Over beurs
9
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De niet-naleving van het akkoord van Parijs door Belgische beursgenoteerde ondernemingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 6 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Volgens Axylia’s analyse (geciteerd door Katrijn van Riet en bevestigd door minister Jean-Luc Crucke) is meer dan 50% van de Bel20-bedrijven financieel kwetsbaar voor toekomstige CO₂-kosten, met slechts 1 op 5 op koers voor Parijs-doelen, terwijl transparantie over emissieplannen vaak ontbreekt. Crucke erkent de zorgwekkende situatie maar benadrukt dat transitieplannen strategisch noodzakelijk zijn—niet als administratieve last, maar als instrument voor risicobeheersing en competitiviteit, gesteund door fiscale stimuli (bv. investeringsaftrek), lagere elektriciteitsaccijnzen en gerichte ondersteuning voor elektro-intensieve sectoren, mits koppeling aan decarbonisatie-inspanningen. Van Riet vraagt om strengere opvolging zonder bedrijven te overbelasten, terwijl Crucke complementariteit tussen federale en gewestelijke maatregelen en dialoog met bedrijven vooropstelt om innovatie en werkelijke emissiereductie af te dwingen—zonder verzanding in rapportage. Beiden benadrukken gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar concrete dwangmiddelen blijven vaag.
Katrijn van Riet:
Voor deze vraag wil ik even terugkomen op een analyse van Axylia, die we gelezen hebben in L’Écho. Axylia is een financieel advies- en studiebureau.
Uit de analyse Axylia blijkt dat meer dan 50 % van de grote Belgische beursgenoteerde bedrijven de eigen hypothetische carbonkosten niet kan dragen. Ze kunnen die niet betalen. Slechts vijf van de twintig Bel20-bedrijven zouden een decarbonisatietraject volgen dat compatibel is met het beperken van de mondiale opwarming tot minder dan 2 graden Celcius. Investeren in decarbonisatie brengt nu eenmaal een hoge kost met zich. Onze Belgische bedrijven zijn dan wel operationeel winstgevend, maar ze blijven kwetsbaar voor toekomstige klimaatkosten en marktrisico's. Denk maar aan de internationale competitiviteit.
Tegelijkertijd toont de studie een gebrek aan transparantie, want verschillende ondernemingen communiceren kennelijk onvoldoende over hun emissietrajecten richting 2030. Daar het al 2026 is, komt 2030 dichtbij. Daarom wil ik u het volgende vragen, mijnheer de minister.
Hoe beoordeelt u de bevindingen van studiebureau Axylia? Deelt u de analyse dat het grootste deel van onze beursgenoteerde ondernemingen nog geen robuuste langetermijnstrategie heeft, zoals bepaald in het Akkoord van Parijs?
Welke inspanningen levert u, als bevoegd minister, om ondernemingen aan te zetten tot realistische en haalbare decarbonisatietrajecten? Hoe vermijdt u dat de rapportering hiervan achterwege blijft?
Beschikt u over voldoende instrumenten om bedrijven te ondersteunen in hun energietransitie zodat ze hun uitstoot kunnen verlagen zonder hun internationale concurrentiepositie te verliezen?
Hoe gaat u om met de vaststelling dat meerdere Bel20-bedrijven onvoldoende data publiceren om hun uitstootreductie te beoordelen? Ziet u mogelijkheden om de rapportering te verbeteren, zonder dat dit bijkomende lasten creëert voor ondernemingen?
Hoe garandeert u dat ons klimaatbeleid ook voldoende de innovatie stimuleert, bijvoorbeeld via efficiëntere productieprocessen, elektrificatie, groene waterstof of biobrandstoffen?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, geachte collega, ik heb met veel interesse deelgenomen aan de presentatie van de Axylia-studie. De conclusies zijn ronduit zorgwekkend. Slechts een op vijf BEL20-bedrijven volgt vandaag een decarbonisatietraject dat compatibel is met het Akkoord van Parijs. Bovendien blijkt dat slechts 48 % van de in Brussel genoteerde bedrijven winstgevend blijft wanneer de kosten van uitstoot worden meegerekend. Dat wijst op een reëel financieel en ESG-risico.
Bedrijven denken op lange termijn en in termen van risico’s. Elk bedrijf wil structureel winstgevend blijven en zich beschermen tegen toekomstige schokken. Dit onderzoek legt precies daar de vinger op de wonde. Wanneer de maatschappelijke kost van koolstof wordt meegenomen, blijkt een groot deel van onze grootste beursgenoteerde ondernemingen vandaag onvoldoende voorbereid op een koolstofarme toekomst.
Daarom zijn robuuste transitieplannen cruciaal, niet als loutere rapporteringsoefening, maar als strategisch instrument om risico’s te beheersen en investeringskeuzes te onderbouwen. Een goed transitieplan vertrekt vanuit een dubbele materialiteit: waar is een bedrijf kwetsbaar en welke oplossingen zijn economisch en technologisch haalbaar? Het biedt een langetermijnvisie richting klimaatneutraliteit in 2050 - dat is morgen - met duidelijke tussenstappen en meetbare KPI’s voor tussentijdse doelstellingen.
Transitieplannen maken deel uit van het Europese kader rond due diligence en duurzaamheidsrapportering, dat recent werd vereenvoudigd. De gestandaardiseerde rapporteringsstandaarden blijven echter bestaan, en terecht. Het gebrek aan consistente en vergelijkbare data blijft vandaag immers een probleem. Net daarom is gestroomlijnde rapportering essentieel.
Transparantie is geen last op zich, maar kan bedrijven ook voordelen opleveren, denk aan energie-efficiëntiewinsten, een sterkere positie in de waardeketens, waar grote spelers moeten rapporteren over hun waardeketenemissies, en een grotere aantrekkingskracht voor jong talent.
Op federaal niveau ondersteunen we bedrijven in de energietransitie via gerichte en technologieneutrale instrumenten. Zo voorzien we fiscale stimuli, zoals de verhoogde investeringsaftrek voor energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en emissievrij transport.
Daarnaast vergt de klimaattransitie een doorgedreven elektrificatie van ons energiesysteem. In dat kader hebben we in het regeerakkoord afgesproken om de accijnzen op elektriciteit voor bedrijven te verlagen tot het Europese minimum en om de transitienettarieven voor de elektro-intensieve industrie te doen dalen tot het niveau van onze buurlanden.
In december 2025 heeft de federale regering daarenboven beslist bijkomende middelen te mobiliseren om de elektriciteitsfactuur voor de elektriciteitsintensieve industrie te verlagen. Daarbij wordt expliciet betekend hoe die ondersteuning kan worden gekoppeld aan inspanningen op het vlak van decarbonisatie en energie-efficiëntie.
Tot slot wil ik benadrukken dat het federale beleid complementair moet zijn aan dat van de gewesten. Ik zal er persoonlijk op toezien dat de dialoog tussen de verschillende overheidsniveaus en met de bedrijven zelf wordt verdiept, zodat het klimaatbeleid niet verzandt in rapporteringen zonder resultaat, maar leidt tot effectieve emissiereducties, innovatie en het behoud van internationale competitiviteit.
Katrijn van Riet:
Bedankt, mijnheer de minister. Ik zal het samen met u opvolgen. We zijn er immers allemaal bij gebaat. We moeten de ondernemingen ook aansporen zonder ze te hard te treffen. Ze moeten echter ook inzien dat dit in ons aller belang is. We zullen het dus samen met u opvolgen. Dank u wel.
De noodzakelijke verduidelijking omtrent de beursjaren in het pensioenstatuut van jonge onderzoekers
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 3 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Isabelle Hansez wijst op ongelijkheid in pensioenopbouw tussen jonge onderzoekers: bursalen (bv. FRIA/FRESH) betalen vaak geen sociale bijdragen en bouwen daardoor geen pensioenrechten op, terwijl FNRS-contracten (met bijdragen) wel meetellen, wat leidt tot "blanke jaren" ondanks gelijkwaardig wetenschappelijk werk. Minister Jambon bevestigt dat enkel jaren met betaalde bijdragen (zoals FNRS-mandaten) tellen, maar dat de huidige pensioenhervorming geen oplossing biedt voor bursalen; verdere stappen vereisen eerst overleg met de Franse Gemeenschap (bevoegd voor statuten). Hansez bekritiseert het gebrek aan duidelijkheid en pleit voor dringende voorspelbaarheid voor onderzoekers, ondanks Jambons verwijzing naar mogelijke toekomstige discussies.
Isabelle Hansez:
Monsieur le ministre, dans le cadre de la réforme des pensions actuellement en gestation et que nous soutenons, j'ai eu quelques échanges avec le secteur académique et la communauté scientifique, dont un point mérite clarification.
De nombreux jeunes chercheurs accomplissent leur doctorat ou leurs premières années de recherche sous statut de boursier; qu’il s’agisse de bourses défiscalisées, FRIA, FRESH ou d’autres dispositifs. Or ces bourses ne donnent pas toutes lieu au paiement de cotisations sociales. À l’inverse, les mandats FNRS ou contrats de chargé de recherche du FNRS, qui relèvent d’un véritable statut de travailleur, ouvrent bien des droits à la pension.
Cette différence crée une inégalité importante entre jeunes chercheurs effectuant le même travail scientifique, mais sous statuts différents. Elle entraîne aussi une méconnaissance, et souvent une surprise tardive, quant au nombre réel d’années de carrière prises en compte dans le calcul de la pension.
Monsieur le ministre, la réforme des pensions prévoit-elle ou pourrait-elle prévoir une clarification explicite du statut des années prestées sous bourse doctorale en matière de carrière "pensionnable"?
Confirmez-vous que les années effectuées dans le cadre d’un contrat FNRS ou d’un mandat de chargé de recherche sont, elles, bien prises en compte comme années de carrière?
Enfin, le gouvernement envisage-t-il une solution pour éviter que des milliers de jeunes chercheurs ne se retrouvent avec plusieurs années "blanches", alors qu’ils accomplissent un travail scientifique essentiel pour le pays?
Jan Jambon:
Madame Hansez, en ce qui concerne les années effectuées dans le cadre d'une bourse doctorale, la réforme actuelle ne prévoit pas de changement de statut pour les chercheurs. Les années effectuées sous un contrat FNRS ou en tant que mandataire de recherche sont, elles, bien reconnues comme années de carrière, à condition que les cotisations sociales requises aient été payées.
Si ces cotisations ne sont pas réglées, ces années ne sont pas comptabilisées pour le calcul de la pension.
Enfin, concernant la question pour les jeunes chercheurs qui pourraient se retrouver avec plusieurs années blanches, la réforme ne prévoit pas de changement spécifique à cet égard. La mesure dans laquelle cette problématique doit être approfondie est un point qui doit d'abord être discuté au sein du gouvernement compétent pour le statut des enseignants – autrement dit la Communauté française –, afin de déterminer si et de quelle manière d'éventuelles étapes ultérieures peuvent être envisagées à l'échelon fédéral.
Voorzitter: Denis Ducarme.
Président: Denis Ducarme.
Isabelle Hansez:
Merci pour votre réponse, monsieur le ministre. Je pense qu'il est essentiel pour ces jeunes chercheurs d'avoir une certaine prévisibilité quant à leurs années de doctorat et leurs années de carrière. Vous dites que le gouvernement peut encore se pencher sur cette question, également au niveau des entités fédérées, mais je pense que c'est une question qui mérite d'être clarifiée.
De gecoördineerde acties van de politie en de DVZ bij protesten aan de Beurs
Gesteld door
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 12 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) grijpt in bij Palestijnse betogingen in Brussel door asielzoekers (ook met een lopende eerste aanvraag) op te sluiten in gesloten centra, vaak op basis van vermeende verstoring van de openbare orde, maar met twijfelachtige bewijslast (zoals louter deelname of luide leuzen). Politie en DVZ schuiven verantwoordelijkheid af: de politie stelt de ordeverstoring vast via een PV, terwijl de DVZ daarop baseert of ze al dan niet ingrijpt—wie het initiatief neemt blijft onduidelijk. Juridische kritiek wijst op gebrek aan concrete feiten in dossiers, terwijl de minister benadrukt dat individuele beoordeling en nationale veiligheid de opsluiting rechtvaardigen volgens artikel 74/6 van de Vreemdelingenwet. De systematische aanwezigheid van de DVZ bij Palestina-protesten roept vragen op over selectieve handhaving.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, de voorbije weken waren er bijna elke avond betogingen of demonstraties aan de Beurs in Brussel naar aanleiding van het onrecht in Gaza. Daarbij zijn verschillende Palestijnse actievoerders opgepakt en opgesloten in een gesloten centrum.
Dat roept bij mij een aantal vragen op. Die opsluitingen gebeuren omdat men stelt dat de openbare orde werd verstoord. Toch bevinden zich onder die personen mensen met een eerste asielaanvraag en een oranje kaart. Dat zijn dus geen Palestijnen die een bevel hebben gekregen om het grondgebied te verlaten.
Er circuleren intussen ook heel wat filmpjes van die arrestaties. Dat zijn natuurlijk partiële opnames van wat er is gebeurd, zonder het hele verhaal te vertellen. Er zijn echter aanwijzingen dat het moeilijk hard te maken valt dat die mensen effectief de openbare orde hebben verstoord, behalve dan door hun deelname aan een betoging of actie waarbij zij misschien wat geroepen hebben en meer decibels geproduceerd dan gemiddeld.
Is het standaard dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) deelneemt aan dergelijke protestmanifestaties? Gebeurt dat bij elke betoging of enkel bij ‘Gazabetogingen’? Wie maakt de inschatting dat er sprake is van een verstoring van de openbare orde? Is dat de DVZ of de politie? Welke graad van verstoring van de openbare orde rechtvaardigt dat mensen in een gesloten centrum worden opgesloten?
Is het bovendien de bedoeling dat de DVZ voortaan systematisch deelneemt aan gecoördineerde acties bij betogingen die te maken hebben met Palestina?
Anneleen Van Bossuyt:
Mijnheer Vandemaele, het antwoord op uw eerste en vierde vraag – waarom de DVZ deelneemt aan die acties met de politie en of de DVZ van plan is om ook in de toekomst aan gecoördineerde acties deel te nemen – kunt u lezen in het activiteitenrapport van de DVZ. Dat gebeurt onder meer op vraag van de politie en de sociale inspectiediensten of op eigen initiatief. De DVZ neemt op het terrein deel aan acties wanneer verwacht wordt dat een groot aantal personen in onwettig verblijf geïntercepteerd zal worden.
Ten tweede, wie bepaalt, en op basis van welke criteria, dat er sprake is van een verstoring van de openbare orde? Het is de politie die op basis van de regelgeving vaststellingen doet van een verstoring van de openbare orde en daarvan een proces-verbaal opmaakt. In het administratieve verslag dat aan de Dienst Vreemdelingenzaken wordt gestuurd, wordt naar dat proces-verbaal verwezen.
Ten derde, in welke gevallen rechtvaardigt een verstoring van de openbare orde een opsluiting in een gesloten centrum bij iemand met een lopende eerste asielaanvraag? De wet voorziet in die mogelijkheid, meer bepaald in artikel 74/6, § 1, ten vierde van de vreemdelingenwet. Wanneer het op basis van een individuele beoordeling nodig blijkt en er geen andere, minder dwingende maatregelen effectief kunnen worden toegepast, kan de minister of zijn gemachtigde een verzoeker om internationale bescherming in een welbepaalde plaats in het Rijk vasthouden. Het vierde punt bepaalt de situaties waarin de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde dat vereist.
Wanneer de Dienst Vreemdelingenzaken een administratief verslag ontvangt, met vermelding van een proces-verbaal inzake de verstoring van de openbare orde door een verzoeker om internationale bescherming, kan er dus een vasthoudingsbeslissing worden genomen. Die beslissing zal, zoals elke vasthoudingsbeslissing, in feiten en rechten worden gemotiveerd.
Matti Vandemaele:
Mevrouw de minister, ik heb nog een aantal bijkomende vragen, maar ik zal die schriftelijk stellen, omdat we niet heen en weer mogen pingpongen. Ik ben echter benieuwd of de aanwezigheid van de Dienst Vreemdelingenzaken in deze specifieke cases op eigen initiatief gebeurde of op vraag van de politie. Ik vermoed het eerste. Ik heb dezelfde vraag aan minister Quintin gesteld en hij zei dat we bij u moesten zijn, omdat het uw bevoegdheid is. De politie zegt dus dat het de DVZ is en de DVZ zegt op zijn beurt dat het de politie is. Het is dus niet duidelijk wie het initiatief neemt om die vaststellingen te doen. Er blijft ook een zekere flou artistique bestaan over wat precies wordt beschouwd als verstoring van de openbare orde. U zegt dat een proces-verbaal waarin staat dat er sprake is van verstoring van de openbare orde volstaat. Dat is dus een inschatting die de aanwezige ambtenaren maken, waartegen de betrokken persoon echter geen verweer heeft. Volgens de advocaten en de organisaties die de betrokkenen bijstaan, zijn er in die dossiers geen elementen terug te vinden die wijzen op een verstoring van de openbare orde en toch worden die personen vastgehouden. Dat blijft een bijzondere vaststelling. Ik zal de rest van mijn vragen schriftelijk aan u bezorgen.
De belastingvrije som
De toeslag voor kinderen ten laste
De aanpassing van de belastingvrije som
Het huwelijksquotient
De BBSZ
Het CAP
De beurstaks
De witte kassa
De exittaks
Fiscale voordelen, toeslagen en belastingmaatregelen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Vincent Van Quickenborne kritiseert dat het kabinet-Jambon parlementaire vragen over uiteenlopende fiscale thema’s (exittaks, belastingvrije som, huwelijksquotiënt, CAP, BBSZ) kunstmatig bundelt om ontwijkende antwoorden te geven, wat indruist tegen de belofte van transparantie na eerdere communicatieschandalen door kabinetschef De Visscher. Jambon bevestigt dat De Visscher’s uitspraken (bv. exittaks is "slechte maatregel", cap op kindertoeslag) zijn *persoonlijke mening* zijn, maar houdt vast aan het regeerakkoord—al onthult hij wel dat de belastingvrije som boven €14.000 zal uitkomen en kleine horecazaken (omzet <€25.000) vrijgesteld blijven van de witte kassa, ondanks tegengestelde tekst in het akkoord. Kernpunt: de spanning tussen coalitiecompromissen (bv. behoud exittaks ondanks kritiek) en technische/ethische bezwaren (CAP-privacy, BBSZ-afschaffing) blijft onopgelost, terwijl gelekte informatie (media, lezingen) de geloofwaardigheid van de regering ondermijnt.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt een hele reeks vragen die min of meer verband houden met elkaar. U krijgt hiervoor 22,5 minuten spreektijd.
Vincent Van Quickenborne:
Ik zal die tijd niet volledig benutten, mijnheer de voorzitter.
