Over koopkracht en inflatie
10
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De concurrentiekracht en de koopkracht en het in 2026 ingewachte advies van de sociale partners
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 18 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Clarinval bevestigt dat hij op 5 september 2025 de sociale partners (CEE en CNT) formeel heeft verzocht om tegen 31 december 2026 een akkoord te bereiken over de hervorming van de loonwet en automatische indexering, met focus op concurrentiekracht van bedrijven en koopkrachtbehoud—zoals voorzien in het regeerakkoord—maar geen concrete gesprekken zijn nog gestart. Hij belooft opvolging en ondersteuning, maar laat de initiatief bij de partners. Pirson (parlementslid) juicht de brief toe en benadrukt het strategisch belang van transparantie en opvolging door het parlement.
Anne Pirson:
Monsieur le ministre, nous sommes en pleine période de négociations. La question de la compétitivité des entreprises et du pouvoir d’achat des travailleurs refait surface avec une acuité particulière.
L’accord de gouvernement prévoit que les partenaires sociaux sont invités à remettre pour le 31 décembre 2026 un avis sur la réforme de la loi relative aux salaires ainsi que sur le système d’indexation automatique. Cet accord prévoit que l'avis devra concilier deux impératifs majeurs: d'une part, la préservation de la compétitivité de nos entrepreneurs et d'autre part, la garantie du pouvoir d'achat des travailleurs. Il est également demandé d’examiner un nouveau point de référence, tenant compte d'une définition plus large des coûts salariaux et intégrant notamment le handicap historique accumulé.
Ce débat est donc stratégique et touche à l'un des piliers de notre modèle social et économique. Dans ce contexte, il importe que le Parlement soit tenu informé des premières étapes éventuellement déjà engagées par votre ministère.
Monsieur le ministre, des contacts ont ‑ ils d é j à é t é pris avec les partenaires sociaux afin de baliser le travail et, le cas é ch é ant, cadrer leurs discussions, conform é ment à ce qui figure dans l ’ accord de gouvernement? Dans l ’ affirmative, pourriez ‑ vous é clairer la Chambre sur les éventuelles r é unions programm é es ou sur les modalit é s de concertation envisag é es?
David Clarinval:
Madame la députée, je vous informe que, par courrier daté du 5 septembre 2025, j’ai demandé aux présidents des CEE ainsi qu’au Conseil national du travail (CNT) d’initier ce travail avec les partenaires sociaux. Pour ce faire, j’ai repris la formulation exacte inscrite dans l’accord de gouvernement, telle que vous l’avez d’ailleurs rappelée dans votre question.
Pour l’instant, aucun contact n’a été pris à ce sujet. Je laisse le soin aux partenaires sociaux d’engager les discussions au plus vite sur ce point important. Je ne manquerai pas de leur demander des informations quant à l’avancée de leurs travaux. Mon cabinet se tient évidemment à leur disposition s’ils souhaitent échanger avec moi sur ce dossier.
Anne Pirson:
Merci monsieur le ministre. L'annonce du courrier du 5 septembre 2025 est une bonne nouvelle. Cette initiative est à saluer. Nous suivrons la suite avec beaucoup d'attention.
Het banenverlies in de Antwerpse chemiesector
De impact van het grote aantal collectieve ontslagen op de industriesector
De wake-upcall voor de eurocraten inzake onze industriële toekomst
De malaise in de industrie
De verslechterende economische situatie en de dalende koopkracht
De crisis in de Europese industrie, banenverlies, economische neergang en dalende koopkracht
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 23 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de crisis in de Belgische industrie, met name de 600 ontslagen bij BASF Antwerpen, symbool voor structurele achteruitgang door hoge energiekosten, loonkosten, Europese regeldrift en gebrek aan competitiviteit. Critici (N-VA, cd&v, PVV, PTB) hekelen de passiviteit van minister Clarinval (MR)—geen concrete maatregelen, te trage hervormingen, afhankelijkheid van dure energie-importen—terwijl hij arbeidskostenverlaging, energienormen en het "Make 2025-2030"-plan als oplossingen naar voren schuift, maar zonder tastbaar resultaat. Europa’s bureaucratie en het ontbreken van een Belgisch industriebeleid verergeren de neergang, met oproepen tot deregulering, publieke energinievesteringen en snellere hervormingen. De oppositie eist directe actie en verantwoordelijkheid, terwijl de regering blokkeert op budgettaire twisten en gebrek aan urgentie.
Steven Coenegrachts:
De regering staat stil, de eerste slachtoffers vallen: 600 jobs weg bij BASF. 600 persoonlijke en familiale drama’s. En het zullen niet de laatste zijn.
Ik weet dat na mij collega’s van de N-VA en cd&v komen, die zullen zeggen: Europa moet meer doen. Maar, minister, de vraag is wat u al hebt gedaan. Wat heeft Arizona al gedaan? Op één iets na is het antwoord heel gemakkelijk, namelijk niets. Niets voor de bedrijven, niets voor de industrie, niets voor onze jobs en onze welvaart. Veel geblaat, maar heel weinig wol.
Nochtans, minister, wist u vanaf dag één wat het grote struikelblok van onze energie-intensieve bedrijven, van onze industrie, is: de hoge energiefactuur. Vanaf dag één wist u ook wat de oplossing daarvoor is: een korting op de energiefactuur. Dat lag allemaal klaar. Alles was voorbereid. Maar u deed daar niets mee. Het is schuldig verzuim.
Ondertussen wachten we in dit Parlement op flexibelere nachtarbeid, op meer overuren, op de pensioenhervorming. Ik zal het hier zelfs niet hebben over de begroting. Mijnheer de minister, uw regering staat stil, de slachtoffers vallen. Wat zult u doen?
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, met meer dan 36 jaar ervaring in de chemiesector heb ik zelf gezien hoe een toonaangevende werkgever in de Kempen, ooit een bron van welvaart voor honderden gezinnen, vandaag vecht om te overleven. Een bedrijf dat niet alleen directe, maar ook talloze indirecte jobs mogelijk maakte. Een bedrijf waar we als Belgen trots op mogen, maar vooral ook moeten zijn.
Vandaag verdwijnen er bij BASF 600 banen, niet door een gebrek aan expertise, maar door een nieuwe realiteit die de sector treft. De hele industrie gaat gebukt onder hoge energiekosten, trage procedures en een torenhoge loonkost. We kunnen niet blijven toekijken hoe bedrijven die de motor zijn van onze welvaart stilvallen, terwijl Amerikaanse en Chinese ondernemingen groeien en bloeien en dat ten koste van onze eigen bedrijven. Niet met cd&v.
Besturen is voor cd&v meer dan bijsturen, maar wel investeren in onze mensen en bedrijven en investeren in economische groei, zodat iedereen er beter van wordt, zodat we onze jobs hier kunnen houden en opnieuw kunnen meespelen met de grote spelers. Daarom hebben we nood aan een fundamentele omzwaai voor onze industrie. Op een economisch kerkhof kan men geen sociaal of duurzaam beleid voeren.
Mijnheer de minister, hoe zult u ervoor zorgen dat België zijn concurrentiekracht herwint en dat onze industriële werkgevers opnieuw vertrouwen krijgen om in ons land te investeren?
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, het weerbericht van vandaag luidt code geel voor het binnenland en code oranje voor de kust, maar voor onze economie luidt het code rood.
Transportbedrijven moeten aantonen dat elke liter brandstof mensenrechtenproof is. Onze eigen chocoladeproducenten riskeren boetes als hun cacaoleveranciers in Ghana niet voldoen aan Europese klimaatnormen. Ik denk aan de dopjes op de flesjes en aan de regels – tot voor kort – over hoe krom bananen mochten zijn. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van de regeldrift van Europa.
Europa is elke voeling met de realiteit kwijt. Het is dan ook logisch dat de Verenigde Staten en Qatar dreigen de gaskraan dicht te draaien en dat BASF 600 jobs schrapt en dat allemaal door richtlijnen bedacht door eurocraten zonder voeling met de werkvloer. De eigen regulering duwt de Europese industrie in zwaar weer: geen energiezekerheid, torenhoge energie- en loonkosten en daarbovenop een administratieve nachtmerrie.
We moeten niet denken dat we als Europese Unie de wereld kunnen reguleren. It is time to wake up from this European-centrist illusion . Onze concurrenten investeren in groei, terwijl wij investeren in idealisme zonder realiteitszin.
Mijnheer de minister, zult u binnen de Europese Raad op tafel slaan en pleiten voor meer economisch realisme, voor deregulering en voor minder rapportverstikking? Geef onze industrie zuurstof en vertrouwen. Dank u.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, 600 jobs verdwijnen bij BASF in Antwerpen. Opnieuw een groot industrieel bedrijf in België dat afdankt. En ik, ik weet wat dat is om afgedankt te worden. Na jarenlang hard werken in de fabriek, plotseling aan de deur te worden gezet, dat snijdt diep. We hebben Arlanxeo gehad, we hebben Agfa gehad, ExxonMobil, Total, Evonik, Covestro, Ineos. De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, dat bloedt dood.
Rechts komt hier al jaren toeteren dat de loonkost het probleem is. Mijnheer de minister, mijnheer Ronse, wat zegt het Federaal Planbureau? De energiekost is te hoog. Wat zegt chemiefederatie Essenscia? De energiekost, dat is het probleem. Als we uit de crisis willen geraken, dan zullen we die energietransitie wel zelf in eigen handen moeten nemen. Dan moeten we stoppen met die vuile deals te sluiten met Trump om het duurste en meest schadelijke schaliegas te importeren vanuit de VS. Dan moeten we afstappen van het versleten, liberale model waar ENGIE Electrabel zowel de productie als de prijs bepaalt. Wij hebben echt nood aan een grootschalig publiek investeringsplan voor hernieuwbare energie en om ons elektriciteitsnetwerk te moderniseren. Dat is de toekomst voor onze industrie.
Ik heb één duidelijke vraag voor u, mijnheer de minister. Heeft onze industrie eigenlijk volgens u nog een toekomst in België? Zo ja, bent u bereid af te stappen van het liberale energiemodel en te gaan voor echte publieke investeringen?
Sophie Thémont:
Monsieur le vice-premier ministre, aujourd'hui, c'est la crise, mais c'est aussi la crise pour les travailleurs, pour les familles, pour les pensionnés et pour les étudiants. Par quoi répondez-vous? Par une crise au sein du gouvernement. Savez-vous ce qui se passe? Au MR, vous êtes tétanisés parce que vous vous rendez compte que vous ne savez pas tenir vos promesses de campagne. On croyait qu'on allait avoir affaire à des ingénieurs. Aujourd'hui, on a des amateurs sans cœur. Qui supporte les efforts budgétaires aujourd'hui? Les pensionnés, les familles et la classe moyenne.
Vous avez été incapables de vous mettre d'accord sur un chiffre pour le budget; incapables de produire ici une déclaration politique il y a dix jours; incapables de doter le pays d'un cap; incapables d'augmenter le revenu de 500 euros; incapables d'offrir des perspectives d'emploi et de reprise aux entreprises; incapables de relancer l'industrie. Vous l'avez vu à Anvers aujourd'hui, l'entreprise BASF va supprimer 600 emplois d'ici 2028.
Après sept mois, vous avez raboté les pensions, bidouillé l'index, augmenté les soins de santé, augmenté le minerval, augmenté le prix de l'immobilier, supprimé les primes de nuit et tout va devenir plus cher. Vous avez trahi la classe moyenne et les pensionnés.
J'ai quand même une petite chose à vous dire. Ce n'est pas moi qui le dit, mais la presse, et quelqu'un de chez vous sous le couvert de l'anonymat. Votre paralysie au MR vient du fait que vous avez un peu les chocottes, monsieur Clarinval, que la classe moyenne se venge aujourd'hui. J'ai une simple question pour vous, à titre personnel. À combien estimez-vous l'effort que doit faire ce gouvernement?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, de intentie van BASF om tegen 2028 600 jobs te schrappen, bijna één job op vijf op de site in Antwerpen, is een duidelijk signaal: het gaat steeds slechter met onze industrie. Volgens de informatie waarover ik beschik, zullen er geen gedwongen economische ontslagen plaatsvinden, conform de akkoorden die met de sociale partners over de werkzekerheid zijn gesloten. BASF wijst erop dat de onderneming er alles aan zal doen om de transitie naar een andere job te bevorderen. Ik moedig uiteraard directie en vakbonden aan om een serene sociale dialoog te blijven voeren met oog voor oplossingen voor de betrokken werknemers.
BASF is helaas geen alleenstaand geval. Wat er vandaag gebeurt, toont een structurele verzwakking van de industriële competitiviteit van ons land aan. Volgens het Federaal Planbureau blijft het aandeel van de industrie in onze economie dalen. Het aandeel van de maakindustrie in de toegevoegde waarde van België is gedaald van 20 % in 1995 naar 12 % in 2023, een daling met bijna de helft. Het aantal jobs is afgenomen van 680.000 in 1995 tot 510.000 in 2023, ofwel 170.000 jobs minder. Die evolutie is niet houdbaar als we onze productieve basis, onze jobs en ons vermogen om waarde te creëren, willen behouden.
Ik heb het al herhaaldelijk gezegd. Competitiviteit is mijn prioriteit, zij is geen optie, zij is een voorwaarde voor onze welvaart. Zonder competitiviteit zijn er geen investeringen, geen innovatie en geen duurzame werkgelegenheid.
De regering heeft al concrete maatregelen genomen. Ten eerste verlagen wij de arbeidskosten met bijna 1 miljard euro tegen 2029. Ten tweede, samen met minister Bihet maak ik werk van de energienorm om de energiekosten te beheersen. Die kosten wegen immers zwaar op onze industriële sectoren, waaronder de chemie- en metaalindustrie.
Ten derde zullen mijn verschillende hervormingen van de arbeidsmarkt het bovendien mogelijk maken om de beschikbare talenten te mobiliseren en onze regels aan de economische en sociale realiteit aan te passen.
Onze beslissingen gaan in de goede richting, maar ze volstaan niet. We moeten verder en sneller gaan om de competitiviteit van onze economie te herstellen. Dat is de bedoeling van het plan Make 2025-2030. Dat plan wil onze industrie duurzaam versterken dankzij een nauwe samenwerking tussen de overheid en de economische partners. We moeten ook structurele hervormingen nastreven, met name op fiscaal vlak. Het doel is duidelijk. We willen snelle, meetbare en nuttige resultaten bereiken voor onze ondernemingen.
De competitiviteit wordt echter niet alleen in België bepaald, maar ook op Europees niveau. Daar gaat het echter niet snel genoeg. Mario Draghi zei ook al dat als Europa niet sneller wordt, het een risico loopt op slow agony , een trage verslechtering van zijn globale economische positie.
Aujourd'hui, un an après la remise du rapport Draghi, ce sont à peine 11 % des propositions dudit rapport qui sont mises en œuvre. Nous sommes trop lents, trop fragmentés, trop contraints par notre propre bureaucratie. On l'a encore vu hier avec le vote sur le CSRD et CS3D. C'est un échec regrettable.
La Belgique dispose d'atouts pour redevenir un acteur industriel fort en Europe. Ce travail exige de la cohérence et des mesures fortes. La compétitivité se construit pas à pas, réforme après réforme. C'est cette direction que le gouvernement fédéral doit poursuivre avec pragmatisme, avec constance et avec la conviction qu'une économie forte reste la meilleure garantie d'un modèle économique social solide.
