Over chemiesector
4
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De Europese top over het concurrentievermogen
De teloorgang van de industrie en met name van de chemiesector in België
De situatie van de chemiesector in België, onder andere bij Vynova Tessenderlo
België en Europa: industrie, chemiesector en concurrentievermogen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 8 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
PS en De Smet bekritiseren dat premier De Wever een urgente parlementaire vraag over de Groenlandse soevereiniteitscrisis (en EU-betrokkenheid) ontwijkt, ondanks zijn medioptredens erover, en wijten dit aan regeringsontwijkgedrag. Intussen domineren industriële noodkreten (Vynova/Tessenderlo) het debat: Keuten (N-VA) en Gielis (CD&V) eisen concrete reddingsacties—energienormen, aandeelhoudersdruk, kortetermijnsteun—om 1.200 banen en 133 jaar chemie-erfgoed te behouden, en bekritiseren het "feestjescircuit" (Davos, Alden Biesen) als leeg retorisch Europa-beleid terwijl bedrijven nu failliet dreigen. De Wever benadrukt Europese competitiviteit als enige oplossing—via energie-unie, handelshervormingen en investeringsplannen (o.a. 11/2-top in Antwerpen)—en verdedigt nationale maatregelen (loonkostendaling, €1mrd energiekorting), maar erkent dat tijdsnood (Vynova-deadline: maart) en EU-traagheid de crisis verergeren. Kritiek blijft: oppositie ziet geen directe actie, slechts intentieverklaringen.
Pierre-Yves Dermagne:
Monsieur le président, avant toute chose, permettez-moi de vous adresser ainsi qu’à l’ensemble des collègues les meilleurs vœux du groupe PS pour cette année 2026 et, à travers vous, bien entendu, à l’ensemble des collaboratrices et des collaborateurs des services de la Chambre, qui nous permettent – au-delà des attentions particulières réservées à notre collègue Piedboeuf – de travailler dans d’excellentes conditions, malgré le fait que nous les sollicitons bien plus que de raison, souvent d’ailleurs de la faute du gouvernement et de la majorité.
Monsieur le président, au risque de paraître chafouin, permettez-moi de commencer cette première séance plénière de l’année 2026 par un regret. Nous avons déposé une question d’actualité concernant la situation internationale, singulièrement les menaces qui ne sont aujourd’hui plus voilées concernant le principe de souveraineté territoriale du Groenland, et donc de l’Union européenne. Cette question était adressée à monsieur le premier ministre, qui était présent à Paris en début de semaine à un sommet important. Il n’a pas signé la déclaration à l’issue de cette réunion de soutien au Danemark. Aujourd’hui, il est présent mais refuse de répondre à cette question. Je le regrette, monsieur le président.
Quatre groupes parlementaires souhaitaient interroger le premier ministre sur cette question mais le Règlement permet effectivement au gouvernement de renvoyer cette question vers un autre ministre. Nous le regrettons et le dénonçons aujourd’hui, monsieur le président.
Voorzitter:
Je vous remercie, monsieur Dermagne. Votre intervention figurera bien évidemment au compte rendu, mais je ne peux qu'en prendre acte.
François De Smet:
Monsieur le président, meilleurs vœux à vous-même, aux collègues et aux services de la Chambre.
Je n’interviens pas souvent dans ce genre de questionnement, mais j’avais moi aussi posé une question sur la situation internationale au premier ministre. Nous aurons certainement un débat intéressant avec M. Prévot, mais il est tout de même regrettable que le premier n’y participe pas. Je pensais que, comme cela arrive régulièrement dans ce genre de situation, les deux ministres allaient répondre ensemble. La gravité de la situation internationale aurait vraiment mérité cette réponse.
Monsieur le président, vous allez nous dire que le Règlement autorise le gouvernement à choisir quel ministre va répondre. Il me semble que le gouvernement commence un petit peu à abuser de cette manière de faire. Il est quand même difficilement compréhensible que le premier ministre puisse répondre à Terzake sans problème sur le Groenland, le Venezuela et l’actualité internationale, mais qu’il ne trouve pas le temps de le faire ici, alors qu’il est face à la représentation parlementaire.
