topic

Over internationale politiek en migratie

487

plenaire vragen

17

voorstellen

meeste contributies

De aanwezigheid van IRGC-agenten op ons grondgebied en de bedreiging voor Iraniërs

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 29 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert de selectieve verontwaardiging over Gaza en noemt Iran een "islamo-nazistisch regime" dat verantwoordelijk is voor massale slachtoffers, terwijl de EU en België volgens hem te laks omgaan met IRGC-terroristen en hun sympathisanten, wat de veiligheid van vrijheidslievende Iraniërs en westerlingen in gevaar brengt. Minister Quintin veroordeelt het geweld in Iran en benadrukt steun voor Iraanse democratieprotesten en de veiligheid van de diaspora, maar vermeldt enkel verhoogde dreigingsmonitoring zonder concrete maatregelen. Van Rooy herhaalt zijn beschuldiging dat België ("Belgistan") te veel jihadisten toelaat, eist grenssluiting voor moslimfundamentalisten, uitzetting van IRGC-agenten en sluiting van de Iraanse ambassade. Quintin reageert niet op de eisen, maar bevestigt wel versterkte veiligheidsmaatregelen voor Iraanse belangen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, we hielden hier daarnet een minuut stilte ter herdenking van de Holocaust, maar we zouden ook een minuut stilte moeten houden voor de slachtoffers van de islamitische tirannen en moordenaars in Iran, voor het moedige Iraanse volk. Dertigduizend doden, of zelfs al vijftigduizend doden, en miljoenen gewonden en getraumatiseerden, and counting .

In Iran vielen in enkele dagen tijd meer slachtoffers dan in twee jaar in Gaza. No Jews, no news . Zo obsessief als moslims en linkse bv’s, ngo’s, demonstranten, journalisten en politici dagelijks hysterisch en uiteraard leugenachtig toeterden over Gaza, zo stil of passief zijn ze vandaag.

Dat is eigenlijk logisch, want ook alle slachtoffers in Gaza zijn voor honderd procent de schuld van het jihadistische regime in Iran, een grote sponsor van Hamas en Hezbollah. Het is heel simpel, Israël en de VS zijn de geallieerden, het regime in Iran is het nazisme, het islamo-nazisme. De vraag is nu wat de EU is en wat België is: Chamberlain of Churchill?

De IRGC, de Islamitische Revolutionaire Garde, had al 47 jaar op de terreurlijst moeten staan. Het tegenovergestelde gebeurde. Naast fatsoenlijke Iraniërs lieten de EU en België vele IRGC-agenten en supporters en sympathisanten van het islamitische regime, van de moorddadige ayatollah Khamenei, dit land binnen.

Ook wij, en zeker de vrijheidslievende Iraniërs op ons grondgebied, worden nu meer dan ooit expliciet bedreigd door het islamitisch regime van Iran.

Mijnheer de minister, wat doet u om onze veiligheid en dus onze vrijheid te garanderen?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, ik zal geen commentaar geven op uw vreemde vergelijkingen, maar de situatie in Iran blijft bijzonder ernstig. De nationale protesten tegen het regime tonen, op basis van de beperkte informatie die ons bereikt, het beeld van een gewelddadige en bloedige repressie. Ik wil het geweld dat zich de voorbije dagen en weken in Iran heeft afgespeeld, krachtig en ondubbelzinnig veroordelen. De Iraniërs die vandaag op straat komen, vragen niets meer dan vrijheid en democratie. Dat verdient onze volle steun; daarover bestaat geen enkele twijfel.

De Iraanse diaspora in ons land heeft het volste recht om haar stem te laten horen. Iraniërs en Belgen van Iraanse afkomst, en alle anderen, hebben dat de voorbije dagen en weken ook gedaan. Dat moet in alle veiligheid en zonder beperkingen kunnen gebeuren. U weet hoeveel belang ik hecht aan het recht op manifestatie.

Onze diensten volgen de bedreigingen ten aanzien van de Iraanse diaspora nauwgezet op. De Staatsveiligheid monitort de situatie in samenwerking met andere veiligheidsdiensten en draagt zo bij aan het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van iedereen die daarvan gebruikmaakt, waaronder leden van de Iraanse diaspora in België. Wanneer er concrete dreigingselementen zijn ten aanzien van personen of instellingen, wordt het parket uiteraard onmiddellijk op de hoogte gebracht. Ik wil nog meegeven dat het OCAD recent het dreigingsniveau ten aanzien van Iraanse belangen heeft opgeschaald. Dat impliceert een verhoogd toezicht en de toepassing van specifieke beschermingsmaatregelen, waarover ik om veiligheidsredenen geen verdere details kan geven.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, België wordt steeds meer Belgistan. Voortdurend komen er jihadisten en moslimfundamentalisten dit land binnen, of ze nu uit Iran, Afghanistan, de Palestijnse gebieden, Syrië of eender welk geïslamiseerd gebied komen. Daardoor worden niet alleen wij, westerlingen, bedreigd, maar ook niet-islamitische minderheden: Perzen, hindoes, joden, druzen, jezidi’s, Assyriërs en vele andere christenen uit het Midden-Oosten en Afrika . Denk ook aan de recente jihadistische aanslag op de Koerden in Antwerpen. De Belgische regering heeft veel goed te maken, ook bij de moedige Iraniërs. Sluit onze grenzen voor moslimfundamentalisten, sluit de Iraanse ambassade, behandel de IRGC als terroristen en zet alle IRGC-agenten, zogenaamde Iraanse diplomaten en alle moslimfundamentalisten dit land uit.

De uitspraken van Donald Trump over een embargo tegen Cuba

Gesteld door

lijst: PTB Raoul Hedebouw

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 29 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Raoul Hedebouw bekritiseert het Amerikaanse "illegale en criminele embargo" tegen Cuba, dat volgens hem 60 jaar lang door de VN is veroordeeld en nu via een olieblokkade het eiland asfyxeert, met catastrofale gevolgen vergelijkbaar met een energiecut in België of Frankrijk. Hij dringt aan op concrete EU-actie om het embargo te breken en humanitaire steun te bieden, wijzend op de succesvolle Cubaanse gezondheidszorg en alfabetisering ondanks de Amerikaanse sancties. Minister Crucke bevestigt dat België en de EU de eenzijdige Amerikaanse sancties – met extraterritoriale effecten zoals bankbeperkingen – principieel afwijzen als strijdig met internationaal recht, maar benadrukt dat de huidige energiecrisis in Cuba (door het wegvallen van Venezolaanse olieleveringen) de druk verergert, zonder concrete nieuwe maatregelen te aankondigen. Hedebouw noemt het embargo "terrorisme" en eist naast politieke steun ook praktische oplossingen, zoals het omzeilen van Amerikaanse financiële dwang (bv. BNP Paribas’ weigering om overschrijvingen naar Cuba toe te staan), maar Crucke beperkt zich tot diplomatieke herhaling van bestaand VN- en EU-beleid.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le ministre le représentant, je vous interpelle aujourd'hui sur la situation de l'île de Cuba et du peuple cubain qui a pris sa destinée en main en 1959 dans une voie indépendante de celle des États-Unis d'Amérique, une voie qui n'a pas suivi la voie ultralibérale imposée par les États-Unis d'Amérique en l'Amérique latine depuis des dizaines d'années, une voie qui a permis notamment l'alphabétisation de la population cubaine à 99,8 %, une médecine gratuite et de qualité sur l'île de Cuba et une exportation de dizaines de milliers de médecins à travers le monde. C'est donc la destinée aujourd'hui du peuple cubain.

Or, aujourd'hui, on entend la volonté de l'administration Trump d'asphyxier l'île de Cuba et sa potentielle prochaine décision de mettre en place un blocus maritime interdisant toute forme d'importation de pétrole sur l'île de Cuba. Il faut entendre le côté dramatique de cette décision. C'est un peu comme si, en Belgique, on interdisait l'entrée de gaz naturel liquéfié au port de Zeebrugge ou comme si on interdisait l'entrée de pétrole par le port d'Anvers. C'est comme si, en France, on coupait l'arrivée du pétrole par le port de Fos-sur-Mer. C'est un acte illégal de terrorisme international par un pays super puissant comme les États-Unis d'Amérique. Les Nations Unies ont condamné à 33 reprises cet embargo. Cet embargo qui dure déjà depuis 60 ans pour asphyxier un peuple a été condamné par 165 pays.

Il n'y a plus de pétrole qui va rentrer. Le Mexique, qui voudrait vendre du pétrole, ne pourra plus le faire à cause des États-Unis d'Amérique. Monsieur le ministre, la Belgique peut-elle réagir? Je sais que la Belgique a déjà condamné cet embargo aux Nations Unies. N'est-il pas possible de prendre une initiative au niveau de l'Union européenne pour briser cet embargo et donner un peu d'oxygène au peuple cubain?

Jean-Luc Crucke:

Cher collègue, les récentes actions américaines au Venezuela contribuent en effet indirectement à accentuer, comme vous l’avez dit, la pression sur Cuba. Le Venezuela était jusqu’il y a peu le principal fournisseur de pétrole de l’île, couvrant jusqu’à 90 % de ses besoins.

La rupture soudaine de ces approvisionnements place Cuba dans une situation énergétique critique, aggravée par la vétusté du réseau électrique et par l’impossibilité, pour d’autres partenaires potentiels comme le Mexique, la Russie ou l’Algérie, de compenser le manque.

De economische en sociale gevolgen voor de Cubaanse bevolking zijn reeds zichtbaar en zullen nog ernstiger worden als de Amerikaanse regering werkelijk overweegt haar maatregelen te verharden. Een dergelijk scenario kan, ook al is het niet zeker, de Cubaanse economie nog verder aantasten.

En coordination étroite avec ses partenaires européens, la Belgique réaffirme avec constance son opposition à l'embargo économique, commercial et financier imposé par les É tats-Unis à Cuba. Nous considérons, comme Union européenne, que les effets extraterritoriaux des sanctions unilatérales sont contraires au droit international. Cette position est régulièrement portée auprès des interlocuteurs américains, que ce soit à Bruxelles, Washington, New York ou Genève.

Chaque année, la Belgique soutient la résolution de l'Assemblée générale des Nations Unies appelant à la levée de cet embargo. Le ministre Prévot a rappelé, dans son entretien du 6 janvier dernier avec le secrétaire d' É tat américain Rubio, le caractère fondamental du respect du droit international et poursuivra en ce sens.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, u geeft naar mijn mening vandaag een belangrijk signaal en ik vind dat Europa dat signaal móet geven ten aanzien van de Cubaanse bevolking: het embargo is illegaal. Dat de Verenigde Staten een eigen politiek voert, is één aspect, maar dat de Verenigde Staten verplichtingen en sancties opleggen aan andere landen en ook aan Europese bedrijven die zaken willen doen met Cuba, is nog iets anders. Overschrijvingen vanuit België naar Cuba zijn vandaag niet mogelijk, omdat BNP Paribas bang is voor sancties. In die zin is dat echt een crimineel embargo.

Het is belangrijk dat er vanuit Latijns-Amerika, vanuit Azië, maar ook vanuit Europa en België een politiek signaal komt. Dat hebt u vandaag gegeven. U hebt duidelijk gemaakt dat België niet akkoord gaat met het embargo. Daarnaast zullen er in de praktijk maatregelen moeten worden genomen. Als een land geen olie en gas meer binnenkrijgt, is dat crimineel. Als zoiets in België zou gebeuren, zou onze economie direct met 20 % dalen (…)

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Hedebouw.

Het buitenlandse beleid van president Trump
De Europese reactie op de door grote mogendheden uitgeoefende druk
De Amerikaanse claim op Groenland en de dreigementen van de VS
Internationale machtsdynamiek en diplomatieke spanningen tussen VS en Europa

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Tijdens een informele EU-top reageerde Europa verenigd op Trumps dreigementen richting Groenland/Denemarken, waarbij economische druk (anti-dwanginstrument) en diplomatieke desescalatie centraal stonden – volgens premier De Wever een succesvol signaal van Europese soevereiniteit, hoewel kritiek klonk over te grote VS-afhankelijkheid (o.a. defensie-aankopen zoals F-35’s). De Wever benadrukte strategische autonomie via economische versterking (interne markt, energiezekerheid, defensie-integratie) en aankondigde een top in Alden Biesen (12/2) om EU-competitiviteit te bespreken, maar erkende dat militaire zelfredzaamheid (binnen NAVO-kader) en politieke eenheid (bv. Mercosur-akkoord) ontbreken. Gaza/Oekraïne bleven punt van discussie: Palestina-erkenning wacht op voorwaarden, terwijl Oekraïne-steun financieel blijft maar militair leiderschap ontbreekt – een zwakte die Poetin uitbuit, aldus De Wever. Kritiek van oppositie (o.a. Vlaams Belang, PTB) noemde EU-beleid "tandeloos" en pleitte voor radicale koerswijziging (minder VS-afhankelijkheid, meer defensie-investeringen), terwijl meerderheid geleidelijke versterking via economische hefbomen voorstond.

Bart De Wever:

Monsieur le président, n'étant plus député, je n'ai pas l'obligation d'être concis. Commençons avec un débriefing sur le sommet informel du 22 janvier.

Lors du Conseil européen informel de la semaine dernière, l'Union européenne a démontré sa capacité de réagir rapidement et efficacement face à des pressions illégitimes. La convocation rapide, les discussions fructueuses et la solidarité manifestée à l'égard du Groenland et du Danemark témoignent d'un large consensus entre les États membres de l'Union européenne. Nous sommes conscients des nouvelles menaces qui pèsent sur la sécurité et souhaitons coopérer de manière constructive avec nos partenaires – notamment l'OTAN – afin d'y faire face. Nous devons aborder ensemble les problèmes de sécurité, et les menaces n'ont pas leur place entre alliés.

Comme je l'ai indiqué en séance plénière la semaine dernière, les États-Unis sont de loin les plus puissants au sein de l'OTAN. Mais notre dignité n'est pas à vendre, nous ne sommes pas des esclaves. À la veille du Conseil européen, un cadre a d'ailleurs été défini en vue de relever ces défis ensemble, ce qui a permis d'écarter la menace tarifaire, du moins pour l'instant.

U hebt ongetwijfeld de mondelinge conclusies gehoord waarmee de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, de vergadering samenvatte. Die conclusies zijn volgens mij een zeer correcte en goed gebalanceerde weergave van de besprekingen die we hebben gehad en we kunnen ons daar alleszins volledig achter scharen.

Het partnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten kan bogen op een lange geschiedenis, dat weet u. In een ideale wereld is onze trans-Atlantische gemeenschap verankerd in gemeenschappelijke waarden, met als doel de veiligheid en ook de welvaart van onze bevolking te beschermen. We moeten echter toegeven dat die ideale wereld vandaag af en toe ver weg lijkt. Het spreekt voor zich dat relaties tussen partners en bondgenoten op een respectvolle manier wederzijds vorm moeten krijgen. Jammer genoeg lijkt dat vandaag niet meer evident.

De uitdagingen wat betreft het beveiligen van Groenland en het Arctisch gebied zijn alleszins pertinent en worden ook door iedereen erkend. We hebben een gemeenschappelijk belang bij het verzekeren van de veiligheid in het Arctisch gebied. Dat gebeurt voor ons in de eerste plaats altijd via de NAVO. Ook de Europese Unie kan en zal een grotere rol opnemen in de regio.

Eveneens in het kader van het verzekeren van de veiligheid bevestigen we formeel ons sterke engagement voor de principes van het internationaal recht, de territoriale integriteit, nationale soevereiniteit en diplomatiek overleg onder bondgenoten. We herhalen dat die principes richtinggevend zijn voor ons optreden en essentieel zijn voor de veiligheid van Europa en van de internationale gemeenschap. Onze steun voor Denemarken en Groenland staat dan ook buiten kijf. Het komt aan Denemarken en Groenland toe - en alleen aan hen - om te beslissen over hun toekomst en het beleid dat zij willen voeren.

Toutes les parties se sont accordés à dire que l'Union devait défendre ses propres intérêts et se protéger elle-même – ses États membres, ses citoyens et ses entreprises – contre toute forme de coercition. Comme l'a souligné le président António Costa, nous disposons du pouvoir et des moyens nécessaires à cet effet. Le cas échéant, nous les utiliserons.

Bien que la menace de droits de douane supplémentaires américains ait déjà été levée à la veille du sommet informel, nous continuons à nous atteler sans relâche à la stabilisation des relations commerciales entre les États-Unis et l'Union européenne. La menace que représentent les droits de douane est incompatible avec un accord commercial entre les États-Unis et l'Union européenne. Il est désormais temps d'œuvrer ensemble à la mise en œuvre rapide de cet accord.

L'Union européenne et ses États membres continuent d'adopter une attitude constructive afin de coopérer avec les États-Unis sur des questions d'intérêt mutuel, notamment en ce qui concerne l'instauration d'une paix durable en Ukraine.

Je voudrais encore dire quelques mots sur le fameux Board of Peace, le Conseil de la paix. Lors du sommet informel, nous avons également discuté de ce Conseil de la paix, organisation jugée essentielle par le gouvernement américain pour mettre en œuvre les 20 points du plan américain visant à mettre fin au conflit à Gaza. Nous avons exprimé de sérieux doutes à son propos. D'importantes questions restent en suspens, tant en ce qui concerne son champ d'action et sa gouvernance que sa compatibilité avec la charte des Nations Unies, par exemple. Nous restons toutefois disposés à coopérer avec les États-Unis à la mise en œuvre du plan de paix global pour Gaza, qui pourrait réserver le rôle d'administration transitoire au Board of Peace, conformément à la résolution 2803 du Conseil de sécurité des Nations Unies.

Il existait un large consensus sur le fait que l'Union européenne devait se concentrer sur un programme ambitieux axé sur la défense, la résilience, la compétitivité et la construction d'une Union plus autonome sur le plan stratégique. Si cela semble évident, les temps ont cependant changé. C'est pourquoi nous organiserons très prochainement, le 12 février, à Alden Biesen, une réunion stratégique visant à renforcer le marché unique et notre compétitivité dans le contexte du nouvel environnement géopolitique.

Daar zijn wij wel blij mee, aangezien België de bijeenkomst in tempore non suspecto had gevraagd. Wij hebben daarbij de steun van een aantal andere lidstaten en vooral Duitsland gekregen. Met alles wat er is gebeurd, is het nu des te pertinenter dat we elkaar op 12 februari in Alden Biesen zien en overleggen over slechts één onderwerp, de competitiviteit. De afgelopen weken hebben immers pijnlijk duidelijk gemaakt dat de Europese Unie vaak dobbert op golven die anderen maken, dat wij al te vaak afhankelijk zijn van factoren die we zelf niet controleren, en dat we te weinig aan onze eigen sterktes hebben gebouwd. Wij zouden altijd eerst en vooral naar onszelf moeten kijken.

Dat is precies wat we in Alden Biesen zullen doen, met de centrale vraag: hoe worden wij competitiever, hoe versterken we onze economie, met dien verstande dat competitiviteit altijd hand in hand gaat met de mogelijkheid om meer welvaart te creëren en meer veiligheid te garanderen. Wij hebben groei in Europa nodig om de welvaart en de houdbaarheid van ons sociaal model te kunnen handhaven en onze veiligheid sterker te kunnen verzekeren.

De richting is duidelijk. Er liggen veel recepten op de plank. Het warm water hoeft niet te worden uitgevonden. Draghi en Letta hebben rapporten geschreven, waarvan de implementatie op zich nog laat wachten.

Zelf kunnen we terugbuigen op het regeerakkoord. Dat bevat namelijk heel wat handvatten om onze positie tijdens de top vorm te geven. Dan denk ik aan de passages over de verlichting van de regeldruk in Europa, de administratieve druk en de stimulatie van innovatie door obstakels weg te werken en eventueel regelluwe experimenteerzones uit te rollen. De vereenvoudigingstrein in Europa wordt wel gemonteerd, maar dat is een omnibus, een trein die overal stopt, en dat gaat traag. Het algemene sentiment is dat die meer snelheid zou moeten nemen.

Ten tweede, in het regeerakkoord staat ook dat wij ijveren voor de volmaking van de interne markt in de domeinen van handel, kapitaal, energie, transport, IT, defensie en diensten. Dat is ongeveer alles. Ik denk dat wij daarbij alleen maar te winnen hebben als een exportgedreven, open economie.

Ten derde ,in het regeerakkoord staat ook dat de interne markt als onze grootste troef wordt beschouwd. Er wordt ook verwezen naar de vele obstakels, niet-tarifaire obstakels, zoals een rapport van het IMF uit 2025 ten overvloede heeft geduid.

Ten vierde, de kapitaalmarktunie is ook een prioriteit, net als de vervolmaking van de bankenunie. We zouden ervoor moeten zorgen dat snelgroeiende bedrijven bij ons kunnen groeien, in de EU, en niet, zoals vandaag al te vaak gebeurt, op een bepaald moment verhuizen, niet zelden naar de Verenigde Staten. Er moet meer ruimte komen voor risicokapitaal en de inzet daarvan moet ten bate komen van ondernemingen, maar ook van infrastructuur.

Ten vijfde, in het regeerakkoord zijn wij overeengekomen om op Europees niveau te pleiten voor snellere vergunningen en voor strategische publieke en private investeringsprojecten.

Ten zesde, wat de regulering van digitale diensten, opkomende technologieën en artificiële intelligentie betreft, moeten wij een dialoog aangaan met onze internationale partners om onze regels in lijn te brengen met de internationale standaarden.

Ten slotte, op regelgevend vlak willen wij onze bedrijven absoluut niet wegduwen naar concurrerende machtsblokken. Het regeerakkoord biedt dus wel wat stof voor onze uiteenzettingen op de top van Alden Biesen.

Nous sommes tous conscients de l’urgence de ces enjeux. Nous constatons que plusieurs États membres avancent des propositions qui, en définitive, se révèlent très similaires. Mes collègues s’intéressent également à l’allègement de la charge réglementaire. Il s’agit notamment de la suppression systématique des règles obsolètes, de la mise en place de procédures d’autorisation accélérées, d’un contrôle plus strict des nouvelles réglementations et de l’application d’un test de compétitivité aux nouvelles réglementations. Ces éléments semblent faire l’objet d’un large consensus.

Outre la poursuite de l’intégration du marché intérieur, d’autres idées sont avancées, comme la création d’une bourse paneuropéenne ou encore la simplification des règles en matière de fusions, afin de permettre à nos entreprises d’être compétitives à l’échelle mondiale.

Als daarover consensus bestaat, conform de indruk die ik daarover heb, dan stemt dat misschien tot optimisme om effectief die consensus te bereiken. Vervolgens rijst natuurlijk de vraag wat er daarna mee gebeurt. Welnu, een en ander moet ook in actie worden omgezet. Die eis zal vooral opnieuw weerklinken de dag ervoor in Antwerpen, waar de Europese industrietop plaatsvindt. Die top wordt elk jaar groter, zowel in omvang als in belang.

De voorbije weken heb ik heel veel samengezeten met bedrijfsverenigingen en federaties in het binnenland. Ik heb hen aangespoord contacten te zoeken met hun collega’s in het buitenland. Dat is ook volop gebeurd en daar ben ik heel blij mee. Ook bij die federaties en verenigingen bestaat een vrij grote consensus over de punten die ik heb geschetst. Wellicht zal vooral de roep klinken om dat nu ook in daden om te zetten.

Als wij dat op 11 februari 2026 in Antwerpen doen en wij met dat signaal van Antwerpen in de hand op 12 februari 2026 die consensus in de verf kunnen zetten, dan moet dat ook het begin worden van een opvolgingsproces waarin wij de inzichten van de informele top al in maart 2026 omzetten. Dat moet de ambitie zijn. Het gaat dan om informele raadsconclusies, gevolgd door een opvolgingsproces dat in gang wordt gezet en waarmee de maatregelen die dan effectief worden beslist, in overleg met heren Draghi over het concurrentievermogen en Letta over de interne markt naar de effectieve uitvoering worden geleid en op die manier worden opgevolgd.

Net zoals wij dat in 2025 hebben gedaan over Defensie na een informele top in het Egmontpaleis op de eerste dag van mijn premierschap, wat ik mij nog heel goed herinner, zal ook de agenda rond competitiviteit en interne markt het voorwerp moeten worden van een op te volgen stappenplan of, zoals dat tegenwoordig heet, een roadmap. Dat plan moet er dan voor zorgen dat de aandacht niet verslapt en dat heel duidelijke initiatieven en bijkomende verantwoordelijkheden worden geformuleerd. Vooraleer we echter zover zijn, zullen wij elkaar ongetwijfeld opnieuw in deze ruimte terugzien voor een nadere voorbespreking en briefing van het Europese gebeuren.

Peter De Roover , voorzitter: Bedankt, mijnheer de eerste minister.

Het woord is nu aan de leden, vooreerst aan de leden die een actuele vraag hebben ingediend, die daarvoor twee minuten spreektijd krijgen. Daarna kan elke fractie nog twee minuten een uiteenzetting met vragen houden.

Mijn medevoorzitter, de heer Blondel, zal het debat modereren.

Vincent Blondel , président: Monsieur le président, je vous remercie.

Chers collègues, comme cela vient d'être dit, je vous propose que nous procédions en laissant d'abord la parole à ceux qui ont déposé une question orale. M. Ducarme est le premier intervenant pour une durée de deux minutes. Nous reviendrons ensuite aux différents groupes qui auront chacun un temps de parole de deux minutes.

Denis Ducarme:

Monsieur le président, nous avons évidemment tous été sidérés par les menaces du président américain à l'encontre d'un territoire associé à l'Union européenne et à l'OTAN et je voulais vous remercier, monsieur le premier ministre, pour la fermeté de votre réaction.

Je souhaiterais vous interroger sur la réaction européenne qui, je pense, est appropriée et à la hauteur. Au-delà des mots, l'instrument anti-coercition est envisagé. Où en est-on, monsieur le premier ministre, sur cet aspect? On a également entendu parler de démarches potentielles par rapport à la possession européenne de la dette américaine. C'est évidemment très inquiétant. Êtes-vous aussi inquiet que Charles Michel qui a indiqué que, selon lui, le lien transatlantique était mort. J'espère que non, parce que l'OTAN est toujours opérationnelle au quotidien.

Si nous devons envoyer un signal aux Américains, il s'agit de ne pas être en rupture avec eux et il me semble que vous avez eu les mots et les signaux adéquats. Vous avez indiqué, vous l'avez redit aujourd'hui, que notre dignité n'était pas à vendre et que nous n'étions pas les esclaves des Américains.

Au-delà de ces mots, j'invite à ce que nous ayons aussi une réflexion sur le plan national et que nous ne nous précipitions pas nécessairement sur le matériel américain que nous avions décidé d'acheter. Si M. Trump considère les Européens comme des paillassons et que nous devons tout de même acheter ce matériel, attendons au minimum qu'il en retire ses pieds. C'est un élément que je voulais également relever.

Je vous remercie.

Michel De Maegd:

Monsieur le premier ministre, merci pour votre présentation tout aussi assertive qu'en séance plénière la semaine dernière.

L'Union européenne a, elle aussi, réaffirmé pleinement son soutien au Royaume du Danemark et au Groenland. En parallèle, l'objectif reste une stabilisation durable des relations commerciales entre l'Union européenne et les États-Unis .

Les conclusions du sommet extraordinaire mettent en avant la volonté de l'Union de saluer l'apaisement des tensions et de poursuivre un dialogue avec les alliés américains. Ma question est la suivante: cette réponse n'est-elle pas quelque peu insuffisante au regard des menaces directes pesant sur la souveraineté européenne émanant de ce qui était considéré jusqu'à présent comme notre principal allié? Vous l'avez déclaré, et je vous rejoins: nous ne sommes évidemment pas des esclaves.

Concrètement, monsieur le premier ministre, lors de ce sommet, avez-vous arrêté des orientations politiques précises pour répondre aux pressions exercées par de grandes puissances, qu'elles soient d'ordre commercial, économique ou géopolitique, pour garantir le respect de la souveraineté des É tats et de leurs partenaires? Le Conseil a-t-il dégagé un consensus clair quant à l'utilisation plus affirmée du poids commercial et économique de l'Union européenne comme levier stratégique, notamment face aux risques de guerre commerciale que vous avez évoqués à plusieurs reprises? Pour ne pas le citer, je pense au dispositif EU Bazooka.

Maintenant que les tensions semblent en train de retomber, quelles sont les prochaines étapes pour la coordination européenne à l'égard de la protection du Groenland, tant sur le plan militaire que politique? Je ne parle, bien sûr, pas ici de la réunion que vous nous annoncez pour le 12 février à Alden Biesen.

J'en viens à ma dernière question, monsieur le premier ministre. D'ores et déjà, comment la Belgique entend-elle, à la suite du sommet de jeudi dernier, traduire politiquement la vision que vous avez défendue en séance plénière et ici même?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de premier, dank u voor uw uiteenzetting. Ze was bijzonder boeiend.

Ik zal proberen het kort te houden. U hebt in Davos gepleit voor meer waardigheid. Dat pleidooi was een directe sneer naar collega-leiders van wie sms-berichten waren uitgelekt. Die privéberichten zijn mogelijk bewust gelekt om Europese verdeeldheid aan te tonen. Hoe kunnen we van de Europese Unie een geloofwaardige macht maken als andere Europese leiders zich individueel profileren zodra er druk wordt uitgeoefend?

Toen president Trump in Davos arriveerde, veranderde zijn toon ten aanzien van zijn aanspraak op Groenland ineens significant. Welke elementen hebben volgens u die toonwijziging ingezet? Gaat het om externe dan wel interne beïnvloedende factoren?

Door de secretaris-generaal van de NAVO werd een oplossing uitgewerkt. Waarin wijkt die oplossing af van het verdrag van 1951? Wat was daarin niet mogelijk en wat is in deze oplossing dan wel mogelijk? Waarin zit precies het verschil? Ik houd het kort, aangezien mijn collega nog een vraag over Gaza wil stellen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, u had het ook over de New York Declaration on the Peaceful Settlement of the Question of Palestine and the Implementation of the Two-State Solution.

Het lichaam van de laatste gijzelaar is intussen vrijgegeven. Een tweede voorwaarde is dat Hamas uit het bestuur zou verdwijnen. Hebt u zicht op de organisatie van verkiezingen? Is daar al sprake van? Is er een vooruitzicht op een daadwerkelijke garantie dat Hamas uit het bestuur van Palestina verdwijnt? Hoe verhoudt zich dat tot de geïnstalleerde raden en tot de Board of Peace op dit moment?

Britt Huybrechts:

Mijne heren voorzitters, mijnheer de premier, wat mij de voorbije week vooral is opgevallen, is de volstrekte verwarring bij de Europese elite. In Davos hoorden we opnieuw grote verklaringen over waarden, leiderschap en strategische autonomie. Zodra men die conferentiezaal uitstapt, botst Europa echter op de harde realiteit. Het mist macht, het mist hefbomen en het mist een coherente strategie.

Terwijl de EU zich jarenlang niet heeft beziggehouden met degelijk economisch en strategisch beleid, heeft ze zich wel beziggehouden met morele superioriteit en verstikkende regelgeving. Andere machtsblokken investeerden intussen wel in energiezekerheid, industrie en defensie. Europa heeft zo zijn eigen fundamenten ondergraven. Dat verklaart volgens mij ook de paniekreacties die we zagen tegenover de Verenigde Staten en tegenover Trump.

Laat het duidelijk zijn, voor het Vlaams Belang is het Groenland aan de Groenlanders, Amerika aan de Amerikanen en Europa aan de Europeanen. Dat klinkt allemaal heel mooi, iedereen heeft het hier ook gezegd, ik heb het de voorbije week goed gehoord, maar het probleem is volgens mij dat Europa er zelf niet meer in gelooft en er al helemaal geen beleid naar voert. Europa heeft zichzelf dus in een positie van structurele afhankelijkheid gebracht, vooral op het vlak van energie, defensie en industrie.

Welke concrete koerswijziging verdedigt België binnen de EU om opnieuw te focussen op die zogenaamde strategische autonomie in plaats van ideologisch gedreven beleid?

Welke concrete stappen zult u zetten in Alden Biesen? Zult u ook de extreme regeldrift en bijvoorbeeld de Green Deal-dictaten aanpakken, om maar enkele voorbeelden te geven?

Moet u ook niet erkennen dat Trump eigenlijk, hoewel we dat niet wilden, een goede deal heeft gedaan? Hij is eerst all-in gegaan, maar is uiteindelijk wel vertrokken met wat hij wilde, namelijk enkele strategische posities op Groenland, terwijl de EU machteloos heeft toegekeken.

Benoît Piedboeuf:

Monsieur le premier ministre, on ne peut que marquer un intérêt à la façon dont vous avez conduit les discussions, ainsi qu’à la fermeté avec laquelle vous avez affirmé et défendu un certain nombre de principes. Depuis le rapport Draghi, les faiblesses de l’Union européenne sont connues et il reste difficile de percevoir comment une position européenne forte et cohérente peut enfin s’articuler sur la scène internationale.

Ce qui se passe aujourd’hui au Groenland démontre de manière éclatante le fait que Donald Trump et, plus largement, les États-Unis se permettent tout parce qu’ils ne perçoivent pas de contrepoids suffisant. Or, ce contrepoids européen ne pourra exister que s’il repose sur une nouvelle dynamique de croissance européenne, sur une position économique renforcée et sur une véritable stratégie énergétique. Tant que nous ne nous renforcerons pas nous-mêmes, en croyant en nos capacités collectives, il sera illusoire de prétendre affirmer une position crédible et respectée au niveau international.

Ma question, monsieur le premier ministre, est donc la suivante. Au-delà de la manière dont vous avez, à juste titre, durci le ton, ce qui est rassurant au regard du positionnement habituellement mièvre de la Commission européenne sur la scène internationale, quelle est la position que vous défendez pour la Belgique au sein de l’Union européenne et pour l’Union elle-même? Quelle est également la vision que vous portez pour redynamiser l’Union européenne elle-même, qui a manifestement besoin de montrer un peu de muscle?

Valérie De Bue:

Je me permets d’apporter un élément complémentaire. Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur la situation spécifique du Groenland et sur la présence militaire européenne. L’Union européenne y a déployé des centaines de militaires, tandis que la Belgique y est représentée par un seul militaire en mission de reconnaissance. Comment cette présence européenne dans l’Arctique est-elle appelée à se concrétiser à l’avenir? S’agit-il d’une première étape vers une forme d’armée européenne, ou plutôt d’autres modalités de coopération et de déploiement entre États membres?

Fatima Ahallouch:

Monsieur le premier ministre, les déclarations et les menaces des États-Unis ont provoqué un véritable séisme, tant au niveau politique qu’au sein de l’opinion publique. Ce Conseil européen a montré l’importance d’une Europe unie face aux pressions et aux menaces, et nous saluons la réaffirmation du droit international, de l’intégrité territoriale et du soutien au Danemark ainsi qu'au Groenland.

La désescalade commerciale annoncée est positive, mais elle ne peut se faire au détriment des travailleurs européens ni de nos standards sociaux et environnementaux. L’Union peut rester ouverte au dialogue transatlantique tout en se dotant des outils anti-coercition nécessaires et en construisant une autonomie stratégique qui renforce la paix, la sécurité collective et la justice sociale. Enfin, nous attendons que la Belgique adopte une position claire en faveur de solutions politiques, tant pour l’Ukraine que pour Gaza. Pour nous, cela se joue dans le cadre des Nations Unies.

Monsieur le premier ministre, quels sont, selon vous, les principaux enseignements de ce Conseil européen et quelles lignes rouges la Belgique a-t-elle défendues? Pour ce qui est de la mise en œuvre concrète de l’approche européenne, comment allez-vous combiner préparation sécuritaire et renforcement interne de l’Union européenne? La Belgique est-elle prête à soutenir l’activation de l’instrument anti-coercition si de nouvelles pressions devaient être exercées? Au niveau stratégique, quelles initiatives la Belgique portera-t-elle pour renforcer l’autonomie stratégique vis-à-vis des États-Unis tout en protégeant l’emploi et les standards sociaux? Enfin, concernant les F-35, la Belgique entend-elle maintenir sa décision de commander les onze nouveaux avions ou le gouvernement a-t-il évalué des solutions alternatives à l'échelle européenne? Une réévaluation de ce choix est-elle en cours afin d’assurer la cohérence entre nos orientations politiques, industrielles et de défense?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre exposé intéressant.

Vous avez dit dans le cadre de cette séquence à Davos qu'il y a une différence entre être un vassal heureux et un esclave misérable. Plusieurs de mes collègues se sont réjouis que nous ne soyons pas favorables à l'idée d'être des esclaves misérables. Je suis d'accord avec cette réjouissance, mais je me questionne davantage sur votre stratégie quant à devenir des vassaux heureux. Est-ce une stratégie partagée au niveau du Conseil européen? Au sein du gouvernement, avez-vous discuté de cette stratégie qui ne me semble pas positive non plus?

De fait, être un vassal des États-Unis d'Amérique, comme nous le sommes effectivement depuis 1945, n'est stratégiquement pas la meilleure option pour le futur. On ferait mieux de prendre une autre orientation. Quel est votre avis, monsieur le premier ministre? Que vouliez-vous dire par "vassal heureux"?

En ce qui concerne l'accord lui-même, je suis un peu étonné que l'OTAN, M. Mark Rutte, ait négocié directement avec M. Trump au nom du Danemark et de l'Union européenne. Quel était le mandat de M. Rutte au sein de l'OTAN dans le cadre de cette négociation? Le Conseil européen a-t-il eu un débat sur ce mandat? Le Danemark est-il d'accord et, surtout, quel est le contenu de l'accord? S'agit-il, oui ou non, de nouvelles bases militaires américaines ou est-il question du rôle de l'OTAN au niveau du Danemark? Bref, je m'étonne qu'on ne connaisse encore rien du contenu de l'accord. J'entends aujourd'hui beaucoup de réjouissance, ici, autour de la table. Peut-être disposez-vous de plus d'informations sur le contenu même de l'accord.

Par ailleurs, l'Union européenne, en la personne d'Ursula von der Leyen, a conclu un accord avec les États-Unis d'Amérique, à hauteur de 600 milliards d'investissements directs européens qui seraient faits aux États-Unis. On s'est engagé à acheter 750 milliards d'euros d'énergie aux États-Unis d'Amérique. Cet accord a-t-il, oui ou non, été remis en cause lors de votre dernier Conseil?

Enfin, en ce qui concerne la souveraineté nationale que nous défendons pour le Groenland, estimez-vous que la défense de la souveraineté nationale vaut aussi pour les pays du Sud? Je parle notamment du Venezuela, de Cuba, éventuellement du Moyen-Orient. Ou bien, y a-t-il deux poids, deux mesures?

Je vous remercie de vos réponses très intéressantes, monsieur le premier ministre.

Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur Hedebouw.

Nous poursuivons avec Les Engagés. Monsieur De Maegd, souhaitez-vous encore intervenir?

Michel De Maegd:

J'ai posé mes questions, monsieur le président.

Vincent Blondel , voorzitter: Dan is het woord aan mevrouw Lambrecht voor Vooruit.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, allereerst bedankt voor uw woorden in Davos. U laat ten minste zien dat we niet domweg slaaf zullen spelen. We zien dat graag.

Ik groepeer mijn vragen. Hoe groot schat u de schade in die inzake Groenland voor de band tussen de VS en Europa door Donald Trump geslagen is?

Hoeveel waarde hecht u aan de U-turn van Trump, waarbij hij terugkomt op zijn dreigementen, maar ons bondgenootschap voor meer dan een week in het belachelijke getrokken heeft? Hoe geloofwaardig is de NAVO in uw ogen nog?

Wat de handel tussen de EU en de VS betreft, de Europese Raad ging in tegen het Europees Parlement. Hij riep op de handelsdeal tussen de EU en de VS alsnog goed te keuren. Bent u van mening dat die handelsdeal tussen de EU en de VS een goede deal is?

Hebt u voorts de indruk dat de voorbije episode iets gedaan heeft om de EU tastbaar dichter bij strategische autonomie te brengen, hetzij door een versnelde afbouw van economische afhankelijkheden, hetzij door een sterkere integratie van de Europese defensie?

Els Van Hoof:

Ook ik heb woorden van respect voor de Belgische houding in Davos, mijnheer de premier. U hebt daar het belang herhaald van het internationaal recht en de territoriale integriteit. Soevereiniteit blijft ons kompas.

U hebt naar aanleiding van de Europese Raad herhaald dat de EU zich zal blijven verdedigen tegen elke vorm van dwang. We hebben daartoe de nodige instrumenten. Ze werden ook aangehaald. We zullen die toepassen, wanneer en indien nodig. Het is goed dat te horen, want we worden geconfronteerd met wispelturigheid van de zijde van de Verenigde Staten. Vandaar mijn vraag. De mogelijke maatregelen, die ook voorbereid zijn, zitten nog in de rugzak van de Europese Unie. Ze kunnen elke dag ingezet worden, indien er nieuwe invoertarieven worden aangekondigd.

Wat met de steun aan Oekraïne? Vandaag was er weer een laffe aanval op een passagierstrein naar Charkiv. We moeten het niveau van de steun aan Oekraïne hoog houden om zo snel mogelijk een eind te maken aan de wrede oorlog daar, aan aanvaardbare voorwaarden, voor Oekraïne en voor Europa. Wat was de teneur van de verklaringen tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad?

Ten slotte, eergisteren werden de stoffelijke resten van de laatst overblijvende gijzelaar gevonden. De teruggave van de gijzelaars was een van de voorwaarden in het akkoord rond de erkenning van Palestina dat op Belgisch niveau werd gesloten. Voorts is er ook een overgangsbestuur. Een operationalisering van de relaties lijkt me momenteel niet mogelijk. Hoe zal de Belgische regering daar verder mee zal omgaan? Zal België Palestina erkennen?

Meyrem Almaci:

Collega’s, de trans-Atlantische alliantie is vandaag een beetje zoals Schrödingers kat. Niemand weet of die nog leeft of niet. Het is goed dat we naar aanleiding van Groenland de rug hebben gerecht in Davos. De vraag is nu welke daden en welk beleid zullen volgen om die vastberaden houding consequent in de praktijk om te zetten, ook in andere internationaal-geopolitieke dossiers die de wereld beroeren.

We moeten als Europa razendsnel de taal van de macht leren spreken. Dat vredesproject moeten we samen op een robuuste manier vormgeven. Dat betekent dat we op korte termijn risico’s moeten leren beheersen en op lange termijn ervoor moeten zorgen dat we minder afhankelijk worden. We moeten ook de economische macht van onze geïntegreerde, welvarende markt van 450 miljoen consumenten in dat machtsspel durven te gebruiken. Onze afhankelijkheid verminderen is nodig op het vlak van grondstoffen, energie en veiligheid.

Wat de vragen betreft die mij op korte termijn het meest bezighouden, ik ben tevreden over de U-bocht van de VS in verband met Groenland. All eyes on Greenland betekent evenwel ook dat er tussen de VS en Rusland momenteel een bijzonder hard spel rond Oekraïne wordt gespeeld. Hoe zullen wij aan die tafel geraken? De EU levert de zwaarste financiële inspanningen en Oekraïne, dat al drie jaar lang bepaalde gebieden verdedigt, dreigt die nu te moeten opgeven.

De positie rond Gaza roept dezelfde vraag op. Zullen we ook wat dat betreft consequent zijn? Zal België zijn belofte nakomen en Palestina erkennen, aangezien er aan alle voorwaarden is voldaan? Hoe zullen we de peace board , waarin volgens een meme op Instagram enkel nog senator Palpatine ontbreekt, weerwerk bieden? Zullen we anticoalitiemaatregelen achter de hand houden? Wat met de extra F-35's die we zelf willen aankopen? Kunt u ons ook iets meer zeggen over hetgeen Rutte met president Trump heeft besproken?

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, gisterenvoormiddag hadden we ook een gedachtewisseling met onze twee Europese topdiplomaten. Zij schetsten een zeer verontrustend beeld van de nieuwe wereldorde waarin we ons bevinden. Zij zeiden letterlijk dat de handvatten die zij gewend waren te hebben, zijn weggevallen, waardoor het zeer moeilijk is om daarin te navigeren. Groenland is geen banaal diplomatiek incident. Dat doet vrezen dat dergelijke problemen zullen blijven terugkomen en dat we ons daar goed op moeten voorbereiden.

U spreekt terecht over onze interne macht, die verder moet worden vervolledigd, en over onze competitiviteit. Ik ben verheugd dat te horen. Mijn partij pleit al zeer lang voor het vervolledigen van die interne macht. We hebben immers nood aan een sterker Europa en ik denk dat dat vandaag, in deze geopolitieke context, des te duidelijker blijkt.

U zei het bijna letterlijk: die interne macht en die competitiviteit gaan niet alleen over onze economie en onze welvaart, ze zijn ook noodzakelijk voor onze veiligheid. Daarom is het zo onwezenlijk dat we als Europa akkoorden met betrouwbare partners op de lange baan lijken te schuiven. Ik heb het uiteraard over Mercosur. In het Europees Parlement is dat naar het Hof van Justitie doorverwezen en daarin heeft uw meerderheid een verpletterende verantwoordelijkheid.

Daarover heb ik enkele vragen voor u, mijnheer de premier. Is wat er gebeurt rond Mercosur ook besproken op de Europese top? Weet u welke richting het zal uitgaan met de provisoire uitvoering van dat akkoord? Hoe gaat u daar zelf mee om binnen uw meerderheid? Ik hoor dat ons land zich al 17 keer heeft onthouden in de Europese Raad. Dat is dus niet louter politiek. U bent politiek verzwakt als u de meerderheid niet op één lijn krijgt. Hoe gaat u daarmee om?

Ik dank u.

Vincent Blondel , président: Les questions ne manquent vraiment pas et, monsieur le premier ministre, vous avez maintenant l’exercice difficile d’y répondre.

Bart De Wever:

Tâche difficile, voire impossible, tant les questions partent dans toutes les directions. J’ai tout noté et je ferai de mon mieux, mais je ne sais pas si je pourrai répondre à l’ensemble des questions qui ont été posées. Commençons par celles de MM. Ducarme et De Maegd.

Monsieur Ducarme, vous l’avez dit, certains ont très vite sonné le glas du transatlantisme et de l’OTAN, et certains ont même ajouté que c’était une bonne chose. Je ne le pense pas. Je comprends l’émotion derrière ces propos, après tout ce qui s’est passé concernant le Groenland et également après ce que le président Trump a déclaré à propos de ce que nous avons fait en Afghanistan. Disons-le sans crainte d’exagérer, ce ne sont pas des propos qui nous ont mis en joie.

Je comprends donc l’émotion qui conduit certains à affirmer qu’il n’y aurait plus de transatlantisme, plus d’OTAN, et que vive l’Europe autonome dans le monde. Cependant, je ne pense pas que ce soit une position très intelligente. C’est peut-être exactement ce que certains, aux États-Unis, veulent entendre, à savoir que l’Europe elle-même souhaite une rupture de l’atlantisme.

Lorsqu’on est provoqué dans la vie, il faut toujours réfléchir. Celui qui provoque a un agenda. Réagir à une provocation avec beaucoup d’hostilité peut précisément servir l’agenda de ceux qui souhaitent une rupture avec l’Europe. Il faut donc garder son sang-froid et ne pas se lancer dans l'aventure.

Cela étant dit, il ne faut pas accepter l’inacceptable. Vous l’avez évoqué, et vous aussi, monsieur De Maegd, ainsi que d’autres intervenants, nous disposons d’outils, notamment économiques. Nous n’avons pas suffisamment de capacités militaires, c’est vrai, mais nous avons le plus grand marché du monde, que nous pourrions militariser, selon ce qu'on dit en anglais, weaponize the market .

Vous avez évoqué l’instrument anti-coercition, qui constitue effectivement un moyen de répondre à des pressions économiques illégitimes. C’est un instrument que nous gardons en réserve, mais il importe de montrer qu’il existe. En flamand, on dit que l’on a mis le couteau sur la table. L’expression n’est peut-être pas usuelle en français, mais vous me confirmez qu’elle est parfaitement compréhensible.

Nous avons mis le couteau sur la table, et cela a eu des conséquences. Les réactions des marchés aux États-Unis, ainsi que les sondages, ont constitué une aide considérable. En mettant le couteau sur la table, nous avons bien constaté que M. Trump n'a pas osé poursuivre sur la même voie.

En outre, l'évolution de la semaine dernière a également montré que miser sur la désescalade – autrement dit mettre le couteau sur la table sans avoir l'intention de l'utiliser – était essentiel. Agir autrement serait désastreux pour l'Europe, pour les États-Unis ainsi que pour notre alliance. Nous avons donc, dans le même temps, misé sur la désescalade, préservé le dialogue diplomatique et continué à coopérer au sein des structures de notre alliance.

M. Rutte a consenti beaucoup d'efforts. Je dois admirer cet homme qui se lance toujours dans l'impossible pour trouver des solutions ou le chemin vers le calme, ce qui produit bel et bien des résultats. Nous avons suivi les deux chemins. D'une part, nous avons dit: "Jusqu'ici, mais pas plus loin." C'est une très bonne chose. Nous avons tracé une ligne rouge et avons clairement dit: "Vous êtes en train de franchir des lignes rouges, il y aura des conséquences très graves." Mais d'autre part, nous avons poursuivi le dialogue.

J'ai vu M. Trump. Je ne vais pas élaborer davantage car j'ai promis de ne rien dire à ce sujet, mais disons que j'ai été assez clair pendant la réunion. J'ai indiqué que, soit nous continuions vers le conflit – ce qui serait très grave et ce que nous ne voulons pas, certainement pas la Belgique –, soit nous nous dirigions vers une désescalade. M. Trump a fait son choix.

Ik vind het al bij al een mooi resultaat.

Il faut tirer les leçons de ces échanges, vous avez raison. Cela veut dire qu'on doit construire en tout état de cause notre propre puissance économique. Nous devons la renforcer, mais aussi renforcer l'autonomie européenne économique. Il faut mener une discussion, ainsi que plusieurs intervenants l'ont mentionné, sur nos capacités militaires.

De collega van het Vlaams Belang heeft daarop zonet gewezen. Heeft Europa macht? Hebben wij een strategie? Dat zijn legitieme vragen. In Davos was er een panel waarin een dame, wiens functie ik mij niet precies herinner, zei dat Europa een herbivoor is in een wereld van carnivoren. Ik vond dat een treffend beeld.

Bij het begin van de Oekraïnecrisis dacht ik dat we opnieuw in de jaren '80 leefden. De situatie was toen herkenbaar, met een tirannie in het oosten en met militair geweld, en de democratieën van het vrije westen zouden zich wel verenigen en verdedigen. Ik herinnerde mij Ronald Reagan die in 1987 zei: " Mr. Gorbachev, tear down this wall ." en verwachtte mij eraan dat de leider van de vrije wereld nu zou zeggen: " Mr. Putin, get out of Ukraine ." en dat we daar voluit achter zouden staan.

Helaas lijken het meer de jaren 1880 dan 1980, met de age of empires , met imperiale hemisferen, met gunboat diplomacy en alles wat daarbij hoort. Het is voor Europa dus een pijnlijk ontwaken. We leven in een wereld van carnivoren, van imperiale machten die opnieuw militaire middelen durven gebruiken. De bewering dat wij machteloos zijn, is à côté de la plaque . Wij hebben effectief de grootste markt ter wereld en dat is een wapen. Wij kunnen beslissen, en wellicht zouden we dat moeten doen, om meer militaire capaciteit te ontwikkelen.

We zullen alleszins veel meer uitgeven. Het debat is aan de orde van de dag, wat u zult begrijpen, en ook in de wandelgangen gaat het daarover. In hoeverre moet Europa een militaire macht worden, met de consolidatie van de Europese defensie-industrie en de integratie van die militaire capaciteiten in Europa, op een bepaald niveau, of dat nu het niveau van de Europese Unie of van een aantal kernlanden die misschien versnellen in de integratie? Dat zijn de debatten die op ons afkomen. Die worden nu in de wandelgangen gevoerd, maar zullen heel binnenkort aan de Europese tafels worden gevoerd.

Moeten wij een militaire macht worden die, wat mij betreft, binnen de NAVO blijft staan, maar die zich ook ontwikkelt op een manier dat ze autonoom kan optreden en dus globale capaciteiten heeft? Moeten wij naast onze economische macht, die we echt nog wel hebben en nog kunnen uitbreiden, een militaire macht uitbouwen die ons in staat stelt om autonoom te handelen? Dat is een grote vraag. Persoonlijk ben ik geneigd om het volgende te antwoorden. We moeten die debatten uiteraard voeren. We zijn geen presidentiële democratie, waar men met een handtekening richtingen kan kiezen. We zijn een ander soort land, dus we willen die debatten met elkaar voeren, maar persoonlijk ben ik geneigd om ja te antwoorden op die vraag.

Mijn persoonlijke mening is dat België bevestigend moet antwoorden op die vraag en dat wij bereid moeten zijn tot een zeer verregaande integratie van onze militaire strijdkrachten in een groter verhaal. In de wereld van vandaag is ieder ander antwoord volgens mij hopeloos onvoldoende.

Er werd gevraagd naar de volgende stappen na de informele top. Welke precieze beslissingen worden genomen en wat is het uitvoeringstraject?

Il faut comprendre que c'était un sommet informel. Cela signifie qu'aucune décision précise n'a été prise. C'est pourquoi M. Costa a livré un compte rendu de tout ce qu'il avait compris autour de la table. Toutefois, aucune décision précise n'a encore été prise. C'est impossible, puisqu'il s'agissait d'un sommet d'urgence. Nous avons réagi à ce que nous croyions que M. Trump allait faire. Entre-temps, celui-ci avait déjà accompli un virage à 180 degrés. On pourrait donc en déduire que le sommet n'était plus nécessaire. Cependant, il est bon que nous l'ayons maintenu, car the meeting is the message . C'est parfois le cas dans la vie. L'Union européenne s'est attablée pour lancer un signal politique qui est assez clair: jusqu'ici et pas plus loin. Il ne faut pas se faire d'illusion. Nous ne sommes plus dans l'Union européenne des vingt-sept. En tout cas, une large majorité d' É tats membres, de pays traditionnels – the core of Europe – ont parlé d'une seule voix. Nous ne sommes en effet pas des esclaves. Il faut nous respecter. Si l'on nuit à la souveraineté d'un pays et que l'on nous menace même d'un recours à la force dans l'Alliance, nous allons réagir, nous n'allons pas l'accepter. En tout cas, il n'y a pas de décision précise à vous expliquer.

Heeft president Trump daar nu een goede deal aan gedaan? De collega van het Vlaams Belang heeft dat gezegd. Helemaal niet. Totaal niet. Er zijn veel vragen gesteld over wat die deal precies inhoudt. Wat is daar nu afgesproken? Wat is er afgesproken over het verdrag van 1951?

Ik weet uiteraard niet wat de heer Rutte met de heer Trump heeft besproken. Ik was daar niet bij en kan alleen voortgaan op wat daarover is meegedeeld. Ik denk dat de heer Rutte altijd – ik bewonder hem daarvoor – probeert de kloof binnen de alliantie te dichten. Dat is geen gemakkelijke opdracht. Ik benijd hem niet. Een coalitie met vijf partijen leiden in dit land is niet gemakkelijk, maar ik veronderstel dat het leiden van de NAVO, die ook een coalitie is, ongezellige momenten oplevert. Die momenten stapelen zich op. De heer Rutte heeft zich in zo’n ongezellig moment gesmeten om iedereen opnieuw samen te brengen en een breuk te vermijden. Hij faciliteerde zo eigenlijk de mogelijkheid voor president Trump om terug te komen op zijn bedreigingen. Dat heeft hij gedaan.

De vraag blijft echter of hij daar een goede deal aan heeft overgehouden. Men moet zich de vraag stellen wat president Trump nu eigenlijk vraagt. Dat gaat over de installatie van een rakettenschild, de uitbouw van militaire capaciteiten op Groenland en eventueel, op langere termijn, de mogelijkheid om daar ook economische ontwikkelingen te ontplooien.

Wat heeft hij nu eigenlijk gevraagd waar wij niet al decennialang automatisch ja op zouden hebben gezegd? De Verenigde Staten hebben ooit 17 bases gehad op Groenland, met tienduizenden soldaten. Ze hebben die allemaal zelf teruggetrokken. Vandaag zouden er, denk ik, nog ongeveer tweehonderd aanwezig zijn.

Wat wordt er dus gevraagd dat hij niet al eerder had bekomen en wat eigenlijk een evidentie is? Wie van ons – uitgezonderd misschien zeer extreme fracties – zou bezwaar maken tegen het versterken van de Arctische veiligheid? Daar is immers een uitdaging, die op termijn alleen maar groter zal worden. De grote meerderheid zal zeggen dat dat een goede zaak is en dat men dat gerust mag doen.

Waar zit dan eigenlijk de grote winst? Ik zie die niet. Ik heb uiteraard wel kennisgenomen van wat de peilingen in de Verenigde Staten daarover hebben gezegd. Die waren redelijk vernietigend negatief. Zeker op het moment dat er met agressie werd gedreigd, waren ze verpletterend negatief. Ook de reactie van de financiële markten in de Verenigde Staten was verpletterend negatief. Als u dat een goede deal noemt, dan ben ik het daar absoluut niet mee eens.

Een andere vraag is hoe dat nu allemaal zal geconcretiseerd worden. Uiteraard huldigt Europa - dat is in de marge ook nog eens ter sprake gekomen op de Noordzeetop - het standpunt dat alleen Groenland het verdrag van 1951 eventueel kan heronderhandelen. Dat is een bilateraal verdrag. Groenland en Denemarken zijn de enige twee partijen die eventueel wijzigingen kunnen aanbrengen aan de manier waarop de Arctische veiligheid daar wordt uitgebouwd, met eventueel ruimere mogelijkheden voor de Verenigde Staten. Mark Rutte heeft dus geen mandaat – bij mijn weten heeft hij het niet – om namens Denemarken een onderhandeling te voeren. Dat kan alleen Denemarken. Ik denk dat dit de komende tijd effectief zal gebeuren.

De ironie is dat als heel die publieke scène niet had plaatsgevonden, het resultaat wellicht hetzelfde was geweest. Met andere woorden, als men gewoon beleefd had gevraagd om een aantal dingen te doen, dan was naar mijn mening de kans honderd procent geweest dat daarop volmondig ja zou zijn gezegd. Nu acht ik die kans eigenlijk kleiner, omdat er natuurlijk is geëist en gedreigd en men nu onder de schijnwerpers moet onderhandelen. Eender welk resultaat zal ook onder een ander gesternte worden bekeken, met name het gesternte van de publieke opinie in Europa die buitengewoon negatief gestemd is geraakt over heel die zaak.

Dus als u dat een goede deal noemt en een goede zet - ik weet dat uw fractie Trump erg bewondert – dan heb ik daar toch een heel andere mening over.

Que devrait-on faire pour renforcer l'Europe? Je pense qu'on est déjà d'accord là-dessus, et j'ai à cet égard cité tous les éléments de notre accord de gouvernement qui visent à renforcer l'Europe et compléter le marché interne. Il y a encore beaucoup de gains à obtenir de ces mesures à prendre au niveau européen, certainement pour la Belgique, qui est une économie ouverte et focalisée sur l'exportation.

Le FMI a établi que les barrières non tarifaires sur les biens se chiffrent à environ 44 ou 45 %. Ces barrières non tarifaires existent également entre les États membres des États-Unis, et elle y sont de l'ordre de 15 %. On a donc trois fois plus de barrières sur les biens et sur les services – à hauteur de 117 % sur ces derniers. Il y a par conséquent en Europe une guerre commerciale entre nos propres pays. On peut se plaindre de M. Trump et de ses tarifs, mais entre-temps, en Europe, il y a beaucoup à gagner si on prend des mesures pour compléter le marché interne. C'est un premier élément qu'il faut vraiment garder à l'esprit.

Le deuxième élément porte sur la simplification. On s'occupe le mieux possible du problème de la charge administrative. J'ai eu hier encore une réunion avec M. Clarinval dans le cadre de MAKE 2030. On a déjà défini, je pense, plus de 70 projets de simplification administrative en bonne coopération avec les régions, en l'occurrence la Région Wallonne, la Région flamande, et Bruxelles, même si, comme vous le savez, la situation est très compliquée pour ce qui est de la Région bruxelloise, même si leurs représentants étaient présents. En tout cas, je crois qu'il est nécessaire de faire la même chose au niveau européen et je m'attends certainement, partant du sommet à Anvers, à ce que l'industrie indique d'une façon très claire toutes les mesures de simplification administrative qu'ils veulent obtenir de l'Europe.

Le troisième élément à mentionner est l'énergie abordable. C'est une question cruciale pour renforcer l'Europe. On a beaucoup parlé beaucoup de stratégie autonome. À mon avis, il s'agit bien là de la chose la plus importante et la plus urgente: "dérisquer" l'Europe par rapport à l'importation d'énergie mais également diversifier le plus possible les chaînes de valeur et développer notre propre capacité de production, ce dont M. Bihet se charge.

Nous avons donc choisi le nucléaire. Ce ne sera pas simple, mais il fait beaucoup d'efforts à cet égard. Je peux vous le dire. N'oublions pas les énergies renouvelables également. Pour le reste, diversifier les sources pour l'énergie que nous devons importer et renforcer le Grid, le réseau européen, pour créer un marché de l'énergie européen qui pourrait nous aider à garder l'énergie abordable et à garantir l'approvisionnement. C'est le troisième élément.

Le quatrième élément est très sensible. Des questions ont été posées là-dessus. Mon avis personnel est que l'Europe doit avancer le plus vite possible pour conclure des traités de libre-échange. Je suis à 100 % pour le Mercosur.

Monsieur Di Nunzio, vous avez indiqué: "Votre coalition n’est pas sur la même longueur d'onde." C'est vrai. Aucune coalition, depuis 25 ans, n’a été sur la même longueur d'onde. La mienne non plus. Je le déplore. Je peux comprendre les arguments, mais je le déplore.

Au moment où le monde multilatéral, le monde basé sur des règles, le monde du respect, le monde de l'État de droit subit une pression énorme, nous devons quand même réaliser que beaucoup de pays, dans le monde entier, regardent l'Europe avec beaucoup d'espoir. Ils voient un continent où il y a encore du respect, où il y a encore l'ambition d'avoir des relations commerciales basées sur des règles, où on peut compter sur l'État de droit, où on ne change pas de direction tous les deux jours, où il n'y a pas de grands leaders dont les ordres exécutifs changent tout, où on ne vous menace pas tous les jours avec des droits de douane. Ça, c'est l'Europe.

Quant à ce que Mme von der Leyen a fait avec l'Inde, je m'interroge sur la position de chacun et de chacune dans cette salle à propos de cet accord de libre-échange avec l'Inde, mais j’y suis à 100 % favorable, et je pense qu'il y a encore beaucoup d'autres pays et de régions dans le monde, et de pouvoirs régionaux, qui pourraient être impliqués dans des accords de libre-échange.

C’est un point sensible. Je me rends compte que je n’ai pas parlé au nom de la coalition. En tout cas, monsieur Piedboeuf, je pense que ce seront bien les quatre chantiers qui seront discutés lors de la séance à Alden Biesen. Si nous n’en parlons pas, je me demande bien de quoi nous allons discuter.

Certains collègues ont plaidé pour le développement d’une force militaire. Il y a la force économique, l’arme que constitue notre marché et les outils dont nous disposons, comme l’instrument anti-coercition. Cela ne suffit toutefois pas. Il faut aussi disposer de capacités militaires. Soyons clairs. Si nous menons à bien les chantiers économiques, nous générerons de la croissance. Cette croissance permettra ensuite de développer une capacité militaire. Sans croissance et face à une obligation d’augmenter les dépenses de défense, la situation devient intenable. Ceux qui se montrent enthousiastes à l’idée d’enterrer l’OTAN doivent réaliser que cela impliquerait, à court terme, de doubler les dépenses de défense.

Si l’Europe voulait assurer seule sa sécurité, sans aucune coalition avec les États-Unis, il faudrait doubler à court terme les budgets de défense. Est-on est prêt à assumer cela? Y a-t-il ici quelqu’un qui pense cela possible dans une situation économique sans croissance? Je ne le crois pas. Tout est lié, tout se tient.

Nous devons donc travailler sur ces quatre chantiers à Alden Biesen afin de renforcer l’Europe sur le plan économique. Une Europe économiquement plus forte est une Europe qui pourra aussi se développer comme une puissance militaire, à la condition impérieuse qu’il y ait un véritable projet d’intégration militaire.

De vragen over de F-35’s komen steeds terug. Ik begrijp dat sommigen ervoor pleiten dat, aangezien het gedaan moet zijn met de Verenigde Staten, absoluut gedaan, we er geen militaire capaciteiten meer moeten kopen. Ten eerste kopen we heel weinig in Amerika. Nemen we even onder de loep wie van de NAVO-bondgenoten in Europa waar aankoopt, dan stellen we vast dat we voor 7% in Amerika uitgeven. Dat is zeer weinig. Het gaat bovendien om capaciteiten die in Europa gewoon niet te krijgen zijn, bijvoorbeeld de NASAMS en de F-35; daarvoor is er geen alternatief.

Waarom is er geen alternatief, collega’s? Dat is omdat Europa niet geïntegreerd is en tot vandaag energie blijft verspillen aan de vraag wie nu eigenlijk het jachtvliegtuig van de zesde generatie zal ontwikkelen. Eén Europees project, alstublieft, één, geen twee, één. Dan denk ik dat we in grote consensus zouden kunnen kiezen voor dat alternatief als ons volgende vliegtuig. Nu evenwel de F-35 weren, zonder dat er een Europees alternatief is en zonder dat er op dit moment zelfs maar perspectief is om dat te ontwikkelen, dat gaat dus niet. Men kan ook niet om de vijf seconden van richting veranderen. Zoals ik al heb gezegd, wie denkt dat het een heel goed idee is om de NAVO-deur dicht te doen, is op dit moment misschien emotioneel en heeft ongelijk. Wie die idee vanuit een langgerekte overtuiging verdedigt, heeft volgens mij een agenda die de belangen van Europa niet dient. Ik heb ook niet de behoefte om een slaaf van iemand anders te worden, mijnheer Hedebouw.

Je ne veux pas devenir l'esclave de quelqu'un d'autre.

Prétendre que, du jour au lendemain, il faut dire adieu à l'alliance transatlantique et que nous en sommes capables est simplement un mensonge. Je peux comprendre qu'on le dise sous le coup d'une certaine émotion, mais si c'est au nom d'une conviction profonde, je ne pense pas que ce soit en s'appuyant sur un agenda qui serve les intérêts européens et de la démocratie en Europe. Bien au contraire.

Als ik heb gesproken over de gelukkige vazal, dan is dat uiteraard een manier om mij uit te drukken. Ik bedoel dat niet letterlijk, alsof ik graag als gelukkige vazal zou leven. Het is een ironische manier van spreken om aan te geven dat we inderdaad in een veel te grote afhankelijkheid leven ten aanzien van de Verenigde Staten. Dat weten we al lang. We don’t carry the big stick, we only speak softly. We hebben altijd op de big stick van iemand anders gerekend en stellen nu vast dat we daar eigenlijk niet meer zo hard op kunnen rekenen, bijvoorbeeld inzake Oekraïne. De vaststelling is dat we vandaag niet de leider van de vrije wereld hebben die zegt: Putin, get out of Ukraine . Die hebben we niet. Het is een zeer moeilijk parcours om de alliantie rond Oekraïne gaande te houden. We stellen vast dat we te veel een vazal zijn geworden. We hebben niet de capaciteiten om het zelf te doen. Dat is een manier om dat uit te drukken. We willen al zeker niet afzakken tot slavernij en op de knieën gedwongen en bedreigd worden om zelfs een agenda uit te voeren die we niet eens willen. Als we uit die situatie willen ontsnappen, dienen we ons huiswerk te maken. Daar hebben we, denk ik, al heel veel over gesproken.

Nu kom ik tot de vragen over Gaza, onder meer over de erkenning. U weet dat er een akkoord is in de regering om in drie fases te werken. De eerste fase was in New York, waar we hebben gezegd dat we politiek bereid zijn om, in het kader van de tweestatenoplossing – dat is maar logisch ook –, over te gaan tot een erkenning van Palestina. In een tweede fase zou dat formeel gebeuren als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ik hoor sommigen zeggen dat bekeken moet worden of we nu in die fase zitten. Goed, maar ik denk dat er nog veel onduidelijk is.

Omtrent de Board of Peace heb ik gezegd wat ik daarvan denk. Ik heb ook gezegd wat daarover op de Europese tafel is gezegd. Ik kan me niet inbeelden dat de leden, van oppositie zowel als meerderheid, die voluntaristisch vragen of we nog niet aan die erkenning toe zijn, nu dezelfden zijn die zeggen dat die Board of Peace geweldig is, omdat die ons geruststelt dat het met het bestuur van Gaza echt de goede kant uitgaat en dat de mensen die daarin zitten, zoals Loekasjenko en Poetin, toch echt mensen van vrede zijn. Ik zal geen verdere namen noemen om geen nieuw incident te creëren.

Je n'ai pas l'impression que MM. Poutine et Loukachenko soient des hommes de paix. Je ne peux pas croire ceux qui ont dit: "Maintenant, dans l'Arizona, vous devez regarder si la deuxième condition est remplie pour la reconnaissance de la Palestine, puisqu'un Board of Peace existe, que nous sommes rassurés du fait qu'ils vont s'occuper excellement de Gaza et y organiser la démocratie et des élections." Disons que cela reste à voir…

Op dit moment zijn er geen, buiten Hongarije en Bulgarije, die lid geworden zijn. Ze maken hun eigen keuze. Met alle respect, ik heb niet de indruk dat er op dit moment één ander Europees land geloof hecht aan het mechanisme van de Board of Peace zoals dat geconcipieerd is in de teksten die ons hebben bereikt.

Ik nodig u allemaal uit die statuten van de Board of Peace eens te lezen. Ik meen dat we opnieuw een zeldzaam moment van unanimiteit beleven. Ik weet het niet, ik kan me niet namens alle fracties uitspreken. Er zijn grote bewonderaars van Trump onder ons. Maar het zou me toch verbazen dat iemand zegt: ik heb die statuten gelezen, ze zijn fantastisch; we moeten het doen; we moeten er met België instappen. Dat is alleszins niet de indruk die bestaat bij de meeste Europese landen. Dan druk ik me nog relatief voorzichtig uit.

Ik meen dat het dus raadzaam is een beetje af te wachten hoe de zaak zich verder zal ontwikkelen, wat we op het terrein zien, en dat we dan het akkoord zoals we het afgesloten hebben – waar ik geen moeite mee heb – uitvoeren. Als we allemaal zeggen dat het in de goede richting gaat, dan lijkt het mij logisch dat we dat doen. Dat was ook de logica van het akkoord: stapsgewijs goede evoluties belonen door altijd een stapje verder te gaan. Dan doen we dat. Dat lijkt me logisch. Ik stel voor dat we het op die manier opvolgen. We zullen het binnen de regering en binnen de meerderheid ongetwijfeld nog bespreken.

Over Oekraïne zijn ook vragen gesteld. Hoe zit het nu met de steun voor Oekraïne? Wel, wij hebben als Europa de beslissing genomen om die oorlog te financieren. Wij zijn voor 90 miljard schulden aangegaan. Dat doet men niet voor zijn plezier.

Nous avons contracté un emprunt au niveau européen. Tout ce que nous avons vécu avec le reparation loan a quelque peu invisibilisé la décision que nous avons prise, et qui est quand même une décision majeure, car cet emprunt porte sur un montant de 90 milliards d'euros. Vous savez très bien que tous les États membres de l'Union européenne ne sont pas enthousiastes à l'idée de contracter des emprunts au niveau européen. Certains – les pays qualifiés de "frugaux" – y sont totalement opposés, même s'ils ont fini par l'accepter à un moment donné.

In de mist van de reparation loans is een beetje verloren gegaan dat dit toch een ongelofelijke stap is.

L'Europe a ainsi apporté son soutien à l'Ukraine à un moment particulièrement délicat.

Zonder die steun zou Oekraïne onderuitgegaan zijn.

Een andere vraag is hoelang die oorlog nog zal voortduren en wat het perspectief is. Het beste perspectief is uiteraard dat er een voor Oekraïne aanvaardbare vrede op het tapijt komt. Het valt niet te ontkennen dat het Westen daar geen eenduidig standpunt over heeft. Ik spreek mij niet uit over hoe het territorium eruit moet zien na een vredesakkoord, omdat alleen Oekraïne daarover kan beslissen, maar er moeten op zijn minst verdedigbare grenzen overblijven. Oekraïne mag niet gedwongen worden om dermate grondgebied op te geven waardoor het in een situatie terechtkomt waarin het land niet langer verdedigbaar is. Als Oekraïne niet verdedigbaar is, zijn wij ook in gevaar. Het is essentieel dat de soevereiniteit, de democratie en de militaire slagkracht van Oekraïne overeind blijven. Ook wat dat betreft merkt men opnieuw dat het vrije Westen, dat verenigd zou moeten zijn en in staat zou moeten zijn om Poetin ervan te overtuigen die oorlog te stoppen, geen eenduidig standpunt heeft. Er klinken te veel verschillende geluiden, die Poetin volgens mij alleen maar aanmoedigen zijn agressie voort te zetten.

À mon sens, c’est là que se situe le véritable drame de ce qu'il s’est passé à Davos. On peut évidemment relever les déclarations de M. Trump, constater qu’il les nuance ensuite, et se dire que la semaine prochaine apportera peut-être une nouvelle crise ou une nouvelle sortie médiatique. Je l’ignore. Mais le drame, c’est que l’on a encouragé Vladimir Poutine à poursuivre sa guerre. Il ne s’arrêtera que lorsqu’il constatera que l’Occident parle d’une seule voix et se montre résolu. Or, c’est précisément ce qu’il ne voit pas aujourd’hui. Il observe un conflit autour du Groenland. Il voit parfois les États-Unis se retourner contre le président Zelensky. Et c’est cela, le véritable drame.

In Europa hebben wij nu niet de militaire slagkracht om de oorlog op het slagveld te beëindigen, maar we zijn wel in staat, met onze welvaart, met onze markt, om Oekraïne te financieren. Daarmee zal men echter geen oorlog winnen.

Ferro non auro , zei Livius. Een oorlog wint men met ijzer, niet met geld, niet met goud. Men heeft goud nodig, maar met goud wint men geen oorlog. Het enige dat we aan Oekraïne kunnen geven, is goud, geen ijzer. Het ijzer moet van ergens anders komen, maar dat gebeurt niet. Dat is het drama op dit moment.

Die vraag moeten we durven te stellen. Het financieren van een oorlog zonder perspectief om die te winnen, is ook het financieren van een onmenselijk lijden dat voort blijft duren. Dat brengt ons misschien niet naar een situatie die fundamenteel beter is dan de huidige. Met dat vraagstuk moeten we ons in Europa ook bezighouden. Alleszins is het een vingerwijzing om die militaire slagkracht wel te ontwikkelen, maar dat zal ons uiteraard nog wel wat tijd kosten.

Mijnheer de voorzitter, mogelijk heb ik niet alle vragen beantwoord, maar daarmee heb ik minstens alle thema's aangeraakt.

Vincent Blondel , président: Je vous remercie, monsieur le premier ministre.

Nous allons nous en tenir strictement à l’horaire afin de pouvoir conclure notre réunion à l’heure prévue. Cela nous laisse le temps pour une réplique d’une minute maximum par groupe.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de premier, u wilt inzetten op strategische autonomie. Dat hoor ik graag. Vandaag doet het beleid dat echter niet. Immers, zolang Europa zichzelf blijft vastketenen aan verstikkende regels voor onze industrie en landbouw, blijft autonomie gewoon een lege doos.

Wij hebben misschien wel de grootste economische markt, maar wij gebruiken ze niet. Sterker nog, wij laten ze zelfs misbruiken door derden.

Ik herhaal het. Als u uw woorden ernstig neemt, verwacht ik dat België in Europa zal pleiten voor een fundamentele koerswijziging. Ik betwijfel echter of dat zal lukken onder de huidige constellatie onder leiding van von der Leyen.

Ten slotte, ik hoef u niet te herhalen dat wij geen Trump lovers zijn. Wij steunen gewoon elk beleid dat onze mensen op de eerste plaats zet. Dat zouden Europa en uw partij beter ook doen.

Denis Ducarme:

Finalement, on aurait pu intituler l’objet de notre échange "Souveraineté européenne". Nous aurions sans doute eu besoin de davantage de temps encore. Je vous rejoins sur l’OTAN. Nous devons pouvoir continuer à nous appuyer sur elle. Nous devons également développer la notion de marché-puissance.

Je rejoins aussi l’idée de laat het mes op tafel! (gardez le couteau sur la table!), à condition qu’il ne soit pas en plastique. Sur cet aspect, je crois que des signaux peuvent être envoyés avec subtilité et nuance.

Il serait toutefois malvenu, dans la semaine qui suivrait les menaces de monsieur Trump au Groenland, d’acheter du matériel américain. Ce serait malvenu, en tout cas si notre dignité n’est pas à vendre et si nous ne sommes pas les esclaves des États-Unis. La nuance invite sans doute à envoyer un signal, par exemple en retardant une acquisition, sans nécessairement la rompre.

Fatima Ahallouch:

Merci, monsieur le premier ministre.

Évidemment, le fait de se réunir était important. Nous entendons l’argument du symbole, mais nous pensons qu’il est désormais temps de passer aux décisions. Vous nous dites que le message est passé, mais dans les faits, nous continuons à dépendre d’une grande puissance.

Vous reconnaissez vous-même cette dépendance importante à l’égard des États-Unis, lesquels continuent de franchir des lignes rouges. Aujourd’hui, les Américains ont menacé l’intégrité territoriale des Européens.

Cela concerne concrètement les avions, mais aussi l’achat de drones et la dépendance en matière de satellites. Il vous reviendra bientôt, monsieur le premier ministre, de trancher sur ces décisions. Enfin, notre inquiétude demeure grande en ce qui concerne la paix, que ce soit en Ukraine, à Gaza ou encore en Iran. En effet, qui peut dire quelle sera la prochaine lubie de monsieur Trump?

Raoul Hedebouw:

Je vous remercie, monsieur le premier ministre, de nous avoir dévoilé une partie de la stratégie du vassal heureux.

En effet, vos réponses reflètent une stratégie très claire sur la direction que vous voulez prendre, à savoir, en gros, rester heureux, mais vassal des États-Unis d'Amérique. On voit la prudence dont vous faites preuve face aux mesures américaines qui pourraient ne pas nous rendre très heureux. Il est assez étonnant d'entendre l'autre ton que vous adoptez envers les pays du Sud.

Je pense effectivement, monsieur De Wever, que cette stratégie est mauvaise pour l'Europe. Je crois que c'est vraiment là la question. Quelqu'un vous a dit à Davos que nous étions des herbivores. Mais l'Europe n'est pas du tout faite d'herbivores, nous sommes des carnivores. Allez demander au peuple libyen ou afghan, en Syrie, en Irak ou dans les pays africains, avec toutes les multinationales européennes. L'idée que l'Europe est composée d'herbivores, cet ordre mondial-là n'est pas vécu de cette manière par les pays du Sud. Allez demander aux peuples africains, latino-américains ou asiatiques: ils ne vivent pas l'Europe comme étant herbivore. Nous sommes des carnivores, et les vassaux heureux du plus grand des carnivores, les États-Unis d'Amérique.

Je pense que cela va détruire l'Europe, monsieur De Wever. Nous avons intérêt à avoir un changement stratégique au niveau européen. Vous allez voir, Donald Trump le dit clairement dans sa note de sécurité nationale: il veut détruire l'Europe. Il faut donc arrêter d'être des vassaux heureux.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le premier ministre.

Je me réjouis de voir que politiquement, finalement, vous vous inscrivez pleinement dans la résolution que notre Parlement a votée sur le Groenland en commission des Relations extérieures. Cette résolution s'attache aux grands principes intangibles et nous la voterons bientôt en séance plénière.

Permettez-moi de conclure sur une observation qui, à mes yeux, est essentielle. Ce qui se joue ici dépasse largement le cas du Groenland. Il y va de la crédibilité de l'Europe, de sa capacité à se faire respecter et à défendre ses principes. Vous avez rappelé – et je partage pleinement cette vision – que la dignité européenne n'est pas négociable. Mais cette dignité ne peut évidemment pas être seulement déclarative et doit se traduire par des choix politiques clairs et parfois courageux. Le dialogue est indispensable, je vous rejoins, mais il ne peut pas se faire au prix de l'ambiguïté ni donner le sentiment que l'Europe accepte l'idée d'un rapport de force déséquilibré.

Pour terminer, monsieur le premier ministre, l'équivalent français de l'expression "Met het mes op tafel" est "Montrer les dents".

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, het is inderdaad belangrijk dat u uw stem verder laat horen en uw lijn aanhoudt. Dat doet u en daarom luistert men ook meer en meer naar u op het internationaal toneel. Het grote gevaar in heel het discours is dat Oekraïne naar de achtergrond verdwijnt telkens wanneer Trump met een nieuwe crisis of een nieuw gek idee komt. Misschien is dat ook zijn bedoeling en we moeten daarvoor opletten. Het is heel belangrijk dat we te weten komen wat de veiligheidsgarantie voor Oekraïne die Trump ons heeft beloofd nog waard is en wat we bereid zijn om daarvoor in ruil te geven.

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.

Ik ga even terug in de tijd, naar het gesprek tussen Charles de Gaulle en Eisenhower in 1960. Parijs en New York zouden moeten kunnen worden verwisseld. De Gaulle pleitte voor een sterke en onafhankelijke Europese identiteit, los van Amerikaanse invloed. Op gelijke voet, samenwerking en onafhankelijkheid, dat zijn woorden die vandaag ook een zekere spanning weerspiegelen.

We zouden vandaag Washington voor Brussel moeten kunnen wisselen. Er bestaat daarover inderdaad gerede twijfel en dat zit ook deels in uw antwoord. Vandaar dat we moeten opbouwen. We moeten niet blijven treuzelen om op militair vlak onze bescherming in eigen handen te nemen en onze economische competitiviteit op te krikken, wat we in Alden Biesen ook zullen doen. We moeten echter ook voorbereid zijn op elke vorm van dwang en over tegenmaatregelen beschikken, zodat we onze tanden kunnen laten zien op het moment dat het mes op tafel ligt.

Wat betreft het akkoord over Gaza, we moeten ons daarover beraden in de regering.

Meyrem Almaci:

Waar is Trumps winst? Laat ons niet naïef zijn, het feit dat hij rond de tafel zat met Rutte voor een ongeldige claim op Groenland, is winst. Het feit dat Oekraïne op de achtergrond is geraakt, is winst. Het feit dat hij de arm van Zelensky probeert om te wringen, dat de Board of Peace de VN uitholt, is winst. Er is dus inderdaad een methode in de waanzin.

Als het gaat over Gaza, moet ik wel zeggen dat ik het getalm van de regering opmerkelijk vind, omdat de maatregelen die ze heeft beslist nog altijd niet zijn uitgevoerd. Spanje heeft u ondertussen ingehaald en op veel kortere termijn beslissingen doorgevoerd, bijvoorbeeld wat betreft de erkenning. Daden spreken sterker dan woorden. Woorden klinken misschien wel goed. Hetzelfde geldt voor de antidwang en de F-35's. Dat is zogezegd een heel rationele beslissing; 1,5 miljard voor toestellen die er pas over tien jaar zullen zijn en waarvan de software-update kan worden uitgesteld door de VS.

Het is dus een kwestie van gezond verstand. De vraag is of we echt bereid zijn, en of u echt bereid bent, om de middelen in te zetten op het moment dat ze nodig zijn.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, u reageert zeer reactief als het aankomt op Mercosur en de onenigheid binnen uw regering. Ik begrijp dat tot op zekere hoogte, want u staat op dat vlak volledig machteloos. Als cd&v het akkoord blokkeert op Vlaams niveau, dan is dat een probleem. Als de MR en Les Engagés dat blokkeren op Waals niveau, dan is dat een probleem. Dat is niet op zich een probleem in het ijle, maar wel ú w probleem als regeringsleider. Er is maar één mogelijke conclusie: u hebt geen meerderheid wanneer het aankomt op internationaal beleid. Ons land heeft zich naar verluidt al zeventien keer onthouden in de Europese Raad. U wordt heel vaak als een keizer zonder kleren het veld ingestuurd. Dat vind ik onaanvaardbaar. Iedereen moet op dezelfde lijn zitten. U moet daadkrachtig zijn als premier. U moet de meerderheidspartijen overtuigen. Laat het op dat vlak in de toekomst verbeteren. Peter De Roover , voorzitter: Dank u wel, collega's. Ik dank ook collega Blondel voor de keurige wijze waarop hij het debat heeft gemodereerd. Dat betekent immers dat we ons stipt aan de tijdsafspraak kunnen houden. Ik dank alle vragenstellers en de premier voor zijn uitgebreide antwoord. We gaan ongetwijfeld nog een bijzonder vruchtbare dag tegemoet. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 9.57 uur. La réunion publique de commission est levée à 9 h 57.

Het decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst in België

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Lydia Mutyebele Ngoi bekritiseert dat België geen concreet plan heeft voor de VN-decennia 2025-2034 tegen racisme en discriminatie van Afro-Belgen, ondanks systematische discriminatie (70% meldt racistische incidenten) en geweld door politie/beveiliging. Ze eist structurele actie, inclusie op de arbeidsmarkt en culturele erkenning, en wijst op falend overheidsvoorbeeld (bv. onderrepresentatie in politiek). Minister Beenders bevestigt dat een interfederaal antiracismeplan (lancering september 2026) en de VN-decennie (start maart 2026) prioriteit zijn, na overleg met Unia, VN-experts en burgers. Hij prijs Mutyebeles inzet en belooft haar betrokkenheid bij de uitvoering.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, la Belgique compte aujourd'hui environ 450 000 personnes originaires d'Afrique subsaharienne. Un an après la fin de la première Décennie internationale des personnes d'ascendance africaine, et à l'aube d'une nouvelle décennie qui doit poursuivre les progrès tardifs permis par la première, la Belgique en demeure étonnamment absente. À ce jour, il semble que la Belgique n'ait préparé aucun plan de soutien concret à la décennie 2025-2034.

Cette décennie offre un cadre d'action mondial de l'ONU axé sur la reconnaissance, la justice et le développement. Elle vise à protéger les droits humains des afrodescendants, lutter contre le racisme et valoriser leur contribution. Un soutien actif est indispensable, dans ce contexte où des initiatives ont été prises tardivement à la fin de la première décennie. Le gouvernement de l'époque avait lancé l'appel à projets "À Nous l'Histoire".

Les discriminations demeurent criantes: 70 % des personnes d'origine subsaharienne disent avoir été victimes de discriminations ou de racisme au travail, un chiffre qui n'a pas évolué depuis 2016. Cette discrimination systémique est manifeste au sein-même de nos institutions, comme l'illustre l'affaire de ce bourgmestre flamand de Aalter, accusé de faire attendre plus longtemps les personnes d'origine étrangère lors de leur enregistrement à la commune. Elle se manifeste également dans l'espace public, y compris lors d'interventions de forces de l'ordre et d'agents.

En août dernier, par exemple, trois femmes noires, dont une dame habitant Vilvorde se prénommant Grace, et deux membres de sa famille, sont violemment interpellées à la gare du Nord par des agents de Securail qui les mettent à terre, les brutalisent sans réel motif. En novembre, un homme noir, Amara, avec son enfant en poussette à ses côtés, a été frappé avec une matraque par des policiers devant des femmes et enfants, encore une fois sans motif valable. En décembre, Adamo a été abattu par balle, dont une dans le dos, par la police namuroise, alors qu'il était en détresse psychologique.

Et, pendant ce temps, les discours d'extrême droite se multiplient et fracturent profondément notre société, en flattant et légitimant les inclinaisons racistes et xénophobes. Les associations de la diaspora africaine en Belgique n'attendent qu'une chose: qu'on leur donne enfin les moyens d'agir et de voir un gouvernement qui défend leurs droits, lutte contre les discriminations qu'elle subit et valorise leur culture et leur patrimoine. Il est temps de transformer les déclarations d'intention en actions courageuses, car l'inaction n'est pas une option.

Mes questions sont les suivantes. Comment expliquez-vous l’absence d’action jusqu’à présent? Quels engagements concrets comptez-vous prendre pour la nouvelle décennie? Pouvez-vous affirmer que cette question constitue une priorité pour votre cabinet? Quand un plan interfédéral de lutte contre le racisme prendra-t-il réellement forme, à l’instar de celui qui a vu le jour en Région bruxelloise? Je vous remercie.

Rob Beenders:

Merci pour votre question, madame Mutyebele. Je vous remercie également, car je reconnais clairement le problème que vous soulevez. Les chiffres restent préoccupants. Unia constate que les signalements liés à des critères raciaux demeurent très importants et l’étude récente de la Fondation Roi Baudouin confirme que les expériences de racisme restent très élevées. Les experts des Nations Unies appellent aussi à des réponses structurelles.

Dans ce contexte, le gouvernement fédéral a clairement inscrit son engagement dans l’accord de gouvernement, à savoir le développement d’un plan d’action interfédéral contre le racisme. C’est dans ce cadre que nous travaillons également à la concrétisation de la nouvelle décennie des Nations Unies en Belgique, en veillant à inclure l’ensemble des communautés d’origine africaine présentes dans notre pays. Depuis mon entrée en fonction, j’ai eu des échanges avec la société civile, ainsi qu’avec les experts des Nations Unies et les chercheurs ayant mené l’étude de la Fondation Roi Baudouin, afin d’intégrer ces enseignements dans ma politique.

L’outil central reste la Conférence interministérielle Égalité des chances et Lutte contre le racisme, lancée en octobre dernier avec les entités fédérées. Dans le cadre de cette Conférence interministérielle, j’ai proposé que le développement du plan d’action contre le racisme constitue une priorité, ce qui a été approuvé. Depuis lors, nous élaborons activement le contenu du plan, dont le lancement est prévu en septembre 2026.

En tant que ministre de l’Égalité des chances, je mets tout en œuvre pour honorer l’engagement pris par la Belgique il y a 20 ans à Durban. Pour la décennie, après une phase préparatoire, nous sommes désormais dans une phase de concrétisation. Le lancement formel est ainsi prévu en mars 2026 et j’espère vous y accueillir.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je suis contente de savoir qu'on va enfin pouvoir lancer un plan interfédéral et qu'on va pouvoir agir, je l'espère, de manière concrète.

Comme vous le savez, le racisme a plusieurs implications. Et, peut-être me direz-vous que ce que je vais vous dire n'a pas de lien avec notre discussion. Mais, dans le cadre de la limitation des allocations de chômage dans le temps, votre collègue, M. Clarinval, a dit que la plupart des personnes au chômage "ne sont pas belges". Moi-même, je ne suis pas belge. Beaucoup de non-Belges, même avec un diplôme universitaire, subissent la discrimination à l'embauche. Ayant un diplôme universitaire, cela m'a pris deux ans avant de trouver du travail. Pourquoi? Parce qu'on n'a jamais lutté activement contre la discrimination à l'embauche pour les personnes issues des minorités. Ceci doit figurer dans votre plan interfédéral.

Lorsque vous lancerez cette deuxième décennie, il faut que la Belgique puisse avoir des actions concrètes, structurelles et claires. Je vous donne un exemple, j'étais échevine de l'Égalité des chances à la Ville de Bruxelles. Qu'ai-je fait? Pour clôturer la décennie des afrodescendants, j'ai mis en place un centre culturel congolais ouvert aux cultures africaines, parce qu'il fallait un lieu d'expression des passions, un lieu où on apprend à lutter contre le racisme parce qu'on connaît la culture de l'autre. Il faut travailler sur des lieux communs où on se rencontre et on apprend à se connaître pour lutter contre le racisme et la xénophobie, encore beaucoup plus présents qu'on ne croit en Belgique.

Quand vous circulez dans les couloirs de notre Parlement, monsieur le ministre, combien de personnes d'ascendance africaine croisez-vous? Savez-vous que c'est la première fois que des personnes d'ascendance africaine sont élues? Si un parti politique n'affiche pas une volonté claire ou si, vous, gouvernement, État, ne montrez pas l'exemple, il ne faut pas s'attendre à ce que les associations ou les sociétés privées puissent lutter contre le racisme. L'exemple doit venir d'en haut et j'espère vraiment que vous continuerez à travailler activement dans ces matières. Je vous remercie.

Rob Beenders:

Madame Mutyebele, ce n'est pas dans mes habitudes de répliquer mais je tiens à vous féliciter pour votre intervention. Je ferai tout mon possible pour que le plan contre le racisme soit prêt en septembre 2026. Je voulais juste vous dire que nous étions partenaires et vous remercier pour tout ce que vous faites. Vous êtes un exemple.

De gevolgen van een eventueel Mercosur-akkoord
Mercosur
Het akkoord met de Mercosur-landen en de boerenbetogingen
De goedkeuring van het EU-Mercosur-akkoord en de gevolgen voor onze landbouwers
De goedkeuring van het Mercosur-EU-akkoord door het Coreper op 9 januari 2026
EU-Mercosur-akkoord, landbouwgevolgen en boerenprotesten

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Mercosur-handelsakkoord blijft fel omstreden, met landbouwsector en politieke verdeeldheid als kernpunten. Kritiek & standpunten: Het Vlaams Belang (Keuten) eist een nultolerantie voor EU-verboden pesticiden in geïmporteerde producten, zoals Frankrijk voorstelt, maar minister Clarinval (MR) beperkt zich tot versterkte controles (geen 100%-garantie) en benadrukt dat EU-normen al gelden. PS (Prévot) en Ecolo (Schlitz) bekritiseren het akkoord als ondemocratisch en milieuschadelijk, wijzen op oneerlijke concurrentie (lagere normen in Mercosur-landen) en budgetvermindering voor het FAVV (4-4,5%), wat controles ondermijnt. Clarinval stemde persoonlijk tegen in voorbereidende EU-overleg, maar België onthield zich door gebrek aan interne consensus. Economische vs. landbouwbelangen: Clarinval ziet exportkansen (diepvriesaardappelen, zuivel) maar erkent risico’s voor vlees- en suikersector; oppositionele partijen (ook De Smet, DéFI) eisen strengere waarborgen (mirror clauses, bindende milieunormen) en geen voorlopige toepassing tot het EU-Hof (CJUE) de juridische toets afrondt (18 maanden uitstel). Wallonië verzet zich, Vlaanderen steunt het akkoord.

Dieter Keuten:

Ik heb een vraag over het Mercosur-handelsakkoord, waarvoor onlangs nog enkele nieuwe stappen zijn gezet in het Europees Parlement.

Het Vlaams Belang is zeer trots en verheugd dat dankzij de steun van onze fractie in het Europees Parlement, de Patriotten voor Europa, de Mercosur-handelsovereenkomst nu aan een juridische toetsing wordt onderworpen. Dat is een overwinning van de democratie op de macht van de Europese Commissie. Dat betekent uiteraard niet dat het handelsakkoord van de baan is. Daarom blijft mijn vraag, zoals ik die begin dit jaar indiende, relevant.

De aanleiding voor mijn vraag, mijnheer de minister, was de aankondiging van de Franse regering dat zij de invoer wil opschorten van landbouw- en voedingsproducten die residuen bevatten van gewasbeschermingsmiddelen die binnen de EU verboden zijn. Frankrijk verwijst daarbij naar uit derde landen afkomstige producten die worden behandeld met stoffen die Europese landbouwers niet mogen gebruiken. Het gaat er dus om het gelijke speelveld te beschermen.

Mijnheer de minister, zeer recent had u nog overleg met het FAVV en het Agrofront, waarop u strengere controles op die stoffen beloofde. De Fransen wilden evenwel nog een stap verder gaan met een invoerverbod. Is België bereid dat Franse initiatief te volgen en te steunen?

Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

Charlotte Verkeyn:

Mijn vragen zijn intussen natuurlijk een klein beetje verouderd door de stappen die ondertussen zijn genomen. Mijn vraag peilde immers naar een stand van zaken en naar ons standpunt ten aanzien van het Mercosur-akkoord.

Het standpunt van onze fractie is dat er enerzijds de economische realiteit is, met handelsakkoorden en de vrije markt, wat voor heel wat sectoren goede vooruitzichten biedt. Anderzijds is er ook de realiteit voor onze landbouwers. Ook daar moeten acties worden ondernomen om na te gaan hoe we onze landbouwsector kunnen versterken.

In mijn vragen, die dus gedeeltelijk achterhaald zijn door de recente ontwikkelingen, behoud ik enkel de vragen die peilen naar de huidige stand van zaken. Wat is het huidige standpunt en wat zal er nog volgen?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, le 17 janvier, la présidente de la Commission européenne a signé l'accord avec le Mercosur et, permettez-moi de vous le dire, vous n'avez rien fait ou si peu pour l'en empêcher. Le 9 janvier, lors du vote crucial des États européens, vous avez donné à notre pays la consigne de s'abstenir. Une nouvelle fois, notre pays a adopté une position chèvre-choutiste, une spécialité belge lorsqu'il s'agit d'accords débridés.

En Wallonie, on entend la ministre Dalcq dire "Non, nous ne soutiendrons pas le Mercosur". Mais vous, ministre MR, que faites-vous au moment fatidique? Vous décidez de ne pas décider, dans une forme de résignation complice. Monsieur le ministre, je le dis depuis des années, il y a définitivement un MR des villes et un MR des champs. J'en veux pour preuve ultime les propos de votre président, Georges-Louis Bouchez, dans la DH la semaine dernière. Il évoquait le report de la ratification en ces termes – vous allez le reconnaître dès la première phrase –: "ils n'ont rien compris. C'est un outil formidable pour l'Europe, il faut créer du lien avec les pays d'Amérique du Sud".

Mais, heureusement, la démocratie est vivante. Et, ce 21 janvier, le Parlement européen a voté le renvoi du traité Mercosur devant la Cour de justice de l'Union européenne (CJUE). Pour notre agriculture, pour notre santé publique, pour nos exigences environnementales, c'est évidemment une victoire. La pression a payé, les mouvements de grogne des agricultrices et des agriculteurs ont payé. L'agriculture n'a pas été sacrifiée sur l'autel du libre-échange dérégulé, en tout cas, pas pour l'instant.

Bien entendu, ce n'est qu'une étape. Il y aura d'autres batailles à livrer, et une de ces batailles est justement le jeu serré qui a lieu actuellement entre le Parlement, la Commission et le Conseil autour de la question de savoir si l'accord avec le Mercosur s'appliquera provisoirement dans l'attente de la décision de la Cour de justice. Pour nous, au Parti socialiste, ce serait inadmissible. Il faut évidemment attendre la décision de la justice et respecter le vote du Parlement.

Monsieur le ministre, j'en viens maintenant à mes questions. Sur l'accord signé au Paraguay, que répondez-vous aux agricultrices et agriculteurs qui disent qu'il est inadapté, irrespectueux des producteurs et consommateurs européens, incohérent relativement à la reconnaissance du rôle stratégique de l'agriculture et incompatible avec ses objectifs environnementaux?

Sur l'application provisoire, le Conseil a un rôle à jouer puisqu'il a la prérogative juridique de l'application provisoire des traités et qu'il peut délivrer un message politique dans ses relations avec les autres institutions européennes. Dès lors, quelle est la position du gouvernement fédéral? Quelle est la position de la Belgique? Allez-vous faire tout ce qui est en votre pouvoir pour empêcher l'application provisoire du traité avec le Mercosur d'ici la décision de la CJUE et le vote sur l'adoption par le Parlement européen?

Et, enfin, c'est une question assez facile, mais j'aimerais vous entendre y répondre, pouvez-vous vous positionner officiellement? Êtes-vous pour l'accord du Mercosur, comme le député Georges-Louis Bouchez, ou êtes-vous encore un peu aux côtés des agriculteurs? Je vous remercie d'avance de vos réponses.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, le 9 janvier dernier, les 27 États membres de l'Union européenne ont adopté l'accord UE-Mercosur à la majorité qualifiée, malgré les votes contre de la France, de la Pologne, de la Hongrie et de l'Irlande. Notre pays s'est abstenu lors de ce vote, laissant donc passer une occasion de réaffirmer le soutien aux agriculteurs belges qui nous nourrissent. Plusieurs retournements de situation ont été observés depuis le dépôt de ma question, je l'ai donc complétée.

Une semaine plus tard, la Commission européenne, représentée par Ursula von der Leyen, a signé l'accord avec les pays du Mercosur au Paraguay. La veille de l'adoption, la présidente chypriote du Conseil de l'Union européenne a retiré une déclaration politique qui aurait conditionné l’accord commercial intérimaire (iTA) au vote préalable du Parlement européen, privant effectivement l'assemblée de son contrôle parlementaire.

Toutefois, mercredi dernier, une résolution émanant de notre députée écologiste Saskia Bricmont a été adoptée pour déclencher la saisine de la Cour de justice de l'Union européenne, qui a maintenant dix-huit mois pour vérifier la légalité de l'accord entre l'Union européenne et le Mercosur, ce qui suspend donc son exécution. Ce sont donc les parlementaires qui ont réussi à temporiser la conclusion de cet accord, en espérant qu'il puisse être modifié ou que d'autres pays puissent faire évoluer leur position.

Dans tout cela, les agriculteurs se retrouvent sur la sellette, ne sachant pas s'ils vont devoir faire concurrence à des producteurs d'Amérique latine qui ne sont pas sujets aux mêmes réglementations environnementales et sanitaires, alors qu'eux s'efforcent de produire local et de qualité.

Monsieur le ministre, quels arguments ont été avancés pour justifier le vote d'abstention le 9 janvier dernier? Pourquoi ne pas avoir rejoint la position de la France qui, elle, a changé sa position récemment et s'est dorénavant positionnée fermement contre cet accord?

Votre gouvernement envisage-t-il également la saisine de la Cour de justice de l’Union européenne, afin d'appuyer le caractère juridiquement instable de la décision de la Commission européenne de scinder l'accord en deux, contournant ainsi le contrôle parlementaire européen et national?

Quelles garanties offrez-vous à nos agriculteurs et à nos producteurs locaux? De manière plus générale, comment les soutenez-vous dans un contexte de libre-échange effréné, tel que soutenu par votre président de parti?

Je vous remercie.

François De Smet:

Monsieur le ministre, on ne va pas se mentir: il y a un dilemme. Il y a un dilemme Mercosur. On le voit effectivement dans l'attitude de votre parti politique puisque, entre l'attitude et les propos des députés européens du MR, qui font partie de ceux qui n'ont rien compris, d'après M. Bouchez, et le langage d'un M. Bouchez, il n'y a pas de ligne claire.

On peut le comprendre sur le plan du principe, en particulier quand on voit les tensions avec les États-Unis. Quand on se dit que l'Europe ne peut pas être en guerre commerciale avec le monde entier en même temps, on peut concevoir qu'un accord de libre-échange constitue un signal politique majeur pour le développement de l'économie de l'Union. Mais à une seule condition, qui n'est pas remplie aujourd'hui: c'est que le monde agricole et les éleveurs s'y retrouvent. Aujourd'hui, ce n'est pas le cas. L'inquiétude du monde agricole est légitime. Elle nécessite une réciprocité d'intérêts pour ce qui concerne la qualité des produits importés des pays du Mercosur, et surtout la viande.

Pour le secteur agricole belge, l'accord Mercosur ne peut être acceptable qu'à des conditions qui ne sont à ce stade pas réunies. Les agriculteurs redoutent avec raison une concurrence déloyale liée à l'ouverture du marché européen, à des importations de produits sensibles, notamment la viande bovine, la volaille, le sucre, produits à moindre coût dans des pays où les normes environnementales, sanitaires et de bien-être animal sont moins contraignantes.

Les quotas prévus et les clauses de sauvegarde existantes sont jugées, à raison, insuffisantes et trop lentes pour prévenir des perturbations rapides des marchés.

Le principe de réciprocité des normes, qui est central pour le monde agricole, n'est pas garanti de matière effective. L'accord ne prévoit pas de mécanisme suffisamment contraignant pour assurer que les produits importés respectent pleinement les standards européens, ni de contrôles renforcés permettant d'en vérifier l'application.

À cela s'ajoute un manque de garanties quant à la capacité réelle de l'Union de faire respecter ces engagements dans la durée.

Mes questions, monsieur le ministre, sont simples. Quelle est encore la marge de manœuvre pour tenter d'améliorer les textes, pour tenter de répondre aux préoccupations du monde agricole et faire en sorte que le Mercosur ne soit pas un traité dont ils seraient les perdants? Comment se présente, par ailleurs, le dossier de la réforme de la PAC dans ce contexte d'approbation du traité de libre échange Mercosur? Merci.

Voorzitter:

Je rappelle que M. le ministre est disponible jusque 18 h.

David Clarinval:

Mesdames et messieurs les députés, dans un contexte géopolitique marqué par des alliances historiques fragilisées, il est essentiel de diversifier nos débouchés à l'exportation. Il en va de notre souveraineté économique et de notre compétitivité.

Il convient toutefois par ailleurs que le libre marché s'applique de manière loyale et donc sans concurrence déloyale pour nos entreprises. C'est cet équilibre-là dont il s'agit aujourd'hui. Par ailleurs, ces objectifs peuvent se heurter à des préoccupations de certains secteurs.

Dans le cas du Mercosur, celles exprimées par le secteur agricole sont légitimes. Pris entre ces deux impératifs, l'accord avec le Mercosur a cristallisé des positions opposées. Les dernières semaines ont été marquées par plusieurs étapes institutionnelles importantes.

Op 9 januari 2026 heeft de Raad van de EU twee besluiten aangenomen waarbij de Europese Commissie werd gemachtigd om de economische partnerschapsovereenkomst en de interimhandelsovereenkomst met Mercosur te ondertekenen. Die overeenkomsten werden op 17 januari 2026 door beide partijen in Paraguay ondertekend, waardoor ze juridisch niet meer kunnen worden gewijzigd. Op 21 januari 2026 heeft het Europees Parlement beslist het Hof van Justitie van de Europese Unie te vatten om de conformiteit van het akkoord met de verdragen van de Unie te laten toetsen, wat heeft geleid tot een uitstel van de uitvoering ervan.

Aangezien we ons in de commissie voor Economie bevinden, wil ik ingaan op de economische impact van het Mercosur-akkoord.

Mijn administratie, de FOD Economie, heeft de opportuniteiten en uitdagingen gerelateerd aan het akkoord geanalyseerd. De oorspronkelijke studie en de aanvullende analyse zijn publiek toegankelijk op de website van de FOD Economie. Daaruit blijkt dat het Mercosur-akkoord reële opportuniteiten biedt voor de meeste industriële sectoren, zoals kunststoffen, machines en textiel, evenals voor bepaalde landbouwsectoren, zoals de aardappelsector, in het bijzonder die van diepgevroren aardappelproducten, een sector waarin België zich sterk heeft gespecialiseerd. Diepvriesaardappelen domineren nu al de Belgische export van voedingsmiddelen naar de Mercosur-landen, samen met maaltijdproducten. Daarnaast toont de studie aan dat er een sterk exportpotentieel bestaat voor appels en peren, zuivelproducten, melkpoeder, kaas, voedingsbereidingen op basis van vetten, suikerwaren, chocolade, gist, bier en preparaten voor diervoeding.

Wat de export van Europees varkensvlees betreft, schuilt de voornaamste bedreiging in de zeer concurrentiële positie van Brazilië op de internationale markt, meer bepaald op de Aziatische markt, wat de Europese exportmogelijkheden afremt. Tegelijkertijd zouden andere sectoren, zoals suiker en rundvlees, mogelijk meer negatieve effecten van het akkoord kunnen ondervinden.

Het is ook belangrijk te vermelden dat elk product dat in de Europese Unie wordt verkocht – ongeacht of het binnen de Unie wordt geproduceerd dan wel wordt ingevoerd – moet voldoen aan de sanitaire en fytosanitaire normen van de Europese Unie. De controles daarop vallen onder de bevoegdheid van het FAVV.

Je vais le répéter, parce que c'est essentiel. Il importe de mentionner que tout produit vendu dans l'Union, qu'il soit produit à l'intérieur de celle-ci ou importé, doive en respecter les normes sanitaires et phytosanitaires. Le respect de l'autocontrôle relève de la compétence de l'AFSCA. Les mêmes normes s'appliquent.

L'accord entre l'Union et le Mercosur n'apporte aucune modification à celles-ci. Ainsi, afin de répondre aux préoccupations de diverses parties prenantes, la Commission a proposé plusieurs mesures supplémentaires. Les mesures de sauvegarde, visant à protéger les produits européens sensibles contre une augmentation préjudiciable des importations en provenance du Mercosur, ont été renforcées. S'agissant des normes sanitaires et phytosanitaires, l'Union dispose de l'un des niveaux de sécurité alimentaire les plus élevés au monde. Afin de garantir le respect des normes et de faciliter la résolution rapide de tout problème éventuel, la Commission et le Brésil se sont engagés à nouer un dialogue de haut niveau sur ces points, en plus d'un Comité sanitaire et phytosanitaire EU-Mercosur dédié. L'Union européenne s'est également engagée de manière indépendante à augmenter le nombre d'audits et de contrôles dans les pays tiers et à renforcer les contrôles sur place.

En ce qui me concerne, mais j'endosse ici ma casquette de ministre de l'Agriculture, j'ai demandé à l'AFSCA de renforcer les contrôles aux frontières sur le respect des normes pour les produits importés parce que, certes, les normes sont identiques et elles doivent être respectées, mais des contrôles en suffisance sont nécessaires pour s'assurer que nos frontières ne constitueront pas une passoire pour des produits susceptibles de ne pas respecter nos normes.

Concernant l'harmonisation des normes de production, la Commission s'efforcera, conformément aux règles internationales, d'harmoniser davantage les normes de production applicables aux produits importés, notamment les pesticides.

Enfin, s'agissant du nouveau cadre financier pluriannuel, la Commission a déployé un solide filet de sécurité financière pour soutenir les agriculteurs au cas où l'accord entraînerait un effet préjudiciable sur les marchés agricoles de l'Union. C'est un mécanisme qui est déjà d'application et qui permet d'activer les clauses de sauvegarde en cas de chute de prix dans les marchés.

Malgré des dispositions intéressantes proposées par la Commission européenne, que je viens de rappeler, les discussions menées lors des réunions de coordination interfédérale, afin de définir une position de la Belgique, ont montré qu'il n'existait pas de consensus parmi les participants. Monsieur Prévot, puisque vous me demandez quelle fut ma position en tant que vice-premier, ministre de l'Agriculture et de l' É conomie, je puis vous dire que j'ai personnellement voté contre dans la DGE qui préparait l'avis du COREPER.

Cependant, n'étant pas seul à voter et vu qu'il y avait des votes contraires dans le chef d'autres collègues, nous avons pu constater qu'il n'y avait que des abstentions possibles pour la Belgique lors du vote au Conseil sur l'accord commercial intérimaire ainsi que sur les mesures de sauvegarde bilatérale.

Au cours des négociations, la Belgique a constamment souligné l'importance des mesures visant à protéger nos secteurs agricoles vulnérables, notamment dans les domaines des normes sanitaires.

Mesdames et Messieurs, en synthèse, je peux donc vous dire que, sur le plan économique, le Mercosur offre des opportunités pour nos secteurs économiques et pour certains sous-secteurs agricoles. Mais, dans le même temps, l'accord Mercosur conduit à des préoccupations légitimes, notamment dans d'autres sous-secteurs agricoles: pour les agriculteurs, il s'agit principalement la viande bovine, le poulet et le sucre.

Voilà pour ce qui est de l'état des lieux de la situation. J'espère avoir pu apporter toutes les réponses que vous attendiez.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister. U toont zich transparant over uw stemgedrag in de Coreper-vergadering. Dat is lovenswaardig en ik hoop dat we dat in de toekomst vaker zullen zien, dat vertegenwoordigers van uw regering transparant communiceren over wat er in die Europese achterkamers gebeurt. Zelfs voor ons, als volksvertegenwoordigers, is het bijzonder moeilijk om daar inzicht in te krijgen.

Dit gezegd zijnde heb ik van u helaas geen concreet antwoord gekregen over uw standpunt of over de positie van uw regering ten aanzien van het Franse voorstel om een stap verder te gaan op het vlak van clauses mirroir. Frankrijk wil in feite een nultolerantie instellen. België gaat de controles verhogen. Deze controles toetsen aan drempelwaarden. In Frankrijk wil men evolueren naar een nultolerantie voor het gebruik van pesticiden die in de EU niet zijn toegestaan.

Wij vragen u om hetzelfde te onderzoeken, om te gaan naar een nultolerantie en zo een absoluut gelijk speelveld te creëren voor onze boeren en landbouwers. Ik hoop dus in de toekomst een antwoord van u te krijgen op deze vraag.

David Clarinval:

Afin qu’il n’y ait aucun malentendu, je l'ai dit clairement hier en commission Agriculture, j'ai explicitement demandé à l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire de renforcer les contrôles des produits importés ainsi que les contrôles aux frontières. Je rappelle que les normes européennes doivent être respectées par les produits que nous importons. Nous devons donc davantage contrôler, et si des produits importés ne respectent pas les normes, ils seront détruits lors des contrôles.

La question est de savoir si nous serons en mesure de contrôler tous les lots. Il est clair que nous ne pouvons pas nous engager à contrôler 100 % des lots, mais en tout état de cause, je peux vous assurer que les contrôles vont augmenter et que les contrôleurs seront impitoyables à l'égard des produits qui ne satisferaient pas aux normes. Je voulais juste apporter cette précision. Nous n’utilisons pas le même vocabulaire que les Français, mais le résultat est le même.

Dieter Keuten:

Le résultat n’est pas le même, M. le ministre. Het is in dit geval nog steeds mogelijk dat voor producten die worden ingevoerd en die onder de Europese normen vallen, in het productieproces in een derde land middelen worden gebruikt die in Europa door onze landbouwers niet mogen worden gebruikt. Dat is het punt dat ik hier wil maken en waartegen Frankrijk strenger wil optreden.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het uitgebreide en transparante antwoord, waaruit enerzijds de voordelen blijken, maar anderzijds ook de bezorgdheden.

Op mijn vraag hoe het juridisch verder moet, zegt u dat de tekst blijft zoals hij is, omdat hij is ondertekend, maar de uitvoering wordt uitgesteld. Dat betekent dat er nog altijd problemen kunnen rijzen als er een controle komt. Een van de bezorgdheden van de boeren is dat dezelfde kwaliteitsnormen wel op papier zullen worden gerespecteerd, maar niet in de praktijk. U zegt dat u zich voorbereidt om dat risico tot een minimum te beperken.

Ik heb ook uw standpunt als minister van Landbouw gehoord. Ik ga ervan uit dat u de daad bij het woord zult voegen, omdat u de bezorgdheden van de boeren zeer goed begrijpt.

In die zin volstaat het antwoord voor mij op dit moment. Het is belangrijk om dit dossier goed in de gaten te houden en ook te bekijken hoe het zich op hoger niveau ontwikkelt. Dat is op dit moment nog koffiedik kijken voor iedereen.

Patrick Prévot:

Tout d'abord, merci, monsieur le ministre, d'avoir clarifié votre position personnelle. Vous avez donc voté contre, comme quoi au MR on peut s'opposer à son président sans nécessairement partir chez Les Engagés. Mais ce double discours reste évidemment interpellant: la ministre Dalcq et tous les ministres libéraux bombent le torse en Wallonie, et puis vous , in fine , venez nous dire que vous avez voté contre, mais que, "impuissanté", vous avez dû vous résoudre à porter une molle abstention pour notre pays. C'est évidemment quelque chose qui a le don d'agacer, et je pense que les agricultrices et les agriculteurs commencent à comprendre ce double discours. Puisque la Wallonie est contre cet accord, on a l'impression que c'est la Flandre qui mène la danse et que vous dansez comme ils sifflent. Cela pose un réel problème.

Vous avez rappelé – vous avez bien fait de le faire – que chaque produit provenant de l'Union européenne (UE) ou même hors UE doit respecter les mêmes règles que nos produits belges. C'est évidemment le minimum qu'on attend. Cependant, êtes-vous en mesure de garantir cela via l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA)? Il s'agit d'une véritable inquiétude. Avec cette concurrence déloyale qui est menée envers nos agricultrices et nos agriculteurs, on se retrouve avec le constat qu'il sera impossible de contrôler tout ce qui entre dans notre pays. Vous avez dit que vous aviez demandé à l'AFSCA de contrôler davantage. Mais cette agence va visiblement subir une cure d'amaigrissement, même si vous avez tenu à revenir sur les chiffres qui avaient été avancés par Testachats. Il y aura quand même une cure d'amaigrissement budgétaire. Vous allez demander à l'AFSCA et à ses agents de faire plus avec moins. Dès lors, je ne suis pas rassuré. J'ai l'impression que ce contrôle ne sera pas suffisamment efficace et que cette concurrence déloyale va malheureusement largement affecter notre secteur agricole, singulièrement si cet accord est voté.

David Clarinval:

Hier, en commission de l'Agriculture, nous avons eu un débat sur l'agriculture. Mme Schlitz et M. Prévot m'avaient interrogé sur ce sujet, mais ils n'étaient pas présents pour poser leurs questions – ce n'est pas un reproche.

(…): (…)

David Clarinval:

Non! J'ai répondu à toutes les questions.

Mais ce n'est pas grave. J'ai seulement dit hier que Testachats s'était trompé, cela peut arriver à tout le monde. Je ne sais pas comment Testachats est arrivé à un chiffre de 24 % de réduction du budget de l'AFSCA, c'est un chiffre fantaisiste. J'ai personnellement pris contact avec le porte-parole de Testachats, en lui disant que, la prochaine fois, avant de communiquer, il peut me contacter pour vérifier les chiffres et éviter un bad buzz .

Il n'en demeure pas moins qu'il y aura des économies à l'AFSCA, on est bien d'accord, mais je suis, en l'état actuel, incapable de vous dire exactement le chiffre qui sera demandé à cette agence. On est plutôt aux alentours, selon mes calculs qui doivent être validés par la ministre Matz, de 4 ou 4,5 %. C'est vrai qu'il y a un effort à faire, mais on est loin des 24 %. Je voulais juste dire ceci pour éviter les confusions.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, vous avez bien raison de revenir sur la clarification. Effectivement, votre estimation, en tout cas celle de votre cabinet, est plutôt de l'ordre d'une économie, ou en tout cas de réduction de budget de l'ordre de 4,5 %. Cela veut dire qu'il y a quand même une cure d'amaigrissement, même si elle est moins importante que celle qui était annoncée par Test-Achat.

Dès lors, ma question garde tout son sens. Vous allez quand même demander aux agents de l'AFSCA de faire plus avec moins. Ce n'est pas de nature à me rassurer.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.

J'ai plusieurs remarques à formuler. Premièrement, vous nous parlez d'un libre marché qui devrait s'appliquer de façon loyale. Mais, par essence, un libre marché va se manifester de manière déloyale, puisque que les normes ne sont pas les mêmes.

Vous évoquez un renforcement des contrôles, alors même que le budget de l’AFSCA est en diminution. Ce n'était pas 24 %, mais ne fût-ce que 5 % de diminution des effectifs ou des moyens alloués à l'AFSCA signifie une diminution des ressources pour pouvoir effectuer certaines missions. Quelles seront les missions affectées? Nous ne le savons pas encore.

Par ailleurs, il est illusoire de penser qu'on va pouvoir contrôler tous les conteneurs. Vous l’avez vous ‑ m ê me reconnu. Et je pense qu'il s'agit de proportions extrêmement faibles par rapport à l’ensemble des marchandises qui arriveront chez nous.

Le mal sera donc fait: pour la santé des citoyens, mais aussi en termes de concurrence déloyale vis ‑ à ‑ vis de nos producteurs et de nos commer ç ants. Car, compte tenu du co û t de la main ‑ d ’œ uvre l à ‑ bas et du prix de certaines marchandises, les co û ts resteront plus bas ici, m ê me en respectant les normes environnementales que vous mentionnez en lien avec l ’ AFSCA.

Donc, de toute façon, cela posera des problèmes, même si toutes les normes étaient respectées là-bas. Par ailleurs, cela pose un problème environnemental. Je ne vais pas vous faire un dessin. Nous savons à quel point l'augmentation de l'intensification de l'élevage là-bas va entrainer des déforestations. C'est documenté par les ONG en matière environnementale. Et cela, vous ne pourrez pas le contrôler. D'ailleurs, vous n’essayez même pas.

Vous nous parlez ensuite de débouchés. Nous pourrions, dites ‑ vous, exporter des patates congel é es vers l ’ Am é rique latine. Mais savez ‑ vous quel est le berceau de la pomme de terre, monsieur le ministre? Les premi è res traces remontent à environ 10 000 ans, dans la r é gion du lac Titicaca, entre le P é rou et la Bolivie. Les populations latino ‑ am é ricaines ont ‑ elles besoin de pommes de terre belges? La r é ponse est non.

Ce dossier constitue en réalité un déni total de démocratie. Les producteurs n'en veulent pas, les citoyens n'en veulent pas. Depuis des années, il y a des mobilisations, des pétitions, des manifestations contre ce traité. Et pourtant, la Commission et certains États, comme la Flandre ici, passent en force.

Quel est le sens d'exporter des pommes en Amérique latine pendant qu'on importe chez nous des Pink Lady d'Australie? Cela n'a aucun sens. Aujourd’hui, ce que nous devons faire, c’est relocaliser notre économie, soutenir nos producteurs locaux, favoriser les circuits courts, consommer des produits de qualité dont nous pouvons contrôler l’origine. C’est cela dont nous avons besoin en priorité. C’est bon pour l’économie, bon pour l’emploi, bon pour la santé des citoyens, et évidemment pour le climat et l’environnement.

Voilà des politiques qui auraient réellement du sens dans le contexte actuel.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Comme souvent, vous faites un compte rendu honnête de la situation, il faut le reconnaître, mais cela ne correspond pas à l'urgence du moment. Les mesures supplémentaires de la Commission européenne, comme nous avons tous pu le voir, notamment parce qu'elles sont tombées pendant les manifestations des éleveurs et des agriculteurs, sont jugées insuffisantes par les éleveurs. Vous ne l'ignorez pas. Ce qui est frustrant, c'est que je n'ai pas entendu grand-chose sur ce que vous estimez pouvoir encore faire pour améliorer les dispositions du traité. Je suppose dès lors que la réponse à cette question est "rien".

De economische relaties in de illegale nederzettingen
De importban op producten uit illegale Israëlische nederzettingen
Handel en beleid rond illegale Israëlische nederzettingen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Achraf El Yakhloufi (PVDA) en Els Van Hoof (Groen) bekritiseren dat België ondanks een akkoord van september 2025 nog steeds geen importverbod op producten uit illegale Israëlische nederzettingen uitvoert, terwijl de bezetting en nederzettingsuitbreiding doorgaan. Ze beschuldigen de regering van dubbelspel (humanitaire hulp vs. economische steun aan bezetting) en eisen concrete timing voor het verbod, verwijzend naar het Internationaal Gerechtshof dat de bezetting illegaal noemde. Minister Clarinval (MR) bevestigt dat een ontwerp-KB in voorbereiding is, maar benadrukt juridische complexiteit door EU-handelsregels, zonder duidelijke deadline te geven. Beide parlementsleden betwijfelen zijn urgentie en dringen aan op onmiddellijke uitvoering van het akkoord.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de voorzitter, de rollen zijn omgekeerd in vergelijking met in Turnhout; dat is ook eens fijn.

Mijnheer de minister, laat ons stoppen met rond de pot te draaien. We kijken nu al maanden naar een bloedbad in Palestina, in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, die meter voor meter wordt ingepikt.

U geeft aan dat de regering op Europa wacht. U weet wat dat betekent; dat is wachten op de laatste dwarsligger, op mensen die de beslissing bewust tegenhouden, niet wegens de inhoud maar puur wegens de symboliek, terwijl er elke dag onschuldige mensen sterven. Mijn geduld en dat van mijn partij is op.

Het is niet uit te leggen dat wij met de ene hand eten en dokters naar Palestina sturen, maar met de andere hand bedrijven geld laten verdienen aan de diefstal van grond. Is een dik handelscontract dan echt meer waard dan al die mensenlevens en het internationaal recht?

Toon dat België een ruggengraat heeft. Stop met praten over vrede terwijl wij de bezetting meefinancieren. Trek die rode lijn nu. Wij kunnen niet blijven beweren dat wij voor vrede zijn wanneer wij de oorlog meefinancieren. Toon dat België een ruggengraat heeft. Toon dat wij niet alleen praten over waarden maar ook handelen. Stop de business as usual want die business is besmeurd met bloed. Het is tijd om die rode lijn nu te trekken.

Mijnheer de minister, ik verwijs zo dadelijk naar mijn schriftelijke voorbereiding. Ik wil u alleen meegeven dat er begin september 2025 een akkoord is gesloten. Een van de punten uit dat akkoord is het importverbod. Mijn vraag is heel concreet wanneer dat verbod er zal zijn?

Voorzitter:

Mijnheer El Yakhloufi, voor alle duidelijkheid: ofwel verwijst u naar de schriftelijke versie van uw mondelinge vraag, ofwel stelt u uw mondelinge vraag. Ik geef het maar even mee.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de laatste woorden van de heer El Yakhloufi. Op 2 september 2025 werd inderdaad een akkoord gesloten om een reeks maatregelen te nemen tegen de aanhoudende Israëlische schendingen van het internationaal recht. De problematiek komt minder aan bod in de media en de bouw van nederzettingen loopt gewoon verder. Deze maand werden er nog 3.000 extra aangekondigd. Volgens de VN is er steeds meer bewijs van een apartheidsregime op de Westelijke Jordaanoever.

De regering heeft een importban voor producten uit de Israëlische nederzettingen ingevoerd, maar meer dan vier maanden na deze beslissing blijft deze maatregel dode letter. Ik heb uw collega-ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën hierover ook al vragen gesteld. Zowel minister Prévot als minister Jambon hebben verklaard dat zij het voorbereidend werk hebben gedaan en dit aan uw diensten hebben overgemaakt. Het is dringend tijd om dit koninklijk besluit naar de regeringstafel te brengen.

Kunt u ons daar duidelijkheid over verschaffen? Welke concrete problemen of moeilijkheden verhinderen dit? Welke maatregelen moeten worden uitgevoerd om dit proces te bespoedigen?

David Clarinval:

Geachte Kamerleden, ik heb mijn administratie, de FOD Economie, de opdracht gegeven om een ontwerp van koninklijk besluit uit te werken. Dit is momenteel het voorwerp van grondig technisch overleg tussen de FOD Economie en de FOD Financiën.

Het handelsbeleid valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie, wat de uitwerking van een nationale basis bijzonder complex maakt. Verordening 2015/478 voorziet evenwel in een uitzondering. Artikel 24, § 2, staat de lidstaten toe om verbodsbepalingen of controlemaatregelen vast te stellen om redenen van openbare orde, op voorwaarde dat de Commissie daarvan in kennis wordt gesteld. Dit artikel maakt het mogelijk om te handelen met eerbied voor het Europese kader, terwijl een nationale controlelaag wordt toegevoegd wanneer een aangelegenheid van openbare orde wordt vastgesteld.

Zodra het ontwerp van het koninklijk besluit is goedgekeurd door de bevoegde minister, kan het zijn wetgevend traject voortzetten.

Voorzitter: Roberto D'Amico.

Président: Roberto D'Amico.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, ik heb twee zaken gehoord.

Het eerste betreft het Europese verhaal. Mijnheer de minister, het Europese verhaal in dit dossier is een synoniem voor verlamming, terwijl wij wachten op landen die de bezetting openlijk steunen. Dat Europese verhaal is daarvoor niet nodig.

Ten tweede, wanneer u spreekt over complexiteit, wil ik u verwijzen naar het Internationaal Gerechtshof. Dat heeft in juli 2025 een zeer duidelijke uitspraak gedaan. De bezetting is illegaal en de lidstaten hebben de plicht om die niet te steunen. De plicht om die niet te steunen. Dat is de hoogste juridische instantie ter wereld.

Het enige wat ik u vraag, en daarover hebben we ook afspraken gemaakt in september, is wanneer die voorwaarden worden bekendgemaakt en uitgerold. Concreet, wanneer ligt dat importverbod op tafel en wanneer gaat het in uitvoering? Dat zijn mijn concrete vragen.

Ik heb daar jammer genoeg geen antwoord op gehoord en ik hoop dat alsnog te krijgen. Als dat niet nu is, dan zal ik daar opnieuw een vraag over stellen, maar ik hoop dat dat niet de manier van werken wordt. We hebben daarover immers een akkoord gesloten dus ik verwacht dus dat dat zo snel mogelijk worden uitgevoerd.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, u hebt op het einde van uw antwoord nogal cryptisch gezegd dat zodra het ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd is door de bevoegde minister, het zijn wetgevend traject kan voortzetten. U bent de bevoegde minister, dus ik hoop dat dat zo snel mogelijk zal gebeuren.

Ik weet van de andere ministers dat het voorbereidend werk is geleverd. Er zijn inderdaad nog bepaalde puntjes die moeten worden afgetoetst, maar wij verwachten dat dit koninklijk besluit snel op de regeringstafel komt om goedgekeurd te worden en op die manier uitvoering te geven aan het akkoord van 2 september; een heel gevoelig akkoord, overigens.

Voorzitter:

La question n° 56012008C de M. De Smet est sans objet puisqu'il est absent. La question n° 56012101C de M. Bayet est transformée en question écrite.

De Belgische bankensector en de Congolese mijnbouw

Gesteld door

lijst: Vooruit Niels Tas

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Niels Tas wijst op een kritisch rapport (11.11.11/Oxfam) dat aantoont hoe BNP Paribas en ING 20 miljard dollar lenen aan mijnbouwbedrijven met slechte ESG-scores (minder dan 40%), gekoppeld aan mensenrechtenschendingen (o.a. geweld bij Kamoa-Kakula-mijn in Congo), en pleit voor strikte toepassing van de CSDDD op banken en verplichte sociale criteria in EU-handelsakkoorden. Minister Jan Jambon bevestigt dat banken reeds risicobeleid voeren (via de 6de Capital Requirements Directive) en dat de CSDDD de financiële sector bewust uitsloot voor downstream-activiteiten (te complex, vrees voor financieringsbelemmering), maar benadrukt dat EU-handelsakkoorden wel sociale en ecologische normen moeten handhaven zoals in het regeerakkoord vastgelegd. Tas erkent het spanningsveld (nood aan mineralen vs. ethische ontginning) en dringt aan op EU-brede actie, aangezien nationale maatregelen onvoldoende zijn. Daerden en Dufrane schuiven hun verwante vragen door naar schriftelijk of later moment.

Niels Tas:

Mijnheer de minister, enkele weken geleden publiceerde 11.11.11, in samenwerking met Oxfam en Fair Finance International, het nieuwe rapport Financing Critical Minerals but Failing Critical Safeguards . Uit de studie, die breed werd opgepikt in de binnen- en buitenlandse pers, blijkt dat de Europese financiële sector onvoldoende garanties biedt voor een eerlijke energietransitie. De cijfers zijn sprekend: BNP Paribas en ING verstrekten samen bijna 20 miljard dollar aan mijnbouwbedrijven, ondanks dat hun beleid op vlak van mensenrechten en milieu als ondermaats wordt beoordeeld, met minder dan vier op tien. De impact hiervan wordt concreet gemaakt door de organisatie L'Initiative Bonne Gouvernance et Droits Humains of IBGDH in de Democratische Republiek Congo. Zij rapporteerde over de Kamoa-Kakulamijn, waar in april 2025 nog 72 arrestaties en gewelddadige incidenten plaatsvonden tijdens protesten van de lokale bevolking.

Gezien de ernst van de feiten heb ik de volgende vragen. Hebt u kennisgenomen van de bevindingen over de Belgische grootbanken en hun lage scores op ESG-criteria?

Is er reeds overleg geweest met de sector of de opstellers van het rapport over de feiten?

De auteurs pleiten ervoor de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) onverkort toe te passen op de financiële sector. Steunt u dat standpunt zodat wegkijken onmogelijk wordt?

Hoe staat u tegenover de vraag om in Europees verband strikte sociale criteria te gebruiken voor de verwerking van kritieke mineralen en de naleving ervan ook op te nemen in alle handelsakkoorden, zoals aanbevolen in het rapport?

Jan Jambon:

Mijnheer Tas, het rapport onderstreept en weerspiegelt het belang van kritieke mineralen in onze economie, zeker met het oog op de groene en digitale transitie. Nationale veiligheid, gezondheidszorg, schone energie, om er enkele te noemen, hangen af van kritieke mineralen. Dat maakt de financiering van of de investeringen van ondernemingen die kritieke mineralen produceren of ze nodig hebben, belangrijk.

Het spreekt voor zich dat banken in hun risicobeleid maatregelen moeten nemen om de gerelateerde risico’s in de toeleveringsketen te beheren. Dat is vandaag al het geval. Men moet rekening houden met de kwetsbaarheden van die toeleveringsketen op onder ander geopolitiek vlak en op het vlak van de mensenrechten. De omzetting van de zesde Capital Requirements Directive verankert de vereisten dan ook in de Bankenwet.

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) maakt deel uit van het eerste omnibuspakket dat de Europese Commissie in februari van vorig jaar gepubliceerd heeft. Het doel van het pakket is de competitiviteit in de EU te versterken en administratieve lasten voor bedrijven te verminderen, zonder afbreuk te doen aan de onderlinge beleidsdoelstellingen.

Inzake de financiële sector wil ik graag benadrukken dat die in de initiële versie van CSDDD uiteindelijk werd uitgesloten wat zijn financieringsactiviteiten betreft, de zogenaamde downstreamactiviteiten. De Europese wetgever vond immers de toepassing op financiële instellingen in dergelijke gevallen te complex en vreesde dat dat de toegang tot financiering zou bemoeilijken. Dat aspect lag ook niet op de tafel voor het omnibuspakket, dat daaromtrent dan ook geen wijzigingen aanbracht.

Omwille van onze open strategische autonomie moeten we onze aanvoerbronnen diversifiëren. Het is belangrijk dat we ambitieuze open en rechtvaardige handels- en investeringsakkoorden sluiten op het EU-niveau. Conform het regeerakkoord waken we bij vrijhandelsakkoorden over het respect voor de mensenrechten en over de opname van sociale en ecologische standaarden zoals die vandaag worden toegepast door de Europese Commissie, alsook over het respect voor de afspraken in internationale verdragen.

Niels Tas:

Mijnheer de minister, ik erken dat het een moeilijk evenwicht is: enerzijds zijn de kritieke mineralen nodig voor onze economie en is daarvoor financiering nodig en anderzijds moet de ontginning ervan op een veilige, eerlijke en correcte manier gebeuren.

Ik ben er in ieder geval van overtuigd dat we de kwestie inderdaad vooral op Europees niveau verder zullen moeten opnemen. België kan ter zake niet alleen maatregelen nemen. Ik ga er tegelijk van uit dat we dergelijke projecten blijven financieren conform vastgestelde standaarden.

Voorzitter:

M. Frédéric Daerden a demandé la transformation de sa question n° 56011208C en question écrite. M. Anthony Dufrane a demandé le report de sa question n° 56011386C.

De evolutie van de veiligheidssituatie in Syrië en de impact ervan op de FTF's
De ontsnapping van IS-gevangenen in Syrië
De veiligheidsontwikkelingen in Syrië en gevolgen voor FTF's en IS-ontsnappingen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 28 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de veiligheidsrisico’s van ontsnapte IS-strijders uit Syrië, met name de 11 Belgische gedetineerden (10 mannen, 8 vrouwen + 9 kinderen) en hun opvolging door de Veiligheid van de Staat (VSSE) en OCAM. Minister Verlinden bevestigt dat geen Belgische IS’ers ontsnapt zijn, maar waarschuwt voor de chaotische situatie na Koerdische machtsverlies en mogelijke overdrachten naar Irak; ze benadrukt internationale samenwerking en dreigingsmonitoring via de TER-strategie. De Maegd (kritisch) wijst op het humanitaire en veiligheidsrisico door 10.000 gedetineerde IS’ers uit 40 landen en eist transparantie over de verdwenen negende Belgische vrouw uit kamp Al-Hol. Van Hoecke (beschuldigend) eist een absoluut terugkeerverbod voor IS-sympathisanten zoals Besime Car (ex-IS-politieagente) en bekritiseert dat het regeerakkoord hierin te vaag is; hij noemt terugkeer "onaanvaardbaar" en hekelt gebrek aan politieke consensus hierover.

Michel De Maegd:

Madame la ministre, comme j'ai déjà eu l'occasion de le dire en séance plénière voici deux semaines, la situation au Nord-Est de la Syrie est extrêmement inquiétante. Pour citer un seul exemple, le drapeau de Daech flotte à nouveau sur la ville très symbolique de Kobané, laquelle avait été reprise par les forces kurdes à Daech voici dix ans. Des affrontements armés d'ampleur ont eu lieu, des exactions inacceptables se sont déroulées, entraînant, sinon un retrait, du moins l'affaiblissement de forces démocratiques syriennes jusqu'à présent chargées de la gestion de centres de détention d'anciens membres de l'organisation terroriste Daech. Des informations font désormais état d'évasions ou de fuites de certains détenus, sans que des chiffres définitifs puissent être fournis.

Ces faits ravivent des inquiétudes majeures quant au sort des combattants terroristes étrangers qui y sont détenus, au nombre de 10 000 et en provenance de 40 pays différents. Parmi eux figurent des individus issus de Belgique, sans nécessairement en avoir la nationalité, mais qui sont venus de notre pays et dont la prise en charge et le suivi constituent un enjeu direct de sécurité nationale, mais aussi de justice et de respect de l' É tat de droit.

Dans ce contexte particulièrement préoccupant, madame la ministre, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Disposez-vous, à ce stade, d'informations confirmées ou actualisées concernant le nombre de ressortissants venus de Belgique susceptibles d'être encore détenus en Syrie? L'OCAM parle de douze hommes et de neuf femmes – huit dans le camp de Al-Roj, une dans celui Al-Hol qui a été ouvert par les forces syriennes. Quelles sont les voies de coopération judiciaire et sécuritaire internationale actuellement mobilisées par la Belgique afin d'obtenir des informations fiables sur la localisation et le contrôle effectif de ces personnes? Comment la Belgique entend-elle garantir que la lutte contre l'impunité des crimes terroristes demeure pleinement effective, y compris dans l'hypothèse d'une dispersion, d'une fuite ou d'une remise en circulation de combattants précédemment détenus dans cette région?

Alexander Van Hoecke:

Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

Volgens de Syrische regering zijn bij gevechten in het noordoosten van Syrië ongeveer 120 leden van de terreurgroep Islamitische Staat ontsnapt uit een gevangenis. Regeringstroepen hebben in de stad Al-Shaddadah, in de provincie Al-Hasakah, gezocht naar de voortvluchtigen en intussen 80 personen gearresteerd, zegt het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken.

Ook het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldde dat een “groot aantal" IS-leden was ontsnapt. Volgens de Koerdische militiegroep de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) gaat het om veel meer, namelijk ongeveer 1.500 IS-strijders die uit de gevangenis zijn ontsnapt.

Volgens SDF hebben bondgenoten van de regering in Damascus meerdere gevangenissen in het noordoosten aangevallen waar IS-leden zijn ondergebracht, ondanks een staakt-het-vuren dat zondag was afgekondigd. De SDF-troepen hebben daardoor geen controle meer.

De Koerdische milities controleerden tot nu toe de gevangenissen, maar volgens het akkoord van zondag moest de SDF de gevangenen overdragen aan de Syrische regering. De vrees bestaat dat IS van de chaotische situatie gebruik zal maken om aan terrein te winnen.

Dergelijke ontsnappingen vormen een bijzonder groot risico, niet alleen voor Europa, maar ook voor België.

Kan de minister toelichting geven in welke mate de veiligheidsdiensten deze dreiging opvolgen?

Heeft de minister kennis van Belgische IS-strijders die zouden ontsnapt zijn? Hoeveel Belgische IS-strijders bevinden zich in deze kampen? Op welke manier worden deze opgevolgd?

Bestaat er een protocol dat in werking treedt wanneer er Belgische IS-strijders zouden zijn ontsnapt? Hoe ziet dit protocol eruit? Hoe wordt onze samenleving tegen deze potentiële dreiging beschermd door onze veiligheidsdiensten?

Vrijdag komt in Brussel nog een zaak voor van Besime Car, die met haar kinderen vastzit in al-Roj. Wat is de positie van het OM en kan de minister verzekeren dat deze regering nooit zal toestaan dat personen die naar het buitenland trokken om zich aan te sluiten bij IS of een andere terroristische organisatie kunnen terugkeren?

Annelies Verlinden:

Dans le cadre de leurs compétences légales, la Sûreté de l’ É tat (VSSE) et l’Organe de coordination pour l’analyse de la menace (OCAM) assurent un suivi de la situation des combattants terroristes étrangers de nationalité belge, y compris ceux qui se trouvent dans les centres de détention, les prisons et les camps dans le Nord-Est de la Syrie.

De VSSE werkt daarvoor nauw samen met de Belgische partners, evenals met internationale partners. In het kader van de strategie TER zijn meerderjarige, aan België gelinkte FTF’ers opgenomen in de GGB TER en worden ze opgevolgd door de local task forces die bevoegd zijn voor hun voormalige woonplaats. Minderjarigen die betrokken zijn, worden eveneens meegenomen in het kader van de opvolging van hun ouders. Het OCAD werkt de dreigingsevaluatie van die personen bij op basis van de beschikbare en bevestigde informatie van de partnerdiensten in de strategie TER.

Volgens de informatie waarover de VSSE op 27 januari 2026 beschikte, zouden elf aan België gelinkte mannelijke FTF’ers in een gevangenis in het noordoosten van Syrië hebben verbleven. Dat cijfer is sinds vorige week gewijzigd, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat een mannelijke Belgische FTF’er zeer recent werd overgebracht naar een gevangenis in Irak. Dat kadert in de bredere overbrenging van IS-gedetineerden uit gevangenissen in het noordoosten van Syrië naar gevangenissen in Irak, zoals ook aangekondigd door de Amerikaanse autoriteiten.

In kampen in dezelfde regio zouden nog acht aan België gelinkte vrouwelijke FTF’ers en negen kinderen verblijven.

Selon les informations dont nous disposons actuellement, aucun combattant terroriste étranger lié à la Belgique ne s'est évadé de prison. Les services de renseignements et de sécurité continuent de suivre le développement de cette situation et cela en concertation avec leurs partenaires nationaux et internationaux. Pour conclure, il ne m'appartient pas d'entrer dans les détails des dossiers individuels.

Michel De Maegd:

Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Je vois que les chiffres ont été actualisés depuis la semaine dernière, puisqu'on parle maintenant d'un transfert masculin vers l'Irak et de huit femmes, alors que jusqu'à présent, c'étaient neuf femmes venues de Belgique: huit au camp de Al-Roj et une au camp d' Al-Hol, qui a été ouvert. Donc, c'est important, évidemment, de garder la vigilance et de savoir ce que cette femme qui était dans le camp d'Al-hol, la neuvième, est devenue. Ce qui se joue aujourd'hui en Syrie est une tragédie humaine sans nom. Cela constitue aussi un enjeu direct de sécurité pour nos concitoyens en Belgique.

Là-bas, des civils paient une nouvelle fois le prix fort: exactions, massacres, déplacements forcés, insécurité permanente. Cette dégradation dramatique a donc aussi des conséquences préoccupantes chez nous. Des terroristes aguerris sont désormais susceptibles de se retrouver en liberté, sans contrôle clair, sans suivi, sans cadre judiciaire. La lutte contre le terrorisme ne s'arrête donc pas aux frontières. La justice non plus.

Il est impératif de savoir où se trouvent ces individus, quel est leur statut, comment empêcher qu'ils disparaissent dans la nature. Je rappelle le chiffre global de 10 000 combattants de Daech qui seraient venus de 40 pays différents et qui seraient actuellement emprisonnés dans la région.

Protéger les civils syriens et protéger les Belges vont de pair. L'OCAM l'a affirmé il y a encore quelques jours à peine. Je vous remercie donc pour votre extrême vigilance dans ce dossier.

Alexander Van Hoecke:

Ik dank u, mevrouw de minister, voor de update.

U hebt niet geantwoord op mijn vraag over Besime Car, die met haar vier kinderen vastzit in al-Roj. Zij moest als politieagente voor IS toezicht houden op de naleving van de zeden en maakte zich daarbij schuldig aan verschillende mensenrechtenschendingen. De zaak van die vrouw kwam afgelopen vrijdag voor in Brussel. Ik had gevraagd wat de positie van het openbaar ministerie was en of u nogmaals kon verzekeren dat de regering nooit zal toestaan dat personen die naar het buitenland trokken om zich aan te sluiten bij IS of een andere terroristische organisatie, terug kunnen keren. In het regeerakkoord houdt men daar een slag om de arm. Daarom had ik die garantie graag van u gekregen.

Eigenlijk zouden we ons allemaal geen zorgen meer mogen maken over IS-terroristen. We zouden er toch van mogen uitgaan dat terroristen die onze samenleving op de meest letterlijke manier de oorlog verklaarden, nooit meer kunnen terugkeren. Ik was dan ook enigszins verbaasd over het feit dat sommigen in het debat van vorige week volhielden om dergelijke individuen terug te halen. Ik begrijp dat oprecht niet; ik kan er echt niet bij dat er geen consensus over bestaat, over de partijgrenzen heen, dat iemand die naar Syrië of Irak is getrokken om zich daar schuldig te maken aan de meest gruwelijke en walgelijke mensenrechtenschendingen ooit, en die letterlijk afstand neemt van onze samenleving en onze samenleving de oorlog verklaart, nooit nog terug mag keren.

Ik zal mijn laatste vraag opnieuw schriftelijk indienen en ik zal het antwoord dat u hebt gegeven, nader analyseren.

Voorzitter:

La question n° 56012750C de M. Van Rooy est reportée à sa demande. La question n° 56012762C de M. Dufrane est transformée en question écrite.

De vaccinatie van pluimvee tegen de vogelgriep
De vogelgriep: vaccinatie, preventiebeleid en Europees gelijk speelveld
De impact van de trage aanpak van de vogelgriepuitbraken in Frankrijk op Vlaamse pluimveehouderijen
De verspreiding van de vogelgriep in België
Antistoffen van vogelgriep bij melkvee
Vogelgriep bij melkkoeien
Vogelgriep: preventie, verspreiding, impact en vaccinatie bij pluimvee en melkvee

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De vogelgriepcrisis in België – met 10+ haarden in West-Vlaanderen en economische schade (€12,7 miljoen sinds 2022) – domineert het debat, waarbij vaccinatie als mogelijke oplossing centraal staat, maar Europese handelsbarrières, kosten en gebrek aan uniform beleid belangrijke belemmeringen vormen, aldus minister Clarinval. Hij bevestigt dat een werkgroep de haalbaarheid onderzoekt, maar benadrukt dat Frankrijk (vaccinatie van eenden) een ander economisch model hanteert en waarschuwt voor exportrisico’s door embargo’s van derde landen. Kritiek van parlementsleden (De Knop, Bury) luidt dat België te reactief is en geen concreet preventieplan heeft, terwijl nieuwe risico’s – zoals vogelgriep bij melkvee (Nederland, 2026) – onbeantwoord blijven door tijdsgebrek. Clarinval belooft Europese lobby voor meer cofinanciering (nu gedaald van 50% naar 20%) en betere grenscoördinatie met Frankrijk, maar concrete stappen ontbreken nog.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dit is een belangrijk onderwerp. De vogelgriep heeft weer toegeslagen. Weliswaar verliepen de besmettingen nu via wilde vogels, maar sowieso heeft dat een heel zware impact op de Belgische pluimveehouderij. Ik heb begrepen dat het heel actueel is en dat er momenteel een tiental besmettingshaarden zijn in West-Vlaanderen.

Uiteraard is er een preventiebeleid, dat vooral gericht is op het garanderen van de bioveiligheid, het monitoren en het ruimen in het geval dat zich besmettingen zouden voordoen.

Helaas ondervinden getroffen bedrijven zware economische schade. Een deel van de onkosten wordt vergoed vanuit het Sanitair Fonds, maar u weet ook dat dat slechts het topje van de ijsberg is en dat er geen rekening met de totale economische schade wordt gehouden.

Daarom is het ook logisch dat de sector nadenkt over een vaccinatiebeleid om uitbraken in de toekomst te kunnen voorkomen en om massale ruimingen te kunnen beperken. Dat brengt uiteraard eveneens kosten met zich mee en het vereist ook een strikt monitoringskader op Europees niveau en liefst ook een Europees uniform beleid. Ik heb immers begrepen dat vaccinatie ook een impact op de economische valorisatie kan hebben.

Dat vaccinatie geen overbodige luxe is, bewijst de evolutie van de aard van de vogelgriep, waarbij bepaalde varianten zich ook verplaatsen naar andere dieren, bijvoorbeeld rundvee.

Ik ben ook geen wetenschapper, mijnheer de minister, maar ik heb begrepen dat het risico op overdracht naar de mens ook niet onbestaande zou zijn, waardoor nog meer preventie en risico-inperking absoluut noodzakelijk zijn.

Mijnheer de minister, hoe staat u tegenover de vaccinatie tegen vogelgriep voor leg- en vleeskippen? Vindt u dat een wenselijke optie? Heeft het FAVV al kunnen nagaan welke ervaringen men in onze directe buurlanden heeft met vaccinatie tegen vogelgriep? Acht u een Belgische vaccinatiestrategie verantwoord, zonder garanties inzake een gelijk speelveld op de Europese markt? Bent u bereid om dat dossier op de Europese agenda te zetten en te pleiten voor een geïntegreerde aanpak van vogelgrieppreventie?

Daaraan wil ik vragen toevoegen over de uitbraak van het vogelgriepvirus in Noord-Frankrijk en de impact daarvan op de West-Vlaamse pluimveehouderijen. Ik ga meteen over tot mijn vragen.

Welke conclusies trekt u uit het feit dat de ruimingen in het Noord-Franse bedrijf zo traag zijn verlopen? Wat is de impact daarvan op onze grensregio? Op welke manier kunnen we die regio beter beschermen tegen uitbraken?

Op welke manier wilt u dat aankaarten in het overleg met de Franse overheid, met het oog op een snellere en meer gecoördineerde aanpak van haarden in grensgebieden? Ik heb daarnet gehoord dat u de minister hebt gesproken, hopelijk ook over dat thema.

Is het mogelijk dat vanuit het FAVV en Sciensano ondersteuning wordt geboden aan de bevoegde Franse autoriteiten, zodat zij de goede praktijken uit België, met name de snelle ruimingen, beter kunnen toepassen?

Kan er een economische impactanalyse worden gemaakt van die uitbraken, zowel op bedrijfsniveau als op sectorniveau, om de gevolgen en de marktverstoring na het opheffen van de zones correct te kunnen inschatten?

Welke preventieve of bewarende maatregelen kunnen het FAVV en Sciensano nog nemen om pluimveebedrijven beter te beschermen tegen de gevolgen van vogelgriepuitbraken? We worden klaarblijkelijk met de regelmaat van de klok opnieuw geconfronteerd met uitbraken, en met besmettingsrisico’s als gevolg.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de vragen over het vaccinatie- en preventiebeleid en het Europees gelijk speelveld, dat dringend moet worden bekeken. Ik heb twee vragen ingediend, maar ik breng alleen de vragen aan die nog niet gesteld zijn.

Op 23 januari, enkele dagen geleden, werd vogelgriep vastgesteld bij een melkkoe. Is dat signaal al besproken binnen Sciensano, de Risk Assessment Group of de Risk Management Group? Werd er een voorlopige inschatting gegeven?

Wordt in België of Vlaanderen vandaag al actief gemonitord op vogelgriep bij runderen? Dat zou bijvoorbeeld kunnen via melkmonsters, tankmelk of serologie.

Deelt u ook de inschatting dat het laag volksgezondheidsrisico nu eerder als een zorgwekkende nieuwe ontwikkeling moet worden beschouwd? Zult u daarvoor bijkomend risicobeoordelingsonderzoek laten uitvoeren?

Acht u het aangewezen om het Vlaams en Belgisch draaiboek rond vogelgriep en mogelijke zoönosen uit te breiden met een expliciet luik rond melkvee?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, à l'heure d'écrire ces lignes, j'apprenais que les oiseaux retrouvés morts à l'étang de Pécrot, un village du Brabant wallon, étaient positifs à la grippe aviaire. Peu avant, la presse nous communiquait qu'un foyer de la maladie avait été détecté dans un élevage de volailles à Dixmude, en Flandre occidentale, donnant lieu à un abattage comme le veut le protocole.

Depuis l'automne 2025, des foyers ont été détectés dans 19 élevages de volailles et chez deux éleveurs amateurs. Les pays voisins sont également touchés.

Le 17 décembre 2025, vous nous communiquiez, monsieur le ministre, au sein de cette commission, qu'entre 2022 et 2024, "l'AFSCA avait mobilisé la réserve de crise pour un montant total de 6,689 millions d'euros (…). Il est en outre estimé qu'au moins 1,4 million d'euros supplémentaire sera nécessaire pour continuer à gérer les épidémies en cours. Dès lors, la réserve de crise prévue, fixée à 10 millions d'euros, s'avère insuffisante. Un dossier est en cours de préparation afin de solliciter un budget auprès du Conseil des ministres. L'AFSCA reconstituera ses réserves dès que possible, notamment grâce au cofinancement prévu par l'Union européenne dans le cadre de la lutte contre la grippe aviaire."

Monsieur le ministre, pourriez-vous faire le point sur la situation concernant la propagation du virus de la grippe aviaire sur notre territoire? Le gouvernement ayant entamé l'année 2026 avec les douzièmes provisoires, pourriez-vous nous communiquer les réserves budgétaires actuelles et à venir de l'AFSCA dans sa lutte contre la propagation de maladies? Comment l'Union européenne participe-t-elle au cofinancement de la lutte contre cette maladie qui devient endémique? Où en est la question de la vaccination déjà existante en France pour les canards?

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, antistoffen tegen vogelgriep zijn voor zover bekend niet eerder aangetoond bij melkvee in Europa, maar zoals mevrouw Bury daarnet aangaf, is daar enkele dagen geleden toch verandering in gekomen in Nederland. Op 15 januari werd melkvee op een bedrijf waar een besmette kat met vogelgriep werd aangetroffen, gescreend via een steekproef. Er bleken geen zieke dieren aanwezig te zijn, maar er werd daarnaast ook onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van antistoffen. Die werden wel gevonden in melkmonsters van één koe. Dat duidt dus effectief op een doorgemaakte infectie van het virus bij die koe.

Dat voorval in ons buurland moet ons zorgen baren, want ook ons eigen land is vatbaar voor zoönotische infecties, vanwege de hoge dichtheid van de veestapel en de nabijheid van de veestapel bij de bevolking, zeker wanneer we meerdere meldingen krijgen van vogelgriepuitbraken verspreid over het hele land.

Mijnheer de minister, zullen er naar aanleiding van dat recente voorval in Nederland ook in België steekproeven worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van antistoffen bij melkvee? Zullen stalen van melk worden gecontroleerd of zal eventueel afvalwater van melkveebedrijven worden gescreend?

Wat is daarnaast de rol van Sciensano daarin? Is Sciensano het referentielaboratorium?

Zal er een aanbeveling van het FAVV komen over de consumptie van rauwe melk, eventueel nadat controles hebben plaatsgevonden?

David Clarinval:

Tout d’abord, en ce qui concerne les questions relatives à la vaccination, je rappelle souvent qu'elle constitue une mesure supplémentaire au sein d’une stratégie plus large de lutte contre la grippe aviaire. Un groupe de travail spécifiquement dédié à la vaccination contre la grippe aviaire a été mis en place par le SPF Santé publique afin de définir une stratégie de vaccination adaptée.

Toutefois, des obstacles majeurs doivent encore être surmontés afin d’envisager une vaccination à grande échelle en Belgique, notamment la disponibilité de vaccins appropriés et efficaces, la faisabilité pratique de leur mise en œuvre, les restrictions commerciales imposées par des pays tiers, ainsi que la nécessité d’un contrôle rigoureux des exploitations vaccinées pour garantir qu’aucun virus ne s’y introduise.

Ces défis font actuellement l’objet d’analyses approfondies tant au niveau national qu’au niveau européen. L’Organisation mondiale de la santé animale (OMSA) et la Commission européenne ont mis à jour leurs codes afin d’autoriser et d’encadrer la vaccination contre l’influenza aviaire hautement pathogène (IAHP).

Au niveau européen, les mouvements de volailles vaccinées destinées à l’abattage immédiat, d’œufs à couver et de poussins d’un jour issus de volailles vaccinées, ainsi que les produits issus de volailles vaccinées, peuvent être autorisés entre États membres, moyennant une surveillance renforcée dans l’établissement d’origine, un résultat favorable à une inspection clinique ou des conditions de transport spécifiques.

S’agissant des pays tiers, ils sont libres d’imposer un embargo sur les volailles vaccinées ou leurs produits. Des discussions sont en cours à ce sujet entre ces pays tiers et la Commission européenne, mais aussi directement entre les pays tiers et les États membres appliquant la vaccination. L’impact de la vaccination sur les exportations constitue toutefois un point important à garder à l’esprit.

Tant l’éradication des foyers que les campagnes de vaccination sont coûteuses et s’accompagnent de restrictions commerciales. En France, la vaccination s’est finalement révélée moins coûteuse que la lutte contre les précédentes flambées de l'IAHP. Cependant, comme vous l’avez souligné, la situation en Belgique diffère de celle de la France. Cette dernière a vacciné ses canards afin de protéger la production de foie gras, un produit à très forte valeur.

De kosten-batenverhouding van een vaccinatiecampagne tegen hoogpathogene vogelgriep in België wordt momenteel geëvalueerd door de specifieke werkgroep.

Wat de situatie van de vogelgriep in Frankrijk en België betreft, is sinds januari 2026 in West-Vlaanderen een groot aantal haarden vastgesteld, meestal gelinkt aan gevallen die in Frankrijk nabij de grens werden waargenomen. Sinds 2022 worden de crisisreserves van het FAVV gemobiliseerd om de kosten in verband met vogelgriep te dekken. Tot op heden worden de uitgaven sinds 2022 geraamd op 12,7 miljoen euro. De Franse veterinaire autoriteiten, waarmee de diensten van het FAVV overigens frequent bilaterale contacten onderhouden, stellen alles in het werk om te zorgen voor de verwijdering van de dieren en voor de reiniging en ontsmetting van de haarden. Ik ben momenteel van mening dat de vastgestelde vertraging een geïsoleerd incident is. Indien de problematiek zich zou herhalen, zou het FAVV overleg plegen met de Franse veterinaire autoriteiten om na te gaan hoe de situatie kan worden verbeterd. Indien dat geen bevredigende resultaten oplevert, zal ik mijn Franse ambtgenoot raadplegen. Er zijn geen aanwijzingen dat de Franse autoriteiten en hun Nationale Agentschap voor Sanitair Veiligheid, het ANSES, niet in staat zouden zijn om de situatie te beheersen.

De Europese cofinanciering voor de strijd op het vlak van dier- en plantgezondheid werd sterk verminderd, van 50 % naar 20 %. Tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap hebben wij raadconclusies aangenomen die een evaluatie van de gevolgen bevatten. Als de lidstaten dat deel zelf moeten dragen, riskeren we minder opvolging, minder harmonisatie en verzwakking van de interne markt en bijgevolg meer sanitaire risico's voor dieren, planten en mensen. Wij zullen die conclusies gebruiken om het debat op te starten met het oog op een herwaardering van de cofinanciering in een nieuw Europees meerjarig financieel kader vanaf 2027.

Een volledig en geactualiseerd overzicht van de gevallen, ook bij wilde vogels, is beschikbaar op de website van het FAVV. De controlemaatregelen in geval van haarden van hoogpathogene vogelgriep zijn vastgesteld in de Europese regelgeving en geharmoniseerd tussen de verschillende lidstaten.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U monitort de situatie wel, maar treedt weinig proactief op om toekomstige crisissen op het vlak van vogelgriep aan te pakken. Ik zal uw antwoord nog eens grondig nalezen en op basis daarvan eventueel extra vragen stellen.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik blijf ook wat op mijn honger zitten. Ik stel vast dat u de zaken in handen wilt nemen. U verwijst naar de werkgroep van de FOD en de controle van de gevaccineerde dieren. U zegt dat Europa het op het vlak van export en import nog altijd moeilijk maakt, aangezien lidstaten ook onderling embargo's kunnen opleggen. Het schoentje blijft wringen. Bij gebrek aan coherent beleid op Europees niveau, is het vooral gissen wat al dan niet mag en wat al dan niet lukt. Al die regels kunnen bovendien veranderen of eenzijdig worden aangepast.

U had het ook over West-Vlaanderen. U hebt eerlijk aangegeven hoeveel het momenteel al heeft gekost om dieren te ruimen. De vaccinatie van eenden in Frankrijk toont echter aan dat vaccinatie goedkoper is gebleken dan alle dieren te blijven ruimen. U hebt namelijk gemeld dat de kostprijs ondertussen is opgelopen tot 12,7 miljoen euro. Het is dus van belang dat de werkgroep van de FOD snel conclusies formuleert, om te beslissen of we dat traject al dan niet opstarten.

U verklaarde ook dat de Europese middelen zijn gedaald. Het debat dat u daarover opstart in het kader van het nieuw Europees financieringskader, zal echter pas in 2028 plaatsvinden. Dat is een eerlijk antwoord, maar uiteraard niet het antwoord waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen.

Ook dit dossier zullen we dus verder opvolgen. Jammer genoeg zullen we er nog extra vragen over moeten stellen.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, cette commission est toujours l’occasion de faire le monitoring de la situation. Je vous remercie pour cela. J’entends le travail qui est réalisé au sein du groupe de travail vaccination. Il faut continuer et maintenir le dialogue avec nos voisins français afin de pouvoir regarder ce qu’il s’y passe et de mieux se coordonner. Comme j’ai l’habitude de le dire sur cette thématique, je reviendrai vers vous si la situation venait à évoluer. Je ne manquerai pas alors de vous interroger à nouveau.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik wens nog op te merken dat ik op geen enkele vraag inzake melkvee een antwoord heb gehad. Ik weet wel dat die vraag zeer recent is ingediend, dus misschien is ze daarom niet beantwoord. Ik was immers uw antwoorden op mijn vragen aan het oplijsten, onder andere over het Europese speelveld, en nu valt het mij op dat mijn vragen over het incident in Nederland nog niet beantwoord zijn.

Ik vroeg of dat signaal besproken werd bij Sciensano, of u vandaag actief de tankmelk en de melkmonsters monitort en of u dat luik zult uitbreiden naar melkvee. Als u op die vragen geen antwoord hebt, wacht ik af. U kunt het mij altijd bezorgen, maar ik heb daar tot nu toe geen enkel antwoord op gehoord. Ik was even in de war.

De voorzitster : Goed, u hebt dat punt gemaakt. Mevrouw Peeters, u hebt het woord.

Lotte Peeters:

Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk een gelijkaardige repliek. Ik dank u voor de toelichting over de vaccinatiestrategie en de aanpak van de werkgroep wat betreft beschikbaarheid, haalbaarheid en controle.

Ik heb mijn vraag gisteren pas ingediend, dus net zoals mevrouw Bury heb ik alle begrip dat er nog geen concrete antwoorden zijn. Het gaat overigens om een zeer recent voorval. We zijn pas gisteren op de hoogte gebracht van het feit dat er antistoffen van vogelgriep zijn aangetroffen bij een melkkoe.

Ik wil er toch op aandringen dat dit een signaal moet zijn om melkveebedrijven ook in het oog te houden en te controleren, zeker wanneer ze in de directe omgeving van een pluimveebedrijf of een hobbyhouder liggen waar een vogelgriepuitbraak is vastgesteld.

Eventueel kan op mijn vraag later nog een schriftelijk antwoord volgen, zo niet dienen we de vraag opnieuw in.

David Clarinval:

Je n'ai pas reçu cette question donc je n'ai pas répondu.

Lotte Peeters:

De vraag werd gisteren vóór 11.00 uur ingediend.

David Clarinval:

La grippe aviaire des vaches à lait. Cela m'inquiète un peu. Je propose que vous posiez la question plus tard.

De voorzitster : Mijnheer de minister, kan uw kabinet de antwoorden met bekwame spoed schriftelijk bezorgen, als de Kamerleden daarmee akkoord gaan? De leden hebben de vragen immers gesteld, dus ze zouden genoodzaakt zijn om de vragen opnieuw in te dienen.

David Clarinval:

Je n’ai même pas la question, donc je veux bien m’engager à aller très vite mais, déjà, ici nous avons reçu les questions à 11 heures hier. Vous ne vous rendez pas compte de tout ce que nous devons faire pour répondre dans les délais. Ici, je ne l’ai pas, donc je ne peux pas inventer. Non. Je veux bien aller le plus vite possible, mais je ne sais pas répondre à une question que nous n'avons pas reçue.

Lotte Peeters:

Ik zal de vraag opnieuw indienen zodat ze in een volgende commissievergadering uitgebreid kan worden beantwoord.

De voorzitster : Dat lijkt me inderdaad een strak plan.

David Clarinval:

Mais vous pouvez l’envoyer par écrit et on répondra très vite.

De controles op de voedselveiligheid in het kader van het Mercosur-vrijhandelsakkoord
Het Mercosur-vrijhandelsakkoord en het FAVV
Het EU-Mercosur-akkoord
Voedselveiligheidscontroles en het EU-Mercosur-vrijhandelsakkoord

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 27 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Katleen Bury bekritiseert dat het Mercosur-akkoord – ondanks beloftes over strikte Europese normen – extra controlekosten voor landbouwers en invoerders met zich meebrengt, terwijl het FAVV-budget met 24% krimpt tegen 2029, wat de haalbaarheid van strengere importcontroles ondermijnt. Minister Clarinval bevestigt dat retributies (betaald door invoeroperators) en EU-audits in Mercosur-landen de kosten moeten dekken, maar ontwijkt concrete garanties dat Belgische landbouwers niet indirect opdraaien voor de controles; hij belooft wel meer focus op importcontroles ten koste van binnenlandse checks. Bury blijft ontevreden: ze betwijfelt of de financiering en capaciteit voldoende zijn en eist duidelijke waarborgen dat de sector niet extra belast wordt, maar krijgt geen helder antwoord op de kernvraag wie de rekening betaalt.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, in een overleg tussen uw kabinet, het FAVV en Agrofront werd opnieuw benadrukt dat het Mercosur-vrijhandelsakkoord absoluut geen afbreuk zal doen aan de voedselveiligheid. U verwees daarbij naar strikte Europese normen, intensieve controles en de bereidheid van het FAVV om zijn inspectiecapaciteit aan te passen bij toenemende invoer.

Dat klinkt allemaal geruststellend op papier, maar de landbouwers en de voedseloperatoren weten maar al te goed dat de controles van het FAVV niet gratis zijn. Integendeel, zij betalen deze controles grotendeels zelf via retributies en bijdragen, boven op een al zware administratieve en financiële last. Bovendien, zoals u zojuist stelde, worden die geruststellende verklaringen in een ander daglicht geplaatst omdat het FAVV tegen 2029 maar liefst 24 % van zijn budget zal inleveren.

Ik heb daarover een aantal vragen.

Wie zal concreet instaan voor de financiering van de bijkomende controles die nodig zijn bij een mogelijke toename van de invoer uit Mercosur-landen? Worden deze kosten gedragen door de Europese Unie, door de federale overheid of doorgerekend aan de invoerende operatoren?

Hoe rijmt u de belofte van strengere en intensievere importcontroles in het kader van Mercosur met een budgettaire afbouw van bijna een kwart bij het FAVV? Concreet, waar zal het agentschap de middelen en het personeel vandaan halen?

Kunt u bevestigen wie de bijkomende kosten van verhoogde importcontroles zal dragen?

Hoe garandeert u dat er op het vlak van controlekosten en handhaving geen structurele ongelijkheid ontstaat tussen onze binnenlandse producenten, die streng en betalend gecontroleerd worden, en de buitenlandse producenten die toegang krijgen tot onze markt? Kunt u bevestigen dat Belgische en Europese landbouwers niet indirect zullen opdraaien voor de controlekosten van ingevoerde producten die voortvloeien uit dit handelsakkoord?

Deelt u de bezorgdheid dat indien de schaarse middelen van het FAVV verschuiven naar importcontroles, dit onvermijdelijk zal gebeuren ten koste van andere controles?

Tot slot, mijnheer de minister, hoe garandeert u dat dit beleid niet leidt tot een dubbele ongelijkheid, waarbij onze landbouwers enerzijds streng en betalend gecontroleerd worden, terwijl anderzijds de controlecapaciteit structureel wordt uitgehold juist op het moment dat de invoer uit derde landen toeneemt?

Dank voor uw antwoorden.

Voorzitter:

U hebt uw twee vragen samen gesteld. Dat is goed.

De heer Prévot is vertrokken, dus we luisteren naar de minister voor het antwoord.

David Clarinval:

Mevrouw Bury, naar aanleiding van de vragen en legitieme bezorgdheden van de landbouworganisaties over het Mercosur-akkoord heb ik inderdaad, in samenwerking met het FAVV, alle partners van Agrofront uitgenodigd voor een vergadering op vrijdag 16 januari 2026.

Tijdens deze open en transparante gesprekken kwamen verschillende essentiële aspecten aan bod, waaronder de controles op de producten, de mechanismen die in derde landen stroomopwaarts zijn ingevoerd en de impact voor onze landbouwers. Net als voor alle andere federale overheidsdiensten zijn er zoals u weet vanaf 2026 budgettaire beperkingen voorzien bij het FAVV. Ik heb daar meerdere vragen over gekregen, waarop ik dadelijk zal antwoorden.

In deze context zal een toename van de import bijzondere waakzaamheid vergen van alle lidstaten.

Het FAVV hanteert, zoals altijd, een risicogebaseerde benadering in zijn controles, zoals de Europese regelgeving dat oplegt. Het vrije verkeer van goederen binnen de Unie impliceert een geharmoniseerde aanpak. Het FAVV blijft al zijn opdrachten volop uitvoeren om een hoog niveau van voedselveiligheid te garanderen op basis van risicoanalyse, zowel voor Belgische als voor geïmporteerde producten. Deze benadering maakt ook een gerichte optimalisering van de inzet van arbeidskrachten mogelijk.

De financiering van het FAVV steunt op verschillende pijlers, waarvan de belangrijkste de heffingen, de retributies en de dotaties van de federale Staat zijn. In tegenstelling tot de jaarlijkse forfaitaire heffingen die onze landbouwers betalen, worden retributies geïnd voor specifieke prestaties die het FAVV levert op aanvraag van een operator. Dat omvat met name controles op producten die via onze havens en luchthavens worden geïmporteerd. Zo dekken de retributies de kosten die inherent zijn aan de prestaties die het FAVV uitvoert voor opdrachten op aanvraag en waarborgen ze zo zijn essentiële opdracht van controle op de voedselketen.

Tot slot, zoals aan de vertegenwoordiger van de landbouwsector herinnerd werd, voert de Europese Commissie audits uit, of financiert die, in derde landen, waaronder uiteraard de Mercosur-landen die producten naar de EU exporteren of wensen te exporteren.

Europees Commissaris Várhelyi heeft bovendien zijn voornemen kenbaar gemaakt om in een versterking te voorzien van enerzijds het aantal audits in derde landen en van anderzijds het communautaire controlesysteem voor geïmporteerde producten op de plaatsen van import in de Unie.

België zal deze visie actief ondersteunen.

Ik wil hieraan toevoegen dat we gisteren tijdens Agrifish een vergadering hebben gehad met de heer Várhelyi, waarin hij zei dat Europa meer controle wil organiseren tegen andere landen van buiten Europa. Ik heb gezegd dat ik binnen mijn bevoegdheid ook meer controle wil tegen andere landen van buiten Europa en minder tegen de primaire sector.

Katleen Bury:

U geeft eigenlijk aan wat onze bezorgdheden zijn. U had het ook over de aankomende budgettaire beperkingen voor het FAVV en de extra waakzaamheid bij import die nodig is. Over hoe dat concreet allemaal zal worden waargemaakt, krijg ik echter niet echt een antwoord. Met betrekking tot de financiering spreekt u over de retributies. Er is al een groot deel dat van de deelstaten en van de federale staat komt. Slechts een klein deeltje komt van de landbouwers. Over de retributies zegt u dat de operatoren indirect de factuur krijgen, dat stelt u wel. Wie nu waarvoor zal moeten opdraaien bij al die controles, dat blijft echter zeer onduidelijk. Mijn hoofdvraag was hoe u kunt garanderen dat de Belgische landbouwers niet opnieuw gaan betalen voor controles die voortvloeien uit internationale handelsakkoorden. Daarop krijg ik gewoon geen antwoord. Dat is echter de hamvraag waarmee iedereen zit, in een sector die het nu al zeer zwaar heeft. Ik blijf daar dus op mijn honger.

