous l'heure jusqu'à laquelle monsieur le ministre reste parmi nous?
Voorzitter:
De minister blijft tot alle vragen zijn beantwoord.
De begrotingsopmaak 2026: belastingdruk en nieuwe belastingen
De sinds 2014 dalende belastingontvangsten
Belastingbeleid en inkomstenontwikkeling 2014-2026
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 7 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigt dat de regering geen nieuwe belastingen zal invoeren maar bestaande belastingen kan aanpassen (bv. rechtvaardigere verdeling, dichten VAT-gap of misbruik via managementvennootschappen), binnen de regeerakkoord-afspraken (geen stijging belastingdruk in % BBP). Vermeersch kaart aan dat dit *de facto* een verhoging betekent en wijst op echte "lekken" (transfers, migratie, politieke verspilling) in plaats van ondernemers en burgers verder te belasten, terwijl de belastingontvangsten al dalen sinds 2014 door structurele problemen (taxshift, flexi-jobs, eenmalige meevallers).
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, deze voormiddag werd al een aantal keer aangehaald dat de vice-eerste minister en minister van Werk recent stelde dat nieuwe belastingen no pasaran zouden zijn. U stelde daarover dat u ermee akkoord gaat dat de regering geen nieuwe belastingen moet uitvinden, waarmee ik u citeer. U sloot echter niet uit dat bestaande belastingen zullen worden verhoogd of aangepast, en dus ook verhoogd. Daarover heb ik enkele duidelijke vragen.
Mijnheer de minister, sluit u elke nieuwe belasting uit?
Sluit u een defensiebelasting uit?
Aan welke bestaande belastingen denkt de regering te raken?
Zal de regering de begrotingsregels en de verdeelsleutel van de inspanningen die in het federaal regeerakkoord staan, blijven honoreren?
Welke structurele hervormingen en discretionaire maatregelen zal de regering realiseren om die regel te respecteren?
Daarnaast blijkt volgens een analyse in De Tijd van 3 oktober dat de Belgische belastingontvangsten al sinds 2014 dalen. Het gaat vooral om een terugval in inkomsten uit arbeid en consumptie. De zogenaamde taxshift van de regering-Michel blijkt in de praktijk een ongedekte belastingverlaging te zijn geweest. Experts wijzen bovendien op lekken, zoals de massale vervennootschappelijking en de uitbreiding van het fiscaal gunstig regime voor flexi-jobs, waarover we het daarnet al hadden. De uitzonderlijke stijging van de ontvangsten in 2024 blijkt bovendien vooral te danken aan eenmalige factoren, zoals de Euroclearmeevaller, die nu onder druk staat, en de hogere winsten in de bankensector. Volgens u blijkt het begrotingsprobleem niet zozeer bij de uitgaven, maar bij de inkomsten te liggen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen overweegt uw regering om die zogenaamde lekken aan te pakken en hoeveel extra inkomsten verwacht u daarvan? Vreest u niet dat dat het ondernemerschap zal fnuiken en uiteindelijk de groei zal aantasten of hypothekeren?
Welke concrete budgettaire impact hebben volgens u de vermelde inkomstenlekken op de federale ontvangsten?
Ziet u nog andere oorzaken waaraan het vermeende inkomstenlek te wijten kan zijn?
Welke bijkomende structurele hervormingen wenst de regering te realiseren om in lijn te blijven met de verdeelsleutel uit het regeerakkoord en om tegemoet te komen aan de bijkomende inkomsten die de regering beoogt te verwezenlijken via de genoemde maatregelen?
Acht u het verantwoord om in deze context een algemene belastingverlaging te financieren met geleend geld?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vermeersch, de verdeelsleutel uit het regeerakkoord, gericht op horizon 2029, blijft het uitgangspunt. Ook de bepaling uit het regeerakkoord dat de totale begrotingsinspanning moet gebeuren zonder een verhoging van de belastingdruk, uitgedrukt in ontvangsten en in procenten van het bbp, zal uiteraard bij elke begrotingsopmaak en -controle worden meegenomen.
Met betrekking tot de passage waarnaar u verwijst, waarschuwt het Monitoringcomité dat de verwachte inkomsten bij een ongewijzigd beleid tegen 2030 met 1,1 % van het bbp zullen dalen. Dat komt overeen met een marge van 8 miljard euro.
Als men naar fiscaliteit kijkt, is stabiliteit natuurlijk belangrijk. Deze regering heeft al een stap gezet door de invoering van een meerwaardebelasting in onze fiscale structuur. Wanneer we echter eerder naar de inkomsten kijken, lijkt het mij beter om via de bestaande belastingen te werken en daar voor rechtvaardigheid te pleiten. Welke belastingen dat kunnen zijn en op welke manier dat kan gebeuren, moet uiteraard binnen de regering worden besproken.
Wat betreft uw vraag over de inkomstenlekken, heb ik al gewezen op de toenemende discrepantie tussen de belasting via managementvennootschappen en de rechtstreekse belasting op inkomen uit arbeid. Uiteraard bestaan er ook nog andere inkomstenlekken. Denk maar aan de hoge cijfers die we jaarlijks zien in verband met de VAT-gap, de btw-kloof die we in dit land ook nog steeds hebben.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, u verwijst naar de regel in het regeerakkoord die zegt dat de belastingdruk in deze legislatuur niet mag stijgen. Laten we dat hopen, maar het valt nog af te wachten. Op basis van wat ze zien en horen in de aankondigingen van heel wat van uw regeringspartners, zal de belastingdruk sterk toenemen in de komende jaren. U zei dat er geen nieuwe belastingen uitgevonden moeten worden, maar intussen willen u en uw regering wel sleutelen aan de bestaande belastingen, wat in de praktijk meer belastingen betekent. De Vlaming wordt al jaren uitgeperst, als de meest gepluimde kip ter wereld, en deze regering is van plan nog meer veren uit te trekken. Sterker nog, nu wilt u ook het ondernemerschap aanpakken met een aantal maatregelen om zogenaamd de lekken te dichten, terwijl de echte lekken natuurlijk elders zitten, namelijk in de transfers, in de migratiefactuur, in de uitbetaling van leeflonen, in de betaling van ontwikkelingssamenwerking, in de politieke verspilling in dit land. Dat zijn de lekken die we moeten aanpakken, niet het ondernemerschap, en zeker niet de hardwerkende Vlaming.
De noodkreet van organisaties m.b.t. het voorontwerp van wet die radicale groeperingen verbiedt
De snelle tenuitvoerlegging van het regeerakkoord over het verbod op extremistische organisaties
Het verbieden van extremistische organisaties
De nieuwe illegale acties van Code Rood en consorten die de belastingbetaler geld kosten
Maatschappelijke en politieke discussies over verbod op extremistische groeperingen en hun financiële, juridische impact
Gesteld door
Les Engagés
Benoît Lutgen
MR
Denis Ducarme
Groen
Matti Vandemaele
VB
Sam Van Rooy
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om een omstreden wetsvoorstel om extremistische organisaties te verbieden, waarbij veiligheid versus grondrechten (vrijheid van vereniging, meningsuiting) centraal staat. Voorstanders (minister Quintin, Ducarme/N-VA) benadrukken het noodzakelijke juridische kader (geïnspireerd op Frankrijk/Duitsland) om groepen die de rechtsstaat bedreigen – zoals Sharia4Belgium of Code Rood – snel en preventief aan te pakken, met waarborgen via veiligheidsdiensten, regeringstoetsing en rechtsmiddelen. Tegenstanders (Lutgen/cdH, Vandemaele/LD, Van Rooy/VB) waarschuwen voor misbruik, vage definities ("radicaal") en aantasting van democratische vrijheden, pleiten voor gerichte vervolging van individuen in plaats van organisatieverboden, en wijzen op bestaande juridische middelen die volgens hen volstaan. Kernpunt: de spanning tussen effectieve veiligheidsmaatregelen en het risico op willekeur en erosie van de rechtsstaat.
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, je me permets de vous interpeller concernant l'interdiction des groupements extrémistes. Certes, nous avons, sans aucun doute dans cette Assemblée, tous la même volonté de mettre hors d'état de nuire des groupements extrémistes, qui incitent à la haine, qui tiennent des propos racistes, xénophobes ou discriminants. Cela fait plus de 10 ans que ce débat existe dans notre pays. Souvenons-nous de Sharia4Belgium ou d'autres associations pour lesquelles nous n'avions pas l'arsenal juridique adéquat pour pouvoir intervenir avec la force nécessaire afin de les mettre hors d'état de nuire.
Cependant, on touche ici à des libertés fondamentales, à la liberté d'association. Nous devons rester extrêmement attentifs à ce que cette liberté d'association puisse exister. Si on regarde l'ensemble des avis des procureurs généraux, mais aussi ceux des constitutionalistes et autres, le moins que l'on puisse dire est qu'on doit être prudent quant à ce type de volonté.
La volonté doit être présente. Il serait intéressant de creuser ce qui a été exprimé dans différents avis, à savoir incriminer les personnes qui font partie de ces associations pour les mettre hors d'état de nuire. Quand on produit une loi, on doit la voir par-delà sa seule personne. Je n'ai aucun doute, monsieur le ministre, sur vos qualités, sur votre volonté de défendre les libertés fondamentales ou l'État de droit. Mais, demain, il pourrait y avoir un ministre de l'Intérieur qui ne soit pas pourvu de ces qualités-là, et je pense que votre loi doit être pensée par-delà votre seule personne.
Il faudrait avoir la raison de s'en remettre à ces différents avis et de s'attaquer aux personnes qui font partie de ces associations.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, notre pays enregistre en effet près de 15 ans de retard dans la lutte contre les organisations extrémistes radicales. À l'époque de Sharia4Belgium, la ministre de l'Intérieur Joëlle Milquet n'avait pas pu déployer un dispositif qui nous aurait permis d'interdire cette organisation. Après les débats parlementaires, nous avions dû constater que c'était ce même groupe qui envoyait des Belges en Syrie. Plusieurs pays européens, qui sont de grandes démocraties telles que la France ou l'Allemagne, ont appliqué ce dispositif qui leur permet de sauvegarder le socle commun des valeurs et notre démocratie face à ces ennemis. L'autorité publique dans notre pays n'a pas été à la hauteur, depuis des années, par passivité, laxisme, naïveté.
L'accord de gouvernement est clair. Vous l'avez lu, monsieur Lutgen, puisque nous l'avons négocié ensemble. J'ai eu le privilège d'être délégué par mon parti à la table des négociations gouvernementales pour le volet "sécurité". Que dit cet accord de gouvernement? Je le cite: "Il faut interdire les groupes radicaux dans notre pays."
Nous vous invitons, monsieur le ministre, à élaborer le plus rapidement possible un dispositif équilibré – parce que vous êtes un libéral pur jus, comme tout le monde le sait –, offrant, certes, la possibilité à qui que ce soit d'introduire un recours. Plus vite il sera installé, mieux cela vaudra, monsieur le ministre, car nous avons 15 ans de retard.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, dat vandaag in het halfrond vrouwen zitting hebben, is te danken aan personen en organisaties die decennia geleden meningen hebben geuit die toen als extreem werden ervaren. Dat onze assemblee niet alleen uit industriëlen is samengesteld, is omdat decennia geleden personen hun nek uitstaken en organisaties het risico namen om standpunten te brengen die op dat moment als radicaal werden ervaren. In een democratie moeten straffe uitspraken kunnen. In een democratie kunnen meningen schuren. Dat is essentieel in een democratie.
Dat neemt niet weg dat we nultolerantie betonen voor personen en organisaties die hun toevlucht nemen tot geweld. Daar moeten we keihard tegen optreden. Daar is geen enkele discussie over. Vandaag bestaan de wettelijke mogelijkheden daarvoor al. Rechtbanken, hoven en magistraten kunnen personen die daden die niet in overeenstemming zijn met de wet, aanpakken.
Mijnheer de minister, afgelopen week kwam er een vernietigend advies van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM). Eerlijk gezegd, ik had dat vernietigende advies niet nodig om te weten dat uw voorstel van wet een slecht idee is en een bedreiging voor de scheiding der machten en voor onze rechtsstaat is.
Sommige collega’s hier zijn in hun vrije tijd lid van verenigingen met verwerpelijke standpunten, verenigingen die ik veracht. Maar ik ben er geen voorstander van die verenigingen te verbieden. In een democratie moeten we elkaar tolereren en moeten we verenigingen toestaan, tenzij ze de wet overtreden. Als de wet overtreden wordt, moet er worden ingegrepen.
Zal elke nieuwe regering opnieuw bepalen welke standpunten, ideeën of verenigingen moeten worden vernietigd, aangezien ze er niet mee eens is? Ik mag hopen van niet, mijnheer de minister.
Mijn vraag aan u is eenvoudig. Wat wil u met het voorstel doen dat u vandaag (…)
Voorzitter:
De vraag van de heer Vandemaele en die van de heer Van Rooy waren in de commissie ingediend, maar werden aan de agenda van de plenaire vergadering toegevoegd.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, van 10 tot en met 12 oktober zal België, net zoals onze buurlanden, te maken krijgen met ingrijpende illegale acties van Code Rood en co. Dat zal voor frustraties bij de burgers zorgen en het zal de belastingbetaler in dit land wellicht opnieuw veel geld kosten.
Het gaat een samenwerking van Les Soulèvements de la Terre uit Frankrijk, Disrupt Germany uit Duitsland, Geef Tegengas uit Nederland en uit België Code Rood, Stop Arming Israel en Les Soulèvements de la Terre Bruxelles. U merkt het: België is helaas oververtegenwoordigd.
De drijvende ideologie behelst een zeer giftige, totalitaire cocktail van antikapitalisme, antisemitisme, woke en klimaathysterie. Het betreft overigens dezelfde soort narcistische tirannen als die van de Hamas- flotilla , die op dit moment gelukkig door de helden van de IDF wordt ontmanteld.
Code Rood en co kondigen aan dat ze van 10 tot en met 12 oktober, maar ook daarna, langdurig ons land zullen proberen plat te leggen. Hun doelwitten zijn luchthavens, havens, verbindingswegen en grote bedrijven. Voor België wordt op de website van Stop Arming Israel melding gemaakt van meerdere mogelijke doelwitten, waaronder Maersk, MSC, OIP, Elbit Systems, TripleW, FedEx enzovoort.
Minister, mijn vraag is heel duidelijk: wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat deze groenlinkse tirannen ons land niet kunnen platleggen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat ze stoppen met onze samenleving te terroriseren?
Bernard Quintin:
Mijnheer de voorzitter, collega's, conform het regeerakkoord heb ik een voorontwerp van wet ingediend bij de regering om een juridisch kader te voorzien dat het mogelijk maakt organisaties te verbieden die door middel van concrete, gecoördineerde en volgehouden activiteiten een ernstige en actuele bedreiging vormen voor onze nationale veiligheid of voor de rechtsstaat. Onze buurlanden Frankrijk, Nederland en Duitsland beschikken over gelijkaardige instrumenten, die ze ook effectief inzetten.
Si nous n'avançons pas rapidement dans le même sens, le risque est bel et bien réel que ces associations développent des activités potentiellement criminelles dans notre pays. Et cela, nous en conviendrons tous, personne ne le souhaite – en tout cas, je l'espère.
Je pense notamment – et M. Ducarme ne le démentira pas – au CIIB, qui fut dissous en France par le ministre de l'Intérieur lorsqu'il portait encore le nom de CCIF, en raison d'une proximité avec la confrérie des Frères musulmans.
Ik zei het al, ik herhaal het nu en indien nodig zal ik het blijven herhalen, dit ontwerp heeft juist tot doel onze grondwettelijke vrijheden te beschermen, onder andere de vrijheid van meningsuiting, vereniging, vergadering en betoging, om er maar een paar te noemen. Die zijn van essentieel belang, niet alleen voor mij als liberaal maar voor iedereen. Voor alle duidelijkheid, vakbonden, erkende erediensten en politieke partijen vallen buiten het toepassingsgebied van dit ontwerp. Ik wil hier iedereen van de oppositie en zelfs van de meerderheid geruststellen.
Ces piliers – dans tous les sens du terme – de la démocratie libérale sont garantis par notre Constitution et nombre de conventions internationales, lesquelles précisent que toute exception à ces principes doit être prévue par la loi. Dont acte.
Alors même que le Conseil d' É tat ne s'est pas encore prononcé, je ne voudrais pas préempter sur ce que cette noble institution va dire, et dont je tiendrai évidemment compte.
Je vous entends, monsieur Lutgen, relayer certaines inquiétudes concernant le champ d'application de cette loi. J'en profite donc pour recentrer le débat et éviter les raccourcis. Ce n'est pas ce que vous avez fait mais c'est ce que j'entends ou lis parfois çà et là.
L'objectif de ce texte est clair: il vise à mettre hors d'état de nuire les associations qui portent atteinte aux droits fondamentaux de nos concitoyens.
De procedure tot verbod of ontbinding zal worden geactiveerd op basis van grondige rapporten van onze veiligheidsdiensten, zoals het OCAD en de Veiligheid van de Staat. Ik kan u verzekeren dat de medewerkers van die diensten, heel bekwaam zijn en hun werk met grote ernst en professionaliteit verrichten.
C'est, en tout cas, ma conviction et j'espère qu'elle est partagée ici.
Op basis van die rapporten zal ik dan een voorstel tot verbod van een organisatie of feitelijke vereniging kunnen voorleggen aan de voltallige regering. Het is dus geen beslissing van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken alleen in mijn wetsontwerp, maar van de voltallige regering. De benadeelden behouden uiteraard steeds de toegang tot de rechtsmiddelen bij de Raad van State en voor de hoven en rechtbanken, die in elk geval het laatste juridische woord zullen hebben.
Nous n'excluons donc pas le pouvoir judiciaire du champ. Au contraire, nous le renforçons puisque, par une mesure administrative – même si je ne suis pas juriste –, nous donnons au Conseil d' É tat la possibilité d'agir ainsi qu'aux tribunaux de la justice ordinaire. Nous renforçons donc le pouvoir judiciaire.
De instrumenten die wij vandaag ter beschikking hebben, mijnheer Vandemaele, hebben geen enkel effect.
De plus, je vous rassure, monsieur Lutgen, pour autant que de besoin, le système que nous voulons mettre en place, comme on dit dans certains endroits de notre pays, c'est "ceinture et bretelles". Son but est de protéger nos concitoyens, protéger notre Constitution, justement contre ceux qui veulent les attaquer, ceux qui prônent le séparatisme.
Ce gouvernement entend protéger notre pays contre ceux qui cherchent à nous diviser. Si je peux naturellement entendre qu'il puisse y avoir des questions sur le comment, j'espère que chacun ici partage le pourquoi. Le pourquoi, c'est pour protéger notre démocratie et nos concitoyens.
Benoît Lutgen:
Je vous remercie monsieur le ministre.
Henri Bosco disait ceci: "Je n'ai aucune confiance en un homme qui porte à la fois une ceinture et des bretelles, puisqu'il n'a aucune confiance en son pantalon." Ceci pour faire référence à ce que vous venez de dire.
Plus sérieusement, il faudrait s'attaquer d'abord aux personnes qui font partie de ces associations. Nous aurons l'occasion d'en reparler en commission. C'est là qu'il faut pouvoir agir! Dans le cas contraire, si vous dissolvez une association demain, elle se recréera sous un nom légèrement différent trois jours plus tard. Je pense qu'il est vraiment important d'agir de la sorte, à la fois pour respecter la liberté d’association et pour être efficaces, afin de mettre hors d’état de nuire – nous serons tous d'accord à ce sujet – de façon rapide et efficace, en séparant cette incrimination qui pourrait intervenir.
Je déposerai une proposition de loi en ce sens, pour faire en sorte que ces personnes soient mises hors d'état de nuit au lieu de toucher à la liberté d'association. Nous pourrons joindre nos textes, le cas échéant.
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, l’accord de gouvernement disait ceci: "Il faut interdire et dissoudre les organisations radicales et extrémistes dans notre pays." Nous attendons naturellement de l’ensemble des partenaires de la majorité qu’ils suivent cette feuille de route.
L’autorité publique a été complice, a été faible, en particulier depuis Sharia4Belgium. Nous devons tourner la page sur cette complicité fondamentale que nous avons eue avec les extrémismes qui ont pu s’installer, croître, agir, détruire.
Il faut suivre l’injonction donnée par l’accord de gouvernement. Nous savons, tout en portant les principes chers à la démocratie libérale, que votre main ne tremblera pas pour tourner la page sur la faiblesse de l’État belge.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, ik ben vooral ontgoocheld. U was tot nu toe mijn favoriete minister, maar dat uitgerekend een liberaal onze liberale vrijheden bedreigt en zijn eigen kernwaarden aanvalt, gaat er bij mij niet in. U stelt mij dus teleur.
De essentie van het probleem is natuurlijk de omschrijving van radicale organisaties. Dat is een hellend vlak, een soort flou artistique. Het begint met een vingerkootje, het eindigt met een vinger, misschien een hand of een hele arm. Dat is een hellend vlak waarop we niet willen terechtkomen.
Er ontstaat een soort coalitie van Vlaams Belang, MR en N-VA samen die onze liberale vrijheden willen beperken. Ik kan alleen maar vaststellen dat wat u doet onnodig, gevaarlijk en ondemocratisch is. Ik zou het niet doen.
Er bestaan reeds middelen en methodes om het probleem aan te pakken. Versterk justitie. Maak justitie slagkrachtig genoeg om het probleem echt aan te pakken in de plaats van dergelijke schijnmaatregelen te nemen.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, dank u om niet te antwoorden op mijn vragen. Ik begrijp dat wel, want al decennialang faciliteren en subsidiëren de traditionele partijen zowel islamiserende als andere gifgroene organisaties en extreemlinkse organisaties. Ondertussen zetten ze mijn partij weg als het grote gevaar. Of het nu gaat over Samidoun, de Moslimbroederschap, Antifa of Code Rood, allemaal zijn ze antiwesters, allemaal willen ze onze cultuur, onze beschaving en onze vrije samenleving kapotmaken. België, Belgistan, is niet alleen steeds meer een draaischijf van de radicale islam, maar ook van de groenlinkse tirannie en radicalisering. Ik roep u dus op om te stoppen met het importeren, het faciliteren en het subsidiëren van de islam. Stop met het faciliteren en subsidiëren van al die groenlinkse tirannen. Als ze de wet overtreden, pak ze dan op en pak ze keihard aan. (…)
Het viseren van mensen die werken en ondernemen
De nieuwe belastingen
Fiscale maatregelen voor werkenden, ondernemers en belastinghervormingen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Van Quickenborne (Open Vld) en Vereeck (VB) kritiseren de plannen voor nieuwe belastingen op managementvennootschappen, vermogen (miljonairstaks) en ondernemers, die ze als een aanval op zelfstandigen en dubbele belasting zien, terwijl N-VA-minister Jambon ontwijkt en de regering besparingen via uitgaven benadrukt. N-VA wordt verweten ondernemers niet te verdedigen, ondanks eerdere beloftes over geen hogere belastingen. Vooruit en cd&v drijven de fiscale verzwaring, met risico op inbreuk op privacy (CAP-databank) en juridische twijfels over dubbele heffing. De begrotingsonderhandelingen blijven onduidelijk, met spanning tussen belastingverhogingen en hervormingsbeloftes.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, we zitten in de laatste rechte lijn naar de begrotingsopmaak en welke voorstellen worden er gedaan? Taks, taks, taks. Bij de heer Van Peteghem zien we een taks op studentenarbeid en een taks op flexi-jobs.
We zien ook dat ondernemers worden geviseerd. De heer Tas heeft dat daarnet weer gedaan. Ik geef het voorbeeld van een jonge starter. Een jonge starter wil een bedrijf overnemen, maar hij heeft geen eigen kapitaal en hij gaat een banklening aan. Om een banklening te krijgen, heeft men echter een vennootschap met een jaarrekening nodig, anders krijgt men geen lening. Er is dus een vennootschap, een managementvennootschap, nodig. Stel dat iemand met veel ervaring zijn diensten op het vlak van management als interim-manager ter beschikking wil stellen. Dat gebeurt steeds meer. Hij krijgt verschillende opdrachten. Hij heeft een managementvennootschap nodig.
Dat zijn allemaal legitieme redenen om vennootschappen, managementvennootschappen, op te richten. Dat weet u, mijnheer de minister. Die mensen kunnen niet rekenen op een vast contract, op een werkloosheidsuitkering of op een ontslagbescherming. Zij moeten dat allemaal zelf bekostigen en zij nemen daar ook zelf de risico’s voor. Die facturen betalen ze uit eigen zak. Dat is de reden waarom zij minder belastingen betalen, mijnheer Tas.
Wat zien we de voorbije dagen, mijnheer de minister? Al die ondernemers worden geviseerd., uiteraard eerst door Vooruit, met die schandalige video over Charles en Henri. Ik wik mijn woorden, maar als Charles en Henri Marokkanen waren geweest, werd u voor racisme aangeklaagd.
Wat we nu zien gebeuren, is dat cd&v exact hetzelfde verhaal begint te brengen. De heer Van Peteghem stelt dat het gebruik van een managementvennootschap een groot probleem is, maar collega’s, de enige Nederlandstalige partij in de regering horen we niet. Minister Jambon, we horen u niet. U komt toch op voor de ondernemers? U steunt hen toch? Ik dacht dat u zou aangeven dat dat de rode lijn is en dat er geen stap verder meer zou mogen worden gedaan. Gisteren stelde ik u daarover een vraag in de commissie en u antwoordde dat u zou verdedigen wat u moet verdedigen.
Mijnheer de minister, ik heb een duidelijke vraag voor u. Wat zult u doen met de aanval op de managementvennootschappen?
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik moet u onderbreken. U hebt twee minuten en vier seconden gesproken. Ik heb u vier seconden te veel gegeven. U zult zelf hebben vastgesteld dat de klok te laat werd gestart. Ik heb dat hier gechronometreerd. Inderdaad, ik heb u te veel tijd gegeven. Dat verwijt neem ik op mij. ( Protest van de heer Van Quickenborne )
Om dat soort discussies tot een minimum te beperken, herinner ik eraan dat de spreektijd twee minuten per vraag bedraagt. Iedereen, ook de heer Van Quickenborne, heeft kunnen vaststellen dat de klok tien seconden te laat werd gestart.
Lode Vereeck:
Collega's, door dat soort discussies heb ik mij alsmaar vaker het gevoel in het Vlaams Parlement te zijn.
Mijnheer de vice-eersteminister, de inkt van uw meerwaardetaks is nog niet droog of daar is de volgende belasting al, namelijk de miljonairstaks. Concreet gaat het om de uitbreiding van de taks op aandelen en effectenrekeningen naar ongeveer alles, van onder andere zichtrekeningen, spaarrekeningen, verzekeringscontracten tot cryptorekeningen en om de drastische verhoging van het belastingtarief, maal twee, maal drie, maal vier.
Om dat mogelijk te maken, moet de fiscus natuurlijk toegang hebben tot alle financiële bezittingen van de mensen. Die zijn opgeslagen in een databank van de Nationale Bank, namelijk het zogenaamde CAP. Uw regering gaat aan de fiscus toelating geven om zonder aanleiding of vermoeden van fraude, achter de rug van de burgers te gaan neuzen in alle rekeningen van alle burgers, ondanks het vernietigende advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Big Tax Brother is watching you. Voorlopig zal dat anoniem gebeuren, maar met de aangekondigde belasting, als die er komt, hoeft zelfs dat niet meer. Mijnheer de vice-eersteminister, u hebt de deur op een kier gezet met uw meerwaardebelasting en met uw CAP. Vooruit trapt ze nu gewoon open.
Mag ik er trouwens aan herinneren dat dubbele belastingen verboden zijn, non bis in idem . Vermogen dat is opgebouwd uit sparen, loon of winst, door te erven of te krijgen, is al eens belast via de personenbelasting, de winstbelasting, de roerende voorheffing en de erfenis- en schenkingsbelasting. Dat is dus eigenlijk niet legaal.
Vice-eersteminister David Clarinval verklaarde onlangs dat nieuwe belastingen no pasaran waren. Vice-eersteminister Van Peteghem leek in een interview bij TerZake wel in te stemmen met hogere belastingen.
Ligt de uitbreiding van de effectentaks zoals voorgesteld door Vooruit, op tafel bij de begrotingsbesprekingen?
Welk standpunt zult u als vice-eersteminister namens de N-VA aan tafel innemen?
Wat is volgens u het effect en de duurzaamheid van dergelijke belastingen?
Erkent u als (…)
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, het was vandaag ook voor mij moeilijk om te volgen. Ik had begrepen dat de twee vragen waren gericht aan de eerste minister en dat ik dus antwoord geef namens de eerste minister. Straks komen er nog een aantal vragen aan bod die aan mij als vice-eersteminister worden gesteld en dan zal ik daarop antwoorden als vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen.
Wat dus de vragen aan de eerste minister betreft, we hebben gisteren hetzelfde thema in de commissie besproken. Ik neem aan dat de commissies ook hun waarde hebben in het Parlement en dat het werk dat daarin wordt verricht, daarna niet opnieuw in de plenaire vergadering moet worden gedaan. Ik zal met veel plezier het antwoord van de premier geven, die ons land in Kopenhagen vertegenwoordigt, op de vragen van de twee gewaardeerde collega's.
De eerste minister begrijpt dat er grote nieuwsgierigheid bestaat bij de betrokken parlementsleden om meer te weten te komen over eventuele nieuwe maatregelen in het kader van de begrotingsbesprekingen. Aangezien de begrotingsbesprekingen en onderhandelingen lopende zijn, heeft het geen enkele zin om dieper in te gaan op uitspraken die in de media verschijnen. Alleszins - daarover is iedereen het eens - zijn de uitdagingen enorm. De regering zal tijdens de komende weken hard werken om oplossingen te formuleren. De doelstelling is daarbij duidelijk: het tekort moet naar beneden. Er is maar één manier om dat te doen, namelijk verder hervormen, verder besparen, met als voornaamste focus de uitgaven, zoals ook is afgesproken in het regeerakkoord. Het resultaat van de oefening zal zoals steeds door de eerste minister in dit Parlement worden toegelicht in de state of the union .
Voorzitter:
Er volgen hierna inderdaad ook vragen die gericht zijn aan de minister van Financiën.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, het antwoord is interessant. Niet alleen minister Jambon, maar ook eerste minister De Wever is niet bereid om ondernemers, managers en managementvennootschappen te verdedigen. Dat is de realiteit. Terwijl de socialisten en cd&v managementvennootschappen aanvallen, laten de heren Jambon en De Wever betijen. Ondernemers kunnen niet meer rekenen op de N-VA. Dat is de realiteit en hoe komt dat? Na de meerwaardetaks is er niet veel meer te verdedigen.
Alle houders van managementvennootschappen zijn boos en ongerust, omdat u laat betijen, mijnheer Jambon. Als u het probleem wil oplossen, schaf dan het tarief van 50 % af. Laat de mensen netto meer overhouden, maak dat verschil kleiner, zorg dat de mensen erop vooruitgaan in plaats van de belastingvrije som te verhogen, waarvan uw eigen kabinet zegt dat het nonsens, verspild geld en niet effectief is. N-VA, kom op voor de ondernemers in plaats van hen af te vallen.
Lode Vereeck:
Soms zegt een non-antwoord natuurlijk ook veel. De premier is duidelijk niet bereid om de miljonairstaks af te schieten. Dus kunnen we ons hart al vasthouden. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk. De belastingplichtigen, die in hoofdzaak Vlaamse burgers zijn en voor 80% aan het werk, mogen niet verder worden uitgeperst. In het regeerakkoord staat dat de globale belastingdruk niet mag stijgen. Bovendien zijn het dubbele belastingen, wat volledig uit den boze is. Mijnheer de minister, u bent al eens geplooid voor de socialisten bij de meerwaardebelasting. Probeer u eens aan uw woord te houden. Wij willen graag meewerken aan een grondige fiscale hervorming die de belastingdruk structureel verlaagt, zodat Vlaamse werknemers en bedrijven meer financiële ademruimte krijgen. De beste garantie daarvoor is volledige fiscale en parafiscale autonomie voor Vlaanderen, maar dat lijkt de N-VA ondertussen vergeten te zijn.
De miljonairstaks
De Zucmanbelasting
De miljonairstaks
Vermogensbelasting voor superrijken, progressieve belasting op groot vermogen en vermogensongelijkheid
Gesteld door
PVDA
Peter Mertens
PS
Paul Magnette
N-VA
Jean-Marie Dedecker
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 2 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ongelijkheid in belastingdruk tussen rijken en arbeiders, met scherpe tegenstellingen: linkse partijen (Mertens, Magnette) eisen een miljonairstaks om de 1% rijksten eindelijk te belasten en de lasten voor gepensioneerden, zieken en werkenden te verlichten, terwijl ze de regering beschuldigen van een beleid dat armen verder verarmt (bv. pensioenverlagingen, besparingen op zieken). Rechts (Jambon, Dedecker) verwerpt nieuwe belastingen, wijst op België’s al hoge belastingdruk en stelt dat hervormingen en economische groei (via ondernemers, werkbeloning) de oplossing zijn—niet "rijkentaksen" die volgens hen contraproductief zijn (vlucht van kapitaal, minder investeringen). Concreet resultaat: de regering wijst de miljonairstaks af en blijft focussen op bezuinigingen, terwijl de oppositie mobiliseert voor protest.
Peter Mertens:
"De 1 % rijksten wordt niet belast en een gewone mens betaalt tot 50 % op zijn loon." Dat is een citaat van een voorzitter van een regeringspartij, de heer Conner Rousseau, op Instagram. Hij voegde daaraan toe, mijnheer de minister: "Een miljonairsbijdrage is logisch, toch?"
Inderdaad, dat is logisch. In 2008 heb ik het een miljonairstaks genoemd. Al 17 jaar voeren wij campagne voor een miljonairstaks, omdat het logisch is en niet meer dan logisch.
Ik had vandaag dan ook verwacht dat Vooruit met hand en tand zijn eigen voorstel zou verdedigen in het Parlement, maar ik zie hen niet in dit debat. Het is een beetje vreemd om dat voorstel in de pers te verdedigen, maar in het Parlement te zwijgen over de miljonairstaks op het moment waarop het ertoe doet.
Vooruit geeft echter wel toe dat de effectentaks en de meerwaardebelasting van Arizona de 1 % helemaal niet raken en eigenlijk een soort Zwitserse kaas zijn. Dat betekent een kaas met meer gaten dan kaas. Het trekt dus op niets. Dat is een toegift van Vooruit, maar wij hebben dat al vanaf het begin gezegd.
Dat heeft echter een gevolg. Men kan immers niet aan de ene kant zeggen dat de 1 % niet wordt belast en aan de andere kant het geld halen bij bijvoorbeeld langdurig zieke mensen die zich kapot hebben gewerkt, wier rug kapot is, die reuma hebben. Men kan niet zeggen dat de 1 % rijksten de dans ontspringt, maar het geld wel halen bij de gepensioneerden. Nee, als men zoals Vooruit zegt dat de 1 % rijksten de dans ontspringt, dan moet er ook boter bij de vis komen. Dan moet er ook een echte miljonairstaks komen, vandaar mijn vraag. Ligt die miljonairstaks van Vooruit nu echt op de tafel de komende dagen of is het alleen maar praat voor de vaak, mijnheer de minister?
Paul Magnette:
Monsieur le ministre, trois Belges sur quatre nous disent que, depuis l'arrivée de votre gouvernement, leur pouvoir d'achat s'est dégradé. Tous les jours, en ouvrant les journaux, nous voyons les faillites qui se multiplient, le chômage qui part à la hausse, les déficits qui s'aggravent et qui creusent la dette.
Tout cela n'est pas le fruit du hasard mais bien le résultat de votre politique. Vous prenez 1 500 euros aux pensionnés. Les malades et les invalides vont perdre 1 000 euros par an. Les travailleurs voient que tout augmente sauf leur salaire. Maintenant, vous vous lancez dans une chasse aux malades. Alors oui, dans ce contexte, les Belges ont peur. Ils voient que tout va mal, que l'économie tourne mal. Ils ne savent pas de quoi demain sera fait. Ils s’inquiètent que vous puissiez prendre des mesures encore pires.
Ils se serrent la ceinture. Ce sont les petits indépendants, les commerçants, les maraîchers et les restaurateurs qui paient. Demain, toute l'économie ira plus mal encore.
Monsieur le ministre, il est possible de faire autrement! Vous pouvez ne pas diminuer les revenus des pensionnés, des malades et des invalides, tout en améliorant les salaires. Vous pouvez aussi et surtout faire enfin contribuer les gros patrimoines. En Belgique, un travailleur paie en moyenne 40 % d’impôt sur ses revenus alors qu'un détenteur de grand patrimoine, lui, ne paye qu'à peine la moitié. C’est un "deux poids deux mesures" de plus en plus insupportable. Il est donc temps que ce "deux poids deux mesures" cesse. La loi, elle est prête. Je l'ai déposée. Il n'y a plus qu'à la voter.
Monsieur le ministre, êtes-vous enfin prêt à instaurer en Belgique une véritable équité fiscale entre toutes les sources de revenus et à faire payer leur juste dû aux détenteurs de grands patrimoines?
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de minister, Jean-Baptiste Colbert was de financiële raadgever van Lodewijk XIV. Hij zei ooit dat de kunst van belastingen heffen erin bestaat de gans zo te plukken dat men veel pluimen heeft, maar weinig gesis veroorzaakt. Hier kakelt en sist iedereen.
Gisteren zette ik de tv op en zag ik in Terzake een joepie zitten met een groen hemdje van Coco Chanel, die een nieuwe taks aankondigde. In onze populistische afgunstmaatschappij werd die nieuwe taks meteen de miljonairstaks genoemd. Dan zit het namelijk onmiddellijk goed om afgunst op te wekken. Ik hoorde Raoul Hedebouw kraaien en hij viel uit zijn hangmat van plezier, want it's in the pocket .
De voorzitter van de socialisten, een zekere Conner Rousseau, zei dat er een extra taks komt op alle financiële bezittingen en spaarboekjes boven een miljoen euro. Spaargeld, mijnheer de minister, is wat men overhoudt nadat men zijn hele leven de helft van zijn inkomen aan de fiscus heeft gegeven. Spaargeld is wat men overhoudt nadat men een overheidsbeslag van 45 % heeft overleefd.
Daarnaast zei de socialist dat de aandelen van de kleine mens, bijvoorbeeld van een beenhouwer, zouden worden belast wanneer de waarde van zijn vennootschap het miljoen euro overschrijdt. Hup, weer in the pocket ! Ik ken de socialisten een beetje. Ze zitten alleen in hun eigen zakken als het 25 graden vriest; anders zitten ze in andermans zakken.
Mijnheer de minister, we zijn al belastingkampioen in alles. Wat moeten we nog slikken? We moeten de meerwaardebelasting nog slikken – dat is dus een belasting op de winst – en nu wil Rousseau ook ons kapitaal nog afpakken. Ik kan u zeggen dat die rijkentaks een vals gegeven is. Die werd in 12 OESO-landen ingevoerd in 1999 en vandaag zijn er nog slechts 3 over: in Spanje, Noorwegen en Zwitserland.
Jan Jambon:
Collega's, de laatste vraag van de heer Dedecker was wat ik zou doen. Ik wil dat toch nog even herhalen.
Voorzitter:
Dat is bij deze opgenomen in het Verslag.
(…)
Jan Jambon:
Dat heb ik daarnet op uw vraag gedaan. Die was immers gericht aan de eerste minister. Deze vraag is aan mij gesteld. U had ook beter hier gestaan.
Ik begrijp, collega’s, dat er partijen zijn die minder rijken willen. De politiek van deze regering bestaat er echter in dat er vooral minder armen zouden zijn.
Je vais le dire également en français, parce que c'est important. Je comprends que certains partis veulent qu'il y ait moins de riches. Nous, nous voulons surtout moins de pauvres!
Et nous le faisons en récompensant le travail, l'épargne et l'esprit d'entreprise, en menant une politique d'activation afin que les gens aient la capacité de se prendre en charge. Soutenons les entreprises et l'ensemble des réformes, ce qu'on a rechigné à faire depuis des décennies dans ce pays.
Ook van de meest vermogenden vragen wij al een billijke bijdrage voor de verbetering van de budgettaire situatie van dit land. Ik merk echter dat velen creatief zijn in het bedenken van nieuwe belastingen, terwijl wij al een van de meest belaste landen ter wereld zijn. Ik hoor daarentegen heel weinig voorstellen voor hervormingen en besparingen.
De regering werkt momenteel aan de opmaak van de begroting voor 2026. Dat is een aartsmoeilijke opdracht. Daarover is iedereen het eens. Het gaat om un col hors catégorie . Ik ga dus niet reageren op elk ballonnetje dat dagelijks wordt opgelaten over belastingen of besparingen, want dat zou niet constructief zijn. De echte begrotingsbesprekingen vinden plaats rond de tafel van de regering en niet op de voorpagina's van kranten of op sociale media. Het resultaat van die besprekingen zal de eerste minister hier in het Parlement komen toelichten.
Peter Mertens:
De regering zal dus niets doen. Ze zal de rijken buiten schot laten en de armen nog armer maken. Dat is het beleid van deze regering.
U hebt het over hervormingen. Ik zal u nog een ander voorstel doen, namelijk nagaan hoeveel cadeaus dit land elk jaar geeft aan de grootste ondernemingen. Ik zal u het getal noemen. Wij geven 16 miljard euro aan de grootste ondernemingen onder de vorm van kortingen, vrijstellingen en vermindering van sociale bijdragen. Dat valt niet uit te leggen.
Het gevolg daarvan is dat er te weinig middelen zijn voor de gepensioneerden, dat er te weinig middelen zijn voor de langdurig zieken en dat er te weinig middelen zijn voor de werklozen. U duwt hen allemaal verder de dieperik in. U maakt hen allemaal armer omdat u een gigantische cadeaupolitiek voert ten aanzien van de grote ondernemingen en omdat u weigert om zelfs maar te debatteren over een miljonairstaks. Shame on you .
Op 14 oktober 2025 zal hier in Brussel een heel grote betoging plaatsvinden tegen dat rijkenbeleid van de arizonaregering.
Paul Magnette:
Vous êtes vraiment très mal placé pour parler de la pauvreté. Le gouvernement précédent a sorti 250 000 personnes de la pauvreté, et nous sommes en fiers. Vous allez plonger des dizaines de milliers d’hommes et de femmes dans la pauvreté, et vous devriez en avoir honte.
La lutte contre la pauvreté ne devrait pas être que l’affaire des socialistes et de la gauche. Cela devrait être une affaire qui concerne tous les hommes et les femmes qui ont un minimum d’humanité et un tout petit peu de cœur.
Enlevez vos œillères! Regardez autour de vous. L’Espagne fait tout l’inverse de ce que vous faites. Vous diminuez les pensions; elle augmente les pensions. Vous gelez les salaires; elle augmente les salaires. Elle taxe les grandes fortunes et les grands patrimoines. L’Espagne, aujourd'hui, monsieur Jambon, est l’un des pays dans la zone euro qui a le taux de croissance le plus élevé et le déficit le plus bas.
Tirez-en des leçons! Faites ce qui marche! Faites ce qui est juste et efficace au lieu de vous enfermer dans votre idéologie mortifère!
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer Magnette, als er geen geld meer in de pot zit, is het omdat u het gedurende 20, 30 jaar hebt verkwist. Ik wil ook een einde maken aan de holle populistische frasen. Mijnheer Mertens, de 1 % rijksten van het land betalen 13 % van de personenbelasting. De 10% rijksten betalen zelfs de helft van alle personenbelastingen. Wat doen we? We zijn in alle belastingdisciplines, ik herhaal het nogmaals, olympisch kampioen. De belastingdruk op kapitaal bedraagt 41 %, op arbeid 40 %, en die druk blijft maar toenemen. Binnenkort komt daar nog de meerwaardetaks bij. Wat wilt u vervolgens doen? Als u de kip met de gouden eieren slacht, dan hebt u in de toekomst geen eieren meer en kunt u er geen meer bakken.
Het zomerakkoord en de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid
Het zomerakkoord en de belastingvrije som
Het zomerakkoord en het minimumloon
Het zomerakkoord en de jobbonus
Het zomerakkoord en hervormingen in sociale zekerheid, belastingen en arbeidsmarkt
Gesteld door
PVDA
Kemal Bilmez
PVDA
Kemal Bilmez
PVDA
Kemal Bilmez
PVDA
Kemal Bilmez
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jan Jambon kondigt een hervorming van de bijzondere sociale bijdrage (2029) aan: berekening per individu (niet per huishouden), halvering van het maximumbedrag, hogere inkomensdrempel en lagere percentages voor de eerste schijf, om de arbeidsval voor laagste inkomens te verminderen. Het minimumloon stijgt netto met 109€/maand in 2029 door fiscale maatregelen (exclusief indexering en sociale partners-akkoorden), terwijl de werkbonus versterkt wordt (van 33,14%→35% en 52,54%→72%). Kemal Bilmez kritiseert de selectieve communicatie naar pers (bv. *VRT*, *L’Express*) terwijl het parlement onvolledige antwoorden krijgt, en wijst op politiek misbruik van voorlopige cijfers door partijen zoals MR. De definitieve tekst staat nog open voor wijzigingen.
Kemal Bilmez:
Hier, on a reçu une série de réponses à nos questions écrites, mais il me reste quand même quelques questions.
La première porte sur la cotisation spéciale de sécurité sociale. Vous proposez non seulement de la diminuer de 50 % pour le revenu des isolés, mais aussi de – je cite – "augmenter le seuil de revenu pour le calcul de la cotisation spéciale et réduire le pourcentage applicable à la première tranche de revenu". Pourriez-vous très concrètement préciser quel sera le nouveau seuil de revenu à partir duquel s'appliquera la cotisation spéciale de sécurité sociale? Quel sera le pourcentage applicable à la première tranche? Quels revenus seront inclus dans cette première tranche? Sur la quotité exemptée, vous dites: "Le gouvernement propose toutefois de geler temporairement l'indexation de tous les suppléments à la quotité du revenu exempté d'impôts mentionnés aux articles 132 et 133 du Code des impôts sur le revenu 1992". Ceci avait aussi été évoqué par votre chef de cabinet lors de sa célèbre conférence de mai dernier.
Mes questions sont les suivantes: jusqu'à quelle année avez-vous prévu de geler le montant supplémentaire de la quotité exemptée pour enfant à charge?
Deuxièmement, vous parlez aussi d'une augmentation de la quotité pour un ou deux enfants à charge en quatre étapes. L'augmentation sera-t-elle répartie en tranches égales à chaque étape ou non? Et pour ce qui est du salaire minimum et le bonus emploi, je me réfère à ma question écrite.
Monsieur le ministre, le 22 juillet dernier, sur le site de la VRT, on peut lire que - pour un isolé au salaire minimum - il y aura une augmentation de 109 euros du net mensuel en 2029 suite à votre réforme fiscale.
Cependant, concernant le salaire minimum, deux augmentations sont déjà prévues sur cette même période suite aux accord avec les interlocuteurs sociaux: une de 35 euros bruts en avril 2026 et une en 2028 (dont le montant doit encore être précisé).
Voici donc mes questions:
Dans vos projections sur l’augmentation du salaire minimum, est-ce que vous avez déjà intégré ces deux augmentations du salaire minimum?
Si oui, quelle est donc la part attribuable aux accords avec les interlocuteurs sociaux qui précède la réforme de ce gouvernement et quelle est la part attribuable à la réforme fiscale même?
Monsieur le ministre, le gouvernement veut renforcer le bonus à l’emploi, mais à l’heure actuelle il n’y a pas de détails à ce sujet.
À présent, le volet fiscal du bonus emploi est calculé comme suit:
- 33,14 p.c. du montant du volet A du bonus à l'emploi social réellement accordé (pour les salaires allant du salaire minimum à 2 669 par mois);
- 52,54 p.c. du montant du volet B du bonus à l'emploi réellement accordé (pour les salaires allant de 2 669 à 3 144 euros par mois).
Voici donc mes questions:
Est-ce que lors de l'accord d’été vous avez déjà décidé comment modifier le volet fiscal du bonus emploi?
Si ceci est le cas, pourriez-vous nous indiquer si et dans quelle mesure vous allez augmenter les pourcentages actuels de 33,14% et 52,54%?
Jan Jambon:
La réforme de 2022 de la cotisation spéciale de sécurité sociale a déjà conduit à une réduction de cette cotisation pour les bas et moyens revenus. Toutefois, la cotisation spéciale de sécurité sociale est toujours calculée par imposition et donc par ménage fiscal. Le calcul actuel peut conduire à une taxation plus lourde pour les contribuables imposés isolément.
Le gouvernement proposera donc de calculer la cotisation spéciale par contribuable et donc par conjoint en cas d'une imposition commune et en même temps de diviser par deux le montant maximum de la cotisation. La cotisation spéciale contribue également au piège à l'emploi et augmente la pression fiscale marginale pour les revenus les plus faibles. C'est pourquoi il sera également proposé d'augmenter le seuil de revenu pour le calcul de la cotisation spéciale et de réduire le pourcentage applicable à la première tranche de revenu.
Ainsi, non seulement les contribuables imposés isolément bénéficieront de la réforme proposée, mais par exemple aussi les contribuables à bas revenu et les ménages à un seul revenu. Il est prévu que cette réforme sera mise en œuvre à partir de l'année de revenu 2029.
S'agissant de votre question concernant la quotité exemptée, vos questions sont identiques aux questions écrites n° 397 et n° 43 de votre collègue, M. Raoul Hedebouw. C'est la raison pour laquelle je vous renvoie aux réponses que j'ai fournies à ces deux questions écrites.
Je tiens à souligner une nouvelle fois que le projet de loi relatif à la réforme de l'impôt des personnes physiques doit encore être soumis à une deuxième lecture. Des modifications peuvent donc encore intervenir qui pourraient influencer le champ d'application et, par conséquent, le coût des différentes mesures.
Wat uw vraag over het minimumloon betreft, de berekening die u vermeldt omvat enkel de parafiscale en fiscale maatregelen die de regering neemt in het kader van de fiscale hervorming. De inflatie – een blijvende onzekere factor in de huidige economische context, die jaarlijks wordt gecorrigeerd via de automatische indexering van de fiscale bedragen – is daarbij niet in rekenschap genomen. Het bedrag in 2029 kan daarom hoger uitvallen.
Door de aanpassing van de modaliteiten van de sociale werkbonus, waarbij in het geval van het minimumloon de forfaitaire bedragen voor lage en zeer lage lonen hoger uitvallen dan de in eerste instantie verschuldigde RSZ-bijdragen, en door de versterking van de fiscale werkbonus die de regering met de fiscale hervorming beoogt, zullen de verhogingen die de sociale partners hebben beslist in principe worden vertaald in een nettoverhoging die gelijk is aan de bruto loonsverhoging.
Concernant le bonus emploi, le texte à l'examen prévoit un relèvement de 33,14 % à 35 % et de 52,54 % à 72 %. L'adaptation vise à garantir qu'un salaire minimum sera égal brut et net. Je le rappelle, il s'agit d'un projet de loi qui doit encore être soumis à une deuxième lecture, des modifications peuvent donc toujours intervenir. Mais le but est un relèvement de 33,14 % à 35 % et de 52,54 % à 72 %.
Kemal Bilmez:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Sur la CSSS, j'aurais voulu quelques précisions complémentaires. J'entends très bien qu'il y aura encore une deuxième lecture mais, en même temps, je regrette qu'il y ait déjà des choses qui fuitent dans la presse. Vous donnez au Vif-L'Express un chapitre de 17 pages sur la réforme fiscale; à la VRT vous donnez une simulation; il y a en parallèle M. Bouchez qui raconte n'importe quoi sur les réseaux sociaux. Et ici, vous nous dites que vous ne pouvez pas encore donner de réponse définitive puisque c'est encore sujet à modifications éventuelles. J'en conviens mais, dans ce cas, ne donnez pas non plus à la presse ces infos que nous ne pouvons pas recevoir. J'espère que vous comprenez ce que j'essaie de dire. Nous trouvons ça dommage, parce que cette réforme fiscale est très importante et nous voudrions, nous aussi, déjà pouvoir faire notre analyse et pas juste nous baser sur des chiffres entendus dans la presse et qui, apparemment, changeront peut-être dans deux semaines, alors qu'un certain président de parti fait déjà une campagne totale sur des chiffres qui ne reposent, en fait, sur rien du tout.
De uitspraken van Johan Thijs over de meerwaardebelasting
Het uitstel van de inning van de meerwaardetaks
De meerwaardebelasting in het kader van de taxshelter
Belastingmaatregelen rond meerwaarde en taxshelter
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de uitvoering van de nieuwe belasting op meerwaarden (2026), waar banken zes maanden uitstel krijgen om technische implementatie te regelen, ondanks eerdere kritiek op hun gebrek aan "voluntarisme". Minister Jambon bevestigt de 250 miljoen euro opbrengst voor 2026 en benadrukt dat het geen structureel uitstel is, maar een praktische oplossing om chaos te voorkomen—terwijl sociale maatregelen (werkloosheid, pensioenen) geen uitstel krijgen, wat kritiek op tweedeling uitlokt. Daarnaast valideert hij de afschaffing van de tax-shelter-vrijstelling voor startups, ondanks risico’s voor investeerders, met een belofte tot "sterke alternatieve prikkels".
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, selon les déclarations du CEO de KBC et de celui de Fortis, la mise en œuvre effective de la nouvelle taxe sur les plus-values dès le 1 er janvier 2026 serait quasi irréalisable en raison de la complexité technique et de l'absence de modalités précises à ce jour.
La Fédération bancaire Febelfin, ainsi que d'autres acteurs du secteur, soulignent, outre le chantier informatique, la nécessité d'une période de test minimum de six mois. Ils mettent en garde contre le risque accru d'erreurs, de réclamations et de surcharges administratives.
On apprend aujourd'hui dans la presse – vous allez nous dire si cela est vrai ou pas – qu'ils ont eu gain de cause, puisqu'ils auraient reçu un délai de six mois. Depuis le début, on ne voit pas un très grand volontarisme des banques à mettre en œuvre une réforme – qui a pourtant été votée démocratiquement. Cela ressemble un peu à un deux poids deux mesures entre les citoyens qui eux, sont très vite harcelés par les banques en cas de défaut, et les plus riches qu'on ne veut pas trop embêter.
Toujours est-il que ces déclarations des deux CEO des deux banques parmi les quatre plus grandes banques belges soulèvent des questions. Au regard des alertes du secteur bancaire, quelles garanties pouvez-vous apporter quant au respect du calendrier initial? Continuez-vous à garantir le revenu de 250 millions d'euros dès 2026, malgré ce report de six mois que vous allez nous confirmer, je suppose?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, in een interview in De Tijd ging u onlangs in op het ontsporende Belgische begrotingstekort en de maatregelen die België moet nemen. U benadrukte daarbij dat u geen veto’s of oekazes zou uitspreken en dat u dus openstond voor alle soorten maatregelen.
Ik wil echter opmerken dat u in datzelfde interview wel degelijk lijkt terug te vallen op een aantal oekazes, waarbij u het steeds lijkt op te nemen voor de sterkste schouders. U weigerde bijvoorbeeld een vennootschapsbelasting op tafel te leggen, u stelde voor om de Reynderstaks te vereenvoudigen en daarnaast was u erg ontvankelijk voor de bezorgdheden van de bankenfederatie over hun administratieve lasten in verband met de inning van de meerwaardebelasting. Daardoor overweegt u de invoering van die belasting uit te stellen. Ik heb daar dan ook enkele vragen over.
Ten eerste, u stelt in het interview dat wie denkt een nieuwe sanering door te voeren zonder één euro nieuwe inkomsten, niet goed oplet. Gezien uw neiging om de sterkste schouders uit de wind te zetten en de voorbeelden die u in dat verband genoemd hebt, vraag ik me af waar u die nieuwe inkomsten dan wel denkt te halen.
Ten tweede, u staat ervoor open de inning van de meerwaardebelasting uit te stellen. Geldt dat dan ook voor de nulmeting van alle portefeuilles, die gepland staat op 31 december 2025?
Ten derde, de vakbonden, de OCMW’s en de VDAB hebben al herhaaldelijk hun bezorgdheid geuit dat ze operationeel niet klaar zijn om de beperking van de werkloosheid in de tijd uit te voeren en dat de uitvoering tot chaos zal leiden. Zij krijgen echter geen uitstel en moeten op 1 januari 2026 klaar zijn. Hoe verklaart u die inconsistentie van de regering? Dank u wel.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, le dispositif fiscal du tax shelter a longtemps constitué un outil essentiel au soutien de l'investissement dans les start-up et scale-up belges. Il permettait de canaliser l'épargne privée vers des entreprises en phase de lancement ou de croissance. Il permettait aussi, en combinant une réduction d'impôts à l'entrée, une exonération fiscale à la sortie en cas de plus-value. Ce mécanisme répondait à un double objectif: soutenir l'innovation entrepreneuriale et encourager la prise de risques par les investisseurs particuliers.
Or, contre toute attente, la réforme de la taxation des plus-values inclurait désormais ces investissements dans son champ d'application. Cela signifie que les plus-values générées par les investissements tax shelter seraient désormais soumises à une contribution de 10 % même si ces plus-values restent rares, limitées et peu planifiables pour les investisseurs.
Monsieur le ministre, pourquoi abandonneriez-vous l'exonération initialement prévue pour les investissements réalisés via le régime du tax shelter ? Comment cette taxation resterait-elle cohérente avec l'objectif initial du tax shelter , qui repose précisément sur une incitation fiscale forte? N'y a-t-il pas un risque réel de démobilisation des investisseurs particuliers? Envisagez-vous une adaptation du seuil d'exonération ou une exclusion ciblée pour les investissements privés pour les jeunes entreprises? Allez-vous taxer les dividendes des bons d'État lorsqu'ils seront arrivés à échéance?
Jan Jambon:
Beste collega’s, de vragen gaan in verschillende richtingen. Ik zal proberen daar zo goed mogelijk op te antwoorden.
Waar zullen de nieuwe inkomsten worden gehaald? We hebben nog veertien dagen te gaan voordat de eerste minister met zijn State of the Union naar dit Parlement komt. Ik verwijs naar het regeerakkoord. Daarin staat een model voor de saneringsoperatie opgenomen. De verdeling van de inspanningen is daarin duidelijk vermeld. U zult begrijpen dat het niet in mijn aard ligt om voortijdig grote verklaringen af te leggen, waardoor de gesprekken, die op zich al uitdagend zijn, nog moeilijker zouden worden.
We zijn al lang bezig met het wetsontwerp over de meerwaardebelasting. Het is bijna klaar om in het Parlement te worden ingediend. Het moet echter nog een tweede lezing krijgen binnen de regering. Zoals u weet kunnen er tijdens een tweede lezing nog wijzigingen worden aangebracht. Het lijkt mij daarom prematuur om in detail op alle vragen in te gaan. Een aantal vragen zal ik zeker beantwoorden, maar de antwoorden die ik geef zijn onder voorbehoud van mogelijke kleine wijzigingen in de tweede lezing.
L'exonération pour investissement via le régime du tax shelter figurait effectivement dans le premier document de travail. Cependant, le compromis trouvé au sein du gouvernement ne prévoit plus d'exonération. L'accord de gouvernement prévoit également une adaptation du tax shelter pour les entreprises débutantes. Je suis donc convaincu que, malgré la taxe sur les plus-values, il subsiste une forte incitation à mobiliser le patrimoine privé.
Concernant la question sur les intérêts des obligations d'État, ces intérêts sont déjà soumis à un précompte mobilier de 30 %.
S'agissant du projet de loi relatif à la taxe sur les plus-values, des concertations ont eu lieu avec les différentes fédérations sectorielles et un groupe de travail technique s'est déjà réuni à plusieurs reprises. Le texte du projet passe maintenant en deuxième lecture. Ma position est claire: personne n'a rien à gagner d'une taxe qui n'est pas opérationnelle, vous en conviendrez sans doute avec moi.
Comme je l'ai déjà indiqué, certaines dispositions transitoires me paraissent en effet pertinentes. Selon le tableau budgétaire, l'estimation budgétaire s'élève à 250 millions d'euros pour 2026 et elle grimpe à 500 millions d'euros en 2029. Vous n'ignorez pas qu'un budget est une estimation. Les calculs du SPF Finances que j'ai partagés avec vous vont dans le même sens.
Mijnheer Vanbesien, wat mij betreft moeten we in 2026 die inkomsten van 250 miljoen euro genereren. Het is geen kwestie van uitstel, maar het heeft eerder betrekking op de banken. De banken moeten het uiteindelijk doen, met hun informaticasystemen. Ze moeten bekijken hoe ze dat op een ordentelijke manier kunnen opstarten. De inkomsten voor 2025 blijven echter overeind. Ik heb echt niet de bedoeling om de meerwaardebelasting uit te stellen. Het gaat hier over de operationalisering. We moeten bekijken hoe we dit samen met de banken in werking kunnen stellen.
Met betrekking tot de vragen over de werkloosheidsuitkering, dat is niet mijn bevoegdheid. Er is een gefaseerde invoering afgesproken voor de werkloosheid. Dat lijkt mij niet inconsistent te zijn. Dat is natuurlijk de bevoegdheid van mijn goede collega David Clarinval.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, je prends acte que vous offrez six mois supplémentaires à nos banques pour qu'elles mettent en place le système. Je ne dis pas dit que c'est un problème, monsieur le ministre. Vous dites qu'il vaut mieux que la réforme fonctionne, et je suis d'accord avec vous. De même, vous confirmez que les montants qui sont inscrits au budget seront les mêmes.
Ce que je regrette, c'est que vous avez lu comme moi que votre administration pour les pensions trouvait aussi que c'était un peu trop rapide, de même que pour le chômage. Mais aux chômeurs, évidemment, on ne laissera pas de délai. Encore une fois, fort avec les faibles, faible avec les riches. Je trouve cela dommage, monsieur le ministre.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, het is duidelijk, grote hervormingen en veranderingen vragen tijd om te implementeren of te operationaliseren. We hebben het er trouwens gisteren in het kader van de pensioenen ook over gehad. Wat deze regering allemaal wil veranderen op korte termijn is natuurlijk ook niet min: meerwaardebelasting, beperking van de werkloosheid in tijd, de pensioenen.
Ik hoop dan ook dat het begrip voor die implementatie en operationalisering even groot zal zijn voor elk van deze domeinen. Ik hoop dat het begrip niet afhankelijk zal zijn van ideologische voorkeuren, maar voor al die grote veranderingen in overweging zal worden genomen.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour vos réponses, mais j'aimerais formuler une remarque en vue de la seconde lecture. Je vous demande de rester vigilant pour ce qui concerne les jeunes entreprises éligibles au tax shelter , qui pourraient être fragilisées par la disparition de l'exonération. Merci encore.
De budgettaire gevolgen van de toekomstige fiscale hervorming voor de lokale besturen
De impact van het federale regeerakkoord op de gemeentefinanciën en de APB-inkomsten
De nieuwe berekening van de impact van de belastinghervorming op de lokale financiën
Financiële gevolgen van fiscale hervormingen voor lokale besturen
Gesteld door
DéFI
François De Smet
Vooruit
Niels Tas
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Lokale besturen kampen met onzekere financiële ramingen voor hun meerjarenplanning door federale belastinghervormingen (o.a. verhoging belastingvrije som), die vanaf 2029 tot 5,63% lagere APB-inkomsten leiden (bv. Dendermonde: -1,2 miljoen/jaar). Minister Jambon bevestigde dat de nieuwe cijfers (vorige week verstuurd) wel rekening houden met de geplande maatregelen, maar dat positieve effecten (bv. arizonataksen) nog niet volledig zijn verwerkt—de klap komt vooral in 2030. Van Quickenborne en Tas benadrukken de cumulatieve druk (OCMW-lasten, pensioenbeheer) en eisen overleg met VVSG, terwijl Jambon pensioencompensatie voor *alle* gemeenten (via bonus-malus) verdedigt, maar de 100.000-inwonersgrens voor extra steun omstreden blijft.
Niels Tas:
Alle steden en gemeenten zijn momenteel volop bezig met de opmaak van hun meerjarenplanning. Ik moet straks ook eerder door naar Dendermonde, omdat we er ook daar volop aan bezig zijn.
Tot vorige week moesten lokale besturen nog altijd werken met cijfers die in 2024 werden aangeleverd. Die cijfers hielden logischerwijs nog geen rekening met de maatregelen uit het federaal regeerakkoord en de geplande ingrepen vanaf 2029, aangezien er in 2024 nog geen federaal regeerakkoord bestond. Evenmin hielden die cijfers rekening met de tegenvallende inkomsten uit de personenbelasting.
De VVSG heeft aan het begin van de zomer de mogelijke impact van de maatregelen op de aanvullende personenbelasting berekend. De berekeningen van de VVSG tonen aan dat er tot 2028, los van het nieuws van vorige week, nog een licht positief effect is op de APB-inkomsten van steden en gemeenten. Vanaf 2029 kantelt dat beeld. In 2029 wordt een licht negatief effect verwacht, in 2030 een daling van gemiddeld 4,34 % en in 2031 van zelfs 5,63 %. In een stad als Dendermonde zou dat volgens een eerste raming kunnen neerkomen op een structureel verlies van 1,2 miljoen euro per jaar.
Dat zijn bedragen die een grote impact hebben op de lokale beleidsruimte. De VVSG wijst er dan ook op dat de opmaak van dergelijke meerjarenplanningen sterk wordt bemoeilijkt doordat dat soort federale beleidswijzigingen onvoldoende tijdig en concreet worden vertaald naar de financiële ramingen waarmee lokale besturen moeten werken. Ik heb daarom enkele vragen.
Ten eerste, wanneer zullen de steden en gemeenten de geactualiseerde cijfers ontvangen, zodat ze die correct kunnen opnemen in hun meerjarenplanningen? Zijn de cijfers die ze vorige week hebben ontvangen op dat vlak inmiddels geactualiseerd?
Ten tweede, wordt in die cijfers rekening gehouden met de principes uit het federaal regeerakkoord, in het bijzonder de geplande verhoging van de belastingvrije som?
Tot slot, wat is volgens u de verwachte impact van de maatregelen rond de APB op de gemeentelijke inkomsten in ons akkoord?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, van sommige brieven wordt men gelukkig, van andere wordt men minder gelukkig of zelfs ongelukkig. Ik heb inderdaad contact gehad. Ik weet niet hoe het zit bij u, voorzitter, in Hasselt. De brieven zijn vorige week door de administratie verstuurd aan de steden en gemeenten. Ik heb daarover eigenlijk alleen maar negatieve geluiden gehoord.
Er is een aanzienlijke impact op de budgetten van de lokale overheden. Dat is geen alleenstaand feit, want lokale besturen – ik denk ook in uw gemeente – kampen met serieuze uitdagingen. In Vlaanderen zijn er tal van tegemoetkomingen verdwenen die er nog waren toen u minister-president was en die er nu niet meer zijn. U ziet wat uw vertrek allemaal teweegbrengt. Maar ook de aanvullende personenbelasting (APB) is een factor: de raming van de opbrengsten tussen 2027 en 2031 toont dat sommige gemeenten soms een miljoen euro minder aan inkomsten zullen hebben. Dat is niet weinig.
Ik heb daarom een aantal vragen voor u. Ten eerste, zoals collega Tas heeft gevraagd, zitten daar nu alle beslissingen van de federale regering in verrekend, ook al is daarover nog geen wetgeving aangenomen of gestemd? Wat zit daar precies in? Hoe hoog schat u de betrouwbaarheid van die planning? Wat is de totale impact? Kunt u aangeven wat de gevolgen zijn voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel in termen van minder inkomsten voor alle steden en gemeenten samen? Gaat het over 50 miljoen euro, 100 miljoen euro? Ik zou dat graag weten.
Voorziet u overlegmomenten met de vertegenwoordigers van de steden en gemeenten over deze nieuwe cijfers en de mogelijke gevolgen voor de lokale meerjarenplannen?
Jan Jambon:
Collega’s, het is mijn bedoeling om een dergelijke analyse voor de regio’s en voor de gemeenten te realiseren. U begrijpt dat dat een enorme taak is die plaatsvindt midden in de agenda van de hervormingen. Er is dus enig geduld nodig, omdat de meeste impact voor de gemeenten van de op til zijnde belastinghervorming pas zichtbaar zal worden in 2030, zoals u hebt opgemerkt, mijnheer Tas. Ik neem dus aan dat in de cijfers die u vandaag in een brief hebt ontvangen, de belastinghervorming, die nog moet worden goedgekeurd, nog niet is opgenomen. Wij zullen echter wel de impact van die hervorming bekijken.
Er zijn ook positieve effecten op de opcentiemen, zowel op het niveau van de regio’s als van de gemeenten. Het afschaffen van een aantal belastingaftrekken of interestaftrekken heeft immers een positief effect op de opcentiemen. Ook dat zal mee worden verrekend, maar zit nog niet in de brief die nu is verstuurd.
Mijnheer Van Quickenborne, in antwoord op uw gerelateerde vragen merk ik op dat bij de opmaak van de ramingen rekening is gehouden met de nieuwe federale regeringsmaatregelen inzake de personenbelasting. De specifieke maatregelen zijn opgenomen in het zomerakkoord.
Zoals elk jaar werd in het begeleidend schrijven bij de ramingen opgemerkt dat de budgettaire ontvangsten die effectief zullen worden verwezenlijkt, ook afhangen van elementen waarvan de invloed nog niet precies kan worden ingeschat, en dat de ontvangsten van jaar tot jaar kunnen fluctueren. Op basis van de beschikbare informatie wordt echter, ondanks die onzekerheden, toch een geloofwaardige raming verstrekt. Bij de opmaak van de ramingen werden groeicoëfficiënten gebruikt waarin de nieuwe regeringsmaatregelen zijn verwerkt.
Ik moet mij dus corrigeren. Ik ben daarnet niet duidelijk geweest. De nieuwe regeringsmaatregelen zijn wel degelijk ingeschat, waardoor u in 2030 een daling ziet.
De impact van het geheel van de nieuwe maatregelen op de aanvullende gemeentebelasting komt inderdaad tot uiting in de nieuwe ramingen, die vooral worden beïnvloed door de verhoging van de belastingvrije som. Die impact zal vooral merkbaar zijn in het inkomstenjaar 2030.
Niels Tas:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik was bijna ongerust, maar uw laatste rechtzetting stelt mij gerust. Dit zijn budgettair heel uitdagende tijden. Daar hoeven we dit Parlement en u als minister helemaal niet van te overtuigen.
Dat geldt echter ook voor het lokale niveau. Het essentiële verschil is echter dat wij op federaal niveau een grote impact hebben op de parameters. Voor een lokaal bestuur is dit een heel belangrijke bron van inkomsten, waar het afhankelijk is van bepaalde maatregelen die wij hier nemen. Daarom heeft dit een bijzonder grote impact als zij die cijfers niet kennen bij de opmaak van hun meerjarenplanning.
Het stelt mij dus gerust dat de cijfers die werden doorgegeven rekening hielden met de inschattingen die we kunnen maken nu. Ik begrijp dat die gedetailleerde analyse misschien nog wat verder uitgewerkt zal worden. Ik denk dat veel lokale besturen daarnaar uitkijken. We zullen dit blijven opvolgen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u zegt dat er ook positief nieuws is voor de gemeenten. Een aantal arizonataksen zou niet alleen iets opleveren voor de federale schatkist, maar ook voor de lokale overheden. Zit dat er nu in of niet in? Dat is mij niet helemaal duidelijk. Eerst zei u dat dit er nog niet in zit, daarna van wel.
Jan Jambon:
Ik heb mijzelf verbeterd.
Vincent Van Quickenborne:
De opbrengst van die arizonataksen zit er dus wel in.
Verder vraag ik van u dat u de vorige inschatting ten aanzien van alle gemeenten vergelijkt met de huidige inschatting. Dan zou u toch zien hoeveel het verschil bedraagt. Ik zeg niet dat u dat werk in een half uur kunt doen, maar als u al die gegevens in Excel opneemt en het een naast het andere legt, dan zou u dat toch kunnen zien. Ik hoop dus dat u daarop kunt antwoorden.
Ten slotte, dit is niet de enige maatregel van de federale overheid. Er is ook de beperking van de werkloosheid in de tijd, wat een goede maatregel is, maar die de OCMW's wel heel veel werk zal bezorgen. Onderschat dat niet. Als in de steden duizenden mensen bij het OCMW zullen aankloppen, dan zal dat zorgen voor behoorlijk wat extra werk en extra kosten die men zal moeten betalen.
Een tweede maatregel betreft de responsabilisering van het pensioenbeheer. Dat is een debat dat gevoerd wordt in de commissie voor Pensioenen. U voorziet een tussenkomst van meer dan 100.000 euro voor de grote steden, maar de kleine steden, zoals Dendermonde, Kortrijk en Hasselt, dat volgens mij nog onder de 100.000 inwoners zit, en Haacht, de gemeente van Dieter, zijn allemaal de dupe.
Dus het is niet één keer slecht nieuws, mijnheer de minister, het is twee, drie, vier keer slecht nieuws. Het is dus tijd om dat aan te pakken en ook eens met die steden en gemeenten samen te zitten. Op die vraag hebt u ook niet geantwoord. Bent u van plan om met die steden en gemeenten samen te zitten?
Jan Jambon:
Ik wil nog een feitelijke rechtszetting doen. Het klopt niet dat er niets gebeurt in het kader van de pensioenen voor de kleinere gemeenten. Er is de bonus-malusregeling die de heer Bacquelaine destijds heeft ingevoerd en die door Vivaldi is afgebouwd tot nog 10 % van het oorspronkelijke bedrag. Wij trekken dat opnieuw op tot 30 %. Dat geldt voor alle steden en gemeenten, niet alleen voor de grote boven de 100.000 inwoners. Het is dus niet correct wat u zegt.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u doet een extra tussenkomst voor grote steden van boven de 100.000 inwoners. Iedereen vraagt zich af waarom 100.000 als grens is gekozen. Er zijn namelijk steden die net iets boven die grens liggen, zoals Namen, evenals enkele steden in Vlaanderen. Dit is door de VVSG ook zeer betreurd. U weet dat daar veel kritiek op is gekomen. U had die inspanning ook kunnen doen voor alle steden en gemeenten en niet enkel voor grote steden van 100.000 inwoners en meer. Er is dus veel negatief nieuws voor de steden en gemeenten, voor de burgemeesters en voor de schepenen. Ik wens hun heel veel succes toe. Ik hoop dat met het nieuwe akkoord en de nieuwe begroting de lasten niet opnieuw op de gemeenten zullen worden afgewenteld, want die zouden te veel kunnen zijn. Bevrijd de gemeenten van de federale molensteen.
De meldingsplicht voor tussenpersonen in het kader van de meerwaardebelasting
De invoering van de meerwaardetaks
Belastingverplichtingen en regelgeving rond meerwaardebelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne kritiseert minister Jambon omdat de invoering van de meerwaardetaks (1 jan 2026) chaotisch verloopt: banken zijn onvoorbereid, krijgen 6-8 maanden uitstel en moeten de taks retroactief innen, maar Jambon ontwijkt concrete afspraken. Hij bevestigt enkel overleg met banken en verzekeraars (zorgend voor *level playing field*) en belooft de opbrengst voor 2026 ongewijzigd, maar weigert details over een principesakkoord of de praktische uitvoering (bv. *look-back*-mechanisme). Van Quickenborne hekelt het gebrek aan transparantie naar het parlement, terwijl Jambon verwijst naar aanstaande regeringsbeslissingen. De verzekeringssector blijft onduidelijk, ondanks toezeggingen op gelijkwaardige regels.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik had u gewaarschuwd dat die meerwaardetaks zeer complex zal zijn. U hebt dat trouwens zelf ook toegegeven, denk ik. Ik heb tevens gezegd dat ook de invoering chaotisch zou verlopen.
Ik heb meermaals met collega’s aan de alarmbel getrokken en erop gewezen dat Febelfin nooit klaar zou zijn tegen 1 januari 2026. U hebt telkens gezegd dat het zou lukken en dat er overleg was. Nu blijkt dat u toch een bocht hebt moeten nemen. U hebt uiteindelijk uitstel verleend aan de banken omdat die niet klaar zijn. Het gaat om een uitstel van zes maanden.
Dat betekent dat de banken de eerste zes maanden van volgend jaar de meerwaardetaks niet moeten innen en dat ze dat achteraf blijkbaar retroactief zouden moeten doen. Klopt dat? We lezen dat bericht vandaag in De Tijd en ook in L’Echo .
Is er inderdaad een principeakkoord met de banken daarover? Gaat het om een uitstel van zes maanden of van acht maanden? Volgens sommige bronnen is het uitstel tot 1 juli, anderen zeggen tot 1 september. Dat zou ik graag verduidelijkt zien.
Hoe wordt die meerwaardetaks retroactief geïnd? Wordt er een soort look back georganiseerd? Hoe voorkomt u dat dit leidt tot disproportionele administratieve lasten?
Ik stel mij ook de vraag, mijnheer de minister, hoe het zit met de verzekeringssector. We lezen wel dat er een akkoord zou zijn met de banksector, maar hoe zit het met de verzekeraars? Zullen die de voorheffing ook moeten toepassen? Wordt er een regeling uitgewerkt zodat ook zij de opbrengsten voor de overheid garanderen? Graag ook een antwoord op dat laatste element, de verzekeringssector.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, ik zal er, eerst en vooral, op toezien dat er een level playing field is tussen de banksector en de verzekeringssector. Laat dat duidelijk zijn.
Ten tweede zijn we inderdaad met de banken en met de verzekeringssector in overleg en we zijn daar ver mee opgeschoten. De modaliteiten zullen in de tweede lezing, die eerstdaags op de tafel van de regering komt, worden opgenomen. Het is aan de regering om die knoop door te hakken, waarna ik naar de commissie kan komen met een ontwerp van wet. Ik herhaal dat ik natuurlijk zal toezien op een level playing field.
Daarnet heb ik bij een eerdere vraag, toen u hier nog niet was, geantwoord dat de opbrengst die voor 2026 voorzien wordt ongewijzigd blijft.
Vincent Van Quickenborne:
Is er nu een princiepsakkoord met de banksector of niet, mijnheer de minister?
Jan Jambon:
We hebben overleg gepleegd met de banken en het is nu aan de regering om dat overleg op te nemen in de tekst van de meerwaardebelasting.
Vincent Van Quickenborne:
Als ik u goed beluister, heeft het overleg resultaat opgeleverd en dat resultaat moet nu worden vertaald in de wettekst. De vraag is dan waarom u niet gewoon zegt dat er een princiepsakkoord is met de banksector en wat dat inhoudt. Blijkbaar wordt er aan de pers meer verteld dan aan het Parlement. Ik vind dat een zeer slechte gewoonte, want wij zijn uiteindelijk degenen die geacht worden de wetten goed te keuren.
Mijnheer de minister, hoe zult u dat doen? Komt er dan een soort look back ? Als de banken dat niet hebben geregistreerd, hoe kunt u er dan voor zorgen dat de inning van de meerwaardebelasting effectief wordt gerealiseerd? Dat is mij geheel onduidelijk. Hebt u daar een antwoord op?
Voorzitter:
De minister verwijst naar het eerder gegeven antwoord.
Vincent Van Quickenborne:
Dat antwoord vond ik eerlijk gezegd vrij nietszeggend. Van een minister van een andere kleur had ik dat wellicht verwacht, maar u staat bekend als iemand die rechtuit antwoordt. Vanwaar die voorzichtigheid? Zeg toch gewoon wat het princiepsakkoord is en welke principes zijn afgesproken.
Voorzitter:
M. Bayet n'est pas présent pour sa question n° 56007439C.
Het belastingregime voor cryptobeleggingen en de rechtsonzekerheid bij gemengde portefeuilles
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) oordeelde dat gemengde cryptoportefeuilles (buy-and-hold + speculatie) integraal als speculatief belastbaar zijn (33%), wat afwijkt van de bestaande praktijk waar *normaal beheer* (tot 2026: 0%, daarna 10%) niet belast werd. Minister Jambon verdedigt dit met het ‘goede huisvader’-criterium (Grondwettelijk Hof) en stelt dat crypto apart wordt beoordeeld via een beslissingsboom (transactiefrequentie, bedragen), maar benadrukt dat elke casus maatwerk blijft—zonder garantie dat deze logica straks *niet* op aandelen wordt toegepast. Van Quickenborne waarschuwt voor massale rechtsonzekerheid: de strenge drempels (bv. >3 transacties/maand = speculatie) dreigen duizenden beleggers (met name jongeren) onbedoeld in het 33%-tarief te duwen, terwijl de oorspronkelijke 10%-taks voor *normaal beheer* nu ondermijnd wordt door het behoud van de speculatietaks. Hij pleit voor herziening naar enkel 10% om langetermijnbeleggen niet te ontmoedigen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken heeft recent een beslissing genomen in verband met cryptobeleggers. In die beslissing werd geoordeeld dat een belegger met een gemengde portefeuille – iemand die enerzijds een buy-and-holdstrategie aanhoudt en anderzijds meer speculatief handelt door regelmatig te kopen en verkopen – in zijn geheel belastbaar is tegen 33 % en wordt beschouwd als een speculant.
Dat wijkt af van de gangbare praktijk, waarbij meerwaarden bij buy-and-holdstrategieën belastingvrij bleven zolang ze kaderden in het normale beheer van privévermogen. Volgens fiscalisten vormt dit een precedent dat elke belegger met meerdere cryptomunten dreigt te treffen en waarbij het onderscheid tussen normaal beheer en speculatief beheer uitgehold dreigt te worden. Bovendien geldt dat er vanaf 2026 een nieuwe meerwaardetaks wordt ingevoerd, met behoud van het onderscheid tussen normaal beheer – voortaan belast tegen 10 % in plaats van 0 % – en speculatie tegen 33 %.
Mensen stellen zich dan ook heel wat vragen. Ten eerste, kunt u toelichten waarom de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken heeft besloten dat een gemengde cryptobeleggingsportefeuille integraal speculatief moet worden behandeld? Ten tweede, acht u dat standpunt verenigbaar met de bestaande fiscale principes rond normaal beheer van privévermogen? Ten derde, er bestaat bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken een beslissingsboom inzake cryptomunten. Heeft de dienst die gevolgd? Ten vierde, zal men bij de nieuwe meerwaardetaks die beslissingsboom hanteren en zal die ook van toepassing zijn op aandelen? Dat zou immers betekenen dat iemand met aandelen van meer dan 50.000 euro of met meer dan drie transacties per maand die een meerwaarde realiseert, geen 10 % belastingen zou moeten betalen, maar 33 %.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken is een autonome dienst die beslissingen neemt over de toepassing van de fiscale wet voor individuele en dus specifieke verrichtingen of situaties. In de pers is een beoordeling verschenen van één casus, zoals die in het jaarverslag 2024 van de dienst is opgenomen. Voor die individuele aanvraag heeft de dienst geoordeeld dat de beleggingsstrategie zdusdanig is dat de inkomsten daaruit als divers inkomen belastbaar zijn.
Voor uw tweede vraag kan verwezen worden naar het arrest van het Grondwettelijk Hof van 24 februari 2022, waarin het Hof onder meer stelt dat het begrip 'normale verrichtingen van beheer' verwijst naar het handelen van een goede huisvader, een begrip dat in het recht algemeen wordt begrepen als een voorzichtig en redelijk persoon. Het beoordelingscriterium van de goede huisvader vormt volgens het Hof een voldoende duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige bewoording om te bepalen welke handelingen belastbaar zijn.
In het verlengde daarvan is de DVB is van oordeel dat het criterium 'normaal beheer van een privévermogen' dient te worden beoordeeld per specifieke categorie van activa die een inkomen genereren. Cryptobeleggingen kunnen hierbij dus als een aparte categorie worden beschouwd, waarbij in de praktijk vaak de volledige portefeuille als uitgangspunt wordt genomen bij de toetsing aan het begrip 'normaal beheer van het privévermogen'.
Wat de beslissingsboom betreft, cryptobeleggingen vormen, onder andere naast aandelen, een aparte categorie binnen de financiële activa. Naar aanleiding van de toevloed aan aanvragen inzake meerwaarde op cryptomunten werd in 2021 binnen de DVB een beslissingsboom opgesteld aan de hand waarvan bepaalde elementen van de aanvraag worden afgetoetst. Het toetsen van de aanvraag aan de beslissingsboom op basis van onder andere het geïnvesteerde bedrag in cryptobeleggingen, het aantal uitgevoerde verrichtingen binnen de cryptoportefeuille en het percentage van het roerend vermogen dat werd geïnvesteerd, is niet onverenigbaar met het principe van normaal beheer van het privévermogen. Het is daarbij logisch dat de omstandigheden eigen aan elke aanvraag een afwijking kunnen toestaan van de criteria opgenomen in de beslissingsboom.
Wat de meerwaardetaks betreft, is het ontwerp van de wet inzake de belasting op meerwaarde nog niet goedgekeurd. De beslissingsboom wordt thans door de dienst enkel gehanteerd in het kader van meerwaarde op cryptoverrichtingen. De vragen aan de DVB inzake meerwaarde op aandelen situeren zich vrijwel steeds in een totaal andere context. Desgevallend kan de DVB ook voor de nieuwe wetsbepalingen een praktische handleiding uitwerken.
Vincent Van Quickenborne:
Bedankt om te bevestigen dat er daadwerkelijk een beslissingsboom wordt gehanteerd door de DVB. Tegelijk wordt vastgesteld dat er veel rechtsonzekerheid is op dit terrein. In het eerste ontwerp voor de meerwaardetaks werd namelijk een tarief van 10 % voorgesteld en werd de speculatietaks afgeschaft. In de laatste versie die werd goedgekeurd, werd echter besloten de speculatietaks te behouden. Dit leidt concreet tot onzekerheid bij beleggers, zowel in crypto als in aandelen, over de vraag of zij handelen volgens normaal beheer en als een goede huisvader zoals gedefinieerd door het Grondwettelijk Hof dan wel of zij speculeren. Het probleem is dat de beslissingsboom met betrekking tot crypto bepaalt dat, zodra men meer dan drie transacties per maand uitvoert – bijvoorbeeld iemand die koopt, verkoopt en opnieuw koopt, wat eigenlijk een normale beweging is – dat wordt gezien als speculatief. Dat betekent dat heel wat aandelenbeleggers, indien ze worden onderworpen aan die beslissingsboom, als speculant zullen worden beschouwd. Zo zet u de deur open om die mensen te onderwerpen aan de speculatietaks. In een eerder antwoord op een schriftelijke vraag van mij gaf u aan dat nauwelijks 14 tot 15 mensen – ik denk een 20-tal – aangifte hebben gedaan van de speculatie. Ik vrees dat door de rechtsonzekerheid die u hebt gecreëerd, binnenkort duizenden, zo niet tienduizenden mensen de speculatietaks van 33 % zullen moeten betalen en dat met name cryptobeleggers, veelal jonge mensen, zullen worden onderworpen aan de cryptotaks van 33 %. Dat is nefast voor mensen die willen beleggen op lange termijn, zeker voor jonge mensen die geloven dat beleggen meer zekerheid kan bieden. Ik hoop dan ook dat u hierop zult terugkomen in de uiteindelijke tekst van de meerwaardebelasting en dat u zich zult beperken tot de 10 %-taks in plaats van de speculatietaks.
De regeling inzake goede trouw bij de belastingaangifte
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne kritiseert dat artikel 351 WIB92 (aanslag van ambtswege) onterecht het vermoeden van goede trouw uitsluit, wat leidt tot discriminatie (bv. laattijdige maar correcte aangifte vs. foutieve maar tijdige aangifte) en onvoldoende rechtszekerheid via een omzendbrief in plaats van wetgeving. Jambon verdedigt de huidige regeling als niet-discriminerend en wijst op de afwachtende houding tot het Grondwettelijk Hof zich uitspreekt over de klacht van advocatenkantoor Bloom. De kern: twee maten en twee gewichten in belastingrecht, met een circulaire als zwakke oplossing waar Jambon impliciet toegeeft dat Van Quickenbornes kritiek deels geldig is.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik zal nu wat meer kritische vragen stellen.
Herinnert u zich de discussie over artikel 444 WIB92, betreffende het vermoeden van de goede trouw bij de eerste fout? Ik heb destijds ook gezegd dat het uitsluiten van artikel 351 WIB92, de aanslag van ambtswege, een gevaarlijk precedent vormt. U zei toen dat dit geen probleem was, aangezien belastingplichtigen sowieso ingelicht worden wanneer er een aanslag van ambtswege wordt gevestigd, waardoor er geen sprake is van goede trouw. Ik heb toen een amendement ingediend om u ervan te overtuigen dat er bij ontstentenis van briefwisseling toch een vermoeden van goede trouw zou moeten bestaan, maar dat veegde u van tafel.
Deze zomer verscheen er echter een omzendbrief met betrekking tot het principe van de goede trouw. Daarin bepaalde u dat een aanslag van ambtswege in principe alleen kan worden gevestigd indien een herinneringsbrief werd verzonden. U hebt goed naar mij geluisterd en in plaats van de wet te wijzigen, hebt u dit vastgelegd in een omzendbrief met de vermelding 'in principe'. Fiscale ambtenaren denken dan meteen daarbij hoe zij van dat principe kunnen afwijken. Een omzendbrief heeft echter geen wettelijke waarde en biedt geen sluitende rechtszekerheid.
Ik heb vastgesteld dat ik zelfs een advocatenkantoor, Bloom, heb geïnspireerd een verzoekschrift tot vernietiging bij het Grondwettelijk Hof in te stellen, onder meer omdat de regeling beperkt is tot de inkomstenbelasting en niet geldt voor de btw. Zij stellen dat het uitsluiten van de goede trouw bij een aanslag van ambtswege discriminerend is omdat een laattijdige aangifte ook te goeder trouw kan gebeuren. Een tijdige, maar foutieve aangifte wordt geacht te goeder trouw te zijn, terwijl een laattijdige, maar correcte aangifte niet te goeder wordt geacht. Me dunkt hebben ze daar een terecht punt van kritiek.
Erkent u dat de huidige regeling door de uitsluiting van artikel 351 WIB92 in de praktijk tot discriminatie kan leiden? Waarom hebt u destijds mijn amendement verworpen? Bent u het ermee eens dat een circulaire onvoldoende rechtszekerheid biedt, omdat deze geen wettelijke waarde heeft?
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, naar mijn mening bevat de huidige tekst geen hiaten en leidt hij niet tot discriminatie. De circulaire probeert de wettelijke bepaling niet te versoepelen, maar geeft slechts details over de praktische toepassing ervan. Uiteraard heeft een circulaire niet dezelfde waarde als een wet, maar ze biedt wel de mogelijkheid om de vereiste toelichtingen te geven over de werking van de wettelijke bepaling.
De indiening van een verzoek tot niet-verklaring betekent niet noodzakelijkerwijs dat de wet moet worden gewijzigd. De huidige tekst zal voor het Grondwettelijk Hof worden verdedigd. We wachten de uitspraak van het Hof af alvorens te beslissen of aanpassingen nodig zijn.
Vincent Van Quickenborne:
Dank u, mijnheer de minister, uiteraard zult u uw verdediging niet onthullen aan de Kamer. U bereidt zich grondig voor op de rechtszaak bij het Grondwettelijk Hof.
Ten eerste spreekt u van een detail. Ik beschouw dat echter niet als een detail, want we hebben daarover in deze commissie urenlang gediscussieerd. Aanvankelijk verklaarde u dat de betrokkenen op de hoogte waren via briefwisseling. Pas later gaf u aan dat het mogelijk was dat er nog geen briefwisseling was geweest. Vervolgens hebt u aangegeven dat ik misschien wel gelijk had. Uiteindelijk heeft dat niet tot een wetsaanpassing geleid, maar tot een circulaire. U erkent dus dat ik een punt heb, maar wil dat niet toegeven, dus regelt u dat met een circulaire.
Ten tweede staat in de circulaire "in principe". Dan komt het natuurlijk voor dat een fiscale ambtenaar stelt dat het principe niet geldt en dat daarvan wordt afgeweken. Zo wordt het principe van goede trouw niet toegepast. Ik herhaal dat het principe van goede trouw niet geldt voor iemand die één dag te laat een correcte aangifte indient. Omgekeerd geldt dat principe wel bij iemand die zijn aangifte op tijd indient, maar met een zware fout erin. Volgens mijn mening zijn dat twee maten en twee gewichten en waarschijnlijk zijn er nog commissieleden die mening toegedaan.
We kijken dus uit naar het proces bij het Grondwettelijk Hof.
Voorzitter:
Mevrouw Verkeyn heeft gevraagd vragen nrs. 56008419C en 56008421C uit te stellen.
De daling van de fiscale ontvangsten in de personenbelasting in 2026
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jambon bevestigt dat de gemiddelde fiscale ontvangsten voor gemeenten in 2026 met 1,78% stijgen (Vlaanderen: +1,66%, Brussel: -1,59%), maar sommige gemeenten zien nominale dalingen door een verschuiving van inkomsten van 2026 naar 2025 (hogere inkohieringen in 2025). Bertels vraagt om opheldering over de parameters, aangezien groeiende gemeenten (bevolking/werkgelegenheid) toch dalingen zien, wat hun meerjarenplanning (2026-2031) ontregelt. Jambon benadrukt dat voorschotten en inkohieringen correct verlopen en wijst op eerdere ramingstijdstippen (september ipv oktober) om gemeenten tegemoet te komen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik heb een concrete vraag voor u, een beetje in navolging van de vragen die eerder vanmiddag gesteld zijn over de effecten van de fiscale hervorming voor 2030.
Mijn vraag gaat over het jaar 2026. Onze gemeentebesturen hebben vorige week een brief ontvangen met nieuwe ramingen van de FOD Financiën inzake 2025 en 2026. In die brief staat toch een aantal verrassingen. De heer Van Quickenborne heeft ze daarnet verwerkt in zijn vraag.
Het is een beetje verrassend dat volgens die ramingen vele gemeentebesturen een nominale daling van de inkomsten krijgen doordat hun opcentiemen op de personenbelasting dezelfde gebleven zijn. Dat is een beetje een eigenaardige situatie, gelet op het feit dat we nog altijd indexparameters hebben, die in de eurozone 2 % bedragen, en dat we nog altijd – gelukkig maar – een economische groei hebben. Met deze regering proberen we de economische groei trouwens aan te zwengelen om de koopkracht van onze werkende klasse te bevorderen.
Ik heb voor u dan ook een paar vragen over de parameters die gebruikt zijn door de FOD Financiën, die de brief verstuurd heeft.
Hoe komt het dat de fiscale ontvangsten voor een heel pak gemeenten in 2026 nominaal lager zouden liggen dan in 2025? Dit geeft problemen voor hun meerjarenplanningen.
Wat loopt er fout met de ontvangsten inzake de personenbelasting? Zijn er mechanismen in het spel die de personenbelasting ontwijken of omzeilen? Hebt u daar zicht op?
Mijn volgende vraag is belangrijk voor de gemeenten. Komen er na de begrotingsopmaak voor 2026, waar u nu volop mee bezig bent, snel nieuwe ramingen voor de gemeentebesturen?
Jan Jambon:
Mijnheer Bertels, de initiële raming voor 2026 toont aan dat de ontvangsten uit de aanvullende personenbelasting voor de gemeenten globaal met 1,78 % stijgen ten opzichte van de herraming van 2025 die vorige week werd doorgestuurd aan alle steden en gemeenten. Voor het Vlaams en Waals Gewest ligt die stijging op respectievelijk 1,66 en 2,89 %. Enkel voor het Brussels Gewest werd globaal genomen een daling vastgesteld van 1,59 %. De inkohieringen voor aanslagjaar 2025 en het begrotingsjaar 2025 werden voor het Brussels Gewest immers bij de herraming van september voor het begrotingsjaar 2025 hoger geraamd dan oorspronkelijk was voorzien bij de vorige ramingen.
Die verschuiving van inkomsten van 2026 naar 2025 zorgt ervoor dat de inkomsten uit inkohiering van aanslagjaar 2025 minder opbrengsten genereren in 2026. Daardoor kan er hier en daar per gemeente een negatieve groei zijn van 2025 naar 2026. Gemiddeld gezien is er echter nog steeds een groei.
De inkohieringen verlopen zoals gepland door de AAFISC. Alle gemeenten krijgen wat hen toekomt op basis van de inkohieringen en de betalingen. Om de thesaurie van de gemeenten in orde te houden, worden er van de maanden september tot en met april voorschotten gestort, zodat de gemeenten al maanden op voorhand weten hoeveel ze doorgestort zullen krijgen. Volgens mij loopt er niets mis met de ontvangsten in de personenbelasting. Het rapport van het Monitoringcomité wijst op de slechtere parameters in de economische begroting.
Ten slotte, de ramingen worden sinds vorig jaar vroeger opgemaakt, namelijk eind september in plaats van eind oktober, en dat vooral op vraag van de gemeenten zelf en de voogdijoverheden, net om die gegevens te kunnen gebruiken bij de begrotingsopmaak van de gemeenten.
Jan Bertels:
Dank u wel, mijnheer de minister, dat de FOD Financiën de ramingen vroeger maakt. Dat is een goede zaak. Ik heb dat zelf in het verleden nog bepleit in het Vlaams Parlement.
De specifieke vragen, die ook sommige gemeenten, zoals Herentals, aan de FOD Financiën zullen stellen, zijn een gevolg van uw verklaring dat de gemiddelde raming voor het Vlaams Gewest een stijging met 1,66 % vertoont. Het is echter enigszins vreemd dat er in sommige gemeenten een nominale daling is ondanks onder meer een bevolkingstoename met tevens een groei van de werkende klasse. Vandaar dat we wat verrast zijn over de gehanteerde parameters. Daardoor wordt het verschil immers nog groter. Voor sommige gemeenten is er een nominale daling, terwijl de gemiddelde groei 1,66 % bedraagt en het inwonersaantal toeneemt. Die kloof is dan nog groter en dat is enigszins verrassend. Ik heb niet de indruk dat mijn gemeente verarmt, maar op basis van die cijfers zou ik dat eigenlijk moeten concluderen. Daarover is wat meer uitleg nodig, mijnheer de minister. Zoals u weet, moeten de gemeenten die ramingen opnemen in hun meerjarenplanning en die basis voor 2026 loopt door tot 2031, wat een aanzienlijk verschil maakt.
U hebt de brief ontvangen. Graag krijg ik dus toelichting bij de gehanteerde parameters en eventueel bij de herziene ramingen. De inkohiering in 2025 en de voorschotten 2026 zijn goed voor de rekening als de cijfers beter zijn, maar niet voor de begrotingsopmaak. Zoals veel gemeenten kamp ik potentieel met een probleem.
Voorzitter:
De heer Bilmez heeft gevraagd zijn vragen nrs. 56008560C, 56008563C en 56008564C om te zetten naar schriftelijke vragen.
De aangekondigde verhoging van belastingen en lasten op flexi-jobs
De aangekondigde belastingen inzake studentenarbeid
Belastingverhogingen op flexi-jobs en studentenarbeid
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne valt minister Jambon aan omdat diens regering flexi-jobs en studentenarbeid (succesvolle groeimotoren) nu plots wil belasten, ondanks eerdere uitbreidingen, en eist een duidelijk "no pasaran"—wat Jambon weigert, verwijzend naar lopende begrotingsonderhandelingen. Jambon benadrukt dat zijn partij de uitbreiding altijd gesteund heeft en dat eerdere regeringen (inclusief Van Quickenbornes) juist beperkingen oplegden, maar ontwijkt een harde afwijzing van nieuwe belastingen. De kern: Van Quickenborne ziet een gevaarlijke verschuiving naar *degrowth*-beleid (meer belastingen, minder groei), terwijl Jambon geen duidelijke lijn trekt en onderhandelruimte openlaat.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, er is een aanval op de managementvennootschappen geweest. Uw antwoord was dat u de lijn zult verdedigen die u zult verdedigen. Anders gezegd, het is helemaal niet duidelijk. Dat is zo. Als u daarnet had gezegd dat het genoeg geweest is – no pasaran, ça suffit – dan wisten we waar we aan toe waren, maar nu niet. Ik kan begrijpen dat een minister zwijgt omdat hij meent dat we niets zijn met al die ballonnetjes, maar als u gevraagd wordt de waarheid te vertellen, dan moeten al die ballonnetjes doorprikt worden, maar dat doet u niet. U zegt daar niets over, tenzij u dat nu corrigeert. U zegt dat u de lijn zult verdedigen die u zult verdedigen. Dat is zoals een tsjeef die zegt: we zullen zien.
Ik geef u een tweede kans.
De heer Van Peteghem, de schaduwminister van Financiën – hij schiet sneller dan zijn schaduw – die de uitbreiding van de studentenjobs naar 650 uren mee heeft goedgekeurd en die de flexi-jobs ook wil veralgemenen tot alle sectoren, zegt dat de studentenjobs en de flexi-jobs leiden tot grote gaten in de sociale zekerheid en in de belastingen. Die twee groepen, studenten en flexi-jobbers, moeten dus worden belast.
Mevrouw Verkeyn heeft gezegd dat er geen twintig arizonataksen zijn, maar 40. Mijnheer de minister, ik heb u toen gevraagd over welke 20 nieuwe taksen het ging. Het wordt me stilaan duidelijk. Voor de managementvennootschappen is er de managementtaks. Nu komen er nog twee nieuwe taksen: de studententaks en de flexi-jobtaks. Blijkbaar wil men de sociale bijdragen, dus de belastingen, voor studenten verhogen, en voor flexi-jobbers wil men juist hetzelfde doen. Blijkbaar steekt het de ogen uit van de heer Van Peteghem dat de flexi-jobbers geen belasting zouden moeten betalen. Maar, mijnheer de minister, u weet evengoed als ik dat flexi-jobbers mensen zijn die al werken, bijdragen leveren en belastingen betalen. Of het zijn gepensioneerden die al heel hun leven hebben bijgedragen.
Ik versta dat niet. Hoe komt het dat er nu plotseling vanuit deze regering een aanval komt op een succesvol tewerkstellingselement als de flexi-jobs? Waarom moet men nu, nadat men de uren studentenarbeid verhoogd heeft naar 650 uren, ook de studenten aanvallen? U bent het er toch met mij over eens dat hoe meer studenten er werken en hoe meer flexi-jobs er zijn, hoe meer groei er is? Die mensen vullen namelijk tekorten in die normaal niet worden ingevuld. De winkels kunnen nu ook open zijn op zondag. Dat is een goede zaak. Vandaag kan men gaan op zondag shoppen in de Delhaize en misschien binnenkort ook in de Colruyt. De consumenten zijn daar gek op. De winkels staan 's zondags vol. Trouwens, Colruyt heeft het moeilijk door de zondagsopening van zijn concurrenten.
Al die mensen die bijverdienen, mijnheer de minister, die studenten en flexi-jobbers, verdienen hun geld netto en ze geven dat geld dan uit aan renovatie, in de economie of in de diensteneconomie. Zij zijn mee de motor van de groei van onze economie.
In plaats van die groei af te remmen, moeten we de groei stimuleren. We zouden u als minister van Financiën moeten horen zeggen dat u voorstander bent van meer studentenarbeid, meer flexi-jobs en meer managementvennootschappen. U moet pleiten voor meer groei.
Wat we nu echter zien, is een politiek van wat men degrowth noemt. Kent u degrowth? Ik dacht dat dit het monopolie was van de groenen, meneer Vanbesien: minder groei en dan worden we allemaal gelukkig. Blijkbaar is dat nu ook de politiek van de heer Van Peteghem, Vooruit en Les Engagés, want ik heb de heer Prévot horen zeggen dat hij nog een paar ideeën heeft voor nieuwe belastingen. De ene belasting volgt na de andere.
Mijnheer de minister, ik heb twee eenvoudige vragen. Zullen studenten die werken en flexi-jobbers meer belastingen moeten betalen? Of zegt u neen, dat gaan we niet doen? Zegt u no pasaran of zult u de lijn verdedigen die u zult verdedigen aan de tafel van de regering? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.
Jan Jambon:
Het feit dat een minister in het kader van een begrotingsoefening een uitspraak doet in de pers, noemt u de aangekondigde belasting inzake studentenarbeid en flexi-jobs. Ik ervaar dat zo niet. Men mag gerust iets zeggen, daarom is dat nog niet de politiek van de regering. Ik zal hier, net zoals op andere vlakken, geen enkele voorafname doen op de begrotingsopmaak die nog moet gebeuren. Eerst flexi-jobs en studentenjobs faciliteren en in een volgende oefening daarbij vraagtekens zetten, is niet mijn lijn.
Mijnheer Van Quickenborne, onder de vorige regering werden de flexi-jobs beperkt tot maximaal 12.000 euro per jaar. Dat bedrag werd niet geïndexeerd. Ook werd een maximumloon ingevoerd en werden de patronale bijdragen verhoogd van 25 naar 28 %. Studentenarbeid bleef beperkt tot 475 uur, na de tijdelijke verhoging tijdens de pandemie. Ik weet dus niet of u zich in een goede positie bevindt om te zeggen dat die zaken gestimuleerd moeten worden. Laat ministers praten, aan de regeringstafel zal het gebeuren. Tot nu toe hebben wij alle maatregelen om flexi-jobs en studentenarbeid uit te breiden volmondig en met veel enthousiasme ondersteund.
Vincent Van Quickenborne:
Het is het goed recht van een minister om zoiets in de pers te verklaren, zegt u. Uiteraard, dat is vrijheid van meningsuiting. Daar heb ik geen problemen mee, maar dan verwachten we wel van de bevoegde minister dat hij even vrij en vrank zegt: no pasaran, dat gaan we niet doen. Ik heb u dat opnieuw niet horen zeggen.
U zegt: we zullen dat wel zien rond de tafel, we doen geen voorafnames. Ik vind dat zeer gevaarlijk. Ja, dat is heel gevaarlijk, toch wel, mijnheer de minister. U bent een vrij en vrank mens. Zeg dan gewoon dat we dat niet zullen doen. Het is toch eenvoudig? Waarom laat u zich zo in de hoek duwen door de heer Van Peteghem en Vooruit? Waarom laat u dat gebeuren? Waarom zegt u niet: 'nee, we zullen dat niet doen'? Het feit dat u dat niet wilt zeggen, mijnheer de minister, betekent dat u een opening laat. U zegt dat er misschien toch wat aan gemorreld zal worden.