Eerst en vooral, u zegt dat ik een hele reeks vragen heb die min of meer verband houden met elkaar, maar ik zie het verband niet, behalve dan dat het vragen zijn over uitspraken van de kabinetschef van de minister. Ze gaan echter allemaal over verschillende thema's. Blijkbaar heeft het kabinet aan deze commissie gevraagd om al die vragen samen te voegen. Ik meende dat dit een beslissing was die het commissiesecretariaat zelf nam, of u, als voorzitter. Blijkbaar is het nu al het kabinet dat bepaalt welke vragen worden samengevoegd en welke niet. Ik vind dat een zeer vreemde manier van werken. Er zitten bijvoorbeeld vragen tussen over de exittaks, die morgen aan bod komt wanneer we de programmawet bespreken. Ik begrijp dus niet…
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, voor u van wal steekt wil ik het volgende zeggen. Het kabinet heeft een vraag gesteld, waarvan ik meen dat er een logica in zit, en waarop wij zijn ingegaan. Het is niet het kabinet maar wel het Parlement dat de agenda bepaalt. Nogmaals, het kabinet heeft een vraag gesteld. Die is positief beantwoord. Ik twijfel er niet aan dat u uw punt zult kunnen maken.
Vincent Van Quickenborne:
Ik meen begrepen te hebben dat de reden waarom het kabinet gevraagd heeft deze vragen samen te voegen, is omdat het op die manier dezelfde antwoorden kan geven op al die vragen. Dat is blijkbaar de redenering. Ik vind dat zeer vreemd.
Voorzitter:
U kunt beter uw vragen stellen. Dan kunt u daarna uw repliek houden.
Vincent Van Quickenborne:
Oké, maar ik kom naar hier om vragen te stellen en om antwoorden te krijgen van de minister.
Waarom is dat belangrijk? Omdat de minister naar aanleiding van het incident met zijn kabinetschef heeft gezegd: ik verontschuldig me bij het Parlement dat die man zoveel informatie heeft gegeven aan een betalend publiek; ik zal het in de toekomst beter doen; ik zal die informatie delen met het Parlement. Nu, mijnheer de voorzitter, kom ik naar de commissie om, als Parlementslid, meer informatie te krijgen over die uitspraken, maar straks luidt het antwoord waarschijnlijk: "Dat zullen we wel zien."
Ik word voortdurend met een kluitje in het riet gestuurd. Vragen over de exittaks bijvoorbeeld voegt u samen met de andere. Er zijn negen vragen over allemaal verschillende thema's, maar men gooit ze op een hoop, met de bedoeling de vis te verdrinken. Dat is toch niet aanvaardbaar, mijnheer de voorzitter? Dat is uw verantwoordelijkheid. Het kabinet doet een voorstel, en u beslist het te volgen.
U neemt zelfs geen contact op met de vraagsteller. Kent u de vraagsteller, mijnheer de voorzitter? Die zit hier. Als u zo'n vraag krijgt van het kabinet, waarom neemt u geen contact op met de vraagsteller, om te vragen wat hij daarvan denkt? Ik was bijvoorbeeld bereid de vragen over de belastingvrije som te laten samenvoegen, geen probleem. Maar wat is de relatie tussen het CAP, de BBSZ en de exittaks? Het enige waaraan ik kan denken is dat alle vragen in het Nederlands zijn opgesteld en dat de heer Wesley De Visscher daarover uitspraken heeft gedaan. Voor de rest zie ik geen verband.
Voorzitter:
Als ik u was, mijnheer Van Quickenborne, zou ik mijn vragen stellen. Dan zult u zien wat het antwoord van de minister is en dan kunt u daarop repliceren.
Vincent Van Quickenborne:
De reden waarom het kabinet deze vragen wil samenvoegen, is omdat men gewoon hetzelfde antwoord wil geven: "Tuut!".
Voorzitter:
Uw tijd loopt, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Uiteraard loopt de tijd. De tijd loopt.
Het antwoord zal niets zijn. Hij zal zeggen: "Ik zal u antwoorden op het moment dat de teksten naar het Parlement komen." Maar minstens voor de exittaks klopt dat niet, want die tekst is hier in het Parlement. De exittaks staat op de agenda van de programmawet, mijnheer de minister. Die tekst heeft ook al lange tijd in de commissie gezeten. Waarom voegt men die vraag dan samen met die over de BBSZ? Ik begrijp dat niet. I don't get it . Ik vind het zeer eigenaardig.
Eerlijk gezegd, mijnheer de minister, het staat eigenlijk in schril contrast met de belofte die u hebt gedaan naar aanleiding van de interpellatie, waarna ik zelfs geen motie van aanbeveling heb ingediend. Dit is dus uw kans om te bewijzen dat u wel degelijk antwoordt op de vragen.
De eerste vraag gaat over de belastingvrije som. Ik zie dat de heer El Yakhloufi meeluistert en dat siert hem. In het regeerakkoord staat dat de belastingvrije som zal stijgen tot 13.700 euro. Dat staat er letterlijk in. De heer El Yakhloufi bevestigt dat. Wat zegt de heer De Visscher echter in die lezing? Hij zegt dat het veel meer zal zijn, aangezien er geen rekening is gehouden met de barema’s.
Ik ben niet zo slim als u, mijnheer de minister, dus ik stel u de vraag wat hij daarmee bedoelt. Kunt u daarop antwoorden? Als er gezegd wordt dat het meer zal zijn dan 13.700 euro, hoeveel zal het dan zijn? Wordt dat dan 14.000 euro of 14.500 euro? Dat interesseert mij. Wanneer zal dat gebeuren? Ik denk dat dat een legitieme vraag is naar aanleiding van wat uw kabinetschef zegt aan een betalend publiek. Wij zijn inderdaad geen betalend publiek. Het Parlement betaalt u niet, mijnheer de minister, en ik wil mij daarvoor excuseren.
Jan Jambon:
Nu moet ik tussenkomen, want nu hebt u iets geïnsinueerd en u weet dat dat niet waar is. U betaalt mij niet, maar de mensen die die lezing hebben bijgewoond, die zes personen, hebben de heer De Visscher ook niet betaald.
Vincent Van Quickenborne:
Heb ik ooit gezegd dat mijnheer De Visscher betaald werd? Nee. Ik heb 'een betalend publiek' gezegd, dat wil zeggen dat zij betaald hebben om naar die lezing te gaan. Ik heb niet gezegd dat de heer De Visscher betaald werd.
Jan Jambon:
Wij betalen u ook niet, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Ik bedoel dat ik hier niet naar een betalende lezing kom en ik wil mij daarvoor excuseren. Sorry.
Hij zei daar dus dat het meer zal zijn dan de 13.700 euro uit het regeerakkoord. Ik stel daarover een vraag en ben benieuwd naar uw antwoord. Als u zegt dat dat klopt, dat dat ongeveer in die richting zal gaan en dat dat de barema’s zijn, dan verontschuldig ik mij. Als u straks echter antwoordt dat we het allemaal wel zullen zien wanneer de teksten hier komen, dan doet u niet wat u in het Parlement hebt beloofd. U hebt beloofd om eerlijk en open te zijn ten aanzien van het Parlement.
Dat was mijn eerste vraag. Ik kom nu tot mijn tweede vraag.
Ik moet zien dat ik ze allemaal in de juiste volgorde stel.
De tweede vraag gaat over de kinderen ten laste. Mijnheer El Yakhloufi, de heer De Visscher heeft daarover gesteld dat wij een en ander zouden zien. Mijnheer de minister, ik kom uit een kroostrijk gezin. Wij waren met vijf thuis. Ik weet niet met hoeveel u thuis was, maar ik kom uit een kroostrijk gezin. De heer De Visscher heeft verklaard dat gezinnen met meer dan vier kinderen geen toeslag meer krijgen boven hun belastingvrije som. Dus wie vijf, zes, zeven kinderen heeft, krijgt geen toeslag op de belastingvrije som. Dat is een straffe uitspraak.
Klopt dat of klopt dat niet? Wat is de mening van de Gezinsbond daarover? Ik hoop dat u daarop een duidelijk antwoord geeft. Mocht u antwoorden dat u wel zal zien wat in de teksten zal komen, dan doet u niet wat u hebt beloofd.
Ik ga over tot mijn derde vraag. Uw kabinetschef, de heer De Visscher, heeft over het optrekken van de belastingvrije som verklaard dat dat nonsens is. Ik citeer zijn woorden: “Dat heeft heel weinig impact en kost gigantisch veel geld. 3,5 miljard euro is heel veel geld voor een klein bedrag per belastingplichtige.”
Wat stelt de heer De Visscher nog? Mijnheer El Yakhloufi, hij heeft dat verklaard. Ik citeer: “Je hebt enkel resultaat als je aan de tarieven werkt: de 25 %, de 40 %, de 45 % uitbreiden of afschaffen. Dat heeft impact op de promotieval en zorgt ervoor dat de mensen aan de slag gaan.” Hij verwees in dat verband naar honderden gemaakte simulaties.
Mijnheer de minister, hij gaf het voorbeeld van de afschaffing van het 50 %-tarief. Dat kost volgens hem maar 1 miljard euro.
De heer De Visser stelt echter dat omdat de belastingvrije som om duistere redenen – hij verwijst naar Darth Vader of zoiets – de fetisj is van één partij die er blijkbaar moet komen. Uw kabinet vindt dat nonsens. Vindt u dat ook? Het antwoord op die vraag hangt niet af van of die tekst er komt of niet. Vindt u het nonsens of niet? Waarom kiest u niet voor een aanpassing van de tarieven, zoals we ooit samen hebben gedaan in de Zweedse regering? Toen hebben we een tarief afgeschaft. Vindt u ook dat de optrekking van de belastingvrije som een dure maatregel is? Kunt u de simulaties van de heer De Visser met ons delen, zodat we het debat in alle transparantie kunnen voeren?
Dan kom ik tot het debat over het huwelijksquotiënt. Het huwelijksquotiënt is een fiscale techniek die voorziet in compensatie voor de niet-werkende partner. Het zorgt ervoor dat de partner die geen of slechts geringe beroepsinkomsten heeft, fictief een deel van het beroepsinkomen van de andere partner krijgt toegewezen voor de belastingberekening.
Wat blijkt? Uw kabinetschef heeft tijdens die lezing uitspraken gedaan over zaken die ik niet weet en die ook niet in het regeerakkoord staan. Vandaar dat ik u de vraag stel en ik hoop dat ik die vraag mag stellen. Uw kabinetschef zegt dat het huwelijksquotiënt wordt afgebouwd: in zeven jaar voor gehuwden en in twintig jaar voor gepensioneerden. Ik heb u die vraag eerder gesteld, bij de bespreking van uw beleidsverklaring en uw beleidsnota. Toen vroeg ik u in hoeveel tijd u dat zou afbouwen. U hebt toen geantwoord dat u daar niet op zou ingaan.
Wat blijkt nu? Uw kabinetschef geeft wel een antwoord op die vraag, voor een betalend publiek. Mag ik u dan minstens vragen of het klopt wat uw kabinetschef zegt. Wordt het huwelijksquotiënt afgebouwd in zeven jaar voor gehuwden en in twintig jaar voor gepensioneerden? Waarom doet u dat voor gepensioneerden? Voor gehuwden kunnen we dat à la limite nog begrijpen. Gepensioneerden kunnen daar echter niets aan doen. U kunt hen toch niet vragen opnieuw aan de slag te gaan om dat te vermijden? Ze kunnen dat eenvoudigweg niet.
Waarom bouwt u het huwelijksquotiënt voor gepensioneerden af? Ik zou daar graag een antwoord op krijgen. Dat hangt niet af van de tekst die nog moet komen, het is een principiële vraag, waarover uw kabinetschef straffe verklaringen heeft afgelegd.
Uw kabinetschef heeft gezegd dat de afschaffing van de BBSZ gesneuveld is in de laatste uren. Mooi gezegd, gesneuveld in de laatste uren. Blijkbaar was dat tijdens die fameuze nacht in het militair hoofdkwartier, op de veldbedjes. Nochtans is het een regressieve belasting, compleet achterhaald, zegt hij. Daarin heeft hij gelijk. De heer Dehaene heeft die belasting in 1995 ingevoerd, dacht ik. Hij zegt: we gaan toch proberen die taks af te schaffen door extra budgetten te vinden. Ik vind dat een nobele doelstelling. Chapeau daarvoor, mijnheer de minister. In het regeerakkoord staat dat echter niet.
Van twee zaken één, ofwel heeft uw kabinetschef het regeerakkoord kunnen wijzigen -dan wil ik graag weten wanneer dat is gebeurd, ofwel heeft hij voor zijn beurt gesproken. Dat zou niet de eerste keer zijn, collega's. Hij heeft dat ook gedaan in het kader van de CFI. U herinnert zich die andere vraag die we met collega Merckx hebben gesteld. Toen zei hij dat de CFI, de Cel voor Financiële Informatieverwerking, fraude pas vanaf 1 miljoen euro vervolgt. U hebt toen gezegd dat de CFI echter ook voor minder dan 1 miljoen euro tussenkomt. Heeft hij toen de waarheid gesproken of niet?
Dan kom ik bij het CAP. Mijnheer de voorzitter, excuseer dat ik van het ene onderwerp op het andere spring. Ik hoop dat de kijkers nog kunnen volgen. Er is geen verband tussen het huwelijksquotiënt en het CAP, maar ik ben hier verplicht om die vragen te stellen. Ik vind dit een moeilijke manier van werken.
Over het CAP beschreef uw kabinetschef in de lezing hoe dat in de toekomst zal werken, mijnheer de minister. Hij zei het volgende: iemand die een gemiddeld maandloon verdient, ziet plots op zijn rekening drie keer 3 miljoen euro verschijnen, waarna dat bedrag vervolgens weer verdwijnt. Die beweging zal in de toekomst via datamining naar boven komen, want dan gaan we beslissen om te de-anonimiseren. Een aparte dienst zal aan de lokale controleur vragen om die persoon te contacteren. Die krijgt dan een maand de tijd om daarop te antwoorden.
Als het om een erfenis gaat, is dat een goede uitleg. Uw kabinetschef voegt eraan toe dat u natuurlijk niet de bomma of de bompa die 1.000 euro geeft, viseert. Ik heb indertijd ook nog iets gekregen van mijn bomma, maar toen was dat wel nog in Belgische frank. Daar verwijst uw kabinetschef dus naar.
Ik weet dat ik niet altijd zeer aangenaam ben in mijn vraagstelling, maar ik heb u ook vragen gesteld over het CAP. Ik heb u daarbij toen ook een voorbeeld gegeven – niet over de bomma, dat geef ik toe. Ik heb niet over de bomma gesproken. Het voorbeeld dat de heer De Visscher aanhaalt, is echter quasi hetzelfde als het voorbeeld dat ik heb gegeven, terwijl u mij toen in uw antwoord stemmingmakerij verweet. U hebt het woord populisme niet gebruikt, wel stemmingmakerij.
Intussen heeft de Gegevensbeschermingsautoriteit echter haar advies uitgebracht. Ze stelt dat het om een flagrante schending van de privacy gaat. De heer Michel is vandaag niet aanwezig – zijn collega van de MR wel – maar hij heeft gezegd dat de MR dat niet meer zal laten passeren.
Wat is uw reactie op het advies van de GBA, mijnheer de minister? Los van de wetsvoorstellen die eraan komen, dat advies is er nu al. Wat vindt u ervan? Wat vindt u van de reactie van uw coalitiepartner, de MR, die zegt dat dat niet zal passeren? Bent u bereid om die maatregel in te trekken? U bent economisch gezien – ik zie dat toch zo – een liberaal. We weten dat u een nationalist bent, maar economisch bent u meer een liberaal. Gaat u dan zomaar de privacy van de mensen op het spel zetten?
Dan kom ik bij de beurstaks. Ik spring werkelijk, mijnheer de voorzitter, van het ene onderwerp naar het andere. Dat is nog nooit gezien, een soort capita selecta. Ik ga nu van het CAP naar de beurstaks. Mijn excuses dat het niet gemakkelijk te volgen is.
Wat zegt uw kabinetschef over de beurstaks, mijnheer de minister? Hij zegt dat er een hervorming van de beurstaks komt – dat vind ik interessant – en dat er daarover nog niets in de kranten staat.
Donc, il n'y a rien dans les médias et les journaux. Je vois que quelques journalistes nous suivent ici.
Hij vraagt om liever niet te luid te spreken, want anders zouden bepaalde coalitiepartners wakker kunnen worden.
Il y a apparemment une sorte de nervosité autour de cette taxe boursière. Il ne faut pas trop en parler parce que, sinon, les partenaires de la coalition pourraient se réveiller.
Mijnheer de minister, over welke coalitiepartners gaat het? Het gaat niet over Open Vld, want we maken geen deel uit van de coalitie. Het gaat ook niet over de PTB, want die maakt ook geen deel uit van de coalitie. Over welke partners gaat het dus? Is er daadwerkelijk in een bedrag van 50 miljoen euro voorzien? Dat staat los van de teksten die nog zullen komen. Zal er worden geharmoniseerd en op welk bedrag?
Vervolgens is er de kwestie van de witte kassa. Ik schakel nu dus over van de beurstaks naar de witte kassa, van het ene naar het andere, waarvoor mijn excuses. Uw kabinetschef verklaarde dat de witte kassa in de horecasector zal worden uitgebreid. Bovendien zal ze ook in de carwashsector worden toegepast. U kent het liedje van de carwash? Blijkbaar zou die sector fraudegevoelig zijn. Mijnheer de minister, zal elk café, bar, bruine kroeg, nachtcafé, dat geen maaltijden aanbiedt, voortaan ook worden onderworpen aan de regeling van de witte kassa?
Le petit café du coin sera-t-il obligé d'avoir une caisse blanche? Quid des maisons de la jeunesse ou des cafés qui se trouvent aux abords des terrains de sport? Devront-ils aussi avoir une caisse blanche? C'est une question que je me pose. Y a-t-il d'autres secteurs que vous considérez comme fraudegevoelig (susceptibles de frauder)?
Nachtwinkels? Pitabars? Shishabars? Wordt de witte kassa daar ook ingevoerd? Het is iets dat ik zou willen weten.
Dan is er nog mijn laatste vraag over de exittaks. Ik zie dat de minister noteert en dat apprecieer ik ten zeerste.
Wat die exittaks betreft, daarover hebben we al veel discussies gevoerd. Uw kabinetschef heeft zich daarover uitgesproken. Ik heb het over de exittaks bij zetelverplaatsing, mijnheer de minister, niet over de exittaks op meerwaarde – dat is iets anders. Ik heb dus nog geen vraag gesteld over de meerwaardebelasting. Dat is een primeur. Misschien komt dat straks nog.
Uw kabinetschef noemt de exittax een slechte maatregel en verwijst daarbij naar de Raad van State. Mijnheer de minister, vindt u het zelf ook een slechte maatregel? Waarom blijft u koppig vasthouden aan dat voorstel, ondanks de kritiek van de Raad van State? Waarom noemt uw kabinetschef het dan een slechte maatregel? Die vraag blijft voor mij onbeantwoord, gelet ook op de discussies die we hier hebben gevoerd.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb mijn volledige spreektijd niet benut, maar ik heb wel negen vragen gesteld, waarvoor ik uw bereidheid om mij die te laten stellen ten zeerste apprecieer. De vorige keer had ik negen vragen over de meerwaardetaks, maar die moest ik toen in amper vier minuten stellen. Trouwens, mijnheer de voorzitter, vanmorgen hebben we op de Conferentie van voorzitters beslist dat in het geval van een actueel debat u de vragen moet behandelen van al wie er een heeft ingediend. U bundelt die samen met de tussenkomsten van de fracties die geen vraag hebben ingediend. De andere vragen die wel zijn ingediend, moet u afzonderlijk behandelen. Dat heeft de heer Piedboeuf ook gezegd en dat is bevestigd door de voorzitter van onze Kamer. U bent een constructieve man en daarom wil ik u vragen om bij een volgend actueel debat ook effectief de mogelijkheid te bieden om die andere vragen aan te houden. Dat zou veel beter zijn geweest en dan hadden we de discussie van vorige week kunnen vermijden.