L'annonce de BASF nous rappelle que chaque jour compte. C'était d'ailleurs tout le message qui avait été donné lors de la déclaration d'Anvers pour un pacte industriel européen. Et ce message doit évidemment aussi se traduire dans les discussions budgétaires que nous menons actuellement.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de minister, wij horen nu al maanden aan een stuk dezelfde beloften en voorstellen, maar de vraag is wat u al hebt uitgevoerd. Wat hebt u al concreet gemaakt? Wat hebt u al veranderd? Welke wetteksten hebt u hier al ingediend? Over welke wetsontwerpen mogen wij stemmen? Wij staan klaar om die met onze fractie te steunen, maar hier ligt niets voor.
Collega’s, ik hoorde de voorbije uren in de wandelgangen heel wat speculatie over de val van de regering, maar waarover zou u vallen? U hebt nog niets beslist. Er is niets om over te vallen. Terwijl alle alarmbellen afgaan, doet u niets. Het is code rood, zei mevrouw Van Riet, maar wat doet u? U staat stil. U speelt verstoppertje achter de rug van Europa, dat het maar moet oplossen, mijnheer de minister. Kies voor actie.
Tine Gielis:
Dank u wel, mijnheer de minister. U geeft aan dat u een pact voor ogen hebt, waarmee u aan de slag zult gaan. Dat stelt mij al enigszins gerust, want we hebben in de media een duidelijk signaal gekregen.
We verwachten van u als minister dat u een katalysator voor een reset van de Belgische industrie zult zijn met het oog op het opkrikken van de concurrentiekracht. Dat is ook wat de bedrijven, de werknemers en de gezinnen van u verwachten. U zult daarvoor in cd&v zeker een bondgenoot vinden.
Wij kijken uit naar uw plan van aanpak waarmee we aan de slag kunnen, een plan dat onze industrie opnieuw vertrouwen en rechtszekerheid moet geven.
Katrijn van Riet:
Mijnheer de minister, we mogen niet langer de bureaucratische klucht van de Europese Commissie over ons heen laten komen. Onze motor van productiviteit en innovatie sputtert. Het beetje flexibiliteit dat we momenteel nog hebben op onze arbeidsmarkt, volstaat niet meer.
Ik ben blij dat u het Europees dogmatisch idealisme erkent en het wil vervangen door economisch pragmatisme, voor we een koffietafel voor onze industrie moeten organiseren.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, “Het gaat steeds slechter met onze industrie”, dat zijn uw woorden en u hebt gelijk. Dat staat toch in schril contrast met wat de heer Bouchez daarnet is komen verkondigen.
Het gaat slecht met onze industrie. Maar wat zult u eraan doen? U hebt geen enkel plan. U hebt daar geen enkel antwoord op gegeven. We blijven afhankelijk van gas uit de VS, we blijven afhankelijk van het liberale beleid. Elke job die vanaf vandaag verloren gaat door de hoge energiekosten, is uw verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid van de regering. U staat ernaar te kijken en doet gewoon niet.
Het is duidelijk: u moet investeren; u moet de energiemarkt in eigen handen nemen. Dit zien we immers in het buitenland: waar men de energiemarkt in eigen handen neemt, presteert de economie veel beter.
Sophie Thémont:
Monsieur le ministre, je ne vais pas vous remercier pour vos réponses puisque vous n’avez répondu à rien. Je vous avais pourtant posé une seule question. Le premier ministre est absent, et vous, vous êtes complètement silencieux. Vous dites vouloir relancer l’économie. Je voudrais quand même vous rappeler que la Belgique, aujourd'hui, bat à nouveau un record de faillites. En septembre, il y a eu 1 219 faillites. C’est du jamais vu depuis 2013. C’est une augmentation de 2 % par rapport à 2024, et cela représente 2 542 emplois perdus. Vous qui venez avec toutes vos mesures, vous qui voulez augmenter le taux d’emploi à 80 %, vous ne répondez même pas aujourd'hui aux travailleurs et aux travailleuses de BASF qui vont se retrouver sur le carreau sans perspective. Laissez-moi quand même avoir une pensée pour eux. On le voit, vous êtes complètement perdu. Ce gouvernement est sans cohésion et sans boussole. Je vous l’ai déjà dit et je vous le redis: vous n’êtes absolument pas le ministre du travail.
De begrotingsperspectieven en de krimpende koopkracht
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Daerden hekelt de gebroken beloftes van de regering (geen 500 euro extra of 3% tekort), wijst op een verdubbelend tekort (6% in 2030) en chaotisch beleid, terwijl Van Peteghem claimt dat *hun* hervormingen wel degelijk koopkracht en groei stimuleren via fiscale maatregelen—maar concrete plannen ontbreken. Daerden kaart aan dat de begrotingscijfers onrealistisch zijn (onderschatte uitgaven, ontbrekende lastenverzwaring voor vermogenden) en eist een *serieus herstelplan* met gerichte belastingheffing. Van Peteghem belooft "binnenkort" duidelijke voorstellen, maar blijft vaag over financiering van defensie, koopkracht *en* sociale zekerheid. Kern: onverzoenbare visies—PS eist harde keuzes en eerlijke verdeling, regering houdt vast aan groeioptimisme zonder dekkingsplan.
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre du Budget, ce gouvernement s'était formé sur une double promesse: 500 euros en plus pour les travailleurs et 3 % de déficit maximum; ils n'obtiendront ni l'un ni l'autre. Pour les 500 euros, nous savons que ce ne sera pas le cas. Peut-être quelques miettes en plus en 2029, et encore! Ce que nous savons, c'est que les retraités, et surtout les femmes, verront leur pension diminuer. Les demandeurs d'emploi seront envoyés vers les CPAS. Bref, les promesses de pouvoir d'achat sont passées à la trappe.
Et tout cela à quelle fin? En vue d'un budget sain? Même pas. Le déficit de la Belgique va doubler d'ici 2030 et s'élever à 6 % pour l'ensemble de la Belgique. Ce sont les chiffres du Comité de monitoring et du Bureau du Plan. En face de ce gouffre budgétaire, comment le gouvernement réagit-il? Eh bien, c'est la cacophonie qui règne. Certains de vos collègues veulent respecter la balise des 3 %. Le MR réclame 20 milliards d'économies supplémentaires: une pure folie! De leur côté, Les Engagés adoptent des postures personnelles.
Au vu de ce marasme, monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Quand allez-vous présenter une trajectoire budgétaire réaliste, en accord avec les évaluations des organismes indépendants? Comment comptez-vous entreprendre un assainissement tout en respectant vos promesses de 500 euros supplémentaires de pouvoir d'achat?
Vincent Van Peteghem:
Cher collègue Daerden, je vous remercie pour votre question.
Je trouve formidable que le PS, après s'être ressourcé, ait redécouvert le pouvoir d'achat des citoyens. C'est une cause pour laquelle je me bats jour et nuit depuis cinq ans.
Dans le gouvernement précédent, avec le PS, il était en effet impossible d'injecter du pouvoir d'achat dans la poche des ménages et des isolés par le biais d'une réforme fiscale, alors que cela a déjà été décidé par le gouvernement actuel. Pour moi, cela reste évident: la véritable croissance économique n'existe que grâce au progrès social.
Le Bureau fédéral du Plan, lors de la présentation de notre plan pluriannuel à l'Europe, a conclu que les réformes de ce gouvernement se traduisent par une croissance économique, une augmentation des investissements des entreprises et un pouvoir d'achat accru. Vous pouvez donc compter sur nous pour poursuivre dans cette voie lors des prochaines discussions budgétaires.
Nous attendons pour lundi les derniers chiffres du Comité de monitoring, qui marquent traditionnellement le début de l'élaboration du budget. L'exercice ne sera pas facile. Il est nécessaire pour protéger et renforcer notre État-providence, nécessaire pour garantir que nos enfants et petits-enfants aient plus d'opportunités que nous, et non moins. Le combat que votre parti a redécouvert, nous continuerons à le mener comme nous le faisons depuis de nombreuses années déjà.
Frédéric Daerden:
Monsieur le ministre, par politesse je vais vous remercier pour vos réponses, mais quelle mauvaise foi! Je pensais que vous seriez plus sérieux en ce début de session parlementaire. Je ne suis évidemment pas du tout rassuré. Depuis le début, votre gouvernement manque totalement de crédibilité et les chiffres s'aggravent. Vous inventez des recettes fictives, des effets retour magiques de huit milliards et je me réjouis de voir comment vous allez y arriver. Vous sous-estimez des dépenses, que ce soit en justice ou en police notamment. Vous ne faites pas contribuer les épaules les plus larges. Vous n'avez pas de politique économique. Vous ne savez pas comment financer la défense ni comment financer les augmentations de pouvoir d'achat promises. C'est le flou le plus total jusqu'à présent, mais vous m'annoncez de grandes déclarations pour les prochaines semaines ou les prochains jours. Je m'en réjouis. Monsieur le ministre, reprenez en main le budget! Allez chercher l'argent où il se trouve et présentez enfin un exercice sérieux!
De belastinghervorming en de koopkracht van de gezinnen
De belastinghervorming
Belastinghervorming en impact op gezinskoopkracht
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 18 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische regering staat onder vuur omdat haar beleid—zoals bevroren lonen, verminderde aftrekbaarheid van alimentatie, stijgende huren en onduidelijke fiscale voordelen voor kinderopvang—de koopkracht van gezinnen en middenklasse uitholt, terwijl beloften zoals 500 euro extra (uit verkiezingscampagnes) zijn teruggebracht tot 110-115 euro/mnd in 2029. Minister Jambon verdedigt de fiscale hervorming (4,4 mjd euro) met maatregelen als verhoogde belastingvrije som (15.300 euro), kindertoeslagverhoging (+30% voor eerste kind) en netto-minimumloon in 2029, maar critici wijzen op gaten in de financiën (Bureau du Plan spreekt van 10 mjd nodig) en vrezen verborgen lastenverhogingen elders. De oppositie (met name socialisten) bestempelt plannen om kindergeld aan te tasten als een aanval op kwetsbare gezinnen, waar kinderen de dupe worden van bezuinigingen, terwijl Jambon benadrukt dat werken lonender moet zijn—met extra’s zoals flexi-jobplafondverhoging en ondernemersvoordelen. De politieke spanning draait om vertrouwen in de cijfers en de vraag of de hervorming daadwerkelijk armoede bestrijdt of enkel de lasten verschuift.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, les familles de ce pays n'en peuvent plus. On croise tous les jours des mamans seules qui comptent chaque euro avant d'aller faire leurs courses, des parents qui se demandent comment ils vont payer les activités de leurs enfants ou encore des pensionnés qui se privent pour aider leurs petits-enfants. Voilà la situation aujourd'hui en Belgique, monsieur le ministre.
Pendant ce temps, l'Arizona étrangle toujours un peu plus la classe moyenne. Chaque semaine, c'est une nouvelle attaque: la fausse bonne idée du sac à dos pour les congés parentaux, la pension de survie supprimée, la pension alimentaire moins déductible, les salaires bloqués, les pensions diminuées et les loyers qui explosent.
Comme si cela ne suffisait pas, même les réductions d'impôts pour les frais de garde sont devenues un véritable casse-tête. La Ligue des familles dénonce un flou juridique, des plafonds mal appliqués, des attestations compliquées. Les parents ne savent même plus s'ils auront droit à l'avantage promis.
Voilà votre soutien aux familles, monsieur le ministre: du bricolage et de l'incertitude.
Maintenant, cerise sur le gâteau, on entend qu'on oserait toucher à ce qu'il y a de plus sacré pour les familles: les allocations familiales. Cette aide, c'est ce qui permet d'acheter les chaussures d'un enfant, un cartable ou de lui payer une activité extrascolaire. Bref, pour certains, c'est ce qui aide à garder la tête hors de l'eau.
J’entends Les Engagés dire qu'ils ne laisseront pas faire. Mais combien de fois avons-nous entendu Les Engagés dire "non, non, non", pour ensuite se coucher devant le MR et devant la N-VA? Vous osez vous revendiquer être le parti de la famille. Vraiment? En tout cas, nous, socialistes, ne laisserons pas les familles sacrifiées sur l'autel de l'austérité.
Monsieur le ministre, ma question est très simple. Que comptez-vous faire pour garantir une vie décente aux familles? Allez-vous clarifier les déductions fiscales auxquelles les familles ont droit? Allez-vous revenir sur la déductibilité des rentes alimentaires?
Sofie Merckx:
"Mieux rémunérer le travail, augmenter le pouvoir d'achat": c'était la promesse de la campagne électorale. Nous devions recevoir plus ou moins 500 euros en plus. Cela ne venait pas de vous, monsieur le ministre, mais du MR et des Engagés.
De nombreuses personnes me demandent où sont ces 500 euros! On les cherche, on les cherche, on ne les trouve pas. On allait faire ça via une réforme fiscale.
Cet été, vous avez conclu votre accord sur la réforme fiscale, monsieur Jambon, et vous avez communiqué des chiffres à la VRT. Vous avez clairement indiqué que le maximum serait de 115 euros en 2029.
Et, d'ici à 2029, vous nous avez préparé un fameux plan. Vous allez supprimer nos primes de nuit, bloquer nos salaires, imposer une taxe carbone jusqu'à 600 euros et, si on en croit la presse, vous voulez même toucher aux allocations familiales. Monsieur Jambon, soyons clairs, nous n'allons pas laisser passer ça.
Ma question est la suivante. Pouvez-vous me confirmer que la réforme fiscale prévoit 100 à 150 euros par mois en 2029, et pas 500, pas 600, pas 300 euros d'ici peu?
Pouvez-vous nous donner vos calculs, monsieur Jambon? Vous avez envoyé ces chiffres à la VRT, après l'accord d'été, mais, depuis, je vous ai envoyé des mails, et on vous l'a encore demandé hier en commission. Comment arrivez-vous à ce montant? Quelle sera la réforme fiscale? Comment avez-vous fait ce calcul? Parce que nous savons tous que, rien que la quotité exemptée, c'est 10 milliards (…)
Jan Jambon:
Chers collègues, comme vous l'avez dit, cet été, le gouvernement s'est en effet mis d'accord sur la mise en œuvre d'une importante réforme fiscale. Il s'agit d'un paquet de mesures s'élevant à pas moins de 4,4 milliards d'euros. Cette réforme fiscale – vous avez raison madame Merckx – se déroulera par étapes.
La quotité exemptée sera par exemple déjà relevée l'année prochaine. La réforme fiscale atteindra sa vitesse de croisière en 2029 et la quotité exemptée atteindra 15 300 euros en 2029. Nous abaisserons également la cotisation spéciale pour la sécurité sociale, ce qui est particulièrement favorable pour les isolés. Ils bénéficieront d'une réduction d'impôt de maximum 350 euros par an.
Vous parlez des familles. Le supplément pour le premier enfant à charge passe de 1 980 euros à 2 650 euros, soit une augmentation de pas moins de 30 %.
Les personnes qui veulent travailler, qui veulent gagner un peu plus doivent pouvoir le faire. C'est pourquoi nous relevons le plafond maximum en matière de flexi-jobs. Ce plafond passera de 12 000 à 18 000 euros, cette année.
Ensuite, je suis particulièrement fier que de nombreuses mesures visent à récompenser ceux qui travaillent et qui entreprennent. Nous instaurons par exemple une déduction pour entrepreneurs, pour les indépendants. Nous ajoutons à cela la décision prise déjà précédemment, qui consiste à doubler le crédit d'impôt pour indépendants, passant de 3 750 euros à 7 500 euros. En plus, je suppose que l'opposition – surtout les partis de gauche – ne pourra que partager notre point de vue: le salaire brut minimum sera égal au net en 2029. C'est ce qui s'appelle récompenser le travail. Cela s'appelle réformer.