Je rappelle qu'un Parlement est un lieu où les parlementaires choisissent les questions auxquelles les ministres doivent répondre et non un lieu où les ministres choisissent les questions auxquelles ils ont envie de répondre. Il faudrait que l’Arizona commence à s’en souvenir.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de eerste minister, u organiseert weldra een top rond Europese competitiviteit. Dat initiatief is hoognodig voor de slagkracht van onze industrie en onze bedrijven. Europa staat immers op een kruispunt. Als we economisch en geopolitiek relevant willen blijven, moeten we sterker worden. Dat vergt samenwerking. We moeten aan één zeel trekken, meer verantwoordelijkheid opnemen en leren om zelf onze broek op te houden in een steeds hardere wereld.
U stelde duidelijk dat de grootste uitdaging niet ideologisch, maar economisch is. U wees herhaaldelijk op een stagnerende productiviteit in Europa, een realiteit die we al te vaak ontwijken in het publieke debat. Zonder productiviteitsgroei is er geen duurzame welvaart, zijn we niet in staat om te herverdelen, is er geen strategische autonomie en geen geloofwaardig klimaatbeleid.
U sprak in dat verband over een klavertje vier. De eerste drie blaadjes betreffen competitiviteit, innovatie en productiviteit. Pas wanneer die voorwaarden er zijn en die fundamenten stevig staan, kan het vierde blaadje, de Green Deal , duurzaam en sociaal verantwoord worden uitgerold. Dat is een heldere, maar ook moedige analyse.
Welke concrete agenda wilt u met deze top naar voren schuiven? Welke keuzes zult u op tafel leggen om Europa opnieuw competitiever te maken?
Dat u koos voor een Belgische locatie lag voor de hand, maar waarom koos u voor het idyllische, maar ook machtige Alden Biesen? Kunt u uitleggen waarom de keuze daarop viel?
Dieter Keuten:
Collega’s, ik woon in Tessenderlo. Dat ligt naast de E313 en het Albertkanaal. Dat zijn de aorta’s of de slagaders van onze Vlaamse economie. Ze verbinden Antwerpen met het Duitse Hartland of het Duitse industriegebied.
Al 133 jaar staat op amper 300 meter van onze kerktoren een chemische fabriek. Wat vandaag Vynova heet, noemen wij Looi Chemie. Het bedrijf zit in ons DNA, want al 133 jaar leven wij met de ongemakken maar vooral met de welvaart die die industrie ons brengt.
Vynova Belgium in Tessenderlo is de hoofdzetel van een internationale groep met ook fabrieken in alle buurlanden. Die Vynova Groep verkeert vandaag in grote problemen omdat vanuit Tessenderlo honderden miljoenen euro naar het buitenland zijn gevloeid. Alle reserves zijn op en door de uitzichtloosheid, onder meer op het vlak van de energieprijzen, wil geen enkele bank nog vers geld lenen.
De gevolgen zijn dramatisch. Zevenhonderd gezinnen en vijfhonderd leveranciers, lokale kmo’s, vrezen nu terecht het ergste. De tijd dringt en de mensen uit mijn regio wachten op antwoorden.
Mijnheer de premier, ik heb vier vragen.
Ten eerste, wil deze regering de Vlaamse en Limburgse chemische sector daadwerkelijk redden?
Ten tweede, welke acties uit de werkgroepen van MAKE 2025-2030 kunnen op korte termijn zuurstof bieden?
Ten derde, wanneer wordt de energienorm toegepast, zodat onze industrie opnieuw kan concurreren?
Ten vierde, wat doet u om de aandeelhouder van Vynova te overtuigen om te blijven investeren in Vlaanderen? In Tessenderlo gaat er nu eindelijk iemand naar Frankfurt. Waar wacht u nog op?
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, in oktober waarschuwde ik al voor de problemen bij BASF en INEOS. Dat waren toen geen losse incidenten, maar signalen van een dieper probleem in onze industrie. Ik vroeg toen waar de fundamentele koerswijziging voor onze chemie-industrie bleef.