Ik heb negen vragen ingediend en heb 22 minuten spreektijd gekregen. Ik geef nu graag de resterende tijd terug aan u, mijnheer de voorzitter. Ik ben keurig binnen de tijd gebleven. Als u het Parlement wilt respecteren, moet u de mensen de kans geven om vragen te stellen. Dan luisteren wij met veel plezier naar de antwoorden.
Ik dank u, mijnheer de voorzitter. Ik dank u, mijnheer de minister.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, als u het Parlement wilt respecteren, moet u ook het Reglement respecteren en toepassen. Dat is wat ik probeer te doen.
Jan Jambon:
Mijnheer Van Quickenborne, voor ik inhoudelijk op uw vragen inga, wil ik een paar voorafgaande opmerkingen formuleren.
Ik zal niet zeggen wat ik nu denk, ik zal me bij de feiten houden. Ik heb beloofd dat, als ik of mijn medewerkers publiek het woord nemen, wij dat doen op basis van teksten die in het Parlement zijn neergelegd en daar niet op vooruitlopen. De feiten nopen mij ertoe toe te geven dat mijn kabinetschef dat inderdaad heeft gedaan, 12 uur voordat de tekst van de programmawet werd neergelegd. Naar aanleiding daarvan heb ik beslist dat zoiets niet meer zal gebeuren.
U bent een liberaal en vindt vrijheid belangrijk. Ik ben geen liberaal, maar ook ik vind vrijheid belangrijk. Ik zal mijn mensen niet zo drillen dat ze hun mening niet meer mogen verkondigen. Wanneer iemand ergens gaat spreken, kan hij zeggen wat we zullen doen en wat hij daarvan vindt. Als u mij vraagt om het regeerakkoord te verdedigen, dan zal ik dat met hand en tand doen. U hebt echter ook deel uitgemaakt van verschillende regeringen en u weet ook dat elke minister bepaalde maatregelen uit een regeerakkoord meer ter harte neemt dan andere maatregelen die u waarschijnlijk anders zou uitwerken mocht u het alleen voor het zeggen hebben. U had misschien andere afspraken met uw medewerkers, maar mijn medewerkers hebben de vrijheid om te zeggen welke maatregelen ze goed vinden en welke niet. Wat wij uitvoeren, is het regeerakkoord en niets meer of niets minder dan dat.
Wat betreft de meerwaardebelasting, kan ik u geruststellen. Straks behandelen we de vragen over de meerwaardebelasting en ik zal ook antwoorden op de vragen die vorige week werden gesteld, maar die niet konden worden beantwoord wegens tijdgebrek. U hebt mij toen verweten dat ik te veel tijd nam voor de antwoorden op de vragen. Er was dus niet voldoende tijd om op alle vragen te antwoorden, dus ik zal straks bij de vragen over de meerwaardebelasting antwoorden op de vragen die vandaag worden gesteld, maar ook op die van vorige week.
In de antwoorden op de negen vragen die u nu gesteld hebt, zal ik een onderscheid maken tussen de opinie van iemand die ik de vrijheid gun zijn mening te geven en de feiten die ik vandaag al met u kan delen.
Ten eerste, wat de belastingvrije som betreft: in het regeerakkoord staat inderdaad een bedrag van 13.700 euro. Het werk dat we momenteel in de regering doen, gebeurt binnen de budgettaire enveloppe die daarvoor is uitgerekend. Ik denk – u weet dat zoiets door de vijf coalitiepartners moet worden goedgekeurd – dat we die belastingvrije som nog wat zullen kunnen optrekken, misschien tot een bedrag boven de 14.000 euro. Dat is nog work in progress maar het ligt op tafel.
Wat de kinderen ten laste betreft, liggen er inderdaad voorstellen op tafel die enigszins geïnspireerd zijn op de kinderbijslag op Vlaams niveau. Vroeger ging dat bedrag altijd in stijgende lijn tot het vierde kind, waarna er een plafond werd toegepast. We hebben dat veranderd – ik denk samen met Open Vld – en we hebben voor de eerste kinderen toch wat hogere bedragen voorzien. U komt uit een groot gezin. Ik kom uit een gezin van zes kinderen. In het Limburg van de jaren 60 en 70 waren nog grote gezinnen, vandaag ligt dat enigszins anders. Die hypotheses liggen dus op de tafel. Die discussie is nog niet beslecht, maar ik hoop dit in de volgende dagen te kunnen afronden.
De bewering dat het optrekken van de belastingvrije som nonsens is, is een uitspraak die ik de heer De Visscher gun om te doen. Dat is zijn persoonlijke mening. Wij zullen echter uiteraard het regeerakkoord uitvoeren. Het regeerakkoord voorziet in een fiscale hervorming met inbegrip van de belastingvrije som, de BBSZ en de werkbonus. Ik ben zelf ook voorstander van het volledig opheffen van de BBSZ; Jan Jambon is daarvan voorstander. Binnen het compromis dat we hebben gevonden tussen de vijf coalitiepartners situeert het werk zich op drie niveaus, zoals ik daarnet gezegd heb. Er is een akkoord om een gedeeltelijke opheffing van de BBSZ door te voeren.
Met betrekking tot het huwelijksquotiënt verwijs ik naar het regeerakkoord. Voor de rest is daar nog veel discussie over, dus dat kan ik niet toelichten.
Met betrekking tot het CAP, we hebben daarover al uitgebreid gediscussieerd. De Gegevensbeschermingsautoriteit is één zaak. Het wetsontwerp ligt momenteel bij de Raad van State. Ik kijk met zeer veel interesse uit naar het advies van de Raad van State en zal nagaan in welke zin we in voorkomend geval de regelingen rond het CAP solider moeten maken. Eerst is het aan de Raad van State om hierover zijn licht te laten schijnen. Daarna zullen we de adviezen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit samen bekijken.
Met betrekking de beurstaks en welke partners erbij betrokken zijn, dat is naar mijn mening een vrije opinie van de heer De Visscher. Daarover zal ik geen uitspraak doen.
Met betrekking tot de witte kassa in elk café, er staat een regeling in het regeerakkoord dat plaatsen waar de omzet minder is dan 25.000 euro – kantines van voetbalclubs en dergelijke – niet onder het systeem van de witte kassa vallen. Welke andere fraudegevoelige sectoren eventueel ook in aanmerking komen, wordt nog onderzocht.
Ten slotte is er nog de exittaks. Als mijn kabinetschef dat een slechte maatregel vindt, is dat ook een mening waarop hij recht heeft. Het kabinet, de hele ploeg van het kabinet Financiën, zal het regeerakkoord naar de letter en de geest uitvoeren.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, oprecht bedankt voor uw antwoord. U bent punt voor punt ingegaan op de verschillende vragen en ik heb veel nieuwe dingen geleerd, waarvoor dank.
Inderdaad, mensen kunnen een persoonlijke opinie hebben, bijvoorbeeld ‘het is nonsens’ of ‘het is een slechte maatregel’. Ik vind het heel fair en eerlijk dat u dat zegt.
Ik vind trouwens dat u gelijk hebt en ik vrees dat u hetzelfde denkt. Die belastingvrije som is echt geen slimme maatregel. Die kost bakken vol geld en zal nauwelijks iets opbrengen voor de gewone mensen. Als u dat tarief van 50 % afschaft, kost dat maar 1 miljard euro. Wij hebben samen een tarief afgeschaft in de Zweedse regering. Dat had echt meer impact op werkende mensen dan op al de rest. U zegt dat u die maatregel moet nemen, gezien de coalitie waarin u zit. Ik begrijp dat men af en toe dingen moet toegeven, maar voor een dermate belangrijk punt is het veel essentiëler om in te zetten op die tarieven. Tijdens de discussies heeft dat trouwens op tafel gelegen: de drempel van 45 % verhogen of het tarief van 50 % afschaffen. Ik geloof ook, als wij in de coalitie zaten en niet Vooruit, dat we veel verder zouden geraken. Mijnheer Vandeput, ik zie u twijfelen, maar de Zweedse regering is daarvan het bewijs.
Ten tweede, de heer De Visscher heeft gelijk als hij de exittaks een slechte maatregel noemt. Mag ik heel stout zijn? Misschien moet u af en toe wat meer naar uw kabinetschef luisteren. Hij zegt zelf dat hij honderden simulaties heeft gemaakt. Die man heeft zich uit de naad gewerkt, zoals ook u, mijnheer de minister, maar uiteindelijk wordt er beslist. In het leven moet men compromissen sluiten, maar men moet zorgen dat men nog iets overhoudt. Ik vrees dat dat op bepaalde terreinen niet is gebeurd.
Nu, vrije meningsuiting is evident, maar de vraag blijft of hij dat op een respectvolle manier heeft gedaan. U hebt ook het advies gelezen van de Federale Deontologische Commissie. Ik kom daar niet op terug.
Problematisch is wel dat uw kabinetschef tijdens die lezing inderdaad nieuwe feiten heeft verklaard, dingen heeft gezegd die we nog niet wisten. U zegt dat werd afgesproken om enkel nog uitspraken te doen over teksten die ingediend zijn in het Parlement.
Aangezien de programmawet pas twaalf uur later was ingediend, beging hij daar een fout.
Ondertussen lees ik in kranten en andere mediakanalen echter verklaringen over teksten die nog niet zijn ingediend, bijvoorbeeld over de belastingvrije som. Ik kan mij vergissen, dus ik kijk ook even naar de voorzitter en het commissiesecretariaat, maar bij mijn weten is de wettekst over de belastingvrije som nog niet is ingediend in het Parlement. Op VTM hebt u echter wel al verklaard dat er 1.200 euro meer zal zijn voor de mensen. De tekst is nog niet ingediend, maar toch legt u al verklaringen af.
Jan Jambon:
Dat staat in het regeerakkoord.
Vincent Van Quickenborne:
Dat bedrag van 1.200 euro? Dat moet ik checken. Ik vrees dat u geen gelijk hebt.
Ik lees dus wel verklaringen over zaken die niet kloppen. Over de BBSZ stelt u bijvoorbeeld dat het compromis een gedeeltelijke uitdoving is, geen volledige afschaffing. Enkele dagen geleden, vorige vrijdag, stond in De Tijd echter letterlijk: de volledige afschaffing van de BBSZ. De informatie was verkregen op het kabinet van minister Jambon. Bij mijn weten is de tekst over de BBSZ nog niet ingediend. Wel is er een verklaring afgelegd. Dat klopt dus niet. Er blijft dus een probleem met de communicatie.
Jan Jambon:
Ik probeer hier heel constructief met het Parlement om te gaan. Ik doe echt inspanningen. Ik beantwoord alle vragen en maak uitzonderingen op het Reglement om u tegemoet te komen.
Waarover gaat datgene waarnaar u verwijst? U beweert dat de informatie van het kabinet-Financiën komt. Dat is totaal niet waar. Het gaat over teksten die op een bepaald moment in de IKW zijn voorgelegd en vervolgens naar de pers werden gelekt. Sorry, daar ben ik niet verantwoordelijk voor. In dit land is blijkbaar niets geheim. Wij hebben die teksten absoluut niet aan de pers bezorgd. Die teksten werden in de IKW neergelegd en vallen dan plots op het bureau van een journalist. Daar ben ik niet verantwoordelijk voor. Daar kan ik niets aan doen. Een optie is misschien om geen IKW meer te houden. Dan moeten de teksten gewoon vanuit het kabinet onmiddellijk naar het Parlement worden gestuurd en ingediend. U weet zelf echter ook dat het zo niet werkt.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat u wat zenuwachtig wordt, maar u kunt mij niet beschuldigen van lekken uit de IKW's, aangezien ik daaraan niet eens deelneem.
Ik lees alleen een artikel uit De Tijd van 2 juli, dus vorige week, als ik mij niet vergis. Daarin staat: "Belastingverlaging moet werkenden netto 100 euro extra per maand opleveren." In dat artikel staat ergens letterlijk dat de BBSZ zal worden afgeschaft: "De BBSZ zal tegen het einde van de legislatuur worden afgeschaft."
Klopt dat dan niet? Dat staat in dat artikel in De Tijd , nochtans een kwaliteitsvolle krant.
Jan Jambon:
Dus ben ik vanaf nu ook verantwoordelijk voor alles wat in een krant verschijnt?
Vincent Van Quickenborne:
Nee, dat zeg ik niet.
Jan Jambon:
Ja, dat zegt u wel.
Vincent Van Quickenborne:
Als u zegt dat het niet klopt, dan zegt u dus dat dat krantenartikel blijkbaar foutieve informatie geeft. De belofte om alleen nog te communiceren op het moment dat de tekst wordt ingediend, is dus moeilijk vol te houden. Ik zie nochtans veel zaken in de media verschijnen en dat strookt niet met uw belofte.
Wat de maatregel inzake kinderlast betreft, u bent opgegroeid in een Limburgs gezin met zes kinderen. Ik kom uit een Oost- en West-Vlaams gezin met vijf kinderen. We hebben in Vlaanderen samen de gezinstoeslag hervormd en gelijk gemaakt voor alle kinderen. We hebben echter geen cap ingevoerd en bijvoorbeeld vanaf het derde of vierde kind kindertoeslag geschrapt. Uw regering heeft nu wel beslist om vanaf het vierde kind geen bijkomende toeslag boven op de belastingvrije som meer te geven. Ik vind het vreemd dat u gezinnen met vier, vijf of zes kinderen, waar de ouders beide werken – zo bestaan er ook in ons land -, fiscaal zult discrimineren. Ik vind dat absoluut niet correct.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, ik moet weer onderbreken. Er worden mij voortdurend woorden in de mond gelegd die ik niet heb uitgesproken. Dat moet ik corrigeren. Ik heb gezegd dat de hervorming van de fiscaliteit rond kinderen gebaseerd is op het voorbeeld van Vlaanderen. Ik heb helemaal niet gesproken over caps of wat dan ook. Daar heb ik het niet over gehad.
Mijnheer Van Quickenborne, ik probeer respectvol met u om te gaan. Doet u dat ook alstublieft met mij. Citeer mij dan correct.
Vincent Van Quickenborne:
Excuseer, rustig blijven, mijnheer de minister. De heer De Visscher, uw kabinetschef, heeft gezegd dat er een cap op komt, terwijl u dat ontkent. Ik noteer dat. Dan komt er geen cap op. Mijn excuses, dan heb ik de De Visscher verkeerd begrepen. Waarom bent u eigenlijk boos op mij? Wees dan eens boos op De Visscher. Hij heeft in een betalende lezing verklaard dat er een cap op komt vanaf het vierde kind. Nu zegt u dat dat niet klopt en dan bent u boos op mij? Ik begrijp dat niet. Waarom zou u boos moeten zijn op mij? Ik probeer de dingen te verklaren.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik denk dat het vooral het feit is dat u dingen aanneemt die niet door de minister zijn gezegd, aanleiding geeft tot de problematiek. Maar goed, gaat u rustig verder. U hebt nog tijd.
Vincent Van Quickenborne:
De heer De Visscher, de kabinetschef van de minister, die eigenlijk spreekt namens de minister, doet allerlei verklaringen, die ik vervolgens verifieer.
Nadat ik uitleg hoe ik dat heb begrepen, begint hij zich boos te maken. Ik noteer dat er geen cap komt vanaf vier kinderen. Ik verontschuldig mij voor die uitspraak. Hoe dan ook, ik heb respect voor gezinnen met veel kinderen waar beide ouders werken en ik vraag u dus hen gerust te laten.
Wat het huwelijksquotiënt betreft, de discussie is bekend, u hebt niet geantwoord op mijn vraag waarom u dat voor gepensioneerden afschaft. Ik vind dat vreemd.
Over het CAP zegt u dat de tekst voor advies aan de Raad van State is voorgelegd. Dat zullen we dus afwachten. U spreekt u niet uit over de beurstaks; u beschouwt de uitspraak daarover van uw kabinetschef als zijn vrije mening.
Over de horeca, heb ik u goed begrepen, mijnheer de minister, dat horecazaken met een omzet van minder dan 25.000 euro niet onderworpen zullen worden aan de regeling van de witte kassa? U bevestigt dat kennelijk. Dan bedank ik u daarvoor. Dat betekent dat bijvoorbeeld sportclubs vrijgesteld blijven. Dat is positief nieuws. In het regeerakkoord lees ik iets totaal anders. Daarin staat letterlijk dat alle horecazaken een witte kassa moeten invoeren, ook die met een omzet van minder dan 25.000 euro. Mijnheer de minister, ik zal u de passage voorlezen, want ik ken ondertussen ook de tekst van het regeerakkoord. Het is niet mijn bijbel, maar die van u. Toch heb ik het ook gelezen.
Je pense que mon collègue Aouasti l'a lu aussi, tel quel. Je cherche la page.
Voorzitter:
Uw tijd loopt ondertussen verder, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Ik begrijp dat, maar ik zoek de bepaling over de witte kassa.
Ik heb het gevonden. De witte kassa wordt ingevoerd in de gehele horeca om een level playing field te garanderen. Dat staat er, mijnheer de minister. U zei daarnet niet onder de 25.000 euro, nu zegt u iets anders. Ik begrijp er niets meer van.
Jan Jambon:
Ik dacht dat dat nog in het regeerakkoord stond. Sorry, dan heb ik mij gewoon compleet vergist. Bedankt om dat recht te zetten. Het heeft er op een bepaald moment in de onderhandelingen zeker in gestaan.
Vincent Van Quickenborne:
Geen probleem, daarvoor is er een debat. Ik heb er geen enkel probleem mee dat u dat zegt. Dan is dat ook rechtgezet. Dan zullen we ook wel zien welke andere fraudegevoelige sectoren er nog zullen worden toegevoegd.
Nog enkele bemerkingen. De belastingvrije som zal waarschijnlijk meer zijn dan 13.700 euro. Dat is goed om weten, waarvoor dank, mijnheer de minister.
De kinderen ten laste zijn besproken. De belastingvrije som en de tarieven zijn ook besproken. Het huwelijksquotiënt kennen we. De BBSZ hebben we behandeld.
Jan Jambon:
Ik wil nog even terugkomen op de witte kassa. Er staat: "De witte kassa wordt ingevoerd in de gehele horeca." Dan staat er dat er een uitbreiding komt naar andere fraudegevoelige sectoren. "Er wordt een tolerantie ingebouwd voor kleinschalige activiteiten, zodat deze buiten het toepassingsgebied blijven. De drempel van 25.000 euro wordt behouden, maar de berekening ervan zal worden aangepast."
Vincent Van Quickenborne:
Met betrekking tot het CAP, het advies van de GBA is er, maar we wachten nog op wat de Raad van State hierover te vertellen heeft.