Vous m'avez demandé les chiffres. Pour une personne isolée au salaire minimum, cela représente une augmentation de pouvoir d'achat de 110 euros par mois. Nous, nous avons toujours dit que la différence entre travailler et ne pas travailler doit être de 500 euros. Le gouvernement n'a jamais parlé d'augmenter les salaires de 500 euros nets. On augmente de plus de 100 euros par mois. Cela veut dire qu'on a cette différence de 500 euros par mois entre ceux qui travaillent et ceux qui ne travaillent pas. À cela s'ajoute encore l'augmentation des chèques-repas. Au total, cela représente 1 800 euros de pouvoir d’achat supplémentaire par an.
Cela ne s’arrête pas à l’accord d’été! Dans l’accord de gouvernement, nous prévoyons encore des mesures pour renforcer le pouvoir d’achat. Pensez par exemple à la lutte contre les achats transfrontaliers avec la baisse des accises.
Marie Meunier:
Monsieur le ministre, la Ligue des familles a dénoncé le fait que ce gouvernement abandonne les parents. Il ne les soutient pas. Au final, ce sont les enfants qui trinquent. Le résultat final est que des enfants ne partent pas en vacances, sont privés d’activités extrascolaires ou ouvrent des frigos à moitié vides. Voilà la réalité de vos politiques, monsieur le ministre! Quand on s’attaque aux parents, ce sont les enfants qu’on brise.
Dans quelques mois, si tout se passe bien, ma petite fille verra le jour. Comme tous les futurs parents, je pense à ce que nous allons laisser à nos enfants. Votre héritage, monsieur le ministre, sera une génération d’enfants qui grandiront avec moins, moins de chances et moins d’avenir.
Une fois de plus, je m’adresse aux Engagés: les allocations familiales ne sont pas une variable d’ajustement budgétaire, elles sont vitales.
Nous, socialistes, serons un rempart parce qu’en aucun cas, les enfants de ce pays ne doivent payer vos choix d’austérité.
Voorzitter:
Madame Meunier, je souhaite vous féliciter.
Sofie Merckx:
Madame Meunier, je vous présente aussi toutes mes félicitations. En tout cas, monsieur le ministre, vous avez été clair: vous annoncez une augmentation de 110 euros par mois en 2029. J’espère donc que tout le monde a bien entendu, notamment le MR et Les Engagés. On nous a menti mais vous venez de rétablir la vérité. Deuxièmement, monsieur le ministre, augmenter la quotité exemptée à 15 000 euros coûterait 10 milliards d’euros. C'est ce qu'a annoncé le Bureau du Plan. Je vous invite à vérifier votre dossier car vous nous présentez un montant de 4 milliards. C’est précisément la raison pour laquelle je demande le détail vos calculs, que vous n’avez toujours pas transmis. Si vous baissez les impôts pour certains, mais que vous annoncez un coût limité à 4 milliards, alors certains citoyens payeront peut-être plus d'impôts. C'est précisément cela, monsieur Jambon, que j’aimerais bien savoir. Peut-être les plus riches, mais je n'y crois pas.
De M&A Monitor van Vlerick en het belasten van de meerwaarden op niet-beursgenoteerde aandelen
De meerwaardebelasting
De vrijstellingen in het kader van de meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting en de inflatie
De gelijkschakeling van het belastingtarief voor meerwaarden uit speculatieve en andere beleggingen
De meerwaardebelasting
De referentiedatum
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
De meerwaardebelasting
Het akkoord over de meerwaardebelasting
Het akkoord van 30 juni 2025 over de meerwaardebelasting
Het akkoord van 30 juni 2025 over de meerwaardetaks
Het akkoord over de meerwaardebelasting
De meerwaardetaks en de vakbonden
Belasting op meerwaarden van niet-beursgenoteerde en speculatieve beleggingen
Gesteld door
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PTB
Raoul Hedebouw
VB
Lode Vereeck
VB
Lode Vereeck
Groen
Dieter Vanbesien
PTB
Raoul Hedebouw
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
PS
Hugues Bayet
Ecolo
Sarah Schlitz
Groen
Dieter Vanbesien
CD&V
Steven Matheï
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
VB
Lode Vereeck
Open Vld
Vincent Van Quickenborne
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 1 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De meerwaardebelasting wordt fel bekritiseerd als oneerlijk en complex, met als hoofdpunten: de middenklasse en kleine beleggers (zoals spaarders en zelfstandigen) worden harder geraakt dan de rijkste 1% en familiebedrijven, die via vennootschapsconstructies (bv. holdings) de belasting ontwijken. Het akkoord – een compromis met 10% belasting (met uitzonderingen tot 1 miljoen euro voor aanzienlijke belangen) en een vrijstelling van 10.000-15.000 euro – zou slechts 500 miljoen opbrengen (tegen 2029) en wordt gezien als symbolisch, met risico’s op juridische aanvechting (Grondwettelijk Hof) en praktische onuitvoerbaarheid (Febelfin). Kritiek luidt dat de echte superrijken (via vennootschappen) niets betalen, terwijl de kosten en administratieve lasten voor kmo’s en burgers hoog oplopen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, eerst en vooral, ik heb de felicitaties gelezen van de vakbonden en van de PS. Die feliciteren u met het akkoord over de meerwaardebelasting en zeggen dat het een eerste stap in de goede richting is. "Het kraantje zit nu in de muur en het feest kan beginnen", hebben ze gezegd.
Tot nu toe hebt u inderdaad op televisie niets gezegd, mijnheer de minister. U hebt de primeur aan het Parlement gelaten. Ik denk echter dat het zo is omdat u hier niet te veel vragen over wilt krijgen. U wilt er niet te veel mee geassocieerd worden.
Wanneer ik het akkoord lees, mijnheer de minister, dan kom ik tot drie conclusies. Ten eerste, de middenklasse wordt gepluimd, in tegenstelling tot de rijkste 1 %. Ten tweede, zelfstandige familiebedrijven, starters en groeiers zijn allemaal het slachtoffer van de meerwaardetaks. Ten derde, als ik het uiteindelijke compromis vergelijk met uw voorstel van april, dan gaat dat er kilometers op achteruit. Ik stel mij eigenlijk de vraag wat u daar die nacht hebt zitten doen, want u hebt op alle punten toegegeven aan Vooruit. U hebt niets binnengehaald, niets.
Ten eerste, de vrijstelling van tien jaar die in uw oorspronkelijke tekst stond, is eruit gehaald. De VRT spreekt nu over de leraar Tom, maar eigenlijk gaat het over Wouter De Both. Stel dat iemand gedurende 20 jaar 200 euro per maand spaart voor zijn pasgeboren dochtertje. Moet er daarop onder de nieuwe regeling een meerwaardetaks worden betaald, ja of nee? Ik had graag een duidelijk antwoord.
Ten tweede, 1,3 miljoen zelfstandigen worden geviseerd. Zullen zelfstandigen die buiten de tweede en de derde pijler aan pensioenopbouw doen en die 250 euro per maand sparen, hun hele carrière lang, 90.000 euro meerwaardetaks moeten betalen? Ja of neen?
Bovendien moeten 500.000 vennootschappen worden gewaardeerd. Voor beursgenoteerde bedrijven is dat niet moeilijk, maar voor niet-beursgenoteerde bedrijven moet er een waardering gebeuren. Ik lees dat dat moet gebeuren op basis van een vaste waardering: het eigen vermogen plus EBITDA maal vier. Men kan daar echter ook van afwijken door een waardering te laten uitvoeren door een revisor of een accountant. In de notificaties van uw beslissing lees ik, mijnheer de minister, dat die waardering kan worden tegengesproken door de fiscus als ze niet-marktconform is. Klopt dat? Hebt u dan zo weinig vertrouwen in de revisoren en de accountants? Hoelang kan de fiscus dat soort waardering contesteren? Mijnheer de minister, zijn de kosten voor die waardering aftrekbaar? Een revisor kost 10.000 euro. Zal dat aftrekbaar zijn voor de vennootschap of niet? Ik had dat graag willen weten.
Ten derde, het is een aanslag op familiebedrijven. Van de 20 % die u in uw oorspronkelijk voorstel had opgenomen, met name door een bundeling van familieleden, blijft niets over. Het is nu 20 % per persoon. Het gevolg is dat tal van mensen, zoals Yannick Dillen, professor aan de Vlerick Business School, nu stellen dat familiebedrijven, waarin het aandeelhouderschap tot in de derde generatie verspreid is, plots allemaal belast zullen worden. Vanaf 10.000 of 15.000 euro zullen ze 10 % belasting moeten betalen. Dat betekent in feite een verarming van het systeem. Het is een aanslag op familiebedrijven, maar ook op starters en scale-ups, waar business angels vaak minder dan 20 % hebben.
Ten vierde, u spreekt over een meerwaardetaks van 10 %. Als men echter de notificaties goed leest, mijnheer de minister, dan staat er dat het niet alleen 10 % kan zijn, maar ook 33 %.
In uw voorstel van april had u namelijk 10 % opgenomen, waarbij de deur naar 33 % gesloten zou zijn. Nu blijkt die deur opnieuw open te staan. Dat betekent, zoals gisteren ook is gezegd in de podcast van De Tijd , dat de fiscus kan oordelen dat het om een meerwaardetaks van 10 % gaat, maar dat hij ook 33 % kan toepassen in geval van zogenaamd abnormaal beheer. Waarom hebt u die deur opnieuw geopend?
Jawel, mijnheer de minister, luister naar de podcast van De Tijd .
Ten slotte, mijnheer de minister, had uw eigen kabinetschef u gewaarschuwd dat dit compromis van een raspaard een dromedaris zou maken. Welnu, collega’s, het is een dromedaris geworden. Het is onwaarschijnlijk complex.
Ten eerste zegt Febelfin dat het onuitvoerbaar is. Febelfin stelt letterlijk dat het operationeel niet in te voeren is tegen 1 januari 2026. Wat is uw antwoord daarop aan Febelfin?
Ten tweede: het is een taks boven op een taks. Mijnheer de minister, neem nu als voorbeeld tak 21-producten, die eveneens belast worden via de meerwaardebelasting. Uw voorstel om de premietaks te verlagen van 2 % naar 0,7 % zat nog in het voorstel van april – herinnert u het zich nog? – maar dat is verdwenen. Blijkbaar is die taks gewoon integraal behouden. Het gaat dus om een taks boven op een taks, terwijl een tak 21 vergelijkbaar is met een spaarrekening. Wie zal dan nog willen investeren in een tak 21?
Mijnheer de minister, u zou de Reynderstaks ook afschaffen. Dat stond eveneens in uw voorstel van april, maar blijkbaar blijft die gewoon behouden. Dat is weliswaar enkel op de interestcomponent, maar men zegt mij dat dit onwaarschijnlijk moeilijk is.
Tot slot heb ik nog een vraag over de meerwaarde. U zegt dat er een foto zal genomen worden van de portefeuille op 31 december 2025 om de meerwaarde te bepalen. In de notificaties van het akkoord van zondagnacht op maandagochtend staat dat men tot vijf jaar terug kan kijken. Is dat correct? Geldt dat enkel voor de meerwaarde en niet voor de minwaarde? Ik neem als voorbeeld iemand die in 2022 een aandeel van bpost heeft gekocht voor 22 euro. Stel dat de waarde op 31 december 2025 nog 2 euro bedraagt en dat die persoon het aandeel verkoopt in januari 2026 aan 2,5 euro, dan zal die persoon een meerwaardetaks moeten betalen op 0,5 euro, terwijl hij in werkelijkheid een verlies heeft geleden van 19,5 euro per aandeel.
Voorzitter:
Kunt u uw vraag stellen, mijnheer Van Quickenborne?
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, ik ben nog even bezig, ik ben aan het afronden.
Voorzitter:
Nee, u hebt uw spreektijd met anderhalve minuut overschreden.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, is het rechtvaardig dat u meerwaarde anders behandelt dan minwaarde?
Tot daar mijn vraag. Ik kan echter nu al aankondigen dat ik u hierover donderdag zal interpelleren want ik vind deze manier van werken totaal schandalig. Dit getuigt van geen enkel respect voor de democratie, mijnheer de voorzitter. U probeert ons gewoon de mond te snoeren omdat het moeilijk is voor de minister om antwoorden te geven. Dat is de realiteit.
Voorzitter:
Ik hoop dat uw filmpje werkt, mijnheer Van Quickenborne. U hebt 1 minuut en 50 seconden langer gesproken dan toegestaan. Mijnheer Hedebouw heeft het woord.
Vincent Van Quickenborne:
(Roept met uitgeschakelde microfoon.) Het is een schande! Dit is geen respect voor het Parlement, geen enkel respect. Lach de mensen maar uit! Schaf het Parlement af! Ga met vakantie! Wat een schande is dit! Ik vind het werkelijk beschamend. Het is heel duidelijk dat wij niets mogen inbrengen, helemaal niets!
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u hebt ruimte genoeg gehad om vragen te stellen. De heer Hedebouw heeft het woord.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de minister, of de vraag nu door een linkse of een rechtse partij wordt gesteld, de discussie gaat over wie in onze maatschappij de meerwaardebelasting zal betalen. Zijn het de rijksten, de sterkste schouders, of niet? Dat is de essentie van de discussie die we hier voeren.
Ik wil u heel specifiek vragen of de 1 % rijksten effectief die belasting zullen betalen. Die discussie komt eindelijk op gang bij het brede publiek. Onze partij denkt dat dat niet het geval zal zijn. Onze hypothese is dat de grote meerderheid van die 1 % rijksten hun aandelen in vennootschappen en bedrijven zullen behouden en dat uw meerwaardebelasting daar dus niet op toepasbaar zal zijn.
C’est là que se situe la question de fond: les super riches paieront-ils ou pas? Toute mon intervention sera construite sur cette question, à savoir si vous êtes d’accord que la niche fiscale essentielle …
Het gaat niet over achterpoortjes, maar om de grote voordeur. De fiscale realiteit in België is die van een wereld met superrijken, via hun vennootschappen, en niet-superrijken, die allen onderworpen zijn aan de gewone personenbelasting.
Ik ben niet de enige die dat zegt. Gisteren verklaarde professor fiscaal recht Michel Maus over jullie akkoord: "Wat men nu heeft goedgekeurd, is een meerwaardebelasting in de personenbelasting. Er verandert niets in de vennootschapsbelasting. Het is een open deur intrappen om te stellen dat de allerrijksten niet veel personenbelasting betalen. Hun vermogen is immers gestructureerd in rechtspersonen: vennootschappen, stichtingen, noem maar op. Zij ontsnappen dus aan dit verhaal." Daarmee citeer ik professor Michel Maus, niet de studiedienst van de PVDA.
Ook mevrouw Isabel Albers, hoofdredacteur van De Tijd , niet bepaald een links dagblad, verklaart dat de realiteit is dat de echte one percent ontsnapt. Ik ben het volledig met haar eens.
Je cite Bruno Colmant, ex-chef de cabinet de Didier Reynders: "Cette taxe ne touchera pas les plus fortunés, notamment les grandes familles, qui ne vendent jamais mais gardent le contrôle de l’entreprise et transfèrent leurs actions à leurs héritiers".
Het is duidelijk dat de superrijken die belasting niet zullen betalen. Dat verwondert mij niet. Marc Coucke zegt bijvoorbeeld dat er geen probleem is met de meerwaardebelasting. Ik denk dat hij er niets van zal betalen. Hij zal niets betalen, want toen Marc Coucke Omega Pharma verkocht, deed hij dat via zijn bedrijf Alychlo. Dat bedrijf bezit al zijn aandelen, en Alychlo zal niets aan meerwaardebelasting betalen.