De terugkeer van Syriërs

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 22 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem bekritiseert dat België met een vrijwillige terugkeerstimulus van 5.000 euro (een "dikke wortel") en geen gedwongen terugkeer ("stok") Syriërs niet afschrikt, maar juist aantrekt door generieke sociale voordelen (leefloon, woning, zorg) die aantrekkelijker zijn dan terugkeer—terwijl vorig jaar slechts 217 Syriërs vrijwillig vertrokken (0,02% van de wereldwijde terugkeer) en 1.400 nieuwe asielaanvragen werden ingediend. Ze beschuldigt de regering van falend beleid: 0 gedwongen terugkeeren in 2023, ondanks >30.000 Syriërs in België, en wijst op 108 miljoen euro aan leeflonen (2024) als "magnetische" factor voor migratie. Minister Jan Jambon (namens Nicole Van Bossuyt) verdedigt het nieuwe, degressieve terugkeermodel (met hogere premies voor snellere terugkeer en stopzetting bij misbruik) en kondigt een gedwongen-terugkeermissie naar Syrië in 2026 aan, maar benadrukt dat België niet alleen staat: EU-landen zoals Denemarken bieden 30.000 euro per persoon—zonder dat dit massale terugkeer garandeert. Van Belleghem ontkent elk effect en herhaalt haar stelling dat België’s sociale systeem "walhalla voor massamigratie" blijft zolang toegang behouden blijft.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de minister, sinds de val van Assad keerden wereldwijd 1,2 miljoen Syriërs terug naar hun land van herkomst. Het aandeel van België in die 1,2 miljoen bedraagt 0,02 %. Vorig jaar keerden 217 Syriërs terug. Intussen zijn er, terwijl er 217 terugkeerden, 6 keer meer bijgekomen, want 1.400 Syriërs dienden een asielaanvraag in. Welk dictatoriaal regime er in Syrië ook aan de macht is, Syriërs blijven toestromen in dit land en bijna niemand keert terug. Nu houdt u hun een dikke, vette wortel van 5.000 euro voor de neus om vrijwillig terug te keren.

U hebt echter niet alleen een dikke, vette wortel nodig, maar ook een stok achter de deur. Als er geen gedwongen terugkeer is, zullen die mensen ook niet vrijwillig terugkeren. Bovendien staan ze hier binnen de kortste keren terug.

Wat denkt u immers dat aantrekkelijker is: levenslang een leefloon ontvangen, levenslang een sociale woning krijgen, gratis onderwijs en gratis medische zorg of eenmalig een premie van 5.000 euro ontvangen? Op die vraag hoeft u straks al niet meer te antwoorden, mijnheer de minister, want iedereen kent het antwoord.

Wanneer gaat u werk maken van deze problematiek? Wanneer gaat dit land werk maken van het gedwongen terugsturen van Syriërs naar het land van herkomst, zonder daarbij te wachten op de Europese Unie? Hoe zult u ervoor zorgen dat die premie van 5.000 euro er niet toe leidt dat nog meer Syriërs naar dit land komen? Ik dank u.

Jan Jambon:

Mevrouw Van Belleghem, de minister van Asiel en Migratie, mevrouw Van Bossuyt, is momenteel verhinderd om hier te antwoorden. Ze neemt deel aan de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, in dezelfde straat als wij en hier niet zo ver vandaan, waar onder andere de terugkeer van Syriërs naar hun land van herkomst op de agenda staat. Ik geef daarom in haar naam een antwoord op uw vraag.

De door minister Van Bossuyt aangekondigde aanpassing van de regeling voor vrijwillige terugkeer naar Syrië kadert in een volledig nieuw model van re-integratiesteun. Daarbij zullen we meer differentiëren op basis van nationaliteit en hanteren we een degressief model, naargelang de betrokkene zich al dan niet nog in een asielprocedure bevindt en al dan niet beroep aantekent na een negatieve beslissing. Hoe sneller mensen terugkeren naar het land van herkomst, hoe beter dat is voor de mensen zelf en hoe minder de opvangkosten oplopen. Als misbruik wordt vermoed, zetten we de steun stop, zoals eerder gebeurde voor Moldavië en Brazilië.

Met dit beleid staan we overigens niet alleen. Meerdere EU-lidstaten passen een gelijkaardig systeem toe, vaak met veel hogere bedragen. Denemarken bijvoorbeeld – een land waarmee u vaak de vergelijking maakt – voorziet een terugkeerondersteuning van 30.000 euro per persoon.

Deze regering investeert ook fors in gedwongen terugkeer. In het voorjaar van 2026 is in dat kader een missie naar Syrië gepland, om ter plaatse de terugkeer met de autoriteiten te bespreken. Terugkeer is jarenlang de achilleshiel van het asiel- en migratiebeleid geweest. Wij grijpen daarom nu in. Mensen die hier niet horen te zijn, moeten sneller vertrekken, zeker wanneer ze onze veiligheid bedreigen. Zo kunnen we de druk op onze samenleving eindelijk verlichten, dixit de minister van Asiel en Migratie.

Voorzitter:

Mevrouw Van Belleghem, u hebt een scorebord bij, zie ik.

Francesca Van Belleghem:

Vorig jaar, een dikke vette nul! (De spreker toont bij elk vernoemd bedrag een groot bord met de cijfers erop.) Nul Syriërs zijn gedwongen teruggestuurd naar hun land van herkomst. We lazen in de pers dat na de val van Assad Syriërs massaal vrijwillig zouden terugkeren. Hoeveel zijn er teruggestuurd? Dat waren er 217! Ik zal u zeggen hoeveel Syriërs er in dit land wonen. Meer dan 30.000! Ik zal u ook zeggen waarom ze niet vrijwillig terugkeren naar hun land van herkomst. Omdat in 2024 meer dan 10.000 Syriërs een leefloon kregen, goed voor 108 miljoen euro! Zolang onze sociale zekerheid blijft openstaan voor de hele wereld, blijft België het walhalla voor massamigratie, minister. Dat is de waarheid. Ik heb dat vorige week gezegd en ik zal dat blijven zeggen.

De betrekkingen met de VS, het standpunt van de premier en de bijeenkomst van de Europese Raad
De trans-Atlantische relaties en het Mercosur-handelsakkoord
Het Forum in Davos en het rapport van Oxfam over de concentratie van rijkdom in de wereld
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De industriecrisis en de Antwerpse haven
De trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en de Groenlandkwestie
De trans-Atlantische relaties
De stand van zaken met betrekking tot de trans-Atlantische relaties
Groenland en de trans-Atlantische relaties
Het Forum in Davos en het standpunt van Trump over Groenland
De geopolitieke situatie rond Groenland
Internationale betrekkingen, handel en geopolitieke ontwikkelingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 22 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s reactie op de agressieve Amerikaanse houding onder Trump, met name de dreiging rond Groenland, handelsoorlogen en de ondermijning van Europese soevereiniteit. Kritiek komt van links (PTB, Ecolo-Groen) en rechts (N-VA, MR): Dermagne (PS) noemt de regering hypocriet door harde woorden in Davos niet om te zetten in daden (bv. annuleren F-35-aankoop), Hedebouw (PTB) bekritiseert het "twee maten, twee gewichten"-beleid (Groenland vs. Congo/Palestina), terwijl De Smet (Les Engagés) en Bouchez (MR) juist strategische Europese autonomie eisen via defensie-investeringen en handelsakkoorden (bv. Mercosur). De premier (Bart De Wever) benadrukt dat Europa’s waardigheid "niet te koop" is, maar stelt concrete stappen (bv. Europese kapitaalmarkt, defensie-samenwerking) voorop, zonder de F-35-deal of NAVO-band te breken. Sceptici (bv. Mertens, Almaci) wijzen op gebrek aan mandaat voor deals zoals die met Rutte-Trump en eisen onmiddellijke symbolische actie (F-35-schrapping).

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre: "Reculez, nous irons jusqu'au bout!", "Nous frôlons le point de rupture!", "Un contre tous, tous contre un!". Monsieur le premier ministre, ces mots ne sont pas les miens, de même qu'ils n'ont pas été générés par l'intelligence artificielle. Ces mots, ce sont les vôtres. Ces dernières heures, ils témoignent d'un changement de ton manifeste à l'égard du président américain Donald Trump et de son administration. Vous semblez, monsieur le premier ministre, avoir soudainement trouvé les mots que nous attendions ici depuis des semaines. En tout cas, nous étions nombreux à attendre une expression telle que celle-là. Ce sont des mots forts, presque courageux s'ils avaient été prononcés plus tôt, comme si, enfin, la menace de Trump et de son administration vous sautaient aux yeux après des décennies d'atlantisme béat. Ces mots, nous ne les avions jamais entendus de la part de votre gouvernement au sein de ce Parlement. Pourtant, cela fait longtemps que les lignes rouges ont été franchies par Trump et son administration: Venezuela, Ukraine, Groenland, et j'en passe.

Cependant, monsieur le premier ministre, ces mots vont-ils résonner jusque dans ces murs ou bien vous êtes-vous laissé griser par l'air des Alpes suisses? Surtout, monsieur le premier ministre, vont-ils enfin se traduire en actes gouvernementaux? Vont-ils être partagés par l'ensemble de l'Arizona? Prenons votre parti: le ministre de la Défense, atlantiste béat et meilleur ambassadeur de l'industrie de la défense américaine, va-t-il enfin accepter de remettre en cause l'achat de nouveaux F-35? Quid de votre groupe au Parlement européen, qui a voté contre la suspension de l'accord commercial extorqué par les É tats-Unis à la faiblesse des dirigeants européens? En quelques mots, allez-vous passer de la parole aux actes? Quelle sera la position de votre gouvernement?

Alexia Bertrand:

Mijnheer de eerste minister, in Davos was er deze week veel volk, veel contacten, veel speeches, goede, minder goede en slechte. Denk aan die spreker die met drie uur vertraging is aangekomen, maar nog net op tijd om 72 minuten over zichzelf te spreken en Groenland met IJsland te verwarren. Er was ook een spreker die zeer sterk sprak over de nieuwe internationale orde en over interne hervormingen. Het had u kunnen zijn, mijnheer de premier, maar ik heb het nu over Mark Carney, de Canadese premier, die intussen thuis de meerwaardebelasting heeft afgeschaft en de taksen heeft verlaagd om investeringen aan te trekken.

Dan was er uw speech. Sterk, ik meen het. " We have to wake up ,” zei u terecht. " If you back down now, you lose your dignity ." Wie zich als een vod laat behandelen, zal ook als een vod behandeld worden. U hebt gelijk. “ We need new alliances ." Net daarom, mijnheer de premier, is Mercosur zo belangrijk. En ja, " maybe Europe at different speeds ". Ik wil er één zin aan toevoegen: " The proof of the pudding is in the eating ."

Mijnheer de premier, internationaal klinkt u sterk en duidelijk, maar thuis lijkt het soms moeilijker om iedereen mee te krijgen. Dat hebben we gisteren nog gezien. Drie van uw coalitiepartners hebben in het Europees Parlement Mercosur doorgestuurd naar het Europees Hof. Het resultaat is twee jaar vertraging. Ze hebben export, jobs en nieuwe partners geblokkeerd. Uw Duitse collega, bondskanselier Merz, heeft deze ochtend zeer klare taal gesproken. Het is genoeg geweest. Duitsland past Mercosur voorlopig toe.

Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de premier. Zal België doen zoals Duitsland? Zult u Mercosur voorlopig toepassen, ja of nee?

Sarah Schlitz:

Monsieur le premier ministre, j’espère que votre déplacement à Davos s’est bien passé et que vous avez pu profiter du voyage en avion pour examiner en profondeur le rapport d’Oxfam sur les inégalités. Les conclusions sont vertigineuses et, chaque année, elles dépassent l’entendement. Que découvre-t-on cette année? Une accumulation de richesses jamais vue auparavant. Entre 2020 et 2025, la richesse des milliardaires a doublé alors que la moitié de l’humanité vit aujourd’hui dans la pauvreté.

Le rapport contient également des éléments concernant la Belgique, qui devraient vous intéresser. On y découvre notamment l’apparition de six nouveaux milliardaires dans notre pays. Nous comptons aujourd’hui dix-sept milliardaires qui possèdent à eux seuls une richesse équivalente à celle de l’ensemble des Wallons réunis.

Ces grandes fortunes ne se contentent pas d’accumuler des produits de luxe ou de s’adonner à des loisirs dispendieux qui détruisent la planète. Aujourd’hui, elles ne se cachent même plus d’essayer de déstabiliser des régimes et des États qui ne les intéressent pas ou qui les dérangent.

S’agit-il de tous les milliardaires? Non, "not all milliardaires", il est vrai. Cette année, une surprise est venue de Davos. Je ne parle pas des lunettes du président Macron, mais bien de la tribune de 400 milliardaires et millionnaires qui appellent les chefs d’État réunis à Davos à faire davantage contribuer leurs semblables et à instaurer un système de taxation plus juste.

Monsieur le premier ministre, allez-vous, comme vous l’avez fait dans d’autres dossiers, tenir tête à ces milliardaires, prendre la tête d’un front pour aller jusqu’au bout, comme vous l’avez déclaré, afin que chacun contribue à l’effort que vous demandez à l’ensemble des Belges, ou allez-vous céder au lobby des multinationales américaines et les exonérer de l’impôt minimum?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre de Belgique, enfin, l'élite européenne, les partis traditionnels belges sont en train de lever le voile de naïveté profonde qu'il y avait par rapport à l'impérialisme américain depuis des années.

Depuis des années, le PTB dit que l'impérialisme américain est le principal danger au niveau de la planète sur le plan des guerres et de l’économie. De nombreuses polémiques sont intervenues: "Non, au PTB, vous êtes naïfs, vous êtes campés, etc." Regardez ce qui se passe! Regardez ce qui se passe devant nos yeux! L'impérialisme américain est effectivement un danger.

Et je vais vous dire pourquoi nous avons une bonne boussole pour analyser la géopolitique? Pour deux raisons.

D'une part, en tant que parti marxiste, nous analysons clairement les contradictions économiques. D'ailleurs, hier, vous avez cité Gramsci; vous avez même cité Lénine. C'est la bonne direction, monsieur le premier ministre! Ce sont les bonnes clés d'analyse. Nous analysons qu'aujourd'hui, une puissance impérialiste, menacée dans son déclin économique, va essayer de compenser son retard économique sur la Chine et d'autres pays par la puissance militaire. Voilà le danger de l'impérialisme américain aujourd'hui.

D'autre part, le PTB a raison parce qu'il met les lunettes des pays du Sud. Vous avez raison d'appeler aujourd'hui à la défense de la souveraineté nationale du Groenland. Vous avez raison! Mais, si nous appelons l'Europe à défendre la souveraineté nationale du Groenland, pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple congolais? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple cubain? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple vénézuélien? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour les peuples africains, d'Amérique latine et d'Asie? Pourquoi ne le faisons-nous pas pour le peuple iranien? Pourquoi, collègues, ne le faisons-nous pas pour le peuple palestinien? Pourquoi ce deux poids deux mesures? Telle est la question qui nous est posée!

Au PTB, nous écoutons évidemment tous ces pays du Sud qui vivent déjà sous la dictature et le joug de l'impérialisme américain depuis des dizaines d'années et qui en ont marre de cet ordre mondial. J'espère, collègues, que l'Europe va se réveiller! (…)

Voorzitter:

Dat brengt ons naadloos bij collega Mertens.

Peter Mertens:

Mijnheer de premier, ik heb maar één vraag: met welk mandaat heeft Mark Rutte onderhandeld over Groenland?

De NAVO is uiteraard geen vastgoedbedrijf dat hier en daar stukken land kan verkopen. Het komt uiteindelijk de mensen in Groenland zelf toe om te beslissen over de toekomst van Groenland. De NAVO heeft geen enkele bevoegdheid, hoe dan ook, om maar iets te onderhandelen over Groenland.

Ik lees dat er gezegd wordt dat Rutte en Trump niet hebben gesproken over kwesties inzake soevereiniteit. Nochtans, alles wat naar buiten komt, zegt het tegendeel.

Ten eerste, de VS zouden militaire basissen krijgen als autonoom grondgebied van de Verenigde Staten, naar het model van de Britse basissen op Cyprus. Vanaf die basissen vertrekken trouwens dagelijks vliegtuigen naar Gaza. Amerikaans grondgebied!

Ten tweede, de VS zouden ook inspraakrecht krijgen bij alle investeringen in Groenland, en zelfs een vetorecht om bepaalde investeringen tegen te gaan.

Ten derde, het zou ook om mineralen gaan. Trump zei zelf na de deal dat hij er niet veel over wilde zeggen, maar het ging in ieder geval over veiligheid en over mineralen, en hij noemde het "een fantastische deal voor ons". Trump geeft dus zelf toe dat het ook over de toegang tot mineralen gaat.

Kortom, militaire basissen, investeringsveto’s en toegang tot mineralen. Trump hoeft maar een klein beetje te blaffen, een beetje te dreigen met economische tarieven en sancties tegen de Europese Unie, en de Europese Unie gaat plat op de buik.

U hebt gisteren terecht gesproken over de waardigheid van de Europese Unie, maar waar in die deal, waarover Mark Rutte onderhandelde met Donald Trump, zit de waardigheid van de Europese Unie?

Daarom heb ik maar één vraag: met welk mandaat is Mark Rutte daar eigenlijk gaan onderhandelen met Trump? Was dat een mandaat van de Europese Unie? Zo ja, waar staat dat mandaat op papier? Waar zijn de grenzen van dat mandaat? (…)

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, moeten wij nu opgelucht zijn? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen geweld wil gebruiken tegen Groenland? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat hij geen extra tarieven meer wil toepassen? Moeten wij opgelucht zijn, nu Trump verklaart dat België geen doelwit is? Het antwoord is natuurlijk neen.

Er was ooit een minister van Buitenlandse Zaken die opmerkte dat diplomatie met Trump hetzelfde is als de film 50 First Dates . Dat is het verhaal van een man die verliefd wordt op een vrouw met kortetermijngeheugenverlies. Elke dag opnieuw moet hij zijn best doen om haar te overtuigen dat hij de juiste is. Met Trump is dat net hetzelfde. Wij weten nooit waar wij de volgende dag staan.

Dat zorgt ervoor dat de Verenigde Staten geen betrouwbare bondgenoot zijn en dat Trump een gevaar is voor onze economie en voor onze koopkracht. Dat gevaar is na gisteren niet verdwenen. De onzekerheid waarin hij ons meesleept, heeft immers gevolgen voor onze economie door minder investeringen, minder consumptie en hogere tarieven. Dat mogen en kunnen Europa en België niet aanvaarden. Onze welvaart mag niet afhangen van het humeur van Donald Trump.

Net daarom is het heel belangrijk dat Europa met één stem spreekt, dat wij samenwerken en dat wij werken aan onze veiligheid, onze economie en onze democratie. Daarom is die top vanavond zo belangrijk.

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, er werd gisteren gesproken met Trump. Wat nog belangrijker is, is de hiernavolgende vraag. Wat zal er vanavond worden aangegeven op de Europese top?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous dis très sincèrement bravo. Enfin, une prise de parole claire et forte de rupture avec Donald Trump et l’intimidation insupportable qu’il impose aux Européens! Franchement, il était temps. Entre votre ministre des Affaires étrangères et son chèvrechoutisme plus ou moins engagé, entre votre ministre de la Défense qui fait le groupie sur les réseaux sociaux avec des drapeaux américains, et votre président du MR, qui a des étoiles dans les yeux lorsqu’il lit le plan de sécurité nationale de M. Trump, qu’il aurait pu écrire lui-même, je vous le rappelle, il était grand temps que l’Arizona se dote d’un cap clair. Ce cap clair, c’est qu’en 1949, nous avons décidé de rejoindre une alliance de pays libres et non un pacte de Varsovie dominé par une superpuissance. Ce cap, je vous invite vraiment à le tenir.

Il ne faut pas être naïf une minute sur la soi-disant volte-face de M. Trump sur le Groenland, hier. C’est le problème quand on est dans une relation toxique avec un pervers narcissique: dès qu’il arrête de frapper, dès qu’il arrête de menacer, on croit qu’il faut être soulagé. Non, pas du tout. Le rapport de force ne fait que commencer. J’ai une question importante à ce sujet.

Vous êtes le chef d’un gouvernement, vous êtes le chef de la diplomatie d’un État membre de l’OTAN. Le secrétaire général de l’OTAN nous annonce un accord-cadre. Avez-vous été consulté? Avez-vous donné un mandat? Par hasard, savez-vous ce qu’il y a dans cet accord-cadre? Sinon, cela pose problème.

J’ai également une demande. Je crois que nous serons tous d’accord sur ce point. Le fond du problème est l’indépendance de l’Europe, son indépendance en matière de défense, d’industrie et d’énergie. Ma demande est toujours la même depuis un an, depuis l’arrivée de votre gouvernement. Renoncez au contrat visant à acheter 11 F-35 supplémentaires. Vous devez le faire, il n’y a pas d’autre solution. Même un vassal heureux ne peut pas payer un milliard d’euros pour entretenir sa cage. Vous devez renoncer à cette commande.

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, velen van ons hebben gisteren naar de toespraak van president Trump in Davos geluisterd. Wij hebben allen gevoeld hoe de vrieskou in Groenland of Davos in het niets verdwijnt bij Trumps kille dreigementen. De oude wereldorde is dood en begraven. Nostalgie is geen strategie meer, of we dat nu willen of niet. De Canadese premier verwoordde dat ook zeer duidelijk in zijn schitterende toespraak. Voor cd&v zijn er drie lessen te trekken.

Ten eerste zijn de VS geen betrouwbare bondgenoot meer. Europa mag zich niet langer overleveren aan de grillen van een pestkop of monster. Internationaal recht en soevereiniteit moeten primeren op het recht van de sterkste.

Ten tweede moet Europa zijn tanden laten zien. Door de Europese eensgezindheid van de lidstaten, maar ook door het feit dat heel wat tegenmaatregelen werden geopperd, hebben de VS eindelijk begrepen dat Europa belangrijk is voor hun economie.

Ten derde staat Europa misschien alleen, maar totaal niet geïsoleerd. We moeten werken aan onze Europese defensiesamenwerking. We moeten minder afhankelijk worden van onbetrouwbare partners. Tegelijkertijd moeten we ook allianties uitbouwen met andere democratieën, zoals Canada, Australië en Japan. Er zijn veel mogelijkheden en daar moeten we gebruik van maken om te evolueren naar een nieuwe wereldorde.

Ik heb vandaag nog een belangrijke vraag over de Europese top. Het blijft belangrijk dat we Europese tegenmaatregelen voorbereiden, want een voorbereide Europese Unie is er twee waard. Die maatregelen kunnen dan worden ingezet wanneer dat noodzakelijk is.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, nous pouvons réellement constater que lorsque l’émotion gouverne, c’est la bêtise qui règne. Nous avons vu le débat public passer d’une naïveté en puissance à une agressivité sans puissance.

Aujourd’hui, l’heure n’est certainement pas à la lâcheté, mais elle n’est pas davantage à la bravade. Nous devons apporter une réponse intelligente face à la situation mondiale. Cette réponse intelligente passe uniquement par la souveraineté européenne.

Certains vous ont parlé de mettre les lunettes du Sud. Pour ma part, je vais simplement mettre les lunettes de l’Europe, de l’Occident, des démocraties libérales. Si aujourd’hui nous achetons des F ‑ 35, c ’ est parce qu ’ il n ’ existe aucun avion europ é en aussi performant. Nous devons le construire.

Si aujourd’hui nous achetons autant à la Chine, c’est parce que des logiques "bobo" nous ont conduits à détruire notre industrie. Si aujourd’hui nous devons commercer avec des pays arabes ou avec la Russie, c’est parce que nous avons fait croire aux gens que des moulins à vent allaient nous garantir notre sécurité énergétique.

Aujourd’hui, il ne sert à rien de parler de Trump car ce n’est pas lui qui a porté atteinte à la souveraineté européenne. Ce sont les choix d’une série de partis politiques de cette Assemblée, au cours des 30 dernières années, qui nous ont affaiblis.

Nous devons retrouver de la force. Nous devons retrouver de la puissance. Pour cela, nous devons également savoir où se situent nos intérêts. Et oui, monsieur Hedebouw, nos intérêts sont au sein de l’OTAN. En 2029, M. Trump ne sera plus là mais vos amis chinois et russes continueront à constituer des menaces durables pour l’Union européenne, pour les démocraties libérales et pour l’Occident. Nous devons donc nous mettre clairement en marche!

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, j'entends que vous dites "Résiste et mords!" C'est ce que vous avez fait, et je vous en félicite, avec le ministre des Affaires étrangères à vos côtés.

Cela ne date pas d'hier, puisque depuis plusieurs mois, vous avez fait preuve de fermeté et vous avez mis en avant la puissance du droit international. La crédibilité, la force internationale de notre pays s'est renforcée, que ce soit lorsqu'il a fallu résister dans le dossier des avoirs russes gelés ou lors des prises de position concernant Gaza.

Cette fermeté, vous l'avez à nouveau exprimée dès l'annonce des premières menaces douanières et du chantage de Donald Trump concernant sa volonté d'annexer le Groenland.

Nous ne pouvons, mesdames, messieurs, accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le droit des plus faibles. Les alliances ne peuvent se limiter à un tas de transactions. Nos libérateurs d'hier, alliés de l'Europe depuis des décennies, seraient-ils devenus nos adversaires? Pire, en voulant annexer un territoire européen – eh oui, on touche à la souveraineté européenne, monsieur Bouchez – veulent-ils devenir nos ennemis? Voilà la question que nous devons nous poser.

Le recul de Donald Trump face à la riposte de l'Europe ne peut que nous réjouir. Croire qu'il en restera là serait faire preuve de grande naïveté. Résister et mordre, comme vous l'avez dit, nous pouvons le faire, mais de façon structurée. Nous devons préparer, au travers d'actions fortes, comme cela a été dit par ma collègue, dans le cadre de transactions structurées entre les États-Unis et l'Europe, toute une série d'éléments pour pouvoir riposter le cas échéant.

Monsieur le premier ministre, est-il vrai que le Danemark a accepté de céder quelques petites parties du territoire de l'Alaska aux USA, comme l'a rapporté le New York Times ? Quel était le mandat donné à M. Rutte?

La Maison-Blanche, par ailleurs, annonçait que la Belgique avait rejoint le Conseil de la paix. Pouvez-vous nous confirmer que c'est simplement une fake news de plus? Je vous remercie.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de eerste minister, de oude wereldorde is dood. Zelfs na de bocht van Trump gisteren in Davos is die oude wereldorde dood. Het is lelijk zaken doen met hem en zijn vazallen. Al lijkt de militaire dreiging voor Groenland vandaag verdwenen, wie weet wat zijn driftbui van morgen zal brengen.

De naïviteit van veel westerse leiders, inclusief in deze regering, is nu hopelijk echt weg. Hopelijk heeft Theo begrepen dat hij niet zo aan het handje van daddy moet lopen en hebben sommige regeringsleiders begrepen dat plezierreisjes naar Qatar misschien toch niet het beste idee zijn.

Onze bondgenoten bevinden zich elders. In Canada, dat een heldere tussenweg heeft getoond, en bij de Amerikaanse burgers die zich vandaag verzetten tegen ICE, tegen de dreigementen, tegen Powell en tegen de kortzichtige economische en buitenlandse politiek van Trump. Nog nooit vond een president in de VS zo weinig steun bij de eigen bevolking. De Californische gouverneur heeft nagels met koppen geslagen toen hij de westerse leiders pathetisch noemde.

Naar aanleiding van de handelsheffingen vroeg ik u op 3 april 2025 in het halfrond om de antidwangmaatregelen op de Europese tafel te leggen. U hebt dat weggewuifd.

De vraag is nu hoe ons land en hoe u zich vanavond zult opstellen, verder in de feiten. Zult u maximaal tegengewicht bieden, met zo weinig mogelijk nadelen voor onze bevolking en onze bedrijven?. Wanneer zult u de internationale orde ondubbelzinnig verdedigen, of het nu gaat om Netanyahu die in ons land landt, om het veroordelen van de inval in Venezuela of om de Vredesraad?

We hebben meer hefbomen dan we denken en er is er een die we op korte termijn kunnen inzetten, met name die extra F-35's. Annuleer die aankoop. Die aankoop is waanzin. De annulering daarvan is een quick win die Trump en de zijnen raakt waar het pijn doet. Dat is een taal die hij begrijpt. Na een jaar van vergoelijken en sussen (…)

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, deze week bracht een geopolitieke rollercoaster. Op maandag wilde hij een land binnenvallen. Op dinsdag wilde hij het kopen. Op woensdag wilde hij het terugpakken, omdat het ooit van hen was. Woensdagavond sprak u met de Amerikaanse president en hopla er is hoop, er is een oplossing in de maak. Chapeau, niemand doet het u na.

Alle gekheid op een stokje. De bezorgdheid van de Groenlanders en de Denen moet bijzonder groot geweest zijn. De bezorgdheid van ons allen was ook zeer groot. U hebt terecht een rode lijn getrokken, want een volk is niet te koop. De Denen zijn niet te koop, de Groenlanders niet en Europa al zeker niet.

Europa mag op het internationale toneel absoluut meer smoel krijgen. Daarover zijn we het helemaal eens. We moeten het internationale recht en de internationale verdragen respecteren en er vooral voor pleiten dat die gerespecteerd worden en blijven.

Maar, even belangrijk is de NAVO-alliantie, die ons al decennialang stabiliteit in de regio biedt. Ook daar moeten we een loyale partner zijn. Ook daar moeten we samen opkomen voor de rechten, de soevereiniteit en de territorialiteit van de volkeren en van onze Europese regio. Dat moeten we overal doen en met alle middelen die we hebben.

Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, wat is onze rol? Hoe ziet u de optimale rol voor ons land in die allianties, binnen Europa en binnen de NAVO, om nu samen met de Denen en de Amerikanen het traject naar nieuwe stabiliteit uit te stippelen?

Bart De Wever:

Même en quinze minutes, on peut dire beaucoup, monsieur le président! Je dispose de la moitié du temps que Trump m'a accordé, chers collègues. Je pense que cela sera suffisant pour vous.

Merci pour vos questions. Je vais y répondre conjointement avec le ministre des Affaires étrangères, car certaines d'entre elles relèvent spécifiquement de ses compétences.

Ces derniers jours en Suisse, j'ai eu de nombreux contacts avec plusieurs dirigeants d'entreprise de premier plan, issus de grandes sociétés internationales, ainsi qu'avec des responsables politiques du monde entier. Cela ne vous surprendra pas: une certaine tension flottait dans l'air en Suisse. La menace renouvelée d'une guerre commerciale et la crainte d'une rupture au sein de l'Alliance atlantique suscitaient une grande inquiétude.

Het is volstrekt onaanvaardbaar dat het staatshoofd van een bondgenoot de soevereiniteit van een andere bondgenoot bedreigt. Denemarken en het Groenlandse volk hebben het onvervreemdbare recht op hun territoriale soevereiniteit. Zij en alleen zij hebben daarover finaal een mandaat te geven.

De boodschap die ik in Davos heb gegeven, was dan ook duidelijk. De Verenigde Staten zijn veruit de allersterksten in de NAVO, maar onze waardigheid is niet te koop. Wij zijn geen slaven.

De Arctische veiligheid belangt ons allemaal aan, maar de voorgestelde oplossing zal binnen de NAVO worden beoordeeld en binnen de NAVO worden uitgevoerd.

Heureusement, hier et aujourd'hui, il est apparu clairement que, pour l’instant, tant la menace militaire que les restrictions commerciales envisagées ont finalement été écartées. Cela constitue un point positif. Personne n’a à gagner d’une nouvelle guerre commerciale, ni l’Europe, ni les États-Unis. Les droits de douane conduisent toujours au même résultat: la destruction de la prospérité pour toutes les parties concernées. Nous avons donc pour l’instant échappé à une véritable catastrophe. Il est impératif de tirer des leçons de ce qu’il s’est produit.

Dans un monde idéal, les liens entre l’Europe et les États-Unis resteront étroits à l’avenir et nous continuerons, ensemble, dans un esprit de bonne entente, à bâtir la prospérité et la paix pour nos peuples liés par l’histoire. C’est en tout cas ce que je veux. Mais nous ne vivons pas dans le monde tel que nous le souhaitons, nous vivons dans le monde tel qu’il est réellement. La leçon est que nous, les Européens, devons être prêts à affronter des épisodes de tempête. Nous devons réapprendre à nous débrouiller seuls. Redresser la tête. Nous devons avoir une réponse prête lorsque nous sommes soumis à des pressions de la part de grandes puissances, d’où qu’elles viennent.

Canada’s eerste minister en intussen goede vriend Mark Carney gaf daarover inderdaad een zeer treffende toespraak. Het viel mij op dat hij daarin verwees naar de Melische dialoog van Thucydides, net zoals ik dat in New York deed: de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken ondergaan wat ze moeten. Dat is niet de wereld die wij willen. De lidstaten van Europa zijn vandaag op zichzelf echter niet opgewassen tegen de druk van grootmachten die wel in die richting willen gaan. We staan echter niet alleen. Daarover wil ik het vanavond in de Europese Raad hebben. Niet over Trump, maar daarover. Over het feit dat we samen een te duchten handelsblok zijn en dat we die troef moeten durven uitspelen.

We hebben een eengemaakte markt, maar het is hoog tijd om die eengemaakte markt nu eindelijk af te werken. Het is tijd voor een eengemaakte kapitaalmarkt, zodat grotere volumes aan investeringen kunnen worden gegenereerd en bedrijven op ons continent kunnen blijven groeien, in plaats van noodgedwongen te verhuizen naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. We weten dat de Europese Unie op dat vlak traag en complex is. Daarom moet functionele integratie mogelijk zijn. Landen met dezelfde strategische economische belangen moeten sneller en dieper kunnen integreren.

Het is hoog tijd dat we militair opnieuw ferm op eigen benen gaan staan, leunend op een efficiënte en Europese defensie-industrie. Dat zal echter niet van vandaag op morgen gebeuren. Daar moeten we realistisch in zijn. We moeten er wel zo snel mogelijk naartoe evolueren.

Het is tijd om werk te maken van een gediversifieerde waaier aan strategische partnerschappen, gebaseerd op wederzijds respect en gestuurd op maximale vrijhandel. Dat kan inderdaad met middle powers zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Australië. Wat mij betreft zeer graag ook met Zuid-Amerika en met India, zoals commissievoorzitter von der Leyen dat in Davos aankondigde. Europa heeft het potentieel om een baken van stabiliteit, respect en welvaart te zijn. Onze honorering van gemaakte afspraken en onze voorspelbaarheid zouden van ons de meest aantrekkelijke partner ter wereld moeten maken. Onze buren willen graag lid worden van de Europese Unie. Dan moeten we echter wel dringend ons huiswerk maken, niet louter voor acute problemen op korte termijn, crisis na crisis na crisis. We moeten structureel werken. Innovatie, productiviteit en competitiviteit moeten centraal staan in alles wat we doen. Daarom maken we met onze regering in ons land alvast werk van lagere brutoloonkosten, een verlaging van de energiekosten voor de industrie, een stevig pakket aan maatregelen voor administratieve vereenvoudiging en structureel overleg met bedrijven en stakeholders onder de vlag van MAKE 2030. We proberen ook Europa in diezelfde richting te duwen.

In die geest ben ik volgende week maandag in Hamburg voor de North Sea Summit. Op 11 februari vindt daarom ook voor de derde keer de European Industry Summit plaats in de Antwerpse handelsbeurs. Op 12 februari komt op mijn vraag een informele Europese Raad in Alden Biesen bij elkaar met slechts één agendapunt: de Europese competitiviteit. Wij moeten dit momentum grijpen om welvaartcreatie opnieuw centraal te stellen en om weerbaar te worden. Dat is de hoofdboodschap die ik heb meegenomen uit al mijn contacten in Davos en dat is ook de boodschap die ik straks zal meegeven aan mijn Europese collega's.

De nood aan Europese daadkracht was de voorbije decennia nooit zo groot als vandaag. Het is nu aan ons om op het appel te zijn. Ik dank u.

Maxime Prévot:

Beste Kamerleden, de top van Davos bleek niet zonder verrassingen. De premier heeft het al gezegd, terwijl we oorspronkelijk dachten dat de oorlog in Oekraïne de gesprekken zou domineren, waren het uiteindelijk de verbale escalatie en de dreigementen van president Trump over Groenland die de aandacht trokken.

We waren aangekomen met een gevoel van urgentie. We vertrekken met de indruk dat er mogelijk een akkoord in de maak is en dat de druk, althans tijdelijk, afneemt, zowel op militair als op handelsvlak. Het is nog te vroeg om in detail te reageren op een akkoord waarvan de contouren nog niet bekend zijn. De Denen en de Groenlanders zullen het als eersten moeten bestuderen, gevolgd door alle NAVO-bondgenoten en de lidstaten van de EU.

Mais une chose est déjà certaine, cette séquence nous enseigne beaucoup.

Première leçon face à la brutalité – parfois – et à l’imprévisibilité – souvent – du président américain, notre ligne doit être immuable: garder la tête froide et resserrer les rangs. Sur la forme de nos messages, contrairement à ce que certains ont envie de croire ou de fantasmer, répondre sur le même ton ne mène nulle part. Monter dans l’invective, frôler l’insulte, c’est alimenter l’escalade. Les Européens doivent rester unis, cohérents et fermes. Être ferme ne signifie pas devoir crier fort. Nous devons opposer l’ordre au chaos de manière inlassable.

Deuxième leçon: garder son sang-froid ne signifie ni faiblesse ni concession. Sur le fond, les messages doivent être très clairs. Ils le sont, et ils ont été répétés à Davos et bien avant, y compris dans cette enceinte et dans la presse internationale, par mes soins. Le Groenland n’est ni à prendre, ni à vendre. C’est une ligne rouge et cela a été répété. Notre solidarité est totale à l’égard du Danemark, comme le sera aussi notre prise de responsabilité en matière d’accroissement de la sécurité de la région arctique. Le ministre de la défense s’y emploie.

De boodschap inzake Groenland moeten de Europeanen met één stem uitdragen: als u volhardt, zullen wij reageren; als u een handelsoorlog wilt, zullen wij u op gelijke voet behandelen.

Het bijeenroepen van een vergadering van de Europese Raad vanavond heeft reeds een duidelijk signaal gegeven van onze gedeelde bezorgdheden en van het urgentiegevoel dat ons drijft.

Die boodschap lijkt president Trump te hebben begrepen, aangezien hij gisteren aankondigde af te zien van zijn dreiging met tariefverhogingen voor bepaalde bondgenoten.

Ik herhaal nogmaals dat wij eensgezindheid en vastberadenheid moeten tonen.

Troisième leçon: ne nous laissons pas bercer par l'apparente accalmie. La pression retombe aujourd'hui, sans qu'il soit exclu que ce soit pour mieux revenir demain sur le Groenland, sur l'Ukraine ou sur un autre sujet. L'imprévisibilité va demeurer. Les tensions et menaces entre alliés ont atteint un tel sommet qu'il en restera des traces durables dans notre façon de penser et d'agir.

Plus fondamentalement, cette parenthèse de calme ne résout en rien nos propres vulnérabilités. Dans le fond, l'enjeu n'est pas de réagir à chaque soubresaut en provenance de Washington, de Moscou ou d'ailleurs, même si nous y sommes bien contraints, mais de regarder en face nos propres responsabilités et, comme l'a souligné le premier ministre, de préparer davantage notre palette d'outils de réaction pour ne pas entreprendre, quelque peu groggys, un processus quand nous nous situons au pic des tensions.

Je vous le disais ici la semaine dernière, chers collègues: l'Union européenne est forte quand elle est unie, et seulement quand elle est unie. Sans cette unité, elle ne pourra pas être un acteur géopolitique majeur. C'est aussi l'un des principaux défis pour l'Union européenne, un défi qui risque de devenir existentiel si nous ne prenons pas davantage la mesure de la nécessité de notre cohésion et que nous succombions aux tentations de relations plus bilatérales et hors du droit. La superpuissance américaine ne peut pas avoir comme pendant la superdépendance européenne.

Onze absolute prioriteit moet het versterken van de Unie zijn, niet de vluchtige verontwaardiging.

De premier en ikzelf zijn ervan overtuigd dat we moeten investeren in onze strategische autonomie, in de sleutelsectoren die onze veiligheid en onze welvaart bepalen. We moeten investeren in onze afschrikkingscapaciteiten. We moeten investeren in onze veerkracht. Alleen zo zullen we ophouden kwetsbaar te zijn voor de onvoorspelbaarheid van de wereld en voor de chantage, die sommigen niet schuwen.

De schijnbare ontspanning van de voorbije uren mag onze vastberadenheid op dat vlak geenszins ondermijnen. We kunnen het ons niet langer permitteren om die boodschap te negeren.

Quant à votre question connexe, madame Schlitz, sans en diminuer l'importance, le rapport d'Oxfam, publié voici quelques jours, rappelle l'importance de rester attentif aux difficultés vécues par une partie de la population.

Qu'un fossé se creuse dans la plupart des pays du monde entre les plus riches et les moins riches, c'est une réalité. Que des disparités subsistent aussi en Belgique, c'est aussi une réalité. Nous devons y accorder une réelle attention et ce gouvernement continue à œuvrer pour que ces inégalités ne se creusent pas davantage.

Quant à la question de la participation prétendue de la Belgique au Board of Peace, monsieur Lutgen, tel qu'erronément annoncé par la Maison-Blanche, nous confondant peut-être avec le Belarus, je confirme officiellement que les modalités de gouvernance et de statut ainsi que la tentation de substitution à l'ordre international multilatéral régi par les Nations Unies s'éloignent effectivement de nos standards et ne nous permettraient pas de souscrire à l'initiative en l'état actuel des choses, encore moins en ayant convié à ce Board of Peace des personnalités comme M. Poutine.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, ce que je craignais est malheureusement arrivé. Après vos propos virils, engagés, presque courageux, tenus il y a quelques heures à Davos, nous entendons ici les manifestations d’un double discours, d’une divergence de vues, de la part de ceux qui pensent que l’incident est clos et que, s’il ne l’est pas immédiatement après le départ de M. Trump de la présidence en 2029 – du moins s’il daigne quitter la Maison ‑ Blanche –, il y aura, selon eux, un retour au business as usual .

Je n’y crois pas. Nous sommes ici face à un changement majeur de doctrine internationale des États ‑ Unis, à un changement majeur dans la relation entre les É tats ‑ Unis et le reste du monde, et singuli è rement vis ‑ à ‑ vis des pays de l ’ Union europ é enne.

À ceux qui pensent que ce n’est qu’un mauvais moment à passer, à ceux qui pensent qu’il fera à nouveau beau demain, je dis que c’est de la candeur, une candeur qui confine à la connerie. Ce serait vraiment de la connerie de s’inscrire dans cette voie ‑ l à .

À ceux qui disent aussi que la faiblesse des Européens est due à la lubie de quelques "écolos bobos", à certains penseurs divers et variés, à des rêveurs, je rappelle qu'elle est avant due aux chantres de l'ultralibéralisme, à ceux qui affirmaient qu’il fallait aller produire à bas coût, dans des conditions inacceptables, pour vendre ici au même prix et engranger des marges importantes.

Il faut joindre les actes à la parole, et notamment soutenir l’industrie européenne, soutenir la réindustrialisation, et donc faire un (…)

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, Davos is belangrijk en ik denk dat sommige partijen dat voor de eerste keer beseffen. Internationale woorden zijn ook belangrijk, maar wat uiteindelijk telt, is wat we híer doen. U hebt een unieke kans om uw woorden in daden om te zetten. U hebt gezegd: " We need new alliances. That is what Mercosur is all about ." Dat betekent nieuwe partnerschappen. Dat is heel belangrijk voor onze bedrijven. Dat is geen detail, het gaat over exports en jobs, maar uw coalitiepartners saboteren en blokkeren dat.

U hebt leiderschap nodig om hen te overtuigen en u krijgt daarvoor vanavond een unieke kans op de Europese Top. Volg Duitsland. Ik hoop dat u deze avond aan uw Europese partners zult aankondigen dat wij, net zoals Duitsland, Mercosur voorlopig zullen toepassen. Dat is de boodschap.

Inzake de eengemaakte kapitaalmarkt hebt u helemaal gelijk wanneer u zegt dat wij die echt nodig hebben, maar volg dan Mark Carney. Stop met de belastingen, stop met al die taksen. Mark Carney heeft de meerwaardebelasting net afgeschaft, maar wat doet deze regering? U verdubbelt de effectentaks voor de beleggers, u voert een bankentaks in, u verhoogt de roerende voorheffing met 20 % en u voert een meerwaardetaks in. Stop met al die taksen en stimuleer investeringen.

Sarah Schlitz:

Merci pour vos réponses.

Ce rapport n’est en effet pas anodin. Ce débat est tentaculaire, mais ce rapport, qui est publié chaque année à dessein juste avant le sommet de Davos, est essentiel en termes de lecture de l’état du monde et des rapports de force, mais également des dangers en termes de déstabilisation de nos démocraties et de l’État de droit. Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à laisser ces grandes fortunes tenter de déstabiliser nos démocraties et ici en particulier les démocraties européennes. Ils ne se cachent même plus, ils le disent: ils vont continuer à essayer d’influencer les élections démocratiques en Europe, à travers le rachat de médias et de réseaux sociaux. Eh bien, oui, il est temps de les arrêter.

La semaine dernière, nous avons eu des auditions au sujet de votre taxation des plus-values. Les experts ont émis des critiques très fortes sur cette taxation, qui passerait à côté de ses objectifs. Prenez les choses en main, intégrez les recommandations des experts et faites en sorte que cette taxation touche réellement sa cible. Ne restons plus l’exception européenne qui refuse d’aller chercher cet argent là où il est. Faites en sorte de renforcer cette taxe en adoptant par exemple l’amendement que nous avons déposé, qui permettrait d’aller chercher 1,5 milliard chaque année pour le budget de l’État.

Raoul Hedebouw:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Y a-t-il effectivement eu une étude approfondie de ce document de sécurité stratégique américain? Avez-vous lu ce document que M. Boucher aurait pu écrire lui-même?

Que dit-il? D’une part, il y est confirmé, noir sur blanc, le rétablissement de la doctrine Monroe, c’est-à-dire un projet néocolonial pour l’ensemble du continent latino-américain. D’autre part, il y est écrit, noir sur blanc, que l’objectif est la destruction de l’Union européenne.

Pourtant, ici, certains ministres continuent de dire que tout ira bien, que cela va passer, qu’il était simplement moins fâché aujourd’hui. Voyez-vous l’enjeu stratégique qui se joue actuellement? L’impérialisme américain l’affirme explicitement. Son objectif est la destruction de l’ordre existant, et nous continuons à regarder comme si de rien n’était.

Ce que Trump et l’impérialisme américain font aujourd’hui avec le Groenland, ils le font depuis des décennies avec les pays du Sud. Sept cents bases militaires à travers le monde, des interventions militaires répétées, le dollar comme monnaie dominante qui conditionne les économies mondiales, une banque centrale américaine dotée d’un pouvoir antidémocratique considérable. C’est cet ordre mondial qui est en train de s’effondrer sous nos yeux.

La question, monsieur le premier ministre, est donc de savoir quelle Union européenne nous voulons construire. Une autonomie européenne n’a de sens que si elle ne consiste pas à suivre aveuglément les États-Unis dans leurs interventions et dans cet ordre mondial néo-impérialiste. Cette voie n’est pas tenable.

Il faut au contraire tendre la main aux pays du Sud et construire une véritable Union européenne en symbiose avec les peuples du monde, mais pas (…).

Peter Mertens:

Oké, over Groenland zijn er twee lezingen. De ene lezing zegt dat we content zijn omdat de Verenigde Staten van geweld hebben afgezien. Dat zou komen omdat de Europese Unie wakker is geworden en heel sterk is. Dat is een lezing die ik absoluut niet begrijp en ook niet zie.

De andere lezing is dat het niet aan Ursula von der Leyen ligt dat er geen geweld is gebruikt. Het ligt ook niet aan koning Filip en dat gesprek van een kwartier dat er geen geweld zal worden gebruikt. Het ligt zelfs niet aan de Europese Raad. Het ligt aan de deal die Mark Rutte heeft gesloten met Trump.

Men zegt hier dat Groenland niet wordt uitverkocht. Die deal verkoopt Groenland echter onder onze ogen uit aan de Verenigde Staten. Het gaat over grondgebied dat aan Trump wordt gegeven. Het gaat over mineralen die aan Trump worden gegeven. Het gaat over controle die aan Trump wordt gegeven. Zelfs investeringsveto’s worden in die deal toegekend.

Mijn vraag was eenvoudig, maar u hebt er niet op geantwoord. Welk mandaat heeft Mark Rutte gekregen van de Europese Unie? Mark Rutte is nergens verkozen. Integendeel, hij is gebuisd in Nederland. Hij heeft Nederland achtergelaten in een chaos. Vervolgens heeft hij een job gekregen bij de NAVO. Nergens is hij verkozen. Welk mandaat heeft hij van de Europese Unie gekregen om stukken Groenland te verpatsen? Hij heeft geen mandaat gekregen. Voor onze ogen verkopen we stukken Europa uit. We spreken hier grote taal, maar terzelfder tijd zijn we Europa aan het uitverkopen aan de Verenigde Staten.

Oskar Seuntjens:

Premier, u zei dat onze waardigheid niet te koop is. Ik meen dat het goed is dat u dat zegt. In een wereld die op zijn kop lijkt te staan, snakken mensen naar een duidelijk signaal, naar een Europa dat een vuist maakt en niet achteruit deinst. Een vuist maakt tegen mensen die het niet echt menen met democratie, die het niet echt menen met mensenrechten.

Daar moeten we vooral niet hypocriet over zijn. Vandaag staan wij 1.000 % achter de Groenlanders. En tegelijkertijd verzetten we ons ook tegen andere autocraten. Tegen Poetin, die Oekraïne is binnengevallen, zoals u terecht zei, mijnheer de minister. Dat mogen we niet vergeten. Tegen Netanyahu die de Palestijnen onderdrukt. Tegen de Chinezen, die de Oeigoeren in opvoedingskampen steken.

Consequent moeten we, keer op keer, onze normen en waarden uitdragen. Consequent. Dat is onze sterkte. Dat is hoe we het verschil kunnen maken.

François De Smet:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Premier, vous parlez encore d’un monde idéal, avec une pointe de regret que je comprends. Moi aussi, je suis une forme d’atlantiste frustré. Mais le premier Trump aussi, nous pensions que ce serait une parenthèse. Vous l’avez vous-même dit à Davos: le retournement des États-Unis ne date pas des présidences Trump. Il est structurel. Il est stratégique.

Dans ce monde rempli d’imprévisible – monsieur le ministre, j’ai beaucoup aimé que vous ameniez cette notion, parce qu’elle est très vraie – il y a une seule certitude: c’est que nous sommes dans un monde d’empires en résurgence, et que nous sommes trop faibles pour l’instant.

Nous, politiques, faisons en général de bons programmes. Nous nous disons que tout est prévisible et, en fait, nous passons une grande partie de notre temps à combattre la force de l’imprévisible.

La seule manière de combattre ici l’imprévisible, c’est de devenir plus forts – en effet, premier, vous avez raison –, de multiplier des partenariats avec d’autres pays: avec le Canada, avec l’Australie, avec l’Inde, etc.

Cela laisse aussi penser que, entre nous, le nationalisme comme force politique en Europe n’a pas beaucoup d’avenir, paraît daté. Il n’est pas exclu, premier, que d’ici 2029, vous soyez devenu complètement fédéraliste. C’est tout le mal que je vous souhaite.

Els Van Hoof:

Ik ben blij met uw sterke antwoorden want een voorbereide Europese Unie is er twee waard.

Het is een goede zaak dat werd afgezien van een handelsoorlog of militair geweld. Niettemin is waakzaamheid geboden want er zijn diepe wonden geslagen in de trans-Atlantische relaties. Dat moeten wij onder ogen durven zien. Ze helen niet in één nacht.

Ik ben blij dat zowel de premier als de minister zich hebben aangesloten bij de punten die voor cd&v belangrijk zijn. Europa moet zijn tanden laten zien voor het behoud van zijn waarden. Wij moeten steunen op betrouwbare bondgenoten, onze strategische autonomie uitwerken en allianties aangaan met nieuwe democratieën.

Als wij de voorbije week één zaak duidelijk hebben kunnen merken, dan is het wel dat, als wij een internationale wereldorde willen die niet gebaseerd is op dreigementen maar op internationaal recht, wij daar zelf aan moeten werken. Wij mogen ons niet uit elkaar laten spelen want dat is de strategie waarop Poetin speelt, waarop Xi speelt en waaraan Trump op zijn manier ook meewerkt. Wij moeten vooruitgaan met eensgezindheid, vastberadenheid en daadkracht.

Dat begint vanavond op de Europese top. Ik hoop dan ook dat op die top Europese tegenmaatregelen worden voorbereid die kunnen worden ingezet wanneer nodig.

Georges-Louis Bouchez:

Henry Kissinger, dans les années 1970, disait déjà: "Les États-Unis n’ont ni alliés, ni ennemis, juste des intérêts." Certains viennent de découvrir aujourd'hui comment fonctionnait la politique internationale. En fait, aujourd'hui, c'est un peu plus rapide. C'est certainement beaucoup plus brutal. Cela a certainement des conséquences beaucoup plus fortes, mais il n'y a rien de neuf. Il faut arrêter de regarder le monde tel qu'on voudrait qu'il soit. On doit le regarder tel qu'il est. D'ailleurs, le premier ministre parle d'élargir nos alliés. C'est la raison pour laquelle nous devons signer des accords de libre-échange. C'est la raison pour laquelle nous devrions d'ailleurs signer un accord de libre-échange avec l'Afrique, parce qu'il y a là un enjeu essentiel pour les générations futures.

Mais je voudrais aussi prendre l'opposition à témoin. Vous effectuez presque aujourd'hui des danses de la pluie en espérant l'autonomie et la force de l'Europe. Mais pourquoi ne soutenez-vous pas alors nos réinvestissements dans la défense? C'est un passage obligé pour l'autonomie européenne. Pourquoi nous avez-vous bloqués quand nous avons voulu prolonger le nucléaire sous le précédent gouvernement? C'était essentiel pour l'autonomie énergétique. Allez-vous nous suivre si nous voulons supprimer des réglementations afin de permettre à l'industrie de s'installer? Allez-vous nous suivre pour baisser les impôts pour relancer la compétitivité? Allez-vous nous suivre dans des choix politiques courageux qui permettront enfin d'atteindre ce que nous aurions dû atteindre depuis longtemps: la souveraineté européenne?

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie.

Je suis heureux d'apprendre que la Maison-Blanche a confondu la Biélorussie avec la Belgique et je suis désolé d'avoir confondu l'Alaska et le Groenland dans mon intervention.

Je ne sais pas lequel de vous deux résiste et mord le plus. Toujours est-il que personne ne pourra contester ici que la voix de la Belgique est plus forte sur le plan européen et international qu'elle ne l'était voici un, deux ou trois ans, ou même plus loin dans le temps. Pour ma part, c'est une bonne surprise.

Au travers des deux interventions, oui, il est possible d'exprimer fermement et sans s'agiter les intérêts économiques de la Belgique et de l'Union européenne, en rappelant que le droit international constitue une boussole absolue – comme vous l'avez démontré dans de nombreux dossiers et à l'occasion de plusieurs enjeux.

De même, vous rappelez que notre autonomie stratégique est essentielle et qu'il convient d'y travailler à l'échelle européenne. Vous avez, du reste, engagé le gouvernement sur cette voie: autonomie de la défense, autonomie énergétique, autonomie au plan de la santé et de l'alimentation. À ce dernier titre, la production agricole européenne doit être soutenue pour que nous ne soyons pas dépendants demain. Nous sommes déjà suffisamment dépendants pour ne pas le devenir encore davantage.

C'est sur cette voie de la fermeté, en suivant la stratégie qu'applique votre gouvernement, que la Belgique, aujourd'hui plus forte, se renforcera encore et que l'Union européenne, dans son unité, fera résonner la voix de celles et ceux qui se tiennent du côté du droit international.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de premier, u zegt dat onze waardigheid niet te koop is. Hoe geloofwaardig is dat als u 1,5 miljard euro uitgeeft aan elf extra F-35’s? Met mooie woorden en retoriek gaan we het niet halen. Alleen uw daden tellen. Annuleer die aankoop van die extra F-35’s. Put your money where your mouth is . Dat is ook wat Trump doet. Hij onderneemt actie. Er zit methode in zijn waanzin. Die waanzin is te lezen in zijn nationale veiligheidsstrategie, waarin hij zegt dat hij het verzet tegen Europa zal leiden. Die waanzin wordt gedreven door het eigenbelang van een klein clubje superrijken dat de democratie wil vervangen door dwang en daar nog lof voor eist ook. Hij is daar zelf een voorbeeld van, of het nu gaat om olie, mineralen, vaarroutes, schimmige crypto- of techplatformen, ook in Europa. In die waanzin moeten we met een koel hoofd alternatieven uitwerken en vastberaden neen durven zeggen. Het enige instrument dat u vandaag op korte termijn zo concreet kunt inzetten, gebruikt u niet. Als u ongebonden, autonoom en met rechte rug uw waardigheid wilt behouden, dan doet u ook po dat vlak wat mogelijk is. Het is ongelooflijk dat u zelfs op dat vlak vandaag niet thuis geeft.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, zelfs in dergelijke crisissen schuwt men de grote en ook heel vaak loze woorden niet. Ik heb de woorden respect, loyauteit en waardigheid vaak gehoord, maar dat zijn geen losse zinnetjes of vage begrippen. Het is een engagement, een attitude.

Een sterk Europa heeft inderdaad respect voor internationaal recht en soevereiniteit. Een sterk Europa heeft loyauteit voor nieuwe en oude allianties en voor elkaar. Een sterk Europa heeft een smoel en zal aan de onderhandelingstafel aanwezig zijn wanneer het gaat om vrede voor Oekraïne. Een sterk Europa geeft ons de identiteit die we nodig hebben om er te staan in de wereld, om aan handel te doen en om onze volgende generaties te beschermen.

Dat is wat sterk leiderschap met zich meebrengt en daar kan ik absoluut op u tweeën en op de arizonaregering rekenen, waarvoor dank.

Voorzitter:

Dank u, mevrouw Depoorter, en alle sprekers en de twee ministers. Mijnheer Hedebouw , de heer Bouchez heeft uw naam genoemd, maar niet op een wijze die aanleiding geeft tot een persoonlijk feit.

De in Noord-Macedonië gedetineerde Belg
De overbrenging van Lars De Smet
De detentie van Lars De Smet in Noord-Macedonië
De zaak van Lars De Smet in Noord-Macedonië

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementsleden Van Hoecke (Vlaams Belang) en Di Nunzio bekritiseren dat de Belgische gevangene Lars De Smet al vier jaar in "structureel onmenselijke" Noord-Macedonische gevangenissen zit, met ernstige medische en psychologische problemen, terwijl de familie klaagt over gebrek aan actie en pingpong tussen Justitie en Buitenlandse Zaken. Minister Verlinden (Justitie) bevestigt dat Noord-Macedonië in augustus 2023 een goedgekeurde overbrenging plots weigerde (zonder motivatie) en benadrukt dat beide ministeries het dossier opvolgen, maar geen concrete vooruitgang boeken—wat de parlementsleden "onacceptabel" noemen. Zij eisen dringende diplomatieke druk, betere communicatie met de familie en een hernieuwde overbrengingspoging, terwijl Verlinden belooft het dossier "van nabij" te blijven volgen.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, Lars De Smet is een jongeman uit Aalst die al vier jaar in de cel zit in Noord-Macedonië. De lokale rechtbanken hebben hem veroordeeld tot een celstraf van zes jaar. Hij zit sinds mei 2022 opgesloten. Hij werd opgesloten in twee Macedonische gevangenissen, volgens de informatie die ons bereikte. De Raad van Europa heeft die gevangenissen herhaaldelijk omschreven als structureel onmenselijk met ernstige tekortkomingen op het vlak van veiligheid, medische zorgverlening en basisrechten.

De Belgische Staat is sinds 2022 formeel op de hoogte van de ernstige medische en psychologische problemen waar Lars mee kampt. Roland, de vader van Lars, trekt al de hele tijd aan de alarmbel. Om het in zijn woorden te zeggen: Lars is uitgeput, ziek en volledig op zichzelf aangewezen.

Verschillende collega's die vandaag in deze commissie aanwezig zijn, hebben vorige week de minister van Buitenlandse Zaken over de kwestie ondervraagd. Ik had zelf voor de kerstvakantie een schriftelijke vraag ingediend, maar gezien de tijdsdruk en de ernst van het dossier leek het mij beter die vragen ook meteen mondeling aan u te richten vandaag.

De minister van Buitenlandse Zaken stelde vorige week dat de situatie vanuit de Belgische ambassade nauw wordt opgevolgd, maar verwees voor alle vragen wat de overlevering van Lars naar België betreft naar u, in uw hoedanigheid van minister van Justitie. Hij stelde ook dat de diensten van de minister van Buitenlandse Zaken in regelmatig contact staan met de diensten van Justitie over deze zaak en dat u bevoegd bent voor de uitvoering van het overbrengingsverdrag van de Raad van Europa. Vandaar heb ik voor u vandaag de volgende vragen, mevrouw de minister.

Ten eerste, hoe gebeurde de opvolging vanuit Justitie bij de Noord-Macedonische autoriteiten de afgelopen jaren? Kunt u daar wat meer context over geven?

Ten tweede, hoeveel bezoeken, gesprekken of interventies vonden er vanuit Justitie daadwerkelijk plaats?

Ten derde, welke opvolging werd gegeven aan de signalen van procedurefouten of mogelijke problemen met detentieomstandigheden?

Ten vierde, hebt u zelf al rechtstreeks face to face overleg gepleegd met de minister van Buitenlandse Zaken over deze kwestie? Hebt u dit dossier ook al formeel onder de aandacht gebracht bij uw Noord-Macedonische ambtgenoot of bij de ambassadeur in Brussel? Zo ja, wanneer en wat was de reactie? Zo niet, waarom niet en wanneer zal dat gebeuren?

Tot slot vallen België en Noord-Macedonië allebei onder het verdrag van de Raad van Europa inzake de overbrenging van gevonniste personen. Hoe staat het met de uitvoering van dat verdrag in deze casus? Welke stappen zijn er ondertussen gezet? Welke moeilijkheden hebt u daarbij zien opduiken? Hoe zal dit verder worden opgevolgd en wat zult u ondernemen om schot in de zaak te krijgen?

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de minister, de collega van het Vlaams Belang heeft de context al volledig geschetst. Ik zal dat niet opnieuw doen. Ook wij hebben alarmerende signalen ontvangen vanwege de familie van Lars De Smet over de situatie waarin hij zich bevindt, zowel op het vlak van voeding en ondervoeding als wat betreft de fysieke mishandelingen die hij in Noord-Macedonië ondergaat. Wanneer een landgenoot van ons in het buitenland opgesloten zit en er gevreesd moet worden voor zijn veiligheid en gezondheid, lijkt het mij gerechtvaardigd dat wij daar in het Parlement vragen over stellen.

In eerste instantie verwijs ik naar wat eerder aan de minister van Buitenlandse Zaken is voorgelegd. Minister Prévot heeft toen geantwoord dat vanuit zijn diensten alle mogelijke stappen genomen zouden zijn, onder meer wat consulaire bijstand betreft. Wij horen echter van de familie dat zij dat tegenspreekt en het gevoel heeft dat niet alles wordt gedaan wat nodig is om de levensomstandigheden van Lars te verbeteren. Dat wordt dus in twijfel getrokken.

In tweede instantie heeft de minister van Buitenlandse Zaken expliciet verwezen naar Justitie en naar uw diensten. De collega van het Vlaams Belang heeft het al gezegd, specifiek wat de overbrengingsprocedure betreft, die onder de bevoegdheid van Justitie valt. Ik kan meegeven, en ik heb dat ook in mijn vraagstelling omschreven, dat de familie zich van het kastje naar de muur gestuurd voelt, waarbij Justitie en Buitenlandse Zaken naar elkaar verwijzen. Volgens Justitie zou het gaan om een administratieve afhandeling die door Buitenlandse Zaken kan gebeuren, terwijl volgens Buitenlandse Zaken de angel van het probleem bij Justitie zit.

De vraag is nochtans duidelijk. Hopelijk kunnen beide instanties, samen met u en uw collega van Buitenlandse Zaken, aan hetzelfde zeel trekken, zodat de levensomstandigheden van Lars verbeteren en hij ook effectief, en niet slechts mogelijk, naar ons land wordt overgebracht.

Ik verwijs daarom naar wat ik schriftelijk heb ingediend en de deelvragen die daarin zijn opgenomen. Ik vraag u om toe te lichten waar de knoop precies zit op het vlak van Justitie en hoe de afstemming verloopt met uw collega van Buitenlandse Zaken. Ik dank u.

Voorzitter:

Mevrouw Lambrecht is niet aanwezig.

Annelies Verlinden:

Dank u wel, collega’s. Vooraleer ik inga op de diverse vragen, wil ik duidelijk aangeven dat ik mij het lot van elke onderdaan in een buitenlandse gevangenis zeker aantrek. Wij hebben vaak contact met de familie, zowel via de betrokken diensten als via het kabinet, over dossiers om na te gaan hoe we, waar nodig en mogelijk, een doorbraak kunnen realiseren.

Daarbij moet uiteraard rekening worden gehouden met de verdragsrechtelijke basis en moeten de procedures worden gerespecteerd, zodat de situatie en vooral de juridische positie van de betrokkenen niet verder worden bemoeilijkt. Dergelijke demarches hebben in het verleden al meermaals geleid tot betere detentieomstandigheden of een beter toekomstperspectief. Dat is ook precies de reden waarom we dat blijven doen.

Mijn kabinet en ook het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken blijven, zoals u net zei, regelmatig in contact over het dossier van de heer De Smet. Wij worden ook rechtstreeks gecontacteerd door de familie. Het dossier wordt uiteraard nauw opgevolgd, in contact met de autoriteiten van Noord-Macedonië. U weet dat ik niet in detail kan ingaan op individuele dossiers, maar ik schets u wel de algemene stand van zaken.

De vraag over consulaire bijstand ter plaatse behoort tot de bevoegdheid van de FOD Buitenlandse Zaken, waarvoor collega Prévot bevoegd is. Sinds oktober 2023, toen de situatie van de heer De Smet in Noord-Macedonië door zijn vader werd aangemeld bij de FOD Justitie, volgt Justitie dit dossier actief op. De Centrale Autoriteit van de FOD Justitie staat in rechtstreeks contact met de minister van Justitie van Noord-Macedonië en met de rechtbank van Skopje die de veroordeling heeft uitgesproken.

Noord-Macedonië is partij bij het Verdrag van de Raad van Europa van 21 maart 1983 inzake de overbrenging van gevonniste personen. Dat vormt de wettelijke verdragsbasis voor dit individuele overbrengingsdossier. Nadat Noord-Macedonië instemming had gegeven met de overbrenging heeft de Centrale Autoriteit Internationale Samenwerking in Strafzaken van de FOD Justitie aan de federale politie de opdracht gegeven om de overbrenging van Lars De Smet te organiseren. Die zou op 9 september van vorig jaar worden uitgevoerd. Op 7 augustus hebben de Noord-Macedonische autoriteiten echter laten weten niet langer in te stemmen met de overbrenging. Dat is een soevereine beslissing van de Noord-Macedonische autoriteiten, zoals die ons is meegedeeld.

Ik kan niet inschatten wanneer Noord-Macedonië zijn beslissing over de tussenstaatse overbrenging zal heroverwegen, maar de diensten en het kabinet blijven dit dossier van nabij opvolgen, in de hoop daar zo snel mogelijk duidelijkheid over te krijgen.

Alexander Van Hoecke:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

Ik onthoud dat u via de diensten van Justitie en het kabinet in contact staat met de familie van Lars. Wat mij vooral zorgen baart, is dat Noord-Macedonië op een bepaald moment heeft meegedeeld niet langer akkoord te gaan met de overbrenging, zonder dat daar een gemotiveerde reden voor werd gegeven, en dat er nadien geen enkele vooruitgang meer is geboekt. Dan lijkt het mij dat het initiatief aan onze kant moet liggen. Het moet vanuit België komen dat er druk wordt gezet en dat er een duidelijk signaal wordt gegeven aan de Noord-Macedonische autoriteiten: wij laten dit niet los, wij zijn Lars niet vergeten. Hij zit daar nog steeds in de cel. Wij willen minstens een duidelijke verklaring en zekerheid dat de detentieomstandigheden aanvaardbaar zijn. Zo niet, dan willen wij dat Lars wordt overgebracht.

Ik reken erop dat u samen met de minister van Buitenlandse Zaken hierop keihard blijft inzetten. Ik hoop oprecht dat u dat zult doen. Ik hoop eveneens dat u regelmatig contact blijft opnemen met de autoriteiten in Noord-Macedonië, telkens opnieuw de stand van zaken opvraagt en blijft aandringen op een akkoord over die overbrenging. Wij blijven dit alleszins opvolgen, want zolang Lars daar vastzit in mensonterende omstandigheden, kunnen wij dat absoluut niet aanvaarden. Wij zullen dit blijven opvolgen tot Lars terug in België is. Dank u wel.

Sandro Di Nunzio:

Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoorden, en in het bijzonder voor de opheldering rond de eerder geplande overbrenging die uiteindelijk niet is doorgegaan. Dat was inderdaad een van de vragen die wij hadden gesteld.

Wat ik vooral onthoud, zijn twee zaken. Wanneer ik de signalen van de familie hoor, met wie u en uw diensten in contact staan, is er toch minstens de perceptie, al dan niet terecht, dat niet altijd tijdige en voldoende duidelijke informatie wordt verstrekt. Ik wil daarom in mijn repliek een warme oproep doen om daar zeker de nodige aandacht aan te besteden.

Ik meen ook te weten dat u er altijd naar streeft prioriteit te geven aan mensen die in moeilijkheden verkeren, die slachtoffer zijn of zich slachtoffer voelen. Volgens mij is het hier echt noodzakelijk, gelet op wat de familie aangeeft, om daar volop in te investeren, uiteraard ook in overleg met de diensten van de minister van Buitenlandse Zaken, zodat voor iedereen duidelijk is waar men aan toe is.

Wat mij vooral zorgen baart in uw antwoord, en ik begrijp dat u niet in detail kunt treden, is dat ik geen enkel spoor zie van een doorbraak, noch wat betreft een verbetering van de levensomstandigheden, noch in het kader van de overbrenging. Dat is op zich zorgwekkend. Ik zeg uiteraard niet dat u daar persoonlijk iets aan kunt doen, maar de vraag stelt zich wel of de familie enige hoop kan koesteren op verbetering. Dat horen wij vandaag niet.

Ik vermoed dus dat dit iets is dat we goed moeten blijven opvolgen. Informeer de familie correct en tijdig, en dan zullen we zien wat het verdere verloop is. Ik hoop dat Lars op betere omstandigheden mag rekenen en, in een ideale wereld, dat u binnenkort met de boodschap kunt komen dat hij effectief naar België wordt overgebracht.

Wij zullen dit blijven opvolgen. Ik dank u.

Voorzitter:

Aan de orde zijn de samengevoegde interpellatie en vraag, nrs. 56000218I en 56012705C, van de heer Van Hoecke en mevrouw De Wit.

Alexander Van Hoecke:

Mijnheer de voorzitter, aangezien collega De Wit vandaag niet aanwezig kan zijn, wil ik dit punt graag laten uitstellen, uit collegialiteit.

Voorzitter:

We zullen dit punt uitstellen.

De IS-gevangenen in Oost-Syrië

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Paul Van Tigchelt vraagt zich bezorgd af hoe de VSSE, Veiligheid van de Staat en OCAD de groeiende dreiging inschatten van mogelijke ontsnappingen van Belgische IS-gevangenen in Noordoost-Syrië, nu de Koerdische SDF onder druk staat en de controle over detentiecentra dreigt over te gaan naar het Syrische regime—wat volgens hem een "chaotische overgang" riskeert die terroristen kansen biedt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat er geen Belgische FTF’ers ontsnapt zijn volgens huidige inlichtingen, maar erkent dat de situatie "snel verandert en onduidelijk" blijft; zij herhaalt het regeringsstandpunt om Syriëstrijders ter plaatse te houden en wijst op toezeggingen van het Syrische regime om IS te bestrijden. Van Tigchelt bekritiseert impliciet het regeringsbeleid als risicovol voor de Belgische veiligheid en dringt aan op alertheid en een snelle reactie van de Nationale Veiligheidsraad bij nieuwe dreigingsinformatie.

Paul Van Tigchelt:

Mevrouw de minister, we weten dat de Koerden, meer bepaald de Syrische Democratische Strijdkrachten, al jaren verantwoordelijk zijn voor de bewaking van duizenden IS-gevangenen, waaronder ook Belgen, in dat gebied. We zijn zelf niet ter plaatse, maar als we de nationale en internationale pers mogen geloven, staat die strijdkracht, die SDF, onder druk.

Gelet op het feit dat die Koerden verantwoordelijk zijn voor de gevangenen, groeit opnieuw, dat is niet de eerste keer de voorbije jaren, de onrust over het lot van duizenden IS-gevangenen in het gebied. Het is de nachtmerrie van vele veiligheidsdiensten dat IS-gevangenen met een zekere ideologie in de natuur zouden verdwijnen.

Mevrouw de minister, hoe beoordelen onze veiligheidsdiensten dat, meer bepaald de diensten die mede onder uw verantwoordelijkheid vallen, de VSSE, de Veiligheid van de Staat en het OCAD? Hebt u weet van Belgische FTF'ers die al aan de controle zouden zijn ontsnapt? Hoe evalueert u deze evolutie in het licht van het regeringsstandpunt van deze regering, namelijk om alle FTF'ers ginds te laten? Hoe beoordeelt u dat in het belang van onze veiligheid?

Annelies Verlinden:

In het kader van hun wettelijke bevoegdheden volgen inderdaad de VSSE en het OCAD de Belgische foreign terrorist fighters op, waaronder de Belgische FTF’ers die, op basis van de beschikbare informatie, vermeend in detentie verblijven in centrale kampen of gevangenissen in het noordoosten van Syrië. De situatie op het Syrische terrein verandert snel en is niet altijd duidelijk. De detentiecentra waar de Belgische FTF’ers verblijven, waren tot voor kort in elk geval nog onder controle van de Syrian Democratic Forces.

Indien het nieuwe Syrische regime de controle overneemt van deze detentiecentra, betekent dat niet automatisch dat de Europese FTF’ers zullen worden vrijgelaten. Het nieuwe Syrische regime engageert zich, net zoals de coalitie tegen IS, om de strijd aan te gaan tegen deze terroristische groepering. We zullen die toezegging uiteraard van nabij opvolgen.

Volgens de informatie waarover de VSSE op dit moment beschikt, zijn tot op heden geen Belgische FTF’ers ontsnapt uit de detentiecentra. De veiligheids- en inlichtingendiensten volgen dat verder op. Het blijft het standpunt van de regering dat we alles doen om te verhinderen dat Syriëstrijders zouden terugkeren naar ons land.

Paul Van Tigchelt:

Dank u wel, mevrouw de minister. De ongerustheid zit vooral in die chaotische periode wanneer de controle overgaat van de Koerden naar het Syrische regime. Dat brengt immers altijd chaos en onzekerheid met zich mee. Van die chaos zouden bepaalde gevangenen gebruik kunnen maken. Dat vraagt om alertheid en een zekere mate van ongerustheid. Ik hoop dat dit inderdaad goed wordt opgevolgd en dat, indien er een advies is van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de Nationale Veiligheidsraad zich daarover goed zal beraden. Het is uiteindelijk onze veiligheid die mogelijk op het spel staat.

De vastlegging van de steun aan Oekraïne

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 21 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Wouter Vermeersch vraagt minister Vincent Van Peteghem om verduidelijking over de jaarlijkse steunbedragen aan Oekraïne (2026-2029), wijzend op onduidelijkheid in het Rekenhof en het ontbreken van ministeriële goedkeuring. Van Peteghem antwoordt dat de bedragen in de aankomende begroting staan, verdeeld over meerdere posten, en benadrukt dat Russische tegoeden hiervoor worden ingezet, conform eerdere afspraken. Vermeersch bekritiseert dat België creatief rekent (o.a. door posten samen te voegen die andere EU-lidstaten apart boeken) en geen eigen middelen inzet, maar Russische bevroren activa gebruikt—wat volgens hem oneerlijk is vergeleken met andere landen. Hij stelt dat België "geen geld meer heeft" en dat dit thema bij het Rekenhof verder onder vuur zal liggen.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, ook de vastlegging van de steun aan Oekraïne is een belangrijk thema. In de marge van de bespreking van de Financiënwet bevestigde het Rekenhof in onze commissie voor Financiën dat de Strategische Visie 2025 voorziet in 1 miljard euro steun per jaar voor Oekraïne, maar konden de raadsleden van het Rekenhof bij gebrek aan goedkeuring van het dossier in de ministerraad niet bevestigen dat dat bedrag het exacte steunbedrag zou zijn. Wel wist het Rekenhof dat de vastlegging gepland was in het eerste trimester van 2026.

Mijnheer de minister, kunt u verduidelijken wat de totale jaarlijkse steunbedragen aan Oekraïne voor de jaren 2026 tot en met 2029 zullen zijn?

Werden de vastleggingen waarvan sprake reeds goedgekeurd in de schoot van uw regering?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Vermeersch, de steunbedragen aan Oekraïne voor de komende jaren zullen natuurlijk terug te vinden zijn in de begroting, die we spoedig in de Kamer zullen indienen. Net als in 2025 zijn die bedragen verdeeld over verschillende posten, onder andere de provisie voor Oekraïne, de bijdrage aan de European Peace Facility en diverse posten bij Defensie.

Zoals altijd houden we ons aan ons engagement dat de ontvangsten uit de Russische tegoeden terugvloeien naar Oekraïne. We zullen daar ongetwijfeld bij de bespreking van de begroting voor 2026 nog uitgebreid op terugkomen.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, het is nog bijzonder onduidelijk. Ik kan alleen maar vaststellen dat heel wat andere Europese lidstaten bijzonder bedenkelijk kijken naar hoe België tot zijn bijdragen aan Oekraïne komt. U hebt ter zake een nogal Hollandse rekenkunde. U rekent heel wat zaken samen die niet noodzakelijk samen te rekenen vallen, of die door andere landen als een uitgave voor Oekraïne worden beschouwd. Daarnaast is er natuurlijk nog de uitgebreide discussie over het Eurocleardossier, de manier waarop dit land zijn steun aan Oekraïne financiert. U maakt gebruik van die Russische tegoeden om de steun te financieren en zodoende tast u uiteindelijk niet in eigen buidel, terwijl andere Europese lidstaten dat wel doen. De situatie is wat ze is. Dit land heeft inderdaad geen geld meer, laat staan dat we geld kunnen uitdelen. Daar moeten we realistisch in zijn. Ook dat is een thema dat ongetwijfeld nog bediscussieerd zal worden in de commissie voor Financiën in de komende dagen, zeker als het Rekenhof hier binnenkort weer over de vloer komt. Dan zullen we dit punt zeker herhalen.

De hervorming van de federale administraties
De FOD Migratie
Hervorming en beheer van federale administraties en migratie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt kondigt de oprichting van FOD Migratie (2027) aan, die Dienst Vreemdelingenzaken, CGVS, Fedasil en Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bundelt om verkokering tegen te gaan, procedures te versnellen en kwetsbare groepen (zoals minderjarigen) beter te beschermen, zonder de beslissingsonafhankelijkheid van CGVS/RvV aan te tasten – volgens haar. El Yakhloufi (positief) benadrukt de belofte van efficiëntere dienstverlening, maar vraagt zich af of de planning (2027) en overlegstructuur haalbaar zijn. Van Belleghem (kritisch) betwist de claim van onafhankelijkheid: ze wijst op regeringsinstructies (meer subsidiaire bescherming, minder vluchtelingenstatus) die het CGVS als "niet-onafhankelijk" bestempelt, en beklemtoont dat samenwerking met Justitie, Politie en Buitenlandse Zaken (terugnameakkoorden, detentie illegalen) essentiëler is dan de hervorming zelf. Budget: €25 miljoen/jaar (2026-2027), maar concrete kostprijs ontbreekt.

Achraf El Yakhloufi:

De federale regering heeft beslist om een aantal overheidsdiensten te hervormen en te herstructureren, met onder meer de oprichting van een nieuwe FOD Migratie waarin verschillende migratiediensten worden samengebracht, evenals een herschikking van bevoegdheden inzake gebouwen en facilitaire ondersteuning.

In dat kader heb ik volgende vragen:

Kan u toelichten welke doelstellingen u precies nastreeft met de oprichting van de FOD Migratie en welke administraties daaronder zullen ressorteren?

Hoe wordt binnen deze nieuwe structuur de onafhankelijkheid en beslissingsautonomie van instanties met een specifieke wettelijke opdracht, zoals het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, gegarandeerd?

Welke waarborgen worden ingebouwd om te verzekeren dat deze hervorming geen negatieve impact heeft op de kwaliteit, zorgvuldigheid en rechtszekerheid van beslissingen in asiel- en migratiedossiers?

Op welke manier worden de betrokken administraties en hun personeelsvertegenwoordigers betrokken bij de verdere uitwerking en implementatie van deze hervorming?

Wat is de vooropgestelde timing van de hervorming en op welke manier zal het parlement hierover verder geïnformeerd en betrokken worden?

Hoe zal nadien geëvalueerd worden of deze hervorming effectief leidt tot meer efficiëntie, betere samenwerking en een verbeterde dienstverlening aan burgers?

Francesca Van Belleghem:

In een interview met minister Matz van Les Engagés in De Tijd van 31 januari verklaarde zij dat de operatie van de FOD Migratie louter organisatorisch is en dat de autonomie en de beslissingsonafhankelijkheid van de betrokken instanties gewaarborgd moeten blijven.

Wat is de timing van de FOD Migratie? Bent u het ermee eens dat dit een louter organisatorische reorganisatie zal zijn? Wat is de voorziene kostprijs van deze overkoepeling? Welk budget wordt hiervoor voorzien en welk budget is reeds uitgegeven?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw Van Belleghem, bedankt voor de vragen.

Mevrouw Van Belleghem, ik denk dat u wilt verwijzen naar een interview van 31 december en niet van 31 januari. Anders zou dat betekenen dat u een glazen bol hebt. Ik denk dat dat gewoon een vergissing was.

De hervorming waarnaar u verwijst, omvat een integratie van de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, Fedasil en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in een overkoepelende FOD Migratie. Daarbij wordt gestreefd naar een geharmoniseerde werking, waarbij de ketenaanpak centraal staat. Dat is bijzonder belangrijk.

Met deze hervorming willen we de verkokering tegengaan en de dienstverlening optimaliseren. Daarbij gaat het onder meer om het verkorten van de doorlooptijd van procedures, het sneller afhandelen van meervoudige aanvragen zonder bijkomende elementen, gezamenlijke aankoopcentrales voor de centra en een kwalitatieve dienstverlening met bijzondere aandacht voor niet-begeleide minderjarigen en kwetsbare profielen enzovoort.

De hervorming doet geen afbreuk aan de onafhankelijkheid inzake beslissingsbevoegdheden en adviesverlening. Het is net de bedoeling de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren. Alle wettelijke verplichtingen inzake zorgvuldigheid en rechtszekerheid blijven vanzelfsprekend bestaan. De kwaliteit van de dienstverlening zal in de toekomst bovendien worden gemonitord.

Er werd een programmawerking PMO opgezet, met een sponsorgroep waarin de leidinggevenden van de betrokken instanties zetelen. Daarnaast is er een programmagroep met vertegenwoordigers van de verschillende diensten. Een eerste communicatie aan de medewerkers van de diensten werd in september van vorig jaar verspreid en vooraf bezorgd aan de vakorganisaties. Zeer binnenkort zal een overleg met de vakorganisaties specifiek over de FOD Migratie worden ingepland, waarna dit overleg periodiek zal worden herhaald. Er vindt overigens nu reeds periodiek overleg plaats met de vakorganisaties over alle thema’s die tot mijn bevoegdheden behoren.

In de ministerraad werd op 23 december beslist dat de FOD BOSA ondersteuning zal leveren in dit hervormingstraject. Dat zal in de komende weken verder worden geconcretiseerd.

Het jaar 2026 wordt een voorbereidend jaar waarin de reglementaire teksten, de harmoniseringstrajecten en de blauwdruk van de nieuwe organisatie zullen worden uitgewerkt. Vanaf 1 januari 2027 zal worden gestart met de geleidelijke implementatie van de inkanteling.

Mevrouw Van Belleghem, er zijn op dit moment nog geen berekeningen beschikbaar met betrekking tot de budgettaire impact. Tot dusver werd er nog niets uitgegeven. De regering voorziet wel 25 miljoen euro voor alle hervormingstrajecten in 2026 en opnieuw hetzelfde bedrag in 2027.

Mijnheer El Yakhloufi, u haalde verschillende interessante punten aan, waaronder het belang van een regelmatige evaluatie van die hervorming. Daarvoor is er de cel ketenmonitoring, die verschillende indicatoren onderzoekt, onder meer inzake dossierbehandeling, doorlooptijd en de inzet van personeel.

Tot daar, voorzitter.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, professioneel verloopt onze samenwerking erg fijn. Als ik een vraag stel, geeft u mij immers meestal de antwoorden dat ik wil horen. Dat verrast mij.

U geeft aan dat er met de FOD zal worden gezorgd voor snellere procedures en dat de kwaliteit van de aanvragen zal verbeteren en dat kwetsbare personen, zoals minderjaren, zeker zullen worden beschermd. De onafhankelijkheid van het CGVS blijft daarbij gegarandeerd.

Daarnaast, mevrouw de minister, hoorde ik u zeggen dat u met verschillende mensen zou overleggen. Dat grote aantal overlegmomenten deed mij wel even opkijken. Vervolgens verwees u echter naar 1 januari 2027. U kent ons: we noteren vooral de data. U sprak ook over de komende weken, maar ik heb niet volledig begrepen wat er in die periode nog zou gebeuren. Ik zal dat in het verslag nalezen en er later opnieuw een vraag over stellen. Wat ik vooral heb onthouden, is dat we mogen rekenen op 1 januari 2027 als startmoment van de inkanteling, met andere woorden de opstart van de FOD Migratie, dat we daar naar mogen uitkijken. Dank u wel voor uw antwoord.

Francesca Van Belleghem:

Ik heb nog twee bemerkingen. Over de onafhankelijkheid van het CGVS en de RvV is er de afgelopen periode, vooral bij uw aantreden, veel te doen geweest. Daarna is dat wat gaan liggen. In het regeerakkoord staat dat het de bedoeling is dat het CGVS meer beslissingen zal nemen inzake subsidiaire bescherming en minder inzake de vluchtelingenstatus. Deze instructie van de minister aan het CGVS impliceert dat het CGVS daardoor deels haar onafhankelijkheid verliest. De vluchtelingencommissaris heeft al aangegeven daar niet naar te zullen luisteren. Zij is de mening toegedaan dat subsidiaire bescherming ondergeschikt is aan het vluchtelingenstatuut, ongeacht wat men in andere landen doet. In andere landen gelden andere maatregelen. Wij vinden dat het CGVS niet onafhankelijk moet zijn. Ik vraag me wel af hoe dat in de praktijk zal verlopen en hoe uw instructies uitgevoerd zullen worden, ook voor de RvV. Er zijn veel aankondigingen gedaan daaromtrent, maar eigenlijk is er nog niets concreets. De clou van de zaak is bovendien niet alleen dat er een FOD Migratie zal zijn, maar ook dat die FOD Migratie zeer goed zal moeten communiceren met Justitie over het gevangeniswezen, gelet op het grote aantal illegalen in de gevangenis, maar ook met Binnenlandse Zaken. Het is belangrijk dat de politie daadwerkelijk illegalen oppakt en doorspeelt naar uw diensten en dat er ook samenwerking is met Buitenlandse Zaken over de terugnameakkoorden. De FOD Migratie alleen is dus niet voldoende, er is ook samenwerking nodig met de andere overheidsinstanties.

De eerbiediging van de rechtsstaat in landen waar onze gedetineerden hun straf zouden uitzitten

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Xavier Dubois ontbreken recente, openbare Cedoca-rapporten over detentieomstandigheden in Kosovo en Albanië, terwijl minister Anneleen Van Bossuyt in oktober 2023 claimde dat zulke (positieve) rapporten bestonden; hij wijst op ernstige tekortkomingen (geweld, omkoping, slechte omstandigheden) in de wel gepubliceerde rapporten van januari 2025 en eist inzage in de actuele versies, desnoods onder strikte voorwaarden. Van Bossuyt bevestigt dat de negen rapporten (waaronder Kosovo/Albanië) wel degelijk bestaan, maar weigert publicatie tot na "verkennende gesprekken" met betrokken landen, belovend ze eerst intern (inclusief Dubois’ partij) te bespreken. Dubois betwijfelt de haalbaarheid van de plannen voor buitenlandse gevangenissen zolang er geen bewijs is van "duidelijke verbeteringen" en dringt aan op spoedoverleg met de commissie. De voorzitter sluit af zonder verdere toezeggingen.

Xavier Dubois:

Madame la ministre, à la suite de votre visite en compagnie de la ministre Verlinden au Kosovo et en Albanie au mois d'octobre dernier, vous aviez mis en avant la faisabilité d'un élément de l'accord de gouvernement relativement à la construction ou à la location de prisons dans l'un de ces pays pour y envoyer les détenus en séjour illégal sur notre territoire. L'accord de gouvernement prévoit que cette possibilité ne soit envisagée que si et seulement si des garanties sont offertes quant à des conditions de détention décentes et humaines et que les pays concernés respectent leurs obligations en matière de droit international. Il est également prévu que ces garanties soient validées par le Conseil d'État et sur la base d'un avis favorable du Cedoca.

En octobre, vous aviez évoqué que celui-ci avait justement rendu un tel avis relativement aux conditions de détention dans ces deux pays. Au moyen d'une question écrite j'avais demandé à pouvoir prendre connaissance du rapport. Vous m'aviez répondu qu'il était disponible sur le site du Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA). Après avoir consulté ledit site, j'ai constaté qu'aucun rapport récent du Cedoca n'y figurait.

Madame la ministre, ces rapports existent-ils? Si oui, sont-ils favorables? Pouvez-vous nous les transmettre? C'est en effet la moindre des choses qu'en tant que députés, nous puissions recevoir ces informations. Si ce n'est pas le cas, pourquoi ces rapports ne peuvent-ils pas être rendus publics? Enfin, s'ils n'existent pas, pouvez-vous confirmer vos propos du mois d'octobre? ​

Anneleen Van Bossuyt:

Monsieur Dubois, à notre demande, le Cedoca, le département de recherche du CGRA, a établi au total neuf rapports concernant neuf pays différents. Étant donné que nous entamerons prochainement des discussions exploratoires avec certains pays, je reporte la publication de ces rapports à une date ultérieure. Dès qu'un pays deviendra réellement concret, le rapport du Cedoca sera d'abord discuté au sein du gouvernement, où votre parti est également représenté.

Xavier Dubois:

Merci pour votre réponse qui m’étonne quelque peu. Si les rapports existent, nous devrions pouvoir y avoir accès. S’ils ne peuvent pas être rendus publics, nous pourrions y accéder selon des modalités sécurisées, comme nous en avons l’habitude pour quantité d'autres thématiques. Au-delà de cela, parmi les rapports qui existent et qui sont rendus publics, ce qu’on lit dans les derniers qui concernent le Kosovo et l'Albanie et datent de janvier 2025 ne rassure pas. On parle de violences sur les détenus, de conditions physiques inacceptables ainsi que de liens avec les milieux du crime organisé. Toute une série de choses ne sont pas positives du tout dans ces rapports de 2025.

Il faudrait qu'il y ait eu une nette amélioration concernant ces éléments, par rapport à ces analyses du Cedoca de l'époque, pour que l'on considère pouvoir avancer dans une collaboration potentielle avec ces deux pays. Voilà donc ma demande: pouvoir accéder à ces documents les plus récents. S'il faut le faire dans des conditions spécifiques d'accès, je pense qu'on peut l'organiser. J'espère, bien sûr, qu'on tiendra compte d'une évolution potentiellement positive pour pouvoir continuer à collaborer avec ces pays. Sinon, je pense qu'il faudra suspendre les avancées concernant ces deux pays en particulier.

Je demande qu'on puisse organiser une consultation de ces documents avec les services de la commission. Merci d'avance.

Voorzitter:

On prend acte de votre demande. Je ne peux pas intervenir dans ce dossier.

De asielprocedures, de termijnen en de rol van de beroepsinstanties

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Achraf El Yakhloufi vraagt naar de efficiëntie en afstemming tussen de Dienst Vreemdelingenzaken, CGVS en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV), en bekritiseert dat vertragingen in beroepsprocedures de versnelde eerste aanleg ondermijnen, met name in het licht van het Europese migratiepact. Minister Van Bossuyt bevestigt dat er continue afstemming is en dat de cel Ketenmonitoring knelpunten opspoort, maar erkent dat er ruimte voor verbetering blijft. Ze wijst op een nieuw wetsontwerp (in advies bij de Raad van State) om de RvV-procedures te stroomlijnen zonder extra middelen, hoewel ze een aanhoudende achterstand bij complexe dossiers toegeeft. Prioritaire zaken worden wel versneld behandeld, aldus de minister.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, een efficiënte asielprocedure vereist niet alleen snelle beslissingen in eerste aanleg, maar ook een vlotte en rechtszekere behandeling van beroepen. Ik heb daarover enkele vragen.

Hoe evalueert u vandaag de werking en de onderlinge afstemming van de verschillende instanties die betrokken zijn bij de asielprocedure, met name de Dienst Vreemdelingenzaken, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen?

Erkent u dat vertragingen in de beroepsprocedures het effect van snellere procedures in eerste aanleg ondermijnen? Het nieuwe Europese migratiepact voorziet in semi-termijnen voor versnelde procedures. Hoe verhouden die zich tot de vaak langdurige beroepsprocedures? Welke concrete maatregelen worden genomen om de doorlooptijden bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen te verkorten en is die instantie daar vandaag organisatorisch en personeelsmatig voldoende op voorbereid?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, de werking en de onderlinge afstemming tussen de verschillende instanties vormen een proces waarmee we dagelijks bezig zijn. Daarbij blijft steeds marge voor verbetering. Er wordt voortdurend ingezet op een zo efficiënt mogelijke samenwerking en afstemming tussen de verschillende diensten, met respect voor ieders bevoegdheden en voor de respectieve onafhankelijkheid van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen als beslissingsautoriteit en van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen als onafhankelijke rechtbank. Om de volledige asielprocedure op te volgen en te monitoren, bestaat de cel Ketenmonitoring, die tot doel heeft knelpunten tijdig te detecteren en de samenwerking verder te optimaliseren.

Wat uw vragen over de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft, kan ik u meedelen dat een specifieke wet wordt uitgewerkt waarin alle procedurele bepalingen met betrekking tot dit rechtscollege worden gebundeld. Dat wetsontwerp ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Ze beoogt de duidelijkheid en de rechtszekerheid te versterken, bestaande procedurele knelpunten weg te werken en de procedure in overeenstemming te brengen met de verplichtingen die voortvloeien uit het migratiepact. Dit wetsontwerp biedt een uitgelezen kans om de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen efficiënter te laten werken, zonder dat bijkomende middelen noodzakelijk zijn.

Tegelijk is er de realiteit dat voor bepaalde dossiers een aanzienlijke achterstand bestaat bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Ondanks die achterstand wordt er steeds naar gestreefd om de beroepsprocedures zo goed mogelijk af te stemmen op de beslissingsprocedures van de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Wanneer er sprake is van prioritaire of versnelde behandeling bij een van die instanties, wordt dat ook voorzien bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Achraf El Yakhloufi:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

De impact van lange procedures op asielzoekers en op integratie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Achraf El Yakhloufi bekritiseert dat lange asielprocedures de integratie van kansrijke asielzoekers (met hoge erkenningkans) belemmeren door gebrek aan taalonderwijs en inburgering tijdens opvang, en pleit voor versnelling. Minister Anneleen Van Bossuyt verdedigt de prioritering van urgente dossiers (bv. minderjarigen, Fast Track-landen) en wijst op de bewuste uitsluiting van asielzoekers uit inburgeringscursussen sinds 2019 (om "valse hoop" te vermijden, gezien slechts 25,2% erkenning), maar benadrukt wel activering via werk, taalinitiatieven en lokale samenwerkingen. El Yakhloufi herhaalt zijn bezorgdheid over economisch verlies door trage integratie en dringt aan op snellere procedures en taal-/werktoegang voor erkenden. Van Bossuyt erkent de nood aan dagbesteding maar handhaaft het beleid dat inburgering pas start na erkenning.

Achraf El Yakhloufi:

Langdurige asielprocedures hebben niet alleen administratieve gevolgen, maar ook een directe impact op het leven en de integratiekansen van asielzoekers.

Hoe beoordeelt u de impact van lange wachttijden in asielcentra op de integratie van kansrijke asielzoekers?

Er wordt vastgesteld dat door de focus op versnelde procedures andere dossiers, waaronder dossiers met een grote kans op erkenning, langer blijven liggen. Deelt u de bezorgdheid dat dit nadelig is voor integratie en participatie?

Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat asielzoekers gedurende lange tijd in collectieve opvang blijven zonder toegang tot voldoende taalonderwijs en inburgeringsinitiatieven?

Anneleen Van Bossuyt:

Er zijn dossiers die prioritair moeten worden behandeld, zoals de dossiers van niet-begeleide minderjarigen of verzoekers in gesloten centra en ook de dossiers van verzoekers uit landen die in de Fast Track Procedure zitten. Momenteel zijn dat Benin, Angola, Georgië, India, Moldavië en alle veilige landen van herkomst. Daarnaast wordt de behandeling van aanvragen uit bepaalde herkomstlanden soms on hold gezet, om de gewijzigde veiligheidssituatie grondig te kunnen herevalueren. Ik heb al verwezen naar Syrië. Dat heeft inderdaad een impact op andere dossiers en op de verblijfsduur in de opvang.

De impact van lange asielprocedures toont zich op verschillende vlakken, niet alleen op de mogelijke integratie van verzoekers om internationale bescherming met een hoge kans op bescherming. Het lange wachten zorgt niet alleen voor onzekerheid voor de betrokken verzoeker om internationale bescherming, maar het zorgt ook voor spanningen in de opvangstructuur, waardoor de veiligheid van bewoners en medewerkers in het gedrang komt.

Wat betreft de integratie van asielzoekers wens ik erop te wijzen dat asielzoekers sinds 2019 niet langer een doelgroep van de regionaal georganiseerde inburgeringscursussen zijn. Gelet op het feit dat momenteel slechts 25,2 % daadwerkelijk internationale bescherming krijgt en het volgen van een dergelijke inburgeringscursus de asielzoeker een verkeerd beeld van de mogelijke afloop van zijn asielprocedure kan geven, vind ik dat niet meer dan logisch. Dit geldt dus al sinds 2019.

Desalniettemin is een nuttige dagbesteding belangrijk om onder andere de rust in de opvang te bewaren. De activering van asielzoekers is daar een goed voorbeeld van. De maatschappelijke werkers in onze opvangstructuren begeleiden, informeren en oriënteren de bewoners gedurende hun hele verblijf. Deze begeleiding heeft onder meer betrekking op de beschikbare opleidingen, zowel intern georganiseerd als aangeboden door externe organisaties, zoals de centra voor sociale promotie, de VDAB, FOREM, Actiris of andere partners. Dit omvat ook essentiële aspecten van het dagelijks leven in België, bijvoorbeeld inzicht in de werking van de Belgische samenleving, de toegang tot activiteiten, het gebruik van het openbaar vervoer, evenals de rechten en plichten van de bewoners.

Daarnaast ontwikkelen de opvangstructuren talrijke samenwerkingen met scholen, verenigingen, vzw's en lokale actoren, om de integratie van de bewoners in het sociale en burgerlijke leven van de gemeente te bevorderen. Bewoners hebben ook de mogelijkheid om zich in te zetten via vrijwilligerswerk.

Achraf El Yakhloufi:

Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Ik heb nog één bijkomende vraag. Ik besef dat het een bijzonder moeilijke kwestie is. U gaf aan dat het om 25,9 % gaat, denk ik. Er zijn immers mensen die elders in Europa een andere aanvraag hebben lopen. Het zou voor ons land interessant zijn, dat is de enige bezorgdheid die ik hier wil delen. Het is een regionale bevoegdheid. Voor de mensen die hier mogen blijven, is het van groot belang dat ze zo snel mogelijk worden meegenomen in taalverwerving en tewerkstelling. Ik begrijp dat dat moeilijk ligt, aangezien de procedures nog lopen en het niet altijd duidelijk is waar men staat. Daarom verwijs ik naar mijn eerdere vragen. We moeten er echt op inzetten dat die procedures sneller verlopen en dat mensen sneller duidelijkheid krijgen. Nogmaals, ik voel dat u daar zeker de bereidheid toe hebt. Het is belangrijk dat we die mensen activeren en dat ze een dagbesteding hebben. Het is zeer goed dat we dat doen en dat is ook in het belang van ons land. Hoe sneller mensen de taal leren en kunnen meewerken in onze samenleving, hoe beter. Dat is goed voor hen, maar ook zeer goed voor onze economie. Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister.

De kinderen in de asielcentra en de kinderrechten

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Achraf El Yakhloufi bekritiseert dat kinderen maanden tot jaren in collectieve asielopvang verblijven, wat hun ontwikkeling, scholing en toekomstkansen schaadt, en dringt aan op concrete cijfers (aantallen, verblijfsduur) en stelt dat procedures te traag zijn, ondanks aanbevelingen van de Kinderrechtencommissaris. Minister Van Bossuyt benadrukt dat Fedasil kwaliteitsvolle opvang nastreeft via monitoring, actieplannen (o.a. infrastructuur, veiligheidsprotocollen) en kleinschalige centra voor kwetsbare groepen (zoals in Overijse/Dilbeek), maar verwijst voor cijfers naar een schriftelijke vraag. El Yakhloufi betwijfelt de voortgang – ondanks zijn eerdere schriftelijke vraag – en herhaalt dat vertragingen onaanvaardbaar zijn, maar waardeert wel de focus op kleinschalige opvang uit het regeerakkoord en belooft opvolging.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, als er één groep is waarvan we echt nooit mogen wegkijken, is het die van de kinderen. Iedereen snapt dat. Iedereen voelt dat intuïtief. Een kind dat maanden of jaren in een collectieve opvang leeft, betaalt daar een prijs voor in zijn ontwikkeling, welzijn, scholing en vertrouwen.

We weten dat kinderen een groot deel uitmaken van de bewoners van die opvang. We weten ook dat langdurige procedures en achterstanden daarin ervoor zorgen dat gezinnen daar veel te lang blijven hangen. Dat is slecht voor die kinderen, maar ook slecht voor ons systeem. Hoe langer de onzekerheid duurt, hoe groter de problemen worden en hoe moeilijker de integratie of de terugkeer wordt.

Een kind kan niet pauzeren tot onze administratie klaar is. Dat kan gewoon niet. Dat kind blijft leven en het blijft groeien. Daarom wil ik van u niet alleen principes horen, maar ook echt cijfers en keuzes.

Hoeveel kinderen verblijven er vandaag langdurig in de opvang? Wat is de gemiddelde verblijfsduur?

Welke maatregelen neemt u om te vermijden dat kinderen disproportioneel lang in de collectieve opvang blijven?

Vooral, welke aanbevelingen inzake kinderrechten – want ik verwijs naar het rapport van de Kinderrechtencommissaris dat pas gepubliceerd is – worden vandaag echt uitgevoerd? Welke blijven steken in goede bedoelingen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, Fedasil stelt altijd alles in het werk om de opvang voor al zijn bewoners, en bij uitstek natuurlijk kwetsbare profielen, zo kwaliteitsvol mogelijk te organiseren, vaak in moeilijke omstandigheden. Alle respect dus voor de personeelsleden. Ik meen dat oprecht. Ik heb er al verschillende bezocht. Ik vind het onvoorstelbaar.

De minimale normen inzake opvang zijn een onderdeel van een ruimer kwaliteitssysteem met monitoring, interne audits, aanbevelingen en actieplannen. De normen kunnen niet los gezien worden van de ondersteunende en controlerende processen binnen het globale kwaliteitssysteem.

Naar aanleiding van het project Kind in een Asielcentrum , dat gefinancierd werd door het Europese AMIF-fonds wordt nu een actieplan gefinaliseerd om de kansen en de rechten van de minderjarigen in de opvangstructuren te versterken. Het gaat daarbij om acties inzake de infrastructuur van de centra, protocollen ter preventie en opvolging van onveilige situaties in de centra, opleiding voor de medewerkers enzovoort.

Een van de belangrijkste prioriteiten van het agentschap Fedasil voor 2026 blijft fix the basics .

Conform het regeerakkoord wil ik inzetten op kleinere collectieve opvangcentra, specifiek voor de opvang van kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarigen. Dergelijke centra bestaan reeds, onder meer in Overijse en Dilbeek.

U vroeg ook een groot aantal cijfers. Voor het verkrijgen van die gedetailleerde cijfermatige informatie verzoek ik u om een schriftelijke vraag in te dienen, zoals het Kamerreglement dat voorschrijft.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, ik heb daarover reeds een schriftelijke vraag ingediend. Ik hoop dat ze ondertussen bij u is aangekomen, aangezien ik heb vernomen dat er een aanzienlijke vertraging is bij de behandeling van schriftelijke vragen. Ik wil, ten eerste, mijn respect uitspreken voor de personeelsleden en voor het werk dat ze elke dag verrichten. Ook op mijn planning staan heel veel bezoeken. Het is inderdaad belangrijk om te bekijken hoe de werking in de praktijk verloopt. Ik ben ook blij dat u verwijst naar het regeerakkoord. Wij hebben er mee voor gestreden om een en ander in het regeerakkoord opgenomen te krijgen, zoals de kleinschalige opvang voor kwetsbare gezinnen, kinderen en specifieke situaties. Zolang kinderen maanden of jaren in collectieve opvang verblijven, blijven wij achter de feiten aanlopen. Dat is nefast voor hun ontwikkeling maar ook voor hun toekomstkansen, ongeacht of die kansen hier liggen of elders. Procedures moeten zich aanpassen aan het ritme van het kind en niet omgekeerd. Elk jaar van onzekerheid is een jaar dat niet kan worden teruggegeven. Ik ben dus blij als ik uw antwoorden hoor en vaststel dat wij daar tijdens de huidige legislatuur daadwerkelijk op zullen focussen. Ik zal u regelmatig blijven ondervragen met betrekking tot de stand van zaken.

De hervorming van de terugkeerpremies en de afschaffing van de premies voor Brazilianen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigt dat ze de terugkeerpremies voor Brazilianen en Moldaviërs heeft afgeschaft (respectievelijk 1 dec. 2024 en eerder) om misbruik te stoppen: volgens haar maken veel Brazilianen—goed voor 30% van alle vrijwillige terugkeerders—geen gebruik van asielprocedures maar claimen ze na illegaal verblijf re-integratiesteun (tot €2.500), wat ze "absurd" noemt en Fedasil "geen reisbureau" maakt. De Vreese (N-VA) steunt de hervorming, maar waarschuwt dat de cijfers kunstmatig dalen doordat misbruikers verdwijnen, terwijl echte vrijwillige terugkeer (na negatieve asielbeslissingen) moet worden gestimuleerd om de statistieken niet te vervalsen. De minister kondigt verdere afschaffingen voor andere visumvrije landen aan, gebaseerd op dossiercontroles door Fedasil om alleen rechtmatige gevallen te ondersteunen. Kritiekpunt: het systeem zou aantrekkingskracht uitoefenen op personen die specifiek voor de premie naar België komen.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, u hebt reeds een aantal aanpassingen gedaan aan de hervorming. U bent immers bezig met een hervorming van de terugkeerpremies. In het regeerakkoord is een mogelijke differentiatie in de terugkeerpremies opgenomen. Door die premies meer op maat te bekijken, kunnen wij inderdaad nauwkeurig sleutelen en het systeem efficiënt en gericht toepassen op bepaalde nationaliteiten. Wij zien immers dat die premie ook een aantrekkingsfactor kan zijn om naar hier te komen en gebruik te maken van een gratis vliegticket met bovenop nog een premie.

U hebt de terugkeerpremie voor Moldaviërs geschrapt. Dat zorgde voor een duidelijke daling in de cijfers. Onlangs hebt u ook bekendgemaakt dat u de terugkeerpremie voor Brazilianen zult schrappen of al hebt afgeschaft. De premie kon oplopen tot 2.500 euro. Wij merken dat veelal mensen die hier helemaal geen asiel hadden aangevraagd, vanuit de illegaliteit gebruikmaakten van het systeem om op een heel goedkope en zelfs winstgevende manier naar het land van herkomst terug te keren. Het misbruik van die re-integratiesteun kunnen wij natuurlijk niet tolereren.

Hoe kijkt u nu naar dat systeem van de terugkeerpremies? Zult u daar nog meer aan hervormen? Wij hebben Moldavië gehad en Brazilië, maar zijn er nog andere visumvrije landen die in uw vizier komen?

Kunt u daarover meer toelichting geven, bijvoorbeeld over de Brazilianen? Hoe zijn die cijfers geëvolueerd?

Wat is het huidige beleid inzake vrijwillige terugkeer? Welke veranderingen zijn al doorgevoerd en naar welke toekomstige veranderingen zult u gaan?

In welke mate zullen nog wijzigingen worden doorgevoerd aan de terugkeerpremies voor bepaalde andere nationaliteitsgroepen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw De Vreese, dank u voor uw aandacht voor de noodzakelijke aanpassingen aan het systeem van de vrijwillige terugkeer. Zoals u weet kan de terugkeerder via het vrijwillige terugkeerprogramma in zijn land van herkomst een terugkeerpremie en re-integratiesteun krijgen, afhankelijk van de persoonlijke situatie.

Fedasil hanteert een controlekader aan de hand waarvan dossier per dossier wordt nagegaan of de persoon in aanmerking komt voor het programma van vrijwillige terugkeer en welke ondersteuning een persoon kan krijgen: geen ondersteuning via het programma, alleen een ticket of een ticket met re-integratieondersteuning. Zo verzekert Fedasil een coherent programma met ondersteuning voor wie er recht op heeft.

De afgelopen jaren werd onder de vorige regering het bedrag van de re-installatiepremie fors verhoogd voor de terugkeerders naar visumplichtige landen, maar ook terugkeerders naar niet-visumplichtige landen konden een beroep doen op dit bedrag. Met deze regering, u weet dat beter dan wie ook, hebben we besloten om het systeem van de vrijwillige terugkeer goed onder de loep te nemen en bepaalde terugkeerpremies af te schaffen, zoals die voor de Brazilianen en eerder ook al die voor de Moldaviërs, zoals u ook al zei. In de toekomst volgen er nog dergelijke wijzigingen.

U vroeg om de problematiek met de Brazilianen toe te lichten. In 2025 keerden 3.122 personen vrijwillig terug naar hun land van herkomst, onder wie 953 Brazilianen. Dat is goed voor meer dan 30 % van alle vrijwillige terugkeerders. In 2024 ging het zelfs om ongeveer 1.000 personen uit Brazilië. Het grootste deel van de Brazilianen dat naar België komt, start geen asiel- of verblijfsprocedure op. Vervolgens vragen ze na een langdurig illegaal verblijf re-integratiesteun voor hun terugkeer aan. Dat kan absoluut niet de bedoeling zijn. Fedasil is geen veredeld reisbureau. Sinds 1 december hebben we daarom besloten dat Brazilianen bij vrijwillige terugkeer geen re-integratiesteun meer kunnen krijgen.

Maaike De Vreese:

Door zeer hoge terugkeerpremies te koppelen aan nationaliteiten die daar inderdaad misbruik van maken, worden de vrijwillige terugkeercijfers kunstmatig opgevoerd. Het gaat immers niet om mensen die na een negatieve asielprocedure terugkeren, maar om personen die naar België komen om van de premie die daaraan gekoppeld is, misbruik te maken. Mevrouw de minister, door de maatregelen die u neemt, zult u de vrijwillige terugkeercijfers nauwgezet moeten monitoren en van de nodige duiding voorzien, want het is goed mogelijk dat die cijfers aanzienlijk zullen dalen. Volgens de cijfers is momenteel 30 % van de terugkeerders Braziliaan. U schaft deze premie af, waardoor een sterke daling te verwachten is. Men zal dan wellicht zeggen dat de vrijwillige terugkeercijfers weer moeten stijgen. U zult daarnaast initiatieven moeten nemen om de mensen die daadwerkelijk vrijwillig moeten terugkeren, te stimuleren om dat echt te doen. Dank u wel.

Iraniërs die naar België willen komen
De situatie in Iran
Iraniërs en de migratie naar België vanuit Iran

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beschuldigt het Iraanse regime (Khamenei/IRGC) van massamoord, terreursponsoring en jihadistische expansie, eist de uitzetting van IRGC-agenten en aanhangers in België en een streng verbod op hun toegang. Khalil Aouasti bekritiseert de minister omdat ze Iraanse dissidenten—zonder internettoegang—verwijst naar online visumprocedures, en dringt aan op vereenvoudigde, veilige migratiekanalen voor vervolgde familieleden van Belgische Iraniërs. Minister Van Bossuyt stelt dat IRGC-leden al worden geweigerd volgens bestaande visumregels, maar wijst verdere vragen over asielprocedures door naar Buitenlandse Zaken. Van Rooy herhaalt zijn beschuldiging dat België te laks omgaat met IRGC-infiltratie, terwijl Aouasti de minister onverantwoord noemt voor haar gebrek aan concrete hulp aan vluchtende dissidenten.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, in Iran heeft zopas opnieuw een zoveelste massaslachting op vrijheidslievende Iraniërs plaatsgevonden. Op enkele dagen tijd werden naar schatting minstens 16.500 Iraniërs vermoord. Zowat 330.000 Iraniërs raakten gewond of werden verminkt. Dit is de 7 oktober 2023 van Iran, uitgevoerd door dezelfde moorddadige jihadisten, namelijk de Islamitische Revolutionaire Garde, IRGC, een van de belangrijkste sponsors van Hamas. Het islamitisch regime verkracht, martelt en moordt erop los. Daarvoor importeren ze zelfs duizenden jihadisten uit Arabische landen. Weinig politici weten dat, maar ayatollah Khamenei en de IRGC hebben tot doel om de Islamitische Revolutie ook buiten Iran te exporteren.

Het Iraanse islamitisch regime wil via het voeren van jihad ook de rest van de wereld, ook ons, islamiseren. Het is dan ook een van de grootste terreursponsors ter wereld.

De screening in dit land is een lachertje, want naast Iraniërs die een verrijking zijn voor onze samenleving, zijn er de afgelopen decennia ook heel wat aanhangers van het islamitisch regime en agenten van de IRGC naar Europa en naar België kunnen komen. Zeker nu de Iraanse contrarevolutie hopelijk in de steigers staat, is het van fundamenteel belang dat Iraniërs die meewerken met dit moorddadige islamitische regime niet naar België kunnen komen.

Wat onderneemt u om aanhangers van het Iraanse islamitisch regime en agenten van de IRGC het land uit te zetten? Hoe zorgt u ervoor dat dergelijk jihadistisch tuig nooit naar België kan komen?

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, depuis plusieurs semaines, les Iraniennes et Iraniens clament leur liberté et manifestent dans toutes les villes de leur pays, au péril de leur vie. Aujourd'hui, nous devons constater que des Belges ou des Iraniens établis sur notre territoire s'inquiètent pour les membres de leur famille restés en Iran et qui manifestent pour leur liberté. En effet, à la suite des première manifestations, internet a été coupé; ce qui rend difficile, voire impossible, tout contact entre membres d'une même famille. Certaines personnes installées en Belgique n'ont toujours pas pu contacter leurs proches, depuis plusieurs jours voire plus de deux semaines. Cette coupure s'accompagne d'une répression violente, sanglante et meurtrière. Plusieurs milliers de personnes ont été tuées. Le décompte officiel n'est malheureusement pas terminé.

Sans entrer dans des considérations diplomatiques, il me paraît normal de permettre à celles et ceux qui ont de la famille en Belgique de venir la rejoindre afin d'être sains et saufs et de faciliter les procédures pour ce faire, notamment au travers de la procédure "visa court séjour", qui a déjà été appliquée par le passé en d'autres circonstances.

Madame la ministre, quelles mesures avez-vous prises pour permettre à celles et ceux qui souhaitent échapper à la répression actuelle de venir rejoindre, selon un canal migratoire sûr, leur famille présente ici en Belgique? Comment facilitez-vous l'introduction de leurs dossiers par voie électronique? Avez-vous pris des initiatives au plan européen pour offrir une protection internationale effective et rapide aux personnes recherchées par le régime iranien et qui souhaiteraient trouver asile et refuge sur notre territoire?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, monsieur Aouasti, het spreekt voor zich dat ik geen voorstander ben van het verlenen van een veilige haven voor leden van het Iraanse regime.

De algemene regels zijn ook voor hen van toepassing. Ze hebben een visum en een geldig reismotief nodig om naar de Schengenzone te komen. Dat zal hun vanzelfsprekend worden geweigerd conform de visumregels.

Pour les autres, toute personne qui souhaite venir en Belgique, quelle que soit la durée du séjour envisagé ou l’objet de ce séjour, doit demander un visa, conformément à la procédure décrite sur le site du poste diplomatique ou consulaire concerné.

La réception des demandes de visa relevant de la compétence de mon collègue en charge des Affaires étrangères, je vous invite à lui adresser votre question.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ayatollah Khamenei en de IRGC zijn een bende islamonazi’s die Iran bezetten en het moedige Iraanse volk systematisch afslachten. Het regime van Iran martelt, moordt en verkracht erop los. Het is ook een van de grootste terreursponsors op aarde en wil via het voeren van jihad ook ons islamiseren.

Dat regime bedreigt nu ook expliciet vrijheidslievende Iraniërs in het Westen en in België. Deze regering beseft eigenlijk niet met wat voor meedogenloze doodsvijand we te maken hebben, want er bevinden zich al veel, té veel agenten van de IRGC en aanhangers van het islamitische regime op ons grondgebied. Ik zal u er binnenkort een aantal aanwijzen, mevrouw de minister . Spoor ze op, zet ze samen met hun gezin het land uit en zorg ervoor dat geen enkele marionet van het islamitisch regime van Iran ooit nog naar België kan komen.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, je ne sais pas si vous avez relu votre propre réponse avant de la prononcer. Ce que vous dites aux Iraniens en Iran à qui on a coupé internet, c'est d'aller sur le site de l'Office des étrangers et de regarder les conditions pour introduire un visa de court séjour afin de venir en Europe. Voilà votre réponse. À celles et ceux à qui on a coupé internet, tout serait expliqué sur le site internet de l'Office des étrangers. Ce que je vous demande ici, madame la ministre, c'est de prendre vos responsabilités. Il ne s'agit pas de renvoyer des personnes vers un site internet de l'Office des étrangers auquel elles n'ont pas accès, alors qu'elles ne savent même pas téléphoner à leurs proches pour savoir s'ils sont vivants, blessés, hospitalisés ou dans quelle région du pays ils se trouvent. Ce que je vous demande, madame la ministre, c'est de prendre vos responsabilités et de faire en sorte que ces personnes, qui ne remplissent pas les conditions du visa Schengen, puissent bénéficier d'un accès facilité. Les conditions du visa Schengen exigent de pouvoir démontrer des revenus. Comment voulez-vous que, dans une situation de guerre civile, des personnes menacées, qui militent et manifestent au lieu d'aller travailler, puissent produire des fiches de salaire pour expliquer qu'elles vont passer trente jours de vacances en Belgique? Ce n'est pas cela que je vous demande, madame la ministre. Il y a des gens qui sont en train de crever en Iran. Leurs familles ici sont inquiètes. Ce que je vous demande, c'est de faire en sorte que ces personnes qui veulent rejoindre leur famille en Belgique puissent disposer d'un accès réellement facilité, et non d'être renvoyées vers un site internet de l'Office des étrangers auquel elles n'ont pas accès.

De toekomst van de tijdelijke bescherming voor Oekraïners
Het tijdelijke beschermingsstatuut voor Oekraïners
Duurzaamheid van tijdelijke bescherming voor Oekraïense vluchtelingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Matti Vandemaele (Groen) vraagt kritisch naar capaciteitsproblemen bij DVZ (ontkend door minister Van Bossuyt: registratie verloopt binnen de dag) en toegang tot noodopvang (10-13% van Oekraïners geeft opvangnodig aan; verzadiging voor alleenstaande mannen). Van Bossuyt bevestigt voldoende noodopvang (155 plaatsen) maar wijst op vertragingen in doorstroom naar regio’s (Vlaanderen loopt vooruit) en medische opvangtekorten. Ze kondigt Europese coördinatie voor transitie naar andere statuten (bv. onbeperkt verblijf na 5 jaar) en vrijwillige terugkeer aan, maar concrete plannen ontbreken nog. Maaike De Vreese (N-VA) bekritiseert Groen voor "morele lesjes" en benadrukt Vlaamse inzet voor opvang, terwijl Vandemaele reageert met beschuldiging van hypocrisie (focus op straatkinderen, verwijzend naar Brusselse nalatigheid). Kernpunt blijft onzekerheid over post-2027-statuut en nood aan structurele oplossingen voor langdurig verblijvende Oekraïners.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

Ons land vangt al vier jaar Oekraïense vluchtelingen op. Volgens de meest recent cijfers op de website van de DVZ werden tussen januari en november 2025 nog 8.157 attesten van tijdelijke bescherming afgeleverd. Er bereiken zijn signalen dat de DVZ over onvoldoende registratiecapaciteit zou beschikken voor deze doelgroep. Zo zouden sommige Oekraïners bij de eerste aanmelding een uitnodiging krijgen voor een nieuwe afspraak tot bijna twee weken later. Bovendien zou er bij een eerste aanmelding niet altijd opvang voorzien zijn voor Oekraïners met een opvangnood.

Het statuut van tijdelijke bescherming werd voorlopig verlengd tot 4 maart 2027. Wat daarna zal gebeuren, blijft onzeker. Indien dit statuut niet opnieuw wordt verlengd, is het belangrijk om tijdig werk te maken van overgangsmaatregelen. Een deel van de Oekraïners zal na de oorlog terugkeren, maar een ander deel heeft intussen in België een duurzaam leven opgebouwd. We moeten vermijden dat deze mensen na de oorlog in een situatie van rechtsonzekerheid of zelfs onwettig verblijf terechtkomen. Mijn vragen zijn:

Klopt het dat de DVZ over onvoldoende registratiecapaciteit beschikt voor personen met tijdelijke bescherming? Welke maatregelen zal u nemen om de registratiecapaciteit te verhogen?

Welk aandeel van de Oekraïners geeft bij de registratie aan opvang nodig te hebben?

Is er momenteel voldoende noodopvang voor Oekraïners beschikbaar in afwachting van de doorstroom naar de regio's?

Hoe verloopt de doorstroming naar de regionale opvangplaatsen? Hoe lang verblijven Oekraïners gemiddeld in noodopvangstructuren?

Welke maatregelen neemt u om de toegang tot noodopvang te verbeteren?

Hoe kijkt u naar het verblijfsstatuut van Oekraïners na maart 2027?

Kunnen Oekraïners die vijf jaar in het land verblijven in aanmerking komen voor een onbeperkt verblijfsrecht?

Ziet u mogelijkheden voor de overgang naar een ander verblijfsstatuut na maart 2027?

Bent u van plan om samen met de andere Europese migratieministers te werken aan overgangsmaatregelen?

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, eind februari 2022 startte de oorlog in Oekraïne. Vervolgens hebben we gezien dat er miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen. Bijna 7 miljoen mensen zijn op de vlucht in Europa, maar er zijn ook 3,7 miljoen mensen ontheemd in het land zelf.

In ons land hebben ongeveer 9.963 Oekraïners tijdelijke bescherming hebben gekregen; ik bekeek het daarnet nog even. Voor die mensen, collega Vandemaele, heeft Vlaanderen inderdaad opvang voorzien. Het mag toch wel duidelijk zijn dat, ook onder de Zweedse regering, de N-VA ervoor heeft gezorgd dat mensen opvang kregen, bed, bad, brood. Nu opnieuw, terwijl de verantwoordelijkheid door de vivaldiregering volledig werd doorgeschoven naar het Vlaams niveau, heeft Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid opgenomen, met de N-VA, om voor al die mensen opvang te voorzien. Dan moet het inderdaad een zeer pijnlijke conclusie zijn voor u dat uw partij, die altijd morele lesjes spelt aan anderen, daar niet in slaagt en dat wij, die die morele lesjes naast ons neerleggen, er wel in slagen, met de minister op kop, die haar verantwoordelijkheid opneemt om alle mensen bed, bad en brood te geven.

Het verblijfstatuut van die tijdelijk ontheemden wordt verlengd tot maart 2027. Hoelang de oorlog zal duren, weten we natuurlijk niet.

Mevrouw de minister, kunt u meer toelichting geven bij de registraties van het aantal Oekraïners hier? Welke trend tekent zich af en welke verwachtingen zijn er? Hoe gebeurt momenteel de opvang en de doorverwijzing naar de deelstaten? Hoe verloopt de samenwerking?

Wat het statuut betreft, de statuten werden gestart in 2022 en in 2027 zijn we vijf jaar verder. Na vijf jaar kan men onbeperkt verblijf aanvragen. Geldt dat bijvoorbeeld ook voor die tijdelijk ontheemden of is er voor hen een andere procedure voorzien?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Vandemaele, mevrouw De Vreese, voor alle duidelijkheid, het registratiecentrum beschikt momenteel over voldoende capaciteit om alle binnenkomende aanvragen binnen de dag te verwerken, in tegenstelling tot wat u in uw vraag suggereert, mijnheer Vandemaele.

Sinds de fusie van de cel tijdelijke bescherming met het registratiecentrum internationale bescherming op 1 augustus 2025 heeft gemiddeld 13,2 % van de verzoekers om tijdelijke bescherming aangegeven nood te hebben aan opvang. Sinds november zien we daarvan een lichte daling naar 10 %. Er zijn momenteel twee noodopvangcentra, het centrum Ariane, met een capaciteit van 130 plaatsen, en het centrum Marie Curie, met een capaciteit van 25 plaatsen. Op dit moment zijn er nog voldoende plaatsen in die centra om personen met tijdelijke bescherming op te vangen, al merken we wel dat de beschikbare plaatsen voor alleenstaande mannen verzadigd zijn.

Het aantal overplaatsingen naar de deelstaten ligt systematisch lager dan het aantal nieuwkomers. Sinds half januari is er echter een geleidelijke heropleving van de overplaatsingen in Vlaanderen. Met dit tempo hopen we meer plaatsen vrij te maken in de noodopvangcentra en zo beter tegemoet te komen aan de behoeften van de aanvragers van tijdelijke bescherming. Ik kan hier alleen maar onderstrepen wat mevrouw De Vreese net zei, namelijk dat de samenwerking met de deelstaten, en zeker met Vlaanderen, zeer vlot verloopt. Wanneer wij op federaal niveau signalen opvangen of vaststellen waar het eventueel fout loopt, bekijken we in overleg met Vlaanderen hoe we dat kunnen opvangen.

In het opvangcentrum Ariane worden we momenteel geconfronteerd met het probleem dat voor bepaalde personen met specifieke medische noden geen aangepaste plaats wordt aangeboden door de deelstaten. Ik heb recent een schrijven gericht aan mijn collega-ministers om hen op die situatie te wijzen en om ook voor die personen, van wie een deel al meer dan een jaar in dat centrum verblijft, een verblijfsoplossing te vinden.

Wat betreft hun bescherming en de overgang naar een eventueel ander statuut werken we samen met de administratie verschillende scenario’s uit. We streven ernaar om personen met een tijdelijk beschermingsstatuut tijdig en correct te informeren. De overgang naar andere bestaande statuten is nu al mogelijk, bijvoorbeeld een gecombineerde vergunning of een studentenverblijf, op voorwaarde uiteraard dat de personen aan de vereiste voorwaarden voldoen. Daarover zullen we ook met de regio’s overleggen.

Daarnaast streven we naar een Europees gecoördineerde aanpak, waarbij wordt ingezet op transitie naar andere statuten en op een door de Europese Unie gecoördineerde vrijwillige terugkeer. Rond terugkeer werkte de Commissie aanbevelingen uit. Wat de transitie naar andere statuten betreft, kijken we ook naar mogelijke nationale praktijken in andere lidstaten. Tot slot moet worden onderstreept dat het Europees uitgangspunt voor een duurzame transitie erin bestaat om steeds nauw met Oekraïne samen te werken.

Matti Vandemaele:

Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. U zegt dat er in het registratiecentrum eigenlijk geen capaciteitsprobleem is. Ik ben blij om dat te horen. Ik hoor dat er af en toe wel dagen zijn waarop het niet lukt, maar ik ben gerust bereid om u te geloven.

We mogen ook onze kop niet in het zand steken als het gaat over de alternatieve verblijfstatuten, maar dat doet u ook niet. Een deel van die mensen zal hier blijven hangen, wat er in Oekraïne ook gebeurt. Ik denk dat het goed is om te bekijken welke statuten we daarvoor kunnen uitwerken of in welke statuten we die mensen kunnen onderbrengen, zodat de integratie maximaal kan gebeuren. Ik denk niet dat we elkaar van iets anders moeten proberen te overtuigen.

Dan kom ik nog even terug op wat mevrouw De Vreese zei. Uw tristesse is bij momenten besmettelijk en mevrouw De Vreese heeft er ook last van. Het gaat over de morele lesjes. U mag alle zonden van Israël op mij schuiven, zeker die van Vivaldi, maar voor mij gaat het over de kinderen op straat. U mag lelijke dingen zeggen over mij, maar ik zal dat blijven aankaarten. Welke morele les ik daaromtrent te krijgen heb, zie ik niet in. Het gaat mij erom dat er kinderen en gezinnen op straat slapen. Ik vind het mijn plicht als parlementslid om dat hier aan te kaarten. Ik zal dat doen tot de laatste dag dat ik hier zit. U mag dat wegzetten als morele lesjes, mevrouw De Vreese, so be it , maar leer ermee leven, want het zal gebeuren tot de laatste dag dat ik hier zit. Beter nog, in plaats van ermee te leren leven, los het gewoon op.

Voorzitter:

We gaan wel proberen om binnen het thema van de vraag te blijven, want anders wordt het een vreemd verslag.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, we moeten ons voorbereiden op wat er zal gebeuren na 4 maart 2027. We moeten dat ook op de agenda van de Europese Unie plaatsen en dat zeker blijven opvolgen. We hebben vanuit het Vlaamse niveau gevraagd hoe de inburgering nu verder moet worden aangepakt en hoe men die mensen kan tewerkstellen. Behalve de acute noodopvang zijn er nog een aantal andere vraagstukken. Door een verandering van statuut worden er andere voorwaarden gesteld aan het verblijf hier. We moeten daar goed over nadenken voor we mensen een onbeperkt verblijf toekennen. Mensen die hier al waren, hebben die termijn van vijf jaar misschien al bereikt. We moeten nagaan op welke manier er nog een stimulans onder kan worden gezet. Gelukkig hoefden er geen kinderen of Oekraïners op straat te slapen. Dat was een hele opgave. Ook in situaties die onder andere aspecten van uw bevoegdheid vallen, hoefden er geen mensen op straat te slapen. Het is in dat opzicht heel hypocriet van Groen, dat deel uitmaakt van de Brusselse regering, om niet te verwijzen naar de PS-burgemeesters. De problematiek in de winteropvang in Brussel bestaat al jaar en dag, maar toch wordt niets gedaan om te vermijden dat kinderen, gezinnen en bedelaars in Brussel 's winters op straat staan. Er gebeurt ook niets op het vlak van de controle inzake al dan niet illegaal verblijf op het grondgebied en de opvolging van dossiers. Dat is schuldig verzuim en we zullen dat blijven benadrukken.

De dalende trend in het aantal asielaanvragen
De daling van de beschermingsgraad
Afname van asielaanvragen en beschermingsgraad

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Minister Van Bossuyt claimt een trendbreuk in de asielinstroom dankzij haar crisisbeleid (o.a. opvangstop voor personen met EU-bescherming, -81% in die groep), met een daling van 28% (sep-dec 2024 vs. 2025), maar erkent dat externe factoren (bv. Syrië) meespelen. Di Nunzio (Anders) bekritiseert dat de Belgische daling (13%) achterblijft bij Europa (25%) en dat de zesde plaats in absolute cijfers geen echte verbetering toont, terwijl hij twijfelt aan de toeschrijving van de daling aan beleid zonder diepgaande analyse. De Vreese vraagt om verduidelijking over de gedaalde beschermingsgraad (van ~50% naar 24%) en toekomstprognoses, terwijl Van Bossuyt benadrukt dat verdere maatregelen nodig zijn om de instroom verder te reduceren. De discussie draait om beleidsclaims vs. externe invloeden en de effectiviteit van de genomen maatregelen.

Voorzitter:

De eerste spreker is mijnheer Di Nunzio van de fractie Anders.

Sandro Di Nunzio:

Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat het er al direct goed in zit. Ik zie er niet anders uit, maar ik voel me wel een beetje anders. Wat een goede receptie niet met een mens kan doen.

Wij hebben samen gezien dat in 2025 het aantal asielaanvragen in ons land met 5.000 is verminderd. Dat is richting een kleine 35.000 asielaanvragen, wat op zich een goede zaak is als cijfer. Dat valt niet te ontkennen. Daarbij moeten we ook twee zaken vaststellen. Ten eerste is er een sterke terugval geweest van het aantal Syrische asielaanvragen. Dat zijn er ongeveer 4.000 minder, waarbij we vermoeden dat dat vooral door een externe factor is, zoals de veranderde situatie na Assad. Wij durven aan te nemen dat er minstens een belangrijke externe impact aan de basis ligt van die terugval. Ten tweede valt op dat er in de Europese Unie een daling is van bijna 25 %, terwijl het in België slechts 13 % is. In Duitsland bedraagt de daling ongeveer 50 %. Met die daling van 13 % staan we nog altijd op de zesde plaats qua absolute cijfers van asielaanvragen.

Ik heb enkele vragen. U had op uw website geplaatst, mevrouw de minister, dat de jaarcijfers uw koerswijziging ook bevestigen, dat uw beleid wordt bevestigd en dat het dus een trendbreuk is. Is dat effectief een trendbreuk? Tonen die cijfers dat aan? In welke mate is die daling het gevolg van uw beleid?

U spreekt over een daling van bijna een derde sinds uw crisisbeleid, dat is de fameuze 38 %. Het was 28 %, excuseer. Over welke termijn gaat het precies? Hoe berekent u dat exact? Hoe koppelt u dat concreet aan uw gevoerde beleid?

Maar belangrijker, wij staan nog altijd op de zesde plaats. Wij dalen een stuk minder dan in Europa. Wat zult u ondernemen om ervoor te zorgen dat wij die zesde plaats verlaten?

Maaike De Vreese:

Terwijl de cijfers inderdaad Europees bleven dalen, merkten we dat de cijfers hier onder Vivaldi nog altijd bleven stijgen. Het is pas nu dat de cijfers opnieuw onder 35.000 duiken. Dat is geleden sinds 2021.

Het gebeurde na de crisismaatregelen die deze regering genomen heeft. Het is dus is wel degelijk een trendbreuk.

Maar wat viel me ook op? Niet enkel het aantal asielzoekers is gedaald, ook de beschermingsgraad is enorm gedaald. De erkenningsgraad is nu gemiddeld 29 %, terwijl in 2024 nog bijna de helft van de asielzoekers erkend werden.

Kunt u daar toelichting over geven? Wat is de reden van de dalende beschermingsgraad?

Hebt u ook de cijfers voor december? Welke tendens ziet u in de beschermingsgraad? Blijft dezelfde trend aanhouden of niet?

Vorig jaar werd een prognose gemaakt van de instroom voor 2025. De diensten zeiden toen dat u moest opletten, omdat er 50.000 asielaanvragen zouden komen, ondanks de crisismaatregelen die u genomen hebt. Wordt er ook een prognose gemaakt voor 2026? Kunt u die ons meedelen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Di Nunzio, mevrouw De Vreese, het tegengaan van de asielinstroom en het indijken van de exploderende cijfers was en is absoluut de bedoeling van mij en van de regering. Ik heb dat vorige week in de plenaire vergadering nog duidelijk herhaald.

Ik herinner er ook graag aan dat ik een crisis heb geërfd van de vorige regering, met aan het roer uw partij, mijnheer Di Nunzio, en dat zal niet anders worden. De voorspelling aan het begin van de legislatuur liep op tot maar liefst 50.000 aanvragen bij ongewijzigd beleid.

Sinds het ingaan van de crisismaatregelen in augustus zijn de asielaanvragen gedaald met 28 %. Uiteraard surfen wij mee op de dalende Europese trend, maar die trend was er ook al onder Vivaldi. In 2024 zagen wij onder Vivaldi dat de Europese trend een daling van 12 % van het aantal asielaanvragen vertoonde, terwijl in België de aanvragen toen met 12 % stegen. Sinds de crisismaatregelen doen wij het zelfs beter dan het Europees gemiddelde.

Het is uiteraard niet mogelijk om exact te kwantificeren hoeveel van de 5.000 asielaanvragen toe te schrijven zijn aan gewijzigde situaties, bijvoorbeeld in Syrië, en hoeveel aan specifieke beleidsmaatregelen. Dat de daling echter toe te schrijven is aan nationaal beleid, is heel duidelijk. De belangrijkste maatregel die op korte termijn effect heeft op het aantal asielaanvragen, is het beperken van de opvang voor personen die al bescherming genieten in een andere lidstaat. Dat was een van de twee crisismaatregelen: mensen die al bescherming hebben in een andere lidstaat worden hier niet meer opgevangen. Ik kan zeggen dat de instroom van deze verzoekers gedaald is met 81 %. Die is dus zo goed als stilgevallen. Het is duidelijk dat een daling van 81 % in deze doelgroep in zeer grote mate heeft bijgedragen aan de algemene daling van het aantal asielaanvragen.

Wat de daling van 28 % betreft, mijnheer Di Nunzio, hierbij wordt het aantal verzoeken in een bepaalde periode in 2025 vergeleken met het aantal verzoeken in dezelfde periode in 2024. Specifiek gaat het over de periode van september tot december, omdat toen de crisismaatregelen in werking waren getreden.

Is die daling voldoende? Nee. We komen van ver. We hebben al veel gedaan, maar we gaan vooral nog veel doen. Ik ben het ermee eens dat de cijfers nog veel meer naar beneden moeten en daarom komen we binnenkort met een volgend pakket maatregelen.

Mevrouw De Vreese, u vroeg of de cijfers voor december met betrekking tot de beschermingsgraad al beschikbaar zijn. De beschermingsgraad bedroeg in december 23,9 %, wat opnieuw duidelijk de dalende trend aantoont. De beschermingsgraad is het aantal dossiers waarvoor het CGVS de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus verleende ten opzichte van het totaal aantal dossiers waarin een eindbeslissing werd genomen, de intrekkingen en de opheffingen. Voorspellingen daarover zijn moeilijk, gelet op de grote inspanningen die mijn diensten blijven leveren om de historische achterstand weg te werken.

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de minister, u hebt het al een aantal keer gedaan, niet alleen vandaag maar ook in het verleden, maar het blijft opvallend dat u steeds uithaalt naar Vivaldi en naar het feit dat iemand van mijn partij, die toen nog anders heette, daarover de leiding had.

Ik heb nochtans een zeer inhoudelijke vraag gesteld en ik heb dat intellectueel correct gedaan. Ik doe in mijn vraag gewoon een vaststelling. U bent nu een jaar bezig en schrijft een aantal cijfers toe aan uw beleid. Ik stel daarover gewoon inhoudelijk vragen. Toch haalt u telkens uit naar die vorige vivaldiregering en naar het beleid dat daar werd gevoerd.

Het volgende vind ik ook bijzonder. Er stond toen een staatssecretaris van cd&v aan het roer, een partij die vandaag opnieuw met u bestuurt. Ik vind het jammer dat die uithaal er blijkbaar telkens bij hoort. Ik hoop dat dit niet tot 2029 zal blijven duren.

Dan kom ik aan de inhoud van mijn kritische vraag. U presenteert een trendbreuk, maar ik zie vooral twee elementen. Ten eerste is de daling in België een stuk lager dan in de rest van Europa. In Europa is er een globale daling van 25 %, terwijl dat in België slechts 13 % is. We blijven op de zesde plaats staan. Ik laat mij zelfs influisteren dat het relatief bekeken om de derde plaats zou gaan. Op dat vlak is er geen verandering en dus ook geen duidelijke trendbreuk.

Ten tweede valt de daling met 5.000 die u aanhaalt, vooral samen met de afname van de Syrische instroom. De toekomst zal moeten uitwijzen in welke mate dit louter een externe factor is dan wel of er toch ook elementen van uw beleid in meespelen. Ik wil u daar het voordeel van de twijfel geven.

Met betrekking tot de beschermingsgraad, de samenstelling van de instroom, de verandering daarvan, kan een belangrijke invloed hebben. Ook daar vraag ik u gewoon om intellectuele eerlijkheid aan de dag te leggen en niet meteen een aantal cijfers toe te schrijven aan uw beleid, dat een grondige koerswijziging of verandering zou inhouden. Ik stel gewoon vast dat u dat zeer snel doet. We moeten daar vraagtekens bij plaatsen. Ik meen dat pas op langere termijn, na een grondige analyse, kan worden vastgesteld of het effectief beleidsmaatregelen waren die daartoe leidden.

Dat is eigenlijk mijn punt, los van Vivaldi. Dat is mijn punt van kritiek in de vraagstelling hier vandaag.

Maaike De Vreese:

Minister, mij valt alvast één ding op, iets wat helemaal niet “anders” is. De mensen van Anders of Open Vld negeren natuurlijk de volledige verantwoordelijkheid voor de rol die ze in het verleden gespeeld hebben, ook hier. De verantwoordelijkheid hebben ze op dat moment niet genomen en ook nu niet. Op dat vlak is Anders helemaal niet anders dan wat het vroeger was, Open Vld dat zich verstopte achter verantwoordelijkheden. Ik ben eigenlijk vooral geïnteresseerd in de reden van de daling van de beschermingsgraad. Waarom zien we zo’n groot verschil, 50 % ongeveer in 2024 en een beschermingsgraad van 25 % in november 2025? Natuurlijk houdt iedereen ervan dat er een bepaalde prognose, een voorspelling, wordt gemaakt, om te zien hoe het zal evolueren in de toekomst, maar misschien is het te vroeg in het jaar om die op dit moment al te maken.

De terugkeer van gedetineerden in illegaal verblijf en de impact op strafeinde en detentiecapaciteit
De illegale gedetineerden en de gevangeniscapaciteit in het buitenland
De terugkeer van criminelen zonder verblijfrechts vanuit de gevangenis
Terugkeer en verblijfsstatus van gedetineerden en impact op detentiecapaciteit

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de overbevolking in Belgische gevangenissen door 4.000 gedetineerden in illegaal verblijf (30% van de populatie) en de tegenstrijdige verantwoordelijkheden tussen minister Van Bossuyt (Asiel & Migratie) en Verlinden (Justitie). Van Bossuyt benadrukt een stijging van 25% in verwijderingen (146/maand in 2025, waarvan 897 voor strafeinde), dankzij 40 extra VTE’s en betere samenwerking met Marokko, maar Van Belleghem (N-VA) en Demon bekritiseren het "zwartepieten" tussen beide ministers en noemen het een "collectief regeringsfalen" (citaat Verlinden). De Vreese (N-VA) pleit voor versnelde interstatelijke overbrengingen (Justitie-bevoegdheid) en creativiteit, zoals strafuitzitting in herkomstlanden, terwijl Van Bossuyt concrete samenwerkingspistes opsomt (visumkoppeling, extra escorteurs, gesloten centra), maar Van Belleghem wijst op tegenstrijdigheden (bv. weigering N-VA-voorstel om zakgeld illegalen af te schaffen). Kernpunt: structurele oplossingen ontbreken ondanks cijferverbetering.

Franky Demon:

Mevrouw de minister, afgelopen week communiceerde u dat de terugkeer van gedetineerden in illegaal verblijf in 2025 met een kwart is gestegen ten opzichte van 2024. Het gemiddeld aantal maandelijkse verwijderingen is gestegen tot 146. Gelet op de overbevolking van onze gevangenissen kunnen we die beweging uiteraard enkel toejuichen.

Tegelijkertijd stellen we vast dat het aantal illegale vreemdelingen in de gevangenissen niet daalt en ongeveer 30 % van de gevangenispopulatie blijft uitmaken. We moeten daarom vermijden om ons blind te staren op louter het aantal verwijderingen. Het is interessant om te weten in welke fase van hun detentie die illegale vreemdelingen zaten toen ze werden verwijderd. Wanneer het voornamelijk om mensen aan het einde van hun straf gaat, heeft dat uiteraard geen impact voor het gevangeniswezen.

Daarnaast vernemen we dat de periode tussen het besluit tot verwijdering en de overbrenging naar een gesloten centrum of de effectieve terugkeer vaak veel tijd in beslag neemt, waardoor die capaciteit in de gevangenissen bezet blijft.

U gaf zelf aan dat de huidige cijfers nog niet volstaan en dat u bijkomende maatregelen wilt nemen om de terugkeer verder op te voeren.

Welke bijkomende maatregelen wilt u in 2026 nemen om de terugkeer vanuit detentie verder te verhogen? Wat is de stand van zaken van die bijkomende maatregelen? Hebt u een doelstelling voor het aantal bijkomende verwijderingen dat u gemiddeld maandelijks wilt realiseren?

Hoeveel gedetineerden in illegaal verblijf werden verwijderd? Hoeveel van die verwijderingen hadden betrekking op illegale gedetineerden die het einde van hun straf nog niet hadden bereikt en dus verwijderd werden voor strafeinde? Hoeveel van die verwijderingen hadden betrekking op gedetineerden die aan het strafeinde waren en hun straf in België volledig uitzaten?

Hoeveel detentiedagen zijn er in 2024 en 2025 in de gevangenissen effectief uitgespaard door de verwijderingen van gedetineerden in illegaal verblijf?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, op 16 januari noemde uw collega of beter uw concullega Verlinden de problematiek van de overbevolking in de Belgische gevangenissen een collectief falen van deze regering. In De Morgen had ze het over onvoldoende wil bij andere regeringsleden om dat snel op te lossen. Uw concullega verwees daarbij ook naar u, door te herhalen dat er in de Belgische gevangenissen meer dan 4.000 illegalen zitten en dat het u, de minister van Asiel en Migratie, toekomt om hen terug te sturen.

Van de mogelijke gevangeniscapaciteit in het buitenland mogen we volgens Annelies Verlinden ook geen magische oplossing verwachten. Ik citeer: “Het is een creatieve aanpak, maar het duurt te lang om dat voor elkaar te krijgen en het is niet goedkoop.” Verder zei ze ook: “Die mensen hebben natuurlijk ook bezoekrecht, maar je kunt de familie niet telkens naar Kosovo sturen.” Bovendien zou er in Kosovo niet eens een gevangenis leegstaan. Op dit moment is de collega-minister in de Balkan, ik denk zelfs in Kosovo. Misschien heeft dat er ook iets mee te maken. Kunt u dat verduidelijken?

Mevrouw de minister, ik wil vooral weten of u zich aangesproken voelt door de woorden van mevrouw Verlinden als ze zegt dat het om een collectief falen van deze regering gaat en dat er onvoldoende wil is bij andere regeringsleden. Bent u dat ander regeringslid, of wie bedoelt zij met andere regeringsleden?

Een dag eerder pakte uzelf uit met het bericht dat de terugkeer van illegale criminelen vanuit de gevangenis met 25 % is gestegen. Dat is een stap in de goede richting, maar gelet op de absolute cijfers is er natuurlijk nog een lange weg te gaan, ook rekening houdend met de uitspraken van collega Verlinden. Welke bijkomende maatregelen gaat u nemen om die terugkeer op te krikken? Deelt u de scepsis van uw collega met betrekking tot de buitenlandse gevangeniscapaciteit dat het geen magische oplossing is?

Wat is ondertussen de concrete stand van zaken in de zoektocht naar buitenlandse gevangeniscapaciteit? Tegen wanneer mogen we eindelijk resultaat verwachten?

Maaike De Vreese:

Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

Onlangs maakte u de cijfers bekend omtrent de terugkeer van illegale criminelen uit de gevangenis. Terwijl er gemiddeld 105 verwijderingen per maand vanuit detentie gebeurden in 2024, steeg dit sinds september 2025 met gemiddeld 146 verwijderingen per maand. Dat betekent een stijging van ongeveer 25 procent ten opzichte van 2024 en het beste cijfer in de afgelopen 7 jaar. Dankzij ons gevoerde beleid en het harde werk van de Dienst Vreemdelingenzaken, zorgen we voor een kantelpunt in deze terugkeercijfers.

De top 3 nationaliteiten van illegale gedetineerden zijn Marokko, Algerije en Nederland. Terwijl uitzettingen vaak moeizaam verlopen wegens samenwerking met het land van herkomst, blijkt de samenwerking met Marokko op dit moment goed te verlopen.

Een effectief en kordaat terugkeer is het sluitstuk van een goed asiel- en migratiebeleid, in bijzonder vanuit detentie. Wegens de overbevolking kunnen onze gevangenissen criminelen zonder verblijfsrecht missen als kiespijn. Zij hebben geen plaats in onze gevangenissen en moeten in eerste instantie hun straf uitzitten in het land van herkomst.

Daarom stel ik deze vragen:

Kunt u toelichting geven over de terugkeer van illegale criminelen uit de gevangenis? Wat zijn de meeste voorkomende nationaliteiten die werden teruggestuurd? Kunt u de verhouding schetsen tussen EU-onderdanen en derdelanders? Kunt u toelichting geven over de samenwerking met Marokko en de terugkeercijfers met dat land?

Kunt u een overzicht geven van de personen en meest voorkomende nationaliteiten die hun straf uitzitten in het land van herkomst? Kunt u een overzicht geven over de interstatelijke overbrengingen? Hoe zit daar de evolutie? Bent u betrokken bij de onderhandelingen mbt akkoorden om de interstatelijke overbrengingen vlotter te laten verlopen? Hoe is de samenwerking met justitie en de Minister van Justitie?

Kunt u duiding geven over de andere initiatieven om de terugkeer uit detentie op te schalen? Waar ziet u nog marge? Kunt u een overzicht inzake de vooruitgang van de terugname-akkoorden met landen van herkomst (“Voor-wat-hoort-wat-aanpak")?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Demon, mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, voor alle duidelijkheid, personen in detentie met een andere nationaliteit terugsturen naar hun land van herkomst om daar hun straf verder uit te zetten, dus die tussenstaatse overbrengingen, is een procedure die valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Mevrouw De Vreese merkt terecht op dat inzetten op die procedure de meeste detentiedagen zal uitsparen en dus ook het grootste effect hebben op de overbevolking. Voor de concrete cijfers nodig ik u uit om die vraag te stellen aan collega Verlinden.

Ik geef graag mee dat van de 4.000 personen in illegaal verblijf in onze gevangenissen bijna een derde in voorhechtenis zit. Daar kan de Dienst Vreemdelingenzaken niet tegen optreden. De Dienst Vreemdelingenzaken kan vreemdelingen in illegaal verblijf pas van het grondgebied verwijderen nadat ze hun straf hebben uitgezeten en dus vrijgesteld worden door Justitie. Daarin is vorig jaar sterk geïnvesteerd en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Vorig jaar werden, volgens de cijfers van de DVZ, 1.575 personen zonder recht op verblijf verwijderd na het verlaten van de gevangenis. Dat waren er 678 na strafeinde en 897 v óó r strafeinde, en vooral, dat waren er 314 meer dan in 2024. Het is meteen een doelstelling van de regering die al tot uitvoering komt.

De top drie van nationaliteiten betreft, zoals mevrouw De Vreese al heeft aangegeven, Marokko, Algerije en Nederland.

Zoals u allen weet, hanteert de regering een whole-of-governmentaanpak in de betrekkingen met derde landen. Dat omvat onder andere economische samenwerking, maar ook het visumbeleid dat gekoppeld wordt aan de bereidwilligheid van het land in kwestie om hun onderdanen over te nemen. Die aanpak werpt tot nu toe zijn vruchten af en zal worden verdergezet.

De dienst die de gedetineerden zonder recht op verblijf opvolgt, werd versterkt. In totaal versterken we de terugkeerdiensten met 40 extra vte's. Vorige week heb ik de terugkeerdiensten van de DVZ overigens bezocht. Die mensen verrichten fantastisch werk. Ze hebben trouwens ook een heel interessant spel gemaakt om aan bijvoorbeeld politiemensen toe te lichten hoe ingewikkeld de terugkeer is. Het is niet opgelost door ze allemaal gewoon op het vliegtuig te zetten. Er zijn veel verschillende stappen te zetten. Het spel illustreert welke hinderpalen er allemaal kunnen opduiken.

De terugkeerdiensten zijn met 40 extra vte’s versterkt, vooral met de bedoeling om meer gedetineerden en overlastplegers in illegaal verblijf te verwijderen van het grondgebied. We trachten ook om extra capaciteit te creëren voor de verwijderingen.

Het is onmogelijk uitspraken te doen over de toekomst, maar laat het duidelijk zijn dat we hier sterk op blijven inzetten, want criminele illegalen horen niet thuis in ons land.

Het zoeken naar buitenlandse gevangeniscapaciteit doe ik samen met de bevoegde minister, de minister van Justitie. U weet dat we al een missie naar Kosovo en naar Albanië achter de rug hebben. Daar alles nog in een onderhandelingsfase zit, kan ik er geen verdere informatie over geven.

De vraag naar het aantal uitgespaarde detentiedagen kan ik niet beantwoorden, aangezien dat niet onder mijn bevoegdheid valt.

Franky Demon:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Akkoord, u werkt samen met de minister van Justitie, mevrouw Verlinden. U verwijst daarnaar. In uw verdere antwoord, dertig seconden later, zei u ook: in overeenstemming met het regeerakkoord hebben we whole-of-governmentaanpak ondertekend. Ik meen dus dat die whole-of-governmentaanpak ook inzake terugkeer afgesproken is en integraal samen bekeken moet worden. Mijn persoonlijke mening is dat het geen zin heeft om naar elkaar te wijzen. Ik heb minister Verlinden daar ook al over gesproken. Ik meen dat ze de samenwerking zoekt en dat het belangrijk is, voor u en voor mevrouw Verlinden, om samen die bereidheid vast te pakken, opdat u zo sneller mensen uit de gevangenis zult kunnen krijgen.

Francesca Van Belleghem:

Sta mij toe enigszins verbaasd te zijn. De gevangenissen zitten vol illegalen, met name 4.000. Vorige week vroeg u mij of ik een spel had gespeeld met de Dienst Vreemdelingenzaken. U en minister Verlinden spelen op dit moment echter een spel. U speelt een rondje zwartepieten of een rondje roetpieten. Hoe moet ik dat noemen? Nu is het niet langer het moment om spelletjes te spelen. Er slapen heel veel gevangenen op de grond. De gevangenissen puilen uit van de illegalen.

Annelies Verlinden noemde dat een collectief falen met onvoldoende wil bij andere regeringsleden. Het is de Dienst Vreemdelingenzaken en dus u, de minister van Asiel en Migratie, die moet samenwerken met minister Verlinden. Ik kan haar woorden dus niet anders interpreteren dan dat u dat andere regeringslid bent dat weigert samen te werken. Ik zie niet in wie zij anders kan bedoelen.

U antwoordt nu op mijn vraag dat het probleem niet bij u ligt maar bij minister Verlinden. Het zijn de tussenstaatse overbrengingen die slecht verlopen. Dat is allemaal goed mogelijk maar het gebeurt dus opnieuw. Mevrouw Verlinden verwijst namelijk naar u, waarop u naar Verlinden verwijst en er op het einde van de rit niets verandert. De illegalen blijven dus in de gevangenissen zitten.

De whole-of-government approach , waarnaar ook de heer Demon verwees, begint bij de regeringsleden zelf. De regeringsleden moeten zelf samenwerken. U knikt nu. Dat wil dan weer zeggen dat het mevrouw Verlinden is die niet met u samenwerkt. Vervolgens zal mevrouw Verlinden opperen dat het mevrouw Van Bossuyt is die niet met haar samenwerkt. Kunnen jullie eigenlijk wel door één deur?

Maaike De Vreese:

Dat is nu eenmaal de bestaande bevoegdheidsverdeling, met administraties die verantwoordelijk zijn voor bepaalde bevoegdheden. Iedereen heeft zijn bevoegdheden. De tussenstaatse overbrengingen en het uitzitten van de straf in het land van herkomst, vallen onder de bevoegdheid van Justitie. Op dat departement is daar ook een aparte dienst voor.

Mevrouw de minister, ik geef de andere vraagstellers gelijk dat het geen zin heeft om deze of gene met de vinger te wijzen. Het is een en-enverhaal. Eerst en vooral moet u uw bevoegdheid volledig uitvoeren, namelijk zoveel mogelijk mensen in illegaal verblijf die in onze gevangenissen zitten en het einde van hun straf hebben bereikt, repatriëren naar het land van herkomst. Wij moeten, ten tweede, veel vroeger in dat proces proberen in te grijpen. Dat betekent dat die mensen hun straf uitzitten in het land van herkomst. Daarom vroeg ik u ook naar de nationaliteiten. Als ik daarbij Marokko en Algerije maar ook Nederland in de top zie staan, dan begrijp ik niet goed waarom bijvoorbeeld alvast Nederland of andere lidstaten van de Europese Unie hun eigen onderdanen niet terugnemen om hun straf daar uit te laten zitten. Dat lijkt me iets dat u samen met minister Verlinden in detail moet bekijken, om te zien of we daar geen quick win kunnen vinden om dat op te krikken.

Ten derde, we moeten heel inventief zijn en, zoals in het regeerakkoord staat, ook buiten de Europese Unie bekijken met welke landen we kunnen samenwerken om mensen in illegaal verblijf daar hun straf te laten uitzitten. Dat zijn mensen die hier geen familie hebben, dus die moet niet overgevlogen worden. Dat kan geen excuus zijn om die piste niet verder te onderzoeken.

Blijf op alle mogelijke pistes inzetten, want onze cipiers lijden daaronder. In Brugge werden er net nog eens vier cipiers aangevallen. We moeten die problematiek samen aanpakken, ook voor de mensen die daar tewerkgesteld zijn. Ik wens u daarvoor alle succes.

Anneleen Van Bossuyt:

Ik heb geantwoord op de vragen die mij werden gesteld en ik heb op geen enkel moment met de vinger gewezen.

Mevrouw Van Belleghem, wat betreft die whole-of-government approach , u zegt dat er blijkbaar niets wordt gedaan. Ik heb vorige week heel expliciet gezegd dat we voor die problematiek met de hele regering samenwerken, specifiek wat betreft de terugkeer van illegale gedetineerden. Wat hebben we al gedaan? Samen met minister Prévot hebben we die terugnameakkoorden geregeld en bekijken we op welke manier we dat kunnen koppelen aan bijvoorbeeld het visumbeleid. We hebben eind oktober een akkoord gesloten met Marokko.

Met minister Quintin stellen we een plan op specifiek wat betreft de escorteurs. We zijn immers afhankelijk van escorteurs voor die terugkeervluchten. Tegen eind dit jaar zullen we 72 extra escorteurs hebben. Met minister Crucke zal ik met de luchtvaartmaatschappijen praten om na te gaan of zij bijvoorbeeld meerdere personen per vlucht willen toelaten. Met minister Verlinden bekijken we de terugkeercoaches in de gevangenissen, ook voor die buitenlandse gevangeniscapaciteit. Met minister Matz en de Regie der Gebouwen bekijken we hoe we naar een verdubbeling van de capaciteit in de gesloten centra kunnen gaan.

Beweren dat er niet samengewerkt wordt binnen de regering vind ik toch heel bijzonder. Ik heb hier net een hele lijst opgesomd van de zaken waarin we heel concreet samenwerken.

Francesca Van Belleghem:

Ik zeg gewoon dat u en minister Verlinden aan het zwartepieten zijn. Minister Verlinden zegt dat er onvoldoende wil is bij andere regeringsleden om dit snel op te lossen. In uw antwoord verwijst u ook weer naar minister Verlinden. Ik zeg gewoon dat u allebei naar elkaar verwijst, wat aangeeft dat de samenwerking moeilijk verloopt.

Ik ondersteun de whole-of-government approach , maar dat zou moeten betekenen dat op elk departement alles in het werk wordt gesteld om illegalen terug te sturen naar het land van herkomst. Alles, maar dan ook alles.

U knikt, maar vorige week heeft de N-VA ons wetsvoorstel om het zakgeld van illegalen af te nemen weggestemd. Dat is nochtans ook een manier om illegaal verblijf minder aantrekkelijk te maken. Dat is ook weer slechts een klein onderdeel en geen wonderoplossing. Alle aspecten zouden betrokken moeten worden. Ook het Vlaams niveau zou trouwens moeten worden betrokken bij de whole-of-government -aanpak, bijvoorbeeld om de huurovereenkomsten voor illegalen onmogelijk te maken. Dat staat al lang in het regeerakkoord, maar is nog nooit uitgevoerd. Dat is een whole-of-government -benadering, op alle aspecten werken.

Voorzitter:

U mag nog repliceren op het antwoord van de minister, mevrouw De Vreese.

Maaike De Vreese:

Het is duidelijk dat er inderdaad samenwerking nodig is op alle niveaus, mevrouw de minister. De administraties moeten samenwerken en wekelijks overleg hebben, niet enkel als het gaat over de gevangenissen, maar bijvoorbeeld ook over de forensische penitentiaire en psychiatrische instellingen. Dat zijn immers heel dure plaatsen en ook daar zitten soms mensen van andere nationaliteiten. Door die mensen hun sanctie elders te laten uitzitten, kan er weer doorstroming ontstaan. Het gaat over grote aantallen en zeer moeilijke dossiers. Ik heb dergelijke dossiers vroeger zelf behandeld, maar wellicht kan uw kabinet zich hier eens over buigen. Iedere mogelijke inspanning helpt immers.

De btw-verhoging op bereide maaltijden in asielcentra

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 20 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem (N-VA) vraagt naar de financiële impact van de btw-verhoging op take-away catering (van 6% naar 12% per 2026) op asielcentra en gesloten terugkeercentra, gezien het al gestegen migratiebudget (1,1 miljard euro). Volgens minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) kost dit Fedasil maximaal 1,25 miljoen euro extra in 2026, maar gesloten centra ondervinden nauwelijks impact door eigen maaltijdbereiding; geen extra middelen worden vrijgemaakt, dus moeten besparingen (o.a. via zelfkookkeukens) de meerkost opvangen. Van Bossuyt stelt dat zelfkoken vaak goedkoper is dan externe catering, zonder garantie dat dit de btw-stijging volledig compenseert.

Francesca Van Belleghem:

Vanaf 1 maart 2026 stijgt het Btw-tarief op take away catering van 6% naar 12%, een beslissing uit het begrotingsakkoord van uw regering-De Wever. Asielcentra en gesloten terugkeercentra maken gebruik van cateraars die dagelijks maaltijden leveren. Het migratiebudget is de voorbije jaren al enorm gestegen tot 1,1 miljard euro.

Hoeveel gaat de Btw-verhoging op catering extra kosten voor de maaltijden in de asielcentra?

Hoeveel gaat dit extra kosten voor de maaltijden in gesloten terugkeercentra?

Hoe zullen deze bijkomende kosten worden opgevangen? Komen ze bovenop het reeds oplopende asielbudget of worden ze gecompenseerd door besparingen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, voor de federale open centra schatten we dat de maximale budgettaire impact van deze maatregel in 2026 ongeveer 1.250.000 euro zal bedragen. Deze schatting houdt geen rekening met prijsveranderingen, elasticiteiten of concurrentiële werking bij heraanbestedingen. Zodra alle technische modaliteiten van de maatregelen volledig zijn vastgesteld, zal een meer verfijnde raming kunnen worden opgemaakt. Wat de gesloten centra betreft, zij kennen voornamelijk maaltijdbereidingen ter plaatse en zijn daardoor dus niet getroffen.

Er werden in het kader van deze btw-verhoging geen bijkomende middelen toegekend aan Fedasil of de DVZ. Deze kosten zullen dus binnen het toegekende budget worden gecompenseerd via besparingen. Er wordt binnen Fedasil gewerkt aan diverse projecten om de catering goedkoper te maken, bijvoorbeeld via aanpassing van de infrastructuur, zoals de installatie van aangepaste zelfkookkeukens, zodat de bewoners zelf voor hun maaltijden kunnen instaan. Deze praktijk is zeker in personeelskosten, maar vaak ook in voedselkosten goedkoper dan externe catering en kan de kosten door deze btw-verhoging helpen opvangen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

De bloedige gevechten in het noorden van Aleppo in Syrië

Gesteld door

lijst: MR Michel De Maegd

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 15 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Michel De Maegd bekritiseert de massamoorden op Koerden en christelijke minderheden in Noord-Alep door Syrische regeringstroepen en ex-Daesh-strijders (o.a. 42.000 huurlingen geïntegreerd in het Syrische leger), terwijl de EU 620 miljoen euro steun toekende aan Damascus tijdens een bezoek van Von der Leyen. Hij vraagt hoe België deze financiering wil controleren en eist actie tegen de betrokkenheid van Turkije-gesteunde milities (o.a. Sultan Mourad, gelinkt aan IS-ideologie). Minister Maxime Prévot veroordeelt de geweldplegingen, benadrukt Belgisch engagement voor strafrechtelijke vervolging (o.a. nieuwe fondsen voor transitiejustitie) en 18,5 miljoen euro humanitaire hulp, maar verdedigt het EU-beleid van "voorwaardelijke herengagement" met Syrië, met waarschuwingen dat steun afhankelijk blijft van respect voor minderhedenrechten. Hij kondigt een Belgische ambassadrice in Syrië aan voor nauwkeurige opvolging. De Maegd blijft kritisch: de EU-steun mag niet ten koste gaan van Koerden (voormalige bondgenoten tegen IS) en waarschuwt dat Turkije’s rol en de integratie van extremistische milities in het Syrische leger onacceptabel zijn, met het risico dat België/EU medeplichtig worden aan etnische zuiveringen. Hij dringt aan op concrete garanties.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, nous avons abondamment évoqué hier soir en commission les massacres perpétrés par le régime des mollahs contre le peuple iranien – tragédie qui nous bouleverse, bien entendu, tous.

À quelques centaines de kilomètres de là, d'autres massacres de civils se déroulent dans une grande indifférence médiatique et politique. Je veux parler de ce qui se passe depuis plusieurs jours au nord de la ville d'Alep, en Syrie. Les Kurdes, qui ont été nos fidèles alliés dans la coalition internationale contre Daech et qui ont emprisonné les djihadistes venus de nos pays, se font massacrer par les forces gouvernementales syriennes. Les témoignages qui me parviennent font froid dans le dos: enlèvements de masse, décapitations, cadavres jetés du haut des immeubles d'Alep, etc. Cette sauvagerie, hélas, ne nous étonne pas. Elle est le fait des milices Sultan Mourad, Sultan Suleiman, Noureddine al-Zenki. Aujourd'hui, 42 000 combattants afghans, tadjiks, tchétchènes, ouzbeks et j'en passe, issus précisément des rangs de Daech – c'est un comble! – sont intégrés à la nouvelle brigade de l'armée syrienne du président Ahmed al-Charaa, mieux connu sous le nom de Joulani, qui fut lui-même, vous le savez, cofondateur de l' É tat islamique.

En quelques jours, ces massacres contre les Kurdes d'Alep auraient fait, au bas mot, 105 morts et des centaines de disparus au sein des communautés yézidies, arméniennes, araméennes et, plus largement, chrétiennes d'Orient. Ironie du sort: ces massacres ont débuté vendredi, soit le jour même où Ursula von der Leyen et António Costa étaient reçus à Damas par le président syrien. À cette occasion, l'Europe a promis un soutien financier de 620 millions d'euros pour sortir la Syrie du chaos.

Monsieur le ministre, c'est précisément ce contraste qui nous contraint à la clarté. Tout d'abord, comment la Belgique évalue-t-elle la situation à Alep? S'agissant de ce soutien financier européen, savez-vous à quoi il sera alloué? Même indirectement, il ne devra pas servir à financer les pratiques qui mettent en danger les civils. Enfin, comment notre pays compte-t-il faire passer le message aux responsables (…)

Maxime Prévot:

Monsieur le député, je condamne évidemment, au nom de la Belgique, avec la plus grande fermeté, ces actes de violence au nord d’Alep. Les civils doivent être protégés et les responsables devront être jugés. Nos préoccupations ont déjà été exprimées le 10 janvier dernier au travers d’un communiqué européen.

Depuis le début du conflit, la Belgique a été particulièrement active sur la question de la lutte contre l’impunité. J’ai encore décidé il y a un mois de financer à hauteur de plusieurs centaines de milliers d’euros un projet de renforcement de la justice transitionnelle en Syrie. Selon le Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), 119 000 personnes ont été déplacées à la suite des événements. L’activation d’une allocation d’urgence est discutée en ce moment même au sein du Syrian Humanitarian Fund. J’avais pour ma part déjà annoncé 18,5 millions d’euros d’aide humanitaire lors de la dernière conférence pour la Syrie à Bruxelles.

Ma décision récente de nommer une ambassadrice de Belgique en Syrie nous permettra également de suivre encore plus étroitement les questions relatives aux droits humains et à la sécurité de tous les Syriens, y compris les Kurdes et les chrétiens. L’Union européenne et la Belgique ont fait le choix d’un réengagement avec les autorités de transition, mais aussi avec l’ensemble des acteurs.

Nous savons que la transition actuelle peut échouer, mais nous devons tout faire pour qu’elle réussisse, y compris via un appui financier européen, tout en restant extrêmement vigilants et stricts sur les questions de respect des droits des minorités religieuses et ethniques. Nous avons rappelé très clairement aux autorités syriennes de transition que nous avions suspendu les mesures restrictives européennes, mais que cette suspension était réversible. Nous continuerons de lier l’appui européen à un suivi étroit de la situation dans le pays.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Je vous sais très proactif pour le sort des civils pris en étau entre la barbarie et la nécessaire pacification de leur pays. C’est le cas des Kurdes qui ont fui Afrine pour se retrouver au nord d’Alep et c’est le cas des communautés yézidies, araméennes, arméniennes, chrétiennes d’Orient dans leur ensemble. La reconstruction de l’État syrien et le financement européen – soyons clairs, bien nécessaires – ne peuvent pas se faire sur le dos de ces minorités, avec la complicité d’Ankara. Je rappelle que les Kurdes ont été nos alliés durant notre lutte contre Daech. Je rappelle surtout qu’à l’heure où nous parlons, les 42 000 hommes de ces milices Sultan Mourad, Sultan Suleiman et Noureddine al-Zenki sont officiellement intégrés à l’armée syrienne. Ces milices sont surtout fichées par les États-Unis, la Grande-Bretagne et la France comme étant les plus radicales et les plus dangereuses. L’histoire nous jugera non pas sur nos bonnes intentions, mais sur les conséquences de nos actes. Je sais que je peux compter sur vous en la matière pour les défendre.

Het initiatief van Europese regeringsleiders om troepen naar Groenland te sturen
De situatie met betrekking tot Groenland
De situatie in Groenland
De dreigende taal van de VS richting Groenland
Het buitenlandbeleid van president Trump
Internationale spanningen en buitenlandbeleid rond Groenland

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 15 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Politici bekritiseren unaniem de agressieve Amerikaanse druk op Groenland (o.a. annexatiepogingen door Trump) als een directe bedreiging van het internationaal recht, de NAVO-geloofwaardigheid en Europese soevereiniteit, waarbij ze België en de EU oproepen tot onmiddellijke, gecoördineerde actie in plaats van afwachten. Vander Elst (N-VA), Van den Heuvel (CD&V) en De Smet (Open Vld) eisen een Europese troepenmacht (waaraan België moet deelnemen) en een "rode lijn" tegen Trump, terwijl Almaci (Groen) en Boukili (PTB) de VS beschuldigen van imperialisme en waarschuwen voor het ineenstorten van de NAVO als Europa niet weerstand biedt. Minister Prévot (MR) benadrukt diplomatie en NAVO-samenwerking, maar stelt dat een Belgisch troepenverzoek nog niet is ingediend – wat kritiek uitlokt over dralen en "leeg praat" zonder concrete stappen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer minister, de situatie in Groenland is hallucinant. Het internationaal recht wordt niet eens herschreven, het wordt rechtstreeks in de vuilnisbak gegooid. Dat China en Rusland dat al jaren doen, verbaast mij eerlijk gezegd niet, maar dat de Verenigde Staten, een bondgenoot, een partnerland en in wezen een bevriende natie, zo driest te werk gaan tegen een eigen bondgenoot, Groenland en Denemarken, is ongezien. Europa staat daarbij voor een duidelijke keuze. Ofwel doen we wat we al jaren en decennia doen: afwachten, achteroverleunen, toekijken en zien hoe een en ander zich verder ontwikkelt. Ofwel ondernemen we actie, ageren we in plaats van te reageren en nemen we eindelijk het voortouw met Europa.

Mijnheer de minister, ik kies resoluut voor dat tweede Europa, een Europa dat ageert en actie onderneemt, dat tegen Trump in het Witte Huis zegt: tot hier en niet verder. Dat is het Europa dat we nodig hebben. Een aantal landen heeft vandaag die keuze al gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zweden, Noorwegen en Denemarken zullen militaire troepen stationeren in Groenland. België maakt daar op dit moment geen deel van uit. Voor mij en voor mijn fractie zou dat wel het geval moeten zijn. We moeten deel uitmaken van een dergelijke troepenmacht en als België onze steun uitspreken voor onze Europese bondgenoten. Het is tijd om te stoppen met aan de zijlijn te staan. België is een stichtend land van de Europese Unie en van de NAVO. We liggen in het hart en het centrum van Europa. We moeten mee een Europees blok vormen, mijnheer de minister.

