Over roken en vapes
19
plenaire vragen
0
voorstellen
meeste contributies
De vertraagde uitbetaling voor OCMW's n.a.v. de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd
De uitblijvende compensatie voor de OCMW's
Het uitblijven van een federale compensatie voor de OCMW’s i.h.k.v. de werkloosheidshervorming
De compensatieregeling voor de OCMW's
De storting van de afgesproken bedragen aan de OCMW's
De ondersteuning van de OCMW's in het kader van de werkloosheidshervorming
De steun aan de OCMW's n.a.v. de werkloosheidshervorming
Financiële compensatie en ondersteuning voor OCMW's na werkloosheidshervorming
Gesteld aan
Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)
op 21 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de vertraagde uitbetaling van 26 miljoen euro compensatie (onderdeel van 300 miljoen over meerdere jaren) aan OCMW’s voor de extra lasten door de hervorming van de werkloosheidsuitkering (2025), die leidt tot meer leefloongerechtigden en hogere begeleidingskosten. Minister Van Bossuyt bevestigt dat het bedrag eind januari 2026 wordt overgemaakt door vertraging in parlementaire procedures, maar OCMW’s en oppositie (o.a. Lamarti, Schlitz, Moscufo) bekritiseren de gebrekkige communicatie, late uitbetaling – waardoor lokale besturen kosten voorschieten – en het ontbreken van concrete data of garanties voor toekomstige stiptheid. Kritiekpunt is ook dat de compensatie niet geldt voor 18.000 jongeren die hun inschakelingsuitkering verliezen (10 miljoen euro verlies in 2026), wat de minister ontkent ooit te hebben beloofd, maar waar OCMW-federaties stellen slecht over geïnformeerd te zijn. Tonniau (PVDA) en Moscufo beweren dat de regering ontransparant is en de impact bagatelliseert, terwijl Van Lysebettens (N-VA) benadrukt dat voorspelbare financiering cruciaal is voor vertrouwen in toekomstige hervormingen zoals het GPMI.
Fatima Lamarti:
Mevrouw de minister, ik zal toch mijn vraag stellen, hoewel ze al verschillende malen is gesteld en deels is beantwoord.
Begin 2025 werd de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd stapsgewijs ingevoerd. Die hervorming heeft een directe impact op de lokale besturen, met een aanzienlijke instroom van nieuwe gerechtigden op leefloon en een verhoogde druk op begeleidingstrajecten naar werk. Om die lokale lasten op te vangen en de OCMW’s, en niet in het minst alle maatschappelijk werkers, daarin bij te staan en te ondersteunen, heeft de federale regering in een compensatieregeling voorzien. Die zou oplopen tot 300 miljoen euro over de komende jaren.
Voor het werkingsjaar 2025 was een specifiek budget van 26 miljoen euro ingeschreven. Hoewel de begroting eind vorig jaar groen licht kreeg in de Kamer, luiden de OCMW’s en de VVSG nu de noodklok. Het geld is namelijk nog niet gestort, al hoorde ik daarjuist dat het binnenkort zal worden overgeschreven. De lokale besturen hebben die extra kosten het volledige afgelopen jaar zelf moeten voorschieten uit hun eigen werking.
Daarom heb ik de volgende vragen, mevrouw de minister.
Wat is de reden van de vertraging bij de storting van die 26 miljoen euro aan de OCMW’s, aangezien het budget al was goedgekeurd? Wanneer de storting effectief zal plaatsvinden, weten we ondertussen.
Kunt u garanderen dat de compensatie voor het lopende jaar 2026 wel tijdig en volgens het vastgelegde schema zal worden uitgekeerd, zodat die onzekerheid in de toekomst wordt vermeden?
Wanneer gaat u van start met het verminderen van het papierwerk voor de maatschappelijke werkers, onder meer via een versnelde toekenning van het leefloon op basis van KSZ-gegevens en een eenvoudiger en meer geharmoniseerd rapportagesysteem?
Hoever staat het met het bovenlokale afsprakenkader rond de toekenning van aanvullende financiële steun op basis van het REMI-systeem?
Jeroen Van Lysebettens:
Mevrouw de minister, ik denk dat u in het vorige debat al op een aantal vragen hebt geantwoord.
Een andere vraag ging over de compensatie van 26 miljoen euro voor de OCMW’s voor 2025. Mijn collega, Eva Platteau, had daarover in het Vlaams Parlement ook een aantal vragen gesteld. Het bleek dat het bedrag nog niet naar de lokale besturen was doorgestort, waardoor zij met liquiditeitsproblemen werden geconfronteerd, bijvoorbeeld omdat men de nieuwe aanwervingen vanuit de lokale middelen moest voorschieten.
Waarom konden die middelen, waarin nochtans was voorzien, niet tijdig worden uitgekeerd? Ik denk dat u hebt geantwoord dat dit te maken had met de datum van de KB's.
Wanneer zal dat bedrag aan de OCMW's worden doorgestort? Ik denk dat u hebt geantwoord dat dat eind januari zal gebeuren, maar corrigeer mij gerust als dat niet zo is.
Mijn laatste vraag is meer proactief. Hoe zult u er in de toekomst voor zorgen dat de nog uit te betalen bedragen wel tijdig zullen worden betaald?
Ellen Samyn:
Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn ingediende tekst.
De federale regering heeft bij de invoering van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd uitdrukkelijk een compensatieregeling voorzien voor de OCMW's, die geconfronteerd worden met een bijkomende instroom richting leefloon en met extra activeringsopdrachten. Voor die regeling is in totaal 300 miljoen euro uitgetrokken voor de komende jaren.
Ook voor 2025 was een bedrag van 26 miljoen euro expliciet ingeschreven en goedgekeurd bij de begroting. Vandaag blijkt echter dat dit bedrag nog steeds niet werd doorgestort aan de OCMW's, waardoor lokale besturen deze kosten voorlopig zelf moeten voorschieten.
U gaf aan dat door verschuivingen in de parlementaire agenda het technisch niet meer mogelijk was om de middelen nog voor het einde van 2025 uit te keren, maar dat de betaling uiterlijk tegen het einde van deze maand zou gebeuren.
Graag verneem ik van u:
Heeft u op voorhand gecommuniceerd naar de OCMW's dat de middelen niet meer tijdig zouden worden uitgekeerd? Zo neen, waarom niet?
Kan u bevestigen dat het volledige bedrag van 26 miljoen euro effectief en integraal vóór het einde van deze maand wordt doorgestort aan de OCMW's?
Welke garanties kan u geven dat gelijkaardige vertragingen zich in de komende jaren niet opnieuw zullen voordoen, zeker gelet op de verdere impact van deze hervorming op de OCMW-werking?
Bent u bereid om, samen met de vertegenwoordigers van de lokale besturen, te evalueren of de voorziene compensatie volstaat om zowel de financiële als de personele druk op de OCMW's op te vangen?
Sarah Schlitz:
Madame la ministre, comme mentionné par mes collègues, les débats sont évidemment entremêlés. Ma question portait en effet spécifiquement sur le fait que les CPAS n'ont toujours pas reçu les montants qui devaient leur permettre de s'organiser pour accueillir dans les meilleures conditions les personnes exclues de l'assurance chômage au 1 er janvier 2026.
J'ai été alertée par le président du CPAS de ma commune, mais aussi par d'autres représentants de CPAS qui m'informent que les montants ne sont toujours pas parvenus aux CPAS, alors que cela fait maintenant des mois qu'ils tentent d'anticiper au mieux cette réforme, qu'ils ont déjà engagé des montants en décembre dernier, notamment pour des locations, des aménagements de locaux, du matériel et des recrutements.
Aujourd'hui, le 21 janvier, ils n'ont toujours pas reçu les montants qui devaient leur être alloués. Il s'agit, comme nous en avons déjà parlé, des 26 millions qui devaient être répartis entre les différents CPAS.
Madame la ministre, j'ai entendu dans votre première réponse que vous évoquiez la date de fin janvier. C'est évidemment très tard, trop tard. Pouvez-vous me dire si cela aura des conséquences sur certains CPAS qui auraient dû dès lors procéder à des emprunts pour pouvoir avancer ces montants? Allez-vous compenser le fait qu'ils aient dû contracter ces emprunts, avec des intérêts qu'ils vont devoir rembourser au détriment des finances publiques de leur commune?
Pouvez-vous nous en dire plus sur la date à laquelle ces montants seront versés? Nous sommes déjà le 21 janvier. Seront-ils versés dans deux jours ou le 31 janvier?
Voorzitster: Ellen Samyn.
Présidente: Ellen Samyn.
Nadia Moscufo:
Madame la ministre, depuis juillet 2025, vous annoncez un budget de 26 millions en 2025 pour aider les CPAS à renforcer leurs services pour anticiper l'afflux massif de nouveaux bénéficiaires à partir du 1 er janvier 2026.
Les CPAS ont attendu ce budget pendant des mois pour finalement constater au 31 décembre qu'ils n'avaient toujours pas reçu cette aide qu'ils étaient censés recvoir en 2025...
Le 7 janvier 2026, les CPAS n'avaient toujours pas reçu l'argent mais vous teniez à les rassurer: "les fonds seront versés au plus tard à la fin du mois".
Pouvez-vous enfin nous annnoncer une date crédible à laquelle les fonds seront, avec certitude, sur les comptes des CPAS?
Pour 2026 et les années suivantes, le taux de remboursement majoré du revenu d'intégration ne concernera que les personnes exclues des allocations de chômage, et non celles exclues des allocations d'insertion (soit environ 18 000 jeunes non comptabilisés). La différence peut sembler technique, mais elle est à priori importante en termes de financement. La perte serait de 10 millions dès 2026 et de 37 millions au total.
Confirmez-vous ces chiffres?
Vous avez manifestement mal communiqué avec les CPAS ou manqué de transparence car les CPAS disent ne l'avoir appris que le 2 décembre.
Comment justifiez-vous le fait de ne pas octroyer le taux de remboursement majoré du revenu d'intégration pour les personnes exclues des allocations d'insertion alors que le gouvernement s'était engagé à compenser l'impact de la réforme du chômage pour les CPAS et que vous prétendez que votre intention est que les CPAS disposent de moyens suffisants pour mieux accompagner les personnes vers un parcours professionnel positif ?
Enfin, dans les cas fréquents où une personne exclue du chômage entraîne le financement de plusieurs revenus d'intégration au sein de sa famille (les "RI dérivés"), le remboursement complémentaire ne sera accordé que pour la personne directement exclue. Tous les droits dérivés resteront donc à la charge des CPAS.
Comment justifiez-vous cela alors que le gouvernement s'était engagé à compenser l'impact de la réforme du chômage pour les CPAS?
Robin Tonniau:
Mevrouw de voorzitster, het eerste deel van mijn vraag is al beantwoord. Het tweede deel van mijn vraag wil ik wel stellen.
Mevrouw de minister, voor 2026 en de daaropvolgende jaren zal het verhoogde terugbetalingspercentage van het leefloon alleen gelden voor personen die zijn uitgesloten van de werkloosheidsuitkering en niet voor personen die zijn uitgesloten van de inschakelingsuitkering. Het gaat om ongeveer 18.000 jongeren die niet worden meegeteld. Dat verschil lijkt misschien technisch, maar is wel belangrijk in termen van financiering, want het verlies zou vanaf 2026 10 miljoen bedragen en in totaal 37 miljoen euro. Kunt u deze cijfers bevestigen?
U hebt duidelijk slecht gecommuniceerd met de OCMW’s of u bent niet transparant geweest, want zij geven aan dat ze pas op 2 december hebben vernomen dat ze geen financiering krijgen voor het schrappen van die inschakelingsuitkeringen.
Hoe rechtvaardigt u het feit dat u het verhoogde terugbetalingspercentage van het leefloon niet toekent aan personen die zijn uitgesloten van de inschakelingsuitkering, terwijl de regering zich ertoe had verbonden de gevolgen van de werkloosheidshervorming voor de OCMW’s te compenseren en u beweert dat het uw bedoeling is dat de OCMW’s voldoende middelen krijgen om mensen beter te begeleiden naar een positief werktraject?
In veel voorkomende gevallen van een persoon die van de werkloosheidsuitkering is uitgesloten zal dit leiden tot de financiering van meerdere leeflonen binnen zijn gezin. We noemen dat de afgeleide leeflonen. De aanvullende terugbetaling zal dan alleen worden toegekend voor de persoon die rechtstreeks wordt uitgesloten. Alle afgeleide rechten blijven dus wel degelijk ten laste van de OCMW’s.
Hoe rechtvaardigt u dit, terwijl de regering zich ertoe had verbonden de gevolgen van de hervorming van de werkloosheid voor de OCMW’s te compenseren?
Anneleen Van Bossuyt:
Er is een rolverdeling binnen de PVDA-fractie, de ene stelt de vraag in het Nederlands en de andere in het Frans.
Ik zal nog eens herhalen wat ik daarnet al zei in verband met die 26 miljoen euro. Dat zal voor het einde van deze maand gebeuren.
Le fait que cela n'a pas été accompli avant la fin de l'année est entièrement lié aux travaux parlementaires applicables au projet de loi portant sur le contrôle budgétaire de 2025, dans lequel ces moyens étaient intégrés. Comme cela a déjà été indiqué à plusieurs reprises au sein de cette commission, ces moyens devaient être transférés des crédits de l'administration du ministre Clarinval vers le SPP Intégration sociale, lequel peut ensuite assurer le paiement aux CPAS.
De vraag was of dit zich in de toekomst nog zal herhalen. Dat zijn zaken die ik nooit voor honderd procent kan uitsluiten. Veel is ook afhankelijk van de parlementaire werkzaamheden, waarvan jullie zelf deel van uitmaken.
De uitbetalingen van de POD MI aan de OCMW’s verlopen vlot. Dat zal in de toekomst niet wijzigen.
Mevrouw Lamarti, u had een vraag over het gebruik van een automatisch systeem voor de toekenning van het leefloon. Daarbij wil ik toch graag benadrukken dat de OCMW's autonomie hebben in hun besluitvorming, uiteraard met inachtneming van het wettelijk kader. De invoering van een dergelijk systeem dat het sociaal werk zou ontmenselijken staat dan ook niet op de agenda.
Daarnaast had u ook vragen over de REMI-tool. Ook hier heb ik in het verleden al op geantwoord. Het is zo dat de REMI-tool een hulpmiddel is voor de maatschappelijke werkers om op maat van ieder gezinstype vast te stellen in welke mate het gezinsinkomen of het inkomen toereikend is om menswaardig te kunnen leven. Daarnaast geeft de REMI-tool een gestructureerd overzicht van inkomsten en noodzakelijke uitgaven. Zo ondersteunt de tool maatschappelijk werkers en hun cliënten bij het zoeken naar effectieve wegen om de koopkracht van financieel behoeftige gezinnen structureel te verbeteren.
De belangrijkste meerwaarde van de REMI-tool is dan ook dat het maatwerk toelaat, maar de REMI-tool zal er niet toe leiden dat alle aanvullende steunverlening door de OCMW's volgens uniforme toekenningsregels zal gebeuren. Het door de tool vastgestelde bedrag aan financiële steun is voor een OCMW niet bindend. Zo hebben we gezien dat OCMW's beslissen om dat niet toe te kennen of niet volledig toe te kennen. De analyse moet het OCMW wel toelaten om de toekenning van aanvullende steun binnen de eigen organisatie te objectiveren en te harmoniseren. Het is dus niet de REMI-tool op zich die de toekenningsvoorwaarden en de hoogte van de aanvullende bedragen zal bepalen, maar wel hoe het OCMW dat binnen de eigen werking zal implementeren.
In overeenstemming met het regeerakkoord werk ik aan een GPMI-hervorming waarbij het toepassingsgebied van het GPMI wordt uitgebreid naar alle leefloonbegunstigden en equivalent leefloonbegunstigden. Een verslavingsproblematiek kan dan bijvoorbeeld geen gezondheids- of billijkheidsreden meer vormen om geen GPMI te kunnen afsluiten.
Het is essentieel dat personen met verslavingsproblemen door een arts worden onderzocht om de juiste aanpak en ook de juiste medische aanpak te bepalen. Als uit het oordeel van de arts blijkt dat een behandeling noodzakelijk is voor de sociale integratie van de begunstigden en zij nog niet vrijwillig een behandeling volgen, moet die behandeling een integraal onderdeel vormen van het GPMI.
In verband met de compensatieregeling is een omzendbrief verstuurd vanuit het kabinet naar alle OCMW’s om de regels rond de compensatie te verduidelijken, meer bepaald de bepalingen van de wet van 17 november 2025. Die omzendbrief gaat dieper in op het beheer van de aanvragen en de fasering van de hervorming en legt daarnaast ook de financiering en de compensatiemaatregelen uitgebreid uit. De omzendbrief biedt een praktisch kader voor de OCMW’s om aanvragen te beheren, extra federale middelen te ontvangen en het GPMI te gebruiken als een instrument naar werk.
Ik hecht veel waarde aan het huisbezoek, dat een integraal deel uitmaakt van het sociaal onderzoek. Het huisbezoek is essentieel om een inschatting te kunnen maken van de behoeftigheid van de steunaanvrager.
Ik besef dat de regelgeving een extra belasting betekent voor de OCMW’s. Jullie weten dat zij normaal binnen de 30 dagen een dossier moeten kunnen afronden. Daarom heb ik mijn administratie, dus de POD Maatschappelijke Integratie, gevraagd om soepel met die regel om te gaan. Wanneer een huisbezoek praktisch niet mogelijk is voor de eerste toekenning, mag dat geen reden zijn om mensen te laten wachten. OCMW’s moeten dus binnen de 30 dagen kunnen beslissen. Het huisbezoek volgt dan binnen de maand na de toekenning. Die regeling geldt voor heel 2026 en is ook in de omzendbrief opgenomen.
Mijn administratie, de POD Maatschappelijke Integratie, kan de cijfers uit de bevraging van de VVSG waarover wordt gesproken niet bevestigen. Wij moeten wachten tot de OCMW’s hun formulieren naar de POD Maatschappelijke Integratie doorsturen, zoals ik daarnet al aangaf. Dat gebeurt pas na het sociaal onderzoek en na de beslissing om al dan niet een leefloon toe te kennen.
Over de taskforce heb ik het daarnet ook al gehad. De OCMW-federaties maken deel uit van de taskforce samen met de regionale overheden, de betrokken federale administraties en de drie arbeidsbemiddelingskantoren.
Mevrouw Moscufo, mijnheer Tonniau, wat de inschakelingsuitkering betreft, heeft het regeerakkoord alleen betrekking op personen die worden uitgesloten van de werkloosheidsuitkering. Mijnheer Tonniau, zeggen dat er eerst verkeerde informatie is verspreid, klopt dus helemaal niet. Er is nooit enige informatie verspreid over het feit dat er een compensatie zou komen voor de inschakelingsuitkering, omdat daarvan ook nooit sprake is geweest. Ik heb er daarnet trouwens al op gewezen dat de beperking van de inschakelingsuitkering tot drie jaar geen beslissing is van deze regering, maar een beslissing van de regering-Di Rupo. Ook toen was daar geen compensatie voor voorzien. Er is dus nooit sprake van geweest.
Ik heb vorige week uw goede kameraden van de vakbonden ontmoet, meer bepaald die van de maatschappelijk werkers. Zij hebben mij daar zelfs niet over aangesproken. Er is dus nooit sprake van geweest dat er een compensatie zou komen. Ik weet niet wie u gezegd heeft dat wij daarover verkeerde informatie zouden hebben verspreid, maar dat klopt dus helemaal niet.
De begunstigden van inschakelingsuitkeringen zijn geen begunstigden van werkloosheidsuitkeringen. De inschakelingsuitkering is een uitkering die toegankelijk is na het afronden van de studies. Die was zoals gezegd al beperkt in de tijd, namelijk tot drie jaar. De impact op de OCMW’s bestaat, maar is wel geringer. Het gaat bovendien om een ander doelpubliek. Het betreft een jong publiek, waarvan kan worden verondersteld dat het makkelijker werk vindt.
Concernant les paiements dérivés, sur lesquels une question portait, il s’agit d’une personne qui, suite au fait que son conjoint n’a plus les allocations de chômage, a fait une demande de revenu d'intégration au CPAS. Il ne s’agit pas d’une personne qui est exclue, en tant que telle, du chômage, mais d’une personne qui subit les conséquences d’une autre exclusion, ce qui était déjà le cas auparavant, notamment dans les cas de suspension des allocations de chômage. Cette personne entre dans le public régulier du CPAS. Les règles et les taux de remboursement pour le public régulier du CPAS n’ont pas été modifiées.
Dan tot slot, mevrouw Samyn, over uw vraag met betrekking tot de bekommernissen van de lokale besturen. Zoals daarnet ook is gezegd, wordt dat nauwgezet gemonitord en geëvalueerd. Mocht blijken dat de voorziene middelen niet volstaan, dan zal er worden bijgepast. Ik heb al aangegeven dat het om een open-end financiering gaat.
Fatima Lamarti:
Mevrouw de minister. Ik denk ook aan de compensatie die er moet komen. De OCMW’s kunnen niet blijven wachten. Wij zouden dan ook heel graag hebben dat dat geld zo vlug mogelijk wordt gestort en dat in de toekomst heel duidelijk wordt aangegeven wanneer de OCMW’s hun middelen zullen krijgen. Zo moeten we niet opnieuw dergelijke taferelen meemaken. De personeelsleden van de OCMW’s moeten verder kunnen werken. Ik dring er dan ook op aan om het dossier op een degelijke manier op te volgen.
Jeroen Van Lysebettens:
Ik heb niet veel nieuwe informatie gehoord. Ik had de antwoorden op mijn vragen eigenlijk zelf al gegeven door ze te stellen. Ik wil er gewoon nog eens op drukken dat het cruciaal is voor de goede werking van onze OCMW’s en onze lokale besturen dat de financiering die zij in het vooruitzicht hebben ook voorspelbaar en op de afgesproken tijdstippen wordt doorgestort.
Er zijn nu een aantal kleinere problemen ontstaan met die financiering, waardoor men inderdaad uit eigen middelen heeft moeten voorschieten. Wanneer we straks die grote hervorming van de GPMI’s zullen doorvoeren, zal dat ook iets wijzigen aan de betalingsmodaliteiten van de OCMW’s. Het is cruciaal dat dat goed gebeurt, dat dat verloopt volgens het kader dat we uittekenen. Het is ook belangrijk dat dat tijdig gebeurt en dat de OCMW’s zich daarop kunnen voorbereiden. De beperking van de werkloosheid in de tijd is op dat vlak echt geen voorbeeld, niet alleen voor de OCMW’s, maar ook voor allerlei andere betrokken actoren, van hoe beleid holderdebolder wordt ingevoerd en vervolgens en cours de route van alles moet worden bijgesteld. Voor dat hervormingstraject hebt u twee jaar de tijd. De GPMI-hervorming treedt eigenlijk pas in werking in 2028. Ik ga er dus van uit dat die hervorming correct zal gebeuren.
Ellen Samyn:
Dank u voor uw antwoord. De debatten 1 en 3 liepen enigszins naast elkaar en door elkaar. Ik heb tijdens het eerste actualiteitsdebat een antwoord gekregen op mijn vragen.
Sarah Schlitz:
Je ne peux que regretter que les choses n’aient pas été mises en place pour que les montants soient versés plus tôt. La réforme du chômage figure dans le programme du gouvernement. Cela fait bientôt un an que nous savons qu’elle va avoir lieu; elle a été votée en juillet 2025.
Aujourd'hui, les CPAS font face à de graves difficultés parce qu'ils ont dû avancer des montants. Je regrette qu'un mois après le vote de l'ajustement budgétaire 2025, les montants ne sont toujours pas versés aux CPAS.
On nous parle de fin janvier. J'espère que ce sera le cas, mais nous n’avons pas de garantie par rapport à cela. Il n'y a toujours pas de date précise.
Nadia Moscufo:
Il y aura une répétition, mais cela vaut parfois la peine de répéter les mêmes choses. Ma collègue vient de vous le dire, mais je vais vous le redire aussi.
Ces 26 millions, dans le cadre d'une politique que vous aviez décidée, visaient à anticiper ce qui allait arriver suite à votre réforme d'exclusion des chômeurs. En juillet, vous faisiez voter votre réforme. Mi-décembre, vous votiez votre compensation. Quatre semaines après, l'argent n'est toujours pas sur les comptes des CPAS, et je ne comprends pas pourquoi.
Si un particulier attend quatre mois avant de payer ce qu'il doit, il reçoit directement un rappel. Vraiment, votre réponse ne nous convainc pas du tout!
"Fin du mois", cela ne veut rien dire. Quelle est la date exacte? Vous engagez-vous à venir au Parlement nous confirmer que l'argent a été versé le jour que vous nous aurez indiqué? Si vous nous dites que "l'argent sera versé le 26 janvier", vous engagez-vous à venir au Parlement le 26 janvier pour nous dire que "l'argent a été versé"?
Vous ne pouvez pas nous reprocher de ne pas vous faire confiance, puisque vous l'avez déjà promis deux fois.