Mijnheer de minister, ik wil u bevragen zonder op een individuele case in te gaan. Kunt u bevestigen dat de bedrijfswereld, de vennootschappen helemaal niets, 0,0 euro, zullen betalen? Via de DBI-aftrek binnen die bedrijven zullen zij nul procent meerwaardebelasting betalen, zeker wanneer het gaat om een aandelenbezit van 10 % volgens de geldende richtlijnen. Mijn vraag is dus duidelijk.
Il n’y a pas de preuve que le 1 % le plus riche paiera, que du contraire. Pouvez-vous le confirmer? En tant que parti de droite, peut-être cela vous rassurera-t-il mais au moins aurons-nous une réponse sur les faits. Deuxièmement, je vois que vous êtes très fier, monsieur le ministre, en annonçant un accord sur une taxe sur les plus-values.
U zegt dat dat akkoord andere hervormingen mogelijk maakt, zoals de werkloosheidsbeperking in de tijd, de pensioenhervorming met de malus, die gepensioneerden honderden euro's zal kosten, een strenger asiel- en migratiebeleid en de nodige investeringen in defensie, met miljarden voor de F-35's.
Vous faites passer la pilule au travers de cette petite taxe qui rapportera des miettes. Le procès-verbal de la commission confirmera que le PVDA-PTB a donc bien raison.
We krijgen er gelijk in dat de meerwaardebelasting gewoon bedoeld is om die pil te doen slikken. Ik vind het fair dat de minister dat beaamt, want hij was daar niet toe verplicht.
Mijnheer de minister, brengen we met die meerwaardebelasting echt de begroting op orde? Zullen de superrijken echt betalen? Mijn vraag is concreet: zal die niche van vennootschappen blijven bestaan?
Lode Vereeck:
Mijnheer de minister, collega's, ik wil eerst benadrukken dat het volgens mij een absurd idee is om de structurele financiering van de overheid van de grillen van de beurs te laten afhangen. Als de beurs een jaar slecht presteert, hoe wilt u dat dan opvangen? Zult u dan ziekenhuizen, het leger, de politie of rechtbanken stilleggen? Of zult u nieuwe belastingen invoeren?
Wat mij bovendien stoort, is dat wordt gezegd dat de opbrengst van deze meerwaardebelasting aangewend zou worden om de lasten op arbeid te verlagen. Op kruissnelheid brengt deze belasting 500 miljoen euro op. Dat komt neer op ongeveer 110 euro per jaar of 9 euro per maand in 2029.
Wat de technische kant van de wet betreft, is er een duidelijke discriminatie van kleine beleggers, die een vrijstelling tussen 10.000 en 15.000 euro krijgen. Grote beleggers krijgen daarentegen een vrijstelling van 1 miljoen euro, zonder dat dit redelijk wordt gemotiveerd. Minister Van Peteghem heeft in Terzake een poging gedaan. Ik zal dat niet herhalen wegens tijdsgebrek, maar ik vroeg mij af hoe u dat motiveert, want dat was gewoon naast de kwestie.
De meerwaarde zou vanaf 31 december 2025 worden berekend of, nu komt het, gedurende vijf jaar op basis van de historische aankoopdatum. Dat betekent dat wie na vijf jaar en één dag verkoopt aan een hogere prijs, maar lager dan de aankoopprijs belasting op een minwaarde moet betalen. Dat is volkomen absurd.
Minister Van Peteghem zei dat deze taks even robuust is als de effectentaks. Ik denk van niet. Ze is even robuust als de speculatietaks, die door het Grondwettelijk Hof werd afgeschaft. Daar werkte men ook met minwaarden.
De Reynderstaks op obligatiefondsen blijft overeind, wat leidt tot een dubbele belasting op dezelfde grondslag. U ontkent dat, want u zult een splitsing maken tussen de interestcomponent en de zuivere meerwaarde. Er bestaat echter ook zoiets als kapitalisatiefondsen waar de interesten in het fonds worden gekapitaliseerd. Als aandeelhouder van een obligatiefonds realiseer ik enkel meerwaarde. Dat is zelfs gangbare praktijk. Ik denk dan ook dat uw redenering niet overeind blijft. Wat is uw reactie?
Bij de bepaling van het aanmerkelijk belang worden, terecht, de grootooms en achternichten tot in de vierde graad niet langer meegeteld. Dat was overdreven. Wat ik echter niet begrijp, is dat zelfs de ouders of broers en zussen niet worden meegerekend. Dat vind ik onterecht. Als u familiebedrijven echt recht in het hart wilt treffen en kapotmaken, dan moet u hiermee vooral doorgaan.
Ten vijfde, er wordt bericht over een voetvrijstelling van 10.000 euro, te verhogen met 1.000 euro per jaar gedurende 5 jaar als er in de jaren daarvoor geen gebruik is gemaakt van die voetvrijstelling. Geldt dit uitsluitend bij niet-gebruik of ook bij niet-uitputting van de voetvrijstelling?
Ten zesde, er wordt bericht over een gezamenlijke vrijstelling van 30.000 euro voor koppels. Zal die vrijstelling overdraagbaar zijn tussen de partners, of kan ik mijn aandelen doorschuiven?
Ten zevende, er is geen correctie voor inflatie ingeschreven. Dat betekent dat men meerwaardebelasting zal betalen louter en alleen op prijsstijgingen en niet op waardestijgingen. Dat is toch de bedoeling van een meerwaardebelasting?
Tot slot heb ik nog een politieke vraag. De meerwaardebelasting werd maandenlang gekoppeld aan de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Is die nu zeker afgeklopt? Er is nu een eerste lezing. Is Vooruit tevreden met die eerste lezing? Zal Vooruit nu de koninklijke besluiten steunen en mee tekenen? Als ik het goed begrijp, moet er dus nog geen wet zijn. De eerste lezing is voldoende. Hoe zit dat met Les Engagés, die dat nu plots koppelen aan voldoende financiering voor de OCMW's?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de voorzitter, ik zal snel drie punten afhaspelen, zodat er nog wat tijd overblijft voor mijn collega Schlitz.
Voorzitter:
Mijnheer Vanbesien, u hebt beiden een vraag gesteld en hebt in principe elk twee minuten spreektijd voor de vraag. U krijgt van mij vier minuten.
Dieter Vanbesien:
Ik heb twee vragen gesteld.
Voorzitter:
Mijn excuses, u hebt gelijk.
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, een tijdje geleden circuleerde het gerucht dat de regering de intentie had om het tarief voor de meerwaarde uit speculatieve beleggingen en normale beleggingen gelijk te stellen op 10 % bij de introductie van de meerwaardebelasting. Het huidige tarief van 33 % zou op die manier spectaculair dalen. Kunt u toelichten wat er uiteindelijk uit de bus is gekomen? Wordt dat tarief effectief verlaagd of niet?
Wat het aanmerkelijk belang betreft, is er een enorm verschil tussen de belasting die betaald moet worden door de modale belegger en de taks die betaald moet worden door iemand die 20 % van de aandelen in een bedrijf bezit. De heer Ive Marx verwoordde het treffend: het is een solidariteitsbijdrage op de sterkste schouders, behalve op de allersterkste schouders.
Op welke manier verantwoordt u dat grote verschil? Iemand met 19 % aandelen in een bedrijf krijgt een vrijstelling van 10.000 euro, terwijl iemand met 20 % aandelen recht heeft op een vrijstelling van 1 miljoen. Dat verschil is aanzienlijk. Waarom zou het Grondwettelijk Hof dat aanvaarden?
Die vraag werd ook voorgelegd aan professor Maus, namelijk waarom de politiek dergelijke risico's neemt. Hij stelde: "Je hebt misschien politieke partijen die erop speculeren dat de wettekst als gevolg van juridische problemen even van tafel zal verdwijnen. Zo is er weer wat uitstel gerealiseerd." Die bedenking hadden wij uiteraard zelf ook al eerder gemaakt. De heer Kevin Spiritus zegt dat de uitzondering voor het aanmerkelijk belang een internationale anomalie is en geen enkele economische basis heeft.
Hoe zult u dit verdedigen zodat het standhoudt? Misschien kunnen we een pronostiek organiseren over de datum waarop de wet vernietigd zal worden.
Ten slotte zal de bankensector een cruciale rol spelen bij de implementatie van de meerwaardebelasting. In de pers lezen we echter dat de banken het niet geregeld krijgen tegen januari. Uw belasting zal dus misschien ingevoerd zijn, maar de banken zullen ze niet kunnen innen. Wat is de stand van zaken van uw besprekingen met de bankensector over de invoering van de meerwaardebelasting?
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, cela fait longtemps que nous attendions votre accord. Cela fait maintenant un an, puisque nous avions compris qu'il s'agissait de l’élément majeur de votre gouvernement, autour duquel tout allait tourner. Il est enfin arrivé et je dois reconnaître que votre accord sur les plus-values ouvre une porte. C’est un premier pas.
Contrairement à ce que j’ai entendu du collègue, le PS ne vous a pas félicité. Le PS a simplement souligné que c’était un premier pas et qu’il serait toujours aux côtés des groupes politiques qui veulent plus de justice fiscale, puisque, comme nous le savons tous, 70 % de l’impôt provient du travail et la consommation alors que le capital n’est taxé qu’à seulement 30 %.
Monsieur le ministre, il y a deux problèmes dans votre texte. Pour le premier, nous avons bien compris qu'il n'y aura pas de réponse aujourd’hui, puisque vous n’avez pas encore de texte. Le deuxième problème est, selon moi, que ce n'est pas du tout une avancée en matière de justice fiscale. Selon moi, vous avez vraiment raté l’objectif, car les vraies épaules les plus larges sont encore une fois protégées grâce à ces taxes et aux exonérations Bouchez.
Je vais vous citer un exemple très simple: quelqu’un qui détient 20 % du capital d’une entreprise pourra bénéficier d’une exonération d’un million d’euros. Un million d’euros ne sera donc pas taxé! Les travailleurs, qui, eux, ne voient pas la situation changer, vont apprécier. Ce ne sont pas uniquement ces "mauvais socialistes” qui tirent la sonnette d’alarme. Monsieur le ministre, l’Inspection des finances signale que cette exonération vide complètement la taxe de son contenu. Vous n’en tenez malheureusement pas compte.
Si ce ne sont pas les riches qui vont payer, qui va réellement payer? Je suppose que vous avez analysé la question pendant des heures et des heures. Vous allez donc pouvoir nous répondre très clairement. Que dire de l’objectif budgétaire? Vous annoncez 500 millions d’euros. Comment? Par quelle méthode? Personne n'y croit. Vous pouvez froncer les sourcils, monsieur le ministre, mais personne n’y croit. La Cour des comptes l’a écrit. L'Inspection des finances, les économistes, tant de droite que de gauche, doutent de ce chiffre, mais vous ne répondez pas.
Seule l'utilisation de cet argent est claire. Il n'arrivera pas dans la poche des travailleurs, ni dans celle des pensionnés. Ce matin, le ministre Clarinval a d'ailleurs dit très clairement qu'il servira pour acheter des F-35 à Trump. Il n’y aura donc pas un euro pour le pouvoir d’achat, mais des milliards pour des avions et aller faire la guerre.
Monsieur le ministre, votre taxe sur les plus-values est clairement symbolique, mais surtout profondément injuste. Voici mes questions.
Qui va réellement payer cette taxe?
Nous savons que le diable se cache toujours dans les détails, et particulièrement dans les matières fiscales. Dès lors, quelle sera la liste précise des exemptions et des exonérations?
Quel taux sera choisi, et quelles tranches d'imposition?
Avez-vous revu le rendement budgétaire comme le préconisent la Cour des comptes et l'Inspection des finances? J'ai entendu ce matin que le gouvernement avait aussi décidé d'accélérer les diminutions de cotisations spéciales de sécurité sociale et de quotités d'impôt. Soit je suis toujours sur la même ligne et vous jouez en fait au vogelpik parce que vous n'avez aucun tableau, soit vous avez réellement discuté avec des chiffres et des tableaux, et vous allez pouvoir nous répondre dans quelques minutes.
Enfin, quelles seront les mesures anti-abus de la taxe?
Vous le savez, monsieur le ministre, cela fait des mois que nous vous posons ces questions. Cela fait des mois que nous n'avons pas de réponse. Vous avez, vous-même et plusieurs de vos collègues, sorti plusieurs communiqués de presse ou des interviews dans la presse. À un moment donné, quand vous dites que vous respectez le Parlement, il faut le respecter jusqu'au bout. Il faut maintenant nous donner des réponses claires et précises. J'espère en tout cas que nous aurons plus d'informations que lors de votre conférence de presse de demain avec les journalistes qui pourraient découvrir de nouvelles choses que nous parlementaires, alors que c'est notre travail de base, nous n'aurions pas.
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, alors ça y est, le kern est enfin parvenu à un accord sur la taxation des plus-values. On nous dit qu'il s'agissait simplement de la transposition de l'accord de majorité. On se demande donc bien pourquoi il a fallu tant de temps pour enfin arriver à un accord. Sans doute que certains avaient besoin de montrer qu'ils bloquaient, qu'ils freinaient au maximum cette mesure qui, en réalité, n'est qu'une mesure de justice sociale. Pourquoi aujourd'hui un salarié, quelqu'un qui travaille et qui gagne un salaire, doit-il payer, quand il fait partie de la classe moyenne, 43 euros sur 100 euros gagnés, alors que quand on joue en bourse ou qu'on achète et qu'on vend des appartements, on ne paie pas un euro d'impôt?
Monsieur le ministre, je pense que cette taxe doit être conçue dès le départ de la manière la plus robuste possible, sinon cela sera un véritable gruyère qui continuera à perpétuer les injustices et les privilèges dans notre société.
Mes questions sont les suivantes, monsieur le ministre, et j'espère avoir les réponses les plus précises possibles. Je pense que le Parlement a assez attendu.
Quelles sont les modalités précises d'une taxation des plus-values adoptée par le gouvernement fédéral? Que sera-t-il possible de mettre en œuvre dès le 1 er janvier 2026? Quelles sont les exceptions prévues dans le mécanisme que vous allez installer? Quel est le rendement budgétaire annuel attendu de cette nouvelle mesure? D'où sortez-vous les 500 millions d'euros? Quelles sont les clauses anti-abus prévues pour éviter les stratégies d'optimisation ou de contournement, notamment via des holdings? Ce régime s'applique-t-il aussi aux plus-values réalisées via des sociétés, notamment les holdings?
J'aimerais aussi obtenir des réponses relatives à la déductibilité. Quelqu'un qui réalise une plus-value de 60 000 euros et une moins-value de 20 000 euros sur un autre titre devra-t-il payer sa taxe uniquement sur les 40 000 euros?
Par ailleurs, quel est le mécanisme prévu pour éviter que quelqu'un ne contourne la taxation en fractionnant artificiellement une plus-value importante en plusieurs ventes inférieures à 10 000 euros, tout en dépassant largement ce seuil au total?
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, gisteren werd een politiek akkoord bereikt over de meerwaardebelasting. De krijtlijnen daarvan waren vastgelegd in het regeerakkoord, maar de interpretatie en de details moesten natuurlijk nog verder uitgeklaard worden. Dat is intussen gebeurd.
In die discussie zijn voor cd&v altijd drie elementen van belang geweest.