Met betrekking tot de beurstaks heb ik u gevraagd of er effectief 50 miljoen euro is voorzien om die te innen. U hebt daar nog niet op geantwoord. Dat is het bedrag dat uw kabinetschef vermeldde. Is dat juist of niet?
Jan Jambon Ik denk dat het zo in de budgettaire tabel staat. Ik zou het moeten nakijken.NEWPARAGRAPH19.29 Vincent Van Quickenborne:
Ik denk dat u gelijk hebt. Mijnheer de minister, met betrekking tot die 25.000 euro, de drempel die u vermeldt, geldt voor andere sectoren, niet voor de horeca. Dat is wel belangrijk om te vermelden. Met betrekking tot de exittaks, hij vindt dat een slechte maatregel. Ik denk dat hij echt gelijk heeft. We hebben deze discussie gevoerd, maar ik verwacht dat u daar tegen de muur zult lopen. U bent daarvoor gewaarschuwd door talrijke advocaten. Het is een soort fiscale prikkeldraad die rond ons land wordt gelegd. Dat zullen we morgen bespreken tijdens de discussie. Mijnheer de minister, nogmaals, de rust is wedergekeerd. Bedankt voor uw oprechtheid en eerlijke antwoorden. Mijnheer de voorzitter, ik wil u ook bedanken om mij de kans te geven om mijn vragen te stellen.
De M&A Monitor van Vlerick en het belasten van de meerwaarden op niet-beursgenoteerde aandelen
De meerwaardebelasting
De vrijstellingen in het kader van de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en de inflatie
De gelijkschakeling van het belastingtarief voor meerwaarden uit speculatieve en andere beleggingen
De meerwaardebelasting
De referentiedatum
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
Het akkoord van 30 juni 2025 over de meerwaardebelasting
Het akkoord van 30 juni 2025 over de meerwaardetaks
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardetaks en de vakbonden
Belasting op meerwaarden van niet-beursgenoteerde en speculatieve beleggingen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PTB
Raoul Hedebouw
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
PTB
Raoul Hedebouw
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PS
Hugues Bayet
Ecolo
Sarah Schlitz
Groen
Dieter Vanbesien
CD&V
Steven Matheï
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
VB
Lode Vereeck
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting wordt fel bekritiseerd als oneerlijk en complex, met als hoofdpunten: de middenklasse en kleine beleggers (zoals spaarders en zelfstandigen) worden harder geraakt dan de rijkste 1% en familiebedrijven, die via vennootschapsconstructies (bv. holdings) de belasting ontwijken. Het akkoord – een compromis met 10% belasting (met uitzonderingen tot 1 miljoen euro voor aanzienlijke belangen) en een vrijstelling van 10.000-15.000 euro – zou slechts 500 miljoen opbrengen (tegen 2029) en wordt gezien als symbolisch, met risico’s op juridische aanvechting (Grondwettelijk Hof) en praktische onuitvoerbaarheid (Febelfin). Kritiek luidt dat de echte superrijken (via vennootschappen) niets betalen, terwijl de kosten en administratieve lasten voor kmo’s en burgers hoog oplopen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, eerst en vooral, ik heb de felicitaties gelezen van de vakbonden en van de PS. Die feliciteren u met het akkoord over de meerwaardebelasting en zeggen dat het een eerste stap in de goede richting is. "Het kraantje zit nu in de muur en het feest kan beginnen", hebben ze gezegd.
Tot nu toe hebt u inderdaad op televisie niets gezegd, mijnheer de minister. U hebt de primeur aan het Parlement gelaten. Ik denk echter dat het zo is omdat u hier niet te veel vragen over wilt krijgen. U wilt er niet te veel mee geassocieerd worden.
Wanneer ik het akkoord lees, mijnheer de minister, dan kom ik tot drie conclusies. Ten eerste, de middenklasse wordt gepluimd, in tegenstelling tot de rijkste 1 %. Ten tweede, zelfstandige familiebedrijven, starters en groeiers zijn allemaal het slachtoffer van de meerwaardetaks. Ten derde, als ik het uiteindelijke compromis vergelijk met uw voorstel van april, dan gaat dat er kilometers op achteruit. Ik stel mij eigenlijk de vraag wat u daar die nacht hebt zitten doen, want u hebt op alle punten toegegeven aan Vooruit. U hebt niets binnengehaald, niets.
Ten eerste, de vrijstelling van tien jaar die in uw oorspronkelijke tekst stond, is eruit gehaald. De VRT spreekt nu over de leraar Tom, maar eigenlijk gaat het over Wouter De Both. Stel dat iemand gedurende 20 jaar 200 euro per maand spaart voor zijn pasgeboren dochtertje. Moet er daarop onder de nieuwe regeling een meerwaardetaks worden betaald, ja of nee? Ik had graag een duidelijk antwoord.
Ten tweede, 1,3 miljoen zelfstandigen worden geviseerd. Zullen zelfstandigen die buiten de tweede en de derde pijler aan pensioenopbouw doen en die 250 euro per maand sparen, hun hele carrière lang, 90.000 euro meerwaardetaks moeten betalen? Ja of neen?
Bovendien moeten 500.000 vennootschappen worden gewaardeerd. Voor beursgenoteerde bedrijven is dat niet moeilijk, maar voor niet-beursgenoteerde bedrijven moet er een waardering gebeuren. Ik lees dat dat moet gebeuren op basis van een vaste waardering: het eigen vermogen plus EBITDA maal vier. Men kan daar echter ook van afwijken door een waardering te laten uitvoeren door een revisor of een accountant. In de notificaties van uw beslissing lees ik, mijnheer de minister, dat die waardering kan worden tegengesproken door de fiscus als ze niet-marktconform is. Klopt dat? Hebt u dan zo weinig vertrouwen in de revisoren en de accountants? Hoelang kan de fiscus dat soort waardering contesteren? Mijnheer de minister, zijn de kosten voor die waardering aftrekbaar? Een revisor kost 10.000 euro. Zal dat aftrekbaar zijn voor de vennootschap of niet? Ik had dat graag willen weten.
Ten derde, het is een aanslag op familiebedrijven. Van de 20 % die u in uw oorspronkelijk voorstel had opgenomen, met name door een bundeling van familieleden, blijft niets over. Het is nu 20 % per persoon. Het gevolg is dat tal van mensen, zoals Yannick Dillen, professor aan de Vlerick Business School, nu stellen dat familiebedrijven, waarin het aandeelhouderschap tot in de derde generatie verspreid is, plots allemaal belast zullen worden. Vanaf 10.000 of 15.000 euro zullen ze 10 % belasting moeten betalen. Dat betekent in feite een verarming van het systeem. Het is een aanslag op familiebedrijven, maar ook op starters en scale-ups, waar business angels vaak minder dan 20 % hebben.
Ten vierde, u spreekt over een meerwaardetaks van 10 %. Als men echter de notificaties goed leest, mijnheer de minister, dan staat er dat het niet alleen 10 % kan zijn, maar ook 33 %.
In uw voorstel van april had u namelijk 10 % opgenomen, waarbij de deur naar 33 % gesloten zou zijn. Nu blijkt die deur opnieuw open te staan. Dat betekent, zoals gisteren ook is gezegd in de podcast van De Tijd , dat de fiscus kan oordelen dat het om een meerwaardetaks van 10 % gaat, maar dat hij ook 33 % kan toepassen in geval van zogenaamd abnormaal beheer. Waarom hebt u die deur opnieuw geopend?
Jawel, mijnheer de minister, luister naar de podcast van De Tijd .
Ten slotte, mijnheer de minister, had uw eigen kabinetschef u gewaarschuwd dat dit compromis van een raspaard een dromedaris zou maken. Welnu, collega’s, het is een dromedaris geworden. Het is onwaarschijnlijk complex.
Ten eerste zegt Febelfin dat het onuitvoerbaar is. Febelfin stelt letterlijk dat het operationeel niet in te voeren is tegen 1 januari 2026. Wat is uw antwoord daarop aan Febelfin?
Ten tweede: het is een taks boven op een taks. Mijnheer de minister, neem nu als voorbeeld tak 21-producten, die eveneens belast worden via de meerwaardebelasting. Uw voorstel om de premietaks te verlagen van 2 % naar 0,7 % zat nog in het voorstel van april – herinnert u het zich nog? – maar dat is verdwenen. Blijkbaar is die taks gewoon integraal behouden. Het gaat dus om een taks boven op een taks, terwijl een tak 21 vergelijkbaar is met een spaarrekening. Wie zal dan nog willen investeren in een tak 21?
Mijnheer de minister, u zou de Reynderstaks ook afschaffen. Dat stond eveneens in uw voorstel van april, maar blijkbaar blijft die gewoon behouden. Dat is weliswaar enkel op de interestcomponent, maar men zegt mij dat dit onwaarschijnlijk moeilijk is.
Tot slot heb ik nog een vraag over de meerwaarde. U zegt dat er een foto zal genomen worden van de portefeuille op 31 december 2025 om de meerwaarde te bepalen. In de notificaties van het akkoord van zondagnacht op maandagochtend staat dat men tot vijf jaar terug kan kijken. Is dat correct? Geldt dat enkel voor de meerwaarde en niet voor de minwaarde? Ik neem als voorbeeld iemand die in 2022 een aandeel van bpost heeft gekocht voor 22 euro. Stel dat de waarde op 31 december 2025 nog 2 euro bedraagt en dat die persoon het aandeel verkoopt in januari 2026 aan 2,5 euro, dan zal die persoon een meerwaardetaks moeten betalen op 0,5 euro, terwijl hij in werkelijkheid een verlies heeft geleden van 19,5 euro per aandeel.
Voorzitter:
Kunt u uw vraag stellen, mijnheer Van Quickenborne?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik ben nog even bezig, ik ben aan het afronden.
Voorzitter:
Nee, u hebt uw spreektijd met anderhalve minuut overschreden.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, is het rechtvaardig dat u meerwaarde anders behandelt dan minwaarde?
Tot daar mijn vraag. Ik kan echter nu al aankondigen dat ik u hierover donderdag zal interpelleren want ik vind deze manier van werken totaal schandalig. Dit getuigt van geen enkel respect voor de democratie, mijnheer de voorzitter. U probeert ons gewoon de mond te snoeren omdat het moeilijk is voor de minister om antwoorden te geven. Dat is de realiteit.
Voorzitter:
Ik hoop dat uw filmpje werkt, mijnheer Van Quickenborne. U hebt 1 minuut en 50 seconden langer gesproken dan toegestaan. Mijnheer Hedebouw heeft het woord.
Vincent Van Quickenborne:
(Roept met uitgeschakelde microfoon.) Het is een schande! Dit is geen respect voor het Parlement, geen enkel respect. Lach de mensen maar uit! Schaf het Parlement af! Ga met vakantie! Wat een schande is dit! Ik vind het werkelijk beschamend. Het is heel duidelijk dat wij niets mogen inbrengen, helemaal niets!
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt ruimte genoeg gehad om vragen te stellen. De heer Hedebouw heeft het woord.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, of de vraag nu door een linkse of een rechtse partij wordt gesteld, de discussie gaat over wie in onze maatschappij de meerwaardebelasting zal betalen. Zijn het de rijksten, de sterkste schouders, of niet? Dat is de essentie van de discussie die we hier voeren.
Ik wil u heel specifiek vragen of de 1 % rijksten effectief die belasting zullen betalen. Die discussie komt eindelijk op gang bij het brede publiek. Onze partij denkt dat dat niet het geval zal zijn. Onze hypothese is dat de grote meerderheid van die 1 % rijksten hun aandelen in vennootschappen en bedrijven zullen behouden en dat uw meerwaardebelasting daar dus niet op toepasbaar zal zijn.
C’est là que se situe la question de fond: les super riches paieront-ils ou pas? Toute mon intervention sera construite sur cette question, à savoir si vous êtes d’accord que la niche fiscale essentielle …
Het gaat niet over achterpoortjes, maar om de grote voordeur. De fiscale realiteit in België is die van een wereld met superrijken, via hun vennootschappen, en niet-superrijken, die allen onderworpen zijn aan de gewone personenbelasting.
Ik ben niet de enige die dat zegt. Gisteren verklaarde professor fiscaal recht Michel Maus over jullie akkoord: "Wat men nu heeft goedgekeurd, is een meerwaardebelasting in de personenbelasting. Er verandert niets in de vennootschapsbelasting. Het is een open deur intrappen om te stellen dat de allerrijksten niet veel personenbelasting betalen. Hun vermogen is immers gestructureerd in rechtspersonen: vennootschappen, stichtingen, noem maar op. Zij ontsnappen dus aan dit verhaal." Daarmee citeer ik professor Michel Maus, niet de studiedienst van de PVDA.
Ook mevrouw Isabel Albers, hoofdredacteur van De Tijd , niet bepaald een links dagblad, verklaart dat de realiteit is dat de echte one percent ontsnapt. Ik ben het volledig met haar eens.
Je cite Bruno Colmant, ex-chef de cabinet de Didier Reynders: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés, notamment les grandes familles, qui ne vendent jamais mais gardent le contrôle de l’entreprise et transfèrent leurs actions à leurs héritiers".
Het is duidelijk dat de superrijken die belasting niet zullen betalen. Dat verwondert mij niet. Marc Coucke zegt bijvoorbeeld dat er geen probleem is met de meerwaardebelasting. Ik denk dat hij er niets van zal betalen. Hij zal niets betalen, want toen Marc Coucke Omega Pharma verkocht, deed hij dat via zijn bedrijf Alychlo. Dat bedrijf bezit al zijn aandelen, en Alychlo zal niets aan meerwaardebelasting betalen.
Mijnheer de minister, ik wil u bevragen zonder op een individuele case in te gaan. Kunt u bevestigen dat de bedrijfswereld, de vennootschappen helemaal niets, 0,0 euro, zullen betalen? Via de DBI-aftrek binnen die bedrijven zullen zij nul procent meerwaardebelasting betalen, zeker wanneer het gaat om een aandelenbezit van 10 % volgens de geldende richtlijnen. Mijn vraag is dus duidelijk.
Il n’y a pas de preuve que le 1 % le plus riche paiera, que du contraire. Pouvez-vous le confirmer? En tant que parti de droite, peut-être cela vous rassurera-t-il mais au moins aurons-nous une réponse sur les faits. Deuxièmement, je vois que vous êtes très fier, monsieur le ministre, en annonçant un accord sur une taxe sur les plus-values.
U zegt dat dat akkoord andere hervormingen mogelijk maakt, zoals de werkloosheidsbeperking in de tijd, de pensioenhervorming met de malus, die gepensioneerden honderden euro's zal kosten, een strenger asiel- en migratiebeleid en de nodige investeringen in defensie, met miljarden voor de F-35's.
Vous faites passer la pilule au travers de cette petite taxe qui rapportera des miettes. Le procès-verbal de la commission confirmera que le PVDA-PTB a donc bien raison.
We krijgen er gelijk in dat de meerwaardebelasting gewoon bedoeld is om die pil te doen slikken. Ik vind het fair dat de minister dat beaamt, want hij was daar niet toe verplicht.
Mijnheer de minister, brengen we met die meerwaardebelasting echt de begroting op orde? Zullen de superrijken echt betalen? Mijn vraag is concreet: zal die niche van vennootschappen blijven bestaan?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, collega's, ik wil eerst benadrukken dat het volgens mij een absurd idee is om de structurele financiering van de overheid van de grillen van de beurs te laten afhangen. Als de beurs een jaar slecht presteert, hoe wilt u dat dan opvangen? Zult u dan ziekenhuizen, het leger, de politie of rechtbanken stilleggen? Of zult u nieuwe belastingen invoeren?
Wat mij bovendien stoort, is dat wordt gezegd dat de opbrengst van deze meerwaardebelasting aangewend zou worden om de lasten op arbeid te verlagen. Op kruissnelheid brengt deze belasting 500 miljoen euro op. Dat komt neer op ongeveer 110 euro per jaar of 9 euro per maand in 2029.
Wat de technische kant van de wet betreft, is er een duidelijke discriminatie van kleine beleggers, die een vrijstelling tussen 10.000 en 15.000 euro krijgen. Grote beleggers krijgen daarentegen een vrijstelling van 1 miljoen euro, zonder dat dit redelijk wordt gemotiveerd. Minister Van Peteghem heeft in Terzake een poging gedaan. Ik zal dat niet herhalen wegens tijdsgebrek, maar ik vroeg mij af hoe u dat motiveert, want dat was gewoon naast de kwestie.
De meerwaarde zou vanaf 31 december 2025 worden berekend of, nu komt het, gedurende vijf jaar op basis van de historische aankoopdatum. Dat betekent dat wie na vijf jaar en één dag verkoopt aan een hogere prijs, maar lager dan de aankoopprijs belasting op een minwaarde moet betalen. Dat is volkomen absurd.
Minister Van Peteghem zei dat deze taks even robuust is als de effectentaks. Ik denk van niet. Ze is even robuust als de speculatietaks, die door het Grondwettelijk Hof werd afgeschaft. Daar werkte men ook met minwaarden.
De Reynderstaks op obligatiefondsen blijft overeind, wat leidt tot een dubbele belasting op dezelfde grondslag. U ontkent dat, want u zult een splitsing maken tussen de interestcomponent en de zuivere meerwaarde. Er bestaat echter ook zoiets als kapitalisatiefondsen waar de interesten in het fonds worden gekapitaliseerd. Als aandeelhouder van een obligatiefonds realiseer ik enkel meerwaarde. Dat is zelfs gangbare praktijk. Ik denk dan ook dat uw redenering niet overeind blijft. Wat is uw reactie?
Bij de bepaling van het aanmerkelijk belang worden, terecht, de grootooms en achternichten tot in de vierde graad niet langer meegeteld. Dat was overdreven. Wat ik echter niet begrijp, is dat zelfs de ouders of broers en zussen niet worden meegerekend. Dat vind ik onterecht. Als u familiebedrijven echt recht in het hart wilt treffen en kapotmaken, dan moet u hiermee vooral doorgaan.
Ten vijfde, er wordt bericht over een voetvrijstelling van 10.000 euro, te verhogen met 1.000 euro per jaar gedurende 5 jaar als er in de jaren daarvoor geen gebruik is gemaakt van die voetvrijstelling. Geldt dit uitsluitend bij niet-gebruik of ook bij niet-uitputting van de voetvrijstelling?
Ten zesde, er wordt bericht over een gezamenlijke vrijstelling van 30.000 euro voor koppels. Zal die vrijstelling overdraagbaar zijn tussen de partners, of kan ik mijn aandelen doorschuiven?
Ten zevende, er is geen correctie voor inflatie ingeschreven. Dat betekent dat men meerwaardebelasting zal betalen louter en alleen op prijsstijgingen en niet op waardestijgingen. Dat is toch de bedoeling van een meerwaardebelasting?
Tot slot heb ik nog een politieke vraag. De meerwaardebelasting werd maandenlang gekoppeld aan de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Is die nu zeker afgeklopt? Er is nu een eerste lezing. Is Vooruit tevreden met die eerste lezing? Zal Vooruit nu de koninklijke besluiten steunen en mee tekenen? Als ik het goed begrijp, moet er dus nog geen wet zijn. De eerste lezing is voldoende. Hoe zit dat met Les Engagés, die dat nu plots koppelen aan voldoende financiering voor de OCMW's?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de voorzitter, ik zal snel drie punten afhaspelen, zodat er nog wat tijd overblijft voor mijn collega Schlitz.
