Over stakingen
46
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De spoorstaking
De zoveelste treinstaking
De spoorstaking
Treinstakingen en spoorprotesten
Gesteld door
N-VA
Dorien Cuylaerts
Open Vld
Irina De Knop
PS
Dimitri Legasse
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Dorien Cuylaerts en Irina De Knop bekritiseren de herhaalde spoorstakingen (32 in een jaar) als disproportioneel en schadelijk voor reizigers, eisen hervorming van het verouderde statutaire statuut (levenslange jobzekerheid) en waarschuwen dat de NMBS zonder modernisering in 2032 niet zal overleven door Europese liberalisering. Minister Crucke bevestigt dat de hervorming (einde statutaire aanwervingen, behoud bestaande rechten) doorgaat zoals gepland—geen heronderhandeling ondanks afgewezen syndicale akkoorden—en benadrukt dat concurrentie onvermijdelijk is, maar ontkent privatisering en belooft publieke controle. Dimitri Legasse (vakbond) beschuldigt de regering van een "aanval op arbeidersrechten", stelt dat de hervorming de NMBS verzwakt en wijst op onderbetaald, overwerkt personeel (2.000 agressies/jaar), terwijl De Knop een wetsvoorstel indient voor minimale dienstverlening (50% treinen, eventueel met personeelsopvordering) om reizigersleed te beperken. Crucke houdt vast aan het Europese tijdpad (2032) en verwerpt verdere onderhandelingen, ondanks Legasses bewering dat de plannen neerkomen op "stiekeme privatisering".
Dorien Cuylaerts:
Goedemiddag, mijnheer de minister. De treinreiziger wordt opnieuw gepest. Na 30 dagen staking op een jaar vraag ik me af wat de vakbonden nog willen bereiken. Draagvlak en begrip lijken hun doel, maar telkens is het de reiziger die de prijs moet betalen.
Laat me duidelijk zijn: de overgrote meerderheid van het spoorpersoneel werkt vandaag en zij verdienen respect en grote dank. Het is echter die kleine minderheid die het land telkens blokkeert met hun stakingen.
Deze keer gaat de staking over het statuut van het spoorpersoneel, met de vaste benoeming, een statuut dat al meer dan 100 jaar oud is. Wie statutair is, is quasi levenslang zeker van werk, met een aantrekkelijk loon. Statutairen moeten al best wat op hun kerfstok hebben om ontslagen te kunnen worden. We zijn een van de weinige landen waar nieuw personeel nog wordt aangeworven volgens dat statuut uit de vorige eeuw. Laten we eerlijk zijn, dat heeft zijn tijd gehad.
Hervormingen zijn broodnodig en het is hoog tijd dat de vakbonden dat gaan inzien en beginnen te beseffen. Tegen 2032 moet ons spoor immers klaar zijn voor de vrije spoormarkt. We moeten daarvoor vandaag beginnen met hervormen. Doen we dat niet, dan zal de NMBS niet klaar zijn en zal de concurrentie de NMBS verpletteren. In 2032 zullen er dan helaas geen NMBS-treinen meer rondrijden. Is dat wat de vakbonden willen?
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister: hoe moet het nu verder en hoe zult u de broodnodige hervormingen doorvoeren? De reiziger rekent op u. Dank u wel.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, wij zitten midden in de zoveelste stakingsweek van de spoorbonden, de 32ste treinstaking in minder dan een jaar. De nieuwe actie is al aangekondigd. In februari staan er opnieuw drie stakingsdagen gepland. Ik verneem dat de directie er alles aan doet om dat te voorkomen.
Vandaag kreeg de CEO het eindelijk over haar lippen dat die nieuwe staking disproportioneel is. Wij zeggen dit al maanden. Men leidt de NMBS immers naar de afgrond, met reputatieschade, met reizigers die definitief afhaken en met een bedrijf dat voortdurend in crisismodus zit. Sommige bonden spreken over een definitieve vertrouwensbreuk.
Mijnheer de minister, terwijl hier in Brussel ruzie wordt gemaakt tussen uzelf, de directie en de bonden, staat de reiziger stil. De reiziger is absoluut de dupe van wat hier gebeurt. Ik wil u een verhaal vertellen over een pendelaar, Lars, een student die ik heel goed ken. Vandaag kwam hij te laat. Hij moest een trein nemen die een uur later reed. De trein die wel kwam, zat eivol. Ze zaten als sardientjes in een blik. Tot in de toiletten toe stonden er mensen, om toch maar met die ene trein op hun bestemming te geraken.
Het is goed dat u een vuist maakt tegen de vakbonden, mijnheer de minister. We hebben gehoord dat u dat doet, maar dat is niet genoeg. U moet in actie schieten. U moet stoppen met het overdreven geloof in de sociale dialoog. U moet de personeelsleden echt enthousiasmeren voor een toekomstvisie. We hebben nood aan een inspirerende leider die de liberalisering van het spoor waarmaakt.
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe gaat u de reiziger opnieuw centraal stellen?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, cette semaine, tous les syndicats du rail – absolument tous – ont fait grève, et pas de gaieté de cœur, contrairement à ce que d'aucuns semblent croire, mais parce que les cheminots n'ont jamais été aussi durement attaqués par un gouvernement.
Monsieur le ministre, ouvrez les yeux. Vous rendez-vous vraiment compte de ce qu'est le métier de cheminot? Devoir se lever tôt le matin, revenir tard le soir, réparer les voies, travailler de nuit et par tous les temps, accompagner les usagers, avoir la responsabilité de conduire quelque 2 000 voyageurs, devoir subir 2 000 agressions par an, affronter un management toxique qui épuise les agents.
La situation est grave. Vous nous le disiez encore lors de la dernière commission et lors des précédentes. Vous nous le rappelez d'ailleurs à chaque commission, en parlant tantôt de Securail, tantôt d'HR Rail.
Mais que décidez-vous finalement pour les 28 000 travailleurs des chemins de fer? Vous décidez de casser le droit des travailleurs, de détruire la démocratie sociale. Vous décidez de préparer la fameuse privatisation souhaitée par vos alliés, qui viennent encore de s'exprimer. En outre, vous décidez de faire 700 millions d'euros d'économies dans le rail.
Derrière tout cela, c'est toujours la même chose. Toujours la même chose. Ces gouvernements, c’est pareil. Les services publics sont attaqués de toutes parts, ne sont pas respectés et les syndicats sont même méprisés. Pas moins de respect pour les travailleurs que pour les navetteurs.
Monsieur le ministre, arrêtez de faire semblant de prendre la défense des navetteurs et de les opposer aux cheminots! Sans cheminots, pas de trains. Avec vos réformes contre les travailleurs et vos économies sur le rail, absolument tout le monde sera perdant.
Monsieur le ministre, allez-vous enfin renouer le dialogue avec les syndicats? Allez-vous enfin développer des contre-propositions?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, permettez-moi de commencer par rappeler l’essentiel.
Oui, les voyageurs sont les premiers touchés par cette nouvelle semaine de perturbations. Je veux leur dire que je regrette profondément les désagréments subis. Une grève de cinq jours, dans le contexte actuel, est déraisonnable. Heureusement, deux trains IC sur trois roulent et seuls 15 % des agents participent aux arrêts de travail.
Il y a un temps pour tout, et le temps de la renégociation est désormais dépassé. Depuis près d’un an, nous avons mené un dialogue intensif. À deux reprises, nous avons signé des accords avec des organisations syndicales. Ces accords ont été librement négociés, librement signés. À deux reprises, la base a choisi de les rejeter. C’est son droit, mais c’est aussi le rôle du gouvernement de dire qu'il prend ses responsabilités et avance.
Cela ne signifie pas la fin du dialogue social pour d’autres chantiers – notamment en ce qui concerne le recrutement, l'attractivité des emplois et la prévention des risques psychosociaux –, mais cela signifie clairement qu’il n’y aura pas de renégociation sur ces points. Je veux être explicite: la modernisation de la gestion du personnel et la contractualisation pour les nouveaux engagements ne seront plus renégociées. Nous avons négocié pendant des mois et conclu deux accords dûment signés par les représentants syndicaux.
Vous me demandez d’ouvrir les yeux. Ouvrez-les! Ces accords ont été signés par les syndicats. En avril, en octobre et dans une première version signée, ils acceptaient de mettre fin complètement aux recrutements statutaires à partir du 1 er janvier. La seconde fois, cela ne concernait plus que certaines professions. Et cela a également été refusé.
Moi, quand je signe un accord, je représente le gouvernement. Je prends mes responsabilités, et je les prendrai jusqu’au bout. Vous l’avez bien compris.
Ik wil de vele werknemers bedanken die ondanks de spanningen de openbare dienstverlening blijven verzekeren en te maken hebben met de onzekerheid en de druk die de situatie meebrengt.
Het is onze plicht om de toekomst van het Belgische spoor te verzekeren. Die toekomst is duidelijk. In 2032 moet de markt voor personenvervoer per spoor anders worden georganiseerd. Het volledige monopolie van de NMBS zal dan gewoonweg niet meer mogelijk zijn. Dit is geen Belgisch initiatief, maar een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening uit 2007, waarvan België alle mogelijkheden tot uitstel benut heeft. Deze deadline is niet theoretisch. Hij bepaalt vandaag al de strategische keuzes die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren en de openbare dienst te versterken binnen het Europese wetgevingskader dat ons wordt opgelegd.
Je confirme que la réforme suivra le calendrier prévu: fin des engagements statutaires pour les nouveaux entrants selon les modalités arrêtées, sans impact pour le personnel statutaire actuellement statutaire. Nous ne reviendrons pas sur ce cap qui conditionne la capacité des chemins de fer à tenir sa place en 2032.
Het dossier ligt bij de Raad van State, die eind februari zijn advies zal uitbrengen. Daarna zullen de teksten opnieuw aan de regering worden voorgelegd, alvorens terug te keren naar het Parlement voor de inwerkingtreding, zoals gepland. Ik wil niet dat spoorwegmedewerkers morgen hun job verliezen omdat ons systeem nog niet flexibel of innovatief genoeg is, omdat we niet hebben geanticipeerd op de komst van concurrentie. Concurrentie komt er niet alleen van private exploitanten, maar ook van buitenlandse openbare exploitanten, zoals de SNCF of Deutsche Bahn. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat de NMBS zowel klanten als overheden kan overtuigen om gebruik te maken van haar diensten in België, maar ook om morgen concurrerend te zijn op buitenlandse markten. Ik wil u er ook aan herinneren dat andere historische publieke Belgische operatoren dezelfde evolutie hebben doorgemaakt toen hun sector werd opengesteld voor concurrentie. Ik denk aan bpost en Proximus, die zich hebben aangepast.
Vandaag zijn er drie prioriteiten: een betrouwbare openbare dienstverlening garanderen, de budgettaire houdbaarheid verzekeren en ons onmiddellijk voorbereiden op de deadline van 2032. We zullen de liberalisering niet ondergaan en we spreken niet over privatisering. We zullen ons voorbereiden door de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en de volledige naleving van de verworven rechten te garanderen. Ik herhaal het nogmaals, want het is belangrijk dat de spoorwegen voor 100 % in publieke handen blijven. Ik zal dit tot het einde doen, stakingen of niet.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik deel uw analyse. Voor mij is het heel duidelijk en die boodschap moet ook duidelijk zijn voor de reiziger: er gaat te veel belastinggeld naar het spoor en de belastingbetaler mag dan ook verwachten dat die treinen rijden, vandaag, morgen, maar zeker ook in 2032. Ik wil de vakbonden dan ook oproepen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee na te denken over die toekomst en die mee voor te bereiden, in het belang van de NMBS, maar ook van het personeel en van de reiziger. Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het debat is gevoerd. De kaarten liggen op tafel. Het is tijd om de NMBS nu opnieuw op de rails te krijgen, met respect voor wie werkt, maar ook met duidelijke keuzes voor de toekomst. Beste vakbonden, de speeltijd is voorbij.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil eerst en vooral het personeel van de NMBS dat wel werkt proficiat wensen. Ik heb begrepen dat dat de grote meerderheid is en het is belangrijk om dat ook te vermelden.
Mijnheer de minister, wij twijfelen niet aan uw goede intenties, maar u moet verder gaan dan enkel de juiste analyse maken. Het is belangrijk dat u de reiziger opnieuw centraal stelt. Het is voor ons heel duidelijk dat de gegarandeerde dienstverlening niet volstaat. Vandaar dat wij een wetsvoorstel hebben ingediend om een echte minimale dienstverlening mogelijk te maken, waarbij 50 % van de treinen altijd rijdt. Op die manier hoeven de mensen niet meer als sardientjes in een blik te reizen, maar kunnen ze op een menswaardige en degelijke manier op hun werk geraken. Als dat nodig zou blijken, dan moet dat maar met opvordering van personeel. Zover willen wij ook gaan. Het is genoeg geweest, het is tijd om de reiziger opnieuw centraal te stellen. Het moet echt anders.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, vous ne préparez pas à l'avenir. Permettez-moi de vous le dire, vous cassez la machine, vous cassez les travailleurs, et maintenant vous vous attaquez même au droit de grève. Sans travailleurs et avec toutes ces économies, les chemins de fer n'arriveront pas à l'heure en 2032. Détrompez-vous! Cessez de dire qu'il ne s'agit pas d'une privatisation, car c'en est une! Les exemples étrangers nous montrent à quel point cela ne fonctionne pas. Regardez le Royaume-Uni! Monsieur le ministre, vous parlez de budget réaliste et, dans le même temps, vous parlez de 700 millions d'économies. On savait que ce gouvernement n'avait absolument aucune ambition pour le climat, on sait maintenant que les chemins de fer ne sont pas non plus une priorité. Je ne vous remercie pas.
De lamlegging van het land gedurende een week door de zoveelste staking van de NMBS
De spoorstaking in januari
De spoorstaking van eind januari
De spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen en hun impact op het land
Gesteld door
MR
Gilles Foret
VB
Frank Troosters
PTB
Farah Jacquet
Les Engagés
Serge Hiligsmann
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde stakingen bij SNCB/Infrabel (in 2025-2026, met een record van 27+ stakingsdagen) worden door oppositiepartijen (Foret, Troosters, Jacquet) toegeschreven aan een gefaald sociaal overleg en onaanvaardbare hervormingen van minister Crucke, met name de afschaffing van statutaire contracten, pensioenwijzigingen, slechte arbeidsomstandigheden (veiligheid, welzijn, onvoorspelbare dienstroosters) en een verzwakt HR-beleid. Jacquet (PTB) bekritiseert dat de regering "oorlog voert tegen spoorwerkers" en waarschuwt voor een exodus van personeel, terwijl Troosters (N-VA) stelt dat de spoorsector "op apegapen ligt" met 45.000 geschrapte treinen, achteruitgang in stiptheid en comfort, en geen voorbereiding op de liberalisering in 2032. Minister Crucke (MR) verdedigt de hervormingen als "noodzakelijk voor een competitief spoor in 2032", benadrukt dat bestaande statuten behouden blijven en dat de kosten van het huidige systeem (150 miljoen extra patronale bijdragen) onhoudbaar zijn. Hij wijt de stakingen aan syndicale basisweigeringen (tweemaal ondertekende akkoorden werden door de leden verworpen) en eist parlementssteun om de transitie door te voeren, met focus op veiligheid, efficiëntie en Europese concurrentie. Foret (MR) en Hiligsmann (MR) steunen de minister, terwijl Jacquet (PTB) de hervormingen als "aanval op de openbare dienst" bestempelt en verdere stakingen aankondigt.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, ce dimanche soir débutera une nouvelle grève de cinq jours à la SNCB, avec une impression de déjà-vu. Après une année 2025 déjà marquée par un record de vingt-sept jours de grève, l’année 2026 commence sous le même signe, celui d’un rail imprévisible et de plus en plus difficilement praticable pour nos concitoyens.
Ces annonces syndicales d’actions en cascade sont révélatrices du niveau de rupture du dialogue social. Pendant ce temps, les navetteurs, les étudiants, les familles, les travailleurs et les entreprises subissent les conséquences d’un service ferroviaire instable.
Les motifs de ces grèves sont connus. Il s’agit des pensions et de la fin des engagements statutaires à la SNCB et à Infrabel. Ce ne sont pas les revendications en elles-mêmes qui posent problème, mais l’ampleur, la durée et la fréquence des actions, totalement déconnectées des réalités vécues par les usagers. La SNCB elle-même parle d’actions inacceptables, injustifiées et disproportionnées.
Certes, depuis 2018, nous disposons d’un service garanti qui amoindrit les conséquences préjudiciables de ces grèves. Je tiens d’ailleurs à saluer ici les membres du personnel de la SNCB et d’Infrabel qui se rendront disponibles pour assurer le service. En tant que libéraux, nous défendons le droit de grève, mais nous défendons tout autant le droit à la mobilité et à la liberté de se rendre sur son lieu de travail.
Malheureusement, aujourd’hui, ces droits sont frontalement mis en tension par des grèves à répétition. Alors, monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes. Comment expliquez-vous la dégradation du dialogue social dans le rail? Comment comptez-vous faire pour le rétablir concrètement et durablement? Vous rencontrez régulièrement les syndicats. Avec quels objectifs précis? Quels résultats attendus? Comment comptez-vous les ramener dans une logique de concertation plutôt que d’affrontement? Je vous remercie.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de spoorstakingen. Ik had misschien niet veel sympathie voor uw voorganger, de heer Gilkinet, maar ik had soms wel te doen met hem, want hij werd eigenlijk een beetje uitgelachen. Het was eerder zuur lachen, misschien is het beter om het te hebben over groen lachen, omdat hij de minister was met de meeste stakingsdagen tijdens zijn beleid.
Dat record hebt u vorig jaar ruim gebroken en het lijkt in 2026 niet beter te worden. Volgende week komt er een vijfdaagse staking, wat ongezien is. Als er vorige legislatuur een staking kwam van twee of drie dagen, was dat al ongezien. Nu zijn het er vijf en wordt eigenlijk nog amper opgekeken. Als dit jaar de rekening van het aantal stakingsdagen verder oploopt ten opzichte van met 2025, komen we misschien wel op ongeveer een volle maand staking op jaarbasis uit. Dat is natuurlijk niet aangenaam voor de treinreizigers.
Er zijn een aantal oorzaken. In de eerste plaats is er het sociaal conflict van uw regering, waarvan u deel uitmaakt, met de mensen die actief zijn bij het spoor. U hebt daarvoor twee keer een oplossing aangekondigd, de eerste keer zelfs behoorlijk triomfantelijk. Die oplossingen zijn van tafel geveegd. Verder zijn er nog andere problemen, onder meer inzake welzijn en inzake de arbeidsomstandigheden van het spoorpersoneel. Er is een gebrek aan veiligheid, waarover we daarnet al spraken. Eerlijk gezegd zie ik heel veel redenen waarom het dit jaar wel eens veel verder zou kunnen foutlopen inzake spoorstakingen.
Wat de oorzaken ook mogen zijn of wie de schuldigen ook mogen zijn, de treinreizigers zijn er het slachtoffer van. Zij verdienen gewoon een veel betere dienstverlening dan degene ze nu krijgen, zelfs wanneer alles normaal zou verlopen.
Wat zult u doen om te voorkomen dat het aantal stakingsdagen bij het spoor dit jaar nog hoger oploopt dan het voorbije jaar en om ervoor te zorgen dat de treinreizigers verzekerd kunnen zijn van een goede en betrouwbare dienstverlening, waarop ze recht hebben?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, comme le montre l’actualité, le dialogue avec les organisations syndicales est au point mort. En définitive, ce qu’ils obtiennent est pire que ce dont ils ne voulaient pas au début de vos négociations.
Votre gouvernement attaque le rail sur quatre fronts, monsieur le ministre. Tout d’abord, la fin des statuts débouche sur une moindre sécurité de l’emploi, alors que les horaires sont de plus en plus pénibles. Sans mentir, je peux vous montrer la fiche horaire d’un accompagnateur de train de Charleroi. On peut y lire: "Lundi: 6 h 30; mardi: 5 h 30; mercredi: réserve (mais on ne sait pas encore ce qu'il fait); jeudi: 5 h 25; vendredi: 3 h 55". Et je vous indique qu'il avait demandé congé! Faute de personnel en nombre suffisant, certains congés ne sont pas accordés. Par ailleurs, les agents sont de plus en plus exposés aux agressions. Dans ces conditions, soyons honnêtes: qui va encore souhaiter travailler pour les chemins de fer? À terme, c'est aussi la sécurité des voyageurs et la qualité du service public qui sont mises en péril.
Ensuite, vous contribuez à affaiblir les syndicats, avec pour conséquence d'empêcher un vrai dialogue avec les acteurs de terrain. Puis, le démantèlement de HR Rail éloigne les décisions des réalités vécues par les cheminots. Enfin, vous vous en prenez aux retraites, alors que les carrières sont déjà longues et pénibles.
Monsieur le ministre, une telle accumulation suscite de la colère chez les gens, mais pas seulement. Nous en avons déjà parlé ici et même discuté encore hier. Le mal-être dans les chemins de fer est profond. Toutes les décisions que vous prenez n'arrangeront rien.
Voici mes questions, monsieur le ministre. Quand allez-vous enfin entendre le malaise des cheminots et changer de cap? Quand allez-vous faire preuve d'ambition pour le rail et pour les voyageurs?
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, je vous remercie d’être présent pour écouter ces différentes interpellations que nous vous adressons aujourd’hui.
En tant que navetteur convaincu par l’intermodalité et par la mobilité durable – tout comme vous d’ailleurs –, je suis heureux et fier que vous soyez notre ministre responsable du service public ferroviaire. Vous avez pris à bras ‑ le ‑ corps l ’ orientation pour 2032 et la lib é ralisation du chemin de fer au niveau europ é en. Vous avez d é pos é des propositions qui ont é t é accept é es et approuvées par le Conseil des ministres concernant la modélisation de la gestion des ressources humaines ainsi que la continuité et la qualité du service.
Malheureusement, une énième grève est annoncée la semaine prochaine. Elle va plomber l’atmosphère des utilisateurs, des équipes d’opérateurs et également de la concertation. Certains utilisateurs pourraient se détourner du rail et de la mobilité publique. Cela ne sera évidemment pas mon cas.
Monsieur le ministre, pouvez ‑ vous nous rappeler les grandes orientations que vous d é fendez pour la transition apr è s 2032? Comment garantir que la SNCB sera pr ê te apr è s 2032, comp é titive chez nous mais aussi capable d ’ obtenir des parts de march é à l ’é tranger, notamment en France? Et surtout, comment assurer la s é curit é des utilisateurs et des é quipes d ’ op é rateurs sur le terrain?
Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, ik wil vooreerst duidelijk benadrukken dat het stakingsrecht een grondrecht is, maar dat het niet mag leiden tot een herhaalde en langdurige blokkade van het land.
De aangekondigde actie is van nationale omvang en zal een week lang een aanzienlijk impact hebben op alle reizigers. Ik begrijp de teleurstelling en de bezorgdheden van het personeel, maar ik wil er ook op wijzen dat de goedgekeurde hervormingen noodzakelijk zijn om de NMBS en Infrabel voor te bereiden op de grote uitdagingen die hen tegen 2032 te wachten staan. De deur voor dialoog heeft lang en wijd opengestaan en dat zal zo blijven voor andere dossiers die overleg en gezamenlijke uitwerking vereisen.
Chers collègues, il y a un temps pour tout. Le dialogue social a été tenté – et plus que tenté. À deux reprises, nous avons signé un accord avec les organisations syndicales reconnues. Je n'ai forcé aucun syndicaliste à signer. Personne n'a été lié sur sa chaise pour signer. Ils ont volontairement signé à deux reprises. J'étais prêt à prendre mes responsabilités avec le gouvernement. À deux reprises – et c'est son droit aussi – la base a refusé ces accords.
Mais il y a un temps pour tout. Le temps de la décision du Parlement est la bonne météo du jour. C'est ce que le Parlement fera, je l'espère, lorsque les textes viendront. C'est ce que le gouvernement a fait. On ne peut pas reprocher au gouvernement de ne pas vouloir avancer comme prévu dans l'accord de gouvernement.
Ce que nous faisons, c'est amener le rail à affronter 2032 de manière moderne, avec force et avec son personnel. Ce n'est pas une réforme contre le personnel. Ce n'est pas une réforme contre les usagers. C'est une réforme qui aurait sans doute dû débuter bien plus tôt. Mais le dossier était vide; et le dossier, nous le remplissons.
Une des mesures touchera effectivement aux statuts. Devons-nous accepter dans le rail 150 millions d'euros de charges patronales en plus pour les années à venir? Les statuts, comme les contrats, subissent des charges patronales.
Qui paye ces charges? Tout le monde. Ceux qui prennent le rail, comme ceux qui ne le prennent pas. Nous n'avons pas les moyens de payer cela. Et le rail le sait.
Oui c'est prendre ses responsabilités que de dire aux travailleurs, quand le statut n'existe plus en France, plus au Luxembourg, plus en Hollande, plus aux Pays-Bas, que nous sommes les derniers à vivre avec un statut qui manque de flexibilité! C'est prendre ses responsabilités, en amenant le rail en 2032, avec un personnel qui est certes courageux, je le reconnais, qui est certes volontaire, je le reconnais, mais qui doit accepter aussi des évolutions nécessaires, de sorte à éviter le sort de la Deutsche Bahn: 40 % des lots de la Deutsche Bahn sont aux mains d'opérateurs non historiques.
Peut-être y aura-t-il encore des grèves. Mais j'ai tenté la négociation. J’ai tenté jusqu'au bout de prendre mes responsabilités, mais il est temps maintenant de prendre nos responsabilités dans ce Parlement. Je conduirai le rail, avec le CEO, avec les syndicats, avec tous ceux qui veulent encore croire en une mobilité publique, en un transport public, qui est un transport reconnu. Je vais le faire pour qu'en 2032, même si je ne suis plus là, on puisse dire que ce gouvernement aura pris ses responsabilités. Je regarde devant et pas derrière.
Pour tous ceux qui sont tant attachés à leur statut, personne ne perdra son statut. C'est une réforme qui ne touche à aucun droit statutaire. Tous ceux qui ont leur statut, tous ceux qui ont leur contrat – mais oui, à la SNCB et chez Infrarail, il y a aussi du personnel sous un contrat; et ils ne s'en plaignent pas, comme vous le pensez tous les jours – le garderont. Rien ne change pour eux.
Nous changeons pour l'avenir, de manière à ce qu’à l'avenir, ce rail soit compétitif, compétent, mais aussi pour que ceux qui comme moi prennent le train tous les jours soient heureux de le prendre.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse et surtout je vous suis reconnaissant d’assumer les réformes indispensables pour renforcer notre rail, le rendre plus confortable et surtout plus robuste, et faire en sorte qu’il soit pérenne, car notre transport public en a besoin. Nous devons en effet pouvoir garantir à nos concitoyens cette fiabilité, cette prévisibilité qu'ils attendent tous les jours pour se rendre sur leur lieu de soins ou leur lieu de travail et pour circuler librement dans notre pays. C'est important et nous prendrons notre responsabilité ici, au Parlement.
Nous maintiendrons évidemment, et vous aussi, un esprit de dialogue, mais il est important de prendre les décisions et de renforcer le rail. J'espère que ces décisions interviendront prochainement dans cet hémicycle. Vous pourrez en tout cas compter sur nous pour faire en sorte que ce rail soit renforcé pour l'avenir et pour nos concitoyens.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Dit is de eerste keer dat ik u zo vurig en zelfs een beetje boos heb gezien. Na een jaar schrik ik daar toch een beetje van.
Ik begrijp u echter wel. Er komen natuurlijk enorme uitdagingen op u af richting 2032. De Belgische markt voor het personenvervoer zal dan worden opengesteld voor andere operatoren, maar er is weinig tot niets voorbereid. Het spoor ligt op dit moment op apegapen. We hebben een recordaantal stakingen en een gebrekkige stiptheid, die een beetje wordt opgekalefaterd door haltes voorbij te rijden. We hebben meer dan 45.000 afgeschafte treinen. Er is een gebrek aan veiligheid en er zijn welzijnsproblemen bij het personeel. Er is een gebrek aan comfort, aan dataverbindingen en aan toegankelijkheid, om er maar enkele te noemen. Ik heb het voorbije jaar, het eerste jaar van de regering-De Wever, de toestand alleen maar verder zien achteruitgaan. Er komen dus ongelofelijke uitdagingen op u af. Ga aan de slag en zorg voor een omkeer. Zorg ervoor dat de treinreizigers de betrouwbare dienstverlening krijgen die ze verwachten.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, votre réponse ne me convient pas. Vous n’admettez pas que votre politique est mauvaise. Ce sont les travailleurs de terrain qui font fonctionner le service et il est normal qu’ils aient aussi leur mot à dire.
Ce sont vos réformes qui mettent en danger le personnel et les voyageurs. Vous vous étonnez ensuite qu’ils fassent grève, alors que vous ne les écoutez pas et que vous ne les respectez pas. Je dis vous, mais il n’y a pas que vous. Vooruit aussi est concerné. Membres de Vooruit, pourquoi n’êtes-vous pas intervenus cette semaine? La semaine dernière encore, face à la vague de suicides dans le rail, c’était l’émoi. Tout le monde demandait une audition. Or, cette semaine, c’est le silence radio. Pire encore, on quitte la salle avant le vote. Contrairement à ce que vous affirmez, vous ne protégez pas les travailleurs, bien au contraire.
L’objectif de l’Arizona, on le sait, est de démanteler le service public. Mais comptez sur nous pour ne pas nous laisser faire. Nous soutiendrons les travailleurs et les organisations syndicales lorsqu’ils se mettront en grève.
Serge Hiligsmann:
Merci, monsieur le ministre, pour vos démarches qui vont dans le sens d’augmenter la qualité de notre service public ferroviaire, de l’améliorer au jour le jour et de faire en sorte qu’il soit compétitif au-delà de 2032. Vous avez tout mon soutien, ainsi que celui de nombreux usagers et des équipes d’opérateurs.
De aangekondigde spoorstaking
De spoorstaking
De stakingen bij de NMBS
De staking bij het spoor eind januari
Spoorstakingen bij NMBS eind januari
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke verdedigt de hervormingsplannen voor de NMBS (o.a. stopzetting statutaire aanwervingen en pensioenmaatregelen voor nieuwe werknemers) als noodzakelijk voor de liberalisering in 2032, maar erkent dat onderhandelingen met de vakbonden (ACOD Spoor e.a.) mislukten – ondanks twee ondertekende voorakkoorden die door de syndicale basis werden verworpen. Hij wijst beschuldigingen van een "verborgen agenda" (Legasse, PS) af, maar bevestigt dat verdere onderhandelingsruimte ontbreekt en enkel consultatie resteert, wat Legasse bekritiseert als "een reductie van arbeidersrechten" en eenzijdig doordrammen. De vakbonden (gesteund door Legasse en deels Cuylaerts) noemen de hervormingen "een frontale aanval op de arbeidsvoorwaarden" en wijzen op chronische onderbezetting, onveilige werkomstandigheden (bv. bij Sécurail) en het risico op verdere rekruteringsproblemen, maar Crucke stelt dat alternatieve dienstregelingen (met 72-uursmeldingsplicht en 24-uurscommunicatie) de impact moeten beperken. Troosters (N-VA) en Cuylaerts (Open Vld) vrezen echter dat herhaalde stakingen (nu een volledige week in januari 2026) reizigers definitief naar de auto zullen drijven, wat de modal shift-doelstellingen ondermijnt. Crucke weigert toe te geven aan "onwettige druk", maar belooft een nieuwe bemiddelingsronde op 14 januari.
Frank Troosters:
De spoorvakbonden hebben het plan om van 26 tot 30 januari te gaan staken. Ze doen dit uit protest tegen de hervormingsplannen van de federale regering. Nadat er in 2025 reeds een record werd gevestigd inzake spoorstakingen lijkt deze betreurenswaardige trend zich verder te zetten in 2026.
Heeft de minister overleg gehad met de spoorbonden over de door hun aangekondigde staking? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, zal de minister trachten hen op andere gedachten te brengen?
Op welke wijze stroken de vele stakingen met de ambitie om meer reizigers naar de trein te leiden?
Welke andere acties zal de minister nog ondernemen om te voorkomen dat de treinreizigers opnieuw het slachtoffer worden van de onenigheid tussen het spoorpersoneel en de federale regering?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister,
De spoorbonden hebben opnieuw aangekondigd het werk neer te leggen, dit keer van maandag 26 tot en met vrijdag 30 januari. Het zou gaan om een beurtstaking, waarbij bepaalde regio's of beroepsgroepen op afwisselende dagen actievoeren. Na de vele stakingsdagen van het voorbije jaar dreigt het spoorverkeer dus ook in het nieuwe jaar opnieuw ernstig verstoord te worden.
In de media geven de vakbonden aan dat deze acties verband houden met onder meer de stopzetting van statutaire aanwervingen en bredere pensioenmaatregelen. Tegelijk wordt gesteld dat er de afgelopen maanden meerdere gesprekken met u hebben plaatsgevonden, maar dat die geen resultaat hebben opgeleverd.
Ik heb de volgende vragen voor mijnheer de minister:
Wat is de visie van de minister op de aangekondigde spoorstakingen van 26 tot en met 30 januari 2026?
In de media stelt ACOD Spoor dat er de voorbije maanden veel gesprekken zijn geweest, maar dat die niets hebben opgeleverd. Klopt deze bewering, en hoe beoordeelt u het verloop van dat overleg?
Welke initiatieven zal u nemen om te voorkomen dat reizigers opnieuw de dupe worden van vakbondsacties, en hoe zal u erop toezien dat de alternatieve dienstregelingen van de NMBS tijdig, duidelijk en betrouwbaar worden gecommuniceerd?
Dimitri Legasse:
Les grèves à la SNCB sont suffisamment importantes et graves que pour en parler. Dans quelques jours, les cheminots partiront à nouveau en grève pour une semaine. Bien sûr, les premiers pénalisés seront les navetteurs, mais ceux-ci se disent compréhensifs face à ces mouvements au vu de la situation des cheminots, dans la mesure où jamais ceux-ci n'ont été aussi durement attaqués par le gouvernement. Vous me direz sans doute le contraire, que vous avez essayé de négocier à plusieurs reprises, et que vous aviez même un préaccord signé. Mais le fait que celui-ci a été refusé par la base est révélateur.
Alors que le train devrait être la colonne vertébrale d’une réelle politique de mobilité, votre gouvernement semble vouloir sans cesse casser une fragile paix sociale – je ne reviendrai pas à cet égard sur la problématique des pensions. Il semblerait que vous refusiez à présent la négociation. Ce n'est pas votre tempérament mais, de guerre lasse semble-t-il, vous avancez maintenant vers les réformes que le gouvernement veut mener. Quelque 675 millions d'économies pour la SNCB, ce qui signifie pour les cheminots une pension moins importante, la fin du statut pour ceux à venir, les pénuries et les problèmes de recrutement, les conditions de travail qui, vous en conviendrez, ne sont pas les meilleures – il y a des métiers plus "confortables", une insécurité quotidienne et un certain climat délétère, notamment au sein de Sécurail. Dans pareil contexte, on peut comprendre que le rail n'attirera plus beaucoup de candidats. Vous vous disiez adepte du dialogue, avec l'ensemble des partenaires sociaux. Aujourd'hui, on a plutôt le sentiment que vous avez une sorte d'agenda caché – permettez-moi de le dire. Vous voulez réduire le dialogue social à un simple processus de consultation.
Qu'entendez-vous faire rapidement pour ramener la paix sociale – pas avant le 26 janvier sans doute mais au lendemain ou l'avant-veille – au sein de la SNCB? Combien de grèves faudra-t-il encore, subies par les navetteurs, pour que vous rouvriez un dialogue constructif avec les organisations sociales?
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, la modélisation de la gestion des ressources humaines au sein des chemins de fer belge, approuvée récemment par le Conseil des ministres sur votre proposition, constitue une étape essentielle pour préparer la SNCB et Infrabel à la libéralisation à venir, tout en garantissant la continuité et la qualité du service public ferroviaire. Dans ce contexte de réforme, un énième mouvement de grève est annoncé sur le rail du 26 au 30 janvier prochain. Cette situation suscite de vives inquiétudes chez de nombreux navetteurs – dont certains collègues, moi-même et vous-même, bien sûr, faisons partie –,qui dépendent quotidiennement du train pour se rendre au travail.
Dès lors, monsieur le ministre, pourriez-vous nous préciser où en est le dialogue social avec les organisations syndicales afin d'expliquer les objectifs de la réforme et de prévenir, autant que possible, des perturbations prolongées pour les usagers? On parle potentiellement de cinq jours de grève fin janvier, ce qui ne s'est plus présenté depuis près d'un an, avec des conséquences importantes.
Deuxième question: quelles mesures sont-elles envisagées pour limiter l'impact de ce mouvement sur les navetteurs et garantir un service alternatif efficace durant la période annoncée? Comment les opérateurs de transport se coordonnent-ils pour proposer des solutions de mobilité alternative, afin d'offrir des options concrètes aux citoyens pendant ces perturbations? Merci pour vos réponses.
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, comme je l’ai encore rappelé – et vous avez pu le lire dans la presse ce week ‑ end –, personne ne pourra dire que je n ’ ai pas tent é de n é gocier. J ’ ai sign é à deux reprises un accord avec les responsables des syndicats reconnus. Je ne renie rien de ces accords, sachant que, dans une négociation, chacun doit faire un pas. J’étais prêt à défendre ces accords devant le gouvernement. Il est sans doute plus facile pour la base syndicale de dire non – et quand je dis "facile" je mets des guillemets, car je comprends aussi les inqui é tudes –, mais ne reprochons pas non plus aux responsables politiques que cela n ’ a pas abouti alors que les accords é taient bel et bien sign é s. Et je suis aussi la feuille de route fixée par l’accord de gouvernement.
Ik herhaal het nogmaals. Het stakingsrecht bestaat en moet worden gerespecteerd, maar er waren al stakingen terwijl er nog niets was beslist. Vandaag is er geen onderhandelingsmarge meer mogelijk, omdat de onderhandelingen met de vakbondsverantwoordelijken mislukt zijn. Ik herhaal net nog eens. De genomen maatregelen zijn alleen gericht op de nieuwkomers en niet op de 25.000 werknemers die al in dienst zijn.
We moeten dit ideologische debat achter ons laten en de NMBS voorbereiden op 2032. De ons omringende landen hebben dit al voor ons gedaan, zelfs de Fransen die bekendstaan voor hun conservatisme. Alle verzoeningspogingen naar aanleiding van de stakingsaanzeggingen worden optimaal benut om de staking te vermijden, zodat de reizigers in normale omstandigheden van het treinaanbod kunnen genieten.
J'essaie toujours d'obtenir un résultat via le dialogue social, et ce dans les règles définies en concertation avec les syndicats, qui prévoient que, lorsqu'ils introduisent un préavis de grève, ce dernier doit répondre à plusieurs exigences. Comme chaque fois, HR Rail, qui est le gardien de la concertation sociale et qui le restera, va vérifier si un recours doit être introduit contre le préavis.
Zoals voor elke stakingsactie, zullen de NMBS en Infrabel de vastgelegde procedure in het kader van de gegarandeerde dienstverlening lanceren, waarbij de medewerkers die deel uitmaken van de essentiële populatie in het kader van de gegarandeerde dienstverlening en die geacht worden op een of meerdere stakingsdagen een prestatie te verzekeren, uiterlijk 72 uur voor de aanvang van de eerste dag van de staking hun intentie tot staking moeten meedelen. Op basis van die intenties worden alternatieve dienstregelingen opgemaakt, die volgens de gebruikelijke kanalen en timing worden gecommuniceerd.
De alternatieve dienstregeling tijdens de vorige staking heeft reizigers in veel gevallen een betrouwbaar alternatief geboden, binnen de beperkingen van een verminderd aanbod.
HR Rail, la SNCB et Infrabel poursuivent quotidiennement le dialogue social avec les syndicats. Ce sera aussi mon cas. Une nouvelle réunion de médiation est encore prévue avec eux le 14 janvier. La loi du 29 novembre 2017 relative à la continuité des services de transport ferroviaire de personnes en cas de grève est d'application depuis le 27 janvier 2018 en garantissant un service adapté pendant les périodes de grève. La SNCB et Infrabel la respectent scrupuleusement, de sorte que les trains roulent 365 jours par an, quelles que soient les circonstances.
Quant à la modernisation de la politique RH dans le cadre de la libéralisation du marché ferroviaire, elle me paraît indispensable. Cette évolution est nécessaire pour garantir la continuité opérationnelle et financière d'Infrabel, de la SNCB et de HR Rail à long terme, dans un environnement marqué par la concurrence, tant à l'échelle nationale qu'internationale. Dans ce contexte, les entreprises concernées ont l'ambition de conclure de nouvelles conventions collectives qui offrent la garantie d'un emploi durable et attrayant. Elles poursuivent quotidiennement leurs efforts en faveur d'un dialogue social constructif avec les syndicats. Je soutiens ces initiatives. En collaboration avec Infrabel, la SNCB me dit élaborer un service ferroviaire alternatif, basé sur le personnel disponible afin d'offrir une solution de déplacement au plus grand nombre de clients possible. Ce service est communiqué au plus tard 24 heures avant chaque jour de grève.
Dans le secteur public, la loi relative à la continuité des services en matière de transport ferroviaire de personnes en cas de grève impose certaines conditions pour permettre la planification d'un plan de transport alternatif. Premièrement, le préavis de grève doit être déposé au moins huit jours ouvrables avant le début de la grève. Deuxièmement, les membres du personnel essentiel doivent communiquer leur intention définitive de participer ou non à la grève au plus tard 72 heures avant le jour de grève. Troisièmement, en fonction de la disponibilité du personnel, un plan de transport est élaboré et communiqué aux voyageurs 24 heures à l'avance.
Je précise que la SNCB organise, fournit et garantit un service de trains qui dépend des ressources disponibles et, en particulier, du personnel. Elle déploie d'énormes efforts pour mettre en place un service alternatif pour tous ses clients. Lors d'une grève de plusieurs jours, où l'offre doit être adaptée quotidiennement, cela constitue un véritable défi. Compte tenu de la forte limitation du personnel disponible, cette offre reste toujours exposée à des défis en temps réel, par exemple des absences imprévues. Il est donc essentiel que tous les voyageurs suivent l'évolution de la situation via les canaux d'information habituels.
Pour conclure, je ne peux que répéter ce que j'ai mentionné plus haut. Je regrette cette semaine de grève qui risque d'impacter la qualité du service offert aux voyageurs, mais je ne veux pas céder devant une pression syndicale qui ne me paraît pas légitime au vu de la concertation qui s'est tenue jusqu'ici et compte tenu des énormes enjeux qui attendent les entreprises ferroviaires et face auxquels elles doivent être en capacité de se préparer.
Je rappelle que la libéralisation du rail en Allemagne a amené à ce que 40 % des lots soient aux mains d'opérateurs non historiques. Et, en France, sur les 13 lots qui ont été attribués, 3 ont aux mains d'un opérateur qui n'est pas historique. Il est plus que temps que l'entreprise se mette à niveau pour affronter 2032. Et, même si c'est la prochaine législature, 2032 c'est, pour moi, demain.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, daaraan heeft de treinreiziger natuurlijk niets. Tijdens de vorige legislatuur, onder de vorige federale minister van Mobiliteit, de heer Gilkinet, was er een recordaantal stakingen. Vorig jaar werd dat record nog eens veel scherper gesteld, met een waanzinnig aantal stakingsdagen. Dit jaar is amper begonnen en we weten nu al dat een volledige werkweek, wat eigenlijk behoorlijk ongezien is, zal gestaakt worden. De vraag die ik mij stel, is wat er daarna nog allemaal volgt.
Enige oplossing tussen de twee kampen is niet in zicht, maar de treinreiziger heeft daaraan geen boodschap. Hij betaalt belastingen en verwacht een correcte en goede dienstverlening. Dat is hetgeen we hem ook moeten geven. Finaal zal het zo zijn en ik kan dat begrijpen, dat steeds meer mensen die de trein willen nemen, afhaken en zullen kiezen voor alternatieve vervoerswijzen of misschien zullen terugkeren naar de wagen om zich te verplaatsen.
Ik vind dat bijzonder betreurenswaardig en maak mij echt zorgen over hoe dit verder zal evolueren in de loop van het jaar.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, het is goed dat u het signaal geeft dat de maat vol is. Vorige overlegmomenten en voorakkoorden zijn telkens op een dood spoor uitgedraaid. Het is duidelijk dat de vakbonden daarvoor niet openstaan. U haalt het aan, staken is inderdaad een recht, maar vorig jaar is het stakingsrecht echt wel misbruikt in deze.
Iedereen, elke reiziger zal hiervan weer hinder ervaren, nu ook weer. Op het gekozen tijdstip zullen de studenten het hardst getroffen worden. Zoals de voorzitter zei, uiteindelijk zal dit het vertrouwen ondergraven. Mensen kijken zelfs al niet meer op van stakingen en stappen gewoon over op andere vervoersmiddelen om toch maar op hun werk of examen te geraken. Dat is het jammere van het hele verhaal.
Dimitri Legasse:
Un mouvement ou des travailleurs qui ne paraissent pas légitimes et – vous l’avez dit entre guillemets mais vous l’avez dit quand même – "il est sans doute plus facile pour la base syndicale de dire non", monsieur le ministre, nous ne serons pas d’accord. Nous ne serons vraiment pas d’accord. En plus de cela maintenant, non seulement vous allez avancer, mais vous allez avancer plus vite, puisque l'agenda est revu et qu'on passera à 2026 pour certaines mesures. Cela devient non négociable. Il est désormais à peine question d'une consultation .
Je vous savais ouvert au dialogue, mais là, vous faites la démonstration contraire, même si vous avez essayé. Ce sont vos premiers mots: "J'ai tenté, j'ai signé deux accords, mais je suis la feuille de route fixée par le gouvernement."
Vous pouvez aussi leur dire non. Vous pouvez dire au gouvernement et à vos partenaires que les choses ne sont pas si faciles et qu'il n'est pas si facile que cela pour la base de dire non. Ils ont dit non après réflexion, parce que les mesures sont ce qu'elles sont.
Cependant, vous êtes clair, et vous avez le mérite de l'assumer. Il s'agit d'une réduction des droits des travailleurs. On ne peut pas dire autre chose, même si vous agitez – ce qui n'est peut-être pas un épouvantail – la libéralisation.
Plus de négociation, juste une consultation, et on avance désormais. Voilà le message que vous envoyez aux travailleurs, en leur demandant par ailleurs de réfléchir et de ne pas faire grève dans quinze jours. C'est un peu contradictoire.
Monsieur le ministre, redevenez vous-même. Reprenez votre bâton de pèlerin et retournez à la négociation, s'il vous plaît. C'est moi qui vous le demande, mais je ne sais pas si cela a une quelconque influence. Je vous remercie déjà.
Serge Hiligsmann:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Je comprends bien votre volonté de préparer l'avenir de nos services ferroviaires. Je suis vraiment convaincu de l'intérêt de poursuivre dans cette voie-là. Je déplore donc ces mouvements de grève, même si je les comprends, j'en suis conscient.
Heureusement que le système permet ce service minimum, car je reste persuadé qu'on peut arriver à se déplacer et à s'adapter, surtout dans ces circonstances-là, pour permettre l'utilisation de ces services. Merci pour votre continuation.
Voorzitter:
De vragen met nrs. 56011892C en 56011893C van de heer Bayet werden omgezet in schriftelijke vragen, net als diens samengevoegde vragen met nrs. 56011894C en 56011896C. De heren Bayet en Foret zijn niet aanwezig voor hun vragen met nrs. 56011895C en 56011954C. De vragen met nrs. 56011897C, 56011898C en samengevoegde vragen met nrs. 56011899C en 56011923C van de heer Bayet worden eveneens omgezet in schriftelijke vragen.
De staking van de Brusselse brandweer op 31 december
De staking van de Brusselse brandweer op 31 december
Brusselse brandweer staking op 31 december
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 13 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Greet Daems bekritiseert het chronisch personeelstekort bij de Brusselse brandweer, veroorzaakt door budgettaire beperkingen ondanks sterk gestegen interventies (+68% ambulance, +30% brandweer in 15/9 jaar), wat volgens haar levensgevaarlijke gevolgen heeft voor zowel burgers als brandweerlieden en beroepsziekten (kanker, hartproblemen, psychische klachten) onvoldoende erkend. Minister Quintin wijst op bestaande KB’s (2012/2014) zonder minimale bezettingsnormen, meldt een lopende Fedris-studie naar beroepsziekten en bevestigt beperkte pensioenaanpassingen (verlaging revaloratiecoëfficiënt van 1,05 naar 1,025 tegen 2031), maar ontwijkt concrete actie door te verwijzen naar gewestelijke autonomie en andere ministers. Daems beschuldigt de regering ervan het brandweerstatuut te verzwakken in plaats van te versterken en noemt de staking van 31 december een noodkreet door onleefbare werkomstandigheden. Kernpunt: structurele onderfinanciering en gebrek aan erkenning van risico’s, terwijl oplossingen uitblijven.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, op 31 december heeft de Brusselse brandweer het werk neergelegd in een gemeenschappelijk vakbondsfront.
De bonden wijzen op een chronisch personeelstekort dat al jaren door de directie wordt genegeerd, terwijl het aantal interventies spectaculair toeneemt. In vijftien jaar tijd is het aantal ambulance-interventies met 68 % gestegen en het aantal brandweerinterventies in de afgelopen negen jaar met 30 %. Toch stellen we vast dat de personeelsplannen uitsluitend zijn afgestemd op het beschikbare budget, zonder rekening te houden met de noden op het terrein. Daardoor zijn de ploegen structureel onderbemand en komt de veiligheid tijdens interventies in het gedrang.
Het personeelstekort leidt bovendien tot een steeds hogere werkdruk in een beroep dat op zich al bijzonder zwaar is. Naast de blootstelling aan branden en chemische stoffen, wat op zich al aanzienlijke risico’s inhoudt, mag ook het nachtwerk niet worden onderschat. Dat chronische personeelstekort zal vroeg of laat levens kosten, mijnheer de minister; op korte termijn, doordat interventies niet langer naar behoren kunnen worden uitgevoerd, en op lange termijn door de impact op de gezondheid van de brandweermannen en -vrouwen.
Daarom heb ik de volgende vragen.
Erkent u dat het chronische personeelstekort bij de brandweer, en in het bijzonder in Brussel, vandaag de veiligheid van zowel de bevolking als de brandweerlieden in gevaar brengt? Welke minimale personeelsnormen acht de federale regering noodzakelijk voor een veilige brandweerdienst, en worden die normen vandaag in Brussel gerespecteerd? Waarom worden bepaalde aandoeningen die verband houden met de risico's van het brandweerberoep, zoals kanker, cardiovasculaire aandoeningen of psychische problemen, nog steeds niet erkend als beroepsziekten? Hoe staat het met de aanvraag bij Fedris? Bent u van plan het pensioenstelsel aan te passen aan de specifieke kenmerken van risicoberoepen en te zorgen voor een passende statutaire erkenning van brandweerlieden, en zo ja, welke maatregelen overweegt u? Ten slotte vraag ik of u concrete einde-loopbaanmaatregelen zult invoeren om een duurzame uitoefening van het beroep van brandweerman of -vrouw aan het einde van de loopbaan te garanderen.
Bernard Quintin:
Het koninklijk besluit van 10 november 2012 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de snelste adequate hulp en van de adequate middelen legt de minimale middelen vast die door elke hulpverleningszone en door de Brusselse brandweerdienst DBDMH moeten worden gerespecteerd bij het opstellen van hun operationeel organisatieschema.
Wat het personeelsplan betreft, bepaalt een koninklijk besluit van 29 juni 2014 de te volgen criteria om het operationeel personeelsplan van de hulpverleningszone vast te leggen. Een minimale bezetting is daarin niet opgenomen, waardoor het niet mogelijk is om te beoordelen of dat in Brussel formeel al dan niet wordt nageleefd.
Wat beroepsziekten betreft, de medische commissie chemische en toxische agentia en de medische commissie beroepskankers, die bij Fedris zijn opgericht, zijn vorig jaar gestart met een studie om een advies aan de wetenschappelijke raad te kunnen verlenen.
En ce qui concerne la réforme des pensions, vous savez que le gouvernement est parvenu à un accord. Celui-ci doit toutefois encore être voté au sein de ce Parlement. Cette réponse est donc donnée sous réserve. Dans cet accord, une exception au régime de pension des fonctionnaires est maintenue pour les pompiers. Le coefficient de revalorisation pour le calcul de l'âge de la retraite sera conservé pour certaines professions actives dont les pompiers, qui travaillent comme pompiers directement impliqués dans la lutte contre les incendies. Le coefficient de revalorisation actuel de 1,05 sera toutefois réduit annuellement de 0,005 à partir de 2027, pour atteindre 1,025 en 2031, pour le calcul de la durée de carrière nécessaire à la pension.
Ik verwijs naar de minister van Pensioenen voor eventuele bijkomende vragen hierover.
Ten slotte vestig ik uw aandacht erop dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over een grote autonomie beschikt bij het bepalen van het statuut van het operationeel personeel van de DBDMH, de brandweer van Brussel. Bepaalde algemene principes of specifieke bepalingen van het federaal statuut van de brandweer zijn rechtstreeks of via het samenwerkingsakkoord van 27 maart 2017 van toepassing, maar dat geldt bijvoorbeeld niet voor de eindloopbaanmaatregelen.
Greet Daems:
Mijnheer de minister, u bent uiteraard niet bevoegd voor het personeelsmanagement in Brussel, maar u bent wel de minister van Veiligheid. U moet op basis van uw rol waken over de veiligheid en de uitvoerbaarheid van het werk voor de brandweerlieden in ons land. De brandweer komt al jaren op straat en heeft al jaren dezelfde eisen betreffende de erkenning van dat zware beroep en het voorzien in werkbaar werk. Helaas zien zij daar geen vooruitgang in. Integendeel, sommige korpsen vrezen dat de regering het brandweerstatuut zal uithollen in plaats van versterken. De actie op 31 december was eigenlijk een noodkreet. De brandweermensen zitten op hun tandvlees en dat verdienen ze echt niet.
De stakingsaanzegging in de chemie- en farmasector
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 10 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Steven Coenegrachts bekritiseert dat het vakbondsfront in de chemie- en kunststoffensector – een cruciale maar kwetsbare pijler van de Belgische economie – na slechts twee dagen onderhandelen een onbepaalde staking aankondigde, wat volgens hem de sector en het investeringsklimaat verder ondermijnt. Minister David Clarinval bevestigt dat zijn administratie het sociaal overleg faciliteerde en meldt dat intussen een voorlopig akkoord is bereikt, waarmee de kwestie voor hem is afgesloten. Coenegrachts reageert kritisch op de stakingscultuur, maar erkent dat het akkoord positief is. De discussie benadrukt de spanning tussen sociale actie en economische belangen in een sector onder druk.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
De chemie-, kunststoffen- en life sciences-sector is al jaren een van de economische hoekstenen van ons land. De sector staat in voor een aanzienlijk aandeel van onze export, investeringen en tewerkstelling. Toch verkeert ze sinds drie jaar in een structurele crisis, veroorzaakt door hoge energie- en loonkosten, complexe regeldruk, een verminderde internationale vraag en toenemende oneerlijke concurrentie.
Ondanks al die uitdagingen besliste het gemeenschappelijk vakbondsfront echter om de onderhandelingen over een nieuwe CAO al na twee dagen stop te zetten en een sectorale stakingsaanzegging van onbepaalde duur in te dienen. En dat bovenop de 3 nationale actiedagen die reeds waren aangekondigd.
Deze beslissing dreigt niet alleen bijkomende economische schade te veroorzaken, maar ook de internationale reputatie van ons land verder te ondermijnen.
Gelet op het belang van deze sector voor onze economie en voor de verankering van industriële activiteiten in België volgende vragen:
Hoe reageert u op de beslissing van het vakbondsfront om, ondanks een lopend onderhandelingsproces, een stakingsaanzegging in te dienen in een sector die al jaren onder zware druk staat?
Hoe schat u de mogelijke economische impact van deze aangekondigde stakingen in, zowel op de korte termijn (productieverlies, exportvertraging) als op de langere termijn (investeringsklimaat en verankering van bedrijven in België)?
Bent u bereid, samen met uw collega's van Werk en Sociale Zaken, een bemiddelende rol op te nemen om de sociale dialoog in deze strategische sector opnieuw op gang te trekken?
David Clarinval:
Mijnheer Coenegrachts, net zoals u heb ik kennisgenomen van de sectorale stakingsaanzegging van de syndicale organisaties in die bijzonder belangrijke sector, die de chemiesector is. Ik had dan ook gevraagd aan mijn administratie om alles in het werk te stellen om het sociaal overleg te faciliteren. Ik verneem nu dat er een akkoord is dat aan de achterban zal worden voorgelegd. Voor mij is de zaak daarmee afgerond.
Steven Coenegrachts:
Bedankt voor uw antwoord. Ik had de vraag natuurlijk al enige tijd geleden ingediend. Ondertussen zou er inderdaad een sectoraal akkoord zijn. Dat is uiteraard goed, maar het is jammer dat er steeds gekozen wordt voor de stakingsoptie. We betreuren dat, maar zullen daaraan niet veel kunnen veranderen.
De aangekondigde spoorstakingen in november
De aangekondigde spoorstaking
De geplande spoorstakingen in november
Geplande spoorstakingen in november
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke benadrukt dat het kabinet intensief overlegt met vakbonden om spoorstakingen te voorkomen, maar dat twee voorgestelde akkoorden door de achterban werden afgewezen, met name om pensioen- en contractualiseringsmaatregelen uit het regeerakkoord. Dorien Cuylaerts bekritiseert het "misbruik van stakingsrecht" en wijst op falende communicatie (bv. Noorderkempen zonder treinen ondanks beloftes), terwijl Frank Troosters de 26 stakingsdagen in 2025 een "contractbreuk" noemt en pleit voor structurele compensatie voor getroffene reizigers. Crucke herhaalt dat compensatie enkel via bestaande NMBS-regels loopt (bij ≥60 min. vertraging) en dat stakingen enkel als "ultiem middel" mogen, maar erkent dat de sociale dialoog tot nu toe onvoldoende resultaat boekt.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, enkele weken geleden was er een driedaagse spoorstaking. Hoe beoordeelt u die zelf? Was de impact ervan groter dan voorzien? Een aanzienlijk aantal treinen reed niet. Hoe staat het met het overleg tussen de sociale partners? Zullen er nog stakingen volgen of nadert het conflict het einde?
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de ingediende vraag.
Op 24, 25 en 26 november zal er een nieuwe spoorstaking plaatsvinden. Daarmee wordt het triest record inzake spoorstakingen in eenzelfde jaar (2025) verder aangescherpt tot 23 stakingsdagen.
Opnieuw zullen de treinreizigers hiervan het slachtoffer worden. Velen van hen zullen mogelijk een verplaatsing per wagen verkiezen, wat regelrecht ingaat tegen de ambities die deze regering eerder geuit heeft: meer mensen aanzetten tot het nemen van de trein.
Acht de minister het hoge aantal stakingsdagen bevorderlijk voor het realiseren van de ambitie om meer mensen aan te zetten tot het nemen van de trein?
Kan de minister een overzicht geven van de maatschappelijke en sociaal economische schade die aangericht is door de vele stakingsdagen binnen het spoor?
Welke maatregelen gaat de minister nemen om nieuwe spoorstakingen in de toekomst te vermijden en aldus de treinreizigers te verzekeren van een volledige en correcte dienstverlening?
Overweegt de minister stappen te ondernemen om de door de herhaalde spoorstakingen getroffen treinreizigers te voorzien in één of andere vorm van compensatie? Zo ja, wanneer en hoe? Zo neen, waarom niet?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, ik betreur het dat er zo veel stakingen zijn, maar ik wil hier benadrukken dat het kabinet en de entiteiten veel tijd in het syndicale overleg hebben gestoken. Alle verzoeningspogingen met betrekking tot de stakingsaanzegging worden optimaal benut teneinde stakingen te vermijden, zodat de reizigers in normale omstandigheden kunnen genieten van het treinaanbod en om zoveel mogelijk financiële gevolgen voor iedereen te vermijden.
Door een vakbondsactie, gericht tegen bepaalde maatregelen uit het regeerakkoord, reden er van zondag 23 november om 22 uur tot en met woensdag 26 november minder treinen. Op basis van het personeel dat aangaf te zullen werken, werd door de NMBS en Infrabel elke dag in een alternatieve treindienst voorzien. De NMBS, Infrabel en HR Rail betreuren deze actie en de gevolgen ervan voor de reiziger ten zeerste.
Zoals steeds werd een alternatieve dienstverlening voorzien op basis van het resultaat van een intentiebevraging bij het essentiële personeel van de spoorwegen. Dit werd ook vooraf aan de reizigers gecommuniceerd. Ik verwijs dan ook naar deze communicatie voor de impact op elke individuele stakingsdag.
Door de staking organiseerde de NMBS een alternatieve treindienst van zondag 23 november om 22 uur tot en met de laatste trein op woensdag 26 november.
De communicatie aan de reizigers werd op twee momenten verspreid: op dinsdag 18 november om 14 uur via de gebruikelijke kanalen online en in de stations. De informatie werd ook gedeeld via een bericht op Facebook en Instagram op woensdag 19 november om 13 uur.
Op zaterdag 22 november werd meer gedetailleerde informatie verspreid over de alternatieve treindienst die de NMBS opstelde op basis van het beschikbare personeel. Op deze pagina konden reizigers het overzicht van de alternatieve treindiensten terugvinden.
De reisplanner hield met deze aanpassingen rekening. Voor de treindienst van maandag 24 november, vanaf zondag 23 november 's ochtends vroeg; voor de treindienst van dinsdag 25 november vanaf maandag 24 november 's ochtends vroeg en voor de treindienst van woensdag 26 november vanaf dinsdag 25 november 's ochtends vroeg.
De impact van de staking verschilde van dag tot dag. De NMBS raadde de reizigers aan om hun reis goed voor te bereiden door regelmatig de online reisplanner te raadplegen. Vanaf zondagochtend kon men de alternatieve treindiensten voor de daaropvolgende dag raadplegen. Voor de daaropvolgende dagen werd dezelfde aanpak gevolgd. Telkens één dag op voorhand werd de reisplanner bijgewerkt. Meer gedetailleerde informatie over de alternatieve treindienst was terug te vinden op de website van de NMBS.
Voor meer informatie over het internationale treinverkeer konden reizigers terecht op de website van NMBS Internationaal. Op zondag 23 november reden bijna alle P-studententreinen zoals normaal. Het ging om de treinen die op zondagavond het aanbod versterken naar onder meer Brussel, Leuven, Gent, Luik en Louvain-la-Neuve, zodat studenten vlot naar hun kot kunnen terugkeren. De meeste van die treinen vertrekken en komen aan voor de start van de stakingsactie en ondervinden geen hinder.
Op maandag 24 november en dinsdag 25 november reden één op de twee IC-treinen en één op de drie L- en voorstedelijke S-treinen. Er reden weinig P-treinen, dus de treinen die normaliter de ochtend- en avondspits versterken. Op woensdag 26 november reden drie op de vijf IC-treinen en twee op de vijf L- en voorstedelijke S-treinen. Er reden weinig P-treinen.
Voor de reizigers die door de herhaalde spoorstakingen hinder hebben ondervonden, blijven de bestaande compensatieregels van de NMBS volledig van toepassing. Concreet kan een financiële compensatie worden toegekend wanneer een reiziger een vertraging van minstens 60 minuten heeft opgelopen, ook op stakingsdagen.
Die compensatie gebeurde volgens de gebruikelijke procedures en voorwaarden. Er bestaat daarentegen geen automatische of forfaitaire compensatie specifiek voor de hinder die voortvloeit uit een stakingsactie. Reizigers die in aanmerking komen, moeten een aanvraag indienen binnen de voorziene termijn en met de nodige bewijsstukken. Alle praktische informatie over de toekenningsmodaliteiten en de procedure is beschikbaar op de website van de NMBS.
De stakingen hebben inderdaad een zware impact op het economische leven van onze maatschappij. Daarom heb ik gestreefd naar een akkoord met de vakbonden. Tot tweemaal toe zijn we tot een voorstel van protocolakkoord gekomen, maar jammer genoeg heeft de achterban dat telkens afgewezen. Binnen de Belgische spoorwegen wordt er altijd naar gestreefd om via sociale dialoog tot resultaat te komen.
Dat gebeurt volgens de regels die in overleg met de syndicale organisaties zijn vastgelegd en die erop gericht zijn te waarborgen dat een staking alleen als ultiem middel wordt ingezet.
Stakingsaanzeggingen die niet conform de reglementering zijn, kunnen dan ook als onontvankelijk worden gekwalificeerd. Sinds de wet van 29 november 2017 wordt de continuïteit van het reizigersvervoer per spoor zelfs in geval van staking gewaarborgd. Alles wordt in het werk gesteld opdat de sociale dialoog in de beste omstandigheden kan plaatsvinden.
De reglementaire procedure inzake werkonderbreking wordt eveneens nauwgezet opgevolgd. De Belgische spoorwegen proberen steeds resultaat te bereiken via sociaal overleg binnen het kader van de geldende regels, die in overleg met de vakbonden zijn vastgelegd om te waarborgen dat een staking uitsluitend als ultiem middel wordt ingezet.
Conform de geldende interne HR-regelgeving heeft een verzoeningsvergadering met de syndicale organisaties plaatsgevonden op 13 november 2025, die jammer genoeg niet heeft geleid tot het vermijden van de driedaagse staking. De reglementaire procedure inzake werkonderbreking werd correct gevolgd. Voor deze driedaagse staking hebben de vakbonden een geldige stakingsaanzegging ingediend, waarin zij – naar eigen zeggen – aangeven dat alle pogingen tot sociaal overleg niet hebben volstaan om hun bezorgdheden weg te nemen. Zij benadrukken daarin opnieuw hun verzet tegen de maatregelen die voortvloeien uit het regeerakkoord, in het bijzonder met betrekking tot hun pensioenrechten en de beoogde contractualisering.
Ik herinner eraan dat de sociale dialoog voor mij nog steeds de beste manier blijft om geschillen op te lossen. Wanneer de staking echter een niveau bereikt dat de continuïteit van de openbare dienstverlening per spoor bedreigt, is het noodzakelijk om beroepsmechanismen te overwegen om het algemene belang te beschermen. Als minister kan ik de overheidsinstantie interpelleren en met hen in gesprek gaan om evenwichtige oplossingen aan te moedigen. Het moet echter duidelijk zijn: HR Rail blijft als openbare entiteit de juridische werkgever en is als enige bevoegd om te beslissen over de procedures die moeten worden aangewend.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het siert u dat u blijft inzetten op de sociale dialoog en op de verzoeningspogingen en dat u de reizigers centraal blijft stellen. Dat is een nobel doel en dat wordt zeker gewaardeerd, maar men moet stilaan ook beseffen dat het stakingsrecht wordt misbruikt en uitgebreid. Bij de aankondiging van de spoorstaking was het opzet heel duidelijk: een driedaagse staking op 24 november voor de spoorwegen, op 25 november voor alle openbare diensten in dit land en op 26 november een nationale staking. We weten allemaal dat de spoorwegen daar alle drie dagen onder vallen en we konden dus al op voorhand weten dat er heel wat hinder zou zijn voor de reizigers.
U verwijst in uw antwoord heel uitgebreid naar de alternatieve dienstregeling. Ik moet u toch van uw wolk halen, want die alternatieve dienstregeling geldt niet voor alle stations. Ik kom weer bij de Noorderkempen. U zei dat men dat telkens de dag voordien moet bekijken. Op zondagochtend kon men zien dat er op maandag op bepaalde uren een trein zou rijden, maar acht uur later bleek dat er op maandag geen enkele trein zou rijden. Zowel op zondag, maandag als dinsdag is er inderdaad geen enkele trein uitgereden in de Noorderkempen, waardoor die regio helemaal van de wereld was afgesloten, terwijl we daar eigenlijk al een beetje het einde van de wereld zijn. Dat is toch jammer.
De reizigers kunnen dus niet rekenen op de communicatie van de NMBS, die op dat vlak weer eens de bal heeft misgeslagen, want zelfs de app bracht geen soelaas. Ook die werd immers getroffen door de staking. De alternatieve dienstverlening is voor die regio dus een lege doos gebleken.
Het is heel duidelijk dat ook voor u de maat vol is en wij kijken halsreikend uit naar de volgende stappen die u zult ondernemen. Ik zou zeggen met de twee voeten vooruit en u krijgt mijn volle steun.
Frank Troosters:
Mijnheer minister, dat halsreikend uitkijken geeft mij vooral een blik op de volgende aangekondigde staking. Er is mogelijk sprake van een staking van een week. We zullen zien wat daarvan terechtkomt. Mijn zorg gaat voornamelijk uit naar de treinreizigers. Er is inderdaad een alternatieve dienstregeling, maar die verschilt uiteraard per locatie en per staking. De treinreizigers worden door die stakingen toch behoorlijk hard getroffen. Ik ben de tel kwijt, maar we zitten nu naar schatting aan 26 dagen staking dit jaar, inclusief de drie recente dagen. Mogelijk vergis ik mij enigszins, maar het gaat duidelijk richting een volledige maand aan stakingen in één jaar. Dat is fenomenaal. Ik ervaar het bijna als een contractbreuk tegenover de treinreizigers, de abonnementhouders en iedereen die gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Ik vraag mij af hoe we meer mensen weer voor de trein kunnen winnen, wanneer men met dergelijke situaties te maken krijgt. Men verwijst naar de bestaande compensatieregeling en naar bepaalde regels waaronder men uiteraard valt. Maar bekijkt men het geheel, dan zouden de treinreizigers bijna beloond moeten worden voor hun doorzettingsvermogen om ondanks 26 stakingsdagen het openbaar vervoer te blijven gebruiken. Ik hoop dan ook dat er snel oplossingen komen en dat we in de toekomst van meer stakingen en meer treinellende gespaard zullen blijven.
De aangekondigde nieuwe spoorstakingen
De spoorstakingen
De stakingen van het spoorpersoneel
Nieuwe en lopende spoorstakingen door personeel
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat het sociaal overleg met de spoorbonden (ACOD, ACV Transcom e.a.) over de hervorming van het statuut en pensioenen (o.a. pensioenleeftijd tot 67 jaar, einde statutair recruitment) tot nu toe geen stakingen heeft voorkomen, maar benadrukt dat de liberalisering van het spoor in 2032 deze aanpassingen noodzakelijk maakt—al blijft het huidige statutaire personeel gevrijwaard. Hij wijst op de bestaande compensatieregeling (enkel bij ≥60 min. vertraging, op aanvraag) en dat 26% van het personeel de recente 3-daagse staking steunde, met beperkte dienstregeling als gevolg. Frank Troosters uit zorgen over het recordaantal stakingsdagen (26 in 2024) en hoopt op actie om een nieuwe weekstaking af te wenden. Farah Jacquet (PTB) bekritiseert de hervormingen als een "aanval op arbeidsvoorwaarden" en ontkracht het liberaliseringsargument: het statuut compenseert volgens haar zware werkomstandigheden en gelijk loon voor vrouwen, terwijl afschaffing jongeren en woonkredieten zou treffen; ze eist behoud van het statuut.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
De spoorbonden zijn van plan om een week te staken als de hervormingsvoorstellen rond het pensioen of rond het statuut van het spoorwegpersoneel, in het parlement ter stemming zullen worden voorgelegd. Dat kondigde het gemeenschappelijk vakbondsfront ACOD, ACV Transcom, VSOA, ASTB en OVS donderdag 20 november aan op een gemeenschappelijk persconferentie.
Wat is de stand van zaken van het sociaal overleg tussen de minister en de spoorbonden? Vond er recent nog overleg plaats? Met welk resultaat?
Zal de minister acties ondernemen om een de nieuw aangekondigde spoorstaking van een week te vermijden? Zo ja, wanneer en welke? Zo neen, waarom niet?
Overweegt de minister andere maatregelen om nieuwe spoorstakingen in de toekomst te vermijden teneinde de treinreizigers een volledige en correcte dienstverlening te garanderen?
Op welke wijze passen de stakingsacties van de spoorbonden binnen de doelstelling om meer reizigers tot het nemen van de trein aan te zetten?
Overweegt de minister, gezien het buitengewoon recordaantal stakingsdagen dit jaar, om met de NMBS in overleg te gaan over het al dan niet verlenen van één of andere vorm van compensatie aan de getroffen treinreizigers? Zo ja, wanneer? Zo neen, waarom niet?
Voorzitter:
Mevrouw Cuylaerts is niet aanwezig.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, les cinq syndicats du rail annoncent 72 heures de grève et même une semaine supplémentaire si les réformes Arizona du statut et des pensions des cheminots sont votées. Ils dénoncent une attaque frontale contre leurs conditions de travail: recul de l’âge de la pension jusqu’à 67 ans, baisse de centaines d’euros par mois, fin du recrutement statutaire et risques de licenciements collectifs.
Alors que le rail souffre déjà d’un manque de personnel et de conditions de travail difficiles, pourquoi le gouvernement choisit-il d’imposer un démantèlement du statut et des pensions au lieu de renforcer le service public ferroviaire ?
Allez-vous entendre les revendications syndicales et revoir en profondeur vos plans pour le rail?
Jean-Luc Crucke:
Geachte Kamerleden, mijn kabinet zet zich heel erg in voor het syndicale overleg met de NMBS, Infrabel en HR Rail. Ik kan alleen maar betreuren dat dat niet heeft geleid tot minder stakingen.
Les chemins de fer belges essayent toujours d’obtenir un résultat via le dialogue social, et ce dans les règles définies en concertation avec les syndicats, qui prévoient que lorsque les organisations syndicales introduisent un préavis de grève, ce dernier doit répondre à un nombre d’exigences.
Voor de reizigers die door de herhaalde spoorstakingen hinder hebben ondervonden, blijft de bestaande compensatieregeling van de NMBS volledig van toepassing. Concreet, een financiële compensatie kan worden toegekend wanneer een reiziger een vertraging van minstens zestig minuten heeft opgelopen, ook op stakingsdagen. Die compensatie gebeurt volgens de gebruikelijke procedures en voorwaarden. Er bestaat daarentegen geen automatische of forfaitaire compensatie specifiek voor de hinder die voortvloeit uit een stakingsactie. Reizigers die in aanmerking komen, moeten een aanvraag indienen binnen de voorziene termijn, met de nodige bewijsstukken. Alle praktische informatie over de toekenningsmodaliteiten en de procedure is beschikbaar op de website van de NMBS.
Om te antwoorden op de vraag van mevrouw Cuylaerts, de vakorganisatie heeft nog geen definitief advies gegeven over een volledige weekstaking. Zij wensen in eerste instantie hun achterban te consulteren.
Door een vakbondsactie, gericht tegen bepaalde maatregelen uit het regeerakkoord, reden er van zondag 23 november om 22.00 uur tot en met woensdag 26 november minder treinen. Op basis van het personeel dat had aangegeven te zullen werken, werd door de NMBS en Infrabel elke dag in een alternatieve treindienst voorzien.
De NMBS, Infrabel en HR Rail betreuren die actie en de gevolgen daarvan voor de reizigers ten zeerste.
De impact van de staking verschilde van dag tot dag. De NMBS raadde haar reizigers aan om hun reis goed voor te bereiden door regelmatig de online reisplanner te raadplegen. Vanaf zondagochtend toonde die de alternatieve treindiensten voor maandag. Voor de daaropvolgende dagen werd dezelfde aanpak toegepast. Telkens een dag op voorhand werd de reisplanner bijgewerkt. Meer gedetailleerde informatie over de alternatieve treindienst was terug te vinden op de website van de NMBS. Voor meer informatie over het internationale treinverkeer konden reizigers terecht op de website van NMBS Internationaal.
Op zondag 23 november reden bijna alle P-studententreinen zoals normaal. Het ging om treinen die op zondagavond het aanbod versterken naar onder meer Brussel, Leuven, Gent, Luik en Louvain-la-Neuve, zodat studenten vlot naar hun kot konden terugkeren. De meeste van die treinen vertrokken en kwamen aan vóór de start van de stakingsactie en ondervonden geen hinder.
Op maandag 24 november en dinsdag 25 november reden een op de twee IC-treinen en een op de drie L- en voorstedelijke S-treinen. Er reden weinig P-treinen; de P-treinen zijn de treinen die normaal de ochtend- en avondspits versterken.
Op woensdag 26 november reden drie op de vijf IC-treinen en twee op de vijf L- en voorstedelijke S-treinen. Ook toen reden weinig P-treinen.
Het percentage personeelsleden dat het werk had neergelegd, bedroeg gemiddeld 26 % over de drie stakingsdagen. Dat percentage bleef nagenoeg gelijk op elke stakingsdag. Bij HR Rail en KGV hebben in totaal veertig personeelsleden het werk neergelegd tijdens die driedaagse staking. De NMBS zal informatie bezorgen over het aantal personeelsleden dat het werk had neergelegd, alsook over het aantal treinen dat reed.
L’offre de trains a été déterminée sur la base des intentions de grève.
Concernant les participants à la grève, Infrabel m’a communiqué les chiffres suivants: le 24 novembre, 1 699 personnes, soit 17,36 % de la population totale d’Infrabel; le 25 novembre, 1 634 personnes, soit 16,69 %; le 26 novembre, 1 469 personnes, soit 15,01 %.
Zoals u weet, heb ik sinds het begin van mijn mandaat besprekingen met de vakorganisaties en de spoorwegonderneming gevoerd die tot doel hadden het Belgische spoor voor te bereiden op een belangrijke wending, namelijk de liberalisering van het spoorvervoer van reizigers in het kader van de openbare dienst. Zoals ik u reeds heb geantwoord, zullen wij de nodige hervormingen voortzetten. Concreet betekent dat dat het ontwerp van protocolakkoord dat werd ondertekend door de vertegenwoordigers van de spoorwegonderneming en de representatieve vakbonden, gedeeltelijk zal worden uitgevoerd, onder andere het artikel over de contractualisering voor alle nieuwkomers, en steeds met als doel de spoorwegen voor te bereiden op de uitdagingen die zij zullen moeten aangaan met de liberalisering in 2032.
Voor het huidige statutair personeel komt er geen verandering.
Madame Jacquet, les discussions avec les syndicats et les compagnies ferroviaires visent à préparer les chemins de fer belges à une évolution majeure: la libéralisation du transport public de passagers par voie ferrée.
La possible modification de la loi vise à offrir à toutes les parties des chemins de fer (les organisations syndicales, les membres du personnel) plus de certitude juridique pour l'avenir, ainsi qu'une plus grande transparence.