Ten eerste moeten de sterkste schouders hun bijdrage leveren. We zijn trouwens niet het enige land met een meerwaardebelasting. Dat bestaat ook in de landen rondom ons. Onder de sterkste schouders horen ook zij die bijvoorbeeld aandelenpakketten onderbrengen in structuren, zoals stichtingen. Collega's van de PVDA, het is niet omdat er ergens in een tweet wordt beweerd dat stichtingen de belastingen zullen ontlopen, dat dat ook zo is. Dat klopt immers niet.
Ten tweede, de meerwaardebelasting moet de kleine spaarder zoveel mogelijk ontzien. Op dat element zijn we altijd blijven hameren en daarvoor worden nu een aantal maatregelen genomen.
Ten derde, de meerwaardebelasting moet volgend jaar 250 miljoen euro opbrengen en een half miljard tegen 2029. Die budgettaire opbrengsten moeten gehaald worden om de andere maatregelen te kunnen doorvoeren.
Het is dus een goede zaak dat er nu een akkoord is dat verder kan worden omgezet in wetteksten, want rechtszekerheid is belangrijk voor burgers, bedrijven en investeerders.
Ik heb daarover nog enkele vragen.
Welke garanties zijn overeengekomen om de middenklasse niet te raken?
Een snelle implementatie is belangrijk. Welke planning hanteert u in dat verband?
Hoe zult u de vooropgestelde opbrengsten monitoren?
In de rechtspersonenbelasting is rechtszekerheid belangrijk. Ik had het al over de stichtingen. Er is ook in een bijzondere vrijstelling voorzien voor vzw's. Hoe ziet die eruit en hoe zal daarmee worden omgegaan?
Charlotte Verkeyn:
Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn betoog heel kort houden. Als er nog spreektijd over is, wil ik die graag overdragen aan de collega's die dat wensen, aangezien het een heel interessante discussie is.
Onze fractie en onze partij zijn voor alle duidelijkheid nooit echt vragende partij geweest voor een extra belasting in de vorm van een meerwaardetaks. Ze is er nu echter – die kiezel is uit de schoen – en het moet gezegd dat het akkoord daarover ons zal toelaten om heel grote hervormingen door te voeren, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd.
Ik denk dat we kunnen wachten tot de eerste lezing, want daarin zullen nog veel modaliteiten aan bod komen en zullen we ook pertinente vragen kunnen stellen over de uitwerking.
Nu heb ik één vraag, waarmee ik graag wat meer duidelijkheid zou krijgen. Er wordt gesproken over een foto op het einde van het jaar, maar ik mag toch hopen dat het niet de bedoeling is dat iedereen met een klein bv’tje of vennootschapje in ons land nog snel naar een revisor moet lopen als hij dat over dertig jaar wil verkopen. De revisor kan de waarde perfect bepalen op het ogenblik van verkoop. Dat signaal wil ik hier meegeven.
Mijnheer Van Quickenborne, u schudt het hoofd, maar u interpreteert de tekst in de pers op een bepaalde manier. Ik stel die pertinente vraag om duidelijkheid te krijgen. Die duidelijkheid kan nog komen. Een revisor kan dat namelijk perfect doen op het moment van de verkoop.
Mijnheer de minister, het signaal dat ik wil geven, is dat daarover bezorgdheid leeft.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le président, s’agissant d’un débat d’actualité, j’interviendrai en réplique.
Xavier Dubois:
Monsieur le président, je veux mettre en avant cet accord important qui a été atteint. Ce que de nombreux gouvernements n'ont pas réussi à faire par le passé, nous réussissons à le faire. Une taxe sur les plus-values va voir le jour. Il importe de le signaler.
Par ailleurs, je tiens à rappeler que le projet de loi-programme, suspendu pour l'instant, prévoyait déjà toute une série de mesures visant à faire contribuer les épaules les plus larges, notamment le renforcement du régime des revenus définitivement taxés (RDT), la mise en place de conditions anti-abus au niveau des comptes-titres ainsi que la nouvelle opération de régularisation.
Notre engagement est donc tenu. Il y a effectivement cette taxe sur les plus-values. Des mesures sont prévues pour permettre de protéger la classe moyenne, les petits épargnants, avec notamment l'exonération de 10 000 euros, qui pourra monter jusqu'à 15 000 euros. C’est un élément important à mettre en avant, tout comme l’exonération des investissements dans l'épargne-pensions et les assurances groupes. Nous devons nous féliciter de ces dispositions.
En outre, une exit tax est prévue, puisque certains mettaient en avant le risque d'une fuite de certains hauts patrimoines. Il y a donc la possibilité de les retenir de cette manière-là.
Monsieur le ministre, vous avez toujours mis en exergue le fait que vous débattriez de façon détaillée lorsque les textes seraient là. Ma question sera donc simple. Quand disposerons-nous de ce texte? J'attends donc une réponse précise sur le timing.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, u ziet hier een trotse jongeman. Ik zal nu niet te veel vragen stellen, want de genomen beslissing is voor ons heel duidelijk. De spreektijd die mij rest, gebruik ik, indien ik nog opmerkingen heb, bij mijn repliek.
Jan Jambon:
Mijnheer de voorzitter, laat me om te beginnen bevestigen dat ik inderdaad morgen in de namiddag een persbriefing heb georganiseerd. Ik vond het kies om eerst het Parlement te woord te staan, maar blijkbaar wordt dat niet geapprecieerd. Wanneer ik vervolgens aangeef dat het Parlement zich kan buigen over de spelregels en ik bereid ben ruim openheid te bieden, lijkt ook dat niet gewaardeerd te worden. Goed, ik neem dat mee. Het is spijtig dat die souplesse zich tegen mij keert. Ik had gehoopt dat die wel op prijs gesteld zou worden.
Ik denk dat dit overigens niet de laatste bespreking over deze thematiek zal zijn. Er is gevraagd naar een timing. Vrijdag zal de tekst in eerste lezing in de ministerraad komen. Dan is de wettekst bekend. Vervolgens wordt een advies van de Raad van State gevraagd. Dat is de gewone gang van zaken. Daarna volgt de tweede lezing in de ministerraad.
Après une deuxième lecture au gouvernement, le texte sera déposé au Parlement. Nous pourrons alors entamer les débats. C’est la façon normale de travailler.
Maar goed, ik heb hier vandaag weer enkele zaken geleerd.
Beste collega's, chers collègues, het is vandaag 1 juli 2025. Onze regering is gestart op 3 februari. Ik ben blij dat we na vijf maanden een compromis over dit punt hebben gevonden. Voor de ene partij gaat de taks niet ver genoeg, wegens te veel achterpoortjes en allerhande bezwaren, en voor de andere partij gaat de taks dan weer veel te ver. Dat doet mij vermoeden dat we een evenwicht in het midden hebben gevonden.
Op een moment waarop onze overheidsfinanciën onder zware druk staan – en dat is niet het gevolg van deze regering, we hebben dat geërfd van de vorige – kiezen wij ervoor om te hervormen en te besparen. De regering vraagt daarbij ook effectief van de sterkste schouders een billijke bijdrage. De meerwaardebelasting past dus binnen een ruimer kader waarin de belastingdruk op arbeid verminderd moet worden. Dat laatste staat ook in het regeerakkoord en ik zal daaromtrent binnenkort voorstellen aan de regering voorleggen.
Ik wil nogmaals herhalen welke andere maatregelen deze hervormingsregering neemt. Er komt een verlaging van de loonkosten met 1 miljard euro op kruissnelheid. Er komt een verlaging van de energiekosten. Er komt een ondernemersaftrek. Er komt een verlaging van de personenbelasting voor iedereen die werkt. Er komt een vergaande pensioenhervorming en een hervorming van de arbeidsmarkt, waarbij de werkloosheidsuitkeringen eindelijk in de tijd worden beperkt. Er komen meer middelen voor onze defensie en er komt een strenger asiel- en migratiebeleid. Het regeerakkoord van deze ambitieuze arizonaploeg gaat dus veel en veel breder dan de ene maatregel waarover we nu debatteren. Alles hoort samen en het volledige regeerakkoord moet worden uitgevoerd.
Comme je l'ai déjà dit, le projet de loi sera examiné cette semaine en première lecture par le Conseil des ministres et sera ensuite soumis pour avis au Conseil d'État. Par la suite, le Parlement jouera pleinement son rôle.
Beaucoup d'entre vous ont déjà posé des questions techniques pertinentes. Certains le font chaque semaine, d'autres même chaque jour. Vous savez que j'ai beaucoup de respect pour le Parlement. J'espère donc que vous appréciez mon exposé à sa juste valeur.
La taxe sur les plus-values s'applique à l'impôt des personnes physiques. La plus-value réalisée sera imposée comme un revenu divers. Le nouveau régime s'applique également à l'impôt des personnes morales, mais les institutions reconnues bénéficiant de dons ouvrant droit à une réduction d'impôt restent hors du champ d'application.
Aan de heer Matheï – hij is er momenteel niet, maar zijn medewerker, die ik goed ken vanuit de gemeenteraad in Brasschaat, is er wel – kan ik zeggen dat de vzw's waarvan de giften aftrekbaar zijn, buiten de toepassing vallen.
Aucun changement n’est apporté au régime de l’impôt des sociétés.
La notion d’actif financier doit être interprétée de manière large. Tous les instruments financiers sont concernés, y compris, par exemple, les cryptomonnaies. Pour les cryptomonnaies, l'administration pourra toujours apporter la preuve qu'il s'agit d'une gestion anormale d'un patrimoine privé, ce qui permettrait encore l'application d'un taux de 33 %. C'est déjà le cas aujourd'hui.
Le nouveau régime sera d'application à partir du 1 er janvier 2026. Les plus-values historiques seront exonérées. Si la valeur d'acquisition est supérieure à la valeur au 31 décembre 2025, il sera possible de conserver la valeur d'acquisition pendant les cinq années suivantes.
In het voorontwerp van wet staat tevens een specifiek uitzonderingsregime gericht tegen de zogenaamde interne meerwaarden, die belast zouden worden aan 33 %. Er wordt ook voorzien in een exitstelsel, dat maximaal twee jaar toelaat om de meerwaarde die bestaat op het moment dat de belastingplichtige België verlaat, te belasten. Zo'n exittaks bestaat ook in onze buurlanden.
De meerwaarde die het voorwerp vormt van de meerwaardebelasting kan worden verminderd met eventuele minderwaarden. Dat is enkel mogelijk wanneer de minderwaarde gerealiseerd werd door dezelfde belastingplichtige in de loop van hetzelfde belastbare tijdperk binnen dezelfde categorie van belastbare financiële activa. Er zal dan bijgevolg gewerkt worden met de FIFO-methode: first in, first out .
Het stelsel van de meerwaardebelasting voorziet in een algemeen regime met een aanslagvoet van 10 % van de gerealiseerde meerwaarde na vrijstelling van een eerste jaarlijkse schijf van 10.000 euro. Dat bedrag zal jaarlijks worden geïndexeerd. Dat bedrag zal elk jaar toenemen met 1.000 euro, die ook geïndexeerd zal worden, en zal, voor zover er geen vrijstelling wordt benut, in de komende 5 jaar maximaal 15.000 euro kunnen bedragen. Mijnheer Vereeck, het is inderdaad zo dat het niet-opgevraagde gedeelte overgedragen kan worden.
Ik geef u een aantal voorbeelden.
Voorbeeld 1: in 2026 bedraagt de basisvrijstelling 10.000 euro. Dat wil zeggen dat in 2027 de basisvrijstelling 11.000 euro bedraagt, en zo gaat dat door tot 2032, waar de basisvrijstelling 15.000 euro bedraagt.
Voorbeeld 2: in 2026 bedraagt de basisvrijstelling 10.000 euro. Ik realiseer vervolgens een meerwaarde van 2.500 euro in 2027. Vooreerst zal de stijging van 1.000 euro worden weggewerkt en vervolgens zal nog 1.500 euro worden aangerekend op de basisvrijstelling van 10.000 euro. De resterende basisvrijstelling zal dus 8.500 euro bedragen in 2027. In 2028 heeft de belastingplichtige opnieuw recht op een voetvrijstelling van 10.000 euro plus 1.000 euro overdracht. Er is dus opnieuw een overdracht omdat de 10.000 euro niet volledig wordt opgenomen.
Op die manier blijft de kleine langetermijnbelegger maximaal buiten het toepassingsgebied van de belasting.
La nouvelle réglementation prévoit en outre un régime particulier pour les contribuables détenant une participation importante. Dès qu'une personne possède une participation de 20 % ou plus, elle peut bénéficier d'une exonération sur une première tranche – une plus-value d'un million d'euros – et de l'application d'un taux progressif allant de 1,25 à 10 % si on arrive à 10 millions d'euros. On pourra bénéficier de cette exonération d'un million d'euros sur une période de cinq ans. Les parts bénéficiaires sont exclues pour le calcul de la participation importante.
Je prends ici l'exemple d'un boulanger local qui vend sa boulangerie pour 1,5 million et réalise une plus-value d'un million d'euros. En l'occurrence, il ne paiera pas de taxes. Ce même boulanger vend sa boulangerie au prix de 2,5 millions d'euros et réalise une plus-value de deux millions. En l'occurrence, le premier million d'euros est exempté et pour le deuxième million, il paiera une taxe de 1,25 %, soit 12 500 euros.
La vente à une société située en dehors de l'Espace économique européen restera, comme aujourd'hui, imposée au taux de 16,5 %
De kleine ondernemingen en zelfstandigen blijven dus maximaal buiten het toepassingsgebied van deze meerwaardetaks. Voor wie onderneemt, mensen tewerkstelt en risico's neemt, zal de impact dus eerder beperkt blijven.
De waardering zal op verschillende manieren kunnen. Concreet zijn er drie verschillende opties voor de belastingplichtigen. Ook een waardering door een onafhankelijke accountant of een revisor zal mogelijk zijn. De inning van de meerwaardetaks zal maximaal via de roerende voorheffing gebeuren, wat het algemene stelsel van 10 % betreft. Via de aangifte kunnen de voetvrijstelling en de minderwaarde worden verrekend.
Belastingplichtigen zullen ook kunnen kiezen voor een opt-out, waarbij ze kunnen aangeven dat ze niet willen dat er 10 % roerende voorheffing wordt ingehouden. In dat geval zal een belastingplichtige de meerwaarde moeten aangeven in de aangifte en zal er ook een ficheverplichting ontstaan in hoofde van de financiële tussenpersoon.
De operationalisering van deze meerwaardetaks is een gigantische taak, waarbij wij de sector uitdrukkelijk de hand reiken. Mijn administratie en beleidscel zullen samen met onder andere Febelfin en andere middenveldorganisaties regelmatig overleggen om deze taks op een correcte manier operationeel te krijgen. De afschaffing van de Reynderstaks of een verlaging van de premietaks is niet opgenomen in het voorontwerp van wet.
Collega's, ik ben ervan overtuigd dat we de komende weken, maanden en jaren nog herhaaldelijk en grondig zullen discussiëren over deze wet, onder andere volgende week al, wanneer ik daarover nog openstaande vragen zal beantwoorden, maar hiermee hebt u reeds een eerste toelichting gekregen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, de minister is meer dan vijf minuten over zijn spreektijd gegaan en we hebben hem laten uitspreken.
Dat is het beste bewijs dat een debat in zo’n beperkt tijdbestek totaal ongepast is. Dit is alweer een bewijs dat deze gang van zaken totaal ongepast is. Ik betreur dat ten zeerste. Er is nul respect voor het Parlement. Mijnheer de voorzitter, waarschijnlijk is het uw ultieme droom om het Parlement en deze commissie uit te schakelen, zodat we geen vragen meer kunnen stellen, maar het is mijn opdracht als oppositielid om die vragen te stellen.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ga u even onderbreken als voorzitter.