Robin Tonniau:
Mevrouw de minister, we weten dat als het bedrag van 26 miljoen euro al zou toekomen, het sowieso te laat zal zijn. Ik heb u de vraag gesteld. De regering heeft beslist dat ze de OCMW's zoveel mogelijk wil helpen en compenseren. De heer Axel Ronse heeft ooit verklaard dat een een-op-eencompensatie voor de OCMW's geen probleem is. Jullie compenseren dus de mensen die uit de werkloosheid worden geschrapt, maar niet de mensen – vooral jongeren – die de inschakelingsuitkering verliezen. U zegt dat dat nooit beloofd is en valt mij daarop aan. Ik heb letterlijk in mijn vraag gezegd: "U hebt duidelijk slecht gecommuniceerd met de OCMW's of u bent niet transparant geweest, want de OCMW's zeggen dat ze dit pas op 2 december hebben vernomen". Dat zegt de PVDA niet. Ik verwijs naar de OCMW's, omdat de Waalse OCMW-federatie in december 2025 een persbericht heeft uitgestuurd waarin dat wordt gesteld. Het gaat uiteraard niet om de maatschappelijk werkers. Zij betalen de rekening niet. Het zijn de OCMW's van de lokale besturen die de rekening moeten betalen. Zij stellen wel degelijk zelf dat ze slecht geïnformeerd waren en gingen er althans van uit dat dat geen probleem zou zijn. Ik heb gevraagd om hoeveel geld het gaat voor 2026. U antwoordt daar niet op. U spreekt over een gering bedrag. Wat is een gering bedrag? Is dat 10 miljoen euro? Is dat 37 miljoen euro? Is dat 100 miljoen euro? Ik vraag een beetje sérieux. U belooft van alles aan die OCMW's: tranquille , we zullen jullie allemaal helpen. Intussen ligt 1 januari achter ons en ze hebben nog niet eens dat bedrag van 26 miljoen euro ontvangen om zich voor te bereiden, om personeel aan te werven om de massa nieuwe leefloonaanvragen te kunnen verwerken. Uiteindelijk stellen we vast dat de compensatie allesbehalve volledig is, dat ze tijdelijk is en vermindert, terwijl de problemen alleen maar vergroten. Dat is uw beleid.
Illegale (spice)vapes
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 20 januari 2026
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Katleen Bury waarschuwt voor illegale vapes met ongeregelde, gevaarlijke stoffen (zoals synthetische cannabinoïden), die leiden tot ernstige ziekenhuisopnames (coma, orgaanfalen) en een exploderende zwarte markt (50%+ van alle verkopen). Ze bekritiseert dat distributiekanalen (barbershops, dekmantels) onvoldoende in kaart worden gebracht en eist gericht onderzoek naar losse drugtoevoegingen (vloeistofflesjes) in plaats van enkel kant-en-klare vapes. Frank Vandenbroucke bevestigt de alarmerende gezondheidsrisico’s (104 ziekenhuisopnames in 2024) en wijst op versterkte controles (140.000 inbeslagnames, extra budget, sluiting verkooppunten), samenwerking met politie/douane en Europese afstemming, maar erkent dat spicevapes zelden worden aangetroffen. Bury betwist zijn benadering, stelt dat het probleem dieper en breder is (ondergronds netwerk, dealers) en eist proactiever optreden, inclusief onderzoek naar alternatieve verkoopkanalen en drugcomponenten.
Katleen Bury:
Er zijn momenteel zeer alarmerende berichten over illegale vapes. Het gaat niet langer over wegwerpvapes, maar over vapes waarin vaak illegale en niet-gecontroleerde producten zitten. We zien dat spoeddiensten op bepaalde momenten overspoeld worden. Mensen komen binnen met heel rare symptomen, zoals aanvallen en coma, met kans op ernstige cardiovasculaire klachten en zelfs multiorgaanfalen.
Volgens recente berichtgeving en een onderzoek van de sectorfederatie Vlabel is de illegale markt intussen enorm. Naar schatting zou meer dan 50 % van alle verkochte vapes in ons land illegaal en niet gecontroleerd zijn. Vandaar mijn vraag of u meer informatie hebt over het aantal recente ziekenhuisopnames die gelinkt zijn aan deze vapes. Plant u op korte termijn nog bijkomende maatregelen?
Ontvangt u signalen over andere distributiekanalen? Ik krijg signalen dat het niet langer alleen gaat over nachtwinkels, waar u al veel controles uitvoert, die dergelijke producten onder de toonbank verkopen. Ik hoor ook geruchten over barbershops en andere dekmantelpunten. Hebt u daar zicht op of zult u dat in kaart brengen?
Frank Vandenbroucke:
Ik deel absoluut de bezorgdheid met betrekking tot de ernstige gezondheidsrisico’s van illegale vapes, in het bijzonder bij jongeren. De recente incidenten, waarbij jongeren in kritieke toestand op spoeddiensten belandden, onderstrepen de noodzaak van een kordate aanpak. Via de gezondheidsinspecteurs werd mijn inspectiedienst op de hoogte gebracht van deze incidenten met e-sigaretten. Indien het zou gaan om e-sigaretten die illegale drugs bevatten, met name synthetische cannabinoïden, worden die dossiers verder opgevolgd door het parket in samenwerking met de politie. Meer informatie daarover kan u vragen aan mijn collega, de minister van Binnenlandse Zaken.
Afhankelijk van welke component van de cannabisplant aanwezig is in de e-sigaret, zijn andere instanties bevoegd. Zo voert de FOD Volksgezondheid controles uit wanneer het gaat om e-sigaretten met CBD, zonder psychoactieve werking. De toevoeging van CBD is immers verboden op basis van het koninklijk besluit van 28 oktober 2016 over e-sigaretten.
Wanneer psychoactieve componenten worden gebruikt, zoals THC of HHC, zijn de politie en de douane bevoegd voor de opvolging van producten die deze stoffen bevatten. Zowel THC als HHC zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende de regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Op basis van de code ICD-10-CM, U07.0, die staat voor een vapinggerelateerde stoornis en die van kracht is sinds 1 januari 2022, werden in ziekenhuizen de verblijven geregistreerd. In 2023 ging het om 56 verblijven: 6 keer als hoofddiagnose en 48 keer als nevendiagnose. In 2024 ging het om 104 verblijven: 7 keer als hoofddiagnose en 97 keer als een nevendiagnose. Deze code geeft geen informatie over de gebruikte stoffen, of die nu legaal of illegaal zijn.
Cannabisvapes worden slechts occasioneel door mijn inspectiediensten aangetroffen. Wanneer op basis van verpakking of analyse blijkt dat ze psychotrope stoffen bevatten, wordt de afhandeling aan parket, politie en douane overgelaten.
Naar aanleiding van de recente hospitalisaties werden ziekenhuizen geïnformeerd met wetenschappelijke en internationale informatie over dergelijke synthetische cannabinoïden. Het is belangrijk om jongeren te informeren. E-sigaretten gebruiken is überhaupt geen goed idee. Het gebruik van illegale e-sigaretten brengt nog veel meer ongekende risico's mee. Vaak zijn jonge mensen helemaal niet op de hoogte van de samenstelling van de e-sigaretten die ze kopen. Ze worden onbewust verslaafd aan nicotine en illegale drugs.
Ik heb de interfederale drugscoördinator de opdracht gegeven om een advies uit te werken om onze bestaande ketenaanpak te versterken en dit fenomeen nog beter aan te pakken, ook in overleg met mijn collega's. We moeten bovendien nog meer met andere landen samenwerken. Het is immers geen louter Belgisch probleem, maar een Europese en internationale uitdaging. Al meerdere keren heb ik deze problematiek op diverse niveaus aangekaart. Ik zal dat ook blijven doen.
In 2025 nam de bevoegde inspectiedienst van de FOD Volksgezondheid al meer dan 140.000 illegale e-sigaretten in beslag. De controle op illegale e-sigaretten blijft een prioriteit. Dat is ook de reden waarom we ondanks budgettair moeilijke tijden hebben gekozen om extra financiële middelen aan de inspectie toe te kennen, zodat bijkomende controleurs kunnen worden aangeworven en opgeleid om de controles op illegale producten en illegale verkoopkanalen te versterken. Een nauwe samenwerking met politie, douane en parketten om inbeslagnames en vervolging te verzekeren, blijft ook heel belangrijk
Eind vorig jaar werd ook een verstrenging van de wetgeving in het Parlement goedgekeurd, waarbij de inspectiedienst de bevoegdheid zal krijgen om verkooppunten van illegale e-sigaretten te sluiten. Bepaalde galerijen en dag- en nachtwinkels die bij de inspectie gekend zijn voor de verkoop van illegale e-sigaretten zullen blijvend worden opgevolgd.
Daarnaast gaat ook bijzondere aandacht naar de controle op onlineverkoop en sociale media. In samenwerking met DNS worden Belgische webshops die in strijd handelen met de regelgeving geïdentificeerd en offline gehaald. Er lopen ook vergevorderde gesprekken met het Centrum voor Cybersecurity België om de toegang van Belgische consumenten tot buitenlandse webshops te kunnen blokkeren. Er bestaan samenwerkingen met socialemediaplatformen om profielen die illegaal e-sigaretten verkopen offline te laten halen. Met bijstand van de politie kunnen ook huisvisitaties in privéwoningen worden uitgevoerd om illegale e-sigaretten in beslag te nemen.
Tegelijk volgen mijn diensten de evoluties in andere EU-lidstaten, waar bijvoorbeeld het verbod op wegwerp-e-sigaretten steeds meer ingang vindt. Daardoor kan beter grensoverschrijdend worden samengewerkt en kan de import van illegale producten vanuit omliggende landen beter gecontroleerd worden. De inspectiedienst ontwikkelde bovendien een netwerk van informatie-uitwisseling met de inspectiediensten van andere EU-lidstaten om buitenlandse verkopers te melden.
Meldingen bij de inspectie over alternatieve distributiekanalen worden opgevolgd en in kaart gebracht. Daarvoor is een gerichte samenwerking met justitie en politie nodig.
De interfederale strategie voor een rookvrije generatie bevat een maatregel om het aantal verkooppunten van tabaksproducten, met inbegrip van e-sigaretten, te beperken. We voeren die maatregel nu uit via een verbod op verkoop via automaten, in tijdelijke verkooppunten en in grote voedingswinkels. Rekening houdend met het recente arrest van het Grondwettelijk Hof bekijkt mijn beleidscel momenteel samen met mijn administratie hoe de beperking van de verkoop van tabaksproducten in winkels kan worden geherformuleerd.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, dank voor uw volledig antwoord met de recentste cijfers. Er worden inderdaad enorm veel wegwerpvapes in beslag genomen, die men hardnekkig blijft invoeren ondanks het feit dat deze verboden zijn in België. Daarom is er nood aan afspraken tussen landen over dezelfde regelgeving. Die wegwerpvapes bevatten trouwens ook veel te veel nicotine. Mijn vragen waren toegespitst op die spicevapes met veel alarmerendere stoffen. U zei dat die eigenlijk amper werden aangetroffen. Dat lijkt mij logisch, aangezien het om vapes gaat waaraan achteraf iets wordt toegevoegd. Eigenlijk zou men op zoek moeten gaan naar kleine flesjes met producten waarin die drugs zitten. Het lijkt mij immers onwaarschijnlijk dat u een kant-en-klare spicevape zult vinden. Ik meen dat er ander onderzoek moet gebeuren op de producten bij dealers en in nachtwinkels, maar ook op de andere punten die ik heb aangehaald, om volledig los van de wegwerpvapes op zoek te gaan naar materiaal – drugs - dat eraan toegevoegd kan worden. Over de andere distributiekanalen vind ik uw antwoord wel pover. Ik zeg u dat. Wij krijgen die berichtgeving, het gaat over veel meer dan wat nachtwinkels. Er zijn heel veel andere dekmantels voor de verkoop. U zegt dat het opgevolgd wordt, maar dat het wel in kaart moet worden gebracht, en daarvoor is samenwerking met politie en justitie nodig. Dat weet ik, maar u zit aan de knoppen, samen met uw collega’s, bevoegd voor politie en Justitie. Als ik de vraag stel aan een andere minister, wordt mijn vraag altijd naar hier gekanaliseerd. Ga hiermee aan de slag. Laat verdere onderzoeken plaatsvinden. Er is mijns inziens ondergronds veel meer aan de hand dan blijkt uit de controles die nu in een deelsector plaatsvinden.
Het beperken van smaakjes in vapes en de strijd tegen het tabaksgebruik
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 20 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de drastische beperking van e-sigaretaroma’s (alleen tabaksmaak toegestaan) om jeugdverslaving tegen te gaan, gebaseerd op een unaniem CSS-advies dat onmiddellijke regulering eist. Minister Vandenbroucke bevestigt het verbod (behalve tabakssmaak) per 1 januari 2028 (door EU-procedures en wetgeving), maar kondigt wel versterkte controles (via inspectiediensten) en een wetsvoorstel aan om handhaving te verbeteren. Ramlot (Les Engagés) steunt het plan, benadrukkend dat e-sigaretten geen speelgoed maar stopmiddelen moeten zijn. Timing en illegale handel blijven kritieke punten, met focus op snelle uitvoering.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, me voici avec un sujet moins brûlant.
L’e-cigarette est un accessoire de mode auprès de nos jeunes. En 2023, la Fondation contre le Cancer rappelait qu’un jeune sur trois, entre 15 et 20 ans, avait vapoté avant de commencer le tabac, et que pour quatre jeunes sur dix, ce sont les arômes et la curiosité qu’ils suscitent qui les ont attirés vers le vapotage. Nous sommes donc bien loin de l’e-cigarette censée aider au sevrage tabagique. L'industrie du tabac, avouons-le, déborde d'imagination pour attirer nos jeunes: fruits tropicaux, pamplemousse, bonbons et j'en passe.
En commission de la Santé, nous avons travaillé sur cette thématique et nous attendions l’avis du Conseil Supérieur de la Santé (CSS) afin de poursuivre nos travaux. L'avis intitulé sans équivoque "Cigarette électronique: restrictions sur les saveurs" a été publié hier. Il recommande à l'unanimité une réduction urgente et drastique du nombre de saveurs pour les cigarettes électroniques. Il propose soit l’interdiction de toutes les saveurs, à l’exception de la saveur tabac, soit l’autorisation de quelques saveurs supplémentaires en plus de la saveur tabac. Il stipule également que les preuves scientifiques existantes sont suffisamment solides pour justifier une réglementation immédiate. En outre, il recommande d'intensifier considérablement les contrôles.
Suite à cet avis, vous avez annoncé votre volonté de proposer au gouvernement d'interdire les arômes à l'exception du goût tabac. Nous nous en réjouissons et nous vous soutiendrons.
Monsieur le ministre, quel est votre timing par rapport à l'action immédiate d'interdiction des arômes à l'exception de l'arôme tabac? Comptez-vous renforcer les contrôles du respect de notre législation et en parallèle lutter contre le commerce illégal de la cigarette électronique? Quelles mesures complémentaires de lutte contre le tabac comptez-vous adopter et selon quel timing?
Je vous remercie d'avance.
Frank Vandenbroucke:
Nous devons en effet protéger la santé de nos jeunes et de nos enfants, et c'est la raison pour laquelle nous devons interdire tous les arômes de cigarettes électroniques à l'exception de celui du tabac. En effet, avec ces innombrables arômes, on attire les jeunes et on essaye de les rendre dépendants de la nicotine. Il faut donc arrêter cela. Je suis totalement d'accord.
Ere wie ere toekomt, het is eigenlijk mevrouw Van Hoof, die dat hier al jaren zegt. Ik denk dat de Hoge Gezondheidsraad het nu ook met haar eens is.
Quel est le timing? Il faut demander un avis au niveau de l'Europe, ce qui prend beaucoup de temps. Il faut légiférer. Donc, si la majorité est d'accord tant au gouvernement qu'au Parlement, mon timing, c'est au plus tôt le 1 er janvier 2028. Cela prendra beaucoup de temps, mais je crois qu'il faut décider maintenant.
En ce qui concerne les contrôles, ceux-ci seront sans doute toujours nécessaires. C'est le travail de notre Inspection. On va dès lors renforcer les possibilités de nos inspections. Un projet de loi en deuxième lecture porte d'ailleurs entre autres sur la possibilité de nos inspections d'agir.
Carmen Ramlot:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous savez que Les Engagés – et je serai à vos côtés – vous soutiennent dans la lutte contre le tabac en général et l'e-cigarette pour protéger nos jeunes, parce que l'e-cigarette n'est pas un gadget mais un outil de sevrage tabagique.
Wegwerpvapes
Wegwerpvapes
Wegwerpvapes (handhaving en sancties)
Wegwerpvapes
De controles op wegwerpvapes
Wegwerpvapes, handhaving en controles
Gesteld door
CD&V
Els Van Hoof
VB
Katleen Bury
VB
Katleen Bury
VB
Katleen Bury
N-VA
Lotte Peeters
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)
op 5 november 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het verbod op wegwerpvapes (sinds 1/1/2025) wordt massaal ontweken: 40% van de 1.270 gecontroleerde winkels overtrad de regels (469 inbreuken), met 420 PV’s en 63.000 producten in beslag genomen, vooral in dag- en nachtwinkels. Handhaving verloopt moeizaam door gaten in EU-harmonisatie (illegale invoer via vrachtwagens ontgaat controles), maar samenwerking met douane, politie en parket wordt versterkt, met 6 Brusselse winkels gesloten na herhaalde overtredingen. Online handel (sociale media, e-commerce) blijft een zwakke plek: slechts 62 van 1.322 controles richtten zich op webverkopen, terwijl 7.313 illegale vapes via huiszoekingen werden ontnomen. Extra maatregelen (publieke sanctieoverzichten, EU-lobby voor uniform verbod, jongerencampagnes) worden overwogen, maar concrete timing en afspraken met platforms/betaaldiensten ontbreken nog.
Frank Vandenbroucke:
Ik kan deze vragen nog beantwoorden, maar het is dan wel het laatste punt. Het is namelijk ook een redelijk lang antwoord.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik ben al tevreden dat u zegt dat u een redelijk lang antwoord hebt. Ik zal deels verwijzen naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend, om het een beetje vooruit te laten gaan.
Ik vind het wat spijtig dat mijn drie vragen samengevoegd zijn, aangezien ik ook specifieke vragen had ter attentie van minister Clarinval wat de handhavingssancties en de Economische Inspectie betreft, en ook aan minister Beenders inzake consumentenbescherming. Het zijn zeer concrete vragen, waarbij ik ook enkele tips voorstel. Ik ben benieuwd wat u er allemaal op zult antwoorden. Voor het overige verwijs ik naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.
Sinds 1 januari 2025 is de verkoop van wegwerpvapes verboden. Toch bleek recent dat vier op de tien winkels nog steeds dergelijke producten aanbieden, vaak onder de toonbank en steeds vaker ook via sociale media.In eerdere commissiebesprekingen kondigde u grootschalige acties aan en gaf u aan het wettelijk kader verder te willen herbekijken.
Ik had hierover de volgende vragen:
Welk concreet gevolg werd gegeven aan de vastgestelde overtredingen in de eerste helft van dit jaar: hoeveel PV's zijn er opgesteld en welke sancties volgden daaruit?
Welke bijkomende maatregelen voorziet u om controles en sancties te versterken?
Hoe zorgt u ervoor dat de samenwerking met Economische Inspectie en Douane structureel verankerd wordt?
Welke specifieke initiatieven neemt u om jongeren te beschermen, onder meer tegen de verkoop via sociale media en andere informele kanalen, en acht u bijkomende sensibilisering of preventiecampagnes nodig?
Hoewel wegwerpvapes sinds begin dit jaar verboden zijn, blijkt dat ze in tal van winkels nog steeds te verkrijgen zijn, vaak onder de toonbank.
Ik had hierover de volgende vragen:
Hoeveel controles en vaststellingen heeft de Economische Inspectie sinds 1 januari uitgevoerd met betrekking tot wegwerpvapes, en welke sancties volgden daaruit?
Welke prioriteiten legt u vast voor de komende maanden, en welke gezamenlijke acties met Volksgezondheid en Douane staan op de planning?
Acht u het huidige sanctiekader voldoende om recidivisten af te schrikken? Zo niet, welke bijkomende instrumenten stelt u voor en binnen welke timing?
Het verbod op wegwerpvapes wordt in de praktijk massaal omzeild. Voor consumenten, en in het bijzonder jongeren, is het onduidelijk wat nog wel of niet mag. Transparantie over handhaving en resultaten ontbreekt, en online verkoopkanalen blijven grotendeels buiten schot.
Ik had hierover de volgende vragen:
Welke maatregelen neemt u om consumenten en ouders actief te informeren over het verbod en de risico's van wegwerpvapes?
Komt er een publiek overzicht van inspectieresultaten en opgelegde sancties, zodat recidive zichtbaar wordt?
Welke concrete afspraken maakt u met online platformen, betaalproviders en pakketdiensten om de illegale handel via het internet en sociale media af te blokken?
Plant u bijkomende sensibiliserings- of preventiecampagnes, specifiek gericht op jongeren?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, ik heb vier heel specifieke vragen in verband met cijfers die ik heb opgevraagd. Ik vat het even kort samen.
Ten eerste, ik heb cijfers opgevraagd van de controles op handelszaken tussen 1 januari 2025 en 30 juni 2025, een half jaar na de invoering van het verbod op de wegwerpvapes. Van de 1.322 controles waren er maar 62 op de e-commerce, terwijl net daar de meeste vaststellingen waren. Zullen er in de tweede helft van het jaar meer controles zijn op dat type handelszaak?
Ten tweede, de verkoop van wegwerpvapes via e-commercewinkels vereist een doorgedreven aanpak en samenwerking met andere bevoegde ministers. In hoeverre bent u daarover in overleg met onder andere de minister van Financiën?
Ten derde, enkele maanden geleden sprak u over een Europees verkoopverbod. Welke stappen zijn daarvoor al gezet?
Ten vierde, zijn er handelszaken die meerdere controles kregen van de inspectiedienst van de FOD Volksgezondheid? Op die vraag hebben we gisteren al enkele antwoorden gekregen tijdens de commissie. Welke sancties worden opgelegd bij recidivisme? Ook op die vraag hebben we gisteren al een antwoord gekregen bij de bespreking van het wetsontwerp.
Frank Vandenbroucke:
Sinds het verbod op de verkoop van wegwerp-e-sigaretten van 1 januari zijn door de Dienst Inspectie Consumptieproducten van de FOD Volksgezondheid tijdens de eerste helft van dit jaar 1270 controles uitgevoerd op het op de markt brengen van e-sigaretten in de vorm van een integraal wegwerpproduct. Deze controles hebben geleid tot 469 vastgestelde inbreuken, waarvan 40 % plaatsvond in dagwinkels en 30 % in nachtwinkels.
In januari werd voornamelijk nog gesensibiliseerd. Vanaf februari werd overgegaan tot handhaving. In totaal werden 420 processen-verbaal opgesteld, waarvoor meestal een administratieve sanctie werd opgelegd of nog dient te worden opgelegd. Het bedrag van deze sancties is afhankelijk van de ernst van de inbreuk en het eventuele recidivegedrag. De wettelijke bandbreedte voor dit type inbreuken varieert tussen 208 euro en 120.000 euro. Ernstige inbreuken worden onmiddellijk aan het parket overgemaakt. Alle producten die in overtreding waren, zijn uit de handel genomen. In totaal gaat het om meer dan 63.000 wegwerp-e-sigaretten die tussen 1 januari en 30 juni uit de markt zijn gehaald. De markt wordt dus wel degelijk nauw gecontroleerd.
De dienst Inspectie en Controle Consumptieproducten doet dat uiteraard niet alleen. Zo wordt er niet alleen samengewerkt met de politie, die trouwens ook bevoegd is om processen-verbaal op te stellen, maar ook met de douanediensten voor de controles van goederen die het grondgebied binnenkomen. De samenwerking tussen de dienst Inspectie en Controle Consumptieproducten en de douane loopt al een hele tijd. Ik mag ook zeggen dat die samenwerking bijzonder goed verloopt. Binnenkort wordt deze samenwerking geformaliseerd via een samenwerkingsprotocol.
Sinds bijna een jaar wordt een belangrijke evolutie vastgesteld in de invoerroutes. Het wegvervoer, in het bijzonder via vrachtwagens, neemt steeds vaker de plaats in van de meer traditionele lucht- en zeeroutes. Deze verandering maakt de controles aanzienlijk complexer. De verantwoordelijkheid voor de invoercontrole van de goederen ligt immers bij de bevoegde autoriteit van het land waar de producten de Europese Unie binnenkomen. Deze bepaling beperkt de actiemogelijkheden aanzienlijk. Zodra de producten in België aankomen, hebben de douanediensten niet langer de wettelijke bevoegdheid om deze pakketten te openen, wat elke rechtstreekse opsporing van hun aanwezigheid op ons grondgebied onmogelijk maakt.
Om die reden is het initiatief genomen om de internationale samenwerking te versterken. Er zijn reeds contacten gelegd met verschillende grensautoriteiten, met name Frankrijk en Nederland, om onze nationale wetgeving, zoals het verbod op wegwerp-e-sigaretten, beter bekend te maken en een verhoogde waakzaamheid te verkrijgen bij de controles aan de buitengrenzen van de EU. Het doel is om deze samenwerkingsmethode geleidelijk uit te breiden naar alle lidstaten.
Toch blijft een belangrijk knelpunt bestaan, namelijk het gebrek aan harmonisatie op Europees niveau. In tegenstelling tot andere gereglementeerde producten, zoals cosmetica, blijven wegwerp-e-sigaretten immers in de meeste lidstaten toegestaan.
Dit gebrek aan uniformiteit verzwakt de doeltreffendheid van het Europese kader en bemoeilijkt de toepassing van ons nationale verbod. Ik dring dan ook op Europees niveau aan voor een breder verbod.
Daarnaast kan ik meegeven dat de inspectiediensten van de verschillende federale administraties maandelijks bijeenkomen om transversale kwesties te bespreken. Deze vorm van informatie-uitwisseling en netwerking faciliteert de organisatie van tal van specifieke inspectiecampagnes in samenwerking tussen verschillende diensten.
Naast fysieke controles in traditionele winkels is de dienst Inspectie Consumptieproducten van de FOD Volksgezondheid ook zeer actief in het toezicht op e-commerce. Deze controles vinden plaats op verkoopplatformen, op websites die specifiek deze producten verkopen en op sociale media, waar een fenomeen van verkoop tussen particulieren wordt vastgesteld. Zo leidden deze verkopen tussen particulieren via sociale media tussen 1 januari en 30 augustus tot de organisatie van 14 huisvisitaties, waarbij 1.563 niet-conforme producten in beslag werden genomen. In 2024 leidde dit controlekanaal tot de inbeslagname van 7.313 niet-conforme producten tijdens 14 huisbezoeken.