La contractualisation fait partie des étapes nécessaires pour moderniser la politique, tel que le prévoit l'accord de gouvernement, et mettre les entreprises en capacité d'être compétitives dans un contexte d'ouverture du marché, mais je sais que vous ne partagez pas ce point de vue.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil niet te veel in herhaling vallen ten opzichte van het debat dat wij daarstraks al hebben gehad. Ik maak mij vooral zorgen over de treinreizigers, die met een recordaantal stakingsdagen, met name 26 dagen of bijna een volledige maand, werden geconfronteerd. Ik hoop dat alles eraan wordt gedaan om die reizigers opnieuw een hele week van stakingen te besparen.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Vous l'avez compris, nous ne partageons pas le même point de vue. Vous utilisez le prétexte de la libéralisation pour casser les droits des cheminots, les faire travailler plus longtemps, mettre fin au statut, etc. Je veux quand même rappeler que le statut n'est pas un privilège. C'est une compensation face à des conditions de travail difficiles et un salaire non négociable. Parmi tous les régimes, c'est celui qui assure le mieux l'égalité salariale entre les femmes et les hommes. Attaquer le statut, c'est aussi s'attaquer à cela. C'est aussi s'attaquer aux jeunes. Quand on est jeune, qu’on se lance dans la vie et qu’on choisit de travailler aux chemins de fer, les horaires ne sont déjà pas faciles, mais en plus, il est encore plus difficile aujourd'hui d'obtenir un prêt dans une banque, par exemple pour acheter une maison et s'installer. Je vous demande, pour calmer les tensions sociales, de plutôt maintenir le statut, les compétences et l'expertise au sein de l'entreprise publique, et donc de revoir vos projets. Je vous remercie.
Het gebruik van een prognosetool voor de treindienst bij spoorstakingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Serge Hiligsmann bekritiseert de herhaalde spoorstakingen in 2025, die navetteurs frustreerden, en stelt voor om 72–96 uur vooraf een probabilistische voorspelling van rijdende treinen te geven (gebaseerd op historiek en personeelsbeschikbaarheid), naast het bestaande 24-uurs "garantieplan". Minister Jean-Luc Crucke (SNCB/Infrabel) wijst op de wettelijke kaders (8 dagen opzeggrève, 72 uur definitieve deelneming personeel) en benadrukt dat het huidige 24-uurs "garantieservice" (geen minimumdienst) al maximaal haalbaar is door onvoorspelbare afwezigheden; hij sluit kortetermijnverbeteringen uit maar hoopt op toekomstige technologische oplossingen. Hiligsmann erkent de betrouwbaarheid van het 24-uursplan maar pleit voor experimenten met AI-voorspellingen (zonder garantie) om navetteurs eerder te helpen plannen, ondanks de operationele beperkingen.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, le rail a pris part aux trois jours de grève nationale de fin novembre. D’autres actions pourraient suivre dans le secteur ferroviaire. Ces trois jours de grève se sont ajoutés à la longue liste de 2025 et, à nouveau, les navetteurs, dont je fais partie, étaient les premières victimes. Peut-être n'étais-je pas très impacté, étant sur une ligne très fiable entre Welkenraedt et Ostende, mais je sais que d'autres n'ont pas cette chance.
La multiplication des grèves sur le rail en 2025 a pesé lourdement sur ceux qui dépendent du train pour leurs déplacements, générant frustration et lassitude. Les difficultés de programmation du service minimum impliquent des cas de forces majeur, comme les maladies par exemple.
Je souhaiterais dès lors, monsieur le ministre, vous poser une question d’ordre pratique afin de faciliter l’organisation des voyageurs. Serait-il envisageable de fournir, 72 à 96 heures avant le jour de grève, un indicateur prévisionnel des trains circulant afin de faciliter l’organisation des voyageurs? On sait que ce qui est annoncé 24 heures avant est bien respecté. En l'occurrence, cet indicateur reposerait sur une analyse probabiliste intégrant l’historique des déclarations d’intention de grève et la présence effective du personnel le jour même, tout en garantissant la confidentialité des profils.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur Hiligsmann, en collaboration avec Infrabel, la SNCB élabore un service ferroviaire alternatif basé sur le personnel disponible afin d'offrir une solution de déplacement au plus grand nombre de clients possible. Comme vous l'avez précisé, ce service est communiqué au plus tard 24 heures avant chaque jour de grève.
Dans le secteur public, la loi relative à la continuité du service en matière de transport de personnes par chemin de fer en cas de grève impose certaines conditions pour permettre la planification d'un plan de transport alternatif.
Premièrement, le préavis de grève doit être déposé au moins huit jours ouvrables avant le début de la grève. Deuxièmement, les membres du personnel essentiel doivent communiquer leur intention définitive de participer ou non à la grève au plus tard 72 heures avant le début du jour de grève. Troisièmement, en fonction de la disponibilité de ce personnel, un plan de transport alternatif est élaboré et communiqué aux voyageurs 24 heures à l'avance.
Nous attirons votre attention sur le fait que la SNCB réalise un "service garanti", ce qui diffère de ce que l'on entend généralement par "service minimum". Ce point est particulièrement important dans ce contexte car le service que la SNCB fournit est garanti. Il dépend des ressources disponibles et en particulier du personnel.
La SNCB déploie donc d'énormes efforts pour développer un service alternatif pour tous ses clients en cas de grève de plusieurs jours, lors de laquelle l'offre doit être adaptée quotidiennement. Cela constitue un véritable défi. Compte tenu de la forte limitation du personnel disponible, cette offre reste toujours exposée à des défis en temps réel – par exemple, des absences imprévues. Il est donc essentiel que tous nos clients suivent l'évolution de la situation via nos canaux d'information habituels.
Au regard des technologies employées et étant donné que nous devons garantir les trajets – donc, plus qu'un service minimum –, il semble qu'à ce stade, ce soit quasiment impossible. Je ne désespère pas qu'à l'avenir, ces technologies puissent évoluer, mais ce n'est pas encore le cas.
Serge Hiligsmann:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos compléments d'information. Vous avez tout à fait raison de parler de service garanti. Comme il est annoncé 24 heures à l'avance, je confirme sa fiabilité. Tout comme les navetteurs, je souhaite cependant que l'on puisse aller un peu plus loin. En effet, on ne décide pas nécessairement de sa journée du lendemain. Si l'on pouvait, grâce à l'IA ou à des analyses probabilistes, recevoir davantage d'informations, peut-être pas garanties 24 heures à l'avance – disons à partir de 72 ou 96 heures –, ce serait parfait. En tout cas, je vous remercie pour vos démarches en ce sens .
De situatie in de gevangenis van Haren en de door de vakbonden aangekondigde staking
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Marijke Dillen bekritiseert dat de gevangenis van Haren – oorspronkelijk bedoeld voor individuele, menselijkere detentie – nu stapelbedden plaatst om overbevolking (40 extra plaatsen) en grondslapers (550+ landelijk) te bestrijden, wat het oorspronkelijke concept ondermijnt; het personeel (met 100 tekort op 795) dreigt te staken door overbelasting en gebrek aan overleg. Minister Verlinden verdedigt de maatregel als tijdelijke noodoplossing om ergere omstandigheden (grondslaap) te voorkomen en benadrukt dat het geen structurele afwijzing is van individuele detentie, maar wijt de crisis aan landelijke overbevolking en rekruteringsproblemen (o.a. Brusselse arbeidsmarkt, hoog verloop in nieuwe gevangenissen). Zij claimt wel overleg met vakbonden (7/11) en personeel via mail, plus aanwervingscampagnes, maar Dillen stelt de transparantie en haalbaarheid van deze aanpak impliciet in vraag.
Marijke Dillen:
Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De gevangenis van Haren moest de toekomst van het Gevangeniswezen worden met individuele cellen in een gevangenisdorp van verschillende leefgroepen. Het was de bedoeling dat individuele detentie zou kunnen leiden tot een meer menselijkere detentie. Het zou ook geweld tussen gedetineerden onderling of met cipiers moeten voorkomen en de re-integratie op langere termijn vergemakkelijken. Maar het Directoraat-Generaal van het Gevangeniswezen heeft aan het gevangenispersoneel van Haren laten weten dat er in de eenpersoonscellen stapelbedden zullen worden geplaatst om een antwoord te bieden op de problematiek van de overbevolking. Zo zullen er ongeveer 40 plaatsen bij gecreëerd worden. Op deze wijze zal de oorspronkelijke bedoeling van individuele detentie eindigen. Maar het personeel gaat hier niet mee akkoord en heeft een stakingsaanzegging aangekondigd voor 19 november a.s.
Daarnaast is er ook de problematiek van de onderbezetting van het personeel. Er moeten ongeveer 795 voltijdse personeelsleden werken maar er zijn ongeveer 100 personeelsleden te kort. Dit leidt tot een verhoogde werkdruk en onaanvaardbare arbeidsomstandigheden voor het personeel.
Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze moeilijkheden in de gevangenis van Haren? Zullen er op deze wijze effectief bijkomende plaatsen worden gecreëerd? Waarom wordt er nu afgeweken van het principe van de individuele detentie die zou moeten leiden tot een meer menselijke detentie?
Welke alternatieve initiatieven worden er uitgewerkt om de vooropgestelde meer menselijke detentie te realiseren?
Heeft er voorafgaandelijk de beslissing van het Directoraat-Generaal van het Gevangeniswezen overleg plaatsgevonden met het personeel? Zo ja, graag toelichting. Zo neen, waarom niet?
Kan de minister meer gedetailleerde toelichting geven betreffende de onderbezetting van het personeel? Wat zijn hiervan de oorzaken? Werden er initiatieven genomen om hieraan tegemoet te komen om zo de hoge werkdruk van het personeel aan te pakken?
Annelies Verlinden:
Collega, tot midden november hanteerden we in de gevangenis van Haren een strikt maximaal bevolkingscijfer. Zodra dat cijfer dreigde te worden overschreden door binnenkomende gedetineerden, werden die systematisch naar andere arresthuizen doorverwezen. Dat had echter belangrijke repercussies voor de bevolkingsdruk in de andere arresthuizen, zowel in het noorden als in het zuiden van het land. De realiteit is dat de extreme en aanhoudende overbevolking in de arresthuizen ertoe leidt dat het aantal grondslapers opnieuw sterk toeneemt. Het zijn er zelfs meer dan 550 en die situatie is – ik herhaal – niet houdbaar.
Het voorzien van stapelbedden in verblijfsruimten waar momenteel een enkel bed staat, biedt inderdaad tijdelijk bijkomende plaatsen. Door die maatregel vermijden we dat gedetineerden elders opnieuw op een matras op de grond moeten slapen. Het is uiteraard een tijdelijke maatregel en geen structurele oplossing, en doet bijgevolg geen afbreuk aan de fundamentele ambitie om in Haren naar een meer humane, individuele detentie te evolueren, zodra de omstandigheden dat toelaten.
Met betrekking tot uw vraag over het overleg met het personeel, verwijs ik naar het overleg met de vakbonden op vrijdag 7 november, waarop zij over de beslissing geïnformeerd werden. De beslissing werd ook door het inrichtingshoofd via e-mail aan het personeel kenbaar gemaakt. Op maandag 10 november werd gestart met de omvorming van de verblijfscellen tot duocellen. De directie lichtte het personeel en de vakbonden in over de noodzaak, evenals over de nationale context en de detentieomstandigheden en de daaruit voortvloeiende nood aan bijkomende plaatsen in Haren.
Wat de onderbezetting betreft, het is correct dat de gevangenis van Haren momenteel met een personeelstekort kampt. Dat tekort is het gevolg van een combinatie van factoren, waaronder de Brusselse arbeidsmarkt. Daarnaast is een nieuwe grote inrichting zoals Haren in het begin traditioneel gekenmerkt door een hoger verloop, onder meer door de aanpassing aan nieuwe werkprocessen en een nieuwe organisatiecultuur. Om de situatie aan te pakken zetten we in op verschillende maatregelen. Zo werden permanente aanwervingsprocedures georganiseerd, gekoppeld aan een gerichte employer branding om kandidaten warm te maken voor de job, en voeren we intensieve rekruteringscampagnes om nieuwe medewerkers aan te trekken.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister.
De stakingen in de gevangenissen
De aangepaste dienstverlening in de gevangenissen die door de ACOD-vakbond werd afgekondigd
De aangekondigde minimale dienstverlening in de gevangenissen vanaf 1 december 2025
Gevangenisstakingen en aangepaste dienstverlening vanaf 2025
Gesteld door
PTB-PVDA
Julien Ribaudo
Vooruit
Alain Yzermans
N-VA
Sophie De Wit
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 december 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Annelies Verlinden erkent de crisis in Belgische gevangenissen door overbevolking (13.500 gedetineerden op 11.000 plaatsen, 560+ grondslapers) en onleefbare omstandigheden, maar ontkent acute voedsel- of medische tekorten. Vakbonden (o.a. ACOD) bekritiseren dat structurele oplossingen uitblijven en dreigen met minimale dienstverlening (alleen wettelijke basistaken), wat volgens Verlinden de veiligheid en rehabilitatie verder ondermijnt. Zij belooft kortetermijnmaatregelen (bv. capaciteitsuitbreiding, versneld recruitment) en overleg met vakbonden, maar concrete afspraken (bv. sociaal akkoord, loonvoorwaarden) blijven vaag. Kritici (o.a. Marijke Dillen) wijzen op tegenstrijdigheden in Verlindens ontkenning van zorg- en voedselproblemen, gebaseerd op recente mediaberichten.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, fin novembre, des syndicats pénitentiaires annonçaient qu'à partir du 1 er décembre, ils n'assureraient plus qu'un service minimum dans les prisons. Ils veulent dénoncer une situation devenue "intenable": 13 483 détenus pour 11 098 places, plus de 580 personnes dormant au sol, un effondrement du dispositif sécuritaire, des agressions, un manque d'hygiène et une charge de travail insoutenable pour le personnel. Les organisations syndicales affirment même que le gouvernement oblige chaque jour le personnel à enfreindre la loi fondamentale.
Cette situation est bien entendu toujours d'actualité, mais selon certaines sources, les discussions entre votre cabinet, l'administration et les syndicats ont donné des perspectives encourageantes, ce qui a eu pour conséquence que l'action a été suspendue.
Madame la ministre, pouvez-vous nous donner plus d'informations sur les plans du gouvernement pour répondre structurellement aux demandes des agents concernant leurs propres conditions de travail et de sécurité ainsi que les conditions de détention? Pouvez-vous confirmer les chiffres du ratio agents/détenus qui sont mentionnés par les syndicats? Le ratio de référence serait d'un agent pour 1,37 détenus, et aujourd'hui nous serions à 1 pour 1,76, et quand on retire les 540 équivalents temps plein qui manquent, nous tournerions à 1 pour 1,89.
Alain Yzermans:
Ik volg. Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De overbevolking veroorzaakt dagelijks spanningen en stress. Het lokt grote agressie uit ten opzichte van het personeel en onder de gedetineerden, die in mensonwaardige omstandigheden moeten leven. Bovendien is België daarvoor al geregeld veroordeeld,” stelt een ACOD-topman in een brief aan u gericht. De beslissing van de gevangenisvakbond ACOD om vanaf 1 december permanent over te schakelen naar een aangepaste dienstverlening in Belgische gevangenissen markeert een ongekende en nieuwe stap in de strijd tegen overbevolking en de bijbehorende wantoestanden in onze gevangenissen. Het personeel is het beu en wordt moedeloos van de vele smeekbedes om de opmars van de overbevolking effectief tegen te houden. Door deze actie zullen gedetineerden geen toegang meer hebben tot essentiële activiteiten zoals sport, werk en rehabilitatieprogramma's. Dit besluit komt als reactie op een reeks gewelddadige incidenten en een recordaantal van 541 grondslapers in de gevangenissen. Er is onhoudbare druk op zowel het personeel als de gedetineerden. Zij vragen u om urgente maatregelen te treffen om krachtdadigere oplossingen te vinden, ondanks de recente noodwet. De vakbond roept u op om doortastender in te grijpen in de problematiek van de overbevolking.
Vragen aan de Minister:
1. Wat is uw standpunt over deze beslissing die het normale gevangenisregime hypothekeert?
2. Hoe gaat u ervoor zorgen dat de rechten van gedetineerden, zoals toegang tot sport, educatie en rehabilitatie, gewaarborgd blijven, ondanks de huidige crisis?
3. De inhumane leefomstandigheden van gedetineerden en de grote druk op de onhoudbare werkomstandigheden van het personeel roepen vele vragen op. Wat zult u op korte termijn doen?
4. Hoe ver staat u met het sociaal akkoord? Zijn er pecuniaire afspraken gemaakt?
Sophie De Wit:
Ik verwijs ook naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Geachte minister,
De socialistische vakbond ACOD heeft aangekondigd dat het gevangenispersoneel vanaf 1 december zal terugvallen op minimale dienstverlening, waarbij enkel de negen wettelijk verplichte basistaken worden uitgevoerd. ACOD wijst op de zorgwekkende situatie in de gevangenissen: de aanhoudende overbevolking – vlotjes oplopend tot meer dan 13.500 gedetineerden –, de 541 grondslapers, falende veiligheidsapparatuur, mensonwaardige leefomstandigheden, een structureel krimpend personeelskader en de dagelijkse spanningen en agressie waarmee personeel en gedetineerden worden geconfronteerd.
De aangekondigde minimale dienstverlening roept vragen op over enerzijds de juridische toelaatbaarheid en anderzijds de gevolgen voor de dagelijkse werking binnen de gevangenissen.
Mijn vragen:
1. Hoe beoordeelt u de juridische toelaatbaarheid van deze minimale dienstverlening, buiten een officiële staking?
2. Welke onmiddellijke operationele gevolgen verwacht u wanneer het gevangenispersoneel effectief uitsluitend de negen basistaken uitvoert?
3. Hoe garandeert u dat de gevangenissen bestuurbaar en veilig blijven, voor zowel personeel als gedetineerden, wanneer deze minimale dienstverlening weken of maanden aanhoudt zoals sommige gevangenisdirecties vrezen?
Dank voor uw antwoorden.
Marijke Dillen:
Ik volg het voorbeeld. Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Uit berichten in de media dit weekend blijkt dat ten gevolge van de overbevolking in de gevangenissen er ernstige problemen zijn betreffende het probleem van de ondervoeding en van het toekennen van medische zorgen. Er zijn niet voldoende middelen om de gedetineerden te voorzien van voldoende voedsel, de kwaliteit van het eten deugt niet, de porties worden te klein en in sommige gevallen komt er helemaal geen eten. Een dokter zien de gedetineerden zelden en de juiste medicijnen zijn niet voorradig.
Het personeel van de gevangenissen wil niet langer werken in die omstandigheden omdat ze elke dag gevaar lopen. En wat doet de top van het Gevangeniswezen volgens de media? Die dreigt met sancties tegen personeel dat zou deelnemen aan stiptheidsacties.
Kan de minister hierover meer toelichting geven?
Kan de minister mij een gedetailleerd overzicht geven van de gevangenissen waar de problematiek van onvoldoende voedsel aanwezig is? Welke initiatieven heeft de minister inmiddels genomen om te garanderen dat er voldoende voedsel wordt voorzien voor de gedetineerden?
Welke initiatieven heeft de minister genomen om een antwoord te bieden op de problematiek van een gebrek aan medische zorgen?
Annelies Verlinden:
Collega's, zoals ik vandaag al herhaaldelijk heb benadrukt, erken ik ten zeerste de ernst van de situatie in onze gevangenissen en de enorme druk op de leefbaarheid, zowel voor het personeel als voor de gedetineerden. De aanwezigheid van meer dan 560 grondslapers legt een zware last op de dagelijkse organisatie en verhoogt het risico op agressie en spanningen. Het blijft mijn prioriteit om de veiligheid van het personeel te garanderen en dus ook te voorkomen dat gedetineerden op de grond moeten slapen.
Le gouvernement est en train d'examiner les mesures qui pourraient être prises pour réduire le nombre de détenus dormant à même le sol. Dans le même temps, nous travaillons d'arrache-pied à la recherche de solutions structurelles concernant notamment l'augmentation de la capacité, l'incitation au retour, l'amélioration du flux des internés, le renforcement du personnel, l'accélération des procédures de recrutement ou encore l'amélioration de l'organisation interne. Ces actions sont suivies en collaboration avec mon administration et les différentes task forces.
De beperking van de werkzaamheden tot enkel de basistaken, zoals die zijn opgenomen in de wet van 23 maart 2019, is bedoeld om de continuïteit van de penitentiaire dienstverlening tijdens stakingen te kunnen garanderen. Bovendien is die beperking van de werkzaamheden risicovol vanuit het oogpunt van dynamische veiligheid. De beperking van het regime en de activiteiten van de gedetineerden kan aanleiding geven tot meer agressie en frustratie bij gedetineerden en houdt dus ook een groter risico voor het personeel in. Het dagelijkse regime en de toegang tot activiteiten blijven essentieel voor de veiligheid, rehabilitatie en een correcte uitvoering van de straffen. We moeten dergelijke plannen daarom zeer bedachtzaam afwegen. Ik blijf in overleg staan met de vakbondsorganisaties. Afgelopen vrijdag vond daarover nog een constructief overleg plaats met de vakbonden, dat we de komende dagen voort zullen zetten.
Mevrouw Dillen, de voedingsdagprijs werd verhoogd tot 7 euro per dag per gedetineerde om de mogelijkheden inzake het aanbod van voedsel in de gevangenissen uit te breiden. In een nog niet zo ver verleden lag dat bedrag trouwens maar net boven 5 euro. Uiteraard is de logistiek in de keukens niet aangepast aan de overbevolking, wat een probleem betekent om grotere volumes te bereiden. Er is evenwel geen probleem van onvoldoende eten.
Het is niet precies duidelijk wat u bedoelt wanneer u beweert dat er een gebrek aan medische zorg is. Elke gedetineerde wordt namelijk binnen 24 uur na de opsluiting gezien door de arts en de medische equipe. Wie een dokter wil raadplegen, wordt ingeschreven op de eerstvolgende consultatie. Indien er heel veel consultaties worden aangevraagd, kan de verpleging op basis van een eerste contact de afspraak eventueel naar de volgende consultatie verplaatsen. Een kleine vertraging is dus niet uitgesloten bij een niet-dringend probleem. Dat is vergelijkbaar met wat er buiten de gevangenissen gebeurt.
Julien Ribaudo:
Madame la ministre, merci pour vos réponses. Nous continuerons de vous interroger. Nous attendons de voir les résultats de la concertation et des discussions sur les projets.
Alain Yzermans:
Dat is prima.
Sophie De Wit:
Mevrouw de minister, wij hadden deze ochtend een gedachtewisseling met de CTRG, die ook adviezen heeft uitgebracht over de minimale dienstverlening. Daarbij werd gewezen op de noodzaak van een bepaald koninklijk besluit om dit in orde te brengen. Ik heb het genoteerd, maar ik ben even kwijt welk koninklijk besluit dat is, maar ik zal het u bezorgen. Misschien is dat nog een aandachtspunt, want het ging specifiek over de minimale dienstverlening en de mogelijkheid tot opvordering, als ik mij niet vergis, ook in de eerste uren. Dat moet ervoor zorgen dat er aan de gedetineerden toch de hoogstnodige ondersteuning kan worden geboden. Er was echter nog iets dat administratief in orde moest worden gebracht. Ik zoek het op en bezorg het u.
Marijke Dillen:
Die klachten zijn vrij recent en uitvoerig aan bod gekomen in de media. Daar heb ik dat opgepikt en daarom wenste ik u daarover te ondervragen. U zegt echter dat het niet klopt. Ik weet wel dat het juist is dat wanneer een gedetineerde binnenkomt, die relatief snel door een geneesheer wordt onderzocht. Blijkbaar is het echter geen evidentie om snel een dokter te kunnen raadplegen wanneer er zich problemen voordoen tijdens het verblijf.
Voorzitter:
Les questions jointes n° 56010793C de M. Alain Yzermans, n° 56010840C et n° 56010841C de Mme Marijke Dillen et n° 56010954C de Mme Kristien Van Vaerenbergh sont reportées.
De staking van de treinbegeleiders in het depot van Bergen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 22 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Na een fysieke aanval door een familie zonder geldig ticket liep een treinbegeleider in Bergen meerdere verwondingen op (5 oktober), wat leidde tot een spontane staking uit solidariteit en onveiligheidsgevoel onder collega’s. De daders werden direct aangehouden, maar het slachtoffer is nog werkonbekwaam; de minister belooft versnelde aanpassing van de camerawet voor bodycams bij Securail en mogelijk treinbegeleiders op risicolijnen, naast verdere dialoog en justitiële opvolging. Critici benadrukken dat bodycams geen volledige oplossing zijn en pleiten voor betere psychologische begeleiding van slachtoffers en strengere strafmaatregelen, terwijl het lokale management al in overleg is met vakbonden voor structurele actie.
Frank Troosters:
Naar aanleiding van een incident waarbij een treinbegeleider het slachtoffer werd van agressie legden maandagochtend 6 oktober de treinbegeleiders in het depot van Bergen spontaan het werk neer.
Kan de minister de feiten die zich afspeelden verduidelijken?
Wat vormde de aanleiding tot het incident?
Werd de dader geïdentificeerd en aangehouden?
Kan de minister bevestigen dat de treinbegeleider meerdere breuken heeft opgelopen?
Is de treinbegeleider werk-onbekwaam tgv de agressie? Zo ja, voor hoe lang?
Heeft de minister begrip voor de spontane stakingsactie van de treinbegeleiders?
Welke concrete maatregelen heeft de minister genomen naar aanleiding van dit incident?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, ik begrijp de reactie van de treinbestuurders. Wanneer men zich tijdens het uitoefenen van zijn beroep in gevaar voelt, is het vanzelfsprekend dat men zijn bezorgdheid uit. Onze prioriteit is de dialoog te herstellen en de veiligheid te waarborgen. Samen met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken zal ik de camerawet aanpassen, zodat agenten van Securail de mogelijkheid krijgen bodycams te dragen. Op die manier kan de veiligheid op de perrons en in de stations worden versterkt. We onderzoeken eveneens of deze mogelijkheid kan worden voorzien voor treinbegeleiders die dat wensen, op de lijnen waar zich regelmatig incidenten voordoen.
Op zondag 5 oktober werd een treinbegeleider fysiek aangevallen door een familie waarvan de zoon geen geldig vervoerbewijs had. De begeleider moest voor verzorging naar het ziekenhuis en liep verschillende verwondingen op, onder andere in het aangezicht. De politie werd onmiddellijk ingeschakeld en de betrokken daders werden aangehouden. De treinbegeleider kon dezelfde dag het ziekenhuis verlaten, maar is nog steeds werkonbekwaam. Dit incident veroorzaakte een schok en leidde tot een spontane staking en sterke solidariteit onder de collega-treinbegeleiders van het depot van Bergen, die vaker met moeilijke situaties worden geconfronteerd. Het lokale management was maandagochtend meteen aanwezig in het depot om in gesprek te gaan met de treinbegeleiders en de vakorganisaties. Er wordt nog een opvolgoverleg voorzien.
Ten slotte, ik vraag opnieuw dat dergelijke agressiegevallen door Justitie worden opgevolgd, zodat ze niet zonder gevolgen blijven.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, het is een spijtig voorval, het zoveelste. We praten daar al heel lang over. Het verhaal over de bodycams horen we ook al heel lang. Ik hoop dat het snel in orde komt. Ik hoop echter ook dat men zich daar niet op zal blindstaren. Vaste camera's of bodycams zullen bepaalde mensen niet tegenhouden. Het zal zeker resultaat hebben, maar we mogen zeker niet denken dat het alles zal oplossen. Het overleg en begeleiding voor die betrokken mensen, vind ik heel belangrijk. De begeleiding van mensen die dit meemaken, is belangrijk. Dat is niet min, het blijft soms heel lang doorwerken. Zo’n geval van agressie meemaken, moet vreselijk zijn. Elke dag gaan werken en daarbij schrik moeten hebben voor de fysieke integriteit, lijkt me weinig aangenaam. Uiteraard deel ik uw mening dat Justitie zijn rol moet spelen en dat de bestraffingen veel strenger moeten zijn voor plegers van feiten binnen het spoorgebeuren of elders. Hopelijk wordt het vervolgd en hopelijk zullen de bodycams er snel zijn.
Het sociaal klimaat bij bpost
De stakingsaanzegging bij bpost
Arbeidsverhoudingen en conflict bij bpost
Gesteld door
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)
op 23 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De hernieuwde stakingen bij bpost (Gosselies, Saint-Nicolas) bloeden uit gebrek aan echt overleg, met syndicaten die een autoritair beleid aan de kaak stellen: financiële doelen gaan voorop ten koste van werkdruk, transparantie en respectvolle dialoog, terwijl de directie dreigt met onderaannemers en eenzijdige beslissingen oplegt. Minister Matz erkent de verslechterde sociale sfeer maar blijft terughoudend, wijzend op bpost’s autonomie als openbare onderneming; ze belooft bemiddeling indien het conflict escaleert, maar concrete stappen ontbreken, wat Legasse (PS) en Jacquet (PTB) onvoldoende vinden—zij eisen dwingende interventie om collectieve onderhandelingen af te dwingen en het welzijn van werknemers te garanderen, niet enkel woorden. De kern: syndicaten willen meebeslissen over herstructureringen, maar de directie blokkeert elke invloedsfeer, terwijl de minister haar verantwoordelijkheid als toezichthouder ontwijkt—terwijl dienstverlening en arbeidsomstandigheden verder verslechteren. Dreigend risico: nieuwe postvertragingen en verder verzuurde verhoudingen, tenzij de minister bindende druk uitoefent op bpost’s top.
Dimitri Legasse:
Madame la ministre, nous pensions le calme revenu chez bpost après les mouvements de grève de l’hiver dernier. Or il n’en est visiblement rien puisque le front commun syndical a déposé un nouveau préavis de grève en raison du manque de dialogue avec la direction. Deux centres de distribution à Gosselies et Saint-Nicolas se sont d'ores et déjà mis en grève. Non seulement la charge de travail est dénoncée, mais également le climat social qui semble s'aggraver. Le front commun syndical a déposé un préavis de grève en raison d’un manque de dialogue avec la direction.
Madame la ministre, avez-vous conservé des contacts étroits avec la direction et les syndicats de bpost depuis l’accord conclu en février dernier? Comme vous le savez, il a fallu de nombreux jours, pour ne pas dire semaines, avant que l’arriéré de courrier ne soit rattrapé. Devons-nous nous attendre à de nouvelles perturbations de cet ordre dans les prochaines semaines? Entendez-vous recevoir les syndicats? Entendez-vous, surtout, dialoguer avec eux et avec la direction?
Vu de l’extérieur, vous en conviendrez, nous avons en tout cas l’impression que les deux parties éprouvent de sérieuses difficultés à trouver un terrain d’entente. Alors que bpost se heurte à une concurrence accrue, n’est-il pas de votre devoir et de votre ressort de les aider à s’accorder sur les enjeux d’un service postal de qualité au bénéfice de la population? Dois-je vous rappeler, madame la ministre, que les travailleurs de bpost doivent faire face à d’importants et incessants changements dans leur manière de travailler? Ce n’est certainement pas la meilleure voie pour s'extraire de cette situation conflictuelle. Nous ne constatons en effet aucun apaisement. É tant donné la situation de l'entreprise, allez-vous confirmer vos projets d'économie dans le contrat de gestion de bpost?
Farah Jacquet:
Madame la ministre, comme notre collègue du parti socialiste vient de le dire, la situation devient intenable chez bpost. Les organisations syndicales ont déposé un préavis de grève en front commun pour dénoncer le monologue unilatéral imposé par la direction. Ce monologue prend différentes formes: l'absence d'implication réelle des organisations syndicales dans les processus de transformation; une approche centrée uniquement sur les objectifs financiers et les économies, sans prise en compte des impacts humains; des groupes de travail qui se limitent à expliquer des décisions déjà prises sans réelles possibilités d'influence; une gestion de l'entreprise publique assimilée à celle d'une entreprise privée, avec un mode de gouvernance autoritaire, un manque de transparence concernant la structure du groupe, l'implication des filiales et les conséquences sur l'emploi, un climat de pression, de menace et de dédain.
Personnellement, j'ai l'impression que les syndicats ne demandent pas la lune. Ils appellent à un dialogue qui soit réel, transparent et respectueux avec la direction. Ils ne s'opposent pas à la transformation de l'entreprise, mais ils refusent que celle-ci se fasse au détriment du bien-être des travailleurs, ceux-là même qui travaillent jour et nuit, avec des horaires à n'en plus finir, pour maintenir cette entreprise à flot.
Mes questions à ce sujet sont les suivantes. Êtes-vous au courant du climat social assez malsain au sein de bpost? Si oui, qu'allez-vous entreprendre pour que la direction opte enfin pour le dialogue avec les syndicats? Les syndicats demandent à la direction l'ouverture immédiate de négociations en vue d'une convention collective, afin de garantir des conditions de travail dignes et respectueuses. Qu'allez-vous entreprendre auprès de la direction pour que cette négociation ait lieu? Que faites-vous concrètement pour améliorer les conditions de travail des travailleurs de bpost? Je vous remercie.
Vanessa Matz:
Merci, monsieur Legasse et madame Jacquet, pour vos questions. Comme vous l’avez rappelé, depuis ma prise de fonction, j’ai veillé à entretenir un dialogue régulier avec la direction de bpost et à maintenir un contact avec les partenaires sociaux. Chacun connaît ma disponibilité et mon attachement à un climat social apaisé. Cela étant dit – et je crois qu’il est important de le rappeler –, il n’est pas toujours simple de se situer sur la ligne de démarcation. Je respecte pleinement l’autonomie de gestion de l’entreprise, qui relève de sa responsabilité propre dans le cadre de la gouvernance des entreprises publiques autonomes. C’est évidemment là toute la difficulté: je n’ai pas à intervenir dans la gestion de l’entreprise en tant qu’entreprise publique. À l’époque, en prenant mes fonctions, j'ai suscité un dialogue de part et d’autre afin de permettre à chacun de revenir autour de la table. Cependant mon rôle doit évidemment rester extrêmement précis et mesuré. J’ai suivi la situation de près.
Comme vous le soulignez, certaines tensions sont réapparues sur le terrain, notamment dans les centres de distribution de Gosselies et de Saint-Nicolas. Comme vous l'avez rappelé, ces mouvements sociaux traduisent des inquiétudes réelles, liées aux changements organisationnels, à la charge de travail et à la perception d’un dialogue parfois difficile. Je déplore que ces tensions aient pu nuire à la relation de confiance avec les clients, mais je me réjouis qu’un retour à la concertation ait permis d’apaiser ces situations locales. Le dialogue social est un levier fondamental pour accompagner les transformations indispensables de bpost. Ces évolutions sont dictées par un environnement concurrentiel exigeant, mais elles doivent se faire dans le respect des travailleurs, de leurs conditions d’emploi et de leur bien-être.
Dans cette optique, j’encourage la direction à poursuivre une concertation approfondie à tous les niveaux de l’entreprise. Il est évident que si la situation devait perdurer et que le dialogue ne pouvait être réinstauré, je reprendrais mon rôle de médiateur, ce qui reste la seule manière légitime pour moi d’intervenir dans les difficultés sociales que connaît bpost.
Dimitri Legasse:
Madame la ministre, j'ai entendu les mots "ligne de démarcation", "médiateur", "encourager le dialogue" mais cela ne suffit pas. J'entends bien que l'entreprise est autonome mais jusqu'à quel point son autonomie va-t-elle à ce point dégrader les relations sociales? Les tenants et les aboutissants, vous les connaissez: une absence d'implication réelle des organisations syndicales, aucune marge de négociation, une approche centrée uniquement sur les objectifs financiers et sur les économies que vous leur imposez, une fausse co-construction, une gestion de l'institution publique assimilée à celle d'une PME, un manque de transparence semble-t-il important au niveau des structures du groupe et finalement un climat de pression et de dédain.
L'heure n'est plus à la médiation, madame la ministre. Il est vraiment grand temps que vous preniez plus que cela en termes d'initiative et de responsabilité pour tenter, d'une manière un peu plus pérenne, d'avoir plus qu'une médiation, de mettre un terme à ce conflit social et de faire en sorte que les uns et les autres retrouvent de la sérénité.
Je vous remercie d'avance, madame la ministre, de bien vouloir encore essayer d'en faire davantage
Farah Jacquet:
Madame la ministre, j'aurais bien voulu entendre un peu plus de proactivité de votre part. De fait, l'entreprise est autonome. Je l'ai bien compris mais ce n'est pas cette réponse-là que les travailleurs attendent. Votre réponse n'est pas à la hauteur de la situation sur le terrain. La direction se moque de la concertation sociale et, en tant que ministre de tutelle, vous pouvez agir dans ce sens. Les syndicats tirent la sonnette d'alarme depuis des mois. Comment voulez-vous que la concertation sociale fonctionne si les propositions qui visent à améliorer le bien-être des travailleurs sont à chaque fois écartées? La direction est également menaçante envers les syndicats et leur répond par exemple: "C'est comme ça!" ou "Dois-je faire appel aux sous-traitants?" Voilà ce qu'ils entendent. La direction parle aux responsables syndicaux comme à des enfants, de manière à envoyer ce message aussi à ses propres travailleurs. Ce n'est pas de cette manière que la concertation sociale doit exister ni fonctionner, encore moins dans une entreprise publique qui est censée montrer l'exemple. En tant que ministre des Entreprises publiques, vous devez écouter les revendications des syndicats, assurer le respect de la concertation et du dialogue entre interlocuteurs sociaux et garantir de bonnes conditions de travail et le maintien de l'emploi. Je vous remercie.
De onhoudbare situatie in de gevangenis van Gent door de toenemende overbevolking
De staking in de gevangenis van Gent en de aanhoudende personeelstekorten
De staking in de Gentse gevangenis naar aanleiding van dubbele shiften en ziekenhuisbewaking
Gevangenisproblemen in Gent: overbevolking, personeelstekorten en stakingen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gevangenis van Gent kampt met acute overbevolking (470 gedetineerden op 299 plaatsen, +60%) en personeelstekorten (10 VTE tekort), wat leidt tot sancties voor weigerende gedetineerden (59 rapporten in 2024, waaronder isolatie) en stakingen door overbelaste cipiers. Minister Verlinden erkent dat de noodwet geen structurele oplossing biedt en wijst op een nieuwe commissie voor een langetermijnplan, maar benadrukt dat politietaken (zoals ziekenhuisbewaking) nog steeds ten laste van cipiers vallen door capaciteitsgebrek bij de federale politie. Kritiekpunten: klachtenprocedures zijn ondoorzichtig, taakverschuivingen verergeren het tekort, en tijdelijke maatregelen (zoals versnelde aanwervingen) bieden onvoldoende soelaas. De vakbonden dreigen met nieuwe stakingen als er geen concrete verbeteringen komen.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, de overbevolking in Gent heeft intussen een kookpunt bereikt. De gevangenis heeft een capaciteit van 283 plaatsen, maar op het moment dat ik mijn vraag indiende, verbleven er meer dan 460 gedetineerden.
De gevangenisdirectie heeft blijkbaar ingegrepen. Zo zijn er stevige sancties aangekondigd voor gedetineerden die weigeren een extra matras in de cel toe te laten. Ook nieuwe gedetineerden die zelf weigeren in zo’n cel te verblijven, krijgen een straf. In een recent geval kreeg een gedetineerde vier dagen isolatie opgelegd. Andere sancties zijn het verlies van het recht op familiebezoek, een tijdelijk verbod op buitenwandelingen of de uitsluiting van buitenactiviteiten. Dat werd bevestigd door de woordvoerder van het gevangeniswezen.
Ik heb daarover een aantal vragen.
Kunt u meer toelichting geven bij de evolutie van de overbevolking sinds de ingrepen van de gevangenisdirectie? Hoeveel gedetineerden hebben sinds die ingrijpende maatregelen een sanctie gekregen? Er zijn gesanctioneerde gevangenen die beroep hebben aangetekend tegen de beslissingen van de gevangenisdirectie. Kunt u daar meer informatie over geven? Zijn er al definitieve uitspraken? Wat zijn de resultaten?
In een schriftelijke reactie verwees u naar de noodwet, naar bijkomende capaciteit op middellange termijn en naar de terugkeer van gedetineerden zonder geldige verblijfspapieren. Mevrouw de minister, we weten allebei dat dat geen oplossingen ten gronde zijn. De kritiek vanuit verschillende hoeken op de noodwet neemt bovendien aanzienlijk toe. Hoe kunt u verantwoorden dat die noodwet een oplossing zou bieden voor deze ernstige problematiek?
In Gent gaat het niet alleen om structurele overbevolking, er zijn ook problemen met het personeel. Er zijn meer bepaald ernstige personeelstekorten.
Volgens de vakbonden bedraagt het tekort ongeveer tien voltijdse krachten. Dat leidt bijvoorbeeld tot een zeer hoge werkdruk en tot veiligheidsrisico’s. Op 20 juli heeft de vakbond zijn ergernis kenbaar gemaakt aan de gevangenisdirectie en het gevangeniswezen. De boodschap werd blijkbaar niet goed begrepen, een deel van de cipiers werd nadien immers nog ingezet voor het bewaken van enkele verdachten van een schietpartij in Sint-Niklaas, wat in principe de taak is van de federale politie. Als gevolg daarvan hebben de cipiers tijdelijk het werk neergelegd uit onvrede en een stakingsaanzegging ingediend. Vervolgens vond een nieuw overleg plaats met de gevangenisdirectie. Er werden naar verluidt concrete afspraken gemaakt om het acute personeelstekort aan te pakken. Op papier werden die afspraken vastgelegd, althans volgens de vakbonden. Die afspraken bleken echter voor interpretatie vatbaar en werden in de praktijk niet meteen nageleefd. Het gevolg was dat op 17 augustus het werk gedurende 48 uur werd neergelegd, met het risico op nieuwe stakingsaanzeggingen indien er geen oplossing komt.
Daarom kreeg ik graag wat meer toelichting.
Welke concrete afspraken zijn er gemaakt met de directie en het gevangeniswezen? Waarom werden die afspraken niet nageleefd? Waarom worden er in de gevangenis van Gent cipiers ingezet voor het bewaken van verdachten van een schietpartij? Zoals ik al zei, dat is normaal gezien het werk van de federale politie. Tot slot, welke initiatieven zult u nemen om het personeelstekort in Gent – en in alle andere gevangenissen – structureel aan te pakken, zodat de werkdruk aanvaardbaar blijft en de veiligheidsrisico’s beperkt worden?
Alain Yzermans:
Ik heb ongeveer dezelfde vragen.
Wanneer we spreken over de gevangenis van Gent, waar die 48-urenstaking heeft plaatsgevonden, moeten we dat bekijken tegen de achtergrond van de overbevolking. Er zijn daar momenteel 470 gedetineerden gehuisvest terwijl er een capaciteit van 299 plaatsen is, wat neerkomt op een overbevolking van bijna 60 %. Ook het tekort van 10 personeelsleden – 178 voltijdse equivalenten op 188 voorziene functies – is nog berekend op de oude norm en niet vertaald naar de werkelijke norm.
Mijn vragen zijn grotendeels dezelfde. Hoe zult u het tekort aanpakken? Hoe verlaagt u de werkdruk? Wat wilt u doen om de veiligheid van het personeel in Gent te waarborgen?
Wat met de ziekenhuisbewaking door de politie, die afgesproken is? In de praktijk betekent dit dat er drie shiften van twee mensen nodig zijn. Dat betekent dat er 18 cipiers minder beschikbaar zijn voor de gevangenis. Wanneer zij andere taken moeten uitvoeren, creëert dat een probleem en vergroot het personeelstekort. Daarnaast kloppen sommige cipiers ook dubbele posten. Wat is het antwoord op deze acute situatie?
Annelies Verlinden:
Collega’s, het klopt dat de overbevolking in de gevangenis van Gent bijzonder zwaar weegt op zowel het personeel als de gedetineerden. Dat heeft een negatieve impact op de leef- en werkomstandigheden en op de cultuur binnen de inrichting. Bovendien zet het de samenwerking tussen alle betrokken diensten onder druk.
U verwijst specifiek naar de gevangenis van Gent, maar dezelfde uitdagingen doen zich voor in meerdere, om niet te zeggen vrijwel alle, gevangenissen in ons land. Mevrouw Dillen, wanneer een gedetineerde een celgenoot weigert, kan de directie daarop reageren met een voorlopige maatregel of een tuchtsanctie. Dat is geen nieuw fenomeen.
Ook in periodes zonder overbevolking werd een weigering beschouwd als een tuchtrechtelijke inbreuk, namelijk het niet opvolgen van instructies van het personeel, waardoor het moeilijk wordt de orde en veiligheid binnen de gevangenis te handhaven. Een gevangenisdirecteur kan bovendien geen inkomende gedetineerden weigeren. Hij is er dus toe gehouden een plaats in een cel te voorzien. De directeur tracht daarbij rekening te houden met diverse factoren, zoals taal, roker of niet-roker, nationaliteit en andere individuele bezorgdheden.
Gezien de overbevolking is het aantal beschikbare plaatsen beperkt. Indien de gevangenisdirectie niet zou reageren op dergelijke weigeringen, wordt de situatie in de gevangenis onbeheersbaar en kan de veiligheid niet langer gegarandeerd worden. Van januari tot eind augustus van dit jaar werden 59 rapporten aan de directeur opgesteld wegens het weigeren van een celgenoot of het weigeren om bij een andere persoon op cel te gaan.
Bij zo'n weigering wordt altijd eerst naar een oplossing gezocht, maar als de gedetineerde blijft weigeren, volgt conform de basiswet een tuchtsanctie. Die sanctie kan onder meer een afzondering in de toegewezen verblijfsruimte omvatten of zelfs het verblijf in een veiligheidscel. Conform de wettelijke bepalingen inzake tucht wordt vervolgens op de tuchtrechtelijke hoorzitting een individuele sanctie bepaald. De houding van de gedetineerde speelt daarbij een rol, evenals het al dan niet akkoord gaan met het plaatsen van een medegedetineerde op cel.
Ik verneem dat er doorgaans wordt gereageerd met een effectieve straf of een voorwaardelijke sanctie, onder meer in de vorm van een toegewezen verblijfsruimte. Sommige gedetineerden dienen tegen deze beslissing een klacht in bij de klachtencommissie. Het register inzake de klachtenregistratie is onvoldoende gedetailleerd om uit te maken hoeveel gedetineerden een klacht indienen tegen een tuchtsanctie wegens het weigeren van een mutatie of een medegedetineerde op cel.
Wat de klachtenrechtspraak betreft, verwijs ik naar de databank op de website van de Centrale Toezichtsraad, onder wiens bevoegdheid de klachtencommissies vallen. Daaruit blijkt dat sommige klachten gegrond en andere ongegrond worden verklaard, rekening houdend met meerdere factoren en omstandigheden die individueel worden beoordeeld en in beschouwing genomen.
De noodwet is op 4 augustus in werking getreden. De impact ervan wordt gemonitord, maar we moeten daarbij realistisch blijven. De noodwet zal de overbevolking niet automatisch oplossen. Dat is trouwens nooit de insteek geweest. Het doel was in de eerste plaats om straffeloosheid tegen te gaan. Bovendien is de gevangenis van Gent niet alleen een strafhuis, maar ook een arresthuis. De noodwet heeft als zodanig geen impact op de instroom en aanwezigheid van beklaagden, noch op het grote aantal geïnterneerden.
Voor een holistische en langetermijnaanpak van de overbevolking werd op 20 augustus een commissie opgericht om met de federale actoren van justitie een plan uit te werken voor een duurzame oplossing, waarbij de hele strafrechtketen tegen het licht moet worden gehouden. Het plan moet evidencebased zijn en voorstellen bevatten die de gehele keten van opsporing en vervolging tot straftoemeting en uitvoering in aanmerking nemen. De commissie is begin september gestart met haar werkzaamheden en dient zowel tussentijdse rapporten als een eindrapport af te leveren.
Het personeelstekort en de overbevolking zorgen voor een zware werkdruk bij het personeel. Ik ben me daar terdege van bewust. Collega Yzermans, u stelt terecht de vraag waarom de ziekenhuisbewaking door gevangenispersoneel moet worden uitgevoerd. De wet op het politieambt bepaalt immers dat de politiediensten in principe instaan voor de overbrenging en bewaking van gedetineerden buiten de gevangenis. De federale politie kan die taken pas volledig overnemen zodra ze over voldoende capaciteit beschikt.
Tot die tijd blijven die opdrachten onder de verantwoordelijkheid van het DG EPI. Intussen voert de politie wel al beperkte testfases uit, maar die zijn beperkt in tijd en ruimte. Ik blijf er bij mijn collega voor Binnenlandse Zaken op aandringen om werk te maken van de nodige versterking van de Directie beveiliging (DAB), zodat de politie de wettelijke opdrachten kan uitvoeren.
Om de doorlooptijden van de aanwervingsprocedures te verkorten, wordt de fastlaneprocedure toegepast voor de gevangenis van Gent. Daardoor worden vacatures permanent opengesteld. De schaarste op de arbeidsmarkt maakt de invulling echter moeilijk. We zetten wel extra middelen in om de rekruteringsdienst te versterken, meer selectieprocedures te organiseren en onze employer branding te verbeteren.
Bij een onvolledige personeelsbezetting wordt op dagbasis de werkorganisatie en dagplanning geëvalueerd. Zo nodig worden, met respect voor de basiswet en de veiligheid van het personeel, maatregelen genomen om de werking aan te passen. Het kan daarbij gaan om organisatorische maatregelen, aanpassingen in het dagschema of aanpassingen in het activiteitenschema voor de gedetineerden.
Marijke Dillen:
Dank u voor uw uitvoerige antwoord, mevrouw de minister.
Ik heb nog twee opmerkingen. Ten eerste, wat het klachtenregister betreft, noteer ik dat de uitspraken onvoldoende gemotiveerd zijn om te kunnen vaststellen op welke basis klachten worden ingediend. Het zou echter niet moeilijk zijn om dat te verbeteren. Het zou nuttig zijn om ter zake een initiatief te nemen. Ik denk niet dat dit heel veel werk voor het betrokken personeel met zich meebrengt.
Ten tweede, ik durf aan te dringen op continu overleg met de minister van Binnenlandse Zaken om ervoor te zorgen dat het bewaken van gedetineerden in een ziekenhuis niet langer op de schouders van de cipiers terechtkomt. Zoals collega Yzermans heeft berekend, zijn er 3 shiften per 24 uur nodig, waardoor veel capaciteit van de cipiers verloren gaat. Dat moet dringend opgelost worden.
Alain Yzermans:
Mijn conclusie is dezelfde: schoenmaker blijf bij je leest. Die taken moeten goed worden bewaakt, anders ontstaat een pervers effect. Enerzijds groeit de overbevolking nog, ook in Gent, anderzijds worden taken toebedeeld waarvoor andere instanties bevoegd zijn. Dat zal de druk op de tewerkstelling en op de cipiers daar alleen maar vergroten. Ik hoorde wel de goede boodschap over de versterking van de DAB.
De staking in de gevangenis van Haren
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 17 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De prison van Haren kampt met extreme onderbezetting (100 vacatures, 14 ontslagen), veiligheidsrisico’s (agressie, overbevolking) en onrustig personeel dat om bescherming (kogelvrije vesten, wapens) en versterking vraagt via een noodkreet-staking. Minister Verlinden wijst wapens af (kiest voor "dynamische veiligheid" via dialoog en interventieteams), belooft nieuwe aanwervingen (30+ kandidaten in pijplijn via Fastlane) en herhaalt dat klachten bij het parket moeten, maar beslissingen daarover buiten haar bevoegdheid vallen. Structurele oplossingen (kaderversterking) blijven vaag, terwijl de crisis escalatie dreigt door slechte werkomstandigheden. De minister ontkent geen urgentie, maar concrete maatregelen blijven beperkt tot lopende wervingsprocedures.
François De Smet:
Je vous ai déjà interrogée à plusieurs reprises sur la situation à la prison de Haren,
Dès le début de votre prise de fonction, vous avez été confrontée à des agressions à l’égard des membres du personnel, qui est depuis sous tension et qui travaille dans des conditions désastreuses.
Vous n’êtes pas sans savoir que les agents réclament cependant davantage de protection, par exemple être muni de gilets pare balle ou de bâtons télescopiques ainsi que de formation, notamment en matière de secourisme, sans parler de renforts au cadre: lors de la toute récente grève en août dernier, les syndicats ont mis en évidence le fait qu’il manque pas moins de 100 équivalents temps plein à la prison de Haren et, que sur les deux derniers mois, il y a eu 14 démissions de membres du personnel.
La prison de Haren prend des allures de volcan sous la menace d’une éruption soudaine, tant les paramètres sont rouges, sans parler de la surpopulation carcérale. On peut partager le point de vue exprimé par les syndicats selon lequel cette grève constitue un appel au secours.
En conséquence, Madame la Ministre peut-elle me faire savoir:
Si elle a reçu les représentants du personnel suite à cette interruption de travail? Si dans l’affirmative, des mesures conjoncturelles puis structurelles de remplissage du cadre sont prochainement prévues? Ce qu’il en est des revendications du personnel en termes de protection de leur intégrité physique en cas d’agressions de détenus? Si les poursuites en cas d’agression sont toujours diligentées par le parquet dès lors qu’il en est informé?
Annelies Verlinden:
En effet, monsieur De Smet, la situation à la prison de Haren est régulièrement abordée au sein du comité supérieur de concertation. Au niveau néerlandophone, une procédure de sélection continue via Fastlane est en cours afin de pourvoir les postes vacants d'accompagnateurs de détention à Haren. Au niveau francophone, une procédure a été lancée à la mi-mars 2025.
Plus de 30 lauréats sont actuellement en attente d'une entrée en fonction et leurs dossiers sont en cours de préparation. Nous prévoyons donc de nouvelles entrées en fonction dans les semaines et les mois à venir. À cet égard, le personnel de Haren est traité de la même manière que celui des autres établissements.
Nous n'approuvons pas l'idée de doter les agents d'armes et d'équipements de protection physique. En revanche, nous encourageons dans l'ensemble de nos établissements la sécurité dynamique basée sur le dialogue, le respect et la clarté des procédures afin de maintenir un climat social humain. Il existe une équipe d'intervention qui est sollicitée lorsqu'une approche plus sécuritaire est nécessaire lors d'un incident ou pour prévenir un incident.
Nous conseillons vivement aux membres du personnel victimes d'un incident de porter plainte. Il appartient ensuite au parquet de décider des poursuites. La direction informe également les autorités judiciaires, conformément à l'article 29 du Code d'instruction criminelle. L'opportunité des poursuites relève évidemment de la compétence du parquet.
François De Smet:
Je remercie Mme la ministre.
De geplande treinstaking
De stakingsaanzegging van de spoorbonden ASTB en OVS
De staking van NMBS-personeel
Geplande treinstaking en spoorbondacties bij NMBS
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
VB
Frank Troosters
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 16 september 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het mislukte sociaal voorakkoord (afgewezen door 99% ACOD- en 57% ACV-leden) leidde tot nieuwe stakingsdreiging door kleinere bonden (ASTB/OVS), maar hun aanzegging voor september werd niet-ontvankelijk verklaard en juridisch geblokkeerd. Minister Crucke onderhandelt nu opnieuw met grote bonden (exclusief pensioenkwesties) en hoopt op een snel akkoord in discrete sfeer, met garantie geen stakingen tijdens overleg, maar waarschuwt dat elke nieuwe aanzegging streng wordt beoordeeld op ontvankelijkheid. Treinreizigers bleven tot nu gespaard van stakingen, maar kleine bonden (met veel treinbestuurders) behouden grote impactpotentie, terwijl het geduld van grote bonden beperkt is—Troosters dringt aan op snelle oplossing om sociale onrust en vervoerschaos te voorkomen. De minister benadrukt langetermijnvisie: versterking spoorsector via sociaal overleg, modernisering en voorbereiding op post-2032, maar concrete inhoud nieuwe afspraken blijft onduidelijk.
Voorzitter:
De dames De Knop en Schlitz zijn niet aanwezig.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Eind april kondigde de minister trots een sociaal voorakkoord aan dat hij had bereikt met de grote spoorvakbonden. Nauwelijks een maand later bleek van dit akkoord niet veel in huis te komen: 99 procent van de leden van spoorbond ACOD en 57 procent van de leden van het ACV stemden het akkoord weg.
Volgens de minister zou er echter verder onderhandeld worden. Intussen zouden er geen nieuwe stakingen gehouden worden.
Uit onvrede met de aangekondigde sociale maatregelen van de Arizona-regering hebben de spoorbonden ASTB en OVS echter een stakingsaanzegging ingediend voor de tweede week van september. HR Rail verwierp echter deze aanzegging, waarna spoorbond ASTB naar de rechtbank trok. Het beticht HR Rail het stakingsrecht te schenden.
Wat is de stand van zaken betreffende het overleg van de minister met de spoorvakbonden? Is er een nieuw akkoord in de maak? Zo ja, tegen wanneer zal dit het geval zijn en wat zijn de inhoudelijke elementen van dat akkoord? Verwacht de minister deze keer de goedkeuring van de leden van de spoorvakbonden te krijgen over het nieuwe akkoord? Zo neen, wat zijn de redenen voor het uitblijven van een nieuw akkoord?
Heeft de minister garanties dat er geen nieuwe spoorstakingen zullen gehouden worden zolang de besprekingen voor het afsluiten van een nieuw akkoord lopende zijn?
Welke initiatieven zal u nemen om nieuwe spoorstakingen te vermijden indien er geen nieuw akkoord gevonden wordt?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Troosters, de stakingsaanzegging voor de periode van 7 tot 13 september van ASTB-SACT werd ingegeven door de ontevredenheid over de pensioenhervorming en was niet ontvankelijk. Ik ben zelf voorstander van het stakingsrecht, maar men mag niet overdrijven. Dat heb ik ook aan de vakbond gezegd. Het gaat trouwens vooral om twee kleinere vakbonden. Zoals ik in De Zondag zei, indien men wederom wil staken, zal men langs de rechter moeten passeren, want we zullen dat niet meer toelaten. Ik stel vast dat er sindsdien geen staking meer is geweest. Op het moment is er ook geen enkele stakingsaanzegging, dus ik wil optimistisch blijven.
De gewaarborgde minimale dienstverlening is een evenwicht tussen de naleving van de vakbondsrechten en de continuïteit van de dienstverlening van de spoorwegen. Zij waarborgt de juridische bescherming van de vakbond in het kader van stakingen en manifestaties.
Ik heb met het gemeenschappelijk front van de grote vakbonden afgesproken dat er geen stakingen zullen zijn tegen het beleid, zolang de onderhandelingen lopen. Ik verduidelijk dat elke aanzegging die wordt ingediend, grondig zal worden geanalyseerd om de ontvankelijkheid te evalueren, gelet op de geldende criteria. Wanneer blijkt dat er een probleem is, zal de aanzegging worden afgekeurd. De spoorwegen kunnen zo zorgen voor aangepast vervoer in geval van staking, volgens de beschikbare menselijke middelen, om de rechten van de gebruikers te beschermen zonder dat zij moeten opvorderen.
De onderhandelingen tussen de minister van Pensioenen en de vakbond over de pensioenhervorming zijn momenteel volop aan de gang op het niveau van Comité A. Ik wil in dat kader toch een onderscheid maken tussen het overleg over de pensioenmaatregelen en het overleg dat ik zelf heb opgestart met de vakbond, dat uitsluitend betrekking heeft op materies die onder mijn bevoegdheden vallen. De afspraken die daaruit voortvloeien, hebben dan ook alleen betrekking op mijn domein.
Le préaccord d'avril n'était pas encore un accord définitif. Il devait d'abord être approuvé par les parties prenantes. Cela ne s'est pas produit. C'est pourquoi nous continuons à chercher une solution acceptable pour toutes les parties. Nous avons en effet relancé ces négociations. Je compte également sur la bonne volonté de toutes les parties pour être en mesure de parvenir à un accord – et ce, le plus rapidement possible. Les négociations se poursuivent avec les principaux syndicats. Nous préférons un dialogue constructif qui se déroule dans un climat serein. C'est également le souhait des syndicats concernés. Les négociations ne peuvent être fructueuses que si elles se déroulent dans la discrétion.
Depuis le début de la législature, les démarches de concertation engagées avec les acteurs du secteur visent à renforcer la résilience de l'industrie ferroviaire et à soutenir le personnel des chemins de fer belges. Cette approche s'inscrit pleinement dans notre volonté de réussir un shift modal, en garantissant que le rail dispose des moyens humains et organisationnels nécessaires pour relever le défi d'une mobilité durable que nous soutenons. Le dialogue social, la modernisation des outils de gestion et l'adaptation des cadres réglementaires constituent autant de leviers mobilisés pour assurer une transition efficace et équitable avant de préparer l'après 2032.
Frank Troosters:
Monsieur le ministre, merci beaucoup pour votre réponse.
Ik ben vooral bezorgd over de treinreizigers. Zij hebben het afgelopen jaar al een recordaantal stakingsdagen moeten ondergaan. U onderhandelt al geruime tijd en u weet dat er geen akkoord is, zolang de tekst niet is goedgekeurd door de achterban van de drie grote vakbonden. U hebt dat al eens kunnen ervaren.
Ik hoop dat er snel een akkoord wordt bereikt, want ik denk niet dat het geduld van de grote vakbonden eindeloos is of dat ze eindeloos zullen blijven onderhandelen. Intussen zijn er geen stakingen, wat voor alle duidelijkheid zeer positief is. Ik hoop dus dat er daadwerkelijk een resultaat kan worden geboekt.
Ik wil u er ook voor waarschuwen dat de andere twee vakbonden, die u hier als kleinere vakbonden benoemt, in het verleden stakingen hebben georganiseerd die een zeer grote impact hadden, gezien de aanzienlijke aanwezigheid van treinbestuurders in hun ledenbestand. Ik zou daar dus voorzichtig mee willen omgaan. Hopelijk komt het snel tot akkoorden en blijft de sociale onrust de treinreizigers vooral bespaard. Daarop dring ik aan.
Voorzitter:
De heer Cornillie is niet aanwezig voor zijn vraag nr. 56007478C.
De nationale actiedag van 25 juni op Brussels Airport
De staking op Brussels Airport
De staking op Brussels Airport
Stakingen en acties op Brussels Airport
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 9 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De vakbondsstakingen tegen regeringsbeleid (niet luchtvaartspecifiek) legden Brussels Airport tweemaal plat (25 juni en 31 maart), met 244-251 geannuleerde vluchten per dag, 60.000 getroffen passagiers en een economische schade van €25 miljoen per stakingsdag – plus extra verliezen door de inschepingstaks (€3 miljoen). Minister Crucke benadrukte dat veiligheid primeert en dat minimale dienstverlening (noodlandingen, beperkte screening) wel gegarandeerd bleef, maar wees structurele oplossingen af omdat de stakingen federaal beleid raken en niet sector-specifiek zijn, hoewel hij openstaat voor overleg. Kritiekpunten: gebrek aan compensatie voor passagiers/maatschappijen, ontbreken van een Europees geïnspireerd noodplan en de dreigende cumulatieve schade (stakingen + belastingen) die de concurrentiepositie van de luchthaven ondermijnt.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen.
De vakbonden komen 25 juni opnieuw op straat tegen het beleid van regering De Wever. Omdat door deze actiedag de veiligheid niet gegarandeerd kan worden, zullen er geen passagiersvluchten die dag vertrekken. Ook sommige aankomende passagiersvluchten zullen hinder ondervinden.
Hieromtrent volgende vragen aan de minister:
1. Zal u met de vakbonden samenzitten om deze nationale actiedag te bespreken?
Indien niet, waarom niet?
Indien wel, zal u hen aanmoedigen om toch voor een minimale dienstverlening te zorgen?
2. Welke maatregelen kan u treffen dat bij toekomstige actiedagen er toch een minimum aan dienstverlening is?
3. Zullen er schadevergoedingen of compensaties worden uitgedeeld?
Mijn schriftelijke vraag nr. 188 werd tot op heden nog niet beantwoord.
Op maandag 31 maart zullen de vakbonden tegen de hervormingsplannen van de regering staken. Voor Brussels Airport betekent dit dat de afhandelaars en veiligheidspersoneel het werk neerleggen, waardoor alle vertrekkende vluchten worden geschrapt en aankomende vluchten hinder kunnen ondervinden. Dit geldt ook voor het openbaar vervoer van en naar de luchthaven. Helaas moeten we vaststellen dat het al de tweede keer is dit jaar dat men vluchten moet schrappen. In februari ging het nog om zo een 430 vluchten en op 31 maart zal het om ongeveer 244 vluchten gaan.
Hieromtrent volgende vragen aan de minister:
Hoeveel economische schade wordt verwacht door het schrappen van 244 vluchten, gezien Brussels Airport een van de economische motoren is van Vlaanderen?
Welke stappen zal u ondernemen om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden? Zal u met de vakbonden gaan praten of heeft u al met hen gesproken en wat waren de resultaten van dat gesprek? Heeft er al een bemiddeling plaatsgevonden tussen alle betrokken partijen? Zo ja, wat waren de resultaten of de conclusies van deze gesprekken?
Zijn er plannen om minimumbediening of een noodplan in te voeren zodat Brussels Airport niet volledig stilvalt bij stakingen?
Hoe verhoudt de situatie in België zich tot andere Europese luchthavens waar stakingen ook voorkomen? Kunnen we leren van hun aanpak?
Wat betreft de hervormingsplannen, hoe situeren uw maatregelen zich met de huidige maatregelen in de luchthavens van onze buurlanden?
Bert Wollants:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijke voorbereiding.
Geachte minister, op 25 juni zal geen enkele vlucht vertrekken vanaf Brussels Airport. De reden daarvoor is dat door de vakbondsacties de veiligheid niet kan worden gegarandeerd en omdat lange wachtrijen dienen te worden vermeden. Dat heeft natuurlijk een enorme impact en heel wat economische schade als gevolg. Bovendien worden zo heel wat passagiers de dupe van de acties die de vakbonden in het leven roepen tegen hervormingen waarvan iedereen weet dat ze noodzakelijk zijn.
De vraag is dan ook hoe u als minister kijkt naar deze acties, de gevolgen voor de reizigers en de luchthaven zelf en de economische schade die hieruit ook verder komt.
Concreet:
1) Welke impact op de luchthaven wordt verwacht door de verschillende acties?
2) Wat is de economische schade die verwacht wordt van deze acties?
3) Wat is de impact op de reizigers, hoeveel vluchten worden er uiteindelijk geschrapt?
4) Wat zijn de belangrijkste verzuchtingen van de vakbonden op het vlak van de luchtvaartsector?
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer Wollants, mevrouw Huybrechts, ik wil graag verduidelijken dat de acties op de luchthaven waarnaar u verwees rechtstreeks te maken hebben met de nationale vakbondsacties en niet met de sociale onrust binnen de luchtvaartsector.
De laatste maanden kregen Brussels Airport en de luchtvaartmaatschappijen al vier keer te maken met de gevolgen van nationale vakbondsacties, die tegen de plannen van de federale regering gericht waren. Brussels Airport is een privéonderneming die over plaatsen voor overleg beschikt. Bijgevolg zal ik dat raadgevend orgaan niet vervangen.
Mijnheer Wollants, het gedeelte van uw vraag over de effecten van de stijging van de inschepingstaks is een kwestie van fiscale aard. Die taks werd immers door de FOD Financiën opgesteld op basis van fiscale prognoses, waarover ik niet beschik. De minister van Financiën beschikt ongetwijfeld over die prognoses. U kunt uw vraag dus aan hem richten.
Mevrouw Huybrechts, door de staking mochten op 31 maart 2025 alleen vliegtuigen met passagiers landen. Vertrekkende vluchten vonden zonder passagiers plaats, omdat BAC wegens de staking de nodige bemanning voor de security screening niet kon garanderen. Daarom werd vooraf proactief aan de luchtvaartmaatschappijen gevraagd om de vluchten te annuleren. BAC wilde vermijden dat er duizenden passagiers op de luchthaven zouden zijn die pas op het laatste moment zouden vernemen dat zij niet konden vertrekken, wat tot onveilige situaties had kunnen leiden.
Op de dag van de staking, maandag 31 maart 2025, registreerde de luchthaven een daling van 100 % in het aantal vertrekkende passagiers en een daling van 68 % van het aantal aankomende passagiers. Van al die passagiers kon slechts een klein percentage in de dagen ervoor of erna worden gecompenseerd. Voor vertrekkende passagiers werd een stijging van 9 % genoteerd op 30 maart en 5 % op 1 april. Voor aankomende passagiers ging het om een stijging van respectievelijk 10 % op 30 maart en 7 % op 1 april.
De rest betreft volledig verloren inkomsten. Ook voor cargovluchten is er een duidelijke daling met ongeveer 50 %.
Het personeel dat nodig was om de luchthaven operationeel te houden, bijvoorbeeld om een noodlanding af te handelen, was aanwezig. Er was bovendien een minimumbezetting voor de stafscreening, zodat alle veiligheidsprotocollen gegarandeerd konden blijven. Recent heeft in de Performance Review Commission (PRC) van Eurocontrol een uitwisseling over dit onderwerp met andere luchthavens plaatsgevonden. De aanpak van alle luchthavens is ongeveer gelijk.
We proberen zo goed mogelijk te anticiperen op welke diensten getroffen zullen worden en welk activiteitenniveau in alle veiligheid mogelijk is. We nemen vervolgens proactief beslissingen om de impact op de dag zelf zoveel mogelijk te beperken.
De nationale stakingsdag van 25 juni, aan het begin van het drukke zomerseizoen, had een impact op alle luchtvaartmaatschappijen die actief zijn op de luchthaven. De totale economische impact van de recente stakingen wordt geraamd op 25 miljoen euro per stakingsdag. Ook voor de luchtvaartsector en zijn klanten is de economische impact aanzienlijk. Op 25 juni werden de luchthaven, de luchtvaartmaatschappijen en hun passagiers nogmaals hard getroffen door de nationale stakingsdag, hoewel die acties niets te maken hadden met de specifieke eisen van de luchtvaartsector.
Wat de impact op de reizigers betreft, werden 251 vertrekkende vluchten en ongeveer 170 van de eerder geplande 268 aankomsten geannuleerd. Het ging om bijna 60.000 passagiers – 37.600 vertrekkende en 20.000 aankomende passagiers.
Mevrouw en mijnheer de volksvertegenwoordigers, zoals ik ook heb toegelicht met betrekking tot de spoorwegsector, staat mijn deur altijd open voor overleg. Ook al houden nationale stakingsdagen niet rechtstreeks verband met mijn bevoegdheden inzake mobiliteit, maar wel met die van de hele regering, ik zal blijven zoeken naar een evenwicht tussen het stakingsrecht, de veiligheid en de economische impact.
Britt Huybrechts:
Dank u wel, mijnheer de minister. Uw antwoorden waren zeer uitgebreid. Het is inderdaad belangrijk dat we de luchthavens, ook al zijn het privéondernemingen, blijven aanmoedigen om, ondanks een staking waarop het personeel volledig recht heeft, in te zetten op een minimale dienstverlening. De gewone passagier, de doorsnee Vlaming die zijn reis wil aanvatten, mag immers niet getroffen worden door hun eisen. Een minimale dienstverlening blijft dus essentieel.
Tot slot zien we dat ze daar zware verliezen bij lijden. U zegt dat er in juni 25 miljoen euro aan economische impact was. Dat is bijzonder veel. Daarbovenop komt nog de inschepingstaks, die hen naar schatting ongeveer 3 miljoen euro zal kosten. Dan denk ik dat we de komende tijd nog veel zullen horen van de luchtvaartmaatschappijen. Ik wil zelfs niet weten hoeveel ze deze zomer nog zullen verliezen door de grote economische impact van zowel de stakingen als de inschepingstaks.
Bert Wollants:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Uiteraard heeft niemand er baat bij wanneer er wordt gestaakt op de luchthaven. We weten immers dat dit een enorme impact kan hebben. We kennen ook allemaal de geschiedenis van de luchthaven en hoe die stakingsbereidheid destijds voor sommige luchtvaartmaatschappijen een doorslaggevende factor was om failliet te gaan. We kennen die geschiedenis, maar we moeten daar in elk geval waakzaam voor blijven. Uw opmerking over de inschepingstaks verraste me enigszins, want in mijn schriftelijke vraag stond daar niets over vermeld. Maar goed, ik neem de opmerking mee.
De nationale stakingsactie tegen de noodzakelijke sociale hervormingen van de arizonaregering
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke bevestigt informeel overleg met sociale partners over hervormingen voor langdurig zieke ambtenaren, maar nog geen formele voorstellen, aangezien meerdere bevoegde ministers (Volksgezondheid, Ambtenarenzaken, Werk, Pensioenen) moeten samenwerken voor domeinoverschrijdende wetswijzigingen. Hij benadrukt dat protesten de hervormingen niet mogen vertragen, ondanks weerstand uit de sector. Demesmaeker (N-VA) dringt aan op constructieve alternatieven van sociale partners, die volgens haar nu vooral tegenstand bieden zonder concrete voorstellen, maar verwelkomt de lopende gesprekken als een nodige eerste stap. De kern blijft: activatie van langdurig zieken vereist coördinatie tussen beleidsdomeinen.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, deze vraag is al een tijdje hangende en dus wat gedateerd, maar ze geldt eigenlijk voor alle stakingsacties die misschien nog zouden komen.
Op dinsdag 20 juni vond een stakingsactie plaats in de sector van de openbare diensten.
Welke overlegmomenten hebt u gehad met de sociale partners voorafgaand aan die staking? Wat werd er toen precies besproken? Welke argumenten geven de sociale partners vandaag nog tegen de hervormingen? Welke alternatieven hebben ze zelf voorgesteld om langdurig zieken opnieuw te activeren?
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Demesmaeker, het is toch nog enigszins prematuur om nu al op uw vraag te antwoorden, aangezien we nog in overleg zijn met mijn collega’s om ook binnen de openbare diensten de nodige hervormingen door te voeren inzake de opvolging van langdurig zieke ambtenaren.
U vroeg of er overleg is geweest. Informeel is er inderdaad al overleg geweest met de sociale partners van de openbare diensten, maar we hebben hun nog geen formele voorstellen voorgelegd.
U weet dat ik als minister van Volksgezondheid bevoegd ben voor Medex, dat instaat voor de ziektecontroles en de medische expertises bij de evaluatie van de arbeidsongeschiktheid van federale ambtenaren. De minister van Ambtenarenzaken is bevoegd voor het statuut van het federaal openbaar ambt, de minister van Werk voor welzijn op het werk, waaronder de re-integratietrajecten, en de minister van Pensioenen voor het ziektepensioen. Als we beleid willen voeren, moeten we dus op al die domeinen actie ondernemen en ook wetswijzigingen doorvoeren.
U stelt dat ik ondanks het protest moet doorzetten. Ik denk inderdaad dat we in alle sectoren overleg moeten plegen, ook in andere sectoren. Het protest mag ons er niet toe brengen om hervormingen uit te stellen. U zult het met mij eens zijn dat dat voor alle sectoren geldt.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, u antwoordt dat u de kwestie ter harte neemt en dat de gesprekken al lopen, zij het informeel. Dat stemt mij gelukkig. Ter zake kunnen immers stappen vooruit worden gezet.
U hebt het over "alle domeinen". Er zal effectief op alle domeinen vooruitgang moeten worden geboekt. Een en ander zal ook over de domeinen heen moeten worden besproken. Ik ben dan ook blij te horen dat de gesprekken doorgaan.
Op de uitkomst van die gesprekken zal ik nog moeten wachten. Ik hoop vooral dat er ook van de kant van de sociale partners constructieve voorstellen komen. Soms heb ik het gevoel dat men zich vooral anti opstelt, dus tegen de hervormingen, en dat de constructieve voorstellen uitblijven.
Voorzitter:
Les questions n os 56005212C, 56005213C et 56005214C de Mme Irina De Knop tombent, puisqu’elle est absente. La question n° 56005223C de M. Axel Ronse est supprimée par son auteur.
De financiering van de artsensyndicaten
De maatregelen in verband met de conventionering en het maximumplafond voor supplementen
Het voorontwerp van kaderwet
De staking van de zorgverstrekkers op 7 juli
De artsenstaking van maandag 7 juli en het alarmsignaal uit de zorgsector
De kaderwet
De artsenstaking op 7 juli
De artsenstaking
De artsenstaking
Financiering, regelgeving en stakingen in de zorgsector
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De hervorming van de gezondheidszorg, met name de kaderwet rond ereloonsupplementen, conventies en ziekenhuisfinanciering, stuit op massaal verzet van artsen en zorgsectoren door gebrek aan vertrouwen, transparantie en concrete oplossingen. Minister Vandenbroucke benadrukt overleg (10 aanpassingspunten, uitstel tot 2028, behoud partiële conventionering) en ontkent haastwerk, maar oppositie en regeringspartners betwijfelen de effectiviteit, wijzen op oneerlijke regionale verschillen (Vlaamse vs. Waalse/Brusselse ziekenhuizen) en dreigende tweedeling in de zorg door premieafhankelijkheid en supplementplafonds. Financieringsbronnen (600-800 miljoen euro aan supplementen), indexatie van lonen en de rol van verzekeraars blijven onduidelijk, terwijl de sector eist dat hervormingen (nomenclatuur, ziekenhuisfinanciering) integraal en gelijktijdig worden aangepakt—niet gefragmenteerd. De diepe malaise (stakingen, administratieve overlast, onderfinanciering) onderstreept dat politiek wantrouwen en ideologische tegenstellingen elke vooruitgang blokkeren.
Dominiek Sneppe:
Mevrouw de voorzitster, ik zal mijn drie vragen over dit onderwerp bundelen.
Mijnheer de minister, vorige week stelden wij u nog vragen over de stand van zaken van de hervormingswet, de zogenaamde kaderwet waar zoveel om te doen is. U antwoordt daarop echter telkens met hetzelfde riedeltje, namelijk dat u nog steeds in overleg bent, wat overleg ook moge betekenen in uw ogen. Uiteraard stellen wij ons heel veel vragen bij wat u precies begrijpt onder overleg.
Ondertussen vernamen wij dat er in de ministerraad reeds een eerste lezing zou zijn geweest van de ongewijzigde wet. Hoewel bepaalde regeringsleden enkele aanpassingen gevraagd hebben, gaat u er met enkel loze beloften toch mee door.
Klopt het dat u een ongewijzigd document hebt voorgelegd voor de eerste lezing? Als dat klopt, werd het document ook goedgekeurd? Klopt het dat bepaalde regeringsleden aanpassingen gevraagd hebben, maar dat er slechts loze beloften zijn en u de wet dus niet concreet hebt aangepast? Wat zijn de door bepaalde regeringspartijen gevraagde aanpassingen?
Werd het communautaire aspect van de maatregelen in de wet besproken? Vlaamse ziekenhuizen en artsen doen het op het vlak van ereloonsupplementen immers nu al veel beter dan de Waalse. Volgens uw overgangsmaatregelen zouden zij dus worden benadeeld.
Werd het punt van de gedeeltelijke conventiestatus aangekaart? Door het verbod op gedeeltelijke conventionering zullen immers heel wat artsen-specialisten de ziekenhuizen verlaten en evolueren we verder naar een geneeskunde met twee snelheden.
Zult u de passage over het afnemen van het RIZIV-nummer om andere redenen dan handhaving schrappen of op zijn minst aanpassen? Zult u de gevallen waarin het eventueel wel zou kunnen heel concreet in de wet opnemen?
Wat is de stand van zaken van het overleg met de getroffen zorgsectoren?