Vincent Van Quickenborne:
Ik zal die vragen hier blijven stellen.
Voorzitter:
Maar u mag uw vragen stellen.
Vincent Van Quickenborne:
U kunt mij in de put gooien, maar de vragen die gesteld moeten worden, zal ik blijven stellen.
Mijnheer de minister, ik stel vast dat u op tal van vragen niet antwoordt.
Ten eerste, ik heb u een vraag gesteld over de middenklasse. U bent daar niet op ingegaan. De heer Wouter De Both was gisteren nog op de VRT. Tom, een leraar, spaart voor zijn pasgeboren dochtertje 200 euro per maand gedurende 20 jaar. Ondanks het feit dat de vrijstelling wordt opgetrokken van 10.000 euro naar 15.000 euro, zal die man die taks moeten betalen. Ik heb u die vraag gesteld en u hebt er niet op geantwoord.
Ik lees op die websites wel dat het kabinet een suggestie doet. Fiscaal advies van het kabinet, collega’s, dat is heel interessant. Het kabinet zegt dat men de taks kan ontwijken door in verschillende tranches te verkopen. Met andere woorden, de taks is er nog niet, maar men kan hem wel al ontwijken. Hoe moet men dat doen? Misschien moet men bellen naar het kabinet. Daar zullen ze het u uitleggen.
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Neen, ik ben nog niet klaar. De minister is ook over zijn tijd gegaan.
Mijnheer de minister, ten tweede zijn er de zelfstandigen. Ik heb u een vraag gesteld over de waardering.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, uw microfoon wordt nu uitgezet.
Vincent Van Quickenborne:
EBITDA maal vier, mijnheer de minister. Ik heb u gevraagd vanwaar die waardering komt en of die kosten van de waardering worden afgetrokken, ja of neen. U hebt daar niet op geantwoord.
Febelfin zegt dat ze dit niet klaarkrijgen tegen 1 januari. Wat is uw antwoord daarop? U hebt die vraag niet beantwoord, mijnheer de minister.
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, u moet stoppen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, wat gebeurt hier eigenlijk? De minister overschrijdt zijn spreektijd en ik mag niet eens mijn tijd benutten. De minister is vijf minuten over zijn tijd gegaan.
Voorzitter:
Ik ben deze discussie beu. Deze discussie is gedaan.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, ik zal mijn laatste punt maken. Ik beloof het.
Ik wil nog even citeren uit de twee A4’tjes waarover maandagmorgen een akkoord is gesloten met als titel: 30 juni – beslissing kern. In het knelpunt met betrekking tot het fameuze kraantje in de muur staat er: “Indien de voorziene opbrengst niet wordt gehaald, zal de regering de benodigde aanpassingen doen voor het inkomstenjaar dat volgt op het jaar met het tekort."
Ik dacht dat de PS dat kraantje in de muur zou opendraaien, van 10 % naar 30 %, maar deze regering gaat dat doen. Deze regering zegt: als we te weinig opbrengst hebben, zullen we het tarief nog verhogen in deze legislatuur. Waarom staat dat in die tekst, mijnheer de minister? Waarom zegt u dat u het tarief zult verhogen, als de voorziene opbrengst niet wordt gehaald? Ik vind dat onwaarschijnlijk.
Voorzitter:
Uw punt is gemaakt, mijnheer Van Quickenborne.
Vincent Van Quickenborne:
Neen, veel te weinig, maar donderdag kom ik terug met een interpellatie.
U hebt geen respect voor het Parlement.
Voorzitter:
Als u respect hebt voor dit Huis, dan hebt u ook respect voor de werkwijze die hier wordt gehanteerd en voor het Reglement dat ik als voorzitter probeer toe te passen. Ik stel vast dat het Reglement er voor u is wanneer het u uitkomt, maar dat u het naast zich neerlegt als het u niet uitkomt. In dat kader zal ik ook het Reglement toepassen wat betreft uw gedrag ten aanzien van de voorzitter van deze commissie.
Vincent Van Quickenborne:
U hebt schrik voor het Parlement. Dat is het probleem. U laat de parlementsleden geen vragen stellen.
Charlotte Verkeyn:
Kalmeer nu toch eens. Ik heb daarnet gezegd dat u mijn resterende spreektijd kon krijgen om de discussie te voeren. Dat is voor mij geen probleem, maar mijnheer Van Quickenborne, u gijzelt hier de collega's soms zes, zeven uur aan een stuk. Iets bondig zeggen kan ook goed zijn.
Voorzitter:
We gaan weer naar de orde van de dag. De heer Hedebouw heeft het woord.
Raoul Hedebouw:
Je vois que M. le ministre a confirmé en une seule phrase qu'on ne toucherait pas à l'impôt des sociétés. On fait tout, ici, pour éviter le débat sur cette niche fiscale – ce n'est pas une petite achterpoortje – énorme, car la grande majorité des grandes fortunes en Belgique possède ses actions dans les sociétés. J'ai pris l'exemple de Marc Coucke tout à l'heure …
De familie de Spoelberch heeft 620 miljoen euro geboekt als meerwaarde op de verkoop van het transportbedrijf Hillebrand. Dat bedrag komt niet op de persoonlijke belastingbrief van de familie de Spoelberch. Dat wordt behandeld door Cobepa, een persoonlijke vennootschap. Die mensen zullen daar dus niets op betalen. Ik weet niet of iedereen dat goed beseft.
La grande bourgeoisie, elle a tout ça. J'ai des dizaines d'exemples.
De Luikse multimiljonair Guy Paquot verkocht zijn belangen in bouwgroep Recticel met 95 miljoen euro winst. Hij betaalde 0 euro belasting, omdat dat geld allemaal in de Compagnie du Bois Sauvage zit…
…Compagnie du Bois Sauvage, où il a des participations de plus de 10 %, donc RDT! Il n'a donc rien à payer. Par conséquent, chers collègues, pardonnez-moi mais je vois la tentative du gouvernement de ne pas avoir ce débat-là. Ma question est: pourquoi ne l'appliquez-vous pas aux sociétés?
Lode Vereeck:
Dank u, mijnheer de minister. Wij waarderen uw toelichting. Ik hoop dat u ook begrijpt dat wij naar hier zijn gekomen om veel vragen te stellen.
Wat uw inleiding betreft, heb ik een vraag. Is de eerste lezing nu voldoende voor Vooruit om een krabbel te zetten onder de beperking van de werkloosheid in de tijd? Of moet er echt een gestemde wet zijn over de meerwaardebelasting?
In uw inleiding verwijst u ook naar de budgettaire toestand. Ik wil benadrukken dat dit er niet veel aan zal verhelpen. Bij gewijzigd beleid verslechtert de situatie zelfs. Die 500 miljoen betekent slechts 9 euro meer per maand netto in 2029.
U verwijst ook naar FIFO. Mag ik u erop wijzen dat in bepaalde bedrijven de aandelen genummerd zijn en dat genummerde aandelen in het aandelenregister worden verkocht? Daardoor kunt u FIFO niet zomaar toepassen.
Tot slot is er nog iets dat ik erg belangrijk vind. U verwijst, samen met cd&v, steeds naar de vrijstelling voor kleine beleggers, die 10.000 en 15.000 euro. De vraag is echter waarom er hier sprake is van discriminatie. Mijnheer Van Peteghem heeft gezegd dat grote beleggers, zoals familiebedrijven, zorgen voor werkgelegenheid en economische groei, maar ik zeg u dat kleine beleggers eveneens risico's nemen en ook zorgen voor werkgelegenheid en groei. Daarom wilt u toch een wet-Cooreman-De Clercq invoeren? Waarom dan die discriminatie? En hoe denkt u dit in godsnaam te kunnen verdedigen tegenover het Grondwettelijk Hof?
Dieter Vanbesien:
Mijnheer de minister, u hebt geen antwoord gegeven op de vraag over de juridische risico's voor het Grondwettelijk Hof met betrekking tot het aanmerkelijk belang. Wat de alarmkreten vanuit de bankensector betreft, zegt u dat u met hen contact opneemt en het samen met hen zult oplossen, maar dat is niet wat ik hoor uit de sector zelf.
Uw berekening over de overdraagbaarheid van de vrijstelling heb ik niet helemaal kunnen volgen. Mevrouw Verkeyn gaf echter aan dat we op de eerste lezing wachten, waarna alle details over de modaliteiten duidelijk zullen worden. Ik heb begrepen dat die eerste lezing op vrijdag 4 juli 2025 zal plaatsvinden. Ik hoop dat we daarvan een kopie zullen ontvangen, zodat we die zelf ook kunnen bestuderen.
Hugues Bayet:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse, même si, je ne vous le cache pas, c'est pour moi une vraie déception. Vous avez utilisé la moitié de votre temps pour une resucée de la note d'orientation et puis, toute une série de déclarations d'intention sur ce que vous allez faire, mais sans chiffres ni tableaux, etc. Et rien sur de nombreuses questions: les mesures anti-abus, les exonérations… à se demander si le gouvernement avait vraiment tranché ou pas. En tout cas, c'est clair: votre réforme n'est pas une avancée en matière de justice fiscale.
Tous nos concitoyens ont compris maintenant qu'une personne qui réalise une plus-value de deux millions payera 12 500 euros et on peut très vite faire le parallèle avec un salaire de 2 000 euros et voir le montant des impôts à payer chaque mois. C'est clair!
Cependant, la question que je vous ai posée reste entière: qui va payer si les riches ne payent pas? Je suppose que ce sera encore la caissière de Cora, qui a 55 ans et que l'on menace d'envoyer au CPAS, les pensionnés qui se battent aussi pour conserver leur pouvoir d'achat. En ce qui concerne les 500 euros que le MR ou Les Engagés avaient promis, rien! Mais on a des sous pour acheter des F-35.
Je vous l'avais dit, monsieur le ministre, vous êtes fort avec les faibles et faible avec les riches. Je confirme, ce gouvernement protège ceux qui ont déjà tout et laisse la facture aux autres.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J'ai calculé que vous avez mis à peu près trois minutes pour rentrer dans le vif du sujet et commencer à répondre aux questions des députés. Je pense qu'en termes de gestion du temps de parole, on peut faire des reproches aux députés mais ici, vous avez commencé par des attaques en règle contre les partis de la Vivaldi, contre les uns, les autres et le Parlement. Ensuite, vous nous expliquez qu'en fait, les réponses viendront plus tard et que nous sommes trop impatients.
Voorzitter:
Votre réplique, madame Schlitz?
Sarah Schlitz:
Or, cela fait des mois qu'on attend des réponses sur cette question qui n'est pas du tout anodine.
C'est la question de la justice fiscale et sociale dans cette législature. Si vous ne parvenez pas à mettre en place une véritable taxation des plus-values, aujourd'hui, les efforts que vous demandez à la classe moyenne et aux classes les plus précaires de notre société ne seront jamais acceptés.
Vous devez faire contribuer les grosses fortunes et le patrimoine. Et qu'est-ce qu'on entend, glissé entre deux phrases, entre quelques considérations techniques? Qu'en fait, les revenus des sociétés seront épargnés car aucun changement au régime des sociétés ne sera apporté.
Nous allons évidemment creuser cela. Si c'est bien le cas, c'est un véritable scandale et vous n'arriverez pas à atteindre les 500 millions qui sont déjà riquiquis par rapport à ce qu'une vraie taxation des plus-values peut réaliser. C'est le cas dans d'autres pays d'Europe, que l'on nous cite en exemple quand ça nous arrange. Un coup le Danemark, un coup la Hollande. Eh bien, je vous invite à vous intéresser réellement à des taxations des plus-values de 30 % qui ramènent des milliards par an dans les caisses de l' É tat!
Ce n'est qu'une question de justice fiscale de le faire. Arrêtez donc de rechigner, arrêtez de freiner. Et mettez en place cette véritable taxation des plus-values, monsieur le ministre.
Charlotte Verkeyn:
Ik wil de minister danken voor de transparantie en openheid die hij heeft getoond tegenover dit Parlement. Wij hebben er alle vertrouwen in dat er tijdens de bespreking van de definitieve tekst voldoende ruimte zal zijn voor rekenschap, bezorgdheden en debat.
Benoît Piedboeuf:
Monsieur le ministre, nous commençons à y voir un peu plus clair en ce qui concerne la taxation sur les plus-values. Depuis que ce gouvernement est entré en fonction, plusieurs ajustements ont été entrepris, notamment à propos des niches fiscales. Plusieurs choses ne sont désormais plus déductibles, alors qu'elles l'étaient encore naguère. Nous voyons que cette taxation des plus-values est en même temps respectueuse des PME. L'exemple a été donné d'une plus-value réalisée par un boulanger, d'un indépendant qui remet son commerce, mais qui a payé des impôts toute sa vie, qui arrive en fin de carrière et qu'on voudrait rançonner. Or il n'est pas question de le rançonner, mais de le faire participer comme les autres.
Maintenant, bien entendu, nous attendons le texte pour parler enfin de quelque chose que l'on connaît, au lieu de parler dans le vide comme d'habitude. Le plus important est de disposer du volet relatif à la réforme fiscale parce que les ajustements qui ont été entrepris doivent conduire à une augmentation des revenus de ceux qui travaillent. Donc, nous sommes dans l'attente et nous savons que ces textes vont arriver.
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre initiative.
Xavier Dubois:
Merci monsieur le ministre pour vos réponses.
J'entends les informations concernant le timing. Nous serons bien entendu très attentifs au respect de celui-ci ainsi qu'au caractère opérationnel du projet qui sera présenté. Il sera intéressant d'analyser cela en profondeur. Je pense que vous avez rappelé toutes les exonérations prévues qui protègent la classe moyenne. Nous y tenons fortement et nous serons donc attentifs aussi à ce point de vue.
Nous tenons à souligner la volonté de monitoring de l'accord prévu ici, tant par rapport au rendement attendu de la taxe que par rapport à l'atteinte de l'objectif qui est véritablement de faire contribuer les épaules les plus larges. Ce sera un point d'attention très important pour nous aussi. Nous attendons le texte avec impatience.
Achraf El Yakhloufi:
Mijnheer de voorzitter, het is jammer dat er veel geroep en getier is. Politiek gaat over geloofwaardigheid en vertrouwen. Als we het vertrouwen in de politiek willen herstellen, dan moeten we durven te zeggen waar het op staat: wie veel heeft, zal meer moeten bijdragen. Punt uit.
Mijnheer Hedebouw, u knikt. Ik ben blij dat u het daarmee eens bent.
Collega’s, we doen dat niet omdat we iets willen afpakken, maar wel opdat iedereen die werkt en zijn deel doet, eerlijk wordt behandeld. Alleen zo bouwen we aan een eerlijke, sterke en toekomstgerichte samenleving.
Vooruit heeft zich vastgebeten in de meerwaardebelasting. We hebben doorgezet, niet om een trofee binnen te halen of andere verwijten die wij weleens krijgen, maar omdat het eenvoudigweg niet uit te leggen is dat verpleegkundigen, arbeiders of anderen elke maand zwaar belast worden op hun loon, terwijl iemand die miljoenen opstrijkt via aandelen en jarenlang geen bijdrage hoefde te leveren nul euro belasting betaalt. Dat is wat er scheef zat en wat wij nu rechtzetten.