Voorzitter:
Mijnheer Vanbesien, u hebt beiden een vraag gesteld en hebt in principe elk twee minuten spreektijd voor de vraag. U krijgt van mij vier minuten.
Dieter Vanbesien:
Ik heb twee vragen gesteld.
Voorzitter:
Mijn excuses, u hebt gelijk.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, een tijdje geleden circuleerde het gerucht dat de regering de intentie had om het tarief voor de meerwaarde uit speculatieve beleggingen en normale beleggingen gelijk te stellen op 10 % bij de introductie van de meerwaardebelasting. Het huidige tarief van 33 % zou op die manier spectaculair dalen. Kunt u toelichten wat er uiteindelijk uit de bus is gekomen? Wordt dat tarief effectief verlaagd of niet?
Wat het aanmerkelijk belang betreft, is er een enorm verschil tussen de belasting die betaald moet worden door de modale belegger en de taks die betaald moet worden door iemand die 20 % van de aandelen in een bedrijf bezit. De heer Ive Marx verwoordde het treffend: het is een solidariteitsbijdrage op de sterkste schouders, behalve op de allersterkste schouders.
Op welke manier verantwoordt u dat grote verschil? Iemand met 19 % aandelen in een bedrijf krijgt een vrijstelling van 10.000 euro, terwijl iemand met 20 % aandelen recht heeft op een vrijstelling van 1 miljoen. Dat verschil is aanzienlijk. Waarom zou het Grondwettelijk Hof dat aanvaarden?
Die vraag werd ook voorgelegd aan professor Maus, namelijk waarom de politiek dergelijke risico's neemt. Hij stelde: "Je hebt misschien politieke partijen die erop speculeren dat de wettekst als gevolg van juridische problemen even van tafel zal verdwijnen. Zo is er weer wat uitstel gerealiseerd." Die bedenking hadden wij uiteraard zelf ook al eerder gemaakt. De heer Kevin Spiritus zegt dat de uitzondering voor het aanmerkelijk belang een internationale anomalie is en geen enkele economische basis heeft.
Hoe zult u dit verdedigen zodat het standhoudt? Misschien kunnen we een pronostiek organiseren over de datum waarop de wet vernietigd zal worden.
Ten slotte zal de bankensector een cruciale rol spelen bij de implementatie van de meerwaardebelasting. In de pers lezen we echter dat de banken het niet geregeld krijgen tegen januari. Uw belasting zal dus misschien ingevoerd zijn, maar de banken zullen ze niet kunnen innen. Wat is de stand van zaken van uw besprekingen met de bankensector over de invoering van de meerwaardebelasting?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, cela fait longtemps que nous attendions votre accord. Cela fait maintenant un an, puisque nous avions compris qu'il s'agissait de l’élément majeur de votre gouvernement, autour duquel tout allait tourner. Il est enfin arrivé et je dois reconnaître que votre accord sur les plus-values ouvre une porte. C’est un premier pas.
Contrairement à ce que j’ai entendu du collègue, le PS ne vous a pas félicité. Le PS a simplement souligné que c’était un premier pas et qu’il serait toujours aux côtés des groupes politiques qui veulent plus de justice fiscale, puisque, comme nous le savons tous, 70 % de l’impôt provient du travail et la consommation alors que le capital n’est taxé qu’à seulement 30 %.
Monsieur le ministre, il y a deux problèmes dans votre texte. Pour le premier, nous avons bien compris qu'il n'y aura pas de réponse aujourd’hui, puisque vous n’avez pas encore de texte. Le deuxième problème est, selon moi, que ce n'est pas du tout une avancée en matière de justice fiscale. Selon moi, vous avez vraiment raté l’objectif, car les vraies épaules les plus larges sont encore une fois protégées grâce à ces taxes et aux exonérations Bouchez.
Je vais vous citer un exemple très simple: quelqu’un qui détient 20 % du capital d’une entreprise pourra bénéficier d’une exonération d’un million d’euros. Un million d’euros ne sera donc pas taxé! Les travailleurs, qui, eux, ne voient pas la situation changer, vont apprécier. Ce ne sont pas uniquement ces "mauvais socialistes” qui tirent la sonnette d’alarme. Monsieur le ministre, l’Inspection des finances signale que cette exonération vide complètement la taxe de son contenu. Vous n’en tenez malheureusement pas compte.
Si ce ne sont pas les riches qui vont payer, qui va réellement payer? Je suppose que vous avez analysé la question pendant des heures et des heures. Vous allez donc pouvoir nous répondre très clairement. Que dire de l’objectif budgétaire? Vous annoncez 500 millions d’euros. Comment? Par quelle méthode? Personne n'y croit. Vous pouvez froncer les sourcils, monsieur le ministre, mais personne n’y croit. La Cour des comptes l’a écrit. L'Inspection des finances, les économistes, tant de droite que de gauche, doutent de ce chiffre, mais vous ne répondez pas.
Seule l'utilisation de cet argent est claire. Il n'arrivera pas dans la poche des travailleurs, ni dans celle des pensionnés. Ce matin, le ministre Clarinval a d'ailleurs dit très clairement qu'il servira pour acheter des F-35 à Trump. Il n’y aura donc pas un euro pour le pouvoir d’achat, mais des milliards pour des avions et aller faire la guerre.
Monsieur le ministre, votre taxe sur les plus-values est clairement symbolique, mais surtout profondément injuste. Voici mes questions.
Qui va réellement payer cette taxe?
Nous savons que le diable se cache toujours dans les détails, et particulièrement dans les matières fiscales. Dès lors, quelle sera la liste précise des exemptions et des exonérations?
Quel taux sera choisi, et quelles tranches d'imposition?
Avez-vous revu le rendement budgétaire comme le préconisent la Cour des comptes et l'Inspection des finances? J'ai entendu ce matin que le gouvernement avait aussi décidé d'accélérer les diminutions de cotisations spéciales de sécurité sociale et de quotités d'impôt. Soit je suis toujours sur la même ligne et vous jouez en fait au vogelpik parce que vous n'avez aucun tableau, soit vous avez réellement discuté avec des chiffres et des tableaux, et vous allez pouvoir nous répondre dans quelques minutes.
Enfin, quelles seront les mesures anti-abus de la taxe?
Vous le savez, monsieur le ministre, cela fait des mois que nous vous posons ces questions. Cela fait des mois que nous n'avons pas de réponse. Vous avez, vous-même et plusieurs de vos collègues, sorti plusieurs communiqués de presse ou des interviews dans la presse. À un moment donné, quand vous dites que vous respectez le Parlement, il faut le respecter jusqu'au bout. Il faut maintenant nous donner des réponses claires et précises. J'espère en tout cas que nous aurons plus d'informations que lors de votre conférence de presse de demain avec les journalistes qui pourraient découvrir de nouvelles choses que nous parlementaires, alors que c'est notre travail de base, nous n'aurions pas.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, alors ça y est, le kern est enfin parvenu à un accord sur la taxation des plus-values. On nous dit qu'il s'agissait simplement de la transposition de l'accord de majorité. On se demande donc bien pourquoi il a fallu tant de temps pour enfin arriver à un accord. Sans doute que certains avaient besoin de montrer qu'ils bloquaient, qu'ils freinaient au maximum cette mesure qui, en réalité, n'est qu'une mesure de justice sociale. Pourquoi aujourd'hui un salarié, quelqu'un qui travaille et qui gagne un salaire, doit-il payer, quand il fait partie de la classe moyenne, 43 euros sur 100 euros gagnés, alors que quand on joue en bourse ou qu'on achète et qu'on vend des appartements, on ne paie pas un euro d'impôt?
Monsieur le ministre, je pense que cette taxe doit être conçue dès le départ de la manière la plus robuste possible, sinon cela sera un véritable gruyère qui continuera à perpétuer les injustices et les privilèges dans notre société.
Mes questions sont les suivantes, monsieur le ministre, et j'espère avoir les réponses les plus précises possibles. Je pense que le Parlement a assez attendu.
Quelles sont les modalités précises d'une taxation des plus-values adoptée par le gouvernement fédéral? Que sera-t-il possible de mettre en œuvre dès le 1 er janvier 2026? Quelles sont les exceptions prévues dans le mécanisme que vous allez installer? Quel est le rendement budgétaire annuel attendu de cette nouvelle mesure? D'où sortez-vous les 500 millions d'euros? Quelles sont les clauses anti-abus prévues pour éviter les stratégies d'optimisation ou de contournement, notamment via des holdings? Ce régime s'applique-t-il aussi aux plus-values réalisées via des sociétés, notamment les holdings?
J'aimerais aussi obtenir des réponses relatives à la déductibilité. Quelqu'un qui réalise une plus-value de 60 000 euros et une moins-value de 20 000 euros sur un autre titre devra-t-il payer sa taxe uniquement sur les 40 000 euros?
Par ailleurs, quel est le mécanisme prévu pour éviter que quelqu'un ne contourne la taxation en fractionnant artificiellement une plus-value importante en plusieurs ventes inférieures à 10 000 euros, tout en dépassant largement ce seuil au total?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, gisteren werd een politiek akkoord bereikt over de meerwaardebelasting. De krijtlijnen daarvan waren vastgelegd in het regeerakkoord, maar de interpretatie en de details moesten natuurlijk nog verder uitgeklaard worden. Dat is intussen gebeurd.
In die discussie zijn voor cd&v altijd drie elementen van belang geweest.
Ten eerste moeten de sterkste schouders hun bijdrage leveren. We zijn trouwens niet het enige land met een meerwaardebelasting. Dat bestaat ook in de landen rondom ons. Onder de sterkste schouders horen ook zij die bijvoorbeeld aandelenpakketten onderbrengen in structuren, zoals stichtingen. Collega's van de PVDA, het is niet omdat er ergens in een tweet wordt beweerd dat stichtingen de belastingen zullen ontlopen, dat dat ook zo is. Dat klopt immers niet.
Ten tweede, de meerwaardebelasting moet de kleine spaarder zoveel mogelijk ontzien. Op dat element zijn we altijd blijven hameren en daarvoor worden nu een aantal maatregelen genomen.
Ten derde, de meerwaardebelasting moet volgend jaar 250 miljoen euro opbrengen en een half miljard tegen 2029. Die budgettaire opbrengsten moeten gehaald worden om de andere maatregelen te kunnen doorvoeren.
Het is dus een goede zaak dat er nu een akkoord is dat verder kan worden omgezet in wetteksten, want rechtszekerheid is belangrijk voor burgers, bedrijven en investeerders.
Ik heb daarover nog enkele vragen.
Welke garanties zijn overeengekomen om de middenklasse niet te raken?
Een snelle implementatie is belangrijk. Welke planning hanteert u in dat verband?
Hoe zult u de vooropgestelde opbrengsten monitoren?
In de rechtspersonenbelasting is rechtszekerheid belangrijk. Ik had het al over de stichtingen. Er is ook in een bijzondere vrijstelling voorzien voor vzw's. Hoe ziet die eruit en hoe zal daarmee worden omgegaan?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn betoog heel kort houden. Als er nog spreektijd over is, wil ik die graag overdragen aan de collega's die dat wensen, aangezien het een heel interessante discussie is.
Onze fractie en onze partij zijn voor alle duidelijkheid nooit echt vragende partij geweest voor een extra belasting in de vorm van een meerwaardetaks. Ze is er nu echter – die kiezel is uit de schoen – en het moet gezegd dat het akkoord daarover ons zal toelaten om heel grote hervormingen door te voeren, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Ik denk dat we kunnen wachten tot de eerste lezing, want daarin zullen nog veel modaliteiten aan bod komen en zullen we ook pertinente vragen kunnen stellen over de uitwerking.
Nu heb ik één vraag, waarmee ik graag wat meer duidelijkheid zou krijgen. Er wordt gesproken over een foto op het einde van het jaar, maar ik mag toch hopen dat het niet de bedoeling is dat iedereen met een klein bv’tje of vennootschapje in ons land nog snel naar een revisor moet lopen als hij dat over dertig jaar wil verkopen. De revisor kan de waarde perfect bepalen op het ogenblik van verkoop. Dat signaal wil ik hier meegeven.
Mijnheer Van Quickenborne, u schudt het hoofd, maar u interpreteert de tekst in de pers op een bepaalde manier. Ik stel die pertinente vraag om duidelijkheid te krijgen. Die duidelijkheid kan nog komen. Een revisor kan dat namelijk perfect doen op het moment van de verkoop.
Mijnheer de minister, het signaal dat ik wil geven, is dat daarover bezorgdheid leeft.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, s’agissant d’un débat d’actualité, j’interviendrai en réplique.
Xavier Dubois:
Monsieur le président, je veux mettre en avant cet accord important qui a été atteint. Ce que de nombreux gouvernements n'ont pas réussi à faire par le passé, nous réussissons à le faire. Une taxe sur les plus-values va voir le jour. Il importe de le signaler.
Par ailleurs, je tiens à rappeler que le projet de loi-programme, suspendu pour l'instant, prévoyait déjà toute une série de mesures visant à faire contribuer les épaules les plus larges, notamment le renforcement du régime des revenus définitivement taxés (RDT), la mise en place de conditions anti-abus au niveau des comptes-titres ainsi que la nouvelle opération de régularisation.
Notre engagement est donc tenu. Il y a effectivement cette taxe sur les plus-values. Des mesures sont prévues pour permettre de protéger la classe moyenne, les petits épargnants, avec notamment l'exonération de 10 000 euros, qui pourra monter jusqu'à 15 000 euros. C’est un élément important à mettre en avant, tout comme l’exonération des investissements dans l'épargne-pensions et les assurances groupes. Nous devons nous féliciter de ces dispositions.
En outre, une exit tax est prévue, puisque certains mettaient en avant le risque d'une fuite de certains hauts patrimoines. Il y a donc la possibilité de les retenir de cette manière-là.
Monsieur le ministre, vous avez toujours mis en exergue le fait que vous débattriez de façon détaillée lorsque les textes seraient là. Ma question sera donc simple. Quand disposerons-nous de ce texte? J'attends donc une réponse précise sur le timing.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, u ziet hier een trotse jongeman. Ik zal nu niet te veel vragen stellen, want de genomen beslissing is voor ons heel duidelijk. De spreektijd die mij rest, gebruik ik, indien ik nog opmerkingen heb, bij mijn repliek.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, laat me om te beginnen bevestigen dat ik inderdaad morgen in de namiddag een persbriefing heb georganiseerd. Ik vond het kies om eerst het Parlement te woord te staan, maar blijkbaar wordt dat niet geapprecieerd. Wanneer ik vervolgens aangeef dat het Parlement zich kan buigen over de spelregels en ik bereid ben ruim openheid te bieden, lijkt ook dat niet gewaardeerd te worden. Goed, ik neem dat mee. Het is spijtig dat die souplesse zich tegen mij keert. Ik had gehoopt dat die wel op prijs gesteld zou worden.
Ik denk dat dit overigens niet de laatste bespreking over deze thematiek zal zijn. Er is gevraagd naar een timing. Vrijdag zal de tekst in eerste lezing in de ministerraad komen. Dan is de wettekst bekend. Vervolgens wordt een advies van de Raad van State gevraagd. Dat is de gewone gang van zaken. Daarna volgt de tweede lezing in de ministerraad.
Après une deuxième lecture au gouvernement, le texte sera déposé au Parlement. Nous pourrons alors entamer les débats. C’est la façon normale de travailler.
Maar goed, ik heb hier vandaag weer enkele zaken geleerd.
Beste collega's, chers collègues, het is vandaag 1 juli 2025. Onze regering is gestart op 3 februari. Ik ben blij dat we na vijf maanden een compromis over dit punt hebben gevonden. Voor de ene partij gaat de taks niet ver genoeg, wegens te veel achterpoortjes en allerhande bezwaren, en voor de andere partij gaat de taks dan weer veel te ver. Dat doet mij vermoeden dat we een evenwicht in het midden hebben gevonden.
Op een moment waarop onze overheidsfinanciën onder zware druk staan – en dat is niet het gevolg van deze regering, we hebben dat geërfd van de vorige – kiezen wij ervoor om te hervormen en te besparen. De regering vraagt daarbij ook effectief van de sterkste schouders een billijke bijdrage. De meerwaardebelasting past dus binnen een ruimer kader waarin de belastingdruk op arbeid verminderd moet worden. Dat laatste staat ook in het regeerakkoord en ik zal daaromtrent binnenkort voorstellen aan de regering voorleggen.
Ik wil nogmaals herhalen welke andere maatregelen deze hervormingsregering neemt. Er komt een verlaging van de loonkosten met 1 miljard euro op kruissnelheid. Er komt een verlaging van de energiekosten. Er komt een ondernemersaftrek. Er komt een verlaging van de personenbelasting voor iedereen die werkt. Er komt een vergaande pensioenhervorming en een hervorming van de arbeidsmarkt, waarbij de werkloosheidsuitkeringen eindelijk in de tijd worden beperkt. Er komen meer middelen voor onze defensie en er komt een strenger asiel- en migratiebeleid. Het regeerakkoord van deze ambitieuze arizonaploeg gaat dus veel en veel breder dan de ene maatregel waarover we nu debatteren. Alles hoort samen en het volledige regeerakkoord moet worden uitgevoerd.
Comme je l'ai déjà dit, le projet de loi sera examiné cette semaine en première lecture par le Conseil des ministres et sera ensuite soumis pour avis au Conseil d'État. Par la suite, le Parlement jouera pleinement son rôle.
Beaucoup d'entre vous ont déjà posé des questions techniques pertinentes. Certains le font chaque semaine, d'autres même chaque jour. Vous savez que j'ai beaucoup de respect pour le Parlement. J'espère donc que vous appréciez mon exposé à sa juste valeur.
La taxe sur les plus-values s'applique à l'impôt des personnes physiques. La plus-value réalisée sera imposée comme un revenu divers. Le nouveau régime s'applique également à l'impôt des personnes morales, mais les institutions reconnues bénéficiant de dons ouvrant droit à une réduction d'impôt restent hors du champ d'application.
Aan de heer Matheï – hij is er momenteel niet, maar zijn medewerker, die ik goed ken vanuit de gemeenteraad in Brasschaat, is er wel – kan ik zeggen dat de vzw's waarvan de giften aftrekbaar zijn, buiten de toepassing vallen.
Aucun changement n’est apporté au régime de l’impôt des sociétés.
La notion d’actif financier doit être interprétée de manière large. Tous les instruments financiers sont concernés, y compris, par exemple, les cryptomonnaies. Pour les cryptomonnaies, l'administration pourra toujours apporter la preuve qu'il s'agit d'une gestion anormale d'un patrimoine privé, ce qui permettrait encore l'application d'un taux de 33 %. C'est déjà le cas aujourd'hui.
Le nouveau régime sera d'application à partir du 1 er janvier 2026. Les plus-values historiques seront exonérées. Si la valeur d'acquisition est supérieure à la valeur au 31 décembre 2025, il sera possible de conserver la valeur d'acquisition pendant les cinq années suivantes.