In essentie heb ik dan ook maar één vraag, aangezien wachten geen optie meer is: blijven we met België wachten, of gaan we (…)

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, what a difference a day makes. Gisteren meende u in de commissie nog optimistisch dat de soep niet zo heet gegeten zou worden als ze opgediend wordt, want uw contact met de ministers in Amerika was constructiever dan de woorden van Trump. Een dag na het topoverleg, waar de Groenlanders beledigingen naar hun hoofd geslingerd kregen, is het heel duidelijk voor Denemarken en voor Groenland: de VS zijn geen millimeter van hun standpunt geweken.

De acties van ICE, de slabakkende economie, de druk op Powell, de Epsteinfiles, het zijn allemaal dossiers waarmee Trump in nauwe schoentjes zit in eigen land, maar ondertussen slaat hij wild om zich heen en dreigt hij elke keer met dwang ten aanzien van landen of externen die hem niet geven wat hij wil.

De VS blijven volhouden, Groenland moet koste wat het kost geannexeerd worden, en ze zullen niet opgeven.

De vraag is nu: bent u nog even optimistisch als gisteren, of hebt u nu door dat Europa en ons land eindelijk een streep dienen te trekken?

Andere Europese leiders hebben die boodschap sneller begrepen dan u gisteren, sneller dan ons land. Ze hebben al een troepenmacht opgebouwd. De VS mogen in Groenland nu al economisch en militair het maximale doen wat ze willen doen, maar als Trump zijn plannen doorzet, zal dat het einde van de NAVO betekenen. Dan zal dat het einde zijn van de internationale orde. In dat geval: good luck, Taiwan, en good luck, Baltische staten en Oekraïne.

Mijn vragen zijn eenvoudig: zult u verder toekijken? Wat is het plan van deze regering? Maar vooral, wake up and smell the coffee . Met deze Trump is het moeilijk onderhandelen. Elke toegift is een teken van zwakte. Het is tijd om onze rug te rechten, om te tonen dat we verenigd zijn en zeggen: tot hier, maar niet verder!

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, of de Groenlanders dat nu willen of niet, Groenland wordt Amerikaans, althans volgens Trump. Is dat de wereld die we willen, een wereld waarin alleen het recht van de sterkste absoluut geldt, waar brute macht en dreigementen de lijnen uitzetten en de uitkomst van conflicten bepalen?

Trump kijkt al langer op die manier naar de wereld. De internationale rechtsorde is niet langer van tel, eigen moraliteit volstaat, en dan is het natuurlijk bang afwachten bij Trump. De taal die Trump spreekt, is immers niet de taal van een bondgenoot. Een gepaste reactie is dan ook absoluut noodzakelijk. Mijnheer de minister, België kan daarin niet achterblijven.

Wat moet die reactie dan zijn? Voor cd&v is het heel duidelijk: Europa, Europa en nogmaals Europa. Deze crisis is een kans om te laten zien dat wij als Europeanen nog wel in staat zijn om een duidelijke vuist te maken. Alle lidstaten van de Europese gemeenschap moeten solidair zijn met Groenland en met Denemarken. Denemarken is al decennialang een van de loyaalste partners binnen de NAVO. Wij als Europa mogen geen versnipperd signaal geven, maar moeten een sterk collectief signaal geven. We moeten zeggen: hier is een dikke rode lijn en wat Trump zegt en doet kan absoluut niet.

Mijnheer de minister, Groenland wordt de lakmoesproef voor de Europese weerbaarheid en voor de Europese geloofwaardigheid. Het is absoluut nodig dat Europa hier een dikke rode lijn trekt, niet in verdeelde slagorde waarbij elk land apart een antwoord formuleert. Als we hier geen dikke rode lijn trekken, gaat in de toekomst iedereen over ons heen lopen. Welke rol (…)

François De Smet:

Monsieur le ministre, c'est la troisième fois en une semaine que nous échangeons sur le Groenland. J'en suis ravi et, à ce rythme-là, nous pourrons bientôt publier un livre d'entretiens, même si j'avoue que je commence à trouver intrigant le fait que le premier ministre échappe constamment à cette discussion parce qu'il s'agit ni plus ni moins de la fin possible de l'Alliance atlantique.

Hier soir, vous nous disiez que, selon les informations que vous aviez recueillies à Washington, une opération armée n'était pas envisagée. Vous vous êtes même aventuré à dire que, tout compte fait, il ne fallait pas prendre M. Trump au pied de la lettre, ce que je trouve extrêmement audacieux.

Pour montrer comment les chose évoluent, la semaine dernière, votre collègue Theo Francken se moquait en commission d'un collègue député parce qu'il avait osé demander dans une question écrite si l'envoi de troupes était envisagé par la Belgique. Aujourd'hui, nous constatons que la France, l'Allemagne, la Suède et la Norvège annoncent l'envoi de troupes. Et je pense également qu'il faudrait sérieusement songer à s'y joindre.

La question reste la même: qu'allons-nous faire si les États-Unis prennent de force le Groenland? Et vous ne répondez toujours pas clairement à cette question, parce que la réponse est que l'Alliance atlantique s'effondrera. Et vous devriez au moins dire cela. Ce que Trump essaye de faire, c'est transformer l'OTAN en Pacte de Varsovie. Le Pacte de Varsovie alliait un très gros partenaire hyper puissant, l'URSS, et une série de vassaux qui lui obéissaient. Je suis désolé, monsieur le ministre, mais ce n'est pas pour cela que la Belgique a signé en 1949, lorsque nous avons fondé l'Alliance.

Il faut se réveiller. Cessons de nous comporter, cessons de penser, cessons de parler comme si nous ne pouvions pas survivre hors de la sphère d'influence des puissants. Si nous voulons garder l'Alliance, il va falloir sortir de l'emprise. Voilà ce que j'aimerais vous entendre enfin dire.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, on voit que le premier ministre essaie d'éviter le débat coûte que coûte. C'est la deuxième fois qu'il fuit les débats internationaux quand cela concerne les États-Unis. Je pense qu'il a peur d'émettre la moindre critique vis-à-vis des États-Unis.

Les menaces contre le Groenland ne cessent de se poursuivre. La réunion d'hier n'a rien arrangé. Au contraire, elle a démontré la contradiction fondamentale qui existe entre le Danemark et l'administration américaine.

Soyons clairs, monsieur le ministre, l'affaire du Groenland ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans la nouvelle stratégie de sécurité américaine qui veut s'accaparer et contrôler l'ensemble de l'hémisphère occidental, du sud de l'Argentine jusqu'au Groenland. Tout cela pour servir les intérêts économiques et géostratégiques de l'impérialisme américain. Cet impérialisme, aujourd'hui, menace la souveraineté même des États européens et les intérêts de l'Union européenne.

Face à cette situation, que fait l'Europe? On observe une certaine hésitation, parce que le droit international est à géométrie variable: quand ce sont nos alliés, on est soft ; quand ce sont nos adversaires, on est dur. Avec une telle attitude, on perd toute crédibilité.

Monsieur le ministre des Affaires étrangères de la Belgique, qu'allez-vous faire si le Groenland est envahi par les États-Unis? Que faites-vous pour éviter toute agression américaine contre le Groenland? Quels leviers sont mis en place, qu'ils soient économiques, politiques ou diplomatiques, au niveau européen pour empêcher cette agression et ce renforcement de l'impérialisme américain?

Maxime Prévot:

Chers collègues, je vous le disais hier en commission, lors d'un long débat sur le sujet: le Groenland n'est pas à vendre. C'est la position sans équivoque des autorités danoises et groenlandaises. C'est aussi la position sans équivoque de la Belgique, de l'Union européenne et des autres alliés au sein de l'OTAN.

Aucune démarche hostile à l'égard du Groenland n'est acceptable ni ne sera acceptée.

Dat is de boodschap die ik vorige week in Washington heb overgebracht.

Gisteren vond er een ontmoeting plaats tussen Denemarken, Groenland en de Verenigde Staten. Zoals de Deense minister van Buitenlandse Zaken het samenvatte, hebben de partijen agreed to disagree . Ze hebben echter een dialoog opgestart en dat is het belangrijkste. Dialoog is en moet immers de enige weg blijven om tegemoet te komen aan de Amerikaanse veiligheidszorgen.

Mevrouw Almaci, gisteren was ik niet naïef optimistisch. Ik zei dat volgens mijn informatie een vijandige militaire actie niet aan de orde leek te zijn. Dat betekent niet dat de VS hun voornemen om hun belangen ter plaatse te behartigen hebben opgegeven.

Mijn Deense collega spreekt de hoop uit dat de werkgroep die zal worden opgericht tot een aanvaardbare oplossing zal komen. Denemarken wil dit probleem in eerste instantie bilateraal aanpakken, maar weet dat het kan rekenen op de volledige steun van zijn bondgenoten.

Nous continuerons donc à soutenir pleinement les Danois, avec lesquels nous entretenons des contacts étroits. Du reste, chaque semaine, une réunion du Conseil de l’Atlantique Nord (CAN), c’est ‑ à ‑ dire l ’ ensemble des ambassadeurs pr é sents à l ’ OTAN, offre l ’ occasion d ’ en d é battre.

Cette r é gion, nous le savons, rev ê t une importance strat é gique et s é curitaire majeure. La Russie y voit un espace clé pour sa projection de puissance, tandis que la Chine affiche l’ambition de devenir une grande puissance polaire d’ici 2030. L’Alliance atlantique constitue indubitablement le cadre approprié pour une coopération efficace, en complément des accords bilatéraux existant depuis 1951 entre le Danemark et les États ‑ Unis. Elle offre toutes les possibilit é s de r é soudre ces diff é rents probl è mes par le dialogue. L ’ adh é sion r é cente de la Su è de et de la Finlande a d ’ ailleurs consid é rablement renforcé la posture de l’OTAN dans la région ainsi que la crédibilité de sa dissuasion.

Des clarifications sur les mesures concrètes envisagées sont évidemment attendues dans les prochaines semaines.

De aankondigingen van ontplooiingen of de versterking van de aanwezigheid door bepaalde bondgenoten, met name Frankrijk en Duitsland, passen in de logica van collectieve verantwoordelijkheid en bijdragen aan de Euro-Atlantische veiligheid. Ze illustreren de bereidheid van de Europese bondgenoten om hun deel bij te dragen aan de stabiliteit van de noordelijke flank binnen het kader van de NAVO.

Wat betreft de vraag of België soldaten naar Groenland zal sturen, bekijkt Defensie al welke steun België zou kunnen leveren. Het is echter nog te vroeg om te communiceren over de mogelijke middelen die zouden kunnen worden ingezet. Wij hebben daarvoor nog geen verzoek ontvangen, noch op bilateraal, noch op Europees of NAVO-niveau. Mocht dat wel het geval zijn, dan zou de beslissing om al dan niet aan deze missie deel te nemen door de regering worden genomen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

U kijkt na of wij steun kunnen leveren. U hebt de vraag nog niet gekregen. Ik ben blij dat u hebt aangegeven dat wij absoluut een bondgenoot zijn in de strijd. Wat echter nog beter zou zijn, is proactief onze hulp aanbieden aan Groenland, om samen met die landen opnieuw een voortrekkersrol te kunnen spelen op het Europese toneel. Opkomen voor onze bondgenoten en met Europa opnieuw een blok vormen, dat is essentieel. Wij liggen in het hart van Europa en wij moeten die rol opnieuw durven spelen.

Uw minister van Defensie, Theo Francken, zegt heel graag " Belgium is back ". Mijnheer de minister, walk the talk . Neem uw verantwoordelijkheid. Toon aan dat Belgium back is en zorg ervoor dat België zijn steentje kan bijdragen aan de veiligheid in heel Europa.

Meyrem Almaci:

Zoals zo vaak zijn de woorden van deze regering vaak forser dan de werkelijke acties die ze onderneemt.

Mijnheer de minister, wist u dat 71 % van de Amerikanen tegen de annexatie van Groenland zijn? Zijn eigen bevolking steunt hem niet. Wie hem wel steunt zijn miljardairs zoals Bezos en Bill Gates, die miljarden hebben geïnvesteerd in mijnbouwbedrijven die actief zijn in Groenland: Amaroq, KoBold. Dat is geen toeval.

Trump verandert systematisch de democratie voor de belangen van het grote geld. Hij grijpt in de internationale orde in door dwang. Aan die dwang mogen wij niet toegeven, niet met ons land. Kom met een plan en maak uw woorden waar. Het is hoog tijd.

Koen Van den Heuvel:

In Groenland staat er heel wat op het spel: de internationale rechtsorde, de geloofwaardigheid van de NAVO en ook de Europese geloofwaardigheid. Voor ons is het heel duidelijk: geen versnipperd beleid, geen versnipperd antwoord, maar een sterke, collectieve respons en een dikke rode lijn om te zeggen dat het zo niet verder kan. Voor ons is het heel duidelijk, wij moeten in België opnieuw meer dan ooit onze internationale verantwoordelijkheid opnemen. Als we ook aan die sterke defensieve geloofwaardigheid willen bouwen, dan kunnen wij als land niet achterblijven. Voor ons is het duidelijk, met cd&v steunen wij het absoluut dat er Belgische troepen naar Groenland worden gestuurd, in samenspraak met de andere Europese bondgenoten.

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.

Ne soyons pas naïfs! Moi, je ne peux pas articuler décemment les mots "Trump", "Groenland" et "groupe de travail" dans le même univers conceptuel. Cet homme n’est pas le genre de gars à faire des groupes de travail, monsieur le ministre. C’est quelqu'un qui ne comprend que la force et l’intimidation. Si la séquence commence avec le Venezuela – un racket – pour se poursuivre par le Groenland, c’est pour dire: "Regardez ce que je suis capable de faire!"

Il est urgent que nous fassions partie des pays européens qui l’ont compris et qui comprennent qu’il faut répondre, évidemment pas par de la force pure et simple, mais en montrant que nous n’avons pas peur, que nous sommes capables, nous aussi, d’envoyer des troupes de reconnaissance au Groenland, et que nous faisons partie des pays européens qui ne se laissent pas impressionner – parce qu’il n’attend que cela, comme une brute en cour de récréation.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous nous dites que l’Europe est un allié des États-Unis. Je vous rappelle juste que les États-Unis n’ont pas d’alliés. Ils n’ont que des intérêts. Aujourd'hui, ils agissent seulement dans leur intérêt. Si l’Europe veut agir et progresser, elle doit sortir de l’emprise de l’impérialisme américain. Il est absolument nécessaire aujourd'hui de se tourner vers le reste du monde, de travailler dans le dialogue et la diplomatie, avec les autres peuples, dans un principe de sécurité collective, pour assurer la sécurité et la progression de tous les peuples du monde. Car aujourd'hui, ce qui se pose, c’est l’intérêt de l’impérialisme américain. Les Américains n’agissent pas pour leur sécurité nationale. C’est la sécurité mondiale qui est menacée par l’impérialisme américain. L’Europe doit changer de lunettes, regarder le reste du monde et se libérer de cet impérialisme américain!

België als het walhalla van de massamigratie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 15 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Francesca Van Belleghem (N-VA) is de lichte daling van 13% in asielaanvragen onvoldoende en blijft België een "walhalla voor massamigratie", terwijl ze minister Anneleen Van Bossuyt (N-VA) verwijten maakt dat haar partij eerdere beloftes over asielquota en strengere maatregelen niet nakomt, met Hongarije als gewenst voorbeeld (50 aanvragen vs. 35.000 in België). Van Bossuyt verdedigt haar beleid door te benadrukken dat de instroom met 28% daalde sinds haar crisismaatregelen (augustus 2025), inclusief een daling van 81% bij herhaalde aanvragen, en kondigt verdere stappen aan, maar Van Belleghem blijft kritisch en noemt de resultaten een "goednieuwsshow" die de burger niet overtuigt, met verwijzing naar blijvende hoge aantallen en nieuwe asielcentra zoals in Schilde.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, uitgerekend op dezelfde dag dat de inwoners van Schilde een nieuw asielcentrum door de strot geramd kregen, pakte u uit met de grote goednieuwsshow. Terwijl in Duitsland het aantal eerste asielaanvragen gehalveerd is, viert u feest om een schamele daling van 13 %. Het contrast met Hongarije kan niet groter zijn want zij tellen amper 50 asielaanvragen, terwijl wij er nog altijd 35.000 hebben.

Wat mij nog het meest verbaast, is dat in 2023, toen wij ook 35.000 asielaanvragen telden, uw partijgenoot Theo Francken België nog het walhalla voor massa-immigratie noemde. Met vrijwel identieke cijfers bent u plots goed bezig. Wat zal het zijn? Straffer nog, in 2021, toen wij 26.000 asielaanvragen telden, lanceerde de N-VA een groot actieplan om ons uit de asielcrisis te loodsen. Punt drie van dat asielactieplan is de quota. Van die quota horen wij plots niets meer. Wanneer zullen die asielquota er komen?

Trouwens, het enige aanvaardbare quotum dat er eigenlijk nog is, is nul asielzoekers, of misschien zelfs 50, zoals Hongarije. Dat is ook nog aanvaardbaar. Wanneer zult u werk maken van asielquota?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, sta mij toe uw houding als vreemd te beschouwen. Als wij het al over iets eens zijn, dan is het toch dat de asielinstroom in ons land naar beneden moet. Als dat dan gebeurt, is dat voor u niet goed. Dat is toch wel straf. Ik wil u eraan herinneren dat ik een crisis heb geërfd en dat de voorspelling aan het begin van de legislatuur, dus elf maanden geleden, opliep tot maar liefst 50.000 asielaanvragen bij ongewijzigd beleid.

Daarom ben ik meteen uit de startblokken geschoten en heb ik, met resultaat, in een sneltempo crisismaatregelen door het Parlement geloodst. Sinds de invoering van die crisismaatregelen in augustus 2025 is de instroom immers gedaald met 28 %. De instroom van asielzoekers die al een erkenning hebben in een andere lidstaat, is zelfs zo goed als stilgevallen. Dat was een van onze maatregelen en die instroom is gedaald met 81 %.

U hebt die cijfers opgevraagd, dus u zou dat kunnen weten. Uiteraard surfen we mee op de dalende Europese trend, dat klopt. Die dalende Europese trend was er echter ook al onder Vivaldi en toen gingen de cijfers in België nog omhoog. Nu doen we het zelfs beter dan het Europees gemiddelde.

Beste collega’s, we komen van ver. We hebben al veel gedaan, maar we zullen vooral nog veel doen. Die cijfers moeten absoluut nog verder naar beneden. Daarom komt ons volgende pakket maatregelen er binnenkort aan. Geloof mij, we zitten niet stil. U mag gerust blijven roepen vanop de zijlijn, mevrouw Van Belleghem. Ik werk gewoon verder.

Francesca Van Belleghem:

Minister, ik was een tijd geleden in Spa. Daar is een oud hotelletje met een herdenkingsplaat voor Georges Krins. Hij deed mij aan u denken, want Georges Krins was de eerste violist op de Titanic. Net zoals hij blijft u zo lang mogelijk doorspelen. Verwacht echter niet van de burger dat hij tevreden is met de muziek, met de goednieuwsshow die u hier vandaag opvoert. Verwacht niet van de burger dat hij tevreden is dat er nog maar eens 35.000 asielzoekers naar ons land komen en dat u in Schilde een nieuw asielcentrum hebt geopend. België blijft vandaag het walhalla voor massamigratie. Niet alleen illegale migratie via asiel, maar ook legale migratie via gezinshereniging en arbeidsmigratie. Dat is de waarheid en niets anders dan de waarheid.

De re-integratie van vrouwelijke slachtoffers van geweld op de arbeidsmarkt

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz bekritiseert dat het beloofde "pack nouveau départ" – een integrale steunmaatregel (financieel, juridisch, psychologisch en arbeidsgerelateerd) voor slachtoffers van partnergeweld – ondanks politiek akkoord in april 2024 nog steeds niet operationeel is, en dringt aan op concrete uitvoering en timing. Minister Clarinval wijst zijn beperkte bevoegdheid (werkgelegenheid is regionaal) en verwijst naar collega Beenders voor het nationale actieplan, zonder eigen maatregelen te beloven. Schlitz waarschuwt dat de tijdsbeperking op werkloosheidsuitkeringen kwetsbare samenwonenden verder in economische afhankelijkheid drijft, wat hun vlucht uit geweldsituaties bemoeilijkt, en eist dringende oplossingen in plaats van "sancties".

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, lorsqu’une femme est victime de violences conjugales, les obstacles à son départ et à sa reconstruction sont souvent multiples et profondément imbriqués. Outre la violence elle ‑ m ê me, la d é pendance financi è re, l ’ emprise exerc é e par le conjoint ou encore les entraves directes ou indirectes à l ’ acc è s à un emploi constituent des freins majeurs à l ’ autonomie et à la s é curit é de ces femmes.

Aujourd’hui, le "pack nouveau départ" a précisément été conçu pour lever ces différents freins. Ce dispositif public vise à offrir un soutien global aux victimes: aide financière d’urgence, accompagnement socio ‑ juridique gratuit, vingt s é ances psychologiques, dispositifs d ’ adresses prot é g é es, ainsi que des mesures de protection sp é cifiques sur le lieu de travail ou dans la recherche d ’ emploi.

Un accord avait été conclu en avril 2024 au sein de la Conférence interministérielle (CIM) Droits des femmes et avait reçu l’appui public de plusieurs partis et membres des différents gouvernements de l’époque. Pourtant, ce dispositif n’a toujours pas été opérationnalisé.

Monsieur le ministre, au regard de l’urgence de la situation et des engagements pris, pouvez ‑ vous pr é ciser quelles mesures votre gouvernement entend mettre en œ uvre afin de soutenir concr è tement les femmes victimes de violences conjugales dans leur d é marche d ’é mancipation é conomique? Par ailleurs, pouvez ‑ vous indiquer selon quel calendrier et quelles modalit é s le pack nouveau départ sera rendu pleinement op é rationnel, afin que les engagements politiques se traduisent enfin en mesures effectives pour protéger les victimes et leur offrir une autonomie financière? Je vous remercie pour vos réponses.

David Clarinval:

Monsieur le président, il est essentiel que les femmes victimes de violences puissent se reconstruire et retrouver leur pleine autonomie. L’emploi constitue un levier important dans le processus d’émancipation des femmes victimes de violences, notamment de violences conjugales. En effet, la dépendance économique est souvent un outil de contrôle utilisé par l’auteur des violences.

Mes compétences ministérielles sont cependant très limitées sur cette question. De fait, l’accompagnement et la formation des demandeurs d’emploi, ainsi que la politique relative à des groupes cibles spécifiques sur le marché du travail, relèvent de la compétence des régions et des communautés.

Je me permets également de vous renvoyer à mon collègue, le ministre Beenders, qui travaille sur un nouveau plan d’action national de lutte contre les violences basées sur le genre. Il sera le mieux placé pour répondre sur cette matière, notamment quant au pack que vous avez évoqué, qui relève de sa compétence.

Sarah Schlitz:

Merci pour votre réponse. Ce qui est intéressant dans la démarche des associations ayant soumis aux différents gouvernements le projet de pack nouveau départ, c'est qu'il part de situations concrètes vécues sur le terrain, notamment observées dans les refuges pour femmes victimes de violences ou auprès des associations qui les soutiennent. Il s'agit d'un outil clé sur porte, peu coûteux, mais susceptible de produire des résultats très concrets et de dénouer des situations de violences parfois inextricables. Aujourd'hui, ce qui m'inquiète fortement, c'est que la limitation des allocations de chômage dans le temps va également pénaliser des cohabitantes qui ne percevront plus d'allocation et qui n'auront pas droit à un revenu au niveau du CPAS. Nous savons qu'elles ne rempliront pas les conditions pour accéder à un revenu et qu'elles se retrouveront dès lors dans une situation de dépendance encore plus forte vis-à-vis d'un conjoint. Or nous savons à quel point l'accès, ou non, à des ressources économiques détermine l'ampleur et le développement des violences au sein du couple, ainsi que l'incapacité de la victime à pouvoir s'en extirper. J'attire donc réellement votre attention sur ces situations spécifiques. Aujourd'hui, ces personnes ont besoin que l'on leur tende la main. Elles n'ont pas besoin de sanctions.

De Amerikaanse aanval op Venezuela
De dreigende taal van de VS richting Groenland
De eerbiediging van de soevereiniteit van Groenland
De houding van België over de Amerikaanse inval in Venezuela
De situatie in Venezuela en de veiligheid van de Belgische onderdanen
De situatie in Venezuela en de verschillende machtsclaims
De arrestatie van president Maduro
De Europese positie m.b.t. Groenland
De stavaza na de diplomatieke gesprekken in de VS en het onderhoud met Secretary of State Rubio
De ontvoering van de Venezolaanse president door de Verenigde Staten
De diplomatieke gevolgen en de Europese coördinatie in het licht van de trans-Atlantische spanningen
De politieke situatie omtrent Groenland
De spanningen in Venezuela
Groenland en de Amerikaanse uitspraken
Groenland
Venezuela
De dreigende taal van Trump richting Groenland
De agressie van de VS tegen Venezuela
Het onderhoud met minister Marco Rubio
De onduidelijke positie van België ten opzichte van de VS-inval in Venezuela
De Amerikaanse dreigementen over Groenland
Internationale spanningen rond Venezuela en Groenland: diplomatie, soevereiniteit en machtsconflicten

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de schendingen van het internationaal recht door de VS (annexatieplannen voor Groenland en de ontvoering van Maduro in Venezuela) en Europa’s zwakke, versnipperde reactie. België/minister Prévot veroordeelt de VS-acties in principe (VN-Handvest als "boussole"), maar weigert een expliciete veroordeling en benadrukt diplomatieke "dialoog" met Washington, ondanks kritiek op Trumps "recht van de sterkste"-benadering. Kritiekpunten: Europa’s gebrek aan strategische autonomie (militair, energiek, technologisch) en eendracht (blokkades door Hongarije, verdeeldheid over sancties) ondermijnen zijn geloofwaardigheid. Prévot pleit voor een sterker Europa met eigen defensie- en industriële capaciteit, maar relativeert dit door de economische afhankelijkheid van de VS (115.000 Belgische jobs, €65 mjd handel). Oppositie (o.a. Lambrecht, Boukili, Almaci) bekritiseert scherp: - Selectieve toepassing internationaal recht: VS-acties (Groenland, Venezuela) worden getolereerd, terwijl gelijksoortige daden door Rusland/China wel worden veroordeeld ("twee maten"). - Europa’s zwakte: Gebrek aan snelle, uniforme sancties (vs. VS/Rusland) en afhankelijkheid van de VS maken het tot een "papieren tijger". - Trumps motieven: Ontvoering Maduro draait om olie (Trump noemde "pétrole" 20x), Groenland om strategische grondstoffen—geen "democratische bevrijding". - Veroordeling ontbreekt: Prévot herhaalt VN-regels maar vermijdt woorden als "condamnation" (Mutyebele: "U zegt ‘gangster’ over Maduro, maar zwijgt over Trumps kidnapping"). Concrete spanningen: - Groenland: Denemarken versterkt militaire aanwezigheid; VS dreigt met geweld maar ontkent "annexatieplannen" (Prévot: "Neem Trump serieus, niet letterlijk"). - Venezuela: EU zoekt dialoog met de facto regime (Rodríguez) en oppositie (González), maar blokkeert op erkenning legitieme leiding. Humanitaire crisis (7,9 mln noodhulp) en olie-exploitatie door VS blijven onopgelost. - NAVO-crisis: Sommigen (De Smet) waarschuwen: "VS-overname Groenland = einde NAVO"—Prévot ontwijkt dit scenario. Oplossingsrichtingen (maar weinig concrete stappen): - Europese "autonomie": Versneld investeren in defensie (vs. VS-afhankelijkheid), energietransitie, en technologische soevereiniteit (AI, 4% EU-aandeel). - "Coalitie van willigen": Voorstanders (Di Nunzio) pleiten voor snelheidsverschillen in EU-beleid om blokkades (Hongarije) te omzeilen. - Economische druk: VS als handelspartner (€65 mjd) beperkt EU-ruimte, maar sancties tegen VS worden niet overwogen. Kern: Europa faalt in krachtig optreden door interne verdeeldheid en VS-afhankelijkheid, terwijl Prévot diplomatie boven conflict stelt—wat critici zien als appeasement. Normatieve tweespalt: VS-handelen is onwettig, maar pragmatisme wint het van principes.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de recente acties en verklaringen van de Verenigde Staten werpen een schaduw over de internationale regels.

Enerzijds is er de situatie rond Groenland, dat door het Witte Huis formeel als een nationale veiligheidsprioriteit wordt beschouwd. De Amerikaanse regering stelt dat Groenland eigenlijk een deel van de Verenigde Staten moet worden. Een ambitie die kracht wordt bijgezet door te dreigen met – indien nodig – het gebruik van geweld. Hoewel de Deense premier benadrukt dat Groenland aan de Groenlanders behoort, blijft de druk vanuit Washington zeer groot.

Anderzijds zijn we getuige geweest van een escalatie in Venezuela, waar de Verenigde Staten een illegale aanval hebben uitgevoerd en president Maduro en zijn vrouw hebben ontvoerd. Laat ons wel wezen, een dictator minder, waar ook ter wereld, is goed nieuws, maar internationale regels moeten wel worden gerespecteerd. Ook hier was er een schending van het internationaal recht.

Deze acties dreigen een zeer gevaarlijk precedent te scheppen voor andere grootmachten, die dan kunnen denken dat zij op dezelfde manier kunnen handelen, zoals China en Rusland in Oekraïne.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

Ten eerste, bent u van mening dat Europa over een degelijke strategie beschikt om weerstand te bieden aan de Amerikaanse druk op Groenland en aan schendingen van het internationaal recht in Latijns-Amerika?

Ten tweede, wat doet België concreet om bij te dragen aan de ontwikkeling van een Europese strategie, en echt rode lijnen te trekken en ons te distantiëren van dergelijke eenzijdige acties?

Ten derde, hoe schat u de huidige reacties van uw Europese collega’s in? Zijn die naar uw mening krachtig genoeg om de Europese autonomie te waarborgen?

Ten vierde, wat is het standpunt van België over het voorstel van generaal Brieger om een symbolische Europese militaire aanwezigheid in Groenland te gaan vestigen?

Ten vijfde, hoe kijkt u aan tegen de rechtsgang die Maduro en zijn vrouw in de Verenigde Staten te wachten staat? Denkt u dat het proces eerlijk zal verlopen?

Ten zesde, wat zijn de concrete contouren van ons buitenlands beleid tegen straffeloosheid en hoe past u dat toe op de huidige Amerikaanse acties?

Ten zevende, wat zal Europa doen om de vreedzame oppositie in Venezuela te steunen en een terugkeer naar vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk te maken?

De voorzitster : De heer De Smet is niet aanwezig. De heer Lacroix evenmin. Het woord is aan de heer Di Nunzio. U hebt vier minuten.

Sandro Di Nunzio:

Dank u wel, voorzitster. Ook mijn beste wensen voor u, mijnheer de minister, en voor alle collega’s hier, nu we elkaar voor het eerst zien.

Nicolas Maduro heeft de verkiezingen verloren in 2004 en is sindsdien toch aan de macht gebleven als dictator. Het lijdt geen enkele twijfel dat hij zich moet verantwoorden voor zijn misdaden. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn.

Vrede en gerechtigheid binnen Venezuela en voor de Venezolanen kan je echter niet afdwingen met militaire macht. De Amerikaanse militaire coup, die dat effectief heeft beoogd, ondergraaft het internationaal recht en de wereldorde. Door de acties die zijn ondernomen, heeft men daar een ernstige schok aan gegeven.

Laat mij zeer duidelijk zijn. Ondanks de euforie die hier en daar leeft binnen het Venezolaanse volk, betekent mijn kritiek niet dat ik zou vinden dat dat volk geen recht heeft op democratie, maar het heeft ook het recht om geen buitenlandse inmenging te ondergaan en om niet onderworpen te zijn aan machtspolitiek.

Nog verontrustender was nadien de aankondiging van president Trump dat Amerikaanse oliebedrijven Venezuela zullen exploiteren, terwijl het olie-embargo gewoon blijft gelden. Even verontrustend zijn de druk en dreigementen jegens Colombia en andere landen. Trump spreekt zich ook uit over Mexico. Het zijn woorden en daden van een Amerikaanse president waar we bijna niet meer van opkijken. Het feit dat dit ons niet meer verrast, moet ons zeer ongerust maken, want we zijn in een wereld verzeild waarin geen sprake meer is van een multilaterale orde, maar van het recht van de sterkste. Ik pleit ervoor dat verandering in Venezuela van binnenuit moet komen, niet door extern ingrijpen.

Ik zie dat mijn tijd verder loopt, dus ga ik meteen over naar Groenland. Ik heb de subvraag ook overgemaakt. In verband met Groenland hebt u in de plenaire zitting van 8 januari gezegd dat u de veiligheidsbekommernissen van de Verenigde Staten kunt begrijpen en dat achter sommige uitspraken legitieme bezorgdheden schuilgaan. Tegelijk hebt u terecht gesteld dat het onaanvaardbaar is om de territorialiteit van een bevriend land en een NAVO-bondgenoot in vraag te stellen. Groenland is NAVO-gebied en de Verenigde Staten hebben akkoorden met Denemarken die hen nu al toelaten om militaire bases te gebruiken en er militairen te stationeren. Het zijn echter de Verenigde Staten zelf die in het verleden hebben beslist om hun militaire aanwezigheid daar af te bouwen.

Als de VS het recht hebben om daar militair aanwezig te zijn en men die aanwezigheid destijds zelf heeft afgebouwd, waarom stelt u dan dat u de bekommernissen van de Amerikanen begrijpt en legitiem vindt? Binnen de bestaande akkoorden, vooral binnen het NAVO-bondgenootschap, kunnen de VS immers afspreken wat noodzakelijk is om in de eigen veiligheid te voorzien, als men dat als een probleem beschouwt. Waarom vindt u die bekommernissen legitiem, terwijl men binnen het huidige bondgenootschap eigenlijk al over voldoende middelen beschikt om daarmee aan de slag te gaan?

Ellen Samyn:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, de situatie in Venezuela is de voorbije weken sterk geëvolueerd en roept belangrijke vragen op inzake politieke legitimiteit, veiligheid, internationale rechtsorde en consulaire bescherming. Na een Amerikaanse militaire operatie werd president Maduro uit het land weggehaald. De Verenigde Staten geven aan tijdelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid op te nemen in afwachting van een zogenaamd correcte en veilige machtsoverdracht.

Tegelijk heeft het Venezolaanse Hooggerechtshof Delcy Rodriguez presidentiële bevoegdheden toegekend, terwijl de oppositie stelt dat Edmundo Gonzalez de rechtmatige winnaar is van de presidentsverkiezingen van 2024 en diens onmiddellijke aanstelling vraagt. Daarnaast verklaart het Venezolaanse regime dat honderden politieke gevangenen zouden zijn vrijgelaten, terwijl mensenrechtenorganisaties aangeven dat het aantal bevestigde vrijlatingen voorlopig aanzienlijk lager ligt en dat alle transparantie ontbreekt.

In dezelfde context gaf Venezuela te kennen opnieuw werk te willen maken van een dialoog met de Europese Unie.

Mijnheer de minister, hoe schat België vandaag de situatie in Venezuela concreet in? Is er overleg geweest met uw Europese collega-ministers en bestaat er al een gezamenlijke Europese lijn, zeker nu Caracas opnieuw toenadering zoekt tot de Europese Unie?

U had sinds de Amerikaanse operatie contacten met de Verenigde Staten. Welke garanties werden er gegeven over de aard, de duur en de grenzen van het Amerikaanse optreden?

Dan heb ik een aantal vragen over de Belgen ter plaatse. Hoeveel Belgische onderdanen bevinden zich volgens de recentste cijfers nog in Venezuela? Hoe wordt hun veiligheid vandaag gegarandeerd? Bestaat er een concreet evacuatieplan, eventueel samen met andere EU-landen? Is dat plan al voorbereid of geactiveerd?

Dan kom ik bij de consulaire bijstand. Aangezien België zijn ambassadewerking vanuit Bogota organiseert, wordt er actief samengewerkt met andere EU-ambassades voor gezamenlijke consulaire hulp?

Dan heb ik ook een aantal vragen over de machtsvraag. Hoe positioneert dit land zich tegenover de verschillende machtsaanspraken? Wordt Gonzalez door België beschouwd als de legitieme winnaar van de verkiezingen van 2024? Zal België Rodriguez erkennen als het momenteel de facto gezag en zo ja, op basis van welke criteria? Met wie hebben onze diplomatieke en consulaire diensten vandaag concreet contact? Is dat met de structuren van Rodriguez, met de oppositie of met de tijdelijke Amerikaanse administratie?

Dan heb ik vragen met betrekking tot sancties. Overweegt België gerichte sancties tegen personen die een democratische overgang blokkeren of mensenrechten blijven schenden?

Ten slotte, hoe kijkt u in het algemeen aan tegen een overgangsbestuur, in afwachting van nieuwe verkiezingen? Onder welke voorwaarden acht u zo’n scenario aanvaardbaar binnen het internationaal recht en het zelfbeschikkingsrecht van het Venezolaanse volk?

Bijkomend, heeft België zicht op de impact op Belgische bedrijven en contracten in Venezuela, bijvoorbeeld in energie, logistiek of dienstverlening? Worden die bedrijven actief begeleid?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, Groenland, NAVO-bondgenoot, deel van een lidstaat van de Europese Unie, een autonoom gebied binnen het koninkrijk Denemarken, met een kleine bevolking en een strategische ligging, wordt nu toch wel heel sterk onder vuur genomen, spreekwoordelijk dan. Het zijn vrij bange tijden voor de bevolking daar, want ze staan zowaar te koop. Het is bijzonder dat een bondgenoot een deel van een land en een bevolking zegt te willen kopen.

Er zijn scherpe discussies over soevereiniteit, over de arctische gebieden, over de samenwerking tussen Europa en de Noord-Amerikaanse partners en over hoe wij daarmee moeten omgaan.

Mijnheer de minister, ik had graag van u vernomen hoe u deze ontwikkelingen beoordeelt. Hoe ziet u dit in het kader van de soevereiniteit van de Groenlanders en van onze trans-Atlantische samenwerking?

Dit is een pijnlijke situatie, waarbij wij het ook over de veiligheid van de Europese Unie moeten hebben. Ik hoorde vanochtend nog een uitspraak van de Amerikaanse president over annexatie: "Het kan in onze visie niet anders dat er een annexatie plaatsvindt". Dat zijn toch uitspraken waarover wij moeten nadenken en waarop wij een antwoord moeten geven. Dat is ook wat Europa zegt.

Ik heb gisteren Teresa Ribeira gehoord, die een heel duidelijk signaal van de Europese Unie vraagt. Ik had graag van u vernomen hoe u daar tegenaan kijkt. Hoe zult u hiermee omgaan? Hoeveel onderdanen van ons land zijn er trouwens in Groenland aanwezig? Zijn daar Belgen aanwezig of niet? Staat u achter de uitspraak dat, wanneer een NAVO-lidstaat wordt aangevallen, wij allemaal mee in het bad moeten gaan?

Een tweede deel van het actualiteitsdebat gaat over Venezuela.

Het feit dat president Maduro in gevangenschap is gebracht en dat er hoop is voor de vele Venezolanen die het land hebben verlaten omwille van dit toch wel zeer bijzondere regime, is niet evenredig met het feit dat het internationaal recht hier echt wel geschonden is.

Mijnheer de minister, hoe interpreteert u het internationaalrechtelijke kader in dezen? Hoe gaat u daarmee om? Hebt u al contact met de Belgische ambassadeur opgenomen, die op dit moment in Bogota is? Worden er bijkomende consulaire of veiligheidsmaatregelen genomen voor de mensen van ons land die in Venezuela aanwezig zijn?

De stabiliteit van de hele regio is uiteraard heel belangrijk. Colombia is een buurland. Er zijn gesprekken geweest tussen de Amerikaanse president en president Petro, maar hoe schat u de politieke situatie en de veiligheidssituatie in Venezuela in?

Belangrijk ook, hoe is de relatie vandaag met de verkozen oppositieleiders, met de heer Gonzalez, met mevrouw Maria Corina Machado? Zijn er contacten vanuit ons land met de oppositie, zoals die ook in het Witte Huis zullen plaatsvinden, zoals we lezen in de pers? Zult u ter zake stappen ondernemen?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, la nouvelle année s'est ouverte par une intervention impérialiste qu'on a cru, à tort, ne plus être de notre temps. C'est celle de l'Amérique qui a enlevé sans base légale, sans mandat, le président d'un État souverain, à savoir le Venezuela. Ce monsieur a été enlevé avec sa femme.

Cette opération s'est faite sur la base d'accusations d'un réseau de narcotrafic géré par le président Maduro, à contre-courant de l'avis de tous les spécialistes. Outre la nature franchement grossière de telles accusations, l'illégalité d'un acte assimilable à une déclaration de guerre ne peut être accueillie avec une telle passivité. Croire que cette opération s'est faite dans l'optique de soulager la population du Venezuela – qui est victime de la politique autoritaire et violente de son président – serait faire preuve d'un optimisme naïf. Le président Trump n'a pas tenté de cacher ses réelles motivations car, pendant la conférence de presse, il a prononcé au moins vingt fois le mot "pétrole". Il veut contrôler les larges ressources pétrolières de cet État.

Monsieur le ministre, la Colombie a déjà été menacée de subir le même sort. Le Groenland aussi, et les autres grandes puissances n'en demandaient pas tant. Si la loi du plus fort est de retour, les plus faibles n'ont qu'à bien se tenir. Tel est le message qu'on nous fait passer.

Condamnez-vous les É tats-Unis et leur président pour l'enlèvement illégal et sans mandat du président Maduro? Qu'avez-vous dit à vos interlocuteurs américains sur le sujet?

Comment justifiez-vous votre politique basée sur le droit international quand une violation de ce même droit est accueillie – non pas par votre silence – mais par une absence de condamnation ferme et claire, selon moi, des États-Unis? Pensez-vous que cette action et la faiblesse de nos réactions pourront mener à de pareilles opérations de la part d'autres États ou des États-Unis eux-mêmes, comme au Groenland, en Colombie, à Taïwan ou ailleurs?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors du débat en plénière la semaine dernière, vous avez rappelé que la Belgique fonde sa sécurité et sa prospérité sur le respect d'un ordre international fondé sur des règles et que ce principe n'est pas optionnel. Vous avez souligné que, quelles que soient les appréciations portées sur certains régimes, les méthodes employées ne peuvent être cautionnées lorsqu'elles violent le droit international, la souveraineté des États ou l'intégrité territoriale.

Vous avez également souligné que la relation transatlantique reste stratégique, mais qu'elle doit s'inscrire dans un dialogue exigeant, respectueux du multilatéralisme, de la souveraineté des États et de l'intégrité territoriale. Ces dernières semaines, l'actualité internationale a toutefois mis en lumière une multiplication de prises de position et d'initiatives unilatérales de la part des États-Unis, tant en matière de sécurité que de politique étrangère, suscitant bien entendu des interrogations croissantes quant à la solidité et la prévisibilité du cadre transatlantique. Dans ce contexte, la nécessité d'une parole européenne plus cohérente et d'une capacité d'action autonome apparaît de plus en plus pressante.

Dans le prolongement de ce débat, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Tout d'abord, la Belgique entend-elle prendre des initiatives concrètes afin d'inscrire explicitement la question du respect de la souveraineté et de l'intégrité territoriale à l'agenda des instances européennes face à ces remises en cause actuelles de l'ordre juridique international? Ensuite, quels instruments diplomatiques et politiques concrets la Belgique et l'Union européenne pourraient-elles privilégier pour renforcer un dialogue transatlantique à la fois franc et exigeant, en particulier en cas de nouvelles initiatives unilatérales susceptibles de fragiliser encore le cadre multilatéral et le droit international?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, vanuit Washington blijven er weinig geruststellende signalen over Groenland komen. Tijdens de plenaire vergadering zei u duidelijk dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van Groenland en Denemarken moeten worden gerespecteerd. Dat stond ook in het statement van 6 januari van verschillende Europese leiders. Afgelopen weekend zei president Trump echter opnieuw dat de VS Groenland in hun bezit moeten krijgen, desnoods op een moeilijke manier.

Dat vraagt een gecoördineerd antwoord van de Europese Unie. Sommige analisten pleiten er alvast voor om een Europees sanctiepakket voor te bereiden. In de NAVO pleiten verschillende lidstaten dan weer voor een gezamenlijke missie op Groenland, zodat de strategische positie kan worden gewaarborgd zonder escalatie tussen de NAVO-bondgenoten. Onze minister van Defensie sloot zich daarbij aan en secretaris-generaal Rutte verklaarde dat stappen zich opdringen. De vraag is wat er zal gebeuren.

De premier van Groenland gaf gisteren aan dat het Denemarken verkiest boven de VS en Denemarken heeft ondertussen aangekondigd militaire troepen naar Groenland te zullen sturen. In het Witte Huis vindt er vandaag een ontmoeting plaats tussen de ministers van Buitenland van Denemarken, Groenland en de VS en ook vicepresident Vance zou zich daarbij aansluiten.

Op welke manier is ons land betrokken bij de gesprekken over een gezamenlijk Europees antwoord? In welke richting gaan de Amerikaanse dreigementen ten opzichte van Groenland? Welke maatregelen liggen er concreet op tafel?

Wat Venezuela betreft, voorlopig is er geen sprake van een regimewissel. Met uitzondering van Maduro en zijn echtgenote zitten alle oudgedienden nog in het zadel. De nieuwe autoriteiten lieten intussen wel al enkele politieke gevangenen vrij, naar eigen zeggen als teken van vrede. Verschillende leden van de oppositie roepen op tot nieuwe verkiezingen en president Trump lijkt vooral te focussen op het controleren van de Venezolaanse olie. Wij hadden ook niets anders verwacht.

Een grote groep EU-lidstaten verklaarde in een statement van 4 januari in contact te staan met de VS om een dialoog tussen alle partijen te faciliteren, met het oog op een onderhandelde, democratische, inclusieve en vreedzame oplossing voor de crisis. Die dialoog zou worden geleid door de Venezolanen, wat heel belangrijk is. De Venezolaanse autoriteiten hebben intussen aangekondigd klaar te zijn voor een nieuwe agenda met de Europese Unie en om te evolueren naar een fase van productieve betrekkingen.

Vandaag vraagt de humanitaire situatie in Venezuela om bijkomende aandacht. Volgens OCHA, waarover ik het daarnet al had, hebben op dit moment 7,9 miljoen Venezolanen dringend nood aan bijstand. Welk standpunt neemt ons land concreet in met betrekking tot de toekomst van Venezuela? U zei in de plenaire vergadering duidelijk dat het internationaal recht voorop staat, wat heel belangrijk is.

Hoe beoordeelt ons land de legitimiteit van de nieuwe machthebbers in Venezuela? Kunt u een update geven over de contacten tussen de Europese Unie en Venezuela en tussen de Europese Unie en de VS over Venezuela? Is de EU vandaag op enige wijze betrokken? Hoe zullen wij de humanitaire noden lenigen?

Nabil Boukili:

S'agissant du Venezuela, nous avons vu que les É tats-Unis ont agi comme des bandits. En l'occurrence, l'impérialisme américain ne se cache plus, et même s'assume. Nous avons assisté à l'enlèvement du président d'un É tat souverain en plein jour, en violation de tout principe du droit international. Les É tats-Unis ne se cachent pas. M. Trump est honnête en disant que cette agression contre le Venezuela n'est pas motivée par la lutte contre le narcotrafic – les rapports des Nations Unies minimisent, du reste, la participation de ce pays à cette activité –, puisqu'il indique clairement qu'il vise le pétrole et qu'il cherche à défendre les intérêts stratégiques américains. Toutefois, il le fait en violant le droit international. La Charte des Nations Unies interdit la menace ou l'emploi de la force contre l'intégrité territoriale d'un É tat membre. Point! Il n'y a pas de "mais" qui justifierait cette violation du droit international, même par les grandes puissances.

Jusqu'à présent, votre réponse a manqué de logique, monsieur le ministre, puisque vous dites que le principe du droit international est "notre boussole comme Belgique", mais vous n'avez pas condamné l'initiative américaine. Dès lors, condamnez-vous l'agression américaine contre le Venezuela? Celle-ci ne tombe pas du ciel. Elle s'inscrit dans une stratégie américaine que le président Trump a clairement exprimée dans son plan de sécurité national. De plus, ce dernier a menacé d'attaquer d'autres É tats: la Colombie, le Mexique, Cuba, ainsi que le Groenland. Peut-être apprendrons-nous dans les semaines à venir que la reine du Danemark est également une "trafiquante", une "criminelle" ou qu'elle est "responsable de telle ou telle violation" afin que soit justifiée une invasion ou une agression contre le Groenland.

Nous savons très bien que ces actions servent l'intérêt d'un impérialisme américain de plus en plus agressif parce qu'il se retrouve dans une situation internationale telle que les É tats-Unis sont en perte de vitesse, puisque leur hégémonie recule à l'échelle mondiale, notamment face à des concurrents du Sud global et à ceux du BRICS. Ils ne parviennent plus à maintenir la domination qu'ils imposaient auparavant par la menace ou par la négociation dans des coulisses obscures et recourent désormais à la force pour se maintenir comme puissance dominante.

Au vu de cette stratégie, où se situe l'Union européenne? Que fait-elle? Que fait la Belgique? Allons-nous rester spectateurs de ces violations commises par l'impérialisme américain? Ou bien allons-nous agir conformément aux valeurs que nous sommes censés défendre? Le problème de la Belgique et de l'Union européenne est qu'elles ne sont plus crédibles sur la scène internationale. Comment pouvons-nous prétendre que nous défendons les valeurs, le droit international, le respect des souverainetés étatiques alors que nous n'adoptons aucune position claire de condamnation de la politique agressive américaine?

Monsieur le ministre, je réitère donc mes questions.

Condamnez-vous l'agression contre le Venezuela ainsi que l'enlèvement de son président, chef d'un É tat souverain?

Condamnez-vous les menaces américaines contre le Groenland et d'autres É tats, notamment Cuba et la Colombie? Allez-vous agir conformément aux valeurs que vous êtes censé défendre comme ministre belge des Affaires étrangères?

François De Smet:

Des déclarations récentes émanant de responsables politiques américains, faisant suite à l’offensive à l’égard du Venezuela, évoquent de manière insistante la possibilité d’un contrôle accru, voire d’une mainmise des États-Unis sur le Groenland, territoire autonome relevant du Royaume du Danemark.

Le Groenland constitue non seulement une partie intégrante du Royaume danois, État membre de l’Union européenne, mais également un territoire situé au cœur de l’aire euro-atlantique, dont la sécurité relève des équilibres stratégiques existants, notamment dans le cadre de l’OTAN.

Dans ce contexte, voici mes questions :

Le Gouvernement belge a-t-il pris connaissance officielle de ces déclarations américaines et quelle en est son analyse politique, diplomatique et stratégique ?

La Belgique a-t-elle échangé avec les autorités danoises, bilatéralement ou dans un cadre multilatéral (Union européenne, OTAN), afin d’évaluer les implications de telles déclarations pour la souveraineté danoise et la sécurité européenne ?

Le Gouvernement considère-t-il qu’une tentative de prise de contrôle unilatérale du Groenland par un État allié constituerait une situation susceptible de justifier des consultations au titre de l’article 4 du Traité de l’Atlantique Nord, qui prévoit une concertation lorsque l’intégrité territoriale, l’indépendance politique ou la sécurité d’un allié est menacée ?

Quelle serait, dans un tel scénario, la position que la Belgique défendrait au sein du Conseil de l’Atlantique Nord et des instances européennes compétentes ?

Plus largement, le Gouvernement estime-t-il nécessaire de renforcer une position européenne commune face à des déclarations ou initiatives susceptibles de remettre en cause la souveraineté territoriale d’États membres de l’Union européenne, y compris lorsqu’elles émanent d’alliés stratégiques ?

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, recent verklaarde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio dat president Trump Groenland niet wil aanvallen, maar kopen. Die uitspraak heeft internationaal voor onrust gezorgd, aangezien Groenland een autonoom deel is van het koninkrijk Denemarken en dus ook Europees grondgebied is. Tegelijk had u recent een ontmoeting met minister Rubio die door u werd omschreven als een belangrijk moment in de Belgisch-Amerikaanse relaties.

Niet alleen in dat dossier, maar ook in de kwesties migratie, islam, multiculturalisme en nationale identiteit staat minister Rubio bekend om zijn uitgesproken standpunten, die scherp afwijken van uw visie daarover. We stellen vast dat hij expliciet de nationale veiligheidsstrategie van president Trump onderschrijft, radicaal islamisme als een imminente dreiging voor het Westen ziet en massamigratie zelfs disruptief noemt voor onze gedeelde waarden en normen. Ik vond het bijgevolg bijzonder dat u met hem samen bent gekomen. We hebben vandaag dan ook een aantal vragen over die ontmoeting.

Hoe beoordeelt u vanuit Belgisch en Europees standpunt de uitspraken van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken over het kopen van Groenland? Welke implicaties ziet u voor het respect voor territoriale soevereiniteit, iets wat het Vlaams Belang zeer belangrijk vindt?

Hebt u tijdens het onderhoud ook uw visie op migratie, het samenlevingsmodel en culturele cohesie duidelijk kenbaar gemaakt aan minister Rubio? Hoe verhoudt die visie zich tot zijn standpunten?

Hebt u naast het gesprek met minister Rubio ook al contact gehad met de Amerikaanse ambassadeur hier in België, de heer Bill White? Zo ja, wat waren de relevante conclusies van dat gesprek?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, daarnet zijn er beste wensen geuit, maar uw eerste twee weken van januari zijn door president Trump in ieder geval niet heel erg warm ingezet.

Het jaar kondigt zich op geopolitiek vlak in ieder geval niet stabieler aan dan 2025. Het is eerder een verderzetting van het principe van het recht van de sterkste, tegenwoordig ook aangevuld met een concept als my own morality , zoals de president van de Verenigde Staten zei, de man die is veroordeeld voor verschillende feiten in eigen land. Dat is niet echt geruststellend. Ik moet zeggen, ik ben ook steeds minder en minder gerustgesteld door het feit dat vanuit heel wat internationale westerse landen de reacties op deze president, die zijn eigen moraliteit vooruit schuift, toch op zijn minst dubieus of verschillend zijn.

Vorige week hebben we effectief het debat gevoerd in de plenaire vergadering. Ik ben het met u eens dat het chavisme een verschrikkelijk systeem was, waarbij Venezolanen werden vermoord, buitenspel gezet en verkiezingsuitslagen werden genegeerd. Maar zelfs het chavisme staat niet boven het internationaal recht. Dat betekent niet dat u zomaar als land een ander land kunt binnenvallen, bombardementen kunt uitvoeren op onschuldige burgers en een staatshoofd kunt ontvoeren, zelfs al zit het daar illegitiem. Er zit er bijvoorbeeld ook eentje in Noord-Korea waar ik me zorgen over maak. Er zit er eentje in Israël waar dan blijkbaar wel koffie mee kan worden gedronken in het Witte Huis. Er zitten er op heel veel plaatsen in deze wereld. De vraag is natuurlijk waar het begint en waar het eindigt. Dit hellend vlak is bijzonder problematisch.

We hebben gezien waar het naartoe leidt toen het over Groenland begon te gaan. Dan rijst de vraag hoe wij ons opstellen tegenover deze schending van het internationaal recht. Ik heb u vorige week in de plenaire vergadering gehoord. U was zeer voorzichtig over het feit dat het recht in dit geval niet gerespecteerd is, maar er kwam geen veroordeling.

Daarom stel ik de vraag: zal deze federale regering wat er gebeurd is in Venezuela uitdrukkelijk veroordelen als flagrante schending van dat internationaal recht? Als we niet aan een zeel trekken en zeggen dat het internationaal recht het ijkpunt is op basis waarvan we met elkaar omgaan, dan wordt dat hellend vlak alleen maar groter, bijvoorbeeld vanuit China richting Taiwan of vanuit Rusland richting de Baltische Staten.

Mijn vraag is hoe u die streep zult trekken. Zult u daar duidelijk in zijn? Zult u maatregelen nemen, samen met de Europese Unie? Zo zijn er al de uitspraken van president Macron over Groenland. Zullen er maatregelen worden genomen om in eerste instantie te garanderen dat de Venezolanen worden geholpen op humanitair vlak, en zullen ze het recht hebben om zelf te kunnen beschikken over hun oliereserves en te bepalen hoe die worden uitgebaat?

Hoe gaat u om met de nieuwe realiteit rond Groenland, waarvan u zegt dat het misschien soms abrupt overkomt, maar waarachter legitieme bekommernissen zitten? Is dit dan de manier waarop we met legitieme bekommernissen zullen omgaan?

Hoe staat u tegenover die verschillende Europese pistes die momenteel op tafel liggen? Wat zijn de afspraken die gemaakt zijn, ook met de minister van Defensie, over de diplomatieke contacten met de ambassadeurs? Heeft minister Francken die voor zijn rekening genomen omdat u toen in het buitenland was? Was dat eenmalig? Is dat de bedoeling op langere termijn? Hebt u bijvoorbeeld ook contact buiten de Europese Unie gehad om te zien wat de steun is voor de Groenlandse zaak?

Wat is onze definitieve positionering daar eigenlijk, zeker als ik zie wat Spanje doet, wat Frankrijk doet, wat men vanuit verschillende hoeken in Europa doet. Wat is uw positie ten gronde?

Al die ontwikkelingen van een president die het recht van de sterkste en zijn eigen morele uitgangspunten als basis neemt in plaats van het internationaal recht, wat betekent dat voor onze verhouding met de VS, bijvoorbeeld op het vlak van Belgische legeraankopen?

De voorzitster : Bedankt, mevrouw Almaci.

Dat was de laatste ingediende vraag. Wensen er nog andere collega’s tussen te komen in het kader van dit actuadebat? (Nee)

Dan is het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Bedankt, mevrouw de voorzitster.

Allereerst maak ik graag mijn beste wensen over aan iedereen. Gelukkig Nieuwjaar!

Certains collègues ont réitéré leurs questions. J’imagine qu’ils ne seront donc pas surpris que je puisse à certains égards réitérer aussi mes réponses.

Comme je l’expliquais la semaine dernière en séance plénière, nous vivons une période de pressions sans précédent sur l’ordre international, un ordre international fondé sur des règles. Cela nous rappelle une réalité simple, mais brutale: notre conviction, en tant qu’Européens, que le monde doit fonctionner selon des règles applicables à tous, est loin d’être unanimement partagée.

Het toeval van mijn bezoek aan Washington, onmiddellijk na de Amerikaanse interventie in Venezuela en de verklaringen van president Trump over Groenland, heeft deze realiteit op zeer concrete wijze geïllustreerd.

J’ai eu l’occasion de rencontrer le secrétaire d'État Marco Rubio, le secrétaire d'État adjoint Christopher Landau, le secrétaire au Commerce Howard Lutnick, le représentant spécial pour le Commerce Jamieson Greer, le sous-secrétaire à la Défense chargé de la stratégie Elbridge Colby, ainsi que le conseiller adjoint à la Sécurité nationale Andy Baker.

Avec chacun d’eux, j’ai privilégié le dialogue direct; comme d’ailleurs avec d’autres illustres personnalités de think tanks qui sont très actives sur les relatons transatlantiques.

Les échanges francs que nous avons eus sont infiniment plus utiles, plus éclairants et plus responsables que des joutes par tweets interposés. Le dialogue diplomatique, même empreint de convivialité, n’exclut certainement ni la fermeté, ni la clarté. Il les rend au contraire plus efficaces.

De conclusie is helder, wij delen grotendeels dezelfde bekommernissen en staan voor dezelfde mondiale uitdagingen, zoals de strijd tegen drugshandel, klimaatverandering, migratiestromen, het beheersen van wereldwijde conflicten, terrorisme of radicalisering en het belang van buitenlandse betrekkingen. We hanteren soms wel radicaal verschillende perspectieven bij het formuleren van de antwoorden daarop.

Wat Venezuela betreft, heb ik duidelijk gezegd dat niemand het vertrek van Nicolas Maduro zal betreuren. Hij genoot geen enkele legitimiteit bij België of bij de andere lidstaten van de Europese Unie. Het beleid van zijn regering heeft geleid tot de vlucht van 8 miljoen Venezolanen en het regime heeft zich schuldig gemaakt en blijft zich schuldig maken aan acties die de democratie en de rechtsstaat ondermijnen.

Or comme j’ai déjà pu le préciser, et cela à plusieurs reprises, dire cela ne signifie en rien cautionner les moyens utilisés pour déloger ce dictateur.

Pour un pays comme le nôtre, un pays, au vu de sa taille, dont la sécurité et la prospérité reposent sur l’existence même d’un système de règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système de droit international n’est pas un luxe; c’est une condition d’existence.

Het Handvest van de Verenigde Naties is overal van toepassing. België hanteert geen twee maten en twee gewichten. Leden van de VN-Veiligheidsraad hebben in dat opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid.

J’ai fait passer ce message sans la moindre ambiguïté auprès de mes interlocuteurs américains. Il n’y a donc eu ni silence, ni encore moins de complaisance de la part de la Belgique, ni même de l’Europe, qui s’est exprimée par le biais d’une déclaration à 26 – seule la Hongrie manquait – et qui continue de suivre, avec une attention toute particulière, la situation.

Chacun a évidemment son rôle. Des députés peuvent vouloir que nous criions tout le temps, partout, que nous criions peut ‑ ê tre plus fort que les autres, qualifiant de faiblesse ce qui ne fragiliserait pas les tympans de nos interlocuteurs. Mon r ô le est diff é rent. La diplomatie, c’est le contraire de l’excès ou de la caricature.

Je rappelle en outre que la sécurité de nos compatriotes au Venezuela demeure une priorité absolue. Nous dénombrons 212 Belges inscrits au Venezuela, faisant partie de centaines de milliers de citoyens européens présents dans le pays.

À ce stade, aucun Belge, ni résident ni voyageur, n’a sollicité de l’assistance. Nos partenaires européens ne signalent pas de difficultés avec leurs propres ressortissants.

Het huidige reisadvies raadt alle reizen naar Venezuela ten stelligste af. De situatie is ernstig, maar niet chaotisch. We spreken vandaag van een geopolitieke crisis, eerder dan van een consulaire.

De nouvelles opérations américaines ou des tensions internes au Venezuela ne pouvant être exclues à court et moyen terme, nous continuons de suivre la situation de près, notamment via notre ambassade à Bogota, ainsi que par nos services compétents à Bruxelles et au travers de l’Union européenne. Cela sera indubitablement discuté lors de la prochaine réunion du Conseil européen des ministres des Affaires étrangères. Cependant, à ce stade, aucune intervention spécifique sur place ne semble envisagée par les partenaires européens.

Je souligne, enfin, qu’à la suite de l’arrestation de Nicolas Maduro par les autorités américaines, les juridictions vénézuéliennes ont invoqué une situation "d'absence forcée", conduisant la vice ‑ pr é sidente, Mme Delcy Rodr i guez, à assumer l ’ exercice du pouvoir à titre int é rimaire. La Belgique prend acte de cette r é alit é de fait.

La priorité demeure l’ouverture d’un processus vénézuélien crédible et inclusif, permettant rapidement des élections libres, transparentes et placées sous observation internationale.

België en de EU blijven volledig solidair met het Venezolaanse volk in zijn democratische aspiraties en de uitoefening van zijn mensenrechten. Het respecteren van de wil van het Venezolaanse volk blijft de enige weg naar het herstel van de democratie.

Mevrouw Depoorter, persoonlijk heb ik tot nu toe geen specifiek contact gehad met de oppositie.

Over Groenland ben ik ook tegenover mijn Amerikaanse gesprekspartners duidelijk geweest. We begrijpen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio, onder meer de nabijheid van Rusland en de aanzienlijke activiteit van onderzeeërs in het gebied.

Het is echter onaanvaardbaar, on-aan-vaard-baar, de territoriale integriteit van bevriende bondgenoten ter discussie te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken reeds het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking. De bestaande overeenkomsten stellen het Amerikaanse leger bovendien al in staat om aanwezig te zijn, en die overeenkomsten zijn nog altijd van kracht. Vandaag de dag is er nog maar één actieve Amerikaanse militaire basis ter plaatse. Die teksten kunnen dus de basis vormen voor een nieuwe discussie tussen de Verenigde Staten, Groenland en Denemarken.

Laat mij dit zonder enige ambiguïteit herhalen: Groenland is geen onderhandelbaar territorium, noch een invloedsfeer die opnieuw kan worden verdeeld. Het valt onder een duidelijk juridisch kader, gebaseerd op de soevereiniteit van het Koninkrijk Denemarken en op het recht van het Groenlandse volk op zelfbeschikking.

Que la motivation soit sécuritaire ou économique, peu importe: aucun de ces deux motifs ne peut justifier la moindre atteinte au moindre kilomètre carré de l’intégrité et de la souveraineté des Groenlandais et des Danois.

Des contacts que j’ai pu avoir, il apparaît que la perspective d’une prise du territoire par une quelconque opération armée ne soit pas envisagée, chacun mesurant la déflagration que cela pourrait générer au niveau des relations internationales et singulièrement au sein de l’OTAN. Un interlocuteur que j’ai rencontré à Washington m’a indiqué qu’il était toujours utile de prendre au sérieux ce que le président américain évoque, sans pour autant devoir le prendre au pied de la lettre.

La Belgique s’est donc exprimée de manière ferme, comme l’ont d’ailleurs fait les autorités danoises, l’ensemble des collègues européens ainsi que nos alliés dans le cadre de l’OTAN. J’ai d’ailleurs veillé à maintenir, en parallèle de mes rencontres à Washington, un contact permanent avec mon homologue danois et avec la haute représentante de l’Union européenne – Mme Kaja Kallas –, tandis que mes équipes ont également tenu informée Mme l’ambassadrice du Danemark, ici auprès de la Belgique. Ce dialogue quotidien, très étroit, a été particulièrement apprécié, ayant eu le bénéfice d’être le premier ministre européen des Affaires étrangères reçu en audience à Washington au moment même où ces discussions étaient particulièrement aiguës.

Il ne vous aura pas échappé, chers collègues, qu’une rencontre est prévue aujourd’hui même entre le Danemark, le Groenland et les États ‑ Unis. Nous suivrons évidemment de près les discussions, et surtout leurs conclusions. Nous resterons solidaires de nos amis danois et veillerons à ce que les Européens continuent à s’exprimer de manière ferme, tant au niveau de l’Union européenne qu’au niveau de l’OTAN.

Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen.

Les États-Unis possèdent les moyens d'imposer leur vision du monde, tandis que trop souvent les Européens s'émeuvent depuis le balcon et peinent à décider.

Il s'agit d'ailleurs d'un problème majeur. Je m'en suis encore récemment ouvert auprès d'autorités européennes. Cette incapacité est la nôtre et elle a connu une illustration flagrante l'an dernier à travers le dossier de Gaza, à savoir l'incapacité européenne de prendre des décisions fortes, et surtout des décisions rapides.

Cette difficulté à décider, et plus encore à décider de manière unie sur la scène internationale, contribue – j'ai peine à devoir le reconnaître mais c'est la réalité – à affaiblir la portée de la voix de l'Union européenne. C'est aussi un élément qui peut parfois nous décrédibiliser aux yeux des États-Unis, lassés de nous entendre donner des leçons.

Dit ondermijnt ook onze geloofwaardigheid bij tal van internationale partners, die onze zorgen delen, maar tegenover wie de EU moeite heeft om zich als een geloofwaardig alternatief te profileren.

Ne soyons toutefois pas trop sévères avec l'Europe. Pour de nombreux pays dans le monde, elle reste, nous restons, le partenaire le plus fiable, offrant de la prévisibilité et de la sécurité. Ce constat, que je pense lucide, doit néanmoins nous inciter à retrousser nos manches et à investir plus que jamais dans une Europe forte, résiliente, souveraine et autonome. Une Europe capable d'assumer sa propre sécurité et de défendre ses intérêts. L'ordre international fondé sur des règles n'est pas acquis. Il doit être expliqué, rappelé et défendu avec constance et fermeté, y compris à l'égard de nos partenaires les plus proches.

Il est urgent de nous donner collectivement les moyens d'y parvenir en développant notre autonomie stratégique, ou devrais-je dire nos autonomies stratégiques.

Il s'agit de notre autonomie militaire, trop longtemps sous-traitée aux États-Unis, même si nous devons balayer devant notre porte. Rappelons-nous que, ces dernières décennies, nous avions tendance à considérer qu'il était mal que les pouvoirs publics investissent dans le secteur de la défense, que ce n'était pas une priorité et que les banques devaient même, en vertu de leurs obligations morales, ne pas prêter à certaines industries de la défense. Nous sommes bien loin du monde d'aujourd'hui.

Au-delà de notre autonomie militaire, l'Europe doit également développer son autonomie technologique. Les États-Unis et la Chine donnent aujourd'hui le tempo au niveau mondial et européen. Si l'on prend l'exemple du développement de l'intelligence artificielle, la part de l'Europe s'élève à 4 %.

Notre autonomie énergétique doit aussi être renforcée, elle qui a été trop longtemps concédée à la Russie ou au Moyen-Orient.

Nous devons consolider l'OTAN et, en son sein, un pilier européen fort est indispensable.

Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat onze relatie met de Verenigde Staten strategisch is en zal blijven. We moeten in dit partnerschap blijven investeren. Dat doen we via open en kritische uitwisselingen, waarbij we onze standpunten met vastberadenheid verdedigen.

Une économie ouverte comme la nôtre, dont 85 % du PIB dépend des échanges internationaux, ne peut se permettre le luxe du repli, ni de tourner le dos à celui qui représente notre quatrième partenaire commercial et le premier investisseur hors Union européenne dans notre pays, source de plus de 115 000 emplois en Belgique et de 65 milliards d'euros d'échanges commerciaux par an.

Notre monde est devenu plus transactionnel, c'est un fait. À nous de concilier davantage diplomatie économique et diplomatie politique, sans travestir notre ADN et la défense inoxydable d'un ordre mondial basé sur des règles et le respect du droit, principal bouclier pour défendre la sécurité et la prospérité de notre population.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, u hebt vorige week tijdens de plenaire vergadering al enige duiding gegeven over Venezuela. Europeanen volgen de regels, maar de VS vegen de voeten daaraan. U veroordeelt dat, maar nog niet luid genoeg. We moeten nog een tandje bijsteken en mogen Trumps demarches niet langer tolereren. We nemen veel van zijn uitspraken en intenties niet au sérieux, maar hij doet wel wat hij zegt. Als hij overmorgen Groenland binnenvalt, zullen we ook zeggen dat we niet hadden verwacht dat hij dat ook werkelijk zou doen.

U verwoordt mooi dat Europa veel sterker moet staan en eenduidiger moet spreken, maar dat discours hanteren we al maanden. Het is tijd voor actie, mijnheer Prévot. Europa mag zich niet langer laten gijzelen door één land, door één lidstaat. Laten we een koe een koe noemen, we moeten onderzoeken of Hongarije eruit gezet kan worden. Het blokkeert ons immers volledig, terwijl wij staan voor een sterke internationale handel en internationale verbanden, altijd met respect voor internationale regels.

Mijnheer de minister, uit uw antwoord concludeer ik dat u in Europa nog veel harder en duidelijker op tafel zult moeten kloppen, dan dat u tot op heden hebt gedaan, en dat u verder het debat moet aangaan. Eén lidstaat mag de rest van Europa niet verhinderen om veel strenger op te treden tegen mensen als Trump, die wel veel, maar niet alles te zeggen hebben. Europa vormt een zeer sterk economisch blok, dat veel meer in de weegschaal kan leggen. Ook op het vlak van defensie en veiligheid moeten we een grote tand bijsteken. Men is daarmee bezig, maar het kan allemaal nog veel sneller. Dan kan Europa de VS zeggen dat Groenland wel degelijk beveiligd is.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses certes exhaustives.

Je reste toutefois, comme en plénière, un peu sur ma faim, car cela ne répond pas à une question: que ferons-nous si, malgré vos informations et vos intuitions, les États-Unis prennent d'une manière ou d'une autre possession du Groenland? Vous avez dit que d'après vos contacts, une opération armée n'est pas envisageable. Vous vous risquez même à nous dire qu'il ne faut pas toujours prendre Donald Trump au pied de la lettre.

Il me semble que depuis quelques années, cette administration américaine nous montre qu'il faut prendre le président Trump au pied de la lettre. Il n'y a pas, chez cet homme, de surmoi, de filtre. C'est tout le problème: ce qui rend unique cette administration américaine, ce n'est pas son impérialisme. Car, entre nous, que les grandes puissances, en ce compris les États-Unis, aient des visées impérialistes, faisant tomber des régimes en Amérique du Sud ou ailleurs, c'est presque commun. Par contre, ce qui est nouveau, c'est la franchise, c'est d'admettre ouvertement de se moquer de l'excuse démocratique, d'enlever le président vénézuélien pour des raisons économiques et des visées pétrolières. Ce qui s'est passé au Venezuela, c'est du racket, et la menace sur le Groenland est une tentative de racket, l'un servant à l'autre. C'est comme dans une cour de récréation: regardez ce que je viens de faire et prenez-moi au sérieux lorsque que je dis ce que j'entends faire pour la suite.

C'est pour cette raison que, même si j'apprécie en grande partie votre ton, je pense que nous pourrions aller plus loin et plus fort. Nous devrions dire, comme la première ministre du Danemark: si les États-Unis décident de s'emparer du Groenland, ce sera la fin de l'Alliance. Même si je suis moi-même atlantiste, je ne vois pas comment de facto , si une telle chose arrivait, l'Alliance ne s'effondrerait pas. Il faut donc maintenir la pression. Même si vous êtes très content d'avoir été le premier ministre des Affaires étrangères à avoir été reçu par l'administration américaine, dire que notre relation avec les Américains ne changera pas quoiqu'il arrive, ce n'est à mon sens pas un bon signal. Je suis désolé, si M. Trump continue à nous traiter de la sorte, il faudra hélas que notre relation avec les États-Unis change.

Sandro Di Nunzio:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.

Op zich was het wel te verwachten dat u op een slappe koord danst en moet opletten met wat u zegt, zeker ten aanzien van de Amerikaanse president. Ik heb u gehoord wanneer u sprak over de Venezolanen en over Groenland, waarvan u zei dat het onaanvaardbaar is. U hebt het een aantal keren herhaald.

Als ik de analyse maak over de VS en over de Amerikaanse president, ben ik het met u eens. We moeten blijven investeren in de Verenigde Staten als een partner, als een bondgenoot. De grote uitdaging is inderdaad dat die president en die administratie een houding aannemen die voor ons land en voor Europa zeer moeilijk is om te beheren, want eigenlijk is het een houding die we eerder toemeten aan landen zoals Rusland en China: de wereld opdelen in invloedssferen en daarnaar handelen.

De reden waarom ik optimistischer ben over de VS dan over Rusland en China, is dat de VS vooralsnog een democratisch land zijn, met democratische verkiezingen, waar mensen nog de vrijheid van meningsuiting hebben, hoewel dat soms ook onder druk staat, als je ziet hoe Trump tekeergaat tegen bepaalde opposanten.

Dus er is nog hoop, ook als we de beelden zien passeren van Jerome Powell. Ik moet zeggen, het is toch te gek voor woorden om dat te moeten zien, dat iemand zich daartegen moet verweren, gewoon omdat wellicht de interesten niet worden verlaagd. Dus er is hoop en ik begrijp dat wij de VS op een bepaalde manier, en zeker deze president, ook wel omzichtig moeten behandelen.

Maar wat we wel moeten doen is als land – en zeker binnen Europa, u hebt het gezegd – ervoor zorgen dat wij als Europa sterker en eendrachtiger optreden. Wat mijn fractie betreft kunnen we daarin bij wijze van spreken niet ver genoeg gaan. We moeten Europa verder integreren, meer met één stem spreken, desnoods in twee snelheden opereren met de landen die daar wel toe bereid zijn. Maar het moment is hier voor Europa om daarin verder te hervormen en sneller te gaan dan ooit tevoren.

Ik hoor het u graag zeggen – afsluitend, want ik ben over de tijd aan het gaan – dat Europa nog altijd een zeer zware economische macht is in de wereld en dat we die macht moeten gebruiken. Dat is de belangrijkste leverage die we vandaag hebben. In die zin vind ik het jammer – we zullen het er straks over hebben – dat wij als land er niet in slagen om Mercosur te steunen. Maar we hebben nog die economische leverage. Dus, alstublieft, laat ons die gebruiken in dialoog. De VS zijn een partnerland en nog steeds een bondgenoot, maar laat uw stem duidelijker horen in Europa en in de wereld.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden.

Ik wil nog een aantal elementen kort duiden en enkele aandachtspunten meegeven.

Ten eerste is het duidelijk dat de situatie in Venezuela al jaren catastrofaal is. Los van recente gebeurtenissen mogen we niet vergeten dat het land onder het bewind van Nicolas Maduro is afgegleden in een diepe humanitaire, economische en democratische crisis, met miljoenen vluchtelingen tot gevolg en ernstige mensenrechtenschendingen die uitgebreid zijn gedocumenteerd door internationale organisaties.

Tegelijk lijkt het mij belangrijk om vast te houden aan een principieel uitgangspunt. Hoe problematisch een regime ook is, de toekomst van Venezuela moet in de eerste plaats door het Venezolaanse volk zelf worden bepaald. Internationale druk of inmenging kan hoogstens faciliterend zijn, maar mag geen substituut worden voor interne legitimiteit en volkssoevereiniteit. Dat is een evenwichtsoefening die we kritisch moeten blijven opvolgen.

Wat de internationale context betreft, stel ik vast dat de geopolitieke realiteit steeds complexer en multipolair wordt. Dat vraagt om nuchterheid en realisme in het buitenlands beleid. Europa beschikt vandaag over beperkte hefbomen in Latijns-Amerika, zoals u zelf ook aangaf, en zal dus keuzes moeten maken die gebaseerd zijn op belangen, stabiliteit en haalbaarheid, eerder dan op louter symboliek. Het is belangrijk dat België en de Europese Unie zich daarvan bewust zijn.

Tot slot wil ik benadrukken dat deze ontwikkelingen ook voor ons relevant blijven, onder meer op het vlak van migratiestromen, regionale stabiliteit, georganiseerde criminaliteit en internationale veiligheid. Het lijkt mij dan ook essentieel dat België de situatie in Venezuela verder nauwgezet blijft opvolgen, in overleg met Europese partners, met aandacht voor zowel mensenrechten als geopolitieke realiteit.

Kathleen Depoorter:

Bedankt, mijnheer de minister. Soevereiniteit en internationaal recht moeten altijd de leidraad zijn van ons buitenlands beleid. Ik denk dat u het daarmee eens bent.

Wat de situatie in Venezuela betreft, is Maduro weg, maar het chavismo blijft. Dat is dus wel een probleem. Een transitie naar democratie is waar het Venezolaanse volk om vraagt en waar het ook recht op heeft. Het is dan ook belangrijk dat we als Europa sterk, verenigd, waardig en autonoom onze stem gebruiken.

U gaf al aan dat het ontzettend belangrijk is dat we verenigd blijven. We moeten sterk zijn op militair vlak, op energetisch vlak, op economisch vlak, technologisch vlak en op het vlak van innovatie, waar we op zich al een sterke speler in zijn. Die positie moeten we ook behouden. Dat kunnen we alleen wanneer we ook de relatie met de Verenigde Staten goed houden, aangezien ze een belangrijke handelspartner zijn.

Het komt er dus op aan een evenwicht te vinden tussen onze diplomatieke waarden en onze verdragen, die we blijven verdedigen en waar we achter blijven staan, en het internationaal recht, waar we achter blijven staan, en tegelijk een modus vivendi te vinden met de Amerikaanse administratie.

De Nobelprijs, mijnheer de minister, is niet iets om weg te geven. De Nobelprijs voor de Vrede is ook niet iets om te delen, vind ik, en zeker niet iets om te claimen. María Corina Machado heeft de Nobelprijs gekregen van het Nobelprijscomité, omdat zij de stem van de Venezolanen heeft vertaald en verkondigd. Het is dan ook belangrijk dat we in de transitie, in het proces naar een democratische transitie, met de oppositie spreken en die oppositie ook een kans geven om zich te herpositioneren.

Wat Groenland betreft, mijnheer de minister, zou een aanval op Groenland volgens mij het einde betekenen van het NAVO-bondgenootschap. Daarvoor moeten we dus zeer alert zijn.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je suis à la fois satisfaite, mais en même temps pas vraiment, car vous n'avez pas répondu à ma question principale. Je ne vous demande pas de crier. Moi-même je ne crie jamais, car cela ne sert à rien. Ce que je vous demandais, c'était de dire que vous condamniez l'enlèvement de M. Maduro et de sa femme par M. Trump. Vous ne l'avez pas dit. Vous nous avez énoncé les règles du droit international, vous avez fait part de vos convictions, mais ce qui m'étonne, c'est que vous avez repris certains éléments de langage de l'administration américaine.

À la RTBF, vous avez qualifié M. Maduro de "gangster", en insinuant qu'il fait partie d'un gang. Si c'est le cas, enlevons alors tous les chefs d'État qui ne nous plaisent plus. Je demanderai alors à M. Trump d'enlever M. Kagame, M. Netanyahu, M. Poutine. Cela me ferait vraiment plaisir, ces personnes se comportant, elles aussi, comme des gangsters. Je remarque que nous invoquons la boussole du droit international à la demande.

La boîte de Pandore a aujourd'hui été ouverte par M. Trump, qui met à exécution ses désirs d'expansion et de domination, peu importe l'impact que cela aura sur le monde. Il a également été clair sur son dégoût à l'égard de l'Union européenne et sur le fait qu'il nous méprisait.

Monsieur le ministre, on ne peut pas continuer à croire éternellement que les États-Unis sont toujours les alliés d'autrefois. M. Trump a amorcé un changement qui pourrait être durable et il est temps d'en prendre conscience. Peut-être faut-il éviter de prendre des photos avec le secrétaire d'État américain le lendemain d'un enlèvement aussi scandaleux. Il serait temps de croire en notre propre force, en notre propre indépendance et en nos valeurs, et de tenir bon. Vous avez dit que l'Europe et nous-mêmes devons faire preuve de courage. Je vous invite à faire preuve de courage ici, comme vous le faites dans d'autres dossiers.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour cette réponse nuancée.

Que l'on parle du Groenland, du Venezuela ou d'ailleurs, vous confirmez une ligne qui me paraît essentielle aujourd'hui. Notre pays doit être lucide, fidèle à ses principes, mais également pleinement conscient des équilibres fragiles à préserver dans un monde marqué par le retour brutal des rapports de forces. Défendre le droit international, la souveraineté des États et le multilatéralisme est plus que jamais une nécessité et une responsabilité absolue.

Nous devons urgemment transformer nos valeurs en actions collectives, nous devons construire des positions communes, en particulier au niveau européen, lorsque le cadre international est bousculé et que les règles sont mises à mal. Notre pays a toujours tiré sa force de son rôle de facilitateur, capable de faire dialoguer des partenaires aux intérêts souvent divergents sans jamais renoncer à l'essentiel. Ce rôle est aujourd'hui plus nécessaire que jamais, mais j'insiste sur l'urgence pour l'Union européenne à réinventer, notamment, son autonomie industrielle, technologique, énergétique et de défense très rapidement tout en gardant – je vous rejoins – la tête froide face aux attitudes disruptives de Donald Trump – c'est un euphémisme. Alliés aux États-Unis, mais jamais aliénés.

Enfin, un dernier mot pour rappeler à ma collègue du Parti Socialiste que, en diplomatie, le fait d'immortaliser des rencontres se pratique depuis la nuit des temps, également avec tous les ministres socialistes.

Maxime Prévot:

Madame la présidente, je voudrais avoir la possibilité de reprendre la parole après les répliques.

Els Van Hoof:

Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.

Om de wereld niet in chaos te storten en niet vervreemd te raken van onze bondgenoten – in het Frans klinkt dat als: ne pas être aliénés de nos alliés – zijn realpolitik en een zeker pragmatisme nodig. Toch moeten we ook trouw blijven aan onze principes.

U vermeldde duidelijk het VN-Handvest. We mogen geen twee maten en twee gewichten hanteren. Daarom moeten we ondubbelzinnig veroordelen wat er in Venezuela is gebeurd. Dat geldt ook voor Groenland. Dit kan niet, het is een aanfluiting van de soevereiniteit en van het VN-Handvest. Zulke daden moeten we ondubbelzinnig blijven veroordelen. Dat moet het antwoord zijn van België, maar ook van de Europese Unie.

Ten tweede, Europa is wél economisch sterk. We zijn een sterke partner op het vlak van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Maar zoals u terecht zegt, hebben we twee zwakheden. We zijn niet sterk genoeg in snelle en vereende uitspraken en ook onze strategische autonomie moet verder worden uitgebouwd. Het is belangrijk om die twee aspecten te versterken.

Dat neemt niet weg dat we niet chanteerbaar mogen worden voor de Verenigde Staten, die zich soms opstelt als een partner die het internationaal recht niet respecteert. Dat mogen we niet aanvaarden. Doen we dat wel, dan worden we chanteerbaar.

Voor de cd&v-fractie is het duidelijk, het internationaal recht vormt de basis en de Europese Unie moet werken aan haar zwaktes op economisch, militair en industrieel vlak, zonder chantabel te worden voor de Verenigde Staten.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je suis à la fois déçu et inquiet car votre réponse démontre la manipulation du droit international et son utilisation à géométrie variable. En l'occurrence, il y a une violation du droit international que vous êtes incapable de condamner du fait qu'il s'agit des États-Unis. S'il s'agissait d'autres puissances, d'autres forces, vous seriez le premier à le faire. Mais parce que ce sont les Américains, vous êtes incapable de le condamner. C'est grave; cela démontre la soumission de l'Europe, la Belgique y compris, à l'impérialisme américain. On est incapable d'agir en dehors de l'accord de l'Oncle Sam.

Ce n'est pas juste que vous ne condamnez pas, plus grave encore, vous allez plus loin en disant que nous partageons les mêmes inquiétudes et, parfois, les mêmes défis. Que partageons-nous avec l'impérialisme américain? La violation du droit international? Le soutien au génocide contre les Palestiniens, où ce sont les Américains qui arment le génocide? Le fait de s'accaparer le Groenland? M. Trump a dit clairement que, d'une manière ou d'une autre, il prendrait le Groenland. Est-ce là ce que nous partageons avec les Américains? Est-ce conforme à nos valeurs? Est-ce vers cela que l'Europe doit aller, monsieur le ministre?

Aujourd'hui, vous êtes dans une attitude de soumission à la politique étrangère américaine, alors que les États-Unis représentent actuellement la plus grande menace pour la paix dans le monde. Ils menacent l'ensemble des pays dans le monde, leur paix et leur souveraineté.

Et, si nous voulons sortir de cette situation, au lieu de nous coucher devant les Américains, nous devons nous tourner vers le reste du monde, avoir notre indépendance dans nos relations internationales et agir dans ce sens, dans le multilatéralisme, la coopération avec les autres peuples, le dialogue, la diplomatie plutôt que dans la politique du plus fort et dans la force de l'impérialisme américain. Ce n'est que de cette manière que nous pourrons nous en sortir, monsieur le ministre. Mais, aujourd'hui, avec votre position et la position des États européens, nous allons droit dans le mur.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, u stelt terecht dat Groenland niet te koop is en dat territoriale integriteit en volkssoevereiniteit moeten worden gerespecteerd. Dat is een duidelijk en correct standpunt. Het is de eerste keer dat u zo sterk volkssoevereiniteit hebt verdedigd. U wordt nog een echte nationalist. Misschien worden we het ooit nog eens met elkaar.

Mevrouw Lambrecht, u vraagt naar opties om de blokkeringen, bijvoorbeeld door Hongarije, tegen te houden. Hoe ondemocratisch is dat idee eigenlijk? Is de stem van de Hongaren plotseling minder waard? Het is net door zulke blokkeringen dat we het Eurocleardrama hebben vermeden. Dat mechanisme heeft volgens mij al meerdere keren zijn nut bewezen.

Meyrem Almaci:

It’s not easy being a diplomat these days . Ik benijd uw positie op dit moment niet, mijnheer de minister. Europa had perfect heel snel kunnen reageren. België had samen met de andere Europese landen de rug kunnen rechten en zeggen dat de gebeurtenissen in Venezuela volstrekt in strijd zijn met het internationaal recht. Het chavisme is niet weg, dus ze hadden die daad moeten veroordelen.

Tot op vandaag doet u dat echter niet. Uiteraard handelt Europa op die manier in versnipperde slagorde. Dat had diplomatiek het sterkste signaal kunnen zijn van een economisch machtsblok in de wereld, waar Trump een broertje aan dood heeft, omdat wij meer goederen uitvoeren naar de VS dan de VS naar ons. We hadden die kracht kunnen gebruiken, maar we hebben ons uit elkaar laten spelen.

Ik weet niet of u het opiniestuk van Hendrik Vos, professor aan de UGent, hebt gelezen. Hij schrijft dat er over president Nicolas Maduro veel te zeggen valt, weinig goeds, maar dat het onthutsend is dat Europese leiders nauwelijks durven op te merken dat het Amerikaanse optreden flagrant fout is. Ik ben het met hem eens.

De gevolgen daarvan zijn duidelijk. Het was een testcase voor Groenland. Nu kijkt Trump opnieuw hoever hij kan gaan. Elke keer onderschatten we hem en ook nu doet u dat. U verklaart dat het wellicht niet zo ver zal komen en dat u met mensen uit zijn administratie hebt gesproken. Die illusie mogen we in 2026 wel begraven.

We hebben dus nood aan een coherent Europa dat zijn gewicht gebruikt en consequent is in de verdediging van het internationaal recht. Naar dat Europa kijken ontzettend veel Amerikanen. Amper 17 % van de Amerikanen steunt de verklaringen van Trump over Groenland. Er is een massale afkeer van zijn economisch beleid. Kijk ook naar wat er gebeurt met Jerome Powell.

Europa heeft de Amerikaanse burgers aan zijn kant om een vuist te maken en consequent te zijn. Dat begint ook binnen deze regering, waar er blijkbaar veel diplomatie nodig is om het evidente te kunnen uitspreken, namelijk een veroordeling van de gebeurtenissen, het rechten van de rug en de VS duidelijk maken dat het genoeg geweest is en dat hun strategische gevechtjes om allerlei grondstoffen overal ter wereld de wereld niet veiliger maken, integendeel.

Maxime Prévot:

Je suis conscient qu'en reprenant la parole, je cours de le risque de lancer un nouveau tour, mais c'est le principe. Je pourrais me contenter de passer à la question suivante, mais je trouve que le débat que nous venons d'avoir est intéressant et illustratif des réflexions à mener, pour peu que nous l'élargissions un peu pour quitter les seules questions du Venezuela et du Groenland. Ce sont peut-être des propos que nous aurions pu partager dans quelques semaines, lorsque nous analyserons la note de politique générale. Mais à mon sens, l'esprit est mûr dans l'échange que nous venons d'avoir.

Vous me dites régulièrement d'ouvrir les yeux et de ne pas être naïf sur le fait que le monde a changé. Je peux vous assurer que, depuis un an que je suis à la tête du département des Affaires étrangères, je n'ai pas manqué d'occasions de mesurer que le monde avait changé, et mes diplomates en sont bien conscients. Mais si le monde a changé, je vous invite aussi parfois – et je dis ceci avec beaucoup d'humilité – à changer vous-même le regard au travers duquel vous lisez ce monde.

Bien sûr que l'attitude des États-Unis me préoccupe et m'inquiète, bien sûr qu'elle n'est pas acceptable dans une série de dossiers. J'ai dit que nous avions, comme tous les pays et grandes puissances du monde, des défis communs, que j'ai cités, notamment le trafic de drogue, le terrorisme, etc. Je ne tomberai pas dans les propos plus restrictifs auxquels m'a invité M. Boukili en mettant en exergue des dossiers sur lesquels nous avons des divergences avec les États-Unis, bien entendu. De même, Mme Mutyebele Ngoi, j'ai dit que nous restions alliés, j'ai n'ai pas dit que c'étaient les mêmes alliés. C'est là votre vocabulaire. Je suis conscient que les États-Unis restent des alliés mais qu'ils ont changé. C'est le sentiment qu'ont les Européens.

Les Américains, eux, ont le sentiment que c'est l'Europe qui a changé, considérant que celle-ci – de leur point de vue, je ne le défends pas – se montre trop permissive face aux questions migratoires, qu'elle ne résiste pas assez à l'influence de certains courants religieux, etc. De leur point de vue, c'est nous qui avons changé. Je pense que le monde a globalement changé. Et, si je suis préoccupé par ce qui se passe outre-Atlantique, je pense que nous devrions collectivement et peut-être bien davantage nous préoccuper de ce qui se passe en Europe. Car la superpuissance américaine n'a d'égale que l'affaiblissement européen.

En ja, we hebben nood aan een coherent Europa, mevrouw Almaci. Dat is 100 % waar.

Vous appelez souvent l'Europe à la barre, en disant: "Monsieur le ministre, il faut que l'Europe réagisse plus fortement. Il faut qu'elle mette le holà, qu'elle prenne des mesures, qu'elle annonce les rétorsions; et la Belgique doit être dans le même mouvement."

L'Europe est forte quand elle est unie. C'est d’ailleurs parce que les Américains l'ont bien compris qu'ils préfèrent régulièrement avoir des démarches bilatérales plutôt que des démarches avec les institutions européennes.

Ce qui me préoccupe aujourd'hui, moi, Européen convaincu depuis mon premier souffle, c'est de constater depuis un an que l'Europe se divise de plus en plus.

Vous dites, madame Almaci, que l'Europe aurait pu réagir vite, fortement, en condamnant ceci, en dénonçant cela. Il a fallu plus de 48 heures – j'ai le bénéfice d'être dans le groupe WhatsApp ou Signal de mes collègues – pour obtenir un statement à 26, et dont chacun des mots a dû être pesé ou soupesé, et où vous ne trouvez pas, d'ailleurs, le mot "condamnation".

Pourquoi est-ce que je dis cela? Parce qu'on peut tous – moi aussi – rêver de cette Europe forte qui réagit rapidement, promptement, fermement. Mais aujourd'hui, force est de constater, avec lucidité autant qu'avec regret, que cette Europe unie sur les dossiers internationaux peine à exister.

Ce n'est pas pour rien que nous sommes en train de plaider pour être associés à la table des négociations sur le dossier ukrainien, un peu en deuxième ligne. Ce n'est pas pour rien que vous m'avez, et de mon point de vue, souvent à raison, interpellé sur la réaction européenne par rapport à Gaza, qui faisait défaut, et que nous n'avons pas été en capacité d'avoir une voix européenne forte sur le sujet. Le plan de paix a dès lors davantage été rédigé à Washington qu'à Bruxelles.

L’Europe n'est pas unie sur le volet international, parce que les 27 pays n'ont pas le même point de vue. Certains sont plus proches de Moscou que d'autres. Certains ont une affiliation historique très forte avec Washington.

N'oublions pas, chers collègues, que certains pays européens sont indépendants depuis seulement l'après-chute du mur de Berlin, depuis 30 ou 35 ans. Ils doivent souvent cela à l'intervention des Américains, et leur reconstruction aussi à l'intervention de ceux-ci. Ils n'ont donc pas nécessairement la même posture que la nôtre, ce qui rend plus compliqué encore la capacité de fédérer les points de vue à 27.

Je tiens à le partager pour que cela serve de sursaut afin de travailler aussi au renforcement de l'Union européenne, et non uniquement à la dénonciation de ce qui se pratique ailleurs. En effet, c'est entre nos mains que réside notre capacité à peser et à être cette fameuse puissance économique – comme nous le sommes à 27 –, qui ne signifie cependant pas que nous soyons toujours une puissance diplomatique, parce que l'unanimité est souvent requise pour les questions de politique étrangère.

Je sais que nous allons encore connaître des moments dans l'actualité internationale qui nous heurteront. On entendra: "L'Europe doit faire ceci, mais ne le fait pas! Vous devez plaider ceci, mais vous ne le faites pas!" Si, si, je plaide fermement, vocalement, mais je plaide dans une assemblée qui, aujourd'hui, est moins unie qu'elle ne l'était antérieurement. C'est pourquoi je déplore, comme vous, l'incapacité pour l'Union européenne de peser sur la scène internationale autant qu'elle serait théoriquement apte à le faire. Ne voyez aucune résignation dans mon propos, mais bien une invitation à la lucidité afin que nous travaillions tous ensemble à la lecture du monde à la lumière de cette réalité.

Il est évident que les partenariats avec les autres pôles géopolitiques sont plus que jamais indispensables et essentiels. Au demeurant, quand une nation prend des initiatives contraires à nos intérêts, à nos valeurs et à notre ADN, j'entends souvent des députés plaider pour que nous envoyions des signaux clairs, que nous rompions nos relations internationales, que nous renvoyions des ambassadeurs, etc. Si chaque fois qu'un événement qui nous déplaît se produisait, nous devions renvoyer un ambassadeur, l'avantage est que nous n'aurions plus beaucoup de sujets à traiter en commission des Relations extérieures! Or la vocation même de la diplomatie est, surtout et avant tout, d'essayer de garantir le maintien d'un dialogue avec celles et ceux qui nous sont peut-être le moins proches. Il est certain que nous devons continuer à entretenir de bonnes relations avec celles et ceux qui sont plus alignés sur nos positions, mais ce n'est peut-être pas à leur égard que l'effort diplomatique doit être le plus intense. Je rappelle que, dans ces pays, nous avons aussi des entreprises et des compatriotes. L'absence de relations diplomatiques rendrait d'autant plus difficile la possibilité de leur apporter l'aide et l'assistance dont ils ont besoin. Je le dis parce que j'entends souvent: "Mais enfin! Pourquoi n'avez-vous pas renvoyé tel ambassadeur?"

Le monde est complexe. Notre travail collectif, à moi comme ministre et à vous comme membres vigilants de la politique étrangère de notre royaume, consiste à apporter une lecture plus fine des relations internationales, sans travestir notre ADN ni renoncer à nos valeurs, mais en étant conscients du contexte dans lequel ils doivent s'exprimer et se déployer au sein de cette Union européenne qui ne parvient pas toujours à le faire à la hauteur de ce que nous souhaiterions collectivement.

Ne me tenez pas rigueur d'avoir eu envie de partager cette réflexion avec vous.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir pris la balle au bond pour approfondir ce débat intéressant et je me réjouis déjà des futures discussions que nous aurons dans le cadre de la note de politique générale.

Vous avez abordé des points importants et je vous rejoins quand vous parlez de l'importance de la diplomatie. Ce n'est en effet que par la diplomatie que nous pouvons en grande partie trouver des solutions communes dans un monde multipolaire qui évolue et qui, vous l'avez dit, a évolué et a, d'une certaine manière, basculé.

Ces lunettes-là, mon groupe les a déjà mises depuis un moment. On a déjà averti sur certains événements internationaux actuels ainsi que sur l'agressivité de l'impérialisme américain qui est aujourd'hui en déclin économiquement. Celui-ci se fait dépasser par d'autres forces, notamment les forces du BRICS, mais veut maintenir sa domination coûte que coûte, quitte à violer toutes les règles internationales. Mais l'Europe, elle, n'a pas encore changé de lunettes. Elle continue à voir le monde avec ses vieilles lunettes et, pour cette raison, nous sommes en retard. Si, aujourd'hui, l'Europe n'est pas unie sur certaines questions, c'est notamment parce qu'elle n'a pas changé de lunettes. Elle reste dans cette logique du maintien de la domination de l'Occident sur le reste du monde, un reste du monde qui n'accepte plus cette logique-là voulant s'émanciper et avoir sa souveraineté et son mot à dire. Or, on ne s'est pas encore adapté à cette nouvelle situation et on ne l'accepte pas encore.

Quand vous dites que l'Europe est divisée, cela dépend des dossiers. L'Europe est unifiée. Quand il a fallu voter les 19 paquets de sanctions contre la Russie, toute l'Europe a voté. Quand il a fallu voter les sanctions contre l'Iran, toute l'Europe était unifiée. Mais, lorsqu'il s'agit de sanctionner Israël, un État génocidaire, dont le chef d'État a un mandat d'arrêt contre lui, là, l'Europe n'est pas unifiée. Pourquoi? Parce que l'Union européenne est le premier partenaire économique d'Israël et que ce sont des alliés.

Aujourd'hui, il faudrait que l'Europe se remette en question et change de lunettes car on continue à prendre des positions politiques en fonction de nos intérêts et au détriment des intérêts des autres.

Tant qu'on ne se met pas dans une logique de coexistence avec les autres, de sécurité collective et d'intérêts communs, on continuera à aller dans le mur. C'est cela qu'il faut changer. Je suis tout à fait d'accord avec vous, monsieur le ministre, et je me réjouis de nos débats futurs à ce sujet.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, al hetgeen u zegt, kunt u perfect toepassen op de Belgische regering en daarmee hebt u haarfijn de zwakte van de regering aangegeven, namelijk dat er geen coherente en consequente positie is. Nochtans, als er één zaak is waarover Europa verenigd zou moeten zijn, dan is het wel het respect voor het internationaal recht en als er een zaak is waarvan ik hoopte dat ook de Belgische regering verenigd zou zijn, dan was het wel het respect voor het internationaal recht. Zodra men naar gelang van het dossier van tonaliteit en houding wisselt, zullen landen elders in de wereld die minder democratisch zijn, die hypocrisie duiden en zich afvragen waarom er voor het ene land direct een veroordeling komt en voor het andere land niet. Dat is natuurlijk dodelijk voor het vertrouwen. Vandaar dus die vraag.

Ik heb ook gehoord wat een aantal collega's uit de zaal, vaak niet ver van mij, regeringsleiders en voorzitters zeggen over de Verenigde Staten met president Trump en over Venezuela en wat kan en mag. In het ene geval is het allemaal niet zo erg. In het andere geval roept men moord en brand. Kijken we maar even naar de daden van de regering na haar communicatie met betrekking tot sancties tegen Israël. Dat is nefast voor het vertrouwen.

Als 17 % van de bevolking van de Verenigde Staten min of meer kan volgen dat Groenland strategisch belangrijk is, dan wil dat zeggen dat een immens deel van de bevolking hoopt dat Europa een vuist maakt en consequent is en dat men ook naar België kijkt om het voortouw te nemen.

De agressiviteit en de brutaliteit van Trump zijn eigenlijk een immens teken van zwakte. Hij wil Groenland, omdat als hij zelf de grondstoffen niet kan ontginnen, een ander dat ook niet mag. Als hij zelf de wateren niet kan controleren, dan wil hij dat een ander dat ook niet kan. Waarom valt hij Venezuela aan? In wiens handen komt de 20 % aan olie? Waarom voert hij handelsheffingen voor Europa in en willen de techoligarchen deregulering? Dat is, omdat ze die markt nodig hebben, maar het tegelijkertijd heel moeilijk hebben met het feit dat die autonome beslissingen neemt.

Een wereld die op die manier het recht van de sterkste toelaat en niet langer gebaseerd is op afspraken en vertrouwen, is een gefragmenteerde, onveilige wereld. Net daarom is het belangrijk dat we consequent zijn in Europa, te beginnen in eigen land, en dat we daar een rode lijn trekken.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw overwegingen en voor uw interessante analyse. Ik moet het zeggen dat ik het heel vaak eens ben met uw analyse. U hebt gezegd dat we een andere bril moeten opzetten om naar de wereld te kijken. U hebt al verschillende maanden ervaring in de commissie hier, ik iets minder. U klaagt aan dat bepaalde collega’s dat niet doen. Welnu, ik ben het volmondig met u eens dat we van de gelegenheid gebruik moeten maken, de nieuwe situatie moeten aangrijpen om de zaken anders aan te pakken. Never waste a good crisis . Ik durf te stellen dat we op het vlak van diplomatie en internationaal recht in a permanent state of crisis zijn en ook nog zullen zijn in de komende jaren. Laten we dus maar hopen dat in de drie jaar waarin Trump nog president is, de crisis niet zal escaleren in een totale ramp. Van de crisis moeten we gebruikmaken, met de Europese Unie. Wanneer u uw beleidsnota ter bespreking legt, hoop ik dat u met die nieuwe bril ook naar Europa zult kijken en dat vooraan in uw beleidsnota zal staan op welke manier ons land zal proberen Europa meer te unificeren, opdat het meer met één stem zou spreken en opdat we, in de mate dat er geen aanpassingen mogelijk zijn aan de basisverdragen, met een soort coalition of the willing in een hogere versnelling daadkrachtiger zullen kunnen samenwerken met andere Europese landen op tal van vlakken waar het nodig is in deze nieuwe wereld. Ook al heeft collega Almaci het gras voor mijn voeten weggemaaid, ik sta erop om nog het volgende op te merken. Vous avez dit que l'Europe est forte quand elle est unie. C'est la même chose pour la Belgique, "l'union fait la force". Nous en reparlerons à propos du Mercosur, qui est un bon exemple. Nous n'arrivons pas à nous mettre d'accord sur le fait que cet accord est bon pour la Belgique, qui est un pays qui exporte beaucoup. Als het niet werkt in België, zal het ook in Europa, met al die verschillende landen, zeer moeilijk worden. Vandaar inderdaad mijn pleidooi voor een betere samenwerking, desnoods met bepaalde landen aan een hogere snelheid.

Het vredesakkoord tussen Rusland en Oekraïne
Het vredesplan van Oekraïne
De Coalition of the Willing
De Belgische verbintenissen in het kader van de veiligheidsgaranties voor Oekraïne
De vrede in Oekraïne
Internationale vredesinitiatieven en veiligheidsgaranties voor Oekraïne

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s marginale politieke rol in de Oekraïne-vredesonderhandelingen, ondanks zijn financiële steun (o.a. 90 miljard euro) en defensie-inzet via de Coalition of the Willing. Minister Prévot bekritiseert dat de EU "enkel betaler, geen speler" is en pleit voor een sterkere Europese stem, terwijl de VS en Oekraïne het 20-puntenplan (omstreden door territoriale kwesties zoals Donbas) bilateraal uitwerken; Ruslands gebrek aan vredeswil wordt breed betwijfeld, gezien de aanhoudende aanvallen op Oekraïense infrastructuur. Kritiekpunten zijn de afwezigheid van EU-unanimiteit (o.a. door Hongaarse blokkades), de afhankelijkheid van de VS (wiens betrouwbaarheid wordt bevraagd, bv. door Trump’s Groenland-beleid), en de nood aan een geïntegreerde Europese defensie om gelijke onderhandelingsmacht te verkrijgen. België bevestigt deelname aan de multinationale troepenmacht en militaire steun, maar Oekraïnes soevereiniteit in vredesbeslissingen blijft centraal, met druk op Rusland als enige realistische hefboom.

Britt Huybrechts:

De gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne van december over een mogelijk vredeskader maken één zaak bijzonder duidelijk: de Europese Unie zit niet aan tafel. Die onderhandelingen verlopen in essentie bilateraal tussen Washington en Kiev, terwijl Europese leiders pas achteraf reageren met verklaringen van steun. Dat is des te opvallender omdat diezelfde Europese Unie recent nog heeft ingestemd met een nieuwe Europese lening van 90 miljard euro voor Oekraïne, waarvoor ook België financieel mee instaat. Europa draagt dus wel degelijk de budgettaire en financiële verantwoordelijkheid, maar lijkt politiek volledig afwezig wanneer het gaat over de inhoud, de voorwaarden en de strategische contouren van een mogelijke vredesregeling.

Ik heb hierover nog verschillende vragen, maar daarvoor verwijs ik naar de schriftelijke versie. Voor het overige vraag ik u om mij te verontschuldigen, want ik moet zo snel mogelijk door naar een andere vergadering. Ik zal uw antwoord met veel interesse digitaal beluisteren. Ik zal daarover zeker opnieuw een vraag indienen. Alvast bedankt voor uw antwoord.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van een tijdje geleden en betreft het twintigpuntenplan dat is bekendgemaakt en waar Oekraïne in mee zou gaan. Dat plan is in overleg met de Verenigde Staten uitgewerkt. Europa is ondertussen, zoals u daarnet ook al zei, een gesprekspartner geworden, maar we zijn er nog niet. We weten nog niet hoe Rusland reageert op dat twintigpuntenplan en in hoeverre we echt kunnen overgaan tot daadwerkelijke vredesgesprekken.

Ik had dus graag van u vernomen wat de stand van zaken is. Kunt u bevestigen in welke mate de Europese lidstaten en ons land betrokken zijn geweest bij de bespreking van dat vredeskader? Er is ook een vergadering geweest in het kader van de Coalition of the Willing voor de wederopbouw. Wat is daar de stand van zaken?

Hoe beoordeelt u de inhoud en de haalbaarheid van het twintigpuntenplan, in het bijzonder wat betreft de nog openstaande territoriale kwesties?

Welke rol ziet u verder weggelegd voor Europa en voor ons land in het diplomatieke traject op weg naar een duurzame vrede?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, op 6 januari bereikten Europese bondgenoten, verenigd in de zogenoemde Coalition of the Willing, met 35 landen een akkoord over een multinationale troepenmacht in Oekraïne. Van zodra er een geloofwaardig staakt-het-vuren zou zijn, moet die de veiligheid van Oekraïne garanderen en Rusland weerhouden en afschrikken om de gevechten te hervatten. Daarbij is het belangrijk dat ook de VS zwart op wit toezegden voor de veiligheid van Oekraïne garant te willen staan.

Ik heb daarover de volgende vragen.

Ten eerste was president Trump zelf niet aanwezig op die top. Hij was bezig met heel de toestand in Venezuela. Wat zegt dat over het engagement van de Amerikanen? Kunnen we het woord van de VS geloven en erop vertrouwen, wanneer zij ook andere internationale afspraken niet nakomen en bijvoorbeeld nu bezig zijn in Groenland?

Ten tweede kan het gezamenlijke Europese leger alleen worden ingezet wanneer er effectief een staakt-het-vurenakkoord is. Amerikanen geven aan dat ze nog steeds vasthouden aan dat twintigpuntenplan. Eerder werd al duidelijk dat dit onaanvaardbaar is voor Oekraïne. Wat doet Europa om de stem van Oekraïne hier luider te laten klinken?

Ten derde zijn Europese landen bereid om boots on the ground te zetten, waaronder ook ons land, België. Dat is een zeer grote stap in ons engagement tegenover Oekraïne om hun een veilige toekomst te geven. Is dit ook een stap richting meer Europese integratie van onze defensie?

De laatste vragen gingen over defensie. Ik verwijs daarvoor naar de schriftelijke vragen.

Michel De Maegd:

L'agression russe en Ukraine s'est poursuivie durant ces dernières semaines, sans répit pour les populations directement visées et lourdement éprouvées par les bombardements russes. Les coupures d'électricité se multiplient car l'agresseur cherche à faire plier la nation ukrainienne en visant son infrastructure énergétique en plein hiver. Dans ce contexte, les nations démocratiques d'Europe et d'ailleurs ont annoncé la poursuite de leur soutien, mardi dernier, à Paris, à travers la conclusion d'un accord de la Coalition des volontaires. Cet accord formalise des garanties de sécurité robustes pour l'Ukraine, y compris des engagements qui seraient activés dès l'entrée en vigueur d'un cessez-le-feu. Cet accord prévoit notamment la mise en place d'un mécanisme de surveillance et de vérification de ce cessez-le-feu, dirigé par les États-Unis, avec la participation européenne, ou encore une force multinationale destinée à soutenir la reconstitution des capacités de défense ukrainiennes et à renforcer la dissuasion en complément d'un soutien militaire prolongé. Le premier ministre a par ailleurs confirmé que la Belgique prendrait part à cette initiative. Je m'en réjouis, bien sûr, et aimerais, au nom de mon groupe, obtenir quelques précisions.

Tout d'abord, quelle est votre analyse quant à la portée politique de ces garanties de sécurité, récemment formalisées à Paris, notamment eu égard au rôle de l'Union européenne dans le processus de paix? Qu'en est-il de la cohérence de ces engagements avec nos obligations en matière de droit international?

Ensuite, disposez-vous d'éléments concrets concernant la contribution belge à ce dispositif, même si j'entends bien que le département de la Défense est plus à même de répondre à cette question? Doit-on voir dans cet engagement commun au sein de l'Union le signe d'une avancée vers une plus grande intégration européenne de la Défense, notamment en matière de planification, de coordination et d'interopérabilité des capacités?

Enfin, de quelle manière la Belgique veillera-t-elle à ce que ces garanties de sécurité s'inscrivent dans une stratégie globale, visant non seulement à prévenir une reprise du conflit mais aussi à créer les conditions d'une paix juste, durable et fondée sur le droit international, et à assurer une reconstruction soutenue du tissu économique, institutionnel et social en Ukraine?

Els Van Hoof:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister,

Op 6 januari sloot de zogenaamde coalition of the willing in Parijs een akkoord over een multinationale troepenmacht voor Oekraïne, die er zou komen nadat een geloofwaardig staakt-het-vuren is vastgelegd. Ook zouden de Verenigde Staten garanties beiden om de vrede in Oekraïne te helpen bewaren en de premier verklaarde reeds dat ons land bereid is marine, luchtmacht en militairen ter beschikking te stellen.

De Amerikaanse vertegenwoordigers Witkoff en Kushner verklaarden op de persconferentie na afloop van de top dat zij achter het zogenaamde 20-puntenplan blijven staan dat door de VS en Oekraïne eind december was overeengekomen. Over een aantal kwesties, met name de controle over de kerncentrale van Zaporizja en de status van de Donbas, zou echter nog geen overeenstemming zijn met Oekraïne.

Op het terrein is er echter weinig te merken van een nakend staakt-het-vuren: in de dagen en nachten na het akkoord van de coalition of the willing bleef Rusland de Oekraïense energie-infrastructuur bombarderen, zelfs met hypersonische ballistische missiles. Honderdduizenden Oekraïners zaten daardoor zonder stroom in de koude winterdagen.

Ik heb voor u de volgende vragen:

Zal dit akkoord van de coalition of the willing de vredesgesprekken tussen Oekraïne en Rusland in een stroomversnelling brengen? Op welke manier is de EU betrokken bij deze vredesgesprekken? Welke rol kan de EU spelen hierin?

Kwam vrede in Oekraïne ter sprake tijdens de ontmoeting die u vorige week had met uw Amerikaanse homoloog? Welk standpunt verdedigde u en welke reactie kreeg u concreet?

Hoe geloofwaardig acht u de Amerikaanse belofte om een zogenaamde backstop te voorzien in Oekraïne aan Europese troepen, als Trump tegelijkertijd de druk over de annexatie van Groenland opvoert?

De voorzitster : Als er geen andere leden zijn die wensen aan te sluiten in dit debat, geef ik graag het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Dank u, mevrouw de voorzitster.

Beste Kamerleden, de veiligheid van Oekraïne en die van de Europese Unie zijn intrinsiek met elkaar verbonden. Financiële steun aan Oekraïne betekent dan ook een investering in de veiligheid van Europa.

Het klopt dat de EU als organisatie niet rechtstreeks betrokken is bij de gesprekken over een mogelijk vredesakkoord tussen Oekraïne en Rusland. Europa, in de bredere zin van het woord, speelt echter wel degelijk een belangrijke rol in het vredesproces. De grote landen zoals Frankrijk, Duitsland en Italië, en ook het Verenigd Koninkrijk, ondersteunen in overleg met andere Europese landen Oekraïne via advies en contacten op hoog niveau met de Trump-administratie. Ook andere EU-lidstaten zoals Finland nemen hun verantwoordelijkheid in die zin. Het VS-plan werd intussen in overleg tussen Oekraïne en Europa teruggebracht tot een twintigpuntenplan dat het Amerikaanse voorstel in belangrijke mate insluit en bijstelt.

Ikzelf heb eerder deze maand de Verenigde Staten bezocht en heb uitvoerig onze visie op de contouren van een mogelijk vredesakkoord kunnen uitleggen.

J'ai pu insister sur l'importance que l'Union européenne soit autour de la table et pas à côté, et qu'elle soit une partie prenante sérieuse à tout accord de paix si nous voulons qu'il soit durable. We have to be a player and not only a payer .

Dans le cadre de la Coalition des volontaires, composée de plus de 30 pays, principalement européens, des plans concrets ont été élaborés afin de garantir la sécurité de l'Ukraine lorsqu'un cessez-le-feu ou un accord de paix sera conclu. Le 6 janvier, notre premier ministre a participé à un sommet de cette Coalition à Paris. À cette occasion, la France et le Royaume-Uni ont signé, au nom de la Coalition, une déclaration d'intention concernant les garanties de sécurité avec l'Ukraine.

Het goede nieuws is ook dat de Verenigde Staten zich bij deze gelegenheid er krachtig toe hebben verbonden Oekraïne veiligheidsgaranties te bieden, wat zowel waardevol als onmisbaar is.

Il a été convenu, entre autres, qu'en cas de cessation crédible des hostilités, une force multinationale de réassurance sera déployée en Ukraine. Notre pays a également l'intention d'y participer avec des capacités maritimes et aériennes.

La Belgique contribuera aussi à la régénération des troupes ukrainiennes par la formation. Je laisse évidemment au ministre de la Défense le soin de vous en dire davantage le moment venu. Il est par ailleurs prévu que les Alliés prennent des engagements contraignants afin de soutenir l'Ukraine en cas de nouvelle attaque russe. En outre, la coopération en matière de défense avec l'Ukraine sera approfondie et le soutien aux forces armées ukrainiennes se poursuivra.

En ce qui concerne la question d'une défense européenne plus intégrée, je renvoie à mes autres réponses et je rappelle que je suis favorable à une Europe forte, résiliente, souveraine et autonome, capable, comme je l'ai indiqué il y a quelques minutes, d'assumer sa propre sécurité et de défendre ses intérêts.

Il apparaît d'ailleurs de plus en plus clairement que l'Ukraine, au regard de son expérience et de ses capacités d'innovation militaire, forcées par le destin, a le potentiel pour devenir un acteur clé de la défense européenne. Nous aurions tout intérêt à renforcer notre coopération, y compris dans le cadre du programme SAFE, avec l'industrie de défense ukrainienne, dont certains domaines d'expertise sont parfois supérieurs aux nôtres, notamment en ce qui concerne la capacité prioritaire liée aux drones et aux systèmes anti-drones.

In het toetredingsproces tot de Europese Unie wordt voortgewerkt aan de technische voorbereidingen en voert Oekraïne diepgaande hervormingen door met het oog op toekomstig lidmaatschap.

Het is u bekend dat er jammer genoeg geen unanimiteit meer is onder de EU-lidstaten over een aantal aspecten van de Europese aanpak van de Russische agressieoorlog. Sommige beslissingen over steun aan Oekraïne kunnen daarom op dit moment niet in EU-kader worden genomen.

Het EU-sanctiebeleid ten aanzien van Rusland, dat het voor Moskou steeds moeilijker maakt om de oorlog te blijven bekostigen en zodoende een impact heeft op de Russische afweging om al dan niet aan de onderhandelingstafel te komen, wordt wel volgehouden. Voorstellen voor een twintigste sanctiepakket worden momenteel voorbereid door de Europese Commissie.

Het resultaat van al het voorgaande is dat Oekraïne in staat blijft om zich te verdedigen tegen de Russische agressie, Rusland steeds meer onder druk komt te staan en Oekraïne kan onderhandelen vanuit een sterkere positie. De Verenigde Staten hebben ook een beter begrip van de Oekraïense en Europese belangen en erkennen dat Europa betrokken moet zijn bij beslissingen over de Europese veiligheid.

Het blijft aan Oekraïne om te beslissen welk vredesakkoord aanvaardbaar is. Het territoriaal vraagstuk maakt daarvan deel uit. Oekraïne heeft zich oprecht compromisbereid getoond, maar uit de houding van Moskou van de voorbije maanden leid ik af dat Rusland niet oprecht geïnteresseerd is in vrede en enkel reageert op druk.

De komende tijd zie ik de rol van Europa in het vredesproces dan ook als volgt. De steun voor Oekraïne op alle vlakken blijft. De druk op Rusland wordt volgehouden en verhoogd. De outreach naar de Verenigde Staten wordt versterkt. Dat alles gebeurt in EU-kader indien het kan en op ad-hocbasis met gelijkgezinde partners wanneer het moet. België is en blijft daarin een betrouwbare partner.

Nous avons contribué à soutenir l'Ukraine depuis le premier jour, tant financièrement que militairement. Il n'est d'ailleurs pas exclu que nous prenions prochainement un engagement complémentaire dans le programme PURL (Priority Ukraine Requirements Lists).

Nous sommes également satisfaits d'avoir pu œuvrer à l'obtention d'un résultat unanime le mois dernier, lors du dernier Conseil européen, afin de débloquer les 90 milliards d'euros requis, au niveau européen bien entendu, pour répondre aux besoins de l'Ukraine en matière d'effort de guerre ainsi que pour ses besoins civils et administratifs pour les années 2026 et 2027.

De voorzitster : Mevrouw Huybrechts is niet meer aanwezig.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, u sprak het zinnetje: we weten niet in hoeverre Moskou echt in vrede geïnteresseerd is. Dat zinnetje baart ons allemaal zorgen, daarom kunnen we best anticiperen. Het is heel belangrijk dat Europa mee heeft nagedacht over dat twintigpuntenplan. We stellen ook vast dat Oekraïne tot compromissen bereid is. Wij moeten met alle Europese lidstaten achter Oekraïne blijven staan, op diplomatiek vlak zowel als met betrekking tot de beslissing voor de lening van 90 miljard euro.

We moeten één entiteit vormen en heel duidelijk aangeven dat we de vrede in Oekraïne willen bereiken en heel wat opofferingen willen doen. De Europese bijstelling is essentieel geweest. Het feit dat we aan tafel zitten of zouden blijven zitten, is ook nog altijd essentieel.

U zei het ook: we willen en moeten naar een duurzame vrede gaan. Dat gebeurt aan onze grenzen, op ons continent. Het garanderen van de Europese stem en de veiligheid in Europa is een missie en een engagement dat we allemaal kunnen en moeten blijven volhouden. In dat gezamenlijk engagement moeten we blijven volharden.

De minister van Defensie geeft ook aan te willen blijven ondersteunen en voor die duurzame vrede te willen blijven gaan.

Het is inderdaad ook belangrijk dat we in de coalition of the willing een garantie hebben dat de Amerikaanse bondgenoten de verbintenis mee aangaan en de veiligheidsgaranties bijstaan.

Wij blijven pleiten voor verdere dialoog en verdere stappen naar vrede.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de EU is, zoals u nog eens hebt benadrukt, niet rechtstreeks betrokken bij het vredesakkoord en eigenlijk is dat een regelrechte schande. Tussen de lijnen hoor ik dat u zich daar ook fel aan ergert. "We willen een speler zijn en niet enkel een betaler." U gebruikt daarmee een mooie zin.

Ik denk dat die vernedering door de VS een constante is. De VS laten ons als EU wel betalen, maar als het erop aankomt om echt aan tafel te zitten, niet gewoon wat meedraaien op een bepaald niveau, maar daadwerkelijk meebeslissen, laten de VS dat niet toe. We moeten op tafel blijven kloppen, zoals we ook al in het voorgaande debat hebben gezegd. Economisch zijn we een zeer zwaar blok en hebben we wel degelijk iets in de weegschaal te leggen. Het eerste punt is dus dat we aan die tafel moeten geraken.

U hebt benadrukt dat er een meer geïntegreerde defensie moet komen. Dat is een debat voor een andere commissie, maar ik denk dat bijna iedereen het daarover eens is. Dat is nodig, omdat het ook onze sérieux tegenover de VS kan versterken. Nu, moeten we eerlijk toegeven, lachen de VS met ons.

Dat brengt me bij een punt dat ook in het eerste actuadebat aal aan bod kwam, met name unanimiteit. U hebt het hier ook over gehad. Dat we geen unaniem standpunt kunnen innemen, doet ons de das om. Dat blijkt in het debat over Venezuela en in het debat over Groenland, en nu opnieuw.

Ik herhaal, ook al is dat in strijd met mijn collega’s van het Vlaams Belang, dat ik vind dat één land niet alleen de lusten kan hebben, zonder ook eens de lasten te dragen. Ik heb het dan over Hongarije. Ik vraag u om binnen Europa harder op te treden tegen die blokkering door één land tegen het feit dat we nochtans een sterk blok zouden kunnen zijn. Dat lijkt nu misschien onrealistisch, maar veel van wat Trump ooit zei, was ook onrealistisch. Waarom zouden we er niet in slagen om dat ene land te sanctioneren, dat nooit wil meewerken en er telkens voor zorgt dat de EU niet vooruit geraakt?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.

Je le rappelle systématiquement, nous parlons ici d'un conflit qui a lieu à nos portes. En termes de distance, c'est comme si cela se passait dans le sud de l'Espagne, à quelques centaines de kilomètres de chez nous. Ce conflit porte sur des enjeux très concrets pour notre sécurité et il était primordial, aux yeux de mon groupe Les Engagés, que cet accord soit conclu.

Il s'agit d'un signal politique fort, qui montre que l'Europe ne se résigne pas, qu'elle refuse l'usure du temps et qu'elle comprend que la paix ne peut être réelle que si elle est protégée et fondée sur les principes du droit international. Mais cet accord nous oblige aussi à rester clairs sur un point fondamental. Comme nous le répétons depuis maintenant presque quatre ans, aucune paix ne peut être négociée au détriment de l'Ukraine et sans l'Ukraine. La voix ukrainienne doit rester centrale et respectée.

Cet accord doit nous pousser à assumer un choix stratégique, celui d'une Europe qui cesse d'être seulement un espace économique ou diplomatique pour devenir un véritable acteur de sécurité, capable de protéger ses valeurs et ses partenaires, ce que d'autres dossiers débattus aujourd'hui nous démontrent également. Je pense que la Belgique, par son histoire, son attachement au multilatéralisme et au droit international, a un rôle essentiel à jouer dans cette dynamique, en aidant à fédérer, structurer et donner du sens à l'action collective européenne. Bien entendu, monsieur le ministre, je sais que vous en êtes parfaitement conscient et que nous pouvons compter sur vous.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

U hebt het inderdaad heel duidelijk gezegd, de vrede in Oekraïne betekent ook vrede en veiligheid voor de Europese Unie. Net daarom zetten we daar zo sterk op in.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik blij verrast was toen het twintigpuntenplan werd aanvaard, met inbegrip van de backstop van de Verenigde Staten. Zoals u zelf ook aangeeft, lijkt Rusland echter weinig bereid tot compromis. Meteen daarna, in de dagen en nachten na het akkoord, bleef Rusland de energie-infrastructuur aanvallen, met als gevolg dat vandaag honderdduizenden Oekraïners zonder stroom zitten in de koude winterdagen. Dat is niet erg veelbelovend voor potentiële vredesonderhandelingen.

We kunnen dus alleen blijven doen wat we altijd hebben gedaan. We moeten ook doorzetten, niet alleen met de Europese Unie, maar vooral met de coalition of the willing . Dat is immers ook een belangrijk blok waarop we moeten rekenen. We moeten Oekraïne blijven steunen, druk blijven zetten op Rusland en die outreach naar de Verenigde Staten blijven doen om hen bij de les te houden. Dat is vandaag de enige oplossing die we hebben, in de hoop dat Rusland door die druk ooit zal bijdraaien. Hoop doet leven. Er sterven vandaag immers nog steeds te veel Oekraïners.

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de voorzitster, ik had geen vraag ingediend, maar aangezien dit een actualiteitsdebat is, wil ik toch even aansluiten. Dit is uiteraard een illustratief punt, dat ook aansluit bij het vorige debat. Ik wil graag herhalen dat de EU in tijden van nood en crisis in principe altijd de weg van integratie toont. Dat werd ook al deels aangetoond door onze eigen eerste minister. Waar het jaren geleden ondenkbaar zou zijn geweest dat iemand als Bart De Wever, die toch lid is van een Vlaams-nationalistische partij, zou pleiten voor een gedeelde lening van 90 miljard euro door bijna alle Europese landen, zien we vandaag iets wat bijna als een federale oplossing kan worden beschouwd. Mijnheer de minister, ik zou dus zeggen, bouw daarop verder en probeer op die weg verder te gaan naar meer integratie en zorg er uiteraard voor dat we inzake dat conflict mee aan tafel blijven zitten.

Het Mercosur-akkoord
De goedkeuring van het verdrag tussen de EU en de Mercosur-landen
De onthouding van België bij de stemming over het EU-Mercosur-handelsakkoord
EU-Mercosur-handelsverdrag en Belgische stemonthouding

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking), Bart De Wever (Eerste minister)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het omstreden EU-Mercosur-handelsakkoord, waar België zich als enige onthield bij de stemming, ondanks economische voordelen zoals tariefverlagingen (bv. 35% op chemie, 20% op hightech) en toegang tot 265 miljoen consumenten. Sandro Di Nunzio (MR) bekritiseert de Belgische "onmacht" en interne verdeeldheid—federale regering, Vlaanderen (geen standpunt) en Wallonië (tegen)—en noemt de onthouding "dramatisch" voor jobs en geopolitieke positie, terwijl Maxime Prévot (Les Engagés) benadrukt dat geen consensus bestond over landbouwbezorgdheden (quota, beschermingsclausules), ondanks extra EU-garanties zoals strengere controles en budgetverhogingen. Kathleen Depoorter (N-VA) verdedigt het akkoord als strategische winst voor industrie en export (bv. farma: 18%→0% tarief), met voldoende landbouwbescherming, maar Di Nunzio wijst op de paradox dat Prévots partij (Les Engagés) het akkoord juridisch wil aanvechten bij het EU-Hof, wat hij een "signaal van wantrouwen" noemt. Critici (Di Nunzio) beweren dat politieke blokkades (o.a. cd&v in Vlaanderen) economische kansen torpederen, terwijl Prévot de afweging tussen industriële voordelen en landbouwrisico’s neutraal voorstelt als een "keuze met winnaars en verliezers".

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van voor het kerstreces en toen was men nog volop aan het onderhandelen over het Mercosur-akkoord. Ondertussen heeft men een aantal aanpassingen gedaan, waardoor het akkoord op 17 januari in Paraguay door Europees Commissievoorzitter Von der Leyen zal kunnen worden ondertekend en het grootste handelsblok ter wereld van start kan gaan.

Het Mercosur-akkoord is een heel belangrijk handelsakkoord waardoor heel wat invoertaksen vermeden zullen kunnen worden. Er is rekening gehouden met een aantal bezorgdheden van de landbouwsector, die op straat gekomen is en die gisteren bijvoorbeeld in Catalonië na overleg en na kennisname van het akkoord, zelfs gestopt is met de blokkering. Er zijn dus echt wel stappen vooruit gedaan. Het akkoord creëert ook openingen voor onze Vlaamse industrie. Zo worden de invoertaksen tot nu gereduceerd. Kortom, het akkoord is significant voor onze economie, innovatie en vooruitgang.

Mijnheer de minister, ook al zijn mijn vragen al wat achterhaald, ik verneem graag van u wat de stand van zaken is. Hoe evalueert u het akkoord? In hoeverre is er tegemoetgekomen aan alle bezorgdheden?

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, mijn vraag was oorspronkelijk gericht aan de premier en dat was niet toevallig. Het was niet toevallige dat ik die vraag aan de premier richtte, omdat Mercosur een strategische keuze is voor onze welvaart en voor de economische koers van ons land.

Dat deze vraag nu aan u is doorgeschoven, kan twee zaken betekenen. Het kan betekenen dat onze premier niet wil spreken over een beslissing die onze jobs en economie raakt. Het kan ook zijn dat de regering met betrekking tot dit dossier zo verdeeld is dat men er liever niet over spreekt en de hete aardappel graag naar u doorschuift.

België leeft van handel. En toch heeft ons land ervoor gekozen om niet te kiezen voor Mercosur. Dat is wat ons betreft onbegrijpelijk. België is groot in export, in industrie, logistiek en ondernemerschap. U weet beter dan wie ook, zeker wanneer u naar het buitenland gaat en onderhandelt, onze welvaart draait op open markten. Daarvan zijn wij ongelooflijk afhankelijk. Onze welvaart draait op kmo’s die exportcontracten binnenhalen, op havens die de motor van Europa zijn en op industriële clusters die moeten concurreren met de Verenigde Staten en China.

Net daarom was het zo ongelooflijk om te moeten vaststellen dat België zich vorige week heeft onthouden bij de goedkeuring van dat handelsakkoord. België stemde niet tegen, België stemde niet voor, maar onthield zich. Een meerderheid van de lidstaten ging voluit voor Mercosur, maar België onthield zich.

Mijnheer de minister, een land dat leeft van handel, maar zich onthoudt als het over handel gaat, toont pure onmacht. Het is pure onmacht van ons land en van deze regering. U weet dat beter dan wie ook, Mercosur is cruciaal voor onze welvaart. Het vrijhandelsakkoord bouwt immers 91 % van de invoertarieven af en opent deuren voor sectoren die vandaag onder enorme internationale druk staan

Ik ga er even op in. Voor de chemische producten gaat het om tarieven tot 35 % die verdwijnen, voor farmaceutische producten om tarieven tot 14 % en voor machinebouw en hightech om tarieven tot 20 %. Mercosur is bovendien een akkoord dat de markt opent voor 265 miljoen consumenten. Meer dan 1.600 Belgische bedrijven zijn er actief. Volgens de Europese Commissie ondersteunt onze export richting Mercosur bijna 800.000 jobs in ons land. Mijnheer de minister, daarover gaat het. Het gaat over de kern van onze welvaart.

Die onthouding is dramatisch, en de timing is dat ook. U weet het – u hebt het er al over gehad, ook hier in deze commissie – onder andere de Verenigde Staten worden steeds protectionistischer. De handelstarieven gaan de lucht in. Het is dus net vandaag dat wij als Europese Unie die kans hadden moeten grijpen. We doen dat wel, maar België had een voortrekker moeten zijn om dat grote handelsblok te willen vormen, zodat we ons geopolitiek kunnen positioneren ten opzichte van die landen die als het ware tariefcorridors optrekken.

Dit legt duidelijk bloot dat het niet gaat over het economisch belang. Het legt de paradox binnen de regering bloot, waar u deel van uitmaakt. Ik heb de premier uiteraard ook daarover bevraagd en ik hoorde hem in de commissie voor Binnenlandse Zaken een pleidooi houden voor het Mercosur-akkoord. Hij erkende de voordelen, maar stelde tegelijk dat zijn ambt de goedkeuring niet kon geven.

Dan stel ik de fundamentele vraag aan u, mijnheer de minister, hoe rijmt zijn overtuiging met het feit dat België zich uiteindelijk aan de zijlijn zet? Hoe kan hij als premier van dit land – ik mag hopen dat u als vicepremier zijn standpunt zult vertolken – dat rijmen met het feit dat België zich onthoudt? De conclusie is toch onvermijdelijk dat de premier de economische noodzaak ziet, maar zijn regering niet mee krijgt. Dat is helaas geen beleid, dat is vaststellen dat er niet beslist kan worden.

Die onthouding komt trouwens niet alleen van het federale niveau, er is een bredere politieke blokkering. Het is niet alleen de federale regering die aarzelt en niet mee wil, ook op regionaal niveau is men verlamd. De Vlaamse regering van Matthias Diependaele besliste om geen standpunt in te nemen. Geen standpunt, alstublieft. Dat is onaanvaardbaar. Vlaanderen roept graag dat het ondernemersvriendelijk is, maar op het moment dat het telt, neemt men geen verantwoordelijkheid.

We moeten ook naar de andere kant van het land kijken. Ook de Waalse Gewestregering draagt haar verantwoordelijkheid. Wallonië profileert zich immers graag als investeringsregio en als exportgebied en heeft bedrijven die baat hebben bij marktoegang, bij de afbouw van tarieven en bij duidelijkheid. Toch heeft Wallonië beslist om nog een stap verder te gaan en het Mercosur-akkoord te verwerpen. Dat bewijst dat er interne politieke verdeeldheid is, niet alleen binnen de federale regering, maar ook bij de deelstaten. Ik heb de eerste minister gezegd dat het jammer is dat, nu de politieke formaties in Wallonië en Vlaanderen dezelfde samenstelling hebben, geen leiderschap wordt opgenomen en geen eensgezindheid kan worden gevonden.

Het Mercosur-akkoord betreft ook de landbouw, want het biedt bescherming en kansen voor de landbouw. We weten dat landbouw het heikele punt is. Er is 25 jaar onderhandeld en landbouw was daarbij zeker meer dan een aandachtspunt. Het akkoord bevat gerichte, juridisch bindende en meteen afdwingbare maatregelen om onze landbouwers te beschermen, maar dat wordt vaak genegeerd in het debat. Politieke partijen en organisaties zoals de Boerenbond lijken dat vaak te negeren.

Er is in strikte quota voorzien voor gevoelige agrovoedingsproducten waarvoor lage invoertarieven gelden. Ik geef één voorbeeld. Er mag 99.000 ton rundsvlees worden ingevoerd. De hoeveelheid is geplafonneerd en komt overeen met slechts 1,5 % van de totale EU-productie. Er zijn dus duidelijke plafonds, ook voor varkensvlees en gevogelte. Er is duidelijk geen ongelimiteerde of onbeperkte instroom.

Ten tweede bevat het akkoord ook een beschermingsclausule die Europa toelaat om onmiddellijk in te grijpen bij marktschade of bij een plotse toename van de invoer. Dat zijn elementen die aantonen dat bij de onderhandelingen in belangrijke mate rekening is gehouden met de bescherming van die sectoren.

Tegelijk is het belangrijk te benadrukken dat dit akkoord ook opportuniteiten biedt. Voor verwerkte landbouwproducten is de impact bijzonder tastbaar. Voor chocolade bijvoorbeeld verdwijnt een invoertarief van 20 % volledig. Voor kaas en melkpoeder daalt het invoertarief van 28 % naar 0 %, wat onze zuivelproducten meteen competitiever maakt. Het is dus geen eenzijdig verhaal. Er zijn wel degelijk ook veel opportuniteiten voor onze landbouw. Sectoren die bescherming nodig hebben, waaronder suiker, vallen onder strikte quota die overeenkomen met ongeveer 1,2 % van de jaarlijkse EU-productie. Dat is de limiet, dus ook daar is geen sprake van een ongecontroleerde stroom.

Vandaag heb ik echter een nieuw potentieel obstakel gezien. Op X las ik immers dat Les Engagés blijkbaar naar het Europees Hof van Justitie zou willen stappen. Mijnheer de minister, u bent tot nader order nog steeds lid van Les Engagés, dat het akkoord niet alleen politiek betwist, maar zelfs juridisch wil laten ondermijnen. Dat is een fundamenteel signaal van wantrouwen in een akkoord dat de eerste minister mee heeft verdedigd.

Steunt u de stap van Les Engagés naar het Europees Hof van Justitie, ja of nee? Daar wil ik graag duidelijkheid over. Hoe kan de eerste minister in Europa pleiten voor Mercosur, terwijl uw partij een juridische blokkering ervan ambieert? Wat houdt dit in voor onze ondernemers? België onthoudt zich, Vlaanderen neemt geen standpunt in, Wallonië werkt tegen en de partij van de minister van Buitenlandse Zaken kondigt aan dat zij naar het Hof van Justitie zou willen stappen om het akkoord juridisch te laten onderzoeken. Is dat het signaal dat we aan onze bedrijven willen geven?

Waarom werd deze vraag van de eerste minister naar u doorgeschoven? Wie neemt finaal de politieke verantwoordelijkheid in deze regering? Zullen de Vlaamse regering en de Waalse regering worden aangesproken op hun houding? Het belangrijkste punt is echter of u bereid bent om in het verdere Europese traject kleur te bekennen en België actief te positioneren bij de implementatie van het akkoord, zodat uw overtuiging ook effectief beleid wordt. Ik hoop dat dit uw overtuiging is en die van deze regering.

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, collega's, op vrijdag 9 januari 2026 keurde COREPER de ondertekeningsbesluiten en de besluiten betreffende het sluiten van die overeenkomsten goed voor de partnerschapsovereenkomst en de interimovereenkomst inzake handel. Het dossier wordt nu ter goedkeuring naar het Europees Parlement gestuurd. In de komende dagen zal voorzitster Ursula von der Leyen naar Paraguay reizen om de overeenkomst te ondertekenen. De overeenkomsten kunnen daarna voorlopig van toepassing worden wanneer ten minste één Mercosur-land en de Europese Unie de kennisgeving hebben gedaan.

De Europese Commissie heeft zich in haar interinstitutionele overeenkomst met het Europees Parlement ertoe verbonden die kennisgeving voor de Europese Unie pas te doen na ontvangst van de instemming van het Europees Parlement. Het Europees Parlement zou volgende week tijdens de plenaire vergadering stemmen over het al dan niet verwijzen van Mercosur naar het Hof van Justitie voor een juridisch advies. Indien dat het geval is, kan het Europees Parlement pas stemmen zodra het advies is ingewonnen.

Comme vous le savez, la Belgique s'est abstenue lors du vote de l'accord. La position finale belge est prise en coordination avec l'ensemble des autorités politiques qui ont été impliquées. Conformément à notre système institutionnel, les décisions se prennent sur la base du consensus. Sans consensus, la Belgique doit s'abstenir.

Il n'y avait pas de consensus en Belgique pour voter en faveur de l'accord, compte tenu des sensibilités exprimées concernant certains secteurs agricoles. Mais il n'y avait pas non plus de consensus contre l'accord. Les développements récents n'ont pas modifié les positions. Même si je regrette que la position belge n'ait pas pu exprimer un consensus fort, dans un sens ou dans un autre, la position belge est le fruit de notre processus de coordination interne qu'il convient également de respecter. Par ailleurs, permettez-moi de souligner qu'une abstention ne constitue pas une approbation tacite de l'accord.

J'aimerais encore répondre à vos deux questions concernant les garanties pour les agriculteurs. Je souhaite d'abord dire à nos agriculteurs que nous sommes bien conscients de leurs difficultés et que nous poursuivrons, en collaboration avec les ministres de l'Agriculture, nos efforts pour améliorer leurs conditions de travail et la soutenabilité de leurs exploitations au sein des différentes filières du Conseil.

Tijdens de bijeenkomst van de landbouwministers op 7 januari kondigde de Commissie aan dat twee derde van het budget voor de tussentijdse herziening van het Meerjarig Financieel Kader vervroegd wordt vrijgemaakt, wat neerkomt op een verhoging van 45 miljard euro. In de verordening betreffende het vrijwaringsmechanisme zijn de drempels voor onderzoeken naar gevoelige producten van 10 % naar 5 % gedaald.

Voorts heeft de Commissie voor dezelfde verordening een verklaring aangenomen over de versterking van de controles op normen in de EU en in derde landen, een bevestiging van de toezeggingen in de communicatie over de visie voor de toekomst van de landbouw, met name op het gebied van pesticiden- en dierenwelzijn en de mogelijkheid om 10-cijferige douanecodes te creëren om bepaalde specifieke gevoelige bijproducten te volgen, zoals specifieke stukken rundsvlees.

C'est dans cette même démarche que nous avons voulu influencer l'accord pour le rendre le plus équilibré possible. Nous importons déjà des produits agricoles du Mercosur et nous continuerons à le faire, avec ou sans cet accord. Donc, en lui-même, celui-ci ne crée pas les problèmes. En revanche, il convient de nous assurer qu'il ne les aggravera pas. À ce titre, l'accord ne réduit pas les tarifs à 0 % pour l'ensemble des produits agricoles. Pour les produits sensibles tels que le bœuf, la volaille, le sucre, il prévoit des quotas progressifs et des sauvegardes bilatérales pouvant suspendre la libéralisation. Une nouvelle sauvegarde peut être ensuite réimposée sur le même produit après une période minimale correspondant à la moitié de la durée totale de la sauvegarde appliquée. Un règlement européen devra permettre de clarifier l'opérationnalisation de ces sauvegardes dans l'Union européenne.

Enfin, les normes SPS restent inchangées. La Commission s'engage à renforcer les contrôles. L'accord devra également protéger des indications géographiques européennes et belges et représenter des opportunités pour certaines filières agroalimentaires belges telles que la bière, les produits chocolatés, les pommes de terre surgelées ou les fromages et produits laitiers.

Encore une fois, j'entends les difficultés énormes auxquelles se heurtent les agriculteurs. Je ne prétends pas que les mesures de sauvegarde que je viens de vous énumérer et qui ne sont, du reste, pas exhaustives apporteront des solutions miracles à tous leurs problèmes. Toutefois, j'ose espérer qu'elles pourront au moins témoigner du travail accompli pour rendre cet accord le plus équilibré possible et tenter d'apaiser quelque peu leurs inquiétudes. Bien évidemment, chacun en jugera.

Mijnheer Di Nunzio, wat de politieke verdeeldheid en het algemeen economisch belang betreft, herhaal ik nogmaals dat het Belgische standpunt moet worden geformaliseerd door een besluit, gevalideerd tijdens een vergadering met alle bevoegde kabinetten van de federale en gefedereerde entiteiten. Indien er geen consensus wordt bereikt, onthoudt België zich bij de stemming. Die procedure wordt ook gevolgd bij de volgende stappen van het Mercosurakkoord. De afgelopen maanden vonden meerdere overlegmomenten plaats over het akkoord, zowel met sectororganisaties als met de Europese Commissie.

Een handelsakkoord brengt onvermijdelijk zowel winnaars als verliezers met zich mee. Ik erken de economische voordelen die het Mercosur-akkoord zal brengen, met name een verbeterde marktoegang voor de Belgische industrie en een tariefliberalisering. Daar staat tegenover dat de landbouwsector het grootste deel van de lasten draagt. Ondanks bijkomende garanties die onlangs zijn toegekend, blijven die onvoldoende om de huidige druk op de landbouwsector wezenlijk te verlichten.

Het komt mij niet toe om een oordeel te vellen over het al dan niet innemen van een standpunt door een gewest. Wat uiteindelijk telt, is de finale conclusie die wij vaststellen op het DGE-overleg.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, zoals u weet zijn we het over dit punt niet helemaal eens. Ik vind dat er wel goed onderhandeld is met de landbouwers. Er zijn extra schotten inzake de quota ingevoerd. Er zijn budgetten naar voren geschoven. Er zijn bijkomende garanties inzake voedselveiligheid afgesproken. In Europa zie ik dat een aantal landbouwers de blokkades daadwerkelijk heeft opgegeven. Ze erkennen dat er goede stappen vooruit zijn gezet.

We moeten onder ogen zien dat de geopolitieke situatie een impact heeft op onze economie. We hebben het daarnet uitgebreid gehad over economische strategische autonomie en over het sterke Europa dat we willen zijn, ook op economisch vlak. Daartoe hebben we partners en afzetmarkten nodig. U erkent dat zelf ook. Economisch gezien zal dat akkoord een stap vooruit betekenen voor onze bedrijven, die echt wel een beetje zuurstof nodig hebben.

Ik ben dus verheugd dat er een akkoord is gesloten op 9 januari. Ik heb er vertrouwen in dat de rechtsgeldigheid zal worden onderzocht en op een correcte manier zal worden beoordeeld, zodat we vooruit kunnen met de discussie, een debat dat al twintig tot vijfentwintig jaar worden gevoerd.

Gaan we effectief naar dat grote handelsblok dat we zo broodnodig hebben? Ik herhaal het nog eens: voor de farma-industrie gaat het van 18 % naar 0 %, en dat op een moment waarop we voor grote uitdagingen staan wegens de heffingen die de Verenigde Staten hebben opgelegd. We kunnen daar dus erg sterk uit komen.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kan me inhoudelijk uiteraard in belangrijke mate aansluiten bij de opmerkingen van de collega van N-VA. Ik was in het begin hoopvol, want het viel me op dat u redelijk uitvoerig de garanties voor de landbouw hebt opgesomd die ingebouwd zijn in het akkoord, zowel wat de toegang tot onze markten als wat de kwaliteitscontroles betreft. Ik meende dat u, minstens op persoonlijke titel, aan het shiften was ten opzichte van uw eigen partij. Op het einde hebt u letterlijk gesteld dat u de garanties voor de landbouw eigenlijk onvoldoende vindt, wat toch een ander standpunt is dan dat van onze premier en van een aantal andere partners binnen uw regering. Ik ben op zich niet de grootste tafelspringer of wil niet met zware aanvallen aan politique politicienne doen, maar ik moet zeggen dat ik het ongelooflijk betreur dat de arizonaregering, die zichzelf in de markt heeft gezet als pro hervormingen, pro ondernemen, en pro bedrijfsleven, er niet in slaagt om eensgezindheid te vinden en elkaar ervan te overtuigen dat de garanties afdoende zijn. Ik betreur dat zeer erg, temeer omdat u als minister van Buitenlandse Zaken ons in het buitenland als exportland in de markt moet zetten. U moet verdedigen dat we staan voor een open economie en voor sterke handelsakkoorden. Ik vind het ongelooflijk jammer, een doodzonde, dat u en uw partij dat niet mee kunnen verdedigen, net zoals ik dat een doodzonde vind op Vlaams niveau, waar één partij, met name cd&v, ervoor gezorgd heeft dat zelfs Vlaanderen er niet in slaagt om voorstander te zijn, terwijl dat een no-brainer zou moeten zijn. Waar in het verleden andere eerste ministers wellicht de volle laag gekregen zouden hebben omdat het goedkeuren van een zo gunstig akkoord voor onze regio niet lukt, blijkt dat nu niet het geval te zijn. Maar goed, passons . We stellen vast dat er geen eensgezindheid is en we gaan over tot het volgende dossier. Het feit dat de eerste minister de interpellatie morgen niet zal beantwoorden maar ze naar u doorschuift in deze commissievergadering, en dat hij niet wil assumeren dat hij als leider van de ploeg er niet in slaagt om duidelijk voor onze welvaart te kiezen, zegt mij meer dan genoeg. U hebt ook geantwoord – op persoonlijke titel, neem ik aan, want het is duidelijk geen standpunt van de regering – dat er winnaars en verliezers zijn bij akkoorden. U gaf aan dat er in dit akkoord voldoende grendels zijn ingebouwd. In zo’n debat bestaat steeds het risico, zoals ik al ben tegengekomen, dat wie voor het akkoord pleit, ongenuanceerd wordt weggezet als tegenstander van de landbouw. Natuurlijk is niets minder waar. U hebt zelf ook aangestipt dat veel sectoren van het akkoord zullen profiteren en naar die landen zullen kunnen exporteren, niet het minst onze fruittelers, die geen toegang meer hebben tot de Russische markt, maar die nu wel naar de Mercosur-landen kunnen exporteren. Als het feit dat er potentieel enkele verliezers zouden kunnen zijn, men weet het nooit, als een aantal bedrijven in moeilijkheden zou komen, wat ik betwijfel, als dat een reden is om geen handelsakkoorden af te sluiten, dan wordt het mijns inziens zeer moeilijk. Immers, zoals ik eerder al in de commissie voor Buitenlandse Zaken zei, mochten wij vandaag van nul moeten beginnen en een nieuwe Europese Unie moeten vormen, dan zouden we met de reflexen die nu naar voren worden geschoven en met de verklaringen dat de inhoud van zo’n akkoord onvoldoende is, geen Europese Unie kunnen vormen. Ook in het verleden, bij de uitbreiding van de Unie met landen zoals Polen en bij de vorming van de Unie, is de macht steeds enigszins verschoven en moest opgevolgd worden hoe dat zich voltrok, zodat er geen drama’s gebeurden. Als wij niets doen, niet bewegen en geen akkoorden sluiten, uit vrees dat bepaalde sectoren meer onder druk zouden kunnen komen, dan kan iedereen beter op zijn eiland blijven, binnen zijn eigen land, en moet er niet meer samengewerkt worden. Ik ben het daar persoonlijk niet mee eens en ik ben er ook grondig tegen. Ik betreur in die zin dat er geen eensgezindheid is. Laten wij echter op Europees vlak niet verder blokkeren, maar laten wij het akkoord gebruiken en goed uitvoeren, zodat er van die quota en van die kwaliteitscontroles effectief werk wordt gemaakt, zodat onze landbouwers die het wel nodig hebben, goed worden beschermd. Moties Motions De voorzitster : Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Sandro Di Nunzio en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van de heer Sandro Di Nunzio en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, vraagt de regering - om zich actief te positioneren bij de implementatie van dit akkoord, zodat het wegvallen van tarieven en openstellen van de Mercosur-markt meteen impact heeft voor onze bedrijven en havens; - om bij de Vlaamse regering de gevolgen van het ontbreken van een duidelijk standpunt over Mercosur aan te kaarten; - om, gezien de blamage voor België dat zich als enige land heeft onthouden bij de stemming, in de toekomst voor jobs en investeringen te kiezen en onvoorwaardelijk volgende vrijhandelsakkoorden tussen de EU en derde landen goed te keuren (cf. de lopende onderhandelingen met lndia). " Une motion de recommandation a été déposée par M. Sandro Di Nunzio et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de M. Sandro Di Nunzio et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, demande au gouvernement - de se positionner activement lors de la mise en œuvre de cet accord pour que l'abandon des droits de douane et l'ouverture du marché du Mercosur aient un effet immédiat pour nos entreprises et nos ports; - d'évoquer les conséquences de l'absence de position claire sur le Mercosur avec le gouvernement flamand; - compte tenu de la honte subie par la Belgique, qui a été le seul pays à s'abstenir lors du vote, d'opter à l'avenir pour l'emploi et les investissements et d'approuver inconditionnellement les prochains accords de libre-échange entre l'UE et des pays tiers (cf. les négociations en cours avec l'Inde). " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Michel De Maegd. Une motion pure et simple a été déposée par M. Michel De Maegd . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De staatsgrepen in West-Afrika
De situatie in Benin
De couppoging in Benin
De verijdelde staatsgreep in Benin
Politieke instabiliteit en couppogingen in Benin en West-Afrika

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat België de mislukte staatsgreep in Benin (7 december 2024) snel veroordeelde en de democratische stabiliteit benadrukte, terwijl hij contact hield met de Beninse regering en ECOWAS om verdere steun te coördineren. Hij waarschuwt voor spill-over van Sahel-instabiliteit (jihadisme, georganiseerde misdaad) naar kustlanden zoals Benin, maar relativeert met recente democratische successen in Senegal, Ivoorkust en Ghana; België blijft inzetten op veiligheidssamenwerking, ontwikkeling (o.a. via Global Gateway) en diplomatieke dialoog, met een herziening van de Sahel-strategie in 2026 en versterkte coördinatie met de EU. Kritische punten: Depoorter en Lambrecht vrezen aanhoudende dreigingen door vluchtende putschisten, terrorisme en politieke repressie (arrestaties oppositie), en vragen om verhoogde waakzaamheid voor Belgische diplomaten en ontwikkelingswerkers. Kompany prijst de militaire en economische samenwerking (bv. haven Cotonou-Antwerpen) als model voor stabiliteit, terwijl Lambrecht de EU-strategie bekritiseert als ontoereikend en pleit voor meerdimensionale aanpak (inclusief Rusland’s invloed, maritieme veiligheid). Prévot benadrukt dat België’s betrokkenheid onverminderd blijft, met focus op lokaal eigenaarschap, ECOWAS-samenwerking en preventie van antidemocratische krachten.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Benin wordt de laatste maanden geconfronteerd met toenemende veiligheidsuitdagingen in het noorden van het land, onder meer door de spill-over van jihadistisch geweld uit de Sahelregio. Deze evolutie heeft gevolgen voor de stabiliteit van het land, de veiligheid van de burgerbevolking en de bredere regionale veiligheid. Tegelijk blijft Benin voor België en de Europese Unie een belangrijke partner in West-Afrika op het vlak van ontwikkeling, goed bestuur en veiligheidssamenwerking.

Graag verneem ik het volgende van u:

Kunt u toelichten hoe België de huidige veiligheids- en politieke situatie in Benin beoordeelt, en welke maatregelen worden genomen om de veiligheid en bescherming van onze diplomaten en het Belgisch personeel ter plaatse te waarborgen?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, le dimanche 7 décembre dernier une tentative de coup d'Etat a eu lieu au Bénin. Heureusement cette tentative a échoué. La grande majorité de l'armée est restée fidèle au Président Patrice Talon. La Cédéao est également rapidement intervenue et des forces nigériennes ont pu venir en soutien aux forces "loyalistes". De même, la France a pu apporter son soutien. Ceci a permis de rapidement rétablir le calme et de reprendre le contrôle de la situation.

On peut considérer ces réactions comme une réussite après les coups d'Etat réussis au Mali, au Burkina Faso, au Niger et en Guinée-Bissau. Certes, chacun de ces évènements est dépendant de la situation locale mais ils ont eu plusieurs conséquences négatives comme notamment l'extension du contrôle territorial exercé par les forces islamistes et l'alignement de ces Etats sur la Russie.

Le Bénin est un pays avec lequel la Belgique coopère beaucoup vu qu'il s'agit d'un des Etats prioritaires pour notre coopération. Nous avons également une excellente coopération militaire.

Monsieur le ministre, vous avez rapidement et fermement condamné les actions du groupe de militaires qui visaient à prendre le pouvoir. Et vous avez mis l'accent sur la nécessité de respecter le processus démocratique à l'approche des élections qui doivent avoir lieu en 2026. Je vous soutiens dans cette démarche.

J'ai néanmoins un certain nombre de questions:

Avez-vous eu des contacts avec le autorités béninoises depuis les événements du 7 décembre?

Une coopération intervient-elle avec la Cédéao pour soutenir politiquement les processus démocratique dans la région?

Depuis le 7 décembre, un certain nombre de membres de l'opposition ont été arrêtés dans le cadre de l'enquête. Certains ont sans doute soutenu le coup d'Etat. Mais il y a des craintes que le gouvernement actuel cherche à profiter de la tentative de coup d'Etat pour museler une partie de l'opposition. Avez-vous des informations sur les dirigeants arrêtés?

Annick Lambrecht:

Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Sinds enkele jaren staat een deel van West-Afrika en de Sahel bekend als de ‘coup belt’. Benin, een van de stabielere democratieën van het Afrikaanse continent, slaagde er begin december in een poging tot staatsgreep te verijdelen. Benin is één van de armste landen van de wereld. Tegelijk is het een ‘ontwikkelingskampioen’: het is bijzonder goed in het omzetten van middelen in effectieve sociale en economische ontwikkeling. Dat ook dit land gevaar loopt voor staatsgrepen, moet ons ernstige zorgen baren.

Minister, ik heb volgende vragen:

1. Maakt u zich zorgen over de ‘coup belt’? Is dit het einde van een golf democratisering in West-Afrika? Moeten we hier als Europa en België van wakker liggen? Welke effecten kan dit op ons hebben?

2. Bent u het met mij eens dat Benin en de hele regio bij de kwetsbaarste landen van de wereld behoren, en daarom binnen het profiel van de Belgische ontwikkelingssamenwerking passen?

3. Schiet de strategie van de EU voor West-Afrika op dit moment tekort? Doet de EU wat het kan om bij te dragen aan ontwikkeling en welvaart? Welke bijsturingen zijn volgens u nodig?

4. Wat kan de EU doen om bij te dragen aan binnenlandse veiligheid in fragiele staten, met name ter bescherming tegen antidemocratische krachten, zoals in West-Afrika? Werken de mechanismes die hier op dit moment voor bestaan voldoende volgens u?

5. Wat zijn voor het Belgische buitenlandbeleid de prioriteiten in West-Afrika,zeker in het licht van deze laatste ontwikkeling?

Maxime Prévot:

Beste Kamerleden, ik heb de ontwikkelingen in Guinée-Bissau en Benin van zeer nabij gevolgd. Ik heb deze gebeurtenissen snel veroordeeld. Hoewel beide situaties bepaalde gelijkenissen vertonen, zijn ze ook sterk verschillend.

In Guinée-Bissau heeft de staatsgreep abrupt een einde aan het verkiezingsproces gemaakt. De telling van de stemmen voor de presidentsverkiezingen was net begonnen, onder normale omstandigheden, toen militairen besloten om het democratische proces te onderbreken. President Embalo, wiens vermeende rol in deze gebeurtenissen vragen oproept, is het land ontvlucht, terwijl Domingos Simoes Pereira, leider van de belangrijkste oppositiepartij, en andere prominente figuren zijn gearresteerd.

Daarom hebben de EU, the Economic Community of West African States en de Afrikaanse Unie opgeroepen tot het herstel van de constitutionele orde, de hervatting van het verkiezingsproces, de vrijlating van willekeurig vastgehouden personen en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden. De junta verzekert dat de overgang niet langer dan een jaar zal duren, maar het is essentieel dat de internationale gemeenschap de druk blijft handhaven.

Voorzitter: Kathleen Depoorter.

Président: Kathleen Depoorter.

Quant à la tentative de coup d'État au Bénin, elle souligne pour sa part, à nouveau, que même dans les situations en apparence stables, il y a toujours un risque que certaines fragilités soient instrumentalisées par des forces opposées. La pression sécuritaire sur le nord du pays, les victimes faites par les opérations dans la zone et les conditions socioéconomiques locales sont des éléments parmi d'autres qui sont instrumentalisés pour alimenter le mécontentement dans une petite frange de l'armée béninoise. Les réformes constitutionnelles récentes et le climat préélectoral ont aussi été utilisés comme prétexte par les auteurs de cette tentative de coup d'État, mais il reste à voir si cela a vraiment joué un rôle dans le déclenchement du coup de force. Il est clair néanmoins que la meilleure réponse à ces événements est toujours à chercher dans le dialogue.

Je peux en tout cas confirmer que le matin même de cette tentative de coup d'État, j'ai eu des échanges avec mon homologue béninois pour lui faire part de notre solidarité et de notre soutien. L'ampleur de ces événements a été finalement fort limitée et les autorités ont pu reprendre le contrôle total de la situation en moins de 24 heures. La réaction rapide de la Communauté économique des États de l'Afrique de l'Ouest et de certains pays de la région a également joué un rôle. Une série de putschistes ont pu s'échapper et sont toujours en fuite.

Il demeure qu'une analyse plus approfondie des événements doit encore être faite pour tirer les leçons et en connaître les éventuelles ramifications intérieures, voire au-delà. Quelques membres de l'opposition ont été arrêtés, dont l'un a été entretemps libéré, tout en restant placé sous contrôle judiciaire, le 15 décembre.

Notre ambassade à Cotonou suit ces développements de près. J'avais d'ailleurs moi-même abordé la situation politique au Bénin lors de mon entretien avec le ministre des Affaires étrangères, M. Bakari, lorsque je l'ai vu en marge du sommet Union africaine-Union européenne à Luanda.

Ik wil toch enkele nuances aanbrengen over het risico van toenemende instabiliteit in de kustregio. Uiteraard weegt de impact van de instabiliteit in de Sahel zwaar en de gebeurtenissen in Benin en Guinee-Bissau zijn verontrustend, maar dat moet worden afgewogen tegen de recente verkiezingsprocessen in Senegal, Ivoorkust en Ghana, die goed zijn verlopen.

Het is dus belangrijk om nauw samen te blijven werken met deze stabiele staten en met ECOWAS (Economic Community of West African States) om de democratie te beschermen en bij te dragen aan het indammen van onveiligheid en terrorisme. Elke besmetting van de instabiliteit in de Sahel naar de kust zou immers een nieuwe voedingsbodem vormen voor terroristische netwerken en georganiseerde misdaad. Men mag niet vergeten dat 40 % van het maritieme verkeer naar Europa langs de West-Afrikaanse kusten passeert.

Ceci démontre donc toute la pertinence de l’engagement continu de la Belgique en Afrique de l’Ouest et au Sahel. Il n’est absolument pas question de désinvestissement, comme cela a pu être prétendu dans la question initiale de Mme Mutyebele. Nous avons la volonté de rester présents, avec toute la panoplie de nos instruments, y compris au Bénin. Je suis d’ailleurs en contact étroit avec le ministre M. Francken, puisque notre Défense a développé une coopération solide avec le Bénin. Nos deux départements se coordonnent aussi régulièrement via plusieurs mécanismes, dont la réunion interdépartementale Sahel, qui se tient à intervalles réguliers.

De Europese Unie levert inspanningen om met de getroffen landen in West-Afrika samen te werken en hen te ondersteunen op de wijze en in de mate waarin zij dat zelf wensen. De steun van de EU is echter geen tovermiddel dat ontwikkeling en welvaart als vanzelf tevoorschijn tovert. Investeringen zoals die welke vandaag in het kader van Global Gateway op stapel staan, kunnen een sterke stimulans vormen voor de economische ontwikkeling.

Misschien kan er, veeleer dan in termen van geopolitieke concurrentie, meer multilateraal en multidimensionaal worden nagedacht en samengewerkt met andere wereldspelers, met het oog op synergie en gezamenlijk gedragen doelstellingen voor de regio en daarbuiten. Ook moet de politieke breuk tussen ECOWAS en de Sahelconferentie meer diplomatieke aandacht krijgen, zodat er naast de onvermijdelijke divergentie opnieuw in convergerende zin kan worden gepraat..

Il est évidemment souhaitable de concentrer nos actions pour qu’elles soient plus efficaces. C’est dans cette perspective qu’un exercice pour réévaluer la stratégie intégrée de la Belgique pour le Sahel sera lancé cette année 2026, comme mentionné dans l’accord de gouvernement.

Depuis l’adoption de cette stratégie en 2023, le contexte régional a en effet encore évolué et il faut donc l’adapter aux réalités actuelles, renforcer notre cohérence opérationnelle et surtout garantir l’alignement de notre action diplomatique avec nos intérêts nationaux et les priorités européennes. Par ailleurs, depuis un an, notre envoyée spéciale pour le Sahel, l’ambassadrice de Cartier, s'est rendue dans chacun des pays de la région pour mieux adapter notre approche, partager nos préoccupations et, surtout, maintenir le dialogue politique.

Je souhaite également me rendre en mission au Sahel au premier semestre de cette année pour appuyer la mise en œuvre de l’approche renouvelée de l’Union européenne pour la région, ce que nous avons appelé de nos vœux depuis longtemps. Ce document définit clairement nos intérêts et nous permettra de travailler sur cette base avec les gouvernements concernés. J’ai d’ailleurs eu une excellente rencontre, il y a quelques semaines, avec le représentant spécial de l’Union européenne pour le Sahel, João Cravinho, pour en parler. Je compte me rendre également en 2026 dans plusieurs pays côtiers d’Afrique de l’Ouest pour y renforcer nos partenariats.

De veiligheid van ons personeel ter plaatse is nooit in het gedrang geweest.

Tijdens de gebeurtenissen vonden intensieve contacten plaats tussen de ambassade en ons departement. In samenspraak met de andere componenten van Team Belgium in Cotonou, waaronder de defensieattaché en Enabel, heeft de ambassade zeer adequaat gereageerd en haar crisisplan snel kunnen uitvoeren. De jongste jaren werden stelselmatig investeringen gedaan om de beveiliging van ons ambassadegebouw en ons personeel te verbeteren.

De samenwerking met de delegatie van de EU en met andere ambassades in Cotonou verloopt ook op het vlak van de veiligheid van het expatpersoneel uitstekend.

Kathleen Depoorter:

Het is goed dat er geen acuut gevaar is geweest voor onze landgenoten in Benin.

Het heeft inderdaad niet lang geduurd, maar we moeten alert blijven. Zoals u zegt, moet de veiligheid gegarandeerd zijn voor mensen die werken voor onze ontwikkelingsmaatschappij, die diplomatiek actief zijn en actief op defensievlak in West-Afrika. Er is niet alleen het politieke gevaar, maar ook een vrij grote lokale criminaliteit. Er is ook de terroristische dreiging, waardoor het op bepaalde vlakken echt uitdagend is. Daar moeten we alert voor zijn.

Ik ben het ook met u eens dat samenwerking in Afrika essentieel is. Het voorbeeld dat u gaf, ECOWAS en de Sahel, toont aan dat ook daar moet worden gestreefd naar een goed en coherent Afrikaans diplomatiek beleid, zodat de veiligheid er geoptimaliseerd kan worden.

Wat mij wel zorgen blijft baren, is dat u zegt dat de putschisten nog altijd op de vlucht zijn. We weten met z’n allen dat het gevaar niet geweken is zolang er nog terroristische organisaties in de regio aanwezig zijn.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, si j'ai une remarque à émettre, c'est pour constater que cet É tat, le Bénin, fait partie de vos préoccupations en matière de développement en Afrique. Aussi, notre armée multiplie des actions de progrès pour soutenir l'armée béninoise.

Vous avez parlé de la nécessité de garantir les intérêts. Vous partagez ce souci-là, dans la mesure où vous avez cité le port de Cotonou, lequel coopère avec celui d'Anvers qui lui apporte la technicité. C'est ce que nous voulons savoir de notre pays au regard de l'exportation, oserais-je dire, du vivre-ensemble. Il s'agit surtout d'offrir à ces pays une marge de progression technologique intéressante, à l'instar de ce qui se passe entre Cotonou er Anvers. Je vous remercie.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, we moeten inderdaad zeer alert blijven voor staatsgrepen die soms sluipend komen. Als het niet veilig is in bijvoorbeeld Benin, zou het ook hier niet meer veilig kunnen zijn. Dat hangt allemaal samen. Ik ben zeer verheugd dat u zegt dat de dialoog blijft met de landen waar gevaar is voor staatsgrepen. Het is uiteraard goed dat het in Senegal, Ivoorkust en Ghana beter gaat, maar het gaat zeker in evenveel andere landen niet beter. We moeten dat echt heel goed onder de radar houden. Het gevaar is dat we daarover te weinig praten, omdat we te veel bezig zijn over andere landen, die natuurlijk even belangrijk zijn. We hebben vandaag veel over Iran, Oekraïne en Venezuela gepraat, maar in de Sahel rijzen toch ook wel een aantal zware problemen. Daarom is het belangrijk dat u zegt dat het engagement van België er is om daarin te blijven investeren, om dat niet langs de kant te leggen, om daar aanwezig te blijven en de oefening in 2026 te maken over hoe we via diplomatie de beste nationale belangen in overeenstemming kunnen brengen met de Europese belangen, maar ook met de belangen van de landen daar.

De evacuatie van de Belgen en rechthebbenden uit Gaza

Gesteld door

lijst: PS Khalil Aouasti

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Khalil Aouasti vraagt om opheldering over de afgeronde evacuatielijst van 500 Belgen/gerechtigden uit Gaza (waaronder 62 recente gevallen) en dringt aan op een nieuwe lijst voor personen met goedgekeurde gezinshereniging, wijzend op lopende gerechtelijke procedures en de urgentie voor transparantie over criteria en timing. Minister Maxime Prévot bevestigt dat de oorspronkelijke lijst (500 personen, voornamelijk echtgenoten/kinderen van erkende vluchtelingen) afgehandeld is (laatste vlucht op 16/12), maar erkent de noodzaak van een structurele, snelle oplossing voor nieuwe gerechtigden, zonder concrete plannen te noemen – alle opties liggen open, afhankelijk van terreinanalyse en regeringsoordeel. Aouasti kritiseert het gebrek aan duidelijkheid over operationele hindernissen (bv. Israëlische/Jordaanse belemmeringen), benadrukt dat wettelijk gerechtigden (geen "gunsten") onmiddellijke actie verdienen, en eist transparantie naar families toe, terwijl Prévot de complexiteit onderstreept maar belooft prioriteit te houden aan verdere evacuaties. Beide benadrukken de humanitaire crisis, maar Aouasti betwist de vaagheid van Prévots antwoord als ontoereikend voor de acute nood van betrokkenen.

Khalil Aouasti:

Monsieur le ministre, la question que je vous ai posée concernant l'évacuation des Belges et des ayants droit à Gaza date effectivement déjà de quelques jours, voire de quelques semaines, et je suis conscient que la situation évolue très rapidement.

Sauf erreur de ma part, au moment du dépôt de ma question, il restait encore 62 personnes sur la liste en cours d'évacuation. Il me semble que cette liste a depuis lors été épuisée. C'est d'ailleurs l'un des éléments sur lesquels je souhaiterais vous entendre.

La question porte également sur l'éventualité de l'établissement d'une nouvelle liste, afin d'y inclure les personnes dont le regroupement familial a récemment été approuvé, mais qui ne figurent pas sur la liste actuelle. Je suis conscient que des procédures judiciaires sont en cours à ce sujet. Des plaidoiries ont d'ailleurs eu lieu la semaine dernière. Il me semble, à cet égard, que l'avocat de l'État belge a indiqué publiquement à l'audience que le ministre répondrait à une question parlementaire et qu'il invitait éventuellement le juge à prendre connaissance de la réponse que vous allez me fournir. Quelle influence!

Pour le surplus, je renvoie aux questions que je vous ai adressées.

Maxime Prévot:

Monsieur le député, je me permettrai de vous apporter des éléments de réponse, ainsi qu'à plusieurs personnes qui nous suivent manifestement très attentivement. Merci pour vos questions relatives aux évacuations de Gaza, qui m'offrent l'occasion de présenter un état des lieux dans un dossier qui me tient fort à cœur.

Comme je l'ai précisé dans une réponse apportée à votre collègue Christophe Lacroix voici quelques mois, le gouvernement a décidé en mai 2025 de poursuivre les évacuations commencées sous le précédent gouvernement. Une liste d'environ 500 personnes a été établie sur la base des catégories fixées par la Vivaldi. Pour la plus grande partie, elle comprenait des conjoints légaux ou enfants mineurs de réfugiés reconnus, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique. Les efforts d'évacuation étaient uniquement concentrés sur ce groupe.

Je puis vous confirmer que le gouvernement a honoré son engagement à évacuer les personnes reprises sur cette liste, à quelques exceptions près, et ceci malgré les nombreuses difficultés auxquelles mes services étaient confrontés dans l'organisation de ces opérations sur le terrain dans un contexte que je n'ai pas besoin de vous décrire, mais vous pouvez imaginer la difficulté à mettre en œuvre ces opérations. Le 16 décembre dernier, un vol avec les derniers 53 ayants droit de cette liste de 500 a atterri à l'aéroport d'Ostende. Je tiens à remercier tous les services qui ont contribué à ces évacuations.