Vandaag staan we hier opnieuw. Met 36 jaar ervaring in de chemiesector op de teller ligt dat mij nauw aan het hart. Deze keer gaat het inderdaad over de site van Vynova, het vroegere Tessenderlo Chemie, op de grens van de Kempen en Limburg, een site die generaties lang stond voor werk en welvaart, een site waarrond een gemeenschap werd gebouwd.
De chemische sector, de moeder van onze industrie en de motor van onze economie, zit in overlevingsmodus. De sector kreunt onder hoge energieprijzen, trage procedures en oneerlijke concurrentie. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor van onze welvaart vormen, stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven groeien en bloeien, en dat ten koste van onze eigen bedrijven en van medewerkers die dag in dag uit het beste van zichzelf geven. Niet met cd&v.
De regering erkende zelf al dat onze industriële competitiviteit structureel verzwakt is. Uw collega verwees naar arbeidskosten, energieprijzen en procedures en sprak over plannen, intenties en trajecten. De realiteit gaat echter sneller dan het beleid. Daarom blijf ik, mijnheer de premier, bij mijn eerdere vraag: waar blijft de fundamentele ommezwaai voor onze industrie? Dank u wel.
Bart De Wever:
Voorzitter, beste collega’s, beste wensen voor het nieuwe jaar.
Chers collègues, mes meilleurs vœux pour le Nouvel An.
Herr Frank, meine besten Wünsche für das neue Jahr.
Leden van de meerderheid, ik wens u alles wat u wenst. Leden van de oppositie, ik wens u alles wat u mij toewenst. Ik hoop dat we er een vruchtbaar jaar van kunnen maken. Ik dank u alvast hartelijk voor de vragen over dit thema, dat me zeer na aan het hart ligt.
Dat de industrie in ons land en in Europa onder druk staat, valt niet te miskennen. Er zijn heel veel slechte tijdingen aangehaald. Er zijn er al heel wat geweest. Het valt te vrezen dat er nog komen. Het is een teken aan de wand dat we voor het eerst sinds heel lang onze productievolumes duidelijk zien dalen en dus een ernstige onderbenutting kennen van onze industriële capaciteit. Dat schreeuwt urgent om bijsturingen.
Wij hebben nationaal werk gemaakt van een verbetering van onze concurrentiekracht door maatregelen om de bruto loonkosten te drukken en door eindelijk vlak voor Kerstmis de lang verwachte energiekorting in te voeren, die over de hele legislatuur onze energie-intensieve bedrijven voor een miljard euro zal ontlasten. Dan gaat het natuurlijk vooral over de petrochemie.
Het is geen evidente maatregel. Het zal u opgevallen zijn dat we niet zo goed bij kas zitten. Maar de regering is zich bewust van de waarde van industrie en zeker van deze industrie voor onze welvaart. We doen het nodige. We doen wat we kunnen.
Samen met de regio’s maken we ook verder werk van vereenvoudiging van de procedures en de regels waar we zelf de controle over hebben. Dat zijn ze niet allemaal, dat weet u. De recente hervorming van het vergunningenbeleid in Vlaanderen – door de goede collega Brouns – is een waardevolle vooruitgang. Die weet ik zeker naar waarde te schatten. Maar het probleem stopt bij uitstek niet aan onze landsgrenzen. Het is een veel breder probleem dat de hele Europese Unie en zeker Noordwest Europa treft. Het is dus een brede grensoverschrijdende aanpak die we nodig hebben als we echt een positieve impact willen hebben op de toekomst van de Europese industrie.
Een vergaande integratie van de Europese markt voor diensten en goederen. Dat is wat we moeten doen. Een waarachtige spaar- en investeringsunie creëren. Dat is wat we moeten doen. De energiemarkt één maken, met investeringen in transnationale infrastructuur. Dat is wat we moeten doen. Talent aantrekken voor onze arbeidsmarkt. Onze markt afschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. En wat mij betreft, ook zoveel mogelijk logische vrijhandelsverdragen afsluiten met de rest van de wereld. Dat lijkt me wat we moeten doen op Europees niveau.