Een andere vraag betreft de financiering van de artsensyndicaten. In deze wet kondigt u ook aan dat de financiering van de artsensyndicaten voortaan afhankelijk zal worden gemaakt van de conventiegraad. Dit betekent dat de werkingsmiddelen van deze syndicaten, die essentieel zijn voor de vertegenwoordiging van artsen, gekoppeld zullen worden aan het percentage artsen dat zich conformeert aan de conventietarieven. Deze maatregel roept natuurlijk vragen op over de onafhankelijkheid van de artsensyndicaten en de vrije keuze van artsen om al dan niet toe te treden tot de conventie.
Hoe waarborgt u in dit kader de onafhankelijkheid van de artsensyndicaten en de vrije keuze van artsen om al dan niet tot de conventie toe te treden? Bent u niet bezorgd dat deze maatregel het overlegmodel volledig zal ondermijnen en zal leiden tot een verminderde representatie van gedeconventioneerde artsen binnen dat overlegmodel?
Verder heb ik nog een vraag over de artsenstaking zelf. Gisteren, maandag 7 juli, legden honderden, zoniet duizenden artsen en zorgverleners het werk neer uit protest tegen uw huidige gezondheidsbeleid. Deze staking is geen geïsoleerde actie, maar veeleer een symptoom van een diepere malaise, met administratieve overlast, onderfinanciering, personeelstekorten en bovenal een groeiende frustratie over uw gebrek aan politieke visie en respect voor de medische beroepen. De artsen geven aan dat ze zich overbevraagd en ondergewaardeerd voelen en alsmaar vaker verhinderd worden hun werk degelijk uit te voeren. Bovendien maken ze zich zorgen over de toenemende politieke inmenging en ideologische dwang in de gezondheidszorg.
Hoe interpreteert u dit duidelijke signaal van de artsen? Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om tegemoet te komen aan hun verzuchtingen en om een nieuwe – of nog grotere – crisis in de zorg te vermijden? Hoe zult u voorkomen dat patiënten de dupe worden van zwaardere acties uit het veld? Bent u bereid om opnieuw met de sector rond de tafel te gaan zitten – zonder vooraf opgelegde ideologische filters – en eindelijk écht te luisteren naar hun opmerkingen en aanbevelingen? U zegt wel dat u opkomt voor de patiënten, maar hoe zult u daadwerkelijk voorkomen dat zij daar de dupe van worden?
Irina De Knop:
De artsen hebben gisteren voor het eerst in meer dan 25 jaar gestaakt. Ik wil het eerder een actie noemen, want uiteindelijk hebben heel wat artsen wel degelijk gewerkt. Via allerlei acties hebben zij echter hun ongenoegen geuit. Zoals we in de pers konden vernemen, was er een grote bereidheid daartoe.
Ik zal niet alles herhalen wat collega Sneppe al zei, maar we merken inderdaad dat er een diepe malaise heerst in de gezondheidszorg. Zorgverleners geven duidelijk aan dat zij niet altijd met het nodige respect behandeld worden. Mijnheer de minister, u geeft aan dat u grondig in overleg wilt gaan met de sector, maar in de sector zelf wordt daar toch anders naar gekeken.
In de vraag die ik hierover enige tijd geleden heb voorbereid, ligt de focus op de conventionering en op de maximumtarieven die worden opgelegd met betrekking tot de supplementen.
Kunt u de sector inmiddels geruststellen dat de kaderwet er vandaag niet komt, dat u eerst op een correcte manier het overleg kansen zult geven en dat u daarbij ook werk zult maken van de nodige hervormingen, met name de hervorming van de nomenclatuur en de financiering van de ziekenhuizen? Kunt u de sector geruststellen dat er nu een aantal rustige maanden zullen volgen?
Ten tweede wil ik u vragen of u met ons even door de wijzigingen kunt gaan die u reeds hebt aangebracht aan de kaderwet? Wat is de finale versie die nu op tafel ligt? Wat is daarin bijgestuurd ten opzichte van de eerste versie?
Ten derde, staat u nog steeds achter het conventiemodel zoals we dat al decennia kennen? Of wil u dat afschaffen? Wilt u eenzijdig de zorg reguleren? Ik wil ook heel graag van u vernemen hoe uw vergaderkalender er uitziet voor deze zomer, teneinde het vertrouwen en de rust terug te brengen in de sector.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, heel wat zorgverstrekkers hebben gisteren hun ongenoegen, of hun ongerustheid geuit door te staken of door op een andere manier te doen blijken dat ze het niet eens zijn met de kaderwet. Deze beroepsgroep is het niet gewend het werk neer te leggen of om actie te voeren. Ik meen dat dit dus wel beschouwd moet worden als een belangrijk signaal.
U weet dat wij van N-VA absoluut bereid zijn mee te werken aan noodzakelijke hervormingen, maar we willen daarbij wel oproepen binnen de afspraken van het regeerakkoord te blijven. Daar is nu wel wat misverstand over.
Artsen, tandartsen, en andere zorgverstrekkers zijn meestal ‘vrijberoepers’. Dat is volgens ons een heel belangrijk principe in de zorg. Het bepaalt dat een zorgverstrekker vrij is op zoek te gaan naar de beste therapie, de beste onderzoeksmethode en daarover afspraken te maken met de patiënten. Natuurlijk moet dat allemaal binnen de regels van de deontologie gebeuren, maar volgens ons is het vrij beroep nog altijd de beste garantie voor een kwaliteitsvolle, innovatieve en toegankelijke gezondheidszorg. Wij hebben trouwens nog altijd beperkte wachttijden, vergeleken met die in het buitenland.
Nu vraag ik me af, mijnheer de minister, of dat principe van het vrij beroep belangrijk is voor u? Dan hebben we wel een probleem met het beperken van de supplementen voor ambulante verstrekkingen door niet-geconventioneerde zorgverstrekkers. Dat staat niet in het regeerakkoord. Het beperken van de supplementen moet in de context van de ziekenhuishervorming en de ziekenhuisfinanciering gelezen worden. Dat kan volgens ons zeker niet voor er zicht is op de hervorming van de nomenclatuur.
Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat inderdaad dat excessen in de tussentijd moeten worden aangepakt. Wij zijn het daarmee eens, excessen moeten worden aangepakt. Wat beschouwt u echter precies als excessen? Ik kan dat concreet maken. Is een exces bijvoorbeeld ook een supplement van 30 % voor een ambulante verstrekking waarvoor er geen toereikend honorarium bestaat? Zult u de verschillende dossiers met betrekking tot de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, de nomenclatuurhervorming en de supplementenplafonds samen op tafel leggen, zoals ook de bedoeling was volgens het regeerakkoord?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, la grève des médecins d’hier traduit le malaise profond de nombreux professionnels de la santé. Les tensions se concentrent notamment sur un point particulièrement sensible de votre projet de réforme: la limitation des suppléments d’honoraires. Ces suppléments sont souvent perçus à tort comme un simple avantage financier pour les médecins. Or, dans la majorité des cas, ils sont le symptôme d’un sous-financement structurel des hôpitaux, de l’absence de remboursement pour certains actes pourtant reconnus ou encore d’honoraires insuffisants pour certaines spécialités. Ces suppléments participent aussi au financement indirect de l’hôpital, via les rétrocessions. Si ces rétrocessions d’honoraires sont réduites, ce sont les autres soignants, déjà sous pression, qui risquent d’en faire les frais: infirmiers, aides-soignants, kinésithérapeutes, sages-femmes, techniciens et personnel logistique. Cette réforme ne concerne donc pas uniquement les médecins; c’est l’ensemble des professionnels des soins de santé qui sont concernés. Il y a urgence à entendre tous les acteurs du terrain, qui réclament depuis plus de 10 ans une meilleure reconnaissance de leur rôle.
Monsieur le ministre, nous sommes particulièrement déterminés à renforcer l’accessibilité des soins, tout en garantissant le respect de tous les soignants. Comptez-vous associer à cette réforme, au-delà des syndicats médicaux, les représentants des autres professionnels de la santé, afin de construire un projet juste, concerté et durable?
Sofie Merckx:
Monsieur le ministre, les suppléments d’honoraires constituent aujourd’hui un réel problème et mettent en péril l’accessibilité des soins pour les patients. Selon de nombreux témoignages, moyennant un supplément, il serait plus facile et plus rapide de voir un médecin, d’obtenir une opération ou une chambre individuelle. Cela concerne un grand nombre de patients et donc une importante somme d’argent pour ces derniers, car même si l’argent est versé par leur assurance hospitalisation, ce sont eux qui ont cotisé. Les suppléments d’honoraires représentent aujourd’hui 700 millions d’euros au total.
Vous souhaitez aujourd’hui mettre en œuvre des modifications à ces suppléments d’honoraires dans le contexte de la loi-cadre, ce qui a provoqué hier une grève de certains médecins. Or la grogne des médecins ne se limite pas aux suppléments d’honoraires mais va bien au-delà. Des médecins généralistes ont par exemple témoigné du fait que la suppression des consultations téléphoniques constitue un grave problème, car celles-ci permettaient de répondre aux besoins quotidiens des patients. Monsieur le ministre, que répondez-vous à la grogne des généralistes?
Nous nous inquiétons aussi des hypothèses que vous avez avancées pour cette loi, telles que l'augmentation du ticket modérateur pour les patients – le problème ici concerne la diminution de l'accessibilité des soins de santé – et l'augmentation du prix de certains médicaments pour les patients. Nous ne sommes pas du tout d'accord avec ces propositions, et j'aurais voulu que vous clarifiiez ces points.
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, je pourrais peut-être répéter ce qu'a dit M. Gatelier dans sa question, cela forme une introduction à laquelle je peux souscrire. Il y a beaucoup de soucis, beaucoup d'inquiétudes, de problèmes financiers. Lors d'une telle action, différentes dimensions de la pression actuelle sur le système des soins de santé sont mises en évidence.
Ik meen dat we inderdaad de bezorgdheden die er zijn, de druk die weegt op huisartsen en spoedartsen en de financiële complexiteit van het bestaande systeem zeer goed moeten proberen te begrijpen.
Het antwoord daarop is dat we moeten hervormen. We moeten daarover overleg plegen. Dat doen we ook. Ik durf te herhalen dat er al zeer veel overleg geweest is over deze tekst. Deze tekst is eigenlijk het begin van een voorontwerp van hervormingswet inzake gezondheidszorg.
Mevrouw Sneppe, daar is helemaal nog geen eerste lezing van geweest. Ik weet niet waar u dat haalt. Het is een tekst die informeel voorgelegd is aan alle betrokken actoren. Ik heb die tekst ondertussen ook geïntroduceerd in de interkabinettenwerkgroep van de regering, maar er is nog lang geen eerste lezing.
Een belangrijke datum was 26 juni, omdat we toen op basis van de geschreven bijdrage die ik van alle actoren had gevraagd een concreet overzicht hebben gemaakt van de thema's die in de tekst veranderd zouden worden. Ik heb dat dan op 3 juli ondersteund met een concrete aangepaste tekstversie, die ik bezorgd heb aan de syndicaten van de artsen en de tandartsen en aan de ziekenfondsen.
Ik heb dat ook besproken met de ziekenhuiskoepels, de vertegenwoordigers van de klinisch therapeuten, de logopedisten, de thuisverpleegkundigen, de apothekers en de vroedvrouwen.
Mevrouw De Knop, ik kan u effectief een overzicht bezorgen. Het gaat over tien punten die ik op 26 juni heb besproken met de vakbonden van artsen en tandartsen en de ziekenfondsen en die ik op 3 juli opnieuw heb voorgelegd, ditmaal aan de hand van concrete tekstvoorstellen.
Ten eerste maken we duidelijk dat het systeem van de partiële conventionering behouden blijft voor artsen en tandartsen. De doelstelling is dat het een transparant systeem moet zijn. De vraag is hoe we die doelstelling zo goed mogelijk bereiken, maar we behouden de idee van de partiële conventionering.
Ten tweede wordt de financiering van de beroepsorganisaties voor maximaal 20 % van de tegemoetkoming die ze ontvangen afhankelijk gemaakt van de conventiegraad.
Het voorstel is dat de akkoordencommissies zelf beslissen over de concrete uitvoeringsregels, op basis van een voorstel van het Verzekeringscomité. Dat moet zorgen voor een uniforme benadering over alle sectoren heen. Dat is alvast wat ik bepleit, want deze regeling bestaat al in allerlei andere sectoren, bijvoorbeeld bij logopedisten, kinesitherapeuten en vroedvrouwen.
We maken hen daarmee niet afhankelijk van ons beleid, laat staan dat we hen zouden willen verhinderen om kritisch te zijn. Het betreft sectoren die soms zeer kritisch zijn en acties organiseren. In die sectoren geldt de regel dat de mate waarin hun leden zich aansluiten bij een conventie een factor is die meeweegt in hun financiering. We willen dat principe doortrekken naar de organisaties van artsen en tandartsen.
Ten derde maken we een onderscheid – en dat is een verschil met het eerdere voorstel – tussen kwaliteitspremies, die voor alle zorgverleners bestemd zijn en dat ook moeten zijn, en premies ter ondersteuning van de praktijk, die we zouden willen voorbehouden aan de geconventioneerde zorgverleners. Dat was een belangrijke vraag van verschillende organisaties en daaraan zullen we tegemoetkomen.
Ten vierde, wij zorgen voor een betere omschrijving van de doelstelling en van de procedure bij het tijdelijk schorsen van RIZIV-nummers van zorgverleners. Wanneer ernstige fraude moet worden beteugeld of wanneer het visum verloren of ingetrokken is, achten wij het tijdelijk schorsen van RIZIV-nummers heel belangrijk om het factureren stop te kunnen zetten. Praktisch betekent dat dat fraudeurs of zorgverleners die hun visum verloren hebben geen facturen meer kunnen indienen. Dat is de doelstelling. Die doelstelling zullen wij preciseren. Ook de procedure zullen wij heel goed preciseren. Het gaat om een procedure voor een rechtscollege binnen de administratie, met een beroepsmogelijkheid enzovoort.
Ten vijfde, naast de wettelijk voorziene bepaling behouden de akkoordencommissies de bevoegdheid om onderling eventuele bijkomende opzeggingsmodaliteiten overeen te komen.
Ten zesde, de betrokken akkoordencommissie wordt betrokken bij het tot stand komen van een zogenaamd document in het Verzekeringscomité. Dat betekent eigenlijk een voorstel om tot een akkoord of overeenkomst te komen als dat niet uit de commissie zelf is gekomen. In dat geval wordt de akkoordencommissie in kwestie wel nog betrokken bij de totstandkoming van zo'n document in het Verzekeringscomité.
Ten zevende, de bepalingen over het conventiesysteem, met inbegrip van de hele problematiek rond de supplementen, treden pas in werking voor akkoorden die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2028. Dit was ook het opzet, maar ik begreep dat daarover twijfel bestond vanwege de vermelding van mogelijke wijzigingen in de timing via koninklijke besluiten. Dat is nu heel duidelijk.
Ten achtste, in dezelfde geest worden eventuele mogelijkheden die aan de regering zouden worden gegeven om sneller in te grijpen in verband met supplementen dan vanaf 2028, gewoonweg uit de tekst geschrapt. Wat er voorzien was aan bevoegdheden van de regering is heel grondig herschreven.
Wat wel belangrijk is, is dat de regering bij een in minsterraad overlegd besluit voor geneeskundige verstrekkingen of voor een groep van geneeskundige verstrekkingen een hoger maximumsupplement zou kunnen bepalen dan het percentage dat in de wet is vastgelegd, maar geen lager. De bedoeling is om een soort opwaartse flexibiliteit te creëren, zodat op een gedifferentieerde manier plafonds kunnen worden vastgelegd naargelang de noden in de sectoren en binnen de verschillende disciplines.
Ten negende, de uitzonderingsmodaliteiten voor de verplichte toepassing van de digitalisering van de communicatie tussen zorgverleners en ziekenfondsen worden in de wet opgenomen. Er is ook een kleine aanpassing wat betreft de kalender voor de kinesitherapeuten, iets wat zij gevraagd hadden.
Ten tiende, de mogelijkheid tot stilzwijgende verlenging van akkoorden wordt voorzien.
Die tien punten werden allemaal toegelicht en besproken op 26 juni. Ik heb, op vraag van de artsenvakbonden en de tandartsen, deze ook omgezet in een zeer gedetailleerde tekst. Zij hebben die ontvangen net voor 3 juli. We hebben die besproken op 3 juli en zullen die nog verder bespreken.
Voor alle duidelijkheid, dit is een tussenstand. Deze tien aanpassingen vormen geen exhaustieve lijst. We kunnen over alle andere punten ook nog overleggen. Ik zie de organisaties van artsen en tandartsen en de ziekenfondsen terug op vrijdag 11 juli, voor de achtste keer.
Er wordt dus wel degelijk overlegd. Dat overleg vertrekt uiteraard vanuit het regeerakkoord. Het regeerakkoord heeft een kader vastgelegd voor het domein waarin deze hervorming speelt. Het regeerakkoord spreekt, wanneer het gaat over supplementen, over alle sectoren en de zorgverleners, in één hoofdstuk. Dat verwijst inderdaad naar de problematiek van de nomenclatuurhervorming en de ziekenhuisfinanciering. In een ander hoofdstuk gaat het over het conventiemodel in de brede zin, voor iedereen die te maken heeft met een conventie. Dat betreft alle zorgverleners in alle sectoren. Als het conventiemodel wordt herdacht - ik ga ervan uit dat iedereen het erover eens is dat dit nodig is - om het te versterken, dan moet men ook nadenken over de mogelijkheden voor niet-geconventioneerden om ereloonsupplementen aan te rekenen.
Het regeerakkoord legt een zeer duidelijk kader vast inzake de timing, de scope, de doelstelling van de herziening van het conventiemodel en de aanpak van de handhaving. Daarbij is mij gevraagd om tegen begin 2026 een operationeel actieplan klaar te hebben. Ook de hervorming van de nomenclatuur en van de ziekenhuisfinanciering moet in de loop van 2026 afgerond zijn.
Ik denk dat we ons aan die timing moeten houden, maar ik ben iets voorzichtiger, omdat ik weet dat dit moeilijke hervormingen zijn, waarbij alles met alles samenhangt. Daarom pak ik de excessen, zoals ze in het regeerakkoord worden genoemd, en het organiseren van een harmonisering niet meteen aan, hoewel het regeerakkoord dat eigenlijk voorstelt. Ik stel voor om de uitvoering tot het jaar 2028 uit te stellen. Ik denk ook dat ik dat heb verduidelijkt in de teksten die nu voorliggen. Daarover kon twijfel bestaan, omdat in de initiële teksten sprake was van koninklijke besluiten die sneller zouden kunnen worden genomen. Dat dit aanleiding gaf tot onzekerheid die niet nodig en niet nuttig is, geef ik graag toe. Het is nu duidelijk. Het is 1 januari 2028
Ik lees en hoor dat men beweert dat we het overlegmodel zouden uithollen. Ik denk dat dat echt niet klopt. Het voorontwerp brengt eenvormigheid in de regels die gelden bij het tot stand komen van akkoorden en overeenkomsten. Vandaag verschillen die regels sterk tussen enerzijds de artsen en tandartsen en anderzijds de kinesitherapeuten, de logopedisten, de vroedvrouwen enzovoort. Dat maakt de huidige wetgeving hopeloos ingewikkeld. Daar komt nu verandering in.
Er komt ook meer duidelijkheid over hoe die kalender wordt georganiseerd. In de fundamentele verhouding tussen de overheid en het overleg verandert er ten gronde niets. De overeenkomsten- en akkoordencommissies, waarin de beroepsorganisaties van zorgverleners en de ziekenfondsen zetelen, zijn aan zet voor het tot stand brengen van akkoorden. Voor de artsen zijn dat de artsensyndicaten en de ziekenfondsen die paritair de inhoud van een akkoord in de Medicomut kunnen en moeten onderhandelen. De minister zit daar niet aan tafel.
Alleen wanneer zij er niet in slagen, wat we uiteraard niet graag zien, treden er mechanismen in werking die als een vangnet voor de tariefzekerheid dienen. In eerste instantie is dat het Verzekeringscomité. Als dat niet slaagt, kunnen de minister van Sociale Zaken en de regering een voorstel voor tariefafspraken op tafel leggen. Ook dat is absoluut niet nieuw. Dat wordt gepreciseerd en er wordt een kalender vooropgesteld die een beetje preciezer is dan in het verleden. Dit wordt geüniformiseerd over de sectoren heen, maar het is volstrekt niet nieuw.
Er heerst het idee dat de regering ingrijpt, maar dat bestond al en wordt nu gewoon in een meer uniforme en preciezere kalender gegoten. Het principe dat de regering uiteindelijk een soort vetorecht heeft aan het einde van het traject, bij de opmaak van de begroting voor de ziekteverzekering, bestaat al sinds 1994. Daar verandert niets aan.
Ik begrijp dat daar veel bezorgdheid over bestaat, maar er verandert niets aan. Ik begrijp dus ook dat men telkens opnieuw vragen stelt over de onafhankelijkheid van de artsenvakbonden en de vrije keuze van artsen om al dan niet tot de conventie toe te treden. We willen die volledig vrijwaren. Het overleg heeft een belangrijke doelstelling, namelijk tariefakkoorden bereiken die billijk zijn en waar voldoende zorgverleners zich bij aansluiten. We moeten dat meer aanmoedigen, zoals ook in het regeerakkoord staat. Het is niet onlogisch dat de organisaties daarvoor ook financieel in beperkte mate mee geresponsabiliseerd worden. Laat ons dat ruimer bekijken dan alleen de logopedie, de kinesitherapie, de vroedvrouwen enzovoort. We mogen niet vergeten dat artsen een bijzonder grote verantwoordelijkheid dragen voor de gezondheid van de mensen, maar ook op budgettair vlak. Zij beheren immers 12 miljard euro.
Zij moeten akkoorden helpen tot stand brengen met een brede en zeer diverse achterban. Het is belangrijk dat we van hen verwachten dat ze die achterban ook overtuigen om toe te treden tot akkoorden. In een aantal sectoren is er al in een parameter, namelijk het aantal geconventioneerden, in de financiering van de beroepsorganisaties voorzien. Ik verwees al naar de vroedvrouwen, de kinesitherapeuten en de logopedisten, maar ook de apothekers en de orthopedische technologen moeten worden vermeld. We willen dat nu uitbreiden naar artsen en tandartsen. Het gaat om één parameter, naast andere. De totale financiering blijft uiteraard gebaseerd op een vaste basisbijdrage per organisatie. Daar komt nu een extra parameter bij.
We houden rekening met het aantal leden, het aantal stemmen bij de verkiezingen en een parameter die verband houdt met de conventionering. Om echter duidelijk te maken dat het slechts een beperkt deel van de subsidies betreft van de organisaties – dat dus slechts een beperkte modulering tot gevolg heeft – heb ik op 26 juni gezegd om dat te beperken tot 20 % van de tegemoetkoming. Daarmee geven we het conventiemodel een nieuwe toekomst, in plaats van het te verzwakken of af te schaffen.
Artsen kunnen vandaag inderdaad kiezen of ze al dan niet toetreden tot een akkoord. Het is evenzeer een vrij beroep. De individuele vrijheid wordt niet in vraag gesteld. De keuze om zich al dan niet te conventioneren wordt dus niet opgelegd. We willen dat wel sterker ondersteunen. Het voorontwerp voorziet dat bepaalde premies, zoals de telematicapremie of de geïntegreerde praktijkpremie, enkel kunnen worden toegekend aan geconventioneerde zorgverleners. Die vorm van ondersteuning vinden we belangrijk. We mogen immers niet vergeten dat zorgverleners hun beroep uitoefenen op basis van een zeer ruime, om niet te zeggen massieve, terugbetaling via de sociale zekerheid. De doelstelling van die terugbetalingen – en van de investering die de sociale zekerheid in hen doet – is uiteraard het waarborgen van voorspelbare en betaalbare tarieven. We kunnen daarover van mening verschillen, collega’s. Ik denk echter dat zorgverleners die die sociale doelstelling ter harte nemen en zich om die reden strikt houden aan een akkoord, ook extra steun mogen ontvangen.
Wat betreft de ereloonsupplementen – dat kwam ook ter sprake in de vragen – herhaal ik dat een beperking daarvan uiteraard geen op zichzelf staande maatregel is. Die moet worden bekeken in samenhang met een hele reeks andere maatregelen. Men kan dat niet los zien van de besprekingen over het bredere akkoordensysteem, de herziening van de nomenclatuur en de hervorming van de ziekenhuisfinanciering. Het is van groot belang – en ik heb dat engagement ook uitdrukkelijk aangegaan – dat de herziening van de officiële tarieven ertoe leidt dat artsen correct worden vergoed. Vandaag zijn er grote verschillen tussen disciplines, die moeilijk te verantwoorden zijn.
Daarnaast moet deze hervorming er ook voor zorgen dat ziekenhuizen correct en voldoende worden gefinancierd. Ik heb daarover een heel duidelijk engagement.
De basisfinanciering via het budget voor financiële middelen moet dan voldoende zijn om de ziekenhuisactiviteit volledig te financieren, zonder dat men van bij de start opnieuw een beroep moet doen op afdrachten, erelonen of ereloonsupplementen. Het startpunt van die nieuwe financiering moet er dus voor zorgen dat men kan vertrekken zonder dat meteen weer afdrachten moeten worden geheven op ereloonsupplementen of op erelonen. Dat is een zeer belangrijk engagement, dat ik ook duidelijk heb gegeven en op papier heb gezet. Het regeerakkoord stelt dat we eigenlijk niet hoeven te wachten daarop en dat we op korte termijn al excessen moeten bestrijden, op korte termijn of intussen. Ik wil dus wel even wachten.
Men vraagt mij wat excessen zijn. Sta mij toe daarover niet te improviseren. We zijn dat nu net aan het bespreken en we moeten het verder bespreken. Ik ga de voorbeelden niet herhalen, ik heb die al tot in den treure gegeven. Er zijn verschillen tussen ziekenhuizen die men niet kan verklaren. Ik heb daarvoor tot nu toe nog nooit een verklaring gekregen. Het gaat om verschillen die toch nopen tot het nodige ingrijpen. Dat kan men doen door met percentages een limiet te voorzien op de ereloonsupplementen die men kan vragen.
Iemand vroeg mij of ik de ereloonsupplementen helemaal wil afschaffen. Neen, absoluut niet. Het principe dat men ereloonsupplementen kan vragen en het principe dat men al dan niet kan toetreden tot een conventie blijven behouden. Daaraan verandert niets. Wel is er meer tariefzekerheid nodig, een zekere harmonisering, grotere helderheid en meer voorspelbaarheid voor de patiënten.
Het is vooral van belang dat het overleg, de onderhandelingen en de beslissingen over de nieuwe officiële tarievenstructuur, dus de nieuwe nomenclatuur en de officiële tarieven die daarbij horen, echt worden opgestart. We willen dat doen vanaf begin 2026, met de bedoeling om dit af te ronden in 2026. Men moet dan natuurlijk wel van elkaar weten wat die tarieven betekenen. Zijn die inderdaad de spil van het systeem of niet?
Mevrouw De Knop, u hoort het, dat verandert eigenlijk omzeggens niets ten gronde aan onze filosofie van de individuele autonomie, de keuzevrijheid van de arts, zeker wanneer het gaat over voorschrijven en professionele autonomie. Dat is niet iets wat we met dit ontwerp veranderen.
Mevrouw Merckx, u stelde een vraag over medicijnen, maar ik stel voor dat ik daarop straks terugkom. Er is straks een actuadebat daarover.
Dominiek Sneppe:
Mijnheer de minister, de rode draad door al uw antwoorden van de voorbije weken op de gestelde vragen is eigenlijk steeds dezelfde. U ontwijkt, u vertraagt, u minimaliseert, u verdrinkt de vis in allerhande details, terwijl de zorgsector - vooral de artsen - het werk neerlegt. De syndicaten vertrouwen u niet meer. U blijft vasthouden aan uw technisch, technocratisch verhaal dat volledig losstaat van wat er in de realiteit op het terrein gebeurt of van de gevoeligheden die daar leven.
Het was 25 jaar geleden dat artsen het werk neerlegden. Zij doen dat niet uit gemakzucht, mijnheer de minister, maar omdat ze worden verstikt door regeltjes, door misprijzen, door een gebrek aan respect. Uw enige reactie daarop zijn vage verwijzingen naar overleg. Mijnheer de minister, wat is overleg volgens u eigenlijk? Is dat zeven keer aan dezelfde tafel zitten? Dan heb ik met heel veel mensen overleg. Is overleg luisteren naar uw monoloog? Nee, mijnheer de minister, overleg is vooral luisteren, luisteren naar de bekommernissen van de mensen die het kunnen weten, van mensen die weten hoe het er op het werkveld echt aan toegaat, luisteren naar de ervaringsdeskundigen. U denkt dat u de waarheid in pacht hebt, maar luister toch eens naar de mensen die het kunnen weten.
Overleg is in onze ogen vooral luisteren, wat u waarschijnlijk niet doet, tenzij u zegt dat de artsen liegen. Dan moet u ook eerlijk zijn. Dan moet u zeggen dat de artsen liegen. Ik heb daar mijn twijfels over. Ik denk eerder dat het overlegmodel in uw ogen nogal benepen is.
Mijn vraag over de ereloonsupplementen hebt u eigenlijk niet echt beantwoord. U hebt het onderwerp heel even aangeraakt, maar niet in de zin zoals ik het bedoelde. We weten dat het vooral Brusselse en Waalse ziekenhuizen zijn waar de supplementen de pan uit swingen, tot 300% wordt daar gevraagd. Vooral de Waalse en Brusselse ziekenhuizen dreigen dus in de problemen te komen. In de regeringsverklaring zegt u: ʺ In afwachting van een hervorming zal ik een overgangsmaatregel voorzien. ʺ Ik stel mij dan toch de vraag of de Vlaamse ziekenhuizen, die echt hun best doen om het hoofd boven water te houden en de tering naar de nering zetten, niets zullen krijgen, omdat ze hun best doen en zogezegd niets nodig hebben.
De Waalse en Brusselse ziekenhuizen die tot 300 % ereloonsupplementen aanrekenen, zult u daarentegen – met een overgangsmaatregel – nog belonen voor hun inefficiënt werk. Dat gaat er bij mij niet in. Als dat zo is, dan is dat een discriminatie van de Vlaamse ziekenhuizen. Dat is totaal onaanvaardbaar en meteen ook weer de zoveelste transfer van Vlaanderen naar Franstalig België.
Ik hoor u niets zeggen over de indexatie van de lonen van de zorgverstrekkers. Daar zwijgt u in alle talen over. Dat zegt op zich ook al genoeg.
Mijnheer de minister, er is heel wat meer werk aan de winkel dan wat u nu voorstelt. Ik heb het al gezegd in de plenaire vergadering: u verandert slechts punten en komma’s en u verwijst naar overleg dat eigenlijk geen overleg is. U durft zelfs niet in debat te gaan met de artsen, bijvoorbeeld in programma’s als Terzake . U zit daar het liefst alleen, zodat er geen tegenspraak kan zijn en u niet hoeft toe te geven dat u eigenlijk fout zit.
U zegt zelf dat alles aan elkaar hangt. Dat is juist, mijnheer de minister. Alle hervormingen hangen samen: de hervorming van de ziekenhuisfinanciering, de hervorming van de nomenclatuur, de herziening van de conventies enzovoort. Toch komt u hier op de proppen met hier en daar een trofee die u wilt binnenhalen.
Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij. Ik denk dat u inmiddels wel al doorhebt dat u tegen het einde van de legislatuur niet zult binnenhalen wat u zou willen binnenhalen. De ziekenhuisfinanciering stuit waarschijnlijk op heel wat moeilijkheden, de hervorming van de nomenclatuur zal ook niet van de poes zijn en de herziening van de conventies zal u geld kosten. Dat wilt u natuurlijk ook niet.
Ik denk dus dat u een paar socialistische trofeetjes wilt binnenhalen, op kap van de zorgverstrekkers en vooral ook op kap van onze patiënten. Mijnheer de minister, wij zullen alle democratische middelen gebruiken om dat niet toe te laten. Dank u.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. Het valt me op hoezeer u probeert het probleem te downsizen. Ik begrijp dat. In uw plaats zou ik wellicht hetzelfde doen. Maar de essentie is dat u niet zegt dat u misschien te snel bent geweest; dat u misschien te voortvarend bent geweest. U zou de kaderwet even aan de kant kunnen leggen tot u de twee hervormingen, die noodzakelijk zijn om een doorstart te kunnen maken in de gezondheidszorg, alle kansen hebt gegeven. Dat zegt u niet.
Ik hoor u zeggen op welke punten en komma's u de kaderwet wil bijschaven. Een positief ingestelde persoon kan dan zeggen dat dat heel goed is en het glas halfvol zien. Maar er zijn veel mensen die het glas halfleeg zien. Sta me toe te zeggen dat er in de sector heel wat pessimisme is over uw intenties. We zien dat u eigenlijk een kaderwet gemaakt hebt die een zeer bittere pil is voor heel veel zorgverleners, voor heel veel artsen, zowel geconventioneerde als niet-geconventioneerde. U bent nu die bittere pil een beetje kleiner aan het maken, maar het blijft een heel bittere pil die moeilijk doorgeslikt kan worden. Met andere woorden, het zou constructief zijn als u die kaderwet nu even aan de kant zou leggen.
Ik heb u ook gevraagd of u bereid bent de sector gerust te stellen en te zeggen dat u de kaderwet aan de kant legt. Maar u zegt dat u vrijdag, of de Dag van de Vlaamse Gemeenschap, er nog eens over samen zult zitten, om nog een beetje te vijlen aan diezelfde tekst. Dat is zeer verontrustend.
Ik heb heel goed geluisterd en ik heb geprobeerd te noteren welke punten bijgeschaafd worden. Op het vlak van de ereloonsupplementen zegt u echter heel weinig. Ik heb u vooral horen zeggen dat u ervoor wil zorgen dat het van kracht worden van de maatregel pas in 2028 zou starten. Ik heb u niet horen zeggen dat u bereid bent dat plafond weg te werken.
Ik heb u ook horen zeggen dat u de regering wil toelaten het maximumpercentage te verhogen, maar dat u dat niet in de wetgeving zult inschrijven. U zult dus een minimum minimorum vastleggen in de wetgeving.
We hebben hier niet uitgebreid de tijd om op alle details van uw antwoord in te gaan. Ik vind de actualiteitsdebatten in die zin een beetje vreemd. Uiteraard zou ik graag met u de tien punten overlopen die u hebt opgesomd en in detail proberen te begrijpen wat u precies bedoelt met "de partiële conventie blijft behouden", wat u bedoelt met het feit dat sectoren zelf kunnen beslissen over de modaliteiten van hun financiering enzovoort, maar ik vrees dat de tijd daarvoor nu te beperkt is.
Mevrouw de voorzitter, we zouden echt een manier moeten vinden om op een grondige manier te spreken over een voorontwerp van wet, waarvan u zegt dat het geen voorontwerp is, mijnheer de minister, terwijl het wel bij alle partners op tafel ligt en terwijl wel duidelijk blijkt dat u die tekst als basis voor uw overleg neemt. Het is jammer dat we in het Parlement niet op basis van die tekst kunnen argumenteren.
Ik dank u voorlopig, maar we komen zeker nog op die problematiek terug, vrees ik.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, ‘in alle sectoren worden supplementen beperkt’. Dat zinnetje staat in een paragraaf over de ziekenhuizen. Ervoor en erna gaat het duidelijk over ziekenhuizen. Ik vind het intellectueel oneerlijk om dat naar de ambulante zorg door te trekken. Ik denk niet dat het de bedoeling is van het regeerakkoord om dat op die manier te lezen.
Het feit blijft dat supplementen vandaag noodzakelijk zijn om een ontoereikende financiering te compenseren. Het zijn privéverzekeringen. Het is de patiënt die moet bijpassen. U wilt dat nu beperken, zonder al te zeggen wat de toekomst zal brengen. U wilt dat niet nu maar in de toekomst beperken, maar we weten nog niet hoe de toekomst eruit zal zien.
Dat er hervormingen nodig zijn, is absoluut zo, maar u kunt toch niet vragen dat we blind gaan instemmen met iets waarvan we nog niet weten hoe het er zal uitzien? We moeten nu blind grenzen gaan vastleggen voor een nieuwe realiteit die we nog niet kennen. Dat is echt veel gevraagd, ook voor zorgverstrekkers, die daarover bezorgd zijn.
U zegt dat u die grenzen nu al moet bepalen, omdat u niet wilt dat er achteraf te veel vrijheidsgraden zijn, maar ik denk dat de realiteit dat tegenspreekt. Mijnheer de minister, in disciplines waar toereikende tarieven gelden, is de conventiegraad ook heel hoog. Daar houdt men zich aan de officiële tarieven. Ik denk echt niet dat u zich daar zorgen over hoeft te maken. Ik ben ervan overtuigd dat dit deel van de hervorming gerust samen kan gaan met de herziening van de tarieven en de hervorming van de ziekenhuisfinanciering.
Jean-François Gatelier:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses dont je prends acte.
Les Engagés attendent de l'État qu'il garantisse aux hôpitaux des compensations financières claires et substantielles afin d'éviter un effondrement silencieux de notre système hospitalier. Monsieur le ministre, vous venez de répondre que vous vous y êtes engagé.
Les Engagés défendent la liberté de conventionnement et la pratique mixte, car les cabinets privés sont essentiels à l'accès aux soins: ils complètent le travail hospitalier et jouent un rôle crucial d'accès aux soins, en particulier dans les zones rurales.
Vous avez récemment fait preuve d'ouverture sur les quotas INAMI, ce pourquoi je vous remercie. Vous venez de confirmer que vous allez maintenir le déconventionnement partiel pour les médecins et les dentistes. C'est déjà un pas dans la bonne direction.
Oui, une réforme est nécessaire pour éviter une médecine à deux vitesses, mais surtout pour maîtriser les coûts des soins de santé. Elle est inscrite dans l'accord de gouvernement. Elle doit être équitable, transversale et concertée. Elle ne peut ignorer les autres soignants, qui sont indispensables à la qualité de la prise en charge. Avec la réforme, n'oubliez pas le personnel soignant hospitalier non lié à la nomenclature; je pense notamment aux infirmières et aux aides-soignantes.
Il faut s'assurer que cette réforme bénéficie à tous. Il faut absolument trouver un équilibre. Il ne faut pas oublier que tous les soignants à l'hôpital n'ont pas un numéro INAMI et ne bénéficieront donc pas directement d'une réforme sur leur salaire liée à la nomenclature. C'est pourquoi nous vous demandons, monsieur le ministre, d'organiser au plus vite de véritables assises de la santé, réunissant tous les professionnels du soin, pour garantir une réforme non seulement techniquement réussie, mais surtout acceptée, portée par le terrain et qui répond à leurs besoins.
Sofie Merckx:
Mijnheer de minister, ik ben redelijk ongerust na uw antwoord. U zegt eigenlijk dat u geen voorstander bent van het op termijn afschaffen van ereloonsupplementen, hoewel die ereloonsupplementen op zich de basis zijn van de geneeskunde met twee snelheden waarmee we vandaag te maken hebben. Waarom moet een heuoperatie bijvoorbeeld de ene keer zoveel euro kosten en een andere keer twee of drie keer zoveel? Dat is toch niet normaal? Dat is nu net het probleem.
U zegt nu echter dat er geen oplossing komt voor 2028 en dat er geen afschaffing van de ereloonsupplementen komt. Intussen heb ik nog steeds geen antwoord op de verontrustende berichten die de laatste tijd in de media verschenen zijn. Die berichten wijzen erop dat u openstaat voor een verhoging van de remgelden, enerzijds op medicatie en anderzijds zelfs op consultaties. Solidaris heeft daar zelfs een petitie tegen gestart, om ervoor te zorgen dat de patiënt in dit hele verhaal niet vergeten wordt. De vraag blijft immers wie dat zal betalen. Heel veel mensen staan open voor hervormingen, maar niet voor besparingen. Dat is nu net het probleem van de regering: dat u vasthoudt aan een besparingslogica.
Dat is ook de reden waarom er gisteren zoveel huisartsen hebben gestaakt. Dat ging niet alleen over de ereloonsupplementen, maar onder andere ook over de telefonische consultaties. Huisartsen staan onder enorme druk, maar wat is vandaag de investering die de regering in de huisartsen doet? Ze krijgen geen positief signaal. Ik denk dat dat duidelijk moet zijn: ja tegen hervormingen, nee tegen besparingen.
De komende jaren zullen opnieuw miljoenen en miljoenen euro's, zelfs honderden miljoenen euro's, gezocht moeten worden, en u zegt telkens opnieuw dat er besparingen op tafel moeten komen, want anders komt u er niet. Zo komen we er echt niet. Wat we moeten doen, is hervormen en investeren, zoals ook het personeel van het UZ Gent gisteren duidelijk heeft gemaakt.
Daniel Bacquelaine:
Monsieur le ministre, si votre dernière version de la loi-cadre rencontrait totalement les préoccupations des prestataires de soins, sans doute n'y aurait-il pas eu de grève hier. Si la grève a été maintenue, c'est que manifestement nous ne sommes pas encore arrivés à une entente suffisante sur un certain nombre de points. Quand on fait des réformes qui sont certes nécessaires, mais qui concernent l'autonomie professionnelle et la liberté du patient, la concertation doit devenir une véritable co-construction. Il reste donc encore un certain progrès à faire dans le sens que vous donnez au mot concertation.
Si la grève s'est déroulée hier, c'est notamment parce qu'on touche à quatre points que je citerai brièvement. Il y a tout d'abord le déconventionnement partiel. Vous dites maintenant que vous le maintenez. Très bien, félicitations! Mais de quel déconventionnement partiel s'agit-il? Si c'est un déconventionnement partiel qui fixe des jours, cela n'a pas de sens. Cela va entraîner la suppression d'un certain nombre de consultations en ambulatoire, engorger les hôpitaux, provoquer un désinvestissement du corps académique, ce qui est assez regrettable par rapport à la qualité des soins, et aggraver les délais de consultation. Un déconventionnement partiel doit garder un minimum de flexibilité, sinon il ne rencontre pas son objectif.
Un deuxième élément, ce sont les 20 % de financement liés au conventionnement. J'entendais le Pr Gillet, qui n'est pourtant pas suspect aujourd'hui, expliquer que c'est un peu comme si on finançait les partis politiques en fonction du fait que l'opposition vote au moins 20 % des projets de la majorité. Non! En fait, ce n'est pas une question de pourcentage. C'est une question de principes, de droit syndical tout simplement, comme je vous l'ai déjà indiqué antérieurement. Il me semble que cette façon de procéder n'est pas compatible avec le respect d'un certain nombre de principes fondamentaux.
Ensuite, pour ce qui concerne la suspension du numéro INAMI, je constate qu'on progresse, mais il faut que cela se fasse toujours dans le cadre d'une procédure contradictoire avec le respect du droit de la défense.
Enfin, je conclus sur les suppléments d'honoraires. On est vraiment là dans l'irrationalité! Fixer dans la loi des suppléments d'honoraires sur la base de la nomenclature actuelle et du financement des hôpitaux actuel, en disant qu'on les appliquera en 2028, à un moment où normalement le financement des hôpitaux et la nomenclature ne seront plus ce qu'ils sont aujourd'hui, est complètement irrationnel. Fixer d'ores et déjà des pourcentages sur une base qui n'existera plus quand elle sera appliquée, cela n'a aucun sens!
Je pense donc qu'il faut garder l'idée de lier la fixation des suppléments d'honoraires – dont je suis un partisan – à l'effectivité d'une nouvelle nomenclature et d'un nouveau type de financement des hôpitaux, sinon on s'engage aujourd'hui sur une base qui n'existera plus en 2028.
Par ailleurs, je rappelle que les suppléments d'hôpitaux sont payés par les compagnies d'assurance et par les mutuelles, et pas par le patient. Ce sont ainsi plus de 90 % des suppléments d'honoraires qui, aujourd'hui, ne sont pas payés par le patient. Cela signifie que toute restriction des suppléments est à chaque fois un énorme cadeau consenti aux compagnies d'assurance et aux mutuelles. Je me permets quand même d'émettre une certaine réserve par rapport à cette méthode.
Jan Bertels:
Mijnheer de minister, we zijn trots op de toegankelijke, kwalitatieve en betaalbare gezondheidszorg in België. We zijn het er ook allemaal over eens dat om die gezondheidszorg toegankelijk, kwalitatief en betaalbaar te kunnen houden, we hervormingen en investeringen nodig hebben. Dat staat in het regeerakkoord. We moeten investeren en hervormen, onder meer om de tariefzekerheid voor onze patiënten te bewaren, om te zorgen voor een zekere voorspelbaarheid van de gezondheidsfactuur voor wie zorg nodig heeft, zorg die we absoluut willen kunnen geven.
Daarvoor moeten we hervormen. Tot daar zijn we het allemaal eens. Die hervormingen moeten ook concreet gemaakt worden. Er zijn een aantal grote werven in de gezondheidszorgsector, net zoals in andere sectoren in onze samenleving. De oefening van de herijking van de nomenclatuur loopt al meer dan vijf jaar, samen met andere actoren, zoals onderzoekcentra, universitaire centra, beroepsorganisaties, artsen en specialisten. Laat ons die oefening afwerken.
Ook over de ziekenhuisfinanciering en de hervorming van het ziekenhuislandschap loopt de oefening. Elke keer is er discussie als het concreet gaat over zorg als het kan en gespecialiseerde zorg als het nodig is, maar laat ons die oefening maken. We moeten dat doen. Vandaag nog schrijft een CEO van een ziekenhuis dat we in België 20 ziekenhuizen te veel hebben. We moeten het daar zelfs niet mee eens zijn, maar het toont wel aan dat we een aantal zaken moeten hervormen in de ziekenhuissector. Op sommige afdelingen hebben we bedden te veel en op andere te weinig. Dat weten we. Laten we daar ingrijpen. Laten we ook naar andere zaken kijken, zoals de hervorming van de verpleegkundig beroep, de zorgladder zoals dat wordt genoemd. We zullen al die handen aan het bed nodig hebben, maar we moeten die hervormingen wel durven doorvoeren.
Mijnheer Bacquelaine, Vooruit wil inderdaad nu ook al een kader creëren voor de supplementen, want we kunnen niet gewoon beslissen om een herijking van de nomenclatuur te doen, wat betekent schuiven van het ene naar het andere, tenzij men beslist om dat naar boven te doen, wat de groeinorm niet toelaat. We moeten dus een kader creëren om te vermijden dat men twee keer langs de kassa passeert. Dat gaat niet, dus men heeft daar een kader voor nodig. Over de hoogte van dat kader kan men discussiëren, maar we hebben een kader nodig, ook voor de ambulante sector die onder meer actief is in de ziekenhuizen. We hebben dat nodig.
Moet dat in overleg afgesproken worden? Natuurlijk moet dat in overleg afgesproken worden. Wordt er overlegd met alle gezondheidszorgberoepen? Ja. Iedereen die in het Verzekeringscomité vertegenwoordigd is - en dat is ongeveer iedereen - is betrokken bij het overleg. Het Verzekeringscomité heeft zijn advies kunnen geven en zal dat ongetwijfeld opnieuw doen, op vraag van de minister en de regering of op eigen initiatief.
Overleggen moeten we doen. Laten we het overlegmodel echter ook eren en soigneren. Men mag overleggen, de akkoorden- en conventiecommissies kunnen hun taken blijven uitvoeren. Daar wordt niet aan geraakt. Laten we echter ook intellectueel eerlijk zijn. Ik hoor hier vragen of de conventie afgeschaft wordt. In welke tekst staat dat dan in godsnaam? Ik heb hier gelukkig niemand meer horen spreken over staatsgeneeskunde, die demagogie zijn we gelukkig al voorbij. Iedereen beseft dat het daar niet over gaat. Laten we effectief verder gaan er durven. We zullen hier en daar moeten hervormen.
Verandering roept weerstand op, dat geldt in elke sector. We moeten echter veranderen en hervormen, met het oog op het bewaren van ons goede systeem van gezondheidszorg. Dat is ons aller verantwoordelijkheid.
Kathleen Depoorter:
Collega's, in de zorg moet er inderdaad hervormd worden. Daar hebben we een afspraak over gemaakt. Die afspraak is het regeerakkoord. Ik bekijk het regeerakkoord echter niet met de ogen van Vooruit, maar met de ogen van Arizona. Dan kijk ik heel graag naar wat daar eigenlijk in staat en wat er niet in staat.
Mijnheer de minister, als u het hebt over de ereloonsupplementen en de excessen daarin, dan staat dat er inderdaad in. In de ziekenhuizen. Dat staat heel duidelijk op pagina 107 van het regeerakkoord. Als u het hebt over maximumtarieven, die staan er ook in, bij geconventioneerde artsen. Dat staat op pagina 110 van het regeerakkoord.
Als we het dus hebben over intellectueel eerlijk zijn, moeten we het hebben over de afspraken die we gemaakt hebben. Dan kunnen we niet beginnen te discussiëren over zaken waar we in de onderhandelingen over het regeerakkoord acht maanden lang over gediscussieerd hebben en die wel op tafel hebben gelegen, maar in het regeerakkoord niet weerhouden zijn. Daar moeten we toch intellectueel eerlijk over zijn, mijnheer de minister?
Een vraag waar ik ook heel weinig antwoord op krijg, betreft die 600 miljoen van de verzekeringen. Dat zijn privémiddelen, middelen van de mutualiteiten, middelen van de verzekeraars. Wie zal die betalen? Waar gaat u met die middelen naartoe? Zijn het de mutualiteiten die we hier het rijk aan maken zijn of hoe gaat u daarmee om? U geeft daar geen antwoord op.
U hebt het zelf gezegd, mijnheer de minister, de ziekenhuisfinanciering, de hervorming van de nomenclatuur en het aanpakken van de ereloonsupplementen zijn inderdaad zaken die met elkaar samenhangen. Als we intellectueel eerlijk willen zijn, moeten we die discussies ook samen voeren. Er zijn in deze kaderwet alvast stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Er is nog overleg nodig.
Frank Vandenbroucke:
Ik wil nog kort tussenkomen over een feitelijk punt. Daarna heeft mevrouw Depoorter uiteraard nog haar wederwoord. Er bestaat een enorm misverstand over die 600 miljoen, of welk bedrag het ook precies is. Dat cijfer is het resultaat van een bevraging over ereloonsupplementen in ziekenhuizen. Het huidige gemiddelde ligt onder het plafond dat ik voorstel.
Men moet mij dan uitleggen waarom er per definitie minder dan 600 miljoen zou worden opgehaald als het gemiddelde onder het voorgestelde plafond ligt. Het kan zijn dat ik mij vergis en dat er iets bijzonders aan de hand is waardoor men, zelfs met een plafond boven het gemiddelde, plots veel minder opbrengst heeft. Het kan zijn dat ik mij vergis.
De idee dat er zomaar 600 miljoen verloren zou gaan, is dus vreemd. Ik heb de ziekenhuiskoepels gevraagd om dat uit te leggen, met cijfers en bewijzen op tafel. Als er een limiet wordt voorgesteld die hoger ligt dan het gemiddelde en dat gemiddelde komt overeen met 600 miljoen, waarom zou men dan minder ophalen? Nogmaals, het kan zijn dat ik mij vergis. Ik ben zeker bereid om dat te herbekijken, maar men moet dat dan wel uitleggen.
Stel nu – hypothetisch – dat die beperking er toch toe leidt dat men geen 600 miljoen meer kan ophalen, maar 550 miljoen of nog minder. Het is mogelijk dat ik me vergis om een of andere reden. Misschien klopt de eenvoudige algebra niet. Mijn engagement blijft echter hoe dan ook dat de ziekenhuizen hun financiering krijgen. Sterker nog, ik herhaal – en ik heb dat ook op papier gezet voor de ziekenhuiskoepels – dat wanneer de nieuwe financiering ingaat, zij voldoende basisfinanciering moeten hebben vanaf het begin, zodat er geen enkele afdracht gevraagd hoeft te worden, niet op het basishonorarium en ook niet op het supplement. Die twee zaken moeten toch wel in overweging worden genomen.
Omdat ik echt niet begrijp waarom men met 125 % plots die 600 miljoen zou verliezen, heb ik de ziekenhuiskoepels gevraagd om dat toe te lichten. Ik heb hen gevraagd om dat te documenteren. Er is wellicht een verklaring. Ik wil ook begrijpen waarom men in het ene ziekenhuis een maximum van 300% nodig acht, terwijl in een ander ziekenhuis helemaal niets nodig blijkt te zijn. Mogelijk ontgaan mij bepaalde zaken, maar dan moet men mij dat uitleggen.
Mevrouw Depoorter, tot slot wil ik zeggen – en dat zonder te willen polemiseren – dat het argument dat die 600 miljoen weg is volgens de eenvoudige algebra helemaal niet opgaat, wel integendeel. Ik kan me echter vergissen.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, het gaat om cijfers die berekend zijn. Dat bewijst toch enigszins dat u hier nattevingerwerk hebt geleverd.
Frank Vandenbroucke:
Nee.
Kathleen Depoorter:
U hebt zelf de cijfers niet.
Frank Vandenbroucke:
Jawel, we hebben die cijfers wel. Ik heb ze alleen niet per ziekenhuis.
Kathleen Depoorter:
U komt hier met een voorstel, maar u beschikt niet over de nodige cijfers.
Ik heb nog een tweede punt, mijnheer de minister. De verzekeringen betalen ereloonsupplementen tot 200 % terug. Als we het dan hebben over 600 miljoen euro bij een limiet van 125 %, zoals u voorstelt, dan spreken we nog altijd over honderden miljoenen euro's.
Ten derde, u bent als socialist, zo zegt u toch, altijd zeer begaan met de factuur van de patiënt. Welnu, aan de factuur van de patiënt wordt hier eigenlijk niet geraakt. Het zijn de hospitalisatieverzekeringen die betalen. Zult u er dan ook voor zorgen dat de premies dalen? Zult u daarover met de mutualiteiten onderhandelen? U weet immers toch dat een hospitalisatieverzekering voor iemand op leeftijd heel duur wordt. Volgens u is dat niet meer nodig.
Ik vind dat u echt wel een loopje neemt met de verschillende facetten van deze discussie, mijnheer de minister. U weet zeer goed dat het gaat over 600 tot, volgens sommige berekeningen, zelfs 800 miljoen euro. U komt naar de Kamer met cijfers die u zelf niet hebt – cijfers die u nog moet opvragen bij de ziekenhuiskoepels – en dan beweert u dat alles correct is berekend.
Frank Vandenbroucke:
Ik wil dat even verduidelijken, als ik mag. Ik wil niet polemiseren, maar we weten perfect, op basis van enquêtes, wat de som is. Dat weten we. Die som kunnen we uitdrukken als een gemiddelde op de erelonen en dat gemiddelde is lager dan die 125 %. Dat weten we perfect.
Wat ik niet weet, is waarom men in sommige ziekenhuizen zegt dat men veel meer nodig heeft. Dat weet ik niet. Daarom heb ik de ziekenhuiskoepels gevraagd om dat uit te leggen. Misschien vergis ik mij, maar dat ze me dat dan uitleggen. Daarom heb ik expliciet aan de ziekenhuiskoepels gevraagd om per ziekenhuis toelichting te geven.
Hoeveel afdrachten hebt u op de supplementen? Wat betekent dat voor uw ziekenhuis? Hoeveel afdrachten hebt u op het basishonorarium? Ik kan mij immers voorstellen dat er ziekenhuizen zijn met veel afdrachten op veel supplementen en weinig op het basishonorarium. Daardoor wordt het natuurlijk veel interessanter om in zo’n ziekenhuis te werken dan in een ander. Is dat dan zo gezond? Dat weet ik niet. Die klaarheid ontbreekt dus volledig, vandaar de vraag die ik stel.
Die 600 miljoen euro is gemiddeld minder dan de limiet die ik voorstel. Ik kan mij vergissen, want ik beschik niet over de gegevens per ziekenhuis. Ik heb die opgevraagd. Men mag mij bewijzen dat dat onleefbaar is. Als dat zo is, dan is er geen enkel probleem.
Kathleen Depoorter:
Mijnheer de minister, dat bewijst mijn stelling dat u nu aan nattevingerwerk doet. U moet eerst uitklaren hoeveel u precies nodig hebt voor de hervorming van de ziekenhuisfinanciering. Daarom kunnen die maximumpercentages vandaag nog niet vastgelegd worden. Dat begrijpt toch iedereen?
La présidente : Normalement, le débat est terminé.
Irina De Knop:
Mevrouw de voorzitter, als er een discussie ontstaat tussen twee regeringspartijen, voel ik mij als oppositielid toch geroepen om daar nog een woordje aan toe te voegen.
We raken hier inderdaad aan de kern van de zaak. De essentie van uw hele hervorming, uw focus op de ereloonsupplementen, houdt in dat er een voordeel voor de hospitalisatieverzekeringen en de mutualiteiten ontstaat. Dat moet uiteraard mee in rekening worden gebracht in het globale overleg en het globale debat. Dat aspect blijft vandaag volledig onderbelicht. Dat zorgt ervoor, mijnheer de minister, dat er nog meer bezorgdheid, ongerustheid en kwaadheid heerst bij die groep artsen die zich in uw hele budgettaire verhaal sterk geviseerd voelt. U bent op zoek naar middelen, maar u kijkt slechts naar één specifieke partij om die te vinden, zonder dat er sprake is van een compensatie.
Ik hoor hier verschillende partijen uit uw regering zeggen dat er absoluut geen sprake kan zijn van uw kaderwet, met de ereloonsupplementen daarin vervat. Het is vandaag bijzonder moeilijk om oppositie te voeren, want de oppositie zit in uw eigen regering. Gelukkig maar zou ik zeggen, want dat zal er hopelijk voor zorgen dat u die wetgeving niet nog voor 21 juli door het Parlement probeert te jagen. Zoals ik het begrijp, is dat inmiddels quasi onmogelijk geworden.
Dat neemt echter niet weg dat u blijkbaar absoluut uw strijd met de ziekenhuizen wilt aangaan. U wilt volledige transparantie. U wilt dat zij alle kaarten op tafel leggen. U gebruikt de kaderwet en de ereloonsupplementen als pasmunt. Dat is zeer duidelijk. U gebruikt daarvoor de beroepsgroep van de artsen. Eerlijk gezegd vind ik dat een minister onwaardig. Als minister van Volksgezondheid zou u toch een meer pragmatische aanpak kunnen voorstellen.
Tot slot herhaal ik mijn vraag om een uitgebreider debat over deze problematiek en de hervormingen te kunnen voeren. Ik zal met mijn collega’s overleg plegen over de manier waarop wij dat op de kortst mogelijke termijn kunnen doen. Het is duidelijk dat de debatten hier in het Parlement moeten worden gevoerd en niet alleen in de media.
La présidente : L'invitation à poursuivre la discussion ici tout prochainement est donc lancée, monsieur le ministre.
Frank Vandenbroucke:
(…) La présidente : Vous pouvez constater l'intérêt de tous ici. Je pense que la transparence ici est préférable aux échos glanés ç à et l à ou, pire, au fait que les gens manifestent leur mécontentement dans la rue. Oui, ils manifestaient leur mécontentement dans la rue. Il y a, je crois, un peu trop de col è re en ce moment.
De staking van de zorgverstrekkers
De artsenstaking
De artsenstaking
De stakingsaanzegging van BVAS
Stakingen in de zorgsector
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 3 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De zorgsector protesteert massaal (staking op 7 juli) tegen minister Vandenbrouckes plannen om supplementen te plafonneren en fraude harder aan te pakken, zonder duidelijke hervorming van de nomenclatuur (terugbetalingstarieven) of voldoende overleg. De minister benadrukt dat hij al 7x overlegde, een lijst met aanpassingen voorstelde (o.a. behoud conventiepartieel) en een half miljard extra in tandzorg investeerde, maar artsen voelen zich niet gehoord, vrezen tweedeling in zorg en eisen meer vertrouwen, transparantie en autonomie. De kern van het conflict: tariefzekerheid voor patiënten vs. vrijheid en financiële leefbaarheid voor zorgverleners, met als dieptepunt gebroken vertrouwen door geforceerde maatregelen zonder draagvlak. De staking is een radicale waarschuwing dat de sector geen eenzijdige oplossingen accepteert.
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, ik ben ooit in de politiek gestapt omdat ik het wilde opnemen voor mijn patiënten. Ik wilde ijveren voor een betere terugbetaling van hun behandelingen. Ik ben parodontoloog, een van die medische disciplines waarvoor er bijzonder lage terugbetalingstarieven voorzien zijn. Ik heb het altijd heel oneerlijk gevonden dat mijn patiënten zoveel moesten betalen voor de behandeling van een tandvleesontsteking, om te voorkomen dat ze hun tanden zouden verliezen.
Een hervorming van de nomenclatuur of een herijking van die tarieven is dan ook dringend nodig. Zonder zo’n hervorming zijn sommige disciplines genoodzaakt supplementen te vragen om hun praktijk draaiende te houden. Over die nood aan hervorming zijn we het dan ook volledig eens.
We zijn het echter niet eens, mijnheer de minister, met het feit dat u die supplementen wettelijk wil plafonneren, terwijl er nog geen duidelijkheid is over hoe de hervorming van de nomenclatuur er in de toekomst zal uitzien en of de nieuwe tarieven dan wel toereikend zullen zijn. Dat er ongerustheid bestaat over die kaderwet, is voor de N-VA dan ook zeer begrijpelijk.
Dit was overigens niet wat wij voor ogen hadden toen we onze handtekening zetten onder het regeerakkoord. Het vrije beroep is niet iets wat we moeten bestrijden. Hervormingen zijn nodig om onze zorg kwaliteitsvol, betaalbaar en duurzaam te houden. Dat moeten we wel samen doen, samen met de zorgverstrekkers, want zij zijn het best geplaatst om in te schatten wat de gevolgen van die hervormingen op het terrein kunnen zijn.
Mijnheer de minister, zijn er gesprekken lopende met de zorgverstrekkers en wat is het verdere verloop daarvan? U hebt aangegeven dat u openstaat voor aanpassingen aan het ontwerp van kaderwet. Zijn er al aanpassingen gebeurd en kunt u daar nu al iets over meedelen?
Jean-François Gatelier:
Monsieur le ministre, ce 7 juillet, les médecins et les dentistes, ainsi que d'autres soignants par solidarité, mèneront une grève générale, un fait rarissime, du jamais vu depuis 60 ans. En tant que médecin et député pour Les Engagés, je comprends pleinement les craintes et la colère qui montent dans le corps médical.
L'enquête menée par plusieurs journaux spécialisés est sans appel: huit médecins sur dix rejettent l'avant-projet de loi. Notre mouvement partage la volonté de moderniser notre système de santé, d'y apporter de la transparence et de l'efficacité. Nous avons tous connaissance de situations qui vont trop loin, qui ne sont pas soutenables et auxquelles il faut remédier. Il ne s'agit toutefois pas de faire à n'importe quel prix, ni contre ceux qui le font vivre au quotidien. Nous plaidons pour une réforme équilibrée, qui donne un cap politique sans dévoyer la démocratie sanitaire.
L'accord de gouvernement donne une orientation qui devra se matérialiser. Il s'agit cependant de placer le curseur au bon endroit pour les mesures qui y sont prévues. Votre réforme impose, sans concertation suffisante, un plafonnement des suppléments d'honoraires. Cette mesure, dite de justice sociale, frappera de manière inéquitable nos hôpitaux, et dans l'absence d'une réforme préalable du financement hospitalier, affaiblira les établissements, menacera la pérennité de l'offre de soins et désorganisera profondément les pratiques. Oui à des règles claires, non à la suppression de toute souplesse, comme le conventionnement partiel. Oui à la responsabilisation, non au retrait du numéro INAMI sans garantie procédurale solide.
Réformer, c'est dialoguer, écouter, construire avec les soignants. Si ce projet reste figé, il fracturera durablement la relation entre l' É tat et les médecins. Les Engagés défendront toujours une santé publique co-construite, humaine et respectueuse du terrain.
Monsieur le ministre, je n'ai qu'une question: que répondez-vous aux médecins qui exprimeront leurs craintes ce 7 juillet?
Julie Taton:
Monsieur le ministre, nous serons d'accord sur un point, à savoir que nous ne sommes pas prêts d'oublier cette date du 7 juillet 2025. Cela fait plus de 20 ans, comme l'a rappelé mon collègue qui a même parlé de plus de 60 ans, que le secteur médical ne s'était plus mobilisé pour manifester sa colère, mais aussi ses inquiétudes et son incompréhension.
Nous en connaissons les raisons, qui ont déjà été développées à plusieurs reprises dans cet hémicycle. Mes collègues viennent également de relever les points qui fâchent. Les réformes doivent être entreprises, mais le problème est qu'elles font peur, parce qu'elles menacent l'équilibre, l'avenir du secteur et la qualité des soins. Comment comptez-vous garantir l'autonomie des praticiens, la valorisation de leur métier, le financement sain de nos hôpitaux? Comment éviter cette médecine à deux vitesses, qui est déjà en train de s'installer petit à petit? Nous pouvons parler aussi du choix, de la liberté et de la vie des patients et des soignants.
Monsieur le ministre, vous avez aussi prévu quelque chose d'assez sympathique sur le papier en souhaitant un système beaucoup plus lisible, juste et transparent. Le problème est que la confiance a été rompue. Cette grève du 7 juillet en apporte la preuve éclatante.
Pouvez-vous nous expliquer concrètement comment vous allez vous y prendre pour rétablir un dialogue constructif et apaisé avec l'ensemble des représentants du monde médical? Quelles garanties pouvez-vous nous apporter pour que la réforme soit entreprise dans l'intérêt commun, en préservant la qualité, la liberté, mais aussi l'accès de tous aux soins?
Irina De Knop:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, maandag is het zover: voor het eerst in 25 jaar staken onze artsen, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze moeten. Als er één beroepsgroep is voor wie staken niet in het DNA zit, dan zijn het wel onze artsen.
Zij kunnen niet anders. U mag dan wel verklaren dat u vier, vijf of zes keer met hen hebt gesproken en naar hen hebt geluisterd, maar uw methode werkt niet. Zo eenvoudig is het. U kunt tien keer overleggen, maar het probleem is niet dat u het niet hoort, maar dat u niet luistert.
Ondertussen zien wij dat de stakingsoproep alsmaar meer gehoor vindt. Iedere dag opnieuw sluiten nieuwe zorgverleners zich aan bij de stakerslijst: radiologen, orthopedisten, dermatologen, oncologen en noem maar op. Zelfs het universitair ziekenhuis van de UGent en heel wat huisartsen en tandartsen hebben zich intussen bij hen aangesloten.
Niettemin weigert u bij te sturen. Ik heb u hier vorige week via een motie gevraagd uw kaderwet zo diep mogelijk in een lade te leggen en van methode te veranderen. Wat zien wij echter? U gaat koppig door.
Ik heb voor u drie concrete vragen. Meent u dat alle zorgverstrekkers die komende maandag staken, dat ook zouden doen, mochten zij een alternatief zien?
Welke initiatieven hebt u de voorbije weken genomen om de gemoederen te bedaren en echt te luisteren? Wat heeft dat opgeleverd?
Ten slotte, zult u iets wijzigen aan uw methode en uw kaderwet bijsturen?
Frank Vandenbroucke:
Chers collègues, nous investissons dans les soins de santé pour assurer des soins de qualité, des soins abordables, pour une rémunération correcte de tous les prestataires, pour un financement adéquat et suffisant pour les hôpitaux, pour la sécurité tarifaire. En même temps, vous m'avez demandé de renforcer la lutte contre les fraudes, même si elles sont marginales dans le système. Un premier avant-projet de loi est en discussion.
Concernant la concertation, tout d'abord, ce soir je verrai pour la septième fois les syndicats des médecins, qui incluent les syndicats des dentistes. J'ai déposé hier une longue liste de changements dans le texte en question. Une longue liste d'amendements significatifs, comme je l'avais annoncé, entre autres concernant le conventionnement partiel. J'ai dit que s'il y avait une autre solution pour accroître la lisibilité et la transparence pour les patients en maintenant ce système de conventionnement partiel, ce serait bon pour moi. J'ai donc fait circuler une longue liste d'amendements, dont nous discuterons ce soir. La concertation est réelle, elle s'organise.
Je serais évidemment ravi si mes collègues organisaient la concertation de la même façon sur les pensions avec les syndicats des ouvriers et sur la flexibilité du marché du travail. J'imagine que ce sera le cas.
Donc, ce soir, pour la septième fois, une longue liste d'amendements, portant sur des questions assez importantes, sera discutée. Je comprends aussi tous les soucis.
Collega's, laat ik duidelijk zijn, de gezondheidszorg staat onder druk, in een vergrijzende samenleving. Huisartsen staan onder druk en hebben meer steun nodig. Kinderartsen en psychiaters zouden beter vergoed moeten worden. Spoeddiensten worden overspoeld. We hebben de voorbije jaren een half miljard meer geïnvesteerd in de tandzorg. Ik wil echter wel dat de verantwoordelijken in de sector dat geld ook gebruiken voor de grootste noden. Dat wil ik ook. En wij zullen nog investeren in tandzorg.
De sector staat dus onder grote druk. Hervormingen zijn absoluut nodig. Ik begrijp dat er vandaag onrust is. Eerlijk gezegd, er zijn ook heel veel misverstanden en sommige zaken begrijp ik ook niet, collega's. Ik begrijp niet dat een vakbond een staking organiseert en zegt dat patiënten zullen worden geweigerd, omdat het onaanvaardbaar is dat wij frauduleuze facturen willen tegenhouden van jammer genoeg soms ook fraudeurs en oplichters in het systeem. Omdat we die facturen niet meer willen betalen, organiseert men een staking tegen patiënten. Dat is toch moeilijk te begrijpen. Omdat wij binnen de drie jaar echte excessen en overdrijvingen in supplementen, die boven op facturen komen, willen beperken, een staking organiseren tegen patiënten, is moeilijk te begrijpen. Ik begrijp dat alvast niet.
Daarover gaat het dus. Het gaat over tariefzekerheid voor patiënten. Het gaat over een correcte vergoeding voor artsen en voor tandartsen. Absoluut.
Mevrouw Gijbels, vorige legislatuur - u zat toen in de oppositie - hebben wij de terugbetaling voor tandartsen verhoogd van 950 miljoen euro naar 1,5 miljard, een toename van een half miljard euro. Ik wil het mogelijk maken dat men niet alleen nog meer kan investeren, maar ook – dit is om uw probleem op te lossen – dat men flexibelere tarieven kan werken. Daarover zegt niemand iets. Dat wil ik mogelijk maken. Dat zijn oplossingen, voor u en voor uw patiënten. Laten we daarover het overleg organiseren.
Organiseer toch geen staking, omdat men frauduleuze facturen niet langer wil betalen. Ik heb gelezen dat dat een rode lijn is voor een vakbond. Dat kan toch niet. Organiseer geen staking, omdat men binnen de drie jaar een limiet wil stellen aan absolute excessen, waardoor een bevalling in het ene ziekenhuis drie keer duurder is dan in het andere. Daar bent u het toch mee eens? U hebt dat immers in het regeerakkoord laten opnemen. Meer zelfs, ik moet dat probleem onmiddellijk aanpakken; ik doe het met vertraging. Dus (…)
Frieda Gijbels:
Mijnheer de minister, voor alle duidelijkheid, als wij ijveren voor betere terugbetalingen, dan gaat het niet over betere terugbetalingen voor de artsen of de tandartsen, maar wel voor de patiënten. Ik wil de puntjes op de i zetten. Wij zijn het er volledig mee eens dat er hervormingen nodig zijn en dat er moet worden gestreden tegen fraude.
Daarvoor hebben we echter iedereen nodig. Ik hoop dat er geluisterd wordt. Het is essentieel dat het wederzijds vertrouwen opnieuw wordt opgebouwd. Ik denk ook dat we daar nog niet zijn. Ik hoop dat er constructief voort wordt gewerkt en dat we binnen de contouren van het regeerakkoord blijven.
Wat het staken betreft, komende maandag zal er actie worden gevoerd. Staken is niet natuurlijk voor een zorgverstrekker. Het is gelukkig ook heel uitzonderlijk. Het wijst op een grote bezorgdheid. Ik hoop dat patiënten er niet te veel last van zullen hebben en dat mijn collega-zorgverstrekkers er alles aan zullen doen om de uitgestelde zorg zo snel mogelijk in te halen.
Jean-François Gatelier:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Nous partageons au moins un point commun: je suis tout à fait d'accord avec vous sur le fait qu'il faut réformer nos soins de santé. Cela coûte de plus en plus cher. Je suis heureux de vous entendre dire que vous avez procédé à des concertations sept fois. Je vous en ai parlé de manière personnelle en vous disant quand même qu'un syndicat n'avait pas été informé avant le 3 juin. Dommage que la communication n'ait pas été suffisante, en tout cas pour tous. Enfin, passons sur cela. Nous allons essayer d'améliorer les choses.
Vous parlez de concertation. Je suis d'accord avec vous. Il faut de la concertation pour les pensions. Je renvoie aussi la balle: il faudrait également se concerter dans le secteur de l'emploi.
Continuons à réformer parce que, effectivement, il y a des abus, mais il ne faut pas faire payer à toute une profession les quelques abus qui restent finalement très rares. C'est comme les suppléments d'honoraires ultra excessifs; ils restent extrêmement rares, et la profession a vraiment le sentiment d'être stigmatisée.
En médecine, Hippocrate nous a légué un principe simple: primum non nocere . Premièrement, ne pas nuire. Et votre réforme, en l'état actuel, risque de nuire.
Julie Taton:
Merci beaucoup, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J'ai envie de relever un point par rapport à tout ce qui vient d'être dit. Vous avez dit que la question était aussi d'avoir une rémunération correcte. Mais qu'entendez-vous par là? Cela reste quelque peu subjectif par rapport au travail de ces professionnels. Je pense que s'ils prennent le temps de faire un jour de grève, compte tenu de leurs responsabilités, c'est qu'il y a un vrai souci.
Nous sommes ravis d'entendre que vous allez encore prendre le temps, pour une septième fois, de communiquer et d'échanger avec eux. La concertation est clairement la clé. Nous avons vraiment besoin de ce secteur.
Irina De Knop:
"Wat nu op tafel ligt, laten wij niet passeren. Nonkel Frank is dingen aan het doen die niet afgesproken waren. Ik snap dat de artsen dit niet pikken." Vooraleer u boos wordt op mij, mijnheer de minister, dat zijn niet mijn uitspraken, maar die van uw coalitiepartner, de N-VA. Tussen haakjes, die had in plaats van zo te brullen in de media en te piepen in het Parlement, perfect mijn motie vorige week kunnen goedkeuren. Daarin staat – ik lees het nog eens voor -: "We vragen het ontwerp van kaderwet in te trekken."
Mijnheer de minister, ik verneem dat u punten en komma's in de kaderwet wijzigt en die telkens opnieuw blijft voorleggen. Dat is het beste bewijs dat u eigenlijk niet luistert.
Het is niet zomaar een staking, mijnheer de minister. Het is een waarschuwing.
Voorzitter:
Ik heb goed nieuws, collega’s. De mogelijkheid om deel te nemen aan de geheime stemmingen wordt met een half uur verlengd. Sommigen hebben niet de mogelijkheid gehad om te stemmen, dus die mogelijkheid wordt hen nu geboden. U zult daar ongetwijfeld gebruik van maken.
Het voorakkoord met de spoorbonden
Het voorakkoord met de spoorbonden
Het voorakkoord met de spoorbonden
De impact van de pensioenhervorming op de NMBS en Infrabel
Het voorakkoord van de minister met de vakorganisaties
De spoorstakingen
Het voorakkoord met de spoorvakbonden
Het sociaal voorakkoord bij het spoor
De gevolgen van de besparing op de pensioenen bij de NMBS
De gesprekken met de vakbonden bij de NMBS
Overeenkomsten, hervormingen en acties in de spoorsector
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het voorakkoord met de spoorbonden over de hervorming van het personeelsstatuut (stop statutaire aanwervingen vanaf 2028, overdracht HR-taken naar NMBS/Infrabel) wordt afgewezen door de Franstalige vakbonden, vooral om de afschaffing van het statuut en onduidelijkheid over pensioenen—een dossier dat bij Jambon ligt. Minister Crucke weigert details te geven tot officiële reactie van de bonden, maar benadrukt behoud van verworven rechten, jobgaranties en centrale rol HR Rail, terwijl hij efficiëntie en stabiliteit voor 2032 nastreeft—met risico op extra kosten (€300M+) en sociale onrust bij falen. Parlementariërs eisen transparantie en vrezen blokkering door vakbondsvertraging, terwijl de dienstverlening en liberalisering onder druk staan.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, de tijd haalt ons in, want enige tijd geleden hadden we een vraag ingediend over het voorakkoord met de spoorbonden, dat u op 23 april in de pers had aangekondigd. Ondertussen vordert het dossier en raken steeds meer elementen uit dat voorakkoord bekend. Daarom hebben we een geactualiseerde versie van de vraag ingediend. Ik focus op de meest recente vraag en bundel daarbij de twee eerder ingediende vragen.
Mijnheer de minister, na meer dan 20 stakingsdagen – de teller staat ondertussen op 25 – en weken van onderhandelingen is er blijkbaar eindelijk een voorakkoord met de spoorvakbonden gesloten, na maanden van onrust en ongemak voor de pendelaars. De noodzaak tot verandering in de sector is overduidelijk, maar de lange onderhandelingsperiode roept uiteraard vragen op. Het heeft ongetwijfeld veel tijd en moeite gekost om tot een akkoord te komen, wat aanzienlijke overlast heeft veroorzaakt voor de reizigers. De onderhandelingen met uw collega-minister Jambon, die wellicht het gevoeligst liggen, zijn blijkbaar nog gaande.
Ondertussen hebben we via de media heel wat informatie kunnen vergaren over de inhoud van het voorakkoord, maar, behoudens vergissing van mijnentwege, is er tot op heden nog geen tekst aan het Parlement bezorgd. De stopzetting van de statutaire aanwervingen binnen de spooronderneming springt het meest in het oog. Blijkbaar gaat die stopzetting niet onmiddellijk in, maar pas vanaf 2028. Daarnaast zouden heel wat taken van HR Rail worden overgeheveld naar Infrabel en de NMBS. Het is echter onduidelijk hoe het contractuele statuut van het spoorpersoneel er in de toekomst zal uitzien.
Mijnheer de minister, welke elementen zijn inmiddels opgenomen in het voorakkoord? Kunt u toelichten waarom ervoor gekozen is om pas in 2028 te stoppen met vaste benoemingen en niet onmiddellijk? Welke taken blijven in de tussentijd bij HR Rail? Welke taken zullen worden overgedragen naar Infrabel en de NMBS? Hoe zal het toekomstige contractuele statuut van het spoorpersoneel eruitzien? Onder welk paritair comité zullen de contractuele personeelsleden vallen? Dat laatste is belangrijk met het oog op de toekomstige liberalisering van het spoor.