Cependant, la situation à Gaza reste extrêmement préoccupante. Nous sommes bien conscients que, malgré la cessation de la plupart des hostilités, les habitants continuent de vivre dans des conditions déplorables.

La Belgique ne peut évidemment pas rester indifférente à cette situation.

Nous sommes également conscients qu'un grand nombre de personnes se trouvent encore à Gaza. Un grand nombre de ces personnes ont pu recevoir l'approbation de l'Office des étrangers pour l'octroi d'un visa ou titre de séjour en Belgique. Je répète qu'il est toujours une priorité pour moi de favoriser la sortie de Gaza à chaque fois que cela le requiert. Je veux maintenir cette priorité, pas simplement en continuant ce que nous avons fait auparavant, mais sur la base d'une analyse détaillée de ce qui a évolué et évolue toujours sur le terrain et de ce que pourraient être nos moyens pour arriver à une solution plus structurelle, qui soit – comme vous l'évoquiez dans votre question – effective, équitable et rapide. Une telle solution reste urgente et les services du SPF Affaires étrangères travaillent d'arrache-pied à l'identification des différentes pistes possibles. Pour l'instant, aucune option n'est exclue.

Je ferai, le moment venu, part des différentes pistes que nous envisageons, dès qu'il y aura plus de clarté sur les options et surtout dès que le gouvernement aura eu l'occasion de se prononcer sur cette question.

Khalil Aouasti:

Je vous remercie, monsieur le ministre, et je tiens aussi à remercier à travers vous l'ensemble des services. Je pense en effet que le travail est devenu vraiment complexe depuis de nombreux mois, compte tenu de l'horreur de ce qui se passe là-bas. Je crois savoir aussi que les services se démultiplient en effet pour essayer d'évacuer toutes les personnes susceptibles d'être évacuées, en ce compris celles qui encourent un grand danger. Contrairement à votre réponse à la question précédente, vous vous êtes montré beaucoup plus vague – et je le comprends – sur la question des solutions opérationnelles, sur les difficultés que posent éventuellement les autorités israéliennes ou jordaniennes à ces évacuations, sur les conditions qui seraient imposées et sur la façon dont les familles peuvent être contactées et selon quels critères. Il est nécessaire de lever ces incertitudes le plus rapidement possible car effectivement, au-delà du groupe que vous avez évoqué au début de votre réponse, toute une série d'autres personnes, et notamment toute une série d'autres ayants droit, remplissent actuellement les conditions légales pour un tel rapatriement – je dis bien légales, ce ne sont pas des faveurs qu'elles demandent. On sait qu'il y a des difficultés, et que des solutions sont recherchées mais, à ce jour, pour celles et ceux qui vivent dans ces conditions et pour leurs familles qui vivent ici et qui connaissent les conditions dans lesquelles ils vivent, chaque jour est un jour de trop. Je ne doute pas de votre sincérité et de votre engagement à faire en sorte que les choses aillent au plus vite, mais j'insiste sur la nécessité de faire rapidement preuve de la plus grande transparence possible vis-à-vis de ces familles, de façon à ce qu'elles puissent savoir quand, comment et dans quelles conditions ces rapatriements pourront intervenir.

De overbrenging van buitenlandse gedetineerden

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

François De Smet bekritiseert dat coalitiepartners – met name een partij die 26 jaar onafgebroken aan de macht is – populistisch de hoge aandeel buitenlandse gedetineerden (40%) als simpele oplossing voor overbevolking presenteren, terwijl expulsie vaak onmogelijk is (o.a. door preventieve hechtenis) en transfèrements al 20 jaar falen (gemiddeld slechts 60 per jaar). Hij vraagt concrete cijfers (2023-2024) over terugzendingen naar topnationaliteiten (Marokko, Albanië, Roemenië) en hoe Verlinden de weigering van herkomstlanden (o.a. door gebrek aan familiebanden) zal doorbreken via het protocollaire dwangmechanisme van 1997. Verlinden wijst voor gedetailleerde cijfers naar een schriftelijke vraag, maar meldt een recent akkoord met Marokko (3 transfèrements in 2024, doel: significante stijging) en benadrukt dat bilaterale afspraken (met o.a. Albanië, Congo) dwangtransfers toelaten, maar afhankelijk zijn van goedkeuring door de partnerlanden – waarvoor ze verwijst naar eerdere parlementaire antwoorden.

François De Smet:

Madame la ministre, j’entends régulièrement certains de vos partenaires de coalition, en particulier celui qui est présent au gouvernement fédéral sans discontinuer depuis 26 ans, se plaindre de la proportion importante d'étrangers parmi les détenus dans nos prisons.

Si cela correspond certes à une réalité statistique réelle, plus de 40 % des détenus n'étant pas belges, j'avoue ne pas aimer la petite musique qui accompagne en général ce constat et qui vise à suggérer qu’il suffirait d’expulser toutes ces personnes pour régler instantanément le problème de la surpopulation. Si c'était si simple, ce serait probablement fait depuis longtemps, d'autant plus que le parti qui s'en plaint le plus est celui qui est au pouvoir depuis le plus longtemps. Moi, je crois que ce n'est pas si simple et qu'il y a là une forme de populisme et de paresse intellectuelle qui élude le fait, d'une part, qu’il y a une grande partie d’étrangers en détention préventive (impossibles à expulser avant d'être jugés) et, d'autre part, que cela fait depuis 20 ans qu'on a un vrai problème de transfèrement des détenus condamnés. C’est sur ce point que je vous interroge.

Les données indiquent que le nombre moyen de transfèrements sortants n’a pas dépassé 60 par an entre 2013 et 2023. Le SPF Justice identifie l'accord systématique de l'État destinataire comme une "pierre d’achoppement" majeure, car la majorité des États refusent les transfèrements non volontaires, faute d'attaches familiales ou de garanties de réinsertion du détenu.

Madame la ministre, quels sont les chiffres précis pour les années 2023 et 2024 concernant les renvois effectifs de détenus condamnés vers les pays du "top 10" des nationalités représentées, notamment le Maroc, l'Albanie et la Roumanie? La balance des transfèrements est-elle toujours défavorable à la Belgique, avec un nombre de transfèrements entrants (de l'étranger vers la Belgique) supérieur aux transfèrements sortants, comme le soulignait la Cour des comptes? Quelles mesures concrètes comptez-vous prendre pour inciter les pays d'origine à accepter leurs ressortissants condamnés, en particulier via le protocole additionnel de 1997 qui permet théoriquement le transfert sans consentement pour les personnes devant être expulsées?

Annelies Verlinden:

Monsieur le député, je vous invite à formuler par écrit vos deux premières questions portant sur des données chiffrées, étant donné qu'il n'est pas possible de présenter oralement un tableau couvrant plusieurs pays et plusieurs années. En ce qui concerne votre question relative aux actions à venir visant à augmenter le nombre de transferts vers l'étranger, je peux vous dire qu'un accord a été conclu avec le Maroc et que notre ambition conjointe est d'augmenter le nombre de transferts. Ce lundi, j'ai eu une réunion constructive avec mon homologue marocain à ce sujet et un plan d'action a été signé pour concrétiser cette ambition. Il n'y a quasiment pas eu de transferts ces dernières années, mais je constate que nous avons pu réaliser trois transferts vers le Maroc au cours des derniers mois, le but étant d'augmenter ce nombre de façon significative dans les mois qui viennent. Je tiens à vous informer qu'une minorité d'États tiers a adhéré au protocole additionnel de 1997 et que des accords bilatéraux existent entre la Belgique et le Maroc, l'Albanie, la République démocratique du Congo et le Kosovo. Bien que ces accords bilatéraux avec ces quatre derniers pays prévoient la possibilité d'effectuer des transferts sans consentement, encore faut-il que les États concernés marquent leur accord avec ces transferts. Pour les autres mesures concrètes, je vous renvoie à ma réponse à la question orale n° 56011851C de Mme Dillen, que vous trouverez dans le compte rendu de la commission du 7 janvier 2025.

Het wegwerken van de beperkingen door luchtvaartmaatschappijen voor de terugkeer van gedetineerden

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 14 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Alexander Van Hoecke vraagt om opheldering over het plan om beperkingen van luchtvaartmaatschappijen op overbrengingen van gedetineerden door Justitie weg te werken, met een deadline van 15 december 2025, en of dit al besproken is in de taskforce overbevolking gevangenissen. Annelies Verlinden bevestigt dat het plan deel uitmaakt van de whole-of-governmentaanpak om terugkeer van gedetineerden zonder verblijfsrecht efficiënter te maken, maar stelt dat de uitvoering nog loopt en dat luchtvaartmaatschappijen nu nog terugvluchten beperken of politiebegeleiding bemoeilijken. Ze benadrukt dat overleg met deze maatschappijen essentieel is om het aantal overbrengingen te verhogen, met een aankomende vergadering om concrete stappen uit te werken.

Alexander Van Hoecke:

In de begrotingsnotificaties, die ik even heb doorgenomen, staat te lezen dat aan de minister van Mobiliteit wordt gevraagd om, in het kader van het whole-of-governmentprincipe uit het regeerakkoord en het actieplan 'Terugkeer van gedetineerden', een plan uit te werken met het oog op het zoveel mogelijk wegwerken van de beperkingen door luchtvaartmaatschappijen die een impact hebben op het aantal overbrengingen door Justitie. Dat zou zijn gebeurd in samenspraak met de minister van Justitie, met uzelf en met de minister van Asiel en Migratie. De opgegeven deadline hiervoor was 15 december 2025. Volgens de begrotingsnotificaties zou het plan ook worden besproken binnen de taskforce 'Overbevolking gevangenissen'. Ik heb daarover een aantal vragen.

Kan u een meer algemene toelichting geven bij deze passage en bij de inhoud van dat plan? Werd de deadline van 15 december volledig gehaald voor de finalisering van het plan? Is dat plan ondertussen ook al besproken binnen de taskforce overbevolking gevangenissen en wat leverde die bespreking concreet op?

Welke beperkingen, die een impact hebben op het aantal overbrengingen, zullen concreet worden weggewerkt met dat plan? Welk tijdschema werd daarvoor vooropgesteld en hoe zal dat in de praktijk worden uitgewerkt?

Welke beperkingen door luchtvaartmaatschappijen bestaan er vandaag nog steeds die niet onder de reikwijdte van dat plan vallen en hoe zal dit verder worden opgevolgd?

Annelies Verlinden:

Collega, de passage waar u naar verwijst kadert inderdaad binnen de whole-of-governmentbenadering uit het regeerakkoord en het actieplan 'Terugkeer'. Dat betekent dat alle betrokken partners structureel samenwerken om de terugkeer van personen zonder verblijfsrecht efficiënter te organiseren en om de overbrengingen te faciliteren. De contouren van het actieplan en de algemene doelstellingen liggen vast, terwijl de uitvoering continu wordt opgevolgd via overlegstructuren en bilaterale contacten tussen de betrokken administraties en beleidscellen. Waar nodig wordt steeds bijgestuurd. Samen met mijn collega, de minister van Asiel en Migratie, is het onze prioriteit om zoveel mogelijk gedetineerden zonder verblijfsrecht van het grondgebied te verwijderen en het aantal overbrengingen te verhogen. Het plan waar u naar verwijst kadert volledig binnen die doelstelling, aangezien ook de luchtvaartmaatschappijen daarbij een belangrijke rol spelen. Voor dat aspect is ook mijn collega, de minister van Mobiliteit, bevoegd. In de praktijk beperken sommige luchtvaartmaatschappijen immers het aantal terugvluchten per week of bemoeilijken zij het werk van de politie die belast is met de begeleiding van gedetineerden. Het doel is om met die luchtvaartmaatschappijen in overleg te gaan om het aantal terugkeerders, uitwijzingen van illegale gedetineerden en overbrengingen aanzienlijk te verhogen. Deze week staat nog een verdere vergadering gepland met de bevoegde beleidscellen en diensten, met het oog op het uitwerken van een concreet plan in dat kader.

De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
De dringende invoering van een importverbod
De importban voor goederen uit door Israël bezette gebieden
Importverbod op producten uit Israëlische bezettingsgebieden

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 13 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Els Van Hoof bekritiseert dat de regering-De Wever het Gaza-akkoord van 2 september 2023 (importban op goederen uit Israëlisch bezette gebieden) nog niet uitvoert, ondanks toezeggingen en urgente mensenrechtenschendingen, waaronder 120 nieuwe kolonistenboerderijen waarvan producten op de Belgische markt komen. Jan Jambon bevestigt dat zijn administratie de nodige juridische en douanetechnische elementen (oorsprongscontroles via EU-regels en postcodelijsten) heeft doorgegeven aan FOD Economie (bevoegd voor het KB), maar benadrukt dat EU-wetgeving nationale invoerbeperkingen verbiedt en samenwerking met Israël vereist is; Nederland heeft volgens hem eveneens vertraging. Van Hoof eist versnelling en herhaalt haar kritiek op Israëlisch geweld (o.a. huisvernielingen door kolonisten), verwijzend naar documentaires zoals No Other Land, maar schort haar eigen wetsvoorstel op nu het KB in voorbereiding is. Jambon wijst FOD Economie (Clarinval) aan als verantwoordelijke voor de verdere uitvoering.

Els Van Hoof:

Ik heb mijn vraag voor de kerstvakantie ingediend, maar ze blijft zeer actueel. De Standaard kopte deze week nog dat de regering-De Wever het Gaza-akkoord vergeet. Op 2 september vorig jaar heeft de regering een akkoord bereikt over een aantal belangrijke maatregelen met betrekking tot de oorlog in Gaza, waarvan men weet dat er in de door Israël bezette gebieden nog steeds wordt gesloopt. Volgens een van die maatregelen kregen de federale ministers van Economie en van Financiën de opdracht om samen met de minister van Buitenlandse Zaken een koninklijk besluit op te stellen dat voorziet in een nationale importban voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt zijn in de door Israël bezette gebieden door de bezettende macht. Tevens diende de nodige controle van de naleving van de importban te worden voorzien.

Er werden al enkele vragen over gesteld, ook aan u, mijnheer de minister, en u verwees inderdaad naar de complexiteit van de materie. Belangrijk is te weten dat ook andere landen, zoals Spanje, Ierland en Slovenië, met soortgelijke maatregelen bezig zijn. Minister Prévot zal morgen van mij ook een vraag krijgen, evenals minister Clarinval. Het is duidelijk dat de minister van Buitenlandse Zaken volgens het artikel in De Standaard zijn werk reeds heeft uitgevoerd.

Mijn vraag aan u is of u de nodige elementen hebt aangeleverd opdat minister Clarinval verder zou kunnen werken aan het koninklijk besluit? Kunt u een stand van zaken geven over de voorbereiding van de maatregel? Minister Prévot vermeldt dat de toepassing ervan niet eenvoudig is. Welke deelaspecten behoren daartoe? Is er voldoende wettelijke basis om de situatie te regelen? Staat u in contact met uw collega’s uit Ierland, Slovenië en Spanje, die eveneens een gelijkaardig voorstel uitwerken?

Voorzitter:

Op dit moment is er geen andere vraagsteller aanwezig. Mijnheer de minister, u hebt het woord.

Jan Jambon:

Het is een belangrijke materie. Daarom zal ik de vragen van de andere collega’s in hun geheel beantwoorden. Dat is een kwestie van beleefdheid, omdat zij de moeite hebben gedaan om deze vraag te stellen, maar niet de moeite hebben gedaan om aanwezig te zijn.

Conformément aux traités sur l'Union européenne, aucune législation nationale ne peut imposer d'interdiction en matière douanière. Par conséquent, il sera fait appel à la législation économique du SPF Économie.

Pour l'identification des marchandises, les contrôles se concentreront sur l'origine et l'expéditeur. L'Administration générale des Douanes et Accises, donc l'AGD&A, n'est pas compétente pour effectuer des contrôles sur le marché belge. Une fois que les marchandises ont été libérées dans un État membre faisant partie du territoire douanier de l'Union, elles sont considérées comme des marchandises de l'Union et peuvent circuler librement sur le plan douanier.

La réglementation contenue dans le Code des douanes de l'Union et dans l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël donnent à la douane la possibilité d'effectuer les contrôles nécessaires respectivement en matière d'origine non préférentielle et préférentielle, notamment sur la base de la liste des codes postaux publiée par la Commission européenne. En cas de doute fondé quant à l'origine préférentielle, une procédure de coopération administrative avec Israël peut être engagée. Le cas échéant, la douane peut soumettre l'affaire au SPF Économie afin de déterminer l'applicabilité de l'origine non préférentielle.

De regelgeving vervat in het douanewetboek van de Unie en in de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël, geeft de administratie van de douane de mogelijkheid om de nodige controles uit te voeren, respectievelijk inzake niet-preferentiële en preferentiële oorsprong, met name op basis van de door de Europese Commissie gepubliceerde lijst van postcodes.

In geval van gegronde twijfel over de preferentiële oorsprong kan een procedure van administratieve samenwerking met Israël worden opgestart. In voorkomend geval kan de douane de zaak voorleggen aan de FOD Economie om de toepasselijkheid van de niet-preferentiële oorsprong te bepalen.

Les modalités spécifiques font l'objet de consultations, qui sont en cours avec le SPF Économie. La disposition relative aux sanctions sera déterminée par la base légale sur laquelle s'appuie l'arrêté royal. Comme indiqué, la douane collabore avec le SPF Économie, y compris en ce qui concerne la mise en œuvre. Le SPF Économie prépare actuellement le projet d'arrêté royal. Le processus d'adoption sera mené à bien dans les plus brefs délais.

Mijn administratie heeft ook de Nederlandse collega’s bevraagd. Uit hun antwoord blijkt dat het verbod daar nog niet is geïmplementeerd, aangezien de wetgeving zich nog in de opmaakfase bevindt bij de respectieve bevoegde autoriteiten. Het dossier geniet de vereiste aandacht en de regering zal hierover op het gepaste tijdstip communiceren.

Mevrouw Van Hoof, het is dus de FOD Economie die in dit dossier de pen vasthoudt, met dien verstande dat zij alle relevante informatie van ons heeft ontvangen.

Els Van Hoof:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het is duidelijk dat u uw werkzaamheden ter zake hebt afgerond, zoals ook de minister van Buitenlandse Zaken heeft meegedeeld. We vragen dan ook aan de minister van Economie om snel werk te maken van het koninklijk besluit. We zullen hem daarover opnieuw bevragen, zodat er geen enkele twijfel bestaat dat het akkoord van 2 september zal worden uitgevoerd door de Belgische regering.

De reden daarvoor is duidelijk: het geweld van de Israëlische kolonisten blijft aanhouden. De situatie is nog nooit zo ernstig geweest als sinds 7 oktober en ook sinds het staakt-het-vuren. Het is belangrijk te onderstrepen dat er zelfs economisch meer gebeurt dan voorheen. Er zijn 120 nieuwe boerderijen opgericht waarvan de producten effectief op onze markt terechtkomen.

Wie de documentaire No Other Land heeft gezien – naast andere interessante documentaires die op de VRT worden uitgezonden – kan vaststellen dat de werkelijkheid de verbeelding tart. Ze toont hoe men daar te werk gaat en hoe woningen met bulldozers worden vernield: men komt zich eenvoudigweg aanmelden met zwaar materieel en maakt de huizen met de grond gelijk.

Het is dan ook goed dat hier snel werk van wordt gemaakt. Ik zal de regering en ook uw collega’s hierover blijven bevragen, aangezien mijn wetsvoorstel nog steeds hangende is. Ik zal het evenwel niet agenderen, aangezien u bezig bent met het koninklijk besluit, waarvoor dank.

Voorzitter:

La question n° 56008773C de M. François De Smet tombe.

Het actieplan voor de terugkeer van gedetineerden

Gesteld door

lijst: VB Frank Troosters

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 13 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Frank Troosters vraagt minister Crucke om toelichting bij het plan om luchtvaartbeperkingen voor gedetineerden- en asielterugkeer (deadline 15/12/2025) weg te werken, inclusief kosten, timing en impact. Crucke wijst verantwoordelijkheid grotendeels af, verwijzend naar de ministers van Asiel en Justitie, en stelt dat concrete antwoorden pas na de eerste coördinatievergadering (eind januari) mogelijk zijn. Troosters bekritiseert dit scherp: ondanks de deadline is er nog geen voortgang, en hij concludeert dat "we eigenlijk nog nergens staan". Crucke bevestigt impliciet dat het dossier vertraagd en onduidelijk beheerd wordt.

Frank Troosters:

Ik verwijs naar de ingediende vraag.

Verwijzend naar de notificaties Begroting 2026-2029 die we recent mochten ontvangen werd de minister van Mobiliteit gevraagd om, in het kader van het Whole of Government principe in het regeerakkoord en het Actieplan Terugkeer Gedetineerden, in samenwerking met de minister van Asiel en Migratie en de minister van Justitie een plan uit te werken met het oog op het zoveel mogelijk wegwerken van de beperkingen door luchtvaartmaatschappijen die een impact hebben op het aantal

overbrengingen door Justitie en het aantal terugkeer door Asiel en migratie. Dit plan moest gefinaliseerd worden tegen 15/12/2025 en moest worden besproken binnen de Taskforce Overbevolking gevangenissen inzake de terugkeer van gedetineerden.

Kan de minister bovenvermeld plan toelichten? Wat is de stand van zaken? Welke zijn de bestaande beperkingen die nog dienen weggewerkt te worden? Welke maatregelen zijn er al genomen of zullen genomen worden om de bestaande beperkingen weg te werken? Wat zal de timing zijn? Wat zal de kostprijs zijn? Wie zal deze kosten dragen? Zal er een verdeelsleutel worden toegepast tussen de betrokken beleidsdepartementen? Welke zal dat zijn? Wat zal de invloed zijn op het aantal georganiseerde terugkeer, op korte (2026) en op lange (2026-2029) termijn?

Wat was de inhoud van de besprekingen binnen de Taskforce Overbevolking gevangenissen? Welke feedback ontving de minister van hen?

Jean-Luc Crucke:

In het kader van het principe whole of government , vastgelegd in het regeerakkoord, een van de actieplannen betreffende de justitiële overbrenging van gedetineerden, werd mij gevraagd om in samenwerking met de minister van Asiel en Migratie en de minister van Justitie een plan uit te werken om de door luchtvaartmaatschappijen opgelegde beperkingen zoveel mogelijk te verminderen. Die beperkingen hebben immers een rechtstreekse impact op zowel het aantal overbrengingen uitgevoerd door Justitie als op het aantal terugkeerders beheerd door Asiel en Migratie.

De belangrijkste bevoegdheid om vragen te beantwoorden over de inhoud, de voortgang, de te nemen maatregelen, de kalender, de kosten en de verwachte impact van dat plan ligt echter bij de minister van Asiel en Migratie. Bovendien is de eerste coördinatievergadering over het opstellen van dit plan gepland voor eind januari. Het is daarom nog te vroeg om concrete informatie te verstrekken over de bestaande beperkingen, de geplande maatregelen, de kosten daarvan, de verdeling over de betrokken departementen of de verwachte impact op het aantal terugkeerders, zowel op korte als op lange termijn. Aangezien zij niet vertegenwoordigd zijn in de taskforce overbevolking in de gevangenis, lijkt het gepaster dat vragen over de inhoud van de bespreking en de daarbinnen gegeven feedback rechtstreeks worden gericht aan de bevoegde minister, namelijk de minister van Justitie.

Frank Troosters:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben enigszins verbaasd over uw antwoorden. In de notificatie staat dat er naar u wordt gekeken om een gecoördineerde aanpak uit te werken, een plan op te stellen. Dat plan moest volgens de notificatie gefinaliseerd zijn tegen 15 december 2025. We zijn inmiddels bijna een maand verder en ik hoor dat we eigenlijk pas eind januari een eerste coördinerende vergadering zullen hebben. Er wordt verwezen naar andere beleidsdomeinen. Samengevat, we staan op dit moment eigenlijk nog nergens.

De integratie van bewakingscamera's

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 13 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Quintin bevestigt dat camerabeelden uit openbare ruimtes en kritieke infrastructuur (zoals NMBS en MIVB) efficiënter moeten worden gedeeld met politiediensten, mits strikte juridische waarborgen zoals traceerbaarheid en privacy. Hij kondigt een federale videoplatform-piloot aan om beelden (inclusief beperkte historiek) geïntegreerd en doelgericht toegankelijk te maken, en onderzoekt uitbreiding naar hulpdiensten en andere vervoersmaatschappijen (MIVB, De Lijn, TEC). Bergers (parlementslid) steunt deze plannen expliciet, benadrukt het potentieel voor veiligheidswinst in Brussel en noemt de samenwerking met openbaarvervoerbedrijven "zeer nuttig". Beiden benadrukken pragmatische, gefaseerde uitrol met aandacht voor juridische kaders en operationele noden.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, het is belangrijk dat de camera's die in private handen zijn, maar ook in handen van de verschillende overheden in ons land maximaal worden ingezet voor het realiseren van veiligheid en ook maximaal beschikbaar zijn voor de diensten die ze nodig hebben.

U hebt al een heel goed initiatief genomen door ervoor te zorgen dat de lokale politiezones toegang hebben tot de camera's van de NMBS in de stations, waarvoor mijn dank. Dat initiatief bewijst elke dag zijn nut. Ik zal de hele vraag niet opnieuw voorlezen, gelet op het gevorderde uur. Wenst u verdere stappen te zetten om nog meer efficiëntiewinsten te boeken en pilootprojecten in te voeren met betrekking tot het delen van andere camera's?

Bernard Quintin:

Mijnheer Bergers, ik ben het volledig met u eens dat beelden die in de openbare ruimte of in kritieke infrastructuur gegenereerd worden, aangewend moeten kunnen worden voor meerdere veiligheidsdoeleinden als dat relevant is voor de openbare veiligheid. Uiteraard moet dit gebeuren binnen een juridisch robuust kader, met duidelijke garanties inzake traceerbaarheid, gegevensbescherming, verantwoordelijkheden en toezicht.

U geeft het voorbeeld van de NMBS. Dat is inderdaad een belangrijke ontwikkeling die we hebben gerealiseerd en geïnaugureerd in Vilvoorde, die dagelijks haar operationele meerwaarde voor de politiezones aantoont. In dezelfde geest lopen er momenteel gesprekken om ook toegang te krijgen tot de beelden van de MIVB, aangezien netwerken van het openbaar vervoer bijzonder gevoelige plaatsen zijn op het vlak van veiligheid en incidentenbeheer.

Tegelijkertijd ontwikkelt de federale politie een videoplatform voor de geïntegreerde politie. Dit instrument heeft tot doel de politiediensten, evenals derden die over een eigen videocentrale beschikken en die hun beelden binnen een juridisch afgebakend kader wensen te delen met de politie, toe te laten aan te sluiten op één gemeenschappelijk platform. Het doel is om concreet te testen hoe beelden uit verschillende bronnen doelgericht beschikbaar kunnen worden gesteld, in functie van operationele noden, zonder parallelle systemen te creëren of afbreuk te doen aan de bestaande wettelijke waarborgen. Het platform bevindt zich momenteel in de ontwikkelingsfase.

Dit geldt met name voor heel concrete vraagstukken, zoals de mogelijkheid om niet alleen realtime toegang te krijgen tot de beelden van de NMBS, maar ook tot een beperkte beeldhistoriek wanneer dat noodzakelijk zou zijn om een incident te begrijpen of te beheren, of de mogelijkheid voor de politie om toegang te hebben tot camerabeelden van hulpdiensten wanneer deze relevant zijn voor de openbare veiligheid of voor een lopende interventie. Ik geef deze voorbeelden omdat ik hier actief aan werk.

Het lijkt mij immers dat de bestaande wettelijke grondslagen binnen de verschillende regelgevingen op zich wel toereikend zijn, maar op bepaalde punten bijsturing vergen.

Mijn aanpak is dan ook pragmatisch. We gaan stapsgewijs te werk, testen technische oplossingen, verankeren de juridische basis en waken erover dat elke toegang gerechtvaardigd, traceerbaar en onder duidelijke verantwoordelijkheden gebeurt. We delen dus in wezen hetzelfde doel: ervoor zorgen dat de aanzienlijke investeringen in cameratechnologie maximaal bijdragen aan de veiligheid van onze burgers dankzij een meer geïntegreerd, beter gecoördineerd en juridisch verankerd gebruik van deze beelden. In deze geest zal ik dit werk verderzetten, in overleg met alle betrokken actoren en met de ondersteuning van het Parlement.

Jeroen Bergers:

Mijnheer de minister, Ik denk dat dit zeer goede initiatieven zijn, waarvoor u op onze steun kunt rekenen. Brussel is inderdaad een zeer belangrijke zone waar veel veiligheidswinsten te boeken zijn. Daarvoor is het initiatief met de MIVB alvast zeer goed. Ik denk spontaan ook aan De Lijn en aan TEC, dus dat lijken mij eveneens interessante pistes. Zowel die pistes als het platform waar u over spreekt, waar de historiek kan worden bekeken, lijken mij zeer nuttige engagementen.

Voorzitter:

Vraag nr. 56012246C van de heer Ortwin Depoortere is omgezet in een schriftelijke vraag.

De dreigende taal van Donald Trump t.a.v. Groenland en Denemarken en de internationale situatie
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Groenland
De crisis in de trans-Atlantische betrekkingen na de recente acties van de Verenigde Staten
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
De dreigende taal van de VS en de eerbieding van het internationale recht
De dreigende taal van de VS en de eerbiediging van het internationale recht
De dreigende taal van de VS ten aanzien van Venezuela en Groenland
Amerikaanse dreigende retoriek, internationale spanningen en schending van internationaal recht

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 8 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Europa staan onder druk door Trumps grove schendingen van het internationaal recht, zoals de dreiging met annexatie van Groenland (omwille van strategische grondstoffen) en de illegale ontvoering van Maduro in Venezuela, die volgens critici (Lacroix, Van Hecke, Mertens) een gevaarlijk precedent schept voor imperialistische machtsuitbreiding. Kritiek op de Belgische regering is scherp: ze zou te laks reageren (geen OTAN-noodzitting, geen wapenmoratorium tegen de VS), dubbelstandaarden hanteren (Maduro’s dictatuur hekelen maar Trumps methodes tolereren) en Europa’s strategische autonomie verzwakken door afhankelijkheid van VS-wapens (F-35’s) en zwakke diplomatie. Minister Prévot (CD&V) verdedigt een "kritische dialoog" met de VS, benadrukt dat Groenland niet onderhandelbaar is en wijst op Europese steunverklaringen, maar erkent dat Trumps retoriek de NAVO-waarden ondermijnt. Oppositie (PTB, Groen, Ecolo) eist hardere sancties, een breuk met de VS als "veiligheidspartner" en Europese defensie-autonomie, terwijl regeringspartijen (CD&V, Engagé) vasthouden aan trans-Atlantische samenwerking binnen duidelijke juridische kaders. De kernvraag blijft of België het internationaal recht onvoorwaardelijk verdedigt – ook tegen bondgenoten – of machtsrealisme (energie, wapens, NAVO) laat prevaleren. Critici beweren dat de regering faalt in moreel leiderschap; Prévot stelt dat diplomatie en "geloofwaardigheid" effectiever zijn dan verontwaardiging.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, depuis ce week-end, nous sommes en pleine sidération. Donald Trump a décidé de jouer avec des pays souverains, bafouant complètement les règles de base du droit international: enlever, kidnapper, acheter, annexer, affaiblir, asservir, soumettre! Acheter le Groenland, territoire danois! Aujourd'hui, Donald Trump évoque carrément son annexion. Pourquoi? Parce que, sous la glace, sont enfouis des terres rares, des minerais stratégiques, des ressources énergétiques colossales. C'est une nouvelle ruée vers l'or qui obéit à une logique purement marchande, une offensive sans précédent contre la souveraineté d'un allié européen. C'est aussi la militarisation de l'Arctique: des bases militaires, des sous-marins, des routes stratégiques. Ce n'est pas un caprice, mais une bataille mondiale qui menace directement la sécurité et le projet européens.

Pendant que l'Union européenne s'inquiète, où est la Belgique? Allez-vous demander une réunion d'urgence du Conseil de l'OTAN? Sur le plan européen, pourquoi n'avez-vous pas rejoint la France, l'Allemagne, l'Italie, la Pologne, l'Espagne et le Royaume-Uni en signant leur déclaration commune de soutien au Danemark? Nous ne pouvons plus parler des é tats-Unis d'Amérique comme de nos premiers alliés. Il est impensable de continuer à acheter des armes américaines. Allez-vous adopter un moratoire immédiat sur l'achat d'armes et de matériel militaire aux Américains? Vous rendez-vous compte enfin que la priorité doit être la protection de l'Europe, que celle-ci n'est pas un terrain de jeu pour les Américains et qu'elle ne le sera jamais?

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, het internationaal recht is geen vodje papier. Het bestaat met een reden. Het is vooral sterk ontwikkeld na hevige oorlogen, na bloedige conflicten. Het dient om vrede en mensenlevens te beschermen. Het internationaal recht zegt heel duidelijk dat men niet zomaar een land met geweld kan binnenvallen en een staatshoofd kan ontvoeren, zelfs al is het een dictator.

Dat internationaal recht werd het voorbije weekend zwaar geschonden door Trump. Waarom? Voor macht en olie!

Wat was de reactie van deze regering? De premier, die net is weggelopen, zei in TerZake dat er bij de manier waarop wel wat vragen te stellen zijn. Is dat de officiële reactie van onze regering, van ons land? Wat gaat de regering zeggen als Trump verdergaat? Als Trump morgen Colombia of Mexico zou binnenvallen, wat zal de regering zeggen? Zal de regering de vinger opsteken en zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als Trump Groenland zou innemen, zal de regering dan zeggen dat er wel wat vragen bij te stellen zijn? Als China Taiwan zou binnenvallen, zal de regering dan zeggen dat er misschien wel wat vragen bij te stellen zijn?

Collega’s, er zijn vooral heel veel vragen te stellen bij het antwoord en de reactie van deze regering, want met dergelijke reactie begeeft de regering zich op glad ijs.

Mijnheer de minister, wat is nu eigenlijk het officieel standpunt van de regering over de inval in Venezuela? Is het volgens de regering wel of niet een inbreuk op het internationaal recht? Kan de regering daar nu eens heel duidelijk over zijn?

Voor Groen en Ecolo is respect voor het internationaal recht essentieel. Daar kun je als democratische rechtsstaat nooit op (…)

Peter Mertens:

Mijnheer de minister, hoeveel landen moet Trump eigenlijk nog bedreigen of bombarderen vooraleer de Kamer en deze regering ondubbelzinnig in actie schieten? Een jaar geleden heb ik hier in de Kamer gevraagd waarom in uw regeerakkoord de Verenigde Staten de belangrijkste garantie voor onze veiligheid worden genoemd. Toen al bedreigde Trump Groenland. Toen al zei hij dat hij het Panamakanaal wilde hebben. Toen al zei Trump dat hij Canada als eenenvijftigste staat wilde inlijven. U en minister Francken zeiden toen dat daar niets van aan was, want Trump was onze beste vriend. Nu, een jaar later, staan we hier.

Lees gewoon de veiligheidsstrategie van de heer Trump. Van Patagonië in Argentinië tot de noordelijkste ijskap, hij wil het allemaal. Our hemisphere , zo noemt hij het. Die dingen zijn met elkaar verbonden.

Men kan niet enerzijds loeihard roepen tegen de annexatie van Groenland en anderzijds zwijgen wanneer olietankers worden geënterd, wanneer er een illegale zeeblokkade wordt opgeworpen of wanneer een zittend president wordt ontvoerd. Die zaken hangen samen. Men kan niet in het ene geval het internationaal recht inroepen en in het andere geval het internationaal recht naast zich neerleggen. Het is het een of het ander.

België moet een consequente houding aannemen. Anders zal uw hypocrisie zich ook tegen België en tegen Europa keren. Het internationaal recht dient ook om kleinere landen te beschermen en moet dus worden toegepast.

Mijnheer de minister, vindt u nog steeds dat de Verenigde Staten de belangrijkste partner op het vlak van veiligheid zijn, zoals in het regeerakkoord staat, of bent u bereid om eindelijk op te staan en duidelijke taal te spreken tegenover president Trump?

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, chers collègues, les relations transatlantiques connaissent une nouvelle crise. Notre communauté euro-atlantique est basée sur une série de valeurs et de principes fondateurs d'un ordre international, comme le respect du droit international, la mise en œuvre de l' É tat de droit, la promotion de la démocratie et des institutions communes, pour garantir notre sécurité. Ceci garantit d'ailleurs une solidarité mutuelle symbolisée par l'article 5 du Traité de l'Atlantique Nord. Nous reconnaissons que tous ces principes sont piétinés jour après jour par le président Trump.

Les exemples sont nombreux. On peut citer la remise en cause parfois de la solidarité de l'article 5 de l'OTAN, l'imposition unilatérale des droits de douane, les sanctions contre des juges et procureurs de la Cour pénale internationale ou encore les sanctions contre un ancien commissaire européen – ce qui n'est pas rien.

Monsieur le ministre, vous étiez au bon endroit au bon moment, puisque vous étiez à Washington il y a quelques jours. Il est important de pouvoir nous rendre compte ici de la façon dont vous avez pu aborder ces sujets, surtout la situation concernant le Groenland, puisque nous sommes directement concernés.

Au travers de vos actions et de l'action de l'Europe, nous pourrons voir la fermeté à l'égard des É tats-Unis par rapport à un territoire souverain. Différents sondages ont d'ailleurs montré que 85 % des Groenlandais ne souhaitent pas devenir américains.

Monsieur le ministre, quels ont été vos contacts avec le secrétaire d' É tat Rubio? Quelles actions ou sanctions sont prévues à l'égard des É tats-Unis si les menaces du président Trump se transformaient en actions dans les prochaines semaines ou les prochains jours?

François De Smet:

Monsieur le ministre, vous avez déclaré que personne ne regrettera Nicolás Maduro. Le premier ministre a ajouté: "La place de Maduro est en prison". Sans doute. Mais je remarque que ce genre de déclaration se fait surtout une fois que l’intéressé se retrouve effectivement en prison.

Ce qui serait vraiment courageux aujourd’hui, ce serait de dire, par exemple, que la place de Vladimir Poutine est en prison. C’est encore plus vrai que pour Nicolás Maduro parce qu'il fait l’objet d’un mandat de la Cour pénale internationale et non simplement d’un mandat américain. Pourtant, c’est sans doute une phrase que vous ne direz jamais, parce que vous avez plus de chances de croiser Poutine que Maduro – surtout à présent – et surtout parce que la Belgique et les Européens ménagent depuis trop longtemps les empires en résurgence, qu’il s’agisse de la Chine, de la Russie ou des États-Unis.

C’est là le problème. Dans la communication du premier ministre comme dans la vôtre, commencer par accabler Maduro, qui est effectivement un autocrate corrompu, vise à suggérer que même si Trump exagère, même s’il ne respecte pas le droit international, il ferait quelque part le sale boulot pour nous et que personne ne pourrait défendre Maduro. Non, monsieur le ministre! Trump a tort, quel que soit le pédigrée du président qu’il a fait enlever. C’est cela qu’il faut avoir le courage de dire! En effet, il a utilisé la force à des fins d’intimidation. C’est la première chose que vous auriez dû dire, vous comme premier ministre, plutôt que de ménager la chèvre et le chou.

C’est pour cette raison que je ne suis pas rassuré non plus sur le Groenland. J’attends de votre part des mots beaucoup plus forts de soutien au Danemark et au Groenland. J'attends des mots qui ne se contentent pas d’affirmer que l’intégrité territoriale est importante mais qui disent aussi que, tout atlantistes que nous sommes, nous ne pourrons pas accepter un usage de la force entre membres, ce qui signerait de facto la fin de l’Alliance.

Pourquoi est-ce important? Cette position est importante parce que Trump joue l’intimidation. Il pense être si fort qu’il lui suffit de crier pour que les événements se produisent et qu’il n’aura donc pas besoin de prendre ce territoire par la force. Il est temps de sortir de l’eau tiède. Il est temps que ce monsieur rencontre des personnes qui osent lui dire non. Je vous avoue que ce n’est pas l’impression majeure qui se dégage lorsque l’on voit vos photos tout sourire avec M. Marco Rubio.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, 2026 begon jammer genoeg met een bang . Na Rusland, Iran en Rwanda besloot ook de VS dat het internationaal recht iets optioneel is. Het bombarderen van een land en kidnappen van een staatshoofd zijn grove schendingen van het internationaal recht. Het Witte Huis leidt duidelijk aan schizofrenie, waarbij vredesbeloftes vlotjes worden afgewisseld met imperiale ambities.

Nicolás Maduro heeft weliswaar geen communiezieltje. Hij bestuurde zijn land als een corrupte dictator, samen met drugkartels die elke oppositie gewelddadig monddood maakten. Ik zie dat ook het Vlaams Belang dat ondersteunt. Diens dictatuur doet echter niets ter zake. Washington schept een gevaarlijk precedent. Voor cd&v is het duidelijk: het internationaal recht is geen vrijblijvende afspraak, maar wel de ruggengraat van een wereldorde die kleine landen beschermt tegen grote bullebakken. Waarom zouden China en Rusland morgen niet hetzelfde mogen doen met Taiwan en de Baltische Staten?

De keuze is aan ons. Ofwel worden we de speelbal van een stratego voor de belangen van een aantal grootmachten die de wereld uiteindelijk onwelvarender en onveiliger maken, ofwel kiezen we voor de uitbouw van onze strategische autonomie in defensie, kiezen we, zoals we altijd hebben gedaan, voor het internationaal recht, met duidelijke waarden en afspraken. Voor cd&v is het alvast duidelijk: wij kiezen voor het VN-Handvest en voor de NAVO-afspraken die werden gemaakt. Dat is geen vodje papier, die zijn niet vrijblijvend.

Mijn vraag is dan ook de volgende. (…)

Voorzitter:

Mevrouw Van Hoof, uw twee minuten spreektijd is om.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, Europa moet wakker worden en de realiteit onder ogen zien. President Trump heeft de wereld veel gevaarlijker gemaakt en het internationaal recht ingeruild voor het recht van de sterkste.

Om te beginnen zien we een brutale, illegale aanval op Venezuela, waarbij een staatshoofd wordt ontvoerd. Een dictator minder is uiteraard winst, maar de manier waarop, vormt een flagrante schending van het internationaal recht. We kennen allemaal de redenen: olie en afleiding van Trumps eigen puinhoop in de Verenigde Staten.

Vervolgens worden Groenlanders en onze bondgenoot Denemarken openlijk bedreigd. President Trump wil Groenland inlijven, desnoods met de inzet van het leger.

Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn: alleen de Venezolanen en de Groenlanders beslissen over hun eigen toekomst. Europa moet aan hun kant staan en aan de kant van het internationaal recht. President Trump toont aan Rusland en China dat zij bijvoorbeeld Oekraïne of Taiwan zomaar kunnen inlijven zonder gevolgen, zonder boe of ba. Europa moet nu een duidelijke rode lijn trekken.

Mijnheer de minister, u was onlangs in de Verenigde Staten. Bent u ook het gesprek aangegaan met uw Europese collega’s? Zal Europa een vuist maken tegen de strafloosheid en voor het internationaal recht?

Rajae Maouane:

Monsieur le président, monsieur le ministre, meilleurs vœux de paix pour cette année 2026. Elle commence fort, puisque le 4 janvier, le président américain a menacé ouvertement le Groenland et le Danemark au nom de la sécurité nationale. Dans le même temps, une attaque américaine illégale visait le Venezuela, suivie de l'enlèvement de son président en exercice.

Ce n'est pas un dérapage, c'est une continuité historique. L'Irak, l'Afghanistan, la Libye, la Syrie, aujourd'hui le Venezuela, le Groenland demain et d'autres sans doute, avec toujours la même logique: un droit international à géométrie variable, invoqué contre les plus faibles, piétiné par les puissances impérialistes.

Soyons clairs, nous ne défendons pas ici le régime autoritaire de Nicolás Maduro ni ses dérives. Mais rien ne justifie qu'un État tiers renverse un gouvernement par la force armée. Le droit international est limpide. La violence est interdite, sauf mandat de l'ONU ou légitime défense. Ce n'est pas une opinion, c'est la règle.

Dans le même temps, les États-Unis se retirent de dizaines d'organisations internationales comme l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) ou le Groupe d'experts intergouvernemental sur l'évolution du climat (GIEC) – cela a été annoncé ce matin. Il faut donc arrêter de nous parler d'alliés. Alliés de quoi, en fait? D'un équilibre international que les États-Unis piétinent quand il les dérangent?

Face à tout cela, l'Europe baisse les yeux et la Belgique se tait. Mais à force de fermer les yeux, on finit toujours par payer le prix. Il faut arrêter d'être naïfs. Le moteur réel de ces agressions n'a jamais été la démocratie. Cela a toujours été des intérêts financiers, des intérêts énergétiques. Là, c'est le pétrole.

La vraie question est la suivante: voulons-nous vraiment continuer à subir un monde de prédateurs, ou voulons-nous construire une autonomie réelle?

Monsieur le ministre, quelle est aujourd'hui la position officielle de la Belgique face à l'attaque américaine contre le Venezuela, liée aux menaces visant un territoire allié au sein de l'OTAN? Nous n’avons pas entendu de condamnation explicite, ferme, publique, alors que les principes élémentaires du droit international étaient complètement bafoués.

La Belgique va-t-elle s'aligner dans le silence et la soumission aux États-Unis ou va-t-elle avoir une politique étrangère cohérente, fondée sur le droit et sur la souveraineté des peuples?

Maxime Prévot:

Collega’s, we leven in een periode van ongekende druk op de op regels gebaseerde internationale orde. De vannacht door de Verenigde Staten aangekondigde terugtrekking uit een aantal internationale organisaties bevestigt eens te meer de betreurenswaardige afwijzing van het multilateralisme door de Amerikaanse regering. Dat herinnert ons aan een eenvoudige realiteit, namelijk dat onze overtuiging als Europeanen dat de wereld moet functioneren volgens regels die voor iedereen bindend zijn, lang niet overal wordt gedeeld.

Comme vous le savez, l'heureux hasard du calendrier fait que je reviens d'une mission à Washington. J'y ai eu l'occasion de m'entretenir avec de nombreuses autorités américaines, et le constat qui s'en dégage est limpide: nous partageons largement les mêmes préoccupations et nous faisons face aux mêmes défis au niveau mondial, mais nous nous inscrivons dans des perspectives parfois radicalement différentes lorsqu'il s'agit d'identifier les réponses.

Wat Venezuela betreft, zal niemand het vertrek van Nicolás Maduro betreuren. Wij hebben hem nooit erkend als de legitieme president van dat land, dat hij heeft laten wegzinken in een rampzalige politieke, economische en humanitaire situatie. Hij was allesbehalve een verdediger van het internationale recht. Voor de Verenigde Staten vormde Venezuela ook een veiligheidsdreiging, vooral vanwege de banden van het regime met Iran, Rusland en China.

Mais dire cela ne signifie pas cautionner les méthodes employées pour déloger ce dictateur.

Pour un pays comme le nôtre, un pays qui doit sa sécurité et sa prospérité à l'existence même d'un système fondé sur les règles protégeant les plus petits des tentations prédatrices des plus grands, le respect de ce système n'est pas un luxe, c'est clairement une condition d'existence. Ce droit, clairement, n'a pas été respecté dans le cas présent et il n'y a pas eu, contrairement à certains propos caricaturaux entendus, de silence ni de la part de la Belgique ni de la part de l'Europe. Nous nous sommes d'ailleurs exprimés dans une déclaration à 26 pays.

Ces interrogations sont d'autant plus légitimes que des menaces ont été formulées de manière très explicite par le président Trump concernant le Groenland, suscitant une vive inquiétude en Europe et un légitime tollé dont je me suis fait le relais à Washington.

Ik ben tegenover mijn gesprekspartners duidelijk en eerlijk geweest. We kunnen de veiligheidsbezorgdheden van de Verenigde Staten met betrekking tot de Arctische regio begrijpen. Het is echter onaanvaardbaar om de territoriale integriteit van een bevriende natie en bondgenoot in vraag te stellen, terwijl de NAVO en de bestaande veiligheidsakkoorden met Denemarken het passende kader bieden voor een nauwe en doeltreffende samenwerking.

Le Groenland n'est pas un territoire négociable ni une zone d'influence à redistribuer. Il relève d'un cadre juridique précis, fondé sur la souveraineté du royaume du Danemark et sur le droit du peuple groenlandais à disposer de lui-même. La souveraineté des États et l'intégrité territoriale ne sont pas des principes à géométrie variable. Et remettre ces principes en question, ne serait-ce que sur le plan rhétorique, fragilise l'un des piliers fondamentaux de la stabilité internationale. Cela, nous ne pouvons pas l'accepter. C'est clair, c'est net!

Monsieur Lacroix, il n'y a pas eu de signature de la déclaration d'une série de leaders simplement parce que la Belgique – comme tous les autres qui n'ont pas signé – n'a pas été invitée à le faire. Il n'y a pas non plus de mobilisation, à ce stade, du Conseil de l'Atlantique Nord, simplement parce que chacun attend de voir ce que pourra donner la réunion prévue la semaine prochaine entre les autorités danoises et américaines. Mais j'ai veillé à avoir un contact permanent avec mon homologue danois pendant mes rencontres.

Toch zou het naïef zijn om de evidentie te ontkennen. Onze relatie met de Verenigde Staten blijft strategisch. We moeten blijven investeren in dat partnerschap. We moeten dat doen in het kader van open en kritische uitwisselingen waarbij we onze standpunten met de grootste vastberadenheid verdedigen. Dat is de lijn die ik tijdens de missie heb gevolgd.

J'ai pu rencontrer toute une série d'acteurs clés auxquels je m'en suis ouvert, avec à chaque fois le privilège du dialogue direct.

Die gesprekken hebben ook aangetoond dat achter bepaalde uitspraken, die soms abrupt overkomen, nuances en legitieme bekommernissen schuilgaan waarop men niet met verontwaardiging moet reageren, maar met argumenten, het recht en bovenal geloofwaardigheid.

Christophe Lacroix:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

Je suis préoccupé par une partie de votre déclaration, lorsque vous dites que nous partageons les mêmes préoccupations, que nous comprenons les États-Unis. Non, vous ne pouvez pas dire ça, monsieur le ministre des Affaires étrangères! C'est faire preuve de plus que de la naïveté. C'est coupable, comme vos familles politiques sont coupables de cette dislocation de l'Union européenne.

Depuis des années, c'est votre courant politique, ou les courants nationalistes qui affaiblissent l'Europe. En achetant américain, on continue à financer l'impérialisme américain. On l'a fait sous le gouvernement MR-N-VA en 2014-2018. Et vous le refaites aujourd'hui. Ouvrez grand les yeux sur ce qu'il se passe!

Vous devez convoquer une réunion urgente de l'OTAN, car l'intégrité territoriale du Danemark est menacée. Vous devez décider d'un gel immédiat sur l'achat d'armes et d'équipements américains. Et vous devez vous ressaisir et constituer l'inspiration, et non plus le regret de ne pas avoir été convoqué à la signature d'une lettre par certains pays signataires. La Belgique a été le moteur de l'Union européenne et elle doit le rester, malgré Bart De Wever.

Voorzitter:

Er zijn blijkbaar een aantal klokproblemen, wat het voor de sprekers niet makkelijker maakt. Ik hoop dat uw minuut wordt geregistreerd.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

Over Groenland was u vrij duidelijk. Over Venezuela is het standpunt van de regering veel minder duidelijk. Het internationaal recht is niet iets waaruit à la carte kan worden gekozen: de ene dag dit, de andere dag dat, volgens de goesting van de dag. Zo werkt dat niet.

Als democratische rechtsstaat nemen wij het internationaal recht als basis voor uw handelen, niet meer en niet minder. Dat gebeurt consequent, ongeacht of het nu gaat over meer sympathieke casussen zoals Groenland, waarover iedereen het min of meer eens is, dan wel over een dictatuur zoals Venezuela. Ook wanneer het over schurkenstaten gaat, zijn en blijven de regels van internationaal recht immers een basis.

Groen wil dat de regering consequent de kaart trekt van het internationaal recht. Het is hoog tijd dat de regering dat doet en het gedrag en de dreigementen van een bullebak als Trump ook krachtig veroordeelt.

Peter Mertens:

Mijnheer de gezant van de Verenigde Staten, ik wil toch wel even iets opmerken.

De Verenigde Staten hebben vorig jaar Iran gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Somalië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Syrië gebombardeerd. U zweeg. Ze hebben Jemen, Irak en Venezuela gebombardeerd. U zweeg. Wat zegt u nu? Er kunnen misschien wel legitieme bekommernissen zijn.

Wat hebt u daar eigenlijk gedaan in Washington? Naar wie hebt u daar eigenlijk geluisterd? Groenland wordt vandaag bedreigd en u stelt dat er misschien wel legitieme bekommernissen kunnen zijn. Dat is uw antwoord hier vandaag.

Als cadeau kopen wij nog meer F-35’s aan bij de Verenigde Staten en steunen wij die natie op die manier nog meer. Welk signaal geven wij eigenlijk aan de Verenigde Staten? Wij laten ons doen. Kom maar. Annexeer Groenland. Wij zullen niets doen. Wij zullen nog meer materiaal bij jullie aankopen.

Mijnheer de minister, u zit op de knieën voor de Verenigde Staten en het zal u zuur opbreken.

Benoît Lutgen:

Après cet éloge de la nuance que nous venons d'entendre, permettez-moi simplement de dire que le Danemark a acheté 12 F-35 voici un mois et demi. C'est une simple indication à titre d'exemple.

(…) : (…)

Benoît Lutgen:

Attendez! On vous a beaucoup vu vous agiter lorsque M. le ministre a dit que nous n'allions pas pleurer sur le sort de M. Maduro. Or c'est ce que vous faites! Au PTB, cela se sent! Nous avons vu vos amis en France manifester à cet égard. Oui, la manière dont M. Maduro a été capturé pose en effet question, mais je ne regrette jamais quand un dictateur est capturé. Adolf Eichmann l'a été en 1960 en Argentine. Et heureusement qu'il l'a été! Je peux vous le vous dire. C'est la Shoah derrière! Heureusement que des personnes l'ont capturé, parce que ce sont des dictateurs, et ils ont leur place en prison – et nulle part ailleurs! D'accord? Cela, nous devons pouvoir le dire aussi. Mais cela (…)

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Cela dit, vous venez de jongler entre la chèvre et le chou, et il faut du talent pour y parvenir. En tout cas, nous commençons à connaître les ficelles et, dans votre fonction, à atteindre les limites du "en même temps" des Engagés.

Tout d'abord, nous assistons à une logique impérialiste. Il faut arrêter de nous balader avec l'histoire des impératifs de sécurité américains. Si c'était vraiment leur centre d'intérêt, ils avaient pourtant déjà tout ce qu'il faut et disposaient également des accords nécessaires. Ils veulent un gain territorial. Point à la ligne! Il faut donc cesser de pécher par naïveté.

Ensuite, vous appartenez à un gouvernement qui a décidé de s'engager dans davantage de dépendance aux É tats-Unis via l'achat de ces F-35. Je peux vous dire, monsieur Lutgen, que les Danois sont en train de le regretter parce qu'ils n'en ont pas été récompensés. Par conséquent, vous allez accroître notre dépendance technologique. In fine , le slogan diplomatique de ce gouvernement est d'essayer de ménager la chèvre et le chou. Je crois qu'une telle attitude nous conduit tout droit vers le mur.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het is duidelijk, net als de christendemocraten kijkt u naar een wereld op basis van multilateralisme, op basis van samenwerking en diplomatie, op basis van een waardig, gedreven buitenlands beleid waar het internationaal recht primeert. Dat is ook de beste garantie op het vlak van vrede, veiligheid en ook welvaart.

U zei: we zijn nog altijd een partner van de VS. Maar dat betekent niet dat we een knieval moeten maken ten aanzien van de VS. We moeten ook duidelijk maken aan daddy dat in ons Huis en in ons huishouden het recht van de sterkste niet geldt en dat spierballengerol daar ook niet geldt, maar dat goede afspraken goede vrienden maken. Dat is het internationaal recht. Dat betekent heel concreet ten aanzien van Groenland dat we ons aansluiten bij het VN-Handvest en dat de NAVO-afspraken blijven gelden. Dat betekent ten aanzien van Venezuela dat de Amerikaanse interventie een schending was van het internationaal recht. Dat willen we naleven.

Annick Lambrecht:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Trump zet inderdaad eeuwenoude bondgenootschappen op losse schroeven. Meer oorlog betekent meer onschuldige slachtoffers. Maar ook een slechtere economie en hogere prijzen, ook hier.

We hebben het gezegd, Europa moet het heft in handen nemen. Niemand zei het hier, maar wij zijn de grootste consumentenmarkt ter wereld. Dat is onze hefboom. Ook die moeten we gebruiken. We moeten veel sterker samenwerken in Europa. We moeten Denemarken steunen. We moeten een vuist maken, een vuist tegen China, Rusland, de VS, maar ook tegen anderen die het internationaal recht schenden.

Mijnheer de minister, ik reken erop en met mij velen, dat u binnen de EU pleit voor een Europa met veel meer en met hardere tanden. Dank u wel.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, même si je dois vous avouer qu'elles m'inquiètent un peu parce que vous avez démontré que le droit international est en train de devenir une fable, une histoire qu'on se raconte pour se donner bonne conscience. Aujourd'hui, selon qu'on soit à Gaza ou à Washington, ce n'est pas du tout la même règle qui s'applique. Cela est, pour nous, vraiment inacceptable. Le droit international doit valoir pour tout le monde, sinon il ne signifie plus rien. C'est précisément là que se jouent notre avenir et notre autonomie: dans l'industrie, l'énergie, la défense. Il faut des choix politiques clairs, relocaliser notre industrie, sortir de la dépendance aux énergies fossiles importées, construire une capacité de défense européenne qui soit crédible et indépendante. Cela passe par le fait de bâtir une Europe qui soit souveraine, écologiste, indépendante. C'est sortir, en fait, de cette soumission aux grandes puissances, dont les États-Unis, soumission dont vous nous avez fait une démonstration assez hallucinante. L'Europe n'est pas un paillasson et la Belgique non plus. Et il ne faudra pas qu'elle le devienne avec l'Arizona.

De dreigende taal van de Trump-administratie tegen Groenland
De dreigende taal van de VS richting Groenland
Groenland en de inachtneming van het internationale recht
De uitspraken van president Trump over Groenland
De ambities van de Verenigde Staten ten aanzien van Groenland
De uitspraken van president Trump over Groenland
Groenland, Venezuela en het internationale recht en de impact op de Belgische defensiepolitiek
Onze militaire afhankelijkheid van de VS in het licht v.d. illegale inval in Venezuela door Trump
De inval in Venezuela, de dreigende taal richting Groenland en de impact op de NAVO
Amerikaanse geopolitieke ambities, dreigende taal en internationale rechtskwesties rond Groenland en Venezuela

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een actualiteitsdebat in het Belgische parlement bekritiseren oppositie en regeringsleden unaniem de Amerikaanse dreiging met annexatie van Groenland (Deens autonoom gebied, NAVO-lid), na de controversiële militaire operatie in Venezuela door de Trump-administratie. Sprekers als Lasseaux, De Smet en Lacroix (oppositie) noemen Trumps uitspraken een "imperialistische schending van internationaal recht" en een directe bedreiging voor de NAVO-eenheid, terwijl ze België en de EU oproepen tot sterke diplomatieke en economische sancties en het activeren van NAVO-artikel 4 (consultatie bij bedreiging). Denemarken en Groenland verwerpen de Amerikaanse claims eenduidig, maar België ondertekende – in tegenstelling tot Frankrijk, Duitsland en het VK – initieel geen gezamenlijke verklaring ter ondersteuning, wat kritiek uitlokt. Minister Francken (Defensie, N-VA) bevestigt dat de internationale rechtsregels "overschreden" zijn (Venezuela/Groenland) maar benadrukt Belgiës afhankelijkheid van de VS voor veiligheid, vooral door jarenlange onderinvestering in defensie. Hij pleit voor diplomatieke dialoog en waarschuwt dat Europa te zwak is om zonder Amerikaanse steun te opereren, ondanks de noodzaak aan "strategische autonomie". Critici (o.a. Van Hecke, Schlitz) werpen hem hypocrisie voor: zij wijzen op zijn eerdere bagatellisering van het internationaal recht ("voer voor juristen") en de F-35-aankoop – die Denemarken niet beschermde tegen Amerikaanse druk. Francken repliceert dat retweets geen instemming zijn en dat Europese eenheid en defensie-investeringen prioriteit moeten zijn, maar ontkent niet de crisis binnen de NAVO. Kernpunt: België balanst tussen loyaliteit aan de VS en verdediging van het internationaal recht, terwijl de groeiende VS-EU-spanningen (energie, grondstoffen, Groenland) de NAVO-samenhang bedreigen – met Rusland en China als winnaars van deze verdeeldheid.

Voorzitter:

Ik wil ten persoonlijken titel alle collega's, de minister en alle medewerkers voor en achter de schermen het allerbeste wensen voor 2026.

We gaan meteen stevig van start met een actualiteitsdebat, waarin een aantal onderwerpen en vragen gegroepeerd zijn omdat ze ietwat over hetzelfde gaan, ook al is er heel veel te zeggen over elk thema afzonderlijk, zijnde Groenland, Venezuela en het internationaal recht .

Stéphane Lasseaux:

Chers collègues, meilleurs vœux à chacune et chacun. En ce début d'année, n'oublions certainement pas les bons principes, afin que tout le monde puisse se sentir encore mieux dans cette belle année, du moins nous l'espérons.

Monsieur le ministre, après la réussite de l'opération militaire au Venezuela, l'administration du président Donald Trump semble croire que tout est possible et que ses désirs vont se réaliser, quelle que soit la position du reste de la communauté internationale. Ainsi, le président Trump et certains membres de l'administration américaine ont rappelé leurs intentions de prendre le contrôle du Groenland, en invoquant des raisons de sécurité nationale et la soi-disant incapacité du Danemark à assurer la protection de ce territoire. Or il s'agit d'un territoire du royaume du Danemark, membre de l’OTAN.

La souveraineté du Danemark est une question qui sera réglée par les Danois avec les Groenlandais, comme l’a rappelé le premier ministre danois. Le premier ministre démocratiquement élu du Groenland a également exprimé son rejet de cette volonté d’annexion, reflétant la position de sa population.

Ces menaces doivent être prises au sérieux. Lors de la conférence de presse du samedi 3 janvier, le secrétaire d’État Marco Rubio a souligné que les paroles du président actuel des États-Unis n’étaient pas des propos en l’air. Des analystes internationaux, que nous ne pouvons soupçonner d’anti-américanisme, comme Bruno Tertrais ou Ian Bremmer, ont également souligné le sérieux de la situation. Les dernières déclarations du président ne sont pas rassurantes, puisque des opérations militaires sont même envisagées, alors que le Danemark privilégie clairement une voie beaucoup plus diplomatique. Les dirigeants des États scandinaves ont exprimé leur pleine solidarité avec le Danemark. La Belgique n’a pas encore réagi à ce jour.

Monsieur le ministre, avez-vous déjà eu l’occasion d’aborder ces menaces de l’administration Trump lors de réunions ou de contacts avec vos homologues européens, en particulier danois? Dans vos échanges avec des représentants des États-Unis, avez-vous pu faire part du caractère inacceptable de ces menaces? Comptez-vous le faire à l’avenir? Ne serait-il pas nécessaire de commencer à planifier sérieusement les réponses diplomatiques, économiques et éventuellement militaires en cas d’action américaine contre la souveraineté du Danemark et donc du Groenland?

François De Smet:

Monsieur le président, chers collègues, meilleurs vœux à vous. Monsieur le ministre, meilleurs vœux à vous également, dans le cadre de vos compétences en cette année nouvelle qui commence très fort au regard de l'actualité internationale. On peut penser ce qu'on veut du président Maduro, que personne ici, ou presque, ne défendra, mais son enlèvement constitue un événement historique qui accélère la reconfiguration de l'ordre mondial.

Bien entendu, le non-respect du droit international par les États-Unis , par les Occidentaux, par les grandes puissances en général n'est pas neuf. En revanche, la nouveauté est apportée par la démarche d'intimidation extrêmement forte, ainsi que par le message envoyé à tout le monde, y compris à nous, les alliés, consistant à dire: "Soyez désormais nos vassaux, même si vous êtes nos alliés européens. Vous voyez que nous n'avons aucun scrupule ni aucun état d'âme dans nos actions." C'est la raison pour laquelle – et je voudrais également parler du Groenland – il faut prendre extrêmement au sérieux les déclarations de plus en plus musclées souhaitant une mainmise des États-Unis sur le Groenland, territoire autonome relevant du royaume du Danemark. Je sais qu'il n'est pas compris comme tel dans l'Union européenne, puisque c'est un territoire autonome, mais, tout de même, il appartient au Danemark et est couvert par la protection de l'OTAN. Je relève en passant que, s'il y a bien un pays européen pro-américain et atlantiste, c'est le Danemark, lequel a même acheté des F-35. Or nous constatons que cela ne lui a pas servi du tout à rester dans les bonnes grâces de l'administration Trump. Par conséquent, acheter américain en vue de forger un lien atlantique – je le dis au passage – n'est pas nécessairement utile ni susceptible d'être récompensé.

Nous devons donc nous montrer plus fermes. Pour l'instant, je suis assez contrit par la relative faiblesse des soutiens européens, et belge en particulier, dans cette question du Groenland et du Danemark.

Monsieur le ministre, avez-vous déjà échangé à ce sujet avec les autorités danoises, bilatéralement ou au sein de l'OTAN? Considérez-vous que ce qui est en train de se passer ne nécessiterait pas la saisine de l'article 4 de l'OTAN? Tout le monde parle de l'article 5, mais l'article 4 permet simplement une concertation lorsque l'intégrité nationale ou l'indépendance politique d'un membre est remise en cause. Dans une telle situation, quelle position notre pays défendra-t-il au Conseil de l'Atlantique Nord et au sein des instances européennes compétentes?

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je vous présente également mes meilleurs vœux de bonne santé et vous souhaite surtout beaucoup de courage et de courage politique. Il en faudra face à une situation qui, de jour en jour, devient de plus en plus sombre et prend des accents sans cesse plus impérialistes et fascisants de la part du régime de Donald Trump, de son gouvernement, de ses affidés, de celles et ceux qui considèrent que les territoires, à partir du moment où ils recèlent des minerais rares, des denrées importantes et des ressources pétrolières, méritent l'invasion, le kidnapping d'un président certes peu agréable – c'est le moins qu'on puisse dire – et peu légitime. La fin ne justifie cependant pas les moyens.

Nous sommes en train de vivre une rupture totale entre le monde d'aujourd'hui, du multilatéralisme et de la paix et un retour avec le monde d'avant la Société des Nations, à la Première Guerre mondiale. Ce qui est encore plus sidérant mais ne me surprend pas, car il suffisait de lire la note stratégique de Donald Trump pour ne pas être étonné, c'est qu'aujourd'hui, très clairement, le président Trump mais également d'autres que lui menacent directement et de manière très concrète le Groenland, à savoir un allié, le Danemark, en disant qu'il va être temps que cela se produise. Et, dans quelques jours, pour ne pas dire quelques heures, Donald Trump annoncera une décision en la matière.

C'est véritablement une menace que les fondateurs de l'OTAN n'avaient même jamais imaginée, qu'un membre de l'OTAN puisse être potentiellement un ennemi. Qu'arriverait-il si effectivement des soldats européens et des soldats danois notamment présents sur le territoire du Groenland se faisaient attaquer par des soldats américains? Bien que l'imagination n'ait pas de limites, il ne s'agit pas ici d'imagination mais de points très concrets.

La première ministre danoise a été obligée de demander aux États-Unis de cesser leurs menaces contre un allié historique. Le premier ministre groenlandais a, lui aussi, fermement regretté ces menaces, appelant à mettre fin aux pressions et aux fantasmes d'annexion.

Monsieur le ministre, au sein de l'Union européenne et de l'OTAN, la Belgique a-t-elle dénoncé, de manière ferme, la volonté expansionniste de Donald Trump au détriment du Groenland et des frontières européennes? Quelles initiatives sont-elles prises par notre pays pour rappeler la primauté du droit international, quel que soit le pays et quelles que soient les circonstances, assurer la sécurité de notre continent et condamner toute tentative d'acquisition ou d'ingérence étrangère dans ce territoire?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse president Donald Trump liet bij zijn aantreden weten dat de VS bijzondere interesse heeft in Groenland, dat deel uitmaakt van Denemarken. De redenen die hiervoor worden aangehaald zijn onder andere dat de ligging aan de Noordpool interessanter wordt, aangezien de ijsmassa aan het afnemen is en dus meer levensvatbaar is voor commercieel en militair zeeverkeer. Daarnaast wordt ook aangehaald dat het grondgebied van Groenland nog niet commercieel werd geëxploiteerd voor grondstoffen en dat dit, gelet op de geopolitieke situatie, een cruciale factor zou zijn voor de strategische autonomie van de VS.

Afgelopen week verklaarde de Amerikaanse president dat er op heel korte termijn over Groenland zou worden gesproken. Zowel de Deense als de Groenlandse regering lieten al verstaan dat van een annexatie van het gebied door de VS geen sprake kan zijn en dat dit de facto het einde van de NAVO betekent.

Mijn vragen voor de minister zijn de volgende. Hoe reageert u op de uitspraken van de Amerikaanse president? Welke motivering zit er volgens u bij het herhaaldelijk aandringen van de VS om controle over Groenland te krijgen?

Er wordt van uitgegaan dat het gebied Groenland, dat tot Denemarken behoort, dus ook wordt gedekt onder het NAVO-verdrag. Aangezien de VS lid is van de NAVO, is het geboden om bij een incursie op te treden. Hoe verschilt deze garantie van deze die de VS nu wil beogen?

Er zijn al verschillende Amerikaanse basissen op Groenland. Die werden opgericht tijdens de Koude Oorlog, maar zouden kunnen worden uitgebreid. Hoe past dit in het voornemen van de VS om de controle over het gebied te behouden?

Via verschillende media vernemen wij dat de militaire activiteiten van de Volksrepubliek China en de Russische Federatie nabij Groenland zijn verhoogd. Hebt u daar meer informatie over? Dank u.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, collega's, mijn beste wensen voor het nieuwe jaar. Ik denk dat het opnieuw een geopolitiek gevoelig en woelig jaar zal worden. Wij zullen in deze commissie wel degelijk ons werk hebben.

Het eerste actuadebat is een beetje een potpourri geworden. Heel wat onderwerpen zijn aan elkaar gekoppeld, terwijl over elk onderwerp apart wel een en ander te vertellen is. De premier zei gisteren in Terzake dat we moesten stoppen met prevelen over het internationaal recht. Ik ga dat niet doen. Ik vind het internationaal recht een hoeksteen van onze samenleving, van onze westerse democratie. We zijn een stichtend lid van Europa. We zijn van het eerste uur bij de Verenigde Naties. Ook in zeer woelige geopolitieke tijden moet men spelregels hebben. Die spelregels worden zeer driest met de voeten getreden, niet het minst door een van onze bondgenoten.

Ik schrik er niet van dat de president van de Verenigde Staten die spelregels niet respecteert. Er valt heel wat te zeggen over zijn aanpak in Venezuela. Ik denk dat niemand, of toch bijna niemand, een traan zal laten over het vertrek van Maduro, maar de manier waarop is een schending van het internationaal recht. Dat mag gezegd worden, dat moet gezegd worden, zeker door Europa, zeker door ons. Als wij het al niet meer doen, dan zullen er binnenkort geen spelregels meer zijn.

Waarover ik het vooral wil hebben, is Groenland. Dat de president van de Verenigde Staten zijn goesting doet in Venezuela is één zaak, maar dat hij over Groenland, lid van de NAVO, deel van Denemarken, zeer gratuit zegt dat hij dat graag wil innemen of overkopen van Denemarken of troepen wil plaatsen, is schrijnend. Dat doet men niet met partnerlanden. Dat doet men niet met bondgenoten.

Ik heb gisteren een sterke en goede verklaring van een aantal landen gelezen: Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Denemarken. Wij moeten onze voet zetten. In het internationaal recht is territoriale integriteit en soevereiniteit één van de hoekstenen. Dat moet worden gerespecteerd. Dat was een sterk statement. België stond daar niet bij.

Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar dat statement? Hoe kijkt u naar de uitspraken van president Trump over Groenland? Zijn wij niet gevraagd om mee te ondertekenen? Wat is de reden dat ons land of onze Belgische regering dat niet mee heeft ondertekend?

Stefaan Van Hecke:

Collega’s, mijnheer de minister, ik wens u allen het allerbeste voor het nieuwe jaar en vooral een vredevol 2026, mijnheer de minister.

Er is al heel wat gezegd. Wat opvalt, is dat er binnen de regering verschillende reacties zijn gekomen naar aanleiding van wat er in Venezuela is gebeurd. Als er echter één duidelijke lijn was, dan is het dat u, mijnheer de minister, maar ook uw fractieleider, de heer Ronse, en ook de heer Bouchez in wezen allemaal dezelfde positie innamen: het internationaal recht lijkt eigenlijk niet van tel te zijn.

Dat de heer Ronse als fractieleider enthousiast is, is geen verrassing. Hij is altijd enthousiast over alles wat de regering doet en over alles wat de Verenigde Staten doen. Dat verbaast dus niet. Het loutere feit dat het om een communistische dictator gaat – die we even hard verfoeien als iedereen hier – is blijkbaar voldoende om het internationaal recht even opzij te schuiven.

Mijnheer de minister, ook in uw communicatie, onder meer via uw tweets, probeert u dat goed te praten. Of het om een inbreuk op het internationaal recht gaat, zou volgens u voer zijn voor juristen. Voer voor juristen, voer voor debat. Nochtans zijn alle nationale en internationale experten eenduidig: wat er is gebeurd, is een manifeste inbreuk op het internationaal recht. Dat is geen voer voor juristen, alle juristen zijn het daarover eens.

Wat zult u dan zeggen als president Trump hetzelfde doet in Colombia? Voer voor juristen, voer voor debat? Wat zult u zeggen als president Trump hetzelfde doet en Groenland binnenvalt? Voer voor juristen, voer voor debat? Wat zult u zeggen als China Taiwan binnenvalt? Voer voor juristen, voer voor debat? Dat is een heel gevaarlijke lijn die u als minister volgt, een slippery slope . Van een minister en van een regering mogen we nochtans een ondubbelzinnige reactie verwachten, met respect voor het internationaal recht. Ik heb dan ook een aantal zeer concrete vragen, waarvan er al vele zijn gesteld.

Hoe zal België dit binnen de NAVO aankaarten? Hoe zal ons land zich verhouden tot de aanspraken op Groenland? Er is inderdaad een verklaring van een aantal staatshoofden die België niet heeft ondertekend, maar die nadien wel via een tweet werd bevestigd. Kunt u wat meer duidelijkheid geven over het Belgische standpunt? Ik kijk uit naar uw antwoord. Dank u wel.

Sarah Schlitz:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je vous présente également mes meilleurs vœux pour l'année 2026.

Monsieur le ministre, le 4 janvier, le président Trump a menacé le Groenland et le Danemark, déclarant que les é tats-Unis avaient besoin du Groenland pour leur sécurité nationale. Ces propos interviennent après l'attaque illégale menée par les É tats-Unis contre le Venezuela qui a mené à l'enlèvement du président Maduro et de son épouse.

Le Groenland est l'un des trois pays constitutifs du Royaume du Danemark. La première ministre danoise, Mme Frederiksen, a déclaré que ces menaces doivent être prises au sérieux et qu'une attaque américaine contre le territoire d'un allié de l'OTAN signifierait la fin de l'Alliance. Elle compte sur le soutien des alliés européens pour garantir l'intégrité territoriale du Danemark et du Groenland. Le premier ministre groenlandais a également rejeté fermement ces menaces, rappelant qu'il appartient aux Groenlandais de décider de leur avenir.

Hier, une déclaration commune de la France, de l'Allemagne, de l'Italie, de la Pologne, de l'Espagne, du Royaume-Uni et du Danemark a été publiée, explicitant le positionnement de ces pays et appelant les É tats-Unis à respecter la souveraineté de ce territoire. La Belgique ne s'y est pas jointe jusqu'à présent.

L'attaque américaine contre le Venezuela démontre que l'administration Trump ne respecte plus le droit international. Soyons clairs, nous refusons toute complaisance envers le régime autoritaire, corrompu et antiécologique de Maduro, mais cela ne signifie en rien qu'un autre État le destitue par la violence. Le recours à la force armée est interdit, hors mandat du Conseil de sécurité des Nations Unies ou légitime défense. L'absence de condamnation du gouvernement belge est, à ce titre, consternante.

Monsieur le ministre, ne soyons pas naïfs, l'attaque au Venezuela, ce n'est pas la libération de son peuple. Il ne s'agit pas du respect de l'État de droit ou de la mise en place d'États démocratiques à travers le monde. On sait qu'ici se joue une course à l'accaparement des matières premières et des énergies fossiles. Le président Trump l'a lui-même déclaré en disant que cette attaque était motivée par un meilleur accès au pétrole vénézuélien pour les compagnies américaines. C'est clair, limpide comme de l'eau de roche. Précisons que le Groenland abrite également d'importants gisements de terres rares, de cuivre et de lithium.

Monsieur le ministre, le gouvernement condamne-t-il l'invasion récente du Venezuela et les menaces des États-Unis envers le Groenland et le Danemark?

Considérez-vous que l'intervention militaire américaine constitue une violation de l'article 2, § 4 de la charte des Nations Unies? Si oui, quelles conséquences juridiques et politiques en tirez-vous dans les relations bilatérales Belgique-États-Unis? Dans la négative, sur quelle base juridique précise cette intervention est-elle selon vous justifiée?

La Belgique est-elle prête à respecter ses obligations de défense collective si le Groenland faisait l'objet d'une agression militaire, y compris de la part d'un allié?

Le Danemark a-t-il déjà pris contact avec la Belgique en vue d'une éventuelle activation de l'article 5 de l'OTAN ou de l'article 42, § 7 du traité sur l'Union européenne?

Le gouvernement pourrait-il soutenir l'établissement d'une présence militaire européenne permanente au Groenland en accord avec le Danemark comme mesure de dissuasion et de prévention? Dans la négative, comment justifiez-vous ce refus face à une menace crédible sur un territoire européen stratégique?

Enfin, à la lumière de cette intervention américaine unilatérale, votre gouvernement maintient-il toujours que l'achat des F-35 garantit l'autonomie stratégique et la sécurité de la Belgique? Une réévaluation de cette dépendance militaire vis-à-vis des é tats-Unis est-elle envisagée?

Axel Weydts:

Beste collega’s en mijnheer de minister, mijn beste wensen voor 2026.

Na alle gebeurtenissen in de voorbije dagen lijkt het alsof we al enkele maanden ver zijn in 2026, terwijl het nieuwe jaar nog maar zeven dagen oud is. Het lijkt alsof de geopolitiek opnieuw op losse schroeven staat en dat de wereldorde weer een zware deuk heeft gekregen. De uitspraken van president Trump over Groenland, die ik voor alle duidelijkheid niet goedkeur, zijn niet echt een verrassing. Wie goed heeft opgelet bij de briefing van de CHOD, de chef Defensie, tijdens de hoorzitting enkele weken geleden, zal zich het gedeelte over het Arctisch gebied in zijn geopolitieke analyse wellicht nog herinneren. Het Noordpoolgebied wordt door de klimaatverandering weldra een zeer interessante regio voor de wereldhandel. De verdediging van die mogelijk nieuwe handelsroutes is daarbij dan ook belangrijk. De uitspraken van president Trump moeten dus gekaderd worden in de toenemende interesse van China, Rusland en de Verenigde Staten in het Arctisch gebied. De claim van de Verenigde Staten op Groenland is onterecht en moet ons zorgen baren.

Gisteren werd het akkoord van de coalition of the willing gesloten om een reassurance force te installeren in Oekraïne zodra daar een wapenstilstand wordt bereikt en vrede komt. Een belangrijk en cruciaal element daarbij zijn de veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten en de zogenaamde backstop. Hoe kunnen wij, Europeanen, nog vertrouwen hebben in de president van de Verenigde Staten, die aanspraak maakt op de soevereiniteit van Groenland, dus op de soevereiniteit van het koninkrijk Denemarken? Hoe kunnen wij nog vertrouwen hebben in die backstop voor een reassurance force in Oekraïne, wanneer die NAVO-partner dreigt om eventueel zelfs manu militari een andere NAVO-partner te annexeren? Dat zijn zaken die de Vooruitfractie bijzonder verontrusten.

Mijnheer de minister, hoe leest u de verklaringen van president Trump met betrekking tot de annexatie of poging tot inlijving van Groenland? Hoe kunnen wij, met een dergelijke president aan het roer in de Verenigde Staten, nog vertrouwen op die NAVO-partner om die zo belangrijke veiligheidsgaranties voor Oekraïne daadwerkelijk op het terrein waar te maken?

Voorzitter:

De collega's Van den Heuvel en Van Rooy wensen aan te sluiten in dit actualiteitsdebat.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, het jaar is inderdaad nog maar pas begonnen en we wandelen al van de ene geopolitieke spanning naar de andere, van Venezuela naar Groenland. Het zijn allemaal uitingen van het zogenaamd imperiale denken, van het denken in invloedsferen, dat is heel duidelijk.

Laten wij nu even focussen op Groenland, want de dreigementen zijn onaanvaardbaar. In het begin, ongeveer een jaar geleden, dachten we misschien dat het wel zou koelen zonder blazen, maar de feiten van de laatste dagen tonen iets anders aan. Er worden adviseurs aangeduid. Er wordt een team samengesteld. Er wordt een speciale vertegenwoordiger aangeduid. Wat aanvankelijk plagerijen leken, wordt nu omgevormd tot effectieve dreigementen. Het is dus bittere ernst.

Het is heel bedreigend voor de geloofwaardigheid en de hechtheid van het NAVO-bondgenootschap wanneer de daddy van dat bondgenootschap een lidstaat afdreigt en een groot deel wil inpikken. Er zijn daarvoor redenen, namelijk het arctische belang, maar die zijn onvoldoende. Als een bondgenootschap hecht, geloofwaardig en sterk is ten aanzien van de buitenwereld, dan doet men dat niet. Dat ondermijnt echt de geloofwaardigheid van het bondgenootschap.

Mijnheer de minister, ik ben dan ook van mening dat ons land een straffe veroordeling moet uitspreken. Wij hebben gisteren gereageerd, vermits een straffe veroordeling door de Belgische regering aanvankelijk uitbleef, terwijl andere Europese landen dat wel deden. De premier heeft dat ‘s avond rechtgezet, maar wij zouden toch graag zien dat België op dat vlak mee in de spits van het peloton rijdt en zich niet pas achteraf aansluit.

Ten tweede is er de band met Oekraïne. De Verenigde Staten uiten een zeker voluntarisme, maar de vraag is wat daarmee samenhangt en hoe geloofwaardig dat nog is. We hebben de Verenigde Staten nodig. Wordt er een ruil in het vooruitzicht gesteld? Hoe geloofwaardig is dat alles?

Ten derde, in lijn met wat de voorbije weken en maanden in deze commissie al door verschillende leden is benadrukt, wil ik een oproep doen om nu echt werk te maken van een sterke Europese pijler. In een context van imperiaal denken is het absoluut nodig dat we evolueren naar een sterk Europees antwoord en dat we daarover duidelijke afspraken maken. Dat betekent ook dat, zeker bij de dominante Europese landen, eng nationalistische reflexen achterwege moeten blijven. Als middelgroot land binnen Europa kan België, zoals de voorbije decennia al is gebleken, misschien mee de lead nemen om een straf Europees antwoord te formuleren.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, ik wil, ten eerste, ook van mijn kant iedereen hier aanwezig het beste wensen, misschien niet zozeer op politiek vlak, maar zeker op persoonlijk vlak.

Met chirurgische precisie en via een bijzonder knappe en zeer complexe militaire operatie heeft de Verenigde Staten gelukkig de criminele linkse tiran Maduro gearresteerd. Het gevolg daarvan is dat het moegetergde Venezolaanse volk of wat daarvan nog is overgebleven, uitbundig juicht.

Het kan niet genoeg worden herhaald. Maduro was niet de president van Venezuela, maar een maffiose linkse dictator die Venezuela heeft leeggeroofd en omgevormd tot een terreurbasis voor de jihadisten van Hezbollah en Iran. Via migratie, criminaliteit en jihadistische terreur voerde Maduro oorlog tegen de Verenigde Staten, tegen het Westen en ook tegen ons.

Maduro en zijn entourage bezetten Venezuela. Zij kunnen de begrippen soevereiniteit en internationaal recht, die hier opnieuw lustig worden rondgestrooid, niet eens spellen. Meer nog, zij zijn de grootste vijanden ervan. Maduro is een zoveelste dominosteentje dat valt. Dat hoop ik althans. Misschien vieren wij mede daardoor binnenkort de val van het nog criminelere en terroristische islamitische regime van Iran. In dat geval zal het trotse Perzische volk uitbundig juichen. Met andere woorden, hold your horses .

Wees dus kritisch zoals wij. Toon echter ook eens enthousiasme en dankbaarheid voor een leider als Trump, die met al zijn gebreken de westerse beschaving verdedigt. Mijnheer Francken, misschien durft u dat wel te doen. Trump doet dat, in tegenstelling tot de vele softe en laffe leiders in West-Europa, die het continent elke dag verder laten islamiseren en onze beschaving vernietigen.

Theo Francken:

Goedemorgen collega’s. Mijn beste wensen voor een goed jaar.

We hebben het vorige jaar op mijn kabinet kunnen afsluiten met een drink, oppositie en meerderheid samen. Ik meen dat dit een leuk moment was, een goed moment ook om kennis te maken met mijn directeurs, om wat met elkaar te praten en om het jaar te overschouwen.

Het nieuwe jaar is er aangekomen met een storm. Dat had ik niet echt verwacht. Ik ben een paar dagen in de Ardennen geweest, voor wat gezinsrust, zoals velen onder jullie. Dat mag wel eens, meen ik. Toen ik terugkwam, stond alles op zijn kop. Dat is een voorbode van wat nog zal komen, want zoals een aantal collega’s al zei, is er wel nog wat op komst, meen ik.

Je présente mes meilleurs vœux à tous les députés, aux collaborateurs, aux collaborateurs de la Chambre et aux journalistes. J'espère que nous pourrons travailler correctement ensemble, comme nous l'avons fait l'année passée.

Het is een heel interessant debat. Ik zie ook heel wat nieuwe gezichten. Er is geen vergadering van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen omdat onze minister momenteel in het buitenland verblijft, namelijk in de Verenigde Staten. Hij heeft daar de afgelopen dagen heel wat afspraken gehad. Hij zal morgen terug zijn voor de plenaire vergadering. Er zal dan ook zeker een debat plaatsvinden over de internationale situatie tijdens die plenaire vergadering met de minister van Buitenlandse Zaken en met de eerste minister, die gisteren de vergadering in Parijs heeft bijgewoond.

Ik ben echter geen minister van Buitenlandse Zaken. Ik begrijp dat een aantal collega’s toch een vraag wilde indienen om bepaalde zaken te kunnen vragen. Dat begrijp ik ook. Ik ben namelijk iemand die de eerste macht, het Parlement, zeer hoog acht. In die zin ben ik zeker ter beschikking, maar ik ben geen minister van Buitenlandse Zaken. De officiële positie en dergelijke worden uiteraard wel door de minister van Buitenlandse Zaken geformuleerd. Ik heb wel een aantal zaken gehoord waarop ik wel wil antwoorden.

De recente uitspraken van de Amerikaanse president over Groenland nopen tot ernst en precisie in dit debat, omdat ze raken aan de fundamenten van onze veiligheidsarchitectuur en aan de trans-Atlantische relatie.

Laat mij vooraf zeer duidelijk zijn over mijn rol. Het bepalen en communiceren van het Belgisch buitenlands beleid behoort tot de prerogatieven van de minister van Buitenlandse Zaken en van de eerste minister. Als minister van Defensie beperk ik mij tot het uitvoeren van het defensiebeleid van deze regering. Voor de officiële positie van de federale regering in deze kwestie moet u hen dus bevragen. Zij zijn morgen, als ik mij niet vergis, ter beschikking van de Kamer voor vragen. Dat zal ongetwijfeld een zeer interessant debat worden. Daar twijfel ik niet aan.

Chers collègues, le Groenland n'est pas un détail sur la carte du monde. Il est stratégiquement situé le long des principales routes maritimes internationales qui vont devenir encore plus importantes à l'avenir. Ce territoire joue non seulement un rôle clé dans l'accès à l'Arctique mais possède aussi des matières premières importantes, ce qui explique pourquoi les grandes puissances, comme les États-Unis, la Chine et la Russie, suivent cette région avec un intérêt croissant.

Het strategische belang van Groenland is manifest. De politieke en bondgenootschappelijke consequenties van bepaalde uitspraken situeren zich echter op een ander niveau.

Samen met u stel ik vast dat we na 30 jaar van onderinvestering in hard power , gecombineerd met een te eenzijdige focus op soft power , wakker worden in een wereld die opnieuw openlijk wordt bepaald door macht en militaire capaciteiten, een wereld waarin onze visie op en geloof in de internationale rechtsorde niet door iedereen wordt gedeeld. We dreigen daarmee af te glijden naar een wereld die Thucydides in de Melische dialoog schetste en waarnaar de eerste minister verwees in zijn speech voor de Verenigde Naties in september: "De sterken doen wat ze willen, de zwakken ondergaan wat ze moeten". Wie vandaag met onvoldoende hard power aan de onderhandelingstafel verschijnt, blijft met lege handen achter.

Cette constatation n'est pas agréable à entendre, mais c'est la réalité. Elle résulte de 30 ans de sous-investissement structurel dans la Défense. Aujourd'hui, nous dépendons fortement des États-Unis pour la dissuasion et pour la lutte contre la Russie en Ukraine, tout comme nous dépendons également largement de la présence militaire américaine et de ses capacités pour notre propre sécurité.

Er moet mij toch iets van het hart. Als er iets op mijn lever ligt, dan moet dat eraf. Ik begrijp dat een aantal leden voor een eerste keer of een van de eerste keren aanwezig zijn in de commissie voor Defensie. Alle respect daarvoor, iedereen is hier altijd welkom. Wat mij stoort, is steeds weer kritiek op bepaalde zaken. Men praat over het internationaal recht als het hoogste principe, wat het ook is, zonder daaraan echter de consequentie te koppelen dat men ook hard power nodig heeft. Speak softly and carry a big stick . Vaak zijn dat dan dezelfde partijen die ervoor gezorgd hebben dat wij ons defensieapparaat, dat bij uitstek de veruitwendiging van die hard power is, tientallen jaren hebben verwaarloosd en kapot bespaard, tot op de grond. Dat is toch een beetje hypocriet.

Ik ben nog geen jaar minister van Defensie, en ik moet elke week kritiek horen op president Trump. We don't like the guy, he's not a good guy . Ik moet kritiek horen op de Amerikanen, horen dat we geen F-35's mogen kopen, en nog meer van dat, maar als het over de coalition of the willing gaat, dan klinkt de vraag dat we toch geen troepen zullen sturen zonder een Amerikaanse backstop? We zorgen er toch wel voor dat onze troepen veilig zijn? We gaan er toch wel voor zorgen dat we nog met de Amerikanen in zee kunnen, want we hebben hen nodig.

Waarom hebben we hen nodig? Omdat we zelf te zwak zijn. Waarom zijn we te zwak? Omdat men in elk begrotingsdebat Defensie kapot bespaard heeft. Er moet nog 500 miljoen gevonden worden. Waar zullen we dat halen? Bij Defensie. De Landmacht, dat hebben we niet meer nodig. Hebben we al die machten eigenlijk nog wel nodig? Misschien moeten we de Marine wel afstoten, en luchtverdediging kopen is ook al een idioot idee. Dat zijn allemaal woorden van eerste ministers en van regeringspartijen die mij steeds opnieuw de les spellen en zeggen dat president Trump toch een evil guy is, dat we geen F-35's moeten kopen, dat de Amerikanen niet meer te vertrouwen zijn. Ik kreeg zelfs al parlementaire vragen ingediend of we al troepen naar Groenland hadden gestuurd.

Een beetje intellectuele eerlijkheid en consequentie zouden niet misstaan. In welke positie hebben we onszelf gemanoeuvreerd? In welke positie heeft het zwak Europees leiderschap, het Belgisch leiderschap van de laatste decennia, ons geplaatst? In een positie waarin we bij een overgang naar hard power inderdaad daddy tegen de baas in Washington moeten zeggen. Help us out, daddy . Dat is pijnlijk. Dat is niet leuk, toch?

Wat kunnen we daaraan doen? Waar zijn onze inlichtingcapaciteiten? Waar zijn onze capaciteiten op het vlak van refueling ? Waar zijn onze capaciteiten om op lange termijn kinetisch te gaan? Onze munitiestocks zijn om te huilen. Hoe komt dat? Er was geen geld om munitie te kopen.

Daarom vraag ik, alsjeblieft, een beetje consequentie. We zijn niet mee met moderne oorlogsvoering. Waarom niet? We mochten geen drones kopen. Drones, bewapenen, neen, dat mochten we zeker niet doen. Dat was onethisch. Welnu, kijk waar we nu staan! Kijk vooral eens in de spiegel, in de plaats van mij hier te bevragen vanuit de commissie voor Buitenlandse Zaken. Hoe komt het dat wij amper nog hard power hebben? Dat is overigens niet alleen in België het geval. Veel Europese landen staan nu echt met de broek op de enkels. Als men dan in Amerika een baas krijgt die men niet leuk vindt, dan wordt het wel extreem pijnlijk, heel extreem pijnlijk. Alsjeblieft mensen, alsjeblieft.

Voor onze eigen veiligheid zijn wij in belangrijke mate afhankelijk van Amerikaanse militaire aanwezigheid en capaciteiten. De komende jaren investeren wij volop om onze strategische autonomie te vergroten, maar dat is een werk van lange adem. Wij kunnen niet op enkele jaren rechttrekken wat decennialang werd verwaarloosd. We moeten ons daarvan bewust zijn, vooraleer we allerlei verklaringen afleggen die onze eigen veiligheidspositie alleen maar verzwakt. Denk toch ook eens aan uw eigen Europees veiligheidsbelang, zou ik zeggen. Het is heel leuk om iedereen elke dag te schofferen, maar denk misschien ook eens aan de consequenties daarvan.

Tegelijk is het belangrijk om vast te stellen dat de Verenigde Staten ook vandaag hun engagement ten aanzien van Oekraïense en Europese veiligheid blijven bevestigen. Zo hebben de Amerikanen gisteren in Parijs, tijdens de vergadering van de coalition of the willing voor Oekraïne, aangegeven dat ze bereid zijn veiligheidsgaranties te geven na een staakt-het-vuren of na een vredesakkoord, hopelijk zo snel mogelijk. Daarbij werd expliciet benadrukt dat de Verenigde Staten betrokken blijven bij het streven naar vrede, in nauwe samenwerking met hun Europese partners en NAVO-bondgenoten. Zoals daar werd gesteld: "We doen er alles aan om te blijven samenwerken met onze Europese collega’s en we willen er alles aan doen om vrede te bereiken. Er is veel vooruitgang geboekt. We hebben ook territoriale kwesties besproken en dat zullen we blijven doen."

Net daarom, collega’s, blijft het bestendigen van de trans-Atlantische band essentieel, in het bijzonder in het kader van de versterking van onze eigen defensiecapaciteiten, de agressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de nucleaire afschrikking. In dat verband is het ook relevant te wijzen op het feit dat de Verenigde Staten in hun National Defense Authorization Act voor 2026 uitdrukkelijk het behoud bevestigen van een stabiele force posture in Europa – heel belangrijk –, met minstens 76.000 Amerikaanse militairen, en van een Amerikaanse generaal in de rol van Saceur.

Dat is ook iets wat collega Weydts heeft gezegd in het debat over de Amerikaanse veiligheidsstrategie net voor de vakantie. Dat was een heel interessant debat toen die vrijdagnamiddag.

Europa moet daarom kalm blijven, maar wel heel duidelijk maken – en dat heb ik hier ook gehoord van heel veel collega’s – dat territoriale integriteit en bondgenootschappelijke loyaliteit geen onderhandelbare concepten zijn. Daarin kan ik heel duidelijk zijn: dat is non-negotiable .

Tegelijk moeten we versneld werken aan een sterker Europa binnen de NAVO, zodat onze veiligheid minder afhankelijk wordt van politieke schommelingen elders.

Ces dernières heures, j’ai été en contact avec l’ambassadeur américain auprès de notre pays et l’ambassadeur américain auprès de l’OTAN, et je leur ai expliqué nos préoccupations.

Gisteren heb ik dus contact opgenomen met de Amerikaanse ambassadeur in België, de heer Bill White, die gisteren trouwens te gast was in De Afspraak . Misschien hebt u dat gezien, zo niet kunt u het herbekijken. Deze ochtend heb ik ook contact gehad met de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Matthew Whitaker. Ik ben een Atlantisch denker. In het regeerakkoord staat ook heel duidelijk dat de NAVO voor ons de hoeksteen is en blijft van onze collectieve verdediging. Daarom is het belangrijk dat we met elkaar praten en bepaalde zaken durven aan te kaarten.

Ik begrijp de bezorgdheden die u hier uit met betrekking tot Groenland en de integriteit van NAVO-bondgenoot Denemarken.

Ce pays est l'un des plus loyaux envers les États-Unis et l’atlantisme.

Denemarken had na Amerika het hoogste aantal dode militairen in Afghanistan. Het koopt de F-35 en zoveel andere Amerikaanse wapensystemen. Het is dus bijzonder pijnlijk dat net zij nu vol in het vizier van de Verenigde Staten komen.

Ik snap bepaalde strategische overwegingen maar ik meen dat het goed zou zijn dat er in de komende uren en dagen vergaderd wordt over de belangrijkste elementen in dit debat door de belangrijkste protagonisten. Dan hebben we het over Groenland, Denemarken en de Verenigde Staten. Ik meen dat dit moet worden uitgepraat op een volwassen manier. Niemand heeft baat bij een food fight binnen de NAVO. De enigen die daarbij winnen, zijn onze vijanden. Laten we daar heel duidelijk over zijn.

Onze premier heeft dat gisteren in Parijs ook heel duidelijk gezegd. Niemand heeft baat bij dat we elkaar de duvel aandoen, elkaar afjakkeren, elkaar uitschelden of dat we tegen elkaar opbieden. Dat lijkt me bijzonder onverstandig. Dat heb ik heel duidelijk gemaakt. Het is belangrijk dat hier een oplossing gevonden wordt, dat we rustig blijven en de zaken uitpraten, zoals bondgenoten dat doen, zoals we dat al meer dan 70 jaar doen. We hebben al eerder crisissen gehad. Dit is uiteraard zo’n crisis, maar dit zullen we ook wel uitpraten.

Het is natuurlijk allemaal niet gemakkelijk. Iedereen heeft zijn belangen, zijn strategische visie, zijn bezorgdheden en zijn eigen kiezers. Dat begrijp ik allemaal, maar de mondiale situatie is bijzonder ernstig. Het is dus best dat we eendrachtig blijven. Daar ben ik echt van overtuigd. Dit is nog maar het begin van het jaar. Er zal nog veel gebeuren dit jaar.

Die boodschap is goed overgekomen. Ik ben ervan overtuigd dat er in de komende dagen heel wat initiatieven zullen komen, voor of achter de schermen, om hier uit te geraken. Dat is mijn hoop en ik meen dat het zal lukken.

Tot slot, er is op dit moment geen enkele vraag gekomen, niet via de NAVO, niet via de Europese Unie en niet bilateraal van Denemarken, om Belgische troepen naar Groenland te sturen.

Dat is gevraagd. Ik geef daar dus een antwoord op. Als minister van Defensie kan ik bevestigen dat er geen vraag is om troepen naar Groenland te sturen. Op dit moment hebben we nog geen vraag gekregen, niet van de EU, niet van Denemarken en niet van de NAVO. Ik geef maar antwoord op de vragen die ik krijg.

Collega’s, er is nog een laatste punt dat ik wil aanhalen. Er werd gesteld dat ik niet zou willen zeggen dat de internationale rechtsregels zijn geschonden. Ik word daarbij slecht geparafraseerd, wat ik betreur. Ik begrijp dat dit in een politiek discours soms dankbaar wordt gebruikt, maar men moet wel de volledige context lezen, dus ook de paragraaf erboven.

Ik weet, mijnheer Van Hecke, dat u er doorgaans naar streeft intellectueel correct en eerlijk te zijn. Dat duurt immers het altijd het langst. We weten dat allebei, want we zitten hier beiden al een hele tijd. Ik heb mijn tekst herlezen en wil het duidelijk stellen. Vanuit internationaalrechtelijk oogpunt zijn de regels overschreden, daarover bestaat voor mij geen twijfel. Ik heb wel gezegd dat bepaalde zaken voer zijn voor juristen. U weet hoe dat gaat met zulke discussies. Die belanden in de Veiligheidsraad van de VN, waarin de ene A zegt en de andere B, met vaak eindeloze discussies tot gevolg.

Wanneer men stelt dat er geen enkele jurist ter wereld bestaat die die internationaalrechtelijke interpretatie betwist, dan is dat niet correct. De juristen van het Amerikaanse Department of State betwisten die interpretatie. U kunt daar heel hard mee lachen, maar er zijn juristen van een groot en machtig land, die alle mogelijke argumenten afwegen om die zaak inhoudelijk te betwisten. Uw bewering dat niemand dat betwist, klopt dus niet. In de Verenigde Naties wordt namelijk vrijwel alles betwist. Er zijn zelfs juristen die ontkennen dat de Russische invasie van Oekraïne een schending vormt van de internationale rechtsregels. Dat zijn de juristen van het Kremlin. Ik wil daarmee aangeven dat dit een eeuwige discussie is.

Wanneer u mij dus vraagt of ik van oordeel ben dat de internationale rechtsregels zijn overschreden, dan antwoord ik zonder aarzeling bevestigend. Daarover ben ik niet dubbelzinnig. Ik heb ook goed begrepen wat onze premier daarover heeft gezegd. Zijn boodschap was volgens mij dat we vooral naar onszelf moeten kijken en dat Europa eindelijk lessen moet trekken uit de verschuiving naar hard power . We zijn daar laat mee. In de politiek mag men nooit zeggen dat het te laat is, omdat dat hopeloosheid en moedeloosheid uitstraalt, terwijl mensen behoefte hebben aan hoop. Men kan dus niet stellen dat het te laat is, maar ik moet wel erkennen dat we laat zijn, zelfs zeer laat, ook wat de heropbouw van onze defensie betreft.

Als ik zie welke prijzen vandaag moeten worden betaald voor wapensystemen, dan is dat bijzonder pijnlijk. Als we tien jaar geleden waren begonnen, hadden we veel goedkoper kunnen aankopen. Vandaag wil iedereen kopen en dat drijft de prijzen op door de marktomstandigheden van vraag en aanbod. Dat is spijtig. In de commissie voor Legeraankopen en -verkopen moet ik nu dossiers over legeraankopen voorleggen waarvan men terecht zegt dat ze bijzonder duur zijn. Hadden we die aankopen tien jaar geleden gedaan, dan had ons dat slechts de helft gekost. Dat hebben we echter niet gedaan.

Mijnheer Van Hecke en collega's, wij moeten focussen en ik denk dat dat ook de boodschap is die verschillende regeringsleden hebben proberen te geven. Er is Venezuela, maar dat is een zaak voor Buitenlandse Zaken, niet voor Defensie. Er is geen vraag om troepen naar Venezuela te sturen. Ik heb daar als minister van Defensie eigenlijk helemaal niets over te zeggen. U vraagt naar persoonlijke mening daarover wegens mijn post. Ik heb mijn mening daar gezegd, laat dat helder zijn, maar richt u voor het overige tot de heer Prévot. Ik hoop dat hij morgen op het vliegtuig goed kan uitslapen, want het zal hevig worden. Het is niet aan mij om daar uitspraken over te doen.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses et vos éclaircissements. Je partage votre analyse. Vous avez raison, il y a une crise au sein de l'OTAN. Il ne faut pas le nier. Mais je confirme aussi que pour moi, et je l'ai mentionné dernièrement, nous avons été depuis bien trop longtemps les passagers clandestins de notre défense.

Toutefois, faut-il le signaler? Je vous redemande, monsieur le ministre, de rencontrer vos homologues européens afin de pouvoir se coordonner.

Faut-il également le rappeler? Il est nécessaire, certainement, d’informer les États-Unis qu'il y aura des conséquences aux actions qu'ils sont en train de mener. Ces conséquences seront certainement diplomatiques, économiques voire autres.

Mais aussi, chers collègues, si nous agissons dans ce sens en opposition aux États-Unis, il y aura aussi des risques de conséquences négatives pour la Belgique – conséquences diplomatiques, conséquences économiques et budgétaires, des conséquences sécuritaires, des conséquences sociales et peut-être des conséquences militaires.

Nous devrons l'assumer auprès de notre population. Nous sommes prêts à le faire. C'est une interrogation. Je réinsiste, sommes-nous réellement prêts à le faire?

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

L'intégrité territoriale des membres n'est pas négociable. Vous le dites très bien, mais nous ne devons pas sous-estimer ce qui se passe. Nous allons parler aux Américains. D'accord. Cependant, quelle est notre marge de manœuvre pour discuter avec des gens qui tiennent des propos si radicaux? Si ce qui intéressait les Américains, c'étaient des garanties de défense, honnêtement, ils les ont déjà: une de leurs bases est installée au Groenland, avec lequel ils ont conclu des accords de défense, tout comme avec le Danemark au sein de l'OTAN. Donc, ne nous trompons pas. Nous n'avons pas affaire uniquement à des gens qui veulent davantage de sécurité, mais affaire à une perspective impérialiste d'envie de gains territoriaux. Ils pensent que, comme ils sont très forts, il suffira de le répéter haut et fort pour que cela ait lieu. Raison pour laquelle nous devons, non pas envoyer des troupes au Groenland, mais hausser le ton de la même manière. Nous devons être pleinement solidaires de nos alliés danois et rappeler, comme vous l'avez fait, que l'intégrité territoriale des membres doit être préservée et que cet épisode vaut une question de crise au sein de l'OTAN.

Pour le reste, même si nous ne sommes pas d'accord à propos des F-35, votre diagnostic est exact. En effet, nous payons des années de désinvestissement. Nous, Européens, prônons des valeurs fortes – celles du droit international –, que nous devons conserver. Il n'y a quasiment que nous, pour l'instant, qui les déclarons fortement parce que nous nous trouvons au milieu d'empires en résurgence: la Chine, les É tats-Unis, la Russie. Toutefois, il nous manque la force. Nous sommes un empire doté de valeurs, un empire de consommateurs, mais un empire dénué de force. C'est pourquoi nous avons raison d'investir au maximum dans notre défense, comme nous le faisons. Nous pourrions nous passer de dépendances technologiques pour le F-35, mais je reconnais honnêtement que, pour le reste, vous faites chaque fois votre possible pour investir européen. Vous achetez des munitions et des chars. Par ailleurs, il faut développer une industrie et une technologie de défense européenne. De même, accessoirement, il importe de nous rendre indépendants sur d'autres plans qui ne vous concernent pas directement, à savoir la politique énergétique et industrielle. C'est la seule manière de nous en sortir demain.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Un élément m'a rassuré, vous avez été clair sur la souveraineté du Groenland. Le Groenland appartient aux Groenlandais, appartient au Danemark, et donc aux Danois de manière plus large. C'est incontesté et incontestable. Nous avons d'ailleurs introduit une proposition de résolution visant au respect du principe de souveraineté du Groenland en commission des Relations extérieures. Nous espérons que ce dossier sera à l'ordre du jour de cette commission la semaine prochaine.

Je suis beaucoup moins d'accord avec vous quand vous prétendez que nous sommes moins forts aujourd'hui et que, dès lors, nous devrions presque nous soumettre aux diktats du président Trump, de son administration et de son gouvernement. Nous ne sommes pas moins forts. L'Union européenne, si elle se rassemble autour d'une volonté commune, dispose d'un arsenal militaire comparable et supérieur à celui de la Russie. C'est sur le plan de la puissance nucléaire que nous avons du retard. Sans la France et sans le Royaume-Uni, effectivement, nous sommes en difficulté.

Au sujet du retard de la Belgique, convenez avec moi, avec l'honnêteté intellectuelle qui est la vôtre, que votre prédécesseur N-VA, M. Vandeput, n'a pas fait du bien à l'armée et à la Défense. Les économies de 1,7 milliard ont été opérées sous le ministre Vandeput. En 2015 et en 2016, dans les tableaux budgétaires que je suis allé rechercher, il n'y avait aucun crédit d'engagement pour l'achat de munitions. J'eusse espéré que ce soit vous qui eûtes été ministre à l'époque. Certainement, nous aurions agi différemment.

Enfin, il faut véritablement ouvrir les yeux face à Donald Trump, mais aussi face au vice-président Vance, à Rubio et à toute sa clique. En effet, c'est une clique d'impérialistes, de souverainistes, qui n'ont qu'une volonté – et c'est écrit dans la stratégie nationale américaine –, celle d'affaiblir l'Union européenne et saper la démocratie européenne.

Je terminerai en vous disant à quel point cette Amérique-là n'est plus notre alliée. Elle n'est plus notre alliée pour défendre la démocratie, les valeurs européennes et les valeurs de droits humains. Selon les informations de Der Spiegel , qui n'est quand même pas un tabloïd mais un journal très sérieux allemand, il y a une influence et des menaces du gouvernement américain aujourd'hui sur les juges en France qui vont revoir en appel le jugement de Mme Le Pen. Car l'objectif de Donald Trump et de son gouvernement est effectivement de soutenir financièrement, mais également par des ingérences politiques anormales, des régimes ou des dirigeants d'extrême droite dans l'Union européenne pour mettre à bas l'idéal européen et les valeurs fondamentales qui ont construit le projet européen; mais qui le maintiendront coûte que coûte, quoi qu'en pense Trump et quoi qu'il puisse faire à son égard.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik onthoud een aantal elementen uit uw lang en goed antwoord.

Ten eerste, het is goed dat op het hoogste niveau wordt gepraat. Het is heel belangrijk dat de kwestie wordt uitgepraat en niet leidt tot een openlijk conflict binnen de NAVO. Dat kunnen wij immers missen als kiespijn. Immers, indien de kwestie zou uitmonden in een daadwerkelijk conflict binnen de NAVO, dan zal slechts één persoon de champagne ontkurken op het nieuwe jaar, namelijk Poetin in het Kremlin.

Dat is ook het probleem. Poetin is de vijand. Daarover bestaat geen twijfel. Indien Poetin uiteindelijk de enige zou zijn die garen spint uit een verdeelde NAVO, dan ben ik niet overtuigd of hij door Trump wel als een grote vijand zal worden beschouwd. Wat wij de voorbije maanden onder de regering-Trump hebben gezien, wijst immers op grote toenaderingen tot Poetin. Er liggen bovendien plannen op tafel die grotendeels tegemoetkomen aan de wensen van Poetin. Ik ben er dan ook niet gerust in dat de regering van de Verenigde Staten Poetin en Rusland daadwerkelijk als de grote bedreiging beschouwt. Die nuance lijkt mij belangrijk om te maken.

U hebt vandaag bijna letterlijk de Belgische leuze ‘Eendracht maakt macht’ gehuldigd, wat ik niet van u had verwacht. Die leuze geldt niet alleen voor ons land, maar evenzeer voor de NAVO. Het is dan ook van groot belang dat de NAVO met één stem blijft spreken.

Collega’s, waarom is die backstop zo belangrijk en zo cruciaal? Waarom ben ik zo ongerust over het mogelijk afnemende vertrouwen in de regering-Trump? Die backstop is essentieel omdat Europa vandaag op eigen kracht nog niet sterk genoeg staat. Dat is de realiteit. Men kan het tegendeel proberen te beweren, maar op het vlak van strategische enablers staan wij nergens. Dat geldt vooral voor de intelcapaciteit. De inlichtingen die wij vandaag van de Verenigde Staten ontvangen en waarop wij vandaag een beroep doen om onze operaties veilig te kunnen leiden, zijn cruciaal. Die capaciteit hebben wij op Europees niveau niet.

Het is dan ook heel terecht dat wij opnieuw bouwen aan onze eigen defensie, niet alleen in België maar in heel Europa. Wij moeten bouwen aan een Europese defensiepijler binnen de NAVO, zodat wij op eigen benen kunnen staan en voldoende sterk worden. Ik volg u ook volledig wanneer u stelt dat wij zodoende een stok achter de deur hebben, aangezien wij er met praten alleen niet zullen komen in de huidige tijden en in een wereld waarin autocraten aan de macht zijn.

Het is dan ook goed dat de huidige regering met Vooruit eindelijk opnieuw investeert in onze defensie en werk maakt van de hard power die wij helaas nodig zullen hebben.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord, ook voor de nodige nuances die u aanbrengt. Uiteindelijk moeten we beseffen dat we moeten blijven werken binnen ons bondgenootschap en dat Amerika onze grootste bondgenoot is. Met elkaar ruzie maken of elkaar schofferen, helpt ons geen meter verder.

Het is belangrijk om de discussie met elkaar te voeren, zeker met het oog op de komende NAVO-top. Dat is een belangrijk onderwerp dat op de agenda moet staan. Collega’s die denken dat we nu veel te zeggen zouden hebben, vergissen zich echter, aangezien we jarenlang te weinig hebben geïnvesteerd in onze defensie. Deze regering doet daar eindelijk iets aan. We investeren nu verder en we zullen dat de komende jaren nog veel meer moeten doen.

Collega’s, we leven niet in een leegte. We moeten beseffen dat we zonder Amerika nog zwakker zullen staan. Als iemand die in Iran geboren en opgegroeid is, zag ik dat al jaren geleden aankomen. In de commissie voor Landsverdediging moesten we met de N-VA echter blijven vechten, zelfs om onze drones te bewapenen. De vorige regering en de minister die we toen hadden, hebben beslist om onze drones niet te bewapenen. Dat zijn de feiten en dat zijn de resultaten van de beslissingen in de vorige regering, dus u kunt nu niet vragen waarom we hier niet klaar voor zijn.

Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes voor de komende jaren. Dank u wel.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil een aantal zaken zeggen.

Ten eerste, u zegt dat u voor een aantal vragen bij de minister van Buitenlandse Zaken moet zijn en u vindt het wat vreemd dat hier collega’s van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen of van andere commissies aanwezig zijn. U kunt daar echter niet verbaasd over zijn, aangezien u elke dag of elke week op Twitter, Facebook en Instagram uw mening geeft over buitenlandse aangelegenheden. Dan is het niet zo bijzonder dat hier vragen worden gesteld over thema’s van Buitenlandse Zaken.

U hebt een aantal antwoorden gegeven over uw eigen uitspraken. Dank daarvoor. U was gedetailleerd over uw standpunten. Het is echter niet zo bijzonder dat hier collega’s van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen aanwezig zijn als u daarover wekelijks beschouwingen geeft. Dat is uw goed recht en dat mag. Ik vind dat ook leuk om te lezen. Als u elke week beschouwingen geeft over Buitenlandse Zaken, is het niet verbazingwekkend dat daar hier vragen over komen.

Ten tweede – misschien het punt dat mij het meest stoort, mijnheer de minister – u fulmineert over het verleden. Het was allemaal te traag en te laat en de vorige regeringen hebben ons in de miserie gebracht. Van de laatste tien jaar, de periode van 2015 tot 2025, zaten we echter ongeveer vijf à zes jaar met een minister van Defensie van de N-VA. Ook uw partij maakte toen deel uit van de regering.

Ik vind ook dat we moeten opschalen, dat we sterker moeten investeren en dat we een sterkere defensie nodig hebben. Zoals veel Europese landen maken we de laatste twee jaar inderdaad een inhaalbeweging. Er zijn heel wat linkse partijen in de oppositie. Ik behoor daar niet toe, voor alle duidelijkheid. Ik ben geen lid van een linkse partij, maar er zijn ook heel wat linkse regeringsleiders in andere Europese landen die diezelfde inhaalbeweging maken. Alles zomaar afschuiven op het verleden, op de linkse oppositie of op linkse partijen en hen als naïef wegzetten, is dus niet correct, mijnheer de minister. Dat is niet correct. De laatste tien jaar zat uw partij vijf jaar op de stoel van de minister van Defensie.

Ten derde, ik ben het met u eens dat we zowel hard power als soft power nodig hebben. We hebben hard power nodig, maar ook soft power . Ik ben heel blij dat u zegt dat territoriale integriteit non-negotiable is. Het is zeer goed dat u het belang daarvan hier onderschrijft. Als reactie op de eerste minister stel ik dat palaveren over territoriale soevereiniteit en internationaal recht wél belangrijk is. Wij moeten daarover spreken, want als wij dat al niet meer doen, wie dan wel? Het is een totale chaos op het wereldtoneel. Daarom zijn er spelregels nodig.

Het internationaal recht zijn de spelregels in een periode van chaos. We moeten dat blijven zeggen en dat is minstens even belangrijk als hard power . Soft power is minstens even belangrijk als hard power . U hebt mijn steun voor het versterken van onze defensie, maar we mogen soft power , diplomatie en het naleven van internationale rechtsregels absoluut niet vergeten.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de minister, u was duidelijk over twee zaken. Ten eerste apprecieer ik dat u met betrekking tot Groenland initiatief hebt genomen en een duidelijke lijn trekt. Ten tweede stel ik het op prijs dat u hebt gezegd dat u vindt dat de internationale rechtsregels zijn geschonden in Venezuela, hoewel u bij aanvang verklaarde geen uitspraken over het internationale aspect te zullen doen en dat overlaat aan minister Prévot en premier De Wever. Nochtans tweet u steeds over allerlei internationaalrechtelijke aspecten en geopolitieke situaties.

Ik verwacht van een minister ook duidelijke uitspraken daarover. U gaat zelfs verder dan de eerste minister. De eerste minister zei in Terzake gisteren dat men zich vragen kan stellen bij de werkwijze. U was duidelijker en scherper dan de eerste minister, waarvoor mijn felicitaties. Uw uitspraak was echter een ingeving van het moment, waarbij het buikgevoel de voorbereide tekst terzijde liet. Collega’s, respect voor het internationaal recht is geen keuze à la carte. Ik verafschuw de stelling dat internationale rechtsregels naargelang de situatie meer of minder belangrijk zijn. Een regering, een minister of een land moet erkennen dat internationale regels leidend zijn in politiek en reacties en moet consequent zijn in de toepassing daarvan.

Dat is hetgeen ik verwacht van de regering, want anders geeft u verkeerde signalen. Als u soft bent en begrip toont voor een actie van - laten we zeggen - een verlicht despoot in het Witte Huis en als u die kerel groen licht geeft, dan interpreteert hij dat als dat hij verder kan gaan. Waarom zou hij dan niet hetzelfde doen in Groenland, in Colombia en in Mexico? Er moet een duidelijke lijn worden getrokken en in uw antwoord doet u dat ook.

Ik wil nog even terugkomen op de tweet. Ik heb uw tweet nog eens goed gelezen en die is voor interpretatie vatbaar. U hebt echter ook nog iets anders gedaan, u hebt ook een bepaalde tweet geretweet. In die tweet stond: “Venezolaanse oppositieleider en recente winnares van de Nobelprijs is het oneens met alle hysterische roepers met hun internationaal recht.” Dat hebt u geretweet. Als ik iets retweet, is dat meestal iets waar ik achter sta. Deze retweet kan worden geïnterpreteerd alsof u het internationaal recht ook maar hysterisch gedoe vindt. U hebt dat daarnet rechtgezet, maar misschien moet u dan ook uw retweet verwijderen of voortaan twee keer nadenken voor u iets retweet. Dat zou een stuk duidelijker zijn.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

En complément de la réplique de mon collègue Van Hecke, je soulignerai que vous avez en effet été clair sur certains aspects. Par contre, je suis étonnée par les propos de certains collègues qui continuent de marteler à quel point les États ‑ Unis sont et restent notre meilleur alli é .   Aujourd ’ hui, continuer à penser que le salut de la Belgique et de l ’ Europe passe par cette Alliance est de l’aveuglement complet au regard de ce qui est en train de se passer. La situation actuelle est tr è s claire: nous constatons un non ‑ respect du droit international et de la territorialit é du Groenland, et donc de l ’ Union europ é enne.   Nous devons agir en conséquence.

L’enjeu en matière d’autonomie, en particulier d’autonomie énergétique, est évidemment énorme. Et c’est précisément l’un des enjeux des prochaines années: parvenir à être davantage résilients et autonomes, tant au niveau européen qu'au niveau belge, en la matière.

Plus spécifiquement, même si nous ne serons jamais d’accord sur la question des F ‑ 35, il est é vident qu ’ il ne s ’ agit pas d ’ une bonne option d ’ en racheter pour 1,6 milliard d ’ euros d ’ argent public – l ’ argent des citoyens belges – pour un r é sultat tel que celui qui se produit aujourd ’ hui et qui se reproduira sans doute à l ’ avenir. Comme vous le disiez, le Danemark a achet é des F ‑ 35; nous voyons bien la situation dans laquelle il se trouve et la fa ç on dont le pr é sident Trump le traite.

Monsieur le ministre, si vous voulez flatter l’ego de Trump, offrez ‑ lui un Manneken-Pis plaqu é or, mais ne lui offrez pas, sur un plateau d ’ argent, 1,6 milliard d ’ euros d ’ argent public pour des avions qui ne garantissent en rien notre s é curit é ni notre autonomie! Ce dont nous avons besoin, c ’ est d ’ une d é fense europ é enne et d ’ une coordination au niveau des achats; aujourd’hui, entre les différents pays européens, c’est la zizanie concernant les différentes sortes de chars, de tanks et d’avions. Par ailleurs, il faut ê tre ferme. En effet, dans un monde où prévaut la loi du plus fort, c’est en faisant preuve de fermeté et en traçant des lignes rouges très claires que nous parviendrons à nous faire respecter, et non en nous mettant à plat ventre.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb veel zaken gehoord waarmee ik volledig akkoord ga, onder meer over de loyaliteit en de geloofwaardigheid van het bondgenootschap, die niet onder druk mogen komen. Groenland is non-negotiable . Het lijkt mij heel belangrijk dat we binnen Europa evolueren van soft power naar hard power. Ik denk dat er volledige eensgezindheid bestaat over het uitbouwen van een sterke Europese pijler. Hoe we dat zullen doen, is wel een bijzonder belangrijke vraag. U maakt graag een analyse van het verleden. Ik denk dat we een collectieve verantwoordelijkheid dragen. We hebben allemaal deel van de regering uitgemaakt. Als men de cijfers bekijkt, ik doe dat voor de eerste en de enige keer, dan ziet men dat de regering die het minst aan Defensie heeft besteed in bbp-cijfers de Zweedse coalitie was. Laten we dus stoppen met die analyse van het verleden te blijven maken. Het is een collectieve verantwoordelijkheid, die misschien voor de ene wat meer doorweegt dan voor de andere, maar we moeten vooral vooruitkijken.

De vraag is hoe we Europa sterker kunnen maken. Investeringen zijn daarbij absoluut noodzakelijk, daarin hebt u voor honderd procent gelijk. We hebben echter al vaker besproken dat investeringen efficiënt moeten gebeuren, zodat we dat narratief ook bij onze bevolking warm kunnen houden. Dat betekent dat we meer moeten samenwerken en onder de dominantie van de grotere Europese landen moeten uitkomen. We moeten evolueren naar harmonisering van normen, maar daar kunnen we op een ander moment op ingaan. Ik ben het volledig eens om met de nodige investeringen te evolueren naar hard power binnen Europa.

Een tweede punt betreft Oekraïne. U zei tevreden te zijn met de garanties die gisteravond zijn uitgesproken. Daar blijf ik mij toch wat ongemakkelijk bij voelen. Wat zijn die garanties waard met al die spanningen in het bondgenootschap? Ik denk dat we daar absoluut waakzaam moeten blijven. De vraag blijft openstaan of er op een bepaald moment een ruil zal plaatsvinden.

Een derde punt dat ik nog wil aanhalen, betreft Amerika. De Trumpadministratie is misschien minder NAVO-loyaal, maar we hebben ook gezien dat er in het Congres, zowel bij de Democraten als bij de Republikeinen, een grote flank bestaat met een andere mening over Europa en over het belang van het Atlantisch bondgenootschap dan die enge Trumpadministratie. Ik vraag mij af in welke mate we met die flank sterkere contacten kunnen onderhouden om die mee te versterken. Dat hangt voor een stuk uiteraard samen met onze geloofwaardigheid om meer te investeren in Defensie. Meer investeringen bieden hen extra argumenten om af te stappen van dat eng imperiaal denken van de Trumpadministratie.

Niet iedereen in Amerika zit op dezelfde golflengte. Europa dient daarin een rol te spelen en te tonen dat het zijn verantwoordelijkheid wil opnemen.

Sam Van Rooy:

Minister Francken, bedankt. U bent één van de weinige ministers in deze regering naar wie ik met interesse kan luisteren. Daarom ben ik hier ook aanwezig.

Dit gezegd zijnde, iedereen, behalve extreem links, is blij met de val van de criminele linkse tiran, Maduro, maar niet met de manier waarop. Hoe het dan wel had moeten gebeuren, weet men natuurlijk niet. Dat kan men natuurlijk niet zeggen.

Er moet me in dit debat toch nog iets van het hart. Al het gejammer dat we ook hier weer horen over internationaal recht, laat vooral zien hoe losgezongen van de realiteit veel politici geraakt zijn. Ik zou het echt ook graag anders zien, geloof me, dames en heren, maar het internationaal recht was eigenlijk niet meer dan een comfortabele illusie die enkele decennia heeft kunnen standhouden. Het heeft nooit werkelijk bestaan. Nu is de wereld inderdaad teruggevallen in haar natuurlijke toestand van machtspolitiek van grootmachten.

Wetten – dat zou u toch allemaal moeten weten – bestaan alleen bij de gratie van de onderwerping aan een hogere autoriteit die de wetten met geweld kan afdwingen. Zo’n hogere mondiale autoriteit bestaat niet. Zelfs als men de VN als dusdanig wil beschouwen, beschikt die organisatie helemaal niet over de macht om internationaal recht af te dwingen, behalve misschien tegenover kleine, zwakke landen. Toen de VS Irak binnenvielen, keek de VN machteloos toe. Toen Rusland Oekraïne binnenviel, deed de VN niets. Als China morgen Taiwan binnenvalt, zal de VN niets doen. Dat weten we. Als men een wet niet kan handhaven, beste politici, is ze de facto geen wet. Dan bestaat ze niet.

Het is dus in ons belang dat we zo sterk mogelijk zijn en dat onze tegenstanders zo zwak mogelijk zijn. President Trump is in dat opzicht een realist en een pragmaticus. Hij doorziet de fictie waaraan andere zogenaamde leiders in Europa zich blijven vastklampen. Een goede leider bevordert de nationale belangen van zijn land. Als meer Westerse leiders dat zouden doen zoals Trump het doet, zou onze beschaving in Europa er vandaag veel beter voorstaan.

Voorzitter:

Ik begrijp dat de minister ook nog iets wil inbrengen.

Theo Francken:

Collega's, sta me toe om nog heel kort te reageren. Op zich is het interessant dat we met elkaar spreken, en het is waar, ik spreek mij uit over veel dingen en dat heb ik altijd gedaan, het is soms ook sterker dan mezelf. Ik probeer dat op een genuanceerde manier te doen, en daarom is dit ook zo’n interessante commissie, waar op den duur iedereen naartoe komt. Dat is heel fijn. Welkom. U hoeft zich vooral niet onwelkom voelen omdat u hier maar één keer komt. Trouwens, ik hoop dat Staf Aerts zo snel mogelijk beter is en een beter jaar tegemoetgaat, en dat we hem ook veel kunnen zien. Wat hij meemaakt is natuurlijk niet fijn. Tinne heeft hier vaak gezeten; u helpt elkaar en de solidariteit is heel groot binnen uw fractie. Ik hoop echt dat hij zo snel mogelijk terug is. Laat dat ook heel duidelijk zijn: ik hoop dat Staf zo snel mogelijk geneest zodat we opnieuw met hem kunnen discussiëren en van gedachten wisselen.

Een paar dingen. Retweets are not endorsements . Bij deze is dat dan ook officieel genotuleerd. Sommigen zetten dat erbij, doe dat nu eenmaal niet, ik ga het er niet bij zetten, maar bij deze is het gezegd in de officiële zitting.

Het meest interessante dat ik toch wel gehoord heb, is wat Koen Van den Heuvel heeft gezegd over het belang van voldoende contacten met die parlementsleden. Dat vind ik ook. Daarvoor heb je onder andere het NAVO-Parlement. Ik weet dat niet iedereen daar lid van kan zijn en dat dat beperkt is, maar er zijn ook andere mogelijkheden. Er is de IPU. Er zijn andere mogelijkheden om in nauw contact te komen met Amerikaanse parlementsleden van het Congres en de Senaat. Vooral het Congres is belangrijk, maar ook de Senaat. Die zijn wat minder bereikbaar omdat ze heel drukbezet zijn, maar het Congres heeft veel leden.

Die vriendschapsbanden smeden en met elkaar praten is belangrijk, ik kan het maar voldoende herhalen. Elkaar afsnauwen, daar hebben we niets aan. Er zijn opnieuw heel wat forse uitspraken gedaan, en dat is goed voor de achterban; ik snap die filmpjes, die draaien dan goed. Maar wat hebben we daaraan als Westen? Wat levert ons dat op? Ik denk dat het ons verderaf brengt van ons doel. Ik denk dat dat ons in de problemen kan brengen.

Als men mij dan vraagt naar die veiligheidsgaranties en welke garanties dat zijn … Wel, hoe meer u in de hand bijt die u voor een stuk voedt, hoe meer waarschijnlijk het is dat men zal zeggen: zoek het zelf maar uit in Europa, trek uw plan. Dat is voor een stuk ook een selffulfilling prophecy .

Blijf dus met elkaar praten. Het NAVO-Parlement is een heel belangrijk instrument, maar ook de IPU en de Verenigde Staten. Maak een reis met de commissie. Vraag een ontmoeting met de commissie voor Defensie van het Congres. Nodig hen uit; ze zijn zo vaak in Brussel. Met het NAVO-Parlement zijn ze in februari een week hier, nodig hen dus uit. Het is in de krokusvakantie. Ik weet dat iedereen dan graag gaat skiën, maar de wereld staat in brand. Nodig hen uit en praat met hen. Leer elkaar kennen. Wissel kaartjes uit. Heb contact. U kunt ook eens bellen naar Washington; ik doe dat al jaren: eens bellen en vragen wat er juist aan de hand is, omdat ik bepaalde dingen in de krant lees.

Dat is dus een eigen keuze. U kunt zeggen dat u dat principieel niet doet, dat is geen probleem, maar er zijn wel voldoende mensen in de commissie die dat wel degelijk zouden willen.

Ik blijf ervan overtuigd dat men op een rationele manier kan overtuigen. U hebt al kunnen vaststellen dat de president weliswaar machtig is in de Verenigde Staten, maar niet oppermachtig. Het Congres heeft al een aantal keren de koers bepaald. Bij ons zegt men soms dat de parlementsleden enkel maar op een stemknopje moeten drukken en maar moeten luisteren. Dat is in het Belgisch Parlement ook niet waar, ik ga niet akkoord met die stelling. Voor de Verenigde Staten geldt dat dat absoluut niet het geval is. Dit is dus een oproep. Meer kan ik op dat vlak niet zeggen.

We kunnen eindeloze discussies voeren over de F-35's, de vier jaar ministerschap van de heer Vandeput en de investeringen. Ik zal dat een volgende keer met veel plezier doen, maar als we dat nu zouden doen, zouden er veel replieken komen en zitten we hier nog een uur, terwijl er ook nog vragen moeten worden beantwoord. Dan zou ik binnen twee maanden de vraag krijgen waarom er een achterstand van 90 vragen is en waarom ik nooit kom. We bewaren die discussie dus voor een volgende keer. Ik ben het niet eens met wat hier werd gezegd, maar dat weet u wel.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik dank u voor deze toevoeging.

Vrijspraak wegens het niet overbrengen van een beklaagde die vervolgd werd voor mensenhandel
Het structurele probleem van de overbrenging van gedetineerden
De onontvankelijkheid van de strafvordering wegens de niet-overbrenging van een beklaagde
Problemen rond overbrenging van gedetineerden en gevolgen voor strafvordering

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementsleden bekritiseren structurele tekortkomingen in het gevangenistransport door de Direction de sécurisation (DAB), wat leidt tot procesverval, vrijspraken (o.a. mensenhandel, diefstal) en schending van het recht op een eerlijk proces voor zowel verdachten als slachtoffers. Concrete gevallen (Bruges, Gent, Brussel) tonen herhaalde mislukte overbrengingen (tot 5x), vooral vanuit gevangenis Haren, door capaciteitstekort, logistieke falen en communicatieproblemen—volgens minister Verlinden verergerd door overbevolking en prioriteringsfouten in de DAB-matrix. Verlinden belooft structurele oplossingen (240 nieuwe agenten/jaar, digitale processen, videohoorzittingen, extra celwagens) en noodmaatregelen zoals betere afstemming met rechtbanken, maar parlementsleden betwijfelen de urgentie: Van Hecke stelt voor verdachten een dag vooraf over te plaatsen, Van Hoecke eist onmiddellijke interventie in Haren en cijfers over mislukte transporten, die ontbreken. Kritiek blijft dat kortetermijnactie uitblijft, terwijl langetermijnplannen (minder detentie, transitiehuizen) de acute crisis niet oplossen.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, il y a quelques semaines, la presse a rapporté une décision judiciaire particulièrement préoccupante. À Bruges, un prévenu poursuivi pour trafic d'êtres humains a été acquitté après trois absences consécutives à son procès, faute d'avoir pu être transféré depuis la prison de Haren.

En approfondissant mes recherches, j'ai constaté que cette situation n'était pas isolée. Parmi d'autres cas documentés, on peut citer celui du 31 octobre 2024, où le tribunal de première instance francophone de Bruxelles a déclaré des poursuites irrecevables à l'encontre d'un détenu, jamais extrait malgré les demandes répétées du ministère public; son avocat ayant plaidé l'atteinte au procès équitable. Un avocat pénaliste consulté m'a également confirmé que ces situations se produisent régulièrement: absence de traducteur, extraction manquée, documents arrivant trop tard, autant de défaillances logistiques qui sont souvent liées à un manque de moyens, qui créent des failles exploitables par la défense et qui peuvent mener à des acquittements purement procéduraux et techniques.

Ces cas montrent qu'il ne s'agit plus d'exceptions, mais de problèmes récurrents dans la chaîne pénale. Même si les transferts relèvent formellement de la Direction de sécurisation de la police fédérale, ce sont bien les juridictions, et donc votre département, qui en subissent les conséquences: audiences impossibles à tenir, procès reportés, décisions annulées, voire acquittements dans des dossiers graves.

Au-delà du prévenu, ce sont évidemment des victimes qui voient leurs droits bafoués également. Un procès qui ne peut se tenir porte atteinte à leur droit à la vérité et à une justice effective, mais c'est également une atteinte au droit fondamental du prévenu à un procès équitable.

Madame la ministre, quelle évaluation avez-vous menée quant à l'impact de ces manquements répétés sur le fonctionnement de la justice ainsi que sur le respect du droit des victimes et du droit au procès équitable des prévenus? Quelles mesures concrètes et structurelles seront prises pour garantir durablement la comparution effective des détenus et éviter que d'autres dossiers pénaux ne s'effondrent pour des raisons logistiques et organisationnelles? Je vous remercie d'avance pour votre réponse, que je n'aurai peut-être pas la chance de suivre en direct, mais que je regarderai par la suite.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, enkele weken geleden hebben we de problematiek inderdaad al besproken naar aanleiding van de vrijlating van een verdachte, omdat hij tot drie keer toe vanuit de gevangenis niet werd overgebracht naar de rechtbank om zijn rechtszaak bij te wonen. De inkt van het commissieverslag was nog niet droog of er verscheen opnieuw een persbericht, dit keer van de rechtbank in Gent. Een man die van diefstal werd verdacht, moest worden vrijgelaten omdat hij vijf keer niet kon worden overgebracht van de gevangenis naar de rechtbank.

De rechtbank spreekt van een structureel probleem dat voor veel vertragingen zorgt en waarvoor geen oplossing in het vooruitzicht is. Er moet snel een oplossing worden gezocht, want dit draagt bij tot een groot aantal mensen in voorhechtenis in onze overvolle gevangenissen. Bovendien zorgt dit voor vertragingen bij de rechtbanken, waar de achterstand ook al oploopt. Ook het recht op een eerlijk proces komt in het gedrang. Met andere woorden, heel wat problemen gaan gepaard met deze problematiek.

Ik heb een aantal zeer concrete vragen. Ten eerste, hoe verklaart u dat verdachten tot wel vijf keer toe niet naar de rechtbank worden overgebracht? Is er een structureel personeelstekort bij de Directie beveiliging (DAB)?

Ten tweede, hoeveel rechtszaken werden het afgelopen jaar verstoord, verlaat of uitgesteld door het niet uitvoeren van gevangenistransporten? Kunt u cijfers bezorgen per maand en per arrondissement en hoe groot is het probleem in cijfers?

Ten derde, welke concrete maatregelen zijn in voorbereiding of al genomen om de structurele personeelstekorten bij de DAB aan te pakken? In welke budgetten en rekruteringsinspanningen is daarvoor voorzien?

Ten vierde, welke noodmaatregelen kunnen vandaag worden genomen om deze problematiek te stoppen?

Ten vijfde, tegen wanneer verwacht u dat er geen rechtszaken meer worden uitgesteld omwille van het niet overbrengen van een verdachte uit de gevangenis?

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, een maand geleden bespraken we in deze commissie inderdaad al een soortgelijk geval. Er is opnieuw een strafzaak onontvankelijk verklaard omdat een beklaagde maar liefst vijf keer werd opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen, maar dat telkens niet lukte doordat hij niet vanuit de gevangenis kon worden overgebracht.

De eerste keer dat die beklaagde voor de correctionele rechtbank in Gent had moeten verschijnen, kreeg de rechtbank te horen dat hij niet kon worden overgebracht vanuit de gevangenis van Haren wegens een capaciteitstekort. De tweede keer werd zelfs helemaal geen reden opgegeven. De derde, vierde en vijfde keer werd opnieuw verwezen naar een capaciteitstekort. Vervolgens verklaarde de Gentse rechtbank de zaak onontvankelijk, omdat het niet lukte de overbrenging ordentelijk te laten verlopen.

Het is de tweede keer in zeer korte tijd dat dit zich voordoet. Eind november werd een verdachte van mensensmokkel vrijgesproken, omdat hij tot drie keer toe niet kon worden overgebracht van de gevangenis naar de rechtbank. Dit keer kon de beklaagde vijf keer niet worden overgebracht. Ook in dit geval gaat het om een beklaagde die in voorhechtenis zat in de gevangenis van Haren.

Daarom heb ik de hiernavolgende vragen.

Ten eerste, heeft het parket ondertussen beroep aangetekend tegen het vonnis?

Ten tweede, in de Commissie voor Justitie van 2 december 2025 gaf u aan dat u in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken gerichte initiatieven zou nemen, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. Kunt u een overzicht geven van de concrete initiatieven die reeds werden getroffen en van de initiatieven die nog zijn gepland?

Ten derde, u verklaarde ook dat u regelmatig overlegt met de bevoegde autoriteiten van de DAB. Hebt u naar aanleiding van de voorvallen in Brugge en Gent samengezeten met de DAB? Indien ja, wat was de reactie van de DAB zelf? Welke concrete problemen schuift zij zelf naar voren? Welke oplossingen kunt u haar aanreiken?

Ten vierde, het gaat in twee gevallen om een overbrenging vanuit de gevangenis van Haren. Doen die problemen zich specifiek voor bij transporten vanuit de gevangenis van Haren of rijst het probleem ook in andere gevangenissen?

Ten slotte, beschikt u over cijfers over het aantal keer dat een overbrenging vanuit een gevangenis in 2025 niet heeft kunnen plaatsvinden?

Annelies Verlinden:

Chers collègues, je vous remercie.

Pour la collègue Vandeberg, qui n'est plus parmi nous, je tiens à souligner que ces questions ont déjà été abordées en commission le 2 décembre et ont fait l'objet d'une réponse. Je renvoie dès lors, pour la totalité des questions, au compte rendu de la commission de la Justice du 2 décembre 2025.

Voor de collega’s Van Hecke en Van Hoecke herhaal ik dat de DAB prioriteiten voor overdrachten vastlegt aan de hand van een beslissingsmatrix. In het huidige geval werd de overdracht van de verdachte als prioritair aangemerkt, maar door de huidige bezettingsgraad in de Belgische detentie-inrichtingen werden andere overdrachtsopdrachten als nog meer prioritair beoordeeld. Daardoor kon de overdracht wegens beperkte capaciteit niet worden uitgevoerd.

Het is juist dat het expliciete verzoek van de rechtbank beter had kunnen worden meegewogen, hetgeen had kunnen leiden tot het toekennen van absolute noodzaak aan de overdracht. Ik denk dat er zich een probleem van communicatie- en informatiebeheer heeft voorgedaan. Er worden in overleg met de minister van Binnenlandse Zaken maatregelen genomen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Eind december is er nog een overleg geweest tussen vertegenwoordigers van de hoven en rechtbanken en de verantwoordelijken van de DAB binnen de fedpol, om de problematiek te bespreken en samen tot oplossingen te komen.

Collega Van Hoecke, er zijn al verschillende initiatieven genomen of ze lopen nog om het personeelstekort bij de DAB aan te pakken en om de uitvoering van overplaatsingen van gedetineerden te optimaliseren. Het gaat, bijvoorbeeld, om de herplaatsing van personeel van de nucleaire sites naar de eenheden van hoven en rechtbanken, de voortzetting van het actieplan dat de jaarlijkse aanwerving van 240 nieuwe veiligheidsagenten mogelijk maakt, de harmonisatie en optimalisatie van operationele processen, de aanschaf van nieuwe celwagens met grotere capaciteit en de operationalisering van de MFO-1 door de invoering van een versterkingssysteem binnen de fedpol ter ondersteuning van de DAB. De optimale en efficiënte uitvoering van de aan de DAB toevertrouwde opdrachten vereist ook een goede samenwerking en een sterk partnerschap met de belangrijkste stakeholders en belanghebbenden, met name de gerechtelijke autoriteiten, de gevangenisadministratie en de bevoegde autoriteiten.

De informatiestroom tussen de verschillende belanghebbenden wordt permanent verbeterd om de snelheid en efficiëntie van verwerking en uitvoering te verhogen. In dat verband worden initiatieven genomen om processen te digitaliseren en het risico van opeenvolgende niet-uitgevoerde overbrengingen tot een minimum te beperken. Er lopen verschillende opdrachten op dat vlak, zoals de ontwikkeling van een systeem voor videoconferenties voor verhoren of medische consultatie op afstand, naast de ambities van de regering om de overbevolking in gevangenissen te verminderen, detentiecentra en transitiehuizen op te richten en de uitzetting van gedetineerden die illegaal in het land verblijven.

De gevangenis van Haren levert vrij specifieke problemen op voor de DAB-agenten. Aangezien het om een penitentiair complex gaat en niet om een traditionele gevangenis, kunnen gedetineerden zich gemakkelijker verplaatsen. Daardoor is het bijna onmogelijk om een gedetineerde op te halen als hij zich niet op de afgesproken plaats en tijd voor zijn overbrenging meldt. Bovendien zijn veel overbrengingen vanuit Haren bestemd voor gerechtsgebouwen buiten het gerechtelijk arrondissement Brussel, wat meer politiecapaciteit vereist. We moeten dus absoluut inzetten op videohoorzittingen, zodat het aantal noodzakelijke verplaatsingen kan worden verminderd.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

U geeft een overzicht van de initiatieven die de laatste weken zijn genomen. Ik kan begrijpen dat de personeelsproblemen niet van vandaag op morgen opgelost zullen zijn, maar als een gedetineerde tot vijf keer toe niet kan verschijnen op een rechtbank, dan is dat een groot probleem. Als de rechtbank het dan nog uitdrukkelijk vraagt en men geraakt niet hoger op de prioriteitenlijst, dan krijgt men zo'n uitspraken. Ik betreur dat. Dat toont aan dat er heel grote problemen zijn.

Ik begrijp dat de problemen zich misschien eerder voordoen bij overbrengingen vanuit Haren. Dat was ook de vorige keer het geval. Dat moet dan toch bekeken worden. U verwijst naar het feit dat gedetineerden zich gemakkelijker kunnen verplaatsen op het grote domein, dat we destijds hebben bezocht. Dat valt toch ook te regelen? Men haalt gedetineerden meestal heel vroeg 's ochtends op en niet op een moment dat deze gaan wandelen zijn. Er moet toch eens samen met de directie van Haren worden bekeken hoe dat beter kan worden georganiseerd.

Zoals ik de vorige keer al suggereerde, waarom kan de overbrenging van een gedetineerde vanuit Haren naar een zitting in Brugge of Gent niet op een ander tijdstip gebeuren, bijvoorbeeld de ochtend ervoor? De overbevolking is heel groot, ook in Gent, Brugge en andere gevangenissen, maar als dat maar voor een nacht is, dan kan dat misschien een oplossing zijn, zodat de rechtszaak kan doorgaan. Dat zal waarschijnlijk ook wel voor andere problemen zorgen, maar zo kan het in elk geval niet verder.

Alexander Van Hoecke:

Op korte tijd werd twee keer een crimineel vrijgesproken omdat hij niet van zijn cel naar de rechtbank kan worden gebracht om zijn eigen rechtszaak bij te wonen. Dat zou absolute prioriteit moeten krijgen. Ik begrijp dat u niet alles op vijf minuten kunt oplossen. De zaken waarnaar u verwijst, zijn echter alleen zaken op de lange termijn. Er is overleg gepleegd, er zullen 240 nieuwe agenten worden aangeworven en er komen nieuwe stelwagens. Dit is echter een probleem dat onmiddellijk in de kiem gesmoord moet worden. Dit zou nooit mogen gebeuren, ongeacht de omstandigheden. Als het probleem zich inderdaad voordoet in de gevangenis van Haren en voornamelijk daar – de twee gevallen hadden immers allebei betrekking op een overbrenging vanuit die gevangenis – dan lijkt het me belangrijk dat u naar daar gaat om te horen wat de problemen zijn om daarna op korte termijn in te grijpen, opdat dit absoluut nooit meer gebeurt. U hebt op een aantal vragen niet geantwoord. Kunt u bevestigen dat het parket wel degelijk in beroep is gegaan tegen die beslissing? Het kan zijn dat ik dat gemist heb, maar volgens mij hebt u niet op mijn vraag daarover geantwoord. Mijn vraag met betrekking tot de incidentie van het aantal mislukte overbrengingen hebt u volgens mij ook niet beantwoord. Die cijfers zal ik dan nog schriftelijk opvragen.

De behandeling van Palestijnse vluchtelingen in het centrum Caricole

Gesteld door

lijst: PVDA Greet Daems

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementslid Greet Daems bekritiseert de behandeling van twee zwaar getraumatiseerde Palestijnse zussen—waarvan Ahed (17) haar been verloor door een Israëlisch bombardement—die na hun asielaanvraag in Caricole werden opgesloten, gescheiden van hun vader, en zonder adequate medische zorg (o.a. afgenomen antibiotica). Minister Van Bossuyt verdedigt de procedure: de zussen gooiden hun documenten weg, kregen een standaard medische intake (geen acute nood vastgesteld) en een afspraak in UZ Leuven, maar bevestigt niet de beschuldigingen over verwaarlozing. Daems blijft kritisch en noemt de detentie "onnodig en pijnlijk", benadrukkend dat slachtoffers van genocide begeleiding en familie nodig hebben, niet opsluiting. De kern: conflict over menselijkheid vs. procedurele striktheid in asielbeleid.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, ik wil u eerst en vooral een gelukkig nieuwjaar wensen. Mijn allerbeste wensen ook aan de andere collega’s in de zaal, want dat had ik nog niet gedaan.

Ik wil het vandaag hebben over Ahed, een Palestijns meisje uit Gaza. Ze was 17 jaar oud toen haar leven werd verwoest. Ze verloor haar tante door Israëlische bombardementen. Ze verloor haar huis en op 19 december 2023 verloor ze ook haar been. Die ochtend ging ze, zoals elke dag, naar het dak van haar woning om te bellen met haar vader. Haar vader was zeven jaar eerder naar België gevlucht, nadat zijn restaurant in Gaza al drie keer was gebombardeerd. Tijdens dat telefoongesprek vuurde een Israëlische tank op het huis. Het been van Ahed werd volledig verbrijzeld. Haar voet hing nog amper vast. Haar oom, een arts, heeft haar leven kunnen redden door haar been te amputeren, op de keukentafel en zonder verdoving.

Na twee maanden werd Ahed geëvacueerd naar de Verenigde Staten. Daar onderging ze vier operaties. Ze kreeg een prothese en een op maat gemaakte antibioticabehandeling voor een zware botinfectie, die ondertussen ook al haar been aan het aantasten was. Ahed en haar zus konden echter niet in de Verenigde Staten blijven. Ze besloten daarom naar hun vader in België te komen. In juni 2024 zijn ze hier aangekomen. Ze hebben asiel aangevraagd. Aan de grens werd hun gevraagd waarom ze naar België kwamen en waarom ze niet in de Verenigde Staten bleven, want daar zou het veilig zijn. Ze werden opgesloten in het gesloten centrum Caricole.

Twee zwaar getraumatiseerde meisjes, van wie er één dringende medische zorg nodig had, werden vastgehouden zonder contact met hun vader en zonder aangepaste medische begeleiding. De levensnoodzakelijke antibiotica van Ahed werden afgenomen. Daardoor kreeg ze hoge koorts, die twee weken heeft aangehouden. Ze kreeg daarvoor enkel ibuprofen toegediend.

Mevrouw de minister, hoe is het mogelijk dat slachtoffers van genocide zo worden behandeld in ons land? Hoe is het überhaupt mogelijk dat iemand zo wordt behandeld? Waarom werd er niet gekeken naar andere opties? Hun vader woont legaal in België. Ze hadden toch ook gewoon bij hem kunnen verblijven? Tot slot, waarom zaten Ahed en haar zus opgesloten in Caricole?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Daems, ik had iedereen daarnet collectief al mijn beste wensen aangeboden, maar aangezien u het nu individueel doet, doe ik dat graag ook nog eens individueel voor u.

Ik heb dit al vaker in deze commissie gezegd: het is niet wenselijk om informatie uit een individueel dossier openbaar mee te delen. U hebt de situatie van de betrokkenen in uw vraag echter al in detail besproken. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt mij mee dat het om twee zussen gaat die uit Newark kwamen en in Brussel zouden transiteren naar Caïro. Op het vliegtuig hebben ze hun documenten weggegooid en vervolgens hebben ze aan de grens in Brussel een verzoek om internationale bescherming ingediend.

Ze toonden aan de medewerkers van de Dienst Vreemdelingenzaken op hun gsm een foto van de ID-pagina van hun Palestijnse paspoorten. Ze hebben hun documenten doelbewust weggegooid, waardoor ze niet langer in het bezit waren van grensoverschrijdende documenten.

Op uw specifieke vragen kan ik het volgende antwoorden. De betrokkenen boden zich, zoals u aangeeft, aan de grens aan en dienden een verzoek om internationale bescherming in. Ze werden in het gesloten centrum Caricole geplaatst en kregen, zoals gebruikelijk, binnen de 24 uur een medische intake. Dat is een standaardprocedure. Bij een dergelijke medische intake wordt informatie verzameld over de medische antecedenten en de huidige problematiek. Op basis van die informatie werd het medicatieschema opgesteld en voortgezet. Het is niet opportuun om hier verdere medische informatie te delen.

Ik kan u enkel meedelen dat er geen voorschrift was voor een aangepast dieet en dat er ook geen melding was van de nood daaraan. Het standaardvoedingsplan van het centrum voorziet in een gevarieerd voedingspatroon, inclusief eiwitbronnen. Bij haar aankomst in België werd de betrokkene medisch stabiel bevonden, zonder tekenen van medische urgentie. Ze werd geschikt bevonden om tijdelijk in het centrum te verblijven.

Op 12 juni werd telefonisch contact opgenomen met de dienst traumatologie van het UZ Leuven om gespecialiseerd advies in te winnen en de verdere zorgbehoeften te evalueren. Er werd op korte termijn een afspraak ingepland, in samenspraak met een specialist.

Bij het verlaten van het centrum kreeg ze de nodige informatie over die afspraak met de specialist in het UZ Leuven.

Greet Daems:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Het blijft uw taak om vluchtelingen te beschermen. Ik vind dat de detentie van die twee meisjes onnodig en enorm pijnlijk was. Ik denk dat u dat ook zou moeten kunnen toegeven. Ahed en haar zus hebben de hel doorstaan. Daar bestaat geen ander woord voor. Trauma boven op trauma boven op trauma. Tegen die twee meisjes werd gezegd dat ze in de Verenigde Staten hadden moeten blijven. Dat is een land waarvan de president al meermaals heeft getoond hoe onwelkom vluchtelingen daar zijn. Er moet iets veranderen aan de manier waarop de Staat omgaat met slachtoffers van genocide. Ze hebben nood aan begeleiding, aan steun en aan familie, en zeker niet aan kilheid, opsluiting en het afpakken van hun medicatie.

De uitbating van het asielcentrum in Hasselt

Gesteld door

lijst: VB Frank Troosters

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Frank Troosters (parlementslid) diende zich dringende vragen te stellen over de status van het asielcentrum in Hasselt, waarvan de sluiting oorspronkelijk gepland was op 31 december 2025, maar waarvan de huidige uitbating en toekomst onduidelijk waren. Minister Anneleen Van Bossuyt bevestigde dat Fedasil sinds 1 januari 2026 het centrum zelf uitbaat (met overname van personeel) en dat de eigenaar €118.296/trimester (incl. BTW) ontvangt via een overheidsopdracht, met een maximale huurtermijn van 4 jaar (tot 2030). Ze voegde toe dat de toekomst van het centrum afhangt van een nog op te maken afbouwplan, waarin alle centra geëvalueerd zullen worden.

Frank Troosters:

Ik was aan het begin van de zitting nog niet aanwezig, dus langs deze weg bied ik ook mijn beste wensen voor het nieuwe jaar aan, voor alle aanwezigen.

Mevrouw de minister, ik kom nog eens terug op de uitbating van het asielcentrum in Hasselt. Ik ondervraag u daar geregeld over. In december, toen ik u daar het laatst over ondervroeg, was de sluitingsdatum vastgelegd op 31 december 2025.

We zijn intussen het nieuwe jaar gestart, vandaar mijn vragen. Wordt het asielcentrum in Hasselt momenteel nog uitgebaat? Is het in gebruik? Zo ja, werd er een nieuwe uitbatingsovereenkomst afgesloten? Wanneer trad die in werking, met wie en onder welke voorwaarden? Welke specifieke vergoeding zal voor de huur betaald moeten worden? Wat is de nieuwe geplande sluitingsdatum?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Troosters, op mijn beurt wens ik u het beste voor het nieuwe jaar.

Als antwoord op uw eerste vraag kan ik meegeven dat vanaf 1 januari, dus enkele dagen geleden, Fedasil de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt zelf heeft overgenomen en het personeel zoveel mogelijk heeft overgenomen. Het centrum zal functioneren zoals de andere opvangcentra die door Fedasil worden uitgebaat.

Wat uw tweede vraag betreft, zal aan de eigenaar van het gebouw in Hasselt voor het eerste trimester, dus de eerste drie maanden van 2026, een bedrag van 118.296 euro, inclusief btw, worden betaald in het kader van de navolgende opdracht, perceel 1, van de overheidsopdracht Fedasil huur 2024-00-01. Daarmee beschikt u over alle informatie.

Wat uw derde vraag betreft, werd binnen de overheidsopdracht die ik daarnet vermeld heb de navolgende opdracht binnen perceel 1, met betrekking tot het ter beschikking stellen van de site voor het opvangcentrum in Hasselt, gegund aan de eigenaar van het gebouw voor een periode van maximaal vier jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2026. In het afbouwplan dat momenteel in opmaak is, zal elk opvangcentrum geëvalueerd worden en dit zal worden meegenomen in de denkoefening. Ook het opvangcentrum in Hasselt zal daarvan deel uitmaken.

Frank Troosters:

Dank u wel, mevrouw de minister.

De asielopvang in Lommel

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem bekritiseert de verlenging van het contract voor het omstreden asielcentrum in Lommel, wijzend op klachten over onveiligheid, dalende vastgoedprijzen en gebrek aan transparantie—zo mocht ze de huurprijzen niet inzien wegens "financieel belang", wat ze "onzin" noemt. Anneleen Van Bossuyt bevestigt een nieuw contract (750 plaatsen tot 2030, met mogelijkheid tot afbouw vanaf 2029) met lagere huurkosten en extra veiligheidsmaatregelen, maar benadrukt dat afbouw pas komt bij dalende asielinstroom, zoals in het regeerakkoord staat. Van Belleghem betwist de geheimhouding rond huurprijzen (eerder 5 miljoen/jaar) en eist transparantie, terwijl ze bewering herhaalt dat openbaarheid juist tot betere onderhandelingen leidt—zoals nu in Lommel. Beide spreken tegenstrijdige visies uit: Van Bossuyt houdt vast aan beleid en geleidelijke afbouw, Van Belleghem eist sluiting en volledige openheid over kosten.

Francesca Van Belleghem:

Het asielcentrum in Lommel blijft de gemoederen beroeren. Ondanks talrijke incidenten en de groeiende onveiligheid die de inwoners van Lommel ervaren, blijkt uw departement opnieuw te onderhandelen over een verlenging van het contract. U kent mijn vragen intussen ook al.

Werd er intussen een nieuw contract afgesloten? Zo ja, voor welke termijn? Voor hoeveel plaatsen? Wat is de huurprijs? Zal die huurprijs toenemen of dalen? Daarnaast had ik vragen over het aantal incidenten dat in en rond het centrum werd geregistreerd. Hoeveel politie-interventies waren er nodig? Wat is de kostprijs daarvan? Hebt u bij de verlenging van het contract rekening gehouden met de talrijke klachten van de buurtbewoners en het lokaal bestuur?

Onlangs, eind december, was ik aan het asielcentrum in Lommel. Het waren geen Vlaams Belangers, maar Nederlanders die mij daar aanklampten. Zij zeiden dat ze al maanden, of misschien zelfs jaren – ik weet het niet meer precies – proberen hun huis te verkopen, maar dat dat niet lukt door het asielcentrum. Mensen willen niet naast een asielcentrum wonen. Dat zijn ook de klachten die mensen in de regio ervaren. Houdt u daar rekening mee? Hebt u de mogelijkheid overwogen om dat centrum te sluiten?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, er werd een nieuw huurcontract afgesloten voor het opvangcentrum in Lommel, met een capaciteit van 750 plaatsen, dus dezelfde capaciteit als tot op heden voorzien. Het contract loopt maximaal tot 2030. Vanaf 2029 beschikt het agentschap over de mogelijkheid om, als de situatie binnen het opvangnetwerk dit toelaat, de gehuurde capaciteit af te bouwen.

Het nieuwe huurcontract voorziet in gunstigere voorwaarden voor het agentschap, met een lagere huurprijs dan in de vorige contracten. Het lokale bestuur werd geïnformeerd over de verlenging. In het nieuwe contract zijn bijkomende maatregelen opgenomen om de veiligheid te verbeteren en eventuele overlast te beperken. Zo zal onder meer de grote loods, zijnde de voormalige discotheek, niet langer toegankelijk zijn voor derden en zal de verhuurder buitenverlichting met lichtsensoren voorzien op het terrein.

Tussen 2020 en 2025 werden er 126 bewonersincidenten gerapporteerd. In diezelfde periode, van 2020 tot eind 2025, waren er 74 politie-interventies.

Ik houd mij aan het regeerakkoord. Ik zal dus de afbouw van het collectieve opvangnetwerk doorvoeren wanneer de druk op het opvangnetwerk dat toelaat en de hotels en lokale opvanginitiatieven afgebouwd zijn.

We zetten momenteel volop in op het inperken van de asielinstroom, met resultaat. De cijfers dalen maandelijks en de opvang in hotels kunnen we intussen al afbouwen. Een afbouw van de lokale opvanginitiatieven en binnen andere asielcentra is pas aan de orde zodra een verdere daling dit toelaat. Dat staat duidelijk zo in het regeerakkoord. In het afbouwplan dat momenteel in opmaak is, zal elk opvangcentrum worden geëvalueerd en het centrum in Lommel zal dus meegenomen worden in de denkoefening.

Francesca Van Belleghem:

Minister, u weet – of u weet het niet – dat ik op 22 december normaal gezien alle huurcontracten van Fedasil zou inkijken. Dat was op uw verzoek. U zei dat ik alle huurcontracten moest inkijken in het kader van de openbaarheid van bestuur. Ik heb die vraag dan ook ingediend bij Fedasil. Ik had een afspraak op 22 december. Fedasil had dus toegestaan dat ik alle huurcontracten zou inkijken. Vier dagen voordien kreeg ik echter plots een e-mail waarin stond dat ik alle huurcontracten mocht inkijken, maar dat de huurprijzen zwartgemaakt zouden worden. Ik mocht die dus blijkbaar niet meer zien, zogezegd wegens het financiële belang, maar dat geloof ik niet. De reden die werd gegeven – dat zijn niet mijn woorden – was dat, als de huurprijzen van alle asielcentra publiek zouden zijn, het moeilijker zou zijn voor Fedasil om nieuwe huurcontracten te onderhandelen. Ik vind dat onzin. U bevestigt hier eigenlijk deels wat ik denk. U zegt dat we voor Lommel gunstigere voorwaarden hebben kunnen onderhandelen. Nochtans zegt men dat ik de huurprijzen niet mag kennen omdat dat tot hogere huurprijzen zou leiden. Het feit dat ik de huurprijs voor Lommel heb bekendgemaakt en dat dit nu heeft geleid tot een lagere huurprijs, draait de feiten volledig om en bewijst dat ik gelijk heb. De mensen hebben het recht om te weten hoeveel de huurprijs bedraagt. Dat de voorwaarden gunstiger zijn, is niet zo moeilijk te noemen, want de huurprijs bedroeg 5 miljoen euro per jaar, wat gigantisch veel is voor één asielcentrum. Ik blijf mijn strijd voortzetten. De mensen hebben het recht om te weten hoeveel een asielcentrum kost en hoeveel die privéspelers maandelijks ontvangen aan huurgeld. Mijn strijd gaat dus verder. Ik geef niet op.

Het nieuwe registratiecentrum voor asielverzoeken
Het nieuwe aanmeld- en registratiecentrum
Het nieuwe asielaanmeld- en registratiecentrum

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Volgens El Yakhloufi faalt het asielsysteem door een chaotische startfase (versnipperde aanmelding), wat leidt tot inefficiëntie en frustratie—hij pleit voor één centraal aanmeldcentrum als "gezond verstand". Minister Van Bossuyt bevestigt dat de huidige DVZ-locatie (Belliardstraat) minstens tot juni 2026 behouden blijft (verlenging aangevraagd) en dat een nieuwe locatie—met focus op bereikbaarheid en samenwerking tussen asieldiensten—wordt onderzocht, maar concrete details ontbreken nog. El Yakhloufi dringt aan op prioriteit en duidelijke timing, terwijl Van Belleghem enkel om verduidelijking vraagt.

Francesca Van Belleghem:

Het DVZ-gebouw in de Belliardstraat is een tijdelijke oplossing. Die zou in principe in het najaar van 2025 aflopen. In december zei u dat er een verlenging was tot 31 maart, die nadien, denk ik, nog verlengbaar is. Er liep toen een procedure om die tijdelijke verlenging te formaliseren.

Ondertussen worden pistes onderzocht voor een nieuw aanmeldcentrum. Wat is daar de stand van zaken van? Kunt u daarover meer toelichting geven? Wanneer is de verhuis gepland en met welke criteria houdt u daarbij rekening?

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, we zeggen al jarenlang dat procedures sneller moeten verlopen, dat diensten beter moeten samenwerken en personen die asiel aanvragen duidelijkheid moeten krijgen, maar dan blijft de eerste logische stap ontbreken. Iedereen die ooit met de keten heeft gewerkt, weet dat als de start chaotisch is, alles chaotisch blijft. Mensen worden van hot naar her gestuurd, diensten missen informatie, medewerkers draaien overuren. Het systeem verliest tijd op momenten waarop men juist snelheid nodig heeft. Dus maak het simpel: alles op één plek, één degelijk aanmeld- en registratiecentrum, waar alle diensten samenzitten. Dat is beter voor de mensen die zich aanmelden en voor het personeel. Het leidt tot snellere beslissingen, een betere bescherming, duidelijkheid voor wie kan blijven en voor wie moet vertrekken.

Wat is de stand van zaken van uw plannen? Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding in mijn vraag.

Het DVZ-gebouw in de Belliardstraat zou een tijdelijke oplossing zijn als registratiecentrum, dat in het najaar van 2025 in principe zou aflopen. In december wist u te vertellen dat het gebruik van de site in de Beliardstraat contractueel vastgelegd is tot 31 maart 2026, maar wel verlengbaar is. Er was toen een procedure lopende om een tijdelijke verlenging te formaliseren. Ondertussen werden een aantal pistes onderzocht voor een nieuw aanmeldcentrum. Die waren echter nog in een te vroeg stadium om daarover al meer informatie te kunnen verspreiden.

1. Wat is de stand van zaken van het nieuwe aanmeldcentrum?

2. Kunt u over die nieuwe pistes al meer vertellen?

3. Wanneer staat de verhuizing gepland?

4. Met welke criteria houdt u rekening bij de keuze van een nieuwe locatie?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, mijnheer El Yakhloufi, mijn antwoord is vrij kort, aangezien mijn diensten momenteel hard werken aan het onderzoeken van de verschillende mogelijkheden. Ik kan daarover momenteel dus nog geen concrete mededelingen doen. Wel kan ik meegeven dat daarin in de nabije toekomst verandering zal komen.

De Regie der Gebouwen heeft een verlenging van minimaal drie maanden gevraagd voor de huidige locatie aan de Belliardstraat voor de Dienst Vreemdelingenzaken. De DVZ meldt mij dat er normaliter niet zal worden verhuisd vóór juni 2026.

Bij de keuze van de nieuwe locatie wordt onder meer rekening gehouden met de ligging en de bereikbaarheid. Ook moet het, zoals ik reeds heb aangegeven, mogelijk zijn om op de nieuwe locatie de verschillende partners van de asielketen samen te brengen in het belang van de efficiëntie van de procedure.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, ik hoor dat er pistes zijn, dat er gesprekken lopen en dat uw diensten heel hard aan het werk zijn. Dat hoor ik al enige tijd, maar intussen blijft de eerste stap van de procedure versnipperd. Zolang die eerste stap niet op orde is, blijft alles trager, moeilijker en frustrerender. Ik wil voor alle duidelijkheid geen kritiek uiten, want dat is heel eenvoudig. Kritiek geven is altijd gemakkelijk. Wat ik vooral wil benadrukken, is dat alles op één plek samenbrengen geen luxe is, maar puur gezond verstand. Ik hoor bovendien dat u dat ook steunt, zowel voor het personeel als voor een efficiënter systeem. Mijn oproep aan u is dan ook duidelijk. Maak daarvan echt een prioriteit met een duidelijke timing. Snellere beslissingen betekenen immers bescherming voor iedereen. Ik hoop over het dossier heel binnenkort een antwoord te mogen ontvangen.

De sluiting van opvangplaatsen bij Defensie en de impact op Fedasil
De sluiting van opvangplaatsen bij Defensie en de impact op Fedasil
Opvangplaatsensluitingen bij Defensie en gevolgen voor Fedasil

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 7 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Achraf El Yakhloufi bekritiseert het voornemen om 4.000 Defensie-opvangplaatsen (waaronder Ieper eind 2024) te sluiten, omdat dit volgens hem Fedasil kwetsbaar maakt voor toekomstige asielcrises door het wegvallen van buffercapaciteit, ondanks de huidige dalende instroom. Minister Van Bossuyt bevestigt dat al 870 plaatsen (Jabbeke/Berlaar) gesloten zijn en dat Defensie en Fedasil overleggen over gefaseerde afbouw, maar geen definitieve beslissing is genomen over de resterende 3.130 plaatsen; ze stelt dat de huidige situatie "doenbaar" is door hogere uitstroom. Maaike De Vreese (N-VA) ondersteunt de sluitingen als logisch gevolg van Defensie’s hernieuwde militaire prioriteiten en vraagt transparantie over het kwartierplan, terwijl beide parlementsleden waarschuwen voor geopolitieke risico’s in 2026 en eisen dat lokaal bestuur en opvangnetwerk niet voor verrassingen komen te staan.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, iedereen begrijpt dat noodmaatregelen niet eeuwig kunnen blijven bestaan, maar iedereen begrijpt ook iets anders, iets heel intuïtief, namelijk dat men geen dak afbreekt zolang het regent. De aankondiging dat alle opvangplaatsen binnen Defensie zouden worden gesloten, roept bij mij dan ook heel veel vragen op, niet omdat Defensie geen andere kerntaken heeft, maar omdat deze beslissing directe gevolgen heeft voor Fedasil, voor het opvangnetwerk en voor de mensen die vandaag al op de wachtlijst staan en op wie een verandering een enorme impact heeft.

Vanochtend las ik dat de beslissing is genomen om Ieper eind dit jaar te sluiten. U weet dat asiel geen rechte lijn is. De instroom schommelt, ook al voeren we een duidelijk beleid, dat stilaan – u weet dat ik constructief kritisch ben – effect heeft. Eén geopolitieke crisis, één wijziging in de buurlanden en die druk kan echter opnieuw snel toenemen. Net daarom zijn bufferplaatsen geen luxe, maar wel een kwestie van gezond verstand. Ze zorgen ervoor dat we niet bij elke schommeling opnieuw in een crisis belanden. Wie capaciteit afbouwt, moet er zeker van zijn dat hij die morgen niet opnieuw nodig heeft.

Daarom wil ik graag duidelijkheid van u, niet alleen over hoeveel plaatsen er sluiten, maar vooral over hoe u vermijdt dat Fedasil opnieuw voor voldongen feiten komt te staan en we binnen enkele maanden opnieuw noodgrepen moeten toepassen.

Voor het overige verwijs ik naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

Mevrouw de minister,

Recent werd aangekondigd dat de minister van Defensie alle opvangplaatsen binnen Defensie wil sluiten. Deze beslissing heeft directe gevolgen voor Fedasil en het bredere opvangnetwerk.

Kan u verduidelijken hoeveel opvangplaatsen binnen Defensie momenteel nog operationeel zijn en binnen welke termijn deze zullen worden gesloten?

In welke mate werd Fedasil betrokken bij deze beslissing en welke beleidsruimte heeft Fedasil nog om de gevolgen van deze afbouw op te vangen?

Welke alternatieven worden voorzien om het wegvallen van deze opvangplaatsen te compenseren, en hoe wordt vermeden dat Fedasil voor voldongen feiten komt te staan?

Ik dank u voor uw antwoord.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, we staan voor zeer grote geopolitieke uitdagingen. Defensie moet in het licht van deze uitdagingen de militaire kwartieren kunnen gebruiken voor datgene waarvoor ze bedoeld zijn. Die kazernes waren bedoeld als een noodoplossing. De N-VA heeft steeds gepleit voor een daling van de instroom. Dat moet ervoor zorgen dat we defensie opnieuw kunnen opbouwen en weerbaar maken. Als minister staat u dus voor grote uitdagingen. Er wordt inderdaad een daling van de instroom waargenomen, maar die daling is nog niet van die aard dat u geen enkele opvangplaats meer nodig hebt.

In de voorbije jaren werden al defensiesites ingezet als tijdelijke oplossing. De site in Berlaar sloot. De site Ieper zal eind dit jaar sluiten. De site Westakkers in Sint-Niklaas zal eind 2028 sluiten. Deze twee steden hebben heel wat gedaan op het vlak van asielopvang met twee grote opvangcentra op hun domein. Het is niet meer dan normaal dat die tijdelijke noodoplossingen daar worden stopgezet. Minister Franken, die volop bezig is met zijn ruimer kwartierplan, bevestigde dit vanochtend.

Welke impact heeft dat op uw departement? Hoeveel opvangplaatsen zijn er op die defensiesites en hoeveel daarvan zullen er sluiten? Op welke manier wordt dat afgestemd met minister Franken, zodat er geen problemen ontstaan rond de opvangcapaciteit?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, mevrouw De Vreese, momenteel heeft Fedasil ongeveer 4.000 plaatsen op sites van Defensie. In het najaar van 2025 heeft Fedasil al 270 plaatsen in Jabbeke en 600 plaatsen in Berlaar gesloten, omdat de uitstroom de voorbije maanden hoger lag dan de instroom. De heringebruikname van de sites door Defensie kadert in hun algemeen kwartierplan. Dit plan zal spoedig worden voorgelegd aan de ministerraad. Er is nog geen sprake van een formele beslissing hieromtrent.