Laat ik het even concreet maken: een ondernemer verkoopt zijn bedrijf en incasseert 5 miljoen euro, in de pocket. Die winst kwam er dankzij onze wegen, ons onderwijs, onze gezondheidszorg, allemaal betaald, collega's, met belastinggeld. Als we hier binnenkort het wetsontwerp goedkeuren, zal die ondernemer daar voortaan ook aan bijdragen. Net als u allemaal, net als de mensen die meekijken en ikzelf. Dat is fiscale rechtvaardigheid. Dat is geen slogan, maar een keuze.
Vooruit maakt in de regering werk van een hervorming die niet alleen op papier staat, maar ook voelbaar is op het terrein. Geen uitzonderingen voor lobbygroepen, geen achterpoortjes voor wie het breed heeft. Als dat niet lukt, dan lukt de rest ook niet. Dus gaan we ervoor, omdat het nodig is, omdat het eerlijk is en omdat mensen dat verwachten van wie wel verantwoordelijkheid durft te nemen. Daarom zit Vooruit in de huidige regering.
Echte vooruitgang, collega's, begint met gelijke spelregels voor iedereen. Daar sta ik voor en daar zal ik altijd voor blijven vechten, zolang ik in dit Parlement zit.
Vincent Van Quickenborne:
(…) (Zonder microfoon.)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, die vraag hebben we al behandeld. U hebt uw kans verkeken. We gaan door met onze agenda.
Madame Schlitz, vous avez la parole. (…) Bon, madame Schlitz, soit vous posez votre question, soit nous passons à la question suivante. J'en ai marre! (Tumulte)
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de voorzitter, respecteer eens het Parlement!
Voorzitter:
Respecteert u eens de regels van het Parlement!
Vincent Van Quickenborne:
U respecteert helemaal niets!
Voorzitter:
Respecteer de regels van het Parlement!
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
De orde van de werkzaamheden hebben we daarstraks gehad. Die vraag had u daarstraks moeten stellen.
Vincent Van Quickenborne:
(…)
Voorzitter:
Mijnheer Van Quickenborne, ik ben voorzitter van de commissie voor Financiën. Ik probeer ze voor te zitten volgens de bepalingen van het Reglement. Ik houd mij aan de agenda. We zijn aan het tweede punt van onze agenda gekomen, zijnde een vraag van mevrouw Schlitz.
De versterking van de koopkracht door het ondersteunen van de economie
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 17 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met structureel hogere supermarktprijzen en inflatie (5% in juni 2025) dan buurlanden (NL: 4,6%, FR: 2,3%), ondanks dalende eurozone-inflatie, door territoriale leveringsbeperkingen (Europese marktverstoringen), kleinere afzetmarkt, en hogere operationele kosten voor retailers. De overheid zet in op Europese lobby (samen met Benelux) om deze beperkingen aan te pakken en prijsdruk te verlichten, maar lokale oplossingen (bv. marges retailers vergroten) blijven beperkt. Koopkrachtgroei hangt af van economische productiviteit, maar hoge lonen en regulering ondermijnen de concurrentiepositie. Kernprobleem: Belgische consument betaalt mee voor Europese marktfalen en zwakke onderhandelingsmacht van lokale bedrijven.
Lieve Truyman:
Mijnheer de minister, we zijn bijna aan het einde van deze vergadering en we zijn hier nog gezellig met zes mensen in de zaal. Toch wil ik het nog eens hebben over de koopkracht, die wordt versterkt wanneer we aandacht schenken aan onze economie. Daar ligt de sleutel van heel wat issues.
Het Prijzenobservatorium publiceerde in 2013 een studie over de evolutie van de consumptieprijzen in ons land en onze buurlanden. Daaruit bleek toen al dat de prijzen in ons land duidelijk hoger liggen dan in de omliggende landen. In 2017 werd die studie opnieuw uitgevoerd en toen bleken de verschillen in de consumptieprijzen met de omliggende landen zelfs nog gegroeid te zijn.
Vandaag is de situatie helaas niet verbeterd. Nochtans zijn ondertussen de energieprijzen geleidelijk aan het dalen en is de inflatie in de eurozone in mei 2025 onder 2 % gezakt. Dat is helaas niet voelbaar voor de Belgische consument die zijn winkelkar vult in de supermarkt. Volgens een onderzoek van Testaankoop zijn de supermarktprijzen sinds januari 2025 opnieuw fors gestegen. Die stijging zet zich voort, de inflatie bedraagt in juni 2025 bijna 5 %. Opmerkelijk zijn opnieuw de verschillen met onze buurlanden, waar dat cijfer helemaal niet zo hoog is. In Nederland is de inflatie 4,6 %, in Frankrijk slechts 2,3 %.
De recente analyse van het Planbureau toont aan dat de gemiddelde koopkracht zal toenemen in ons land. Om die nog meer te versterken, hebben we vooral een sterke economische groei nodig met een stijgende productiviteit. De concurrentiepositie van onze bedrijven staat evenwel al jaren onder druk, onder andere door de stijging van de lonen de laatste jaren, maar ook door de beperkte afzetmarkt op ons grondgebied. Onze retailers hebben een slechte onderhandelingspositie met grote multinationals. Ze genieten minder gunstige aankoopprijzen en -voorwaarden. Bovendien moeten bedrijven veel regels naleven die diverse overheden opleggen. Finaal betaalt de consument veel te hoge prijzen aan de kassa ten opzichte van onze buurlanden.
Kunt u de huidige stijging van de supermarktprijzen in ons land verklaren nu de inflatie in de eurozone een dalende trend heeft ingezet? Hoe verklaart u de grote verschillen met onze buurlanden?
Hoe kan de overheid een ondersteunende rol spelen om een eerlijke en concurrentiële marktwerking mogelijk te maken?
Gaat u in overleg met de Europese instanties om de marktpositie van de Belgische bedrijven te versterken?
Rob Beenders:
Bedankt voor uw vragen. Sommige antwoorden zijn daarnet ook al gegeven. Dat maakt echter niet uit, maar ik vrees dat ik niets nieuws zal zeggen.
Het antwoord op vraag een en twee luidt als volgt. In 2025 komt de inflatie in onze voornaamste buurlanden inderdaad lager uit. De gemiddelde inflatie bedroeg 2,1 % in het eerste trimester, tegenover 4,1 % in België, en 1,9 % in april, tegenover 3,1 % in België. Zoals u aangaf, heeft dat vooral te maken met de energie-inflatie. Op korte termijn is die energie-inflatie vaak volatieler dan in de buurlanden, zowel in de hoogte als in de laagte. Die inflatie wordt ook deels verklaard door marktspecifieke factoren: een daling van het vleesaanbod, slechte kwaliteit van de aardappelen en ongunstige weersomstandigheden in koffie-, cacao- en olieproducerende landen.
Uw vragen drie en vier. Een van de mogelijke oorzaken van die hogere prijsniveaus voor merkproducten in België is het bestaan van territoriale leveringsbeperkingen op de Europese interne markt. Dat zijn beperkingen die een leverancier oplegt en die hij doorrekent. Ze beletten bedrijven om goederen vrijelijk af te nemen, met name in landen van hun keuze, om op die manier de prijs te drukken. Als gevolg van de relatief kleine Belgische markt kunnen Belgische retailers dus niet altijd aan de meest gunstige prijzen inkopen. Dat zorgt dan weer voor hogere prijzen voor de consument.
Ik heb hierover gisteren met Comeos samengezeten. Zij hebben al een aantal aanbevelingen gedaan en zeggen dat we in dit regeerakkoord echt stappen zullen nemen om de marges van de retailers groter te maken. Dit punt – die territoriale leveringsbeperkingen – moeten we echter op Europees niveau regelen. Zoals ik net al aangaf, dringen we samen met de andere Benelux-landen aan bij de Europese Commissie om die territoriale leveringsbeperkingen aan te pakken. Dat is dus echt een prioriteit.
De strijd die we daar voeren, heeft sowieso geleid tot de opname van de inperking van die territoriale leveringsbeperkingen in de interne marktstrategie van de Europese Commissie als een van de terrible ten .
Dat zijn de belangrijkste hinderpalen voor een goed werkende interne markt, die prioritair moeten worden aangepakt. Het feit dat we daarmee op de agenda staan en moeten doorzetten, is cruciaal.
Dit jaar hebben we tijdens de Europese Raad voor Concurrentievermogen het belang van de strijd tegen territoriale leveringsbeperkingen onderstreept. Samen met Nederland en Luxemburg wordt een brief verstuurd naar de Europese Commissie om de druk op de ketel te houden in dit dossier. Het betreft een bijzonder belangrijk dossier, zeker met het oog op het beter onder controle houden van de prijzen. We hebben dus alle steun en support nodig om dat aan te pakken.
Lieve Truyman:
Het is inderdaad bijzonder interessante informatie die u op het laatst toevoegde. Aan de andere kant geldt dat veel van die bedrijven, multinationals en supermarkten, ook vestigingen hebben in onze buurlanden. In dat opzicht is het raar dat de inkoopprijzen voor de Belgische filialen duurder zouden zijn. Dat is des te meer een reden om op Europees niveau een duidelijke lijn uit te zetten en verder werk te maken van dit dossier.
De koopkracht en het afpakken van de premies voor nachtarbeid
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 12 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Robin Tonniau valt minister Clarinval aan omdat diens plan om nachtpremies in distributie en handel in te perken (van 20u-6u naar 00u-5u) de koopkracht ondermijnt, ondanks eerdere beloftes om werk te belonen. Clarinval ontkent loonverlies voor bestaande werknemers en wijst op concurrentiedruk met buurlanden, maar behoudt premies enkel voor wie al in nachtdiensten werkt. Tonniau noemt dit hypocriet, ziet het als een aanval op de werkende klasse en kondigt massaprotest aan. Kern: koopkracht vs. concurrentie, met beschuldigingen van sociale afbraak.
Robin Tonniau:
Mijnheer Clarinval, u zegt altijd dat werk moet lonen. Dat was trouwens ook een kiesbelofte van alle arizonapartijen. Nu wilt u echter de nachtpremies van duizenden mensen afpakken. Weet u eigenlijk waarover u spreekt? Hoeveel jaar hebt u zelf ’s nachts gewerkt? Hoeveel jaar hebt u in ploegen gewerkt? Is er eigenlijk één minister die dat ooit heeft gedaan? U weet niet hoe zwaar dat is. Ik heb zelf zeventien jaar ploegen- en nachtarbeid gedaan. Ik kan u zeggen: wie dat doet, verkoopt een stuk van zijn sociaal leven en zijn gezondheid in ruil voor die nachtpremies. Mensen doen dat niet voor hun plezier, maar wel om aan een degelijk loon te geraken. Ze hebben de nachtpremies nodig om rond te komen. U gaat nu echter de nacht inkorten.
Momenteel krijgt men een premie als men tussen 20.00 uur 's avonds en 6.00 uur 's ochtends werkt. U wilt dat veranderen voor de distributie- en handelssector. De nacht zou dan niet meer om 20.00 uur beginnen, maar pas om middernacht, en ze zal niet meer duren tot 6.00 uur, maar slechts tot 5.00 uur. Dat zal gelden voor sectoren van de paritaire comités 140 en 226, betreffende transport en logistiek, paritair comité 201 voor de zelfstandige kleinhandel en de paritaire comités 311 en 312, voor de handelszaken en warenhuizen. In al die sectoren zullen werknemers vijf uren aan nachtpremies verliezen. De lonen in die sectoren zijn sowieso al geen vetpot, mijnheer de minister.
Tijdens de verkiezingscampagnes beloofden al de arizonapartijen om de koopkracht te beschermen.
Mijnheer de minister, nachtpremies afschaffen, is dat de koopkracht beschermen?
David Clarinval:
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, in de eerste plaats wil ik formeel aangeven dat ik de systematische desinformatie betreur die door de PVDA over dit dossier wordt verspreid.
Dan kom ik tot het inhoudelijk antwoord. Ik herinner eraan dat nachtarbeid in België wordt gedefinieerd als arbeid die plaatsvindt tussen 20.00 uur en 06.00 uur. Momenteel is nachtarbeid in ons land verboden, maar de wet voorziet al in een groot aantal afwijkingen op dat verbod. Zo geldt er een afwijking voor activiteiten in hotels, in de entertainmentsector, bij de uitvoering van landbouwwerken enzovoort.
Om opnieuw competitiever te worden in vergelijking met onze buurlanden, voorziet het regeerakkoord in een algemene opheffing van dat verbod. We garanderen uiteraard dat werknemers die reeds in die arbeidsregeling actief zijn – et donc écoutez bien, monsieur Tonniau – geen loonverlies zullen lijden en hun volledige koopkracht zullen behouden. De bestaande premies voor nachtarbeid, zoals vastgelegd in de cao’s van de verschillende sectoren en bedrijven, blijven van toepassing. Dat is duidelijk.
Specifieker en alleen voor de distributiesector, die geconfronteerd wordt met een toenemende concurrentie van de onlinehandel, die 24 op 24 uur opereert, en waarbij de voornaamste distributiecentra zich in de buurt van onze grenzen bevinden, hebben wij in het regeerakkoord voorzien dat nachtarbeid pas na middernacht begint. Werknemers die vandaag al actief zijn in die sector, zullen uiteraard hun verworven rechten behouden.
De teksten worden momenteel in de regering besproken en zullen vervolgens worden voorgelegd aan de Nationale Arbeidsraad. Het is in dit stadium dus nog te vroeg voor meer details.
Robin Tonniau:
Mijnheer Clarinval, u lijkt wel een tovenaar. U wilt wel nachtpremies afpakken, maar niemand zal loonverlies leiden? Dat moet u me eens uitleggen. Ook de mensen die nog moeten beginnen aan hun carrière, hebben recht op die nachtpremies. Die hebben wij afgedwongen, samen met onze syndicaten in de bedrijven. Het is vandaag erg warm in Brussel. Op 25 juni zal het in de straten van Brussel nog veel warmer worden. Duizenden mensen zullen dan opnieuw protesteren tegen deze regering van de rijken. Duizenden mensen zijn het beu dat jullie maatregel na maatregel nemen om de werkende klasse te onderdrukken. Langer werken voor een lager pensioen, werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd, de jacht op langdurig zieken, en nu wilt u de nachtpremies afschaffen? Tot hier en niet verder! U moest zich schamen!
De stijging van de voedselprijzen en de nood aan een hoger maaltijdchequebedrag
De stijging van de voedselprijzen en de impact op de koopkracht
Voedselprijzen, koopkracht en maaltijdcheques.
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 5 juni 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De oppositie (Vooruit en PTB) kaart de stijgende voedselprijzen (tot 44%) en dalende koopkracht aan, eist snelle verhoging van maaltijdcheques (van €8 naar €12) en kritiseert het uitblijven van beloofde loonsverhogingen (o.a. de "500 euro extra"). Minister Clarinval benadrukt dat de automatische loonindexering (5,5% in 2025-2026) en fiscale maatregelen (hogere belastingvrije som, werkbonus) de koopkracht moeten beschermen, maar geeft geen concrete timing voor de maaltijdcheques. Vooruit dringt aan op onmiddellijke actie via een eigen wetsvoorstel, terwijl PTB shrinkflation-melding en 0% BTW op voeding eist als directe oplossingen. De spanning draait om dringendheid vs. structurele maatregelen, met beschuldigingen van leegloop beloftes en te trage uitvoering.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, iedereen merkt het in de winkel, de prijzen blijven maar stijgen. Zo is chocolade 44 % duurder, zijn sinaasappelen 20 % duurder en koffie 18 %. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Mijnheer de minister, dat zijn geen luxeproducten, dat is de basis van de winkelkar van elk gezin.