De komende weken zullen belangrijk zijn om de koers in Europa te helpen bepalen.
Eind deze maand is er het Wereld Economisch Forum in Davos. Ik kan u zeggen dat ik die gelegenheid zal aangrijpen om zo veel mogelijk nuttige bijeenkomsten over die thema’s te organiseren, formeel en informeel.
Nog belangrijker dan Davos is Antwerpen. Op 11 februari zal immers de derde Industry Summit in de prachtige Handelsbeurs plaatsvinden. Ik denk, mijnheer Keuten, met alle respect, dat de Schelde de aorta is van de Vlaamse welvaart. Het Albertkanaal is zeker een ader, maar die aorta lijkt mij toch de Schelde te zijn. Ursula von der Leyen zal daar opnieuw zijn. Ik zal haar daar verwelkomen. Daarna zal de top van de Europese industrie in alle transparantie de omzetting van de Antwerp Declaration kunnen evalueren. Dat zal niet mis te verstane boodschappen opleveren.
Ik kan u zeggen dat ik volop bezig ben met relevante bedrijfsorganisaties uit ons eigen land, maar ook uit de ons omringende landen, om die bijeenkomst goed voor te bereiden en er het maximum uit te halen. De hoofdtoon zal ongetwijfeld zijn dat de intentie bestaat om al die zaken om te zetten en dat die met meer urgentie moeten worden aangepakt. Die feedback zullen de Europese regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie de volgende dag mee kunnen nemen. De dag erna, op 12 februari, zal António Costa op mijn vraag, die ondersteund werd door andere industrielanden, zoals Duitsland, een informele top organiseren in Alden Biesen. Hij heeft zelf die plek gekozen. Ik had hem die kunnen aanbevelen, maar hij heeft ze zelf gekozen.
Er staat maar één punt op de agenda van die top. Competitiviteit. Wettbewerbsfähigkeit . Een prachtig Duits woord. We zullen daar moeten kijken naar de omzetting van de rapporten van Letta en Draghi. Dat zijn zeer waardevolle documenten. We moeten het warme water niet uitvinden. Alles staat immers op papier. Dat gaat over de gebrekkige werking van onze interne markt. Dat gaat over alles wat ik heb geschetst aan oplossingen voor onze Europese competitiviteit.
De bedoeling is dat de conclusies van die informele top worden omgezet in formele beslissingen op de Europese Raad van maart. Samen met u hoop ik op een krachtig resultaat, want we worden elke dag geconfronteerd met onze tanende geopolitieke zeggenschap en onze economische situatie. Opnieuw werk maken van welvaartsgroei is het begin van de heropbouw van onze relevantie in Europa. Innovatie en een sterke industrie zijn daarbij onmisbaar. U kunt op mij rekenen om hiervoor op Europees niveau aan de kar te trekken. Er is geen andere keuze. It is to mend or to end .
Voorzitter:
Bedankt, premier. Ook voor uw bijzonder keurige timing.
Katrijn van Riet:
Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de eerste minister. Alvast een dikke bravo voor de heer Costa voor de keuze van Alden Biesen, maar ook voor de Antwerpse Handelsbeurs, steeds een topper.
De energiekorting werd net voor het winterreces goedgekeurd. De vereenvoudiging van procedures en regels is meer dan welkom. Onze industrie en onze bedrijven snakken naar al de maatregelen die u hebt opgesomd. Wij hopen dat u een sterk Europa kan doen herrijzen, een Europa waar onze strenge duurzaamheidseisen niet tot ons eigen verval zullen leiden. Daar moeten we echt voor waken. Wij gaan voor een Europa met focus, eensgezindheid, strategie en vooral een ecorealistisch denkvermogen.
Dieter Keuten:
Leuk, een feestje in Davos, een feestje in Alden Biesen, een feestje in de Handelsbeurs, maar wat brengt het ons? Dat zijn allemaal mooie intenties op papier, maar hoe oud is de Antwerp Declaration? Nu gaat u opnieuw discussiëren over de urgentie van de intenties tot omzetting. Wauw.