De operationele diensten van Fedasil en van Defensie staan periodiek met elkaar in contact over de door Fedasil gebruikte infrastructuur. Er vond ook overleg plaats tussen mijn beleidscel en die van de minister van Defensie om de toekomst van de asielcentra op hun domeinen te bespreken. Dit overleg blijft plaatsvinden om op eventuele sluitingen te anticiperen en die te organiseren, zodat het regeerakkoord voor beide beleidsdomeinen kan worden uitgevoerd.

Achraf El Yakhloufi:

Zei u nu dat het beheersbaar is en dat u naar alternatieven kijkt?

Anneleen Van Bossuyt:

Ik heb gezegd dat er momenteel 4.000 plaatsen zijn op de sites van Defensie. Daarvan zijn er sinds vorig jaar al 270 in gebruik. Er zijn er nu ook 600 weg in Berlaar. Dat is dus een flink aantal.

Dankzij ons beleid is de uitstroom uit de opvang momenteel hoger dan de instroom. Momenteel is het dus doenbaar. Defensie en mijn diensten staan echter continu in contact om te bekijken hoe we in de toekomst, op basis van hun kwartierplan, kunnen anticiperen en organiseren als er bijkomende plaatsen zouden verdwijnen.

Achraf El Yakhloufi:

Er is over de rest nog geen beslissing genomen? Over al die andere van de 4.000 plaatsen? Oké.

Mevrouw de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we dat goed blijven volgen, ook binnen het kwartierplan dat hier wordt aangekaart.

Nogmaals, we hebben in het verleden al meegemaakt dat we dachten dat het in orde was en dat we konden afbouwen. Dat is natuurlijk wat we allemaal willen. Veel kranten en voorspellers – ik wil niet beweren dat dat allemaal waarheid is, maar toch – geven echter aan dat 2026 een zeer druk geopolitiek jaar zal worden, waarin veel zal gebeuren.

Ikzelf ben niet snel bang, voor alle duidelijkheid, maar er is veel aan de hand. De Verenigde Staten kondigen ook aan dat ze nog meer zullen doen. Ik wil gewoon het nuchtere, Vlaamse boerenverstand hier even gebruiken. Ik wil u en de minister van Defensie dan ook vragen om zeker waakzaam te zijn en naar de toekomst te kijken.

Maaike De Vreese:

Ik zal nog wat West-Vlaams boerenverstand toevoegen.

Ik denk dat heel wat mensen terecht zeer benieuwd zijn naar hoe dat kwartierplan eruit zal zien. Onze diensten, de DVZ, Fedasil, maar ook natuurlijk Defensie en onze militairen moeten dringend weten hoe dat kwartierplan eruitziet, waar zij infrastructuur moeten voorzien en dergelijke meer.

Ook alle inwoners van onze steden en gemeenten en onze lokale besturen hebben het recht te weten waar ze aan toe zijn. We weten immers dat zij al heel lang zeggen dat de opvang voor hen heel zwaar is. Zij zien ook graag een militaire kazerne terugkomen. Er zijn eveneens heel wat steden en gemeenten die andere plannen hebben met de sites van Defensie die eventueel vrijkomen. We zullen dit dus zeker blijvend opvolgen.

Voorzitter:

Ik geef even mee aan de collega’s dat we werken tot 17.00 uur. We zijn gekomen aan een reeks vragen van de heer El Yakhloufi. Hij zou ze aan een recordtempo moeten stellen opdat we ook de vragen van mevrouw van Belleghem en die van mevrouw Schlitz nog kunnen behandelen.

Het boerenprotest en het EU-Mercosur-akkoord

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 6 januari 2026

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister van Leefmilieu Jean-Luc Crucke (Les Engagés) bekritiseert het UE-Mercosur-akkoord als onverenigbaar met klimaat- en biodiversiteitsdoelen: het bevordert volgens hem oneerlijke concurrentie (lagere milieunormen in Mercosur-landen), verhoogde CO₂-uitstoot (langere transportketens) en risico’s op ontbossing, zonder bindende sancties bij schendingen. Hij betreurt de Belgische onthouding en pleit voor gelijkwaardige normen en strategische voedselautonomie, maar wijst voor het Belgische standpunt naar landbouwminister Clarinval. Sarah Schlitz (Ecolo) noemt het akkoord een "klimaatversneller en boerenverpauperaar" en bekritiseert de passiviteit van Les Engagés (ondanks Cruckes persoonlijke afwijzing): ze eist radicale keuzes voor lokale resilientie in plaats van "symptoombestrijding" via aanpassingen aan het verdrag. Beide spreker benadrukken de nood aan coherentie tussen handel en milieu, maar Schlitz wijt de politieke tegenstrijdigheid aan gebrek aan daadkracht.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, le 18 décembre dernier, des centaines d’agriculteurs se sont mobilisés pour dénoncer la pression croissante qui pèse sur leurs revenus et leur qualité de vie, mais aussi un profond sentiment d’incohérence entre les démarches qu’ils entreprennent en faveur de l’environnement et certaines politiques commerciales menées au niveau européen, lesquelles vont à l’encontre de ces mêmes démarches. Parmi les préoccupations des manifestants figure clairement l’accord de libre ‑ é change avec le Mercosur, qui aurait pu ê tre signé en décembre. Grâce à leur mobilisation, cette signature a été reportée.

Nous savons que vous n’êtes pas le ministre de l’Agriculture. Néanmoins, cet accord soulève des enjeux majeurs qui relèvent directement de vos compétences: l’augmentation des importations de viande – en particulier bovine – produite selon des standards environnementaux et climatiques inférieurs aux nôtres, le risque accru de déforestation dans les pays exportateurs, la hausse des émissions liées au transport, ainsi que la concurrence déloyale pour nos agriculteurs engagés dans une transition écologique et soumis à des normes bien plus strictes que celles en vigueur dans ces pays. Comme nous le savons, tout cela a pour but d’exporter davantage de voitures thermiques vers l’Amérique.

Dès lors, monsieur le ministre, quelle position défendez ‑ vous, en tant que ministre de l ’ Environnement, concernant les impacts environnementaux et climatiques de l ’ accord UE ‑ Mercosur? Considérez ‑ vous que cet accord est compatible avec les objectifs climatiques, de biodiversit é et de r é duction de la d é forestation que la Belgique et l ’ Union europ é enne se sont fix é s? La Belgique continuera ‑ t ‑ elle à d é fendre une abstention au sein du Conseil europ é en au regard des enjeux environnementaux et climatiques que soul è ve cet accord?

Jean-Luc Crucke:

Madame Schlitz, je vous remercie pour cette question qui met en lumière des préoccupations légitimes concernant un secteur essentiel à la transition économique et écologique d'une société que je défends depuis le début de mon mandat.

Le secteur agricole, pour lequel j'ai un profond respect, exerce certes une pression sur les écosystèmes et le climat, mais il constitue aussi une composante centrale de la solution et compte parmi les premières victimes du changement climatique. Il est dès lors indispensable que des politiques publiques soutiennent les agriculteurs face aux aléas climatiques et les accompagnent dans la transition vers des systèmes de production plus durables. Cela implique notamment une meilleure cohérence entre notre politique commerciale et nos exigences environnementales.

En tant que ministre de l'Environnement, je regrette l'abstention de la Belgique et je tiens à exprimer très clairement mon opposition à l'accord entre l'Union européenne et le Mercosur en l'état. Cet accord soulève en effet de nombreuses préoccupations quant à ses impacts environnementaux et climatiques. Les accords commerciaux ne peuvent aller à l'encontre de nos objectifs environnementaux ni fragiliser nos agriculteurs qui respectent des normes de production parmi les plus élevées au monde. L'Union européenne doit mener une politique commerciale pleinement alignée avec ses valeurs et ses ambitions climatiques, tout en protégeant ses producteurs de la concurrence déloyale de pays qui ne respectent pas les mêmes exigences environnementales. Si cet accord est parfois présenté comme une opportunité économique, les conditions de libre-échange qu'il prévoit ne sont, en l'état, pas acceptables.

Pour que nos standards puissent réellement contribuer à une amélioration des pratiques à l'échelle internationale, la réciprocité des normes doit être garantie tant dans le texte que dans la mise en œuvre. À ce stade, l'accord expose nos producteurs à une concurrence déloyale, affaiblit notre autonomie stratégique et exerce une pression accrue sur nos normes sociales, environnementales et sanitaires.

Bien qu'un chapitre de l'accord soit consacré au commerce et au développement durable, précisant les normes sociales et environnementales à respecter, il est regrettable qu'aucun mécanisme de sanctions commerciales ni de suspension ne soit prévu en cas de non-respect de ces engagements.

Au-delà de l'injustice qu'il représente pour le monde agricole européen, cet accord constitue également une aberration sur le plan climatique. Les flux commerciaux qu'il encouragerait entraîneraient une augmentation des émissions de gaz à effets de serre, notamment en raison de l'allongement des chaînes d'approvisionnement pour des produits importés pour des motifs essentiellement économiques, alors qu'ils peuvent être produits sur le continent européen. Cette dynamique affaiblirait le commerce local et plus résilient et mettrait à terme sous pression une souveraineté alimentaire.

En outre, les effets potentiels de cet accord sur la déforestation des forêts tropicales demeurent difficilement maîtrisables, alors même que ces écosystèmes jouent un rôle essentiel dans la régulation du climat mondial et la préservation de la biodiversité.

Ces éléments ne constituent qu'un aperçu des impacts négatifs de cet accord sur l'environnement et le climat.

Enfin, la position belge dans ce dossier relève davantage des compétences de mon collègue David Clarinval, qui est compétent pour les questions agricoles. Dès lors, je vous invite évidemment et très cordialement à le contacter à ce sujet.

J'ajouterai qu'en ce domaine, il existe des différences de sensibilité entre le Nord et le Sud du pays. Moi qui suis toujours optimiste, ce que j'ai lu dans la presse de ce matin en ce qui concerne le revirement de position de l'Italie ne me rassure pas plus que la réponse que je vous ai apportée aujourd'hui.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.

J'entends votre positionnement personnel dans ce dossier. Néanmoins, alors que Les Engagés sont au pouvoir aussi bien à l'échelon régional que fédéral, je constate une abstention. Autrement dit, il s'agit d'un laissez-passer pour suivre cet accord qui, au regard du contexte actuel, n'a ni queue ni tête. Nous pouvons essayer d'installer tous les garde-fous et toutes les conditions miroirs que nous voudrons, les effets négatifs se manifesteront pour nos agriculteurs et l'environnement. C'est un accélérateur de la crise climatique et de précarisation de nos agriculteurs. Au nom de qui et de quoi? Nous n'avons pas besoin de ces produits ici, et ils n'en ont pas besoin là-bas. Nous marchons sur la tête!

Nous avons besoin de résilience, d'autonomie, de consommation locale et, surtout, d'une lutte efficace contre la crise climatique pour aujourd'hui, demain et après-demain. C'est cela dont nous avons besoin urgemment. Nous savons bien que le mouvement actuel part dans l'autre sens avec le détricotage à tous les niveaux des mesures vertes. Cependant, chaque grain de sable que vous pouvez glisser dans les rouages de ce mécanisme est essentiel. Ce n'est pas en adoucissant les conséquences de ce traité que nous parviendrons à relever les grands défis de ce siècle.

Voorzitter:

Vraag nr. 56011840C van mevrouw Meunier wordt omgezet in een schriftelijke vraag. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.57 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 57.

De boerenbetoging
Het boerenprotest en de voedselsoevereiniteit van België
Het boerenprotest tegen het Mercosur-akkoord
De boerenbetoging
De boerenbetoging
Het boerenprotest
Boerenprotesten en voedselsoevereiniteit in België

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Boerenprotesten in Brussel richten zich tegen het Mercosur-akkoord en strengere EU-regels (Green Deal, stikstof, PAC-bezuinigingen), die volgens hen oneerlijke concurrentie en financiële ondergang veroorzaken door goedkope import met lagere normen en dalende subsidies. Minister Clarinval (Landbouw) benadrukt weliswaar beperkte beschermingsmaatregelen in het akkoord (zoals snelle invoerbeperkingen bij prijsdalingen), maar kritiek blijft dat België zich onthoudt in plaats van actief tegenstemt—wat partijen als VB, CD&V en MR een verraad noemen, terwijl anderen (o.a. Open VLD) kansen in handel zien mits strenge controles. Kernpunt: de sector eist eerlijke handel, minder regeldruk en behoud van voedselautonomie, maar voelt zich genegeerd door zowel EU-beleid als de Belgische onthouding, ondanks ministeriële "garanties". Polarisatie tussen handelsvoorstanders (met voorwaarden) en fel tegenstanders (vrezend dumping en sectorineenstorting) domineert.

Dieter Keuten:

Collega’s, we hebben de betogers allemaal gehoord en gezien. Het Vlaams Belang is tussen hen gaan staan. Opnieuw zijn er tienduizenden radeloze landbouwers uit heel Europa hier in Brussel. Opnieuw. Vorig jaar waren er twee grote boerenprotesten. Toen al was de maat meer dan vol. Dat was echter voor de verkiezingen en dus werden er toen beloftes gemaakt. Vandaag moeten we vaststellen dat die beloftes niet zijn waargemaakt. Onze boeren worden nog steeds verder gewurgd, onder andere door uw regels, mijnheer de minister van Landbouw.

Er zijn de Green Deal, de natuurherstelwetten, de stikstofwetten, de mestbeperkingen en de verplichte labels. En nu wordt ook nog eens de deur opengezet voor goedkope import uit Zuid-Amerika, want de EU wil in allerijl de Mercosurdeal afsluiten, waardoor landbouwproducten geproduceerd volgens normen die ver onder onze standaarden liggen, massaal op onze markt zullen terechtkomen.

Voor de Vlaamse boer is de impact het zwaarst, want rundvee, gevogelte en suiker zijn voor ons zeer belangrijke sectoren, met hoge kosten en lage marges. Het is dan ook onmogelijk om te concurreren tegen import uit landen zonder vergelijkbare normen. De Vlaamse boer betaalt de prijs. Dat staat letterlijk in alle sectoradviezen.

Mijnheer de minister, u zei eerder dat België zich zal onthouden. Een onthouding beschermt echter niemand. Een onthouding betekent dat we niet voor onze boeren kiezen. Mijn vraag is dan ook hoe de regering dit akkoord zelfs maar kan overwegen, terwijl de risico’s voor onze landbouw zo duidelijk en zo groot zijn.

Laat u België aansluiten bij landen die het wel opnemen voor hun boeren, zoals Frankrijk en Polen? Of blijft u vasthouden aan een onthouding waarmee u onze landbouwers in de steek laat?

Benoît Lutgen:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, les manifestants réclament, ce jour, deux éléments. Il y a bien sûr l'enjeu du Mercosur mais également la réforme de la politique agricole commune (PAC) prévue par la Commission européenne, avec une réduction drastique des moyens, notamment en subsides et en soutien à l'agriculture; il s'agirait en l'occurrence d'une réduction de 30 %.

La conjonction de ces deux éléments-là, combinée à toute une série d'autres décisions qui ont été prises au niveau européen, qu'elles soient liées à des enjeux du Green Deal ou à des enjeux plus globaux, notamment au travers d'autres traités de libre-échange ces dernières années, montre une chose. D'un côté, on contrôle et surréglemente l'agriculture européenne et, de l'autre, nous ouvrons nos frontières sans possibilité de réel contrôle, avec en outre un sous-financement qui serait prévu au niveau de l'agriculture. Tout ceci aura bien sûr des conséquences dramatiques pour les exploitations agricoles de notre pays, mais également pour la sécurité alimentaire et la souveraineté alimentaire européenne.

J'attire votre attention sur le fait que c'est un enjeu essentiel. On a l'impression qu'on va pouvoir vivre en Europe en ayant de la nourriture européenne jusqu'à la nuit des temps. Les projections montrent très bien que nous risquons d'être dépendants demain. La force de l'agriculture européenne, c'est aussi d'avoir des liens particuliers avec notamment une partie de l'Afrique.

Compte tenu de tous les enjeux liés à la situation en Ukraine et en Russie, compte tenu du risque que 40 % de la production des céréales appartiennent à la Russie demain, monsieur le ministre, quelle est votre mobilisation? Comment avez-vous, ces dernières semaines, mobilisé vos collègues ministres régionaux pour avoir une stratégie au niveau belge afin, d'une part, de limiter au maximum tout ce qui traverse nos frontières européennes et, d'autre part, de défendre notre modèle agricole dans le cadre de la PAC?

Natalie Eggermont:

Mijnheer de minister, de boeren hebben zich vandaag luid en duidelijk laten horen. We konden ze horen tot binnen de muren van het Parlement en ze hebben gelijk. Boeren zijn essentieel. Ze zorgen voor het eten op ons bord. Ze verdienen respect. Ze verdienen ook dat ze hun boterham verdienen met hun werk. Ze werken keihard tot 60, 70 of 80 uur in de week. Ze komen echter vaak niet rond, want ze krijgen geen eerlijke prijs voor hun producten. U betaalt 2,6 euro voor uw pakje friet, maar weet u hoeveel de boer daarvoor krijgt? Hij krijgt 1 eurocent.

De productiekosten voor de boeren zijn de laatste jaren alleen maar gestegen, onder andere door de vele regels die worden opgelegd. De prijzen aan de kassa zijn ook gestegen. Het zijn echter niet de boeren die rijk worden. Dat geld gaat naar de grote spelers van de agro-industrie en de supermarkten, die de prijzen betalen en woekerwinsten maken op de kap van de consumenten en de boeren. Dat is allemaal dankzij het beleid van de politiek.

Daarbij komt nu, de druppel die de emmer deed overlopen, het Mercosurakkoord. De EU gaat een vrijhandelsakkoord aan met Latijns-Amerikaanse landen, allemaal op vraag ook van de agrobusiness, want in die landen zijn de regels minder streng. Men werkt er met goedkope arbeidskrachten. Men kan er allerlei pesticiden en hormonen gebruiken die bij ons verboden zijn.

Die bedrijven gaan daar dus produceren, goedkoper, met verboden producten en dan brengen zij die producten hier terug op de markt. Onze boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen, kunnen daarmee niet concurreren, terwijl het water hen nu al aan hun lippen staat.

Begrijp me niet verkeerd. De boeren zijn niet tegen handel, maar ze willen wel dat het eerlijk is. Dat is het Mercosurakkoord niet. Dat akkoord is gemaakt op maat van de agro-industrie en de multinationals. Het wurgt de kleine boeren, zowel hier als in Latijns-Amerika, want ook daar zijn er protesten. De boeren vragen om te stoppen met te rijden voor het grote geld.

Mijn vraag is eenvoudig: zult u luisteren naar de boeren of blijft u de handpop van de agro-industrie?

Leentje Grillaert:

Mijnheer de minister, wij hebben hen allemaal gehoord. Onze landbouwers zijn boos en dat is terecht. De discussies rond Mercosur zijn bekend. De lat voor de Europese boeren wordt steeds hoger gelegd, terwijl de EU producten, die onvoldoende aan onze normen voldoen, toegang wil geven tot onze markt. De consument verwacht hoge kwaliteitsnormen voor elk product, maar die worden met dit akkoord onvoldoende gegarandeerd. Bovendien stelt de Europese Commissie een begroting voor van 2.000 miljard euro, waarvan 22 % wordt beknibbeld op het landbouwbudget. Wanneer we dat allemaal samenvoegen, collega’s, mijnheer de minister, hebben we landbouwers die minder steun krijgen, meer administratie moeten verwerken en daarbovenop nog eens concurrentie krijgen van buiten Europa.

Voor cd&v is dat onaanvaardbaar. Onze landbouwers hebben onze steun nodig, want op deze manier ondergraven we onze voedselzekerheid en onze strategische autonomie. Laten we duidelijk zijn, wij zijn niet tegen handel, absoluut niet, maar handel moet eerlijk zijn. Vrijhandel zonder gelijk speelveld is geen vrijhandel. Er is grote nood aan Europees beleid dat ruimte maakt in plaats van ze dicht te zetten, beleid dat investeringen en initiatief weer mogelijk maakt. Onze jonge boeren vragen rechtszekerheid, maar zij haken massaal af. Wij moeten hun alle kansen geven.

Ik heb daarom een aantal vragen, mijnheer de minister.

Hoe zult u tegemoetkomen aan de bezorgdheden van de landbouwers, zodat we een positief signaal kunnen geven aan de volgende generatie landbouwers? Hoe zult u zich verzetten tegen de afbraak van het landbouwbudget om de competitiviteit van de sector te waarborgen? Zonder boeren is er immers geen voedsel en zonder voedsel is er geen strategische autonomie.

Dank u wel voor uw antwoord.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de minister, jaar na jaar stijgen onze sociale uitgaven. De productiviteit stagneert, de bevolking veroudert en de economie kent een zwakke groei. Er is welvaart nodig. Vrije handel met andere markten die nog niet aangeboord worden, kan wel degelijk welvaart brengen. Zo kunnen we ook ontsnappen aan de toenemende druk van landen zoals China. Vrije handel kan kansen bieden, niet alleen voor onze industrie, maar ook voor zuivelproducten, varkens, aardappelen, groenten, appels en peren.

Wederkerige garanties zijn in dat vrijhandelsakkoord wel degelijk ingebouwd, maar toch willen sommigen die kansen niet grijpen. Dat is in deze uitdagende geopolitieke tijden een gemiste kans. Een nieuw vrijhandelsakkoord staat los van de terechte bezorgdheden van de boeren. De echte druppel die de emmer doet overlopen, zijn de moeilijke en voortdurend veranderende regels, de rechtsonzekerheid en de administratieve overlast.

Men zal de minister en mezelf niet kunnen betichten daar geen oor naar te hebben. We hebben zelf samen gestreden om landbouw- en visserijproducten te redden, zoals de Ardense worst en de garnalen van onze Oostendse vissers.

We zijn zelf geconfronteerd met de kafkaiaanse regels. Op dat vlak moeten stappen worden gezet en is perspectief nodig.

Andere Europese landen hebben dat, samen met pro-boerenbewegingen, begrepen. Zij hebben niet in verspreide slagorde gehandeld, maar hebben voor zichzelf vrijstellingen verkregen op andere regels. Zij zien dat vrije handel ook kansen biedt.

Mijnheer de minister, bent u het met ons eens dat we, net zoals die andere landen, de vrije handel niet kunnen negeren en niet kunnen blijven voortploegen onder onze eigen kerktoren?

Youssef Handichi:

Monsieur le ministre, aujourd’hui plusieurs milliers d’agriculteurs, avec des centaines de tracteurs, sont dans les rues de Bruxelles pour mettre la pression sur l’Europe. Ils viennent exprimer leur colère mais surtout leurs craintes. Leur inquiétude est double: la signature possible dès cette semaine du traité de libre-échange avec le Mercosur et la baisse annoncée du budget de la PAC après 2027.

En ce qui concerne le Mercosur, vous le savez, nous sommes pour le libre-échange. Nous ne voulons pas refermer nos frontières, bien au contraire. Nos entreprises, y compris agricoles, ont besoin de marchés à l’exportation. Elles en sont conscientes et nous le disent. Cependant, le libre-échange ne peut pas signifier ouvrir grand les portes, notamment à la viande bovine produite dans des conditions qui ne sont pas comparables aux nôtres, avec des normes sanitaires, sociales et environnementales bien inférieures.

Nos éleveurs font des efforts au quotidien. Ils respectent des règles strictes. Ils investissent dans la qualité. Ils ne comprennent pas pourquoi ils sont mis en concurrence avec des éleveurs qui ne jouent pas dans la même catégorie. En deux mots, ils craignent une concurrence déloyale. Et cela, je pense que dans ce Parlement, nous en sommes conscients.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous rappeler quels sont les instruments que la Belgique peut activer au sein de l’accord UE-Mercosur pour défendre réellement nos agriculteurs, notamment les éleveurs bovins? Pouvez-vous confirmer que vous soutiendrez une approche exigeante sur le dossier Mercosur afin de protéger nos agriculteurs de tout dumping social, sanitaire et environnemental?

David Clarinval:

Monsieur le président, chers collègues, la manifestation des agriculteurs européens traduit d'une manière générale un malaise profond et structurel. Ce malaise se focalise aujourd'hui plus spécifiquement sur deux sujets: d'une part, le vote relatif à l'accord de libre-échange Mercosur et, d'autre part, la future enveloppe budgétaire prévue par la Commission pour la PAC.

La décision concernant l'accord Mercosur au sein du Conseil européen devrait être prise à la majorité qualifiée. Ce vote devrait intervenir ce vendredi après-midi. Vu les positions différentes adoptées par les différentes entités en Belgique, celle-ci s'abstiendra lors du vote sur cet accord.

J'ai personnellement demandé une analyse approfondie de l'accord Mercosur au SPF é conomie. À la lecture de cette étude, il faut en effet constater qu'au sein de cet accord, il y a des éléments favorables et défavorables. En termes d'éléments favorables, je retiens que sur le plan économique, l'accord Mercosur présente des opportunités pour plusieurs secteurs industriels comme le secteur des plastiques, des machines, du textile ainsi que pour certaines filières agricoles comme les produits laitiers ou les pommes de terre. Toutefois, nous sommes conscients que cet accord comporte des éléments défavorables. En effet, d'autres secteurs comme le sucre ou la viande bovine pourraient ressentir des effets négatifs.

Pour répondre aux inquiétudes persistantes du secteur agricole, la Commission a transmis le 3 septembre aux é tats membres ses propositions officielles relatives à l'accord qui inclut un mécanisme de sauvegarde. Elle a ensuite présenté le 8 octobre une proposition de règlement visant à renforcer la protection des agriculteurs en introduisant de nouvelles mesures permettant de réagir rapidement en cas d'augmentation soudaine des importations en provenance des pays du Mercosur ou de forte baisse des prix.

Die nieuwe procedures zijn er dus op gericht de snelle en doeltreffende uitvoering van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor landbouwproducten te garanderen en omvatten eveneens specifieke bepalingen voor bepaalde gevoelige producten zoals rundvlees, pluimvee, rijst, honing, eieren, look, ethanol en suiker.

Voor mij is het belangrijk te beschikken over een wereldmarkt met eerlijke concurrentie voor al onze economische actoren. De naleving van de fytosanitaire regels is daarbij essentieel. Ik heb daar altijd voor geijverd.

Onze producten voldoen aan strikte eisen op het vlak van onder andere kwaliteit, productiemethodes en dierenwelzijn. Het is onaanvaardbaar dat onze markt zou worden overspoeld door producten die niet aan dezelfde strikte eisen zijn onderworpen en die dus goedkoper of onder oneerlijke sanitaire voorwaarden kunnen worden geproduceerd.

Bovendien veroorzaakt de door de Europese Commissie beoogde hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in het kader van het volgend meerjarig financieel kader 2028-2034 ongerustheid. Behalve de mogelijkheid dat de regelingen nog complexer zouden worden, zou het voorstel kunnen leiden tot een aanzienlijke verlaging van het budget dat aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt toegekend, momenteel geraamd op meer dan 20 %. Dat perspectief treedt naar voren op een moment waarop landbouwers worden geconfronteerd met een toenemende prijsvolatiliteit, een steeds sterkere internationale concurrentie en alsmaar strengere milieu- en gezondheidsvereisten.

In die context deel ik de ongerustheid van de landbouwwereld volledig en bevestig ik opnieuw mijn engagement voor een sterk, ambitieus en duidelijk afzonderlijk gemeenschappelijk landbouwbeleid binnen het volgend meerjarig financieel kader. De situatie in de landbouw is immers moeilijk, maar als minister van Landbouw blijf ik mij volledig inzetten om samen met de landbouwers duurzame oplossingen voor hun sector uit te werken.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, wat ik vanmiddag gezien heb, was geen betoging of geen manifestatie. Het leek meer op een dodenmars, een stille wake voor de teloorgang van onze primaire economische sector. De sector is niet overtuigd van de garanties die u opnoemt, van de engagementen die u zegt te willen opnemen. De boeren zijn niet overtuigd. Anders waren ze hier niet, vanmiddag, in Brussel, en ook vanmorgen al.

Zelfs partijen uit uw meerderheid zijn niet overtuigd. Bizar, toch? Ik vraag me echt af hoe cd&v die onthouding uitlegt aan de Boerenbond, aan het Algemeen Boerensyndicaat.

Mevrouw Verkeyn heeft heel terecht vermeld dat andere landen vrijstellingen bekomen hebben. Andere landen hebben met de vuist op de tafel geklopt, maar België niet. België zal zich onthouden.

Wij vragen u luid en duidelijk: onthoud u niet. Doe iets. Stuur Mercosur terug naar de onderhandelingstafel.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, j'ai peu entendu l'essentiel: la stratégie pour préserver notre autonomie alimentaire. Dans votre engagement, il me semble important de jouer ce rôle fédérateur, de rassembler les ministres régionaux, d'élaborer une stratégie pour la PAC, de défendre un modèle de soutien aux exploitations agricoles de plus petite taille, de défendre notre diversification, de tailler à la hache dans les réglementations et les contrôles qui étouffent le monde agricole et de faire en sorte que, demain, le modèle wallon et belge puisse s'étendre sur la scène européenne et d'améliorer largement les contrôles à nos frontières. Quand on voit qu'on contrôle 0,086 % de colis chinois à l'échelle européenne, poursuivre ces exercices de libre-échange sans contrôle strict à nos frontières n'a strictement aucun sens.

Je vous remercie.

Natalie Eggermont:

Collega's, de tijd is rijp om ons een aantal fundamentele vragen te stellen. Landbouw is vandaag een mondiale business geworden, waarbij een handvol multinationals de plak zwaait en zich verrijkt op kap van de boeren en de consumenten. Dit is geen strijd van onze boeren tegen de boeren in Latijns-Amerika, maar het is een gezamenlijke strijd van iedereen die eerlijke, duurzame handel wil, die kleinschalige landbouw wil verdedigen tegen de macht van de agrobusiness. Ook in Latijns-Amerika komen de boeren immers op straat en verzetten zij zich, want de ravage daar is enorm. Bossen worden gekapt, mensen worden uit hun huis verdreven, huizen worden in brand gestoken en landbouwpercelen worden overgenomen en vervangen door grote sojaplantages.

Het is tijd om fundamenteel van koers te wijzigen, om te kiezen voor samenwerking en eerlijke handel, met respect voor de boeren aan beide kanten.

Mijnheer de minister, dat betekent niet u gewoon onthouden, maar tegenstemmen voor een echte koerswijziging.

Leentje Grillaert:

Collega's, en vooral collega Verkeyn, er moet mij toch iets van het hart. U bent een gewaardeerd collega, zoals u weet. Twee weken geleden hield u hier een vurig pleidooi voor de landbouw. Ik geloof oprecht in uw goede intenties, maar ik stel toch voor dat u de straat oversteekt en naar het Vlaams Parlement gaat, want daar kan mijn partij wel wat meer steun van de andere partijen gebruiken om de landbouwsector echt te steunen.

Voor het overige hoor ik hier veel enerzijds en anderzijds. Ik ben duidelijk: cd&v is tegen Mercosur! (Applaus op verschillende banken)

Mijnheer de minister, ik geloof ook in uw goede intenties, maar het is tijd om de hand aan de ploeg te slaan en te tonen dat u die goede intenties ook echt in de praktijk wil omzetten. Wij rekenen op u, maar vooral de sector rekent op u.

Voorzitter:

Mevrouw Grillaert werd onderbroken door applaus. Mocht dat applaus enkel van haar eigen fractie zijn, dan zou ik dat meerekenen in haar spreektijd, want de fractie kiest wat er gebeurt met de toegekende minuten, maar applaus van andere fracties kan ik haar moeilijk ten kwade duiden.

Charlotte Verkeyn:

Toen ik daarnet naar beneden kwam, echt vlak voor ik moest beginnen, ontving ik een e-mail. Daarin werd mij gevraagd of ik als lokaal bestuurder mijn lokale boeren wilde verwittigen dat er tegen 31 december opnieuw nieuwe Europese regels van kracht zullen zijn waaraan zij moeten voldoen.

Al die regels zijn het probleem. We reguleren ons kapot. Een vrijhandelsakkoord dat gericht is op welvaart vormt niet de kern van het probleem.

Mevrouw Grillaert, ik heb hier zes partijen gehoord die in wezen dezelfde mening delen. Laat dat de enige positieve boodschap zijn die we aan de boeren kunnen meegeven: boeren, u wordt eindelijk gehoord door de politiek.

Youssef Handichi:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, il y a du positif, et nous allons le soutenir. Il y a quelques points qui sont à améliorer dans les secteurs du sucre et de la viande bovine. Je sais que vous y êtes attentif. Améliorer ce qui doit l'être, vous l'avez dit, c'est réagir rapidement. Nous vous connaissons et savons que vous êtes au boulot. Nous vous faisons donc confiance pour réagir rapidement.

Het aanhoudende geweld in en om asielcentra

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 18 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) wijst op de oververtegenwoordiging van vreemdelingen in zeden- en geweldsdelicten (1 op 4 verdachten, frequente mesincidenten in asielcentra) en kritiseert het gebrek aan harde strafmaatregelen, zoals symbolische posters en transfers als "fopstraffen". Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat geweld strikt wordt bestraft (uitzetting uit opvang, samenwerking met politie/justitie) en dat incidenten dalen, maar erkent dat preventie en veiligheid centraal staan—menselijkheid en handhaving gaan hand in hand. Van Belleghem herhaalt haar migratiekritische standpunt als reden voor haar VB-lidmaatschap, gekoppeld aan persoonlijke ervaringen met intimidatie door vreemdelingen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, feministen van links noemen conservatieven vrouwenhaters. De pijnlijke realiteit is echter dat die voorvechters van vrouwenrechten al jarenlang, en nog steeds, mensen importeren die geen respect hebben voor vrouwenrechten. Een op de vier verdachten van zedenfeiten is een vreemdeling. Dat is een forse oververtegenwoordiging in verhouding tot hun aandeel in de bevolking. Het is verschrikkelijk, maar ik kan niet anders dan verwijzen naar de verschrikkelijke verkrachting die gisteren in Kortrijk heeft plaatsgevonden en die werd gepleegd door een Rwandees. Het gaat bovendien niet alleen om zedenfeiten. Om de negen dagen wordt in een asielcentrum een mes getrokken. Elke maand zijn er honderd zware geweldsincidenten, waaronder vechtpartijen, steekpartijen, vandalisme en bedreigingen.

Mevrouw de minister, u bent politiek verantwoordelijk voor dat geweld. Wie geweld pleegt, krijgt vandaag een fopstrafje: een transfer naar een ander asielcentrum of een uitsluiting uit de opvang. Die maatregel bestond al voordat u minister werd. U besefte dat een fopstrafje alleen onvoldoende was en kwam daarom met een fopposter. (Mevrouw Francesca Van Belleghem toont een poster.) Op die poster staat dat geweld, messen en steekwapens niet zijn toegestaan in asielcentra.

Mevrouw de minister, denkt u werkelijk dat dat soort belachelijke posters zal leiden tot een daling van het aantal geweldincidenten door asielzoekers?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, laat mij meteen heel duidelijk zijn: geweld in opvangcentra, zowel tegenover personeelsleden als tegenover medebewoners, evenals geweld ten aanzien van de buurt die mensen opvangt, keur ik ten stelligste af. Onze opvang is bedoeld voor mensen die bescherming zoeken en respect voor de lokale gemeenschap die hen opvangt, is daarbij essentieel. Wie zich niet aan die regels houdt en onze gastvrijheid misbruikt, heeft geen plaats in onze opvang, noch in ons land.

Fedasil treedt bij incidenten met geweld consequent en kordaat op. Bij fysieke agressie wordt er steevast voor gezorgd dat de dader het opvangnetwerk verlaat. Daarmee wordt niet alleen de veiligheid van andere bewoners en van het personeel beschermd, maar wordt ook een duidelijk signaal gegeven dat geweld nooit wordt getolereerd. Bij agressie worden ook de andere asielinstanties betrokken, zodat ook zij de nodige stappen kunnen ondernemen in het licht van de lopende procedure van de betrokkene. Daarnaast wordt er natuurlijk ook nauw samengewerkt met de politie en met het gerecht.

Tegelijkertijd wordt er sterk ingezet op preventie en opvolging. U vindt dat misschien allemaal belachelijk, maar er worden wel degelijk zaken gedaan. De samenwerking met lokale besturen en politiezones wordt versterkt. U duidt nu één aspect aan, maar er gebeuren verschillende zaken. Zo is er ook informatie-uitwisseling met de politie en met justitie.

Mevrouw Van Belleghem, ondanks de hoge druk op het opvangnetwerk zien we dalende cijfers – u kunt het opzoeken - van het aantal incidenten. Laat mij duidelijk zijn, elk incident is er uiteraard een te veel, maar ik wil er toch op wijzen dat incidenten eerder de uitzondering zijn dan de regel.

Ik benadruk graag dat menselijkheid en veiligheid absoluut hand in hand gaan. Een menselijk opvangbeleid kan alleen bestaan als het ook een veilig opvangbeleid is.

Francesca Van Belleghem:

Weet u waarom, minister, ik me bij het Vlaams Belang heb aangesloten? De reden is niet dat ik uit een Vlaams nest kom of dat mijn ouders Vlaams Belangers waren, integendeel. De reden is dat ik in mijn studententijd in Kortrijk en Leuven bijna elke avond werd nagefloten, aangesproken of lastiggevallen. Ik hoef er geen tekening bij te maken, mevrouw de minister, het ging niet om Jan, Pol of Piet. Vreemdelingen zijn fors oververtegenwoordigd in zedenfeiten: een op vier. Om de negen dagen is er een mesincident in de asielcentra. Het Vlaams Belang is de enige partij die dat luidop durft te zeggen. Daarom ben ik lid van het Vlaams Belang.

De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
De dringende invoering van een importverbod
De importban voor goederen uit door Israël bezette gebieden
Importverbod op producten uit Israëlische bezettingsgebieden

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Christophe Lacroix bekritiseert dat België, ondanks de belofte van 2 september om importverbod op goederen uit illegale Israëlische nederzettingen in te voeren, geen concrete stappen heeft gezet, en vraagt om juridische basis, timing en handhavingsmechanismen. Minister David Clarinval bevestigt dat er gewerkt wordt aan uitvoering (samen met Financiën en Douane), maar geeft geen details, wat Lacroix als traagheid bestempelt. Lacroix bekritiseert Israël scherp voor "genocide in Gaza" en geweld in Cisjordanie, en dringt aan op Europese druk om Netanyahu’s beleid te keren. De rest van de discussie gaat over procedurele afhandeling van parlementsvragen, zonder verdere inhoudelijke toevoeging.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre,

Nous avons récemment interrogé le ministre des Affaires étrangères sur la mise en œuvre de l'interdiction d'importation de biens produits, extraits ou transformés dans les territoires occupés par Israël, telle que décidée par le gouvernement fédéral dans son accord du 2 septembre sur Gaza. Celui-ci nous a renvoyés vers vous et votre collègue des Finances pour les aspects liés à la mise en œuvre concrète de cette mesure.

Cette interdiction, conforme à l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice et inspirée par des initiatives similaires en Irlande ou en Slovénie, doit se traduire par un arrêté royal. Or, depuis cette annonce, aucune avancée concrète n'a été communiquée.

Dans ce cadre, nous souhaitons obtenir des éclaircissements sur les points suivants:

Quelle base juridique envisagez-vous pour fonder cet arrêté royal? Quel est le calendrier prévu pour sa finalisation? Peut-on espérer une adoption avant la fin de l'année? L'arrêté devra-t-il repasser en Conseil des ministres?

Comment votre administration définit-elle les produits «extraits, produits ou transformés par la puissance occupante»? Cela inclut-il les entreprises privées israéliennes installées dans les colonies?

Comment comptez-vous traiter les produits qui entrent en Belgique via d'autres États membres de l'Union européenne?

Pourquoi limiter l'interdiction aux biens matériels, et non aux services qui participent également à la colonisation?

Quel mécanisme de contrôle sera mis en place? Les importateurs devront-ils prouver que l'origine des produits n'est pas liée aux territoires occupés?

David Clarinval:

Mon administration travaille actuellement en collaboration avec le SPF Finances et les Affaires étrangères, et plus précisément la douane, sur les options pouvant traduire la décision prise par le Conseil ministériel restreint d'interdire au niveau national l'importation de marchandises produites, exploitées ou transformées sur les territoires occupés illégalement par Israël. S'agissant des aspects précis que vous avez soulevés, je ne peux pour l'instant vous donner aucune information concrète, je peux seulement vous assurer que ces points et ces travaux retiennent toute mon attention et que le gouvernement fournira prochainement de plus amples informations à ce sujet.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, ma question était très brève, la réponse du ministre l'est tout autant. Je vais me permettre de la commenter.

Monsieur le ministre, j'ai bien compris que vous mettiez en œuvre la décision du gouvernement, puisque c'était l'une des rares sanctions que nous adoptions à l'égard d'Israël, à savoir l'interdiction d'importation de produits issus de colonies israéliennes, occupées illégalement selon le droit international et selon l'ONU. J'avais beau dire que le gouvernement avait été un peu léger concernant la reconnaissance de l'État palestinien, force est de constater que des sanctions ont été décidées, dont celle-là qui est très importante.

J'entends bien qu'il faut réfléchir au mécanisme pour qu'il soit correctement établi sur le plan légal, sur le plan fonctionnel et que les marchandises produites dans les colonies israéliennes ne traversent pas les mailles du filet. Mais si vous pouviez être de ceux et de celles qui dynamisent le processus de décision, je vous remercierai parce qu'on en parle un peu moins aujourd'hui, et on se focalise sur l'Ukraine. En politique internationale, on passe souvent d'un sujet de préoccupation à un autre, mais ces sujets sont de plus en plus abominables.

À Gaza et en Cisjordanie, ce qui se passe reste abominable. À Gaza, le génocide continue, plusieurs centaines de personnes ont été tuées par l'armée israélienne. On voit à nouveau les incursions d'Israël dans le Sud du Liban, et on voit que les colons sont de plus en plus violents, parfois – ou même très souvent – avec la complicité de l'armée israélienne. Tout cela ne concourt pas à l'émergence d'une solution à deux États, une solution de paix durable. La guerre continue, il faut bien le savoir. Il est vraiment important que le souffle de l'Europe et le souffle de la Belgique soient présents sur la nuque de Benyamin Netanyahou et de son gouvernement d'extrême droite, car je pense que seul le rapport de forces pourra faire changer les choses là-bas.

Voorzitter:

M. Patrick Prévot nous a prévenus de son retard.

Les questions n° 56008990C, n° 56008993C et n° 56009001C de M. Jeroen Soete ayant déjà été reportées une première fois sont transformées en questions écrites, tout comme la question n° 56009048C de Mme Meyrem Almaci. La question n° 56009865C de Mme Britt Huybrechts est reportée. Comme la question n° 56009943C de Mme Kathleen Depoorter avait déjà été reportée, elle est transformée en question écrite. Monsieur le ministre, vous pouvez lui répondre par mail, si vous voulez.

David Clarinval:

Monsieur le président, je le fais quand les députés sont présents. Je suis désolé, mais personne n'est là. Donc, je ne vais pas commencer à envoyer mes réponses par mail, alors que je suis le seul à être ici.

Voorzitter:

Moi aussi.

David Clarinval:

Quand elles sont écrites, on va suivre la procédure habituelle, mais quand une question tombe, elle tombe.

Voorzitter:

Très bien. Quand un membre avait déjà reporté une question et qu'il est absent, normalement, sa question devient sans objet. C'est le Règlement.

David Clarinval:

En revanche, monsieur le président, pour les questions que vous transformez en écrites, nous enverrons les réponses au secrétariat pour qu'elles soient aussi transformées en écrites.

Voorzitter:

Oui, pas de souci, monsieur le ministre. Je poursuis. Les questions n° 56010145C et n° 56010146C de M. Reccino Van Lommel sont reportées. M. Dieter Keuten ne nous ayant pas prévenus, sa question n° 56010193C est sans objet et est donc retirée. La question n° 56010213C de Mme Marie Meunier a été transformée en question écrite. La question n° 56010339C de M. Reccino Van Lommel est reportée, tout comme la question n° 56010831C de M. Kjell Vander Elst. La question n° 56011150C de M. Alain Yzermans est transformée en question écrite.

De strategie voor generatievernieuwing in de landbouw van de Europese Commissie

Gesteld door

lijst: PS Patrick Prévot

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Patrick Prévot (socialist) vraagt hoe België de EU-strategie om het aandeel jonge landbouwers tegen 2040 te verdubbelen zal uitvoeren, met focus op toegang tot grond, financiering en een leefbaar inkomen, en bekritiseert de oneerlijke mondiale concurrentie (bv. Mercosur) en regionale versnippering die een ambitieuze aanpak blokkeert. Minister Clarinval (liberaal) onthaalt het plan positief, benadrukt de regionale bevoegdheid maar belooft coördinatie via de DGE en prioriteiten zoals gelijke kansen voor vrouwen, eerlijke beloning en koppeling aan de nieuwe GLB. Hij erkent dat boerenprotesten andere signalen afgeven dan het EU-beleid. Prévot bekritiseert de historische gebrekkige samenwerking tussen gewesten, noemt eerdere beleidskeuzes "laf" en dringt aan op een concrete, ambitieuze strategie (vs. "halfslachtige compromissen") om niet-landbouwkinderen kansen te bieden, met een duidelijke deadline (2027).

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, fin octobre, la Commission européenne a présenté une nouvelle stratégie pour inciter les jeunes à se lancer dans l'agriculture. Son objectif est clair: doubler la part de jeunes agriculteurs d'ici 2040.

C'est un projet ambitieux mais nécessaire. Comme vous le savez, le métier d'agriculteur est loin d'être attractif aux yeux des jeunes tant les contraintes sont nombreuses et ont été démontré ces dernières années. La concurrence à l'échelle globale – une concurrence que notre groupe socialiste juge comme déloyale – contribue à une précarisation du métier (le Mercosur en est un exemple).

La pyramide des âges parle d'elle-même: à l'heure actuelle, l'âge moyen d'un agriculteur dans l'UE est de 57 ans. Seuls 12 % d'entre eux ont moins de 40 ans. En Belgique, plus de la moitié des agricultrices et agriculteurs ont plus de 55 ans (55 % en 2023). Le nombre de jeunes agriculteurs, lui, est très faible: seulement environ 6 % des chefs d'exploitation ont moins de 35 ans.

La stratégie de la Commission européenne repose sur cinq piliers: 1) l'accès à la terre; 2) l'accès au financement; 3) l'accès aux compétences; 4) l'accès à un niveau de vie équitable dans les zones rurales; et 5) un soutien à la succession.

La Commission soutiendra les États membres sous forme de partage des connaissances, de coordination et de conseils, afin d'intégrer une stratégie de renouvellement générationnel dans les plans nationaux. Elle recommande également aux États membres d'investir au moins 6 % de leur budget agricole dans des mesures de soutien aux jeunes agriculteurs.

Monsieur le ministre, pourrions-nous avoir votre retour sur ce plan stratégique de la Commission européenne? Comment la Belgique compte-t-elle mettre en œuvre les cinq piliers précités dans l'élaboration et la concrétisation de cette stratégie? Comment ces points stratégiques seront-ils partagés et coordonnés entre les différents niveaux de pouvoir? Le gouvernement fédéral compte-t-il investir au moins 6 % de leur budget agricole dans des mesures de soutien aux jeunes agriculteurs comme le recommande la Commission européenne?

David Clarinval:

Monsieur le député, j'accueille favorablement cette nouvelle stratégie européenne de renouvellement générationnel dans l'agriculture. Ce renouveau est essentiel pour assurer la pérennité du secteur agricole. Il faut encourager l'installation de nouveaux agriculteurs capables de valoriser durablement nos terres, tout en intégrant les innovations nécessaires à la modernisation du secteur.

La mise en œuvre de cette stratégie sera principalement pilotée au niveau des régions. Comme toute prise de position belge au niveau européen, les points stratégiques nécessitant une position commune feront l'objet de discussions entre toutes les autorités concernées, fédérales et régionales, dans le cadre de la Direction générale Affaires européennes et Coordination (DGE) au sein du SPF Affaires étrangères.

Les États membres devront présenter leur propre stratégie nationale de renouvellement générationnel d'ici 2028, intégrée dans leurs plans de partenariats nationaux et régionaux. Les aspects budgétaires devront faire l'objet de concertations et négociations avec les collègues régionaux. La stratégie présentée le 21 octobre dernier est en cours de discussion au sein du CSA, le groupe de travail du Conseil dans lequel siègent les représentants des régions.

De manière générale, la Belgique se positionne favorablement envers cette stratégie et souhaite qu'un lien clair et cohérent soit établi avec la nouvelle politique agricole commune (PAC), afin de garantir la complémentarité et l'efficacité des mesures mises en œuvre. La Belgique entend en particulier mettre l'accent sur plusieurs priorités: l'amélioration de l'accès à la terre, le renforcement de l'accès des femmes à la profession agricole, ainsi que la garantie d'une rémunération juste pour les agriculteurs.

Soyez assuré que je défendrai activement les intérêts de nos jeunes agriculteurs et que je veillerai à ce que les mesures futures répondent pleinement aux besoins du terrain, même si les agriculteurs sont en train de faire passer un autre message dans les rues de Bruxelles.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que, chez nous comme ailleurs, cette stratégie de renouvellement générationnel est vraiment un enjeu majeur.

Vous savez que je suis très proche des syndicats agricoles, singulièrement au niveau de la Fédération des Jeunes Agriculteurs, et c'est un combat qu'ils mènent depuis de nombreuses années maintenant. Comment favoriser l'accès à la terre, comment permettre une meilleure transmission des exploitations agricoles? Comment permettre à un jeune de se lancer demain et comment permettre à un jeune qui pourrait être considéré comme un fou parce qu'il n'est pas issu d'une famille d'agriculteurs de tenter l'aventure, belle mais difficile, de l'agriculture?

Monsieur le ministre, il s'agit vraiment d'un défi majeur. En tant qu'État membre, notre pays ne peut pas louper le coche et doit proposer une stratégie ambitieuse pour favoriser ce renouvellement générationnel.

Nous avons été trop longtemps tiraillés entre les régions. Il est arrivé que l'une – peut-être celle que je connais le mieux – se montrait plus volontariste tandis qu'une autre, plus au nord, l'était beaucoup moins, empêchant ainsi que notre pays puisse développer une politique ambitieuse. Dès lors, j'y insiste: nous avons besoin d'une telle politique. J'espère que la note qui sera rendue, si j'ai bien compris, en 2027 par notre pays le sera en effet et que nous n'adopterons pas encore une fois une position chèvre-choutiste ou très tiédasse, comme on le fait malheureusement trop souvent dans les dossiers agricoles.

Voorzitter:

De vragen nrs. 56010437C en 56010438C van mevrouw Verkeyn worden op haar verzoek omgezet in schriftelijke vragen.

De intimidatie van Iraanse vluchtelingen in Europa door het Iraanse regime
De executiegolf in Iran en de intimidatie van vluchtelingen
Bita Shafiei en de protesten tegen het regime in Iran
Intimidatie en onderdrukking van Iraanse vluchtelingen en dissidenten door het regime

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Annick Lambrecht (AL) bekritiseert de "industriële schaal" van executies in Iran (1.000+ in 9 maanden) en vraagt om concrete Belgische/EU-actie, waaronder bescherming van Iraanse vluchtelingen in België en sancties tegen Iraanse agenten. Minister Prévot (MP) bevestigt verurdeling van de doodstraf, wijst op EU-sancties (juli 2024) en een gezamenlijke verklaring van 14 landen tegen Iraanse intimidatie, maar sluit steun aan antiregimeprotesten uit omwille van soevereiniteit. Sam Van Rooy (SVR) bekritiseert MP scherp voor "milde houding tegenover Iran" (vergeleken met Israël), noemt het regime "sjiitische IS" en eist steun voor protesten; MP houdt vast aan diplomatieke druk zonder inmenging. AL dringt aan op voortgezette verurdeling en sancties, SVR beschuldigt MP van dubbele standaarden ("hard voor bondgenoten, mild voor islamonazisme").

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik vestig graag uw aandacht op de extreem verontrustende en alarmerende toename van het aantal executies in Iran. Volgens een rapport van Amnesty International zijn er ernstige aanwijzingen dat in Iran in de eerste negen maanden van dit jaar meer dan 1.000 mensen zijn geëxecuteerd, wat het hoogste aantal in decennia zou zijn.

Het is duidelijk dat het regime de doodstraf op intensieve en industriële schaal gebruikt, als instrument van repressie en intimidatie van de bevolking. De families van de veroordeelden leven in constante angst voor de onherroepelijke gevolgen. Bovendien blijkt uit recente berichtgeving dat de Iraanse geheime diensten hun inspanningen opvoeren om Iraanse politieke vluchtelingen en dissidenten in het buitenland, ook in België, evenals hun families in Iran, te bedreigen, te bespioneren en te intimideren, met als doel hen het zwijgen op te leggen.

Ik heb hierover een aantal vragen. Ten eerste, is de Belgische regering op de hoogte van de scherpe toename van het aantal executies in Iran, met name meer dan 1.000 in de eerste negen maanden van dit jaar, en welke concrete stappen heeft ze op bilateraal en Europees niveau ondernomen om dit ter sprake te brengen bij de Iraanse autoriteiten?

Ten tweede, welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de politieke gevangenen die een executie boven het hoofd hangt?

Ten derde, welke maatregelen neemt de Belgische regering om Iraanse asielzoekers, vluchtelingen en hun families in België te beschermen tegen de gemelde intimidatie, spionage en bedreigingen door agenten van Iran? Zal België concrete stappen ondernemen om de betrokken agenten en huurlingen te vervolgen en uit te wijzen?

Ten vierde, zal België, in het licht van deze verergerde mensenrechtensituatie een Europees initiatief steunen of nemen dat de druk op Iran opvoert met betrekking tot het gebruik van de doodstraf, in het bijzonder tegen politieke tegenstanders en minderheden, en dat aandringt op een onmiddellijk moratorium op alle executies?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, wie volgt wat het islamitische regime van Iran allemaal uitvreet, zowel in de wereld als tegen de eigen bevolking, die zou denken dat Israël Iran beter een kopje kleiner had gemaakt en zou toen hebben moeten juichen voor wat de Israëlische regering aan het doen was tegen het Iraanse regime. Helaas horen we hier vaak het tegenovergestelde geluid en vervolgens komen er parlementsleden klagen over wat het Iraanse regime allemaal uitvreet. Ik heb daar zo mijn bedenkingen bij.

Laat ons hopen, mijnheer de minister, dat Iran op een keerpunt staat. Er zijn een aantal factoren die erop kunnen wijzen dat verschrikkelijke jihadistische ayatollahregime misschien eindelijk ten val zou kunnen komen, maar voor het zover is, moeten wij ons buigen over weer maar eens iemand, een jonge dame, de 19-jarige activiste Bita Shafiei, die ontvoerd is door de Islamitische Republiek.

Agenten van de jihadistische IJC arresteerden en ontvoerden haar, net zoals haar moeder trouwens, tijdens een van de vele gecoördineerde sharia-acties. Bita werd bekend toen zij in verzet kwam tegen het jihadistische Iraanse regime en de vergiftiging door het regime van meer dan 1.000 schoolmeisjes. Kunt u zich dat voorstellen, een regime dat 1.000 schoolmeisjes vergiftigt? Ook haar steun voor de kroonprins Reza Pahlavi is een factor die hier meespeelt. De bewoners van Junaqan, haar geboorteplaats, hebben een hard ultimatum aan het Iraanse shariaregime gesteld, namelijk dat het Bita en haar moeder moet vrijlaten of dat het een landelijk antiregimeprotest moet riskeren.

Mijnheer de minister, ik ben benieuwd naar uw reactie hierop. Welk signaal geeft België aan het jihadistische regime van Iran? Ik mag toch hopen dat België die antiregimeprotesten steunt? Zo ja, hoe kan België dit soort antiregimeprotesten steunen zodat het Iraanse regime zo snel mogelijk, hopelijk nog tijdens onze carrière of ons leven, ten val kan worden gebracht?

Maxime Prévot:

Mevrouw Lambrecht, mijnheer Van Rooy, ik zal uw vragen uiteraard beantwoorden, evenals de vragen die oorspronkelijk door mevrouw Samyn werden gesteld.

Zoals u weet, valt de beoordeling van de dreiging in ons land, met inbegrip van onze diplomatieke belangen in het buitenland, onder de bevoegdheid van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) en van de minister van Binnenlandse Zaken, die u waarschijnlijk ook hebt geraadpleegd.

Op 31 juli ondertekende België een gezamenlijke mededeling van 14 landen waarin de toename van de staatsdreigingen door Iraanse inlichtingendiensten op hun respectieve grondgebied werd veroordeeld.

Enkele dagen eerder, op 15 juli, heeft de Europese Unie met Belgische steun een pakket sancties goedgekeurd tegen acht personen en één entiteit in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten. Die sancties tonen aan dat de EU zich zorgen maakt over de transnationale repressie door Iraanse overheidsinstanties.

Mevrouw Lambrecht, het huidige tempo van executies in Iran is inderdaad verschrikkelijk. Het aantal executies is de laatste jaren sterk en gestaag toegenomen. Een zeer grote meerderheid van die executies houdt verband met drugsdelicten of moorden. België veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de uitvoering van de doodstraf door de Iraanse autoriteiten.

België neemt de kwestie van het respect voor de mensenrechten systematisch op in de agenda van zijn contacten met de Iraanse autoriteiten en pleit ook op multilateraal niveau voor de afschaffing van de doodstraf in Iran. België heeft Iran eveneens aanbevolen een moratorium op executies in te stellen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf. Op 10 september heeft de EU, met Belgische steun, opnieuw een verklaring gepubliceerd waarin de problematiek werd aangekaart en het gebruik van de doodstraf in Iran wordt veroordeeld.

Mijnheer Van Rooy, ons land steunt de fundamentele aspiratie van het Iraanse volk voor mensenrechten en democratie, maar neen, België steunt geen antiregimeprotesten in Iran. We moeten consequent zijn. Ons buitenlands beleid is gebaseerd op respect voor het internationaal recht. Dat betekent ook respect hebben voor de nationale soevereiniteit van staten en geen inmenging in hun interne aangelegenheden.

Omdat we ondanks alles de dialoog blijven voeren, maken we onze analyses en verwachtingen uiteraard zeer duidelijk en krachtig kenbaar aan Teheran.

Als gevolg van het schadelijk gedrag van de Islamitische Republiek op verschillende vlakken, ook inzake de mensenrechtensituatie, hebben België en de Europese Unie hun toon verhard en een aantal maatregelen genomen, met name de goedkeuring van aanvullende sancties tegen de Islamitische Republiek. Ons recent regeerakkoord weerspiegelt dat standpunt.

Annick Lambrecht:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat we het punt van de executies hier op de agenda blijven zetten. We hebben het er al vaak over gehad. Het is een belangrijk signaal dat u nu nog eens hebt gezegd dat België dit ten zeerste veroordeelt als land zelf, maar ook als deel van de Europese Unie en dat we ons ook heel erg zorgen maken. Meer dan 1.000 executies in negen maanden, dat is niet echt een trend die de goede richting uitgaat.

Mijnheer de minister, ik kan u alleen vragen dat u dit op elk overleg, op elke mogelijkheid tot dialoog en communicatie met de Iraanse autoriteiten, ter sprake blijft brengen en onze afschuw voor dergelijke executies overbrengt, zodat men blijft zien dat het internationaal recht en de mensenrechten voor België geen vodje papier zijn.

Ik kan ook alleen hopen dat België, maar ook de EU de sancties uitbreidt als dit tempo van executies niet stopt en integendeel nog blijft uitbreiden.

Sam Van Rooy:

Minister, het regime van Iran is in wezen de sjiitische versie van Islamitische Staat. Het betreft een moorddadig, jihadistisch shariaregime: jihadistisch naar ons toe en een shariaregime ten aanzien van de Iraniërs zelf. U spreekt over respect voor soevereiniteit, maar dat staat in schril contrast met uw bemoeienissen met Israël. Bovendien is Iran bezet door het islamitische regime en wordt het Iraanse volk gegijzeld door de ayatollahs. Het ayatollahregime had er trouwens nooit mogen zijn – met dank ook aan het Westen – en had allang op de vuilnisbelt van de geschiedenis moeten liggen. De ontvoering van deze 19-jarige studente vormt daarvan het trieste en zoveelste bewijs. Mijnheer de minister, ChatGPT vergeleek uw uitlatingen en acties inzake Iran met die inzake Israël, een land dat nota bene in vergelijking met Iran de hemel op aarde is. De conclusie luidt: "Prévot is hard tegen Israël en mild voor Iran." U bent dus hard voor de geallieerden en mild voor het islamonazisme, minister Prévot.

Het Amerikaanse vredesplan voor de oorlog in Oekraïne
De Amerikaanse vredesvoorstellen, de Russische eisen en de Europese risico's
De situatie in Oekraïne
Het vredesakkoord in Oekraïne
Geopolitieke spanningen en vredesonderhandelingen in Oekraïne

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Katrijn van Riet bekritiseert dat de VS via pro-Russische tussenpersonen onderhandelingen voeren die territoriale toegevingen aan Oekraïne dreigen op te leggen, terwijl Poetin militaire druk en diplomatieke vertragingstactieken hanteert om Europa en Oekraïne te splijten. Minister Prévot benadrukt dat België en de EU vasthouden aan Oekraïens zelfbeschikkingsrecht en territoriale integriteit, maar bevestigt dat er in Berlijn akkoord ging over een 800.000 manschappen sterk Oekraïens leger, een NAVO-achtige veiligheidsgarantie en een VS-geleid toezichtsmechanisme—mits Oekraïne instemt en Rusland (dat volgens Prévot maximalistische eisen blijft stellen) meewerkt. Depoorter en Van Riet onderstrepen unaniem dat vrede alleen haalbaar is met Oekraïense en Europese inbreng, zonder Amerikaanse dominantie, en dat bij falen van onderhandelingen verdere sancties tegen Rusland noodzakelijk zijn. Prévot bevestigt Belgiës betrokkenheid bij een 20e EU-sanctiepakket en waarschuwt dat Rusland de diplomatie misbruikt om tijd te winnen.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, figuren die nauwe banden hebben met de Russische Federatie zouden het proces beïnvloeden, en Washington lijkt eerder te mikken op een deal dan op een rechtvaardige en duurzame vrede. Europa en vooral Oekraïne houden ondertussen vast aan hun principes: geen territoriale toegevingen en geen erkenning van Russische, maximalistische eisen.

Tegelijkertijd verontrusten uitspraken zoals de bewering dat Europa en Kiev zouden eten uit de hand van de VS, of zelfs verraden zullen worden, het Europees continent. Onze strategische positie lijkt onder vuur te liggen. De Russische president Poetin blijft inzetten op militaire druk, terreur tegen energie-infrastructuur en onderhandelingstechnieken die aansturen op capitulatie.

Vanuit onze zorg voor veiligheid, soevereiniteit en de internationale rechtsorde wil ik u vragen hoe u de Amerikaanse bemiddelingsinspanningen beoordeelt, gezien de signalen dat er nog territoriale toegevingen zouden plaatsvinden en dat Washington de onderhandelingen voert met figuren die Rusland gunstig gezind zijn.

Welke garanties vraagt België in Europees verband om te vermijden dat de EU in een onderhandelingskader belandt waar Amerikaanse belangen primeren op de Europese veiligheidsdoelstellingen?

Hoe verzekeren we dat het Oekraïense standpunt, geen afstand van internationaal erkend grondgebied, niet onder druk wordt uitgehold door externe actoren die snel een deal willen?

Analyseert de EU de Amerikaanse voorstellen op hun impact op onze veiligheid, en neemt België daarin een actieve rol op?

Hoe schat u het risico in dat Rusland diplomatieke processen misbruikt om tijd te winnen en tegelijk zijn militaire druk op Oekraïne opvoert? Hoe vertaalt dat zich in het Belgische en Europese standpunt?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, collega’s, zoals u ziet, ligt het lot van het Oekraïense volk ons na aan het hart. Daarvan getuigen de twee vragen uit één fractie. Uiteraard raakt de oorlog in Oekraïne ons allemaal. Die oorlog vindt aan onze grenzen plaats, blijft maar duren en heeft zware gevolgen voor de burgerbevolking. Ook internationaal is het een veelbesproken thema.

Er lopen onderhandelingen, waarin zowel de Verenigde Staten als Europa een rol spelen, maar uiteraard zijn de belangrijkste partijen Oekraïne en Rusland zelf, die tot een toekomstig vredesakkoord zouden moeten komen. Daarbij benadrukken we nogmaals dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van het Oekraïense volk gerespecteerd moeten worden.

Mijnheer de minister, ik had dan ook graag van u vernomen welke concrete contouren zich vandaag aftekenen waar wij als land en de Europese Unie kunnen achterstaan. Hoe beoordeelt u de haalbaarheid en de wenselijkheid om een gedemilitariseerde zone of vrijhandelszone uit te werken, zowel vanuit het oogpunt van de Oekraïense soevereiniteit en veiligheid als vanuit het Europees en internationaal recht?

Zowel de Amerikaanse president Trump als de Duitse bondskanselier Merz verklaarden dat vrede dichterbij is dan ooit. Hoe ziet u dat? Wat is de stand van zaken?

De voorzitster : De heer Lutgen is niet aanwezig.

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, ik zal antwoorden op de vragen van mevrouw van Riet en mevrouw Depoorter, maar ook op de vragen van de heren Lacroix en Lutgen.

Beste Kamerleden, de gesprekken zijn de afgelopen dagen nog in een stroomversnelling gekomen. Het is heel positief dat de E3, dus Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, een heel actieve rol heeft opgenomen in de gesprekken tussen de Verenigde Staten en Oekraïne.

Comme je l'ai déjà dit lors de la dernière réunion de cette commission, notre pays, comme d'autres alliés de l'Ukraine, est informé des efforts qui sont déployés par ces trois pays à travers les réunions de la Coalition des volontaires, d'une part, et du Conseil des Affaires étrangères, d'autre part. Et notre position reste identique: la guerre doit bien évidemment cesser au plus vite, mais à des conditions acceptables pour l'Ukraine.

Na twee dagen van gesprekken in Berlijn zijn de Verenigde Staten, Oekraïne en de Europese partners het eens geraakt over verschillende punten. Zo bestaat de intentie dat de Oekraïense strijdkrachten in vredestijd een sterkte van 800.000 manschappen moeten kunnen behouden. Daarnaast zal een Europese, multinationale missie worden opgezet, gesteund door de Verenigde Staten, binnen het kader van de coalition of the willing . Zoals eerder aangegeven, zal ons land aan die missie deelnemen. Die missie zal bijdragen aan het regenereren en versterken van de Oekraïense troepen, het beveiligen van het luchtruim en het waarborgen van veilige zeeën, met inbegrip van operaties binnen Oekraïne. Voorts is een door de Verenigde Staten geleid monitoring- en verificatiemechanisme voorgesteld om een staakt-het-vuren te bewaken, vroegtijdige waarschuwingen te geven en schendingen aan te pakken. Dat mechanisme moet tevens bijdragen aan het voorkomen van escalatie.

Er bestond bovendien overeenstemming over een pakket van NAVO-achtige veiligheidswaarborgen en economische steun voor Oekraïne zodra de gevechten stoppen.

Dat brengt mij terug bij de resultaten van de gesprekken in Berlijn. Het is belangrijk te onderstrepen dat de Verenigde Staten en de Europese partners Oekraïne krachtig blijven steunen in zijn streven naar lidmaatschap van de Europese Unie. Op diplomatiek vlak boeken die gesprekken alvast een zekere vooruitgang. Veel details blijven evenwel vaag en vereisen nog verdere onderhandelingen, ook met de Verenigde Staten.

La question territoriale, notamment, reste toujours ouverte. On entend des idées, comme la création d'une zone économique libre ou une zone démilitarisée, voire l'abandon de territoire. Cette question est particulièrement sensible et difficile. Un accord, quel qu'il soit, concernant le territoire, doit d'abord être approuvé par l'Ukraine, et le président Zelensky a formulé l'intention de tenir une consultation publique à ce sujet, mais cela ne peut en aucun cas être fait sans des garanties de sécurité inébranlables.

Un autre test consiste évidemment à voir si Poutine accepte ces propositions. Le président ukrainien a déclaré qu'à la suite des pourparlers de Berlin, la délégation américaine allait désormais entamer des discussions avec la Russie.

Néanmoins, hier, déjà, le vice-ministre des Affaires étrangères de la Russie a indiqué que la Russie n'acceptera aucun compromis concernant les territoires occupés de l'Ukraine. Moscou campe donc jusqu'à présent sur ses exigences maximalistes de vouloir contrôler des régions que l'armée russe n'a pas réussi à conquérir malgré des pertes énormes.

Cela nous rappelle que la Russie n'est pas en train de gagner cette guerre d'attrition. La Russie veut semer la discorde en Ukraine, entre l'Ukraine et ses alliés, mais aussi au sein de l'OTAN. Ainsi, à la proposition du président ukrainien d'un cessez-le-feu – en particulier pour les infrastructures énergétiques – pendant la période de Noël, Moscou a réagi de manière cynique. Je salue le fait que l'Ukraine continue à se montrer constructive, par exemple en proposant de tenir des élections à condition de pouvoir les organiser dans un contexte sécurisé, autrement dit un cessez-le-feu.

Het diplomatiek werk wordt dus voortgezet. Indien een akkoord wordt gevonden, zal het noodzakelijk zijn om snel te schakelen om de nodige veiligheidsgaranties te implementeren. Het risico bestaat evenwel dat een akkoord uitblijft en dat de oorlog onverminderd voortduurt. Hoe de Verenigde Staten daarop zullen reageren, is een vraag die uitsluitend door de Verenigde Staten kan worden beantwoord. België vertrekt alvast van het principe dat er niets kan worden beslist over Oekraïne zonder de betrokkenheid van Oekraïne zelf. Evenmin kan er iets worden beslist over Europa en de NAVO zonder dat die daarbij worden betrokken. De fundamenten van het internationaal recht en van het Handvest van de Verenigde Naties vormen voor ons land de basis voor een duurzame vrede.

Indien er geen akkoord wordt bereikt, pleit ik ervoor, zoals ik dat ook deed tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, om de druk op Rusland hoog te houden door bijkomende sancties en om parallel daaraan de steun aan Oekraïne verder op te voeren, tot Moskou op basis van een kosten-batenanalyse tot de conclusie komt dat echte onderhandelingen verkieslijk zijn.

Les sanctions ciblées constituent actuellement le meilleur moyen de freiner l'effort de guerre russe. Aucun allègement des sanctions n'est envisageable avant qu'une paix juste et durable ne soit conclue. La Belgique participera aux efforts communs visant la flotte fantôme russe ainsi qu'à un vingtième paquet de sanctions envisagé au sein de l'Union européenne.

La Belgique continue à soutenir activement l'Ukraine. Depuis le début de l'agression russe à grande échelle, la Belgique a fourni plus de 3,3 milliards d'euros en soutien bilatéral à l'Ukraine et maintiendra son engagement multidimensionnel pour la durée de toute cette législature.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, het stemt mij positief te vernemen dat er reeds plannen bestaan voor het geval een akkoord wordt bereikt. U spreekt al over wat in vredestijd zou kunnen gebeuren, met name over het behoud van 800.000 soldaten in Oekraïne en over de rol die Europa via de coalition of the willing zou kunnen opnemen bij het ondersteunen van en het toezicht houden op een staakt-het-vuren. Dat zijn voor mij allemaal positieve signalen. Voorwaarde is uiteraard dat er eerst een akkoord tot stand komt. Ik begrijp dat het bijzonder moeilijk is om daarop vooruit te lopen. Dat zal geen eenvoudige opdracht zijn aangezien Rusland vermoedelijk niet snel zal willen schakelen. Een staakt-het-vuren tijdens de kerstperiode zou alvast erg welkom zijn.

Het blijft afwachten hoe de situatie evolueert. In ieder geval dank ik u voor uw antwoord en voor uw engagement om bij het uitblijven van een akkoord bijkomende sancties te overwegen om Rusland dat te laten voelen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, uiteraard is er alle steun voor de processen die momenteel gaande zijn en voor de vertegenwoordiging die u telkens opneemt binnen de Europese Raad. Ook de steun die onze regering resoluut wil geven aan het Oekraïense volk en aan het vredesproces, verdient erkenning. Het is heel goed dat drie Europese landen, namelijk Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, daarin een duidelijke stem laten horen en vooruitgang boeken in het vredesproces. Wat u aangeeft, raakt de kern van de zaak. Wij kunnen niet evolueren naar een vredesakkoord zonder instemming van het Oekraïense volk. Dat betekent dat Oekraïne een stem aan tafel moeten hebben, net zoals Europa mee aan tafel moet zitten om samen te zoeken naar hoe we het vredesproces zullen aanpakken alsook hoe we de wederopbouw zullen organiseren en hoe we ervoor zullen zorgen dat die vrede stabiel blijft en leidt tot een duurzame toekomst voor het Oekraïense volk en bijgevolg voor het volledige Europese continent.

De Amerikaanse escalatie in Venezuela
De militaire operaties van de VS in Venezuela
De 'double tap'-acties
President Trump en Venezuela
De situatie in Venezuela
De situatie in Venezuela
De Amerikaanse betrokkenheid en militaire acties in Venezuela

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat de VS de druk op Maduro opvoeren met militaire acties (o.a. scheepsvernietigingen en olieblokkades) onder het mom van drugsbestrijding, maar benadrukt dat België/EU vasthouden aan internationaal recht en unilaterale VS-acties afwijzen, zoals bevestigd op de EU-CELAC-top. Hij belooft dit standpunt te herhalen in aankomende gesprekken met de VS, maar Lambrecht en Depoorter kritiseren dat de VS-diplomatie ontbreekt en proportionaliteit/procedures (bv. double-tap-methode) twijfelachtig zijn. Lydia Mutyebele Ngoi beschuldigt de VS van openlijke inmenging in Venezuela (en Europa) en een illegale olieblokkade om Maduro ten val te brengen, wat ze grove schendingen van soevereiniteit noemt, terwijl Prévot herhaalt dat recht en dialoog zijn prioriteit blijven—zonder concrete stappen voor de-escalatie of steun aan Venezolaanse oppositie (bv. Machado) te beloven.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, op dit moment vindt in het Caraïbisch gebied de grootste Amerikaanse militaire opbouw plaats sinds de invasie van Panama in 1989. De wereld is getuige van snel oplopende en zorgwekkende militaire spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela. De Amerikaanse operatie wordt officieel gerechtvaardigd met beschuldigingen van drugshandel en met aantijgingen dat president Maduro een drugskartel zou leiden. Sinds september heeft die operatie geleid tot aanvallen op bijna 30 schepen en vielen er, volgens de meest recente cijfers, ongeveer 95 doden.

Dat gebeurt terwijl wordt gesteld dat het drugstransport vanuit Venezuela naar de Verenigde Staten nauwelijks betekenisvol is. Inmiddels is ook gebleken dat onschuldige vissersboten tot de slachtoffers behoren. De escalatie wordt elke dag ernstiger. Tussen de indiening van mijn vraag en vandaag blijven de verwijten zich opstapelen. Er worden nog steeds schepen aangevallen en olietankers in beslag genomen.

Bestaat er binnen de Europese Commissie een eensgezinde boodschap over deze escalatie? Zal het gebruik van geweld in de regio worden veroordeeld en wordt er opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om deze crisis op te lossen? Bestaat hierover contact tussen u en de Verenigde Staten?

Welke stappen onderneemt u als minister van Buitenlandse Zaken binnen de EU om een de-escalatie te bevorderen en om te garanderen dat de Verenigde Staten in de regio het internationaal recht en de soevereiniteit van de staten respecteren?

Hebt u van uw Nederlandse ambtsgenoot bezorgde signalen ontvangen in verband met de positie van de Nederlandse eilanden in het Caraïbisch gebied, meer bepaald Aruba en Curaçao, gelet op de aanwezigheid van de Verenigde Staten?

Onderneemt België of de Europese Unie actie om de democratische en vreedzame oppositie binnen Venezuela te steunen en om een terugkeer naar eerlijke en vrije verkiezingen te bewerkstelligen?

Verwacht u op de korte of de lange termijn een machtswissel tussen Maduro en Machado?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, die incidenten, die acties die de Verenigde Staten heeft uitgevoerd op die drugrunnersschepen, met het onderscheppen en vernietigen van die schepen, worden onder meer in de media beschreven als double-tap-acties. Daarbij wordt een schip stilgelegd en volledig uitgeschakeld, met inbegrip van de bemanning. Ik stel mij vragen bij de proportionaliteit en de naleving van het internationaal maritiem recht.

Gisteren hebben we not a genomen van de labeling van fentanyl als een weapon of massdestruction. Uiteraard is fentanyl een zeer zwaar verslavende illegale drug, die heel veel doden eist. Dat zou een verklaring zijn om die militaire acties tegen drugstrafikanten, die nu ook narcoterroristas worden genoemd, een beetje te verklaren vanuit de US-administratie. Volgens de informatie waarover ik beschik, is fentanyl echter niet echt een exportproduct uit Venezuela, hoe illegaal het ook is.

Hoe beoordeelt u het recente optreden van de US, waarbij die drugrunnersschepen die aan Venezuela worden gelinkt, volledig worden vernietigd?

Is die praktijk, die zogenaamde double-tap-methode, verenigbaar met het internationaal maritiem recht en met de vereiste van proportionaliteit?

Hoe worden de spanningen tussen de US en Venezuela opgevolgd vanuit Europa en door onze diplomatieke kanalen? Welke gevolgen kan dit hebben voor eventuele internationale samenwerking?

Onze regering zet sterk in op drugsbestrijding en neemt deel aan internationale operaties, maar het is toch wel zo dat er momenteel een diepe diplomatieke, politieke en economische crisis in Venezuela heerst. Er zijn aanhoudende mensenrechtenschendingen. De democratische ruimte is er sterk beperkt. Maria Corina Machado heeft de Nobelprijs voor Vrede gekregen.

Hoe gaat onze diplomatie om met de mogelijkheid om een democratisch proces in Venezuela te ondersteunen? Welke diplomatieke initiatieven zijn daarvoor genomen?

Verder is het belangrijk op te merken dat president Poetin zijn steun aan het Venezolaanse regime heeft toegezegd. Welke conclusies kunnen we daaruit trekken?

Maxime Prévot:

Merci, mesdames les députées, pour vos questions. Pour répondre à celles-ci, nombreuses, concernant la situation au Vénézuéla et l'escalade des tensions avec les États-Unis, il est évident que la pression américaine sur le régime de Nicolás Maduro continue de s'intensifier. Après la désignation du Cartel de los Soles comme organisation terroriste étrangère le 24 novembre, Washington a renforcé ses manœuvres militaires dans la mer des Caraïbes, et a procédé le 10 décembre dernier à la saisie d'un pétrolier transportant du pétrole brut vénézuélien. Bien que le président Trump brandisse cette menace depuis plusieurs semaines, il n'est pas question à ce stade d'opération militaire terrestre.

Uiteraard blijven we de situatie met de grootste aandacht volgen. Ik heb al meerdere keren onderstreept dat België en de Verenigde Staten de gemeenschappelijke zorg delen van het bestrijden van drugshandel en van georganiseerde misdaad. We blijven ons inzetten om ervoor te zorgen dat die strijd wordt gevoerd in nauwe samenwerking tussen de betrokken landen en altijd in overeenstemming met het internationaal recht.

Lors du sommet UE-CELAC, il y a un peu plus d'un mois, j'ai rappelé très clairement que la lutte contre le narcotrafic est une priorité de premier plan pour le gouvernement Arizona, et l'un des focus essentiels de mon déplacement en Amérique latine. Mais j'ai également souligné, sans ambiguïté, notre attachement au droit international et notre opposition aux actions unilatérales et extrajudiciaires.

Tijdens die top hebben de EU en de CELAC-regio het belang van maritieme veiligheid en regionale stabiliteit benadrukt. We hebben gezamenlijk bevestigd dat internationale samenwerking, wederzijds respect en naleving van het internationaal recht essentieel zijn, ook in de strijd tegen transnationale georganiseerde misdaad en drugshandel. De CELAC heeft zich bovendien uitgeroepen tot zone de paix , vastbesloten om geschillen via dialoog en samenwerking op te lossen.

Dans une rencontre récente avec le secrétaire d'État adjoint des États-Unis d'Amérique, Christopher Landau, j'ai eu l'occasion d'évoquer avec lui l'enjeu de la lutte contre le trafic de drogue. Il a été très clair sur la position de l'administration américaine qui souhaite redéployer sa diplomatie vers l'Amérique latine, notamment, et mieux y défendre ses intérêts sécuritaires. Nous avons convenu de poursuivre ensemble le dialogue à ce sujet.

Begin januari ga ik naar Washington en ik ben van plan de openhartige dialoog verder te zetten die we zijn begonnen. In die context zal ik niet aarzelen het Belgische standpunt te herhalen.

Annick Lambrecht:

Dank u wel, mijnheer de minister. Uiteraard is de strijd tegen drugs een strijd die we allen voeren en ook moeten voeren. Tegelijk is er hier toch wel iets aan de hand, zoals u herhaaldelijk hebt benadrukt, met betrekking tot het respecteren van internationale rechtsregels. De dialoog is volledig verdwenen. De diplomatie is volledig weggevallen. President Trump doet elke dag iets anders, zonder overleg met wie dan ook, zo lijkt het. Het is dan ook vreemd dat u stelt dat tijdens de ontmoeting met de Secretary of State van de Verenigde Staten zou zijn gezegd dat men diplomatie op Latijns-Amerikaans grondgebied zeer belangrijk vindt. Daarvan is momenteel weinig te merken. Daarom wil ik u vragen die zin, die u mij zojuist hebt meegedeeld, mee te nemen naar uw volgende overleg in de Verenigde Staten, waarnaar u verwees.

U hebt niet geantwoord op de vraag of er een machtswissel op komst is of niet. U hoeft uiteraard ook niet te antwoorden, maar het is wel een vraag waarmee velen zitten. Mogelijk mag daarover niet te veel worden gezegd, maar dat element is wel van groot belang in het debat.

Kathleen Depoorter:

Dank u, mijnheer de minister.

De strijd tegen de drugskartels en de daarmee gepaard gaande criminaliteit is een van de prioriteiten uit het regeerakkoord, die u ook zeer consequent verdedigt en toepast. Alles moet echter proportioneel zijn en het internationaal maritiem recht respecteren. Zoals u zegt, is het essentieel dat in de zone van de CELAC, die groepering van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische staten, de vrede gegarandeerd wordt.

Ik juich dan ook toe dat u in Washington de Europese diplomatieke rust zult verdedigen. Op die lijn moeten we blijven inzetten: hard optreden tegen de criminele organisaties, maar met de democratische vertegenwoordiging van de bevolking blijven praten en die steunen wanneer het noodzakelijk is.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous ai suivi sur la route, depuis ma voiture. Je vous remercie pour vos réponses qui ne me satisfont pas, mais cela ne vous étonne pas car on se connaît. Ce pays vient de reconnaître publiquement, dans sa note stratégique de sécurité, son intention de se mêler à la politique intérieure européenne, soutenant ouvertement les partis d'extrême droite à travers le monde, y compris en Europe, et lançant une ingérence directe pour faire tomber le gouvernement qui ne lui plaît pas. Pourtant, on en parle très peu. Seriez-vous peut-être effrayé, monsieur le ministre, par l'homme le plus puissant du monde? Non! Ah, je m'en réjouis. (Rires) Monsieur le ministre, il n'est pas sérieux de me faire rire ainsi. Je suis contente que vous n'ayez pas peur de M. Trump. Ça me rassure! Ou bien, peut-être qu'en tant que ministre des Affaires étrangères, vous êtes tellement habitué à voir l'ordre mondial détruit un peu partout que vous devenez finalement un peu moins sensible. Cette nuit, M. Trump a annoncé un blocus pétrolier contre le Vénézuéla. Plus de 15 000 militaires américains sont déjà stationnés dans la zone. L'objectif est clairement de faire tomber le président Maduro par tous les moyens, quitte à plonger la population dans une crise encore plus profonde et à entrer dans une guerre ouverte. Si le gouvernement Maduro est en effet loin d'être parfait, cela ne doit en tout cas pas justifier une ingérence des États-Unis d'une telle envergure, de nature aussi illégale et basée sur des arguments tout simplement grossiers. Dès lors, vu l'attitude adoptée par l'administration Trump, il est urgent d'intégrer cette réalité à notre diplomatie et à nos politiques. Vous dites, monsieur le ministre, que le droit international, c'est votre boussole. Quoi qu'il en soit et quels que soient vos interlocuteurs, j'espère, monsieur le ministre, que vous continuerez dans la bonne direction.

De infiltratie van Hamas in gesubsidieerde ngo's

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy verwijst naar een NGO Monitor-rapport (gebaseerd op door de IDF gevonden Hamas-documenten) dat stelt dat Hamas systematisch ngo’s zoals Oxfam, Artsen zonder Grenzen en International Medical Corps infiltreert via lokale "garanten" in leidinggevende functies, met sommige projecten als dekmantel voor militaire doeleinden, en bekritiseert dat minister Prévot geen actie onderneemt om Belgische geldstromen naar betrokken ngo’s te onderzoeken of stoppen. Prévot betwist de geloofwaardigheid van NGO Monitor (vanwege gebrek aan transparantie en eenzijdigheid), vertrouwt op de interne controles van Belgische ngo’s en diplomatieke toezichtsmechanismen, en wijst erop dat eerdere Israëlische beschuldigingen tegen ngo’s nooit hard gemaakt zijn. Van Rooy beschuldigt Prévot ervan naïef te zijn, stelt dat Hamas ngo’s dwingt tot samenwerking ("mes op de keel") en noemt het een "schande" dat Belgisch belastinggeld zo bij Hamas terechtkomt, zonder dat de minister ingrijpt.

Sam Van Rooy:

Minister, uit een rapport van NGO Monitor blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam waren of zijn in Gaza. Ik heb u de link van dat rapport bezorgd. Dat gebeurt via zogenoemde garanten, ofwel inwoners van Gaza die als contactpunt fungeren tussen Hamas en de betrokken ngo’s. Die zogenoemde garanten kregen vaak zelfs invloedrijke bestuursfuncties binnen die ngo’s, zoals directeur of bestuursvoorzitter, terwijl sommige van die personen tegelijkertijd lid zijn van Hamas.

Anderen worden dan weer omschreven als betrouwbare sympathisanten of als gelieerd aan Hamas. Zo is de huidige administratief directeur van het International Medical Corps, een wereldwijde non-profitorganisatie, niet alleen lid van Hamas, maar bekleedt hij zelfs de rang van kapitein binnen die terroristische organisatie. Oxfam werkte dan weer samen met een lokale, aan Hamas gelieerde groep om een irrigatieproject voor fruitbomen uit te voeren. Hamas heeft dat project misbruikt als dekmantel voor militaire doeleinden tegen Israël, aan de Israëlische grens. Verder worden ook Artsen zonder Grenzen, Save the Children en andere bekende organisaties genoemd. Het rapport kwam overigens tot stand dankzij vondsten van de IDF in Gaza.

NGO Monitor ontdekte daardoor, op basis van communicatie van Hamas zelf, dat ten minste tien van die zogenoemde garanten ook senior ngo-functionarissen in Gaza waren en tegelijkertijd leden of supporters van Hamas, of werkzaam voor een aan Hamas gelieerde groep. Hamas voerde ook grootschalige surveillance uit op ngo-functionarissen in Gaza. In een document van Hamas dat door de IDF werd gevonden, valt te lezen dat garanten, gelieerd aan Hamas, bij maar liefst 48 ngo’s kunnen worden geëxploiteerd voor veiligheidsdoeleinden, om buitenlandse organisaties, hun buitenlandse seniormedewerkers en hun bewegingen te infiltreren. Nog verontrustender is dat ngo’s daar kennelijk ook van op de hoogte waren of er zelfs gewillig aan meewerkten.

Minister, wat is uw reactie hierop? Bent u bereid na te gaan welke in het rapport genoemde ngo’s direct of indirect, bijvoorbeeld via de EU, Belgisch geld ontvangen? Zult u de geldstromen naar ngo’s die door Hamas werden geïnfiltreerd minstens opschorten? Zo niet, waarom niet?

Maxime Prévot:

Mijnheer Van Rooy, deze aantijgingen worden geuit door de eenzijdig gefocuste organisatie NGO Monitor, waarvan de eigen financiering niet publiek is en die zich baseert op vermeende Hamas-documenten.

Persoonlijk hecht ik meer waarde aan de rapportering door onze erkende, geauditeerde Belgische ngo’s, aangevuld met enerzijds het toezicht vanuit onze diplomatieke posten en de administratie en, anderzijds, de mechanismen van risicobeheersing en interne controle van onze ngo’s zelf. In het kader van hun samenwerking met partners ter plaatse nemen die steeds verschillende maatregelen in acht om te voorkomen dat ze in welke valkuil dan ook trappen, of die nu afkomstig is van Hamas of van de Israëlische veiligheidsdiensten.

Ik herinner u er graag aan dat Israël ook in het verleden beschuldigingen ten aanzien van zowel Belgische ngo-partners als VN-instellingen niet hard heeft kunnen maken.

Sam Van Rooy:

Minister, ik weet ondertussen natuurlijk dat u het Midden-Oosten niet begrijpt. Ik weet dat u Gaza niet begrijpt en dat u in zowat elke valkuil, elke leugen en elke misleiding van Hamas & co trapt. Uit dit rapport van NGO Monitor, en dus uit documenten van Hamas zelf die werden gevonden, blijkt dat Hamas geïnfiltreerd is in internationale en buitenlandse ngo’s die werkzaam zijn in Gaza. Onder meer Oxfam en Artsen Zonder Grenzen worden genoemd. Dat is ook logisch, minister, want denkt u nu echt dat ngo’s in Gaza kunnen opereren zonder dat Hamas hen soms letterlijk het mes op de keel zet? Denkt u dat echt? Belgisch belastinggeld is dus de facto naar Hamas gegaan. Dat is de spijtige conclusie. U bent blijkbaar niet van plan dat te stoppen, minister. Het is een schande.

De National Security Strategy van de Verenigde Staten
De National Security Strategy (NSS) van de VS
De invloed van de VS op de Europese politiek en de groei van de MAGA-beweging in Europa
De Amerikaanse inmenging in Europa
Amerikaanse veiligheidsstrategieën en politieke invloed in Europa

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: François De Smet en Katrijn van Riet bekritiseren de Amerikaanse National Security Strategy (NSS) onder Trump, die Europa als een "civilisatorisch falend" continent afschildert, extreemrechtse narratieven (migratie, klimaatbeleid) overneemt en openlijk steun belooft aan "patriottische" (extreemrechtse) partijen—wat ze als onaanvaardbare inmenging in Europese democratieën bestempelen. Minister Maxime Prévot deelt die verontwaardiging, noemt de strategie een "wekkersignaal" voor Europa’s strategische autonomie (defensie, energie, industrie) en waarschuwt dat de VS met bilaterale druk het multilateralisme ondermijnt, maar benadrukt dat samenwerking mogelijk blijft waar belangen overlappen; hij zal in Washington proberen de VS te overtuigen dat een verzwakte EU ook hun nadeel is. De Smet bevestigt de noodzaak van een Europese defensiepijler binnen de NAVO en industriële/hernieuwbare autonomie, terwijl Van Riet hoopt op een koerswijziging van Trump, maar de rechtsstatelijke principes als niet-onderhandelbaar stelt.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je sais que vous vous êtes exprimé sur le sujet en séance plénière, mais j'avais introduit cette question un peu antérieurement.

La publication récente par l’administration américaine de la nouvelle National Security Strategy (NSS) – version Trump II – doit provoquer une réaction ferme de notre gouvernement. Ce document consacre à l’Europe une attention inédite: elle est citée 49 fois, bien plus que la Chine, la Russie ou tout autre acteur mondial.

Mais cette attention n’a rien de bienveillant: le ton est hostile, dépréciatif et s’inscrit dans ce que l’expert en relations internationales Tanguy Struye (UCLouvain) qualifie explicitement de "guerre hybride" contre l’Union européenne. Cette expression convient déjà parfaitement pour qualifier notre relation avec la Russie, mais elle devient un diagnostic valable pour qualifier la dégradation des liens avec notre plus ancien allié. Nous ne pouvons rester silencieux face à ce qui constitue ni plus ni moins qu'une stratégie assumée d’ingérence et d’affaiblissement de notre continent.

Dans ce document, l’administration américaine décrit l’Europe comme un continent voué à un effacement civilisationnel; elle reprend, sans les nommer, des thématiques et narratifs issus de l’extrême droite européenne, en identifiant les migrations ou les politiques environnementales comme des menaces idéologiques. Le document affirme vouloir promouvoir la grandeur européenne via un soutien actif aux partis patriotes, euphémisme employé pour désigner les partis d’extrême droite européens. Voilà encore un point commun assumé avec M. Poutine!

Quelle analyse le gouvernement porte-t-il sur la reprise, dans un document stratégique américain officiel, de concepts corrosifs pour la cohésion européenne, traditionnellement utilisés par les mouvances extrémistes que l’Europe combat?

Que compte faire le gouvernement pour dénoncer et contrer ces ingérences politiques, totalement contraires aux principes de souveraineté démocratique que nous défendons? Une initiative coordonnée sera-t-elle portée au niveau européen?

Notre diplomatie compte-t-elle rappeler à Washington que soutenir des acteurs politiques cherchant à défaire l’Union européenne revient à fragiliser un allié stratégique clé, et qu’il s’agit d’une ligne rouge inacceptable pour nos démocraties?

Enfin, au vu des éléments déclaratifs recueillis lors de la dernière plénière, notamment de certains affirmant qu'ils auraient pu eux-mêmes écrire ce rapport, pouvez-vous nous assurer du consensus de l'ensemble du gouvernement sur le caractère dangereux dudit rapport?

Katrijn van Riet:

De Amerikaanse regering publiceerde haar veiligheidsstrategie. Hiermee bevestigt president Trump dat hij grote vraagtekens heeft bij het Europese project. Hij meent dat het oude continent verandert en een richting uitgaat die niet de zijne is.

Het document stelt onder andere dat Europa zijn huishouden op orde moet krijgen en dat er politieke organisaties zijn aan de rechterzijde van het politieke spectrum die ideologisch aansluiten bij Make America Great Again, die gesteund moeten worden door de VS.

In een interview voor Politico heeft de Amerikaanse president dezelfde analyse nogmaals toegelicht.

Op de achtergrond pleitte de techmiljardair Elon Musk recentelijk nog voor het opbreken van de Europese Unie. Dat gebeurde nadat zijn socialemediaplatform een aanzienlijke boete kreeg van de Europese Commissie en zijn publieke steun aan het AfD een averechtse effect had op de stemuitslag in Duitsland.

Ik heb de volgend vragen voor u, mijnheer de minister.

Welke conclusies trekt u uit analyse van het document? Welke zijn voor u de grootste verschilpunten met de vorige veiligheidsstrategieën? Welk elementen blijven volgens u dezelfde?

Hoe beoordeelt u het voornemen in de veiligheidsstrategie dat getracht zou worden “patriottische” en vaak uiterst rechtse partijen in Europa te steunen?

Kan dit volgens u beschouwd worden als een vorm van inmenging in de interne politieke keuze van Europese burgers?

Hoe schat u de banden in tussen de MAGA-beweging in de VS en organisaties in België? In welke mate acht u het mogelijk dat de veiligheidsstrategie geschreven werd met het oog op het tevredenstellen van de MAGA-achterban?

In welke zin ziet u het interview van de president in Politico ?

Merkt u op de socialemediakanalen die door de diensten onder uw bevoegdheid vallen meer anti–EU of EU-kritische reacties? Komen die daar voor? Door wie worden deze reacties geplaatst? Wordt hierop gereageerd?

Hoe ziet u de trans-Atlantische diplomatieke relaties na de oproep van president Trump en co wanneer zij kritiek hebben op de EU en oproepen deze te ontmantelen?

In de veiligheidsstrategie wordt de Russische Federatie niet genoemd als een vijandige entiteit. Welke conclusies trekt u hieruit?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Maxime Prévot:

Madame Van Riet, monsieur De Smet, lors de la séance plénière de la semaine dernière, j'ai effectivement déjà eu l'occasion de vous expliquer, dans un temps limité, ma lecture de la stratégie nationale de sécurité américaine. J'ai partagé avec vous mon indignation quant à l'analyse du continent européen qu'elle véhicule.

Het gemeenschappelijke erfgoed van westerse waarden, dat sinds de Tweede Wereldoorlog wordt gedeeld, valt uiteen, en het principe van niet-interventionisme dat aan het begin van de tekst wordt genoemd, is duidelijk niet van toepassing op Europa. De strategie sluit niet uit dat men zich mengt in de interne aangelegenheden van de EU, wat onaanvaardbaar is.

We moeten erop toezien dat onze verkiezingen vrij en integer blijven, dat de mensenrechten worden gerespecteerd, dat de democratische instellingen hun werk naar behoren kunnen uitvoeren en dat de principes van de rechtsstaat als leidraad dienen in onze samenleving. Dat moeten we blijven herhalen.

Mais je soulignais aussi que cette stratégie, plus qu'un choc, doit surtout être un électrochoc pour l'Europe et pour nous-mêmes car, finalement, il y a peu de surprises par rapport au discours de Munich du vice-président Vance, auquel j'ai pu assister. Il est évident, monsieur De Smet, que le soutien aux narratifs ou à des forces dites patriotiques est problématique.

L'Europe, en perte de vitesse, doit absolument se profiler comme un bloc indépendant d'un monde multipolaire. Il faut préserver l'unité, la cohésion européenne déjà malmenée, et pourtant essentielle pour la Belgique, face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations, dans son déni du multilatéralisme. Il faut renforcer notre autonomie stratégique en accélérant la mise en place d'un pilier européen au sein de l'OTAN, en défendant notre souveraineté économique, notre compétitivité et notre autonomie énergétique.

Vu ce qu'eux-mêmes font sous la bannière MAGA, comment ne pourraient-ils pas considérer normal que d'autres entités dans le monde, d'autres pays, cherchent aussi à défendre leurs propres intérêts? Nous devons préserver l'autonomie réglementaire de l'Union européenne. Nous devons maintenir le cap sur le soutien à l'Ukraine, évidemment. Et veiller enfin à protéger notre cohésion sociale et nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine.

Dat neemt niet weg dat wij gemeenschappelijke belangen behouden met de VS. Ze blijven een onmisbare partner, met wie moeten blijven zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden wanneer dat mogelijk is, dit met respect voor onze fundamentele waarden. We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tegelijkertijd moeten wij het tempo van de diversificatie van onze partnerschappen opvoeren.

Comme j'ai pu vous l'annoncer, je me rendrai à Washington début janvier et je compte bien poursuivre la discussion au plus haut niveau avec nos partenaires américains. Je compte en particulier travailler à leur faire comprendre qu'il n'est pas dans l'intérêt des États-Unis de perdre l'Union européenne comme partenaire principal, ni de la maltraiter, ni de la mépriser. Ce n'est pas ce qui est attendu d'un partenaire.

Enfin, s'agissant des propos qui ont été tenus par l'un des députés de la Chambre, ils n'engagent que lui et je n'ai pas à répondre des propos tenus par chacun des parlementaires. En tout état de cause, ils ne sont pas le reflet de la ligne gouvernementale.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik treed u bij wanneer u stelt dat wij over de principes van onze rechtsstaat moeten waken en daar te allen tijde op moeten toezien.

Voorts wens ik u veel succes wanneer u naar Washington reist. Ik hoop dat u de president ervan kunt overtuigen om zijn mening te herzien.

François De Smet:

Nous sommes en effet coincés entre deux impérialismes, et le fait que l'un d'eux soit de nature démocratique ne suffit pas à nous rassurer. Je vous rejoins sur le fait que ce doit être un moment d'électrochoc. Nous connaissons nos faiblesses européennes; elles sont identifiées par la guerre en Ukraine et l'éloignement des États-Unis. Nous devons absolument agir sur l'autonomie de la Défense, en créant, au sein de l'OTAN, un pilier européen qui puisse agir en cas de défaillance ou de retrait de l'allié américain, notamment pour que l'article 5 de la Charte puisse être défendu. Il y a aussi l'autonomie énergétique: l'Europe est très dépendante d'énergies fossiles extérieures russes, mais aussi américaines. Nous ne pouvons nous passer des Russes sans aller chercher de l'énergie ailleurs, notamment américaine. Il y a également l'autonomie industrielle: nous devons absolument redevenir un acteur industriel et technologique et non un simple consommateur, ce qui est malheureusement la ligne principale sur laquelle l'Union européenne s'est construite. Enfin, je me réjouis de votre point de vue sur les déclarations de ce député qui n'est pas n'importe lequel des 150 députés, et qui incarne la ligne d'un des partis importants de la coalition. Mais votre mise au point me paraît suffisamment claire jusqu'à présent.

Het vredesakkoord tussen Congo en Rwanda
De situatie in Congo
De situatie in Oost-Congo
Oost-Congo
Conflict en stabiliteit in Congo en Oost-Congo

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU uiten ernstige bezorgdheid over de escalatie in Oost-Congo, waar de Rwanda-gesteunde M23-rebellen ondanks het recent ondertekende Washington-akkoord (4/12) de strategische stad Uvira innamen (met massale mensenrechtenschendingen, waaronder systematisch seksueel geweld) en pas onder Amerikaanse druk een twijfelachtige terugtrekking aankondigden. Minister Prévot bevestigt dat België—samen met de EU en VS—Rwanda en M23 direct oproept tot terugtrekking, het staakt-het-vuren eist en sancties overweegt, maar kritiseert de kloof tussen diplomatieke beloften en terreinwerkelijkheid; hij dringt aan op versterkte humanitaire hulp (o.a. voor 250.000 nieuwe ontheemden) en handhaving van MONUSCO’s mandaat (bescherming burgers, toezicht akkoorden), ondanks eerdere kritiek op de missie. Parlementsleden bekritiseren het falen van het akkoord ("lege doos", Lambrecht), wijzen op Rwanda’s dubbelspel (Van Hoof: "plundert als dief in de nacht") en eisen onmiddellijke EU-actie in plaats van wachten tot januari, gegeven de catastrofale humanitaire crisis (kinderverkrachtingen om de 30 minuten, Prévot). Kompany benadrukt de nood aan straf voor oorlogsmisdaden en regionale stabiliteit, terwijl Depoorter vreest voor verdere chaos zonder snelle de-escalatie.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, in het oosten van Congo zijn de rebellen van M23 de buitenwijken van de strategische stad Uvira binnengedrongen. De afgelopen dagen werd gezegd dat die info alweer achterhaald is, dus ik weet het niet zeker. Het gaat of ging gepaard met hevig geweld tegen de burgerbevolking door de verschillende strijdende partijen. Er wordt massaal gemoord, verkracht en gebombardeerd, aldus een hulpverlener. De rebellen zijn vanuit het noorden de agglomeratie met enkele honderdduizenden inwoners binnengedrongen.

Uvira is de laatste grote stad in Zuid-Kivu die nog niet onder controle stond van M23. Het nieuw geweld volgt enkele dagen na de goedkeuring, onder goedkeurend oog van Washington, van een akkoord tussen Kinshasa en Kigali, dat tot doel heeft de vrede in het oosten van Congo te herstellen.

Congo grenst aan Rwanda, is rijk aan grondstoffen en wordt al dertig jaar door conflicten geteisterd.

Mijnheer de minister, betekent dat het einde van het gesloten vredesakkoord? Hoe beoordeelt u de situatie in Congo? Hebt u contact met Belgische diplomaten in Congo en wat is hun inschatting? Welke instructies geeft u hun? Welk beleid voert België ten opzichte van Congo en Rwanda? Is gezien de gebeurtenissen een koerswijziging nodig? Welke stappen kan België zetten? Bestaat er binnen de EU-regeringen een eensgezinde boodschap over die situatie? Zal het gebruik van geweld in die regio worden veroordeeld en wordt opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar diplomatieke onderhandelingen om de crisis op te lossen? Bestaat daarover contact met de Verenigde Staten? Welke specifieke acties onderneemt België om dringend aandacht te vragen voor het lot van de burgerbevolking in dat conflict? Hoe kan België bijdragen aan het herstel van de vrede in die getroffen regio?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, la situation sécuritaire et humanitaire à l'Est de la République démocratique du Congo s'est dégradée de manière alarmante. Ce mardi, le M23 annonçait son retrait de la ville stratégique d'Uvira, à la demande de Washington. Ce retrait est imminent et sans appel.

Cette annonce intervient dans un contexte particulièrement alarmant. Après s'être emparé de Goma en janvier, puis de Bukavu en février, le mouvement armé, soutenu par le Rwanda, avait lancé une nouvelle offensive, début décembre, dans la province du Sud Kivu. Si j'ose parler à l'imparfait, la prise d'Uvira, ville de plusieurs centaines de milliers d'habitants, constituait une étape très préoccupante en ce qu'elle représente au M23 de contrôler la frontière terrestre entre la RDC et le Burundi, ce dernier soutenant militairement Kinshasa. Cela faisait peser un risque majeur de déstabilisation régionale.

De ce fait, le Burundi a momentanément fermé sa frontière avec la RDC pour éviter un embrasement régional provoqué par Kigali. Faut-il encore rappeler que la frontière terrestre entre le Burundi et le Rwanda est fermée depuis janvier 2024, à la suite des attaques rebelles meurtrières soutenues par Kigali? Cette escalade est d'autant plus inquiétante qu'elle est survenue quelques jours seulement après la signature à Washington d'un accord de paix entre la RDC et le Rwanda, présenté comme une avancée majeure mais dont les développements sur le terrain semblaient en totale contradiction avec les engagements affichés.

Monsieur le ministre, qu'est-il ressorti du Conseil des ministres de lundi à ce sujet? Quelle évaluation la Belgique fait-elle de la crédibilité de l'efficacité de l'accord de paix, signé à Washington, à la lumière de la poursuite et de l'intensification des offensives du M23 sur le terrain? Le sujet figure-t-il à l'agenda de votre Conseil européen de demain? Si oui, quelles initiatives concrètes la Belgique entend-elle défendre auprès du Conseil européen, afin de renforcer la pression diplomatique sur les acteurs impliqués, notamment en matière de sanction, de conditionnalité de l'aide et de médiation régionale? Comment l'Union européenne et la Belgique en particulier peuvent-elles intensifier leur réponse humanitaire et leur action diplomatique pour prévenir une déstabilisation régionale plus large, impliquant notamment le Burundi et d'autres pays voisins?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik sluit me aan bij de gestelde vragen. Sinds de enthousiaste ondertekening op 4 december door president Tshisekedi, president Kagame en president Trump van een vredesakkoord in Washington, is de situatie alleen maar verslechterd. M23 nam immers Uvira in, de derde grootste stad in Oost-Congo. Ook al verneem ik dat M23 zich aan het terugtrekken is, dat leidt tot spanningen, ook met de buurlanden, zoals Burundi. Uw Burundese homoloog verklaarde al dat datgene wat Uvira bedreigt, ook Bujumbura bedreigt en dat alle opties op tafel liggen. Dat moeten we absoluut vermijden.

Het is erg dat Rwanda daarin niet vrijuit gaat. Tijdens een VN-bijeenkomst stelde de ambassadeur van de Verenigde Staten dat Rwanda sinds het begin van deze maand met naar schatting 5.000 tot 7.000 troepen aan de zijde van M23 vecht, waarbij ook zware wapensystemen en drones worden ingezet. Volgens de Verenigde Staten zou Rwanda de regio naar toenemende instabiliteit en oorlog leiden. De VS ziet wel een rol weggelegd voor MONUSCO bij de ondersteuning van de akkoorden van Washington en Doha, op voorwaarde dat het zijn mandaat vrij kan uitoefenen.

Mijnheer de minister, welke boodschap zal ons land brengen op de Raad Buitenlandse Zaken, waar dat conflict op de agenda staat?

Welke concrete stappen zal de Europese Unie zetten om het conflict meer onder controle te krijgen?

Welke boodschap bracht u over aan uw Congolese en Burundese homologen?

Hoe staat ons land tegenover een verlenging van het mandaat van MONUSCO, dat op 20 december afloopt?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, beste kamerleden, ik volg uiteraard de situatie in Oost-Congo op de voet op, dankzij onze diplomaten in de DRC, in Burundi en in andere hoofdsteden in de regio. Ik deel uiteraard ten volle uw ernstige bezorgdheden over de laatste ontwikkelingen. Zoals u weet heeft de M23, gesteund door Rwandese troepen, kort na de ondertekening van het vredesakkoord van Washington een grootschalig offensief gelanceerd in de Ruzizi-vlakte, tot aan Uvira. De inname van Uvira, op slechts enkele tientallen kilometers van Bujumbura, vormt een ernstige bedreiging voor de regionale stabiliteit.

Namens België heb ik de ondertekening van het Washington-akkoord verwelkomd. Hoewel ik het niet als een mirakel heb bestempeld, zoals sommigen deden, beschouw ik het als een positieve stap. De DRC en Rwanda hebben hun engagementen herbevestigd om sleutelprincipes, zoals respect voor territoriale integriteit en internationaal recht, na te leven. Hetgeen uiteraard van belang is, gaat verder dan de ondertekening, namelijk het respecteren en uitvoeren van de verbintenissen. Sinds enkele maanden stellen wij echter een groeiende kloof vast tussen de situatie op het terrein en de diplomatieke mediatie.

Samen met onze Europese en internationale partners, waaronder de Verenigde Staten, hebben wij M23 en de Rwandese troepen die hen steunen, opgeroepen het offensief onmiddellijk te staken. Wij hebben ook Rwanda opgeroepen zich terug te trekken uit het oosten van de DRC. Onze bewoordingen konden niet duidelijker zijn en wij zijn niet van plan onze positie ten aanzien van Rwanda te wijzigen. Kigali moet het internationale recht respecteren, evenals de territoriale integriteit en soevereiniteit van de DRC. Uiteraard moeten de andere partijen, de DRC, Burundi en alle gewapende groepen, ook hun verantwoordelijkheid nemen en het staakt-het-vuren onvoorwaardelijk respecteren.

Het is ook van groot belang alle burgers en alle gemeenschappen te beschermen en niet te viseren. In dat verband heb ik vorige week contact opgenomen met mijn ambtsgenoten in de DRC, Burundi en Rwanda, om op te roepen tot een dringende de-escalatie en naleving van hun verbintenissen. Uiteraard zal ik deze boodschappen blijven overbrengen zolang dat nodig is. Ik heb de voorbije dagen ook veel contact gehad met de speciale adviseur van de Amerikaanse president, de heer Boulos.

Après avoir écouté beaucoup d'interlocuteurs étrangers ces derniers jours, mon sentiment est qu'il y a un consensus sur la nécessité de maintenir une forte pression, en particulier en ce moment, sur le M23 et les troupes rwandaises qui ont pris le contrôle de nouveaux territoires, en contradiction avec la lettre et l'esprit des accords signés. Je suis en tout cas très prudent sur l'annonce qui a été faite hier par le M23 concernant un possible retrait d'Uvira. Connaissant l'historique des dernières années, je me reconnais plutôt dans Saint-Thomas sur ce sujet: je crois ce que je peux voir. Les conditions que certains qualifieront d'irréalistes ont été posées pour un tel retrait. En outre, lorsque les États-Unis, l'Union européenne et d'autres appellent au retrait, ce n'est pas uniquement d'Uvira dont il est question. J'attends donc de voir.

Comme vous le soulignez, les conséquences humanitaires de ces violences sont à nouveau affligeantes. Plus de 65 000 personnes se sont entretemps réfugiées au Burundi. On parle de plus de 250 000 déplacés internes supplémentaires. Ceci, sans compter les centaines de morts additionnels et les énumérations sordides de violations de droits humains, y compris la recrudescence très nette des violences sexuelles. Je rappelle qu'un rapport de l'Unicef a indiqué plus tôt dans l'année qu'un enfant – je dis bien un enfant – est violé toutes les 30 minutes dans la région. Il s'agit de la plus grande vague de violences sexuelles qu'ait connu le monde depuis des décennies: une femme est violée toutes les quatre minutes. Ces atrocités sont véritablement insupportables, et nous devons tout faire pour que cela cesse. Face à cette situation, j'estime que L'Union européenne peut et doit faire beaucoup plus. C'est pourquoi j'ai demandé et obtenu d'en discuter en urgence lors du Conseil des Affaires étrangères de lundi dernier, il y a deux jours donc. Il y avait un consensus autour de la table pour considérer que la situation était grave et qu'il fallait réagir. Suite à une demande conjointe de plusieurs États membres, dont la Belgique, la haute représentante Kaja Kallas a confirmé que le point serait à nouveau à l’ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères de janvier, afin de décider de points d'action.

Entretemps, la situation d'urgence nécessite de renforcer les efforts diplomatiques de l'Union européenne. Il a donc été convenu que des démarches seraient faites dans les différentes capitales en vue d'exhorter au retrait du M23 et des troupes rwandaises, et de rappeler l'importance de la désescalade et du respect du cessez-le-feu par toutes les parties. Nous devons effectivement demander le retrait des troupes rwandaises d'un côté, tout en évitant que le cessez-le-feu soit bafoué de l'autre côté, que ce soit par l'envoi de drones ou autrement. Et bien entendu, nous devons demander le respect des accords de Washington et de Doha.

Un point d'action important pour moi est l'action humanitaire. J'en ai du reste parlé lundi, en plaidant pour que l'Union européenne renforce son assistance et sa diplomatie humanitaires étant donné les instruments et l'expertise dont elle dispose. L'accès humanitaire reste problématique, tant dans le Nord-Kivu que dans le Sud-Kivu, y compris au niveau des hauts plateaux. Je pense que l'Union européenne a véritablement un rôle à prendre dans ce domaine. J'ai bien sûr exhorté également mes collègues à maintenir un engagement fort en faveur du droit international et humanitaire, sans double standard.

Mevrouw Van Hoof, ik wil ook bevestigen dat België de MONUSCO zal blijven steunen. Gezien de nieuwe context moet haar mandaat, dat momenteel in New York wordt onderhandeld, uiteraard worden aangepast, zonder echter afbreuk te doen aan de kern van haar missie, namelijk de bescherming van burgers. Wat betreft de begeleiding van de uitvoering van de akkoorden en het toezicht op het staakt-het-vuren is de MONUSCO het best geplaatst en heeft ze een belangrijke rol te vervullen.

Je souhaite enfin rappeler que, à mon sens, les efforts de paix et de désescalade au niveau régional devraient être complétés par un processus interne en République démocratique du Congo, qui permettrait aux acteurs congolais, dans toute leur diversité, de s'approprier les engagements pris au niveau international, de les traduire en actions concrètes et de s'accorder sur les grands chantiers de réforme nécessaires, y compris en matière de gouvernance.

Impliquer le plus grand nombre est aussi une manière de rassembler face à l'adversité et d'apaiser la scène politique congolaise. L'arrestation du secrétaire permanent du PPRD, Emmanuel Shadary, hier, pose question et ne semble pas aller dans ce sens. Je répéterai donc aux autorités congolaises l'importance de prendre des mesures de décrispation et de chercher à s'inscrire dans une démarche de dialogue, dans le respect de la Constitution et des principes républicains.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik neem akte van uw inspanningen en van uw oproep om daar de noodtoestand uit te roepen. We hebben de Washingtonakkoorden inderdaad verwelkomd, maar als dat een lege doos zou blijken te zijn en alles een paar dagen later weer verder gaat zoals het was, zijn die niets waard.

Mijn vraag betrof vooral de stad Uvira. We weten niet wat er daar precies aan de hand is. Is men daar teruggetrokken of niet? We moeten inderdaad eerst zien en dan geloven. Op satellietbeelden zijn hele stapels lijken te zien. Niemand kan de stad binnen.

Ik blijf u vragen om de druk op te voeren in de Verenigde Naties, die meer kunnen en moeten doen, maar ook in de Raad Buitenlandse Zaken van januari, zodat ook de EU meer zou doen dan tot nog toe het geval is. Wat we daar zien, is het uitoefenen van het recht van de sterkste en dat blijft maar voortduren. Ik denk zelfs dat het catastrofaal zou zijn om tot de volgende Raad van januari te wachten.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de situatie is al jaren een noodsituatie, maar ze wordt erger in plaats van beter. Er waren akkoorden die, zoals u terecht zegt, werden toegejuicht. Daar keken wij met z'n allen met een zekere bezorgdheid naar en nu blijkt dat die bezorgdheid terecht was. Het is absoluut noodzakelijk dat we onze stem blijven lenen aan het zoeken naar oplossingen en het zoeken naar een de-escalatie van het geweld.

U geeft ook aan dat er sprake zou zijn van een terugtrekking of dat men dat beloofd heeft. Wanneer dat zo is, moeten we natuurlijk ook kijken naar de manier waarop men die terugtrekking zou organiseren, zodat er geen plunderingen gebeuren van wat er nog overblijft.

Er zijn 65.000 mensen naar Burundi gevlucht. Daarnaast zoeken 250.000 mensen intern een weg naar een beetje zekerheid en een beetje bestaansmogelijkheden. Het is allemaal geen goed verhaal en ik deel absoluut uw bezorgdheid over de humanitaire hulp. Die hulp komt er maar niet afdoende, terwijl we daar al sinds de resolutie die we in de Kamer hebben gestemd voor pleiten en aan werken. Ik weet dat u daar ook uw best voor doet, maar we moeten absoluut blijven inzetten op deze regio. De urgentie die u binnen de Raad van de EU hebt aangekaart, is zeker terecht.

Het is natuurlijk goed dat mevrouw Kallas in januari met acties komt, maar dan zijn we weer zoveel weken miserie en verkrachtingen verder, zoals u zelf hebt aangegeven. Het is hoogst noodzakelijk dat we de bevolking daar op de ene of andere manier vooruithelpen, de humanitaire hulp optimaliseren en druk blijven zetten op alle strijdkrachten die daar aanwezig zijn en deze vreselijke situatie veroorzaken.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre. J'entends bien que vous êtes déterminé à voir le Congo avancer vers la paix. L'intégrité territoriale étant l'appel à la raison que lancent l'Europe, l'Union européenne, les É tats-Unis ainsi que vous-même, afin que Kigali revienne à la raison après 30 ans de massacres, des millions de morts, tandis que le monde fermait les yeux et le cœur. Vous avez insisté sur le recours aux principes républicains – cela s'entend – pour toutes les nations qui veulent évoluer dans le sens de la paix.

Des femmes et des enfants victimes de viols multiples, tel est le constat effectué par l'ONU. Un constat qui nous montre bien jusqu'où cette guerre est allée. Le viol n'a rien d'un phénomène nouveau, et nous continuons à l'observer aujourd'hui. Il faut impérativement trouver un moyen de punir de façon exemplaire toutes ces personnes que nous voyons et repérons dans les vidéos, quoi qu'on dise de leur validité, car il est toujours possible de vérifier avec beaucoup de raison. Monsieur le ministre, je suis à vos côtés, mais ne vous laissez pas faire sur la scène européenne.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Zoals u zei, is er inderdaad een kloof tussen de mediatie en de diplomatieke inspanningen enerzijds en wat er op het terrein gebeurt anderzijds. Daar gebeurt immers net het tegenovergestelde. Het is dan ook goed dat de Verenigde Staten op 13 december tijdens een briefing van de VN-Veiligheidsraad man en paard hebben genoemd en Rwanda uiteindelijk met de vinger hebben gewezen. Het lijkt wel alsof Rwanda ons een rad voor de ogen draait en ons bij wijze van spreken in slaap wiegt, terwijl het ondertussen, als een dief in de nacht, Uvira plundert. De statistieken die u noemde over verkrachtingen en seksueel geweld zijn hallucinant. Dringende de-escalatie is het minste dat moet gebeuren, maar uiteraard moeten de akkoorden worden nageleefd. Hopelijk trekken ze inderdaad weg uit Uvira. Voor die humanitaire catastrofe moeten we druk blijven zetten en dat doet u goed op de Raad van de EU. In de aanloop naar januari zullen er echter nog contacten nodig zijn om ervoor te zorgen dat de Doha- en Washington-akkoorden inderdaad worden nageleefd. U kwam ook terug op de MONUSCO. Destijds was er heel veel kritiek op de MONUSCO, maar het zou een nog slechter signaal zijn om de MONUSCO daar weg te laten trekken. Zij moeten instaan voor de bescherming van de burgers, ook al lijkt dat niet goed te lukken. Ik hoop dat het mandaat een concretere invulling krijgt, want de VN-missie is heel erg nodig, niet alleen voor toezicht op het staakt-het-vuren, maar ook voor de bescherming van vrouwen en kinderen. Laten we hopen dat het mandaat op 20 december wordt verlengd met een veel sterkere invulling dan vandaag.

De besparingen op asiel en migratie in een periode van voorlopige twaalfden
De voorlopige twaalfden en het asiel- en migratiebeleid
Besparingen en beleid rond asiel, migratie en voorlopige twaalfden

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem vraagt of de regering de geplande besparingen op asielopvang (Fedasil) in Q1 2026 doorvoert ondanks de voorlopige twaalfden, en bekritiseert dat uitgestelde besparingen later extra hard zullen aankomen, gegeven het verleden van chronisch tekortschietende budgetten en bijkomende vragen. Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat de voorlopige twaalfden geen belemmering vormen voor besparingen, wijst op dalende asielinstroom (-31%) als bewijs dat haar beleid werkt, en herhaalt de ambitie om structureel kosten te drukken via hervormingen en achterstandsafbouw – ondanks kritiek van het Rekenhof op de "ambitieuze" doelstellingen. Van Belleghem betwijfelt of de kredieten werkelijk als maximum zullen gelden, gezien historische overschrijdingen en eerdere budgetverhogingen. De voorzitter sluit zonder verdere actie.

Voorzitter:

Mevrouw Van Belleghem, u hebt zowel een vraag als een interpellatie ingediend, dus u hebt reglementair 15 minuten spreektijd.

Francesca Van Belleghem:

Ik ga echt geen 15 minuten spreken, want ik wil graag nog zoveel mogelijk andere vragen stellen. Ook wanneer men bij een draak de kop afhakt, groeien er immers enkele nieuwe bij.

In 2025 hebt u herhaaldelijk gecommuniceerd over de noodzakelijke en terechte besparingen op het departement Asiel en Migratie. U kondigde daarbij aan het budget voor de asielopvang fors te verminderen. Nu de regering echter heeft beslist om voor de eerste drie maanden van 2026 te werken met voorlopige twaalfden, betekent dat in de praktijk dat men uitgaat van de begroting van het lopende jaar, 2025 dus, en dat die vervolgens wordt gedeeld door vier. Ik heb dat berekend en kom zo uit op een bedrag van 239 miljoen euro voor de eerste drie maanden voor het budget van Fedasil.

Zult u effectief geen besparingen doorvoeren bij Fedasil of bij andere migratieposten in de eerste drie maanden van 2026 of zult u toch nog iets kunnen forceren? Indien u nu niet kunt besparen, betekent dat immers dat de toekomstige besparingen nog aanzienlijk groter zullen moeten zijn. Dat was de korte samenvatting van mijn vraag.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, het is inderdaad mijn doelstelling en die van de hele regering om onder meer het benodigde budget voor de opvang van asielzoekers te verlagen. U weet even goed als ik dat het de bedoeling was van de eerste minister en van de regering om een meerjarenbegroting op te stellen waarin de afbouw van dat budget zou worden voorzien. Dat proces heeft wat meer tijd in beslag genomen, waardoor er initieel gedurende enkele maanden met voorlopige twaalfden moet worden gewerkt. Dat beschouw ik als een beperkte prijs voor het belangrijke akkoord dat werd bereikt.

Dan ga ik concreet in op uw vragen, meer bepaald uw eerste, tweede en vierde vraag. Het is in de eerste plaats belangrijk om een misverstand uit te klaren. Een begroting bestaat uit maximale kredieten waarover de regering kan beschikken. Die kredieten worden door het systeem van de voorlopige twaalfden niet plots minimale kredieten.

Het systeem van voorlopige twaalfden op zich maakt minder uitgeven dus zeker niet onmogelijk.

Onze ambitie en inspanningen om het asiel- en migratiesysteem te hervormen, de instroom van asielaanvragen te verlagen en zo ook de druk op de opvang en dus ook de begroting en de samenleving te verminderen, blijven ongewijzigd. Men kan ook aan de sterk dalende instroomcijfers zien dat onze maatregelen werken. We zien systematisch lagere cijfers, vorige maand was er nog een daling van de instroom met 31 %.

Ik ben ervan overtuigd dat die maatregelen ook verder effect zullen hebben, los van de voorlopige twaalfden. We zullen blijven inzetten op het traject om de instroom gestaag te verlagen. Dat zal de diensten, DVZ en het CGVS, de ruimte geven om de achterstand die onder de vorige regering is opgebouwd, weg te werken. Zo kunnen ook de materiële opvangnood, waar de grootste kosten zich situeren, en alle andere gerelateerde kosten worden verminderd.

Ten slotte, het Rekenhof merkt op dat de doelstellingen inzake het asiel- en migratiebeleid zeer ambitieus zijn. Dat zou u natuurlijk moeten verheugen. Deze regering heeft inderdaad de ambitie om die doelstellingen te realiseren en doet daar ook alles aan, zowel op nationaal als op Europees niveau. Voorlopige twaalfden veranderen niets aan die ambities.

Francesca Van Belleghem:

U begrijpt dat ik die minimale kredieten bij voorlopige twaalfden heb geïnterpreteerd als maximale kredieten, aangezien er in het verleden voor asiel en migratie steeds geld werd bij gevraagd. Het potje dat men krijgt, bevat steeds te weinig geld. Dit jaar hebt u ook een budgetverhoging aangevraagd. Daarom heb ik mijn vraag op die manier opgesteld. We zullen zien in de begroting hoeveel geld zal worden gevraagd.

Voorzitter:

Mevrouw Van Belleghem dient geen motie in.

De aanpassing van de begroting en de impact ervan op het asiel- en migratiebeleid

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem vraagt om transparantie over begrotingswijzigingen voor asiel en migratie, met name welke posten omhoog of omlaag gaan en waarom, en wijst op tegenstrijdige informatie over een 16 miljoen euro-provisie (volgens Van Peteghem voor Fedasil, maar niet bevestigd door Van Bossuyt). Anneleen Van Bossuyt beperkt de aanpassingen tot drie specifieke posten: +€2,8 miljoen voor Fedasil (Oekraïense opvang), +€116.000 voor DVZ (registratie Oekraïners) en een verschuiving van €100.000 naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (digitalisering), maar ontwijkt de vraag over de BOSA-provisie. Van Belleghem bekritiseert de onduidelijkheid, eist opheldering over het daadwerkelijke bedrag voor Fedasil en vraagt of de verhoging linkt aan nieuwe asielcentra, maar krijgt geen antwoord. De voorzitter sluit af met de stelling dat Van Bossuyt voldoende heeft gereageerd, zonder verdere verduidelijking.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar mijn ingediende vraag.

Het wetsontwerp inzake de eerste aanpassing van de uitgavenbegroting werd onlangs gepubliceerd.

Zo zou de provisie voor de opvang van asielzoekers “naar boven bijgesteld" zijn (p.21). Ook de dotatie voor Fedasil zou met 2.701.000 euro stijgen (p. 28).

Ook op andere pagina's in de begroting wordt melding gemaakt van kosten gelieerd aan asiel en migratie.

In het kader van transparantie: kunt u een volledig overzicht geven van welke begrotingsposten relevant voor het beleidsdomein asiel en migratie, naar boven werden bijgesteld, en welke naar beneden? Kunt u verduidelijken waarom dit noodzakelijk was?

Anneleen Van Bossuyt:

De begrotingscontrole voor 2025 is beperkt gehouden en bevat drie artikelen, die rechtstreeks aan asiel en migratie zijn gelinkt. Ze worden om twee redenen gewijzigd.

Enerzijds is er een verhoging van 2,8 miljoen euro voor de uitgaven van Fedasil. Het gaat om post 13.40.42.414-044, in het kader van de registratie, de toewijzing en de opvang van Oekraïners, conform een beslissing van de ministerraad van 10 oktober. De Dienst Vreemdelingenzaken ontvangt om dezelfde reden, namelijk de registratie, toewijzing en opvang van Oekraïners, een bijkomend bedrag van 116.000 euro op post 13.55.02.121-101.

Anderzijds is er ook een verschuiving van 100.000 euro van de dotatie van Fedasil naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat gaat om post 13.64.01.121-104 en houdt verband met de digitalisering van die dienst.

De provisie gaat om een interdepartementale provisie voor onvoorziene kosten bij BOSA, meer bepaald post 06.90.10.01-0001.

Francesca Van Belleghem:

Heeft de provisie van BOSA betrekking op het departement Asiel en Migratie? Uit een antwoord van minister Van Peteghem aan Wouter Vermeersch bleek dat 16 miljoen euro uit die provisie aan Fedasil zou worden toegekend. Dat element werd hier niet herhaald. Hebt u het dan verkeerd of is dat minister Van Peteghem? Jullie geven beiden immers een ander antwoord.

Momenteel is de bespreking van het wetsontwerp over de begroting aan de gang is. Het lijkt mij belangrijk dat uitgeklaard wordt hoeveel geld naar Fedasil zal gaan. In de begroting staat letterlijk dat het budget voor de opvang van asielzoekers naar boven wordt bijgesteld. Gaat dat over de nieuwe asielcentra die u wil openen? Hoe zit dat?

Voorzitter:

De minister heeft voldoende geantwoord, meent zij.

Nieuwe asielcentra

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) bekritiseert dat minister Van Bossuyt ondanks lokaal verzet (o.a. Charleroi, Schilde) en gerechtelijke procedures blijft pushen voor nieuwe asielcentra, en noemt de claim van "vervangcapaciteit" schijnheilig, aangezien het volgens haar om nieuwe centra gaat – met name in Lodelinsart (36 plaatsen, verzet + Raad van State-procedure), Schilde (178 plaatsen, gerechtelijke onzekerheid) en Florenville (36 plaatsen, werken lopende). Ze eist transparantie over de drie gemeenten waar momenteel onderhandeld wordt (zijn Charleroi/Florenville inbegrepen?) en bekritiseert de trage afbouw van hotelopvang (nog 50 asielzoekers na 10 maanden), die volgens haar enkel verplaatst is van Brussel naar Vlaanderen via tijdelijke opvang. Minister Van Bossuyt bevestigt de juridische procedures (Charleroi vecht vergunning aan) en benadrukt dat Schilde (opening begin 2026, medische focus) en Florenville (eerste trimester 2026) geen nieuwe capaciteit toevoegen, maar bestaande vervangen – met twee centra gesloten (870 plaatsen minder) en hotelopvang gedaald van 400 naar 50. Ze onderhandelt in drie (onnemende) gemeenten voor vervangcapaciteit en belooft volledige afschaffing van hotelopvang.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik heb u al meermaals ondervraagd over de plannen om nieuwe asielcentra te openen.

Intussen heeft de stad Charleroi te kennen gegeven niet opgezet te zijn met de komst van het nieuwe asielcentrum in Lodelinsart, net zoals ik niet opgezet ben met het feit dat ik geen antwoord krijg op mijn vraag. Bent u op de hoogte van het verzet van de stad Charleroi? Is er een gerechtelijke procedure hangende? Zult u zich daarbij neerleggen?

Graag ook een stand van zaken over het nieuwe asielcentrum in Schilde. Zijn er nog juridische hindernissen? Zult u zich neerleggen bij het feit dat de inwoners van Schilde dat asielcentrum niet wensen?

Ook in Florenville zult u een nieuw asielcentrum openen met 36 plaatsen. Stuit u daar op al dan niet juridisch verzet? Zoals u ziet, kan de Vlaams Belanger zelfs opkomen voor de Waalse belangen.

Kunt u, voor de goede orde, een volledig overzicht geven van de geplande nieuwe asielcentra, met vermelding van de locatie en het aantal op te vangen asielzoekers? Zijn er nog andere dan de drie die ik heb opgesomd? Vermits u de locaties niet wilt meedelen van de plaatsen waar u onderhandelt over nieuwe asielcentra, kunt u wel verduidelijken in hoeveel gemeenten u momenteel aan het onderhandelen bent met Fedasil?

Graag ook een laatste stand van zaken inzake de hotelopvang. Ik hoop dat u mij vandaag het goede nieuws kunt brengen dat er geen asielzoekers meer in hotels worden opgevangen en dat alle tijdelijke opvanglocaties intussen geopend zijn.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Bellegem, op uw eerste vraag is het antwoord ja. Fedasil heeft mij laten weten dat de stad Charleroi bij de Raad van State beroep heeft aangetekend tegen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning. Fedasil heeft een advocaat aangesteld die zijn standpunt zal verdedigen in het kader van de procedure bij de Raad van State.

Wat uw tweede vraag betreft over het asielcentrum in Schilde, Fedasil bereidt de opening voor. De aanpassings- en verbeteringswerken zijn aan de gang en Fedasil hoopt begin 2026 – dus begin volgend jaar – de eerste bewoners te kunnen opvangen. Het nieuwe opvangcentrum in Schilde zal bij de opstart plaats bieden aan de bewoners van het opvangcentrum in Deurne, met een bijzondere focus op verzoekers met medische noden en hun familie.

Volgens het agentschap is er geen vergunning vereist, aangezien er geen functiewijziging plaatsvindt. Er lopen wel nog gerechtelijke procedures waarvan de uitkomst momenteel niet gekend is. Ik heb alle begrip voor het standpunt van het lokaal bestuur en heb mij daarom van bij het begin constructief opgesteld en opengestaan voor overleg.

Wat uw derde vraag betreft over Florenville, daar worden momenteel werken uitgevoerd met het oog op een opening van 36 plaatsen. De opening is afhankelijk van de vooruitgang van de werken en kan op dit moment nog niet met zekerheid worden bevestigd. De werken worden opgevolgd door Fedasil en de Regie der Gebouwen, en zouden afgerond kunnen zijn tegen het einde van het eerste trimester van 2026. Er zijn geen lopende of aangespannen juridische procedures waarvan Fedasil kennis heeft.

Dan kom ik tot uw vierde vraag. Fedasil heeft op dit moment slechts één concreet openingsperspectief, rekening houdend met de vereiste validatie in Schilde, namelijk 178 plaatsen.

Wat uw vijfde vraag betreft, namelijk in hoeveel steden en gemeenten momenteel onderhandelingen lopen, kan ik meedelen dat Fedasil zich vandaag in drie gemeenten verspreid over België in de finale onderhandelingsfase bevindt voor potentiële nieuwe opvangcentra. Die zijn bedoeld als vervangcapaciteit voor centra die reeds gesloten zijn of die op korte of middellange termijn zullen sluiten. Het is daarbij belangrijk te benadrukken dat mijn diensten voortdurend de markt verkennen op zoek naar potentiële sites, om een weloverwogen keuze te kunnen maken wanneer in vervangcapaciteit moet worden voorzien. Nogmaals, het gaat telkens om vervangcapaciteit.

De afbouw van het aantal plaatsen blijft de doelstelling. Er zijn in deze legislatuur overigens al heel wat plaatsen verdwenen. Zo zijn in deze legislatuur reeds twee centra gesloten, namelijk Berlaar en Jabbeke, waarbij een totale capaciteit van 870 plaatsen niet werd vervangen. Daarnaast zijn ook drie van de vijf hotels in Deurne gesloten, samen goed voor 265 plaatsen. De verdere afbouw van de hotelopvang is eveneens aan de gang en wordt herleid tot nul. Dat is een belofte die ik zal nakomen, mevrouw Van Bellegem.

U vraagt hoeveel asielzoekers momenteel in de hotelopvang verblijven. Ik spreek hierbij over de stand van zaken op 8 december. Op die datum gaat het om 50 personen. Bij de start van deze regering, amper tien maanden geleden, waren dat er nog bijna 400. Vandaag zitten we dus aan 50. Ik heb intussen drie van de vijf hotels gesloten. Op dit moment zijn alle tijdelijke locaties die voor de winteropvang worden gebruikt, geopend.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, staat u mij toe eerst te stellen dat vervangcapaciteit onzin is. Het is niet omdat het vervangcapaciteit betreft dat er geen nieuwe asielcentra worden geopend. Daar gaat het net om: er worden nieuwe asielcentra geopend. De vraag die ook rijst, is de volgende. U bent op dit moment in drie gemeenten aan het onderhandelen om nieuwe asielcentra te openen. Zitten Charleroi en Florenville – waarvan de locaties al gekend zijn – bij die drie, of gaat het om drie andere gemeenten? Dat is een belangrijke vraag die beantwoord moet worden. Anders is er nog een gemeente die nog niet weet dat er asielzoekers zullen komen, of zelfs drie andere gemeenten. Dat is uiteraard een groot verschil. U zegt dat er nog maar 50 asielzoekers op hotel zitten? Dat wijst op een daling van de hotelopvang. Ik ben daar voorstander van. Het blijven er evenwel nog steeds 50. U bent inmiddels tien maanden minister van Asiel en Migratie en er zitten nog steeds 50 asielzoekers op hotel. Dat mag ook wel eens benadrukt worden. Die afbouw verloopt tergend traag, terwijl de belastingbetaler uiteraard die hotelopvang betaalt. De hotelopvang voor asielzoekers kon dalen omdat u zes tijdelijke opvangcentra hebt geopend in Vlaanderen. De asielstroom is dus van Brussel naar Vlaanderen verplaatst. Die nuance moet zeker worden gemaakt. Dank u wel.

Het kraakpand in het voormalige gebouw van de Europese Commissie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Francesca Van Belleghem bekritiseert het gebrek aan daadkracht van lokale autoriteiten en migratiediensten bij de illegale bezetting (200-250 Moldavische krakers, vermoedelijk illegaal) van een voormalig EU-pand in Evere, en eist onmiddellijke ontruiming en repatriëring. Minister Anneleen Van Bossuyt benadrukt dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) alleen kan handelen na politie-aanhouding en ontkent falend beleid, wijzend op eerdere acties (bv. Antwerpen-Noord). Van Belleghem beschuldigt de politie en DVZ van passiviteit, vraagt om proactieve samenwerking en noemt de situatie—met Moldaviërs ondanks ontradingsmissies en EU-toetredingsonderhandelingen—"absurd en beleidsfalend". Van Bossuyt houdt vol dat lokale overheden verantwoordelijk zijn voor handhaving.

Francesca Van Belleghem:

Het voormalige pand van de Europese Commissie aan de Genèvestraat in Evere (Brussel) is het slachtoffer geworden van een flagrante en illegale bezetting. Sinds twee weken wordt het gebouw, dat vorig jaar nog werd gebruikt voor vertaaldiensten, bezet door een groot aantal personen.

Burgemeester Alessandro Zappala schat het aantal bezetters op 100 tot 150, maar de politie-observaties wijzen op een veel grotere groep van 200 tot 250 krakers. Het gaat hier voornamelijk om Moldavische families, van wie bekend is dat zij al eerder op illegale wijze andere Brusselse panden, zoals in Auderghem, hebben gekraakt. Dit duidt op een georganiseerde tactiek om leegstaande panden te misbruiken.

Hoewel netbeheerder Sibelga de stroom heeft afgesloten, is dit slechts een cosmetische ingreep. Wat het meest verontrustend is, is het gebrek aan daadkracht bij de lokale autoriteiten. De burgemeester en de politie 'volgen de situatie op de voet' en 'bekijken mogelijke stappen om de situatie te regelen'.

Dit is onacceptabel. De wet moet onmiddellijk gehandhaafd worden. Het is de plicht van de overheid om het eigendomsrecht te beschermen en de openbare orde te garanderen. Er is geen plaats voor het 'reguleren' van illegale kraakacties; er is enkel ruimte voor een onmiddellijke uitzetting en, indien nodig, de repatriëring van de betrokkenen. Deze aanhoudende nalatigheid zet de veiligheid en leefbaarheid van de wijk Evere onder druk.

1. Waarom heeft het twee weken geduurd voordat deze illegale bezetting van een voormalig Europees pand de aandacht van de autoriteiten kreeg? Is er een bevel tot onmiddellijke ontruiming uitgevaardigd?

2. Wat is de exacte verblijfsstatus van deze voornamelijk Moldavische krakers? Indien zij zonder geldige papieren in België verblijven, worden er dan onmiddellijk uitwijzingsprocedures opgestart om hun terugkeer naar Moldavië te garanderen (cf. uw ontradingsmissie naar Moldavië eerder dit jaar)?

3. Gezien het feit dat deze Moldavische families eerder al betrokken waren bij squats in andere Brusselse gemeenten (zoals Auderghem), op welke manier falen de migratie- en handhavingsdiensten in het voorkomen van herhaaldelijke illegaliteit?

4. Zijn er nog andere kraakpanden (met een groot aantal illegalen) waar u weet van heeft?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik veroordeel elke vorm en elke daad van kraken. Door dergelijke daden worden eigendommen illegaal benut, wordt schade aangericht en ontstaat overlast.

Voor uw eerste en vierde vraag verwijs ik u naar andere beleidsniveaus, aangezien het politionele of lokale politionele aangelegenheden betreft.

Als antwoord op uw tweede en derde vraag kan ik u meedelen dat de lokale overheden of de politie in het kader van deze problematiek geen contact hebben opgenomen met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Wij beschikken dus ook niet over informatie over de bewoners van het kraakpand.

Indien de krakers zich illegaal op het grondgebied zouden bevinden en door de politiediensten aan de Dienst Vreemdelingenzaken zouden worden aangeboden, kan een procedure tot identificatie en indien mogelijk tot verwijdering worden opgestart. De Dienst Vreemdelingenzaken kan pas maatregelen nemen nadat de politie een bestuurlijke aanhouding uitvoert en het bijbehorende verslag opstelt. Mijn diensten verlenen volledige ondersteuning bij uitzettingen uit kraakpanden. Het is aan de lokale overheden om te beslissen of zij op dit aanbod ingaan.

Uw bewering dat de migratiediensten zouden falen in het voorkomen van herhaalde illegaliteit, vind ik volledig onterecht. Mijn diensten leveren op het terrein schitterend werk. De omstandigheden waarin bijvoorbeeld de personeelsleden moeten opereren bij gerichte acties tegen illegaliteit, zijn op zijn zachtst gezegd, niet altijd prettig. Indien u daarbij aanwezig zou zijn, zou u dat zelf kunnen vaststellen. Zowel mijn diensten als de ordediensten voeren gerichte acties uit tegen illegaliteit. Dat blijkt uit de actie van 19 november in Antwerpen-Noord, evenals uit andere soortgelijke acties op die locatie of elders in het verleden. Ook bij acties gericht tegen transmigratie en de binnenkomstcontroles verleent de Dienst Vreemdelingenzaken zijn medewerking.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, dit is hallucinant. In de krant staat dat er 250 krakers, vermoedelijk Moldaviërs of illegale Moldaviërs, in een kraakpand wonen in een voormalig gebouw van de Europese Commissie. De ironie kan nauwelijks groter zijn. U stelt dat de politie geen contact heeft opgenomen met de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Ik verwijt u dat overigens niet. Het illustreert echter hoe mank de procedure loopt. Als de politie nog niet eens contact opneemt met de DVZ, terwijl in de krant duidelijk te lezen is dat het kraakpand vol illegale Moldaviërs zit, is een degelijk terugkeerbeleid moeilijk te voeren. Kan de DVZ niet zelf proactief optreden of met de politie contact opnemen? Er loopt duidelijk iets grondig fout. We moeten dat verder uitspitten. Indien er kraakpanden zijn of locaties die klaarblijkelijk vol illegalen zitten, moeten de politie en de DVZ gezamenlijk, zoals in Antwerpen, optreden om die illegaliteit tegen te gaan. Indien de Brusselse politie dat weigert, kunnen er vanzelfsprekend weinig personen worden teruggestuurd. Ironisch genoeg gaat het om Moldavische families. Amper enkele maanden geleden bent u op ontradingsmissie naar Moldavië gereisd om ervoor te zorgen dat er minder illegale Moldaviërs naar ons land zouden komen. Nog absurder is dat Moldavië sinds 2022 kandidaat-lid van de Europese Unie is. Vorig jaar zijn de toetredingsonderhandelingen formeel gestart, maar nu blijkt dat ons land vol illegale Moldaviërs zit. Dat toont hoezeer dit beleid faalt.

Het asielcentrum Parelstrand
De asielopvang in Lommel
Asielopvang in Parelstrand en Lommel

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem bekritiseert de exorbitante huurprijs (€430.000/maand) voor het Lommelse asielcentrum, bewert dat eigenaar Peter Gillis hiermee winst maakt op niet-marktconforme voorwaarden, en eist sluiting van het centrum na de steekpartij en lokale protesten. Minister Van Bossuyt verdedigt het geheimhouden van huurprijzen om Fedasil’s onderhandelingspositie te beschermen, stelt dat transparantie de kosten zou opdrijven, en wijst op de juridische route (openbaarheid van bestuur) die Van Belleghem al gebruikte. Van Belleghem beschuldigt de overheid van zwak onderhandelen en pleit voor een Rekenhof-onderzoek naar alle Fedasil-contracten, betitelt de situatie als "afzetterij". De kern: conflict tussen sluitingsdrang (lokaal protest, veiligheid) en kostenbeheersing (onderhandelingsstrategie, marktmechanismen).

Francesca Van Belleghem:

Minister, de huurovereenkomst voor het opvangcentrum te Lommel met de eigenaar loopt af op 31 december De gesprekken over een eventuele nieuwe huurovereenkomst zijn lopende. In het licht van de onderhandelingen ter zake wilde u op 12 november niet veel zeggen over de inhoud van het nieuwe huurcontract. Intussen begrijp ik waarom u er niet veel over wilde kwijt wilde. De huurprijs bedraagt maar liefst – dit is niet uw schuld, want u hebt die niet onderhandeld – 430.000 euro per maand. Dat is gigantisch veel; dat is 5 miljoen euro voor één asielcentrum. Onder de medewerkers doet bovendien het gerucht de ronde dat het asielcentrum zou openblijven tot 2030.

Werd intussen een finale overeenkomst bereikt? Is er een overeenkomst gesloten? Zo ja, welke huurprijs werd overeengekomen? Zult u ervoor zorgen dat er een prijsdaling komt van de huurprijs en geen prijsstijging?

Waarom kunt u de totale kostprijs van het asielcentrum, 14 miljoen euro vorig jaar, vrij meedelen, maar de huurprijs zelf niet? Waarom moeten we daarvoor de openbaarheid van bestuur inroepen en bent u niet van meet af daarover transparant, aangezien het resultaat toch hetzelfde is, namelijk het feit dat we er kennis nemen dat de huurprijs 430.000 euro? bedraagt

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, er wordt nog over de toekomst van het asielcentrum in Lommel onderhandeld.

De totale werkingskosten van een opvangcentrum omvatten diverse posten en kunnen zonder contractuele implicaties worden meegedeeld, zoals ik ook heb gedaan. De huurprijs daarentegen maakt integraal deel uit van een lopend onderhandelingstraject met een private eigenaar. De huurprijzen worden niet openbaar gecommuniceerd, gelet op het feit dat dat de concurrentiepositie van Fedasil in het gedrang kan brengen. Ik hoef u niet uit te leggen dat de kennis van huidige huurprijzen verdere onderhandelingen voor andere potentiële verhuurders vergemakkelijkt en de positie van Fedasil verzwakt.

Zoals u zelf aangeeft, hebt u reeds een beroep gedaan op uw recht om de huurprijzen op te vragen in het kader van de openbaarheid van bestuur en hebt u die informatie ook uitgebreid met de pers gedeeld. Dat zal de onderhandelingspositie van Fedasil allerminst verbeteren.

Aangezien u het belangrijk vindt dat de huurprijzen bekend zijn bij Jan en alleman, kunnen we alleen maar vaststellen dat anderen daarmee Fedasil bij hun onderhandelingen kunnen confronteren en dat we daardoor alleen maar meer dreigen te moeten betalen voor de opvang. Ik dacht nochtans dat we het idee delen dat we zo weinig mogelijk willen betalen voor opvang.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, we delen minder dan u denkt. Ik wil dat er niet meer onderhandeld wordt. Ik wil dat het asielcentrum sluit. De inwoners van Lommel willen ook dat het asielcentrum sluit. De voorbije zomer heeft in Lommel een verschrikkelijke steekpartij plaatsgevonden. Dat waren asielzoekers, mevrouw de minister. De mensen in Lommel zijn het kotsbeu. Met betrekking tot de onderhandelingspositie van Fedasil, ik zei al dat wij willen dat het huurcontract gewoon niet wordt verlengd. Het is immers duidelijk dat de asielindustrie daaraan bakken geld verdient. Ook eigenaar Peter Gillis, bekend van het tv-programma Massa is Kassa , is daarmee rijk geworden, terwijl zijn andere vakantieparken verlieslatend waren. Het vakantiepark dat hij verhuurt aan Fedasil, is zijn enige winstgevende vakantiepark. Dat zegt genoeg over de niet-marktconforme huurprijzen die Fedasil betaalt. Iets in mij doet vermoeden dat het niet het enige asielcentrum is waarvoor Fedasil een veel te hoge huurprijs betaalt. Eigenlijk zou het Rekenhof voor alle contracten moeten nagaan welke marktconform zijn en welke niet. U wordt echt afgezet waar u bij staat.

De opvang van asielzoekers met een lage kans op erkenning

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigt dat Fedasil onderzoekt welke locaties geschikt zijn voor aparte opvang van asielzoekers met lage erkenningkans, met als doel versnelde terugkeer via intensievere begeleiding en kortere opvangduur. De pilootfase zou pas in 2026 starten, met eerste resultaten tegen de zomer dat jaar. Van Belleghem (N-VA) vraagt om een stand van zaken, maar reageert enkel met een afwachtende houding ("wij volgen dit verder op"). Het plan blijft dus toekomstgericht en concreet uitvoeringsbeleid ontbreekt nog.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, een half jaar geleden stelde u asielzoekers met een lage kans op erkenning te willen onderbrengen in aparte opvangcentra, met het oog op snelle verwijdering.

Ik krijg hierover graag een stand van zaken.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, Fedasil is volop bezig met het onderzoeken welke opvanglocaties er geschikt kunnen zijn voor een dergelijke opvang en welke capaciteit hiervoor beschikbaar kan worden gemaakt. De voorbereidingen worden getroffen met betrekking tot het begeleidend traject in deze opvangvoorzieningen, aangezien een versnelde procedure ook een verkorte opvangperiode moet betekenen. Het begeleidend traject zal intensiever zijn, met een specifieke focus op terugkeerbegeleiding. Het is de ambitie om deze opvang in 2026 van start te laten gaan als een pilootfase. Het project van deze gecentraliseerde opvang zal bijgevolg zijn resultaten kennen tegen de zomer van 2026.

Francesca Van Belleghem:

Wij volgen dit verder op.

De aankondiging van 'kritieke prestatie-indicatoren' (KPI’s) voor asielrechters

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem vraagt of het KPI-systeem (prestatie-indicatoren) voor asielrechters bij de RVV al is ingevoerd, welke sancties gelden bij niet-behalen en of een wetswijziging nodig is. Minister Anneleen Van Bossuyt bevestigt dat de RVV al jaren individuele richtlijnen hanteert en dat KPI’s – in samenwerking met alle migratiediensten – nu ook financiële consequenties krijgen bij onderpresteren, zonder expliciete sanctiedetails te noemen. Volgens Van Bossuyt bouwt het systeem voort op bestaande RVV-monitoring, maar voegt het budgettaire verantwoording toe. Van Belleghem sluit af zonder verdere reactie.

Francesca Van Belleghem:

Op 17 juni pakte u in Knack uit met een zogenaamd KPI-systeem voor asielrechters. Dat zijn richtcijfers voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het CGVS werkt daar momenteel al mee.

Werd dat KPI-systeem voor de RVV al ingevoerd? Is daarvoor een wetswijziging nodig? Als het al is ingevoerd, hoe evalueert u de werking? Zo neen, wanneer denkt u dat het kan worden uitgerold?

In Knack kon u nog niet zeggen welke sancties er zouden worden genomen als de RVV de KPI's niet zou halen. Hebt u daar op dit moment wel al een zicht op?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, op het niveau van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wordt al enkele jaren een gedetailleerde monitoring van de werkzaamheden van de rechters gehouden. Aan elke rechter worden individuele richtlijnen opgelegd die van belang zijn bij diens evaluatie.

Met de arizonaregering is ervoor gekozen om met KPI's, kritieke prestatie-indicatoren, te werken in onze relatie met alle migratiediensten. Voor de opmaak van die KPI's wordt samengewerkt met alle diensten, waaronder ook de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Hiervoor kunnen we ons ook baseren op de monitoring die al door de RVV zelf werd uitgewerkt.

Het voornaamste verschil met de huidige situatie is dat nu ook in financiële responsabilisering wordt voorzien, gekoppeld aan een nauwgezette monitoring, zoals die geldt voor alle diensten, dus ook voor de RVV. Als de KPI's onvoldoende worden bereikt, kan dat ook financiële gevolgen hebben.

Francesca Van Belleghem:

Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister.

Gedetineerde illegalen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem bekritiseert dat de noodmaatregelen van minister Verlinden illegalen vervroegd vrijlaten en illegaliteit facilteren in plaats van tegen te gaan, terwijl ze volgens haar als misdrijf moeten worden behandeld. Minister Van Bossuyt stelt dat de samenwerking met DVZ en Justitie leidt tot 25% meer uitzettingen in 2025 (1.300 vs. 1.261 in 2024) en benadrukt dat niet-uitzetbare illegalen een vertrekbevel krijgen, maar beperkingen (identificatie, vluchten, medewerking) de effectieve uitzetting bemoeilijken. Ze bevestigt dat 550 gedetineerden nu in beeld zijn, maar geeft geen exacte cijfers over illegalen onder hen. Van Belleghem betwist de effectiviteit en beschuldigt de regering van te zachte aanpak.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, via uw collega-minister Annelies Verlinden vernamen we in de pers dat een noodmaatregel werd genomen om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan. Minister Verlinden lonkte naar u, want ze zei dat ze wil bekijken waar in de gesloten terugkeercentra plaats is. Gevangenen voor wie in de gevangenissen geen plaats is en die in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating, zullen daar dus als het ware worden gedumpt. Aansluitend wilde uw collega-minister de DVZ vanaf nu een termijn van twintig dagen opleggen om die personen uit te wijzen.

Mevrouw de minister, kunt u verduidelijken wat uw collega-minister precies bedoelt met die termijn van twintig dagen? Wij herkennen wat de minister enkele weken geleden heeft gezegd en wat eigenlijk al in het paasakkoord werd overeengekomen. In welke zin verschillen die twee aankondigingen van elkaar?

Met de eerdere noodmaatregel, opgenomen in het paasakkoord, kwamen zowat zeshonderd gedetineerden vroeger vrij, waaronder klaarblijkelijk ook heel wat illegalen. Hoeveel illegalen werden destijds overgebracht naar een gesloten terugkeercentrum? Hoeveel werden er daadwerkelijk uitgezet en naar het land van herkomst teruggestuurd? Wat is er gebeurd met de illegalen die niet werden uitgezet? Lopen zij inmiddels vrij rond in België?

Deze keer zou het gaan om ongeveer vijfhonderdvijftig gevangenen. Hoeveel van hen zijn hier illegaal?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, op uw eerste vraag, er is voortdurend overleg tussen mijn beleidscel en die van minister Verlinden. Ook de administraties, de DVZ en het Gevangeniswezen worden daar al dan niet rechtstreeks bij betrokken. Daarnaast is er ook een periodiek driemaandelijks overlegplatform tussen alle betrokken partners: de DVZ, politie, de FOD Justitie, het Gevangeniswezen en de beleidscellen Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken en Justitie. Daar wordt zowel de operationele als de strategische samenwerking besproken.

Op uw tweede vraag, het voorstel van collega-minister Verlinden gaat ervan uit dat personen die in aanmerking komen voor een vrijstelling op basis van de noodwet overbevolking binnen de twintig dagen moeten worden verwijderd of overgebracht naar het gesloten centrum van de DVZ. Zoniet wordt de betrokken gedetineerde vanuit de strafinstelling vrijgesteld, met een bevel om het grondgebied te verlaten.

Wat uw derde vraag betreft, de DVZ stelt dat het niet mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de gedetineerden die in het kader van de noodwet of wegens andere vrijstellingsmodaliteiten naar een gesloten centrum werden overgebracht.

Dankzij de inspanningen van mijn diensten en de prioriteit die ik als minister geef aan de terugkeer van illegale gedetineerden, is de terugkeer in 2025, zoals ik daarnet aangaf, met 25 % gestegen. Eind oktober 2025 waren er reeds meer ex-gedetineerden verwijderd dan in het gehele jaar 2024. Tot en met oktober 2025 ging het om 1.300 verwijderingen tegenover 1.261 in heel 2024. Daarmee wordt ook voldaan aan de doelstelling van de regering om extra in te zetten op de verwijdering van illegale criminelen.

In antwoord op uw vierde vraag kan ik meegeven dat personen die voorlopig niet konden worden verwijderd, in het bezit werden gesteld van een bevel om het grondgebied te verlaten, al dan niet vergezeld van een inreisverbod. Zij worden of werden vrijgesteld zonder meer, wegens een lopende schorsende procedure.

Op uw vijfde vraag kan ik mededelen dat de afspraken met het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen effectief zijn gemaakt. Ze worden regelmatig geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd op basis van de specifieke problemen die worden vastgesteld. De goede samenwerking resulteert in een stijging van de verwijderingen van criminele vreemdelingen, wat ook uit de cijfers blijkt.

Voor uw laatste vraag kan ik aangeven dat de lijsten van gedetineerden in onwettig verblijf voortdurend worden gemonitord en dat ten aanzien van die personen de passende acties worden ondernomen. Of die personen effectief kunnen worden verwijderd, hangt af van verschillende factoren, zoals de identificatie van de betrokken gedetineerden, met name of hun identiteit en nationaliteit gekend zijn, zodat een reisdocument kan worden verkregen, de beschikbaarheid van vluchten naar het herkomstland, de bereidheid van de gedetineerden om mee te werken, de noodzaak om in politiebegeleiding te voorzien, de vraag of de betrokkenen effectief voldoen aan de voorwaarden om te worden vrijgesteld uit de strafinstelling alsook de vraag of een akkoord van de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank vereist is.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, de realiteit is dat de noodwet van minister Verlinden ervoor zorgt dat illegalen vervroegd in vrijheid worden gesteld. Indien zij niet kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst, worden ze ofwel onmiddellijk vrijgelaten, ofwel na een beperkte periode in een gesloten terugkeercentrum. Illegaliteit wordt op die manier door de regering opnieuw gefaciliteerd in plaats van tegengegaan, terwijl net prioritair zou moeten worden ingezet op de terugkeer van illegale criminelen, of ruimer van illegalen tout court; dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Illegaliteit zou een misdrijf moeten zijn en ook als dusdanig behandeld moeten worden.

Voorzitter:

Mevrouw Pirson is niet aanwezig. Haar vraag nr. 560011069C wordt daardoor beschouwd als zijnde zonder voorwerp.

Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Asielcentra in Hasselt

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Frank Troosters vraagt naar de stand van zaken rond het asielcentrum in Hasselt, met name de overgang van private naar overheidsuitbating (Fedasil), de stijgende kostprijs (€3,56 miljoen in 2025 vs. €3,4 miljoen in 2024) en de jaarlijkse huurprijs. Minister Van Bossuyt bevestigt dat de site tot eind 2025 verlengd is en onderhandelingen lopen, maar weigert de huurprijzen vrij te geven om Fedasil’s onderhandelingspositie te beschermen, hoewel Troosters ze via openbaarheid van bestuur kan opvragen. Troosters bekritiseert de "recordkostprijs" en stelt dat de antwoorden onvolledig zijn. De definitieve regeling voor de uitbating is nog onduidelijk.

Frank Troosters:

Mevrouw de minister, ik heb het al meermaals over het asielcentrum in Hasselt gehad, dus ik zal de situatie niet opnieuw volledig schetsen.

Ik heb drie vragen ingediend. De eerste is veeleer een algemene vraag. De laatste sluitingsdatum was 31 december 2025. U hebt in het verleden aangegeven dat u wenst over te schakelen van een private uitbating naar een eigen uitbating door Fedasil of een van zijn partners. Mijn vraag betreft de stand van zaken.

Mijn tweede vraag betreft de kostprijs. Ik heb daar eind juni, begin juli nog een antwoord over gekregen van u. Dit betreft het aansluitende deel voor 2025 om dat deel compleet te maken.

Mijn derde vraag is specifiek gericht op de jaarlijkse huur. Voor de rest verwijs ik naar de ingediende vraag.

Anneleen Van Bossuyt:

Uit gewoonte ging ik bijna mevrouw Van Belleghem zeggen, maar ik moet nu mijnheer Troosters zeggen.

Op 5 september heeft de ministerraad beslist om de site in Hasselt te verlengen tot 31 december 2025, zoals u ook aangeeft. De ministerraad valideerde ook de gunning van de kaderovereenkomst binnen de nieuwe overheidsopdracht, met als referentie Fedasil JUR2024-0001. De site in Hasselt werd aangeboden in het kader van deze overheidsopdracht. Over de toekomst van het centrum in Hasselt wordt momenteel nog onderhandeld.

Zoals ik eerder als antwoord gaf op vragen van mevrouw Van Belleghem, maken de huurprijzen integraal deel uit van lopende onderhandelingstrajecten. De huurprijzen worden niet openbaar gecommuniceerd, aangezien dat de concurrentiepositie van Fedasil in het gedrang kan brengen. Kennis van de huurprijzen zou verdere onderhandelingen voor andere potentiële huurders vergemakkelijken en de positie van Fedasil verslechteren. U kunt een beroep doen op uw recht om deze huurprijzen op te vragen in het kader van de openbaarheid van bestuur.

In antwoord op uw vraag over de verdere kostprijs, heeft Fedasil in 2025 tot en met 12 december vorderingen voor opvang ontvangen voor de maanden januari tot november. Het totaal van deze vorderingen bedraagt 3.257.625,44 euro. De totale kostprijs voor 2025 zal 3.561.947,48 euro bedragen. De regeling van de verdere uitbating wordt nog bekeken.

Frank Troosters:

Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw gedeeltelijke antwoord. Op dit moment wordt dus onderhandeld over de verdere uitbating. We zullen de resultaten van die onderhandelingen moeten afwachten. De huurprijzen zal ik op grond van de openbaarheid van bestuur opvragen, zoals mevrouw Van Belleghem dat ook doet. De kostprijs voor 2025 is een record. In 2024 bedroeg het record 3,4 miljoen euro; dit jaar ligt de kostprijs fors hoger. Ik dank u voor uw antwoorden.

Het Europese migratiebeleid en de terugkeerhubs
De terugkeerhubs en het Europese migratiebeleid
Terugkeerhubs en andere ‘innovatieve oplossingen’
Europees migratiebeleid en terugkeerhubs

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kiest voor financiële solidariteit (€12,9 miljoen) in plaats van relocalisatie van asielzoekers, omdat de opvangcapaciteit verzadigd is – volgens minister Van Bossuyt is dit een geldige, equivalente vorm van EU-solidariteit, afgestemd op de behoeften van grenslanden. Zij verdedigt de externalisering van asielprocedures via terugkeerhubs in derdelanden als een doeltreffend instrument, mits garanties zoals non-refoulement en onafhankelijk toezicht, maar benadrukt dat de definitieve regels nog onderhandeld moeten worden met het Europees Parlement. De Smet bekritiseert dat België door betalen in plaats van opvangen zijn humanitaire verantwoordelijkheden ontloopt, met risico’s op schendingen van het Vluchtelingenverdrag en de EVRM, en vraagt concrete waarborgen voor mensenrechten in de hubs. Van Belleghem (N-VA) ziet externalisering als potentieel effectief (mits strikte uitvoering, zoals het Australische model), maar waarschuwt dat slechte afspraken nieuwe migratieroutes kunnen creëren.

François De Smet:

Madame la ministre, je sais que vous vous êtes déjà exprimée sur le sujet en séance plénière mais j'avais introduit cette question préalablement.

Le Conseil de l’Union européenne a validé la possibilité de transférer des demandeurs d’asile déboutés vers des hubs de retour situés hors de l’Union. La Belgique, pour sa part, a choisi de ne pas accueillir de personnes relocalisées et de se limiter à une contribution financière de 12,9 millions d’euros. Or, cette option consistant à payer pour ne pas accueillir pose de sérieuses questions.

Premièrement, sur le plan du droit humanitaire, l’externalisation de l’asile vers des pays tiers est contestée et peut entraîner des risques de refoulement indirect et un affaiblissement des garanties prévues par la convention de Genève et la Cour européenne des droits de l'homme. Comment la Belgique justifie-t-elle ce choix, tout en restant pleinement responsable du respect de ses obligations internationales?

Deuxièmement, aucune garantie précise n’est fournie quant aux conditions dans ces hubs extérieurs. Quelles conditions minimales de droits humains la Belgique exigera-t-elle (accès à un avocat, contrôle indépendant, normes de détention, interdiction des renvois vers des pays dangereux, etc.)?

Troisièmement, en refusant toute relocalisation, la Belgique se dégage du volet humain de la solidarité européenne, pourtant essentiel dans un système commun d’asile. Comment justifiez-vous ce positionnement face aux États membres qui, eux, continuent d’assumer un effort d’accueil?

Francesca Van Belleghem:

Met het recente akkoord in de Raad over de regels met betrekking tot terugkeer, zou het mogelijk worden zogenaamde terugkeerhubs te organiseren buiten de EU. Daarnaast zou eindelijk ook een juridische opening gemaakt zijn voor de externalisering van de asielprocedure.

Ondertussen moeten de onderhandelingen met het Europees Parlement nog beginnen. Ook in de Belgische regering zouden over een aantal aspecten van beide akkoorden nog beslissingen moeten worden genomen.

Wat is uw standpunt en dat van de regering over de zogenaamde terugkeerhubs? Wat is uw standpunt en dat van de regering over de externalisering van de asielprocedure? Werd daarover al een beslissing genomen in de regering?

Nederland heeft in september al een intentieverklaring over een terugkeerhub getekend met Oeganda. Zult u dat voorbeeld volgen?

Anneleen Van Bossuyt:

En mars 2025, la Commission européenne a en effet publié une proposition de règlement afin de mettre en place un système commun de retour. Cela s'appelle le règlement retour. La proposition contient un fondement juridique en vue de continuer à développer des solutions innovantes en matière de retour. Contrairement à ce que vous avez indiqué dans votre question, Monsieur De Smet, le règlement retour s'applique à tout ressortissant d'un pays tiers séjournant illégalement, et pas uniquement aux demandeurs d'asile déboutés.

Trouver un compromis entre les États membres dans le dossier du règlement de retour était une priorité essentielle aux yeux de la présidence danoise. Lors du conseil Justice et Affaires étrangères du 8 décembre dernier, il a pu être constaté qu'il existait une majorité qualifiée parmi les États membres et, donc, un soutien suffisant pour le texte présenté. Une approche générale a été adoptée au sein du Conseil. Dès que le Parlement européen aura fait savoir son propre point de vue, les négociations entre les deux législateurs européens pourront commencer et le texte fera encore potentiellement l'objet d'adaptations.

Mevrouw Van Belleghem, zoals aangegeven in de plenaire vergadering van vorige week, voorziet het voorstel in de mogelijkheid om terugkeerhubs op te richten, een element van externalisering van het asiel- en migratiebeleid. De regering verwelkomt de gecreëerde juridische mogelijkheid en ik ben ervan overtuigd dat dit een belangrijk instrument kan vormen voor een doeltreffend terugkeerbeleid.

La proposition prévoit aussi plusieurs garanties. Ainsi, un accord ou un règlement ne peut être conclu qu'avec un pays tiers qui respecte les normes internationales en matière de droits de l'homme, y compris le principe de non-refoulement. Le texte fixe aussi quels éléments doivent être repris dans un accord ou un règlement, les modalités encadrant la procédure de retour, les modalités relatives au séjour dans un pays tiers, les obligations du pays tiers et les conséquences en cas de non-respect. Si le pays où se trouve le return hub n'est pas la destination finale de la procédure de retour, un organisme indépendant doit assurer le suivi et les modalités du retour définitif doivent être fixées. Les mineurs non accompagnés sont exclus de l'application de cet instrument.

Zoals reeds gezegd, gaat het nog niet om een definitieve tekst. Er moet worden gewacht op de onderhandelingen tussen de lidstaten en het Europees Parlement. De tekst kan dus nog worden gewijzigd. De definitieve tekst zal het juridisch kader vastleggen, terwijl de concrete uitvoeringsmodaliteiten vervolgens deel zullen uitmaken van de effectieve uitvoering.

Monsieur De Smet, en ce qui concerne votre question sur le premier cycle de solidarité, comme indiqué lors de la séance plénière la semaine dernière, je tiens tout d'abord à souligner que nous sommes un partenaire loyal au sein de l'Europe et que nous respectons nos obligations envers les États membres situés aux frontières extérieures.

L'accord de gouvernement stipule que lorsque l'on constate qu'il s'avère impossible de mettre en œuvre le Pacte sur la migration dans la pratique, que l'afflux de demandeurs d'asile reste très élevé et que de nombreux États membres de l'Union européenne ne prennent pas leurs responsabilités, nous avons recours à une contribution financière telle que prévue dans le mécanisme de solidarité.

Tout d'abord, je tiens à être claire, nous n'accueillerons pas ici les demandeurs d'asile provenant d'autres États membres. Nos capacités d'accueil sont saturées. Nous préférons donc accorder notre part obligatoire de solidarité sous forme d'aide financière.

Nos contributions financières peuvent aider les États membres situés aux frontières extérieures à prendre des mesures structurelles afin de réduire l'afflux vers l'Union européenne, ce qui est également dans notre intérêt.

Je tiens également à préciser qu'il existe trois formes équivalentes de solidarité: les relocalisations, les contributions financières et les contributions alternatives. Les contributions financières ne sont donc pas une question de moindre solidarité, mais une autre forme de solidarité.

Chaque État membre est libre de la manière dont il fait preuve de solidarité. Cette flexibilité a été introduite afin de tenir compte de la situation spécifique de chaque État membre.

Enfin, il convient de souligner le caractère needs-based de la solidarité. Il revient aux États membres bénéficiaires qui ressentent la pression migratoire d'indiquer sous quelle forme ils souhaitent recevoir la solidarité. Il n'est pas à exclure que certains États membres souhaitent recevoir cette solidarité en partie sous forme de contributions financières.

Il ne s'agit donc pas d'être plus ou moins solidaires, mais plutôt de la manière dont cette solidarité s'exprime.

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Francesca Van Belleghem:

De externalisering van de asielprocedure kan een heel goede zaak zijn, maar het kan ook een slechte zaak zijn, dat hangt af van de wijze waarop ze wordt ingevuld. Als men alleen de asielprocedure of de asielaanvraag in een derde land zal behandelen en nadien de asielzoeker of tegen dan de erkende vluchteling laat invliegen, dan vrees ik dat we een nieuw migratiekanaal openen. Als men echter tijdens de asielprocedure, eens erkend, ook de opvang nadien gaat regelen in dat derde land, dan zou asiel wel degelijk kunnen worden drooggelegd. Dit is vergelijkbaar met het Australische model voor illegale immigratie, namelijk geen asiel na illegale immigratie. Ik spreek dan niet over de andere Australische migratiekanalen, die wel falen. De externalisering van de asielprocedure kan dus een goede zaak zijn, maar het hangt af van de invulling.

De bijeenkomst van de Europese migratieministers van de Raad van Europa over het EVRM
De herinterpretatie van het EVRM
De verklaring van de Raad van Europa over de controle op de rechters van het EHRM inzake migratie
EVRM, migratiebeleid en rechterlijke controle in Europa

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt verdedigde op de informele Raad van Europa-bijeenkomst in Straatsburg de stelling dat het EVRM te strikt wordt geïnterpreteerd, wat de uitzetting van criminele migranten bemoeilijkt, en pleitte voor een "nieuwe balans" tussen individuele rechten en collectieve veiligheid—een standpunt gedeeld door 26 andere landen (waaronder Hongarije en Italië, maar niet Frankrijk of Nederland). Ze benadrukte dat het EVRM-systeem verouderd is en aangepast moet worden aan hedendaagse migratiestromen, maar wees kritiek op politieke druk op het Hof af als een "karikatuur", terwijl ze tegelijk juridische aanpassingen steunt via een toekomstige politieke verklaring (te verwachten in 2026). Van Belleghem (N-VA) onderschreef de nood aan herziening, ook op nationaal niveau (bv. leeflonen voor asielzoekers), en bekritiseerde dat rechtspraak strikt migratiebeleid blokkeert. Schlitz (Ecolo) daartegen bestempelde België’s alliantie met "mensenrechtenkritische" landen als een "radicale breuk" met traditionele bondgenoten en een aantasting van de rechtsstaat, vragen stellend bij Van Bossuyt’s mandaat en de afwezigheid van de minister van Justitie. De minister antwoordde dat haar aanwezigheid was afgestemd met collega Verlinden en de regering.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Neem me niet kwalijk dat ik deze vergadering moet verlaten. Ik zal uw antwoord naderhand lezen.

Ik wil evenwel van de gelegenheid gebruikmaken om nog iets aan te kaarten. Er vond een brand plaats in het centrum in Machelen. U hebt een brief geschreven naar de personeelsleden van dat centrum. Het werd zeer gewaardeerd dat u als minister uw betrokkenheid hebt getoond. Ik wilde dat toch even zeggen. We zijn het vaak oneens, maar als u iets goeds doet, zoals met die brief, wil ik dat ook zeggen.

Op 10 december kwamen verschillende Europese migratieministers van de Raad van Europa samen in Straatsburg. De secretaris-Generaal had iedereen uitgenodigd om de uitdagingen rond migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) te bespreken.