U ziet dat er wordt gewerkt aan de handhaving van het verbod op wegwerp-e-sigaretten. De cijfers die ik u geef, zijn duidelijk, er werden al heel wat producten van de markt gehaald. Momenteel kan ik stellen dat het controle- en sanctiekader op zich afdoende werkt, wat niet betekent dat er geen verdere initiatieven worden genomen. Binnen de dienst Inspectie Consumptieproducten wordt dagelijks gezocht naar nieuwe manieren om de markt efficiënter te controleren, zeker voor de online markt en sociale media. Mocht hiervoor een wetswijziging nodig zijn, dan zal ik de nodige stappen ondernemen.
Wat de sanctionering betreft, kan ik meegeven dat de dienst Inspectie Consumptieproducten tot op heden zelf geen handelszaken heeft gesloten, tijdelijk of definitief. In de praktijk werden wel al enkele zaken gesloten, maar dan via de burgemeester. Niettemin wordt de sluitingsbevoegdheid van de dienst Inspectie Consumptieproducten van de FOD verder verfijnd, zodat dit een concreet handhavingsmiddel wordt.
Mocht verder blijken dat een administratieve sanctie niet meer werkt, dan worden de parketten gecontacteerd voor strafrechtelijke vervolging. Ook daar hebben de contacten tussen de parketten en mijn administratie ervoor gezorgd dat de wetgeving bekend is. Bovendien erkennen de parketten het maatschappelijk belang van het respecteren van deze maatregel, waardoor ze bereid zijn mee te werken aan het aanpakken van deze problematiek. Ik kan dat alleen maar toejuichen.
Zo werden recent zes winkels in het centrum van Brussel, die regelmatig werden gecontroleerd en beboet voor de verkoop van grote hoeveelheden niet-conforme e-sigaretten, vorige week voor onbepaalde tijd gesloten. Deze beslissing werd genomen door de procureur des Konings op basis van verschillende inspecties die sinds januari werden uitgevoerd. Dat toont aan dat de goede samenwerking tussen mijn diensten, de lokale politie en Justitie resulteert in effectieve maatregelen.
Tot slot wil ik in nauw overleg met de deelstaten ook bekijken of een communicatiecampagne kan worden georganiseerd die specifiek jongeren informeert over de risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van de e-sigaret.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De cijfers over het aantal controles, inbreuken en processen-verbaal zijn toch onthutsend. Het is heel goed dat de parketten in actie zijn geschoten en die zes heel hardleerse winkels voor onbepaalde tijd hebben gesloten. De tijd zal uitwijzen of er minder winkels betrapt zullen worden wanneer ze weten dat de pakkans reëel is.
Wat betreft de EU, dat moet verder opgevolgd worden. U zegt dat grensoverschrijdingen niet meer kunnen gecontroleerd worden. Dat is een heel groot pijnpunt en het zal zeker geen walk in the park zijn om alle Europese landen te overtuigen van een verbod op wegwerpvapes. Die controle zal daar moeten worden herbekeken.
Wat betreft de vragen aan minister Beenders, u zult met de deelstaten bekijken of een campagne kan worden georganiseerd. We hebben het over consumentenbescherming, dus ik kijk zeker ook naar minister Beenders en u hopelijk ook, om consumenten en ouders actief te informeren. Ik deed in een van mijn vragen de suggestie om een overzicht van die inspectieresultaten en die opgelegde sancties publiek te maken. Dat kan heel goed werken om mensen die weten wat er hen boven het hoofd hangt wat terughoudender te maken.
Daar blijf ik nog wat op mijn honger zitten en ik volg dit verder op.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Het gaat inderdaad om heel zware inspanningen van de inspectiediensten. Dat bleek ook al uit de cijfers. Ik dank u om dat nog eens extra toe te lichten. Ik zal eind 2025 opnieuw de cijfers opvragen. Ik hoop dat wij op dat moment kunnen vaststellen dat er evenveel controles zullen zijn uitgevoerd en dat een positieve trend, namelijk dat er minder illegale wegwerpvapes circuleren, zal zijn ingezet. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.01 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 01.
De illegale sigarettenfabrieken
Gesteld door
Gesteld aan
Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)
op 21 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De illegale sigarettenproductie in België bereikt alarmerende niveaus, met 42 miljoen inbeslaggenomen sigaretten en 8 ontmantelde fabrieken in 2025 (waaronder een met een dagcapaciteit van 6 miljoen stuks), wat 153 miljoen euro accijnsverlies veroorzaakt. Criminele netwerken verschuiven hun activiteiten van Limburg naar Oost-Vlaanderen, Henegouwen en West-Vlaanderen, gebruikmakend van leegstand en zwakke lokale handhaving, en opereren vaak binnen bredere polycriminele structuren (drugs, mensenhandel, witwassen), hoewel vervolging meestal per delict verloopt. Samenwerking tussen douane, politie en Europol is structureel (via kaderovereenkomsten en verbindingsofficieren in Roemenië/Moldavië), maar operationele acties blijven ad hoc; EU-burgers worden niet systematisch gemeld aan de DVZ, in tegenstelling tot niet-EU’ers. Preventie (monitoring energieverbruik, logistiek) en grensoverschrijdende coördinatie (met VK, Frankrijk, Nederland, Duitsland) blijven onderbelicht, terwijl Europol een sleutelrol moet spelen om de financiële en gezondheidsschade te bestrijden.
Maaike De Vreese:
Mijnheer de minister, recent vonden er gecoördineerde actiedagen plaats van de douane, in samenwerking met de politiediensten. Die acties hebben de ernstige omvang van de illegale sigarettenproductie in ons land aangetoond. Tijdens de operatie werden drie productiesites ontmanteld in Ledegem, Merksem en Oostkamp, waarbij 42 miljoen sigaretten in beslag werden genomen en 47 personen werden gearresteerd. De fabriek in Ledegem had een capaciteit van 6 miljoen sigaretten per dag. Begin oktober werd een andere fabriek ontdekt in Grembergen, wat het totaal aantal ontmantelde fabrieken in 2025 op acht brengt. In 2024 werd een recordaantal van twaalf illegale fabrieken stilgelegd, tegenover 29 in 2021. In 2023 nam de douane bijna 308 miljoen sigaretten in beslag, goed voor een geschat verlies van 153 miljoen euro aan accijnzen en btw.
De geografische spreiding van de fabrieken is eveneens zorgwekkend. Terwijl ze vroeger vooral in Limburg werden ontdekt, verplaatsen criminele netwerken hun activiteiten nu ook naar andere provincies, met een toename in Oost-Vlaanderen, Henegouwen, Namen en recent ook West-Vlaanderen. Die verbreding suggereert dat organisaties hun werkterrein bewust spreiden om opsporingsdruk te ontwijken.
Hoe verloopt de samenwerking tussen federale politie, douane en de Bijzondere Belastinginspectie? Bestaat er een structureel protocol voor die samenwerking?
Hoe verklaart u de geografische verschuiving van ontmantelingen? In welke mate spelen leegstand, bedrijventerreinen, transportknooppunten en lokale handhavencapaciteit daarin een rol?
Welke bilaterale politie- en douanesamenwerking bestaat er met Polen, Litouwen, Oekraïne, Roemenië en Moldavië, gezien het aantal uit die landen afkomstig aangehouden personen?
Daarnaast is het belangrijk te weten of er aanwijzingen zijn dat de Belgische productiefaciliteiten ingebed zijn in bredere criminele netwerken, bijvoorbeeld op het vlak van drugshandel, mensen- en wapensmokkel of witwassen. Worden die netwerken integraal aangepakt of worden tabaksdelicten afzonderlijk vervolgd?
Als het burgers betrof van buiten de Schengenzone of buiten de Europese Unie, werden die dossiers overgezonden aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Wat gebeurt er met overtredingen door EU-burgers?
Welke preventieve detectiemechanismen worden ingezet, zoals monitoring van aankoopmachines, tabak, energieverbruik en logistieke patronen?
Bestaan er afspraken met de verhuursector om verdachte verhuringen te signaleren?
Ten slotte, de productie in België is vaak exportgericht naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Welke grensoverschrijdende operaties worden gecoördineerd met politiediensten uit die landen?
Bernard Quintin:
Mevrouw De Vreese, vooreerst, de controle op illegale handel en de handhaving van de verkoopregels voor tabaksproducten is een bevoegdheid van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen. Sinds 2012 bestaat er een kaderovereenkomst tussen de federale politie en de douane die structurele samenwerking mogelijk maakt op het vlak van onder meer informatie-uitwisseling, gezamenlijke risicoanalyse en opleiding. Illegale sigarettenfabrieken doken onder andere op op leegstaane bedrijfssites in Limburg, Luik, Eupen, Brussel, Antwerpen en Oost-Vlaanderen.
De uitwisseling van politionele informatie met Polen, Litouwen, Roemenië, Oekraïne en Moldavië verloopt voornamelijk via het Europolkanaal. Elk van die landen beschikt over een vertegenwoordiging op het hoofdkwartier van Europol in Den Haag. De Belgische desk bestaat uit vertegenwoordigers van de politie en de douane.
Daarnaast beschikt de federale politie over een verbindingsofficier in Boekarest, die ook geaccrediteerd is voor Moldavië en Oekraïne. De internationale informatie-uitwisseling verloopt via gescheiden kanalen: politiediensten communiceren enkel met buitenlandse politiediensten en de douane enkel met hun buitenlandse tegenhangers.
De operationele samenwerking met de douane gebeurt ad hoc per dossier. Er zijn aanwijzingen van polycriminele netwerken die zich onder meer bezighouden met mensenhandel, tewerkstelling van personen in illegaal verblijf en witwassen. Waar relevant, wordt geïntegreerd opgetreden en worden onderzoek en interventie gecoördineerd.
Personen zonder geldige documenten worden, conform artikel 21 van de wet op het politieambt, altijd ter beschikking gesteld van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Voor de preventieve detectie en grensoverschrijdende operaties verwijs ik graag naar de minister van Financiën.
Maaike De Vreese:
Bedankt, mijnheer de minister, voor uw zo volledig mogelijk antwoord. Ik besef dat u hiervoor niet alleen bevoegd bent en dat de douane ook een belangrijke rol speelt. Overigens, mijn hoed af voor de mensen van de douane, die voor heel wat aangelegenheden bevoegd zijn en heel veel wetgeving tot in de details moeten kennen. Het is ongelooflijk wat ze doen. Er is een niet onaanzienlijke taak weggelegd voor Europol, zeker gelet op het feit dat de verliezen van accijnzen en btw 153 miljoen euro bedragen, om nog maar te zwijgen over de impact op de volksgezondheid. Kortom, het moet voor de verschillende diensten een prioriteit blijven om de illegale sigarettenfabrieken te ontmantelen. De regering moet daar hard tegen optreden.
De afgelasting van een lezing over Rwanda
Het Egmontinstituut en de relaties tussen Rwanda en België
De diplomatieke relaties met Rwanda
De journalist die een inreisverbod voor Rwanda opgelegd kreeg
De weigering door Rwanda om een VRT-journalist het land binnen te laten
Het geplande bezoek van de minister aan Rwanda
De verbroken diplomatieke betrekkingen tussen België en Rwanda - gevolgen en toekomstperspectieven
Het verbreken van de diplomatieke betrekkingen met Rwanda
Rwanda
De annulatie van een lezing van Filip Reyntjens
Victoire Ingabire
België-Rwanda diplomatieke spanningen en geannuleerde evenementen
Gesteld aan
Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)
op 1 oktober 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
België staat onder druk door de gespannen relatie met Rwanda, dat unilateraal de diplomatieke banden verbrak maar waar België voorzichtig dialoog zoekt om praktische belangen (Belgen ter plaatse, bedrijven) te beschermen zonder principiële toegeven over Rwanda’s rol in Oost-Congo (steun aan M23, mensenrechtenschendingen). Minister Prévot bevestigde dat zijn kabinet de boekvoorstelling van kritisch Rwanda-deskundige Reyntjens liet annuleren bij het Egmont Instituut (gesubsidieerd maar "onafhankelijk") om de fragiele dialoogpogingen niet te hypothekeren – een beslissing die zelfcensuur- en censuurverwijten opriep, ondanks zijn benadrukte steun voor academische vrijheid. De weigering van VRT-journalist Vercruysse (WK wielrennen) en de arbitraire detentie van oppositieleidster Victoire Ingabire illustreeren Rwanda’s systematische onderdrukking van pers- en meningsvrijheid, waar België via EU-kanalen (o.a. mensenrechtenrapportages, Examen Périodique Universel) druk op uitoefent, maar door gebrek aan diplomatieke hefbomen beperkt is. Kritici (o.a. PS, Vlaams Belang) wijzen de voorzichtige "normalisering" af zolang Rwanda’s agressie in Congo en interne repressie aanhouden, terwijl Prévot benadrukt dat principiële kritiek (bv. eis tot terugtrekking M23) onverminderd blijft, maar pragmatische contacten (bv. Francophonie-top) noodzakelijk zijn om invloed te behouden.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, de relatie tussen België en Rwanda staat zwaar onder druk. Eerder dit jaar werd de geplande boekvoorstelling van professor Reyntjens in het Egmont Institute op uw vraag geannuleerd, zogezegd om de diplomatieke gevoeligheden met Rwanda niet verder aan te wakkeren.
Dat wekt de indruk dat België zelfcensuur toepast en academische stemmen het zwijgen oplegt, uit angst voor de reacties van een autoritair regime dat nochtans zelf de diplomatieke banden met ons land heeft verbroken. Daarbovenop kwam onlangs het incident waarbij VRT-journalist Stijn Vercruysse, ondanks zijn officiële accreditatie, de toegang tot Rwanda werd ontzegd voor de verslaggeving van het WK wielrennen.
Dit vormt een ernstige aantasting van de persvrijheid en past in een breder patroon waarin Rwanda structureel kritische stemmen het zwijgen oplegt. De twee dossiers roepen fundamentele vragen op over de manier waarop België omgaat met een regime dat geen respect toont voor mensenrechten, democratische waarden of internationale samenwerking.
Mijn vragen bevatten veel deelvragen; daarom verwijs ik naar de ingediende versie om tijd te besparen.
Kunt u bevestigen dat uw kabinet rechtstreeks tussenkwam om de lezing te annuleren? Indien dit gebeurde “om de relaties te verbeteren": hoe kan men spreken van “relaties verbeteren" met een land dat zelf eenzijdig de diplomatieke banden met België heeft verbroken?
Welke concrete meerwaarde verwacht u voor België en zijn burgers door deze houding aan te nemen tegenover Rwanda?
Laten wij ons in dit dossier niet in de praktijk dicteren door de gevoeligheden van het Rwandese regime?
Werd er in het verleden al tussenkomst gepleegd om evenementen of lezingen af te gelasten om diplomatieke redenen? Zo ja, kunt u de lijst en context meedelen?
Welke criteria hanteert uw kabinet of de FOD Buitenlandse Zaken bij de beoordeling van wetenschappelijke of culturele evenementen met mogelijke diplomatieke impact? Wordt er voor de toekomst voorzien in duidelijke richtlijnen die vermijden dat instellingen zoals het Egmontinstituut hun onafhankelijkheid verliezen of de indruk wekken louter een verlengstuk van Buitenlandse Zaken te zijn?
Hoe garandeert u dat de vrijheid van meningsuiting, zowel van academici als van instellingen, in dit soort dossiers niet onder druk komt te staan?
Hoe voorkomt u dat deze annulering een gevaarlijk precedent schept dat leidt tot zelfcensuur door academische of culturele instellingen?
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, recent kwam in de pers het bericht dat een lezing van professor Reyntjens aan het Egmont Institute op vraag van Buitenlandse Zaken werd geschrapt. Professor Reyntjens wordt internationaal beschouwd als kenner van de regio en van Rwanda in het bijzonder. Hij wilde er zijn Rwandakritische boek voorstellen.
Het gerenommeerde Egmont Institute, dat door uw departement wordt gefinancierd maar zichzelf profileert als een onafhankelijke denktank, moest de boeklezing annuleren, dit terwijl Rwanda nog steeds een illegale oorlog in Oost-Congo voert. De Belgische diplomatie lijkt voorzichtig stappen richting normalisering van de relaties met Rwanda te willen zetten. Dit roept vragen op, enerzijds over de geloofwaardigheid van het gerenommeerde Egmont Institute als onafhankelijke denktank, maar anderzijds ook over de wenselijkheid van het behandelen van Rwanda met fluwelen handschoen door België, gezien de toestand in dat land.
Mijnheer de minister, ik heb hierover enkele vragen. Kunt u toelichten waarom Buitenlandse Zaken zich met dit evenement van het Egmont Institute heeft bemoeid?
Ten tweede, hoe schat u de impact hiervan op de reputatie van het Egmont Institute? Waar ligt het evenwicht tussen de academische vrijheid en de doelstellingen van uw buitenlands beleid binnen dit instituut? Hoeveel onafhankelijkheid is er nog?
Ten derde, de professor zegt in La Libre Belgique dat president Kagame geen aanstoot aan deze lezing zou hebben genomen, omdat hij op de hoogte is van wat er zou worden gezegd en hij de standpunten kent.
Ten vierde, kunt u kort en bondig het toekomstig beleid van België ten opzichte van Rwanda schetsen? Wat zijn onze doelstellingen?
Mijn vijfde vraag gaat over VRT-journalist Stijn Vercruysse, die de toegang tot Rwanda werd geweigerd, ondanks zijn officiële accreditatie van de UCI voor het WK wielrennen. Dit roept zeer ernstige vragen op over de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in Rwanda, zeker nu het land zich als gastheer van een internationaal sportevenement naar voren heeft geschoven. Dat verdient al een apart debat, als we niet zouden zeggen dat sport Vlaams is.
Kunt u toelichten welke contacten er sinds dit voorval zijn geweest tussen België en de Rwandese autoriteiten? Hebt u een officiële verklaring voor het inreisverbod voor de journalist Stijn Vercruysse?
Beschouwt u dit incident als een aantasting van de persvrijheid en van de afspraken die horen bij de organisatie van zo'n internationaal evenement?
Zal België, gelet op dit incident en de reputatie van Rwanda inzake persvrijheid, dit thema aankaarten bij de Rwandese autoriteiten of bij de UCI?
Welke stappen bent u bereid te ondernemen, zowel bilateraal als eventueel via Europese contacten, om te waken over de rechten van Belgische journalisten in Rwanda en elders? Dit zou immers een precedent kunnen scheppen en ik meen dat België, als land dat de vrije meningsuiting hoog in het vaandel draagt, dit niet zomaar kan laten voorbijgaan.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Monsieur le ministre, nous avons appris par les médias votre volonté de vous rendre à Kigali le 23 novembre prochain, dans le cadre de la Conférence ministérielle de la Francophonie de l'Organisation internationale de la Francophonie (OIF). Votre projet de vous rendre au Rwanda interroge sur le message politique que la Belgique entend adresser à la communauté internationale et, surtout, au peuple congolais.
Jusqu'à présent, la Belgique a maintenu une position claire et ferme vis-à-vis du Rwanda, forte de son engagement à faire respecter le droit international et les droits humains dans la région. La Belgique a été la première à défendre la souveraineté congolaise face aux crimes de M. Kagame, mais la paix continue à être absente en République démocratique du Congo (RDC), et l'attitude du Rwanda n'a pas évolué. Loin de là. Il y a deux semaines, le ministre des Affaires étrangères du Rwanda a osé dire que qualifier ce conflit de génocide, comme le fait Congo, était "stupide". Cela démontre qu'ils n'ont pas du tout décidé de changer de position.
Certes, un accord de paix a été signé en juin dernier. Mais, comme de coutume, le Rwanda n'a pas respecté ses engagements. Il continue de violer le droit international, de piller, de violer. Le président Tshisekedi a d'ailleurs qualifié ces faits de génocide. Dans ce contexte, après l'annulation à votre demande d'une conférence à l'Institut Egmont, qui aurait légitimement dénoncé les crimes de ce régime, nous nous demandons si votre tentative de renouer les liens avec M. Kagame ne va pas se faire au détriment des engagements de notre État pour la paix et pour les droits humains. C'est à ce juste titre que nous nous inquiétons de voir la Belgique reculer face aux caprices de M. Kagame.
Monsieur le ministre, quel sera votre programme sur place? Y a-t-il une volonté de rétablir des relations bilatérales avec Kigali avant la fin de ce conflit en RDC? La Belgique maintiendra-t-elle ses critiques et ses demandes de sanctions en réponse à l'implication du Rwanda dans ce conflit?
Michel De Maegd:
Monsieur le ministre, on le sait, le Rwanda a décidé de rompre ses relations diplomatiques avec la Belgique. Cette rupture a eu des répercussions immédiates. Le Rwanda Governance Board a interdit aux ONG de coopérer avec des entités belges. Plusieurs événements organisés en Belgique ont été annulés; je pense notamment au colloque d'IBUKA, Mémoire et Justice, à la Chambre des représentants ou à la conférence de Philippe Reyntjens à l'Institut Egmont. Et tout récemment, un journaliste de la VRT, Stijn Verkruysse, a été empêché d'embarquer à Bruxelles pour couvrir les Championnats du monde de cyclisme à Kigali.
Cette dégradation profonde des relations bilatérales touche donc à la fois le champ diplomatique, la Coopération au développement, la société civile, la liberté académique et désormais la liberté de presse. Elle intervient dans un contexte sensible marqué par les tensions régionales à l'Est de la RDC où le rôle du Rwanda continue bien sûr d'être dénoncé par l'Union européenne et le G7. J'aimerais donc faire un nouveau point sur cette situation.
Monsieur le ministre, depuis nos derniers échanges, comment évaluez-vous l'évolution de la situation? De nouvelles initiatives ont-elles été prises pour maintenir un canal de dialogue avec Kigali et éviter que cette rupture n'ait des conséquences irréversibles? Des mesures concrètes ont-elles été mises en place pour garantir la protection consulaire et la sécurité de nos ressortissants, encore présents au Rwanda? Enfin, comment la Belgique entend-elle réagir aux restrictions imposées aux ONG et aux entraves récentes à la liberté de la presse, illustrées par l'interdiction de séjour au Rwanda d'un de nos journalistes?
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, depuis la rupture unilatérale par le Rwanda des relations diplomatiques avec notre pays, la situation est critique, tant pour certains de nos citoyens que sur place même.
Un tas de libertés civiles sont bafouées par le régime de Kagame. Je voudrais vous citer deux exemples parmi tant d'autres, plus lourds de conséquences humaines.
Tout d'abord, le cas du journaliste belge Stijn Vercruysse, qui a été interdit d'entrer sur le territoire rwandais pour commenter les Championnats du monde de cyclisme sur route 2025, qui sont gérés par l'Union cycliste internationale (UCI). Malgré une accréditation officielle de l'UCI et du ministère rwandais des Sports, fallait-il encore d'autres ministères? Monsieur le ministre, voilà un compatriote qui allait travailler et qui ne peut pas le faire, empêché, sans motif. C'est à vous de nous dire comment vous voyez de telles situations.
Ensuite, je suis également inquiet de la censure politique qui pèse sur le cas précis de Mme Victoire Ingabire Umuhoza, présidente du parti politique Développement et liberté pour tous, qui plaide en faveur de l'égalité de la justice et du développement durable du Rwanda. Mme Ingabire Umuhoza est, de facto , opposante au régime politique actuel et vient d'être à nouveau arbitrairement privée de liberté. Elle est accusée de subversion et de tentative de renversement du gouvernement, telle que la toute récente résolution du Parlement européen l'indique. Il s'agit ici d'une large répression visant l'opposition politique, les journalistes et la société civile.
Monsieur le ministre, dans ce genre de cas graves de répression de la liberté d'expression et de la liberté de presse, quels sont les leviers d'action restants à notre diplomatie belge maintenant que le Rwanda a unilatéralement rompu les relations entre nos deux pays?
Nabil Boukili:
Monsieur le ministre, les récents développements dans l'Est de la République démocratique du Congo sont extrêmement préoccupants. Un rapport accablant du Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l’homme (HCDH), publié le 5 septembre 2025, conclut que de possibles crimes de guerre et crimes contre l'humanité ont été commis par toutes les parties au conflit, y compris le groupe armé du M23 qui bénéficie, selon le rapport, du soutien des forces de défense rwandaises.
Malgré la signature d'un accord de paix à Washington en juin – les propositions bancales de Trump laissent toujours à désirer –, la violence persiste sur le terrain. La mission d'enquête de l'ONU enjoint d'ailleurs aux gouvernements congolais et rwandais de prendre des mesures urgentes pour garantir le strict respect du droit international et de cesser de soutenir les groupes armés.
Parallèlement à cette instabilité, le pillage des ressources minérales de la République démocratique du Congo se poursuit. Un rapport a révélé qu'au moins 150 tonnes de coltan étaient explicitement exportées vers le Rwanda chaque mois, un volume qui dépasse largement la capacité d'extraction nationale du Rwanda. Or ce pillage bénéficie en partie à l'Union européenne. En effet, comme vous le savez, monsieur le ministre, début 2024, la Commission européenne a signé un protocole d'accord avec le Rwanda visant à garantir l'accès européen à ces matières premières critiques – comme quoi le business prime toujours.
Face à cette situation, le Parlement européen, dans une résolution adoptée à une large majorité en février 2025, a demandé la suspension immédiate de cet accord tant que le Rwanda ne cesse pas toute ingérence en RDC. Les députés européens ont souligné la nécessité d'interdire l'entrée dans l'Union des minerais tachés de sang en provenance du Rwanda, car il est impossible de garantir qu'ils ne proviennent pas en réalité du Congo.
Monsieur le ministre, quelle est la position officielle et actuelle du gouvernement belge sur la demande du Parlement européen de suspendre le protocole entre l'Union européenne et le Rwanda sur les matières premières critiques? La Belgique se tient-elle à cette résolution? Aborderez-vous directement cette question avec les autorités rwandaises lors de votre prochaine visite? Comptez-vous faire de la suspension de ce protocole une condition préalable à toute normalisation des relations entre la Belgique et le Rwanda?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, onlangs werd een lezing van professor Reyntjens naar aanleiding van zijn boek Modern Rwanda, A Political History geannuleerd. Professor Reyntjes staat inderdaad wel bekend als iemand die zich heel kritisch tegenover het regime van Paul Kagame durft uit te laten - hij is ook sinds 1995 persona non grata in Kigali, maar ik kan ervan meespreken dat dat snel gebeurt, indien men enige kritiek durft te uiten of voor de kritische stemmen tegen het regime opkomt – en de relaties tussen België en Rwanda zitten vandaag op een dieptepunt. Het was overigens Rwanda, dat de diplomatieke betrekkingen opzegde. Dat verbaasde mij ook niet, omdat België zich duidelijk heeft durven uit te spreken over de rol van Rwanda in het conflict in Oost-Congo, waarmee ons land alleen de vaststellingen zwart op wit in de verschillende VN-rapporten van de betrokkenheid van Rwanda herhaalt. Maar, ook al begrijpen wij dat u de relatie tussen Rwanda en België niet verder wilt schaden, wij zouden het betreuren wanneer we in de toekomst niet meer mogen benoemen wat de vele VN-rapporten zwart op wit vaststellen.