U kunt natuurlijk verwijzen naar het verleden, maar toen ik begon in de politiek, mijnheer de minister, mocht studentenarbeid enkel 20 dagen in de zomer. Dat was het dan. Dat werd uitgebreid tot 600 en vervolgens 475 uur. Dat hebben we allemaal gerealiseerd in die twintig à vijfentwintig jaar. Met de flexi-jobs zijn we in 2015 gestart, op vraag van Open Vld. Vandaag hebben meer dan 200.000 mensen een flexi-job. Wij hebben dat nog verder uitgebreid in de vorige regering en inderdaad, er zijn correcties gekomen, maar kijk eens naar het resultaat. Na tien jaar Open Vld in de regering zijn er meer dan 200.000 flexi-jobbers, zonder één euro subsidie, in 22 sectoren. Dat kan ik wel verdedigen. Wat ik echter niet kan verdedigen, is dat een minister als u, die zogezegd opkomt voor werkende mensen, hier het woord niet durft te nemen. Zeg dan gewoon: no pasaran, we zullen dat niet doen. Waarom zegt u dat niet? Waarom doet u dat niet?
De mensen verwachten van u dat u hen verdedigt en dat doet u niet. U laat zich in de hoek zetten door Vincent Van Peteghem, dat is zo. Toch wel. Hij zet de aanval in op uw terrein en dan zegt u: we zullen dat wel laten passeren. Mijnheer Jambon, wat u doet, is gevaarlijk. U bent al compromissen aan het sluiten en u moet nog beginnen te onderhandelen. Dat is trouwens wat u zelf hebt gezegd in een interview in De Tijd over de inkomsten. U zegt nu dat u de belastingen zult verlagen, maar eigenlijk hebt u de deur opengezet voor nieuwe en hogere belastingen. Dat is zo. De meerwaardebelasting is daar het beste voorbeeld van.
Jan, beste Jan, wees eens een sterke Jan en geen zwakke Jan. Dank u.
Voorzitter:
Collega’s, daarmee is ook dit incident gesloten en zijn we aan het einde van onze agenda. Ik dank de minister voor zijn volgehouden moed en de collega’s voor hun volgehouden aandacht.
Ik wil voor het verslag toch meegeven dat ik aan de voorzitter zal rapporteren dat ik het aantal afzeggingen – de antwoorden op de vragen werden door verschillende diensten voorbereid – ten zeerste betreur.
Vincent Van Quickenborne:
Van mij bedoelt u?
Voorzitter:
Nee, u niet. Ik heb u juist gefeliciteerd, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Dat heb ik niet gehoord.
Voorzitter:
Het probleem is dat u kennelijk een heel selectieve manier van perceptie en gehoor hebt.
Ik betreur het dus dat zoveel mensen het nodig vinden om heel veel vragen te stellen, maar kennelijk de moeite niet doen om hier te zijn wanneer die vragen effectief gesteld moeten worden.
Vincent Van Quickenborne:
Geen probleem, voorzitter, maar deelt u ook de goede voorbeelden mee aan de Conferentie? Dan zullen ze daar nota van nemen.
Voorzitter:
Dat zal ik doen.
Vincent Van Quickenborne:
Er waren zelfs mensen die geen vragen meer hadden, maar die wel zijn blijven zitten. Dat was ofwel uit interesse ofwel om te controleren. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.04 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 04.
Het aanvechten van gemeentelijke belastingen op de verspreiding van reclamedrukwerk door bpost
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het hof van beroep in Brussel oordeelde dat Diest 270.000 euro moet terugbetalen aan bpost, omdat de belasting op reclamedrukwerk onterecht aan de *verdeler* (bpost) en niet aan de *adverteerder/uitgever* werd opgelegd, wat juridisch onduidelijk en inefficiënt zou zijn voor milieudoelen. Minister Matz benadrukt dat bpost als autonoom bedrijf de reglementen van Diest, Scherpenheuvel-Zichem en mogelijk andere gemeenten aanvecht omwille van administratieve lasten en gebrek aan duidelijkheid, maar dat de rechterlijke macht hierover beslist—niet de overheid. Van Hoecke pleit voor duidelijkere richtlijnen zodat lokale besturen hun belastingbevoegdheden juridisch waterdicht kunnen organiseren, zonder afhankelijk te zijn van gerechtelijke uitspraken. bpost eist geen terugbetaling bij de verspreiders, maar focust op het aanvechten van de heffingsmethode bij betwiste gemeenten.
Alexander Van Hoecke:
Begin dit jaar oordeelde het hof van beroep in Brussel dat de stad Diest 270.000 euro terug moest betalen aan bpost. Het postbedrijf stapte naar de rechter omdat het van mening was dat er meer dan 10 jaar onterecht belastingen werden betaald op de verspreiding van reclamedrukwerk.
Het hof van beroep volgde in het geval van de stad Diest de redenering van bpost en stelde dat er een duidelijke identificatie ontbreekt van wie eigenlijk de belastingplichtige is. Er zou ook nog een zaak hangende zijn tegen de gemeente Scherpenheuvel-Zichem.
Ook verschillende andere gemeenten heffen, net zoals Diest en Scherpenheuvel-Zichem, een belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk.
Wat is de visie van de minister op het aanvechten van gemeentelijke belastingen op de verspreiding van reclamedrukwerk door bpost?
Zijn er nog andere gemeenten waar bpost de gemeentelijke belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk aanvecht? Zo ja, welke en wat is telkens de reden volgens bpost?
Vordert bpost de verschillende gemeentelijke belastingen terug bij de verspreiders van reclamebladen?
Vanessa Matz:
Ik herinner eraan dat bpost een autonoom en beursgenoteerd overheidsbedrijf is. Het handelt volgens strikte regels van goed bestuur, met inachtneming van de belangen van zowel de Belgische Staat als van de andere aandeelhouders.
Als minister respecteer ik die autonomie, ook wanneer bpost via gerechtelijke weg haar belangen verdedigt. In dit geval betwist bpost de belastingreglementen van de steden Diest en Scherpenheuvel-Zichem over de bedeling van reclamedrukwerk. Die betwisting heeft geen betrekking op het principe van de belasting zelf, maar wel op het feit dat die steden de belasting opleggen aan de verdeler en niet aan de adverteerder of uitgever, die nochtans de beslissing tot verspreiding neemt.
Bpost stelt zich vragen bij de doeltreffendheid van die aanpak in het licht van de milieudoelstellingen van die belasting, zoals de vermindering van papierafval. Daarnaast is bpost van mening dat die werkwijze leidt tot een aanzienlijke administratieve en financiële belasting voor haar, terwijl de betrokken reglementen niet altijd voldoende duidelijk zijn. Bpost maakt gebruik van haar recht om een beslissing die haar schaadt aan te vechten. Het is aan de bevoegde rechtbanken, en niet aan de uitvoerende macht, om daarover te oordelen.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, het is duidelijk dat een dergelijke lokale heffing vaak een juridisch complex gegeven is. Natuurlijk is bpost een autonoom overheidsbedrijf, maar dat neemt niet weg dat de lokale besturen, de steden en gemeenten, duidelijkheid moeten hebben over wat ze juist kunnen met zo'n lokale heffing en wat niet. Er worden voornamelijk juridisch-technische redenen aangehaald om de gemeentelijke belasting aan te vechten. Het is vooral belangrijk dat de overheid en bpost, als overheidsbedrijf, een duidelijk signaal naar de lokale besturen sturen over hoe een gemeentelijke belasting kan worden georganiseerd. Als er bepaalde struikelblokken zijn, juridisch-technische struikelblokken, dan moeten de lokale besturen ook in staat worden gesteld om die te verhelpen, zodat zij hun lokale bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.
De belastinghervorming en de koopkracht van de gezinnen
De belastinghervorming
Belastinghervorming en impact op gezinskoopkracht
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische regering staat onder vuur omdat haar beleid—zoals bevroren lonen, verminderde aftrekbaarheid van alimentatie, stijgende huren en onduidelijke fiscale voordelen voor kinderopvang—de koopkracht van gezinnen en middenklasse uitholt, terwijl beloften zoals 500 euro extra (uit verkiezingscampagnes) zijn teruggebracht tot 110-115 euro/mnd in 2029. Minister Jambon verdedigt de fiscale hervorming (4,4 mjd euro) met maatregelen als verhoogde belastingvrije som (15.300 euro), kindertoeslagverhoging (+30% voor eerste kind) en netto-minimumloon in 2029, maar critici wijzen op gaten in de financiën (Bureau du Plan spreekt van 10 mjd nodig) en vrezen verborgen lastenverhogingen elders. De oppositie (met name socialisten) bestempelt plannen om kindergeld aan te tasten als een aanval op kwetsbare gezinnen, waar kinderen de dupe worden van bezuinigingen, terwijl Jambon benadrukt dat werken lonender moet zijn—met extra’s zoals flexi-jobplafondverhoging en ondernemersvoordelen. De politieke spanning draait om vertrouwen in de cijfers en de vraag of de hervorming daadwerkelijk armoede bestrijdt of enkel de lasten verschuift.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, les familles de ce pays n'en peuvent plus. On croise tous les jours des mamans seules qui comptent chaque euro avant d'aller faire leurs courses, des parents qui se demandent comment ils vont payer les activités de leurs enfants ou encore des pensionnés qui se privent pour aider leurs petits-enfants. Voilà la situation aujourd'hui en Belgique, monsieur le ministre.
Pendant ce temps, l'Arizona étrangle toujours un peu plus la classe moyenne. Chaque semaine, c'est une nouvelle attaque: la fausse bonne idée du sac à dos pour les congés parentaux, la pension de survie supprimée, la pension alimentaire moins déductible, les salaires bloqués, les pensions diminuées et les loyers qui explosent.
Comme si cela ne suffisait pas, même les réductions d'impôts pour les frais de garde sont devenues un véritable casse-tête. La Ligue des familles dénonce un flou juridique, des plafonds mal appliqués, des attestations compliquées. Les parents ne savent même plus s'ils auront droit à l'avantage promis.
Voilà votre soutien aux familles, monsieur le ministre: du bricolage et de l'incertitude.
Maintenant, cerise sur le gâteau, on entend qu'on oserait toucher à ce qu'il y a de plus sacré pour les familles: les allocations familiales. Cette aide, c'est ce qui permet d'acheter les chaussures d'un enfant, un cartable ou de lui payer une activité extrascolaire. Bref, pour certains, c'est ce qui aide à garder la tête hors de l'eau.
J’entends Les Engagés dire qu'ils ne laisseront pas faire. Mais combien de fois avons-nous entendu Les Engagés dire "non, non, non", pour ensuite se coucher devant le MR et devant la N-VA? Vous osez vous revendiquer être le parti de la famille. Vraiment? En tout cas, nous, socialistes, ne laisserons pas les familles sacrifiées sur l'autel de l'austérité.
Monsieur le ministre, ma question est très simple. Que comptez-vous faire pour garantir une vie décente aux familles? Allez-vous clarifier les déductions fiscales auxquelles les familles ont droit? Allez-vous revenir sur la déductibilité des rentes alimentaires?
Sofie Merckx:
"Mieux rémunérer le travail, augmenter le pouvoir d'achat": c'était la promesse de la campagne électorale. Nous devions recevoir plus ou moins 500 euros en plus. Cela ne venait pas de vous, monsieur le ministre, mais du MR et des Engagés.
De nombreuses personnes me demandent où sont ces 500 euros! On les cherche, on les cherche, on ne les trouve pas. On allait faire ça via une réforme fiscale.
Cet été, vous avez conclu votre accord sur la réforme fiscale, monsieur Jambon, et vous avez communiqué des chiffres à la VRT. Vous avez clairement indiqué que le maximum serait de 115 euros en 2029.
Et, d'ici à 2029, vous nous avez préparé un fameux plan. Vous allez supprimer nos primes de nuit, bloquer nos salaires, imposer une taxe carbone jusqu'à 600 euros et, si on en croit la presse, vous voulez même toucher aux allocations familiales. Monsieur Jambon, soyons clairs, nous n'allons pas laisser passer ça.
Ma question est la suivante. Pouvez-vous me confirmer que la réforme fiscale prévoit 100 à 150 euros par mois en 2029, et pas 500, pas 600, pas 300 euros d'ici peu?
Pouvez-vous nous donner vos calculs, monsieur Jambon? Vous avez envoyé ces chiffres à la VRT, après l'accord d'été, mais, depuis, je vous ai envoyé des mails, et on vous l'a encore demandé hier en commission. Comment arrivez-vous à ce montant? Quelle sera la réforme fiscale? Comment avez-vous fait ce calcul? Parce que nous savons tous que, rien que la quotité exemptée, c'est 10 milliards (…)
Jan Jambon:
Chers collègues, comme vous l'avez dit, cet été, le gouvernement s'est en effet mis d'accord sur la mise en œuvre d'une importante réforme fiscale. Il s'agit d'un paquet de mesures s'élevant à pas moins de 4,4 milliards d'euros. Cette réforme fiscale – vous avez raison madame Merckx – se déroulera par étapes.
La quotité exemptée sera par exemple déjà relevée l'année prochaine. La réforme fiscale atteindra sa vitesse de croisière en 2029 et la quotité exemptée atteindra 15 300 euros en 2029. Nous abaisserons également la cotisation spéciale pour la sécurité sociale, ce qui est particulièrement favorable pour les isolés. Ils bénéficieront d'une réduction d'impôt de maximum 350 euros par an.
Vous parlez des familles. Le supplément pour le premier enfant à charge passe de 1 980 euros à 2 650 euros, soit une augmentation de pas moins de 30 %.
Les personnes qui veulent travailler, qui veulent gagner un peu plus doivent pouvoir le faire. C'est pourquoi nous relevons le plafond maximum en matière de flexi-jobs. Ce plafond passera de 12 000 à 18 000 euros, cette année.
Ensuite, je suis particulièrement fier que de nombreuses mesures visent à récompenser ceux qui travaillent et qui entreprennent. Nous instaurons par exemple une déduction pour entrepreneurs, pour les indépendants. Nous ajoutons à cela la décision prise déjà précédemment, qui consiste à doubler le crédit d'impôt pour indépendants, passant de 3 750 euros à 7 500 euros. En plus, je suppose que l'opposition – surtout les partis de gauche – ne pourra que partager notre point de vue: le salaire brut minimum sera égal au net en 2029. C'est ce qui s'appelle récompenser le travail. Cela s'appelle réformer.
Vous m'avez demandé les chiffres. Pour une personne isolée au salaire minimum, cela représente une augmentation de pouvoir d'achat de 110 euros par mois. Nous, nous avons toujours dit que la différence entre travailler et ne pas travailler doit être de 500 euros. Le gouvernement n'a jamais parlé d'augmenter les salaires de 500 euros nets. On augmente de plus de 100 euros par mois. Cela veut dire qu'on a cette différence de 500 euros par mois entre ceux qui travaillent et ceux qui ne travaillent pas. À cela s'ajoute encore l'augmentation des chèques-repas. Au total, cela représente 1 800 euros de pouvoir d’achat supplémentaire par an.
Cela ne s’arrête pas à l’accord d’été! Dans l’accord de gouvernement, nous prévoyons encore des mesures pour renforcer le pouvoir d’achat. Pensez par exemple à la lutte contre les achats transfrontaliers avec la baisse des accises.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, la Ligue des familles a dénoncé le fait que ce gouvernement abandonne les parents. Il ne les soutient pas. Au final, ce sont les enfants qui trinquent. Le résultat final est que des enfants ne partent pas en vacances, sont privés d’activités extrascolaires ou ouvrent des frigos à moitié vides. Voilà la réalité de vos politiques, monsieur le ministre! Quand on s’attaque aux parents, ce sont les enfants qu’on brise.
Dans quelques mois, si tout se passe bien, ma petite fille verra le jour. Comme tous les futurs parents, je pense à ce que nous allons laisser à nos enfants. Votre héritage, monsieur le ministre, sera une génération d’enfants qui grandiront avec moins, moins de chances et moins d’avenir.
Une fois de plus, je m’adresse aux Engagés: les allocations familiales ne sont pas une variable d’ajustement budgétaire, elles sont vitales.
Nous, socialistes, serons un rempart parce qu’en aucun cas, les enfants de ce pays ne doivent payer vos choix d’austérité.
Voorzitter:
Madame Meunier, je souhaite vous féliciter.
Sofie Merckx:
Madame Meunier, je vous présente aussi toutes mes félicitations. En tout cas, monsieur le ministre, vous avez été clair: vous annoncez une augmentation de 110 euros par mois en 2029. J’espère donc que tout le monde a bien entendu, notamment le MR et Les Engagés. On nous a menti mais vous venez de rétablir la vérité. Deuxièmement, monsieur le ministre, augmenter la quotité exemptée à 15 000 euros coûterait 10 milliards d’euros. C'est ce qu'a annoncé le Bureau du Plan. Je vous invite à vérifier votre dossier car vous nous présentez un montant de 4 milliards. C’est précisément la raison pour laquelle je demande le détail vos calculs, que vous n’avez toujours pas transmis. Si vous baissez les impôts pour certains, mais que vous annoncez un coût limité à 4 milliards, alors certains citoyens payeront peut-être plus d'impôts. C'est précisément cela, monsieur Jambon, que j’aimerais bien savoir. Peut-être les plus riches, mais je n'y crois pas.
De door de landbouwsector geduchte terugvordering van belasting voor seizoensarbeid
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België’s maraîchers en fruittelers moeten 26 miljoen euro terugbetalen aan onterecht ontvangen loonkostvoordelen (2024-2025), door een retroactieve annulering van de fiscale vrijstelling door het Grondwettelijk Hof—een fout van het vorige gouvernement dat de maatregel niet bij de EU meldde. Minister Jambon kan de terugvordering niet stoppen, maar biedt uitstel tot eind 2024 en kwijtschelding van vertragingsrentes, plus een centraal aanspreekpunt voor hulp. Pirson erkent de noodzaak maar vreest faillissementen door bedragen tot €20.000 per boer, en hoopt op maximale flexibiliteit om de sector en voedselzekerheid te redden.
Anne Pirson:
Tomber dans les pommes, monsieur le ministre. Je ne sais pas si vous connaissez l'expression en français? Oui! Je peux vous dire en tout cas que c'est ce qui a failli arriver à des centaines de maraîchers qui sont en pleine récolte actuellement.
Chez nous, on dit "dans les pommes" et pas "dans les pommes de terre". En tout cas, c'est un courrier de votre administration, plutôt une demande de remboursement qui met les agriculteurs dans un pareil état. Dans les faits, depuis le 1 er juillet 2023, les agriculteurs en fruiticulture et en maraîchage y bénéficiaient d'un avantage fiscal pour engager des saisonniers, et cela par une dispense de versement de précomptes professionnels. Cette mesure compensait la hausse du coût salarial lié à ces contrats, une hausse qui était intervenue en 2022.
Cependant, en juin de cette année, la Cour constitutionnelle a annulé ce régime avec effet rétroactif au 1 er janvier 2024, avec pour résultat, cette semaine, que votre administration a réclamé à ces agriculteurs le remboursement des dispenses pour 2024 et 2025. Aujourd'hui, des centaines d'entre eux doivent donc rembourser des montants colossaux, parfois plusieurs dizaines de milliers d'euros, alors qu'ils ont respecté les règles. Or, ils n'ont rien fait de mal, et beaucoup annoncent déjà qu'ils n'ont pas les moyens de pouvoir rembourser les sommes réclamées.
Quelle solution votre gouvernement envisage-t-il pour soutenir ces agriculteurs et éviter que ces remboursements massifs mettent en péril les exploitations et leurs emplois? En effet, derrière chaque remboursement, il y a des familles, des emplois, et c'est par ailleurs notre souveraineté alimentaire qui est en jeu. Par conséquent, nous souhaiterions vraiment que vous puissiez agir avant qu'il ne soit trop tard.
Jan Jambon:
Madame Pirson, vous avez bien décrit les circonstances. Vous n'avez cependant pas dit que cette mesure, prise au 1 er janvier 2024, n'a jamais été notifiée à la Commission européenne par le précédent gouvernement. C'est donc là une erreur d'importance qui a été commise. La Cour constitutionnelle a – comme vous l'avez rappelé – annulé cette exonération et n'a pas admis dans ce cas-ci la possibilité de déroger au principe de rétroactivité.
En conséquence, le soutien octroyé depuis 2024 doit être remboursé par le secteur. Ni moi, ni l'administration fiscale n'avons la possibilité d'y déroger. Nous devons, comme tout un chacun, respecter la législation européenne et l'arrêt de la Cour constitutionnelle.
Mon administration doit donc appliquer la décision de la Cour et procéder à une demande de remboursement. Il s'agit, au total, d'environ 26 millions d'euros et 1 600 contribuables sont concernés. L'administration a désormais informé les contribuables que les montants doivent être remboursés et a précisé le délai dont ils disposent à cet effet.
Suite à plusieurs consultations menées avec le secteur, j'ai demandé à l'administration d'accorder un délai exceptionnel de paiement jusqu'à la fin de l'année. En ce qui concerne les intérêts de retard, une tolérance a également été appliquée avec un délai plus long. J'ai aussi veillé à ce qu'un point de contact central soit mis en place afin que les contribuables puissent poser toutes leurs questions.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. En effet, je n'avais pas précisé que vous n'étiez pas comptable de cette situation, laquelle résulte d'initiatives de l'ancien gouvernement. Vous, pas plus que l'administration, n'en êtes donc responsable. Nous avons bien compris que nous n'avions pas le choix et qu'il fallait appliquer la décision de la Cour constitutionnelle. J'ai entendu qu'un délai exceptionnel pour le remboursement allait être accordé jusqu'à la fin de l'année. Nous avons noué des contacts et lu dans la presse que certaines personnes devaient rembourser jusqu'à 20 000 euros. Ce ne sont vraiment pas des sommes négligeables. Nous espérons, dès lors, que les mesures prises pourront les aider et que vous pourrez faire preuve de souplesse pour éviter que ces agriculteurs ne tombent en faillite. Je vous remercie.
De impact van de belastinghervorming op de gezinnen
De impact van de begrotingshervorming op de gezinnen
De fiscale hervorming
Fiscale en begrotingshervorming: impact op gezinnen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
N-VA
Charlotte Verkeyn
CD&V
Steven Matheï
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De belastinghervorming met verhoging van de belastingvrije som (kost: 3,5 mjd) en fiscale gelijkheid per kind botst op kritiek omdat eerdere plannen grote gezinnen met een gehandicapt kind (tot -5.800 euro/jaar) zouden benadelen—hoewel minister Jambon nu belooft dat gehandicapte kinderen *wel* voor twee tellen. CD&V en Open Vld eisen meer netto-inkomen (via lagere sociale bijdragen, werkbonus) en geen nieuwe taksen, terwijl Jambon bevestigt dat de hervorming budgetneutraal en werkgerelateerd moet zijn, met uitvoering in 2026. De discussie draait om prioriteiten: lastenverlichting *vs.* begrotingsneutraliteit, met verwijten over partijpolitiek blokkeren (Open Vld) en tegenstrijdige beloftes (regering).
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, met het zomerakkoord probeert u ook de belastinghervorming af te ronden, onder meer door de belastingvrije som te verhogen.
Ik wil u toch herinneren aan wat uw kabinetschef daarover eerder heeft gezegd. De heer Wesley De Visscher zei dat het verhogen van de belastingvrije som nonsens is. Waarom? Ten eerste, het heeft nauwelijks een impact op het inkomen van mensen. Ten tweede, het is een zeer dure maatregel, die 3,5 miljard euro zou kosten. Ten derde, als u mensen echt wilt aanzetten tot werken, dan zijn er betere methoden, zoals de afschaffing van belastingtarieven. Dat hebben wij met de vorige regering gedaan, samen met collega Bouchez. We hebben toen drie tarieven afgeschaft. De laatste keer was dat trouwens met de N-VA. Toch volhardt u in de boosheid en gaat u de belastingvrije som verhogen.
Wat blijkt nu echter? Om die belastingvrije som te verhogen en de factuur te betalen, wordt een nieuwe taks ingevoerd. Na twintig arizonataksen komt er een nieuwe taks, meer bepaald op gehandicapte kinderen. Grote gezinnen met een gehandicapt kind zullen de prijs betalen. Vandaag is een gehandicapt kind goed voor een toeslag van twee kinderen. Als dat het derde kind in een groot gezin is, is dat 11.140 euro. Met uw hervorming gaat dat naar een forfait, mijnheer de minister. In dat geval levert het gehandicapte derde kind in een groot gezin nog slechts 5.300 euro op. Dat is een achteruitgang voor die gezinnen.
Het gevolg daarvan is dat de grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen zullen betalen. Een alleenstaande ouder met drie kinderen, waarvan het derde kind een handicap heeft, zal duizenden euro’s meer aan belastingen moeten betalen. Mijnheer de minister, ik dacht dat u de belastingen voor de mensen wou verlagen.
Monsieur Bouchez, diminuer les taxes, pas augmenter les taxes.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Waarom wilt u grote gezinnen met een gehandicapt kind meer belastingen laten betalen?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, een kind kan opgroeien bij een gehuwd koppel waarvan beide ouders werken, bij een gehuwd koppel waarvan een van de ouders werkt, bij een alleenstaande of in een nieuw samengesteld gezin. Datzelfde kind wordt in die vier situaties fiscaal ongelijk behandeld. Datzelfde kind zal voor de fiscus namelijk ofwel duurder, ofwel goedkoper zijn. Dat is niet afhankelijk van het kind, maar van hoe de ouders willen samenleven en zich organiseren.
Het regeerakkoord stelt terecht dat we dat moeten herdenken, want anno 2025 is dat niet meer verdedigbaar. Er moet aandacht komen voor fiscale gelijkheid in de gezinsfiscaliteit, voor alleenstaanden, voor kleine gezinnen. Daarnaast moeten werkende ouders, ondernemende ouders, worden beloond.
Er circuleren nu een aantal suggesties en ontwerpen. Ik wil benadrukken dat aan de situatie van kinderen met een beperking, naar wat ik hoor, niet wordt geraakt. Er worden wel suggesties gedaan over allerlei goede zaken, zoals een stevige verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus, een verhoging van de maaltijdcheques en de ondernemersaftrek.
Mijnheer de minister, klopt het dat de plannen en ontwerpen die u in uw hoofd hebt, gericht zijn op een fiscaal gelijkere behandeling van onze kinderen en op het doen lonen van werken?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, wie werkt, moet netto meer overhouden. Punt. Die strijd voert cd&v al jaren, denk maar aan de uitwerking van de fiscale blauwdruk van Vincent Van Peteghem, de meest verregaande fiscale hervorming van de afgelopen decennia. Een aantal belangrijke krachtlijnen daarvan zijn inmiddels opgenomen in het regeerakkoord.
Vandaag is het money time . Het is money time voor de regering om een aantal beslissingen te nemen, maar ook money time voor de hardwerkende mensen, de hardwerkende middenklasse. Tal van hervormingen worden aangebracht en uitgewerkt, waarvan de fiscale hervorming een belangrijke is.
Voor cd&v staan daarbij drie zaken voorop. Ten eerste, meer netto op het einde van de maand, niet alleen voor mensen met een lager inkomen, maar ook voor de hardwerkende middenklasse, uit te voeren door de belastingvrije som op te trekken. Ten tweede, cd&v vindt het essentieel dat gezinnen met kinderen niet benadeeld worden. Ten derde, er moet specifieke aandacht zijn voor singles, in het bijzonder alleenstaande ouders. Zij hebben het financieel moeilijker, omdat ze dezelfde kosten alleen moeten dragen, terwijl ze op fiscaal vlak proportioneel het zwaarst belast worden. Daar moet iets aan veranderen. Dat kan bijvoorbeeld door de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, de zogenaamde crisisbelasting, te verlagen.
Mijnheer de minister, alles ligt op tafel. Het regeerakkoord zegt duidelijk dat er getrancheerd moet worden. We weten dat ons land veel belastingen kent. Als we daaraan iets willen veranderen, dan moeten we dat niet doen door nieuwe belastingen, zoals een defensiebelasting, in het leven te roepen, maar door een echte belastinghervorming uit te werken. Die belastinghervorming ligt nu op tafel.
Mijnheer de minister, zal met die belastinghervorming worden gegarandeerd dat het netto-inkomen van de hardwerkende Vlaming op het einde van de maand toeneemt?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, enkelen onder u baseren zich verkeerdelijk op interne werkdocumenten en trekken foute conclusies uit wat daarin staat.
Ik voer, zoals steeds, loyaal het regeerakkoord uit. Mijnheer Matheï, het antwoord op uw vraag is daarom eigenlijk zeer simpel: ja, dat is de bedoeling van de hele belastinghervorming. Ik kan daar kort over zijn.
Met deze regering streven wij naar een samenlevingsneutrale fiscaliteit waarin elk kind zo veel mogelijk gelijk wordt behandeld. Ik citeer daarvoor graag het regeerakkoord: "De regering wil elk kind zo veel mogelijk gelijk behandelen. De toeslag op de belastingvrije som zal worden gemoderniseerd en meer in lijn worden gebracht met de hedendaagse sociologische realiteit. In de toekomst zal ieder kind dezelfde toeslag krijgen tot een bepaald plafondbedrag. Deze hervorming is budgetneutraal. Daarnaast wordt de toeslag op de belastingvrije som voor alleenstaande ouders enkel toegekend aan werkelijk alleenstaande ouders."
Wat de precieze hervorming betreft, zolang het werk nog niet is afgerond, geef ik daarover nog geen details. Dat zal in de komende uren en dagen verder uitgewerkt worden. Zodra de regering daarover beslist heeft, komt de tekst naar buiten voor adviezen, daarna volgt een tweede lezing en wordt het wetsontwerp ingediend in het Parlement.
De regering meent het ernstig met het doen lonen van werk. Daar gaat het in essentie over. Daarom voorzien we een stevige verhoging van de belastingvrije som. We voorzien ook een verlaging van de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, een versterking van de werkbonus voor de laagste lonen en een verhoging van de maaltijdcheques. Mijnheer Van Quickenborne, het moet u als muziek in de oren klinken dat de ondernemersaftrek voor zelfstandigen zonder vennootschap er komt, boven op het belastingkrediet, dat wordt opgetrokken tot maar liefst 7.500 euro. Daarnaast zal ook de belastingvermeerdering bij onvoldoende voorafbetalingen verdwijnen. Die principes vormen ons kompas.
Ik kan één ding heel duidelijk stellen en ik wil ook dat dat zeer duidelijk genoteerd wordt. Een gehandicapt kind zal voor twee blijven gelden. Daarin is geen wijziging voorzien en daarover is elke partij binnen de meerderheid het eens.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor het laatste deel, want daar maakt u een serieuze bocht. In de tekst die tot nu toe voorlag, was het forfait voor een gehandicapt kind 2.650 euro. Dat is de realiteit. Nu maakt deze regering een bocht, goed, inderdaad gelukkig op tijd, om ervoor te zorgen dat er niemand op achteruitgaat. Maar dan moet u er wel op toezien dat effectief niemand erop achteruitgaat, ook niet grote gezinnen met een gehandicapt kind.
Maar wat is dat altijd met die taksen in deze regering? Taks, taks, taks. Daarnet zei de heer Matheï dat er geen defensietaks mag komen, maar minister Van Peteghem zei deze week dat een defensietaks mogelijk is.
Collega's, hervorm. Voor hervormingen vindt u in ons een partner. Hervorm, maar stop met die taksen, die taksen, en die taksen. Stop daarmee!
Charlotte Verkeyn:
Ik vermoed dat sommigen vanmiddag nog niet gegeten hebben, tenzij een broodje aap.
Mijnheer de minister, laat u niet van de wijs brengen. Degenen die hier nu staan te kraaien over een hervorming voor kleine gezinnen, zullen morgen kraaien dat we niet genoeg doen voor de alleenstaanden, en overmorgen dat we niet genoeg doen tegen het begrotingstekort.
Voor zulke personen bestaat een woord, dat zijn windhanen.
Mijnheer de minister, blijf maar mooi op uw rechte stok zitten, en ga ervoor.
Voorzitter:
Mijnheer Matheï, hebt u ook verwijzingen naar het dierenrijk?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Voor ons is de fiscale hervorming een absolute prioriteit. Ik dank u ook voor de aandacht voor de gezinnen met kinderen, ook voor kinderen met een beperking, en natuurlijk ook voor de lastenverlaging. Collega Van Quickenborne, in deze fiscale hervorming zit een lastenverlaging. In de vorige regering, niet zo lang geleden, onder leiding van een liberale premier, lag een doorgedreven fiscale hervorming op tafel, met lastenverlaging, maar die werd tegengehouden. De partijpolitieke stratego ging voor op de centen van de mensen. Nu realiseren we die fiscale hervorming, mét die lastenverlaging, vanaf januari 2026. Dat is het verschil tussen uw partij, Open Vld, en onze partij, cd&v. Wij doen het, jullie blokkeren.
De wenselijkheid van een defensiebelasting voor de begroting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de mogelijke invoering van een defensiebelasting om de gestegen NAVO-norm (5%) en structurele defensie-uitgaven te financieren. Minister Van Peteghem (Begroting) sluit de optie niet uit ("geen taboes"), maar benadrukt eerst bestaande hervormingen en de regeerakkoord-verdeelsleutel, zonder concrete plannen of timing. Vermeersch (Vlaams Belang) verwerpt nieuwe belastingen fel, wijst op het "moddervette" België en pleit voor 5 miljard besparingen (EU, asiel, politiek) in plaats van "gemakkelijkheidsoplossingen". Premier De Wever en minister Prévot lieten eerder al ruimte voor een defensiebelasting, maar MR (Bouchez) verzet zich; de regering onderzoekt alle opties (inkomsten, bezuinigen, schulden).
Voorzitter:
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ik vandaag al een antwoord heb gehoord op de volgende vraag, over de wenselijkheid van een defensiebelasting voor de begroting.
Wouter Vermeersch:
U hebt goed geanalyseerd, mijnheer de voorzitter, dat de vraag al gesteld is, maar het antwoord is er nog niet op gekomen. Mevrouw Merckx heeft dat daarnet ook opgemerkt. Wat betreft die defensiebelasting, is er nog geen antwoord gekomen van de minister. Ik probeer het nog eens.
Na afloop van de NAVO-top is duidelijk geworden dat de NAVO-norm op 5 % zal liggen. Dergelijke recurrente uitgaven veronderstellen echter structurele financiering. Binnen de regering gingen al verschillende stemmen op om een defensiebelasting in te voeren. Zo liet premier De Wever midden mei in een interview met de RTBF reeds een kier open voor een defensiebelasting. Ook de minister van Buitenlandse Zaken, de heer Prévot van Les Engagés, stelde al dat nieuwe belastingen een optie zijn om de defensie-uitgaven te financieren. Volgens hem zijn er drie opties: nieuwe inkomsten verwerven, knippen in de uitgaven of bijkomende schulden maken, opties die zonder taboes moeten worden bekeken. Enkel de heer Bouchez, partijvoorzitter van de MR, en zijn partij lijken binnen deze regering duidelijk gekant tegen nieuwe belastingen. Hoewel, we moeten eerlijk zijn, ze hebben er ondertussen in deze legislatuur al een paar ingevoerd. De minister van Begroting stelde al herhaaldelijk dat de investeringen in defensie gecompenseerd moeten worden, wat dus een structurele financiering impliceert. Inmiddels is duidelijk dat zelfs de structurele financiering van de afgesproken 2 %-norm uitblijft.
Wat is het standpunt van de minister van Begroting over een defensiebelasting?
Hoe en wanneer beoogt de minister de structurele financiering te realiseren?
Ik hoop nu wel op een duidelijk antwoord.
Vincent Van Peteghem:
Ik gaf eerder al aan dat ik geen taboes wil uitspreken wat betreft de structurele financiering van het defensieplan, die jaarlijks bij de begrotingsopmaak geëvalueerd wordt. Dat betekent niet dat ik een defensiebelasting een goed idee vind, maar het is belangrijk dat we erover waken dat de reeds besliste structurele hervormingen ook effectief uitgevoerd worden en dat de beoogde rendementen ook effectief behaald worden, alvorens nieuwe initiatieven uit te werken.
Ik weet dat ik mezelf herhaal, maar de verdeelsleutel die in het regeerakkoord werd afgesproken, geldt daarbij als leidraad voor eventuele bijkomende inspanningen.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, ik vind dat u nu wel een duidelijk antwoord gaf. U zegt dat er geen taboes zijn, dus ik begrijp heel duidelijk dat u een defensiebelasting op dit moment niet uitsluit, dat dit voor u een van de opties is om tot een structurele financiering van die defensie-uitgaven te komen. Bij mijn weten is dit de eerste keer dat u daarover zo duidelijk antwoordt en dat is toch wel opmerkelijk. Laat het duidelijk zijn, wij zijn daar wel tegen gekant. Wij vinden dat er in dit land, dat wereldkampioen is inzake belastingen, geen nieuwe belasting moet komen, maar dat die andere opties moeten worden bekeken. Er kan worden geknipt in de uitgaven. Deze Belgische Staat is immers nog altijd moddervet en er zijn heel wat besparingen te realiseren. Dat is de eerste weg waarnaar moet worden gekeken. Een echt kerntakendebat is aan de orde. Zo heeft het Vlaams Belang tijdens de begrotingsdiscussie maar liefst 5 miljard euro aan besparingen voorgelegd, inzake de uitgaven aan de Europese Unie, de asielfactuur, een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers en besparingen op de politieke structuren in dit land, zoals de Senaat en de provincies. Dat zijn allemaal zaken waarnaar we in de eerste plaats moeten kijken in plaats van opnieuw te gaan voor de gemakkelijkheidsoplossing, een zoveelste nieuwe belasting. Uw regering is al gekomen met een meerwaardebelasting en deze is zelfs nog niet ingediend, besproken of goedgekeurd in dit Parlement of de regering-De Wever spreekt alweer over een nieuwe belasting. Premier De Wever heeft de deur op een kier gezet, net als de heer Prévot, en nu dus ook duidelijk de minister van Begroting, die zegt dat er geen taboes zijn, dat een defensiebelasting wel degelijk een van de opties is om tot een structurele financiering van de defensie-uitgaven te komen. Wij betreuren dat.
Het begrotingsadvies over de meerwaardebelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Jambontaks (meerwaardebelasting) werd aanvankelijk afgekeurd door Begrotingsminister Van Peteghem omdat het oorspronkelijke voorstel de beoogde 250 miljoen euro opbrengst in 2026 niet zou halen, maar een aangepast compromis zou nu wel voldoen—al blijft de maatregel puur budgettair gedreven en onevenredig belastend voor Vlaanderen, volgens criticus Vermeersch. Hij bekritiseert de toegenomen fiscale complexiteit en noemt de taks een "koterij" die vooral fiscalisten bevoordeelt, terwijl Van Peteghem volhardt in het garanderen van de opbrengst, desnoods met latere bijsturing. De peildatum, vrijstellingen en uitvoeringsdetails blijven echter onduidelijk, met doorverwijzing naar minister Jambon voor verdere toelichting.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de Jambontaks of meerwaardebelasting. Midden mei lekte in De Standaard uit dat de minister van Begroting een negatief advies over de meerwaardebelasting had gegeven aan de minister van Financiën. Het voorliggend ontwerp, waarin de afschaffing van de Reynderstaks en de verlaging van de taks op beursverrichtingen nog waren opgenomen, zou volgens dat advies niet beantwoorden aan de doelstelling om in 2026 reeds 250 miljoen euro op te halen met de meerwaardebelasting. Daardoor zou het ontwerp niet conform de begrotingsnotificaties zijn, waarin ook ramingen waren opgenomen voor de jaren 2027 tot en met 2029.
De grootste variabele bleek de vrijstelling te zijn. Ideeën die geopperd werden, waren onder meer een vrijstelling na tien jaar alsook vrijstellingen van 10.000 of 20.000 euro, al dan niet jaarlijks overdraagbaar. Ook de onduidelijkheid over de peildatum zou de opbrengsten in 2026 in het gedrang kunnen brengen.
Het akkoord van de regering heeft echter een andere inhoud. Ondanks het verzoek van de commissie voor Financiën en Begroting werd geen verdere inzage verschaft in het advies.
Mijnheer de minister, werden nadien nog nieuwe adviezen verschaft aan de minister van Financiën over de meerwaardebelasting of de zogenaamde Jambontaks?
Wat is het huidig advies van de minister van Begroting over de door de ministerraad goedgekeurde Jambontaks?
Blijven een aantal argumenten uit het oorspronkelijk advies overeind?
Zijn de opbrengsten die beoogd worden in de begrotingsnotificatie van 14 februari 2025 nog accuraat of dienen ze te worden herzien?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vermeersch, ik heb inderdaad een niet-akkoord uitgebracht in een vroeg stadium van het proces met betrekking tot de meerwaardebelasting. Onder andere op basis van dat niet-akkoord werd verder gewerkt aan een werkbaar compromis dat het vooropgestelde rendement honoreert.
Ik ben ook blij met het eindresultaat, waarvan ik overtuigd ben dat het de vooropgestelde budgettaire opbrengsten zal realiseren. Als minister van Begroting is het uiteraard mijn rol om te controleren of de inkomsten in lijn zijn met wat binnen de regering werd afgesproken. In de begroting van 2026 zal dus staan dat de meerwaardebelasting 250 miljoen euro zal opbrengen. Mocht blijken dat dat niet het geval is, dan moet er uiteraard worden bijgestuurd.
Wat betreft de details over de concrete uitwerking van de meerwaardebelasting, verwijs ik u graag door naar mijn collega, minister Jambon.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, met uw antwoord bevestigt u nogmaals dat die opbrengst er absoluut moet komen, wat er ook van wordt. Dat bewijst nog maar eens dat de Jambontaks, of meerwaardebelasting, in wezen een platte begrotingsmaatregel is. Er moet en zal 250 miljoen euro gerealiseerd worden. Laten we eerlijk zijn, die meerwaarden zitten vooral in Vlaanderen. Dat betekent dat die 250 miljoen euro vooral uit de zakken van de Vlamingen zal worden gehaald. De voorbije weken is over de meerwaardebelasting of Jambontaks ook gebleken dat eigenlijk niemand tevreden is met wat er op tafel ligt. De fiscalisten vormen misschien een uitzondering, omdat ze een aardige kluif en verdienmodel zien in het maken van de foto op het einde van het jaar. Daarbij zullen ook tal van fiscale discussies volgen over een zoveelste nieuwe koterij binnen ons belastingstelsel. Herinnert u zich dat u in de vorige legislatuur minister van Financiën was? U zou toen een blauwdruk voor een brede fiscale hervorming presenteren. Na twee regeringen zien we echter dat onze fiscaliteit alleen maar complexer is geworden. Die meerwaardebelasting is een zoveelste koterij. Ze voegt een bijkomende laag van complexiteit toe aan de huidige reeds hopeloos complexe fiscaliteit. Dat is betreurenswaardig en betekent een regelrechte ramp voor heel wat hardwerkende Vlamingen.
De nieuwe EU-koolstoftaks die gezinnen 250 tot 400 euro per jaar zal kosten
De sociale en economische haalbaarheid van ETS2
De koolstoftaks
De impact van de EU-koolstoftaks en ETS2 op gezinnen en economie
Gesteld door
VB
Sam Van Rooy
N-VA
Katrijn van Riet
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De invoering van ETS2 (EU-koolstoftaks vanaf 2027) dreigt Belgische gezinnen 250–400 euro/jaar extra te kosten door stijgende prijzen voor brandstoffen (aardgas +16%, stookolie +21%, benzine/diesel +10-11%), met zware gevolgen voor lagere inkomens, slecht geïsoleerde woningen en kmo’s. De minister bevestigt de plannen—inkomsten (5,4–7,6 mjd euro tot 2030) moeten de transitie financieren—maar kritiek blijft: het Sociaal Klimaatfonds (1,66 mjd) is ontoereikend, alternatieven (isolatie, openbaar vervoer) ontbreken, en Europa weigert uitstel ondanks brede vraag daartoe. Oppositie eist afschaffing of volledige compensatie ("*nul euro meerkost*"), wijst op energiearmoede en economische schade, terwijl de minister herverdeling van ETS-gelden als oplossing naar voren schuift—zonder concrete maatregelen om de lasten te verzachten. De sociale en politieke weerstand groeit, met vragen bij de haalbaarheid en rechtvaardigheid van de klimaatplannen.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, u liet daarnet nog uitschijnen dat het klimaatbeleid economisch voordelig zou zijn voor onze gezinnen en voor onze bedrijven. Uit een impactanalyse van het Federaal Planbureau blijkt echter dat Belgische gezinnen 250 tot 400 euro per jaar extra zullen moeten betalen door de invoering van ETS2, de koolstoftaks van de Europese Unie, vanaf 2027.
Dat zal leiden tot duurder aardgas, tot duurdere stookolie, tot duurdere benzine en tot duurdere diesel. Vooral de verwarming van woningen zal volgens het Planbureau duurder worden. Stookolie wordt 21 % duurder, aardgas 16 % duurder, en de prijs van diesel en benzine stijgt respectievelijk 10% en 11 %.
Zoals helaas vaak het geval is, zullen huishoudens met een laag inkomen, gezinnen die verwarmen met stookolie, alleenstaanden en eenoudergezinnen het zwaarst getroffen worden. Ik geef één voorbeeld. Als een gezin woont in een slecht geïsoleerde woning die wordt verwarmd met aardgas en rijdt met een wagen op gewone brandstof, zou dat per jaar tot 375 euro extra moeten betalen.
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel eenvoudig wat uw reactie daarop is. Welke maatregelen zult u nemen op ervoor te zorgen dat de meerkosten waarvan sprake herleid worden tot nul euro? Dat vind ik niet meer dan logisch, hoewel ik de lat in uw ogen daarmee misschien hoog leg.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, Donald Tusk zei in het Europees Parlement dat we goed moeten nadenken over de snelle invoering van ETS2, want als de energieprijzen blijven stijgen, zal de politieke impact rampzalig zijn.
Vanaf 2027 moeten leveranciers een CO 2 -prijs betalen op huisbrandolie, aardgas, benzine en diesel, waarmee ik deels herhaal wat de collega daarnet zei. Immers, wie draait op voor de kosten? De consument, zo zegt het Federaal Planbureau, dat jaarlijkse meerkosten tot 400 euro per gezin voorspelt. Daarnaast treft ETS2 ook de economie en bedrijven en heeft ETS2 een aanzienlijke sociale impact.
Meerdere lidstaten vragen uitstel of hertekening. Het Sociaal Klimaatfonds voorziet in 1,66 miljard euro steun voor kwetsbare huishoudens, maar dat bedrag volstaat niet.
Voor bedrijven is er nauwelijks iets voorzien.
Klimaatbeleid is noodzakelijk. Onze fractie staat er ook helemaal achter. Het moet echter sociaal en economisch haalbaar blijven. De competitiviteit van onze bedrijven en van onze kmo’s is daarbij primordiaal.
Bijkomend riskeert België dure juridische stappen van de Europese Commissie wegens het niet tijdig omzetten van eerdere klimaatregels, zoals de regel van het reeds in werking getreden ETS.
Het regeerakkoord bepleit een inclusieve en rechtvaardige transitie. De overheid moet de burgers en bedrijven ondersteunen in hun vergroening en mag de energiearmoede niet verergeren.
Wordt dat alles echter niet veel te duur voor de burgers of voor de overheid? Dat roept vragen op.
Mijnheer de minister, hoe ziet u de implementatie van ETS2 in onze maatschappij verlopen?
Welke extra beleidsmaatregelen behalve het Sociaal Klimaatfonds neemt u om te zorgen voor inclusie en transitie voor alle burgers en bedrijven?
Hebt u al Europese signalen opgevangen van de massale vraag om uitstel of een hertekening? Meent u dat extra druk zetten op de Europese Commissie een oplossing kan zijn?
Het Europees Hof van Justitie klopt aan de deur. Welke stappen zet u om de klimaatrichtlijnen, zoals de ETS-richtlijn, waaraan wij al jaren niet voldoen, om te zetten? Hoe reageren we daarop?
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, nous avons déjà abordé le sujet de l’ETS2 aujourd’hui, mais également lors de nos dernières discussions.
En 2027, une taxe carbone devra être introduite, conformément à la décision prise il y a deux ans par le Parlement européen dans le cadre de la réforme du système d’échange de quotas d’émission (ETS).
L’accord de majorité fédérale prévoit que le gouvernement étudiera l’impact de la mise en œuvre de ce système ETS2. Cet impact a été récemment calculé par le Bureau fédéral du Plan, qui estime que cette mesure entraînerait une forte hausse des coûts pour les ménages, comprise entre 250 et 400 euros par an.
Le ministre des Finances a indiqué que le système ETS2, qui prévoit cette taxe carbone, doit encore être discuté au sein du gouvernement fédéral. En Région wallonne, la ministre MR du Climat a évoqué la possibilité d’un report de cette taxe carbone.
Monsieur le ministre, que pensez-vous des estimations du Bureau fédéral du Plan? Confirmez-vous ces chiffres et un coût qui pourrait varier entre 250 et 400 euros? Souhaitez-vous un report, voire une annulation, de la mise en œuvre de cette taxe carbone? Quel mécanisme de soutien est-il actuellement sur la table? Compensera-t-il les surcoûts générés par cette taxe, tant pour les personnes les plus vulnérables que pour l’ensemble de la classe travailleuse?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, concernant les questions relatives au rapport du Bureau fédéral du Plan et aux mesures prises, ainsi qu’au rapport et au non-paper d'ETS2, je pense avoir répondu à vos interrogations lors de mes précédentes interventions sur le Plan social pour le climat. Je vais essayer de ne pas me répéter.
Hoe ziet u de implementatie van ETS2 in onze maatschappij? De voorbereiding van de invoering van ETS2 is al begonnen en verloopt voorspoedig. Vanaf 2024 moeten de gereguleerde entiteiten, dus de brandstofdistributeurs, rapporteren over de hoeveelheden brandstof die zij op de markt brengen. Vanaf 2028 zullen zij een bepaalde hoeveelheid emissierechten moeten inleveren ter compensatie van hun uitstoot van 2027.
Welke extra beleidsmaatregelen, naast het Sociaal Klimaatfonds, neemt u om te zorgen voor inclusie en transitie van alle burgers en bedrijven met betrekking tot ETS2? De inkomsten die ETS2 genereert, zijn een essentieel instrument om de klimaattransitie in België te versnellen en sociaal rechtvaardig te maken. De rechtstreekse inkomsten voor België uit ETS2 worden geschat tussen de 5,4 en 7,6 miljard euro voor de periode 2027-2030. In het regeerakkoord staat dat de federale overheid rond de tafel gaat zitten met de gewesten over de verdeling van onder andere de lusten, de inkomsten van het ETS-systeem en het Sociaal Klimaatfonds. Die inkomsten zullen uitsluitend gebruikt worden om maatregelen te financieren om de transitie te begeleiden voor burgers en ondernemingen. De federale overheid zal de komende weken en maanden moeten beslissen hoe die inkomsten gebruikt zullen worden.
De combinatie van een koolstofprijs en een herverdeling van de inkomsten zou zorgen voor een rechtvaardige bijdrage van iedereen aan de kosten van de emissiereductie. Gezinnen en bedrijven die investeren in klimaatvriendelijke alternatieven, zoals warmtepompen, vermijden de koolstofprijs en worden ondersteund via de ETS2-inkomsten. Gezinnen en bedrijven die nog niet investeren, zullen de koolstofprijs betalen, maar ontvangen ook ondersteuning voor die extra kosten.
Door de ETS2-middelen kunnen investeringen en gedragsaanpassingen, zoals minder de wagen nemen en niet gebruikte ruimtes in huis minder verwarmen, op dezelfde manier gestimuleerd worden, in tegenstelling tot subsidies voor specifieke investeringen. Daarnaast is het van essentieel belang dat we werk maken van aanvullende maatregelen die inspelen op andere barrières die klimaatvriendelijke investeringen en gedrag in de weg staan. Het is ook bijzonder belangrijk om helder en juist te communiceren met de gezinnen en bedrijven. Mijn administratie is actief in overleg met haar federale gewestelijke tegenhangers om een dergelijke communicatie-inspanning op te zetten en te coördineren.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de minister, de talloze mensen die jarenlang werd wijsgemaakt dat ze zich het best met gas konden verwarmen, worden daar nu financieel voor gestraft. Het beleid in dit land is werkelijk wraakroepend.
De nieuwe koolstoftaks zal de levensstandaard van talloze mensen doen dalen. Ze zal velen in armoede storten. De nieuwe koolstoftaks zal onze bedrijven en gezinnen, die het vaak nu al moeilijk hebben, failliet doen gaan of doen verhuizen, en dat allemaal, zoals ik daarnet heb gezegd, voor een temperatuurdaling van welgeteld nul graden Celsius. Mijnheer de minister, ik zal dus blijven herhalen dat u moet stoppen met die CO 2 -hysterie. Kom op voor onze gezinnen, onze bedrijven, en zorg ervoor dat die koolstoftaks wordt afgevoerd.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord, maar bij wijze van repliek geef ik u gewoon een voorbeeld. Ik was nog niet zo lang geleden werkzaam bij een bedrijf, in een internationaal team. In januari 2024, dus nog niet zo heel lang geleden, moest elk teamlid verantwoorden welke ecologische maatregel hij in zijn privéleven had genomen. Twee van mijn toenmalige collega's, beiden wonend in de Europese Unie, verklaarden zo fier als een pauw verklaarden: “Wij hebben een gastank in onze tuin geplaatst, une citerne pour le gaz dans le jardin .” Die tank moet dan nog worden gevuld door leveringen met een vrachtwagen, maar op die manier konden ze eindelijk ophouden met het gebruik van kolen waarmee ze voordien hun huis verwarmden. Ik trok grote ogen, want in België mogen we bijna niet meer op gas verwarmen. Inwoners van de Europese Unie zijn dus blijkbaar zo fier als een pauw dat ze eindelijk een gastank in de tuin konden plaatsen.
Mijnheer de minister, ik sta absoluut achter het klimaatplan van de Europese Unie, maar soms vraag ik me echt af waarmee we bezig zijn.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, lors de la dernière salve de questions, vous nous avez dit que le rapport du Bureau fédéral du Plan est une contribution au débat. Je ne suis pas d'accord. C'est le cœur du débat. Le rapport dit clairement, à l'instar de ce que disaient déjà plusieurs études auparavant, qu’avec l'extension du marché carbone, avec cette taxe carbone, ce sont les citoyens qui vont payer la facture, et ce sera inefficace pour assurer la transition. Vous venez de confirmer que la taxe carbone arrive. Pour vous, c'est même un outil essentiel. Disons les choses très clairement: les déclarations du MR à la Région ou, ici, en séance plénière, c'est du théâtre! Il n’y aura ni report, ni suppression de cette taxe. Vous reconnaissez que cette mesure aura un impact social. Mais toutes les recettes dont vous parlez, ces milliards, d'où viendront-ils? De la poche des gens pendant que les géants de l'énergie continueront de se gaver parce qu'ils répercuteront les coûts sur nos factures. Vous dites que si nous ne nous occupons pas du climat, il s'occupera de nous. Je vous suis. Vous dites que le coût de l'inaction sera beaucoup plus élevé que celui de l'action. Je vous suis également. Mais je ne vous suis pas lorsque vous faites porter la transition sur les ménages tout en reportant les investissements dans les énergies renouvelables et en coupant dans les investissements dans les transports en commun. Selon vous, cela va pousser les gens à prendre moins la voiture, à moins se chauffer. Mais ce n'est pas parce qu'ils paieront plus pour se déplacer ou pour se chauffer, qu’ils consommeront moins. Au contraire, ils devront continuer à se chauffer et à aller travailler. Il nous faut des alternatives sociales et des investissements publics pour isoler les logements, pour des transports en commun efficaces et gratuits, et pour de l'énergie beaucoup moins chère. Il faudra protéger les plus vulnérables. Mais il ne faut pas se tromper, l’ETS2 touchera toute la population, toute la société. Et c'est la raison pour laquelle nous continuerons – nous, le PTB – à nous battre pour que cette taxe injuste soit retirée.
De accijnsverlaging voor elektriciteit
De koolstoftaks
De taxshift om elektriciteit goedkoper te maken met het oog gericht op de transitie
Belastingmaatregelen voor energie en klimaat.
Gesteld door
Open Vld
Steven Coenegrachts
PTB
Raoul Hedebouw
Les Engagés
Xavier Dubois
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 10 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de koolstoftaks (ETS2) en de vraag of de opbrengst moet leiden tot een *taxshift* (belastingverschuiving van elektriciteit naar fossiele brandstoffen) of een *taxcut* (pure lastenverlichting op elektriciteit). Coenegrachts (N-VA) en Dubois (PS) dringen aan op snelle verlaging van accijnzen op elektriciteit via ETS2-gelden, terwijl Hedebouw (PTB) de taks als sociale straf afwijst en pleit voor publieke investeringen in renovatie. Minister Jambon (N-VA) belooft een gecontroleerde taxshift *zonder nettokosten* voor burgers, maar stelt concrete maatregelen uit tot na impactstudies en interfederale afstemming, zonder duidelijke timing.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, in Vlaanderen heeft men gisteren gedebatteerd over het klimaatplan of toch het plan dat daarvoor moet doorgaan. Een element daarin is het weghalen van taksen uit de energiefactuur, meer bepaald uit de elektriciteitsfactuur, via de Europese koolstoftaks en de middelen die zo worden verkregen.
Twee dagen geleden heeft de CREG hier in dit huis verklaard dat ook de federale overheid taksen uit de energiefactuur kan halen. De CREG stelt dat het wenselijk zou zijn om een verschuiving door te voeren van de elektriciteitsfactuur naar de gasfactuur, de stookoliefactuur, de propaangasfactuur. Mijnheer de minister, als we een koolstoftaks opgelegd krijgen vanuit Europa en de burgers moeten die betalen, dan is een taxshift volgens mij geen optie dan moet het een taxcut zijn.
Concreet, hoe kunt u de heffingen, de accijnzen op elektriciteit, verlagen? Kunt u daarvoor de middelen uit ETS2, de koolstoftaks, inzetten? De weg vooruit is immers het stimuleren van elektriciteitsverbruik, weg van fossiele brandstoffen. Dat betekent echter niet dat we alle gezinnen die met gas verwarmen extra kosten moeten opleggen. We kunnen perfect met die koolstoftaks de elektriciteitsfactuur verlagen. U kunt dat doen. U hebt daar een of ander zeer cryptisch zinnetje over opgenomen in uw regeerakkoord.
Wanneer zult u die maatregel uitvoeren? Wanneer zullen de belastingen, de accijnzen op elektriciteit, omlaag gaan voor de mensen?
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, de rechtse partijen zeiden tijdens de campagne dat er geen belastingen zouden bijkomen. Lap, wat blijkt nu, de Nationale Bank heeft berekend dat de koolstoftaks, een belasting die u wilt invoeren, 250 à 400 euro per jaar zal kosten aan een gezin. Hop, meer belastingen. Of het nu gaat over stookolie, gas, benzine of diesel, men moet gewoon bijbetalen. Een liter diesel zal 19 cent meer kosten, een liter benzine 17 cent. Belastingen, belastingen, belastingen.
Ils nous avaient pourtant promis le contraire! Le MR, en campagne, disait: "pas de taxes supplémentaires". En réalité, cela entraînera un surcoût annuel de 250 à 400 euros via la taxe carbone.
Aujourd’hui, pour convaincre le peuple, monsieur Georges-Louis Bouchez affirme que c'est l'Europe qui nous impose ces taxes. Nous avons alors vérifié ce que le MR a voté au niveau européen. Ah bien oui, nous n'allons quand même pas nous moquer de gens! Le PTB a donc fouillé et trouvé la réponse dans les archives du Parlement européen. En date du 18 avril 2023, M. Olivier Chastel, eurodéputé MR, a voté en faveur de cette taxe. Mme Frédérique Ries, eurodéputée MR, aussi.
Voilà comment les libéraux mentent au peuple! Ils viennent affirmer ici que c'est l’Europe qui en a décidé ainsi, alors qu’au niveau du Parlement européen, ils ont voté en faveur de cette taxe carbone. Non, monsieur Georges-Louis Bouchez, ces mensonges ne passeront plus!
Voorzitter:
Uw poging om een persoonlijk feit uit te lokken is jammerlijk mislukt!
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je viens ici avec de vraies questions.
Hier soir, nous avons discuté durant des heures de la loi-programme, qui contient toute une série de mesures fiscales. Parmi celles-ci, certaines concernent la fiscalité environnementale. C'est le cas pour la fin de la TVA à 6 % sur les chaudières. Une baisse de la TVA sur les pompes à chaleur devrait suivre. Ce sont des premières mesures, certes, mais elles restent largement insuffisantes. Il faut aller beaucoup plus loin pour que l’électricité coûte réellement moins cher. Nous avons des marges de manœuvre.
Du côté du gouvernement flamand, une décision a été prise, il faut le souligner: un tax shift a été décidé, déplaçant près de 362 millions d’euros des factures d’électricité vers le gaz ou le mazout.
Au niveau fédéral, nous avons des marges de manœuvre: les accises et toute une série de taxes qui pèsent sur l’électricité. En termes de prix, l’électricité s’élève à 50 euros par mégawattheure, contre 10 euros pour le gaz et 2 euros pour le mazout.
La différence est énorme et il faut vraiment la réduire. Il y a également des objectifs de tax shift pour l'énergie au niveau fédéral.
Monsieur le ministre, quels sont les plans du gouvernement en la matière? Quelle est le planning? Quel est le timing? Quels outils allez-vous mettre en œuvre de manière concrète pour faire en sorte que l'énergie durable, l'électricité, soit accessible pour tout un chacun? Je pense que c'est absolument nécessaire dans le contexte dans lequel nous vivons. J'attends de vous des réponses précises, monsieur le ministre.
Voorzitter:
Mijnheer Dubois, u toont aan dat het uw eerste legislatuur is, want u hebt vragen gesteld tijdens het vragenuurtje. Er zijn oudere collega's die die gewoonte niet meer hebben.
Jan Jambon:
Collega’s, wat betreft de accijnsverlaging, citeer ik graag het regeerakkoord. Het is altijd goed om te vertrekken van het regeerakkoord: "De regering zal de impact van de invoering van ETS2 bestuderen en de modaliteiten onderzoeken van een taxshift op energieproducten – elektriciteit, gas, stookolie – zodat deze kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. De regering zal deze taxshift vervolgens uitvoeren zonder de gemiddelde factuur van de gezinnen en ondernemers te verhogen. Daarnaast wordt het accijnstarief op elektriciteit voor onze ondernemingen verlaagd naar het Europese minimum."
De regering heeft besloten prioriteit te geven aan de verlaging van de btw op de sloop en heropbouw van sleutel-op-de-deurwoningen. U weet dat. We hebben daar gisteren over gedebatteerd. Dat is een maatregel van circa 250 miljoen euro op kruissnelheid en betekent een belastingverlaging van 48.000 euro voor een gemiddelde woning.
Wat betreft de verlaging van de energiekosten heeft minister Bihet al initiatieven genomen om de transmissienettarieven te verlagen.
En ce qui concerne cette réduction des accises, l’objectif est d’adopter une approche réfléchie et tournée vers l’avenir en matière de fiscalité énergétique. Avant la mise en œuvre concrète de cette réforme, une étude approfondie de l’impact et de la faisabilité est nécessaire, comme l’accord de gouvernement le demande. Cette étude a déjà été lancée, mais aucune date de fin précise n’a encore été fixée.
Cet exercice se veut équilibré, socialement juste et économiquement viable. Nous misons sur une large concertation avec toutes les parties prenantes concernées afin de parvenir à une réforme soutenue, en cohérence avec d’autres lignes de politique.
Ik zal het regeerakkoord, zoals steeds, getrouw en loyaal omzetten.
Monsieur Hedebouw, en ce qui concerne l’ETS2, ce sujet doit encore être discuté en détail au sein du gouvernement. Il est donc prématuré de tirer des conclusions ou de faire des anticipations.
Nous mettrons en œuvre l’accord de gouvernement, tant en matière de climat et d’énergie que de compétitivité et de pouvoir d'achat. Nous devons élaborer une vision et une stratégie à long terme, en collaboration avec les Régions.
Ce plan doit allier pragmatisme et ambition. Nous ancrerons ensuite ce plan dans un pacte énergie interfédéral, dans lequel chacun assumera ses responsabilités et exécutera la vision basée sur le Plan Énergie-Climat, que chacun aura adopté.
Les informations de la Banque nationale concernant l’ETS2 ainsi que les déclarations des ministres wallon et flamand de l’Énergie montrent à quel point cet exercice sera délicat.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik hoor u spreken over een taxshift en niet over een taxcut . Nochtans hoeft die koolstoftaks geen belastingverhoging te zijn. Als de opbrengst voor 100 % terugvloeit naar de burgers via een verlaging van de elektriciteitsfactuur, dan is dat geen belastingverhoging. Dan geven we dat terug aan de burger en is het een nuloperatie. U kunt dat doen.
De heer Bouchez kan dat doen. Dan hoeft men geen verband te leggen met Raoul Hedebouw van de communisten. Dan kan men gewoon op regionaal niveau – waar de MR de minister-president levert –, op Vlaams niveau – eveneens met een minister-president van de N-VA –, en op federaal niveau – waar u de accijnzen beheert – beslissen om de volledige opbrengst van de koolstoftaks onder ETS 2 rechtstreeks terug te geven aan de burger.
Dus geef het geld alstublieft terug aan de mensen die het ook hebben betaald.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer Jambon, u zegt dat de modaliteiten nog besproken moeten worden, maar in uw tabellen hebt u de miljoenen van ETS 2 al meegerekend. Hoe komt dat? Het principe om het geld te gaan halen, staat dus al vast. De vraag is alleen nog hoe het precies zal verlopen. Neen, zo kan het niet langer, mijnheer de minister.
Het principe – en dat is het belangrijkste – …
Je ne crois pas, monsieur le ministre, dans des punitions fiscales pour changer le comportement des gens via des taxes. On a vu ce que cela a apporté en France avec le mouvement des Gilets jaunes. On a vu comment les couches populaires paient de plus en plus. Il faut plutôt investir dans les services publics, investir dans des plans de rénovation. Les 800 milliards qu'on va maintenant mettre dans la guerre au niveau de l'Europe, il faut les mettre dans des plans de transition verte. Mais il ne faut pas sanctionner les gens par des impôts parce que c'est socialement injuste et, surtout, les gens ne vont pas l'accepter, comme en France et un peu partout en Europe.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, il faut effectivement sortir de l'écologie punitive qui a été menée trop longtemps par des gouvernements précédents. C'est important. Je vous remercie pour votre réponse, mais celle-ci est insuffisante. Il faut aller beaucoup plus loin. J'entends qu'une étude est en cours. Je serais très intéressé d'avoir le cahier des charges de celle-ci pour voir ce qui est demandé et, surtout, si on tiendra compte des différences sociales, des différences territoriales. Ce n'est pas la même chose si on est en zone urbaine ou en zone rurale. Il est absolument important de tenir compte de ces éléments-là. Quoi qu'il en soit, l'objectif que l'on doit poursuivre tous ensemble, c'est de réduire le prix de cette électricité pour toute la population pour avoir vraiment une énergie durable accessible à toutes et à tous.
De hogere vliegtaks
De aanpassing van de inschepingstaks
Vliegtuig- en inschepingstaksaanpassingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De retroactieve verhoging van de vliegtaks op reeds verkochte tickets (zonder overgangsperiode) zorgt voor 3 miljoen euro schade bij Belgische luchtvaartmaatschappijen, met name Brussels Airlines, en ondermijnt rechtszekerheid en fiscale voorspelbaarheid. De regering erkent het probleem en onderzoekt met minister Jambon of de taks enkel kan gelden voor tickets verkocht na de invoeringsdatum (bijv. vanaf 1 oktober 2025), in plaats van op vertrekdatum, om de sector te ontlasten. Kritiek is dat de maatregel geen milieudoel dient (vast tarief zonder link met uitstoot) maar louter een belastingverhoging is, terwijl de sector al kampt met stakingen en hoge brandstofprijzen. Een motie dringt aan op aanpassing van de wet, overleg met de sector en duidelijke publicatie om verdere schade te voorkomen.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de voorzitter, voor de vraag verwijs ik naar de ingediende versie.
De regering-De Wever plant een verhoging van de vliegtaks, waarbij de tarieven voor Europese en intercontinentale vluchten stijgen. Opmerkelijk is dat de verhoging ook geldt voor tickets die al lang geleden zijn verkocht. Brussels Airlines bekritiseert dit, omdat het de winstmarge sterk aantast - vooral in het drukke zomerseizoen. De luchtvaartmaatschappij draait zelf op voor deze kosten, wat hen 1 miljoen euro kost, terwijl de staking die de luchthaven van Zaventem woensdag lamlegde het bedrijf al ongeveer 4 miljoen euro heeft gekost.
Dit is ook niet de eerste keer dat dit voorvalt. Toen de belasting in 2022 werd ingevoerd, werden de maatschappijen er ook door overvallen. De maatregel werd eind maart goedgekeurd, waarna die meteen op 1 april van kracht werd op alle vertrekkende vluchten in plaats van op de na die datum geboekte tickets. Dit kostte de Belgische maatschappijen toen naar schatting 5 miljoen euro.
Hieromtrent volgende vragen aan de minister:
Waarom is ervoor gekozen om de verhoging van de vliegtaks ook toe te passen op tickets die al maanden geleden zijn verkocht? Waarom werd niet gekozen voor een invoering op basis van het moment van ticketverkoop, zoals vaak gebruikelijk is bij fiscale wijzigingen?
Bent u zich bewust van de economische impact op luchtvaartmaatschappijen, zoals Brussels Airlines, die de extra kosten zelf moeten dragen?
Wat is de reden dat de verhoging net voor het drukke zomerseizoen wordt ingevoerd? Is overwogen om dit op een ander moment te doen?
Heeft de regering overlegd met luchtvaartmaatschappijen of de sector vooraleer deze maatregel werd aangekondigd en ingevoerd? Wat zegt dit over de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van het mobiliteitsbeleid voor bedrijven in de sector?
Wat is het verwachte opbrengstdoel van deze nieuwe verhoging, en hoe wordt dat berekend?
Ik ga meteen verder met mijn interpellatie.
De federale regering plant een verhoging van de zogenaamde inschepingstaks of vliegtaks, met een forse stijging van de tarieven voor zowel Europese als intercontinentale vluchten. Opvallend is dat deze verhoging volgens de huidige plannen niet alleen van toepassing zou zijn op toekomstige ticketverkopen, maar ook op tickets die maanden geleden al verkocht zijn. De regering heeft dus blijkbaar het tijdreizen uitgevonden.
Die retroactieve toepassing creëert een oneerlijke situatie voor luchtvaartmaatschappijen die hun prijzen al lang hebben vastgelegd en dus geen enkele mogelijkheid hebben om die hogere belasting door te rekenen aan hun passagiers. Volgens Brussels Airlines leidt dit tot een verlies van 1 miljoen euro. Voor de hele Belgische sector wordt de schade op minstens 3 miljoen euro geraamd, terwijl de luchtvaartsector al zwaar getroffen is door de stakingen waarover we het daarnet reeds hadden.
Daarbij komt dat deze werkwijze de rechtszekerheid volledig ondermijnt. Dat is een belangrijke factor, want luchtvaartmaatschappijen moeten zich kunnen voorbereiden op wetswijzigingen die een directe impact hebben op hun businessmodel. Nu worden ze geconfronteerd met wetgeving waarvoor geen enkele overgangsperiode geldt, waardoor ze zich op geen enkele manier juridisch of commercieel kunnen wapenen. Ook de invoering van de taks in 2022 gebeurde zonder overgangsmaatregelen. Dat leidde toen al tot een verlies van minstens 5 miljoen euro voor de Belgische maatschappijen. Bovendien gaat er door deze maatregelen belangrijk kapitaal verloren dat de luchtvaartmaatschappijen beter hadden kunnen investeren in de verduurzaming van hun vloot of in innovatieprojecten die effectief bijdragen aan klimaatneutraliteit. In plaats van vergroening te stimuleren, belemmert deze aanpak net de vooruitgang.
In de beleidsnota bij de programmawet in de commissie bleef uw collega-minister Jambon verkondigen dat de inschepingstaks een groene maatregel is die de lasten moet verschuiven van arbeid naar vervuiling. Denkt u dat eigenlijk ook? Dat is eigenlijk absolute onzin. Het tarief is niet bepaald op basis van uitstoot, brandstoftype of motorefficiëntie, men heeft namelijk gewoon het bedrag van 10 euro uit de lucht geplukt. Er is geen enkele correlatie met milieubelasting. Toch wordt de inschepingstaks verpakt als een milieutaks. Het is echter overduidelijk niet de bedoeling dat burgers minder gaan vliegen of bewustere keuzes maken, men wil gewoon een nieuwe belasting heffen op deze reizigers.
Wij willen ook onze bezorgdheid uiten over de introductiedatum van deze verhoging. Tickets worden doorgaans tot een jaar voor vertrek verkocht. Naar verwachting is ongeveer 75 % van het zomerseizoen van 2025 al geboekt. Toch wordt de nieuwe verhoging per direct ingevoerd. Eerst werd er gesteld dat dit op 1 juli zou zijn. Dat blijkt nu niet meer haalbaar, maar misschien wordt de maatregel binnen een of twee weken alsnog ingevoerd.
De sector schat de bijkomende kosten zelf op ongeveer 3 miljoen euro in totaal, waarvan 1 miljoen euro voor Brussels Airlines. De sector vraagt niet per se de afschaffing van de maatregel – men blijft in feite heel redelijk in wat men vraagt – maar slechts een eenvoudige aanpassing van de wet, bijvoorbeeld door de verhoging pas toe te passen vanaf 1 oktober of vanaf het moment waarop de reiziger effectief in het vliegtuig stapt en niet bij de aankoop van het ticket.
Vandaar de volgende vragen aan de regering. Erkent de regering dat het retroactief toepassen van de belasting op reeds verkochte vliegtuigtickets leidt tot rechts- en budgettaire onzekerheid voor de luchtvaartsector en dat dat in strijd is met het principe van fiscale voorspelbaarheid? Hoe verantwoordt de regering de beslissing om deze belasting te heffen op tickets die maanden geleden al verkocht zijn, terwijl maatschappijen die kosten niet meer kunnen doorrekenen?
Is de regering bereid om artikel 162 van het Wetboek diverse rechten en taksen aan te passen, zodat de verhoging enkel geldt voor tickets die verkocht worden op of na 1 oktober 2025?
Ziet de regering in dat een tijdige en duidelijke publicatie van een definitieve regeling cruciaal is voor een correcte implementatie en naleving, zowel juridisch als operationeel?
Zal de regering deze bezorgdheden ernstig nemen en overleg plegen met de sector, om te vermijden dat een noodzakelijke fiscale maatregel onbedoeld leidt tot economische schade en reputatieverlies voor de Belgische luchtvaartsector?
Kunt u mij, tot slot, het geheim van tijdreizen uitleggen? Ik dank u alvast.
Jean-Luc Crucke:
Mevrouw Huybrechts, het regeerakkoord voorziet de verhoging van de vliegtaks. Het huidige wetsvoorstel gaat uit van een verhoogde taks die verschuldigd is voor passagiers die een vliegreis maken vanaf de datum van inwerkingtreding. De taks geldt dus ook voor tickets die al gekocht zijn. Dat plaatst luchtvaartmaatschappijen inderdaad voor het probleem dat de taks ook zal gelden voor tickets die maanden vooraf al werden verkocht, zonder dat luchtvaartmaatschappijen de taks aan hun klanten hebben kunnen aanrekenen. Tickets worden doorgaans tot een jaar voor vertrek verkocht.
Naar verwachting is circa 85 % van het zomerseizoen 2025 al geboekt. Indien de verhoging per direct wordt doorgevoerd, kunnen luchtvaartmaatschappijen die niet retroactief doorrekenen aan hun klanten, wat de sector naar schatting tot 3 miljoen euro zou kosten, waarvan meer dan de helft ten laste van de Belgische luchtvaartmaatschappijen. Ze pleiten daarom voor een oplossing waarbij de verhoging ingaat vanaf de start van het winterseizoen of van toepassing is op tickets die worden verkocht vanaf een nog vast te stellen datum.
In beide gevallen is het van groot belang dat de verhoging zo spoedig mogelijk officieel wordt gepubliceerd. Alleen dan kunnen de luchtvaartmaatschappijen de nieuwe taks op een legale en correcte wijze verwerken in de ticketprijzen voor hun passagiers en wereldwijd verspreiden. Het gaat om een bevoegdheid van de minister van Financiën.
Ook zal ik met minister Jambon bekijken wat de juridische mogelijkheden zijn om de taks te laten gelden voor tickets die pas vanaf de invoeringsdatum worden gekocht. Dat zal ervoor zorgen dat de vermijdbare financiële schade voor de industrie tot een minimum kan worden beperkt.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik ben blij dat u met minister Jambon zult zoeken naar mogelijke oplossingen. Ik begrijp dat u deze taks zo snel mogelijk wilt invoeren, maar ik blijf erbij dat er twee goede oplossingen zijn. Misschien kunt u die meenemen naar die gesprekken.
Ten eerste kunt u de taks toepassen vanaf 1 oktober, waardoor alles van nu niet meer meetelt. U kunt daar aan toevoegen dat de taks enkel geldt voor passagiers die op dat moment instappen, dus niet voor de reeds gekochte tickets. Als het geldt op het moment dat men instapt, dan weten de luchtvaartmaatschappijen dat ze vanaf nu de taks kunnen invoeren. Dat kan een heel belangrijk idee zijn in deze onderhandelingen.
Het Vlaams Belang heeft alvast een amendement ingediend op deze taks die is opgenomen in de programmawet, die hopelijk vandaag zal worden goedgekeurd. Ik hoop dat daarmee een oplossing kan worden gevonden, want onze luchtvaartmaatschappijen worden vandaag al heel hard geraakt door onder andere stakingen, deze taks, politieke onzekerheid en hogere brandstofprijzen. Ik hoop dat we hen op deze manier niet verder schaden.
Motie
Motion
Voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werd de volgende motie ingediend. En conclusion de cette discussion, la motion suivante a été déposée. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts en het antwoord van de minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, - gelet op het feit dat dit niet de eerste keer is dat een dergelijke maatregel zonder overgangsperiode wordt doorgevoerd, aangezien ook bij de invoering van de taks in 2022 geen overgangsregeling werd voorzien, wat toen leidde tot een verlies van minstens 5 miljoen euro voor Belgische luchtvaartmaatschappijen; - overwegende dat de retroactieve toepassing van de maatregel een oneerlijke situatie creëert voor luchtvaartmaatschappijen die hun tarieven reeds geruime tijd op voorhand hebben vastgelegd, en die daardoor niet langer in staat zijn om de hogere belasting door te rekenen aan passagiers; - overwegende dat vliegtickets doorgaans tot een jaar voor vertrek worden verkocht en dat naar verwachting reeds circa 75 % van het zomerseizoen 2025 is geboekt, waardoor een onmiddellijke invoering van de verhoging een retroactieve doorrekening onmogelijk maakt, met geschatte kosten van 3 miljoen euro voor de sector, waarvan meer dan de helft ten laste van de Belgische luchtvaartmaatschappijen; vraagt de regering - te erkennen dat het retroactief toepassen van een belasting op reeds verkochte vliegtickets leidt tot rechts- en budgettaire onzekerheid voor de luchtvaartsector, en in strijd is met het principe van fiscale voorspelbaarheid; - uitleg te verschaffen over hoe de beslissing om deze belasting te heffen op tickets die maanden geleden verkocht zijn, wordt verantwoord, terwijl luchtvaartmaatschappijen deze kosten niet meer kunnen doorrekenen aan de passagiers; - na te gaan of artikel 162 van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen kan worden aangepast, zodat de verhoging uitsluitend van toepassing is op vliegtickets verkocht op of na 1 oktober 2025; - erkenning te geven aan het feit dat een tijdige en duidelijke publicatie van de definitieve regeling cruciaal is voor een correcte implementatie en naleving, zowel juridisch als operationeel; - de bezorgdheden van de sector ernstig te nemen en in overleg te treden met de luchtvaartsector, met het oog op het vermijden van economische schade en reputatieverlies die kunnen voortvloeien uit een noodzakelijk geachte fiscale maatregel. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu les interpellations de Mme Britt Huybrechts et la réponse du ministre de la Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, - considérant que ce n'est pas la première fois qu'une telle mesure est instaurée sans période transitoire, puisque lors de l'introduction de la taxe en 2022, aucun régime transitoire n'avait non plus été prévu, ce qui avait entraîné une perte d'au moins 5 millions d'euros pour les compagnies aériennes belges; - considérant que l'application rétroactive de cette mesure crée une situation inéquitable pour les compagnies aériennes qui ont fixé leurs tarifs longtemps à l'avance et qui ne sont dès lors plus en mesure de répercuter la taxe majorée sur les passagers; - considérant que les billets d'avion sont généralement vendus jusqu'à un an avant la date de départ et que, selon les estimations, environ 75 % des places pour la saison estivale 2025 ont déjà été réservées, de sorte qu'une instauration immédiate de la majoration rend impossible son imputation rétroactive, avec un coût estimé de 3 millions d'euros pour le secteur, dont plus de la moitié à charge des compagnies aériennes belges; demande au gouvernement - d'admettre que l'application rétroactive d'une taxe sur des billets d'avion déjà vendus conduit à une insécurité juridique et budgétaire pour le secteur de l'aviation, et est contraire au principe de prévisibilité en matière fiscale; - de fournir des explications sur la justification de la décision de percevoir cette taxe sur des billets d'avion vendus il y a plusieurs mois, alors que les compagnies aériennes ne peuvent plus en répercuter le coût sur leurs passagers; - d'examiner la possibilité de modifier l'article 162 du Code des droits et taxes divers de telle sorte que la majoration s'applique uniquement aux billets d'avion vendus à partir du 1er octobre 2025; - de reconnaître qu'il est crucial que la réglementation définitive soit publiée en temps utile et en toute clarté pour qu'elle soit correctement appliquée et respectée, tant sur le plan juridique qu'opérationnel; - de prendre au sérieux les préoccupations du secteur de l'aviation et d'engager une concertation avec celui-ci dans le but d'éviter le préjudice économique et la dépréciation de l'image de marque qui peuvent découler d'une mesure fiscale jugée nécessaire. " Over de motie zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur la motion aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Belastingen op toegevoegde waarde
Gesteld door
PTB
Raoul Hedebouw
PTB
Raoul Hedebouw
PTB
Raoul Hedebouw
PTB
Raoul Hedebouw
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Hedebouw (PVDA) kaart aan dat de meerwaardebelasting voor superrijken faalt door het DBI-systeem (geen belasting op meerwaarde in vennootschappen bij ≥10% aandelenbezit), wat een "voordeur" creëert voor vermogenden zoals de Spoelberch en Coucke. Hij noemt dit een structureel tweesporenbelastingstelsel en dringt aan op sluiting van deze niche. De Wever erkent dat superrijken de belasting kunnen ontwijken (o.a. via exittaks en vennootschapsconstructies), maar benadrukt dat het politieke akkoord achterpoortjes probeert te dichten—met focus op kleine spaarders (vrijstelling tot €30.000/koppel). Hij bevestigt dat vennootschappen wel belast worden, maar twijfelt of alle ontsnappingsroutes zijn geblokkeerd. Hedebouw repliceert dat het DBI-systeem een bekend, onopgelost probleem is en biedt PVDA-steun voor laatste-minuut-amendementen om de vennootschapslek te dichten. De Wever gaat hier niet direct op in.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, de ingediende vragen zijn ondertussen gedateerd. Er zijn de voorbije dagen en zelfs uren immers nieuwe ontwikkelingen geweest. Als u het mij toestaat, wil ik daarom graag de stand van zaken actualiseren met betrekking tot de meerwaardebelasting.
Vorige week meldde u dat er een akkoord was bereikt, dat alles was afgeklopt en dat de meerwaardebelasting er zou komen. De discussie verliep technisch en er rezen vragen, maar de heer Jambon stelde dat alles al geregeld was. Nu blijkt echter dat er nog steeds geen definitief akkoord is. Er zouden nog technische problemen bestaan met betrekking tot de concrete invulling van de meerwaardebelasting.
Mijnheer de eerste minister, kunt u toelichten wat die technische problemen bij de invoering van de meerwaardebelasting precies zijn?
U verklaarde op VTM – en ik vond dat eigenlijk erg eerlijk van u, wat ik ook logisch vind – dat het in dit geval over de superrijken gaat, dat deze klasse zo vermogend is dat zij landsgrenzen overstijgt. Ik citeer u: “De superrijken zullen de dans kunnen ontspringen.” Dat vond ik een opvallend eerlijke uitspraak. Wij van de PVDA zeggen dat al maanden.
De eerste minister van België verklaart dus duidelijk dat de superrijken aan de meerwaardebelasting zullen ontsnappen. Meent u wat u op VTM hebt gezegd?
Denkt u dat daar iets aan gedaan kan worden? Dat is immers een ernstig probleem. Ik ben het stilaan beu, mijnheer de eerste minister, dat het met belastingen altijd op dezelfde manier verloopt: de gewone mensen, de zelfstandigen en de werkende klasse, betalen 40 tot 50 % belastingen, maar als het over de superrijken gaat, dan ontspringen die telkens opnieuw de dans.
Die twee maten en twee gewichten op het vlak van het belastingstelsel in België, de mensen zijn dat beu. Wat gaat u daaraan doen? Ik heb een idee. De grote niche van die meerwaardebelasting is niet de achterpoortjes, zoals ik hoor bij Vooruit, het is gewoon de voordeur die openstaat. Het is het idee dat de superrijken hun aandelen niet op naam hebben staan. Zij geven dat 's avonds niet in op Tax-on-web. Ze hebben aandelen in vennootschappen en die meerwaardebelasting geldt niet voor vennootschappen. U zult mij antwoorden dat ze al een vennootschapsbelasting betalen. Inderdaad, maar niet voor de meerwaarde, niet voor wie veel aandelen bezit, omdat daar het DBI-systeem bestaat. Wat houdt dat in? Dat als men meer dan 1 miljoen euro aan aandelen heeft, men uiteindelijk die meerwaardebelasting niet zal moeten betalen.
Mijn vraag is heel duidelijk. Meent u het wanneer u zegt dat de superrijken de dans niet kunnen ontspringen? Wat gaat u daaraan doen?
Bart De Wever:
Met betrekking tot het akkoord, in de politiek geldt steeds dezelfde fasering. Eerst maakt men een politiek akkoord binnen de meerderheid, binnen de regering. Daarna volgt de eerste lezing in de ministerraad. Vervolgens gaat het naar het Parlement, naar de Raad van State en dan komt er een tweede lezing. Met andere woorden, it ain’t over 'till the fat lady sings. Dat zal dus zijn tijd duren.
Het belangrijkste is dat we een politiek akkoord hebben over de meerwaardebelasting, over hoe die eruit zal zien, hoe we die zullen heffen, wie die zal betalen, welke vrijstellingen er zijn en hoe die georganiseerd zullen worden. We hebben ook een akkoord om, voor zover dat binnen onze mogelijkheden ligt, de achterdeurtjes te sluiten voor mensen die zeer veel kapitaal hebben en misschien niet gemotiveerd zijn om te betalen. Ik zal daar zo meteen verder op ingaan.
Ik verwijs bijvoorbeeld naar de exittaks voor wie zijn verblijf naar het buitenland zou willen verplaatsen. Die taks is bedoeld om te vermijden dat men er op die manier gemakkelijk van afkomt. Er is ook een akkoord over de interne meerwaarde, wat eveneens een klassieke ontwijkingsstrategie is.
Men kan alleen de best mogelijke wetgeving goedkeuren, uiteraard op basis van een akkoord binnen de meerderheid in het Parlement. Ik zei het op VTM en ik herhaal het hier, dan nog kan men het niet uitsluiten. Ik heb niet gezegd dat het zal gebeuren dat men die taks zal ontwijken, maar men kan niet uitsluiten dat men dat wel zal proberen.
Er zullen inderdaad mensen zijn die over zeer veel middelen beschikken en die effectief in een globale context leven, die leven op een economisch niveau waarop de politiek zich nog niet volledig georganiseerd heeft. Ik durf niet te zeggen dat het hen niet zal lukken. Dan ben ik liever eerlijk. Ik ben daar niet zeker van. Wie kan daar zeker van zijn? Wie in de wereld kan daar zeker van zijn? Wie in deze zaal durft te zeggen dat men in een nationale politieke omschrijving, in de context van een land dat fiscale prerogatieven heeft, wetgeving kan schrijven waaraan de Elon Musks van deze wereld zich niet kunnen onttrekken?
Wie durft hier in deze zaal te beweren dat dat überhaupt nog mogelijk is?
Trouwens, u citeert mij altijd maar half en dus onvolledig. Een halve waarheid vind ik de ergste leugen. Ik heb mensen opgeroepen om correct hun belastingen te betalen. Ik vind het niet correct dat mensen zich in Monaco gaan vestigen, of het nu om grote sportlui of ondernemers gaat, van wie u wellicht nog nooit hebt gehoord. Ik vind dat niet correct. Ik vind het een civieke plicht om een bijdrage te leveren als men daartoe in staat is.
Ik heb net opgeroepen om dat niet te doen, om die belasting niet te ontwijken, zelfs niet wanneer men over een dure fiscalist beschikt die u misschien kan uitleggen hoe u er toch weer in zou kunnen slagen om niet te moeten betalen.
U maakt er echter bijna een intentieproces van. Dat is een kwalijke leugen. U haalt een halve uitspraak aan en u zegt dan: u wilt dat. Wel, ik wil dat helemaal niet. Integendeel, ik heb er zelfs actief toe opgeroepen om het niet te doen. Ik heb de wetgeving in mijn ploeg sterk verdedigd en ertoe opgeroepen om de achterpoortjes te sluiten die we reeds hadden geïdentificeerd en de wet zo goed mogelijk te schrijven. Daarom was het ook zo moeilijk om tot een akkoord te komen. De tekst van het regeerakkoord volstond niet. Tijdens de onderhandelingen, hoe lang die ook geduurd hebben, had men bepaalde fiscale aspecten gewoon niet onder ogen gezien. Voor mij moesten die elementen absoluut toegevoegd worden, bijvoorbeeld de exittaks, om te vermijden dat de dag na de stemming een evidente ontsnappingsroute open zou liggen en de bevolking zou worden geconfronteerd met mensen die zeggen: als het zo zit, koop ik ergens ter wereld een optrekje en kunnen jullie die inkomsten vergeten.
We hebben dat naar beste vermogen gedaan, maar kunt u nu echt uitsluiten dat iemand, als die zo inciviek is dat hij niets aan zijn gemeenschap wil bijdragen, ook al heeft hij heel veel middelen, er toch in zou slagen om eraan te ontsnappen? Ik kan dat niet. Daar ben ik liever eerlijk over, zeker als ik ondertussen in de krant en bij al die specialisten lees: we denken dat het zo en zo kan.
Mijnheer Hedebouw, ik ben geen grote fiscale specialist. Als ik uw uitleg hoor, meen ik dat u dat eigenlijk ook niet bent. Ik kan mij vergissen. Het is immers allemaal behoorlijk ingewikkeld.
Wanneer ik echter alle pistes las die experts, die daar goed voor worden betaald, op korte tijd hebben kunnen verzinnen, durf ik dan met de hand op het hart uitsluiten dat er geen enkele piste is die zou kunnen werken? Wanneer mensen in één adem aankondigen dat zij naar de rechtbank zullen stappen om die taks aan te vechten, kan ik dan met honderd procent zekerheid garanderen dat zij daar niets kunnen winnen? Ik ben daar niet zeker van. Ik geef dat liever eerlijk toe. Misschien is dat politiek niet verstandig, maar misschien duurt dat wel het langst.
Wat u hebt gesteld over de vennootschappen, is volgens mij niet juist. Zij betalen wel degelijk belastingen. Ook in de rechtspersonenbelasting gaan wij de meerwaardebelasting toepassen. De ontsnappingsroutes via vzw’s en dergelijke zijn uitgesloten. Alleen vzw’s die aftrekbare giften kunnen ontvangen, zouden wij om evidente redenen vrijstellen. Dat zijn niet de structuren die wij met de maatregel willen viseren. Ook de verkoop van aandelen via een stichting zal wel degelijk onder de belasting vallen. Dat is de reden waarom wij de hele nacht lang lijsten hebben opgesteld van casuïstiek die ons onder ogen is gekomen.
Ik kan u met de hand op het hart zeggen dat de onderhandelingen er altijd op gericht waren om achterpoortjes en ontsnappingsroutes te vermijden. Dat is niet altijd gemakkelijk. In het geval van vzw’s is dat niet evident. Ook politieke partijen hebben vzw’s. Er zijn partijen met veel geld, zoals u weet. Zij hebben ook reserves, die mogelijk belegd zijn. Misschien zal daarop meerwaardebelasting moeten worden betaald. Ik ken alvast één partij die wellicht zal moeten betalen. Ik heb er een lidkaart van. Zij zal zeker moeten betalen.
Wij hebben dat soort casuïstiek overlopen en ik kan alleen zeggen dat de rode draad was ervoor te zorgen dat er geen evidente ontsnappingsroutes overblijven. Ben ik er echter honderd procent zeker van dat dit gelukt is? Nee, ik ben daar niet zeker van.
Voor één groep hebben we wel effectief ontsnappingsroutes besproken en dat is voor de kleine middenklasse.
Het gaat dan over de tweeverdiener die elke maand wat opzijzet. Ik herken mezelf daarin. Ik heb nu een zeer goed inkomen, maar dat is niet altijd zo geweest. Ik ben niet van rijke afkomst. Toen wij trouwden, hadden wij letterlijk niets. Elke euro die op ons spaarrekeningetje is gekomen, is daar gekomen omdat wij elke maand, naar goede Vlaamse gewoonte, wat opzijgezet hebben. Het gaat over die mensen. Ik had mezelf voor ogen, al verdien ik inmiddels bovengemiddeld veel. Mocht ik op een bepaald moment eens verstandig beleggen, wat ik nog nooit gedaan heb, ik heb alleen maar geld verloren... Ik kan misschien nog geld winnen, door al mijn verliezen af te trekken. Neen, dat kan dus ook niet. Die zijn uiteraard niet overdraagbaar. Dit is maar een grapje. Stel dat ik verstandig zou beleggen, dan zou het kunnen dat ik die meerwaardebelasting moet betalen. Ik zou dat met de glimlach doen.
Stel dat ik mijn echte job had behouden en niet in de politiek was gegaan. Had ik dan die meerwaardebelasting moeten betalen? Neen. Over die vrijstelling van 10.000 euro hebben wij zeer sterk onderhandeld. Die regeling is er net voor de casuïstiek van de gewone mensen die elke dag opstaan, met twee gaan werken en wat opzijzetten voor de oude dag, voor de kinderen op lange termijn. Dat is ook de reden dat die vrijstelling van 10.000 euro kan aangroeien tot 15.000 euro. Als men niet zit te speculeren, met kopen en verkopen, dan stijgt de vrijstelling na vijf jaar naar 15.000 euro. Voor een koppel is dat 30.000 euro. Dat bedrag wordt geïndexeerd.
Als men in vijf jaar tijd 30.000 euro meerwaarde behaalt, winst op het kapitaal, dan heeft men al behoorlijk wat op de spaarrekening of effectenrekening staan. Dat komt niet meer overeen met het beeld van mensen die voor een gemiddeld of zelfs bovengemiddeld loon elke maand werken, hun huis afbetalen, hun kinderen opvoeden en proberen een overschot opzij te zetten. Die mensen gaan niet betalen.
Wij hebben ons best gedaan om een akkoord te sluiten dat de vroegere ontsnappingsroutes afsluit voor degenen die wij voor ogen hadden, degenen die effectief kunnen bijdragen, zij die het echt kunnen. Er komt ook een rechtvaardige vrijstelling voor degenen die wij niet willen viseren.
We zullen nu moeten afwachten hoe dit in de eerste lezing, in het advies van de Raad van State, in het Parlement, in alle rechtszaken die men zal aanspannen en in de casuïstiek uiteindelijk zal uitdraaien.
Verder kan ik u zeggen dat wij een opbrengst hebben ingeschreven, alsook een traject daarnaartoe, en dat we hebben afgesproken de inkomsten nauwgezet te monitoren. Als het niet lukt, als er fouten of ontsnappingsroutes opduiken, hebben we afgesproken om te bekijken hoe we dat kunnen remediëren. Dat is wat we gedaan hebben. Dat staat ver van uw voorstelling van zaken af.
Raoul Hedebouw:
Bedankt, mijnheer de eerste minister, voor het uitgebreide antwoord.
Ik weet niet of u zelf wel gelooft in de oproep aan de superrijken om correct hun belastingen te betalen. Ik ben er niet van overtuigd dat uw oproep hen zal overtuigen. Ik stel me ook echt de vraag of daarover discussie is geweest aan de onderhandelingstafel. Het betreft immers geen ontsnappingsroute, het zijn gewoon twee totaal verschillende belastingstelsels. Enerzijds betaalt een natuurlijk persoon belastingen via Tax-on-web, anderzijds zijn er de vennootschapsbelastingen.
Heeft dan niemand aan tafel gezegd dat veel van die superrijken aandelen in vennootschappen hebben? Ik ben zelf geen specialist, maar het DBI-systeem, mijnheer de minister, is heel bekend. U kunt het gewoon googelen: wie minstens 10 % van de aandelen van een vennootschap bezit, betaalt daar geen meerwaarde op. Dat is geen klein achterpoortje. Daarvoor moet men geen specialist inschakelen.
Bijvoorbeeld de familie de Spoelberch bezit Copeba, een bedrijf waarin ze haar aandelen van andere bedrijven aanhoudt. Ze zal die aandelen niet verkopen, maar gewoon houden. Ook Marc Coucke heeft een bedrijf waarin hij al zijn aandelen onderbrengt. Hij zal dus geen meerwaardebelasting betalen. Dat is geen groot geheim. Wat mij verwondert, is hoelang het geduurd heeft, want dit is geen achterpoortje, maar gewoon een voordeur die wijd openstaat. Dat is gewoon publieke informatie. Men kan de balansen bij de Nationale Bank van België raadplegen.
Wat betreft al die families die aandelen hebben in een vennootschap en niet in vzw's of stichtingen, ik heb nog niemand horen zeggen dat wie zijn aandelen in een vennootschap behoudt de meerwaardebelasting zal moeten betalen. Dat heeft niemand nog gezegd. Integendeel, als men aan de heren Michel Maus en Bruno Colmant vraagt of het juist is dat als men dat in een vennootschap steekt, men niets moet betalen, dan antwoorden zij dat dat klopt.
Ik ben verwonderd dat aan de regeringstafel niemand heeft gezegd dat we een probleem hebben met de vennootschapsbelasting en met dat DBI-systeem, dat heel specifiek voor België is. U kunt dat misschien nog meenemen naar de discussies. De richtlijn inzake dubbele belasting op meerwaarde, specifiek voor dividenden, is een Europese richtlijn, maar op de meerwaarde is het specifiek voor België. Al die grote families weten dat en ze bezitten allemaal tientallen aandelen in een vennootschap. Veel van die families hebben 12, 13 of 14 % aandelen in een bedrijf, net boven de 10 %, en zullen geen meerwaardebelasting betalen.
Mijnheer de eerste minister, ik voel dat er bij u wel openheid bestaat wat betreft de discussie rond die niches, maar ik stel voor dat er tussen de specialisten van de arizonaregering wordt gediscussieerd over wat we moeten doen met die vennootschapsbelasting in geval van meerwaarde. Daar moet de bal beginnen rollen. U weet natuurlijk dat u de steun van de PVDA zult krijgen als er amendementen op de programmawet worden ingediend. U hebt daar nog een paar uren de tijd voor. Het is nu of nooit. Wij steunen dat van harte.
Dat zijn 15 stemmen die direct binnen zijn. U weet hoe constructief onze partij is. Zeg het maar, we zijn er, de debatten zijn aan de gang en we gaan er voluit voor om die voordeur te sluiten.
Bart De Wever:
(…)
De haalbaarheid van een multimiljonairsbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Raoul Hedebouw (PTB) dringt aan op een technisch haalbaar vermogensbelasting voor de rijkste 1%, wijzend op bestaande databronnen (cadaster, PCC, UBO-register) en studies die minimale kapitaalvlucht aantonen, maar minister Jan Jambon (N-VA) ontkent de eenvoud en stelt dat de tools ontoereikend zijn—zonder de aangehaalde studie te kennen. Hedebouw kaart aan dat politieke wil (niet techniek) het struikelblok is, gezien bestaande controlesystemen (zoals Tax-on-web) voor andere belastingplichtigen wel werken. De discussie toont een ideologisch conflict: PTB ziet vermogensbelasting als rechtvaardig en uitvoerbaar, N-VA wijst het af als prioriteit.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le ministre, nous plaidons depuis des années pour que les super riches, le 1 % des plus riches de notre pays, soient mis à contribution. Il s’agirait, selon nous, d’un impôt déclaratif, qui ne nécessiterait pas, dans un premier temps, de cadastre des patrimoines, contrairement à ce qui est souvent dit.
Plusieurs études, en dernier celle de la Banque nationale de Belgique (BNB), nous signalent que ce club de super riches paie en proportion moins d’impôts que le reste de la population. J’aimerais donc aborder avec vous la question de la faisabilité d’un impôt sur la fortune. Depuis quelques années, nous disposons de plusieurs outils et bases de données. Ceci devrait rendre techniquement plus facile l'introduction et le contrôle d'un impôt sur la fortune.
Juste pour citer quelques-uns de ces outils:
- les biens immobiliers sont répertoriés dans le cadastre immobilier;
- les informations relatives aux avoirs bancaires sont centralisées au sein du Point de contact central (PCC) de la Banque nationale;
- les pays étrangers envoient des millions de données financières au fisc belge depuis 2011;
- le registre UBO tenu par le SPF Finances contient les bénéficiaires effectifs des sociétés, fondations et autres entités.
En plus, plusieurs études académiques menées au Royaume-Uni, en Suède et au Danemark ont prouvé que la fuite des capitaux est en fait très modeste en la matière.
Monsieur le ministre, confirmez-vous que, sur le plan technique, avec tous les outils dont nous disposons à présent, il serait facile d’introduire et contrôler l'efficacité d'un impôt sur la fortune? Je ne vous demande pas si ce serait souhaitable politiquement – c'est un autre débat, sur lequel nous ne nous mettrions pas d'accord –, mais si ce serait facile à mettre en place techniquement.
Avez-vous pris connaissance de l'étude du Tax Justice Network au Royaume-Uni, qui souligne que la fuite des capitaux à la suite d'un impôt sur les plus fortunés est un phénomène très limité? Confirmez-vous que ce risque, s'il existe, est en effet réduit?
Jan Jambon:
Monsieur Hedebouw, il est exact que l'administration procède à des informations liées aux biens immobiliers en Belgique et à l'étranger, ainsi que des informations reçues dans le cadre de l'échange automatique ou non de données au niveau international, dont certaines données liées aux biens immobiliers et mobiliers étrangers. Ces données peuvent être utilisées dans le cadre de la gestion des risques au sein de notre administration.
Actuellement, les informations relatives aux avoirs bancaires centralisés au sein du PCC de la BNB sont uniquement accessibles en application de l'article 322 du Code des impôts sur les revenus (CIR) 1992.
Je ne peux vous confirmer qu'il serait facile d'introduire une taxe sur la fortune avec les outils actuels. Cela n'est de toute façon pas l'objectif de ce gouvernement. Mon administration n'a pas pris connaissance de l'étude citée.
Raoul Hedebouw:
Je vous remercie, monsieur le ministre, mais je ne vois pas le lien. Je comprends que vous n'ayez pas envie de mettre cette mesure en place; cela rel è ve des divergences qu'il peut y avoir entre la N-VA et le PTB. Un point n'est pas clair pour moi. Vous me dites qu'un contrôle pourrait être effectué via le PCC, en application de l'article 322 du CIR. Cela reviendrait donc à un contrôle a posteriori , c'est-à-dire une déclaration au fisc, comme la remplissent beaucoup de gens. On remplit l'ensemble des données via Tax-on-web et des contrôles sont opérés en cas de suspicion d'informations malhonnêtes. Vous me confirmez plutôt que via le Point de contact central, on pourrait avoir énormément de données. C'est une question de volonté politique. Je continuerai donc, monsieur le ministre, à mettre la pression, parce que je pense qu'aujourd'hui, on utilise beaucoup d'arguments qui sont, à mon avis, faux, comme ceux de dire qu'il faudrait un cadastre des fortunes, qu'il faudrait aller voir ce qui se passe dans les caves des gens, etc. Mais pas du tout, en fait, la plupart des données sont largement déjà accessibles. Pour les salariés, sur Tax-on-web, toutes les données sont préinscrites; presque jusqu'au prix du calbute, tout est dedans. À l'inverse, pour les grandes fortunes, on ne devrait pas pouvoir aller chercher ces données. Cela rel è ve évidemment de la volonté politique. Je poursuivrai donc ce combat, monsieur le ministre. J'espère bien que dans les semaines et les mois à venir, on fera bouger la séquence.
De belastingvrije som
De toeslag voor kinderen ten laste
De aanpassing van de belastingvrije som
Het huwelijksquotient
De BBSZ
Het CAP
De beurstaks
De witte kassa
De exittaks
Fiscale voordelen, toeslagen en belastingmaatregelen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Vincent Van Quickenborne kritiseert dat het kabinet-Jambon parlementaire vragen over uiteenlopende fiscale thema’s (exittaks, belastingvrije som, huwelijksquotiënt, CAP, BBSZ) kunstmatig bundelt om ontwijkende antwoorden te geven, wat indruist tegen de belofte van transparantie na eerdere communicatieschandalen door kabinetschef De Visscher. Jambon bevestigt dat De Visscher’s uitspraken (bv. exittaks is "slechte maatregel", cap op kindertoeslag) zijn *persoonlijke mening* zijn, maar houdt vast aan het regeerakkoord—al onthult hij wel dat de belastingvrije som boven €14.000 zal uitkomen en kleine horecazaken (omzet <€25.000) vrijgesteld blijven van de witte kassa, ondanks tegengestelde tekst in het akkoord. Kernpunt: de spanning tussen coalitiecompromissen (bv. behoud exittaks ondanks kritiek) en technische/ethische bezwaren (CAP-privacy, BBSZ-afschaffing) blijft onopgelost, terwijl gelekte informatie (media, lezingen) de geloofwaardigheid van de regering ondermijnt.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt een hele reeks vragen die min of meer verband houden met elkaar. U krijgt hiervoor 22,5 minuten spreektijd.