De aanleiding van de informele bijeenkomst was de open brief van Bart de Wever en de zogenaamde migratiekritische landen, waarin zij kritiek uitten op de interpretatie van het EVRM. Volgens hen zou het mensenrechtenverdrag “de mogelijkheden beperken om politieke beslissingen te nemen." Vooral rond terugkeer van mensen die strafbare feiten hebben gepleegd. Na de bijeenkomst heeft u een gelijkaardige boodschap op sociale media gedeeld.

De brief stuitte op stevige kritiek van verschillende juristen, mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa zelf. Zij benadrukten dat het niet aan politici is om druk uit te oefenen op de rechterlijke macht, en dat er een karikatuur wordt gemaakt van de rechtspraak. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wees er ook op dat slechts 2% van de klachten over migratie gaat. Bovendien wordt meer dan 90% van die klachten afgewezen. Slechts in 450 zaken werd daadwerkelijk een schending van mensenrechten vastgesteld.

Ik heb enkele vragen over deze bijeenkomst.

Welke boodschap heeft u tijdens deze bijeenkomst gebracht?

Tot welke conclusies of afspraken heeft de bijeenkomst on Straatsburg geleid?

Hoe verklaart u de stelling dat het EVRM de terugkeer belemmert, gezien het bijzonder lage aantal migratiegerelateerde klachten die door het Hof worden aanvaard?

Hoe reageert u op de kritiek van experts op de politieke druk op de onafhankelijke rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens?

Onderschrijft u het mensenrechtenverdrag, inclusief bepalingen die betrekking hebben op migratie?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik zal dan in naam van collega Vandemaele spreken.

In de aanloop naar de bijeenkomst van de Europese ministers in Straatsburg spraken de Deense premier Frederiksen en haar Britse ambtsgenoot Starmer zich openlijk uit voor een herinterpretatie van het EVRM. Even later kondigde u aan dat 27 landen van de Raad van Europa een verklaring hadden ondertekend waarin werd opgeroepen tot een herziening van het EVRM. Daarbij werd gesteld dat een juist evenwicht moet worden gezocht tussen de individuele rechten en belangen van migranten en het algemeen belang om vrijheid en veiligheid in onze samenleving te beschermen. In mei riepen ook al negen Europese regeringsleiders in een brief op om de interpretatie van het EVRM beter te laten aansluiten bij de realiteit. De Raad van Europa zou tijdens die informele ministerraad in Straatsburg een voorstel hebben geformuleerd, dat inmiddels besproken zou zijn.

Wat was uw indruk van dat voorstel? Kunt u daar meer duiding bij geven? Welke voorstellen hebt u zelf of namens de regering gedaan?

Werd het voorstel van de Raad van Europa binnen de regering besproken, en zo ja, wat waren de plus- en minpunten? Zo niet, wanneer zult u dat bespreken?

Welke concrete gevolgen kunnen we koppelen aan die verklaring van de 27 landen? Welke andere initiatieven mogen we nog verwachten?

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, le 10 décembre dernier, journée internationale des droits humains, les 46 pays membres du Conseil de l'Europe se sont réunis pour discuter d'une déclaration portant sur les questions liées aux migrations et à la Convention européenne des droits de l’homme (CEDH).

Cette réunion faisait suite à la lettre signée par plusieurs pays européens, dont la Belgique, estimant que la CEDH entrave la volonté de leur gouvernement d'expulser des personnes migrantes. On pense par exemple au Royaume-Uni, qui a voulu expulser des migrants non-rwandais, faut-il le préciser, pour les placer dans des conteneurs au Rwanda, alors que ceux-ci risquaient des traitements inhumains et dégradants.

Durant cette réunion, un document a été présenté, signé par 27 pays, dont la Belgique, remettant en cause la CEDH. Ce texte demandait d'amender la Convention, qu'ils estiment trop stricte, pour mieux permettre aux pays d'expulser des personnes migrantes.

On parle ici d'un pouvoir exécutif qui indique au pouvoir judiciaire ce qu'il doit faire, ce qui remet en question la séparation des pouvoirs. C’est une atteinte au principe de non-refoulement, qui interdit d'expulser une personne vers un pays où elle serait en danger.

Madame la ministre, vous étiez la représentante de la Belgique lors de cette réunion. Pouvez-vous nous dire pourquoi c'est vous qui avez représenté la Belgique, et non pas la ministre de la Justice? Quelle position avez-vous défendue pendant cette réunion? Quelle a été votre implication dans ce processus? À quels résultats cette réunion a-t-elle abouti? Je vous remercie.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Vandemaele, die afwezig is, mevrouw Van Belleghem en mevrouw Schlitz, naar aanleiding van de brief die onze eerste minister mee heeft ondertekend, heeft de Raad van Europa in oktober een vierpuntenvoorstel geformuleerd om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van sommige Europese politieke leiders over migratie en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

À l'initiative du secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, une conférence ministérielle informelle s'est tenue le mercredi dernier au siège du Conseil de l'Europe à Strasbourg.

Op basis van dat voorstel formuleerden de 45 verdragsstaten van de Raad van Europa conclusies die tijdens de informele ministeriële bijeenkomst in Straatsburg werden aangenomen.

De deelnemers hebben verzocht om binnen de Raad van Europa het politiek debat over die kwestie voort te zetten en aan het Comité van Ministers gevraagd om, ten eerste, een ontwerp van een politieke verklaring op te stellen over het waarborgen van mensenrechten in de context van irreguliere migratie en de situatie van veroordeelde vreemdelingen; ten tweede, zijn steun te herbevestigen voor een nieuwe aanbeveling om mensensmokkel te bestrijden; ten derde, te onderzoeken hoe de Raad van Europa het best kan omgaan met urgente migratievraagstukken, eventueel via een nieuw intergouvernementeel comité; en ten slotte de secretaris-generaal aan te moedigen om internationale migratiebesprekingen te voeren.

Er is aldus besloten dat het Steering Committee for Human Rights de opdracht krijgt om de elementen voor de desbetreffende politieke verklaring uit te werken over het waarborgen van de mensenrechten onder het EVRM in het licht van de uitdagingen van irreguliere migratie en de situatie van vreemdelingen die ernstige misdrijven hebben gepleegd, met aandacht voor nationale veiligheid en openbare orde. Dat Steering Committee zal daarover tegen 22 maart 2026 verslag uitbrengen, zodat de deputies de verklaring kunnen afronden voor de 135ste zitting van het Comité van Ministers in mei 2026 te Chisinau.

Il a également été demandé au secrétaire général du Conseil de l'Europe, Alain Berset, de faire rapport avant la fin de l'année 2026 des discussions internationales en matière de migration mentionnées.

Samen met 26 andere verdragsstaten onderschreef ik eveneens een gemeenschappelijke verklaring waarin we het belang van de fundamentele rechten uit het EVRM en van de onafhankelijkheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukken. Tegelijk kaarten we daarin problemen aan, onder meer met betrekking tot de terugkeer van illegale criminelen.

In die verklaring wordt gepleit voor een open en constructieve dialoog binnen de Raad van Europa over de wijze waarop het EVRM-systeem kan worden beschermd tegen pogingen om het te verzwakken. Het EVRM is immers tot stand gekomen in een context die niet langer vergelijkbaar is met de huidige migratierealiteit en de druk op onze samenleving die daarmee gepaard gaat.

De aanwezige ministers wezen op de plicht die we hebben om de bevolking te beschermen, onder meer door de veiligheid te garanderen, de grenzen effectief te bewaken en mensensmokkel te bestrijden. Die plicht wordt steeds complexer door uitdagingen zoals ernstige criminaliteit gepleegd door migranten, mensenhandel en de instrumentalisering van migratie. Die ontwikkelingen zetten druk op het huidig mensenrechtensysteem, dat deels werd ontworpen in een andere tijd en inmiddels met nieuwe realiteiten wordt geconfronteerd.

On ne peut nier que l'interprétation parfois trop large de certains droits issus de la Convention européenne des droits de l'homme rend l'éloignement de personnes en séjour illégal, qui constituent un danger pour notre société, plus difficile, voire impossible. Il est nécessaire de trouver un nouvel équilibre entre, d'une part, les droits individuels du migrant et, d'autre part, le devoir des États de garantir la sécurité collective et la liberté de leurs citoyens et de la société.

Zoals ik al vaak heb aangegeven, moet het recht een evolutief en groeiend gegeven zijn dat een antwoord kan blijven bieden op de hedendaagse uitdagingen. Alleen op die manier kunnen zowel de rechten vervat in het EVRM als onze veiligheid gewaarborgd blijven.

Gelet op de thematiek van die informele ministeriële bijeenkomst, was ik aanwezig in overleg met mijn collega-minister Verlinden. De conclusies en beslissingen doorliepen de gebruikelijke stilteprocedure, waarbij elke verdragsstaat amendementen kon indienen. Wij hebben op de tekst amendementen ingediend. De inhoud werd besproken op het core multi . Ook het statement werd binnen de regering afgetoetst.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, u gaf een bijzonder interessant antwoord.

Het herbekijken van de rol van het EHRM naast het EVRM is iets wat wij steunen. De rechtspraak maakt een strikt migratiebeleid de facto immers onmogelijk.

Er zijn echter niet alleen de supranationale instellingen. Op nationaal niveau rijst hetzelfde probleem. Vaak blijkt dat rechtspraak, bijvoorbeeld van arbeidshoven of rechtbanken van eerste aanleg, een strikt migratiebeleid niet mogelijk maakt. Het is dan ook noodzakelijk om de redenering door te trekken op nationaal niveau. Ik hoop dat u dat punt ook binnen de regering zult aankaarten. Als voorbeeld noem ik dat leeflonen worden toegekend aan vluchtelingen of asielzoekers. Dat gebeurt op basis van rechtspraak. Ook dat moeten wij durven herbekijken met een open houding en zonder meteen in een kramp te schieten, zoals bij sommigen gebeurt. Ik hoop dat u die benadering consequent zult doortrekken.

Sarah Schlitz:

Vous co-signez cette déclaration avec des pays comme l'Italie de Meloni et la Hongrie d'Orban. Mais vous n'avez pas à vos côtés, par exemple, la France, les Pays-Bas, l'Espagne. Ces pays sont quand même des pays fondateurs, ou du moins parmi les premiers pays. Ils sont les plus proches de notre philosophie. Madame la ministre, ce qu'on constate depuis plusieurs mois, c'est un basculement de la Belgique, à votre initiative, dans un alignement radicalement opposé aux droits humains et avec des pays avec lesquels nous n'avons jamais été alignés. Ce qui m'interroge, ce n'est pas que vous soyez à l'initiative de cela, ni que le Vlaams Belang vous soutienne et vous encourage à continuer dans cette voie. Aucun étonnement par rapport à cela. Vous ne m'avez en revanche pas répondu sur la raison pour laquelle c'était vous que le gouvernement avait décidé d'envoyer et avec quel mandat vous étiez allés à cette réunion. Est-ce bien avec le mandat, par exemple, des Engagés, que vous vous rendez à ce type de meeting pour pousser ce genre de mobilisation qui va à l'encontre non seulement des droits humains fondamentaux, mais également de l'État de droit. Madame la ministre, nous continuerons évidemment à suivre ces évolutions très inquiétantes que la Belgique adopte sur la scène internationale, à votre initiative et avec le soutien de l'entièreté de votre gouvernement.

De opvolging en begeleiding van asielzoekers die uit het opvangnetwerk gezet worden

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Victoria Vandeberg vraagt kritisch hoe Fedasil omgaat met exclusies uit asielcentra na gewelddadige incidenten (zoals de dodelijke steekpartij in Spa), waarbij verdachten vaak spoorloos verdwijnen en risico’s voor omwonenden mogelijk toenemen. Ze bekritiseert dat exclusie leidt tot dakloosheid zonder opvang of tracking, en vraagt naar samenwerking tussen Fedasil, politie en Vreemdelingenoffice om dit te voorkomen, alsook de gevolgen voor de asielprocedure zelf. Minister Van Bossuyt stelt dat exclusies juridisch begeleid worden (met beroepsmogelijkheden, medische/advocatenondersteuning) en dat er protocollen bestaan voor informatie-uitwisseling met politie en versnelde asielbehandeling bij langdurige exclusies. De asielprocedure loopt door, maar de persoon verliest recht op opvang—woonadres bij de advocaat blijft mogelijk voor administratief follow-up.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, avant l'été, je vous avais interrogée au sujet d'un tragique événement qui était survenu à Spa, au cours duquel un jeune homme a perdu la vie après avoir reçu plusieurs coups de couteau. Trois suspects étaient alors hébergés au centre Fedasil de Spa. Ils avaient été interpellés et s'étaient vu notifier une exclusion temporaire du centre. Une vidéo filmée par un témoin était ensuite venue corroborer les déclarations et les trois jeunes ont été disculpés. Au vu des derniers éléments, Fedasil est revenu sur sa décision et la mesure d'exclusion a été levée. Un quatrième individu présenté comme l'auteur possible des coups mortels est quant à lui toujours en fuite et actuellement recherché. Ce suspect a-t-il été retrouvé dans l'intervalle.

De manière plus générale, je souhaitais aborder les mesures d'exclusion du réseau d'accueil. Ces mesures d'ordre sont prévues par la loi, elles visent à préserver la sécurité et la sérénité des centres, indépendamment de l'issue judiciaire des dossiers. Cependant, en pratique, une exclusion signifie que la personne se retrouve immédiatement à la rue, livrée à elle-même, souvent sans véritable suivi surtout. Et ses seules options deviennent le sans-abrisme ou un logement trouvé par ses propres moyens, y compris lorsque les faits à l'origine de l'exclusion révèlent un risque sérieux pour la sécurité des habitants des alentours du centre.

Cette situation soulève une question de sécurité évidente. Lorsqu'un demandeur d'asile est exclu pour des faits graves sans être détenu ni éloigné du territoire, quels mécanismes existent pour éviter qu'il ne disparaisse complètement dans la nature et qu'on ne perde sa trace? Car, loin de neutraliser le risque, cela pourrait encore l'amplifier. Pouvez-vous me dire quels dispositifs existent aujourd'hui pour assurer la localisation de ces personnes, leur accompagnement, leur orientation administrative éventuellement? Une concertation systématique est-elle prévue entre Fedasil, l'Office des É trangers et les zones de police, afin d'éviter la perte de la trace de ces individus? Quelles conséquences une exclusion temporaire ou définitive entraîne-t-elle sur la procédure d'asile en tant que telle? La personne poursuit-elle son parcours administratif ou celui-ci est-il alors immédiatement arrêté? Je vous remercie.

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Vandeberg, lors d'une décision d'exclusion, la personne se voit notifier et expliquer la décision par la structure d'accueil ainsi que les voies de recours. La personne reçoit également les informations nécessaires concernant l'accompagnement médical pris en charge par Fedasil ainsi que celles relatives au suivi à assurer pour d'éventuels courriers. L'avocat de la personne est également informé par la structure d'accueil de l'exclusion de son client afin de garantir la continuité de l'accompagnement juridique, en particulier dans le cadre de la procédure de protection internationale en cours.

Pour les centres d'accueil, un protocole de coopération existe entre la police et le centre d'accueil dans lequel les modalités relatives à l'échange d'informations sont fixées. Au sein de l'agence, un officier de liaison de la police intégrée est désigné. Sa mission vise à faciliter les contacts et les échanges d'informations entre Fedasil et la police intégrée.

En plus, un échange structurel d'informations entre l'agence et les instances d'asile est mis en place pour les exclusions de 30 jours et les exclusions définitives. Lorsqu'une telle exclusion a lieu, il est demandé aux instances d'asile de traiter leur demande de protection internationale de manière accélérée. L'avocat de la personne est informé de la décision d'exclusion afin de garantir la continuité de l'aide juridique.

Dans ce cadre, il ou elle est responsable de veiller à ce que son ou sa cliente soit correctement informé et donne suite au courrier d'invitation dans le cadre de sa demande de protection. La personne dispose de la possibilité d'élire domicile auprès de son avocat pour le suivi des courriers ou des décisions dans le cadre de sa procédure. Le droit à l'accueil est en partie distinct de la demande de protection internationale, la procédure administrative se poursuit donc.

Victoria Vandeberg:

Je vous remercie pour vos précisions, madame la ministre et j'espère également que nous pourrons atterrir sur le cas plus précis de Spa et des personnes qui étaient impliquées dans cette affaire.

De terugkeer naar Syrië

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 16 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Francesca Van Belleghem (FVB) bekritiseert dat België traag handelt in de gedwongen terugkeer van Syriërs, terwijl landen als Oostenrijk al statussen herzien en bilaterale afspraken met Syrië maken. Minister Van Bossuyt (AVB) bevestigt dat een Belgische missie (DVZ + Buitenlandse Zaken) naar Syrië wordt voorbereid en dat er Europees overleg loopt, maar benadrukt dat concrete afspraken nog moeten worden uitgewerkt. FVB juicht de missie toe en eist een koppeling aan herbeoordeling van Syrische asielstatussen, zoals in Oostenrijk, gezien de hoge instroom (Syriërs zijn nu de 6e grootste groep asielzoekers). AVB verwijst voor cijfers naar een schriftelijke vraag en stelt dat interne en Europese coördinatie voorrang heeft.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, toen ik u midden november nog maar eens ondervroeg over de gedwongen terugkeer naar Syrië, stelde u dat uw administratie gesprekken voerde met de Syrische permanente vertegenwoordiging, gesprekken die toen in de preliminaire fase zaten. U voegde eraan toe dat de terugkeer naar Syrië op de agenda van het Deense voorzitterschap bleef staan en dat er op Europees niveau over zou worden gesproken.

Andere landen hebben een mogelijk initiatief op Europees niveau, hoe wenselijk dat initiatief ook is, niet afgewacht. Intussen hebben zij zelf actie ondernomen. Zo is Oostenrijk begonnen met de evaluatie van maar liefst 7.000 beschermingsstatuten die de voorbije vijf jaar aan Syriërs werden toegekend. Ook bracht de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken een bezoek aan Damascus, waarmee de basis werd gelegd voor de terugkeer van Syriërs.

Mevrouw de minister, bent u intussen uit die preliminaire fase geraakt? Welke bijkomende initiatieven zijn reeds genomen?

Erkent u dat andere landen met betrekking tot de terugkeer naar Syrië al in contact staan met de Syrische autoriteiten en ter zake expertise hebben opgebouwd? Hebt u al contact opgenomen met die landen?

Hoeveel asielstatussen van Syriërs werden reeds of worden in de toekomst opnieuw geëvalueerd? Hoeveel kunnen er worden geëvalueerd?

Hoe staat het met de onderhandelingen of besprekingen op Europees niveau?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, momenteel wordt door de Dienst Vreemdelingenzaken en de FOD Buitenlandse Zaken een missie naar Syrië ingepland met het oog op gesprekken over zowel vrijwillige als gedwongen terugkeer. De organisatie van een dergelijke missie is niet zo evident, zowel wat betreft de juiste gesprekspartners als de nodige veiligheidsmaatregelen. Ook met de Syrische vertegenwoordigers in Brussel blijft de Dienst Vreemdelingenzaken in contact, met het ook op het uittekenen van een afsprakenkader rond samenwerking inzake terugkeer.

Op Europees niveau werd dat besproken op de JBZ-raad van 14 oktober. Ook voor Cyprus, als volgende voorzitter van de Raad, is de terugkeer naar Syrië prioritair. De Dienst Vreemdelingenzaken bespreekt bovendien op technisch niveau met gelijkgezinde lidstaten de terugkeer naar Syrië.

Te gepasten tijde zult u worden geïnformeerd over eventuele ontwikkelingen. Indien nodig, zullen die oplossingen eerst binnen de regering worden besproken. Ik wens echter eerst oplossingen en afspraken nauwgezet uit te werken.

Ik stel voor dat u voor de gedetailleerde cijfermatige informatie een schriftelijke vraag indient.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik ben blij te vernemen dat er een missie ingepland staat. Kunt u nog aangeven of dat door de regering of op Europees niveau gebeurt? Dat heb ik niet helemaal begrepen.

Anneleen Van Bossuyt:

Het gebeurt door de DVZ en de FOD Buitenlandse Zaken.

Francesca Van Belleghem:

Dat is heel goed nieuws. Als het goed is, zeg ik het ook. Ik ben blij dat er een missie ingepland staat en hoop dat die zal resulteren in effectieve terugkeerresultaten, zoals Oostenrijk die al heeft bereikt. Want ook hier is de instroom groot, Syrië staat op plaats 6 in lijst van het aantal asielaanvragen, wat betekent dat Syriërs dit jaar de zesde grootste groep asielaanvragers vormt. Daarmee komt er dus een grote groep bij. Daarnaast gaat het om de statussen van de Syriërs die hier reeds zijn, al dan niet met een vluchtelingenstatuut. Dat moet allemaal worden herbekeken, net als in Oostenrijk. De missie moet worden gekoppeld aan het herbekijken van de toegekende statuten, zodat personen voor wie geen gegronde vrees op vervolging bestaat, kunnen worden teruggestuurd.

De sociaal-economische integratie van personen van Sub-Saharaanse origine

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 15 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Isabelle Hansez wijst op een Fondation Roi Baudouin-studie die aantoont dat subsahariërs in België economische vooruitgang boeken (dalende werkloosheid, betere jobmatch), maar 70% discriminatie ervaart op werk en in de samenleving, met zware psychologische gevolgen. Ze vraagt hoe het federaal armoedeplan discriminatiebestrijding op de arbeidsmarkt (recrutering, publieke sector, diversiteit in overlegorganen) concreet aanpakt en hoe de coördinatie met Unia, gelijkekansinstanties en gewesten verloopt. Minister Vandenbroucke benadrukt dat het armoedeplan via de Plateforme belge contre la pauvreté structureel overlegt met het middenveld en gerichte maatregelen voorziet, zoals trajecten voor kwetsbare groepen en aanpassingen aan het PIIS. Hij verwijst voor racismebestrijding naar collega Beenders (contact met de studie-auteurs) en belooft interfederaal overleg via de Conférence Égalité des chances, maar geeft geen specifieke acties tegen discriminatie op de werkvloer. Hansez waardeert de samenwerking met het middenveld, maar stelt kritisch dat België pas echt inclusief is als structurele barrières (zoals raciale discriminatie) systematisch worden aangepakt – ze blijft de opvolging van concrete stappen scherp monitoren.

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, une étude récente de la Fondation Roi Baudouin, réalisée avec l’UCLouvain, l’UGent et l’ULB, dresse un constat à la fois encourageant et préoccupant sur la situation des quelque 450 000 personnes d’origine subsaharienne vivant en Belgique. Sur le plan socioéconomique, des progrès sont réels. Le taux de chômage a reculé de 30 à 20 %, le taux d’emploi progresse et le déclassement professionnel – c’est-à-dire le fait d’occuper un emploi inférieur à son niveau de diplôme – tend à diminuer.

Ces évolutions traduisent une intégration économique plus forte et une réelle volonté d’inclusion. Cependant, ces avancées demeurent fragiles. L’étude met en évidence une réalité persistante de discrimination et de racisme vécue par près de 70 % des personnes interrogées. Ces discriminations se manifestent dans la recherche d’emploi, sur le lieu de travail et dans l’espace public, avec des conséquences humaines lourdes: stress, isolement, perte de confiance et sentiment d’exclusion. La lutte contre les discriminations n’est pas qu’un impératif moral. Elle conditionne la cohésion sociale, la confiance dans nos institutions et l’efficacité même de nos politiques d’intégration et d’emploi.

Dès lors, monsieur le ministre, comment votre administration intègre-t-elle ces constats dans la mise en œuvre du plan fédéral de lutte contre la pauvreté et l’exclusion? Des actions spécifiques sont-elles prévues pour renforcer la lutte contre les discriminations raciales sur le marché du travail, notamment dans la formation, l’emploi public ou le contrôle des pratiques de recrutement? Quelle coordination est assurée avec Unia, l’Institut pour l’égalité des femmes et des hommes et les régions afin de garantir un suivi concret et cohérent? Enfin, comment votre cabinet veille-t-il à promouvoir la participation et la représentation des personnes issues de la diversité dans les instances publiques?

Frank Vandenbroucke:

Les constats et recommandations d’un large tissu associatif constituent une contribution directe à l’élaboration et à la mise en œuvre du plan fédéral de lutte contre la pauvreté et l’exclusion sociale.

Un dialogue structuré est organisé via la Plateforme belge de lutte contre la pauvreté et l’exclusion sociale afin que des thématiques telles que la discrimination, l’intégration sociale et l’accès à l’emploi soient intégrées explicitement dans le plan.

Le plan prévoit des mesures ciblées pour lutter contre la discrimination et l’exclusion sur le marché du travail. Cela passe notamment par des investissements dans l’économie sociale, le développement de parcours professionnels adaptés pour les publics vulnérables ainsi que par l’assouplissement d’outils tels que le Projet Individualisé d’Intégration Sociale (PIIS). Une attention particulière est également portée à l'amélioration de l'accès à l'emploi et aux droits sociaux.

En ce qui concerne l'étude spécifique, il est important de préciser que mon collègue le ministre Beenders a déjà pris contact avec la Fondation Roi Baudouin et les chercheurs. Nous tiendrons compte de leurs recommandations dans le prochain plan d'action interfédéral de lutte contre le racisme.

Tant dans l'élaboration du plan d'action contre la pauvreté que dans celle du plan d'action contre le racisme, nous collaborons étroitement avec la société civile et les organismes chargés de l'égalité. Ce sont des partenaires structurels et leurs signaux sont pris en compte dans la politique. En outre, la Conférence interministérielle Égalité des chances, dont je fais partie, est le lieu approprié pour discuter de ces défis. Après tout, ces signaux ne s'arrêtent pas aux frontières des compétences

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, j'entends que vous privilégiez la collaboration avec la société civile et les organismes chargés de l'égalité. Le ministre Beenders a pris contact avec les auteurs de l'étude. Je pense que cela va dans le bon sens. Il est vrai que la Belgique se veut ouverte et inclusive, mais elle ne le sera pleinement que si chaque citoyen, quelle que soit son origine, peut vivre, travailler et s'épanouir sans peur ni barrières invisibles. Je suivrai avec attention les actions que vous mènerez à ce sujet.

Palantir en Defensie
Palantir en Defensie
Defensie en de relaties met Israël: Palantir en het F-35-programma
?Palantir en Defensie
Palantir en Oracle in de strategische visie en de digitale strategische autonomie
Palantir, Defensie, Israël, F-35 en digitale strategische autonomie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tinne Van der Straeten bekritiseert het bezoek van de minister aan Palantir (omstreden om privacy-, dataveiligheids- en ethische AI-risico’s) en wijst op Amerikaanse legerkritiek over gebrek aan transparantie en controle op datatoegang, terwijl Palantir zich volgens haar ontziet door te stellen dat klanten zelf verantwoordelijk zijn voor het gebruik. Ze vraagt garanties voor digitale soevereiniteit en dataveiligheid, met name bij Defensie’s samenwerking met Oracle voor eigen datacenters. Theo Francken ontkent kennis van interne Amerikaanse memo’s, benadrukt dat België geen directe banden heeft met Palantir (wel indirect via NAVO) en dat strikte GDPR- en veiligheidsprotocollen gelden, met plannen voor een Digital Compliance Officer. Hij verdedigt het bezoek als verkennend voor technologische NAVO-samenwerking, met focus op strategische autonomie en ethische afwegingen, maar zonder concrete contracten. Van der Straeten reageert voorzichtig positief op de aangehaalde waarborgen, maar blijft sceptisch en kondigt opvolging aan van de praktische uitvoering, gezien de risico’s van onbezonnen samenwerking met dergelijke bedrijven.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, mijn beide vragen gaan over Palantir. U bent in de Verenigde Staten op handelsmissie geweest en u hebt daar een bezoek gebracht aan Palantir. Ik meen dat u niet de enige was die aan dat bedrijf een bezoek bracht.

De naam Palantir komt, heb ik me laten vertellen, uit Lord of the Rings: The Seeing Stone . Het bedrijf heeft wegens dat aspect een vrij omstreden reputatie waar het gaat over privacy, de beveiliging van data en de ethische inzet van artificiële intelligentie.

Ik weet dat Palantir die discussie wat van zich afschuift. Het zegt dat ze gewoon technologie aanbieden en het is de cliënt die ermee doet wat hij ermee doet. Dat neemt echter niet weg dat er ook vanuit de Amerikaanse veiligheidsdiensten zelf kritiek gekomen is op het gebrek aan transparantie en dit op basis van een gelekte memo van het Amerikaanse leger. Daarin werd gezegd dat er toch een zeer hoog risico was, daar niet gecontroleerd kan worden wie toegang heeft tot welke data. Evenmin kan worden nagegaan wat de gebruikers doen en of de software zelf veilig is.

In die zin heb ik een aantal vragen. Ze zijn opgenomen in mijn schriftelijke vraag, dus ik zal ze niet voorlezen.

Mijn tweede vraag gaat over de digitale transformatie in het licht van de Strategische Visie van de Programmeringswet. Ik heb me doen informeren door mijn collega’s dat die bij de bespreking van de Programmeringswet wel aan bod gekomen is en dat er wel vragen over zijn gesteld, maar dat die zonder antwoord zijn gebleven. Die vragen blijven dus pertinent.

Ze gaan vooral over de eigen datacenters van Defensie en hier in het bijzonder de betrokkenheid van Oracle. Hoe kan er gezorgd worden voor de nodige beveiliging van data? Welke garanties worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat men echt soeverein blijft in the cloud en dat er geen nieuwe afhankelijkheden of zwakheden worden ingebouwd?

Theo Francken:

Defensie beschikt volgens mijn informatie niet over een interne memo die binnen het Amerikaanse ministerie van Defensie zou circuleren. Daarom doen we daarover geen uitspraak.

Berichtgeving in de pers doet vermoeden dat het gaat om een prototype van het Next Generation Command & Control platform voor het US Army . Hoewel concrete tijdlijnen niet publiek kunnen worden gemaakt, blijkt uit recente NAVO-ontwikkelingen dat Palantir een artificieel intelligentieplatform levert aan het NAVO-bondgenootschap. De Belgische Defensie zou daarvan indirect gebruik kunnen maken via de bestaande NAVO-structuren. Er is echter geen directe Belgische implementatie en er is dus evenmin sprake van nationale gegevensdeling.

Defensie wijst erop dat alle toepassingen binnen Defensie onderworpen zijn aan strikte veiligheidsprotocollen, inclusief de naleving van de Europese GDPR en de nationale wetgeving. Gezien de toenemende complexiteit van vooral internationale regelgeving wordt binnenkort ook werk gemaakt van de aanstelling van een Digital Compliance Officer binnen Defensie.

Een bezoek aan Palantir maakte deel uit van de missie in de Verenigde Staten om beter zicht te krijgen op de technologische evoluties die Silicon Valley momenteel aan NAVO-legers kan aanbieden. Tot op heden bestaan er geen contractuele verbintenissen die de betrokken onderneming aan Defensie verbinden.

Defensie is zich ten volle bewust van de ethische, juridische en geopolitieke implicaties van samenwerking met buitenlandse technologiebedrijven. Daarom wordt elke stap zorgvuldig geëvalueerd, met nadruk op digitale soevereiniteit, transparantie en naleving van Belgische en Europese normen. Daarnaast is het een belangrijke beslissingsfactor dat de samenwerking ons in staat moet stellen relevant te blijven en een technologische voorsprong te behouden, zodat we onze operationele effectiviteit en strategische autonomie kunnen waarborgen.

Tinne Van der Straeten:

Het is goed om te horen dat er grendels worden ingebouwd en dat men zich ervan bewust is dat, wanneer men met nieuwe technologiebedrijven werkt die bepaalde bezorgdheden oproepen en dat is nog een understatement, we daar niet onbezonnen mee in zee mogen gaan. We zullen blijven nagaan – al zal mijn collega dat wellicht doen – hoe dit zich verder in de praktijk ontwikkelt.

De trumpiaanse communicatie van de regering

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Christophe Lacroix (PS) bekritiseert minister Francken (N-VA) voor provocatieve uitspraken (o.a. "Moscou van de kaart vegen") en onverantwoorde wapeninkopen (F-35’s), die België volgens hem diplomatiek ondermijnen en escalatie in de hand werken, met name door Trump-achtige retoriek. Francken ontkent elke oproep tot geweld, stelt dat zijn woorden uit context zijn gehaald en verdedigt ze als deterrentie om oorlog te voorkomen, terwijl hij Lacroix verwijt selectief te citeren voor politieke winst. Lacroix noemt Franckens toon "overdreven spierballenvertoon", suggereert dat deze zijn uitspraken later zal betreuren, en benadrukt hun gedeelde impulsiviteit – maar wijst elke ideologische nabijheid met PTB/PVDA af. De voorzitter sluit de discussie af zonder verdere reactie op de kernvragen (diplomatische gevolgen, defensiebeleid).

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre,

Pas un jour ne se passe sans que le gouvernement Arizona vire dans la "Trumpisation" de la politique belge. Pendant que votre collègue Clarinval stigmatisait scandaleusement nos concitoyens d'origines étrangères en les déclarant de fait "non-Belges", vous n'avez rien trouvé de mieux que d'indiquer que "Moscou serait rayée de la carte".

Une nouvelle fois, vous avez fait la une de la presse internationale après l'information relayée en masse que notre pays allait acheter plus de F-35 bien que nos pilotes soient déjà incapables à l'heure actuelle de s'entrainer en Belgique faute d'un espace aérien suffisant.

Evidemment, je ne partage aucun soutien pour le régime du président Poutine et condamne le plus fermement possible son attaque de l'Ukraine et ses menaces contre nos démocraties en particulier européennes ainsi que ses nombreuses offensives contre les droits humains contre lesquelles j'ai lutté de manière acharnée notamment à l'APCE. Mais je ne peux pas tolérer qu'un pays comme la Belgique joue dans la surenchère martiale au risque de totalement délégitimer notre appareil diplomatique dans un contexte de tensions internationales beaucoup plus large déjà exacerbé dangereusement notamment par votre ami américain sous la présidence de Donald Trump.

Votre interview a permis au Vice-président du Conseil de sécurité de Russie, Dimitri Medvedev, de vous répondre que la "Belgique disparaîtrait" de la carte. Vous avez commenté en indiquant une citation latine du poète Ovide: "Candida pax homines, trux decet ira feras", je vous invite donc, vous aussi, à ne pas devenir une bête féroce.

Monsieur le ministre,

Comment justifiez-vous le recours à un tel registre dans vos interviews en tant que ministre de la Défense?

Comment votre collègue en charge des Affaires étrangères a-t-il réagi à ces échanges?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

Monsieur Lacroix, je dois dire que, plus la législature avance, plus le groupe PS commence à ressembler au groupe PVDA-PTB.

( Rires )

En effet, tout comme le collègue Boukili, vous sortez complètement une phrase de son contexte. Le passage que vous citez, monsieur Lacroix – "Ils raseront Moscou" – est totalement sorti de son contexte. Si vous lisez l'interview dans son intégralité, vous verrez qu'il s'agit de dissuasion dans le but, justement, d'éviter une escalade. J'y explique que la retenue au début a prolongé la guerre et que le scénario hypothétique de menace nucléaire est la raison pour laquelle certaines mesures n'ont pas été prises immédiatement. Ce n'est donc ni un appel ni un souhait de destruction – absolument pas.

Si, pour des raisons politiques, vous souhaitez extraire cette phrase de son contexte, comme l'a fait également M. Medvedev, libre à vous. Cela en dit plus sur vous que sur moi!

Voorzitter:

Het systeem van verwijzen naar de schriftelijke vraag heeft ook zijn beperkingen.

Christophe Lacroix:

Merci monsieur le ministre. Rassurez-vous, je reste bien socialiste. Mais à mon avis, vous n'avez pas souvent eu l'occasion de rencontrer de vrais socialistes. J'en suis un. Je m'oppose au communisme, je refuse le système "ptbiste", qui est un système de privation de liberté, et je suis un ardent défenseur de la solidarité. Pour moi, la liberté est essentielle, raison pour laquelle – même si parfois on a des courants politiques qui peuvent être convergents à certains niveaux – aucun rapprochement n'est véritablement possible entre le PTB-PVDA et moi-même.

Par contre, vous tirez une phrase du contexte. Vous avez fait de l'esbrouffe. Je vous connais et je vous apprécie. Vous aimez bien de temps en temps montrer vos muscles mais vous les avez montrés un peu fort quand même.

Je crois que, de temps en temps – et vous serez certainement d'accord avec moi –, quand vous avez dit quelque chose un peu trop vite, vous le regrettez. Vous n'allez pas me le dire ici, mais on se le dira peut-être un jour, après ce gouvernement. Je ne serai pas ministre, mais vous sans doute que oui, et nous aurons peut-être l'occasion d'en reparler, peut-être dans une équipe commune. Qui sait? Les socialistes vont aussi regouverner ce pays, et peut-être avec la N-VA. On aura l'occasion de débriefer tout ça, et vous m'avouerez ce que vous n'avez pas osé dire aujourd'hui, à savoir que vous êtes allé un peu trop fort et que, de temps en temps, il faut un peu mesurer ses paroles.

Je vous le dis parce qu'il y a une différence idéologique entre nous, mais j'ai un caractère comme vous. Parfois je suis excessif, je m'emporte, mais je l'avoue après à celles et ceux qui me sont proches. Je ne le dis pas toujours publiquement mais je suis convaincu qu'un jour vous allez me dire la vérité.

Voorzitter:

Vraag nr. 56009953C van de heer Buysrogge wordt omgezet in een schriftelijke vraag, net als de vraag nr. 56009974C van de heer Prévot.

De levering van F-16's aan Oekraïne

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Christophe Lacroix vraagt om opheldering over de vertraagde levering van Belgische F-16’s aan Oekraïne, met name de voorwaarde dat de nieuwe F-35’s eerst "volledig operationeel" moeten zijn (wat volgens hem 1–1,5 jaar duurt), en of België de Europese SkyShield-initiatief steunt. Minister Francken ontwijkt concrete antwoorden, verwijzend naar een nog niet ontvangen geactualiseerd leveringsschema en weigert gevoelige details publiek te delen, met de belofte later in commissie te reageren. Lacroix aanvaardt dit zonder verdere discussie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je tenais cette fois à vous interroger sur un dossier dont je sais que nous partageons l'urgence: celui de l'aide à l'Ukraine dans un cadre européen face à l'agression russe, et plus particulièrement celui de la livraison d'une partie de notre flotte de F-16 à Kyiv.

Nous savons tous deux que ce dossier est sur la table depuis de longs mois maintenant, et qu'il est essentiel de garantir la sécurité de l'espace aérien du Benelux​ avant de pouvoir céder une partie de notre flotte de F-16 à l'Ukraine.

Monsieur le ministre, vous avez annoncé que les nouveaux F-35 doivent être "pleinement opérationnels" avant de laisser entrevoir la possibilité de céder nos anciens modèles. J'ai ainsi lu que cela prendrait un an à un an et demi.

En avril dernier, le gouvernement Arizona a promis la livraison à l'Ukraine de quatre de nos F-16 entre 2025 et 2026 au rythme de deux avions par an. Aussi, nous approchons de la fin de l'année. Je souhaitais ainsi savoir où en était cette livraison? Par ailleurs, qu'entendez-vous par le fait que nos F-35 doivent être "pleinement opérationnels" avant de laisser entrevoir la possibilité de céder nos F-16? Enfin, je souhaitais savoir si votre cabinet avait pris connaissance de l'initiative "SkyShield pour l'Ukraine". La Belgique a-t-elle déjà pris une position à ce sujet? Quels seraient les arguments pour ou contre une telle mission? En avez-vous déjà discuté avec vos homologues européens? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

Monsieur Lacroix, j'ai demandé un nouvel agenda de livraison des F-16, ce qui signifie que je ne peux pas répondre maintenant parce que je ne l'ai pas encore reçu. Je serai en mesure de vous répondre lors de la prochaine commission de Suivi des missions militaires. Je ne peux pas donner publiquement une information aussi sensible.

Christophe Lacroix:

Je m'en tiens à votre réponse.

De situatie in Oost-Congo

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Alexia Bertrand en Sofie Merckx kritiseren dat premier De Croo vragen over regeringscohesie (o.a. losse eindjes en het "grote akkoord" van 24 november) ontwijkt door ze door te verwijzen naar minister Jambon, terwijl ze hem direct willen aanspreken op zijn verantwoordelijkheid. Lydia Mutyebele Ngoi dringt aan op concrete EU-sancties tegen Rwanda (Kagame) en het M23-rebellenoffensief in Oost-Congo, waar massamoorden, verkrachtingen en 6,4 miljoen ontheemden de humanitaire crisis verergeren—minister Prévot belooft EU-druk (o.a. via het Veiligheidsraad-overleg van januari), maar zij eist daden, niet enkel woorden, met name tegen seksueel geweld als oorlogswapen en de economische belangen (mijnen) achter het conflict.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, na een aantal zeer mooie toespraken moet ik helaas op meer materiële zaken terugkomen.

De vraag van collega Coenegrachts was aan de premier gericht, maar die wordt naar minister Jambon doorverwezen. Eigenlijk heeft dat niks met de bevoegdheid van minister Jambon te maken. De titel van de vraag was: "Sire, 50 dagen." Dat gaat over de cohesie in de regering. Dat gaat over de losse eindjes. Dat gaat over meer dan de fiscaliteit. Dit was echt een vraag voor de premier.

De heer De Croo kwam hier altijd op alle vragen antwoorden. De premier was ook niet aangemeld als afwezig vandaag. Ik heb dat althans nergens teruggevonden. Heeft de premier schrik van de oppositie, mijnheer de voorzitter?

Wij stellen ons echt grote vragen. We vinden het niet kunnen dat die vragen telkens naar een andere minister worden doorverwezen. Wij vragen dat de premier hier komt antwoorden op de vragen die hem worden gesteld.

Sofie Merckx:

Monsieur le président, je suis confrontée au même problème que l'Open Vld. J'ai déposé une question pour le premier ministre à propos du grand accord qui nous a été annoncé le 24 novembre. Comme c'est maintenant le cinquième kern qui est organisé pour finaliser cet accord, je me demande s'il y a oui ou non un accord.

Nous avons évidemment posé des questions au gouvernement, par exemple à M. Clarinval hier, mais celui-ci n'avait à nouveau pas de réponse à nous donner. Qu'est-ce qui cloche?

C'est pour cela que je veux interroger le premier ministre, pour qu'il dise s'il y a un accord au gouvernement, mais le premier ministre me renvoie à M. Jambon, alors que je n'ai aucune question sur les pensions. Mes questions portent sur l'indexation des primes de nuit, sur les catégories de la TVA – sur ce point, j'imagine que M. Jambon pourra me répondre. Il est consternant de voir que le premier ministre ne vient pas répondre aux questions.

Voorzitter:

Collega's, samen met u stel ik vast dat de regering inderdaad zelf beslist wie – namens de regering neem ik aan – antwoordt. We noteren uw opmerkingen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, à l’Est de la RDC, tout est en train de basculer. Uvira, une ville stratégique, est tombée aux mains des rebelles du M23. C’est une gifle pour Washington. Les accords de paix négociés par M. Trump la semaine passée n’étaient que de la poudre aux yeux, car nous sommes à nouveau sous la menace d’une déstabilisation de toute la région des Grands Lacs. Soyons clairs, monsieur le ministre, le Rwanda de M. Kagame joue un rôle central dans ce conflit. Son soutien aux rebelles du M23 alimente une guerre par procuration qui déstabilise non seulement la RDC, mais également les pays voisins.

Les chiffres sont glaçants, chers collègues. Rien qu’à Uvira, 413 civils ont été tués en quelques heures avec, parmi eux, des femmes et des enfants. À l’échelle nationale, la RDC compte 6,4 millions de déplacés internes, dont la moitié sont des femmes. Derrière ces chiffres, ce sont des familles entières qui fuient, des enfants et des femmes qui errent, subissant des violences sexuelles dans l’indifférence la plus totale.

Pendant ce temps, au niveau européen, la question n’est toujours pas traitée sérieusement, malgré les nombreuses demandes de la société civile et malgré votre initiative de mettre ce point à l’ordre du jour. Chaque jour, ce sont des milliers de femmes et d’enfants qui fuient, qui meurent et qui pleurent.

Monsieur le ministre, la Belgique est-elle toujours prête à soutenir l’inscription de cette guerre à l’ordre du jour du Conseil européen? Êtes-vous prêt à dire clairement que le Rwanda de M. Kagame est responsable de ce conflit, à demander des sanctions sévères, à l’instar de celles que vous aviez demandées pour la Russie de M. Poutine? Surtout, êtes-vous prêt à obtenir des actions concrètes de l’Union européenne pour protéger les populations et soutenir une paix durable? Si ce conflit était à nos portes, vos collègues ministres des Affaires étrangères resteraient-ils aussi passifs? Monsieur le ministre, chaque jour de silence diplomatique alourdit le bilan, et nous devons protéger les populations.

Maxime Prévot:

Madame la députée, je suis la situation de très près, quasiment heure par heure. Selon nos informations, le M23 a bien pris le contrôle de la ville d'Uvira, sinon entièrement, du moins dans une large mesure.

Les développements sont très préoccupants, et je les ai condamnés. Il n'est pas seulement question de la stabilité régionale, mais aussi et surtout de l'impact sur la population locale. Ces nouveaux combats signifient très concrètement des civils tués, de nouveaux déplacements massifs et une kyrielle de violations des droits humains. Ces faits s'ajoutent à une situation déjà notoirement dramatique, avec une centaine de milliers de viols par an à l'Est de la RDC: une femme toutes les quatre minutes. Tout cela est atroce et doit évidemment cesser de manière immédiate.

Nous nous sommes coordonnés avec nos partenaires européens et internationaux, dont les États-Unis, qui font partie du groupe international de contact, tout comme la Belgique. Ce groupe de pays a exhorté le M23 et les forces rwandaises qui le soutiennent à cesser immédiatement l'offensive. Vu les circonstances, c'est la priorité la plus urgente. Le groupe de contact a aussi appelé les forces de défense rwandaises à se retirer de l'Est de la RDC. Les termes ne peuvent être plus clairs.

En même temps, il est évident que les autres parties – que ce soit la RDC, le Burundi et les autres groupes armés – doivent aussi prendre leurs responsabilités et respecter sans condition le cessez-le-feu. Tout le monde doit prendre sa part. J'ai pris contact avec mes homologues de la RDC, du Burundi et du Rwanda pour appeler à une désescalade urgente et au respect de leurs engagements. Je continuerai, bien sûr, à faire passer ces messages tant que nécessaire. Du reste, j'ai demandé et obtenu que le sujet soit abordé lors du Conseil Affaires étrangères de lundi prochain. Avec d'autres pays de l'Union européenne, j'ambitionne qu'il soit pleinement traité lors de notre réunion du mois de janvier.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Uvira, c'est la deuxième entrée du plus grand lac d'Afrique, le Tanganyika. Les rebelles veulent traverser le Tanganyika afin de pouvoir également s'emparer des minerais parce que c'est une région qui est riche. Et puis, ils veulent aller au Katanga et on connaît la suite. Monsieur le ministre, je vous encourage à passer des paroles aux actes. Vous avez exhorté, il faut maintenant des sanctions. Beaucoup de conflits sont oubliés, au Congo, au Soudan, au Cambodge, en Afghanistan. Mais ces conflits continuent à broyer des vies. Monsieur le ministre, vous l'avez reconnu, ce sont toujours les femmes et les enfants qui paient le prix lourd. Le viol est utilisé comme arme de guerre en RDC. Savez-vous pourquoi? C'est pour dépeupler les villages, les repeupler avec d'autres populations et continuer à piller sans justice. Monsieur le ministre, la Belgique doit être la voix de ces conflits oubliés et porter haut la dénonciation du viol comme arme de guerre.

De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De Europese reacties op de nieuwe nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van president Trump
De nationale veiligheidsstrategie van de VS
De nationale veiligheidsstrategie van Donald Trump
De beleidstekst van de regering-Trump
Internationale veiligheidsstrategieën en reacties op VS-beleid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie die Europa als een verzwakte, gemanipuleerde concurrent afschildert, met openlijke steun voor extreemrechts en ingrepen in Europese politiek. Koen Van den Heuvel, Stéphane Lasseaux en minister Prévot waarschuwen dat Europa moet ontwaken, zijn strategische autonomie moet versterken en zich niet langer blind mag staren op de VS, terwijl Nabil Boukili en Rajae Maouane de strategie zien als imperialistische agressie die Europese soevereiniteit ondermijnt. Sam Van Rooy en Georges-Louis Bouchez (MR) onderschrijven gedeeltelijk de Amerikaanse kritiek op migratie en "civilisatieverval", wat leidt tot felle tegenreacties over racisme en extreemrechtse sympathieën. Minister Prévot pleit voor een lucide, assertieve EU die selectief samenwerkt met de VS maar eigen belangen verdedigt, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, collega’s, slaapwandelaars kennen we allemaal. Ze lijken volledig wakker, maar ze negeren heel wat signalen van hun omgeving, en ze hebben nog nauwelijks contact met de realiteit.

Mijnheer de minister, ik hoop dat ons continent niet vol slaapwandelaars zit. Steeds meer komen er signalen van de overkant van de oceaan dat Europa niet langer wordt beschouwd als een trouwe bondgenoot, maar eerder als een concurrent. Voor diegenen die nog mochten twijfelen, de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie is duidelijk. Washington kijkt niet langer naar Europa als een gelijkwaardige partner, maar als een beschaving die op het randje van de zelfvernietiging staat.

Sommigen zeggen dat Trump Europa een spiegel voorhoudt. Misschien hebben ze – weliswaar maar een klein beetje – gelijk. Ik meen dat we hier en daar, op sommige vlakken, een beetje moeten bijkleuren en dat we onze strategie wat moeten aanpassen.

Maar met uitspraken die actief verzet kweken tegen het Europees model, tegen de normen en waarden van Europa, tegen onze democratische rechtsstaat met zijn stevige sociale zekerheid, bevinden de Verenigde Staten zich steeds meer in het gezelschap van Rusland. Die landen willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken en strategisch uit elkaar spelen om hun eigen macht en invloed te versterken.

De maskers vallen af, want ze kunnen daarbij rekenen op Europese slippendragers, op de Trumppartijen binnen Europa, die ze willen versterken. Ook daarvoor moeten we waakzaam zijn. Zij willen Europa niet versterken, maar juist verzwakken. ( Applaus )

We mogen niet langer slaapwandelen. We moeten wakker worden. Ik hoop dat België een sterke rol kan spelen om de overige Europese landen te overtuigen (…)

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, le 5 décembre, la Maison-Blanche a publié sa nouvelle note stratégique concernant la sécurité nationale des É tats-Unis. C'est un véritable bouleversement. Les É tats-Unis sont-ils encore les amis de l'Europe? En effet, dans cette note, on trouve la volonté de détruire l'Union européenne, la volonté de remplacer des régimes centristes – tels qu'ils se placent dans beaucoup de pays européens – par des partis d'extrême droite, et la volonté de s'accorder avec la Russie et la Chine au détriment de l'Europe.

Quelles sont les réactions européennes? Défendons-nous avec force nos intérêts, nos valeurs? Non, non parce qu'il y a les aveugles, les autruches qui se cachent la tête dans le sable, ceux qui considèrent que ce document n'est qu'un document politique sans conséquences et que tout va rentrer dans l'ordre. Les lâches, les lâches qui se taisent pour ne pas vexer ou contredire "big daddy", par peur de représailles. Les MAGA européens – y compris dans notre pays – qui trouvent que l'administration Trump a raison de remettre en cause nos valeurs fondamentales.

Monsieur le ministre, qu'attendez-vous pour défendre le projet européen de Jean Monnet, Robert Schuman ou Paul-Henri Spaak face à ces agressions verbales et commerciales venues d'outre-Atlantique? Comment expliquez-vous ce silence radio côté européen? L'urgence n'est-elle pas de renforcer notre action commune?

Monsieur le ministre, pour que nos citoyens respectent notre Union européenne, nos dirigeants doivent porter fièrement la bannière bleue et ses douze étoiles d'or.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la nouvelle stratégie de sécurité nationale de Donald Trump est un document majeur, pas seulement parce qu'il définit les priorités américaines, mais parce qu'il dévoile, sans ambiguïté, un impérialisme américain assumé.

Les États-Unis y expliquent, noir sur blanc, comment ils comptent maintenir leur domination sur le monde. Cela commence par l'Amérique latine. Pour Trump, cette région n'est rien d'autre que l'arrière-cour des États-Unis. Nous le voyons clairement aujourd'hui, avec l'agression contre le Venezuela sous des faux prétextes. Je rappelle ici que vous avez dit, par le passé, que vous souteniez les prétextes avancés par M. Trump.

Au Moyen-Orient et en Afrique, le message est tout aussi clair. Ce qui intéresse Washington, ce sont les ressources et les matières premières.

Mais Trump veut aussi vassaliser l'Europe, la mettre au service de l'économie et des multinationales américaines. Washington nous pousse à acheter encore plus d'armes américaines, à rester dépendants en matière énergétique et industrielle, et prétend même décider avec qui nous devons commercer ou non.

Ils soutiennent ouvertement l'extrême droite en Europe et ne cachent plus vouloir influencer les élections dans les pays européens en faveur de leurs intérêts, au détriment des intérêts des peuples européens. C'est une attaque contre notre souveraineté, monsieur le ministre. Ils veulent déstabiliser l'Europe en misant sur la division et en montant les États les uns contre les autres. Nous assistons à une attaque frontale.

Monsieur le ministre, la dernière fois que je vous ai interrogé sur l'agression américaine au Venezuela, vous avez insisté sur le fait que vous partagez les mêmes inquiétudes que M. Trump, et sur le fait qu’il s’agit d’alliés.

Alors, je vous pose la question aujourd'hui: face à cette hostilité, considérez-vous toujours les États-Unis comme des alliés? Comme ministre des Affaires étrangères, quelles mesures allez-vous prendre pour protéger notre pays contre l'agression américaine?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ambtgenoten, we herinneren ons allemaal de geweldige speech van de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance dit jaar in München en enkele maanden later lazen we de reportage van het Franse magazine Le Figaro , dat kopte: ‘Reis naar Belgistan , hoe België islamiseert’.

De nieuwe veiligheidsstrategie van de VS bevat nu een even treffende als zorgwekkende analyse over Europa, die luidt als volgt: "Door de aanhoudende massa-immigratie en demografische omwenteling" – sommigen zouden de term ontvolking durven te gebruiken – "staat Europa op het punt om zijn beschaving kwijt te geraken. Over enkele decennia zal de meerderheid van de bevolking van bepaalde NAVO-lidstaten waarschijnlijk uit niet-Europeanen bestaan en dus zal het de vraag zijn of zij hun plek in de wereld of hun band met de VS nog steeds hetzelfde zien als de landen die zich ooit bij de NAVO aansloten. Onvermijdelijk zal de toekomst van een natie worden bepaald door de mensen die een land toelaat binnen zijn grenzen, met name in welke aantallen en vanwaar ze komen. Het tijdperk van de massa-immigratie moet eindigen."

De VS waarschuwt dus dat, bij gelijkblijvend oikofoob en globalistisch weg-met-onsbeleid, Europa zal blijven islamiseren en uiteindelijk Eurabië zal worden, een waarschuwing die vele islamcritici reeds gaven, waaronder Bat Ye'or in haar gelijknamig boek. Ik raad iedereen aan om het eens te lezen.

Mijnheer de minister, deelt u deze analyse? Zo neen, waarom niet? In hoeverre zal het regeringsbeleid rekening houden met die nieuwe veiligheidsstrategie van de Verenigde Staten?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, il y a quelques jours, une importante note de la Maison- Blanche est sortie. Elle décrit l'Europe comme un continent en disparition civilisationnelle. C'est une vision catastrophiste. On y lit tout mais surtout n'importe quoi, sans la moindre étude sérieuse, mais avec une intention claire: affaiblir l'Union européenne, faire reculer l'État de droit, démanteler nos protections sociales et climatiques et, surtout, encourager la montée de l'extrême droite.

Le plus choquant, c'est que certains, dans le gouvernement Arizona, applaudissent. On entend le président du premier parti francophone dire: "C'est un rapport que j’aurais pu écrire moi-même." On entend un ministre fédéral dire que Trump a parfaitement raison. Soyons clairs, quand ce président de parti et ce ministre disent qu'ils se reconnaissent dans ce texte, ce n'est pas innocent. Ils valident une stratégie américaine qui appelle clairement à cultiver la résistance à l'intérieur des pays européens, pour influencer nos choix politiques. C'est très grave parce que c'est de l'ingérence. C'est un problème politique majeur. Surtout, se rend-on compte de ce qu'ils valident? On parle d'un président, Trump, qui fait arrêter des familles sur leur lieu de travail, qui démonte toutes les politiques climatiques, qui attaque frontalement le droit des femmes, des minorités, des migrants, des personnes trans. Est-ce cela le modèle que l'Arizona veut amener ici? Est-ce cela, votre vision?

Monsieur le ministre, ceci vous met face à une responsabilité claire. Mes questions sont simples. Comment la diplomatie belge analyse-t-elle cette note qui assume clairement vouloir intervenir dans les dynamiques politiques européennes? Quelles garanties pouvez-vous donner quant à la protection de notre souveraineté, face à une vision qui cherche à affaiblir nos institutions et à pousser l'extrême droite dans nos parlements? Nous en avons eu la démonstration juste avant. Comment va-t-on rappeler à l'administration américaine que la coopération transatlantique ne peut pas se construire au détriment des droits humains, de l'État de droit et de l'action climatique?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we hebben nota genomen van het nieuw nationaal veiligheidsplan van de Verenigde Staten, dat nogal fel is ten opzichte van Europa en dat Europa behoorlijk bekritiseert. Het geeft vooral duiding bij het standpunt dat Europa de nationale soevereiniteit en identiteit van de Verenigde Staten in gevaar zou brengen. Het rapport is een aanval op de ideologie binnen Europa.

Sta me echter toe duidelijk te stellen dat de Verenigde Staten een essentiële partner zijn en blijven voor ons land en onze bevolking op het vlak van economie, veiligheid en defensie, maar ook op het vlak van geopolitieke stabiliteit.

De ideologische aanval die wij vandaag voelen, werpt een nieuw licht op onze trans-Atlantische relatie. Er is de heel belangrijke NAVO-samenwerking en de bilaterale samenwerking, maar ook het besef dat Europa heel krachtig moet optreden in een wereld die wordt gekenmerkt door grote stress, grote spanningen en heel veel crisissen.

Het feit dat wij niet langer een strategische partner worden genoemd, baart mij de meeste zorgen.

Mijnheer de minister, hoe leest u dat rapport?

Collega's, veel belangrijker dan te beweren dat de Amerikanen het niet goed zouden weten of niet goed doen, vind ik de positie van ons als maatschappij, van ons land en van Europa. Dat is eigenlijk de vraag die ik hier vandaag wil stellen.

Mijnheer de minister, na lezing van dat rapport, welke antwoorden formuleren we om als land maar ook als continent Europa krachtdadig op te treden op zowel diplomatiek als economisch en geopolitiek niveau?

Voorzitter:

Mijnheer de minister, er zijn heel wat vragen gesteld. U hebt vijf minuten spreektijd om te reageren.

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les parlementaires, je vous remercie pour vos questions.

Comme vous, j'ai évidemment pris connaissance du contenu de la stratégie de sécurité nationale des États-Unis. Bien entendu, je partage votre stupéfaction, votre indignation, parfois même votre condamnation quant aux analyses qu'elle véhicule du continent européen, à commencer par la thèse d'un prétendu effacement civilisationnel et par l'affirmation explicite des États-Unis de vouloir soutenir certains acteurs politiques européens pour résister aux tendances qualifiées de "négatives" en matière de migration, de liberté d'expression et d'identité. Ce serait des interférences inacceptables et c'est déjà un choc de valeurs. Mais soyons clairs, ce document, pour brutal qu'il soit, ne constitue pas une surprise.

Die strategie weerspiegelt in feite volledig de lijn van het optreden van vicepresident Vance tijdens de conferentie van München afgelopen februari en komt overeen met de verschillende boodschappen die de regering-Trump ons doorgeeft. De gesprekken die ik onlangs had met de Deputy Secretary of State, de heer Landau, vertoonden dezelfde accenten.

Il n'en demeure pas moins que nous conservons des intérêts communs. C'est pourquoi je plaide, depuis le début, pour une approche lucide. Plus qu'un choc, cette stratégie américaine doit être un électrochoc.

We moeten absoluut uit de comfortabele ontkenning stappen, waarin wij ons al veel te lang hebben genesteld en die blijft voortduren ondanks de harde klappen van de afgelopen maanden. Niet alles in die tekst is overigens onjuist. De EU verliest op economisch, militair, politiek en diplomatiek vlak. Het is tijd om ons te herpakken.

Nous devons impérativement prendre nos responsabilités. Nous avons trop longtemps vécu sur nos acquis, nous pensant sous la protection indéfinie de l'Oncle Sam. Cette époque est révolue. L'Europe doit se reprendre en main. Il ne s'agit pas tant de réagir vis-à-vis des États-Unis, mais plutôt d'agir entre Européens.

Europa moet zich profileren als een onafhankelijk machtsblok in een multipolaire wereld door bepaalde essentiële lijnen te verdedigen.

Il faut préserver l'unité et la cohésion européenne face aux tentatives américaines de bilatéraliser les relations. Je rappelle d'ailleurs que le fonctionnement optimal de l'Union européenne est considéré comme un intérêt vital de la Belgique dans notre propre stratégie nationale de sécurité.

We moeten een strategische autonomie opbouwen door de opkomst van een Europese pijler binnen de NAVO te versnellen en door onze economische soevereiniteit, onze concurrentiekracht, onze energieautonomie te verdedigen en door de regelgevende autonomie van de EU te behouden.

Il faut maintenir évidemment le cap sur le soutien indéfectible à l'Ukraine, et aussi veiller à protéger notre cohésion sociale, nos processus démocratiques contre toute tentative d'interférence ou d'ingérence, quelle qu'en soit l'origine. Nous entrons donc dans une ère de coopération à géométrie variable. Nous sommes alliés sur certains dossiers, rivaux sur d'autres.

De Verenigde Staten blijven een onmisbare partner waarmee wij moeten blijven zoeken naar mogelijkheden tot samenwerking waar dat mogelijk is. De strijd tegen georganiseerde misdaad en in het bijzonder tegen drugshandel vormt een gedeelde prioriteit. Het beheer van migratiestromen met respect voor onze fundamentele waarden is eveneens een convergentiepunt. Thema's die verband houden met defensie, de strijd tegen terrorisme, evenals onze nauwe economische banden blijven onderwerpen waarover het essentieel is de dialoog voort te zetten.

We moeten onze eigen belangen en waarden met assertiviteit, vastberadenheid en helderheid verdedigen. Tevens moeten we de diversificatie van onze partnerschappen versnellen.

J'entends proposer à l'ensemble des membres du gouvernement de souscrire à cette vision stratégique plus volontariste et lucide pour garantir la cohérence de notre action vis-à-vis de Washington. Nous avons, avec les États-Unis d'Amérique, une histoire commune, forgée dans le sang et la solidarité. Cette histoire, nous devons chercher à la préserver et nous devons l'utiliser comme un tremplin pour réinventer un destin conjoint à défaut de pouvoir toujours être commun. L'allié d'hier sera encore celui de demain. Les États-Unis ont changé. À nous d'en faire autant.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Wij mogen niet langer blindelings op veiligheidsgaranties van de Verenigde Staten rekenen. Dan zijn we aan het slaapwandelen. Europa moet ontwaken en opstaan, zoals u hebt gezegd. België moet daar als middelgroot land binnen Europa echt een grote rol in spelen. Ik roep u en de voltallige Belgische regering op om die rol op te nemen. We hebben die rol in het verleden gespeeld. Heel wat bekende Belgische politici hebben daaraan bijgedragen en daarmee naam gemaakt binnen Europa. Het is tijd om dat nu opnieuw te doen. We merken dat binnen grote Europese landen af en toe de nationale belangen overwegen, zeker op defensievlak. België moet daar tegen vechten en een voorbeeld vormen. Ik moedig u dan ook aan om die rol op te nemen en wens u daarbij heel veel succes.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour les réponses que vous nous apportez. En effet, nous ne devons plus compter uniquement sur l'Oncle Sam. Il faut impérativement défendre notre civilisation européenne, celle qui est née de notre histoire tragique – vous l'avez citée –, une civilisation ouverte au monde, une civilisation basée sur le droit international et la coopération entre États, une civilisation basée sur un État de droit et sur des droits humains, une civilisation où chacun est respecté, une civilisation qui soutient les plus faibles.

Monsieur le ministre, comme précisé dans ma question, il est important et urgent, je persiste et je signe, de consolider la défense de ces valeurs et de renforcer courageusement et avec conviction notre action commune avec les pays européens qui en ont la volonté, mais aussi notre autonomie collaborative. J'en ai toujours été convaincu et, pour que ce message puisse être entendu outre-Atlantique, je le dirai en anglais: vous êtes the right person in the right place.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, votre réponse est décevante. Vous faites un constat moyennement bon, mais vous en tirez les mauvaises conséquences. Vous dites, par exemple, qu'on partage la lutte contre la drogue avec les Etats-Unis. Quand on intercepte un pétrolier vénézuélien au large des côtes vénézuéliennes, est-ce pour lutter contre la drogue? C'est écrit noir sur blanc, c'est pour s'accaparer les richesses vénézuéliennes et c'est pour asseoir sa domination sur le monde.

Ce dont on a besoin, monsieur le ministre, c'est de sortir de la domination américaine et non pas de construire une autre Union européenne des États-Unis bis . Il nous faut construire une Europe qui tend la main vers le reste du monde, une Europe de coopération avec les autres peuples, pas une Europe de course à l'armement. Nous avons besoin d'une Europe de coopération et de travail avec les autres peuples. Il nous faut tendre la main aux peuples du Sud plutôt que de rester sous la domination américaine. Cette logique ne fonctionne pas.

Sam Van Rooy:

Zwaar beveiligde wintermarkten in plaats van kerstmarkten en een verminkte zogenaamde kerststal in Brussel, jihadisten die naar België kunnen komen en hier vrij rondlopen, de voortdurende instroom van fundamentalistische moslims, openlijke oproepen tot jihadistische terreur, sterk geïslamiseerde scholen en wijken, steeds meer moskeeën en Koranscholen, toenemende islamitische sluierdracht en honderdduizenden moslims op ons grondgebied met verwerpelijke islamitische opvattingen over vrouwen, niet-moslims, ex-moslims en homoseksuelen, infiltratie door de Moslimbroederschap en Hamas enzovoort, als de regering niet inziet dat de Verenigde Staten gelijk hebben en dat de massa-immigratie moet worden gestopt, zal onze eigen beschaving over enkele decennia inderdaad niet meer bestaan.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Je suis d'accord sur le fait que ce n'est pas une surprise. Qui est d'ailleurs surpris par les propos de Donald Trump? Par contre, ce qui m'étonne, c'est que des membres éminents de votre coalition gouvernementale applaudissent la note de Trump. Ce qui me surprend, c'est que vous ne convoquiez pas l'ambassadeur des États-Unis pour lui tenir les mêmes propos. Que vous ne convoquiez pas le ministre de la Défense pour lui dire que ce n'est pas OK de valider cette note, ou le président du premier parti francophone pour lui dire que ce n'est pas correct d'avoir une alliance et… (Interruption hors micro par M. Bouchez)

Voorzitter:

Mevrouw Maouane heeft nog een half minuut tijd.

Rajae Maouane:

Maintenant qu'il est revenu du Qatar, il peut peut-être passer au cabinet. (Brouhaha)

Georges-Louis Bouchez:

(…)

Voorzitter:

Collega's, mag ik u vragen om niet vanuit de stoeltjes te spreken zodanig dat de spreker die het woord heeft onverstaanbaar wordt. (Applaus)

Rajae Maouane:

En parlant de surprise, qui est surpris que M. Bouchez interrompe encore une fois des femmes qui parlent?

Georges-Louis Bouchez:

(…)

Rajae Maouane:

Oui, vous aurez votre droit de parole.

On ne peut pas être aussi incendiaire avec Donald Trump et ne pas convoquer ces membres de la coalition gouvernementale.

Je voudrais clarifier une chose. Je vous ai entendu dire que vous étiez d'accord, que vous aviez un point de convergence avec la pratique ou la lutte migratoire des États-Unis? Voilà qui éclaire la politique de l'Arizona! Cela m'inquiète encore plus.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we zijn een klein volk, maar we zijn pragmatisch, assertief, dapper en we laten ons niet zomaar destabiliseren. U hebt dat in uw antwoord ook niet laten gebeuren.

Het is inderdaad essentieel dat we ons aanpassen aan nieuwe geopolitieke situaties en dat we vooruitgaan in ons economisch beleid, in ons defensiebeleid en in onze strategische autonomie. We moeten duidelijk maken waar we voor staan en onze stem in de NAVO durven te verheffen. Het is ook essentieel dat we samen met onze partners, de Europese lidstaten, ons een visie op de toekomst eigen maken die ons sterk maakt en stabiliteit biedt aan onze bedrijven, niet alleen in relatie met de VS, maar ook in relatie met andere landen waar we nieuwe markten aanboren, essentieel voor de welvaart voor ons land, denk maar aan de stemming over Mercosur.

Voorzitter:

Monsieur Bouchez, je vous donne la parole pour un fait personnel.

Fait personnel

Persoonlijk feit

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le président, je tiens seulement à apporter deux éléments. Mme Maouane était en effet très impatiente de pouvoir m'entendre. Je trouve particulièrement choquant d'entendre dans l'Assemblée d'un pays qui est une démocratie libérale des gens qui soutiennent le régime de M. Maduro, dont le pays devrait être l'un des plus riches du monde grâce à ses réserves de pétrole. Or, aujourd'hui, M. Maduro fait tirer sur sa population qui meurt de faim et se rebelle contre cela.

Pour le reste, m adame Maouane, oui, j'assume complètement que j'aurais pu écrire ce rapport, non pas pour les visées que vous me prêtez. Comme vous parlez beaucoup de mon voyage au Qatar, je vous conseille vivement de voyager un peu plus. Cela vous ouvrirait l'esprit et vous réaliseriez à quel point l'Europe est actuellement en perte de vitesse à l'échelle mondiale. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il indique que l'Europe produisait 25 % de la richesse mondiale et qu'elle n'en produit plus que 14 %. Oui, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe n'est plus capable de prendre des décisions. Oui, madame, ce rapport dit vrai lorsqu'il dénonce le fait que l'Europe est en train de disparaître de la scène internationale.

Meyrem Almaci:

(…)

Georges-Louis Bouchez:

Je connais votre habitude, madame Almaci. Quand on voit votre bilan à la présidence de votre parti, vous feriez mieux de vous montrer très modeste!

Alors, oui, j'assume pleinement que ce n'est pas faire allégeance à Trump. Ce doit être le wake-up call dont l'Europe a enfin besoin et que votre formation politique a empêché, ainsi que celles de toute la gauche. ( Applaudissements nourris sur les bancs du Vlaams Belang et de l'Open Vld )

Eh bien, oui! Cela ne me pose aucun problème. La vérité, c'est votre bilan que nous voyons aujourd'hui!

Voorzitter:

Vous avez la parole, madame Maouane.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le président.

J'allais répondre, mais je crois que les applaudissements de l'extrême droite constituent la meilleure des réponses aux propos de M. Bouchez. C'est la meilleure des réponses! Georges-Louis Bouchez, le président du MR, reçoit une standing ovation du Vlaams Belang. Je crois que ça se passe de commentaires!

Je pensais que M. Bouchez allait prendre la parole pour s'excuser de m'avoir encore une fois interrompue. Je pensais qu'il allait s'excuser d'interrompre encore une fois quelqu'un qui a la parole et qui dit quelque chose qui lui déplaît. Malheureusement, il ne le fait pas. Mais je n'en suis pas vraiment surprise.

Monsieur Bouchez, si vous aimez tant le Qatar, qui est pour vous ce modèle de démocratie, rejoignez vos Frères musulmans là-bas!

(Mevrouw Almaci vraagt het woord)

Voorzitter:

U bent niet bij naam genoemd. U kunt moeilijk een persoonlijk feit inroepen, als u niet genoemd bent.

Sofie Merckx:

Monsieur le président, je ne souhaite pas introduire un fait personnel, mais je trouve simplement très particulière la manière dont la réunion se déroule. Il suffit que quelqu’un soit présent sans être inscrit au débat et qu’il crie sur une personne, en l'empêchant ainsi de continuer à s’exprimer, pour entraîner un fait personnel. Vous devriez plutôt rappeler à l’ordre la personne qui a crié afin qu’elle cesse de le faire. Je suis désolée, il ne s'agit pas d'un fait personnel.

Moi aussi, je pourrais crier durant toute la plénière jusqu’à ce qu’on cite mon nom pour obtenir cinq minutes de parole. Ce n’est pas une façon de procéder ! Lorsqu'on veut intervenir dans un débat, il faut s’inscrire. Un fait personnel n’existe que lorsqu’il s’agit réellement de propos tenus à l’égard d’une personne, pas quand on interrompt la séance.

Voorzitter:

Ik heb mevrouw Maouane de 30 seconden gegeven die haar door onderbrekingen werden ontnomen. Dat betekent dat zij haar hele uiteenzettingen heeft kunnen doen. Ik heb kunnen vaststellen dat mevrouw Maouane de heer Bouchez in het debat betrokken heeft. Sommige collega's – ik spreek in het algemeen – vinden er een zeker plezier in om, ofwel persoonlijke feiten uit te lokken, ofwel om daar gebruik van te maken om zich bijkomend in het debat te mengen. Ik moet daarbij een heel dunne lijn bewandelen. Niet elke manier van naamvermelding volstaat, anders zouden we hier oeverloos debatteren. Bovendien kan de betrokkene – dit is het gevolg van het uitlokken van een persoonlijk feit - ook daarna weer het woord nemen. Misschien moeten we eens nadenken over die formule in het Reglement, want er wordt daar veelvuldig misbruik van gemaakt. Ik heb geoordeeld dat hier sprake was van een persoonlijk feit. Mevrouw Maouane heeft de kans gekregen om daarop te reageren. Dat betekent ook dat ik u geen persoonlijk feit toesta, mevrouw Almaci. Uw naam is genoemd, maar uw fractie heeft de tijd gekregen om haar zeg te doen . Ik vrees dat, wanneer u een persoonlijk feit krijgt toegewezen, de heer Bouchez daarna twee minuten krijgt om daarop te reageren, waarna vervolgens weer een andere naam kan volgen. We zullen daar paal en perk aan stellen. De twee fracties hebben uitgebreid van gedachten kunnen wisselen. Ik ga nu over tot de orde van de dag.

De dringend noodzakelijke aanhoudende en versterkte druk op Israël

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Achraf El Yakhloufi noemt het staakt-het-vuren in Gaza "een dikke leugen", wijzend op aanhoudende bombardementen, hongersnood en 350 doden na 10 oktober, terwijl Belgische banken en bedrijven volgens hem de bezetting financieren—hij eist concrete sancties en een investeringsverbod voor Belgische banken die Israëlische nederzettingen steunen. Maxime Prévot erkent de fragiele wapenstilstand en humanitaire crisis (belemmerde hulp, geweld door kolonisten, IDF-schendingen van internationaal recht), maar benadrukt enkel verbaal protest (bv. veroordeling UNRWA-inval). El Yakhloufi dringt aan op dwingende economische maatregelen om druk uit te oefenen, met de leus: "Spreken in de taal van het geld."

Achraf El Yakhloufi:

Voordat ik begin, richt ik mij tot alle collega’s hier. De burgers hebben hier niets aan. Als wij beleid willen voeren, hebben zij niets aan de show die hier wordt opgevoerd.

Collega’s, the ceasefire is a big fat lie , het staakt-het-vuren is een dikke leugen. Dat is wat de mensen in Gaza vandaag zeggen. Dat is de harde waarheid, de harde realiteit. Wat is er veranderd voor de mensen na 10 oktober, na het zogenaamde staakt-het-vuren? Helemaal niets. De bombardementen gaan gewoon door. De gedwongen verhuizing van de Palestijnen gaat gewoon door. De blokkade van voedsel en drinkwater gaat gewoon door. Sterker nog, de bezetting wordt elke dag sneller en agressiever. Sinds 10 oktober zijn er 350 Palestijnen gestorven. Van welk staakt-het-vuren is hier sprake? Pasgeboren baby’s zijn ondervoed. Elke dag vechten zij voor hun leven. Daarnaast zijn er meer dan 700.000 Israëlische kolonisten in de bezette gebieden, verspreid over 280 nederzettingen. Ja, the ceasefire is a big fat lie .

Vergis u niet, de bezetting gebeurt niet zomaar. Dat wordt niet alleen gedaan door de betrokkenen, ook banken en bedrijven zijn erbij betrokken, banken die de financiering steunen en bedrijven die met bulldozers en technologieën het enige ziekenhuis dat daar staat platgooien.

Mijnheer de minister, sinds 2 september hebben wij in Europa een sterk akkoord bereikt met harde sancties. In plaats van te wachten op Europa, nemen wij zelf maatregelen: verlies van tegoeden van Israëlische misdadigers, inreisverbod en een nationale importban, op papier. Ik heb één vraag. Welke sancties zijn er inmiddels daadwerkelijk doorgevoerd? (…)

Maxime Prévot:

Mijnheer El Yakhloufi, in oktober heb ik het plan voor Gaza, dat voorgesteld werd door president Trump en aanvaard werd dankzij de bemiddeling van Egypte, Qatar en Turkije, met voorzichtig optimisme verwelkomd.

Enerzijds zijn de gevechten in Gaza grotendeels tot stilstand gekomen, maar anderzijds blijven er grote uitdagingen bestaan. De wapenstilstand is fragiel. Het geweld gaat door, wat extra burgerslachtoffers veroorzaakt. Humanitaire hulp wordt nog steeds belemmerd door het blokkeren van dual - use goods en door de voortdurende sluiting van de grensovergangen Rafah en Allenby.

De aangekondigde verhuizing van 1 miljoen mensen naar zogenaamde alternatieve veilige gemeenschappen en het aanhouden van beperkingen voor UNRWA en ngo’s baren ernstige zorgen, evenals de Israëlische aankondigingen dat de IDF zich niet uit Gaza zou terugtrekken. Dit alles vormt nog steeds een ernstige bedreiging voor het noodzakelijke respect voor het internationaal humanitair recht.

Nog deze week heb ik de inval van de Israëlische veiligheidsdiensten in een UNRWA-complex in Oost-Jeruzalem veroordeeld, ondanks het feit dat de infrastructuur van de Verenigde Naties onaantastbaar is onder het internationaal recht.

Intussen is het geweld door kolonisten op de Westelijke Jordaanoever nooit zo hoog geweest in de afgelopen 20 jaar, terwijl de IDF nieuwe militaire interventies in het noorden uitvoerde. Dit leidde tot moorden op onschuldige mensen en tot gedwongen verplaatsingen. Ik heb dit publiekelijk veroordeeld, in het bijzonder de beelden waarop Israëlische soldaten burgers die zich overgeven koelbloedig neerschieten (…)

Voorzitter:

Bedankt, mijnheer de minister.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza moet stoppen, daarover is iedereen het eens. Toch blijven Belgische banken en bedrijven Israëlische bezettingen financieren. Dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Wij kozen vanaf het begin de kant van de slachtoffers, van alle onschuldige slachtoffers. Dat doen we nu opnieuw. Ons voorstel ligt klaar, wij vragen een investeringsverbod voor alle Belgische banken die met ons spaargeld Israëlische bezettingen financieren. No way. Laten wij de taal spreken die de banken en Netanyahu goed begrijpen, namelijk de taal van het geld. Wij rekenen op u, mijnheer de minister. België moet er alles aan doen om de horror in Gaza te stoppen en vooral om die mensen te helpen.

De uitvoering van het nieuwe Europese migratiebeleid
De solidariteitsbijdrage
De nieuwe terugkeerverordening
Het Europese migratie-, solidariteits- en terugkeerbeleid

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 11 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese migratiedeal—met terugkeerhubs in derde landen en versnelde uitzetting van afgewezen asielzoekers—wordt door MR en minister Van Bossuyt (N-VA) verwelkomd als noodzakelijke versterking van een inefficiënt systeem (slechts 20% terugkeer uitgevoerd), maar stuit op fundamentele kritiek: Vlaams Belang ziet het als "cultureel doodvonnis" door massale immigratie (België nu 3e in EU voor asielaanvragen per capita), terwijl Groen (Vandemaele) het afdoet als dure, juridisch onhoudbare "schijnoplossingen" die mensenrechten ondermijnen en falen zoals het Amerikaanse model. Van Bossuyt verdedigt de deal als pragmatische oplossing—met 30% lagere Belgische bijdrage (€12,9m ipv €18,5m) en weigering om extra asielzoekers op te nemen—maar benadrukt dat solidariteit met grenslanden (financieel, niet via opvang) cruciaal is; Hongarije’s weigering wordt genuanceerd (vrijstelling omwille van Oekraïense druk). MR steunt de plannen als noodzakelijk voor een "duurzaam asielsysteem", terwijl Groen en VB de minister ideologisch motiveren (VB: "bewuste bevolkingsvervanging"; Groen: "statistiekcosmetiek" zonder echte oplossingen). De kernconflicten: efficiëntie vs. menselijkheid (terugkeerhubs, kinderdetentie), Europese solidariteit vs. nationale soevereiniteit (afkoopsommen, verplichte opvang), en de rol van mensenrechten (EVRM als "hinderpaal" vs. fundamentele waarde). Concreet blijft onduidelijk hoe, waar en wanneer de hubs operationeel worden—en of ze juridisch en financieel houdbaar zijn.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, à l'heure où l'Europe redéfinit les contours de sa politique migratoire, des États membres et des partis dont le MR saluent ici une avancée historique: la création de hubs de retour hors de l'Union et la possibilité de renvoyer des demandeurs déboutés vers des pays tiers dits "sûrs". Ces hubs constituent une évolution importante du cadre européen.

Par cet accord, l'Union se dote enfin d'outils concrets pour renforcer les procédures de retour et assurer également une répartition plus efficace des responsabilités. Il était temps, car notre système d'accueil ressemble à un chantier où l'on voudrait bâtir étage après étage sans avoir finalement de fondations stables. À force d'ajouter du poids sans pause, ce n'est pas la volonté qui manque, mais c'est la stabilité. Rien ne tient vraiment et rien ne peut s'ancrer durablement. Pour garder un cap clair et assurer une place sûre à ceux qui en ont réellement besoin, il faut éviter la surcharge et rétablir l'équilibre.

Les décisions européennes vont précisément dans cette direction et offrent les moyens de stabiliser l'ensemble du système de l'asile. Ces avancées appellent aussi certaines clarifications, en particulier quant aux conditions de mise en œuvre dans les pays tiers.

Madame la ministre, avez-vous une idée du calendrier dans lequel les institutions européennes adopteront définitivement les textes juridiques? Comment la Belgique envisage-t-elle de mettre en œuvre ces nouvelles dispositions? Comment et par qui sera assuré le contrôle du respect des droits humains dans ces hubs de retour, afin de s'assurer que ces mesures s'inscrivent dans nos engagements européens? Quelle part financière la Belgique devra-t-elle assumer? Quelle est la répartition du financement de ces différents dispositifs? Enfin, pouvez-vous nous donner aujourd'hui le pourcentage de décisions de retour effectivement exécutées en Belgique?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, als de vreemdelingenpopulatie aan dit tempo blijft groeien, zal binnen negentien jaar nog maar de helft van de bevolking Vlaamse roots hebben. Vorig jaar telden we zoveel asielzoekers dat we heel de stad Ninove konden vullen en dit jaar kunt u opnieuw al Aalter vullen. Dat zijn 70.000 mensen op twee jaar tijd.

Veronderstel eens dat uw huis tot de nok vol zit en uw huisbaas u tot een keuze verplicht: ofwel propt u er nog meer mensen bij, ofwel betaalt u een boete omdat u er niet nog meer wilt bij nemen. Dat is precies waartoe de Europese Unie ons nu wil verplichten. Dat noemt men verplichte solidariteit. We moeten dus ofwel meer asielzoekers opnemen, ofwel een boete betalen van 13 miljoen euro. Hongarije en Polen weigeren nu al om te plooien voor de verplichte solidariteit, nul euro en nul extra asielzoekers.

Als u werkelijk wilt dat er binnen negentien jaar nog iets overblijft van Vlaanderen en van de Vlamingen, dan is de vraag niet of u asielzoekers hebt afgekocht of hebt overgenomen van andere lidstaten, maar dan is de vraag of u immigratie wel degelijk gestopt hebt.

Mevrouw de minister, kiest u voor het voortbestaan van Vlaanderen of kiest u voor de vervanging van onze eigen mensen?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, ik denk dat u welgezind van de Europese top bent teruggekeerd, want het stoere Belgische asiel- en migratiebeleid wordt nu ook Europees uitgerold. In die zin zijn jullie een beetje de slippendragers van het extreemrechts gedachtegoed dat Donald Trump hier probeert te installeren. Dat is eigenlijk ook wat minister Prévot daarstraks heeft geantwoord: over asiel en migratie zitten we op dezelfde lijn als de Verenigde Staten.

Het domste migratiebeleid ooit wordt nu dus naar een Europese dimensie getild. De vraag is uiteraard of dat door het Europees Parlement zal raken. Dat valt te betwijfelen. Ik hoop alvast dat men daar intelligenter is dan op de migratietop.

Ik begin bij de terugkeerhubs. Dat idee gaat al langer mee, maar iedereen weet dat zulke hubs duur zijn, weinig intelligent zijn, heel veel geld kosten en met grote juridische obstakels gepaard gaan. Waarom zet u daarmee door als u weet dat die schijnoplossing er nooit zal komen? Heel concreet, bent u van plan om daarin kinderen op te sluiten? Daarover schijnt nog discussie te bestaan.

België zal meebetalen aan het solidariteitsmechanisme. De vraag is echter wat er gebeurt als Hongarije, een land waaraan wij ons steeds meer spiegelen, nu al zegt niemand extra op te nemen en niet te zullen betalen. Stort het kaartenhuisje van de deal dan niet helemaal in, wanneer Hongarije weigert om mee te doen?

Mijn volgende vraag gaat over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het verdrag zelf. Dat vallen jullie steeds vaker aan. Mensenrechten zijn voor jullie duidelijk een vervelende hinderpaal. Gaat u daarmee door? Hoe beschouwt u dat?

Mevrouw de minister, uw migratiesprookje, dat in de realiteit op het terrein voor veel mensen een nachtmerrie is geworden, gaat almaar verder. Wanneer komt u uit uw ideologische loopgraven?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Vandeberg, mevrouw Van Belleghem en mijnheer Vandemaele, dank u voor uw vragen.

Mijnheer Vandemaele, u spreekt over het domste migratiebeleid. Ik denk dat vooral dom was wat uw partij in de vorige regering heeft gedaan, namelijk te zeggen: kom maar allemaal af, en dan zien we wel. Ik denk dat dat heel dom was.

De vergadering van maandag van de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was inderdaad bijzonder belangrijk. Er werd tussen de lidstaten een akkoord bereikt over drie belangrijke voorstellen die het Europese asiel- en migratiebeleid verder aanscherpen.

Madame Vandeberg, le nombre de décisions de retour exécutées à l'échelle européenne est environ d'une sur cinq. Je suis sûre que nous sommes d'accord pour dire que c'est beaucoup trop peu. C'est pourquoi je suis convaincue que ces trois propositions constituent ensemble le noyau de ce qui est nécessaire pour appliquer une politique de retour crédible. La directive Retour en vigueur date de 2008 et n'est plus adaptée à la réalité d'aujourd'hui. Un nouveau règlement nous offrira beaucoup plus d'instruments pour mener une politique de retour forte et efficace. Une liste européenne de pays d'origine sûrs ainsi que l'extension du concept de pays tiers sûrs permettront également de rejeter plus rapidement les demandes d'asile.

Het voorstel voorziet ook in de mogelijkheid van terugkeerhubs. Dat is één van de elementen van externalisering die ik verwelkom. Ik ben er namelijk van overtuigd, mijnheer Vandemaele, dat dat een belangrijk instrument kan vormen voor een effectief terugkeerbeleid.

De plaatsing van gezinnen met minderjarigen in terugkeerhubs, wordt binnen de regering besproken.

Er werden vragen gesteld over de timing en de uitvoering. Madame Vandeberg, het gaat om voorstellen waarover de onderhandelingen met het Europees Parlement nog moeten beginnen.

Madame Vandeberg, nous entamons les négociations avec le Parlement européen. Par conséquent, nous ne pouvons pas encore vous indiquer quand le nouveau règlement entrera en vigueur.

En tout cas, nous continuerons à peser sur les négociations, comme nous l'avons fait ces derniers mois. Nous avons déjà réussi à faire inclure dans le texte la possibilité d'une interdiction d'entrée à vie et le manque de coopération comme motif explicite de détention.

We zijn er ook in geslaagd om het verplicht karakter van de wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten te laten schrappen, aangezien dat een risico op meer secundaire migratie inhoudt.

Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Vandemaele, met betrekking tot uw vragen over de Europese solidariteitspool wil ik eerst en vooral benadrukken dat wij een loyale partner zijn binnen Europa en onze verplichtingen ten aanzien van de lidstaten aan de buitengrenzen nakomen. Laat mij echter ook duidelijk stellen dat wij geen asielzoekers uit andere landen naar hier zullen halen. Onze opvang zit vol.

Onze financiële bijdragen kunnen de lidstaten aan de buitengrens echter helpen om structurele maatregelen te nemen, zodat de instroom in de Europese Unie vermindert, wat ook ons ten goede komt. Of bent u misschien gekant, mevrouw Van Belleghem, tegen sterkere buitengrenzen?

Ten slotte, terwijl u de voorbije weken op sociale media toeterde over de Belgische bijdrage, heb ik er in alle discretie achter de schermen voor gezorgd dat die voorlopig begrensd wordt tot 12,9 miljoen euro, terwijl dat aanvankelijk 18,5 miljoen euro was. Dat is een daling van 30 %. Ik vind het erg vreemd dat uw partij daarop schiet. Blijkbaar vliegt het Vlaamse Belang liever extra asielzoekers binnen dan een afkoopsom te betalen, terwijl dat laatste op termijn de goedkoopste oplossing is.

U verwijst graag naar Polen, daarnet opnieuw, dat zou weigeren te betalen. Ofwel weet u niet hoe het systeem werkt, ofwel verkoopt u fakenieuws. Polen weigert niet om te betalen, maar heeft recht op een vrijstelling met goedkeuring van de Europese Commissie, vanwege van het enorm aantal Oekraïense ontheemden en illegale grensoverschrijdingen in het land.

Ook de komende maanden blijf ik intensief werken aan een bijkomende verlaging van het Belgisch aandeel in de solidariteitspool. In de marge van de Raad maandag had ik daartoe al een eerste bilaterale ontmoeting met de Griekse bevoegde minister. Die gesprekken worden de komende weken voortgezet.

Mijnheer Vandemaele, u had een vraag over Straatsburg, over het EVRM. Ik heb niemand horen pleiten voor een afzwakking van het EVRM. Het is vooral heel belangrijk dat we het systeem klaarmaken voor de toekomst. Vandaag moeten we vaststellen dat we illegale criminelen niet kunnen terugsturen, bijvoorbeeld vanwege van bepaalde interpretaties van dat verdrag. Als we dat verdrag voor de toekomst willen veiligstellen, dan moet het anders.

Victoria Vandeberg:

Merci, madame la ministre, pour vos réponses.

Le MR se réjouit de l'accord européen et soutiendra pleinement sa mise en œuvre. Il était temps de restaurer l'efficacité et la crédibilité de notre politique d'asile. Vous parliez d'un cinquième des retours qui sont effectifs; cela illustre le manque d'efficacité actuel.

Soyons clairs, notre système d'accueil est pour le moment saturé, contrairement à ce que certains veulent faire penser. La Belgique ne peut pas tout assumer seule. Il faut réduire les incitants à l'asile en l'absence de besoins réels de protection, et éviter ce shopping de l'asile qui mine cette solidarité européenne.

Des mesures ont déjà été votées ici même, sous votre impulsion, mais il est maintenant urgent que les résultats soient visibles rapidement. Accélérer le retour lorsqu'une demande est rejetée, ce n'est pas de l'idéologie, c'est du bon sens. C'est ainsi que nous pourrons bâtir un système juste, où les personnes qui en ont vraiment besoin pourront être accueillies, et durable.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, u bent geen slippendrager van extreemrechts, u draagt de slip van Ursula von der Leyen. In 2024 stonden wij op de vijfde slechtste plaats qua aantal asielaanvragen per capita. Dankzij uw beleid zijn wij naar de derde plaats gestegen, nog slechter dus. Wij hebben een derde meer asielaanvragen dan Duitsland, dubbel zoveel als Nederland en drie keer zoveel als Zweden.

De waarheid is dat wij voor een beschavingskeuze staan, aangezien in sommige gemeenten al meer dan 70 % van de bevolking van vreemde herkomst is. Dat is geen natuurramp, maar een doelbewuste politieke keuze. Die keuze hebben wij nooit gemaakt en de Vlaming heeft daarvoor nooit gestemd.

Het Europees migratiebeleid is een doodvonnis voor onze cultuur en onze identiteit. Het is een schande dat u daaraan meewerkt.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, zet die plaat af. U laat telkens opnieuw hetzelfde riedeltje horen. Blijkbaar lukt het u niet om een debat op een ernstig niveau te voeren. Het gaat altijd over mijn partij en over het verleden. Het gaat hier vandaag echter over uw beleid. Met uw beleid probeert u het Vlaams Belang langs rechts voorbij te steken. Met uw beleid schoont u de statistieken op. U laat mensen verdwijnen uit uw statistieken, maar niet uit hun miserie. Daarover gaat het. U verkoopt stoere praatjes, maar we weten dat uw oplossingen, zoals terugkeerhubs, niet zullen werken. Als het toch anders zou uitkomen, dan zal het bijzonder veel geld kosten. Bovendien valt het juridisch gezien niet te onderbouwen. In plaats van uw domme, onrealistische, onwerkbare en juridisch niet te onderbouwen ideeën te exporteren, zou u hier beter een echt deugdelijk beleid op poten zetten. Dat zou u sieren als minister.

De strijd tegen drones
Het C-UAS-droneteam
De hulp van buurlanden in de strijd tegen drones
De buitenlandse militaire steun tegen de dronedreiging
De lessen uit Oekraïne in de strijd tegen drones
De inzet van buitenlandse counterdroneteams
Het NASAMS-luchtverdedigingssysteem en de ontwikkeling van een meerlagige luchtafweer
De samenwerking tussen de NAVO- en de EU-lidstaten in de strijd tegen drones
Internationale samenwerking en technologie tegen dreigingen van drones

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës urgente aanpak van dronedreigingen, met 50 miljoen euro voor directe defensie-investeringen (o.a. radars, brouilleurs, drone guns) en een toekomstig 500-miljoenprogramma (2026) met Europese NAVO-partners, waarbij lokaal ankerpunt en strategische autonomie centraal staan. Minister Francken (Defensie) benadrukt de samenwerking met buitenlandse partners (Duitsland, Frankrijk, VK, VS) voor kennisuitwisseling en gap-filling, maar bekritiseert gebrekkige coördinatie met Binnenlandse Zaken/politie – ondanks bestaande structuren zoals het NASC – en pleit voor Defensie als leidende actor, met gedeelde middelen voor civiele doelen (luchthavens, nucleaire sites). Kritiekpunten: Lacroix (MR) prijst Franckens reactiesnelheid maar hekelt de afwezigheid van minister Quintin (Binnenlandse Zaken), terwijl Vander Elst (N-VA) en Ponthier (Vooruit) structurele samenwerkingsfouten aanwijzen, inclusief onduidelijke rules of engagement en vertraagde politiële inzet; lessen uit Oekraïne (snelle innovatie, gelaagde verdediging) moeten volgens Francken vertaald worden in Belgische doctrine en training, met nadruk op Europese strategische partnerschappen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, le 7 novembre dernier, le Conseil des ministres a trouvé un accord de principe sur un plan de financement de 50 millions d’euros destiné à la lutte contre les drones. Si aucune décision définitive n’a été prise, j’ai pris connaissance, aujourd'hui, d’un article de presse annonçant que vous auriez déjà réalisé une commande de l’ordre de 2 millions d’euros, ce qui ferait de vous l’un des ministres les plus réactifs. Nous n’étions pas d’accord tout à l’heure, mais sur le plan des drones, je salue votre action.

Monsieur le ministre, la presse évoque des achats de radars bas niveaux, de brouilleurs et d’armes portatives de neutralisation de type drone gun . Pouvez-vous nous détailler de manière précise la liste du matériel soumise au Conseil des ministres? À quel moment une décision définitive sera-t-elle prise, en tenant compte des actualisations intervenues depuis que j’ai posé ma question?

Ma seconde question porte sur la manière dont le gouvernement entend garantir la rigueur et la transparence de ce processus d’acquisition. J’ai en effet appris que la Turquie pourrait potentiellement figurer parmi les partenaires capables de fournir des solutions rapides face à cet enjeu majeur. Vous décrivez d’ailleurs Ankara comme un ami et un allié au sein de l’OTAN.

Pourriez-vous préciser vos intentions à ce sujet? Allez-vous solliciter l’Agence de soutien et d’acquisition de l’OTAN, qui, comme vous le savez, fait actuellement l’objet de vives critiques en raison du scandale qui la touche? Des achats auprès d’autres entreprises basées sur le sol européen sont-ils envisagés? Un recours à un programme européen en la matière est-il étudié? Un programme de la Defence, Industry and Research Strategy (DIRS) est-il également étudié?

En séance plénière, j’ai pu interroger le ministre de l'Intérieur, Bernard Quintin, suite aux survols de drones près de plusieurs entités critiques, dont l’aéroport de Bruxelles-National et celui de Liège. Le ministre de l’Intérieur a expliqué vouloir s’appuyer sur les moyens renforcés de l’armée, laissant entendre que les 50  millions d’euros mobilisés en urgence par la Défense à ce sujet seraient également utilisés pour la protection des sites civils. Que pouvez-vous nous dire à ce propos? Cela signifie-t-il que les 50 millions d'euros destinés à la lutte anti-drones pour sécuriser nos infrastructures militaires profiteront aussi aux polices fédérale et locales, dont c’est la compétence première?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, de geschiedenis van het drone ‑ incident, ondertussen al enkele weken geleden, zal ik niet opnieuw vertellen, want die kennen we allemaal.

Mijn vraag gaat specifiek over de co ö rdinatie tussen Defensie, de politie en de luchthavenautoriteiten. In de pers lazen we dat die samenwerking beter kon worden georganiseerd.

Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen over hoe u dat in de toekomst ziet, hoe u de coördinatie en de commandovoering tussen Defensie, de federale politie, de luchthavenautoriteiten en andere betrokken diensten wilt optimaliseren. Ik denk dat dat absoluut nodig is.

We hebben ook nog buitenlandse hulp gekregen. Hoe ziet u dat geheel evolueren, om toekomstige drone ‑ incidenten op een effici ë nte en accurate manier aan te pakken?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de problematiek is al meermaals geschetst, dat ga ik niet opnieuw doen. Het gaat mij vooral om de coördinatie en de samenwerking. Het slechtste wat men kan doen, is de paraplu’s opentrekken en verklaren tot waar de bevoegdheid van Defensie reikt en waar de bevoegdheid Binnenlandse Zaken begint. Bij zo’n hybride vorm van dreiging moet men aan hetzelfde zeel trekken en is eenheid van commando noodzakelijk. Gezien de investeringen in de defensieportefeuille in hybride oorlogsvoering en counterdronesystemen, vind ik dat dat bij Defensie moet liggen en dat Defensie daarin de lead moet nemen.

In tussentijd zijn er heel wat stappen gezet. Er is het NASC, waardoor de samenwerking tussen Binnenlandse Zaken, Mobiliteit/skeyes en Defensie zou moeten verbeteren. We hebben ook hulp van buitenlandse partners gekregen, van buurlanden Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Mijnheer de minister, hoe verloopt die samenwerking en ondersteuning, in de eerste plaats met Binnenlandse Zaken, skeyes/Mobiliteit met betrekking tot de luchthavengebieden, maar ook met de defensiediensten van de buurlanden? Op welke manier zullen zij helpen om belangrijke civiele doel te beschermen, zoals luchthavens en nucleaire sites?

Wordt Binnenlandse Zaken daarbij betrokken en welke rol spelen de politiediensten?

Is de samenwerking met de defensiediensten van de buurlanden alleen gericht op militaire sites, of wordt ook samenwerking en coördinatie voor het gehele grondgebied bekeken?

Een tweede vraag gaat over de lessen die we hebben getrokken of nog aan het trekken zijn uit de oorlog in Oekraïne en de strijd tegen de drones. Als er één klein voordeel schuilt in de gruwelijke oorlog met de Russische agressor, is het wel dat er een gigantische technologische en innovatieve vooruitgang op het gebied van drones is geboekt. We kunnen bijzonder veel leren van Oekraïne in hoe zij drones en counterdronetechnologie tegen de Russische agressor inzetten.

Mijnheer de minister, welke concrete lessen hebt u reeds getrokken voor de Belgische defensie uit de inzet van onbemande systemen door Rusland in Oekraïne? Op welke manier wordt samengewerkt met civiele actoren om een coherente verdediging tegen dergelijke dreigingen op te zetten en permanent te verbeteren? Zijn er rechtstreekse contacten of samenwerkingen tussen Belgische militairen of de Belgische defensie-industrie en Oekraïense militairen en de Oekraïense defensie-industrie?

Hoe wordt nagedacht over het versnellen van aankoopprocedures? Hebt u daarvoor bijvoorbeeld al overleg met de Inspectie van Financiën gehad?

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, intussen lijken de drone-incidenten, althans voor de publieke opinie, in het verleden te liggen, maar niet voor ons. Er verschijnen geen mediaberichten meer over dronemeldingen, niet boven militaire bases en niet boven luchthavens. Voor de publieke opinie lijken die meldingen als sneeuw voor de zon te zijn verdwenen. We zouden daaruit allerlei conclusies kunnen trekken, maar dat zou voorbijgaan aan de essentie van het debat, dat bijzonder belangrijk blijft.

Nochtans was er een hele reeks waarnemingen van drones boven militaire bases en civiele sites. Recente drone-incidenten boven de luchthavens van Zaventem en Bierset hebben geleid tot een tijdelijke stillegging van het luchtverkeer. Dat veroorzaakt vanzelfsprekend aanzienlijke economische schade.

Er werd gekozen voor een discrete inzet van defensie, in samenwerking met andere veiligheidsdiensten, de politie en ook met buitenlandse militaire teams uit Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Daarover gaat mijn vraag. Die buitenlandse partners zullen niet alleen technische ondersteuning bieden, maar mogelijks ook, zo stelde u, lacunes in ons eigen detectie- en neutralisatiecapaciteitssyteem blootleggen.

Dat wij hulp inroepen van het buitenland, terwijl de politie reeds beschikt, zo vernemen we recent, over een gespecialiseerd anti-droneteam dat drones kan neerhalen of vangen, wekte recent in de media hier en daar enige verbazing. U hebt daar al kort op geantwoord in de plenaire vergadering, maar ik heb toch nog een aantal vragen.

Mijnheer de minister, kunt u concreet de opdracht van de Belgische Defensie toelichten op de luchthavens van Luik en Zaventem? Wat zijn de rules of engagement van Defensie?

Kunt u ook toelichten welke concrete ondersteuning de buitenlandse partners Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk momenteel op het terrein leveren, zowel qua capaciteiten, middelen, inzetlocaties als duur? Wat zijn ter zake de rules of engagement ? Welke kosten zijn daarmee verbonden en hoe worden die tussen de verschillende partners verdeeld?

Welke concrete tekortkomingen in onze eigen anti-dronecapaciteiten worden door de buitenlandse teams opgevuld? Heeft hun werkwijze of inzet invloed op het recent in dit Huis goedgekeurde counter-droneplan en moet het plan worden bijgestuurd?

Hoe zijn de samenwerking en communicatie verlopen met het gespecialiseerde droneteam van de politie? Waar ziet u knelpunten voor toekomstige communicatie? Worden momenteel middelen of capaciteiten uitgewisseld tussen Defensie en dat team? Zo nee, waarom niet?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, over heel het dronegegeven is al zeer veel gezegd en geschreven. Er is ook heel wat onzin over verkondigd en gepubliceerd, zowel door zelfverklaarde experts op sociale media, wat men hen misschien niet kwalijk kan nemen, als door personen van wie men toch enige expertise in het domein zou mogen verwachten. Dat maakt uiteraard deel uit van de strategie van wie daar ook achter zit. Nogmaals, waarschijnlijk zullen we nooit exact de vinger kunnen leggen op de oorsprong, maar net dat was ook de bedoeling.

Het gaat dus niet over spionage, maar over het tegen elkaar opzetten van mensen, aantonen dat men dingen kan testen en mensen kan pesten, zoals ik het eerder heb genoemd.

Collega’s, ik vind het een vorm van solidariteit dat buitenlandse droneteams ons zijn komen versterken. Dat is waar Europa voor staat, dat is waar de NAVO voor staat. We are NATO . Wij helpen elkaar wanneer dat nodig is. Dat is absoluut geen schande voor ons land. Integendeel, dat is een vorm van solidariteit op het vlak van onze collectieve defensie.

Mijnheer de minister, mijn vraag sluit daarbij aan. Hoe evalueert u de inzet van die buitenlandse militairen op ons grondgebied? Ik begrijp dat bepaalde aspecten mogelijk niet voor deze openbare vergadering bestemd zijn, maar dan kom ik daar zeer graag op terug tijdens de besloten vergadering van de commissie voor de Opvolging van militaire missies, indien dat nodig is. Ik dank u nu al voor uw antwoord.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, ik heb eveneens een vraag ingediend over de antidronetechnologie en het dronelab in Geel. Mijn vraag was later ingediend. Intussen zijn de vragen samengevoegd tot een actualiteitsdebat. Ik weet niet of over het dronelab in Geel al informatie beschikbaar is.

Theo Francken:

(…)

Koen Metsu:

In dat geval zal ik mijn vraag niet nu, maar op een later moment stellen.

Voorzitter:

Wensen nog collega’s aan te sluiten bij de vragen in het actualiteitsdebat? (Nee)

Theo Francken:

Geachte Kamerleden, over drones is inderdaad al veel gezegd. Ik wil toch nog eens herhalen wat ik ook reeds bij een vrijdaguitzending van De afspraak heb gezegd. Soms werd beweerd dat alles fake was en dat er helemaal geen drones hebben gevlogen. Dat is absoluut niet correct.

Een commissie met verschillende ministers zou een en ander normaal dit jaar onderzoeken, maar dat zal niet lukken. Het zal dus volgend jaar gebeuren. Ik besef dat dat laat is, maar de agenda’s zijn niet altijd goed op elkaar af te stemmen. Aan het einde van het jaar zijn er allerlei activiteiten, zoals de tour van vorige week naar Afrika en volgende week in Europa, voor de kerstcadeaus en om onze militairen te bedanken. Dat maakt de agenda nog voller. Het zal dus pas in januari plaatsvinden.

Achter gesloten deuren zal er een briefing komen met meer details, maar dat kan en zal ik niet in deze openbare vergadering bespreken, ook al omdat dat onder OPSEC valt. Ik kan wel bevestigen dat er effectief drones zijn waargenomen, zowel op de radar als visueel door mensen van de wacht. Het ging niet om vliegtuigen of een ster.

Op een bepaald moment waar er heel veel meldingen. Mensen zagen ze vliegen. Wat was er gebeurd? De luchthaven van Zaventem werd gesloten na een dronemelding. Alle aankomende vliegtuigen kwamen vanuit het oosten, over Oost-Brabant, waar ik woon, en Limburg, en bleven daar ongeveer een half uur laag rondcirkelen met de lichten aan. Op dat moment kregen we heel veel meldingen van drones. Het was donker en alle vliegtuigen vlogen laag, wat natuurlijk vragen opriep. Dat waren geen drones, maar vliegtuigen. Die situatie heeft wel veel dronemeldingen met zich meegebracht.

Er zijn echter wel degelijk drones waargenomen. Wat sommigen beweren, dat er nooit drones zijn geweest, is absoluut onjuist. In de commissie achter gesloten deuren zal ik verder kunnen toelichten op basis waarvan we dat hebben kunnen waarnemen.

Het is daarnaast een hardnekkige misvatting dat alle drones plots verdwenen zijn. Ik lees dat heel vaak. Er was sprake van 50 miljoen euro, en ineens, hocus, pocus, pats, zijn alle drones weg. Zo is het dus niet verlopen. De luchthaven van Zaventem is overigens twee of drie dagen geleden nog gesloten geweest vanwege een dronemelding. In het Nederlandse Volkel is er een flying object geweest, een drone in de lucht, waardoor de F-16's zelfs in QRA zijn gegaan. Drones zijn dus niet verdwenen. Het is soms redelijk hallucinant wat er allemaal op sociale media circuleert, maar ik kan dat alleen maar tegenspreken. Ieder moet maar zijn eigen mening vormen; dat is voor mij allemaal geen probleem.

Onze troepen hebben concrete steun gekregen van Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Wie precies wat en hoe heeft geleverd, licht ik niet toe in een publieke commissie. Dat zouden de betrokkenen niet appreciëren, dat begrijpt u wel. In een besloten commissie kan ik verder toelichten wat al is gebeurd en wat nog bezig is, en dat zal ik dan ook zeker doen.

Wat de 50 miljoen euro betreft, daar zijn we volop mee bezig. We beschikken over beperkte capaciteiten, maar nu komt er wel wat extra bij.

Monsieur Lacroix, c’est une bonne question. Vous avez raison sur un point; je ne le nie pas. Je pense qu’il est important de dire que les 50 millions sont davantage pour la défense, pour la protection des quartiers militaires. Nous avons quelques quartiers assez importants, comme vous le savez. Mais cela n’implique pas qu’il n’y a pas de possibilité de collaborer avec la police.

De plus, le grand plan anti-drones prévoit l’arrivée d’un tender en 2026, pour un demi-milliard d’euros à peu près. C’est prévu dans la vision stratégique. Une capacité policière y est spécifiquement liée.

Ook de politie zal dus bestellingen plaatsen via ons antidronecontract, en wij zullen haar dat materiaal leveren. Zo bestellen we niet dubbelop: we doen het in één keer, zodat beide over capaciteiten kunnen beschikken.

Wat betreft de luchthaven, wij zijn daar geweest met onze special forces. Dat is gebeurd. Er waren heel duidelijke rules of engagement . We zijn opgeëist door de politie. Zo gaat dat. Zo staat dat in de Politiewet. Ik weet wel dat verschillende mensen zeggen: wat is dat nu voor een belachelijke discussie; werk toch samen. Ik wil samenwerken, maar ik kan niet zomaar militairen ontplooien. Mocht ik dat zomaar met een vingerknip doen, zou ik wel een aantal vragen krijgen. Ik zou dan immers moeten verantwoorden waarom ik gewoon militairen op straat plaats zonder duidelijk opvordering. Bepaalde regels dienen gevolgd te worden. De luchthaven – niet de militaire luchthaven van Melsbroek maar de civiele luchthaven – is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de luchthavenuitbater, en ook voor de politie. Als de politie dan aan Defensie vraagt om te komen helpen, zullen wij komen helpen. Dat hebben we dan ook gedaan. In die zin is er zeker geen onwil geweest, integendeel.

Ik wil ook mijn verantwoordelijkheid niet wegduwen. Dat iedereen naar elkaar wijst, is niet mijn bedoeling. Ik wil mijn verantwoordelijkheid wel opnemen, maar ik neem niet zomaar de verantwoordelijkheid op over zaken waarin ik niets te zeggen heb. Dat zou nogal raar zijn. Ik weet dat het misschien overkwam als: wat is dat voor een discussie; werk gewoon samen. Samenwerking was wel degelijk de bedoeling, maar we moeten natuurlijk wel bepaalde regels volgen.

Ik zal kort mijn antwoord overlopen.

Een gedetailleerde uiteenzetting van de huidige 'as is'- en de toekomstige 'to be'-oplossing inzake dronebestrijding werd gegeven in de vergadering van 22 oktober van de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. Daarbij werd geduid dat de intermediaire oplossing compatibel zal zijn met de toekomstige 'to be'-oplossing, namelijk het systeem van systemen. Een verdere uitleg van de beoogde systemen kan om operationele veiligheidsredenen niet worden gecommuniceerd, maar zal ik toelichten in de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen, en ook in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies.

De dronedreiging van de afgelopen maanden, de steun van buitenlandse detachementen aan Defensie, de specifieke inzetregels, alsook het gebruik van een C-UAS-team van de politie, kunnen eveneens wegens operationele veiligheidsreden enkel besproken worden in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. De inzet van middelen van geallieerde naties op het Belgisch grondgebied is een voorbeeld van Europese en NAVO-solidariteit, zoals de heer Weydts terecht stelde.

Ik wist niet van het bestaan af van dat C-UAS-team van de politie. Ik ben geen minister van Binnenlandse Zaken. Ik heb dat moeten lezen. Het enige wat ik me afvraag is, aangezien dat effectief bestaat, waarom dat team niet heeft gemeld dat het over alles beschikt. Dat vond ik wat raar. Maar nogmaals, ik wil niemand met de vinger wijzen. Dat is een zaak voor Binnenlandse Zaken, geen zaak voor mij. Ik heb mijn handen vol met andere dingen. Ik zal daar voor de rest geen commentaar op geven. Ik mag hopen dat alles ondertussen volledig lined is en dat iedereen klaarstaat om te helpen als dat nodig is.

Les enseignements que nous pourrons tirer de cette coopération seront bien entendu partagés avec les États membres de l’Union européenne et de l’OTAN ou par le biais de contacts bilatéraux.

Dergelijke inzet gebeurt kosteloos en indien nodig neemt Defensie de kosten voor huisvesting en voeding voor haar rekening. De voorbije maanden hebben alvast aangetoond dat de informatiedoorstroming tussen alle betrokken actoren beter kan en moet.

Ons land beschikt formeel al over een National Airspace Security Center (NASC) dat werd opgericht door de vorige regering als interdepartementaal informatieknooppunt voor luchtvaartincidenten. In de praktijk zijn echter nog niet alle departementen in dat interdepartementaal centrum vertegenwoordigd, waarvoor Defensie de gastheer is op het Control and Reporting Centre (CRC) in Beauvechain.

De term luchtvaartincidenten dekt veel meer dan enkel het counterdrone-gebeuren. De recente gebeurtenissen hebben nogmaals duidelijk gemaakt waarom zo’n centrum absoluut noodzakelijk is. Het komt er nu op aan om dat NASC verder te operationaliseren en hiervoor voldoende personeel in te zetten, zodat informatie beter en sneller kan worden gedeeld. Dit was onder meer het onderwerp van een vergadering in Beauvechain op 8 december 2025, met vertegenwoordigers van de betrokken kabinetten en diensten, waaronder het kabinet van Binnenlandse Zaken en de geïntegreerde politie.

Alle relevante lessons identified en lessons learned worden structureel geïntegreerd om toekomstige operaties te versterken. Daarnaast onderzoekt Defensie op dit moment in welke mate zij haar capaciteiten geïntegreerd kan inzetten in een comprehensive approach om de algemene dronedreiging en, bij uitbreiding, de hybride dreiging het hoofd te bieden. De nodige aandacht gaat hierbij naar de coördinatie en de commandovoering tussen de betrokken stakeholders. De oorlog in Oekraïne toont onmiskenbaar dat drones en antidronetechnologie een cruciale rol spelen in moderne conflicten als aanvulling op traditionele wapensystemen. Goedkope, commercieel beschikbare UAV’s hebben het slagveld transparanter gemaakt, waardoor klassieke doctrines deels achterhaald zijn. Innovatie is daarom geen optie, maar een noodzaak.

C’est pourquoi l’un des objectifs stratégiques de la vision stratégique porte sur ce thème. L’innovation permet d’anticiper les combats du futur.

Oekraïne verdedigt zich met een gelaagde aanpak: jamming , interceptor drones en luchtafweer. Zijn kracht ligt in snelle adaptatie, binnen weken, niet jaren. Voor België betekent het dat we moeten evolueren naar een systeem van systemen, met korte innovatiecycli en flexibele doctrines. Tegelijk moeten we beseffen dat niet alle lessen uit Oekraïne een op een toepasbaar zijn op onze context. De Belgische omgeving vraagt bijzondere aandacht voor collaterale schade en juridische kaders.

Le 7 novembre, le Conseil des ministres a approuvé un premier achat urgent de systèmes destinés à renforcer rapidement nos capacités de lutte contre les drones. Cet achat se concentre sur l'extension des systèmes portables déjà utilisés au sein de la Défense et sur le renforcement de nos moyens de détection et de traitement des données.

Parallèlement, un marché public est en cours de préparation pour la mise en place d'un partenariat stratégique innovant, CUAS, dans le but de mettre à disposition et de faire évoluer une capacité de lutte contre des drones avec une large gamme de capteurs et d'effecteurs en fonction des exigences opérationnelles et des développements technologiques.

Cette approche systémique offre aux instituts de recherche et aux entreprises belges la possibilité de proposer et d'intégrer leurs solutions. Les budgets DIRS seront utilisés pour développer des solutions innovantes dans le cadre de ce partenariat. La Défense mènera elle-même ce processus et ne fera pas appel aux services de la NSPA. Il s'agira d'un accord-cadre avec un consortium d'entreprises pour une durée initiale de 12 ans. En application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, un ancrage local en Belgique sera requis dans le consortium afin de créer une autonomie stratégique pour assurer une protection maximale de nos intérêts essentiels de sécurité dans le domaine du CUAS. Seules les firmes des pays de l'Union européenne et de l'OTAN seront autorisées à introduire leur candidature.

De regering heeft ook beslist dat Defensie, met haar middelen voor interne veiligheid, de federale politie zal ondersteunen in de strijd tegen UAS ( unmanned aircraft systems ), dus drones. Het type middelen op het vlak van counter-UAS waarover Defensie momenteel beschikt en in de toekomst wenst te beschikken, zal, indien dat opportuun is, ook aan de federale politie worden aangeboden.

Andere behoeften zullen, waar mogelijk, eens worden opgelijnd. De taskforce Drones en Innovatie zal fungeren als katalysator en doctrine, technologie en opleiding met elkaar verbinden in een continu feedbackproces. Belgische bedrijven en kennisinstellingen spelen daarin een centrale rol, samen met de Europese Unie, de NAVO en civiele partners.

Dat grote programma komt er dus aan; we zijn daarmee bezig. De bedoeling is dat er telkens minstens één Belgisch bedrijf bij betrokken is. Turkse bedrijven zijn zeker geïnteresseerd en bovendien zeer performant. Ik heb een aantal ondernemingen gezien op de Defensie-industriedag. Nadien vond een receptie plaats op de Turkse ambassade, waar ik daarover ook ben aangesproken. Er komt een economische missie naar Turkije en in juli vindt een NAVO-top plaats in Ankara.

Er zijn heel veel geïnteresseerde bedrijven. Vermoedelijk zullen ook alle grote concerns een dossier indienen.. Hopelijk hebben we daardoor ruime keuze en kunnen we een zeer geschikte partner selecteren, zodat de Algemene Directie Material Resources (DG MR) ook niet te veel kopzorgen heeft. Dat is nodig, want het gaat om veel geld en het betreft hier een van de capaciteiten van de toekomst. Ik vind dat elke operator met drones zou moeten kunnen werken, zeker het Special Operations Regiment (SOR). Ik heb dat ook in Gabon tegen onze militairen gezegd. Iedereen zou dronepiloot moeten kunnen zijn. Mijn bedoeling is dan ook dat elke eenheid met drones kan werken.

De doctrine moet worden aangepast. Jongeren, zoals mijn eigen zoon, zijn heel vaardig in gaming. Ik ga er dus van uit dat zij met een speciale bril probleemloos met een drone kunnen vliegen. Ik zie daar eerlijk gezegd geen grote moeilijkheden, dat zal wel lukken. In Oekraïne kan bijna elke militair drones besturen. Ik heb met een Oekraïense SOF (Special Operations Forces) gesproken; die militairen kunnen zonder probleem zeven à acht soorten drones besturen en doen dat voortdurend. Het is indrukwekkend om te zien hoe vlot ze daarmee werken. Dat houdt hen overeind aan het front.

De wapensystemen lijken wel uit de film Mad Max . De filmpjes ervan in Drone Wars op Instagram doen de mond openvallen van verbazing; het is mind-blowing .

Voorzitter:

Dank u wel voor dat stukje productplacement.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Comme je vous le disais dans ma question, souvent je vous critique. Or là, je dois quand même vous féliciter; il y a quand même un homme qui pilote quelque chose ici en Belgique. Et, au niveau des drones, c'est vous. Vous me confirmez qu'à travers vos compétences et les budgets qui vous sont dédicacés, vous agissez à travers les 50 millions qui ont été libérés en urgence. Une commande a effectivement été passée auprès d'une firme australienne pour un montant, non pas de deux millions d'euros, comme je le disais tout à l'heure, mais de pratiquement trois millions d'euros.

Vous me rassurez aussi quand vous dites que, pour les 500 millions d'euros qui seront consacrés à la lutte anti-drones, un consortium européen doit exister avec un ancrage belge si possible et en tout cas des commandes qui feront en sorte de préserver l'autonomie stratégique de l'Union européenne. Pour tout cela, je vous félicite.

Je remarque simplement qu'en principe, dans le pilotage de l'avion, il devrait y avoir une deuxième personne: le ministre l'Intérieur. Le ministre MR, M. Quintin, est singulièrement absent, puisque, lorsque les drones sont arrivés sur notre territoire, on a demandé au soldat Francken de mettre à disposition les moyens dont il disposait en oubliant simplement – vous avez été très poli, très diplomate –, qu'il existait une unité anti-drones au sein de la même police fédérale. C'est donc quand même assez farfelu qu'on fasse appel aux soldats, alors qu'il existe une unité au sein de la police fédérale.

Par ailleurs, le ministre de l'Intérieur répète urbi et orbi que les moyens qui sont dédicacés dans les 50 millions d'euros serviront également à la police fédérale. Vous reprécisez que vous êtes à disposition, mais que ce n'est en fait pas votre rôle. Je considère dès lors que le ministre de l'Intérieur doit se battre davantage dans le cadre des éléments et des débats budgétaires pour faire en sorte d'équiper sa police fédérale, tout comme il doit se battre également pour avoir un maximum de policiers dans les rues, de manière à ne plus devoir demander aux militaires de faire le job des policiers fédéraux. Ces derniers ne demandent pas mieux que de le faire, mais ils sont aujourd'hui trop peu nombreux.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, ik verontschuldig mij dat ik het antwoord van de minister niet heb gehoord, maar ik moest even een kwartiertje in de commissie voor Financiën en Begroting aanwezig zijn om daar een betoog te houden.

Voorzitter:

Geen probleem.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

Wanneer ik zeg dat Defensie de lead op zich moet nemen, dan is dat niet omdat ik vind dat u uw verantwoordelijkheid niet neemt. Allesbehalve, ik heb dat zelfs in De ochtend gezegd. Het gaat om een gezamenlijk probleem, maar ik vind wel dat Defensie de leiding moet hebben, omdat de expertise, de middelen en het materieel grotendeels bij Defensie liggen. Ik wil daarmee Binnenlandse Zaken of de politie zeker niet uit de wind zetten, maar het moet mij ook van het hart dat – ik geef collega Lacroix daarin gelijk – op dit moment de minister van Binnenlandse Zaken achter de feiten blijft aanlopen.

Ik heb hem zeer graag – hij is van mijn zusterpartij, of van die van u, want daar bestaat ondertussen al wat twijfel over – maar hij blijft achter de feiten aanlopen en ik vind dat bijzonder jammer. Het gaat immers over de luchthaven van Zaventem. Gisteren heeft de minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke me geantwoord dat er 95 geannuleerde vluchten waren op 4 en 5 november, op die paar uur tijd. De economische schade, los van de angst en de onrust die wordt gezaaid, is gigantisch voor de tweede grootste economische pool van ons land, met veel jobs in Vlaanderen, in Vlaams-Brabant. Laten we dus aan hetzelfde zeel trekken en roep ook de minister van Binnenlandse Zaken in de regering tot de orde, zodat hij actie onderneemt. Ik hoop eerlijk gezegd dat we naar een eenheid van commando kunnen gaan, waarbij Defensie de leiding krijgt, zodat er één aanspreekpunt is dat uiteraard gecoördineerd samenwerkt met alle veiligheidsdiensten.

Ik geef u ook gelijk dat alle veiligheidsdiensten, van eender welk niveau, binnenlands of buitenlands, met drones moeten kunnen werken. Daar hebt u mijn steun voor en betrek aan de regeringstafel in ieder geval alle veiligheidspartners bij de aanpak van de problematiek.

U onderstreepte ook dat we echt moeten leren van Oekraïne. Ik denk dat het een stap voorwaarts zou zijn, indien wij met de Europese Unie, en met België eventueel apart, een strategisch partnerschap met Oekraïne sluiten, met de industrie daar en ook met het leger, zodat zij ons kunnen helpen en begeleiden zodat die innovatieve technologie ook in Europa voet aan wal krijgt. Dat zou zowel economisch voor Oekraïne als innovatief voor ons een stap vooruit zijn in een periode waarin Oekraïne bijzonder hard afziet. Denk daar goed over na en probeer dat op Europees niveau te trekken, zodat wij een strategisch partnerschap in verband met de dronedreiging en innovatie met Oekraïne zouden kunnen sluiten.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden, die deels een herhaling zijn van wat u al in andere commissievergaderingen zei. Het debat dateert inmiddels van enige tijd geleden, maar blijft onverminderd actueel.

U bevestigt dat de dreiging door drones een belangrijk debat vormt, dat de nodige ernst verdient en dat drones in de komende jaren een wezenlijk onderdeel zullen vormen voor zowel onze bewapening als de beveiliging van ons luchtruim. Daarnaast spelen ze ook een rol in onze operationele inzet, zowel in binnen- als buitenland.

U noemde het terecht een capaciteit van de toekomst. Het is ook goed dat u de opleiding van ons personeel wilt bijsturen. U hebt echter geen toelichting gegeven over de concrete inhoud, de inzet, de rules of engagement , noch over de capaciteit die door buitenlandse partners wordt overgenomen. U hebt wel nog maar een deeltje prijsgegeven wat het kostenplaatje betreft: er zouden dus geen bijkomende kosten verbonden zijn aan de inzet zelf, maar er zouden wel kosten zijn voor onder andere het verblijf en de catering. Ik blijf dus nog op mijn honger. Dat had ik kunnen verwachten. Ik begrijp wel waarom u niet meer details in een openbare vergadering geeft. Het is nu eenmaal mijn taak om ernaar te vragen en we zullen daar in de komende vergaderingen onder ander van een gemeenschappelijke commissie daar na Nieuwjaar op terugkomen.

Wat de samenwerking met de counterdrone-unit van de federale politie betreft, u klaagt dat u het verwijt krijgt dat u met de vinger hebt gewezen. Vingerwijzing of niet, wat gebeurd is, is gebeurd. We kunnen er alleen van leren. U stelt terecht dat het een verantwoordelijkheid van Binnenlandse Zaken is, maar mijn vraag betrof de toekomstige aanpak. Tussen de regels door lees ik dat het departement Binnenlandse Zaken tekortschiet in de samenwerking met Defensie en dat het eens te meer Defensie is, die bijstand wil bieden aan de federale politie ter ondersteuning van het counterdroneactieplan.

Er is dus duidelijk werk aan de winkel. Ik reken daarbij op u, maar zeker ook op uw collega van Binnenlandse Zaken. U moet hem nogmaals aanspreken op de concrete coördinatie. Daar hebben we bijzonder weinig van geleerd. De manier waarop de verscheidene partners op het terrein het dossier hebben behandeld, mogen we gerust geklungel noemen. Defensie moet dus echt een coördinerende rol op zich nemen.

Axel Weydts:

Ik kijk eveneens uit naar de verdere informatie die we volgende week achter gesloten deuren zullen ontvangen. Ik heb er alle begrip voor dat hier vandaag niet alles kan worden meegedeeld. Ook wij vinden de integratie van de capaciteit drones en counterdrones in onze defensie een prioriteit, waar we hard aan moeten werken. Alle militairen, vanaf het niveau van de eenheden tot op brigadeniveau, bij de Landmacht, Marine en de Luchtmacht, moeten zich met drones vertrouwd maken. Dat is een no-brainer.

Het verminderen van bestaande afhankelijkheden van Israël
Het verminderen van bestaande afhankelijkheden van Israël
Het verminderen van de bestaande afhankelijkheden van Israël
Het verminderen van afhankelijkheden van Israël

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tinne Van der Straeten vraagt hoe de regering haar opdracht om afhankelijkheid van Israël te verminderen (geen nieuwe aankopen, onderhoudscontracten of samenwerking met Israëlische bedrijven waar mogelijk) concreet zal uitvoeren, gegeven juridische en operationele beperkingen. Theo Francken stelt dat de bestaande wetgeving (2011) en WTO-afspraken Israël geen automatisch toegang geven tot defensieaanbestedingen, maar dat Israëlische producten niet categorisch kunnen worden geweerd als ze voldoen aan criteria en geen gelijkwaardig alternatief bestaat—zoals bij de Midazolam-autoinjectoren (alleen door Israël geleverd), waar de regering uiteindelijke toestemming voor gaf omwille van militairenveiligheid. Van der Straeten bekritiseert de regeringsbeslissing als symbolisch en leeg, omdat de Europese en nationale aanbestedingsregels volgens Francken weinig ruimte laten voor daadwerkelijke vermindering van Israëlische leveringen, tenzij er sancties of alternatieven zijn. Francken benadrukt dat operationele noodzaak (bv. unieke medische uitrusting) altijd voorrang krijgt op politieke afwegingen.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de bestaande afhankelijkheden van Israël en de opdracht die u op 2 september hebt gekregen van de regering om toekomstige aankopen van materieel en reserveonderdelen niet meer in Israël te doen. U werd ook gevraagd daar geen onderhoudscontracten meer af te sluiten waar mogelijk en wanneer er alternatieven bestaan. Het uitgangspunt daarbij is om de afhankelijkheid van Israël te verminderen, ten minste zolang het conflict aanhoudt.

Er zijn een aantal specifieke vragen over de manier waarop u dat zult omzetten, welke wijzigingen er zijn ten opzichte van het huidige beleid, wat gelijkwaardigheid precies betekent en hoe 'waar mogelijk' moet worden geïnterpreteerd. Er is ook de vraag wat dit betekent voor bedrijven die zich buiten Israël bevinden, maar die wel in Israëlische handen zijn. Voor die concrete vragen verwijs ik echter naar de ingediende vraag.

Theo Francken:

Defensie zal deze opdracht uitvoeren conform de richtlijnen van de federale regering. Bij nieuwe aanbestedingen zal als Israëlische economische operatoren zouden meedingen, steeds worden nagegaan of hun toegang tot de markt werd verleend en of er gelijkwaardige alternatieven beschikbaar zijn bij leveranciers uit andere landen.

Het beleid over het toegangsrecht van derde landen – met name landen die niet behoren tot de Europese Unie – tot aanbestedingen op defensie- en veiligheidsgebied is sinds 2 september niet gewijzigd en is reeds wettelijk geregeld in de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied.

In dit verband wordt ook verwezen naar het antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 168 van collega Aerts. De antwoorden stelden dat het Agreement on Government Procurement van de Wereldhandelsorganisatie, waarbij Israël partij is, niet geldt voor het merendeel van de opdrachten voor defensie en veiligheid en dus a priori niet kan worden ingeroepen voor dit materieel en dergelijke opdrachten. Dat verleent hun dus normaliter geen toegang tot aanbestedingen op defensie- en veiligheidsgebied.

Het is met de huidige regelgeving inzake overheidsopdrachten en zonder sancties op Europees niveau tegen bedrijven gevestigd buiten Israël die in Israëlische handen zijn, echter niet mogelijk om dergelijke ondernemingen uit te sluiten van deelname aan een overheidsopdracht indien zij voldoen aan het toegangsrecht en de eventuele overheidsselectiecriteria voor die opdracht. Het invullen van de operationele noden van defensie gaat gepaard met een verkenning van de markt. In dat opzicht wordt telkens maximaal gekeken naar de mogelijkheden op de internationale markt voor het invullen van onze noden, zowel voor wapensystemen als voor producten of beschermingsmiddelen voor onze militairen.

Teneinde het best mogelijke product te verkrijgen voor de gebruiker – of bij gebrek daaraan een volwaardig alternatief op de markt – is het daarom niet altijd aangewezen om op voorhand Israëlische producten uit te sluiten. In deze gevallen zou het weigeren van Israëlische wapensystemen immers een grote impact kunnen hebben op de operationele inzetbaarheid van defensie. In het geval van lopende of toekomstige procedures waarbij Israëlische economische operatoren voldoen aan alle selectiecriteria en een conforme offerte indienen, zullen deze op dezelfde manier worden geëvalueerd als andere offertes. De evaluatie van de offertes houdt steeds rekening met de beste militaire en operationele oplossingen voor onze militairen en hun opdrachten.

Wanneer u de schriftelijke vraag bekijkt, die misschien niet bij u is geraakt, zult u zien dat wij nog één product hebben aangekocht: Midazolam autoinjectoren voor de medische dienst. Dat zijn pennen die elke soldaat bij zich heeft om zichzelf te injecteren wanneer hij wordt blootgesteld aan een gifaanval of wanneer bepaalde chemische producten of gassen vrijkomen.

Zij zijn de enigen die dat maken. Dat dossier is herhaaldelijk binnen de regering besproken. Veel collega’s geloofden niet dat zij echt de enigen waren. Geloof me, het is 1.000 keer van alle kanten bekeken, ze zijn wel degelijk de enigen. We hebben dat dus nog besteld. Het is een goede zaak dat onze militairen daarover beschikken. Ik begrijp dat Israël heel gevoelig ligt, maar we gaan de veiligheid van onze eigen mensen toch niet in gevaar brengen. Dat is toch te gek. Het is dus uiteindelijk door de regering goedgekeurd.

Ik begrijp dat dit aanleiding tot veel polemiek geeft. Ik kan er nog veel over zeggen, maar ik doe dat niet in een openbare zitting. Achter gesloten deuren zal ik daarover nog een paar dingen zeggen.

Tinne Van der Straeten:

Ik wil geen polemiek starten over dit individuele dossier, waarin u hebt beargumenteerd waarom er wel is aangekocht. Wel wil ik ingaan op de opdracht die u hebt gekregen en het antwoord dat u hier hebt gegeven. Ik vraag mij af of de beslissing van de regering misschien een lege doos is, om de gemoedsrust van een aantal coalitiepartners te bewaren. De intentie is om minder bij Israël te kopen, maar u hebt uitgebreid toegelicht dat de wetgeving inzake overheidsopdrachten, die overigens niet louter nationaal maar ook Europees is, u geen handvatten biedt om dat ook werkelijk te implementeren. Misschien was het dus alleen een beslissing van de regering voor de schone schijn.

Mercosur
Het Belgische standpunt met betrekking tot het EU-Mercosur-handelsakkoord
Het EU-Mercosur-handelsakkoord
Het Mercosur-handelsakkoord
Het EU-Mercosur-akkoord
EU-Mercosur-handelsakkoord en Belgische positie

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Mercosur-handelsovereenkomst zorgt voor diepe verdeeldheid: voorstanders (o.a. Bart De Wever, Sandro Di Nunzio) benadrukken de economische voordelen (91% tariefverlaging, toegang tot 273 miljoen consumenten, banenbehoud in exportsectoren zoals chemie en auto-industrie) en wijzen op beperkte importquota (bv. 300g rundvlees/persoon/jaar) en EU-normen die blijven gelden, maar bekritiseren België’s onthouding als “capitulatie” die de welvaart schaadt. Tegenstanders (o.a. Dieter Keuten, Rajae Maouane, Sofie Merckx) vrezen oneerlijke concurrentie voor Vlaamse landbouwers (rundvee, pluimvee, suikerbieten), gebrek aan bindende milieusociale clausules, en democratisch tekort door de opsplitsing van het akkoord (omzeilen parlementaire controle); zij eisen een duidelijk ‘nee’ of juridisch advies van het EU-Hof over de rechtmatigheid, gesteund door 400 Belgische organisaties en Franse parlementsresoluties. De Belgische onthouding – gedwongen door gebrek aan consensus tussen gewesten – wordt door critici afgedaan als zwak leiderschap (Di Nunzio) en wegkijken (Keuten), terwijl De Wever het institutioneel onvermijdelijk noemt, maar het persoonlijk een “no-brainer” vindt, vergelijkbaar met het succesvolle CETA-akkoord (zonder negatieve landbouwseffecten). Kernpunt: de spanning tussen economische kansen (export, diversificatie) en bescherming van landbouw, milieu en democratie, met Belgisch federalisme als blokkade.

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik ben blij dat ik u deze vraag, die al in september werd ingediend, eindelijk kan stellen. Bedankt om daar tijd voor vrij te maken.

De vraag gaat over de Mercosur-handelsovereenkomst. Dit onderwerp is nog steeds actueel, want die handelsovereenkomst zou binnenkort wel eens door uw regering moeten worden ondertekend. Daarover gaan natuurlijk mijn vragen. Hoe rijmt u deze handelsovereenkomst met het regeerakkoord? Daarin belooft u immers heel specifiek de landbouwsector te zullen aanduiden als een strategische sector die voedselzekerheid moet waarborgen. Wordt die voedselzekerheid volgens u voldoende gewaarborgd in dit Mercosur-handelsovereenkomst?

Kunt u toelichten welke beschermingsmaatregelen in werking zullen treden als de invoer van sommige landbouwproducten bepaalde drempels overschrijdt? Op welke compensatie zullen onze boeren kunnen rekenen? In elke handelsovereenkomst zijn er winnaars en verliezers. Mogelijke winnaars van deze handelsovereenkomst zijn de agro-industrie, die meer zal kunnen exporteren, en de producenten van pesticiden, die meer zullen kunnen exporteren naar de Mercosurlanden. Er zijn echter ook potentiële verliezers in dit handelsakkoord en dat zijn volgens ons de Vlaamse landbouwers. Zij zijn heel sterk gespecialiseerd in rund- en pluimveehouderij en in suikerbieten en dat zijn net de sectoren waar een zware negatieve impact wordt verwacht.

Ten slotte, de Vlaamse landbouw heeft geweldig te lijden onder regeldrift, ze heeft geen toekomst en die toekomst wordt ook sterk in twijfel getrokken door de koolstofmaatregelen. Door al deze zwaarden van Damocles die hen boven het hoofd hangen zijn zij heel gevoelig voor prijsdruk en prijsschommelingen. Deelt u de mening dat de Vlaamse boeren wel eens de verliezers kunnen worden van dit handelsakkoord?

Voorzitter:

De heer Prévot is verontschuldigd.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, début septembre, la Commission européenne a donné son feu vert au projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Cet accord doit encore obtenir l'aval des 27 É tats membres, mais de nombreuses réserves ont déjà été émises par plusieurs pays européens, dont la Belgique.

Il y a quelques jours, votre gouvernement a confirmé l'abstention de la Belgique lors du vote dans les différentes instances européennes. Cette abstention est, je ne vous le cache pas, assez décevante à nos yeux, compte tenu de la gronde sociale et environnementale sur le sujet. En effet, de nombreux acteurs – qu'il s'agisse de syndicats, d'associations environnementales ou encore de représentants du monde agricole – nous ont alertés sur les répercussions potentielles de ce traité sur l'environnement. Nous avons eu à de multiples reprises l'occasion de débattre de la santé publique, des normes sociales, des normes environnementales ainsi que de l'avenir de l'agriculture locale.

Monsieur le premier ministre, quelles sont les raisons de l'abstention de la Belgique lors du vote de cet accord?

Envisagez-vous de solliciter, sur la base de l'article 212, § 11 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, un avis de la Cour de justice de l'Union européenne sur la compatibilité de la scission de cet accord en deux volets – un partenaire global et un accord commercial intérimaire – avec les traités et la jurisprudence européenne?

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, ik was enkele weken geleden bijzonder onaangenaam verrast toen ik in de commissie voor Buitenlandse Zaken van minister Prévot te horen kreeg dat ons land zich zal onthouden bij de stemming over het Mercosur-handelsakkoord. Daarmee isoleert uw regering ons land opnieuw in Europa, op een moment waarop meer dan 1.600 Belgische bedrijven actief handel drijven met Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Wij vinden het ongelooflijk dat België dat als land blijkbaar niet kan steunen.

Collega’s, volgens de Europese Commissie ondersteunt onze export naar Mercosur-landen net geen 800.000 jobs in ons land. Net geen 800.000, dat is 1 op de 6 jobs in België. Vergis u niet, voor een open economie als België is Mercosur een levenslijn. Het handelsverdrag zal namelijk 91 % van alle tarieven schrappen en onze bedrijven ook toegang geven tot nieuwe overheidsopdrachten.

Mijnheer de premier, dit is een moment van de waarheid, een moment waarop ons land een keuze moet maken. Wat doet u? Wat doet deze regering? U zult niet kiezen, u zult zich moeten onthouden. Een onthouding, mijnheer de eerste minister, is een capitulatie. Dat is onaanvaardbaar! Met deze onthouding maakt u duidelijk dat uw regering niet opkomt voor de bedrijven en voor onze jobs.

Laat er geen twijfel over bestaan, collega's, dit akkoord geeft zuurstof aan sectoren die vandaag onder enorme druk staan. De chemiecluster in de haven van Antwerpen bijvoorbeeld, met onder meer BASF, waar veel ontslagen zijn gevallen. Tarieven tot 35 % op chemische producten verdwijnen met Mercosur: van 35 % naar 0 %. Voor farmaceutische producten verdwijnen tarieven tot 14 %: van 14 % naar 0 %. Daarnaast dalen voor onze machinebouw- en hightechbedrijven de tarieven, die tot 20 % bedragen, tot 0 %.

Voor producten zoals chocolade, bier of de Gentse azalea voorziet het Mercosur-akkoord bovendien bescherming tegen imitatie, op een markt van 265 miljoen consumenten. Ik kan nog uitgebreid doorgaan met het opsommen van de voordelen van dat akkoord. Dat zal ik niet doen, maar één zaak is duidelijk: dit akkoord is essentieel voor onze economie en onze welvaart.

Daarom, mijnheer de eerste minister, stel ik u graag enkele vragen.

Ten eerste, hoe rechtvaardigt uw regering een onthouding over dat akkoord? Hoe legt u uit aan de werknemers in onze havens, aan VOKA en aan het VBO dat België zich afkeert van een akkoord dat jobs ondersteunt en exportkosten verlaagt?

Ten tweede, waarom staat België opnieuw op de rem in plaats van te kiezen voor onze welvaart?

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, en septembre, la Commission européenne a approuvé le projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Il nous semble que le manque de contreparties contraignantes ainsi que d'autres éléments de flou concernant les détails dans de nombreux domaines rendent cet accord particulièrement problématique.

Nous avons appris que la position de la Belgique serait une abstention sur cet accord. Cette position a-t-elle éventuellement évolué? Les réserves des nombreux acteurs, dont les syndicats et la société civile, ont-elles été entendues dans les domaines de la santé, de l'agriculture ou encore des standards environnementaux?

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik pleit er al tien jaar passioneel voor en het is dus geen geheim dat ik persoonlijk een sterke voorstander ben van Mercosur. Het zou vreemd zijn iets anders te zeggen. Ook mijn voorganger in de Wetstraat 16 was een uitgesproken voorstander van Mercosur.

Zoals voor mijn voorganger is het mij evenwel niet gelukt daarover een consensus te vinden bij alle partijen die in dit federale land nodig zijn om een ja-stem te kunnen geven. Ik betreur dat persoonlijk. U weet hoe dit land in elkaar zit. Entiteit I en de gefedereerde entiteiten moeten in dergelijke gevallen allemaal hun akkoord geven vooraleer een vrijhandelsakkoord kan worden gesloten. Wij bevinden ons niet in die situatie.

Ik betreur dat persoonlijk want de voordelen zijn geschetst. Wij zouden via dat vrijhandelsakkoord toegang krijgen tot een markt van 273 miljoen mensen. Hopelijk zullen wij die toegang alsnog krijgen, want ik meen dat het er toch nog zal doorkomen. Het wegvallen van tarieven op 91 % van de producten maakt het voor heel veel sectoren aantrekkelijk om te exporteren naar de Mercosur-landen. Ik denk daarbij aan Europese auto’s, wat bijzonder goed nieuws zou zijn. Ook de toeleveringsketen van die industrie zal daarvan positieve effecten ondervinden. Hetzelfde geldt voor de chemische sector en voor de farmasector. De diversifiëring van onze handelsketens en onze value chains is vandaag aan de orde van de dag in de wereld waarin wij wakker worden.

Ik kan enkel in persoonlijke naam spreken maar voor mij persoonlijk is dat een no-brainer. Wanneer zullen wij er ooit toe in staat zijn akkoorden te sluiten als Europa vandaag nog niet in staat is vrijhandelsakkoorden te sluiten met delen van de wereld die nog steeds van het multilateralisme houden en die niet graag wakker willen worden in een wereld waarin twee grote economieën hun wil aan de rest opleggen?

Het verzet dat hier door sommige fracties is geuit, is voor mij dan ook intellectueel moeilijk te plaatsen in de huidige wereldcontext. Dat was voor mij gisteren al moeilijk, hoewel ik daarvoor nog enig begrip kon opbrengen, maar in de wereld van vandaag is dat voor mij echt moeilijk. Ook voor de Europese consument gaat het immers om een interessant akkoord, omdat wij producten tegen lagere prijzen kunnen inkopen die vanuit die landen kunnen worden geleverd.

Alle tegenargumenten die ik vandaag hoor, heb ik destijds ook gehoord bij CETA, het vrijhandelsakkoord met Canada. Er werd hel en verdoemenis gepredikt voor onze landbouwsector op het moment waarop onze zuidelijke deelstaat van de Belgische federatie als enige in Europa een soort Asterix-houding aannam en weigerde het akkoord te ratificeren, wat ze trouwens nog altijd niet heeft gedaan, hoewel het akkoord wel in voege is gegaan. Achteraf moet u mij eens uitleggen welke negatieve effecten u daadwerkelijk hebt gezien. Ik zal het u zeggen, geen enkel. Wij hebben wel onze handel met Canada aanzienlijk zien stijgen. Het is een volledige win-winsituatie gebleken, zoals door de voorstanders altijd was voorspeld.

Anekdotisch kan ik u trouwens vertellen dat ik, op het moment waarop in Wallonië wat dat betreft de trom werd geroerd, toevallig in Canada was op promoreis voor de Antwerpse haven. Ik meende toen immers intelligent, wat ik af en toe meen te zijn, dat ik er best al proactief als eerste naartoe kon gaan om als eerste de vruchten te plukken. Ik heb daar echter een bijzonder moeilijke week beleefd waarin ik aan iedereen moest uitleggen dat ik niet uit een land kwam waar iedereen knettergek was geworden door het akkoord als laatste nog te willen tegenhouden. Dat zal ik niet licht vergeten. Ik was dus pro CETA. Het is goed dat dat akkoord in voege is gegaan. Ik ben ook pro Mercosur.

L'accord commercial couvre de nombreux produits, principalement issus de l'agriculture et de l'élevage. Jusqu'à présent, les droits d'importation de l'Union européenne sur les produits agricoles latino-américains se situent entre 40 et 50 %; ceux-ci seront progressivement supprimés grâce à l'accord commercial. Lorsque l'accord entrera en vigueur, les steaks et la viande hachée en provenance d'Amérique latine seront moins chers dans nos assiettes. C'est une bonne chose! Il en ira de même pour la volaille, la dinde, le sucre, le miel, le riz, le maïs et bien d'autres produits encore.

Mais il importe de noter que des quotas seront appliqués, ce qui signifie que l'Union européenne n'autorisera que de faibles pourcentages de viande bovine, de volaille, de sucre, etc., au taux réduit actuellement convenu. Si les importations dépassent les quotas, les anciens droits d'importation s'appliqueront. L'impact de l'accord commercial se traduira par 300 grammes de steak argentin, deux hamburgers et deux filets de poulet par habitant de l'Union européenne et par an. Il ne s'agira donc pas d'un afflux massif. Loin de là!

Je souligne par ailleurs que nos normes en matière de sécurité et de santé alimentaire continueront de s'appliquer à tous les produits sur le marché de l'Union européenne, qu'ils soient produits ici ou importés.

Enfin, la proposition relative à la politique agricole commune (PAC) après 2027 prévoit un budget protégé d'au moins 300 milliards d'euros pour l'aide au revenu. La Commission introduit également le nouveau Unity Safety Net pour les mesures de crise, d'une capacité totale de 6,3 milliards d'euros. Celui-ci vise à protéger les agriculteurs contre les perturbations du marché et l'instabilité géopolitique.

Niet iedereen is het eens met de weldaden die ik zojuist heb opgesomd. Niet iedereen schat de bepalingen die de risico’s sterk verzachten, om niet te zeggen tenietdoen, naar waarde. Dat is gewoon niet zo. Derhalve is gisteren gebleken dat niet alle gefedereerde entiteiten hun akkoord kunnen geven en dat er dus geen consensus bestaat om het Mercosur-akkoord te ondersteunen. In zo’n geval weet u dat dit land verplicht is zich te onthouden. Dat is de toestand.

Dieter Keuten:

Ik dank u voor het antwoord, premier. Die bepalingen die de pijn zouden moeten verzachten zijn onduidelijk. De spiegelclausules zijn met name onduidelijk uitgewerkt, net als de voorwaarden waaronder het compensatiefonds moet tussenkomen om onze kwetsbare sectoren te vergoeden. Er bestaan zeer veel onduidelijkheden. Dat zeggen niet alleen wij, dat zeggen ook de Vlaamse en de Waalse boerenorganisaties. U hebt hen niet kunnen overtuigen.

De grote Europese naties, denk aan Frankrijk en Italië, zijn erin geslaagd om uitzonderingen te bekomen voor sectoren die voor hen van groot belang zijn. Welke uitzonderingen heeft België kunnen bekomen aan deze internationale tafel? Geen, bij mijn weten.

Het begint intussen een gewoonte te worden dat België zich op het internationale toneel onthoudt. Onlangs hadden we nog de discussie over Chat Control, opnieuw met een onthouding. Blijkbaar is het voor België niet belangrijk - of we mogen het niet weten - om daarover een duidelijk standpunt te nemen. Nochtans gaat het over de vrijheid van onze burgers en een ontspoord Europees project.

In dit Mercosur-dossier zal België zich opnieuw onthouden. Een onthouding beschermt niemand. Een onthouding betekent wegkijken, terwijl Vlaamse landbouwers kapot worden geconcurreerd. Wij vragen u om te kiezen voor de Vlaamse landbouwers, zonder excuses, zonder onthouding, maar met een duidelijk neen.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Je ne vous cache pas qu'elles ne nous surprennent pas tant que cela mais qu'elles nous déçoivent quand même. On aurait pu se ranger du côté des agriculteurs et agricultrices. Du reste, c'est ce que le MR n'a pas arrêté de claironner pendant toute la campagne avec Les Engagés. Or on tourne le dos aux agriculteurs et agricultrices et à pas moins de 400 organisations belges qui dénoncent ce traité. On tourne le dos aussi à nos travailleurs et travailleuses. Et, ce faisant, on instaure une espèce de concurrence déloyale avec nos produits ici en Europe.

Pour le coup, si nous nous positionnons contre le traité, c'est surtout parce que les clauses rajoutées – et on entend votre prudence – ne sont pas suffisantes. Elles ne sont pas bonnes et ne vont pas aider nos agriculteurs et nos agricultrices. Par ailleurs, la scission du traité en deux est dangereuse. On est face à un problème démocratique puisque les parlements nationaux ne pourront pas se prononcer, ce qui est vraisemblablement contraire aux règles. Sur ce point précis, on se retrouve face à un problème de démocratie important et de contrôle parlementaire. C'est pourquoi nous demandons la saisine de la Cour de justice de l'Union européenne.

Mon groupe a déposé une proposition de résolution qui est débattue au niveau de la commission des Affaires étrangères et qui s'inspire en partie de celle déposée en France qui a été ratifiée et votée à l'unanimité par l'Assemblée nationale. Or, en France, ce n'est à mon avis pas une assemblée de gauchistes. Il est dès lors important aussi de souligner ici les problèmes, non pas par un positionnement idéologique, mais parce qu'on se retrouve face à de vrais soucis de concurrence déloyale, de normes environnementales, de normes sociales, et face à des problèmes démocratiques.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, u bepleit de inhoud van het akkoord dat gesloten zou moeten worden. Dat is op zich goed. In die zin wil ik mij ook richten tot de collega’s die, al dan niet elders, meevolgen en benadrukken dat we een realitycheck moeten doen. We leven in een wereld waarin de Verenigde Staten zich steeds meer op zichzelf terugplooien en handelsbarrières opwerpen, door het invoeren van tarieven. De Amerikaanse president beschuldigt Europa van besluiteloosheid en zwak leiderschap. Dat is de context waarin we vandaag leven.

Wij dreigen een historische kans te missen. Met een Mercosur-akkoord kunnen wij het grootste handelsblok ter wereld vormen en tonen dat Europa er staat. Zo laten wij zien dat we niet bij de pakken blijven zitten en doen wat noodzakelijk is voor onze welvaart. De realiteit is echter dat we zelfs nog niet zeker zijn of het goedgekeurd zal worden. In een aantal landen bestaat daarover nog geen zekerheid. De onthouding van ons land kan dus cruciaal zijn voor de goedkeuring van het akkoord.

Mijnheer de eerste minister, dit heeft ook een belangrijke politieke dimensie. U hebt op zich de touwtjes in handen. U hebt een federale regering gevormd met een afspiegeling zowel in Wallonië als in Vlaanderen, zoals u wenste. U hebt dus alle partners binnen de meerderheden aan uw zijde om ervoor te zorgen, als leider van dit land, dat iedereen op één lijn komt en dit belangrijke akkoord, dat u ook bepleit, gesteund wordt.

Zowel u, als leider van deze regering, als Vlaams minister-president Diependaele komt machteloos over. Uw partij is de grootste Vlaamse partij en geeft leiding aan de federale en de Vlaamse regering, maar slaagt er niet in dit belangrijke akkoord te sluiten. U hebt hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Als dit mislukt, is dat een verantwoordelijkheid die u meedraagt, samen met de Vlaamse regering. Als dit handelsakkoord er niet komt, door het feit dat ons land dit niet steunt, laten u en uw partij onze bedrijven in de steek en zegt u neen tegen onze welvaart, ook tegen de Vlaamse welvaart.

Sofie Merckx:

Merci, monsieur le premier ministre. Nous comprenons bien que vous approuvez cet accord, et que vous regrettez l'abstention. Pourtant, il n'est pas question de refuser de commercer ou de conclure des accords avec d'autres pays ni de s'opposer au multilatéralisme. La question qui se pose est celle du contenu de ces accords. Plusieurs associations qui défendent l'environnement, ainsi que le droit des travailleurs et des travailleuses ont exprimé énormément de craintes. Y a-t-on répondu? Non, parce que, jusqu'à présent, le processus des négociations – auxquelles ces associations d'agriculteurs, de travailleurs ou qui ont une visée environnementale ne participent pas – reste quand même fort opaque. Vous avez annoncé l'application de quotas, mais seront-ils contraignants et contrôlés? En tout cas, pour l'instant, je constate que les associations d'agriculteurs ne sont pas du tout rassurées, contrairement à vous. Dans ces conditions, nous estimons que la Belgique ne doit pas approuver cet accord.

De toekomst van de Russische tegoeden
Het regeringsstandpunt over de Europese voorstellen m.b.t. Russische tegoeden
De impact van de activatie van Russische activa bij Euroclear op de Belgische begroting
De Europese top en de Europese schulden
Het gebruik van de bevroren Russische tegoeden voor een lening ter ondersteuning van Oekraïne
De vrijgave van de bevroren Russische tegoeden en de steun voor Oekraïne
De bevroren Russische tegoeden bij Euroclear
Euroclear en de bevroren Russische tegoeden
Bevroren Russische tegoeden en Europese beleidsmaatregelen voor Oekraïne

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen), Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België weigert als enige EU-lid de confiscatie van bevroren Russische activa bij Euroclear (€20 mjd) zonder drie harde voorwaarden: (1) volledige mutualisering van juridische/financiële risico’s (incl. BIT-schadeclaims tot 16 jaar), (2) onmiddellijke liquiditeitsgaranties (om Ruslands vorderingen bij vredesakkoord of sanctie-opheffing af te dekken), en (3) gelijke verdeling van risico’s en opbrengsten over alle EU-landen met Russische activa. Premier De Wever bekritiseert het EU-voorstel als "juridisch twijfelachtig" (art. 122-misbruik), waarschuwt voor "systeemrisico’s" (Euroclear = 70x Belgisch BBP) en eist alternatieven, maar laat een kleine opening voor akkoord mits alle garanties tegen 18/12 – wat onwaarschijnlijk wordt geacht. Kritiek & meningen: - Oppositie (Merckx, De Smet) steunt het veto en noemt confiscatie "oorlogseskalatie" die vrede bemoeilijkt; Merckx vraagt EU-initiatieven voor vredesonderhandelingen (nu ontbrekend). - Ducarme (MR) benadrukt loyaliteit aan EU maar wil "geen Belgische Hongarije" worden; ziet Oekraïne als "buffer tegen Rusland". - De Wever ontkent isolatie: "vele landen zwijgen maar delen onze bezorgdheden" (vrezend voor precedent en Russische tegenmaatregelen). - Vlaams Belang voegt toe dat herstelbetalingen historisch contraproductief bleken (cf. Duitsland na WOI). Kern: België blokkeert (voorlopig) de EU-lening aan Oekraïne (€50 mjd) gefinancierd met Russische activa, tenzij risico’s 100% gedekt zijn – een eis die de EU (nog) niet kan invullen.

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, ce dossier est vraiment difficile. Vous faites pleinement la démonstration de votre engagement sur cette question et je veux vous en remercier.

Comment garantir à notre pays la sécurité financière et la mutualisation du risque dans le cadre de ce projet de prêt, qui est l'expression de notre solidarité à l'Ukraine? Comment éviter d'apparaître comme une nouvelle Hongrie dans le concert des nations européennes? Comment ne pas lâcher l'Ukraine, qui est notre premier rempart, de mon point de vue, face à la menace russe? J'ose espérer qu'il est possible de répondre dans un sens positif à toutes ces questions-là en même temps.

Je pense qu'on essaye, et j'imagine que c'est votre intention, de se positionner dans le sens du compromis, de voir si le compromis ne met pas notre pays en danger sur le plan de la sécurité financière, comme je l'ai exposé dans le cadre du premier point. Ce débat d'actualité est l'occasion, avant le sommet des 18 et 19 décembre, de faire le point avec vous sur l'avancée du dossier, depuis également votre rencontre de vendredi dernier avec le chancelier Merz et la présidente von der Leyen.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, reconnaissons tout d'abord que la séquence actuelle, c'est d'abord l'échec de la Commission européenne, qui n'a pas été capable de parvenir à un accord politique unanime sur un emprunt simple fait par les 27 É tats membres. La Commission européenne semble avoir abandonné cette piste, parce que convaincre la Hongrie semble plus ardu que de forcer la Belgique.

Toujours est-il que nous nous trouvons face à un dilemme dont nous devons sortir, et tout repose sur la qualité des garanties que peuvent offrir les États membres à la Belgique et sur votre analyse de la solidité de ces garanties, raison pour laquelle nous continuons à vous questionner sur l'évolution du dossier. Depuis nos derniers échanges en séance plénière, vous avez eu un entretien le 6 décembre avec la présidente von der Leyen et le chancelier allemand Merz.

Le Conseil européen décisif des 18 et 19 décembre approche sans que nous ne sentions une réelle évolution des positions. Je note que la Commission européenne affirme proposer des garanties qui se veulent légalement contraignantes, inconditionnelles et irrévocables, incluant le partage des risques entre les É tats membres sur la base du revenu national brut, ainsi que le maintien du gel des actifs plutôt que leur confiscation, ce qui réduirait, d'après eux, les risques juridiques.

La Commission européenne semble également promettre "un système de liquidité robuste pour Euroclear". Enfin, si on en croit le président Costa, un cadre juridique et technique acceptable par une majorité qualifiée serait en vue; je suppose que cela sous-entend sans la Belgique.

Monsieur le premier ministre, entrevoyez-vous des progrès dans les discussions avec les États membres qui permettraient d'aboutir à des garanties qui vous semblent suffisantes? Dans le cas contraire, quels sont les éléments qui, selon vous, manquent et permettraient d'aboutir à des garanties suffisantes?

Comment allons-nous réagir en cas de plan imposé à la Belgique par une majorité qualifiée sans la Belgique, ce qui semble être le scénario sur la table? Avez-vous évoqué ce scénario lors de votre dîner avec le chancelier allemand et la présidente de la Commission européenne?

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, la discussion sur les avoirs russes et Euroclear continue. La semaine passée nous vous avons exprimé notre soutien parce que nous pensons que vous avez raison de résister à la pression de la Commission européenne. La confiscation des avoirs russes exposerait notre pays à des graves dangers. Dans votre lettre à Ursula von der Leyen vous avez dit que le projet pourrait empêcher de facto la conclusion d'un accord de paix. De plus, lors d'une conférence à Bozar, vous avez rappelé que personne ne croit vraiment que la Russie perdra en Ukraine.

Aujourd'hui, certains en Europe veulent saisir ces avoirs pour continuer la guerre. Nous nous y opposons car nous plaidons pour un accord de paix. Or, jusqu'à aujourd'hui, l'Europe elle-même n'a pas vraiment pris d'initiative de médiation ni n'a cherché de vraie solution négociée dans le conflit. Confisquer les avoirs russes, selon nous, ne représente pas seulement des risques énormes pour notre pays au niveau financier, mais ce serait aussi un pas qualitatif et une nouvelle escalade dans les méthodes de la guerre économique.

Vous avez rappelé que voler des avoirs immobilisés d'un autre pays n'a jamais été fait, même pas durant la Seconde Guerre mondiale avec l'Allemagne. Comme l'a dit la CEO d'Euroclear, les avoirs russes pourraient tout aussi bien être utilisés comme levier dans des négociations de paix.

Monsieur le premier ministre, êtes-vous d'accord sur le fait que l'Europe doit prendre des initiatives pour parvenir à un accord de paix, sans laisser la main uniquement à Trump et aux é tats-Unis? Êtes-vous d'accord sur le fait que la stratégie des dirigeants européens, consistant à confisquer les avoirs russes pour poursuivre la guerre, nous éloigne d'un accord de paix?

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de premier, we lezen in de pers dat de Europese Commissie mogelijk deze week al een voor België nadelige beslissing zou kunnen nemen omtrent de Euroclear-tegoeden. Onze fractie steunt u in het zoeken naar een solide juridische basis, maar tegelijkertijd is het vanuit strategisch oogpunt belangrijk een sterk signaal te geven dat we onvoorwaardelijk de Oekraïense bevolking steunen tegen het Russische oorlogsgeweld, vandaar mijn vraag

Welke financiële bijdrage levert België aan Oekraïne vanuit de Euroclear-opbrengsten en vanuit de eigen middelen? Hoe zult u dat zichtbaar en transparant maken voor het Parlement, de Europese Raad en de Oekraïense bevolking?

Sandro Di Nunzio:

Nog even kort. Laat ons helder zijn. Wij steunen uiteraard het standpunt dat ons land inneemt ten aanzien van de Russische tegoeden. Het is een risico dat wij niet alleen als land kunnen dragen, dus die positie moet absoluut worden verdedigd. Wij steunen u daar ook in, mijnheer de premier.

Ik sluit me aan bij de vragen over de aanpak. Wat is de stand van zaken? Hoe zorgt u ervoor dat we uit het geïsoleerde hoekje geraken en effectief akkoorden kunnen sluiten die tot een oplossing leiden? Hoe zorgt u er daarnaast voor dat het duidelijk is in de perceptie dat wij de mensen in Oekraïne steunen en dat Rusland in deze strijd de vijand is die we tot de orde moeten roepen?

Bart De Wever:

Dank u wel, collega’s. Ik begin met u, mijnheer Van Lysebettens.

Het is een redelijk recent inzicht dat ons land meer zou moeten doen in de bilaterale hulp dan enkel het doorgeven van de opbrengsten van de vennootschapsbelasting op de windfall profits van Euroclear via bilaterale militaire hulp en ondersteuning aan de civiele samenleving. Dat is wat er jarenlang is gebeurd, met uw partij in de regering. Plotseling zit u niet meer in de regering en hebt u het nieuwe inzicht dat dat niet volstaat en dat wij meer moeten doen.

Op zichzelf valt daar iets voor te zeggen. Het enige voordeel van Euroclear en de geïmmobiliseerde sovereign assets in ons land is dat er een kleine belastingopbrengst is op de windfall profits . Zo kan de bilaterale hulp aan Oekraïne worden gefinancierd zonder dat dit op de rest van de begroting drukt. Het is echter bijzonder onverstandig om dit nu publiekelijk te communiceren. Er zijn immers heel wat landen die geïmmobiliseerde of bevroren assets hebben. Al die landen hebben daar nooit transparantie over gegeven, ook niet over wat er met de windfall profits gebeurt, zeker niet over de vennootschapsbelasting in die landen op de windfall profits .

Wij zijn met andere woorden de enigen die al veel risico lopen, omdat we Euroclear in Brussel hebben. Wij hebben een bilateral investment treaty met Rusland, wat ons nu al heel kwetsbaar maakt voor allerlei arbitrages, zowel over de immobilised als de frozen assets . Dat brengt ook kosten met zich mee, die allemaal op ons drukken. We zijn echter de enigen die bereid zijn geweest om die windfall profits aan te bieden aan de G7 om een lening aan Oekraïne af te betalen. Bovendien zetten we als enigen de vennootschapsbelasting op dat bedrag in voor de bilaterale hulp. Andere landen hebben zelfs nog geen transparantie gegeven over de exacte omvang van wat ze hebben, laat staan over de bestemming van die opbrengsten. Uw betoog dat helpt om van België de zondebok te maken, is daarom wellicht een van de domste uitspraken van vandaag. Zeker wanneer u tot voor kort zelf die verantwoordelijkheid in de regering droeg en het destijds volstond om enkel de vennootschapsbelasting in te zetten voor de bilaterale hulp. Dat is nogal hypocriet.

Wat betreft de Commissie, moet ik erop wijzen dat zij uiteraard geen beslissingen neemt. De Commissie doet een voorstel aan de Europese Raad, maar neemt op zichzelf geen beslissing. Het debat gaat dan ook over het voorstel van de Commissie, waarbij de kernvraag is welk voorstel precies zal worden gedaan en hoe dat eruit zal zien.

Là-dessus, je crains que je n'aie pas beaucoup de nouvelles à vous donner depuis la séance plénière de jeudi passé. Nous voulons arriver à une solution. Pas de doute, monsieur Ducarme. Nous voulons arriver à une solution pour soutenir l'Ukraine.

Comme vous le savez, la Belgique est un pays loyal à l'Union européenne, mais aussi un pays loyal à la coalition des volontaires qui soutient l'Ukraine. Nous voulons une solution pour 2026 et 2027, le cas échéant, pour financer l'Ukraine. La grande question est: quelle est la meilleure solution?

Je vais continuer à souligner qu’on peut poser beaucoup de questions sur l'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear, parce que cela pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble.

Il existe aussi de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération. On se base sur l'article 122. On peut se poser beaucoup de questions là-dessus. Cet article prévoit un état d'urgence. Mais où est l’urgence? Il y a une urgence en Ukraine, mais l'Ukraine n'est pas dans l'Union européenne. Dès lors, est-il légitime d'utiliser l'article 122? On peut poser beaucoup de questions là-dessus.

Je pense que c'est une sanction, que cela relève de la politique extérieure, ce qui requiert l'unanimité. On essaie d'invoquer l'article 122 pour travailler avec une majorité qualifiée. Mais on peut se poser beaucoup de questions là-dessus ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l’euro en tant que monnaie de réserve.

Comme vous l'avez dit, la Belgique est toujours un pays qui veut arriver à une solution au niveau européen. Pour moi, c’est cela l'enjeu: trouver une solution – j'espère, une bonne solution. Je ne pense pas que celle-ci est la bonne solution, mais nous sommes à la recherche d'une bonne solution.

Si un grand nombre de pays veut, malgré mes objections – qui sont, à mon avis, très légitimes –, avancer dans la direction du reparations loan , j'ai clairement dit à Mme von der Leyen et M. Merz vendredi passé ce que j'ai dit à la Chambre pendant la séance plénière, à savoir qu'il y a trois conditions cruciales.

La première, c'est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. C'est quand même normal. Il est important ici de préciser qu'il s'agit d'un risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements (BIT), les indemnités pour expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés.

Et cela peut durer longtemps. Même si on annule le BIT, soit ce que la Commission nous recommande de faire, on peut aller en justice pendant 16 ans. Une mutualisation des risques serait pour une période de 16 ans minimum! Si on demande à la Belgique de biffer le BIT, les 17 autres qui ont un BIT avec la Russie doivent aussi être obligés de le biffer. On ne peut tout de même pas demander à la Belgique de le faire seule et de laisser tomber la protection de nos entreprises en Russie, qui seront immédiatement confisquées.

Euroclear a presque 20 milliards d'euros immobilisés en Russie. Cet argent va disparaître dès le premier jour. Toutes les entreprises belges en Russie – et il y en a quelques-unes – seront confisquées dès le premier jour. On ne peut pas demander seulement à la Belgique de biffer le BIT qui est la seule protection que ces entreprises ont encore. Si on saute dans le précipice, tout le monde doit sauter avec nous. Ce serait normal. Et ce serait une mutualisation des risques. C'est très raisonnable de demander des garanties dès le premier jour pour couvrir toutes les obligations financières potentielles. Il faut que ce soit la même chose pour tout le monde.

De tweede voorwaarde, mijns inziens de belangrijkste, is de liquiditeitsbescherming. Wij zijn niet zeker van de gehanteerde hypothese dat die middelen aan het einde van de oorlog niet zullen moeten worden terugbetaald. Dat hangt met name af van de beschikking in het vredesverdrag, een situatie die we niet kennen. Er zijn geen historische precedenten waarbij tijdens een oorlog geïmmobiliseerde activa zijn ingezet. Die bestaan niet, zelfs niet toen wij zelf in oorlog waren. We zijn bij mijn weten niet in oorlog met Rusland, tenzij ik mij vergis, en ik heb niet de ambitie om in oorlog met Rusland te geraken; ik denk niemand. Over dat laatste zullen we het waarschijnlijk eens zijn. Het is dus uncharted water om geïmmobiliseerde activa te gebruiken, terwijl we de afloop van de oorlog niet kennen.

Wat ik heb gezegd tijdens de Grandes Conférences Catholiques, en wat nu natuurlijk wordt gedecontextualiseerd, is dat het onwaarschijnlijk is dat Rusland een militaire nederlaag zal lijden in de klassieke betekenis van het woord. Ik denk niet dat er ooit Oekraïense troepen voor de poorten van het Kremlin zullen staan. Ik kan mij vergissen, maar ik denk het niet. Waarschijnlijk zal die oorlog op een bepaald moment stoppen, hopelijk zo snel mogelijk, met een vredesverdrag dat door Europa en Oekraïne wordt aanvaard. Dat is belangrijk, het gaat niet om een vredesverdrag dat president Poetin en president Trump eventueel zouden aanvaarden, maar een vredesverdrag dat Europa en Oekraïne aanvaarden. Het is mogelijk, en de geschiedenis wijst uit dat het zelfs waarschijnlijk is, dat die geïmmobiliseerde activa op dat moment deel zullen uitmaken van het vredesakkoord. De hypothese dat Rusland die gelden sowieso zal moeten laten vallen omdat het verslagen is in de oorlog, is dus onwaarschijnlijk.

Als men dat als een rationele waarheid aanvaardt, moet men ervoor zorgen dat die liquiditeit ter beschikking is voor het geval dat gebeurt, of voor het geval dat Europa in verdeeldheid – stel u voor – de sancties tegen Rusland niet langer zou kunnen handhaven, waardoor Rusland onmiddellijk zijn activa kan opvragen. Dan moet die liquiditeit aanwezig zijn. Dat is niet op termijn, maar onmiddellijk. Binnen de week moet die liquiditeit kunnen worden gemobiliseerd. Dat is redelijk cruciaal.

Wanneer men het geld van de ECB ‑ rekening wegneemt waar Euroclear dat geld heeft geparkeerd omdat het in cash is omgezet, wat juridisch correct is, dan doet men iets wat nog nooit is gebeurd en dus juridisch twijfelachtig is. Dat zou verkeerd kunnen aflopen in de scenario's die ik heb geschetst. Men moet dan onmiddellijk over die liquiditeit kunnen beschikken. Dat is niet evident, aangezien het over enorme bedragen gaat.

Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat dat niet uit de Belgische schatkist zal komen. Dat zal niet gebeuren. Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat we dat niet bij Euroclear kunnen laten. Als dat bedrijf, waar op de balans 70 keer ons bbp staat, zou wankelen, wankelt het hele mondiale financiële systeem. Dat is dus ook geen goed idee. Dat is onmogelijk. Het kan niet van Euroclear komen en niet uit onze schatkist.