Mijnheer de premier, er dreigt 133 jaar chemiegeschiedenis verloren te gaan. Tweeduizend gezinnen maken zich zorgen. Wanneer stopt het bloeden? Wanneer stopt de collectieve verarming die bezig is?
De tijd tikt genadeloos. U verwijst naar de Europese raden van maart, maar Vynova heeft tijd tot einde maart om een oplossing te vinden. De site in de Tessenderlo is voor het grootste deel rendabel. Wat Ford was voor Genk, is Vynova voor Tessenderlo. Het is voor ons in de streek totaal onbegrijpelijk dat uw regering zwijgt. Neem uw telefoon op. Laat Diependaele bellen naar Frankfurt. Bel zelf naar Frankfurt. Doe iets voor de Vlaamse welvaart alstublieft. Het is nu of nooit voor Vynova en Tessenderlo.
Tine Gielis:
Mijnheer de premier, u zoekt uw antwoorden vooral op het Europese niveau. Dat boezemt mij vertrouwen in. Intussen tikt de tijd inderdaad weg. De realiteit gaat sneller dan het beleid, zoals ik reeds aangaf. Daarom wil ik erop aandringen dat men in de komende maanden een oplossing zoekt en in dialoog gaat met de werkgevers, zodat Tessenderlo op de grens van de Kempen met Limburg geen spookgemeente zou worden. We moeten de lokale tewerkstelling blijven verankeren. We rekenen daarvoor op u en hopen dat we in de Kempen de chemische cluster kunnen behouden.
De toestand van de Belgische chemiesector
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 17 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Robin Tonniau bekritiseert dat de Belgische chemiesector onder zware druk staat door hoge energiekosten, buitenlandse kapitaalvlucht en Europese sancties tegen Rusland, die volgens hem de concurrentiepositie verzwakken door dure LNG-deals met de VS en Qatar. Hij pleit voor een publieke energiesector en eist dat winsten van multinationals in België worden herbelegd, in plaats van elders geïnvesteerd te worden, en noemt de huidige subsidie- en loonkostenmaatregelen onvoldoende en contraproductief. Minister Clarinval erkent de crisis en wijst op EU-maatregelen (actieplan chemie), lagere energiekosten via de energienorm, loonkostenverlaging (tot €1 mjd in 2029) en het MAKE 2025-2030-plan om de industrie te versterken, maar bevestigt dat sancties de energieprijzen verhoogden en dat subsidiecontrole bij de gewesten ligt. Tonniau verwerpt Clarinvals focus op loonkosten als oplossing en hamert op structurele energielevering en winstherinvestering, met als kritiek dat het huidige beleid Europa’s industrieel verval versnelt door kortetermijnmaatregelen zonder paradigmawissel. De discussie blijft onopgelost: Tonniau eist systeemverandering, Clarinval zet in op bestående steunmaatregelen en EU-samenwerking.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, we gaan van de staalindustrie naar de chemie-industrie, maar de problemen zijn dezelfde. Ook de chemie-industrie staat vandaag onder een extreme en toenemende druk door verlies en concurrentiekracht. We staan in België in de chemiesector voor de jaren van de waarheid. Dat stond vorige week althans in De Standaard .
De dreiging komt niet alleen van torenhoge kosten voor energie en grondstoffen, maar ook van strategische keuzes die in buitenlandse hoofdzetels worden gemaakt, en van geopolitieke beslissingen in Europa.
Mijnheer de minister, wat is uw strategie om de kritieke Belgische chemiesector te beschermen tegen de gevaren van kapitaalonttrekking door buitenlandse hoofdzetels en tegen de negatieve economische gevolgen van het huidig geopolitiek beleid, dat de energie- en grondstofprijzen kunstmatig hoog houdt?
Hoe zult u in samenwerking met de gewesten ervoor zorgen dat subsidies en steun aan chemiemultinationals alleen worden toegekend in ruil voor bindende garanties voor het behoud van duurzame, hooggekwalificeerde tewerkstelling op de Belgische sites? Hoe garandeert u met andere woorden dat overheidsgeld niet wordt aangewend, terwijl de winsten door buitenlandse hoofdzetels via hoge dividenden worden weggetrokken?