Vincent Van Quickenborne:
Ik zal die tijd niet volledig benutten, mijnheer de voorzitter.
Eerst en vooral, u zegt dat ik een hele reeks vragen heb die min of meer verband houden met elkaar, maar ik zie het verband niet, behalve dan dat het vragen zijn over uitspraken van de kabinetschef van de minister. Ze gaan echter allemaal over verschillende thema's. Blijkbaar heeft het kabinet aan deze commissie gevraagd om al die vragen samen te voegen. Ik meende dat dit een beslissing was die het commissiesecretariaat zelf nam, of u, als voorzitter. Blijkbaar is het nu al het kabinet dat bepaalt welke vragen worden samengevoegd en welke niet. Ik vind dat een zeer vreemde manier van werken. Er zitten bijvoorbeeld vragen tussen over de exittaks, die morgen aan bod komt wanneer we de programmawet bespreken. Ik begrijp dus niet…
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, voor u van wal steekt wil ik het volgende zeggen. Het kabinet heeft een vraag gesteld, waarvan ik meen dat er een logica in zit, en waarop wij zijn ingegaan. Het is niet het kabinet maar wel het Parlement dat de agenda bepaalt. Nogmaals, het kabinet heeft een vraag gesteld. Die is positief beantwoord. Ik twijfel er niet aan dat u uw punt zult kunnen maken.
Vincent Van Quickenborne:
Ik meen begrepen te hebben dat de reden waarom het kabinet gevraagd heeft deze vragen samen te voegen, is omdat het op die manier dezelfde antwoorden kan geven op al die vragen. Dat is blijkbaar de redenering. Ik vind dat zeer vreemd.
Voorzitter:
U kunt beter uw vragen stellen. Dan kunt u daarna uw repliek houden.
Vincent Van Quickenborne:
Oké, maar ik kom naar hier om vragen te stellen en om antwoorden te krijgen van de minister.
Waarom is dat belangrijk? Omdat de minister naar aanleiding van het incident met zijn kabinetschef heeft gezegd: ik verontschuldig me bij het Parlement dat die man zoveel informatie heeft gegeven aan een betalend publiek; ik zal het in de toekomst beter doen; ik zal die informatie delen met het Parlement. Nu, mijnheer de voorzitter, kom ik naar de commissie om, als Parlementslid, meer informatie te krijgen over die uitspraken, maar straks luidt het antwoord waarschijnlijk: "Dat zullen we wel zien."
Ik word voortdurend met een kluitje in het riet gestuurd. Vragen over de exittaks bijvoorbeeld voegt u samen met de andere. Er zijn negen vragen over allemaal verschillende thema's, maar men gooit ze op een hoop, met de bedoeling de vis te verdrinken. Dat is toch niet aanvaardbaar, mijnheer de voorzitter? Dat is uw verantwoordelijkheid. Het kabinet doet een voorstel, en u beslist het te volgen.
U neemt zelfs geen contact op met de vraagsteller. Kent u de vraagsteller, mijnheer de voorzitter? Die zit hier. Als u zo'n vraag krijgt van het kabinet, waarom neemt u geen contact op met de vraagsteller, om te vragen wat hij daarvan denkt? Ik was bijvoorbeeld bereid de vragen over de belastingvrije som te laten samenvoegen, geen probleem. Maar wat is de relatie tussen het CAP, de BBSZ en de exittaks? Het enige waaraan ik kan denken is dat alle vragen in het Nederlands zijn opgesteld en dat de heer Wesley De Visscher daarover uitspraken heeft gedaan. Voor de rest zie ik geen verband.
Voorzitter:
Als ik u was, mijnheer Van Quickenborne, zou ik mijn vragen stellen. Dan zult u zien wat het antwoord van de minister is en dan kunt u daarop repliceren.
Vincent Van Quickenborne:
De reden waarom het kabinet deze vragen wil samenvoegen, is omdat men gewoon hetzelfde antwoord wil geven: "Tuut!".
Voorzitter:
Uw tijd loopt, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Uiteraard loopt de tijd. De tijd loopt.
Het antwoord zal niets zijn. Hij zal zeggen: "Ik zal u antwoorden op het moment dat de teksten naar het Parlement komen." Maar minstens voor de exittaks klopt dat niet, want die tekst is hier in het Parlement. De exittaks staat op de agenda van de programmawet, mijnheer de minister. Die tekst heeft ook al lange tijd in de commissie gezeten. Waarom voegt men die vraag dan samen met die over de BBSZ? Ik begrijp dat niet. I don't get it . Ik vind het zeer eigenaardig.
Eerlijk gezegd, mijnheer de minister, het staat eigenlijk in schril contrast met de belofte die u hebt gedaan naar aanleiding van de interpellatie, waarna ik zelfs geen motie van aanbeveling heb ingediend. Dit is dus uw kans om te bewijzen dat u wel degelijk antwoordt op de vragen.
De eerste vraag gaat over de belastingvrije som. Ik zie dat de heer El Yakhloufi meeluistert en dat siert hem. In het regeerakkoord staat dat de belastingvrije som zal stijgen tot 13.700 euro. Dat staat er letterlijk in. De heer El Yakhloufi bevestigt dat. Wat zegt de heer De Visscher echter in die lezing? Hij zegt dat het veel meer zal zijn, aangezien er geen rekening is gehouden met de barema’s.
Ik ben niet zo slim als u, mijnheer de minister, dus ik stel u de vraag wat hij daarmee bedoelt. Kunt u daarop antwoorden? Als er gezegd wordt dat het meer zal zijn dan 13.700 euro, hoeveel zal het dan zijn? Wordt dat dan 14.000 euro of 14.500 euro? Dat interesseert mij. Wanneer zal dat gebeuren? Ik denk dat dat een legitieme vraag is naar aanleiding van wat uw kabinetschef zegt aan een betalend publiek. Wij zijn inderdaad geen betalend publiek. Het Parlement betaalt u niet, mijnheer de minister, en ik wil mij daarvoor excuseren.
Jan Jambon:
Nu moet ik tussenkomen, want nu hebt u iets geïnsinueerd en u weet dat dat niet waar is. U betaalt mij niet, maar de mensen die die lezing hebben bijgewoond, die zes personen, hebben de heer De Visscher ook niet betaald.
Vincent Van Quickenborne:
Heb ik ooit gezegd dat mijnheer De Visscher betaald werd? Nee. Ik heb 'een betalend publiek' gezegd, dat wil zeggen dat zij betaald hebben om naar die lezing te gaan. Ik heb niet gezegd dat de heer De Visscher betaald werd.
Jan Jambon:
Wij betalen u ook niet, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Ik bedoel dat ik hier niet naar een betalende lezing kom en ik wil mij daarvoor excuseren. Sorry.
Hij zei daar dus dat het meer zal zijn dan de 13.700 euro uit het regeerakkoord. Ik stel daarover een vraag en ben benieuwd naar uw antwoord. Als u zegt dat dat klopt, dat dat ongeveer in die richting zal gaan en dat dat de barema’s zijn, dan verontschuldig ik mij. Als u straks echter antwoordt dat we het allemaal wel zullen zien wanneer de teksten hier komen, dan doet u niet wat u in het Parlement hebt beloofd. U hebt beloofd om eerlijk en open te zijn ten aanzien van het Parlement.
Dat was mijn eerste vraag. Ik kom nu tot mijn tweede vraag.
Ik moet zien dat ik ze allemaal in de juiste volgorde stel.
De tweede vraag gaat over de kinderen ten laste. Mijnheer El Yakhloufi, de heer De Visscher heeft daarover gesteld dat wij een en ander zouden zien. Mijnheer de minister, ik kom uit een kroostrijk gezin. Wij waren met vijf thuis. Ik weet niet met hoeveel u thuis was, maar ik kom uit een kroostrijk gezin. De heer De Visscher heeft verklaard dat gezinnen met meer dan vier kinderen geen toeslag meer krijgen boven hun belastingvrije som. Dus wie vijf, zes, zeven kinderen heeft, krijgt geen toeslag op de belastingvrije som. Dat is een straffe uitspraak.
Klopt dat of klopt dat niet? Wat is de mening van de Gezinsbond daarover? Ik hoop dat u daarop een duidelijk antwoord geeft. Mocht u antwoorden dat u wel zal zien wat in de teksten zal komen, dan doet u niet wat u hebt beloofd.
Ik ga over tot mijn derde vraag. Uw kabinetschef, de heer De Visscher, heeft over het optrekken van de belastingvrije som verklaard dat dat nonsens is. Ik citeer zijn woorden: “Dat heeft heel weinig impact en kost gigantisch veel geld. 3,5 miljard euro is heel veel geld voor een klein bedrag per belastingplichtige.”
Wat stelt de heer De Visscher nog? Mijnheer El Yakhloufi, hij heeft dat verklaard. Ik citeer: “Je hebt enkel resultaat als je aan de tarieven werkt: de 25 %, de 40 %, de 45 % uitbreiden of afschaffen. Dat heeft impact op de promotieval en zorgt ervoor dat de mensen aan de slag gaan.” Hij verwees in dat verband naar honderden gemaakte simulaties.
Mijnheer de minister, hij gaf het voorbeeld van de afschaffing van het 50 %-tarief. Dat kost volgens hem maar 1 miljard euro.
De heer De Visser stelt echter dat omdat de belastingvrije som om duistere redenen – hij verwijst naar Darth Vader of zoiets – de fetisj is van één partij die er blijkbaar moet komen. Uw kabinet vindt dat nonsens. Vindt u dat ook? Het antwoord op die vraag hangt niet af van of die tekst er komt of niet. Vindt u het nonsens of niet? Waarom kiest u niet voor een aanpassing van de tarieven, zoals we ooit samen hebben gedaan in de Zweedse regering? Toen hebben we een tarief afgeschaft. Vindt u ook dat de optrekking van de belastingvrije som een dure maatregel is? Kunt u de simulaties van de heer De Visser met ons delen, zodat we het debat in alle transparantie kunnen voeren?
Dan kom ik tot het debat over het huwelijksquotiënt. Het huwelijksquotiënt is een fiscale techniek die voorziet in compensatie voor de niet-werkende partner. Het zorgt ervoor dat de partner die geen of slechts geringe beroepsinkomsten heeft, fictief een deel van het beroepsinkomen van de andere partner krijgt toegewezen voor de belastingberekening.
Wat blijkt? Uw kabinetschef heeft tijdens die lezing uitspraken gedaan over zaken die ik niet weet en die ook niet in het regeerakkoord staan. Vandaar dat ik u de vraag stel en ik hoop dat ik die vraag mag stellen. Uw kabinetschef zegt dat het huwelijksquotiënt wordt afgebouwd: in zeven jaar voor gehuwden en in twintig jaar voor gepensioneerden. Ik heb u die vraag eerder gesteld, bij de bespreking van uw beleidsverklaring en uw beleidsnota. Toen vroeg ik u in hoeveel tijd u dat zou afbouwen. U hebt toen geantwoord dat u daar niet op zou ingaan.
Wat blijkt nu? Uw kabinetschef geeft wel een antwoord op die vraag, voor een betalend publiek. Mag ik u dan minstens vragen of het klopt wat uw kabinetschef zegt. Wordt het huwelijksquotiënt afgebouwd in zeven jaar voor gehuwden en in twintig jaar voor gepensioneerden? Waarom doet u dat voor gepensioneerden? Voor gehuwden kunnen we dat à la limite nog begrijpen. Gepensioneerden kunnen daar echter niets aan doen. U kunt hen toch niet vragen opnieuw aan de slag te gaan om dat te vermijden? Ze kunnen dat eenvoudigweg niet.
Waarom bouwt u het huwelijksquotiënt voor gepensioneerden af? Ik zou daar graag een antwoord op krijgen. Dat hangt niet af van de tekst die nog moet komen, het is een principiële vraag, waarover uw kabinetschef straffe verklaringen heeft afgelegd.
Uw kabinetschef heeft gezegd dat de afschaffing van de BBSZ gesneuveld is in de laatste uren. Mooi gezegd, gesneuveld in de laatste uren. Blijkbaar was dat tijdens die fameuze nacht in het militair hoofdkwartier, op de veldbedjes. Nochtans is het een regressieve belasting, compleet achterhaald, zegt hij. Daarin heeft hij gelijk. De heer Dehaene heeft die belasting in 1995 ingevoerd, dacht ik. Hij zegt: we gaan toch proberen die taks af te schaffen door extra budgetten te vinden. Ik vind dat een nobele doelstelling. Chapeau daarvoor, mijnheer de minister. In het regeerakkoord staat dat echter niet.
Van twee zaken één, ofwel heeft uw kabinetschef het regeerakkoord kunnen wijzigen -dan wil ik graag weten wanneer dat is gebeurd, ofwel heeft hij voor zijn beurt gesproken. Dat zou niet de eerste keer zijn, collega's. Hij heeft dat ook gedaan in het kader van de CFI. U herinnert zich die andere vraag die we met collega Merckx hebben gesteld. Toen zei hij dat de CFI, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, fraude pas vanaf 1 miljoen euro vervolgt. U hebt toen gezegd dat de CFI echter ook voor minder dan 1 miljoen euro tussenkomt. Heeft hij toen de waarheid gesproken of niet?
Dan kom ik bij het CAP. Mijnheer de voorzitter, excuseer dat ik van het ene onderwerp op het andere spring. Ik hoop dat de kijkers nog kunnen volgen. Er is geen verband tussen het huwelijksquotiënt en het CAP, maar ik ben hier verplicht om die vragen te stellen. Ik vind dit een moeilijke manier van werken.
Over het CAP beschreef uw kabinetschef in de lezing hoe dat in de toekomst zal werken, mijnheer de minister. Hij zei het volgende: iemand die een gemiddeld maandloon verdient, ziet plots op zijn rekening drie keer 3 miljoen euro verschijnen, waarna dat bedrag vervolgens weer verdwijnt. Die beweging zal in de toekomst via datamining naar boven komen, want dan gaan we beslissen om te de-anonimiseren. Een aparte dienst zal aan de lokale controleur vragen om die persoon te contacteren. Die krijgt dan een maand de tijd om daarop te antwoorden.
Als het om een erfenis gaat, is dat een goede uitleg. Uw kabinetschef voegt eraan toe dat u natuurlijk niet de bomma of de bompa die 1.000 euro geeft, viseert. Ik heb indertijd ook nog iets gekregen van mijn bomma, maar toen was dat wel nog in Belgische frank. Daar verwijst uw kabinetschef dus naar.
Ik weet dat ik niet altijd zeer aangenaam ben in mijn vraagstelling, maar ik heb u ook vragen gesteld over het CAP. Ik heb u daarbij toen ook een voorbeeld gegeven – niet over de bomma, dat geef ik toe. Ik heb niet over de bomma gesproken. Het voorbeeld dat de heer De Visscher aanhaalt, is echter quasi hetzelfde als het voorbeeld dat ik heb gegeven, terwijl u mij toen in uw antwoord stemmingmakerij verweet. U hebt het woord populisme niet gebruikt, wel stemmingmakerij.
Intussen heeft de Gegevensbeschermingsautoriteit echter haar advies uitgebracht. Ze stelt dat het om een flagrante schending van de privacy gaat. De heer Michel is vandaag niet aanwezig – zijn collega van de MR wel – maar hij heeft gezegd dat de MR dat niet meer zal laten passeren.
Wat is uw reactie op het advies van de GBA, mijnheer de minister? Los van de wetsvoorstellen die eraan komen, dat advies is er nu al. Wat vindt u ervan? Wat vindt u van de reactie van uw coalitiepartner, de MR, die zegt dat dat niet zal passeren? Bent u bereid om die maatregel in te trekken? U bent economisch gezien – ik zie dat toch zo – een liberaal. We weten dat u een nationalist bent, maar economisch bent u meer een liberaal. Gaat u dan zomaar de privacy van de mensen op het spel zetten?
Dan kom ik bij de beurstaks. Ik spring werkelijk, mijnheer de voorzitter, van het ene onderwerp naar het andere. Dat is nog nooit gezien, een soort capita selecta. Ik ga nu van het CAP naar de beurstaks. Mijn excuses dat het niet gemakkelijk te volgen is.
Wat zegt uw kabinetschef over de beurstaks, mijnheer de minister? Hij zegt dat er een hervorming van de beurstaks komt – dat vind ik interessant – en dat er daarover nog niets in de kranten staat.
Donc, il n'y a rien dans les médias et les journaux. Je vois que quelques journalistes nous suivent ici.
Hij vraagt om liever niet te luid te spreken, want anders zouden bepaalde coalitiepartners wakker kunnen worden.
Il y a apparemment une sorte de nervosité autour de cette taxe boursière. Il ne faut pas trop en parler parce que, sinon, les partenaires de la coalition pourraient se réveiller.
Mijnheer de minister, over welke coalitiepartners gaat het? Het gaat niet over Open Vld, want we maken geen deel uit van de coalitie. Het gaat ook niet over de PTB, want die maakt ook geen deel uit van de coalitie. Over welke partners gaat het dus? Is er daadwerkelijk in een bedrag van 50 miljoen euro voorzien? Dat staat los van de teksten die nog zullen komen. Zal er worden geharmoniseerd en op welk bedrag?
Vervolgens is er de kwestie van de witte kassa. Ik schakel nu dus over van de beurstaks naar de witte kassa, van het ene naar het andere, waarvoor mijn excuses. Uw kabinetschef verklaarde dat de witte kassa in de horecasector zal worden uitgebreid. Bovendien zal ze ook in de carwashsector worden toegepast. U kent het liedje van de carwash? Blijkbaar zou die sector fraudegevoelig zijn. Mijnheer de minister, zal elk café, bar, bruine kroeg, nachtcafé, dat geen maaltijden aanbiedt, voortaan ook worden onderworpen aan de regeling van de witte kassa?
Le petit café du coin sera-t-il obligé d'avoir une caisse blanche? Quid des maisons de la jeunesse ou des cafés qui se trouvent aux abords des terrains de sport? Devront-ils aussi avoir une caisse blanche? C'est une question que je me pose. Y a-t-il d'autres secteurs que vous considérez comme fraudegevoelig (susceptibles de frauder)?
Nachtwinkels? Pitabars? Shishabars? Wordt de witte kassa daar ook ingevoerd? Het is iets dat ik zou willen weten.
Dan is er nog mijn laatste vraag over de exittaks. Ik zie dat de minister noteert en dat apprecieer ik ten zeerste.
Wat die exittaks betreft, daarover hebben we al veel discussies gevoerd. Uw kabinetschef heeft zich daarover uitgesproken. Ik heb het over de exittaks bij zetelverplaatsing, mijnheer de minister, niet over de exittaks op meerwaarde – dat is iets anders. Ik heb dus nog geen vraag gesteld over de meerwaardebelasting. Dat is een primeur. Misschien komt dat straks nog.
Uw kabinetschef noemt de exittax een slechte maatregel en verwijst daarbij naar de Raad van State. Mijnheer de minister, vindt u het zelf ook een slechte maatregel? Waarom blijft u koppig vasthouden aan dat voorstel, ondanks de kritiek van de Raad van State? Waarom noemt uw kabinetschef het dan een slechte maatregel? Die vraag blijft voor mij onbeantwoord, gelet ook op de discussies die we hier hebben gevoerd.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb mijn volledige spreektijd niet benut, maar ik heb wel negen vragen gesteld, waarvoor ik uw bereidheid om mij die te laten stellen ten zeerste apprecieer. De vorige keer had ik negen vragen over de meerwaardetaks, maar die moest ik toen in amper vier minuten stellen. Trouwens, mijnheer de voorzitter, vanmorgen hebben we op de Conferentie van voorzitters beslist dat in het geval van een actueel debat u de vragen moet behandelen van al wie er een heeft ingediend. U bundelt die samen met de tussenkomsten van de fracties die geen vraag hebben ingediend. De andere vragen die wel zijn ingediend, moet u afzonderlijk behandelen. Dat heeft de heer Piedboeuf ook gezegd en dat is bevestigd door de voorzitter van onze Kamer. U bent een constructieve man en daarom wil ik u vragen om bij een volgend actueel debat ook effectief de mogelijkheid te bieden om die andere vragen aan te houden. Dat zou veel beter zijn geweest en dan hadden we de discussie van vorige week kunnen vermijden.
Ik heb negen vragen ingediend en heb 22 minuten spreektijd gekregen. Ik geef nu graag de resterende tijd terug aan u, mijnheer de voorzitter. Ik ben keurig binnen de tijd gebleven. Als u het Parlement wilt respecteren, moet u de mensen de kans geven om vragen te stellen. Dan luisteren wij met veel plezier naar de antwoorden.
Ik dank u, mijnheer de voorzitter. Ik dank u, mijnheer de minister.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, als u het Parlement wilt respecteren, moet u ook het Reglement respecteren en toepassen. Dat is wat ik probeer te doen.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, voor ik inhoudelijk op uw vragen inga, wil ik een paar voorafgaande opmerkingen formuleren.
Ik zal niet zeggen wat ik nu denk, ik zal me bij de feiten houden. Ik heb beloofd dat, als ik of mijn medewerkers publiek het woord nemen, wij dat doen op basis van teksten die in het Parlement zijn neergelegd en daar niet op vooruitlopen. De feiten nopen mij ertoe toe te geven dat mijn kabinetschef dat inderdaad heeft gedaan, 12 uur voordat de tekst van de programmawet werd neergelegd. Naar aanleiding daarvan heb ik beslist dat zoiets niet meer zal gebeuren.
U bent een liberaal en vindt vrijheid belangrijk. Ik ben geen liberaal, maar ook ik vind vrijheid belangrijk. Ik zal mijn mensen niet zo drillen dat ze hun mening niet meer mogen verkondigen. Wanneer iemand ergens gaat spreken, kan hij zeggen wat we zullen doen en wat hij daarvan vindt. Als u mij vraagt om het regeerakkoord te verdedigen, dan zal ik dat met hand en tand doen. U hebt echter ook deel uitgemaakt van verschillende regeringen en u weet ook dat elke minister bepaalde maatregelen uit een regeerakkoord meer ter harte neemt dan andere maatregelen die u waarschijnlijk anders zou uitwerken mocht u het alleen voor het zeggen hebben. U had misschien andere afspraken met uw medewerkers, maar mijn medewerkers hebben de vrijheid om te zeggen welke maatregelen ze goed vinden en welke niet. Wat wij uitvoeren, is het regeerakkoord en niets meer of niets minder dan dat.
Wat betreft de meerwaardebelasting, kan ik u geruststellen. Straks behandelen we de vragen over de meerwaardebelasting en ik zal ook antwoorden op de vragen die vorige week werden gesteld, maar die niet konden worden beantwoord wegens tijdgebrek. U hebt mij toen verweten dat ik te veel tijd nam voor de antwoorden op de vragen. Er was dus niet voldoende tijd om op alle vragen te antwoorden, dus ik zal straks bij de vragen over de meerwaardebelasting antwoorden op de vragen die vandaag worden gesteld, maar ook op die van vorige week.
In de antwoorden op de negen vragen die u nu gesteld hebt, zal ik een onderscheid maken tussen de opinie van iemand die ik de vrijheid gun zijn mening te geven en de feiten die ik vandaag al met u kan delen.
Ten eerste, wat de belastingvrije som betreft: in het regeerakkoord staat inderdaad een bedrag van 13.700 euro. Het werk dat we momenteel in de regering doen, gebeurt binnen de budgettaire enveloppe die daarvoor is uitgerekend. Ik denk – u weet dat zoiets door de vijf coalitiepartners moet worden goedgekeurd – dat we die belastingvrije som nog wat zullen kunnen optrekken, misschien tot een bedrag boven de 14.000 euro. Dat is nog work in progress maar het ligt op tafel.
Wat de kinderen ten laste betreft, liggen er inderdaad voorstellen op tafel die enigszins geïnspireerd zijn op de kinderbijslag op Vlaams niveau. Vroeger ging dat bedrag altijd in stijgende lijn tot het vierde kind, waarna er een plafond werd toegepast. We hebben dat veranderd – ik denk samen met Open Vld – en we hebben voor de eerste kinderen toch wat hogere bedragen voorzien. U komt uit een groot gezin. Ik kom uit een gezin van zes kinderen. In het Limburg van de jaren 60 en 70 waren nog grote gezinnen, vandaag ligt dat enigszins anders. Die hypotheses liggen dus op de tafel. Die discussie is nog niet beslecht, maar ik hoop dit in de volgende dagen te kunnen afronden.
De bewering dat het optrekken van de belastingvrije som nonsens is, is een uitspraak die ik de heer De Visscher gun om te doen. Dat is zijn persoonlijke mening. Wij zullen echter uiteraard het regeerakkoord uitvoeren. Het regeerakkoord voorziet in een fiscale hervorming met inbegrip van de belastingvrije som, de BBSZ en de werkbonus. Ik ben zelf ook voorstander van het volledig opheffen van de BBSZ; Jan Jambon is daarvan voorstander. Binnen het compromis dat we hebben gevonden tussen de vijf coalitiepartners situeert het werk zich op drie niveaus, zoals ik daarnet gezegd heb. Er is een akkoord om een gedeeltelijke opheffing van de BBSZ door te voeren.
Met betrekking tot het huwelijksquotiënt verwijs ik naar het regeerakkoord. Voor de rest is daar nog veel discussie over, dus dat kan ik niet toelichten.
Met betrekking tot het CAP, we hebben daarover al uitgebreid gediscussieerd. De Gegevensbeschermingsautoriteit is één zaak. Het wetsontwerp ligt momenteel bij de Raad van State. Ik kijk met zeer veel interesse uit naar het advies van de Raad van State en zal nagaan in welke zin we in voorkomend geval de regelingen rond het CAP solider moeten maken. Eerst is het aan de Raad van State om hierover zijn licht te laten schijnen. Daarna zullen we de adviezen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit samen bekijken.
Met betrekking de beurstaks en welke partners erbij betrokken zijn, dat is naar mijn mening een vrije opinie van de heer De Visscher. Daarover zal ik geen uitspraak doen.
Met betrekking tot de witte kassa in elk café, er staat een regeling in het regeerakkoord dat plaatsen waar de omzet minder is dan 25.000 euro – kantines van voetbalclubs en dergelijke – niet onder het systeem van de witte kassa vallen. Welke andere fraudegevoelige sectoren eventueel ook in aanmerking komen, wordt nog onderzocht.
Ten slotte is er nog de exittaks. Als mijn kabinetschef dat een slechte maatregel vindt, is dat ook een mening waarop hij recht heeft. Het kabinet, de hele ploeg van het kabinet Financiën, zal het regeerakkoord naar de letter en de geest uitvoeren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, oprecht bedankt voor uw antwoord. U bent punt voor punt ingegaan op de verschillende vragen en ik heb veel nieuwe dingen geleerd, waarvoor dank.
Inderdaad, mensen kunnen een persoonlijke opinie hebben, bijvoorbeeld ‘het is nonsens’ of ‘het is een slechte maatregel’. Ik vind het heel fair en eerlijk dat u dat zegt.
Ik vind trouwens dat u gelijk hebt en ik vrees dat u hetzelfde denkt. Die belastingvrije som is echt geen slimme maatregel. Die kost bakken vol geld en zal nauwelijks iets opbrengen voor de gewone mensen. Als u dat tarief van 50 % afschaft, kost dat maar 1 miljard euro. Wij hebben samen een tarief afgeschaft in de Zweedse regering. Dat had echt meer impact op werkende mensen dan op al de rest. U zegt dat u die maatregel moet nemen, gezien de coalitie waarin u zit. Ik begrijp dat men af en toe dingen moet toegeven, maar voor een dermate belangrijk punt is het veel essentiëler om in te zetten op die tarieven. Tijdens de discussies heeft dat trouwens op tafel gelegen: de drempel van 45 % verhogen of het tarief van 50 % afschaffen. Ik geloof ook, als wij in de coalitie zaten en niet Vooruit, dat we veel verder zouden geraken. Mijnheer Vandeput, ik zie u twijfelen, maar de Zweedse regering is daarvan het bewijs.
Ten tweede, de heer De Visscher heeft gelijk als hij de exittaks een slechte maatregel noemt. Mag ik heel stout zijn? Misschien moet u af en toe wat meer naar uw kabinetschef luisteren. Hij zegt zelf dat hij honderden simulaties heeft gemaakt. Die man heeft zich uit de naad gewerkt, zoals ook u, mijnheer de minister, maar uiteindelijk wordt er beslist. In het leven moet men compromissen sluiten, maar men moet zorgen dat men nog iets overhoudt. Ik vrees dat dat op bepaalde terreinen niet is gebeurd.
Nu, vrije meningsuiting is evident, maar de vraag blijft of hij dat op een respectvolle manier heeft gedaan. U hebt ook het advies gelezen van de Federale Deontologische Commissie. Ik kom daar niet op terug.
Problematisch is wel dat uw kabinetschef tijdens die lezing inderdaad nieuwe feiten heeft verklaard, dingen heeft gezegd die we nog niet wisten. U zegt dat werd afgesproken om enkel nog uitspraken te doen over teksten die ingediend zijn in het Parlement.
Aangezien de programmawet pas twaalf uur later was ingediend, beging hij daar een fout.
Ondertussen lees ik in kranten en andere mediakanalen echter verklaringen over teksten die nog niet zijn ingediend, bijvoorbeeld over de belastingvrije som. Ik kan mij vergissen, dus ik kijk ook even naar de voorzitter en het commissiesecretariaat, maar bij mijn weten is de wettekst over de belastingvrije som nog niet is ingediend in het Parlement. Op VTM hebt u echter wel al verklaard dat er 1.200 euro meer zal zijn voor de mensen. De tekst is nog niet ingediend, maar toch legt u al verklaringen af.
Jan Jambon:
Dat staat in het regeerakkoord.
Vincent Van Quickenborne:
Dat bedrag van 1.200 euro? Dat moet ik checken. Ik vrees dat u geen gelijk hebt.
Ik lees dus wel verklaringen over zaken die niet kloppen. Over de BBSZ stelt u bijvoorbeeld dat het compromis een gedeeltelijke uitdoving is, geen volledige afschaffing. Enkele dagen geleden, vorige vrijdag, stond in De Tijd echter letterlijk: de volledige afschaffing van de BBSZ. De informatie was verkregen op het kabinet van minister Jambon. Bij mijn weten is de tekst over de BBSZ nog niet ingediend. Wel is er een verklaring afgelegd. Dat klopt dus niet. Er blijft dus een probleem met de communicatie.
Jan Jambon:
Ik probeer hier heel constructief met het Parlement om te gaan. Ik doe echt inspanningen. Ik beantwoord alle vragen en maak uitzonderingen op het Reglement om u tegemoet te komen.
Waarover gaat datgene waarnaar u verwijst? U beweert dat de informatie van het kabinet-Financiën komt. Dat is totaal niet waar. Het gaat over teksten die op een bepaald moment in de IKW zijn voorgelegd en vervolgens naar de pers werden gelekt. Sorry, daar ben ik niet verantwoordelijk voor. In dit land is blijkbaar niets geheim. Wij hebben die teksten absoluut niet aan de pers bezorgd. Die teksten werden in de IKW neergelegd en vallen dan plots op het bureau van een journalist. Daar ben ik niet verantwoordelijk voor. Daar kan ik niets aan doen. Een optie is misschien om geen IKW meer te houden. Dan moeten de teksten gewoon vanuit het kabinet onmiddellijk naar het Parlement worden gestuurd en ingediend. U weet zelf echter ook dat het zo niet werkt.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat u wat zenuwachtig wordt, maar u kunt mij niet beschuldigen van lekken uit de IKW's, aangezien ik daaraan niet eens deelneem.
Ik lees alleen een artikel uit De Tijd van 2 juli, dus vorige week, als ik mij niet vergis. Daarin staat: "Belastingverlaging moet werkenden netto 100 euro extra per maand opleveren." In dat artikel staat ergens letterlijk dat de BBSZ zal worden afgeschaft: "De BBSZ zal tegen het einde van de legislatuur worden afgeschaft."
Klopt dat dan niet? Dat staat in dat artikel in De Tijd , nochtans een kwaliteitsvolle krant.
Jan Jambon:
Dus ben ik vanaf nu ook verantwoordelijk voor alles wat in een krant verschijnt?
Vincent Van Quickenborne:
Nee, dat zeg ik niet.
Jan Jambon:
Ja, dat zegt u wel.
Vincent Van Quickenborne:
Als u zegt dat het niet klopt, dan zegt u dus dat dat krantenartikel blijkbaar foutieve informatie geeft. De belofte om alleen nog te communiceren op het moment dat de tekst wordt ingediend, is dus moeilijk vol te houden. Ik zie nochtans veel zaken in de media verschijnen en dat strookt niet met uw belofte.
Wat de maatregel inzake kinderlast betreft, u bent opgegroeid in een Limburgs gezin met zes kinderen. Ik kom uit een Oost- en West-Vlaams gezin met vijf kinderen. We hebben in Vlaanderen samen de gezinstoeslag hervormd en gelijk gemaakt voor alle kinderen. We hebben echter geen cap ingevoerd en bijvoorbeeld vanaf het derde of vierde kind kindertoeslag geschrapt. Uw regering heeft nu wel beslist om vanaf het vierde kind geen bijkomende toeslag boven op de belastingvrije som meer te geven. Ik vind het vreemd dat u gezinnen met vier, vijf of zes kinderen, waar de ouders beide werken – zo bestaan er ook in ons land -, fiscaal zult discrimineren. Ik vind dat absoluut niet correct.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, ik moet weer onderbreken. Er worden mij voortdurend woorden in de mond gelegd die ik niet heb uitgesproken. Dat moet ik corrigeren. Ik heb gezegd dat de hervorming van de fiscaliteit rond kinderen gebaseerd is op het voorbeeld van Vlaanderen. Ik heb helemaal niet gesproken over caps of wat dan ook. Daar heb ik het niet over gehad.
Mijnheer Van Quickenborne, ik probeer respectvol met u om te gaan. Doet u dat ook alstublieft met mij. Citeer mij dan correct.
Vincent Van Quickenborne:
Excuseer, rustig blijven, mijnheer de minister. De heer De Visscher, uw kabinetschef, heeft gezegd dat er een cap op komt, terwijl u dat ontkent. Ik noteer dat. Dan komt er geen cap op. Mijn excuses, dan heb ik de De Visscher verkeerd begrepen. Waarom bent u eigenlijk boos op mij? Wees dan eens boos op De Visscher. Hij heeft in een betalende lezing verklaard dat er een cap op komt vanaf het vierde kind. Nu zegt u dat dat niet klopt en dan bent u boos op mij? Ik begrijp dat niet. Waarom zou u boos moeten zijn op mij? Ik probeer de dingen te verklaren.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik denk dat het vooral het feit is dat u dingen aanneemt die niet door de minister zijn gezegd, aanleiding geeft tot de problematiek. Maar goed, gaat u rustig verder. U hebt nog tijd.
Vincent Van Quickenborne:
De heer De Visscher, de kabinetschef van de minister, die eigenlijk spreekt namens de minister, doet allerlei verklaringen, die ik vervolgens verifieer.
Nadat ik uitleg hoe ik dat heb begrepen, begint hij zich boos te maken. Ik noteer dat er geen cap komt vanaf vier kinderen. Ik verontschuldig mij voor die uitspraak. Hoe dan ook, ik heb respect voor gezinnen met veel kinderen waar beide ouders werken en ik vraag u dus hen gerust te laten.
Wat het huwelijksquotiënt betreft, de discussie is bekend, u hebt niet geantwoord op mijn vraag waarom u dat voor gepensioneerden afschaft. Ik vind dat vreemd.
Over het CAP zegt u dat de tekst voor advies aan de Raad van State is voorgelegd. Dat zullen we dus afwachten. U spreekt u niet uit over de beurstaks; u beschouwt de uitspraak daarover van uw kabinetschef als zijn vrije mening.
Over de horeca, heb ik u goed begrepen, mijnheer de minister, dat horecazaken met een omzet van minder dan 25.000 euro niet onderworpen zullen worden aan de regeling van de witte kassa? U bevestigt dat kennelijk. Dan bedank ik u daarvoor. Dat betekent dat bijvoorbeeld sportclubs vrijgesteld blijven. Dat is positief nieuws. In het regeerakkoord lees ik iets totaal anders. Daarin staat letterlijk dat alle horecazaken een witte kassa moeten invoeren, ook die met een omzet van minder dan 25.000 euro. Mijnheer de minister, ik zal u de passage voorlezen, want ik ken ondertussen ook de tekst van het regeerakkoord. Het is niet mijn bijbel, maar die van u. Toch heb ik het ook gelezen.
Je pense que mon collègue Aouasti l'a lu aussi, tel quel. Je cherche la page.
Voorzitter:
Uw tijd loopt ondertussen verder, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Ik begrijp dat, maar ik zoek de bepaling over de witte kassa.
Ik heb het gevonden. De witte kassa wordt ingevoerd in de gehele horeca om een level playing field te garanderen. Dat staat er, mijnheer de minister. U zei daarnet niet onder de 25.000 euro, nu zegt u iets anders. Ik begrijp er niets meer van.
Jan Jambon:
Ik dacht dat dat nog in het regeerakkoord stond. Sorry, dan heb ik mij gewoon compleet vergist. Bedankt om dat recht te zetten. Het heeft er op een bepaald moment in de onderhandelingen zeker in gestaan.
Vincent Van Quickenborne:
Geen probleem, daarvoor is er een debat. Ik heb er geen enkel probleem mee dat u dat zegt. Dan is dat ook rechtgezet. Dan zullen we ook wel zien welke andere fraudegevoelige sectoren er nog zullen worden toegevoegd.
Nog enkele bemerkingen. De belastingvrije som zal waarschijnlijk meer zijn dan 13.700 euro. Dat is goed om weten, waarvoor dank, mijnheer de minister.
De kinderen ten laste zijn besproken. De belastingvrije som en de tarieven zijn ook besproken. Het huwelijksquotiënt kennen we. De BBSZ hebben we behandeld.
Jan Jambon:
Ik wil nog even terugkomen op de witte kassa. Er staat: "De witte kassa wordt ingevoerd in de gehele horeca." Dan staat er dat er een uitbreiding komt naar andere fraudegevoelige sectoren. "Er wordt een tolerantie ingebouwd voor kleinschalige activiteiten, zodat deze buiten het toepassingsgebied blijven. De drempel van 25.000 euro wordt behouden, maar de berekening ervan zal worden aangepast."
Vincent Van Quickenborne:
Met betrekking tot het CAP, het advies van de GBA is er, maar we wachten nog op wat de Raad van State hierover te vertellen heeft.
Met betrekking tot de beurstaks heb ik u gevraagd of er effectief 50 miljoen euro is voorzien om die te innen. U hebt daar nog niet op geantwoord. Dat is het bedrag dat uw kabinetschef vermeldde. Is dat juist of niet?
Jan Jambon Ik denk dat het zo in de budgettaire tabel staat. Ik zou het moeten nakijken.NEWPARAGRAPH19.29 Vincent Van Quickenborne:
Ik denk dat u gelijk hebt. Mijnheer de minister, met betrekking tot die 25.000 euro, de drempel die u vermeldt, geldt voor andere sectoren, niet voor de horeca. Dat is wel belangrijk om te vermelden. Met betrekking tot de exittaks, hij vindt dat een slechte maatregel. Ik denk dat hij echt gelijk heeft. We hebben deze discussie gevoerd, maar ik verwacht dat u daar tegen de muur zult lopen. U bent daarvoor gewaarschuwd door talrijke advocaten. Het is een soort fiscale prikkeldraad die rond ons land wordt gelegd. Dat zullen we morgen bespreken tijdens de discussie. Mijnheer de minister, nogmaals, de rust is wedergekeerd. Bedankt voor uw oprechtheid en eerlijke antwoorden. Mijnheer de voorzitter, ik wil u ook bedanken om mij de kans te geven om mijn vragen te stellen.
De belastingheffing voor Franse werknemers in de Belgische gezondheidszorgsector
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De fiscale behandeling van Franse grensarbeiders in België (publiek/privaat) staat centraal: België schort de omstreden wijziging van de belastingconventie op en keert terug naar de regels van 2009, waardoor hun inkomen in Frankrijk belast blijft—maar 280 werknemers van HELORA (Mons) vallen buiten het transitregime en zullen vanaf 2026 in België belast worden, zonder overgangsmaatregelen. Minister Jambon bevestigt dat officiële instructies sinds 2 juli online staan om onterechte inhoudingen te stoppen, maar terugbetalingen en concrete oplossingen voor HELORA blijven onduidelijk, ondanks dringende vragen om een billijke overgang. Daarnaast verdedigt Jambon de nieuwe meerwaardebelasting (10% tarief, vrijstelling tot €15.000/jaar), gericht op budgettaire sanering, met uitzonderingen voor langetermijnbeleggers en ondernemers (20%+ aandeel), maar kritiek blijft op complexiteit, 33%-risico bij "speculatie" en het ontbreken van een echte oplossing voor de €42 miljard begrotingstekort.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, en réponse aux questions que M. Piedboeuf et moi-même vous avions posées le 15 mai dernier, vous avez indiqué que l'accord modifiant l'application de la convention fiscale franco-belge pour les travailleurs français du secteur public belge ne s'appliquait pas directement. La France l'a d'ailleurs confirmé la semaine dernière en annulant cet accord. C'est une bonne nouvelle pour ces travailleurs qui sont soulagés et qui resteront actuellement imposés en France. Cependant, à défaut de communication officielle de votre administration, certains secrétariats sociaux continuent de prélever le précompte professionnel belge sur leurs salaires.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous indiquer quand des instructions officielles seront envoyées pour mettre fin à ces retenues injustifiées? Ces travailleurs seront-ils remboursés assez rapidement? Remboursés, j'espère qu'ils le seront. Je l'imagine bien.
Par ailleurs, vous avez également indiqué qu'un dialogue était en cours avec la France pour intégrer dans la nouvelle convention fiscale des mesures d'atténuation, notamment pour le secteur des soins de santé, qui est critique, vous le savez. Pouvez-vous nous préciser l'état d'avancement de ces discussions?
Peut-on espérer des mesures concrètes pour protéger les travailleurs frontaliers, du public et du privé, notamment dans les hôpitaux, les maisons de repos et les administrations, et plus particulièrement en province de Luxembourg, où ils sont essentiels?
Enfin, j'attire votre attention sur un cas préoccupant, qui concerne les travailleurs français du centre hospitalier HELORA à Mons. Suite à une fusion, ils passeront sous statut privé au 1 er janvier 2026 – c'est demain. Or, nous comprenons qu'ils ne pourront pas bénéficier du régime transitoire qui était applicable aux travailleurs frontaliers du secteur privé, qui permet une imposition en France jusqu'en 2033, car ce régime était réservé aux travailleurs déjà dans le privé avant 2012.
Actuellement, plus de 280 ménages subiraient ainsi une perte nette de revenus dès janvier 2026, sans avoir eu le temps de s’y préparer – vous en conviendrez. Pouvez-vous confirmer cette interprétation et confirmer que ces travailleurs ne seront pas éligibles au régime transitoire pour le secteur privé? Si c’est le cas, envisagez-vous des mesures pour éviter une perte nette des revenus et garantir une transition équitable pour ces familles?
Jan Jambon:
Madame Ramlot, vous êtes originaire de Rouvroy, la commune la plus au sud de Belgique, avez-vous dit. Je pensais que Sterpenich était la commune la plus au sud du pays.
Carmen Ramlot:
Sterpenich étant à la frontière, elle donne l’impression d’être le plus au sud. Mais c’est une entité de la ville d’Arlon, tandis que Rouvroy est encore plus au sud. J’ai même le projet de faire installer une borne au point le plus au sud de la Belgique, car cela me paraît une curiosité instagrammable.
Jan Jambon:
Revenons à votre question. Je sais que ce dossier revêt une grande importance pour vous ainsi que pour M. Piedboeuf.
Nous avons en effet immédiatement pris des mesures et décidé de suspendre le dispositif. En conséquence, certaines actions déjà entreprises par l’administration belge ont dû être annulées.
Les autorités belges et françaises compétentes se sont réunies le 23 mai de cette année. À cette occasion, la France a exprimé sa volonté de dénoncer l’accord, ce qui a été formellement confirmé par un courriel reçu par la Belgique le jour même. En réponse, la Belgique a annoncé que ses services fiscaux appliqueront à nouveau les règles de l’accord de 2009 (article 18), en tenant compte de l’arrêt de la Cour de cassation de 2020. Autrement dit, tant que la nouvelle convention n’est pas entrée en vigueur, les rémunérations des fonctionnaires binationaux concernés restent imposables dans leur État de résidence et non dans l'État de la source.
En ce qui concerne la situation particulière des résidents français travaillant auparavant pour le centre hospitalier public Ambroise-Paré, mais qui, à la suite de la fusion avec d'autres institutions hospitalières, travaillent à présent pour le nouveau centre hospitalier privé HELORA, leurs rémunérations sont imposables en Belgique par application de l'article 11 de la convention franco-belge. Je confirme que ces personnes ne sont malheureusement pas dans les conditions pour bénéficier du régime frontalier prévu dans cette convention.
J'ai demandé à mon administration de contacter les employeurs concernés et de diffuser une communication officielle. Depuis le 2 juillet, cette communication est publiée sur le site web du SPF Finances.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Lorsque mon collègue Benoît Piedboeuf et moi-même vous avions interrogé en séance plénière le 15 mai dernier, vous nous aviez apporté une réponse rassurante, comme aujourd'hui – mis à part pour Mons –, pour laquelle nous vous avions explicitement remercié. Vous avez tenu parole et nous continuerons de vous faire confiance.
L'accord franco-belge du 17 mars n'est pas et ne sera pas d'application. La Belgique l'a suspendu. La France vient de le retirer, vous l'avez confirmé. Mais, depuis le 15 mai, près de deux mois se sont écoulés. Le temps joue contre nous. Entre-temps, quelques dysfonctionnements, comme des prélèvements, ont été appliqués.
À ce sujet-là, vous ne m'avez pas vraiment rassurée. J'espère que votre administration tiendra cela à l'œil. Je compte sur vous pour rassurer ces personnes qui, dans certains cas, sont en état de panique, parce qu'on parle quand même de plusieurs milliers d'euros.
À côté de cette perspective générale, le centre hospitalier HELORA de Mons constitue un cas particulier important. Je pense qu'effectivement il faut les informer au plus vite, parce que le 1 er janvier 2026, c'est demain.
Voorzitter:
Mijnheer de minister, u wilt nu eerst een toelichting geven met betrekking tot niet gestelde vragen over de meerwaardebelasting? Ik heb begrepen dat de vraagstellers hun vuurwerk wilden bewaren voor de plenaire vergadering, maar u hebt het woord.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, ik zal alle vragen, waaronder ook die van de heer Van Quickenborne, beantwoorden. Ik had dat immers beloofd.
Ten eerste was er de bezorgdheid dat de 1 % rijksten zouden ontsnappen aan de meerwaardebelasting. De FOD Financiën heeft dat onderzocht. Volgens de FOD zal de bijdrage van de allerrijksten door de meerwaardetaks van doorslaggevend belang zijn.
Ten tweede klopt het dat niet alleen de superrijken de belasting zullen betalen. Iedereen die een meerwaarde realiseert boven de jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro, die kan oplopen tot 15.000 euro, wordt belast. We vragen bijvoorbeeld bij de verkoop van financiële activa een inspanning om de noodzakelijke budgettaire sanering mogelijk te maken. Ik heb al meermaals gezegd dat het een illusie is dat men een gat van 23 miljard euro kan opvullen zonder iemand te raken.
Ten derde zorgen we ervoor dat de gewone spaarder en de langetermijnbelegger maximaal buiten schot blijven, boven op het feit dat we de eerste 10.000 euro tot maximaal 15.000 euro vrijstellen van belasting. Voor een gehuwd koppel komt dat dus neer op 30.000 euro. Een overdracht tussen echtgenoten is evenwel niet mogelijk. Pensioensparen en groepsverzekeringen blijven buiten de toepassing van de meerwaardebelasting.
Ten vierde betalen bedrijven en vennootschappen vandaag al belastingen op gerealiseerde meerwaarden, vaak tegen tarieven van respectievelijk 20 % of 25 %. In de programmawet werden de regels hieromtrent net verstrengd. Bovendien gaat het om Europese wetgeving.
Wat de vragen over mogelijke achterpoortjes betreft, het wetsontwerp moet nog worden voorgelegd aan de Raad van State en kan daarna nog worden aangepast. Onder dat uitdrukkelijke voorbehoud wil ik wel al aangeven dat het voorontwerp bepaalt dat ook private stichtingen onderworpen zullen zijn aan de meerwaardebelasting, die eveneens van toepassing is in de rechtspersonenbelasting. Er worden tal van ontwijkingsroutes gesloten. Denk bijvoorbeeld aan de exittaks, die voorkomt dat belasting wordt ontweken door het land te verlaten om fiscale redenen, en het stelsel inzake interne meerwaarden. De algemene antimisbruikmaatregel, die vandaag al geldt binnen onze fiscaliteit, zal ook van toepassing zijn op de meerwaardebelasting.
Wat de vraag over kapitaalvlucht betreft, al onze buurlanden hebben een meerwaardebelasting en die is in veel gevallen zelfs hoger dan de Belgische. Vergeet ook niet dat de belasting kadert in een bredere fiscale hervorming, waarbij de lasten op arbeid moeten dalen.
Ik kom tot een aantal technische vragen. Nadat de tekst in de regering is goedgekeurd, zal die voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Ook dan kunnen nog wijzigingen volgen. Vervolgens zal het ontwerp besproken worden in het Parlement, dat uiteraard het laatste woord heeft. De teksten kunnen dus nog wijzigen, maar onder uitdrukkelijk voorbehoud wil ik u toch al zo veel mogelijk antwoorden verschaffen op de vele technische vragen.
Als u slechts 1.000 euro van uw 10.000 euro gebruikt, kunt u inderdaad slechts 1.000 euro overdragen. We voorzien in een indexering van de grenzen van 10.000 euro en 1.000 euro, zodat de inflatie niet wordt belast.
Enkel beleggingsgoud valt onder het materiële toepassingsgebied van de meerwaardebelasting. Voor aandelen die werden verkregen in het kader van de optiewet, zal de waarde van het aandeel op het moment van de uitoefening van de optie als aanschaffingswaarde gelden voor de latere berekening van de meerwaarde.
Cryptomunten vallen niet automatisch onder de meerwaardebelasting op speculatief beheer aan 33 %. Dat zal afhangen van de concrete omstandigheden eigen aan elk dossier en is afhankelijk van het aantal verrichtingen, het bedrag van de investering en de verhouding ten opzichte van de totale beleggingsformule. Er spelen dus heel wat factoren mee.
Minderwaarden zijn inderdaad aftrekbaar van de meerwaarde. Als men bijvoorbeeld 60.000 euro meerwaarde heeft gerealiseerd in een bepaald jaar, maar ook 20.000 euro minderwaarde, zal men slechts op het verschil, zijnde 40.000 euro, meerwaardebelasting moeten betalen. Die oefening moet in het jaar zelf gebeuren. Er is geen overdracht naar de volgende jaren.
Wat de tak 21 en de Reynderstaks betreft, er is geen sprake van een dubbele belasting op dezelfde basis. In het ontwerp van wettekst is een voorrangsregel voorzien. Indien er al belasting is als een roerend inkomen, wordt datzelfde inkomen niet belast onder de meerwaardebelasting. Het deel dat bij de Reynderstaks niet als een roerend inkomen wordt belast, zal onder de meerwaardebelasting vallen.
De interestcomponent en meerwaarde op obligaties zullen bij gemengde fondsen blijvend worden belast als een roerend inkomen aan 30 %. Daar verandert dus niets. Het deel dat betrekking heeft op de aandelen in het gemengd fonds, zal in de toekomst wel onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting. Dat deel is onderworpen aan het tarief van 10 % en hierop is ook de vrijstelling van 10.000 euro van toepassing.
Wat het aanmerkelijk belang betreft, zodra men 20 % van de aandelen in een bedrijf bezit, heeft men gedurende 5 jaar recht op een vrijstelling van 1 miljoen euro. Volgens de regering bevindt iemand die belegt op de beurs zich in een andere situatie dan iemand die een belang van 20 % of meer aanhoudt in een bedrijf. In het tweede geval gaat het om ondernemers, niet om beleggers, die werkgelegenheid creëren en risico's hebben genomen. Voor hen is boven op de vrijstelling een verlaagd tarief van toepassing en die 20 % moet dus berekend worden per belastingplichtige.
Wat de waardering betreft, we voorzien in de wettekst in verschillende formules en methodieken. Indien de belastingplichtige niet akkoord gaat met de waardering zoals opgenomen in de wettekst, kan hij een beroep doen op een onafhankelijk accountant en revisor. De kosten inzake waardering door een revisor of accountant moeten de toets van artikel 49 WIB92 doorstaan om aftrekbaar te zijn bij vennootschappen.
Wat de taxatie aan 33 % betreft, het tarief van de meerwaardebelasting bedraagt 10 %. Dat is de algemene regel. Bij abnormaal beheer en speculatie, die de fiscus actief moet bewijzen, zal een taxatie tegen 33 % nog altijd mogelijk zijn. Dat zal, zoals vandaag het geval is, een feitenkwestie zijn. De langetermijnbelegger zal dus nooit onderworpen worden aan een taxatie van 33 %.
Wat de bezorgdheid van Febelfin betreft, ik besef heel goed dat de financiële sector belangrijke inspanningen moet leveren. We reiken de hand naar de sector. Zijn hulp is essentieel bij de implementatie van de taks. De beleidscel en de administratie zullen uiteraard ook met andere stakeholders samenwerken om de meerwaardebelasting correct en tijdig te implementeren.
Ten slotte, in verband met het fotomoment, om meer flexibiliteit te bieden, voorzien we met betrekking tot het ijkmoment op 31 december 2025 in de keuzemogelijkheid om gedurende vijf jaar de historische aanschaffingswaarde te gebruiken, wat alleen in het voordeel van de belastingplichtige kan zijn. De termijn van vijf jaar is duidelijk. Vanaf 1 januari 2031 kan men dus geen beroep meer doen op de historische aanschaffingswaarde.
Daarmee heb ik de openstaande vragen nog beantwoord, maar het debat zal ongetwijfeld niet gesloten zijn.
Voorzitter:
Wij komen nu bij de heer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Kan ik daarop nog repliceren?
Voorzitter:
U had eigenlijk geen vraag vandaag over de meerwaardebelasting.
Vincent Van Quickenborne:
Dat had ik wel. Beleggingsgoud bijvoorbeeld is een vraag.
Voorzitter:
Ik zal u het woord geven over het beleggingsgoud.
Vincent Van Quickenborne:
Mag ik even iets aangeven over de procedure? Ik zal het kort houden.
De minister geeft heel interessante antwoorden. Ik wil daarop repliceren. Ik kan dat uiteindelijk niet doen.
Voorzitter:
U kunt dat wel. U hebt zo dadelijk nog minstens twintig minuten de tijd om hier vandaag te spreken. Ga echter uw gang. Ik sta dat toe, omdat wij enkel nog onder ons zijn.
Vincent Van Quickenborne:
Er is sowieso donderdag nog een interpellatie over het onderwerp. Dat weet u of dat weet u niet. Er zijn echter nog interpellaties over de meerwaardebelasting. Ik zal vandaag niet het hele debat voeren.
Mijnheer de minister, ik wil wel al het volgende meegeven. Ik weet niet of u de onrust voelt, maar ik kom zelf ook op het terrein. Ik spreek met veel mensen. Het is uw kabinetschef, de heer De Visscher, die ooit heeft verklaard dat er bij de regeringsformatie in de discussie over de meerwaardetaks sprake was van 5 % voor iedereen, zonder uitzonderingen. Vervolgens is dat 10 % geworden, dan 10.000 euro, 15.000 euro en 20 %.
Weet u wat uw kabinetschef zei tijdens die fameuze lezing in Brugge? Hij merkte op dat hij schrik had dat er een raspaard zou binnenkomen en een dromedaris zou buitenkomen. Hij wist niet goed meer van wie dat citaat afkomstig was. Dat was Gaston Eyskens.
Ik was gisteren te gast in de Ronde van Frankrijk met een aantal ondernemers. Ondertussen proberen wij werk en andere zaken te combineren. Er leeft echter veel bezorgdheid, vooral over de complexiteit. Dat beseft u ongetwijfeld ook.
Mijnheer de voorzitter, ik zat bijvoorbeeld op de trein met een ondernemer, een hotelier uit Roeselare. Hij bezit 51 % van de aandelen. Zijn vrouw en zijn twee zonen hebben samen 49 %, dus elk 16,6 %. Die drie personen halen elk de drempel van 20 % niet. Dus vraagt hij zich af wat hij moet doen. Moet hij zijn vrouw en zijn twee zonen elk 20 % geven? Dan komen zij samen aan 60 %. Bijgevolg komt hij, de hotelier, op 40 %.
Weet u wat hij mij toen zei? Hij zei dat uiteraard in het West-Vlaams, want hij komt uit Roeselare. Zijn hotel heet In den Bonten Os. Hij zei: ‘Straks wordt dat hier een bonte os in mijn hotel, want ze gaan mij eruit zetten.’ Stel dat het niet goed loopt met zijn vrouw en zijn twee kinderen, die samen 60 % van de aandelen bezitten. Dan kunnen zij hem gewoon uit zijn zaak zetten.
Er is dus heel wat ongerustheid bij ondernemers, met name over die 20%. Wat als men er niet aan geraakt? Dat is een element dat ik u wil meegeven.
Ten tweede, die 33%, mijnheer de minister. U had in uw oorspronkelijke voorstel die deur dichtgetrokken, waarvoor mijn felicitaties. Wat doen de socialisten echter? Ze zetten die deur gewoon opnieuw open.
Ik heb u een schriftelijke vraag gesteld over de codes en de aantallen. Weet u hoeveel mensen er in 2022 een aangifte hebben gedaan van abnormaal beheer? Dat is immers het laatste inkomstenjaar waarvoor u cijfers hebt. Weet u hoeveel dat er zijn? 18. 18 mensen hebben aangifte gedaan. En nu, doordat u zegt dat het 10 of 33 % is, zet u die deur gewoon wagenwijd open. Ik ken de fiscus en u kent die intussen waarschijnlijk ook wel. De fiscus zal een zodanig zicht krijgen op al die meerwaarde… Ze zullen zeggen: "Maar de secretaris van de commissie voor Financiën, dat is speculatief wat die man doet." En dan wordt het 33 %. Ik probeer af te ronden, maar het gaat wel degelijk om belangrijke zaken. Ik zie ook dat de minister luistert. Die 33 %, mijnheer de minister, doe dat niet.
U zegt dat het om een gigantische budgettaire uitdaging gaat. Dat is juist. U spreekt over 23 miljard. De budgettaire prognose met de begroting van Arizona bedraagt echter 42 miljard. Het is nog erger! U denkt dat u dat met 500 miljoen zult dichtrijden. Alstublieft, laten we eerlijk zijn. Als wij met u in de regering hadden gezeten, was dat nooit gepasseerd. U zou er zelfs voor gezorgd hebben dat het niet zou passeren. Dus zeggen dat dit een oplossing is voor die 42 miljard, you must be joking . Dat weet u toch ook?
U zegt ook dat de gewone spaarder buiten schot blijft met die 10.000, 15.000 euro, dan 20.000, 30.000 euro. Maar u hebt dat toch ook gelezen, mijnheer de voorzitter? Dat is echt hallucinant. Om die 10.000 euro vrijstelling te kunnen claimen, moet men dat in het betrokken jaar doen. Dus men moet telkens kopen, verkopen op het moment dat men 10.000 euro realiseert en dan opnieuw kopen en verkopen. Men moet dus een planner worden. Van een langetermijnspaarder wordt eigenlijk gevraagd om een speculant te worden. Ik zal de naam van die leraar niet opnieuw noemen. Zelfs De Tijd en al die beleggingsorganisaties zeggen het: kopen, verkopen, kopen, verkopen. Men moet zich dus gedragen als een speculant om dat allemaal te kunnen claimen. Wie zijn geld 20 jaar lang laat staan, kan die 10.000 euro slechts één keer gebruiken. Wie telkens koopt en verkoopt voor 10.000 euro, kan echter telkens opnieuw die 10.000 euro claimen. Dus men vraagt mensen om op korte termijn te beleggen. Men moet dus alles beginnen plannen.
Op de duur moet men dat allemaal beginnen inplannen. Ik weet dat u een verstandige mens bent, maar ik ken mensen die via een vermogensbeheerder sparen voor hun kinderen. Zij sparen op lange termijn. Dat kent u waarschijnlijk ook. Dat zijn mensen uit de betere kringen van onze samenleving waar u ook toe behoort, niet de socialisten, niet de communisten. Gelukkig bestaan die mensen ook. Zij zullen nu aan hun vermogensbeheerder moeten zeggen om die 10.000 euro te claimen, te verkopen en opnieuw te kopen.
Jan Jambon:
Men kan dat toch laten oplopen tot 15.000 euro?
Vincent Van Quickenborne:
Ja, dat weet ik. Dat klopt. Het kan 10.000 of 15.000 euro zijn. Voor mensen die op lange termijn beleggen, is dat echter te weinig. Als men twintig jaar lang belegt, dan heeft men die 15.000 euro in een handomdraai. Mensen die 50.000 euro moeten sparen en dat twintig jaar lang blijven beleggen, die gaan ruimschoots boven die 15.000 euro uit. 50.000 euro, dat is uiteraard geen klein bedrag, dat weet ik wel.
Voorzitter:
We gaan nu stilaan afronden wat dit thema betreft. U hebt nog drie vragen op de agenda staan, die ik nu graag ter behandeling zou willen voorleggen. U komt morgen of donderdag aan bod in de rij van tussenkomsten en interpellanten. Ik denk dus dat we hierbij afronden. De minister is tegemoetgekomen aan wat hij vorige week heeft beloofd. U hebt zojuist opnieuw tien minuten toegevoegd aan de acht minuten die u vorige week genomen hebt in plaats van de vier die u waren toegezegd. Ik zou dit debat nu willen afronden. We zitten buiten de agenda. Ik wil graag terugkeren naar de agenda en de laatste drie vragen behandelen.
Vincent Van Quickenborne:
Dat begrijp ik, voorzitter. Maar misschien nog één ding, dan rond ik af. Vorige week zei de minister dat hij deze week de resterende vragen zou beantwoorden. Dat heb ik gewaardeerd, want ik had veel vragen, 9 vragen, ingediend. Het is toch normaal dat het Parlement een repliek mag geven? Dat is toch altijd zo. Dat begrijpt u toch.
Voorzitter:
U hebt, als u alle spreektijden optelt, met de hele discussie over de toegekende tijd en de formules enzovoort, uw spreektijd al ruimschoots overschreden. Daarom, laat ons het debat nu afronden. Het debat is niet ten einde. De teksten zullen nog naar het Parlement moeten komen. De minister heeft alle transparantie geboden over wat in eerste lezing voorligt en wat nu naar de Raad van State is gestuurd. Ik denk dat het nu tijd is om uw volgende vragen te behandelen, want ook die willen we vandaag nog afhandelen.
Vincent Van Quickenborne:
Mag ik nog één vraag stellen over de waardering? Dan rond ik af. U hebt de waardering ingeschat en toegelicht. Stel dat ik die waardering laat uitvoeren door de minister of een revisor, zijn de kosten van die waardering dan aftrekbaar in de vennootschap of niet?
Jan Jambon:
Ik heb in mijn antwoord verwezen naar de regels van de vennootschapsbelasting. Daaraan moet het voldoen.
Vincent Van Quickenborne:
Dat wil dus zeggen dat, als het daaraan voldoet, het aftrekbaar is.
Jan Jambon:
Ja.
Vincent Van Quickenborne:
Ok, dat is heel goed. Dank u wel.
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en een hoger netto-inkomen
De meerwaardebelasting
De akkoorden in het kernkabinet over de meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Meerwaardebelasting en kabinetsakkoorden
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting (10% op beurswinst) wordt fel bekritiseerd omdat ze niet de superrijken (top 1%) raakt—door slimme constructies en vrijstellingen—maar wel de middenklasse, spaarders en familiebedrijven, terwijl de opbrengst (500 miljoen) onzeker is en de administratieve lasten hoog. Premier De Wever verdedigt de maatregel als onderdeel van een breder pakket (fiscale hervorming, lagere lasten op arbeid, pensioenhervorming) met vrijstellingen (10.000–30.000 euro/jaar) om "kleine spaarders" te ontzien, maar critici noemen het een symbolische trofee voor Vooruit, zonder echte herverdeling. De oppositie hamert op oneerlijke belastingdruk (België is al kampioen in lasten op arbeid *en* kapitaal) en waarschuwt dat de werkende klasse opnieuw de rekening betaalt—zonder zicht op de beloofde netto-loonstijging (tot 1.900 euro/jaar). CD&V benadrukt dat de hervorming enkel acceptabel is *als* die loonstijging erkomt, maar sceptici zien geen concreet plan om de sterkste schouders écht te laten bijdragen.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, maandenlang hebt u Conner Rousseau het hof gemaakt om in de regering te stappen, maar wie smost met een sos, is de klos. Na een ezelsdracht van dertien maanden heeft de bromance een ongewenst en lelijk gedrocht opgeleverd, de meerwaardebelasting. Uw maten zeggen dat het een lelijk gedrocht is, maar dat het geld zal opleveren. Nee, het gat in uw begroting wordt zelfs groter dan onder Vivaldi. Uw maten sussen dan: ah, maar wacht, Bart en Conner hebben ook een schoon kindje, de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maar nee, dat is een pestkopje dat vooral oudere mensen en mantelzorgers treft. Uw maten zeggen dan: Bart en Conner plannen nog een schoon kindje in 2029, het staat vandaag al in de krant, meer netto uit bruto. Maar is daar geld voor?
Uw meerwaardebelasting discrimineert tussen kleine spaarders en grote beleggers, laat de sterkste schouders ongemoeid, maakt waardevolle dingen zoals familiebedrijven kapot en belast mensen die na vijf jaar en één dag met verlies verkopen, oftewel minwaarde. Dat is compleet absurd. U wilde de goede huisvaders redden, maar u ligt onder de sloef van Conner. U bent geplooid voor de postjes. Bart, Jan, Theo en Anneleen mogen fijn Belgische ministers blijven spelen op de kap van de Vlamingen, die werken, sparen of een familiebedrijf uit de grond stampen.
Mijn vraag aan u is wat SPQA echt betekent. Is dat a) syndicaat voor politieke quatsch en absurde belastingen of b) sossenknechtjes en postjespakkers voor fiscale quasi-afpersing?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Alexia Bertrand:
De meerwaardetaks: er werd acht maanden over onderhandeld en daarna waren er nog vijf maanden en een ganse nacht nodig om de modaliteiten vast te leggen. De kogel is nu echter door de kerk. De meerwaardetaks treft de middenklasse, niet de 1 % rijksten. Daarover is iedereen het eens. Ik zeg dat niet, alle experts zeggen dat. Doe de krant maar open: Ellen Vermorgen van De Tijd , Michel Maus, Herman De Knijf van de Fiscale Hogeschool, Bruno Colmant, Stijn Fockedey, Mark Delanote, Ive Rosseel van het ACV en Jürgen Ingels.
Ouders die sparen voor hun kinderen gaan betalen. Mijnheer De Wever, u had toch beloofd dat wie langer dan tien jaar spaart vrijgesteld was? U hebt uw belofte ingeslikt onder druk van de socialisten!
De opbrengst is ook totaal onzeker. Uw vicepremier, de heer Jambon, heeft echter al een plan B klaar: meer van hetzelfde. Ik heb deze ochtend gelezen in Het Laatste Nieuws dat als het niet voldoende opbrengt, er opnieuw naar dezelfde doelgroep zal worden gekeken om na te gaan hoe dat kan worden opgelost. In dezelfde doelgroep, serieus? De middenklasse, de hardwerkende middenklasse? De mensen die elke dag vroeg opstaan, die een spaarpotje opbouwen? Volgens minister Jambon is dat logisch, want, zo luidt zijn verklaring, die mensen hoeven niet na te gaan of ze op het einde van de maand kunnen rondkomen. Gewone werkende mensen mogen dus gerust worden gepluimd. Is uw minister socialist geworden, mijnheer de premier?
Mijnheer de premier, u zou het huis op orde zetten, maar u bouwt gewoon een zoveelste fiscale koterij en zorgt voor administratieve rompslomp op de kap van wie werkt, spaart en onderneemt. Zijn dat de grote hervormingen? Mijn vraag is dan ook eenvoudig: treft deze taks de juiste doelgroep, ja of nee?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de premier, u hebt de Belgen in de luren gelegd. U hebt ze gefopt. Maandag was er een akkoord over de meerwaardebelasting. Eindelijk was er een manier om de sterkste schouders een grotere bijdrage te laten leveren. Ik zeg bewust, een grotere bijdrage en niet een grote bijdrage. Het gaat over, ocharme, 500 miljoen euro, tegenover een bijdrage van 8 miljard euro van de gepensioneerden en de werklozen, maar goed, het zou gebeuren.
Wat blijkt nu? Het is niet waar. Het klopt niet. Het akkoord was nog niet droog of het regende commentaren van experts en specialisten. Die commentaar is redelijk eenduidig: de echte rijken, de multimiljonairs en de miljardairs, zullen geen cent betalen.
Mijnheer de premier, ik heb het hier ooit gehad over twee fictieve vrienden, Fernand Muts en Marc Toecke. Wel, ik heb hen deze week fictief gebeld. Wat blijkt? Ze zijn tevreden. Het is niet voor ons, zeggen ze. Well done , dikke duim.
Ive Marx vat het scherp samen: “Het is een solidariteitsbijdrage voor de sterkste schouders, behalve dan voor de allersterkste.” De meerwaardebelasting treft niet de top 1 %, zegt ook professor Maus. Volgens Maus zou Marc Coucke – dat is geen fictief persoon – ook met deze wet niet getroffen worden bij de verkoop van Omega Pharma met een meerwaarde van anderhalf miljard euro en dat moest toch de bedoeling zijn.
Dat is onaanvaardbaar, mijnheer de premier. Hoe gaat uw regering ervoor zorgen dat de 1 % grootste vermogens toch zullen bijdragen?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, savez-vous quel est le problème avec votre taxe sur les plus-values? Vous ne taxez pas les riches, vous taxez ceux qui essayent de le devenir. Vous ne taxez pas le patrimoine, vous taxez l'investissement et l'effort.
On savait déjà que ce gouvernement Arizona n'était pas social. Voilà qu'on découvre qu'il n'est pas non plus libéral, parce que jamais un gouvernement libéral ne taxerait ainsi le risque, l'investissement et l'effort. Vous n'allez pas toucher les grandes fortunes pour une raison simple, c'est que les grandes fortunes, les grandes familles en général, elles gardent leurs actions, elles les transfèrent à leurs héritiers. Ce que vous allez toucher, c'est la classe moyenne, dont on a besoin, qui investit, qui crée de l'emploi.
Pour ma part, je n'ai pas de problème à ce qu'on taxe davantage les revenus du patrimoine et du capital. Mais il y avait d'autres moyens de le faire. Vous auriez pu, par exemple, simplement majorer votre taxation sur les comptes-titres, augmenter sa base fiscale jusqu'aux actions nominatives. C'est ce que proposait, par exemple, Bruno Colmant. Mais non, au lieu de ça, au lieu de choisir la simplicité, vous ajoutez un étage entier à la tour de Babel qu'est déjà la fiscalité belge, en y ajoutant une complexité et en enrichissant les seuls qui se frottent vraiment les mains, à savoir les fiscalistes. Et vous le faites pourquoi? Parce qu'il fallait un trophée à Vooruit.
Votre gouvernement n'est ni libéral ni social, c'est une étagère avec des trophées symboliques et idéologiques. Un trophée pour le MR, la limitation du chômage à deux ans; un trophée pour la N-VA, le milliard pour les avions de chasse; et un trophée pour Vooruit, la taxe sur les plus-values. On n'a pas encore le trophée centriste, c'est peut-être parce que c'est vous l'étagère. On verra.
J'ai trois questions très simples, monsieur le premier ministre. Où allez-vous chercher votre rendement de 500 millions que, pour l'instant, personne ne trouve? A-t-il été calculé de la même manière que vos 8 milliards d'effets retour? Que répondez-vous aux banques qui vous disent qu'il est absolument impossible d'être prêt au 1 er janvier prochain? Et, surtout, quand allez-vous vous attaquer au vrai problème fiscal de ce pays, à savoir les charges assommantes sur le travail pour les salariés et pour les indépendants?
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, met het akkoord over de meerwaardebelasting is er een belangrijke stap gezet. Het is een evenwicht akkoord, waarin de sterke schouders een eerlijke bijdrage leveren en de hardwerkende middenklasse die elke maand wat geld opzijzet; wordt gespaard dankzij de verhoogde vrijstelling, waarvoor cd&v verantwoordelijk is. De meerwaardebelasting draagt, ten slotte, ook nog bij aan de begroting.
Collega’s, waar het voor de mensen echt om draait, is meer nettoloon op het einde van de maand. Dat betekent een lastenverlaging. Dat is exact de reden waarom cd&v deel uitmaakt van de huidige regering, namelijk voor een fatsoenlijke fiscale hervorming.
Die hervorming ligt ook op tafel. De plannen zijn er om ervoor te zorgen dat een alleenstaande tot 1.200 euro netto meer krijgt en een gezin tot 1.900 euro meer. Dat komt neer op meer dan 100 euro extra per maand.
Dat verschil zullen de gezinnen echt voelen, bijvoorbeeld wanneer ze hun maandelijkse energiefactuur moeten betalen of een uitstapje met de kinderen organiseren en betalen. Die bedragen kunnen het verschil maken. De lastenverlaging moet er dan ook snel komen.
Voor cd&v is het heel duidelijk. De meerwaardebelasting is onlosmakelijk verbonden met een lastenverlaging. Wij vragen een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders. Tegelijkertijd moet de werkende middenklasse de extra centen op het einde van de maand kunnen zien.
Mijnheer de eerste minister, alles ligt op tafel. De regering heeft zich geëngageerd om voor 21 juli aanstaande een fiscale hervorming te lanceren. Er is met andere woorden een momentum.
Bent u van plan om dat momentum te grijpen, zodat er ook zekerheid is voor de hardwerkende middenklasse onder de vorm van een extraatje op het einde van de maand?
Jean-Marie Dedecker:
We zijn gejost en gesost, mijnheer de premier. In het labyrint van onze belastingkoterij heeft men na lang zoeken een nieuw soort belasting ontdekt: de meerwaardebelasting op aandelen. In feite is het een chantagebelasting. Naar verluidt zou er immers geen regering gevormd zijn als de socialistische tollenaars van Vooruit deze nieuwe belasting niet mochten invoeren. Socialisten staan traditioneel dicht bij de mensen – vooral om in hun zakken te kunnen zitten. Voor u, mijnheer de premier, was het dus kiezen tussen de pest en de cholera.
Louter uit ideologische motieven slaat men nu het spaarvarken van de middenklasse stuk met een linkse trofeemaatregel. Het was een ware zoektocht om nog een belastingdiscipline te vinden waarin we niet op het podium staan. Met 52,6 % zijn we sinds de regering-Verhofstadt, al 25 jaar, lang kampioen in de lasten op arbeid. Met 39 % belasting op kapitaal zijn we ook vice-Europees kampioen. Met een overheidsbeslag van 56 % – een van de hoogste ter wereld – roomt de overheid al meer dan de helft van onze welvaart af. Het is echter nooit genoeg. Het zijn zotten die werken, maar blijkbaar ook zotten die sparen en beleggen.
In de jaren '80 werd de aankoop van Belgische aandelen, via de wet Cooreman-De Clercq, fiscaal aftrekbaar gemaakt. Dat werd een groot succes. Heel wat geld vond toen zijn weg naar ondernemingen, wat leidde tot de creatie van 90.000 nieuwe jobs. Het dwaallicht Verhofstadt schafte deze regeling af. De heer Cooreman was een CVP’er. Het is dus hypocriet dat de christelijke arbeidersbeweging vandaag nog durft pleiten voor een meerwaardebelasting.
Het ACW – of het huidige Beweging.net – moet nog altijd 1,4 miljard euro vergoeden aan haar 800.000 Arcospaarders, aan wie ze ten onrechte aandelen verkochten als waren het spaarboekjes. Van die boeren lust ik geen eieren. Als men een werkzaamheidsgraad van 80 % wil behalen, mijnheer de premier, voert u beter een nieuwe wet Cooreman-De Clercq in.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, vous tenez donc votre deal plus-value. J'aurais sincèrement pu vous féliciter. Pourtant, ce n'est pas l'euphorie, car votre taxe loupe complètement sa cible. Même votre rendement de 500 millions est remis en question.
La question n'est pas "qui va payer?", mais plutôt "qui ne va pas payer?". Un entrepreneur qui fait 2 millions de plus-value ne paiera que 12 500 euros. Les vraies grosses fortunes, comme d'habitude avec l'Arizona, les milliardaires ne paieront pas. Pour eux, on trouve des exceptions et des exemptions. Pendant ce temps-là, tous les citoyens de ce pays remplissent leur déclaration fiscale ces jours-ci. Ils sont loin de posséder 2 millions, mais, eux, ils paient des impôts: 40 % Et pourtant, ils bossent tous les jours. Or, pour eux, rien n'est prévu pour augmenter leur pouvoir d'achat! Au contraire, ils devront travailler plus longtemps pour gagner encore moins.
Et ce n'est pas tout, parce que vous avez conclu un marché. Et, dans ce marché, il y a en contrepartie l'achat de 11 F-35 pour un coût de 2 milliards. Il faudra bien que quelqu'un paie ce super deal. Nous avons entendu Maxime Prévot parler d'une nouvelle taxe et votre ministre du Budget annoncer qu'il faudrait encore faire des économies. C'est la classe moyenne, encore et toujours elle, qui va devoir passer à la caisse. C'est déjà elle qui porte le poids des réformes de l'Arizona. Ce ne sont ni les grandes fortunes ni les multinationales. Non! Avec vous, ce sont les familles, les travailleurs et les retraités qui passent à la caisse.
Monsieur le premier ministre, pourquoi tant d'exceptions? Pourquoi des taux si faibles? Pourquoi une taxe aussi ridicule pour les gros actionnaires? Qui va la payer? En reverrez-vous le rendement à la lumière des déclarations des économistes, fiscalistes et institutions de ce pays?
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de eerste minister, als historicus bent u volgens mij stiekem heel trots, want de voorbije week gaat de geschiedenisboeken in met een historisch akkoord over de meerwaardetaks op aandelen. Ik had er mijn hemd voor moeten strijken!
Ik hoor de mensen hier spottend lachen. Maar ze zijn jaloers, want het is een historisch akkoord. De FOD Financiën was heel duidelijk.
Er is vandaag een kleine groep mensen die van geld nog meer geld maken. Als er in de wettekst geen achterpoortjes werden gecreëerd, konden we de superrijken effectief eindelijk doen bijdragen. Met Vooruit hebben we dus superhard gevochten om alle achterpoortjes dicht te metselen, opdat mensen met een goede boekhouder of rijke families de dans niet konden ontspringen.
U mag ermee lachen, maar leg het maar eens uit aan de werknemers in de zorg, die nachtshiften draaien of aan de werknemers in de bouw, die hun rug kapotwerken, dat ze bijna de helft van hun loon moeten afstaan, terwijl tegelijk een klein groepje miljoenen winst maakt op aandelen, maar niets bijdraagt.
Ik schrik er natuurlijk niet van dat partijen als Open Vld hun rijke vriendjes willen beschermen. Daar schrik ik niet van. Waar mensen wel van schrikken, is dat het Vlaams Belang als een wolf in schaapsvacht opkomt voor de elite en het gewone volk negeert. Het contrast met de regering kan niet groter zijn.
Uw regering, mijnheer de eerste minister, zal hervormen om onze toekomst te beschermen en om in de zorg van onze burgers en in hun koopkracht te kunnen investeren.
Mijnheer de eerste minister, mijn vraag is eenvoudig: wanneer komt dat schitterende ontwerp naar de Kamer?
Sofie Merckx:
Nous venons encore de l'entendre, l'accord de l'Arizona n'aurait jamais vu le jour sans une contribution des super riches, parce que tout le monde doit faire un effort.
Mais depuis le début, nous avions vu clair. Nous avions vu que les super riches allaient échapper à cet impôt; et maintenant que nous avons vraiment l'accord et les détails, monsieur De Wever, nous voyons clairement, comme les autres collègues l'ont déjà dit, que les super riches, justement, sont épargnés.
N'avez-vous pas lu Michel Maus de la VUB qui dit que les riches ne paient pas beaucoup d'impôts sur le revenu des personnes physiques? Leur richesse est structurée en sociétés. Isabel Albers: " De realiteit is dat de one percent toch ontsnapt ". Et Bruno Colmant: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés".
Monsieur le premier ministre, comment réagissez-vous à ce qui est dit par des experts, par des fiscalistes, par des opinion makers selon lesquels, justement, le 1 % arrivera encore à éluder cet impôt?
Ce qui est clair aujourd'hui, c'est que cette taxe sur les plus-values n'est rien d'autre qu'un symbole. M. Jambon l'a clairement mis sur Twitter. Ce n'est rien d'autre qu'un symbole pour faire passer l'ensemble des mesures antisociales de ce gouvernement. Un symbole qui ne touche donc pas les super riches.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous me confirmer que suite à cet accord sur la taxe des plus-values, les partis comme Vooruit, Les Engagés et le cd&v vous donnent le feu vert pour acheter 11 F-35; qu'ils vous donnent le feu vert pour la réforme des pensions avec le malus pension; qu'ils vous donnent le feu vert, de manière générale, pour faire de ce gouvernement un gouvernement de la casse sociale?
Voorzitter:
Heel wat vragen, mijnheer de eerste minister. Dat geeft u recht op vijf minuten om er antwoord op te geven.
Bart De Wever:
Collega's, voor een wetgever is het maken van schone kindjes niet gemakkelijk, behalve dan voor de voorzitter van dit Huis. Dat spreekt voor zich.
Ik ben zelf geen one percenter . Ik ben de zoon van een spoorwegarbeider. Ik ben niet thuis in die leefwereld. Ik heb thuis wel geleerd hoe men een hemd moet strijken en dat men dat ook in zijn broek kan steken, mijnheer Seuntjens.
(Gelach en applaus)
Van de wereld van de zeer rijken ken ik echter weinig. Ik noteer de collectieve ambitie van de hele oppositie. Het is mij opgevallen dat het vooral zij zijn die voor het rendement moeten zorgen. Ik begrijp dat en heb uw raadgevingen ter zake, mevrouw Bertrand, goed aangehoord en kijk er ook verder naar uit.
Chers collègues, j'ai compris qu'une première discussion a eu lieu mardi en commission des Finances et que celle-ci se poursuivra lors des prochaines séances.
Je ne peux que vous donner les grandes lignes de cet accord qui, comme vous le savez, doit encore passer en première lecture au Conseil des ministres. S'ensuivront un avis du Conseil d'État et une seconde lecture. Les plus impatients d'entre vous devront encore prendre leur mal en patience pour voir arriver le texte final au Parlement.
L'accord sur la taxation des plus-values fait partie de l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout d'un vaste ensemble de réformes sur lesquelles les cinq partis de la coalition se sont mis d'accord. Ce sont des réformes dont ce pays a cruellement besoin si on veut le remettre sur les rails, arrêter le pourrissement budgétaire et protéger notre prospérité.
Wij hervormen de arbeidsmarkt om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Wij hervormen de pensioenen om deze in de toekomst betaalbaar te houden. En wij voeren ook een fiscale hervorming door om de brutoloonlast te verlagen en het netto-inkomen van werknemers te verhogen, in het bijzonder voor de lage en middeninkomens. Werken moet lonen. Het verschil tussen werken en niet werken moet 500 euro of meer bedragen. Mijnheer Matheï, die ambitie zullen wij gestalte geven. Meer mensen aan het werk voor een beter loon, dat betekent meer welvaart en een financieel gezonder land.
Om de koopkracht van de werkenden te versterken, voorziet het regeerakkoord inderdaad in een belasting van 10 % op de meerwaarde. Dames en heren, in een land waar de fiscale druk al bijzonder hoog is, heeft de regering een duidelijke keuze gemaakt. De gewone spaarder en de hardwerkende kleine zelfstandige mogen niet het slachtoffer worden van bijkomende lasten. Zij verdienen respect en bescherming, geen bestraffing. Zoals vastgelegd in het regeerakkoord, voeren we vanaf 1 januari 2026 een evenwichtige meerwaardebelasting in. Het algemene principe daarvan is helder: een tarief van 10 % op effectief gerealiseerde meerwaarde, met de mogelijkheid om minwaarde in hetzelfde jaar af te trekken.
We voorzien bovendien een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon. Na vijf jaar zonder gebruik van deze vrijstelling loopt dat bedrag op tot 15.000 euro. Voor een koppel betekent dat dus een vrijstelling van 30.000 euro.
Bovendien wordt dat bedrag geïndexeerd. Dus stellen dat deze belasting de middenklasse zeer zwaar zal treffen, lijkt mij zeer zwaar overdreven.
Voor wie minstens 20 % van een onderneming bezit, voorzien we een vrijstelling tot 1 miljoen euro. Zo zorgen we ervoor dat de kleine zelfstandige, die zijn of haar levenswerk, of het levenswerk van een koppel, wil overdragen of verkopen aan het einde van de carrière, fiscaal niet zal worden bestraft. Laat het ook duidelijk zijn, deze belasting geldt niet voor pensioenspaarproducten, zoals pensioensparen of groepsverzekeringen.
De opbrengst van deze maatregel, zoals ingeschreven in onze begrotingstabel, werd bevestigd. Het gaat om 250 miljoen euro in 2026, oplopend tot 500 miljoen euro in 2030. Die middelen zullen we inzetten om de lasten te verlagen, met name de lasten op arbeid, in het bijzonder voor mensen die werken voor een laag of gemiddeld inkomen. Dat lijkt mij zeer rechtvaardig, want wie elke ochtend vroeg opstaat en bijdraagt aan onze samenleving, verdient meer waardering. Dat is inderdaad de belofte van deze regering en die belofte zullen we houden. Voor het parlementair reces zal de minister van Financiën deze belastingverlaging nog in eerste lezing voorleggen aan de ministerraad.
Lode Vereeck:
Mijnheer de eerste minister, altijd als we vragen stellen over de meerwaardebelasting, krijgen we antwoorden over de personenbelasting. Ik begrijp dat niet.
Het blijft een feit dat u in het zwaarst belaste land de enige belasting zult invoeren die we nog niet hadden, de ultieme trofee voor socialisten en communisten, een meerwaardebelasting op kap van de Vlaamse spaarders en familiebedrijven en niet van de superrijken.
Men zegt weleens dat het gemakkelijker is een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een socialist voorbij een zak geld, maar vandaag is het gemakkelijker om een hond voorbij een hotdogkraam te krijgen dan een N-VA'er voorbij een postje als minister, burgemeester of schepen. U hebt dan ook de ruggengraat van een hotdog.
Er is echter ook goed nieuws. Ook u hebt een trofee gewonnen, die ik u mag overhandigen. U bent de winnaar, na Guy Verhofstadt en Alexander De Croo, van de wisseltrofee belgicistische-socialistische schoothondjes. Proficiat.
( De heer Vereeck overhandigt een trofee aan de eerste minister )
Voorzitter:
Er volgt nog een reeks replieken. Als iedereen een geschenk voor u heeft, mijnheer de premier, zult u langs de deontologische commissie moeten.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de premier, een land kan alleen goed functioneren met een sterke middenklasse. U hebt ook ondernemers en bedrijven nodig. Ze zijn de motor van onze economie en tewerkstelling; dat ziet u trouwens ook in uw stad. Laat ons fier op hen zijn.
De heer Dedecker had het over 25 jaar. Open Vld heeft die taks inderdaad 25 jaar lang tegengehouden omdat ze altijd de middenklasse treft. Het zijn altijd dezelfden die betalen, mijnheer Dedecker. Wat de PS nooit gelukt is in de regering, krijgt ze cadeau van u, mijnheer De Wever, en waarom? Omdat u gezwicht bent voor een trofee van Vooruit.
Mijnheer Seuntjes, u zult uw debatfiches moeten aanpassen, want de heer Bouchez zegt het zelf: als men rendement wilt, dan moet men een brede belastingbasis aanspreken, dus de middenklasse.
Ik eindig met Willy De Clercq. Dat was een liberaal, mijnheer Dedecker. Wat u doet (…)
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, iedereen zal die woorden van Willy De Clercq op Google kunnen opzoeken.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de rijkste 10 % van ons land bezit samen 1.632 miljard euro. Van dat gigantisch vermogen vraagt deze regering een bijdrage van 500 miljoen euro. Het is een schande hoe de regering de sterkste schouders keer op keer beschermt. Het is een schande dat de gewone mensen, die onze samenleving draaiende houden, telkens opnieuw het gelag betalen. Deze regering zit in de verkeerde zakken.
Wat blijkt vandaag? Zelfs die beperkte bijdrage raakt de rijkste 1 % niet eens. Opnieuw zit de regering in de verkeerde zakken. Als de fiscale experts gelijk krijgen dat die maatregel niet opgaat voor de allergrootsten, dan blijft er maar één conclusie over: het is tijd voor een echte vermogensbelasting: eenvoudig, eerlijk, zonder achterpoortjes. Alleen op die manier kan deze regering de belofte aan de Belgen nakomen.
Voorzitter:
Collega Vanbesien, bedankt voor die suggestie.
François De Smet:
Merci pour vos réponses, monsieur le premier ministre.
Pourquoi cet impôt n'existait-il pas jusqu'ici en Belgique alors qu'il existe dans un grand nombre de pays? Il n'existait pas parce qu'en Belgique, il y avait – et il y a toujours – une immense taxation des charges sur le travail.
Donc, dès le moment où vous choisissez d'ajouter cet impôt, la moindre des choses aurait été de faire un vrai tax shift et de diminuer les charges sur le travail. Ce n'est pas ce que vous faites; vous le ferez peut-être, si tout va bien, dans deux ou trois ans, où chaque Belge aura peut-être 100 euros environ par mois.
Votre réforme de l'emploi est d'abord une réforme du chômage, vous en êtes très fier, vous l'avez à nouveau rappelé. L'une des faiblesses de cette réforme, outre le fait que vous sanctionnez évidemment les chômeurs beaucoup plus tôt, est que vous ne créez pas l'emploi, vous n'avez pas de stratégie industrielle. Là encore, vous sanctionnez les entrepreneurs, ceux qui doivent créer, ceux qui doivent investir, et vous rendez encore plus difficile, demain, la possibilité d'atteindre vos objectifs en termes de taux d'emploi.
Steven Matheï:
Dank u wel, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoorden. Meer nettoloon op het einde van de maand, dat houdt de mensen bezig. Dat is op zich logisch, want veel werknemers uit de hardwerkende middenklasse geven de helft van hun loon af. Meer nettoloon is ook een absolute prioriteit van cd&v. Het staat in het regeerakkoord en ik ben blij dat u dat daarnet opnieuw hebt onderschreven en ook een timing hebt opgegeven, die aantoont dat u er snel werk van zult maken.
Als we op 1 januari 2026 een lastenverlaging willen doorvoeren, dan moet er voor 21 juli een akkoord zijn. Wij zullen daarvoor strijden, want dat zijn we verschuldigd aan de hardwerkende middenklasse.
Jean-Marie Dedecker:
Mijnheer de eerste minister, u had zich er gemakkelijker van af kunnen maken met een verdubbeling van de hoogste beurstaks ter wereld, die al van toepassing is, namelijk 1,32%. Dan had de brol van de heer Bouchez niet hoeven te worden ingevoerd. Op dividenden betalen we al 30 % roerende voorheffing. We hebben een Reynderstaks van 30 %, een kaaimantaks van 30 %, een uitzonderlijke meerwaardebelasting op aandelen van 33 % en nu nog eens 10 % meerwaardebelasting.
Ik heb het lastig met de hypocrisie hier. Zo is het dankzij uw partij, mevrouw Dedonder, dat we de hoogste kapitaalbelasting van Europa hebben. Ik heb ook al gewezen op de strapatsen van cd&v. Over sommigen spreek ik niet meer, want die verkiezen gelijke armoede boven ongelijke rijkdom. Dat is voor mij niet het probleem. En wat verkondigde het Vlaams Belang vóór de verkiezingen in een interview in De Tijd ? Weet u het nog? Ik zal niet kijken naar collega Vereeck, want hij komt ook van LDD, waar hij is weggelopen - het was te goed bij ons. In zijn verkiezingsprogramma voor de verkiezingen pleitte die partij voor 25 % meerwaardebelasting. ( Tumult )
Ludivine Dedonder:
(…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik u vragen om te luisteren naar mevrouw Dedonder?
Ludivine Dedonder:
Monsieur le premier ministre, en n'en disant mot, vous confirmez que la taxe ne touchera pas les plus fortunés. C'était certainement votre intention. Cette taxe ne touchera pas les milliardaires. Vous confirmez ainsi que les factures seront bien émises sur le dos de tous les Belges, sauf celui des plus riches.
Vous dites que cela fait partie d'un ensemble de réformes comprenant notamment celles du chômage, du marché du travail et des pensions. Cela confirme bien que tout se fait sur le dos de la classe moyenne, des travailleurs, des pensionnés et des malades. Quand je vous pose la question relative aux 11 F-35, qui font partie, comme vous l'avez dit vous-même, de ce deal sur les plus-values, je n'ai pas de réponse. Il faudra encore trouver deux milliards sur le dos des travailleurs.
Cela caractérise bien ce gouvernement. Depuis le début, vous vous acharnez sur les travailleurs alors que vous prétendez vouloir les récompenser. Ils n'auront pas 500 euros supplémentaires, mais devront en payer 500!
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, andere landen doen het allang. Hier wordt er ook allang om geschreeuwd. De huidige regering met Vooruit doet het ook effectief. Wij zorgen ervoor dat in de moeilijke tijden die het vandaag zijn ook de superrijken een eerlijke bijdrage zullen leveren.
Er wordt hier veel gelachen met belachelijke trofeetjes, maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om trofeeën, het gaat om rechtvaardigheid. Op een moment waarop de wereld in brand staat, vragen wij van iedereen een eerlijke bijdrage.
Daarom is, zoals andere leden al opmerkten, de volgende stap dat mensen die elke dag werken op het einde van de maand netto meer kunnen overhouden. Mijnheer de eerste minister, daarvoor hebt u onze steun. Wij zullen verder hervormen om onze toekomst te beschermen en werkende mensen erop vooruit te laten gaan.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, wij hebben u met minstens vijf parlementsleden gevraagd wat uw antwoord is op de analyses die de afgelopen dagen overal werden gemaakt en die stelden dat de superrijken niet zullen betalen. U mag trouwens ook naar mij luisteren. Ik zie namelijk dat u gezellig keuvelt met de heer Vereeck. Ik had echter van u ook geen antwoord verwacht. Mijnheer Seuntjes, hoe kan uw partij daarin meegaan? Cd&v, hoe kunt u dat? De sterkste schouders zullen de dans ontspringen! Met uw riedeltje dat de superrijken zullen bijdragen en dat alles eerlijk is, maakt u misbruik van dat symbool om mee te stappen op die asociale hervormingstrein. U helpt de werkende mensen immers niet! Wat u doet is (…)
De M&A Monitor van Vlerick en het belasten van de meerwaarden op niet-beursgenoteerde aandelen
De meerwaardebelasting
De vrijstellingen in het kader van de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en de inflatie
De gelijkschakeling van het belastingtarief voor meerwaarden uit speculatieve en andere beleggingen
De meerwaardebelasting
De referentiedatum
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
Het akkoord van 30 juni 2025 over de meerwaardebelasting
Het akkoord van 30 juni 2025 over de meerwaardetaks
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardetaks en de vakbonden
Belasting op meerwaarden van niet-beursgenoteerde en speculatieve beleggingen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PTB
Raoul Hedebouw
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
PTB
Raoul Hedebouw
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PS
Hugues Bayet
Ecolo
Sarah Schlitz
Groen
Dieter Vanbesien
CD&V
Steven Matheï
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
VB
Lode Vereeck
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting wordt fel bekritiseerd als oneerlijk en complex, met als hoofdpunten: de middenklasse en kleine beleggers (zoals spaarders en zelfstandigen) worden harder geraakt dan de rijkste 1% en familiebedrijven, die via vennootschapsconstructies (bv. holdings) de belasting ontwijken. Het akkoord – een compromis met 10% belasting (met uitzonderingen tot 1 miljoen euro voor aanzienlijke belangen) en een vrijstelling van 10.000-15.000 euro – zou slechts 500 miljoen opbrengen (tegen 2029) en wordt gezien als symbolisch, met risico’s op juridische aanvechting (Grondwettelijk Hof) en praktische onuitvoerbaarheid (Febelfin). Kritiek luidt dat de echte superrijken (via vennootschappen) niets betalen, terwijl de kosten en administratieve lasten voor kmo’s en burgers hoog oplopen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, eerst en vooral, ik heb de felicitaties gelezen van de vakbonden en van de PS. Die feliciteren u met het akkoord over de meerwaardebelasting en zeggen dat het een eerste stap in de goede richting is. "Het kraantje zit nu in de muur en het feest kan beginnen", hebben ze gezegd.
Tot nu toe hebt u inderdaad op televisie niets gezegd, mijnheer de minister. U hebt de primeur aan het Parlement gelaten. Ik denk echter dat het zo is omdat u hier niet te veel vragen over wilt krijgen. U wilt er niet te veel mee geassocieerd worden.
Wanneer ik het akkoord lees, mijnheer de minister, dan kom ik tot drie conclusies. Ten eerste, de middenklasse wordt gepluimd, in tegenstelling tot de rijkste 1 %. Ten tweede, zelfstandige familiebedrijven, starters en groeiers zijn allemaal het slachtoffer van de meerwaardetaks. Ten derde, als ik het uiteindelijke compromis vergelijk met uw voorstel van april, dan gaat dat er kilometers op achteruit. Ik stel mij eigenlijk de vraag wat u daar die nacht hebt zitten doen, want u hebt op alle punten toegegeven aan Vooruit. U hebt niets binnengehaald, niets.
Ten eerste, de vrijstelling van tien jaar die in uw oorspronkelijke tekst stond, is eruit gehaald. De VRT spreekt nu over de leraar Tom, maar eigenlijk gaat het over Wouter De Both. Stel dat iemand gedurende 20 jaar 200 euro per maand spaart voor zijn pasgeboren dochtertje. Moet er daarop onder de nieuwe regeling een meerwaardetaks worden betaald, ja of nee? Ik had graag een duidelijk antwoord.
Ten tweede, 1,3 miljoen zelfstandigen worden geviseerd. Zullen zelfstandigen die buiten de tweede en de derde pijler aan pensioenopbouw doen en die 250 euro per maand sparen, hun hele carrière lang, 90.000 euro meerwaardetaks moeten betalen? Ja of neen?
Bovendien moeten 500.000 vennootschappen worden gewaardeerd. Voor beursgenoteerde bedrijven is dat niet moeilijk, maar voor niet-beursgenoteerde bedrijven moet er een waardering gebeuren. Ik lees dat dat moet gebeuren op basis van een vaste waardering: het eigen vermogen plus EBITDA maal vier. Men kan daar echter ook van afwijken door een waardering te laten uitvoeren door een revisor of een accountant. In de notificaties van uw beslissing lees ik, mijnheer de minister, dat die waardering kan worden tegengesproken door de fiscus als ze niet-marktconform is. Klopt dat? Hebt u dan zo weinig vertrouwen in de revisoren en de accountants? Hoelang kan de fiscus dat soort waardering contesteren? Mijnheer de minister, zijn de kosten voor die waardering aftrekbaar? Een revisor kost 10.000 euro. Zal dat aftrekbaar zijn voor de vennootschap of niet? Ik had dat graag willen weten.
Ten derde, het is een aanslag op familiebedrijven. Van de 20 % die u in uw oorspronkelijk voorstel had opgenomen, met name door een bundeling van familieleden, blijft niets over. Het is nu 20 % per persoon. Het gevolg is dat tal van mensen, zoals Yannick Dillen, professor aan de Vlerick Business School, nu stellen dat familiebedrijven, waarin het aandeelhouderschap tot in de derde generatie verspreid is, plots allemaal belast zullen worden. Vanaf 10.000 of 15.000 euro zullen ze 10 % belasting moeten betalen. Dat betekent in feite een verarming van het systeem. Het is een aanslag op familiebedrijven, maar ook op starters en scale-ups, waar business angels vaak minder dan 20 % hebben.
Ten vierde, u spreekt over een meerwaardetaks van 10 %. Als men echter de notificaties goed leest, mijnheer de minister, dan staat er dat het niet alleen 10 % kan zijn, maar ook 33 %.
In uw voorstel van april had u namelijk 10 % opgenomen, waarbij de deur naar 33 % gesloten zou zijn. Nu blijkt die deur opnieuw open te staan. Dat betekent, zoals gisteren ook is gezegd in de podcast van De Tijd , dat de fiscus kan oordelen dat het om een meerwaardetaks van 10 % gaat, maar dat hij ook 33 % kan toepassen in geval van zogenaamd abnormaal beheer. Waarom hebt u die deur opnieuw geopend?
Jawel, mijnheer de minister, luister naar de podcast van De Tijd .
Ten slotte, mijnheer de minister, had uw eigen kabinetschef u gewaarschuwd dat dit compromis van een raspaard een dromedaris zou maken. Welnu, collega’s, het is een dromedaris geworden. Het is onwaarschijnlijk complex.
Ten eerste zegt Febelfin dat het onuitvoerbaar is. Febelfin stelt letterlijk dat het operationeel niet in te voeren is tegen 1 januari 2026. Wat is uw antwoord daarop aan Febelfin?
Ten tweede: het is een taks boven op een taks. Mijnheer de minister, neem nu als voorbeeld tak 21-producten, die eveneens belast worden via de meerwaardebelasting. Uw voorstel om de premietaks te verlagen van 2 % naar 0,7 % zat nog in het voorstel van april – herinnert u het zich nog? – maar dat is verdwenen. Blijkbaar is die taks gewoon integraal behouden. Het gaat dus om een taks boven op een taks, terwijl een tak 21 vergelijkbaar is met een spaarrekening. Wie zal dan nog willen investeren in een tak 21?
Mijnheer de minister, u zou de Reynderstaks ook afschaffen. Dat stond eveneens in uw voorstel van april, maar blijkbaar blijft die gewoon behouden. Dat is weliswaar enkel op de interestcomponent, maar men zegt mij dat dit onwaarschijnlijk moeilijk is.
Tot slot heb ik nog een vraag over de meerwaarde. U zegt dat er een foto zal genomen worden van de portefeuille op 31 december 2025 om de meerwaarde te bepalen. In de notificaties van het akkoord van zondagnacht op maandagochtend staat dat men tot vijf jaar terug kan kijken. Is dat correct? Geldt dat enkel voor de meerwaarde en niet voor de minwaarde? Ik neem als voorbeeld iemand die in 2022 een aandeel van bpost heeft gekocht voor 22 euro. Stel dat de waarde op 31 december 2025 nog 2 euro bedraagt en dat die persoon het aandeel verkoopt in januari 2026 aan 2,5 euro, dan zal die persoon een meerwaardetaks moeten betalen op 0,5 euro, terwijl hij in werkelijkheid een verlies heeft geleden van 19,5 euro per aandeel.
Voorzitter:
Kunt u uw vraag stellen, mijnheer Van Quickenborne?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik ben nog even bezig, ik ben aan het afronden.
Voorzitter:
Nee, u hebt uw spreektijd met anderhalve minuut overschreden.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, is het rechtvaardig dat u meerwaarde anders behandelt dan minwaarde?
Tot daar mijn vraag. Ik kan echter nu al aankondigen dat ik u hierover donderdag zal interpelleren want ik vind deze manier van werken totaal schandalig. Dit getuigt van geen enkel respect voor de democratie, mijnheer de voorzitter. U probeert ons gewoon de mond te snoeren omdat het moeilijk is voor de minister om antwoorden te geven. Dat is de realiteit.
Voorzitter:
Ik hoop dat uw filmpje werkt, mijnheer Van Quickenborne. U hebt 1 minuut en 50 seconden langer gesproken dan toegestaan. Mijnheer Hedebouw heeft het woord.
Vincent Van Quickenborne:
(Roept met uitgeschakelde microfoon.) Het is een schande! Dit is geen respect voor het Parlement, geen enkel respect. Lach de mensen maar uit! Schaf het Parlement af! Ga met vakantie! Wat een schande is dit! Ik vind het werkelijk beschamend. Het is heel duidelijk dat wij niets mogen inbrengen, helemaal niets!
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt ruimte genoeg gehad om vragen te stellen. De heer Hedebouw heeft het woord.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, of de vraag nu door een linkse of een rechtse partij wordt gesteld, de discussie gaat over wie in onze maatschappij de meerwaardebelasting zal betalen. Zijn het de rijksten, de sterkste schouders, of niet? Dat is de essentie van de discussie die we hier voeren.
Ik wil u heel specifiek vragen of de 1 % rijksten effectief die belasting zullen betalen. Die discussie komt eindelijk op gang bij het brede publiek. Onze partij denkt dat dat niet het geval zal zijn. Onze hypothese is dat de grote meerderheid van die 1 % rijksten hun aandelen in vennootschappen en bedrijven zullen behouden en dat uw meerwaardebelasting daar dus niet op toepasbaar zal zijn.
C’est là que se situe la question de fond: les super riches paieront-ils ou pas? Toute mon intervention sera construite sur cette question, à savoir si vous êtes d’accord que la niche fiscale essentielle …
Het gaat niet over achterpoortjes, maar om de grote voordeur. De fiscale realiteit in België is die van een wereld met superrijken, via hun vennootschappen, en niet-superrijken, die allen onderworpen zijn aan de gewone personenbelasting.
Ik ben niet de enige die dat zegt. Gisteren verklaarde professor fiscaal recht Michel Maus over jullie akkoord: "Wat men nu heeft goedgekeurd, is een meerwaardebelasting in de personenbelasting. Er verandert niets in de vennootschapsbelasting. Het is een open deur intrappen om te stellen dat de allerrijksten niet veel personenbelasting betalen. Hun vermogen is immers gestructureerd in rechtspersonen: vennootschappen, stichtingen, noem maar op. Zij ontsnappen dus aan dit verhaal." Daarmee citeer ik professor Michel Maus, niet de studiedienst van de PVDA.