Ik heb ook een eerder gestelde vraagstelling die ik wil hernemen. Hoe ziet u de modernisering van het statuut? Wat wordt er precies veranderd? Is het nieuwe statuut gebenchmarkt met voorbeelden van buitenlandse spoorondernemingen?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, de situatie is al heel goed geschetst door collega De Knop. Ik hoef er dus niet verder op in te gaan. Ik zal ineens overgaan tot mijn vragen. Ik heb er een aantal, dus ik zal ze bundelen.
Wij hebben allemaal het voorakkoord kunnen lezen in de media. Als ik me niet vergis, zullen de vakbonden vandaag, 27 mei, opnieuw overleg houden met het oog op een uitspraak over wat ze ervan vinden. Los daarvan heb ik een aantal vragen over de pensioenen bij de NMBS en Infrabel.
Mijn eerste reeks vragen gaat over het voorakkoord en de inhoudelijke afspraken ter zake. Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat precies wordt verstaan onder "de verworven rechten" die gevrijwaard blijven? Het voorakkoord kwam er na een reeks stakingen. Kunt u toelichten welke thema's, naast de hervorming van het personeelsstatuut en de rol van HR-Rail, op tafel lagen tijdens de onderhandelingen met de vakbonden?
Is het voorakkoord inmiddels voorgelegd aan de achterban van de vakbonden? Zo ja, wat was de reactie? Is het ondertussen goedgekeurd? Wanneer wordt het akkoord dan voorgelegd aan de federale regering? Verwacht u dat dit akkoord de sociale rust zal herstellen? Hoe zult u de voortgang opvolgen, zeker met het oog op het overleg in verband met de pensioenregeling, dat nog gepland staat?
Dan heb ik nog een aantal vragen in verband met de uitvoering van het voorakkoord in de praktijk.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat de rol van HR-Rail precies wordt in het nieuwe organigram en wat er verandert in de verdeling tussen de taken bij de NMBS en Infrabel? Welke concrete stappen zijn gepland om de hervormingen op het terrein te realiseren? Hoe ziet het tijdspad eruit voor de overheveling van de bevoegdheden, het personeel en dergelijke meer? Over hoeveel personeelsleden gaat het bij de verschuiving van HR-Rail naar de NMBS en Infrabel? Over welke functies en profielen spreken we dan?
Tot slot, op welke manier zullen de verworven rechten van het overgaande personeel gegarandeerd blijven bij hun overstap naar NMBS of Infrabel? Hoe zal erover gecommuniceerd worden aan het personeel?
Daarnaast heb ik nog twee vragen over de financiële impact. Klopt het dat de raming uitgaat van een extra kost van meer dan 300 miljoen euro voor de NMBS en Infrabel? Waarop is die raming gebaseerd?
Tot slot, hoe verhoudt deze hervorming zich tot de doelstellingen die aan de NMBS en Infrabel zijn opgelegd in het openbaredienstcontract?
Frank Troosters:
Enige tijd geleden kondigde de federale minister van Mobiliteit aan een voorakkoord te hebben bereikt met de drie grootste spoorvakbonden. In dit voorakkoord werden (volgens de minister) verschillende fundamentele principes opgenomen inzake de tewerkstelling en de verworven rechten van de spoorwerknemers. De betrokken vakorganisaties moesten dit 'voorakkoord' echter nog ter goedkeuring voorleggen aan hun achterban.
Tijdens de recente bespreking van zijn beleidsnota inzake mobiliteit kon/wou de minister nog geen verdere inhoudelijke details over het akkoord bekendmaken.
1. Kan de minister intussen duidelijkheid brengen over de inhoudelijke aspecten die in het akkoord werden overeengekomen? Welke afspraken werden concreet verankerd in het gemaakte akkoord?
2. Hoe beoordeelden de leden van de betrokken spoorvakbonden de inhoud van het gemaakte voorakkoord? Hadden zij bijkomende vragen, bezwaren of opmerkingen? Zo ja, welke?
3. Op welke wijze en op welke termijn zullen de inhoudelijke afspraken uit het akkoord uitgevoerd worden?
Vanaf maandag 19 mei (22u) tot dinsdag 20 mei (laatste trein) vind er een nieuwe spoorstaking plaats. Deze zoveelste staking is opnieuw gericht tegen het beleid inzake het spoor van de Arizona-regering.
1. Op welke wijze evalueert de minister deze nieuwe staking gezien het overleg dat hij met de spoorbonden had?
2. Welke bijkomende stappen gaat de minister ondernemen om toekomstige stakingen te vermijden?
3. Op welke wijze zal de minister het geschonden vertrouwen en de onvrede bij de getroffen treinreizigers in de toekomst trachten te herstellen?
In het licht van de aangekondigde plannen van de Arizona-regering over het hervormen van het pensioenstelsel geven de spoorbedrijven NMBS en Infrabel aan dat deze hervormingen hen allicht meer van 300 miljoen euro zullen kosten tegen 2032. Deze extra kost komt er bovenop de hen reeds opgelegde besparing van 675 miljoen euro.
Ondanks de opgelegde besparingen blijft deze regering toch vasthouden aan de doelstellingen die spoorbedrijven geacht worden te behalen zoals overeengekomen in de beheerscontracten die de overheid met hen afsloot.
Volgens de pers zou een lid van de Raad van Bestuur van de NMBS onomwonden spreken van een contractbreuk door de overheid.
1. Kan de minister duiden wat de financiële impact van de geplande pensioenaanpassingen door de Arizona-regering voor de spoorbedrijven zal zijn?
2. Laat de minister een opening om de afgesloten beheerscontracten met de spoorbedrijven aan te passen gezien de opgelegde besparingen en de mogelijke extra lasten voor de spoorbedrijven?
3. Zal de minister trachten compenserende maatregelen te nemen ten gunste van de getroffen spoorbedrijven? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, vous êtes en train de conclure un préaccord social important avec les représentants des entreprises ferroviaires ainsi que les principales organisations syndicales du secteur. Le texte aborde les volets de la mobilité et des ressources humaines, en affirmant plusieurs principes essentiels, tels que la garantie de l’emploi et le respect des droits acquis. Il prévoit également un transfert de compétences, tout en maintenant HR Rail.
Les Engagés sont convaincus de la nécessité de faire évoluer notre modèle pour garantir la viabilité de notre service public ferroviaire et les droits des travailleurs. Je me réjouis de l'équilibre que vous pourrez certainement nous présenter dans un futur plus ou moins proche. Vous avez toujours veillé à maintenir le débat entre vous et les instances, tant que le préaccord n'était pas formellement établi. Pouvez-vous nous éclairer sur l'état d'avancement des discussions ainsi qu'éventuellement sur la finalité de l'accord complet?
Enfin, quelles seront les prochaines étapes du processus, notamment en ce qui concerne la présentation officielle du projet au gouvernement fédéral?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, lors de notre précédente réunion à ce sujet, vous m'aviez invité à adapter ma question parce que vous étiez assez fier du préaccord qui était intervenu la veille ou l'avant-veille, et que ma question n'en tenait, selon vous, que trop peu compte. Aujourd'hui, la situation est inversée car les syndicats francophones ont rejeté le préaccord que vous aviez conclu après d’âpres discussions. Nous savions que les deux principaux syndicats devaient se prononcer d’ici au 27 mai, mais ils ont été plus vite qu’attendu. À la veille d’une nouvelle journée de grève nationale, ils se sont donc prononcés négativement.
Ce préaccord social était fragile, vous-même l'aviez déclaré. Et le dossier des pensions reste toujours aussi brûlant. En ce qui concerne le statut, la fin de la statutarisation des agents risquait également de ne pas faire recette chez les cheminots. Pour rappel, près de 90 % des cheminots sont statutaires. Proposer, comme vous l’aviez fait, que les recrutements se fassent uniquement sous forme contractuelle dès le début de 2028 n’a visiblement pas été bien accueilli.
Face à la fin du statut et aux éventuelles craintes que le personnel contractuel pourrait avoir, vous auriez accepté qu’une convention collective pour ce personnel soit négociée au sein de la commission paritaire nationale.
Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer ces informations, tout comme le maintien de l’organe de dialogue social comme structure unique pour l’ensemble des cheminots, avec la règle des deux tiers pour l’approbation des décisions?
Dans votre plan, quel aurait été demain le rôle de HR Rail puisque, visiblement, le recrutement du personnel serait dorénavant de la responsabilité de la SNCB et d’Infrabel?
Pouvez-vous confirmer également qu’il n’y aurait pas eu de réquisition de personnel en cas de mouvement de grève et qu’on serait resté dans le modèle actuel du service minimum garanti, que nous évoquions tout à l'heure?
Qu’entendez-vous faire à présent face au refus des cheminots de suivre votre préaccord? Cela remet-il tout ce qui a été entrepris jusqu’ici en question? Quelle est votre marge de manœuvre dans ce dossier et pensez-vous réellement que tout le monde au sein du gouvernement veuille arriver à un accord qui permettrait de rassurer les syndicats, sinon sur le long terme, au moins sur le moyen terme?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, ma question est assez simple. À présent que l'accord semble avoir été rejeté par les syndicats, qu'allez-vous faire? Allez-vous revoir vos plans et entendre ceux qui font rouler les trains tous les jours?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, tijdens de bespreking van de beleidsnota gaf u aan dat u pas over het akkoord met de vakbonden wilt spreken, zodra zij het intern hebben kunnen bespreken en u een antwoord van hen hebt ontvangen. Er zijn al duidelijke signalen dat het akkoord niet overal positief werd onthaald. Hebt u echter ook positieve signalen gekregen? Op welke manier gaat u ermee verder?
Het is ook belangrijk om de hele pensioenkwestie daarin mee op te nemen. Die raakt immers ook aan het sociaal statuut. Het is niet uw bevoegdheid, maar voor de vakbonden en de werknemers zijn regelingen inzake hun pensioenen ook onderdeel van hun personeelsstatuut
U mag geen voorafname doen, ook niet via een deelakkoord, waarna er nadien andere akkoorden over de pensioenen worden gesloten. Ik maak trouwens dezelfde opmerking in de commissie voor Landsverdediging: we moeten het sociaal statuut als een totaalpakket beschouwen en niet als een verzameling van afzonderlijke onderdelen.
Hoe ziet u het verdere verloop opdat ook de treinreiziger een rustige zomer tegemoet kan gaan en zo veel mogelijk gebruik kan blijven maken van de trein?
Ten slotte, u hebt tijdens de begrotingsbespreking gewaarschuwd dat de besparingen voor de komende jaren nog niet zijn uitgewerkt en dat u in dat verband nog oefeningen maakt. Voor 2025 hebt u de oefening wél gemaakt. Kunt u ons en vooral het personeel garanderen dat de efficiëntiewinsten die in de komende jaren moeten worden gerealiseerd, niet opnieuw op hun kap zullen worden afgewenteld?
Jean-Luc Crucke:
Zoals u wellicht weet, werden de leden van de vakorganisaties verzocht om zich in de loop van de dag uit te spreken over het sociaal voorakkoord.
Je n'ai reçu à ce jour – mais je n'ai peut-être pas les mêmes liens avec les syndicats que d'autres collègues – ni confirmation ni infirmation. Il n'y a aucune communication de la part de ceux avec qui j'ai débattu pendant 48 heures et conclu un préaccord, signé par l'ensemble des représentants des organisations syndicales. Pour que les choses soient claires: je n'ai pas, à ce stade, reçu quoi que ce soit.
Ik wil hier opnieuw de verbintenis bevestigen die ik ben aangegaan tegenover de vakbonds–afgevaardigden om geen commentaar te leveren tijdens de raadplegingsfase van hun basis. Het is niet omdat iemand hier zegt dat het zo is, dat het ook zo is. Als ik geen antwoord krijg van de vakbonden, zal ik ook geen commentaar geven, maar u mag erop rekenen dat ik daarna alle documenten openbaar zal maken. De resultaten worden de komende uren verwacht en ik wens niet vooruit te lopen op de aard ervan. Ik zal met het nodige respect het officiële standpunt van de werknemersafgevaardigden afwachten.
Naleving van het sociaal overleg is van fundamenteel belang. Sta mij echter toe om de fundamentele beginselen van dit voorakkoord te herhalen. De tewerkstelling wordt gewaarborgd. Dat heeft niets te maken met de financiële sanering. De verworven rechten van de werknemers blijven volledig behouden. Er wordt voorzien in een overdracht van competenties, meer bepaald inzake aanwerving, selectie en loopbaan. HR Rail behoudt een centrale rol en blijft instaan voor het sociaal overleg, de reglementering, het statuut van het personeel en de contracten. Tot slot zal er een gemoderniseerd kader worden ingevoerd met een evolutie naar contractuele relaties die meer aangepast zijn aan de realiteit van de sector.
Comme je viens de le préciser, je ne prendrai position sur l'avis formulé par les organisations syndicales que lorsque je recevrai un document écrit détaillé et circonstancié. Ce n'est qu'après en avoir pris pleinement connaissance que je serai en mesure d'adopter une position claire et de déterminer les suites à y donner. J'ai toujours agi de la sorte, quelles qu'aient été mes responsabilités ministérielles, et je n'entends pas changer ma manière de fonctionner.
Dès mon entrée en fonction, j'ai souhaité entamer le dialogue dans la transparence et le respect des positions de chacun. L'accord de gouvernement nous indique la direction à prendre. Nous devons préparer le secteur à l'après 2032, comme je l'ai dit tout à l'heure. Ce sont les données avec lesquelles nous devons tous composer. J'en appelle dès lors à la responsabilité de chacun pour que les démarches entreprises depuis le mois de février et les propositions formulées dans le cadre de ce préaccord puissent trouver écho auprès de l'ensemble des acteurs de cette réforme pour accompagner le secteur ferroviaire. Il faudra prouver à l'avenir que nous sommes les meilleurs pour opérer sur le réseau belge. Cela va de pair avec la stabilité sociale du secteur. Sans marge d'efficience pour 2032, il est effectivement à craindre qu'à ce moment-là, les difficultés sociales seront bien plus importantes que certains osent même l'imaginer.
Concernant les grèves intersectorielles des 19 et 20 mai, je tiens à préciser qu'elles ne sont pas liées à ce préaccord, mais en particulier – les syndicats l'ont dit eux-mêmes – aux problématiques concernant la réforme des pensions. Comme je l'a déjà indiqué, les syndicats ont entamé un dialogue avec le ministre des Pensions. La dernière réunion, qui s'est tenue le 28 avril dernier, s'est déroulée dans un climat constructif. J'espère que ces échanges permettront de rapprocher les positions et de soutenir le processus de préaccord en cours.
Vous m'avez également interrogé sur les coûts potentiels des réformes en matière de pensions. À ce stade, les estimations que vous mentionnez m'ont également été communiquées. Nous sommes en phase de vérification de ces montants. Ils sont effectivement importants et ils vont peser lourd sur le secteur. J'envisage dès lors de les mettre dans la balance des économies à réaliser sur la présente législature car on ne peut pas demander au secteur de suivre sa trajectoire de performances, de faire des économies et de prendre en plus en charge le coût des réformes. Ce serait injustifié et déséquilibré.
J'envisage d'aborder cette question avec mon collègue le ministre des Pensions dès que le dossier sera suffisamment avancé.
Enfin, je tiens à être clair: les économies prévues pour la SNCB et Infrabel ne remettront pas en cause les objectifs fixés dans le contrat de service public et le contrat de performance. Ces objectifs sont inscrits dans l’accord de gouvernement. Leur mise en œuvre fera l’objet d’une évaluation approfondie lors de la mid-term review prévue en 2027.
Le préaccord est le fruit d’un dialogue ouvert et responsable. Je suis convaincu qu’il constitue une base solide pour renforcer la stabilité sociale et préparer l’avenir du rail.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u zegt al meer dan een maand hetzelfde. Ik begrijp dat onderhandelen met de vakbonden niet evident is en dat het moeilijk is om op de feiten vooruit te lopen. Anderzijds, u moet de leden van onze commissie ook ernstig nemen. Het kan toch niet dat wij in de pers en op de websites van de vakbonden wel heel wat elementen van dat voorakkoord kunnen lezen, terwijl u hier weigert om aan de commissie voor Mobiliteit nog maar de minste toelichting te geven, ook al kennen we de fundamenten, zoals verwoord in het regeerakkoord sinds februari.
Ik nodig u toch uit om een evenwicht te vinden tussen wachten op de vakbonden en voldoende informatie geven aan de commissie. Misschien kunt u de vakbonden ook eens een deadline geven, anders kan men tot het einde van het jaar onderhandelen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik moet aangeven dat ik op heel weinig vragen een antwoord gekregen heb, maar u kunt uiteraard niet vooruitlopen op de reactie van de vakbonden. Ik heb daar begrip voor.
Het siert u ook dat u gemaakte afspraken met hen naleeft. Het is echter wel belangrijk om op korte termijn, wanneer er duidelijkheid is, duidelijk te communiceren naar zowel het personeel als de spoorsector. Het akkoord heeft immers een grote impact. U moet, zodra er duidelijkheid is, transparant communiceren. Dat is in het belang van het personeel, dat met heel veel vragen zit. We moeten vermijden dat we opnieuw met sociale onrust worden geconfronteerd.
Voor eventjes wil ik nog genoegen nemen met uw antwoorden, maar ik volg voor een stuk mevrouw De Knop. Het is van belang dat de commissieleden, wanneer er uitsluitsel is, nauw betrokken worden bij het akkoord en dat we toelichting krijgen over de effectieve inhoud van de hervormingen, liefst voor we daarover in de media moeten lezen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik hou van mensen die een gegeven woord nakomen. Dat moet zeker ten opzichte van het Parlement. Eigenlijk worden we vandaag gegijzeld door de vakbonden. Zolang zij zich niet uitspreken en u niet officieel in kennis stellen van hun antwoord, kunnen wij hier blijven hengelen naar informatie en blijven onze pogingen om ons werk te doen onsuccesvol. Dat is onaanvaardbaar.
U hebt het in uw beleidsnota letterlijk over enkele dagen gehad. Wij zijn ondertussen al heel wat dagen verder. Nu hebt u het over enkele uren. We komen dus dichterbij.
Ik betreur in ieder geval dat wij geen informatie krijgen in antwoord op de vragen, die wij hier al meermaals hebben gesteld. Het is onze rol om hier vragen te stellen en wij moeten dus ook antwoord daarop krijgen.
Ik hoop vooral op sociale vrede. Dat betekent hopelijk geen stakingen meer en eindelijk de dienstverlening, die de treinreizigers verdienen. Ik verwacht zo snel mogelijk informatie in het Parlement en hoop dat het spelletje wachten op de vakbonden vlug voorbij is.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos précisions. Je ne vous cacherai pas qu'à mon tour, je suis impatient d'obtenir des réponses plus claires et plus précises, même si je salue évidemment votre engagement et votre respect envers l'institution et les syndicats ferroviaires.
J'entends aussi les principes qui sont conservés dans votre préaccord: la garantie de l'emploi et des droits acquis, le transfert de compétences et le maintien de HR Rail, la préservation de la concertation sociale, le tout dans un cadre modernisé qui vise à correspondre à la réalité présente et future. Comme vous l'avez dit, il faut se préparer à l'avenir, 2032 en l'occurrence. Il faudra alors prouver toute notre compétence et notre performance pour assurer un service de qualité. Je pense que nous pouvons compter sur vous. Vous êtes bien parti et vous recevez donc tout notre soutien.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, une fois n'est pas coutume, je vais rejoindre Mme Cuylaerts et, indirectement, les premières paroles de M. Matagne. En effet, même vos partenaires de majorité disent que les informations sont insuffisantes et que nous sommes quelque peu pris en otage, au point que la commission ne peut pas travailler pour la raison toute simple que les informations ne filtrent pas jusqu'ici et que nous ne pouvons pas en débattre, si ce n'est par voie de presse. Vous n'êtes pas ministre des Pensions, vous le répétez, et c'est vrai. Vous ne m'apprenez rien. Toutefois, le fait est que nous n'avons toujours reçu aucune nouvelle au sujet des pensions. C'est là que le bât blesse, malgré le préaccord qui semble ne plus être. Vous êtes donc désormais le ministre des grèves ou celui de la libéralisation dont on ne peut pas parler. C'est quand même embêtant. Je vous ai posé plusieurs questions relatives au préaccord, mais vous vous refusez à aborder ce sujet, parce que tout cela est encore "secret" – bien que divulgué dans la presse – et pas encore adoubé par les cheminots. Nous nous trouvons dans l'impasse, monsieur le ministre. Par conséquent, je vous invite à reprendre le travail et à revenir vers nous afin que nous puissions en discuter à partir d'éléments concrets en commission, puisque c'est le lieu approprié. Je vous ai posé plusieurs questions quant aux termes du préaccord. J'aimerais obtenir des réponses, de sorte que nous puissions échanger ici. Cela fait des semaines, pour ne pas dire des mois, que cela dure. Les grèves se répètent. Vous étiez content d'avoir obtenu un préaccord, mais le fait est qu'aucune information ne nous est parvenue à ce sujet. Vous ne voulez pas répondre à plusieurs questions que je vous ai posées, au motif que ce préaccord n'est pas encore connu. Nous n'allons pas passer la législature à opérer de la sorte. Il faudra bien en sortir à un moment donné. Je vous remercie, monsieur le ministre.
De hervormingen van de regering
De nationale stakingsactie tegen de noodzakelijke sociale hervormingen van de arizonaregering
Nationale reacties op regeringshervormingen
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 22 mei 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De CD&V- en N-VA-leden benadrukken dat de hervormingen (beperkte werkloosheid, fiscale maatregelen, kernenergie, familiekrediet) brede steun genieten bij Vlamingen, ondanks vakbondsprotest, omdat ze eerlijk (sterke schouders dragen zwaarste lasten) en menselijk (koopkrachtbehoud, overgangsmaatregelen) worden uitgevoerd. Premier De Wever bevestigt dit met peilingscijfers, wijst draagvlak voor harde keuzes (begroting, migratie, activering) af als leidraad, en stelt verantwoordelijkheidszin centraal—zonder afleiding door protest of applaus. De meerderheid moedigt aan om ondanks tegenstand koers te houden, met focus op sociale rechtvaardigheid en tijdige uitvoering.
Steven Matheï:
Mijnheer de eerste minister, bij cd&v doen we wat we beloven. We zijn vorig jaar naar de verkiezingen gegaan met tal van hervormingsvoorstellen en -maatregelen. Die zijn ook in het regeerakkoord terechtgekomen en worden nu uitgevoerd. Dat wordt gesmaakt door de Vlaming, dat leren we vandaag in de media. Als we spreken over de verantwoordelijkheid van de politiek, dan gaat het ook over politieke partijen die verantwoordelijkheid nemen en doen wat ze beloven.
We houden woord als het gaat over hervormingen. We beperken de werkloosheid in de tijd. Er komt een fiscale hervorming die ervoor zorgt dat werkende mensen netto meer overhouden aan het eind van de rit. We doen dat echter op een menselijke manier. We behouden de index en de koopkracht en we zorgen voor overgangsmaatregelen. We houden ook rekening met de bezorgdheden van de mensen. Mensen willen veiligheid, willen zich veilig op straat kunnen voortbewegen. De energiebevoorrading moet verzekerd zijn, dat gebeurt door kernenergie. Het familiekrediet geeft aan jonge gezinnen wat ze echt nodig hebben, namelijk tijd voor elkaar.
Het betreft heel veel maatregelen en heel veel hervormingen die worden gesmaakt door de Vlamingen. De meerderheid van de Vlamingen ondersteunt die moeilijke maatregelen.
Mijnheer de eerste minister, bij die maatregelen is er één belangrijk aandachtspunt, namelijk dat de lasten eerlijk verdeeld worden, de sterke schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Dat zal een belangrijk issue zijn in de discussie over de meerwaardebelasting.
Mijnheer de eerste minister, belangrijke hervormingen moeten op een menselijke manier gebeuren, de lasten moeten eerlijk verdeeld worden. Hoe zult u ervoor zorgen dat de sterkste schouders ook de zwaarste lasten zullen dragen, zoals de Vlaming vraagt?
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de eerste minister, de vakbonden die staken, dat is niet nieuw. De regering die hervormt, dat is wel nieuw. De mensen appreciëren dat. Dat blijkt vandaag ook uit de resultaten van de peiling. De kiezer heeft in juni zeer duidelijk gekozen, en wat blijkt nu? Men apprecieert dat ook.
We hervormen de werkloosheid in de tijd. We pakken de langdurig zieken aan. We hervormen het pensioen van alle mensen die na ons komen. Aan de kernuitstap doen we niet meer mee. Dat is verleden tijd. We moeten natuurlijk ook kritisch zijn en kritisch blijven, maar de snelheid waarmee u hervormt, is ongezien: ongeziene hervormingen aan een ongezien tempo.
Dinsdag was er de zoveelste vakbondsactie tegen de hervormingsplannen van deze regering, want vakbonden staken graag. Wat blijkt nu? Er zijn wel degelijk een paar roepers, maar er is ook een grote, stilzwijgende meerderheid die de maatregelen apprecieert. Zij apprecieert wat u doet. Zij apprecieert deze regering. Zij apprecieert u als eerste minister.
Mijnheer de eerste minister, zult u ondanks het protest blijven doorzetten in het belang van iedereen, om het vivaldiboeltje van de vorige ploeg op te ruimen?
Bart De Wever:
Dank u wel voor uw vragen, collega's van de meerderheid, deze keer.
Er werd in opdracht van VRT NWS , De Standaard en RTBF inderdaad een grootschalig onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen – dus dat moet wel heel kwalitatief zijn – en de Université Libre de Bruxelles. Dat onderzoek toont aan, in zoverre peilingen betrouwbaar zijn, dat er een brede steun is voor de hervormingen die de regering van plan is door te voeren en doorvoert. Het gaat dan bijvoorbeeld over maatregelen waarop heel veel kritiek is gekomen, zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd. Maatregelen die, zoals u aangeeft, mijnheer Mattheï, meer gericht zijn op wat wij de sterke schouders of sterkste schouders zijn gaan noemen, genieten grote steun bij de bevolking. De resultaten van dat onderzoek stroken met wat ik hier vorige week heb durven beweren, namelijk dat ik voel dat er bij de bevolking een breed draagvlak bestaat voor wat deze regering van plan is en dat de bevolking wel degelijk percipieert dat wij dat trachten te doen op de meest redelijke en rechtvaardige manier mogelijk.
Wat dat laatste betreft, moeten wij hard blijven werken opdat de sociale rechtvaardigheid van het beleid door iedereen naar waarde wordt geschat. Inhoud en perceptie. Dat is een kwestie van het uitvoeren van het regeerakkoord door te werken en ons niet te laten afleiden door allerlei commentaren die we hier elke week van u mogen ontvangen. Ik heb daar geen enkel probleem mee, noch met protest vanuit de samenleving, maar het mag ons niet afleiden van het uitvoeren van het regeerakkoord. Dat is immers nodig.
Ik stel samen met u vast dat de bevolking toch wijzer is dan sommigen hier elke week durven beweren en dat de mensen niet langer geloven in allerlei sprookjes die hun al veel te lang worden verteld. De mensen zijn duidelijk klaar voor een ernstig beleid dat een aantal harde waarheden onder ogen durft te zien en problemen aanpakt op het vlak van begroting – die zijn gigantisch en u zult mij daar nog vaak aan herinneren –, werkloosheid en activering en ook migratie. We zitten niet in goede papieren en er zal heel veel werk moeten worden geleverd door deze regering. Die zal dat doen en blijven doen.
Politici mogen zich nooit laten leiden door peilingen. Een jaar geleden zagen diezelfde peilingen er voor mij niet zo gunstig uit. Toen heb ik me kandidaat gesteld voor de Wetstraat 16 vanuit het idee dat ik daar nooit zou belanden. Kijk, voilà, hier sta ik. Wanneer men zich door peilingen laat leiden, gebeuren er allerlei onverwachte zaken. Peilingen moeten dus niet ons kompas zijn. We moeten evenmin mikken op applaus als maatstaf voor het politieke handelen. Wie zich door peilingen of applaus laat leiden, is misschien heel geschikt om aan politiek te doen – zo zitten er hier velen –, maar misschien niet om een land te besturen.
In de 18 e eeuw zei Edmund Burke: ʺ Your representative owes you, not his industry only, but his judgment; and he betrays, instead of serving you, if he sacrifices it to your opinion. ʺ Dat is een belangrijke uitspraak. Ik ben altijd blij dat ik Burke op de een of andere manier hier in het Parlement kan binnen sleuren. Volgens de wijsheid van Burke moeten we dus als regering vooral proberen koers te houden, maar niet omwille van goede peilingen, want die kunnen snel veranderen, niet omwille van schouderklopjes die we graag zouden krijgen of applaus dat we graag zouden horen, maar omdat het onze verdomde plicht is om verantwoordelijkheidszin te tonen ten aanzien van onze res publica.
Steven Matheï:
Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister.
Ik hoor hier heel vaak gejoel en geroep, maar wel van mensen die allemaal aan de zijlijn staan. Wat ons land nodig heeft, zijn hervormingen op het terrein. Deze maatregelen moeten aangepakt worden en ze moeten uitgevoerd worden. Ze zijn noodzakelijk, maar ze moeten ook een zeker draagvlak hebben. Ik meen dat dat heel belangrijk is. Dat draagvlak is belangrijk om belangrijke hervormingen door te voeren. Die hervormingen moeten dus ook eerlijk zijn. Ze moeten evenwichtig zijn. Dat is zeker iets waaraan we verder moeten blijven werken. Achter de moedige maatregelen die genomen moeten worden, zullen wij ten zeerste staan.
Ik sluit me aan, mijnheer de eerste minister, bij uw stelling dat er doorgezet moet worden. De hervormingen moeten consequent aangepakt worden. Ze moeten tijdig en met voldoende ambitie uitgevoerd worden en er moet natuurlijk rekening gehouden worden met de mensen op het terrein en met het draagvlak. De regering is gestart met een duidelijke belofte van verandering en van broodnodige hervormingen. Laten we er samen voor zorgen dat (…)
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de eerste minister, u was zeer graag burgemeester gebleven. Ik snap dat ondertussen wel, maar helaas.
Vandaag werd duidelijk dat de stilzwijgende meerderheid u wel apprecieert in uw nieuwe rol. Ik meen dat ik uit naam van de volledige ploeg mag zeggen dat wij u ook in die rol appreciëren. U zult hier vandaag niet van iedereen applaus krijgen, dat kunnen we van de oppositie niet verwachten. Maar van ons krijgt u alvast een dikke pluim. Doe zo verder. Blijf doorgaan.
Voorzitter:
Het komt me trouwens voor dat hij als burgemeester ook degelijk vervangen is. (Gelach en applaus)
De stakingsacties van magistraten
De acties van de magistratuur
De actie van de magistraten
De gevolgen van de maatregelen van Arizona voor de magistratuur, de rechtsstaat en de veiligheid
Het protest van de parketmagistraten
De resultaten van het overleg met de magistraten en de open brief van de jonge magistraten
Acties en reacties van magistraten op maatregelen en overleg.
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 30 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De diepe crisis in de rechtsstaat draait om onderfinanciering, pensioenhervormingen en het gebrek aan vertrouwen tussen politiek en magistratuur: magistraten voeren ongekende acties (stakingen, uitgestelde zaken) door chronische onderbezetting, verouderde infrastructuur, onveilige werkomstandigheden en een gevoelde aanval op hun onafhankelijkheid via de geplande pensioenkortingen (tot 30% voor sommigen), die ze zien als een symbolische degradatie van hun statutaire bescherming. De regering (met name ministers Verlinden en Jambon) benadrukt dat extra middelen (o.a. uit het Paasakkoord) en hervormingen onderweg zijn, maar wijst op de erfenis van jarenlange verwaarlozing door vorige regeringen, terwijl ze dialoog blijft eisen ondanks lopende acties – een benadering die oppositie en magistraten te defensief en onvoldoende concreet vinden. Het kernconflict is of de pensioenmaatregel (deels) de druppel was of een afleiding van diepere structurele problemen: overbevolkte gevangenissen, digitale achterstand, onderbetaald personeel en een cultuur van minachting (van beide kanten), waarbij magistraten vrezen voor een exodus en politici de rechtsstaat zien verzwakken door hun acties.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer de minister, een rechter die beklaagden naar huis stuurt, is dat een normale rechtsgang of is dat rechtsweigering? Waar is het controlerecht van de wetgevende macht wanneer het openbaar ministerie weigert te antwoorden op parlementaire vragen? Hoe rijmen we een procureur die in financiële zaken enkel nog corruptie wil onderzoeken met artikel 151 van de Grondwet?
De acties van de magistratuur roepen vele vragen op. Ik ben zelf meer dan 20 jaar magistraat geweest en heb zoiets nooit meegemaakt. Magistraten zetten hun rechterlijke macht in om de uitvoerende macht aan te vallen. Maar ook omgekeerd – en ook dat hebben we nooit meegemaakt – zetten politici rechters weg als wereldvreemd, maken ze uitspraken belachelijk, beschimpen ze en hebben ze het over 'werkstrafjes'. Ik denk niet, collega's, dat Montesquieu dat voor ogen had met zijn trias politica.
En de regering zwijgt. Ik hoor de minister van Justitie niet, ik hoor de premier niet en ik hoor u niet. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Af en toe hoor ik iemand natuurlijk wel roepen dat het allemaal de schuld is van de vorige regering, maar u weet dat dat niet klopt. De herfinanciering van Justitie is begonnen en we hebben daar resultaten geboekt. Ik vrees echter dat er de voorbije maanden veel is misgelopen in het overleg en dat de magistraten niet worden gehoord. Ze werden niet gehoord door de onderhandelaars tijdens die zeven maanden onderhandelingen en ze worden blijkbaar ook nu nog niet gehoord. Als ik het namelijk moet geloven, kan er nog steeds geen volledig correcte berekening van de pensioenplannen worden voorgelegd.
Ik heb dus een simpele vraag. Wat zal deze regering doen om het vertrouwen met de rechterlijke macht te herstellen? Dat is immers broodnodig in een rechtsstaat.
Leentje Grillaert:
Collega's, 11.000 plaatsen voor 13.000 veroordeelden. Zelfs mijn jongste dochter van acht jaar weet dat die rekensom niet klopt. De gevolgen zijn ernstig.
Vanuit cd&v staan we pal achter het principe dat er voor straffeloosheid in onze maatschappij geen plaats is. De gevolgen zijn nefast, niet alleen voor het vertrouwen in Justitie, maar ook voor de veiligheid in de samenleving. Mevrouw de minister, u hebt extra middelen gevraagd en ook gekregen voor dit jaar om een aantal extra werven aan te pakken.
Cd&v wil de straffeloosheid aanpakken op een verstandige manier om werk te maken van de werven die u vooropstelt, mevrouw de minister. Die inspanningen verdienen steun, geen sabotage. Het is echt spijtig dat het gevangeniswezen nog meer onder druk wordt gezet door acties die ervoor kunnen zorgen dat het systeem ontspoort, want ook dat kost de samenleving veel. Het gaat niet noodzakelijk over euro's, maar wel over vertrouwen, veiligheid en stabiliteit.
Begrijp me ook niet verkeerd, collega's. Ik hoor andere collega's van alles vertellen. Ik denk dat hun kortetermijngeheugen en hun langetermijngeheugen hun in de steek laten. We moeten de zorgen van de magistratuur niet zomaar wegwuiven. Hun werkomstandigheden zijn vaak schrijnend, met onderbezetting, bedreigingen en gerechtsgebouwen die onvoldoende beveiligd zijn. Magistraten staan voortdurend onder druk door de grote werklast en de complexiteit van procedures en onderzoeken. Ook zij hebben recht op duidelijkheid over hun pensioenen.
Het doel moet echter zijn samen te bouwen aan een Justitie die werkt, beschermt en vertrouwen geeft. Er is maar een weg daarnaartoe en dat is via dialoog, collega's, tussen de politiek en de magistratuur. Daar moeten we aan werken. Mevrouw de minister, ik weet dat u een hardwerkende minister bent (…)
Ismaël Nuino:
Madame la ministre, monsieur le vice-premier, depuis plusieurs jours, un mouvement sans précédent traverse le monde judiciaire. Des grèves ont été annoncées dans plusieurs parquets.
Ce que les magistrats expriment aujourd'hui, c'est un appel au secours. Nous devons être capable de l'entendre. Défendre la magistrature, ce n'est pas défendre des intérêts particuliers mais bien défendre un pouvoir de notre État de droit. Ce sont les juges, les magistrats, les greffiers et tous les autres qui y travaillent et qui empêchent que nos conflits ne dégénèrent en violence. Ils garantissent aussi, dans une société de plus en plus traversée par des tensions, que le droit continue de faire autorité.
Mais il faut le dire clairement aussi, cette mobilisation n'est pas née des dernières annonces. Elle est nourrie par des conditions de travail qui sont intenables depuis des années, des juridictions à bout de souffle, un manque criant de personnel administratif, un arriéré judiciaire qui ne cesse de s'aggraver et des difficultés à attirer de nouveaux talents.
Madame la ministre, la situation dont vous héritez est complexe. J'ai entendu dire que les magistrats attendaient de la concertation. Ce n'est pas cela qu'ils attendent! Depuis des années, ils attendent des actes! Des actes, l'Arizona en amène avec l'accord de gouvernement, avec les accords de Pâques et les millions qui ont été débloqués. Voilà les actes qui vont arriver. Aujourd'hui, les magistrats attendent ces actes. Nous sommes au gouvernement, et c'est précisément ce que nous sommes en train de réaliser. Les accords conclus aujourd'hui sont les plus importants en termes de réinvestissement dans la Justice.
Ils attendent concrètement, ils attendent des actes et c'est ce que nous allons apporter. Vous avez obtenu des moyens supplémentaires, nous vous avons soutenus pour les obtenir.
Concrètement, comment allez-vous utiliser ces moyens supplémentaires? À quelle vitesse? Comment pouvez-vous rassurer ces juridictions et ces parquets, au-delà des seules prisons, pour qu'ils puissent enfin respirer et fonctionner dignement?
La tâche est immense, mais vous pouvez compter sur nous car pour Les Engagés et pour l'Arizona, la Justice est une priorité.
Khalil Aouasti:
Madame la ministre de la Justice, je suis désolé. Le constat est là, la Justice est dans un état déplorable.
Depuis cinq législatures, le département de la Justice est géré par la droite. Avec quel bilan? Magistrats débordés, des justiciables excédés par une attente de plusieurs années avant de voir leur dossier traité, des cadres non remplis, des détenus entassés, des agents pénitentiaires agressés, et aujourd'hui une atteinte inédite à l'attractivité de la profession de magistrat pour laquelle vous peinez déjà à recruter.
L'Arizona s'est faite sur la promesse d'un travail mieux payé et mieux valorisé pour toutes et tous. En lieu et place, pour les magistrats, c'est une réduction de près de 30 % de leur pension qui leur est annoncée. Contrairement à ce qu'on essaie de nous faire croire et à ce qu'a dit le premier ministre, ce n'est pas une question de grosses pensions. Quelle insulte pour la magistrature!
Après des critiques à peine voilées contre le gouvernement des juges, après des tentations exprimées de limiter les fonctions de magistrat à des mandats de cinq ans, en s'attaquant aujourd'hui aux pensions des magistrats, c'est le fonctionnement, l'indépendance de la justice, de ce troisième pouvoir constitutionnel que vous attaquez. Et à travers lui, c'est l'État de droit que vous attaquez.
Aujourd'hui, il y a des lettres ouvertes d'associations représentatives, des cartes blanches signées par 800 magistrats, des sorties dans la presse de chefs de corps, des remises de dossiers à plus d'un an. Et on dit quoi? "Ils n'ont rien compris." "Il y a de l'argent, mais ils n'ont rien compris."
Madame la ministre, la justice n'est pas une institution désincarnée. Pour reprendre les termes de votre propre majorité, les magistrats ne sont pas des fonctionnaires.
Pour que la justice soit efficace, pour qu'elle serve nos justiciables, elle doit être composée d'hommes et de femmes qui sont engagés et motivés dans leurs fonctions. Or cette décision suscitera une vague de départs et la mise en difficulté de la magistrature.
Ma question à tous les deux: quel investissement garantissez-vous dans les droits acquis, dans le service aux justiciables et dans le troisième pouvoir qu'est l'institution judiciaire?
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, justitie bevindt zich in bijzonder zwaar weer op dit ogenblik. De problemen die worden aangekaart, zijn niet nieuw en spelen al verschillende legislaturen. Onze fractie heeft die in de voorbije legislaturen ook aangekaart. Er is de overbevolking van de gevangenissen, de digitalisering die nog altijd niet het gewenste resultaat oplevert, maar ook het verouderde patrimonium en de jarenlange structurele onderfinanciering. Al deze jarenlange frustraties komen nu samen tot een kookpunt door de aangekondigde hervorming van de pensioenen van de magistraten.
Die plannen leiden tot ongeziene acties bij de magistratuur. Het begon vorige week met de actie van het Openbaar Ministerie, waarbij duizenden gevangenen opnieuw naar de gevangenis worden gestuurd, ondanks de overbevolking. Gisteren hoorden we een politierechter in Gent die zaken een jaar uitstelt. Ook bij het federaal parket in Brussel worden er acties aangekondigd.
Mevrouw de minister, we hebben uiteraard veel respect voor de magistratuur. Heel veel magistraten doen dag in, dag uit hun best om voor justitie te werken, ondanks de moeilijke omstandigheden. Het is echter wel zo dat zij een bijzondere functie hebben. Zij vormen een van de drie machten van ons land. Zij hebben het voorrecht om samen met de andere machten de rechtsstaat vorm te geven. Ik denk dat zij zich met de acties die de laatste weken zijn ondernomen op bijzonder glad ijs begeven.
Mevrouw de minister, op welke manier zult u de situatie ontmijnen? Hoe lopen de gesprekken? Die zijn er de afgelopen dagen immers wel degelijk geweest.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, de magistraten kunnen en willen - en terecht, mevrouw de minister - de slechte financiële en materiële toestand waarin ze moeten werken niet langer aanvaarden. Heel wat jonge magistraten twijfelen nu zelfs aan hun beroepskeuze, ten gevolge van de aangekondigde hervorming. In hun open brief zijn ze duidelijk: "Hoe lang laten we justitie nog verder afbrokkelen voor we reageren en haar de middelen geven om sterk en doeltreffend te zijn?"
Ze hebben voor het beroep van magistraat gekozen uit overtuiging, gedreven door het maatschappelijk belang. Ze willen niet liever dan hun functie met waardigheid en onafhankelijkheid uitoefenen. Dat is vandaag echter onmogelijk geworden. De aangeklaagde wantoestanden bij justitie zijn niet meer te overzien. De digitalisering is niet of nauwelijks ingezet, zo getuigt het rapport van het Rekenhof. In sommige arrondissementen is het een luxe om over een telefoonlijn of een printer te beschikken. Ze moeten werken in beschimmelde kleine bureaus. Middelen om de gebouwen te renoveren of informaticamaterieel aan te kopen zijn er niet. Er is geen budget voor een koffiemachine, nietjesmachine of zelfs toiletpapier.
Daarenboven worden de werkweken steeds langer door de chronische onderbezetting. Er is een personeelstekort van 40 % bij de magistraten om alles binnen een redelijke termijn af te handelen. De werkdruk wordt dan ook onaanvaardbaar.
Hoe lang moeten de magistraten dit nog aanvaarden? Wanneer zal er eindelijk voldoende budget worden vrijgemaakt om dit alles aan te pakken en eindelijk – ook ten aanzien van collega Van Tigchelt - orde op zaken te stellen bij justitie?
Jan Jambon:
Geachte Kamerleden, ik had meer vragen over de pensioenen van de magistraten verwacht. Daarom zal ik mijn antwoord limiteren en de vloer volledig aan mijn goede collega Verlinden laten.
Ik moet wel zeggen dat ik ten zeerste de individuele en collectieve acties van de magistratuur betreur, aangezien we gisteren nog samengezeten hebben voor overleg. Ook vorige week vond reeds overleg plaats en begin mei staat nog overleg gepland. Gisteren hebben we samen de cijfers doorgenomen. We bevinden ons dus volop in overleg. Ik heb een ander begrip van overleg en actievoeren. Als overleg tot niets leidt, kan men actievoeren, maar actievoeren terwijl het overleg nog volop loopt, vind ik raar.
Er is een pensioenhervorming op til en ik vind dat iedereen in die pensioenhervorming moet participeren, iedereen naar eigen kunnen. Niemand staat boven de wet. Dat geldt voor zelfstandigen, voor werknemers, voor ambtenaren, voor ons als politici maar ook voor de magistraten.
Vaak hebben we horen spreken over de indexsprong.
Nous avons entendu beaucoup de choses sur le saut d'index. Examinons les chiffres. Cela ne concerne que les pensions les plus élevées, soit au-dessus de 5 250 euros. Pour la moitié des juges, la pension s'élève à 7 400 euros. Prenons la somme de 7 000 euros, si nous y appliquons un index de 2 %, cela fait 140 euros. Nous allons réduire ces 140 euros pour arriver à 36 euros. Au lieu d'une augmentation de 140 euros, ils percevront une augmentation de 36 euros. Et ça serait une grande attaque vis-à-vis de leur pension! Je ne suis pas d'accord.
In een grote pensioenhervorming moet iedereen een bijdrage leveren, dus ook de magistratuur. Ik hoop echt dat de onrust en het ongenoegen bij deze hooggeplaatste dienaren van de democratie, die beladen zijn met een grote verantwoordelijkheid, in proportie blijven met de beperkte inspanningen die van hen gevraagd worden.
Annelies Verlinden:
Goeiemiddag, collega’s. Collega Van Tigchelt, ik had vanmiddag van veel mensen vragen verwacht, maar niet van u. De nodige dosis lef kan men u alvast niet ontzeggen.
Ce que je retiens de mes nombreux contacts avec la magistrature, c'est que ces actions traduisent aussi et surtout un mécontentement de longue date concernant le financement de la Justice de manière générale.
De rechtsstaat is ons allemaal dierbaar, of zou dat in elk geval moeten zijn. Het is echter heel duidelijk dat hij onder druk staat. Als we willen dat de rechtsstaat overleeft en versterkt, zijn we verplicht erin te investeren.
Het zal niemand ontgaan zijn dat ik van bij mijn aantreden gepleit heb voor onze binnenlandse veiligheid. Ik heb aan de collega's in de federale regering een overzicht bezorgd van de budgettaire behoeften van Justitie, niet enkel voor dit jaar, maar met een noodzakelijk groeipad voor de hele legislatuur.
En examinant de manière globale les tâches qui incombent à la justice et à nos magistrats, force est de constater que leur charge de travail a explosé. Cette situation s'explique par les évolutions sociales dans le domaine du droit des personnes et de la famille, par le recours accru à la justice, par des demandes toujours plus nombreuses en matière de soins et de soutien psychosocial, par la complexité croissante des enquêtes pénales ou encore par le succès remporté dans la lutte contre la criminalité organisée.
Je rejoins donc pleinement les revendications de la justice pour de meilleures conditions de travail, des moyens supplémentaires et des lieux de travail plus sûrs. Dans l'intérêt de notre démocratie, la Justice doit rester un employeur attractif pour les magistrats et elle doit pouvoir continuer à aider les citoyens à des moments souvent déterminants dans leur vie.
De recente beslissing over de automatische indexering van hun pensioenen was duidelijk de druppel die de emmer deed overlopen. Vele magistraten hebben mij bevestigd dat ze solidair willen zijn met de toekomstige generaties en hun recht op een degelijk pensioen zodat er zeker begrip is voor de noodzakelijke toekomstgerichte hervormingen van deze arizonaregering. Ze geven weliswaar aan dat hun onrust groot is vanwege de onzekerheid over de totale omvang van de hervormingen, wat naar ik vermoed ook geldt voor andere beroepsgroepen. Zoals de minister van Pensioenen echter net al heeft aangegeven, worden en zullen de discussies hierover worden verdergezet.
In mijn opdracht als minister van Justitie voorzie ik de komende jaren bijkomende middelen ter versterking van het openbaar ministerie en de hoven en rechtbanken. Ik heb ook van bij het begin de magistratuur betrokken bij alle werkzaamheden. De magistraten weten dus dat hun bezorgdheden ook de mijne zijn, naast de vele andere uitdagingen, zoals het wegwerken van structurele betaalachterstanden – waarover vorige week ook nog uitvoerig bericht is in de media – maar ook de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen, die ons, als we ze niet oplossen, op termijn bijzonder veel geld zal kosten, maar ook de veiligheid van de medewerkers in de gevangenissen.
Je m'entretiendrai étroitement avec la magistrature afin de déterminer comment nous pourrons, dans les mois à venir, agir le plus efficacement possible pour renforcer l'attractivité et le respect de la carrière, mais aussi pour améliorer les conditions de travail, et ce, dans l'intérêt du rôle fondamental que jouent les magistrats dans notre démocratie. Le réalisme et la crédibilité devront ici être nos fils conducteurs communs, car les conséquences du sous-financement qui perdure depuis des années ne peuvent être gommées d'un coup de baguette.
De verhalen die ons van de andere kant van de oceaan bereiken, leren ons hoe belangrijk het is om allemaal ambassadeurs van de rechtsstaat te zijn. De echo’s van die verhalen zouden voor mij als een duidelijke oproep aan iedereen moeten klinken, zeker aan zij die deel uitmaken van een van de drie machten, om ter zake geen enkel compromis te sluiten.
Ik wil dan ook blijven geloven dat ook de magistraten zelf de rechtsstaat vertrouwenwekkend en met zorg zullen blijven behandelen. Ik blijf alvast met hen overleggen en werk in het belang van onze binnenlandse veiligheid samen met en voor hen aan een weg die ons tot oplossingen kan brengen. Ik hou daarbij een quote van Ruth Bader Ginsburg voor ogen: “ Fight for the things that you care about but do it in a way that will lead others to join you. ” Kom op voor wat je belangrijk vindt, maar doe het op een manier die anderen mee in beweging kan brengen.
Paul Van Tigchelt:
Mijnheer en mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Als een open oorlog plaatsvindt tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, heb ik geen lef nodig om hier te spreken, dan is het gewoon mijn plicht als parlementslid om mijn stem te verheffen. Dat heeft niets met meerderheid of oppositie te maken.
Niemand is gebaat bij een oorlog tussen de uitvoerende en rechterlijke macht, zeker niet de magistraten. Het merendeel van de magistraten – ik kan ervan getuigen – levert meer dan voortreffelijk werk in vaak moeilijke omstandigheden. Ik hoop dat het groeipad, dat door de vorige regering ingeslagen is, wordt aangehouden, want uw regeerakkoord belooft op dat vlak niet veel goeds.
Met het paasakkoord zijn enkele financieringen vooruitgeschoven, maar het gaat niet alleen over extra budget, collega Dillen, we moeten ook hervormen, durven hervormen. Op dat vlak is de vervroegde invrijheidsstelling van criminele illegalen, zoals in het paasakkoord staat, geen goed voorbeeld. Sorry dat ik het zeg.
Leentje Grillaert:
Ik sta een beetje perplex door de repliek van mijn collega, die echt wel wat werk heeft met het kortetermijn- en langetermijngeheugen.
Het heeft volgens mij echt geen zin om hier op de bühne te zeggen dat er een open oorlog heerst. Daarnet heb ik gezegd dat dialoog belangrijk is. We moeten zelf, de magistratuur en de politiek samen, aan de slag om die dialoog te voeren. De retoriek die u aanhoudt, collega, vind ik eigenlijk niet oké en ik denk dat ik daarmee de mening van velen vertolk.
( applaus bij de meerderheid )
Bepaalde bezorgdheden vanuit de magistratuur zijn zeker terecht. Daarvoor moeten we oog en oor hebben, maar de ruis op de lijn moet weg. Van mevrouw en mijnheer de minister hoor ik dat de dialoog plaatsvindt, dat ze samen rond de tafel zitten. Dat is de weg die we moeten bewandelen. De noodkreet is aangekomen en ik heb er alle vertrouwen in, mevrouw en mijnheer de minister, dat u constructief met de magistratuur aan tafel gaat zitten en dat we in deze legislatuur (…)
Ismaël Nuino:
Que les choses soient claires: depuis le départ, l'Arizona a en effet annoncé que nous allions devoir fournir des efforts, oui, pour laisser un É tat viable aux prochaines générations. Mais je ne peux pas entendre dire ici que l'Arizona décide de sacrifier la justice. Ce n'est pas vrai! Comme pour la sécurité et la santé, depuis le début, nous avons annoncé qu'aucune économie ne serait réalisée dans la justice. C'est même un réinvestissement qui a été obtenu pour 2025.
Répétons-le: le plus grand problème des magistrats n'est pas leur pension, mais les nombreux et immenses chantiers qui ont été laissés par le précédent gouvernement. De même, plusieurs mesures qui avaient été prises ont complètement fait craquer le système carcéral. En tout cas, soyons de bon compte, ce n'est pas en trois mois que nous allons résoudre tous les problèmes de la justice. Mais les moyens et la volonté sont là. Voilà enfin un gouvernement qui prend ses responsabilités!
Khalil Aouasti:
Madame et monsieur les ministres, merci pour vos réponses parce qu'au moins on voit que, dans l'Arizona, tout est clair.
Le ministre des Pensions nous dit: "Circulez, il n'y a rien à voir! C'est comme cela, et je ne discute plus. Pas de concertation." La ministre de la Justice nous répond que, pour continuer à faire fonctionner la justice, des concertations seront nécessaires pour que, malgré tout, les audiences puissent se tenir. Nous avons ensuite Les Engagés…
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Monsieur le ministre, vous avez répondu; laissez-moi répliquer!
Jan Jambon:
(…)
Khalil Aouasti:
Ik versta wel Nederlands, mijnheer de minister. Geen probleem.
Et puis, donc, nous avons un membre des Engagés qui, lundi par voie de presse, nous a annoncé publiquement: "Je vais écrire au ministre des Pensions pour faire en sorte que les magistrats sortent de la réforme des pensions." Or ce parti nous dit aujourd'hui que le problème n'est pas la pension des magistrats, mais leurs conditions de travail. Mais alors, personne n'a jamais rien compris ici, en fait! Les travailleurs qui devaient gagner 500 euros de plus n'ont rien compris! Les magistrats qui perdent leur pension, non plus! Le monde de la justice n'a rien compris! Les Belges ne comprennent jamais rien avec l'Arizona!
Kristien Van Vaerenbergh:
Mevrouw de minister, mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Er is inderdaad overleg en we kijken uit naar het verdere verloop daarvan. Zoals de minister van Pensioenen ook zegt, moet deze regering hervormingen doen en iedereen moet een deel ervan op zich nemen, ook de gerechtelijke wereld. Dat is niet meer dan normaal.
Er zijn natuurlijk veel problemen op het vlak van justitie, maar die zijn er niet van vandaag op morgen gekomen, die dateren uit het verleden. Ook de vorige regering heeft daar een aanzienlijke aandeel in.
Ik wens u veel succes met het verdere overleg. Deze regering investeert wel degelijk in justitie. Er komt aanzienlijk wat geld bij, zodat justitie naar behoren kan functioneren in de toekomst. Justitie is immers een kerntaak van de overheid.
Marijke Dillen:
Dank voor uw antwoord. Collega’s, om goed te werken en vertrouwen te verdienen heeft justitie nood aan magistraten die zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen. Dat is vandaag niet het geval en daar moet verandering in komen. De opeenvolgende regeringen hebben decennialang geen aandacht besteed aan justitie, laat staan hiervoor de nodige budgetten vrijgemaakt. Geen van de vorige ministers heeft aangevoeld hoe hoog de frustraties zaten en zitten bij de magistratuur. Deze regering moet eindelijk werk maken van een duurzaam, toekomstgericht beleid bij justitie, gekoppeld aan voldoende middelen. Daarvoor is veel meer nodig, mevrouw de minister, dan de extra’s die vandaag beloofd worden. Als er een miljard euro kan worden vrijgemaakt voor Oekraïne en vier miljard voor Defensie, dan moet dat ook kunnen voor justitie en politie.
De stiptheidscijfers tijdens de stakingen
De stakingen bij de NMBS
De spoorstakingen
Niet-rijdende treinen bij spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Het tripartiete overleg met de vakbonden en de CEO's van de openbare spoorbedrijven
De toekomst van Securail
De stakingen en de vakbondsactie op 29 april
Stakingen, stiptheid en toekomst van het spoorvervoer in België
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde spoorstakingen in 2025 (23 dagen tot nu toe), voornamelijk tegen de pensioenplannen van de federale regering, veroorzaken enorme operationele ontwrichting (33.000 minder treinen in Q1, schijnbare stiptheidsstijging door geschrapte ritten) en financiële verliezen (miljoenen voor NMBS/Infrabel, €1M verlies per weekdagstaking). Een voorakkoord tussen regering, NMBS/Infrabel en vakbonden garandeert behoud van jobs en verworven rechten, moderniseert het statutair kader en verschuift bevoegdheden (bv. werving) naar de spoorbedrijven, maar mijdt het kernpunt: de pensioenen—waarover minister Jambon nu onderhandelt met de bonden in een "constructieve sfeer". Critici vragen transparantie over geschrapte treinen en kosten, betwijfelen het draagvlak voor verdere stakingen (publiek en politiek "zat") en dringen aan op minimale dienstverlening of snellere oplossingen, terwijl de minister hoopt op ratificatie van het akkoord en een einde aan de acties, maar Securail (veiligheid) en pensioenkwesties blijven onopgeloste knelpunten.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, volgens recente cijfers van NMBS en Infrabel reden er in het eerste kwartaal van dit jaar zo'n 33.000 treinen minder dan in dezelfde periode van vorig jaar. Tegelijkertijd stijgt de gemelde stiptheid naar 91 % in het eerste kwartaal van 2025 tegenover 88,9 % vorig jaar. Die hogere stiptheid is echter grotendeels het gevolg van de vele stakingen, waardoor er minder treinen reden en er dus ook minder vertragingen konden optreden.
Op welke manier wordt het stiptheidspercentage berekend wanneer er door stakingen massaal treinen geschrapt worden? Wordt er hierbij een onderscheid gemaakt tussen effectief gereden en afgeschaft materieel?
Vindt u het correct dat deze hogere stiptheidscijfers, die vooral het gevolg zijn van het feit dat er minder treinen reden, gebruikt worden om te beoordelen of de NMBS haar afspraken uit het openbaredienstcontract naleeft? Wat betekent dit voor de bonus-malus die in het openbaredienstcontract is opgenomen?
Waarom maken de NMBS en Infrabel geen exacte cijfers bekend over het aantal geschrapte treinen door de stakingen? Bent u bereid om erop toe te zien dat deze informatie voortaan transparant wordt gedeeld, zodat we een volledig beeld kunnen krijgen van de situatie?
Op 8 april vond de twintigste stakingsdag van 2025 bij het spoor plaats. Maar liefst vijf van de zes spoorvakbonden riepen op tot een staking uit protest tegen de pensioenplannen van de federale regering. De gevolgen voor de reizigers zijn groot, maar ook de financiële impact is niet te onderschatten. Infrabel maakte een eerste raming van de inkomstenverliezen in januari en februari: ongeveer 1 miljoen euro per stakingsdag tijdens de week en 300.000 euro op stakingsdagen in het weekend. Dat verlies komt voornamelijk doordat rijpaden, waarvoor de NMBS normaal een vergoeding betaalt, bij een staking niet gebruikt worden en dus ook niet gefactureerd kunnen worden.
De NMBS heeft nog geen concrete raming gegeven, maar volgens berichten zou ook daar de schade in de miljoenen lopen. Alsof 20 stakingsdagen nog niet voldoende zijn, kondigen de vakbonden aan dat er nog meer acties zitten aan te komen. Intussen is het al de drieëntwintigste stakingsdag dit jaar.
Is er op dit moment nog steeds overleg tussen de federale regering en de spoorvakbonden? Zo ja, kunt u de stand van zaken toelichten? Bent u ook zo bezorgd over de economische impact van de stakingen op Infrabel en de NMBS? Is er op dit moment al meer duidelijkheid over de financiële verliezen bij de NMBS als gevolg van deze stakingen?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, le front commun syndical ne baisse pas pavillon et continue son mouvement malgré les menaces de l'employeur, HR Rail. Celui-ci a indiqué étudier toutes les possibilités de lutter contre l'abus du droit de grève. Il répondait ainsi à votre demande de faire en sorte que les préavis de grève inconsidérés ou excessifs, pour reprendre vos propos, ne soient plus reconnus.
Derrière cette demande, vous vouliez en particulier bloquer les actions de deux petits syndicats de cheminots. Rappelez-vous, nous en discutions en séance plénière, il y a un certain temps déjà. Mais ceux-ci ont finalement rejoint le front commun. Vos déclarations ont eu le don d'énerver certains syndicats, et je les comprends. Le président de la CGSP-Cheminots n'a pas hésité à dire que votre déclaration était tout à fait inopportune face aux problèmes qui se posent. Elle jette au contraire de l'huile sur le feu. Tels sont ses propos. Pour lui, vous devriez surtout vous atteler à mettre en place une vraie concertation, car il est inacceptable de venir avec des mesures brutales et d'essayer en parallèle de diminuer les possibilités d'action des organisations syndicales. Il dément par ailleurs que vous ayez obtenu des accords.
Monsieur le ministre, où en êtes-vous dans la concertation avec les syndicats? Quel est l'agenda des prochaines réunions alors que les grèves se poursuivent? Que répondez-vous au front commun qui craint que les mesures anti-abus visant les petites organisations s'imposent à toutes dans un avenir prochain? Avez-vous des discussions avec votre homologue des Pensions qui reste, finalement, la principale cible des revendications des cheminots? Enfin, pensez-vous que faire entrer le privé dans le capital de la SNCB, comme le suggère la N-VA, soit de nature à calmer les travailleurs, histoire d'avoir les embarras du public et du privé cumulés?
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, zoals al door een aantal collega's is gezegd, is het vandaag de drieëntwintigste stakingsdag van dit jaar. Op het ogenblik waarop ik de vraag schreef, was het 8 april en toen hadden we reeds de twintigste stakingsdag beleefd.
Mijn vraag is gelijklopend met die van mevrouw Cuylaerts.
Hoeveel treinen hebben er gereden volgens de alternatieve dienstregeling vergeleken met de voorziene dienstregeling tijdens de stakingsdagen in 2025? Wat is hiervan de financiële impact?
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de lopende onderhandelingen die u hebt met de vakbonden? Hebt u al zicht op een mogelijke uitkomst en eventueel ook een einde van de talrijke stakingen, die stilletjes aan toch wel een pest beginnen te worden voor de mensen die werkwillig zijn? We hadden in onze vraag ook een opsplitsing gevraagd per stakingsdag, maar het is geen enkel probleem als ons dat schriftelijk zou worden bezorgd.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik heb zelf drie vragen ingediend.
Wat betreft de aspecten van de spoorstakingen vind ik mij helemaal terug in de vragen die de voorgaande sprekers hebben gesteld. Er is één aspect dat ik wel nog wil toelichten en dat betreft de toekomst van Securail. Ik heb begrepen dat u overleg hebt gehad met de drie grote spoorvakbonden en dat daar ook gesproken zou zijn over de mogelijke overheveling van de spoorwegbeveiliger Securail naar Binnenlandse Zaken.
Kunt u mij bevestigen dat daarover is gesproken? Zo ja, wat was de inhoud van de gesprekken hierover? Wat is uw visie op de veiligheidsdienst van de NMBS? Op welke wijze zou een eventuele overheveling plaatsvinden? Wat zou dat betekenen voor het statuut en de werkvoorwaarden van de werknemers van Securail? Op welke wijze zal een overheveling naar Binnenlandse Zaken de veiligheid binnen het spoorgebeuren ten goede komen? Tot slot, welke verdere stappen zullen er inzake deze mogelijke overheveling of inzake de toekomst van Securail worden ondernomen?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, vous avez récemment mené des négociations avec les syndicats du rail (CGSP-Cheminots, CSC-Transcom, SLFP-Cheminots), ainsi qu'avec les directions de la SNCB, d'Infrabel et de HR Rail. Ces discussions ont, semble-t-il, abouti à un préaccord social visant à apaiser les tensions sociales persistantes dans le secteur ferroviaire belge.
Ce préaccord concerne la garantie de l’emploi et les droits acquis, des transferts de compétences entre HR Rail et les entreprises ferroviaires et une modernisation du statut. Par contre, vous n’avez pas abordé la question centrale, celle des pensions du personnel roulant, qui est pourtant le point principal de préoccupation sur le plan social.
J’entends bien que ces questions concernent en premier lieu votre collègue ministre des Pensions, mais, en tant que membre du gouvernement, vous avez, me semble-t-il, votre part de responsabilité dans ce dossier. Vous ne pouvez pas lui renvoyer la balle, car vous êtes également partie prenante de ces discussions. Vous devez vous y atteler et intégrer les discussions menées par votre collègue chargé des Pensions.
Monsieur le ministre, quelle est la nature des accords que vous avez conclus avec les représentants des travailleurs? Quelles sont les étapes suivantes? De quelle façon et dans quel délai ces accords doivent-ils être mis en œuvre? Quels engagements avez-vous pris à l’égard des représentants des travailleurs dans le dossier relatif aux pensions? Entendez-vous faire pression sur votre collègue des Pensions pour qu’il modifie son approche du dossier et préserve l’attractivité et la prise en considération de la pénibilité du travail au sein de la SNCB?
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, comme vous avez encore pu le constater ce matin, la colère des travailleuses et des travailleurs face au plan de votre gouvernement ne faiblit pas. Faire des économies dans les services publics et dans notre sécurité sociale, travailler plus longtemps pour moins d'argent, flexibiliser davantage le monde du travail, elles et ils n'en veulent pas et l'ont fait savoir ce matin. J'en reviens justement. Il y a beaucoup de monde dans les manifestations et sur les piquets, aussi bien en Flandre qu'en Wallonie.
Concernant plus spécifiquement le rail, mes petites oreilles m'ont laissé savoir qu'un préaccord avec les organisations syndicales serait sur la table. Monsieur le ministre, que pouvez-vous nous dire à ce sujet? Comment voyez-vous la suite?
Par ailleurs, que répondez-vous aux manifestants qui étaient présents par milliers dans les rues des différentes villes du pays aujourd'hui? Quelles initiatives comptez-vous prendre plus spécifiquement concernant les pensions des cheminots?
Voorzitter:
D'autres collègues souhaitent-ils intervenir? (Non) Monsieur le ministre, vous avez la parole.
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme nous avons eu l’occasion d’en discuter depuis le début de la législature, les mouvements de grève perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens. Ces grèves trouvent leur origine, en toute grande majorité, dans des mesures prises sur la base de l’accord de gouvernement, fruit d’une négociation démocratique et reflétant la volonté d’une majorité politique claire.
In geval van staking wordt een aangepast vervoersplan opgemaakt in functie van het beschikbare personeel, zoals voorzien in de wet van 29 november 2017 op de gegarandeerde dienstverlening. De keuze om te werken met een aangepast vervoersplan heeft als gevolg dat de informatie zo snel mogelijk moet worden bezorgd aan de reizigers in de applicaties, waardoor er niet moet worden vertrokken van een standaard vervoersplan, waarbij trein na trein wordt geschrapt. We kunnen de methode niet bekritiseren.
Mevrouw Cuylaerts, u legt terecht een verband tussen de verbetering van de stiptheid door het schrappen van treinen en de evaluatie van de prestaties waarin het contract voorziet. Ik heb niet onderhandeld over het prestatiecontract. De prestatie-indicatoren zijn gebaseerd op een contractuele methodologie, maar ik zal niet nalaten deze kwestie aan te halen tijdens de tussentijdse evaluatie in 2027, op dezelfde manier als de wens die in het regeerakkoord werd geuit om actie te ondernemen om het aantal afgeschafte treinen te verminderen.
En matière de statistiques concernant les grèves, je demanderai aux deux entités de faire un rapport détaillé sur l'efficacité du service garanti d'ici à la fin de cette année, en prenant particulièrement en compte la sécurité.
La concertation sociale étant primordiale pour moi, nous avons pris le temps avec les syndicats et les entreprises publiques de nous pencher pendant 48 heures sur les dispositions de l'accord de gouvernement qui relèvent de mes compétences.
Cette concertation a permis de déboucher sur un protocole de préaccord social, comme cela a été largement relayé dans la presse. Certains d'entre vous y ont d'ailleurs fait référence, et je suppose que le texte de M. Legasse a par contre été rédigé avant, car je n'ai vraiment pas eu le sentiment d'être un voyou aux yeux des syndicats. Ces échanges ont permis d'aboutir à une meilleure compréhension mutuelle. Je souligne l'importance d'un dialogue continu et rappelle que la réforme du secteur ferroviaire doit être portée collectivement par l'ensemble des partenaires.
Je rappelle ici les principes fondamentaux qui sous-entendent le préaccord qui a été conclu. Premièrement, l'emploi et les droits acquis des travailleurs sont garantis. Deuxièmement, un transfert des compétences est prévu, notamment en matière de recrutement, de sélection et de gestion des carrières vers les entités. Troisièmement, HR Rail reste garant de la concertation sociale, de la réglementation, du statut du personnel et des contrats. Et, quatrièmement, un cadre adapté aux défis actuels du secteur sera mis en place avec l'inévitable modernisation du statut et le développement des relations contractuelles.
Dans les prochains jours, les syndicats soumettront la proposition à leurs affiliés. Leur approbation constitue bien évidemment une étape essentielle avant que je vous la présente plus officiellement et peut-être de manière plus détaillée. Nous avons mené des discussions ouvertes, dans un esprit de responsabilité. Ce préaccord constitue une base solide porteuse de stabilité et de perspectives pour l'avenir du rail. À la suite de ce préaccord, METISP-Protect a également décidé de renoncer à son préavis de grève déposé pour l'action du 4 mai 2025, 22 h 00, au 9 mai 2025, à la même heure.
Au sujet de Securail, une rencontre entre le ministre de l'Intérieur, M. Quintin, et moi-même a eu lieu. Nous avons convenu qu'un groupe de travail sera mis sur pied afin de déterminer la meilleure manière d'avancer sur les collaborations possibles. Nous nous sommes alignés sur le principe de maintenir le personnel de Securail au sein de la SNCB.
Enfin, concernant les pensions, les syndicats ont entamé une discussion avec le ministre des Pensions, M. Jan Jambon, lors d'une première rencontre en mars. Une nouvelle réunion a eu lieu ce 28 avril, dont j'ai appris qu'elle s'était déroulée dans une atmosphère constructive. Je ne peux qu'espérer que, sur la base des concertations qui sont intervenues, les mouvements de grève pourront être suspendus. J'espère qu'un accord pourra également être conclu dans le cadre des pensions avec mon collègue Jambon.
Dorien Cuylaerts:
ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik ben blij te horen dat de mogelijkheid bestaat dat de vastberadenheid van de vakbonden misschien toch bijna ten einde komt, want tot vandaag blijven zij vol enthousiasme met hun asociale stakingsacties doorgaan. Laat ons eerlijk zijn, de maat is vol, maar daarover hebben wij al genoeg gediscussieerd. Ik vrees alleen dat de vakbonden elk draagvlak verloren hebben. Het vertrouwen van de treinreizigers wordt immers keer op keer onderuitgehaald.
Wat mij het meest verontrust als er cijfers naar boven komen, zeker als men de cijfers van Infrabel hoort, zijn de serieuze bedragen. Het is erg dat de NMBS daarover opnieuw in alle talen zwijgt. Ook dat zal wel oplopen. Dat zullen geen kleine bedragen zijn. Wie gaat dat gelag betalen? Ik veronderstel dat het de belastingbetaler zal zijn.
Ik ben heel blij te horen dat u inzet op de dialoog, zeker als u verwijst naar het overleg van 48 uur waar een solide basis is gelegd. Ik ben zeer blij dat we dan toch vertrokken zijn. Ik hoop dat daar heel mooie resultaten uit gekomen zijn. Ik ben in blijde verwachting van de details die we binnen enige tijd hopelijk te weten zullen komen.
Dimitri Legasse:
En effet, monsieur le ministre, ma question n'était pas tout à fait adaptée ou méritait une mise à jour. Néanmoins, vous n'évoquez pas l'évolution du dossier, si ce n'est la réunion du 28 avril avec le ministre Jambon ainsi qu'un espoir dans votre chef. Nous attendons donc l'évolution de ce dossier avec M. Jambon ainsi que les détails du préaccord auquel vous faites référence, comme vient de le dire ma collègue. Je suis également impatient d'obtenir ces détails. Je vous remercie.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, u lijkt mij een man te zijn met veel geduld. Ik apprecieer uw rustige standvastigheid zeker en vast. Ik zou zelf wat minder geduld hebben. Ik hoop dat we nu inderdaad snel duidelijkheid zullen krijgen over de plannen van de regering en of de vakbonden het daar wel of niet mee eens zijn.
Zoals de collega van de N-VA al meegaf, wij denken ook dat het draagvlak voor deze stakingen ruim overschreden is. Het geduld is op bij de gemiddelde Vlaming, Waal en Brusselaar. Wat ons betreft moet dit stoppen.
In dat verband heb ik vanochtend een wetsvoorstel toegelicht in deze commissie om te zorgen voor een systeem van minimale dienstverlening. Mijnheer de minister, ik hoop dat u daar met veel interesse naar wil kijken, want deze gijzeling moet eindelijk stoppen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben natuurlijk blij dat er toenadering is. Ik heb daar ook van in het begin al naar gevraagd. Het betreft een staking die niet gericht is tegen de NMBS, maar tegen de arizonaregering en de plannen van die regering. Ik ben heel blij dat er constructief overleg geweest is en dat er ook een voorakkoord is gekomen. Men mag echter het vel van de beer niet verkopen voordat hij geschoten is. Het is natuurlijk slechts een voorakkoord. Zonder de goedkeuring van de achterban van de vakbonden en het spoorpersoneel stelt dit natuurlijk niks voor. Dat blijft dus even afwachten.
Ik begrijp dat er een werkgroep wordt opgericht met betrekking tot Securail. Ik denk uit uw antwoord te mogen begrijpen dat Securail bij de NMBS blijft en dus niet zomaar overgeheveld wordt richting Binnenlandse Zaken. Ik veronderstel dat die werkgroep zich zal richten op de onderlinge samenwerking, op hoe een aantal praktijken en de aanpak kunnen worden verbeterd. Ik hoop natuurlijk ook dat er op dat vlak snel resultaat zal worden geboekt. Dat is natuurlijk een heel ander onderwerp, want dan spreken we over specifieke veiligheid bij het spoorgebeuren. Ik kijk vol verwachting vooruit.
Sarah Schlitz:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Vous évoquez des discussions constructives entre le ministre Jambon et les syndicats. Je pense néanmoins que vous devez également prendre part à ces discussions et être beaucoup plus proactif dans le sort qui sera réservé aux travailleurs et aux cheminots. Le service du rail en dépend. Si l’attractivité du métier continue de diminuer, si les cheminots sont moins bien traités, si la pénibilité de leur emploi n’est pas mieux prise en considération, nous allons au-devant d’un vrai problème au niveau du recrutement, une responsabilité qui vous incombe. Vous devez davantage prendre part aux discussions et ne pas vous contenter de vous cacher derrière la responsabilité du ministre des Pensions.
Farah Jacquet:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
J’entends qu’un préaccord sur le rail avec les organisations syndicales est bien sur la table. Il reviendra aux affiliés cheminots de le valider. Nous suivrons ce dossier et analyserons le potentiel de cet accord avec une grande attention, car il ne peut y avoir qu’une seule issue à ce conflit, à savoir un dialogue constructif avec les organisations syndicales.
Voorzitter:
Ik kijk opnieuw rond in de zaal. Zijn er andere fracties die zich wensen aan te sluiten bij de replieken? ( Neen ) Dan is ook dit actualiteitsdebat afgesloten.
De nationale stakingsactie van 31 maart
De nationale staking van 31 maart
De algemene staking van 31 maart
De staking van 31 maart
Nationale stakingsactie op 31 maart
Gesteld door
N-VA
Eva Demesmaeker
Groen
Meyrem Almaci
PVDA
Robin Tonniau
Ecolo
Sarah Schlitz
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 8 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De modernisering van het arbeidsrecht door de regering-Arizona stuit op massaal verzet, met de grootste staking in tien jaar (31 maart) als hoogtepunt, gedragen door vakbonden en werknemers die loonblokkering tot 2027, flexibilisering (annualisering, zondags-/nachtwerk), en pensioenonzekerheid afwijzen. Minister Clarinval benadrukt dat de hervormingen nodzakelijk zijn voor economische groei en werkgelegenheid, wijst beschuldigingen van "antisociale maatregelen" af, en belooft overleg met sociale partners (deadline 31/12/2026) om het stakingsrecht te balanceren met het recht op werken, maar handhaaft kernpunten zoals 360 vrijwillige overuren (bruto=netto) en behoud van bestaande nachtpremies. Critici (o.a. PVDA/Ecolo) hekelen de realiteitsvreemde flexibilisering—zoals verplichte "vrijwillige" overuren en afbouw van loon- en rustbescherming—die werkdruk verergert en sociale ongelijkheid vergroot, terwijl bedrijven recorddividenden uitkeren; zij eisen herziening van de loonwet, betere pensioenvoorwaarden en herverdeling. De polarisatie blijft: vakbonden voelen zich buiten spel gezet, werknemers vrezen verlies aan koopkracht en zekerheid, terwijl de regering vasthoudt aan een "moderne, maar sociale" arbeidsmarkt—zonder concrete toegevingen op kernpunten.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, aangezien mijn vraag over de staking van 31 maart niet naar de plenaire vergadering werd verwezen waar de eerste minister een antwoord verstrekte over het thema, leg ik ze aan u hier voor.
Er bestaat heel wat onvrede over de naar onze mening zeer goede plannen van de arizonaregering om ons arbeidsrecht in een nieuw modern jasje te steken. Heel wat behoudsgezinde en conservatieve vakbonden organiseren stakingen tegen de modernisering van het arbeidsrecht, stakingen die heel wat bedrijven raken, omdat stakers door hun blokkades werkwilligen verhinderen aan het werk te gaan.
De liberale vakbond verzet zich tegen die methode en wil op een andere manier actievoeren en wegen op het beleid. Die vakbond staat voor verantwoordelijkheid en daadkrachtig overleg en schuift daarbij ook tien punten naar voren. De liberale vakbond stipt ook aan dat de huidige moeilijke economische toestand van de bedrijven alleen maar verslechtert door die stakingsacties.
Mijnheer de minister, wanneer werd er overleg gepleegd met de sociale partners? Wie was daarbij aanwezig? Welke punten werden daar besproken? Welke constructieve voorstellen hebben de sociale partners gedaan?
Wat is uw reactie op de voorstellen die de liberale partners naar voren schuiven? Hoe zult u in de toekomst garanderen dat wie wil werken, dat ook kan blijven doen?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, de staking van 31 maart was de grootste staking van de voorbije tien jaar in België. Overal hebben werknemers het werk neergelegd, in Wallonië, in Brussel, in Vlaanderen en gaven ze een enorm krachtig signaal.