Collega’s, Vooruit is de partij van de koopkracht. Dat was gisteren zo, dat is vandaag zo en dat zal morgen niet anders zijn. Vandaar dat we zo hard gestreden hebben voor het behoud van de automatische loonindex. Als de prijzen in de winkels stijgen, dan moeten de lonen automatisch mee evolueren. Dat is logisch. Zo beschermt Vooruit de koopkracht van gewone werkende mensen. Die strijd zetten we voort, niet enkel voor de index, maar ook voor de hogere maaltijdcheques. Dat staat ook in het regeerakkoord, ze moeten van 8 euro naar 12 euro. Dat is nu broodnodig, want de prijzen in de winkel stijgen. Het is dus noodzakelijk dat we de koopkracht van gewone werkende mensen blijven beschermen.
Dinsdag is het overleg tussen de vakbonden en de werkgevers vastgelopen. De bal ligt nu opnieuw in het kamp van uw regering, mijnheer de minister. Weet ook dat 80 % van de werkgevers die hogere maaltijdcheques willen en dat meer dan 60 % van hen dit zo snel mogelijk wil doorvoeren voor hun werknemers. Dat zijn de cijfers van Edenred.
Mijnheer de minister, zult u conform het regeerakkoord zo snel mogelijk werk maken van die hogere maaltijdcheques?
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, chaque passage à la caisse est un coup de massue: le chocolat, le lait, le Gouda, le café, tout a flambé. Plus 31 % depuis janvier 2022, selon Testachats. Et pendant ce temps, les multinationales, elles, s'en mettent plein les poches.
Monsieur le ministre, les citoyens n'en peuvent plus. Vous aviez promis 500 euros supplémentaires pour le revenu du travail. Où sont-ils? Ils ne sont nulle part, monsieur le ministre, car c'est une nouvelle fois de la poudre aux yeux.
En matière de concertation sociale – dont je vous rappelle que vous avez également la charge –, là aussi, c'est le désert de l'Arizona. Toujours aucun accord interprofessionnel, aucune hausse salariale. Même pas une prime pour les secteurs qui tournent ni un geste sur les chèques-repas, rien. Quelle gifle pour celles et ceux qui tiennent notre économie à bout de bras! Pire encore, vous trafiquez l'index. Vous reportez les augmentations prévues pour les salaires, les pensions et les allocations. Résultat? Jusqu'à 150 euros de perte pour les travailleurs des services publics. Même les allocations familiales vont y passer.
Monsieur le ministre, je suis désolé de vous le dire, vous n'êtes pas le ministre de l' É conomie mais celui de la vie chère. Vous n'êtes pas le ministre du Travail mais celui de l'attentisme.
J'ai deux simples questions. En tant que ministre de l' É conomie, quelles mesures concrètes allez-vous prendre pour faire baisser les prix en magasin? En tant que ministre de la concertation sociale, allez-vous enfin permettre une augmentation des salaires et des chèques-repas?
David Clarinval:
Madame et monsieur les députés, j'ai pris connaissance des données statistiques macroéconomiques.
En effet, madame Vanrobaeys, nous constatons une hausse du prix des denrées alimentaires ces derniers mois. Je me réjouis toutefois du fait que pour la première fois depuis des mois, l'inflation soit redescendue à 2 %. Cette donnée a aussi son importance et est beaucoup plus globale. C'est donc une bonne nouvelle pour de nombreux foyers.
Afin de protéger le pouvoir d'achat des ménages, nous maintenons un pilier essentiel de notre modèle social, l'indexation automatique des salaires, afin que les travailleurs puissent conserver un niveau de vie identique, même lorsque les prix augmentent. Cette indexation reste pleinement en vigueur. Comme vous vous en rappelez, elle a constitué un bouclier puissant pour les revenus des ménages, en particulier lors des pics d'inflation qui sont survenus en 2022 ou en 2023.
Pour la période 2025-2026, nous prévoyons une augmentation des salaires de 5,5 % via le mécanisme d'indexation automatique des salaires. Pour un salaire mensuel moyen de 4 318 euros bruts, le gain au profit des travailleurs sera de 104 euros nets par mois, soit 1 250 euros nets par an, au terme de ces deux ans, grâce à cette indexation de 5,5 %. Parallèlement, le salaire minimum sera également rehaussé de deux fois 35 euros bruts durant cette législature.
In haar regeerakkoord heeft de regering voorgesteld het wettelijk plafond voor de maaltijdcheques te verhogen met twee keer twee euro of een verhoging met vier euro in totaal. Deze verhoging zal gepaard gaan met een uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden.
Tot slot, deze regering wil de koopkracht van de werknemers ook verder versterken via een fiscale hervorming die binnenkort vertaald zal worden in structurele fiscale maatregelen, zoals een verhoging van de belastingvrije som, een verlaging van de bijzondere socialezekerheidsbijdrage en een verhoging van de werkbonus. Het gaat om belangrijke hefbomen die de koopkracht van de werknemers duurzaam zullen verbeteren.
Anja Vanrobaeys:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U hebt wel verwezen naar het regeerakkoord, maar ik heb geen concrete timing gehoord. De prijzen stijgen nu. De mensen hebben net nu nood aan een sterke overheid die hun koopkracht beschermt met hogere maaltijdcheques. Vandaar dat de timing zo belangrijk is. Een meerderheid van de werkgevers wil die verhoging ook. Meer nog, er zijn bedrijven waar er al akkoorden met de vakbonden zijn over die verhoging. Ze wachten alleen nog op een beslissing van de regering.
Ik heb ter zake zelf een wetsvoorstel voorbereid. Dat kan eind deze maand nog goedgekeurd worden door het Parlement. We zijn bereid tot overleg, maar ik meen dat het superbelangrijk is dat we werk maken van een hogere waarde van de maaltijdcheques. Op die manier beschermen we de koopkracht van gewone werkende mensen, zodat ze hun winkelkar kunnen blijven betalen.
Patrick Prévot:
Monsieur le ministre, c’est un peu cynique de vous targuer d’une augmentation. La seule augmentation qui sera finalement disponible, c’est l’indexation automatique des salaires – celle que nous défendons depuis plus d’un siècle. Les 500 euros promis, ce sera finalement deux fois 75 euros bruts sur la législature, c'est-à-dire, encore une fois, une mesure complètement nullissime. La semaine dernière, monsieur le ministre, j’ai proposé une mesure de bon sens: obliger les fabricants à signaler la shrinkflation sur l’emballage dans la grande distribution. Une telle mesure a été prise par des pays beaucoup plus volontaristes que nous comme l’Espagne et la France. Mais, malheureusement, cette majorité Arizona l’a refusée. Hier encore, mes collègues ont proposé la TVA à 0 % sur les produits alimentaires. Deux milliards d’euros que nous aurions pu rendre aux citoyens. Là aussi, vous avez voté contre. En revanche, pour aller chercher quatre milliards chez les pensionnés, là, malheureusement, vous êtes bien présents!
De voedselinflatie en de voedingsindustrie
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 18 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België kampt met persistente, hogere voedselinflatie dan buurlanden, ondanks lage winstmarges en concurrentie, wat wijst op structurele kostendruk in de sector. Minister Dermagne benadrukt het strategisch belang van de voedingsindustrie en noemt de taskforce Agrovoeding en plannen voor margetransparantie en bestrijding oneerlijke handelspraktijken, maar concrete maatregelen ontbreken. Van Lommel kritiseert het gebrek aan daadkracht, stelt dat België achterblijft bij buurlanden en vreest verdere prijsdivergentie zonder ingrijpen. De discussie onthult een patstelling: erkenning van het probleem, maar onvoldoende actie om inflatie en sectorweerbaarheid aan te pakken.
Reccino Van Lommel:
Volgens het Prijzenobservatorium is de voedselinflatie in België bijzonder hoog. Dat was in het verleden al een probleem, maar iedereen verwachtte dat dat na verloop van tijd zou afvlakken en dat gebeurt niet. Dat ligt volgens Fevia, de sectorfederatie van de voedingsindustrie, alvast niet aan de gehanteerde winstmarges, want die zijn bijzonder laag. Er speelt ook een sterke concurrentie tussen de verschillende ketens, dus ook daaraan kan het niet liggen.
Desalniettemin blijft de voedselinflatie een groot probleem. In de buurlanden zijn de voedselprijzen immers minder sterk gestegen dan bij ons. Als dat overal in Europa het geval zou zijn, zou er wel een verklaring te vinden zijn, maar in België is de inflatie gewoonweg hoger.
Bent u van oordeel dat de voedingsindustrie een strategische sector is die de nodige ondersteuning verdient?
Welke maatregelen hebt u genomen om de voedingsindustrie in ons land te versterken?
Welke maatregelen hebt u uiteindelijk genomen om de voedselinflatie in België te temperen, of waarom liet u na bepaalde maatregelen te nemen?
Pierre-Yves Dermagne:
Het spreekt voor zich dat de voedingsindustrie in België van groot belang is, zowel in termen van economisch belang en werkgelegenheid als in termen van belang voor de weerbaarheid van ons land.
België is inderdaad niet het enige land dat kampt met een hoge voedselinflatie. Meerdere studies, onder meer van het Prijzenobservatorium, hebben aangetoond dat de voedselinflatie in België het gevolg is van sterk toegenomen onderliggende kosten en dat de diverse schakels gemiddeld genomen hun marges niet hebben zien toenemen.
Met de oprichting van de taskforce Agrovoeding hebben mijn collega’s en ik een forum geboden om oplossingen te zoeken voor de uitdagingen van de sector.
Ik verwijs graag naar de lopende werkzaamheden inzake transparantie in de margeverdeling en de uitbreiding van de regelgeving inzake oneerlijke handelspraktijken.
Reccino Van Lommel:
Mijnheer de minister, u zegt heel weinig over de genomen maatregelen. Ik weet dat ons land heel wat hervormingen nodig heeft. Dat zal een van de uitdagingen zijn van de volgende ploeg. Ook dit is weer iets waarover wij al verschillende jaren met elkaar aan het spreken zijn. Elke keer opnieuw denk ik dan dat u wel met maatregelen zou komen of bepaalde maatregelen zou hebben genomen, maar ik vind het palmares wel bijzonder mager. Ik stel vast dat de prijsstijgingen voor voedsel in ons land hoger zijn dan in andere landen, ook onze buurlanden. Dit betekent dat er bij ons ergens iets fout is, dat wij die sector moeten versterken, en dat wij ervoor moeten zorgen dat er maatregelen genomen worden om die stijgingen in te dijken. Want als het zo blijft gaan in de toekomst, vrees ik dat het verschil alleen maar nog groter kan worden. Ik ben eigenlijk niet zo heel tevreden met uw antwoord, moet ik zeggen.
De koopkracht en de inflatie
Gesteld door
Gesteld aan
Pierre-Yves Dermagne (Minister van Werk en Economie)
op 7 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Dieter Keuten kritiseert de chronische begrotingstekorten, hoge belastingen en inflatie (tot >10% onder De Croo) die de koopkracht uithollen, en eist structurele hervormingen in plaats van tijdelijke steunmaatregelen. Vicepremier Dermagne verdedigt het automatische indexeringssysteem en wijst op dalende inflatie (van 9,6% in 2022 naar 1,8% verwacht in 2025), maar erkent dat verdere maatregelen aan de toekomstige regering zijn. Keuten blijft sceptisch over de economische gezondheid en hamert op langetermijnoplossingen voor koopkracht en belastingdruk, verwijzend naar het Amerikaanse voorbeeld van beleid dat aansluit bij kiezersverwachtingen.
Dieter Keuten:
Mijnheer de vicepremier, we leven in een land met een traditie van begrotingstekorten. Het aantal positieve of zelfs neutrale budgetten gedurende mijn leven valt op een hand te tellen. Legt u dat maar eens uit aan de man of de vrouw in de straat.
Collega’s, we leven ook in een land met een traditie van prijsstijgingen. Ons leven wordt elk jaar duurder en de koopkracht van onze mensen gaat, ondanks een onvolmaakt indexeringssysteem, jaar na jaar achteruit. Onder de regering-De Croo maakten we zelfs de ergste inflatie uit mijn leven mee, met inflatiecijfers tot boven de 10 %, wat ronduit verschrikkelijk is.
Na een korte periode waarbij de stijging van de levensduurte vertraagde, zien we nu al vier maanden op rij dat de prijzen in de supermarkten stijgen. De inflatie is weer daar. Bovendien wijzen alle economische, monetaire en fiscale indicatoren op verdere prijsstijgingen in de toekomst.
Beste vicepremier, we leven in een land met loodzware belastingen. Een werknemer die keihard zijn best doet en opslag krijgt, houdt slechts een peulschil extra over. Neem nu het zorgpersoneel, dat vandaag in de straten betoogt tegen onder andere de hallucinant hoge belasting op de gepresteerde overuren.
U bent meer dan vier jaar verantwoordelijk geweest voor het beschermen van de koopkracht van onze bevolking. Goede huisvaders- en moeders hebben hun spaarcentjes zien smelten door de superhoge inflatie. Welke structurele hervormingen hebt u doorgevoerd opdat onze mensen meer overhouden op het einde van de maand?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
Pierre-Yves Dermagne:
Mijnheer Keuten, de inflatie gaat in oktober van 3,06 % naar 3,2 %. De hoge inflatie van de laatste vier maanden is het gevolg van het uitdovend effect van de impact van het basispakket voor elektriciteit en aardgas, een van de vele steunmaatregelen van onze regering.
Volgens de laatste voorspellingen van het Federaal Planbureau, daterend van november, wordt verwacht dat de inflatie zal evolueren tot 3,1 % in 2024 en 1,8 % in 2025, terwijl die in 2023 4,1 % bedroeg en 9,6 % in 2022. De inflatie keert geleidelijk terug tot onder de 2 %.
Zoals u weet, is België een van de weinige Europese landen met een systeem van automatische indexering van de lonen en sociale uitkeringen. Ook al beschermt deze indexering de burgers niet volledig tegen de stijging van de kosten, toch heeft ze onze burgers wel geholpen om met de prijsstijgingen om te gaan. Met de verschillende financiële steunmaatregelen van de overheden hebben we de koopkracht van de burgers kunnen beschermen zonder onze economie te schaden.
De overheden hebben de koopkracht en de goede staat van onze economie ondersteund tijdens meerdere grote crisissen in de voorbije jaren. De huidige regering is al enkele maanden in lopende zaken en het is aan de volgende regering en aan dit Parlement om de nodige maatregelen te nemen om de koopkracht van de burgers te verbeteren en optimaal te beschermen.
Dieter Keuten:
Dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
Ik heb u horen spreken over het uitdovende pakket aan steunmaatregelen dat vorig jaar nog in voege was. Het was inderdaad een tijdelijk pakket aan steunmaatregelen en geen structurele hervorming. Dat is net wat we van u gemist hebben: structurele hervormingen.
U spreekt over de goede staat van onze economie. Mijn collega, de heer Moons, gaat daar meteen een vraag over stellen, want daar hebben wij grote twijfels bij. Hoop doet leven. Ik hoop met u mee dat de inflatie volgend jaar onder de 2 % duikt, maar ik heb er grote twijfels bij.
Collega's, gisteren werd in het grootste democratische land van onze wereld een nieuwe president verkozen. Die president werd verkozen omdat hij de Amerikanen vrede, strengere immigratie en koopkracht belooft. In de Verenigde Staten zullen inwoners wel het beleid krijgen waarvoor ze massaal gestemd hebben. Wanneer krijgen wij in België eindelijk het beleid waarvoor de Vlaming massaal stemt? Een gezond budgettair beleid (…)
Voorzitter:
Ik dank de heer Keuten voor zijn eerste tussenkomst in de Kamer. (Applaus)