Ook mevrouw Isabel Albers, hoofdredacteur van De Tijd , niet bepaald een links dagblad, verklaart dat de realiteit is dat de echte one percent ontsnapt. Ik ben het volledig met haar eens.
Je cite Bruno Colmant, ex-chef de cabinet de Didier Reynders: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés, notamment les grandes familles, qui ne vendent jamais mais gardent le contrôle de l’entreprise et transfèrent leurs actions à leurs héritiers".
Het is duidelijk dat de superrijken die belasting niet zullen betalen. Dat verwondert mij niet. Marc Coucke zegt bijvoorbeeld dat er geen probleem is met de meerwaardebelasting. Ik denk dat hij er niets van zal betalen. Hij zal niets betalen, want toen Marc Coucke Omega Pharma verkocht, deed hij dat via zijn bedrijf Alychlo. Dat bedrijf bezit al zijn aandelen, en Alychlo zal niets aan meerwaardebelasting betalen.
Mijnheer de minister, ik wil u bevragen zonder op een individuele case in te gaan. Kunt u bevestigen dat de bedrijfswereld, de vennootschappen helemaal niets, 0,0 euro, zullen betalen? Via de DBI-aftrek binnen die bedrijven zullen zij nul procent meerwaardebelasting betalen, zeker wanneer het gaat om een aandelenbezit van 10 % volgens de geldende richtlijnen. Mijn vraag is dus duidelijk.
Il n’y a pas de preuve que le 1 % le plus riche paiera, que du contraire. Pouvez-vous le confirmer? En tant que parti de droite, peut-être cela vous rassurera-t-il mais au moins aurons-nous une réponse sur les faits. Deuxièmement, je vois que vous êtes très fier, monsieur le ministre, en annonçant un accord sur une taxe sur les plus-values.
U zegt dat dat akkoord andere hervormingen mogelijk maakt, zoals de werkloosheidsbeperking in de tijd, de pensioenhervorming met de malus, die gepensioneerden honderden euro's zal kosten, een strenger asiel- en migratiebeleid en de nodige investeringen in defensie, met miljarden voor de F-35's.
Vous faites passer la pilule au travers de cette petite taxe qui rapportera des miettes. Le procès-verbal de la commission confirmera que le PVDA-PTB a donc bien raison.
We krijgen er gelijk in dat de meerwaardebelasting gewoon bedoeld is om die pil te doen slikken. Ik vind het fair dat de minister dat beaamt, want hij was daar niet toe verplicht.
Mijnheer de minister, brengen we met die meerwaardebelasting echt de begroting op orde? Zullen de superrijken echt betalen? Mijn vraag is concreet: zal die niche van vennootschappen blijven bestaan?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, collega's, ik wil eerst benadrukken dat het volgens mij een absurd idee is om de structurele financiering van de overheid van de grillen van de beurs te laten afhangen. Als de beurs een jaar slecht presteert, hoe wilt u dat dan opvangen? Zult u dan ziekenhuizen, het leger, de politie of rechtbanken stilleggen? Of zult u nieuwe belastingen invoeren?
Wat mij bovendien stoort, is dat wordt gezegd dat de opbrengst van deze meerwaardebelasting aangewend zou worden om de lasten op arbeid te verlagen. Op kruissnelheid brengt deze belasting 500 miljoen euro op. Dat komt neer op ongeveer 110 euro per jaar of 9 euro per maand in 2029.
Wat de technische kant van de wet betreft, is er een duidelijke discriminatie van kleine beleggers, die een vrijstelling tussen 10.000 en 15.000 euro krijgen. Grote beleggers krijgen daarentegen een vrijstelling van 1 miljoen euro, zonder dat dit redelijk wordt gemotiveerd. Minister Van Peteghem heeft in Terzake een poging gedaan. Ik zal dat niet herhalen wegens tijdsgebrek, maar ik vroeg mij af hoe u dat motiveert, want dat was gewoon naast de kwestie.
De meerwaarde zou vanaf 31 december 2025 worden berekend of, nu komt het, gedurende vijf jaar op basis van de historische aankoopdatum. Dat betekent dat wie na vijf jaar en één dag verkoopt aan een hogere prijs, maar lager dan de aankoopprijs belasting op een minwaarde moet betalen. Dat is volkomen absurd.
Minister Van Peteghem zei dat deze taks even robuust is als de effectentaks. Ik denk van niet. Ze is even robuust als de speculatietaks, die door het Grondwettelijk Hof werd afgeschaft. Daar werkte men ook met minwaarden.
De Reynderstaks op obligatiefondsen blijft overeind, wat leidt tot een dubbele belasting op dezelfde grondslag. U ontkent dat, want u zult een splitsing maken tussen de interestcomponent en de zuivere meerwaarde. Er bestaat echter ook zoiets als kapitalisatiefondsen waar de interesten in het fonds worden gekapitaliseerd. Als aandeelhouder van een obligatiefonds realiseer ik enkel meerwaarde. Dat is zelfs gangbare praktijk. Ik denk dan ook dat uw redenering niet overeind blijft. Wat is uw reactie?
Bij de bepaling van het aanmerkelijk belang worden, terecht, de grootooms en achternichten tot in de vierde graad niet langer meegeteld. Dat was overdreven. Wat ik echter niet begrijp, is dat zelfs de ouders of broers en zussen niet worden meegerekend. Dat vind ik onterecht. Als u familiebedrijven echt recht in het hart wilt treffen en kapotmaken, dan moet u hiermee vooral doorgaan.
Ten vijfde, er wordt bericht over een voetvrijstelling van 10.000 euro, te verhogen met 1.000 euro per jaar gedurende 5 jaar als er in de jaren daarvoor geen gebruik is gemaakt van die voetvrijstelling. Geldt dit uitsluitend bij niet-gebruik of ook bij niet-uitputting van de voetvrijstelling?
Ten zesde, er wordt bericht over een gezamenlijke vrijstelling van 30.000 euro voor koppels. Zal die vrijstelling overdraagbaar zijn tussen de partners, of kan ik mijn aandelen doorschuiven?
Ten zevende, er is geen correctie voor inflatie ingeschreven. Dat betekent dat men meerwaardebelasting zal betalen louter en alleen op prijsstijgingen en niet op waardestijgingen. Dat is toch de bedoeling van een meerwaardebelasting?
Tot slot heb ik nog een politieke vraag. De meerwaardebelasting werd maandenlang gekoppeld aan de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Is die nu zeker afgeklopt? Er is nu een eerste lezing. Is Vooruit tevreden met die eerste lezing? Zal Vooruit nu de koninklijke besluiten steunen en mee tekenen? Als ik het goed begrijp, moet er dus nog geen wet zijn. De eerste lezing is voldoende. Hoe zit dat met Les Engagés, die dat nu plots koppelen aan voldoende financiering voor de OCMW's?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de voorzitter, ik zal snel drie punten afhaspelen, zodat er nog wat tijd overblijft voor mijn collega Schlitz.
Voorzitter:
Mijnheer Vanbesien, u hebt beiden een vraag gesteld en hebt in principe elk twee minuten spreektijd voor de vraag. U krijgt van mij vier minuten.
Dieter Vanbesien:
Ik heb twee vragen gesteld.
Voorzitter:
Mijn excuses, u hebt gelijk.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, een tijdje geleden circuleerde het gerucht dat de regering de intentie had om het tarief voor de meerwaarde uit speculatieve beleggingen en normale beleggingen gelijk te stellen op 10 % bij de introductie van de meerwaardebelasting. Het huidige tarief van 33 % zou op die manier spectaculair dalen. Kunt u toelichten wat er uiteindelijk uit de bus is gekomen? Wordt dat tarief effectief verlaagd of niet?
Wat het aanmerkelijk belang betreft, is er een enorm verschil tussen de belasting die betaald moet worden door de modale belegger en de taks die betaald moet worden door iemand die 20 % van de aandelen in een bedrijf bezit. De heer Ive Marx verwoordde het treffend: het is een solidariteitsbijdrage op de sterkste schouders, behalve op de allersterkste schouders.
Op welke manier verantwoordt u dat grote verschil? Iemand met 19 % aandelen in een bedrijf krijgt een vrijstelling van 10.000 euro, terwijl iemand met 20 % aandelen recht heeft op een vrijstelling van 1 miljoen. Dat verschil is aanzienlijk. Waarom zou het Grondwettelijk Hof dat aanvaarden?
Die vraag werd ook voorgelegd aan professor Maus, namelijk waarom de politiek dergelijke risico's neemt. Hij stelde: "Je hebt misschien politieke partijen die erop speculeren dat de wettekst als gevolg van juridische problemen even van tafel zal verdwijnen. Zo is er weer wat uitstel gerealiseerd." Die bedenking hadden wij uiteraard zelf ook al eerder gemaakt. De heer Kevin Spiritus zegt dat de uitzondering voor het aanmerkelijk belang een internationale anomalie is en geen enkele economische basis heeft.
Hoe zult u dit verdedigen zodat het standhoudt? Misschien kunnen we een pronostiek organiseren over de datum waarop de wet vernietigd zal worden.
Ten slotte zal de bankensector een cruciale rol spelen bij de implementatie van de meerwaardebelasting. In de pers lezen we echter dat de banken het niet geregeld krijgen tegen januari. Uw belasting zal dus misschien ingevoerd zijn, maar de banken zullen ze niet kunnen innen. Wat is de stand van zaken van uw besprekingen met de bankensector over de invoering van de meerwaardebelasting?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, cela fait longtemps que nous attendions votre accord. Cela fait maintenant un an, puisque nous avions compris qu'il s'agissait de l’élément majeur de votre gouvernement, autour duquel tout allait tourner. Il est enfin arrivé et je dois reconnaître que votre accord sur les plus-values ouvre une porte. C’est un premier pas.
Contrairement à ce que j’ai entendu du collègue, le PS ne vous a pas félicité. Le PS a simplement souligné que c’était un premier pas et qu’il serait toujours aux côtés des groupes politiques qui veulent plus de justice fiscale, puisque, comme nous le savons tous, 70 % de l’impôt provient du travail et la consommation alors que le capital n’est taxé qu’à seulement 30 %.
Monsieur le ministre, il y a deux problèmes dans votre texte. Pour le premier, nous avons bien compris qu'il n'y aura pas de réponse aujourd’hui, puisque vous n’avez pas encore de texte. Le deuxième problème est, selon moi, que ce n'est pas du tout une avancée en matière de justice fiscale. Selon moi, vous avez vraiment raté l’objectif, car les vraies épaules les plus larges sont encore une fois protégées grâce à ces taxes et aux exonérations Bouchez.
Je vais vous citer un exemple très simple: quelqu’un qui détient 20 % du capital d’une entreprise pourra bénéficier d’une exonération d’un million d’euros. Un million d’euros ne sera donc pas taxé! Les travailleurs, qui, eux, ne voient pas la situation changer, vont apprécier. Ce ne sont pas uniquement ces "mauvais socialistes” qui tirent la sonnette d’alarme. Monsieur le ministre, l’Inspection des finances signale que cette exonération vide complètement la taxe de son contenu. Vous n’en tenez malheureusement pas compte.
Si ce ne sont pas les riches qui vont payer, qui va réellement payer? Je suppose que vous avez analysé la question pendant des heures et des heures. Vous allez donc pouvoir nous répondre très clairement. Que dire de l’objectif budgétaire? Vous annoncez 500 millions d’euros. Comment? Par quelle méthode? Personne n'y croit. Vous pouvez froncer les sourcils, monsieur le ministre, mais personne n’y croit. La Cour des comptes l’a écrit. L'Inspection des finances, les économistes, tant de droite que de gauche, doutent de ce chiffre, mais vous ne répondez pas.
Seule l'utilisation de cet argent est claire. Il n'arrivera pas dans la poche des travailleurs, ni dans celle des pensionnés. Ce matin, le ministre Clarinval a d'ailleurs dit très clairement qu'il servira pour acheter des F-35 à Trump. Il n’y aura donc pas un euro pour le pouvoir d’achat, mais des milliards pour des avions et aller faire la guerre.
Monsieur le ministre, votre taxe sur les plus-values est clairement symbolique, mais surtout profondément injuste. Voici mes questions.
Qui va réellement payer cette taxe?
Nous savons que le diable se cache toujours dans les détails, et particulièrement dans les matières fiscales. Dès lors, quelle sera la liste précise des exemptions et des exonérations?
Quel taux sera choisi, et quelles tranches d'imposition?
Avez-vous revu le rendement budgétaire comme le préconisent la Cour des comptes et l'Inspection des finances? J'ai entendu ce matin que le gouvernement avait aussi décidé d'accélérer les diminutions de cotisations spéciales de sécurité sociale et de quotités d'impôt. Soit je suis toujours sur la même ligne et vous jouez en fait au vogelpik parce que vous n'avez aucun tableau, soit vous avez réellement discuté avec des chiffres et des tableaux, et vous allez pouvoir nous répondre dans quelques minutes.
Enfin, quelles seront les mesures anti-abus de la taxe?
Vous le savez, monsieur le ministre, cela fait des mois que nous vous posons ces questions. Cela fait des mois que nous n'avons pas de réponse. Vous avez, vous-même et plusieurs de vos collègues, sorti plusieurs communiqués de presse ou des interviews dans la presse. À un moment donné, quand vous dites que vous respectez le Parlement, il faut le respecter jusqu'au bout. Il faut maintenant nous donner des réponses claires et précises. J'espère en tout cas que nous aurons plus d'informations que lors de votre conférence de presse de demain avec les journalistes qui pourraient découvrir de nouvelles choses que nous parlementaires, alors que c'est notre travail de base, nous n'aurions pas.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, alors ça y est, le kern est enfin parvenu à un accord sur la taxation des plus-values. On nous dit qu'il s'agissait simplement de la transposition de l'accord de majorité. On se demande donc bien pourquoi il a fallu tant de temps pour enfin arriver à un accord. Sans doute que certains avaient besoin de montrer qu'ils bloquaient, qu'ils freinaient au maximum cette mesure qui, en réalité, n'est qu'une mesure de justice sociale. Pourquoi aujourd'hui un salarié, quelqu'un qui travaille et qui gagne un salaire, doit-il payer, quand il fait partie de la classe moyenne, 43 euros sur 100 euros gagnés, alors que quand on joue en bourse ou qu'on achète et qu'on vend des appartements, on ne paie pas un euro d'impôt?
Monsieur le ministre, je pense que cette taxe doit être conçue dès le départ de la manière la plus robuste possible, sinon cela sera un véritable gruyère qui continuera à perpétuer les injustices et les privilèges dans notre société.
Mes questions sont les suivantes, monsieur le ministre, et j'espère avoir les réponses les plus précises possibles. Je pense que le Parlement a assez attendu.
Quelles sont les modalités précises d'une taxation des plus-values adoptée par le gouvernement fédéral? Que sera-t-il possible de mettre en œuvre dès le 1 er janvier 2026? Quelles sont les exceptions prévues dans le mécanisme que vous allez installer? Quel est le rendement budgétaire annuel attendu de cette nouvelle mesure? D'où sortez-vous les 500 millions d'euros? Quelles sont les clauses anti-abus prévues pour éviter les stratégies d'optimisation ou de contournement, notamment via des holdings? Ce régime s'applique-t-il aussi aux plus-values réalisées via des sociétés, notamment les holdings?
J'aimerais aussi obtenir des réponses relatives à la déductibilité. Quelqu'un qui réalise une plus-value de 60 000 euros et une moins-value de 20 000 euros sur un autre titre devra-t-il payer sa taxe uniquement sur les 40 000 euros?
Par ailleurs, quel est le mécanisme prévu pour éviter que quelqu'un ne contourne la taxation en fractionnant artificiellement une plus-value importante en plusieurs ventes inférieures à 10 000 euros, tout en dépassant largement ce seuil au total?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, gisteren werd een politiek akkoord bereikt over de meerwaardebelasting. De krijtlijnen daarvan waren vastgelegd in het regeerakkoord, maar de interpretatie en de details moesten natuurlijk nog verder uitgeklaard worden. Dat is intussen gebeurd.
In die discussie zijn voor cd&v altijd drie elementen van belang geweest.
Ten eerste moeten de sterkste schouders hun bijdrage leveren. We zijn trouwens niet het enige land met een meerwaardebelasting. Dat bestaat ook in de landen rondom ons. Onder de sterkste schouders horen ook zij die bijvoorbeeld aandelenpakketten onderbrengen in structuren, zoals stichtingen. Collega's van de PVDA, het is niet omdat er ergens in een tweet wordt beweerd dat stichtingen de belastingen zullen ontlopen, dat dat ook zo is. Dat klopt immers niet.
Ten tweede, de meerwaardebelasting moet de kleine spaarder zoveel mogelijk ontzien. Op dat element zijn we altijd blijven hameren en daarvoor worden nu een aantal maatregelen genomen.
Ten derde, de meerwaardebelasting moet volgend jaar 250 miljoen euro opbrengen en een half miljard tegen 2029. Die budgettaire opbrengsten moeten gehaald worden om de andere maatregelen te kunnen doorvoeren.
Het is dus een goede zaak dat er nu een akkoord is dat verder kan worden omgezet in wetteksten, want rechtszekerheid is belangrijk voor burgers, bedrijven en investeerders.
Ik heb daarover nog enkele vragen.
Welke garanties zijn overeengekomen om de middenklasse niet te raken?
Een snelle implementatie is belangrijk. Welke planning hanteert u in dat verband?
Hoe zult u de vooropgestelde opbrengsten monitoren?
In de rechtspersonenbelasting is rechtszekerheid belangrijk. Ik had het al over de stichtingen. Er is ook in een bijzondere vrijstelling voorzien voor vzw's. Hoe ziet die eruit en hoe zal daarmee worden omgegaan?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn betoog heel kort houden. Als er nog spreektijd over is, wil ik die graag overdragen aan de collega's die dat wensen, aangezien het een heel interessante discussie is.
Onze fractie en onze partij zijn voor alle duidelijkheid nooit echt vragende partij geweest voor een extra belasting in de vorm van een meerwaardetaks. Ze is er nu echter – die kiezel is uit de schoen – en het moet gezegd dat het akkoord daarover ons zal toelaten om heel grote hervormingen door te voeren, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Ik denk dat we kunnen wachten tot de eerste lezing, want daarin zullen nog veel modaliteiten aan bod komen en zullen we ook pertinente vragen kunnen stellen over de uitwerking.
Nu heb ik één vraag, waarmee ik graag wat meer duidelijkheid zou krijgen. Er wordt gesproken over een foto op het einde van het jaar, maar ik mag toch hopen dat het niet de bedoeling is dat iedereen met een klein bv’tje of vennootschapje in ons land nog snel naar een revisor moet lopen als hij dat over dertig jaar wil verkopen. De revisor kan de waarde perfect bepalen op het ogenblik van verkoop. Dat signaal wil ik hier meegeven.
Mijnheer Van Quickenborne, u schudt het hoofd, maar u interpreteert de tekst in de pers op een bepaalde manier. Ik stel die pertinente vraag om duidelijkheid te krijgen. Die duidelijkheid kan nog komen. Een revisor kan dat namelijk perfect doen op het moment van de verkoop.
Mijnheer de minister, het signaal dat ik wil geven, is dat daarover bezorgdheid leeft.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, s’agissant d’un débat d’actualité, j’interviendrai en réplique.
Xavier Dubois:
Monsieur le président, je veux mettre en avant cet accord important qui a été atteint. Ce que de nombreux gouvernements n'ont pas réussi à faire par le passé, nous réussissons à le faire. Une taxe sur les plus-values va voir le jour. Il importe de le signaler.
Par ailleurs, je tiens à rappeler que le projet de loi-programme, suspendu pour l'instant, prévoyait déjà toute une série de mesures visant à faire contribuer les épaules les plus larges, notamment le renforcement du régime des revenus définitivement taxés (RDT), la mise en place de conditions anti-abus au niveau des comptes-titres ainsi que la nouvelle opération de régularisation.
Notre engagement est donc tenu. Il y a effectivement cette taxe sur les plus-values. Des mesures sont prévues pour permettre de protéger la classe moyenne, les petits épargnants, avec notamment l'exonération de 10 000 euros, qui pourra monter jusqu'à 15 000 euros. C’est un élément important à mettre en avant, tout comme l’exonération des investissements dans l'épargne-pensions et les assurances groupes. Nous devons nous féliciter de ces dispositions.
En outre, une exit tax est prévue, puisque certains mettaient en avant le risque d'une fuite de certains hauts patrimoines. Il y a donc la possibilité de les retenir de cette manière-là.
Monsieur le ministre, vous avez toujours mis en exergue le fait que vous débattriez de façon détaillée lorsque les textes seraient là. Ma question sera donc simple. Quand disposerons-nous de ce texte? J'attends donc une réponse précise sur le timing.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, u ziet hier een trotse jongeman. Ik zal nu niet te veel vragen stellen, want de genomen beslissing is voor ons heel duidelijk. De spreektijd die mij rest, gebruik ik, indien ik nog opmerkingen heb, bij mijn repliek.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, laat me om te beginnen bevestigen dat ik inderdaad morgen in de namiddag een persbriefing heb georganiseerd. Ik vond het kies om eerst het Parlement te woord te staan, maar blijkbaar wordt dat niet geapprecieerd. Wanneer ik vervolgens aangeef dat het Parlement zich kan buigen over de spelregels en ik bereid ben ruim openheid te bieden, lijkt ook dat niet gewaardeerd te worden. Goed, ik neem dat mee. Het is spijtig dat die souplesse zich tegen mij keert. Ik had gehoopt dat die wel op prijs gesteld zou worden.
Ik denk dat dit overigens niet de laatste bespreking over deze thematiek zal zijn. Er is gevraagd naar een timing. Vrijdag zal de tekst in eerste lezing in de ministerraad komen. Dan is de wettekst bekend. Vervolgens wordt een advies van de Raad van State gevraagd. Dat is de gewone gang van zaken. Daarna volgt de tweede lezing in de ministerraad.
Après une deuxième lecture au gouvernement, le texte sera déposé au Parlement. Nous pourrons alors entamer les débats. C’est la façon normale de travailler.
Maar goed, ik heb hier vandaag weer enkele zaken geleerd.
Beste collega's, chers collègues, het is vandaag 1 juli 2025. Onze regering is gestart op 3 februari. Ik ben blij dat we na vijf maanden een compromis over dit punt hebben gevonden. Voor de ene partij gaat de taks niet ver genoeg, wegens te veel achterpoortjes en allerhande bezwaren, en voor de andere partij gaat de taks dan weer veel te ver. Dat doet mij vermoeden dat we een evenwicht in het midden hebben gevonden.
Op een moment waarop onze overheidsfinanciën onder zware druk staan – en dat is niet het gevolg van deze regering, we hebben dat geërfd van de vorige – kiezen wij ervoor om te hervormen en te besparen. De regering vraagt daarbij ook effectief van de sterkste schouders een billijke bijdrage. De meerwaardebelasting past dus binnen een ruimer kader waarin de belastingdruk op arbeid verminderd moet worden. Dat laatste staat ook in het regeerakkoord en ik zal daaromtrent binnenkort voorstellen aan de regering voorleggen.
Ik wil nogmaals herhalen welke andere maatregelen deze hervormingsregering neemt. Er komt een verlaging van de loonkosten met 1 miljard euro op kruissnelheid. Er komt een verlaging van de energiekosten. Er komt een ondernemersaftrek. Er komt een verlaging van de personenbelasting voor iedereen die werkt. Er komt een vergaande pensioenhervorming en een hervorming van de arbeidsmarkt, waarbij de werkloosheidsuitkeringen eindelijk in de tijd worden beperkt. Er komen meer middelen voor onze defensie en er komt een strenger asiel- en migratiebeleid. Het regeerakkoord van deze ambitieuze arizonaploeg gaat dus veel en veel breder dan de ene maatregel waarover we nu debatteren. Alles hoort samen en het volledige regeerakkoord moet worden uitgevoerd.
Comme je l'ai déjà dit, le projet de loi sera examiné cette semaine en première lecture par le Conseil des ministres et sera ensuite soumis pour avis au Conseil d'État. Par la suite, le Parlement jouera pleinement son rôle.
Beaucoup d'entre vous ont déjà posé des questions techniques pertinentes. Certains le font chaque semaine, d'autres même chaque jour. Vous savez que j'ai beaucoup de respect pour le Parlement. J'espère donc que vous appréciez mon exposé à sa juste valeur.
La taxe sur les plus-values s'applique à l'impôt des personnes physiques. La plus-value réalisée sera imposée comme un revenu divers. Le nouveau régime s'applique également à l'impôt des personnes morales, mais les institutions reconnues bénéficiant de dons ouvrant droit à une réduction d'impôt restent hors du champ d'application.
Aan de heer Matheï – hij is er momenteel niet, maar zijn medewerker, die ik goed ken vanuit de gemeenteraad in Brasschaat, is er wel – kan ik zeggen dat de vzw's waarvan de giften aftrekbaar zijn, buiten de toepassing vallen.
Aucun changement n’est apporté au régime de l’impôt des sociétés.
La notion d’actif financier doit être interprétée de manière large. Tous les instruments financiers sont concernés, y compris, par exemple, les cryptomonnaies. Pour les cryptomonnaies, l'administration pourra toujours apporter la preuve qu'il s'agit d'une gestion anormale d'un patrimoine privé, ce qui permettrait encore l'application d'un taux de 33 %. C'est déjà le cas aujourd'hui.
Le nouveau régime sera d'application à partir du 1 er janvier 2026. Les plus-values historiques seront exonérées. Si la valeur d'acquisition est supérieure à la valeur au 31 décembre 2025, il sera possible de conserver la valeur d'acquisition pendant les cinq années suivantes.
In het voorontwerp van wet staat tevens een specifiek uitzonderingsregime gericht tegen de zogenaamde interne meerwaarden, die belast zouden worden aan 33 %. Er wordt ook voorzien in een exitstelsel, dat maximaal twee jaar toelaat om de meerwaarde die bestaat op het moment dat de belastingplichtige België verlaat, te belasten. Zo'n exittaks bestaat ook in onze buurlanden.
De meerwaarde die het voorwerp vormt van de meerwaardebelasting kan worden verminderd met eventuele minderwaarden. Dat is enkel mogelijk wanneer de minderwaarde gerealiseerd werd door dezelfde belastingplichtige in de loop van hetzelfde belastbare tijdperk binnen dezelfde categorie van belastbare financiële activa. Er zal dan bijgevolg gewerkt worden met de FIFO-methode: first in, first out .
Het stelsel van de meerwaardebelasting voorziet in een algemeen regime met een aanslagvoet van 10 % van de gerealiseerde meerwaarde na vrijstelling van een eerste jaarlijkse schijf van 10.000 euro. Dat bedrag zal jaarlijks worden geïndexeerd. Dat bedrag zal elk jaar toenemen met 1.000 euro, die ook geïndexeerd zal worden, en zal, voor zover er geen vrijstelling wordt benut, in de komende 5 jaar maximaal 15.000 euro kunnen bedragen. Mijnheer Vereeck, het is inderdaad zo dat het niet-opgevraagde gedeelte overgedragen kan worden.
Ik geef u een aantal voorbeelden.
Voorbeeld 1: in 2026 bedraagt de basisvrijstelling 10.000 euro. Dat wil zeggen dat in 2027 de basisvrijstelling 11.000 euro bedraagt, en zo gaat dat door tot 2032, waar de basisvrijstelling 15.000 euro bedraagt.
Voorbeeld 2: in 2026 bedraagt de basisvrijstelling 10.000 euro. Ik realiseer vervolgens een meerwaarde van 2.500 euro in 2027. Vooreerst zal de stijging van 1.000 euro worden weggewerkt en vervolgens zal nog 1.500 euro worden aangerekend op de basisvrijstelling van 10.000 euro. De resterende basisvrijstelling zal dus 8.500 euro bedragen in 2027. In 2028 heeft de belastingplichtige opnieuw recht op een voetvrijstelling van 10.000 euro plus 1.000 euro overdracht. Er is dus opnieuw een overdracht omdat de 10.000 euro niet volledig wordt opgenomen.
Op die manier blijft de kleine langetermijnbelegger maximaal buiten het toepassingsgebied van de belasting.
La nouvelle réglementation prévoit en outre un régime particulier pour les contribuables détenant une participation importante. Dès qu'une personne possède une participation de 20 % ou plus, elle peut bénéficier d'une exonération sur une première tranche – une plus-value d'un million d'euros – et de l'application d'un taux progressif allant de 1,25 à 10 % si on arrive à 10 millions d'euros. On pourra bénéficier de cette exonération d'un million d'euros sur une période de cinq ans. Les parts bénéficiaires sont exclues pour le calcul de la participation importante.
Je prends ici l'exemple d'un boulanger local qui vend sa boulangerie pour 1,5 million et réalise une plus-value d'un million d'euros. En l'occurrence, il ne paiera pas de taxes. Ce même boulanger vend sa boulangerie au prix de 2,5 millions d'euros et réalise une plus-value de deux millions. En l'occurrence, le premier million d'euros est exempté et pour le deuxième million, il paiera une taxe de 1,25 %, soit 12 500 euros.
La vente à une société située en dehors de l'Espace économique européen restera, comme aujourd'hui, imposée au taux de 16,5 %
De kleine ondernemingen en zelfstandigen blijven dus maximaal buiten het toepassingsgebied van deze meerwaardetaks. Voor wie onderneemt, mensen tewerkstelt en risico's neemt, zal de impact dus eerder beperkt blijven.
De waardering zal op verschillende manieren kunnen. Concreet zijn er drie verschillende opties voor de belastingplichtigen. Ook een waardering door een onafhankelijke accountant of een revisor zal mogelijk zijn. De inning van de meerwaardetaks zal maximaal via de roerende voorheffing gebeuren, wat het algemene stelsel van 10 % betreft. Via de aangifte kunnen de voetvrijstelling en de minderwaarde worden verrekend.
Belastingplichtigen zullen ook kunnen kiezen voor een opt-out, waarbij ze kunnen aangeven dat ze niet willen dat er 10 % roerende voorheffing wordt ingehouden. In dat geval zal een belastingplichtige de meerwaarde moeten aangeven in de aangifte en zal er ook een ficheverplichting ontstaan in hoofde van de financiële tussenpersoon.
De operationalisering van deze meerwaardetaks is een gigantische taak, waarbij wij de sector uitdrukkelijk de hand reiken. Mijn administratie en beleidscel zullen samen met onder andere Febelfin en andere middenveldorganisaties regelmatig overleggen om deze taks op een correcte manier operationeel te krijgen. De afschaffing van de Reynderstaks of een verlaging van de premietaks is niet opgenomen in het voorontwerp van wet.
Collega's, ik ben ervan overtuigd dat we de komende weken, maanden en jaren nog herhaaldelijk en grondig zullen discussiëren over deze wet, onder andere volgende week al, wanneer ik daarover nog openstaande vragen zal beantwoorden, maar hiermee hebt u reeds een eerste toelichting gekregen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, de minister is meer dan vijf minuten over zijn spreektijd gegaan en we hebben hem laten uitspreken.
Dat is het beste bewijs dat een debat in zo’n beperkt tijdbestek totaal ongepast is. Dit is alweer een bewijs dat deze gang van zaken totaal ongepast is. Ik betreur dat ten zeerste. Er is nul respect voor het Parlement. Mijnheer de voorzitter, waarschijnlijk is het uw ultieme droom om het Parlement en deze commissie uit te schakelen, zodat we geen vragen meer kunnen stellen, maar het is mijn opdracht als oppositielid om die vragen te stellen.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ga u even onderbreken als voorzitter.
Vincent Van Quickenborne:
Ik zal die vragen hier blijven stellen.
Voorzitter:
Maar u mag uw vragen stellen.
Vincent Van Quickenborne:
U kunt mij in de put gooien, maar de vragen die gesteld moeten worden, zal ik blijven stellen.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u op tal van vragen niet antwoordt.
Ten eerste, ik heb u een vraag gesteld over de middenklasse. U bent daar niet op ingegaan. De heer Wouter De Both was gisteren nog op de VRT. Tom, een leraar, spaart voor zijn pasgeboren dochtertje 200 euro per maand gedurende 20 jaar. Ondanks het feit dat de vrijstelling wordt opgetrokken van 10.000 euro naar 15.000 euro, zal die man die taks moeten betalen. Ik heb u die vraag gesteld en u hebt er niet op geantwoord.
Ik lees op die websites wel dat het kabinet een suggestie doet. Fiscaal advies van het kabinet, collega’s, dat is heel interessant. Het kabinet zegt dat men de taks kan ontwijken door in verschillende tranches te verkopen. Met andere woorden, de taks is er nog niet, maar men kan hem wel al ontwijken. Hoe moet men dat doen? Misschien moet men bellen naar het kabinet. Daar zullen ze het u uitleggen.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Neen, ik ben nog niet klaar. De minister is ook over zijn tijd gegaan.
Mijnheer de minister, ten tweede zijn er de zelfstandigen. Ik heb u een vraag gesteld over de waardering.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, uw microfoon wordt nu uitgezet.
Vincent Van Quickenborne:
EBITDA maal vier, mijnheer de minister. Ik heb u gevraagd vanwaar die waardering komt en of die kosten van de waardering worden afgetrokken, ja of neen. U hebt daar niet op geantwoord.
Febelfin zegt dat ze dit niet klaarkrijgen tegen 1 januari. Wat is uw antwoord daarop? U hebt die vraag niet beantwoord, mijnheer de minister.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u moet stoppen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, wat gebeurt hier eigenlijk? De minister overschrijdt zijn spreektijd en ik mag niet eens mijn tijd benutten. De minister is vijf minuten over zijn tijd gegaan.
Voorzitter:
Ik ben deze discussie beu. Deze discussie is gedaan.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik zal mijn laatste punt maken. Ik beloof het.
Ik wil nog even citeren uit de twee A4’tjes waarover maandagmorgen een akkoord is gesloten met als titel: 30 juni – beslissing kern. In het knelpunt met betrekking tot het fameuze kraantje in de muur staat er: “Indien de voorziene opbrengst niet wordt gehaald, zal de regering de benodigde aanpassingen doen voor het inkomstenjaar dat volgt op het jaar met het tekort."
Ik dacht dat de PS dat kraantje in de muur zou opendraaien, van 10 % naar 30 %, maar deze regering gaat dat doen. Deze regering zegt: als we te weinig opbrengst hebben, zullen we het tarief nog verhogen in deze legislatuur. Waarom staat dat in die tekst, mijnheer de minister? Waarom zegt u dat u het tarief zult verhogen, als de voorziene opbrengst niet wordt gehaald? Ik vind dat onwaarschijnlijk.
Voorzitter:
Uw punt is gemaakt, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Neen, veel te weinig, maar donderdag kom ik terug met een interpellatie.
U hebt geen respect voor het Parlement.
Voorzitter:
Als u respect hebt voor dit Huis, dan hebt u ook respect voor de werkwijze die hier wordt gehanteerd en voor het Reglement dat ik als voorzitter probeer toe te passen. Ik stel vast dat het Reglement er voor u is wanneer het u uitkomt, maar dat u het naast zich neerlegt als het u niet uitkomt. In dat kader zal ik ook het Reglement toepassen wat betreft uw gedrag ten aanzien van de voorzitter van deze commissie.
Vincent Van Quickenborne:
U hebt schrik voor het Parlement. Dat is het probleem. U laat de parlementsleden geen vragen stellen.
Charlotte Verkeyn:
Kalmeer nu toch eens. Ik heb daarnet gezegd dat u mijn resterende spreektijd kon krijgen om de discussie te voeren. Dat is voor mij geen probleem, maar mijnheer Van Quickenborne, u gijzelt hier de collega's soms zes, zeven uur aan een stuk. Iets bondig zeggen kan ook goed zijn.
Voorzitter:
We gaan weer naar de orde van de dag. De heer Hedebouw heeft het woord.
Raoul Hedebouw:
Je vois que M. le ministre a confirmé en une seule phrase qu'on ne toucherait pas à l'impôt des sociétés. On fait tout, ici, pour éviter le débat sur cette niche fiscale – ce n'est pas une petite achterpoortje – énorme, car la grande majorité des grandes fortunes en Belgique possède ses actions dans les sociétés. J'ai pris l'exemple de Marc Coucke tout à l'heure …
De familie de Spoelberch heeft 620 miljoen euro geboekt als meerwaarde op de verkoop van het transportbedrijf Hillebrand. Dat bedrag komt niet op de persoonlijke belastingbrief van de familie de Spoelberch. Dat wordt behandeld door Cobepa, een persoonlijke vennootschap. Die mensen zullen daar dus niets op betalen. Ik weet niet of iedereen dat goed beseft.
La grande bourgeoisie, elle a tout ça. J'ai des dizaines d'exemples.
De Luikse multimiljonair Guy Paquot verkocht zijn belangen in bouwgroep Recticel met 95 miljoen euro winst. Hij betaalde 0 euro belasting, omdat dat geld allemaal in de Compagnie du Bois Sauvage zit…
…Compagnie du Bois Sauvage, où il a des participations de plus de 10 %, donc RDT! Il n'a donc rien à payer. Par conséquent, chers collègues, pardonnez-moi mais je vois la tentative du gouvernement de ne pas avoir ce débat-là. Ma question est: pourquoi ne l'appliquez-vous pas aux sociétés?
Lode Vereeck:
Dank u, mijnheer de minister. Wij waarderen uw toelichting. Ik hoop dat u ook begrijpt dat wij naar hier zijn gekomen om veel vragen te stellen.
Wat uw inleiding betreft, heb ik een vraag. Is de eerste lezing nu voldoende voor Vooruit om een krabbel te zetten onder de beperking van de werkloosheid in de tijd? Of moet er echt een gestemde wet zijn over de meerwaardebelasting?
In uw inleiding verwijst u ook naar de budgettaire toestand. Ik wil benadrukken dat dit er niet veel aan zal verhelpen. Bij gewijzigd beleid verslechtert de situatie zelfs. Die 500 miljoen betekent slechts 9 euro meer per maand netto in 2029.
U verwijst ook naar FIFO. Mag ik u erop wijzen dat in bepaalde bedrijven de aandelen genummerd zijn en dat genummerde aandelen in het aandelenregister worden verkocht? Daardoor kunt u FIFO niet zomaar toepassen.
Tot slot is er nog iets dat ik erg belangrijk vind. U verwijst, samen met cd&v, steeds naar de vrijstelling voor kleine beleggers, die 10.000 en 15.000 euro. De vraag is echter waarom er hier sprake is van discriminatie. Mijnheer Van Peteghem heeft gezegd dat grote beleggers, zoals familiebedrijven, zorgen voor werkgelegenheid en economische groei, maar ik zeg u dat kleine beleggers eveneens risico's nemen en ook zorgen voor werkgelegenheid en groei. Daarom wilt u toch een wet-Cooreman-De Clercq invoeren? Waarom dan die discriminatie? En hoe denkt u dit in godsnaam te kunnen verdedigen tegenover het Grondwettelijk Hof?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, u hebt geen antwoord gegeven op de vraag over de juridische risico's voor het Grondwettelijk Hof met betrekking tot het aanmerkelijk belang. Wat de alarmkreten vanuit de bankensector betreft, zegt u dat u met hen contact opneemt en het samen met hen zult oplossen, maar dat is niet wat ik hoor uit de sector zelf.
Uw berekening over de overdraagbaarheid van de vrijstelling heb ik niet helemaal kunnen volgen. Mevrouw Verkeyn gaf echter aan dat we op de eerste lezing wachten, waarna alle details over de modaliteiten duidelijk zullen worden. Ik heb begrepen dat die eerste lezing op vrijdag 4 juli 2025 zal plaatsvinden. Ik hoop dat we daarvan een kopie zullen ontvangen, zodat we die zelf ook kunnen bestuderen.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse, même si, je ne vous le cache pas, c'est pour moi une vraie déception. Vous avez utilisé la moitié de votre temps pour une resucée de la note d'orientation et puis, toute une série de déclarations d'intention sur ce que vous allez faire, mais sans chiffres ni tableaux, etc. Et rien sur de nombreuses questions: les mesures anti-abus, les exonérations… à se demander si le gouvernement avait vraiment tranché ou pas. En tout cas, c'est clair: votre réforme n'est pas une avancée en matière de justice fiscale.
Tous nos concitoyens ont compris maintenant qu'une personne qui réalise une plus-value de deux millions payera 12 500 euros et on peut très vite faire le parallèle avec un salaire de 2 000 euros et voir le montant des impôts à payer chaque mois. C'est clair!
Cependant, la question que je vous ai posée reste entière: qui va payer si les riches ne payent pas? Je suppose que ce sera encore la caissière de Cora, qui a 55 ans et que l'on menace d'envoyer au CPAS, les pensionnés qui se battent aussi pour conserver leur pouvoir d'achat. En ce qui concerne les 500 euros que le MR ou Les Engagés avaient promis, rien! Mais on a des sous pour acheter des F-35.
Je vous l'avais dit, monsieur le ministre, vous êtes fort avec les faibles et faible avec les riches. Je confirme, ce gouvernement protège ceux qui ont déjà tout et laisse la facture aux autres.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J'ai calculé que vous avez mis à peu près trois minutes pour rentrer dans le vif du sujet et commencer à répondre aux questions des députés. Je pense qu'en termes de gestion du temps de parole, on peut faire des reproches aux députés mais ici, vous avez commencé par des attaques en règle contre les partis de la Vivaldi, contre les uns, les autres et le Parlement. Ensuite, vous nous expliquez qu'en fait, les réponses viendront plus tard et que nous sommes trop impatients.
Voorzitter:
Votre réplique, madame Schlitz?
Sarah Schlitz:
Or, cela fait des mois qu'on attend des réponses sur cette question qui n'est pas du tout anodine.
C'est la question de la justice fiscale et sociale dans cette législature. Si vous ne parvenez pas à mettre en place une véritable taxation des plus-values, aujourd'hui, les efforts que vous demandez à la classe moyenne et aux classes les plus précaires de notre société ne seront jamais acceptés.
Vous devez faire contribuer les grosses fortunes et le patrimoine. Et qu'est-ce qu'on entend, glissé entre deux phrases, entre quelques considérations techniques? Qu'en fait, les revenus des sociétés seront épargnés car aucun changement au régime des sociétés ne sera apporté.
Nous allons évidemment creuser cela. Si c'est bien le cas, c'est un véritable scandale et vous n'arriverez pas à atteindre les 500 millions qui sont déjà riquiquis par rapport à ce qu'une vraie taxation des plus-values peut réaliser. C'est le cas dans d'autres pays d'Europe, que l'on nous cite en exemple quand ça nous arrange. Un coup le Danemark, un coup la Hollande. Eh bien, je vous invite à vous intéresser réellement à des taxations des plus-values de 30 % qui ramènent des milliards par an dans les caisses de l' É tat!
Ce n'est qu'une question de justice fiscale de le faire. Arrêtez donc de rechigner, arrêtez de freiner. Et mettez en place cette véritable taxation des plus-values, monsieur le ministre.
Charlotte Verkeyn:
Ik wil de minister danken voor de transparantie en openheid die hij heeft getoond tegenover dit Parlement. Wij hebben er alle vertrouwen in dat er tijdens de bespreking van de definitieve tekst voldoende ruimte zal zijn voor rekenschap, bezorgdheden en debat.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, nous commençons à y voir un peu plus clair en ce qui concerne la taxation sur les plus-values. Depuis que ce gouvernement est entré en fonction, plusieurs ajustements ont été entrepris, notamment à propos des niches fiscales. Plusieurs choses ne sont désormais plus déductibles, alors qu'elles l'étaient encore naguère. Nous voyons que cette taxation des plus-values est en même temps respectueuse des PME. L'exemple a été donné d'une plus-value réalisée par un boulanger, d'un indépendant qui remet son commerce, mais qui a payé des impôts toute sa vie, qui arrive en fin de carrière et qu'on voudrait rançonner. Or il n'est pas question de le rançonner, mais de le faire participer comme les autres.
Maintenant, bien entendu, nous attendons le texte pour parler enfin de quelque chose que l'on connaît, au lieu de parler dans le vide comme d'habitude. Le plus important est de disposer du volet relatif à la réforme fiscale parce que les ajustements qui ont été entrepris doivent conduire à une augmentation des revenus de ceux qui travaillent. Donc, nous sommes dans l'attente et nous savons que ces textes vont arriver.
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre initiative.
Xavier Dubois:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses.
J'entends les informations concernant le timing. Nous serons bien entendu très attentifs au respect de celui-ci ainsi qu'au caractère opérationnel du projet qui sera présenté. Il sera intéressant d'analyser cela en profondeur. Je pense que vous avez rappelé toutes les exonérations prévues qui protègent la classe moyenne. Nous y tenons fortement et nous serons donc attentifs aussi à ce point de vue.
Nous tenons à souligner la volonté de monitoring de l'accord prévu ici, tant par rapport au rendement attendu de la taxe que par rapport à l'atteinte de l'objectif qui est véritablement de faire contribuer les épaules les plus larges. Ce sera un point d'attention très important pour nous aussi. Nous attendons le texte avec impatience.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, het is jammer dat er veel geroep en getier is. Politiek gaat over geloofwaardigheid en vertrouwen. Als we het vertrouwen in de politiek willen herstellen, dan moeten we durven te zeggen waar het op staat: wie veel heeft, zal meer moeten bijdragen. Punt uit.
Mijnheer Hedebouw, u knikt. Ik ben blij dat u het daarmee eens bent.
Collega’s, we doen dat niet omdat we iets willen afpakken, maar wel opdat iedereen die werkt en zijn deel doet, eerlijk wordt behandeld. Alleen zo bouwen we aan een eerlijke, sterke en toekomstgerichte samenleving.
Vooruit heeft zich vastgebeten in de meerwaardebelasting. We hebben doorgezet, niet om een trofee binnen te halen of andere verwijten die wij weleens krijgen, maar omdat het eenvoudigweg niet uit te leggen is dat verpleegkundigen, arbeiders of anderen elke maand zwaar belast worden op hun loon, terwijl iemand die miljoenen opstrijkt via aandelen en jarenlang geen bijdrage hoefde te leveren nul euro belasting betaalt. Dat is wat er scheef zat en wat wij nu rechtzetten.
Laat ik het even concreet maken: een ondernemer verkoopt zijn bedrijf en incasseert 5 miljoen euro, in de pocket. Die winst kwam er dankzij onze wegen, ons onderwijs, onze gezondheidszorg, allemaal betaald, collega's, met belastinggeld. Als we hier binnenkort het wetsontwerp goedkeuren, zal die ondernemer daar voortaan ook aan bijdragen. Net als u allemaal, net als de mensen die meekijken en ikzelf. Dat is fiscale rechtvaardigheid. Dat is geen slogan, maar een keuze.
Vooruit maakt in de regering werk van een hervorming die niet alleen op papier staat, maar ook voelbaar is op het terrein. Geen uitzonderingen voor lobbygroepen, geen achterpoortjes voor wie het breed heeft. Als dat niet lukt, dan lukt de rest ook niet. Dus gaan we ervoor, omdat het nodig is, omdat het eerlijk is en omdat mensen dat verwachten van wie wel verantwoordelijkheid durft te nemen. Daarom zit Vooruit in de huidige regering.
Echte vooruitgang, collega's, begint met gelijke spelregels voor iedereen. Daar sta ik voor en daar zal ik altijd voor blijven vechten, zolang ik in dit Parlement zit.
Vincent Van Quickenborne:
(…) (Zonder microfoon.)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, die vraag hebben we al behandeld. U hebt uw kans verkeken. We gaan door met onze agenda.
Madame Schlitz, vous avez la parole. (…) Bon, madame Schlitz, soit vous posez votre question, soit nous passons à la question suivante. J'en ai marre! (Tumulte)
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, respecteer eens het Parlement!
Voorzitter:
Respecteert u eens de regels van het Parlement!
Vincent Van Quickenborne:
U respecteert helemaal niets!
Voorzitter:
Respecteer de regels van het Parlement!
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
De orde van de werkzaamheden hebben we daarstraks gehad. Die vraag had u daarstraks moeten stellen.
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ben voorzitter van de commissie voor Financiën. Ik probeer ze voor te zitten volgens de bepalingen van het Reglement. Ik houd mij aan de agenda. We zijn aan het tweede punt van onze agenda gekomen, zijnde een vraag van mevrouw Schlitz.
De interpretatie van de dubbelbelastingverdragen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Hof van Cassatie oordeelde dat België geen vrijstelling hoeft te verlenen voor inkomsten uit Congo die *niet effectief* daar belast werden, gebaseerd op OESO-commentaar om dubbele niet-belasting te vermijden. Minister Jambon bevestigde dat België OESO-interpretaties volgt tenzij voorbehouden zijn gemaakt, en dat gewijzigde verdragen (o.a. met Nederland) via de nieuwe preambule misbruik (belastingontwijking) kunnen uitsluiten, ook als inkomsten in de bronstaat niet belast werden. De Belgische administratie past deze lijn toe: inkomsten vrijgesteld in Nederland gelden als *"belast"* voor Belgische heffing, mits geen sprake van ontwijking. De kern is dat verdragen dubbele niet-belasting bestrijden, maar enkel bij effectieve belasting in de bronstaat vrijstelling verlenen.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, het Hof van Cassatie heeft opnieuw de taxatievoorwaarde uit het vermijdingsartikel van een dubbelbelastingverdrag geïnterpreteerd, meer bepaald wat betreft de bepaling van de inkomsten die in de bronstaat zijn belast.
Volgens het Hof van Cassatie hoeft België als woonstaat van de belastingplichtige geen vrijstelling te verlenen voor het loon dat die had ontvangen voor werk in Congo en dat volgens het verdrag in Congo belastbaar was, maar er niet is belast. Volgens het verdrag met Congo is het Hof verplicht de uitdrukking 'inkomsten die in Congo zijn belast' te interpreteren in overeenstemming met het OESO-commentaar. De bedoeling van die uitdrukking is het voorkomen van dubbele niet-belasting.
Moeten dubbelbelastingverdragen altijd geïnterpreteerd worden conform de bepalingen van het OESO-modelverdrag? Geldt voor elk dubbelbelastingverdrag dat het de impliciete bedoeling is om ook dubbele niet-belasting te vermijden? Ten slotte, als we die zienswijze projecteren op het dubbelbelastingverdrag met Nederland, geldt dan dat België heffingsbevoegd is, wanneer inkomsten effectief niet belast zijn in Nederland?
Jan Jambon:
Mijnheer Matheï, de door België gesloten overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting worden in belangrijke mate geïnspireerd door het OESO-modelverdrag. Wanneer een verdragsbepaling overeenkomt met die van het OESO-modelverdrag, volgt België de OESO-commentaar met betrekking tot die bepaling, tenzij België een voorbehoud heeft gemaakt over een specifiek onderdeel van die commentaar. De OESO-commentaren maken deel uit van de context van de door België gesloten verdragen en kunnen dus gebruikt worden voor de interpretatie ervan in de zin van het Verdrag van Wenen van 23 mei 1969 inzake het verdragenrecht.
Wat uw tweede vraag betreft, het voorwerp en het doel van de door België gesloten verdragen is terug te vinden in de preambule van die verdragen. Het merendeel van de door België gesloten verdragen, met inbegrip van dat met Nederland waarnaar u verwijst, werd echter gewijzigd door de multilaterale overeenkomst ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving.
Die gewijzigde verdragen bevatten een nieuwe preambule die het mogelijk maakt verdragsbepalingen niet toe te passen wanneer ze door belastingontwijking of belastingontduiking een situatie van niet-belastingheffing of verminderde belastingheffing creëren.
Het Hof van Cassatie oordeelde met betrekking tot het verdrag gesloten met de Democratische Republiek Congo bovendien dat de OESO-commentaar, gelezen in combinatie met de preambule en de memorie van toelichting bij de wet tot goedkeuring van het verdrag, het mogelijk maakte de vrijstelling van inkomsten uit Congolese bron van een Belgische inwoner te weigeren indien die inkomsten niet effectief in de Democratische Republiek Congo werden belast.
Wat uw derde vraag betreft, met betrekking tot artikel 23 van het verdrag met Nederland, was het Hof van Cassatie van oordeel dat met de uitdrukking – ik citeer – “inkomsten die in Nederland worden belast overeenkomstig de bepalingen van dit verdrag” bedoeld wordt dat, indien inkomsten in Nederland op grond van een bepaling van nationaal recht zijn vrijgesteld die aldaar geacht worden te zijn belast omdat ze in die staat aan het belastingregime onderworpen zijn, dat normaal op die inkomsten van toepassing is.
Mijn administratie heeft zich met betrekking tot het verdrag met Nederland bij de uitspraken van het Hof van Cassatie neergelegd en die worden sindsdien door de administratie gevolgd. Aangezien dit verdrag ook een nieuwe preambule bevat, moet ermee rekening worden gehouden dat, wanneer er sprake is van belastingontwijking of belastingontduiking, de uitdrukking ‘belaste inkomsten’ zo moet worden geïnterpreteerd dat er geen situatie van niet-belasting kan worden gecreëerd. In een dergelijke context zou de vrijstelling in België kunnen worden geweigerd. In de zaken die door het Hof van Cassatie werden beslist, was er van belastingontwijking of belastingontduiking echter geen sprake.
Steven Matheï:
Dank u wel voor het uitvoerige antwoord, mijnheer de minister. Op zich is dat duidelijk. Het is dus duidelijk dat, indien een bedrag in een ander land, zoals Nederland, is vrijgesteld, dat in België wordt beschouwd als reeds belast.
Internationale afspraken over de minimumbelasting en de uitzonderingen voor Amerikaanse bedrijven
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België verdedigt in de OESO-gesprekken het onverkorte behoud van de wereldwijde minimumbelasting (15%) voor multinationals, inclusief Amerikaanse bedrijven, en wijst uitzonderingen of verzachtingen af om de fiscale rechtvaardigheid en EU-geloofwaardigheid te waarborgen. Minister Jambon benadrukt een constructieve maar principiële houding, met focus op coördinatie binnen de EU en OESO, maar waarschuwt dat de budgettaire impact (minstens €430 miljoen in 2024) en effecten van *profit shifting* moeilijk exact te isoleren zijn. El Yakhloufi (Vooruit) onderstreept dat toegeven aan Amerikaanse druk het akkoord en EU-eenheid ondermijnt, en pleit voor strikte handhaving zonder achterpoortjes. De Poolse voorstellen om de VS tegemoet te komen worden nog niet technisch besproken, maar België ziet geen ruimte voor structurele aanpassingen.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, in 2021 werd binnen de OESO een belangrijk internationaal akkoord gesloten over een wereldwijde minimumbelasting voor multinationals en ondernemingen. De Europese Unie en België hebben die afspraak omgezet in een Europese richtlijn en nationale wetgeving met als doel fiscale rechtvaardigheid te bevorderen en de belastingontwijking terug te dringen.
Tot heden hebben de Verenigde Staten die afspraken niet uitgevoerd. Meer nog, sinds het aantreden van president Trump voor een tweede termijn lijkt Washington actief te proberen de toepassing van het akkoord te ondermijnen, met name de zogenaamde undertaxed profits rule .
Politico berichtte recent dat de EU-lidstaten uit vrees voor vergeldingsmaatregelen door de VS overwegen om uitzonderingen toe te kennen aan Amerikaanse bedrijven of om zelfs structurele wijzigingen aan het akkoord door te voeren. In dat kader circuleert ook een document van het Poolse EU-voorzitterschap, waarin verschillende pistes worden verkend om tegemoet te komen aan de Amerikaanse eisen, zogezegd om de spanningen te beheersen.
Mijnheer de minister, wat is de huidige Belgische positie in de lopende gesprekken over het al dan niet versoepelen of uitstellen van de undertaxed profits rule voor Amerikaanse bedrijven?
Ten tweede, hoe beoordeelt België de voorstellen van het Poolse voorzitterschap die mikken op het verzachten van de Europese aanpak om de VS tegemoet te komen?
Ten slotte, kunt u meedelen wat de opbrengst van de minimumbelasting was in 2024 en wat de budgettaire impact is van de verschillende pistes om de minimumbelasting af te zwakken?
Jan Jambon:
Mijnheer El Yakhloufi, momenteel worden binnen de OESO technische gesprekken gevoerd om een oplossing te vinden voor het eisenpakket van de Verenigde Staten.
Die gesprekken focussen op het ontwikkelen van een permanente veilige haven voor multinationale ondernemingen die onder het toepassingsgebied van pijler 2 vallen en op een mogelijke vereniging van de regels met het bestaande fiscale systeem in de Verenigde Staten. Tijdens die gesprekken stellen we ons constructief op om tot een breedgedragen oplossing te komen, waarbij we de Belgische en de Europese concurrentiepositie alsook de budgettaire impact van de oplossing niet uit het oog verliezen.
Die voorstellen zijn nog niet op technisch niveau besproken. Zoals aangegeven zet België in op een breedgedragen oplossing binnen de OESO. Op Europees niveau wordt er verder ingezet op coördinatievergaderingen met alle lidstaten, teneinde tot een gemeenschappelijke visie op de voorstellen van de Verenigde Staten te komen.
Met betrekking tot de werkelijk geïnde inkomsten kan ik verwijzen naar mijn antwoord op uw schriftelijke vraag nr. 160 en eerdere replieken, maar ik zal het antwoord nogmaals herhalen. Het is onmogelijk om een exact cijfer te geven voor de voorafbetalingen, omdat die vermengd zijn met die in de vennootschapsbelasting. De begrotingsraming omvat tevens de effecten van profit shifting , zoals geschat door de OESO. Het is echter onmogelijk om het effect van profit shifting in voorafbetalingen in de vennootschapsbelasting te isoleren. Door de combinatie van die twee effecten kan de belastingdienst het effect van pijler 2 niet nauwkeurig bepalen.
Desalniettemin suggereren de schommelingen die momenteel worden waargenomen als gevolg van de verandering in onder meer de inkomsten uit innovatie, dat de maatregel een impact zal hebben van minstens 430 miljoen. Er zijn ook andere significante schommelingen waargenomen die waarschijnlijk verband houden met profit shifting .
Met betrekking tot de raming van de impact van de verschillende pistes is het voor de studiedienst van de FOD Financiën momenteel onmogelijk om die in te schatten.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, in de eerste plaats is het bemoedigend dat België in die cruciale gesprekken voet bij stuk houdt. Minimumbelastingen zijn geen technische afspraak, maar een daad van fiscale rechtvaardigheid. Ze tonen aan dat samenwerking loont en dat ook multinationals eerlijk hun bijdrage moeten leveren. Dat is heel belangrijk. Als we nu zouden toegeven aan de Amerikaanse druk ondergraven we niet alleen het akkoord, maar ook onze geloofwaardigheid, zoals ik daarstraks al aanhaalde. De geloofwaardigheid van de Unie wordt dan volledig ondergraven. De voorstellen die nu circuleren om uitzonderingen toe te staan, zetten de deur open voor nieuwe achterpoortjes en daar moeten we heel ver van wegblijven. Mijnheer de minister, het is heel eenvoudig, internationale afspraken gelden voor iedereen en zeker ook voor de Amerikaanse bedrijven. Vooruit steunt dan ook de lijn om dit akkoord onverkort toe te passen.
De digitaks
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: El Yakhloufi kaart aan dat digitale multinationals (Amazon, Meta, etc.) miljarden omzetten in België maar nauwelijks belastingen betalen, terwijl lokale ondernemers wel hun bijdrage leveren, en dringt aan op snelle invoering van een digitaks (minimumbelasting op digitale omzet). Minister Jambon bevestigt dat de digitaks uiterlijk 2027 komt—alleen als er geen EU- of wereldwijd akkoord is—en verwijst voor omzetcijfers naar de Nationale Bank, zonder concrete belastingdata te geven. El Yakhloufi benadrukt de oneerlijke concurrentie en eist transparantie over belastinginkomsten en versnelde actie, met als principe: *"wie hier winst maakt, betaalt hier"*. Jambon houdt vast aan het regeerakkoord maar biedt geen extra timing of tariefdetails.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, Europese staatssteunonderzoeken, zoals de Apple case in Ierland, hebben nogmaals aangetoond dat heel wat digitale multinationals er alles aan doen om geen belastingen te betalen waar ze actief zijn.
Met de digitaks hoopt men dat aan te pakken, door digitale ondernemingen te belasten daar waar ze hun winsten realiseren, ook al hebben ze er vooral een digitale aanwezigheid. De invoering van een digitaks staat in het regeerakkoord. Meerdere Europese landen als Frankrijk en Oostenrijk hebben er al een en ook in Duitsland wordt volop nagedacht over de invoering ervan.
Hoeveel omzet hebben multinationals als Amazon, Meta, Alphabet, Netflix en Apple de afgelopen drie jaar bij Belgische klanten gerealiseerd? Hoeveel omzet hebben die multinationals de afgelopen drie jaar in België aangegeven en hoeveel bedroeg de effectieve winstbelasting die ze daarop in België hebben betaald? Welke timing ziet u voor de invoering van een digitaks in België? Welk minimumtarief voorziet u voor die belasting?
Jan Jambon:
Mijnheer El Yakhloufi, de introductie van een digitaledienstenbelasting of digitaks tracht tegemoet te komen aan de beperkingen die de huidige regels in het internationaal fiscaal recht met betrekking tot de heffingsbevoegdheid met zich meebrengen. Die heffingsregels gaan terug op de periode waarbij de fysieke aanwezigheid aanknopingspunten, zoals de aanwezigheid van een vaste inrichting, aanreikte om de heffingsbevoegdheid van verschillende jurisdicties te bepalen. De resultaten van ondernemingen met Belgische activiteiten zijn allemaal publiek raadpleegbaar via de balanscentrale van de Nationale Bank van België. Het regeerakkoord voorziet in de uitwerking van de digitaks tegen 2027, onder voorwaarde dat er geen overeenkomst kan worden bereikt op het Europese of het internationale niveau. Zoals ik al meermaals heb gezegd, ben ik een trouwe uitvoerder van het regeerakkoord.
Achraf El Yakhloufi:
Bedankt, mijnheer de minister. Op mijn vraag naar de omzet van de multinationals antwoordt u dat ik dat zelf dien op te zoeken. Dat zal ik zeker doen. Hoeveel dat heeft opgebracht, weet echter alleen uw administratie. Ik hoop nog steeds een antwoord te krijgen op die vraag. U dient toch te weten hoeveel belastingen die grote bedrijven hebben binnengebracht? Die informatie kan ik niet zelf te pakken krijgen. U bent heel correct, dat hebt u in veel dossiers bewezen. U bent een stipte uitvoerder van het regeerakkoord, maar het zou fijn zijn mocht u een tip van de sluier kunnen oplichten over de timing. Wanneer zal die digitaks worden ingevoerd? We weten al langer dat de digitale reuzen hier een miljardenomzet draaien, maar amper belastingen betalen. Wat me vooral stoort, is dat onze lokale ondernemers, bakkers, pizzeria's, wel hun steentje bijdragen. Multinationals daarentegen blijven dankzij fiscale spitstechnologie buiten schot. Dat is, wat mij betreft, fundamenteel oneerlijk. Het is dan ook positief dat België zich achter de invoering van de digitaks schaart. Voor Vooruit is dat essentieel: wie hier winst maakt, betaalt hier belastingen. Zo eenvoudig is het leven. Of het nu gaat om een bakker of om een techgigant zoals Meta, iedereen dient belastingen te betalen. We rekenen erop dat u, samen met de andere lidstaten, snel tot actie zult overgaan en de fiscaliteit eindelijk zult laten sporen met de realiteit van de digitale economie, zonder uitzonderingen en zonder uitstel.
De meerwaardetaks
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en minderwaarden
Belasting op toegevoegde waarde
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PTB
Sofie Merckx
VB
Lode Vereeck
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 26 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden meerwaardetaks, die volgens critici (o.a. Van Quickenborne, N-VA) de middenklasse raakt in plaats van de superrijken, doordat de vrijstelling voor langetermijnsparen (10 jaar) verdwijnt—tegen eerdere beloftes in. Sofie Merckx (PVDA) benadrukt dat de Nationale Bank aantoont dat de 1% rijksten onvoldoende belast worden (29% vs. 40-50% voor de middenklasse) en pleit voor een miljonairsbelasting. Minister Jambon (N-VA) bevestigt dat onderhandelingen lopen, maar ontwijkt concrete antwoorden, terwijl Vereeck (Vlaams Belang) de taks een "beleidsramp" noemt en pleit voor fiscale autonomie in plaats van nieuwe belastingen. De politieke spanning tussen coalitiepartners (met name N-VA vs. Vooruit) en oppositie over wie de lasten draagt, blijft onopgelost.
Voorzitter:
U krijgt een vijftiental vragen vandaag, mijnheer de minister. Misschien is dat de reden waarom collega Verkeyn niet in uw schoenen zou willen staan.
Er zijn dingen die nooit voorbijgaan, bijvoorbeeld vragen van de heer Van Quickenborne over de meerwaardetaks.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, collega’s, als we de insiders en journalisten mogen geloven, staan we aan de vooravond van een belangrijk weekend waarin mogelijk een akkoord wordt bereikt over de meerwaardetaks.
Wat nu al zeker is, is dat de chantage van Vooruit gewerkt heeft. Ondanks de dure beloften en de plechtige eden die men hier heeft gezworen – onder meer de heer Bertels, die vorige week nog zei dat de meerwaardetaks enkel de sterkste schouders zou treffen, het hoogste percentiel – blijkt nu dat de vrijstelling van 10 jaar, mijnheer de minister, die u in uw ontwerp had opgenomen, verdwenen is.
Wie is daar het slachtoffer van? De mensen die op lange termijn sparen. Veel mensen. Ik heb het al gehad over Wouter De Bodt, de leraar economie die elke maand 200 euro spaart voor zijn dochtertje, 20 jaar lang, maar ik wil het ook hebben over Ella. Ella is een jonge studente die mij heeft gemaild. Zij heeft een studentenjob en legt elke maand 100 euro opzij, waarmee ze belegt in ETF’s. Dat zijn aandelenkorven. Zo probeert ze op lange termijn ook een deel van haar woning te betalen.
Welnu, collega’s, Wouter, Ella… Het gaat ook om Franstaligen in dit land, mijnheer Bouchez. Het gaat om honderdduizenden mensen die aan langetermijnsparen doen en die de meerwaardetaks – een middenklassetaks eigenlijk – zullen moeten betalen. Het zal dus niet de heer Coucke zijn – met alle respect voor hem – die de taks zal betalen, het zullen de gewone spaarders zijn die de taks zullen moeten betalen. Helaas is dat de realiteit.
Collega’s, mijnheer de minister, aan de vooravond van dit belangrijke akkoord dat mogelijk binnen de regering zal worden gesloten – misschien ook met de betrokkenheid van de partijvoorzitters van de zogenaamde arizonacoalitie – wil ik u één vraag stellen.
Wouter, Ella, alle honderdduizenden Belgen die aan langetermijnsparen doen: zijn dat volgens u de sterkste schouders? Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, er is al veel gezegd over de meerwaardebelasting. De heer Van Quickenborne heeft het al goed toegelicht. Iets wat hij misschien echter niet heeft gelezen en ik deze week wél, is de studie van de Nationale Ban van België over de inkomensongelijkheid in ons land. Zoals elke ochtend heb ik ook vanochtend alle editorialen* in de kranten gelezen, waaronder die van Het Nieuwsblad . Wat schrijft Het Nieuwsblad over de studie van de Nationale Bank van België? Ik citeer: “De Nationale Bank concludeert dat het verhaal van N-VA en MR dat de sterkste schouders de zwaarste lasten betalen een fabel is. Het is een realiteit dat superrijken te weinig de kas spekken. Het kan niet langer in een hoek gezet worden als een ideologisch hersenspinsel van de PVDA.”
Wat zegt die studie van de Nationale Bank van België aan? Ze toont met cijfers aan dat de ongelijkheid in ons land groter is dan u steeds beweert. De inkomsten van de 1 % superrijken worden slechts voor 29 % belast, terwijl de gewone mensen 40 % à 50 % van hun inkomsten afstaan via belastingen. U weigert natuurlijk de superrijken te laten betalen, ook via de meerwaardebelasting, die de aandelen in vennootschappen niet zal raken. Ze richt zich immers uitsluitend op particulieren.
Mijnheer de minister van Financiën, wat is uw reactie op de studie van de Nationale Bank van België? U bent immers de minister die het begrotingstekort moet dichten en op zoek moet gaan naar nieuwe inkomsten. Wat vindt u van die studie? Wat is uw besluit daarover? Bevestigt u dat u tegen 1 juli 2025 een akkoord wil bereiken over de meerwaardebelasting? Hoe zit het met de verschillende uitzonderingen?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, u weigerde tijdens de bespreking van de programmawet in de commissie op vragen over de meerwaardebelasting te antwoorden. Zonder die rode trofee wordt de programmawet nochtans niet eens uitgevoerd. Alles staat of valt ermee. Wat zitten wij hier dan eigenlijk te doen? Het Parlement heeft recht op een degelijke uitleg.
in de pers vernemen we nu dat de goede huisvaders die hun aandelen langer dan 10 jaar bijhouden niet worden vrijgesteld van een meerwaardebelasting. U, mijnheer Bouchez, mijnheer De Wever, bent voor de socialisten door de knieën gegaan.
Nog is het niet genoeg, want er is nog altijd geen akkoord. Blijkbaar wil Vooruit de Vlamingen die werken en sparen nog meer pijn doen, niet de superrijken, want zij gaan deze belasting niet betalen. Dat beseft iedereen.
Mijnheer Van den Heuvel, hoe zit het met de vrijstelling voor kleine beleggers? Wordt het 10.000 euro of 20.000 euro, zoals uw voorzitter Sammy Mahdi wil? Gaat cd&v soms ook door de knieën voor de socialisten?
Mevrouw Verkeyn, als er geen vrijstelling komt voor aandelen die langer dan 10 jaar in bezit zijn, de trofee van N-VA waarmee u in de commissie altijd loopt te stoefen, welke andere maatregelen ziet u dan om de Vlaamse middenklasse te ontzien?
Mijnheer El Yakhloufi, hoe zit het met beleggersfamilies? Tellen verre familieleden nu mee voor dat aanmerkelijk belang van 20 %? Uw voorzitter zegt van niet. Hij houdt niet van grootooms en achternichten. Minister Jambon zegt van wel. Wie heeft er gelijk?
Minister Jambon, voor u heb ik twee vragen. Noblesse oblige. Ten eerste, wat wordt de referentiedatum? Als de prijs van een aandeel op 31 december 2025 wordt vastgelegd en een aandeel wordt daarna verkocht tegen een hogere prijs maar lager dan de aandeelprijs, dan wordt er een belasting op een minwaarde geheven. Dat is toch van de pot gerukt.
Ten tweede, wordt de Reynderstaks nu afgeschaft of betalen wij straks dubbele belastingen op meerwaarden uit obligatiefondsen?
Jan Jambon:
Dank aan de habitués, die mij hier en in de commissie regelmatig diezelfde vraag stellen. U kent mijn antwoord, ik hoef het eigenlijk niet te geven. De meerwaardebelasting maakt een essentieel deel uit van het regeerakkoord, een regeerakkoord dat veel structurele hervormingen bevat en waar ook een deel van de inspanning door de sterkste schouders zal worden gedragen.
Mijnheer Vereeck, we zijn volop bezig met het kalibreren van de meerwaardebelasting en met te zorgen dat er daarover een akkoord komt binnen de regering. Zodra dat akkoord er is en de teksten door de regering zijn besproken, zullen we daarmee naar het Parlement komen en kunnen we daarover tot in de details discussiëren, zoals ik al 100 keer heb beloofd.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u gaat erop vooruit, want u antwoordt nu al zonder papier. Dat is heel positief. U zegt dat erover wordt gediscussieerd, maar die discussie gaat één bepaalde richting uit, namelijk naar links. De knieval over die 10 jaar hebt u nu al gemaakt, maar het is nog niet genoeg voor de socialisten. Het moet nog meer zijn.
M. Bouchez a dit cette semaine encore: "Pas de nouvelles taxes!" Mais alors, quelle est donc cette nouvelle taxe? C'est une nouvelle taxe, monsieur Bouchez. C'est une nouvelle taxe!
De heer Mahdi zegt dat ze de middenklasse niet gaan treffen, maar die taks treft die middenklasse net wel midscheeps. Dan is er nog de grote goeroe, de heer De Wever, die zegt dat iedereen die langer dan 10 jaar spaart, wordt vrijgesteld. Het is een ingeslikte belofte, dat is de realiteit. Collega’s, wie zal het slachtoffer zijn van die meerwaardebelasting? Ik zeg het u nu al, de middenklasse. Die zal betalen.
Sofie Merckx:
Dat u niet zou antwoorden op de vraag over de onderhandelingen binnen de regering, had ik verwacht. Mijnheer Jambon, normaal gezien, als een studie van de Nationale Bank stelt dat de ongelijkheid in ons land toeneemt en dat de superrijken telkens de dans ontspringen, dan had ik toch wel verwacht dat u daarop zou reageren. Als de PVDA dat zegt, dan zet u het opzij. Als wetenschappelijke studies dat zeggen, dan zet u het opzij. Als ook de Nationale Bank het echter zegt, de Nationale Bank zelf - dat zijn geen linkse mannen, zelfs dan wil u het niet inzien.
Het is dus duidelijk dat die meerwaardebelasting de superrijken niet zal treffen. Als u snel tot een akkoord wil komen morgenavond en als u enkel die 1% wilt treffen, dan is er een heel simpele oplossing, een miljonairsbelasting die de rijkste 1% treft. Die moeten ook bijdragen.
Lode Vereeck:
De meerwaardebelasting in kwestie is nu al een administratieve en financiële flop en daarenboven een beleidsmatige ramp. Welk genie heeft bedacht dat het koppelen van de aankoop van legervliegtuigen aan goede fiscale regelgeving tot iets positiefs zou leiden? Dat is brol in het kwadraat en perfect voorspelbaar, want de regering, en met name de N-VA, maakt een dubbele fout.
Ten eerste, een nieuwe belasting in het zwaarst belaste land ter wereld, enkel om een begrotingsprobleem wat te dempen en het ego van de socialisten wat te strelen, dat is waanzin. Een meerwaardebelasting kan enkel worden ingevoerd in het kader van een structurele fiscale hervorming. Ik roep de regering dan ook op om die brol af te voeren en werk te maken van een duale inkomstenbelasting.
Ten tweede, de N-VA lijkt haar eigen analyse dat België niet te hervormen valt, vergeten te zijn. Zelfbestuur is de beste kuur om Vlaanderen en Wallonië uit het financiële moeras te halen. Volledige fiscale regionale autonomie stelt de politieke leiders voor hun verantwoordelijkheid en zorgt ervoor dat de burgers... (…)
Voorzitter:
Ik dacht dat u nog iets zou zeggen, maar dat is ingeslikt. ( rumoer in de zaal ) Ik heb niet de indruk dat de heer Van Quickenborne, die natuurlijk heel graag zou willen antwoorden... Ja, mijnheer Van Quickenborne, ik ken u. U probeert een persoonlijk feit uit te lokken, omdat u weet dat u daarop mag reageren. Ik heb echter geen denigrerende uitspraak gehoord. U ziet dat de heer Van Quickenborne zelfs gretiger is om toch nog het woord te kunnen nemen gedurende enkele minuten. Het spijt me. Monsieur Bouchez, je ne pense pas qu'il y ait eu énonciation de votre nom.
Het negatieve advies van de Raad van State aangaande de 'echtscheidingstaks'
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jambon verdedigt de verlaging van de aftrekbaarheid van onderhoudsgeld (van 80% naar 50%)—ook voor bestaande echtscheidingsovereenkomsten—als onderdeel van het regeerakkoord, ondanks kritiek van de Raad van State en contractbreuk-verwijten. Coenegrachts (Open Vld) hekelt de maatregel als pijnlijke inbreuk op rechtszekerheid, die gezinsconflicten heropent en kwetsbare gezinnen extra belast, terwijl hij cd&v hypocrisie verwijt voor hun selectieve "gezinsvriendelijke" beleid. Jambon belooft aanpassingen na Raadsadvies, maar houdt vast aan de basisprincipes van het regeerakkoord, met definitieve beslissing in het parlementair debat. Kern: economisch beleid botsen met sociale en juridische gevolgen voor gescheiden gezinnen.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, ik sta hier vandaag niet om het te hebben over cijfertjes of percentages, ook niet over modaliteiten, maar wel over mensen, over kinderen en gezinnen. Ik wil het hebben over gezinnen die na een moeilijke periode opnieuw rust en evenwicht gevonden hadden. U zet dat evenwicht vandaag echter opnieuw op de helling met een van uw twintig arizonataksen, die collega Van Quickenborne haarfijn heeft geïdentificeerd, meer bepaald de echtscheidingstaks.
U zult immers de aftrekbaarheid van het onderhoudsgeld terugbrengen van 80 naar 50 % en dat voert u niet alleen voor de nieuwe, maar ook voor de bestaande overeenkomsten door. Dat is dus zonder meer contractbreuk, een contractbreuk van de meest pijnlijke soort, omdat heel veel van die overeenkomsten in consensus gemaakt zijn en bovendien in de meest moeilijke, emotionele omstandigheden tot stand zijn gekomen. Het openbreken van die overeenkomsten strooit zout in wonden die nog niet helemaal geheeld zijn. Het zal kinderen opnieuw de speelbal maken tussen hun ouders. U brengt akkoorden aan het wankelen en verplicht mensen terug rond de tafel te gaan zitten. Ook de Raad van State heeft gezegd dat die maatregel de rechtszekerheid aantast. Wat is een overeenkomst waard als u met een vingerknip de spelregels kunt wijzigen?
Mijnheer de minister, er is dus maar één echte vraag: wanneer begraaft u die maatregel en wanneer zorgt u ervoor dat die enkel geldt voor nieuwe echtscheidingsovereenkomsten?
Jan Jambon:
Mijnheer Coenegrachts, zoals u weet, ben ik een trouwe uitvoerder van het regeerakkoord. De maatregel die u noemt, gaat uit van de bepalingen die opgenomen zijn in het globaal akkoord.
We hebben de eerste lezing gehad en het advies van de Raad van State ontvangen. U weet dat de regering zich vervolgens opnieuw over het akkoord buigt, het advies van de Raad van State in acht neemt en bekijkt hoe het wetsontwerp meer solide kan worden gemaakt, zodat het de proef van de Raad van State doorstaat. Met dat werk zijn we momenteel bezig.
Het ontwerp zal in tweede lezing aangenomen worden, maar natuurlijk binnen het kader van het regeerakkoord, zoals het beschreven is in het regeerakkoord, dat we trouw zullen uitvoeren. Het wetsontwerp zal daarna naar het Parlement komen, en dan kunnen we daar uitgebreid over debatteren.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u blijft loyaal aan het regeerakkoord, maar u zou beter loyaal zijn aan al de mensen die u treft met uw maatregelen. Deze regering wil de aftrekbaarheid van onderhoudsgelden verlagen en die verlaging toepassen op bestaande afspraken. Dat is contractbreuk. U doet niet alleen dat, en u doet dat niet voor het eerst. U doet dat voor de tweede woning en ook voor de carried interest . Het wordt de baseline van deze regering: "Arizona, wij breken uw contract." Dat is deze regering. Dat heeft grote gevolgen, want het brengt spanningen in gezinnen en het rijt oude wonden open. Wat mij aan deze kille regering het meest opvalt, is eigenlijk de rol van cd&v, de zelfverklaarde gezinspartij, die blijkbaar enkel opkomt voor de traditionele gezinnen. Die krijgen een half miljard om twee jaar thuis aan de haard te zitten, maar de alleenstaanden en de gebroken gezinnen zijn niet welkom in uw herberg. Zij kunnen wel rekenen op Open Vld.
De 20 arizonataksen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Alexia Bertrand hekelt de "Arizonataksen" die de middenklasse zwaar treffen (o.a. alimentatie, leningen, spaarplannen) en waarschuwt dat de voorgestelde meerwaardebelasting 4,4 miljoen kleine spaarders (die jaarlijks €1.000 opzijzetten) bedreigt, ondanks regeringsbeloftes dat "gewone spaarders" gespaard zouden blijven. Minister Jambon verdedigt de noodzaak van bezuinigingen (€23 mjd, waarvan 1/3 via nieuwe belastingen) en belooft fiscale koterij en onnodige aftrekposten aan te pakken, maar ontwijkt concrete garanties voor spaarders. Bertrand concludeert dat niemand gerustgesteld is en dat de regering ook kleine spaarders blijft targeten. De kernspanning draait om wie de lasten draagt: middenklasse vs. "superrijken".
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, in het leven zijn er niet veel zekerheden, maar dankzij Arizona is er toch nog één zekerheid: de middenklasse betaalt de factuur: plus 700 euro alimentatietaks voor gescheiden mensen, plus 1.500 euro voor mensen die geld lenen om een appartementje in Middelkerke te kopen, plus 2.000 euro voor mensen die vanaf de geboorte van hun kinderen sparen tot ze volwassen zijn. Dat zijn slechts drie voorbeelden van de twintig arizonataksen, want ik heb maar twee minuten spreektijd.
We dachten dat we alles al gezien hadden. Alsof het nog niet volstond en alsof nog niet voldoende mensen ongerust waren, moesten we dit weekend vernemen dat er nog eens 4,4 miljoen mensen ongerust zijn, namelijk de mensen die sparen voor hun toekomst, de mensen die sparen voor hun pensioen, omdat de meerwaardebelasting net hen zou treffen. We hebben van alles gehoord, we weten niet wat het zal zijn, maar gelukkig kwam de heer Rousseau gisteren in het VRT-journaal het regeerakkoord toelichten en duidelijkheid scheppen. Hij zei dat de taksen de gewone spaarder niet zullen treffen.
Wie is de gewone spaarder? Ik heb het berekend en De Tijd heeft het bevestigd : dat zijn de mensen die 1.000 euro per jaar opzijzetten, hun zuurverdiende centen, om te sparen voor hun toekomst. Blijkbaar zijn mensen die per jaar 1.000 euro opzijzetten gewone spaarders. Zijn zij de superrijken voor deze regering? Want dat zijn de mensen die de meerwaardebelasting zouden moeten betalen. Er is niets van aan dat de gewone spaarder wordt vrijgesteld.
Kunt u die mensen geruststellen, mijnheer de minister? U bent minister van Financiën en ook minister van Pensioenen, een perfecte combinatie. Kunt u die 4,4 miljoen mensen geruststellen en bevestigen dat hun pensioen niet getroffen zal worden door de meerwaardebelasting?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, u had met uw vraag moeten aansluiten bij de volgende vraag. Straks komt de meerwaardebelasting aan bod. Inzake de meerwaardebelasting zal ik straks de twee volgende vraagstellers antwoorden.
Mevrouw Bertrand, u weet beter dan wie ook in welke desastreuze budgettaire situatie we verzeild zijn. U weet dat beter dan wie ook. Binnen de arizonaregering hebben we dan ook gezegd dat die situatie aangepakt moet worden: we zullen een saneringsoperatie uitvoeren – toen wisten we nog niets over de stijging van de defensie-uitgaven – van 23 miljard.
We hebben ook gezegd hoe we dat zouden doen. Twee derde ervan zal via hervormingen gebeuren, ingrijpende hervormingen, zoals u zelf net hebt gezegd. Van het ene derde dat overblijft, zal één derde inderdaad een vorm van nieuwe inkomsten zijn. Dat is één negende van de totale oefening die we moeten uitvoeren.
We schrappen onder andere een aantal aftrekposten, sommige aftrekposten die veel mensen raken, maar ook aftrekposten waarvan men zich afvraagt hoe die er in godsnaam gekomen zijn, aftrekposten waarvan vier of vijf mensen gebruikmaken. Die fiscale koterij gaat de laan uit.
We zullen opkuisen wat we van de vorige regering – ik zal geen namen noemen – geërfd hebben. Dat zullen we met veel overtuiging doen, mevrouw Bertrand.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, namens die 4,4 miljoen mensen, mensen die sparen voor hun toekomst, mensen die al 8 % belasting betalen. Niemand is gerustgesteld, u houdt nog iedereen in het vizier. Namens die 4,4 miljoen mensen dank ik u, mijnheer de minister.
De onenigheid in de arizonaregering over de meerwaardebelasting
De knelpunten voor de meerwaardebelasting
Fiscale controverses in Arizona over btw-beleid.
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de onduidelijkheid en politiek gekibbel rond de meerwaardebelasting, die volgens oppositie (Hedebouw, Vereeck) niet de superrijken raakt (via vennootschapsconstructies en DBI-aftrek) maar wel gewone spaarders en pensioensparers, terwijl de regering (Jambon) geen concrete antwoorden geeft en enkel om geduld vraagt. Kritiek punt is de tweeslachtigheid: snelle maatregelen tegen werkenden (loonblokkade, pensioenaanpassingen) vs. eindeloos uitstel bij belasting voor vermogenden, wat wantrouwen en woede voedt. Vereeck bepleit fiscale regionalisering als oplossing, Jambon blijft vaag over timing en inhoud.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, hoe zit het nu met de meerwaardebelasting? We begrijpen het niet meer. Er is alom gekibbel en er staat nog niets op papier! Dat is ongezien. Sammy Mahdi van cd&v zei op Instagram al tegen Vooruit dat Jan met de pet zal moeten betalen. Van Vooruit hoor ik dan weer dat de eerste minister met een petje op zit en het niet ernstig neemt. Ik begrijp er niets meer van.
Wat zal er nu precies met de meerwaardebelasting gebeuren, mijnheer de minister? Eerst was er sprake van een vrijstelling tot 10.000 euro, daarna tot 20.000 euro, na tien jaar of niet na tien jaar. Niemand weet het nog. Hoe zit het ook met het pensioensparen? Wordt de meerwaardebelasting erop van toepassing of niet? Niemand begrijpt het nog. Wat een verschil met de maatregelen tegen de werkende klasse. Die worden allemaal vlot goedgekeurd. Dat kan niet vlug genoeg gaan. Zodra men de superrijken echter een beetje wil laten bijdragen, is het meteen weer gekibbel, want dat is wat het is, mijnheer de minister: een beetje laten bijbetalen.
De heer De Grauwe zei het afgelopen week nog in De Standaard : de superrijken zullen helemaal niet belast worden. Kunt u mij dat bevestigen? Zij parkeren hun geld in vennootschappen. De vennootschappen zullen die meerwaardebelasting niet betalen door de DBI-aftrek. Zij zullen daar niets op betalen. De superrijken zullen niets betalen. Dat is ook de uitleg waarom de belasting maar 200 tot 500 miljoen euro kan opbrengen. Daar wil men dan toch meer uithalen.
Mijnheer de minister, ik heb drie vragen. Ten eerste, hoe zit het met het pensioensparen? Meerwaardebelasting daarop betalen of niet?
Ten tweede, kunt u bevestigen dat de superrijken hun geld in vennootschappen steken en dus niets aan meerwaardebelasting zullen betalen?
Ten derde, kunt u bevestigen dat er in de regering een akkoord bestaat waarbij de jacht op werklozen gekoppeld is aan de invoering van de meerwaardebelasting en dat die twee maatregelen op 1 juli samen ter stemming zullen worden voorgelegd? Of wilt u dat ontkoppelen?
Ik wil graag concrete antwoorden op mijn drie concrete vragen, mijnheer de minister.
Lode Vereeck:
Brol, dat is uw meerwaardebelasting, mijnheer de minister. Vlaams Belang zegt dat allang en nu zeggen ook uw coalitiepartners Vooruit en MR dat. Waarom is het brol? Wel, dat is zo omdat de meerwaardebelasting helemaal geen belasting voor de superrijken is, zoals Vooruit de mensen wil doen geloven, maar wel een voor de hardwerkende Vlamingen die werken en sparen.
Afgelopen zondag verklaarde Sammy Mahdi dat hij geen meerwaardetaks op pensioensparen wil; maandag sprak Rousseau dat tegen en onderstreepte hij dat er geen uitzonderingen komen; dinsdag paste Rousseau zijn discours aan en zei hij dat er alleen een meerwaardetaks komt op pensioensparen na de leeftijd van 60 jaar en woensdag zei hij dan weer dat er geen meerwaardetaks op pensioensparen komt.
Zal ik u wat vertellen? Mahdi en Bouchez zijn ruziemakers. Als één partij er al niet uitgeraakt, dan vraag ik mij af hoe de regering eruit zou moeten raken. Het is een toonvoorbeeld van slecht bestuur of een shitshow, zoals collega Ronse zou zeggen. Dat is nog maar een van de vele problemen met de meerwaardetaks.
Mijnheer de minister, hoe zit het met het aanmerkelijk belang van een familie die 20 % van een bedrijf bezit, waardoor de vrijstelling 1 miljoen euro bedraagt? Collega El Yakhloufi hamert daar steeds op in de commissie. Komt die vrijstelling er nu of niet? Hoe zit het met de vrijstelling voor de goede huisvaders die hun aandelen langer dan 10 jaar in hun bezit houden? Collega Verkeyn wijst daar telkens op in de commissie. Komt die er nu? Hoe zit het met de overdraagbaarheid van de vrijstelling van 10.000 euro voor gewone mensen, waarover uw kabinetschef sprak? Komt die er nu? Als er een vrijstelling komt voor pensioensparen, geldt die dan ook voor groepsverzekeringen?
Mijnheer de minister, ik en alle mensen die u alle maanden voor het zot houdt, kijken uit naar uw antwoord.
Jan Jambon:
Het is de zoveelste keer dat er vragen worden gesteld over de meerwaardebelasting en het is de zoveelste keer dat ik geduld zal vragen. De teksten worden hier ingediend; de regering zit in de laatste rechte lijn van de onderhandelingen ter zake. U moet dus nog even geduld hebben. De vragen die u stelt, zijn zinvol. We zullen die ook beantwoorden.
Alle gekheid op een stokje, het klopt dat een aantal mensen daarover verklaringen afleggen - het onderwerp boeit nu eenmaal veel mensen -, maar gelukkig geen leden van de regering, want die zijn hard aan het werken om snel een ontwerp klaar te hebben en daarmee naar het Parlement te komen.
Raoul Hedebouw:
Gelukkig geen leden van de regering, noteer ik. Dat was eigenlijk hetzelfde met de vivaldiregering, een heel jaar lang. Herinnert u zich dat nog? Het was le bordel général , maar gelukkig niet in de regering.
Mijnheer de minister, wat een verschil met de snelheid waarmee u het eens werd om de lonen te blokkeren en de pensioenen aan te pakken. Dat is wat het volk ziet.
Monsieur le ministre, le peuple voit la vitesse avec laquelle vous faites payer les travailleurs en touchant à leurs pensions; la vitesse avec laquelle vous faites payer les travailleurs en diminuant et en bloquant les salaires; la vitesse avec laquelle vous attaquez les droits sociaux de tous les travailleurs. Mais, par contre, quand il s’agit d’éventuellement faire payer un tout petit peu les super riches, alors que toutes les études démontrent qu’ils deviennent de plus en plus riches, là, c’est le bordel au sein du gouvernement.
Ces deux vitesses, monsieur le ministre, c’est ce qui nourrit la colère justifiée du peuple. C’est toujours les petits qu’on spotche , comme on dit, et jamais les super riches.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, u zegt niets, u wilt bevestigen noch ontkennen, maar wij hebben toch veel geleerd. Zoals Vlaams Belang steeds heeft gezegd, de meerwaardebelasting is geen belasting op de superrijken maar zal terechtkomen op de gewone Vlamingen die werken, sparen en aan pensioensparen doen. Een meerwaardebelasting kan alleen in het kader van een grondige fiscale hervorming, met een vereenvoudiging, een verlaging van de belastingdruk. Een meerwaardebelasting kan niet als een aparte maatregel die alleen dient om begrotingsputten te dempen van wat nu al het zwaarst belaste land ter wereld is. Ten slotte, de begroting valt niet te redden in het Belgische kader. Er is slechts één oplossing: fiscaliteit moet de volledige bevoegdheid van de deelstaten worden. Ooit was u daarvan ook een voorstander. Vandaag hebt u die eis ingeslikt voor het pluche van een Belgisch ministerpostje.
De begroting 2025 en de ontvangstenderving door belastingfraude
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 28 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sarah Schlitz kritiseert premier De Wever voor dubbelzinnig beleid rond fraudebestrijding: ondanks beloftes om 300 inspecteurs aan te werven (terugwinst 600 miljoen/jaar) ontbreken concrete plannen, terwijl de ISI-begroting daalt en een nieuwe fiscale amnestie fraudeurs met lage boetes (45-60%) ontziet. De Wever verdedigt de regeling als "geen cadeau" en benadrukt toekomstige budgettaire opbrengsten (vanaf 2026), maar ontwijkt vragen over tijdige uitvoering. Schlitz hamert op de oneerlijke lastenverdeling: kwetsbaren (patiënten, werklozen, pensioenaren) betalen de prijs, terwijl rijke fraudeurs ongestraft blijven.
Sarah Schlitz:
Monsieur le premier ministre, j'ai été heureuse de voir que vous vous promettiez de vous attaquer à la fraude fiscale dans votre accord de gouvernement. Cette fraude représente un manque à gagner annuel d'environ 30 milliards pour le budget de l'État. Vous annonciez ainsi le recrutement de 300 nouveaux inspecteurs afin de faire rentrer 600 millions d'euros par an d'ici 2029. Cependant, aucune information concrète n'a encore été donnée quant au calendrier de ces recrutements ni sur les services concernés. Pire encore, selon plusieurs sources, ces engagements pourraient se limiter une compensation partielle des départs à la retraite.
Dans le même temps, la Cour des comptes dénonce l'absence totale de calculs ou de modélisations sérieuses pour justifier vos objectifs budgétaires. Les moyens alloués à l'Inspection spéciale des impôts (ISI) sont, eux, en baisse sur l'ensemble de la législature de 9 millions d'ici 2029.
Nous ne comprenons plus rien, monsieur le premier ministre. Alors que la fraude fiscale coûte 30 milliards d'euros par an à la collectivité et qu'un inspecteur de l'ISI rapporte en moyenne dix fois plus que ce qu'il coûte, comment justifiez-vous ce double discours, entre promesses ambitieuses faites il y a quelques semaines et l'affaiblissement des moyens au moment du budget? Quand ces 300 agents seront-ils recrutés? Dans quels services? Avec quels objectifs mesurables?
Par ailleurs, dans ce contexte, pourquoi offrir une nouvelle amnistie fiscale permettant à des fraudeurs de blanchir leurs pratiques sans conséquences pénales alors que les citoyennes et citoyens honnêtes paient chaque jour pour les cadeaux que vous offrez à ces personnes?
Bart De Wever:
Concernant le recrutement des 300 inspecteurs, il n'y a pas encore d'accord au sein du gouvernement sur la manière dont ces 300 inspecteurs seront répartis entre les différentes administrations. Cela sera déterminé plus tard.
Mais la lutte contre la fraude sociale et fiscale reste une priorité pour le gouvernement. À partir de 2026, des recettes supplémentaires sont d'ailleurs inscrites dans le budget. Les ministres compétents présenteront au gouvernement leur plan pour mener cette lutte d'ici l'automne.
La régularisation fiscale que vous mentionnez n'est absolument pas un cadeau fait aux riches. Dans la mesure où aucune enquête fiscale ou pénale n'est en cours, un contribuable peut régulariser spontanément des revenus.
Pour les capitaux fiscalement prescrits, un prélèvement de 45 % devra être payé. L'administration fiscale ne peut donc plus taxer ces capitaux, mais le contribuable devra tout de même payer 45 % pour obtenir l'immunité pénale. Je pense que ce n'est pas un cadeau.
Pour les revenus non prescrits fiscalement, l'imposition normale devra être payée, majorée de 30 %. Ce tarif est plus élevé que lors des précédentes opérations de régularisation. Si un précompte mobilier de 30 % aurait dû être payé, après régularisation, il faudra payer 30 % plus 30 %, soit 60 %. Cela représente une augmentation de 100 %. Je pense que ce n'est pas un cadeau.
Ces amendes et majorations sont légitimement très élevées et ne peuvent absolument pas être considérées comme des cadeaux, bien au contraire.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le premier ministre, pour le partage de votre vision en matière de régularisation des malversations de certains. Vous évitez, comme votre ministre des Finances, l'épineuse question du fameux recrutement des 300 inspecteurs. Comment allez-vous parvenir, sans avancer rapidement sur ces recrutements, à faire rentrer les moyens que vous avez pourtant inscrits dans votre budget pour qu'il soit à l'équilibre? C'est incompréhensible! Au moment de la présentation de votre accord de majorité, vous avez déclaré que nous étions dans une situation difficile et que tout le monde devra contribuer à l'effort. Cependant, nous constatons aujourd'hui, monsieur le premier ministre, que vous avancez très rapidement pour faire payer les malades, les travailleurs licenciés qui toucheront des préavis moins élevés qu'auparavant, les travailleurs de nuit qui n'auront plus de sursalaire quand ils travaillent jusque minuit, les pensionnés qui vont voir leur pension rabotée. Tous ceux-là vont passer à la caisse. Par contre, les fraudeurs, les plus riches ne vont pas contribuer à la hauteur de leurs moyens à l'effort collectif, et c'est un scandale!
De belastingheffing voor Franse staatsburgers die voor de Belgische overheid werken
De belastingheffing voor Franse grensarbeiders
De belastingheffing voor Franse grensarbeiders
Belastingheffing voor Franse staatsburgers in België
Gesteld door
Les Engagés
Carmen Ramlot
MR
Benoît Piedboeuf
PS
Philippe Courard
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen), Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 15 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De abrupte fiscale wijziging (sinds 17 maart 2025) maakt salarissen van Franse publieksectorwerkers in België (o.a. ziekenhuizen en rusthuizen in Luxemburg/Hainaut) onmiddellijk belastbaar in België—zonder overgangsperiode (vs. moratorium tot 2033 voor de privésector), wat dreigt met massale vertrekken naar Frankrijk of Luxemburg door loonverlies en verergering van personeelstekorten in de zorg. Minister Jambon belooft een spoedtransitie tot eind 2024, geen retroactiviteit, en een definitieve oplossing via het lopende OCDE-protocol met Frankrijk, om gelijke behandeling met de privésector (moratorium 2033) af te dwingen—zodat ziekenhuizen niet ontwricht raken en werkgelegenheid behouden blijft. Kritiekpunten blijven de structurele onderfinanciering van de zorg en de nood aan langetermijnzekerheid, maar de directe crisis lijkt afgewenteld door Jambons toezeggingen. Kern: Fiscale gelijke behandeling publiek/prive en behoud van zorgpersoneel staan centraal, met een tijdelijke oplossing (2024) en onderhandelingen voor 2033.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, le 17 mars dernier, un accord à l'amiable entre les administrations belge et française est venu modifier l'application de la convention fiscale de 1964 pour les travailleurs français employés dans le secteur public belge. Depuis le 17 mars 2025, leur salaire est donc imposable en Belgique via le précompte professionnel, y compris pour les revenus 2024, et ce, sans aucune période transitoire. Cela contraste fortement avec la situation dans le secteur privé pour lequel un moratoire est prévu jusqu'en 2033, permettant le maintien de la taxation en France.
Nous comprenons que la nouvelle convention signée en novembre 2021 n'apportera pas d'amélioration à ce sujet. Cette décision aura des conséquences importantes pour les employeurs publics belges, en particulier en province de Luxembourg, où de nombreux hôpitaux, maisons de repos et administrations communales comptent une part significative de personnel français. Les pertes salariales de plusieurs milliers d'euros par an pourraient entraîner des départs massifs, aggravant la pénurie de personnel entre autres dans le secteur des soins de santé. De plus, vu la proximité du Grand-Duché de Luxembourg et tenant compte de la possibilité de retourner en France, où les perspectives sont souvent plus avantageuses, ces départs semblent réellement possibles.
Monsieur le ministre, quelles mesures le gouvernement envisage-t-il de prendre pour atténuer l'impact financier de cette décision sur les travailleurs concernés? Serait-il possible de conclure un nouvel accord à l'amiable avec la France afin de prévoir un moratoire jusque 2033, par exemple, comme dans le secteur privé?
Un protocole additionnel à la nouvelle convention est en cours de négociation. Est-il prévu d'y inclure une clause permettant l'imposition en France de ces travailleurs? Enfin, comment le gouvernement compte-t-il garantir la continuité des soins et éviter une aggravation de la pénurie dans les hôpitaux et les maisons de repos concernés?
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, il y a effectivement une convention préventive de double imposition de 1964. En 2011, il y a eu un avenant qui prévoyait, tant pour le secteur public que pour le secteur privé, une mise en application après le 31 décembre 2033. Une nouvelle convention préventive a été négociée en 2021. Dans cette négociation, on a senti la volonté d'imposer les travailleurs dans le pays de travail. C'est une tendance générale au niveau de l'OCDE. C'est ce vers quoi on va.
Seulement, parmi les travailleurs publics, il y a aussi les travailleurs du secteur hospitalier public, notamment en province de Luxembourg mais aussi dans le Hainaut – c'est un hôpital très important qui est concerné.
Dès lors, on a tout de suite alerté votre prédécesseur, Vincent Van Peteghem, et le ministre Vandenbroucke par rapport à la nouvelle convention préventive de 2021 pour qu'on fasse attention au fait que cela risquait de mettre nos hôpitaux en péril. Ils ont obtenu un moratoire pour 2023, un moratoire jusqu'au 31 décembre 2024. La discussion devait ensuite intervenir dans la nouvelle convention préventive de 2021 avant qu'elle ne passe au Parlement pour qu'on règle cela et qu'on prolonge jusqu'en 2033.
Et puis, on apprend qu'une circulaire, qui n'a rien à voir avec le processus d'approbation des conventions, a été prise et qu'elle prévoit une interprétation de 1964 qui va à l'encontre de tout cela. Cela ne va pas, monsieur le ministre, et on attire votre attention là-dessus parce que les infirmières vont soit retourner en France soit aller au Grand-Duché de Luxembourg, qui les rémunèrent le double de ce que nous les rémunérons. Il faut donc vraiment faire quelque chose. Sinon, on va aggraver la pénurie et rendre le problème fondamental pour nous.
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, la question était adressée à votre collègue Frank Vandenbroucke.
Cet accord est intervenu un peu brutalement, personne n'avait l'air au courant. Je vois que mes collègues de la majorité n'étaient pas plus informés que moi.
Cet accord a des conséquences dramatiques puisqu'il va générer des problématiques importantes pour toute une série de services publics. Il y a là clairement une attaque et une agression contre les services publics.
Cela affectera les maisons de repos. Vous savez par exemple qu’à Florenville, 80 % du personnel des deux maisons de repos est français. Cela affectera les hôpitaux. Le ministre Vandenbroucke connaît bien la situation de Vivalia. Il pourra en témoigner. Quatre-cents équivalents temps pleins y sont concernés, sur environ 2 800 travailleurs – ce qui fait plus que 400 travailleurs. L'hôpital Les Marronniers en Wallonie picarde est aussi concerné à hauteur de 300 personnes.
Les conséquences de cette décision, que je ne jugerai pas ici, vont être dramatiques. La question est de savoir comment on va réagir, maintenant que vous êtes conscient des difficultés. Quelles réponses seront apportées? À défaut, ce sont les patients, les aînés et les personnes handicapées qui vont souffrir de cette situation.
Cette décision brutale est évidemment intolérable. Comme mes collègues l'ont dit, le secteur privé bénéficie d'un moratoire, ce qui laisse le temps de s'adapter, mais ce n’est pas le cas pour le secteur public, où c'est d'application immédiate. Je ne comprends pas pourquoi cette décision brutale a été prise.
Jan Jambon:
Chers collègues, en mars dernier, les administrations fiscales belge et française ont en effet conclu un accord interprétatif concernant le traitement des salaires des travailleurs frontaliers exerçant dans le secteur public. Comme vous le signalez très justement, cet accord pose de nombreux problèmes. C'est pourquoi j'ai immédiatement demandé à mon administration de les examiner et de prévoir les mesures transitoires nécessaires.
Pour ma part, il ne peut, en aucun cas, être question de rétroactivité. Cet accord ne sera pas appliqué dans un sens défavorable aux contribuables. Une période transitoire sera mise en place, au moins jusqu'à la fin de l'année. Les autorités françaises en seront informées. Une nouvelle communication claire de la part du SPF Finances à l'attention des contribuables concernés suivra dans les plus brefs délais.
Monsieur Courard, étant donné que cette mesure ne sera pas appliquée en l'état, elle n'entraînera aucun impact sur les hôpitaux. Cette question sera définitivement réglée entre la Belgique et la France au moyen du protocole de la nouvelle convention préventive de la double imposition.
Carmen Ramlot:
Je suis extrêmement satisfaite de votre réponse, monsieur le ministre.
Ma première urgence était justement de vous demander des mesures transitoires pour reporter l'échéance de l'application de ce qui a récemment été annoncé par courrier dans les communes.
Ma deuxième urgence était de chercher des solutions internationales et pas uniquement bilatérales, de façon à ce que la mesure soit beaucoup plus pérenne.
Votre réponse est vraiment parfaite. Les Luxembourgeois n'auraient absolument pas compris pourquoi vous ne les écoutiez pas et ne mesuriez pas l'urgence de la situation. Alors, merci pour eux et pour tous les travailleurs.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, j'ai connu votre efficacité par le passé, et je constate qu’elle est toujours là en tant que ministre des Finances. La solution est donc trouvée: le moratoire s’étend jusqu’en 2033 pour le secteur privé. Maintenons-le encore pour le secteur public.
De toute façon, l’imposition des travailleurs va changer dans toute l'Europe et dans l’OCDE, mais il est essentiel de nous accorder le temps nécessaire pour y parvenir. Cette mesure était déjà appliquée aux nouveaux engagements, elle concerne désormais la situation actuelle. Ainsi, la stabilité est préservée dans nos secteurs hospitaliers et chacun y trouve satisfaction.
Merci beaucoup, monsieur le ministre, je n’ai jamais douté de votre réponse.
Philippe Courard:
Monsieur le ministre, votre réponse apporte une certaine assurance à court terme. Votre réponse est certes rassurante, mais nous resterons attentifs sur le sujet car il faut une solution durable au problème. Si la solution est bonne jusqu’à la fin de l’année, c’est une avancée positive. Toutefois, le problème persistera au-delà. Nous comptons donc sur vous et resterons attentifs à la suite que vous y apporterez. Cette situation démontre aussi la nécessité de réinvestir dans les soins de santé. C’est pourquoi j’ai posé la question à M. Vandenbroucke. Nous avons en effet besoin d’infirmiers, de personnel soignant, de bras wallons et belges au sein de ce type de structures. Il faut évidemment renforcer les moyens alloués au secteur médical. Je ne reviendrai pas sur les raisons du manque de personnel, mais le sous-financement de la sécurité sociale en est l’une des causes. J'espère que cela fera réfléchir également pour renforcer les moyens en la matière. Je vous remercie.