De PVDA heeft ongeveer 700 stakingspiketten bezocht. Ikzelf heb er die dag zeven bezocht, allemaal in de Gentse Kanaalzone, bij Volvo Cars, Volvo Trucks, M.C. Syncro, Honda, Brose, Plasman. Nadien ben ik ook naar het piket in Gent-Zuid geweest. Aan dat piket specifiek voor de openbare sector waren heel veel mensen uit het onderwijs, van de NMBS en de zorg aanwezig. We hebben aan al die piketten met heel veel mensen gesproken en wij hebben goed geluisterd. Eén ding is echt duidelijk. De mensen willen niets weten van uw plannen, van de plannen van uw regering. De mensen zeggen neen tegen uw massale besparingen.
Mijnheer de minister, staken doet men nooit voor plezier. Dat kost stakers geld. Hetgeen ik heb gehoord aan de piketten, is heel simpel. De mensen willen respect voor hun werk. De mensen willen beloond worden voor het werk dat ze doen. Dé verkiezingsbelofte van alle arizonapartijen was toch dat werken moet lonen. U maakt werken echter alleen maar moeilijker. U maakt het bijna onmogelijk om nog een volledig pensioen op te bouwen en om in goede gezondheid op pensioen te gaan.
Waar is het respect voor de werkende klasse gebleven? Waar is het respect voor de vaste uurroosters en het recht op rust? Met de annualisering van de arbeidstijd zijn de werktijden niet meer beschermd. Er is geen verschil meer tussen dag en nacht, tussen zondag of weekdag. De mensen maken zich hierover terecht grote zorgen. Het gevolg zijn immers minder premies, minder vergoeding voor overwerk en dat in ruil voor meer verplichte flexibiliteit.
Het N-VA-parlementslid spreekt over conservatieve vakbonden. Er is echter niets conservatiefs aan een achturige werkdag. Er is niets conservatiefs aan acht uur rust. Er is niets conservatiefs aan acht uur vrije tijd per dag.
Het respect voor de lonen en de werkende klasse is zoek. Het verbod op loonsverhoging wordt verlengd tot 2027. Ondertussen keren Belgische bedrijven dit jaar naar verwachting 6 miljard euro aan dividenden uit aan hun aandeelhouders. Voor de werknemers 0,0 euro. Dat is onaanvaardbaar. Dat is pas conservatief.
Zal zondagswerk nog degelijk vergoed worden in de toekomst?
Zullen werknemers hun premies behouden, ook na de onderhandelingen over een nieuwe cao?
Zult u de nieuwe regeling rond de overuren die enorm veel werknemers treft, van toepassing maken? Dat betreft werk dat er niet toe doet volgens u, werk dat niet moet beloond worden.
Zult u de loonblokkeringswet van 1996 herzien en eindelijk loonsverhogingen toestaan? Zult u de nachtpremie beschermen? Welke collectieve bescherming krijgen de werknemers nog van uw regering?
Sarah Schlitz:
Monsieur le ministre, le 31 mars dernier, la Belgique a connu la plus grande grève des dix dernières années. Des milliers de piquets de grève ont été mis en place. Des dizaines de milliers de travailleurs et travailleuses refusent le modèle que vous voulez leur proposer.
Ce jour-là, j’ai eu l’occasion de me rendre notamment dans le zoning des Hauts-Sarts, où j’ai pu discuter avec des personnes travaillant dans la logistique. La réforme sur le travail de nuit suscite de vives inquiétudes. Pendant la campagne électorale, vous aviez promis à ces travailleurs, qui ont de petits salaires, un revenu supplémentaire de 500 euros par mois. Or, ils constatent aujourd'hui qu'ils perdront de l'argent. En effet, les heures de nuit avant minuit seront payées comme des heures de jour. Ils savent déjà qu'à terme, ils seront impactés par cette réforme.
J'ai aussi discuté avec des infirmières qui m'ont expliqué à quel point les cadences qu'on leur impose ne leur permettent plus de faire leur travail correctement, au détriment des patients.
Un technicien d'Infrabel m'a rappelé à quel point le statut était important pour conserver l'expertise au sein de la société. Cela permet de retenir les personnes formées, évitant qu'elles ne quittent l'entreprise après un an, deux ou trois ans. Ces départs engendrent de lourdes pertes, notamment lorsque des profils hautement compétents s'en vont.
Partout, ces réformes sont perçues comme brutales et injustes, qu'il s'agisse du travail du dimanche, du travail de nuit ou de la flexibilisation extrême du marché du travail. Tout cela contraste avec votre volonté affichée de garantir une pension méritée après une carrière complète de 43 ans. C'est complètement incohérent. En outre, la plus grande trahison dont il a été question ce jour-là est la hausse des salaires que vous aviez promise et qui ne se concrétisera pas. Enfin, il y a également les conditions de fin de carrière, que vous cherchez à restreindre davantage, notamment la disponibilité précédant la pension de retraite (DPPR), qui est actuellement totalement bloquée.
Cette réforme ne prend pas en compte les réalités des travailleurs sur le terrain. En revanche, elle épargne les plus aisés, ceux qui ont le moins sué au cours de leur carrière.
Monsieur le ministre, avez-vous eu, depuis le 31 mars, des contacts avec les travailleurs et avec les syndicats, afin de revoir votre copie en matière de réforme sociale?
David Clarinval:
Mesdames et messieurs les députés, la grève est un droit fondamental dans notre démocratie. Il s'agit d'un instrument légitime permettant aux travailleurs d'exprimer leurs revendications et de faire valoir leurs droits. Cependant, il est essentiel que son exercice se déroule dans un cadre équilibré respectant à la fois les droits des grévistes, mais aussi ceux des travailleurs non grévistes, ainsi que les besoins économiques du pays. C'est dans cet esprit que nous souhaitons engager un dialogue avec les partenaires sociaux afin d'assurer une application équilibrée de ce droit, tout en préservant la poursuite des activités économiques et des services essentiels.
Nous garantissons la protection juridique des syndicats concernant les manifestations et les grèves avec un préavis de grève ou leur rôle dans les entreprises, afin que chaque organisation puisse continuer à remplir son rôle historique.
Op 12 februari 2025 hebben de eerste minister en ikzelf de Groep van Tien, die de voornaamste sociale partners groepeert, ontmoet. Wij hebben gesproken over de toepassing van het regeerakkoord en over de lopende hervormingen inzake werkgelegenheid. De vakbonden hebben hun bezorgdheden geformuleerd, met name over de impact van de hervormingen op de arbeidsmarkt.
L'accord de gouvernement prévoit que les partenaires sociaux ont jusqu'au 31 décembre de cette année pour actualiser les principes convenus dans l'accord des partenaires sociaux de 2002, afin de clarifier l'exercice du droit de grève dans le respect des normes internationales et de la jurisprudence.
Het doel bestaat erin de regels die de sociale bewegingen omkaderen te actualiseren, zodat het stakingsrecht wordt gerespecteerd zonder misbruik of buitensporige blokkage. Op die manier kan wie wil blijven werken dat effectief doen en worden bedrijven en essentiële diensten beschermd tegen buitenproportionele onderbrekingen.
L'accord de coalition précise que les partenaires sociaux sont invités à clarifier l'exercice du droit de grève, afin d'assurer un juste équilibre entre les droits des grévistes et ceux des non-grévistes. Le gouvernement s'engage à respecter cet accord. Et j'inviterai bientôt les partenaires sociaux à débuter cet exercice.
Lors de la grève du 13 février, aucun incident majeur lié à l'empêchement de travailleurs non grévistes n'a été signalé. Toutefois, nous restons vigilants pour assurer un cadre de travail serein et respectueux des libertés individuelles. Nous devons avancer avec pragmatisme et responsabilité pour garantir un marché du travail moderne, équilibré et respectueux des libertés de chacun.
Ik herinner u eraan dat het sociaal overleg op verschillende plaatsen in het regeerakkoord wordt vermeld. Ik hoop dat er tijdens de hele legislatuur een constructieve dialoog kan plaatsvinden.
Mesdames et messieurs, cette journée d'actions a en effet exprimé des inquiétudes sincères dans plusieurs secteurs. Je l'entends. Je tiens également à rappeler que le gouvernement agit avec détermination et dans le respect du dialogue social, comme l'exprime clairement l'accord de coalition.
La contribution des partenaires sociaux est essentielle. Leurs connaissances et perspectives sont cruciales pour garantir que la réforme corresponde à la réalité sur le terrain. La responsabilité finale de la décision incombe toutefois au gouvernement.
Ai-je entendu les revendications? Oui. Suis-je prêt à y répondre? Oui.
Le gouvernement reste pleinement ouvert à la concertation, à condition qu'elle se fasse dans un esprit de responsabilité et de respect mutuel. Les revendications liées à la soutenabilité du travail, à la répartition de l'effort budgétaire et à la reconnaissance du travail effectué sont prises au sérieux. Plusieurs mécanismes, notamment via le CNT et la CIM Emploi, permettent de faire évoluer les modalités concrètes de réforme.
La réforme de l'Arizona est-elle antisociale, madame Schlitz? Je dis clairement non. Elle est nécessaire et juste. Je regrette que certains partis propagent de fausses informations afin d'inquiéter délibérément les citoyens.
Le pays fait face à des défis économiques majeurs: un déficit structurel, un taux d'emploi insuffisant, des pénuries criantes dans des métiers essentiels. Notre objectif est d'activer davantage, sans abandonner la protection sociale, comme le prévoit aussi l'accord. Nous appliquerons le principe de justice sociale dans le respect des droits acquis et avec empathie envers les plus vulnérables.
J'ai reçu des questions plus spécifiques, notamment du collègue Tonniau.
Wat de vergoeding zondagswerk betreft. In het federaal regeerakkoord 2025-2029 zijn geen wijzigingen voorzien met betrekking tot het verbod op zondagsarbeid of op het vlak van de verloning van arbeid op zondag.
U stelt vragen over de nieuwe regeling rond overuren en de nachtpremie. Het is niet zo dat er een nieuwe regeling zal worden ingevoerd voor alle overuren. Zoals ook uitdrukkelijk is opgenomen in het regeerakkoord, blijft voor de onvrijwillige overuren de bestaande procedure en het overloon behouden. Wel beogen we om voor de vrijwillige overuren voor alle sectoren een aantrekkelijk systeem in te voeren dat het mogelijk maakt om tot 360 vrijwillige overuren te verrichten zonder motief of in alle rust, waarvan 240 uren zonder verplicht overloon en zonder sociale bijdragen of personenbelasting. Dat wil zeggen dat bruto gelijk is aan netto. Voor de horeca zullen de huidige 360 vrijwillige overuren worden opgetrokken naar 450 overuren, waarvan 360 uren zonder verplicht overloon. Die vrijwillige overuren zullen slechts mogelijk zijn op basis van een schriftelijk opzegbare overeenkomst tussen werknemer en werkgever. Werknemers die geen vrijwillige overuren wensen te verrichten, mogen daar uiteraard geen nadelige gevolgen van ondervinden.
Er wordt daarnaast ook een nieuw wettelijk kader ingevoerd in verband met de annualisering van de arbeidstijd, dat kan worden toegepast met akkoord van de betrokken werknemers. Net zoals voor de andere structurele afwijkingen op de vandaag al bestaande arbeidsduurgrenzen zal er daarbij slechts overloon verschuldigd zijn, als de voorwaarden en grenzen van die arbeidsregeling niet worden nageleefd.
We willen de regeling inzake nachtarbeid inderdaad versoepelen. Het regeerakkoord bepaalt evenwel uitdrukkelijk dat de bestaande premies voor nachtprestaties, zoals vastgelegd in cao’s in diverse sectoren en bedrijven, hierbij blijven gelden. Binnen de regering vindt er momenteel overleg plaats over de ontwerpteksten die mijn departement dienaangaande heeft opgemaakt in uitvoering van het regeerakkoord.
In verband met de vraag over de loonwet. De loonnormwet blokkeert de lonen niet, zoals u stelt. Die wet garandeert als minimale loonstijging een automatische loonindexering wanneer hierover een collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten.
Of deze lonen in de tweejaarlijkse IPA-periode verder mogen stijgen, hangt af van de competitiviteitsvergelijking van de Belgische arbeidskosten en die van de buurlanden.
Ik zal samen met de andere leden van de regering aan de sociale partners vragen om tegen 31 december 2026 een advies uit te werken over de hervorming van de loonnormwet en het systeem van de automatische indexering.
Op uw vijfde vraag, de draagwijdte van uw vraag over de collectieve bescherming van de werknemers is niet helemaal duidelijk. Het is in elk geval zo dat de regering veel waarde hecht aan de inbreng van de sociale partners en hen nauw bij de hervormingsagenda zal betrekken.
Eva Demesmaeker:
Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Het stemt mij zeker gelukkig om te horen dat u wel degelijk met de sociale partners rond de tafel zult gaan zitten, dat zij daar ook aanwezig zullen zijn en dat er ruimte is om die principes uit te werken. Ik hoop dat het snel vooruitgaat, want we hebben geen tijd te verliezen.
Mijnheer Tonniau, ik denk dat u in een bubbel leeft. Dit is helemaal niet breed gedragen. Heel veel mensen waren aan het werk, omdat het hun taak is om aan het werk te gaan, maar ook omdat zij daar achter staan. Zij staan zeker open voor al die aanpassingen. U zegt dat wij hun pensioen afnemen. Neen, deze regering zorgt ervoor dat de toekomstige generatie wel nog een pensioen zal hebben. Dat is een essentieel verschil.
Wie wil werken, moet dat kunnen blijven doen. Ik denk dat de mensen die willen werken zeker niet mogen worden verhinderd. Ik hoor in uw antwoord dat u dat ook gaat garanderen, dat u daarover in gesprek zal gaan. Ooit behoorde het behouden van de sociale zekerheid, het garanderen van werk en ervoor zorgen dat er voldoende werk is voor iedereen tot de doelstellingen van de sociale partners. Dat lijkt nu soms verloren te gaan. Laat ons hopen dat de grote nationale stakingsacties tot een einde komen en de rust wederkeert en iedereen samen rond de tafel gaat zitten, de plaats waar dat hoort te gebeuren. Ik hoop dat we binnenkort tot een gedragen compromis kunnen komen.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, u startte uw antwoord met de uitspraak dat u het stakingsrecht in België respecteert. Dat is maar goed ook. Er is hier immers een stakingsrecht, dat ook wordt gebruikt. Vervolgens stelde u echter dat u ook het recht op werk wil nastreven. Het recht op werk moet worden gerespecteerd. Mijnheer de minister, het recht op werk in België bestaat niet. Hadden wij immers recht op werk, dan hadden wij geen werkzoekenden. In dat geval had elke werkzoekende zijn recht op werk al gebruikt en een goede, fatsoenlijke job gekregen. Het recht op werk bestaat dus niet.
Ten tweede, ik leef helemaal niet in een bubbel. Ik heb zeventien jaar in de industriesector gewerkt. Ik heb die dag zeven piketten bezocht. Alle fabrieken in de Gentse kanaalzone lagen stil. Enkel een paar managers waren in het bedrijf. De meeste werknemers waren thuis. De vakbonden hadden opgeroepen om thuis te blijven. Er was geen enkele productie in de Gentse kanaalzone.
U geeft aan dat u de eisen van de vakbonden en van de werkende klasse hebt gehoord. Welke reactie geeft de regering echter? De sociale partners krijgen alle vrijheid om oplossingen naar voren te brengen. De sociale partners stellen tegenover onze vakbonden echter dat zij in een carcan worden geduwd en dat alles veel te snel gaat. Zij voelen aan dat zij worden verplicht akkoorden te sluiten die zij eigenlijk niet willen sluiten.
Daarom komen wij op straat, onder andere voor de vrijwillige overuren. U wilt naar 360 vrijwillige overuren gaan. Vrijwillige overuren bestaan echter niet. Toen ik in de fabriek werkte, kwam de grote baas bij mij langs en vroeg mij of ik bovenop de 40 uur die ik al had gepresteerd niet ook nog op zaterdagochtend wilde komen werken omdat het bedrijf mij nodig had. Daar stond ik dan, een twintigjarige met een interimcontract. Wat moest ik antwoorden? Denkt u dat ik een keuze had om neen te zeggen, omdat ik een verjaardagsfeestje had gepland of een voetbalwedstrijd moest spelen? Ik antwoordde gewoon aan mijn baas dat het goed was en dat ik zou komen werken. Een werknemer wordt onder druk gezet. Weigert hij, dan komt hij maandag gewoon het bedrijf niet meer binnen. Op die manier verloopt het in de realiteit.
De bedrijven die per se die vrijwillige overuren willen inschakelen – 360 uur is niks – omdat er zoveel werk is, moeten dan maar gewoon extra werknemers aannemen. Zij moeten dan maar vacatures uitschrijven met deftige lonen en sociale bescherming, zodat de werkzoekenden ook aan de slag kunnen. Nu is er een kaste van arbeiders en bedienden die wordt verplicht overuren te presteren om rond te komen.
Er wordt aan hun premies geknaagd. Ze worden superflexibel ingezet. Ze moeten extra flexi-jobs aannemen om gewoon rond te komen. En dat systeem willen jullie gewoon versterken.
Sarah Schlitz:
Merci pour vos réponses monsieur le ministre. Vous nous rappelez que le droit de grève est un droit que vous respectez. Nous sommes contents de l'entendre, étant donné que votre gouvernement projette quand même de réintroduire cette interdiction de manifester. Faut-il comprendre que vous allez finalement revenir sur cette volonté? Vous vous empressez aussi de dire qu'il faut néanmoins respecter ceux qui ne font pas grève et l'économie du pays. Ce qui est important aussi c'est de faire en sorte de respecter les droits et les conditions de vie des travailleurs qui, ici, se battent pour les droits de tous en mettant une partie de leur pouvoir d'achat de côté, étant donné que, comme on le rappelle, leur salaire est remplacé par une prime syndicale qui ne leur permet pas d'avoir un salaire à la même hauteur que ce qu'ils touchent habituellement. Lorsque vous dites qu'il n'y a pas eu d'incident, il y a tout de même eu deux blessés, monsieur le ministre. Une personne a forcé un barrage avec sa voiture et a renversé deux grévistes. Vous appelez ça "pas d'incident"? Les incidents, est-ce uniquement quand ce sont des grévistes qui les commettent? Je suis quand même assez choquée par vos propos. Plus globalement, vous dites que certains parlementaires répandraient de fausses informations. Avant d'accuser les autres de répandre des fake news , faites plutôt le check de vos chiffres. Nous l'avons fait et nous savons que vous allez chercher 16 fois plus d'argent dans les poches des plus faibles que chez les plus grosses fortunes, notamment avec votre taxation des plus-values – dont on ne sait même pas si elle verra le jour –, qui deviendrait une des plus faibles d'Europe si elle advenait. Je voulais également aborder vos projets de flexibilisation, de payer le travail de nuit jusqu'à minuit comme du travail de jour. Vous dites qu'on va garantir ces droits pour le moment. Mais on sait très bien comment cela va se passer. Au fur et à mesure, les travailleurs seront remplacés, une pression sera exercée sur ceux qui ont des droits maintenus pour les remplacer par ceux qui n'auront plus cette obligation de voir leurs heures jusqu'à minuit payées comme des heures de nuit. Ce remplacement aura lieu, il y aura une mise en concurrence entre anciens et nouveaux travailleurs. C'est donc un énorme problème. Aujourd'hui, vous n'entendez pas la détresse des travailleurs qui ne savent plus concilier leur vie de famille et leur travail. C'est un énorme problème, c'est la première priorité selon le baromètre de la Ligue des Familles. Et vous, tout ce que vous continuez à faire, c'est faire en sorte qu'il y ait un maximum de flexijobs, que des étudiants prennent le boulot de certains chômeurs qui pourraient occuper de vrais emplois en CDI et avoir une stabilité tout en finançant la sécurité sociale. Au lieu de ça, vous passez à côté du refinancement de la sécurité sociale et des 80 % de taux d'emploi en vous obstinant à instaurer une surflexibilisation du marché du travail. C'est un énorme problème. Vos calculs ne sont pas bons. Les objectifs ne seront pas atteints. Vous additionnez une série de revendications du banc patronal mais qui, mises bout à bout, ne constituent pas un projet de société viable. C'est un projet court-termiste avec des coupes, des économies et qui ne va pas chercher l'argent là où il est vraiment. On continuera à le dénoncer et à chercher les ingrédients de votre projet parce qu'il y a encore énormément de zones d'ombre qui aujourd'hui ne sont pas honnêtes vis-à-vis des personnes qui vont les subir.
De stakingen
Gesteld door
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 8 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Clarinval bevestigt dat stakingen met officiële aanzegging (via vakbonden) juridisch beschermd zijn als grondrecht, maar spontane stakingen vallen in een grijze zone—hij vermijdt duidelijkheid over hun legitimiteit of bescherming. De regering verwacht van sociale partners dat ze tegen 2025 het stakingsrecht verduidelijken (gebaseerd op het herenakkoord van 2002), met respect voor openbare orde, maar neemt zelf geen wettelijk initiatief. Blokkades, onredelijke stakingen (bv. spoor) of piketten zijn justitieel (niet zijn bevoegdheid), terwijl vakbonden geen extra juridische bescherming genieten buiten bestaande werknemersrechten. Van Quickenborne kaart aan dat het regeerakkoord onduidelijk is over de status van wilde stakingen, wat Clarinval beaamt zonder concrete antwoorden.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, in het regeerakkoord en uw beleidsverklaring staat dat de regering de juridische bescherming van de vakbonden bij stakingen onder stakingsaanzegging wil waarborgen.
Dat engagement roept enkele belangrijke vragen op. Wat bedoelt u met een staking onder stakingsaanzegging? Worden spontane of wilde stakingen dan niet meer door de regering erkend als legitieme sociale acties? Wat is het gevolg? Wat bedoelt u concreet met juridische bescherming van de vakbonden? Gaat het hier over bescherming tegen burgerlijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid of over iets anders?
Waar ligt voor de regering de grens tussen een toegelaten syndicale actie en gedrag dat niet langer onder juridische bescherming valt? Hoe zal er bijvoorbeeld worden omgegaan met acties die leiden tot blokkades van de openbare weg? Wat met onredelijke stakingen, zoals de recente spoorstakingen, die vandaag trouwens hun 20 ste dag ingaan, waarbij enkele treinbestuurders en een kleine vakbond vrijwel het hele spoorverkeer lamleggen? Wat met het verhinderen van de toegang tot bedrijven, dus met stakingspiketten op bedrijventerreinen? Is de regering van plan een wettelijk initiatief te nemen?
David Clarinval:
Mijnheer Van Quickenborne, een stakingsaanzegging is een officiële melding van de vakbonden aan de werkgever dat men van plan is om te staken. Vaak zijn hierover bijvoorbeeld in sectorale cao's afspraken ingebouwd voor overleg en verzoening om de stakingsactie te voorkomen.
Alhoewel België niet zoiets als een stakingswet heeft of het recht specifiek wordt erkend in de Grondwet, wordt het in ons land beschouwd als een individueel grondrecht op basis van internationale conventies, het Europees Sociaal Handvest en rechtspraak van het Hof van Cassatie. Ook niet-leden van een vakbonden genieten dat grondrecht.
Het recht op vrije meningsuiting en het recht om te demonstreren, zijn beide fundamentele pijlers van onze democratie. Ik erken de noodzaak om maatregelen te nemen indien er sprake is van zware verstoringen van de openbare orde of wanneer de veiligheid in gevaar komt.
Dat betreft evenwel geen bevoegdheid van de minister van Werk, maar van de minister van Justitie.
Bovendien vraagt de regering aan de sociale partners om tegen 31 december 2025 de uitoefening van het stakingsrecht te verduidelijken door de overeengekomen principes uit het herenakkoord van 2002 te actualiseren, met respect voor de internationale normen en de rechtsspraak. Daarbij moet het stakingsrecht gegarandeerd blijven, met respect voor de rechten en vrijheden van anderen en de openbare orde. De regering engageert zich ertoe om het akkoord te honoreren.
U suggereert dat vakbonden van een specifieke juridische bescherming genieten. Vakbonden hebben zich in België georganiseerd als feitelijke verenigingen. Dat betekent evenwel niet dat ze van een specifieke bescherming genieten. Zo'n specifieke beschermingsregeling is alleen uitgewerkt voor de werknemers die in hun bedrijf een mandaat in de wettelijke organen van personeelsvertegenwoordiging opnemen.
Vincent Van Quickenborne:
Mijnheer de minister, u hebt eigenlijk niet geantwoord op mijn tweede en derde vraag. Wat bent u van plan te doen met stakingen zonder stakingsaanzegging? In uw beleidsverklaring zei u dat de regering juridische bescherming garandeert aan vakbonden bij stakingen onder stakingsaanzegging. Logischerwijze volgt daaruit dat u die juridische bescherming niet garandeert, als een staking zonder stakingsaanzegging gebeurt. Daarop hebt u niet op geantwoord en ik ben zeer benieuwd wat u daarover te zeggen hebt.
En toen bleef het stil.
David Clarinval:
C'est une bonne question.
Vincent Van Quickenborne:
C'est une bonne question, c'est vrai. Mais vous avez bien compris que sur ce point-là, l'accord de gouvernement n'est pas clair. Vous dites que la protection juridique des syndicats est garantie en cas de grève avec préavis. On peut donc logiquement se poser la question de savoir ce qu'il en est en cas de grève sans préavis.
David Clarinval:
Ce n'est pas clair.
Vincent Van Quickenborne:
Ce n'est pas clair. ( Rires )
C'est déjà une réponse, chers collègues. J'apprécie que le ministre dise que ce n'est pas clair. Je pense qu'il a quelques idées en tête, mais qu'il ne souhaite pas les exprimer à ce stade.
David Clarinval:
C'est exact.
De algemene staking van 31 maart 2025
De algemene staking van 31 maart
Algemene staking 31 maart
Gesteld door
Gesteld aan
Bart De Wever (Eerste minister)
op 3 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De massale staking in België – de grootste in 10 jaar – protesteert tegen pensioenverlagingen (malus tot 5% per jaar voor vroegpensionering), loonblokkering, afschaffing nachtpremies en langere loopbanen tot 67 jaar, terwijl politici zelf genieten van gunstigere pensioenregels. De regering (met N-VA) verdedigt de hervormingen als noodzakelijk door vergrijzing en stijgende sociale kosten, benadrukt "empathisch geleidelijke" aanpassingen en wijst populisme af, maar vakbonden en linkse partijen noemen de maatregelen sociaal onrechtvaardig, klassenstrijd (95% lasten op werkenden vs. 5% op rijken) en aankondigen nieuwe acties op 29 april. Kernconflict: politieke keuzes (e.g. wapenuitgaven van 800 miljard in 5 minuten) tonen dat geld *wel* beschikbaar is, maar prioriteiten bij bezuinigen op arbeiders en pensioenen liggen. De sfeer is grimmig, met beschuldigingen van leugenachtig beleid, privileges voor elites en minachting voor sociale dialoog.
Raoul Hedebouw:
Il y a quelque tumulte dans l'hémicycle. J'aimerais donc expliquer la situation aux personnes qui nous écoutent: Georges-Louis Bouchez vient de quitter la plénière.
Mijnheer de eerste minister, ik wil u vragen stellen over de staking in alle sectoren, zowel in de openbare diensten als in de privésector, van afgelopen maandag, de grootste staking in 10 jaar tijd in België. Jongeren en mindere jonge mensen uit het noorden en het zuiden van het land, mensen van de petrochemische sector, van de metaalnijverheid, van de dienstensector uit het hele land namen deel. We zagen nooit zo'n diepgaande sociale beweging.
Alle deelnemers vragen zich hoe het nu toch mogelijk is. De rechtse partijen voerden voor de verkiezingen immers allemaal campagne dat werken meer moet lonen, terwijl ze vandaag de mensen langer laten werken voor minder pensioen. Dat is eenvoudigweg bedrog. De mensen gaan daar niet mee akkoord en dat hebben ze maandag laten voelen. Ze vragen zich hoe het kan dat sommige werknemers een malus van 5 % krijgen voor elk jaar dat ze voor de leeftijd van 67 jaar vroeger stoppen met werken. Hoe kunnen die politici nu afkomen met een loonblokkering in de volgende jaren? Waarom schaffen ze nachtpremies af voor hardwerkende mensen?
Mijnheer de premier, ik heb het stakingspiket bij InBev in Leuven bezocht. De arbeiders daar vertelden mij dat Bart De Wever eens een nachtshift zou moeten doen, van 18.00 u. tot 2.00 u. of van 2.00 u. tot 10.00 u., dan zou hij beseffen dat men zo'n job niet tot 67 jaar kan doen. Hij weet echter niet wat het is om dat te doen.
Dat vind ik erg, vooral omdat er privileges zijn. Iedereen hier die voor 2019 verkozen werden, mogen nog met pensioen gaan op 60 jaar en 62 jaar. Dat is een schande. U wilt de ambtenarenpensioenen berekenen op 45 jaar van hun carrière, terwijl voor iedereen hier het pensioen op het laatste jaar van zijn carrière wordt berekend. U allen hebben privileges, maar vragen wel dat het volk inspanningen levert. Dat is een schande!
Mijnheer de minister, mijn vraag is duidelijk. Zult u die pensioenmalus afschaffen en naar de mensen die strijd voeren, luisteren?
Sophie Thémont:
Monsieur le premier, la grève générale de lundi était à la hauteur de votre offensive contre le monde du travail. Cette grève était organisée pour protester contre les mesures antisociales de l'Arizona, pour dénoncer des régressions sociales sans précédent et pour refuser vos attaques sur les pensions, les services publics, la santé, les salaires, les droits des femmes et bien d'autres.
Les travailleurs de tous les secteurs ont été nombreux à débrayer: caissières, enseignants, policiers, pompiers, artistes, cheminots et soignants. Dans tout le pays ils et elles ont dit: "Stop". Stop à vos milliards d'économies sur leur dos! Stop à vos mesures qui vont faire exploser les inégalités! Stop au rouleau compresseur que vous avez lancé sur la protection sociale!
J'entends la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) et la droite se plaindre d'une attitude irresponsable des syndicats mais entre nous, monsieur le premier ministre, qui est irresponsable? Qui veut faire trimer les gens au-delà du raisonnable? Quelles que soient les conditions de travail, qui veut pénaliser les femmes? Qui préfère aller chercher 95 % dans la poche des travailleurs contre 5 % dans la poche des plus riches? Qui a annoncé ne pas dévier sa trajectoire et garder le cap de ces réformes brutales?
Monsieur le premier, allez-vous continuer dans cette voie sans issue ou allez-vous entendre la voix de la raison?
Bart De Wever:
Mijnheer de voorzitter, ik wilde daarnet nog toevoegen dat wie een whatsapp stuurt naar Koen, een whatsupp terugkrijgt. Ik zal de collega's in het halfrond die volstrekt humorloos zijn, echter niet verder op de proef stellen.
Onze regering heeft ervoor gekozen om een aantal elementaire waarheden niet langer te verbloemen. Waarheid 1: onze samenleving telt steeds meer ouderen. Waarheid 2: die ouderen worden ook steeds ouder. Waarheid 3: dat zorgt voor een tsunami aan sociale uitgaven, die in razend tempo aan kracht wint. Waarheid 4: de druk op werkende mensen wordt steeds groter, want zij moeten met steeds minder mensen instaan voor de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep. Waarheid 5: als we onze sociale stelsels niet hervormen, stevenen we af op een ongeziene economische en sociale catastrofe, die de welvaart van de hele samenleving ernstig zou treffen. Uitgerekend in deze geopolitiek woelige tijden kunnen we dat er absoluut niet meer bijnemen.
Mijnheer Hedebouw, u mag dus van die populistische statements doen, bijvoorbeeld dat het allemaal de schuld is van de profiterende politieke klasse, die in een bubbel leeft. Dat is echter allemaal heel gemakkelijk. Iets moeilijker is handelen en doen wat er moet gebeuren.
Il faut que plus de personnes travaillent et qu'elles travaillent plus longtemps. Il n'y a pas d'autre solution. Pour y parvenir, nous allons remettre davantage de personnes en âge de travailler sur le marché de l'emploi. Cela passe par la limitation des allocations de chômage dans le temps. Trop de personnes en parfaite santé sont aujourd'hui absentes du marché du travail. Nous devrons également tous travailler un peu plus longtemps. La durée effective de nos carrières est actuellement parmi les plus courtes de l'Union européenne. Nous ne pouvons plus nous le permettre. C'est pourquoi nous supprimons progressivement le système qui permet à certains de partir à la retraite bien trop tôt. Notre société ne peut tout simplement plus se le permettre.
Cela étant dit, ces réformes seront toujours mises en œuvre de manière progressive et avec empathie. Ce gouvernement reste également toujours ouvert au dialogue avec les partenaires sociaux, selon certaines modalités. Les dernières semaines l'ont encore démontré.
Dat die hervormingen dringend nodig zijn, dat blijft als een paal boven water staan. Daar zullen dus stakingen, noch populistisch gestook iets aan veranderen. Deze regering zal zich niet laten afleiden door uw leugenachtige populisme. Het is tijd voor ernstig beleid, beleid gebaseerd op waarheid.
Raoul Hedebouw:
Mijnheer de eerste minister, ik weet niet wat dat is bij de N-VA, maar denkt u echt dat u met het voorlezen van briefjes of met het maken van een video met Jambon de mensen zult overtuigen van uw maatregelen? Komaan! U staat gewoon niet sterk in uw schoenen. U moet ze gewoon voorlezen, geen humor brengen.
Waarom staat u niet sterk? Dat is omdat u onderstreept dat er geen geld is wegens een tsunami aan uitgaven, terwijl u op vijf minuten tijd wel miljarden vindt om wapens te kopen. Jarenlang is er gezegd dat er geen geld is en op vijf minuten vindt men plots 800 miljard. En Europa doet juist hetzelfde.
Dat toont gewoon aan dat het gaat over politieke beslissingen. U wilt de gepensioneerden weer doen betalen. Ik begrijp de vakbonden, die aankondigen dat ze op 29 april weer acties zullen voeren. Aan de kameraden van Vooruit en van cd&v vraag ik waarom zij de rechtse partijen meevolgen in hun verhaal. Men mag niet aanvaarden dat de gepensioneerden en de werkende klasse zo aangevallen worden. Stop ermee met Bart De Wever te steunen. Dat is mijn boodschap.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier, c'est vous et votre Arizona, le tsunami social! Je trouve que vous avez tout de même beaucoup d'humour. Vous annoncez des réformes faites avec de l'empathie. Il faut quand même oser le dire, alors que vos mesures précariseront encore plus les gens! Croyez-vous qu'aujourd'hui, les travailleurs font grève pour le plaisir ou pour emmerder le monde? Pourquoi se sont-ils mobilisés? Pour un travail émancipateur, pour des pensions dignes, pour des services publics garantis. Que demandent les travailleurs aujourd'hui? D'être entendus, d'être respectés. N'oubliez pas encore que c'est eux qui font tourner votre économie, monsieur le premier!
De stakingen bij de NMBS
De compensatie voor treinreizigers vanwege de stakingen bij de NMBS
De stakingsgolf bij de NMBS
Compensaties voor de treinreizigers omwille van de spoorstakingen
De aanvallen op het stakingsrecht
De stakingscompensatie voor de treinreizigers
Vertragingen en compensaties door NMBS-stakingen en discussies over stakingsrecht
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 2 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De spoorstakingen tegen bezuinigingen (pensioenmalus, nachtpremies, austeriteit) en de regeringsplannen (o.a. verplichte minimaldienst) leidden tot felle discussies over stakingsrecht, compensatie voor reizigers en onderhandelingen met vakbonden. De minister benadrukt dialoog met "verantwoordelijke" vakbonden (CGSP, CSC, SLFP) en wijst "misbruik" van stakingen af, terwijl hij juridische stappen overweegt en geen Sorry Pass belooft, maar wel compensatie bij vertragingen in de alternatieve dienstregeling. Kritiek komt van alle kanten: vakbonden eisen erkenning van alle syndicaten en betere arbeidsvoorwaarden, reizigersorganisaties dringen aan op financiële tegemoetkomingen (abonnementverlenging, vergoedingen), en oppositiepartijen noemen het gebrek aan compensatie een "gemiste kans" die het vertrouwen in openbaar vervoer verder ondermijnt. De pensionenkwestie (overleg met minister Jambon) en toekomstige stakingen (8-29 april) houden de spanning hoog, met onderhandelingen om de twee weken als enige concreet perspectief.
Farah Jacquet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, ce lundi 31 mars, des milliers de travailleurs et travailleuses se sont mis en grève à l'appel des organisations syndicales. Des femmes et des hommes choisissent de sacrifier une partie de leur salaire pour dire stop au malus pension, stop à la suppression de nos primes de nuit, stop à l'austérité qui frappe les services publics.
La grève est un droit fondamental. La grève est aussi ce qui a permis les plus grandes avancées sociales de notre pays. Je reprends: le droit de vote, la sécurité sociale, la journée de huit heures, les congés payés et encore bien d'autres.
En 2018, nous avions réussi à faire reculer le gouvernement Michel sur la réforme de la pension à points. Aujourd'hui, grâce à la grève, notamment du 31 mars, du 29 avril et toutes les suivantes, nous ferons reculer le hold-up de nos pensions et la casse sociale que vous tentez d'imposer avec ce nouveau gouvernement.
La grève est un des principaux leviers dont les travailleurs disposent pour obtenir des avancées et pour améliorer leurs conditions de travail. Et pourtant, nous avons le sentiment que ce gouvernement semble vouloir attaquer cela.
Si je prends l'exemple du rail, votre accord de gouvernement prévoit le service garanti sur l'ensemble du réseau. Le 19 mars dernier, je vous ai déjà posé la question, pour obtenir un peu plus de clarté sur le sujet. Vous m'avez répondu qu'il valait mieux répartir les lignes en fonction du personnel disponible, sans plus de précision.
Le lendemain, en plénière, vous avez ajouté que: "Le droit de grève n'est pas absolu. Les grèves actuelles sont une ingérence illicite dans le fonctionnement de la SNCB. La jurisprudence nationale et européenne reconnaît qu'il est possible de limiter le droit de grève pour préserver d'autres droits, comme la liberté de circulation ou d'entreprendre. C'est pourquoi j'ai demandé à HR Rail de refuser tous les abus de l'outil de la grève."
Mes questions sont les suivantes. Pouvez-vous garantir qu'il n'y aura pas de réquisition de personnel durant les grèves dans le secteur ferroviaire? Qu’entendez-vous exactement par "abus de l'outil de grève"? Qu'avez-vous concrètement demandé à HR Rail?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, sur les réseaux sociaux j'ai lu hier que le gouvernement avait reculé et qu'il changeait d'avis par rapport à une série d'économies sur le réseau ferroviaire. Mais hier, c'était le 1 er avril et c'était donc un mauvais canular!
Il y a quelques jours, je vous interrogeais sur vos intentions de négocier avec les syndicats…
Jean-Luc Crucke:
(…)
Dimitri Legasse:
C'est une mauvaise blague pour les ouvriers, les travailleurs, les salariés ainsi que pour les navetteurs, il me semble.
Je reviens au sujet qui nous occupe. Pardonnez-moi pour cette distraction!
Je vous interrogeais sur vos intentions de négocier avec les syndicats alors que ceux-ci ont déposé plusieurs préavis de grève. À présent, on apprend que cinq syndicats cheminots – dont les petits que vous vilipendiez récemment, nous en parlions en séance plénière, et que ne portiez pas en haute estime, vous étiez même assez sévère à leur encontre les traitant de "petits" syndicats – se sont réunis en front commun pour plusieurs grèves de 24 heures sur le rail. Ils entendent arrêter le travail les 8, 15, 22 et 29 avril. Avouez que cela fait beaucoup, en particulier pour les navetteurs! Mais, cela montre aussi toute la détermination des syndicats, à présent regroupés en front commun, face aux projets du gouvernement.
Qu’advient-il du calendrier que vous aviez fixé avec les syndicats? Si ce calendrier est maintenu, inviterez-vous le front commun syndical c'est-à-dire l'ensemble des syndicats en ce compris les "petits" que vous n’avez pas en haute estime et qui, selon vous, ne respectent pas les règles de conciliation?
Quand comptez-vous organiser des réunions en mobilisant également le ministre des Pensions? Comptez-vous, comme vous l’avez laissé entendre, ester en justice afin de casser les mouvements de grève?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, vorige week hebben we in de plenaire vergadering gediscussieerd over de spoorstakingen en hoe het stakingen waren niet tegen NMBS-beslissingen, maar tegen Arizonabeslissingen of toekomstige Arizonabeslissingen. Ik heb toen gevraagd welke compensatie u voorziet voor de treinreizigers. U hebt daar toen niet op geantwoord.
Ik heb die vraag dus opnieuw ingediend. Spoorstakingen hebben natuurlijk een gigantische impact op de pendelaars, de treinreizigers, de abonnementhouders. Het lijkt mij, maar zeker ook TreinTramBus, aangewezen om een compensatie te geven aan de treinreizigers, zoals een Sorry Pass of het verlengen van hun abonnement.
Daarover gaan mijn volgende vragen dus. Hoe staat u tegenover compensaties? Kunt u vanuit de regering de NMBS stimuleren, of zelfs steunen, om die compensaties te geven?
Ik heb begrepen dat de NMBS ondertussen zelf al heeft aangekondigd – ik ga ervan uit zonder toegift van uwentwege – dat compensaties niet mogelijk zijn. De NMBS verwijst daarbij naar de situatie tijdens de gewone dienstverlening en nu naar de alternatieve dienstverlening. Als een trein rijdt en meer dan een uur vertraging heeft, kan men een compensatie krijgen. Een groot aantal treinen reed echter niet. Wat doet men dan? Hoe kan iemand die een abonnement heeft een beroep doen op een trein die niet rijdt? Op welke manier wordt hij daarvoor dan gecompenseerd? Hij kan niet verwijzen naar het gewone aanbod en hij kan ook niet verwijzen naar het minimale aanbod.
Het gaat echter wel om mensen die een treinticket nodig hebben en dus een ticket of een abonnement gekocht hebben. Mijn vraag is dus welke inspanningen u daarvoor gaat doen, bovendien liefst met minder inspanningen van de treinreiziger die dan al die paperassen moet invullen om zijn compensatie effectief te krijgen. Ik hoop dat u een geste kunt doen. Ik meen dat dit het vertrouwen van de treinreiziger in het openbaar vervoer kan herstellen. Ik meen dat wij dat met zijn allen zoveel mogelijk moeten ondersteunen.
Voorzitter:
Madame Jaquet, je crois que vous avez déjà posé votre deuxième question concernant le droit de grève?
C'est déjà fait? Ok.
Frank Troosters:
Ik zal verwijzen naar de ingediende vraag. Ik heb in de pers al kunnen vernemen dat de NMBS niet bereid is een compensatie te geven, dus blijft eigenlijk alleen de tweede vraag over.
Reizigersorganisatie TreinTramBus (TTB) vraagt de NMBS om abonnementhouders die in februari en maart jl. getroffen werden door de talrijke treinstakingen een compensatie te geven onder vorm van een Sorry Pass.
Heeft de NMBS plannen om de treinreizigers die getroffen werden door de talrijke spoorstakingen een compensatie aan te bieden?
Zo ja, onder welke vorm zal dit gebeuren? Wanneer? Voor wie?
Zo neen, waarom niet? Acht de NMBS een commerciële geste om het gedeukte imago van het spoorvervoer op te waarderen en het herstellen van het vertrouwen bij de treinreizigers niet nodig?
Voorzitter:
Zijn er andere fracties die willen aansluiten in dit actualiteitsdebat? ( Neen .)
Jean-Luc Crucke:
Monsieur le président, chers collègues, comme je le disais lors de la séance plénière du 27 mars dernier, depuis l'entrée en fonction du gouvernement, le secteur ferroviaire est secoué par des grèves. Ces mouvements perturbent et pénalisent des milliers de citoyens. Dans leur grande majorité, ces grèves trouvent leur origine dans les mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, qui sont le fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
In geval van staking stellen de NMBS en Infrabel een alternatieve treindienst op op basis van de werkintenties die door het betrokken personeel worden meegedeeld. Er is dus een treindienst op elke stakingsdag, vooraf gecommuniceerd aan de pendelaars via alle NMBS-informatiekanalen. De dienstregeling voor elke stakingsdag kan 24 uur op voorhand worden geraadpleegd op de reisplanner van de NMBS via de app en de website.
Het compensatiesysteem is identiek aan het systeem dat gebruikt wordt op normale dagen en heeft betrekking op eventuele vertragingen van treinen ten opzichte van de specifieke stakingsdienstregeling die de dag voor elke stakingsdag aan de reizigers wordt aangekondigd en twee dagen ervoor in beknopte vorm wordt gepubliceerd op de NMBS-website.
Als een trein die is opgenomen in de dienstregeling van de alternatieve dienst meer dan 60 minuten vertraging heeft of als hij afgeschaft wordt en de pendelaar een andere trein moet nemen die een vertraging van meer dan 60 minuten heeft ten opzichte van de geplande dienstregeling in de alternatieve dienst, is een forfaitaire compensatie van 100 % van de prijs van de betrokken rit voorzien. Specifiek voor abonnees kan een verzoek om compensatie worden ingediend voor een vertraging van meer dan 30 minuten, die aanleiding zal geven tot een vergoeding van 50 % van de betrokken rit en voor een vertraging van meer dan 60 minuten, die aanleiding zal geven tot een terugbetaling van 100 % van de betrokken rit.
Wat het klimaat betreft, blijft het openbaar vervoer met de NMBS in het bijzonder vanzelfsprekend een sleutelrol spelen. Zoals u weet, heeft deze regering de doelstelling uit het openbaredienstcontract van de NMBS bevestigd.
Zo behoudt de NMBS haar doelstelling om het aanbod tegen 2032 met 10 % uit te breiden, net als de stijging van het aantal reizigers met 30 %, terwijl het spoorbedrijf haar verbruik van tractie-energie met 10 % en van energie voor gebouwen met 25 % zal verminderen.
En ce qui concerne la question de Mme Jacquet, je voudrais rappeler que certaines préoccupations sont compréhensibles, mais elles doivent être traitées dans un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs du personnel. C'est pourquoi j'ai pris l'initiative d'entreprendre un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC Transcom et le SLFP, qui ont privilégié, dès le début, le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules organisations à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een sfeer van wederzijds respect, in dialoog en met een constructieve houding. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overdracht van de taken van HR-Rail aan overheidsbedrijven om een grotere verantwoordingsplicht te garanderen. Ik geef er echter de voorkeur aan om in huidig stadium discreet te blijven over de details, in lijn met onze toezeggingen om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond. Tout est dans tout .
De regering zal standvastig blijven tegenover blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op openbare dienstverlening waarbij dialoog het haalt op confrontatie. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al aankondigde, HR-Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van een stakingsaanzegging te weigeren met behulp van dat juridische instrument dat die dienst tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden die uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en een genomen beslissing aan te vechten.
Une nouvelle rencontre avec les syndicats est prévue pour ce vendredi 4 avril 2025 et, par la suite, les rencontres auront lieu tous les quinze jours. Comme vous le savez, l'un des points de revendication des syndicats concerne les pensions des cheminots. Ce dossier relève de la responsabilité du ministre en charge des Pensions. J'ai eu des échanges téléphoniques avec mon collègue Jambon dans le cadre de cette négociation. Celui-ci m'a confirmé qu'il appliquerait l'accord du gouvernement, rien que l'accord. Toutefois, le ministre Jambon reste ouvert à des dispositions transitoires. Il a donc tendu la main aux syndicats. Il m'a d'ailleurs proposé de mener cette concertation ensemble avec les syndicats du ferroviaire sur les questions relatives à la réforme des pensions qui le concernent, même si cela ne relève pas de ma compétence. Dans la mesure où je peux servir d'intermédiaire et si cela peut aider à trouver des accords, je suis bien évidemment disponible.
Les grèves préalablement programmées ne sont donc pas requalifiées mais j'espère une issue positive et rapide de ces négociations. En ce qui concerne le financement, je me réfère à la réponse donnée précédemment sur les économies dans le rail et le budget de la SNCB.
Enfin, je profite également de cette réponse pour vous informer que, certes, l'idée du Sorry Pass me semble intellectuellement intéressante, mais je dois aussi, à l'analyse, respecter le cadre dans lequel nous fonctionnons, à savoir que la SNCB est une entreprise publique autonome qui, seule, peut prendre ce type de décision. Et j'avoue qu'à titre personnel, je suis plus soucieux d'un service garanti plus important sur l'ensemble du territoire que de cette question qui relève strictement de la compétence du conseil d'administration et de la SNCB. Clairement, pour ce qui est du service garanti, comme je l'ai déjà dit aux syndicats, et après que ces grèves seront terminées, je solliciterai un rapport sur la manière dont les choses se sont passées, afin de négocier également qu'un service garanti plus large puisse être redessiné.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je comprends que vous privilégiez la concertation sociale, ce qui est très bien, mais il est également important de vous mettre à la place des travailleurs du rail. Si j'étais encore accompagnatrice de train, je serais certainement en grève à chaque mouvement, c'est certain.
Je ne sais pas si vous mesurez vraiment l'ampleur des mesures que ce gouvernement souhaite imposer aux travailleurs du rail. Pour moi, qui ai travaillé là-bas pendant 18 ans, c'est du jamais vu. Certaines de ces mesures manquent de sens.
Bien sûr, je soutiens la concertation sociale, c'est clair, mais je soutiens également les cheminots qui sont actuellement en grève. Faire grève demande beaucoup courage et de détermination, surtout quand cela signifie renoncer à une part importante de son salaire en fin de mois.
Ayant été cheminot à l'origine, je sais que les raisons de cette grève sont compréhensibles et qu'elles vont également dans le sens des voyageurs. La grève n'est pas uniquement menée pour défendre des intérêts personnels, mais aussi pour les voyageurs de la SNCB.
Ce n'est pas en s'attaquant au droit de grève que les trains rouleront. En effet, lorsque les travailleurs seront usés par leur travail, malades ou incapables de continuer, ils ne s'arrêteront pas seulement quelques jours par an, mais toute leur vie.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, il ne faut pas confondre causes et conséquences. Vous dites que des milliers de navetteurs ont été perturbés mais des milliers de travailleurs sont actuellement perturbés par ce qui se prépare. Je rejoins en cela ce qui a été dit précédemment.
Je n'ai pas exactement compris, mais peut-être ai-je été inattentif une fois de plus, que les petits syndicats allaient être associés. Je vous croyais plus magnanime, monsieur le ministre. Nous nous sommes connus dans une vie antérieure. Certes, vous êtes adepte de la concertation, mais c'est une concertation sélective. Soit! Vous maintenez le calendrier. Très bien. Vous associez le ministre des Pensions avec des échanges téléphoniques et il va tendre la main. Quand M. Jambon tend la main, nous savons ce que cela donne! C'est plutôt le point qu'il tend!
Pour ce qui est de la justice ou d'ester en justice, vous vous réservez finalement le droit encore de l'envisager. Je n'ai pas entendu la réponse précise. Apparemment, vous attendez un rapport pour mieux pouvoir, le cas échéant, ester en justice. Je note que vous restez ouvert à la concertation. En cela, je vous sais sincère. J'espère donc que vous aboutirez. C'est en tout cas le souhait des travailleurs et des navetteurs parce qu'ils sont dans le même train! Je vous remercie.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, wij zijn nog geen drie maanden ver en u bent al recordhouder in het aantal treinstakingen. Wij kampen dus duidelijk met een uitzonderlijke situatie. Voor mij vraagt een uitzonderlijke situatie ook uitzonderlijke antwoorden. Ik ben al blij dat u de Sorrypas een intellectueel interessant model vindt. Ik zou er echter op willen aansturen dat u dat model dan ook mee propageert en ter zake tegemoetkomt aan de NMBS om dat effectief mogelijk te maken. Immers, voor de mogelijke vergoedingen verwijst u naar de standaardvergoedingen, zij het ten opzichte van de alternatieve treinbediening. De alternatieve treinbediening is echter veel minder goed.
Ten eerste, reizigers kopen een abonnement voor een normale treinbediening. Zij stellen vast dat zij die keer op keer niet krijgen. Wanneer ik voor iets betaal, zou ik verwachten dat ik dan dat geld terugkrijg. Wanneer de bediening of het product niet ideaal is, kan een geste worden gedaan, door tegemoet te komen aan de reiziger.
Ten tweede, er wordt ook verwezen naar de treinen die wel rijden en naar de vertragingen op die lijnen. Wat doet u echter met de treinen die niet rijden? Op welke manier kunnen die mensen een vergoeding vragen? Hun trein rijdt immers gewoon niet. Er is dus geen sprake van vertraging. De trein is immers niet opgenomen in de minimumdienstverlening.
Wij moeten de zaak dus blijven uitspitten, zodat het mogelijk is de gedupeerde treinreiziger tegemoet te komen. Hij heeft immers recht op een tegemoetkoming, teneinde ten minste het vertrouwen in het openbaar vervoer op die manier te herstellen. Ik ben er echt van overtuigd dat die tegemoetkoming van belang zal zijn, indien wij de aantrekkelijkheid willen behouden.
Ik herhaal wat ik al vaak heb aangegeven. De treinreiziger en het treinpersoneel zijn in se bondgenoten. Wie vandaag echter goed rondhoort op de perrons, hoort wie de grootste dupe is van het scenario. Het probleem is niet veroorzaakt door de NMBS. Dat is veroorzaakt door de beslissingen die de huidige arizonaregering zal nemen. Ik verwacht dus een tussenkomst van de regering.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik ben ook ontgoocheld over uw antwoord. Ik had gehoopt dat men een duidelijk signaal zou geven aan de treinreizigers, die toch al met heel wat te verduren hebben gehad de afgelopen jaren. Het lijkt wel alsof men een auto koopt met maar drie in plaats van vier wielen. Tot op heden werden treinreizigers met een abonnement een vierde van de tijd geconfronteerd met stakingsdagen. Het is een ongelooflijke flater dat men voor hen geen commerciële, gemakkelijke en goede geste doet, te meer omdat men tijdens de covidperiode zeer gul was met het uitdelen van 12 rittenkaarten, de Hello Belgium Railpass, aan iedereen. Trouwe abonnementhouders die voor een bepaalde dienstverlening betalen, maar die niet krijgen, worden niet gecompenseerd. Dat vind ik absoluut een gemiste kans.
Een oproep tot responsabilisering van de vakbonden naar aanleiding van de treinstaking
De treinstakingen
Het syndicaal overleg met betrekking tot de spoorstakingen
De aanhoudende spoorstakingen
De spoorstakingen
De spoorstakingen
Stakingen in spoorsector
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De herhaalde, gecoördineerde stakingen bij de NMBS (65+ dagen aangekondigd) leggen het spoorvervoer plat, met overvolle treinen, geannuleerde ritten en gegijzelde reizigers als gevolg, terwijl vakbonden protesteren tegen regeringsplannen (pensioenhervorming 55→67 jaar, opheffing HR Rail, besparingen). Minister Crucke benadrukt constructieve gesprekken met drie matige vakbonden en dreigt juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht, maar concrete oplossingen (zoals automatische opening eerste klasse of compensatie zoals een *Sorrypas*) blijven uit, ondanks oproepen tot uitgebreidere minimale dienstverlening en herstel van vertrouwen. Kritiek richt zich op het falend overlegklimaat en het ontbreken van tastbare resultaten, terwijl reizigers en oppositie eisen dat de regering verantwoordelijkheid neemt voor de chaos die voortvloeit uit haar eigen beleid.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, reconnaissons que depuis quelques semaines, le tableau de la SNCB n'est pas très réjouissant: trains supprimés, trains retardés, trains bondés, horaires limités, réseau perturbé, service dégradé, collaborateurs non-grévistes débordés et navetteurs fatigués. Prendre le train est devenu un véritable parcours du combattant. En tant que navetteur presque quotidien, vous en savez quelque chose!
Bien sûr, défendre ses droits est légitime, mais assumer ses devoirs l'est tout autant, surtout lorsqu'il s'agit d'assurer un rôle de service public de qualité. Ces grèves à répétition non coordonnées donnent une impression de surenchère, une surenchère inutile qui ne tient pas compte de la concertation sociale qui vous est chère, qui nous est chère et que vous avez souhaité initier dès le début de votre mandat de ministre.
Monsieur le ministre, quel est l'état d'avancement du dialogue social que vous menez? Je suis d'ailleurs persuadé que vous le menez avec soin. Avez-vous pu rencontrer l'ensemble des organisations sociales concernées?
Il me revient que lors des grèves, la première classe n'est pas systématiquement ouverte à toutes et à tous pour améliorer le confort dans les trains. Pouvez-vous garantir qu'à l'avenir, cette première classe sera ouverte à l'ensemble des voyageurs pour leur confort au quotidien dans nos trains?
Je vous remercie d'avance pour l'ensemble de vos précisions.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, weet u hoeveel stakingen er voor de komende maanden aangekondigd zijn en over hoeveel stakingsdagen het gaat? Omdat ik vermoed dat u het niet weet, heb ik dat even voor u uitgeteld: 65 dagen staking zijn aangekondigd. Enkele weken geleden stond ik hier al om dat opbod aan stakingen aan te kaarten, maar samen stellen we vast dat de situatie alleen maar escaleert. Ik heb voor mezelf even in kaart gebracht hoe de planning er de volgende maanden zou uitzien. Ik heb een stakingsplanner gemaakt, waarop ik in een roze kleur die 65 stakingsdagen heb aangeduid. Ik geef u dat mee als geheugensteuntje, want ik begrijp dat u ook een actief gebruiker bent van het spoor.
De reizigers zijn het kotsbeu. Ze zien hun vakantie in het water vallen, bijvoorbeeld omdat het vliegtuig gewoonweg niet opstijgt, of ze zijn te laat in de les, omdat ze een verbinding hebben gemist, of ze zien hun kinderen niet meer, omdat ze 's avonds gewoonweg niet tijdig thuis geraken.
Mijnheer de minister, ik bezorg u zo dadelijk de stakingsplanner en ik doe ook drie oproepen. Mijn eerste oproep is gericht tot de vakbonden. Ik moedig de vakbonden aan om verstandig om te springen met het stakingsrecht, want zij dreigen door de gecreëerde chaos het draagvlak te verliezen.
Mijn tweede oproep is gericht tot de NMBS, die ik vraag om de dienstverlening te verbeteren en overleg met de bonden te faciliteren.
Mijnheer de minister, u roep ik op om samen met collega-minister Jambon met de vakbonden te overleggen om duidelijkheid te creëren voor de toekomst. Ik hoop dat u dat ter harte neemt.
Voorzitter:
De volgende vier leden stellen hier een vraag die in de commissie hangende was.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, ik heb een déjà-vugevoel en ik denk u ondertussen ook. Ik sta hier namelijk weer en u zit hier weer.
On pourrait dire que vous le regardez comme les vaches regardent passer le train.
De situatie is echter niet grappig. Ze is heel ernstig, vooral voor de treinreiziger, die elke keer weer het slachtoffer is van de talloze stakingen. Gelukkig is er op initiatief van de liberalen de gegarandeerde dienstverlening, die ervoor zorgt dat er toch enige dienstverlening is, hoewel dat lang niet genoeg is.
We zijn er nog niet van af. We staan nog voor weken van zwaar verstoord spoorverkeer. Het Laatste Nieuws berichtte dat de vakbonden van plan zijn de krachten te bundelen en er nog eens stevig tegenaan te gaan.
Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt: u was vorige week echt streng voor de vakbonden en dat was goed. Uw geduld was op en u hebt dat duidelijk getoond. Alle grenzen van de redelijkheid worden dan ook overschreden. Wij kopen daar echter jammer genoeg weinig mee.
Vorige week gaf u aan dat u de juridische mogelijkheden om dat trauma te stoppen laat onderzoeken.
Daarom is mijn vraag ook heel logisch.
Hebt u daar al nieuws over?
Voorbije vrijdag, 21 maart 2025, hebt u meer dan twee uur samengezeten met de vakbonden.
Wat is uit dat overleg gekomen? Dat is een logische vraag.
Hoe evalueert u de gegarandeerde dienstverlening? Wilt u ter zake nog nieuwe initiatieven nemen?
Wij zouden ze toejuichen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene staking was nog niet eens afgelopen of de andere schoot al bijna uit de startblokken. Deze week wordt opnieuw gestaakt door een kleine vakbond. Diens actie loopt zondagavond af.
Eindelijk, zouden we denken. Het einde is in zicht, maar helaas is niets minder waar: een nieuwe week, een nieuwe staking en zo gaan we nog een tijdje door, zoals de vorige vraagstelster al is aangehaald. Het stopt niet.
De gevolgen zijn genoegzaam gekend en zijn hier al regelmatig aangehaald. Studenten, werknemers en pendelaars geraken niet tijdig of zelfs niet op hun bestemming.
Ik vraag mij af of de vakbonden ook wel eens denken aan de mensen die niet over een auto beschikken of aan de studenten die niet over een kot beschikken of aan wie die geen familie of kennissen heeft om op terug te vallen. Zij geraken nergens; zij zijn geïsoleerd.
Het spoor is er voor iedere reiziger, maar het lijkt er steeds meer op dat de bonden en hun eigen belang centraal staan en niet langer de treinreiziger.
Wij stellen hier elke week opnieuw vragen.
Mijnheer de minister, u doet uw best. U zit met de vakbonden rond te tafel, maar wat haalt het uit? Er verandert helemaal niets. Ze blijven verder doen, zonder gevolg.
Mijn geduld, het geduld van mijn collega's maar ook van vele pendelaars is op. Bij u is dat net hetzelfde. Wij hebben dat vorige week gehoord. U hebt de spoormaatschappijen opgeroepen om juridisch uit te zoeken op welke manier het misbruik van het stakingsrecht kan worden aangepakt.
Mijn vraag is dan ook heel simpel.
Is die oefening intussen gebeurd? Welke stappen zult u nemen om de treinen weer aan het rijden te krijgen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik feliciteer u. Ik wil u feliciteren, maar bedoel dat wel sarcastisch. U bent nu al de kampioen. U hebt het record van het aantal spoorstakingen tijdens een ambtstermijn overgenomen van uw voorganger. Bovendien loopt de teller van het aantal stakingsdagen nog op. U loopt dus nog uit en lijkt wel de Eddy Merckx van de spoorstakingen.
Dat record kan nog veel hoger worden. Een collega van mij heeft een telling gemaakt. Indien alle aangekondigde spoorstakingen waren uitgevoerd zoals voorzien, zouden we eind augustus 88 spoorstakingsdagen hebben bereikt. Dat zou hebben betekend dat op dat moment een kwart van het jaar zou zijn gestaakt binnen eenzelfde overheidsbedrijf. Dat is ongezien.
Gelukkig is er ook goed nieuws. Sinds deze ochtend is bekend dat vijf spoorbonden de koppen hebben bijeengestoken. Zij hebben beslist hun acties te coördineren en samen actie te voeren. Dat heeft twee gevolgen, een goed en een slecht gevolg. Het goede is dat het aantal stakingsdagen wat minder zal zijn. Het slechte is dat de impact groter zal zijn wanneer actie wordt gevoerd. De impact zal dan over het hele net worden gevoeld. Vanaf 8 april zullen die bonden elke dinsdag een staking organiseren en om beurt op een bepaalde regio focussen. Op zich is dat dus goed nieuws, maar dat minder zal worden gestaakt, is voor alle duidelijkheid niet uw verdienste.
Mijnheer de minister, die stakingen komen voort uit onvrede bij de spoormensen. We hebben het al gehad over de plannen voor het spoor van de arizonaregering waarvan u deel uitmaakt en over de hervormingen die zij wil doorvoeren. Daarom voeren de bonden actie. Ik benadruk echter dat de acties zich ditmaal niet tegen de NMBS richten maar wel tegen de arizonaregering en tegen u. Daarom worden de treinreizigers gebruikt. Ze worden bijna gegijzeld om bepaalde zaken af te dwingen. Dat kan echt niet langer duren.
Daarom stel ik vandaag opnieuw de vraag die ik al zo vaak heb gesteld.
Hoe zult u het probleem oplossen? Hoe zult u verdere stakingen voorkomen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega's, vanochtend viel iemand bijna flauw op de trein van Kortrijk naar Brussel, omdat de trein overvol zat. Hij werd letterlijk en figuurlijk rechtgehouden door alerte treinreizigers. Onze collega, de heer Matti Vandemaele, heeft dat vanochtend vastgesteld.
Zelf zat ik ook op een overvolle trein. Ik moest gedurende drie kwartier rechtstaan van Duffel tot Brussel.
Bovendien zijn wij nog de gelukzakken, want heel veel mensen geraakten niet op hun werk en misten belangrijke afspraken. Scholieren die vandaag examens hadden, geraakten niet op school.
De reden zijn de treinstakingen. De treinreiziger is daarvan altijd het grootste slachtoffer. Dat is overduidelijk. De reden van die stakingen is echter de door uw regering gecreëerde onzekerheid bij het personeel over hun statuut. De tweede reden zijn de besparingen en de efficiëntiewinsten die op hen afkomen. Het is nog steeds heel onduidelijk of ze er zullen komen op de kap van het personeel. Wij vermoeden van wel.
De vakbonden reageren daartegen. Ik begrijp dat ze ongerust zijn en reageren. Het is ook goed dat de vakbonden vandaag samenzaten om de acties op elkaar af te stemmen in de hoop dat er dan ook minder hinder is voor de vele treinreizigers. Zij hebben hun portie immers gehad. Het zijn en blijven echter acties tegen de arizonaregering, tegen uw beleid en niet tegen dat van de NMBS.
Voor Groen is de maat vol. Er moet minstens een compensatie worden geboden.
Mijnheer de minister, zult u zorgen voor compensaties?
Wij denken bijvoorbeeld aan een Sorrypas en dus een dag genieten van de trein, om opnieuw het vertrouwen in de trein te herstellen. Het verlengen van de abonnementsduur is ook een optie. Wij verwachten dergelijke zaken van de regering. Er wordt immers gestaakt tegen uw beleid en niet tegen het beleid van de NMBS.
Mijnheer de minister, welke compensaties voor de treinreizigers zult u uitwerken?
Jean-Luc Crucke:
Chers collègues, depuis la prise de fonctions de notre gouvernement, le secteur ferroviaire est, comme vous l'avez signalé, secoué par une série de grèves. Ces mouvements perturbent lourdement le réseau et pénalisent des milliers de citoyens, souvent les plus fragiles. Ces grèves trouvent leur origine en toute grande majorité dans des mesures prises sur la base de l'accord de gouvernement, fruit d'une négociation démocratique et reflétant la volonté d'une majorité politique claire.
De vakbondseisen, ongeacht om welke vakbond het gaat, hebben voornamelijk betrekking op de geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd voor spoorwegpersoneel van 55 jaar naar 67 jaar, de hervorming van de berekening van de pensioenen op basis van de gehele loopbaan in de plaats van de laatste paar jaren en het geplande einde van HR Rail als werkgever van het spoorwegpersoneel.
Si certaines préoccupations sont compréhensibles, elles doivent être traitées dans le cadre d'un dialogue social respectueux et constructif. Je tiens à réaffirmer ici mon attachement indéfectible à la concertation sociale, mais avec des partenaires responsables et représentatifs. C'est pourquoi j'ai entamé d'initiative un dialogue avec la CGSP Cheminots, la CSC-Transcom et la CGSLB, qui ont certes privilégié le dialogue plutôt que la confrontation et qui sont les seules à siéger à la commission nationale paritaire.
Onze gesprekken verlopen goed, in een klimaat van wederzijds respect, dialoog en constructiviteit. We hebben al afspraken gemaakt over belangrijke punten, zoals de geleidelijke overgang van de taken van HR Rail aan overheidsbedrijven en het garanderen van een grotere verantwoordingsplicht. Ik geef er echter de voorkeur aan om in dit stadium discreet te blijven over de details, in overeenstemming met onze toezegging om niet te communiceren totdat de onderhandelingen zijn afgerond.
Met betrekking tot de pensioenen steun ik mijn collega die verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik ben bereid om hem te steunen bij het faciliteren van de dialoog met de vakbond, zoals ik hem heb gezegd. Ik heb hem vanmorgen opnieuw aan de telefoon gesproken en hij was heel duidelijk. Hij zal het regeerakkoord toepassen, het gehele akkoord, maar niets meer dan het akkoord. Minister Jambon blijft echter openstaan voor overgangsregelingen. Zijn hand is dan ook uitgestoken naar de vakbond.
Sur le plan financier, il est primordial de souligner les conséquences financières dramatiques que ces grèves entraînent pour la SNCB: pertes de recettes, indemnisation des voyageurs, déviations vers d'autres modes de transport. Ce sont autant d'efforts supplémentaires qui s'imposeront au secteur du rail ultérieurement.
Enfin, pour répondre à la question de M. Matagne, sachez que pour l'heure, les accompagnateurs ont la possibilité de déclasser la première classe en fonction de leur ressenti. Toutefois ce déclassement n'est pas automatique, c'est pourquoi je vais demander à la SNCB d'examiner la possibilité d'un déclassement automatique de la première classe en période de grève, pour autant, bien évidemment, que le besoin s'en fasse sentir. Nos citoyens ne doivent en effet pas être les seuls à subir les effets des actions syndicales.
De regering zal standvastig blijven tegenover de blokkades en gijzelingen op ons spoorwegnet. We zullen blijven opkomen voor een verantwoordelijke en evenwichtige visie op de openbare dienstverlening, waarbij dialoog boven confrontatie gaat. Daarom heb ik, zoals ik vorige week al heb aangekondigd, HR Rail, het juridische HR-instrument voor de spoorwegsector, de opdracht gegeven om voor alle nieuwe stakingsaanvragen alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsaanzeggingen te weigeren met behulp van de juridische instrumenten die het tot zijn beschikking heeft. Als de vakbonden deze uitspraak weigeren, is het aan hen om naar de rechter te stappen en de genomen beslissing aan te vechten.
Les grèves préalablement programmées, donc celles qui sont prévues au moins jusqu'au 31 mars, ne seront pas requalifiées. Mais gare à la suite! Je ne lâcherai rien. Je reste ouvert à la concertation avec ceux qui souhaitent négocier de manière responsable, mais je n'accepterai jamais que la continuité des services stratégiques soit sacrifiée pour des motifs idéologiques. Les trains doivent avancer, pas les égos.
Julien Matagne:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Ces grèves affectent en effet des dizaines de milliers d'usagers chaque jour. Nous appelons les syndicats à agir avec responsabilité en évitant les actions désordonnées. Il en va de la crédibilité du transport ferroviaire. Aussi, dans un contexte économique morose – et vous avez cité des mesures qui font grincer des dents, mais qui sont certainement des mesures nécessaires –, dans un contexte climatique inquiétant, dans un contexte d'immobilité autour des grandes villes, j'espère que vous réussirez à ramener la sérénité au cœur de notre entreprise ferroviaire.
La concertation sociale est lancée. J'entends que les échanges sont constructifs. Vous êtes sur la bonne voie. Je vous remercie, en tout cas, pour votre investissement.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, wij zijn ons ervan bewust dat er een zware taak op uw schouders rust, maar u hebt al zeer kordate taal gesproken. U hebt constructief en in alle sereniteit opgeroepen om daarover te overleggen. Wij kunnen u alleen maar het vertrouwen geven en hopen dat u spoedig enig resultaat kan boeken door in dialoog te blijven gaan met de NMBS, met de vakbonden en met uw collega-ministers om iedereen op dezelfde lijn te brengen en weer naar een goed werkend spoorverkeer te evolueren. Dank u voor uw inzet daarvoor.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord, al vind ik wel dat we er niet zo erg veel mee kunnen. Wat u hebt gezegd, is een beetje meer van hetzelfde. Het is zeer duidelijk dat wat we vandaag zien, eigenlijk de beste reclame is voor een echte liberalisering van het spoor. Week na week krijgen we daarvan de bevestiging. Het is echt tijd dat we de reiziger opnieuw centraal stellen en dat we die niet als een soort van vervelende bijkomstigheid zien.
Daarnaast is het toch wel echt nodig om eens grondig te onderzoeken wat we kunnen doen om de minimale dienstverlening uit te breiden om ervoor te zorgen dat meer treinen rijden, ook in het geval van stakingen. Want inderdaad, de komende weken zal de impact nog groter zijn. Ik raad u dus aan om daarvoor en voor de sociale dialoog echt actie te ondernemen. U moet echt op tempo komen opdat de treinreiziger erop kan rekenen dat zijn trein rijdt en niet overvol zit.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, u verwees in uw antwoord naar een constructieve dialoog en naar wederzijds respect. Ik hoop dat de vakbonden ook respect hebben voor de treinreizigers. Wanneer er bijna meer stakingsdagen dan gewone werkdagen bij het spoor zijn, kunnen we immers niet meer spreken over een recht op staken. Dan gaat het duidelijk om misbruik van het stakingsrecht. De treinreizigers moeten daar steeds de prijs voor betalen. Het is nu tijd om daar iets aan te doen. Het land platleggen omdat men zijn goesting niet krijgt, is totaal onverantwoord. Staken mag, daar gaat het eigenlijk niet over, maar wat hier gebeurt, is allesbehalve normaal.
De reizigers zijn elke keer de dupe zijn en sporen noodgedwongen verder. De vakbonden sporen helaas niet meer. Ik kijk uit naar uw overleg met hen en hoop op een goed resultaat.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb ook een beetje een déjà-vugevoel. Wij vragen al heel lang naar concrete oplossingen en ik stel vast dat uw antwoorden evolueren. In het begin was u vrij laks, daarna was u verontwaardigd, dan werd u boos, een paar weken daarna was uw geduld bijna op – intussen is het volledig op -, een week gelezen zou u bestuderen hoe u aan de stakingen een eind kon maken en nu hoor ik weer nieuwe aankondigingen, maar ik zie geen concrete oplossingen. Dat is nochtans wat de treinreizigers willen. Ze willen niet langer gegijzeld zijn in een dispuut tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel.
Treinreizigers willen dat het niet over spoorstakingen, maar over treinbeleid gaat, dat er werk gemaakt wordt van een betrouwbaar openbaar vervoer, betere dienstverlening, minder afgeschafte treinen, grotere stiptheid en meer veiligheid. Dat is ook waar ze recht op hebben. Doe dat alstublieft.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, collega Matagne sust dat u op de goede weg bent, maar ik betwijfel of de treinreiziger daar dezelfde mening over heeft. Ik vind die opmerking zelfs wat cynisch, aangezien u eigenlijk nu al recordhouder bent in aantal stakingsdagen. Ik snap de mindswitch niet helemaal. Laten we immers niet vergeten – ik blijf het herhalen – dat de stakingen niet gericht zijn tegen de NMBS, maar wel tegen de beslissingen van de arizonaregering, tegen de maatregelen die u zult nemen. Daarom komt het u toe om het vertrouwen te herstellen. Ook al restte u nog twintig seconden spreektijd, u nam niet de moeite om te reageren op mijn vraag welke compensatie u zult voorzien voor de treinreizigers. Met Ecolo-Groen denken we duidelijk aan een sorrypas en een verlenging van de treinabonnementen. Zulke compensaties zijn cruciaal om het vertrouwen van de treinreizigers te herstellen. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de treinreiziger zich niet afkeert, want ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de trein nog altijd een heel fijne manier van reizen is, als de treinen rijden, uiteraard.
De aangekondigde stakingsacties in alle gevangenissen
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 26 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het gevangenispersoneel kondigt een 24-uurs staking op donderdag aan tegen intimidatie, geweld en terreur in gevangenissen, los van de nationale staking, en eist snelle, krachtige maatregelen van minister Verlinden. De minister bevestigt al lopende actieplannen (isolatie agressieve gedetineerden, strenge controles op gsm’s, drugs en samenwerking met politie) en belooft vervolgoverleg met vakbonden op vrijdag, maar geeft nog geen concrete budgettaire toezeggingen. Dillen dringt aan op snelle, kostenefficiënte oplossingen waar de gevangenisleiding nu afhankelijk is van externe partijen, en vraagt om duidelijke stappen zonder vertraging. Verlinden benadrukt veiligheidsprioriteiten (drugsbestrijding, communicatieverstoring) maar blijft vaag over middelen en timing.
Marijke Dillen:
Niet op maandag 31 maart samen met de nationale staking, maar volgende donderdag zal er in de gevangenissen ook een 24 urenstaking plaatsvinden, niet wegens de argumentatie van de nationale staking, maar wegens de voortdurende intimidatie, het voortdurende geweld tegen de penitentiaire beambten en de nood aan een snelle en krachtige aanpak van de terreur. Dat wil het gevangenispersoneel onder de aandacht brengen van de beleidsmakers in het algemeen en van u als minister in het bijzonder. We zijn het er allemaal over eens dat die situaties in de gevangenissen onaanvaardbaar zijn. Daarom kunnen we alleen maar begrip opbrengen voor de aangekondigde actie.
Mevrouw de minister, u zult dadelijk meer toelichting geven over het sociaal overleg. De vakbonden zeggen dat het overleg te weinig zou hebben opgeleverd. Dat hebben we althans in de media kunnen lezen. Ze willen ook terecht dat er sneller stappen worden gezet die weinig of geen budgettaire middelen vereisen voor zaken waarbij de directeur-generaal nu van externe partners afhankelijk is. Ik had daarover graag wat meer toelichting gekregen.
Ik heb inmiddels wel begrepen, na indiening van mijn vraag, dat er komende vrijdag overleg met de vakbonden zal plaatsvinden. Vanochtend heb ik ook vernomen dat het geen eerste overleg zal zijn en dat u sinds uw aantreden als minister van Justitie reeds overleg hebt gevoerd. Daarover krijg ik graag wat meer toelichting.
Bent u bereid in het kader van de betreffende problematiek om snel de nodige middelen vrij te maken en de nodige initiatieven te nemen?
Annelies Verlinden:
Collega's, afgelopen maandag vond er een overleg tussen de penitentiaire administratie en de vakbonden plaats. Tijdens dat overleg heeft de administratie een plan toegelicht om de meest agressieve gedetineerden onder te brengen in speciaal beveiligde cellen om zo te verhinderen dat gedetineerden hun criminele activiteit vanuit de gevangenis voortzetten. Dat doen we uiteraard in samenwerking met al onze veiligheidspartners. We blijven daarbij inzetten op de bestaande veiligheidsmaatregelen, zoals het opsporen en verstoren van illegale communicatie door gedetineerden onder meer aan de hand van gsm-detectietoestellen, gsm-jamming en meer screenings en controles in samenwerking met de politie.
De opsporing van drugs blijft een prioriteit, gelet op de duidelijke link tussen het gebruik van drugs en de onvoorspelbaarheid van het gedrag en de agressie. Dat doen we met de hulp van gespecialiseerde detectietoestellen en drugshonden en in nauwe samenwerking met de politiediensten.
Vrijdag vindt op mijn kabinet inderdaad opnieuw een overleg plaats met de vakbonden. Dan zullen we de gesprekken op korte termijn voortzetten. Ik kan daar uiteraard niet op vooruitlopen, maar we bereiden ons er wel goed op voor.
Marijke Dillen:
Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik kan alleen maar hopen dat het overleg vrijdag constructief zal zijn en positieve resultaten zal hebben. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.03 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 03.
De aanhoudende stakingen bij de NMBS
De nieuwe stakingen bij de NMBS, de staking te veel?