Er moet dus een heel sluitende regeling voorliggen op het moment dat Europa een beslissing neemt over die liquiditeit. Ik heb die regeling tot op heden niet gezien. Wanneer men van mij vraagt om een compromis te sluiten over een voorstel dat ik intrinsiek slecht vind, moet minstens dat aspect voor honderd procent in orde zijn. Anders nemen we risico’s ten aanzien van de Belgische belastingbetaler die niemand kan verantwoorden. Tenzij ik mij vergis, heb ik donderdag kunnen vaststellen – de PS heeft zich niet uitgesproken, maar dat kan vandaag misschien gebeuren – dat niemand in de Kamer, letterlijk niemand, vindt dat we dat wel zouden moeten doen. Desgevallend hoor ik dat graag. Dan kunnen we misschien een uniek moment vaststellen: we zijn unaniem. Dat is in een land als België niet zo evident. Vlamingen en Franstaligen, 150 leden, van uiterst links tot uiterst rechts, we zijn het over iets eens, met name dat we dat niet gaan doen.

Dat heeft ook belang als signaal naar de rest van Europa. Het is geen onredelijke overtuiging, gekoesterd door een of twee partijen in een Belgische regering, of van een bizarre premier, maar het is een eenheidsstandpunt. Dat gaan we niet doen. Dat moet voor honderd procent in orde zijn.

Dan kom ik tot de derde voorwaarde, in mijn ogen vooral een zaak van billijkheid. De eerste twee voorwaarden kan men beschouwen als een soort parachute: de mutualisering van het juridisch risico en een liquiditeitsgarantie. Dat vormt samen de parachute. Als men ons vraagt om van de klif te springen in een gebied waar nog nooit iemand is geweest in de geschiedenis, dan moet die parachute stevig zijn. De laatste voorwaarde gaat dus over billijkheid. Alle andere landen die ook geïmmobiliseerde activa hebben – ik denk bijvoorbeeld aan onze zuiderbuur, die er behoorlijk wat hebben en daar tot nu toe niet zo expressief over is geweest – moeten met ons springen, met dezelfde parachute. Als men vertrouwen heeft in de regeling en de Commissie zegt dat het risico minimaal is, dan is er toch geen probleem? Dan kunnen we allemaal met dezelfde parachute springen.

Si le risque est minimal, nous pouvons tous sauter: tous ensemble, avec le même parachute. Je ne vois pas de problème. C'est pour moi une condition d'équité. Il est équitable que ceux qui ont des avoirs immobilisés, comme l'Allemagne, de manière limitée, la France et d'autres pays, sautent avec nous, au prorata. Si on prend de l'argent chez Euroclear, on prend aussi, dans les mêmes proportions, des avoirs immobilisés dans les autres pays. De cette manière, quand il s'agira des contremesures, nous sommes sûrs que tout le monde sera visé par les conséquences et pas uniquement la Belgique.

This is the proof of the pudding. Put your money where your mouth is. Doe dat pari passu, dat lijkt mij alleen maar billijk.

Dat is ongeveer wat ik donderdag in de Kamer heb verteld, maar nu iets uitgebreider. Ik heb dat vrijdag uiteraard ook uiteengezet aan bondskanselier Merz en mevrouw von der Leyen. Mijn indruk was dat zij de rationaliteit van ons standpunt begrijpen. Ze begrijpen dat het niet onbillijk en niet onredelijk is, dat wij niet op zoek zijn naar een manier om Europa te doen struikelen, dat wij openstaan voor een oplossing. Ze hebben ook geluisterd naar onze alternatieve pistes om Oekraïne te financieren. De toestand sindsdien is dat de Commissie daarmee aan de slag is gegaan.

Als het lukt om die drie voorwaarden sluitend te krijgen tegen 18 december, is het niet onmogelijk dat wij onze goedkeuring geven. Dat is ook wat de heer Ducarme heeft gezegd. Het zit niet in het DNA van België om een soort van Hongarije te spelen om Europees niveau. Dat zijn we niet en zo willen we ook niet worden.

Bloquer l’Union européenne et être l'origine du blocage de toute solution pour l’Ukraine n'est pas ce que nous voulons. Ce n’est pas dans l’ADN de la Belgique. Nous voulons donc parvenir à une solution. Nous pourrions, au moment où les trois conditions seraient remplies, envisager de bouger, mais je reste sceptique, car cela représente beaucoup de travail à réaliser en une seule semaine.

Je continue donc à plaider pour une autre solution pour prévoir des moyens pour 2026 afin de financer l’Ukraine. Ce n’est pas impossible. Si nous pouvons invoquer l’article 122 pour les reparations loans , je pense qu’il est également possible de recourir à ce même article pour une autre solution. Il existe d’autres pistes qui sont plus légales, plus sûres et comportent beaucoup moins de risques. Je vais continuer jusqu’à la dernière minute à défendre ces solutions.

Je crois que nous ne sommes pas du tout isolés en Europe sur ce point, bien au contraire. Mon impression est qu’un grand nombre de collègues partagent notre position. Certes, certains pays sont très expressifs et favorables à la saisie, voire à la confiscation des avoirs immobilisés. Nous savons lesquels et nous comprenons pourquoi. En étant voisins de la Russie et en gardant encore le souvenir d’avoir vécu sous sa tyrannie, je peux imaginer que l’on soit beaucoup plus volontariste en faveur de telles mesures. Mais beaucoup d’autres pays sont plutôt silencieux et savent très bien que tout ce que je viens de vous expliquer est correct, que notre position n’est pas du tout irraisonnable et que d’autres solutions sont à préférer.

Wordt dus vervolgd, geachte Kamerleden. Sorry dat ik iets langer aan het woord ben geweest, maar dit is momenteel een pertinente vraag.

De aanwezige vertegenwoordigers van de vierde macht zijn volgens mij vooral opgedaagd om hiernaar te luisteren, tenzij het over iets anders zou gaan. Gaat u blijven zitten tot het bittere einde? Dan trek ik mijn woorden terug. Ik denk dat dit wel het issue van de komende weken is. Dit spel is niet gespeeld, maar het zal spannend blijven tot de laatste minuut. Dat zijn mijn iets te transparante indrukken.

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie. J'étais venu avec un espoir aujourd'hui, et j'ai entendu ces mots répétés à six ou sept reprises: "il faudra trouver une solution". Nous sommes du côté de la solution. Vous avez parlé aussi du compromis à trouver, ce qui ne veut pas dire en votre chef – et je vous soutiens pleinement dans cette démarche – qu'on fait un pas en arrière dans le cadre de la requête au niveau de la mutualisation des risques. Vous avez évoqué le terme important d'équité.

Ce qui se passe aujourd'hui est un test historique pour la cohésion de l'Union Européenne. Dès lors, entendre que vous allez aussi fortement dans le sens de notre loyauté à l'Union européenne, dans le fait que nous avons un ADN européen, que nous ne sommes pas la Hongrie et que nous ne la serons jamais, est un élément évidemment important. Notre loyauté va à l'Union européenne mais notre responsabilité va aussi aux contribuables belges, comme vous l'avez indiqué. Et, dans le cadre de cette solution envisagée, nous devons avoir toutes les garanties pour la sécurité financière au niveau de notre pays.

Monsieur le premier ministre, vous nous dites que l'Ukraine n'est pas en Europe. Je vous dirai toutefois à titre personnel, pour n'indisposer personne, que je crois que le sort de notre pays et celui de l'Ukraine sont étroitement liés. Ce qui fait la différence aujourd'hui, c'est que la Russie envoie en Ukraine des drones armés et qu'elle envoie en Belgique des drones qui ne le sont pas encore. Je crois qu'il est souhaitable que l'Ukraine gagne la guerre, non pas pour arriver au port de Moscou mais simplement pour retrouver l'intégralité de son territoire.

C'est une situation difficile. On ne doit pas faire le jeu de Poutine et je suis vraiment réconforté par les mots que vous avez utilisés aujourd'hui, parce que vous vous placez naturellement en tant que premier de cordée belge par rapport à votre responsabilité en matière de sécurité financière et par rapport aux contribuables, mais vous êtes aussi au cœur de l'enjeu sur le plan européen. Je vous en remercie.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie d'avoir réaffirmé votre soutien à la coalition des volontaires – c'est important – et pour les précisions. Nous avons appris quelques éléments nouveaux notamment sur l'ampleur et la longueur du risque qui sont sans doute sous-estimés par certains.

Concernant votre petite phrase "à vos armes", historiquement c'est vrai. D'une certaine manière depuis la fin la Seconde Guerre mondiale, plus personne ne perd de guerre. Depuis 1945, plus personne ou presque ne perd au sens d'une occupation, d'une capitulation comme ont perdu l'Allemagne et le Japon. En ce sens-là, vous avez raison. Mais je pense qu'il faut ajouter que, selon nous, l'Ukraine non plus ne peut pas perdre cette guerre. Il est là tout l'enjeu. Je crois que nous devons être lucides: un plan de paix qui serait accepté par l'Ukraine et par l'Europe (ce que vous venez d'appeler de vos vœux), je crains que ce ne soit pas pour demain.

Cela nous renvoie vers les moyens d'aider l'Ukraine encore une fois et pas seulement sur un champ de bataille mais pour arriver fort à une négociation de paix et pour que l'Ukraine tienne, il faut que tous les États membres soient solidaires de la Belgique aujourd'hui.

Merci d'avoir tracé les conditions positives qui peuvent aboutir à un accord car, au niveau international, on tente de nous enfermer dans un rôle de "monsieur non", ce qui est un peu court. Le message me semble important et espérons donc que la solution adviendra dans les jours à venir.

Sofie Merckx:

Monsieur le premier ministre, vous demandez que la décision soit prise à l'unanimité. Vous y mettez les trois conditions, ce qui n'est pas très clair pour moi. Dans le même temps, vous pensez que cela peut évoluer et vous vous appuyez surtout sur la deuxième condition concernant les liquidités. Je ne suis donc pas sure, à vous entendre aujourd'hui, que vous soyez encore aussi décidé que ce vous n'étiez la semaine passée.

Le problème de notre pays n'est pas seulement la prise de risques financiers. Vous avez rappelé que des biens sont immobilisés, ce que nous soutenons dans le cadre des sanctions. D'ailleurs, cela devrait aussi être fait pour un pays comme Israël, mais cela nous éloigne du sujet. Vous avez d'ailleurs rappelé que confisquer n'est jamais arrivé. Ouvrir cette porte, n'est-ce pas très dangereux et pouvant être vu comme un acte d'agression et comme une déclaration de guerre de l'Europe et de notre pays en particulier?

Le 18 décembre est une date proche de la fête de Noël et à cette période-là, traditionnellement, nous essayons de faire la paix dans le monde. Je crains que prendre la décision de la confiscation avant Noël serait envoyer le signal que l'Europe veut continuer cette guerre. Ce serait comme poser un acte pouvant être vu comme une agression. Vous affirmez vouloir une vraie solution et vous voulez (vous l'avez dit) une paix négociée entre l'Europe et l'Ukraine. Pour cela, je vous soutiens. Ce qui n'est pas clair à mes yeux est que si vous avez discuté avec Mme von der Leyen et M. Merz, avez-vous discuté de cette solution? Car si nous voulons une vraie solution, ce serait aujourd'hui un accord de paix négocié par l'Europe. Quels sont les efforts aujourd'hui que l'Europe fait pour qu'il y ait un accord négocié avec l'Ukraine et qui ne soit pas uniquement une histoire entre Trump, Poutine et Zelensky? Je crois que c'est ce que nous devons faire aujourd'hui: choisir la paix et non pas la guerre.

Voorzitter:

Wenst een collega nog bij de replieken aan te sluiten?

Dieter Keuten:

Mijnheer de eerste minister, ik wil nog een bescheiden kanttekening maken. U weet dat het Vlaams Belang u steunt in het vasthouden aan de positie die u zonet hebt uiteengezet. Mijn bescheiden kanttekening gaat over een van de assumpties van de Europese Commissie om de zogenaamde Russische tegoeden te confisqueren. De assumptie die de Europese Commissie maakt, is dat die miljarden bij een vredesakkoord als een voorafname op herstelbetalingen zullen worden beschouwd, herstelbetalingen die Rusland ter vergoeding van de aangerichte schade in Oekraïne krijgt opgelegd. Dat principe van het opleggen van gigantische financiële herstelbetalingen werd na de Tweede Wereldoorlog echter als niet constructief beschouwd. Er bestaat consensus onder historici dat de herstelbetalingen die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog werden opgelegd, mee de bron vormen voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien nemen herstelbetalingen in vredesakkoorden veelal de vorm aan van materialen, machines, goederen en grondstoffen die worden overgedragen, maar niet van gigantische financiële sommen. Die kanttekening wilde ik u even meegeven, als hulp in uw betoog bij de Europese Commissie.

De plannen van de Europese Commissie voor de hogesnelheidstreinen
De Europese plannen voor hogesnelheidsverbindingen tussen hoofdsteden
Europese hogesnelheidsnetwerkplannen voor hoofdsteden

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Jean-Luc Crucke bevestigt dat België’s bestaande hogesnelheidsnetwerk aansluit bij de EU-plannen (€345–546 mjd tegen 2030/2050) om korte vluchten te vervangen, maar waarschuwt dat concrete kosten, CO₂-besparingen en economische baten voor België nog onduidelijk zijn en afhangen van verdere EU-voorstellen en capaciteitsanalyses door Infrabel. Hij benadrukt dat internationale uitbreiding niet ten koste mag gaan van nationaal spoorvervoer, vooral op drukke knooppunten, en dat alternatieve financiering (o.a. private middelen) cruciaal is. Frank Troosters dringt aan op garanties dat de EU-ambities de dagelijkse pendelaars en nationale dienstregeling niet zullen benadelen, maar erkent dat details pas in 2026 verwacht worden. Crucke steunt het EU-plan principieel, mits evenwicht en overleg met NMBS/Infrabel.

Frank Troosters:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De Europese Commissie maakte bekend versneld werk te willen maken van de uitrol van een Europees netwerk voor hogesnelheidstreinen. Op deze wijze wil men van het spoor een valabel alternatief maken voor korte afstandsvluchten met het vliegtuig.

De ambitie is om tegen 2030 het treinverkeer aan hoge snelheid te verdubbelen tegenover 2015.

De kostprijs voor dit alles wordt geraamd op 345 miljard euro. In een latere fase, tegen 2050, wordt de kostprijs op 546 miljard euro geraamd.

Op welke wijze zal de minister erover waken dat de verdere uitrol van internationale hogesnelheidstreinen niet ten koste van het nationale spoorverkeer zal plaatsvinden?

Welk zal het aandeel van België zijn in de kosten van dit project?

Welk zal de economische return uit dit project voor dit land zijn?

Welk zal de totaal gerealiseerde besparing inzake CO2-uitstoot zijn voor dit land tegen 2030 als gevolg van dit project?

Welke infrastructurele werken zullen nodig zijn voor deze Europese plannen?

Welke kostprijs zullen de aanpassingswerken die hiervoor nodig zijn met zich meebrengen?

Voorzitter:

Mevrouw Gielis is niet aanwezig.

Jean-Luc Crucke:

Op 5 november 2025 heeft de Europese Commissie haar mededeling Europa verbinden via hogesnelheidstreinen gepubliceerd. Op die mededeling werd met spanning gewacht gezien het belang van een betere verbinding tussen de belangrijkste Europese steden, met name de Belgische steden, en van echte alternatieven voor vervuilende vervoerswijzen en korteafstandsvluchten. In de mededeling wordt een reeks initiatieven aangekondigd die niet allemaal betrekking hebben op infrastructuur.

Ik neem met belangstelling kennis van het plan van de Europese Commissie om de hogesnelheidsspoorverbindingen in Europa uit te breiden. Het project sluit volledig aan bij de strategie van onze regering, die erop gericht is de internationale verbindingen te versterken en de concurrentie in de hogesnelheidssector te stimuleren.

Het spreekt voor zich dat de voorgestelde maatregelen grondig moeten worden geanalyseerd, zodra de Europese Commissie de concrete elementen heeft voorgesteld. Ons hogesnelheidsnetwerk is al goed ontwikkeld en het plan voorziet specifiek in verbindingen via onze hoofdstad. Het is dus aan ons om te werken aan de randvoorwaarden die een echt aantrekkelijke verbinding met Brussel moeten garanderen. Het dossier staat duidelijk in mijn roadmap voor 2026.

Zoals ik al eerder heb aangegeven, mag ons doel om het aanbod van internationaal spoorvervoer te vergroten, niet ten koste gaan van het nationale aanbod. Er moet een evenwicht worden gevonden, met name op de drukste punten van het netwerk.

Voor de capaciteit van ons netwerk zal alles afhangen van de interesse die de spooroperatoren zullen tonen om er met een trein te rijden. De capaciteitsanalyses zullen door Infrabel moeten worden uitgevoerd op basis van concrete aanvragen. Eén zaak is zeker. Er zal moeten worden gezorgd voor een evenwicht tussen het aanbod van het internationale en het nationale treinverkeer, met name in de meest drukke zones van het netwerk.

Wij zullen, ten slotte, actief deelnemen aan de bespreking van de concrete maatregelen die de Europese Commissie volgens haar tijdschema zal voorstellen. Ik zal ervoor zorgen dat de NMBS en Infrabel volledig bij het proces worden betrokken in overeenstemming met de eisen inzake overleg.

Wat de kosten van het door de Europese Commissie ontwikkelde hogesnelheidsplan betreft, hebben de aangehaalde bedragen betrekking op de hele Europese Unie. Voor een ventilering van de bedragen over de lidstaten is het nog veel te vroeg. Het gaat trouwens om ramingen. Ikzelf stel vast dat België al goed voorzien is van hogesnelheidsinfrastructuur. België is al verbonden met onze buurlanden door hogesnelheidslijnen, die rechtstreeks van grens tot grens zijn aangelegd.

Zoals u weet, worden er momenteel werkzaamheden uitgevoerd aan de lijnen van ons netwerk die ons verbinden met onze buurlanden, waaronder Luxemburg, om de snelheid van de treinen te verhogen en zo de reistijden te verkorten.

Hoewel het niet om hogesnelheidstreinen in de eigenlijke zin van het woord gaat, past de snelheidsverhoging in het streven van de Europese Commissie om de reistijden aantrekkelijker te maken in vergelijking van die van andere vervoerswijzen.

Het door de Commissie voorziene plan voorziet niet in wonderoplossingen voor de financiering van nieuwe infrastructuur en maakt in grote mate gebruik van alternatieve financieringsoplossingen als particuliere financiering. De Commissie zal met de lidstaten besprekingen voeren om hierover te overleggen.

Wat het economische rendement van dit plan voor ons land betreft, het is nog veel te vroeg dat te beoordelen, net zoals dat het geval is voor de vermindering van broeikasgassen. Daar dit plan gericht is op alle grensoverschrijdende trajecten, is het duidelijk dat rekening gehouden moet worden met de impact van alle voorgestelde maatregelen, zowel op het gebied van infrastructuur als op het gebied van regelgeving.

Overigens worden in het plan van de Commissie niet rechtstreeks de investeringen genoemd die nodig zijn om hogesnelheidstreinen in Europa in te voeren. Dat is een taak voor de coördinator van de trans-Europese vervoersnetwerken, in het kader van een werkplan. Ik verwacht de voorstellen van de coördinatoren tegen het einde van dit jaar, of tegen begin volgend jaar. Op dat moment zal ik in overleg met Infrabel kunnen nagaan welke investeringen wenselijk zijn.

Tot slot sta ik zeer positief tegenover de door de Europese Commissie voorgestelde ontwerpplannen. Aangezien het eerste doel daarvan is de ontwikkeling te ondersteunen van de hogesnelheidsspoorverbindingen tussen de Europese hoofdsteden, is dat een stap die ik wens te ondersteunen en aan te moedigen. Ik zal natuurlijk aandacht hebben voor de manier waarop het plan een impact zal kunnen hebben op de modal shift in ons land en op de gevolgen voor het nationale spoorverkeer.

Ik heb trouwens de gelegenheid gehad het onderwerp ter sprake te brengen bij commissaris van Vervoer, de heer Apostolos Tzitzikostas, op woensdag 3 december in de marge van de Raad Vervoer. Hij steunt eveneens het plan van de Europese Commissie en hij heeft me aangemoedigd een nieuw dossier in te dienen om de voltooiing van as 3 te versnellen, iets wat hij ten zeerste wenst en waarbij hij niet zal aarzelen een standpunt in te nemen.

Frank Troosters:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw heel uitgebreide antwoord. Ik begrijp dat de meeste details duidelijk zullen worden in de loop van 2026. Ik wil u maar één opdracht meegeven: zorg ervoor, waak erover, om niet te zeggen garandeer, dat al die Europese plannen niet opnieuw ten koste gaan van het nationale spoorvervoer en van de dagelijkse pendelaars.

Een nieuw recordaantal gedetineerden in de overbevolkte gevangenissen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 9 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz (oppositie) bekritiseert de record surpopulation in gevangenissen (600 gedetineerden slapen op de grond) en wijt dit aan structureel falend beleid: volgens haar verergeren extra gevangenisplaatsen (2.000 gepland) het probleem via een "aanzuigeffect", terwijl alternatieven (preventie, reïntegratie) effectiever en goedkoper zijn, zoals het Observatoire International des Prisons stelt. Ze vraagt om concrete actie van de cel overbevolking (opgericht in juli) en bekritiseert het ontbreken van preventieve maatregelen. Minister Annelies Verlinden erkent het decenniaoude probleem en verwijst naar taskforces (sinds juli) en een langetermijnplan (rapport verwacht in 2026), met focus op alternatieven (samenwerking met gewesten), versnelde uitlevering van illegale gedetineerden en extra capaciteit. Ze benadrukt dat Vlaamse gevangenissen zwaarder belast zijn dan Franstalige, maar ontkent niet dat de crisis escaleert. Schlitz repliceert dat urgentie ontbreekt: records worden wekelijks gebroken, terwijl Verlinden volgens haar te traag en te reactief handelt (bouwplannen in plaats van systeemverandering). Ze pleit voor een speciale commissaris voor overbevolking, gesteund door de sector.

Voorzitter:

Les questions n° 56009924C de M. Dieter Keuten, n° 56010559C de M. Patrick Prévot, les questions jointes n° 56010840C et n° 56010841C de Mme Marijke Dillen, n° 56010871C de M. Koen Metsu, les questions jointes n° 56010915C de Mme Barbara Pas et n° 56010918C de M. Alain Yzermans sont transformées en questions écrites.

Les questions n° 56010942C de Mme Marijke Dillen, les questions jointes n° 56010996C de Mme Sophie De Wit, n° 56010997C de M. Julien Ribaudo et n° 56011087C de Mme Marijke Dillen sont reportées. Les questions n° 56011103C de Mme Victoria Vandeberg et les questions jointes n° 56011114C de Mme Victoria Vandeberg, n° 56011243C de M. Stefaan Van Hecke et n° 56011271C de M. Alexander Van Hoecke sont également reportées. Voilà donc pour ce soir!

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, il y a un peu plus de deux mois, le 2 octobre, lors de l'action de protestation menée dans les prisons, 353 personnes dormaient à même le sol. Juste avant les vacances d'automne, quand je vous ai interrogée à ce sujet, elles étaient 486. Quand j'ai introduit cette question, il y a deux semaines, la barre des 500 venait juste d'être dépassée. Aujourd'hui, ce sont 600 détenus qui dorment à même le sol.

Cette surpopulation énorme met à mal les conditions de travail du personnel, la dignité des détenus et la capacité de l'État à garantir la sécurité dans de bonnes conditions. La porte-parole de l'administration explique que la surpopulation a un effet amplificateur sur l'agressivité. Nous l'avons vu il y a quelques semaines dans plusieurs prisons en Flandre: un gardien a notamment été aspergé d'urine, trois autres ont été agressés et un détenu a été impliqué dans un autre incident.

Certains partis de l'opposition, dont mon groupe, sont allés visiter la prison de Saint-Gilles lors de la semaine des prisons, ce qui a permis d'ouvrir un peu plus les yeux sur cette situation intenable. C'est d'ailleurs dommage qu'aucun membre de la majorité n'ait voulu faire face à cette réalité.

Face à cela, vous indiquez dans la presse vouloir créer 2 000 places supplémentaires dans nos prisons grâce au budget débloqué le mois dernier, alors que nous savons que cette méthode mène uniquement à un appel d'air et à renforcer la surpopulation carcérale. En parallèle, les projets de loi se succèdent pour criminaliser davantage le comportement, menant inévitablement à plus de personnes incarcérées.

L'Observatoire international des prisons (OIP), quant à lui, suggère, au contraire, d'utiliser les 600 millions d'euros supplémentaires pour miser sur des alternatives à la peine, qui sont bien moins chères et avec un potentiel d'efficacité bien supérieur à la prison. Il prône aussi des politiques de désincarcération, de réintégration, mais aussi, bien sûr, de prévention.

Madame la ministre, où en est la cellule de suivi de la surpopulation carcérale créée par arrêté ministériel le 24 juillet? Quand pouvons-nous nous attendre à des recommandations? Avez-vous eu des retours quant à votre idée de créer 2 000 places supplémentaires? Avec ce nouveau budget, pourquoi insistez-vous sur la création de places supplémentaires en prison, ce qui prendra du temps, énormément d'argent et qui aggravera la situation dans nos établissements, au lieu de mener des politiques durables de prévention et de réinsertion? Je vous remercie.

Annelies Verlinden:

Oui, chère collègue Schlitz, la surpopulation est en effet un problème qui existe depuis des décennies et dont la solution n'est pas évidente. Pour lutter contre ce phénomène de manière structurelle, des task forces ont été créées afin d'élaborer un plan d'action global qui a été approuvé par le Conseil des ministres le 18 juillet de cette année-ci.

Les consultations continuent dans les différentes task forces , notamment avec les entités fédérées concernant les alternatives à la peine de prison, avec la santé publique pour les problématiques des internés, avec l'Office des étrangers et mes propres services pour l'organisation des transfèrements interétatiques afin d'accélérer le retour des détenus sans droit de séjour ou encore avec la Régie des Bâtiments pour la construction des places supplémentaires.

Je veux aussi renvoyer à mes réponses aux questions antérieures et aux questions auxquelles j'ai répondues pendant la commission du 19 novembre.

Avec près de 300 détenus dormant à même le sol en Flandre, la surpopulation carcérale est plus importante dans les prisons flamandes que dans celles de la partie francophone du pays.

Les prisons francophones ne sont donc pas plus touchées que celles de Flandre ou de Bruxelles. Créée dans le but d'élaborer un plan avec des acteurs fédéraux de la Justice concernant une solution durable à la surpopulation structurelle, la commission a été mise en place par arrêté ministériel le 20 août. Elle est chargée de développer des solutions structurelles à long terme pour résorber et prévenir la surpopulation.

Un premier rapport intermédiaire sur les travaux est prévu pour février-mars 2026. Deux assemblées générales ont déjà eu lieu et les contrats nécessaires ont été établis avec les différents acteurs susceptibles d'assister à la commission. Je vous remercie.

Sarah Schlitz:

Merci pour votre réponse, madame la ministre. Je vous entends dire que c'est un problème qui dure depuis des décennies, mais ici, on atteint quand même des records. Chaque semaine, un nouveau record est franchi. Là, on a franchi la barre des 600 détenus qui dorment à même le sol.

On ne peut donc pas simplement dire que c'est un problème présent pour lequel on pourrait sans doute mettre des choses en place, mais qu'on ne pourrait pas résoudre.

Par ailleurs, j'entends beaucoup de mesures qui visent à vider les prisons, mais pas à empêcher qu'elles ne se remplissent. Et donc, vous voulez continuer à construire des prisons plutôt que de vous interroger sur les raisons pour lesquelles il y a tant de nouveaux détenus et sur la manière dont on pourrait financer, développer davantage d'alternatives et faire en sorte que les personnes qui ne sont pas dangereuses se retrouvent dans un régime de punition qui soit différent du carcéral. Je pense que c'est vraiment l'urgence du moment.

On ne peut pas continuer de cette manière-là. Par ailleurs, avec mon collègue Van Hecke, nous avons également déposé un texte qui vise à créer un poste de commissaire spécial pour la gestion de la surpopulation carcérale. Par conséquent, je pense que ce serait une bonne piste à explorer également et qui est soutenue par le secteur.

Voorzitter:

M. Thiébaut et Mme Meunier sont absents pour leurs questions n os 56010366C et 56010510C.

Euroclear
Euroclear
Euroclear
De beslissing van de EU met betrekking tot Euroclear
Euroclear
De toespraak van de eerste minister in het Paleis voor Schone Kunsten
Het EU-plan voor de Russische tegoeden
De impact van de activatie van de Russische tegoeden bij Euroclear op de Belgische begroting
De bevroren Russische tegoeden en Oekraïne
Bevroren Russische tegoeden, Euroclear en impact op EU en België

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës verzet tegen het Europese plan om bevroren Russische tegoeden (€250 miljard) bij Euroclear te gebruiken voor Oekraïne, tenzij aan drie harde voorwaarden wordt voldaan: volledige risicomutualisering, liquiditeitsgaranties voor Euroclear en een billijke lastenverdeling tussen alle EU-landen. Premier De Wever benadrukt dat België niet alleen het financiële risico (juridische claims, Russische tegenmaatregelen) kan dragen en wijst op het gevaar voor de financiële stabiliteit, terwijl hij de loyaliteit aan Oekraïne en Europa bevestigt, maar geen "blanco cheque" geeft. Critici zoals Dedecker en Bouchez steunen het verzet maar waarschuwen voor Russische intimidatie en het verlies van vertrouwen in België als financieel centrum, terwijl Hedebouw (PTB) en Vermeersch (Vlaams Belang) de EU beschuldigen van roekeloosheid en een gevaarlijke precedent te scheppen. Di Nunzio kaart aan dat De Wever in Bozar zei dat "Ruslands nederlaag niet wenselijk is", wat diplomatieke verwarring zaait, maar de premier ontkent elke verschuiving in België’s pro-Oekraïne-standpunt. Kernpunt: België eist waterdichte Europese garanties voordat het instemt, anders riskeren financiële instorting, juridische claims en geopolitieke escalatie.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, u hebt onze vraag onterecht samengevoegd met andere vragen. Collega Di Nunzio wil een vraag stellen over de volgende uitspraak van de premier in de Bozar: "Het is niet wenselijk dat Rusland de oorlog verliest." Alle andere vragen gaan over Euroclear. Daarom hebt u onze vraag daaraan onterecht toegevoegd. Wij verzoeken dat de vraag van collega Di Nunzio apart wordt behandeld.

Voorzitter:

Mevrouw Bertrand, de titel is "De uitspraken van de premier over de oorlog in Oekraïne". Het lijkt me dat dat er enigszins in past. Ik kan me vergissen, maar dat lijkt me toch te passen in het kader van de andere vragen.

Mijnheer de premier, ik nodig u uit om vooraan plaats te nemen. De heer Van der Donckt is de eerste vraagsteller.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar alle andere vragen hadden als titel "Euroclear". Onze vraag gaat niet over Euroclear, voor alle duidelijkheid.

Wim Van der Donckt:

Mijnheer de eerste minister, collega's, van de grootste ondernemer in dit land tot de hardwerkende arbeider, iedere Belg zal de gevolgen voelen als Europa lichtzinnig omspringt met de Russische tegoeden bij Euroclear.

Wat vandaag nog wordt voorgesteld als een louter technisch financieel debat, kan morgen uitmonden in economische schade, sociale onrust en geopolitieke escalatie. Dat is helaas geen doemdenken. Nog deze ochtend verscheen een duidelijke waarschuwing van voormalig Russisch president Medvedev, die de woorden casus belli in de mond nam, aanleiding voor oorlog.

De boodschap is overduidelijk, de situatie is ernstig. De gevolgen kunnen België rechtstreeks en aanzienlijk treffen. Laat dat even bezinken. Tegen die achtergrond is het opvallend hoe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stellig zegt dat bijna alle Belgische bezwaren zouden zijn weggewerkt. Bijna, dat is geen detail, het is net de kern van het probleem, want wat vandaag ontbreekt, is een sluitende, afdwingbare en collectieve garantiestelling. Europese solidariteit mag geen holle slogan zijn. De voorstellen die nu op tafel liggen, blijven te vaag en te vrijblijvend. Het gaat hier over honderden miljarden euro's. Dat is het equivalent van het pensioen van alle Belgen samen gedurende verschillende jaren.

Mijnheer de eerste minister, gelukkig blijven u en uw regering in deze moeilijke situatie standvastig. Ik heb dan ook maar één vraag. Kunt u het belang van uw terechte verzet toelichten in deze Kamer, het hart van onze democratie?

Jean-Marie Dedecker:

Premier, ik heb er geen enkel probleem mee om het spaarvarken van 185 miljard euro van de Russen en Poetin te laten slachten. Ik heb daar mijn redenen voor. Ten eerste, het is het geld van de Russische maffia en van de kleptocratie van de bende stelende oligarchen. Ten tweede, Poetin heeft zelf alle Westerse bedrijven geannexeerd, zonder één euro schadeloosstelling. Ten derde, hij heeft voor duizenden miljarden euro schade in Oekraïne aangericht en mensen vermoord.

Ik kom dan bij het belangrijkste punt. Als wij het niet verbeurdverklaren, gaat die andere maffialeider, Trump, ermee aan de haal, want ik heb gezien dat het een onderdeel is van zijn 28 puntenplan voor de vrede. Hij wil de helft van die middelen inpalmen en de andere helft aan zijn maffiavriend in Rusland teruggeven.

Ik ben het echter voor 100 % eens met u, premier, dat u spijkerharde garanties moet krijgen, zeker wanneer uw arm straks door de Europese mandarijnen wordt omgewrongen. De laffe houding van Europa is al jaren bekend. We hebben een kort geheugen. Misschien waren sommigen nog niet geboren, maar in 1994, bij de onafhankelijkheid van Oekraïne, was dat land de derde grootste nucleaire macht ter wereld. De Amerikanen hebben de kernwapens voor 4 miljard dollar opgekocht en aan Rusland teruggegeven.

Daar stond één voorwaarde tegenover, met name dat Europa, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de Amerikanen bescherming aan de Oekraïners zouden bieden. Twintig jaar later stonden de Russen in de Krim. Wat hebben de Duitsers gedaan? Schröder, de voorzitter van Gazprom, zei: wir schaffen das. Wat hebben we gedaan? Niets. We hebben over ons heen laten lopen in Europa.

Als u geld geeft, als u geld moet geven, vraag dan spijkerharde garanties, want ik vertrouw niemand in deze zaak.

Koen Van den Heuvel:

Collega’s, wat zich rond Euroclear afspeelt, duwt ons land in het oog van een storm. De Europese Commissie blijft aandringen op een lening voor Oekraïne, gefinancierd door de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear.

Laat mij echter duidelijk zijn: voor ons is het onmogelijk dat we dat zonder ijzersterke garanties toelaten. Ik denk niet dat we daardoor asociaal of onredelijk zijn. Als dit doorgaat, is het immers niet alleen nefast voor de financiële stabiliteit van ons land, maar ook voor de financiële stabiliteit van de hele eurozone. Ik heb het dan nog niet gehad over de financiële geloofwaardigheid van ons land. Wie zal immers nog investeren of zijn geld beleggen in een land dat zich niet aan de afspraken houdt?

Voor ons is het dan ook duidelijk: wij zien geen enkele reden waarom België dit risico alleen moet dragen. Wij geven geen blanco cheque die nefast zal zijn voor elke Belgische belastingbetaler. Voor cd&v is het duidelijk, wij hebben nood aan Europese samenwerking, zeker om de vele uitdagingen van de 21 ste eeuw aan te pakken en om Oekraïne te steunen tegen de Russische tirannie. Dat mag echter niet betekenen dat België te veel alleen moet dragen. Dat is niet de Europese samenwerking die wij willen.

Beste collega’s, dit dossier vraagt eensgezindheid. Dit dossier overstijgt alle partijgrenzen. Dit is de strijd van de voltallige Belgische regering, want dit dossier belangt het hele land aan. Beste premier, beste minister Prévot, cd&v roept u duidelijk op om te volharden en te weerstaan aan de buitenlandse druk, zelfs wanneer die de volgende dagen intenser wordt. Zonder ijzersterke (...)

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, 65 milliards d'euros russes sont actuellement gelés, et 193 milliards immobilisés. On parle d'un montant total de 250 milliards d'euros sur notre territoire, soit beaucoup plus que le budget du gouvernement fédéral pour une année.

Les propositions de la Commission européenne de saisir ces actifs ou de les utiliser comme garantie comportent au moins trois risques majeurs pour notre pays. Le premier est un risque financier, puisque, à tous les coups, nous perdrions sur le plan juridique si la Russie devait entamer des actions. Ce serait un précédent inédit et une violation de la propriété privée, qui ne se justifie pas dans ce cas.

Le deuxième est un risque politique, un risque pour notre réputation. Comment faire encore confiance à la Belgique si, lorsque des avoirs étrangers se situent dans notre pays, ils peuvent être confisqués quelle que soit la situation? Cela engage le futur d'Euroclear sur notre territoire.

Il y a enfin un dernier risque sécuritaire, puisque des représailles seraient à craindre pour notre pays, qui n'est pas un belligérant dans ce conflit, en tous les cas à ce stade.

Par ailleurs, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, l'Europe veut mobiliser des moyens de manière légitime, mais est totalement absente du processus politique qui doit conduire à un cessez-le-feu et à la paix. En outre, l'Ukraine est sujette à des faits de corruption extrêmement graves.

Alors, aujourd'hui, nous voulons affirmer à quel point notre soutien à l'Ukraine est total, mais il ne peut pas être aveugle et irresponsable.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, vous avez raison de tenir tête à la Commission européenne et à Ursula von der Leyen. Cette pression exercée sur notre pays est vraiment intolérable. Elle l’est parce que le danger est multiple si nous acceptons cette décision de confisquer les avoirs russes détenus ici par Euroclear.

Pourquoi est-elle dangereuse? Je suis franchement d’accord avec votre raisonnement, elle est dangereuse pour la Belgique car ce sont bien nous qui devrons payer. Les autres pays européens ne donnent aucune garantie.

Elle est aussi dangereuse pour la stabilité de tout le système financier européen. Quel pays du monde sera prêt à investir ici si, en fonction des intérêts géostratégiques européens, nous décidons de confisquer les avoirs? C'est fou! Cela reviendrait à dire, par exemple, que nous confisquons les avoirs de la Russie mais pas ceux des Israéliens.

Je suis votre raisonnement, cette stabilité est importante. Ici, on entend dire à légère que la stabilité de l’économie mondiale importe peu, mais ce sont les travailleurs qui vont en payer le prix. Monsieur le premier ministre, vous avez raison, nous ne pouvons pas mettre en danger tout le système économique qui est basé sur la confiance et sur la sécurité juridique.

Par ailleurs, le jusqu’au-boutisme de la guerre est aussi un danger. C’est clair! Cela fait des années que nous répétons que l’idée selon laquelle davantage d’armes et davantage de guerres pourraient créer la paix est illusoire. Cela n’arrivera pas.

Plutôt que de laisser à Trump la possibilité de tout négocier au profit des multinationales américaines, réfléchissons un instant à notre autonomie stratégique européenne. Cessons de courir derrière les Américains et derrière la guerre. Cela ne fonctionnera pas ainsi!

Dans ce sens, monsieur le premier ministre, nous vous soutenons et nous espérons que les autres partis maintiendront également leur soutien car la pression sera énorme.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de eerste minister, mijn vraag gaat niet over Euroclear. Daar zijn we het over eens. Ze gaat wel over het volgende.

"Qui croit vraiment que la Russie va perdre en Ukraine? C'est une fable, une illusion totale. Ce n'est même pas souhaitable qu'elle perde."

Wie gelooft er echt dat Rusland de oorlog in Oekraïne zal verliezen? Dat is een fabel. Het is een illusie. Het is zelfs niet wenselijk dat Rusland verliest. Dat waren uw woorden in Bozar op maandagavond tijdens de Grandes Conférences Catholiques. Ik was stomverbaasd, mijnheer de eerste minister, om te moeten lezen in de Franstalige pers dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland verliest.

We zitten intussen in het vierde jaar van de oorlog tegen Oekraïne. België heeft de Russische agressie van bij de invasie, van meet af aan scherp veroordeeld. Voor ons is Oekraïne een vrij, een soeverein en een onafhankelijk land en geen deel van Rusland. U zei evenwel dat het niet wenselijk is dat Rusland de oorlog in Oekraïne verliest. U stelde bovendien dat het een fabel is te geloven dat Rusland kan verliezen. Onvoorstelbaar.

Daarnaast sprak u ook over rechtstreekse boodschappen vanuit Moskou ten aanzien van ons land en ten aanzien van uzelf dat u het voor de eeuwigheid zou voelen als Russische tegoeden in beslag zouden worden genomen. Ik heb daaromtrent een aantal vragen voor u, meneer de minister.

Ten eerste, sprak u namens uzelf of namens ons land toen u die uitlatingen deed?

Ten tweede, kunt u bevestigen dat het standpunt van België ongewijzigd blijft?

Ten derde, wanneer u spreekt over dreigementen, wat is de exacte inhoud van die dreigementen? Hoe hebben die dreigementen u bereikt? En vooral, en niet onbelangrijk, heeft die intimidatie vanuit Moskou de positie van ons land beïnvloed?

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, men zegt wel eens dat de Europese Unie geen ideologie heeft. Nochtans heeft de Europese Commissie een talent dat heel wat communistische economen jaloers zou maken, want ze kan een onteigening verkopen als solidariteit. Communisten pakten vroeger tractoren en landbouwgronden af; Europa pakt gewoon 190 miljard euro. De communisten hadden nog de eerlijkheid om te zeggen dat ze uw bezittingen kwamen afpakken. De Commissie verpakt het als een Oekraïneplan.

Europa wil de geblokkeerde tegoeden bij Euroclear gebruiken als onderpand voor leningen aan Oekraïne. Dat houdt gigantische risico’s in voor de burgers in dit land. Niet alleen wijst Rusland erop dat dit een oorlogsdaad is. Ook de Europese Centrale Bank weigert mee te stappen in dat juridische drijfzand. Dat wil wel iets zeggen, collega’s. Eén verkeerde zet en het vertrouwen in Euroclear, het eurosysteem en het financiële systeem stort in. Experts waarschuwen bovendien dat België in het ergste scenario zelfs failliet kan gaan wanneer Rusland stappen zet en wij moeten terugbetalen. Het gaat om een som die overeenkomt met een derde van de volledige economie van dit land.

Europa luistert niet naar die terechte bezorgdheden. In plaats daarvan zoekt de Europese bemoeibrigade van de Europese Commissie nu een manier om dit land buitenspel te zetten door de unanimiteitsregels te omzeilen. Met andere woorden, uw Europese schoonmoeder, Ursula von der Leyen, wil u schaakmat zetten. Ze wil uw veto en daarmee de bescherming van de belastingbetaler in dit land gewoon uitschakelen.

Mijnheer de premier, de vraag is eenvoudig, maar dringend. Kunt u ons garanderen dat u niet zult buigen voor uw Europese schoonmoeder?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, we zitten in vieze papieren. Er hangt een zwaard van Damocles boven ons hoofd, een zwaard dat ons mogelijk heel hard kan treffen, zowel op financieel als op juridisch vlak. U eist hiervoor onvoorwaardelijke solidariteit van de andere Europese landen en dat is zeer terecht. U hebt daarin gelijk.

Er is echter een aspect aan deze problematiek dat ervoor zorgt dat de andere landen hun stekels opzetten. Elk jaar krijgt ons land 1,2 miljard euro extra inkomsten omwille van de Russische miljarden die bij Euroclear staan. Dat is geld dat we niet ontvangen op basis van onze eigen economie, maar dat we alleen krijgen omdat Oekraïne zich, met een grote menselijke kostprijs, verweert tegen de Russische illegale invasie en vecht voor de democratie in Europa.

Dat is het enige geld dat ons land bijdraagt aan de strijd in Oekraïne en dan nog zonder veel transparantie. Het geld wordt verstopt in het grote budget van Defensie, met de belofte dat het zal worden gebruikt voor militaire steun aan Oekraïne. Er was een afspraak met Europa om dat geld in een Europees fonds voor Oekraïne te storten, zodat voor iedereen transparantie bestaat over de besteding ervan, maar u doet dat niet. Natuurlijk irriteert dat de andere lidstaten. Het betekent ook dat ons land tot op vandaag nog geen enkele euro aan eigen middelen heeft besteed aan hulp voor Oekraïne, in tegenstelling tot de andere Europese landen. Ook dat irriteert de andere lidstaten.

Waarom investeert ons land geen eigen middelen in de strijd tegen Rusland en in de verdediging van onze democratie? Los dat probleem op, toon solidariteit en dan zal het begrip van de andere landen voor onze situatie groeien.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, j'ai déjà dit voici quinze jours que j'étais solidaire de votre position, mais je sens quand même une petite musique qui est en train de monter et qui m'inquiète. "Pourquoi se bat-on?" demandent certains. Eh bien, on se bat pour qu'une nation européenne nommée "Ukraine" reste libre – libre de son destin – et respectée dans ses frontières, pour que ses civils cessent d'être bombardés chaque jour, pour qu'en 2025 les frontières en Europe ne puissent pas être changées par la force parce que, sinon, ce serait la défaite du droit international. On se bat pour que la Russie de M. Poutine comprenne qu'elle ne peut pas attaquer ses voisins, terroriser ses opposants et perturber les démocraties européennes en imaginant qu'elles resteront sans réaction. On ne soutient pas l'Ukraine par simple devoir moral, mais parce qu'il s'agit aussi de notre sécurité et que la guerre hybride, qu'on le veuille ou non, a déjà commencé. C'est pour toutes ces raisons que le soutien à l'Ukraine est essentiel. Il ne s'agit pas tellement de les rendre forts sur le théâtre de la guerre, mais de les rendre forts pour qu'ils puissent négocier la paix.

Donc, comme je l'ai déjà dit ici, je comprends que la Belgique demande de manière préférentielle un emprunt européen, comme ce fut le cas pour le covid. Je comprends qu'à défaut, la Belgique réclame des garanties extrêmement fortes et qu'elle ne soit pas toute seule à devoir en payer d'éventuelles conséquences. Cependant, prenons garde: ne véhiculons pas le doute et le défaitisme, par exemple en déclarant que la Russie ne perdra jamais cette guerre.

Dès lors, monsieur le premier ministre, ma demande est très claire. Oui, obtenez les garanties pour protéger notre pays et partager les risques. Mais, dans le même temps, réitérons clairement notre soutien à l'Ukraine et disons avec force que les intimidations de M. Poutine ne fonctionnent pas.

Voorzitter:

Bedankt, collega’s. Merci, chers collègues.

Mijnheer de premier, u krijgt zoals gezegd iets meer spreektijd voor uw antwoord. Ook de vraagstellers zullen wat meer tijd krijgen voor hun replieken.

Bart De Wever:

Merci, chers collègues, pour vos questions.

Il s'agit en effet d'une question extrêmement importante pour ce pays, une question que je soulève depuis déjà un certain temps au niveau européen. L'utilisation des avoirs immobilisés chez Euroclear pourrait avoir des conséquences potentiellement néfastes, tant pour ce pays que pour l'Europe dans son ensemble. Il existe de nombreuses objections légitimes concernant la légalité d'une telle opération, ainsi que sur les conséquences pour la confiance dans notre système financier et dans l'euro en tant que monnaie de réserve.

Indépendamment encore de toutes ces objections, le gouvernement a toujours posé trois conditions claires avant même d'envisager d'approuver une telle opération. La première condition est une mutualisation de l'ensemble des risques. La Belgique ne peut et n'acceptera jamais d'assumer seule les risques d'une telle opération. Il est important ici de préciser qu'il s'agit du risque total. En vertu des accords bilatéraux existants de protection des investissements, les indemnités pour l'expropriation illégale peuvent en effet largement dépasser la valeur des actifs et inclure des intérêts composés ainsi que des bénéfices non réalisés. Pour nous, les garanties doivent donc, dès le premier jour, couvrir toutes les obligations financières potentielles.

De tweede voorwaarde is een liquiditeits- en risicobescherming. Euroclear moet kunnen beschikken over de betrokken middelen voor het geval dat en op het moment dat het nodig zou zijn.

Een eerste mogelijk geval doet zich voor als het bedrijf het voorwerp zou worden van Russische tegenmaatregelen – dat zal zeker gebeuren – waarvan de financiële schade gedekt zal moeten worden, onmiddellijk. Ik zwijg dan nog over de tegenmaatregelen die Rusland of met Rusland bevriende landen zouden kunnen opleggen tegen anderen, burgers of bedrijven uit dit land of andere lidstaten van Europa.

Een tweede mogelijk geval is dat het bedrijf de tegoeden aan de Russische centrale bank moet terugbetalen. Dat kan het gevolg zijn van rechtspraak of arbitrage en het kan eventueel het gevolg zijn van een vredesakkoord. Het is uiteraard in die zin dat u mijn woorden moet begrijpen. Die oorlog zal op een gegeven moment stoppen. Tegoeden gaan verloren als landen in de klassieke militaire zin een oorlog verliezen. Ik meen dat niemand in de Kamer gelooft dat dit het einde van de oorlog zal zijn, en dus moeten we er ernstig rekening mee houden dat bij een eventueel vredesakkoord er ook een beschikking zal zijn over die tegoeden. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Ik vind het beneden alles dat het uit de context wordt getrokken. (Applaus)

Als er mensen zijn die het een goed idee vinden dat een kernmacht militair onder de voet wordt gelopen, met alle gevolgen van dien, moeten ze dat hier vooral zeggen. Dat getuigt van weinig geopolitiek inzicht.

Alleszins, als Euroclear met een liquiditeitsprobleem komt te zitten, heeft dat gigantische gevolgen voor de globale financiële markt. Dat werd onlangs nog bevestigd door de voorzitter van de ECB, die overigens zelf weigert om het risico van zo’n reparation loan te dekken. Al het nodige geld, de nodige liquiditeiten, moet er dus zijn, onmiddellijk, ter beschikking.

De derde voorwaarde is dat er sprake moet zijn van een billijke lastenverdeling. Het is niet meer dan logisch dat alle lidstaten die over Russische staatsactiva beschikken, in die operatie bijdragen. Men moet die middelen proportioneel en pro rata opvragen bij alle betrokken instellingen binnen het Europees grondgebied en idealiter ook ruimer dan het Europese grondgebied, zoals Lagarde aanbeveelt, met name in betrokken landen die behoren tot de coalition of the willing.

Het voorstel dat de Europese Commissie gedaan heeft, zet wel degelijk stappen in de richting van onze drie voorwaarden, maar voldoet nog niet aan de minimumvoorwaarden die ik zopas heb geschetst, en derhalve kan dat voorstel niet rekenen op de goedkeuring van onze regering en van ons land. (Applaus)

Wij stellen absoluut geen onredelijke eisen. Ieder land in onze situatie zou exact dezelfde eisen stellen. Dat wordt mij ook telkens zo toevertrouwd door menig regeringsleider rond de Europese tafel. Wij zijn bovendien constructief over de fond van de zaak en wijzen op mogelijke alternatieven om in de financiering van Oekraïne te voorzien.

Er mag immers geen enkele twijfel over bestaan. Ons land staat pal achter Oekraïne en wil het nodige doen om dat land sterker en verder te ondersteunen.

Ik betreur het derhalve ten zeerste dat er internationaal allerlei insinuaties en fakenieuws circuleren die ons proberen onder druk te zetten door het tegendeel te beweren. Ik betreur nog meer dat hier één fractie meent op die kar te moeten springen.

Wij zijn loyale Europeanen. Wij staan loyaal achter Oekraïne. Wij zullen altijd kiezen voor vrede, vrijheid en democratie. Wij zijn bereid om daarvoor offers te brengen. Men mag van dit land echter niet het onmogelijke vragen. Dat is de houding van de regering en ik hoop daarvoor de steun te krijgen van het voltallig Parlement. ( Applaus )

Wim Van der Donckt:

Dank u voor dat krachtige antwoord, mijnheer de eerste minister. Als N-VA’er had ik ook niets anders van u verwacht.

Collega’s, dit is hoe echt leiderschap eruitziet: opkomen voor onze werknemers, onze bedrijven, onze spaarders en onze welvaart, onze veiligheid. Dat is exact wat u doet, mijnheer de eerste minister.

Laat u niet afleiden door goedkope spot, valse insinuaties alsof we losers zouden zijn en karikaturale verwijzingen naar onder meer Don Quichot. Zulke opmerkingen dienen het inhoudelijke debat absoluut niet.

Ik geef u een raad. Blijf uzelf, rustig en standvastig. In dezen mag u zelfs koppig zijn. We rekenen op u.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de eerste minister, ik ben het honderd procent eens met uw standvastigheid en met uw argumenten. Het is perfect mogelijk om voor die bedragen een herstellening aan Oekraïne te geven, op één voorwaarde: dat al die landen van de coalition of the willing – wat een fantastisch woord – die ook over ontzettend veel geld beschikken, dat ook consequent doen. Inzake de coalition of the willing , er staat 28 miljard van de Russen in Japan, 15 miljard in Canada, 10 miljard in Luxemburg, 27 miljard in het Verenigd Koninkrijk, 19 miljard in Frankrijk en zelfs 4 miljard in Amerika.

U hebt gelijk, premier. We mogen de dreiging van de unanimiteit van die Europese mandarijnen, die schrik hebben van Orbán en Fico in Slovakije, nooit aanvaarden. Als zij een herstellening geven, moeten we een solidaire borgstelling voor de terugbetaling van die lening tekenen. Ik denk dat Oekraïne daarmee wel gediend kan zijn.

We mogen niet vergeten dat Oekraïne vandaag de grenzen van onze vrijheid en van Europa verdedigt. Dat vergeten wij te vaak.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.

Voor ons is het heel duidelijk. We moeten pal achter Oekraïne blijven staan en we moeten blijven geloven in de Europese samenwerking, niet alleen voor Oekraïne, maar voor de vele andere uitdagingen. Maar dat mag inderdaad niet blindelings gebeuren. We zijn daarmee niet asociaal of onredelijk, zoals ik daarnet al heb gezegd. De financiële gezondheid en financiële stabiliteit van ons land en van Europa is in het geding en dat is ook heel belangrijk voor elke inwoner van ons land. Wij zeggen daarom heel duidelijk dat dit dossier niet zonder garanties kan passeren. U hebt ze opgesomd: gelijke risicoverdeling, voldoende liquiditeitsvereisten voor Euroclear en een gelijk speelveld, want ook de andere landen met bevroren Russische tegoeden moeten mee in het bad. Dat zijn geen overdreven eisen. Ik kan u alleen maar aansporen om te volharden en om de druk te weerstaan.

Georges-Louis Bouchez:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie. Finalement, on a pu entendre plus ou moins les mêmes discours dans le chef de pas mal d'intervenants. Mais il ne faut pas se tromper, on n'a pas tous le même objectif. Quand le PTB est d'accord avec vous, c'est parce qu'en fait, il ne souhaite pas réellement la défaite de la Russie, compte tenu d'une certaine histoire et d'une certaine approche de l'Occident.

Il faut être bien clair ici, nous voulons une Russie la plus faible possible pour aller négocier la paix. Qu'on ne se trompe pas, la guerre sera une guerre d'usure, parce que la Russie l'a débutée non pas en Ukraine en 2022 mais en Géorgie en 2009. Son objectif est de contrôler les cinq mers à l'ouest de la Russie, de reconstituer un empire et une zone d'influence qui va nous toucher via des cyberattaques, la présence de drones ou toute autre influence politique. On devra être fort, on devra mobiliser des moyens. C'est la raison pour laquelle ce gouvernement investit fortement dans la Défense, afin de protéger nos concitoyens.

Dans le même temps, monsieur le premier ministre, comme je le disais, on doit aussi être totalement partie prenante du processus politique qui mettra un terme à cette guerre. Il n'est pas normal de devoir mobiliser tant de moyens et d'apprendre via la presse ce que Donald Trump a négocié. C'est une nouvelle fois le reflet de la faiblesse européenne que nous devons corriger par la défense, l'industrie et notre souveraineté/autonomie.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, zoals ik eerder al heb gezegd, steunen we u uiteraard in het verzet tegen de Europese Commissie, die vandaag vraagt om alle Russische tegoeden in beslag te nemen.

Ik was wel graag dieper ingegaan op de vraag wat de strategie van de Europese Raad precies is. Bestaat dat debat in de Europese Raad? Waar wil men naartoe? Wat is het idee over de plaats van Europa in de wereld? Het idee dat we al onze contracten op financieel vlak zomaar aan de kant zouden schuiven, is toch te gek voor woorden? Wat zullen andere landen dan denken? We leven toch niet meer in de periode van de koningen? Wat zullen andere landen denken wanneer we beslissen om dat geld gewoon in beslag te nemen? Dan zullen ze hun eigen banken en structuren op poten zetten.

In welke wereld leven we? Ik heb de indruk dat er in de Europese Raad nog altijd het idee leeft van la grande Europe qui domine le monde, avec les États-Unis d’Amérique .

Dat is gedaan, beste collega's. De wereld is aan het kantelen. We moeten met Europa onze eigen weg volgen. Dat zal natuurlijk gebeuren met uitgestrekte hand naar de landen in het zuiden.

Ziet u niet dat onze economie eraan kapotgaat? De Amerikanen moedigen Europa aan om ermee door te gaan. Ondertussen gaat Europa gewoon de afgrond in, economisch, sociaal en militair. Zo maken ze Europa kapot.

Dat de eerste minister zegt dat we waarschijnlijk niet zullen winnen, is meteen een schandaal. Dat is nochtans wat op het terrein gebeurt. Kijk wat er gebeurt. We moeten zelf diplomatie bedrijven op basis van onze eigen visie.

Sandro Di Nunzio:

Ik juich uw ondubbelzinnige verklaring hier dat ons standpunt ten opzichte van Oekraïne niet is gewijzigd, toe. Het was uiteraard te verwachten dat u de uitspraken van maandagavond zou afdoen als een fait divers en dat u die tot irrelevante opmerkingen zou proberen te herleiden. Het was te verwachten dat u ons zou verwijten de zaken uit de context te trekken. Een ding is echter duidelijk, mijnheer de eerste minister, u hebt die woorden wel degelijk uitgesproken. U hebt gezegd dat het zelfs niet wenselijk is dat Rusland zou verliezen. U hebt dat letterlijk zo gesteld.

Wij willen u met onze opmerkingen niet in een bepaalde hoek plaatsen. Wij willen enkel aangeven dat uw verklaring ongelooflijk belangrijk is. U moet beseffen dat uw woorden, die ongehoord zijn, tellen. U bent premier van dit land. Of u hier spreekt of in een kleinere zaal, dat heeft altijd een weerslag. Uw uitspraak is niet alleen nadelig voor onze diplomatieke positie, maar u voedt daarmee ook de Russische propagandamachine. Die gebruikt dat om ons land weg te zetten als bondgenoot van Rusland. Dat moet u absoluut vermijden. U mag in het dossier niet uit de bocht gaan. U speelt als premier op een ander niveau in de wereld. U moet helder en duidelijk blijven communiceren wat ons standpunt is, zoals u dat hier hebt geformuleerd, namelijk dat we de mensen in Oekraïne en hun strijd steunen en dat we ons tegen de illegale invasie door Rusland verzetten.

Wouter Vermeersch:

Collega's, als Viktor Orbán zich als enige in Europa verzet en een vuist maakt tegen Europa, dan schreeuwt het Parlement moord en brand. Nu zouden we bijna smeken om een premier met de daadkracht en ruggengraat van Orbán. Het belang van het dossier voor de belastingbetaler kan niet worden overschat: vergelding vanuit Rusland, het breken van het internationaal vertrouwen, het ondermijnen van het financiële systeem en zelfs het faillissement van dit land, als we moeten terugbetalen. Voor dat laatste hebben we de Russen zelfs niet nodig.

Mijnheer de premier, u bent al zeer goed bezig om dit land naar de afgrond te brengen. U en ik, wij hier allemaal, hebben op de schoolbanken geleerd dat Europa voor welvaart en vrede moet zorgen. Vandaag houdt Europa zich bezig met het maken van schulden en het stoken van oorlog. Euroclear ligt in België, in Vlaanderen. Dus wij, Vlamingen moeten beslissen over de geblokkeerde tegoeden en niet Ursula von der Leyen of de Europese Commissie.

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de premier, de Verenigde Staten hebben hun steun aan Oekraïne ingetrokken. Europa moet de hele zaak nu zelf financieren en dat is precies de kern van het probleem waarover we het hier vandaag hebben. De meest logische oplossing voor dat probleem is dat Europa dat geld leent op de financiële markten en het dan aanwendt voor de steun aan Oekraïne. De Hongaarse premier Orbán verhindert dat. Ons land mag niet het slachtoffer worden van de collaboratie van Orbán met Rusland. Dat is niet aanvaardbaar.

Als we willen dat Europa solidair is met ons land, zullen we zelf ook uit de pijp moeten komen. U hebt herhaald dat ons land loyaal achter Oekraïne staat en ik ben daarvan overtuigd; ik twijfel daar niet aan. Dat moet echter ook blijken uit daden. Als we onze democratie echt willen verdedigen, zal ons land eindelijk eigen middelen moeten vrijmaken om de Russische agressor tegen te houden. De begroting van 2026 komt eraan. Toon aan de Europese collega’s dat we aan de juiste kant staan. Toon dat ook wij de nodige middelen inzetten om Oekraïne te steunen. Dat zijn we verplicht aan Oekraïne, dat zijn we verplicht aan onze democratie en dat zijn we verdomme verplicht aan onszelf.

François De Smet:

Merci monsieur le premier ministre d'avoir rappelé le soutien clair de notre pays à l'Ukraine. C'était évident – et vous l'aviez déjà formulé –, mais je crois qu'il était nécessaire de le rappeler maintenant. J'espère que le message sera arrivé auprès des autres pays européens et de la presse européenne. Deuxièmement, ne soyons pas naïfs à propos des objectifs de M. Poutine. Son objectif premier est de semer la discorde entre nous, dans nos pays et entre pays européens. En conséquence, la meilleure réponse à lui apporter est de parvenir à un accord. Vous avez raison de tenir jusqu'au bout, mais il faut absolument que les Européens aboutissent à un accord qui permette de libérer cet argent pour l'Ukraine, d'une manière ou d'une autre. J'espère avec vous que les autres pays membres de l'Union comprendront qu'ils devront prendre leur juste part de la charge et du risque. Sinon, nous ne serons simplement pas à la hauteur de la tâche que l'histoire nous donne aujourd'hui.

De toestand in Venezuela

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 4 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Nabil Boukili beschuldigt de VS van een voorbereide militaire interventie in Venezuela onder het mom van drugbestrijding, terwijl het volgens hem draait om regimewissel en oliecontrole—gestut door valse voorwendsels zoals in Irak—en eist dat België de Amerikaanse agressie expliciet veroordeelt. Minister Prévot benadrukt samenwerking tegen drugshandel en roept op tot desescalatie binnen het internationaal recht, maar vermijdt een directe veroordeling, meldt enkel reiswaarschuwingen en "franke dialoog" met de VS over hun "veiligheidsbelangen". Boukili wijst Prévots terughoudendheid af als onvoldoende, vergelijkt de retoriek met de Irakoorlog (1,5 miljoen doden) en stelt dat België concrete actie moet ondernemen om een oorlog—met het Venezolaanse volk als slachtoffer—to stoppen. Kernconflict: België kiest voor diplomatieke voorzichtigheid, Boukili eist hard standpunt tegen Amerikaanse imperialistische motieven.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, Donald Trump a annoncé cette semaine que les États-Unis allaient intervenir militairement au Venezuela, après avoir frappé de manière unilatérale des navires sur les côtes vénézuéliennes, après avoir fait plus de 70 morts, après avoir placé 10 F-35 à Porto Rico et fermé l'espace aérien.

Le prétexte, cette fois-ci, est la guerre contre la drogue et non plus les armes de destruction massive. Pourtant, un rapport mondial des Nations Unies sur les drogues – datant de 2025 – nous dit que le pays joue un rôle marginal, ne connaît pratiquement aucune culture illégale significative et n'est mentionné que dans 5 % des routes de trafic latino-américaines. L'objectif de l'administration Trump – il ne faut pas se mentir – est d'abord un changement de régime au Venezuela pour s'accaparer ses richesses pétrolières. Ce pays possède en effet les plus grandes réserves de pétrole au monde.

Pendant ce temps, l'Europe et la Belgique restent silencieuses. La dernière fois que je vous ai interrogé en commission, vous m'avez répondu que vous étiez contre une intervention militaire et contre une escalade mais vous n'avez pas condamné la politique agressive américaine.

Monsieur le ministre, vu l'escalade et l'agressivité américaine qui se renforcent, je vous le demande clairement. Vous devez être cohérent puisque vous dites défendre le droit international et qu'ici, on attaque un pays souverain. Allez-vous condamner cette politique américaine? Quelles mesures avez-vous prises ou comptez-vous prendre pour faire face à cette agression contre la souveraineté vénézuélienne?

Maxime Prévot:

Merci monsieur le député pour votre question. La Belgique et les États-Unis partagent cette préoccupation commune de lutter contre le trafic de drogue et la criminalité organisée. Lors du sommet entre l’Union européenne et les États d’Amérique latine et centrale, qui s’est tenu à Santa Marta le mois dernier, je me suis exprimé très clairement sur ce sujet. Cette lutte constitue une priorité de premier plan pour ce gouvernement et constituait d’ailleurs l’un des axes essentiels de mon déplacement en Amérique latine, plus précisément en Colombie et au Mexique.

Cette lutte doit cependant s’appuyer sur une coopération étroite entre les pays concernés et toujours respecter le droit international. La Belgique et l’Union européenne appellent à la désescalade et défendent l’importance de la stabilité régionale ainsi que de la sécurité maritime. Nous continuons par ailleurs à espérer un avenir pacifique et démocratique pour le Venezuela.

Or la situation sur place se tend. Hier, lors d’une cellule de crise consacrée au suivi des affaires consulaires, nous avons décidé de modifier l’avis de voyage du ministère des Affaires étrangères et de déconseiller désormais tout déplacement vers le Venezuela. Les Belges présents dans ce pays recevront un e-mail leur indiquant que les possibilités de quitter le pays diminuent et que l’assistance consulaire devient plus difficile.

Hier, j’ai rencontré hier le secrétaire d’État adjoint des États-Unis, Christopher Landau, avec qui j’ai eu un échange très franc sur de multiples sujets. J’ai pu évoquer avec lui l’enjeu de la lutte contre le trafic de drogue. Il a lui-même été très clair sur la position de l’administration américaine, qui souhaite redéployer sa diplomatie notamment vers l’Amérique latine et mieux y défendre ses intérêts sécuritaires. Nous avons convenu de continuer à discuter de ce sujet ensemble. Je serai d’ailleurs à Washington début janvier afin de continuer ce dialogue franc que nous avons initié.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous entends lorsque vous appelez à une désescalade, mais appeler à une désescalade ne suffit pas. Vous dites aujourd’hui que vous conseillez à nos ressortissants présents au Venezuela, ou à ceux qui souhaitent s’y rendre, d’être plus prudents. Mais ce qu’il faut, c’est éviter que la situation ne s’aggrave au Venezuela. Que fait la Belgique face aux États-Unis pour empêcher qu’une guerre n'éclate au Venezuela? C’est le peuple vénézuélien qui souffrira de cette guerre. Arrêtons de répéter cette fable selon laquelle les Américains interviendraient au Venezuela pour lutter contre la drogue. Le même discours a été tenu en Irak. Et quel en a été le résultat? Un million et demi de morts. Les Américains ont même menti devant les Nations Unies en affirmant qu’il y avait des armes de destruction massive. L’objectif réel était de s’accaparer le pétrole irakien et de défendre les intérêts stratégiques des États-Unis. Arrêtons de mentir aux gens: les Américains interviennent pour leurs propres intérêts, pas pour le peuple vénézuélien.

Het Duitse verbod op een islamitische organisatie die oproept tot de stichting van een kalifaat
De Hamasdreiging in België
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (1)
Een mogelijk bij het bloedbad op 7/10 betrokken Hamasfan die opduikt bij een sit-in in A'dam (2)
De screening en opvolging van Mohaned al-Khatib en de Palestijnse asielzoekers
Extremisme, Hamas en islamitische radicalisering in Europa

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 3 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert dat België onvoldoende optreedt tegen Hamas-sympathisanten en jihadistische organisaties, waaronder Mohaned al-Khatib—een verdachte van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—die volgens hem niet dagelijks wordt opgevolgd door veiligheidsdiensten, ondanks zijn openlijke jihadistische uitingen. Hij stelt dat de screening van Palestijnse asielzoekers falen (o.a. door signalen van het Joods Informatiecentrum in plaats van eigen inlichtingen) en waarschuwt dat het merendeel Hamas/Hezbollah-steunt, wat de veiligheid bedreigt. Minister Bernard Quintin bevestigt dat er gerechtelijk onderzoek loopt naar al-Khatib en dat Hamas prioriteit heeft voor de diensten, maar ontkent structurele banden met Duitse extremistische groepen in België. Hij verwijst voor asielscreening naar Van Bossuyt (Migratie) en benadrukt dat dreigingsniveau 3 geldt, met focus op jihadisme—zonder concrete maatregelen tegen individuen of organisaties te specificeren. Van Rooy blijft kritisch en eist strengere actie tegen "terreurverheerlijkers".

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik heb veel vragen voor u.

Ten eerste, Duitsland verbiedt de islamitische organisatie Muslim Interaktiv omdat die oproept tot de stichting van een kalifaat. Om dezelfde reden worden Generation Islam en Realität Islam mogelijk ook verboden.

Mijnheer de minister, hebben Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen in België of onderhouden ze banden met organisaties in België? Wordt onderzocht of zich in België islamitische organisaties bevinden die oproepen tot de stichting van een kalifaat en zullen die desgevallend, zoals in Duitsland, verboden worden?

Ten tweede, een rapport van het Meir Amit Intelligence and Terrorism Information Center stelt dat Hamas in Europa een netwerk heeft uitgebouwd en tracht te versterken om hier aanslagen te plegen. Zo werd reeds een wapendepot ontdekt en zijn al verschillende gewapende Hamasleden en -aanhangers opgepakt, onder meer in onze buurlanden. Volgens de Duitse inlichtingendienst is het aantal Hamasleden tussen 2008 en 2023 met 50 % toegenomen, tot meer dan 450. U weet dat die vrij kunnen reizen in Europa binnen de Schengenzone. Ze kunnen zich dus ook op ons grondgebied bevinden.

Mijnheer de minister, weet u hoeveel Hamasleden en -agenten zich momenteel op ons grondgebied bevinden? Hoe verloopt de veiligheidsscreening van Palestijnse asielzoekers en migranten op een eventueel lidmaatschap van Hamas of spionage voor Hamas?

Ten derde, wat die screening betreft, die verloopt blijkbaar op zijn zachtst gezegd niet goed, want een Palestijnse Hamasfanaat die betrokken is bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël blijkt nu gewoon in België te verblijven. Hij werd eerst gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel. U hebt de beelden intussen wellicht gezien. Ik heb daarover ook al mevrouw Van Bossuyt, de minister van Asiel en Migratie, en mevrouw Verlinden, de minister van Justitie ondervraagd. Minister Van Bossuyt heeft me gisteren bevestigd dat de man hier nog steeds verblijft, met name in een asielcentrum in Sint-Niklaas. Er is bovendien een dossier van 65 pagina’s opgesteld – niet door onze veiligheidsdiensten, maar door het Joods Informatie- en Documentatiecentrum (JID) – over dat verschrikkelijk jihadistische sujet Al-Khatib. Ik hoop dat u het ondertussen al hebt gelezen. Het staat gewoon op de site van het JID.

De vraag is hoe het mogelijk is dat zo iemand, met wat hij op 7 oktober 2023 heeft gedaan en met de openlijke jihadistische oproepen die hij nog altijd doet op zijn sociale media, zich op Belgisch grondgebied bevindt. Hij is hier nog altijd, in Sint-Niklaas. Zal hij nu wel worden gescreend door de veiligheidsdiensten, is dat al gebeurd, naar ik hoop, of wordt hij ten minste op dit moment opgevolgd door de veiligheidsdiensten? Ik herinner mij dat de zogenaamde Syriëstrijders zouden worden opgevolgd, wat dat ook moge betekenen. Ik veronderstel dat agenten of mensen van de veiligheidsdiensten zo iemand volgen in zijn of haar dagelijkse praktijken, onder andere op sociale media. Wordt die Mohammed Al-Khatib vandaag dagelijks opgevolgd door onze veiligheidsdiensten?

Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waaronder Palestijnse tieners die een trui dragen waarop in het groot een M16-machinegeweer staat. De M16 is, naast de Kalasjnikov, het geliefkoosde wapen van jihadisten en ook van Hamas. Het werd onder andere gebruikt bij de verschrikkelijke massaslachtingen in de Israëlische kibboets. Zij komen hier gewoon binnengewandeld.

U weet dat België een favoriete bestemming in Europa is van Palestijnse asielzoekers. Het merendeel van hen heeft sympathie voor Hamas en Hezbollah en juicht de genocidale massaslachting op 7 oktober 2023 toe . Dat blijkt uit onderzoeken, bevragingen en peilingen. Zij delen dus het zieke jihadistische wereldbeeld van de persoon over wie ik u specifiek ondervraag, Mohammed Al-Khatib.

Tot slot, welke stappen zet u om ervoor te zorgen dat Hamas-terroristen, maar ook Hamas-fanaten en verheerlijkers van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 onze samenleving niet kunnen verzieken of onveilig maken voor joden, maar ook voor niet-joden?

Bernard Quintin:

Mijnheer Van Rooy, u weet dat het niet mijn gewoonte is om details te geven over individuele dossiers, zeker niet wanneer ze zich in de onderzoeksfase bevinden.

Ik kan u wel meegeven dat ik op 7 november 2025 op de hoogte ben gebracht van de aanwezigheid van de betrokkene op ons grondgebied en van de open bronelementen die zouden kunnen wijzen op diens aanwezigheid tijdens de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober 2023.

Justitie voert momenteel een onderzoek dat moet uitwijzen of dat klopt en desgevallend in welke hoedanigheid dat gebeurde.

Het dossier is ook in behandeling bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Voor informatie daarover, evenals over de maatregelen voor het groot aantal Palestijnen dat naar België komt of over de screening moet u minister Van Bossuyt nog eens bevragen.

Op de vraag over de bewegingsvrijheid van personen binnen de Schengenzone of de Benelux is het antwoord eenvoudig. Wanneer iemand niet is geseind, mag hij of zij zich vrij verplaatsen.

Op de concrete onderzoeksdaden van de veiligheidsdiensten ga ik niet in.

Het spreekt voor zich dat wanneer wordt vastgesteld dat de betrokkene effectief banden met Hamas zou hebben, het parket een gerechtelijk onderzoek moet openen. Vragen daarover stelt u het best aan mijn collega Verlinden. Ook zal het OCAD in een dergelijk geval overgaan tot opvolging in het kader van de nationale Strategie T.E.R.

Onze veiligheidsdiensten hebben geen indicaties die erop wijzen dat Muslim Interaktiv, Generation Islam en Realität Islam vertakkingen hebben in België of dat er structurele banden bestaan tussen die organisaties en organisaties in België.

U weet dat ik een wetsontwerp voorbereid om te beschikken over een instrument om in overeenstemming met het regeerakkoord gevaarlijke radicale organisaties te kunnen verbieden. Ik kan niet vooruitlopen op dat wetsontwerp, aangezien de Raad van State nog geen advies heeft kunnen afleveren.

De Veiligheid van de Staat en het OCAD zijn bevoegd voor het onderzoek naar en de analyse van zowel religieus als ideologisch extremisme. Wanneer er in ons land organisaties zijn die oproepen tot het stichten van een dergelijke organisatie, zal dat via het VSSE en het OCAD aan het licht komen.

Al sinds 7 oktober 2023 houden onze veiligheidsdiensten rekening met de mogelijkheid dat leden van Hamas hun toevlucht zouden zoeken in België of andere Europese landen. Hamas wordt prioritair behandeld door de inlichtingendiensten en de inlichtingen over Hamas worden steeds meegenomen in de dreigingsanalyses die door het OCAD worden opgesteld.

Het dreigingsniveau staat in België op niveau 3 sinds oktober 2023. Dat betekent dat de dreiging ernstig is. De religieus geïnspireerde dreiging voor West-Europa komt voornamelijk uit islamistische en jihadistische hoek. Voor het Westen blijft de dreiging van IS en IS-geïnspireerde actoren volgens het OCAD momenteel de belangrijkste.

Aangezien de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek – om de redenen die u aanhaalt, mijnheer Van Rooy – kan de politie geen details geven. Voor meer informatie verwijs ik naar de magistraat die belast is met het dossier. Sta me toe om op te merken dat het bestaan zelf van dat dossier aantoont dat de veiligheidsdiensten adequaat hebben gereageerd.

Wat betreft de vraag inzake de administratieve situatie van die persoon en de mogelijke maatregelen in geval van terugkeer, mocht hij naar Griekenland worden teruggestuurd, heb ik al gezegd dat u zich moet richten tot de Dienst Vreemdelingenzaken. Ook de FOD Justitie zou kunnen worden geraadpleegd, indien een meer gedetailleerd overzicht van de geldende regelgeving moet worden gegeven.

Wat de politie betreft, geldt het algemeen toezicht op de openbare ruimte en het opstellen van processen-verbaal voor alle inbreuken die haar ter kennis worden gebracht, ook voor dit soort feiten. Het openbaar ministerie kan een vervolging instellen. De bestuurlijke opvolging door de politie van groeperingen en hun leden is mogelijk binnen een zeer strikt regelgevend kader.

Over het algemeen wordt het toezicht op extremistische individuen en groeperingen georganiseerd door de Strategie T.E.R. en wordt het risiconiveau dat zij vormen, vastgesteld door het OCAD, dat beschikt over alle informatie van de politie, de Veiligheid van de Staat en andere instanties. De politie kan zich uiteraard niet uitspreken over andere maatregelen die door de regering worden genomen en die niet onder haar bevoegdheid vallen.

Sam Van Rooy:

Minister, dank u voor uw antwoord. De situatie is helaas helder. Ik zeg 'helaas', want Mohaned al-Khatib wordt vandaag dus niet opgevolgd. Dat is wat u hebt gezegd. Er wordt wel onderzoek gedaan, terwijl de info al weken bekend is.

Bernard Quintin:

(…)

Sam Van Rooy:

Wordt hij dagelijks opgevolgd in zijn doen en laten en in zijn socialemediaposts? Ik dacht het niet. Ik verwijs ook naar uw antwoord op mijn andere vraag. U moet radicale organisaties niet verbieden. U moet daarentegen jihadistische en moslimfundamentalistische organisaties viseren en verbieden, want daar zit het probleem. Jihadisten en moslimfundamentalisten, maar ook verheerlijkers van jihadistisch terreur moeten buiten dit land worden gehouden. Als ze hier toch aanwezig zijn, dienen ze te worden uitgezet of – zoals in het geval van Mohaned al-Khatib – te worden opgevolgd om na te gaan waar ze mee bezig zijn. U zegt dat de diensten goed werk leveren, maar ze hebben dat moeten vernemen van het onvolprezen Joods Informatie- en Documentatiecentrum. Als die organisatie niet aan de alarmbel had getrokken, dan wisten de diensten vandaag waarschijnlijk nog nergens van. Dat is een bewijs dat de screening faalt. Ik vraag me dus af hoe u dat ziet, met al die Palestijnen die hier wekelijks binnenkomen. Nogmaals, ons land is een topbestemming. In 2025 zijn er al 3.000 Palestijnse asielzoekers binnengekomen. Het merendeel heeft op zijn minst sympathie voor Hamas en voor Hezbollah. Ik herhaal dat. De meesten juichten de genocidale jihadistische terreuracties van 2023 gewoon toe. U, als minister van Veiligheid, stond erbij en u keek ernaar. Dat is de realiteit.

De aanslepende moeilijkheden bij de DAB betreffende het vervoer van gedetineerden
Het falende gevangenentransport
Problemen met gevangenentransport en DAB-organisatie

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 3 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Ortwin Depoortere bekritiseert dat uitgestelde rechtszittingen door falend gedetineerdentransport (DAB) het gevolg zijn van structurele onderbemanning, overbevolkte gevangenissen en slechte afstemming met Justitie, en vraagt om concrete oplossingen. Minister Quintin bevestigt het probleem (70 ritten/week mislopen) en noemt maatregelen zoals heroriëntatie personeel, nieuwe voertuigen, betere planning en samenwerking met Justitie, maar Depoortere vindt dit onvoldoende zonder extra budget voor aanwerving en eist actie tegen gevangenisoverbevolking (40% illegalen). Quintin belooft verdere afstemming en schriftelijke cijfers, maar Depoortere blijft skeptisch over de haalbaarheid zonder structurele middelen.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, het probleem is u wellicht bekend. Zittingen in onze rechtbanken moeten worden uitgesteld omdat de DAB gedetineerden niet of niet tijdig kan overbrengen. De oorzaak kent u ook, namelijk de onderbemanning van de dienst. Er zijn systemische capaciteitsproblemen bij deze dienst, zowel op het vlak van de rekrutering, als vanwege de overbevraging, die een domino-effect is van de overbevolking in gevangenissen. Dat is niet uw bevoegdheid, maar ik hoop wel dat deze regering daar eindelijk werk van zal maken, dat het niet bij woorden blijft, maar dat er ook daden zullen volgen.

Ik wil u specifiek ondervragen over de DAB. Hebt u al initiatieven genomen om de verplaatsingen van gedetineerden te verzekeren of zult u dat in de toekomst nog doen? Hebt u daarover al overleg gepleegd met de minister van Justitie? Zijn daar concrete resultaten uit gekomen? Hoeveel VTE's zijn vandaag inzetbaar voor gedetineerdenvervoer? Hoeveel ritten vallen er uit per week? Wat is het tekort ten opzichte van de operationele norm? Welke instroomdoelen, doorlooptijden en uitvalredenen gelden momenteel? Welke aanmoedigingsmaatregelen worden genomen om het personeelstekort op te lossen?

Bernard Quintin:

U haalt een problematiek aan die al jaren bestaat. Het zal duidelijk zijn dat het niet-overbrengen van gedetineerden naar de rechtbank onaanvaardbaar is. Het blijkt een dagelijks verhaal over afstemming tussen politie en Justitie en dit moet beter verlopen.

Het spijtige voorval in Brugge maakt dit nogmaals duidelijk. De DAB stelt de prioriteiten voor overdrachten vast aan de hand van een beslissingsmatrix. In dit geval werd de overdracht van de verdachte als prioritair aangemerkt, maar door de huidige zeer hoge bezettingsgraad in Belgische detentie-inrichtingen zijn andere overdrachtsopdrachten als dringender beoordeeld. Hierdoor kon deze overdracht wegens beperkte capaciteit niet worden uitgevoerd. Het is juist dat het expliciete verzoek van de rechtbank beter had moeten worden meegewogen, wat had kunnen leiden tot het toekennen van absolute noodzaak aan deze overdracht.

Het betreft hier in essentie een probleem van communicatie en informatiebeheer. Er worden thans maatregelen getroffen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Sinds begin dit jaar worden over het hele land ongeveer 70 overplaatsingen per week niet uitgevoerd wegens een gebrek aan menselijke en/of materiële middelen. Het merendeel van de gerechtelijke arrondissementen wordt door deze situatie getroffen. De overbevolking in de gevangenissen en de spreiding van gedetineerden over het land dragen dus ook bij tot deze situatie.

Enerzijds vereist een groter aantal gedetineerden de facto meer capaciteit van de DAB om het toenemende aantal overplaatsingen te verwerken. Anderzijds vereist dit, wanneer gedetineerden in gevangenissen worden geplaatst die ver verwijderd zijn van de justitiepaleizen waar ze moeten verschijnen, de inzet van extra politiedispositieven om hen naar de hoven en rechtbanken te vervoeren. In deze context zijn er één of twee gevallen geweest, zij het zeer sporadisch, waarbij een rechtbank de procedure niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Om het tijdige vervoer van gedetineerden naar rechtszalen en rechtbanken maximaal te waarborgen, zijn verschillende initiatieven genomen op het vlak van de capaciteit van de DAB, de materiële middelen en de interne processen. Ik geef enkele voorbeelden, maar er zijn er nog veel meer. Het personeel van de kerncentrales wordt gefaseerd geheroriënteerd naar de DAB-eenheden voor hoven en rechtbanken. De normen voor het begeleiden van gedetineerden zijn geharmoniseerd en geoptimaliseerd.

Een centraal planningsinstrument is binnen de DAB ingevoerd om de operationele capaciteit voor transportmissies te monitoren, te prioriteren en te optimaliseren. Nieuwe celvoertuigen met een capaciteit van zeven en tien gedetineerden zijn aangeschaft om het verouderde wagenpark te vervangen en de mogelijkheden voor gedetineerdentransport uit te breiden. Ook is de samenwerking met het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DG EPI) versterkt om de beheersprocessen op elkaar af te stemmen en efficiënter te werken.

Zo werken verschillende gevangenissen nu met een gedeelde elektronische agenda met de DAB om medische afspraken van gedetineerden optimaal en efficiënt te plannen. Dit stelt de DAB niet alleen in staat om medische transfers naar een ziekenhuis effectief uit te voeren, maar ook om de operationele capaciteit efficiënt te plannen en zo andere transportmissies naar hoven en rechtbanken te garanderen.

Daarnaast bestaat er een nauwe samenwerking met de gemeenschappen, die verantwoordelijk zijn voor jeugdhulp, om het proces van het begeleiden van minderjarige delinquenten zo efficiënt mogelijk te maken.

Tot slot is er, conform de ministeriële richtlijn MFO1, een versterkingssysteem binnen de federale politie opgezet om de DAB te ondersteunen. Andere initiatieven, die ik nu niet ga opsommen, moeten nog worden genomen om de efficiëntie verder te verbeteren. Er is ook een overleg gepland tussen de politie, de hoven en rechtbanken en het kabinet van Justitie. Om de discussies vlot te laten verlopen, ben ik bereid om iedereen de statistische gegevens schriftelijk te verstrekken, ter aanvulling van mijn betoog.

Ortwin Depoortere:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Het zou mij inderdaad vooruithelpen om de cijfers schriftelijk te ontvangen.

De helft van uw antwoord bestond uit de beschrijving van de situatie, zoals ik die ook heb omschreven. Het is een aanslepende, jarenlange problematiek, het is een capaciteitsprobleem en het is een communicatieprobleem tussen Justitie en BIZA. Dat wist ik al, mijnheer de minister. Ik vroeg u naar maatregelen om dit te verhelpen. U hebt er enkele opgesomd. De DAB die nu instaat voor de kerncentrales wordt naar de rechtbanken verplaatst. Er komt een betere interne planning. Er komen meer voertuigen.

Zijn dat slechte maatregelen? Neen, helemaal niet. Zijn dat voldoende maatregelen? Ik denk het niet. Het schoentje wringt bij het capaciteitsprobleem. We moeten meer mensen bij de politie kunnen aanwerven. Daarin gaat u niet slagen, omdat u bij de meerjarenbegroting geen budgetten voor BIZA, voor de politie en voor de veiligheid hebt gekregen. Ik vrees dat u op uw honger zult blijven zitten, als we werk willen maken van een volledig ingevuld personeelskader dat operationeel genoeg is om onze gevangenistransporten te verzorgen.

De andere oplossing is uiteraard de overbevolking in onze gevangenissen aanpakken. Daarvoor hebben we minister Verlinden nodig. Zij zal werk maken van het naar huis sturen van alle illegalen, die momenteel 40 % van onze gevangenispopulatie uitmaken. Ik kijk daar enorm naar uit, hopelijk samen met u, mijnheer de minister.

Voorzitter:

Vraag nr. 56010340C van mevrouw Pas wordt in een schriftelijke vraag omgezet.

Het niet agenderen van de situatie in de DRC op de vergadering van de Raad van de Europese Unie
Het conflict in Oost-Congo
De humanitaire situatie in de DRC en het gebrek aan middelen van het Wereldvoedselprogramma
De evolutie van de toestand in de DRC
Het Washington-Doha-vredesproces
De situatie in Oost-Congo na het akkoord tussen de DRC en de M23-rebellen
De crisis in de DRC, Oost-Congo en internationale respons hierop

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het fragiele vredesproces in Oost-Congo, met kritiek op de rol van Rwanda en M23 en de humanitaire crisis (honger, geweld, geblokkeerde hulp). Minister Prévot benadrukt Belgische steun (€26+ miljoen humanitaire hulp in 2025) en diplomatieke inspanningen (EU-agenda, Washington/Doha-akkoorden), maar erkent dat implementatie ontbreekt en pleit voor terugtrekking Rwandese troepen. Kritiek komt van Huybrechts (onderhandelingen met "terroristen" M23 zijn riskant) en Mutyebele (Rwanda’s "dodelijke rol", gebrek aan druk op Kigali). Van Hoof vreest transactionele vredesdeals zonder aanpak grondstoffenconflict, terwijl Kompany hoopt op EU-urgentie en Congolese betrokkenheid.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, recent werd over een aantal vredesakkoorden onderhandeld. Onder andere in Doha werd afgelopen maand een kaderovereenkomst gesloten voor een vredesakkoord. Het gaat om acht protocollen. Twee ervan werden reeds eerder afgesloten en de andere zes zouden onder meer handelen over de toegang tot humanitaire hulp, de terugkeer van ontheemde personen en de bescherming van de rechterlijke macht.

Uiteraard moeten die akkoorden ook worden geïmplementeerd. Dat is het meest heikele punt. De vertegenwoordiger van M23 liet zich ook ontvallen dat er op het terrein geen veranderingen zullen plaatsvinden voordat alle maatregelen een voor een zijn onderhandeld en een finaal vredesakkoord is bereikt.

Ondertussen bereiken ons berichten dat het vredesproces van Washington doorgaat, onder andere vandaag en morgen, tussen de Democratische Republiek Congo en Rwanda, voor het ondertekenen van een akkoord, onder meer over een regionaal economisch integratiekader, nadat in juli reeds een vredesakkoord werd gesloten.

Mijnheer de minister, hebt u meer zicht op het vredesproces, zowel in Doha als in Washington? Ik vermoed van wel.

U ontving begin oktober ook de senior advisor voor Afrika, Massad Boulos. Wat werd er besproken in het kader van het conflict?

Welke concrete inspanningen heeft ons land reeds geleverd om het vredesproces in Oost-Congo te bevorderen, zowel bilateraal als op EU-niveau?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, "des personnes meurent de faim". C'est l'alerte lancée par le Programme alimentaire mondial (PAM) au sujet de la crise humanitaire atroce que subit la population congolaise à l'Est de la RDC, après des mois de guerre impitoyable menée par le M23 et le Rwanda. Dans les régions contrôlées par les rebelles, une personne sur trois meurt de faim, tandis que l'aide humanitaire peine à atteindre ceux qui en ont le plus besoin. Les routes sont bloquées, les convois pillés, les humanitaires attaqués, et l'aéroport de Goma, le seul qui soit susceptible de soutenir un corridor aérien humanitaire, continue d'être occupé et bloqué par le M23. De son côté, le ministre des Affaires étrangères rwandais refuse d'ouvrir cet aéroport.

Au-delà des risques, c'est le manque de financement qui freine gravement l'aide humanitaire. La baisse des financements de l'aide humanitaire internationale est responsable de l'incapacité des agences onusiennes à apporter de l'aide à ceux qui meurent de faim. En effet, le PAM demande une aide financière urgente, soit 350 millions pour les six prochains mois. Sinon, l'agence ne pourra venir en aide qu'à seulement 10 % de ceux dans le besoin. Dans les provinces situées à l'est, on estime que 10 millions d'hommes, de femmes et d'enfants souffrent d'insécurité alimentaire, dont près de 4 millions vont bientôt tomber dans le stade d'urgence alimentaire. Ce sont donc des millions de personnes qui meurent de faim. Or l'aide humanitaire des agences onusiennes ne peut en secourir qu'une fraction, car nos États, y compris la Belgique, ont décidé de définancer l'aide humanitaire dans un monde où les conflits se multiplient.

Monsieur le ministre, à quelle hauteur la Belgique prévoit-elle d'accroître son aide humanitaire en RDC? Avez-vous insisté à l'échelle européenne pour inscrire à l'agenda l'aide humanitaire en RDC et augmenter le budget en la matière, comme c'est le cas pour d'autres conflits? La Conférence de Paris a-t-elle apporté, selon vous, un changement significatif dans l'aide humanitaire et le processus de paix? Quelles sont les évolutions sur place dans la distribution de l'aide et sa logistique?

De voorzitster : De heer De Maegd is niet aanwezig.

Britt Huybrechts:

Om het wat vooruit te laten gaan gezien het grote aantal vragen, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De voorbije weken werden in Doha twee nieuwe akkoorden gesloten: een framework deal tussen de DRC-regering en het door Rwanda gesteunde M23, én bijkomende protocollen die aansluiten op het Washington-akkoord van juni. Terwijl de internationale gemeenschap deze deals als “historische stappen" verkoopt, blijft de situatie op het terrein even gewelddadig, en groeit de bezorgdheid over de rol van buitenlandse spelers net zoals over de ruildynamiek tussen veiligheid en toegang tot kritieke mineralen. België blijft zich intussen actief inschrijven in dit diplomatiek proces.

Hoe beoordeelt u het recent in Qatar afgesloten framework-akkoord tussen DRC en M23, in het bijzonder het feit dat het M23, internationaal erkend als door Rwanda gesteunde rebellengroep, nu als volwaardige onderhandelingspartner wordt “geformaliseerd"?

Welke risico's ziet u voor Congolese soevereiniteit en regionale stabiliteit?

Welke positie verdedigt België precies binnen het bredere Washington-Doha-proces, waarin veiligheidsconcessies van Kinshasa (neutralisering FDLR, terugtrekking troepen, integratie van strijders) expliciet worden gekoppeld aan economische afspraken rond kritieke mineralen?

Heeft de regering hierover voorafgaand overleg gepleegd met het parlement, en zo ja, welke mandaten werden gegeven?

Hoe beoordeelt u de voortdurende militaire aanwezigheid van Rwanda in Oost-Congo, ondanks het Washington-akkoord en ondanks herhaalde rapporten over Rwandese steun aan M23?

Welke stappen ondernemen België en de EU om effectief garanties te eisen rond terugtrekking, monitoring en naleving van het staakt-het-vuren, en welke concrete gevolgen voorziet u bij verdere schendingen?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, le 15 novembre dernier, après des mois de pourparlers pilotés par le Qatar, les États-Unis et l'Union africaine, les autorités de la République démocratique du Congo (RDC) et le groupe armé M23 soutenu par le Rwanda ont signé à Doha une feuille de route qui entend poser les bases d'un futur accord de paix dans l'Est du pays. Ce cadre de Doha, pour un accord de paix global, ne constitue toutefois pas encore un accord final. Il contiendrait huit protocoles, dont deux déjà signés en septembre et octobre 2025, qui doivent encore être négociés plus avant.

Les interprétations du statut de ce texte semblent contradictoires. En effet, un membre de l'équipe de négociation du M23 a affirmé qu'il ne contenait aucune clause contraignante et ne modifiait pas la situation sur le terrain. De son côté, le gouvernement congolais affirme que ce texte doit permettre d'obtenir dans les plus brefs délais les conditions d'un changement réel et mesurable pour les populations et qu'aucun statu quo n'est compatible avec cet objectif de paix.

La semaine dernière, la presse annonçait de son côté que les présidents de la RDC et du Rwanda devraient se rendre cette semaine à Washington pour signer un accord de paix et rencontrer le président Trump.

Monsieur le ministre, ces différents mouvements pourraient donner l'espoir d'une amélioration de la situation sur le terrain. Or, pour le moment, tout comme après sa signature officielle en juillet dernier, le cessez-le-feu n'est pas suffisamment respecté. Le Rwanda continue à ne pas respecter la souveraineté du Congo et, surtout, les populations continuent à souffrir des exactions des différents groupes armés. D'où mes questions.

Monsieur le ministre, avez-vous eu des contacts récents sur ces derniers développements lors de vos récents voyages en Afrique? Qu'en est-il de l'action de la Belgique au sein de l'Union européenne pour étendre les sanctions contre le Rwanda? Considérez-vous que l'Union européenne devrait se réinventer dans le processus de paix? Enfin, avez-vous eu des contacts avec la haute représentante à ce sujet?

Maxime Prévot:

Madame la présidente, mesdames et messieurs les députés, étant donné la situation extrêmement grave qui persiste sur le terrain, j'ai effectivement plaidé, publiquement et à plusieurs reprises, pour que le conflit à l'Est de la République démocratique du Congo soit à l'agenda du Conseil des ministres de l'Union européenne. Il est vrai que d'autres crises, comme la situation au Moyen-Orient ou la guerre en Ukraine, tendent à monopoliser l'agenda du Conseil. C'est évidemment justifié, étant donné les enjeux pour la sécurité internationale et européenne qu'elles représentent. Mais je trouve qu'il n'est pas normal que le dossier de l'Est de la RDC n'ait plus été traité à la table du Conseil depuis février-mars dernier, après l'adoption des sanctions européennes.

Au-delà de la dimension stratégique que cette région représente pour l'Union européenne, ce qui a d'ailleurs été encore rappelé à Luanda à l'occasion du sommet entre l'Union africaine et l'Union européenne voici quelques jours, la persistance du conflit affecte la vie de millions de personnes. Malgré les accords signés, les combats continuent quasi quotidiennement sur les lignes de front, en particulier dans le Sud-Kivu en ce moment même, alors que les forces en présence, on le constate, se renforcent.

Les droits des civils continuent d'être massivement violés dans les zones occupées par le M23, mais aussi au-delà. Selon des rapports crédibles dont nous avons pu prendre connaissance, de graves exactions et des déplacements forcés de civils par le M23 ont effectivement eu lieu ces derniers mois. Le Dr Mukwege vient encore de dénoncer le meurtre de plus de 22 personnes par le M23 dans le territoire de Kabare dans la nuit du 23 au 24 novembre derniers. Ce sont des développements atroces et écœurants que nous condamnons avec la plus grande fermeté.

En termes d'aide humanitaire, la Belgique assume pleinement sa part de responsabilité collective. Je tiens d'ailleurs à rappeler à Mme Mutyebele que, contrairement à ce qu'elle a affirmé, la Belgique n'a décidé d'aucune diminution de son budget destiné à l'aide humanitaire.

J'ai expliqué dans cette commission que, nonobstant les 25 % de réduction pour la coopération au développement, j'avais fait le choix politique et assumé de conserver 100 % des crédits, tout au long de la législature, pour l'aide humanitaire, au vu justement des urgences auxquelles nous sommes confrontés. Sur ce secteur-là en tout cas, la Belgique est restée à la pointe.

En 2025, notre contribution humanitaire pour la région des Grands Lacs, ce qui inclut la RDC, s'élève à plus de 26 millions d'euros, et nous avons déjà prévu 24,5 millions d'euros pour 2026.

Ce sont des financements anticipatifs, pluriannuels et flexibles. Cela signifie que ce type de financement permet aux acteurs humanitaires d'agir rapidement et efficacement, en fonction des besoins du terrain auxquels ils sont confrontés, sans être contrariés par la rigidité, parfois, des procédures administratives.

La Belgique a déjà mobilisé ces financements pluriannuels pour répondre à l'urgence. Nous travaillons avec nos partenaires multilatéraux, notamment le PAM, dont le core funding est essentiel pour garantir la flexibilité et la rapidité de la réponse. Nous évaluons en permanence la situation et n'excluons pas un renforcement de notre effort en fonction de la situation.

Quant à la conférence humanitaire de Paris, à laquelle M. Kompany a fait explicitement référence, elle a permis de collecter globalement 1,5 milliard d'euros d'engagement, dont 900 millions pour l'Union européenne et ses membres, et de donner la parole aux acteurs humanitaires. Elle a réaffirmé la nécessité de financements durables et de lever les obstacles administratifs et sécuritaires. Toutefois, il est essentiel que ces engagements se traduisent en actions plus concrètes sur le terrain.

Malheureusement, l'urgence et l'importance de ce dossier ne sont pas toujours perçues de la même façon au niveau européen. Je poursuivrai donc mes efforts afin de convaincre mes homologues, ainsi que la haute représentante Kaja Kallas, de mettre le dossier à l'ordre du jour du Conseil le plus rapidement possible, si possible en décembre. L'agenda, au niveau des points relatifs au continent africain, était déjà chargé la fois précédente, en novembre, puisque y figuraient le Soudan et le Sahel.

Avec mon homologue français, je chercherai en particulier à ce que les conclusions de la conférence humanitaire de Paris sur la RDC du 30 octobre, à laquelle j'ai participé, puissent générer une nouvelle dynamique au sein de l'Union européenne afin qu'elle joue un rôle plus affirmé et de premier plan en matière de diplomatie humanitaire.

Le travail diplomatique du représentant spécial de l'Union européenne, Johan Borgstam, et de son équipe est à saluer, mais il est clair qu'avec son expertise et ses moyens, l'Union européenne devrait s'impliquer davantage sur les questions d'accès humanitaire afin d'apporter des réponses concrètes aux besoins immenses rencontrés sur le terrain par la population.

Concernant le mécanisme d'enquête internationale que vous appelez de vos vœux – souhait exprimé à l'origine par Mme Maouane –, je peux confirmer que la Belgique a soutenu et coparrainé la résolution du Conseil des droits de l'homme adoptée lors de la session de septembre-octobre 2025 à ce sujet. Celle-ci demande, le plus rapidement possible, l'établissement d'une commission d'enquête internationale sur les violations et les abus des droits humains dans les Kivu, afin de pouvoir documenter les faits et établir les responsabilités. La lutte contre l'impunité en RDC reste un point d'attention majeur pour la Belgique, car c'est une condition sine qua non pour briser le cycle des violences, et je compte bien continuer le plaidoyer en ce sens.

Pour ce qui est des sanctions, j'ai déjà dit devant cette commission qu'à ce stade, j'estime qu'il faut donner toutes les chances aux efforts de médiation de Doha et de Washington et qu'il ne faut donc pas les perturber par des actions qui pourraient être utilisées comme prétexte pour instrumentaliser, par certains, les potentielles difficultés qui pourraient être rencontrées dans les processus en cours, voire même justifier de s'en retirer. Il faut éviter tout parasitage de ces processus fragiles mais indispensables afin d'obtenir un cessez-le-feu et une paix durable. Il s'agit d'ailleurs d'une approche consensuelle actuellement au niveau européen. Mais il est évident qu'en cas d'échec des médiations ou de reprise encore plus intense des combats, avec la prise de nouvelles villes par exemple, le sujet serait à nouveau sur la table.

Betreffende het kaderakkoord van Doha van 15 november hebben wij inderdaad kennis kunnen nemen van de inhoud ervan. Ik heb de ondertekening toegejuicht omdat dit een stap in de goede richting is, ongeveer vier maanden na de ondertekening op 19 juli van de intentieverklaring met het oog op een staakt-het-vuren.

Het bevat belangrijke principes, zoals het respect voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de DRC, het verbod op discriminatie, de bescherming van burgers en mensenrechten, de strijd tegen straffeloosheid, het respect voor het internationale humanitaire recht enzovoort. Ik zie in deze tekst dus geen nieuwe risico’s voor de Congolese soevereiniteit en de regionale stabiliteit.

Dit kaderakkoord zal worden aangevuld met acht protocollen. Het is duidelijk dat er nog veel inspanningen nodig zijn voordat de onderhandelingen kunnen worden afgerond. Er blijven tal van gevoelige punten te regelen, zoals de tijdelijke veiligheidsregelingen, de humanitaire toegang en het herstel van het gezag van de staat.

Op zijn verzoek heb ik op 8 oktober in Brussel Massad Boulos ontvangen , senior advisor for Africa van de Verenigde Staten. Het was een inhoudelijk gesprek over verschillende Afrikaanse dossiers, waaronder Oost-Congo. Wij hebben de stand van zaken besproken rond de lopende bemiddelingsinspanningen en onze boodschappen afgestemd ten aanzien van de belangrijkste actoren. Ik denk dat hij ook geïnteresseerd was in onze analyse van de situatie.

Hoe dan ook is het van groot belang dat de internationale gemeenschap eensgezind en coherent optreedt, zodat de inspanningen in dezelfde richting gaan. Dat versterkt de impact van diplomatieke initiatieven. Ik zal erop blijven toezien dat België zich inschrijft in deze dynamiek en het waardevolle werk van de Verenigde Staten, Qatar en de Afrikaanse Unie versterkt.

Zoals ik al vaak gezegd heb, is het volgens mij niet onze rol om zelf als bemiddelaar op te treden, maar wel om hen te ondersteunen en de internationale gemeenschap te mobiliseren, onze expertise te delen en contacten te vergemakkelijken, met als kompas de verdediging van het internationaal recht.

Ik ben van plan deze inspanningen in de komende maanden voort te zetten. Ik zal blijven aandringen op de volledige terugtrekking van de Rwandese troepen die nog steeds op Congolese bodem aanwezig zijn. Ik zal ook blijven pleiten voor het voeren van een inclusieve nationale dialoog in de DRC, ook met het parlement en alle maatschappelijke krachten, en voor het beëindigen van elke soort samenwerking met de FDLR, om ervoor te zorgen dat de akkoorden leiden tot een duurzame vrede.

Voilà, chers collègues, les quelques éléments que je pouvais partager. J'ajoute que, si nous n'avons pas eu connaissance du contenu précis des textes qui vont faire l'objet des signatures à Washington, on peut en tout cas se réjouir que chaque étape qui soit susceptible de se rapprocher d'un cessez-le-feu et d'une paix soit franchie.

Encore faut-il, et c'est là le point d'attention en particulier de la diplomatie belge, s'assurer de la concrétisation sur le terrain de ces engagements signés dans des bureaux pour mettre un terme à cette spirale inacceptable de violence quotidienne.

Els Van Hoof:

Dank u wel voor uw rijkgevulde antwoord, mijnheer de minister. Volgens de Global Peace Index zijn er in de wereld 56 vergeten conflicten. Ook Oost-Congo behoort daartoe. Een van de redenen daarvoor – u hebt dat zelf al aangehaald – is dat Oost-Congo, behalve voor België, voor de internationale gemeenschap geen prioriteit is. Trouwens, Soedan behoort ook tot dat lijstje van 56 conflicten. Een conflict geraakt hoger op de agenda als het weer intenser wordt. Dat is nu gebeurd met Soedan. Het is te betreuren dat er een ernstige humanitaire crisis of de inname van bepaalde steden nodig is voor zo'n conflict weer aandacht krijgt. Het klopt dat een conflict zo weer meer prioriteit krijgt, maar we moeten daar toch verontrust over zijn.

Ik kijk uit naar de zes protocollen die nog moeten komen na de onderhandelingen in Doha, aangezien de M23 heeft verklaard dat het niets zal veranderen vooraleer over alle onderdelen wordt onderhandeld. Ik hoop dat dan ook snel gebeurt in Doha.

Washington heeft ondertussen al acht conflicten opgelost. Als men naar de concrete inhoud daarvan kijkt, zijn het snelle deals met heel sterke transactionele elementen, waarbij de oorzaak van het conflict nooit wordt aangepakt. Ik denk, zoals u ook zei, dat de oorzaak van het conflict duidelijk ligt in het grondstoffenelement. We moeten daaraan werken vooraleer er een duurzame vrede kan ontstaan.

Ik kijk uit naar het akkoord in Washington, maar als we naar de andere zogenoemde vredesakkoorden kijken, zal het transactionele element daar ook in aanwezig zijn. Ik kan maar hopen dat men in Washington eveneens aandacht zal besteden aan de oorzaken van het conflict.

Gezien het trackrecord uit het verleden is het belangrijk dat wij als Belgen niet als bemiddelaar optreden, maar toch wijzen op de elementen die noodzakelijk zijn om een duurzame vrede te bewerkstelligen. Dat gaat dan over het terugtrekken van de troepen, humanitaire toegang, een staakt-het-vuren en het aanpakken van de straffeloosheid. Dat laatste wordt meestal niet vermeld. Mensen leven al decennialang met trauma’s. Die blijven in de vezels zitten en worden doorgegeven aan volgende generaties. Ik kijk dus uit naar het akkoord, maar ik denk dat we ook een constructieve en waar nodig kritische reactie mogen geven.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, we moeten steeds streven naar vrede en zoveel mogelijk levens redden. Het baart ons echter grote zorgen dat M23 in het vredesproces als een volwaardige onderhandelingspartner wordt beschouwd. Het is altijd een slecht idee om met terroristen aan tafel te gaan zitten. Als historica ken ik weinig tot geen conflicten waarbij onderhandelingen met terroristen tot vrede hebben geleid.

Voorts zou België een kritischere en hardere positie moeten durven in te nemen tegenover de schurkenstaat Rwanda, die hier overduidelijk een vinger in de pap heeft. De recente incidenten tonen aan dat het land geen belang meer aan België hecht.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, j'apprécie qu'une conférence se tienne à Paris pour que les problèmes auxquels se heurte l'Est du Congo soient enfin inscrits à l'agenda politique et que cette crise humanitaire suscite la réaction de plusieurs É tats. Une fois n'est pas coutume, monsieur le ministre, je tiens à vous féliciter pour vos efforts en vue d'inscrire cette crise à l'agenda européen et mondial. On ne peut pas hiérarchiser les conflits et se limiter à la guerre en Ukraine, qui est en effet gravissime. Comme l'a dit Mme la présidente, plusieurs conflits sont oubliés dans le monde.

Je ne suis pas surprise que le M23 et le Rwanda refusent toutes les propositions de livraison d'aide humanitaire et la demande d'une réouverture de l'aéroport. Depuis quand le Rwanda se préoccupe-t-il du sort des Congolais, puisque cela fait 30 ans qu'il essaie de les tuer?

S'agissant du budget dédié à la coopération, les ONG que j'ai eu la chance de rencontrer m'ont expliqué le rôle de l'aide humanitaire et les difficultés auxquelles elles se heurtent à cause de la réduction du financement. Ces coupes budgétaires sont généralisées et se produisent partout. Je vous ai parlé du PAM, qui a besoin de davantage de moyens pour exister. La mission des ONG se complique de jour en jour. Certes, vous n'avez pas réduit le budget de l'aide humanitaire, mais les attaques contre les associations empêchent le versement de dons, comme en témoigne la baisse de la déductibilité fiscale. Cela n'encourage pas les dons, monsieur le ministre. Je vous ai félicité, mais je ne peux pas le faire pour tous les aspects du dossier.

Maxime Prévot:

( hors micro )

Lydia Mutyebele Ngoi:

On peut déduire, mais on n'est pas encouragé à donner davantage, car la déductibilité fiscale a été rabotée. Cela n'encourage pas la population à verser plus de dons. C'est ce que je voulais dire. Vous le savez bien et vous aimez jouer avec les mots.

Monsieur le ministre, vous étiez à Luanda, où vous vous êtes entretenu avec la ministre des Affaires étrangères de la RDC. Je vous suis sur vos réseaux sociaux.

Vous étiez à Kigali, vous avez embrassé chaleureusement votre collègue le ministre des Affaires étrangères rwandaises. Mais alors, je vous le dis, monsieur le ministre, encouragez-le, soyez plus ferme pour qu'on puisse ouvrir cet aéroport et pour que l'aide puisse enfin arriver.

En ce qui concerne les FDLR, on en parle toujours mais où sont-ils? C'est sempiternellement la même excuse depuis des années. On maintient les troupes pour les soi-disant FDLR qui ont peut-être 80 ans. On ne sait même pas si ces FDLR existent. Donc, monsieur le ministre, je vous encourage à être plus ferme avec vos désormais amis rwandais.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je vous ai entendu, nous vous avons entendu, et ce qui est intéressant, c'est de savoir que la Belgique ne change pas de boussole. Comme on dirait au Congo, vous êtes la voix autorisée de la Belgique et ce que vous dites a du sens. Nous voulons que la Belgique continue à percevoir ce qui se passe au Congo dans la tradition de son expertise sur ce pays. Pourquoi? Parce que celle-ci, à travers le monde, je crois, est le seul pays à avoir des relations poussées, des relations d'affinité dues à beaucoup de circonstances heureuses et malheureuses, mais la Belgique est notre porte-voix pour la paix au Congo Monsieur le ministre, sans être ministre moi-même, une pétition contre le dialogue, qui a déjà dépassé le million de signatures, circule au Congo. C'est pour cette raison que j'affirme ma certitude en votre capacité de donner le meilleur de la Belgique dans cette histoire qui brûle le Congo. Nous avons parlé des déplacés. Chers collègues, imaginez-vous qu'il y a des gens qui se sont déjà déplacés plus de cinq fois depuis le début de ce conflit. Comment faire vivre sa famille lorsqu'on doit se déplacer plus de cinq fois dans des lieux différents, sous des tentes différentes? Je crois que cela doit nous préoccuper. Monsieur le ministre, je vous encourage – et je suis convaincu que vous le ferez – à donner au Congo une bonne place dans l'agenda de l'Union européenne. Celle-ci semble avoir oublié cette problématique depuis le mois de février ou mars, époque de ses dernières sanctions contre le Rwanda. Veuillez lui rappeler que vous êtes encore là, que le Congo souffre encore et qu'il y a urgence en la matière. Espérons que Washington nous donnera une petite réponse agréable.

Het Amerikaanse 28 puntenplan voor Oekraïne
Het Amerikaanse 28 puntenplan voor Oekraïne
De vredesvoorstellen voor het conflict in Oekraïne
Oekraïne
De vredesplannen voor Oekraïne
Amerikaanse vredesinitiatieven en Oekraïne-conflict

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om kritiek op het Amerikaanse 28 puntenplan voor Oekraïne, dat volgens parlementsleden (o.a. Lambrecht, Van Hoof) onevenwichtig tegemoetkomt aan Rusland door territoriale concessies (Donbas, Krim), legerbeperkingen en NAVO-uitsluiting voor Oekraïne te eisen. Minister Prévot benadrukt dat België territoriale afstand en straffeloosheid voor Rusland onaanvaardbaar vindt, vasthoudt aan Oekraïense soevereiniteit en internationale rechtsnormen, en pleit voor versterkte EU-betrokkenheid, sancties en steun aan Oekraïne—maar waarschuwt tegen juridisch riskante inzet van bevroren Russische activa zonder solide garanties. Kritiekpunten zijn de marginale rol van de EU (Depoorter, Huybrechts noemen dit "hallucinant" en "zwak"), het ontbreken van een gezamenlijk Europees standpunt, en de vrede-ten-koste-van-alles-benadering die Poetins agressie zou belonen (De Smet: "geen vredesoplossing met territoriale concessies"). België eist dat Oekraïne en de EU volwaardig meebeslissen, maar VS en grote EU-landen (Frankrijk, Duitsland) handelen zonder raadpleging, wat de geloofwaardigheid van de EU als geopolitieke speler ondermijnt.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, wat betreft Oekraïne moeten we ons voortdurend aanpassen. Sinds de lancering van het Amerikaanse 28 puntenplan, dat een einde zou moeten maken aan die vreselijke oorlog, zijn al enkele stappen gezet. Het plan verschilt echter niet wezenlijk van eerdere Amerikaanse voorstellen voor vrede, waarbij men bijna volledig wil tegemoetkomen aan Rusland, aan de dictator Poetin. Oekraïne zou zich moeten terugtrekken uit de Donbas en zijn leger moeten halveren. Oekraïne mag geen NAVO-lid worden en zou het Russisch als taal moeten invoeren. Dergelijke zaken roepen veel vragen op.

Mijnheer de minister, ten eerste, hoe evalueert de Belgische regering de inhoud van dat 28 puntenplan? In welke mate sluit het aan bij eerdere en mogelijke voorstellen, onder meer de eis tot territoriale concessies in de Donbas en de halvering van het Oekraïense leger? Acht u die voorwaarden realistisch of aanvaardbaar voor een duurzame vrede?

Ten tweede, de Verenigde Naties hebben de territoriale annexaties door Rusland veroordeeld. In hoeverre is België bereid om zich te verzetten tegen dat vredesplan, dat in feite grondgebied wil toekennen als gevolg van oorlog, zonder enige rechtmatigheid vanuit Rusland? Wat is de Belgische rode lijn met betrekking tot het forceren van landafname?

Ten derde, het is bekend dat Washington ervan uitgaat dat delen van het plan onaanvaardbaar zijn voor Europa en voor Oekraïne. Welke concrete stappen hebt u gezet om onze bezorgdheden evenals de Europese positie blijvend over te maken aan de Amerikaanse collega’s?

Ten vierde, wanneer vindt het overleg over dat 28 puntenplan op EU-niveau plaats? We zien dat de heer Zelensky op bezoek gaat bij president Macron, maar neemt België zelf deel aan de bespreking op EU-niveau? Waarvoor pleiten wij? Wanneer komt er een eensgezinde stem van de EU?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het 28 puntenplan voor Oekraïne is, evenals mijn vraag, wat gedateerd. Gisteren waren er opnieuw bijeenkomsten en de Franse overheid bracht ook een statement uit. Ik zal mijn ingediende vraag daarom enigszins aanpassen.

Hoe staan u en onze regering tegenover dat 28 puntenplan? Hoe werd u op de hoogte gebracht? Wat zijn volgens u de belangrijkste onderdelen en welke conclusies kunnen we op internationaal en politiek vlak trekken? Welke conclusie trekt u uit het feit dat dat 28 puntenplan niet op de politieke radar stond en dat de Europese landen er niet bij betrokken werden, terwijl de oorlog zich toch in de Europese achtertuin afspeelt?

Verschillende Europese leiders hebben dan ook aangegeven dat ze mee aan de onderhandelingstafel willen zitten. Gisteren bracht president Macron zijn statement uit. Wat zijn volgens u de mogelijkheden? Welke mogelijkheden zijn er voor Europa om samen met de Verenigde Staten en de bondgenoten te onderhandelen over een duurzame vrede, die noodzakelijk is voor de regio?

Kunt u ook toelichting geven bij de verklaringen van president Zelensky, namelijk dat men moet kiezen tussen een vernedering en het verliezen van een bondgenoot? Kan Europa daarin een rol spelen?

Hoe geloofwaardig acht u de veiligheidsgaranties? In 1994 werd de trilaterale verklaring ondertekend over het ontwapenen van Oekraïense kernwapens in ruil voor veiligheidswaarborgen van de Verenigde Staten en Rusland. In hoeverre is die verklaring nog van kracht?

Hebben de lopende onderhandelingen een impact op de bilaterale verstandhoudingen van België en Europa met de Verenigde Staten?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, er zijn voortdurend nieuwe ontwikkelingen in het dossier met betrekking tot Oekraïne. Vandaag lopen er onderhandelingen en Washington en zijn er verklaringen van Europese leiders. Hopelijk wordt het momentum dat het plan biedt, gegrepen om vooruitgang te boeken naar een duurzame vrede.

Dat neemt niet weg dat sommige aspecten van het 28 puntenplan problematisch zijn, daar het ingrijpt op de soevereiniteit van Oekraïne. Volgens het plan wordt de facto Oekraïens grondgebied afgestaan aan Rusland, mag Rusland bepalen hoeveel troepen er in Oekraïne gelegerd zijn en worden er de NAVO eenzijdig beperkingen opgelegd, wat niet kan.

Europa heeft al commentaar gegeven op het plan. Zo kan het voor Europese Unie moeilijk door de beugel dat zij 100 miljard voor de heropbouw van Oekraïne moet geven, terwijl de VS kunnen genieten van de bevroren tegoeden. Bovendien heeft Europa vooralsnog geen seat at the table om mee te onderhandelen, terwijl het ook over onze veiligheid gaat. We moeten toch heel alert zijn en bij de onderhandelingen in Genève, die alleen met Oekraïne worden gevoerd, betrokken geraken.

Welk standpunt inzake de lopende vredesgesprekken heeft ons land verdedigd op de vergadering van de Raad voor Buitenlandse Zaken?

Welke initiatieven worden op het Europese niveau genomen om ervoor te zorgen dat er niet zonder Europa beslissingen genomen worden over Europa, of zonder Oekraïne over Oekraïne? Ik merk op dat er volgende week een afspraak is voor onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Rusland waar opvolging gegeven zal worden aan de gesprekken die nu tussen de VS en Oekraïne lopen.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.

De afgelopen dagen zagen we hoe zowel de Verenigde Staten als enkele grote Europese landen afzonderlijk een eigen vredesplan voor Oekraïne ontwikkelen. Eerst het Amerikaanse 28 puntenplan, vervolgens het Europees tegenvoorstel van Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Wat in deze hele oefening vooral opvalt, is dat Europa én België nauwelijks betrokken zijn, terwijl het wel gaat over de veiligheid van ons continent, over territoriale afspraken op onze oostgrens, en zelfs over EU-uitbreiding.

Daarom heb ik volgende vragen voor u:

België werd niet vooraf betrokken bij het Amerikaanse plan. Is dit land intussen wél officieel bevraagd over het Europese tegenvoorstel, of wordt dit proces opnieuw door enkele grote staten onder elkaar geregeld?

Hoe beoordeelt u de dynamiek waarbij drie Europese landen buiten de EU-instellingen om een alternatief vredesplan uitwerken? Is dit volgens u een teken dat de EU als geopolitieke actor nog steeds ondermaats presteert?

Ziet u elementen in het Amerikaanse plan die voor België of Europa principieel onaanvaardbaar zijn?

Zowel het Amerikaanse plan als het Europese tegenvoorstel spreken over “voorkeursmarkttoegang" voor Oekraïne en het versnellen van het Europees integratietraject.

Kunt u bevestigen dat, ondanks geopolitieke druk, de criteria van Kopenhagen onverkort blijven gelden voor elke vorm van EU-lidmaatschap?

Het Europese tegenvoorstel stelt een herontwikkelingspakket en ontwikkelingsfonds voor om Oekraïne te heropbouwen: welk aandeel zou vanuit België komen voor de financiering van de wederopbouw? Of welk Belgisch aandeel ziet u als schappelijk voor de financiering van de wederopbouw?

François De Smet:

Monsieur le ministre, je suis, comme beaucoup, inquiet de voir l'Europe à ce point absente et à l'écart des discussions de paix. Personnellement, je ne crois pas une seconde aux intentions de paix de la Russie de M. Poutine, qui est très clair depuis des années. Il veut les quatre provinces, il veut la Crimée, il veut un gouvernement fantoche en Ukraine et l'absence de l'Ukraine dans l'OTAN. Tant qu'il n'aura pas cela ou que le rapport de force ne sera pas favorable aux Ukrainiens, cette guerre continuera.

Or aucune solution qui accepte des concessions territoriales définitives ne peut, à mon sens, être soutenue par les Européens. C'est là ma simple et première question. Partagez-vous le même sentiment, à savoir qu'une solution incluant la modification des frontières par la force et donc des concessions territoriales de la part des Ukrainiens n'est pas admissible pour l'Europe et la Belgique?

Comme, à mon avis, il n'y aura pas de paix juste sans une Ukraine plus forte, nous en revenons au soutien indispensable de l'Ukraine par les Européens, et donc à la fameuse question du prêt à garantir par les avoirs russes et du prêt potentiel. J'ai interrogé le premier ministre en plénière et il a parlé de garantie conjointe et solidaire concernant le montant total, le risque total et la période totale durant laquelle nous courrions ce risque.

Je comprends cela, et je sais que c'est aussi votre position, mais je vois aussi qu'une petite musique commence à se faire entendre en Europe, selon laquelle la Belgique empêcherait par couardise la libération de cette garantie.

Nous avons bien compris ce qui n'est pas possible pour la Belgique. Pourriez-vous vous exprimer sur ce qui est possible? Pourriez-vous affirmer ici que, si les États membres sont solidaires dans les conditions que nous avons déjà annoncées, nous accepterons l'utilisation de ces avoirs comme garantie?

Maxime Prévot:

Geachte parlementsleden, ik dank u voor uw vragen over het 28 puntenplan dat de Verenigde Staten lanceerden in een nieuwe poging om de oorlog tussen Rusland en Oekraïne te beëindigen.

Ondanks het feit dat de Europese Unie en haar lidstaten intussen de grootste financiers zijn van Oekraïne, kwam het Amerikaanse plan als een verrassing uit de hemel vallen. Het leidde zoals in augustus van dit jaar tot druk diplomatiek verkeer om rode lijnen te trekken en een en ander bij te sturen. Dat gebeurde op vele punten, in het bijzonder inzake de getalsterkte van het Oekraïense leger, kwesties van gebiedsafstand en gebiedserkenning, de rol van de Europese Unie en de NAVO en het voorstel voor algemene amnestie.

Plus que jamais, nous devons rester unis, avec nos partenaires européens mais aussi avec les États-Unis, aux côtés de l'Ukraine afin de parvenir à une paix qui soit réellement juste et durable.

België is van het principe dat er niets kan worden beslist over Oekraïne zonder dat Oekraïne daarbij betrokken is, maar ook niets over Europa en de NAVO zonder dat deze daarbij betrokken zijn.

Selon la Belgique, les fondements du droit international, dont l'intégrité territoriale et la souveraineté, et la Charte des Nations Unies constituent la base de négociation d'une paix durable. Il ne doit y avoir aucune impunité non plus pour cette guerre d'agression russe, car une paix sans justice, ce serait ajouter du silence à la violence.

De gesprekken van de Verenigde Staten met Oekraïne en de bondgenoten en apart met Rusland lopen volop. Er kunnen geen voorafnames op de inhoud worden gedaan, maar fundamenteel kan Europa in dit proces niet anders dan zich manifesteren. Ik pleit ervoor, zoals ik dat deed tijdens de Informele Raad Buitenlandse Zaken van 26 november, om de druk op Rusland hoog te houden met bijkomende sancties en om parallel de steun aan Oekraïne op te voeren.

Des sanctions ciblées constituent actuellement le meilleur moyen de freiner l'effort de guerre russe et de ramener M. Poutine à la table de négociation. Aucun allègement des sanctions n'est envisageable avant qu'une paix juste et durable ne soit conclue.

La Belgique se tient prête à renforcer les efforts communs visant la flotte fantôme russe ainsi que de soutenir un vingtième paquet de sanctions tels qu'envisagé au sein de l'Union européenne. Les sanctions américaines contre Lukoil et Rosneft ont eu un impact concret et immédiat. La Belgique continue à soutenir activement l'Ukraine au-delà de l'aide militaire d'un milliard d'euros par an jusqu'à la fin de la législature.

Ainsi, lors de la Ukraine Mine Action Conference (UMAC) organisée à Tokyo les 22 et 23 octobre derniers, un soutien de près de 23 millions d'euros de mon département a été annoncé officiellement dans le domaine du déminage humanitaire. Cette contribution sera fournie via le Comprehensive Assistance Package (CAP) for Ukraine de l'OTAN. Notre pays fait depuis peu partie de la Shelter Coalition coordonnée conjointement par la Finlande et l'Ukraine. Cette initiative, lancée en mai 2025, vise à développer un réseau d'abris en Ukraine et à renforcer la résilience du pays face aux attaques contre les civils, particulièrement à l'approche de l'hiver.

Ce ne sont que quelques exemples récents des façons dont notre pays soutient l'Ukraine et la résilience de sa population puisque nous intervenons aussi directement en soutien des initiatives de la société civile. Un accord de sécurité de dix ans a été signé avec l'Ukraine dans lequel la Belgique s'engage à continuer d'aider l'Ukraine de manière multidimensionnelle.

Wat de veiligheidswaarborgen betreft, is ons land actief betrokken bij de werkzaamheden in het kader van de zogenoemde Coalition of the Willing. België engageert zich voor een actieve deelname zodra de wapens in Oekraïne zwijgen.

Het kan niet zo zijn dat Oekraïne, zoals het achteraf bekeken deed met de ondertekening van het Budapest Memorandum, de eigen veiligheid, integriteit en soevereiniteit in ruil voor vage beloften weggeeft.

Het werk binnen het Europese kader, via de militaire missie EUMAM en de civiele missie EUAM, evenals de inspanningen voor de toetreding, moeten als een versterking van de veiligheid van Oekraïne worden beschouwd.

Zoals ik steeds heb benadrukt, blijft het EU-lidmaatschap gebaseerd op een merit-based process , dat ook de naleving van de criteria van Kopenhagen omvat.

La Belgique continuera de se tenir aux côtés de l'Ukraine dans cette phase cruciale, tout en restant consciente des défis importants qui subsistent, y compris sur le plan de la gouvernance et des réformes intérieures. L'intégration euro-atlantique demeure toutefois le meilleur moyen de répondre aux aspirations du peuple ukrainien: vivre dans un pays démocratique fondé sur l'État de droit et pouvoir exercer ses choix en toute souveraineté.

En ce qui concerne la question de M. De Smet sur les fonds souverains russes immobilisés, nous allons effectivement entamer dix jours particulièrement cruciaux, pendant lesquels la pression sur les épaules de la Belgique ne fera que croître dans des proportions qu'à mon avis peu à la Chambre mesurent.

Notre volonté est évidemment d'aider l'Ukraine. Nous sommes tout à fait conscients qu'elle est confrontée à des besoins financiers immenses et à très bref délai, raison pour laquelle il nous semble que privilégier une approche aventureuse, n'offrant pas les garanties juridiques adéquates, fondée sur une volonté politique et non sur une décision de justice internationale – ou de justice tout court –, apparaît dangereux, alors même que nous pourrions choisir la voie plus classique de la contraction d'un emprunt européen traditionnel, comme l'Europe a été amenée à en faire tant et tant par le passé.

Cette solution est robuste, ne pose aucun risque juridique, n'est pas susceptible de faire trembler les places financières européennes, de dévaloriser l'euro ni de rompre la confiance auprès d'une série d'autres acteurs mondiaux, qui nous contactent également et qui détiennent eux-mêmes des milliards et des milliards de fonds souverains en Europe et en Belgique et qui pourraient demain décider de les retirer dans un élan massif, craignant d'être eux-mêmes, sait-on jamais, à l'avenir victimes de décisions similaires fondées – à nouveau – uniquement sur du goodwill politique et non sur des décisions de l'ordre judiciaire.

C'est la raison pour laquelle nous avons tiré la sonnette d'alarme sur cette approche qui nous semble outrancièrement dangereuse, rappelant qu'il existe une alternative. Ce n'est pas pour rien que, plusieurs mois plus tard, il n'a toujours pas été possible de déterminer les contours d'un mécanisme robuste permettant cette mise en gage des fonds souverains afin de contracter un emprunt. Pour le reste, nous voyons d'ailleurs que, dans les discussions en cours destinées à atteindre un plan de paix, ces fonds souverains sont eux-mêmes identifiés comme étant une part de la solution pour la reconstruction, ce qui implique dès lors qu'ils soient bien maintenus au frais.

S'il devait y avoir une volonté d’une majorité qualifiée, probablement alternative, de contourner l'obstacle belge, nous serions probablement contraints, pour nous prémunir de toute voie de recours ultérieure et de toute poursuite, de poser des actes tels qu'un refus, pour ostensiblement montrer que notre pays subit le processus et n'y a pas prêté son concours.

C'est pour cela que nous avons depuis des mois dit que si une conviction parvenait à se construire, dans le chef de l’ensemble des experts, que le mécanisme était robuste juridiquement – quod non – il y a encore le risque de la poursuite judiciaire, de la réaction de la Russie – celle-ci s'est déjà faite publiquement menaçante à l'égard de la Belgique –, avec la réparation, la restitution des montants potentiels, sans parler des sanctions additionnelles au titre de punition.

Pour cette raison, vu les montants dont il est question, si l'Europe est entièrement solidaire pour dire qu'il faut le faire, elle doit être aussi entièrement solidaire pour dire qu'il faut l'assumer. D'où ce plaidoyer pour un pooling of the risk . Pas seulement une coalition of the willing , mais aussi une coalition of the billing .

Force est de reconnaître que quand on pose la question au sein du Conseil européen pour savoir qui est partie prenante pour aller au bout de l'exercice et assumer et partager le risque, peu de bras se lèvent. On ne doit pas, même à l’approche de Noël, être la dinde dans le processus.

Voilà l'ensemble de nos craintes et mises en garde.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar het blijft een feit dat de EU daarbij niet betrokken wordt, dat we keer op keer voor verrassingen komen te staan en dat we aan de zijlijn staan, terwijl we, zoals u benadrukt, de grootste financier van Oekraïne zijn. Ik kan alleen hopen dat er op heel korte termijn verandering komt in het feit dat de Verenigde Staten zomaar alles lijken te beslissen in het voordeel van Rusland en de EU alleen toekijkt en blijft betalen om Oekraïne te helpen.

De baseline van wat u hebt gezegd, is dat er over Oekraïne niets kan worden beslist zonder Oekraïense betrokkenheid en dat er over de Europa en de NAVO niets kan worden beslist wat enige impact kan hebben, zonder de betrokkenheid van de EU. Dat moet de algemene baseline blijven. Ook straffeloosheid kan helemaal niet.

Zoals de collega's al zeiden, is dit een dossier dat continu in beweging is. Er zijn nu opnieuw onderhandelingen en we kunnen alleen hopen dat u en de EU daarbij binnenkort veel meer worden betrokken, want alles wat er buiten ons weten over Oekraïne wordt beslist, treft ook ons. Ik zie uw frustratie, die ook de onze en die van heel veel bewoners is. Na drie jaar oorlog moet er een einde komen aan deze gruwel. We kunnen alleen maar hopen dat de EU mee kan beslissen en niet in een hoek blijft zitten en moet aanvaarden dat iemand zomaar land kan innemen door te moorden. Daarvan kan geen sprake zijn. Hopelijk wordt deze week de hele EU betrokken en is er niet alleen een onderhoud met president Macron.

Kathleen Depoorter:

Bedankt, mijnheer de minister.

Wanneer we het hebben over de crisis in Oekraïne, moet de Europese Unie wat de lopende vredesonderhandelingen betreft, wellicht minder hopen en meer doen. Het is werkelijk hallucinant dat het continent waarop de oorlog plaatsvindt – het gaat om onze toekomst en onze veiligheid – niet wordt betrokken. Dat u gewoon niet op de hoogte bent van een voorgesteld plan, is bijzonder zorgwekkend. Daartegen moet, zoals u zegt, krachtdadig worden opgetreden. Onze diplomatieke stem moet daar vertegenwoordigd zijn.

Er worden zomaar uitspraken gedaan dat Oekraïne geen lid zou mogen worden, maar als lid van de NAVO hebben wij daarin een stem en wij moeten die stem kunnen verheffen. Wij moeten daar druk kunnen uitoefenen. Ik ben dan ook zeer blij met uw verklaring dat we de druk op Rusland moeten opvoeren. Ik heb een voorstel van resolutie over secondaire sancties ingediend en misschien is het moment aangebroken om ons daarover te buigen en te bekijken of we ook hier een forsere stem kunnen laten horen, zodat er werkelijk iets in beweging komt en de coalition of the willing , die aan de heropbouw moet meewerken, daarmee effectief van start kan gaan. Dat kan hoop geven aan de bevolking in Oekraïne, en vooral daadkracht tonen.

U herinnert eraan dat wij voorstander zijn van een traditionele lening. Dat stemt mij tevreden. We moeten inderdaad nadenken over oplossingen voor het Oekraïense volk en voor de heropbouw van Oekraïne, maar we kunnen daarbij geen risico’s nemen voor onze eigen maatschappij, onze eigen munt en onze eigen welvaart. U mag rekenen op alle steun daarvoor in de regering en in de Europese Raad.

Els Van Hoof:

Ik dank u ook voor uw antwoord. Mijnheer de minister, het is inderdaad goed dat u druk blijft zetten op Rusland via de sancties die u hebt aangekondigd en ondersteunt en dat we Oekraïne blijven bijstaan. U geeft ook terecht aan dat de Europese Unie zich moet blijven manifesteren, want in het akkoord staan zaken die totaal onaanvaardbaar zijn. De inbreuk op de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne is, zoals u hebt gezegd, onaanvaardbaar. Eventueel kan men een bevriezing van het conflict vooropstellen, maar zonder dat er terrein moet worden overgedragen aan Rusland. Dat is immers voer voor onderhandeling.

In het akkoord staan voorts elementen die zelfs niet kunnen worden uitgevoerd. De Verenigde Staten of Rusland kunnen niet autonoom beslissen dat Rusland opnieuw toetreedt tot de G8. Wat betreft de straffeloosheid is het aan het Internationaal Strafhof om te bepalen of arrestatiebevelen worden opgeheven. Ook de voorgestelde wijziging van de Oekraïense grondwet om te beslissen of het land al dan niet tot de NAVO toetreedt, kan alleen door Oekraïne zelf met een tweederdemeerderheid worden beslist, ook al is daarvoor ook consensus nodig onder de NAVO-lidstaten. Dat zijn voorbeelden van punten die niet door de beugel kunnen.

Het belangrijkste element is uiteraard de veiligheidsgarantie, dus het beslissen waar de NAVO al dan niet optreedt. Zelfs wat Polen betreft, tracht men tussen te komen in het bepalen waar gevechtsvliegtuigen mogen worden ingezet en of die Europees dan wel van de NAVO moeten zijn. Dat zijn bijzonder belangrijke elementen waarvoor het noodzakelijk is dat de NAVO en de Europese Unie zich blijven manifesteren, zoals u terecht stelt. Dat akkoord kan niet zonder Europa. Oekraïne heeft op dit moment wel een onderhandelingspositie tegenover de Verenigde Staten, maar uiteraard nog niet tegenover Rusland. We kijken uit naar verdere ontwikkelingen. Het is goed dat u de druk blijft opvoeren om de partijen aan de tafel te brengen en de druk op Rusland te verhogen.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, vrede is uiteraard enorm belangrijk in het Oekraïens conflict; daar twijfelt niemand aan. Wat mij echter vooral opvalt, is hoe zwak de Europese Unie opnieuw blijkt te zijn. Hetgeen wij al altijd hebben gezegd, wordt hier opnieuw bevestigd. Terwijl het gaat over de veiligheid op ons continent, zien we dat vooral de Verenigde Staten en bepaalde Europese landen de lead nemen, terwijl de rest van Europa en mevrouw von der Leyen erbij staan en toekijken. Dat is veelzeggend voor een unie die zichzelf graag een geopolitieke macht noemt, maar in elk belangrijk dossier afwezig is. We betalen enorm veel geld aan de EU en we krijgen er duidelijk niets voor terug. Daarnaast wil ik nog ingaan op uw bevestiging dat oorlog, hoe tragisch ook, nooit een reden mag zijn om een land versneld tot de EU te laten toetreden. Ik neem u daar uitdrukkelijk op uw woord. Europese regels en de Kopenhagencriteria bestaan net om zulk politiek opportunisme te vermijden.

De handelsspanningen tussen de VS en China
De ontmoeting tussen Trump en Xi Jinping in Zuid-Korea
De uitspraken van Japan en van de VS i.v.m. het statuut van Taiwan
De spanningen rond Taiwan
Internationale handelsconflicten en Aziatische geopolitieke spanningen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat België en de EU het één-Chinabeleid handhaven (erkenning van de Volksrepubliek, geen diplomatieke banden met Taiwan), maar benadrukt dat eenzijdige gewelddadige verandering van de status quo in de Straat van Taiwan "onacceptabel" is en pleit voor dialoog en vreedzame oplossingen in lijn met internationaal recht. Hij uit bezorgdheid over de escalatie tussen China, Japan en de VS, waar zowel Tokio (met duidelijke "rode lijnen") als Washington (afwijzing van Taiwanese onafhankelijkheid, maar verdediging van eigen belangen) hun strategische vaagheid lijken los te laten, terwijl China met harde retoriek reageert. Lambrecht en Lutgen (cdH) prijzen Prévots focus op dialoog en zijn duidelijke standpunt, waarbij Lutgen aanvult dat de EU expliciet geweldsgebruik moet afwijzen en solidair moet staan met bondgenoten zoals Japan. Prévot wijst ook op EU-afhankelijkheid van Chinese zeldzame aardmetalen en de nood aan strategische autonomie, zonder partijen te kiezen in de handelsoorlog VS-China.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de defensieministers van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties hadden in Maleisië een bijeenkomst met de Amerikaanse minister van Defensie, Pete Hegseth. Hij sprak daar de Chinese minister van Defensie Dong, onder meer over de kwestie Taiwan. Minister Dong stelde tijdens die ontmoeting met minister Hegseth dat de hereniging van Taiwan en China een niet te stoppen evolutie van de geschiedenis is. Voorts zei hij ook dat de Amerikanen zich tegen de onafhankelijkheid van Taiwan moeten verzetten. Hegseth noemde het een constructieve bijeenkomst, maar benadrukte dat de VS geen conflict zoeken en dat zij hun eigen belangen krachtig zullen blijven verdedigen.

Bijna gelijktijdig leidde een opmerking van de nieuwe Japanse premier Sanae Takaichi in het parlement tot een ernstige diplomatieke rel tussen China en Japan. Zij zei immers dat een Chinese aanval op Taiwan, een maritieme blokkade of een aanval op Amerikaanse bases in Japan tot een levensbedreigende situatie zou kunnen leiden. Volgens de Japanse wetten mag Tokio dan zijn strijdkrachten inzetten, ook al wordt Japan niet direct zelf aangevallen. Waar vorige premiers zorgvuldig vaag bleven over Taiwan, trok Takaichi duidelijke rode lijnen.

Uiteraard liet de Chinese reactie niet lang op zich wachten. De Chinese staatsmedia voerden sindsdien een ongewoon harde campagne tegen de Japanse premier. Het decennialang diplomatiek evenwicht lijkt nu verbroken. Zowel Japan als de VS hanteerden tot op heden altijd een beleid van strategische vaagheid over Taiwan, maar dat lijkt nu verdwenen.

Mijnheer de minister, wat denkt u over de escalatie tussen China, Japan en de VS? Wat is het Belgisch standpunt over Taiwan?

Zult u die veranderde houding ten opzichte van Taiwan ter sprake brengen bij uw Europese collega's?

Benoît Lutgen:

Merci à ma collègue, qui a dit l'essentiel au travers de différents constats: l'augmentation des tensions autour de Taïwan ces derniers jours et les propos tenus par des diplomates chinois à l'égard de la première ministre japonaise.

Je voudrais simplement savoir, pour aller directement à l'essentiel, monsieur le ministre, quels sont les contacts que vous avez pu avoir à ce sujet?

N'est-il pas temps également pour la Belgique et l'Union européenne de réaffirmer fortement leur refus de toute utilisation de la force pour résoudre ce conflit entre Taïwan et la Chine?

Ne devons-nous pas réaffirmer par ailleurs notre solidarité pleine et entière avec le Japon et avec d'autres pays de la région qui subissent ces menaces chinoises?

Maxime Prévot:

Chers collègues, je vous remercie, y compris pour la concision des questions.

Over de handelsspanningen tussen de Verenigde Staten en China vond recent een belangrijke ontmoeting plaats tussen de Amerikaanse president Trump en de Chinese president Xi. De omzetting van het akkoord blijft voorlopig echter nog onduidelijk op verschillende belangrijke punten. De communicatie vanuit Washington wordt niet altijd bevestigd door Beijing.

Wat betreft de aangekondigde versoepeling van Chinese exportcontroles voor de EU is er sprake van een opschorting en niet van een definitieve beslissing. Er moet worden gewaakt over een eerlijke behandeling van Europese bedrijven in het kader van een mogelijk akkoord tussen de Verenigde Staten en China. De Europese Commissie is bezorgd dat Amerikaanse bedrijven zouden worden bevoordeeld. De Verenigde Staten claimen de belangen van alle handelspartners ten aanzien van China te verdedigen, al klinkt dat momenteel niet helemaal overtuigend.

Het is duidelijk dat de Chinese exportcontroles een nefaste impact hebben op de toegang tot zeldzame aardmetalen en andere belangrijke grondstoffen voor onze Belgische bedrijven en bijgevolg de industrie. Onze afhankelijkheid van China wat betreft zeldzame aardmetalen is nog steeds veel te groot. De EU blijft daarom inzetten op diversificatie, recyclage en strategische autonomie. Het RESourceEU-plan is daarin een belangrijke stap.

De Commissie moet ook samen met China verder blijven werken aan de ontwikkeling van een eenvoudiger exportcontrolesysteem. De strategie van de Europese Commissie, die ook door België wordt gesteund, berust op vijf pijlers: beperking van exportcontroles, mitigatie van negatieve effecten, vermijden van escalatie, dialoog zonder legitimatie van unilaterale acties en versterken van de samenwerking met internationale partners, zoals de VS en Japan.

De recente spanningen tussen China en Japan of China en de Verenigde Staten worden met bezorgdheid gevolgd. Ons land blijft vasthouden aan het geijkte standpunt dat vrede en stabiliteit in de regio essentieel zijn en dat geschillen op vreedzame wijze en via dialoog moeten worden opgelost, met respect voor het internationaal recht.

En même temps, nous plaidons également en faveur d'un approfondissement de la coopération avec des partenaires démocratiques de la région tels que, bien entendu, le Japon, la Corée du Sud et l'Australie, notamment par le biais du Security and Defense Partnership , qui existe avec le Japon depuis novembre 2024.

Wat Taiwan betreft, onderschrijft België net zoals alle EU-lidstaten het één-Chinabeleid. We erkennen de Volksrepubliek China als enige vertegenwoordiger van China, in lijn met resolutie 2758 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en hebben dus geen diplomatieke banden met Taiwan.

Aussi, compte tenu du rôle crucial que joue Taiwan dans le tissu économique mondial, la Belgique attache une grande importance à la stabilité et au statu quo dans le détroit de Taiwan. Toute modification unilatérale de ce statu quo, a fortiori par la force, serait inacceptable. Nous allons continuer à souligner cette position de principe dans nos échanges avec les autorités chinoises.

Binnen de Europese Unie wordt de situatie in de Straat van Taiwan op regelmatige wijze aangekaart in diverse werkgroepen. De recente uitspraken en diplomatieke spanningen waarnaar u verwijst, zullen op het gepaste niveau worden besproken.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, uw antwoord was heel duidelijk. Het is bijzonder goed dat u als minister steeds de dialoog vooropstelt in tijden waarin voortdurend wordt gesproken over defensie, wapens en oorlog. Die benadering is uitermate belangrijk en ik stel het op prijs dat u dat telkens benadrukt.

U hebt bovendien nog eens duidelijk aangegeven wat het standpunt van België is. Dat is duidelijk. Wij kunnen daarmee verder.

Benoît Lutgen:

Je tiens seulement à remercier M. le ministre pour sa réponse claire et complète, comme c'est souvent le cas. Je ne dirai pas "toujours", afin de ne pas toucher à son humilité.

De jihad die Afrika teistert

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beweert dat gewelddadige islamitische jihad Afrika historisch islamiseert en kritiseert dat de regering christenen onvoldoende beschermt tegen systematische vervolgingen (o.a. 125.000 doden in Nigeria sinds 2009), terwijl ze volgens hem wel opkomt voor "Palestijns-islamitische cultuur". Minister Prévot ontkent dat het om geloofsvervolging gaat (noemt het een grondconflict in Nigeria), benadrukt Belgische/EU-steun voor algemene antiterreurmaatregelen (capaciteitsopbouw, radicaliseringsbestrijding) en bekritiseert Van Rooys "te simplistische" framering. Van Rooy beschuldigt Prévot vervolgens van weggaan voor jihadistische genocides en partijdigheid (pro-islam, anti-christelijk beleid). Prévot houdt vast aan een neutraal veiligheidsdiscours, Van Rooy eist expliciete erkenning van islamitisch geweld als religieus gemotiveerd.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, grote delen van Afrika werden historisch geïslamiseerd door middel van de gewelddadige jihad. Daardoor werden reeds 32 landen gedeeltelijk of sterk islamitisch, vooral in Noord-, Oost- en West-Afrika. Denk aan de afscheiding van Soedan en Zuid-Soedan in 2011. Pas nog werd in Mali een jonge vrouw, een populaire influencer op TikTok, publiekelijk geëxecuteerd door moslimterroristen. Die landen in Centraal-Afrika, Zuidelijk Afrika en enkele in Oost- en West-Afrika worden vandaag geteisterd of bedreigd door de islamitische jihad en zouden dus aan islamisering ten prooi kunnen vallen. Denk aan de jihadistische groepering Boko Haram, die in 2002 is ontstaan in Nigeria, maar nu ook de landen Niger, Tsjaad, Kameroen en Benin bedreigt. Denk aan de jihadistische beweging Al-Shabaab, die is ontstaan in Somalië in 2006 en nu ook actief is in Tanzania, Oeganda, Ethiopië en Kenia. President Trump dreigde met militaire acties tegen de jihadistische terreurgroeperingen in Nigeria, als de regering van dat land niet snel een einde maakt aan de aanhoudende moorden en slachtpartijen op christenen.

Mijnheer de minister, ik wil graag uw reactie hierop horen. Wat is het standpunt van de regering over de islamitische jihad in Afrika, die op termijn heel het continent dreigt te islamiseren?

Wil de regering een beleid voeren dat tot doel heeft de niet-moslims, met name de christenen, in Afrika te beschermen tegen de jihad en dus tegen islamisering?

Maxime Prévot:

Mijnheer Van Rooy, ik betreur ten zeerste dat er door gewelddadig extremisme en terroristische groeperingen in Afrika slachtoffers vallen. De uitzichtloze sociaal-economische situatie van heel wat jongeren op het continent maakt hen wellicht vatbaar voor radicalisering. Voor de plaatselijke overheden en veiligheidsdiensten vormt dat een grote uitdaging. De FOD Buitenlandse Zaken draagt samen met andere bevoegde Belgische autoriteiten zijn steentje bij in de strijd tegen terrorisme op het Afrikaanse continent, onder meer door onze bijdrage aan de EU, de Verenigde Naties, de coalitie tegen Daesh en steun aan de Afrikaanse Unie.

Daarenboven zetten we onder meer in op capaciteitsopbouw in de regio via nationale experten in het EU Security and Development Initiative. Ons land schrijft zich in in het Europese beleid dat op dat gebied talloze initiatieven in verschillende landen neemt, niet enkel om regionale samenwerking tussen Afrikaanse landen in de strijd tegen terrorisme te bevorderen, onder meer via de Intergovernmental Authority on Development, maar ook door steun aan het National Counter Terrorism Centre in Kenia voor de preventie van gewelddadig extremisme, het bestrijden van terrorismefinanciering en het gebruik van digitale platformen om radicalisering tegen te gaan.

Het thema is eveneens een vast bestanddeel van de politieke dialoog met onze Afrikaanse partners.

In het licht van de recente uitspraken van president Trump hebben de EU-ambassadeurs in Abuja een gezamenlijk referentiekader met lines to take over de kwestie opgesteld om met een eenduidige EU-stem te kunnen spreken.

Het gaat in Nigeria in essentie immers niet om christenvervolgingen, maar om een conflict tussen nomadische veehouders en sedentaire boeren dat al jaren aansleept en waarbij hele dorpsgemeenschappen worden aangevallen in een wedkamp om grondstoffen en grasland. De veehouders zijn weliswaar voornamelijk moslim en de boeren voornamelijk christen, maar om het conflict daarom te kwalificeren als een geloofskwestie, is te kort door de bocht.

De strijd tegen terrorisme en gewelddadig extremisme heeft tot doel de dreigingen in al hun vormen te bestrijden en de burgerbevolking in haar geheel en zonder onderscheid te beschermen.

De inspanningen voor counterterrorisme en de strijd tegen gewelddadig extremisme moeten erin resulteren dat alle burgers in alle regio’s in alle veiligheid van hun fundamentele rechten en vrijheden kunnen genieten, zonder dat zij voor hun leven of welk geweld ook hoeven te vrezen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, zoals wij u kennen, hebt u in uw antwoord uiteraard de term islam niet eens uitgesproken. U kent niets van de geschiedenis van de islamisering en van de islamitische jihad in de wereld, zeker in Afrika. Christenen worden in de islamitische wereld systematisch onderdrukt, vervolgd of afgeslacht. Alleen al in Nigeria werden sinds 2009 maar liefst 125.000 christenen vermoord door jihadisten. Dat is niet toevallig. Voor hen zijn er geen betogingen, bezettingen, rode lijnen, BV-campagnes of fel verontwaardigde ministers. Nochtans is de islamitische jihad het christendom in het Midden-Oosten en in Afrika aan het vernietigen. Terwijl u samen met velen hier in het Parlement geobsedeerd bent door Gaza en terwijl u opkomt voor de Palestijns-islamitische cultuur, waarin christenen tweederangsburgers zijn, kijkt u weg van de jihadistische, etnische en religieuze zuiveringen en van de etnocides en genocides die worden gepleegd door de islamitische jihad op christenen en andere niet-moslims. Wij kunnen helaas niets anders verwachten van een minister die behoort tot een partij die het christendom heeft verraden en die de islamisering elke dag in dit land importeert en faciliteert.

De bij de massaslachting van 7 oktober 2023 betrokken Hamasjihadist die nu in België woont
De toekenning van de status van erkend vluchteling in België aan een Hamasterrorist
Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers
Palestijnse asielzoekers en Hamasterroristen in België

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat België de Hamas-sympathisant Mohaned al-Khatib—verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen van 7 oktober 2023—niet uitlevert of weert, ondanks zijn asielafwijzing (omdat Griekenland zijn vluchtelingenstatus al erkende). Hij beschuldigt de regering ervan Palestijnse migranten met extremistische opvattingen massaal toe te laten, zonder effectieve controles, en noemt België een "speeltuin voor jihadisten". Minister Van Bossuyt bevestigt dat al-Khatib in afwachting van zijn beroep (met schorsende werking) nog in België verblijft (Fedasil Sint-Niklaas), maar stelt dat hij geen opvang meer zou krijgen onder nieuwe regels. Ze wijst verantwoordelijkheid voor veiligheidsonderzoek door naar Justitie/Binnenlandse Zaken en ontwijkt concrete cijfers over Palestijnse migranten, maar beaamt maatregelen om instroom te beperken—met name voor wie elders in de EU al bescherming geniet. Ducarme (N-VA) kritiseert dat al-Khatibs afwijzing niet gebaseerd is op zijn vermeende Hamas-band of terrorisme, maar louter op de Griekse vluchtelingenstatus—een "gat in het beleid". Hij vraagt om strengere screening van Palestijnse asielzoekers op radicalisme, maar erkent vooruitgang in Van Bossuyt’s voorstel om terrorismeverdachten permanent uit te sluiten.

Sam Van Rooy:

Minister, de Hamasjihadist Mohaned al-Khatib, die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, werd – ik hoop dat u het dossier intussen al wat kent –. gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025. In video's van de genocidale massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas en verheerlijkt vandaag op zijn sociale media, zoals veel Palestijnen en moslims in dit land, openlijk 7 oktober 2023. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum heeft daarover een rapport van 65 pagina’s met al zijn uitlatingen en beeldmateriaal opgesteld, waaruit duidelijk blijkt wat voor een verderfelijk en potentieel gevaarlijk figuur hij is.

In dat licht wil ik er nogmaals op wijzen dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa ontvangt – indien ik het fout heb, mag u mij corrigeren – en benadruk ik opnieuw dat het merendeel van de Palestijnen die hier binnenkomen, op zijn minst sympathie hebben voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah. De meesten juichten ook de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. De meerderheid van de Palestijnen deelt dus de verwerpelijke en potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohanad al-Khatib.

Op 20 november zei u in de plenaire vergadering dat Mohanad al-Khatib zich nu in een asielcentrum van Fedasil bevindt. In welk asielcentrum bevindt hij zich? Is hij vrij om dat centrum te verlaten? Wordt hij minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten, zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?

U gaf aan dat zijn beroepsprocedure om hier een asielstatus te verkrijgen, zal worden teruggebracht naar Griekenland. Wat is de stand van zaken? Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, dan kan hij vandaar uiteraard terugkeren naar België. Wat zal er gebeuren, indien hij terug naar België reist?

Kamerlid en partijgenoot Michael Freilich beweert dat de regering de instroom van Palestijnen afbouwt. Dat hoor ik graag, maar klopt dat wel? Welke maatregelen neemt u om de instroom daadwerkelijk af te bouwen?

Waarom zou u specifiek de instroom van Palestijnen willen afbouwen? Ik vermoed de reden wel, maar ik hoor het graag van u. Indien u daarmee bezig bent, wat is dan uw streefcijfer per jaar of per maand?

Tot slot heb ik nog enkele cijfermatige vragen, minister. U mag mij de antwoorden daarop ook schriftelijk bezorgen, maar kreeg wel graag de grote lijnen mondeling. Hoeveel Palestijnen zijn sinds 7 oktober 2023 in ons land binnengekomen? Hoeveel mochten er sindsdien in België blijven? Hoeveel Palestijnen werden er Belg?

Tot slot, minister, zou ik toch graag een antwoord krijgen op een blijkbaar moeilijk te beantwoorden vraag – ik heb zelf al naar die gegevens gezocht –, namelijk hoeveel Palestijnen er eigenlijk in totaal in België zijn. Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord.

Denis Ducarme:

Madame la ministre, la question a été déposée il y a un mois. Vous avez déjà pu donner certains éléments en plénière, mais vous n'avez pas encore pu répondre à l'ensemble des questions qui se posent sur ce dossier. J'ai vu le projet que vous avez déposé en Conseil des ministres. Votre volonté d'éloigner les opportunités de demandes de protection pour les personnes qui se rendent auteurs de faits de radicalisme ou de faits de terrorisme est actuellement temporaire, vous voulez la rendre définitive.

Il y a une question qui se pose, compte tenu des dispositions légales qui sont les nôtres aujourd’hui, concernant le cas de Mohaned al-Khatib. En effet, ce personnage a fait une demande en Belgique. Il est sans doute rentré par un autre pays en Europe, la Grèce, vous confirmerez. En tout cas, il a fait une demande secondaire au niveau de la Belgique. Il est suspecté de complicité avec le Hamas et suspecté également d’avoir participé aux événements atroces du 7 octobre.

Nous devons donc nous poser la question, compte tenu de ces faits, si, au niveau de votre administration, on a analysé la demande de Mohaned al-Khatib à la lumière de sa collaboration et de sa complicité avec le Hamas. Aujourd’hui, si je ne m’abuse, il y a un rejet de la demande, mais sur quelle base? Sur la base d’une seconde demande après celle introduite en Grèce ou sur la base des suspicions de faits terroristes?

Les candidats réfugiés issus de Palestine sont évidemment à accueillir comme les autres. Néanmoins, il y a un fait qu’il faut considérer, c’est qu’on a plusieurs groupes terroristes actifs dans cette zone: le FPLP, le Hamas. Donc la question est de savoir si, en collaboration avec les services de renseignement, vous faites analyser par votre administration leurs demandes de protection également à la lumière de la proximité, en Palestine, de groupes tels que le FPLP et le Hamas.

Anneleen Van Bossuyt:

Messieurs, en ce qui concerne ce dossier, je puis vous communiquer ce qui suit.

Ik herhaal daarmee wat ik tijdens de plenaire vergadering van 20 november heb gezegd.

De betrokken man heeft als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek ingediend om internationale bescherming. Hij heeft op 6 maart, dus twee dagen later, het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij reizen binnen de Schengenzone.

Op 7 april heeft hij opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend, ditmaal in België. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker, heeft de Dienst Vreemdelingenzaken voor hem controles uitgevoerd in de Europese databanken Eurodac en het visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Staatsveiligheid, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.

Op 25 september heeft het CGVS zijn verzoek als niet-ontvankelijk beoordeeld wegens zijn erkenning als vluchteling in Griekenland. Hij heeft tegen die negatieve beslissing van het CGVS op 7 oktober beroep ingesteld bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, en dat beroep is nog altijd hangende, mijnheer Van Rooy. Dat beroep heeft ook een schorsende werking. Met andere woorden, eventuele andere procedures of de aflevering van een bevel om het grondgebied te verlaten, worden op pauze gezet.

Momenteel krijgt de man opvang in het centrum van Fedasil in Sint-Niklaas. Pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus weigert Fedasil de opvang van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat. Mocht zich vandaag dus een soortgelijke situatie voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen. Daarmee is meteen ook uw vraag beantwoord, mijnheer Van Rooy, over wat er zou gebeuren indien hij na zijn eventuele uitwijzing naar Griekenland opnieuw naar ons land zou reizen en hier een verzoek tot bescherming zou indienen.

Dès que cela sera possible, je mettrai évidemment tout en œuvre pour renvoyer cette personne vers la Grèce. Entre-temps, il appartient avant tout aux services de sécurité d'examiner plus en profondeur si les accusations formulées, notamment sur les réseaux sociaux, sont véridiques. Je ne peux, dans le cadre de mes compétences, m'exprimer à ce sujet. Ce sont mes collègues de la Justice et de l'Intérieur qui sont désormais en première ligne pour mener d'éventuelles enquêtes supplémentaires concernant l'aspect sécuritaire, si cela s'avère opportun.

Mijnheer Van Rooy, u vroeg heel veel specifieke cijfers, maar voor het verkrijgen van de gedetailleerde cijfermatige informatie verwijs ik u naar de mogelijkheid om een schriftelijke vraag in te dienen. Ik denk dat het niet correct als ik hier talrijke cijfers zou voorlezen.

We hebben maatregelen genomen om de instroom in zijn geheel te beperken, bijvoorbeeld de zonet genoemde maatregel om de opvang te beperken van personen die in een ander EU-land bescherming genieten. Het bleek dat in die groep hoofdzakelijk personen van Palestijnse origine zaten.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, u denkt dat u mij een rad voor de ogen kunt draaien, maar niets is minder waar. U zegt dat u Mohammed Al-Khatib naar Griekenland wilt brengen. Dat is vooralsnog niet gebeurd, want hij verblijft momenteel nog altijd op het Belgisch grondgebied,. Als u hem terugbrengt naar Griekenland en hij keert vervolgens terug naar België per trein, vliegtuig of auto, wie gaat hem dan aan de grens tegenhouden? U wilt hem geen opvang geven – het zou er nog aan mankeren! – maar dat is irrelevant. Hij zal en kan opnieuw naar België terugkeren om hier zijn antisemitisch en jihadistisch gif te spuien. Dat is uw beleid in de praktijk.

Hebt u de beelden van de kerstmarkt in Brussel gezien, die werd gekaapt door pro-Palestijnse jihadisten en hun linkse nuttige idioten? Dat is wat u massaal blijft binnenhalen.

Het is eigenlijk nog erger, want Palestijnse Hamasfanaten en jihadverheerlijkers zoals Mohammed Al-Khatib kunnen gewoon naar België komen en hier verblijven, legaal of illegaal. Dat is de realiteit van uw migratiebeleid. België blijft een topbestemming, een speeltuin voor jihadisten en moslimfundamentalisten.

Ik herhaal wat ik al eerder heb gezegd. Als u er niet eens voor kunt zorgen dat een misselijkmakend en potentieel gevaarlijk sujet, een jihadist zoals Mohammed Al-Khatib, buiten België blijft, als u er niet voor kunt zorgen dat zulke lieden geen voet meer in België binnenzetten, dan bent u de titel van minister van Asiel en Migratie in feite niet waardig.

Denis Ducarme:

Madame la ministre, votre réponse me rassure. Je sais que vous êtes attentive. Je pense en effet que M. Mohaned al-Khatib ne recevra jamais de protection en Belgique, mais sans doute pas pour les bonnes raisons. Le rejet par votre administration de la demande d'octroi d'une protection repose sur le fait qu'il avait demandé l'accueil dans un autre pays, à savoir la Grèce, selon mes informations. Cette décision n'est donc pas motivée par l'existence de complicités avec le Hamas ou par sa participation au 7 octobre. Voilà le problème. Par ailleurs, si je puis me permettre, et en toute amitié, vous ne pouvez pas, d'une part, communiquer de manière flatteuse à propos du projet que vous présentez en Conseil des ministres et dans lequel vous indiquez, tout comme moi, que les auteurs de faits de radicalisme ou de terrorisme ne pourront plus demander asile en Belgique et, d'autre part, répondre au Parlement que tout cela relève de la responsabilité des ministres de la Justice et de l'Intérieur, et non de la vôtre. Donc, il y a encore des trous dans la raquette. Vous ne pouvez pas mettre en lumière que, grâce à vous, il sera désormais impossible aux auteurs d'actes radicaux ou terroristes de demander asile en Belgique et, lorsqu'on vous parle d'un personnage qui a sans doute participé au 7 octobre, renvoyer vers la Justice et l'Intérieur. Donc, il y a encore beaucoup de trous dans la raquette, raison pour laquelle nous sommes ici. En l'occurrence, nous ne pouvons pas nous satisfaire que ce personnage se voie refuser le titre de protection parce qu'il en a introduit la demande en Grèce. Il devrait être refusé compte tenu de sa participation au 7 octobre. C'est mon avis, et je me tiens naturellement à disposition pour continuer à travailler avec vous sur ces questions difficiles.

De verstrenging van het Britse asielbeleid en de transmigratieproblematiek
De hervorming van het Britse asiel-en migratiebeleid en de gevolgen inzake transmigratie
Het Britse asiel- en migratiebeleid en de transmigratie-uitdagingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volgens Sandro Di Nunzio en Maaike De Vreese dreigt de Britse asielverstrenging (20 jaar wachten op permanent verblijf, tijdelijke vluchtelingenstatus) transmigranten naar België te duwen, wat de druk op havens, opvang en lokale besturen verergert—een zorg die gouverneur Decaluwé deelt. Minister Van Bossuyt bevestigt dat de impact moeilijk in te schatten is, maar benadrukt dat België de situatie monitort via samenwerking met lokale overheden, politiecontroles (o.a. Zeebrugge, Wetteren) en terugnameakkoorden, terwijl ze regelmatig overlegt met wisselende Britse en Franse ministers. Di Nunzio bekritiseert dat het Belgische systeem nu al overbelast is (31.800 lopende asieldossiers, vijfmaal de capaciteit) en eist een actieplan om smokkelroutes te breken, terwijl De Vreese opmerkt dat transmigranten geen asiel willen aanvragen in België—in tegenstelling tot eerdere golven—en waarschuwt dat Franse verstrengingen de problematiek verder kunnen verschuiven.

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de minister, de grote hervorming van het asielbeleid in het Verenigd Koninkrijk is gebaseerd op het Deense model, waarbij men twee ingrijpende of althans opvallende maatregelen neemt. De eerste maatregel is dat asielzoekers pas aanspraak zullen kunnen maken op een permanente verblijfsvergunning na 20 jaar, in plaats van na 5 jaar vandaag. De tweede maatregel betreft de vluchtelingenstatus, die nog maar 2,5 jaar geldig zal zijn. Die status zal telkens opnieuw worden beoordeeld, met een verplichte terugkeer wanneer het herkomstland als veilig wordt beschouwd. Het doel van het Verenigd Koninkrijk is duidelijk: men wil illegale migratie naar het land, vooral met kleine bootjes over het Kanaal, minder aantrekkelijk maken

Ik vermoed dat u het met mij eens zult zijn dat die koerswijziging ook voor ons gevolgen kan en zal hebben. Vlaanderen wordt immers al jaren geconfronteerd met transmigratie richting het Verenigd Koninkrijk. De ervaring leert dat wanneer het Verenigd Koninkrijk verstrengt, meer mensen in België blijven hangen. Ook gouverneur Decaluwé van West-Vlaanderen heeft daar recent voor gewaarschuwd. Door de Britse maatregelen kan de druk rond de havens, snelwegparkings en grenszones opnieuw fors toenemen, omdat transmigranten dan vaker in onze regio zullen blijven. Voor Zeebrugge zijn de cijfers voorlopig niet zo dramatisch, maar alle betrokken diensten verwachten wel een verschuiving.

Mevrouw de minister, hoe schat u de impact van die Britse hervorming in op de aanwezigheid van transmigranten in Vlaanderen en in ons land? Deelt u de mening van gouverneur Decaluwé op dat vlak? Is er al een impactanalyse gemaakt naar aanleiding van die Britse beleidsverschuiving? Voorziet u maatregelen om de lokale besturen voor te bereiden op een eventuele stijging van die bewegingen in ons land?

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, ik zal de vragen van de heer Di Nunzio aanvullen, omdat het niet alleen een stokpaardje is van de gouverneur van West-Vlaanderen, die daar al veel slapeloze nachten door heeft gehad, maar ook van mezelf.

Wanneer er druk komt vanuit Groot-Brittannië of Frankrijk moeten we waakzaam zijn dat de problematiek zich niet naar ons land en onze grens verplaatst. Tot nu toe vertrokken die small boats , die kleine bootjes, voornamelijk vanuit Frankrijk, maar ik verneem van de betrokken diensten dat er meer vanuit onze kant wordt gewerkt. Het komt niet enkel uw diensten, maar ook die van de minister van Binnenlandse Zaken en van de minister van Justitie toe om die mensensmokkel nauwgezet te blijven opvolgen en te controleren.

Ik zal de wijzigingen die de Britten zullen invoeren niet herhalen, maar ik wil u wijzen op een bijkomende moeilijkheid. Zowel in Frankrijk als in Groot-Brittannië wisselen de bevoegde ministers bijzonder vaak. Daarom vraag ik u om over die problematiek zeer regelmatig te overleggen met de Britten en de Fransen, en om bij elke wissel van minister alles te herhalen. Dat is geen gemakkelijke opdracht, maar wel nodig om de problematiek goed in kaart te houden, de juiste contacten te onderhouden en afspraken te maken met uw collega's.

Mevrouw de minister, kunt u toelichting geven bij de aangekondigde Britse hervormingsplannen? Hoe schat u het effect daarvan in voor ons land? In hoeverre zetten onze diensten al stappen om daarop in te spelen? Welke maatregelen worden genomen om de transmigratieproblematiek maximaal aan te pakken? In hoeverre staat u in contact met uw collega's in ons land, maar ook met uw collega's uit Frankrijk en Groot-Brittannië?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Di Nunzio, mevrouw De Vreese, de verstrenging van het Britse migratiebeleid speelt zich af op heel uiteenlopende domeinen en de situatie van de transmigratieproblematiek in ons land is momenteel gelukkig heel anders dan een paar jaar geleden. Het is dan ook heel moeilijk te voorspellen welke invloed dat allemaal zal hebben op de transmigratie in België. Ik kan u verzekeren dat die problematiek voortdurend wordt gemonitord. De Dienst Vreemdelingenzaken staat in permanent contact met de lokale overheden, zodat we snel kunnen reageren op eventuele veranderingen.

De Dienst Vreemdelingenzaken houdt daarenboven ook aparte statistieken bij wat betreft de intercepties van transmigranten. Bij significante verhogingen kunnen we samen met de lokale overheden gepaste maatregelen nemen. Zoals in het regeerakkoord is afgesproken, wordt een multidisciplinaire aanpak voor transmigratie uitgewerkt. De diensten van minister Quintin spelen daarin een cruciale rol op het terrein, net als de diensten van minister Verlinden, die verantwoordelijk is voor het vervolgingsbeleid van de smokkelaars.

Er worden ook regelmatig acties uitgevoerd door de politie, in Zeebrugge of in andere hotspots voor transmigratie. Als daarbij personen in illegaal verblijf worden aangetroffen, wordt de Dienst Vreemdelingenzaken gecontacteerd. Ook moet er volop worden ingezet op identificatie van de aangetroffen transmigranten en moeten prioritair terugnameakkoorden met de landen van herkomst worden gesloten of desgevallend versterkt, met het oog op het faciliteren van de terugkeer van onderschepte transmigranten. Daar werken we constant aan.

Tegelijkertijd wil ik u ook wijzen op onze binnenkomstcontroles, die hun effect hebben. Zoals ik al eerder meedeelde, hebben de binnenkomstcontroles ook een ontradende functie en worden ze op verschillende plaatsen gehouden, onder meer op verschillende snelwegparkings vanwaar transmigranten zich vaak verplaatsen, zoals de snelwegparking in Wetteren. Ik was daar trouwens zelf ook aanwezig bij een binnenkomstcontrole.

Wat de contacten betreft, als de collega's in het buitenland constant wijzigen, maakt dat het er niet eenvoudiger op. Voor een keer is België de stabiele factor in vergelijking met onze buurlanden.

Specifiek voor het Verenigd Koninkrijk had ik geregeld contact met minister Cooper, de vorige bevoegde minister. Donderdag heb ik een overleg met de nieuwe bevoegde Britse minister.

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Wat ons bekommert, is het feit dat ons systeem zwaar onder druk staat. Dat weet u ook. Het aantal lopende dossiers bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen stond, als ik de juiste cijfers heb, bijvoorbeeld eind oktober 2025 op meer dan 31.800 personen. Dat is ruim vijf keer de gewone verwerkingscapaciteit. U hebt ook geantwoord dat u die verwerking wilt versnellen, wat op zich een goede doelstelling is. Dat werk moet echter nog gebeuren. Ondertussen blijven de instroomcijfers enorm hoog en behoren ze tot de hoogste van de Europese Unie.

Zoals u weet, komen de aanvragers vooral uit Afghanistan, Eritrea, Congo, Burundi en Guinee. Dat zijn nationaliteiten die graag willen doorreizen. Wanneer zij hier blijven hangen, is dat uiteraard geen goede zaak. Een actieplan is daarom noodzakelijk en dat vragen we ook van u.

Het is belangrijk dat we, ook in overleg met uw collega's van Binnenlandse Zaken en Justitie, het businessmodel van de mensensmokkelorganisaties doorbreken en proactief optreden samen met het Verenigd Koninkrijk, zodat onze opvangcapaciteit niet verder overbelast blijft en geraakt en dat die situatie opnieuw de andere richting uit kan gaan.