Het advies van de inspecteur van Financiën over het voorontwerp rond de meerwaardebelasting
Het advies van de inspecteur van Financiën over het voorontwerp rond de meerwaardebelasting
Het werkdocument inzake de meerwaardebelasting
Advies inspecteur Financiën over meerwaardebelastingwetgeving
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting wordt door de oppositie afgedaan als een uitgeholde, ondoordachte maatregel die de sterkste schouders spaart, terwijl gewone burgers en werklozen wel worden aangesproken. Critici (Vanbesien, Merckx) wijzen op onrealistische opbrengstramingen (500 miljoen euro), een negatief advies van de Inspectie van Financiën (opbrengst onhaalbaar, grondwettelijk risico) en politieke tegenwerking, terwijl minister Jambon belooft het advies te delen maar stelt dat de wet nog in ontwikkeling is en de opbrengst een "voorzichtige raming" blijft. Vooruit wordt verweten mee te werken aan een regering die koopkracht ondergeschikt maakt aan bedrijfsbelangen, en Vereeck hekelt de absurde administratieve complexiteit (familiebanden tot in de vierde graad) als bewuste sabotage. Kernpunt: de taks dreigt symbolisch en ineffectief te worden, met werkende klasse als enige netbetaler.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, acht maanden heeft de formatie van de arizonaregering geduurd en van de eerste tot de laatste dag werd er gebikkeld over de meerwaardebelasting. Drie maanden is de regering ondertussen bezig en er is nog altijd geen stap voorwaarts geboekt. Waarom? Het gaat over de bijdrage van de sterkste schouders en enkele partijen in de regering willen de sterkste schouders sparen.
Als het gaat over besparingen op de pensioenen van de mensen, is alles heel duidelijk. Daarover is er geen discussie, de gewone mensen zullen hun bijdrage leveren. Als het gaat over de langdurig werklozen, is er eveneens geen discussie. Die mensen zullen worden aangepakt en ze zullen bij het OCMW belanden. Maar als het gaat over de sterkste schouders, dan is alles plots vaag. Er wordt gegoocheld met uitzonderingen en uithollingen, er wordt gegoocheld met de opbrengsten, en vooral, er wordt zodanig gegoocheld met de modaliteiten dat er uiteindelijk niets overblijft. Eerlijk gezegd is dat ook wat u eigenlijk wilt. U wilt die taks niet en u zit aan de knoppen.
Gisteren hebben we in de commissie voor Financiën gedebatteerd over de meerwaardebelasting, waarbij collega's u expliciet gevraagd hebben naar het advies van de Inspectie van Financiën. U hebt gezegd dat u het advies hebt ontvangen, maar dat u niet zou meedelen wat erin staat. Gênant is dan wel dat dat advies vandaag in de krant staat. Wat blijkt? Ten eerste, de opbrengst van 500 miljoen is een absurde gok, die op geen enkele manier onderbouwd is. Ten tweede, de uitholling gaat zo ver dat de wet vernietigd zal worden door het Grondwettelijk Hof.
De heer Bouchez heeft over die wet ooit gezegd: cela sera du brol . Het lijkt erop dat hij gelijk krijgt, want het is blijkbaar brol.
Mijnheer de minister, zult u het advies van de Inspectie van Financiën alsnog delen met het Parlement, ja of neen?
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, au fil des semaines, il est de plus en plus clair que la taxe sur les plus-values risque d'être un vrai coup dans l'eau.
Nous savons depuis le début que les super-riches ne vont pas y contribuer, cela a encore été répété ce week-end dans De Morgen par l'économiste Gert Peersman – qui n'est pas du PTB. Ce matin, nous avons tous lu dans le même journal un avis négatif de l'Inspection des finances sur la plus-value telle que vous l'avez conçue aujourd'hui. Et l'Inspection des finances dit, comme nous l'avons dit et répété au fil des semaines, qu'avec toutes les exceptions que vous avez prévues, cette taxe ne rapportera pas 500 millions d'euros d'ici 2029.
Ce qui est de plus en plus clair, c'est que ce gouvernement envoie la facture à la classe travailleuse. Et la classe travailleuse n'est pas d'accord. Hier, nous étions dans la rue et demain, nous y serons encore. Nous ne sommes pas d'accord de payer la facture. Nous refusons de travailler plus longtemps pour moins de pension.
Monsieur le ministre, depuis des semaines, nous vous posons la même question. Encore hier, on vous a posé la question en commission des Finances. Il est temps que vous nous donniez non seulement le rapport mais également que vous nous expliquiez vos calculs.
Comment parvenez-vous à 500 millions d'euros? À un moment donné, il faut répondre aux questions. Il faut qu'on puisse avoir le débat ici. Quelles seront les modalités et comment allez-vous les appliquer? Quel chemin allez-vous prendre maintenant? Avec un avis négatif de l'Inspection des finances, vous devez repasser chez le ministre du Budget qui, pour sa part, a déjà admis que cela ne rapporterait pas 500 millions d'euros. Bref, où sont les 500 millions?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, als het van u afhangt, wordt wie aandelen langer dan tien jaar in zijn of haar bezit heeft, vrijgesteld van een meerwaardebelasting. Voor alle duidelijkheid, ik ben tegen de voorgestelde meerwaardetaks, maar als ze er toch komt, is dat alvast een excellent idee tegen het casinokapitalisme en voor de goede huisvader-belegger.
Vooruitvoorzitter Conner Rousseau houdt niet van goede huisvaders en dreigt de regering te laten vallen, als u met uw idee doorgaat. Vooruit wil daarover zelfs elke dag ambras maken, zoals we in een krant lezen. Ten eerste, blijft u achter uw voorstel staan of zult u het inslikken door de chantage van Vooruit?
Een gewone mens die aandelen verkoopt, is vrijgesteld tot 10.000 euro. Wie een groot deel van een bedrijf bezit, minstens 20 %, is vrijgesteld tot 1 miljoen euro. Voor de bepaling van de 20 % wilt u naar de hele familie kijken tot in de vierde graad, van ouders tot betovergrootouders, van kinderen tot achterachterkleinkinderen, broers, zussen, neven, achterneven. Veronderstel dat ik mijn aandelen in de plaatselijke worstenfabriek wil verkopen en ik geraak niet aan die 20 %. Ik begin dus wat rond te bellen. Ik zeg tegen mijn mama dat ik mijn aandelen wil verkopen en vraag haar of ze wil meedoen. In dat geval betalen wij immers geen belastingen. Ik vraag aan mijn grootvader of hij nog aandelen van de worstenfabriek heeft. Hij heeft er nog, dus dat is schitterend. Ik roep tegen tante Lou dat het Lode is. Ik roep, want ze hoort niet zo goed. (Gelach.) Ik vraag haar of haar nieuwe vriend aandelen heeft van de worstenfabriek. Ze antwoordt bevestigend, dus dat is schitterend. We beginnen er te komen. Ik vraag het ook aan een onbekende wiens grootvader de neef van mijn moeder is. U weet waar ik naartoe wil.
Ten tweede, zal dergelijk fiscaal stamboekonderzoek geen onwerkbare, buitensporige administratieve lasten veroorzaken voor de burgers en de fiscale ambtenaren?
Voorzitter:
Mijnheer Vereeck, ik dank u voor uw vraag en voor de ruime kennismaking met uw familie.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega's, het is niet de eerste keer dat we het over het topic van de meerwaardebelasting hebben. Ik had ook de heer Van Quickenborne verwacht, maar wat niet is, kan nog komen. Ik kan u geruststellen. Het zal ook niet de laatste keer zijn dat we het over het thema zullen hebben.
Het advies van de Inspectie van Financiën steunt zich op een stevig onderbouwde studie van de FOD Financiën en ligt in lijn met wat de Hoge Raad van Financiën en het Planbureau eerder hebben berekend. Volgens het koninklijk besluit van 20 mei 2022 brengen de inspecteurs van Financiën hun niet-bindend advies uit, in volle onafhankelijkheid. Dat zou er nog aan mankeren.
We bekijken hoe we kunnen tegemoetkomen aan een aantal opmerkingen die de inspectie heeft geformuleerd. De opbrengst van de meerwaardebelasting is een raming met de best mogelijke inschattingen die men op dat moment heeft, net zoals elke andere post in een begroting. Daarom hebben wij steeds een voorzichtige inschatting gemaakt van de opbrengsten. We leven in geopolitiek zeer onzekere tijden en in een onzekere economische markt, in het bijzonder voor ondernemers die zich geconfronteerd zien met dreigende handelstarieven.
Laten we echter niet vergeten dat het hier gaat om werkdocumenten. De wettekst is nog niet af en wordt nu technisch besproken. Wie ooit deel uitmaakte van een regering, weet dat, als men met een ontwerp van wet naar de regering komt, er niet meteen vanaf dag één een akkoord is; er zijn nog discussiepunten. Er wordt meestal gebikkeld en gepraat om de wettekst zo goed mogelijk te maken. Het is niet meer dan normaal dat die tekst dus nog evolueert. De wettekst is in constructie. Dat heb ik gisteren in de commissie voor Financiën gezegd en dat heeft ook de eerste minister vorige week in plenaire vergadering onderstreept.
Ik heb gisteren in de commissie de vraag gekregen of het advies bestond. Ik heb daar bevestigend op geantwoord. Ik heb niet de vraag gekregen of ik het advies wil delen. Vandaag kan ik antwoorden dat ik het advies van de Inspectie van Financiën zonder enig probleem met de Kamer deel.
Wat het debat ten gronde betreft, voor elk debat is er een tijd en een plaats. Het is niet de bedoeling dat wij tijdens het opstellen van wetsontwerpen in debat gaan met het Parlement. Wij zullen daarvoor uitgebreid de tijd hebben, op het moment dat het wetsontwerp hier wordt ingediend. Dat zal niet zo lang meer duren. Dan zullen we het in al zijn details kunnen bespreken en u ervan overtuigen dat het een goede wettekst is en dat er een goede opbrengst tegenover zal staan.
Voorzitter:
We luisteren naar de drie vragenstellers om te vernemen in welke mate zij gerustgesteld zijn.
Dieter Vanbesien:
Beste vrienden van Vooruit, het spijt me maar ik kan niet anders dan me opnieuw tot u te richten. Wat doet u nog in de arizonaregering? U maakt er deel van uit om de koopkracht te beschermen en om de sterkste schouders te laten bijdragen. Maar wat zien we? De meerwaardetaks wordt uitgehold: 500 miljoen euro was al veel te weinig en het wordt nog veel minder. Wat met de DBI-aftrek? Uitgehold. Wat met de automatische indexering? Uitgehold. Wat met de pensioenen? Uitgehold.
Weet u wat minister Jambon gisteren in de commissie gezegd heeft? Hij heeft gezegd dat het een politieke keuze is om eerst voor de concurrentiekracht van de bedrijven te gaan en pas daarna voor de koopkracht. Dat is de hiërarchie voor de man die aan de knoppen zit.
Collega’s, misschien moet het Parlement vandaag bij hoogdringendheid beslissen om dit jaar 1 mei af te schaffen. We gaan rechtstreeks over van 30 april naar 2 mei. Het zou de socialisten vanavond en morgen een aantal gênante momenten kunnen besparen.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je vous remercie de dire que vous voulez partager le document de l'Inspection des finances avec le Parlement. Nous prendrons connaissance de ce document avec beaucoup d'intérêt. Mais comment arrivez-vous aux 500 millions? Nous n'avons toujours pas eu la réponse. Il va falloir encore attendre apparemment.
Mais une chose est claire, monsieur Jambon, vous ne voulez pas repasser chez M. Van Peteghem car il a déjà dit que la mouture actuelle ne rapporterait jamais 500 millions d'euros. C'est clair.
Si nous voulons vraiment arriver à un équilibre budgétaire, nous avons besoin de taxer réellement les super-riches. Nous avons besoin d'une vraie taxe des millionnaires. C'est l'une des revendications que demain, le 1 er mai, nous mettrons en avant. Nous nous battrons pour cela.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, u en uw kabinet hebben een nieuwe rechtstak in het leven geroepen, namelijk die van de fiscale genealogie of belastingstamboekkunde. Collega's, voor alle duidelijkheid, het was een fictief voorbeeld. Ik heb geen aandelen, tante Lou bestaat niet en de worstenfabriek ook niet. Mijnheer de minister, ik en velen met mij zitten met volgende vraag: is dat nu gespeelde onkunde van uw kabinet of een bewuste sabotage van een taks, die u eigenlijk niet ziet zitten? De heer Theo Francken heeft de taks immers al onethisch genoemd. Uit het advies van de Inspectie van Financiën leren we niets dat we nog niet wisten. De opbrengsten zijn nattevingerwerk en de uitzonderingen zijn op niets gebaseerd. Bijgevolg zijn ze discriminerend en dus ongrondwettelijk. Er zal dus niets van in huis komen. Eat that, Oskar.
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
De DBI-belastingverhoging
Het DBI-stelsel en de financiële vaste activa
Wijzigingen in het DBI-stelsel en financiële vaste activa
Gesteld door
Les Engagés
Xavier Dubois
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PVDA
Kemal Bilmez
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de hervorming van het DBI-stelsel (RDT) en de onduidelijkheid over de nieuwe voorwaarden, met name de immobilisatievoorwaarde en de verwachting van 350 miljoen euro opbrengst ondanks het schrappen van een verstrenging (drempelverhoging van 2,5 naar 4 miljoen). Van Quickenborne waarschuwt voor kapitaalvlucht (start-ups/scale-ups naar Nederland/Luxemburg) en vraagt om transparantie over het IF-advies en de berekeningsmodellen, die minister Jambon weigert te delen, verwijzend naar de tweede lezing na Raad van State-advies. Bilmez kritiseert het gebrek aan politieke eenheid binnen de regering over deze "sterkste schouders"-maatregel, terwijl Dubois dringt op snelle verduidelijking van de fiscale definitie van "immobilisatie" via een circulaire.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je tiens tout d'abord à saluer les réformes engagées dans le cadre de l'accord de Pâques, qui traduisent la volonté de moderniser et de renforcer notre régime fiscal. De plus, les changements proposés au régime des revenus définitivement taxés (RDT) – pour rappel, un mécanisme qui vise à éviter la double imposition des dividendes perçus par une société mère sur les bénéfices réalisés par ses filiales – constituent une avancée assez notable. La transformation de ce régime en un système d’exonération ainsi que l’introduction d’une condition d’immobilisation financière sont autant de mesures qui vont dans le sens d’un système fiscal plus équitable pour nos entreprises et nos concitoyens.
Cela étant, une incertitude de taille subsiste quant à cette nouvelle condition d’immobilisation financière, qui serait déterminante pour bénéficier du régime réformé des RDT. Comme nous la comprenons, cette condition, qui ne concernera pas les petites sociétés, imposera que la participation détenue par la société mère dans sa filiale soit inscrite chez la première en tant qu’immobilisation financière. Or, à ce jour, cette notion d’immobilisation financière n’est définie que par le droit comptable et repose sur des critères particulièrement imprécis (par exemple, l'existence d'un "lien durable et spécifique"), laissant la place à une large marge d’appréciation et faisant donc peser un risque élevé d’insécurité juridique sur les entreprises concernées.
Monsieur le ministre, envisagez-vous de clarifier cette notion, en précisant les critères permettant de déterminer ce qui relève d’une immobilisation financière au sens fiscal, et plus particulièrement du régime des RDT, par exemple par le biais d’une circulaire administrative? Cela me semble nécessaire, car cela permettrait d'apporter une sécurité juridique qui est indispensable à la bonne application du régime.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, over de DBI-aftrek is beslist dat deze wordt omgezet in een vrijstelling. Dat is een goede zaak, waarvoor mijn felicitaties.
Wat ik wel opvallend vind, is dat er in het regeerakkoord sprake is van twee mogelijke verstrengingen. De 2,5 miljoen zou opgetrokken worden naar 4 miljoen en ook de twee voorwaarden voor de financiële en vaste activa zouden strenger worden. Dit laatste, wat de financiële en vaste activa betreft, is terug te vinden in het paasakkoord.
Dat kan wel bepaalde gevolgen hebben voor start-ups en scale-ups. Als men louter financiële participaties, dus niet de financiële vaste activa maar geldbeleggingen door investeringsvehikels en flexibele structuren, onmogelijk maakt, zal dit leiden tot een verschraling van de markt voor start-ups en scale-ups. Dan zullen de investeringsvehikels geneigd zijn uit te wijken naar landen waar het systeem competitiever is. Ik verwijs naar Nederland en Luxemburg. Innovatie zal daar meer gestimuleerd worden
Wat opvallend is, mijnheer de minister, is dat de andere voorwaarde, zijnde het optrekken van die 2,5 miljoen naar 4 miljoen, niet terug te vinden is in het paasakkoord. Het is wel een goede zaak dat u dit niet gedaan hebt, maar dan valt me wel iets anders op. Er is het regeerakkoord, dat toch de bijbel is van deze regering, en er zijn de opbrengsten. In de opbrengsten staat er 350 miljoen euro, nog voor die twee voorwaarden verstrengd worden. Eén ervan wordt niet verstrengd en toch blijft die 350 miljoen euro behouden.
Kunt u helder toelichten hoe u tot die 350 miljoen bent gekomen? Welke aannamecijfers of modellen liggen hieraan ten grondslag?
Meent u dat die verwachte 350 miljoen kunt blijven verantwoorden als de voorwaarde van de 4 miljoen verdwenen is?
Erkent u het risico dat door deze maatregel investeerders zullen uitwijken naar het buitenland?
Is er een advies van de IF? Wat staat er in dat advies te lezen, mijnheer de minister?
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, mijn vraag zal in een andere richting gaan, maar ik heb wel ongeveer dezelfde vragen. Het DBI-aftrekstelsel is een fiscaal cadeau dat de Staat gemiddeld 4 miljard euro per jaar kost. Om deze ongelijkheid te verminderen, staat in uw regeerakkoord dat er een aanpassing komt. De aftrek zou worden omgevormd tot een vrijstelling. De participatie zou worden verhoogd van 2,5 miljoen naar 4 miljoen. In uw paasakkoord rest alleen nog die participatievoorwaarde over financiële activa. Volgens de begroting van februari ging dat 350 miljoen opbrengen. Dat viel toen onder de sterkste schouders. In uw beleidsnota bevestigt u echter dat u slechts één van die wijzigingen uit het regeerakkoord gaat toepassen.
Zullen de extra inkomsten als gevolg van de wijzigingen van het DBI-stelsel in 2025 nog steeds 350 miljoen belopen?
Als de opbrengst lager uitvalt, wat waarschijnlijk het geval zal zijn, voorziet u dan in andere posten in te grijpen om het verschil op te vangen?
Jan Jambon:
Chers collègues, la mesure à laquelle la question fait référence fait partie de l'avant-projet de loi portant des dispositions fiscales diverses, qui a récemment été approuvé par le Conseil des ministre et qui sera soumis pour avis au Conseil d'État. Ce projet n'est donc pas encore définitif et pourra être adapté à la suite des éventuelles observations du Conseil d'État.
Mijnheer Van Quickenborne, u weet heel goed dat er na een eerste lezing steeds een tweede lezing komt.
Il me semble donc opportun de ne pas anticiper la discussion de ce projet au sein de la présente commission et de ne commencer la discussion à ce sujet qu'au moment de l'examen de ce projet de loi, après que tous les membres de la commission auront eu l'occasion d'étudier le projet de loi et son exposé des motifs.
Dan kom ik aan de vraag met betrekking tot de verduidelijking. Ik zal hier inderdaad zo snel mogelijk werk van maken. Zowel de administratie als mijn beleidscel Financiën proberen zo snel mogelijk na de publicatie van de wetgeving te komen met een circulaire, zodat belastingplichtigen goed op de hoogte zijn van de wijzigingen.
Mijnheer de voorzitter, ik zeg alles onder voorbehoud van de tweede lezing in de regering. Als ik nu antwoorden zou geven en er komen bij die tweede lezing nog wijzigingen, dan wordt daarover alleen meer verwarring gecreëerd.
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Nous attendons avec grande impatience la deuxième lecture, qui apportera plus d'informations. Concernant l'immobilisation financière, je pense que nous pourrions déjà travailler sur différents éléments qui permettraient de clarifier ce point. Il serait très intéressant que des informations plus concrètes nous parviennent rapidement afin que nous puissions apprécier le caractère précis de ces conditions qui semblent importantes dans le cadre du projet tel que validé en première lecture et, nous l'espérons, confirmé après la deuxième lecture.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik weet natuurlijk goed hoe het werkt: de eerste lezing, inwinnen van het advies van de Raad van State, de tweede lezing. Een eerste lezing kan echter pas worden afgerond na een advies van de Inspectie van Financiën. Ik heb u gevraagd of er een advies is van de Inspectie van Financiën en zo ja, wat erin te lezen valt. Kunt u daarop antwoorden?
Mijnheer de minister, is er een advies van de Inspectie van Financiën?
Jan Jambon:
Natuurlijk is er een advies.
Vincent Van Quickenborne:
Wat staat daar in?
Jan Jambon:
De repliek is niet bedoeld voor het stellen van vragen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik heb nog wat spreektijd over, waarvan ik gebruik wens te maken.
Voorzitter:
Ja, u hebt nog 1 minuut en 23 seconden.
Vincent Van Quickenborne:
Maakt u zich geen zorgen, mijnheer de voorzitter, die tijd zal ik niet opgebruiken.
Mijnheer de minister, in antwoord op mijn eerste, tweede en derde vraag kunt u natuurlijk verwijzen naar de tweede lezing, die we nog moeten afwachten en aanverwante toestanden.
Mijn vierde vraag, of er een advies is van de Inspectie van Financiën, is echter wel relevant. U hebt zonet ja geantwoord.
Dat advies is belangrijk, omdat daarin staat of de opbrengsten juist ingeschat worden. U beweert dat u 350 miljoen euro ophaalt, maar u schrapt één van de twee verstrengingen, waardoor ik mij afvraag of dat nog wel consistent is. Ik ben er overigens geen grote voorstander van, voor alle duidelijkheid, want als het aan mij ligt, worden beide verstrengingen geschrapt. Wij hebben de DBI trouwens niet veranderd, waarvoor we zwaarwegende argumenten hebben: het is heel slecht voor start-ups en scale-ups en bovendien komt er nog een meerwaardebelasting, wat het landschap al helemaal bemoeilijkt.
Ik concludeer dat u over de antwoorden op mijn vragen beschikt, maar dat u ze niet aan het Parlement geeft. Dat betreur ik ten zeerste.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, met twee dossiers wil de arizonaregering zogenaamd de sterkste schouders doen bijdragen: de meerwaardebelasting en de DBI. Het valt mij op dat regeringspartijen zoals cd&v en Vooruit daarover al zes maanden uiteenlopende verklaringen afleggen in de media. Daarbij komen uw antwoorden en uitspraken van Georges-Louis Bouchez. Na zes maanden horen we nog steeds dat we nog moeten afwachten, we gaan het zien. Dat heeft in mijn ogen een groot showgehalte, want daar staat tegenover dat inzake de pensioenen het debat helemaal niet zo groot is. Ook over de index, die wordt uitgesteld voor mensen werkzaam in de zorgsector en voor gepensioneerden, is er helemaal geen debat, want daar schaart de hele regering zich achter. Over de twee genoemde maatregelen echter, die niet eens over miljarden gaan maar over 350 miljoen, is er nog altijd geen akkoord, geen duidelijkheid. Ik ben dus net als de collega's benieuwd hoe dat eruit zal zien, als het er ooit komt.
De belastingvermindering voor de rechtsbijstandsverzekering
De mogelijke daling van de premies voor rechtsbijstandverzekeringen
Fiscale voordelen en premieontwikkelingen van rechtsbijstandverzekeringen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De belastingvermindering voor rechtsbijstandverzekeringen wordt per 1 januari 2026 afgeschaft, zonder definitieve beslissing over overgangsmaatregelen, maar met lopend overleg met de sector om premiedalingen af te dwingen—na eerdere stijgingen na de introductie van de aftrek in 2019. Van Quickenborne kritiseert de inconsistentie in transparantie tussen dit dossier en andere fiscale maatregelen (bv. DBI). Jambon bevestigt dat de tekst nog kan wijzigen na advies van de Raad van State. De toegankelijkheid van justitie blijft onbesproken als direct gevolg van de maatregel.
Steven Matheï:
Het regeerakkoord stelt een vermindering van de personenbelastingen en een vereenvoudiging van de fiscaliteit in het verschiet en kondigt een hervorming van het fiscaal stelsel aan. Zo zal de belastingvermindering voor de rechtsbijstandverzekering worden afgeschaft. Nu is er een beetje verwarring, in de zin dat er her en der werd geopperd dat de belastingvermindering vanaf 1 juli dan wel 1 januari wordt afgeschaft. Wanneer wordt die belastingvermindering nu eigenlijk afgeschaft? Over welke dossiers gaat het dan? Is er voorzien in overgangsmaatregelen voor lopende dossiers?
Wat is het effect van de maatregel op de toegankelijkheid van Justitie?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, toen toenmalige minister van Justitie Koen Geens in de Zweedse regering de belastingvermindering voor de rechtsbijstandverzekering had ingevoerd, gingen de premies voor de rechtsbijstandverzekering omhoog. Zo verhoogde volgens een bericht dat ik op de VRT-website terugvond, op 1 augustus 2019; mijn verjaardag, rechtsbijstandsverzekeraar DAS de premie met 120 euro en Arces, een merk binnen P&V Verzekering, met 75 euro. De regering geeft dus een voordeel aan de klant en het eerste wat de verzekeraars doen, is dat voordeel aan de klant in de zakken van hun maatschappij steken. Dat is toch ongelooflijk.
Nu zijn we zovele jaren later, en wat gebeurt er? Minister Jambon zegt het als minister van Financiën anders te zullen aanpakken. Hij heeft daarin groot gelijk. De fameuze belastingaftrek wordt afgeschaft. Het gebeurt pas 7 jaar later, of 6 jaar later, maar goed. Dan rijst wel de vraag of de premies nu opnieuw zullen dalen. We mogen toch hopen dat de mensen geen twee keren moeten betalen, de eerste keer onder Geens en de tweede keer onder Jambon?
Mijnheer de minister, zult u samenzitten met de sector, zodat de consument ook effectief een voordeel haalt uit de fiscale hervorming en dus niet twee keer het nadeel draagt?
Jan Jambon:
Collega's, afschaffing van de belastingvermindering voor de rechtsbijstandverzekering maakt inderdaad deel uit van het voorontwerp van wet houdende diverse fiscale bepalingen, dat onlangs door de ministerraad is goedgekeurd en dat ter advies zal worden voorgelegd aan de Raad van State. Daarin is inderdaad 1 januari als datum van inwerkingtreding opgenomen, net zoals trouwens voor de schrapping van alle andere aftrekposten.
Mijn beleidscel heeft overleg gehad met de sector en mijn administratie analyseert eventuele overgangsmaatregelen in het Wetboek diverse rechten en taksen om aan sommige bezorgdheden tegemoet te komen.
Ik wil alvast beklemtonen dat de tekst nog niet definitief is en nog kan worden aangepast naar aanleiding van eventuele opmerkingen van de Raad van State. We zullen daarover nog een discussie ten gronde voeren. Samenvattend, het overleg wordt vervolgd en de maatregel gaat in op 1 januari 2026.
Steven Matheï:
Bedankt voor uw antwoord.
Vincent Van Quickenborne:
Ik had ook een vraag gesteld, mijnheer de minister, maar u hebt enkel geantwoord op de vragen van de heer Matheï.
Jan Jambon:
Nee, u hebt gevraagd of er overleg geweest is met de sector en ik heb gezegd dat er overleg was met de sector.
Vincent Van Quickenborne:
Dat was toch met het oog op de vermindering van de premies?
Jan Jambon:
Dat was met het oog op de vermindering van de premies en we zullen het nog verder opvolgen.
Vincent Van Quickenborne:
Dat apprecieer ik.
Ten tweede apprecieer ik ook dat u naar aanleiding van de vraag met betrekking tot de rechtsbijstandverzekering wel al een en ander uit de tekst in eerste lezing deelt. Misschien is dat omdat de collega van cd&v de vraag stelt. U hebt het namelijk over 1 januari en overgangsmaatregelen. Als ik echter een gelijkaardige vraag over de DBI stel, luidt uw antwoord dat u nog niets kunt vertellen, aangezien het gaat om een tekst in eerste lezing. Dat zijn toch twee maten en twee gewichten? Of vindt u dat ik overdrijf?
Voorzitter:
De minister hoeft daarop niet te antwoorden.
Vincent Van Quickenborne:
Nee, maar hij zegt wel iets en het zijn interessante dingen.
Hoe dan ook, mijnheer de minister, ik vind het top en apprecieer het dat u wat openheid toont, maar ik had dat graag ook gezien als het over de andere maatregelen gaat. Ik vraag dat niet om mijn collega van de PVDA een plezier te doen, want dat is het laatste wat ik zou doen, maar om een debat te hebben.
Voorzitter:
Het lijkt wel één strijd, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
We zijn verenigd in de methode, maar niet in de inhoud.
De minimale verhoging v.d. belastingvrije som en het minimale voordeel voor de belastingbetaler
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Van Quickenborne kritiseert de minimale belastingverlaging (3-12 euro/mnd in 2027-2028) voor werkenden, die schril contrasteert met een golf aan belastingverhogingen (vliegtaks, DBI, meerwaardebelasting, geschrapte aftrekken) en een stijgende belastingdruk op arbeid in 2025. Jambon verdedigt de gefaseerde verhoging van de belastingvrije som (doel: 13.700 euro in 2029), benadrukt dat de hervorming pas na 2026 koopkracht moet verbeteren (na herstel concurrentiekracht) en wijst op selectieve belastingmaatregelen die niet iedereen treffen. Van Quickenborne kaartst aan dat de actuele belastingdruk stijgt ondanks toekomstbeloftes, en dat eerdere regeringen wél tarieven verlaagden, terwijl Jambons plannen vooralsnog onvoldoende concreet en te laat komen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, er komt een hele reeks belastingverhogingen op ons af: de hogere vliegtaks, de DBI, de carried intrest , de meerwaardebelasting, de niet-indexering van allerlei aftrekken en uitgaven en er zullen nog aftrekken worden geschrapt. Er komen dus heel veel belastingen op ons af. U hebt echter ook gezegd dat de belastingen zouden worden verlaagd voor mensen die werken. Dat is zeer goed en dat siert u. We zijn echter benieuwd wanneer dat zal gebeuren en hoeveel dat zal zijn voor de gewone mensen die werken. Dat interesseert ons namelijk.
Ik heb kennisgenomen van het feit dat u de belastingvrije som voor het aanslagjaar 2026 niet verhoogt. Dat was ook niet voorzien in het regeerakkoord, dus dat is goed. Voor het aanslagjaar 2027, dus voor de inkomsten van 2026, gaat de belastingvrije som van 4.785 naar 4.945 euro, te indexeren. In het aanslagjaar 2028 gaat de belastingvrije som van 4.945 naar 4.990 euro. Dat wil dus zeggen, als men dat omrekent op jaarbasis – 12 maanden en 25 %, want dat is het laagste tarief – dat voor het aanslagjaar 2027 het netto voordeel voor de belastingbetaler 3 euro per maand bedraagt. In het aanslagjaar 2028 zal het 1 euro extra per maand bedragen. 1 euro per maand in het aanslagjaar 2028! Goed, ik moet wel coulant zijn, op jaarbasis bedraagt het voordeel 12 euro. Voor het aanslagjaar 2027 zal dat dan 36 euro zijn. Mijnheer de minister, dat verbleekt toch in alles met de lawine aan belastingverhogingen die u voorziet? Ik zal ze echter niet helemaal opsommen.
Ik weet dat u zult zeggen dat u in 2029 de grote verhoging zult doorvoeren. Dat kan wel zijn, maar dat is pas in 2029. Dat zal dan ook nog enkel het geval zijn als er op dat moment nog een begroting zal zijn. Als ik immers de putten zie die nu worden gecreëerd. U hebt het waarschijnlijk ook gelezen in de krant en gezien in de begrotingstabellen die werden ingediend, het ziet er niet te fraai uit.
Klopt het dat die verhoging zo minimaal zal zijn? Is dat zo voor het aanslagjaar 2027 en 2028? Ik vermoed echter dat u zult zeggen dat het in een wet staat die nu in eerste lezing bij de Raad van State zit, dat u het daarna opnieuw zult bekijken en dat het misschien nog zal worden gewijzigd.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, voor het aanslagjaar 2026 – inkomstenjaar 2025, dit jaar dus, wordt inderdaad geen verhoging van de belastingvrije som voorzien. Dat was ook zo afgesproken.
In de regering analyseren we momenteel de verhoging van de belastingvrije som tijdens de volgende aanslagjaren. Het is de bedoeling om die verhoging over vier jaar te spreiden, over de aanslagjaren 2027 tot en met 2030. Het gaat, net zoals bij de pensioenhervorming, over een hervormingstraject van meerdere jaren. Dat is ook zo voorzien in het regeerakkoord.
De bedragen die u in uw vraag vermeldt, zijn basisbedragen en niet de geïndexeerde bedragen. U stelt de zaken dus – dat is niet de eerste keer – verkeerd voor.
Het is mijn bedoeling om de belastingvrije som te verhogen richting minstens 13.700 euro in 2029, zoals ik al heb gezegd in deze commissie. Dat bedrag van 13.700 euro houdt geen rekening met de indexatie in de volgende jaren, noch met andere parameters die op deze berekening een invloed hebben. Het bedrag zal dus mogelijk hoger zijn.
Het is inderdaad een politieke keuze om eerst de concurrentiekracht te herstellen en daarna pas in te zetten op de koopkracht. Daarnaast – ik kan dat toch niet genoeg herhalen – passen het schrappen van aftrekposten of een iets hogere vliegtaks, zoals u aanhaalt, bij deze regering in een globale belastinghervorming waarbij de belastingdruk uiteindelijk zal dalen. Dat is inderdaad een andere politiek dan de voorbije jaren, waarbij er enkel belastingverhogingen waren, maar geen verlagingen voor de brede werkende middenklasse. U hebt van alles aangekondigd, grote belastinghervormingen enzovoort, maar dat is allemaal dode letter gebleven.
Ik wil benadrukken dat sommige belastingen die u in uw vraag vermeldt, met name de regeling inzake carried interest , en de afschaffing van vrijstellingen en belastingverminderingen die amper gebruikt zijn, natuurlijk niet alle belastingplichtigen zullen treffen. Voor vele belastingplichtigen zal het dus gaan om een extra, weliswaar beperkte, koopkrachtverhoging via de fiscaliteit vanaf volgend jaar, maar zij zal boven op de verhoging van de maaltijdcheques van 8 naar 10 euro komen.
Vincent Van Quickenborne:
Dank u, mijnheer de minister. Ik heb daarnet in mijn vraag duidelijk gezegd dat de bedragen die ik heb vermeld, geïndexeerd moesten worden. Als u goed geluisterd hebt, weet u dat ik dat zo heb gezegd. Wat telt in de commissie, is wat ik zeg en niet wat ik geschreven heb. U ontkent dus niet dat de verhoging minimaal zal zijn voor de aanslagjaren 2027 en 2028. Over belastingverlagingen hebt u mij niet veel lessen te spellen. Wij hebben het hoogste tarief van 55 % en het tarief van 52,5 % afgeschaft. Wij hebben het aantal tarieven herleid van zeven naar vier. Deze regering schaft geen enkel belastingtarief af. U had eigenlijk gehoopt om het 50 %-tarief af te schaffen – dat zat in een van de supernota's – maar dat is niet gebeurd. Er is nog iets pijnlijks, mijnheer de minister, als men de begroting van 2025 goed analyseert, zoals wij dat hebben gedaan. Die begroting werd vrijdagavond om 21.50 uur op de website van de Kamer gepubliceerd. Als men ze goed analyseert, dan ziet men dat in 2025 de belastingdruk op arbeid zal stijgen. Dat is het probleem. Als men de optelsom maakt van de sociale bijdragen en de bedrijfsvoorheffing – ik nodig u uit om de tabellen te lezen – dan ziet men dat de belastingdruk op arbeid stijgt. U doet dus allerlei grote aankondigingen en beloftes en u hebt het daarbij voortdurend over het verleden, maar de putten die u nu aan het maken bent, zijn uw putten en de belastingdruk die aan het stijgen is, is uw belastingdruk die aan het stijgen is. Dat is het probleem. Met een minimale verhoging van de belastingvrije som zult u dat niet kunnen keren. Er is dus, mijnheer de minister, niet alleen een begrotingsprobleem, er is ook een belastingsprobleem. Dank u.
De meerwaardetaks
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De begrotingscijfers en de meerwaardebelasting
Belasting op meerwaarde en begrotingscijfers
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden meerwaardetaks en het groeiende begrotingstekort (4%), waarbij de regering beschuldigd wordt van chaos, gebrek aan transparantie en het ontzien van "sterke schouders" (rijken). Van Quickenborne (oppositie) hekelt dat minister Jambon in zijn voorstel alleen de 10-jaar-vrijstelling (voorstel-De Wever) opneemt, maar andere vrijstellingen (bv. 20.000€-grens of 20%-drempel) negeert, terwijl coalitiepartners en experten dit economisch dom noemen. Bayet en Bilmez benadrukken dat de regering geen akkoord heeft, de opbrengstdoelstelling (500 mio) onhaalbaar lijkt en sociale groepen (leraren, gepensioneerden) harder geraakt worden dan vermogenden, wat protesten uitlokt. Bertrand wijst op het verslechterde tekort (van 2,8% naar 4%) door ongedekte defensie-uitgaven en slechte kredietratings, terwijl Jambon de schuld afschuift op de vorige regering.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, mogelijk vraagt u zich af hoe het kan dat er nog vragen over de meerwaardetaks op de agenda staan. Nochtans is dat al even geleden. Het is niet juist dat we plankjes zouden zagen. We hebben lang op de teksten moeten wachten. Nu die ter beschikking zijn, vind ik het normaal dat we daarover vragen stellen.
Ik vind het alvast correct van u dat u vragen in de commissie voor Financiën komt beantwoorden. Dat kan ik niet zeggen over uw collega Van Peteghem. Vrijdagavond raakte bekend dat er een tekort is van 4 % en ondertussen hebben we daarover al iedereen gehoord in de wereld, zelfs de poetsvrouw, behalve één persoon, minister Van Peteghem. Morgen zal hij evenmin aanwezig zijn in de plenaire vergadering, aangezien hij deelneemt aan een of andere EVP-top. U bent wel aanwezig; dat is alvast positief.
Het is ons bekend dat de teksten die u geproduceerd hebt, nog voorwerp van discussie uitmaken, maar met die teksten hebt u wel al een bepaalde oriëntatie gekozen. De vraag van uw baas, eerste minister De Wever, is een vrijstelling voor wie tien jaar aandelen bezit, en dat hebt u in uw tekst opgenomen. De vraag naar vrijstelling van 10.000 naar 20.000 euro van de heer Mahdi, de arme man, staat niet in uw tekst. De vraag naar vrijstelling, onder de 20 %, van Georges-Louis Bouchez, nochtans een van uw grootste vrienden en bondgenoten in de regering, staat evenmin in uw tekst. Bye bye, Georges-Louis, ook niet gelukt. U hebt dus wel een bepaalde oriëntatie gekozen en daarom lijkt het mij maar normaal dat wij die bevragen.
Mijnheer de minister, waarom hebt u net die oriëntatie gekozen in de discussie?
De heer Rousseau, de partijvoorzitter van een van uw coalitiepartijen, noemt een vrijstelling voor tien jaar bezit economisch dom; dat heeft hij letterlijk zo gezegd. Ik mag hopen dat hij daarmee uw voorstel bedoelt en dat niet zegt over u.
Als u de meerwaardetaks invoert, hoop ik dat u op zijn minst de vrijstelling in geval van het aanhouden van aandelen gedurende tien jaar binnenhaalt, meer specifiek voor de heer Wouter De Both, de fameuze leraar; u weet over wie ik het heb. Hij spaart elke maand 200 euro voor zijn dochtertje. Voor Vooruit zijn dat de sterkste schouders, dat is een kapitalist. Welnu, ik hoop dat u minstens mensen zoals hij redt van ie verschrikkelijke meerwaardetaks. Daarom ben ik benieuwd naar uw antwoord, mijnheer de minister.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, j'avais posé cette question il y a déjà quelques semaines. À l'époque, c'était déjà une saga gouvernementale, et cela continue. C'est une question évidemment essentielle: qu'allons-nous faire sur la taxation des plus-values? Entre-temps, il y a même eu un débat jeudi passé en séance plénière, lors duquel notre premier ministre a dit qu'il n'y avait pas d'accord de gouvernement sur votre proposition d'exonération de 10 années, et que le seul accord qui compterait, ce serait celui du gouvernement.
Je voudrais savoir où cela en est, puisque nous allons bientôt commencer les discussions budgétaires.
Vous voyez tous les jours que les gens sont dans les rues en train de râler tellement votre gouvernement prend des mesures difficiles, mais nous n’avons pas beaucoup entendu parler des larges épaules. Comme vient de le rappeler mon collègue, nous avons plutôt l'impression que personne n'est d'accord sur ce dossier, qui est pourtant essentiel. Pour celui-là, je veux bien jouer le rôle de cheerleader , parce qu’il est plus qu'important que tous les revenus, tant du capital que du travail, soient taxés à une juste mesure.
Monsieur le ministre, que faisons-nous? Avez-vous trop vite parlé à la presse? C'est vraiment une question essentielle à laquelle nous avons besoin d'avoir des réponses maintenant. Cela fait quand même quelques mois maintenant que vous êtes en charge. J'imagine que vous allez nous répondre clairement.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, uw wettekst is afgelopen donderdag gelekt. Daarin merken we enkele verschillen op met het regeerakkoord. Het belangrijkste verschil is de vrijstelling voor aandelen die langer dan tien jaar worden aangehouden. Op basis daarvan hebben twee van uw coalitiepartners, cd&v en Vooruit, verklaard dat dat het hele systeem ondermijnt en dat het regeerakkoord daarmee niet wordt gerespecteerd. Bovendien verklaart minister van Begroting Van Peteghem dat het niet mogelijk zal zijn om de verwachte opbrengst van 500 miljoen euro tegen 2029 te halen.
Ik denk dat ik al weet hoe u zult antwoorden op mijn vragen, maar ik zal ze toch stellen. Zal de opbrengst van 500 miljoen euro tegen 2029, zoals ingeschreven in de begrotingstabellen van februari, nog altijd worden gehaald?
Indien niet, is het dan de bedoeling om het verschil elders te compenseren, zoals de heer Bouchez heeft gesuggereerd?
Is de volledige vrijstelling voor aandelen die langer dan tien jaar worden aangehouden, in overeenstemming met het regeerakkoord?
Volgens de pers is er een studie van de FOD Financiën over de meerwaardebelasting.
Vincent Van Quickenborne:
Het is een advies van de Inspectie van Financiën, een advies.
Kemal Bilmez:
Is het mogelijk om dat bekend te maken?
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, mijn vraag was hier toegevoegd, maar eigenlijk heeft ze niet echt betrekking op de meerwaardebelasting, behalve als u het begrotingstekort daarmee zou oplossen. Alles kan uiteraard, maar ik zal mijn vraag toch stellen.
U hebt bij de aanvang van de legislatuur beloofd dat u het tekort tegen 2030 zou terugdringen tot onder de Europese drempel van 3 %. Dat verhaal van 3 % is eigenlijk een beetje tricky . Ik zie daar leerlingen zitten. U kent de Europese regels. Een tekort lager dan 3 % bbp is heel belangrijk, maar dat geldt voor heel België. Dat is de federale regering, samen met alle gemeenschappen en gewesten. Het probleem van de federale regering is dat zij belooft het tekort te zullen terugdringen tot onder de 3 %, maar alleen voor de federale overheid. Zo werkt dat natuurlijk niet. Europa kijkt naar het hele land.
Mijnheer de minister, waarom stel ik u die vraag? Maak u geen zorgen. Ik stel dezelfde vraag aan de minister van Begroting, maar die komt niet antwoorden. Bovendien bent ú verantwoordelijk voor de schuld en voor de opbrengsten. Dat is heel belangrijk voor de begroting. U bent eigenlijk coverantwoordelijk.
Ik kom tot mijn punt. Waar zaten wij in 2024, in het jaar van lopende zaken, de laatste begroting van de regering-De Croo? We zaten op 2,8 % tekort voor entiteit 1, voor de federale overheid. U hebt nu net een begroting ingediend met een tekort van 4 % voor entiteit 1. Ik wil niet weten hoeveel het is voor huis België samen. Ik heb die berekening nog niet gemaakt, maar dat zal waarschijnlijk rond de 6 % liggen. Dat is rampzalig, veel slechter dan wat de vorige regering heeft gedaan.
Weinig mensen hebben het opgepikt, maar dit is heel belangrijk – vandaar ook mijn vraag aan u, mijnheer de minister, want het is uw verantwoordelijkheid, uw bevoegdheid. Standard & Poor's, het ratingagentschap dat een waarde geeft aan onze schuld en dus eigenlijk beslist of een land al dan niet geloofwaardig is op het vlak van krediet – een A of zelfs een AAA van het agentschap is heel goed; een mindere score betekent dat het meer kost om de schuld af te betalen, wat een ramp is – heeft afgelopen vrijdag meegedeeld dat onze vooruitzichten negatief zullen zijn. Dat betekent dus concreet dat onze schuld binnenkort meer zal kosten. Hoe zult u dat oplossen, mijnheer de minister? Hoe zult u vermijden dat wij meer moeten betalen om schulden te herfinancieren? We zien immers dat er heel veel schulden zijn gemaakt. Er zijn dus niet alleen meer schulden, ze zullen bovendien ook meer kosten. Hoe zult u dat oplossen?
Jan Jambon:
Mevrouw Bertrand, we hebben de discussie daarover bij de regeringsvorming gevoerd en we zullen die ook bij de begrotingsbespreking voeren. U hebt wel ongelooflijk veel lef dat net u dergelijke uitspraken doet, terwijl u zelf medeverantwoordelijk bent voor het debacle dat ons op -3 % heeft gezet. Als we niet ingrijpen en gewoon verder doen, dan eindigen we op het einde van deze legislatuur met -min 7 %. U hebt ons opgescheept met defensie-uitgaven die ver onder de 2 % zitten. Nu worden wij inderdaad geconfronteerd met een wijzigende internationale situatie, die ons in juni waarschijnlijk tot nog hogere defensie-uitgaven zal nopen.
Dat die budgettaire uitdaging gigantisch is, dat die schulduitdaging gigantisch is, is een feit, maar de oorzaak, de root cause analysis wijst naar de vorige regering. Verder wil ik daar niet te veel woorden aan vuil maken.
Trouwens, het ging hier over de meerwaardebelasting.
Monsieur Bayet, s'agissant de la taxe sur les plus-values, le premier rendement est prévu pour 2026. Il n'est donc pas inclus dans le budget 2025.
Voor het antwoord op uw vraag over de meerwaardebelasting verwijs ik naar wat de heer De Wever vorige week in de plenaire vergadering heeft gezegd. Ik heb het al 100 keer gezegd. Er zijn werkteksten over de meerwaardebelasting.
Certains aspects de la taxe sur les plus-values sont précisés dans l'accord de gouvernement, tandis que d'autres doivent encore être éclairés. J'ai soumis une proposition qui sera discutée en intercabinets, puis en Conseil des ministres.
We zullen als het resultaat er is, alles in detail kunnen bespreken en dat zal niet meer zo lang duren. Ingaan op werkdocumenten, op work in progress, heeft nu geen zin.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer Jambon, ik meen dat het toch nog ons recht is vragen te stellen, des te meer wanneer meerderheidspartijen allerlei verklaringen afleggen die in alle richtingen gaan, wanneer de chaos totaal is en wanneer zelfs de minister van Budget, die vice-eersteminister is, komt zeggen dat u uw budgettair rendement niet zult halen. De verklaringen gaan in alle richtingen en dan verwacht u van ons dat wij van de oppositie gewoon onze mond houden? We leven toch nog in een democratie? We mogen toch nog vragen stellen?
U had het over werkteksten. Ik hoop dat het om meer dan werkteksten gaat. Het gaat om een voorontwerp, een dat u samen met uw kabinet hebt geschreven en waarin u oriëntaties kiest. Zo kiest u voor de vrijstelling van De Wever, terwijl De Wever zelf heeft erkend dat dat niet in het regeerakkoord staat, en gooit u de andere vrijstelling in de vuilnisbak. Dat is uw oriëntatie. Wij stellen daar vragen over.
Wat uw antwoord aan collega Alexa Bertrand betreft, ik laat u opmerken dat het de commissievoorzitter is, die vragen samenvoegt. Dat is niet haar verantwoordelijkheid. Speel bovendien wat minder op de vrouw of op de man. U kunt blijven verwijzen naar het verleden. Maar weet u wanneer de defensie-uitgaven op hun laagste niveau zaten? Dat was toen de minister van Defensie door uw partij geleverd werd, in 2015. Die bedroegen toen 0,9 %. Het laagste niveau was onder uw partij.
De putten die u nu creëert, het tekort van 4 %, zijn uw putten. U bent het die defensie-uitgaven doet en die een blanco cheque uitschrijft, maar niets financiert. U bent het die een begroting gestart is in 2025 met een tekort van 2,2 miljard. U bent het die het rapport van het Monitoringcomité, met 2,4 miljard extra tekort, niet repareert. Lees wat de heer Peersman en alle economen over uw beleid zeggen. Budgettair hebt u grote beloften gedaan, maar u zult ze niet inlossen. En dat is uw probleem. Er komt een probleem van geloofwaardigheid. U doet straffe beloften, maar u hebt het tot nu toe triestig gedaan en u bent nog maar 12 weken bezig, mijnheer de minister. Herpak u eens.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse, même si je regrette à nouveau qu'elle soit excessivement courte.
Ce qui se cache en vérité derrière ce projet de loi, c'est évidemment la crédibilité de votre gouvernement. Ce n'est pas moi qui ai dit dans la presse que vous aviez mis des mois à discuter, parce que l'accord de gouvernement a été élaboré au détail près. On voit à quel point. En effet, trois mois après la formation de ce gouvernement, vous êtes encore en intercabinets et vous ne savez pas ce que vous allez faire. Depuis que vous venez en commission des Finances, vous nous dites que cela va aller mieux, surtout sans les socialistes, que toutes les exonérations seront abrogées et que tout le monde sera mis sur un pied d'égalité. Quand je vous ai demandé pourquoi vous supprimiez les déductions pour l'adoption d'un enfant, alors que cela concerne généralement des couples qui souffrent de ne pas en avoir, vous m'avez répondu: "Nous arrêtons avec les exonérations et les pensions alimentaires. Nous mettons tout le monde sur un pied d'égalité." De même, vous rabotez toutes ces associations qui œuvrent en faveur de la solidarité au sein du pays – la Croix-Rouge, Médecins sans frontières, etc.
En revanche, s'agissant de la taxation des plus riches et des plus-values, comme par hasard, il n'y a rien. C'est vous qui le dites, monsieur le ministre. Vous pouvez soupirer et remuer les épaules, si vous le voulez. C'est votre communication! C'est celle de votre gouvernement! Vous nous avez dit que vous travailliez dessus depuis des mois, mais vous n'êtes nulle part. Pour la crédibilité, excusez-moi, mais vous repasserez.
Vous me répondez par ailleurs: "Monsieur Bayet, ne vous tracassez pas, aucune recette n'est prévue pour 2025". Je l'avais bien compris, monsieur le ministre, et je trouve cela scandaleux. Il semble clair à tout le monde que vous n'allez pas taxer les épaules les plus larges. En revanche, les travailleurs et les retraités vont déguster. Et après, vous vous étonnez que tout le monde se mette en grève et qu'il y ait encore une grève générale aujourd'hui? Vous avez fermé les robinets des enseignants en leur disant: "Vous ne saurez pas si vous pouvez prendre votre pension à la fin de l'année scolaire". Là, pour eux, pas de problème! Oui, ce sont des petits salaires. Mais ceux qui gagnent des millions et des milliards, on ne va surtout pas les embêter. Voilà à quoi ressemble votre crédibilité!
Kemal Bilmez:
Je pense que mon collègue Bayet a très bien résumé la situation.
Ik had wel gedacht, mijnheer de minister, dat u hetzelfde antwoord zou geven als de heer De Wever dat deed over het DBI-stelsel. Ik herhaal dus mijn argumenten. Als het gaat om de pensioenen – u bent ook minister van Pensioenen en het is dus passend om daarnaar te verwijzen – dan laat u honderden, duizenden mensen boeten door hun minder pensioen uit te betalen, omdat ze, terwijl ze toch heel hard hebben gewerkt, een ziek waren of een arbeidsongeval kregen. Daarover is men het in de regering het eens. De details zijn uitgewerkt, de cijfers kloppen en worden niet aangepast. Daarover verschijnt in de media niet elke dag een andere verklaring van uw collega-ministers. Als het echter om twee kleine maatregelen gaat die u zou nemen om de superrijken, de sterkste schouders mee te doen bijdragen, dan is het totale chaos. Dat toont aan dat de arizonaregering nooit de ambitie heeft gehad om de sterke schouders te doen betalen. Het is een afbraakregering en een militariseringsregering. Ik hoop dat u nog naar andere posten durft te kijken dan alleen de pensioenen van de hardwerkende mensen. Er is geld genoeg aan de top. Laten we ook naar dat geld durven te kijken en het regeerakkoord respecteren, en niet altijd naar de heer Bouchez luisteren.
Alexia Bertrand:
Mijnheer de minister, wij hadden beloofd dat wij een feitelijke, faire en krachtige oppositie zouden voeren. Ik zal over feiten spreken. U herhaalt steeds opnieuw dat, als u niets zou doen, het tekort zou stijgen. Dat is het principe zelf van de politiek. Als u niets doet, dan stijgt natuurlijk het tekort. Dat is logisch wegens de vergrijzingskosten. Toen de vorige regering aantrad in 2020, kondigde men een tekort van 4,5 % in 2024 voor entiteit I aan. De regering landde evenwel op 2,8 %, omdat ze niet bij ongewijzigd beleid is gebleven. Ze heeft een beleid gevoerd om dat tekort in te perken. U noemt het schandalig, want als u niets doet, het tekort zal stijgen. Welnu, mijnheer de minister, het tekort stijgt nu nog sneller dan wanneer u niks doet. Met uw maatregelen zorgt u ervoor dat het tekort nog sneller stijgt. Het tekort bedraagt vandaag 4 %. Het bedroeg vorig jaar met de vorige regering nog 2,8 %. Dat is het gevolg van uw keuzes, omdat u Defensie financiert met een ongedekte cheque. Wij steunen die uitgaven voor Defensie, maar u moet er wel geld voor vinden. Dat vraagt een inspanning: samen zitten, af en toe 's nachts, ook in een conclaaf, zoals wij dat deden, en geld vinden. Ik geef toe dat het niet gemakkelijk is, maar u hebt dat in uw paasakkoord niet gedaan. Het gaat dus om de gevolgen van uw beleid. Had ik als voormalig staatssecretaris van Begroting niets ondernomen, dan bedroeg het tekort 4,5 % in 2024. U kunt het verslag van het Monitoringcomité van 2020 nog eens nalezen. Ik heb dat tekort doen dalen en het eindigde op2,8 %. Uw redenering in verband met ongewijzigd beleid is absurd. Zo werkt de politiek niet.
De aangifte in de rechtspersonenbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jan Jambon bevestigt dat de omstreden huurbijlage 270 MLH (voor vzw’s) nog verplicht is, maar dat een vereenvoudigd alternatief in voorbereiding is zoals afgesproken in het regeerakkoord. De indieningstermijn blijft 7 maanden na boekjaarafsluiting (met uitzondering tot 30/09/2025 voor boekjaren afgesloten tussen 31/12/2024–28/02/2025), en Biztax gaat open op 30/04/2025, zonder verlengde termijn. Specifieke ondersteuning voor vzw-bestuurders ontbreekt nu, maar Jambon wijst op toekomstige hervormingen in de non-profitfiscaliteit. Steven Matheï dringt aan op kortetermijnhulp om de administratieve last voor vrijwilligers te verlichten.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, vorige week verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuw aangifteformulier van de rechtspersonenbelasting, dat natuurlijk ook vertaald wordt in de elektronische toepassing Biztax. Heel wat vzw's, meer dan honderdduizend, zullen dat onder andere moeten invullen, in principe zeven maanden na de afsluiting van het boekjaar. Bij de lancering en de voorstelling van het nieuw aangifteformulier is echter geen specifieke indieningsdatum bepaald die later ligt, wat normaal gesproken volgens ons nochtans wel de gewoonte is.
Mijnheer de minister, in de eerste plaats heb ik vragen over het aangifteformulier zelf. Normaal gesproken wordt verwacht dat ook de bijlage 270 MLH, de huurbijlage, toegevoegd wordt, wat een erge administratieve rompslomp extra betekent voor de vzw's. In het regeerakkoord staat dat die bijlage zal worden geschrapt. Is dat op dit moment reeds gebeurd? Kunt u bevestigen dat de indieningstermijn niet verlengd wordt, of is een verlenging wel voorzien en wordt daarover nog gecommuniceerd? Vanaf welk moment zal de elektronische toepassing van het aangifteformulier Biztax van toepassing zijn?
Daarnet hebben we al gesproken over de personenbelasting en heel het netwerk aan begeleidingsmaatregelen, zoals via de lokale besturen, telefonisch advies enzovoort om de mensen te helpen bij het invullen van hun aangifte. Bij de rechtspersonenbelasting hebben we te maken met heel wat vzw's, vrijwilligers en bestuurders, die het niet gewoon zijn om een belastingformulier in te vullen. Voorziet u specifieke begeleiding of een specifieke hulplijn om de vrijwilligers en bestuurders te ondersteunen bij die administratief noodzakelijke opdracht van hun mandaat?
Jan Jambon:
Mijnheer Matheï, om op uw eerste vraag te antwoorden, conform de huidige toepasselijke wetgeving maakt de bijlage 270 MLH nog steeds deel uit van de aangifte. Het regeerakkoord stelt dat de regering de bijlage nr. 270 MLH, dus de huurbijlage, zo snel mogelijk zal schrappen en zal werken aan een minder administratief belastend alternatief, rekening houdend met de informatie waarover de administratie reeds beschikt. Mijn administratie en de beleidscel werken momenteel aan dat alternatief.
De indieningsdatum is de datum die conform artikel 310 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt bepaald. De indieningsdatum is dus de laatste dag van de zevende maand volgend op het afsluiten van het boekjaar, met de nuance dat dit 30 september 2025 wordt voor de gevallen waar de afsluiting van het boekjaar gebeurde in de periode van 31 december 2024 tot en met 28 februari 2025. Bij indiening van de aangifte via Biztax wordt de indieningsdatum in de applicatie duidelijk aangegeven. Een kalender met alle indieningsdata zal ook worden gepubliceerd op de website van de FOD Financiën. De toepassing Biztax zal op 30 april worden geopend voor het aanslagjaar 2025.
Voor de belastingplichtigen in de rechtspersonenbelasting is er momenteel geen specifieke ondersteuning bij het invullen van de belastingaangifte voorzien, maar zoals u weet stelt het regeerakkoord een hervorming van de non-profitfiscaliteit in het vooruitzicht en dat lijkt mij zeker een element. Die informatie lijkt mij dus zeker een element dat we verder kunnen bestuderen.
Steven Matheï:
Bedankt, mijnheer de minister, voor het antwoord en de duidelijkheid rond de indieningstermijn en de openstelling van Biztax. Dat zal dus voor morgen zijn. Het is echter ook belangrijk om ook de vzw's en de bijhorende bestuurders en vrijwilligers ten volle te ondersteunen. Dat kan inderdaad op langere termijn door een vereenvoudiging van de fiscaliteit, maar op korte termijn zou ik toch willen oproepen om ook voor hen de nodige ondersteuning te voorzien. Dat zal een taak die sowieso redelijk zwaar is alleen maar lichter maken en dat is in het voordeel van ons allemaal.
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting van de regering-De Wever
Belastingbeleid regering-De Wever
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draaide om twee hoofdthema’s: (1) een politieke strijd over wie (Clarinval of Vandenbroucke) een parlementaire vraag over de algemene indexatiebedreiging en concertatie sociale moest beantwoorden, waarbij de oppositie de regering beschuldigde van ontwijkend gedrag door de vraag te verschuiven naar Vandenbroucke (soortelijk zorgsector) in plaats van Clarinval (breder sociaal overleg). (2) Een felle kritiek op de geplande meerwaardebelasting, waarbij oppositiepartijen (Open Vld, PVDA, Vlaams Belang) de regering (met name Vooruit) verweten de belasting zodanig uit te hollen (bv. vrijstelling na 10 jaar) dat alleen de middenklasse – niet de superrijken – ze zal betalen, terwijl de regering benadrukte dat de technisch-juridische uitwerking nog lopende is en het regeerakkoord gerespecteerd zal worden.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, ainsi que je l'ai évoqué avec vous avant le début de cette séance, notre groupe, par l'intermédiaire de Patrick Prévot, avait déposé une question à l'adresse du ministre de l'Emploi et de l'Économie, M. Clarinval, qui est parmi nous cet après-midi. Cette question a été réorientée par le gouvernement vers le ministre Frank Vandenbroucke alors que l'objet de la question de M. Prévot est bien plus large que l'impact d'une non-indexation pour les travailleurs du secteur des soins santé, bien que cela reste un point d'attention particulier pour le groupe socialiste. Mais au-delà de cela, sa question porte davantage sur la concertation sociale et en tant que ministre de l'Emploi, M. Clarinval est aussi ministre de la concertation sociale. Nous souhaiterions, d'autant plus que M. Clarinval est présent parmi nous cet après-midi, que la question de M. Prévot lui soit posée. Si M. Clarinval a besoin d'un temps de préparation pour affiner sa réponse avec le ministre Vandenbroucke, M. Prévot est disposé à attendre, à passer son tour et à intervenir plus tard.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, ik weet niet of de regering daar iets aan toe te voegen heeft. In ieder geval is mij meegedeeld dat minister Vandenbroucke namens de regering antwoordt. Over meer gegevens beschik ik niet.
Het klopt inderdaad dat die vraag van uw fractie gericht was aan minister Clarinval. Het komt de regering toe te bepalen wie een vraag beantwoordt. Uit uw eigen ministeriële periode weet u dat vragen soms worden doorgeschoven. Ik kan alleen aan de regering vragen om in de mate van het mogelijke, zonder erover te kunnen oordelen of het mogelijk is, respect op te brengen voor de wensen van de Kamer en van de fracties die een vraag willen stellen. Daar eindigt mijn bevoegdheid.
Pierre-Yves Dermagne:
J'entends vos remarques, mais donnons la parole au ministre Clarinval, qui est présent. Son expression non verbale indiquait qu'il était disposé à répondre à la question de M. Prévot. Pétri des certitudes qui sont les siennes, il ne devrait pas avoir de difficulté ou de peur à répondre à une question de M. Prévot.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, het probleem met de interpretaties van lichaamstaal is dat die interpretaties een redelijke breedte hebben. Ik sluit niet uit dat uw interpretatie de juiste is, al meende ik de lichaamstaal anders te lezen. Ik stel in ieder geval vast dat minister Clarinval slechts beperkte inspanningen levert om het woord te vragen.
David Clarinval:
Je veux bien répondre à cette question, mais elle porte spécifiquement sur les soins de santé. C'est mon collègue Frank Vandenbroucke qui est en charge de cette matière. Il a accepté d'y répondre. Si l'intitulé de la question avait été plus large, englobant par exemple la concertation sociale, j'y aurais sans doute répondu. Cependant, dans ce cas précis, mon collègue Vandenbroucke y répondra.
Si M. Prévot veut m'interroger la semaine prochaine ou plus tard, je n'aurai aucun problème à lui répondre. Il faut tâcher d'être plus précis dans les titres des questions car, dans ce cas-ci, Frank Vandenbroucke et moi-même avions compris que la question concernait les soins de santé.
Pierre-Yves Dermagne:
Je vais mettre ça sur le compte d'une mauvaise information du ministre Clarinval. Le texte et le titre précis de la question portent sur les menaces sur l'indexation de manière générale, pas uniquement dans les soins de santé, et visent notamment la concertation sociale.
Par ailleurs, comme vous le savez, les questions d'actualité se font aussi de manière spontanée et ne nécessitent pas de document écrit. Un champ plus ou moins large peut donc exister entre le moment où le titre de la question a été déposé et le moment où la question est posée.
Dans ce cas précis, les questions de M. Prévot sont adressées au ministre Clarinval et visent ses compétences. Il vient en outre de dire qu'il était disposé à y répondre.
N'allongeons pas le délai! Vous n'avez quand même pas peur de répondre à cette question-là, monsieur Clarinval?
David Clarinval:
Le ministre Vandenbroucke a prévu une réponse.
Pierre-Yves Dermagne:
(…)
Voorzitter:
Ik denk dat u uw punt hebt gemaakt. De vraag was inderdaad aan de heer Clarinval gericht. De formulering van de vraag is wat ze is. Dat heeft een zekere beperking. Laat het nogmaals een argument zijn om de vraag zo gedetailleerd mogelijk in de titel op te nemen. Dan is het wellicht duidelijker.
Sofie Merckx:
Je voudrais appuyer le propos de M. Dermagne. Il est fréquent que des questions soient renvoyées vers un autre membre du gouvernement quand le ministre est indisponible, mais aussi que des questions soient jointes. La proposition de M. Dermagne vise à ce que les ministres répondent ensemble. Si un groupe pose une question à un ministre précis, c'est pour une raison précise. Ici, le débat ne porte pas seulement sur l'indexation des salaires du personnel soignant, mais aussi de l'ensemble des travailleurs. Que devient ce mécanisme d'indexation, qui relève de la compétence de M. Clarinval? Le bon compromis serait donc que les deux ministres répondent ensemble aux deux questions.
Patrick Prévot:
Monsieur le président, je ne dirais pas qu'il s'agit d'un grave précédent, parce que, malheureusement, nous vivons des précédents chaque semaine. Mais, en matière de contrôle de l'action gouvernementale, cela pose vraiment un problème.
Ma question, comme l'a dit mon chef de groupe, est beaucoup plus large que celle des soins de santé. Si j'ai adressé cette question à M. Clarinval, c'est parce que nous avons été contactés par d'autres secteurs, notamment les universités, et qu'il est chargé de la concertation sociale. Je souhaiterais dès lors qu'il puisse répondre personnellement à cette question. Son cabinet n'est pas loin, et il a une équipe de collaboratrices et de collaborateurs de haut niveau. Il n'est pas sot de penser qu'un ministre, qui est à disposition du Parlement, comme tous les membres du gouvernement, puisse répondre à une question de contrôle de l'action gouvernementale. Son cabinet est le plus proche du Parlement, et M. Clarinval est ici présent.
Essayons de joindre les questions; M. Vandenbroucke répondra sur la partie soins de santé, s'il le souhaite, et M. Clarinval sur le reste de ses compétences. Sinon, ce n'est pas M. Clarinval qui va chagriner M. Vandenbroucke, mais ce sont les secteurs qui nous ont contactés qui vont être chagrinés de ne pas avoir, encore une fois, une réponse complète à leur question.
Pierre-Yves Dermagne:
Je voudrais apporter un dernier élément de précision. Entre le moment du dépôt de la question, un peu avant 11 h, et le moment où nous nous sommes parlé en début de séance, il y a aussi eu des contacts entre le groupe PS, les services et le cabinet du ministre Clarinval pour préciser que le périmètre de la question allait au-delà de l’indexation des salaires dans le secteur des soins de santé.
L’information a été transmise. Des e-mails ont été échangés. Je ne vais pas les lire. Nous avons déjà eu un précédent il y a quelques jours. Mais je vous indique que ces échanges ont bien eu lieu et que ces précisions ont bien été transmises au cabinet du ministre.
Mais faisons bref procès. Le ministre est là. Il a dit qu’il était disposé à répondre à la partie qui le concernait, et qu’on joigne donc la réponse du ministre Clarinval à celle du ministre Vandenbroucke.
Voorzitter:
Ik denk niet gehoord te hebben heb dat hij bereid zou zijn er hier vandaag op te antwoorden. Dat is mijns inziens niet gezegd.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le président, je voudrais simplement rappeler aux collègues que toutes les réponses qui sont apportées ici, quel qu'en soit l'auteur, engagent le gouvernement dans son ensemble et que celui-ci reste maître d'envoyer le représentant qu'il souhaite pour répondre aux questions. Donc, nous pourrions clore le débat et maintenir l'ordre du jour.
Chers collègues, quand M. Vandenbroucke répond – rassurez-vous –, c'est moins bon pour vos vidéos Facebook, mais cela engage tout autant le gouvernement que si c'était David Clarinval ou n'importe quel autre ministre qui répondait.
Par conséquent, je vous demanderai, monsieur le président, de mettre un terme à ce débat qui nous fait perdre du temps inutilement. Je vous remercie.
Voorzitter:
Collega’s, de diverse standpunten zijn meegedeeld. Ik heb daar alle begrip voor. Elk antwoord van de regeringsleden komt evenwel van de regering en vertegenwoordigt de volledige regering.
Dan nodig ik nu de premier en de heer Van Quickenborne uit om naar hier te komen, voor een eerste reeks vragen, over de meerwaardebelasting.
Mevrouw De Knop, u wilt terugkomen op het vorige punt? Het debat is eigenlijk gesloten. Ik kan niet terugkomen op de vaststelling die ik geformuleerd heb.
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, ik had u graag het woord gevraagd, maar u ging te snel over naar het volgende agendapunt.
Als liberaal en vrijzinnige ben ik verbouwereerd over de minuut stilte die wij hier namens de Kamer van volksvertegenwoordigers hebben gehouden voor een kerkelijke vorst. Het gaat om een conservatieve kerkelijke vorst die absoluut geen respect had voor vrouwenrechten en holebi’s en die met name mensen die abortus plegen, moordenaars heeft genoemd.
Voor hem hebben wij hier daarnet een minuut stilte gehouden. Ik wens mij daar persoonlijk van te distantiëren. (Applaus bij sommige leden)
Voorzitter:
Dat hebt u dan bij deze gedaan.
Het is redelijk ongebruikelijk dat rouwhuldes op die manier worden aangevuld. Het is echter uw vrijheid om uw mening daarover te ventileren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik heb een vraag over de meerwaardebelasting. De teksten zijn intussen bekend. Het zijn geen vijgen na Pasen, het zijn belastingen na Pasen.
Waarvoor wij gewaarschuwd hebben, wordt nu duidelijk, mijnheer de eerste minister. Eerst was er sprake van een solidariteitsbijdrage, een tijdelijke crisisbijdrage, maar dat blijkt nu een platte belasting te zijn. Er was ook sprake van om dat door de sterkste schouders te laten betalen, maar nu blijkt dat de gewone middenklasse die belasting zal moeten betalen. Mensen die een verzekeringscontract afsluiten, zullen die belastingen moeten betalen. Mensen met een tak 21-spaarregeling zullen die belastingen moeten betalen. Mensen die actief zijn in beleggingsfondsen, dat zijn honderdduizenden Belgen, zullen die belastingen moeten betalen. Jonge mensen, studenten die hun spaarcenten meer willen laten renderen met ETF's, trackers die de beurs volgen, zullen die belastingen moeten betalen. Het zijn dus niet de sterkste schouders, maar de gewone schouders die de belastingen zullen moeten betalen, mijnheer de eerste minister.
Wat ook duidelijk is, is dat de vrijstellingen die door verschillende partijen werden gevraagd er niet komen. De vrijstelling van 20.000 euro, die door de heer Mahdi werd gevraagd, staat er niet in. De vrijstelling onder de 20 %, gevraagd door de heer Bouchez, staat er niet in. Eén vrijstelling staat er wel in en dat is de vrijstelling die u hebt gevraagd, mijnheer de eerste minister. U hebt daar zelf over gezegd: het staat niet in het regeerakkoord, maar we gaan het toch doen. Dat is de vrijstelling voor mensen die hun producten langer dan 10 jaar aanhouden. Dat is een goede vrijstelling, want dat beschermt mensen die goede huisvaders zijn. Daarover heeft de heer Seuntjens al gezegd: dat staat niet in het regeerakkoord, dat gaan we niet doen.
Mijnheer de eerste minister, ik heb één eenvoudige vraag voor u. Die vrijstelling van 10 jaar, komt die er of komt die er niet?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de eerste minister, u bent ondertussen geland met uw paasakkoord. Het wordt dus tijd het eens te hebben over de vijgen na Pasen die het akkoord niet gehaald hebben.
Een meerwaardebelasting die als doel heeft de rijken ook iets te doen bijdragen, is zo'n vijg. Die staat niet in uw paasakkoord. De rijken kunnen nog even op hun twee oren slapen. Maar die vijg gaat niet weg, natuurlijk. Uw minister van Financiën heeft vandaag in de pers laten weten dat hij die belasting verder zal uithollen. Wie tien jaar lang zijn aandelen bijhoudt, wordt vrijgesteld. U noemde die mensen enkele weken geleden "de brave huisvaders."
Maar wie zijn die brave huisvaders die zulke grote bedragen meer dan tien jaar kunnen missen? Laat ik als voorbeeld twee fictieve vrienden nemen, Fernand Muts en Marc Toucke. Beiden hebben ze heel veel geld. Ze beleggen een deel ervan in aandelen, maar ze hebben genoeg ander geld, zodat ze er tien jaar lang kunnen afblijven. Na die tien jaar verkopen ze hun aandelen met een winst van 1 miljard euro. Hoeveel moeten deze brave huisvaders daar dan op bijdragen? Niets! Nul! Vrijgesteld!
De echte brave huisvader die zijn spaargeld even parkeert in aandelen, om het daarna weer op te nemen omdat hij een huis wil kopen of een trouwfeest wil organiseren, die moet die taks wel betalen. Het effect van uw uitholling is dus dat de sterkste schouders hun bijdrage kunnen ontlopen maar dat de gewone man in de straat moet betalen. Nog maar eens.
Mijnheer de eerste minister, enkele weken geleden hebt u voor de camera's verklaard dat deze uitholling er zou komen. Daarna hebt u moeten toegeven dat u voor uw beurt had gesproken. Vandaag doet uw minister van Financiën dezelfde uitspraken. Mijn vraag aan u is of u kunt bevestigen dat ook uw minister van Financiën voor zijn beurt heeft gesproken.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega's, gewone werkende mensen betalen tot wel 50 % belastingen. Wie het zich daarentegen kan veroorloven om heel veel aandelen te kopen en daar een enorme winst opmaakt en meerwaarde int, betaalt daar vandaag nul euro belasting op. Dat is toch niet normaal, zeker in deze tijden. Daar moeten we eerlijk over zijn. In deze tijden is het niet aanvaardbaar dat er niet wordt belast. Men vraagt aan iedereen een bijdrage, maar aan die grote vermogens niet. Dat kan niet.
Voor Vooruit is het al langer duidelijk: iedereen moet een bijdrage leveren, ook de grote vermogens, degenen die een grote meerwaarde op aandelen boeken, de sterkste schouders dus, zeker wanneer de regering moeilijke beslissingen moet nemen om het land op orde te stellen en een inspanning vraagt van de gewone mensen. Dan moeten de sterkste schouders absoluut bijdragen.
De beslissing om een meerwaardebelasting in te voeren, is historisch. Na jaren gezever legt de arizonaregering met Vooruit eindelijk een meerwaardebelasting op. Een dergelijke belasting bestaat trouwens al in onze buurlanden, voor alle duidelijkheid. Voor ons is het de logica zelve dat als gewone werkende mensen een inspanning moeten leveren, ook de allerrijksten een bijdrage moeten doen.
Mijnheer de premier, het is goed dat er een concreet voorstel ter uitwerking van de laatste modaliteiten op tafel ligt. Laat het duidelijk zijn, in Vooruit zult u altijd een partner vinden om de modaliteiten volgens de afspraak in het regeerakkoord concreet uit te werken. Dat regeerakkoord, dat ik hier bij mij heb, is heel duidelijk: het enige onderscheid in ons regeerakkoord is gebaseerd op het aanmerkelijk belang.
Mijnheer de premier, een gelijke verdeling van de inspanningen is voor onze fractie, voor Vooruit essentieel. Wij staan te popelen om het wetsonderwerp rond de meerwaardebelasting te bespreken in het Parlement. Wanneer mogen we die bespreking verwachten?
Sofie Merckx:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega's, de meerwaardebelasting was het symbooldossier dat moest aantonen dat niet alleen van de bevolking een inspanning werd gevraagd, maar van iedereen, ook van de superrijken. Van bij het begin was het echter duidelijk dat de superrijken niet zouden moeten bijdragen en dat ze de dans zouden ontspringen, want zij bezitten aandelen in vennootschappen en moeten daarvoor niet betalen via de personenbelasting. Van bij het begin was het ook duidelijk dat er heel veel ruzie was in de regering over de uitvoeringsmodaliteiten. Op basis van wat er gelekt is, kunnen we toch wel stellen dat hetgeen er op tafel lag, nog verder wordt uitgehold en rijst de vraag wat er van het oorspronkelijk voornemen nog overblijft.
Ik vat even samen wat de regering doet. Als het erop aankomt om de mensen langer te doen werken en een pensioenmalus op te leggen, dan gaat iedereen akkoord. Als het erop aankomt om te sjoemelen met de indexering, onder andere van de pensioenen, dan gaat iedereen akkoord. Als het erop aankomt om te jagen op de langdurig zieken en de dokters, dan gaat iedereen akkoord, ook Vooruit. Maar als het erop aankomt om een kleine bijdrage te vragen van de superrijken, dan is het kot te klein.
Mijnheer de premier, het is duidelijk dat hetgeen er op tafel ligt, steeds meer uitholt wat er eigenlijk moet gebeuren en het ziet er helemaal niet naar uit dat de superrijken een bijdrage zullen moeten leveren. Van bij het begin was het al duidelijk: 23 miljard voor de gewone mensen, 500 miljoen voor de superrijken. Kunt u mij garanderen dat de meerwaardebelasting (…)
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de premier, doet u het nog graag, dit land redden? Uw minister heeft dat goed bekeken: een Jambonnetje lossen en dan naar het buitenland vertrekken.
Wat we vandaag op tafel zien liggen, is niet zomaar een wetsontwerp. Neen, het is het zoveelste bewijs van een regering die bij het minste vervalt in openlijke discussie. Het zogenaamd paasakkoord is nog niet koud of het gekibbel binnen uw regering begint opnieuw. Dit wetsontwerp is niets anders dan knip- en plakwerk om de ideologische brokken binnen deze meerderheid te lijmen. Vooruit blijft tot vandaag op dit spreekgestoelte luid roepen dat het regeerakkoord glashelder is, maar blijkbaar was dat akkoord zo vaag dat nu elke partij haar eigen waarheid in de teksten van Jambon leest.
Ondertussen zitten de hardwerkende en sparende Vlamingen met de dreiging van een nieuwe belasting die de ene dag wordt opgepookt en de andere dag weer wordt geminimaliseerd. Neem nu cd&v, dat enkele weken geleden nog terecht verwees naar de onderwijzer, de goede huisvader, die voor zijn dochtertje elke maand iets opzijzette en pleitte voor een vrijstelling tot 20.000 euro, maar nu in het kader van de defensie-uitgaven weer komt pleiten voor meer inkomsten uit diezelfde meerwaardebelasting. Wat is het nu? Of neem nu uw N-VA, mijnheer de premier. Het papiertje van Bouchez is blijkbaar teruggevonden. U zei voor de camera's dat er een vrijstelling komt voor wie zijn aandelen tien jaar bijhoudt. Dat is een goede zaak, maar een vergissing volgens sommigen binnen uw regering, een bewuste toegeving volgens anderen.
Alleen al de toelichting bij dit wetsontwerp bestaat uit ruim 50 pagina's. Ze staat vol met ingewikkelde bijsturingen, uitzonderingen en ronduit lachwekkende berekeningen, tot in de vierde graad bij familie. Hopeloos complex! Zijn dat de eerlijke belastingen, is dat de rechtvaardige fiscaliteit die u de kiezer hebt beloofd?
Bart De Wever:
Geachte leden, sommige leden hebben gesproken over fictieve vrienden. Misschien hebben ze geen andere vrienden. Ik weet het niet, dus het is mogelijk. Alleszins is het hier vooralsnog wel een fictief debat, want, zoals u allen weet, er is nog geen wetsontwerp over het onderwerp in de Kamer ingediend.
De collega van Vooruit verklaart te popelen, samen met alle andere vooral Nederlandstalige collega's. Ik snap dat. De arizonacoalitie heeft veel enthousiasme voor het debat in het huis hier gebracht. Dat is goed, maar de waarheid is dat het overleg over de modaliteiten van de meerwaardebelasting nog lopende is in de regering en zich op het moment nog maar op het technische niveau afspeelt.
Behoudens wat de minister van Financiën enkele weken geleden hier is komen duiden aan het Parlement op basis van de tekst van het regeerakkoord, is er dus namens de regering vandaag geen extra commentaar te geven over dit onderwerp, want men kan hier alleen namens de regering spreken – u hebt dat in het inleidende debat samen vastgesteld – en er is nog geen standpunt van de regering over het onderwerp. Er is nog geen wetsontwerp dat als vrucht van die consensus in het huis hier is ingediend.
Het gaat hier over werkdocumenten, die hun weg hebben gevonden naar de pers. Dat is altijd jammer, want dan krijgt men allerlei premature bespiegelingen en die bespiegelingen zijn politiek uiteraard nuttig. Ik heb er ook. Als u mijn persoonlijke mening over het onderwerp wilt kennen, geef ik u die graag in de koffiekamer. Dan kunnen wij spreken van mens tot mens, maar hier kan ik alleen als eerste minister spreken. U kunt daar met mij, zoals u weet, enkel koffie drinken of, als ik zeer goed geluimd ben, misschien een cola zero, maar niks anders. Laat dat duidelijk zijn. Ik wens u allen trouwens ook toe dat het binnenkort alleen nog maar dat zal zijn.
Zodra het wetsontwerp ingediend is – we zullen daarmee komen dans les meilleurs délais –, dan zullen in eerste instantie de minister van Financiën en ook ik ter beschikking staan voor alle vragen, die u daarover kunt stellen, maar dat is op het moment nog te vroeg.
Voorzitter:
Mijnheer de eerste minister, ik heb hier ooit Montesquieu geciteerd, de vader van de scheiding der machten. Ik wil u dat nog even in herinnering brengen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, ik merk toch enige schroom in uw antwoord. U hebt ook zelf gezegd dat indien u hiermee uw ding mocht doen, u waarschijnlijk andere dingen zou doen dan wat in het regeerakkoord staat. U hebt natuurlijk wel een punt.
Wie zal die meerwaardebelasting namelijk betalen, mijnheer El Yakhloufi? Alle mensen die keihard werken. Het zijn niet de werklozen en de uitkeringstrekkers die de meerwaardebelasting zullen betalen. Het zijn de mensen die werken, die die meerwaardebelasting zullen betalen en dat is de essentie.
Mijnheer de eerste minister, we hebben met de Vlaamse liberalen 25 jaar die belasting tegengehouden en u weet waarom. We hebben die belasting in de Zweedse regering ook samen bestreden. Dat weet u ook nog zeer goed. Nu we uit de regering zijn, zult u die gewoon invoeren.
Ik weet waarom u niet graag persconferenties organiseert. U voelt namelijk een zekere schaamte voor deze maatregelen en ik begrijp u.
Dieter Vanbesien:
Collega's, de vrienden van Vooruit roepen hier al maanden dat ze ervoor gekozen hebben om in deze regering te stappen, omdat ze een aantal belangrijke linkse trofeeën hebben kunnen binnenhalen. Er komt een meerwaardebelasting, zodat de sterkste schouders een eerlijke bijdrage zullen leveren, en de koopkracht zal worden beschermd, want er wordt niet geraakt aan de automatische indexering.
Wat is echter het bilan na drie maanden? De meerwaardetaks heeft het paasakkoord niet gehaald en ze zal fel worden uitgehold, zodat de echt sterke schouders de dans kunnen ontlopen. Ook de automatische indexering wordt uitgehold en onder andere het zorgpersoneel is daarvan de dupe.
Enkele maanden geleden zei Conner Rousseau dat we moesten stoppen met Arizona een centrumrechtse regering te noemen. Mijnheer El Yakhloufi, uw voorzitter heeft gelijk, dit is geen centrumrechtse regering, maar een pure rechtse regering.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor het u graag zeggen, want na 25 jaar liberalen aan de macht zijn de belastingen voor gewone mensen inderdaad te hoog. Dat is omdat u geen bijdrage van die sterkste schouders durfde en wilde vragen. Het is een schande. Deze regering zal daarin verandering brengen.
Mijnheer de eerste minister, hetgeen u zegt, is juist. Ik vind het wel jammer dat we het via de pers moesten vernemen, maar er ligt nog geen wetsontwerp klaar.
Wel stel ik het volgende vast als het gaat over de oppositie. Ik vind het zelfs amusant en bijzonder. Er is Open Vld, die na 25 jaar nu klaagt over te veel belastingen, maar men mag zeker niet raken aan die rijke vriendjes. Mijnheer Van Quickenborne, ik geloof dat uw vrienden meer dan 10.000 euro winst maken.
Dan is er de PVDA, heel bijzonder, die zegt geen belastingen op kapitaal, want blijkbaar hebben de kiezers van de PVDA meer dan 10.000 euro winst op meerwaarde. U zou Karl Marx nog eens moeten lezen, dat moet u zeker nog eens doen.
En dan is er het Vlaams Belang. (…)
Voorzitter:
Ik dank u voor deze literatuurtip. Het was gisteren boekendag.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, het idee dat iedereen zal moeten bijdragen, is een ballonnetje dat meer en meer doorprikt wordt. Dat geldt ook voor het riedeltje dat het geld op is en dat we daarom moeten besparen. In uw paasakkoord hebt u 4 miljard gevonden voor Defensie, dat is dan weer geen probleem. En dan is er het riedeltje dat de werkende mensen zouden beloond worden. Waar is de 500 euro die beloofd werd aan de werkende mensen? Waar is die? U wilt zelfs chipoteren aan de index. Dat is wat u wilt doen.
En ik heb Marx goed gelezen. Wij hebben Marx goed gelezen. Weet u wat wij weten? Meer en meer mensen zien in dat dit een afbraakregering is. Meer en meer mensen zijn kwaad op deze regering. Meer en meer mensen komen op straat tegen de regering. Dat is hetgeen wij komende zondag ook gaan doen. We komen op straat tegen deze afbraakregering en voor vrede.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, gaat u ook uw weekendplannen uit de doeken doen? Wij wachten in spanning.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de eerste minister, uw regering heeft duidelijk last van incontinentie. Lekken alom. De politieke discussie binnen uw regering, vandaag opnieuw, zorgt voor fiscale onzekerheid, een onzekerheid die verstikkend is voor het vertrouwen van diegenen die werken, ondernemen, sparen en beleggen in dit land. Dat zijn vooral de Vlamingen. De teksten die nu uitlekken zijn geen eerlijke, rechtvaardige, of coherente fiscaliteit. Dit is politiek kladwerk. De vraag is dus of die Jambontaks zal falen bij de juridische toets dan wel een economische en begrotingsflop zal worden. Wij van Vlaams Belang verdedigen de belangen van die hardwerkende, ondernemende, sparende en beleggende Vlamingen. Wij zullen ons tegen deze zoveelste nieuwe belasting op de kap van die Vlamingen verzetten.
De Europese koolstoftaks
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sam Van Rooy (Vlaams Belang) bekritiseert de klimaatmaatregelen van de regering en EU (Green Deal, CO₂-taks) als dure, onnodige belasting die gezinnen in armoede duwt, en pleit voor belastingverlaging in plaats van een "taxshift". Jean-Luc Crucke (regering) verdedigt de koolstofprijs als noodzakelijk om klimaatschade te internaliseren en wijst op het Sociaal Klimaatfonds (€1,1 mld) om kwetsbaren te ondersteunen, maar Van Rooy wijst dit af als onvoldoende en misleidend, noemend het beleid "klimaatregelneverij" die levenskwaliteit aantast.
Sam Van Rooy:
Mijnheer de voorzitter, net als de klimaathysterische vivaldiregering onderwerpt ook de huidige regering zich helaas slaafs aan het Klimaatakkoord van Parijs en aan de welvaartvernietigende Green Deal van de Europese Unie.
De Green Deal werd tijdens de vorige legislatuur door een Vlaamse N-VA-minister terecht een mean deal en een green steal genoemd. Dat blijken echter helaas alweer loze woorden te zijn. De huidige regering zet de CO 2 -religie van de vivaldiregering immers gewoon voort. Hoewel de impact van België op de wereldwijde CO 2 -uitstoot en op de wereldwijde temperatuur verwaarloosbaar is, wil de huidige regering dat wij zogenaamd klimaatneutraal worden.
Daarom willen de regering-De Wever en de Europese Unie benzine, diesel, mazout en aardgas steeds duurder maken. De huidige regering wil dat doen door een zogenaamde taxshift van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. De Europese Unie doet dat door de invoering van een CO 2 -taks.
Die nieuwe koolstoftaks zal onze gezinnen tot wel 650 euro per jaar extra kosten. Autorijden en verwarmen zullen dus voor onze gezinnen veel duurder worden. Gezinnen die het nu al niet breed hebben, zullen in de armoede worden geduwd. Onze middenklasse zal nog maar eens bloeden en aan levenskwaliteit inboeten.
Mijnheer de minister, ik geef u nu al aan dat wij geen genoegen nemen met nog maar eens het riedeltje van een sociaal klimaatfonds om de impact te verzachten. Wij willen geen nieuwe koolstoftaks. Wij willen geen taxshift. Wij willen een taxcut, zijnde een belastingverlaging voor alle gezinnen en alleenstaanden in België.
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega, uw voorganger zei dat we te weinig doen voor het klimaat en u zegt dat we te veel doen voor het klimaat. We zijn zeker uit evenwicht, maar dat is misschien onze stijl.
Vanaf 2027 zullen leveranciers van fossiele brandstoffen uitstootrechten moeten inleveren in het kader van het Europese emissiehandelssysteem ETS 2. Het gaat daarbij niet om een boete, maar om een koolstofprijs. Op die manier worden de externe kosten als gevolg van de impact van fossiele brandstoffen op het klimaat geïntegreerd in de prijs. Zonder koolstofprijs worden de externe kosten door de klimaatschade afgewenteld op de samenleving. De prijs moet brandstofgebruikers het signaal geven om minder koolstofintensieve alternatieven te verkiezen.
Investeringen in de klimaattransitie zijn hoe dan ook noodzakelijk. Het grote voordeel van de invoering van een koolstofprijs, in plaats van het louter inzetten op directe regulering, is dat dat instrument alle opties voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, gaande van investeringen tot gedragsveranderingen, op een evenredige wijze stimuleert.
De FOD Volksgezondheid heeft als opdracht de impact van ETS 2 op de energiefactuur van gezinnen te berekenen. De schatting zal natuurlijk afhankelijk zijn van de uiteindelijke koolstofprijs in ETS 2. Tijdens de Raad Milieu in maart hebben talrijke lidstaten de Commissie ook verzocht een effectenbeoordeling uit te voeren.
Het Sociaal Klimaatfonds heeft als doel de meest kwetsbare groep te ondersteunen door hun energie- of brandstofverbruik te verminderen of door hun energierekening rechtstreeks te verlagen. Voor België beschikt het Sociaal Klimaatfonds over een Europese envelop van 1,1 miljard euro. Dat is niet niks.
Sam Van Rooy:
Minister, ik heb u net gezegd dat wij geen genoegen nemen met een riedeltje over een sociaal klimaatfonds en het verzachten van de impact. Dat zal immers simpelweg niet voldoen.
U hebt natuurlijk, net zoals alle voorgangers, dat politiek correcte, misleidende riedeltje opgezegd om ons een rad voor de ogen te draaien. De regering-De Wever is een vivaldi 2.0-regering: mensen worden gedwongen hun huis te isoleren, een dure warmtepomp te kopen en elektrisch te rijden. Dat is dus klimaatregelneverij. Door die klimaatreligie zullen onze gezinnen en alleenstaanden, hoe u het ook draait of keert, honderden euro's per jaar extra moeten betalen.
Dat is schandalig. Ik en het Vlaams Belang zeggen dat men moet stoppen met de CO 2 -hysterie en dat men eindelijk eens de torenhoge belastingen in dit land moet verlagen.
Voorzitter:
Daarmee sluiten we de vragenronde af.
De Jambontaks: belasting voor de federale overheid of bijdrage aan de sociale zekerheid
De meerwaardebelasting en het belang van de A- en B-aandelen bij een 'aanmerkelijk belang'
Belastingen, aandelen en bijdragen aan overheid en sociale zekerheid
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Lode Vereeck vraagt of bij de meerwaardebelasting op aanmerkelijke belangen (10% voor kleine, progressief tot 10% voor grote beleggers) rekening wordt gehouden met verschillen in stemrecht en winstaandeel tussen A- en B-aandelen onder het nieuwe vennootschapsrecht. Minister Jambon wijst elke gedetailleerde discussie af, verwijzend naar nog lopende regeringsonderhandelingen en toekomstige parlementaire behandeling. Vereeck benadrukt dat de complexiteit van de regeling (met name rond aandelenrechten) onvoldoende is doordacht, gegeven eerdere strubbelingen in het regeerakkoord. De concrete invulling blijft onduidelijk, met uitstel van verdere vragen.
Voorzitter:
De heer Vermeersch is verontschuldigd.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, we kennen ongeveer het grote schema van de meerwaardebelasting: kleine beleggers zullen 10 % taks betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf 10.000 euro en grote beleggers met een aanmerkelijk belang van 20 % in een vennootschap worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0 % en 10 %.
In principe is ieder aandeel evenveel waard, met een gelijk winstaandeel en stemrecht. Sinds het nieuwe vennootschapsrecht kunnen aandeelhouders hiervan echter afwijken en kiezen welke rechten ze aan welke aandelen koppelen. Er zijn nu zogenaamde A- en B-aandelen met minder of meer winstdeelname respectievelijk minder beslissingsbevoegdheden.
Wordt bij de waardering van het aanmerkelijk belang in een vennootschap rekening gehouden met het belang van de rechten verbonden aan de verschillende soorten aandelen? Zo ja, welke parameters worden in rekening gebracht bij de waardering van een aanmerkelijk belang in een vennootschap? Is dat het aantal stemmen of het winstaandeel van de verschillende soorten aandelen?
Jan Jambon:
Mijnheer Vereeck, u kunt iedere week proberen om op alle mogelijke details in te gaan. Ik zeg niet dat uw vragen onbelangrijk zijn, maar ik zal er niet op antwoorden. De grote lijnen staan in het regeerakkoord en de rest zullen we eerst in de regering bespreken. Daarna zullen we de teksten hier in het Parlement indienen. Dan zullen we zoveel tijd als u wenst spenderen om op elke lijn van de nieuwe wet in te gaan.
Vandaag zal ik dus niet op uw vragen kunnen antwoorden. Eerst moet de regering de teksten goedkeuren en dan komen die ter bespreking in het Parlement. Dan zullen we heel uitgebreid over alle modaliteiten van gedachten wisselen hier in commissie. Ik kijk daar absoluut naar uit.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, oorspronkelijk was ik heel verbaasd dat de regeling van de algemene solidariteitsbijdrage niet beter was uitgewerkt, terwijl andere onderdelen van het regeerakkoord dat wel zijn, bijvoorbeeld de pensioenbijdrage.
Die bijdrage is nu eenmaal een gevoelige aangelegenheid. Aangezien uw regering zich al bijna twee keer de nek heeft gebroken bij de onderhandelingen over haar totstandkoming, zou ik denken dat daarover toch heldere, gedetailleerde afspraken bestaan.
Intussen kennen wij uw antwoord. Als u niet kunt antwoorden, dan wil ik met mijn vraag alvast u en uw kabinet meegeven dat het niet eenvoudig zal zijn om een wetsontwerp ter zake op te stellen en u verzoeken bij de opmaak rekening te houden met het onderscheid tussen A- en B-aandelen.
Voorzitter:
Les questions jointes n° s 56003059C, 56003060C et 56003063C de M. Hugues Bayet et n° 56003062C de M. Dimitri Legasse sont reportées à la demande des auteurs.
De minimumbelasting op multinationale bedrijven
De invordering van een recordbedrag aan bijkomende belastingen bij multinationals
De minimumbelasting voor grote bedrijven
De opbrengst van de belasting voor multinationals
Pillar II
Internationale minimumbelasting voor grote en multinationale ondernemingen
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België houdt vast aan de OESO-minimumbelasting van 15% voor multinationals, omgezet via EU-richtlijn en nationaal recht, en ziet EU-recht als voorrangrijk op bilaterale verdragen (behalve pre-EU-verdragen). De VS trekken zich terug, maar België pleit binnen de EU voor dialoog met de VS en een gezamenlijke oplossing, zonder zelf verdragen op te zeggen of aan te passen, aangezien belastingsoevereiniteit bij lidstaten ligt. De fiscale opbrengst uit de maatregel (doel: €624 miljoen in 2024) wordt nu op minstens €430 miljoen geschat, met verwachte stijging door betere handhaving (datamining, gespecialiseerd personeel). Kritiek blijft op onduidelijkheid in opbrengstisolatie en de spanning tussen EU-recht en nationale belastingautonomie.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, de nieuwe Amerikaanse regering verwerpt de minimumbelasting van 15 % op de winsten van multinationale bedrijven uit hun wereldwijde activiteiten. De Verenigde Staten trekken zich dus terug uit het multilaterale akkoord dat daarover werd gesloten binnen de OESO. De kans bestaat dat nog andere landen volgen.
Nochtans heeft het Amerikaans Congres het verdrag al geratificeerd. In totaal 130 landen, waaronder ook de lidstaten van de Europese Unie, hebben ermee ingestemd. De Europese Raad keurde ook een overeenkomstige richtlijn goed.
Deze minimumbelasting kan aanleiding geven tot grensoverschrijdende belastingtoeslagen, maar ook tot juridische conflicten met de bepalingen van bilaterale belastingverdragen, die met grote waarschijnlijkheid tot rechtszaken zullen leiden. Bovendien gaan die bilaterale belastingverdragen niet alleen over vennootschapsbelasting.
Ik heb een aantal vragen voor u.
Ten eerste, zal België zijn bilaterale belastingverdragen trachten aan te passen in overleg met de partnerlanden, in het bijzonder de Verenigde Staten, om in lijn te blijven met de multilaterale minimumbelasting, die is afgesproken binnen de OESO?
Of zal België zijn bilaterale belastingverdragen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, opschorten of opzeggen, om in lijn te blijven met de multilaterale OESO-minimumbelasting?
Of zal België zijn bilaterale belastingverdragen honoreren en de multilaterale minimumbelasting voor Amerikaanse bedrijven opschorten of opzeggen?
Wat is het standpunt dat de Belgische regering hierover zal innemen binnen de Europese Unie?
Vindt de Belgische regering dat de Europese Unie de lidstaten achter hun veren moet zitten om die bilaterale verdragen op te schorten, dan wel op te zeggen met het oog op het multilaterale verdrag?
Vindt de Belgische regering dat de aanpassing van belastingverdragen überhaupt behoort tot de bevoegdheid van de Europese Unie, of van de lidstaten?
Vindt de Belgische regering dat de Europese Unie de Europese richtlijn over de minimumbelasting moet intrekken?
Houdt de Belgische regering vast aan de minimumbelasting? Werkt zij aan een fiscaal alternatief? Zo ja, welk voorstel zal de Belgische regering doen?
Simon Dethier:
Monsieur le ministre, selon des informations récentes relayées par la presse, l'administration fiscale entend récupérer pour 2024 un montant record de 1,17 milliard d'euros supplémentaires auprès de multinationales n'ayant pas correctement déclaré leurs bénéfices en Belgique.
Ce montant, dont 980 millions d'euros sont liés à des dossiers exceptionnels concernant un nombre restreint de grandes entreprises, représente une augmentation visiblement significative par rapport aux années précédentes.
Monsieur le ministre, la hauteur de ce rapport constitue-t-elle effectivement une exception notable par rapport aux années précédentes?
Quels sont les principaux facteurs qui expliquent ces montants particulièrement élevés, tout en comprenant les limites liées au secret fiscal dans votre réponse?
Quelles actions le gouvernement met-il en place pour assurer le recouvrement effectif de ces montants et dissuader durablement les entreprises concernées de recourir à de telles pratiques?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, dans le budget 2024 était prévu un rendement de 624 millions d'euros pour la mesure "impôt minimum sur les multinationales".
Mon collègue Bayet vous a déjà interrogé sur le sujet. Au sein de mon groupe, nous avons toutefois le sentiment que vous avez globalisé votre réponse alors que la question ne portait que sur la disposition de 15 % d'impôt minimum pour les entreprises ayant un chiffre d'affaires supérieur à 750 millions d'euros.
Monsieur le ministre, mes questions seront donc très claires et j'espère que vos réponses le seront tout autant.
Pourriez-vous nous indiquer le montant des versements anticipés reçus uniquement pour cette mesure spécifique? Pourriez-vous déjà confirmer que la recette totale attendue pour 2024 sera bien atteinte?
Jan Jambon:
Monsieur Dethier, s'agissant de votre première question, les résultats récurrents, en retirant les résultats exceptionnels, démontrent depuis 2020 une tendance à la hausse avec des variations par année. L'année 2024 présente de bons résultats pour la cellule "prix de transfert et fiscalité internationale". Ceux-ci sont inférieurs aux résultats de 2023, mais toujours à la hausse dans le temps.
S'agissant de votre deuxième question, les résultats de la cellule "prix de transfert et fiscalité internationale" montrent que, d'une part, le recrutement de personnel supplémentaire a porté ses fruits et que, d'autre part, la décision de se concentrer davantage sur la spécialisation porte ses fruits. L'impact de la cellule s'accroît également car nous avons pu faire appel à des logiciels plus sophistiqués ces dernières années.
S'agissant de votre troisième question, l'Administration générale de la Perception et du Recouvrement (AGPR) est compétente pour le recouvrement de ces créances. Le recouvrement s'effectue suivant une stratégie appliquée uniformément à toutes les personnes morales. Cette stratégie s'appuie sur les modèles de datamining et prévoit la mise en œuvre d'actions de recouvrement variées en fonction de l'importance des créances. Ces actions consistent par exemple en des saisies-arrêts simplifiées auprès des clients et des banques, des missions confiées à un huissier de justice, la prise de l'inscription hypothécaire en cas de biens immobiliers, etc. L'AGPR dispose donc d'un panier de moyens en fonction des circonstances.
Monsieur Prévot, le SPF Finances a commencé à suivre les recettes perçues en lien avec le pilier 2. Toutefois, il est particulièrement difficile d'isoler l'impact de cette mesure sur les versements anticipés. En effet, une grande partie des revenus générés par cette mesure est intégrée dans les paiements anticipés de l'impôt des sociétés.
À l'heure actuelle, le SPF Finances estime le rendement du pilier 2 à 430 millions d'euros selon les hypothèses les plus contraignantes. Ce montant pourrait bien être supérieur. En l'état, rien ne justifie la remise en question de l'estimation actuelle. Les recettes supplémentaires pour 2025 ne proviennent pas de l'UTPR mais des effets liés aux enrôlements.
Mijnheer Vereeck, ik zal uw eerste, tweede en derde vraag samen behandelen. De multilaterale of globale minimumbelasting waarnaar wordt verwezen, is in België geïmplementeerd door de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen op basis van een omzetting van de Europese richtlijn 2022/2523, die een veruitwendiging vormt van het politiek akkoord dat hierover werd bereikt binnen het Inclusive Framework van de OESO met 142 landen.
Voor België gaat het hier over Europees unierecht. Bij een conflict tussen unierecht en internationaal recht volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat het unierecht voorrang heeft. Daar bestaat slechts één uitzondering op volgens artikel 351 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, maar die uitzondering slaat enkel op verdragen met derde landen die dateren van voor de toetreding van die lidstaat tot de Europese Unie. Het dubbelbelastingverdrag met de VS dateert van 2006, dus van na de toetreding van België tot de Europese Unie. België dient zijn dubbelbelastingverdragen dus niet aan te passen.
Wat uw vierde vraag betreft, tijdens de recente Ecofinbijeenkomst van 18 februari heeft België ervoor gepleit om in het kader van het project van de globale minimumbelasting direct te starten met de analyse van de achterliggende Amerikaanse intenties, het in kaart brengen van mogelijke oplossingen en het opstellen van een tijdlijn voor dialoog vanuit de Europese Unie en haar lidstaten met de Verenigde Staten. Het Pools voorzitterschap plant een bespreking ten gronde in de Raad tegen eind april. De Europese Commissie is intern gestart met de voorbereiding.
Uw vijfde en zesde vraag neem ik ook samen. Het afsluiten, opschorten en opzeggen van bilaterale dubbelbelastingverdragen blijft een soevereine bevoegdheid van de lidstaten.
Wat uw zevende en achtste vraag betreft, andere vragen lijken op dit moment nog zeer voorbarig. Er zijn momenteel een Europese richtlijn en een nationale wet in werking over de globale minimumbelasting. Bovendien is er via de voorafbetalingen op de globale minimumbelasting reeds, zoals ik daarnet al zei, 430 miljoen euro aan inkomsten voor de Belgische schatkist gegenereerd.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil voor alle duidelijkheid meegeven dat wij achter het idee van een minimumbelasting voor multinationals staan. Laat daarover geen misverstand bestaan. De reden waarom wij dat idee met volle overtuiging konden steunen, was omdat de afspraken zijn gemaakt binnen de OESO tussen soevereine staten.
Ik ben ook blij te horen dat er voorbereidende gesprekken zijn of gesprekken gepland zijn met de Verenigde Staten. Dat er immers problemen aankomen in de mogelijke conflicten met het bilaterale belastingverdrag, dat meer omvat dan enkel het vennootschapsrecht, is een evidentie. Laat ons dus afwachten wat die gesprekken opleveren.