In het voorontwerp van wet staat tevens een specifiek uitzonderingsregime gericht tegen de zogenaamde interne meerwaarden, die belast zouden worden aan 33 %. Er wordt ook voorzien in een exitstelsel, dat maximaal twee jaar toelaat om de meerwaarde die bestaat op het moment dat de belastingplichtige België verlaat, te belasten. Zo'n exittaks bestaat ook in onze buurlanden.
De meerwaarde die het voorwerp vormt van de meerwaardebelasting kan worden verminderd met eventuele minderwaarden. Dat is enkel mogelijk wanneer de minderwaarde gerealiseerd werd door dezelfde belastingplichtige in de loop van hetzelfde belastbare tijdperk binnen dezelfde categorie van belastbare financiële activa. Er zal dan bijgevolg gewerkt worden met de FIFO-methode: first in, first out .
Het stelsel van de meerwaardebelasting voorziet in een algemeen regime met een aanslagvoet van 10 % van de gerealiseerde meerwaarde na vrijstelling van een eerste jaarlijkse schijf van 10.000 euro. Dat bedrag zal jaarlijks worden geïndexeerd. Dat bedrag zal elk jaar toenemen met 1.000 euro, die ook geïndexeerd zal worden, en zal, voor zover er geen vrijstelling wordt benut, in de komende 5 jaar maximaal 15.000 euro kunnen bedragen. Mijnheer Vereeck, het is inderdaad zo dat het niet-opgevraagde gedeelte overgedragen kan worden.
Ik geef u een aantal voorbeelden.
Voorbeeld 1: in 2026 bedraagt de basisvrijstelling 10.000 euro. Dat wil zeggen dat in 2027 de basisvrijstelling 11.000 euro bedraagt, en zo gaat dat door tot 2032, waar de basisvrijstelling 15.000 euro bedraagt.
Voorbeeld 2: in 2026 bedraagt de basisvrijstelling 10.000 euro. Ik realiseer vervolgens een meerwaarde van 2.500 euro in 2027. Vooreerst zal de stijging van 1.000 euro worden weggewerkt en vervolgens zal nog 1.500 euro worden aangerekend op de basisvrijstelling van 10.000 euro. De resterende basisvrijstelling zal dus 8.500 euro bedragen in 2027. In 2028 heeft de belastingplichtige opnieuw recht op een voetvrijstelling van 10.000 euro plus 1.000 euro overdracht. Er is dus opnieuw een overdracht omdat de 10.000 euro niet volledig wordt opgenomen.
Op die manier blijft de kleine langetermijnbelegger maximaal buiten het toepassingsgebied van de belasting.
La nouvelle réglementation prévoit en outre un régime particulier pour les contribuables détenant une participation importante. Dès qu'une personne possède une participation de 20 % ou plus, elle peut bénéficier d'une exonération sur une première tranche – une plus-value d'un million d'euros – et de l'application d'un taux progressif allant de 1,25 à 10 % si on arrive à 10 millions d'euros. On pourra bénéficier de cette exonération d'un million d'euros sur une période de cinq ans. Les parts bénéficiaires sont exclues pour le calcul de la participation importante.
Je prends ici l'exemple d'un boulanger local qui vend sa boulangerie pour 1,5 million et réalise une plus-value d'un million d'euros. En l'occurrence, il ne paiera pas de taxes. Ce même boulanger vend sa boulangerie au prix de 2,5 millions d'euros et réalise une plus-value de deux millions. En l'occurrence, le premier million d'euros est exempté et pour le deuxième million, il paiera une taxe de 1,25 %, soit 12 500 euros.
La vente à une société située en dehors de l'Espace économique européen restera, comme aujourd'hui, imposée au taux de 16,5 %
De kleine ondernemingen en zelfstandigen blijven dus maximaal buiten het toepassingsgebied van deze meerwaardetaks. Voor wie onderneemt, mensen tewerkstelt en risico's neemt, zal de impact dus eerder beperkt blijven.
De waardering zal op verschillende manieren kunnen. Concreet zijn er drie verschillende opties voor de belastingplichtigen. Ook een waardering door een onafhankelijke accountant of een revisor zal mogelijk zijn. De inning van de meerwaardetaks zal maximaal via de roerende voorheffing gebeuren, wat het algemene stelsel van 10 % betreft. Via de aangifte kunnen de voetvrijstelling en de minderwaarde worden verrekend.
Belastingplichtigen zullen ook kunnen kiezen voor een opt-out, waarbij ze kunnen aangeven dat ze niet willen dat er 10 % roerende voorheffing wordt ingehouden. In dat geval zal een belastingplichtige de meerwaarde moeten aangeven in de aangifte en zal er ook een ficheverplichting ontstaan in hoofde van de financiële tussenpersoon.
De operationalisering van deze meerwaardetaks is een gigantische taak, waarbij wij de sector uitdrukkelijk de hand reiken. Mijn administratie en beleidscel zullen samen met onder andere Febelfin en andere middenveldorganisaties regelmatig overleggen om deze taks op een correcte manier operationeel te krijgen. De afschaffing van de Reynderstaks of een verlaging van de premietaks is niet opgenomen in het voorontwerp van wet.
Collega's, ik ben ervan overtuigd dat we de komende weken, maanden en jaren nog herhaaldelijk en grondig zullen discussiëren over deze wet, onder andere volgende week al, wanneer ik daarover nog openstaande vragen zal beantwoorden, maar hiermee hebt u reeds een eerste toelichting gekregen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, de minister is meer dan vijf minuten over zijn spreektijd gegaan en we hebben hem laten uitspreken.
Dat is het beste bewijs dat een debat in zo’n beperkt tijdbestek totaal ongepast is. Dit is alweer een bewijs dat deze gang van zaken totaal ongepast is. Ik betreur dat ten zeerste. Er is nul respect voor het Parlement. Mijnheer de voorzitter, waarschijnlijk is het uw ultieme droom om het Parlement en deze commissie uit te schakelen, zodat we geen vragen meer kunnen stellen, maar het is mijn opdracht als oppositielid om die vragen te stellen.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ga u even onderbreken als voorzitter.
Vincent Van Quickenborne:
Ik zal die vragen hier blijven stellen.
Voorzitter:
Maar u mag uw vragen stellen.
Vincent Van Quickenborne:
U kunt mij in de put gooien, maar de vragen die gesteld moeten worden, zal ik blijven stellen.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u op tal van vragen niet antwoordt.
Ten eerste, ik heb u een vraag gesteld over de middenklasse. U bent daar niet op ingegaan. De heer Wouter De Both was gisteren nog op de VRT. Tom, een leraar, spaart voor zijn pasgeboren dochtertje 200 euro per maand gedurende 20 jaar. Ondanks het feit dat de vrijstelling wordt opgetrokken van 10.000 euro naar 15.000 euro, zal die man die taks moeten betalen. Ik heb u die vraag gesteld en u hebt er niet op geantwoord.
Ik lees op die websites wel dat het kabinet een suggestie doet. Fiscaal advies van het kabinet, collega’s, dat is heel interessant. Het kabinet zegt dat men de taks kan ontwijken door in verschillende tranches te verkopen. Met andere woorden, de taks is er nog niet, maar men kan hem wel al ontwijken. Hoe moet men dat doen? Misschien moet men bellen naar het kabinet. Daar zullen ze het u uitleggen.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Neen, ik ben nog niet klaar. De minister is ook over zijn tijd gegaan.
Mijnheer de minister, ten tweede zijn er de zelfstandigen. Ik heb u een vraag gesteld over de waardering.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, uw microfoon wordt nu uitgezet.
Vincent Van Quickenborne:
EBITDA maal vier, mijnheer de minister. Ik heb u gevraagd vanwaar die waardering komt en of die kosten van de waardering worden afgetrokken, ja of neen. U hebt daar niet op geantwoord.
Febelfin zegt dat ze dit niet klaarkrijgen tegen 1 januari. Wat is uw antwoord daarop? U hebt die vraag niet beantwoord, mijnheer de minister.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u moet stoppen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, wat gebeurt hier eigenlijk? De minister overschrijdt zijn spreektijd en ik mag niet eens mijn tijd benutten. De minister is vijf minuten over zijn tijd gegaan.
Voorzitter:
Ik ben deze discussie beu. Deze discussie is gedaan.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik zal mijn laatste punt maken. Ik beloof het.
Ik wil nog even citeren uit de twee A4’tjes waarover maandagmorgen een akkoord is gesloten met als titel: 30 juni – beslissing kern. In het knelpunt met betrekking tot het fameuze kraantje in de muur staat er: “Indien de voorziene opbrengst niet wordt gehaald, zal de regering de benodigde aanpassingen doen voor het inkomstenjaar dat volgt op het jaar met het tekort."
Ik dacht dat de PS dat kraantje in de muur zou opendraaien, van 10 % naar 30 %, maar deze regering gaat dat doen. Deze regering zegt: als we te weinig opbrengst hebben, zullen we het tarief nog verhogen in deze legislatuur. Waarom staat dat in die tekst, mijnheer de minister? Waarom zegt u dat u het tarief zult verhogen, als de voorziene opbrengst niet wordt gehaald? Ik vind dat onwaarschijnlijk.
Voorzitter:
Uw punt is gemaakt, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Neen, veel te weinig, maar donderdag kom ik terug met een interpellatie.
U hebt geen respect voor het Parlement.
Voorzitter:
Als u respect hebt voor dit Huis, dan hebt u ook respect voor de werkwijze die hier wordt gehanteerd en voor het Reglement dat ik als voorzitter probeer toe te passen. Ik stel vast dat het Reglement er voor u is wanneer het u uitkomt, maar dat u het naast zich neerlegt als het u niet uitkomt. In dat kader zal ik ook het Reglement toepassen wat betreft uw gedrag ten aanzien van de voorzitter van deze commissie.
Vincent Van Quickenborne:
U hebt schrik voor het Parlement. Dat is het probleem. U laat de parlementsleden geen vragen stellen.
Charlotte Verkeyn:
Kalmeer nu toch eens. Ik heb daarnet gezegd dat u mijn resterende spreektijd kon krijgen om de discussie te voeren. Dat is voor mij geen probleem, maar mijnheer Van Quickenborne, u gijzelt hier de collega's soms zes, zeven uur aan een stuk. Iets bondig zeggen kan ook goed zijn.
Voorzitter:
We gaan weer naar de orde van de dag. De heer Hedebouw heeft het woord.
Raoul Hedebouw:
Je vois que M. le ministre a confirmé en une seule phrase qu'on ne toucherait pas à l'impôt des sociétés. On fait tout, ici, pour éviter le débat sur cette niche fiscale – ce n'est pas une petite achterpoortje – énorme, car la grande majorité des grandes fortunes en Belgique possède ses actions dans les sociétés. J'ai pris l'exemple de Marc Coucke tout à l'heure …
De familie de Spoelberch heeft 620 miljoen euro geboekt als meerwaarde op de verkoop van het transportbedrijf Hillebrand. Dat bedrag komt niet op de persoonlijke belastingbrief van de familie de Spoelberch. Dat wordt behandeld door Cobepa, een persoonlijke vennootschap. Die mensen zullen daar dus niets op betalen. Ik weet niet of iedereen dat goed beseft.
La grande bourgeoisie, elle a tout ça. J'ai des dizaines d'exemples.
De Luikse multimiljonair Guy Paquot verkocht zijn belangen in bouwgroep Recticel met 95 miljoen euro winst. Hij betaalde 0 euro belasting, omdat dat geld allemaal in de Compagnie du Bois Sauvage zit…
…Compagnie du Bois Sauvage, où il a des participations de plus de 10 %, donc RDT! Il n'a donc rien à payer. Par conséquent, chers collègues, pardonnez-moi mais je vois la tentative du gouvernement de ne pas avoir ce débat-là. Ma question est: pourquoi ne l'appliquez-vous pas aux sociétés?
Lode Vereeck:
Dank u, mijnheer de minister. Wij waarderen uw toelichting. Ik hoop dat u ook begrijpt dat wij naar hier zijn gekomen om veel vragen te stellen.
Wat uw inleiding betreft, heb ik een vraag. Is de eerste lezing nu voldoende voor Vooruit om een krabbel te zetten onder de beperking van de werkloosheid in de tijd? Of moet er echt een gestemde wet zijn over de meerwaardebelasting?
In uw inleiding verwijst u ook naar de budgettaire toestand. Ik wil benadrukken dat dit er niet veel aan zal verhelpen. Bij gewijzigd beleid verslechtert de situatie zelfs. Die 500 miljoen betekent slechts 9 euro meer per maand netto in 2029.
U verwijst ook naar FIFO. Mag ik u erop wijzen dat in bepaalde bedrijven de aandelen genummerd zijn en dat genummerde aandelen in het aandelenregister worden verkocht? Daardoor kunt u FIFO niet zomaar toepassen.
Tot slot is er nog iets dat ik erg belangrijk vind. U verwijst, samen met cd&v, steeds naar de vrijstelling voor kleine beleggers, die 10.000 en 15.000 euro. De vraag is echter waarom er hier sprake is van discriminatie. Mijnheer Van Peteghem heeft gezegd dat grote beleggers, zoals familiebedrijven, zorgen voor werkgelegenheid en economische groei, maar ik zeg u dat kleine beleggers eveneens risico's nemen en ook zorgen voor werkgelegenheid en groei. Daarom wilt u toch een wet-Cooreman-De Clercq invoeren? Waarom dan die discriminatie? En hoe denkt u dit in godsnaam te kunnen verdedigen tegenover het Grondwettelijk Hof?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, u hebt geen antwoord gegeven op de vraag over de juridische risico's voor het Grondwettelijk Hof met betrekking tot het aanmerkelijk belang. Wat de alarmkreten vanuit de bankensector betreft, zegt u dat u met hen contact opneemt en het samen met hen zult oplossen, maar dat is niet wat ik hoor uit de sector zelf.
Uw berekening over de overdraagbaarheid van de vrijstelling heb ik niet helemaal kunnen volgen. Mevrouw Verkeyn gaf echter aan dat we op de eerste lezing wachten, waarna alle details over de modaliteiten duidelijk zullen worden. Ik heb begrepen dat die eerste lezing op vrijdag 4 juli 2025 zal plaatsvinden. Ik hoop dat we daarvan een kopie zullen ontvangen, zodat we die zelf ook kunnen bestuderen.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse, même si, je ne vous le cache pas, c'est pour moi une vraie déception. Vous avez utilisé la moitié de votre temps pour une resucée de la note d'orientation et puis, toute une série de déclarations d'intention sur ce que vous allez faire, mais sans chiffres ni tableaux, etc. Et rien sur de nombreuses questions: les mesures anti-abus, les exonérations… à se demander si le gouvernement avait vraiment tranché ou pas. En tout cas, c'est clair: votre réforme n'est pas une avancée en matière de justice fiscale.
Tous nos concitoyens ont compris maintenant qu'une personne qui réalise une plus-value de deux millions payera 12 500 euros et on peut très vite faire le parallèle avec un salaire de 2 000 euros et voir le montant des impôts à payer chaque mois. C'est clair!
Cependant, la question que je vous ai posée reste entière: qui va payer si les riches ne payent pas? Je suppose que ce sera encore la caissière de Cora, qui a 55 ans et que l'on menace d'envoyer au CPAS, les pensionnés qui se battent aussi pour conserver leur pouvoir d'achat. En ce qui concerne les 500 euros que le MR ou Les Engagés avaient promis, rien! Mais on a des sous pour acheter des F-35.
Je vous l'avais dit, monsieur le ministre, vous êtes fort avec les faibles et faible avec les riches. Je confirme, ce gouvernement protège ceux qui ont déjà tout et laisse la facture aux autres.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J'ai calculé que vous avez mis à peu près trois minutes pour rentrer dans le vif du sujet et commencer à répondre aux questions des députés. Je pense qu'en termes de gestion du temps de parole, on peut faire des reproches aux députés mais ici, vous avez commencé par des attaques en règle contre les partis de la Vivaldi, contre les uns, les autres et le Parlement. Ensuite, vous nous expliquez qu'en fait, les réponses viendront plus tard et que nous sommes trop impatients.
Voorzitter:
Votre réplique, madame Schlitz?
Sarah Schlitz:
Or, cela fait des mois qu'on attend des réponses sur cette question qui n'est pas du tout anodine.
C'est la question de la justice fiscale et sociale dans cette législature. Si vous ne parvenez pas à mettre en place une véritable taxation des plus-values, aujourd'hui, les efforts que vous demandez à la classe moyenne et aux classes les plus précaires de notre société ne seront jamais acceptés.
Vous devez faire contribuer les grosses fortunes et le patrimoine. Et qu'est-ce qu'on entend, glissé entre deux phrases, entre quelques considérations techniques? Qu'en fait, les revenus des sociétés seront épargnés car aucun changement au régime des sociétés ne sera apporté.
Nous allons évidemment creuser cela. Si c'est bien le cas, c'est un véritable scandale et vous n'arriverez pas à atteindre les 500 millions qui sont déjà riquiquis par rapport à ce qu'une vraie taxation des plus-values peut réaliser. C'est le cas dans d'autres pays d'Europe, que l'on nous cite en exemple quand ça nous arrange. Un coup le Danemark, un coup la Hollande. Eh bien, je vous invite à vous intéresser réellement à des taxations des plus-values de 30 % qui ramènent des milliards par an dans les caisses de l' É tat!
Ce n'est qu'une question de justice fiscale de le faire. Arrêtez donc de rechigner, arrêtez de freiner. Et mettez en place cette véritable taxation des plus-values, monsieur le ministre.
Charlotte Verkeyn:
Ik wil de minister danken voor de transparantie en openheid die hij heeft getoond tegenover dit Parlement. Wij hebben er alle vertrouwen in dat er tijdens de bespreking van de definitieve tekst voldoende ruimte zal zijn voor rekenschap, bezorgdheden en debat.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, nous commençons à y voir un peu plus clair en ce qui concerne la taxation sur les plus-values. Depuis que ce gouvernement est entré en fonction, plusieurs ajustements ont été entrepris, notamment à propos des niches fiscales. Plusieurs choses ne sont désormais plus déductibles, alors qu'elles l'étaient encore naguère. Nous voyons que cette taxation des plus-values est en même temps respectueuse des PME. L'exemple a été donné d'une plus-value réalisée par un boulanger, d'un indépendant qui remet son commerce, mais qui a payé des impôts toute sa vie, qui arrive en fin de carrière et qu'on voudrait rançonner. Or il n'est pas question de le rançonner, mais de le faire participer comme les autres.
Maintenant, bien entendu, nous attendons le texte pour parler enfin de quelque chose que l'on connaît, au lieu de parler dans le vide comme d'habitude. Le plus important est de disposer du volet relatif à la réforme fiscale parce que les ajustements qui ont été entrepris doivent conduire à une augmentation des revenus de ceux qui travaillent. Donc, nous sommes dans l'attente et nous savons que ces textes vont arriver.
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre initiative.
Xavier Dubois:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses.
J'entends les informations concernant le timing. Nous serons bien entendu très attentifs au respect de celui-ci ainsi qu'au caractère opérationnel du projet qui sera présenté. Il sera intéressant d'analyser cela en profondeur. Je pense que vous avez rappelé toutes les exonérations prévues qui protègent la classe moyenne. Nous y tenons fortement et nous serons donc attentifs aussi à ce point de vue.