Mijnheer de minister, vindt u het een gezond signaal dat de politiek een academische lezing annuleert? Was er druk vanuit Rwanda om de lezing te annuleren? Ik begrijp dat de relatie moeilijk is en dat de dialoog opnieuw moet worden opgestart, maar tegelijkertijd moet het toch mogelijk zijn om kritisch naar het Rwandese regime te blijven kijken, zoals we dat ook doen met andere regimes, bijvoorbeeld over hun rol in het conflict in Oost-Congo.
Betekent de demarche een koerswijziging in het standpunt van de Belgische regering over de rol van Rwanda in het conflict in Oost-Congo? Ik denk van niet, maar ik verneem graag uw antwoord.
Mevrouw Victoire Ingabire, een moedige vrouw die in 2012 al ongeveer zes jaar gevangen had gezeten en onder druk van Human Rights Watch en Amnesty International werd vrijgelaten, werd, toen ze naar haar kinderen in Nederland kon terugkeren, weer gevangengezet wegens een proces tegen leden van haar partij. De beschuldigingen tegen haar zijn zeer licht en haar basisrechten worden momenteel niet gerespecteerd: ze heeft geen advocaat van haar keuze en beschikt niet over voldoende medische bijstand. Dat bevestigen ook haar kinderen, waarmee ik contact had. Het Europees Parlement heeft dan ook terecht op 11 september een resolutie aangenomen waarin het pleit voor de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van mevrouw Ingabire.
Bij het WK wielrennen, dat in Rwanda plaatsvond, moesten we nog maar eens vaststellen dat kritische stemmen er inderdaad niet langer welkom zijn. Dat was bijvoorbeeld het geval voor journalist Stijn Vercruyssen.
We hebben al een antwoord ontvangen van uw kabinet op enkele vragen in verband met mevrouw Ingabire. Ondertussen heeft de familie ook een brief gericht aan uw kabinet. Hebt u reeds contact gehad met de familie? De consulaire opdrachten worden vandaag vermoedelijk opgenomen door de Nederlandse ambassade. Krijgt mevrouw Ingabire ook medische ondersteuning via die ambassade? Waren er recent politieke contacten met Rwanda tijdens dewelke de zaak kon worden besproken? Hoe beoordeelt u vandaag de onschuldige arrestatie van mevrouw Ingabire, gelet op de resolutie van het Europees Parlement?
Maxime Prévot:
Beste collega’s, ik wil eerst kort ingaan op de algemene betrekkingen met Rwanda, alvorens dieper in te gaan op enkele specifieke vragen, met name over de voorstelling van het boek van professor Reyntjens, mijn deelname aan de komende Conférence ministérielle de la Francophonie (CMF), de geweigerde toegang tot het Rwandese grondgebied voor VRT-journalist Stijn Vercruysse en de arrestatie van mevrouw Victoire Ingabire.
Rwanda verbrak de diplomatieke betrekkingen met België in maart 2025. Dat was een eenzijdig initiatief van Kigali. Concreet betekent het dat er geen formele bilaterale dialoog en geen samenwerkingsprogramma’s meer zijn met Rwanda.
J'ai toujours dit que nous n'avions jamais voulu en arriver là et que cette rupture unilatérale de leurs relations était regrettable. En même temps, j'ai toujours fait comprendre au Rwanda que nous étions disposés à renouer un dialogue, même de façon informelle et minimale dans un premier temps. Je pense que c'était aussi le sentiment partagé par cette commission à la lumière de plusieurs interventions de parlementaires.
Nous devons au moins être en capacité de faire passer des messages, d'évacuer des malentendus éventuels ou de régler des questions pratiques. Pourquoi évoquer la nécessité de régler ces questions pratiques? Parce que, je le rappelle, nous avons encore une communauté belge importante sur place et que nous avons des entrepreneurs actifs. Dès lors, nous ne pouvons pas faire semblant que, à la suite du départ de notre ambassade, tout cela n'existe plus. Nous avons donc intérêt à chercher des espaces d'échange, même limités, dans l'intérêt de nos compatriotes.
C'est dans ce contexte que je me suis rendu à Doha en juin dernier – pas uniquement pour cela puisqu'il y avait vraiment une relation bilatérale importante avec le Qatar – mais c'est aussi à cette occasion que j'ai pu voir mon homologue rwandais durant une longue rencontre. À cette occasion, nous sommes allés assez loin dans les explications et même dans les reproches que nous pouvions nous faire mutuellement. Mais je puis vous assurer que cela s'est fait dans une atmosphère constructive. Pour être tout à fait clair, ce n'est pas moi qui ai sollicité cette rencontre. C'est le Qatar qui a pris l'initiative de nous rapprocher, ce dont je lui suis fort reconnaissant, en particulier au ministre d' É tat Al-Khulaifi, qui en a été le maître d'œuvre.
Pour des raisons évidentes, cette réunion devait rester discrète et nous n'avions pas prévu de communiquer à ce sujet, mais l'information a été éventée. Le côté positif de tout cela est que je suis maintenant en mesure de parler avec le ministre des Affaires étrangères rwandais, ce qui est un premier pas.
Toutefois, j'insiste, il ne s'agit certainement pas de rétablir à ce stade des relations diplomatiques à proprement parler. Les choses ne sont clairement pas mûres et il faut laisser du temps au temps.
Le rétablissement de nos relations fait évidemment partie de mes objectifs.
Jamais il n'a été souhaité une rupture de relations diplomatiques brutale. Mais il n'y aura pas de précipitation dans cette affaire car cela pourrait s'avérer contre-productif. Entre-temps, nous avons pu signer avec les Pays-Bas un mémorandum d'entente permettant à nos voisins du Nord d'opérer en tant que caretaker de nos intérêts diplomatiques au Rwanda.
De même, notre ambassade à Nairobi a été désignée pour offrir les services consulaires à nos ressortissants qui vivent au Rwanda. Ce n'est pas l'idéal évidemment mais je peux vous assurer que nous mettons tout en œuvre pour répondre aux demandes de type consulaire de la manière la plus efficace possible depuis Nairobi. Je veux aussi être très clair sur le fait que le souhait de retisser progressivement et prudemment certains liens avec le Rwanda ne change rien à notre position vis-à-vis du conflit à l'Est de la RDC et du rôle que le Rwanda y joue.
Nous continuerons à demander le plein respect du droit international et de l'intégrité territoriale de la RDC tout en demandant le retrait des troupes rwandaises. De même, nous poursuivrons nos dénonciations des graves crimes et violations des droits humains commis par toutes les parties, y compris par le M23 qui demeure soutenu par le Rwanda. Ce sont des questions de principe sur lesquelles je ne compte pas transiger.
Notre volonté ces derniers mois a été d'éviter de parasiter de quelconque manière les processus de médiation politique entamés à l'initiative de Washington et de Doha. À défaut, si nous avions voulu nous en mêler ou tenté de jouer de manière inappropriée un rôle de médiateur quelconque – encore moins un rôle d'agitateur –, on aurait eu évidemment beau jeu de prétexter que d'éventuels échecs de ces processus de Doha et Washington soient dus aux interférences menées par la Belgique.
Il n'en est rien, et je ne souhaite pas offrir ce narratif à quiconque. Nous avons donc surtout adressé des messages veillant à alerter sur la crise humanitaire.
Celle-ci, qu'on le veuille ou pas, quelles que soient les parties concernées et indépendamment du processus politique de médiation, se déroule de manière flagrante et affligeante à l'Est du Congo avec, chaque jour, des tués, des femmes violées, des situations problématiques sur le plan humanitaire et alimentaire. Et je m'évertue, dans mes prises de parole dans les réunions auxquelles je participe avec mes collègues européens – et pas plus tard encore que la semaine dernière, lors du repas transatlantique organisé par le secrétaire d'État Rubio, avec les ministres des Affaires étrangères des différents pays de l'OTAN – à attirer l'attention sur la situation qui se joue sur place. Je fus le seul pays à évoquer ce dossier.
J'ai le sentiment qu'il n'y a pas suffisamment de prise de conscience internationale du drame humanitaire qui s'y joue, un peu comme si les processus politiques de médiation de Doha et Washington occultaient la réalité de terrain. Pourtant, sur place, la situation reste problématique, et j'oserais même dire, sur la base des témoignages reçus, qu'elle est encore plus problématique aujourd'hui qu'elle ne le fut il y a quelques mois.
Monsieur Boukili, concernant la suspension du mémorandum d'entente sur les minerais critiques entre l'Union européenne et le Rwanda, et en ligne avec la résolution du Parlement européen, cela fait aussi toujours partie de notre plaidoyer et ce, tant que le Rwanda ne s'est pas engagé à mettre en œuvre réellement les dispositions prévues en matière de traçabilité et de transparence des minerais provenant de la RDC.
De façon parallèle, nous continuons à demander des réformes de gouvernance et des services de sécurité du côté congolais, la fin de la coopération avec les Forces démocratiques de libération du Rwanda ainsi qu'une lutte déterminée contre les discours de haine.
Comme je l'ai dit à de nombreuses reprises, la situation à l'Est de la RDC n'exonère en rien les autorités congolaises de leur propre responsabilité et de la nécessité de réformes.
Le cadre posé, je peux maintenant revenir sur les quatre éléments d'actualité sur lesquels vous avez voulu mettre l'accent.
Wat betreft de voorstelling van het boek van professor Reyntjens in het Egmontinstituut kan ik bevestigen dat mijn kabinet op mijn verzoek contact heeft opgenomen met de directeur-generaal van het instituut om een annulering van het evenement te suggereren. Gezien de nauwe banden tussen de FOD Buitenlandse Zaken en het Egmontinstituut en rekening houdend met de zeer gespannen relatie tussen professor Reyntjens en de Rwandese autoriteiten, kon dat initiatief worden geïnterpreteerd als een onvriendelijk signaal van België ten aanzien van Rwanda. Ik wilde dus gewoon mijn bijdrage leveren om de constructieve geest van onze ontmoeting in Doha te eerbiedigen.
Het ging dan ook om een weloverwogen beslissing vanuit het oogpunt van onze buitenlandpolitiek, waarvoor ik de volledige verantwoordelijkheid opneem. Het heeft dus niets te maken met een beslissing uit vrees voor een zogezegd Rwandees dictaat of iets dergelijks. Ik nam die beslissing ook niet uit naïviteit. Ik ben mij ervan bewust dat Rwanda met een dubbele agenda kan werken en geregeld gebruikmaakt van intimiderende tactieken. Bovendien stel ik vast dat desinformatiecampagnes tegen België vanuit Rwandese hoek nog steeds op volle toeren draaien.
Toch ben ik in de huidige omstandigheden van oordeel dat het openhouden van een dialoog meer voordelen dan nadelen biedt. Daarom wil ik tot nader order blijven inzetten op een voorzichtige maar constructieve aanpak.
Uiteraard respecteer ik ten volle de academische vrijheid. Het is zeker niet de bedoeling om me te mengen in culturele of wetenschappelijke evenementen in België of daarbuiten. Het was ook nooit de bedoeling om het werk van professor Reyntjens te beoordelen.
De boekvoorstelling kon trouwens enkele dagen later in een ander format, zonder enige belemmeringen, plaatsvinden, en daarmee heb ik geen enkel probleem.
Het Egmontinstituut is een onafhankelijke denktank en behoudt volledige autonomie in zijn academische keuzes en publicaties. Tegelijkertijd bestaat er een structurele band met de FOD Buitenlandse Zaken. Het Egmontinstituut wordt gefinancierd door de FOD Buitenlandse Zaken en is gehuisvest in onze gebouwen. Die band weerspiegelt de historische rol van het Egmontinstituut als brug tussen diplomatieke praktijk en academische reflectie. Er vinden dan ook regelmatig waardevolle uitwisselingen plaats tussen diplomaten en onderzoekers, wat bijdraagt aan de verrijking van beide werelden.
Die samenwerking impliceert echter geen inmenging in de inhoudelijke werking. Het is belangrijk te benadrukken dat er nooit sprake is van voorafgaande lezing of inmenging in de ontwerpteksten en onderzoeksplannen van het instituut met het oog op censuur of sturing.
Dat gezegd zijnde, die institutionele band kan door externe waarnemers soms anders worden geïnterpreteerd. In bepaalde contexten, zeker wanneer de thematiek gevoelig ligt, kan de perceptie ontstaan dat het instituut nauwer verbonden is met het beleid dan in werkelijkheid het geval is. Die perceptie kan problematisch zijn en verdient daarom zorgvuldige duiding.
Comme je viens de l'expliquer, c'est clairement pour éviter une instrumentalisation de cette conférence par un narratif inapproprié anti-Belge que la décision a été prise. Ce n'est certainement pas une décision qui veut pratiquer l'ingérence, encore moins la censure, ou qui souhaite prendre position quant au contenu du livre ou la qualité de son auteur, des éléments sur lesquels je n'ai pas à me prononcer.
Venons-en maintenant à ma participation à la Conférence ministérielle de la Francophonie fin novembre à Kigali. Je souhaite recadrer clairement les choses. Vous le savez, cette organisation est importante pour la Belgique et je ne vois dès lors aucune raison que notre pays n'y soit pas représenté. J'y vais donc pour la francophonie et non pas pour ou parce que c'est au Rwanda. Je ne compte pas être l'otage du lieu où se déroule cette conférence, ni cette fois-ci, ni en d'autres occasions. Il ne s'agit pas de récompenser Kigali ou d'utiliser cette occasion pour des embrassades prématurées.
Du reste, la politique de la chaise vide n'a jamais fonctionné. Il serait idiot que je me sabote moi-même et donc que je pénalise la Belgique et le rôle qu'elle peut jouer dans l'espace francophone en refusant d'y aller et en m'empêchant par là même d'intervenir sur des thèmes qui tiennent à cœur à la diplomatie belge, comme les 30 ans après la déclaration de Pékin sur l'avancement des droits des femmes ou les questions sécuritaires régionales qui touchent à la région des Grands Lacs.
Bien sûr, je ne m'attends pas à ce que l'on me déroule le tapis rouge, mais je préfère aller au contact plutôt que de m'égosiller dans un coin, puisque, à nouveau, ne pas s'y rendre, c'est finalement punir la Belgique elle-même.
S'il n'y a pas de programme bilatéral prévu avec le Rwanda, il n'est évidemment pas impossible qu'il y ait des contacts informels en marge de ces rendez-vous, comme à chaque fois lors de ce type de rencontre internationale. Je ne suis demandeur de rien et on verra bien si les conditions s'y prêtent ou pas.
De situatie met de VRT-journalist die de toegang tot Rwanda werd geweigerd, betreur ik ten zeerste. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de weigering, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met mijn Rwandese ambtsgenoten om het incident te melden en om verduidelijking te vragen. Volgens de informatie die ik ontving, is de heer Vercruysse niet langer welkom in Rwanda vanwege zijn zogezegd anti-Rwandese berichtgeving. Dat is uiteraard betreurenswaardig en het zegt inderdaad veel over het gebrek aan respect voor de persvrijheid in het land.
Aangezien het wereldkampioenschap wielrennen een evenement van wereldformaat is, rust er op Rwanda een bijzondere verantwoordelijkheid, ook op het vlak van persvrijheid en pluraliteit.
Volgens de internationaal gangbare praktijk beperkt de verslaggeving van een sportevenement van die omvang zich niet tot het louter sportieve aspect. Net zoals bij de Olympische Spelen of bij wereldbekers is het gebruikelijk dat behalve sportjournalisten ook politieke, economische en algemene journalisten worden geaccrediteerd. Dergelijke evenementen brengen immers onvermijdelijk extra-sportieve dimensies met zich. Het garanderen van een eerlijke toegang voor journalisten evenals een omgeving zonder intimidatie is dan ook een essentiële voorwaarde voor het welslagen van dergelijke evenementen.
Enfin, comme je l'ai déjà dit devant cette commission, nous suivons le dossier de Mme Victoire Ingabire de près. Une lettre datant du 15 septembre du Rapporteur spécial sur la promotion et la protection du droit à la liberté d'opinion et d'expression s'inquiète de son arrestation, de sa détention en cours et des possibles poursuites à son encontre. De même, des rapports d'ONG contiennent des allégations d'arrestation pour des motifs politiques. Ce sont des éléments qui interpellent et qu'il faudra prendre en considération pour évaluer la suite de l'enquête et de son éventuel procès.
Ik heb inderdaad enkele dagen geleden, terwijl ik op missie was, een brief ontvangen van haar familie, waarop inmiddels al een antwoord is verstuurd. Daarnaast heb ik mijn diensten gevraagd om contact op te nemen met de familieleden van mevrouw Ingabire, met de bedoeling naar hen te luisteren conform de gebruikelijke diplomatieke praktijken in dat soort gevallen. Aangezien mevrouw Ingabire niet de Belgische nationaliteit heeft, kan België haar geen consulaire bijstand verlenen.
En l'absence de relations diplomatiques avec le Rwanda, un plaidoyer en faveur de Mme Ingabire ou sur d'autres problématiques de droits humains auprès des autorités rwandaises est évidemment moins aisé et a moins d'effets. Mais nous allons bien sûr continuer à aborder toutes ces questions liées aux libertés fondamentales – y compris la liberté de la presse et la liberté d'expression – par l'intermédiaire des instances européennes ou internationales. À titre d'exemple, citons les dialogues de partenariat entre l'Union européenne et le Rwanda, instaurés par l'accord de Samoa, ou encore le quatrième cycle de l'Examen périodique universel du Rwanda, qui se déroulera début de l'année prochaine à Genève. Nous ne manquerons pas de soulever ce type de problématiques à ces occasions, comme d'autres pays nous posent des questions quant à l'Examen périodique universel de la Belgique, et nous continuerons à suivre les développements relatifs à la coopération entre le Rwanda et les mécanismes internationaux des droits humains.
Voilà, chers collègues, les éléments de réponse que je souhaitais apporter à vos multiples questionnements.
Britt Huybrechts:
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik blijf me afvragen waarom u toch contact wilde blijven zoeken met schurkenstaat Rwanda, gezien de contacten met de rebellen van M23 en de recente berichtgeving dat de voormalige leider van Congo, die de doodstraf heeft gekregen, zich hoogstwaarschijnlijk verstopt onder die M23-rebellen. Ik kan absoluut niet begrijpen dat u in contact wilde blijven staan met een schurkenstaat als Rwanda.
Voor het Vlaams Belang is het heel duidelijk. Internationale contacten zijn enorm belangrijk, maar in het achterhoofd moeten in onze visie de Vlaamse belangen en in uw visie de Belgische belangen altijd vooropstaan. In dialoog gaan met schurkenstaten zoals Rwanda hoort daar volgens ons niet bij. Hetzelfde geldt voor het censureren van stemmen uit Rwanda. Kritische stemmen annuleren is één ding, we weten dat het een schurkenstaat is, maar dat België daaraan meedoet, zegt meer over u en België dan over Rwanda. Ik vind dat enorm jammer en zelfs ongepast.
Annick Lambrecht:
Mijnheer de minister, dank u wel. Ik probeer uw twee antwoorden te koppelen en dan wordt het moeilijk.
Als het gaat over de sport en wat er fout gelopen is bij de journalist Stijn Vercruysse, volgen wij u volledig. U kiest voor de persvrijheid. Er is zogezegd anti-Rwandese berichtgeving, maar dat zou geen reden mogen zijn om Stijn Vercruysse als journalist daar niet toe te laten. Journalisten die over meer dan sport alleen praten, zijn nuttig en nodig. Dat is allemaal te volgen voor ons. Als je mensenrechten afzet tegen sportrechten, dan zouden mensenrechten boven sportrechten moeten staan. Waarom zou een journalist daar niets over mogen zeggen?
Maar dan komen we bij het Egmontinstituut, een onafhankelijke denktank, waar u zelf de volledige verantwoordelijkheid hebt genomen voor de annulering van een boekvoorstelling. Daar was weliswaar sprake van een zeer kritische reflectie over Rwanda van een professor, maar als we al niet meer kritisch mogen spreken in het kader van een dialoog, die altijd van twee kanten moet komen, dan neigt dat toch naar censuur. U wilt de dialoog openhouden, zegt u, maar een dialoog heeft altijd twee kanten.
Wat u gedaan hebt in het Egmontpaleis kan ik niet rijmen met hoe ik u nu al maanden buitenlands beleid zie voeren: met een zeer open geest, met de mensenrechten bovenaan, nooit gedreven door schrik. Hier hebt u zich, vind ik, laten leiden door schrik. Schrik voor een schurkenstaat, zoals Rwanda er momenteel een is. Ik vind het een zeer slecht signaal. Een onafhankelijk instituut – dat weliswaar gesubsidieerd wordt, maar er zijn nog instellingen die subsidies ontvangen – zou nooit om die reden zijn activiteiten mogen stopzetten. In het kader van de vrije meningsuiting, democratie en informatieverstrekking aan de bevolking moet dat mogelijk blijven.
Lydia Mutyebele Ngoi:
Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je me demande, monsieur le ministre, au cas où on rétablirait les relations diplomatiques avec le Rwanda, si vous continueriez à réclamer la fin de l'ingérence rwandaise avec la même vigueur et la même ferveur? C'est la question que je me pose et que je vous pose.
Je vais vous donner un exemple très récent du comportement du pouvoir rwandais via le M23 à Goma. Le 20 août, le mwami – je ne connais pas bien son nom mais cela veut dire le roi, c'est le terme en swahili – du groupement Bumunya, c'est un groupement qui est à Goma, a été convoqué par l'autorité politique que le M23 a installée. Que lui a-t-on demandé? De faire par écrit acte de renonciation à ses terres, aux terres qui lui ont été léguées par ses ancêtres, à son peuple et donc à son pouvoir coutumier. Ce mwami a refusé. Ce mwami est d'un certain âge, il a des problèmes de santé. Eh bien, il a été incarcéré directement à la prison de Munzenze.
C'est ça le comportement du Rwanda, c'est ça les exactions. C'est un exemple que je connais et sur lequel j'ai été interpellée. Et c'est pour ça que j'en parle à mes collègues pour vous dire que ce n'est pas le moment de rétablir les relations diplomatiques avec le gouvernement de M. Kagame. Ce n'est pas le moment de rétablir ce dialogue alors que c'est eux qui l'ont rompu parce qu'on a dénoncé leurs crimes.
Vraiment, monsieur le ministre…
Maxime Prévot:
(…)
Lydia Mutyebele Ngoi:
…on a des compatriotes. Je vais vous dire quelque chose. Savez-vous qu'au Mali aussi on a des compatriotes? Eh bien, nos compatriotes vont à Ouagadougou pour prendre leur passeport, etc. Nos compatriotes au Rwanda peuvent faire la même chose.
Maxime Prévot:
(…)
Lydia Mutyebele Ngoi:
Vous dites qu'on a des compatriotes, c'est pour ça que je donne l'exemple du Mali. Il y a des Belges au Mali et il n'y a pas d'ambassade de Belgique au Mali.
Maxime Prévot:
(…)
Lydia Mutyebele Ngoi:
Mais vous pouvez faire comme vous faites au Mali, c'est pour ça que je vous donne l'exemple du Mali, parce que je sais que...
Maxime Prévot:
(…)
Lydia Mutyebele Ngoi:
C'est un mauvais exemple? Je le retire, si c'est un mauvais exemple, mais je sais qu'il y a des Belges au Mali et les Belges vont à Ouagadougou pour récupérer leur visa, etc.
De toute façon, tout ce que je vous demande aujourd'hui, c'est de ne pas reprendre de relations diplomatiques avec un gouvernement qui commet des exactions tant qu'il n'y a pas de paix, tant qu'il n'y a pas de justice. Pour qu'il y ait la paix, il faut qu'il y ait la justice. Je vous invite à continuer à faire montre de fermeté par rapport au Rwanda et à ne pas reprendre les relations diplomatiques, sur la base des caprices de monsieur Kagame.
Michel De Maegd:
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse.
La rupture des relations par Kigali ne peut en effet pas conduire la Belgique à céder sur des principes fondamentaux. En réalité, la liberté académique, la liberté de presse, le rôle essentiel de la société civile sont inconditionnels. Je crois profondément que le rôle de la Belgique dans un tel contexte est de rester fidèle à son cap, à sa boussole, c'est-à-dire défendre les libertés, les droits fondamentaux, le dialogue et le respect du droit international. C'est une question de cohérence.
Il est bien sûr important de maintenir un canal de dialogue, contrairement à ce que j’entends de la part de ma collègue du Parti Socialiste. Mais dialoguer – et je tiens à le lui rappeler – ne signifie jamais taire nos différends. Nous devons donc garder ouvertes toutes les voies diplomatiques possibles, ne fût-ce que parce que nous serions responsables: responsables aussi de nos intérêts dans le pays, le Rwanda, et responsables aussi de nos ressortissants qui y habitent. Cela me paraît tout de même être l’objet capable de rassembler le consensus des partis démocratiques.
Notre diplomatie a toujours eu pour force sa constance et sa cohérence. J’ai confiance en vous, monsieur le ministre, pour qu’elle continue à guider l’action de ce gouvernement, car il en va de la crédibilité de notre pays, mais surtout de la défense de ses valeurs universelles.
Pierre Kompany:
Monsieur le ministre, ce que j'ai constaté, c'est que vous avez quand même et surtout l'oreille tendue vers cette famille qui vient vous exposer ce qui lui arrive d'ignoble. Et cela, c'est très important pour un ministre qui nous représente.