Ik ben het niet volledig met u eens over de vraag of het Europese unierecht voorrang heeft op het nationaal recht wanneer het over belastingen gaat, temeer omdat u net aangeeft dat belastingverdragen op zich al volledig tot de nationale soevereiniteit behoren. Dat heeft natuurlijk niet met nationale belastingverdragen te maken. Dat heeft te maken met belastingen tout court , die op basis van verschillende artikelen, onder andere artikelen 113 en 114 van het VWEU, een exclusieve nationale bevoegdheid zijn.
Op dat vlak hebben wij dus meer in handen.
Patrick Prévot:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses. J'entends effectivement qu'il est compliqué d'isoler l'impact des mesures avec les paiements anticipés. Il faudra néanmoins pouvoir les isoler puisque c'est vous qui avez annoncé le rendement de 624 millions d'euros pour la seule mesure "impôt minimum sur les multinationales". Actuellement, j'entends que les estimations, notamment du SPF, prévoient 430 millions. Vous avez une note d'optimisme en disant que cela pourrait être plus. Nous serons évidemment très attentifs sur le montant réel du rendement qui sera enrôlé.
De financiële gevolgen van de maatregelen in de personenbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jambon bevestigt dat detaillierte analyses van de fiscale maatregelen (waaronder impact op laag- en middeninkomens, afschaffing bijzondere bijdrage sociale zekerheid en verhoging werkbonus) nog niet beschikbaar zijn, omdat ze pas na het begrotingsconclaaf en ministerraadbesluiten vrijgegeven worden. Vereeck (ACV) wijst op berekeningen die aantonen dat eenverdieners en laaginkomens tot 2028 financieel achteruitgaan (bv. -€160/jaar bij €2.200 bruto, -€1.200/jaar bij €6.000 bruto) en dringt aan op snelle transparantie om sociale onrust en speculaties tegen te gaan. Jambon belooft terugkoppeling na goedkeuring, maar vermijdt concrete cijfers of timing. Kernpunt: onduidelijkheid over fiscale gevolgen voor kwetsbare groepen zorgt voor maatschappelijke spanning.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, uit berekeningen op basis van de begrotingstabel door de studiedienst van het ACV blijkt dat alleenstaanden met een laag inkomen en eenverdieners, vaak alleenstaanden maar ook gezinnen met één laag of hoger inkomen, er tussen 2025 en 2028 financieel op achteruitgaan ten gevolge van de fiscale maatregelen van de regering in de personenbelasting. In ieder geval stemmen de berekeningen over de impact van de belastingvrije som overeen met de informatie die u vorige week verstrekte.
Een gezin zonder kinderen met één inkomen van 2.200 euro bruto per maand zou 160 euro per jaar minder overhouden in 2028. Een gezin zonder kinderen met één inkomen van 6.000 euro bruto per maand verliest 1.200 euro per jaar in 2028. Klopt het dat alleenstaanden met een laag inkomen en gezinnen met één laag of hoger inkomen er financieel op achteruitgaan in de jaren vóór 2029?
Ten tweede, wil de regering de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid enkel afschaffen voor alleenstaanden of verlagen voor alle belastingplichtigen? Hoeveel zou die verlaging bedragen?
Hoeveel bedraagt de verhoging van de werkbonus? Vanaf welk jaar gaat de verhoging in?
Jan Jambon:
Mijnheer Vereeck, zoals gewoonlijk worden de maatregelen van een regeerakkoord gespecificeerd tijdens een volgend begrotingsconclaaf en gedetailleerd in de begrotingsnotificaties die de ministerraad aanneemt. De gevraagde raming en analyses zijn dus nog niet beschikbaar. Ik zal daarover terugkoppelen naar de commissie, zodra de ministerraad ze heeft aangenomen. Ondertussen kan iedereen om het even wat loslaten op de publieke opinie, maar wij kunnen alleen met afgewerkte teksten werken. Zodra die zijn afgewerkt, zal alle informatie in detail ter beschikking zijn.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, het is niet aan mij om uw politieke communicatie te bepalen, maar zolang u om het even wat toelaat, ontstaat er natuurlijk heel veel onrust, die u dan voortdurend moet corrigeren. Ik heb gezien dat u ondertussen op Instagram bent geraakt om beweringen over de pensioenen te corrigeren. Ik moet u toch echt wel aanmoedigen om zo snel mogelijk met die cijfers te komen. Ik had gehoopt dat die bij de beleidsverklaring zouden zitten in de vorm van een begrotingstabel conform het Reglement van de Kamer. Ik kan u alleen maar aanmanen om zo snel mogelijk met concrete cijfers te komen om de sociale onrust in de samenleving eventueel van antwoord te dienen, zodat we het ten minste over de echte cijfers hebben en niet over allerlei speculaties.
Het dubbelbelastingverdrag en de Franse dividenden
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België past het Frans-Belgisch dubbelbelastingverdrag nu correct toe, waardoor genieters van Franse dividenden 15% forfaitaire buitenlandse belasting kunnen terugvorderen, maar enkel na een administratief (bij de fiscale bemiddelingsdienst) of gerechtelijk beroep—geen automatische terugstorting. Terugbetaling gebeurt binnen twee maanden na beslissing, met als voorwaarde dat de belastingplichtige zelf het initiatief neemt en bewijs levert van de Franse bronheffing. De budgettaire impact is onbekend, en retroactieve claims zijn mogelijk maar vereisen actieve stappen van de belastingbetaler.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, op LinkedIn postte u op 7 maart een berichtje dat de fiscale administratie, na twee arresten van het Hof van Cassatie, het Frans-Belgisch dubbelbelastingverdrag uit 1964 voortaan zal respecteren, waardoor de Belgische roerende voorheffing zal verminderen met het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting, zowel wanneer de dividenden worden aangegeven in de personenbelasting als wanneer zij voorwerp hebben uitgemaakt van de bevrijdende roerende voorheffing en dus niet zijn aangegeven in de personenbelasting. De Belgische Staat zal dus verplicht zijn om een forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting ten belope van 15 % terug te storten aan de genieters van Franse dividenden die zowel in Frankrijk als in België belasting en roerende voorheffing hebben betaald.
Mijnheer de minister, wordt het besluit van de fiscale administratie ook retroactief toegepast? Met andere woorden, krijgen de genieters van Franse dividenden al hun ooit te veel betaalde Belgische roerende voorheffing terug?
Binnen welke termijn en hoe ver terug in de tijd zal de fiscale administratie de te veel betaalde Belgische roerende voorheffing op Franse dividenden terugstorten?
In geval de roerende voorheffing niet werd aangegeven in de personenbelasting, maar het voorwerp uitmaakte van de bevrijdende roerende voorheffing, wie moet dan die te veel betaalde Belgische roerende voorheffing op Franse dividenden terugvorderen? Zijn dat de ondernemingen, in casu dan vooral de banken, die de roerende voorheffing voor hun cliënten al hadden doorgestort, of zijn het de particuliere genieters van de Franse dividenden?
Wat zijn de budgettaire kosten van de terugstorting van de te veel betaalde Belgische roerende voorheffing op Franse dividenden?
Jan Jambon:
Mijnheer Vereeck, de genieters van Franse dividenden die een geldig administratief of gerechtelijk beroep hebben ingesteld, komen in aanmerking voor een terugstorting van het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB). Indien Franse dividenden in de personenbelasting werden aangegeven, zal het FBB verrekend worden bij de vestiging van de aanslag. Zodra een beslissing is genomen, zal overeenkomstig die beslissing het FBB worden teruggestort.
Terugbetalingen vinden over het algemeen plaats aan het eind van de tweede maand na de administratieve of gerechtelijke beslissing. Instructies worden gegeven om die zaken zo snel mogelijk af te handelen. In het geval van een gerechtelijke procedure is er echter een vonnis of arrest nodig, voordat de tenuitvoerlegging kan worden bevolen.
De terugstorting dient in principe aangevraagd te worden door de genieter van de Franse dividenden, aangezien enkel die persoon het recht heeft op de terugstorting van het FBB en de nodige gegevens kan verstrekken omtrent de ingehouden Franse bronheffing.
Mijn administratie beschikt niet over de exacte gegevens waarnaar u in uw vierde punt vraagt.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik begrijp dus dat de genieters van Franse dividenden eerst zelf stappen zullen moeten ondernemen en gerechtelijk of administratief beroep moeten aantekenen. Ik vermoed dat dat administratief beroep bij de fiscus zelf zal moeten gebeuren. Is dat dan bij de fiscale bemiddelingsdienst? Voor het gerechtelijk beroep zal het dan voor een fiscale rechtbank moeten zijn. Als men in Vlaanderen recht heeft op bepaalde bedragen, dan worden die automatisch teruggestort. Ik begrijp nu beter waarom u uw boodschap via LinkedIn hebt verspreid. U hebt de betrokkenen willen informeren, aangezien ze zelf actie moeten ondernemen. Het is misschien interessant om daar wat meer ruchtbaarheid aan te geven. Het gaat immers om te veel betaalde belastingen. Kunt u mij zeggen waar ze administratief beroep moeten aantekenen? Is dat bij de fiscale bemiddelingsdienst?
De budgettaire impact van de hervorming van de personenbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jambon bevestigt dat de belastingvrije som geleidelijk stijgt naar ~13.700 euro (2029), maar de exacte impact op nettoloon hangt af van bijkomende maatregelen zoals de werkbonus en sociale bijdragen. Bilmez kritiseert het uitgestelde budgettaire effect (80% pas in 2029) en vraagt concrete cijfers voor een minimumloner, terwijl hij de 500-euro-claim (werk vs. inactiviteit) als onrealistisch afwijst. De minister belooft nadere details, met focus op netto-verhoging voor laagste inkomens. De discussie draait om fiscale rechtvaardigheid en tijdige uitvoering van de hervorming.
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, dans le cadre de la réforme fiscale, vous allez relever le montant de la quotité exemptée d’impôt. Les tableaux budgétaires que vous nous avez fournis en février estiment l’impact budgétaire de cette modification comme suit: 375 millions en 2026; 500 millions en 2027; 750 millions en 2028; 3,507 milliards en 2029.
En suivant ce timing, 80 % de l’effet de cette mesure n’arrivera qu'en 2029, dans quatre ans.
La semaine passée, vous avez précisé que la quotité exemptée d’impôt s’élèvera à 13 700 euros en 2029, sans indexation.
Monsieur le ministre, confirmez-vous le timing de cette mesure tel qu’indiqué dans les tableaux budgétaires? L'enveloppe budgétaire de 3,507 milliards d’euros prévue dans vos tableaux pour 2029 est-elle suffisante pour rehausser la quotité exemptée d’impôt jusqu’à 13 700 euros en 2029?
Voici un cas concret. Quelle sera l’augmentation de revenu net mensuel pour un ouvrier isolé qui travaille à temps plein et qui perçoit le salaire minimum?
Jan Jambon:
Monsieur Bilmez, vous vous basez sur un tableau de travail. Je le répète, après l'avoir déjà dit en commission des Finances, la quotité exemptée augmentera pour approcher les 13 700 euros. L'impact sur le salaire net dépendra aussi d'autres mesures comme le bonus à l'emploi et l'adaptation de la cotisation spéciale de sécurité sociale.
Ces mesures seront développée plus en détail au sein du gouvernement. Il faudra donc encore un peu de patience pour obtenir une simulation concrète. L'objectif est en effet d'apporter un soutien supplémentaire principalement aux salaires minimums afin que le travail soit toujours rémunérateur et que nous puissions évoluer vers une différence de 500 euros entre le travail et l'inactivité.
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Nous attendons ces modalités avec impatience ainsi que les détails de vos plans, étant donné que la promesse d'avoir plus de net pour les travailleurs est un des aspects les plus importants de l'accord de gouvernement. Nous répétons une énième fois que la différence entre travailler et ne pas travailler est déjà, dans la grande majorité des cas, de plus de 500 euros. Essayez dès lors de ne pas toujours utiliser cet argument!
De patrimoniumtaks
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De patrimoniumtaks voor vzw’s (hervormd in 2024) zorgt voor praktische problemen: de FOD Financiën eist bewijsstukken bij aangifte (hoewel niet wettelijk verplicht), vermelde wetsartikelen, en opname van kasgelden (zelfs als niet-belastbaar), wat vzw’s als onterecht ervaren. Minister Jambon bevestigt dat enkel belastbare bezittingen moeten worden vermeld, maar bewijs voor vrijstellingen kan later worden gevraagd—al adviseert hij wel om ze direct mee te sturen. Tegenstrijdigheden tussen beleid (geen verplichting) en praktijk (ambtenaren eisen bewijzen bij indienen) creëren verwarring en frustratie. Een duidelijkere communicatie en evaluatie van de non-profitfiscaliteit (zoals beloofd in het regeerakkoord) is nodig om dit op te lossen.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, gisteren, 31 maart, was de laatste dag voor de aangifte van de patrimoniumtaks, die we kennen als een taks specifiek voor vzw's. Vorig jaar, in de vorige legislatuur, werd die taks helemaal hervormd met een aantal progressieve tarieven, maar ook met een aantal gedeeltelijke vrijstellingen, ten bedrage van 62,3 %.
Vorig jaar was dat nieuw systeem voor het eerst van toepassing. Ook dit jaar is men druk bezig geweest met de voorbereidingen. We zien echter dat het nu, in 2025, dus voor de aangifte van 2024, heel wat moeilijker gaat omdat veel vzw's heel wat opmerkingen hebben gekregen van de FOD Financiën.
Zo wordt gesteld dat vrijstellingen enkel kunnen worden toegepast als al bij de aangifte bewijsstukken worden toegevoegd. Vervolgens worden er betalingsberichten gestuurd waarbij de administratie geen rekening houdt met de aangevraagde gedeeltelijke vrijstellingen, omdat de administratie stelt dat die eerst moeten worden bewezen. De administratie eist tevens dat in de aangifte ook telkens letterlijk het artikel uit het Wetboek der Successierechten wordt vermeld. Ook vraagt de administratie nu opeens dat ook de kasgelden, die eigenlijk niet onder de belastbare basis vallen, expliciet worden opgenomen in de aangifte. Kortom, heel wat nieuwe zaken, heel wat zaken die voorheen niet gevraagd werden, worden nu wel opgevraagd, ons inziens zonder dat er daarvoor een wettelijke basis is.
Mijnheer de minister, bestaat er een bepaalde instructie of richtlijn, zoals bepaalde ambtenaren stellen in hun antwoorden en brieven, volgens dewelke de gedeeltelijke vrijstelling enkel kan worden toegepast na het aanleveren van bewijzen van gedeeltelijke vrijstelling?
Is het vereist dat ook kasgelden en andere bezittingen die niet tot de belastbare basis van de patrimoniumtaks behoren, worden opgenomen in de aangifte? Is het vereist om de toegepaste artikelen uit het Wetboek der Successierechten expliciet in de aangifte op te nemen? Is het vereist om bewijsstukken bij de aangifte te voegen om aan te tonen dat men onder de gedeeltelijke vrijstelling valt?
Zal de in uw beleidsverklaring aangekondigde tolerantie ook ten aanzien van de fout te goeder trouw of de eerste fout worden doorgetrokken specifiek voor de patrimoniumtaks?
Jan Jambon:
Mijnheer de minister, mijnheer Matheï, de sedert 1 januari 2024 ingevoerde fiscale gunstregimes bedoeld in artikel 150, tweede lid, ten zesde tot en met ten vijftiende, van de wet op de successierechten, gelden niet voor gehele sectoren, maar telkens per fiscaal gunstregime specifiek voor welbepaalde belastingplichtigen, waarbij per fiscaal gunstregime bovendien aan welbepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. De verschuldigde taks moet bovendien worden betaald v óó r het verstrijken van de wettelijke indieningstermijn, zonder dat daarvoor een betaalbericht moet worden toegestuurd. De administratie is gerechtigd om de toepassing van een door de belastingplichtige in de aangifte ingeroepen fiscaal gunstregime te weigeren wanneer bij controle wordt vastgesteld dat niet voldoende bewijs voorligt dat dit fiscaal gunstregime toepassing vindt.
In de aangifte moeten alleen de belastbare bezittingen worden opgenomen, tot die conclusie kom ik als ik artikel 151, eerste en vierde lid, van de wet op de successierechten samen lees met artikel 42, ten zesde, van diezelfde wet. De belastingplichtige moet hierbij wel rekening houden met het feit dat hij de niet-belastbaarheid van niet-aangegeven bezittingen zal moeten kunnen bewijzen wanneer dit hem gevraagd wordt.
Er wordt weliswaar opgemerkt dat uit het Wetboek der Successierechten niet kan worden afgeleid dat alle kasgelden zonder meer geen belastbare bezittingen zijn. Wel maken de liquiditeiten en het bedrijfskapitaal, bestemd om gedurende het jaar verbruikt te worden voor de activiteit van de belastingplichtige, geen deel uit van de belastbare bezittingen. Dat is artikel 150, tweede lid, ten derde.
Vermits de taks in de regel wordt geheven op zicht van de aangifte, moet die aangifte alle nodige gegevens bevatten, zodat op zicht van die aangifte een correcte heffing kan gebeuren. Een belastingplichtige die kan genieten van het fiscaal gunstregime van artikel 150, tweede lid, ten zesde tot en met ten vijftiende, moet dan ook in de aangifte verklaren dat desbetreffend fiscaal gunstregime op hem van toepassing is, hetgeen inderdaad de vermelding van het concrete wetsartikel vereist.
Wat betreft de toepassing van artikel 150, tweede lid, ten zesde tot en met ten vijftiende, wordt het de belastingplichtige sterk aanbevolen om bewijsstukken bij de aangifte te voegen, waarin wordt aangetoond dat het concreet ingeroepen fiscaal gunstregime van toepassing is. Er bestaat hiertoe weliswaar geen wettelijke verplichting. In het geval dat die bewijsstukken niet bij de aangifte worden gevoegd, kan die voorlegging nadien wel nog worden gevraagd. Er bestaat hier thans geen regelgevend kader voor. In uitvoering van het federaal regeerakkoord zal de administratie de non-profitfiscaliteit evalueren.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, het spreekt voor zich dat er ook correcte aangiftes moeten gebeuren. Op het terrein merkt men wel op dat er heel wat verwarring is rond die bewijsstukken. U verklaart hier dat de wet niet verplicht dat bewijsstukken worden bijgevoegd, maar in de praktijk krijgen belastingplichtigen brieven waarin de desbetreffende ambtenaar zeer duidelijk zegt de instructie te hebben gekregen om de vrijstellingen slechts toe te passen indien de bewijsstukken worden aangeleverd bij de aangifte. Ik merk daar dus een klein onderscheid op. Naar volgend jaar toe meen ik dat het zeer belangrijk is om duidelijk te communiceren wat verwacht wordt. Dat zorgt voor veel minder frustratie, zowel bij de belastingplichtige vzw's als bij de bevoegde ambtenaar.
De uitspraken van de premier over de meerwaardebelasting in Villa Politica
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Belasting op meerwaarde en politieke uitspraken daarover
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Groen
Dieter Vanbesien
PTB
Sofie Merckx
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting (alleen op personenbelasting, niet op vennootschappen) blijft onduidelijk: De Wever bevestigt dat de modaliteiten (zoals vrijstellingsbedrag) pas bij de begroting 2026 (inwerking 1/1/2026) vastliggen, terwijl Merckx kritiseert dat de regering wel gedetailleerde besparingen (bv. werkloosheidsuitkering) uitschrijft maar deze belasting—die "rijke vennootschapsaandeelhouders" ontziet—vaag houdt, wat Vooruit koppelt aan hun weigering om de werkloosheidsherziening te steunen *zonder* die belasting.
Voorzitter:
De heren Van Quickenborne en Vanbesien zijn afwezig.
Sofie Merckx:
Mijnheer de eerste minister, er is al heel veel gezegd over de meerwaardebelasting, maar ik wil u daarover de volgende vraag stellen.
We hebben vanochtend gehoord dat Vooruit het dossier van de meerwaardebelasting wil koppelen aan dat van de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkering. Die moet vóór 1 juli 2025 worden goedgekeurd om in werking te kunnen treden op 1 januari 2026. Moet ik daaruit afleiden dat Vooruit bang is dat die meerwaardebelasting er niet komt?
Aan de ene kant zien we immers een regering die bepaalde maatregelen aankondigt, zoals het beperken in de tijd van de werkloosheidsuitkering. We hebben minister Clarinval daarover gehoord de afgelopen weken en dat wordt alsmaar concreter. Aan de andere kant zien we minister Jambon die steeds minder zegt over de meerwaardebelasting, terwijl we daarover net meer duidelijkheid zouden moeten krijgen. Hij heeft wel bevestigd dat het nog steeds gaat over een meerwaardebelasting die enkel van toepassing is op de personenbelasting en niet op de vennootschapsbelasting. Binnen de regering is er daarover blijkbaar nog heel wat discussie, onder andere over het feit of de vrijstelling 10.000 of 20.000 euro zal bedragen.
Wat is de timing met betrekking tot die meerwaardebelasting? Hebt u al een akkoord over de precieze modaliteiten?
Bart De Wever:
Het korte antwoord op die vraag zou gewoon ‘neen’ kunnen zijn.
Over de modaliteiten zullen we beslissen op het moment dat de regering er een akkoord over heeft. Alle andere vragen, over welke intentie of welke emoties er rondgaan bij Vooruit of anderen, zijn vragen die u aan de respectieve partijvoorzitters moet stellen. Daar kan ik niet op antwoorden. Ik weet wat er in het regeerakkoord staat. Ik weet dat er nog modaliteiten te beslissen zijn. Ik weet dat we dat zullen doen op het moment dat we dat moeten doen.
De eerste opbrengst daarvan is gepland in de begroting voor 2026. Dus bij de opmaak van de begroting voor 2026 zullen die modaliteiten bepaald worden en u zult daarover in kennis gesteld worden wanneer de wetsontwerpen naar het Parlement komen. Zo eenvoudig is het.
Sinds de jongste weken is er eigenlijk… Het is geen kwestie van niet willen zeggen. Alles wat daarover te zeggen is, is gezegd.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, het is alleszins opvallend. Gisteren was er een algemene staking en de besparingsplannen voor bijvoorbeeld de pensioenen waren tot in detail uitgewerkt in het regeerakkoord. De meerwaardebelasting blijkt op het einde van de regeringsonderhandelingen te zijn afgeklopt en blijkt zeer onduidelijk te zijn. Vandaag de dag verklaart u dat u nog altijd niet concreet weet hoe die eruit zal zien. Als u die technisch complexe meerwaardebelasting nochtans vanaf 1 januari 2026 in werking wilt doen treden, moet u normaal gezien vandaag toch de grote lijnen hebben uitgewerkt.
Vooruit verklaart niet te zullen meegaan in het verhaal rond de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd als de meerwaardebelasting er niet komt. Dat is voor ons de bevestiging dat het over een symbool ging en gaat, waarvan de kans bestaat dat het er niet zal komen. Uit de weinige informatie die over de meerwaardebelasting in het regeerakkoord is vermeld, blijkt dat ze de echte rijken en sterkste schouders buiten schot plaatst, omdat die aandelen bezitten in vennootschappen en via die vennootschappen veel meerwaarde kunnen opbouwen, die dan ook nog eens onbelast blijft.
Voorzitter:
De samengevoegde vragen nrs. 56003116C, 56003118C en 56003151C over de herdenking van 200 jaar België van mevrouw Pas en de heer Aouasti worden op hun verzoek uitgesteld of zijn al aan bod gekomen. De samengevoegde vragen nrs. 56003119C en 56003237C over de federale taskforce drugscriminaliteit van mevrouw De Vreese en de heer Depoortere stellen we uit collegialiteit ook uit, want mevrouw De Vreese laat zich verontschuldigen. Vraag nr. 56003233C van de heer Vermeersch over de economische aderlating in West-Vlaanderen wordt zonder voorwerp, want de heer Vermeersch is niet aanwezig. La question n° 56003238C de M. François De Smet est transformée en question écrite. Vraag nr. 56003519C wordt zonder voorwerp, aangezien de heer Van Quickenborne niet aanwezig is.
De ambtswoningen en belastingvrije vergoedingen voor huisvestingskosten van ministers
De huisvesting(svergoeding) van ministers
Ministeriële huisvesting en vergoedingen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 1 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie (De Smet, Merckx) kaart gebrek aan transparantie aan rond dubbele huisvestingsvoordelen voor ministers (dienstwoning *plus* onbelaste vergoeding) en het terugdraaien van de 8% loonsverlaging uit het Vivaldi-akkoord, ondanks regeerbelofte om besparingen door te voeren. Premier De Wever ontkent het schrappen van de 8%-korting (bevestigt behoud voor 2023-2024) en wijst voor details naar bevoegde minister Matz, maar ontwijkt concrete cijfers en rechtvaardiging voor de cumulatie van voordelen. Kritiek richt zich op symbolische hypocrisie: terwijl burgers bezuinigen, genieten ministers onverminderde, onbelaste inkomsten (tot €21.000/maand + vergoedingen) zonder individuele inspanning. De oppositie dreigt met parlementaire navraag bij alle ministers om de opaciteit te doorbreken.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, il apparaît que la mise à disposition d’un logement de fonction et d’une indemnité défiscalisée pour frais de logement au bénéfice des membres du gouvernement fait l’objet de circulaires adoptées en début de législature par le Conseil des ministres, mais ne doivent pas être publiées au Moniteur belge , la dernière circulaire à cet égard datant de 1996.
Une analyse de presse a eu lieu dans Le Vif sur ce sujet et un nouvel article est paru aujourd'hui. Rappelons que la rémunération des ministres est traditionnellement répartie entre trois postes: le salaire à proprement parler, des frais de représentation et des indemnités pour "frais de logement et de domesticité", ces deux derniers étant exonérés de l’imposition sur le revenu.
L'article de presse souligne que votre cabinet n'a pas souhaité répondre, ou de manière partielle, aux demandes d'éclaircissements sur ce dossier et sur la confirmation des montants précités pour ce qui a trait à votre gouvernement. Ce n'est pas un détail, surtout si certains de vos ministres bénéficient à la fois d'un logement de fonction et d'une indemnité de logement.
Je me permets de rappeler que dans l’accord de gouvernement, et je fais référence au passage du premier chapitre institutionnel, il est nommément écrit: "Nous montrons ainsi clairement à chaque citoyen qu’il n’est pas le seul à faire face au défi budgétaire mais que les institutions gouvernementales y sont, elles aussi, confrontées."
Or, l’opacité manifestée à cet égard par votre cabinet est en contradiction avec la volonté affichée de votre gouvernement de réaliser des économies dans tous les domaines, en ce compris au niveau du pouvoir législatif mais aussi exécutif.
Monsieur le premier ministre, les frais de représentation et l’indemnité défiscalisée au bénéfice des membres du gouvernement Arizona sont-ils du même ordre que sous le précédent gouvernement? Confirmez-vous que certains ministres disposent d’un logement de fonction même s'ils ont une indemnité de logement, ce qui est quand même assez particulier? Enfin, pourquoi ne pas tout simplement publier cette circulaire au Moniteur belge , ce qui serait tout de même la moindre des choses dans une démocratie au XXI e siècle en termes de transparence et de bonne gouvernance?
Sofie Merckx:
mijnheer de premier, ik heb u deze vraag ook vorige week tijdens de bespreking van uw beleidsverklaring gesteld, maar u hebt die toen niet op beantwoord. Ondertussen heb ik de circulaire daarover wel gevonden.
Samengevat, u valt de koopkracht en de pensioenen van de mensen aan. U hebt heel het land op dieet gezet en u hebt beloofd dat ook de politieke wereld op dieet ging. Maar wanneer we de financiële situatie van de ministers onder de loep nemen, is er toch weinig te merken van een dieet. Uw loon blijft immers 254.400 euro per jaar of ruim 21.000 euro bruto maandelijks. Daarbij komen dan nog eens 785 euro representatiekosten en ook nog eens 1.962 euro voor huisvesting en huishoudkosten. Dat zijn forfaitaire en onbelaste bedragen. Die huisvestingsvergoedingen worden gecombineerd met een dienstwoning. Zo hebben wij vernomen dat negen van uw ministers een dienstwoning hebben in de gebouwen van uw kabinet.
Waarom is er een extra vergoeding voor huisvesting en huishoudkosten, als er al een dienstwoning ter beschikking wordt gesteld?
Voor de heer Clarinval werd daarbovenop nog eens voor een privéwoning betaald.
Daarnaast lezen we in de omzendbrief dat u de kleine besparing die de vivaldiregering op zichzelf toepaste, namelijk een vermindering van 8 % op de ministerlonen voor 2023 en 2024, geschrapt hebt.
Mijnheer de eerste minister, wordt er inderdaad naast een huisvestingsvergoeding ook een dienstwoning ter beschikking gesteld? Worden ook nog eens privéappartementen of -woningen betaald?
Waarom hebt u de vermindering van 8 % die de vivaldiregering op de ministerlonen had ingevoerd, teruggedraaid?
Bart De Wever:
À propos des économies sur le gouvernement, la réduction des salaires pour les années 2023 et 2024 est maintenue pour ce gouvernement. C’est clair.
Nous avons aussi réduit le montant du coût des cabinets de 30 %. Je pense que ce sont des économies assez claires.
Pour le reste, nous sommes remboursés de la même manière et selon le même régime que le gouvernement précédent.
Pour ce qui est des résidences de fonction, je vous renvoie à la ministre compétente pour la gestion immobilière de l’État, Mme Matz.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse, mais c’est un peu court. Pour moi, ce n’est pas tant une question de finances que de transparence.
Vous nous renvoyez vers Mme Matz. Nous pouvons même poser des questions orales ou écrites à tous les ministres, et nous le ferons, pour demander précisément qui bénéficie d'une indemnité de logement et qui occupe un appartement de fonction. C'est, du reste, logique et cela ne me surprend pas qu'on ait l'un ou l'autre. Il est choquant d'avoir les deux. Cela dit, c'est vous qui dirigez ce gouvernement. Donc, vous disposez de ces informations.
Nous avons appris que vous n'étiez pas revenu aux salaires précédents. C'est vrai, mais vous avez indexé les salaires ministériels. Le seul effort que vous accomplissez réellement est collectif, à travers la suppression des secrétariats d' É tat. Il n'y a pas de véritable effort individuel de la part de chaque ministre. De même, il n'y a pas d'empressement formidable à répondre à ces questions, même au Parlement. Nous allons donc devoir multiplier les questions à adresser à chaque ministre. En tout cas, sur le principe, cela ne va pas.
Sofie Merckx:
Mijnheer de premier, in de omzendbrief heb ik gezocht naar die 8 % vermindering die van toepassing was onder de vivaldiregering, maar ik vind die absoluut niet terug, alhoewel dat wel duidelijk in de voorgaande circulaire stond.
Als premier bent u verantwoordelijk voor de uitvoering van het regeerakkoord en in het kader van de Kanselarij bent u verantwoordelijk voor de verschillende kabinetten en hun samenstelling, alsook de vergoeding. In dat opzicht vind ik het raar dat u vaag blijft in antwoord op mijn vraag hoe het zit met de huisvestingsvergoeding en de ambtswoning. Wat is het probleem en waarom verwijst u ons door naar minister Matz? Wij zullen haar natuurlijk bevragen, maar ik heb toch de indruk dat u enigszins verveeld zit met deze vraag. We zullen de vraag overigens aan alle ministers voorleggen, want het minste wat we kunnen verlangen is transparantie daarover.
Voorzitter:
De premier moet ons nu verlaten. De resterende vragen zullen als eerste worden geagendeerd voor de volgende vergadering met de eerste minister. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.55 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 55.
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Belasting op toegevoegde waarde
Gesteld door
Open Vld
Steven Coenegrachts
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 13 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de omstreden meerwaardebelasting (Jambontaks), waar de regering na zeven versies en interne tegenstrijdigheden nog steeds geen duidelijke modaliteiten voor heeft. Cd&v stelt voor de belastingvrije som te verdubbelen (van 10.000 naar 20.000 euro) om de middenklasse te sparen, maar de coalitiepartners (met name Vooruit) blokkeren dit, terwijl de opbrengstdoelstelling van 500 miljoen euro (de helft van Planbureaucijfers) onrealistisch lijkt door uitzonderingen. Kritiek richt zich op rechtsonzekerheid, discriminatie tussen beleggers en het risico op vernietiging door het Grondwettelijk Hof, terwijl oppositiepartijen de belasting afschilderen als een aanslag op Vlaamse spaarders en een politiek compromis zonder visie. Minister Jambon blijft vaag, verwijzend naar lopende administratieve voorbereidingen en de noodzaak van meerderheidsakkoord.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, deze regering is ondertussen zeven weken aan de slag. Ondertussen zijn we ook al aan versie 7 van de meerwaardebelasting. Vandaag wil cd&v het plafond van 10.000 naar 20.000 euro brengen.
Ik weet wat u zult roepen, ik weet wat u zult antwoorden. U zult het over de modaliteiten hebben. U had het daarover toen de premier voor zijn beurt sprak en de Vlaamse spaarder wilde beschermen. U had het daarover toen de geheime afspraken van sommige partijvoorzitters met de premier bekend werden en u sprak daarover ook toen u zelf moest toegeven dat de middenklasse getroffen werd.
Cd&v heeft het vandaag echter niet over een modaliteit. Cd&v verandert vandaag een afspraak die in het regeerakkoord staat. De heer Rousseau zei daarnet voor de camera's van Villa Politica dat morrelen aan het regeerakkoord een groot probleem is. De heer Mahdi zei dat hij zich grote zorgen maakt, als dat voor de heer Rousseau niet kan.
Welnu, mijnheer de minister, ik maak mij grote zorgen in uw plaats. Ik vraag mij af of u al spijt hebt. Hebt u al berouw? Hebt u berouw voor dat moment van zwakte, die nacht in de Koninklijke Militaire School toen u de meerwaardebelasting geslikt hebt? Het is immers de heilige graal van uw regering geworden. Iedereen ziet er ongelooflijk veel geld in, tot spijt van Paul Magnette trouwens, want hij wilde dat tarief verdubbelen zodra de PS weer in de regering komt. De heer Nuino van Les Engagés stelde echter dat men niet moet wachten op Paul Magnette, en dat deze regering dat wel zelf zal doen. Deze regering zal het tarief zelf verdubbelen.
Mijnheer de minister, wat vindt u? Wat vindt u van dit zevende voorstel over die meerwaardebelasting? Wat is uw reactie?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, we vernamen ondertussen dat de premier het regeerakkoord wil heronderhandelen, een regeerakkoord 2.0, om miljarden te vinden voor defensie en om enkele losse eindjes vast te knopen. Een van die losse eindjes is de meerwaardetaks. Een los eindje zou ik dat niet noemen, want er is gewoon geen touw aan vast te knopen.
Wat met de discriminatie tussen kleine en grote beleggers? Wat met de beleggers met een belang van 19 %? Wat met historische minwaarden? Wat met de aftrek van kosten voor de verwerving van aandelen? Wat met de waardering van een niet-beursgenoteerd bedrijf? Wat met gespreide aankopen van aandelen? Wat met de dubbele belasting, zoals de Reynderstaks? Wat met geherinvesteerde meerwaarden?
De regering weet het niet, de premier weet het niet, de minister van Financiën weet het niet en de coalitiepartners spreken elkaar gewoon tegen.
Vandaag kopt de krant: "Wat met de fiscale vrijstelling op meerwaarden tot 10.000 euro?" De voorzitter van cd&v wil die verdubbelen tot 20.000 euro om de gewone beleggers en spaarders te ontzien. Daarmee zegt hij wat wij en alle fiscale experts al weken zeggen: de Jambontaks is geen taks op de superrijken, maar op de hardwerkende en sparende middenklasse, die vooral in Vlaanderen leeft.
Mijnheer de minister, ik heb twee vragen voor u. Ten eerste, is er maandag in de regering overeenstemming bereikt om die belastingvrije som voor particulieren op te trekken tot 20.000 euro? Ten tweede, wat is het effect op de fiscale opbrengsten? Hoe denkt u die te compenseren?
De collega van de PVDA wees er al op, naar verluidt zou uw beleidsnota al gelekt zijn in de pers. Is er eigenlijk nog sprake van een meerwaardebelasting in de laatste versie van uw beleidsnota?
Voorzitter:
Dan hebben we nog een vraag van de heer Vanbesien, die in de commissie was ingediend en hier wordt toegevoegd.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, ik heb iets meegebracht waarover ik het vandaag met u wil hebben: een los eindje. Als ik de pers mag geloven, is uw eerste minister momenteel fulltime bezig met het aanpakken van losse eindjes.
Dit los eindje gaat over de meerwaardetaks. We hebben er al veel vragen over gesteld en er is al veel over gezegd, maar uw antwoord is altijd hetzelfde, namelijk dat de precieze modaliteiten nog besproken moeten worden. Dat is een andere formulering voor "het is een los eindje". Nochtans klopt dat niet helemaal. Niet alle modaliteiten moeten nog worden besproken. Er is één modaliteit waarover iedereen in uw meerderheid het blijkbaar eens is: de belasting moet 500 miljoen euro opbrengen. Wat en hoe weten we nog niet, maar de opbrengst ligt vast op 500 miljoen. U hebt dat al herhaaldelijk gezegd en als u dat niet doet, dan is er nog altijd de arizonaluitenant Axel Ronse, die het ook overal rondbazuint.
Mijnheer de minister, het Federaal Planbureau heeft berekeningen gemaakt over zo'n meerwaardetaks. Als u een tarief van 10 % hanteert, zoals in uw regeerakkoord staat, brengt die meerwaardetaks 1 miljard op, niet 500 miljoen. Dat verschil is niet zomaar een afronding na de komma. Uw 500 miljoen is de helft van wat het zou moeten opleveren.
Ik heb dan ook maar een vraag voor u, mijnheer de minister. Hoe komt u aan die modaliteit waarover iedereen het eens is? Hoe komt u aan het getal van 500 miljoen euro opbrengsten uit de meerwaardetaks?
Jan Jambon:
Mijnheer Coenegrachts, zeven is een heilig getal. Misschien kunnen we het daarbij houden.
(…) : (…)
Jan Jambon:
Na zeven vette jaren komen er inderdaad zeven magere jaren.
Collega's, zoals ik altijd al gezegd heb, staat het kader voor de meerwaardebelasting in het regeerakkoord. Zo werd het ook afgesproken. De opdracht voor de concrete uitvoering daarvan werd gegeven aan de administratie, die daarmee vanaf dag één bezig is. Vroeg of laat zal ik met een wetsvoorstel naar de Kamer komen en zullen we alle modaliteiten kunnen bespreken. Een meerwaardebelasting is echter niet zomaar een cijfertje in een wetboek veranderen. Dat is een grondige aanpassing en mijn administratie werkt daar hard aan.
Ik heb ook kennisgenomen van het feit dat een van de regeringspartijen een modaliteit heeft voorgesteld op de meerwaardebelasting. Dat kan, maar dan moeten de vijf partijen daarmee akkoord gaan. We zullen in de volgende dagen en weken zien of we daarover binnen de meerderheid een akkoord kunnen vinden. Zo gaat dat namelijk met een regeerakkoord.
Meneer Vereeck, ik weet ook niet hoe mijn beleidsnota in de pers is gekomen. Ze kwam alleszins niet van bij ons op het kabinet. Ze kwam niet van bij ons. Dat kan ik u met de hand op het hart zeggen. U zult daarin inderdaad niets vinden over de meerwaardebelasting. U moet echter eens op Google zoeken naar 'solidariteitsbijdrage'. Dan zult u dat vinden, mijnheer Vereeck.
Ten slotte, en een beetje ernstiger, mijnheer Vanbesien, de berekening van het Planbureau houdt geen rekening met de voetvrijstelling die voorzien is. Ze houdt ook geen rekening met de uitzondering voor het aanmerkelijk belang.
Dat verklaart het verschil in omvang.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, u hebt uw tijd niet volledig opgebruikt. Dat is niet verwonderlijk, want u hebt opnieuw niet geantwoord op de vragen. Ik zag daarjuist de heer De Wever spreken met de heer Mahdi. Waarschijnlijk was dat om die modaliteiten uit te klaren. Hij sprak echter met de verkeerde partijvoorzitter.
Ik weet namelijk wat uw echte probleem is, mijnheer de minister. Als er gesproken wordt over mensen die tien jaar hun aandelen vasthouden, dan zegt de heer Rousseau: "Dat zullen we niet doen." Als hier gesproken wordt over 20.000 euro, dan zeggen de Vlaamse socialisten: "Dat zullen we niet doen." Als hier gesproken wordt over de bescherming van de kleine spaarder, dan zeggen de Vlaamse socialisten: "Njet, dat doen we niet!"
De heer De Wever sprak met de verkeerde partijvoorzitter. Hij moet spreken met Conner Rousseau! Dat is ook uw probleem, mijnheer de minister. U gaat keer op keer op keer door de knieën voor de Vlaamse socialisten. Ik vraag u om daarmee te stoppen! Ik dank u.
Lode Vereeck:
Collega's, er is eigenlijk geen reden waarom de winst uit aandelen wel belast moet worden en de winst op aandelen niet, maar in het zwaarst belaste land ter wereld is die belasting gewoon de belasting te veel. Bovendien leidt de chaos binnen de regeringscoalitie tot rechtsonzekerheid. De situatie in de Verenigde Staten illustreert wat daarvan de gevolgen kunnen zijn.
Mijnheer de minister, schrap de Jambontaks en kom terug met een serieuze fiscale hervorming en een forse verlaging van de belastingdruk, zoals in een duale inkomenstaks. Deze Jambontaks dient tot niets, behalve socialistische ego's strelen en Belgische begrotingskraters vullen. Het is een platte belasting op de Vlaamse welvaart. Dat uitgerekend u als N-VA'er en voormalig Vlaams minister-president daaraan meewerkt, is een regelrechte schande. Weg ermee!
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, collega's, wat er gebeurt met de meerwaardetaks roept slechte herinneringen op aan de enige andere keer dat de N-VA de federale minister van Financiën leverde. Volgens het toenmalige regeerakkoord moest minister Johan Van Overtveldt een effectentaks invoeren. Hij is toen zeer creatief te werk gegaan met modaliteiten. Er werden zoveel uitzonderingen ingevoerd dat het Grondwettelijk Hof de wet vernietigde. Vivaldi heeft dat later uiteindelijk gecorrigeerd. Hier gebeurt exact hetzelfde: modaliteiten en reducerende inkomsten. De heer Bouchez zal u wel helpen om te bepalen wie er bediend moet worden. Uiteindelijk zal het Grondwettelijk Hof ook uw wet vernietigen en zullen de middenklasse en de meest kwetsbaren het gat in de begroting mogen dichtrijden. Collega's, ik ben benieuwd welke volgende regering deze keer de tekst zal mogen corrigeren.
De vrijstelling van de inschrijvingsplicht en de verkeersbelasting voor wagens van Oekraïners
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Oekraïners met tijdelijke bescherming in België zijn federaal vrijgesteld van voertuiginschrijving en Vlaamse belastingen (BIV/verkeersbelasting), wat inkomstenverlies veroorzaakt maar waarvan het exacte aantal voertuigen onbekend is. Minister Crucke benadrukt dat de uitzondering tijdelijk is (gebonden aan EU-besluiten, mogelijk verlengbaar per jaar) en dat gewesten zelf belastingen kunnen heffen via alternatieve registratie (bv. Oekraïense kentekens). Vlaanderen pleit al voor een afbouwscenario van deze maatregelen, en Troosters dringt aan op een versneld uitdoofbeleid op federaal niveau, mits evaluatie van de noodzaak. De kern: gebrek aan data en spanning tussen federale vrijstelling en gewestelijke belastingautonomie.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, wie in Vlaanderen woont en een voertuig koopt, moet dat voertuig inschrijven en vervolgens Vlaamse BIV en verkeersbelasting betalen. Oekraïners die hier het tijdelijk beschermingsstatuut genieten, zijn van dat alles vrijgesteld omdat ze op federaal niveau een uitzondering kregen van de inschrijvingsplicht. Dat wordt geregeld door de federale regering bij koninklijke besluiten.
Mijn goede collega Tom Lamont heeft in het Vlaams parlement de Vlaamse minister van Financiën daarover ondervraagd op 21 januari jongstleden. Hij kreeg van de minister van Financiën te horen: "In lijn met de vorige vraag dien ik opnieuw te verwijzen naar België, oh België, dat ook in dezen niet zo behulpzaam is, allicht alleszins niet bij de realisatie van onze doelstelling. Het is inderdaad de resultante van federale wetgeving, van een KB en van de algemene beschouwingen en maatregelen die daartoe geleid hebben. In het kader van de Oekraïnecrisis is het zo dat wij op Vlaams niveau al in een afbouwscenario zitten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de noodopvang. Het is onze overtuiging dat we nu naar een uitdoofscenario van het een en ander moeten gaan." Dat werd in het Vlaams Parlement geantwoord.
Mijnheer de minister, hebt u als minister zicht op het aantal wagens dat onder die uitzondering valt? Hebt u ook een zicht op wat dat betekent voor de inkomsten? Bent u als minister, en bij uitbreiding uw regering, ook gewonnen voor een uitdoofscenario, net zoals dat in de Vlaamse regering het geval is?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, aangezien die voertuigen niet ingeschreven dienen te worden, heb ik geen zicht op het aantal wagens dat daaronder valt, wat misschien spijtig is. Destijds werd er gekozen om die voertuigen niet in te schrijven, aangezien het merendeel van die voertuigen niet over een Europese goedkeuring beschikt en ze dus in principe niet in België of een andere lidstaat kunnen worden ingeschreven, aangezien ze niet voldoen aan de in Europa geldende technische eisen voor voertuigen. Bovendien geniet de Oekraïense vluchteling slechts over een statuut van tijdelijke bescherming.
De verkeersbelastingen en belasting op de inverkeerstelling zijn een volledig gewestelijke bevoegdheid, zoals u weet, hetgeen de gewesten perfect toelaat om die voertuigen te belasten, los van de inschrijving van een voertuig, bijvoorbeeld door het online registreren van de Oekraïense kentekenplaten. Aangezien de Oekraïense vluchtelingen slechts een tijdelijke bescherming genieten, betekent dat dat deze maatregel sowieso een uitdoofscenario kent. Het mechanisme van tijdelijke bescherming treedt enkel in werking wanneer de Raad van de Europese Unie een besluit aanneemt in het kader van richtlijn 2001-55-EG om het statuut in de EU-lidstaten te activeren. Initieel werd algemeen aangenomen dat uit artikel 4, tweede lid, van de tijdelijke beschermingsrichtlijn volgt dat de tijdelijke bescherming in totaal maximaal drie jaar kan duren.
De Europese Commissie en de Raad kozen in het kader van het conflict in Oekraïne voor een ruimere interpretatie van lid 2. De Raad kan de tijdelijke bescherming na twee jaar niet slechts één keer, maar telkens met maximaal een jaar verlengen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Het klinkt inderdaad logisch. Helaas hebben we er dus geen zicht op hoeveel van die wagens hier rondrijden, noch op de inkomsten die daardoor zijn misgelopen. U verwijst naar het tijdelijke karakter van de maatregelen. Ik kan alleen maar hopen dat de nodige stappen genomen worden en dat wij in dezen een voorbeeld aan de Vlaamse regering nemen en bekijken of die uitzonderingsmaatregelen nog echt nodig zijn. Anders kunnen we misschien, en het liefst zo snel mogelijk, een uitdoofscenario nastreven.
Het door de fiscus geregistreerde recordbedrag aan door multinationals vermeden belastingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
El Yakhloufi (Vooruit) bekritiseert dat gewone burgers streng worden aangepakt voor belastingfouten, terwijl multinationals via slimme constructies miljarden ontwijken, en pleit voor meer controleurs om dit tegen te gaan. Minister Jambon bevestigt de aanpak: de vorige regering verdubbelde al de controleurs voor *transfer pricing* (50 van de 60) en de huidige regering voegt 300 extra controleurs toe (mits goedkeuring begroting 2025), gericht op fiscale *en* sociale fraude. El Yakhloufi benadrukt dat gelijke regels voor burgers *en* multinationals essentieel zijn, met steun voor de maatregel. Kern: gelijke belastingplicht afdwingen via versterkte controles.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, vanaf eind april vullen de meeste mensen hun belastingaangifte in. Iedereen weet hoe lastig dat kan zijn. Men moet een beroep doen op een belastingadviseur of op een boekhouder, of gemakkelijker een vriend of een kennis, iemand die iets weet over de belastingen. Men zou maar eens een fout moeten maken. Dan volgt meteen de boete; dan heeft de fiscus u te pakken.
Voor multinationals gaat het wel een beetje anders. Die hebben ook adviseurs, maar die zoeken geen antwoord op de vraag hoe men belastingen moet betalen en hoe men de aangifte correct invult. Neen, die zijn vooral bezig met de vraag hoe te vermijden om belastingen te betalen. Dat is het grote verschil. Die zijn bezig met valse constructies opzetten, met slimme trucjes. Zo worden er honderden miljoenen aan belastingen ontweken. Dat is toch bijzonder? Voor Vooruit is dat onaanvaardbaar.
Als we ervoor zorgen dat gewone mensen die elke dag werken, hun belastingen betalen, moeten we er ook voor zorgen dat alle multinationals hun belastingen betalen. Als we streng zijn voor gewone, hardwerkende mensen, moeten we ook streng zijn voor de grote bedrijven die gigantisch veel winst maken. Dat is toch niet meer dan normaal? Daarom investeerde Vooruit in de vorige regering in meer controleurs. Dat was ook een succes, mijnheer de minister, want de controleurs konden 1 miljard aan ontweken belastingen recupereren, drie keer zoveel als het jaar voordien en dat geld dient rechtstreeks de solidariteit.
We stoppen niet. We investeren nu, met de nieuwe regering, ook in meer controleurs. Want wie gelooft dat die bedrijven als enigen zulke spelletjes spelen? Dat doen wij met de nieuwe sterke regering alvast niet. Het is eigenlijk heel simpel: elk zijn deel is niet te veel, zoals een collega hier al jaren proclameert.
Mijnheer de minister, laten we er snel werk van maken. Wanneer komen er meer controleurs?
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de regering maakt inderdaad werk van fraudebestrijding. Dat is een prioriteit voor de regering en de administratie zet daar haar beste beentje voor. De cijfers die u aanhaalde, bevestigen dat.
De vivaldiregering heeft inderdaad – dat moet ik haar nageven – het aantal controleurs in de cel Verrekenprijzen verdubbeld. Van die 60 inspecteurs werken er 50 specifiek en uitsluitend op de transferpricing, waarover het hier gaat. Dat is dus een goed resultaat.
We gaan met de arizonaregering nog een stukje verder. We zullen 300 bijkomende controleurs aanwerven, niet alleen voor de financiële dienst, maar ook voor de bestrijding van sociale fraude en voor de gerechtelijke politie. Voor die aanwervingen moet natuurlijk eerst de begroting 2025 worden goedgekeurd. Ik nodig het Parlement uit om in de volgende weken daarvan mee werk te maken. Daarna zullen we dan zo snel mogelijk de aanwervingen doen.
Zoals ik in het begin van mijn antwoord zei, u hebt gelijk, iedereen moet zijn plichten nakomen. Daaraan zullen wij met de regering werken, zodat ook de sterke schouders mee de lasten dragen.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, ik wil u eerst en vooral danken voor uw antwoord.
Hardwerkende mensen hebben vaak de indruk dat zij aan het kortste eindje trekken. In de Kempen wordt wel eens geklaagd dat zij de dupe zijn van alles. Ik kan niet anders dan hun gelijk geven. Immers, wanneer zij een fout maken, worden zij daarvoor bestraft. Wanneer een van de grote multinationals dat echter doet, gebeurt er niks. Zij komen ermee weg. Vooruit zit in de regering om het verschil te maken. Dat doen we ook. Dat doen we opnieuw met deze maatregel.
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is immers heel duidelijk. Wanneer Jan met de pet streng de regels moet volgen, moeten ook alle grote multinationals dat doen.
Voorzitter:
Leve de pet, zou ik zeggen.
De uitspraken van Voka-topman Hans Maertens over de meerwaardebelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Vincent Van Quickenborne kritiseert de plannen voor meerwaardebelasting als een aanslag op de middenklasse (leraren, pensioenspaarders) en noemt het contractbreuk, terwijl Paul Magnette (PS) de maatregel juist toejuicht. Minister Jan Jambon verdedigt het regeerakkoord als bedrijfsvriendelijk (lagere kosten, flexibere arbeid) en benadrukt dat *iedereen* moet bijdragen om de budgettaire crisis op te lossen, met steun van Voka-topman Maertens. Van Quickenborne werpt Jambon lafheid voor de voeten door geen duidelijk standpunt in te nemen over belasting op pensioensparen en toe te geven aan socialistische druk. De discussie draait om principes: belast je kleine spaarders of bescherm je ze om investeringen te stimuleren?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik zie het u al denken: is hij daar nu weer met een vraag over de meerwaardebelasting!
In een interview in de Krant van West-Vlaanderen geeft afscheidnemende topman van Voka, Hans Maertens, die u uiteraard kent, de regering schouderklopjes en zegt hij positieve dingen. Maar over de meerwaardebelasting klaagt hij dat die de mensen weer naar de spaarboekjes duwt, ten nadele van investeringen in kmo’s en investeringen in ons land.
Week na week blijkt – en de PVDA heeft daar wel een punt – dat niet de sterkste schouders de meerwaardebelasting zullen betalen, maar de gewone schouders. Zo is er Wouter De Bot, de leraar die op de Zevende Dag vertelde dat hij elke maand 200 euro belegt. Het gaat ook om de schouders van gewone pensioenspaarders. De minister sloot gisteren in het Parlement immers niet uit dat de pensioenspaarders van de tweede en derde pijler, 4,4 miljoen mensen, ook de meerwaardebelasting zouden moeten betalen. Aan mensen die werken, die sparen, aangemoedigd door de overheid, zegt men plots dat zij meerwaardebelasting zullen moeten betalen. Dat is contractbreuk -
Collega’s, er is evenwel hoop voor de arizonacoalitie, want zij heeft een nieuwe supporter, met name de heer Magnette. In De Standaard feliciteert hij de arizonaregering. Hij zegt dat hij eindelijk de meerwaardebelasting cadeau krijgt, nadat hij daar 25 jaar voor heeft gevochten. Voor hem wordt 10% later 25%. Net zoals de heer Van Overtveldt ooit de onroerende voorheffing heeft opgetrokken naar 30%, zou men dat in dit geval ook wel eens kunnen doen.
Mijnheer de minister, ik heb al een vermoeden van wat u zult antwoorden. U zult zeggen dat mijn vraag over de modaliteiten gaat. Collega’s, het gaat niet over modaliteiten, het gaat over principes. Het gaat over het principe dat men iemand die voor zijn dochter spaart of iemand die aan pensioensparen doet, al dan niet belast.
Mijnheer de minister, ik stel een principiële vraag en ik hoop een principieel antwoord te krijgen. Zult u die mensen belasten op de verkregen meerwaarde, ja of neen?
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt weer iemand gevonden die een uitspraak heeft gedaan over de meerwaardebelasting. Ik heb ook iemand gevonden, onze vriend Marc Coucke. U had hem ook kunnen aanhalen. Hij zei namelijk dat hij een bijdrage zou leveren en dat het regeerakkoord meer dan verdedigbaar is.
Ik ken de heer Maertens, waarnaar u verwijst zeer goed. Ik heb hem ook gesproken over het regeerakkoord.
Pierre-Yves Dermagne:
Quel accord?
Jan Jambon:
Volgende week kunt u een vraag indienen om te achterhalen over welke versie van het regeerakkoord het gaat. Dan zult u dat hier krijgen, mijnheer Dermagne.
De heer Maertens erkent dat er veel kan worden gezegd over de meerwaardebelasting, maar voegt eraan toe dat hij bijzonder enthousiast is over het hele regeerakkoord. Hij ziet er enorm veel opportuniteiten in voor het bedrijfsleven, hij ziet er maatregelen in om onze economie vooruit te helpen, om mensen aan het werk te helpen en om mensen uit de miserie te helpen. We zullen immers de energiekosten en de loonkosten verlagen, de arbeidsmarkt flexibeler maken, de werkloosheidsuitkeringen beëindigen in de tijd, de openingsuren versoepelen en nachtarbeid mogelijk maken. De flexi-jobs, die u aan banden hebt gelegd, zullen weer toenemen en zullen in meer sectoren toegepast kunnen worden. Het aantal uren toegelaten studentenarbeid, dat u verlaagd hebt, zal weer stijgen en noem maar op. Hij evalueert het globale regeerakkoord als bedrijfsvriendelijk, hij staat erachter en zal zijn schouders er mee onderzetten.
Dat iedereen in de verschrikkelijke budgettaire situatie waarin uw regering ons heeft achtergelaten, daarvoor een bijdrage moet leveren, is niet meer dan rechtvaardig. Daarvoor zullen wij zorgen.
Vincent Van Quickenborne:
Als het gaat over de pensioenen, is de minister van Pensioenen zeer duidelijk en zeer helder. Herinner u het debat hier in de Kamer. Dat was sterke Jan, met zijn parler franc en parler vrai , die zei dat als men ziek is, men de malus zal moeten betalen. Hij heeft dat moeten toegeven. Als het echter gaat over de meerwaardebelasting, is sterke Jan niet thuis. De sterke Jan die vroeger zei "Da gade gij niet bepalen" zegt nu eigenlijk dat het de socialisten zijn, die dat zullen bepalen. Door keer op keer niet te antwoorden op die vragen, gaat u keer op keer door de knieën voor de socialisten van Vooruit! Door niet te antwoorden laat u bij mensen onzekerheid bestaan. Mijnheer de minister, recht uw rug, kom op voor de middenklasse, voor de mensen die willen betalen, die investeren, die ondernemen, die werken! Kies hun kant en kies niet de kant van de socialisten, want dat is de verkeerde kant!
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting of 'Jambontaks'
De meerwaardebelasting (gelijkheidsprincipe)
De meerwaardebelasting (aanmerkelijk belang)
De meerwaardebelasting (historische meerwaarden en peildatum)
De meerwaardebelasting (aftrekbaarheid en dubbele belastingen)
De meerwaardebelasting (fonds voor schuldafbouw)
De meerwaardebelasting (fiscale ontwijking)
De meerwaardebelasting (beleggers op lange termijn)
De kwalificatie van de Jambontaks als belasting of als bijdrage
De meerwaardebelasting (fiscale of parafiscale behandeling)
De meerwaardebelasting
De modaliteiten van de meerwaardebelasting
Het akkoord over een meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en de vraag wie die zal betalen
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De Reynderstaks
De meerwaardebelasting en gerelateerde fiscale aspecten
Gesteld door
PTB
Sofie Merckx
VB
Wouter Vermeersch
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
VB
Wouter Vermeersch
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
VB
Lode Vereeck
PS
Hugues Bayet
PTB
Sofie Merckx
Groen
Dieter Vanbesien
PTB
Sofie Merckx
DéFI
François De Smet
Ecolo
Sarah Schlitz
VB
Wouter Vermeersch
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen), Bart De Wever (Eerste minister)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het actualiteitsdebat over de geplande *meerwaardebelasting* (of "solidariteitsbijdrage") onthult diepgaande fiscale onduidelijkheid en politieke tegenstellingen: de regering belooft een 10%-heffing op gerealiseerde meerwaarden boven €10.000 (met uitzonderingen voor historische winsten en grote beleggers met 20%+ belangen), maar modaliteiten, peildata, aftrekbaarheid van kosten/minwaarden en de relatie met bestaande belastingen (bv. Reynderstaks) ontbreken volledig, terwijl ultrarijken via holdings onbelast blijven. Kritiek richt zich op rechtsonzekerheid, mogelijke dubbelbelasting, en het ontbreken van een echte "miljonairstaks"—terwijl de oppositie geheime akkoorden en communautaire scheefgroei (Vlamingen vs. Walen) aankaart. Minister Jambon belooft parlementaire verduidelijking bij de wetsindiening, maar concrete antwoorden blijven uit.
Voorzitter:
Dames en heren, ik herinner eraan dat conform artikel 129 van ons Reglement er een actualiteitsdebat wordt georganiseerd zodra er meer dan vijf vragen over hetzelfde onderwerp worden ingediend. De spreektijden worden geregeld in artikel 125. De spreektijd is beperkt tot 2 minuten per spreker, tot 5 minuten voor het antwoord van de regering en 2 minuten voor de repliek voor de vraagstellers.
Wie geen vraag indiende maar zich bij het actualiteitsdebat wenst aan te sluiten, heeft de keuze om het woord te nemen tijdens het stellen van de vragen of tijdens de replieken gedurende 2 minuten.
Lode Vereeck:
Voor een goed begrip, voorzitter, 2 minuten per spreker, en niet 2 minuten per vraag?
Voorzitter:
Zoals ik het Reglement lees, is het 2 minuten per spreker.
Wouter Vermeersch:
Ik vind het een beetje vreemd, mijnheer de voorzitter. Normaal gezien heeft men 2 minuten spreektijd als men een vraag apart indient. Nu worden alle vragen samengevoegd. In mijn geval moet ik dus drie vragen in 2 minuten proppen.
Collega Vereeck heeft er een stuk of tien ingediend. Hij moet dus tien vragen stellen in 2 minuten. Ik veronderstel veel kracht en wijsheid bij collega Vereeck, maar tien vragen samenvatten in 2 minuten is gewoon onmogelijk.
Dat is ook niet het gebruik in de commissie voor Financiën, die toch complexe materies behandelt. Het eerste debat gaat over een heel complexe belasting. Ik veronderstel dat men geen tien complexe vragen over een complexe belasting in 2 minuten kan stellen.
Het is niet de praktijk die we hebben toegepast. In een actualiteitsdebat is er normaal wel wat ruimte, maar natuurlijk is er ook nood aan collegialiteit van de sprekers om het debat beperkter te houden dan bijvoorbeeld tien keer 2 minuten per spreker. Het is niet dat we onze interventies tot 20 minuten laten uitlopen, maar ik wil u toch vragen enige flexibiliteit aan de dag te leggen.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, daarom heb ik daarstraks aan uw collega in alle openheid en transparantie aangegeven wat de werkwijze zou zijn.
Ik zal u citeren uit het Reglement, dat u altijd heel belangrijk vindt, ook hier in de commissie. Daarover worden ook brieven geschreven naar de Kamervoorzitter.
Ik citeer op bladzijde 115, artikel 125: "De spreektijd per vraagsteller bedraagt 2 minuten. Het lid van de regering beschikt over 5 minuten om te antwoorden." Ik ga verder: "Met uitsluiting van de fractie waartoe de vraagsteller behoort, mag per fractie nog één spreker het woord nemen gedurende 2 minuten, naar keuze onmiddellijk na de vraagstellers of na de replieken van de vraagstellers op het antwoord van de regering. Na het antwoord van de regering kunnen de vraagstellers repliceren. Hun spreektijd bedraagt 2 minuten."
Dat is het Reglement en dat Reglement moet ik als voorzitter toepassen.
Dat gezegd zijnde, ik heb nog nooit iemands woorden afgekapt omdat hij 5 seconden te veel sprak. Ik zal de betogen wel afkappen als ze een minuut te lang duren. Zoveel flexibiliteit wil ik op voorhand wel aankondigen als voorzitter van de commissie.
Ik stel voor, collega's, dat we de volgorde van de sprekers aanhouden in de volgorde waarin de vragen werden ingediend.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je pense que tout le monde se demande qui va payer la taxe sur les plus-values, soit la "contribution de solidarité" telle que nommée dans l'accord de gouvernement. Avec le PTB, durant les débats parlementaires qui ont duré 40 heures, nous avons assez vite compris que ce ne seraient pas les ultra-riches. Parce que cette taxe, comme vous l'avez dit lors du débat, sera appliquée sur l'impôt des personnes physiques et pas sur l'impôt des sociétés. Or nous savons tous que les ultra-riches gèrent et transmettent leur patrimoine via leurs sociétés.
En 2022, par exemple, la famille Spoelberch, bien connue et ultra-riche, a vendu sa participation dans Hillebrand et a fait une plus-value de pas moins de 120 millions d'euros. Combien de taxes a-t-elle payé sur cette vente? Zéro euro, parce qu'elle est passée par sa société Cobepa. Aujourd'hui, nous nous demandons si, après l'introduction de la taxe sur les plus-values telle que décrite dans l'accord de gouvernement, cette plus-value-là serait taxée. Je pense que la réponse est non.
Cependant, ce weekend, dans De Tijd , un journaliste a posé la question à M. Van Peteghem. Je vais citer ici la réponse de M. Van Peteghem en néerlandais.
In een interview in De Tijd verklaarde minister Van Peteghem het volgende: "Het moet de bedoeling zijn dat de sterkste schouders bijdragen." De journalist repliceerde als volgt: "Zo ziet het er toch niet naar uit, want de superrijken beheren de aandelen in bedrijven via holdings en managementvennootschappen." Daarop zei de heer Van Peteghem: "Het is aan de minister van Financiën om de belasting zo uit te werken dat ze de doelstelling haalt en 500 miljoen euro opbrengt."
Monsieur le ministre, confirmez-vous que la taxe sur les plus-values telle qu’inscrite dans l’accord de gouvernement s’appliquera à l’impôt des personnes physiques et non à l’impôt des sociétés? Ces dernières pourront-elles donc continuer à bénéficier d’une exonération au travers du régime des revenus définitivement taxés?
Avez-vous finalement trouvé un accord au sein du Conseil des ministres sur les modalités précises de cette taxe sur les plus-values?
Enfin, comment arrivez-vous aujourd’hui à un rendement de 500 millions d’euros de ces taxes alors que les modalités ne sont pas claires?
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de voorzitter, collega's, vandaag wens ik de minister van Financiën eerst en vooral te ondervragen over een maatregel die niet alleen voor fiscale onzekerheid zal zorgen, maar ook bijzonder complex dreigt te worden, namelijk de meerwaardebelasting, eufemistisch de solidariteitsbijdrage genoemd, maar in de wandelgangen nu al omgedoopt tot de zogenaamde Jambontaks. Traditioneel wordt een belasting vernoemd naar de minister van Financiën; denk maar aan de Reynderstaks, waarop ik straks nog terugkom.
Het wordt een fiscale maatregel vol onduidelijkheden. Hoewel de fiscale opbrengst vastligt in de begrotingstabellen, zijn de modaliteiten vandaag bijzonder onduidelijk. Zowel spaarders als experts hebben talloze vragen. Wanneer gaat de belasting in? Op welke producten zal ze van toepassing zijn? Zal de prijsbepaling gebeuren via de FIFO- of de LIFO-methode? Hoe verhoudt deze maatregel zich tot bestaande belastingen zoals de Reynderstaks of de beurstaks? Wie zal de belasting inhouden, de belastingbetaler of de broker? Ook verschillende regeringsleden spreken elkaar tegen, zoals de collega net al aanhaalde.
Mijnheer de minister, bent u bereid om de modaliteiten van die Jambontaks verder te verduidelijken in het Parlement? Hoe zult u de fiscale onzekerheid die vandaag wordt gecreëerd op korte termijn de kop indrukken?
Nog een vraag is of het een belasting of een bijdrage is. Dat is een fundamentele vraag, want het onderscheid is juridisch belangrijk. De juridische kwalificatie van deze maatregel is van groot belang, want belastingen vloeien naar de federale begroting, terwijl bijdragen bestemd zijn voor de sociale zekerheid. Mijnheer de minister, kunt u daar ook duidelijkheid over scheppen?
De Jambontaks komt als belasting boven op de Reynderstaks. Hoe zit dat? Is de regering van plan om de Reynderstaks in stand te houden? Overweegt de regering om die Reynderstaks te vervangen door een uniforme belasting op vermogenswinsten uit fondsen? Hoe rechtvaardigt de regering het gelijktijdig bestaan van de Reynderstaks en de nieuwe solidariteitsbijdrage, gezien de potentiële dubbelbelasting?
Mijnheer de voorzitter, collega's, de fiscaliteit in dit land is al uiterst complex. De invoering van een nieuwe belasting moet gepaard gaan met duidelijke regels, rechtszekerheid en administratieve eenvoud. Vandaag is dat niet het geval. Daarom verwachten wij vandaag van de minister van Financiën toch wel een ondubbelzinnig antwoord op al onze ingediende vragen.
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, met betrekking tot de discriminatie tussen kleine en grote beleggers en de mogelijke schending van het gelijkheidsprincipe, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mondelinge vraag nr. 56002523C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
1. Het gelijkheidsbeginsel sluit niet uit dat burgers verschillend worden behandeld, zolang daar objectieve criteria en gerechtvaardigde redenen voor zijn.
Waarom behandelt de regering 'kleine' en 'grote' beleggers anders en waarom worden grote beleggers voordeliger behandeld met lagere tarieven?
2. Houdt de regering rekening met procedures voor het Grondwettelijk Hof voor fiscale discriminatie?
3. Geldt de vrijstelling van 10.000 euro ook voor grote beleggers die een meerwaarde realiseren boven 1 miljoen euro?
Met betrekking tot de harde grens van het aanmerkelijk belang en beleggers die daar net onder zitten, verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002526C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
1. Een grote belegger met een aanmerkelijk belang van 20% geniet dus van lagere belastingtarieven.
Maar wat gebeurt er met een belegger die een belang heeft van 19%? Gelden er een glijdende of proportionele tarieven?
2. Wat is het belastingtarief voor een belegger die bij aankoop 20% van de aandelen bezat, maar waarvan het belang verwaterd is door een of meerdere kapitaalsverhogingen en de intrede van nieuwe aandeelhouders?
3. Wat is het belastingtarief van kleine familiale bedrijven met meerdere (meer dan vijf) aandeelhouders?
Met betrekking tot de historische meerwaarde en de peildatum, zeker wanneer die peildatum een lager peil kent dan de historische aankoop verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002527C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
Om te vermijden dat ook historische meerwaarden worden belast, zou de meerwaardebelasting pas berekend worden vanaf de datum van invoering, de zogenaamde 'peildatum', bijvoorbeeld 1 januari 2026. De meerwaarde vóór de peildatum wordt dus buiten beschouwing gelaten.
1. Stel dat de aandeelprijs op de peildatum lager ligt dan op de historische aankoopdatum en er ontstaat een meerwaarde tussen peildatum en verkoopdatum, maar een minwaarde tussen aankoopdatum en verkoopdatum.
Welke datum wordt in aanmerking genomen, de aankoopdatum of de peildatum?
2. Komt er een variabele peildatum in het voordeel van de belastingplichtige?
3. Hoe wordt de waarde van een niet-beursgenoteerd bedrijf berekend op de peildatum?
En welke instantie gaat die waarde vaststellen?
4. Hoe wordt de meerwaarde berekend bij gespreide aankopen van een aandeel (bv. in januari en juni)? Wordt die bepaald op basis van de datum van de eerste aankoop (januari) of de laatste (juni), met andere woorden: FIFO of LIFO?
Met betrekking tot de aftrekbaarheid van minwaarde en vooral ook van kosten, zodat er geen dubbele belastingen ontstaan, verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002529C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
De minwaarden zouden aftrekbaar zijn, maar niet overdraagbaar. Ze kunnen dus enkel in het jaar van verkoop in mindering worden gebracht van mogelijke meerwaarden, terwijl de verliezen wel geleden zijn. Wat is de reden of het argument om de aftrekbaarheid van minwaarden te beperken in de tijd?
Als de kosten om aandelen te verwerven, zoals de beurstaks, niet in mindering kunnen worden gebracht van de belastbare grondslag, wordt er (meerwaarde)belasting over belastingen betaald. Zijn de kosten om aandelen te verwerven aftrekbaar van de belastbare meerwaarde?
De 'Reynderstaks' bedraagt 30% op de meerwaarden op een obligatiefonds dat minstens 10 procent van zijn activa investeert in vastrentende activa belegt. Verdwijnt de Reynderstaks? Of wordt straks een (meerwaarde)taks bovenop de Reynderstaks geheven? Of blijft de Reynderstaks bestaan, maar is de meerwaardetaks niet van toepassing op obligatiefondsen die minstens 10 procent van hun activa investerend in vastrentende activa?
Worden meerwaarden die onmiddellijk geherinvesteerd of herbelegd worden, vrijgesteld van meerwaardebelasting?
Met betrekking tot het volatiele karakter van de opbrengsten en de veiligere allocatie in een fonds voor schuldafbouw, verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002530C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
De regering De Wever verwacht volgens de begrotingstabel over de regeerperiode 2025-2029 een opbrengst van respectievelijk 0, 250, 300, 400 en 500 miljoen euro. De opbrengsten zijn echter zo onvoorspelbaar en wispelturig zijn als de beurs zelf. Kortom, totaal ongeschikt als stabiele financieringsbron voor de kerntaken van de overheid.
Overweegt de regering om de gebeurlijke opbrengsten van een meerwaardebelasting te beschouwen als eenmalige mee- of tegenvallers en ze desgevallend te oormerken in een fonds voor schuldafbouw?
In de jaren dat de beurzen goed presteren, wordt de staatsschuld afgebouwd. Bij een beurscrash wordt de schuld even niet afgebouwd.
Voor wat de vele mogelijkheden en gemakkelijke fiscale ontwijking betreft van de tekst met betrekking tot de meerwaardetaks, verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002531C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
De meerwaardetaks kan makkelijk ontweken worden, bijvoorbeeld door aandelen te verkopen zodra een meerwaarde van 10.000 euro is gerealiseerd, ofwel door te verkopen op 31 januari en terug te kopen op 2 januari, ofwel door zich als jonge ondernemer en meerwaardezoeker te vestigen in een fiscaal gunstiger land.
Welke maatregelen neemt de regering om fiscale ontwijking te ontmoedigen of tegen te gaan?
Welke fiscale maatregelen neemt de regering om jonge ondernemers te overhalen zich in dit land te vestigen en belastingen te betalen?
Met betrekking tot de beleggers op lange termijn – dat wil zeggen langer dan tien jaar – en hoe zij worden behandeld en al dan niet vrijgesteld, verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002532C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
Premier De Wever zei na afloop van het ledencongres van N-VA dat de brave beleggers die hun aandelen langer dan 10 jaar aanhouden, zouden worden vrijgesteld. Dat werd bevestigd door de voorzitter van MR, George-Louis Bouchez, die in de media sprak over een “geheime deal" en een “door de premier ondertekend document". Minister van Financiën, Jan Jambon, ontkende dat, althans hij zei van niets te weten. Premier De Wever verklaarde ondertussen dat het parlement het document niet kan opeisen en inzien. De socialistische voorzitter, Conner Rousseau, zei dat enkel het regeerakkoord van tel is en dat daarin geen sprake is van deze vrijstelling.
Wordt de meerwaarde op aandelen die langer dan 10 jaar in het bezit zijn van een belegger vrijgesteld van meerwaardetaks?
Met betrekking tot de fiscale of parafiscale behandeling van deze taks of bijdrage, verwijs ik naar de schriftelijke tekst van vraag nr. 56002609C.
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%. De meerwaardebelasting vormt het voorwerp van interne onenigheid tussen de regeringspartijen en warrige communicatie door de regering, terwijl er dringend nood is aan duidelijkheid en fiscale rechtszekerheid.
De meerwaardebelasting werd door de regering herdoopt tot "solidariteitsbijdrage". Volgens de heer Yves Stox (Partena Professional) is dit meer dan een woordspelletje of een politiek handigheidje (De Tijd, 12 februari 2025, pag. 11). Een belasting vloeit namelijk naar de fiscus, een bijdrage naar de sociale zekerheid. Daardoor verschilt het toepassingsgebied (bv. voor ingezetenen en buitenlanders) en de administratieve formaliteiten (bv. om een vrijstelling te bekomen).
Wordt de meerwaardebelasting opgezet als een belasting of als een bijdrage?
Wat zijn de gevolgen van dit onderscheid naar soorten belastingplichtigen, administratieve formaliteiten, enz.?
En tot slot nog enkele modaliteiten. Hoe moeten wij het regeerakkoord interpreteren, gezien het gekibbel dat daarover ontstaan is? Is dat een exhaustieve en limitatieve tekst? Of is dat een initiatieve en louter verduidelijkende opsomming? Hiervoor verwijs ik naar vraag nr. 56002769C
Uit het regeerakkoord blijkt dat kleine beleggers 10% taks zullen betalen op de gerealiseerde meerwaarde op alle financiële activa vanaf het bedrag van 10.000 euro. Grote beleggers met een “aanmerkelijk" belang van 20% in een bedrijf worden onderworpen aan een progressief tarief tussen 0% en 10%.
Formateur Bart De Wever zei na afloop van het ledencongres van N-VA dat de brave beleggers die hun aandelen langer dan 10 jaar aanhouden, zouden worden vrijgesteld. Dat werd bevestigd door de voorzitter van MR, George-Louis Bouchez, in een kranteninterview, maar werd tegengesproken door de voorzitter van Vooruit, Conner Rousseau, die stelde dat enkel de tekst van het regeerakkoord geldig is.
Premier Bart De Wever verklaarde ondertussen dat deze vrijstelling tot de modaliteiten van de meerwaardebelasting behoort, die nog verder onderhandeld en in wetgeving gegoten moeten worden.
Vicepremier Frank Vandenbroucke van Vooruit verklaarde recent in een televisieprogramma dat deze vrijstelling niet verstandig zou zijn. Hij zei niet te weten of de meerwaardebelasting van toepassing was op een beleggingsproduct dat een kijker had opgestart. Vandenbroucke zei ook dat slechts een op de tien Belgen aandelen bezit.
Hoe moet het regeerakkoord geïnterpreteerd worden? Is het een exhaustieve en dus limitatieve tekst die niet-vermelde mogelijkheden uitsluit; of is het een enuntiatieve, louter verduidelijkende opsomming die bijgevolg niet-vermelde mogelijkheden ook toelaat?
In het regeerakkoord staat dat de meerwaardebelasting betrekking heeft op alle financiële activa, inclusief crypto. Welke beleggingsproducten komen niet in aanmerking?
Wat is het argument om beleggers die op lange termijn (langer dan 10 jaar) investeren, vrij te stellen van meerwaardebelasting? Waarom geldt bv. deze vrijstelling wel voor onroerende goederen?
In Luxemburg geldt een vrijstelling op meerwaardebelasting wanneer aandelen langer dan zes maanden in bezit worden gehouden. Komt een gelijkaardige regeling zoals in Luxemburg ook in aanmerking, teneinde kapitaalvlucht naar Luxemburg te vermijden?
Hoeveel Vlamingen, Walen en Brusselaars bezitten aandelen, in absolute cijfers en als aandeel van de bevolking?
Wat is de gemiddelde en mediaanwaarde van de beleggersportefeuille van Vlamingen, Walen en Brusselaars per leeftijdscategorie?
Hugues Bayet:
Bonjour, monsieur le ministre. À mon tour, je reviens sur cette taxation sur les plus-values. Vous nous avez déjà répondu en séance plénière en nous confirmant qu'il y avait des différences entre les versions françaises et néerlandophones du texte. Vous nous avez expliqué tout cela et vous nous avez confirmé que c'était une taxe rikiki, ce que vous appelez la taxe de solidarité, puisque au-delà des 10 %, toute une série de personnes vont être exonérées y compris les sociétés, comme l'a dit ma collègue.
Cependant, l'élément nouveau dans ce débat, c'est la polémique concernant de potentiels accords secrets. Là, je suis quand même fort étonné, monsieur le ministre. Vous dites non, mais on va voir. Un de nos collègues député, et pas des moindres puisqu'il est aussi président d'un groupe de la majorité, nous dit qu'il existe des accords secrets entre le premier ministre, ou la N-VA, ou le gouvernement, je n'en sais rien en fait, concernant cette taxation et que rien de tout ce qui est écrit dans cet accord n'est vrai.
Je suis député ici depuis un peu plus de cinq ans mais j'ai une autre carrière dans d'autres parlements et c'est la première fois que j'entends parler d'accords secrets. En effet, je n'en n'ai eu connaissance ni à l'Europe, ni en Wallonie mais peut-être qu'en Flandre – je n'ai de fait malheureusement jamais été élu là-bas –, vous avez plus l'habitude de ce type d'accord secret. Je n'en sais rien. En tout cas, je trouve que peu importe que l'on soit dans une majorité ou dans une opposition, on est là pour faire avancer la démocratie. S'il y a bien quelque chose qu'on ne peut pas accepter, ce sont des accords secrets ou des textes sur lesquels on n'est pas tous d'accord.
Alors, vous avez quand même mis quelques mois pour former ce gouvernement. J'imagine donc que vous en avez discuté plus d'une fois et je voudrais donc avoir très clairement votre réponse: Y-a-t-il un accord secret ou pas? Est-ce que cette taxe, qui à mon sens sera vraiment une taxe rikiki, sera-t-elle appliquée ou pas? Je pense que plus d'un Belge a besoin de cette réponse et je vous en remercie d'avance.
François De Smet:
Monsieur le ministre, revenons donc sur cette taxe sur les plus-values, un dossier dont nous avons déjà beaucoup discuté. En soi, une taxation sur les plus-values n'est pas un scandale, si nous voyons ce qu'il se passe chez nos voisins. Et ce n'est pas un scandale non plus d'aller taxer un peu plus les revenus du capital si c'est pour libérer ceux du travail. Le problème est que ceux-ci ne seront soulagés que par une mini-réforme fiscale qui se traduira par un montant d'environ 100 euros par mois à la fin de la législature, mais ce n'est pas le sujet du jour. Il s'agit d'y voir clair entre ce qui est écrit, les notes secrètes ou non, les accords, les interviews, etc. Je ne vous poserai que des questions très simples.
D'abord, la taxation des plus-values serait à déclarer spontanément par le contribuable. À cet effet, les banques devront donc fournir un relevé des opérations d'achat et de ventes des titres, avec les plus-values et moins-values correspondantes. S'il détient des comptes-titres auprès de plusieurs banques, il faudra donc additionner les différents relevés. Allez-vous intégrer les banques elles-mêmes dans une forme ce contrôle? Dans la mesure où le contribuable a des comptes-titres auprès d'une banque étrangère, pensez-vous que les banques françaises, anglaises ou américaines, par exemple, fourniront au contribuable un relevé adapté à la législation fiscale belge ou bien abandonne-t-on d'emblée ces revenus? Enfin, le régime de taxation au taux de 33 % sur les plus-values sur actions ne relevant pas de la gestion normale d'un patrimoine privé va-t-il subsister?
Voorzitter:
M. Vanbesien est excusé. Je ne vois pas Mme Schlitz.
D'autres membres souhaitent-ils intervenir dans ce débat? (Non) Je donne donc la parole à monsieur le ministre des Finances.
Jan Jambon:
Ik dank u voor de vele vragen over wat sommigen de meerwaardebelasting, de Jambontaks of de De Wevertaks noemen. Ik heb de oppositie al uitgenodigd om het met elkaar eens te raken over hoe zij de taks zal noemen. Wij noemen het alvast de solidariteitsbijdrage.
Ik herinner me dat we tijdens de bespreking van het regeerakkoord, waar we lang de tijd voor hebben genomen, lang van gedachten hebben kunnen wisselen over de hervormingen die op til zijn. U weet ook allemaal dat een regeerakkoord geen wettekst is, waarin alle modaliteiten gedetailleerd worden vermeld. Mijnheer Vermeersch, u hebt gelijk dat er nog veel vragen en onduidelijkheden zijn, maar die zullen worden uitgeklaard op het moment dat we het wetsontwerp in het Parlement zullen indienen. We zullen dan alle kansen hebben om daarover uitgebreid van gedachten te wisselen in de commissie.
Nu het regeerakkoord er is, is het mijn taak om het wetgevend werk in orde te maken en een wetsontwerp in de Kamer ter bespreking en hopelijk daarna ter goedkeuring in te dienen. In het regeerakkoord is een heel duidelijk kader afgesproken inzake een algemene solidariteitsbijdrage van 10 % op de gerealiseerde meerwaarde op financiële activa, inclusief cryptoactiva. Het is ook belangrijk om aan te geven dat we de historische meerwaarden niet zullen taxeren. Alhoewel het fiscaaltechnisch perfect mogelijk was om de historische meerwaarden te vatten, blijven zij vrijgesteld. De regering heeft de keuze gemaakt dat meerwaarden die werden opgebouwd voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet, buiten schot zullen blijven.
Nous envisageons également une exonération de 10 000 euros afin que les petits investisseurs ne soient pas dans le collimateur. Ce montant sera également indexé annuellement. Pour les participations substantielles de 20 %, nous prévoyons des taux plus bas et une exonération d'un million d'euros.
Vous savez que l'élaboration d'une telle législation est précédée d'une énorme concertation avec tous les acteurs concernés. Plusieurs avis sont également recueillis avant qu'un projet de loi ne soit transmis au gouvernement pour être ensuite discuté au Parlement.
Vous avez déjà pensé à beaucoup de cas et je vous en remercie. Il me revient maintenant d'apporter une réponse à toutes ces demandes dans le projet de loi. Dans la période à venir, tous ces cas seront examinés lors de la rédaction du projet de loi. Je vous suggère donc de nous pencher sur cette discussion et sur les modalités en commission, au Parlement, lorsque je soumettrai le texte au cours de cette année.
Monsieur Bayet, pour répondre à votre question, je fais référence aux réponses que le premier ministre a données en séance plénière. Il n'y a pas d'accord secret. Tout ce qui est discuté figure dans l'accord de gouvernement mais je me rends compte qu'il y a encore des choses à éclaircir avant que je puisse transférer le projet de loi au Parlement. Je compte faire ce boulot dans les plus brefs délais.
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, je ne pense pas que vous ayez répondu à ma question. Vous confirmez que la taxe s'appliquera à l'impôt des personnes physiques et non à l'impôt des sociétés.
É tant donné qu'il vous reste plus d'une minute et que ma question était très précise...
Jan Jambon:
J'ai donné ma réponse, madame.
Sofie Merckx:
Au cours du débat parlementaire, vous avez dit qu'elle s'appliquerait à l'impôt des personnes physiques et pas à l'impôt des sociétés. Aujourd'hui, M. Van Peteghem dit peut-être le contraire. Je pense que ma question est légitime et je ne comprends pas pourquoi vous n'y répondez pas, monsieur le ministre.
Voorzitter:
Mevrouw Merckx, de minister heeft het antwoord gegeven dat hij achtte te moeten geven. U kunt bijkomende vragen stellen en bedenkingen maken en dat is uw volste recht. Het is nu echter tijd voor de repliek. Wanneer u niet tevreden bent met het antwoord, kunt u nog altijd andere parlementaire initiatieven nemen.
Sofie Merckx:
Toujours est-il que si le ministre ne répond pas, c'est peut-être que ma question très précise – qui pourrait avoir une réponse concise – l'a mis mal à l'aise. Je pense que cette taxe est hautement symbolique, d'autant plus que ses modalités restent à ce stade imprécises.
Monsieur Jambon, vous n'avez fourni aucune précision, ce qui contraste fortement avec la clarté des mesures que vous avez prises en tant que ministre des Pensions. Dans le cadre du malus pension, vous parlez de 156 jours. Vous évoquez 234 jours pour la pension anticipée. Dans ce cas-là, vous avez vraiment abordé le sujet dans les moindres détails. Par contre, quand il s'agit de la soi-disant taxe pour les ultra-riches, nous sommes vraiment dans le vague et c'est une mesure hautement symbolique. Nous craignons que ce ne sont pas du tout les ultra-riches qui paieront, mais bien, une fois de plus, les petits et les investisseurs moyens.
Selon le PTB, la seule solution aurait été d'instaurer une véritable taxe des millionnaires. Comme l'affirment de nombreux économistes, les grandes fortunes de ce pays, les grandes familles, détiennent des participations de contrôle significatives dans les entreprises et il leur arrive de ne jamais vendre leurs actions. Ils n'en tirent donc aucune plus-value. La seule véritable solution pour atteindre les ultra-riches aurait été de mettre en place une réelle taxe des millionnaires, ce que ce projet ne prévoit absolument pas.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, wij zijn niet te spreken over wat hier vandaag in de commissie gebeurt. Het schouwspel in de commissie is werkelijk onaanvaardbaar. U bent bezig met de vis te verdrinken, zoals dat heet. Het is ongehoord maar vooral ongezien hoe terechte vragen van de oppositie en van de burgers uit de samenleving hier vandaag worden afgewimpeld.
U moet ook heel goed de impact daarvan beseffen. U hebt met uw regeerakkoord heel wat stof doen opwaaien, niet alleen bij fiscalisten maar ook bij de bevolking. U hebt heel veel mensen ongerust gemaakt, zonder duidelijkheid te creëren. U geeft ronkende verklaringen zonder duidelijkheid. U hebt stof doen opwaaien, maar u stelt ons vandaag niet in staat dat stof te laten neerdalen. Uw regering zorgt vandaag voor veel fiscale onzekerheid. De regering zaait werkelijk fiscale onrust voor de ondernemers, voor investeerders, voor spaarders en voor belastingbetalers. Dat is bijzonder nefast.
Mijnheer de minister, ongeacht de naam van de taks – wat ons betreft is dat de Jambontaks –, wordt die hoe dan ook een belasting op de kap van de Vlamingen. De regering heeft het over de sterkste schouders, maar er moet "op de kap van de hardwerkende Vlamingen" worden gelezen. Het merendeel van die nieuwe belasting zal immers terechtkomen bij de Vlamingen, bij wie de vermogens zich bevinden.
De Franstaligen steken dat trouwens niet weg. Uw eigen coalitiepartner, de heer Bouchez, verklaarde in De Tijd dat "de meerwaardebelasting ook een communautaire hervorming is, aangezien ze meer Vlamingen dan Walen zal raken". Dat zijn de woorden van de heer Bouchez.
Gisteren gaf de heer Magnette in een interview letterlijk het volgende aan: “Toch is die Jambontaks of meerwaardetaks historisch, al is het maar omdat wij in de toekomst in een regeerakkoord de vrijstellingen kunnen verminderen, de tarieven kunnen verhogen en het rendement van die taks kunnen verbeteren.”
Mijnheer de minister, de taks wordt dus een belasting op de kap van de Vlamingen. U had hier een kans om duidelijkheid te creëren en de fiscale onzekerheid weg te nemen. U hebt ze niet gegrepen. Dat is werkelijk ongezien en onaanvaardbaar.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat u in dit actualiteitsdebat met beperkte tijd niet op al mijn vragen een antwoord kunt geven, maar ik had op een aantal vragen toch wat meer duidelijkheid verwacht. De regering is immers al bijna een maand gevormd.
Ik geef een aantal voorbeelden. Is de vrijstelling voor beleggers die hun aandelen langer dan tien jaar aanhouden al getrancheerd? Nog een belangrijke vraag: zijn niet alleen de minwaarden aftrekbaar, maar ook de kosten? Als dat niet zo is, betaalt men een meerwaardebelasting op beurstaks. Dat is een taks op een taks. De Reynderstaks is daar een voorbeeld van. Blijft die apart bestaan? Wordt die afgeschaft? Of gaan we ook nog een meerwaardetaks boven op de Reynderstaks betalen? Op die vragen had ik toch graag een antwoord gekregen. U mocht daar voor mij zeker aan cherrypicking doen. Wouter Vermeersch zei het heel duidelijk en het is ook voor mij een grote bezorgdheid. Met fiscale rechtszekerheid staat of valt eigenlijk alles: investeringen, beleggingen, spaargedrag.
Ik heb nog een laatste vraag over de interpretatie van het regeerakkoord, mijnheer de minister. Misschien heb ik ze te ingewikkeld geformuleerd. Ik heb het exhaustief of initiatief genoemd. Moet het er absoluut in staan om ook te worden uitgevoerd? Of is het een opsommende tekst die niet volledig is, waaraan het eventueel nog kan worden toegevoegd? Dat is voor ons als oppositie belangrijk, ook om te weten of we in de toekomst nog andere initiatieven kunnen nemen.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je suis déjà un peu rassuré de savoir qu'il n'y a pas d'accord secret dans ce gouvernement Arizona, mais je ne le suis pas du tout quant à l'efficacité de cette taxe. Nous avons parlé d'un collègue du MR. Toutefois, ce week-end, votre ministre – notre ministre – du Budget s'est aussi exprimé, et qu’a-t-il dit?
Je vais me permettre de le lire: "Il y a trois choses importantes: que cette taxe soit mise en place, qu'elle rapporte 500 millions en 2029, et que les petits investisseurs soient épargnés autant que possible. Et je pense d'ailleurs qu'il faudrait augmenter l'exonération de 10 000 euros."
Cela veut donc dire qu'en fait, vous n’êtes pas du tout d'accord. Quand on lui dit, comme cela a été dit, que les plus riches gèrent cela via des holdings, sa seule réponse est: "C’est au ministre des Finances de mettre en place la taxe et de faire en sorte qu'il y ait 500 millions en 2029".
Le court du long de toutes ces explications, monsieur le ministre, c'est que sur la taxation des épaules les plus larges, personne n'est d'accord: ni vous, ni le CD&V, ni le MR. Par contre, pour trouver l'argent sur le dos des travailleurs, des pensionnés, des allocataires sociaux, des personnes handicapées, là vous êtes tous très d'accord. Vous allez dans le moindre détail pour essayer de retrouver trois ou quatre petits millions à droite et à gauche. Mais sur les épaules les plus larges, sur ceux qui ne participent pas à la vie en collectivité, manifestement, vous confirmez que personne n'est d'accord. J'en suis bien triste, mais nous vous proposerons de vrais textes, monsieur le ministre, qui permettront de rééquilibrer la taxation entre le capital et le travail. Je vous remercie.
François De Smet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, merci d'avoir répondu. Enfin, plutôt d'avoir rappelé et récité l'accord de gouvernement que nous commençons, je crois, tous un petit peu à connaître.
Je ne vous cache pas que je suis déçu. Pour être constructif, j'avais posé des questions simples, techniques, neutres, même pas politiques. Des questions que des fiscalistes, des professionnels se posent. Et même à celles-là, il n'y a pas encore de réponse disponible. En gros, c'est: "Circulez, il n'y a encore rien à voir." À croire peut-être que c'est davantage l'ancien ministre de l'Intérieur qui nous a répondu que celui des Finances.
Cela veut dire pour moi une chose très claire. Vous n'êtes au sein du gouvernement tout simplement pas encore d'accord entre vous, et sur quasiment rien quant à cette taxe. Je m'attends à ce que ce projet de loi ne nous arrive pas avant un bon moment. Vous dites 2025. Je crois que si c'est décembre 2025, nous serons déjà heureusement surpris. Je vous remercie.
Voorzitter:
Ik heb begrepen dat de heren Van Quickenborne, Piedboeuf en El Yakhloufi nog graag het woord willen nemen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, er is een reden waarom ik mijn twee vragen heb ingetrokken, namelijk omdat ik wist dat u niet zou antwoorden.
Ik wil de socialistische collega's van Vooruit feliciteren met het feit dat zij de N-VA zover hebben gekregen om de enige belasting die we nog niet hadden in ons land in te voeren. Mijnheer de minister, het is een gaatje in de dijk, want de 10 % die is afgesproken wordt straks 20 of 25 %. De Vlaamse liberalen hebben die belasting 25 jaar tegengehouden, maar u hebt ze in 6 maanden tijd ingevoerd en dat zonder de PS aan de macht. Faut le faire .
Het ergste van al is echter dat het week na week duidelijk wordt dat de Vlaamse middenklasse getroffen wordt door die belasting. U zat in de studio van De Zevende Dag en hebt daar de getuigenis gehoord van Wouter De Both, die elke maand 200 euro spaart voor zijn dochtertje. Hij is een geschiedenisleraar, een eenvoudig man, geen sterkste schouders, geen rijke man. Hij spaart elke maand 200 euro en zal nu onderworpen worden aan die meerwaardetaks.
U bent ook minister van Pensioenen. Als het gaat over de pensioenen, zijn er heel wat details uitgewerkt. U kunt bijna het wetsontwerp uitschrijven, maar als het gaat over de meerwaardetaks, heb ik de indruk dat u zelfs geen fiscaal specialist hebt geconsulteerd tijdens de discussie daarover. Het is puur amateurisme.
Weet u hoeveel vennootschappen er zijn in ons land? Het zijn er 800.000. Straks moeten die al hun aandelen in waarde schatten om te weten of er al dan niet meerwaarde wordt gecreëerd. Zij verkeren in totale rechtsonzekerheid en u komt hier gewoon de tekst van het regeerakkoord voorlezen en vertelt voor de rest niets nieuws, terwijl dat de crux van het regeerakkoord is. Het is het meest delicate. Daarmee valt of staat de coalitie en u bent niet in staat om daarover heldere afspraken te maken.
Sta me toe te zeggen dat dit allemaal heel amateuristisch klinkt. Ik vrees dat u zich hebt laten vangen door Vooruit. Het heet inderdaad een solidariteitsbijdrage en geen taks omdat het op die manier een bijdrage kan zijn boven op de taks. Let op voor de socialisten, want als u geen precieze afspraken maakt, dan bent u gevangen en gevlogen.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, je suis venu assister à cette partie de la commission parce que je suis amateur de surréalisme en général. Je m'aperçois que nos collègues font preuve d'activisme. Ils posent des questions sur un texte qui n'existe pas encore et s'étonnent du fait que le ministre ne réponde pas sur un texte qu'il n'a pas encore écrit. J'ai passé un très bon moment!
Achraf El Yakhloufi:
Ik was niet van plan om het woord te nemen. Mijnheer Van Quickenborne, ik merk dat het onderwerp iets teweegbrengt bij u.
Ik betreur ten zeerste dat onze collega’s van het Vlaams Belang niet bezig zijn met de inhoud, maar met een De Wevertaks, met een Jambontaks … Het gaat hier echter over de inhoud. We spreken over de meerwaardebelasting, de solidariteitsbijdrage. Mijnheer Vereeck, in uw verkiezingsprogramma stelde u zelf v óó r de verkiezingen voor om 25 % belasting op aandelen te heffen. Dat stond in uw eigen verkiezingsprogramma en de dag na de verkiezingen, wanneer de regering is gevormd, vraagt u zich hier af wat er allemaal gebeurt. Ik stel me daar vragen bij. In het debat over de regeringsverklaring en elders heeft het Vlaams belang nul keer over koopkracht gesproken. In het Europees Parlement stemt het Vlaams Belang tegen betere minimumlonen, tegen eerlijke belastingen voor bedrijven. Ik stel me dus oprecht vragen.
Alle andere collega’s, ik weet niet of u vandaag het artikel in De Morgen hebt gelezen met als kop: "Hoe de socialisten Vlaams en federaal vermogens in het vizier nemen." Dat is de realiteit. Wij nemen onze verantwoordelijkheid. Men zegt hier dat we over de kleine beleggers spreken, maar dat is niet zo. De details zullen in de beleidsnota staan. Het gaat over mensen die 10.000 euro winst op aandelen maken. Ik wil dat men die nuance in acht neemt.
Mijnheer de minister, ik kijk er oprecht naar uit om werk te maken van de bijdrage op grote vermogens die in een wetsontwerp zal worden uitgewerkt. U kunt op Vooruit rekenen om daar als partners aan mee te werken.
Voorzitter:
Madame Schlitz, vous êtes quelque peu en retard pour poser votre question, mais vous disposez néanmoins d’un temps de parole de deux minutes, si vous le souhaitez.
Sarah Schlitz:
Merci pour votre clémence, monsieur le président.
J’ai heureusement des oreilles qui traînaient dans cette pièce. J’entends que nous n’obtiendrons pas de précisions sur les modalités de mise en œuvre de la taxe sur les plus-values et que nous n’en aurons pas avant l’arrivée du projet de loi sur la table du Parlement. Dès lors, excusez-nous de trouver que c’est un peu fort de café de fonctionner de cette manière-là!
Premièrement, nous disposerons d’ici quelques semaines des exposés d’orientation politique, et j’espère que vous apporterez des précisions, de même que dans votre note de politique générale. Deuxièmement, j’espère que nous aurons également des précisions au moment des potentielles modifications du budget 2025. Vous nous avez annoncé que vous alliez atteindre une forme d’équilibre entre ceux qui contribuent au budget de l’ É tat et ceux qui n’y contribuent pas.
En fait, la différence fondamentale réside dans la manière dont vous allez appliquer la contribution des plus larges épaules. Nous sommes fort inquiets quant à votre réelle volonté d’aller récupérer ces moyens là où ils se trouvent afin de financer le budget de l’ É tat ou, au contraire, de faire de nouveaux cadeaux aux plus riches, à ceux qui spéculent sur leur fortune, autrement dit à ceux qui ne contribuent pas suffisamment audit budget, contrairement aux travailleurs.
Voorzitter:
Mijnheer Vermeersch, u zegt dat de heer Vereeck wenst tussen te komen voor een persoonlijk feit? Komaan, dit is een debat. In een debat is het normaal dat iemand persoonlijk aangesproken wordt.
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, ik ben het daar niet mee eens. Ik word hier persoonlijk aangesproken, dus dit is toch een persoonlijk feit? Het is daarenboven niet correct wat hij zegt, dus dan moet ik dat toch kunnen corrigeren? Ik weet perfect wat er in ons programma staat, want ik heb het zelf geschreven.
Mag ik reageren?
Voorzitter:
Het incident is gesloten, mijnheer Vereeck.
Lode Vereeck:
Ik vind dat niet kunnen.
Voorzitter:
U kunt in uw repliek weergeven wat u wenst.
Lode Vereeck:
Dit is geen repliek op de minister, maar gewoon een persoonlijk feit, naar aanleiding van een leugen.
Voorzitter:
Zoals ik het begrijp heeft de heer El Yakhloufi een uitspraak gedaan die u gerust kunt weerleggen op alle mogelijke manieren. Het is niet omdat hij die uitspraak hier doet …
Lode Vereeck:
Ik mag die nu toch weerleggen?
Voorzitter:
Kunnen we alstublieft overgaan naar de volgende vraag?
Lode Vereeck:
Bestaat er niet iets zoals een persoonlijk feit in een commissie? Bestaat dat alleen in de plenaire vergadering?
Voorzitter:
Bon, zeg het dan maar vlug.
Achraf El Yakhloufi:
Hij mag mij gerust een mail sturen.
Lode Vereeck:
Goed, u moet weten dat er theoretisch gezien inderdaad geen gegronde reden is waarom winst uit aandelen anders zou moeten worden belast dan winst op aandelen. In het zwaarst belaste land ter wereld is dit er echter gewoon los over. Wij hebben dus … Trouwens, dat geldt ook voor de Open Vld. Jean-Marie Dedecker heeft juist gezegd dat dat klopt. De liberalen stelden dat dit voor hen niet kon. Het kon wel in theorie, maar niet als aparte maatregel. Wij hebben dus gezegd dat dit inderdaad kan in een grondige fiscale hervorming, zoals de duale inkomstenbelasting, een Scandinavische hervorming, die dan echter ook gepaard gaat met een grondige verlaging van alle andere belastingen, waardoor de totale druk, ook op meerwaarden en aandelen, verlaagt. We willen dat dus niet invoeren als aparte maatregel, zoals die nu wordt voorgesteld, zonder grondige fiscale hervorming. Daar zijn wij altijd tegen geweest.
Voorzitter:
Bedankt, mijnheer Vereeck. Ik hoop dat ik nu geen persoonlijk feit moet inroepen jegens de heer Dedecker. Hij is namelijk niet aanwezig om zich te verdedigen. Daarmee wil ik maar zeggen hoever dat al dan niet kan gaan. De heer El Yakhloufi heeft geciteerd uit wat hij meent dat uw programma is. Het is iedereen gegeven, uw partij niet in het minst, om af en toe citaten te geven zonder de volledige context mee te nemen in het citaat. Verbeter mij als dat niet zo zou zijn. De heer Van Quickenborne zit ook heel hard te lachen, maar hij is daar zelf meester in.
De personenbelasting
Het optrekken van de belastingvrije som
Belastingverminderingen en -vrijstellingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie (Vereeck, Bayet) eist concrete cijfers over de beloofde nettoloonsverhoging van 1.200 euro/jaar (2029) via een verhoogde belastingvrije som en lagere sociale bijdragen, maar minister Jambon ontwijkt: de administratie werkt nog aan uitvoering, details volgen bij de begrotingsaanpassing 2025. Vereeck noemt de claim "ongefundeerd of bewust achtergehouden", Bayet hekelt het ontbreken van een structurele herverdeling tussen arbeid en kapitaal (beloofd: 10 miljard) en vaagheid over regionale impact (Wallonië claimt 270 miljoen verlies). Beide eisen transparantie over fiscale effecten per huishoudtype en interregionale transfers, maar krijgen enkel voorlopige budgettaire schattingen (375-750 miljoen/jaar) zonder onderbouwing.
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, deze regering wil de lasten op arbeid verlagen – iets wat wij al 30 jaar horen van regeringen – zodat werknemers meer nettoloon overhouden. In de politieke communicatie of marketing wordt er geschermd met het voorbeeld van een alleenstaande, die per jaar 1.200 euro netto meer zou overhouden in 2029. Mijnheer de minister, hoe komt men tot dat bedrag? Tot welk bedrag wordt de belastingvrije som opgetrokken? Wat kost die maatregel? Geldt de verhoging van de belastingvrije som voor elke belastingplichtige die personenbelasting betaalt? Zo niet, voor wie geldt de maatregel dan niet? Tot welke bedragen of percentages wordt de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid verlaagd? Wat zijn daarvan de budgettaire kosten?
De taxing wages van de OESO geven zes typische scenario's, die terug te vinden zijn in alle kolommen van de OESO. Kunt u die bespreken voor 2029? Wat gaat het inkomenseffect zijn voor een alleenstaande zonder kinderen, een alleenstaande met twee kinderen, een koppel met één inkomen zonder kinderen, een koppel met twee inkomens zonder kinderen, een koppel met één inkomen met twee kinderen en een koppel met twee inkomens met twee kinderen? Kent u trouwens ook het effect van deze maatregel op de interregionale transfers? Dat interesseert mij ook.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, l'impôt sur les personnes physiques est vraiment un enjeu majeur. Majorité comme opposition, nous sommes tous d'accord sur le fait qu'il y a un vrai problème entre la taxation sur les revenus du capital et la taxation sur les revenus du travail. Nous nous attendions donc à une grande réforme fiscale d'au moins 10 milliards d'envergure qui allait rééquilibrer la taxation entre le capital et le travail. Je ne vais pas m'étendre sur la déconvenue que je ressens.