Hoe beoordeelt u de netto-economische impact van de sancties tegen Rusland op de energie- en grondstofprijzen voor onze energie-intensieve chemiesector? Welke concrete stappen zult u op Europees niveau zetten om een beleid af te dwingen dat de economische leefbaarheid van onze vitale industrieën herstelt, in de plaats van de schade aan de Europese concurrentiepositie te laten toenemen?
David Clarinval:
Mijnheer Tonniau, ik ben me bewust van de kritieke situatie waarin de Europese chemiesector zich bevindt. De Europese Commissie heeft in juli jongstleden een actieplan voor de chemische industrie gepubliceerd. De belangrijkste actiegebieden zijn de handhaving van het productieniveau in de EU, de opening van nieuwe markten en de bescherming van de Europese chemische industrie. Om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd, met name de afhankelijkheid van de invoer van grondstoffen en de hoge energieprijzen, beoogt dit actieplan bovendien de energievoorziening veilig te stellen en de decarbonisatie en de overgang naar een schone en circulaire economie te ondersteunen.
België deelt die diagnose en de federale regering neemt concrete maatregelen om de competitiviteit van sectoren als de chemie te ondersteunen. Een belangrijke steunmaatregel is de verlaging van de energiekosten via de energienorm, die het mogelijk zal maken om de industrie een stabieler en competitiever kader te garanderen.
Bovendien heeft de regering beslist om de sociale bijdragen structureel te verlagen zodat de arbeidskosten voor ondernemingen verlichten. Het daarvoor voorziene budget bedraagt 325 miljoen euro in 2025 en zou moeten oplopen tot 1 miljard euro in 2029, met als doel de bestaande verlichtingen te versterken en de competitiviteit van Belgische ondernemingen te verbeteren. Onder mijn impuls worden ook maatregelen genomen om de arbeidsmarkt grondig te moderniseren.
Ten slotte, onder impuls van de eerste minister en mezelf hebben we de werkzaamheden opgestart rond het plan MAKE 2025-2030. Dat strategisch plan beoogt de Belgische industrie in het algemeen te versterken, door ze te positioneren als essentiële motor voor de nationale economische competitiviteit.
De vier prioritaire werkgroepen die werden gelanceerd, hebben zich gebogen over een reeks concrete acties om de competitiviteit van ons industrieel weefsel te versterken. Die acties zullen begin 2026 aan de stuurgroep worden voorgelegd.
In antwoord op uw tweede vraag, de toekenning en controle van subsidies aan de chemische industrie vallen onder de bevoegdheid van de gewesten.
In antwoord op uw derde vraag, de sancties tegen Rusland hebben de energiekosten van de Belgische chemiesector verhoogd, waardoor de competitiviteit ervan ten aanzien van Amerikaanse en Aziatische producenten is gedaald. Vóór 2022 leverde Rusland ongeveer 40 % van het gasverbruik in de Europese Unie tegen relatief lage prijzen en via langetermijncontracten. Ter compensatie heeft de Europese Unie zich gewend tot lng, dat duurder is, en tot spotinkopen op korte termijn, die sterker onderhevig zijn aan volatiliteit.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden.
Ik begin met het laatste punt. Ik ben van oordeel dat Europa zichzelf in de voet schiet door nu in te zetten op lng uit Qatar en de Verenigde Staten, via langdurende contracten. De prijzen daarvoor zullen de eerste jaren dus niet zakken en we versterken die deals met de Verenigde Staten nog, waardoor we onszelf uit de markt prijzen. De bedrijven vragen dan ook oplossingen en steun in de vorm van subsidies.
Ik las vandaag nog in De Tijd dat chemiereus INEOS 100 miljoen pond krijgt als subsidie voor een investering in een laatste ethyleenfabriek op Britse bodem, in Schotland. Daarmee zijn de problemen echter niet opgelost. Ook zij hebben uiteraard te kampen met die hoge energieprijzen.