Dès lors, il est vrai que Mme Ingabire n'a pas la nationalité belge. Elle l'aurait, vous seriez peut-être prêt à aller jusque-là, mais vous comptez agir sur les accords entre le Rwanda et l'Union européenne. Pour l'instant, on sait combien l'Union européenne essaye cette fois de tendre l'oreille vers la Belgique.
Ce que je peux vous conseiller, monsieur le ministre, c'est peut-être de détendre les choses. Lorsque vous vous rendrez dans ce pays, qui a fait le malheur du Congo, n'oubliez pas de repasser par Masina, qui est jumelée avec Namur, pour dire bonjour à ses habitants. Vous les avez vus une fois, mais passez les voir une seconde fois! Ils auront des costumes adaptés pour créer l'ambiance! Merci.
Els Van Hoof:
Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Ik ben het ermee eens dat je de dialoog moet behouden, zelfs met systeemrivalen. China is dat, en we proberen in dialoog te blijven. Rwanda is dat eveneens, naast vele andere landen. Dat zegt echter nog niets over onze diplomatieke relaties. Het is heel duidelijk dat de mensenrechten onder druk staan, net zoals de rechtsstaat en de democratie. Als men met 99,9 % verkozen is, kan men zich daar vragen bij stellen. Zorgwekkend is vooral dat zij proberen in te grijpen in onze academische vrijheid, in onze mediavrijheid en in onze vrijheid van vereniging. Ook geven zij geen kansen aan opposanten die uit Nederland of België komen om zich daar kandidaat te stellen. Wat betreft die academische vrijheid en professor Reyntjens, vind ik het moeilijk dat u toegeeft dat u hebt ingegrepen. Ik begrijp de demarche wel na uw uitleg, vanuit een mogelijke instrumentalisatie. De vraag is of dit niet op een elegantere manier had kunnen worden opgelost, eventueel door een genuanceerde tegenstem ook aan bod te laten komen. Zo zou toch niet de schijn worden gewekt dat wij zelf ingrijpen in onze academische vrijheid. Daar kunnen we over discussiëren. Ik kan zelf getuigen over het aspect parlementaire vrijheid. Zij accepteren niet dat wij kritische stemmen in het Parlement laten horen. Toen ik destijds mijn resolutie indiende – ze is uiteindelijk door de Amerikanen overgenomen – om Paul Rusesabagina vrij te krijgen, zei een parlementslid dat dat bepaalde gevolgen zou hebben. Dat kan natuurlijk niet. Daar mogen we niet aan toegeven. Er mag niet worden ingegrepen in onze academische en parlementaire vrijheid, en evenmin in de mediavrijheid. Wat betreft de heer Stijn Vercruysse hebt u gepast gereageerd. Wat betreft de vrijheid van vereniging om zich kandidaat te stellen, zoals in het geval van mevrouw Ingabire, is het goed is dat u in dialoog gaat met de familie. Het is wel zo dat zij in Nederland woont en dat land onderhoudt een deel van de diplomatieke betrekkingen. Misschien is het belangrijk dat u ook hier een signaal geeft aan de Nederlandse ambassade om contact op te nemen met mevrouw Ingabire die geen bezoek krijgt, buiten familie en kennissen ter plaatse. Het zou nuttig zijn om haar te bezoeken om na te gaan wat haar medische toestand is en of haar procesrecht wordt gevrijwaard. Het zou goed zijn dat Nederland die rol opneemt. Nederland heeft trouwens miljoenen steun verleend aan de Rwandese justitie en heeft er nu spijt van dat het op die manier ook niet werkt. Het is dus een suggestie om via Nederland duidelijk te maken aan mevrouw Ingabire dat wij haar ondersteunen in haar rechten en vrijheden.
De protestacties van de vapeshops
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 17 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Minister Vandenbroucke bevestigt plannen voor een smaakverbod op vapes (geïnspireerd door Nederlands succes) en wacht op advies van de Hoge Gezondheidsraad (eind oktober), gevolgd door Europese afstemming, ondanks waarschuwingen over illegale uitwijk. Hij benadrukt versterkte handhaving (40.000 inbeslagname, 6.000 webpagina’s gesloten) maar pleit voor Europese samenwerking, omdat lokale actie onvoldoende is tegen grensoverschrijdende illegale verkoop. Peeters onderschrijft de noodzaak van strengere regels én handhaving, wijzend op milieu-overlast, jeugdverslaving en oneerlijke concurrentie voor legale winkels. De focus ligt op versneld optreden tegen zowel smaakjes als illegale stromen.
Lotte Peeters:
Mijnheer de voorzitter, "minister Vandenbroucke verwijst u door naar het illegale circuit". Die boodschap stond op affiches te lezen in meer dan honderd Belgische vapewinkels. Zij sloten eergisteren de deuren uit protest tegen het smaakverbod op elektronische sigaretten. Volgens hen zou zo’n verbod ertoe leiden dat nog meer mensen hun toevlucht nemen tot illegale vapes.
Dat vapen schadelijk is, werd hier al meermaals duidelijk gemaakt, zeker met betrekking tot minderjarigen. Dan spreken we nog niet eens over de illegale varianten, waarbij we niet weten wat erin zit. Ondertussen bestaat het verbod op wegwerpvapes een half jaar en heel wat ouders, jeugdwerkers, politiezones en lokale besturen zullen het beamen, ze zijn niet verdwenen. Ze duiken nog steeds overal op in het straatbeeld.
Jongeren schaffen zich massaal goedkope wegwerpvapes online aan of verkrijgen ze bij bepaalde fysieke handelszaken die zich niet aan de regels houden. Zes maanden na het verbod heerst er dan ook heel wat frustratie over het feit dat de bestaande regelgeving niet handhaafbaar lijkt te zijn. Met lede ogen moeten we toezien hoe minderjarigen blijven rondlopen met vapes en dan vooral met de illegale, oncontroleerbare wegwerpvarianten, die een nog groter veiligheidsrisico inhouden.
Naar aanleiding van de protestactie eergisteren, maar ook van de talrijke bezorgdheden een half jaar na het verbod op wegwerpvapes, heb ik dan ook volgende vragen voor u, mijnheer de minister.
Hoe ver staat u in het proces met betrekking tot een mogelijke smaakbeperking op vapes?
Hoe wilt u vermijden dat naar het illegale circuit wordt uitgeweken eens die regelgeving er effectief is?
Welke extra handhavingsmaatregelen zult u dan treffen om illegale varianten uit onze straten te weren?
Frank Vandenbroucke:
De vape-industrie heeft maar een doelstelling, namelijk een nieuwe generatie jongeren en zelfs kinderen verslaafd maken aan nicotine. Dat is hun enige criminele doelstelling.
We moeten er alles aan doen om dat onmogelijk te maken. We hebben de wegwerpvapes verboden, we hebben vapes met allerlei tierlantijntjes verboden en ik denk dat we het voorbeeld van andere landen moeten volgen door ook de smaakjes eruit te halen. Het Nederlandse voorbeeld is heel succesvol. 22 % van de mensen die werden geënquêteerd, zegt gestopt te zijn met vapen door het smaakjesverbod. We moeten dit dus doen. Ik heb de Hoge Gezondheidsraad om een advies gevraagd, zoals de wet mij dat voorschrijft. Ik heb gevraagd om tegen eind oktober een advies voor een definitieve regeling te krijgen, die ik dan ook nog Europees zal moeten voorleggen.
We moeten doorzetten. Het eeuwige argument, de eeuwige dooddoener van de tabaksindustrie en nu ook van de vape-industrie, is dat er dan illegale verkoop zou ontstaan. Dat is hun eeuwige dooddoener, hun laatste strohalm. Is er een probleem van illegale verkoop? Zeer zeker. Doen we daar iets aan? Zeer zeker. Weet u dat we sinds het begin van dit jaar al 40.000 illegale vapes in beslag hebben genomen en al 6.000 webpagina's hebben gesloten?
We moeten dit echter op Europees niveau aanpakken. Mijn inspectiediensten doen hun uiterste best, maar ik probeer met een aantal gelijkgestemde landen te komen tot een Europese aanpak. Voor een klein land als België, met buurlanden waar de online verkoop wettelijk is toegelaten, is dat immers een moeilijke strijd. We moeten doorzetten en ons niet laten afschrikken door de klassieke dooddoeners van deze industrie. We moeten doorzetten en de inspectie en de strijd tegen illegale verkoop ten top voeren.
Lotte Peeters:
Het is goed te horen dat er stappen worden gezet in de beperking van smaken of het smaakverbod voor vapes en dat er ook wordt gewerkt aan de handhaving van de regelgeving. Als burgemeester ontvang ik veel signalen over de overlast die illegale vapes met zich meebrengen. Wegwerpvarianten belanden in de natuur. Jonge kinderen worden ermee gespot op speelterreinen. Daarnaast is er ook de terechte frustratie van handelszaken die zich wel aan de bestaande wetgeving houden, maar die zien dat er toch nog massaal illegale producten circuleren. Wij blijven er daarom op hameren dat regelgeving belangrijk is, maar dat die altijd gepaard moet gaan met stevige, doortastende handhaving.
De e-sigaret
De elektronische sigaret
E-sigaretten en elektronische rookapparaten
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 15 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende gezondheidsrisico’s van e-sigaretten bij jongeren, met name longschade zoals "popcornlong" (bronchiolitis obliterans) door toxische stoffen als diacétyle, en de toename van incidenten (62% meer meldingen bij het Antigifcentrum in 2023, vaak bij minderjarigen). Minister Vandenbroucke bevestigt geen specifieke Belgische cijfers over "popcornlong" maar aankomend Sciensano-onderzoek naar verboden ingrediënten, striktere smaakbeperkingen (om jongeren te ontmoedigen) en versterkte controles op illegale producten (inclusief THC-houdende vapes). Preventie blijft regionaal, maar er wordt opgeroepen tot snelle, gecoördineerde actie tegen de "stille epidemie" via wetgeving, handhaving en bewustmakingscampagnes.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le ministre, l'interdiction récente des puffs jetables constitue un pas dans la bonne direction. Cependant, pour de nombreux professionnels de la santé, ce n'est qu'un début. Ils parlent aujourd'hui d'une alerte sanitaire silencieuse liée à la cigarette électronique, en particulier chez les jeunes.
On nous a longtemps présenté l'e-cigarette comme un outil de sevrage. Toutefois, la réalité est bien différente. Un quart des jeunes en Belgique vapotent, et les premières consultations pour des troubles respiratoires liés à cette pratique se multiplient: asthme, essoufflement, mais aussi atteintes pulmonaires graves.
Parmi elles, une maladie grave émerge lentement dans les discussions médicales: la bronchiolite oblitérante, appelée aussi "poumon pop-corn". Elle est provoquée par l'inhalation de certaines substances aromatiques, comme le diacétyle, utilisées dans les e-liquides. Si cette maladie reste rare, ses conséquences sont sévères: lésions irréversibles des bronchioles pouvant mener à une insuffisance respiratoire chronique voire à une greffe pulmonaire.
Des substances pourtant interdites en Europe circulent toujours via des canaux en ligne, parfois promues sur les réseaux sociaux, en dehors de tout contrôle. Cela pose une question de santé publique majeure, mais aussi de responsabilité.
Monsieur le ministre, votre administration dispose-t-elle de données récentes sur les effets du vapotage chez les jeunes, en particulier sur l'apparition de troubles respiratoires graves? Des cas de bronchiolite oblitérante ont-ils été signalés dans notre pays en lien avec le vapotage? Quelles actions comptez-vous entreprendre pour mieux encadrer les composants des e-liquides et lutter contre la vente de produits illégaux? Enfin, même si la prévention n'est pas une compétence fédérale, avez-vous débuté des concertations avec les entités fédérées pour sensibiliser nos jeunes aux dangers du vapotage?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, het gebruik van vapes door jongeren neemt toe. Dat wisten we al, maar de Pano -reportage heeft dat nog eens op scherp gesteld. Een gevaar, waar mevrouw Dedonder al naar verwees, is de zogenaamde popcornlong, ook wel bronchiolitis obliterans genoemd. Dat is een onomkeerbare ziekte die littekenweefsel en ontstekingen veroorzaakt in de longen. Ze wordt veroorzaakt door de inhalatie van bepaalde giftige chemicaliën, die ook in vapes aangetroffen worden.
Zoals u zeker weet, vraag ik al langer om het aantal smaakstoffen te beperken, zoals ook in het regeerakkoord voorzien is. Ook deze legislatuur werden daarover al adviezen gevraagd en die waren allemaal positief. We wachten echter nog altijd op het advies van de Hoge Gezondheidsraad, dat verplicht is bij dit soort wijzigingen van wet of koninklijk besluit. Hopelijk mogen we dat spoedig verwachten. Mijn wetsvoorstel ligt inderdaad al lang voor in de commissie.
Mijnheer de minister, beschikt u over gegevens rond het vóórkomen van de zogenaamde popcornlong als gevolg van vapes in ons land?
Welke bijkomende maatregelen zult u nemen om de aanwezigheid van gevaarlijke substanties in vapes tegen te gaan?
Frank Vandenbroucke:
Les signalements de symptômes liés aux e-cigarettes et aux e-liquides figurent dans le rapport du Centre Antipoisons. Le rapport de toxicovigilance de l’année 2023 fait état de 124 signalements d'incidents impliquant des e-liquides, soit une augmentation de 62 % du nombre d'appels liés aux cigarettes électroniques par rapport à 2022. En 2023, dans 56 % des appels, la victime était un enfant, c’est-à-dire un mineur âgé de 14 ans maximum. Plus de la moitié des cas concernent une exposition orale, parfois suivie d’une inhalation. Dans 65 appels reçus par le Centre Antipoisons en 2023, aucun symptôme n’a été signalé au moment de l’appel. Les symptômes les plus fréquemment rapportés sont de nature gastro-intestinale.
La gravité des risques liés à l’exposition aux e-liquides a également été évaluée. Le groupe le plus important, soit 70 appels, concerne des symptômes légers. Des symptômes graves ont été constatés pour 14 appels. Pour deux de ces cas, les risques ont été classés comme très graves à potentiellement mortels; il s’agissait de tentatives de suicide.
Je ne peux pas vous fournir de chiffres précis sur le nombre de cas de bronchiolite oblitérante, car il n’existe pas d’enregistrement spécifique. La majorité des cas ont été signalés aux États-Unis. Le Centers for Disease Control and Prevention (CDC) américain a établi un lien entre le vaping-associated lung injury (VALI) et l’utilisation de produits contenant du tétrahydrocannabinol (THC).
Compte tenu de la détection récente de THC dans des cigarettes électroniques illégales, il est nécessaire d'être vigilant. Aux Pays-Bas, les médecins ont été invités à enregistrer les cas de VALI. Je veux étudier la possibilité de réaliser cela également dans notre pays à court terme.
Stoffen zoals diacetyl zijn niet verboden op Europees niveau. Ook legale e-sigaretten kunnen dus diacetyl bevatten. Ik ben het echter met u eens dat dergelijke stoffen niet thuishoren in producten die bedoeld zijn voor inhalatie. De samenstelling van e-sigaretten moet inderdaad strikter worden gereguleerd dan Europa momenteel doet.
Om die reden is dit jaar een onderzoek opgestart met Sciensano, dat een toxicologische evaluatie zal maken van de ingrediënten die geregistreerd zijn in e-sigaretten bestemd voor de Belgische markt. Sciensano zal advies geven over welke ingrediënten moeten worden verboden als bestanddeel van e-vloeistoffen.
U weet dat ik mij geëngageerd heb om ook het smaakaanbod van e-sigaretten in te perken. Ik doe dat om de aantrekkelijkheid voor jongeren te verminderen. Een e-sigaret is immers niet bestemd voor minderjarigen, noch voor wie niet rookt. Zolang we daar geen paal en perk aan stellen, zal de e-sigaret een negatieve impact blijven hebben op de volksgezondheid.
Met de inperking van deze smaken zullen ook een aantal smaakstoffen verdwijnen die mogelijk risico’s inhouden voor de gezondheid van de gebruiker, zoals diacetyl. Op die manier verminderen we dus niet enkel de aantrekkingskracht, maar ook de mogelijke toxische risico’s van deze producten.
De inspectie voert nu al controles uit op illegale producten, zowel in de winkels als op onlineverkoopkanalen. Ik wil daarop verder blijven inzetten en de effectiviteit en het aantal controles verder verhogen.
Le service Inspection effectue déjà des contrôles sur les produits illégaux, à la fois dans les magasins et dans les canaux de vente en ligne. Je souhaite continuer à me concentrer sur cette question et renforcer encore l’efficacité et le nombre de ces contrôles.
La prévention relève en effet de la compétence des Régions. Actuellement, aucune initiative n’est prise au niveau fédéral pour sensibiliser les jeunes au danger potentiel de la cigarette électronique. Une telle campagne devrait être bien pensée; après tout, nous voulons éviter d’éventuels effets indésirables, comme par exemple éveiller la curiosité de certains jeunes.
Ludivine Dedonder:
Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Les chiffres que vous donnez nous confortent dans l’idée d’être plus attentifs que jamais à cette consommation. Réaliser les contrôles comme vous l’indiquez me semble être une bonne chose, tout comme la recherche entreprise avec Sciensano.
Nous continuerons à suivre attentivement tout ce qui concerne l’utilisation de la cigarette électronique. S’agissant des campagnes de prévention, nous interpellerons certainement nos parlementaires régionaux, pour qu’ils puissent amener à ce que de telles campagnes soient réalisées le plus rapidement possible.
Els Van Hoof:
We moeten inderdaad inzetten op een panoplie aan preventiecampagnes, onderzoek en controle. U hebt hierover al een aantal elementen aangehaald in uw antwoord. Aangezien er toxische risico’s verbonden zijn aan het gebruik van e-sigaretten, is een striktere regelgeving vereist. Destijds heb ik opgezocht hoeveel stoffen verboden zijn. Dat resulteerde in een lijst van meer dan 300 pagina’s met ingrediënten. Ik heb toen aangegeven dat dat gecontroleerd moest worden, maar het is geen gemakkelijke opdracht voor de inspectiediensten. Eigenlijk zouden we ons beter beperken tot een strikte regulering van wat wel toegelaten is. Toen ik mijn wetsvoorstel opstelde in 2019, was er in de Verenigde Staten al sprake van een epidemie onder jongeren door het gebruik van de zogenaamde JUUL-sigaret, die uiteindelijk ook in Europa verboden werd. Men kon toen al vaststellen dat er zowel op korte als op lange termijn gezondheidsrisico’s zijn, ook al konden die op dat moment in België nog niet worden gemeten. We moeten van dat uitgangspunt vertrekken en de kwestie zo snel mogelijk strikt reguleren. Het gebruik van die sigaret, die ernstige gezondheidsrisico's inhoudt, is verslavend en onder andere door de nieuwsgierigheid van jongeren is er sprake van een epidemie.
De gevolgen voor de gezondheid van het roken van namaaksigaretten
Illegale sigaretten
Illegale sigaretten
De gezondheidsrisico's van illegale en namaaksigaretten
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Het KPMG-rapport (juni 2025) signaleert dat 1 op 3 sigaretten in België illegaal is (30% marktaandeel, +13% groei in 2024), wat €0,5 miljard belastingverlies en gezondheidsrisico’s (oncontroleerde, mogelijk schadelijkere producten) met zich meebrengt, terwijl legale verkoop daalt. Minister Vandenbroucke wijst het rapport af als industrie-gestuurd (in strijd met WHO-art. 5.3) en benadrukt dat volksgezondheidsdata (Sciensano) de échte maatstaf zijn, maar erkent dat illegale handel (inclusief e-sigaretten met verboden stoffen) en tabakstoerisme dringend moeten worden aangepakt via versterkte handhaving (samenwerking Douane, inspecties, Europese prijsharmonisatie). Hij zet in op structurele rookstopmaatregelen (neutrale verpakkingen, rookvrije zones, toegankelijke hulp zoals Champix) en Europese afstemming (herziening accijnsrichtlijn), maar ontkent dat Nederland/Frankrijk "slechte leerlingen" zijn—integendeel, hun hoge accijnzen noemt hij juist effectief. Kritische parlementsleden dringen aan op concrete actie: meer personeel voor controles, samenwerking met buurlanden/EU, en streng toezicht op samenstelling illegale producten om de "achterdeur" te sluiten zonder het uitdoofbeleid te ondermijnen.
Meyrem Almaci:
Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, in juni 2025 heeft KPMG een rapport gepubliceerd over de consumptie van illegale sigaretten. Ik kom net uit de commissie voor Financiën, waar er ook een vraag werd gesteld over dat thema. De minister van Financiën heeft verwezen naar de Douane en had het vanuit zijn bevoegdheid over de verschillende checks-and-balances.
Hier gaat het echter over de effectiviteit van ons gezondheidsbeleid. Terwijl de legale verkoop daalt, stijgt de consumptie van illegale sigaretten, die natuurlijk goedkoper worden verkocht en wellicht – ik wik mijn woorden – nog ongezonder zijn dan de sigaretten die legaal verkrijgbaar zijn. KPMG heeft een schatting gemaakt: een half miljard euro aan belastinginkomsten gaat verloren. Dat is echter niet de belangrijkste kwestie.
De vraag is welk gezondheidsverhaal daarachter schuilgaat. KPMG schat dat een op drie gerookte sigaretten vandaag ofwel illegaal ofwel via buitenlandse kanalen ons land binnenkomt. Kortom, als we de voordeur sluiten, is het niet de bedoeling dat de achterdeur open blijft staan en er nog ongezondere producten binnenkomen. Een goed gezondheidsbeleid moet ervoor zorgen dat we de tabaksvrije toekomst ook daadwerkelijk kunnen vormgeven.
Gezien de situatie met de opkomst van vapes en gezien de situatie in Nederland en Frankrijk, die tot de slechtste leerlingen behoren en onze directe buurlanden zijn, lijkt actie aangewezen.
Kent u het rapport? Dat rapport heeft natuurlijk ook een specifieke opdrachtgever; dat zal u ongetwijfeld bekend zijn. Welke conclusies trekt u echter uit het rapport? Komt het rapport overeen met de gegevens waarover u zelf beschikt?
Welke acties plant u om de handel in illegale sigaretten aan te pakken, parallel met het uitdoofbeleid via legale weg?
Is er overleg met de buurlanden?
Op welke manier wilt u met andere instanties, zoals de Douane, samenwerken om de achterdeur te sluiten en de verschuiving naar illegale sigaretten tegen te gaan, zodat wij de gezondheidsdoelstellingen die wij nastreven, ook daadwerkelijk kunnen bereiken?
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, selon les résultats d'une étude KPMG, près d'un tiers des cigarettes consommées en Belgique en 2024 proviendraient de circuits non domestiques et illégaux: contrebande, contrefaçon ou achats transfrontaliers. Ces chiffres inquiétants soulignent une perte d'efficacité potentielle des politiques de santé publique en matière de lutte contre le tabagisme.
L'augmentation des taxes combinée aux restrictions sur les produits légaux vise à dissuader la consommation de tabac, mais elle semble aussi inciter certains consommateurs à se tourner vers des produits issus de l'étranger et/ou non contrôlés, échappant à toute régulation sanitaire. Il est aussi pertinent de se demander comment se porte le marché national des alternatives au tabac, comme les cigarettes électroniques, depuis la forte hausse des accises en 2024. Dès lors, le risque est alors double pour les consommateurs, car en plus de générer une perte de recettes fiscales pour l' É tat, ces derniers tendent vers des produits dont la qualité n'est pas contrôlée.
Monsieur le ministre, comment évaluez-vous aujourd'hui l'efficacité de la politique fédérale anti-tabac face à la montée de la contrebande des produits illégaux? Disposez-vous d'estimations concernant la proportion de cigarettes illégales consommées par des jeunes ou des publics à bas revenus et leur exposition accrue à des produits non réglementés? Travaillez-vous en coordination avec les ministres des Finances et de l'Intérieur pour garantir que la politique de lutte contre le tabagisme ne soit pas contournée par le marché noir? Enfin, quelles pistes envisagez-vous pour adapter la stratégie anti-tabac afin qu'elle reste efficace, crédible et socialement équitable face à ces nouvelles réalités? Des circuits de contrebande d'e-liquides existent-ils en Belgique? Avez-vous identifié des produits nocifs pour les e-liquides et les cigarettes contrefaites?
Els Van Hoof:
Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Het recent gepubliceerde KPMG-rapport stelt dat de illegale markt voor sigaretten in 2024 met 13 procent toegenomen is. Maar liefst 15.2% van alle sigaretten in België waren vorig jaar illegaal. De illegale handel in rookwaren breidt zich alsmaar uit, zowel in omvang als in aard, terwijl de legale handel net afneemt. Deze toename heeft nefaste effecten op de volksgezondheid en verzwakt het tabaksbeleid. Het is duidelijk dat de strijd tegen illegale sigaretten moeten worden opgevoerd. Tijdens de bespreking van uw beleidsnota gaf u alvast aan te willen inzetten op extra handhaving.
Daarom stel ik de volgende vragen aan u:
- Welke concrete maatregelen zal u nemen als reactie op dit rapport, onder meer in samenwerking met de minister van Financiën en Binnenlandse Zaken? Hoe zal u de handhaving concreet versterken?
- Kunt u verduidelijken of er toezicht gehouden wordt op de mogelijke veranderende samenstelling van illegale rookwaren? Op welke wijze wordt dit in kaart gebracht en welke concrete maatregelen worden genomen als ernstige risico’s voor de volksgezondheid worden vastgesteld?
- Zijn er duidelijke afspraken met buitenlandse toezichthouders of Europese instanties om relevante informatie over deze illegale rookwaren snel uit te kunnen wisselen?
Frank Vandenbroucke:
L'objectif des mesures anti-tabac est de conduire à une diminution du nombre de fumeurs et, par conséquent, à une diminution des maladies évitables et des décès prématurés dus au tabagisme. Comparativement à la taille du marché illicite, les tendances en matière d'utilisation des produits du tabac et la prévalence des maladies liées au tabac constituent donc un bien meilleur moyen de mesurer la politique menée. J'attends donc avec impatience les chiffres de la dernière enquête de santé de Sciensano.