On nous avait promis aussi 500 euros nets en plus par mois pour les travailleurs. Vous étiez là pendant les débats avec le premier ministre. Je suppose que vous êtes d'accord avec lui. Il nous a confirmé qu'il n'y aurait que 100 euros en plus pour ceux qui travaillent, en 2029. Il ne nous reste plus donc dans votre accord que la mesure visant à relever la quotité exemptée d'impôt. Je voudrais que vous me disiez jusqu'à quel montant vous comptez relever la quotité à l'horizon 2029. Je voudrais que vous nous expliquiez jusqu'à quelle hauteur le relèvement de la quotité constituera un bénéfice pour les travailleurs. Vous avez inscrit dans les tableaux budgétaires 375 millions en 2026, 500 millions en 2027 et 750 millions en 2028 avec, j'imagine, en 2029, une vitesse de croisière. Il devrait dès lors être assez facile pour vous de me donner les chiffres puisque vous avez dû les calculer.
Enfin, travailler sur la quotité exemptée d'impôt a forcément un impact sur le financement des Régions. Je voudrais donc que vous me fassiez connaître les impacts par Région (Wallonie, Bruxelles, Flandre) et par année. Par ailleurs, je voudrais savoir s'il y aura d'autres mesures fiscales dans l'accord ayant un impact sur l'entité 2 et si oui, lesquelles et à quelle hauteur.
Jan Jambon:
De administratie werkt momenteel volop aan de teksten ter uitvoering van het ambitieuze regeerakkoord inzake fiscaliteit. De komende weken zullen we die teksten in de regering en daarna ook in het Parlement bespreken. U mag wel rekenen op onze ambitie om het verschil tussen werken en niet werken te verhogen tot meer dan 500 euro in alle gevallen. De lijst van fiscale maatregelen zal daartoe absoluut bijdragen.
De maatregelen die in het regeerakkoord worden genoemd, zult u, zoals gewoonlijk, in de begrotingsnotificaties van de ministerraad gespecificeerd en gedetailleerd kunnen terugvinden. De gevraagde ramingen en analyses zijn op dit moment nog niet beschikbaar, maar zullen eerstdaags, als we met de begrotingsaanpassing voor 2025 naar hier komen, voorhanden zijn.
Monsieur Bayet, vous disposez de chiffres issus d'un tableau provisoire provenant des négociations gouvernementales. Le gouvernement est à sa troisième semaine d'existence. Toutes les modalités et calculs sont actuellement en cours d'examen par mon administration et mon cabinet. De plus, l'impact négatif sur l'entité 2 de l'augmentation de l'abattement non imposable ne peut être dissocié des autres mesures qui auront un impact positif sur l'entité 2. Par exemple, la contribution aux CPAS que nous ferons en compensation de la limitation à deux ans des indemnités de chômage. Cela aura un impact sur les CPAS et ce sera compensé par le budget fédéral.
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, ik begrijp echt niet hoe u kunt en durft te antwoorden dat er geen berekeningen zijn. Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel is die 1.200 euro voor een alleenstaande, waarover u nu al weken loopt te toeteren, flauwe kul, uit de lucht gegrepen, op niets gebaseerd, ofwel weet u met hoeveel u de belastingvrije som zult optrekken en met hoeveel u de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid zult verlagen, en hebt u dat eens door een fiscaal programmaatje gegooid om het effect ervan na te gaan. Het is het ene of het andere. Ofwel weet u het en dan moet u ons ook vertellen welke de maatregelen zijn – vanwege het belang voor de rechtszekerheid moet u dat nu vertellen –, ofwel was al uw getoeter in de afgelopen maand over het regeerakkoord dikke vette zever en daarmee kan ik eigenlijk niet om. Ik ben iemand die probeert inhoudelijk te werken, al verwijt een collega mij het tegendeel. Mijn vragen over de meerwaardetaks zijn allemaal inhoudelijke en technische vragen. Ook in dit geval wil ik, nogmaals, een serieus antwoord.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, merci pour cette coquille vide. Comme c'est la première fois que vous venez dans cette commission, nous pouvons peut-être l'accepter, mais il va falloir arrêter de nous prendre pour des idiots. Vous ne pouvez pas à la fois nous dire qu'avec vous, et surtout sans les socialistes, cela va aller mieux car enfin on va avoir des chiffres et que cela sera précis et en même temps déclarer qu'il s'agit d'un tableau provisoire. Cela vaut aussi pour vos 8 milliards d'effets retours, auxquels personne ne croit – et pas que le Parti Socialiste. Tous les chercheurs et universitaires de ce pays sont dubitatifs quant à ces chiffres. Comment se sont passées les négociations? Avez-vous joué au vogelpik ? Rien n'est vrai, tout est provisoire, on verra bien au petit bonheur la chance. Si c'est ça la rigueur de l'Arizona, je pense que nous allons avoir de nombreuses surprises. Vous essayez de noyer le poisson avec les effets retours sur les CPAS, que vous allez compenser. Pourquoi n'annoncez-vous pas les chiffres? Le ministre-président de la Région wallonne l'a dit: M. Dolimont a parlé de 270 millions. Arrêtez de tourner autour du pot, monsieur le ministre! Nous sommes ici en commission des Finances. Soit vous répondez aux questions, soit vous expliquez avoir fait un accord sur un coin de table, sans aucun vrai chiffre. Et on verra ce qu'il en adviendra. Mais nous n'allons pas perdre notre temps à poser des questions pour recevoir de fausses réponses.
De vrijstelling van de inschrijvingsplicht en de verkeersbelasting voor wagens van Oekraïners
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Wouter Vermeersch kaart aan dat Oekraïners met tijdelijke bescherming in Vlaanderen vrijgesteld zijn van BIV en verkeersbelasting voor hun ingevoerde voertuigen via federaal KB, wat oneerlijk is voor Vlaamse burgers en inkomsten misloopt. Jan Jambon bevestigt dat hij een *uitdoofscenario* steunt maar verwijst voor cijfers naar bevoegde ministers (Crucke voor DIV, gewesten voor belasting). Vermeersch benadrukt de onrechtvaardigheid van deze subsidie op vervuilende wagens en kondigt opvolging aan om het KB af te bouwen, zodat gelijke fiscale regels gelden. Kern: federaal besluit creëert ongelijkheid, beide partijen willen afbouw naar gelijkheid.
Wouter Vermeersch:
Mijnheer de minister, wie in Vlaanderen woont en een auto koopt, moet die auto inschrijven en vervolgens Vlaamse BIV en verkeersbelasting betalen. Oekraïners die hier het tijdelijk beschermingsstatuut genieten, zijn van dit alles vrijgesteld omdat zij op federaal niveau een uitzondering kregen op de inschrijvingsplicht.
De federale regering heeft op 29 juni 2022 een koninklijk besluit uitgevaardigd dat een uitzondering toevoegt op de inschrijvingsplicht voor voertuigen die worden meegebracht door personen die de tijdelijke bescherming hebben verkregen, zoals de Oekraïense vluchtelingen. De minister van Financiën en de minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hun bevoegdheid betreft, belast met de uitvoering van dit koninklijk besluit.
Ondervraagd door mijn collega Tom Lamont in het Vlaams Parlement, antwoordde de Vlaamse minister van Financiën Ben Weyts – u welbekend – op 21 januari 2025 het volgende: “In lijn met de vorige vraag dien ik opnieuw te verwijzen naar België, o België, dat ook in dezen niet zo behulpzaam is, alleszins niet bij de realisatie van onze doelstellingen. Het is inderdaad de resultante van federale regelgeving, van een KB. (…) Los van de algemene beschouwing van de maatregelen die we hebben getroffen in het kader van Oekraïnecrisis, is het zo dat wij op Vlaams niveau al in het afbouwscenario zitten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de noodopvang. Het is onze overtuiging dat we nu naar een uitdoofscenario van het een en het ander gaan."
Mijnheer de minister, hebt u zicht op het aantal wagens dat onder deze uitzondering valt? Hebt u er zicht op hoeveel inkomsten hierdoor worden mislopen? Bent u gewonnen voor het uitdoofscenario dat uw Vlaamse collega-minister schetst?
Jan Jambon:
Op de laatste vraag kan ik bevestigend antwoorden. Ik ben daarvoor gewonnen.
Voor de andere vraag moet ik echter opmerken dat de DIV onder de bevoegdheid van de heer Crucke, minister van Mobiliteit, valt. De verkeersbelasting wordt geïnd door de gewesten. Ik kan dus jammer genoeg geen antwoord op uw vraag geven. U zult de vraag aan de heer Crucke moeten stellen. Hij kan daarop antwoorden.
Ik ben het er echter wel mee eens dat we stilaan naar een uitdoofscenario moeten gaan.
Wouter Vermeersch:
Dat klinkt positief. U bent mee verantwoordelijk voor het koninklijk besluit waar het uw bevoegdheid betreft. Ik hoor hier duidelijk, net zoals van de Vlaamse minister, een pleidooi om een en ander effectief te laten uitdoven. Dat is iets waarvoor wij gewonnen zijn. Dat was ook de insteek van mijn vraag. Het is voor ons ongehoord dat wij de voertuigen van Oekraïners, die vaak een heel zware uitstoot hebben, subsidiëren, terwijl de gewone Vlaamse burger wel de volle pot moet betalen. Het gaat daarbij over billijkheid en over rechtvaardigheid. Mijnheer de minister, wij zullen ook voor dat punt een vervolgvraag opstellen, zodat we het dossier bij u kunnen opvolgen teneinde te kunnen nagaan welke stappen u onderneemt om het koninklijk besluit effectief te laten uitdoven, zodat iedereen op dezelfde manier wordt getaxeerd.
De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herraming 2024 van de opcentiemen op personenbelasting voor gemeenten viel 5-9% lager uit door boekhoudkundige aanpassingen (versnelde toekenning sinds 2023), wat tijdelijke verschuivingen naar 2025 veroorzaakt—geen structurele daling. Minister Jambon bevestigt dat geen vertraging in inkohiering is en belooft een oplossing voor de onzekerheid, cruciaal voor gemeenten die nu meerjarenplannen 2026-2031 moeten baseren op betrouwbare cijfers. Van den Heuvel benadrukt dat juiste, tijdige data essentieel zijn voor gezonde lokale investeringen en roept op tot strengere prognoses door FOD Financiën. Kernpunt: stabiliteit in ramingen is nodig om gemeentelijke begrotingen en overheidsinvesteringen niet te hypothekeren.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, de lokale besturen kunnen opcentiemen heffen op de federale personenbelasting, waarvan ze ook altijd een raming van de FOD Financiën ontvangen. Midden oktober ontvingen de gemeentebesturen de herraming voor het begrotingsjaar 2024. Bij verschillende gemeenten waren die ontvangsten voor 2024 een stuk lager dan oorspronkelijk geraamd. Het ging om 5 % tot 9 % van het totaalbedrag, wat toch al veel is. Men gaf aan dat dat hoofdzakelijk te wijten is aan het feit dat de inkohieringen in de loop van 2024 trager zouden zijn verlopen, met een verschuiving naar 2025 tot gevolg.
Veel gemeenten zijn momenteel bezig met de voorbereidingen van hun meerjarenplan 2026-2031. Het is goed om dat op basis van juiste en stevige financiële prognoses te kunnen doen.
Mijnheer de minister, zijn de minderontvangsten inderdaad uitzonderlijk? Worden vertragingen gerecupereerd in 2025? Kunnen de inkohieringen toch niet worden versneld? Het zou goed zijn dat lokale besturen kunnen rekenen op enige stabiliteit, zodat ze op een fatsoenlijke manier prognoses en dus begrotingen kunnen maken.
Jan Jambon:
Mijnheer Van den Heuvel, ten eerste, ten gevolge van de aanpassing van de federale boekhouding en met toepassing van de boekhoudwet van 22 mei 2003, wordt aan alle steden en gemeenten sinds maart 2023 het prefinancieringsgedeelte van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting onmiddellijk bij de inkohiering toegekend en niet langer, in de meeste gevallen, twee maanden na de inkohiering. Het gevolg van die wijzing is dat de gegevens die noodzakelijk zijn om die ramingen op te maken, slechts gedeeltelijk beschikbaar zijn op het moment van de ramingen. We worden hier dus geconfronteerd met een aanpassing door de vorige regering. We zijn in een overgangsperiode.
Er ontstaat daardoor voor sommige gemeenten inderdaad een significant verschil tussen de ramingen en de realisaties, en momenteel is niet met zekerheid te zeggen of het om structurele cijfers gaat of om een eenmalige afwijking. Pas na de inkohiering van het volledige aanslagjaar 2024, dus midden dit jaar, zal al dan niet een daling van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting kunnen worden vastgesteld. Op basis van de huidige gegevens kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de vastgestelde verschillen een verschuiving zijn van het ene begrotingsjaar naar het andere, want de inkomsten die in 2024 niet werden geïnd, zullen in principe in 2025 worden geïnd.
Wat uw tweede vraag betreft, aangezien er geen vertraging in de inkohiering is vastgesteld, zal de inkohiering verder normaal verlopen. Essentieel is wel dat elke stad of gemeente finaal krijgt wat haar toekomt. Alleen is er soms een duidelijk verschil merkbaar, zowel in meer als in min per begrotingsjaar. Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven om een oplossing te onderzoeken, want dat is inderdaad zeer, zeer vervelend voor de betrokken gemeenten.
Koen Van den Heuvel:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. We zitten in een strategisch belangrijke periode voor de lokale besturen. Alle lokalen besturen moeten nu werk maken van de meerjarenplanning en die moet gebaseerd zijn op gezonde financiële fundamenten. U bent ook een lokale bestuurder. Ook lokale besturen moeten hun rekeningen op orde hebben en dat begint natuurlijk met de juiste data. Daarom wil ik u absoluut aanmoedigen om de FOD Financiën te blijven stimuleren om ook de lokale besturen op een ernstige manier te benaderen en om op een ernstige manier de prognoses te maken, zodat de lokale besturen een gezond financieel beleid kunnen voeren en vooral ook de juiste investeringen kunnen doen. Als ze weten welke financiële en budgettaire ruimte er is, zullen ze ook hun steentje bijdragen tot de overheidsinvesteringen, die absoluut de hoogte in moeten in ons land. Het zou een win-winsituatie zijn indien iedereen zo snel mogelijk de juiste data kan bemachtigen.
Het terugbrengen van de fiscale aftrekbaarheid van giften tot 30 %
Het terugbrengen van de fiscale aftrekbaarheid van giften van 45 tot 30 %
De afschaffing van de belastingvermindering voor adoptiekosten, en de belastingaftrek voor giften
Aanpassing fiscale regelingen voor giften en adoptiekosten
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De regering verlaagt de fiscale aftrekbaarheid van giften van 45% naar 30%, wat volgens critici (o.a. De Smet, Schlitz, Bayet) het associatieve landschap (ONG’s, humanitaire organisaties, onderzoek, sociale hulp) zwaar ondermijnt door een verwachte daling van donaties, terwijl de opbrengst voor de staat slechts ~40 miljoen euro bedraagt. Minister Jambon verdedigt de maatregel als onderdeel van een vereenvoudiging van de fiscale regels, maar critici wijzen op ideologische motieven (afbouw welzijnsstaat, ondermijning van tegenstanders) en tegenstrijdig beleid: enerzijds worden subsidies voor het maatschappelijk middenveld gekort, anderzijds wordt private solidariteit ontmoedigd. De impact op kwetsbare groepen (daklozen, kinderen, milieuacties) en werkgelegenheid in de sector wordt gevreesd, terwijl alternatieve besparingen (bv. fossiele subsidies) onbesproken blijven. De discussie onthult een diepe politieke tegenstelling over de rol van de overheid versus burgerinitiatieven.
François De Smet:
Monsieur le ministre, le gouvernement fédéral va réduire la déductibilité fiscale des dons de 45 à 30 %, menaçant le financement de nombreuses associations dans de nombreux secteurs.
C'est une mesure qui n'a l'air de rien mais qui a de graves conséquences puisque chaque année, plus d'un million de ménages belges versent des dons à des associations, des fondations, des universités, des musées, des organisations humanitaires ou environnementales, des restaurants sociaux, des refuges pour animaux, des CPAS ou encore à des fonds pour la recherche scientifique ou médicale.
Le bénéfice attendu de votre réduction pour les finances publiques serait de l'ordre de 50 ou 55 millions d'euros selon certains calculs qui circulent. Cela paraît finalement bien peu au regard des dégâts que cette mesure pourrait causer.
Le secteur associatif s'inquiète à raison parce que, si le nombre de donateurs ne va sans doute pas diminuer de manière significative, les montants vont probablement diminuer, les contribuables ayant sans doute la tendance à les adapter à la diminution de l'avantage fiscal.
On peut donc s'interroger, à juste titre, sur le sens à donner à cette diminution puisque d'un côté, vous réduisez les subsides des ONG en les incitant à solliciter davantage de dons mais de l'autre, vous affaiblissez leur capacité à solliciter des dons. De nombreux organismes se retrouvent donc tout à coup dans une situation difficile. J'en ai déjà cité quelques-uns, mais il y a aussi Greenpeace, le WWF, Child Focus et le CNCD.
Quelles sont les véritables justifications de fond pour cette réduction? Ne s'agit-il pas, sous couvert de raisons budgétaires, d'un règlement de compte idéologique de plus envers un secteur associatif que l'Arizona, de toute évidence, ne considère pas comme une plus-value?
Les gains précis pour l'État en termes de réduction des dépenses ont-ils déjà été estimés de manière plus précise?
Une concertation avec le secteur associatif est-elle tout de même prévue?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, nous avons découvert dans votre accord de majorité que vous aviez décidé de réduire la déductibilité des dons pour les associations et donc de taxer davantage la solidarité directe des citoyens envers les associations. Les associations concernées sont très inquiètes car elles s'apprêtent à voir fortement diminuer leurs ressources financières. Certaines craignent même de devoir licencier du personnel.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire ce que cette mesure va rapporter au budget de l' É tat? Quels sont vos calculs, vos prévisions? Avez-vous déjà pu évaluer l'impact qu'aura cette mesure sur les différents secteurs concernés? Avez-vous pu tenir compte des effets retours dans votre budget? En d'autres termes, quelles sont les prévisions de réduction du montant total des dons?
Toute une série de postes qui sont aujourd'hui assumés par le secteur associatif à la place des pouvoirs publics vont potentiellement disparaître. Je pense notamment à tout un pan de la gestion de la solidarité et aux problèmes de logement. Ces associations ne seront plus en mesure de pallier les manquements de l' É tat. Avez-vous tenu compte de ces effets retours?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, comme promis, je reviens – puisque vous ne m'aviez pas répondu pendant les débats en plénière – sur toute une série de réductions d'impôts.
Sous couvert de simplification, vous avez inscrit 62 millions dès 2026 de rendement budgétaire global. Et vous supprimez, par exemple, la réduction d'impôts pour les frais d'adoption. Je vous ai dit en plénière qu'il y avait très peu d'adoptions en Belgique – un peu moins de 100 en 2023 sur l'ensemble du pays – et qu'à mon sens, cette mesure ne rapportait rien ou presque rien. Pourriez-vous me donner aujourd'hui – puisque vous n'avez pas su le faire il y a 15 jours – l'impact budgétaire précis de cette mesure? Et à la lumière de cet impact, que vous allez me confirmer comme étant minuscule, pouvez-vous m'en justifier le bien-fondé? Chaque homme politique ou chaque gouvernement peut prendre des mesures mais il est toutefois nécessaire de les expliquer.
Plus interpellant encore – et selon moi un peu mesquin en fait –, vous décidez de diminuer la déduction sur les dons de 45 à 30 % pour Viva for Life, Télévie, Cap 48, Médecins Sans Frontières, la Croix-Rouge, etc. Là aussi, j'aimerais que vous me donniez le rendement budgétaire précis de cette mesure et le moment auquel vous comptez la mettre en œuvre. À partir de 2026, j'imagine, puisque vous avez déjà fait les calculs – je le répète, 62 millions.
S'agissant du rendement prévu à partir de 2026, pourriez-vous me donner les modalités des différentes mesures (entrée en vigueur, rendement pour chaque suppression de réduction, etc.)? On est entre nous, monsieur le ministre. N'allez pas encore me faire le coup de dire que vous ne savez pas. Vous avez quand même prévu 62 millions d'euros dans vos tableaux. J'imagine dès lors que quelqu'un autour de vous a dû faire ces calculs. Je veux simplement la réponse.
Jan Jambon:
Chers collègues, le grand nombre de postes de déduction, d'exception et d'exonération en matière d'impôt sur le revenu des personnes physiques augmente la complexité de cet impôt. On ne peut pas à la fois exiger plus de simplicité et moins de complexité et crier au loup à chaque petit élément de déduction qui disparaît.
Vous avez raison, certaines déductions sont utilisées par moins de 100 contribuables. Il existe même des cas où seuls cinq contribuables utilisent un type de déduction en Belgique. En ce qui concerne la réduction d'impôt pour l'adoption, par exemple, son coût s'élève à 340 000 euros pour la dernière année disponible (année de revenus 2022). L'impact budgétaire est en effet très limité mais s'inscrit dans une opération plus large de simplification et de réduction d'impôt.
Ce gouvernement veut assurer un régime fiscal plus facile à comprendre afin que les contribuables puissent plus facilement respecter leurs obligations sans complications inutiles. Les petits postes de déduction, exception et exonération de l'impôt sur le revenu des personnes physiques seront donc supprimés.
Toutefois, la déduction fiscale pour dons continuera d'exister mais elle sera réduite de 45 à 30 % dans le cadre de la réforme fiscale. Sur la base des données de l'année de revenus 2022, les recettes budgétaires découlant de la diminution du pourcentage de la réduction d'impôt pour les libéralités de 45 à 30 % sont estimées à 40,26 millions d'euros.
Mon cabinet est absolument ouvert à la discussion avec tous les partenaires sur cette question mais je pense que l'accord de coalition est très clair sur ce point-là.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.
S'agissant de la justification par la simplification, s'il y a bien un outil fiscal qui était compris par ceux qui l'utilisaient, c'était cette réduction pour don, laquelle représentait un encouragement à la philanthropie. J'entends que vous ouvrez une porte au secteur associatif. C'est positif, et je vous en remercie, même si l'on sent bien que ce sera surtout pour réexpliquer l'accord de gouvernement.
Il y a tout de même une incohérence de l'Arizona dans cette affaire, et qui est dommage. Si la philosophie de l'Arizona est en effet de réduire l' État providence avec des mesures dures pour en assurer la pérennité, il faut alors être logique et encourager en même temps la philanthropie et le don par les citoyens. Or vous faites l'inverse: vous pénalisez l'associatif et également la philanthropie par laquelle ce secteur pourrait davantage se financer. Ce gouvernement choisit de ne pas récompenser le fait d'être engagé, mais nul n'est prophète en son pays.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, je vous remercie.
Nous constatons que la simplification vaut pour ce que vous voulez bien. Il était également possible de simplifier dans d'autres secteurs et d'aller chercher de l'argent, par exemple, en mettant fin aux subsides aux énergies fossiles, mais votre gouvernement a décidé de ne pas y toucher. Ce sont des choix politiques, monsieur le ministre! Il est donc flagrant qu'à travers cette mesure, comme à travers d'autres – par exemple, la réduction du financement des associations, la diminution d'un quart des moyens accordés à Unia, l'affaiblissement de la coopération au développement –, vous ne supportez pas ceux qui ne sont pas d'accord avec vous. Vous avez décidé de les faire taire par tous les moyens possibles. Vos amis des entités fédérées sont en train de passer à l'action en supprimant également des financements qui vont sans doute conduire à des suppressions d'emploi dans l'associatif.
Cela dit, monsieur le ministre, le problème est que vos calculs ne sont pas bons. En effet, qui s'occupe de reloger les personnes qui n'ont pas de logement? Qui s'occupe de fournir un repas chaud, parfois le seul de la semaine, à certains enfants? Qui s'occupe d'organiser les grandes opérations de nettoyage des rivières ou des parcs, avec des armées de bénévoles? Ce sont les associations. Donc, au bout du compte, l' État sera perdant dans cette affaire.
Hugues Bayet:
Merci beaucoup monsieur le ministre, puisqu'on a enfin une réponse claire. Vous le confirmez pour l'adoption: 340 000 euros par an. Ce n'est pas une question de simplification administrative, vous avez décidé, et je trouve d'ailleurs que c'est un choix malheureux, d'attaquer des gens qui ont déjà des difficultés à adopter des enfants et tout cela pour 340 000 euros. C'est votre choix, mais j'aurais préféré qu'on augmente la taxation sur les comptes-titres car cela aurait fait moins mal à toute une série de personnes. Ce que l'on remarque, c'est que au travers de ces mesures, c'est vraiment cela votre taxe sur la solidarité. Ce n'est pas la cotisation rikiki (je n'oserai plus l'appeler de votre nom maintenant que je l'ai qualifiée de rikiki) sur les plus-values. La taxe sur la solidarité, c'est ce que vous faites ici en attaquant directement les citoyens sous le couvert de simplification administrative. Je suis désolé mais lorsqu'on adopte un enfant et qu'on a une réduction fiscale, il n'y a rien de compliqué là-dedans même si cela ne concerne que 100 personnes par an. Je vous remercie.
De lijst van door België ondertekende dubbelbelastingverdragen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De actuele stand van de lijst met ondertekende maar nog niet ingevoerde belastingverdragen op Fisconetplus werd bevraagd: hoewel de metadata foutief 2017 weergaven, bleek de inhoud wel bijgewerkt (laatste toevoeging: Nederland, 21 juni 2023) na een handmatige correctie. Minister Jambon bevestigde dat de lijst compleet en betrouwbaar is, gebaseerd op input van de fiscale administratie. Piedboeuf sloot af met de vaststelling dat de database nu klopt.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, cher monsieur Jambon, le site Fisconetplus contient la liste des conventions préventives de la double imposition signées mais pas encore entrées en vigueur. Elle fait état de 25 documents.
Il apparaît toutefois que la date du document est le 18 décembre 2017.
Cette liste est-elle toujours à jour? Si non, pourquoi ne le serait-elle pas et quand pensez-vous qu’elle pourrait l’être? Je vous remercie de vos réponses.
Jan Jambon:
La liste des conventions préventives de la double imposition signées mais non encore entrées en vigueur est gérée par la direction Fisconetplus.
Le dernier document publié dans cette liste est la convention avec les Pays-Bas, qui date du 21 juin 2023. La date indiquée dans les métadonnées comme date de publication, c'est-à-dire la dernière date à laquelle le contenu de la page a été traité, semble ne pas avoir été automatiquement mise à jour à cette date. Une mise à jour manuelle a été effectuée.
La liste reprend bien l'ensemble des documents transmis par les administrations fiscales pour publication sur le portail Fisconetplus.
Benoît Piedboeuf:
Merci, monsieur le ministre. Donc, tout est en ordre et on peut se fier à la base de données qui est maintenant mise à jour.
Betalingen aan belastingparadijzen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het SPF Finances gebruikt de OCDE-lijsten van niet-conforme landen voor fiscale transparantie en publiceert ze op Fisconetplus, gekoppeld aan circulaire 2021/C/112. Deze lijsten beïnvloeden drie cruciale artikelen in het CIR 92: verplichte melding van betalingen naar paradijslanden (art. 307), transgrenstransacties (art. 326/2) en verlengde onderzoekstermijnen (art. 354). België werkt aan jaarlijkse vastlegging (per 1 januari) van de lijsten om rechtzekerheid voor contribuabelen te garanderen. Piedboeuf benadrukt dat dit concrete maatregelen zijn, geen loutere intenties.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, cher monsieur Jambon, le rapport de la Cour des comptes transmis à la Chambre des Représentants en juin 2022 mentionne en Annexe1:
- La liste des pays qui ne satisfont pas à la norme d’échange de renseignements sur demande du Forum mondial sur la transparence et l’échange de renseignements à des fins fiscales: 1. Anguilla 2. Guatemala 3. Trinité-et-Tobago
- La liste des pays qui ne satisfont partiellement pas à la norme d’échange de renseignements sur demande du Forum mondial sur la transparence et l’échange de renseignements à des fins fiscales: 1. Barbade 2. Botswana 3. Dominique 4. Ghana 5. Kazakhstan 6. Libéria 7. Malte 8. Panama 9. Seychelles 10. Saint-Martin 11. Turquie 12. Vanuatu
Le site de l’OCDE mentionne que les listes des pays concernés a été mise à jour le 21 novembre 2024.
Sont "non conformes": Guatemala, Nicaragua et Trinité-et-Tobaggo.
Sont "partiellement conformes": Anguilla, Antigua-et-Barbuda, Barbade, Belize, Egypte, Ghana, Iles Vierges britanniques, Kazakhstan, Liberia, Monténégro, Panama, Seychelles et Vanuatu.
Par ailleurs, n’ont pas été évalués (ou seulement partiellement): Algérie, Angola, Arménie, Bélarus, Bénin, Cabo Verde, Cambodge, Congo (Rép. du), Côte d’Ivoire, Djibouti, Salvador, Eswatini, Fidji, Gabon, Grenade, Guinée, Guyana, Haïti, Honduras, Iles Cook, Jordanie, Koweït, Lesotho, Madagascar, Maldives, Mali, Mauritanie, Mongolie, Namibie, Niger, Oman, Ouzbékistan, Palaos, Paraguay, Rép. démocratique du Congo, Russie, Rwanda, Sierra Leone, Tanzanie, Tchad, Togo, Ukraine, Vietnam, Zambie et Zimbabwe.
Pouvez-vous:
1. Indiquer si le SPF Finances se base sur ces listes et si l’administration les publie sur son site Fisconetplus? Si non, pourquoi?
2. Préciser quel impact ont ces listes sur la fiscalité belge?
Jan Jambon:
Monsieur Piedboeuf, en réponse à votre première question, le SPF Finances tient effectivement compte de ces listes. Un tableau consolidé avec les États visés peut être consulté sur son site internet. La circulaire 2021/C/112 sur l'obligation de déclarer les payements à certains États reprend également cet hyperlien. L'objectif de cet outil accessible à tous est d'accroître la transparence et la conformité.
Concernant votre deuxième question, ces listes ont un impact sur l'application des articles suivants du Code des impôts sur les revenus 1992 (CIR 92):
- article 307, § 1/2, relatif à l'obligation de déclaration de payements de destination d'États considérés comme paradis fiscaux;
- article 326/2, relatif à l'obligation de déclaration pour les intermédiaires et les contribuables concernés en matière de dispositifs transfrontières;
- article 354, § 1, alinéa 3, relatif à l'allongement des délais d'imposition et d'investigation pour les déclarations dites semi-complexes.
L'accord de gouvernement stipule que, pour la législation basée sur les listes des paradis fiscaux, nous renforcerons la sécurité juridique en spécifiant que cette législation se fonde sur la liste existante au 1 er janvier de chaque année, afin que les pays concernés ne varient pas pour les contribuables au cours de l'année. Nous y travaillons donc activement.
Benoît Piedboeuf:
Je vous remercie de votre réponse, monsieur le ministre. Nous travaillons donc dans le concret, et pas sur des textes qui n'existent pas.
De belastingvrijstelling voor brandweerlieden-ambulanciers en vrijwillige brandweerlieden
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jan Jambon belooft te onderzoeken of de belastingvrije vergoeding voor vrijwillige brandweerambulanciers (nu €7.020) verhoogd kan worden naar het niveau van flexi-jobbers (€12.000), na overleg met Sociale Zaken, om de aantrekkelijkheid van het vrijwilligerswerk te vergroten en de noodhulpcapaciteit te versterken. Piedboeuf benadrukt dat gelijkstelling van statuten cruciaal is voor werving in hulpdiensten. Jambon bevestigt dat zowel belasting- als sociale bijdragevrijstellingen parallel moeten blijven.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, je souhaite attirer votre attention sur la situation des pompiers ambulanciers et ambulanciers volontaires, qui sont actuellement exonérés d’imposition sur leur indemnité jusqu'à un montant de 7 020 euros par an. À titre de comparaison, les travailleurs en flexi-jobs bénéficient d'une exonération pouvant aller jusqu'à 12 000 euros par an.
Serait-il possible d'envisager d'aligner l'exonération des pompiers ambulanciers et ambulanciers volontaires sur celle des travailleurs en flexi-jobs, afin d'encourager davantage de personnes à postuler comme pompiers ambulanciers ou ambulanciers volontaires? Cet ajustement pourrait contribuer à renforcer nos zones de secours et garantir une meilleure réponse en cas d'urgence.
Jan Jambon:
Monsieur Piedboeuf, pour ces revenus, il existe une exonération de l'impôt sur les revenus ainsi qu'une exonération des cotisations de sécurité sociale. Afin de maintenir les plafonds de ces exonérations aussi parallèles que possible, j'examinerai donc une augmentation éventuelle du plafond avec mon collègue responsable des Affaires sociales.
Benoît Piedboeuf:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Cela ferait partie d'un alignement des différents statuts et notamment de l'importance d'avoir des pompiers volontaires dans toutes nos zones de secours. [QNF02/q56002823C-q56002828C-q56003037C-v56003026C]
De belofte om 300 personeelsleden aan te werven voor fiscalefraudebestrijding
De ambities op het vlak van de fiscalefraudebestrijding
De middelen die worden ingezet in de strijd tegen belastingfraude
Fraudebestrijding
Versterking van fiscale fraudebestrijding met personeel en middelen
Gesteld door
PS
Hugues Bayet
PS
Hugues Bayet
Ecolo
Sarah Schlitz
PVDA
Kemal Bilmez
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de plannen voor fraudebestrijding met 300 extra medewerkers en een verwachte opbrengst van 600 miljoen euro tegen 2029, wat kritiek oogstte omdat dit slechts 2% van het geschatte jaarlijkse verlies (30 miljard) dekt. Minister Jambon benadrukte dat besparingen elders in Financiën mogelijk zijn zonder de fraudebestrijding te ondermijnen, maar gaf geen concrete verdeling of methodiek voor de opbrengstberekening. Kritiekpunten: te laag ambitieniveau, ontbrekende transparantie over budgetten en IT-bezuinigingen, en twijfel aan de haalbaarheid door tegenstrijdige signalen in het regeerakkoord.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, il est prévu dans l'accord de gouvernement de recruter "300 membres du personnel pour la lutte contre la fraude fiscale, en particulier au sein de l'ISI, de la lutte contre la fraude sociale, de la police judiciaire et de la justice". Vous annoncez également une spécialisation au sein des services. Je pense en effet que les moyens humains et la formation sont au cœur des priorités en matière de lutte contre la fraude fiscale. Néanmoins, l'efficacité de cette mesure dépendra notamment de la répartition de ces moyens humains. Il conviendra également de déterminer si ces moyens ne seront pas, en fin de compte, affectés à d’autres fins, comme c'est souvent le cas à la police judiciaire fédérale.
Pourriez-vous d’ores et déjà me communiquer la clé de répartition de ces recrutements, les délais endéans lesquels les postes seront ouverts ainsi que les formations que votre gouvernement compte dispenser?
Quelle enveloppe utiliserez-vous pour le recrutement et la formation? Je n’en ai vu aucune trace dans les tableaux budgétaires.
Par ailleurs, les tableaux font état de recettes supplémentaires liées à la lutte contre la fraude fiscale à hauteur de 200 millions d’euros en 2026 et de 400 millions en 2029. Pourriez-vous apporter des précisions sur cette ligne budgétaire et sur la méthode de calcul? Comment le rendement a-t-il été évalué et sur quelles bases?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, d'ici 2029, vous prévoyez 600 millions de recettes supplémentaires liées à la lutte contre la fraude fiscale, 400 millions dans le tableau budgétaire et 200 millions dans le tableau "réforme fiscale". Si je salue bien entendu cet objectif, on pourrait être encore plus ambitieux sachant que la fraude et l'évasion fiscales constituent un manque à gagner estimé à 30 milliards par an en Belgique, selon des études réalisées par Oxfam – notamment grâce aux dons des citoyens qui la soutiennent.
Monsieur le ministre, comment avez-vous estimé ces 600 millions de recettes supplémentaires? Quels moyens et politiques supplémentaires allez-vous déployer pour atteindre ces objectifs?
Plus spécifiquement, j'apprends qu'une réduction des moyens IT est prévue au sein de l'administration. Cela ne semble évidemment pas aller dans le sens d'un renforcement des moyens d'action de l'administration. Comment ces réductions impacteront-elles les fonctionnaires en charge de la lutte contre la fraude fiscale? Seront-ils épargnés par ces réductions au détriment d'autres services?
Par ailleurs, l'accord de gouvernement indique le recrutement prévisionnel de 300 personnes pour la lutte contre la fraude fiscale, en particulier au sein de l'ISI, de la lutte contre la fraude sociale, de la police judiciaire et de la justice. Quel est le timing pour ces engagements et quel retour supplémentaire attendez-vous par nouvel engagement?
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, mijn vragen liggen in dezelfde lijn. In de budgettaire tabellen wordt gesproken over een geschatte opbrengst uit de strijd tegen fiscale fraude van 600 miljoen euro tegen 2029. Op zich is dat een peulenschil in vergelijking met het geschatte verlies aan inkomsten, dat volgens professor fiscaliteit Michel Maus oploopt tot 12 miljard euro per jaar.
Wij lezen dat, om de doelstellingen te halen, onder meer 300 extra personeelsleden zouden worden aangeworven. Er zou ook worden geïnvesteerd in gespecialiseerde kennisopbouw en in meer samenwerking tussen verschillende diensten. Tegelijk lezen we in het regeerakkoord echter ook dat er op personeel van verschillende overheidsdiensten voor een bedrag van 1,8 miljard euro per jaar zal worden bespaard. Dat zijn ten minste tegenstrijdige signalen.
Ten eerste, kunt u de cijfers bevestigen?
Ten tweede, hoe is de regering aan een bedrag van 600 miljoen euro gekomen? Welke berekening schuilt achter dat bedrag?
Ten slotte, kunt u aangeven in welke dienst de bijkomende personeelsleden zullen worden aangeworven? Hoe rijmt dat met de geplande besparingen bij de FOD Financiën?
Jan Jambon:
Chers collègues, comme vous pouvez le lire dans l'accord de gouvernement, nous avons en effet un programme ambitieux de lutte contre la fraude. Tout un chapitre y est consacré, et reprend de nombreuses mesures en la matière.
Concernant les recettes pour 2026, mon administration développe de nouvelles initiatives législatives, conformément à cette liste de mesures reprise dans l'accord de gouvernement. Les rendements qui sont estimés l'ont été par les administrations et sont conformes aux législatures précédentes.
Het regeerakkoord voorziet inderdaad in de aanwerving van 300 personeelsleden voor fiscale- en socialefraudebestrijding en bij de gerechtelijke politie en Justitie. In een grote administratie zoals die van Financiën is het niet onmogelijk globaal te besparen maar toch meer mensen in te zetten voor fraudebestrijding. Dat is niet tegenstrijdig. Men kan in bepaalde departementen besparen en tegelijkertijd de fraudebestrijding toch versterken.
De regering moet later nog een beslissing nemen met betrekking tot de verdeling onder de diensten van fiscalefraudebestrijding, socialefraudebestrijding, gerechtelijke politie en Justitie.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je trouve qu'en termes de fraude fiscale, nous aurions pu faire plus et mieux, d’autant que vous annoncez quand même quelques économies dans le département des Finances.
S'agissant notamment des recrutements, nous allons quand même être relativement précis et surveiller le travail que vous allez mettre en place avec nos administrations pour s'assurer qu'il y ait vraiment des retombées. En effet, je continue à penser que les épaules les plus larges doivent aussi contribuer à l'effort, et pas uniquement les travailleurs, les pensionnés ou les allocataires sociaux.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre. Nous attendrons plus d'éléments concrets par rapport à cet enjeu fondamental pour la justice fiscale dans notre pays, notamment dans votre note d'orientation politique, que nous suivrons évidemment avec attention.
Kemal Bilmez:
Als ik het goed begrijp, is de berekening voor 600 miljoen gebaseerd op de beslissingen van de vorige regering. Tegelijk zult u wel enorm investeren in fraudebestrijding. U hebt niet echt geantwoord op de vraag hoe u aan die 600 miljoen euro zult komen. Voor ons is dat opnieuw het bewijs dat de begroting niet serieus is. U doet zich graag voor als een goede huisvader die budgettair orde op zaken zal stellen, maar dat blijkt niet uit de manier waarop u uw oefeningen maakt. Nogmaals, de opbrengsten getuigen ook van heel weinig ambitie. Wanneer u slechts 7,5 % van de totale geschatte verliezen ten gevolge van fiscale fraude recupereert, kunt u moeilijk zeggen dat fiscale fraude een absolute topprioriteit is van de regering.
De minimumbelasting voor multinationals
De minimumbelasting voor multinationals
Wereldwijde minimumbelasting voor multinationals
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de opbrengst en toekomst van de minimumbelasting voor multinationals in België, waarvoor in 2024 430 miljoen euro (mogelijk meer) aan voorschotten is ontvangen—minder dan de geraamde 634 miljoen, maar dichterbij dan verwacht. Jan Jambon bevestigt dat de belasting behouden blijft als *continu beleid* (zonder wijzigingen), maar dat precieze cijfers ontbreken door complexe internationale berekeningen en vertraging in rapportage. Hugues Bayet benadrukt het potentieel om extra inkomsten uit grote bedrijven te halen (bv. voor sociale maatregelen), terwijl Kemal Bilmez twijfelt aan de betrouwbaarheid van eerdere ramingen, gestuurd door kritiek van het Rekenhof. De Amerikaanse dreiging (Trumps mogelijke terugtrekking uit OCDE-akkoord Pijler 2) blijft onbeantwoord.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, sous la législature Vivaldi, nous avons voté toute une série de dispositions qui visent à renforcer l'impôt des multinationales. La recette pour cet impôt prévu par le ministre des Finances – Vincent Van Peteghem, qui est depuis peu devenu ministre du Budget – pour 2024 était de 634 millions.
Notre Parlement voulait évidemment avancer rapidement au niveau européen avec un taux d'imposition des multinationales à 15 %. J'aurais très franchement préféré qu'il soit à 25 %, mais c'était déjà une avancée historique sur le plan des principes.
Avec l'investiture de Donald Trump, tout pourrait changer. J'imagine qu'il ne vous a pas échappé que les États-Unis auraient pour ambition de se retirer de l'accord sur le Pilier Deux de l'OCDE et, dans le même temps, de prendre des mesures de rétorsion pour les pays qui appliqueraient des impôts extraterritoriaux sur les entreprises américaines.
Monsieur le ministre, je voudrais savoir comment vous appréhendez les déclarations des États-Unis. Allez-vous faire pareil pour nos entreprises belges?
Dans le même temps, concernant l'impôt établi en Belgique, pourriez-vous me transmettre le montant des versements anticipés pour 2024? Combien cette taxe aura-t-elle rapporté en 2024 au total? Sommes-nous bien aux 634 millions prévus par le ministre Van Peteghem?
Kemal Bilmez:
Beste minister, zoals de collega zei, in de middelenbegroting voor 2025 raamde de vorige regering de opbrengst van de minimumbelasting op multinationals op ongeveer 650 miljoen, namelijk 634 miljoen euro.
Toen al, in 2023, heeft het Rekenhof echter heel sterke twijfels geuit over de ramingen van de FOD Financiën. De FOD Financiën deed die raming omdat hij niet over de gegevens beschikte. Bijgevolg was het Rekenhof van oordeel dat de geraamde inkomsten waarschijnlijk te hoog zijn. Het Rekenhof herhaalde die vaststelling in zijn verslag van 2024 en stelde dat die ramingen onzeker zijn, gelet op het gebrek aan recente cijfers en gelet op de complexiteit en het internationale karakter van de maatregel.
Mijn vragen zijn eenvoudig. Heeft de FOD Financiën zijn berekeningen sinds 2023 kunnen herzien of bijwerken? Kunt u ons de opbrengst van deze belasting voor 2024 bezorgen? Tot slot, zowel in de begrotingstabellen als in het regeerakkoord ontbreekt deze maatregel volledig. Waarom? Wat bent u van plan te doen aan de minimumbelasting voor multinationals?
Jan Jambon:
Chers collègues, le SPF Finances a constaté que des versements anticipés rattachés au deuxième pilier avaient été effectués. Néanmoins, il est difficile de calculer avec précision le montant supplémentaire effectivement perçu via cet impôt. En effet, une partie du montant des versements anticipés liés au deuxième pilier se retrouve dans les versements à l'impôt des sociétés. Les premières estimations réalisées par le service d'études du SPF Finances semblent montrer qu'un montant minimum de 430 millions d'euros a été perçu dans les versements anticipés mais ce montant pourrait être supérieur. Le SPF Finances ne dispose pas de nouveaux calculs concernant l'impôt minimum des multinationales. Il ne dispose pas non plus de données sur le rendement de cette taxe pour l'année de revenus 2023 car cet impôt s'applique aux périodes imposables à compter du 31 décembre 2023.
De reden dat u dit niet terugvindt in de budgettaire tabel van deze regering, is dat dit een bestaande taks is, waaraan wij niets wijzigen. Het is gewoon continu beleid, er is niets gewijzigd. Het zit wel in de budgetten, maar het betreft geen gewijzigd beleid.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, merci. Nous y reviendrons quand nous aurons les chiffres définitifs. Mais ici, nous sommes déjà à 430 millions d’euros. On estime que cela peut être un peu plus. Cela ne devrait pas être trop loin des 634 millions prévus. Cela veut donc bien dire que quand on veut trouver de l’argent quelque part, surtout sur les épaules les plus larges, il y en a. Peut-être pourrions-nous faire un shift entre cela et certaines réductions, par exemple pour l’adoption.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Het mogelijke achterpoortje inzake de kaaimantaks
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een recente rechtelijke uitspraak toont een lek in de Belgische "Caïmanbelasting": uitkeringen aan derden *zonder* kapitaalinbreng of participatie in buitenlandse constructies zouden niet als dividend belastbaar zijn, wat de strijd tegen fiscale fraude ondermijnt. Minister Jambon bevestigt dat dit tijdens de regeringsonderhandelingen (Arizona-akkoord) niet concreet is opgelost, maar belooft aanvullende wetgeving indien nodig. Bayet (oppositie) benadrukt steun voor versterkte maatregelen en vertrouwt op het beroep van de fiscus om de lacune alsnog te dichten. Kern: dringende nood aan wettelijke aanpassing om belastingontwijking via buitenlandse constructies af te sluiten.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, un jugement récent révèle une possibilité d'échapper à la taxation des revenus d'une construction juridique à l'étranger et, plus particulièrement, à ce qu'on appelle la taxe Caïman.
En résumé, la justice estime qu'une distribution faite par une personne physique ou morale à des tiers qui n'ont pas injecté des capitaux dans la construction juridique et ne détiennent pas de participation dans celle-ci ne serait pas taxable comme dividende.
Même si le fisc a décidé de faire appel de la décision de justice, cela jette un fameux froid dans le dispositif contre l'évasion fiscale.
Monsieur le ministre, ce point a-t-il été abordé lors des négociations de l'Arizona? Avez-vous prévu de muscler la présente loi pour nous prémunir de pareils cas dans le futur?
Jan Jambon:
Monsieur le président, de nombreux points ont été discutés lors des négociations du gouvernement. Quoi qu'il en soit, nous assurons le suivi. Si des initiatives législatives supplémentaires sont nécessaires, mon administration et ma cellule politique se pencheront sur la question et trouveront une solution.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre. Vous pouvez compter sur mon groupe politique en tout cas, car l'objectif est bien de lutter contre l'évasion fiscale et pas de détricoter ce qui a été mis en place. Comme l'administration et notamment le fisc ont décidé de faire appel, je suppose que nous parviendrons à trouver une solution.
De hervorming van de taks op effectenrekeningen
De mogelijke aanpassing van de jaarlijkse taks op de effectenrekening
De effectentaks
Wijzigingen aan de taks op effectenrekeningen
Gesteld door
PS
Hugues Bayet
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PTB
Sofie Merckx
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de effectentaks en de tegenstrijdige beloftes in het regeerakkoord: de Nederlandstalige versie bevat een toezegging voor een *structurele extra bijdrage van vermogenden*, terwijl de Franstalige versie dit niet vermeldt—minister Jambon bevestigt dat de Nederlandstalige versie geldt. Kritiek richt zich op het ontbreken van concrete maatregelen om belastingontwijking (o.a. via rekeningsplitsing) aan te pakken, ondanks aanbevelingen van het Rekenhof, terwijl de begrote meeropbrengst van 50 miljoen euro onduidelijk blijft en als willekeurig wordt bestempeld. De oppositie wijst op systematische ontwijking door superrijken en het gebrek aan transparantie in de begrotingsplannen.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, dans les premières versions de l'accord de l'Arizona, on faisait état d'une augmentation du taux d'imposition des comptes-titres avec une recette prévue de 193 millions d'euros. Je ne vais pas vous cacher que j'étais assez heureux. Je trouvais que c'était courageux. Mais il n'en sera finalement rien, puisque la recette a été revue à 50 millions et qu'il s'agit en fait davantage d'une correction technique suite à l'avis rendu par la Cour des comptes que d'une réelle augmentation des taux.
Je voudrais donc savoir quelles sont les mesures que vous allez prendre cette année, si j'en crois les ambitions budgétaires, puisqu'il y a quand même des lignes budgétaires inscrites dans votre tableau. Allez-vous appliquer l'ensemble des recommandations de la Cour ou prévoyez-vous de faire un arbitrage dans les mesures qui sont préconisées et savez-vous déjà lesquelles? En outre, pourriez-vous m'exposer comment vous avez fixé le rendement budgétaire par rapport aux mesures à prendre?
Sofie Merckx:
Mijn vraag betreft de effectentaks. In de gelekte supernota was sprake van een verhoging van de effectentaks, om dan uiteindelijk uit te komen bij het uitvoeren van de aanbevelingen van het Rekenhof. Het Rekenhof formuleerde niet enkel aanbevelingen voor de betere inning van die taks, het deed ook de belangrijke vaststelling dat de effectentaks 470 miljoen opbracht in 2021, maar dat de verwachte opbrengsten voor 2023 slechts 362 miljoen zouden bedragen. Er bestaan namelijk allerlei massaal toegepaste methodes om de taks te ontwijken, zoals het splitsen van de rekening om onder de drempelwaarde van 1 miljoen euro te blijven.
Destijds hebben we aan minister Van Peteghem gevraagd wie die effectentaks effectief had betaald. Het bleek dat slechts 17 mensen met een vermogen van meer dan 100 miljoen effectentaks betaalden.
Wat is uw redenering geweest? Bent u het eens met de vaststelling van het Rekenhof dat de effectentaks steeds minder opbrengt? U schrijft 50 miljoen meer in, maar van welke basisopbrengst gaat u eigenlijk uit? Vertrekt u van de opbrengst van 2021 of van de voorspellingen voor 2023?
Bent u het ermee eens dat de superrijken eigenlijk ontsnappen aan die effectentaks? Hoe zult u dat probleem oplossen?
Welke aanbevelingen van het Rekenhof zult u precies uitvoeren? Dat is niet duidelijk aangegeven.
Hoe komt u aan die fameuze 50 miljoen euro aan bijkomende opbrengsten?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, mijn vraag is van een andere orde. Het gaat over de tekst over de effectentaks. In de Nederlandstalige versie van het regeerakkoord staat er een zin die er in de Franstalige versie niet in staat. In de Nederlandstalige tekst staat: "Verder zal de effectentaks gedurende de komende jaren zo gevormd worden dat hij als garantie functioneert dat er een structurele extra bijdrage zal zijn van de sterkste schouders." Die zin staat niet in de Franstalige versie.
Mijnheer de minister, wat is de juiste versie, de Nederlandstalige versie of de Franstalige versie?
Als de Franstalige versie juist is, dan vervalt die zin. Dat is duidelijk. Als men die zin echter behoudt in de Nederlandstalige versie, dan is mijn vraag hoe u die structurele extra bijdrage ziet? Dit staat volgens mij los van het rapport van het Rekenhof, waarin men een aantal correcties vraagt. Een extra bijdrage, dat klinkt alsof men op een bepaald moment een aanpassing aan die effectentaks zal doen. Kunt u daarover meer duidelijkheid verschaffen? Wat is de verwachte meeropbrengst van die structurele extra bijdrage?
Oorspronkelijk wilde Arizona de 0,15 % naar 0,25 % brengen. Dat is er uiteindelijk uit gegaan op die fameuze vrijdagavond, met de deadline van middernacht en de koning die zat te wachten. Waarschijnlijk zal Bouchez op een bierkaartje laten weten hebben dat 0,25 % naar 0,15 % moest gaan en het aanmerkelijk belang op de meerwaardetaks van 10 % naar 20 %. Hij dacht daarmee een zeer goede zaak te doen. Ik dacht ook dat als men die 10 % naar 20 % zou brengen voor het aanmerkelijk belang op de meerwaardetaks, de kleintjes dan de winnaar zouden zijn, maar uiteindelijk bleken ze de dupe te zijn, want ze betalen 10 % vanaf 10.000 euro.
Mijnheer de minister, wat is de juiste versie van de tekst? Wij zijn zeer benieuwd naar uw antwoord.
Jan Jambon:
Chers collègues, comme le prévoit l’accord, le gouvernement examinera comment, conformément aux recommandations de la Cour des comptes, il est possible de remédier à l’évasion de la taxe annuelle sur les comptes-titres. La Cour des comptes a formulé des recommandations à la fois opérationnelles et législatives et mon administration est également en train de rédiger des textes pour ces mesures.
Mijnheer Van Quickenborne, de zin in de preambule over de effectentaks die verwijst naar het punt inzake de effectentaks, luidt als volgt: "De regering zal onderzoeken hoe, conform de aanbeveling van het Rekenhof, ontwijking van de jaarlijkse taks op de effectenrekening kan worden aangepakt." Dat staat in het regeerakkoord.
In de begrotingstabel, die u allen hebt gekregen, hebt u daarenboven kunnen lezen dat wij rekenen op 50 miljoen euro. Dat is 50 miljoen extra opbrengst, boven de lopende inkomsten die eerst geschat werden. We denken nog 50 miljoen euro meer te kunnen ophalen met die effectentaks.
Sofie Merckx:
Mijnheer Jambon, wij dachten dat het regeerakkoord heel precies was uitgedokterd en berekend. U maakt met de N-VA immers al die reclame over de zaken op orde en de rekeningen die moeten kloppen. Als ik uw antwoord echter hoor, is dat toch gewoon puur nattevingerwerk? Hoe komt u aan die 50 miljoen? U hebt daar niet op geantwoord. Hoe komt u aan 50 miljoen euro opbrengsten? In het rapport van het Rekenhof wordt dat niet gezegd. Wat is uw opbrengstbasis? Kijkt u naar 2023 of naar 2021? Daar geeft u ook geen antwoord op.
U hebt het over de huidige stand van zaken, maar ik weet ook dat dit de huidige stand van zaken is. Dat is altijd zo in zo'n tabel. Normaal gezien moet men echter kunnen zeggen welke van die verschillende aanbevelingen van het Rekenhof men precies zal uitvoeren.
Het heeft dus eigenlijk totaal geen zin om vragen te komen stellen aan u, want u antwoordt er niet op. Hetzelfde zagen we daarnet inzake de meerwaardebelasting: u hebt uw vijf minuten niet eens gebruikt om iets meer uitleg te geven.
Jan Jambon:
(…) Ik kan u enkel zeggen wat in het regeerakkoord staat. Het regeerakkoord zegt dat we onderzoeken. 'We onderzoeken' wil zeggen dat we een onderzoek starten en dat daaruit aanbevelingen zullen voortvloeien. Die aanbevelingen zullen we ...
Sofie Merckx:
U onderzoekt dus. Dat onderzoek is echter niet nodig, het Rekenhof heeft dat onderzoek al gedaan. Er is een uitgebreid rapport van het Rekenhof.
Hoe komt u dan aan die 50 miljoen? Daarvoor hebt u nog steeds geen uitleg. Over welke van die drie aanbevelingen gaat het? Hoe zult u dat doen?
De manier waarop u die begrotingstabel hebt opgemaakt, is gewoon totaal onverantwoord.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik vind dat collega Merckx iets te streng is. Ik vind dat u op bepaalde vragen wel antwoordt. In antwoord op de vraag over mevrouw Gennez zei u heel duidelijk dat dat niet zou lukken, dat het niet zal passeren.
Met betrekking tot deze vraag zei ik u al dat er twee versies zijn. Er is de versie waarin een zin in staat over de effectentaks, de Nederlandstalige versie, en er is een tekst in het Frans waarin die zin niet staat. Wat is de correcte versie? Dat is de enige vraag die ik u gesteld heb en u hebt er niet op geantwoord. Wat is de correcte versie? Is het de Nederlandstalige versie of de Franstalige versie?
Jan Jambon:
De Nederlandstalige versie is de juiste versie.
Vincent Van Quickenborne:
Dus dan moet die zin er in het Frans bij komen. Oké, dat is interessant. Let op, want daarmee zet u de deur open voor een structurele extra bijdrage. Volgens mij is dat, los van het Rekenhof, een mooi cadeau voor de socialisten.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, encore une fois, nous n'avons ni chiffres ni explications ni détails. Cela donne encore l'impression que votre budget est totalement fantaisiste. Il n'y pas que les 8 milliards d'effets retours qui le sont mais aussi ce que vous avez écrit. Votre réponse est manifestement: "Nous venons d'arriver et cela viendra après, mais nous n'avons pas de réponse". Si je peux me permettre de vous donner un petit conseil en toute humilité, c'est de vraiment bien travailler votre note de politique générale pour le 18 mars et surtout d'y intégrer les remarques de la Cour des comptes, sinon cela risque de s'éterniser.
De verhoging van de belastingvrije som voor mensen die werken
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jan Jambon bevestigt dat de belastingvrije som enkel voor werkenden stijgt (geen discriminatie, volgens hem), terwijl werklozen 223€/maand verliezen (afschaffing belastingvermindering vanaf 2026) en pensionados met lagere/middelmatige pensioenen gespaard blijven. Arbeidsongeschikten behouden hun voordelen, maar kortdurend werklozen riskeren netto minder dan leefloners. Van Quickenborne kritiseert de maatregel als te drastisch en vraagt om concrete cijfers.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat dat u de nettolonen wilt verhogen, vooral door de belastingvrije som te verhogen voor iedereen die werkt. Als u de belastingvrije som enkel verhoogt voor mensen die werken, mijnheer de minister, riskeert u discriminatie, daar de belastingvrije som vandaag een vast bedrag is, 10.910 euro voor dit aanslagjaar, ongeacht of iemand werkt of niet. Kunt u bevestigen dat de regering inderdaad van plan is de belastingvrije som exclusief voor werkenden te verhogen? Hoe antwoordt u op de kritiek?
Een alternatief zou zijn dat u de belastingvrije som voor iedereen verhoogt, maar dat u de bestaande belastingverminderingen voor niet-actieven afbouwt of afschaft. We lezen in het regeerakkoord dat de regering de belastingvermindering voor werklozen wil afschaffen. Mocht die vermindering dit jaar worden afgeschaft – quod non, want de afschaffing geldt pas vanaf aanslagjaar 2026 –, betekent het dat werklozen 2.676 euro per jaar verliezen, ofwel 223 euro per maand per werkloze. Kunt u die bedragen bevestigen? Kan het gevolg zijn dat een werkloze dan netto minder per maand ontvangt dan een leefloner in een gelijkaardige situatie?
De regering wil daarnaast de belastingvermindering voor de hoogste pensioenen afbouwen. In de budgettaire notificaties, goedgekeurd op 14 februari, staat een recurrente opbrengst van 47 miljoen euro vanaf 2026. Hoe komt u aan dat bedrag? Wat wordt bedoeld met de hoogste pensioenen? Betekent het dat de belastingvermindering voor de andere gepensioneerden, dus de niet-hoogste pensioenen, intact zal blijven? Als dat zo is, erkent u dat die gepensioneerden er netto op vooruit zullen gaan, terwijl zij geen werkenden zijn?
Tot slot, er wordt in het regeerakkoord niets vermeld over de bestaande belastingvermindering voor arbeidsongeschikten, en laat dat nu de hoogste belastingvermindering zijn van alle niet-actieven. Is de regering van plan de belastingvermindering voor arbeidsongeschikten onaangetast te laten? Indien ja, erkent u dat dat zou betekenen dat ook mensen die arbeidsongeschikt zijn er netto op vooruit zullen gaan, terwijl ook zij geen werkenden zijn?
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, het belastingvoordeel dat voortvloeit uit het belastingvrije minimum, zal niet worden toegepast voor vervangingsinkomsten. Dezelfde fiscaaltechnische manier werd gebruikt bij de taxshift van de regering-Michel I. Er is daar hoegenaamd geen sprake van discriminatie. Mijn administratie zal de precieze bedragen van de afschaffing van de belastingvermindering voor werkloosheid controleren. Zoals ik al meermaals heb gezegd, is het nog even wachten op de concrete tekst en op de zeer precieze cijfers. De exacte impact is bovendien afhankelijk van de gezinssituatie van de werkloze.
De belastingvermindering voor alle pensioenen uitgezonderd het maximumpensioen, blijft inderdaad intact.
U hebt goed opgemerkt dat de belastingvermindering voor arbeidsongeschikten inderdaad niet in het regeerakkoord wordt vermeld.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u bevestigt dat de belastingvrije som alleen zal worden opgetrokken voor mensen die werken, en dus niet voor de inactieven. U hebt gezegd dat op een niet-discriminatoire manier te zullen doen. Ik ben zeer benieuwd naar uw aanpak. U bent vrij duidelijk geweest over de belastingverminderingen. Indien u de belastingvrije som voor de werklozen volledig afschaft, zullen zij 223 euro per maand moeten inboeten. De maximale belastingvermindering door de belastingvrije som voor het aanslagjaar 2026 bedraagt immers 2.676 euro. Ik heb er geen probleem mee dat u werklozen aanpakt, maar door die regeling ook toe te passen op de eerste en de tweede maand werkloosheid, zullen degenen die onvrijwillig net hun job kwijt zijn niets merken van de beoogde hogere uitkering via de versnelde degressiviteit tijdens de eerste maanden van de werkloosheid. Integendeel, u zult hun veel minder geven. Ik durf te stellen dat dat een vrij drastische en ingrijpende maatregel is, zeker voor kortdurende werkloosheid. Als de werkzoekenden daardoor minder zullen overhouden dan een leefloner, dat is dat de wereld op zijn kop. Ik ben zeer benieuwd naar de uitwerking hiervan en uw uitleg.
De dubbelbelastingverdragen
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 25 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Kemal Bilmez (PVDA) kritiseert plannen om dubbelbelastingverdragen uit te breiden, omdat het Rekenhof waarschuwt dat dit fiscale fraude in belastingparadijzen bevordert in plaats van tegen te gaan. Minister Jambon verdedigt de verdragen als instrument om *niet-belaste* inkomsten alsnog te belasten en wijst op versterkte informatie-uitwisseling als aanvullende maatregel. Bilmez kaatst terug dat lage belastingtarieven in partnerlanden de verdragen ombuigen tot *legale fiscale optimalisatie*, zonder extra inkomsten voor België. De kernspanning blijft: strijd tegen fraude vs. risico op legalisering van belastingontwijking.
Kemal Bilmez:
Mijnheer de minister, uit het regeerakkoord maken we op dat Arizona de strijd tegen de fiscale fraude wil opvoeren, wat we met de PVDA-fractie zeker toejuichen. Op pagina 44 van het akkoord lezen we echter dat deze regering het netwerk van dubbelbelastingverdragen verder wil uitbreiden. Het Rekenhof geeft aan dat dergelijke verdragen, in het bijzonder in fiscale belastingparadijzen zoals de Verenigde Arabische Emiraten, de strijd tegen fiscale fraude net belemmeren.
Mijnheer de minister, kunt u ons vertellen met welke specifieke landen u die dubbelbelastingverdragen wilt afsluiten? Kunt u ook toelichten hoe dit beleid strookt met de strijd tegen fiscale fraude?
Jan Jambon:
Mijnheer Bilmez, het is inderdaad de intentie van de regering om het netwerk van dubbelbelastingverdragen uit te breiden. Verder in het regeerakkoord kunt u lezen dat we ook de automatische uitwisseling van informatie tussen landen willen versterken. Door een dubbelbelastingverdrag zorgen we er net voor dat inkomsten die vandaag niet dubbel belast zijn, door het ontbreken van een dubbelbelastingverdrag, in de toekomst wel belastbaar zijn in ons land of in het partnerland. Beide maatregelen passen dus perfect in de strijd tegen fiscale fraude.
Kemal Bilmez:
Dank u voor uw antwoord. Het waren niet mijn woorden, maar die van het Rekenhof. Het probleem met een dubbelbelastingverdrag is dat in sommige landen de belastingvoeten zo laag zijn dat het net de fiscale optimalisatie bevordert. Dat weet u toch ook? Wat u met de uitbreiding van dat systeem doet, is dus eigenlijk de fiscale fraude legaliseren. Zo is er inderdaad minder fiscale fraude, maar het geld dat we binnenkrijgen stijgt niet. De belastingen die zouden moeten worden betaald, zullen minder worden betaald. Ik vind het heel spijtig dat u op die manier antwoordt en het probleem niet wilt inzien.
De geheime afspraken tussen de eerste minister en de heer Bouchez over de meerwaardebelasting
De uitspraken van de eerste minister over de meerwaardebelasting
De geheime afspraken over de meerwaardebelasting
Geheime overheidsoverleggen meerwaardebelasting
Gesteld door
PS
Pierre-Yves Dermagne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
VB
Lode Vereeck
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om transparantie en de omstreden meerwaardebelasting, waarbij oppositiepartijen (PS, Open Vld, N-VA) premier De Wever beschuldigen van geheime afspraken die de rijken sparen ten koste van de middenklasse—met name Vlaamse spaarders. De Wever ontkent geheime deals en verwijst naar het regeerakkoord als enige bindend document, maar ontwijkt concrete antwoorden over vrijstellingen voor langetermijnbeleggers, wat onzekerheid en wantrouwen versterkt. Van Quickenborne (Open Vld) en Vereeck (N-VA) hameren op beloftes over vrijstellingen en beschuldigen de regering van Vlaams-onvriendelijk beleid, terwijl Bouchez (MR) de beschuldigingen afdoet als politiek getouwtrek. De parlementaire volgorde van vragen was aanvankelijk ook strijdpunt, maar werd hersteld na protest.
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, de regering heeft gevraagd de vragen in die volgorde te behandelen en dat is niet in strijd met het Reglement.
Pierre-Yves Dermagne (PS): C'est donc à la demande du gouvernement que l'ordre du jour de cette Chambre a été déterminé. Cela me paraît être une application particulière et osée de notre Règlement. Il me semblait – même si je ne suis qu'un modeste juriste, sans grande expérience politique et parlementaire – que le gouvernement était à la disposition des parlementaires et du Parlement. Je demande, monsieur le président, que vous fassiez respecter le Règlement, la tradition et la jurisprudence parlementaire, et que vous soyez le président de tous les parlementaires!
Voorzitter:
Mijnheer Dermagne, aangezien tien vragen over het eerste thema en drie over het tweede thema werden ingediend, zag ik de logica ervan absoluut in. We zullen het Reglement van de Kamer natuurlijk nooit overtreden; hoe dan ook heeft het daaromtrent geen bepalingen. In de reeks van tien vragen zit overigens ook een vraag van uw fractie. Ik begrijp dat u pogingen onderneemt om er manoeuvres in te zien, maar de logica spreekt tegen u, denk ik.
Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik moet collega Dermagne hier steunen.
Het gaat niet over het aantal vragen en evenmin over de volgorde die de regering wenst. Van tel is het moment waarop de vragen ingediend worden. Ik moet erkennen dat collega Dermagne zeer snel was met de indiening van zijn vraag, sneller dan collega Van Quickenborne. U mag dat niet zomaar wisselen; we moeten de volgorde respecteren.
Voorzitter:
Mevrouw Bertrand, kunt u het artikel van het Reglement opnoemen dat hier overtreden is? Wanneer u zegt dat het niet zomaar mag, dan verwacht ik dat u daarvoor argumenten hebt.
Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik moet de terechte opmerking van collega Dermagne ondersteunen.
U zegt dat de volgorde louter op vraag van de regering werd omgewisseld. We gaan daarmee altijd zeer constructief en flexibel om, als dat gemotiveerd is. Als een minister nog andere vergaderingen heeft, later is of weg moet, hebben we daar nooit een probleem van gemaakt. De regering bepaalt echter niet de werkzaamheden van dit Huis.
U hebt gelijk wanneer u opwerpt dat daarover niets in het Reglement staat. Een gebruik dat ondertussen echter al heel lang wordt toegepast, is dat bij vragen over verschillende onderwerpen aan dezelfde minister, de eerst ingediende vraag als eerste aan bod komt, in chronologische volgorde. Die logica werd gehanteerd, tot de regering de volgorde nu heeft omgedraaid. De logica van de chronologie werd altijd toegepast. Ik hoor geen motivatie waarom daarvan nu plots afgeweken zou moeten worden.
Voorzitter:
Ik heb die ook niet gehoord, maar misschien gaf minister Clarinval er de voorkeur aan om die vragen eerst te behandelen. In alle eerlijkheid, wat hier naar voren wordt gebracht, is redelijk zonder inhoud.
Wil de regering naar de oorspronkelijke volgorde terugkeren? Ik denk niet dat dat de regering in het gedrang zal brengen.
Collega's, als u dat wenst, zullen we de vragen dus conform de oorspronkelijke volgorde behandelen. (Instemming)
Désolé, monsieur Clarinval, vous devrez rester un peu plus longtemps.
Pierre-Yves Dermagne:
Merci, monsieur le président de l'ensemble des parlementaires! Monsieur le premier ministre, puisque le présent semble manifestement vous peser, c'est à l'historien qui sommeille en vous que je vais m'adresser.
"Publicité sauvegarde du peuple". Cette phrase prononcée à Paris le 13 août 1789 par Jean Sylvain Bailly, premier président du tiers état, premier président de l'Assemblée nationale figure au fronton de l'Hôtel de ville de Verviers. Elle signifie que tout ce qui est d'intérêt public doit être rendu public, que tout ce qui concerne le sort du peuple, que tout ce qui est fait en son nom, doit lui être révélé. Ce qui en découle est simple: la publicité de l'information et la liberté de la presse doivent être considérées comme des piliers de nos démocraties.
Or, depuis samedi, ces principes fondamentaux sont foulés au pied par votre gouvernement et certains membres de votre majorité. Puisque quelques heures seulement après notre marathon parlementaire, nous apprenions avec stupéfaction de la bouche même d'un président de parti de votre majorité qu'il existe un accord secret rédigé de votre main sur les plus-values visant bien entendu à épargner une fois de plus les plus riches au détriment de la classe moyenne.
Vous avez estimé, du haut de votre trône, ne pas devoir révéler au Parlement, aux représentants du peuple, cet accord. Alors, monsieur le premier ministre: qui n'a rien à cacher, n'a rien à craindre. Si vous cachez ce document dont vous avez reconnu vous-même l'existence, c'est que vous savez que vous avez quelque chose à vous reprocher ou à cacher à certains de vos partenaires.
Mes questions sont donc simples: Allez-vous enfin produire ce document afin que nous puissions chacune et chacun l'analyser? Quelle est la teneur de cet accord? Donne-t-il raison au président du MR ou aux représentants de Vooruit et du cd&v? Je vous remercie.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega’s, ik wil het niet hebben over briefjes en papiertjes. Ik wil het hebben over het regeerakkoord.
Mijnheer de eerste minister, als toenmalig formateur hebt u iets interessants gezegd over de meerwaardebelasting. U hebt namelijk voor de camera’s, maar ook tijdens uw congres, verklaard dat de Vlaamse spaarder, die zijn centjes tien jaar of langer bijhoudt, geen meerwaardebelasting zou moeten betalen. U hebt dat gezegd. Precies op dat punt bent u tegengesproken door uw coalitiepartner, Vooruit. De voorzitter van Vooruit heeft neen gezegd, en vicepremier Vandenbroucke heeft verklaard dat er geen komma aan het regeerakkoord zou worden gewijzigd.
Mijnheer de premier, als men het regeerakkoord leest, dan moet men vaststellen dat die uitzondering er niet in vermeld wordt. Ze heeft er ooit in gestaan, maar nu staat ze er niet meer in.
Voor mij, alsook voor veel Vlamingen, rijst de vraag waarom Bart De Wever dat destijds heeft verteld? Was hij vermoeid? Was het een vergissing? Heeft hij voor zijn beurt gesproken? Het is een feit dat u met Arizona voor veel ongerustheid hebt gezorgd bij de Vlaamse spaarders. Het is een feit dat de mensen zich afvragen wat er met hun centen zal gebeuren, zoals bijvoorbeeld die leraar die elke maand spaart voor zijn dochter zodat zij een huis zou kunnen kopen. Ze vragen ze af of er nu een uitzondering is of niet.
Mijnheer de premier, ik wil u twee vragen stellen. Bent u bereid om uw uitspraak over de Vlaamse spaarder – die geen meerwaardebelasting moet betalen indien hij zijn geld tien jaar bijhoudt –, vandaag, hier in het Parlement, voor ons en de bevolking, te herhalen? Kunt u ons vervolgens zeggen waar die uitspraak in het regeerakkoord staat?
Lode Vereeck:
Gedurende 236 dagen heeft de huidige coalitie onderhandeld over de vorming van een regering. Twee keer heeft de coalitie bijna haar nek gebroken over de meerwaardebelasting. De soap duurt voort. Geheime deals, papiertjes, werkdocumenten: er is niets zo dodelijk voor een economie en de kapitaalmarkten als onduidelijkheid en fiscale rechtsonzekerheid.
De meerwaardetaks, waaraan geen fundamentele fiscale hervorming is gekoppeld, maar die louter dient voor het vullen van budgettaire putten of als politieke trofee, is slecht voor de economie. Bovendien is de taks een administratief gedrocht. Mijnheer de eerste minister, indien u toch doorzet, is financiële rechtszekerheid cruciaal voor onze economie en cruciaal voor de mensen die werken en sparen. U hebt verklaard dat wie zijn aandelen langer dan tien jaar in bezit houdt, is vrijgesteld van een meerwaardebelasting. Was dat een slip of the tongue of een vergissing? Dat geloof ik eerlijk gezegd niet. U bent immers, ten eerste, een historicus met het geheugen van een olifant. De vrijstelling is, ten tweede, volstrekt logisch en zinvol. De meerwaardebelasting is geen klassieke belasting om de overheid te financieren, omdat de opbrengsten afhankelijk zijn van de grilligheid van de beurs en dus erg onzeker zijn. Een meerwaardetaks is daarentegen een sturende belasting om speculatie en casinokapitalisme te ontmoedigen. Een vrijstelling voor wie op lange termijn investeert in de reële economie is dan ook logisch, rechtvaardig en economisch zinvol.
Mijnheer de eerste minister, hoe zit het nu? Zonder in te gaan op de praktische details, wil ik van u het volgende weten. Is het principe van een vrijstelling voor wie zijn of haar aandelen langer dan tien jaar in bezit heeft, al dan niet aanvaard en afgeklopt door de coalitie?
Bart De Wever:
Merci, chers collègues, pour vos questions.
Je vais être clair et précis sur le sujet. Comme chaque partenaire de la coalition l'a déjà déclaré à de multiples reprises dans la presse, il n'y a pas d'accord secret concernant les modalités de la taxe sur les plus-values, ni sur d'autres sujets d'ailleurs.
Comme je l'ai communiqué au président de la Chambre le week-end passé, il est évident que, lors des négociations, de nombreuses notes ont été échangées concernant pratiquement chaque mesure de l'accord de gouvernement. Mais ce qui compte, c'est le texte final de l'accord, un texte que chacun peut lire en toute transparence. Ce texte de 200 pages pose le cadre des mesures que nous allons prendre. Il a été approuvé la semaine dernière à l'issue d'un débat de 40 heures. Il s'agissait du plus long débat sur une déclaration gouvernementale depuis les années 1980.
La direction que veut prendre ce gouvernement dans les années à venir est très claire.
Het regeerakkoord voor de komende legislatuur is veel gedetailleerder dan de voorgaande regeerakkoorden, maar het is uiteraard geen exhaustieve beschrijving van elke modaliteit van iedere maatregel. Daarvoor is het, zoals altijd, wachten op de wetsontwerpen die modaliteiten kunnen bevatten die niet in het regeerakkoord zijn beschreven.
Ik zal derhalve hier geen modaliteiten herhalen die niet in het regeerakkoord staan, maar ik zeg wel dat alle modaliteiten in de schoot van de regering zullen worden besproken. Daarna zullen die wetsontwerpen met al die modaliteiten opnieuw, zoals altijd, hier in volle transparantie worden besproken en ter stemming worden voorgelegd.
De komende maanden zullen dus alle legitieme vragen die er nog zijn en die vandaag worden gesteld over de meerwaardetaks worden beantwoord bij de opstelling van het wetsontwerp en de debatten hierover in het Parlement.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, monsieur le premier ministre, décidément, les débuts de ce gouvernement sont pénibles et même – oserais-je le dire – tristes. Ce sont tout d'abord des promesses trahies: celle d'augmenter le salaire net des travailleurs et des travailleuses de 500 euros en plus par mois. Ensuite, c'est un mensonge budgétaire: un château de cartes de chiffres. Et, puis, aujourd'hui, c'est un manque flagrant de transparence, puisque vous faites mentir vos présidents de partis qui, ce samedi, dans la presse, évoquaient cet accord secret écrit de votre main même et lui donnant raison sur l'interprétation de la taxe sur les plus-values pour épargner, une fois de plus, les plus riches au détriment de la classe moyenne. Ce n'est pas un bon début, monsieur le premier ministre! Ce n'est pas un début digne des attentes et des besoins de la population belge, d'autant que l'on sait qu'il y a d'autres accords secrets.
Dans les couloirs de la Chambre, pendant ces 40 heures de débat, nous avons appris par exemple qu'il y avait un accord sur l'IVG (…). (M. Dermagne lance un cahier rouge sur le banc du premier ministre.)
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de eerste minister, bedankt dat u niet antwoordt op mijn vraag, maar vooral bedankt dat u niet herhaalt wat u voor de camera's en voor uw eigen congres hebt verklaard. U hebt dat niet herhaald en dus laat u de middenklasse vallen. U durft het hier niet te herhalen omdat u niet het akkoord hebt van uw coalitiepartners.
Mijnheer de eerste minister, ik wil verwijzen naar de woorden van een politicus die nog niet zo lang geleden het volgende zei: "Ik ben tegen de meerwaardebelasting, want die meerwaardebelasting treft de middenklasse. Die belasting komt uiteindelijk bij de middenklasse terecht, bij de Vlaamse middenklasse." Die persoon zei ook: "De meerwaardebelasting is een anti-Vlaamse belasting." Weet u wie dat gezegd heeft? Bart De Wever, de man die vandaag eerste minister is.
Wat een bocht! 25 jaar lang hebben wij van de Vlaamse liberalen die taks tegengehouden en u voert ze in, op enkele maanden tijd. Shame on you! Dat is de reden waarom deze taks de De Wevertaks heet, een taks tegen de Vlaamse middenklasse!
Lode Vereeck:
Veertig uur is er gedebatteerd over het regeerakkoord en de meerwaardebelasting, maar er kwam geen antwoord. Ook vandaag kwam er geen antwoord. Dit is gewoon dag 249 van de regeringsonderhandelingen. Het dispuut ettert gewoon voort. Het lijkt Vivaldi wel! Uw coalitiepartners spreken elkaar tegen. U schept zelf onzekerheid. Jambon weet van niets.
Weet u wat we wel weten, mijnheer de eerste minister? Weet u waar iedereen het over eens is? Alle fiscale experts en zelfs Jambon en Bouchez zeggen dat het vooral de Vlamingen zijn die deze belasting zullen betalen. De Vlamingen die hard werken en sparen voor hun kinderen of voor hun oude dag.
Hoe kunt u als Vlaams-nationalist die in de campagne pretendeerde voor Vlaamse welvaart te zijn, dat aanvaarden? Of moet u als Belgische eerste minister gewoon meedoen met het pluimen van de meest gepluimde kip ter wereld, de Vlaming? Deze taks vernietigt Vlaamse welvaart en uw regering is daar mee verantwoordelijk voor.
Persoonlijk feit
Fait personnel
Voorzitter:
Collega Bouchez laat mij weten dat hem door collega Dermagne gedachten in de mond zijn gelegd waarin hij zich niet herkent. Hij heeft een persoonlijk feit ingeroepen.
Rajae Maouane:
(...)
Georges-Louis Bouchez:
Madame Maouane, nous vous avons déjà assez entendue. Je vais donc juste utiliser mon droit de réplique.
Je sais, chers collègues, que l'estime que vous avez à mon égard n'est pas très élevée, mais pensez-vous que je suis assez bête que pour expliquer dans le journal que j'ai un accord secret? C'est très intéressant, parce que je vois M. Hedebouw, l'agitateur en chef, qui en est excité. Monsieur Hedebouw, contrairement à vous, je suis manifestement assez malin que pour gagner les élections!
Pour le reste, monsieur le président, je confirme en tous points ce que j'ai dit: il n'y a pas d'accord secret. Mais par contre, il est vrai que cet accord de gouvernement se base sur des documents de travail qui permettent effectivement des interprétations. Monsieur Magnette, j'ai un droit, il s'agit d'un fait personnel. Cela peut vous énerver, mais il fallait peut-être gagner les élections!
Monsieur Dermagne, j'ai un scoop: je vais révéler un document secret à l'Assemblée aujourd'hui! Je vous demanderai, monsieur le président, d'en donner copie à l'ensemble des parlementaires. Il s'agit du bilan en termes de réformes de M. Dermagne sous le gouvernement Vivaldi. Ce document secret est une feuille blanche recto verso! C'est le bilan de M. Dermagne sous la Vivaldi!
Voorzitter:
Collega's, ik houd van een geanimeerd debat zoals we er nu een hebben, maar ik vraag om wat stilte zodat we de reactie van de collega's kunnen horen.
Het woord is aan de heer Dermagne.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, je voudrais simplement sous-titrer les propos de M. Bouchez. Quand il dit qu’il n’est pas assez bête pour déclarer quelque chose dans la presse qui n’est pas vrai, il dit en filigrane que c’est la presse qui s’est trompée. Comme je l’ai dit tout à l’heure, un des principes fondamentaux de notre démocratie, c’est la liberté et l’indépendance de la presse.
Georges-Louis Bouchez:
(…)
Voorzitter:
Mijnheer Bouchez…
Pierre-Yves Dermagne:
Dont acte, monsieur Bouchez. Dans votre bouche, cela veut dire que tous ces journalistes sont des menteurs, des idiots, des incompétents.
Voorzitter:
Collega's, zoals u weet kan het noemen van een collega u altijd in de grijze zone van een persoonlijk feit brengen. Een door de wol geverfde collega als de heer Hedebouw laat die kans niet schieten.
Raoul Hedebouw:
Monsieur le président, je me rends compte que la réponse de M. Bouchez a été plus longue que la réponse du vrai premier ministre de ce pays. Et je pense pouvoir dire que l'ensemble du peuple – y compris les gens qui ont voté pour le MR – se rend compte que pour le MR, mentir n'est pas un problème. Les gens sont en train de comprendre aujourd'hui que M. Georges-Louis Bouchez, qui avait dit qu'il allait augmenter le pouvoir d'achat des travailleurs, qui avait dit qu'il allait beaucoup mieux s'occuper des conditions de vie des travailleurs, est en fait en train de faire du bla-bla et qu'il ne pense qu'à une seule chose, c'est protéger les super-riches dans ce pays, qui sont complètement protégés par le MR.
Voorzitter:
Dan geef ik in deze ronde het slotwoord aan de heer Bouchez, met het vriendelijke verzoek geen namen te noemen.
Georges-Louis Bouchez:
Je ne citerai personne, monsieur le président. Je veux simplement dire une chose, monsieur Hedebouw. (Hilarité) Ce n'est pas un fait personnel, je ne vous attaque pas, je réponds à vos points. Pour un fait personnel, il faut qu'il y ait eu une attaque.
Je vous dis une chose, c'est que ce gouvernement va baisser les impôts pour la classe moyenne, va travailler sur les conditions de travail pour donner plus de liberté aux travailleurs et va faire en sorte que cette taxe sur les plus-values ne touche pas les classes moyennes, contrairement à ce que vous avez dit. Mais venant du parti du baratin et de la taxe, je n'ai aucune leçon à recevoir.
Voorzitter:
Nee, mijnheer Hedebouw, de heer Bouchez heeft gereageerd op u. Het persoonlijk feit is hiermee afgehandeld.
Bart De Wever:
J'espère que cela ne vous dérange pas que je sois encore assis ici, mais je voulais simplement remercier M. Dermagne pour le carnet. Monsieur Dermagne, peut-être pourriez-vous choisir une couleur différente la prochaine fois. Merci. (Rires)
De overbelasting van de ziekenhuizen door de griepepidemie
De impact van de griepepidemie
De griepepidemie in België
De gevolgen van de griepepidemie in België
Gesteld door
DéFI
François De Smet
PVDA
Natalie Eggermont
PS
Patrick Prévot
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 12 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De ergste griepepidemie sinds COVID-19 trof België begin 2025, met recordaantallen consultaties (1.219/100.000 in piekweek) en zware druk op ziekenhuizen en huisartsen, ondanks een lichte daling eind januari. Minister Vandenbroucke wijt de crisis vooral aan lage vaccinatiegraad, onvoldoende naleving van basismaatregelen (mondmaskers, afstand) en natuurlijke variatie in virulentie, niet primair aan personeels- of beddentekort—hoewel die wel bestonden en lokale overdrachten nodig waren. Kritische parlementariërs Prévot en De Smet benadrukken juist structurele onderinvestering in gezondheidszorg (gesloten bedden, overbelaste spoed) als verergerende factor en dringen aan op urgente extra middelen om toekomstige crises te voorkomen. De regionale verschillen waren beperkt, maar de kwetsbaarheid van het systeem blijft een alarmsignaal voor toekomstige epidemieën.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, lorsque j'ai déposé ma question il y a quelques semaines, notre pays traversait une épidémie de grippe saisonnière dont il était difficile d'évaluer l'intensité. Les médias rapportaient que certaines unités de soins des régions bruxelloise et liégeoise étaient saturées. L'hôpital de la Citadelle avait été contraint de réduire de 20 % ses activités chirurgicales et médicales et de les reprogrammer. Depuis lors, monsieur le ministre, nous connaissons l'intensité de cette épidémie. Sciensano l'a qualifiée de "pire épidémie depuis la pandémie de covid". Je tenais à vous interpeller pour connaître l'état de la situation, les répercussions sur le système hospitalier et les médecins généralistes qui se trouvent évidemment surchargés depuis le mois de décembre.
Monsieur le ministre, pourrions-nous avoir votre retour le plus complet et le plus à jour sur la situation de l'épidémie de grippe en Belgique? Quelle est la situation au sein des hôpitaux du Royaume? Quelle est la situation au niveau des médecins généralistes et de leur surcharge de travail? Quelles sont les premières hypothèses émises pour expliquer la sévérité de cette épidémie de grippe, en comparaison avec celles des années précédentes?
François De Smet:
Monsieur le ministre, pendant plusieurs semaines, on a assisté à un engorgement des services d'urgence durant le pic d'épidémie de grippe. Le virus s'est révélé plus résistant et aussi plus virulent, avec peut-être une protection insuffisante du vaccin. L'engorgement aux urgences peut également s'expliquer par le manque de lits dans les hôpitaux, car si les patients qui entrent aux urgences ne se font pas tous hospitaliser, cela peut croiser les hospitalisations programmées. La pénurie de personnel infirmier et médical constitue une autre cause de cet engorgement en cas de crise.
Enfin, la crise économique met la plupart des hôpitaux dans de grandes difficultés financières. Par exemple, faute de personnel, le CHU de Liège a dû fermer entre 70 et 75 lits sur 1038. Des directeurs d'hôpitaux estiment qu'il est anormal que les urgences soient saturées lors d'une épidémie de grippe et invoquent un système de santé insuffisamment résilient par rapport à une situation critique.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous faire savoir si vous partagez ce constat d'engorgement? Quels facteurs peuvent l'expliquer? Quelles mesures ponctuelles peuvent être prises, notamment si un nouveau pic d'épidémie de grippe survenait? Cette situation des hôpitaux a-t-elle été vécue de la même manière au Nord, au Sud et au centre du pays, ou de manière variable?
Frank Vandenbroucke:
Nous avons pu observer un pic de grippe exceptionnellement élevé cette année. Les consultations pour grippe dans les cabinets de médecine générale, le nombre de tests de grippe positifs rapportés par les laboratoires et le nombre de patients hospitalisés pour une infection grippale sévère sont tous à leur plus haut niveau depuis la pandémie de covid-19.
Au plus fort de l'épidémie de grippe l'année dernière, nous avions environ 600 consultations pour 100 000 habitants, alors que dans la semaine du 20 au 26 janvier 2025, nous avions environ 1 219 consultations pour 100 000 habitants. Cependant, il semble y avoir une lueur d'espoir, car dans la semaine du 27 janvier au 2 février, les chiffres ont baissé pour atteindre 1 199 consultations pour 100 000 habitants. Espérons que cette tendance à la baisse se poursuive.
S'agissant de la question de M. De Smet, il est vrai que le pic d'infections respiratoires exerce une pression sérieuse sur notre système de santé et qu'avec des millions de personnes infectées, le bilan humain est lourd. Cependant, je ne suis pas d'accord pour dire que la gravité de l'épidémie de grippe de cet hiver serait due à une pénurie de lits ou de personnel de santé.
Les difficultés que nous connaissons dans le secteur des soins existaient déjà la saison dernière, mais le pic de l'épidémie de grippe était alors nettement inférieur à celui de cette saison. Je pense que nous devrions plutôt chercher des explications dans le fait que le taux de vaccination des groupes cibles est resté très insuffisant cette saison et que les recommandations de base en termes de maintien de la distance et de masquage de la bouche faites dans le cadre du plan hiver ne sont pas suffisamment suivies. En outre, il existe une variation naturelle dans ce genre de situation, une saison n'est pas l'autre.
Bien sûr, cela ne veut pas dire que nous ne devons pas continuer à travailler pour la viabilité des professions de santé et le bon fonctionnement de notre système de santé. J'ai déjà déployé des efforts dans ce sens au cours de la dernière législature. Je continuerai également à prendre des initiatives au cours de cette législature-ci.
En ce qui concerne le code orange et les autres mesures, le Risk Assessment Group (RAG) et le Risk Management Group (RMG) ont en effet décidé de passer en code orange avec des recommandations appropriées et liées à ce code qui peuvent être trouvées sur le site du SPF Santé. Celles-ci ont été communiquées au secteur de la santé et au public.
Il est possible que des recommandations additionnelles aient été faites après des analyses de risques aux niveaux locaux et régionaux et même au niveau d'institutions individuelles comme cela est prévu dans le plan hivernal infections respiratoires ainsi qu'au niveau des entités fédérées.
Il existe également un accord entre hôpitaux pour le transfert de patients si une des structures ne dispose plus de capacité d'hospitalisation.
Concernant la différence entre le Nord et le Sud du pays, je rappelle que le virus de la grippe ne connaît pas de frontière régionale et est en outre très mobile.
Nous le constatons également via les analyses des eaux usées des stations d'épuration à travers tout le pays. Semaine après semaine, les régions, les maisons de repos et les hôpitaux plus ou moins affectés varient.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, je vous remercie de nous avoir présenté un instantané de la situation. Certes, le problème est multifactoriel mais on ne peut quand même pas dire que ce n'est pas dû à la pénurie de soignants et de lits, d'autant que vous indiquez dans la deuxième partie de votre réponse que des accords ont été conclus entre hôpitaux pour transférer des patients en cas de saturation. Par conséquent, je demanderai à ce gouvernement d'être très prudent à cet égard. Nos hôpitaux et notre personnel soignant ont fait preuve de beaucoup de résilience. Plus que jamais, il faudra investir. Les premiers chiffres nous inquiètent quelque peu, tout comme la répartition des hôpitaux. Nous nous rappellerons l'inquiétante carte géographique brandie par mon chef de groupe, Pierre-Yves Dermagne, lors de nos débats nocturnes. Si nous nous trouvons dans une situation aussi dramatique avec la présente épidémie de grippe, je n'ose imaginer ce qui se passerait si d'autres épidémies touchaient notre pays.
Plus que jamais, soyons vigilants. Surtout, ne désinvestissons pas dans les soins de santé. Il est plus que jamais essentiel d'engager les moyens là où ils sont indispensables pour éviter des difficultés comme nous avons pu en connaître voici quelques semaines et comme nous en connaissons encore en ce moment. J'espère donc ne pas en connaître d'autres dans les semaines et mois à venir.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse assez exhaustive. Néanmoins, je rejoindrai mon collègue en indiquant que nous devons comprendre cette épidémie de grippe comme un rappel que notre système peut être très facilement perturbé, chamboulé, mis à l'épreuve par des pandémies inhabituelles ou habituelles, mais plus virulentes. Je suis sûr que le prochain gouvernement en tiendra compte.
De impact op de ontvangsten van de reactie van VS-president Trump aangaande de minimumbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België zit klem tussen Trumps dreiging (35% Amerikaanse bronheffing op Europese dividenden, wat samen met de Belgische roerende voorheffing 65% belasting oplevert) en Europese verplichtingen (de UPTR-minimumbelasting toepassen of sancties riskeren). Van Peteghem benadrukt dat de huidige regels robuust en rechtvaardig zijn en houdt vast aan de afspraken, ondanks Trumps "stomp in de maag" voor beleggers en kmo’s, terwijl hij pleit voor Europese samenhang om competitiviteit en fiscale rechtvaardigheid te waarborgen. Van Quickenborne dringt aan op een pragmatische, gecoördineerde EU-aanpak om zowel de belastingmaatregel als de VS-relaties te behouden, met een knipoog naar Von der Leyens realpolitiek. De begrotingsimpact (624 miljoen in 2024, 75 miljoen in 2025) blijft onopgelost in het spanningsveld tussen investerdersbelangen en staatinkomsten.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, vorige week kondigde president Trump aan dat hij zijn land terugtrekt uit het wereldwijde verdrag voor een minimumbelasting van 15 %. Daarover werd een vraag gesteld in de plenaire vergadering en in de commissie. Gisteren werd die dreiging wel heel concreet, want Trump viseert nu ook de Europese en daarmee ook de Belgische belegger en investeerder. Als landen vasthouden aan dat belastingverdrag, wil hij de Amerikaanse bronheffing op dividenden van inwoners van Europa optrekken naar 35 %. In combinatie met de Belgische roerende voorheffing van 30 % zorgt dat voor een belastingaanslag van 65 %. Zelfs linkse partijen zullen dat redelijk veel vinden.
Mijnheer de minister, het gaat hier concreet over de fameuze UPTR, de vangnetbepaling, die stelt dat als een land zijn eigen bedrijven geen minimumbelasting oplegt andere landen dat wel kunnen doen ten aanzien van die buitenlandse bedrijven via de zogenaamde bijheffing. Het gevolg hiervan is dat ons land zich tussen twee vuren bevindt. Ofwel passen we die regels toe en dan dreigen er Amerikaanse belastingen voor beleggers en investeerders, ofwel passen we die regels niet toe en riskeren we Europese sancties, want die regel is een omzetting van een Europese richtlijn.
Mijnheer de minister, met al uw wijsheid, hoe geraken we uit die beknelling? Niets doen is geen optie, want dan zal Trump ons komen scheren. Europa en de OESO moeten reageren. Gaat u initiatieven nemen?
Wat zou de impact hiervan zijn op de begroting? Mijnheer Bertels, in de begroting voor 2024 stond 624 miljoen euro ingeschreven en in de begroting voor 2025 stond nog eens 75 miljoen euro ingeschreven.
Kiest u voor de belangen van onze beleggers en investeerders of kiest u voor de schatkist?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Van Quickenborne, ik heb vorige week inderdaad al veel meegedeeld en ben ook in de commissievergadering op die vragen teruggekomen. Inzake de internationale minimumbelasting voor ondernemingen heb ik heel duidelijk gemaakt dat wij een vuist moeten maken en ervoor moeten zorgen dat de lasten rechtvaardig verdeeld worden. Natuurlijk moeten we ook zorgen voor een eerlijk speelveld voor onze eigen zelfstandigen en onze eigen kmo's. In die zin sprak premier De Croo in de context van de begrotingscontrole, toen we dat ingevoerd hebben, ook over een belangrijke mijlpaal.
De dreigementen van president Trump zorgen vandaag inderdaad voor een scheeftrekking in dat gelijk speelveld. Hij geeft een stomp in de maag van onze burgers en onze eigen ondernemingen. Daardoor mogen wij ons echter niet laten ontmoedigen. Belangrijk is immers te weten dat de huidige van toepassing zijnde regels inzake de minimumbelasting bijzonder robuust zijn en ook in lijn liggen met gemaakte internationale afspraken. Voor alle duidelijkheid, de VS passen dezelfde regels, die nog ingevoerd werden tijdens de vorige ambtstermijn van Donald Trump, op onze bedrijven toe. Het is dus belangrijk en we blijven ervoor ijveren dat multinationals een eerlijke bijdrage blijven betalen. Daarvoor zullen we dan ook zorgen.
Immers, ook zonder de VS moeten we in staat zijn om rechtvaardige fiscaliteit te verzoenen met een competitieve economie. Europa moet waken over haar competitiviteit. De minimumbelasting vormt daar een onderdeel van, onder andere voor onze kmo's en onze zelfstandigen.
Op Europees niveau hebben we dat al besproken in de vergaderingen van de Ecofinraad, maar uiteraard zal ik dat de volgende keer opnieuw aanhalen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Uiteraard heeft iedereen de mond vol van rechtvaardige belastingen, dat is evident. Wat zijn we daar echter mee als uiteindelijk onze beleggers en onze investeerders er de dupe van zijn? We weten allemaal dat Trump een dealmaker is en we have to deal with it . Het beste is een pragmatische en gecoördineerde houding van de verschillende lidstaten om de kern van de maatregel overeind te houden, maar ook om ervoor te zorgen dat onze relaties met de Verenigde Staten niet op het spel worden gezet. Ik zou zeggen: doe zoals Ursula von der Leyen heeft gezegd. Hoewel sommigen in Europa en waarschijnlijk ook in dit halfrond de realiteit in Amerika niet prettig vinden, moeten we klaar zijn om ermee om te gaan. Misschien kunt u dat doen als de volgende minister van Financiën in een volgende vergadering.
De voorheffing op invaliditeitsuitkeringen
De bedrijfsvoorheffing op invaliditeitsuitkeringen vanaf 2025
De nieuwe belastingregeling voor invaliditeitsuitkeringen
De nieuwe belastingregeling voor invaliditeitsuitkeringen
De bedrijfsvoorheffing van 11,11 % op invaliditeitsuitkeringen
Belastingregelingen en bedrijfsvoorheffing op invaliditeitsuitkeringen
Gesteld door
VB
Kristien Verbelen
Vooruit
Jan Bertels
Groen
Meyrem Almaci
Groen
Meyrem Almaci
PTB
Sofie Merckx
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De geplande bedrijfsvoorheffing van 11,11% op invaliditeitsuitkeringen (oorspronkelijk voor 2025) is uitgesteld tot 1 januari 2026 vanwege technische knelpunten en risico’s voor 500.000 kwetsbare uitkeringsgerechtigden, waaronder koopkrachtverlies en dubbele belastingdruk in 2026 (voorschot + achterstallige belasting 2025). Een technische werkgroep met Financiën en RIZIV onderzoekt nu inkomensafhankelijke drempels en beschermingsmechanismen (bv. minimuminkomensgarantie, aanpassingen voor lage uitkeringen) om prefinanciering van de staat en bestaansminimumrisico’s te voorkomen, maar concrete cijfers en uitvoeringsplannen ontbreken nog. Communicatie en administratieve haalbaarheid (bv. individuele berekeningen voor 500.000 gevallen) blijven onduidelijk, ondanks beloftes van proactieve informatie en samenwerking met ziekenfondsen—kritiekpunten zijn het ontbreken van overgangsmaatregelen voor afbetalingsplannen en capaciteitsvragen bij de fiscus. Het doel (voorkomen van hoge belastingterugvorderingen) blijft, maar de uitvoering moet rechtvaardiger en transparanter, met nadruk op kwetsbare groepen en vermijden van nettoverlies.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, ik wil graag enkele vragen stellen over de geplande invoering van de bedrijfsvoorheffing van 11,11 % op invaliditeitsuitkeringen, die oorspronkelijk vanaf 1 januari 2025 zou ingaan.
Die maatregel is bedoeld om verrassingen bij de jaarlijkse belastingafrekening te vermijden, maar veroorzaakt veel ongerustheid bij de betrokkenen. Uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid worden niet alleen in het eerste jaar belast met bedrijfsvoorheffing, maar ook in de daaropvolgende jaren. Dat betekent dat langdurig arbeidsongeschikten, waaronder kwetsbare groepen zoals alleenstaanden of mensen met personen ten laste, extra zwaar worden getroffen. Bovendien dreigt die inhouding ervoor te zorgen dat sommige mensen onder een bestaansminimum zakken. Hoe zult u garanderen dat dat niet gebeurt?
Die maatregel is uitgesteld. Wat is de reden van dat uitstel? Is de maatregel uitgesteld om over meer tijd te beschikken voor een correcte implementatie ervan? Zo ja, welke concrete stappen worden in deze extra tijd gezet om de uitvoering ervan rechtvaardiger te maken?
Ten slotte heerst veel onduidelijkheid over de communicatie en ondersteuning. Wat onderneemt de regering om gerechtigden proactief te informeren over hun rechten en mogelijkheden, zoals de aanvraag van vrijstellingen of aanpassingen van die bedrijfsvoorheffing? Is er een concreet plan om te voorkomen dat mensen in een financieel kwetsbare situatie plots worden geconfronteerd met dubbele betalingen of administratieve lasten?
Jan Bertels:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, koopkracht was, is en blijft voor Vooruit een belangrijk thema. Mijn vraag heeft dan ook als insteek koopkrachtbescherming.
Er was een plan om vanaf 1 januari 2025 een bedrijfsvoorheffing van 11,11 % toe te passen op invaliditeitsuitkeringen voor personen die langer dan een jaar arbeidsongeschikt zijn, in de volksmond 'invaliden'. Deze maatregel had tot doel te vermijden dat zij bij de jaarlijkse belastingafrekening een groot bedrag zouden moeten bijbetalen.
Er was ook een beschermingsmechanisme voorzien om te vermijden dat de uitkeringen te laag worden. De inhouding mag er niet toe leiden dat men onder een dagelijks minimumbedrag zou komen. Dat dagelijks minimumbedrag varieert en is afhankelijk van de gezinssituatie. Verder was er ook de piste om een vaste inhouding te garanderen van 11,11 % bedrijfsvoorheffing op de jaarlijkse inhaalpremie, die in mei wordt uitgekeerd.
In het kader van die aangekondigde bedrijfsvoorheffing, met de insteek koopkrachtbescherming en gezien de onrust bij een aantal uitkeringstrekkers, mensen die sociaal verzekerd zijn en een invaliditeitsuitkering krijgen, heb ik de volgende vragen.
Klopt het dat deze maatregel recent een uitstel heeft gekregen tot 1 januari 2026? Ik weet wat u daarop zult antwoorden. Ik ben van mening – en ik hoop dat u deze mening deelt – dat een goed doordachte invoering belangrijker is dan een snelle implementatie. We moeten er inderdaad voor zorgen dat er concrete maatregelen worden genomen die ervoor zorgen dat mensen met een lage invaliditeitsuitkering geen koopkracht verliezen. Dat is ook niet uw bedoeling, denk ik.
Hoe wordt gewaarborgd dat personen met een lage invaliditeitsuitkering niet financieel in de problemen komen door de inhouding van de bedrijfsvoorheffing, waardoor zij als het ware de Staat zouden prefinancieren?
Wat is de impact van de vaste bedrijfsvoorheffing op de inhaalpremie in mei? Wordt daar ook een beschermingsmechanisme voorzien voor mensen die een lage uitkering hebben, bijvoorbeeld door een correct mechanisme voor terugbetaling indien blijkt dat er te veel zou zijn ingehouden?
Mijnheer de minister, ik stel deze vraag om te voorkomen dat wie langdurig arbeidsongeschikt is in een nog kwetsbaardere positie zou komen. Ik neem aan dat dat ook uw bekommernis is.
Meyrem Almaci:
Mijn vraag is tweemaal geagendeerd omdat ik ze oorspronkelijk ook aan minister Vandenbroucke had gesteld. Mijn vraag is naar hier doorgestuurd. Het is de laatste vraag die ik heb voor de minister van Financiën. Het gaat over bijzonder kwetsbare mensen, mensen met een handicap.
Oorspronkelijk zou er vanaf 1 januari 2025 een bedrijfsvoorheffing van 11,11% ingehouden worden op de uitkeringen van mensen in invaliditeit. Als ik het goed heb begrepen, zal dat een jaar later van toepassing zijn. De initiële, rationele bedoeling was te vermijden dat de betrokkenen op het ogenblik van de jaarlijkse berekening van de belastingen nog een hoog bedrag moesten betalen en dus een voorschot op de belastingen. De inningswijze van die belasting verandert dus door de maatregel in kwestie.
Er ontstaat echter een probleem bij de start van de verandering van inningswijze. In januari 2026 zullen alle als invalide erkende gerechtigden immers dubbel moeten betalen: enerzijds voor de belastingen van het jaar voordien en anderzijds de voorschotten voor het jaar erna. Het is aan de mutualiteiten om de communicatie naar de getroffen personen te verzorgen, maar nu merken we dat er al vragen en veel ongerustheid naar boven komen vanop het terrein. Het is een beetje bijzonder om namens de partij die de minister van Gezondheid levert, een aantal vragen te stellen waarvan ik had gehoopt dat ze al zouden geregeld zijn onder de kabinetten.
Wordt er gedacht aan een overgangsmaatregel of zal die het komende jaar worden uitgewerkt? We weten dat zeker in die groep mensen niet iedereen dubbel kan betalen, dus de belasting van het jaar voordien en een voorschot op de belasting van het jaar nadien. Voor velen zal dat betekenen dat ze zullen moeten putten uit hun spaargeld of afbetalingsplannen zullen moeten laten opmaken. Is dat gesimuleerd voor die getroffen groep? Zo niet, liggen er andere opties op tafel om die situatie financieel haalbaarder te maken voor die groep?
Veel mensen in invaliditeit hebben een bijzonder krap inkomen, sommigen hebben ook reeds afbetalingsplannen lopen vandaag. Worden die afbetalingsplannen automatisch verlengd? Wat is uw visie daarop? Op welke manier zult u de getroffen groep informeren over de nieuwe regeling?