De stakingen bij de NMBS
De stakingen bij de spoorwegen
NMBS stakingen en hun impact
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
MR
Gilles Foret
PS
Dimitri Legasse
Groen
Staf Aerts
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 20 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De recordaantal spoorstakingen (19 dagen in 3 maanden, met 88 geplande stakingsdagen tot augustus) verlamt het openbaar vervoer, waarbij minoritaire vakbonden (met radicale eisen zoals pensioen op 55) reizigers gijzelen als politiek pressiemiddel tegen de bezuinigingsplannen van de regering (700 miljoen euro efficiëntiewinst, minder personeel, afbouw pensioenen). Minister Crucke belooft juridische stappen tegen misbruik van stakingsrecht en versterking van het minimale dienstverleningsgarantie, maar weigert structureel in te grijpen in het sociaal overleg, ondanks draagvlakverlies voor vakbonden en strategische risico’s (bv. logistieke verdedigingscapaciteit). Kernconflict: regeringsplannen (minder kosten, meer flexibiliteit) botsen met vakbondseisen (behoud statuut, pensioenen), terwijl reizigers en bedrijven de hoofddupe zijn—zonder concrete oplossing op korte termijn.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, laten we eerlijk zijn, de stakingen waarmee de vele tienduizenden reizigers de voorbije weken en maanden af te rekenen hebben, zijn echt een schande. Sommigen spreken zelfs over pestgedrag en ik kan hun geen ongelijk geven. De ene vakbond wil nog straffer doen dan de andere als het gaat over syndicale acties.
Ik vraag me trouwens af hoe het eraan toegaat bij de vakbonden. Vraagt de ene bij de bespreking van de te voeren acties of twee dagen volstaan om de regering te treffen, waarna de andere er een schep bovenop doet door zes dagen te willen staken en een derde ten slotte oproept om twee weken te staken, zodat men wel zal moeten luisteren. Zou het er zo aan toegaan?
Mijnheer de minister, ondertussen is er natuurlijk de harde realiteit: de acties volgen elkaar in snel tempo op. In het regeerakkoord lezen we dat de arizonaregering er alles aan wil doen om de vakbonden hun historische rol te laten spelen. Dat nemen ze bij de vakbonden natuurlijk heel serieus. Verder staat in het regeerakkoord dat het stakingsrecht gegarandeerd moet blijven. Ook dat nemen ze heel serieus. Maar wat met de rechten van de treinreiziger? Waar is het respect voor hen?
Mijnheer de minister, hoelang zult u het sociaal overleg nog kansen geven? Hoelang zult u het nog aanzien? Wanneer zult u eindelijk ingrijpen?
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, quelle belle cravate! Dommage pour la couleur…
"Quand la grève devient la norme et les trains qui roulent l'exception…" Voilà le titre de l'édito de Sudinfo ce matin. Il faut malheureusement bien reconnaître, monsieur le ministre, que la formule employée résume parfaitement la situation que doivent endurer des milliers de travailleurs, des étudiants, des touristes et d'autres usagers du rail depuis plusieurs semaines. Et les perspectives des cinq prochains mois ne sont guère plus réjouissantes quand on fait le compte des grèves annoncées: une grève du 23 au 30 mars, une grève générale le 31 mars, six autres journées en avril, deux semaines supplémentaires en mai et puis un peu en juin, évidemment. Et pourquoi ne pas aller plus loin en juillet et en août et proposer des grèves estivales les vendredis et samedis pour bien plomber les vacances de ceux qui en auront bien besoin?
Je ne peux que rejoindre les directions de la SNCB et d'Infrabel, qui condamnent fermement ces grèves. Ces actions sont inacceptables, irresponsables et disproportionnées. Elles pénalisent les 900 000 voyageurs transportés chaque jour ainsi que, ne l'oublions pas, les entreprises qui font le pari du fret ferroviaire pour transporter leurs marchandises. Si l'on voulait plomber le shift modal, on ne s'y prendrait pas autrement! Les raisons de ces grèves préventives, punitives, restent les mêmes: les pensions, alors même qu'aucune mesure gouvernementale n'a encore été prise ni même discutée!
Je n'ose pas non plus imaginer quelle serait la situation, monsieur le ministre, si votre prédécesseur n'avait pas mis en place le service garanti. Je tiens aussi à saluer le personnel de la SNCB et d'Infrabel qui se rendent disponibles durant ces jours de grève afin d'assurer une certaine continuité du service de transport ferroviaire de personnes.
Monsieur le ministre, où en sont les consultations avec les syndicats? Avez-vous encore prise sur le dialogue social, qui semble hors de contrôle? Comment comptez-vous limiter l'impact de ces grèves à répétition pour les usagers? Allez-vous renforcer rapidement la législation sur le service garanti?
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, les grèves continueront, parce que vous n'avez pas pu rassurer les travailleurs. Vous n'avez d'ailleurs pas vraiment répondu à leurs questions. Non, aujourd'hui, ce n'est pas le 1 er mai, c'est théoriquement la Journée mondiale du bonheur. Mais, pour les gens qui travaillent sur le rail, ce ne l'est vraiment pas. Les travailleurs s'inquiètent de vos projets de restructuration du rail. Thierry, un accompagnateur de ma commune, m'en parlait encore il y a quelques jours; Gérald, mon cousin qui travaille chez Infrabel, m'en parlait également.
Votre gouvernement a confirmé sa volonté d'économiser 700 millions sur les entreprises du rail. Et, hier, vous avez confirmé en commission ces économies, tout en reprenant les termes du contrat de votre prédécesseur, c'est-à-dire renforcer le réseau, élargir l'offre, améliorer la ponctualité. Mais, pour cela, vous demandez aux travailleurs d'en faire plus, en leur garantissant moins de moyens. Ce n'est pas crédible. La recette proposée aux 28 000 travailleurs, c'est plus de flexibilité, plus de productivité, moins de droits. Monsieur le ministre, on parle de métiers qui fonctionnent 365 jours sur 365, par tous les temps, pour préparer les trains et accompagner les usagers. Être disponible la nuit et le jour, travailler à pauses, et ce, en subissant près de 2 000 agressions par an selon les derniers chiffres.
Vos réformes, monsieur le ministre, c'est moins de trains, moins de services en gare, moins d'arrêts et une dégradation de la qualité du service ferroviaire. Vous avez encore la possibilité d'inverser les choses. Un calendrier de négociations avait été fixé. Quand allez-vous défendre vraiment les travailleurs et les usagers du rail? Les deux sont indissociables. Que comptez-vous faire pour sortir de cette situation de crise?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, de arizonaregering en uw ministerschap zijn nog geen drie maanden ver. Op die drie maanden telden we al 19 dagen spoorstaking. Dat is nu al een record. Is dat veel? Ja, dat is veel. 2025 is nu al een recordjaar in vergelijking met de voorgaande tien jaren en het is nog geen drie maanden ver! Als we alle aangekondigde stakingsdagen in het overzicht opnemen, dan komen we tegen eind augustus aan 88 stakingsdagen, gedurende dewelke de treinreiziger in de kou blijft staan. Protesteert het personeel vandaag tegen de NMBS, zoals meestal het geval is? Nee, die mensen protesteren tegen uw beleid, tegen uw ingrijpen in hun sociaal statuut, tegen uw ingrijpen in hun pensioen.
Wat zullen we zeggen tegen al wie vandaag in de kou blijft staan? Ik ken werknemers die door de staking niet op hun werk geraken. Wat moeten zij doen? Moeten zij verlof nemen? Wie heeft er 88 vakantiedagen? Wat zegt u aan de studenten die niet in de les geraken? Wat zegt u tegen de families die een uitstap naar zee willen maken?
Men heeft het over 675 miljoen euro efficiëntiewinsten, maar het is geen geheim op wiens kap die worden gemaakt, namelijk op die van het personeel.
We moeten net kunnen rekenen op een sterker openbaar vervoer, een groter aanbod, betere dienstverlening en meer stiptheid. Hoe zult u dat verwezenlijken? Uw beleid is daarvoor alvast geen optie.
Mijnheer de minister, u mag de treinreiziger niet langer meer in de kou laten staan. U moet erover waken dat de besparingen het NMBS-personeel en de treinreizigers via de stakingen niet treffen. Mijnheer de minister, hoe gaat u met mijn oproep aan de slag?
Jean-Luc Crucke:
Depuis l'entrée en fonction du gouvernement, notre pays a été effectivement confronté à une série de mouvements de grève dans le secteur ferroviaire, totalisant à ce jour, contrairement à ce qui a été dit, 11 jours d'arrêt de travail, avec une projection de 18 jours d'ici la fin du mois de mars. Ces actions, principalement initiées par les syndicats minoritaires, ont fortement perturbé le réseau ferroviaire, suscitant un mécontentement croissant parmi les usagers et l'ensemble de la population.
Je tiens à rappeler que les grèves qui surviennent actuellement dans le secteur ferroviaire sont exclusivement motivées par des mesures prises sur la base d'un accord de gouvernement. Cet accord a été négocié dans le cadre d'un exercice démocratique. Il a été adopté après les élections qui ont dégagé des majorités politiques claires et qui ont été suivies d'une négociation gouvernementale rigoureuse. Dès lors, il n'appartient pas à de petits syndicats, représentant une minorité de travailleurs du rail, de bloquer aujourd'hui tout un pays et de prendre en otage la majorité de nos concitoyens. J'entends que l'on dit "Ça, c'est vrai". Quand on dit ça, c'est que ce qu'on dit normalement n'est pas vrai. Mais cela, c'est vrai aussi: je rencontre des travailleurs du matin au soir qui me disent qu'ils veulent travailler.
Niettemin wil ik opnieuw mijn onwrikbaar engagement bevestigen voor het sociaal overleg, de hoeksteen van onze democratie en de arbeidsverhoudingen. Het is essentieel een onderscheid te maken tussen de representatieve vakbonden, die de stem van de meerderheid van het spoorwegpersoneel vertegenwoordigen, en de kleine vakbonden, die slechts een kleine fractie van het personeel vertegenwoordigen en niet geïntegreerd zijn in de officiële structuur van het sociaal overleg. Laatstgenoemde vakbonden nemen een radicale houding aan die erop is gericht de regering te destabiliseren en dat is onaanvaardbaar. Eén beweging voert geen traditionele sociale staking, maar een politieke staking. Ze weigert te erkennen dat een pensioen op 55 jaar in de huidige sociaal-economische context niet langer houdbaar is.
Het is zorgwekkend vast te stellen dat er momenteel meer stakingsdagen dan werkelijk gewerkte dagen zijn. De situatie is dat degenen die hun beroep willen uitoefenen, dat niet kunnen doen, waardoor de continuïteit van de openbare dienst wordt belemmerd. In een tijd waarin de spoorwegmaatschappijen voor grote uitdagingen staan, zoals de voorbereiding van de liberalisering van de sector en het garanderen van een efficiënte dienstverlening, ondermijnen die verstorende acties de fundamenten van ons spoorwegsysteem en de sociale dialoog die daaraan ten grondslag ligt. Dergelijk gedrag is suïcidaal voor het bedrijf.
Mijn geduld heeft net als het geduld van de pendelaars zijn grenzen. Het stakingsrecht is niet absoluut. Een staking op een dergelijke schaal is een onredelijke en onrechtmatige inmenging in de goede werking van de openbare dienst van de Belgische spoorwegen. De nationale en de Europese rechtspraak erkennen dat grenzen kunnen worden gesteld aan het stakingsrecht om de rechten en vrijheden van anderen te vrijwaren, in het bijzonder het recht op vrij verkeer en de vrijheid van ondernemerschap. Daarom heb ik de juridische afdeling van HR Rail de opdracht gegeven om alle mogelijkheden te bestuderen om misbruik van stakingsattesten te weigeren met behulp van de juridische instrumenten waarover de dienst beschikt.
Enfin, le contexte géopolitique actuel est marqué par des tensions accrues en Europe, ravivant les préoccupations concernant la sécurité sur notre continent. Des voix s'élèvent pour alerter sur la possibilité d'un conflit majeur en Europe, incitant les nations à renforcer leur préparation militaire.
La Belgique, en tant que membre de l'Union européenne et de l'OTAN, se doit de prendre ces avertissements au sérieux et d'adapter ses infrastructures en conséquence.
Le secteur ferroviaire joue un rôle crucial dans la logistique militaire, notamment pour le transport des troupes et du matériel. Il est donc impératif que notre réseau ferroviaire demeure opérationnel et fiable, surtout en période de tensions internationales. Les grèves répétées compromettent cette capacité stratégique et mettent en péril notre aptitude à répondre efficacement à d'éventuelles crises.
Le gouvernement reste fermement engagé en faveur de la concertation sociale et de l'équilibre budgétaire. Mais notre priorité est aussi de garantir un service ferroviaire efficace et fiable pour tous les citoyens, tout en assurant une gestion responsable des finances publiques et en préservant les droits fondamentaux. Le monde syndical doit le comprendre, et nous persisterons.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, het is hartverwarmend om te merken dat u dezelfde analyse maakt, maar het is natuurlijk wel uw verantwoordelijkheid en die van uw regering om ervoor te zorgen dat deze gijzeling stopt. Dat is wat onze reizigers verdienen.
Collega's, waarvoor strijden die vakbonden nu eigenlijk? In onze buurlanden is de pensioenleeftijd veel hoger dan in ons land. Is dat beroep daar dan zoveel minder zwaar dan hier?
Mijnheer de minister, het zal u misschien verrassen, maar ook wij vinden dat de vakbonden een rol te spelen hebben. Vandaag spelen ze echter een verkeerde rol. Hetgeen sommige vakbonden vandaag doen is syndicaal fundamentalisme en dat haalt het draagvlak voor het sociaal overleg volledig onderuit. Reizigers gijzelen om het onverdedigbare te verdedigen, dat is wat zij doen.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et les différents éléments que vous avancez.
Les annonces des prochains jours de grève nous inquiètent tous, qu'on soit travailleur, parent, étudiant. Il faut absolument trouver des solutions. Il faut reprendre un véritable dialogue social. Il faut mettre fin à l'exercice du droit de grève qui est utilisé abusivement. Il faut restaurer la liberté de pouvoir se déplacer et de se rendre rapidement sur son lieu de travail ou d'apprentissage. Il faut aussi permettre qu'en cas de grève, le service garanti soit plus efficace. Nous comptons sur vous pour renforcer ce dispositif qui a été mis en place par votre prédécesseur, M. Bellot.
Monsieur le ministre, vous pouvez compter sur le groupe MR pour avancer avec vous et avec tous les utilisateurs du rail pour faire en sorte que ce soit un mauvais souvenir et que le rail redevienne attractif, comme on le souhaite.
Dimitri Legasse:
Monsieur le ministre, votre seule réponse, c'est d'opposer les syndicats et les travailleurs aux usagers. Vous laissez les 28 000 travailleurs inquiets sans réponse et vous attaquez les prérogatives des syndicats. Ce n'est pas en envisageant les choses comme cela que vous arriverez à rétablir le dialogue. Ce n'est pas non plus en envisageant de fermer des points d'arrêt et des gares dans les zones rurales que vous augmenterez l'attractivité du rail.
Nous avons entendu vos ambitions, mais je crains qu'il ne reste que des slogans, que ce ne soit que des slogans. Monsieur le ministre, je vous appelle vraiment à rétablir le dialogue avec les syndicats, autrement que vous le faites aujourd'hui, et à ne pas les opposer les uns aux autres. Il y a encore effectivement de nombreux jours de grève devant nous. Il ne tient qu'à vous d'entrer en contact avec eux différemment qu'en les insultant parfois littéralement, me semble-t-il. Je vous remercie.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, u verwijst naar het aantal vakbonden en naar het feit dat er grote en kleine vakbonden zijn. Zou het handig zijn mochten die acties meer op elkaar afgestemd zijn? Ja. Maar die verschillende vakbonden waren er de afgelopen jaren ook al. Toen was er ook al die tendens waarbij ieder zijn eigen boodschap wil uitdragen. Nu zien we echter dat er veel stakingen uitbreken omdat er nu heel veel onrust is door uw plannen. Het is dus van groot belang om met al die mensen aan tafel te gaan zitten en te zorgen voor een veel sterker openbaar vervoer, met een betere en stiptere treinbediening. Ik ben ervan overtuigd dat het personeel en de treinreizigers dat willen. Het zal aan u zijn om dat voor de treinreizigers waar te maken, zodat zij niet langer in de kou blijven staan, want zij zijn het allergrootste slachtoffer.
De vliegticketverkoop op de luchthaven van Charleroi na de aankondiging van de staking bij skeyes
Gesteld door
Gesteld aan
Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 19 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens een commissievergadering over economie werd minister Beenders gevraagd naar misleidende praktijken van Ryanair en Wizz Air tijdens de staking van skeyes op 13 februari, waarbij vluchten werden doorverkocht ondanks bekendmaking van annuleringen, gevolgd door dure alternatieven of gedwongen terugbetalingen. De minister bevestigde dat de Inspectie Economie geen klachten ontving, maar dat dergelijke omissies onder EU-regels over oneerlijke handelspraktijken kunnen vallen. De Smet drong aan op een proactief onderzoek, waarop de minister geen direct antwoord gaf.
Voorzitter:
Monsieur le ministre, je vous souhaite la bienvenue en commission de l' É conomie.
Patrick Prévot (PS): Monsieur le président, dans un souci d'efficacité et afin de gagner du temps, notamment pour pouvoir échanger avec M. le ministre au sujet de sa note, je transforme mes questions n° 56003557C et n° 56003558C en questions écrites.
Youssef Handichi (MR): Monsieur le président, je voudrais faire de même. Je transforme donc mes questions n° 56003180C et n° 56003183C en questions écrites.
Lieve Truyman (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zet mijn vraag nr. 56002802C om in een schriftelijke vraag.
Voorzitter:
Waarvan akte.
François De Smet:
Monsieur le ministre, le 13 février dernier, l’espace aérien belge a été fermé de 6 h 45 à 22 h 15 en raison de la grève des contrôleurs aériens de skeyes. Tous les vols au départ et à l’arrivée de Brussels Airport et Bruxelles Charleroi ont ainsi été annulés.
Malgré la notification par l’aéroport de Charleroi le 10 février, en milieu de journée, de l’annulation des vols du 13 février en raison de la grève nationale, la presse s’est fait l’écho du fait que certaines compagnies aériennes comme Ryanair et Wizz Air vendaient toujours le 11 février, en début de soirée, des billets en ligne pour des vols du 13 février, et n’avaient pas informé les passagers de l’annulation de leurs vols.
Ceci constitue assurément une pratique commerciale déloyale de la part de ces compagnies aériennes et, surtout, une tromperie et un mensonge auprès des passagers. Et ce d’autant que selon nos informations, Ryanair en particulier a maintenu des prix très élevés jusqu’au dernier moment sur plusieurs vols des jours précédents et suivants, et qu'au moment où ils ont envoyé le lien pour changer les vols (le 11 vers 18 h 50), il ne restait plus de vols les jours à proximité. C’est un moyen de vendre des vols hors de prix aux personnes en détresse tout en poussant les gens vers le remboursement des vols achetés à l’avance à moindre coût puisqu’il n’existe plus de solution alternative d'autant que Ryanair refuse d’offrir la possibilité de changer d’aéroport de départ.
Monsieur le ministre, avez-vous été informé de cette pratique mensongère de la part de ces compagnies? Avez-vous diligenté une enquête auprès de l’administration de l’Inspection économique? Comment comptez-vous lutter contre pareille pratique principalement dans le secteur aérien?
Rob Beenders:
Monsieur De Smet, je vous remercie pour votre question, qui est la première à laquelle je réponds dans cette commission.
L'Inspection économique n'a reçu aucune plainte concernant la grève des contrôleurs aériens de skeyes du 13 février dernier. Il en est de même pour le SPF Mobilité qui a confirmé à l'Inspection économique qu'aucune plainte n'avait été reçue de leur côté concernant cette même grève.
La directive européenne relative aux pratiques commerciales déloyales sanctionne les entreprises qui, par des actions ou omissions trompeuses, peuvent induire le consommateur moyen en erreur et sont susceptibles de l'amener à prendre une décision commerciale qu'il n'aurait pas prise autrement.
Appliquée au cas de grève, cette législation exige d'une compagnie aérienne qu'elle fournisse des informations au consommateur de manière exacte et rapide. Dans le cas contraire, le manque d'informations pourrait constituer une omission trompeuse au sens de l'article 7 ou, à tout le moins, un manque de diligence professionnelle au sens de l'article 5, § 2 de la directive et pourrait dès lors être considéré comme trompeur.
François De Smet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour cette réponse très informative. Il manque une réponse sur un point important. Ne s'agirait-il pas de diligenter une enquête sur les faits qui se sont déroulés et qui me paraissent vraiment être de vos compétences et des compétences de l'administration?
Een sociaal plan voor militairen
De betoging van de militairen
Het sociaal plan en de pensioenhervorming voor de militairen
De deelname van duizenden militairen aan de nationale actiedag
Het militaire personeel dat de straat opging voor zijn pensioen
De dienstvrijstelling voor militairen die aan de nationale staking van 13 februari wilden deelnemen
De plannen voor de pensioenhervormingen
Militairenprotesten en sociaal-pensioenhervormingen
Gesteld aan
Theo Francken (Minister van Defensie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de pensioenhervorming voor militairen en de noodzaak deze te koppelen aan een hervorming van hun statuut, loopbaanvoorwaarden en arbeidsomstandigheden om uitstroom te voorkomen. Minister Francken bevestigt dat de pensioenleeftijd stapsgewijs verhoogd wordt tot 67 jaar (vanaf 2027), maar belooft een sociaal plan (eind 2024) met flankerende maatregelen—zoals aanpassingen aan woon-werkverkeer, loopbaanflexibiliteit en erkenning van operationele inzet—in overleg met vakbonden, die eisen dat het *volle statuut* (inclusief compensatie voor 7 onbetaalde dienstjaren en zware werkomstandigheden) heronderhandeld wordt. Kernpunt: Militairen voelen zich miskend door eenzijdige pensioenmaatregelen zonder tegemoetkomingen, wat dreigt te leiden tot massale uitstroom (vakbonden vrezen verdrie- tot vervijfvoudiging) en rekruteringsproblemen, terwijl Defensie juist 29.000 personeelsleden wil halen tegen 2030. Francken benadrukt budgettaire noodzaak (Belgische pensioenlast stijgt sneller dan EU-gemiddelde) maar erkent dat motivatie en waardering (bv. betere verloning, loopbaanperspectieven) essentieel zijn om Defensie aantrekkelijk te houden.
Voorzitter:
Collega's, ik verontschuldig mij voor de iets te late start van deze vergadering, veroorzaakt doordat de voorgaande vergadering, de commissie voor de Opvolging van de militaire missies, een beetje uitgelopen is.
Vandaag is een extra vergadering ingelast om mondelinge vragen te kunnen beantwoorden, zoals expliciet werd gevraagd bij het einde van de vorige vergadering. Zo kunnen nog mondelinge vragen behandeld worden voorafgaand aan de bespreking van de beleidsverklaring, die volgende week geagendeerd is. Op voorwaarde dat wij de beleidsverklaring tijdig ontvangen, vindt volgende woensdag een debat plaats waarin de minister zijn beleidsverklaring zal toelichten.
Ik durf in te schatten dat wij vandaag niet tot het einde van de vragenlijst zullen geraken, maar ik stel wel voor om ermee te starten. We zien wel hoe ver we komen.
Annick Ponthier:
Mijnheer de voorzitter, vandaag kunnen waarschijnlijk inderdaad niet alle vragen behandeld worden. Daarover maak ik mij geen illusies. Wat gebeurt er met de onbeantwoorde vragen? Worden die verwerkt in de bespreking van de beleidsverklaring of is er nog een andere mogelijkheid?
Voorzitter:
De minister heeft gezegd dat hij voor vragen die vandaag niet beantwoord worden, alleszins volgende week tijdens zijn toelichting het antwoord zal verschaffen. De antwoorden komen dus uiterlijk volgende week, tijdens zijn toelichting.
Theo Francken:
Vandaag staan heel veel vragen op de agenda, waarvan verschillende gebundeld in actualiteitsdebatten. Ik zal proberen om die vragen goed te beantwoorden. Vanwege een afspraak om 12.30 uur moet ik deze vergadering ten laatste om 12.15 uur verlaten, zoals ik al heb laten weten. Volgende week woensdag ben ik de hele dag ter beschikking voor het Parlement, zonder einduur, voor mijn part tot donderdagochtend, en dan zal ik alle nog openstaande vragen mee integreren in mijn toelichting, zodat iedereen normaal gezien een antwoord zal hebben gekregen op de lopende vragen, al kan een parlementslid natuurlijk van mening zijn dat het geen goed antwoord is. Het onderwerp van de vragen is heel diffuus. Doordat ik die volgende week beantwoord, kunnen we daarna met een schone lei starten voor de mondelinge vragen.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, zoals u weet, is er wat ongerustheid bij de militairen over de pensioenhervorming. U kondigde ook aan dat er een sociaal plan komt. U zei tijdens het debat over de regeerverklaring dat als er aan het einde van de loopbaan wordt gesleuteld, er ook moet worden gekeken naar de volledige loopbaan. U zei in de pers dat we meer materieel nodig hebben, maar dat we zonder personeel niets aan dat materieel hebben. De aandacht voor het personeel en voor de militairen is dus bijzonder belangrijk.
Op 26 februari hebben we hier in het Parlement van gedachten gewisseld met de vakbonden, voornamelijk over het statuut en over de pensioenhervorming. Zij lieten heel duidelijk blijken dat er een opening is om die pensioenleeftijd te verhogen, maar dat er dan naar het statuut moet worden gekeken. Dat is een goede zaak, dat moet in één adem bekeken worden. Als we de pensioenleeftijd verhogen, moeten we ook naar dat statuut kijken. Dat militaire statuut kent immers nadelen ten opzichte van andere veiligheidsberoepen en dat kan uiteindelijk niet de bedoeling zijn.
Mijnheer de minister, wilt u bij de uitwerking van uw sociaal plan ook het statuut van de militairen aanpassen, in samenspraak met de defensievakbonden?
Is volgens u de timing van 2027 om de verhoging van die pensioenleeftijd, samen met een hervorming van dat statuut, door te voeren haalbaar?
Op welke manier wilt u Defensie aantrekkelijker maken voor nieuwe rekruten en er vooral voor zorgen dat er geen grote uitstroom bij Defensie plaatsvindt omdat de pensioenleeftijd wordt verhoogd zonder flankerende maatregelen? Welke flankerende maatregelen voorziet u?
U zat ook al samen met de defensievakorganisaties. Hoe verliep het overleg met de vertegenwoordigers van die vakorganisaties?
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, il y a eu effectivement des militaires en rue pour témoigner non pas de leur inquiétude, mais plutôt de leur panique par rapport à la réforme des pensions que votre gouvernement veut leur imposer de manière assez unilatérale puisque les concertations n'ont pas eu lieu avant l'accord de gouvernement, semble-t-il. D'autre part, nous avions demandé, avant que l'accord de gouvernement ne soit signé, que les syndicats soient auditionnés devant cette commission. Nous les avons entendus avant de vous poser les questions et nous avons pu voir des hommes et des femmes responsables et qui nous ont simplement rappelé qu'il y avait un contrat social passé entre eux et l'État et que toucher à un élément du contrat social, c'est-à-dire la retraite, cela revenait à toucher à tout.
Ils ne nous ont pas dit qu'ils ne voulaient pas travailler un peu plus longtemps; ils nous ont simplement dit: "tenez compte du fait que notre engagement va jusqu'à donner notre vie pour notre pays et nos valeurs". Ils sont donc demandeurs de renégocier l'ensemble du statut du militaire et donc de renouer un nouveau contrat social avec l'État belge. Vous avez annoncé par ailleurs qu'il y aurait des négociations à ce sujet et que vous les ouvririez. Mes questions portent donc sur celles-ci et sont les suivantes: quand? comment? et enfin, avec quels moyens? – parce qu'au niveau des moyens budgétaires, je n'ai rien vu dans les déclarations d'intention dans le cadre de la déclaration de politique gouvernementale et nous savons très bien que le budget de l'État belge ne sera proposé à la sagacité des députés qu'à partir du mois de mai 2025. Je voudrais donc en savoir plus et aller au-delà des intentions qui vous ont été prêtées ou que vous-même avez tenues dans le cadre de vos différentes interventions soit au Parlement soit dans la presse.
Annick Ponthier:
Mijnheer de minister, om de verwachte negatieve gevolgen van de pensioenhervorming te remediëren – wat absoluut noodzakelijk is – wilt u een sociaal plan opstellen. De vakbonden hebben al veel eerder gewaarschuwd voor een eventuele hogere uitstroom omdat de pensioenhervorming onlosmakelijk verbonden is met de loopbaan van de militairen. De bezorgdheid bestaat dat die loopbaan minder aantrekkelijk zou kunnen worden voor eventuele nieuwe rekruten en voor de mensen die noodzakelijk zijn op het terrein.
Het is dus belangrijk dat men heel omzichtig omspringt met die pensioenhervorming. Het effect op het personeelsbestand moet goed worden opgevolgd, vooral als we de doelstelling willen halen die u hebt uitgesproken in het regeerakkoord, namelijk om tegen 2030 te evolueren naar minstens 29.000 personeelsleden bij Defensie. Zoals ik al eerder heb gezegd, is personeel het grootste kapitaal van ons defensieapparaat. Zonder dat personeel hebben die bijkomende investeringen en middelen weinig zin.
De militairen voelen zich momenteel te weinig gehoord. Het is erg dat de vakbonden zelf moesten vragen om in dit Huis te worden gehoord tijdens een hoorzitting van enkele weken geleden. U hebt aangekondigd in overleg te zullen gaan met de vakbonden. Hoe ver staat u met de ontwikkeling van het sociaal plan? Binnen welk tijdsbestek wilt u dat voorleggen aan onze commissie?
Er werd meermaals gesteld dat een pensioenhervorming niet los kan worden gezien van een loopbaanhervorming. In welke mate bent u bereid om daarin mee te gaan? U hebt in het regeerakkoord gezegd dat u rekening zult houden met de specificiteit van het militaire beroep. Wat is daarvan aan op dit moment? Hoe bereidt u zich voor op die eventuele lagere instroom en hogere uitstroom als de voorziene pensioenhervorming wordt doorgevoerd?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, een maand geleden kwamen 100.000 Belgen op straat tegen de asociale arizonaplannen. Tijdens die nationale actiedag viel de belangrijke aanwezigheid van militairen op. Duizenden militairen en de militaire vakbond zelf waren aanwezig. Ze wilden een duidelijk signaal geven, omdat ze zich in de steek gelaten voelen en omdat ze de geplande wijzigingen, volgens hun eigen communicatie, 'als een mes in de rug' beschouwen.
Tot dan toe dacht ik altijd dat hun ongenoegen enkel de pensioenleeftijd betrof. Tijdens de hoorzitting met de vakbonden twee weken geleden is evenwel tot me doorgedrongen dat het om veel meer gaat. Het gaat namelijk om de leefomstandigheden, die vaak ongezond zijn, het gebrek aan grip op de eigen loopbaan, de plaats van tewerkstelling die kan variëren, met heel lange woon-werkreistijden als gevolg. Voor 10 % van de militairen bedraagt die reistijd drie uur en meer. Dat is dus gigantisch veel. Ook gaat het over het zeven jaar gratis werken dat ze leveren. Als men nu ook nog de pensioenregeling afschaft, waarom zou dan nog iemand bij het leger blijven werken? De militairen beschouwen die regeling als hun allerlaatste voordeel, dat nu dreigt te verdwijnen.
De stafchef zelf zou hebben berekend dat attritie, de uitval door de pensioenmaatregel, zou vervijfvoudigen. De vakbonden zijn behoudsgezind en spreken van een verdrievoudiging, maar geven wel aan dat u op die manier het leger niet kunt uitbreiden.
Hoe verloopt het overleg met de vakbonden? Welke engagementen gaat u daarbij aan? Zijn die ruimer dan de pensioenmaatregelen? Hoe zult u ervoor zorgen dat werken bij het leger wel aantrekkelijk blijft?
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, mijn collega's hebben al aangehaald dat op 13 februari 100.000 mensen de straat op kwamen om te protesteren tegen de gekende antisociale maatregelen van Arizona. Onder de demonstranten bevonden zich ook enkele duizenden militairen. Hoewel u hun dienstvrijstelling had ingetrokken, waren ze toch massaal aanwezig op de betoging. Ik heb hen daar gezien en dat was best indrukwekkend.
U bent wel van plan om miljarden euro's extra te investeren in materieel, maar de militairen laat u in de kou staan. De militairen voelen zich verkocht. Ze manifesteren samen met de vakbond tegen uw pensioenhervorming, tegen het feit dat ze langer zullen moeten werken voor een lager pensioen, tegen het optrekken van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, tegen het aanpassen van de referentiewedde, tegen het aanpassen van de tantièmes en tegen de pensioenmalus. Dat zijn allemaal maatregelen die hen en de rest van de werkende klasse hard zullen raken.
Twee weken geleden hebben wij hier de militaire vakbonden gehoord. Militairen werken vandaag een 66-urige werkweek. Zij werken over hun hele carrière 7 jaar gratis en nog is dat niet genoeg voor u. Nog wil Arizona hen straffen door hen langer te laten werken. De lage pensioenleeftijd is eigenlijk een zeer logische compensatie voor de opofferingen die militairen doen tijdens hun carrière: veel werkuren zonder overloon, geen vaste standplaatsen en gezinnen die bereid moeten zijn te verhuizen voor het werk van een van de ouders. De vakbonden vertelden dat 40-plussers bij Defensie nog moeilijk aan de bak komen. Zij kampen bijvoorbeeld met gezondheidsklachten als artrose. Tegelijkertijd zijn de uitbolfuncties van vroeger verdwenen of geoutsourcet aan privébedrijven.
Mijnheer de minister, u zei over de dienstontheffing van voormalig minister van Defensie Dedonder dat de militairen werden misbruikt als een politiek wapen. Staat u nog altijd achter die uitspraak? Ze waren immers met een paar duizenden aanwezig op de betoging.
Zult u de eisen van de vakbonden inwilligen, bijvoorbeeld een beter mobiliteitsplan, een correcte betaling van de gepresteerde uren en respect tonen voor de pensioenleeftijd?
Hoe zult u ervoor zorgen dat oudere militairen nog kunnen werken zonder hun gezondheid in gevaar te brengen? Zullen de vele extra werkuren zonder vergoeding eindelijk worden vergoed, nu de compensatie van een lagere pensioenleeftijd voor militairen wegvalt?
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, je suis très heureux de vous poser ma première question. J'étais tellement heureux de vous poser des questions que j'en ai déposées cinq, comme vous l'avez vu.
La première question est importante parce qu'elle touche à la mauvaise décision de la ministre Dedonder qui visait à octroyer aux militaires une dispense de service afin de leur permettre de faire grève. Il s'en était suivi une certaine polémique du fait que c'était une décision à caractère politique. Les motivations de la ministre de la Défense étaient politiques. À travers cet octroi de dispense de travail, elle s'engageait contre l'accord de l'Arizona en cours de discussion à l'époque.
Cette décision avait été prise en période d'affaires courantes, sans aucune urgence notable impliquant cette prise de décision. Il n'y avait pas eu non plus de concertation organisée avec le Conseil des ministres. Et cette décision était même irrégulière, sinon illégale. En effet, cette dispense générale de service octroyée aux militaires afin qu'ils puissent participer à une manifestation organisée dans le cadre d'une grève ne respecte pas au fond l'interdiction stricte visant les militaires pour ce qui concerne leur participation à un mouvement collectif de cessation de travail. Cette décision contrevient à l'article 175 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires. Et donc, cette décision était même passible de poursuites. La justice pourrait s'y intéresser, devrait s'y intéresser. Vous avez dès lors eu parfaitement raison de revenir sur cette décision pour respecter le droit.
Monsieur le ministre, pourriez-vous nous informer du nombre de militaires qui ont pris congé le 13 février 2025? Pourriez-vous aussi nous informer des dispositions que vous souhaitez prendre – parce qu'on ne fait jamais que passer en politique – pour qu'une telle décision prise de manière unilatérale et sans concertation avec le Conseil des ministres ne soit plus possible?
Peter Buysrogge:
Mijnheer de minister, we hebben tijdens de bespreking van het regeerakkoord al gedebatteerd over het eventueel optrekken van de pensioenleeftijd, wat voor heel wat zenuwachtigheid zorgt. Zoals een aantal collega's al heeft gezegd, hebben we de vakorganisaties twee weken geleden gehoord. Die hebben ons gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen van een dergelijke beslissing.
In het regeerakkoord en in uw verklaringen ervoor en erna hebt u gewezen op het specifieke karakter van de opdrachten van de militairen. Het is belangrijk om dat mee in ogenschouw te nemen. Het is niet voor niets – en ik vermoed dat we het er volgende week wel over zullen hebben – dat in het regeerakkoord en vermoedelijk ook in uw beleidsverklaring staat dat het personeel van Defensie het hart van Defensie moet vormen. Dat is het eerste lemma in het hoofdstuk Defensie in het regeerakkoord. Dat zal ongetwijfeld ook aandacht krijgen in uw beleidsverklaring.
U hebt in de media al aangegeven dat u werkt aan een sociaal plan, specifiek met betrekking tot pensioenen, maar het gaat ook ruimer. Collega Aerts heeft gelijk als hij zegt dat de vakbonden hebben gewezen op een aantal zaken waarmee ze nu al geconfronteerd worden. Men zou het in negatieve zin kunnen interpreteren als zijnde een afrekening van de vorige regering en de vorige minister. Dat is niet helemaal correct, want de vorige minister heeft ook op het vlak van personeel heel wat inspanningen geleverd waaraan we nu verder moeten werken. We moeten rekening houden met het specifieke aandachtspunt dat een eventuele verhoging van de pensioenleeftijd zou kunnen leiden tot een bijkomende attritie.
Mijnheer de minister, hoe ziet u de pensioenhervorming? Op welke termijn ziet u die hervorming, eventueel in combinatie met het aangekondigde sociaal plan? Hoe verloopt het overleg met de vakbonden?
Voorzitter:
Collega Weydts wenst aan te sluiten bij dit debat.
Axel Weydts:
Ik ben een klein beetje verwonderd dat er collega's zijn die verwonderd zijn dat de bezorgdheid over meer gaat dan de pensioenen alleen. Daarom is het goed dat we vakorganisaties hebben en dat die uitgenodigd worden in onze commissie, zodat we kunnen luisteren naar wat er leeft onder onze militairen en welke de problemen zijn waarmee onze militairen al jaren kampen.
Dit wil ik toch ook gezegd hebben, de vorige regering heeft ernstig gesleuteld aan het statuut van de militairen. Ze heeft veel aandacht gehad voor het personeel van Defensie. Ik ben ervan overtuigd dat ook deze regering hetzelfde zal doen. Defensie kan immers, het is hier al een aantal keren gezegd, niet draaien zonder het menselijk kapitaal dat aanwezig is binnen de organisatie.
Men moet echter niet alleen personeel hebben, men moet ook gemotiveerd personeel hebben. Wie is immers bereid aan een operatie deel te nemen? Daarstraks hebben we het daarover gehad in de commissie voor de Opvolging van de militaire operaties. Honderden militairen worden ingezet in het buitenland. Ze zijn lange tijd weg van thuis, met gevaar voor eigen leven enzoverder. Ik hoef niet uit te leggen dat het aspect motivatie van het personeel zo mogelijk nog belangrijker is dan het aantal personeelsleden dat effectief onder de wapens is.
Vandaar dat het heel belangrijk is dat er effectief gewerkt wordt aan dat sociaal akkoord. U hebt ook al aangekondigd, mijnheer de minister, dat u daar echt werk van wilt maken. Het regeerakkoord is duidelijk, ook over de pensioenleeftijd enzoverder, maar het is ook heel erg duidelijk dat er nog heel veel besognes zijn van de militairen naast die over hun pensioen.
Mijn vraag is dan ook heel concreet of u bereid bent om daar verregaand in mee te gaan en echt te luisteren naar wat er binnen Defensie leeft op de werkvloer. Bent u bereid om straks niet alleen te investeren in materieel, maar ook een deel van de binnenkort verhoogde budgetten voor defensie te gebruiken om te werken aan een beter statuut van ons militair personeel?
Theo Francken:
Mijnheer de voorzitter, collega's, over de pensioenen, maar ook over het militaire beroep in bredere zin zijn er hier in de commissie inderdaad hoorzittingen geweest. Ik heb ook de vakorganisaties ontmoet. Ik heb die samen ontvangen. Ik zal ze in de komende weken ook apart ontmoeten. Morgen of overmorgen zal ik de eerste organisatie al ontvangen.
Ten eerste, collega’s, wij moeten ons rekenschap geven van de sociale realiteit. De aan de vergrijzing gerelateerde sociale uitgaven stijgen in België met 4,1 % van het bruto binnenlands product in de periode 2023-2070. In 2070 zullen die uitgaven in België 30 % van het totale bruto binnenlands product uitmaken, wat een aanzienlijke toename is. Ter vergelijking, in het gemiddelde EU-land stijgen de aan de vergrijzing gerelateerde sociale uitgaven in de periode 2022-2070 slechts met 1,2 % van het bruto binnenlands product, tot 25,6 % van het bruto binnenlands product in 2070. Dat verschil illustreert de unieke uitdaging waarmee België wordt geconfronteerd op het gebied van vergrijzingskosten.
Die pensioenlasten zullen terechtkomen op de schouders van onze jongeren. Wij kunnen en mogen de facturen niet blijven doorschuiven naar de volgende generaties in de hoop dat zij het probleem wel zullen oplossen. Wij moeten hervormen om de pensioenen betaalbaar te houden, de welvaartsstaat overeind te houden en de intergenerationele solidariteit intact te houden.
Het regeerakkoord voorziet daarom in een globale pensioenhervorming, waarvan de militaire pensioenen een onderdeel uitmaken. Het regeerakkoord bevat verschillende maatregelen die betrekking hebben op de pensioenen van militairen. Ik geef de belangrijkste weer. De pensioenleeftijd van militairen zal geleidelijk worden opgetrokken tot de wettelijke pensioenleeftijd van andere werknemers en ambtenaren. Vanaf 2027 wordt hun pensioenleeftijd geleidelijk verhoogd met één jaar per jaar, met respect voor de legitieme verwachtingen van mensen die vlak voor hun pensioenleeftijd staan. Daartoe voorzien wij in voldoende overgangsperiodes en -maatregelen, in overleg met de vakorganisaties.
La pension par limite d'âge sera transformée en pension à la demande. À l'avenir, les militaires pourront prendre leur retraite anticipée en fonction de leur carrière et de leur âge.
Voor actieve diensten zoals Defensie blijft de verhogingscoëfficiënt 1,05, met een jaarlijkse afbouw van 0,005 vanaf 2027 tot 1,025 in 2032. Dat blijft dan ook daarna 1,025. Concreet zullen militairen sowieso twee jaar vroeger kunnen uitreden en vanaf 2032 een jaar vroeger. Zij die 42 effectieve loopbaanjaren hebben, kunnen in de toekomst op 60 jaar met pensioen gaan. Wie 35 loopbaanjaren van 156 dagen met effectieve arbeidsprestaties en 7.020 effectief gewerkte dagen of langer gewerkt heeft, kan nog steeds op vervroegd pensioen zonder malus. De berekening van het pensioen van statutaire ambtenaren gebeurt momenteel op basis van het loon van de laatste 10 jaar en evolueert geleidelijk naar het loon van alle loopbaanjaren zoals voor andere werknemers en zelfstandigen.
Cette réforme entrera progressivement en vigueur avec un an supplémentaire chaque année, passant de 10 ans en 2027 à 45 ans en 2062. Étant donné que l'âge du départ à la retraite augmente et que cette réforme se déroule progressivement, la perte de pension restera limitée, vu aussi que davantage de droits à la retraite seront accumulés sur un salaire plus élevé à la fin de la carrière.
Dat zijn de modaliteiten die in het regeerakkoord zijn opgenomen, dames en heren. Het regeerakkoord stipuleert echter ook dat we de specificiteit van het militaire statuut erkennen en de deelname aan externe missies en operationele eenheden positief willen herwaarderen en in rekening brengen. Dat is belangrijk, dames en heren, want het militaire beroep heeft een aantal specifieke vereisten en verplichtingen die uniek zijn op de arbeidsmarkt. Daarover wil ik met de erkende vakorganisaties expliciet in overleg gaan.
Ik begrijp het ongenoegen en de frustratie die momenteel in de rangen heersen, ook al worden dat ongenoegen en de frustraties gevoed door voorbarige en soms misleidende informatie. Ik heb bepaalde bedragen van pensioenvermindering gehoord die in mijn ogen overdreven zijn en die niet kunnen worden gestaafd op basis van de berekeningen die wij maken.
Dans ce même contexte, 5 177 militaires ont demandé et obtenu un congé lors de la manifestation du 13 février dernier.
5.177 militairen hebben verlof aangevraagd en gekregen. Een aanzienlijk deel van hen zal mee gaan betogen zijn. Verschillende collega's zeiden al dat er veel militairen aanwezig waren. 5.177 hebben dus die verlofdag aangevraagd en de meesten onder hen zijn gaan manifesteren op 13 februari.
Je ne pense pas qu’il faille prendre des mesures spécifiques pour éviter qu'une décision comme celle de la fameuse dispense de service se reproduise. Il suffit que chaque ministre de la Défense fasse son travail au sein du gouvernement en toute transparence et collégialité.
Daar is het een beetje fout gelopen.
Ik wil een sociaal plan uitwerken dat rekening houdt met de specificiteit van het militaire statuut, dat maatregelen inhoudt inzake aangepast en werkbaar werk en promotiekansen, en dat het werk van onze militairen valoriseert. Ik herhaal wat ik heb gezegd tegen de staf van Defensie tijdens mijn bezoek in Evere. Ik zal bij de regering aandringen op respect voor de grondwettelijke specificiteit van het militaire beroep. Militairen stellen zichzelf bloot aan vele grote risico's. Ze zetten hun leven zelf ten dienste van de natie. Dat engagement mag en moet worden gehonoreerd.
Pour ce faire, j'ai déjà organisé une première prise de contact avec les délégués des organisations syndicales représentatives le 18 février dernier dans mon cabinet. Ils ont pu clairement exprimer leurs opinions. Au cours des prochaines semaines, j'entamerai une série de consultations avec chacune des organisations afin d'arriver, si possible, à un compromis. Les propositions et mesures concrètes y seront discutées. Afin de donner toutes les chances au dialogue social, je n'entrerai pas dans les détails pour le moment.
Dat zult u wel begrijpen. Het sociaal overleg loopt. Ik hoop een sociaal akkoord te kunnen sluiten met de vakorganisaties, of minstens met de meeste vakorganisaties, en ik hoop dat te kunnen bereiken tegen het einde van het jaar, dus ik geef mezelf daar nog iets meer tijd voor. Uiteraard zal ik verslag uitbrengen in de Kamer als daarover vragen worden gesteld. Ik ben ter beschikking.
Ik ga in op nog twee punten. Ik hoor hier beweren dat de stafchef gezegd zou hebben te verwachten dat de attritie maal vijf gaat met dit pensioenakkoord. Ik weet niet waar die informatie vandaan komt, ik heb dat niet gehoord, misschien heb ik dat gemist. Wel heb ik horen spreken over de attritie tijdens de loopbaan. We hebben hier al vaker besproken dat de attritie tijdens de opleiding hoog is. Daaromtrent loopt een actieplan, waarvan de eerste resultaten redelijk positief zijn, maar er is nog veel werk te doen. Tijdens de loopbaan echter hebben we een zeer lage attritie bij Defensie, namelijk van maar 1 à 2 %. Op het moment dat zij hun opleiding hebben afgerond, blijven de mensen doorgaans echt wel bij Defensie. Concreet blijft 98 tot 99 % bij het leger, bij Defensie. Er vertrekken dus heel weinig mensen. In de privésector is de attritie meer dan 10 %, dus minstens vijf keer hoger. Dat heb ik horen zeggen. Ik heb echter niet horen zeggen – maar mogelijk heb ik dat gewoon niet gehoord, dat kan – dat de CHOD verwacht dat de attritie plots vijf keer hoger zou zijn door deze maatregelen. Ik denk niet dat hij dat heeft gezegd, maar ik kan niet namens hem spreken. Ik heb het alleszins nergens gehoord of gelezen.
Ik denk dat het belangrijk is om te weten dat ik samen met de CHOD ook een communicatie heb uitgebracht op het militaire intranet, gericht tot alle militairen, over dat dossier, want het is een heel belangrijk dossier. Ik heb ook begrepen dat de CHOD alle kazernes zal bezoeken, naar de eenheden zal gaan om over heel wat dingen te spreken, natuurlijk ook over het punt van de pensioenen.
In een tweede punt ga ik in op de vraag of ik bij mijn standpunt blijf over de algemene dispersie, eigenlijk een dag congé, om te staken of te gaan betogen. Ik blijf erbij dat die toekenning werd misbruikt als politiek wapen. Dat standpunt houd ik aan. Dat instrument dient daarvoor naar mijn mening niet. De manier waarop dat werd beslist, heeft overigens veel zorgen gewekt in de toenmalige regering. Alexander De Croo, toenmalig premier in lopende zaken, stuurde een brief naar de toenmalige minister van Defensie met de vraag om haar beslissing in te trekken, maar dat heeft zij niet gedaan. Ik heb die beslissing ingetrokken. Ik denk dat veel partijen alleszins die mening deelden. In het parlementaire debat daarover meende ik alleszins een brede consensus te kunnen vaststellen. Niet iedereen was het ermee eens, maar veel partijen vonden dat het niet de juiste manier was.
Meer dan 5.000 militairen hebben verlof aangevraagd om te gaan betogen. Dat is een heel duidelijk en helder signaal. Het betreft dus heel veel militairen die dat hebben gedaan zoals het moet, namelijk verlof aanvragen en gaan manifesteren. Ik zal niet zeggen dat dat verwaarloosbaar is of een klein aantal, integendeel, het zijn heel veel militairen en het is een heel duidelijk signaal, waarnaar de regering moet luisteren. Ik zal dat proberen te doen en ik hoop mijn collega's in de regering te overtuigen van een goed sociaal akkoord waaraan ik nu eerst zal werken, samen met de vakorganisaties.
Ik herhaal dat er veel prachtig nieuw materieel is. Zo heb ik maandag de CaMo-voertuigen in Evere kunnen schouwen. Dat ziet er heel goed uit en er zal nog veel materieel worden geleverd. Dat is allemaal heel fijn en we zullen nog veel kunnen kopen, maar zonder personeel kan men er niets mee aanvangen. Men heeft dus zowel goed materieel en een goede infrastructuur als gemotiveerd personeel nodig, dat daadwerkelijk ter beschikking staat van de natie, want de militairen doen een ongelooflijke en harde job.
We moeten de militairen echt honoreren, valoriseren en danken. Dat doen we veel te weinig. In de Verenigde Staten bestaat er veel meer een cultuur van dankbaarheid – op alle mogelijke manieren – voor mensen die een dienst hebben bewezen aan het land. Zo krijgen veteranen op een Amerikaanse luchthaven voorrang voor de eerste zitplaatsen, voor de gate. Ik vind dat allemaal fantastische initiatieven. In het regeerakkoord staan een aantal initiatieven. We moeten ook in ons land nadenken over hoe we militairen kunnen valoriseren voor de dienst die ze aan onze natie leveren.
Kjell Vander Elst:
Mijnheer de minister, dank om duidelijkheid te scheppen. Die pensioenfactuur moet worden aangepakt. Ik denk dat het overgrote deel van de bevolking het daarmee eens is. Het overgrote deel van de militairen beseft volgens mij ook dat iedereen zijn steentje zal moeten bijdragen om de pensioenfactuur onder controle te houden. Ik meen zelfs dat de vakbonden dit, weliswaar in andere bewoordingen, hier twee à drie weken geleden ook gezegd hebben. Verder moet ook dat statuut aangepast worden, onder meer op het vlak van het woon-werkverkeer en de arbeidsomstandigheden.
De pensioenhervorming staat zeer gedetailleerd in het regeerakkoord, zo blijkt ook uit uw toelichting. Over het statuut van de militair bent u echter minder in detail gegaan, maar u zou tegen het einde van het jaar proberen te landen. Die strakke timing is een goede zaak. Het is immers logisch dat militairen ongerust zijn bij het lezen van een zeer uitgewerkt pensioenplan dat voorziet in langer werken, maar nog niet in hervormingen van het statuut.
Ik blijf daarom bij mijn oproep om dat in één adem, in één beweging te doen. Ik vrees namelijk dat de uitvoering van de pensioenhervorming zonder de aanpassing van het statuut toekomstige rekruten zal afschrikken, terwijl die echt nodig zullen zijn. Verder vrees ik dat we daarmee de huidige militairen in dienst vervroegd naar de uitgang zullen duwen. Me dunkt zijn we het er allemaal over eens dat dit niet de juiste weg is.
Christophe Lacroix:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses détaillées. Je prends note du fait que vous vous engagez à mener une concertation avec les syndicats ainsi qu’au sein du gouvernement. Je vous souhaite bonne chance au gouvernement car la déclaration de politique gouvernementale vous laisse peu de portes à ouvrir!
Si vous avez besoin de compter sur le Parti Socialiste pour améliorer le statut social des militaires, vous pouvez compter sur nous pour poursuivre le travail de Mme Dedonder avec vous.
Ensuite, sur les chiffres du surcoût budgétaire du département de la Défense lié à l’allongement de la durée de carrière, l’état-major évoque 4 milliards d’euros alors que les syndicats parlent eux de 3 milliards. Sur l’effet multiplicateur en termes d’attrition, les chiffres de l’état-major sont plus négatifs que ceux des syndicats. Il me semble qu’une vérification doit être faite avec l’état-major.
Enfin, je suis heureux de vous entendre mais inquiet d’entendre votre partenaire MR, dont la priorité semble être de prolonger la carrière des militaires de 10 ans et de régler ses comptes avec Mme Dedonder. Je trouve hallucinant que, pendant que le monde s’embrase, l’on vienne ici poser une question pour simplement régler des comptes politiciens!
Annick Ponthier:
De door ons gekende capaciteitsdriehoek personeel, investeringen en budget is cruciaal en moet in evenwicht zijn. Ik herhaal nogmaals dat het grootste kapitaal van ons defensieapparaat het militaire personeel is. Zonder dat personeel dienen die grote investeringen en die verhoogde budgetten tot niet veel.
De signalen die de militairen hebben gegeven, mogen absoluut niet op een koude steen vallen. Zij moeten gehoord worden. We mogen hier vooral geen politiek spel van maken. Ondanks de heersende verbolgenheid bij het personeel, bestaat er heus wel marge in de toegeeflijkheid van de militairen. Zoals we allemaal weten, staan militairen in operatie 24/7 paraat voor onze veiligheid, maar zij worden daar veel te weinig voor vergoed. Zonder dan nog te spreken over die 7 jaar niet-vergoede dienst in een gemiddelde militaire loopbaan.
Het is duidelijk dat het pensioendebat voor militairen een loopbaandebat moet zijn. De specificiteit van het beroep van militair moet voorop staan. Een verhoging van de pensioenleeftijd, zoals u voorstelt, kan en mag niet los worden gezien van grondige aanpassingen aan de loopbaanvoorwaarden. Indien u die aanpassingen niet doorvoert, pleegt u eigenlijk eenzijdig contractbreuk en ontkent u de inzet die militairen dag in dag uit tonen met een voor hen kenmerkende can do -mentaliteit.
Wat de positieve valorisering en de concretisering van het sociaal plan betreft, zegt u dat die onderwerp van het sociaal overleg zullen zijn. We zullen daar ongetwijfeld later op terugkomen. Het Vlaams Belang hoopt alvast dat het sociaal overleg een positief resultaat zal opleveren en er geen negatieve gevolgen zullen optreden voor de inzet van onze Defensie en voor onze veiligheid in het algemeen, die zoals u weet momenteel ongemeen onder druk staat.
Staf Aerts:
Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister. U hebt zelf benadrukt dat 5.571 militairen een verlofdag hebben aangevraagd voor die nationale stakingsdag. Dat is bijna een op de vier en dat terwijl militairen niet echt de traditie hebben om op straat te komen. Het toont aan hoe ongerust die mensen zijn over hun verdere traject.
Theo Francken:
5.177.
Staf Aerts:
5.177, dan is het een op de vijf. Maar dan nog is het een gigantisch signaal.
Ik meen dat daar echt werk van gemaakt moet worden. Er staat wel een titel in het regeerakkoord dat het personeel van Defensie het hart is van Defensie, maar er is geen antwoord gekomen op alle belangrijke bekommernissen die toen door de vakbonden zijn aangehaald. Over de pensioenhervorming staat niets in die titel van het regeerakkoord. Waarover gaat die paragraaf vooral? Over reservisten en over de vrijwillige legerdienst.
Theo Francken:
(…)
Staf Aerts:
Woon-werk staat er inderdaad in, maar over heel wat andere zaken staat er niets in vermeld.
Wat de vrijwillige legerdienst betreft, bijvoorbeeld, meen ik dat die hard aangekomen moet zijn. We hebben te horen gekregen dat een sergeant met 9 jaar ervaring 2.200 euro netto verdient. U communiceert dan heel fier, om het aantrekkelijk te maken, dat men voor de vrijwillige legerdienst 2.000 euro netto krijgt. Een vrijwilliger krijgt blijkbaar dus nagenoeg evenveel als een sergeant met 9 jaar ervaring. Dan meen ik dat er nog heel wat werk aan de winkel is om het pensioen aantrekkelijk te houden en om de hele loopbaan aantrekkelijk te maken.
Het kapitaal van het leger zijn overduidelijk de militairen. Zonder hen kan het wapentuig niet bediend worden. We zullen dus absoluut verder op militairen moeten inzetten. Ik ben niet gerustgesteld door het regeerakkoord, maar dat zal u niet verbazen.
We zullen absoluut blijven opvolgen of uw woorden effectief in daden worden omgezet.
Theo Francken:
Een vrijwilliger is een militair. Die 2.000 euro is wat een militair krijgt als hij binnenkomt. Waarom zouden jongeren die op 18 jaar binnenkomen en 12 maanden dienen, minder betaald moeten worden? Dat snap ik niet, hoor. Ik meen dat u dat nog eens goed moet bekijken.
Robin Tonniau:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Meer dan 5.000 militairen die een van hun weinige verlofdagen opofferen om mee te komen betogen in Brussel, is een heel sterk signaal. Ik herinner mij dat Bouchez in de Kamer verklaarde dat alle mensen die op straat komen, betaald zijn door de vakbonden en dat het allemaal om betaalde militanten gaat. Hij vergist zich daarin. Ik heb de betrokkenen gezien die op straat kwamen. Dat waren niet allemaal mensen die voor de vakbond werken. Dat bewijzen de cijfers van Defensie ook.
Tijdens de hoorzitting met de vakbonden heeft het ACV het mooi verwoord: “De overheid en de maatschappij hebben schuld opgebouwd bij elke militair, door hen, zoals hiervoor gepresenteerd, specifiek te behandelen en te gebruiken. Die schuld wordt tot op heden vereffend op het einde van de loopbaan via de pensioenen, omdat ze niet vereffend kan worden tijdens de loopbaan. Als die schuld plots wordt betwist, zullen veel militairen eruit stappen en hun boots aan de haak hangen.”
U investeert inderdaad veel in Defensie, maar vooral in materieel. De vakbonden werpen op dat er vandaag niet genoeg personeel is om alle nieuwe materieel te bedienen dat zal binnenkomen. In dat geval is er geen Defensie. De ACMP merkte ook op dat begrotingsgewijs de meerkosten voor de pensioenplannen van Arizona voor Defensie ons geld zullen kosten. Dat zal ons 140 miljoen euro kosten. Het is dus quatsch dat het om een besparingsmaatregel gaat. Het zal ons geld kosten. Wat zullen de militairen die hun job niet meer kunnen uitoefenen zoals het moet, immers elke dag doen?
Denis Ducarme:
Monsieur le ministre, vous nous apportez au moins trois bonnes nouvelles. La première, c'est celle liée aux pensions. Vous voulez vous engager dans le cadre du dialogue social. Vous précisez que le métier de militaire et certaines catégories de militaires sont bien spécifiques. Nous n’allons pas demander à des militaires de 64 ans de sauter en parachute ou de se trouver sur un théâtre d'opération. Il est clair que, par rapport à cela, il existe une dimension du métier de militaire que vous souhaitez prendre en compte dans le cadre des réformes nécessaires en matière de pensions.
La deuxième bonne nouvelle, c'est celle liée au nombre de militaires qui ont demandé congé. Mme Dedonder avait mis en grève 100 % des militaires. C'est ce qu'elle avait fait en octroyant cette dispense de service. Finalement, ce n'étaient pas 100 % qui avaient demandé congé, mais seulement 20 %. Les militaires ont leur libre arbitre et sont en mesure de décider par eux-mêmes, parce que ce sont des gens intelligents. Ils savent s'ils veulent manifester ou pas. Ils n'ont pas besoin d'un ministre socialiste pour cela.
La dernière excellente nouvelle, c'est qu'à la différence de votre prédécesseur, vous allez travailler, comme vous l'avez indiqué, dans la collégialité. Vous concerterez un certain nombre de décisions, ce que votre prédécesseur n'avait pas fait. Je me réjouis naturellement de l'avenir dans cette perspective.
Peter Buysrogge:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U geeft aan dat het personeel essentieel is voor Defensie. Ik denk dat dit ons aller bezorgdheid is. Het personeel vormt het hart van Defensie. Als we zien wat er allemaal gebeurt op geopolitiek vlak en hoe alles evolueert, dan hebben we dat personeel meer dan ooit nodig. Het is dan ook goed dat het regeerakkoord daarvan uitgaat en dat u dat ook verkondigt, maar nog belangrijker zijn uw daden. U moet daaraan bijkomend prioriteit geven, maar ik twijfel er niet aan dat dit ook het geval is.
Mijnheer Aerts, het klopt uiteraard niet dat er bijna niet wordt gesproken over het personeel en dat er enkel maar over die pensioenhervorming wordt gesproken. Zowel u in uw inleiding als de vakbonden hebben bijvoorbeeld verwezen naar de bijzondere problematiek van het woon-werkverkeer. In het regeerakkoord staat dat daarvan prioritair werk moet worden gemaakt.
Collega's, willen we een pensioenhervorming doorvoeren? Hoe men het draait of keert, dit is nu eenmaal een maatschappelijke realiteit. Niets doen, is geen optie. Het is ons aller verantwoordelijkheid om de hervorming effectief door te voeren en het lijkt mij dan ook relevant om elke vorm van fakenieuws tegen te spreken als dat zou leiden tot een massale uitstroom. Een jongere kiest niet voor Defensie omdat hij op zijn 56ste of een andere leeftijd met pensioen kan gaan. Het statuut is belangrijk, maar nog belangrijker voor die jongere is te kunnen kiezen voor die veiligheid, te kunnen kiezen om te werken aan de geopolitieke omgeving, te kunnen werken met modern materieel en aantrekkelijke uitdagingen aan te gaan bij Defensie. Daarvoor kiest een jongere. Er is op dit moment heel veel interesse bij de jongeren. Dat zien we op de infodagen. Defensie is belangrijk en ik denk niet dat de pensioenhervorming op dat vlak een impact heeft.
Mijnheer de minister, neem dat sociaal overleg ernstig. Werk met alle vakbonden een akkoord uit en betrek het Parlement daarbij als het gaat over de hervorming van het sociaal statuut van de militairen.
Axel Weydts:
Mijnheer de minister, als ik spreek met mijn collega's van destijds bij Defensie, dan is hetgeen wat op dit moment voor hen het zwaarst weegt de onzekerheid. Wat komt er op ons af? Daarom zijn wij met Vooruit heel blij dat u er werk van maakt om tot dat sociaal plan te komen. U zult daarvoor in ons een bondgenoot vinden, ook in de regering.
Maak daar alsjeblieft snel werk van. Probeer die onzekerheid zo snel mogelijk weg te werken. Dat is wat echt van u wordt verwacht. U hebt in uw antwoord duidelijk gemaakt dat u hiervan echt werk wilt maken, waarvoor dank.
Darya Safai:
Bedankt voor uw uitleg, mijnheer de minister. Het is inderdaad onze bedoeling, vanuit een grote bezorgdheid, om de sociale zekerheid, die met de dag groeit, onder controle te houden. Wij moeten daar met de regering een oplossing voor zoeken.
Ik ben blij dat u verwijst naar de specificiteit van het militaire beroep, want onze soldaten staan dag en nacht paraat om onze veiligheid te garanderen. Dat vergt twee dingen van onze kant. Ten eerste, dankbaarheid. We moeten tonen dat we respect hebben voor dit beroep. Ten tweede, we moeten zorgen voor onze militairen. Daarom ben ik ook zo blij dat u minister van Defensie bent, want u hebt al bewezen dat u een groot hart voor onze defensie en de verdediging van dit land hebt. Ik ben heel blij dat u daar zit.
Ik wil zelf van hieruit ook mijn dankbaarheid voor onze defensie uiten. Ik ben blij dat wij samen met de vakorganisaties zullen zoeken naar een oplossing die de beste is voor onze militairen.
Stéphane Lasseaux:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses aux questions qui ont été posées par mes collègues. Tout d'abord, vous aviez annoncé votre intention d'organiser une concertation avec les membres du personnel. C'est quelque chose que nous estimons nécessaire en tant qu'Engagés, car nous en avons certainement bien besoin. Par ailleurs, la rencontre syndicale à laquelle nous avons participé dernièrement nous a permis de pouvoir entendre qu'il existait d'autres préoccupations que la pension. Je pense, entre autres, au transport, comme plusieurs collègues l'ont évoqué. De plus, une reconnaissance des militaires doit se manifester au sein de notre population. Toutefois, il faut veiller à ne pas déstructurer le calcul des pensions. Le personnel actif doit en effet pouvoir bénéficier d'un temps réduit, mais il est toujours nécessaire de disposer d'un personnel administratif, car nous en avons également besoin en cas de conflit afin de soutenir toutes ces personnes qui sont au combat. La carrière militaire est une très belle profession, et il ne faut certainement pas le négliger. C'est un choix qui est formé et qui correspond à une nécessité dont chaque militaire est conscient en sachant qu'il remplit plusieurs fonctions. En effet, un militaire va exercer plusieurs métiers au cours de sa vie professionnelle, puisqu'il ne restera pas forcément en fonction en permanence. C'est aussi pourquoi il choisit une telle profession, parce que, dans beaucoup de métiers, vous n'occupez pas quarante ans d'affilée le même poste. Chez les militaires, vous évoluez régulièrement. C'est ce qui permet de les motiver. Encore une fois, un tout grand merci pour les négociations qui sont en cours. Nous vous faisons confiance et nous vous laissons œuvrer. Vous avez bien raison de ne rien vouloir communiquer pour l'instant. Nous devons vous laisser accomplir le travail nécessaire.
De spoorstaking van 31 maart
De stakingen bij het spoor
De spoorstaking
De chaos tijdens de treinstaking
De landelijke spoorstakingen en gevolgen
Gesteld door
VB
Frank Troosters
PTB
Farah Jacquet
Les Engagés
Aurore Tourneur
Open Vld
Irina De Knop
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Crucke bevestigt dat de aangekondigde stakingen (tot juli) voortkomen uit vakbondsvragen over pensioenen (niet zijn bevoegdheid) en modernisering NMBS, zoals de toekomst van HR Rail en arbeidsomstandigheden. Hij onderhandelt om de 15 dagen met de grote vakbonden (90% personeel) om de NMBS voor te bereiden op liberalisering (2032) en de dienstverlening te garanderen, maar sluit niet uit dat acties blijven doorgaan. De gegarandeerde dienstverlening faalde door real-time storingen (bv. treinen met minder wagons), terwijl compensatie beperkt blijft tot bestaande EU-regels—weliswaar "genereuzer" dan elders. Kritiek blijft op het verlies aan reizigersvertrouwen en het risico dat stakingen de NMBS definitief schaden, ondanks de ministeriële belofte van structureel sociaal overleg.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De vakbonden ACOD Spoor en ACV Transcom kondigden na een overleg met minister van Mobiliteit Crucke aan om tot juli over te gaan tot een reeks acties waaronder ook stakingen. Een eerste staking zou doorgaan op 31 maart. De treinreizigers zullen hiervan hinder ondervinden.
Kan de minister het verloop en de inhoud van de gesprekken die hij met de vakorganisaties had toelichten?
Zal de minister nog acties ondernemen om de aangekondigde acties te vermijden? Zo ja, welke en wanneer? Zo neen, waarom niet?
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, les dernières actions syndicales, durant lesquelles les navetteurs ont eu l'impression d'être pris en otage, ont eu des conséquences directes sur la continuité du service public. La confiance des usagers à l'égard des chemins de fer risque d'en être affectée. La SNCB et vous-même avez condamné cette action des syndicats indépendants, qui, rappelons-le, représentent à peine 5 % du personnel de la SNCB.
Vous appelez à un dialogue constructif. Vous avez d'ailleurs pris l'initiative de rencontrer les deux grands syndicats du rail. Cependant, l'absence d'une ligne syndicale unifiée complique la gestion de la situation sociale au sein du secteur.
Monsieur le ministre, vous avez évoqué l'importance de la concertation avec les syndicats. Quelle est votre stratégie pour désamorcer la situation et garantir un dialogue social efficace? Quelles actions peut-on mettre en place afin d'assurer un équilibre entre les revendications syndicales et la nécessité d'éviter une paralysie prolongée du réseau ferroviaire?
Irina De Knop:
Deze vraag werd al enkele dagen geleden ingediend en ik ben blij dat we het toch hierover kunnen hebben. We hebben de negendaagse staking op het spoor tegen de plannen van de nieuwe regering goed gevoeld. Ze zorgde voor grote hinder en chaos.
Door de wet op de gegarandeerde dienstverlening zouden de reizigers 24 uur op voorhand zicht moeten hebben op welke treinen al dan niet rijden. Reizigers moeten kunnen vertrouwen op deze alternatieve treindienst, maar we merkten dat ze dat niet konden, ondanks het feit dat deze dienstverlening gegarandeerd zou moeten zijn. Zo reden er op zaterdag 22 februari geen treinen tussen Kortrijk en Brugge, terwijl ze wel aangekondigd waren.
Daarnaast horen we veel klachten van reizigers over de verminderde samenstelling van treinen. Ook daarover wil ik het hebben. Niet alleen wij hebben dat vastgesteld, ook TreinTramBus maakte melding van treinen tussen Antwerpen en Brussel, een van de hoofdlijnen van ons land, met slechts één treinstel. In Liedekerke, in de buurt vanwaar ik afkomstig ben, werd er geroepen, getrokken en geschreeuwd om op een trein te stappen met slechts zes rijstellen in plaats van de gebruikelijke negen. Uiteindelijk kon daar niemand opstappen.
Dat er minder treinen rijden tijdens een staking is logisch, maar dat de gegarandeerde dienstverlening niet kan worden gegarandeerd en het aantal treinstellen wordt beperkt wanneer minder dan de helft van de treinen rijdt, kunnen wij heel moeilijk begrijpen. Als we de reizigers willen aanmoedigen om zich met de wagen te verplaatsen, dan is de NMBS heel goed bezig.
Ondertussen vernam ik in de media dat er nieuwe acties worden aangekondigd tussen nu en juli. Opnieuw zou het gaan over kleinere vakbonden, maar we zijn heel erg bezorgd, gelet op de negen dagen die we achter ons hebben, dat we tot en met de zomer zullen sukkelen en dat mensen die een abonnement hebben gezien zijn en echt gestraft worden door de vele vakbonden.
Waarom reden zoveel treinen met een verminderde samenstelling, dus met minder wagens dan normaal? Waarom reed slechts een op de drie?
Zullen de reizigers gecompenseerd worden voor deze chaos? Zal er een speciale compensatie voorzien worden?
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, tout d'abord, je tiens à insister sur le fait que je ne veux pas faire d'amalgame pour ce qui concerne les syndicats. Je suis en contact régulier avec les grandes organisations syndicales reconnues, qui représentent plus de 90 % du personnel, et les contacts sont bons, mais j'y reviendrai.
De manière générale, les syndicats ont deux types de revendications. Celles-ci concernent d'une part les pensions, un domaine pour lequel je ne suis pas compétent. Je sais que les organisations syndicales reconnues rencontrent ce jour mon collègue chargé des Pensions, et nous verrons ce qui ressortira de cette rencontre. Les autres revendications portent sur la modernisation de la SNCB. À cet égard, les questionnements des syndicats sont légitimes puisqu'il s'agit d'obtenir des éclaircissements sur certaines dispositions de l'accord de gouvernement, et en particulier sur l'évolution de HR Rail, la modernisation de la politique du personnel et la concertation sociale.
Mon ambition consiste donc à préparer la SNCB à l'après-2032 – date de la libéralisation du rail – et à mettre en place le cadre et les conditions nécessaires pour que la SNCB puisse réaliser ses missions de service public telles qu'elles lui sont confiées aujourd'hui, dans la trajectoire de productivité qui lui est assignée dans ce contrat, afin de devenir performante au terme de celui-ci. Comme toujours, je pense qu'il faut d'abord négocier, et je négocierai avec eux et avec ceux qui acceptent les conditions de la négociation.
De onderhandelingen zijn nog gaande. Er staat zoveel op het spel dat we nog maanden zullen onderhandelen.
Ik heb regelmatige bijeenkomsten gepland met de vakbonden die lid zijn van de NPC en met de overheidsbedrijven. We hebben een nauwkeurig tijdschema opgesteld.
Specifiek voor u, voorzitter, we hebben gepland te spreken over de overdracht van een deel van de activiteiten van HR Rail aan de overheidsbedrijven, de reikwijdte van de activiteiten van HR Rail en de herdefiniëring van het bedrijfsdoel, maar ook over ontwikkeling van de werkgelegenheid bij de spoorwegen, de ontwikkeling van een statuut van het personeel, de arbeidsomstandigheden, het welzijn van het spoorwegpersoneel en de ontwikkeling van de sociale dialoog.
Wat de gegarandeerde diensten betreft, stelt het regeerakkoord dat deze moeten worden versterkt, maar dat ze het hele netwerk moeten dekken.
We zullen ons ook buigen over de kwestie van de financiering van de sector en over de beste manier om te voldoen aan de vereisten van het regeerakkoord op het vlak van besparingen, zonder de werkgelegenheid of het welzijn van het personeel in het gedrang te brengen. Tegelijkertijd willen we garanderen dat de NMBS en Infrabel de uitdagingen kunnen waarmaken die ze in hun respectieve contracten hebben vastgelegd.
Le dialogue social est donc désormais mis en place et sera poursuivi à un rythme régulier, à savoir tous les 15 jours, pendant plusieurs mois. C’est à l’occasion de celui-ci que j’entends que chacune des parties puisse s’exprimer également.
Mevrouw De Knop, waarom rijden zoveel treinen met een verminderde samenstelling ondanks dat slechts een op de drie IC-treinen tijdens de garandeerde dienstverlening rijdt? Het treinverkeer blijft ook tijdens stakingsdagen onderhevig aan realtime evenementen. Een trein die plots dienst weigert, kan nooit worden uitgesloten.
Zullen de reizigers voor deze chaos worden gecompenseerd? Zal in een speciale compensatie worden voorzien, zoals een Sorry Pas? De standaardcompensatieregeling is van toepassing. Volgens de bepalingen opgenomen in het openbaredienstcontract 2023-2032, is dat gebaseerd op Europese wetgeving over de rechten en plichten van de treinreizigers. Ik kan u zeggen dat de compensatieregeling van de NMBS genereuzer is.
Frank Troosters:
Dank u wel voor uw uitgebreid antwoord, mijnheer de minister.
Dit heeft niets met de staking te maken, maar ik ben blij te horen dat u de aankomende liberalisering voor 2032 zult voorbereiden. Dat heb ik regelmatig aan de vorige minister van Mobiliteit gevraagd – niet alleen ik trouwens –, maar ik heb nooit enige ambitie in die zin gehoord. Ik maak me daarover wel zorgen, want dat komt er zeer snel aan. Ik ben blij te horen dat u dat zegt. Ik hoop natuurlijk ook dat u slaagt.
U bent niet bevoegd voor de pensioenen, maar dat zal wel een groot struikelblok blijven. Ik hoop dat u er met uw sociaal overleg in slaagt om een aantal bezorgdheden waar het personeel over struikelt – terecht of onterecht, dat laat ik in het midden – weg te nemen, zodat die treinen kunnen rijden.
Er zijn nog heel wat stakingen aangekondigd. Dat is echt desastreus voor het imago van de NMBS, maar ook voor het vertrouwen dat de mensen hebben. Ik kan me voorstellen dat heel veel mensen afhaken met alle spoorellende die er is. Ik kan hun geen ongelijk geven.
Tot slot, ik denk dat het absoluut nodig is om de gegarandeerde dienstverlening ruimer uit te rollen. Ik denk dat er inderdaad toch wel wat pijnpunten zijn. Ondanks de inspanningen, ondanks de moeilijke organisatie, zijn er toch nog plaatsen waar mensen in de kou blijven staan. Ik hoop dat u daarvan ook werk maakt en dat u daarin slaagt.
Aurore Tourneur:
Monsieur le ministre, nous saluons votre engagement en faveur du dialogue social. Vous avez démontré que la concertation et la recherche d’un compromis sont au cœur de votre approche. Il est essentiel de garder ce cap pour maintenir la confiance des usagers dans le transport ferroviaire.
La pérennité du service public ferroviaire dépend de cette capacité à concilier les intérêts des travailleurs et ceux des usagers. Le droit de grève est fondamental, mais ne peut contribuer à paralyser un pays qui, plus que jamais, doit pouvoir compter sur la dynamique de ses services publics.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ook ik was blij gestemd te horen dat u de NMBS wilt voorbereiden op de liberalisering en dat u dat engagement duidelijk uitspreekt. Dank daarvoor. Ik blijf natuurlijk ongerust en sluit me aan bij wat de collega van Les Engagés zegt, met name dat mensen vertrouwen moeten behouden in de NMBS, maar ik vrees dat dat momenteel niet het geval is. Ik heb zo het gevoel dat wij in deze commissie al enigszins berusten in het feit dat die stakingen plaatsvinden en dat die gevolgen met zich meebrengen. De gevolgen zijn echt verstrekkend. Heel veel mensen zoeken nu alternatieven en ik ben er niet zeker van dat we die reizigers nog terugkrijgen bij de NMBS. Kortom, het is cruciaal dat we die stakingen zo snel mogelijk tot het verleden kunnen laten behoren. Dat u regelmatig met de NMBS samenzit, stemt me gelukkig, maar ik vraag me af of één keer om de twee weken volstaat als we op korte termijn resultaten willen zien.