Nous tenons à souligner la volonté de monitoring de l'accord prévu ici, tant par rapport au rendement attendu de la taxe que par rapport à l'atteinte de l'objectif qui est véritablement de faire contribuer les épaules les plus larges. Ce sera un point d'attention très important pour nous aussi. Nous attendons le texte avec impatience.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, het is jammer dat er veel geroep en getier is. Politiek gaat over geloofwaardigheid en vertrouwen. Als we het vertrouwen in de politiek willen herstellen, dan moeten we durven te zeggen waar het op staat: wie veel heeft, zal meer moeten bijdragen. Punt uit.
Mijnheer Hedebouw, u knikt. Ik ben blij dat u het daarmee eens bent.
Collega’s, we doen dat niet omdat we iets willen afpakken, maar wel opdat iedereen die werkt en zijn deel doet, eerlijk wordt behandeld. Alleen zo bouwen we aan een eerlijke, sterke en toekomstgerichte samenleving.
Vooruit heeft zich vastgebeten in de meerwaardebelasting. We hebben doorgezet, niet om een trofee binnen te halen of andere verwijten die wij weleens krijgen, maar omdat het eenvoudigweg niet uit te leggen is dat verpleegkundigen, arbeiders of anderen elke maand zwaar belast worden op hun loon, terwijl iemand die miljoenen opstrijkt via aandelen en jarenlang geen bijdrage hoefde te leveren nul euro belasting betaalt. Dat is wat er scheef zat en wat wij nu rechtzetten.
Laat ik het even concreet maken: een ondernemer verkoopt zijn bedrijf en incasseert 5 miljoen euro, in de pocket. Die winst kwam er dankzij onze wegen, ons onderwijs, onze gezondheidszorg, allemaal betaald, collega's, met belastinggeld. Als we hier binnenkort het wetsontwerp goedkeuren, zal die ondernemer daar voortaan ook aan bijdragen. Net als u allemaal, net als de mensen die meekijken en ikzelf. Dat is fiscale rechtvaardigheid. Dat is geen slogan, maar een keuze.
Vooruit maakt in de regering werk van een hervorming die niet alleen op papier staat, maar ook voelbaar is op het terrein. Geen uitzonderingen voor lobbygroepen, geen achterpoortjes voor wie het breed heeft. Als dat niet lukt, dan lukt de rest ook niet. Dus gaan we ervoor, omdat het nodig is, omdat het eerlijk is en omdat mensen dat verwachten van wie wel verantwoordelijkheid durft te nemen. Daarom zit Vooruit in de huidige regering.
Echte vooruitgang, collega's, begint met gelijke spelregels voor iedereen. Daar sta ik voor en daar zal ik altijd voor blijven vechten, zolang ik in dit Parlement zit.
Vincent Van Quickenborne:
(…) (Zonder microfoon.)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, die vraag hebben we al behandeld. U hebt uw kans verkeken. We gaan door met onze agenda.
Madame Schlitz, vous avez la parole. (…) Bon, madame Schlitz, soit vous posez votre question, soit nous passons à la question suivante. J'en ai marre! (Tumulte)
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, respecteer eens het Parlement!
Voorzitter:
Respecteert u eens de regels van het Parlement!
Vincent Van Quickenborne:
U respecteert helemaal niets!
Voorzitter:
Respecteer de regels van het Parlement!
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
De orde van de werkzaamheden hebben we daarstraks gehad. Die vraag had u daarstraks moeten stellen.
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ben voorzitter van de commissie voor Financiën. Ik probeer ze voor te zitten volgens de bepalingen van het Reglement. Ik houd mij aan de agenda. We zijn aan het tweede punt van onze agenda gekomen, zijnde een vraag van mevrouw Schlitz.
De Amerikaanse invoerheffingen
De Amerikaanse invoerheffingen
De instabiliteit van de beurskoersen en de gevolgen ervan voor ons land en onze economische actoren
Het handelsbeleid van Donald Trump
Amerikaans handelsbeleid, invoerheffingen, beursinstabiliteit
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 10 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de Amerikaanse handelsoorlog en Europa’s reactie, met focus op België’s strategie om economische schade te beperken. De eerste minister benadrukt onderhandelingen en Europese eenheid als sleutel, steunt het uitstel van EU-tegenmaatregelen (90 dagen) en wijst op de noodzaak om eigen concurrentiekracht (MAKE 2030) te versnellen, zonder concrete deadlines. Kritiek komt van populisme-risico’s (Trump’s onvoorspelbaarheid), afhankelijkheid van de VS (energie, wapens) en de oproep tot diversificatie (Azië, Afrika) in plaats van onderwerping. Farmasector, beursonrust en Europese waarden (bv. diversiteit) blijven kwetsbare punten in het debat.
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de eerste minister, collega’s, wie biedt meer, wie biedt minder of wie biedt intussen helemaal niets meer met de pauzeknop? Onze economie leek de voorbije dagen echt een tapijtenmarkt. Vergis u echter niet, de Verenigde Staten zijn gefixeerd op hun handelsbalans, willen de productie opnieuw in eigen land en menen daarvoor met de importheffingen echt de trump card te hebben gevonden. Ondertussen komt de rest van de wereld smekend en op blote knieën aan de onderhandelingstafel. Dat is mooi meegenomen.
Wij zijn nu een week later, een week na de eerste bedreigingen. De aanvallen blijven komen. Gisteren was er het bericht dat onze farmasector toch extra geviseerd zou worden. Collega’s, die sector is bezorgd. Angst en paniek zijn echter zelden goede raadgevers. ‘Never let a good crisis go to waste ’ is dat wel.
Mijnheer de eerste minister, het verheugt ons te lezen dat u dezelfde mening bent toegedaan, dat u naast de parallelle weg van de onderhandelde oplossing van de Europese Unie die bezig is, ernaar streeft om onze eigen concurrentiepositie te verstevigen en dat u hebt aangekondigd dat u wil inzetten op het verstevigen van onze concurrentiekracht en op het programma in het regeerakkoord MAKE 2030 . Dat is een heel goed idee.
Ik heb twee vragen, namelijk een vraag over de onderhandelde oplossing en een vraag over MAKE 2030 . Ten eerste, hoe staat u tegenover de onderhandelde oplossing, de nultarieven en de wederzijdse tarieven die worden voorgesteld? Hoe staat u daartegenover? Wat doet u met andere belangrijke sectoren in ons land, zoals de farmasector? Ten tweede, hoe ziet u de versnelde opstart van MAKE 2030 ? Wordt dat effectief een MAKE 2025-2030 ?
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, de voorbije dagen zag de kleine belegger zijn pensioenfonds of aandelen verdampen door de grillen van populistische pyromanen. Als de mensen hun beleggings- of aandelenfonds openden, zagen ze bloedrode cijfers, namelijk -5 %, -10 % of -15 %. Het is heel duidelijk: als extremistische populisten met hun spierballen rollen, is de gewone hardwerkende man of vrouw in de straat de dupe.
Bijna 3 miljoen mensen in ons land doen aan pensioensparen. Hard werkend zetten zij een centje opzij om comfortabeler van hun oude dag te kunnen genieten. Dalende beurzen door de grillen van Trump doen deze mensen in onzekerheid leven. Ze liggen daar wakker van. Zeker in tijden van onzekerheid kijken deze mensen naar ons.
Collega's, wij hebben geen nood aan stoere machopraat. We moeten niet agressief of naïef zijn, maar wel slim en assertief. Wij moeten samenzitten, de-escaleren en de ratio laten zegevieren. De welvaart van onze mensen staat op het spel. Daarvoor is een sterk en verenigd Europa nodig, een Europese Unie die zich niet uit elkaar laat spelen door Trump. Het Europese project moet, na een project van vrede, meer dan ooit een project van economische sterkte en economische welvaart voor onze mensen worden.
Beste premier, ik ga ervan uit dat u op deze lijn zit en binnen Europa de spreekbuis wil zijn van de gedachte van Europese welvaart, die zorgt voor meer stabiliteit en voor meer veiligheid in de wereld. (…)
Voorzitter:
Bedankt, collega Van den Heuvel. Uw tijd is om.
Xavier Dubois:
Monsieur le premier ministre, la semaine passée, le président Trump a annoncé sa volonté d'imposer de manière importante quantité de pays en augmentant les droits de douane sur une série de produits, lançant ainsi une sorte de guerre commerciale qui est dommageable pour tout le monde, pour nous et pour les États-Unis également, car elle crée de l'incertitude, de l'instabilité. Elle est dommageable pour notre économie, pour nos banques, nos investisseurs, nos entreprises, nos PME, mais aussi nos citoyens.
À la suite de cette annonce, la Commission européenne a décidé d'une première réplique en imposant aussi des droits de douane pour certains produits particuliers américains, tout en déclarant qu'elle était ouverte à suspendre cette décision en cas d'accord équilibré et juste avec les Américains.
Hier, rétropédalage du président américain, qui annonce qu'il souhaite suspendre cette décision pendant 90 jours pour toute une série de pays, dont les membres de l'Union européenne, mais pas la Chine. Au vu des résultats des marchés financiers de ce matin, on pourrait se dire qu'il s'agit d'une bonne nouvelle, les bourses étant de nouveau dans le vert. Cependant, à moyen et à long terme, l'instabilité est toujours présente, ainsi que l'insécurité, puisque nous ne sommes pas à l'abri d'un nouveau revirement au niveau de la politique commerciale américaine. Et surtout parce qu'il s'agit d'une décision temporaire. Il faut continuer à discuter, à négocier pour défendre notre économie.
Monsieur le premier ministre, quelle est la position du gouvernement par rapport à cette situation instable? Quelles sont les mesures concrètes qui ont été prises pour assurer la stabilité de notre économie? Et surtout, comment la Belgique se positionne-t-elle dans ces négociations de manière concrète pour défendre notre économie?
Nabil Boukili:
Monsieur le premier ministre, la décision du gouvernement américain du 2 avril d'augmenter les droits de douane pour l'ensemble du monde est une agression internationale majeure. L'objectif de l'impérialisme américain, avec cette violence, est de soumettre les États du monde aux intérêts des Américains et de l'État américain, par la force. Le président Trump n'hésite d'ailleurs pas à s'en vanter, puisqu'il déclare que, depuis la mise en place de ces droits de douane, 70 pays sont venus, je cite, " kissing my as s". Je traduis pour ceux qui ne parlent pas anglais. Cela veut dire: "lécher notre cul".
Monsieur le premier ministre, la Belgique est-elle concernée par cette déclaration? C'est une première question.
Suite à ce léchage de derrière, l'administration américaine a suspendu les mesures pendant 90 jours pour soi-disant négocier. Nous savons qu'il ne s'agit pas d'une vraie négociation, pas plus que d'une vraie suspension, puisque les droits de douane passent de 20 % à 10 %. Il y a toujours 10 % de trop.
De plus, pour que ces droits restent à 10 %, l'Union européenne doit se soumettre et mettre un genou à terre face aux États-Unis. Elle doit acheter pour plus de 350 milliards de dollars de plus de gaz américain. Elle doit aussi acheter des armes américaines pour des milliards de dollars et d'euros, ce que nous ferons payer à nos travailleurs. Cela nous rendra encore plus dépendants des États-Unis, une dépendance qui nuit déjà beaucoup à notre économie aujourd'hui.
Monsieur le premier ministre, deux hypothèses existent et deux possibles choix se posent à nous pour faire face à l'agression américaine. Soit se soumettre et accepter les menaces américaines, soit s'ouvrir sur le reste du monde, sur le Sud global, commercer avec d'autres pays, diversifier notre commerce, notamment en Asie, en Afrique, en Amérique latine (…)
Voorzitter:
Aangezien vier collega's vragen hebben gesteld, krijgt de eerste minister vijf minuten om te antwoorden.
Bart De Wever:
Merci, chers collègues.
Monsieur Boukili, vous avez traduit l'expression " kiss my ass " en français. On vous a demandé de la traduire en néerlandais. Il est sage que vous ne l'ayez pas fait. Je déplore le langage du président Trump. Cela laisse aussi une très mauvaise impression, pour dire le moins...
Mercredi matin, à 6 h – heure belge –, minuit aux É tats-Unis, les droits de douane qu'ils avaient initialement annoncés sont entrés en vigueur. Pour l'Union européenne, cela signifiait à ce moment-là un droit de douane général de 20 % sur nos exportations vers les États-Unis , à l'exception d'une série de produits que j'ai déjà cités la semaine dernière – pour notre pays, la principale exception étant celle des produits pharmaceutiques. Entre-temps, Trump a évoqué la possibilité de le faire sur ces derniers produits. Mais, avec lui, on ne sait jamais!
Koen, u zult week na week pal moeten blijven staan op deze tribune. Ik weet dat u dat kunt.
Hier, il a à nouveau fait une annonce sur les droits de douane en général qui allaient être ramenés immédiatement à 10 %. Cela reste nettement plus élevé que la situation précédente – ce n'est donc pas une suspension totale –, mais les marchés ont réagi pour l'instant avec soulagement, considérant que c'est moins grave que prévu.
L'instabilité des marchés et la position américaine chaotique rendent actuellement impossible toute analyse d'impact à long terme de ces droits de douane. Je comprends que vous posiez des questions, mais il est impossible d'y répondre parce qu'il s'agit plutôt de suivre les choses jour après jour, voire heure après heure.
De verlaging tot 10% geldt voor alle duidelijkheid niet voor de tarieven die de VS afgelopen maand op aluminium, staal en wagens invoerden. Dus, we zijn nog ver van huis.
Als reactie op de initiële tarieven van maart had de Europese Commissie een proportioneel tegenpakket voorbereid, pakket waaraan we hebben meegewerkt en waarover er een akkoord werd bereikt. Het gaat om een pakket goederen ter waarde van 21 miljard, dat gespreid zou worden ingevoerd over drie verschillende data.
Het eerste deel van het pakket zou normaal ingaan op 15 april 2025. Maar de voorzitster van de Europese Commissie heeft zopas laten weten, met steun van alle lidstaten, dat ze de tegenmaatregelen zal uitstellen met 90 dagen. Haar boodschap daarbij luidde: "We want to give negotiations a chance." Die houding van de commissievoorzitster steun ik voor de volle 100%. Ik denk dat het goed is dat wij dus niet zijn ingegaan op de stoere kretologie van sommige fracties hier vorige week, die kreten en stoere verklaringen en maatregelen verwarren met verstandig leiderschap.
U hebt gepleit voor een koel hoofd en een verstandige aanpak. Dat is volgens mij de aanpak van Europa en die is verstandig. Ik denk ook wij nog altijd moeten proberen een zinloze handelsoorlog met alleen verliezers zo snel mogelijk te stoppen en terug te keren naar een evenwicht waarbij alle partijen beter af zijn dan voordien.
Dat is ook de boodschap die ik, zoals ik had aangekondigd, heb meegegeven aan Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. De Verenigde Staten en Europa worden eigenlijk met identiek dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Het zou bijzonder dom zijn om die gezamenlijke problemen in conflict en verspreide slagorde aan te pakken in plaats van ze als westerse wereld samen aan te gaan. Als Europeanen zullen we dat zeker samen moeten doen. Dit is een moment om de Europese integratie snel vooruit te doen gaan. Die opportuniteit moeten we grijpen.
We kunnen alleen hopen dat dat soort wijsheid ook de Amerikaanse bondgenoten snel bereikt en hen ervan doordringt. De opening tot onderhandelingen stemmen lichtjes hoopvol. Maar we zijn er bij lange nog niet en zekerheden hebben we absoluut niet.
Tot zo lang is het vooral zaak om als Europeanen lessen te trekken uit het hele debacle, met name dat wij onze eigen interne markt zo snel mogelijk en grondig versterken en ons inderdaad openstellen voor de talloze mogelijkheden tot vrije handel met de rest van de wereld, die naar ons kijkt. Voor vrijheid en Europese welvaart!
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de premier, collega's, allemaal samen pal staan, het been stijf houden om verstandige beslissingen te nemen en daadkrachtig te besturen, dat is inderdaad wat we moeten doen. We hebben te maken met iemand die zeer graag pokert met de wereldeconomie. Het is zaak om in dat pokerspel niemand te overbluffen.
Vorige week hebben we hier een aantal andere oproepen gehoord, maar wij staan allemaal als een blok achter de onderhandelde oplossing en willen anderzijds vooral ook nagaan hoe we onze daadkracht in onze economie kunnen versterken, onder andere via de plannen die de regering op tafel legt. Bedankt om die visie in uw antwoord nogmaals te bevestigen.
Koen Van den Heuvel:
Mijnheer de premier, dank u wel voor uw duidelijke antwoord.
Beste collega's, uit de voorbije weken kunnen we twee grote lessen trekken. Allereerst, waar populisten en waar extremisten aan de macht zijn, is de gewone man in de straat de dupe. Zij leiden ons naar nergens. Ten tweede, het antwoord op de groeiende onzekerheid op wereldvlak door geopolitieke spanningen ligt in een meer verenigd, sterker Europa.
Ik ben heel blij, mijnheer de premier, dat u de spreekbuis wilt zijn als eerste minister van de regering en van ons land in Europa om dat verenigde Europa te verdedigen. Geen machogedrag, maar de ratio laten wederkeren om de welvaart van onze mensen te beschermen.
Xavier Dubois:
Merci monsieur le premier ministre pour vos réponses. J'entends effectivement le fait qu'il faut rester vigilant pour continuer à défendre notre économie. Je partage bien entendu cet avis.
Bien sûr, dans ces négociations, il faudra défendre notre économie et notre commerce mais il ne faudra surtout pas oublier la défense de nos valeurs. Et je pense que les tentatives des É tats-Unis ne visent pas que notre commerce mais également, notamment, l'ingérence dans les politiques de nos entreprises. L'initiative visant les politiques en matière de diversité et de protection des minorités n'est pas acceptable.
Je suis convaincu que dans vos discussions, dans vos négociations avec les É tats-Unis, vous n'oublierez pas ces valeurs pour défendre notre économie, notre démocratie et ce qui fait vraiment le sel de notre société, de notre vivre ensemble.
Nabil Boukili:
Merci monsieur le premier ministre, pour vos réponses, même si je n'ai pas eu de réponse à ma question. Vous avez déclaré que nous avons les mêmes défis que les É tats-Unis. C'est très inquiétant et très naïf parce que les É tats-Unis ne connaissent que leurs intérêts et sont prêts à sacrifier tout le monde, l'Europe y compris, pour les défendre. Je vois que vous êtes sur la même ligne que votre collègue, Mme Meloni – qui fait partie du même groupe que la N-VA au Parlement européen –, cette ligne de nous accrocher aux quelques croquettes que nous jettent les É tats-Unis, alors qu'il y a d'autres voies en Europe. M. S á nchez, le premier ministre espagnol, est aujourd'hui en Chine pour diversifier son économie, pour s'ouvrir sur d'autres horizons. Au niveau européen, je vois qu'il y a deux tendances: ceux qui utilisent leur cerveau pour évoluer et ceux qui utilisent leur langue, comme le demande M. Trump.