Bien entendu, ces données ne pourront pas encore refléter l'impact des mesures récentes prises dans le cadre de la stratégie interfédérale 2022-2028 pour une génération sans tabac. En outre, il est déconseillé d'évaluer la politique sur la base des données de l'industrie, car c'est bien de cela qu'il s'agit. Ces discussions autour du commerce illicite reviennent chaque année avec la publication de ce rapport, avec notamment des messages d'alerte sur les taxes manquées, la proportion croissante de cigarettes illégales et l'échec de la politique.
Je sais très bien que l'industrie n'est que trop heureuse d'utiliser ces rapports, qu'elle sponsorise elle-même et pour lesquels elle fournit des données, pour jouer sur l'opinion publique politique et créer plus d'opposition aux mesures antitabac. Après tout, KPMG elle-même écrit en guise d'avertissement à propos de ces recherches, je cite: "This report is not suitable to be relied on by any party other than the beneficiary wishing to acquire rights or assert any claims against KPMG LLP for any purpose or in any context. As such, any person or entity other than the beneficiary who reads this report and chooses to rely on it or any part of it will do so at their own risk."
De twijfelachtige financiering en methodologie ondermijnen de geloofwaardigheid ervan, en bijgevolg zal ons beleid nooit op een dergelijk rapport worden gebaseerd. Dat is overigens in overeenstemming met artikel 5.3 van het Kaderverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie, dat de onafhankelijkheid van het volksgezondheidsbeleid ten opzichte van de tabaksindustrie garandeert.
Tot zover mijn mening over het rapport.
Dat alles neemt niet weg dat illegale handel met prioriteit moet worden aangepakt. De inspectiediensten van de FOD Volksgezondheid en de Douane van de minister van Financiën voeren daartoe intensieve controles uit, zowel in fysieke winkels als online, op klassieke tabaksproducten en e-sigaretten. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat er illegale circuits van e-sigaretten bestaan, met producten die zelfs verboden psychoactieve stoffen bevatten. Sciensano werkt aan een snelle risicobeoordeling, onder meer op vraag van de algemene cel Drugsbeleid.
Ook het tabakstoerisme baart mij zorgen. Wanneer buurlanden verschillende accijnsniveaus hanteren, ondermijnt dat uiteraard het nationale beleid. Ik verschil van mening met u waar u stelt dat de situatie in Nederland en Frankrijk het slechtste zou zijn; ik beschouw die landen eerder als de goede leerlingen van de tabaksaccijnsklas. Ik juich dan ook toe dat mijn collega bevoegd voor Financiën samen met veertien andere lidstaten een brief heeft ondertekend, gericht aan de Europese Commissie, om aan te dringen op een herziening van de tabaksaccijnsrichtlijn. De vorige richtlijn is inmiddels al veertien jaar oud en in die tijd is het Europese accijnsbeleid een lappendeken geworden.
Harmonisatie van prijzen is essentieel om oneerlijke concurrentie te vermijden. Ondertussen blijven inspecties cruciaal, maar structurele gezondheidsdoelen bereikt men enkel via een breed gecoördineerd rookstopbeleid, met rookvrije omgevingen, neutrale verpakkingen, rookstopondersteuning en sterke regelgeving, zoals u die ook terugvindt in de interfederale strategie waarop wij ons baseren en in het regeerakkoord.
En outre, les collègues des Régions sont également impliqués pour veiller à ce qu'un plus grand nombre de fumeurs trouvent le chemin de l'aide au sevrage tabagique. Le retour du Champix en tant qu'aide au sevrage tabagique contribuera également à l'augmentation du nombre de fumeurs qui arrêtent de fumer.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, merci pour tous les éléments que vous avez apportés. Vous attendez les chiffres de Sciensano, et je suis rassuré de voir que vous vous basez sur des études scientifiques. Je vous serai reconnaissant de nous transmettre ces chiffres dès qu'ils seront en votre possession.
Je suis également ravi d'entendre que la lutte contre le commerce illégal est une priorité pour vous. Nul doute que vous vous coordonnerez sur ce point avec vos collègues du gouvernement et des Régions.
Meyrem Almaci:
Mijnheer de minister, voor Nederland en Frankrijk ging het over de aanwezigheid van illegale sigaretten en niet over de legale beslissingen die die landen hebben genomen – waar ik overigens een voorstander van ben.
De harmonisatie van de prijzen en de Europees tabaksaccijnsrichtlijn lijken me een bijzonder belangrijk spoor. Ik ga ervan uit dat u dit ook op tafel zult leggen in de contacten met uw Europese collega's, zodat we er ten minste binnen de Europese Economische Ruimte voor zorgen dat die verschuivingen zo veel mogelijk worden beperkt. Via het vliegtuig – dat betreft natuurlijk gebieden buiten Europa – of via de trein naar Engeland wordt het immers al een stuk moeilijker om aan dat soort grensaankopen te doen. In die zin denk ik dat daar nog een grote winst te boeken valt. Op die manier kunnen we die achterdeur toch beter sluiten.
Tegelijkertijd ben ik ook dankbaar dat u verwezen hebt naar e-sigaretten en naar alles wat daar al dan niet in zit. Ik denk dat een strenge controle, met inzet van de Douane en met regelmatige inspecties en leeftijdscontroles in verschillende winkels, de eerste jaren echt noodzakelijk blijft. Zo kunnen we dit systeem van illegale verkoop – God mag weten wat er in al die sigaretten zit – hopelijk uitroeien. Dat vormt op zich nog een bijkomend gezondheidsrisico.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, het is een typisch argument wanneer men iets wil ondernemen tegen bepaalde machtige sectoren, of het nu gaat over gokken, tabak of zelfs spermadonatie: men waarschuwt altijd voor de illegale industrie en grensoverschrijdende aankopen, om op die manier te argumenteren dat het niet veel zin heeft om actie te ondernemen. Ik zou u vooral willen aanmoedigen uw beleid inzake tabak verder te zetten. Ik laat mij ook niet overtuigen door rapporten die door de sector zelf betaald worden. Die wijzen immers steevast naar die illegale markt. Dat consumenten de grens oversteken, moeten we met de nodige omzichtigheid bekijken. Handhaving vind ik wel erg belangrijk en dat staat gelukkig ook in uw beleidsnota. We kunnen zoveel maatregelen bedenken als we willen, zonder handhaving zullen deze overtreden worden. We moeten dus de wortel en de stok gebruiken. De stok moet zeker worden gehanteerd via inspecties. Daarvoor zijn bijkomende personeelsleden nodig. Ik weet dat dit ook werd opgenomen in de beleidsnota en de beleidsverklaring. Ik hoop dat daar binnen afzienbare tijd ook gevolg aan wordt gegeven.
De daling van de sigarettenverkoop in België
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 8 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische tabakssmokkel groeide in 2024 tot 30% van de markt (waaronder +22% legale import uit lage-accijslanden en +13% namaak), wat een fiscale schade van €544 miljoen veroorzaakte door hoge accijnsverhogingen. Minister Jambon bevestigt dat de douane internationale criminelenetwerken blootlegt (o.a. via Antwerpen), controles versterkt en met 17 EU-lidstaten pleit voor snellere harmonisatie van accijnstarieven om fraude tegen te gaan, maar wijst op beperkingen door huidige wetgeving. Kernpunt: Huidig beleid drijft consumenten naar illegale kanalen, terwijl EU-brede afstemming en handhaving cruciaal zijn maar traag verlopen.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, les dernières estimations publiées dans l'étude de KPMG indiquent que près d'une cigarette sur trois consommées en Belgique en 2024 ne provenait pas du marché légal domestique. Les cigarettes achetées en Turquie, en Bulgarie et au Luxembourg ont augmenté de 22 %, contre 13 % pour les cigarettes contrefaites.
On peut dès lors constater que des circuits parallèles progressent de manière inquiétante et qu'un manque à gagner pour l'État se forme. En effet, la hausse des accises sur les cigarettes et les produits liés au tabac ont amené les consommateurs vers des alternatives moins chères. Ce phénomène aurait causé une perte fiscale estimée à 544 millions d'euros pour l'État belge en 2024, soit un manque à gagner considérable à un moment où la lutte contre la fraude fiscale et douanière est un enjeu majeur.
Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes sont-elles actuellement mises en place pour lutter contre la contrebande de tabac? Les douanes ont-elles déjà identifié des réseaux internationaux? Envisagez-vous de renforcer les contrôles, notamment en lien avec certains flux identifiés? Des discussions sont-elles en cours au niveau européen pour harmoniser davantage les niveaux d'accises? Quel est l'impact de la politique fiscale actuelle en matière de tabac?
Jan Jambon:
Cher collègue, l'Administration générale des Douanes et Accises (AGD&A) détecte activement la fraude au tabac et mène des enquêtes dans les limites de ses compétences légales. Pour ce faire, elle utilise ses propres méthodes de recherche et d'analyse, ainsi que des méthodes de recherche nationales et internationales, par exemple la coopération et l'échange d'informations avec les autorités nationales et étrangères. Cela s'applique à la fraude et au commerce illégal en général, ainsi qu'à la production et à la contrebande illégale de cigarettes.
Les compétences de l'AGD&A reposent sur la loi générale sur les douanes et les accises, le Code de procédure pénale et le règlement sur le statut des officiers de police judiciaire. Au sein de l'Administration Recherche, des équipes spécialisées en accises se concentrent sur la lutte contre la fraude au tabac. Grâce à ces ressources, l'AGD&A a démontré ces dernières années son efficacité dans la détection de la contrebande et le démantèlement des sites de production illégaux.
Concernant votre deuxième question, plusieurs enquêtes ont effectivement révélé l'existence de réseaux criminels internationaux ayant des antennes dans d'autres États membres et des pays tiers. Ces groupes criminels sont hautement organisés et structurés, avec des plateformes logistiques, des fournisseurs et des responsables régionaux.
Concernant votre troisième question, ces dernières années, nous avons constaté une augmentation significative de la production illégale au sein de l'Union européenne d'une part, et de la contrebande, notamment via le port d'Anvers, d'autre part. Les cigarettes saisies en Belgique sont destinées aux pays voisins où des accises plus élevées s'appliquent. Ces dernières années, nous avons également constaté une augmentation de la vente des cigarettes illégales sur le marché belge.
En réponse à votre quatrième question, la douane surveille les flux de marchandises qui ont la Belgique comme destination finale ou qui transitent par notre pays. Concernant votre cinquième question, les douanes belges effectuent des contrôles pour vérifier les limites indicatives, les quantités recommandées de produits tabagiques que vous pouvez importer d'un autre pays en Belgique. En réponse à votre sixième question, des discussions sont en cours au sein du Conseil et de la Commission européenne sur une révision de la directive relative aux accises sur le tabac. L'harmonisation des taux, une plus grande convergence des taux d'accise au sein de l'Union européenne, ainsi que les possibilités de contrôle du tabac brut figurent parmi les propositions de modification. Très récemment, en mai, j'ai envoyé, avec 17 autres États membres, une demande à la Commission européenne afin d'accélérer la révision de la directive sur la taxation du tabac.
En réponse à votre septième question, l'Administration générale des Douanes et Accises ne réalise pas elle-même d'études statistiques sur l'ampleur du marché noir des produits tabagiques illégaux. À cet égard, on peut se référer au rapport de KPMG intitulé Illicit cigarette consumption in Europe. Results for the calendar year 2024 publié le 11 juin 2025.
Selon ce rapport, en 2024, 15,2 % – soit 1,3 milliard d'unités de la consommation totale des cigarettes en Belgique – étaient des contrefaçons et de la contrebande. Cela représenterait une augmentation de 13 % par rapport aux chiffres du rapport de KPMG pour les résultats de 2023.
En ce qui concerne votre dernière question, comme indiqué dans l'accord de gouvernement, nous menons une politique anti-tabac ambitieuse et renforçons la lutte contre la production et le commerce illégaux des cigarettes, en collaboration avec nos partenaires gouvernementaux.
Anthony Dufrane:
Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier d'avoir pris le temps de me répondre et pour la teneur rassurante de vos réponses. Je ne manquerai pas de suivre le dossier.
De straffen die worden uitgesproken voor via datingapps georganiseerde homofobe agressie
Gesteld door
Gesteld aan
Annelies Verlinden (Minister van Justitie)
op 2 juli 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een 20-jarige werd tot 7 jaar cel veroordeeld voor homofobe guet-apens via Grindr, met erkend discriminatoir motief, maar de straf blijft onder het gevraagde—wat vraagtekens zet bij de afschrikwekkende werking van straffen bij haatmisdrijven. Minister Verlinden bevestigt dat het discriminatiemotief wel degelijk wordt toegepast in het Belgisch strafrecht (met verdubbeling van minimumpenalen mogelijk), maar ontbrekende langetermijncijfers (sinds april 2024 pas geregistreerd) belemmeren evaluatie van trends of effectiviteit. Sensibilisering van justitie en politie is versterkt via een herziene circulaire (COL 13/2013), maar concrete preventiecampagnes (bv. met datingapps) vallen onder Gelijkheid van Kansen. Dufrane dringt aan op opvolging van data en beleid.
Anthony Dufrane:
Madame la ministre, la justice vient de prononcer une peine de 7 ans de prison ferme à l'encontre d'un jeune homme de 20 ans, reconnu coupable d'avoir, avec un complice de 19 ans, piégé, agressé et racketté plusieurs personnes homosexuelles via l'application Grindr, dans un schéma à répétition assimilable à des guet-apens à caractère clairement discriminatoire.
Le tribunal a retenu le mobile de haine fondé sur l'orientation sexuelle, salué par les parties civiles, et en particulier par Unia, qui s'était constituée partie civile dans ce dossier. Néanmoins, les peines prononcées restent bien inférieures aux réquisitions du parquet, ce qui relance un débat sur la cohérence, la lisibilité et la sévérité des peines dans des dossiers impliquant des violences à motif homophobe.
Ce dossier interroge aussi sur la protection concrète des victimes, le rôle des applications de rencontre, et les messages envoyés en matière de justice répressive lorsque la haine ciblée s'exerce dans des espaces numériques et débouche sur des violences physiques.
Mes questions, madame la ministre, sont: Quel bilan faites-vous de l'application effective des circonstances aggravantes pour mobile discriminatoire prévues dans notre droit pénal? Sont-elles suffisamment utilisées par les parquets? Les peines prononcées dans les affaires à caractère homophobe sont-elles, selon vous, dissuasives? Dispose-t-on de données précises sur les infractions motivées par l'orientation sexuelle en Belgique? Les chiffres sont-ils en recrudescence? Des campagnes de prévention spécifiques sont-elles prévues en partenariat avec les plateformes de rencontre pour limiter les risques de guet-apens ciblant les personnes LGBTQIA+?
Annelies Verlinden:
Le droit pénal belge prévoit effectivement que le mobile discriminatoire aggrave toute infraction. Au vu du verdict de l'affaire que vous mentionnez, nous pouvons donc constater que le droit pénal belge a bien été appliqué. Nous pouvons de plus affirmer que ce mobile a récemment été utilisé dans d'autres affaires. Ce mobile semble donc bien pris en compte par les juges dès lors qu'il est établi.
De plus, la circulaire COL 13/2013 en matière de lutte contre les discriminations a été revue en 2020 et prévoit une sensibilisation des magistrats, du parquet, de l'auditorat du travail, de la police et des services d'inspection sociale concernés à la problématique et à la législation actuelles. Via le mobile discriminatoire, le droit pénal belge permet de prononcer des peines plus lourdes qui peuvent aller jusqu'à doubler le minimum de la peine tout en restant dans la fourchette de peines prévue.
À l'échelle de notre droit pénal, ces changements sont encore assez récents. Dès lors, il est difficile d'évaluer actuellement avec précision cet effet dissuasif. Nous pouvons tout de même supposer que ce risque de peine plus élevé peut avoir un effet dissuasif sur la commission de l'infraction.
Une révision et une réécriture de la circulaire COL 13/2013 relative à la politique d'enquête et de poursuite en matière de discrimination et de crimes de haine ont été effectuées. L'un des objectifs était de disposer de statistiques dans le contexte des crimes de haine, accompagnées de détails sur le motif discriminatoire. Étant donné que les statistiques policières de criminalité les plus récentes sont celles du troisième trimestre 2024, et que les motifs discriminatoires ne peuvent être enregistrés que depuis la fin avril 2024, aucun aperçu cohérent n'est actuellement disponible. Pour cela, des données sur une période plus longue sont nécessaires.
Concernant votre question sur les campagnes de prévention spécifique, je vous renvoie vers le ministre en charge de l' É galité des chances.
Anthony Dufrane:
Merci madame la ministre pour votre précieuse réponse. Je note bien que la loi étant assez récente, vous ne disposez pas encore de chiffres. Je ne manquerai pas de suivre ce dossier et d'éventuellement vous revenir dans le courant de la législature.
Vapes en de douane
Gesteld door
Gesteld aan
Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)
op 29 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de massale instroom van illegale wegwerpvapes en drugs via pakjes uit het buitenland, die ongehinderd onder jongeren circuleren, ondanks dat ze in België verboden zijn. Minister Jambon benadrukt dat de douane risicoprofielen en internationale samenwerking gebruikt om fraude te bestrijden, maar erkent dat slechts een fractie (170.000 vapes in 2024) wordt onderschept, zonder zicht op de totale omvang. Vandemaele kaart aan dat de huidige aanpak ontoereikend is door overbelaste douanecapaciteit en pleit voor structurele versterking (meer middelen, personeel, scanners) om de stroom illegale producten effectief te stuiten. De kern: de douane loopt achter de feiten aan, terwijl de smokkelroute alleen rendabel blijft zolang het onderscheppingspercentage te laag is.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, onlangs toonde alweer een vrij schokkende Panoreportage aan dat wegwerpvapes, al dan niet met drugs in, massaal onder onze jongeren circuleren. Het gaat voor de goede orde daarbij wel om producten die verboden zijn in ons land en die men dus niet legaal kan kopen. Ze komen bijgevolg van over de grens in pakjes. Gelet op de noodkreten van de douane van de afgelopen maanden over de enorme toevloed aan pakjes – tot 600.000 pakjes per dag op piekdagen –, rijst de vraag hoe we pakjes met inhoud waarvan we geen fan zijn, zoals illegaal vuurwerk, illegale vapes, drugs en ongezonde producten kunnen tegenhouden.
Cijfers tonen aan dat slechts een fractie van de goederen die ons land binnenkomen, gecontroleerd wordt. Hoe kunnen we gerichter pakjes met illegale en of ongezonde producten weren? Wordt er specifiek ingezet op bijvoorbeeld vapes of illegale drugs?
Welke acties stelt u in het vooruitzicht om de douane te versterken, zoals meer mensen, meer financiële middelen en of andere methodes, opdat er minder van dat soort rommel ons land binnenkomt?
Jan Jambon:
Mijnheer Vandemaele, ten eerste, de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen spoort actief fraude op en voert onderzoeken binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheden. Daarbij maakt ze gebruik van eigen onderzoeks- en analysemethodes evenals nationale en internationale onderzoeksmethodes, bijvoorbeeld samenwerking en informatie-uitwisseling met binnen- en buitenlandse autoriteiten. Dat geldt zowel voor fraude en illegale handel in het algemeen als voor smokkel van vapes meer in het bijzonder.
Voor controles bij de invoer hanteert de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen risicoprofielen die zich enerzijds richten op de verstuivers van e-sigaretten en anderzijds op de vulling ervan. Die risicoprofielen kaderen in de handhaving van de reglementering inzake de productveiligheid van e-sigaretten. De douane voert daarbij echter enkel een stopfunctie uit. De daaropvolgend uit te voeren controles en/of beslissingen behoren tot de bevoegdheid van de FOD Volksgezondheid.
Daarnaast kunnen e-sigaretten met druggerelateerde producten eveneens worden aangetroffen tijdens controles inzake verdovende middelen, waarvoor eveneens specifieke risicoprofielen van toepassing zijn. Die controles worden zowel uitgevoerd door douaneteams in de eerste lijn als door douaneteams die zich richten op de opsporing van georganiseerde criminaliteit.
De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voert, waar nodig in samenwerking met de FOD Volksgezondheid, ook controles uit op de interne markt wat accijnzen op die producten betreft.
Ten tweede, in 2024 heeft de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen 169.618 stuks wegwerpvapes en 95.617 milliliter e-liquids in beslag genomen. In het eerste trimester 2025, dus tot 31 maart heeft zij reeds 25.479 milliliter e-liquids in beslag genomen. Wat men met die cijfers natuurlijk nooit weet, is welke hoeveelheid effectief werd ingevoerd, want de cijfers geven enkel aan wat er in beslag werd genomen.
Ten derde, er wordt sterk ingezet op uitwisseling van informatie en deelname aan acties met douaneorganisaties, internationale handhavingsdiensten en andere nationale diensten, zoals de FOD Volksgezondheid. Die grensoverschrijdende en interdepartementale samenwerking heeft als doel de douane te versterken in haar strijd tegen illegale vapes.
Op Europees niveau wordt intensief samengewerkt via het Europees samenwerkingsprotocol EMPACT binnen Europol. In dat programma is er een aparte werkgroep voor fraude met e-liquids en vapes, die tot doel heeft kennis over fraudetechnieken te delen en te analyseren en internationale frauduleuze netwerken en distributiekanalen te identificeren en te bestrijden.
Ten slotte, de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen plant geen operationele of organisatorische veranderingen, specifiek voor de strijd tegen vapes. De risicoprofielen en bijgevolg ook de controles worden continu geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig om tot nog meer efficiëntie te komen.
Matti Vandemaele:
Mijnheer de minister, 170.000 onderschepte vapes en 100.00 onderschepte e-liquids het afgelopen jaar, het zijn aantallen, die doen duizelen. De combinatie van de aantallen en de vlotheid waarmee de producten circuleren onder jongeren, noopt mij ertoe vast te stellen dat er een probleem is. Ik heb u en uw ambtsvoorganger al een aantal keer schriftelijke vragen gesteld over douanegerelateerde zaken. Telkens weer krijg ik het antwoord dat men op dezelfde manier zal verder werken. Nochtans signaleert men op de werkvloer dat de te verwerken volumes te groot en niet meer behapbaar zijn. We zullen toch op een of andere manier acties moeten uitrollen om de douane te versterken. Of dat met middelen, mensen of scanners gebeurt, is mij eender, maar het zal wel nodig zijn. Zo niet lopen we steeds achter de feiten aan. U hebt zelf gezegd dat u niet kunt inschatten welk percentage die 170.000 vapes uitmaken. Daarvoor zou immers ieder pakje geopend moeten worden. Als dat soort producten in die hoeveelheden door de douane blijven geraken, dan kan men zich wel een beeld vormen van de hoeveelheden die niet worden tegengehouden. Een handel waarbij het product gegarandeerd door de douane wordt onderschept, is immers geen lang leven beschoren. Als het percentage producten dat door de douane wordt tegengehouden, klein genoeg is, dan blijft men die weg gebruiken. Ik hoop daarom dat men bij de douane begint na te denken over hoe men het astronomisch volume aan goederen kan controleren om de brol, waaronder drugs, vuurwerk en andere onveilige producten, eruit te halen.
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending 'Generatie vape'
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
De Pano-uitzending over vapes
Gesteld door
CD&V
Els Van Hoof
N-VA
Lotte Peeters
Vooruit
Funda Oru
VB
Katleen Bury
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 24 april 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de urgente bestrijding van vapes bij jongeren, die via zoete smaakjes, illegale drugs (zoals *spice*) en misleidende marketing massaal verslaafd raken, met zware gezondheidsrisico’s (nicotine, zware metalen). Minister Vandenbroucke kondigt strengere maatregelen aan: een totaalverbod op smaakjes (behalve tabak/munt), versterkte handhaving (40.000 illegale vapes in beslag genomen), Europese lobby voor grensoverschrijdend verbod, en samenwerking met politie en Binnenlandse Zaken—maar critici (o.a. Van Hoof, Peeters, Bury) wijzen op trage uitvoering (smaakjes waren al in 2021 voorgesteld), gaten in wetgeving (herbruikbare vapes, niet-geüpdatete KB-lijst verboden stoffen) en ideologische tegenstrijdigheden (eis tot druglegalisering ondermijnt anti-vapebeleid). Kernpunt: onmiddellijke actie is nodig om een generatie te redden, maar Europese afstemming en strikt handhaven blijven knelpunten.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, 52 % van de vapende jongeren rookt sigaretten. Het schadebeperkingsnarratief van de industrie – die is ook crimineel – is een rookgordijn geworden. Een rookopstapje in plaats van een rookstopmiddel. De Pano -reportage van gisteren liegt niet. Naast met nicotine worden vapes nu gevuld met naar snoep smakende drugs. Een hele generatie wordt onder onze ogen langzaam verslaafd en vergiftigd.
Ik vraag het namens cd&v al vijf jaar. Ik heb in 2021 een wetsvoorstel op tafel gelegd om de smaakjes te beperken tot maximaal drie, zonder die aantrekkelijke zoetigheid. De Stichting tegen Kanker, Kom op tegen Kanker, de Belgian Respiratory Society, allemaal zijn ze voorstander.
Mijnheer de minister, soms zijn gezond verstand, pragmatisme, en ook het voorzorgsprincipe beter dan een voorzichtig wetenschappelijk advies dat we in 2022 mochten ontvangen van de Hoge Gezondheidsraad. Hoelang wachten we nog? We moeten weer wachten op een advies. Ik heb adviezen over mijn wetsvoorstel gevraagd.
U wou vorig jaar de inspecties versterken en de sancties opvoeren, maar wat zien we? Cannabisvapes, spicevapes, wegwerpvapes. Eraan geraken is letterlijk kinderspel.
Ik hoop dat het u vandaag echt menens is. Mijnheer de minister, wat zult u nu doen, wat zult u vandaag doen, om onze jongeren te beschermen tegen vapen?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, we hebben gisteren de Pano -reportage gezien. U gaf daar vanochtend al een reactie op in de pers. Ik ben blij te horen dat u even verontwaardigd bent als de talrijke ouders en leerkrachten die met deze problematiek geconfronteerd worden.