De minimale dienstverlening en personen met een beperking
Assistentie voor mensen met een beperkte mobiliteit tijdens stakingen bij de NMBS
Toegankelijkheid en ondersteuning voor personen met beperkingen bij openbaar vervoer
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de ontoegankelijkheid van de gegarandeerde NMBS-dienstverlening tijdens stakingen voor reizigers met een beperking, ondanks het recht op mobiliteit. De NMBS benadrukt dat assistentie wel mogelijk is, maar alleen voor treinen die daadwerkelijk rijden en mits herbevestiging 24u vooraf—wat door critici als een onredelijke extra drempel wordt gezien. Hoewel de NMBS proactief contact belooft met vooraf geregistreerde reizigers, blijft de complexiteit door onvoorspelbaar personeelsverzuim en gebrek aan structurele oplossingen een knelpunt. Toegankelijkheid voor kwetsbare groepen moet prioriteit krijgen, maar concrete maatregelen ontbreken nog.
Dorien Cuylaerts:
De kleine spoorbonden legden het werk neer van 21 februari tot en met 2 maart. Ze protesteerden tegen de plannen van het nieuwe regeerakkoord en het zal mogelijk ook niet de laatste staking zijn. Gelukkig was er de gegarandeerde dienstverlening, zodat er toch wel een aantal treinen bleef rijden, weliswaar een beperkt aanbod.
Maar wat bleek nu? Mensen met een beperking kunnen daar helemaal geen gebruik van maken. De NMBS aanvaardt geen reservaties voor assistentie omdat er geen permanentie is en het treinaanbod last minute kan veranderen. Wat is het gevolg? Voor deze treinreizigers is er niks voorzien, geen trein, geen alternatief. Zij raken niet op hun werk, zij kunnen niet naar hun afspraken en zij dreigen in sociaal isolement te belanden.
Hoe kan het dat net de reizigers die extra ondersteuning nodig hebben volledig buitenspel worden gezet? Wat is uw visie daarover?
Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat ook zij tijdens een staking gebruik kunnen maken van een gegarandeerde dienstverlening? Zult u in de toekomst maatregelen nemen zodat een gegarandeerde dienstverlening voor iedereen geldt, dus ook voor mensen met een beperking?
Irina De Knop:
Het thema is al goed ingeleid door de collega. Ondertussen ligt die staking achter ons, maar het probleem blijft actueel. Ook wij zijn erg bezorgd omdat de gegarandeerde dienstverlening blijkbaar niet gegarandeerd is voor mensen met een beperking. Uiteraard is dat voor hen nog belangrijker dan voor andere mensen, omdat het openbaar vervoer voor hen vaak de enige manier is om zich te verplaatsen.
Waarom wordt er tijdens een staking geen assistentie verleend aan mensen met een beperkte mobiliteit, ondanks de verplichting om minimale treinvoorzieningen te garanderen? Welke maatregelen worden er overwogen of zijn ondertussen al ingevoerd om ervoor te zorgen dat mensen met een beperkte mobiliteit in de toekomst toch geholpen kunnen worden, ook tijdens stakingen?
Jean-Luc Crucke:
Geachte leden, de NMBS wenst de bewering dat er tijdens stakingen geen assistentie wordt verleend aan mensen met een beperkte mobiliteit resoluut te ontkrachten. We begrijpen dat de huidige situatie frustrerend kan zijn voor reizigers die extra ondersteuning nodig hebben, maar we benadrukken dat de NMBS zich dagelijks inzet om een zo goed mogelijke dienstverlening te garanderen, ook tijdens sociale acties.
Bij elke staking werkt de NMBS samen met Infrabel een alternatieve treindienst uit op basis van het beschikbare personeel. Dat laat toe om zoveel mogelijk reizigers een oplossing te bieden voor hun verplaatsing. De alternatieve dienstregeling wordt uiterlijk 24 uur voor elke stakingsdag gecommuniceerd.
In deze context willen we verduidelijken dat de NMBS niet de minimale dienstverlening organiseert, zoals dat soms wordt begrepen, maar een gegarandeerde dienstverlening. Dat betekent dat het aanbod wordt bepaald door de beschikbare middelen en personeelsleden. De NMBS blijft assistentie aanbieden aan mensen met een beperkte mobiliteit, maar altijd binnen het kader van de treinen die daadwerkelijk rijden voor zo'n alternatieve treindienst.
We delen de overtuiging dat alle reizigers, inclusief mensen met een beperkte mobiliteit, recht hebben op toegang tot het openbaar vervoer. De organisatie van assistentie tijdens een staking is evenwel een complex proces, omdat de NMBS pas zicht krijgt op het beschikbare personeel wanneer de werkintenties van de medewerkers bekend zijn. Daardoor kan assistentie pas vanaf 24 uur voor een stakingsdag definitief worden toegezegd.
Aan reizigers die assistentie nodig hebben wordt daarom gevraagd om vanaf 24 uur voor hun reis contact op te nemen met het NMBS-contactcenter om een aanvraag in te dienen. Met reizigers die vooraf al assistentie hadden aangevraagd, wordt actief contact opgenomen met de vraag om hun aanvraag telefonisch opnieuw te bevestigen, zodra de alternatieve dienstregeling bekend is.
De NMBS streeft ernaar om elke assistentieaanvraag maximaal in te vullen. Indien een aanvraag niet kan worden beantwoord, wat soms het geval is, wordt de betrokken reiziger daar rechtstreeks over geïnformeerd. We betreuren dat er in de media een ander beeld is ontstaan en begrijpen dat dat verwarring heeft veroorzaakt. Ik begrijp dus ook uw vragen. De klant die haar verhaal in de pers deed, kreeg in eerste instantie niet de juiste en volledige informatie.
De NMBS levert aanzienlijke inspanningen om tijdens stakingen een alternatieve dienstverlening te garanderen voor alle reizigers. Zeker bij een meerdaagse staking, waarbij de dienstregeling van dag tot dag kan veranderen, blijft dat een grote uitdaging. De sterke beperkingen van het beschikbaar personeel maken dat extra complex en brengen steeds het risico met zich mee van een realtimeaanpassing, bijvoorbeeld door onverwacht absenteïsme. Daarom is het van cruciaal belang dat alle reizigers, zeker ook personen met beperkte mobiliteit en hun begeleiders, de actuele informatie raadplegen via de officiële NMBS-kanalen.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, deze vraag dateert inderdaad van een aantal weken geleden. De NMBS had ook al gecommuniceerd dat het om een misverstand ging. Desalniettemin was het van belang om de vraag te behouden, omdat er wel heel wat commotie over is geweest. Het is immers wel van belang dat net de mensen met een beperkte mobiliteit ook gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. U gaf heel duidelijk aan dat dat nog mogelijk is, mits een aanvraag tot assistentie 24 uur op voorhand.
Wat me heel aangenaam verrast, is dat mensen proactief gecontacteerd worden door de NMBS wanneer ze op voorhand assistentie hebben aangevraagd. Dat vind ik zeker een pluspunt om mee te nemen. Het is aangenaam om te horen, want die assistentie is voor die mensen echt wel van belang. De toegankelijkheid van het spoorvervoer tout court is prioritair.
Irina De Knop:
Ik maak uit de toon van uw antwoord op dat u het zelf ook absoluut anders zou willen en dat we de NMBS daarop moeten blijven aanspreken.
Over één dingetje ben ik wat ongeruster. Ik dacht in uw antwoord gehoord te hebben dat zelfs wanneer mensen op voorhand de afspraak hebben gemaakt, ze bij een staking opnieuw contact moeten opnemen. Die stap zou er eigenlijk tussenuit moeten. De NMBS zou proactief mensen die vooraf de moeite hebben gedaan om een afspraak te maken, moeten kunnen contacteren. Zelfs wanneer het slecht nieuws is, komt het toch beter over wanneer de NMBS zelf contact opneemt met de klant dan wanneer de klant er zelf achteraan moet gaan.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56002719C en 56002721C van de heer Cornillie zijn uitgesteld.
De vouchers voor eersteklasreizigers tijdens de nationale staking van 13 februari 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 12 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Tijdens de nationale staking van 13 februari ontvingen eersteklasreizigers van de NMBS C6-vouchers (compensatiebewijzen) wegens overvolle treinen, maar zonder duidelijke uitleg op het ticket zelf. Minister Crucke verklaarde dat deze vouchers binnen 14 dagen bij de klantendienst kunnen worden ingediend voor compensatie, met 100 tickets per dag uitgeschreven tussen 10 en 13 februari. Cuylaerts kritiseerde het gebrek aan communicatie en benadrukte dat betere informatie frustratie had kunnen voorkomen. De kern: transparantie en klantvriendelijkheid bij serviceverstoringen blijven knelpunten.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, op 13 februari vond een nationale staking plaats. Werknemers van onder meer De Lijn, de MIVB, de luchthavens en bpost legden het werk neer en protesteerden tegen de plannen uit het nieuwe regeerakkoord.
Ondanks de staking reden de treinen van de NMBS wel, waardoor er maar liefst 60.000 betogers naar Brussel reisden. Dat leidde tot overvolle treinen, die bovendien sommige haltes oversloegen wegens de drukte. Ook de reizigers in eerste klasse hadden overlast van de overvolle treinen. Ze kregen van de treinconducteur een voucher, maar zonder enige uitleg over de inhoud of het nut ervan.
Hebt u een idee hoeveel vouchers werden uitgedeeld op 13 februari aan de reizigers in eerste klasse? Op de vouchers staat geen uitleg over wat de reiziger ermee kan doen. Waarom is op de achterkant niet meegedeeld wat de bedoeling ervan is? Wat kunnen de reizigers met de voucher aanvangen? Kunt u, mijnheer de minister, daaromtrent wat meer duidelijkheid geven?
Jean-Luc Crucke:
Bij de NMBS staat de reizigerservaring centraal. Ze streeft ernaar om elke treinreis zo aangenaam mogelijk te maken met een sterke focus op veiligheid, stiptheid en duidelijke informatie. Haar hoofddoel is producten en diensten aanbieden die voldoen aan de verwachtingen van de verschillende treinreizigers. Wanneer een reis niet voldoet aan de verwachtingen, kan een treinbegeleider een C6-ticket uitschrijven.
Het kan gaan om verdwaalde reizigers, een tekort aan zitplaatsen in het algemeen of een situatie zoals u beschrijft, wanneer een reiziger een eersteklasticket heeft gekocht, maar daar door omstandigheden geen gebruik van kan maken. Het C6-ticket fungeert als een voucher. De reiziger kan met dat ticket contact opnemen met de klantendienst om een compensatie aan te vragen, aangezien hij niet heeft kunnen genieten van de service waarvoor hij betaald heeft.
In de praktijk gebeurt dat vooral wanneer een reiziger daarover een klacht uit of wanneer er uitzonderlijk veel reizigers op de trein zijn. Op het ticket staat duidelijk geschreven dat de aanvraag voor compensatie ingediend moet worden binnen de veertien dagen na de treinreis. Mij lijkt dit niet alleen een klantvriendelijke, maar ook transparante service van de NMBS.
Tussen 10 en 13 februari werden dagelijks zo'n 100 tickets uitgeschreven.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, uw antwoord is op nieuw heel duidelijk. De staking had effectief ernstige gevolgen, zeker voor de reizigers in eerste klasse. Ik heb zelf ook zo'n kaartje gekregen: op de achterkant staat eigenlijk niets van uitleg. Dat laat ik in het midden, maar ik zal het u bezorgen.
Ik wil nog maar eens benadrukken – het is al een aantal keer in mijn vragen naar voren gekomen – dat men heel veel frustratie kan wegwerken door een goede communicatie. Dat zou al heel veel oplossen. Misschien is het de moeite waard om in de toekomst de communicatie wat nader te bekijken.
Voorzitter:
Les questions jointes n° 56002855C de M. Bayet et n° 56003450C de Mme Thémont sont reportées.
De staking bij bpost
Werkbaar werk bij bpost
Het verschil in productiviteitsmaatregelen bij bpost in Vlaanderen en Wallonië
De staking bij bpost
De gevolgen van de blokkade van de Waalse sorteercentra voor de postbedeling in Limburg
De gevolgen van de blokkade van de Waalse sorteercentra voor de postbedeling in Limburg
De staking bij bpost
De economische impact van de stakingen bij bpost
Gerechtsdeurwaarders bij bpost
De staking bij bpost
Arbeidsconflicten en gevolgen bij bpost
Gesteld aan
Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)
op 11 maart 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de crisis bij bpost, waar privatisering, slechte arbeidsomstandigheden (overbelaste postbodes, ondoordachte herstructureringen) en communautaire spanningen (verschillen in productiviteitsmaatregelen tussen Vlaanderen en Wallonië) de publieke dienstverlening ondermijnen. De minister benadrukt sociaal overleg en geleidelijke modernisering, maar PVDA en oppositie wijzen op falend beleid: winstbejag (mislukte VS-investeringen), verzwakte dienstverlening (krantenbezorging, pakketachterstanden) en onderdrukking van stakingsrecht (inzet deurwaarders). Vlaamse partijen vrezen tweesporenbeleid door Waals verzet tegen hervormingen, terwijl Franstaligen het behoud van publieke waarden afdwingen. Kernpunt: bpost’s toekomst als publieke dienst staat op het spel door liberalisering, slecht management en gebrek aan uniforme arbeidsnormen, met risico’s voor werkgelegenheid en betrouwbaarheid.
Annik Van den Bosch:
Mevrouw de minister, de situatie bij bpost is meer dan zorgwekkend. Wat we zien, is een pijnlijke illustratie van hoe liberalisering en privatisering onze publieke diensten ondermijnen en werknemers in de kou laten staan. Het is niet alleen zichtbaar bij bpost, maar ook bij het commerciële bedrijf PostNL, dat in zwaar weer verkeert. PostNL vroeg de Nederlandse overheid onlangs 68 miljoen euro steun om de postbezorging te kunnen blijven garanderen. De aanvraag werd echter afgewezen, wat de fragiele positie van dergelijke bedrijven blootlegt.
De PVDA wil absoluut vermijden dat bpost dezelfde weg inslaat. Het faillissement van een nationale postdienst zou immers verstrekkende gevolgen hebben voor de werkgelegenheid, de economie en de betrouwbaarheid van essentiële diensten.
In het regeerakkoord staat dat er wordt ingezet op werkbaar werk en duurzame loopbanen. Wat zien we echter op de werkvloer? Postbodes moeten tot wel 250 extra brievenbussen bedienen door het wegvallen van de krantenronde. Werkschema’s worden ingrijpend aangepast, waardoor niet alleen de fysieke belasting verhoogt, maar waardoor ook het sociale leven van de werknemers onder druk wordt gezet. Dit alles gebeurt zonder voldoende overgangsmaatregelen en binnen een veel te korte tijdspanne.
Deze herstructureringen passen in een bredere trend. De uitholling van bpost en de afstoting van essentiële taken als de krantenbedeling leiden niet alleen tot slechtere arbeidsomstandigheden, maar ook tot de verzwakking van de openbare dienstverlening. Het is duidelijk, het winstbejag krijgt voorrang op de belangen van de werknemers en de burgers. Het blijft ook niet bij de werkdruk alleen. Bpost boekte een negatieve nettowinst, vooral door de afschrijving van bijna 300 miljoen euro op zijn Amerikaanse dochteronderneming Radial. Dit buitenlandse avontuur kost onze nationale postdienst handenvol geld. Terwijl bpost zijn eigen arbeiders tot het uiterste drijft, blijft het management risicovolle investeringen najagen, ver weg van onze eigen publieke dienstverlening.
Daarbovenop lezen we in het regeerakkoord over het defensiefonds, dat gefinancierd zou worden door de verkoop van publieke eigendommen. Betekent dit dat bpost op de verkooplijst staat? Gaan we onze nationale postdienst verkopen om militaire uitgaven te financieren? De PVDA zegt hier resoluut nee tegen. Publieke diensten zijn er om de gemeenschap te dienen, niet om in de uitverkoop te zetten voor defensieprojecten.
In het licht van de globaliserende markt moeten we ons afvragen of het nog wel verstandig is om actief te blijven op de Amerikaanse markt, zeker gezien de politieke ontwikkelingen daar. Tijdens de eerste ambtstermijn van Trump zagen 200 Amerikaanse miljardairs hun gezamenlijk vermogen met meer dan 1.000 miljard euro groeien, terwijl tegelijkertijd tal van regels die werknemers beschermden werden ontmanteld. Is dat het klimaat waarin we onze publieke middelen willen investeren? De PVDA heeft steeds gewaarschuwd voor de gevaren van dergelijke neoliberale beleidslijnen en pleit voor een focus op lokale investeringen die onze eigen economie en werknemers ten goede komen.
Mevrouw de minister, bent u bereid om daadwerkelijk in te zitten op werkbaar werk voor de werknemers van bpost? Welke concrete maatregelen zult u nemen om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren?
Zult u het krantencontract opnieuw aan bpost toekennen, om zo de openbare dienstverlening te versterken? Zal de Belgische Staat minstens 51 % van de aandelen van bpost behouden om te garanderen dat onze postdienst een publieke dienst blijft?
Waarom kiest u ervoor om stakingen te onderdrukken met deurwaarders en politie? Gaan we in België tegenwoordig op die manier om met het stakingsrecht?
Bent u van plan om de buitenlandse investeringen van bpost, vooral in de Verenigde Staten, te herzien in het licht van de huidige politieke en economische omstandigheden?
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, de voorgaande collega heeft al heel wat aangehaald. In februari werd in de sorteercentra van bpost in Brussel, Charleroi en Luik langer dan een week gestaakt tegen een reorganisatie van het werk. Op zondag 16 februari meldde de directie van bpost dat de stakingsposten opgeheven zouden zijn, waarbij in Luik en Charleroi een deurwaarder werd ingezet, terwijl in Brussel de stakingspost vrijwillig werd verwijderd. De vakbonden kondigden meteen aan beroep aan te tekenen tegen die beslissing en overwogen om opnieuw stakingsposten te openen.
Als minister riep u de directie en de vakbonden van bpost op om de sociale dialoog te hervatten en zat u op maandag 17 februari, de dag erna, aan tafel met de betrokken actoren. Uiteindelijk kwam er dan toch een vergelijk. De directies en vakbonden zouden ondertussen wel verder blijven praten over de precieze modaliteiten van die reorganisaties.
Daarnaast speelt nog een andere dimensie mee in dit verhaal, los van de staking zelf, en daarover gaat mijn tweede vraag. Er was een duidelijke communautaire breuklijn bij die staking, zoals we dat wel vaker zien in dit land. Bij de implementatie van bepaalde reorganisaties binnen bpost in de afgelopen maanden dook die ook heel vaak op.
Volgens de CEO van bpost, Chris Peeters, en volgens verschillende werknemers zijn er verschillende attitudes bij de Franstalige en de Nederlandstalige bonden. Dat weten we allemaal, maar de CEO stelde dus in een interview in de krant Le Soir dat er een verschil in attitude is tussen de Franstalige en de Nederlandstalige bonden bij bpost. Ook werknemers geven aan dat er in Vlaanderen meer productiviteitsmaatregelen zijn doorgevoerd dan in Wallonië en dat er in Wallonië minder bereidheid is om nieuwe manieren van werken uit te testen. Dat zorgt ervoor dat de maatregelen daar veel minder ver doorgevoerd worden.
Dat roept natuurlijk vragen op over een mogelijke werking met twee snelheden binnen bpost. Als aan de ene kant van de taalgrens een andere werkomgeving ontstaat dan aan de andere kant, dan houdt dat aanzienlijke risico's in voor de toekomst van het bedrijf zoals dat vandaag bestaat.
Ik heb daarom een aantal vragen voor u. Hoe verliep het overleg met de directie en de vakbonden? Volgt u de gesprekken tussen de directie en de vakbonden verder op? Wordt er regelmatig verslag uitgebracht aan u over die verdere gesprekken die nog steeds gaande zouden moeten zijn?
Hoe groot is de geraamde economische schade voor bpost tot nu toe? We weten allemaal dat er honderdduizenden pakketjes vastzaten. Zijn die ondertussen allemaal terecht? Zo niet, hoeveel pakketjes zijn er nog verloren geraakt of geblokkeerd?
Deelt u de mening van de CEO van bpost dat er een mentaliteitsverschil bestaat tussen de Franstalige en de Nederlandstalige bonden en dat dit een impact heeft op de invoering van productiviteitsmaatregelen binnen het bedrijf?
Is er volgens u een reëel gevaar dat bpost een bedrijf wordt dat met twee snelheden draait door de verschillen in de productiviteitsmaatregelen tussen Vlaanderen en Wallonië? Zal de federale regering bpost vragen om de verschillen in de productiviteitsmaatregelen tussen Vlaanderen en Wallonië weg te werken zodat er een level playing field is op dat vlak?
Tot slot, moet het management van bpost volgens de federale regering in het strategisch plan dat vermeld werd in het regeerakkoord rekening houden met de verschillende productiviteitsmaatregelen en attitudes in Vlaanderen en Wallonië?
Wouter Raskin:
Mevrouw de minister, ik wil het even hebben over een deelaspect van het dossier, namelijk een probleem dat zich voordeed in mijn eigen provincie Limburg ten gevolge van de stakingen. Mijn vraag dateert van februari. De stakingen waarnaar ik verwijs betreffen die in de sorteercentra in Luik, Charleroi en Brussel. In de sorteercentra in Vlaanderen verliepen de activiteiten normaal. Dat is vreemd, of misschien net niet. Daar verliep echter alles normaal.
Dat betekent evenwel niet dat er geen hinder was voor de postbedeling in Vlaanderen. Het Waalse protest had immers wel degelijk impact op de postbedeling in Limburg, aangezien het sorteercentrum in de provincie Luik ervoor zorgt dat de post bedeeld wordt in Limburg. Het was niet de eerste keer dat mijn provincie de gevolgen droeg van een staking door Waalse vakbonden.
Ik had voor u twee vragen, maar de eerste werd al beantwoord, want die staking is beëindigd, die blokkade is beëindigd.
Dan heb ik nog mijn tweede vraag. Is het een optie om de postbedeling in Limburg afhankelijk te maken van een sorteercentrum in Vlaanderen, om te vermijden dat die postbedeling in de toekomst opnieuw al te zeer verstoord wordt door acties in het zuiden van het land? Kan dat voor u? Zo niet, waarom niet?
Dimitri Legasse:
Monsieur le président, pour ma bonne compréhension, je souhaite savoir si nous abordons uniquement les premières questions relatives à la grève sous la forme d'un débat d'actualité et les autres questions par la suite ou bien si nous devons toutes les regrouper.
Voorzitter:
Il s'agit de questions jointes et non d'un débat d'actualité.
Dimitri Legasse:
Madame la ministre, les syndicats ont dénoncé ces dernières semaines la mise en place de projets de réorganisation au sein de bpost, notamment pour les tournées. Ces réorganisations au sein de l'entreprise publique sont considérées comme inhumaines par une bonne partie du personnel et viennent alourdir davantage la charge de travail.
La revendication des syndicats est simple: pouvoir faire leur travail dans des conditions correctes.
Madame la ministre, je pense avant tout aux facteurs qui assurent un travail difficile tous les jours, travail indispensable pour la population.
Un accord a été trouvé après trois semaines de lutte pour le personnel. Les facteurs attendent toutefois de savoir si l'entreprise compte mettre en place les engagements qu'elle a pris et comment elle va s'y prendre. La direction a notamment évoqué des mesures d'accompagnement pour faciliter la transition.
Madame la ministre, comment vous assurerez-vous de la concrétisation des engagements de bpost envers les facteurs? Que comptez-vous mettre en place afin de garantir aux facteurs de pouvoir travailler dans des conditions correctes?
Vanessa Matz:
Mijnheer de voorzitter, collega’s, bedankt voor uw verwelkoming in deze eerste vergadering voor mij. Ik stel u mijn medewerker Lucas Hock voor. Hij zal instaan voor de relaties met het Parlement.
Mon collaborateur fera le lien avec le Parlement, non seulement dans ses enceintes, mais aussi au dehors. Nous serons, en tout temps, mon cabinet et moi-même, à votre écoute, majorité comme opposition. Pour moi, l’important est que le débat avance et soit constructif. Si vous avez la moindre question, vous pouvez vous adresser à lui, ainsi qu’à mon chef de cabinet adjoint, ici présent. Vous rencontrerez mon chef de cabinet dans les jours qui viennent.
Le dossier bpost révèle le rôle essentiel qu’a cette entreprise pour créer des liens dans notre société, en particulier entre l’ É tat et le citoyen. Ceux qui me connaissent savent à quel point les valeurs de proximité et le lien humain me tiennent à cœur, et peu d’acteurs ont un rôle aussi central que bpost dans le maintien de cette connexion, notamment en garantissant une présence de l’ É tat sur tout le territoire et en accompagnant les citoyens dans la transition numérique. Il est fondamental d’éviter un sentiment d’abandon, tout en assurant une modernisation en phase avec les attentes et les besoins actuels.
Cette adaptation aux évolutions économiques et technologiques doit encore être menée de manière responsable pour garantir la pérennité de l'entreprise tout en respectant ses engagements sociaux et son rôle de service public. Le dialogue social est au cœur de cette transformation. Les tensions sociales récentes, conséquences des annonces de réorganisation, traduisent des inquiétudes légitimes des employés. Il est donc essentiel de veiller à une mise en œuvre progressive et concertée des réformes afin d'assurer une transition équilibrée.
J'ai rencontré séparément la direction de bpost et les organisations syndicales afin de favoriser un dialogue constructif et de trouver des solutions équilibrées. Lors de ces rendez-vous, nous avons discuté de la situation sociale en cours et de l'importance d'y trouver une solution. Je me réjouis donc de cette solution temporaire qui marque la fin de la crise et permet d'avancer positivement pour l'avenir de l'entreprise.
En ce qui concerne le suivi de l'accord du 19 février, une concertation intense se poursuit entre les partenaires sociaux, dans une atmosphère constructive. Une attention particulière sera accordée dans les prochaines semaines à une meilleure préparation et un meilleur accompagnement des réorganisations, de manière uniforme sur tout le territoire.
L'ambition de l'entreprise reste de pouvoir poursuivre son calendrier de réorganisation. La concertation à ce sujet se poursuit. L'objectif est que la modernisation de bpost se fasse dans un cadre concerté et respectueux des différentes parties prenantes.
En ce qui concerne le droit de grève et l'exécution des décisions de justice au sujet desquels certains ont posé des questions, je rappelle que le droit de grève est garanti par la Constitution. Lors des décisions de justice qui ont été prises, les juges ont estimé que la mise en place des piquets de grève ne pouvait cependant pas empêcher les travailleurs non grévistes de travailler. Il y a évidemment eu une communication vers les autorités locales dans la préparation d'une exécution de ces décisions de justice qui, au final, n'ont pas eu lieu.
Wat de vraag over werkbaar werk betreft, bpost kent een lange traditie van sociale dialoog. Dat neemt echter niet weg dat de herstructurering een impact kan hebben op de werkdruk van de postbodes. Het management voert overleg met alle sociale partners om duurzame oplossingen te vinden die zowel de levensvatbaarheid van het bedrijf en de continuïteit van de werkgelegenheid als het welzijn van de werknemers waarborgen. Ook de geldende cao legt een klemtoon op het welzijn van de werknemers.
Het is duidelijk dat deze overgang niet overal even vlot is verlopen. In Vlaanderen werd er vooraf ingezet op pilootprojecten en overlegmomenten, terwijl in Wallonië bepaalde aanpassingen abrupt werden doorgevoerd. Dat heeft geleid tot spanningen en verschillen in reactie tussen de vakbonden. Het is echter belangrijk te benadrukken dat dit geen culturele kwestie is, maar een gevolg van beleidskeuzes en managementbeslissingen.
Wat de vraag over het krantencontract betreft, in december 2023 werd bpost, net als de uitgevers van kranten en tijdschriften, geconfronteerd met een belangrijke verandering op het vlak van de persdistributie, namelijk de overschakeling vanaf 1 juli 2024 van een systeem van persconcessies en een operator van laatste toevlucht naar een systeem van belastingkredieten voor uitgevers en verenigingen.
Wat de kranten betreft, heeft bpost dynamisch op die situatie gereageerd door concurrentiële oplossingen voor persdistributie te ontwikkelen, bijvoorbeeld door de dochteronderneming AMP in te zetten. Dankzij die aanpak kan bpost een groot deel van het volume in de sector behouden. In Oost-Vlaanderen staat PPP in voor de bedeling van de kranten. In andere provincies zal de overdracht naar AMP gefaseerd verlopen. Het mechanisme dat door de vorige regering werd ingesteld, wordt zoals gepland voortgezet.
S'agissant de l'impact économique, les tensions sociales des dernières semaines n'ont pas envoyé de signaux positifs aux clients de bpost. Certains volumes de colis ont été redirigés vers la concurrence, ce qui constitue évidemment un risque immédiat mais aussi à long terme si ces volumes ne reviennent pas intégralement à bpost.
Bpost a quasiment rattrapé les retards causés par la grève et ses équipes travaillent activement à restaurer la qualité du service. Il est désormais essentiel d'assurer une reprise stable et de restaurer la confiance des clients, notamment en renforçant la concertation sociale pour éviter que de nouvelles perturbations ne surviennent.
Wat de productiviteit betreft, maakt bpost geen onderscheid tussen zijn werknemers, of ze nu in het noorden, het zuiden of het centrum van het land gevestigd zijn. Toch moeten we erkennen dat de operationele realiteiten niet overal identiek zijn. Landelijke gebieden in Wallonië brengen bijvoorbeeld logistieke uitdagingen met zich mee, zoals grotere afstanden tussen postpunten. Stedelijk gebieden in Vlaanderen krijgen dan weer te maken met andere beperkingen, zoals pakketvolumes en strakke levertijden.
Ik zal het nu hebben over de situatie in Limburg. De vijf soorten centra spelen een belangrijke rol in de totale logistieke en operationele architectuur van de distributie van kranten, pakjes en poststukken. Ze zijn optimaal geografisch verspreid over het land en vormen de ruggengraat voor het logistieke netwerk. Vanuit deze vijf soorten centra worden de regionale centra bevoorraad op basis van objectieve en operationele parameters die het flowmanagement van het bedrijf optimaliseren. Het is duidelijk dat het bedrijf voortdurend op zoek is naar de optimalisering van het gebruik en de efficiëntie van zijn netwerk op basis van die objectieve parameters.
La transformation de bpost est un enjeu clé pour son avenir mais elle doit être menée dans un cadre de dialogue social structuré, en veillant à préserver à la fois la viabilité économique de l'entreprise et la qualité des conditions de travail.
Je resterai attentive à la mise en œuvre des réformes et je continuerai à encourager un dialogue social de qualité, garant d'une transition réussie pour l'entreprise et ses employés.
Annik Van den Bosch:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
De overheid blijft natuurlijk de grootste aandeelhouder en is medeverantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het bedrijf. De arbeiders van bpost, die dagelijks het bedrijf draaiende houden, verdienen het respect en de waardering die hen toekomen.
Het is betreurenswaardig vast te stellen dat u net als uw voorganger blijft vasthouden aan de liberale dogma’s van de verdere liberalisering van bpost en het afbouwen van de taken van het bedrijf. We hebben al meermaals gezien waartoe dat leidt. Tal van krantenrondes verlieten bpost met als gevolg chaos, laattijdige leveringen en een gebrek aan betrouwbaarheid, hoewel bpost wel de mensen, de kennis en de middelen heeft om die taken op een kwalitatieve manier uit te voeren.
Het is tijd om het blinde vertrouwen in de markt te beëindigen en opnieuw te investeren in een sterke publieke dienstverlening die het algemeen belang dient. Wij blijven het dossier natuurlijk nauwgezet opvolgen en zullen er in de toekomst zeker nog op terugkomen.
Alexander Van Hoecke:
Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Collega’s en mevrouw de minister, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb minstens twee mails ontvangen van webshops of handelaars die aankondigden dat ze tijdens de staking met een concurrent van bpost zouden werken. In die mails werd aangegeven dat er ondanks de staking nog andere mogelijkheden bestonden en dat we nog altijd bestellingen bij hen konden plaatsen. Ze zouden immers werken, of ze werkten al, met PostNL of DPD.
Mevrouw de minister, het zou van naïviteit getuigen ervan uit te gaan dat een dergelijke staking, zoals u ook hebt erkend, geen langetermijnimpact heeft op de strategische toekomstvisie van bpost, die volledig is gericht op het verdelen van pakjes en op de omslag naar pakketpost. Ik ben tevreden dat u dat erkent. Wij moeten niet alleen rekening houden met de impact van de 800.000 geblokkeerde pakjes op het moment zelf, maar ook met de langetermijnimpact op het vertrouwen in bpost als betrouwbare dienstverlener. Heel veel voornamelijk kleine handelaars zijn ook in aanraking gekomen met de concurrenten van bpost. De impact daarvan op lange termijn mogen we niet onderschatten.
De verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië zien we bij meerdere stakingen en niet alleen tijdens een staking bij bpost. Natuurlijk moeten we de bezorgdheden van de werknemers ernstig nemen. Natuurlijk moeten we het sociaal overleg alle kansen geven, zoals u opmerkt. We mogen niet blind zijn voor die bezorgdheden. Ik betwijfel echter oprecht dat u echt gelooft dat de mentaliteitsverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië op het vlak van de vakbonden niet bestaan. U weet dat. Iedereen weet dat.
U zegt dat we moeten erkennen dat de operationele activiteiten niet overal dezelfde zijn. Dat is logisch. Er is natuurlijk een verschil tussen landelijk gebied en stedelijk gebied, dat weet iedereen, maar daarover gaat het hier niet. Het gaat over een structureel verzet van Waalse vakbonden tegen elke hervorming, terwijl die hervormingen in Vlaanderen wel worden doorgevoerd. Het is echt onaanvaardbaar dat dit er uiteindelijk toe zou leiden dat wie in Vlaanderen voor bpost werkt andere arbeidsvoorwaarden krijgt dan iemand die in Wallonië voor hetzelfde bedrijf werkt.
Het Vlaams Belang aanvaardt niet dat de productiviteitsmaatregelen in Vlaanderen wel worden uitgevoerd, terwijl men in Wallonië niets verandert en blijft teren op een verhoogde productiviteit in Vlaanderen, wat daarvan toch het gevolg is.
Wouter Raskin:
Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. U zegt dat de herstructurering in het bedrijf een impact kan hebben op het welzijn van de werknemers. Ik wil daar veel begrip voor hebben, maar tegelijkertijd moet ook de sociale dialoog worden opgenomen. Ultiem, ook dat stel ik niet in vraag, kunnen de werknemers hun stakingsrecht inroepen, daarover bestaat geen discussie, maar het blokkeren van openbaar domein en privédomein om te beletten dat werkwillige collega's hun werk kunnen opnemen, gebeurt gewoon te vaak. Dat is strijdig met de wet en dat is crimineel.
Ik denk dat het belangrijk is dat u als minister duidelijk maakt dat dat onaanvaardbaar is, want dat ondermijnt het stakingsrecht. Ik denk niet dat dat de bedoeling kan of moet zijn.
De gevolgen voor mijn provincie zijn er alweer voor de zoveelste keer: mensen die belangrijke zendingen, soms aangetekende zendingen, missen, mensen die wachten op medische informatie en rapporten, andere problemen. Wij zijn dat beu, mevrouw de minister. Ik hoop dat u daarvan werk maakt.
Dimitri Legasse:
Monsieur le président, je vais éviter de tomber dans la caricature et d'incriminer les travailleurs de bpost, qui ont chacun leur libre arbitre. Le droit de grève, et j'espère que Mme la ministre sera d'accord avec moi, est un droit fondamental et constitutionnel qui doit être respecté. Pour ma part, je suis ravi d'avoir entendu certains mots dans votre bouche, madame la ministre. Vous parlez de proximité, et c'est en effet un service public de proximité – un service public avant tout, du reste. De même, vous parlez d'un engagement social de la société depuis une éternité, finalement. J'espère qu'on n'en arrivera pas à un désengagement social et à moins de service public. J'espère que nous pourrons compter sur vous. Je voudrais le croire. Néanmoins, vous semblez valider le processus de réorganisation qui provoque tant de remous et qui a généré les mouvements sociaux que nous connaissons. Vous évoquez une concertation interne intense. Cependant, le calendrier de la réorganisation semble se maintenir et rester d'actualité. Donc, j'aimerais que vous précisiez mieux votre position; pas tout de suite, puisque vous n'avez pas l'occasion de répliquer, mais ultérieurement. Je vous en remercie par avance.
De 9-daagse spoorstaking
De stakingen bij de spoorwegen
De stand van zaken met betrekking tot de 9-daagse spoorstaking
De spoorstakingen
Spoorstakingen van 9 dagen
Gesteld door
CD&V
Tine Gielis
Groen
Staf Aerts
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 27 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De langdurige spoorstakingen (tot 29 dagen, mogelijk tot juli) van vakbonden—met name kleinere, radicale groepen—lamleggen het openbaar vervoer, met enorme gevolgen voor pendelaars, studenten en het spoorpersoneel dat *wel* wil werken, terwijl de NMBS en regering in gebreke blijven om de crisis op te lossen. De kern van het conflict ligt in onrust over pensioenhervormingen, het HR-statuut en arizonaplannen, waarbij vakbonden hun privileges verdedigen en de regering te traag of onvoldoende communiceert—ondanks tweewekelijks overleg met de grootste bonden (CSC, CGSP). Alternatieve diensten functioneren slecht: treinen vallen uit, reizigers staan uren in de kou, en regio’s raken geheel geïsoleerd. Critici (o.a. CD&V, N-VA) eisen dringend resultaat: concrete compensatie (bv. abonnementsverlenging), breder overleg (ook met kleine vakbonden) en duidelijke regeringstegenmaatregelen om de continuïteit van de spoordienst te garanderen, in plaats van louter symbolische dialoog. De sociale en economische schade dreigt tot diep in 2024 door te woeden zonder ingrijpen.
Tine Gielis:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de ene vakbond staakt 9 dagen. De andere vakbond staakt 29 dagen. Dames en heren, wie biedt er meer? Het lijkt wel een stakingsopbod. De vraag die we ons hierbij moeten stellen, is hoever dit staat van de dagelijkse realiteit van de treinreiziger. De impact van al die acties op de treinreizigers, de pendelaars, de studenten en de senioren is gigantisch. De staking is volstrekt onverantwoord volgens de cd&v-fractie.
Mijnheer de minister, ik hoop dat uw collega in zijn overleg met de bonden heel duidelijk maakt dat die acties onaanvaardbaar zijn. Ze schaden niet alleen de reizigers, maar ook het vertrouwen in ons openbaar vervoer. Want wie is naast de reizigers ook de dupe? Laten we dat niet vergeten. Dat zijn de vele spoorwegmensen die wel willen werken, die elke dag met veel passie hun job doen, maar die ook aangeven dat het niet altijd evident is om langer te werken. Daarvoor moeten we ook begrip hebben. Sterker nog, we moeten hen daarbij helpen.
Iedereen weet dat er hervormingen nodig zijn. We moeten de mensen geen blaasjes wijs maken, we mogen dat niet ontkennen. Het is dus tijd om in gesprek te gaan en samen te zoeken hoe we kunnen zorgen voor een deftig pensioen enerzijds en tegelijkertijd het werk werkbaar kunnen houden anderzijds. Maar zorg er alstublieft voor dat de reizigers niet langer in de kou staan of het slachtoffer zijn.
Mijnheer de minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat de mensen op hun werk geraken de komende dagen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat onze spoormensen hun werk kunnen blijven doen?
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, elke dag worden honderdduizenden reizigers geraakt door de spoorstakingen: werknemers raken niet op tijd op hun werk, studenten missen lessen, een fijn weekenduitstapje blijkt ineens moeilijk te plannen. Dat is een drama voor de spoorwegen en voor de reizigers. De pendelaars zitten ook met de handen in het haar. Ik heb het zelf ook mogen ervaren. Het is niet zo praktisch om negen dagen lang maar een dag op voorhand zijn rit van een dag later te kunnen plannen.
Als die trein dan komt, dan heeft men geluk, want vaak wordt hij een kwartier voor aankomst toch nog geannuleerd. Eigenlijk valt dat dan nog mee, want er zijn ook delen van het land, zoals de Antwerpse Kempen, West-Vlaanderen en Limburg, van waaruit mensen er helemaal niet meer geraken met de trein.
We mogen echter niet vergeten dat er een reden is waarom er gestaakt wordt. Die stakingen komen niet uit de lucht vallen. Het spoorpersoneel is ongerust over uw plannen met hun pensioen en met hun personeelsstatuut. De onrust is groot, want er lijken de komende maanden nog verschillende stakingsdagen aan te komen. Mijn oproep is dan ook om de staking als een alarmsignaal te zien, want de NMBS moest haar vervoersplan al terugschroeven wegens te weinig personeel. Het is toch overduidelijk dat de stakingen ook duidelijk maken dat de huidige plannen het treinberoep nog minder aantrekkelijk maken, net op een moment dat we meer treinbestuurders nodig hebben.
Vorige week verweet de minister de kleine vakbonden actie te voeren zonder te overleggen. Zijn er ondertussen wel al gesprekken geweest of zijn die gepland? Hoe staat de regering tegenover compenserende maatregelen voor de treinreizigers? Kan het abonnement worden verlengd voor de periode van de stakingen? Tot slot, hoe gaat u ervoor zorgen dat de besparingen (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Aerts.
Dorien Cuylaerts:
Ik sta hier voor de zesde keer dit jaar met een vraag over het spoor. Toevallig is het vandaag de zesde dag van de fameuze negendaagse spoorstaking. U zou zich kunnen afvragen waar ik nog inspiratie haal voor een vraag. Wel, die kleine vakbonden inspireren mij. Ze hebben het toch mooi voor mekaar. Ze maken een compleet zootje van het spoorverkeer, omdat ze het niet eens zijn met de plannen van een democratisch verkozen regering. Ze willen vooral hun onverdedigbaar geworden privileges behouden.
Iedereen kent het resultaat: pendelaars, studenten en andere reizigers geraken niet op hun bestemming. Als zij toch een trein vinden, hebben ze geluk dat ze op die trein geraken, al zitten ze dan op elkaar gepakt als sardienen in een blik. Dat is onaanvaardbaar, we kunnen dat niet langer pikken.
Mijnheer de minister, naast de reizigers is er nog een andere groep die van die situatie de dupe is, met name het spoorwegpersoneel dat er wel voor kiest om te werken. Die personeelsleden krijgen deze dagen alle frustraties en alle klachten over zich heen, terwijl net zij de schade proberen te beperken.
Hoe lang kunnen de vakbonden nog staken zonder rekening te houden met de reizigers? Hoe lang kunnen ze dat volhouden zonder rekening te houden met hun collega’s die ook dupe zijn van de staking?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, dank u om uw collega Crucke, de minister van Mobiliteit, te vervangen. Ik twijfelde om deze vraag vandaag te stellen, want ik had ze heel graag aan minister Crucke zelf gesteld, maar gezien de spoorellende van de voorbije dagen stel ik ze toch aan u. Het is te belangrijk.
Vorige week ondervroeg ik minister Crucke over de spoorstaking aan de vooravond van de negendaagse spoorstaking. Vandaag is het de zesde dag en heeft de staking al voor veel ellende gezorgd. Er zijn nog veel meer acties door de grote spoorvakbonden aangekondigd, die zelfs tot juli zouden duren. We staan dus door een lange periode van sociale onrust. Er wordt nu zelfs gesproken over een zeer lange staking. Het is duidelijk dat de treinreiziger daarvan het slachtoffer zal worden.
De acties komen er uit onrust over wat men leest over het spoor in de arizonaplannen en het regeerakkoord. Er is dus niemand beter geschikt dan een minister van de arizonaregering om die onrust bij het spoorpersoneel weg te nemen. Ik heb minister Crucke verleden week gevraagd om alles uit de kast te halen om de onrust weg te nemen, zodat de lopende acties mogelijk zouden kunnen worden ingekort of andere aangekondigde acties worden opgeschort.
Mijn vraag is eenvoudig. Wat is er sinds vorige week gebeurd? Is er overleg geweest en met welk resultaat? Ik zie er tot op heden geen, maar is er resultaat? Wat is er gebeurd? Wat mogen we nog verwachten? Op welke manier gaat men ervoor zorgen dat de treinreiziger niet tot juli gegijzeld blijft?
Maxime Prévot:
Mijnheer de voorzitter, geachte Kamerleden, het stakingsrecht is een grondrecht in onze democratie, maar het moet worden uitgeoefend in het kader dat zowel de sociale dialoog als de continuïteit van de openbare diensten respecteert. De negendaagse staking die momenteel de spoorwegsector treft, heeft veel reacties en vragen opgeroepen, met name over de motivatie en de impact ervan op de gebruikers en de economie van het land.
Ik wil u eraan herinneren dat de NMBS en Infrabel autonome overheidsbedrijven zijn. De sociale dialoog binnen die bedrijven is hun verantwoordelijkheid en die van de representatieve vakbonden. Niettemin heeft Jean-Luc Crucke als federale minister van Mobiliteit het initiatief genomen om een regelmatige dialoog te onderhouden met de vertegenwoordigers van het spoorwegpersoneel. Sinds het begin van deze legislatuur heeft hij tweewekelijks vergaderingen georganiseerd met de twee belangrijkste vakbondsorganisaties in de sector, de CSC en de CGSP, om een constante en constructieve uitwisseling te garanderen. Die periodiciteit maakt het mogelijk om een doeltreffende opvolging van de bezorgdheden van het personeel te garanderen en te voorkomen dat spanningen escaleren door een gebrek aan dialoog.
Het is belangrijk op te merken dat die twee vakbonden de geldende procedures hebben gerespecteerd. Ze hebben kennisgevingen ingediend en deelgenomen aan de besprekingen waaruit de bereidheid tot overleg blijkt. Daartegenover hebben andere vakbondsorganisaties, van minderheden, gekozen voor een radicalere oppositiestrategie die zelfs zo ver gaat dat ze het hele spoorwegnet blokkeert. Een dergelijke houding is onaanvaardbaar. Het stakingsrecht mag geen instrument worden van totale blokkade van het land, vooral niet wanneer het wordt uitgeoefend door een minderheid die zeker niet alle spoorwegarbeiders vertegenwoordigt.
De eisen van de vakbond gaan veel verder dan het kader van mobiliteit. Ze hebben betrekking op bredere kwesties, zoals de hervorming van de pensioenen, de reorganisatie van HR Rail of de toekomst van de sociale dialoog in overheidsbedrijven. Die vragen zijn van belang voor de federale overheid in zijn geheel en er zijn besprekingen gaande om evenwichtige antwoorden te geven.
Het regeerakkoord voorziet in hervormingen die op een verantwoorde manier en in overleg worden doorgevoerd. De minister van Mobiliteit verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat de veranderingen worden doorgevoerd met respect voor de werknemers en de continuïteit van de openbare spoorwegdienst.
Om de impact van de staking op de gebruikers te beperken, werd een alternatieve spoordienst opgezet. De NMBS past haar reisplanner dagelijks aan in functie van de beschikbaarheid van het personeel. Passagiers worden uitgenodigd om die informatie te raadplegen om hun reizen zo goed mogelijk te organiseren.
De regering blijft openstaan voor dialoog en zal ervoor zorgen dat de genomen beslissingen zowel de toekomst van het spoor in België verzekeren als het begrotingsevenwicht van het land vrijwaren. Het is van essentieel belang dat alle belanghebbenden hun verantwoordelijkheid nemen en de voorkeur geven aan overleg in plaats van confrontatie. Het is in die geest dat we het werk dat we zijn begonnen, zullen voortzetten.
Tine Gielis:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.
Ik ben blij te vernemen dat uw collega, minister Crucke, kiest voor de dialoog en niet voor de blokkade, en er effectief mee aan de slag gaat, in samenspraak met de NMBS, om zekerheid te bieden aan de pendelaars. Het kan echt niet langer dat werkende mensen op deze manier gegijzeld worden.
Ik hoop dat uw collega-minister het vertrouwen van de pendelaars kan terugwinnen en dat we dergelijke situaties de komende jaren kunnen vermijden. Het spoorpersoneel moet gewaardeerd worden, maar dat geldt ook voor de pendelaars.
Staf Aerts:
Mijnheer de minister, het spoor heeft stabiliteit nodig: zekerheid voor het personeel en voor de treinreizigers. Zonder die stabiliteit zullen stakingen en personeelstekorten hand in hand blijven gaan en elkaar blijven versterken.
In naam van uw collega verwijst u naar de structuur van de NMBS om te zeggen dat het eigenlijk niet aan u is om te overleggen, maar aan de NMBS. Collega’s, we mogen echter niet vergeten dat deze staking niet gericht is tegen de NMBS, maar tegen de beslissing van de arizonaregering. Het is normaal dat de minister zijn verantwoordelijkheid neemt. Wat mij betreft, mag hij die verantwoordelijkheid ruimer nemen, niet enkel met de twee grootste spoorwegvakbonden, maar ook met de andere spoorwegvakbonden. Enkel via overleg kunnen we ervoor zorgen dat die mensen misschien gerustgesteld kunnen worden. Dat zal cruciaal zijn.
Ik begrijp dat mensen ongerust zijn, want op dit moment gaan zowel het personeel als het budget van de NMBS erop achteruit. Voor de rest blijft het een groot vraagteken waar de huidige regering naartoe wil.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoorde onlangs nog de woordvoerder van de OVS in een interview met ATV zeggen dat hij een bondgenoot is en bruggen wil bouwen, dus in dialoog wil gaan. De manier waarop deze asociale actie georganiseerd is, zorgt er echter voor dat de dienstverlening maximaal geïmpacteerd wordt, waardoor niet alleen de reizigers de dupe zijn, maar ook het spoorpersoneel dat wel wil werken en ervoor kiest om de reiziger niet in de steek te laten.
Zaterdag is het complimentendag en onze fractie wil het spoorpersoneel dat blijft doorwerken en zich elke dag inzet voor de treinreiziger een dikke pluim geven. Wij danken hen omdat zij de reiziger niet in de kou laten staan. Zij verdienen oprecht een compliment.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoor u graag zeggen dat u tweewekelijks overleg pleegt met het spoorpersoneel, maar het is het resultaat dat mij interesseert. Ik stel vast dat er de afgelopen dagen, ondanks de minimale dienstverlening, heel veel problemen waren. Een aantal treinen rijdt niet en de reizigers wachten met velen op een andere trein. In Leuven bijvoorbeeld stonden mensen zes rijen dik op het perron te wachten op een trein die al overvol zat. Mensen geraken vanuit Limburg met de trein tot in Brussel, maar zien dan dat er geen enkele trein meer terugrijdt naar hun vertrekstation. Die mensen staan letterlijk in de kou. Dat zijn onaanvaardbare toestanden. De treinreiziger heeft niets aan al die discussies tussen de arizonaregering en het spoorpersoneel, maar wil zijn trein kunnen nemen. Ik herhaal mijn oproep van vorige week. Ga aan de slag, ga opnieuw in overleg en neem de onrust weg, zodat de treinreizigers geholpen worden.
De komende 9-daagse staking bij de NMBS
De staking van het spoorpersoneel
De spoorstakingen
Spoorstakingen bij de NMBS
Gesteld door
Open Vld
Irina De Knop
N-VA
Dorien Cuylaerts
VB
Frank Troosters
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 20 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een negendaagse roterende spoorstaking, georganiseerd door kleine vakbonden (OVS, ASTB), treft doelbewust pendelaars, studenten en kwetsbare reizigers, terwijl zelfs grote vakbonden en de NMBS de actie als onverantwoord en onevenredig afwijzen. Minister Crucke (Mobiliteit) benadrukt dat de staking niet overlegd is en belooft dagelijkse communicatie over beperkt treinverkeer (58% op zaterdag, minder op weekdagen), maar stelt dat sociale dialoog met de grote vakbonden (nog niet met stakende partijen) prioriteit heeft, zonder concrete maatregelen tegen toekomstige acties. Oppositieleden (Open Vld, N-VA, Vlaams Belang) eisen hardere maatregelen om herhaling te voorkomen, wijzen op structurele problemen (onbetrouwbaarheid, personeelstekort) en verdedigen de hervormingsplannen van de regering-Arizona, terwijl ze de vakbonden beschuldigen van privilegeverdediging en het gijzelen van werkwillend personeel. De treinreiziger blijft de hoofddupe, met afnemend draagvlak voor de NMBS.
Irina De Knop:
Meneer de minister, ik ben een beetje gevat door de tijdswijziging, maar goed.
We staan aan de vooravond van een treinstaking, dames en heren, van maar liefst negen dagen. Enkele kleinere spoorvakbonden zijn voor een keer wel heel erg creatief geweest. Ze hebben nagedacht over hoe ze de pendelaars zo veel mogelijk kunnen treffen met zo weinig mogelijk inzet van de vakbonden. Daarom staken ze niet één dag, maar negen. Bovendien hebben ze bepaald dat ze één en ander roterend zouden doen, zodat iedereen overal ten lande geraakt wordt door hun actie. Als zelfs het ABVV die actie erover vindt, wil dat wel wat zeggen.
Bij Open Vld vinden we trouwens, net als de NMBS zelf, dat dit totaal onaanvaardbaar, onverantwoord en buiten proportie is. Want wie zal hiervan het slachtoffer zijn? Opnieuw de treingebruiker, de mensen die gaan pendelen, de studenten en zelfs de mensen met een beperking. Nu, die mensen zijn al wat gewend bij het spoor. De treinen komen meestal niet op tijd, zijn meestal veel te laat en zitten overvol, maar dit slaat toch wel alles.
Gelukkig, meneer de minister, hebben we sinds een aantal jaren onder liberale impuls de gegarandeerde dienstverlening. Dat is een klein hulpje. Al zal het voor de NMBS natuurlijk zaak zijn om erop toe te zien dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt. Aan u zal het zaak zijn om erop toe te zien dat die vakbonden er niet iedere keer opnieuw voor zorgen dat het spoor lam ligt. Vandaar ook mijn vragen aan u, meneer de minister.
Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat die gegarandeerde dienstverlening echt gewaarborgd wordt? Moeten we deze niet uitbreiden om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking ook op hun bestemming geraken?
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, toen ik zes maanden geleden aantrad in het Parlement, had ik nooit verwacht dat de NMBS zo vaak het onderwerp van discussie zou zijn. Hier staan wij echter opnieuw, net als vorige week wegens een nieuwe staking. De twee kleine vakbonden, OVS en ASTB, plannen een staking van maar liefst negen dagen. Ik had gehoopt dat zij na overleg alsnog bij hun zinnen zouden komen, maar helaas is dat niet gebeurd. Zij houden vast aan hun negen dagen. Zij noemen dat een braaf compromis. Ik ben benieuwd of de pendelaars dat ook op die manier zien wanneer zij hun trein alweer zien wegvallen. Zullen zij dat dan ook een braaf compromis vinden? Ik twijfel daaraan.
Het spoorpersoneel dat wel wil werken, wordt immers simpelweg ook gegijzeld door die kleine minderheid. Het zijn immers vooral de treinbestuurders die zullen staken. Dat maakt dat een flink pak treinbegeleiders die dagen zelfs niet zal kunnen werken. De grote vakbonden vinden die staking hallucinant. Laten wij echter niet vergeten dat ook een overgrote meerderheid van het spoorpersoneel wel haar job met passie en toewijding uitvoert. Aan hen willen wij even onze expliciete dank uitspreken. Immers, slechts een handvol vakbondsmilitanten stookt de boel op en sleurt iedereen mee in die staking, die buiten proportie is.
Mijnheer de minister, laat het dus duidelijk zijn. Niemand wil dat dit land geblokkeerd wordt door een kleine vakbond zonder verantwoordelijkheidszin. Welke maatregelen overweegt u om ervoor te zorgen dat dergelijke buitensporige acties niet langer het hele land kunnen platleggen?
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, mijn eerste vraag aan u als nieuwe minister van Mobiliteit is geen aangename. Morgen start een negendaagse spoorstaking, die wordt georganiseerd door de vakbond OVS. Zoals u weet, zijn er bij die vakbond zeer veel treinbestuurders aangesloten. Een treinbestuurder - het woord zegt het al - bestuurt de trein. Als de treinbestuurders actie voeren, dan rijdt de trein niet. Wie gaat daar de dupe van zijn? Dat zijn natuurlijk de treinreizigers.
Het blijft niet bij die actie van OVS. Ook de grote spoorvakbonden ACOD Spoor en ACV-Transcom hebben aangekondigd dat ze heel wat acties zullen voeren, tot zelfs in juli. Daar zullen ook stakingen bij zijn. De eerste staking werd al aangekondigd voor 31 maart.
Zij doen dat omdat ze een signaal willen geven aan u als minister van Mobiliteit, die deel uitmaakt van de arizonaregering. Ze zijn namelijk een beetje ongerust en ontevreden over de plannen van de arizonaregering, waarover ze lezen in het regeerakkoord. Dat maakt dat er een lente en zomer van sociale onrust zal zijn bij het spoor.
De treinreizigers zullen daar de dupe van zijn. Die treinreizigers werden de voorbije jaren al allerminst verwend inzake stiptheid, performantie, betrouwbaarheid en veiligheid. Nu krijgen ze dit er nog bij. Bovendien zorgen die acties ervoor dat het spoor als alternatief vervoermiddel minder aantrekkelijk wordt. Bovendien zullen ook weinig mensen zich geroepen voelen om treinbestuurder te worden, een job waaraan grote nood is.
Ik heb begrepen dat u overlegd hebt met de vakbonden. Daaruit valt alleszins af te leiden dat dit niet heeft geleid tot het opschorten van de aangekondigde acties. Ik hoop dat daar nog beterschap in komt. Mijn bezorgdheid gaat echter vooral uit naar de treinreizigers. Mijnheer de minister, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat zij niet langer de dupe zullen zijn van de sociale onrust die uw arizonaregering bij het spoorpersoneel creëert?
Jean-Luc Crucke:
Geachte collega's, hartelijk dank voor uw vragen over de stakingsactie in de spoorwegsector. Ik heb het al benadrukt in mijn vorige interventie, de NMBS en Infrabel zijn autonome overheidsbedrijven. De sociale dialoog is een bevoegdheid die in de eerste plaats toekomt aan het bestuursorgaan en de sociale partners.
Als minister van Mobiliteit ben ik echter alert voor de gevolgen van deze acties voor de gebruikers en voor het goede verloop van de sociale dialoog.
Wat de status van de huidige staking betreft, is het belangrijk te benadrukken dat het een beweging is, geïnitieerd door een onafhankelijke vakbond. Die acties zijn gericht op bepaalde maatregelen waarin het regeerakkoord voorziet. Volgens de informatie van de NMBS, Infrabel en HR Rail worden deze stakingen als onaanvaardbaar, onverantwoord en onevenredig beschouwd, vooral omdat er geen voorafgaande overlegd werd gevraagd door de initiatiefnemers van de beweging. Ik deel dat standpunt helemaal.
Wat het vervoersaanbod tijdens deze stakingsperiode betreft, geef ik u de beschikbare gegevens voor zaterdag 22 februari. Drie IC-treinen op de vijf en drie L- of S-treinen op de vijf zullen rijden. In totaal zal 58 % van de treinen rijden, vergeleken met een normale zaterdag. De impact van de staking varieert per dag en zal tijdens de weekdagen groter zijn dan tijdens het weekend. De NMBS-reisplanner wordt elke dag vóór een stakingsdag bijgewerkt om de reizigers zo goed mogelijk te informeren over de verkeersomstandigheden. De NMBS is van plan om gedurende de hele sociale beweging dagelijks te communiceren over het beschikbare vervoersaanbod.
Ik benadruk het belang van de sociale dialoog en wijs erop dat overleg de beste manier is om deze problemen aan te pakken. Mijn inzet blijft die van een constructieve en open dialoog, om zowel de continuïteit van de openbare dienstenverlening als het respect voor de werknemers in de spoorwegsector te waarborgen. Het is zeker geen geschenk om met een staking van enkele dagen te leven, maar de slachtoffers van de staking zijn niet alleen degenen die u aanduidt, mevrouw De Knop, maar ook het publieke bedrijf, en wij moeten het publieke bedrijf verdedigen. Dat zal ik ook doen.
Mevrouw Cuylaerts, het overleg is nog niet begonnen, hoewel enkele vakbonden al staken. Het gaat om enkele kleine vakbonden, dat is niet voor alle vakbonden het geval. Dat moet u weten en beseffen. Met de grote vakbonden zal ik het sociaal overleg zeker voortzetten.
Irina De Knop:
Mijnheer de minister, moeten ons ervan bewust zijn dat het draagvlak voor de NMBS bij iedere staking afneemt. Het geduld van de mensen is werkelijk op.
De vakbonden blijven de privileges uit het verleden verdedigen, privileges die absoluut onhoudbaar zijn. Om het in de andere landstaal te zeggen: ça suffit , mijnheer de minister. De vakbonden hebben 8 maanden de tijd gehad het regeerakkoord naar links op te schuiven. Het is genoeg. Trop is te veel.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is heel duidelijk. De hervormingen zijn absoluut nodig en ik ben dan ook heel tevreden dat de nieuwe regering het lef heeft om verantwoordelijkheid te nemen. De maatregelen hadden al tientallen jaren geleden moeten zijn genomen. Zonder die ingrepen zullen de sociale zekerheid en de pensioenen simpelweg onbetaalbaar worden. De volgende generaties zullen de regering heel dankbaar zijn en ik ben blij dat we met de arizonacoalitie voor het juiste spoor kiezen.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U mag verontwaardigd zijn, maar daar schieten de treinreizigers niets mee op. Uw voorganger, de heer Gilkinet, was een kampioen. Hij heeft namelijk het record gevestigd van het aantal treinstakingen tijdens zijn ministerschap. Dat is een negatief record en ik hoop dat u tijdens uw ministerschap dat record niet zult breken. Het Vlaams Belang verwacht geen negatieve records, maar hoopt dat u deze legislatuur zult zorgen voor positieve records op het vlak van stiptheid, veiligheid en performantie bij het spoor. De treinreizigers mogen absoluut niet de dupe worden van wat er bij het spoor gebeurt. Ik hoop dat u de dialoog kunt voortzetten en ervoor zorgt dat de aangekondigde acties worden opgeschort. De treinreizigers zijn al veel getroffen. Ze moeten sinds februari meer betalen, maar krijgen daarvoor alleen maar meer spoorellende in de plaats. Dat is onaanvaardbaar.
De nationale betoging
De vakbondsactie van 13 februari
De betoging en het belang van het sociaal overleg
De nationale staking en de vakbondsacties
De nationale stakingsdag
De nationale actie van 13 februari
De betoging in Brussel
De actiedag en het belang van het sociaal overleg
De nationale betoging
De betoging van 13 februari
Nationale actiedag en sociaal overleg
Gesteld aan
David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Bart De Wever (Eerste minister)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Samenvatting: Een massale betoging van 60.000–100.000 werkenden (verzorgers, leerkrachten, politie, spoorwegpersoneel) protesteert tegen pensioenhervormingen (werken tot 67 jaar, malus voor vroegpensionering), loon- en nachtpremieverlagingen en besparingen op zorg en sociale zekerheid, die ze als oneerlijk en klassenjustitie bestempelen. De regering verdedigt de maatregelen als noodzakelijk voor de toekomst (vergrijzing, begrotingstekort) en benadrukt concertatie met sociale partners, maar oppositie en vakbonden werpen haar gebrek aan alternatieven (bv. belasten van vermogenden) en minachting voor werkenden voor. Kernconflict: *Hervormingsdrang vs. sociale rechtvaardigheid*—met dreigende escalatie (stakingen) en wantrouwen in de regering.
Sophie Thémont:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, il y avait plus de 100 000 travailleurs dans les rues de Bruxelles ce matin. C'était impressionnant. Je crois que je n'ai jamais vu autant de monde en colère dans les rues de Bruxelles.
Je comprends leur colère. Comment ne pas comprendre quand on voit les attaques colossales de votre gouvernement envers le monde du travail; quand on voit à quel point vous les avez trompés avec vos 500 euros de salaire en plus? Jamais on n'avait décidé de brutaliser et d'appauvrir à ce point celles et ceux qui font tourner notre pays, qui le protègent, qui le soignent et qui l'éduquent.
Verts, bleus, rouges, des douaniers aux infirmières, des pompiers aux militaires, des artistes aux policiers, toutes et tous ont crié avec force qu'ils ne veulent pas de vos mesures anti-travail, qu'ils ne veulent pas de votre casse sociale, qu'ils ne veulent pas d'une vie où on se tue au boulot pour recevoir des miettes à 67 ans.
Ce n'étaient pas des "kékés" qui buvaient leur quart de pils, monsieur le ministre! C'étaient des femmes, des hommes, des jeunes, des vieux qui refusent votre gouvernement, les sanctions, les menaces, le mépris pour le travail. Ce sont des familles qui refusent de vivre dans l'angoisse de factures impossibles à payer; qui refusent de payer 95 % de la facture sociale alors qu'on laisse les grandes fortunes bien tranquilles; qui refusent aussi vos milliards d'économies sur les soins de santé, les pensionnés, les services publics et encore les plus fragiles.
Ils ont dit non, monsieur le ministre! Ils ont dit non, monsieur le premier ministre! Et ils ont dit non en masse!
Ma question est très simple: allez-vous entendre ce message très clair de tout un pays?
Raoul Hedebouw:
Nu zullen we het krijgen, mijnheer de eerste minister: 100.000 mensen in de straten! Dat had u waarschijnlijk niet zien aankomen. U wist niet dat er zo veel mensen zouden komen opdagen. 100.000 mensen uit de werkende klasse! Ze kwamen uit veel sectoren. Er waren militairen, brandweerlui, mensen uit de private en de publieke sector, jongeren en minder jonge mensen, vrouwen en mannen uit het zuiden en het noorden van het land. Het was een heel diverse groep. Ook middenveldorganisaties waren aanwezig: klimaatorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en Amnesty International. Ze waren er allemaal samen om u te vragen wat u bezielt om hen tot 67 jaar te doen werken, en of u het al zelf eens hebt meegemaakt om 's morgens op te staan en vervolgens hard te werken in een bedrijf. Dat kent u bij de N-VA niet, uiteraard niet, want u leeft in een bubbel!
U hoort het niet graag, mijnheer de eerste minister, maar ik zal het u toch zeggen. Het is een schande dat mensen in ons land langer moeten werken voor minder pensioen. Het is een schande!
J'ai vu les travailleurs qui travaillent dans la logistique, dans la distribution. Ils m'ont dit: "Comment Bart De Wever, comment Georges-Louis Bouchez osent nous demander de travailler de 20 h 00 à minuit sans prime de salaire?"
Qu'est-ce que c'est cette bulle, ce fric, ces politiciens remplis de fric qui demandent effectivement aux travailleurs de bosser de plus en plus? Vraiment! La colère est profonde, mais vous vous en foutez, vous êtes dans votre bulle!
Mijnheer de minister, mijn vraag is heel duidelijk. U beslist om een malus van 300 tot 400 euro voor wie niet tot 67 jaar werkt, in te voeren. Trekt u die beslissing in? Zult u bovendien van de nachtpremies van de werkende klasse afblijven?
Aurore Tourneur:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, hier vous avez rencontré avec le kern les partenaires sociaux et, au nom des Engagés pour qui la concertation sociale est vraiment essentielle, nous vous remercions. Je rappelle qu'il a fallu plusieurs semaines au gouvernement précédent pour en faire de même.
Aujourd'hui, des dizaines de milliers de personnes se sont rassemblées à Bruxelles à l'appel des syndicats, exprimant leurs préoccupations face aux défis économiques et sociaux que nous traversons.
Cette mobilisation syndicale n'est pas la première face à la formation d'un nouveau gouvernement, et ce ne sera pas non plus la dernière. Cependant, elle rappelle l'importance du dialogue social. Et nous devons entendre les inquiétudes de la population. Car si nous voulons réformer, nous devons le faire avec tout le monde.
Notre gouvernement a pris un engagement clair, celui d'être un gouvernement de réforme. Mais une réforme ne se décrète pas. Elle ne pourra se construire qu'avec les partenaires sociaux. Et nous le prouvons dans les faits. Dans l'accord de gouvernement, les termes "partenaires sociaux" apparaissent 41 fois.
Nous devons aussi être clairs avec nos concitoyens. L'opposition, fidèle à ses habitudes, simplifie à outrance la réalité et alimente les craintes, en diffusant des contre-vérités. Or, il est de notre devoir d'expliquer avec pédagogie les enjeux auxquels nous faisons face et les solutions que nous proposons. Oui, nous devons prendre des décisions courageuses. Oui, elles ont un impact. Mais cet impact est mesuré, réfléchi et il vise un seul objectif: remettre notre pays sur les rails pour une justice sociale et une économie forte et durable.
Monsieur le premier ministre, pouvez-vous nous expliquer comment s'est déroulée la rencontre avec les partenaires sociaux et quelles sont les intentions du gouvernement par rapport à la concertation sociale? Vous-même l'avez souligné, l'effort pour remettre ce pays sur les rails doit être un effort collectif. Il ne peut se faire que si chacun – gouvernement, employeurs et travailleurs – avance dans la même direction. Plus que jamais, l'union fait la force!
Axel Ronse:
Collega’s, ik ben teleurgesteld. Ik heb het regeerakkoord doorgenomen. Welke maatregelen nemen we? We voeren familiekrediet in; we verhogen de minimumlonen en we behouden de automatische indexering. Collega’s, bovendien zullen voor de eerste keer in de geschiedenis van dit land mensen op 60-jarige leeftijd een volledig pensioen kunnen genieten, indien ze 42 jaar hebben gewerkt. Collega’s, ik had verwacht dat de vakbonden meer mensen op straat zou krijgen om dat beleid toe te juichen. Dat is immers sociaal beleid. Ik heb echter gemerkt dat wordt gemanifesteerd tegen de plannen van de nieuwe regering.
Ik heb het regeerakkoord nogmaals tot in de puntjes doorgenomen. Ik heb mij daarbij afgevraagd wie nu slechter af is door het regeerakkoord. Collega's, een van mijn Waalse vriendinnen heeft 33 jaar lang gestempeld. Ze krijgt netto 220 euro meer pensioen dan haar vriendin, die haar hele leven haar kas heeft afgedraaid. Welnu ze is erop uitgekomen dat ze slechter af zal zijn door het regeerakkoord!
Dankzij het huidige regeerakkoord moet wie elke dag zijn kas afdraait, bakkers, slagers, verplegers, leerkrachten, niet bijdragen aan een systeem dat ervoor zorgt dat mensen hun leven lang kunnen stempelen. Het huidige regeerakkoord zorgt ervoor dat werken wordt beloond. De huidige regering is de regering van de werkende mens. Er was nooit eerder een regeerakkoord dat ervoor zorgt dat werken zo sterk zal lonen.
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vice-eersteminister, u hebt gisteren samengezeten met de Groep van Tien. Wat is uit dat overleg voortgekomen?
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, mijnheer de minister, we moeten begrip hebben voor het feit dat mensen vandaag op straat komen, zich vragen stellen en soms ook vragen krijgen die gebaseerd zijn op het fake news dat sommige partijen hier verspreiden. Tegelijkertijd moeten we wel serieus blijven wanneer sommige spoorvakbonden van plan zijn om negen dagen lang te staken, negen dagen lang elke treinreiziger gijzelen en negen dagen lang mensen die naar school of het werk moeten, in de kou laten staan.
Ik weet niet hoe een spoorvakbond kan verdedigen dat het spoorpersoneel op zijn 55ste met pensioen kan gaan, terwijl een 62-jarige verpleegkundige in de kou op een perron staat te wachten. Ik weet niet hoe men aan een 18-jarige die klaarstaat om aan zijn leven te beginnen, kan uitleggen dat hij misschien geen pensioen zal krijgen vanwege de 500 miljard euro schulden waarvoor we een oplossing moeten vinden en dat op hetzelfde moment mensen weigeren om langer te werken dan 55.
Welke boodschap geven we aan hen als de spoorvakbonden beslissen dat het spoorpersoneel negen dagen zal staken? Wie moet het dan oplossen? Een volgende generatie? Zijn zij het die de belastingen zullen moeten betalen en het allemaal zullen moeten oplossen? Ik denk het niet. Voor cd&v is dat totaal onverantwoord gedrag.
Er werd hier al gezegd dat we een aantal heel belangrijke zaken hebben gerealiseerd, rekening houdend met de opmerkingen van de burgers. De index is beschermd, de werkende mensen zullen meer nettoloon overhouden en we hebben respect voor wie zorg draagt voor een ander. Dat is wat deze regering doet.
In tegenstelling tot sommige politici en sommige vakbonden die negen dagen willen staken, denken wij ook aan de volgende generatie, aan een generatie die nog hoopt om een deftig pensioen te hebben na een lange carrière waarin ze hard hebben gewerkt. Dat is wat we doen. Mijnheer de premier, we zullen dat samen met de sociale partners moeten doen. Hoe zult u die grote hervormingen realiseren en tegelijkertijd een goed overleg hebben met de sociale partners?
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, d'abord, soyons honnêtes: oui, il faut entreprendre des réformes importantes dans ce pays, des réformes qui n'ont pas été faites depuis 25 ans, y compris par vos deux partis. Il est impossible de ne pas réformer maintenant la fiscalité, le marché de l'emploi ou les pensions. On ne peut pas accepter d'avoir encore un taux d'emploi aussi bas, d'avoir un demi-million de personnes en incapacité de travail et de vivre dans le pays le plus taxé du monde en ce qui concerne le travail.
Néanmoins, messieurs, ce n'est pas une raison pour réformer ce pays à coups de tronçonneuse. Contre quoi exactement manifestent ces dizaines et dizaines de milliers de personnes qui battent le pavé? Bien sûr, contre vos mesures, contre la quasi-disparition de l'enveloppe bien-être, contre la fragilisation des pensions et des classes moyennes, dont un grand nombre d'enseignants, de policiers, d'infirmières. Cela devrait quand même vous parler. Ces gens manifestent également contre la précarisation des femmes. On ne le dira jamais assez: les femmes sont la première victime du gouvernement Arizona, à cause de votre réforme des pensions et du fait qu'elles ont des carrières espacées. Vous me direz: "C'est de leur faute, elles n'avaient qu'à être autour de la table des négociations."
Ces personnes manifestent aussi, à mon avis, contre d'autres choses. Contre un sentiment d'arrogance, contre un sentiment de mépris, contre l'impression que leur sort a été décidé sur un tableur Excel à trois heures du matin et que leur vie n'est qu'une variable d'ajustement. Et, surtout, elles manifestent contre un sentiment d'injustice. En effet, si tout le monde reconnaît qu'il faut trouver des économies, tous les analystes sérieux, les journalistes – et pas seulement de l'opposition – considèrent que le plus gros des économies se fera sur le dos des classes moyennes et des allocataires sociaux.
Donc, messieurs les ministres, vous n'avez pas encore démontré que vos réformes étaient justes, parce que vos chiffres indiquent qu'elles ne le sont pas. De même, vous n'avez pas encore démontré qu'elles feraient l'objet de concertations, puisque même si l'expression "concertation sociale" est présente à six reprises dans votre accord, il est néanmoins précisé qu'on s'en passerait en l'absence de décision. Comment allez-vous restaurer cette confiance qui n'existe déjà plus? Comment montrerez-vous que la concertation sociale n'est pas une variable d'ajustement?
Steven Coenegrachts:
Collega's, vandaag betogen er 60.000 mensen. Ze trekken door de straten van Brussel. De politie telt correct. Die mensen zijn ongerust, want de pensioenen raken de mensen in hun hart. Protesten zijn van alle tijden, collega's. Hervormingen wekken weerstand op. Dat was ook zo toen minister Van Quickenborne de pensioenen heeft hervormd. Dat was ook zo toen de regering-Michel de pensioenen heeft hervormd.
Wat vandaag anders is, is het zelfvertrouwen van de vakbonden, de zelfzekerheid, die 60.000 rechte ruggen die vandaag door de straten van Brussel marcheren. Dat is ook logisch. Als je ziet wat er tussen de formateursnota en het regeerakkoord op 8 maanden tijd naar links is opgeschoven, dan hebben de bonden daar alle redenen toe. De rechtspersoonlijkheid stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het belasten van de vakbondspremies stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. Het aanpassen van de index stond in de nota, maar niet meer in het akkoord. De meerwaardebelasting stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. De contractbreuk van de tweedeverblijvers stond niet in de nota, maar wel in het akkoord. Daarvoor was een betoging met 30.000 mensen voldoende, weliswaar onder de aanvoer van de heer Seuntjens.
Mijnheer De Wever, hoe garandeert u ons dat u ook dit keer niet zult capituleren tegenover de bonden? Wat garandeert ons dat u het deze keer wel zult volhouden, dat u zult opkomen voor die 5 miljoen mensen die vandaag wel zijn gaan werken: de bouwvakkers op de werf, de leraren in de klas, de verplegers die wel aan het ziekenhuisbed staan? Wanneer zult u stoppen met toegeven? Welke garanties kunnen we daarvoor krijgen?
Voorzitter:
Mijnheer Seuntjens, u werd als het ware al naar hier geroepen.
Oskar Seuntjens:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, de mensen zijn vandaag ongerust. Dat begrijp ik ook. Men moet het nieuws maar bekijken om te zien dat de wereld in de fik staat. Vergis u niet, het zijn altijd de extremen die het vuur aansteken, die mensen tegen elkaar opzetten, die fake nieuws verspreiden en die vooral wegduiken in plaats van mensen echt te beschermen, terwijl de mensen oplossingen vragen.
Ik heb al goed geluisterd. Hoeveel concrete oplossingen om de mensen te beschermen, hoorden we van het Vlaams Belang en de PVDA tijdens de betogen van daarnet en in het investituurdebat, dat langer dan 40 uur duurde? Hoeveel? Geen enkele.
Ik zal een voorbeeld geven, collega's. Ik heb vanochtend mijn trein gemist en liep een half uur rond in Antwerpen-Berchem. Ik heb daar met veel mensen gesproken. Veel mensen spraken me aan. Geen fictieve voorbeelden, maar echte mensen. Weet u wat zij zeiden? (Tumult) Ik snap dat sommige collega's ongerust zijn.
Echt waar, délégués van de vakbond zeiden mij: "Gelukkig neemt Vooruit wel zijn verantwoordelijkheid." Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. De mensen die op straat komen, weten dat, maar wat ze vragen, is dat dat rechtvaardig gebeurt. Dat is exact wat de regering doet. Mensen die op 18 jaar starten, mogen vanaf nu op 60 jaar met pensioen. De minimumlonen gaan omhoog, collega's, en de index – de beste bescherming voor de koopkracht van de mensen – blijft overeind.
Meneer de eerste minister, we zullen vandaag moeten hervormen. Iedereen weet dat. We zullen dat doen met de sociale partners. U hebt gisteren met hen een gesprek gehad. Hoe zullen we die belangrijke hervormingen de komende jaren met hen doorvoeren?
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, je trouve qu'on vit dans une drôle de démocratie. Figurez-vous qu'hier soir, deux leaders syndicaux ont refusé de débattre face à moi sur un plateau de télévision et ils sont aujourd'hui quelques centaines à crier en dessous des fenêtres de mon bureau. C'est particulier! J'aurais pu être devant eux à ce moment-là.
Je parle de quelques centaines effectivement car les chiffres de la police n'annoncent pas 100 000 – je suis désolé de vous décevoir – mais 60 000 manifestants. Et je tiens quand même à rappeler à cette Assemblée que nous avons en Belgique 48 000 fonctions syndicales si vous prenez les conseils d'entreprise ou les CPPT. Cela veut simplement dire que ce sont leurs employés qui sont aujourd'hui effectivement dans la rue pour une bonne partie.