De beurskapitalisatie van Elia en de financiële impact op de lokale entiteiten
Gesteld door
Gesteld aan
Mathieu Bihet (Minister van Energie)
op 8 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de financiële gezondheid en strategische positie van Elia (beheerder van het Belgische elektriciteitsnet), na een koersdaling van 20% begin januari, gekoppeld aan Amerikaanse projectannuleringen onder Trump. Minister Bihet benadrukt dat Elia Transmission Belgium (GRT) strategisch is en publiek verankerd moet blijven, maar wijst vragen over de beurskoers van Elia SA (moederbedrijf) af als niet-bevoegd, terwijl hij de succesvolle kapitaalverhoging (met 200 miljoen van SFPIM) bevestigt. Luc Frank waarschuwt voor risico’s voor gemeenten (als aandeelhouders) en vreest dat dubieuze private investeerders de publieke controle kunnen ondermijnen, met mogelijke gevolgen voor lokale financiën en energiezekerheid. De kernvraag blijft hoe de overheid publiek-private samenwerking kan waarborgen zonder het strategische belang van Elia in gevaar te brengen.
Luc Frank:
Monsieur le ministre, à la fin de la législature précédente, nous avons été alertés par une information préoccupante concernant la situation boursière d'Elia, le gestionnaire du réseau de transport d'électricité. Celle-ci s'est significativement détériorée. Lors de la première semaine de janvier, le quotidien L'Écho rapportait que l'entreprise avait perdu près de 20 % de sa valeur en bourse. Une telle chute est loin d'être anodine pour un acteur aussi stratégique dans le paysage énergétique belge.
Cela se produisait au même instant que l'investiture de Donald Trump à la présidence américaine et l'annulation de certains projets américains d'Elia. Cette fragilisation soulève plusieurs interrogations quant à la solidité financière de l'opérateur, à sa capacité à maintenir ses investissements dans le réseau mais aussi et surtout quant à l'impact possible sur ses actionnaires au premier rang desquels figurent les communes et intercommunales belges.
Quelle est la situation actuelle concernant la capitalisation d'Elia ainsi que ses fluctuations boursières? Comment la situation a-t-elle évolué depuis le mois de janvier? Compte tenu de la situation, comment le ministre compte-t-il accompagner Elia pour assurer ses missions dans un contexte économique instable?
Comment la situation est-elle vécue par les communes et intercommunales actionnaires d'Elia? Ont-elles d'ores et déjà exprimé des inquiétudes concernant la capitalisation de l'entreprise? Ces entités locales, souvent déjà sous pression budgétaire, risquent-elles de subir des pertes importantes? Une évaluation de l'impact a-t-elle été réalisée ou est-elle en cours?
Et enfin, Elia s'est lancée dans une augmentation substantielle de capital. Le bras financier du fédéral, la SFPIM, injectera 200 millions. Existe-t-il un risque de dissolution de l'actionnariat public à travers cette augmentation de capital? Quelles sont les garanties à ce sujet? L'entreprise étant clairement stratégique pour l'État, comment voyez-vous la collaboration entre le public et le privé dans cette actionnariat?
Voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister voor een geruststellend antwoord. Ik heb gezien dat de kapitaalsverhoging intussen succesvol werd afgerond.
Mathieu Bihet:
Bijna!
Monsieur Frank, je répondrai à la question de savoir si cette entreprise est importante pour nous. Je vais vous citer l'accord de gouvernement: "Les gestionnaires de réseaux de transport et les infrastructures associées au transport d’énergie sont des actifs stratégiques et doivent rester ancrés. Le ministre compétent est chargé d’étudier la situation et de formuler des recommandations au gouvernement afin d’assurer cet ancrage et de garantir que les gestionnaires puissent remplir durablement leurs fonctions stratégiques, notamment en veillant à un actionnariat de soutien stable et de capacités de financement pérennes."
Il ne faut pas confondre Elia SA et Elia Transmission Belgium. Il s'agit d'un jeu de poupées russes: il y en a une qui est dans l'autre. S'agissant du Gestionnaires de Réseau de Transport (GRT), c'est Elia Transmission Belgium et non Elia SA. Pour le surplus, il ne m'appartient pas de commenter ce que souhaite faire Elia SA, ni, surtout, son cours de bourse. Cela ne relève pas de mes compétences, et on pourrait même me le reprocher!
Voilà pour vos questions. Je précise simplement le rôle du GRT pour nous, son importance, l'importance de son ancrage. Concernant les différents actionnaires, je vous renvoie aux différentes intercommunales de financement qui sont derrière et sont les intermédiaires entre les communes et les différentes prises de participation.
Luc Frank:
Merci, monsieur le ministre. Sur le principe, je suis d'accord. Cependant, il faut faire attention, car certaines aventures financières, commerciales, peuvent avoir des répercussions sur une situation d'intercommunale. Cela fait 25 ans que je participe à la politique de ma commune et j'ai connu certaines expériences commerciales qui se sont révélées néfastes pour les finances communales. L'État fédéral, d'une certaine façon, peut jouer un rôle stratégique pour ce qui concerne la délivrance d'énergie, mais aussi pour les finances communales. S'agissant d'une SA, il faut aussi faire attention à qui rentre dans l'actionnariat, afin que ce ne soient pas des sociétés dans des états plus que douteux.
Het jaarloon van CEO's en een rechtvaardige fiscaliteit
Het loon van CEO's van beursgenoteerde bedrijven
Beloning van CEO's en fiscaal rechtvaardigheid
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 9 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de groeiende loonongelijkheid (CEO’s verdienen in een week wat een gemiddelde werknemer in een jaar krijgt) en oneerlijke fiscaliteit, waar topverdienders proportioneel minder belastingen betalen dan arbeiders. Vanbesien en Thémont benadrukken dat *rechtvaardige belastinghervorming* nodig is: zwaardere lasten voor grote vermogens en "sterkste schouders" (topinkomens), en verlichting voor lage/middelinkomens, terwijl ze kritiek hebben op rechtse partijen (o.a. MR/"Arizona") die de middenklasse en ambtenaren belasten maar CEO’s ontzien. Minister Van Peteghem beaamt dat fiscaliteit rechtvaardiger moet, maar wijst op de beperkte invloed van de overheid op private lonen; hij belooft door te werken aan hervormingen, zonder concrete maatregelen te noemen. Kernpunt: *systematische bevoordeling van topverdieners* moet stoppen, maar politieke weerstand (met name rechts) blokkeert daadkrachtige aanpassingen.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, op een week tijd heeft de gemiddelde CEO van een groot bedrijf in ons land evenveel verdiend als de gemiddelde werknemer op een heel jaar tijd. Dat is een illustratie van de ongelijkheid in ons land. Telkens wij evenwel ongelijkheid ter sprake brengen, springen de rechtse partijen uit hun banken met de boodschap dat wij alweer daar zijn met onze jaloezie en dat wij succesvolle mensen hun succes niet gunnen.
Collega’s, het gaat niet over jaloezie of over het niet gunnen van succes. De mensen begrijpen wel dat de directeur van een groot bedrijf veel meer verdient dan de arbeider in datzelfde bedrijf. Het is niet dat wat zij erg vinden. Wat de mensen wel erg vinden, is dat op het einde van het jaar dezelfde arbeider meer belastingen moet betalen dan de directeur. Dat vinden zij terecht niet eerlijk. Dat is ook wat mijn goede collega’s van Vooruit bedoelen, wanneer zij stellen dat elk zijn deel niks te veel is. Dat is waar rechtvaardige fiscaliteit om draait: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
De heer Bouchez vindt dat alles gezwets. Bouchez vraagt zich af wie de sterkste schouders zijn en oppert dat de betrokkenen sowieso al te veel belastingen betalen. Hij stelt ook dat, wanneer de sterkste schouders worden geviseerd, men uiteindelijk toch opnieuw terechtkomt bij de gewone middenklasse. Mijnheer Bouchez, hier zijn ze. Dat zijn uw sterkste schouders, namelijk de mensen die op een week tijd evenveel verdienen als de gemiddelde werknemer op een heel jaar tijd. Dat zijn de schouders die een eerlijke bijdrage moeten leveren.
Mijnheer de minister, mijn vraag aan u is dan ook de volgende. Bent u het met mij eens dat de volgende regering werk moet maken van een ambitieuze hervorming die de lasten op arbeid lichter maakt en een eerlijke bijdrage vraagt aan de grote vermogens en de sterke schouders?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, dans cette Assemblée, certains ont du mal à comprendre de qui on parle quand on parle des épaules les plus larges. Je veux bien, mais imaginez-vous que hier, après huit jours, les patrons d'entreprises cotées en bourse ont gagné ce que gagne en un an un travailleur dans la moyenne belge. En huit jours, monsieur le ministre! Vous en rendez-vous compte? Ici, on ne parle même plus d'un Win for life, on dirait que c'est plutôt le jackpot pour les CEO.
Soyons concrets. Cette nuit, les ouvriers communaux étaient nombreux à répandre du sel sur nos routes en bravant le froid. Ce matin, les enseignants étaient là pour ouvrir les portes des écoles et accueillir vos enfants. Et pourtant, ce sont des fonctionnaires, ceux sur qui la future Arizona a décidé de taper. Dans les hôpitaux surchargés, les soignants sont sur le pied de guerre pour faire face à une épidémie de grippe. Tous ceux-là doivent trimer toute l'année et pas seulement huit jours. Je pense encore aux travailleuses des titres-services, aux travailleurs qui touchent des bas salaires, à tous ceux qui travaillent à temps partiel, et à ceux qui se tuent au travail, ce qui est encore pire.
J'imagine que vous savez ce que je vais dire. En un an un CEO gagne 120 fois le salaire minimum. Cela veut dire deux jours de travail d'un côté et un an de l'autre.
Monsieur le ministre, on ne va pas discuter des épaules les plus larges. On sait bien de qui on parle.
Ma question est très simple. Allez-vous convaincre vos partenaires de faire porter l'effort budgétaire sur les bonnes personnes, pas sur celles qui travaillent comme des dingues pour un salaire médian, mais sur celles qui, le 8 janvier, ont déjà empoché un an de ce salaire médian?
Vincent Van Peteghem:
Collega Vanbesien, mevrouw Thémont, gisteren was het Fat Cat Day. Een dag die zijn oorsprong vond in het Verenigd Koninkrijk enkele jaren geleden. Sindsdien heeft die dag vele vaders en er werden hier vandaag nieuwe namen naar voren geschoven.
Je comprends très bien votre souci d'une rémunération et d'une formation des salaires correctes mais vous réalisez que cela concerne les entreprises privées. Ce que les entreprises accordent en contrepartie des services rendus, qu'il s'agisse de leurs collaborateurs ou de leur CEO, est quelque chose sur laquelle notre fiscalité n'a que peu ou pas de contrôle.
U beiden grijpt deze dag echter terecht aan om te pleiten voor een rechtvaardigere fiscaliteit en om te pleiten voor een ambitieuze fiscale hervorming. We zijn het er volgens mij allemaal over eens dat ons fiscaal systeem inherent rechtvaardig moet zijn en dat ieder zijn of haar eerlijke bijdrage moet leveren naargelang zijn of haar draagkracht. Dat is essentieel omdat dat ook een onderdeel vormt van het vertrouwen in ons gehele fiscaal systeem.
La manière dont cela est mis en pratique relève de notre responsabilité à tous. L'équité est donc l'épine dorsale de l'épure d'une réforme fiscale que j'ai préparée au cours de la législature précédente.
Rechtvaardigheid is voor mij immers veel meer dan een ambitie in een grote fiscale hervorming, het is een noodzaak. Alleen zo zullen we iedereen kunnen blijven overtuigen dat het systeem werkt, ook voor wie gisteren nog geen gemiddeld jaarloon verdiende. Daarvoor had ik geen Fat Cat Day nodig. Ik zal daar in ieder geval de komende weken, maanden en jaren verder aan blijven werken.
Dieter Vanbesien:
Dank u, mijnheer de minister. Collega’s, een recente studie van professor André Decoster heeft aangetoond dat de ongelijkheid in ons land groter is dan tot nu toe werd aangenomen. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat verschillende bronnen van inkomen en vermogen op een verschillende manier worden belast. Meestal is dat in het voordeel van zij die veel hebben, in het voordeel van diegenen met de sterkste schouders. In de vorige legislatuur hebben we veel voorbereidend werk geleverd om die situatie te verbeteren, onder leiding van minister Van Peteghem. We zijn er niet in geslaagd dat werk af te maken en de regels aan te passen. We have a job to finish .
Mijnheer Van Peteghem, daarom hoop ik, in tegenstelling tot sommige anderen, uit de grond van mijn hart dat u in een volgende regering nog steeds minister van Financiën zult zijn om dat werk af te maken.
(…) : (…)
Voorzitter:
Collega's, mag ik, na deze particuliere nieuwjaarswens, terug de aandacht vragen voor de repliek van mevrouw Thémont?
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Certains négociateurs de l'Arizona essaient de réduire cette réforme fiscale à une peau de chagrin. Ce sont eux finalement qui protègent les épaules les plus larges. Mais quand il s'agit de se mettre d'accord pour revoir l'indexation automatique des salaires, pas de problème! Pas de problème non plus pour saquer dans les pensions des fonctionnaires ou réduire l'accès à la pension minimum! Pas de problème non plus pour payer moins cher le travail de nuit! C'est une attaque en règle contre les travailleurs que nous prépare l'Arizona, sauf pour les gros patrons. Et vous savez que mon parti sera vraiment du côté du droit des travailleurs.
Voorzitter:
Goede collega's, binnen enkele ogenblikken sluiten de stembussen. Indien u uw stem nog wilt uitbrengen, dank ik u daarvoor. Dan kunnen we straks overgaan tot de telling.
De verlenging van het mandaat van de CEO van Proximus ondanks de slechte beursresultaten
Gesteld door
Gesteld aan
Petra De Sutter (Minister van Overheidsbedrijven en Ambtenarenzaken)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Michael Freilich kritiseert minister Petra De Sutter voor het slechte beursresultaat van Proximus (waardeverlies van 7 miljard euro in 5 jaar, -75%), terwijl buurlanden als Nederland en Duitsland wel groei boeken, en vraagt waarom de CEO (Boutin) stiekem zes jaar verlengd werd zonder prestatiedruk. De Sutter verdedigt de verlenging door te wijzen op strategische investeringen (5G, glasvezel, 6 miljard euro) en operationele groei (3% in Q3), maar geeft toe dat de beurskoers lijdt onder kortetermijndruk en een vierde operator. Freilich blijft ontevreden, stelt dat buitenlandse concurrentenzelfde uitdagingen beter aanpakken, en eist dat De Sutter haar focus legt op het herstel van Proximus’ waarde in plaats van op "wereldproblemen" zoals Trump of het Midden-Oosten.
Michael Freilich:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, u bent minister van Overheidsbedrijven, beursgenoteerde overheidsbedrijven. Wij hebben niet zoveel dergelijke overheidsbedrijven, het zijn er twee, namelijk Proximus en bpost.
Wij weten allemaal hoe fantastisch bpost het gedaan heeft, hoe de beurskoers opgeveerd is en hoe de contracten werden onderhandeld. Laten wij dan kijken naar Proximus. Telecom is een mooie branche, een mooie sector, maar wel een heel andere sector. Vijf jaar geleden, bij het begin van de vorige legislatuur, bedroeg de beurswaarde van Proximus 9,3 miljard euro. Vandaag bedraagt die 2,2 miljard euro. 7 miljard euro ging in rook op. De beurskoers is gedaald met meer dan 75 %. Laten wij eens kijken naar onze buurlanden. KPN in Nederland heeft +30 % verwezenlijkt in vijf jaar. Deutsche Telekom in Duitsland heeft +80 % gerealiseerd. Dat verschil is enorm.
U zult nu zeggen dat u geen CEO bent maar minister. Dan nog, u controleert de raad van bestuur. U kunt de CEO toch wel een aantal belangrijke vragen stellen. U hebt de voorbije zomer, in juni of juli, het mandaat van de heer Guillaume Boutin, de CEO van Proximus, dat nog een jaar liep, stiekem, in lopende zaken laten verlengen met zes jaar. In plaats van die man onder druk te zetten en te zeggen dat hij iets moet doen aan de beurskoers van het bedrijf, geeft u hem nog eens zes jaar carte blanche. Leg dat eens uit. Het bedrijf Proximus is van ons allemaal, het gaat om ons geld, en dat gaat nu de dieperik in. U staat erbij, u kijkt ernaar en geeft nog een duwtje. Leg dat eens uit.
Petra De Sutter:
Mijnheer Freilich, u stelt een zeer actuele vraag, want op 25 juli werd inderdaad het mandaat van de heer Guillaume Boutin als CEO van Proximus door de voltallige raad van bestuur verlengd op aanbeveling van het benoemingscomité. U kent de procedure, u weet hoe dat gaat en wie welk mandaat heeft. De motivatie om dat te doen, is in de eerste plaats de erkenning van de visie en de excellente uitvoering van de strategische transformatie van het bedrijf, wat heeft geleid tot groei, zowel in België als internationaal.
U kijkt alleen naar de beurskoers, maar u moet ook naar andere cijfers kijken. Ik zal ze u geven. De raad van bestuur verwijst naar de heel belangrijke opdracht voor de heer Boutin inzake de fameuze uitrol van het mobiele 5G-netwerk en het vaste fibernetwerk waarin heel wat investeringen en versnellingen moesten optreden. De verlenging van het mandaat van de heer Boutin moet ook toelaten om de continuïteit te garanderen met een focus op de uitvoering van de strategie.
Het klopt – ik stel dat natuurlijk ook vast – dat de beurskoers van Proximus al enkele jaren nogal onder druk staat. Dat heeft voor een stuk te maken met de belangrijke investering van 6 miljard euro over meerdere jaren in het glasvezelnetwerk. Op korte termijn heeft dat natuurlijk een impact op de vrije kasstroom en op de uit te keren winsten, maar het is tegelijkertijd ook een langetermijninvestering over meerdere decennia die zowel het bedrijf als de klanten op lange termijn ten goede zal komen.
Daarnaast is er nog een andere externe factor die u ook zeer goed kent, namelijk de komst van de vierde operator op de Belgische markt. Toch legt Proximus echt wel sterke operationele en financiële resultaten voor. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de aankondiging van de resultaten van het derde kwartaal met een groei van 3 %.
Michael Freilich:
Mevrouw de minister, u overtuigt mij niet. Nederland en Duitsland hebben ook een uitrol van 5G en glasvezel en daar doen ze het veel beter. U communiceert graag en vaak via sociale media, onder andere op Twitter, vandaag X. U communiceert over alle problemen van de wereld: dat Trump een slechterik is, dat u het probleem in het Midden-Oosten zult oplossen. Vandaag, godbetert, hebt u het over een resolutie in het Duitse Parlement waarbij u aangeeft hoe het moet stemmen. Over Proximus vind ik op uw sociale media echter helemaal niets terug. Vandaar mijn simpele vraag. U bent minister, u wordt daarvoor betaald. Doe uw job. Focus niet op alle andere problemen in de wereld, focus hier op de welvaart van de Vlaming, van alle Belgen. Zorg ervoor dat de aandelen van Proximus en van bpost kunnen stijgen. Dat is uw job. U wordt ervoor betaald. Do your work!