Onze jongeren worden steeds meer blootgesteld aan rommel in vapes. Dat moet echt stoppen. Er is al een verbod op het verkopen van wegwerpvapes, maar dat wordt dus duidelijk niet nageleefd. Het gaat over illegale rookmiddelen, waardoor we geen zekerheid meer hebben over de samenstelling van het product. Zo ligt het nicotinegehalte vijf keer hoger dan in een klassieke tabaksigaret en zitten er zware metalen in de dampen, zoals nikkel, lood en zink. Dan hebben we het nog niet over de e-sigaretten die cannabis of synthetische drugs bevatten. Wanneer drugs gecombineerd worden met een aangename fruit- of snoepsmaak weten we gewoon dat er op termijn ongelukken gaan gebeuren, waarschijnlijk ook met heel jonge kinderen.
We hebben de wet al verstrengd, maar we stellen vast dat de situatie er echt niet beter op wordt. Integendeel, het blijft een aantrekkelijk product voor jongeren door de verschillende smaakjes en het is voor jongeren nog te gemakkelijk om aan wegwerp e-sigaretten te geraken, zowel online als via dealers, maar ook gewoonweg in de winkel.
Mijnheer de minister, de regering wil overduidelijk de strijd aangaan met de vapes. U sprak deze ochtend over oplossingen, waaronder samenzitten met de politie, Binnenlandse Zaken en Europa om tot een integrale aanpak te kunnen overgaan. Ik steun die daadkracht, maar vraag mij wel af welke bijkomende maatregelen er op heel korte termijn kunnen worden genomen. De harde realiteit van een nieuwe zogenaamde 'generatie vape' haalt ons immers razendsnel in.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, men kan er tegenwoordig niet meer naast kijken en heel wat ouders worden er dagelijks mee geconfronteerd: jonge kinderen die aan de schoolpoort staan te vapen, verleid door fruitsmaakjes, felle kleuren en niet alleen verleid, maar vooral ook verslaafd.
Dat is het werk en de walgelijke tactiek van de tabakslobby. Alle waarden en normen gaan overboord om onze jonge kinderen en jongeren verslaafd te maken. Ze zetten alles op alles om onze toekomstige generaties, onze toekomst, onze jeugd te verleiden, te verzieken en verslaafd te maken. De Pano -documentaire van gisteren was wederom shockerend. Ik wil via deze weg ook de makers expliciet bedanken omdat ze gevaarlijke trends bij jongeren keer op keer onder de loep nemen, want nu blijkt dat die vapes gevaarlijke metalen en spice bevatten, een drug die even verslavend is als heroïne.
Dat zou ons allemaal moeten verontrusten, want we weten ondertussen allemaal wel hoe schadelijk vapes zijn voor jonge mensen, maar dit is gewoon hallucinant en onaanvaardbaar. Bovendien trappen steeds meer jonge kinderen in die val.
Mijnheer de minister, u hebt de voorbije jaren heel wat inspanningen gedaan en ook komaf gemaakt met de vele valstrikken van de tabakslobby, maar toch blijven zij ook innoveren en manieren zoeken om onze kinderen en jongeren te verleiden en verslaafd te maken. U hebt als eerste in Europa wegwerpvapes, lampjes en smartvapes verboden en ook een einde gemaakt aan de online verkoop van vapes, maar toch.
Voor Vooruit is de gezondheid van onze kinderen en jongeren essentieel. Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. U hebt al heel wat belangrijke stappen gezet, maar wat zult u nog doen om onze kinderen en jongeren te beschermen tegen de gevaren van vapen en roken? Dank u wel.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, de Panoreportage legde een schokkende realiteit bloot. Minderjarigen dampen synthetische drugs, verpakt als fruitige vapes en verhandeld via sociale media. Het gaat niet enkel over klassieke cannabis of nicotine, maar ook over 'spice', een chemisch gemanipuleerde stof die tot vijftig keer krachtiger is dan THC en even verslavend is als heroïne.
Deze producten circuleren zonder etiket, zonder controle en waarschuwing. Artsen herkennen ze niet, ouders weten van niets en kinderen storten in. Dit alles gebeurt onder uw bevoegdheid. U bent als minister immers bevoegd voor het koninklijk besluit van 1997 dat de lijst van verboden stoffen vastlegt.
U verbiedt graag van alles en nog wat, maar sinds de Europese waarschuwingen van 2022 hebt u geen enkele aanpassing gedaan. Het Europees waarschuwingssysteem meldde in 2022 alleen al 24 nieuwe synthetische cannabinoïden. Ondertussen inhaleren jongeren deze stoffen zonder dat u enige actie ondernam. Waarom hebt u daar de voorbije jaren niets aan gedaan? Zult u dat KB nog actualiseren? U bestempelt cannabis in vapes terecht als gevaarlijk, maar waarom verbiedt u dan niet consequent softdrugs in plaats van ze te legaliseren?
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, de documentaire van gisteren heeft nogmaals duidelijk gemaakt dat vapes ongezonde en gevaarlijke producten zijn, die eigenlijk gewoon de wereld uit moeten. Daar zijn we ook mee bezig. Het gaat immers om een criminele industrie die een nieuwe generatie van kinderen en jongeren aan nicotine verslaafd wil maken. We moeten alles uit de kast halen om dat te stoppen.
Wij zijn daarmee al begonnen. Wat de producten betreft, hebben we allerlei tierlantijntjes, lichtjes en versieringen verboden. We waren ook de eerste in Europa om wegwerpvapes te verbieden. We hebben ook maatregelen genomen om vapes uit het zicht te halen, want zien roken doet roken. Eind december hebben we een rookverbod ingevoerd, ook voor vapes, op allerlei plekken waar kinderen en jongeren komen, van speelpleinen tot attractieparken en dierentuinen. Sinds 1 april van dit jaar is er ook een uitstalban voor vapes van toepassing. Vapes mogen gewoonweg niet meer in winkels uitgestald worden; ook dat is belangrijk.
Ik denk dat we verder moeten gaan en ik hoop op uw enthousiaste steun wanneer wij het vapen en het roken van klassieke tabaksproducten op terrassen zullen verbieden. Naar mijn opinie is dat echt nodig, want we moeten dat uit het zicht halen van kinderen en jongeren en van mensen in het algemeen.
Iedereen is er vandaag van overtuigd dat we ook de smaakjes moeten aanpakken. Die smaakjes zijn nergens goed voor. Kinderen en jongeren inhaleren nicotine en drugs met de smaak van aardbeien, appels en wat weet ik nog allemaal. Andere ingrediënten zijn pesticiden, nikkel, lood, allerlei zeer ongezonde en gevaarlijke producten. We moeten eerlijk toegeven dat de meningen daarover geëvolueerd zijn. De Hoge Gezondheidsraad adviseerde destijds dat de smaken behouden konden blijven. Ook bij de organisatie Kom Op Tegen Kanker denk ik dat de meningen geëvolueerd zijn. Filip Lardon bijvoorbeeld was vroeger voorstander van het behoud van de smaakjes, maar zegt nu uitdrukkelijk dat ze verboden moeten worden. Ook mijn mening is in die zin geëvolueerd. Ik denk dat we de smaakjes werkelijk volledig moeten verbieden.
Dat verbod zijn we nu aan het uitwerken. Daarbij kunnen we kiezen voor het Deens model, waarbij naast tabaksmaak nog muntsmaak bestaat met het oog op rookstop, ofwel voor het Nederlands model met alleen maar tabaksmaak. Dat zijn we aan het bekijken. Het is technisch niet zo eenvoudig. Ik wil zo snel mogelijk een dossier klaar hebben met een efficiënte en gemakkelijk hanteerbare oplossing en dat dan voorleggen aan Europa.
Ondertussen moeten we inderdaad inzetten op handhaving. We doen dat ook. Mijn inspectie is elke dag op stap. Terwijl we hier debatteren, zijn mijn inspecteurs op stap. We hebben in het eerste trimester van dit jaar 40.000 illegale vapes in beslag genomen. We hebben vorig jaar 6.000 webpagina's gesloten. We doen aan mysteryshoppen waarbij mijn inspecteurs zich als kopers van aanbiedingen op Snapchat voordoen en dealers betrappen. We voeren dus actie en mijn inspectie verricht uiterst goed werk.
De grote moeilijkheid is echter dat men de kwestie Europees niet geregeld kan krijgen, indien men niet in alle landen hetzelfde doet. Helaas zijn er nog heel wat landen waar onlineverkoop is toegelaten, ook rondom ons. De strijd moet, met andere woorden, ook Europees worden gevoerd. Ik heb een tijdje geleden een hele zak vapes meegenomen naar een Europese vergadering waar ik aan al mijn collega’s bevoegd voor volksgezondheid en aan de Europese Commissaris heb getoond wat vapen is: verleidelijk maar levensgevaarlijk. We hebben met elf landen een brief gericht aan de Europese Commissaris waarin we vragen eindelijk werk te maken van de beloofde wetgeving die grensoverschrijdend verkeer en onlineverkoop van die producten in heel Europa verbiedt. De strijd moet dus op Europees niveau worden gevoerd. Wat mij betreft, is die strijd zeer belangrijk.
Ondertussen moeten we inderdaad ook de samenwerking met de politie versterken. Er vindt overleg plaats met de Vaste Commissie van de Lokale Politie. Ook met mijn collega van Binnenlandse Zaken moet ik nagaan wat we bijkomend kunnen doen om al die illegale producten aan te pakken. Inderdaad, alle producten waarover het gaat – ik verbaas mij over uw betoog, mevrouw Bury –, zijn illegaal van het begin tot het einde; ze zijn allemaal verboden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. De vraag is hoe we dat verbod zullen handhaven. Ik zal de strijd daartegen voeren, tot die producten uit de wereld zijn. Dat zijn we verplicht aan onze kinderen en jongeren.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, de acties en de maatregelen die u voorstelt zijn goed, maar hopelijk zijn ze niet too little too late . Wij hadden inderdaad geen Panoreportage nodig om het vast te stellen. We hadden al iets kunnen ondernemen in 2021. Ik heb vandaag de lijst nog eens bekeken. Die bestaat uit 300 pagina's met producten die we aanvaarden in België. Stuur de inspectie maar eens op pad om dat allemaal te controleren. We hebben het te ver laten komen. Als u het Parlement zijn werk had laten doen, waren de smaakjes nu al beperkt. Dat is de realiteit, die wil ik ook even hier onder ogen brengen. Kom Op Tegen Kanker, Stichting Tegen Kanker en alle andere organisaties hebben het gevraagd.
Ondertussen wordt de sector slapend rijk. In 2025 winnen dergelijke bedrijven 10 miljard euro in Europa op de kap van de gezondheid van onze jongeren. Het is tijd voor actie. Het is tijd voor een lik-op-stukbeleid. Onze jongeren en onze ouders zullen er wel bij varen.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, u sprak onder andere over Europese samenwerking. Die is noodzakelijk om die onlinehandel in wegwerpvapes aan banden te kunnen leggen. Het gaat echter natuurlijk niet over die digitale handel alleen. Uit de reportage bleek bijvoorbeeld dat winkels hier in Brussel begin deze maand, na drie inspecties van de FOD Volksgezondheid, nog steeds wegwerpvapes aanboden. Dat gebeurt recht onder onze neus. Dan is dat onlineverkoopverbod alleen niet voldoende. Er dienen nog meer controles in winkels te komen. Wij verwachten ook effectieve sluitingen van hardleerse handelaars die zich niet aan die regels houden.
Verder moet er in een versneld tempo werk worden gemaakt van dat verbod op smaken of aroma's in vapes. Hoe minder aantrekkelijk het product is, hoe minder interessant het is voor onze jeugd. Dat is correct. De situatie is zo urgent dat hieraan echt prioriteit moet worden gegeven.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijk antwoord en de duidelijke inspanning om deze producten uit de wereld te helpen. Collega's, Vooruit zal altijd de kant van onze jongeren en hun gezondheid kiezen. Daarom laten we dit vandaag zeker niet los. We moeten de strijd tegen de tabakslobby samen blijven voeren.
Het is goed dat u gaat overleggen met Binnenlandse Zaken en politie om dit probleem aan te pakken. Het is ook goed dat u dit op de Europese agenda blijft zetten. Dat is nodig in het belang van al onze kinderen en jongeren, voor het beschermen van hun gezondheid. Ik reken erop, en samen met mij veel andere bezorgde ouders, dat u deze strijd blijft opvoeren, mijnheer de minister.
Katleen Bury:
Mijnheer de minister, het gaat wel degelijk ook over opvulbare, herbruikbare vapes waarin een flesje spice kan worden gedruppeld. De herbruikbare vapes zijn niet verboden. Wat u zegt, klopt dus niet. Ik heb u ook niets horen zeggen over het KB. Dat is een belangrijke vraag, maar u zegt daar niets over. Ondanks Europese waarschuwingen tegen de nieuwe gevaarlijke synthetische stoffen sinds 2022, hebt u jarenlang niet ingegrepen. Nu voert u campagne voor een totaalverbod op vapes, maar tegelijk pleit uw partij voor de legalisering van drugs. Dat is geen consequente gezondheidsstrategie. Dat is ideologische schizofrenie. Het is niet meer dan dat. U moet niet verbaasd zijn, wanneer u het gevaar van cannabis relativeert, over de opmars van synthetische rotzooi. Uw partij zaait verwarring.
Het onderbroken treinverkeer op de lijn Ottignies-Brussel tijdens de werken aan het Leonardkruispunt
Gesteld door
Gesteld aan
Georges Gilkinet
op 30 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De sluiting van de Léonardtunnel (overdag vanaf april) en spoorlijn 161 (25/4–5/5) zorgt voor grote overlast, met onvoldoende alternatieven zoals extra treinen of tijdige communicatie. Minister Gilkinet wijt de verantwoordelijkheid aan Vlaanderen (beheer tunnel) en verdedigt de versnelde RER-werken (4 spoorwegen Ottignies-Brussel) als noodzakelijk, ondanks overlast, met bussen als alternatief tijdens paasvakantie (minder drukte). Dubois kaatst de bal terug: federale coördinatie ontbreekt (geen Interministeriële Mobiliteitsconferentie), terwijl Wallonië wel actie onderneemt (extra bussen, overleg Vlaanderen), en noemt Gilkinet "minister van Onbeweeglijkheid" door gebrek aan anticipatie of oplossingen. Kern: regionale schuivende verantwoordelijkheid en gebrek aan gecoördineerde crisiscommunicatie overschaduwen urgente mobiliteitschaos.
Xavier Dubois:
Monsieur le ministre, la semaine dernière, je vous interpellais ici-même sur l'évolution des travaux au carrefour Léonard puisque nous avons appris qu'à la suite de travaux dans le tunnel, il serait fermé à la circulation durant la nuit. Nous avons également appris qu'à partir du mois d'avril, le tunnel sera fermé pendant la journée.
Ces fermetures auront des répercussions importantes pour tous les usagers.
La semaine dernière, je vous demandais si vous aviez anticipé cette situation et si vous aviez demandé à la SNCB de prévoir des trains supplémentaires pour offrir une véritable alternative aux usagers. Vous m'aviez répondu que ce n'était pas nécessaire étant donné que l'offre de trains avait déjà été renforcée. Or, si on doit se rendre à Bruxelles, on ne perçoit pas que cette offre a été renforcée.
Et la situation va encore se dégrader puisqu'entre le 25 avril et le 5 mai, aucun train ne circulera entre Ottignies et Bruxelles. La nouvelle est importante et aura de graves répercussions pour les usagers. En outre, cette annonce a été faite très tardivement puisque les autorités flamandes n'en ont été informées que début de cette année, en janvier, alors que d'après ce que nous relate Infrabel, ces travaux sont prévus depuis trois ans!
Monsieur le ministre, à qui la faute cette fois-ci? Est-ce la faute du gouvernement flamand? Celle du gouvernement wallon? Celle d'Infrabel? Celle des usagers peut-être? Quelle est votre responsabilité en la matière? Quelles actions avez-vous prévues? Apparemment pas grand-chose!
Pourquoi avez-vous tardé à transmettre cette information? Quelles seront les alternatives? Un plan alternatif de mobilité sera-t-il prévu? Quand sera-t-il communiqué aux usagers? Il est important de rassurer les usagers face à cette problématique cruciale.
Georges Gilkinet:
Monsieur Dubois, ne renversons pas les rôles. Les problèmes de mobilité au carrefour Léonard sont une responsabilité régionale, en l’occurrence du gouvernement flamand et de la ministre de la Mobilité flamande. J’entends que mon collègue wallon va la rencontrer pour lui proposer de surseoir aux travaux. Il va mettre en place des bus supplémentaires. C’est de bon aloi.
Quant à Infrabel, je vous confirme que des travaux massifs seront mis en œuvre sur la ligne 161 entre Ottignies et Watermael-Boitsfort durant la première moitié des vacances de Pâques francophones, du 25 avril au 5 mai.
Il s’agit d’une option prise de longue date, il y a plus de trois ans, avec des plannings et des marchés publics établis avec des sous-traitants pour accélérer la finalisation du RER jusqu'à Ottignies et mettre en service les quatre voies au bénéfice des voyageurs.
Est-ce nécessaire et utile? Absolument! Avec cette massification des travaux, on progresse beaucoup plus vite, beaucoup plus efficacement en travaillant pendant deux semaines continues plutôt que six mois pendant la nuit.
Évidemment, cela génère des désagréments. Pour les minimiser autant que possible, une offre alternative de bus sera mise en service par la SNCB. C’est aussi pourquoi la période des vacances a été choisie pour réaliser ces travaux d’envergure. En toute logique, il y a moins de navetteurs pendant cette période.
Ces travaux sur la voie sont avant tout le résultat des investissements que nous avons obtenus avec l’objectif de mettre enfin à fruit un service attendu de longue date. Reporter ces travaux serait absolument déraisonnable parce qu’un tel report viendrait retarder encore la mise en service du RER, parce que la facture serait alourdie, parce que, en l’occurrence, le problème vient du gestionnaire flamand qui n’a pas tenu compte des plannings préexistants.
Évidemment, s’il n’y avait pas d’investissement, il n’y aurait pas de travaux sur la ligne. Mais sans travaux, il n’y aurait ni amélioration durable de la mobilité ni solution aux embarras de circulation de la Région la plus embouteillée du pays. C’est pour cela que je souhaite fermement que les engagements pris et les plannings décidés soient respectés.
Xavier Dubois:
Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Encore une fois, vous reportez la responsabilité sur quelqu'un d'autre. Vous ne prenez pas vos responsabilités. Votre rôle à vous est justement d'anticiper ces problèmes qui concernent plusieurs Régions. Il existe un outil pour cela: la Conférence interministérielle en matière de Mobilité. D'après mes informations, cela fait très longtemps qu'elle n'a pas été organisée. Vous auriez pu et vous auriez dû convoquer aussi cette Conférence interministérielle de la Mobilité pour parler de ce problème de manière concrète. Au niveau wallon, comme vous l'avez dit, l'initiative est prise pour rencontrer les autorités flamandes et voir quelles solutions pourraient être développées. Des bus vont être mis en service de manière plus importante au niveau wallon. Il y a une action, une réaction. De votre côté, pas d'action, pas de réaction, pas d'anticipation. En termes de bilan et de conclusion, je me permettrai de reprendre les mots de mon regretté prédécesseur Josy Arens: vous êtes définitivement le ministre de l'Immobilité.
Cannabisvapes
Cannabisvapes
Elektronische cannabisverdampers
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 7 januari 2025
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de toenemende populariteit van illegale cannabisvapes onder jongeren en de onvoldoende handhaving van bestaande verboden (CBD in vapes sinds 2024, THC/HHC als drugs). Minister Vandenbroucke bevestigt dat inspectiediensten en politie bevoegd zijn, maar specifieke cijfers ontbreken; inbreuken (66% bij controles) worden vaak overgedragen aan douane/politie. Concrete maatregelen beperken zich tot bijkomend advies van de Hoge Gezondheidsraad, terwijl oppositie (Peeters, Van Hoof) strengere sancties eist, zoals sluiting van verkooppunten om de aantrekkelijkheid en beschikbaarheid voor jongeren te verminderen.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, ik blijf een beetje op hetzelfde hameren. Na mijn vragen over snus en vapes in het algemeen wil ik graag ook nog een vraag stellen over een specifiek type van elektronische sigaret. Naast de opmars van de gewone vapes en smartvapes, zien we immers ook een toenemende populariteit van cannabisvapes, voornamelijk onder jongeren. Dat is ook een zeer verontrustende trend. Vapes met cannabisextracten zijn immers illegaal. Zowel het gebruik als het verhandelen ervan zijn dus strafbaar, maar ook risicovol.
In uw antwoord op mijn vorige vraag verwees u al naar kankerspecialist Filip Lardon. In zijn recentste studie staat ook een passage waarin hij cannabisvapes vermeldt. Hij stelt dat er geen controle is op de kwaliteit en de inhoud van dat soort vapes. We moeten als samenleving dus alles in het werk stellen om de bevolking, in het bijzonder onze minderjarigen, ver weg te houden van dat soort drugs.
Mijnheer de minister, welke stappen zult u zetten om het gebruik van dit soort vapes tegen te gaan, om jongeren te beschermen en de volksgezondheid te waarborgen?
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, ik sluit me graag aan bij de vraag van collega Peeters.
Het VAD stelde in een onlinebevraging vast dat cannabisvapes heel populair zijn. Twee derde van de respondenten gaf aan dat ze dergelijke vapes hanteerden. Het gaat hier voornamelijk over vapes met cannabisachtige stoffen, de zogenaamde cannabisvapes. Die zijn in ons land dus verboden. Door de inwerkingtreding van het gewijzigd koninklijk besluit van 28 oktober 2016 is ook CBD sinds 11 januari 2024 volledig verboden in vapevloeistoffen.
Naar aanleiding van een recente schriftelijke vraag was het mij ook al opgevallen dat uw inspectiediensten inbreuken op de samenstelling hadden vastgesteld in 66 % van de gevallen op 316 controles. Het ging dan over additieven zoals vitamines, taurine, cafeïne en cannabis.
Mijn vraag is dus heel specifiek wanneer de inspectiediensten dit vaststellen. Hoe concreet stellen zij dat vast inzake cannabis? Wat zijn de cijfers ter zake? Hoe wordt de regelgeving gehandhaafd? Het is immers een probleem dat de regelgeving al een tijdje bestaat, maar dat ze in een groot aantal gevallen aan de laars wordt gelapt, zowel op het vlak van etikettering en samenstelling als op het vlak van notificatie.
Zoals u stelt zijn verdere stappen nodig. Ik wou echter ook van u horen hoe wij vandaag omgaan met de cannabisvapes.
Frank Vandenbroucke:
Mevrouw Van Hoof, de term cannabisvape is een parapluterm waaronder uiteenlopende producten vallen, afhankelijk van welke component van de cannabisplant erin voorkomt.
Het koninklijk besluit van 28 oktober 2016, waarnaar u verwijst, verbiedt de aanwezigheid van cannabidiol of CBD in e-liquids , zowel de liquids met als zonder nicotine. CBD heeft geen psychoactieve werking, maar wordt verboden op basis van een verbod op additieven die de indruk wekken dat een e-sigaret gezondheidsvoordelen kan bieden. De inspectiedienst van de FOD Volksgezondheid voert ook controles uit op dat verbod.
De zogenaamde cannabisvapes kunnen echter ook psychoactieve componenten bevatten, zoals THC of tetrahydrocannabinol en HHC of hexahydrocannabinol. Die componenten zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende de regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen. Dat betekent dat producten met die componenten als illegale drugs worden beschouwd. De politie en de douane zijn bevoegd om die producten in beslag te nemen bij de vaststelling van inbreuken. Meer informatie over dat type product kan u opvragen bij mijn collega van Binnenlandse Zaken.
De Dienst Inspectie Consumptieproducten van de FOD Volksgezondheid heeft geen specifieke cijfers over de aanwezigheid van cannabisvapes. De producten worden voornamelijk occasioneel aangetroffen. Indien op basis van de verpakking blijkt dat ze psychotrope stoffen zoals HHC bevatten, dan wordt de afhandeling aan douane en politie overgelaten.
Ik ben het met u eens dat we jongeren moeten beschermen tegen het gebruik van e-sigaretten, inclusief cannabisvapes. Ik voorzie geen specifieke maatregelen enkel voor cannabisvapes, aangezien de samenstelling op dat vlak al gereglementeerd is. Wel zal ik de Hoge Gezondheidsraad bijkomend advies vragen over hoe we in het algemeen de aantrekkelijkheid van dit soort producten, specifiek voor jongeren, verder kunnen inperken.
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, ik dank u omdat u bijkomend advies zult vragen. Wij volgen dit zeker mee op.
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Inderdaad, advies is goed, maar ik denk dat we in de handhaving verder moeten durven te gaan. Men volhardt in de boosheid in de verschillende verkooppunten. U hebt al aangekondigd dat de tijdelijke sluiting van bepaalde zaken een optie zou kunnen zijn. Ik zou willen aandringen om in die richting te gaan. Als het immers toch niet wordt bestraft, wat houdt de verkooppunten dan tegen om verder te gaan met de verkoop van die producten? Voor ons vormen handhaving en sanctionering belangrijke bijkomende stappen.
De bestrijding van de sigarettensmokkel door de douane en een douanekantoor in Charleroi
Gesteld door
Gesteld aan
Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)
op 26 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De Belgische douane demantelde in 2024 recordaantal illegale sigarettenfabrieken, vooral rond Charleroi, wat vragen oproept over de verhuizing van de rechercheafdeling naar Mons in 2019. Minister Van Peteghem verdedigt de centralisatie door het beperkte vrachtverkeer in Charleroi en benadrukt dat Mons een breder werkgebied bestrijkt, met flexibele inzet van teams over regio’s heen, gezien de nationale en internationale spreiding van criminelen. Criticus Bayet betwist de logica: als meeste succesvolle onderzoeken in Charleroi plaatsvinden, is de verhuizing tegenstrijdig en eist hij concrete cijfers om de efficiëntie van Mons te staven.