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, midden november heb ik u reeds ondervraagd over het feit dat ik gealarmeerd werd door veel mensen die van een ziekte-uitkering leven en die zeer ongerust waren over de 11,11 % inhouding op hun roerende voorheffing. Enkele dagen nadien hebben we vernomen dat die maatregel werd uitgesteld. Een technische werkgroep zou samenkomen om een en ander concreet te bekijken, zo kondigde u aan. Ik heb toen ook een heel aantal cijfergegevens gevraagd, maar u kon die cijfers toen niet geven.
Mijnheer de minister, mijn vragen sluiten aan bij de vragen van de collega's. Daarnaast wil ik graag ook het volgende weten. Over hoeveel personen gaat het precies? Over hoeveel geld gaat het? Hoeveel mensen trekken tegenwoordig terug van de belastingen en hoeveel mensen moeten bijbetalen?
We hebben begrepen dat het doel is dat de mensen naderhand geen hoge sommen moeten terugbetalen aan de fiscus, wat op zich positief is, maar wij werden gecontacteerd door mensen die op het einde van de rit meestal een klein bedrag terugtrekken, in veel gevallen 100 of 200 euro. Volgens de plannen echter zouden mensen gedurende een heel jaar zonder die inkomsten zitten, terwijl zij op het einde, twee jaar later, misschien 2.000 euro terugkrijgen. Die 2.000 euro is twee jaar later ook al minder waard. Dat bracht veel ongerustheid met zich mee. Daarom verneem ik ook graag of u al een concrete oplossing hebt gevonden, dan wel of reeds vooruitgang werd geboekt op weg naar een oplossing.
Vincent Van Peteghem:
We hebben het er in de commissie inderdaad al over gehad, mevrouw Merckx. De maatregel betreffende de bedrijfsvoorheffing op invaliditeitsuitkeringen hebben we tot 1 januari 2026 uitgesteld. Dat uitstel komt er omdat de maatregel, die samen met het RIZIV werd uitgewerkt, problematisch zou kunnen zijn voor bepaalde belastingplichtigen die lage invaliditeitsuitkeringen ontvangen en omdat de verzekeringsinstellingen ook niet de nodige tijd hadden om hun systeem voor de uitbetaling van deze uitkeringen aan te passen voor 1 januari 2025, met alle gevolgen van dien.
D'ici au 1 er janvier 2026, la mesure sera réexaminée par mon administration, toujours en concertation avec l'Institut national d’assurance maladie-invalidité (INAMI). Un groupe de travail technique analysera en profondeur les implications sociales et fiscales de cette mesure.
De maatregel, die vanaf 2026 zal worden toegepast, zal door coherente inkomensdrempels het bedrag van de ingehouden bedrijfsvoorheffing en de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting zo goed mogelijk op elkaar afstemmen op basis van de beschikbare gegevens. Dat is iets wat we ook in de personenbelasting steeds doen, teneinde uiteindelijk ook hier in die situatie de bedrijfsvoorheffing optimaal te laten afstemmen, zodat op het einde van de rit een zo laag mogelijk bedrag moet worden betaald of verschuldigd is.
Cela devrait permettre d'éviter que les contribuables en incapacité de travail soient confrontés à des paiements supplémentaires alors qu'ils ont des revenus limités.
Alle betrokkenen zullen daarover voldoende op voorhand worden geïnformeerd om een vlotte inwerkingtreding mogelijk te maken. Samen met het RIZIV zal mijn administratie deze situatie natuurlijk van dichtbij opvolgen.
Kristien Verbelen:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoop dat de extra tijd die voorzien wordt, zal zorgen voor een weloverwogen beslissing. In verschillende situaties die nu uitkomen, doen zich problemen voor. Ik hoop dat die meegenomen kunnen worden in die besprekingen.
Ik wil graag oproepen tot meer transparantie en tot een oplossing die rechtvaardig en werkbaar is voor alle betrokkenen, om zo de ongerustheid die bij heel wat mensen leeft weg te nemen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Zoals ik in mijn vraag al zei, dank ik u voor het uitstel dat afgesproken is tussen de verschillende actoren: het RIZIV, de FOD Financiën en de verzekeringsinstellingen. Zij hebben, ondanks de periode van lopende zaken, goed geanticipeerd door die maatregel uit te stellen, zodat een goed doordachte invulling mogelijk gemaakt wordt. Ik ben ook blij dat de verzekeringsinstellingen een communicatiecampagne gestart zijn om de onrust die op het terrein ontstaan was weg te nemen.
Zodoende weten we dat er tegen 1 januari 2026 – het uitstel tot die datum, die u zelf noemt, is een positieve zaak – een zo goed mogelijke afstemming is tussen alle gegevens, die bewerkt dat de bedrijfsvoorheffing zo goed mogelijk berekend wordt om het effect te verkrijgen dat bedoeld werd en om geen negatieve neveneffecten te krijgen die leiden tot verlies aan koopkracht of netto-inkomsten. Dankzij het uitstel kan een en ander verder verfijnd worden vooraleer die regelgeving ingevoerd wordt. Zo wordt de doelstelling bereikt die men voor ogen had, namelijk vermijden dat mensen naderhand te veel moeten terugbetalen, maar tevens vermijden dat mensen nu de Staat zouden moeten prefinancieren. Ik dank u dat u bent meegegaan in het uitstel dat bepleit is door de verzekeringsinstellingen en het RIZIV.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de bevestiging van het uitstel.
We weten dat het problematisch is. Het gaat om ongeveer 500.000 mensen in invaliditeit. Dat is niet niks. Het was dus gewoon gezond verstand om dat uit te stellen en de simulaties op basis van de beschikbare gegevens goed te bestuderen. Ik ben blij dat u alle betrokkenen zult contacteren, want ik denk dat het echt case tot case moet worden bekeken.
U hebt niet geantwoord op mijn vraag of er rekening zal worden gehouden met de afbetalingsplannen. Ik ga ervan uit dat dat een evidentie is in het overleg dat u hebt. Het gaat over 500.000 mensen die worden getroffen door deze verandering, die op zich een nobel idee is. Daarbij zijn er vandaag al die niet rondkomen en die het moeilijk hebben met het plannen van hun budget. Ik wil dus nogmaals aandacht vragen voor deze specifieke groep, maar ik ga ervan uit dat die extra aandacht er het komende jaar ook zal komen.
Het is goed om met de ziekenfondsen, het RIZIV en de koepels samen te werken en ook de vertegenwoordigersorganisaties van mensen in invaliditeit hebben daarin zeker een rol te spelen.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, als ik het goed begrijp, zegt u eigenlijk dat elke persoon een soort individuele berekening zou kunnen krijgen. Dan stappen we af van het idee dat er op 1 januari 11,11 % roerende voorheffing bij iedereen wordt afgehouden. Dat is belangrijk als signaal. Ofwel wordt het bij iedereen afgehouden, ofwel zegt u dat er naargelang de situatie een berekening zal worden gemaakt die ervoor zorgt dat het bijna een nuloperatie wordt op het vlak van de belastingen. Dat is een belangrijk verschil en er moet daarover duidelijkheid komen. De mensen vragen me hoe het nu precies zit. Sommige mensen hebben al een brief van hun ziekenfonds gekregen waarin wordt gezegd dat hun inkomen maandelijks met een bepaald bedrag zou verminderen. Ze vragen zich dus af of dat op 1 januari zal gebeuren of niet. Ik vind het jammer dat u nog steeds geen antwoord hebt gegeven op mijn vraag naar cijfers. Als het over 500.000 berekeningen gaat, dan is mijn vraag hoe de administratie die allemaal zal afwerken. Dat zijn ongeveer 10.000 belastingbrieven die vóór 1 januari 2026 moeten worden afgehandeld. Hebt u daar voldoende personeel voor? Zal dat in orde komen? Dat zijn concrete vragen waarop er concrete antwoorden moeten komen. Uw antwoord vandaag was nog steeds heel vaag, dus we zullen daar zeker nog op terugkomen.
De kaaimantaks 2.1 en de administratieve tolerantie ten opzichte van de STAK-BM
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigde eerder dat de wijzigingen in de kaaimantaks geen impact hebben op bestaande fiscale regels rond certificering (certificeringswet) of administratieve toleranties, maar weigerde ondubbelzinnig te preciseren of hij doelde op de beslissing CI.RH.332/457.182 (2018) of voorafgaande beslissing nr. 600.439 (2006)—cruciaal voor de fiscale behandeling van STAK-BM-constructies (vereenzelviging certificaat/onderliggend aandeel bij royering). Hij ontweek herhaaldelijk een direct antwoord, verwijzend naar een eerdere schriftelijke reactie die kennelijk onduidelijk was, en drong aan op een herformulering van de vraag om fiscale risico’s te vermijden. Verkeyn beloofde een gepreciseerde vraag in te dienen.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de minister, tijdens de bespreking van de wijzigingen aan de kaaimantaks eind 2023, bevestigde u het volgende – ik citeer: "De wijzigingen aan de kaaimantaks hebben niet tot doel om te raken aan de bestaande fiscale regels omtrent de certificering, zoals vastgelegd in de certificeringswet of met toepassing van een bestaande administratieve tolerantie.” Dat is onduidelijk voor ons.
Kunt u bevestigen dat de administratieve tolerantie waarover u spreekt, de administratieve beslissing is die ik daarnet citeerde? Of bedoelt u de administratieve voorwaarden voor fiscale transparantie bij certificering van aandelen en vorderingen die de Dienst Voorafgaande Beslissingen in 2006 aanvaardde in de beslissing nr. 600.439?
Wanneer het eerste of het tweede het geval is, of beide, en er wordt aan de voorwaarden voldaan, kunt u dan bevestigen dat het standpunt ingenomen tijdens de bespreking van de programmawet van de kaaimantaks niet van toepassing is op de constructie van een STAK-BM-montage en er vereenzelviging is van het certificaat met het onderliggende aandeel van de maatschap, zodat er bij royering, dus een omzetting van de certificaten van de STAK, fiscaal gezien geen realisatie is van het certificaat en er fiscaal dus ook geen meerwaarde gerealiseerd wordt op het certificaat?
Vincent Van Peteghem:
Mevrouw Verkeyn, u hebt hierover dezelfde schriftelijke vraag gesteld; ik zal hetzelfde antwoord geven.
Charlotte Verkeyn:
Wat is het antwoord? Is het het eerste of het tweede?
Vincent Van Peteghem:
U hebt een antwoord gekregen. Als u dezelfde vraag opnieuw indient, dan geef ik uiteraard hetzelfde antwoord. Als u een verduidelijking wenst, dan moet u dat in uw vraag vermelden.
Charlotte Verkeyn:
De verduidelijking waarnaar ik vraag, is duidelijk. Ik vraag wat u bedoelt. Bedoelt u de administratieve tolerantie in de administratieve beslissing CI.RH.332/457.182 of bedoelt u de administratieve voorwaarden in de voorafgaande beslissing nr. 600.439?
Vincent Van Peteghem:
Ik meende dat het antwoord op uw schriftelijke vraag duidelijk was, maar dat blijkt het niet te zijn voor u. Ik zou graag hebben dat u uw vraag opnieuw indient, zodat ik geen verkeerd antwoord geef dat enorme gevolgen zou kunnen hebben voor het fiscale systeem in ons land.
Charlotte Verkeyn:
Ik heb daar alle begrip voor. Ik zal zorgen voor een duidelijke vraag, zodat er een duidelijk antwoord kan komen.
Voorzitter:
Vraag nr. 56002084C van de heer Dubois en vraag nr. 56002086C van de heer Crucke worden op hun verzoek omgezet in schriftelijke vragen.
De digitalisering van de patrimoniumtaks
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Sinds 2024 moeten vzw’s en stichtingen de patrimoniumtaks digitaal indienen via MyMinfin, met een deadline op 31 maart, terwijl de vrijstellingsdrempel (€50.000) en progressieve tarieven behouden blijven. Vereinfaching via vooraf gekoppelde gegevens wordt onderzocht, maar staat niet onmiddellijk gepland door prioriteit voor btw-digitalisering en Tax-on-web 2.0. De minister verwijst voor details naar de officiële FOD-website. Fysieke formulieren (via erfbelasting/successierechten) vervallen hiermee voor deze groepen.
Steven Matheï:
Eind 2023 werd de patrimoniumtaks grondig hervormd. Er werd voorzien in een progressief tarief. Er kwam ook een vrijstelling van aangifte voor vzw's die de drempel van 50.000 euro niet overschrijden. Het blijft echter belangrijk om ook de aangifte eenvoudig te maken. Momenteel gebeurt dit nog via de formulieren die ook van toepassing zijn voor de erfbelasting en de successierechten. Er is reeds lang sprake van een digitalisering daarvan.
De deadline om aangifte voor de patrimoniumtaks in te dienen is 31 maart. Zal dat dit jaar digitaal mogelijk zijn? Zo ja, hoe zal dat werken? Zo niet, voor wanneer is dat wel voorzien?
Vincent Van Peteghem:
Sedert begin 2024 kunnen vzw's en private stichtingen hun jaarlijkse aangifte van de patrimoniumtaks inderdaad indienen via de applicatie MyMinfin. Voor meer informatie verwijs ik graag naar de gespecialiseerde informatie die terug te vinden is op de website. Het op voorhand linken van gegevens wordt door de FOD Financiën geëvalueerd, maar er zijn uiteraard ook andere prioriteiten, onder andere de digitaliseringsprojecten met betrekking tot de btw-ketting en Tax-on-web 2.0, waaraan wij hard werken.
De vennootschapsbelasting en festivals/vzw's
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie gaat over de te strenge belastinginterpretatie voor vzw’s in de festivalsector, waarbij oude criteria (1962/1976) voor "handelsactiviteiten" (bv. online ticketverkoop, professionele bewaking) leiden tot vennootschapsbelasting in plaats van rechtspersonenbelasting. Minister Van Peteghem erkent de problematiek door de gewijzigde WVV-regels (focus op uitkeringsverbod ipv handelsverbod), maar sluit sectorbrede uitzonderingen af en ziet inkomensdrempels als strijdig met gelijkheid, wel onderzoekt hij aanpassing of nuancering van de regels. Matheï dringt aan op een moderne, soepelere interpretatie die vzw’s niet automatisch als professioneel bestempelt. De kern: spanningsveld tussen verouderde wetgeving en hedendaagse verenigingspraktijken.
Steven Matheï:
Ik trap een open deur in als ik stel dat wij een heel rijk verenigingsleven hebben en dat festivals deel uitmaken van ons erfgoed in vele steden en gemeenten. Op het terrein zien we echter een toenemende tendens om controles uit te voeren en om de vzw’s in plaats van aan de rechtspersonenbelasting aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen.
De criteria die daarvoor worden gebruikt, zijn de criteria die in het Wetboek van de inkomstenbelastingen staan. Ze zijn ingevoerd in 1962 en in 1976. Een van de criteria gaat over het voeren van handelsactiviteiten. In de praktijk stellen we nu vast dat die handelsactiviteiten wel heel snel bereikt worden. Immers, elk moment waarop professioneel wordt gewerkt, bijvoorbeeld via elektronische ticketverkoop of door het inschakelen van een professionele bewakingsfirma, wordt gezien als een veruitwendiging van de professionele handelsactiviteiten. Dat is een heel snelle invulling van het begrip, dat al tientallen jaren oud is.
Mijnheer de minister, meent u dat die interpretatie stand moet houden of moet er ter zake een aanpassing gebeuren?
Hoe staat u meer algemeen tegenover het idee om naar een nieuw systeem te gaan, waarin er bijvoorbeeld een combinatie kan worden opgenomen van kwalitatieve criteria, zoals in de btw-wetgeving, met een kwantitatieve drempel?
Vincent Van Peteghem:
Sinds de invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn de voor een vzw toegelaten activiteiten gevoelig toegenomen. Daarbij is vennootschapsrechtelijk de klemtoon komen te liggen op een uitkeringsverbod in plaats van op het klassieke verbod op het verrichten van handels- of nijverheidsdaden.
Dat heeft logischerwijs een verhoogde aandacht tot gevolg bij de beoordeling of een vzw al dan niet terecht aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen. De criteria die in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het uitvoeren van verrichtingen volgens handelsmethodes, wordt besproken in een administratieve commentaar bij artikel 182 van het WIB 92.
Gezien de evolutie van de handelsmethodes is de aanwezigheid op sociale netwerken of het bestaan van een website van een vzw een element waarmee ter zake rekening wordt gehouden. Voor de beoordeling van de bedoelde criteria is het niet relevant dat de activiteiten door vrijwilligers worden uitgevoerd.
Bepaalde sectoren zijn momenteel reeds expliciet uitgesloten van de vennootschapsbelasting. Ik ben van mening dat de festivalsector te divers is om ook die sector integraal uit te sluiten van de vennootschapsbelasting. Werken met een inkomensdrempel lijkt me moeilijk te rijmen met het gelijkheidsbeginsel. Ik zal mijn administratie wel de opdracht geven te onderzoeken of het opportuun is om de huidige regels die bepalen of een vzw aan de vennootschapsbelasting wordt onderworpen, te wijzigen of waar nodig te nuanceren.
Steven Matheï:
Dank u wel. Ik zou toch willen oproepen om de interpretatie op een moderne manier in te vullen, zodat organisaties die zich aan de hedendaagse wettelijke bepalingen houden niet direct onmiddellijk als professioneel in de zin van het Wetboek van de inkomstenbelastingen worden aanzien. Maar ook daaromtrent kijken we uit naar de verdere stappen.
Het mandaat Belastingaangifte Burger
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het mandaat Belastingaangifte Burger (sinds 2024) wordt positief onthaald, vooral door 65-plussers en personen met een beperking, omdat het veilige delegatie van belastingaangifte zonder identiteitskaart mogelijk maakt—gebruikscijfers zijn nog beperkt maar tonen een stijgende trend. Fiscale verantwoordelijkheid blijft bij de belastingplichtige, ook bij fouten door de gemandateerde; sancties worden casuïstisch beoordeeld. Matheï benadrukt dat de maatregel digitalisering toegankelijker maakt voor kwetsbare groepen.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, sinds 2024 kan een particulier via MyMinfin een mandaat geven aan andere particulier. Dat is op zich een goede ontwikkeling, want zo wordt vermeden dat men bijvoorbeeld identiteitskaarten moet doorgeven wanneer iemand moet worden geholpen met de aangifte via Tax-on-web.
Hoe evalueert u het nieuwe systeem? Is het een succes? Wordt ervan gebruikgemaakt? Zijn daarover cijfergegevens beschikbaar?
Stel dat er toch een fout wordt gemaakt, wie wordt dan aangesproken, de belastingplichtige of de door de belastingplichtige gemandateerde?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Matheï, sinds de introductie van het mandaat Belastingaangifte Burger is er een positieve respons geweest van de gebruikers. Het systeem biedt een handige oplossing voor particulieren die een belastingaangifte willen laten indienen door een vertrouwde persoon, zonder dat die de identiteitskaart van de mandaatgever nodig heeft. Dat verhoogt de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van de belastingaangifte, vooral voor ouderen of mensen met een beperkte mobiliteit.
Hoewel specifieke cijfers over het gebruik van het mandaat Belastingaangifte Burger door verschillende leeftijdsgroepen en personen met een handicap nog niet volledig beschikbaar zijn, is er een duidelijke trend zichtbaar. Veel ouderen, vooral in de leeftijdsgroepen 65-plus, 70-plus en 80-plus, maken van die mogelijkheid gebruik om hun belastingaangifte te laten indienen door een vertrouwde persoon.
Daarnaast is er een aanzienlijke groep personen met een handicap die van die dienst gebruikmaakt, wat wijst op de behoefte aan ondersteuning bij de indiening van belastingaangiften. Indien u daarover meer specifieke informatie wenst te verkrijgen, stel ik voor dat u een schriftelijke vraag indient.
De verantwoordelijkheid om correct te voldoen aan de fiscale verplichtingen, blijft uiteraard bij de belastingplichtige zelf liggen. Of er bij een eventuele overtreding een sanctie wordt opgelegd, zal geval per geval worden geëvalueerd.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, het mandaat Belastingaangifte Burger is uiteraard een voorbeeld van een eenvoudige maatregel die in de praktijk veel kan betekenen om met de digitalisering, die ter zake noodzakelijk is, om te gaan.
De toepassing van de belastingvermeerdering van 10 %
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Van Peteghem bevestigt dat de frequentie van de 10%-belastingverhoging bij aangiftefouten nog onderzoek vereist door de FOD Financiën en verwijst Steven Matheï naar een schriftelijke vraag voor gedetailleerde cijfers en een volledig antwoord.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, de afgelopen weken was er veel te doen over het opleggen van een belastingverhoging indien bij een controle blijkt dat er een fout in de aangifte is gebeurd.
Wordt de belastingverhoging van 10 % vaak toegepast op ingediende belastingaangiften?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Matheï, uw vraag wordt momenteel nog onderzocht door de bevoegde diensten van de FOD Financiën. Ik stel voor dat u uw vraag ook schriftelijk indient, zodat wij een uitgebreid antwoord kunnen formuleren en u het gevraagde cijfermateriaal kunnen bezorgen.
Steven Matheï:
Waarvoor dank.
De terugtrekking van de VS uit het mondiale akkoord over een minimumbelasting voor multinationals
De opbrengst van de Europese minimumbelasting voor multinationals in 2024
Internationale afspraken en gevolgen van minimumbelasting voor multinationals
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 28 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België implementeert de OESO-Pillar 2-regels (15% minimumbelasting voor multinationals) om fiscale rechtvaardigheid en stabiliteit te garanderen, met een verwachte opbrengst van €624 miljoen in 2024, maar de exacte voorafbetalingen (deadline 20/12/2024) zijn nog niet uitgezuiverd. Minister Van Peteghem benadrukt dat België, ondanks Trumps dreigende terugtrekking uit het OESO-akkoord, de regels zelfstandig en robuust blijft toepassen, gesteund door bestaande Amerikaanse principes. De digitaks-onderhandelingen (voor techgiganten als Google/Meta) liggen vast op OESO-niveau, maar België en de EU moeten eigen stappen overwegen. Vooruit steunt beide maatregelen en dringt aan op snelle transparantie over de betalingscijfers.
Voorzitter:
De heer Daerden geeft verstek.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, in de begroting van 2024 werd een verwachte opbrengst van 624 miljoen euro ingeschreven voor de minimumbelasting voor multinationals. Die maatregel maakt deel uit van de implementatie van de Pillar 2-regels in Europa, regels die een minimumbelasting van 15 % opleggen aan multinationale ondernemingen met een jaarlijkse omzet van meer dan 750 miljoen euro. Die regels, die sinds vorig jaar van kracht zijn, moeten zorgen voor meer fiscale rechtvaardigheid – een stokpaardje van Vooruit – en stabiliteit door belastingontwijking tegen te gaan en de race to the bottom tussen landen te stoppen. De verwachte opbrengst is gebaseerd op voorafbetalingen van de betrokken ondernemingen.
Hoeveel voorafbetalingen voor het kalenderjaar 2024 werden inmiddels ontvangen? Bestaat er een apart rekeningnummer voor die betalingen? De uiterste datum voor de voorafbetalingen was 20 december 2024, dus ik hoop dat u me nu al cijfers kunt geven.
De kersverse president van de Verenigde Staten heeft jammer genoeg aangegeven zich eventueel terug te trekken uit het mondiale belastingakkoord van de OESO. Ik heb enkele vragen over de impact hiervan op België in het licht van de Pillar 2-regels.
Zal dat de verwachte belastinginkomsten beïnvloeden? Heeft de situatie volgens u een invloed op de lopende onderhandelingen over het belasten van digitale multinationals zoals Amazon, Google en Meta, die onder het OESO-akkoord vallen? Wat zijn volgens u de gevolgen van het besluit voor de Europese Unie en België, die streven naar een eerlijke belasting van digitale giganten?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Bertels, ik heb vorige week reeds een antwoord gegeven op een gelijkaardige vraag. Wij mogen ons niet laten afschrikken door de dreigementen van president Trump. Onze regels van minimumbelasting zijn op een zeer robuuste wijze vormgegeven, waarbij ook rekening werd gehouden met eerdere internationale afspraken. De Verenigde Staten passen al soortgelijke principes toe, die Trump tijdens zijn vorige regeerperiode heeft ingevoerd.
Zelfs zonder de Verenigde Staten zullen wij in staat zijn om rechtvaardige fiscaliteit van toepassing te maken en te combineren met een competitieve economie. Het is aan ons om daarin stappen te zetten. Willen we onze concurrentiepositie versterken, dan moeten we ervoor zorgen dat er minder regels zijn en de kosten met betrekking tot energie verminderen terwijl de fiscaliteit tegelijk rechtvaardig is conform de Pillar 2-regels.
Voorts kan ik nog geen definitief antwoord geven over de voorafbetalingen, hoe graag u ook cijfers zou krijgen. We zijn momenteel die cijfers aan het bekijken, omdat die samen uitgevoerd worden met die voor de vennootschapsbelastingen. We moeten een onderscheid kunnen maken tussen die twee stromen, maar ze worden wel samen binnengebracht. Dat moet nog wat worden uitgezuiverd. Zodra er duidelijkheid is, zullen we de cijfers zeker en vast meedelen.
Inzake de digitaksonderhandelingen op het OESO-niveau weet u dat ze momenteel geblokkeerd zijn. We zullen moeten bekijken of op Europees niveau en op termijn zelfs op Belgisch niveau de nodige stappen worden ondernomen.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, ik heb nog drie punten, die in lijn liggen met uw antwoord.
Ten eerste, in de Vooruitfractie Zult u altijd een medestander vinden voor fiscale rechtvaardigheid en voor de nadere uitwerking van Pillar 2. We moeten daar inderdaad zelf aan blijven trekken en ons niet laten afschrikken door wat u "dreigementen" hebt genoemd. We kunnen ook zonder die andere zaken verder. We moeten daar ook verder in gaan binnen de OESO. U hebt gelijk dat u verwijst naar de regels die al bestaan binnen de USA en die gelijkaardig zijn.
Ten tweede, ik neem er akte van dat u spontaan de cijfers van de voorafbetalingen, die op een aparte rekening staan, zult meedelen aan de vraagstellers. Ik neem aan dat u dat ook gestand zult doen.
Ten derde, inzake de zogenaamde digitaks kan ik meegeven dat ook op dat punt de Vooruitfractie een medestander zal zijn om die taks op Europees niveau en indien nodig ook op Belgisch niveau nader onder de aandacht te brengen en in werking te stellen. Ook op dat vlak hebben we immers nood aan fiscale rechtvaardigheid.
Voorzitter:
De heer Daerden vraagt om zijn vraag nr. 56002176C om te zetten in een schriftelijke vraag. De heer Matheï vraagt zijn om vragen nr. 56002111C en nr. 56002157C om te zetten in schriftelijke vragen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.12 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 12.
De minimumbelasting
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 23 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Trump’s terugtrekking uit het wereldwijde minimumbelastingakkoord (ondersteund door 140 landen) ondermijnt de strijd tegen fiscale dumping en belastingparadijzen, wat kmo’s benadeelt ten opzichte van multinationals. Minister Van Peteghem benadrukt dat de EU en partners (zonder de VS) de robuuste regels blijven handhaven om eerlijke belastingbijdragen af te dwingen, ondanks Trumps "stap terug" in internationale samenwerking. CD&V bevestigt haar inzet voor een gelijk fiscaal speelveld om sociale zekerheid te financieren. De impact op België/Europa blijft onzeker, maar de focus ligt op weerstand bieden aan Trumps protectionisme.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, Trump II laat er geen gras over groeien. In de eerste dagen van zijn presidentschap heeft hij al enkele belangrijke beslissingen genomen, die we jammer genoeg niet allemaal kunnen toejuichen.
Een daarvan is dat de Verenigde Staten zich onmiddellijk terugtrekken uit een globaal akkoord over een wereldwijde minimumtaks voor multinationals. Dat akkoord is door ongeveer 140 landen goedgekeurd. Dit is een slag in het gezicht van landen die wel willen vechten voor een eerlijke fiscaliteit, landen die steeds lagere vennootschapsbelastingen een halt willen toeroepen en de zogenaamde race to the bottom in de vennootschapsbelasting willen stoppen. Trump dreigt met vergeldingsmaatregelen tegen landen dit zich wel willen houden aan dit akkoord.
Waarom is zo'n wereldwijde minimumtaks nu een goede zaak? Omdat hierdoor een veel gelijkere belasting ontstaat van de ondernemingswinsten van multinationals en kmo's. De globalisering en de digitalisering doen grenzen vervagen en hier kunnen vooral multinationals op inspelen, maar ook zij moeten een eerlijke bijdrage leveren aan een robuuste financiering van onze sociale zekerheid.
Voor ons is het heel duidelijk, cd&v vecht voor een eerlijke en rechtvaardige fiscaliteit. Als partij van de kmo's staan wij voor een gelijk speelveld tussen multinationals en kmo's, want ook multinationals moeten een eerlijke bijdrage leveren, zonder hun toevlucht te kunnen zoeken in belastingparadijzen.
Mijnheer de minister, hebt u al een idee van de impact van die beslissing van Trump op ons land en op Europa?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Van den Heuvel, ik heb daarnet al aangegeven dat we op het internationale niveau de afgelopen jaren hard hebben gestreden, ik als minister maar ook België als land, voor die minimumbelasting voor multinationals, om de strijd aan te gaan tegen die race to the bottom , tegen belastingparadijzen. Met de steun van 140 landen zijn we erin geslaagd om dat doel duidelijk te maken, met name: de lasten rechtvaardig verdelen en onze ondernemingen en onze eigen kmo’s een gelijk fiscaal speelveld bieden.
Goed een jaar geleden introduceerde de Europese Unie samen met belangrijke economieën zoals Japan, de UK en Australië de regels om die multinationals eindelijk een eerlijke bijdrage te doen betalen. Het besluit van president Trump is eigenlijk een stap terug in de strijd voor meer rechtvaardigheid. Het past in een rijtje beslissingen die hij nu neemt, waarbij hij lak heeft aan internationale samenwerking. We mogen ons daardoor niet laten ontmoedigen. De regels die we hebben opgemaakt inzake de minimumbelasting zijn robuust, met respect voor gemaakte internationaal afspraken. De VS passen trouwens soortgelijke principes toe op basis van regels die Trump zelf in de vorige periode heeft geïntroduceerd. We zullen er dus alles aan doen opdat die multinationale ondernemingen hun eerlijke bijdrage zouden blijven betalen.
Collega’s, we weten allemaal dat de beslissing van Trump om uit die Pillar 2 te stappen onbegrijpelijk is. Het is een stomp in de maag van onze ondernemingen, onze kmo’s en onze burgers. Ook zonder de VS zullen we erin slagen om een rechtvaardige fiscaliteit te verzoenen met een competitieve economie. Wij zullen er in ons land, maar ook met onze partners binnen en buiten de Europese Unie, alles aan blijven doen om dat te realiseren.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord dat heel duidelijk is. Ik ben blij dat u aan de kant staat van degenen die strijden voor een rechtvaardige en eerlijke fiscaliteit. Dit globaal akkoord is een mooie hefboom in de wereldwijde strijd tegen belastingparadijzen en belastingverschuivingen die niet bepaald een robuuste financiering van onze sociale zekerheid voor ogen hebben.
De automatische boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Het onterecht opleggen van fiscale boetes in geval van een vergissing te goeder trouw
Het arrest van het Grondwettelijk Hof aangaande fiscale boetes in geval van een fout te goeder trouw
De fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
De eerbiediging van de rechten van belastingplichtigen door de fiscus bij een fout in de aangifte
Fiscale boetes bij een eerste vergissing in de belastingaangifte
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat automatische boetes voor eerlijke belastingfouten onrechtvaardig zijn, maar de fiscus past dit niet toe en blijft onterecht boetes opleggen, zelfs bij kleine vergissingen of fouten door de overheid zelf. Minister Van Peteghem erkent het probleem, benadrukt dat "vergissen menselijk is" en belooft betere afhandeling (o.a. via vereenvoudiging en dialoog), maar critici – van socialist tot liberaal – eisen onmiddellijke stopzetting van het automatisme en een eenvoudiger systeem, omdat gewone burgers en kmo’s nu onevenredig hard worden gestraft ten opzichte van grootverdieners en fraudeurs. Concreet actieplan ontbreekt, terwijl de fiscale complexiteit en bewijslast voor de belastingplichtige de kern van het conflict blijven.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, één verkeerde klik en men gaat de mist in. Voor men het weet, moet men vele euro's aan boetes betalen. Nee, het gaat hier niet over duistere praktijken van malafide organisaties, het gaat over onze eigen belastingdienst. Het gaat over gewone mensen die worden geconfronteerd met hoge boetes voor het zonder kwaad opzet maken van eenvoudige fouten in hun belastingaangifte.
Dat is onacceptabel. Dat zeggen wij socialisten al langer. Niet alleen wij, ook het Grondwettelijk Hof zegt dat dit niet kan. Sterker nog, vandaag worden mensen beboet door fouten van de fiscus zelf. Het volstaat daarvoor soms om akkoord te gaan met het voorstel dat de fiscus doet voor uw belastingaangifte. Hun fout kan zo uw boete worden.
Mijnheer de minister, ik ben heel blij dat u zich hebt aangesloten bij de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Voor Vooruit is het al langer duidelijk: ons belastingsysteem moet eenvoudiger. Wie rijk genoeg is, koopt vandaag het risico van een boete af door een belastingadviseur in te schakelen. Het gevolg? De gewone mensen, die elke dag keihard werken, die keihard hun best doen voor hun geld, lopen het hoogste risico. Dat is toch de wereld op zijn kop?
De socialisten staan aan de kant van de mensen die iedere dag keihard werken, die keihard hun best doen. Mijnheer de minister, de fiscus is duidelijk nog niet onder de indruk van uw uitspraken. Wat gaat u doen om te voorkomen dat de mensen in juni opnieuw onterechte boetes krijgen wanneer zij te goeder trouw en voor de eerste keer een vergissing begaan?
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, ik ben het eens met het Grondwettelijk Hof: een automatische boete bij een overtreding zonder kwaad opzet op de belastingbrief, dat kan niet. Dat kan voor onze fractie al langer niet. Men heeft het recht om zich te vergissen. Geen sanctie voor wie zich een eerste keer vergist in contacten met de overheid staat centraal. Dat zou een automatisch principe moeten zijn.
In 2021 dienden de liberalen al een resolutie in de Senaat in, die werd goedgekeurd. Ook uw fractie heeft die mee ondersteund. Ook u zei in de pers, onlangs nog, dat de beslissing van het Grondwettelijk Hof de juiste was. U staat achter die beslissing. Ook uw fractie heeft dat vandaag nog eens bevestigd in de pers. Men heeft uw standpunt kracht bijgezet. We zijn het dus eigenlijk eens.
Toch is de FOD Financiën uw administratie, mijnheer de minister. Die valt onder uw verantwoordelijkheid en uw bevoegdheid. Ondanks al die oproepen zegt men daar doodleuk: "Het arrest van het Grondwettelijk Hof leggen wij naast ons neer en wij blijven de huidige werkwijze toepassen."
Enerzijds zegt u dat u het arrest van het Grondwettelijk Hof volgt en anderzijds zegt uw administratie dat u op uw kop gaan gaan staan en dat ze gewoon voort zal doen zoals ze bezig is. U bent van de partij van enerzijds, anderzijds, mijnheer de minister, maar ik kan mij niet voorstellen dat u het hiermee eens bent.
Ik heb één duidelijk vraag. Gaan we onze burgers en ondernemers verder automatische boetes blijven opleggen, waarover het Grondwettelijk Hof zegt dat ze niet kunnen, of gaat u uw administratie terechtwijzen en de opdracht geven om hier onmiddellijk mee te stoppen?
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, burgers, bedrijven en verenigingen die op een foute manier hun belastingaangifte indienen, krijgen in principe een belastingverhoging van 10 %. Men kan van die belastingverhoging afwijken wanneer er geen sprake is van kwade trouw. We hebben het over het basisartikel zoals het in ons wetboek staat.
De vraag is hoe we dat toepassen in de praktijk, want we zien nu dat de fiscus die 10 % vaak automatisch toepast. Collega’s, dat is geen nieuw probleem, want we hebben dat al aangekaart in november in de commissie.
Mijnheer de vicepremier, u hebt toen verklaard dat het soepeler moet worden toegepast zonder dat het quasi een automatisme wordt. Dat is een zeer goede intentie, waar we ons volledig bij aansluiten. Toch zien we af en toe in de praktijk dat het toch anders gebeurt. Ik neem het voorbeeld van een belastingplichtige die na het indienen van de belastingaangifte een fout vaststelt en dat vervolgens te goeder trouw zelf aangeeft, waarna de fiscus toch een belastingverhoging oplegt. Wij willen daarvan af, want iedereen heeft het recht om zich te vergissen.
Het is natuurlijk belangrijk dat we de belastingen correct innen, maar boetes en procedures mogen niet het doel zijn. Het is logisch dat fraudeurs aangepakt worden, zodat zij hoge boetes betalen en belastingverhogingen krijgen, maar er zou enige mildheid moeten zijn voor de gewone man die voor de eerste keer een fout maakt.
Mijnheer de vicepremier, bent u het daarmee eens en zijn er nog maatregelen in het vooruitzicht om daaraan tegemoet te komen?
Lode Vereeck:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het Grondwettelijk Hof zei onlangs dat wie op zijn belastingaangifte een eerste keer een fout maakt, zonder kwaad opzet – spreek dus maar over een vergissing – daarvoor nooit mag bestraft worden met een belastingverhoging. Dat is nu dus wel het geval. Professor Michel Maus spreekt over een fiscaal schandaal. Duizenden belastingbetalers werden de voorbije jaren onterecht beboet voor een simpele vergissing.
Ondanks de uitspraak van het Grondwettelijk Hof laat de fiscus niet af. Een vergissing op de belastingbrief zal automatisch tot een belastingverhoging blijven leiden. In principe kan een belastingbetaler de boete vermijden als hij aantoont dat hij te goeder trouw is geweest. Dat is echter geen gemakkelijke procedure en de belastingplichtige strijdt met ongelijke wapens, denk maar aan de ongelijke antwoordtermijnen of de reservering van het boetebedrag terwijl de zaak nog hangende is. Het gevolg is dat velen vrij snel de handdoek in de ring gooien.
Mijnheer de minister, ten eerste, over hoeveel boetes en over welk bedrag gaat het hier?
Ten tweede, u pleit in de media voor een klantvriendelijkere fiscus en uniformere richtlijnen, maar u bent wel minister van Financiën. Als het van de heer Bouchez afhangt, bent u dat misschien niet lang meer, maar u bent nog steeds minister van Financiën. Waarom hebt u niet eerder die maatregelen genomen? Het probleem was gekend, daarvoor was er geen uitspraak van het Grondwettelijk Hof nodig.
Ten derde, hoe gaat u nu of in Arizona concreet de heksenjacht door de fiscus aanpakken en afschaffen?
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, errare humanum est , dit-on. Pas pour le SPF Finances visiblement, car le contribuable, lorsqu'il se trompe de bonne foi dans sa déclaration de revenus, se voit infliger une majoration de 10 % de l'impôt. Là où cela devient diabolique – perseverare en l'espèce –, c'est que votre administration continue d'appliquer cette disposition pourtant rejetée par la Cour constitutionnelle qui y voit une non-assurance de la justice fiscale nécessaire à l'égard de l'ensemble des citoyens.
Vous avez déclaré précédemment que vous vouliez voir les procédures administratives modifiées de sorte que le contribuable ne soit pas jugé coupable préalablement, qu'il n'ait pas une charge lourde pour récupérer ces 10 %, qu'il puisse prouver sa bonne foi et ne pas se voir appliquer cette majoration. Aujourd'hui, cette situation est toujours d'actualité alors que vous vous étiez engagé à la faire changer.
Monsieur le ministre, je dois constater que votre administration ne semble pas sensible à vos sollicitations. C'est sans doute un problème en soi. Ce qui est plus important pour moi toutefois est le respect du contribuable et de son droit à la justice fiscale; d'être correctement traité et que la charge de la preuve ne lui incombe pas exclusivement. Je vous rappelle que l'administration m'a en tout cas toujours dit qu'elle est là pour aider le citoyen. Dans ce cas précis, loin de l'aider elle le contraint à des procédures lourdes qui ont pour conséquence de faire renoncer certains de nos concitoyens à leur droit. Cela est tout à fait inacceptable. En tant que libéral, ce n'est pas la vision que j'ai de l'administration fiscale.
Monsieur le ministre, votre position par rapport à ces pratiques serait la bienvenue. Surtout, qu'entendez-vous faire pour que le droit du contribuable et la justice fiscale soient assurés dans ce pays?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer de voorzitter, collega's, ik wens u allen een heel gelukkig, gezond en succesvol 2025.
Zoals ik al meermaals heb gezegd, moeten we er natuurlijk over blijven waken dat het principe van de goede trouw van de belastingplichtige wordt gerespecteerd. Onze fiscaliteit is complex. We streven naar een correcte naleving van de fiscale wetgeving, maar natuurlijk blijven vergissingen altijd mogelijk. Vergissingen zijn ook menselijk. Het is dan ook belangrijk dat we op een menselijke manier omgaan met eventuele fouten.
Dat principe is al heel lang wettelijk vastgelegd. Er wordt immers geen belastingverhoging opgelegd, indien een fout in de aangifte te wijten is aan omstandigheden buiten de wil van de belastingplichtige. Dat heet overmacht. Bovendien – dat werd nog niet vaak vermeld – wordt er geen belastingverhoging opgelegd voor kleine fouten waarbij het niet-aangegeven bedrag lager is dan 2.500 euro.
Er is inderdaad de uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Ik stel vast dat die vandaag wat op flessen wordt getrokken en dat de conclusies van die uitspraak wat verkeerd worden samengevat.
Or, la décision de la Cour constitutionnelle est aussi invoquée par certains pour attaquer tous les accroissements d'impôt. Il est soulevé que les principes de l'accroissement d'impôt ont été mal, voire systématiquement, appliqués pendant longtemps.
Dat wil ik in ieder geval ontkennen. Een belastingplichtige heeft altijd de mogelijkheid gehad en heeft die nog steeds om aan te tonen dat hij te goeder trouw handelt en dat er sprake is van overmacht. Om die belastingplichtige bij te staan, is het natuurlijk wel noodzakelijk dat de administratie de nodige informatie heeft om de onbewuste fout, die waarschijnlijk te goeder trouw is gemaakt, te kunnen corrigeren. Daarom wordt aan de belastingplichtige gevraagd om de reden van de fout mee te delen.
Ce faisant, l'administration suit une recommandation explicite de la Cour des comptes concernant le principe d'égalité.
Na de uitspraak van het Grondwettelijk Hof heb ik mijn administratie nogmaals op het hart gedrukt dat zij er alles aan moet blijven doen om aan de belastingplichtige alle mogelijkheden te bieden om aan te tonen hoe een fout tot stand is gekomen en dat zij er, samen met de belastingplichtige, alles aan moet doen om te vermijden dat er onnodige verhogingen moeten worden vastgesteld.
En effet, ce n'est que par une bonne coopération et un dialogue ouvert entre l'administration, les professionnels du chiffre et les contribuables que nous parviendrons à réduire le nombre d'erreurs et à renforcer la compliance.
Natuurlijk hebben ook wij een heel belangrijke taak. De belastingaangifte is complex. De fiscaliteit en de fiscale wetgeving moeten duidelijker, eenvoudiger en rechtvaardiger worden. Een fiscale hervorming is dan ook meer dan ooit noodzakelijk, een fiscale hervorming die er niet alleen voor zorgt dat de fiscaliteit lager, eenvoudiger, eerlijker en moderner is, maar ook dat het vertrouwen wordt hersteld. Ik ben ervan overtuigd dat dan de problemen waarover we het hier vandaag hebben, uit de wereld zullen zijn geholpen. We zullen daaraan blijven werken en ik hoop dat dat ook voor elk van u geldt.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de minister, na het debat hier vertrekt u weer naar de onderhandelingstafel, terecht, want er is werk aan de winkel. Het werk voor de nieuwe regering ligt klaar.
Ik ben blij met uw uitspraak dat het simpeler moet. Ons belastingsysteem moet inderdaad simpeler en een aangifte doen of een boete aanvechten wanneer men te goeder trouw een fout heeft gemaakt, moet gemakkelijker worden. De aangifte moet een eenvoudige kwestie van minuten worden en niet van vele uren. Belastingplichtigen zouden niet het risico mogen lopen om voor een daadwerkelijke vergissing beboet te worden. Een sterke regering met socialisten moet komaf maken met een complex belastingsysteem, dat enkel goed uitkomt voor wie iemand kan betalen om daarin zijn weg te vinden. Daar maken wij werk van, hier en aan de onderhandelingstafel.
Voorzitter:
Collega's, mevrouw De Vreese, die eerder Vlaams parlementslid was, heeft daarnet voor de eerste keer het woord genomen in het federaal Parlement. Collega El Yakloufi, u hebt zonet helemaal voor de eerste keer in een parlement gesproken, waarvoor mijn gelukwensen. (Applaus)
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, niet heel het systeem is slecht. Het probleem is dat de persoon die zogezegd de vergissing maakt, moet aantonen dat dat te goeder trouw gebeurde, maar door administratieve rompslomp en ellenlange procedures haakt men af.
Voor onze fractie is het probleem de automatische behandeling. Daarin zit het verschil. Het Grondwettelijk Hof heeft de automatische behandeling verworpen en dat oordeel moet worden nageleefd. Volgens Vooruit liggen onze ondernemers aan het zwembad, maar ik moet mijn socialistische kameraden teleurstellen: ze werken dag in, dag uit keihard en zorgen voor welvaart en jobs. Daarmee moeten ze bezig zijn, niet met een strijd tegen een fiscus, die vanuit zijn ivoren toren automatisch boetes oplegt. U zit nog aan de knoppen, mijnheer de minister, dus doe uw job en fluit uw administratie terug!
Steven Matheï:
Mijnheer de vicepremier, u erkent ook dat vergissen menselijk is. We moeten dan ook in de eerste plaats ervoor zorgen dat men zich niet kan vergissen. U hebt hier dan ook nogmaals een pleidooi gehouden voor een grondige belastinghervorming ter vereenvoudiging van de fiscaliteit, die we met de arizonacoalitie hopelijk wel goedgekeurd zullen krijgen.
Als er dan toch een vergissing te goeder trouw wordt gemaakt, moet er ook mildheid zijn. We moeten dus af van het automatisme en er moet een mogelijkheid zijn om tegen de boete in te kunnen gaan. Als dat in de praktijk niet blijkt te werken, moeten we zeker overwegen om dat recht op vergissing op een of andere manier te verankeren.
Lode Vereeck:
66 miljard euro aan subsidies en de Belgische overheid weet nauwelijks wat er met dat geld gebeurt. Er is amper controle, maar ochot, het kleinste foutje op de belastingbrief heeft de fiscus gezien. Dat wordt wel gecontroleerd en direct bestraft. Wie zijn de slachtoffers van die heksenjacht? Dat zijn de kleine mensen, voor wie de fiscale regels te complex zijn en die te goeder trouw een foutje maken, terwijl de grote mannen en fraudeurs binnenkort weer regulariseren of hun proces afkopen. Ik denk spontaan aan Patrick Janssens, de socialistische schepen in Antwerpen, mijnheer El Yakhloufi.
Mijnheer de minister, u zou uw excuses moeten aanbieden aan de bevolking voor de complexiteit van de belastingen, waardoor gewone mensen bijna onvermijdelijk fouten maken, terwijl ze ook nog de rekening gepresenteerd krijgen. Men wordt in dit land sneller en zwaarder gestraft voor een simpele vergissing dan voor het in brand steken van auto's op oudejaar. Daar worden mensen terecht koleirig van.
Hervé Cornillie:
Monsieur le ministre, je vous remercie de ces quelques réponses. Vous avez rappelé que se tromper est un droit, et je pense qu'il faut le rappeler et le préserver. En effet, il faut éviter de s'engager dans des procédures trop lourdes, précisément pour faire respecter les droits du contribuable. Je compte aussi sur vous pour que, demain, le contribuable ne soit pas présumé coupable par l'administration fiscale, laquelle doit être un partenaire de celui-ci dans les actes qu'il accomplit. Derrière tous ces contribuables, ce sont des travailleurs et des entrepreneurs. C'est le carburant de notre économie, en vérité. Ils ont donc autre chose à faire que de devoir rappeler le rôle d'une administration fiscale. Au-delà des vœux traditionnels que nous formons en début d'année, je souhaite aussi que vous soyez entendu par votre administration. C'est un vœu additionnel.
De vaak weerkerende bugs op de platformen van de belastingdienst
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met recurrente IT-problemen in Tax-on-web en Biztax, wat leiden tot vertraagde aangiften en frustratie bij belastingprofessionals. Minister Van Peteghem erkent de tekortkomingen, verlengde de deadline voor 2024 en belooft een vernieuwde, gebruiksvriendelijkere Tax-on-web in 2025, plus direct contact met het SPF Finances vanaf Q1 2025 via een gedigitaliseerd systeem. Bayet juicht de plannen toe maar benadrukt dat uitstel geen structurele oplossing is en eist een waterdichte werking van de nieuwe systemen, met een kritische blik op de aanbestedingsvoorwaarden. De focus ligt op betrouwbare digitale tools en hersteld vertrouwen in de fiscale dienstverlening.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, vous l'avez lu, le magazine Trends-Tendances rapporte un ras-le-bol des professionnels du chiffre sur les problèmes incessants qu'ils rencontrent, que ce soit avec Tax-on-web ou Biztax. Je crois malheureusement qu'on ne peut pas leur donner tort et cela donne à tout le moins une mauvaise image quant à l'efficacité et la qualité du service public.
J'aimerais donc avoir votre point de vue. Pouvez-vous nous indiquer, sur une période de cinq ans, le nombre de déclaration qui sont introduites en retard et qui invoquent ces bugs informatiques comme justificatifs? Quels moyens comptez-vous mettre en place pour régler définitivement ces problèmes qui ont l'air récurrents?
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Bayet, mon administration regrette les accessibilités réduites de ces applications et fait de nombreux efforts pour prévenir ou réduire ces inconvénients. Pendant la période de déclaration, mes services surveillent en permanence leurs systèmes et procèdent à des ajustements si nécessaire. À la suite de problèmes techniques qui se sont posés, j'ai décidé de reporter le délai de rentrée des déclarations à l'impôt des personnes physiques avec revenus spécifiques au 14 novembre 2024.
Mon administration ne dispose pas des informations que vous avez demandées mais, d'une manière générale, on constate qu'à chaque fois que des problèmes informatiques se sont posés, un délai général a été accordé. Mais je suis évidemment d'accord avec vous pour dire que le report n'est pas la solution et que les comptables ont besoin d'applications fiables. Le SPF Finances est par conséquent en train de les renouveler. À cet effet, une nouvelle version de Tax-on-web sera disponible dès l'année prochaine. Celle-ci sera non seulement plus performante mais elle assistera également mieux les citoyens lorsqu'ils rempliront leur déclaration. Par ailleurs, je constate que tant les fonctionnaires du fisc, les contribuables que les professionnels ressentent une grande frustration eu égard au manque de contact direct. C'est pourquoi j'ai demandé à plusieurs reprises à l'administration de mettre en œuvre de toute urgence une méthode permettant ce contact direct. On m'a assuré que cela se ferait à partir du premier trimestre 2025 et ce par le biais d'une communication directe liée à un code sur le dossier.
Hugues Bayet:
Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour ces réponses. L'ajout de la possibilité de contact direct est un élément très positif. Je vous en félicite parce que cela rencontre les préoccupations qui nous remontent du terrain, qu'elles soient relayées par des citoyens ou des professionnels du chiffre. Je pense qu'en effet, votre administration fait bien les choses puisqu'elle accorde à chaque fois des délais supplémentaires mais ce n'est pas la panacée. J'espère donc que les nouvelles versions des applications qui seront mises à disposition permettront d'éviter ce type de problème. Si cela ne devait pas être le cas, vérifiez bien votre cahier spécial des charges car lorsqu'on achète un produit, il doit fonctionner. Il convient donc de trouver l'origine du problème et de le résoudre, cela simplifierait le travail de tous les professionnels du chiffre.
De relaties tussen de accountants en de belastingadministratie
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Expert-comptables klagen over dysfunctionele administratie (slechte bereikbaarheid, IT-problemen zoals verouderd *Tax-on-web*) en te strenge fiscale handhaving, ondanks bestaande tolerantie voor kleine fouten (<€2.500) en goede trouw. Minister Van Peteghem belooft verbeteringen in 2025: directe contactlijn voor professionals, stapsgewijze modernisering van *Tax-on-web* en betere communicatie over bestaande flexibiliteit, maar benadrukt dat complexiteit en IT-storingen (bijv. verlengde IPP-deadline tot 14/11) kernproblemen blijven. Voorgestelde oplossingen: structurele fiscale vereenvoudiging (toekomstige regeringstaak), overlegtafel met sector voor betere afstemming, en behoud van autonome beslissingen op maat (zoals voorafgaande fiscale rulings). De minister erkent de nood aan samenwerking maar ziet geen acute marge voor verlengde deadlines.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, monsieur le ministre, nous étions plusieurs de cette commission à nous être rendus il y a quelques jours au congrès des experts-comptables. Je pense que vous avez d’ailleurs, à travers la presse, pu prendre connaissance d’un certain nombre de réflexions qui me font dire que le climat aujourd'hui est assez difficile. On sent un malaise au sein de cette profession des métiers de la comptabilité et de l’expertise comptable en général. Je dirais qu’il y a deux récriminations qui remontent assez souvent à la une: la relation de travail avec l’administration qui devient difficilement gérable, et les problèmes informatiques.
Monsieur le ministre, des demandes sont un peu plus précises, notamment l’instauration d’une ligne de contact réservée aux professionnels. Cela semble-t-il être une revendication impossible à rencontrer? Une étude est-elle réalisée sur le dossier? Des obstacles particuliers ou des difficultés sont-elles rencontrées? Si oui, quelles sont les solutions?
Le facelift de Tax-on-web est demandé depuis longtemps, reconnaissons-le. Certains disent depuis 12 ans. Comment remédier aux dysfonctionnements? Quand on connaît la complexité de la matière fiscale, on peut se rendre compte qu’un outil informatique qui est tout à fait à jour peut être utile pour tout le monde, à la fois l’administration mais aussi les utilisateurs du service que sont les comptables. Des mesures sont-elles prises?
Sur les décisions anticipées, je regrette l’abandon de ce service, ou sa disparition. Je ne sais comment l’appeler. Peut-être votre réponse me permettra-t-elle de mieux visualiser la situation. Y a-t-il des évolutions? Des données justifient-elles cela? N’est-ce pas un outil qui permet la facilité et donc les solutions?
Sur la politique de tolérance zéro, une application plus raisonnée, progressiste et progressive n’est-elle pas une solution? Monsieur le ministre, quelle est votre lecture? Quelles sont les conséquences budgétaires observées actuellement?
Enfin, à propos du doublement des échéances pour les remises de déclarations, ou récemment encore sur l’ISOC et la TVA: quel est vraiment le problème? Quelle marge de manœuvre pouvez-vous avoir avec l’administration? Un calendrier plus productif n’est-il pas une des solutions?
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Crucke, je vous remercie pour vos questions. En ce qui concerne l'accessibilité directe, le CRM est un projet qui est en cours depuis longtemps au SPF Finances. Au lieu d'utiliser des numéros de téléphone spécifiques, un système utilisant un code téléphonique direct est mis en place. Son utilisation permet une redirection efficace vers le contrôleur fiscal en charge. Si ce dernier est absent, l'appel sera pris par un collègue qui transmettra ensuite la question à l'intéressé.
Ce projet décidé en 2019 a rencontré de nombreux problèmes techniques. La plupart d'entre eux ont été résolus. Au printemps 2025, tant le contribuable que le professionnel pourra par conséquent avoir un contact direct avec le fonctionnaire en charge des dossiers d'impôt sur les sociétés.
Pour les dossiers relatifs à l'impôt sur le revenu des personnes physiques (IPP) et à la TVA, ce contact sera également possible au cours de l'année 2025 pour les questions qui y sont liées. Pour les questions plus générales, l'administration travaille sur un nouveau formulaire général permettant aux personnes la prise de contact.
L'application Tax-on-web sera, quant à elle, progressivement mise à niveau. Les écrans deviennent plus intuitifs avec une attention portée sur l'expérience utilisateurs et sur les interfaces utilisateurs. Nous guiderons les citoyens étape par étape tout au long de la déclaration pré-remplie en posant des questions ciblées afin d'arriver à une déclaration plus correcte.
Ces questions seront présentées sous la forme d'une arborescence où la question suivante présentée variera en fonction de la réponse précédente. Cette mise à jour sera déjà perceptible l'année prochaine.
Pour ce qui concerne votre troisième question, il est à noter que le Service des Décisions Anticipées en matières fiscales opère de manière autonome en ce qui concerne le contenu des décisions anticipées qui sont prises. Le nombre de demandes traitées par ce service en 2024 est conforme aux chiffres de l'année 2023. En plus des sujets traditionnels, le service s'est déjà prononcé sur l'application des modifications législatives dans les situations individuelles. On peut donc en conclure que le service remplit sa mission.
Pour ce qui est des impôts directs, il est aujourd'hui déjà possible qu'aucune majoration d'impôt ne soit imposée. C'est par exemple le cas lorsque les revenus non déclarés sont inférieurs à 2 500 euros. Un contribuable peut en outre prouver sa bonne foi en réponse à un avis de rectification.
Cependant, je comprends des professionnels du chiffre que le contribuable n'utilise pas toujours cette possibilité en raison de l'inaccessibilité de l'administration. Il est très important pour moi d'avoir une administration qui vise un modèle de coopération et qui est accessible. J'appellerai donc mon administration à communiquer clairement les possibilités existantes de renoncer à une section et d'autre part de veiller à ce que le contribuable puisse prouver sa bonne foi.
Enfin, quant au délai imparti pour introduire sa déclaration, je tiens à souligner qu'il a été établi après consultation avec les professionnels. À mon avis, il n'y a donc pas de problème général par rapport aux délais de déclaration appliqués. On a cependant connu cette année des problèmes significatifs concernant l'accessibilité des applications du SPF Finances. C'est d'ailleurs pour cette raison que j'ai accordé une prolongation étendue pour la déclaration de l'impôt des personnes physiques jusqu'au 14 novembre. Toutefois, je reste convaincu que le plus grand problème en la matière reste la complexité des déclarations. Le prochain gouvernement devra donc procéder à une réforme fiscale qui rendra le système plus simple, plus neutre et plus équitable.
Jean-Luc Crucke:
Je remercie le ministre pour cette intéressante réponse. Concernant la ligne de contact, vous me dites qu'effectivement l'amélioration substantielle peut intervenir pour le printemps 2025. Quant au facelift , il y a là aussi des améliorations qui vont être mises en ligne. Vous rappelez l'autonomie pour ce qui est des décisions anticipées et la politique dite de tolérance qui existe pour l'impôt direct. J'apprécie le fait que vous ayez de l'empathie et de la compréhension pour les professionnels qui rencontrent des difficultés. Enfin, vous me précisez qu'il y a eu des négociations avec l'administration par rapport à la fixation des échéances. Le fait de comprendre les professionnels est une bonne chose et, pour les avoir entendus, je sais que c'est un message qu'ils attendaient. En dehors de la complexité sur laquelle on peut tous être d'accord – il faudra inévitablement de la simplification –, je me demande si finalement une réunion plus large entre les différents acteurs impliqués – le ministre, l'administration et les représentants d'associations – ne permettrait pas d'avoir une meilleure compréhension dans l'ensemble des dossiers.
De impact van belastingvermeerderingen op het entrepreneurschap in België
Een belastingvermeerdering op grond van een onjuiste of onvolledige aangifte
Het boetebeleid van de fiscus
Fiscale maatregelen en gevolgen voor ondernemers in België
Gesteld door
Les Engagés
Jean-Luc Crucke
MR
Benoît Piedboeuf
CD&V
Steven Matheï
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de automatische 10%-sanctie bij fouten in belastingaangiftes, die vaak onrechtvaardig wordt toegepast op goedgelovige contribuabelen (particulieren, zelfstandigen, KMO’s) en platformgebruikers (bv. Airbnb) die door vertraagde of onduidelijke informatie van derden geen correcte aangifte kunnen indienen. Minister Van Peteghem benadrukt dat de wet geen sanctie voorziet bij goede trouw (bevestigd door het Grondwettelijk Hof) en dat waarschuwingen voorafgaan, maar erkent dat toepassing in de praktijk tekortschiet door gebrek aan dialoog en complexiteit. Hij kondigt vereenvoudiging (nieuwe Tax-on-web, gedragscode voor controles) en betere samenwerking aan. Kritiek blijft dat de sanctie te automatisch wordt opgelegd, vooral bij externe oorzaken (bv. platformfouten), en dat mildheid bij eerste fouten ontbreekt, ondanks wettelijke ruimte. De oproep is om vertrouwen en preventie centraal te stellen in plaats van straf.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je serai bref car vous avez déjà partiellement répondu à cette question dans vos réponses précédentes. Elle concerne la fameuse sanction de 10 % pour toute erreur dans les déclarations d'impôts, avec le débat sur le caractère intentionnel ou non. Le débat ne semble pas en être un puisque, avec l'application de ces 10 %, on est aveugle au côté qui serait non intentionnel. Cela concerne beaucoup de monde: les particuliers – même si, comme vous l'avez dit, des évolutions ont été actées par rapport à ces derniers –, les indépendants, les PME et les entreprises.
Il me semble que le débat devrait se poser sur la notion de bonne foi, car si la bonne foi crée la confiance entre les services et les contribuables, son absence génère de la suspicion. En effet, si tout contribuable qui commet une erreur de bonne foi se voit considéré comme un fraudeur, on peut aisément imaginer la crainte et le déficit de confiance à l'égard de l'administration que cela entraîne.
Une récente et intéressante chronique évoquait des mesures alternatives, notamment un système de sanctions graduées, d'outils de prévention, de rappels automatiques et l'établissement d'un dialogue, ce qui me semble finalement la meilleure solution et peut-être parfois la plus rapide, nonobstant la numérisation.
Monsieur le ministre, quelle est votre lecture, quelle évolution peut-on attendre? Comment cette notion de bonne foi peut-elle être celle au prisme de laquelle la gestion de l'ensemble du dossier s'effectue? À défaut, l'automaticité de la sanction apporte-t-elle une plus-value? Personnellement, je ne le crois pas mais je suis prêt à vous entendre sur le sujet. Comme je l'ai déjà dit, je reste persuadé que c'est de dialogue qu'il est besoin.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, depuis plusieurs mois, les professionnels du chiffre – comptables et fiscalistes – nous rapportent une problématique inquiétante qui touche un nombre croissant de contribuables. Cette situation concerne les revenus perçus via des plateformes numériques, notamment Airbnb, dont le siège est situé en Irlande.
Pour les exercices d'imposition 2022 et 2023 (revenus 2021 et 2022), il apparaît que les fiches fiscales émises par ces plateformes ne sont pas disponibles dans les délais requis pour le dépôt des déclarations fiscales et les outils numériques mis à disposition des utilisateurs par ces plateformes ne fournissent pas d'informations claires concernant les montants à déclarer.
Il en résulte que de nombreux contribuables se voient adresser des avis de rectification, assortis quasi systématiquement d'un accroissement d'impôt de 10 %, au motif que leurs déclarations sont qualifiées d'inexactes ou incomplètes. Or, cette sanction fiscale apparaît profondément injuste et disproportionnée, car elle pénalise des contribuables de bonne foi qui n'ont, en réalité, pas les moyens de disposer des informations nécessaires à temps.
Une telle situation pose donc un problème fondamental d'égalité devant l'impôt et d'équité dans son application.
Monsieur le ministre, comment accepter qu'une sanction aussi systématique soit appliquée à des contribuables qui, manifestement, ne sont pas en faute? Est-il justifiable, d'un point de vue fiscal ou moral, d'accroître l'imposition dans des circonstances où l'erreur ou l'omission n'est aucunement imputable au contribuable mais résulte des lacunes des plateformes elles-mêmes?
Dès lors, monsieur le ministre, pourriez-vous instruire votre administration afin qu'elle cesse l'application systématique de ces majorations, au moins dans les cas où la bonne foi du contribuable peut être démontrée? Ne pensez-vous pas qu'il serait plus opportun d'instaurer un dialogue constructif avec ces plateformes pour garantir une transmission des informations dans des délais compatibles avec nos obligations fiscales ?
Je vous remercie pour votre réponse, ainsi que pour les mesures concrètes que vous prendrez pour rétablir la justice et l'égalité dans l'application de l'impôt.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, bedrijven, burgers en verenigingen die hun belastingaangifte niet correct indienen, riskeren een belastingverhoging en een administratieve boete. Doet men dat zonder de intentie om belastingen te ontduiken, dan beloopt de belastingverhoging 10 %.
In 2022 onderzocht het Rekenhof het controlebeleid inzake de fiscale aangiften van kmo's, die zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Het Rekenhof stelde vast dat de fiscus vaak afziet van een belastingverhoging van 10 %, maar daarvoor eigenlijk geen motivering geeft. Het gevolg van die vaststelling is dat de fiscus de verhoging met 10 % strenger is gaan toepassen. Dat is natuurlijk de omgekeerde situatie. Als men strenger wordt, zullen bedrijven, personen en verenigingen die te goeder trouw handelen, maar toch een fout maken door bijvoorbeeld de complexiteit, nu wel onder de verhoging met 10 % vallen. Bij een eerste fout te goeder trouw zou er toch enige mildheid aan de dag mogen worden gelegd.
Deelt u die visie, mijnheer de minister? Kunt u dat beleid op een of andere manier aanpassen?
Vincent Van Peteghem:
Collega's, het is inderdaad cruciaal dat er tussen de fiscale administratie en de belastingplichtigen wordt ingezet op een model van samenwerking in plaats van een model van conflict. Ik wil wel enige nuance vragen bij de perceptie die recent ontstaan is. Het lijkt namelijk alsof er in elke situatie een boete wordt opgelegd.
Ik wil eerst verwijzen naar de huidige wetsbepaling, artikel 444 van het WIB 92, dat toelaat om bij ontstentenis van kwade trouw af te zien van het minimum van 10 % belastingverhoging. Dat is ook zo opgenomen in de relevante uitvoeringsbesluiten, die expliciet voorzien in het niet-opleggen van een sanctie wanneer de fout ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige gemaakt is.
Bovendien kan een belastingverhoging enkel worden toegepast wanneer de niet aangegeven of laattijdig aangegeven inkomsten de som van 2.500 euro bereiken. Indien er een kleine fout werd gemaakt, zal er dus ook geen belastingverhoging worden toegepast. Dat is ook wat het Grondwettelijk Hof vorige week gesteld heeft in arrest 129/2024. Het Grondwettelijk Hof erkent in dat arrest namelijk uitdrukkelijk dat in geval van een eerste vergissing en goede trouw in principe geen belastingverhoging van 10 % moet worden toegepast.
Het Hof bevestigt daarmee in feite de bedoeling van de wetgever dat de belastingverhoging van 10 % niet wordt toegepast bij een eerste vergissing.
Monsieur Piedboeuf, il est essentiel que ces principes soient correctement appliqués et qu'en cas de bonne foi du contribuable, aucune sanction inutile ne lui soit imposée.
Monsieur Crucke, comme vous l'avez souligné dans votre question, le problème réside dans la complexité de notre fiscalité qui entraîne trop d'erreurs dans les déclarations. La solution est la simplification significative de notre fiscalité, seule façon de rendre le processus plus simple.
Dat mag ons er natuurlijk niet van weerhouden om het aangifteproces zelf te vereenvoudigen en gebruiksvriendelijker te maken. Onze nieuwe Tax-on-web, die volgend jaar gelanceerd wordt, zal beter zijn en de belastingplichtigen maximaal begeleiden doorheen de aangifte van de personenbelasting.
L'idée selon laquelle le gouvernement préfèrerait imposer des amendes plutôt que d'envoyer des rappels est fausse.
Les contribuables qui ne rentrent pas leur déclaration dans les temps sont d'abord avertis par une lettre de rappel. Si après réception de cette lettre, la déclaration n'est toujours pas déposée, un avis d'amende est envoyé. Au plus tôt un mois après l'envoi de cet avis, l'amende est établie. Si aucune déclaration n'est déposée, une imposition d'office est envoyée. Le contribuable est averti à plusieurs reprises avant que des sanctions ne soient imposées. Je pense donc que le débat est plus nuancé que ce qui a été rapporté dans la presse ces dernières semaines.
Natuurlijk is het sluitstuk van een goed werkend fiscaal model de goede samenwerking tussen de fiscale administratie en de belastingplichtigen, waarbij ook gewerkt wordt via een open dialoog, om aan te sturen op een zo compliant mogelijk gedrag.
Daarom is een team van experts vandaag bezig met een onderzoek naar een nieuwe gedragscode, die het kader moet zetten voor gewone fiscale controles, zodat die controles in een coöperatieve sfeer verlopen en er een goede verstandhouding ontstaat tussen de administratie en de belastingplichtigen. Eerder dan in een boksring te stappen en bepaalde uitspraken te doen, proberen wij op die manier te werken aan een betere fiscale toekomst.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Avoir un avenir fiscal plus prometteur et meilleur est sans doute un souhait que nous pouvons partager. De plus, je me rallie à l'idée qu'entre collaboration et conflit, c’est la collaboration qui doit primer. Par ailleurs, j’accepte votre demande de nuance par rapport à ce que vous apportez comme réflexion supplémentaire. Pour le parti Les Engagés, qui est le parti de la nuance, cela ne peut évidemment qu’être une évidence, mais il est toujours bon de le rappeler. Enfin, la simplification de la fiscalité me semble aussi être un élément sur lequel le travail doit se poursuivre.
Pour terminer, comparaison n’est pas raison, mais la manière dont on perçoit le contribuable permet souvent de corriger beaucoup de choses. Si on considère que tout contribuable est un fraudeur, on perdra effectivement beaucoup de temps. Or, c’est parfois là que le bât blesse. Je ne dis pas que c’est généralisé. Je ne vais pas considérer tout le monde au sein de l’administration ainsi non plus. Mais vraiment, il faut que le regard change sur ce qu’est un contribuable. C’est d’abord quelqu'un qui permet à la société de fonctionner en termes de recettes économiques.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, je vous remercie. Je vois que nous sommes d’accord sur les principes. Malheureusement, les faits sont différents. Il y a une sorte d’automatisme dans l’application des accroissements. C’est vrai que l’administration peut y renoncer s’il y a de la bonne foi, mais cela suppose qu’il y ait un dialogue. Or, il n’y a pas toujours de dialogue. C’est ce dont se plaignent d’ailleurs les comptables et les experts-comptables ces dernières semaines.
Je visais le cas où les plateformes communiquent tardivement les informations aux contribuables et donc ne leur permettent pas de remplir une déclaration, sans mauvaise foi, qui soit complète.
Vous avez déjà plusieurs fois annoncé un nouveau Tax-on-web. Vous parlez d’un nouveau code de conduite. Je suis heureux d’entendre que c’est dans cette direction que nous allons, mais il est temps d’y arriver, parce qu’il y a en effet un problème pour le moment.
Steven Matheï:
De oplossing behelst inderdaad verschillende sporen. Vooreerst is het belangrijk om te vereenvoudigen waar dat kan, meer bepaald door de hervorming van ons fiscaal stelsel, maar ook inzake de aangifte met de nieuwe Tax-on-web. Daarnaast is er het belangrijke principe dat er geen belastingverhoging wordt opgelegd als men te goeder trouw is, hoewel dat principe in de praktijk niet altijd wordt toegepast. Het is belangrijk om daar de vinger aan de pols te houden en mildheid te tonen, waar nodig, door die 10 % niet op te leggen. Ten slotte is er uw initiatief voor een nieuwe gedragscode. Een open dialoog tussen de belastingplichtige en de fiscus is de weg om resoluut voor samenwerking te kiezen in plaats van voor een conflictmodel.
Het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het herzonderhandelde belastingverdrag België-Nederland (ondertekend op 21 juni 2023) schaft de tweejarige Belgische belastingplicht voor onderwijzers in Nederland af, wat hun nettoloon aanzienlijk beïnvloedt, maar blijft geldig tot ratificatie. Minister Van Peteghem bevestigt dat de gezamenlijke toelichting (voor interpretatie) nog wordt afgerond en dat ratificatie voor 1 januari 2025 "ambitieus" is, maar versneld wordt nagestreefd. Vanbesien dringt aan op spoedige ratificatie om de financiële impact voor betrokken Belgen te verlichten. Het oude verdrag blijft voorlopig van kracht.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, twee jaar geleden heb ik u een vraag gesteld naar aanleiding van de toen lopende onderhandelingen over het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland. Ik verneem dat die onderhandelingen ondertussen afgelopen zijn.
Het heronderhandelde verdrag voorziet niet langer in de bepaling die beoogt dat Belgische onderwijzers die beginnen te werken in Nederland de eerste twee jaar Belgische belastingen moeten betalen op het loon dat ze in Nederland verdienen. Het wegvallen van die bepaling zou een groot verschil betekenen voor het nettoloon van de Belgen die vandaag wel nog onder het toepassingsgebied van die bepaling vallen. Zolang dat verdrag niet geratificeerd is, valt die bepaling natuurlijk ook niet weg.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland ondertussen definitief ondertekend is? Bent u tevreden over het algemeen resultaat ervan? Wanneer plant u de ratificatie van dat verdrag? Zal dat nog voor 1 januari 2025 ingaan?
Vincent Van Peteghem:
Mijnheer Vanbesien, het nieuwe dubbelbelastingverdrag tussen Nederland en België werd door mij ondertekend op 21 juni 2023. Het traject ervan is beschikbaar op Fisconet plus .
Met Nederland is afgesproken om bij dat nieuwe verdrag een gezamenlijke toelichting uit te werken. Die gezamenlijke toelichting is een belangrijk document bij de interpretatie van het nieuwe verdrag. De betrokken administraties leggen momenteel de laatste hand aan die gezamenlijke toelichting. Zodra die klaar is, kan het verdrag ter ratificatie worden voorgelegd aan de verschillende parlementen.
De inwerkingtreding op 1 januari 2025 lijkt mij ambitieus. Zolang het verdrag niet geratificeerd is, blijft het oude natuurlijk van toepassing. Dat zal waarschijnlijk dus wel nog even het geval zijn, maar we doen er alles aan om dat zo snel als mogelijk in orde te brengen.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.
Ik wil er mee op aandringen om de ratificatie zo snel mogelijk in te plannen. Ze maakt immers een groot verschil voor een aantal landgenoten, die zich in die specifieke situatie bevinden.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56000484C en 56000485C van de heer Daerden worden op zijn verzoek omgezet in schriftelijke vragen. De vragen nr. 56000783C van de heer Cornillie en nr. 56000800C van de heer Freilich vervallen, aangezien zij niets hebben laten weten. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 59.
Het dubbelbelastingverdrag voor Franse verpleegkundigen
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De conventie tegen dubbele belasting (2021) tussen België en Frankrijk voor zorgpersoneel in publieke ziekenhuizen is nog niet geratificeerd en treedt earliest in 2026 in werking, ondanks eerdere vrees voor een deadline in 2024. Een overgangsperiode voor publieksectorwerkers is onderhandeld, maar de definitieve ondertekening van het bijkomend protocol is geblokkeerd door de regeringsvorming (affaires courantes). Van Peteghem bevestigt dat de conventie pas geldt na parlementaire goedkeuring van beide teksten, wat vertraging tot 1 januari 2026 betekent. Piedboeuf stelt gerust: geen impact in 2025, wat kritieke tekorten in met name Luxemburgse ziekenhuizen tijdelijk ontlast.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, cher monsieur Van Peteghem, dans le cadre de la convention préventive de double imposition pour les professionnels en soins infirmiers dans les hôpitaux publics et pour laquelle je vous ai déjà interrogé plusieurs fois, un moratoire a été établi à votre demande et à celle du ministre de la santé jusqu'au 31 décembre 2024. Et les conventions n'ont, à ce jour, pas encore été ratifiées ni par la France ni par la Belgique.
Compte tenu de la pression qui demeure sur le nombre de prestataires dans le domaine de la santé, pourriez-vous me dire si un accord du maintien du délai initial (2033, si je ne me trompe pas) est intervenu? Sinon, peut-on compter sur une prolongation du moratoire pour les professionnels de la santé? Le risque pour certains hôpitaux, notamment en province de Luxembourg est énorme.
Je vous remercie de vos réponses.
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Piedboeuf, il n’y a pas eu de moratoire concernant l’entrée en vigueur de la convention du 9 novembre 2021 entre la Belgique et la France, ni jusqu’au 31 décembre 2024, ni jusqu’à une autre date.
En revanche, il y a bien eu des négociations entre les administrations fiscales belge et française afin de prévoir une période transitoire pour l’application de la disposition de la convention du 9 novembre 2021 relative aux revenus des travailleurs du secteur public.
Ces négociations sont à présent terminées. Cependant, la finalisation de l’avenant prévoyant cette période transitoire est en attente de la signature du ministre des Finances. Toutefois, les lignes directrices sur les affaires courantes stipulent que la signature de nouveaux avenants ne peut se faire pendant les périodes des affaires courantes, de sorte que la signature sera du ressort du prochain gouvernement.
La convention du 9 novembre 2021 ne sera soumise à l’assentiment du Parlement fédéral qu’une fois l’avenant approuvé et dûment signé. L’intention est en effet de déposer au Parlement fédéral les deux textes en même temps. Dans ces conditions, la prise d’effet de la convention du 9 novembre 2021 et de l’avenant ne devrait vraisemblablement pas intervenir avant le 1 er janvier 2026.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, j’en déduis donc que ce n’est pas encore d’application pour 2025. (Assentiment du ministre) Cela correspond dès lors à ce que je voulais entendre. Je vous remercie.
Het verslag van het Rekenhof over de taks op effectenrekeningen
Het voortzetten van de controles met betrekking tot de effectenrekeningen
Evaluatie en handhaving van de taks op effectenrekeningen
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Cour des comptes kritiseert de taxe annuelle sur les comptes-titres (TACT) (2021) vanwege dalend rendement (van €470M naar €362M in 3 jaar) door gemakkelijke ontwijking (splitsen rekeningen onder €1M-drempel) en juridische zwaktes die fraude moeilijk aantoonbaar maken. Minister Van Peteghem erkent de problemen maar ontwijkt concrete antwoorden: hij belooft enkel verdere analyse van aanbevelingen (zoals toegang fiscus tot PCC en strengere bankcontroles), zonder duidelijke plannen voor herstel of aanpassing. Kernpunt: de TACT faalt als effectieve belasting door structurele lekken, maar de minister stelt geen directe oplossingen voor.
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, le vendredi 11 octobre, la Cour des comptes a publié un rapport d'analyse sur la taxe annuelle sur les compte-titres (TACT) que vous avez introduite en 2021. Le constat est très négatif. Les titulaires de comptes-titres peuvent en effet facilement éluder la taxe en scindant leurs comptes-titres pour rester sous le seuil imposable de 1 million d’euros. Le fisc connaît énormément des difficultés à prouver tout abus commis par les contribuables à cause des nombreuses imprécisions légales. Par conséquent, le rendement de la taxe diminue d’année en année. On passe ainsi de 470 millions pour la période allant de février à septembre 2021 à 362 millions pour l’année 2023 – ce chiffre est provisoire, mais il indique bien la tendance. Dans le cas de restitution de la taxe consécutivement à un contentieux, la Cour des comptes évoque même un risque de double remboursement de la TACT: à la banque, d’une part, et au titulaire du compte-titres, de l'autre.
Monsieur le ministre, estimez-vous efficace une taxe dont le rendement diminue de plus de 20 % après seulement trois ans d’application?
La Cour des comptes recommande d’octroyer aux contrôleurs fiscaux un accès au point de contact central (PCC) pour l’application et le contrôle de la TACT. Allez-vous suivre cette recommandation?
Enfin, quelles mesures allez-vous prendre pour répondre aux recommandations de la Cour des comptes? Allez-vous, par exemple, introduire une présomption réfragable d’abus concernant les scissions de comptes ou la conversion des titres imposables en titres nominatifs?
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je ne reviendrai pas sur le contenu du rapport, qui relève une baisse importante du rendement de cette taxe. Je vous poserai donc une question plus concrète relativement à l'une des recommandations de la Cour des comptes, qui suggère de mettre l'accent sur le contrôle des processus internes aux grandes banques belges, afin de s'assurer notamment que les abus puissent être examinés et d'éviter que l'on contourne l'application de la taxe.
De tels contrôles existent-ils déjà? Si ce n'est pas encore le cas, envisagez-vous de les mettre en œuvre? Estimez-vous cette recommandation judicieuse? Enfin, si de tels contrôles sont appliqués uniquement en Belgique, ne risque-t-on pas de voir les investisseurs s'éloigner des banques belges et privilégier par conséquent des établissements étrangers?
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Bilmez, j'ai pris connaissance du rapport complet et des conclusions et recommandations de l'audit effectué par la Cour des comptes à propos de la taxe annuelle sur les comptes-titres qui a été publié le 11 octobre 2024. La Cour des comptes a également cité de nombreux éléments positifs dans ce rapport tels que l'approche du contrôle lié au processus de l'administration des grandes entreprises et la centralisation des dossiers de remboursement.
Monsieur Dubois, il est interdit à toute institution financière de mettre en place des mécanismes particuliers ayant pour objet ou pour effet de permettre ou de promouvoir la fraude fiscale de la part des clients. La détection de la fraude fiscale doit être effectuée par les autorités fiscales et le respect des règles relatives à la politique de prévention fiscale et aux mécanismes particuliers fait partie du contrôle off-site ou on-site effectué par la Banque nationale de Belgique.
Mon administration poursuivra bien sûr l'analyse du rapport récent de la Cour des comptes et prendra les mesures appropriées pour donner suite aux conclusions et aux recommandations qu'il contient.
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, vous n'avez pas répondu sur le fait que le rendement diminue. Estimez-vous que ce soit efficace? J'en conclus que non. Du coup, j'espère que vous essaierez quand même de suivre les recommandations émises par la Cour des comptes.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, je n'ai pour ma part pas entendu non plus la réponse concrète par rapport au fait que ces contrôles suggérés, ou en tout cas recommandés, par la Cour des comptes sont déjà mis en place. Peut-être ai-je mal compris la réponse. Il serait effectivement intéressant d'avoir la réponse concrète à cette question.
Vincent Van Peteghem:
Monsieur Dubois, on est en train de l'analyser.
Xavier Dubois:
Nous reviendrons donc sur la question ultérieurement.
Voorzitter:
Les questions n os 56000484C et 56000485C de M. Frédéric Daerden sont reportées.
Het geschil over het belasten van overwinsten voor het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag
De belasting op de overwinsten van ENGIE Electrabel
Belastinggeschillen over overwinsten bij internationale en nationale energiebedrijven
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
ENGIE Electrabel daagt België voor de rechter aan wegens schending van nucleaire akkoorden, claimend dat de belasting op surwinsten (na miljarden euro’s overwinst via overprijszetting) onwettig is. Minister Van der Straeten verdedigt de Europese regeling als rechtvaardig, wijzend op de energiecrisis door Oekraïne-oorlog, en stelt dat geen sector vrijgesteld is—in tegenstelling tot ENGIE’s interpretatie van oude contracten. D’Amico dringt aan op strengere maatregelen: hogere belasting en prijsplafonds om misbruik tegen te gaan. België blijft de Europese taxatie verdedigen als universeel toepasbaar.
Roberto D'Amico:
Madame la ministre, début octobre, nous avons appris via la presse qu'ENGIE Electrabel a saisi la Cour permanente d’arbitrage (CPA) de La Haye et attaque l'État belge pour non-respect des accords nucléaires.
ENGIE Electrabel ne veut pas payer la taxe sur les surprofits. Elle prétend que cette taxe viole les conventions signées pour la prolongation de Tihange 1 et Doel 1 et 2. Il faut rappeler que cela fait des années que la multinationale réalise des profits énormes sur nos factures d’énergie.
Avant la crise énergétique, entre 1998 et 2020, ENGIE a tiré 15 milliards de profits de sa filiale belge en surfacturant l’électricité vendue. Pendant la crise, elle a fait environ 7 milliards de surprofits supplémentaires.
Madame la ministre, comment avez-vous accueilli cette nouvelle? Quelle sera la position défendue par la Belgique dans cette affaire?
Tinne Van der Straeten:
Monsieur D'Amico, j'ai accueilli cette nouvelle de la même manière que j'ai accueilli toute nouvelle attaque sur la taxation des surprofits. Pourquoi? Il est important de rappeler les raisons pour lesquelles le Conseil européen a décidé d'instaurer un règlement pour taxer les surprofits. Je rappelle le contexte. Il y avait et il y a toujours une guerre en Ukraine dans laquelle le dictateur Poutine a utilisé l'énergie comme arme, ce qui a eu pour effet d'augmenter considérablement les prix. C'était du jamais vu, tant pour le gaz que pour l'électricité. D'un côté, les consommateurs, y compris nos entreprises et industries, ont donc dû payer ces prix exorbitants et, de l'autre, les énergéticiens ont engrangé des bénéfices extraordinaires. Cela va de soi.
Dès lors, celui qui, de droit, a pris la décision de présenter son cas devant un juge a estimé qu'il ne voulait pas partager les profits de guerre. C'est le cas d'ENGIE Electrabel ainsi que de l'Organisatie voor Duurzame Energie (ODE). Seul un secteur ne l'a pas fait. Il s'agit de l'éolien en mer. Ce secteur a payé et a même accepté qu'on modifie son système de soutien pour un système de two-sided contract for difference . Celui-ci a estimé que c'était un bénéfice jamais vu et qui n'a jamais été repris dans ses risicomatrix et business cases .
Engie n'a pas fait de même. Elle considère que les conventions qui ont été autrefois conclues la protègent contre toute nouvelle taxe, ce qui n'est pas le cas.
Pour en revenir à votre question concernant la position défendue par la Belgique, la réponse est reprise dans une loi qui a été votée ici au Parlement. Celle-ci argumente, en long et en large, que le règlement européen en la matière est d'application pour tout le monde, pour toutes les entreprises et toutes les technologies. Aucune ne peut y échapper. Nous défendons aussi cette position dans cette affaire.
Roberto D'Amico:
Je vous remercie, madame la ministre, pour votre réponse. Le gouvernement doit être ferme envers Engie Electrabel. Il doit taxer davantage ses profits et bloquer les prix de l'énergie pour empêcher cette multinationale de réaliser des surprofits sur notre dos, comme elle le fait depuis des années.
ETS2 en de Europese koolstoftaks
ETS2 en de Europese koolstoftaks
De stijging van de aardgas-, stookolie- en benzineprijs als gevolg van de nieuwe Europese CO2-taks
Invloed van Europese CO₂-taks op brandstof- en energieprijzen
Gesteld door
Gesteld aan
Tinne Van der Straeten
op 22 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om ETS2, het nieuwe Europese emissiehandelsysteem (2027) dat brandstof- en verwarmingskosten sterk zal verhogen (tot €940/jaar extra voor gas, €1705 voor mazout), met zware sociale gevolgen voor kwetsbare huishoudens en automobilisten. Minister Van der Straeten benadrukt dat ETS2 geen belasting is maar een *cap-and-trade*-systeem, gekoppeld aan een Sociaal Klimaatfonds dat 75% van de opbrengst reserveert voor isolatie, schone mobiliteit en steun aan lage inkomens, waardoor het een *herverdelende maatregel* moet worden. Critici (D’Amico, Van Rooy) wijzen op onbetaalbare lasten voor burgers en betwijfelen of de herverdeling voldoende zal zijn, terwijl Van Rooy het systeem afdoet als "roof door de overheid" die de middenklasse uitkleedt. De kernspanning ligt tussen klimaatambitie (via prijsmechanismen) en sociale rechtvaardigheid, met onenigheid over de effectiviteit van de voorgestelde compensatie.
Voorzitter:
De heer Hedebouw is niet aanwezig.
Roberto D'Amico:
Madame la ministre, le système ETS2 a été adopté et doit entrer en vigueur en 2027. Cela impliquera une nouvelle taxe qui impactera la facture énergétique des ménages.
En effet, contrairement à l'ETS1, le système d'échange de quotas d'émissions pour l'industrie, c'est désormais le citoyen qui devra s'acquitter de cette taxe carbone européenne.
Si le prix de la tonne de CO 2 se situe à 45 euros, le litre d'essence ou de diesel coûtera 10 à 12 centimes de plus. Mais plusieurs chercheurs pensent que le prix de la tonne de CO 2 pourrait plutôt se situer entre 71 et 261 euros.
S’il passe effectivement à 261 euros par tonne, il faudra ajouter jusqu'à 60 centimes pour l'essence et 70 centimes pour le diesel. Une consommation moyenne de gaz coûterait 940 euros de plus par an et une consommation moyenne de mazout 1 705 euros.
Madame la ministre, que pensez-vous de ces chiffres? Êtes-vous d’accord avec ces projections? De nombreuses personnes ne pourront tout simplement pas supporter ces coûts. Pensez-vous que quelqu'un qui arrive à peine à joindre les deux bouts, mais qui a besoin de sa voiture pour le travail, les courses ou des entretiens d'embauche, c'est-à-dire pour vivre tout simplement, aura encore assez d'argent pour passer à la conduite électrique? La grande majorité des Belges se chauffent encore au gaz ou au mazout, vous le savez tout aussi bien que moi. En Flandre, huit ménages sur dix se chauffent actuellement au gaz. Ils vont voir leurs coûts exploser.
Madame la ministre, avez-vous déjà pris en compte les conséquences sociales de cette hausse des prix de l’énergie et des carburants?
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, een gemiddeld gezin dat met gas verwarmt, zal tot de helft meer moeten betalen op jaarbasis. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de universiteiten van Bazel en Stuttgart en het Potsdam Instituut voor Klimaatimpact in Duitsland. Zij becijferden de impact van het nieuwe Europese uitstootsysteem dat vanaf 2027 in werking treedt. Daardoor valt de verwarming van gebouwen en het transport op land onder de zogenaamde emissiehandel ETS2. Leveranciers van benzine, diesel, aardgas en stookolie moeten vanaf dan betalen voor de uitstoot van CO 2 . Deze extra taks zal worden doorgerekend aan de eindconsument die de wagen voltankt of thuis verwarmt.
Volgens de nieuwste prognoses dreigen de kosten vanaf 2030 fors op te lopen, tot 800 euro extra per jaar op de aardgasfactuur van een gemiddeld gezin. Ook verwarmen met stookolie en benzine tanken zal dan voor onze gezinnen veel duurder, zeg maar onbetaalbaar worden, tot wel 620 euro per jaar voor stookolie en 25 euro per tankbeurt. Maar ook vanaf 2027, binnen drie jaar dus, zal er al een verhoging van de aardgasfactuur van gemiddeld minimaal 184 euro per jaar zijn.
Mevrouw de minister, wat is uw reactie hierop? Vindt u dat België deze nieuwe Europese CO 2 -taks moet verwerpen, gelet op de onbetaalbare prijzen die daarvan het gevolg zullen zijn? Zo niet, waarom?
Tinne Van der Straeten:
Collega’s D’Amico en Van Rooy, het is interessant dat u die vragen stelt, maar de insteek van uw vragen had anders kunnen zijn.
Op Europees niveau is er een ETS2 afgesproken, dat kan dus niet verworpen worden. Alleen volgens Vlaams Belangers kan iets wat al beslist is nog verworpen worden. Voor hen bestaat de democratie immers niet, maar dat doet niet ter zake. Er is iets beslist op Europees niveau wat geïmplementeerd zal worden en het zou een consequentie kunnen hebben.
De vraag dringt zich dan op wat men daarmee moet doen. Zal men dat ondergaan of zal men dat in handen nemen? Het misschien wel nuttig om die studie ter hand te nemen en naast het systeem zoals het is ingevoerd te leggen.
Wat is ETS2 eigenlijk? ETS2, het ETS voor gebouwen en transport, zal het cap-and-trade system implementeren. Het is dus geen klassieke taks.
Ce n'est pas une taxe, monsieur D'Amico.
Het zullen ook niet de eindverbruikers zijn, maar de brandstofleveranciers die hun emissies moeten monitoren en rapporteren en emissierechten zullen moeten kopen en inleveren om hun emissies te dekken.
Het cruciale aan ETS2 is dat het gepaard gaat met de invoering van een Sociaal Klimaatfonds. De middelen daarvan gaan voor 75 % naar de lidstaten en in de regeling is aan de lidstaten opgelegd hoe zij die middelen moeten inzetten, namelijk ten dienste van zij die de laagste inkomens hebben. Er is ook een budget gereserveerd van 25 % dat specifiek gaat naar de financiering ten bate van de kwetsbaarste groepen in elke EU-lidstaat. U kunt hier zeggen dat de mensen zullen moeten betalen door de beslissing over ETS2 omdat hun factuur hoger zal worden, maar u zou ook kunnen zeggen dat ETS2 zal zorgen voor inkomsten voor de lidstaten, waarvan een deeltje specifiek is gereserveerd voor kwetsbare groepen, en dat er dus iets beslist is dat in se een herverdelend effect heeft. De inkomsten die worden opgehaald, gaan er immers voor moeten zorgen dat huizen geïsoleerd worden en dat mensen zullen kunnen rijden met een propere auto. De groepen in de samenleving die dat niet kunnen betalen, krijgen hulp. Dat is dus absoluut een herverdelende maatregel. Bij de implementatie van de maatregel zal het dan ook cruciaal zijn dat dat zich ook zo realiseert en dat de gegenereerde inkomsten effectief worden ingezet voor de laagste inkomens, om ervoor te zorgen dat huizen en gebouwen gerenoveerd zullen worden en propere wagens op de weg zullen komen.
Alle vragen moeten en kunnen worden gesteld. Als wij zouden zien dat de prijzen enorm stijgen … We hebben het al gehad over de volatiliteit van de prijs van fossiele brandstoffen, die een feit is. We zullen worden geconfronteerd met periodes waarin de prijzen weer omhooggaan, wat zal resulteren in meer inkomsten voor de lidstaten en dus voor België, hoofdzakelijk voor de gewesten, want gebouwen en transport betreffen niet noodzakelijk federale bevoegdheden. Dat wil dus ook zeggen dat die hoge prijzen niet zullen resulteren in winsten voor de oorlogsmachine van Poetin. Het systeem zal ervoor zorgen dat de lidstaten meer inkomsten krijgen en zij zullen die middelen kunnen inzetten om het herverdelende effect te realiseren.
Dit dossier heeft baat bij minder populisme, bij minder demagogie. We mogen de situatie niet ondergaan maar moeten stellen dat we willen dat mensen in huizen wonen waar de energie niet langs ramen en deuren naar buiten vliegt. We zien dat heel wat mensen hun energie niet kunnen betalen. De inkomsten die we daaruit halen, zullen we dan ook structureel inzetten voor hen. Het is een zegen, een blessing in disguise, voor de gewestelijke ministers van Energie, voor de gewestelijke ministers van Huisvesting, om te zorgen voor een sociaal en rechtvaardig klimaatbeleid.
Roberto D'Amico:
Madame la ministre, je vous remercie. Je vous crois quand vous dites que ce n'est pas une nouvelle taxe pour les citoyens. Vous dites aussi que les répercussions seront endossées par les producteurs, mais ceux-ci répercuteront cette taxe vers les citoyens.
Si nous voulons réellement conscientiser les gens à une nouvelle transition écologique, cette transition écologique ne pourra se faire que si elle passe par une transition sociale. Sans aider les gens, cette transition ne pourra pas se faire. Si les citoyens commencent à payer plus, la transition économique n'aura pas lieu et la population sera contre la transition écologique. Je ne pense donc pas que l'approche soit la plus pertinente en ce qui concerne la transition écologique.
Sam Van Rooy:
Mevrouw de minister, ik noteer dat Groen na het verliezen van twee verkiezingen op rij nog steeds dezelfde demagogische onzin verkondigt en het ook niet kan laten om leugens te vertellen over mijn partij. Wij hebben de EU altijd verworpen omdat het een antidemocratische instelling is. Wij hebben ook dat zogenaamde emissiehandelsysteem altijd verworpen omdat dat het leven van de gewone, hardwerkende Vlaming alleen maar duurder maakt. Er is nu een studie die aantoont dat dat het geval zal zijn, maar wat zegt u? Dat is positief, want dat zijn meer inkomsten voor de overheid, die ze dan een beetje kan herverdelen. Wat u doet, mevrouw Van der Straeten, is geld stelen van de middenklasse. U bent lid van een roverheid die de middenklasse in dit land steeds maar verzwakt en dat onder het mom van vergroening en hernieuwbare energie. Stop daarmee of u zult straks – wat ik natuurlijk hoop – onder de kiesdrempel zakken.
Het belastingstelsel voor de huur die betaald wordt door SVK's
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De agences immobilières sociales (AIS) vrezen dat een nieuwe fiscale verplichting (annexe 270 MLH) hun economisch model bedreigt, doordat eigenaren mogelijk belast worden op werkelijke huurinkomsten, wat hun deelname aan het systeem van betaalbare huurwoningen zou ontmoedigen. Minister Van Peteghem bevestigt dat de annex enkel voor controle dient en geen extra belasting betekent voor eigenaren, waardoor het AIS-systeem behouden blijft. Lasseaux toont zich opgelucht dat zowel huurders als eigenaren kunnen blijven profiteren van het huidige kader. De discussie bevestigt dat de fiscale wijziging louter administratief is en geen impact heeft op de belastbare huurinkomsten.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, les agences immobilières sociales (AIS) constituent un outil important de la politique du logement en permettant à des locataires de payer un loyer moins élevé et aux propriétaires d'avoir une garantie de revenus locatifs en contrepartie d'un loyer moins important.
Les agences immobilières sont inquiètes. La loi du 28 décembre 2023 impose en effet aux contribuables, tant les personnes physiques que les personnes morales, qui peuvent déduire des loyers qu'ils paient de joindre une nouvelle annexe, l'annexe 270 MLH, à leur déclaration fiscale. Les agences immobilières sociales ne semblent pas avoir été exonérées de cette obligation.
Si je comprends bien, cette annexe est destinée à vérifier que le propriétaire du bien mis en location sera bien taxé sur le loyer réel qu'il aura déduit dans sa déclaration fiscale.
La situation des AIS est particulière car, en ce sens, elles louent des biens à des propriétaire pour ensuite les louer à des locataires occupants. Le loyer payé au propriétaire par l'AIS est une charge intégrée par celle-ci dans sa déclaration par le biais du compte de résultat. Si on peut déduire du fait que les AIS doivent remplir l'annexe et que les propriétaires louant ainsi aux AIS verront leur loyers taxés, tout le modèle économique des AIS risque de s'effondrer, les propriétaires perdant tout intérêt à passer par le biais de celles-ci.
Il me semble qu'une telle déduction serait absurde dès lors que la charge de loyer reprise dans le compte de résultat des agences immobilières sociales ne représente pas de coût pour l'État, comme ce serait le cas si c'était déduit au niveau de l'IPP ou de l'ISOC.
Monsieur le ministre, afin de rassurer les AIS, pouvez-vous me dire si celles-ci sont tenues ou non de joindre cette annexe à leur déclaration à rentrer pour le 7 octobre prochain? Si elles y sont tenues, pouvez-vous me rassurer en indiquant que cette obligation de remplir le formulaire n'implique pas que les propriétaires se verront taxés sur les loyers qu'ils auraient réellement perçus?
Vincent Van Peteghem:
J'ai bien compris vos préoccupations et je peux vous informer que l'imposition des loyers n'a en rien changé. Fin 2023, nous avons uniquement introduit l'obligation de présenter une annexe à la déclaration d'impôt des personnes physiques en vue d'un meilleur contrôle. L'agence immobilière sociale est tenue de déposer ce formulaire auprès de l'administration et de fournir ainsi un aperçu des loyers payés. Cette obligation ne conduit donc absolument pas à une imposition de revenus locatifs réels. Je peux donc dissiper cette inquiétude.
Stéphane Lasseaux:
Merci, monsieur le ministre, pour cette réponse qui me rassure sur la pérennité du système et du modèle économique mis en place pour les agences immobilières sociales. Je suis aussi rassuré par le fait que les propriétaires pourront continuer à œuvrer dans ce système et permettre aux bénéficiaires de profiter de loyers réduits.
Voorzitter:
Merci à notre collègue qui a posé sa première question dans cet hémicycle. (Applaudissements) (Applaus) Voor minister Van Peteghem was het misschien de laatste vraag. (Hilariteit) Dat zal de toekomst natuurlijk uitwijzen.
Het ontduiken van belastingen door maaltijdkoeriers via identiteitsfraude
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 25 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Dermagne bevestigt dat identiteitsfraude bij maaltijdkoeriers (via valse accounts op platforms als Deliveroo/Uber Eats) een bekend probleem is, met 281 dossiers in 2023 en 200 in 2024, maar geen specifieke cijfers voor peer-to-peer. Controles gebeuren via samenwerking tussen politie, sociale inspectie en Justitie, met sancties tot niveau 4, maar concrete fraude-omvang en belastingverlies blijven onduidelijk. Moons dringt aan op actiever onderzoek (bv. infiltratie in Facebookgroepen) en vraagt gedetailleerde fraudegegevens. Beide benadrukken nood aan betere arbeidsbescherming in de deeleconomie, inclusief verplichte ongevallenverzekering.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over maaltijdkoeriers die belastingen zouden ontduiken via identiteitsfraude.
Anderhalve maand geleden verscheen in De Tijd een artikel waarin stond dat veel maaltijdkoeriers valse accounts gebruiken. De onderzoekers kregen toegang tot drie besloten Facebookgroepen waarin bestaande accounts of logins van Deliveroo en Uber Eats te huur werden aangeboden. Dat dit geen beperkt fenomeen is, blijkt uit het aantal betrokken leden van die groepen: 6.000 tot 10.000 leden per groep. De prijs voor de verhuur van een identiteit ging tot 100 euro per week.
Een viertal categorieën van personen zou geïnteresseerd zijn: illegale migranten die een inkomen zoeken, minderjarigen die leeftijdsbeperkingen willen vermijden, werklozen die wat extra willen verdienen boven op hun werkloosheidsuitkering en zelfstandigen die de maximale verdienlimiet van 7.460 euro per jaar in het fiscaalvriendelijke arbeidsstelsel van de deeleconomie, het zogenaamde peer-to-peerstatuut, wensen te omzeilen.
In alle gevallen betreft het frauduleuze praktijken, waardoor de overheid sociale bijdragen en belastingen ontloopt. Gelet op de desastreuze financiële en budgettaire toestand van dit land, acht ik het nuttig om dat verder te onderzoeken en aan te pakken.
Ik kom tot mijn vragen.
Ten eerste, mijnheer de minister, hebt u weet van die frauduleuze praktijken?
Ten tweede, worden er door de sociale en fiscale inspectiediensten regelmatig controles uitgevoerd op identiteitsfraude? Zo ja, hoeveel controles hebben er plaatsgevonden sinds 2016, het jaar van invoering van het peer-to-peerstatuut?
Ten derde, wat zijn de bevindingen van die controles en kunnen ze worden opgedeeld in de hierboven genoemde vier categorieën?
Ten vierde, hoeveel sociale bijdragen en belastingen worden op die manier per jaar ontdoken?
Ten vijfde, hoe streng wordt die sociale en fiscale fraude in de praktijk door de administratie en/of het gerecht aangepakt?
Ten zesde en tot slot, in welke mate bent u voorstander van een minimum van sociale rechten voor iedereen, los van het tewerkstellingsstatuut, dus ook voor zelfstandigen in de deeleconomie?
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer Moons, ik ben mij volledig bewust van het bestaan van dergelijke praktijken. De verbetering van de opsporing van identiteitsfraude werd daarom ondertussen ook als een recurrente handeling opgenomen in de actieplannen voor sociale fraudebestrijding.
Het gebruik en misbruik door een platformwerker van een account van een andere persoon kan door sociale inspecteurs alleen worden opgemerkt als zij vaststellen dat degene die de diensten levert een andere of verkeerde identiteit bij de controle opgeeft.
Tegelijk moet worden opgemerkt dat de politie in eerste instantie verantwoordelijk is voor het vaststellen van identiteitsfraude en/of het gebruik van vervalste identiteitsdocumenten. Om die reden wordt nauw samengewerkt tussen de politie en de sociale inspectiediensten, evenals met de Dienst Vreemdelingenzaken en Justitie.
In 2023 rapporteerde het RSVZ 281 behandelde dossiers. In 2024 werden er tot nu toe bijna 200 dossiers van identiteitsfraude behandeld. Hoeveel er dat zijn in de sector van de peer-to-peerplatformen, kan niet worden meegedeeld. Vanaf april 2017 onderscheidt de RVA dossiers van identiteitsfraude in alle sectoren van die bij de peer-to-peerplatformen. Ik kan u de tabel met de precieze gegevens bezorgen.
Identiteitsfraude kan bestraft worden met een sanctie van niveau 4, zoals bepaald in het Sociaal Strafwetboek. Gevallen van vermoedelijke of bewezen identiteitsfraude worden door de inspectiediensten gemeld aan het bevoegde parket. De minister van Justitie kan verdere toelichting geven over de aanpak door de gerechtelijke autoriteiten.
Los van de fraudeproblematiek is het essentieel dat iedereen voldoende bescherming op het werk geniet. In de context van de deeleconomie is dat bijvoorbeeld de reden waarom in 2022 een wet, als deel van de jobdeal, werd goedgekeurd die in specifieke maatregelen voorziet om de rechtszekerheid van de arbeidsrelatie te garanderen voor wie via een digitaal platform werkt.
We verplichten de platforms ook om een arbeidsongevallenverzekering naar gemeen recht af te sluiten, indien de dienstverleners niet door een arbeidsovereenkomst met het platform verbonden zijn.
Kurt Moons:
Mijnheer de minister, ik dank u voor de antwoorden. Ik neem nota van het feit dat een recurrente actie op stapel is gezet om identiteitsfraude aan te pakken. Ik kan alleen nog toevoegen dat ook feitelijk moet worden ingebroken in de Facebookgroepen om identiteitsfraude beter te kunnen opzoeken. Graag had ik ook de tabel gekregen waarvan u sprak, zodat we die nader kunnen onderzoeken.