Pour le reste, monsieur le premier ministre, je ne peux pas accepter que vous soyez tout le temps dans cette posture d'empêcher les réformes parce que ces réformes sont indispensables pour nos enfants. Alors, si vous avez un peu de sens de responsabilité politique, allez voir maintenant vos enfants et expliquez-leur qu'il ne faut rien changer, qu'il faut continuer à dépenser l'argent qu'on n'a pas et que la conséquence de cela, c'est que ces enfants n'auront pas le même niveau de bien-être que vous parce que vous aurez privilégié votre petit succès électoral. Vous gagnez la même chose que moi, monsieur Hedebouw! Vous avez privilégié votre petit succès électoral plutôt que l'intérêt général.
Alors, oui, monsieur le premier ministre, ces réformes sont des réformes courageuses qui vont libérer le travail, qui vont garantir la sécurité, qui vont faire en sorte d'avoir la sécurité d'approvisionnement énergétique qu'on n'avait pas avec d'autres. Ma demande aujourd'hui, au nom du Mouvement Réformateur, est très claire, c'est de pouvoir agir vite avec le respect de chacun mais de ne surtout pas se détourner du cap qui a été fixé car c'est l'avenir de notre pays qui se joue sous ce gouvernement. Vous aurez notre plein soutien.
Sarah Schlitz:
Monsieur le président, visiblement, on a déjà eu la réponse de l'autre premier ministre. Je me réjouis d'entendre la réponse du premier ministre officiel.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, vous nous avez expliqué en long et en large la semaine dernière à quel point la Belgique va mal. Vous nous avez dit qu'il fallait mettre tout le monde au régime. Mais mettez-vous vraiment tout le monde au régime avec cette réforme, au sujet de laquelle vous prétendez que nous n'avons pas le choix? Est-ce que les ouvriers d'Audi Forest méritent de ne plus avoir de pension anticipée? Est-ce que les cuisinières du Lunch Garden de Fléron qui ont été virées du jour au lendemain méritent de ne plus avoir un chômage complet, et d'avoir un droit au chômage qui sera raboté dans deux ans? Est-ce que les travailleurs dans la logistique méritent de ne plus recevoir de primes pour le travail qu'ils prestent la nuit? Est-ce qu'une dame qui vient de perdre son mari ne mérite plus de toucher une pension de survie?
C'est cela, le projet contre lequel ces 100 000 personnes ont manifesté aujourd'hui dans les rues. Elles sont aussi venues dire non à un projet qui est injuste, brutal et qui est un choix politique. Oui, chers collègues, vous avez fait un choix. C'est une décision que vous prenez de toucher à la classe moyenne, de toucher aux malades, de toucher aux pensionnés et de ne pas toucher, ou à peine, aux plus grosses fortunes, aux épaules les plus larges. Cette contribution de 10 % sur les plus-values, c'est encore trop pour vos amis. C'est encore trop de contribuer de manière minime à cet effort gigantesque, titanesque que vous demandez pourtant à l'ensemble de la population.
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, allez-vous enfin écouter les inquiétudes de la population ou allez-vous continuer à nier la réalité, à nier les craintes et les peurs de l'ensemble des citoyens, notamment de ceux qui ont manifesté aujourd'hui, mais aussi de tous ceux qui nous envoient des messages et qui s'inquiètent de leur sort et de l'avenir de leurs enfants?
Bart De Wever:
Collega's, ik wil beginnen met een opmerking die me geraakt heeft, namelijk de bewering dat de onderhandelaars in een bubbel zouden leven en geen voeling zouden hebben met de werkende mensen. Dat komt niet overeen met de ervaring die ik in de afgelopen maanden met de collega’s heb opgedaan. Het is ook zeker niet mijn persoonlijke achtergrond. Zo’n sfeerschepping vind ik allesbehalve onschuldig en ik betreur dat dit wordt gezegd.
Chers collègues, nous faisons face à de grands défis. Cela vaut pour nous tous, le gouvernement et les responsables politiques, mais aussi pour les représentants de la société civile. Hier midi, le kern a rencontré les syndicats et les organisations patronales du Groupe des 10. Nous sommes une semaine après le vote de confiance, ce qui montre une rapidité sans précédent! Mon gouvernement tend donc clairement la main aux partenaires sociaux, précisément pour parler des réformes nécessaires. Mais aucun d'entre nous n'est naïf: cela n'empêchera pas certaines organisations de s'opposer aux réformes de ce gouvernement, notamment dans les rues, et, dans ce pays, c'est permis!
Je peux d'ailleurs comprendre que les citoyens se posent des questions, en particulier les fonctionnaires. C'est pourquoi nous prévoyons également des mesures transitoires afin d'éviter des changements trop brusques. Mais le besoin de réformes est indiscutable. Personne ne peut le nier. À ceux qui oseraient le faire, je pose la question suivante: quelle est votre alternative? Je parle bien sûr d'une alternative crédible, et pas de slogans gratuits.
De feiten zijn wat ze zijn. In de jaren 1990 waren er in dit land nog vier actieve mensen voor elke 65-plusser. Vandaag zijn het er nog drie. Tegen 2060 zal dat cijfer zakken naar twee.
Weldra – dat betekent nog in dit decennium – zullen er meer 67-jarigen in dit land wonen dan 18-jarigen. Als we onze sociale stelsels niet snel aanpassen aan die realiteit, stevenen we dit decennium af op het grootste begrotingstekort van heel Europa en dan wordt onze sociale welvaartstaat, zo bezongen door sommigen, volstrekt onhoudbaar, onbetaalbaar. We gaan recht op een ramp af voor de koopkracht van de werknemers en de concurrentiekracht van onze bedrijven. Dat is glashelder.
We zouden dus allemaal aan hetzelfde zeel moeten trekken. De inspanningen die deze regering doet – laten we heel eerlijk zijn – zullen immers alleen volstaan om het budgettaire rotten te stoppen en hopelijk om ons saldo structureel gezond te krijgen.
Dat is een doelstelling die we eigenlijk met zijn allen zouden moeten ondersteunen. Daarom zeg ik u wat ik gisteren ook aan de sociale partners heb gezegd en roep iedereen op om alstublieft verantwoordelijkheidszin te tonen. Dat betekent dat we boodschappen moeten brengen die niet altijd aangenaam zijn, dat we moeilijke keuzes moeten durven verdedigen. Als u dat niet kunt, bent u misschien niet geschikt om maatschappelijk leiderschap op te nemen. Laten we wel wezen, de wereld van vandaag ziet er immers niet vriendelijk uit voor Europa. Onze vastberadenheid is broodnodig.
Ik heb zelfs een oppositiepartij horen oproepen om niet te capituleren, dat wil zeggen om dit akkoord uit te voeren. Dat is mijn oproep aan de hele samenleving, mijn oproep aan het middenveld dat vandaag op straat is gekomen. Laten we ons niet verliezen of verzanden in een conflictmodel, waarbij men tegen beter weten in het onvermijdelijke nog maar eens probeert uit te stellen. Het zal geen zoden aan de dijk brengen. Het zal alleen onze welvaart schaden, in een tijd waarin die al heel zwaar onder druk staat.
Assurons-nous ensemble que notre État providence reste solide et durable afin que les générations futures puissent également en bénéficier.
David Clarinval:
Je vous remercie pour vos réponses, mais quel mépris envers le monde du travail! Les manifestants qui étaient dans la rue aujourd'hui n'auraient donc rien compris! Vous ne savez vraiment pas comment vivent les gens! Comment une femme seule avec deux enfants fera-t-elle pour survivre si elle doit travailler 48 heures par semaine, y compris le dimanche et la nuit? Vous êtes complètement dans un autre monde!
Á ceux qui en appellent au sens de l'État, j'ai envie de demander pour qui ils se prennent. Quel État digne de ce nom décide de pulvériser à ce point ceux qui le font tenir debout?
Les travailleurs ne vont sûrement pas se laisser faire par votre rouleau compresseur. Ils l'ont montré aujourd'hui comme ils l'ont rarement fait. Croyez-moi, ce n'est qu'un début et nous serons à leurs côtés!
Raoul Hedebouw:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cette voix des 100 000 travailleurs qui étaient présents à Bruxelles aujourd'hui, qui a circulé dans ce Parlement, qui est venue vous dire: "Vous, la droite, c'est facile, vous vivez effectivement dans une bulle"… Que sont venus nous dire ces gens?
Monsieur le premier ministre, vous venez de nous dire que c'est difficile pour tout le monde, qu'on doit tous tirer du même côté. Non, monsieur le premier ministre! Il y a des super-riches qui, aujourd'hui, vont vivre leur vie tranquillement et il y a les travailleurs que vous allez faire travailler de plus en plus longtemps. C'est ça qui ne va pas!
U zegt dat er geen alternatief is, maar uw taxshift heeft een gat van 9 miljard euro gegraven. Wat is het alternatief? Dat is het alternatief natuurlijk!
Je vais conclure par le message suivant. On a tous vu que ces présidents de parti étaient hyper défensifs aujourd'hui. Vous avez les chocottes! Et je dis aux travailleurs aujourd'hui: les lois ne sont pas votées, elles ne sont pas encore introduites. Gardez votre fierté, on va les faire reculer! Rien n'est joué! Regardez-les! Ils ont les chocottes!
Aurore Tourneur:
Ik dank u, mijnheer de premier en mijnheer de minister, voor uw antwoorden.
Notre gouvernement va réformer ce pays et il le fera avec une méthode qui repose, comme vous l’avez montré, sur l’écoute et la concertation. Nous allons réformer ce pays parce que nous le devons si nous voulons garantir un avenir à nos enfants.
Nous allons réformer ce pays malgré les fake news et l’hypocrisie que je n’arrête pas d’entendre. Quand j’entends et que je lis le PS qui reproche à ce gouvernement tous les malheurs du monde alors que ce gouvernement n’est en place que depuis six jours, je vous dis: personne n’est dupe de votre hypocrisie et de votre bilan.
Si nous devons prendre nos responsabilités avec des décisions impactantes, c’est à cause de votre bilan. Alors assumez-le modestement et ne jetez pas d’huile sur le feu; parce qu’être un homme ou une femme politique, c’est être responsable et pondéré. Merci au gouvernement de montrer l’exemple!
Axel Ronse:
Les Engagés sont engagés aujourd'hui!
Collega Hedebouw, 100.000 mensen? 60.000 mensen! Weet u hoeveel mensen la vraie lutte voeren, de echte strijd? 4.800.000! 4.800.000 mensen zijn vandaag aan het werk en vragen zich af wat u hier allemaal zit uit te kramen, of u inactiviteit aan het promoten bent, dan wel of u voor welvaart zult zorgen, ook voor onze kinderen en voor onze grootouders.
Mijnheer Hedebouw, u vergist zich. Wij zijn niet bang, wel integendeel. We hebben immers nog nooit zo veel steun gevoeld van de hele bevolking als vandaag. Ga maar eens kijken bij de arbeiders, de leerkrachten en zelfs op de trein bij de treinbegeleiders. Ze steunen ons! La lutte continue!
Sammy Mahdi:
Mijnheer de premier, sommige linkse partijen uit de oppositie hebben de indruk gewekt dat het een keuze is om onze hervormingen door te voeren. Beste vrienden van de PS, het is echter geen keuze om de werkloosheid te beperken in de tijd. Het is een absolute must om mensen aan het werk te zetten! Beste vrienden van de PVDA-PTB, het is ook geen keuze om ervoor te zorgen dat wie werkt, een hoger pensioen heeft dan wie niet werkt. Het is een absolute must om dat te doen! De communistische hemel waaruit het geld valt, bestaat immers alleen in uw Facebookposts, niet in de werkelijkheid.
Dus ja, er zijn twee types politici, namelijk de roepers, die veel fake news vertellen en die niet de moed hebben om grote hervormingen uit te voeren, en de moedige politici, die denken aan de toekomstige generatie en ervoor willen zorgen dat de sociale zekerheid beschermd wordt voor onze kinderen en kleinkinderen. Aan u om te kiezen van welke groep u deel wilt uitmaken. Ik kan al raden welke groep dat zal zijn. Succes! Wij zullen de moed (…)
Voorzitter:
Mijnheer Mahdi, uw tijd is om.
François De Smet:
Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je parlais d'arrogance et de mépris. Le mépris, par exemple, c'est de considérer que les dizaines et dizaines de milliers de personnes – soixante ou cent mille, peu importe – qui sont dans les rues seraient là parce qu'elles seraient quasi toutes employées d'organisations syndicales. À quoi sert-il, sincèrement, de dire des choses pareilles? Si, vraiment, votre but est d'œuvrer pour les générations futures – mais je crois que cela intéresse aussi ceux qui manifestent –, il est temps d'arrêter de cliver et il est plus que temps de fédérer.
Steven Coenegrachts:
Mijnheer de premier, ik voel me vandaag enigszins de andere oppositie en ik vrees dat dat de volgende vier jaar zo zal zijn. U hebt het echter goed begrepen: niet capituleren, luidt onze boodschap. We zijn daar, eerlijk waar, ongerust over. Uw trackrecord van de voorbije 8 maanden toont aan dat u telkens naar links bent opgeschoven. Het regeerakkoord voorziet in overgangsmaatregelen tot 2062. Dat is dus nog 37 jaar. Laat die periode alstublieft niet opschuiven naar sint-juttemis. Wij zullen u aan uw woord houden: hervorm, verander niet van positie, pak de zaken aan en zwak de ambitie niet af. Doe voort en versaag niet! Courage, mijnheer de premier! (Rumoer)
Oskar Seuntjens:
Ik ben een van de jongste Kamerleden, maar voel me soms wel een van de meest volwassene in de plenaire zaal.
Mijnheer de premier, ik vind het best grappig, want de oppositie bewijst exact het punt dat ik vandaag wil maken. Mensen zijn holle woorden en slogans beu. Als we het echt menen en willen dat mijn generatie en toekomstige generaties ook kunnen rekenen op een sterke sociale zekerheid, dan moeten we durven te hervormen. Dat is ook net de reden waarom er vandaag wel een draagvlak is voor de nieuwe regering. Daarom kwamen vandaag ook mensen op straat die blij zijn met de regeringsdeelname van Vooruit. Wij zullen immers hervormen. Het is belangrijk dat we meedoen, want wij zorgen ervoor dat er op een sociale een rechtvaardige manier hervormd zal worden.
Collega’s , de mensen kunnen op ons rekenen. Wij zullen verder blijven strijden voor eerlijke, belangrijke en nodige hervormingen.
Georges-Louis Bouchez:
Monsieur le premier ministre, le problème, c'est que certains écrivent leur sketch de réplique avant votre réponse. Donc, la réplique ne correspond pas du tout à la réponse.
Par contre, monsieur le premier ministre, je voudrais faire une concession, car nous avons oublié d'intégrer à cet accord de gouvernement un plan beaucoup plus ambitieux pour la lutte contre la maladie d'Alzheimer. En effet, quand j'entends le Parti Socialiste, je me dis que ces gens n'ont jamais gouverné. Quel dommage, car ils ont tant d'idées! Quand j'entends les écologistes, je me dis que ces gens n'avaient pas de ministre ces cinq dernières années, quel dommage! Quand j'entends le PTB, je me dis que ces gens n'ont jamais refusé d'aller au pouvoir.
Alors, la feuille blanche de M. Dermagne, c'est votre bilan à vous tous. Et c'est pour ça qu'aujourd'hui nous sommes obligés de faire des réformes, pour sauver la sécurité sociale! Car la sécurité sociale sera sauvée par le travail, et pas par la grève! (Brouhaha)
Sarah Schlitz:
J'espère que nous ne vous dérangeons pas trop. Sinon, n'hésitez pas à le dire, au cas où nous n'aurions pas encore compris! Monsieur Bouchez, nous vous retournons le compliment. Vous étiez un partenaire de la majorité dans le précédent gouvernement. Vous avez passé votre temps à bloquer l'ensemble des réformes qui étaient sur la table, et vous êtes au pouvoir depuis 25 ans sans discontinuer. Vous n'avez pas de leçon à donner! Monsieur le premier ministre, vous déclarez la guerre aux Belges, et puis vous leur demandez de ne pas riposter. C'est une blague! Et nous devrions vous remercier de ne pas avoir touché à l'index! Oh, mais merci… Et puis quoi encore? Oui, vous avez décidé de déclarer la guerre et, non, les Belges ne vont pas se laisser tondre sans riposter, monsieur le premier ministre!
De aangekondigde spoorstakingen
Gesteld door
Gesteld aan
Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)
op 13 februari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De nieuwe mobiliteitsminister benadrukt dialoog met vakbonden over noodzakelijke NMBS-hervormingen (HR Rail, pensioenen, besparingen), maar wijst overdreven stakingen (9 dagen door OVS) af als onaanvaardbaar en schadelijk voor pendelaars. Hij bevestigt een eerste gesprek met syndicalisten, maar stelt dat sociale onderhandelingen primair bij NMBS/Infrabel liggen—de overheid grijpt niet in, tenzij het openbaar belang in het gedrang komt. Kritiek blijft op het gebrek aan respect van vakbonden voor reizigers en misbruik van ziektecertificaten, terwijl de minister minimale dienstverlening wil versterken zonder het stakingsrecht aan te tasten. N-VA eist hardere stellingname tegen "privileges", MR pleit voor balans tussen protestrecht en werkbaarheid spoor.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, allereerst wil ik u feliciteren en veel succes wensen met uw nieuwe functie. Met Mobiliteit in uw portefeuille rust er weliswaar een last op uw schouders. In de eerste plaats is er crisis bij de NMBS, die efficiënter gemaakt moet worden. Daarnaast moet het vertrouwen van de pendelaars opgekrikt worden.
Bij dat laatste aspect wil ik even stilstaan, want de kleine spoorvakbond OVS krijgt het maar weer eens voor mekaar, zoals daarnet al werd aangehaald. Naast de nationale stakingen plant die bond ook nog eens een staking van maar liefst negen dagen. Dat is eigenlijk buiten proportie, het is onaanvaardbaar. Het toont totaal geen respect voor de pendelaars. Daarenboven ondergraaft een dergelijke staking ook het vertrouwen in onze spoorwegen. Waarom doet de vakbond dat? De reden is uiteraard blijvend verzet tegen de noodzakelijke hervormingen. Die vakbond vindt de pensioenhervorming, flexibilisering of de afbouw van HR Rail niet nodig.
Gelukkig is onder impuls van N-VA tijdens de Zweedse regering de minimale dienstverlening ingevoerd, wat maakt dat er tijdens die negen dagen nog wel enkele treinen zullen rijden. Dat mag echter geen excuus zijn om op onze lauweren te rusten. Integendeel, de pendelaars verdienen zekerheid. Waar de vorige minister nog vrolijk meehuppelde met de betogers, verwachten wij van u een serieuze aanpak. In de media hebben we gelezen dat u met de vakbonden al afspraken gemaakt hebt om samen te zitten.
Mijnheer de minister, heeft dat gesprek met de vakbonden al plaatsgevonden? Zo ja, hoe is het verlopen? Zo neen, wanneer zal het plaatsvinden? Wat zult u concreet ondernemen zodat het voor de vakbonden heel duidelijk wordt dat zulke acties niet kunnen?
Gilles Foret:
Ce mardi, un syndicat de cheminots a déposé un préavis de grève de neuf jours pour la fin février. Préavis de grève que les directions de la SNCB et d'Infrabel ont qualifié de prématuré et disproportionné. Cette annonce, qui s'ajoute à une série de mobilisations ayant déjà fortement perturbé le rail, suscite de vives inquiétudes auprès des usagers qu'ils soient travailleurs, étudiants ou bien des entreprises dépendant du fret ferroviaire.
Alors que notre nouveau gouvernement annonçait des investissements ambitieux pour moderniser l'infrastructure, améliorer la ponctualité et garantir un service de qualité aux citoyens, nous craignons une multiplication des grèves qui interroge sur l'état du dialogue social au sein des entreprises du rail. Il est essentiel que ces discussions entre directions et syndicats se déroulent dans un cadre constructif et responsable afin d'épargner les usagers du rail. Cette mobilisation s'accompagne également d'une polémique sur l'usage abusif par certains de certificats médicaux lors de périodes de grève. Cette pratique, si elle est avérée réelle, pose un problème et met en péril la transparence des mouvements sociaux.
Dès lors, quelles initiatives comptez-vous prendre pour assurer un dialogue social constructif et éviter les conflits à répétition? Comment entendez-vous renforcer la mise en œuvre du service garanti qu'un de vos prédécesseurs, François Bellot, avait mis en œuvre pour assurer la continuité du transport ferroviaire lors des journées de grève? Et enfin, quelles mesures prendrez-vous pour éviter les abus liés aux certificats médicaux en période de mobilisation sociale et garantir une gestion rigoureuse de l'absentéisme? Je vous remercie.
Jean-Luc Crucke:
Mijnheer de voorzitter, mevrouw Cuylaerts, mijnheer Foret, ik zou het kort kunnen houden, door te stellen dat ik uw redenering volg. Dat zou een kort antwoord opleveren.
Je vous remercie pour vos questions.
Ik wil er ten eerste aan herinneren dat de NMBS en Infrabel onafhankelijke overheidsbedrijven zijn. Het is dus niet aan de minister van Mobiliteit om zich te bemoeien met de sociale dialoog, die de relatie tussen het management en de vakbonden regeert. Hooguit heb ik de rol van doorgeefluik tussen beiden.
Je vais néanmoins vous répondre un peu plus précisément. Le droit à l'expression, d'une manière générale, m'est cher. En ce sens, le droit de grève est un mode d'expression démocratique et je tiens sincèrement à ce qu'il le reste.
Overdrijven is geen recht meer.
Toutefois, vous me connaissez, je suis un homme de dialogue. Aussi ai-je proposé, comme vous l'avez rappelé, aux représentants syndicaux qui ont tiré la sonnette d'alarme il y a quelques jours, de les rencontrer afin d'échanger sur leurs craintes. Quelles sont ces craintes?
U kent ze: de toekomst van HR Rail, het statuut van het personeel, het budgettaire traject met 250 miljoen euro besparingen tegen 2029, de sociale dialoog, de toekomst van de pensioenen, de impact van de pensioenmalus en dies meer.
Ik kan absoluut nog niet antwoorden op de vragen. De regering is vandaag nog maar tien dagen gevormd. Ik verdiep mij nog in de dossiers. U weet dat ik een man van de dialoog ben, maar ook een man van de dossiers.
Cependant, j'ai tenu à les rassurer. Quand je dis cela, je les ai quittés il y a à peine une heure. Nous avons dialogué honnêtement et de façon approfondie pendant deux heures afin de les rassurer sur la teneur de l'accord de gouvernement. J'appliquerai cet accord, tout l'accord et rien que l'accord, mais je le ferai en bonne intelligence avec les partenaires sociaux, les directions et les syndicats. Le dialogue social doit se poursuivre entre la SNCB et Infrabel, d'une part, et les syndicats, d'autre part.
En tout cas, ce que je ne veux pas, c'est que des tensions se fassent sentir à propos d'accords de principe, avant même que le travail n'ait commencé. Je comprends que les efforts soient difficiles sur papier, mais ils sont nécessaires. Si nous voulons garder une situation budgétaire tenable pour notre pays, il en va de l'avenir de nos finances publiques, et donc de l'avenir de nos enfants. Je suis sûr que les gestionnaires et les gens de raison comprendront que c'est ce que nous faisons. Et, s'il y a, en termes sociaux, des abus dans l'emploi de mécanismes de protection, il appartient bien évidemment à l'entreprise de prendre toutes les mesures nécessaires pour faire respecter les droits, mais aussi les obligations, des uns et des autres. Mon engagement est d'être clair avec tout le monde, mais aussi d'être sérieux avec tout un chacun.
Eerst en vooral moet er een dialoog zijn, maar als een organisatie het publiek bedrijf op het spel zet, dan zeg ik drie keer nee.
Dorien Cuylaerts:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De vakbonden blijven maar om solidariteit vragen voor hun situatie, maar tonen zelf geen greintje respect voor de pendelaars. Integendeel, ze zullen hen negen dagen gijzelen. U geeft aan voor dialoog te zijn, wat ik alleen maar kan toejuichen. Alleen zo komen we verder, maar het moet ook heel duidelijk worden meegedeeld dat dergelijke asociale vakbondsacties onaanvaardbaar zijn. Het gaat niet meer over rechten, zoals u zelf zegt, maar wel over privileges. Die privileges zijn echter niet langer houdbaar. De pendelaar moet de prijs betalen. Het is goed dat er nu een regering is die eindelijk moed toont en de nodige maatregelen neemt om ons land letterlijk en figuurlijk opnieuw op de rails te krijgen.
Gilles Foret:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour les éléments de réponse et pour votre engagement dans la poursuite d’un dialogue social constructif. Ce que nous regrettons, c’est qu’il y ait eu, avant la mise en place du gouvernement, des grèves préventives, et puis, aujourd'hui, des grèves prématurées. L’important, c’est ce dialogue social, et de pouvoir avoir un équilibre entre le droit de la grève et le droit de celles et ceux qui veulent se rendre sur leur lieu de travail, sur leur lieu de soin, sur leur lieu d’apprentissage. Il importe, en tant que ministre de la Mobilité, d’y veiller, dans tout le respect de l’autonomie des entreprises du rail. Quant au service garanti, il sera important de le renforcer et de veiller à ce que, lors de mouvements de grève, les travailleurs puissent bénéficier de la continuité du service ferroviaire. Nous verrons ensemble, en commission de la Mobilité, comment évaluer le service aujourd'hui et comment le faire évoluer pour le bien de tous, dans le respect du dialogue social. Je vous remercie, et bon travail!
De staking van de spoorvakbonden op 12 en 13 januari 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 21 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Gilkinet bevestigt dat de spoorstaking van 12-13 januari een protest was tegen dreigende pensioen- en bezuinigingsplannen (zoals regionalisering en budgettaire aanpassingen) van een toekomstige regering, waarbij spoorpersoneel vreest voor verlies van verworven rechten. Hij erkent de overlast voor reizigers (bv. studenten tijdens examens) maar steunt de vakbonden, wijzend op de zware arbeidsomstandigheden en het belang van het personeel voor het spoorsysteem. Negen nationale stakingsdagen vonden plaats sinds oktober 2020 (geen in 2020 of 2024). De staking draagt niet bij aan vertrouwen of treingebruik, maar is een politiek signaal tegen onzekerheid over toekomstig beleid.
Frank Troosters:
Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende vraag.
Uit vrees voor een mogelijke aanpassing van de pensioenvoorwaarden voor het NMBS-personeel door de volgende regering beslisten de spoorvakbonden een staking te organiseren van 12 januari (22u) tot 13 januari (22u). Hiervoor dienden ze in december 2023 een stakingsaanzegging in.
Vindt de minister het organiseren van een spoorstaking tegen de mogelijke plannen van een nieuwe regering een goede zaak voor het bevorderen van het vertrouwen in de NMBS bij de treinreizigers?
Zal deze stakingsactie ertoe bijdragen om meer mensen te bewegen tot het nemen van de trein?
Hoeveel spoorstakingen hebben plaatsgevonden sinds oktober 2020?
Georges Gilkinet:
Mijnheer Troosters, zoals ik al vermeldde tijdens de laatste plenaire vergadering, waren de spoorwegarbeiders in groten getale aanwezig op de staking afgelopen maandag om hun verzet te uiten tegen de plannen van de toekomstige arizonameerderheid. Er zijn veel kwesties die het spoorwegpersoneel zorgen baren: het in vraag stellen van het begrotingstraject en de ambities voor de trein die tijdens deze legislatuur werden beslist, het risico om van de trein opnieuw een budgettaire aanpassingsvariabele te maken, de wensen van sommigen om de spoorwegen te regionaliseren, maar ook de zeer onrechtvaardige maatregelen die de toekomstige meerderheid heeft aangekondigd op het vlak van pensioenen.
Het spoorwegpersoneel vormt de hoeksteen van ons spoorsysteem. Hun werk is niet evident, met onregelmatige werktijden, werken in de kou of in de warmte, zeer vroeg 's morgens of zeer laat 's avonds en ook gedurende het weekend. Ook zijn er de veranderingen die moeten worden doorgevoerd om de spoorwegdienst te verbeteren.
Ik sta aan hun zijde. Niemand ontkent de ongemakken en moeilijkheden die een staking voor reizigers veroorzaakt. Ik denk vooral aan de studenten die zich hebben moeten organiseren om hun examens af te leggen.
Sinds oktober 2020 tellen we negen dagen van nationale spoorstaking, geen in 2020 en in 2024.
Frank Troosters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De staking bij de NMBS en de gegarandeerde dienstverlening
De staking van 13 januari
De spoorstaking van 12 en 13 januari 2025
Spoorstakingen en dienstverlening bij NMBS januari 2025
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 16 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de spoorstaking tegen het pensioen- en hervormingsplan "Arizona", waarbij 70% van het SNCB-personeel meedeed, wat leidde tot grote verstoringen ondanks een alternatief vervoersplan (1/3 IC-treinen, 1/5 lokale verbindingen). Minister Gilkinet verdedigt het behoud van het speciale statuut voor spoorwegpersoneel (vroegpensioen op 55, zware arbeidsomstandigheden) en steunt de protesten, terwijl Cuylaerts (N-VA) het statuut oneerlijk en onhoudbaar noemt en Foret (MR) pleit voor verbetering van het "service garanti"-systeem om reizigers beter te beschermen. Jacquet (PTB) benadrukt de slechte arbeidsomstandigheden en onderinvestering als oorzaak van het conflict.
Voorzitter:
De vragen nrs. 56001679C van mevrouw Jacquet en 56001763C van mevrouw Cuylaerts, ingediend in de commissie, worden toegevoegd aan deze vraag.
Gilles Foret:
Monsieur le président, chers collègues, monsieur le vice-premier ministre, ce début de semaine a été marqué par une énième grève, une grève nationale qualifiée de préventive contre les futures réformes de notre système de pension. Une fois encore, cette action a eu des répercussions très importantes sur de nombreux travailleurs, sur des étudiants en période d'examens mais aussi sur les citoyens devant se rendre sur leur lieu de soins. Une fois encore, des milliers d'utilisateurs du rail n'ont pas pu compter sur leur mode de déplacement quotidien et indispensable.
L'objet de mon interpellation ne sera pas de vous demander votre avis sur le positionnement de votre parti ou le vôtre sur le bien-fondé des revendications des grévistes ou sur la légitimité du droit de grève – qui demeure un droit fondamental. Je voudrais revenir sur le service garanti qui a été mis en place par votre prédécesseur, François Bellot, dans une loi que, selon moi, vous n'avez pas votée à l'époque.
Quel bilan pouvons-nous dresser sur la mise en œuvre de ce service garanti lors des dernières grèves de lundi? Quel est le pourcentage de grévistes du côté de la SNCB et d'Infrabel? Dans quelle proportion ce plan de transport a-t-il pu être mis en place lundi? Y a-t-il une certaine équité sur le territoire ou y a-t-il des disparités dans son application? Le trafic de fret ou le trafic international ont-ils été perturbés?
Enfin, il importe pour le futur de savoir comment ce service garanti est évalué. Comment peut-on le faire progresser? Comment peut-on le consolider pour qu'il soit encore plus efficace pour permettre à chacune et à chacun de se rendre sur son lieu de travail, sur son lieu d'enseignement malgré les mouvements de grève? Je vous remercie de nous répondre et de nous dire si vous avez déjà engagé la réflexion et l'évaluation de ce système.
Farah Jacquet:
Monsieur le président, monsieur le ministre, comme ma collègue l'a dit tout à l'heure, plus de 30 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles ce lundi pour dire non au plan Arizona. Il y avait des professeurs, des pompiers, des puéricultrices, etc. ainsi que des cheminots! Oui, les cheminots sont solidaires de cette action. Et moi, je tiens à féliciter les cheminots, les travailleurs et les syndicats pour cette belle mobilisation de lundi. C'était vraiment magnifique!
Et qu'ont dit les travailleurs dans les rues ce lundi? Ils ne peuvent plus travailler jusqu'à 67 ans, ils ne peuvent pas terminer leurs mois avec des salaires bloqués, ils souffrent du manque d'investissements dans nos services publics. Avez-vous bien compris ce message? C'est bien pour cette raison qu'il y a eu un préavis de grève.
Comme ex-accompagnatrice de train, je pense évidemment à nos chemins de fer, aux travailleurs et aux usagers. Bien sûr! Le MR, Les Engagés et la N-VA veulent réduire les investissements prévus dans le rail et rendre la vie impossible aux usagers, supprimer le statut des travailleurs, limiter leur droit à partir à la retraite avant qu'ils ne soient usés par leur travail et couper dans leurs primes de nuit! Et après, ce sera quoi? On va travailler gratuitement?
Comme ils l'ont montré, ils ne se laisseront pas faire!,Ils peuvent compter sur nous, PTB, pour relayer leur combat et nous opposer à ce gouvernement de casseurs!
Mes questions sont les suivantes. Pensez-vous qu'en réduisant les droits des travailleurs, comme le veut l'Arizona, les métiers du rail seront plus attirants, alors qu'on peine déjà à recruter? Pensez-vous sincèrement qu'en réduisant les investissements dans (…)
Dorien Cuylaerts:
Mevrouw Jacquet, met een micro hoeft u niet te roepen, men verstaat u sowieso al.
Mijnheer de minister, staken is een fundamenteel recht in onze democratische samenleving en dat respecteren wij allemaal. Toch wil ik vandaag uw aandacht vragen voor de manier waarop de vakbonden van het spoorpersoneel keer op keer gebruik of misbruik maken van dat recht. Afgelopen maandag werden opnieuw honderdduizenden reizigers de dupe van stakingen bij het spoor. Nochtans geniet het spoorpersoneel in ons land een uitzonderlijk statuut, waarbij ik toch even wil stilstaan.
Het statuut biedt talrijke voordelen, zoals werkzekerheid, de mogelijkheid om op 55 jaar met pensioen te gaan en een royaal pensioen, een regeling waar heel veel werknemers en zelfstandigen alleen maar van kunnen dromen. Het is echter niet langer van deze tijd en het is financieel ook niet meer houdbaar, zo blijkt.
Tegelijkertijd is het spoor cruciaal voor veel burgers. Mensen moeten op hun werk geraken en studenten moeten hun examens kunnen afleggen. Deze staking legde het land letterlijk en figuurlijk plat en heeft heel veel reizigers gegijzeld.
Mijnheer de minister, in eerste instantie wilde ik polsen naar uw visie in dit dossier, maar ik zag maandag in de media dat u meteen uw wagonnetje had aangehaakt bij de betogers en vrolijk meestapte met de menigte.
Mijn vraag is dus hoelang we deze wanverhoudingen nog kunnen tolereren en hoe u uw steun voor de hoge eisen van de vakbonden rijmt met de noodzaak van eerlijke, duurzame en vooral broodnodige hervormingen.
Georges Gilkinet:
Chers collègues, ce lundi, effectivement, les travailleurs, notamment des chemins de fer, ont été très nombreux à marquer leur opposition aux projets de la future majorité Arizona. Permettez-moi d'être d'emblée très clair: je suis et je serai à leurs côtés pour défendre un service public ferroviaire de qualité et des conditions de travail soutenables.
Beaucoup de sujets sont effectivement de nature à inquiéter les cheminots et d'autres travailleurs: la remise en cause de la trajectoire budgétaire et des ambitions pour le train décidées sous cette législature, le risque de faire à nouveau du train la variable d'ajustement budgétaire de l'État fédéral, la volonté de certains de régionaliser le rail mais aussi les mesures très injustes annoncées par la future majorité en matière de pensions.
Het spoorwegpersoneel vormt de hoeksteen van ons spoorsysteem. Hun werk is niet evident: onregelmatige werktijden, werken in kou of warmte, heel vroeg ’s ochtends of heel laat ’s avonds werken, ook tijdens het weekend, en veranderingen die moeten worden doorgevoerd om de spoorwegdienst te verbeteren. Ik sta aan hun zijde.
Les conditions spécifiques d'accès à la pension des conductrices et des conducteurs de la SNCB se justifient. Elles tiennent compte de la pénibilité de leurs conditions de travail avec des services très matinaux ou très tardifs, irréguliers, y compris le week-end et les jours fériés, avec de grosses responsabilités. C'est pour cette raison que je les ai toujours défendues, y compris face aux attaques au sein de l'actuelle majorité Vivaldi.
Chers collègues, monsieur Foret, la meilleure grève est celle qu'on aura pu éviter, en continuant à investir et à transformer le rail belge, en entendant les inquiétudes des travailleuses et des travailleurs et en y répondant.
Je constate que leurs craintes ne sont pas apaisées. Elles sont plutôt attisées par les déclarations des partenaires de la potentielle future majorité. Face à ce manque de considération, je suis aux côtés des travailleuses et des travailleurs du rail.
Monsieur Foret, je dois vous préciser qu'en cas de grève, la loi prévoit non pas un service minimum, comme incorrectement annoncé par certains, mais bien un plan de transport alternatif. Elle exige que le personnel essentiel annonce sa participation à la grève au moins 72 heures avant le début de celle-ci.
Sur les 6 500 conducteurs et accompagnateurs de la SNCB, c'est-à-dire ceux que la SNCB a consultés pour connaître leur intention de participer ou non à la grève, 70 % ont exprimé leur intention de se mettre en grève. C'est le chiffre le plus élevé de ces dernières années. Les grèves contre le futur gouvernement Arizona sont bien plus suivies que celles qu'a connues le gouvernement Vivaldi.
Le service est alors organisé sur une base volontaire, le droit de grève étant, vous l'avez tous répété, un droit essentiel dans une démocratie.
Niemand ontkent de ongemakken en moeilijkheden die een staking voor reizigers veroorzaakt. Ik denk vooral aan de studenten die zich hebben moeten organiseren om hun examen af te leggen. Vanaf afgelopen zondag werd er een alternatief vervoersplan opgesteld om reizigers een, zij het beperkt, aanbod aan te bieden. Ongeveer een op de drie treinen op de IC-verbindingen en ongeveer een op de vijf lokale L- en S-verbindingen reden. Hier en daar rees een probleem, maar over het algemeen werd het aangekondigde alternatieve vervoersplan goed nageleefd.
Een dergelijke reorganisatie van het aanbod is zeer complex en vergt veel werk. Ik wil de medewerkers van Infrabel en de NMBS bedanken voor de gedrevenheid die ze hebben getoond.
J'espère maintenant que ces inquiétudes – qui ne sont d'ailleurs pas seulement celles des cheminots, mais aussi de l'ensemble des travailleurs, des enseignants, du personnel des services publics – seront entendues par les partis qui négocient un futur accord gouvernemental, monsieur Foret, madame Cuylaerts. Parce que notre monde a besoin de services publics efficaces et d'une sécurité sociale forte, parce qu'il existe des alternatives au désert que nous annonce la future coalition Arizona, des alternatives qui passent par des réformes équilibrées et surtout beaucoup plus justes que ce qui est sur la table.
Gilles Foret:
Monsieur le président, je me joins évidemment aux différents intervenants pour remercier les travailleurs du rail qui ont pu assurer un service garanti ce lundi. C'est important, car il faut que notre pays continue à tourner, que la mobilité soit possible parce que des gens en ont besoin.
Pour cette raison, je souhaitais intervenir aujourd'hui à propos du service garanti, qui a sept ans. Il avait alors été mis en place par votre prédécesseur, François Bellot. Il importe d'évaluer ce service, de voir comment on peut l'améliorer, en respectant le droit de chacune et de chacun. C'est un équilibre, et il faut que celles et ceux qui ont besoin de ce moyen de transport puissent en bénéficier, de manière équitable sur l'ensemble du territoire. Je serai très vigilant, avec mes collègues, lors de cette mandature, sur le fait de le faire évoluer. Nous déposerons une proposition de loi en ce sens.
Farah Jacquet:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Pour ce qui est de mon intonation, si tout le monde arrêtait de parler pendant que l'orateur s'exprime à la tribune, je pense que cela irait déjà mieux. Sinon, il conviendrait peut-être d'investir dans les soins de santé pour les appareils auditifs car personne ne m’empêchera de parler!
J’entends qu’on s’attaque au statut des travailleurs. Comme vous, monsieur le ministre, les travailleurs ne veulent pas de ces mesures Arizona. Vous venez d'en parler.
Mais qu’en est-il du statut des députés? Parce que c’est vous, les privilégiés, pas les cheminots! Pas les travailleurs! Là, on n’entend rien. Des salaires de 9 000 euros brut, des pensions à 8 000 euros. Mais non, rien, silence! De cela, on ne peut pas parler. Pour vous, c’est normal. J’ai envie de dire: regardez dans votre assiette avant de regarder dans celle des autres!
Dorien Cuylaerts:
Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Afgelopen zondag las ik op X het verhaal van een moeder die een hotel moest boeken om haar zoon tijdig op zijn examen te krijgen. Dat is een ingrijpende keuze, veroorzaakt door een treinstaking. Gelukkig bestaat er sinds 10 jaar een gegarandeerde minimumdienstverlening, die onder de Zweedse regering onder impuls van de N-VA werd goedgekeurd. Dankzij die maatregel zijn er maandag toch heel wat mensen op hun bestemming geraakt. Wij willen het spoorpersoneel natuurlijk ook bedanken, maar u pleit voor het behoud van het statuut. Hoe legt u dat uit aan andere mensen die tewerkgesteld zijn in een ander statuut? Het getuigt niet meteen van een solidaire houding. We vragen solidariteit, maar dan geldt dat ook wel voor iedereen. Mijnheer de minister, hoe u zich hier manifesteert in dit hele gebeuren is op zijn minst opvallend te noemen. U gaat zij aan zij met de betogers. U lijkt echt wel het spoor bijster.
De overbevolkte gevangenissen
De tijdelijke opschorting van de verzending van gevangenisbriefjes
De staking van de cipiers
Overbevolking, stakingen en logistieke problemen in het gevangeniswezen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmante overbevolking in Belgische gevangenissen, die leidt tot onveilige werkomstandigheden voor bewakers (agressie, onderbemanning, onervaren personeel) en mensonterende detentieomstandigheden (gevangenen slapen op de grond, frustratie, geweld tussen gedetineerden). Minister Van Tigchelt benadrukt dat de overbevolking historisch niet uniek is, maar erkent de crisis: tijdelijke maatregelen zoals uitgestelde gevangenisstraffen voor kleine criminaliteit (peilstraf <5 jaar) en betere spreiding van gedetineerden brengen voorlopig enkel stabilisatie, geen daling. Kritiek blijft dat er geen structurele oplossingen komen voor veiligheid, personeelstekort of herwaardering van het beroep, terwijl de kernproblemen—onderbezetting, slechte infrastructuur en gebrek aan reïntegratiefocus—onveranderd blijven.
Julien Ribaudo:
"Je n’arrive pas à faire mon travail correctement", "j’arrive la boule au ventre chaque matin", c'est ce que j'ai entendu ce vendredi à Leuven lors de l'action du personnel pénitentiaire des prisons flamandes et bruxelloises. À chaque jour qui passe, la situation ne fait qu'empirer. Les cas d'agression envers le personnel pénitentiaire s'accumulent. Le personnel ne se sent plus en sécurité et pire encore, il ne se sent même plus soutenu par la direction. La surpopulation carcérale nécessite l'embauche de plus de personnel mais on ne parvient pas à recruter du personnel qualifié en suffisance. Par conséquent, nous avons dans nos prisons des jeunes de dix-neuf ou vingt ans sans aucune qualification qui se voient confier de plus en plus de responsabilités. Le personnel aime son travail mais se trouve aujourd'hui dans l'impossibilité de l'exercer correctement.
Au-delà des agressions sur le personnel, les incidents entre détenus augmentent également. Ce matin encore dans De Standaard , il était fait mention de la possibilité de suivre sur TikTok une bagarre entre détenus à la prison de Haren.
Tous les travailleurs que je rencontre sont d’accord sur un point: la cause de ces agressions en constante hausse est la surpopulation carcérale. Les détenus sont entassés comme des bêtes avec des conditions de vie déplorables. Le bâtonnier disait qu'il n'y a que les rats qui manquent à ce tableau. Cent-nonante détenus doivent dormir par terre, certains dans les cachots faute de place. Tout cela est générateur de frustration et de colère, tant chez les agents pénitentiaires que chez les détenus. Je ne citerai que l’exemple de la prison de Hasselt, où il n'y a même plus suffisamment d'assiettes en raison du nombre de détenus qui ne cesse d'augmenter.
Les conséquences de la surpopulation carcérale sont connues, elles nous ont notamment été exposées par madame la directrice générale des prisons ce matin. Les frustrations montent en flèche, tant chez le personnel que chez les détenus. Monsieur le ministre, que comptez-vous faire pour assurer la sécurité des agents pénitentiaires et pour répondre aux revendications du personnel et des syndicats?
Pierre Jadoul:
Monsieur le ministre, vous avez envoyé une directive aux parquets afin de suspendre provisoirement les billets d'écrou pour des faits dits de petite criminalité. Cette mesure a été prolongée, sauf erreur, jusqu’à ce jour. C’est une deuxième prolongation. Les personnes doivent patienter avant de recevoir le courrier leur enjoignant de se rendre en prison. Elles restent provisoirement libres et purgeront leur peine plus tard.
Vous avez indiqué lors de la séance plénière de la semaine dernière qu'il s'agissait bien d'une mesure d'urgence temporaire, qui vise à réduire la pression sur les prisons et sur le personnel pénitentiaire. On sait que la surpopulation carcérale atteint des niveaux records dans notre pays. Nous y avons d’ailleurs consacré la matinée.
D'emblée, je précise que nous avons bien conscience que cette mesure ne concerne que les condamnés à des peines de prison de moins de cinq ans. Sont exclus les faits de terrorisme, de délinquance sexuelle, de graves violences ainsi que les personnes qui représentent un danger et qui figurent sur la liste de l'OCAM. Cela ne concerne pas non plus les personnes en détention provisoire au moment de leur condamnation.
C'est une mesure exceptionnelle, mais qui attire l'attention. Cela m’amène à vous poser les questions suivantes.
Monsieur le ministre, combien de temps va encore durer cette suspension? Allez-vous la prolonger? Avez-vous une idée du nombre de billets d'écrou que cela concerne?
Quel est le bilan que les parquets tirent de l’application de cette mesure? Quels sont les retours du terrain? Pouvez-vous en dresser un premier bilan?
Des problèmes ont-ils été rapportés concernant des condamnés en attente de leur billet d'écrou?
Paul Van Tigchelt:
Chers collègues, je vais tenter de donner une réponse globale à vos questions concernant l'évolution de la population carcérale. Il faut bien contextualiser et tenir compte de l'historique de cette problématique. En 2019, la population pénitentiaire moyenne était de 10 560 détenus avec une surpopulation moyenne de 14,4 %. En 2024, entre le 1 er janvier et le 31 octobre, la population moyenne était de 12 166 détenus et, grâce à la capacité supplémentaire que nous avons pu ouvrir au cours de cette législature, cela représente une surpopulation moyenne de 12,3 %. Je n'essaie pas de minimiser mais bien de contextualiser. La surpopulation n'a pas atteint aujourd'hui un record, contrairement à la population en général qui, elle, atteint un record. À certaines époques, la surpopulation était encore pire qu'aujourd'hui. C'est la réalité, chers collègues!
La capacité disponible est bien sûr déterminée par la direction générale compétente. Cette direction s'appuie pour ce faire sur des normes nationales et internationales car le Comité européen pour la prévention de la torture (CPT) du Conseil de l'Europe effectue des contrôles. Ce CPT rédige des rapports à notre attention. Si vous souhaitez obtenir des chiffres détaillés et actualisés sur le nombre de détenus, je peux vous les communiquer à l'occasion d'une question écrite.
En ce qui concerne les questions relatives aux mesures à adopter pour assurer la sécurité des agents pénitentiaires, des détenus et du personnel face à la problématique de la surpopulation, une politique a été élaborée lors de la législature précédente mais, depuis mars, nous avons pris des mesures temporaires pour réduire la surpopulation et empêcher que des personnes dorment au sol.
Des questions me sont posées à ce sujet chaque semaine, de sorte que je renvoie à la réponse que j’ai donnée en séance plénière le 21 novembre dernier.
Comme vous le savez, le congé pénitentiaire prolongé a été réintroduit. Actuellement, la capacité disponible – en ce compris dans les maisons de détention – a été maximisée par une meilleure répartition des détenus. Par ailleurs, des efforts supplémentaires sont consentis en coopération avec l’Office des étrangers et la police fédérale en vue de renvoyer les détenus sans droit de séjour. Pour la première fois depuis 2017, nous avons conclu un accord avec le Maroc à cet égard. Ces mesures s’ajoutent à celles qui ont été prises afin de créer de la capacité supplémentaire en matière d’infrastructures et de personnel.
En outre, le 28 octobre dernier – cette date n’est pas le fruit du hasard car c’est le 29 octobre qu’ont été condamnés plus de 100 prévenus dans le cadre d’un procès sur la criminalité organisée liée aux milieux de la drogue –, j’ai dû donner une instruction temporaire au ministère public afin de suspendre l’émission de billets d’écrou pour les personnes condamnées à une peine d’emprisonnement n’excédant pas cinq ans, à condition qu’elles soient encore libres au moment de la condamnation et qu’elles ne constituent aucun danger pour autrui. Cette instruction était en vigueur jusqu’au 10 décembre et a donc été prolongée pour une durée de deux semaines en raison d’un effet insuffisant sur la population. Cette instruction est donnée à chaque fois pour une période de 14 jours.
Contrairement aux semaines précédentes, où la population carcérale augmentait en moyenne de 100 détenus par semaine, nous constatons pour la première fois depuis deux semaines que la population carcérale reste stable. Mais malgré l'instruction, nous ne constatons pas encore de diminution de la population carcérale.
Cela peut s'expliquer par l'augmentation du nombre de personnes en détention préventive. Vous savez, ce n'est pas le ministre qui décide qui est incarcéré mais bien des magistrats. C'est une bonne chose dans un État de droit. Ce sont des magistrats qui décident si une personne doit être en détention préventive. Ce sont des magistrats qui condamnent des personnes. On constate qu'il y a beaucoup de détenus en détention préventive. Voilà quelques éléments de réponse.
Julien Ribaudo:
Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Vous nous dites qu'on a connu pire. Nous ne parlons pas ici de statistiques, monsieur le ministre, nous parlons de personnes. Nous parlons de gens qui sont détenus dans des conditions déplorables.
Ce matin, j'ai eu l'honneur d'entendre des collègues beaucoup plus expérimentés dire qu'en fait, cela n'avait pas changé depuis des années, que ce problème restait là. Ce problème n'est pas nouveau et rien ne change.
Je trouve que les agents ont raison de se mobiliser pour de meilleures conditions de travail. Pour le moment, je n’ai rien entendu de concret dans vos réponses, à part prendre des capacités pour augmenter les places et le personnel, à part maximiser les places. Cela veut dire mettre encore plus de gens dans nos prisons et en renvoyer dans d’autres pays.
Je n'entends rien sur des mesures concrètes pour rendre le métier plus attractif, donner plus de sécurité au personnel et engager beaucoup plus de personnel. En effet, plus il y a de détenus, plus nous avons besoin de gens pour s'en occuper et faire ce qu'ils font le mieux: travailler avec les détenus pour s'assurer qu'ils sortent de prison dans de meilleures conditions que quand ils y sont entrés.
Pierre Jadoul:
Monsieur le ministre, merci pour ces informations chiffrées qui sont bien utiles et permettent de mettre les choses en perspective. Le problème actuel est majeur, même s'il n'est pas neuf. Je pense qu'il va effectivement falloir trouver d'autres solutions de manière urgente, mais aussi sur la durée de cette législature ou de la prochaine, car les solutions actuelles ne me semblent pas adéquates à la politique pénitentiaire.
Voorzitter:
Monsieur Ribaudo, vous avez la parole pour votre question n° 56000994C.
Julien Ribaudo:
Monsieur le président, nous avons envoyé un email ce matin pour signaler notre préférence de transmettre notre question par écrit.
Voorzitter:
Merci de la précision. Votre question sera bien transformée en question écrite.
De staking in de Brusselse gevangenissen van Haren en Sint-Gillis
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 11 december 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Gevangenispersoneel in Brussel staakte voor betere arbeidsomstandigheden (onderbemanning, hoge werkdruk, agressie) en eist structurele oplossingen zoals extra personeel en een nieuwe vleugel in Sint-Gillis. Minister Van Tigchelt erkent de problemen, bevestigt lopende wervingsacties (inclusief gerichte procedures voor Brussel) en overweegt de vleugeluitbreiding, maar benadrukt budgettaire en personeelsbeperkingen. Overbevolking wordt aangepakt via landelijke spreiding van gedetineerden—niet systematisch naar Vlaanderen—op basis van beschikbare capaciteit. Overleg met vakbonden vond plaats, maar voorkwam de staking niet; verdere discussies volgen.
Sophie De Wit:
Geachte heer minister,
Op zondagavond 24 november om 22u werd er in de gevangenissen van Haren en Sint-Gillis in Brussel een staking uitgeroepen tot maandagavond 22u. Een vervolgstaking of een verlenging behoren ook tot de mogelijkheid. De staking is een vakbondsinitiatief en heeft tot doel om betere werkomstandigheden te verkrijgen voor het gevangenispersoneel. Volgens de ACOD is de staking vooral een gevolg van een “chronisch gebrek aan personeel, een te hoge werkdruk en een gebrek aan ondersteuning en respect ten aanzien van het gevangenispersoneel”, aldus een afgevaardigde.
De deelnemende vakbonden eisen onder meer een dringende opvulling van het personeelskader in de gevangenissen en een verlaging van de werklast voor de cipiers en het gevangenispersoneel. Gelet op de talrijke incidenten in de gevangenis van Haren – sinds de opening al drie gevallen van agressie tegen cipiers, drie sterfgevallen en twee celbranden – vraagt men tevens een sterk signaal tegen agressie van gedetineerden ten opzichte van het gevangenispersoneel.
Ik had u graag de volgende vragen gesteld.
- Wat is uw reactie op deze staking? Is er overleg gepland met de vakbonden van de desbetreffende faciliteiten?
- Kan u bevestigen dat het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) recent heeft beslist dat nieuwe gedetineerden naar Vlaamse gevangenissen moeten worden overgebracht omdat de Brusselse gevangenissen overvol zitten? Zo ja, werden de Vlaamse gevangenissen hiervan op de hoogte gebracht?
- Is het openen van een extra gevangenisvleugel in de gevangenis van Sint-Gillis, zoals gevraagd wordt door de vakbonden, een optie?
- In welke mate wordt het personeelskader in de gevangenissen al dan niet ingevuld? Wordt hiervoor aan een oplossing gewerkt?
Bedankt voor uw antwoorden.
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw De Wit, u vroeg vooreerst naar mijn reactie op de staking in de Brusselse gevangenissen. Personeelsleden hebben het recht om te staken. Wie ben ik om dat recht te beknotten? Ik heb begrip voor de beweegredenen van de personeelsleden. Bij elke stakingsaanzegging vindt er binnen de zeven dagen overleg met de vakbonden plaats. Dat is ook hier het geval geweest, maar dat heeft de staking niet kunnen voorkomen.
Uw tweede vraag ging over het feit dat nieuwe gedetineerden naar Vlaamse gevangenissen zouden moeten worden overgebracht. Om de overbevolking beheersbaar te houden, wordt volop ingezet op een betere spreiding van gedetineerden. Dat was in het verleden niet altijd het geval. Die spreiding gebeurt niet in de richting van één specifieke regio, maar naar alle gevangenissen op basis van hun capaciteit. Het is dus niet zo dat er systematisch van Brusselse naar Vlaamse gevangenissen zou worden getransfereerd.
Een dergelijke spreiding gebeurt ook in de Brusselse gevangenissen. Gevangenen uit Brussel die kunnen worden overgeplaatst, gaan naar gevangenissen waar de overbevolking op het moment van de overplaatsing lager is. Het is wel een feit dat de toestroom van nieuwe gedetineerden in Antwerpen en Brussel groot is.
De opening van de extra gevangenisvleugel in de gevangenis van Sint-Gillis is zeker een optie, mevrouw De Wit, maar dat vereist – dat zal u niet verbazen – extra budget en extra personeel.
In welke mate is het personeelskader in de gevangenissen al dan niet ingevuld? Wordt hiervoor aan een oplossing gewerkt? Ook dat komt verschillende keren aan bod, ook vandaag. In het verleden en tot vandaag werden er acties ondernomen om extra personeel aan te werven. Dat blijft een uitdaging. Momenteel lopen er heel wat selectieprocedures om extra personeel aan te werven. Er is ook een specifieke procedure voor de Brusselse gevangenissen. We blijven inzetten op employer branding en zijn aanwezig op tal van jobbeurzen, scholen en infomomenten, om zo veel mogelijk mensen te bereiken en warm te maken om deel te nemen aan de selectieproeven.
Sophie De Wit:
Mijnheer de minister, dit thema zal de komende weken nog heel dikwijls aan bod komen. Het debat werd deze ochtend al ingezet en er komt nog een vervolg. Ik wil u alvast bedanken voor uw antwoord.
De overbevolkte gevangenissen
De staking in de gevangenis te Marche-en-Famenne
De overbevolkte gevangenissen
De opschorting van de verzending van gevangenisbriefjes
Gevangenisoverbevolking, stakingen, briefjesverzending opschorting
Gesteld door
VB
Marijke Dillen
Les Engagés
Benoît Lutgen
CD&V
Steven Matheï
MR
Catherine Delcourt
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 21 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De kritiek op overbevolkte gevangenissen (12.777 detineerden vs. 11.000 plaatsen) en tijdelijke opschorting van straffen onder 5 jaar (behalve voor zware misdrijven) dominen de discussie: oppositie noemt dit "straffeloosheid" en een veiligheidsrisico, terwijl minister Van Tigchelt het een noodmaatregel noemt om drukte te verlichten, met structurele oplossingen (1.200 nieuwe plaatsen, detentiehuizen, terugkeer illegale detineerden) op langere termijn. Gebrek aan capaciteit, geïnterneerden (1.000+), en lange preventieve hechtenis verergeren de crisis, met slechte werkomstandigheden voor cipiers (bv. Marche-en-Famenne) als direct gevolg. Alternatieven (huur buitenlandse capaciteit, versnelde repatriëring, alternatieve straffen) blijven onderbelicht of geblokkeerd.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, uw beweerde straffe justitie heeft de voorbije week geen al te goede beurt gemaakt, integendeel, met de beruchte cannabisboer die in een zwaar drugsdossier vrijuit gaat omdat de redelijke termijn is overschreden en waarbij justitie waarschijnlijk de in beslag genomen 2,4 miljoen euro moet terugbetalen, met een pedofiele BV die gedurende jaren gruwelijke beelden van kindermisbruik verspreidde en extreme fantasieën had over het misbruik en de mishandeling van kinderen, maar tegen wie het openbaar ministerie slechts een jaar effectieve gevangenisstraf vordert, en nu met uw richtlijn om geen nieuwe oproepingsbrieven meer te sturen naar gedetineerden die veroordeeld zijn tot celstraffen onder de vijf jaar. Men moet in dit land al heel wat uitsteken om te worden veroordeeld tot vijf jaar effectieve gevangenisstraf.
Uw richtlijn geldt niet voor alle veroordeelden. Ze geldt niet voor veroordelingen wegens terrorisme, intrafamiliaal geweld, kindermisbruik enzovoort, maar een drugsdealer of een wapenhandelaar die is veroordeeld tot vier jaar, zal voorlopig – hoelang zal dat duren – niet naar de gevangenis moeten gaan. Dat is ongezien! Op deze wijze komt de veiligheid van de samenleving in het gedrang. Dit is geen oplossing voor de problematiek van de overbevolking, die vandaag opnieuw een hoogtepunt kent met ongeveer 12.700 gedetineerden, als ik juist ben ingelicht, terwijl er slechts plaats is voor 11.000, met ook nog eens 200 grondslapers.
Mijnheer de minister, wij betwisten niet dat de overbevolking onaanvaardbaar is en de veiligheid en werkomstandigheden van de cipiers in het gedrang brengt, maar in plaats van die problematiek structureel aan te pakken, neemt u maatregelen die de straffeloosheid doen toenemen. Wat zult u bij hoogdringendheid doen om deze waanzin te stoppen en ervoor te zorgen dat alle straffen effectief worden uitgevoerd?
Benoît Lutgen:
Monsieur le ministre, la Belgique est championne en matière de surpopulation carcérale. C'est un titre peu envié. Cette surpopulation a des conséquences graves pour les gardiens et gardiennes de prison. Certains ou certaines partent travailler la peur au ventre.
Cette surpopulation existe partout et les incidents, que ce soit à Andenne ou à Marche-en-Famenne en particulier ces derniers jours, sont particulièrement marquants pour les gardiens. Trois gardiens sont hospitalisés et plusieurs sont en incapacité de travail. Sur les deux cents agents pénitentiaires de Marche, soixante sont aujourd'hui en maladie ou en incapacité de travail. La situation ne fait qu'empirer dans cette prison.
Monsieur le ministre, quelles actions allez-vous mener spécifiquement par rapport à la prison de Marche et plus globalement par rapport à cette surpopulation carcérale?
Ce matin s'est tenue une réunion de concertation entre les gardiens, les syndicats et la direction. Cette dernière, ou plutôt l'équipe qui fait fonction de direction pour le moment, doit d'ailleurs faire l'objet d'un renouvellement. Quels sont les résultats de cette rencontre? Quelles actions allez-vous mener? Quel soutien allez-vous apporter en dédommagement et en suivi psychologique pour les agents pénitentiaires concernés?
La situation est d'autant plus dramatique que la prison de Marche a été montrée en exemple pour la réinsertion, l'aspect social et tout l'accompagnement. Aujourd'hui, ces projets sont mis de côté. Pour vous donner un exemple très concret, les pauses qui doivent normalement se faire à trente-quatre agents se font aujourd'hui à seize ou dix-sept agents. C'est la moitié du personnel. La tension est de plus en plus forte et impacte de façon extrêmement importante d'abord les agents bien sûr, mais également les détenus.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, er zitten 12.777 gevangenen in onze gevangenissen. Dat is een triest hoogtepunt in België. We zouden bijna heimwee krijgen naar de situatie van zes maanden geleden, toen we de magische kaap van 12.000 gevangenen dreigden te overschrijden. De laatste maanden komen er nog eens acht gevangenen per dag bij. Dat zijn de harde cijfers, hoewel de criminaliteitscijfers dalen.
De vraag is dan natuurlijk wat de oplossingen zijn. Uw oplossing bestaat erin om iedereen elke gevangenisstraf onder de vijf jaar niet meer te laten uitvoeren. Concreet wil dat zeggen dat iemand die een inbraak pleegt en daarvoor veroordeeld wordt tot vier jaar cel niet naar de gevangenis moet en vrij blijft. Dat wakkert het onveiligheidsgevoel natuurlijk sterk aan.
Onze oplossing is een en-enverhaal. Ze bestaat erin om ten eerste in te zetten op capaciteit. Mijnheer de minister, waar blijven de extra gevangenissen in Luik en Leopoldsburg? Waar blijven die extra FPC's in Waver en Aalst? Waar blijven die 15 aangekondigde detentiehuizen? Er zijn er op dit moment immers slechts twee gerealiseerd. Het lijkt alsof al die dossiers geblokkeerd zitten en geen vooruitgang kennen. Ondertussen moet de afgeleefde gevangenis van Sint-Gillis opnieuw een deel van de oplossing bieden voor de gedetineerden.
Daarnaast zijn er natuurlijk ook de geïnterneerden. Dat zijn er 1.000 en dat cijfer is verdubbeld in de afgelopen vijf jaar. Waar zijn de data en de plannen om samen met de minister van Volksgezondheid ook die problematiek aan te pakken? We hebben met het nieuwe Strafwetboek ook meer alternatieve straffen mogelijk gemaakt. Kunnen we daar niet meer op inzetten? Het is immers belangrijk dat mensen ook aan zichzelf blijven werken.
Mijnheer de minister, u hoort het: er zijn veel problemen en veel vragen, maar weinig actie. Wat ons betreft is het dan ook niet vijf voor, maar vijf na twaalf.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, la volonté d'exécuter les courtes peines était un signal fort vis-à-vis des victimes et pour l'effectivité des peines. Néanmoins, cette décision a été prise en dépit de la réalité du terrain dans les prisons, où la capacité est totalement insuffisante pour accueillir le nombre de détenus qui sont écroués. En conséquence, les conditions de travail des directions, des greffes et des agents pénitentiaires sont déplorables, et les conditions de détention indignes d'un État de droit. Celles-ci sont en outre contreproductives dans le cadre d'un projet de réinsertion.
Monsieur le ministre, on fait deux pas en avant, trois pas en arrière, puisque vous avez adressé une directive au parquet de Liège, notamment, en demandant que les billets d'écrou ne soient plus exécutés jusqu'au 26 novembre cette fois, pour essayer d'endiguer cette surpopulation qui est particulièrement importante à la prison de Lantin.
Avez-vous encore l'intention de prolonger cette mesure? Quels parquets sont-ils concernés par cette mesure? Combien de billets d'écrou votre décision concerne-t-elle en définitive?
Je voudrais enfin vous demander, monsieur le ministre, de faire preuve d'un peu de créativité. Quelles autres mesures envisagez-vous pour endiguer cette surpopulation carcérale?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Dillen, mijnheer Lutgen, mijnheer Matheï, mevrouw Delcourt, ik dank u voor het mee nadenken over het prangende vraagstuk van het plaatstekort in de gevangenissen. Straffen die rechters uitspreken, moeten immers effectief worden uitgevoerd. Het is anderzijds aan de politiek en de overheid om dat te laten gebeuren in aanvaardbare omstandigheden.
Collega’s, ik trap een open deur in, maar ik moet dat toch even doen. Het plaatstekort is geen nieuw probleem. Het zit nu op 15 %. Tien jaar geleden was dat nog 25 %. Het is een feit dat wij de voorbije legislatuur 1.200 nieuwe plaatsen hebben gecreëerd. Dat was echter niet genoeg, omdat de aangroei van gedetineerden nog groter is geweest. Het is een feit – ik herhaal het en het is hier ook aangehaald – dat er nog nooit zoveel mensen zijn opgesloten, namelijk 12.777 gedetineerden vandaag. Het waren er vorige week zelfs meer dan 12.800. Sinds 1 oktober 2024 alleen al zijn er 450 gedetineerden netto bij gekomen.
De vraag hoe dat komt, is een relevante vraag. Wie de ziekte wil bestrijden, moet immers de juiste diagnose stellen. De toename is deels te wijten aan het aantal veroordeelden in de Sky ECC-dossiers.
Nous constatons également que les détentions préventives deviennent de plus en plus longues. Dans nos prisons, 5 000 personnes sont actuellement en détention préventive. Par ailleurs, nous constatons que les juges deviennent de plus en plus fermes: plus de 50 % des détenus purgent leur peine du début à la fin.
Het zijn rechters die oordelen, veroordelen en straffen, mevrouw Dillen. Ik heb alle vertrouwen in hun oordeel ter zake, omdat ik geloof in de rechtsstaat.
Tegelijkertijd blijven onze gevangenissen een vergaarbak voor problemen van andere diensten, zoals de heer Matheï zei. Het gaat niet alleen om 1.000 geïnterneerden, maar ook om bijna 4.000 gedetineerden zonder verblijfsvergunning, mijnheer Matheï. Dat zijn mensen die niet in de gevangenis thuishoren, zeker niet als het gaat over geïnterneerden. Het is juist dat ik meer engagement van Volksgezondheid heb gevraagd. In het reguliere psychiatrische circuit moeten meer plaatsen worden gecreëerd.
Om die acute stijging op korte termijn op te vangen, heb ik inderdaad op 28 oktober – dat is niet toevallig, want de dag nadien is er de uitspraak in dat EncroChatdossier in Brussel gekomen – een instructie aan het openbaar ministerie gegeven. Luister goed alstublieft. Personen die tot een gevangenisstraf tot vijf jaar worden veroordeeld, maar die nog vrij zijn op het ogenblik van de veroordeling en die geen gevaar voor anderen vormen, moeten zich niet in de gevangenis aanbieden. De straf wordt wel degelijk uitgevoerd, maar later. Die instructie geldt voor alle parketten. De tijdelijke maatregel geldt dus niet voor gevangenen die in hechtenis zitten op het ogenblik van hun veroordeling en evenmin voor zedendelinquenten, terroristen en plegers van zware geweldfeiten en intrafamiliaal geweld.
Mag ik u erop wijzen, mijnheer Matheï, dat dit geen unicum is. Die maatregel werd in het verleden ook reeds door voorgangers van mij genomen. Ook Nederland nam volgens mijn informatie recent dergelijke maatregelen.
Il s’agit d’une mesure d’urgence temporaire qui vise à réduire la pression sur nos prisons et notre personnel pénitentiaire. En outre, nous avons développé une politique et nous avons pris des mesures pour résoudre de manière structurelle – ce qui est le vrai défi – le problème chronique du manque de places. Nous le savons et je l’admets, cela ne se fera pas du jour au lendemain. Par ailleurs, nous avons élaboré une vision claire avec un nouveau Code pénal, avec des maisons de détention et de transition.
Straffen op maat en vermijden van recidive staan daarin centraal en zijn de structurele oplossingen die worden uitgewerkt. Het uitvoeren van straffen onder de drie jaar is een essentieel onderdeel van die verandering. We nemen ook verschillende noodmaatregelen om op korte termijn de druk te verlichten, zoals het voorzien van een betere spreiding tussen alle gevangenissen en het terugsturen van illegale gedetineerden naar hun land van herkomst. Marokko neemt voor de eerste keer sinds 2017 zijn onderdanen terug en we hebben dat tempo opgedreven. We gaan binnenkort naar de ministerraad met een dossier voor containerbouw om een contract toe te laten voor 600 extra (…)
Voorzitter:
Dank u wel, mijnheer de minister. De klok is onverbiddelijk, ook voor de collega’s, die één minuut repliektijd krijgen.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, uw antwoord overtuigt me allerminst. Deze overbevolking heeft oorzaken, want al decennialang wordt het gevangeniswezen zwaar verwaarloosd, werd er niet gewerkt aan meer capaciteit en werd te weinig geïnvesteerd in nieuwbouw en renovatie. Daarvoor draagt uw partij een verpletterende verantwoordelijkheid, maar ook de collega’s van cd&v en de socialisten, want zij hebben decennialang dit beleid mee bepaald.
Er zijn oplossingen. Huur gevangeniscapaciteit in het buitenland, mijnheer de minister. Investeer samen met uw collega van Volksgezondheid in meer gebouwen voor geïnterneerden en stuur vooral alle illegale en criminele vreemdelingen terug naar hun land van herkomst. Dan hebt u onmiddellijk 4.000 plaatsen. Indien die landen weigeren, koppel het dan aan het intrekken van ontwikkelingssamenwerking. Laat eindelijk uw tanden zien, want (…)
Voorzitter:
Ik had reeds gezegd dat ik onverbiddelijk zou zijn. En dus ben ik dat ook, mevrouw Dillen.
Benoît Lutgen:
Merci, monsieur le ministre. Vous n'avez répondu à aucune de mes questions: ni sur ce qui se passe à Marche-en-Famenne, ni sur la réunion de ce matin, ni sur les réponses que vous voulez apporter, ni sur les réponses de soutien aux agents pénitentiaires. Zéro réponse!
Vous avez par contre repris, il est vrai, le fait que nous détenions un record en matière de préventive, ce qui crée aussi des difficultés particulières dans nos prisons. La récidive est extrêmement élevée. Les réponses structurelles n'existent pas. Vous ne les avez même pas évoquées, pas plus que les réponses ponctuelles par rapport à ce qui se passe à Marche-en-Famenne.
J'irai moi-même, avec ma cheffe de groupe qui suit ce dossier depuis de nombreuses années, à la prison de Marche-en-Famenne rencontrer les syndicats et les agents. Croyez bien que nous maintiendrons la pression parce que cette situation est inacceptable pour les gardiens et les agents pénitentiaires. Nous voulons être à leurs côtés.
Steven Matheï:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Er werd de afgelopen jaren ingezet op het uitvoeren van de kortere straffen en dat is mede de oorzaak van de overbevolking in de gevangenissen. Het is echter belangrijk om te onderstrepen dat het perverse effect daarvan is dat de straffen tot vijf jaar nu niet meer kunnen worden uitgevoerd. Dat is mede veroorzaakt door het niet genoeg werken aan de in- en uitstroom. Op het vlak van de capaciteit en de aanpak van geïnterneerden is er op het terrein te weinig vooruitgang geboekt en dat is uw verantwoordelijkheid.
Catherine Delcourt:
Monsieur le ministre, l'effectivité des peines, soit leur application, est quelque chose d'essentiel. Un large panel de peines doit être tenu à disposition du juge, mais celles-ci doivent toutes être exécutées – et elles doivent l'être dans de bonnes conditions. Ce que nous n'investissons pas dans les prisons, c'est ce que nous n'investissons pas dans la réinsertion, mais c'est ce que nous payerons sur le plan de la récidive. La surpopulation carcérale à l'heure actuelle est inacceptable. Toutes les mesures doivent être prises, mais certainement pas en s'orientant vers la non-exécution des peines. Des retransfèrements vers l'étranger, l'appel à des mesures alternatives, la création de maisons de détention, pour lesquelles nous savons combien il est difficile de trouver les bonnes implantations, constituent des outils qui doivent être nécessairement activés. Je vous remercie de vos réponses.
De staking op de luchthaven van Zaventem op 1 oktober
De staking van het luchthavenpersoneel op 1 oktober
Staking luchthavenpersoneel Zaventem op 1 oktober
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 15 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De PTB kaart schokkende arbeidsomstandigheden op Brussels Airport aan (gehoorschade, gebrek aan sanitaire voorzieningen, onbetaalde looptijden) en eist structureel overleg tussen onderaannemers en de BAC, die ondanks 170 miljoen winst in 2023 werknemers verwaarloost. Minister Gilkinet (Mobiliteit) wijst elke verantwoordelijkheid af, omdat de BAC privatisiert is (deels in handen van de SFPI onder Financiën) en verwijst door naar de minister van Financiën voor actie als aandeelhouder of fiscale hervormingen. Bilmez (PTB) kritiseert het gebrek aan overheidscoördinatie ondanks de 25% staatsdeelname en belooft de druk op te voeren, terwijl Gilkinet benadrukt dat dialogue sociale niet onder zijn bevoegdheid valt.
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, comme vous le savez, les syndicats de l'aéroport de Bruxelles ont mené une grève de 24 heures ce 1 er octobre. Tous les secteurs étaient concernés: la sécurité, le nettoyage, la restauration. Avec le PTB, nous avons rencontré les grévistes pour entendre leurs préoccupations et leurs revendications. D'ailleurs, je voudrais faire remarquer ici que nous étions le seul parti présent. Quand c'est pour écouter les PDG, tous les partis y vont, mais quand ce sont les travailleurs, il n'y a plus personne!
De getuigenissen waren schrijnend, mijnheer de minister. Ik geef enkele voorbeelden. Werknemers lopen na 10 of 15 jaar dienst gehoorschade op, maar dat telt niet mee als beroepsziekte. Er zijn twee tot drie toiletten per duizend werknemers. Er zijn werknemers die 30 minuten moeten stappen van hun parkeerplaats naar hun werkplaats, onbetaald natuurlijk. De BAC, Brussels Airport Company, kan wel op drie maanden een nieuwe parking voor de passagiers aanleggen, maar er is blijkbaar geen geld om ervoor te zorgen dat het voor een goed onderhouden werkplek voor het personeel. Men toont veel blingbling tegenover de buitenwereld, maar tegelijkertijd is er sprake van moderne slavernij in de catacomben van de luchthaven, waar de mensen moeten werken.
Als ze die problemen bij hun werkgever aankaarten, telkens een onderaannemer, dan verwijst die de werknemers naar de BAC. De werknemers hebben echter geen enkel rechtstreeks contact met de BAC. Er is geen enkel overlegorgaan tussen de werknemers van de verschillende bedrijven en de luchthaven zelf. De voornaamste eis van de werknemers was dan ook een structureel overlegorgaan tussen de werknemers van de verschillende onderaannemers en de BAC zelf.
Et, au final, on le sait tous, ce qui compte, c'est l'argent!
BAC a fait un bénéfice opérationnel de 170 millions en 2023 – le double de celui de 2022 –, on pourrait donc s'attendre à mieux pour les travailleurs essentiels qui font tourner notre aéroport!
Monsieur le ministre, vous êtes-vous concerté avec les organisations syndicales et pour quel résultat? Que mettrez-vous en place pour répondre aux revendications des travailleuses et des travailleurs qui ont fait grève ce 1 er octobre?
Hoe zult u ervoor zorgen dat de winsten van de BAC bijdragen aan de verhoging van de lonen en de verbetering van de werkomstandigheden van de arbeiders op de luchthaven?
Voorzitter:
Mme Farah Jacquet ne souhaite pas poser sa question.
Georges Gilkinet:
Monsieur Bilmez, il y a une totale solidarité avec les travailleurs, soyons très clairs. Mais je pense qu'il y a méprise dans votre chef.
Je suis ministre en charge des Voies aériennes, mais aucunement ministre de tutelle de l'aéroport de Bruxelles-National. Avec mes compétences, j'essaie de trouver des solutions pour le bruit généré par les avions, avec différents dossiers particulièrement complexes qui sont en cours.
Je n'ai pas la tutelle sur Brussels Airport Company, qui est une société privée, détenue en grande partie par des investisseurs privés, et partiellement par l'État fédéral via la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPI), sous tutelle du ministre des Finances. Il ne m'appartient évidemment pas d'interférer dans le dialogue social en son sein. J'espère que le dialogue social se passe bien et que les faits dénoncés peuvent amener à des solutions.
Pour le surplus, je vous invite à interroger le ministre des Finances, peut-être doublement. D'une part, en tant que ministre de tutelle de la SFPI: en tant qu'actionnaire, qu'entreprend la SFPI vis-à-vis de la direction de Brussels Airport? D'autre part, pour trouver des solutions fiscales afin que chaque entreprise contribue correctement et que chaque travailleur soit correctement rémunéré, peut-être dans le cadre d'une future réforme fiscale, sur laquelle j'ai un avis. Nous sommes ici en commission de la Mobilité et vous avez devant vous le ministre de la Mobilité. Je m'exprimerai dans d'autres lieux sur la réforme fiscale, comme je l'ai déjà fait.
Kemal Bilmez:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je dois vous avouer que nous avions espéré plus de concertation avec vos homologues au gouvernement, sachant que l'État belge possède 25 % des parts de Brussels Airport Company. Comme toujours, vous nous répondez qu'en tant que ministre, vous n'avez rien à dire par rapport à ce qui se passe à l'aéroport. Du coup, avec le PTB, nous nous demandons à quoi vous servez. Je suis désolé. Nous continuerons à accentuer la pression pour améliorer les conditions de travail des travailleurs. Ils peuvent compter sur nous comme soutien dans leur combat.