Hugues Bayet:
C'est une bonne nouvelle que la presse a récemment apportée puisque, pour le budget de l'État, les douanes belges battent tous les records cette année: déjà 12 usines de cigarettes démantelées aux quatre coins du pays.
On doit évidemment féliciter les équipes qui travaillent sans relâche. Sur la carte des sites démantelés en 2024, on peut s'apercevoir que la majorité se trouvent aux alentours de la ville de Charleroi. Ce n'est pas une surprise vu la présence de l'aéroport.
À ce titre, il y a quelques années, les services de douane de Charleroi s'étaient émus (à raison, me semble-t-il) de leur futur déménagement à Mons. Les faits leur donnent raison au regard des sites géographiques démantelés.
Quel regard portez-vous sur la situation? Ne faudrait-il pas recréer une antenne à Charleroi pour être encore plus efficace en la matière, au vu de la position de la Belgique comme plaque tournante?
Vincent Van Peteghem:
En 2019, il a été décidé de fusionner l'Inspection de Recherche de Charleroi et celle de Mons pour des raisons logistiques et opérationnelles. L'aéroport de Gosselies se concentre principalement sur le transport des passagers sans flux de fret ou de commerce électronique, ce qui distingue Charleroi d'autres aéroports tels que Bierset et Zaventem, lesquels ont d'importants flux de fret et où la présence d'une inspection de recherche est essentielle.
Comme l'activité du fret à Charleroi est limitée, la décision a été prise de centraliser les inspections de recherche à Mons, qui joue depuis des années un rôle important dans la lutte contre la contrebande et la fraude transfrontalière dans le Sud du pays. L'Administration générale des Douanes et Accises reste également active dans la région de Charleroi par le biais de contrôles de première ligne à l'aéroport de Gosselies, où l'accent est mis sur les flux de passagers et les contrôles de sécurité.
Par ailleurs, l'Inspection de Recherche de Mons est compétente pour les arrondissements judiciaires de Namur et du Hainaut. Il convient de noter aussi que la localisation géographique d'une inspection de recherche n’est qu'un des critères pris en compte dans l'attribution des enquêtes. Parfois, des enquêtes volumineuses sont confiées à plusieurs services de recherche et les services se prêtent mutuellement assistance dans le cadre de leur enquête respective. Une répartition et un fonctionnement stricts par région n'est donc pas toujours d'application. Ces dernières années, il ressort des enquêtes qu'une organisation criminelle utilise plusieurs localisations réparties sur tout le territoire national ainsi qu'à l'étranger, ce qui rend la délimitation d'une inspection de recherche par région moins pertinente.
La structure actuelle de l'Administration Recherche permet un déploiement efficace des ressources et s'adapte facilement à l'évolution des circonstances et des modèles de fraude en Belgique.
Hugues Bayet:
Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse. Je comprends les principes de la fusion. Cela dit, il conviendrait d'analyser les enquêtes qui ont abouti dans la région de Mons et celles qui ont abouti dans celle de Charleroi. Si le plus grand nombre d'enquêtes ayant abouti sont à Charleroi, alors cela n'a pas beaucoup de sens de déplacer les recherches à Mons. En revanche, si vous parvenez à démontrer que la localisation à Mons facilite davantage l'élucidation de toutes ces enquêtes, cela peut se justifier. Or, dans votre réponse, je ne trouve pas une telle justification. Par conséquent, je vous adresserai une question écrite plus précise. Je vous remercie.
Het onderhoud van de grasstroken langs de landingsbanen van de vliegbasis Bevekom
Gesteld door
Gesteld aan
Ludivine Dedonder
op 6 november 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De gemeente Beauvechain kaart aan dat het geconcentreerd maaien van gras langs startbanen (enkel in weekendperiodes via toegangspost P1) overlast veroorzaakt voor omwonenden en vraagt om spreiding via alternatieve post P5 of aanpassing van de maaiplanning. Minister Dedonder benadrukt dat veiligheid (vogelconcentraties) en operationele noodzaak (maaiwerk beperkt tot weekends ivm vliegactiviteiten) spreiding onmogelijk maken, maar onderzoekt uitgebreidere bewaking voor tijdelijk gebruik van P5—wat nu slechts incidenteel voor evenementen happens. Dubois blijft P5 als optie voorstellen, ondanks de beperkingen, om de woonoverlast te verminderen. De minister moedigt lokaal overleg tussen base en gemeente aan voor een praktische oplossing.
Voorzitter:
Monsieur Dubois, je vous donne la parole et vous souhaite la bienvenue dans cette commission.
Xavier Dubois:
Monsieur le président, je vous remercie.
Madame la ministre, cette question concrète m'a été relayée à la suite de problèmes constatés au niveau de la commune de Beauvechain concernant l'entretien des abords des pistes de la base militaire.
Apparemment, l'entretien implique des fauchages importants et généralisés mais qui ne peuvent pas se réaliser lorsqu'il y a des activités sur la piste. Ceci implique que cela se réalise dans un laps de temps assez concentré, à savoir les week-ends, du vendredi au dimanche, voire un jour avant ou après. Cette situation crée des nuisances assez importantes puisque le trafic passe uniquement par le poste 1 situé au sud-ouest de la base militaire.
La commune de Beauvechain se demande s'il ne serait pas imaginable d'étaler ces nuisances en passant par d'autres accès tels que le poste 5, qui permet un passage par des routes moins urbanisées. Il y aurait donc moins de nuisances pour les riverains. Mais les responsables de la base auraient, semble-t-il, répondu que cela n'était pas imaginable car cela nécessiterait un accompagnement de militaires supplémentaires pour la gestion de ce passage.
Madame la ministre, que pensez-vous de cette réponse des responsables de la base militaire? N'est-il effectivement pas envisageable de passer par cet autre poste? Par ailleurs, ne serait-il tout simplement pas possible d'étaler les périodes de fauche, de travailler différemment pour qu'il y ait moins de nuisances? Enfin, d'autres postes étant disponibles, ne pourrait-on pas envisager de passer par d'autres endroits? L'objectif est de trouver une solution pour réduire les nuisances pour les habitants aux abords de la base militaire.
Ludivine Dedonder:
Monsieur, la base aérienne opérationnelle de Beauvechain dispose de deux accès permanents, notamment le poste P1 pour la base et le poste P2 pour le camp. Les postes P3 et P4 ne sont actuellement plus utilisés comme points d’accès à la base.
L’accès via le poste P5 ne se fait qu’exceptionnellement pendant quelques heures, lors des événements dans la partie nord, et ce pour faciliter la gestion du flux des visiteurs et assurer la sécurité.
La tonte des abords des pistes est effectuée deux à quatre fois par an, en fonction des conditions climatiques. Ces tontes sont en effet principalement concentrées sur de courtes périodes, du vendredi soir au dimanche soir, afin de garantir les activités aériennes de cette base opérationnelle en semaine. J’ai demandé au commandant de la base d’étudier les possibilités d’élargir les services de garde pendant ces périodes.
Dans le cadre de la biodiversité, la Défense applique entre autres la fauche tardive dans certains domaines militaires. Cependant, une tonte étalée ou tardive des abords des pistes occasionnerait une concentration d’oiseaux à proximité de ces pistes, mettant en danger la sécurité aérienne lors des décollages et atterrissages des aéronefs. Dès lors, il n’est pas envisageable d’étaler la période de fauche.
Cette gestion stricte de l’entretien des abords de pistes répond également aux objectifs du plan STAR visant à garantir des infrastructures sûres et opérationnelles tout en contribuant à la préservation de la biodiversité.
Au-delà de cette réponse, je pense qu’il y a de bons contacts entre la base et la commune, le bourgmestre et ses services en particulier. J’ai fait cette demande au commandant de notre base, mais rien de tel qu’ils puissent se voir et trouver une solution qui convienne à tout le monde.
Xavier Dubois:
Madame la ministre, merci pour votre réponse. J’entends les arguments concernant la problématique de la biodiversité. L’accès au poste P5 est quand même utilisé pour des événements et je pense que cela reste une option qui pourrait être approfondie. Si on peut l’utiliser pour des événements, on pourrait l’imaginer aussi pour ce type d’opérations, qui n’ont pas lieu toutes les semaines. Nous pourrions l’envisager pour diminuer l’impact pour les habitants. Je reviendrai avec ces éléments vers les responsables de la commune.
Het toenemende gebruik van e-sigaretten onder minderjarigen
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Het groeiende gebruik van e-sigaretten
Toenemend e-sigarettengebruik onder jongeren
Gesteld door
Gesteld aan
Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)
op 8 oktober 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
De discussie draait om de alarmerende stijging van vapen onder jongeren, met name door agressieve marketing (smaakjes, kleuren, goedkope wegwerpproducten) die nicotineverslaving normaliseert en verdoezelt als "gezond alternatief". Minister Vandenbroucke kondigt verstrengde maatregelen aan (verbod op wegwerpe-sigaretten per 2025, uitstalverbod, verkoopbeperkingen op festivals/supermarkten) en belooft hardere handhaving (sancties, winkelSluitingen), maar erkent dat smaakbeperking (geïnspireerd door Nederland) en betere controle op onlineverkoop/reclame nog nodig zijn. Oppositie (Vooruit, CD&V) dringt aan op snellere actie, met name reductie van 7.000+ smaakjes en betere bescherming tegen verslaving, terwijl cijfers tonen dat 25% van de minderjarigen al vapet.
Funda Oru:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de geur van wafels, watermeloen of zelfs suikerspin in de slaapkamer van je kind, elke week ruikt men wel iets anders, niet omdat je twaalfjarige heeft besloten om in de slaapkamer te snoepen – dat komt ook wel voor –, maar omdat hij of zij vapet. De realiteit vandaag is dat steeds meer jongeren en zelfs kinderen vapen, jongens en meisjes. Uit het vandaag gepubliceerde onderzoek blijkt dat meisjes een inhaalbeweging hebben gemaakt en dat zij zelfs meer vapen dan jongens.
De eerste genderkloof die we in ons land aanpakken, is die van de nicotineverslaving. Dat kan tellen. De tabakslobby hanteert zeer sluwe praktijken met onder andere vrolijke kleuren, feestlichtjes en goedkope producten die niet zijn bedacht om vijftigers van hun sigaretten af te helpen, maar om onze kinderen en jongeren voor de rest van hun leven verslaafd te maken.
Wij socialisten bij Vooruit, wij staan voor de bescherming van onze kinderen, zij aan zij met ouders, die zich zorgen maken, en zij aan zij met jongeren en kinderen die onbewust in de val trappen en voor de rest van hun leven verslaafd geraken.
Mijnheer de minister, u pakte de voorbije jaren al die valstrikken van de tabaksindustrie aan. We zijn zelfs voorloper in Europa door geen vrolijke kleuren en geen goedkope wegwerpproducten te aanvaarden. Als een twaalfjarige een wegwerpvape kan kopen met zijn zakgeld, is er iets grondig mis in onze samenleving.
Het onderzoek toont dat er nog werk aan de winkel is en dat veel jongeren het vapen associëren met een gezond alternatief voor het roken. Helaas heeft vapen een schoon en veilig imago. Dat toont nogmaals aan hoe sluw de tabaksindustrie is. Mijnheer de minister, wat is de volgende stap? Wat kunnen we nog meer doen om onze kinderen te beschermen?
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, als voormalig leerkracht had ik de indruk dat alsmaar meer jongeren begonnen te vapen. Die indruk werd gisteren bevestigd door het resultaat van de leerlingenbevraging van het VAD. Daaruit bleek dat het klassieke roken gelukkig is afgenomen – dat kunnen wij alleen maar toejuichen –, maar dat het gebruik van vapes bij jongeren opnieuw toeneemt.
Het gebruik van e-sigaretten is een groot gevaar voor onze jongeren, zoals collega Oru daarnet al aangaf, en moet aan banden worden gelegd. In de bevraging las ik dat negen op de tien Vlaamse jongeren wel degelijk de wetgeving rond de verkoop van tabaksproducten kennen, maar dat ze toch nog aan die middelen raken.
Ik heb vandaag dan ook een concrete vraag voor u, mijnheer de minister. Welke extra maatregelen zult u nemen opdat jongeren die middelen niet meer kunnen aankopen?
Els Van Hoof:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, de cijfers van het VAD zijn wederom onrustwekkend, want bijna 25 % van de jongeren onder de 18 heeft reeds gevapet.
Dat is geen verrassing voor mij. Reeds meer dan vijf jaar geleden heb ik een wetsvoorstel ingediend om de smaakjes van de vapes, een rage die overgewaaid is uit de VS en de UK, te beperken. Verslaving werkt overal en dat weet de sector perfect. Vapes worden voorgesteld als een rookstopmiddel om mensen te helpen met het stoppen met roken, maar niets is minder waar. We merken heel duidelijk dat het voor jongeren een cool gadget is, een soort modeaccessoire dat past of moet passen bij de outfit.
Al lang geleden heb ik gepleit voor maatregelen. U hebt al enkele maatregelen uitgevaardigd om dat sluipend gif tegen te gaan. Een van de maatregelen is een verbod op de wegwerpsigaret vanaf 2025. Dat is een goede maatregel, maar toch blijkt in de UK dat die maatregel wordt omzeild. Neem toch een effectieve maatregel, bijvoorbeeld door het aantal smaakjes te beperken. In een kamer kan het naar wafels en pannenkoeken ruiken, terwijl er in realiteit iemand vapet. Waarom moeten er 7.000 smaakjes bestaan? We weten heel goed dat vapes worden verkocht als een soort snoepgoed om het aantrekkelijk te maken bij jongeren. Samen met dat zogenaamd snoepgoed wordt ook een nicotineverslaving verkocht. Dat is toxisch, zowel voor lichaam als geest. Dat is voor ons onaanvaardbaar.
Mijnheer de minister, daarom vraag ik u wanneer u cd&v zult volgen in de vraag naar een beperking van het aantal smaakjes. De Stichting Tegen Kanker stelt dat eveneens voor. Ik denk dat we in gang moeten schieten, ofwel aan de onderhandelingstafel, ofwel in het Parlement.
Frank Vandenbroucke:
Mijnheer de voorzitter, collega's, roken maakt ziek en roken veroorzaakt heel veel overlijdens. In de voorbije jaren hebben we daarom bijkomende maatregelen genomen, eigenlijk in een voortdurende strijd tegen de tabakslobby en tegenwoordig ook tegen de vapelobby, om ervoor te zorgen dat meer mensen worden aangezet om te stoppen met roken en daarnaast om ervoor te zorgen dat minder jonge mensen beginnen te roken. Dat is bijzonder belangrijk.
Vapes zijn inderdaad ongezond vanwege de nicotine, die erin zit, die verslavend is voor jonge mensen en ook schadelijk voor hun ontwikkeling. We willen vapes inderdaad krachtig aanpakken.
Om te beginnen hebben we al de gewone vapes minder aantrekkelijk gemaakt door het verbod dat we hebben ingevoerd op lichtjes en andere accessoires die deze producten aantrekkelijk moeten maken. We hebben verder ook de marketing rond de smaakjes en geurtjes aangepakt.
Op 1 januari 2025 zal België het eerste land van de Europese Unie zijn waar wegwerpvapes verboden zullen worden. Op diezelfde datum gaat er ook een verkoopverbod in op sigaretten en vapes bij tijdelijke evenementen, zoals festivals. Op 1 april 2025 gaat een verkoopverbod in van sigaretten en vapes in supermarkten die groter zijn dan 400 m², alsook een volledig uitstalverbod, zowel voor sigaretten als vapes, in eender welk soort winkel. Dat is bijzonder belangrijk.
Wat moeten we verder doen? We moeten deze strijd zeker verderzetten. Om te beginnen moeten we handhaving doen. Ik ben ontsteld door de onverantwoordelijkheid van wat er helaas gebeurt in winkels en cafés, waar ondanks verbodsbepalingen toch nog sigaretten en vapes aan minderjarigen worden verkocht. Ik hoorde gisteren mevrouw De Greve van Comeos op VTM zeggen dat het toch niet zo simpel is om te zien wie jonger is dan 18 jaar. De wet is echter bijzonder duidelijk voor de leden van Comeos. Als men denkt dat iemand jonger dan 25 is, dan is men verplicht om een identiteitskaart te vragen en te checken of die persoon meerder- of minderjarig is. Dat zegt de wet en dat is dus wat men moet doen. Ik zal Comeos tot de orde roepen omdat ik wil dat men ook enige maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt in winkels, supermarkten en eender waar dergelijke producten nog verkocht kunnen worden.
Moeten we nog verdere maatregelen nemen? Absoluut, daar ben ik ten zeerste van overtuigd, ook wat betreft de plaatsen waar gerookt wordt. Wat de smaakjes betreft, mevrouw Van Hoof, heb ik in een eerste beweging het advies van de experts van de Hoge Gezondheidsraad gevolgd, die zeiden dat we die smaakjes zo moesten laten. Wat nu in Nederland gebeurt, is inspirerend en ik denk dat we dat opnieuw moeten bekijken. Ik ben dus absoluut voorstander om daarin verder te gaan.
Wij hebben de strijd opgevoerd, zowel tegen tabak als tegen vapes. Er is echter nog een hele weg te gaan. Het is een strijd die ook op het terrein gevoerd moet worden. Wie niet horen wil, zal voelen. We zullen verder gaan met de inspecties en we gaan de inspecties versterken. We gaan ook krachtiger optreden, met sancties, tot en met het sluiten van winkels die de wet overtreden.
Funda Oru:
Mijnheer de minister, zolang jongeren kunnen zeggen dat het lekker smaakt, mogen wij niet verbaasd zijn dat vapen populair blijft. We hadden de trend van de sigaretten gekeerd. Vandaag slaat de tabakslobby opnieuw toe.
Vooruit zal steeds de kant kiezen van onze jongeren, dus ook als het gaat over nicotineverslaving. We namen al tal van maatregelen, maar wij laten dit onderwerp niet los. Stilstand in dit dossier leidt tot meer verslaving. En dus gaan we voort. Ik weet het als moeder, dit kan men als ouder niet alleen oplossen en als kind ook niet. Wij hebben onze keuze gemaakt, nu is het aan de volgende regering om verder te gaan.
Voorzitter:
Mevrouw Oru, ik feliciteer u met uw maidenspeech. (Applaus)
Lotte Peeters:
Mijnheer de minister, er is inderdaad heel wat wetgevend werk voorafgegaan aan deze jongerenproblematiek, maar 26 % is in mijn ogen toch nog te veel. 26 % van de jongeren komt voor 18 jaar in contact met een e-sigaret. Dat moet veranderen. Ik ben blij om hier vandaag te vernemen dat er extra ingezet zal worden op controle en handhaving. Waarvoor dank.
Voorzitter:
Mevrouw Peeters, ik feliciteer u met uw maidenspeech. Den bompa zal trots zijn. (Applaus)
Els Van Hoof:
Mijnheer de minister, inderdaad, heel wat maatregelen zijn al genomen onder de vorige regering. Het schort echter nog aan handhaving en controle, en zeker de onlinereclame is een groot probleem. Ook aan de onlineverkoop schort er iets. Wij moeten daar zeker iets aan doen. Cd&v pleit uiteindelijk voor wat echt nodig is, namelijk het beperken van het aantal exotische smaakjes. U zegt dat België in de EU het eerste land is met maatregelen. Dat klopt, maar eigenlijk weten wij al uit het Verenigd Koninkrijk dat de reglementering inzake de wegwerp-e-sigaret gemakkelijk omzeild wordt. We moeten dus drastischere maatregelen nemen. We moeten het aantal smaakjes beperken en we moeten ervoor zorgen dat jongeren niet verslaafd raken. We zien immers dat er vandaag heel wat chemicaliën in zitten waarvan we het resultaat nog niet kennen. Dat moet verder worden onderzocht. Laten we dus gaan voor het verder beperken van het aantal smaakjes, ook onder de volgende regering, en nu aan de onderhandelingstafel, om onze jongeren te beschermen.
De uitvoering van de door de politierechtbank uitgesproken straffen
Gesteld door
Gesteld aan
Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)
op 18 september 2024
Bekijk antwoord
AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.
Een dronken recidivist met 14 verkeersveroordelingen veroorzaakte een dodelijk ongeval doordat eerdere straffen (rijverbod, tests) niet werden uitgevoerd, wat een structureel falen in strafuitvoering blootlegt. Minister Van Tigchelt erkent het probleem van oncontroleerbare "verkeersterroristen" met bijna 100% recidive, maar wijst korte gevangenisstraffen af (afgeschaft in nieuw Strafwetboek) en zet in op toekomstige technologische oplossingen (onduidelijk welke). Dillen kritiseert dit als onvoldoende concreet en benadrukt dat de afschaffing van korte celstraffen—tegen advies van magistratuur—een verkeerde keuze was, gezien hun potentieel schokeffect. De kern: systeemfaalt, oplossingen ontbreken.
Marijke Dillen:
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Een 50-jarige werd enkele weken aangehouden voor onopzettelijke doding nadat hij met zijn auto achteraan inreed op de wagen van een jong gezin uit Kortemark.
De vader, de moeder en het achtjarig dochtertje van het gezin overleefden de klap niet. Na onderzoek bleek dat de schrijnwerker uit Torhout drie tot vier keer meer gedronken had dan toegelaten.
De man bleek bovendien een recidivist. In het verleden verzamelde hij minstens veertien veroordelingen voor allerhande verkeersinbreuken. Zijn vermoedelijk laatste veroordeling dateert van oktober 2021. Toen werd hij in beroep veroordeeld tot een rijverbod van drie maanden en een boete van 1.600 euro, omdat hij zonder verzekering met een niet-gekeurd voertuig rondreed.
In eerste aanleg veroordeelde de rechtbank hem nog tot zes maanden rijverbod. De rechter in beroep bracht de straf terug tot drie maanden, maar oordeelde dat L. zijn rijbewijs pas terug kon krijgen als hij zijn theoretische en praktische rijexamen opnieuw zou afleggen, en een reeks medische en psychologische tests zou ondergaan. Het vonnis in graad van beroep werd naar verluidt nooit officieel betekend waardoor het dode letter bleef.
Een gewezen politierechter die met deze zaak werd geconfronteerd stelt dat de diversiteit die aan straffen kunnen worden opgelegd, een enorme druk legt op de uitvoerbaarheid van de uitgesproken straffen. Hij stelt zelf dat de strafuitvoering een catastrofe is.
Steeds meer chauffeurs zouden een opgelegd rijverbod niet respecteren omdat dit heel moeilijk te controleren valt. De oud-politierechter pleit bovendien in sommige gevallen voor de invoering van korte gevangenisstraffen van drie tot vijf dagen die effectief worden uitgevoerd. Dit zou een schokeffect creëren dat mensen meer zou doen nadenken.
1. Wat is de mening van de minister op de beschouwingen van de oud politierechter in concreto dat de strafuitvoering een catastrofe is en de diversiteit aan op te leggen straffen de uitvoerbaarheid van de straffen in het gedrang brengt?
2. Welke maatregelen zal de minister op kort-, middellange-, en lange termijn nemen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de strafuitvoering significant verbetert?
3. Hoe staat de minister tegenover de suggestie van de oud politierechter om in sommige gevallen -als schokeffect- recidivisten direct een korte gevangenisstraf te laten ondergaan. Indien de suggestie wordt gedeeld, zal de minister hiervoor de nodige initiatieven nemen om deze straf in de regelgeving te incorporeren?
Paul Van Tigchelt:
Mevrouw Dillen, deze politierechter had eerder in de pers reeds haar frustratie geuit. Ze hekelt dat er een harde kern van 'verkeersterroristen' is in dit land, die keer op keer voor een politierechter verschijnt. Het blijkt dat de recidivekans bij dit soort verkeerscriminelen quasi 100 % is. Ik heb daarover statistieken van Vias gezien. Hoe kan men beletten dat zulke mensen achter het stuur kruipen? Men kan hen namelijk een verval van het recht tot sturen opleggen of hen in de gevangenis stoppen, maar ooit komen ze vrij. Men kan hen zelfs een levenslang verval van het recht tot sturen opleggen of een alcoholslot, maar men kan niet vermijden dat ze ooit toch achter het stuur kruipen, bijvoorbeeld van het voertuig van een familielid of vriend. Dan maken ze opnieuw slachtoffers door onder invloed en/of te snel te rijden.
Dat is wat we een aantal keer hebben gezien en wat leidt tot frustratie bij de politierechters. Zij pleiten ervoor om daarvoor de korte gevangenisstraf van zes maanden in te voeren. Collega Dillen, u weet echter evengoed als ik dat we met het nieuwe Strafwetboek de gevangenisstraffen tot zes maanden hebben afgeschaft, omdat we menen dat de detentieschade voor zulke korte straffen te groot is.
Om te vermijden dat dergelijke verkeersterroristen achter het stuur kruipen, moeten we kijken naar technologie. Er zijn technologische oplossingen nodig om te vermijden dat mensen die van een rechter het verbod kregen om achter een stuur te kruipen nog slachtoffers maken.
Marijke Dillen:
Mijnheer de minister, ik begrijp dat het niet mogelijk is om naast iedereen met een veroordeling tot een rijverbod een agent te zetten, maar de genoemde feiten waren wel bijzonder tragisch. De uitingen van frustratie van de politie, overigens van een oud-politierechter, begrijp ik wel. Ik neem aan dat u die ook begrijpt. Naar aanleiding van de bespreking van het Strafwetboek werd de gevangenisstraf van zes maanden inderdaad afgeschaft, maar u weet dat mijn fractie daarmee absoluut niet akkoord is gegaan. Het advies in dat verband, onder andere van de procureurs-generaal en de magistratuur, was trouwens negatief, want zij stellen dat een gevangenisstraf van zes maanden in sommige gevallen echt een schokeffect kan teweegbrengen. Dat is weer een illustratie van een verkeerde beslissing. U zegt dat u kijkt naar de technologie. Het is misschien heel mooi te weten dat er in de toekomst technologische oplossingen komen, maar ik krijg niet te horen over welke technologische oplossingen u precies spreekt. Daarover had ik toch graag wat meer informatie gekregen, want ik denk dat die technologische oplossingen momenteel helaas nog altijd niet bestaan.