De hefbomen zijn nochtans duidelijk. Het probleem zijn niet de loonkosten. Net als bij ArcelorMittal wijst u bij de chemiesector op loonkostenverlagingen, maar dat zal de bedrijven niet helpen. De energiekosten vormen het probleem.
We hebben nood aan een publieke energiesector. Op die manier kunnen bedrijven langdurige en goedkope energiecontracten sluiten en hun productie daarop afstemmen.
Tot slot, de winsten die hier vandaag geboekt worden, moeten ook hier worden geïnvesteerd. Dat is een tweede groot probleem. Als er hier winst wordt gemaakt, vragen wij dat die winst hier wordt geïnvesteerd in de toekomst van onze industrie, met het oog op vergroening en verdere ontwikkeling. De kapitalisten kijken echter niet zo ver. Ze hebben winst gemaakt en willen die elders verzilveren, door buiten Europa te investeren, omdat ze weten dat die investeringen daar dankzij lagere energiekosten meer zullen opbrengen.
Daardoor belanden we in een patstelling. We geven subsidies en we verlagen de loonkosten, waardoor onze sociale zekerheid almaar minder wordt gefinancierd. Het gebeurt voor onze ogen, maar toch blijven we altijd dezelfde recepten toepassen. Er is echt nood aan een economische paradigmawissel voor de toekomst, met een terugkeer naar een publieke energiesector, om onze bedrijven hier te houden, om ze leefbaar te houden, om een eigen industrie in Europa te behouden.
Voorzitter:
Les questions n o 56009048C, n° 56010666C et n° 56010989C de Mme Meyrem Almaci sont transformées en questions écrites. Le développement des questions est suspendu de 10 h 46 à 12 h 00. De behandeling van de vragen wordt geschorst van 10.46 uur tot 12.00 uur. Nous continuons avec les questions adressées à la ministre des Classes moyennes, des Indépendants et des PME. La question n° 56009961C de Mme Marie Meunier est transformée en question écrite.
Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.
Steven Coenegrachts:
De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.
Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.
Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.
Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.
Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.
Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.
Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.
Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.
We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.
Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.
Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.
Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.
Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.
Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.
J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.
BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.
Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.
De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.
Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.
Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.
De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.
Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.
La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.
L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.
Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.
We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.
Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.
Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.
Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.
Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.
De verontrustende signalen uit de (Antwerpse) chemiesector
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische chemiesector – met name de petrochemische cluster in Antwerpen – verkeert in diepe crisis door dalende productie (65% capaciteitsbezetting), krimpende werkgelegenheid en gebrek aan nieuwe investeringen, ondanks enkele duurzame projecten in aanbouw. De Wever erkent de urgentie, wijst op hoge energiekosten, loonkosten en trage vergunningsprocedures, en belooft loonlastverlaging (via het paasakkoord) en kortingen op transmissienettarieven, maar benadrukt dat Europa sectorspecifieke maatregelen moet nemen. Coenegrachts dringt aan op onmiddellijk federale actie, kritiseert het ontbreken van het beloofde *MAKE 2030-plan* en eist concrete stappen om de sector te redden, zoals onder De Croo’s leiding. De kernboodschap: zonder snelle, gecoördineerde inspanningen (energiekostendaling, vereenvoudigde regelgeving, Europese steun) dreigt de sector – cruciaal voor welvaart en klimaattransitie – definitief in te storten.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de eerste minister, de chemiesector zit in zwaar weer. De capaciteitsbezetting staat vandaag op amper 65 %. Dat is het laagste peil sinds de crisis van begin jaren 80. De toegevoegde waarde van de sector is op vijf jaar tijd met 29 % gedaald. Afgelopen week kwam het nieuws dat ook de werkgelegenheid voor het eerst in tien jaar is gedaald. Die sector staat garant voor export, investeringen, technologische innovatie en stabiele en goedbetaalde jobs voor veel mensen. Net die sector staat dus vandaag onder druk.
Mijnheer de eerste minister, u bent titelvoerend burgemeester van Antwerpen. U kent de mensen die daar werken. U kent de bedrijven die daar actief zijn. De urgentie is u dus duidelijk.
Het is net daarom onbegrijpelijk dat de sense of urgency niet uit de daden van uw regering blijkt en dat er van federale actie geen spoor te bekennen is. Mijnheer de eerste minister, waar blijft uw MAKE 2030-plan, dat in het regeerakkoord werd aangekondigd? Waar blijft dat KB om de elektriciteitsfactuur voor bedrijven te verlagen? Wanneer zult u uw trekkersrol in Europa om de Clean Industrial Deal, die te vaag is, concreet te maken, opnemen? Mijnheer de eerste minister, waar blijft uw industrieel beleid?
Bart De Wever:
Goede collega, ik dacht dat u zou verwijzen naar de zeer negatieve aankondiging die we afgelopen week hebben gekregen, met name dat TotalEnergies een oude stoomkraker zal sluiten. Dat is een stoomkraker van de jaren zestig, uit de oertijd van de petrochemie.
Op zich is dat misschien niet onverwacht, maar het echt negatieve signaal, waar u ook naar verwijst, is dat er geen nieuwe investeringen worden aangekondigd. De sector is aan het consolideren. Dat is het begin van krimp en veel erger. Ook al gaan daar niet onmiddellijk jobs verloren, globaal is de periode van groei achter de rug. Dat is een serieuze verwittiging met betrekking tot de macro-economische omstandigheden waarin die sector in heel Europa verkeert. Voor ons land is dat slecht nieuws, want Antwerpen heeft de grootste petrochemische cluster van de wereld, na Houston in Texas.
Er is ook goed nieuws, want er zijn nieuwe installaties in aanbouw. Voor de eerste keer in twintig jaar tijd worden in Europa grassrootsinstallaties gebouwd en nog wel in Antwerpen. Het betreft duurzame installaties, waarvoor op sommige banken geen applaus klinkt. Vandaag wordt toch wel het bewijs geleverd dat die installaties ook oudere installaties uit de markt duwen, zoals eigenlijk altijd is voorspeld.
U hebt gelijk dat die sector met problemen kampt. De petrochemische nijverheid is cruciaal voor onze welvaart, voor de klimaattransitie – zonder petrochemie zal die niet lukken – en uiteraard voor ons economische weefsel. We moeten die sector in Europa behouden, in het bijzonder in ons land. We moeten werken aan een competitieve omgeving. De problemen zijn bekend: energiekosten, loonkosten, vergunningsprocedures, met daarbovenop nog geopolitieke onzekerheid en handelsonzekerheid.
De Clean Industrial Deal is niet toevallig in Antwerpen aangekondigd. Ik heb vertrouwen in die deal. Er moeten nog sectorspecifieke maatregelen vanuit Europa komen en wij moeten uiteraard doen wat wij moeten doen. We zullen de loonlasten verlagen en in het paasakkoord wordt daarvoor in een heel stevig budget voorzien. Niet iedereen was daarover enthousiast.
Specifiek voor de sector komt er dit jaar nog de korting op de transmissienettarieven. Uiteraard moeten ook de vergunningsprocedures in dit land samen met de regio's, maar ook in Europa vereenvoudigd worden. Het is inderdaad vijf voor twaalf.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, de signalen van de sector zijn inderdaad dramatisch. Het is nog erger dan de waarschuwing van de kanarie in de koolmijn: de mijn staat vandaag op instorten. De chemiesector is de spreekwoordelijke vogel in de hand. Die sector moeten we koesteren. Er is wel een momentum voor de defensie-industrie, maar eerlijk gezegd gaat het daarbij om vogels in de lucht. Er is in ons land een sector die welvaart en innovatie creëert en die ons op de wereldkaart zet. Die sector moeten wij ondersteunen. Mijnheer de premier, zet uw schouders onder de chemiesector, net zoals Alexander De Croo dat als eerste minister deed. De fundamenten liggen er. Bouw daarop verder. Pak nu door. Zorg ervoor dat er in Antwerpen nog een toekomst is voor de chemiesector.