Mevrouw de minister, wij verwachten dan ook dat u actie onderneemt, zodat België geen wachtkamer is en blijft of een nog grotere wachtkamer wordt.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, het is inderdaad absoluut niet de bedoeling om hier een extra wachtkamer te creëren. Collega, we merken dat die transmigranten hier absoluut geen verblijf willen aanvragen, maar juist doorreizen. Dat zagen we samen ook onder de Zweedse regering. Die mensen willen hier niet blijven. Het Maximiliaanpark lag vol met mensen die hier geen asiel wilden aanvragen. Ze weigerden dat zelfs en ze wilden ook geen opvang. Dat is het grote verschil met de situatie onder Vivaldi, toen de mensen wel asiel wilden aanvragen en dus opvang, bed, bad en brood vroegen. Mevrouw de minister, het is goed dat u dat opvolgt en dat u stelselmatig contacten onderhoudt. Ik hoop dat u donderdag al contact kunt hebben met de nieuw bevoegde minister. Met de Franse minister hoop ik dat u binnenkort ook contact kunt opnemen. Ik heb gehoord dat men in Frankrijk ook voor een verstrengde aanpak opteert inzake die bootjes. Wanneer dat gebeurt, zullen we zeer waakzaam moeten zijn. We hebben gezien dat het Britse beleid al meerdere keren is verstrengd en dat daarover communicatie is gevoerd, maar dat dat eigenlijk geen impact heeft gehad op de aantrekkingsfactor van Groot-Brittannië. We kunnen daar grote theorieën over ontwikkelen, maar dat kunnen we beter doen bij een pintje of een kop koffie, collega Di Nunzio.

Middelen voor de integratie van kunst in de DBFM-gevangenis van Antwerpen

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Marijke Dillen bekritiseert het 500.000 euro kunstbudget (excl. BTW) voor de nieuwe Antwerpen-gevangenis als "onverantwoord" in tijden van budgettaire noodsituaties bij Justitie, waar capaciteitsproblemen, slechte arbeidsomstandigheden, voedseltekorten en andere urgente noden onopgelost blijven – ondanks een extra miljard euro in de begroting. Minister Annelies Verlinden (Justitie) stelt dat het budget onder Regie der Gebouwen valt en verwerpt dat cultuurinvesteringen strijdig zijn met Justitie-prioriteiten, wijzend op verplichte kunstpercentages in Waalse en Vlaamse overheidsbouwprojecten – zonder dat Justitie zelf hiervoor middelen uittrekt. Dillen bestempelt de keuze als "een schande", benadrukkend dat gevangenispersoneel en maatschappij de prioriteit niet snappen, en eist uitstel tot de budgettaire ruimte groter is. Verlinden houdt vol dat cultuur ook in moeilijke tijden essentieel is, maar bevestigt dat Justitie geen eigen budget voor gevangeniskunst heeft.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, op een schriftelijke vraag van mijn collega Britt Huybrechts heeft minister Matz geantwoord dat er voorzien is in een kunstbudget van in totaal 500.000 euro, exclusief btw, voor de nieuwe gevangenis in Antwerpen, waarvan een gedeelte is gereserveerd voor eventuele bouwtechnische aanpassingen voor de integratie van kunst in het gebouw, alsook het onderhoud van de kunst.

In tijden van budgettaire krapte binnen Justitie is het absoluut onverantwoord dat een dergelijk groot budget wordt besteed aan kunst in gevangenissen, middelen die – laten we dat niet vergeten – afkomstig zijn uit de federale begroting, terwijl er zeer grote budgetten nodig zijn om alle problemen binnen het gevangeniswezen aan te pakken. Denken we maar aan de capaciteitsproblemen, de noodzakelijke renovaties, een gebrek aan middelen om het statuut van het gevangenispersoneel te verbeteren en een gebrek aan middelen voor voldoende voedsel voor de gedetineerden. Dan zwijg ik nog over de talrijke andere noden binnen justitie.

Mevrouw de minister, wat is uw standpunt over het toch aanzienlijke budget waarin uw collega voorziet voor de integratie van kunst in de gevangenis van Antwerpen? Deelt u mijn mening dat dergelijke grote budgetten beter aan meer dringende noden binnen het gevangeniswezen worden besteed? Werd dat aangekaart in de ministerraad?

Heeft er ter zake overleg plaatsgevonden met minister Matz? Zo ja, welk standpunt hebt u ingenomen?

Wordt er ook vanuit de begroting van Justitie voorzien in een budget voor kunst in de gevangenissen?

Bent u op de hoogte van budgetten die bij de Regie der Gebouwen werden of worden vrijgemaakt voor de integratie van kunst in andere gevangenissen? Zo ja, kunt u dat nader toelichten?

Annelies Verlinden:

Mevrouw Dillen, uw vraag betreffende het budget en de bevoegdheid van de minister bevoegd voor het gebouwbeheer van de Staat is duidelijk en u lijkt ook zelf aan te geven dat de verantwoordelijkheid bij de Regie der Gebouwen ligt. Ik kan u alleen maar meedelen dat het mij weinig zinvol lijkt of volgens mij weinig toegevoegde waarde biedt dat initiatieven rond cultuur absoluut tegenstrijdig zouden zijn aan de uitdagingen waar Justitie voor staat en de budgetten die nodig zijn om die uitdagingen het hoofd te bieden. Vanuit Justitie is het mijn prioriteit om mee te bouwen aan een veilige en warme samenleving vanuit de bevoegdheden die ik heb. Ook in moeilijke tijden moeten we blijven investeren in cultuur. Uiteraard valt over de invulling daarvan te discussiëren. Het gaat dus, nogmaals, niet over een budget van de FOD Justitie.

In Wallonië bestaat een verplichting om een zeker percentage van de kostprijs van publieke bouwprojecten te besteden aan kunst. Dergelijke voorwaarden in verband met kunst kunnen bij een vergunningverlening worden opgelegd. In Vlaanderen bestaat zo'n verplichting ook voor projecten van de Vlaamse regering. Die aanpak past de Regie der Gebouwen mutatis mutandis ook toe voor de federale projecten in Vlaanderen. Verder kan de Regie daarover allicht meer informatie geven.

Marijke Dillen:

Dank u, mevrouw de minister. Het gaat niet over aandacht besteden aan een warme en veilige samenleving. Het gaat evenmin over het de vraag of er al dan niet moet of mag worden geïnvesteerd in cultuur en in kunst. Het gaat zelfs niet over het feit of kunst en cultuur in een gevangenis al dan niet aanwezig moeten zijn. Wel gaat het over de zeer krappe budgettaire situatie. Op de agenda van vandaag staan bijvoorbeeld nog vragen over het bedrag van 1 miljard euro dat u gekregen hebt in het kader van de begrotingsbespreking en hoe die middelen zullen worden toegewezen. U moet werkelijk al het nodige doen, letterlijk elke euro omdraaien, om een antwoord te kunnen bieden op de talrijke noden binnen Justitie. Zelfs met dat bedrag van 1 miljard euro zult u alle noden binnen Justitie niet kunnen lenigen. In die omstandigheden wil de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen kunst onderbrengen in alle gebouwen die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Het is perfect mogelijk dat dat in Franstalig België verplicht is, maar het gaat hier over de gevangenis van Antwerpen. In Vlaanderen bestaat die verplichting niet. Ik begrijp dat niet, maar ik sta daarin niet alleen. De mensen van het gevangeniswezen begrijpen dat ook niet. Als ik daarover met cipiers praat, vallen ze werkelijk achterover. 500.000 euro is een aanzienlijk bedrag Als the sky ooit opnieuw the limit wordt, investeer dan zoveel als nodig is in kunst, in cultuur, ook in de gevangenissen, maar niet op een ogenblik dat u werkelijk alles moet doen om de eindjes aan elkaar te knopen. Ik vind dat een absolute schande.

De Hamas-jihadist Mohaned al-Khatib en Palestijnse asielzoekers

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy bekritiseert scherp dat Mohaned Al-Khatib, een vermeende Hamas-jihadist betrokken bij de aanslagen van 7 oktober 2023, vrij in België verblijft en openlijk geweld verheerlijkt, terwijl volgens hem ook andere Palestijnse asielzoekers met sympathie voor Hamas/Hezbollah ongehinderd worden toegelaten – wat hij een "schande" noemt en als toekomstig veiligheidsrisico bestempelt. Minister Annelies Verlinden bevestigt dat potentiële terroristische dreigingen via de T.E.R.-strategie (JIC/JDC) worden opgevolgd, maar kan geen details geven over individuele dossiers of concrete maatregelen, verwijzend naar collega’s voor asielbeleid. Van Rooy beschuldigt de regering van onverschilligheid en gebrek aan actie tegen wat hij ziet als een groeiende jihadistische dreiging binnen de asielstroom. De minister benadrukt procedurele opvolging, maar biedt geen geruststelling over directe uitlevering, opsluiting of preventieve stappen.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Een Hamas-jihadist die betrokken was bij de massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël, bevindt zich nu in België. Mohaned Al-Khatib werd gespot op een pro-Hamasdemonstratie in Brussel op 11 oktober 2025 (ziehier de beelden: https://www.v-1.co.il/news-magazine/2025-m11_w02/shorts-c62161dd2136a91027.htm)

In video's van de massaslachting in Israël is hij lachend en juichend te zien op Israëlisch grondgebied. Hij poseerde ook lachend met moorddadige topleiders van Hamas. Vandaag verheerlijkt hij op zijn sociale media openlijk 7 oktober 2023. JID overhandigde daarover een dossier van 65 pagina's aan politie/justitie. (https://stopantisemitisme.be/wp-content/uploads/2025/11/File-Mohanad-Alkhatib.pdf)

Ondertussen zagen we ook beelden van Palestijnen die uit Gaza België worden binnengevlogen, waarbij een Palestijnse tiener te zien is die een trui draagt met daarop een M16 machinegeweer (zie: https://x.com/HartvoorIsrael/status/1987472638168400356?t=I11KbsBAe-Ft3HaC4OWL9g&s=19)

België ontvangt meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa. Een deel daarvan heeft echter op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas en/of Hezbollah, en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Zij delen dus de zieke opvattingen van Mohaned Al-Khatib.

Volgens minister Van Bossuyt zit Mohaned Al-Khatib nu in een asielcentrum van Fedasil en zal hij na zijn beroepsprocedure worden teruggebracht naar Griekenland. Mocht hij inderdaad worden teruggebracht naar Griekenland, zal hij nadien mogelijk terugkeren naar België. Wat zal er met hem gebeuren als hij terugkomt? En wordt hij opgesloten of minstens opgevolgd door de veiligheidsdiensten zolang hij nog op Belgisch grondgebied is?

Wat kunt en wilt u vanuit uw bevoegdheid doen om ervoor te zorgen dat Mohaned Al-Khatib, en bij uitbreiding alle Palestijnen die zulke jihadistische en antisemitische opvattingen delen, onze samenleving niet verzieken of onveilig maken?

Mevrouw de minister, ik hoop dat u de ernst van de situatie voldoende inschat. Het gaat om een Hamasverheerlijker, een jihadist die betrokken was bij 7 oktober 2023. Vandaar dat ik de vraag ook aan u richt. Ik heb ze ook al aan minister Van Bossuyt gesteld en aan minister Quintin. Ik hoop dat er toch één minister in deze regering is die me kan geruststellen dat die figuur, die hier nog steeds is en eigenlijk zo snel mogelijk ons land zou moeten verlaten, nauw wordt opgevolgd.

Annelies Verlinden:

Wat uw vraag over de mogelijke terugkeer van de betrokkene naar Griekenland of de vasthouding in een gesloten centrum in België betreft, verwijs ik u naar mijn collega bevoegd voor asiel en migratie.

Wat uw vraag over de opvolging van de betrokkene door de veiligheidsdiensten betreft, ik kan niet ingaan op een concreet dossier ten aanzien van een welbepaalde persoon. In het algemeen kan ik wel bevestigen dat wanneer iemand de intentie heeft om geweld te gebruiken of geweld ondersteunt als handelingswijze in een context van extremistische ideologie, welke dan ook, de structuren van de strategie T.E.R. in werking treden om de meest effectieve opvolging te verzekeren.

De opvolgingsoriëntering van terrorismedossiers gebeurt via het joint information center (JIC) en het joint decision center (JDC). Dat zijn veiligheidsgeoriënteerde platformen wier opdracht erin bestaat om continu informatie uit te wisselen in het kader van gerechtelijke dossiers of inlichtingendossiers met betrekking tot terrorisme. Ze beslissen samen welke strategie het best kan worden gevolgd wanneer informatie over mogelijke terroristische activiteiten beschikbaar is. Een van de opties daarbij is het openen van een strafonderzoek.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, Mohammed al-Khatib is een Hamasfanaat die betrokken was bij de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël en die dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt. Hij loopt ondertussen al maanden vrij rond in België. Palestijnse tieners die een trui dragen met daarop een M16-machinegeweer, een van de machinegeweren die werden gebruikt bij de genocidale jihadistische massaslachting in Israël, in de kibboets, worden gewoon België binnengevlogen. België is de favoriete bestemming van Palestijnse asielzoekers en het merendeel daarvan heeft volgens mij op zijn minst sympathie voor de moslimterroristen van Hamas of Hezbollah en de meesten juichten de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Ze delen dus de zieke, potentieel gevaarlijke opvattingen van Mohammed al-Khatib, maar ik hoor daarover bij u, net zoals bij alle andere ministers die ik hierover bevraag, geen afschuw en geen bezorgdheid. Mevrouw de minister, ik vind dat een schande en we zullen zien wat ons dat in de toekomst nog oplevert.

Het falende gevangenentransport
Straffeloosheid door de afwezigheid van de beklaagde
De onontvankelijkheid van de strafvordering wegens de niet-overbrenging van de gedetineerde
Problemen met gevangenentransport en gevolgen voor strafvervolging

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 december 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het vrijspraakvonnis van een Eritrese mensensmokkelaar (8 jaar gevorderd, 26 slachtoffers) omdat hij driemaal niet vanuit Haren naar Brugge werd overgebracht, wat volgens de rechtbank zijn recht op verdediging (art. 6 EVRM) schond. Van Hecke en Yzermans wijzen op structurele tekorten bij de Directie Beveiliging (DAB) – overbevolkte gevangenissen (13.400 vs. 11.000 plaatsen), personeelsgebrek en logistieke falen – en kritiseren dat justitie hierdoor "faalt" en criminele straffeloosheid in de hand werkt. Minister Verlinden bevestigt hoger beroep, belooft rekruteringsplannen, betere samenwerking en videoconferentie om transportsnoeihard te verminderen, maar Van Hoecke en Van Hoecke bekritiseren gebrek aan concrete oplossingen (bv. voorafgaande overbrenging) en eisen diepgaand onderzoek naar dit specifieke falen, met vrees dat de vrijgelaten smokkelaar in illegaliteit verdwijnt. Yzermans noemt het "dramatisch" en een "vertrouwenscrisis in justitie".

Stefaan Van Hecke:

Geachte minister,

Uit een recent persbericht van de rechtbank van Brugge blijkt dat de strafvordering in een ernstig mensensmokkeldossier onontvankelijk werd verklaard omdat de beklaagde tot drie keer toe niet vanuit de gevangenis van Haren naar de zitting werd overgebracht. Het ging om zittingen in mei, oktober en begin november. Nochtans had de verdediging meermaals benadrukt dat de man persoonlijk aanwezig wilde zijn en werd er acht jaar gevangenisstraf gevorderd.

De rechtbank stelt dat door het herhaald uitblijven van de overbrenging de rechten van verdediging ernstig zijn geschonden en dat een eerlijk proces niet langer mogelijk was. De rechter merkte op dat een beklaagde die aanwezig wil zijn, daar ook effectief de kans toe moet krijgen. Enkel beschikken over een advocaat volstaat niet om die aanwezigheid te vervangen, aangezien overleg, het geven van instructies, het afleggen van verklaringen en het voeren van tegenspraak noodzakelijk zijn. De verdachte moet nu worden vrijgelaten.

Dit dossier staat niet op zichzelf. De Directie Beveiliging van de federale politie kampt al geruime tijd met ernstige personeelstekorten en een stijgend aantal opdrachten. De gevangenispopulatie bevindt zich op een historisch hoogtepunt, met meer dan 13.400 gedetineerden voor een capaciteit van 11.000 plaatsen. Deze druk vertaalt zich steeds vaker in problemen bij de uitvoering van gevangenistransporten, met rechtstreekse gevolgen voor de werking van justitie.

In dat licht heb ik volgende vragen.

Hoe verklaart u dat een verdachte in een zwaar mensensmokkeldossier drie keer niet werd overgebracht, ondanks expliciet aandringen van zowel de rechtbank als de verdediging?

Hoeveel rechtszaken werden het afgelopen jaar verstoord, verlaat of uitgesteld door het niet uitvoeren van gevangenistransporten? Kan u cijfers bezorgen per maand en per arrondissement?

Welke concrete maatregelen zijn in voorbereiding of reeds genomen om de structurele personeelstekorten bij de Directie Beveiliging aan te pakken? Welke budgetten en rekruteringsinspanningen zijn hiervoor voorzien?

Op welke manier garandeert u dat de rechten van verdediging en het recht op behandeling binnen een redelijke termijn opnieuw kunnen worden gewaarborgd, zeker in het licht van de historisch hoge gevangenispopulatie?

Acht u bijkomende hervormingen of capaciteitsuitbreidingen noodzakelijk om te voorkomen dat gelijkaardige situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen?

Alain Yzermans:

3x is scheepsrecht. Dit zal de rechtbank van Brugge gedacht hebben toen ze de Eritrese mensensmokkelaar vrijsprak, die 26 slachtoffers maakte, ondanks een vordering van 8 jaar effectieve gevangenisstraf. De strafvordering werd onontvankelijk verklaard omdat hij drie keer niet naar de rechtszittingen kon worden overgebracht vanuit de gevangenis van Haren. De rechter besloot dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) eenduidig is en geschonden werd. Iedereen heeft recht op een eerlijk proces en het is een basisrecht om aanwezig te zijn op je eigen zitting. De hoge werkdruk als gevolg van de overbevolking creëert steeds meer problemen bij het transport van gedetineerden. In het ressort Gent gebeurt dit meerdere keren per maand Verschillende instanties slaan hierover alarm.

Vraag aan de Minister:

U wilt de straffeloosheid aanpakken, maar in dossiers zoals deze komt men door materiële en logistieke tekorten niet toe aan eerlijke en evenwichtige rechtspraak. Hierdoor gaan beklaagden vrijuit. Dit is dramatisch en toont opnieuw het falen van justitie aan. Wat is uw standpunt en hoe remedieert u het personeelstekort bij de dienst beveiligingen van de federale politie? Dit vraagt onmiddellijke actie!

Alexander Van Hoecke:

De correctionele rechtbank van Brugge heeft de strafvordering tegen een mogelijke mensensmokkelaar uit Eritrea onontvankelijk verklaard, het openbaar ministerie had 8 jaar effectieve gevangenisstraf gevorderd.

De verdachte moest zich voor de Brugse strafrechter verantwoorden voor meerdere feiten van mensensmokkel. Van 1 mei 2022 tot 30 april 2024 zou de beklaagde als smokkelaar actief geweest zijn en volgens het parket 26 slachtoffers gemaakt hebben.

De zaak werd gedagvaard op de zitting van 7 mei 2025, maar de beklaagde was toen niet uit de gevangenis overgebracht. Het openbaar ministerie vorderde op de zitting van 1 oktober 8 jaar effectieve celstraf, maar opnieuw kon hij niet overgebracht worden vanuit de gevangenis van Haren in Brussel.

De rechter besliste dan om hem op 5 november de kans te geven om alsnog aanwezig te zijn. Bij de start van die zitting was er echter opnieuw geen spoor van de twintiger.

De rechtbank besloot in het licht van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dat de rechten van de beklaagde werden geschonden en besloot tot de onontvankelijkheid van de strafvordering.

Kan de minister de inhoud van voormeld vonnis bevestigen? Wat is de reactie van de minister op het tussengekomen vonnis?

Zal of werd er reeds hoger beroep aangetekend tegen het tussengekomen vonnis?

Er zijn wel vaker problemen met de overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank. Zijn er gelijkaardige zaken bekend waarbij de niet overbrenging van gedetineerden naar de rechtbank hebben geleid tot de onontvankelijkheid van de strafvordering? Hoeveel zaken lopen dat risico?

Welke initiateven en concrete maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat dergelijke zaken zich niet meer kunnen voordoen en derhalve alle gevangenen hun proces kunnen bijwonen?

Annelies Verlinden:

Collega's, als minister van Justitie kan ik mij niet uitspreken over het betrokken vonnis aangezien het parket ondertussen hoger beroep heeft aangetekend. Het dossier volgt dus zijn gerechtelijke weg en zal worden behandeld volgens de gekende procedures.

In overleg met de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken volgen wij het dossier over het overbrengen nauwgezet op en nemen wij gerichte initiatieven, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. De overname van de beveiliging van nucleaire sites draagt er bijvoorbeeld toe bij dat capaciteit vrijkomt voor andere taken die verband houden met rechtbanken en gerechtshoven, zoals het overbrengen naar het gerechtsgebouw.

Bovendien heeft de federale politie een rekruteringsplan uitgewerkt om de beschikbare middelen structureel te versterken. Wij blijven ook inzetten op de optimalisering van de samenwerking tussen de verschillende betrokken actoren, met name de hoven en rechtbanken, DG EPI en de DAB.

Ik heb regelmatig overleg met de bevoegde autoriteiten van de DAB en ik blijf het belang onderstrepen van het ter beschikking stellen van voldoende personeel om de politiezorg in de hoven en rechtbanken en in het bijzonder het vervoer van gedetineerden op een duurzame manier te kunnen garanderen. Samen met Binnenlandse Zaken onderzoeken wij ook een beter retentiebeleid.

Wij werken, ten slotte, zoals bepaald in het regeerakkoord, actief verder aan de implementatie van videoconferentie voor bepaalde zaken en zittingen. In combinatie met andere maatregelen zal dat ertoe leiden dat het aantal overbrengingen voor de DAB afneemt waardoor de noodzakelijke overbrengingen daadwerkelijk en tijdig kunnen worden uitgevoerd.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, ik begrijp dat u niet nader kunt ingaan op de zaak zelf en op de uitspraak, aangezien beroep is aangetekend.

Ik leid uit uw antwoord af dat u ervan uitgaat dat het probleem zich bij de DAB situeert. Wanneer een transport niet plaatsvindt, kan dat evenwel verschillende oorzaken hebben. Is aan de gevangenis doorgegeven dat de betrokkene aanwezig moest zijn? Als dat het geval is, is er dan iets fout gelopen in de gevangenis waardoor de persoon niet tijdig op het busje is geraakt voor het transport? Dat kan eveneens een oorzaak zijn.

Ik leid uit het dossier af dat dat alles goed is verlopen, maar dat er een gebrek aan transportcapaciteit was, dus onvoldoende beschikbaarheid. Ik stel mij dan ook de vraag of gedetineerden, zoals vroeger vaak gebeurde wanneer een zitting om negen uur plaatsvindt en zij in een verafgelegen gevangenis verblijven, niet de dag voordien kunnen worden overgebracht naar een gevangenis dichter bij de plaats waar de rechtszaak doorgaat.

De zitting heeft, als ik mij niet vergis, in Brugge plaatsgevonden. De persoon verbleef in Haren. Dat is een lange afstand om in de ochtend te overbruggen. Is het dan niet gebruikelijk of een gangbare praktijk om de betrokkenen de dag voordien naar Brugge over te brengen? Ik weet dat dat heel wat administratieve rompslomp met zich brengt, maar is dat geen betere oplossing dan te proberen dat in de ochtend zelf te doen? Vanuit Haren vertrekken om tijdig om negen uur in Brugge te zijn, is uiteraard niet evident.

Misschien moet worden nagegaan hoe dat beter kan worden georganiseerd.

Alain Yzermans:

Dank u.

Alexander Van Hoecke:

Het gaat hier om een van de zovele illegalen die in de gevangenis zitten, een mensensmokkelaar dan nog. Die wordt dan gewoon vrijgelaten, omdat hij niet van de gevangenis naar zijn proces kan worden overgebracht. Ik vind dat ongelooflijk. Wat mij nog het kwaadst maakt is, dat als die man vrij zou komen, hij gewoon in de illegaliteit verdwijnt, net zoals tienduizenden andere illegalen. Hij wordt niet het land uitgezet. U zegt dat u zich niet kunt uitspreken over dit concrete vonnis, wat ik ergens nog begrijp, maar het is toch net de essentie dat wij weten wat in dit concrete vonnis fout is gelopen. Het is dit concrete vonnis dat mensen, terecht, furieus maakt en dat het vertrouwen in Justitie ook compleet doet kelderen. Ik zou u willen vragen om uw verantwoordelijkheid als minister van Justitie op te nemen. Ga na wat in dit concrete vonnis precies fout is gelopen. Hoe kan het dat iemand die voor mensensmokkel in de gevangenis zit, een illegaal, tot drie keer toe niet naar zijn proces kan worden overgebracht en daardoor dreigt vrij te komen. Ga naar wat er fout gelopen is en zorg ervoor dat zoiets nooit, maar dan ook nooit meer kan gebeuren.

De bevroren Russische tegoeden en de vredesonderhandelingen over Oekraïne tussen de VS en Rusland
De Europese plannen voor een confiscatie van Russische tegoeden en de Belgische positie
Bevroren en geconfisqueerde Russische tegoeden, vredesonderhandelingen Oekraïne, EU- en Belgische rol

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België blokkeert een EU-plan om 140 miljard euro aan bevroren Russische activa (voornamelijk via Euroclear) als garantie te gebruiken voor een lening aan Oekraïne, vanwege juridische risico’s en gebrek aan waterdichte garanties van andere lidstaten. Premier De Wever eist volledige, contractuele risicodekking (*joint and several guarantees*) voor België om schadeclaims en financiële instabiliteit te voorkomen, maar de EU-lidstaten moeten die garanties nog leveren. Ondertussen versnelt het conflict met Russische aanvallen en mogelijke VS-Ruslandonderhandelingen *zonder EU-inbreng*, wat de druk vergroot om snel te handelen. Steun aan Oekraïne blijft prioriteit, maar België wil geen eenzijdig financieel of juridisch avontuur aangaan.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, pendant que votre coalition, de manière assez irresponsable, se déchire sur le budget, le reste du monde continue à tourner, et n'attend pas l'Arizona. Ces derniers, jours, des attaques russes d'une ampleur sans précédent ont frappé l'ouest du pays, faisant vingt-six morts, dont trois enfants. On apprend aussi que des négociations de moins en moins secrètes sont en cours entre les États-Unis et la Russie. Elles comporteraient des concessions majeures de la part de l'Ukraine. Tout cela se fait évidemment, comme d'habitude, dans le dos des Européens. Nous vivons donc peut-être un momentum important de ce conflit, et nous devons soutenir l'Ukraine plus que jamais.

On le sait, les Européens, voudraient bien faire un prêt de 140 milliards à l'Ukraine. La garantie de ce prêt serait constituée par les quelque 210 milliards d'avoirs russes gelés qui se trouvent sur notre territoire. Mais le mécanisme qui pourrait nous permettre de le faire est pour l'instant bloqué, car la Belgique, c'est-à-dire vous – c'est bizarre, mais c'est comme ça –, bloque le dossier, parce que vous n'avez pas de garanties juridiques suffisantes.

Je pense, monsieur le premier ministre, que vous êtes un partisan assez fervent du soutien à l'Ukraine. Je crois aussi que vos réserves sur les garanties juridiques, et vos doutes, sont légitimes et fondés. Mais je pense qu'il faut pouvoir atterrir, vu la manière dont les événements s'accélèrent.

Vous avez rencontré récemment la présidente de la Commission européenne. Elle aurait, paraît-il, apporté à votre attention des garanties des États membres. Qu'en est-il? Pouvez-vous nous en parler? Quelles solutions voyez-vous pour que demain, l'Europe et la Belgique puissent aider davantage l'Ukraine? Que ce soit sur le terrain ou autour de la table des négociations, ce pays va avoir besoin de notre soutien plus que jamais. Il faut donc absolument lever les doutes et obtenir les garanties nécessaires. Que pouvez-vous nous apprendre à ce sujet?

Axel Weydts:

Mijnheer de eerste minister, België bevindt zich in een uitzonderlijke positie. Via Euroclear ligt een enorm deel van de bevroren Russische staatsmiddelen bij ons, meer dan 140 miljard euro. Geen enkel ander Europees land draagt een dergelijke verantwoordelijkheid. Die situatie brengt een enorme druk met zich mee, maar ook enorme risico's.

Europa wil terecht Oekraïne blijven steunen; dat is duidelijk. De rente op die middelen wordt daar vandaag voor gebruikt.

De voorbije weken zien we op Europees vlak voorstellen opduiken om nog verder te gaan, zoals het gebruik van die tegoeden zelf als een garantie voor leningen. Dat zou kunnen leiden tot rechtszaken en immense schadeclaims tegen ons land. Ons land staat dus in het midden van een financieel en geopolitiek spanningsveld.

De vraag is niet of we Oekraïne moeten blijven steunen, want daarover bestaat een brede eensgezindheid, maar wel hoe we dat doen zonder België in juridische of financiële avonturen te storten en zonder de stabiliteit van onze financiële instellingen te ondergraven.

Mijnheer de eerste minister, ik heb maar één cruciale vraag. Welke concrete garanties heeft de Europese Commissie aan België gegeven om ons land te beschermen tegen mogelijke claims en rechtszaken of grote financiële gevolgen die kunnen voortvloeien uit het gebruik van die bevroren Russische tegoeden?

Bart De Wever:

Chers collègues, merci de vos questions.

Le soutien à l'Ukraine reste une priorité absolue. L'Union européenne doit assumer sa juste part, et la Belgique s'engage pleinement en ce sens. Vous savez que je suis fortement préoccupé par le concept des réparations. J'ai exprimé mes préoccupations dès le Conseil informel du 1 er octobre à Copenhague. Je les ai à nouveau clairement soulignées lors du Conseil européen du 23 octobre.

Op die jongste vergadering van de Raad werd, na mijn lang pleidooi en op mijn uitdrukkelijke vraag, de kwestie gereduceerd tot een vraag aan de Europese Commissie om verschillende opties – meervoud – voor te stellen om het Europese aandeel te dekken in het financieel overeind houden van Oekraïne. De beste garantie voor onze eigen vrijheid en veiligheid is immers een Oekraïne dat de Russische agressie kan weerstaan. Ik hoop dat we die opinie allemaal koesteren, namelijk de opinie dat een sterk, vrij en weerbaar Oekraïne essentieel is voor onze eigen vrijheid en veiligheid. Ik ben er niet zeker van, maar ik hoop dat we die opinie allen delen. In dat geval moeten we onze verantwoordelijkheid opnemen.

De Commissie heeft voorbije maandag als respons een option paper voorgesteld aan alle lidstaten. Het is geen geheim document, u kunt het vinden op Politico. Dat document stelt drie mogelijke pistes voor om Oekraïne vanaf 2026 te ondersteunen.

De eerste optie is de rechtstreekse financiering door de Europese lidstaten. Ik vertel u geen grote indiscretie wanneer ik zeg dat het enthousiasme om het op die manier te doen eerder beperkt is, gezien de budgettaire realiteit, niet alleen in dit land maar in veel Europese landen op dit moment.

Een tweede optie is financiering vanuit Europa, met verschillende subopties. Dat zijn er te veel om binnen de tijdspanne van mondelinge vraag en antwoord allemaal aan u uit te leggen. Daar zitten zeker interessante pistes bij. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het gebruik van de headroom om een eventuele lening te garanderen. Dat is een interessante piste.

Optie drie is het verhaal dat we al kenden, namelijk de reparatieleningen, gekoppeld aan de cashbelangen van de geïmmobiliseerde Russische activa bij financiële instellingen – meervoud. We weten echter allemaal dat het dan in het bijzonder gaat om Euroclear, waar 90 % van de geïmmobiliseerde, niet de bevroren, maar de geïmmobiliseerde, sovereign assets in Europa geparkeerd staan. Er zijn er uiteraard nog buiten Europa, in verschillende andere landen die eveneens tot de coalition of the willing behoren en die Oekraïne ondersteunen. Het is belangrijk dat men een participatie in zo’n operatie heeft binnen de eurozone en eventueel ook daarbuiten, niet alleen voor de stabiliteit van de financiële instellingen, zoals de heer Weydts heeft onderstreept, maar eventueel ook voor het vertrouwen in de euro als reservemunt. Dat komt er allemaal bij kijken.

Zoals ik meermaals publiek heb verklaard, kan voor dit land nooit een akkoord worden gegeven voor de derde optie zonder stevige juridische garanties en een afdoende, contractueel vastgelegde risicodekking door de andere lidstaten en eventueel derde landen.

Het gaat hier over joint and several guarantees . Dat een belangrijke aangelegenheid en er komt behoorlijk wat bij kijken, meer dan ik in dit tijdsbestek aan u kan uitleggen. Het is essentieel dat die betrekking hebben op het volledige bedrag én op het volledige risico én op de volledige periode waarin we dat risico zouden lopen.

Ik hoop uw volle steun te krijgen voor die positie. Van wie het dossier begrijpt, wat niet voor iedereen op alle banken geldt, zoals ik al kon vaststellen, denk ik dat die mij daarin unaniem zou steunen. Ik zal aan de Europese tafel niet afwijken van die positie en daar ligt het kalf gebonden. Dat zijn natuurlijk garanties die de lidstaten soeverein zullen moeten geven en waartoe de Commissie hen kan uitnodigen. Dat heeft de Commissie in de option paper gedaan en dat apprecieer ik zeer, maar de Commissie kan die garanties uiteraard niet aanleveren. Dat zal van de lidstaten afhangen.

Monsieur De Smet, s'agissant de vos propos sur les négociations de paix, j'ai déjà déclaré à plusieurs reprises qu'un accord sans la participation active de l'Ukraine et de l'Europe n'est pas une option acceptable et ne pourra jamais conduire à un résultat souhaitable.

Nous continuons évidemment à suivre la situation en étroite collaboration avec nos partenaires afin que la (…)

Voorzitter:

Mijnheer de premier, u hebt nog een halve minuut spreektijd.

Bart De Wever:

Het is mijn laatste zin. Ik zie dat collega Van Quickenborne pleit voor een tijdsbeperking. Ik begrijp dat. (Gelach)

Ik ga door met mijn laatste zin.

En étroite collaboration avec nos partenaires, afin que la liberté et la souveraineté de l'Ukraine soient préservées.

François De Smet:

Merci, monsieur le premier ministre, pour votre réponse complète.

Je crois que nous savons tous que, quand la présidente de la Commission européenne présente ces trois options, elle sait que les deux premières – vous l'avez vous-même énoncé – ne sont pas praticables. On tourne donc sur la troisième et sur les garanties que vous essayez d'obtenir. Je crois que vous avez raison: sans partage des risques, il est impossible de s'avancer plus loin.

J'espère donc que la raison, parmi les États membres qui décideront, l'emportera, si possible même avant le prochain Conseil européen qui se déroulera en décembre. Vu l'évolution de la situation, on ne peut pas attendre.

Deuxièmement, c'est le genre de dossiers qui doit nous ramener sur terre. Vous avez parlé, en réponse à une autre question, du théâtre politique. Quand on voit l'état du monde qui s'invite chez nous, que nous sommes survolés par des drones hostiles capables de faire fermer des aéroports civils pendant plusieurs heures, ou tous les soirs de la semaine si cela leur chante; quand on voit que nous sommes attaqués par le narcotrafic, et les difficultés que nous avons, il est plus que temps que l'Arizona se retrouve une cohérence, un budget pour l'intérieur, mais aussi pour notre stature internationale.

Axel Weydts:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Ik wil het hier nog een keer herhalen zodat het zeker duidelijk is: we moeten Oekraïne blijven steunen. Ik ben er echt van overtuigd dat elke euro steun die we nu aan Oekraïne geven de beste investering is in defensie die we ons kunnen inbeelden.

De manier waarop we dat doen, is echter heel belangrijk. Uw antwoord stelt mij dan ook gerust. Het stelt mij gerust dat de regering volhardt in de boosheid en spijkerharde garanties blijft eisen. Premier, u hebt zelf al de metafoor van de gouden kip gebruikt. Als we vandaag echter de kip met de gouden eieren zouden slachten, dan zou het wel eens kunnen dat wij daarna een bijzonder zure vol-au-vent voorgeschoteld krijgen.

Vincent Van Quickenborne:

(…)

Voorzitter:

Er is geen aanleiding voor een persoonlijk feit, mijnheer Van Quickenborne. Ik nodig mevrouw De Knop uit voor de volgende vraag. Ik wil de keren niet tellen dat ik de heer Bouchez het woord niet heb gegeven toen hij dat vroeg. Mevrouw De Knop, ik nodig u uit om uw vraag te komen stellen.

De bij de aanvallen van 7 oktober 2023 betrokken Hamas-jihadist die nu in België woont
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (1)
Een bij het bloedbad van 7 oktober aanwezige Hamasfan die opduikt bij een sit-in in Amsterdam (2)
Hamas-aanhangers betrokken bij 7 oktober 2023 in Europa opgedoken en actief bij pro-Palestina protesten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Mohaned al-Khatib, een Palestijnse man die op sociale media de Hamas-aanvallen van 7 oktober 2023 verheerlijkte en nu in België verblijft dankzij een Grieks vluchtelingenstatuut, maar wiens asielaanvraag hier werd afgewezen. Minister Van Bossuyt bevestigt dat hij in beroep is en niet uitgezet kan worden zolang de procedure loopt, terwijl Van Rooy (N-VA) eist dat hij en "jihadisten" massaal worden gedeporteerd en de Schengenzone verlaten. Freilich (N-VA) nuanceert dat er geen bewijs is dat al-Khatib Hamas-lid was, maar benadrukt wel de nood aan strengere screening van Palestijnse asielzoekers, die door een vorige regeringsbeslissing massaal naar België komen. De kern: asielbeleid, veiligheidsrisico’s en de omgang met extremistische profielen binnen Schengen.

Sam Van Rooy:

Ambtsgenoten, minister, dit keer gaat het niet over de jihadist Mohammed Khatib van Samidoun die in onze samenleving de geesten vergiftigt met antisemitisme en de verheerlijking van dodelijke jihadistische terreur, maar wel over Mohaned al-Khatib. Hij is een Hamas-jihadist die betrokken was bij de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 in Israël. In video-opnames van die massaslachting is hij lachend te zien op Israëlisch grondgebied. Juichend van blijdschap filmde hij het antisemitische bloedbad en hij poseerde trots met hooggeplaatste Hamasterroristen.

Vandaag loopt dat misselijkmakende tuig gewoon vrij rond op ons grondgebied. Hij was te zien op pro-Hamasdemonstraties in Brussel en in Gent. Op zijn sociale media verheerlijkt hij openlijk de martelingen, verkrachtingen en moorden van 7 oktober 2023, net zoals trouwens talrijke Palestijnen en andere moslims op ons grondgebied. Hij is daarin helaas zeker niet de enige. Het Joods Informatie- en Documentatiecentrum overhandigde over deze Mohaned al-Khatib dit document van 65 pagina's waarin hij wordt beschreven volgens wat hij is: een moorddadige, jihadistische Hamasterrorist. ( Sam Van Rooy toont een document )

Minister, ik heb twee vragen.

Ten eerste, hoe is het mogelijk dat zo'n moordlustige jihadist zich op ons grondgebied bevindt en dan ook nog openlijk dodelijke jihadistische terreur verheerlijkt?

Ten tweede, wordt hij opgespoord en direct het land uitgezet?

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, op 7 oktober, toen in alle vroegte vanuit Gaza raketten werden afgevuurd op Israël en honderdduizenden gezinnen naar de schuilkelders moesten vluchten, terwijl op datzelfde ogenblik in Israëlische steden niet heel ver van de grens families werden afgeslacht en iets verder op een festivalweide jongeren werden verkracht, gekidnapt en vermoord, zat een zekere Mohaned al-Khatib te vieren. Hoe weten we dat? Hij plaatste een video op zijn sociale media.

Even fastforwarden naar vandaag, want twee jaar later is diezelfde man is in België. Voor alle duidelijkheid, dat is niet uw schuld, mevrouw de minister, en ook niet die van mijn partij of van deze regering. Hoe komt het trouwens dat meer dan de helft van alle Palestijnse asielaanvragen in de Europese Unie in ons land worden ingediend? Ik heb het antwoord opgezocht. Dat is de verdienste – als men het zo mag noemen - van de vorige regering. Op 8 maart 2023 werd een besluit aangenomen, waarbij behandeling van alle aanvragen van de Palestijnen als groep werd versoepeld. Als één land in Europa dat zo doet, dan krijgt men natuurlijk dergelijke situaties.

Er zijn trouwens heel veel andere groepen in de wereld waarvoor dat niet werd gedaan, zoals de jezidi's, de Oeigoeren, de Koerden en de Grieks-Cyprioten. Enkel aan de Palestijnen werd toen duidelijk gemaakt dat ze hier allemaal welkom zijn. Nogmaals, men kan voor of tegen die beslissing zijn, maar als slechts één land dat doet in een Europese context, dan krijgt men problemen.

Terug naar Mohaned al-Khatib. Ik heb gehoord dat uw diensten zijn aanvraag hebben afgewezen. Kunt u dat bevestigen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, mijnheer Freilich, het is eerst en vooral belangrijk om een misverstand recht te zetten dat ik vooral afleid uit berichten op sociale media. De man waarvan sprake beschikt namelijk niet over een beschermingsstatuut in België.

Mijnheer Freilich, ik kan ook zeggen dat elke aanvraag van een Palestijn individueel wordt beoordeeld door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Over het concrete dossier kan ik u mededelen dat de betrokkene als Palestijn op 4 maart 2025 in Griekenland een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Hij heeft daar twee dagen later het statuut van erkend vluchteling gekregen. Op basis van dat statuut kan hij binnen de Schengenzone reizen.

Op 7 april 2025 heeft hij in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. Zoals gebruikelijk voor elke verzoeker werden over hem controles uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken in de Europese databank Eurodac en in het Visuminformatiesysteem. Er werden ook screenings gevraagd aan de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politiediensten. Op het moment van zijn aanvraag bij de DVZ was de persoon nog niet gekend bij de veiligheidsdiensten.

Op 25 september 2025 heeft het CGVS geoordeeld dat zijn verzoek om internationale bescherming niet-ontvankelijk was, omdat hij al een erkenning had gekregen in Griekenland. Hij heeft echter op 7 oktober 2025 tegen die negatieve beslissing beroep aangetekend bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat beroep is momenteel hangende.

Zoals u weet, werkt een dergelijk beroep opschortend, wat betekent dat eventuele andere procedures of het afleveren van een bevel om het grondgebied te verlaten op pauze worden gezet. Dat kunnen wij dus niet doen zolang de procedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen loopt.

Momenteel heeft de betrokkene opvang in een centrum van Fedasil. Het is pas sinds de inwerkingtreding van onze crisismaatregelen op 2 augustus 2025 dat Fedasil de opvang weigert van verzoekers die al een status hebben gekregen in een andere lidstaat.

Mocht een gelijkaardige situatie zich vandaag voordoen, dan zou de man in de regel geen opvang krijgen.

Zodra het mogelijk is, stel ik uiteraard alles in het werk om deze persoon terug te brengen naar Griekenland. In tussentijd is het in de eerste plaats aan de veiligheidsdiensten om verder te onderzoeken of de beschuldigingen die geuit worden op onder meer de sociale media waarheidsgetrouw zijn. Daar kan ik vanuit mijn bevoegdheid natuurlijk geen uitspraken over doen. Het zijn mijn collega’s, de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken, die in eerste instantie aan zet zijn om verdere onderzoeken te voeren inzake het veiligheidsaspect, als dat opportuun zou zijn.

Sam Van Rooy:

Minister, u hebt het weer eens aangetoond, we moeten uit de Schengenzone. U moet Mohaned al-Khatib niet terugsturen naar Griekenland, maar naar Gaza, waar hij thuishoort.

Jihadisten, jihadisten in spe, verheerlijkers van dodelijke jihadistische terreur, ze komen elke dag België vrolijk binnengewandeld. Wat zeg ik? Ze worden door deze regering zelfs het land binnengehaald, binnengevlogen, minister.

Deze regering zou dringend schoonmaak moeten houden in het hele land. De honderdduizenden – want daar gaat het om – salafisten, moslimfundamentalisten, verheerlijkers van jihadistische terreur, verheerlijkers en aanhangers van Hamas en van Hezbollah, zouden manu militari dit land uitgezet moeten worden.

Tot slot, minister, laat geen Palestijn meer binnen, want met hun sharia en met hun jihadopvattingen horen ze hier niet thuis.

Michael Freilich:

Voor alle duidelijkheid, er is geen enkele informatie, noch bij onze veiligheidsdiensten, noch bij de buitenlandse veiligheidsdiensten, dat Mohaned al-Khatib lid is of was van Hamas. Dat is heel belangrijk om de bangmakerij tegen te gaan. Er is geen bewijs dat hij bij Hamas was. Ik meen dat de Mossad als geen ander weet wie daar wel of niet bij hoort.

Wat we wel weten, is dat die man Hamas steunde op de sociale media. Zo zijn er heel veel. En inderdaad moeten we ons de vraag stellen of we zo’n massa mensen naar hier kunnen krijgen en of we genoeg middelen hebben om die mensen te screenen, ja of neen? Dat is iets waar deze regering zich in de komende weken en maanden over moet buigen.

Mevrouw de minister, ik heb goed begrepen dat uw diensten hem geen toelating willen geven om hier als vluchteling te zijn. Hij gaat daartegen in beroep. Ik ben blij dat u nu een strenger maar rechtvaardiger asielbeleid op gang trekt. Dank u wel.

Voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Freilich. Daarmee hebt u het slotwoord gesproken van deze vragenronde. Ik dank alle deelnemers, ook die van de regering.

De begrotingsonderhandelingen
Het ontwerpbegrotingsplan 2026 en de aanpassing van het meerjarenplan
De begroting en de Europese Commissie
De actualisering van het MTFSP
Financieel beleid en begrotingsplanning op Europees en meerjarig niveau

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met acute begrotingscrisissen door gemiste deadlines (ontwerpbegroting 2026 niet ingediend, voorlopige twaalfden vanaf januari) en onrealistische meerjarenplannen (tekortdoelstellingen van 3% in 2029 en 2% in 2031 zijn onhaalbaar volgens kritici, terwijl de schuld blijft oplopen tot bijna 40 miljard euro in 2029). De regering overweegt pijnlijke maatregelen (indexsprong, btw-verhoging, besparingen op gezondheidszorg en ziekte-uitkeringen) die vooral werkenden en gepensioneerden raken, terwijl structurele inefficiënties en het Brusselse tekort onbesproken blijven. Europa dringt aan op duidelijkheid, maar minister Van Peteghem blijft vaag (geen concrete deadlines, geen bijgesteld plan) en ontkent de ernst van de situatie, terwijl oppositie en markten (Moody’s, stijgende rentes) gebrek aan geloofwaardigheid aanklagen en België vergelijken met Frankrijk – maar dan slechter.

Wouter Vermeersch:

Mevrouw de voorzitster, de premier verklaarde eerder in de Kamer dat de lopende begrotingsonderhandelingen “cruciaal zijn om België uit het vizier van de internationale markten te houden”. Die ratings houden daar trouwens verband mee. Hij wees op een mogelijk rentesneeuwbaleffect en benadrukte dat geen actie gelijkstaat aan schuldig verzuim. Dat waren zijn woorden.

Tegelijk worden de inhoud en de voortgang van de onderhandelingen zorgvuldig afgeschermd. Toch lekken via de pers concrete pistes uit: een indexsprong die vooral de uitkeringen en de hogere lonen zou treffen, een verstrenging van het beleid tegenover langdurig zieken, een verlaging van de groeinorm in de gezondheidszorg en een forse btw-verhoging. Aangezien een volledig uitgewerkt saneringsplan tegen 14 oktober niet haalbaar bleek te zijn - de deadlines zijn ondertussen al verplaatst - circuleert in de Wetstraat het idee om voorlopig te werken met een hoofdlijnenakkoord.

Intussen stijgt de federale rentevoet en blijft de begrotingssituatie zorgwekkend. Moody’s heeft zijn rapport gepubliceerd en de financiële markten lijken België steeds meer met Frankrijk te vergelijken, terwijl landen als Spanje en Portugal intussen goedkoper lenen.

De premier stelde dat zijn hervormingen structureel effect zullen hebben, maar volgens het Monitoringcomité, de Nationale Bank en diverse onafhankelijke instellingen blijven de tekorten ontsporen, tot bijna 40 miljard euro in 2029.

Mijnheer de minister van Begroting, hoe beoordeelt u de houdbaarheid van de pistes die momenteel binnen de regering circuleren, in het bijzonder met betrekking tot hun impact op de koopkracht van de werkende middenklasse, denk bijvoorbeeld maar aan die btw-verhoging?

Waarom lijkt de regering opnieuw te kiezen voor maatregelen die voornamelijk werkenden en gepensioneerden treffen, in plaats van te besparen op het politieke apparaat en inefficiënties binnen de federale overheid?

Hoe verklaart u dat landen die wel grondig hebben gesaneerd, zoals Ierland en Portugal, vandaag aanzienlijk goedkoper kunnen lenen dan België, ondanks hun vergelijkbare uitgangsposities enkele jaren geleden?

Dan ga ik naadloos over naar mijn tweede vraag, mevrouw de voorzitster. Op 15 oktober 2025 diende de regering haar ontwerpbegrotingsplan of draft budgetary plan voor 2026 over te maken aan de Europese Commissie. Dat is uiteraard niet gebeurd.

Dat plan moest dienen als basis voor de verdere beoordeling van het zevenjarig traject dat België aan de Europese Commissie had voorgelegd om de netto-uitgavennorm te behalen en de buitensporigtekortprocedure te vermijden. Voor die laatste doelstelling moet tegen het einde van het traject de overheidsschuld een aannemelijke neerwaartse trend volgen en moet het vorderingensaldo, zoals beloofd in het regeerakkoord, onder 3 % van het bbp worden gebracht en gehouden.

Wanneer beoogt de regering het ontwerpbegrotingsplan voor 2026 aan de Europese Commissie te bezorgen? Zal dat na Kerstmis gebeuren?

Heeft de regering met de Europese Commissie gecommuniceerd over die laattijdige indiening en wat was de reactie van de Commissie? Welke sancties kan de regering oplopen voor het laattijdig indienen van het ontwerp van begrotingsplan?

Zal de regering een aanpassing van het Belgisch budgettair structureel plan voor de middellange termijn voorstellen, om dat af te stemmen op een eventueel aangepaste federale meerjarenbegroting?

Wanneer zullen er begrotingsmaatregelen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het budgettair structureel plan worden opgenomen?

Dat brengt mij bij mijn laatste vraag, over de actualisering van het meerjarenplan. In dat plan, het budgettair structureel plan voor de middellange termijn, werd een zevenjarig kader geschetst waarbinnen de verschillende overheden zouden werken om de netto-uitgavengroei, het vorderingensaldo en de schuldgraad op middellange termijn onder controle te houden. Zo werd onder meer vooropgesteld, zoals ik al vermeldde, dat het vorderingensaldo tegen 2029 zou dalen tot 3 %, om vervolgens zelfs verder te dalen tot 2,5 % in 2030 en tot 2 % in 2031.

Daarbij heb ik enkele vragen, mijnheer de minister. Acht u de veronderstellingen en de doelstellingen in dat meerjarenplan op dit moment nog realistisch en geloofwaardig? Ons lijkt dat alvast niet het geval.

In hoeverre acht u het noodzakelijk om dat meerjarenplan bij te werken? Verwacht de Europese Commissie een actualisering? Indien dat zo is, wat is dan de uiterste datum om die te realiseren?

Op welke wijze zullen de ontbrekende engagementen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden ingevuld of aangevuld? Hebt u daarover al contact gehad met de bevoegde minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Heeft de Europese Commissie de federale regering daarover al aangesproken?

Was er sinds 15 oktober enig contact tussen de federale regering en de Europese Commissie over dat meerjarenplan, dan wel over het ontwerp van begrotingsplan? Klopt het dat er uitstel werd verkregen voor de indiening van het ontwerp van begrotingsplan, maar dat de deadline toch werd gemist?

Hoe beoogt de regering dit te verhelpen?

Tot slot, werden er met betrekking tot de budgettaire cyclus en de eerder genoemde documenten concrete afspraken gemaakt met de Europese Commissie?

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, in principe moest u tegen 15 oktober 2025 de federale begroting aan de Europese Commissie bezorgen. U hebt ons laten weten dat u een uitstel van enkele weken had aangevraagd. Intussen weten we allemaal dat deze regering zal werken met voorlopige twaalfden vanaf begin januari.

Ik heb twee korte vragen voor u. Kunt u toelichten wat de reactie van de Europese Commissie was op deze aankondiging, met name op het uitstel en het werken met twaalfden? Hebt u een meer nauwkeurige tijdlijn gegeven aan de Commissie?

Kunt u daarnaast de documenten en de schriftelijke uitwisseling tussen u en de Commissie over het uitstel en de toepassing van de twaalfden aan het Parlement bezorgen?

Vincent Van Peteghem:

Collega’s, we weten al langer dat er moeilijke keuzes moeten worden gemaakt om ons land op een duurzaam budgettair pad te zetten, keuzes in het belang van deze en de volgende generaties. Het is jammer dat de aandacht vandaag te vaak verschuift naar politieke profilering.

We hebben vandaag een gedragen en geloofwaardig plan nodig. Saneren is geen doel op zich, al is een gezonde begroting natuurlijk wel de basis om te blijven investeren in welvaart, veiligheid en een sterke economie. Ik hoop dan ook dat we in de komende dagen en weken het verantwoordelijkheidsgevoel laten primeren en samen tot een ambitieus meerjarenplan kunnen komen dat ons land vooruit helpt en onze welvaart beschermt voor de volgende generaties.

Het ontwerp van begrotingsplan 2026 voor de gezamenlijke overheid zal kunnen worden ingediend zodra de federale regering een akkoord heeft gevonden over de federale meerjarenbegroting. Die boodschap hebben we ook zo doorgegeven aan de Europese Commissie. Intussen werd er een verslag over de maatregelen ter correctie van het buitensporig tekort ingediend bij de Europese Commissie. Dat verslag staat los van ons ontwerp van begrotingsplan. Het is beschikbaar op de website van de Europese Commissie, maar indien noodzakelijk kan ik dat uiteraard ook altijd aan het Parlement overmaken.

Aanpassingen aan ons budgettair structureel plan voor de middellange termijn staan niet op de agenda. België engageert zich om het in het goedgekeurde plan opgenomen uitgaventraject te volgen en de opgenomen hervormingen ook uit te voeren.

Er zijn niet zozeer ontbrekende engagementen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het plan. Het ingediende plan geldt voor de gezamenlijke overheid en werd aldus ook op Europees niveau goedgekeurd.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, u had in De Zevende Dag aangekondigd geen stand-upcomedy meer te doen, maar dit is toch een sterk staaltje.

We hollen van uitstel naar uitstel en mogelijk zelfs naar een totaal afstel van die plannen met Europa. U blijft zeer vaag en zegt dat zodra de regering een akkoord heeft, ze alles zal indienen. Uiteraard zal dat zo zijn, zo ver waren we ook al, maar er is geen akkoord. Uw antwoorden blijven vaag, ontwijkend en vooral totaal niet in verhouding met de budgettaire ravage die op ons afkomt en die u en uw regering momenteel aanrichten. De Europese Commissie vraagt duidelijkheid, de burgers vragen duidelijkheid en het Parlement vraagt duidelijkheid, maar deze regering levert vandaag opnieuw alleen maar uitvluchten.

U zegt dat u zich zult houden aan het meerjarenplan dat aan Europa werd bezorgd. Weet u wat daarin staat? Er staat dat de gezamenlijke overheid – dus niet enkel entiteit I zoals in uw regeerakkoord, maar alle entiteiten samen – het tekort in 2029 zal doen dalen tot 3 %, zelfs verder tot 2,5 % in 2030 en 2 % in 2031. Dat zijn de cijfers die daarin staan, waarde collega’s. U zegt hier dat België zich zal engageren om zich daaraan te houden. Mijnheer de minister, dat is echt stand-upcomedy. U kent de cijfers, u weet hoe dramatisch die zijn en toch blijft u hier het zonlicht ontkennen.

Op Brussel gaat u zelfs niet meer in, dus dat meerjarenplan was al een luchtkasteel bij de indiening. Vandaag, als we de nieuwe rapporten bekijken, is dat luchtkasteel een ingestort kaartenhuis geworden. De Brusselse gaten, waar ik het net over had, zullen opnieuw moeten worden gedicht met Vlaams geld. En u kijkt gewoon weg. U beantwoordt zelfs de vragen daarover niet in het Parlement. Dat is, mijnheer de minister, schuldig verzuim.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt het over politieke profilering, maar ik weet niet waarover u het hebt. U zou misschien best zelf wat aan politieke profilering doen. U hoopt een ambitieus meerjarenplan te kunnen indienen. Het gaat echter niet over wat u zult indienen, want dat hebt u al gedaan, het gaat over wat u zult uitvoeren. Tot nog toe hebt u nog niets uitgevoerd. Alle deadlines hebt u gemist, uw paasakkoord, uw zomerakkoord, uw herfstakkoord. Nu hopen wij op een kerstakkoord en misschien komt er volgend jaar een nieuw paasakkoord met de begroting. We gaan naar voorlopige twaalfden. Voor hoe lang, dat weet niemand. Dat weten wij niet en dat weet de Europese Commissie blijkbaar ook niet. Ik kan alleen vaststellen dat er absoluut geen respect is voor de Europese regels. Zelfs voor de deadlines is er geen respect. Dat is jammer, want u had die Europese regels zelf onderhandeld. Het is le flou total . We weten niets, we zijn geen stap verder. Ik ga ervan uit dat de Europese Commissie in dezelfde situatie verkeert als wij. Het is gewoon afwachten en intussen stevent België af op het grootste begrotingstekort van alle EU-landen. Zelfs Frankrijk doet het beter dan wij, wat echt ongezien is.

Het tijdpad van de regering voor de begrotingsaanpassing
De begrotingscontrole 2026
De begrotingsaanpassing en de provisie voor het nieuwe beleid
De begrotingsaanpassing en de Regie der Gebouwen
De begrotingsaanpassing en Fedasil
Begrotingsaanpassing, controle en beleidsprovisies 2026

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Peteghem bevestigt dat de 26 miljoen euro voor CPAS (ter compensatie van de werkloosheidshervorming) in de begrotingsaanpassing 2025 is opgenomen, die op 13 november werd ingediend en volgende week besproken wordt, maar ontwijkt concrete details over impact op schuld en tekort. Hij belooft een begrotingscontrole in 2026 (na mislukte poging in 2025), maar Vermeersch en Daerden kritiseren het gebrek aan transparantie (o.a. Fedasil-budget, Justitie-besparingen, uitgesteld nieuw beleid) en vertraagde planning, met de vrees dat beloftes opnieuw niet worden nagekomen. De kernpunten (asielopvang, detentieplaatsen, CPAS-financiering) blijven onvoldoende toegelicht.

Frédéric Daerden:

Monsieur le ministre, la ministre de l'Intégration sociale a annoncé qu'un ajustement budgétaire serait prochainement débattu en commission des Finances. Cet ajustement traiterait notamment de l'enveloppe de 25 millions que la ministre a promis depuis des mois aux CPAS pour gérer les conséquences de la réforme du marché du travail.

Monsieur le ministre, confirmez-vous votre accord pour la libération de cette enveloppe? Confirmez-vous bien le dépôt d'un ajustement? Quel est le calendrier du gouvernement? Que contiendra et quel serait l'impact de cet ajustement sur les recettes, dépenses et déficits, et notre dette également?

Wouter Vermeersch:

In het verleden is reeds gebleken dat in de jaren waarin een financiewet van kracht was, er geen begrotingscontrole werd uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn 2009, 2011, 2019, 2020 en 2025. Voor 2025 voorzag de regering immers een uitgestelde begrotingscontrole in juli, die niet is uitgevoerd. Mijnheer de minister, u hebt herhaaldelijk aangekondigd in deze commissie dat u een begrotingscontrole zou houden in juli, maar die heeft nooit plaatsgevonden, voor zover wij enig spoor hebben kunnen vinden.

Artikel 53 van de betreffende wet bepaalt dat ieder jaar in de loop van het eerste trimester een begrotingscontrole wordt uitgevoer, met het oog op de eventuele aanpassing van de middelenbegroting en de algemene uitgavenbegroting. In voorkomend geval worden de ontwerpen tot aanpassing uiterlijk op 30 april ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers en de aanpassingen worden voor 30 juni door de Kamer goedgekeurd.

Mijnheer de minister, acht u het haalbaar om volgend jaar binnen die wettelijke termijn een begrotingscontrole te verrichten? Het wordt wel vreemd, want de nieuwe begroting zal waarschijnlijk op 1 april van kracht zijn. Is het wenselijk, ook wanneer een financiewet en voorlopige kredieten worden aangenomen, om een uitgestelde begrotingscontrole te verrichten? Of zult u opnieuw beloven om dan uiteindelijk niet op te leveren, zoals dit jaar is gebeurd? Zal de regering zich engageren om voor het begrotingsjaar 2026 een begrotingscontrole te verrichten? Beoogt de regering deze begrotingscontrole bij de Kamer in te dienen? Zo ja, wanneer? En wanneer kan de goedkeuring plaatsvinden?

Ik heb nog vragen over de begrotingsaanpassing en de provisie ‘nieuw beleid’. Uit de begrotingsaanpassing die de regering indiende, blijkt dat het bedrag dat voorzien was voor de provisie ‘nieuw beleid’ verlaagd wordt van 50,84 miljoen euro naar slechts 840.000 euro; een verschil van maar liefst 50 miljoen euro. De toelichting luidt dat het oorspronkelijk door de regering uitgetrokken bedrag van 50 miljoen euro om het nieuwe beleid te financieren op nul wordt gezet en de vrijgekomen middelen werden verdeeld over de verschillende secties van de verplichte uitgaven die nog moeten plaatsvinden in 2025.

Kunt u toelichten welk nieuw beleid niet langer uitgevoerd en gefinancierd zal worden in 2025? Kunt u aangeven wat het effect van deze budgetaanpassing zal zijn voor de financiering van nieuw beleid onder voorlopige twaalfden? Wat is het effect van het niet uitvoeren van dit nieuwe beleid op de hervormingen en budgettaire inspanningen die deze regering zou leveren?

Ik heb nog een vraag over de Regie der Gebouwen. In het regeerakkoord engageerde de regering zich ertoe om extra middelen te voorzien voor de veiligheidsdepartementen, zodat ze hun kerntaken opnieuw volwaardig zouden kunnen uitvoeren. Ook recent kwam de gebrekkige financiering van Justitie weer op de voorgrond en betoogden honderden magistraten tegen de onderfinanciering van Justitie. Blijkbaar zou aanstaande vrijdag het kernkabinet zich daar ook over buigen. Daarnaast herhaalde uw partijvoorzitter zijn oproep om 1 miljard euro extra te voorzien voor Justitie.

Uit de begrotingsaanpassing die de regering indiende, blijkt dat het provisioneel krediet voor de financiering van plaatsen in detentiehuizen werd verminderd van 67,4 miljoen naar 6,9 miljoen euro voor 2025. Dit zou te wijten zijn aan het opnieuw plannen van de investeringen voor 2025, die worden verschoven in de tijd.

Kunt u toelichten of het de bedoeling is om de tijdelijk bespaarde middelen op korte termijn elders binnen Justitie beschikbaar te stellen, met het oog op het dekken van andere uitgaven? Kunt u toelichten welke verschuivingen in de tijd concreet zullen plaatsvinden en wanneer de nodige kredieten hiervoor verstrekt zullen worden?

Uit de begrotingsaanpassingen die deze regering indiende, blijkt dat de dotatie voor Fedasil nogmaals wordt verhoogd met 2,7 miljoen euro. In totaal zal de dotatie daardoor 828,9 miljoen euro bedragen. Daarnaast wordt geschoven binnen het provisioneel krediet bestemd voor het dekken van de gerechtskosten, schadevergoedingen en andere diverse uitgaven.

In de oorspronkelijke begroting voor 2025 werd hierbinnen een extra budget voor Fedasil opgenomen van 115 miljoen euro om eventuele extra uitgaven van Fedasil te dekken. Uit de toelichting bij de begrotingsaanpassing valt af te leiden dat dit bijkomend provisioneel krediet niet zal volstaan en dat de regering beoogt de provisie voor de uitgaven voor de opvang van asielzoekers nogmaals te verhogen.

Het bedrag dat bijkomend voor Fedasil wordt vrijgemaakt, wordt niet gespecificeerd, ondanks de expliciete kritiek van het Rekenhof, dat stelde dat de frequente aanwending van zulke provisies afbreuk doet aan de transparantie van de begroting.

Kunt u toelichten welk bedrag binnen de provisionele kredieten precies bestemd is voor Fedasil of asielopvang in ruime zin en in hoeverre dit verhoogd is ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag? Kunt u de motieven toelichten waarom dit bedrag in een provisie werd ingeschreven en niet rechtstreeks aangerekend op de dotatie aan Fedasil?

Vincent Van Peteghem:

Monsieur Daerden, le projet de loi contenant le premier ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2025 a été distribué le 13 novembre et, d'après mes informations, sera examiné mercredi prochain. Je propose que nous discutions alors de vos questions d'ordre général.

Dans ce contexte, en exécution de la décision du Conseil des ministres du 18 juillet 2025, un budget de 26 millions d'euros est prévu en 2025 pour compenser la charge de travail supplémentaire des CPAS résultant de la limitation des allocations de chômage dans le temps.

De interdepartementale provisie nieuw beleid wordt daarbij verlaagd en bepaalde andere kredieten worden verhoogd, wat logisch is wanneer de regering een bepaalde buffer in een provisie aanlegt. Daardoor wordt geenszins een bepaald nieuw beleid niet uitgevoerd, noch brengt het enige hervorming in gevaar. Daarnaast worden, in het kader van de overige provisies, enkele aanpassingen doorgevoerd vanwege specifieke keuzes op het gebied van investeringen.

Volgende week staat de bespreking van de begrotingsaanpassing gepland. Ik zal daar dan verder op ingaan.

Mijnheer Vermeersch, met betrekking tot uw algemene vraag, beschouw ik een begrotingscontrole uiteraard een zeer wenselijk instrument. Als ik een begrotingscontrole niet wenselijk zou vinden, had ik er dit jaar ook geen ingediend. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het voeren van een begrotingscontrole noodzakelijk is om de budgettaire beschikbaarheden en noden te kennen. Ik zal mij dan ook engageren om in 2026 een dergelijke controle te verrichten. De exacte timing daarvan zal uiteraard afhangen van verschillende factoren.

Frédéric Daerden:

Merci, monsieur le ministre.

Je pense être le premier à devoir – ou à pouvoir – répliquer.

Vous vous en doutez, monsieur le ministre, je ne partage pas votre optimisme, ni votre avis sur les délais, le manque d'anticipation et la légèreté avec laquelle le gouvernement gère le budget, même s'il est évident que vous n'en êtes pas le seul responsable. Cette facette du budget est préoccupante. J'en resterai donc là à ce stade.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, kort samengevat is uw antwoord dat u begrotingscontroles belangrijk vindt. Voor de overige gestelde vragen verwijst u naar de besprekingen hier in de commissie die normaal gezien volgende week zullen plaatsvinden, tenzij andere stukken dat verhinderen op de agenda van de commissie. Dat is een pover antwoord. Wij hadden graag al duidelijkheid gekregen, ook op vraag van enkele parlementsleden in andere commissies, over onder andere de begrotingsaanpassing bij Fedasil, de begrotingsaanpassing bij de Regie der Gebouwen en de provisie voor nieuw beleid. Wij zullen echter niet aarzelen om de vragen opnieuw te stellen wanneer de bespreking plaatsvindt. Wij rekenen op u om een degelijke begrotingscontrole uit te voeren. U hebt in juli 2025 een begrotingscontrole aangekondigd die uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden omdat u en de regering daarover geen overeenstemming bereikten. Tot op heden is dat nog steeds niet geregeld, wat bijzonder problematisch is. Wordt dus vervolgd, hopelijk voor u volgende week hier in de commissie.

De forecast van de Europese Commissie over de Belgische begroting
Het Belgische begrotingstekort, dat het grootst is van alle landen uit de eurozone
België slechtste begroting van de eurozone en het stokken van de begrotingsonderhandelingen
Belgisch begrotingstekort, eurozone-vooruitzichten en onderhandelingsimpasse

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met het hoogste begrotingstekort van de eurozone (5,9% BBP in 2027), grotendeels veroorzaakt door ongefinancierde defensie-uitgaven (0,5% BBP extra tekort) en dalende inkomsten (-0,3% BBP in 2027), terwijl de regering geen concreet plan voorlegt om dit te keren. Minister Van Peteghem erkent het probleem maar mijdt duidelijke antwoorden, wijst op langetermijnplannen (2030) en belooft "spoedig" een akkoord—terwijl oppositie en coalitiepartners stilstand, gebrek aan fiscale hervormingen (bv. aanpak fraude of managementvennootschappen) en ontwijkend beleid aanklagen. Kritiek richt zich op blinde NAVO-uitgaven, gemiste deadlines (10 miljard besparing blijft onbereikt) en ontbrekende structurele snedes in overheidsuitgaven, met als gevolg verder afglijden naar recordtekorten zonder draagvlak.

Sofie Merckx:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Geachte minister Van Peteghem,

Uit de laatste macro-economische forecast van de Europese commissie blijkt dat ons begrotingstekort oploopt tot 5,9% van het BBP in 2027. De Commissie stelt vast dat hervormingen inzake de sociale zekerheid teniet gedaan worden door hogere defensie-uitgaven:

- Impact toenemende defensie-uitgaven op het begrotingstekort in 2026: +0,3% van het BBP

- Impact toenemende defensie-uitgaven op het begrotingstekort in 2027: +0,2% van het BBP

Daarnaast maakt de forecast ook gewag van een daling van inkomsten in 2027 (-0,3% van het BBP). Deze verwachte daling van inkomsten werd ook eerder door het Monitoringcomité aangehaald.

Deze cijfers bevestigen dat deze regering de begrotingsputten van morgen graaft via ongefinancierde defensie-uitgaven.

Ik heb de volgende vragen:

- Bent u het eens met de forecast van de Europese Commissie?

- Hoe gaat u, als minister van begroting, erop toezien dat deze ontsporing van de begroting omwille van defensie-uitgaven een halt wordt toegeroepen?

- Wat zal u ondernemen om de daling van de inkomsten vanaf 2027 tegen te gaan?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, la Commission européenne distribue en ce moment les bulletins et le résultat de votre gouvernement est très mauvais. La Belgique recevra en effet le bonnet d'âne dans la matière "déficit budgétaire", puisque notre pays affiche désormais le plus gros déficit de la zone euro: 5,3 % en 2025, 5,5 % en 2026, 5,9 % en 2029. Pas vraiment de surprise ici puisque ces chiffres sont dans la droite ligne de ce qui a été annoncé il y a quelques mois par le Bureau du Plan et le Comité de monitoring.

Cette situation peu enviable s'ajoute à la procédure pour déficit excessif déjà ouverte contre notre pays. Pendant ce temps, que fait votre gouvernement? Rien, ou en tout cas beaucoup trop peu! Vous auriez pourtant dû demander la confiance de cette Chambre et y déposer un budget voici plus d'un mois maintenant.

Alors que l'horloge tourne vers la deadline de Noël – qui, on l'aura compris, n'est en réalité pas vraiment une deadline, même si on ne sait pas comment cela va tourner –, le premier ministre fait plutôt parler de lui pour ses performances artistiques sur les réseaux sociaux.

Monsieur le ministre du Budget, comment justifiez-vous l'inaction ou plutôt l'incapacité de votre gouvernement à adopter un plan budgétaire cohérent, ambitieux et faisant réellement contribuer les épaules les plus larges? Vous avez évoqué les fuites budgétaires énormes provoquées par les sociétés de management et la presse a fait état de la possibilité de limiter les distributions de dividendes exonérés de cotisations sociales et faiblement taxés à 200 000 euros. Ces pistes vous semblent-elles cohérentes? Combien pourraient-elles rapporter?

Wouter Vermeersch:

Collega’s, uit de jongste vooruitzichten van de Europese Commissie blijkt dat België volgend jaar het grootste begrotingstekort van de volledige eurozone zal kennen. In 2027 zou het tekort, op dat van Polen na, zelfs het grootste van de hele Europese Unie worden. Het tekort zou dit jaar al oplopen tot 5,3 % van het bbp, goed voor ongeveer 35 miljard euro, en richting 5,9 % evolueren tegen 2027. Dat laatste is aanzienlijk slechter dan eerdere ramingen van het Monitoringcomité of de Nationale Bank.

Bovendien kunnen we vaststellen dat deze federale regering, de regering-De Wever, ondanks de aanhoudende verslechtering van de cijfers, geen vooruitgang boekt in de begrotingsonderhandelingen. De aangekondigde zoektocht naar 10 miljard euro om een eerste kentering te realiseren lijkt muurvast te zitten. De besprekingen liggen stil, deadlines worden overschreden en van de eerder gevraagde 50 dagen blijven slechts 35 dagen over, zonder dat er een concreet ontwerpakkoord op tafel ligt. Tegelijkertijd worden bijkomende uitgaven, onder andere extra middelen voor Justitie, vooruitgeschoven, terwijl er binnen de coalitie grote onenigheid bestaat over de mogelijke inkomstenmaatregelen, zoals de koopkracht, beperkende maatregelen als btw-verhogingen of nieuwe belastingen.

Mijnheer de minister, hoe reageert u op de cijfers van de Europese Commissie? Kunt u bevestigen dat de cijfers van de Europese Commissie, 5,3 % dit jaar en 5,9 % tegen 2027, momenteel als uitgangspunt worden genomen in de begrotingsvoorbereiding? Hoe verhouden die cijfers zich tot de interne ramingen van uw administratie? Eigenlijk betekenen ze immers dat uw 10 miljard al zeker niet zal volstaan, maar net iets hoger moet zijn.

Hoe beoordeelt u de huidige stilstand in de begrotingsonderhandelingen?

Welke tijdlijn hanteert u als minister met betrekking tot het afronden van die begrotingsonderhandelingen, gelet op de herhaaldelijke overschrijding van eerdere deadlines? Welke tijdlijn acht u realistisch voor het verder verloop van de begrotingsopmaak en de begrotingscyclus van 2026?

Vincent Van Peteghem:

Mevrouw Merckx, mevrouw Schlitz, de economic forecast die de Europese Commissie maandag heeft aangehaald, bevestigt inderdaad dat ons land voor belangrijke begrotingsuitdagingen staat, die we moeten aanpakken.

Un déficit pour l’ensemble des pouvoirs publics de 5,9 % du PIB en 2027 est trop élevé. Nous devons absolument parvenir à le réduire à long terme.

Ik wil er wel op wijzen dat de beperkte focus in de tijd in de economic forecast tot 2027 ons er niet toe mag brengen om onze begrotingshorizon niet op een langere periode te houden. Eerder dan op een kortetermijnfocus moeten we ons richten op een gezonde, houdbare begroting tegen 2029-2030.

Zo maakt het rapport ook gewag van een stijging van de verwachte werkloosheidsgraad in België, terwijl volgens de geharmoniseerde werkloosheidsgraad van Eurostat de werkloosheid inderdaad toeneemt van 5,7 % in 2024 tot 6,5 % in 2026, maar vervolgens aanhoudend zal dalen tot 5,4 % in 2030.

Inzake Defensie hebben we in het kader van het paasakkoord belangrijke afspraken gemaakt voor de financiering van de bijkomende uitgaven. Voor de structurele financiering zal de regering jaarlijks, bij de opmaak van de begroting, bekijken welke bijkomende maatregelen nodig zijn om naast de doelstellingen inzake normering in voldoende structurele financiering te voorzien. Die financiering maakt dus ook deel uit van de begrotingsoefening die we momenteel maken.

Nous discutons de la réalisation de cet exercice budgétaire à la table du gouvernement. J'espère pouvoir rapidement venir en expliquer les détails devant cette commission, dès qu'un accord aura été trouvé.

Sofie Merckx:

Mijnheer de minister, de vragen lijken allemaal op elkaar en uw antwoorden lijken ook heel sterk op elkaar vanmiddag. Mijn vraag betrof de defensie-uitgaven. Het blijkt duidelijk dat deze voor een deel verantwoordelijk zijn voor het begrotingstekort. Dan is er ook het probleem dat deze defensie-uitgaven niet gefinancierd zijn. U herhaalt dat dit bij elke begroting bekeken wordt, maar er is geen begroting voor dit jaar, waardoor het probleem alleen maar groter wordt.

Ik wil ook herinneren dat de NAVO-norm, waarin België zich blindelings heeft ingeschreven, helemaal geen verplichting is. België is een soevereine staat. Andere staten, zoals Spanje, hebben andere keuzes gemaakt. Dit is dan ook een van de zaken die wij nodig achten. Stop met die blinde bewapeningswedloop, die het gat in de begroting alleen vergroot.

Op mijn laatste vraag kreeg ik ook geen antwoord. Wij zijn hier nochtans om antwoord te krijgen op vragen. Hoe komt het dat er een daling is van de inkomsten? Daarop bent u ook niet ingegaan. Ik blijf daar op mijn honger.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, vous nous avez à nouveau apporté des réponses vagues quant au déroulement des négociations budgétaires. Bien évidemment, vous n'êtes pas le seul responsable de l'échec dans lequel votre gouvernement s'enlise. Néanmoins, je reste abasourdie par le fait que les membres de ce gouvernement ne se tournent pas vers les solutions qui sont pourtant à portée de main afin d'atteindre les objectifs qu'ils se sont assignés, à savoir trouver 10 milliards d'ici 2029. La lutte contre la fraude fiscale représente un enjeu qui peut vous permettre d'atteindre cet objectif. On peut aller chercher jusqu'à 30 milliards par an en luttant efficacement contre ce phénomène.

Votre parti a également mis sur la table la question d'une véritable réforme fiscale visant les sociétés de management en vue de réduire les niches fiscales et l'ingénierie fiscale, qui plombent le budget de l' É tat. Nous en avons besoin pour boucler le budget, mais également au nom d'une question de justice sociale et fiscale. Aujourd'hui, les gens ne sont plus d'accord de toujours fournir des efforts, tandis que d'autres qui ont véritablement les moyens ne veulent jamais contribuer à la hauteur des efforts qui sont demandés.

Monsieur le ministre, votre budget ne sera pas soutenu par la population et les grèves continueront de se multiplier si vous n'allez pas chercher l'argent là où il se trouve.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, u bent er werkelijk in geslaagd om geen enkele van mijn vragen te beantwoorden. Ik heb u gevraagd of de Europese cijfers als basis worden genomen bij de onderhandelingen. Die vraag werd niet beantwoord. Ik heb u gevraagd hoe u de huidige stilstand evalueert en beoordeelt. Die vraag werd evenmin beantwoord. Ik heb u ten derde gevraagd wat de tijdlijn is voor de begroting voor 2026. Ook die vraag werd helemaal niet beantwoord. Geen enkele van mijn vragen werd beantwoord. Ik betreur dat, mijnheer de minister. De begroting ontspoort volledig. De onderhandelingen binnen uw regering zitten muurvast. Ondertussen ruziet uw coalitie verder over nieuwe belastingen, veeleer dan keuzes te maken en te snijden in de veel te grote uitgaven van dit land. Uw regering en uw premier, de heer De Wever, vroegen 50 dagen om 10 miljard euro te vinden. U verloor ondertussen al 15 dagen zonder één concrete lijn op papier te zetten. De regering-De Wever beloofde een budgettaire kentering. De enige kentering die we momenteel zien, is een kentering in de min: het verdere aftakelen van de begroting en de financiën van dit land, met steeds meer nieuwe uitgaven. Er zijn discussies over btw-verhogingen en nieuwe belastingen, maar geen enkel plan om de Belgische staat uiteindelijk zelf slanker en efficiënter te maken. Mijnheer de minister, dit land is kampioen in belastingen betalen. Het is ondertussen ook kampioen in het creëren van begrotingstekorten en schulden. Dat is geen pro-Vlaams beleid; dat is Belgisch wanbeheer.

De aanpak van transmigratie in West-Vlaanderen
De grenscriminaliteit aan de Belgisch-Franse grens
Grensoverschrijdende migratie- en criminaliteitsvraagstukken in West-Vlaanderen

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De coördinatie van grenscriminaliteit en transmigratie in West-Vlaanderen is verschoven van de gouverneur naar de federale politie (CIK), wat volgens lokale actoren leidt tot meer bureaucratie, inefficiëntie en gebrek aan operationele samenwerking, terwijl de minister benadrukt dat dit wettelijk verplicht is om informatie-uitwisseling te centraliseren. Met Frankrijk loopt een traag onderhandelingsproces over *Doornik III* (opvolger van Doornik II), met als kernpunt het uitbreiden van grensoverschrijdende achtervolgingsrechten (inclusief staande-houden-bevoegdheden), maar concrete afspraken ontbreken nog, ondanks een werklunch in augustus 2025 en beloftes voor meer gemengde patrouilles en ANPR-camera’s. Operationele knelpunten (heterdaadinterventies, gegevensdeling) blijven bestaan, ondanks bestaande tools zoals het 24/7-samenwerkingscentrum in Doornik, terwijl lokale diensten onvoldoende gebruik maken van beschikbare middelen. Critici, waaronder West-Vlaamse burgemeesters en de gouverneur, eisen snellere structurele oplossingen, maar federale versterking blijft beperkt door prioriteiten elders (kustbewaking, transmigratie) en politieke instabiliteit bij Franse en Britse partners.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, zoals ik het begrepen heb, werden de coördinatie en de afstemming met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk met betrekking tot de grenscriminaliteit in de afgelopen jaren georganiseerd op het niveau van de gouverneur, specifiek voor de zone Westkust. Dat is verdedigbaar vanuit de praktijk, meen ik.

Blijkbaar is de coördinatie van de bestrijding van transmigratie naar het Verenigd Koninkrijk in West-Vlaanderen echter onlangs overgenomen door het commissariaat internationale zaken van de federale politie. De gouverneur heeft zich daarover in de provincieraad van West-Vlaanderen bijzonder negatief over uitgelaten. Hij sprak over een gemis aan efficiëntie, zeer bureaucratische procedures en een operationele samenwerking die tot nul teruggebracht is. Dat lijken mij toch vrij zware uitspraken, maar als het zo is, dan is het zo.

Klopt het dat er een bijsturing heeft plaatsgevonden?

Wat is de reden daarvoor? Ik ga ervan uit dat als men iets verandert, men het wil verbeteren. Wat zal men beter doen met de nieuwe manier van werken? Welk probleem wil men oplossen met die nieuwe manier van werken?

Wat vindt u van de kritiek, die niet mals was, van de gouverneur op het federale niveau?

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, het is natuurlijk geen toeval dat twee West-Vlamingen u vragen stellen over de aanpak van criminaliteit die zich vaak aan de grens voordoet. In de West-Vlaamse grensgemeenten merken wij een hardnekkig probleem van grenscriminaliteit. Dat betreft niet alleen mensenhandel en mensensmokkel, maar ook woninginbraken, druggerelateerde feiten, diefstallen en zelfs overvallen.

Het is logisch dat criminelen gebruikmaken van de grens en de grens oversteken naar Frankrijk, omdat ze weten dat ze vervolgens veel gemakkelijker onder de radar blijven. De lokale korpsen, burgemeesters en ook de gouverneurs vragen al jaren om structurele federale ondersteuning. Op dat vlak zien wij echter weinig vooruitgang. De korpschef van Ieper sloeg in april 2025 nog alarm. De burgemeester van Wervik deed dat dit jaar eveneens.

Tijdens de vorige commissiezitting kondigde u een werklunch aan met uw Franse ambtgenoot om de overeenkomst Doornik 2 te actualiseren en te vervangen door een nieuw akkoord, dat vermoedelijk de naam Doornik 3 zal dragen, onder meer met de intentie het achtervolgingsrecht te verruimen. Die werklunch stond gepland op 27 augustus 2025. Wij zijn ondertussen vier maanden later. Er lopen wel gezamenlijke acties en het ANPR-cameraschild wordt gemoderniseerd, maar op het terrein ervaren de zones nog steeds drempels bij heterdaadinterventies, het delen van gegevens en de opvolging van grensoverschrijdende dossiers. Daarnaast is er een duidelijke nood aan meer gemengde patrouilles. De samenwerking met Frankrijk blijft overduidelijk van groot belang.

Kunt u meer toelichting geven over die werklunch? Wat was de concrete uitkomst daarvan? Hoe ver staat u met de actualisering van Doornik 2?

Welke tussentijdse werkafspraken zijn er sinds de zomer gemaakt met Frankrijk over de acute knelpunten zoals heterdaadachtervolging, gegevensuitwisseling en gemengde patrouilles? In welke mate worden ze operationeel al toegepast?

Wat is de stand van zaken in de modernisering van het ANPR-cameraschild bij grensovergangen en ontsnappingsroutes?

Welke federale capaciteit werd deze zomer aan de grensregio toegewezen?

Het huidige akkoord van Doornik voorziet in een strategisch comité. Hoe vaak kwam dat comité in 2025 samen? Welke beslissingen werden door het comité genomen?

Bernard Quintin:

Mevrouw De Vreese, mijnheer Vandemaele, al sinds de herziening van 2014 van het koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie is de Directie van de internationale politiesamenwerking van de federale politie wettelijk en organisatorisch verantwoordelijk voor de internationale politionele informatie-uitwisseling en de bilaterale samenwerking met onze buur- en andere partnerlanden. Samenwerking tussen de lokale politiediensten en de politiediensten van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk is vanzelfsprekend mogelijk en wenselijk, op voorwaarde dat het binnen het wettelijk kader en met respect voor de principes van een geïntegreerd informatiebeheer gebeurt.

Tijdens een vergadering op mijn kabinet met alle betrokken partijen in juli jongstleden heb ik gewezen op twee voor mij fundamentele principes die steeds voor ogen moeten worden gehouden in de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk. Alle informatie die binnen het wettelijk en regelgevend kader rechtstreeks kan worden uitgewisseld tussen de lokale politiediensten en het Verenigd Koninkrijk, dient steeds, zoals voorgeschreven in de ministeriële richtlijn MFO-3 inzake het gerechtelijke en bestuurlijke informatiebeheer, in kopie te worden gedeeld met het Single Point of Operational Contact van de federale politie. Dat principe werd begin september ook in herinnering gebracht bij de belangrijkste Britse partnerdiensten, die het volmondig onderschreven.

Op 27 augustus jongstleden had ik een werkvergadering met mijn toenmalige Franse ambtgenoot, de heer Bruno Retailleau. Daarbij kwam ook de problematiek van de grensoverschrijdende achtervolgingen aan bod. De heer Retailleau erkende dat er niet alleen een versoepeling nodig is van de voorwaarden voor dergelijke achtervolgingen, maar dat er ook een oplossing moet worden gevonden om de achtervolgende ambtenaren van de zendstaat minstens standhoudingsrecht toe te kennen op het grondgebied van de gaststaat.

Ik bepleit in dat verband het pragmatisch voorstel om in een nieuw verdrag te bepalen dat de achtervolgende ambtenaren van de zendstaat een aantal bevoegdheden, waaronder het staande houden van een verdachte, zouden mogen uitoefenen, mits ze daarvoor de expliciete toestemming krijgen van de meldkamer van de gaststaat, waarmee ze sowieso gedurende de hele achtervolging contact moeten houden.

De heer Retailleau zegde toe om zijn diensten een grondige analyse van dat voorstel te laten maken, maar tot op heden mochten we nog geen officiële reactie van Frankrijk ontvangen. Ik zal niet nalaten om de kwestie opnieuw onder de aandacht te brengen van mijn nieuwe ambtgenoot, de heer Laurent Nuñez.

Zoals ik al eerder aangaf, zal het antwoord op de vraag in hoeverre Frankrijk bereid is om een structurele oplossing uit te werken voor beide aspecten van de grensoverschrijdende achtervolgingen in grote mate bepalen of het de moeite loont om onderhandelingen te starten over een herziening van ons bilateraal politie- en douanesamenwerkingsverdrag, het zogeheten Akkoord van Doornik II.

Voor de andere kwesties, die u als acute knelpunten omschrijft, wil ik nogmaals benadrukken dat de operationele diensten op het terrein al lang over de nodige instrumenten beschikken om intensief samen te werken met hun Franse partners. De politiediensten in West-Vlaanderen en Henegouwen kunnen 24 uur per dag en 7 dagen per week gebruikmaken van het Centrum voor Politie- en Douanesamenwerking in Doornik om informatie uit te wisselen met Frankrijk over zaken die verband houden met de grensstreek. Kortom, de mogelijkheden bestaan, maar niet alle diensten maken er in gelijke mate gebruik van.

Het nieuwe ANPR@GPI-platform biedt verbeterde analytische capaciteiten met nieuwe tools om grenscriminelen in West-Vlaanderen beter te detecteren en te intercepteren. De gemoderniseerde tool en infrastructuur zullen ter beschikking worden gesteld van de federale en de lokale politie, en zullen de koppeling van veel meer camera's mogelijk maken.

Verder heb ik beslist om dit programma extra daadkracht te geven door het te koppelen aan een investeringsplan voor extra ANPR-camera's in en rond de grote steden en op cruciale grenslocaties, om het cameraschild verder te versterken en uit te breiden. Sinds de zomer wordt de federale inzet in de grensregio vooral versterkt op het vlak van intelligence en gerichte acties. Inzake de operationele capaciteit bleef structurele versterking vanuit het (CIK) sinds 1 juni 2025 beperkt door andere opdrachten, zoals kustversterking en transmigratie. Binnen de resterende middelen wordt echter gezocht naar gerichte inzet in de grenszones.

Het strategisch comité, zoals bedoeld in artikel 17, lid 1, van het Akkoord van Doornik II, komt minstens eenmaal en vaak tweemaal per jaar samen.

De meest recente bijeenkomst van het comité, aan Belgische zijde voorgezeten door de procureur-generaal van Gent in zijn hoedanigheid van portefeuillehouder Internationale Samenwerking binnen het College van procureurs-generaal en door de gouverneur van Namen, vond op 19 juni plaats in Metz. Op de agenda stonden onder meer een terugkoppeling over een oefening waarmee het grensalarmplan voor de Belgisch-Franse grensstreek werd getest; de grensoverschrijdende samenwerking in de strijd tegen de drugscriminaliteit; de problematiek van grensoverschrijdende achtervolgingen; de strijd tegen irreguliere migratie en de grensoverschrijdende opvolging van contactverboden.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik weet niet of de diensten de koppeling maken tussen de ingediende vragen, maar de koppeling onder dit agendapunt vind ik opnieuw bijzonder. Grenscriminaliteit en transmigratie zijn toch niet helemaal hetzelfde.

Het is inderdaad een specifiek West-Vlaams probleem. Daarom wordt het ook aangebracht door twee West-Vlamingen.

Ik hoor u zeggen dat we de afgelopen vijf jaar eigenlijk op onwettige wijze hebben samengewerkt vanuit West-Vlaanderen met het Verenigd Koninkrijk en met Frankrijk.

Ik herhaal wat ik daarnet al heb gezegd: verandering moet een verbetering zijn. Van zowel de politieke actoren in West-Vlaanderen en in de betrokken zones als van de agenten op het terrein en van de civil servants die bij die problematiek betrokken zijn, hoor ik dat de verandering die deze zomer is ingezet gewoonweg een verslechtering is. Dat lijkt mij problematisch.

Ik hoop dan ook, wanneer de federale politie het wil overnemen, dat het een verbetering wordt en niet louter een aanpassing. Het mag niet worden zoals de gouverneur aangeeft, namelijk administratief zeer zwaar, niet efficiënt en zonder echte uitwisseling. Ik hoop alvast dat u ter zake de nodige actie onderneemt en dat u het antwoord van de federale politie grondig herbekijkt, want ik denk dat u met een kluitje in het riet wordt gestuurd. Het is uiteraard het recht van de politie om dat te doen, maar het is mijn plicht om u daarop te wijzen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de minister, ik wil toch nog even terugkomen op de transmigratieproblematiek. Onder de Zweedse regering hebben we dat met alle diensten samen aangepakt, zowel met de gouverneur als met de West-Vlaamse en de federale diensten. Dat gebeurde op aansturing van de federale diensten, die de coördinatie voor hun rekening namen omdat de problematiek zich immers niet tot een provincie beperkt. Vaak zijn er bijvoorbeeld ook mensen in het Brusselse actief. Dat wordt ook gelinkt aan andere vormen van criminaliteit. Om al die redenen wil ik u vragen om dat heel nauwgezet op te volgen. Zeker nu het Verenigd Koninkrijk aankondigt veel strenger te zullen zijn op het vlak van asiel en migratie, moeten u en minister Van Bossuyt monitoren welke impact dat heeft. Wat betreft de aanpak van grenscriminaliteit en wat er daaromtrent verder op het programma staat, ik hoor dat u bepaalde stappen aan het zetten bent. De mensen zijn echter ongeduldig en willen het Akkoord van Doornik III zien doorgaan, wat ik begrijp. Zij willen daarmee aan de slag gaan. Er moet inderdaad verandering komen en die mensen moeten bevoegdheden krijgen, bijvoorbeeld inzake het staande houden, natuurlijk mits goede afspraken met uw nieuwe Franse ambtsgenoot. De moeilijkheid is wel dat de ministers van Binnenlandse Zaken in Frankrijk en in het Verenigd Koninkrijk elkaar daar heel snel opeenvolgen. We hebben in België momenteel meer stabiliteit. Laten we dat ook zo houden. Mijnheer de minister, ik wens u heel veel succes.

Israëlische leveranciers van software bij de politie

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Volksvertegenwoordiger Matti Vandemaele dringt aan op transparantie over het gebruik van Israëlische software door de federale politie en politie Antwerpen, benadrukkend dat parlementair toezicht essentieel is om wettelijkheid te garanderen, maar aanvaardt vertrouwelijke inzage achter gesloten deuren. Minister Bernard Quintin bevestigt dat openbaarmaking operationele risico’s met zich meebrengt, maar belooft een beveiligde, vertrouwelijke oplossing (bv. besloten raadpleging) om toezicht en veiligheid te verzoenen. Beide partijen vinden elkaar in de noodzaak van gecontroleerde transparantie zonder publiekelijke blootstelling van gevoelige gegevens. De minister toont zich coöperatief om praktische afspraken te maken.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de voorzitter, uw collega mevrouw De Vreese heeft u enige tijd geleden vervangen en heeft toen het persoonlijk feit in de commissie geïntroduceerd. Ik gaf aan dat dat helemaal niet bestond, maar het secretariaat heeft toen aangegeven dat het wel bestond. Ik zal er uiteraard niet over doorzeuren, maar ik ben blij dat we terugkeren naar de oude gebruiken, mevrouw De Vreese. Ik denk dat het ook beter is dat we dat niet doen.

Over mijn vraag, mijnheer de minister. Ik heb reeds meerdere malen schriftelijke vragen gesteld over Israëlische software die werd of wordt gebruikt bij de federale politie en bij de politie Antwerpen. Ik begrijp dat u die informatie niet publiek wilt delen, ik heb daar alle begrip voor. Als federaal volksvertegenwoordiger is het echter mijn taak om controle uit te oefenen op de regering en op de uitvoering van uw bevoegdheden. Daarom zou ik die informatie graag ontvangen. Ik zoek naar een legale manier om te achterhalen welke software van Israëlische makelij onze veiligheidsdiensten gebruiken, specifiek in Antwerpen. Als u die info niet publiek wilt vrijgeven, kan dat voor mij achter gesloten deuren. Het kan bijvoorbeeld in een document dat wij mogen raadplegen, met iemand aanwezig om te controleren dat wij niets kopiëren. Dat is voor mij acceptabel. Het is belangrijk dat wij als volksvertegenwoordigers weten welke technologie wordt gebruikt door onze veiligheidsdiensten en of die in lijn is met de geldende wetgeving. Mijn vraag vloeit voort uit het feit dat ik daaraan twijfel. Ik hoor immers dat sommigen beweren dat er geen problemen zijn, maar enkel horen is voor mij onvoldoende. Ik wil dat op een correcte manier controleren, zodat bijsturing mogelijk is indien nodig.

Mijn vraag is dan ook heel eenvoudig, mijnheer de minister. Bent u bereid ons te helpen, zodat wij als parlementsleden die informatie, achter gesloten deuren of bij raadpleging, op een of andere manier kunnen verkrijgen om ons werk correct uit te voeren?

Bernard Quintin:

Mijnheer Vandemaele, ik begrijp uw bezorgdheid over transparantie en het democratisch toezicht op de technologieën die door onze politiediensten worden gebruikt. Die vragen zijn terecht en belangrijk in een democratische rechtsstaat. De politiediensten beroepen zich echter op operationele en tactische redenen om niet alle gedetailleerde informatie over de gebruikte technologieën en leveranciers publiekelijk bekend te maken. Het openbaar maken van dergelijke gegevens in het kader van parlementaire vragen, die publiek toegankelijk zijn en dat moeten blijven, kan gevoelige informatie blootstellen aan kwaadwillige actoren, waaronder criminele organisaties. Dat zou de doeltreffendheid van onderzoeken en de veiligheid van onze agenten in gevaar kunnen brengen.

Dat neemt niet weg dat ik uw standpunt over parlementaire controle deel. Ik ben daarom bereid te onderzoeken hoe die informatie op een vertrouwelijke manier beschikbaar kan worden gesteld, bijvoorbeeld via een besloten inzage of een beveiligde consultatie voor parlementsleden. Op die manier kan transparantie worden verzoend met de bescherming van operationele belangen.

Ik blijf beschikbaar om samen met u de praktische modaliteiten van die inzage te bespreken.

Matti Vandemaele:

U bent met dat antwoord nog een beetje meer mijn favoriete minister geworden.

Het Digital Simplification Package
Het deels op pauze zetten van de AI Act door de Europese Commissie onder Amerikaanse druk
Digitale regelgeving en AI-beleid onder internationale invloed

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Digital Simplification Package van de Europese Commissie (18 oktober) moet digitale regelgeving vereenvoudigen, administratieve lasten voor bedrijven verminderen en Europa’s concurrentiepositie versterken, maar de definitieve tekst werd pas 10 minuten voor de commissievergadering gepubliceerd. België heeft wel voorlopige opmerkingen kunnen maken maar nog geen formeel standpunt, aangezien de analyse (inclusief het AI-luik) loopt en EU-brede besprekingen nog moeten starten; een overgangsperiode voor implementatie is mogelijk door eerdere vertragingen. De minister benadrukt het belang van juridische zekerheid voor bedrijven en gebruikersbescherming, maar concrete termijnen en impact op Belgische concurrentiepositie zijn nog onduidelijk. Truyman stelt dat België het dossier zal opvolgen voor verdere implementatie.

Voorzitter:

De heer Prévot is afwezig. Zijn vraag zal als beantwoord worden beschouwd.

Lieve Truyman:

Mevrouw de minister, de Europese Commissie stelde op 18 oktober haar Digital Simplification Package voor. Het is een ambitieus plan om de complexe digitale wetgeving te vereenvoudigen. Het belangrijkste doel van dat pakket is de administratieve lasten voor bedrijven te verminderen, zodat ze zich kunnen richten op innovatie en groei. Op die manier zou er een betere harmonisatie moeten komen tussen de verschillende lidstaten en kan de concurrentiepositie van Europa versterkt worden ten opzichte van China en de Verenigde Staten.

Bent u op de hoogte van de inhoud van die maatregelen? Heeft men u, als bevoegd minister, daarover geraadpleegd?

De Europese Commissie heeft de afgelopen jaren zeer veel nieuwe regelgeving opgelegd. Zal dat pakket aan maatregelen onze bedrijven effectief helpen om hun administratieve lasten te verminderen?

Op welke termijn voorziet ons land de invoering? Zullen onze bedrijven voldoende tijd krijgen om dit te implementeren?

Zal dit pakket een invloed hebben op de concurrentiepositie van Belgische bedrijven ten opzichte van hun buitenlandse collega’s?

Vanessa Matz:

De Europese Commissie kondigde inderdaad aan dat ze op woensdag 19 november een wetgevingspakket over digitale vereenvoudiging zou publiceren. De tekst werd 10 minuten voor aanvang van deze commissievergadering gepubliceerd. Het aangekondigde doel is de vereenvoudiging van de Europese regels op digitaal vlak, het wegnemen van overlappingen tussen wetgevingen en het verminderen van lasten voor bedrijven.

De voorbereidende werkzaamheden zijn uitgevoerd zonder tekstvoorstel. België heeft in de afgelopen maanden echter de mogelijkheid gehad om voorlopige opmerkingen over te maken. Ik heb recentelijk kunnen kennisnemen van de inhoud van het project. We analyseren momenteel dat omvangrijke project, dat uit twee afzonderlijke onderdelen zou bestaan. Het eerste is gericht zich op vereenvoudigingen op digitaal vlak, terwijl het tweede betrekking heeft op kunstmatige intelligentie.

Het is belangrijk te benadrukken dat de tekst nog niet formeel op Europees niveau besproken werd.

Zoals ik al aangaf, bevat het voorstel van de Commissie ook een onderdeel over AI. In dit kader is het niet uitgesloten dat de Commissie een overgangsperiode zal voorstellen vanwege de vertraging bij de aanneming van de implementatiewetten die ze moest publiceren.

België heeft nog geen formeel standpunt ingenomen over deze tekst, die nog niet gepubliceerd was en de komende weken op Europees niveau zal worden besproken.

Ik heb in de analyse van mijn dienst ook benadrukt hoe belangrijk het is om juridische zekerheid voor onze bedrijven te garanderen en een hoog niveau van bescherming voor de gebruikers te waarborgen.

Lieve Truyman:

Dank u wel. Dat is letterlijk vers van de pers. We zullen het persbericht dus zeker raadplegen en verder opvolgen welk standpunt België zal innemen, en hoe we dit zullen implementeren voor onze bedrijven. Bedankt voor de info.

De aanslepende moeilijkheden bij de DAB betreffende de overplaatsingen van gedetineerden

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Gevangenen kunnen door capaciteitstekorten bij de Directie Beveiliging (DAB) (onderbezet, overbevolkte gevangenissen, personeelsverloop) vaak niet voor de rechter verschijnen, wat rechtspraak vertraagt en slachtoffers benadeelt. Minister Verlinden zet in op meer rekrutering, betere samenwerking, videoconferentie en zittingen in gevangenissen om transportsdruk te verminderen, en onderzoekt retentiebeleid (bv. interne promotie) om verloop tegen te gaan. Dillen benadrukt dat fysieke aanwezigheid cruciaal is voor kwaliteitsvolle rechtspraak, maar pleit voor efficiënter gebruik (bv. advocaten regelen administratieve zaken, strengere aanwezigheidsplicht voor niet-gedetineerden) en betere arbeidsvoorwaarden bij DAB om structurele oplossingen te forceren.

Marijke Dillen:

Gevangenen hebben het recht om hun proces bij te wonen. Kwaliteitsvolle rechtspraak vereist dat gedetineerden voor hun rechter kunnen verschijnen. Maar bijna dagelijks kunnen gevangenen niet voor de rechter verschijnen door problemen bij de Directie Beveiliging (DAB) van de Federale Politie. "Het is een onhoudbare realiteit die we blijvend en expliciet aankaarten", zegt de woordvoerder van de FOD Justitie. Ook de woordvoerder van het gerechtelijk ressort Antwerpen-Limburg is duidelijk: "Het gebeurt toch wel regelmatig, laten we zeggen, meermaals per week, dat gedetineerden die zouden moeten worden overgebracht, niet worden overgebracht. Hierdoor moeten zaken vaak worden uitgesteld of lopen ze vertraging op."

Volgens de Federale Politie staat DAB in het algemeen voor meerdere uitdagingen, zoals op het vlak van rekrutering en het aantal uit te voeren opdrachten in verhouding tot de beschikbare capaciteit. Dat leidt dagelijks tot moeilijkheden.

"Deze problematiek is uiteraard ook verbonden aan de overbevolking in de gevangenissen, die een structurele uitdaging vormt en een domino-effect heeft op alle aspecten van de strafuitvoering, inclusief het transport", aldus nog de woordvoerder van Justitie.

Deze problematiek weegt niet alleen op de gedetineerden, de organisatie en de efficiëntie van hoven en rechtbanken, maar ook op de slachtoffers. Een dringende oplossing is dan ook noodzakelijk.

Welke initiatieven heeft de minister inmiddels genomen om de verplaatsingen van gedetineerden naar de justitiepaleizen en zittingszalen te verzekeren? Welke initiatieven zullen er nog worden genomen?

Heeft de minister inmiddels overleg gehad met de minister van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor de DAB? Zo ja, wat zijn de resultaten? Zo neen, wordt dit nog gepland?

Annelies Verlinden:

In overleg met de minister van Binnenlandse Zaken volgen we dat dossier op en nemen we ook gerichte initiatieven, zodat de DAB haar opdrachten inzake transfers kan blijven vervullen. De overname van de beveiliging van nucleaire sites draagt er zo toe bij dat er capaciteit vrijkomt voor taken die verband houden met de rechtbanken en gerechtshoven. Daarnaast heeft de federale politie een rekruteringsplan uitgewerkt om de beschikbare middelen structureel te versterken. We blijven ook inzetten op de optimalisering van de samenwerking tussen de actoren, met name de hoven en rechtbanken, het DG EPI en de DAB.

Ik heb regelmatig overleg met de bevoegde autoriteiten van de DAB. Ik blijf het belang onderstrepen van het ter beschikking stellen van voldoende personeel om de politie in de hoven en rechtbanken en in het bijzonder het vervoer van gedetineerden op een duurzame manier te kunnen garanderen. Mijn beleidscel had hierover eind oktober overleg met de bevoegde dienst van de federale politie.

Samen met Binnenlandse Zaken onderzoeken we ook een beter retentiebeleid, want veel personeelsleden van de DAB verlaten de dienst om via sociale promotie inspecteur bij de politie te kunnen worden. Een van de mogelijkheden die we bekijken is het voorzien in een interne sociale promotie bij de DAB.

We werken, zoals bepaald in het regeerakkoord, ook actief verder aan de implementatie van de videoconferentie. Daarbij wil ik ook verwijzen naar een antwoord op een vraag van mevrouw Van Vaerenbergh over de videoconferentie. In combinatie met het vaker organiseren van zittingen in de gevangenissen kan dit ertoe leiden dat het aantal overbrengingen voor de DAB afneemt, waardoor de noodzakelijke overbrengingen daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.

Marijke Dillen:

Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Over de zittingen in de gevangenissen is het laatste woord absoluut nog niet gezegd. In de praktijk is dat overigens bijzonder haalbaar. Ik ga ervan uit dat u met de teksten ter zake naar deze commissie zal komen. Het is belangrijk voor een kwaliteitsvolle rechtspraak dat gedetineerden voor hun rechter kunnen verschijnen. Dat staat ook duidelijk in de 100 voorstellen van de korpsoverste Antwerpen-Limburg. Ik heb vorige week al gezegd, in het kader van de vraag over de ontsnapping uit het FPC Gent, dat het niet nodig is dat gedetineerden altijd verschijnen. Het vaststellen van een conclusiekalender kan bijvoorbeeld perfect door de advocaten gebeuren. Niet-gevangenen die correctioneel voorkomen, zijn ook quasi nooit aanwezig. Daarop zou men misschien wel wat strenger moeten toezien, zodat er ruimte vrijkomt. Tot slot, er is inderdaad een groot verloop bij de DAB, aangezien de medewerkers op een bepaald ogenblik uitkijken naar andere functies met een betere vergoeding. Er zou dringend moeten worden nagedacht over het verbeteren van het personeelsstatuut bij de DAB, om daar concrete maatregelen tegenover te stellen.

Het proces van Syriëstrijder Sammy Djedou

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 19 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het assisenproces tegen Syriëstrijder Sammy Djedou (vermoedelijk overleden) markeert het eerste Belgische proces voor misdaden tegen de menselijkheid (slavernij, genocide) begaan tegen jezidi’s, waarbij hij bij verstek tot levenslang werd veroordeeld. Minister Verlinden bevestigde dat België 15 gelijkaardige dossiers onderzoekt (genocide/terrorisme door Belgische IS-strijders), maar geen justitiële samenwerking met Syrië bestaat, waardoor lokale berechting onmogelijk is en België zelf optreedt op basis van internationale verdragen. Van Hoecke kritiseert het ontbreken van duidelijke parameters om te beoordelen of berechting in Syrië haalbaar is, wat de regeerakkoordbepaling (voorkeur voor lokale vervolging) ondermijnt, en vraagt zich af of België alle verdachten bij verstek zal berechten of actief zal repatriëren voor strafvervolging.

Alexander Van Hoecke:

In Brussel is het assisenproces tegen Syriëstrijder Sammy Djedou van start gegaan. Hij was in 2012 een van de eerste terroristen die vanuit ons land naar Syrië trok om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten en deel te nemen aan de gruwelijkheden die daar werden uitgevoerd. In 2021 werd Djedou in Brussel al bij verstek veroordeeld tot 13 jaar cel als leider van een terroristische organisatie.

De Yezidi vormen een religieuze minderheid van Koerdische afkomst en IS beoogde de jezidi's volledig uit te roeien.

Duizend mannelijke jezidi's werden door IS afgeslacht en vrouwen en meisjes werden als slaven verkocht op de slavenmarkt in Raqqa.

Het assisenproces over Sammy Djedou is enigszins bijzonder, niet alleen omdat het gaat om het eerste proces in België voor misdaden tegen de menselijkheid, gepleegd tegen de jezidi's, maar ook omdat de beklaagde vermoedelijk al is omgekomen in Syrië, al bestaat daar geen sluitend bewijs voor. Het gerecht beschouwt hem daarom formeel als levend. Er zijn ook twee of drie jezidivrouwen komen getuigen over hun ontvoering en over de wijze waarop ze als slaven werden verkocht.

In het regeerakkoord lezen we dat terroristische strijders bij voorkeur moeten worden berecht in het land waar de delicten werden gepleegd en dat enkel wanneer plaatselijke berechting niet mogelijk is, de regering ervoor zal zorgen dat ze in België worden berecht. Ik heb een aantal vragen voor u, mevrouw de minister.

Ten eerste, op basis van welke parameters wordt beslist dat plaatselijke berechting van terroristische strijders niet mogelijk is?

Ten tweede, hoe werd in deze zaak concreet onderzocht of het onmogelijk is om Djedou in Syrië te berechten? Hebben de Syrische autoriteiten zelf aangegeven dat berechting voor hen onmogelijk is?

Ten derde, heeft er informatie-uitwisseling plaatsgevonden met de autoriteiten in Syrië over de zaak-Djedou en hoe verliep die informatie-uitwisseling?

Ten vierde, heeft het openbaar ministerie de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit gevorderd?

Ten vijfde, in de pers vernam ik dat er nog 15 gelijkaardige onderzoeken lopen in België. Kan de minister dat bevestigen? Gaat het telkens om Syriëstrijders of ook om andere foreign terrorist fighters ? Is het de bedoeling om hen eveneens, al dan niet bij verstek, in België te berechten?

Tot slot, hoeveel personen die naar Syrië of Irak trokken om zich aan te sluiten bij IS, zijn intussen bij verstek veroordeeld in ons land?

Annelies Verlinden:

De beschuldigde Sammy Djedou is een Belgische onderdaan. Het assisenproces dat begin november in Brussel plaatsvond, was gebaseerd op artikel 8 van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering dat is de Belgische autoriteiten de bevoegdheid geeft om een onderzoek te openen en de strafvordering uit te oefenen in het kader van strafbare feiten tegen het internationaal humanitair recht die in het buitenland door Belgische burgers zijn gepleegd. In die zin komt België zijn internationale verbintenissen na, met name het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide van 9 december 1948, dat is goedgekeurd bij wet van 26 juni 1951.

Er bestaat momenteel geen operationele justitiële samenwerking met de republiek Syrië. Er lopen ongeveer 15 dossiers bij het federaal parket met betrekking tot vermoedens van deelname van Belgische burgers aan de misdaad van genocide en/of misdaden tegen de mensheid. Het federaal parket vervolgt systematisch, zelfs bij verstek, personen die naar Syrië of Irak zijn vertrokken en tegen wie bezwaren bestaan wegens misdrijven in verband met terrorisme of internationaal humanitair recht.

Alexander Van Hoecke:

Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Ondertussen is Sammy Djedou veroordeeld tot levenslange opsluiting. Ik hoor u in uw antwoord zeggen dat we daaromtrent eigenlijk geen contacten met Syrië hebben en dat er geen informatie wordt uitgewisseld. Ik stel me daar vragen bij. Er zijn nog heel wat gelijkaardige onderzoeken en nog heel wat Syriëstrijders die niet veroordeeld zijn en die vermoedelijk ook zijn omgekomen. Dat houdt een bepaald risico in. Als we niet met bepaalde parameters werken op basis waarvan bepaald wordt of een Syriëstrijder in Syrië kan worden vervolgd, dan is die bepaling in het regeerakkoord eigenlijk loos, tenzij ik dat volledig verkeerd begrijp. Dan kunnen we immers niet bepalen of het mogelijk is dat zij in het buitenland berecht worden. Net daarom deed die zaak enkele alarmbellen afgaan bij mij. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het zeer goed dat wat individuele terroristen zoals Sammy Djedou in Syrië hebben aangericht, met het tot slaaf maken van jezidivrouwen, verkrachtingen, moorden, plunderingen, wordt vervolgd en dat daarvoor levenslang wordt uitgesproken. We moeten ons echter wel de vraag stellen in welke mate we, wanneer het gaat om terroristen die vermoedelijk al zijn omgekomen in Syrië, met Syrië gaan samenwerken om die eventueel nog te veroordelen of bij verstek te berechten. Laten we al die onderzoeken in België lopen en halen we, mocht een van die terroristen toch nog in leven zijn, die persoon effectief terug naar hier om hem te berechten? La réunion publique de commission est levée à 16 h 09. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.09 uur.

De bescherming van de consument tegen de verboden waterbehandelingspraktijken van Nestlé
De bewezen fraude door mineraalwaterproducenten in Frankrijk
Fraude en misleidende praktijken in de mineraalwaterindustrie

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Franse Senaatscommissie onthulde dat Nestlé (Perrier/Vittel) jarenlang illegale behandelingen (microfiltratie, bestraling) gebruikte om verontreinigingen (pesticiden, PFAS) in mineraalwater te verdoezelen, met actieve medeplichtigheid van de Franse overheid. België bevestigt dat dergelijke methodes hier verboden zijn en dat de AFSCA geen afwijkingen vond bij Nestlé België (Etalle), hoewel een gerechtelijk onderzoek loopt en de 0,2-micrometerfilters in 2024 werden verwijderd na een waarschuwing van het SPF Volksgezondheid. Geen direct gezondheidsrisico voor Belgische consumenten, maar verhoogde controles en waakzaamheid zijn nodig, vooral voor grensoverschrijdende aankopen van mogelijk gefraudeerd Frans water.

Sarah Schlitz:

Madame le présidente, ma question date également du mois de mai. Depuis lors, si je peux me permettre, pas mal d'eau a coulé sous les ponts.

Monsieur le ministre, le 20 mai dernier, une commission d’enquête du Sénat français a rendu un rapport accablant concernant les pratiques de Nestlé Waters dans la production et la commercialisation de certaines eaux minérales, en particulier la marque Perrier. Selon ce rapport, la multinationale aurait utilisé pendant plusieurs années des systèmes de traitement interdits, tels que la microfiltration à 0,2 micron et le rayonnement, pour masquer la présence de contaminants chimiques, dont des pesticides interdits, des nitrates et des PFAS.

La commission dénonce une dissimulation systématique de ces infractions par plusieurs échelons de l’État français, jusqu’à l’Élysée. Des rapports de l’Agence régionale de santé ont été modifiés, sur demande explicite de Nestlé, pour supprimer toute référence aux contaminations. Le préfet du Gard, en lien avec le cabinet ministériel de la Santé, a lui-même été impliqué dans cette manœuvre. Bref, je vous parle ici d'un scandale d'État.

Malgré ces révélations, aucune mesure de retrait ni de suspension de la commercialisation de l’eau Perrier n’a été prise à ce jour, y compris dans d’autres pays européens, dont la Belgique.

La législation belge, alignée sur les normes européennes, interdit les traitements chimiques ou par rayonnement pour les eaux minérales naturelles. Seuls certains traitements physiques, tels que l'élimination du fer ou du gaz, sont autorisés sous conditions strictes. L’AFSCA réalise des échantillonnages annuels pour détecter d'éventuels contaminants.

Monsieur le ministre, au vu de ce scandale des traitements interdits tels que le rayonnement et la microfiltration qui ont été utilisés en France, comment allez-vous nous assurer que ceux-ci n’ont pas été utilisés en Belgique?

L’AFSCA, le SPF Santé publique ou le SPF Économie ont-ils été informés, par les autorités françaises ou par la Commission européenne des résultats de cette enquête ou des mesures sanitaires prises en France? Sinon, avez-vous initié un contact officiel pour demander des explications ou des analyses complémentaires?

Enfin, Nestlé possède également une usine à Étalle, en province de Luxembourg, qui a fait l’objet d’une perquisition judiciaire en mars 2025. Pouvez-vous nous informer du motif précis de cette perquisition, de l’état de la procédure en cours et des suites que votre administration a données aux éléments éventuellement relevés à cette occasion?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, c'est un véritable scandale qui a été révélé après le travail d'une commission d'enquête sénatoriale en France. Plusieurs minéraliers, dont Nestlé Waters, ont utilisé des systèmes de purification interdits pour décontaminer leur eau de source.

La commission d'enquête va même jusqu'à blâmer l'État qui aurait délibérément dissimulé ces fraudes à grande échelle face au lobbying du géant de l'agroalimentaire. Au total, au moins 30 % des marques françaises auraient eu recours à des traitements non conformes, dont le point de départ vient d'un lanceur d'alerte. Des bouteilles de Vittel, Contrex, Hépar ou encore Perrier ont été vendues comme naturelles, alors que l'eau était passée par des processus de désinfection chimique.

Selon Nestlé Waters, il n'y a aucun risque pour les consommateurs, sans en apporter toutefois la preuve.

Dans les supermarchés, notamment proches de la frontière, les Français reconnaissent souvent les Belges à leurs caddies remplis de packs d'eau. Je lis d'ailleurs que cet Eldorado reste d'actualité pour les Belges. Bien que la France ait récemment augmenté la TVA de 5,5 % à 20 %, le pack de six bouteilles coûte 1,30 euro, soit 50 centimes de moins qu'en Belgique où le prix moyen d'un tel pack est de 1,80 euro.

Cette fraude attestée des minéraliers en France réclame, selon moi, une attention particulière, notamment par rapport au nombre de Belges qui traversent la frontière pour aller faire leurs courses en France.

Monsieur le ministre, quel est votre retour sur cette fraude attestée des minéraliers en France? Quel impact a-t-elle pu entraîner sur la sécurité alimentaire et la santé des consommateurs belges? Y a-t-il eu des risques? Nestlé Waters a-t-elle apporté des preuves concrètes à ce sujet? Enfin, quel suivi allez-vous ou avez-vous donné à ce scandale?

David Clarinval:

La directive européenne relative à l'exploitation et à la mise dans le commerce des eaux minérales naturelles a été transposée en droit national par l'arrêté royal du 8 février 1999 concernant les eaux minérales naturelles et les eaux de source. Cette législation établit le principe général d'interdiction des traitements de ces deux types d'eau. Seul un nombre limité de traitements sont autorisés.

La cellule anti-fraude de l'AFSCA mène, en collaboration avec le SPF Économie, des contrôles ciblés auprès des producteurs belges d'eau minérale naturelle. Ces contrôles visent à examiner les méthodes de traitement appliquées à l'eau, notamment l'éventuel recours illégal à des systèmes de filtration. Les traitements tels que le filtrage sur charbon actif, le traitement avec le rayonnement UV ou l'usage de sulfate de fer sont strictement interdits.

La microfiltration est permise à condition qu'elle n'ait pas d'effet désinfectant sur la flore microbienne présente dans l'eau captée à l'émergence et/ou qu'elle ne la modifie pas de manière significative. La dénomination "eau minérale naturelle" ou encore "eau de source" est effectivement interdite si des traitements autres que ceux prévus dans la législation en vigueur sont appliqués. En cas d'infraction constatée officiellement, le SPF Santé publique peut retirer l'autorisation de commercialisation aux opérateurs belges incriminés.

La législation prévoit également que les eaux traitées illégalement sont déclarées nuisibles, ce qui peut impliquer un retrait du commerce par l'autorité chargée du contrôle officiel. Mes administrations n'ont pas été officiellement informées par les autorités françaises. Néanmoins, un contact a été établi via le système européen d'alerte rapide sans qu'aucune réponse n'ait été reçue à ce jour, selon les informations actuellement disponibles.

La fraude constatée en France ne constitue pas un risque pour la sécurité alimentaire. Il convient toutefois de rappeler que toute méthode de traitement altérant la composition originelle de l'eau minérale naturelle ou de l'eau de source est interdite, même si elle vise à renforcer la sécurité de l'eau. Bien évidemment, l'eau, même filtrée, reste toujours potable.

Le producteur belge concerné a bien été inspecté dans le cadre des contrôles susmentionnés. Une enquête judiciaire est en cours à l'encontre de cet opérateur.

Par conséquent, aucune information complémentaire ne peut être communiquée à ce stade, de façon à préserver l'intégrité de la procédure judiciaire.

Enfin, à la suite d'analyses scientifiques, le SPF Santé publique a rendu des conclusions négatives sur le principe de la filtration à 0,2 microgrammes mis en place par Nestlé, qui considérait cela comme autorisé.

Dans un courrier daté du 21 mai 2024, le SPF a imposé au fabricant de retirer les filtres en question et de se mettre en conformité avec la législation. Dès le 21 mai 2024, ces filtres ont donc été retirés. Les résultats d'un contrôle mené par l'AFSCA en février 2025 montrent que Nestlé a pris les mesures nécessaires en retirant effectivement les filtres, et que les nouvelles actions – nettoyage et désinfection des drains – sont efficaces.

Sarah Schlitz:

Merci pour ces réponses, monsieur le ministre. Nous analyserons tout cela au regard des législations actuelles.

Je m'étonne néanmoins du peu d'émoi suscité par ces infractions conscientes de Nestlé. Nous connaissons tous les méthodes utilisées par ce type de multinationales, notamment dans les pays du Sud. Il s'agit aujourd'hui d'un scandale sanitaire ici et en France.

Je pense donc qu'aujourd'hui, un véritable rappel à la règle doit être fait vis-à-vis de ces multinationales et que les contrôles doivent être multipliés sur l'ensemble des entreprises qui seraient susceptibles d'effectuer le même type d'actes totalement illégaux et dangereux pour la santé de nos consommateurs. Je compte sur votre vigilance, monsieur le ministre.

Patrick Prévot:

Merci monsieur le ministre de nous avoir livré un instantané de la situation.

J'habite Soignies, non loin de la frontière, et je connais de nombreuses personnes qui, malheureusement, vont faire leurs courses à Louvroil, du côté de Valenciennes. Quand un scandale sanitaire éclate en France et qu'il affecte la grande distribution, nous devons avoir le réflexe de nous dire que certaine Belges pourraient être directement concernés parce qu'ils vont faire leurs courses en France, étant donné que plusieurs produits – dont l'eau – sont moins chers là-bas. C'est, du reste, le sujet qui nous occupe ce matin.

J'ai bien écouté vos réponses. Manifestement, tout est sous contrôle. En tout cas, restons vigilants. Lorsqu'un scandale sanitaire éclate en France et qu'il touche la grande distribution, nous devons rester attentifs puisque les Belges frontaliers traversent facilement la frontière pour faire leurs courses dans les supermarchés français.

David Clarinval:

Madame la présidente, permettez-moi une précision pour le compte rendu. Il s'agit de 0,2 micromètre. Je me suis trompé tout à l'heure. La présidente : Oui, monsieur le ministre, il me semblait en effet que c'était trop volumineux.

De oproep van de organisatie PORK.be in het licht van de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest

Gesteld door

lijst: PS Patrick Prévot

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België vreest hernieuwd risico op Afrikanse varkenspest (AVP) na uitbraken in Duits grensgebied (Olpe, Hessen), wat de cruciale varkensvleesexport (5e EU-exportland) bedreigt. Minister Clarinval benadrukt dat strikte biosveiligheidsmaatregelen (o.a. verplichte reiniging transport, jaarlijkse veecontroles) en samenwerking met Duitsland al gelden, maar geen extra risico wordt gezien; economische impact hangt af van schaal en locatie van eventuele besmettingen. Sectorvereniging PORK.be dringt aan op verscherpte controles (transporteurs, grenshekken, schade-evaluatie), wat de minister bevestigt te monitoren zonder concrete aanvullende actie. De jachtsector wordt gewaarschuwd voor rol in verspreiding, maar regionale bevoegdheden beperken federale sturing.

Patrick Prévot:

Monsieur le Ministre,

Vous vous rappelez certainement qu'en 2018, la Belgique a été confrontée à une épidémie de peste porcine africaine.

Ce n'est qu'en 2020 que notre pays a retrouvé son statut indemne qui a permis de reprendre (enfin) les exportations de viande de porc, un produit d'exportation très important pour notre économie. Pour rappel, dans ce marché, la Belgique est le cinquième pays exportateur au sein de l'Union européenne (UE).

C'est toute en logique que le secteur de la viande porcine observe avec beaucoup d'inquiétude la nouvelle infection signalée mi-juin dans le district allemand d'Olpe, en Rhénanie-du-Nord-Westphalie, à environ 200km de la frontière belge.

À travers PORK.be, qui regroupe le Boerenbond, l'ABS, le BFA et FEBEV, le secteur appelle à un renforcement des mesures de biosécurité afin que le virus ne vienne percer notre frontière et infecter ce fragment important de notre économie.

PORK.be réclame plusieurs mesures : 1) augmenter les mesures de biosécurité pour les transporteurs étrangers de bétail vivant et de matières premières qui viennent charger/décharger en Belgique et/ou qui ont circulé dans des zones infectées par la peste porcine africaine; 2) évaluer l'intégrité des clôtures dans les régions frontalières; et enfin, 3) évaluer l'impact des dommages économiques pour l'ensemble du secteur porcin belge en cas de nouvelle épidémie.

Je partage la vive inquiétude du secteur et je pense qu'il faut tout mettre en œuvre – en ce sens, la coopération avec les autorités allemandes est essentielle.

Monsieur le Ministre,

Pourrions-nous avoir votre retour sur cette inquiétude du secteur de la viande porcine ? Quelle est l'instantané de la situation face à ce nouveau cas détecté dans le district d'Olpe ? Comment évaluez-vous la propagation (ou non) du virus au-delà de ce cluster ?

Quelle est votre position sur chacune des trois mesures que j'ai citées ?

Je vous remercie pour vos réponses.

David Clarinval:

Monsieur le député, l'été dernier, 101 cas de peste porcine africaine ont été confirmés chez des sangliers sauvages en Rhénanie du Nord-Westphalie, sans contamination chez les porcs domestiques. Depuis juin 2024, le virus circule aussi en continu dans le Land de la Hesse. En septembre 2024, la task force PPA, après avoir évalué la situation dans la Hesse, a estimé que le risque d'introduction n'avait pas varié et elle n'a donc plus prévu de réunion. Les mesures préventives et de biosécurité restent strictement appliquées pour éviter le retour de la maladie.

Lors du foyer de PPA en 2018-2019 en province de Luxembourg, certaines mesures avaient permis d'éradiquer la maladie et de protéger les élevages. Certaines dispositions sont toujours en vigueur. Chaque exploitation fait l'objet d'une évaluation annuelle de biosécurité par son vétérinaire. Les mesures suivantes sont d'application pour les transports en provenance ou à destination des zones à risque, c'est-à-dire l'Union européenne et les pays tiers: obligation d'informer l'unité locale de contrôle de l'AFSCA dans les 24 heures qui suivent le retour; nettoyage et désinfection du véhicule avant l'entrée en Belgique; avant tout nouveau transport depuis l'exploitation belge, nécessité d'un deuxième nettoyage et d'une désinfection contrôlés par l'AFSCA.

L'AFSCA mène aussi des actions de sensibilisation. Des brochures multilingues figurent sur son site, sont distribuées dans les aéroports et lors d'événements tels que la Foire de Libramont auprès des voyageurs, transporteurs et agents de propreté des autoroutes. L'Agence est habilitée à prendre des mesures dans les exploitations porcines et dans le secteur porcin, tandis que la gestion des sangliers et de la faune relève des compétences des régions.

Aucune évaluation chiffrée de l'impact sur le secteur porcin n'est possible pour l'instant, celui-ci dépendant notamment du nombre de cas, de leur localisation, des restrictions commerciales et du prix du porc.

Patrick Prévot:

Je vous remercie monsieur le ministre. Comme vous l’avez dit, l’AFSCA a rappelé le rôle important des chasseurs, notamment dans la propagation de la PPA. Ce rappel fait l’objet d’une autre question, mais j’espère que ce groupe cible sera particulièrement attentif. Je pense que les associations regroupées au sein de PORK.be – le Boerenbond (BB), l'Algemeen Boerensyndicaat (ABS), la Belgian Feed Association (BFA) et la Fédération Belge de la Viande (FEBEV) – sont inquiètes. En tout cas, PORK.be l’est, et donc les associations qui le composent le sont également. Elles réclament un renforcement des mesures de biosécurité afin que le virus ne franchisse pas notre frontière et n’infecte ce secteur important de notre économie. J’ai entendu votre réponse. Je ne peux que vous encourager à être très attentif aux trois mesures que je vous ai relatées et qui sont relayées par PORK.be. La présidente : Les questions n° 56006177C, n° 56006179C et n° 56006180C de M. Patrick Prévot sont transformées en questions écrites. Les questions n° 56006184C, n° 56006185C et n° 56006195C de Mme Irina De Knop sont également transformées en questions écrites.

De oproep van het FAVV over de Afrikaanse varkenspest

Gesteld door

lijst: N-VA Lotte Peeters

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het FAVV voert jaarrond sensibiliseringscampagnes (o.a. in zomer en jachtseizoen) om Afrikaanse varkenspest (AVP) te voorkomen, maar grenscontroles op varkensvlees vallen onder Douane, met sporadische gezamenlijke acties. Regio’s zijn verantwoordelijk voor monitoring van wilde zwijnen, terwijl Europa gecoördineerde maatregelen neemt, inclusief technische steun bij uitbraken. Extra controles of versterkte grensbewaking na de Duitse besmetting werden niet expliciet bevestigd.

Lotte Peeters:

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen riep midden juli vakantiegangers die terugkeerden uit Duitsland, Italië, Griekenland en verschillende Oost-Europese landen op om geen varkensvleesproducten mee te brengen naar België. Daarmee wilde men de herintroductie van de Afrikaanse varkenspest voorkomen. AVP is ongevaarlijk voor de mens, maar wel een uiterst besmettelijke en dodelijke virusziekte voor varkens en wilde zwijnen. Ons land is sinds 2020 vrij van varkenspest, maar het risico van een terugkeer blijft reëel. Recent werd opnieuw een besmet wild zwijn vastgesteld in Noordrijn-Westfalen, op slechts 160 km van de Belgische grens.

Plant de federale overheid in samenwerking met het FAVV bijkomende sensibiliseringsacties om vakantiegangers, jagers en transporteurs te informeren over het risico van AVP en over de noodzaak om geen varkensvlees of vleesresten mee te brengen? Voert men specifieke controles in op luchthavens, snelwegparkings of grensposten? Zal men waarschuwen voor het risico van de verspreiding van AVP, bijvoorbeeld via affiches, in aanloop naar 2026 en in het bijzonder naar de zomer, waarin veel mensen terugkeren uit risicogebieden? Zijn er naar aanleiding van de recente besmettingen in Duitsland extra maatregelen genomen voor de monitoring en detectie van AVP bij wilde fauna in de grensstreek? Overweegt men een versterkte samenwerking met de buurlanden om gecoördineerd op te treden tegen de verdere verspreiding van de Afrikaanse varkenspest?

David Clarinval:

Mevrouw Peeters, het FAVV voert het hele jaar door sensibiliseringsacties bij alle actoren betrokken bij de preventie en bestrijding van Afrikaanse varkenspest. Daarvoor zijn gerichte campagnes nodig, met name in de zomer, voor de vakantiegangers, en in oktober, bij het begin van het jachtseizoen, via aanwezigheid op evenementen zoals de beurs van Libramont, via de verspreiding van brochures over AVP en via het bijwonen van specifieke vergaderingen, zoals de taskforce AVP.

Reguliere controle van de bagage van reizigers valt onder de bevoegdheid van de Algemene Administratie der Douane en Accijnzen (AAD&A). Ter versterking van de controle organiseert het FAVV regelmatig samenwerkingsoperaties met de AAD&A, het FAGG en de diensten CITES en Cosmetica van de FOD Volksgezondheid. Deze acties zijn vooral gericht op reizigers die afkomstig zijn uit derde landen en op verboden of gereglementeerde producten van dierlijke of plantaardige oorsprong. Het beheer van en het toezicht op wilde dieren is een regionale bevoegdheid. Ik nodig u dan uit u te richten tot de betrokken ministers.

Tot slot werken de Europese Commissie en alle lidstaten nauw samen om de verspreiding van AVP tegen te gaan, met name via geharmoniseerde bestrijdingsmaatregelen en gecoördineerde communicatie-, opleidings- en evaluatieacties tijdens Europese audits. Het European Veterinary Emergency Team verleent ook technische en wetenschappelijke bijstand aan lidstaten die geconfronteerd worden met diergezondheidscrisissen.

Lotte Peeters:

Bedankt voor uw antwoorden, mijnheer de minister.

De grote terugroepactie voor kazen in Frankrijk en België wegens een listeriabesmetting

Gesteld door

lijst: PS Patrick Prévot

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Listeria-besmetting in Franse kaas van producent Chavegrand (al in juni gesignaleerd) leidde in augustus tot grote terugroepacties in Frankrijk en beperkt in België (o.a. Colruyt met *Everyday*-camembert en *Fleur de Pré*-geitenkaas), nadat genetisch onderzoek een cluster bevestigde. België bevestigde geen directe besmetting in eigen rays, omdat teruggeroepen lots niet meer getest worden, maar volgt de Franse aanpak die de situatie nu onder controle heeft—zonder nieuwe meldingen sinds augustus. *Kernpunt*: vertraagde detectie door complexe bronopsporing (lange incubatietijd, moeilijke patiëntinterviews), maar geen acute risico’s meer.

Patrick Prévot:

Monsieur le Ministre,

En France comme en Belgique, nous observons un rappel massif de fromages qui seraient contaminés par la Listeria.

Le 12 août, dans un communiqué, Santé publique France (SPF) et le ministère de l'agriculture faisaient connaître au public que « des éléments épidémiologiques et microbiologiques convergents, établissant un lien possible entre les cas de listériose et la consommation de fromages au lait pasteurisé produits par la société Chavegrand. Plus précisément, c'est l'entreprise située dans la Creuse qui est visée.

Ces fromages sont vendus dans la plupart des grands distributeurs (Leclerc, Auchan, Carrefour). Selon Foodwatch, les rappels surviennent trop tardivement. Pour l'organisation de protection des consommateurs, la fromagerie aurait « dû prendre les mesures d'hygiène qui s'imposent et s'assurer qu'elle ne commercialisait pas de produits qui exposent les consommateurs à un danger pour leur santé », après qu'elle a fait l'objet d'un rappel similaire en juin.

Sur notre territoire, toujours au mois d'août, Le groupe Colruyt, en accord avec l'AFSCA a procédé mardi au rappel de camembert Everyday et de bûchettes de chèvre de la marque Fleur de pré en raison d'une présence possible de Listeria monocytogenes.

Monsieur le Ministre,

Pourriez-vous nous faire le point sur ces lots de fromages contaminés par la listeria en France et possiblement venu dans les rayons de nos supermarchés ou achetés par un Belge en vacances ? Quelles sont les dernières informations dont vous disposez à ce sujet ?

Particulièrement, qu'en est-il de la situation en Belgique ? Des analyses ont-elles prouvées la présence de Listeria dans des fromages vendus en rayon ?

Je vous remercie pour vos réponses.​

David Clarinval:

Tout d'abord, il convient de souligner que les autorités françaises ont suivi l'incident survenu chez l'opérateur Chavegrand dès le mois de juin. Sous leur supervision, l'opérateur a immédiatement pris les mesures correctives: la ligne de production concernée a été fermée, tandis que la fabrication se poursuivait sur d'autres lignes.

Parallèlement, un vaste plan d'analyse a été mis en œuvre. Les autorités françaises ont donc réagi sans délai afin de réduire le risque, conformément à la législation européenne. Cependant, la recherche de la source d'un foyer de toxi-infection alimentaire est un processus complexe qui comporte plusieurs défis.

Sur le plan analytique, le séquençage du génome entier permet de comparer les souches isolées chez les personnes malades. Cette méthode peut révéler l'existence de clusters de cas liés entre eux, parfois éloignés dans le temps et/ou géographiquement dispersés. Par exemple, une personne originaire de Belgique a pu être associée à ce cluster.

Une fois le cluster identifié, des recherches complémentaires sont lancées afin d'en déterminer la cause. Ces enquêtes reposent notamment sur des entretiens avec les personnes atteintes en vue d'identifier de possibles liens entre les denrées alimentaires consommées et la maladie.

Or ces démarches sont souvent difficiles. La période d'incubation de la listeria peut être relativement longue, retardant l'apparition des symptômes, tandis que l'état de santé des malades peut compliquer la communication et donc l'identification précise des produits consommés.

Lorsque les données de séquençage issues des échantillons alimentaires potentiellement concernés sont disponibles, elles sont comparées aux isolats provenant de patients touchés afin de vérifier s'il s'agit du même cluster. Lorsque les éléments concordent, ce qui demande du temps et parfois de la chance, la source du foyer peut être identifiée.

Dans le cas de l'incident Chavegrand, cette identification est arrivée en août, et confirmée dans la communication du ministère français de l'Agriculture et de la Souveraineté alimentaire. Après l'identification d'un lien entre les malades et le fromage de Chavegrand, un rappel de produits plus large a été effectué. Cela ne signifie toutefois pas nécessairement que les fromages aient effectivement été contaminés par la listeria.

L'enquête ouverte chez Chavegrand est menée par les autorités françaises. Depuis le rappel de produits lancé en août, aucune nouvelle notification justifiant de nouveaux rappels de produits n'a été transmise par les autorités françaises via le système européen de notification des risques pour la santé découlant des denrées alimentaires. Cela indique que la situation est désormais sous contrôle.

En Belgique, les analyses ne sont pas systématiquement effectuées sur les lots rappelés, puisque ceux-ci ne sont plus destinés à la consommation. Il n'a dès lors pas été possible de confirmer une éventuelle contamination en Belgique.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, comme vous l'avez rappelé, les autorités françaises ont réagi sans délai. Elles ont respecté scrupuleusement la réglementation européenne. Par ailleurs, en ce qui concerne la source de la listeria, vous avez dit que ces démarches sont difficiles. Le point principal que je retiendrai, c'est que la situation est désormais sous contrôle. C'est évidemment essentiel pour les consommatrices et les consommateurs. La présidente : La question n° 56006525C de M. Patrick Prévot est transformée en question écrite à sa demande.

Het beslag op een schuld van de Regie der Gebouwen voor de betaling van dwangsommen aan asielzoekers

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Britt Huybrechts kritiseert het falend asielbeleid dat de Regie der Gebouwen misbruikt als "spaarpot" voor dwangsommen aan asielzoekers, na een arrest dat 39.567,50 euro toekende—een gevaarlijk precedent volgens haar. Minister Vanessa Matz benadrukt dat het bedrag nog niet is uitbetaald, het arrest geen algemene verplichting creëert, en enkel een uitzonderlijke zaak (4 asielzoekers, 1 advocaat) betreft. Huybrechts vreest dat de "uitzondering" systeemmisbruik in de hand werkt, ondanks Matz’ geruststelling dat er geen lopende zaken zijn. Kern: juridische onzekerheid over toekomstige claims blijft, met risico op herhaling.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de minister, ik kaart niet louter een technisch arrest over schuldvorderingen aan, maar het falend federaal asielbeleid, omdat het nevenschade veroorzaakt bij andere overheidsdiensten, in casu de Regie der Gebouwen. Dat agentschap zou zich bezig moeten houden met het beheer van justitiepaleizen, kazernes en overheidsgebouwen en met de beveiliging van musea. Vandaag wordt het evenwel misbruikt als spaarpot om dwangsommen aan asielzoekers te betalen. In december 2023 werd een bedrag van meer dan 39.000 euro in beslag genomen op een schuld van de Regie der Gebouwen. In oktober heeft het Hof van Beroep te Brussel bevestigd dat dat bedrag effectief mag worden gebruikt om dwangsommen aan asielzoekers te betalen. Als dat geen precedent is, wat is het dan wel?

Wie denkt dat dat het laatste dossier zal zijn, is naïef. De combinatie van de capaciteitscrisis, juridische dwangsommen en creatief procederen maakt de Regie der Gebouwen plots een interessant doelwit voor advocaten die op zoek zijn naar inning van dwangsommen voor asielzoekers, die veeleer gelukszoekers zijn.

Is het bedrag van 39.000 euro inmiddels effectief uitbetaald aan de betrokken asielzoekers of hun advocaten? Zo ja, op welke datum is dat gebeurd en via welk mechanisme?

Zijn er nog lopende of aangekondigde procedures waarbij schuldeisers of advocaten van asielzoekers beslag proberen te leggen op middelen of schulden van de Regie der Gebouwen? Zo ja, hoeveel dossiers betreft dat momenteel? Welke bedragen worden daarbij gevorderd?

Hoeveel eisers, asielzoekers of advocaten, zijn momenteel betrokken bij inbeslagnames of pogingen daartoe tegen de Regie der Gebouwen?

Minister Van Bossuyt heeft eerder verklaard dat de Regie der Gebouwen geen dwangsommen betaalt aan asielzoekers, omdat zij daar juridisch niet toe gehouden is. Hoe verhoudt dat standpunt zich tot het arrest van het Hof van Beroep te Brussel? Meent u dat uitvoering van het arrest het principe wijzigt, dan wel het daarmee bij een eenmalige uitzondering blijft?

Vanessa Matz:

Mevrouw Huybrechts, op dit moment heeft de Regie der Gebouwen nog geen instructie ontvangen van de advocaat van de betrokken asielzoekers, de advocaat van de Kanselarij of de deurwaarder. De Regie der Gebouwen krijgt pas opnieuw verplichtingen opgelegd, zodra het vonnis is uitgesproken of er uitsluitsel zijn in geval van verzet. Er werd dus geen enkel bedrag uitbetaald.

Behalve het betreffende derdenbeslag is de Regie der Gebouwen niet betrokken bij andere door asielzoekers opgestarte procedures. Het derdenbeslag werd opgelegd op verzoek van vier asielzoekers die door dezelfde advocaat worden vertegenwoordigd. De Regie der Gebouwen betaalde geen dwangsommen aan de asielzoekers, omdat zij daar juridisch niet toe gehouden is.

Het arrest van het hof van beroep heeft gedeeltelijk de opheffing van het beslag onder derden bij de Regie der Gebouwen bevolen, met uitzondering van het bedrag van 39.567,50 euro. Dat arrest creëert geen algemene en automatische verplichting voor de Regie der Gebouwen om dwangsommen te betalen in andere dossiers van asielzoekers. Het betreft een uitspraak in een uitzonderlijke en zeer specifieke context op basis van omstandigheden die eigen zijn aan die rechtszaak.

Britt Huybrechts:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik ben blij te horen dat er nog niet is uitbetaald, maar kennelijk kan dat dus wel nog gebeuren. Dat is een gevaarlijk precedent. U argumenteert dat het een uitzondering zou zijn, maar we moeten heel vaak vaststellen dat uitzonderingen nadien misbruikt worden om van bepaalde handelwijzen een logisch en geautomatiseerd proces te maken. Ik zal het dossier blijven opvolgen. Ik hoop dat de Regie der Gebouwen nooit dwangsommen aan asielzoekers zal betalen.

De diplomatieke bescherming van de Belgische staatsburgers aan boord van de vloot naar Gaza
Het naar de Palestijnse gebieden versluisde Belgische geld
De dringende invoering van een importverbod
De deadline in het Amerikaanse stappenplan en de reactie van Hamas
De repatriëring van de Global Sumud Flotilla
Het staakt-het-vurenplan in het Midden-Oosten
De afwikkeling van de repatriëring van de Thousand Madleens Flotilla
Het staakt-het-vuren in Gaza
De heropstanding van Hamas in Gaza
De EU-Raad van 23 oktober
De budgetten voor ontwikkelingssamenwerking en Belgische humanitaire hulp voor Gaza
De vernieling door Israël van door België gefinancierde infrastructuur op de Westbank
De schending van het staakt-het-vuren en de hervatting van de genocide in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
De Belgische medeplichtigheid aan de Israëlische bezetting
De vernieling van humanitaire bouwwerken op de Westelijke Jordaanoever
Het politieke akkoord in Gaza
De hulpvloten voor Gaza en de werking van de consulaire diensten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De gevangenhouding van Marwan Barghouti door Israël
Fase 2 van het staakt-het-vuren in Gaza
Het recordaantal kolonistenaanvallen in oktober
De genocide in Gaza
Gaza
De naleving van de akkoorden over het staakt-het-vuren in Gaza
Het vredesakkoord van Sharm el-Sheikh en de uitvoering ervan
Belgische betrokkenheid, Gaza-conflict en humanitaire crisis in het Midden-Oosten

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de fragiele wapenstilstand tussen Israël en Hamas en de Belgische/Europese rol in het conflict, met focus op vier kernthema’s: 1. Kritiek op het "Trump-plan" en de VN-resolutie: deze worden gezien als koloniaal, eenzijdig (pro-Israël) en negeren kernkwesties zoals bezetting van de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem, en de tweestatenoplossing, terwijl Hamas’ ontwapening en Israëlische terugtrekking onzeker blijven. 2. Belgische maatregelen onder vuur: ondanks beloftes (importverbod nederzettingsproducten, sancties, erkenning Palestina) ontbreekt concrete uitvoering—Belgische banken en bedrijven blijven betrokken bij Israëlische bezettingseconomie, en consulaire steun aan kolonisten werd pas recent stopgezet; het importverbod vertraagt door bureaucratie. 3. Humanitaire crisis en mensenrechtenschendingen: marteling van Palestijnse gevangenen (inclusief verkrachtingen), blokkade hulp Gaza (slechts 150/600 nodige vrachtwagens per dag), en kolonistengeweld in Cisjordanie (recordaantal aanvallen in oktober) blijven ongestraft, terwijl Israëlische schendingen van de wapenstilstand (240+ incidenten) worden gedoogd. 4. Toekomstperspectief somber: zonder politieke oplossing (tweestaten, Palestijnse zelfbeschikking) en effective druk op Israël (embargo’s, sancties) dreigt het conflict chronisch te blijven, met Hamas’ heropstanding in Gaza en versnippering Palestijns gebied als risico—terwijl de EU weifelt en België economische banden met Israël handhaaft.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, dans le cadre du débat d'actualité, j'ai souhaité aborder un sujet autre que celui initialement prévu, car l'actualité est dominée quotidiennement par un nouvel évènement. Le contexte dans cette partie du monde nous confronte à une actualité mouvante qui nous demande d'être flexibles. En Israël, l'actualité s'est concentrée récemment sur les conditions de la fuite dans les médias d'une vidéo figurant cinq soldats israéliens violant un détenu. Or les débats ont étrangement omis de dénoncer le fait lui-même, alors qu'il est symptomatique d'un phénomène dénoncé par les ONG ainsi que par les témoignages des détenus.

Plusieurs rapports témoignent en effet des conditions épouvantables dans lesquelles les Palestiniens vivent dans ces prisons: simulations de noyade, brûlures de cigarettes, privation d'eau et de nourriture, électrocutions, attaques de chiens, viols etc. La liste est bien trop longue. Les prisons israéliennes sont de plus en plus des zones de non-droit. L'usage de la torture et de traitements dégradants à l'encontre des Palestiniens y sont régulièrement décrits comme systématiques. Plus de 11 000 Palestiniens sont détenus et plus de la moitié d'entre eux sans aucune charge. Plus d'un millier d'enfants en font partie, sans aucun respect pour leurs droits, tandis que 500 femmes sont actuellement détenues, subissant quotidiennement tortures, humiliations, violences et viols, spécifiquement conçus pour humilier les femmes.

Une chose est sûre: le traitement inhumain des détenus palestiniens est symptomatique de la politique d'apartheid israélienne. Cette dernière s'applique à détruire la dignité palestinienne et est largement restée impunie. L'ONG israélienne B'Tselem parle d'une politique institutionnelle axée sur la maltraitance et la torture.

Quel dialogue entretenez-vous avec Israël sur ces rapports témoignant de traitements dégradants et inhumains infligés aux détenus palestiniens? La Belgique soutient-elle l'envoi d'observateurs internationaux pour examiner les conditions de détention dans les prisons? Pourriez-vous nous communiquer une évaluation du suivi des mesures prises par le kern ce 2 septembre notamment sur les sanctions et la reconnaissance conditionnelle de la Palestine, au vu de l'accord de paix de Trump et de la résolution du Conseil de sécurité?

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, ik start met mijn vraag over het importverbod. Verschillende Europese landen hebben de afgelopen maanden maatregelen genomen om de import van goederen uit Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied te verbieden. Slovenië heeft al een importverbod opgelegd en Ierland werkt aan een wet om een ban te implementeren. As we speak, worden Israëlische nederzettingen agressief uitgebreid ten koste van het Palestijnse landbezit en van Palestijnse levens, met voortdurende mensenrechtenschendingen. Het Internationaal Hof van Justitie bevestigde op 19 juli 2024 dat die nederzettingen illegaal zijn en dat landen passende maatregelen moeten nemen om daar niet aan mee te werken.

Het kernkabinet heeft op 2 september na een woelige zomer beslist om het voorbeeld van Ierland en Slovenië te volgen. De ministers van Economie, Financiën en Buitenlandse Zaken werden gelast een koninklijk besluit op stellen met het oog op een nationale importban van goederen die worden geproduceerd, ontgonnen of verwerkt in de door Israël bezette gebieden, inclusief de nodige controle op de naleving.

Kunt u een stand van zaken van dat beoogd koninklijk besluit geven? Wanneer zal het worden uitgewerkt en wanneer zal het van kracht worden? Heeft België contact opgenomen met Ierland en Slovenië om ervaringen uit te wisselen over de implementatie van de maatregelen? Indien ja, welke inzichten kwamen daaruit voort? Acht de regering het niet dringend dat KB zo snel mogelijk uit te vaardigen, gelet op de ernst van de situatie in de bezette gebieden?

Ik kom tot mijn vraag over het staakt-het-vuren. Een maand geleden werd het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas van kracht, na uitwisseling van gevangenen en gijzelaars en het na het opnieuw toelaten van humanitaire hulp.

Er zijn nu gesprekken opgestart voor fase 2 van het Amerikaanse staakt-het-vurenplan, die voor duurzame vrede moeten zorgen.

Na de initiële blijdschap van de Palestijnen en Israëli blijven nu heel veel belangrijke vragen open, ondanks Trumps grote woorden, niet het minst over de vredesmacht en het Palestijns bestuur. Terwijl Israël zich volledig moet terugtrekken langs de yellow line , vinden er bombardementen plaats. Bovendien weigert Israël elke betrokkenheid van de Palestijnse Autoriteit. Het legt de vinger op de wonde: dit is een plan gemaakt door Amerikanen, met minimale participatie van de Palestijnen en bovendien is het eerder een ultimatum dan een onderhandeld vredesakkoord. Het zwijgt ook volledig over de steeds sneller groeiende en voortdurende illegale kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever door Israël.

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Gelet op de grote obstakels, zoals de Israëlische afwijzing van de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische bombardementen langs de ye llow line , deelt u de analyse dat de tweede fase, bij gebrek aan duidelijke mechanismen en druk op de partijen, een zeer hoge kans op mislukken heeft?

Er bestaat diepe twijfel over de haalbaarheid van de multinationale veiligheidsmacht. Welke informatie hebt u daarover ontvangen van onze partners? Wat is de Belgische analyse van de levensvatbaarheid van dat VS-plan? Werd België of de EU reeds benaderd om hierin een rol te spelen? Er wordt gewaarschuwd voor een de facto opdeling van Gaza, waarbij Israël 53 % van het gebied controleert en Hamas de rest. Hoe evalueert u dat risico op een permanente versnippering? Welke concrete druk zet België, bilateraal en binnen de EU, op de Israëlische regering om de uitbreiding van de kolonisatie op de Westelijke Jordaanoever, die ook tijdens het staakt-het-vuren doorgaat, onmiddellijk te stoppen, en de afspraken van het staakt-het-vurenakkoord na te leven?

Mijnheer de minister, ik heb ook nog een vraag over de kolonistenaanvallen in oktober. Hoe beoordeelt u die nieuwe escalatie, met name de aanval op de moskee en het recordaantal geregistreerde kolonistenaanvallen in oktober?

Welke dringende stappen onderneemt België, zowel bilateraal als binnen de EU, om druk uit te oefenen op Israël om het geweld en de straffeloosheid op de Westelijke Jordaanoever daadwerkelijk aan te pakken?

Hoe ziet u nog perspectief voor een politiek proces richting vrede, zolang de Westelijke Jordaanoever geteisterd wordt door steeds intensiever kolonistengeweld en een verdere versnippering door illegale nederzettingen, die een Palestijnse Staat fysiek onmogelijk maken?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar mijn schriftelijk ingediende vragen. Ik heb er heel veel ingediend. Ik hoor graag uw antwoorden, en ik ben ervan overtuigd dat u de huidige inzichten inzake het VN-plan dat is goed gekeurd, ook zult meegeven.

Voorzitter:

Dank u wel, dat is efficiënt.

Kathleen Depoorter:

Op 3 oktober verklaarde de Amerikaanse president Trump dat hij de terreurorganisatie Hamas tot zondag middernacht geeft om een antwoord te geven op het plan dat hij eerder die week lanceerde. Zoniet voorziet de Amerikaanse president in een aanzienlijke escalatie. In dit 20-puntenplan wordt voorzien in de ontwapening van de organisatie en dat deze geen rol meer kan spelen in het verdere proces. Er zou ook een regering van technocraten aangesteld worden die de heropbouw van Gaza moet overzien.

Alle gijzelaars moeten volgens het plan vrijgelaten worden. De gehele Gazastrook zou niet geannexeerd worden door Israël – net zoals de Westelijke Jordaanoever – maar wel militair geneutraliseerd worden.

Enkele kleinere Palestijnse gewapende groeperingen wezen het voorstel af. Hamas zegt dat het de clausules aangaande de ontwapening van de terreurgroep wil heronderhandelen en vraagt ook “internationale garanties” betreffende het statuut van Gaza. Ondertussen spraken meerdere landen hun steun uit voor het plan.

Mijn vragen voor de minister:

1. Welke conclusies trekt u uit de reactie van Hamas die Hamas uitstuurde nog voor de deadline van 3 oktober?

2. Welke conclusies trekt u uit de reactie van Hamas na de deadline van 3 oktober – als die er is?

3. Hoe ziet u de vervolgstappen?

In de nacht van 1 op 2 oktober werd de Global Sumud Flotilla dat bestond uit een groep van een kleine veertig schepen door de Israëlische marine aangehouden. Israëlische regering benadrukt dat alle van de ongeveer 200 arrestanten van de vloot in goede gezondheid verkeren en heeft naar eigen zeggen de uitzettingsprocedure opgestart.

U verklaarde dat de rechten van de aangehouden Belgen gevrijwaard moeten worden en dat er zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van een repatriëring. Daarnaast verklaarde u dat u uw diensten mobiliseert om consulaire bijstand te verlenen. De Zweedse regering verklaarde bij een eerdere poging dat zij die willen afvaren naar het gebied ten volle de risico’s kennen en dus niet op consulaire bijstand moesten rekenen.

Daarnaast riep Thunberg in juli op om de Zweedse regering onder druk te zetten door de nooddiensten te bellen en te berichten. Dit leidde tot de overbelasting van de nooddiensten waardoor andere Zweedse burgers geen toegang konden krijgen tot urgente consulaire bijstand.

1. Hoeveel personen werden uiteindelijk naar België gerepatrieerd? Over hoeveel personen met de Belgische nationaliteit gaat het? Zijn er personen met een andere nationaliteit die ook naar België zijn teruggestuurd?

2. Hoeveel bedragen de totale kosten die werden gemaakt bij het repatriëren en de ondersteuning van Belgen die deel uitmaakten van de Global Sumud Flotilla?

3. Door wie worden deze kosten gedragen? Worden deze kosten nadien verhaald?

4. Speelt het feit dat deelnemers zich redelijkerwijs bewust hadden moeten zijn van de risico’s mee in het verhalen van gemaakte kosten?

5. Speelt het feit dat voor het afreizen naar de betrokken conflictzone een negatief advies geldt mee in het verhalen van gemaakte kosten?

6. Spelen bovenstaande elementen mee bij terugbetalingen vanuit een verzekering?

7. Werd de werking van de consulaire diensten en/of de noodnummers door dit incident geïmpacteerd?

8. Hebt een indicatie wat er zal gebeuren met de noodhulp die de Global Sumud Flotilla mee had? Over hoeveel ton gaat het en over welke hulpmiddelen ging het?

Na twee jaar van conflict werd er recent een eerste akkoord bereikt tussen Israël en Hamas. Onder bemiddeling van de Verenigde Staten, Turkije, Egypte en Qatar werd een staakt-het-vurenplan overeengekomen dat voorziet in de vrijlating van de laatste gijzelaars, de terugtrekking van Israëlische troepen tot een afgesproken punt, en de vrijlating van Palestijnse gevangenen. Dit akkoord wekt voorzichtige hoop op een doorbraak in een lang aanslepend conflict. Tegelijk wijzen experts erop dat grote uitdagingen blijven bestaan: de ontwapening van Hamas, de humanitaire situatie in Gaza, en de vraag naar toekomstig bestuur en veiligheid in de regio.

Graag verneem ik het volgende van u

1. Welke recente informatie heeft de minister over de uitvoering van dit akkoord, in het bijzonder over de tijdslijn voor de vrijlatingen en de Israëlische terugtrekking?

2. Hoe zal België, binnen het Europese kader, bijdragen aan de humanitaire hulpverlening die nu mogelijk weer op gang kan komen in Gaza?

3. En hoe beoordeelt de minister de internationale samenwerking rond dit akkoord? Welke rol kan de Europese Unie opnemen om bij te dragen aan stabiliteit, naleving van afspraken en het vooruitzicht op een duurzame politieke oplossing?

Op 10 oktober verklaarde u dat 6 van 8 deelnemers aan de Thousand Madleens flotilla onderweg zouden zijn naar België. Op 7 oktober werd ook deze vloot door de Israëlische marine onderschept. Vijf dagen eerder de gebeurde dat ook met de Global Sumud Flotilla.

Net zoals dat het geval was bij de Global Sumud Flotilla dienden de rechten van de aangehouden Belgen gevrijwaard te worden. Nog andere twee Belgen zouden op een later tijdstip terugkeren maar ook hier zou ik willen ingaan op de kosten die gemaakt werden om de ondersteuning te verlenen.

Mijn vragen voor de minister:

1. Hoeveel personen die deel uitmaakten van de Thousand Madleens flotilla werden uiteindelijk naar België gerepatrieerd? Over hoeveel personen met de Belgische nationaliteit gaat het? Zijn er personen met een andere nationaliteit die ook naar België zijn teruggestuurd?

2. Hoeveel bedragen de totale kosten die werden gemaakt bij het repatriëren en de ondersteuning van Belgen die deel uitmaakten van de Thousand Madleens flotilla?

3. Door wie worden deze kosten gedragen? Worden deze kosten nadien verhaald?

4. Speelt het feit dat deelnemers zich redelijkerwijs bewust hadden moeten zijn van de risico’s – alsook het gegeven dat de Global Sumud Flotilla werd aangehouden en redelijkerwijs ook dit het scenario was voor de Thousand Madleens flotilla - mee in het verhalen van gemaakte kosten?

5. Speelt het feit dat voor het afreizen naar de betrokken conflictzone een negatief advies geldt mee in het verhalen van gemaakte kosten?

6. Spelen bovenstaande elementen mee bij terugbetalingen vanuit een (persoonlijke) verzekering?

7. Werd de werking van de consulaire diensten en/of de noodnummers door dit incident geïmpacteerd?

8. Hebt u een indicatie wat er zal gebeuren met de noodhulp die de Thousand Madleens flotilla mee had? Over hoeveel ton gaat het en over welke hulpmiddelen ging het?

Na meer dan twee jaar is er in Gaza sprake van een staakt-het-vuren tussen de Israëlische regering, diens strijdkrachten en Hamas na het initiatief van de Amerikaanse president Trump. Dit geeft de kans om humanitaire hulp te sturen en medische zorgen te bieden aan wie dat nodig heeft. Ondertussen is er een werkgroep opgestart om de heropbouw van Gaza te faciliteren. Er werd internationaal veel druk gezet om dit staakt-het-vuren te bekomen en we stellen vast dat Hamas – dat eigenlijk geen rol meer kan spelen in de toekomst van Gaza – nu met bijzonder harde methodes de eigen bevolking terroriseert en andere politieke facties uitschakelt. In Gaza-stad werden deze week breed uitgesmeerd op socale media net na het staakt-het-vuren, acht mannen geëxecuteerd die werden beschuldigd van samenwerking met Israël. Ze kregen een blinddoek om, moesten knielen en werden van dichtbij neergeschoten, de omstaanders konden hun goedkeuring niet wegsteken.

Mijn vragen voor de minister:

1. Wat is uw inschatting van de huidige situatie in Gaza? Welke conclusies trekt u op basis van de berichten over executies door Hamas over de politieke ontwikkelingen aan Palestijnse zijde?

2. Kan u verklaren hoe het kan dat een bijna 7000-tellende macht van Hamas-strijders na de confrontatie met het IDF in staat is om dergelijke acties uit te voeren?

3. Wat berichten de hulporganisaties ter plaatse over de situatie? Welke inschatting maken zij van de “heropstanding" van Hamas?

4. Hoe beoordeelt u - gegeven dat u vasthoudt aan het feit dat Hamas geen politieke rol meer kan spelen – de aanduiding door deze organisatie van 5 nieuwe gouverneurs?

5. Als een ontwapening van Hamas volgens het 20-puntenplan niet mogelijk is, wat zal er volgens u dan gebeuren?

Volgens recente berichtgeving in POLITICO is het plan van de Europese Unie om sancties in te voeren tegen bepaalde Israëlische regeringsleden en om handelsrelaties te beperken, voorlopig on hold gezet. Een aantal lidstaten acht deze maatregelen niet langer noodzakelijk in het licht van de door president Donald Trump bemiddelde vredesovereenkomst tussen Israël en Hamas, die de eerste fase van een staakt-het-vuren moet inluiden. Maar ondertussen lijkt Hamas de controle over Gaza opnieuw te verwerven.

Mijn vragen voor de minister:

1. Hoe beoordeelt u het uitstel van de voorgestelde EU-sancties tegen Israëlische ministers en kolonisten?

2. Hoe positioneert u zich ten opzichte van de uitvoering van deze maatregelen?

3. Wat verwacht u van de komende Raad Buitenlandse Zaken op 20 oktober en de Europese Raad van 23 oktober, waar dit dossier opnieuw op de agenda staat? Wat is het standpunt van de Belgische Regering?

4. U gaf aan dat het gebrek aan actie “de geloofwaardigheid van de EU ernstig heeft ondermijnd" – kan u dit toelichten?

5. En hoe wordt onze humanitaire steun aan de Palestijnse bevolking afgestemd op de nieuwe geopolitieke context?

6. Er zijn sterke indicaties dat Hamas de controle over Gaza wil heroveren na het wegtrekken van het IDF: in hoeverre belemmert dit de vereiste ontwapening van Hamas?

Nabil Boukili:

Bonjour, monsieur le ministre. Pour la énième fois, nous vous interpellons sur la question de Gaza et le génocide en cours. Il est vrai qu'un cessez-le-feu est intervenu depuis le 10 octobre mais c'est surtout un trompe-l'œil. Car depuis son entrée en vigueur, Israël a violé ce cessez-le-feu plus de 240 fois. À l'heure actuelle, Israël continue d'assassiner les Gazaouis; continue son génocide; continue de bloquer l'acheminement de l'aide humanitaire et d'affamer les enfants; continue d'empêcher les Gazaouis de se soigner; continue, enfin, sa politique coloniale et génocidaire. Elle n'a toujours pas cessé.

La seule chose qui a changé depuis le plan colonial Trump, c'est l'intensité. Nous sommes passés à un génocide de moindre intensité mais il est toujours en cours. Cet É tat colonial génocidaire torture – on a vu les révélations faites en Israël sur le comportement des soldats citées par ma collègue tout à l'heure – et la réaction du gouvernement israélien est de s'attaquer davantage à ceux qui dénoncent ces comportements qu'aux perpétrateurs. Cela nous rappelle la dénonciation des crimes de guerre américains en Irak et en Afghanistan où on s'est davantage attaqué aux lanceurs d'alerte qu'aux criminels de guerre. Force est de constater que c'est un peu la coutume dans la politique occidentale, parce que ce qui se passe aujourd'hui à Gaza contre le peuple palestinien et en Cisjordanie où les Palestiniens sont quotidiennement harcelés en violation de toutes les dispositions internationales qui défendent les droits humains, se fait avec la complicité de l'Union européenne et de la Belgique.

Si tel n'était pas le cas, Israël ne pourrait pas se comporter de la sorte. S'il continue à le faire, c'est parce que la Belgique et l'Union européenne sont derrière le gouvernement israélien en dépit de toutes ses violations du droit international et des droits humains. Et c'est pour cela que, malgré la pluie, le froid et la diminution de la couverture médiatique ces derniers temps de la situation à Gaza et malgré le fait que l'on tente de faire accroire que la situation s'améliore avec ce cessez-le-feu, des milliers de personnes sont descendues dans la rue dimanche passé pour dénoncer cette complicité, ce soutien de l'Union européenne et de la Belgique à la politique coloniale et génocidaire israélienne.

Cela reste des faits, monsieur le ministre. Il convient de distinguer faits et déclarations. Vous avez déclaré que vous prendriez des sanctions à l'encontre de l' É tat d'Israël mais rien n'a été fait. Les produits issus des colonies viennent toujours en Belgique. Aucune loi pour les interdire n'a été promulguée. Dans les faits, rien n'a changé.

La Belgique reste le septième partenaire économique d'Israël au sein de l'Europe. On continue par exemple le contrat avec l'entreprise CAF, des institutions financières publiques et des entreprises contrôlées par l' É tat belge comme Belfius, KBC, BNP Paribas, TKH Security dans laquelle la Banque nationale de Belgique a investi trois millions d'euros. C'est une entreprise qui fournit des équipements pour espionner les civils palestiniens. eDreams ODIGEO est une entreprise qui propose des logements à la location dans les colonies israéliennes illégales. Nos banques publiques investissent dans de telles entreprises. Notre complicité est totale.

Donc, monsieur le ministre, à quand de vrais actes? Parce que depuis la déclaration faite et l'accord du gouvernement pour sanctionner Israël, nous n'avons rien vu. La complicité continue.

Et où en sommes-nous par rapport à l'embargo militaire? Qu'est-ce qui a changé, concrètement, sur le terrain? Ma question est claire: ces derniers temps, quels changements concrets sont intervenus sur le terrain? Nous demeurons le septième partenaire économique de l' É tat d'Israël en dépit des accusations de génocide.

La présidente : M. Aouasti n’est pas présent.

Mevrouw Yigit is ook niet aanwezig.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je suis contente de vous voir, ainsi que les collègues, sains et saufs, malgré vos péripéties de voyage. C'est une bonne nouvelle.

J'avais envie de vous interroger sur plusieurs éléments, mais je vais me concentrer sur le cessez-le-feu ou plutôt le supposé cessez-le-feu, ce faux cessez-le-feu qui est en cours actuellement à Gaza, puisqu'il a été conclu voici quelques semaines. Ce "cessez-le-feu" devait permettre d'avoir enfin un répit pour les populations civiles palestiniennes. Cela devait ouvrir la voie à la reconstruction, au retour de l'aide humanitaire, des vivres, de l'eau, de l'électricité et surtout à l'arrêt des bombardements et à la fin du blocus. Mais, à peine les otages libérés, à peine les familles endeuillées avaient-elles pu souffler, que les bombardements ont repris de manière très intense. Des frappes touchent des zones civiles. Des enfants meurent. L'aide humanitaire n'entre pas toujours. Et l’ONU nous alerte: nous assistons clairement à une rupture du cessez-le-feu, en violation directe du droit international humanitaire – une fois de plus de la part d'Israël.

Pendant des mois, il nous a été répété qu'une fois que les otages seraient libérés, la paix reviendrait. Les otages ont été libérés, heureusement. Et pourtant, le cessez-le-feu, lui, n'a pas été respecté et les bombardements continuent. À travers cet ersatz de cessez-le-feu, on voit l'hypocrisie du gouvernement israélien.

Monsieur le ministre, y a-t-il de votre part une condamnation ferme et claire de cette rupture du cessez-le-feu par Israël? Quand la Belgique appellera-t-elle clairement à un embargo sur les armes et à la suspension de tout accord de coopération avec un État génocidaire? Comptez-vous soutenir l’adoption d'autres sanctions ciblées contre les responsables de cette violation? On sait qu'un train de petites sanctions ont été prises par la Belgique mais, comme les collègues l'ont dit, ne sont pas encore réellement effectives. D'autres sanctions peuvent-elles être prises?

Ma seconde question porte sur la destruction par Israël des infrastructures humanitaires financées par l’Union européenne et par plusieurs États membres, dont la Belgique. C’est ce que révèle une enquête de la VRT.

Ces infrastructures, ce sont des écoles, des réseaux d’eau et d’électricité, des projets destinés à garantir un minimum de dignité à des familles palestiniennes vivant sous occupation. Dans vos déclarations à la VRT, vous disiez, monsieur le ministre, "qu'il est absurde que ces infrastructures soient détruites, mais il n’est pas absurde que nous continuions à les construire". Je partage cette conviction mais cela n'est pas suffisant. Il faut vraiment construire encore et encore ce qu’Israël continue à détruire en toute impunité. Ce n'est plus vraiment une politique mais un constat d’échec. C'est une stratégie de destruction massive et assumée.

Quelles mesures supplémentaires avez-vous évoquées avec le ministre israélien des Affaires étrangères? Y a-t-il des actions concrètes au-delà des lettres ou appels de la Belgique et de l'Union européenne?

Concernant les budgets de la Coopération et de l'aide humanitaire à Gaza, lors du dernier débat d'actualité consacré à cette question, vous aviez annoncé qu'une enveloppe de 12,5 millions d'euros d'aide humanitaire s'ajoutant aux 7 millions d'euros déjà promis – annonce importante soulignée et applaudie – se répartissait de la sorte: 4,5 millions pour l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA), 2 millions pour la Croix-Rouge et 6 millions pour le Bureau de la coordination des affaires humanitaires (OCHA) sous forme de financements flexibles.

On observe une zone d'ombre sur un point essentiel. D'où proviennent ces fonds? La décision du kern et du Conseil des ministres est explicite: ces 12,5 millions doivent provenir des crédits courants, c'est-à-dire du budget déjà existant de votre département. Or, on sait que les marges financières sont extrêmement limitées. On comprend que chaque euro dégagé pour Gaza doit être pris ailleurs. Dès lors, sur quel postes budgétaires précisément prendrez-vous ces redéploiements afin de financer cette somme? Quel sera l'impact concret des réaffectations? Quelles initiatives ou quels programmes verront leur budget réduit et dans quelle proportion?

Els Van Hoof:

De situatie blijft fragiel. Sinds het ingaan van het staakt-het-vuren werden heel wat nieuwe aanvallen uitgevoerd en gebouwen vernield. In totaal werden zo'n 1.500 gebouwen die onder Israëlische controle bleven, vernield. Er zouden zelfs volledige buurten met de grond gelijk zijn gemaakt. Ook is er nog steeds een voedselcrisis. Er is nood aan meer dan 600 vrachtwagens per dag, maar er komen er slechts 150 binnen.

De toekomst van de Gazastrook is onduidelijk. De resolutie hierover werd vannacht aangenomen. We hadden graag uw reactie daarop gehoord, want we horen uiteenlopende reacties. De Board of Peace werd opgericht en er zou een internationale stabilisatiemacht komen. Dat is overigens geen formele VN-vredesmacht. De Palestijnse Autoriteit reageert voorzichtig positief en beschouwt dat als een eerste stap op de lange weg naar vrede. Hamas verwerpt de resolutie, omdat op die manier internationale voogdij over Gaza zou worden uitgeoefend. In welke richting reageren België en de Europese Unie? Dertien leden stemden voor, terwijl China en Rusland zich hebben onthouden. Ik zou graag weten welke reactie wij daar vandaag op geven.

Sinds 2015 hebben kolonisten minstens 127 van de 473 humanitaire bouwwerken vernield, om nog maar te zwijgen van de systematische vernielingen van humanitaire bouwwerken door de Israëlische autoriteiten. Ik heb daar destijds al vragen aan minister Reynders over gesteld. Hoe reageert België daarop? Worden er juridische procedures aangespannen? Wordt dat probleem op het niveau van de Europese Unie aangekaart of worden hier formele brieven over verstuurd?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, nous parlons à nouveau de Gaza. Mais, pour une fois, nous avons un espoir. Un cessez-le-feu est entré en vigueur. L’aide humanitaire est revenue. Et cette nuit, une résolution du Conseil de sécurité a entériné le plan de paix des États-Unis. Ce sont des réels progrès, même si beaucoup de doutes persistent encore. J’y reviendrai.

Les questions que j’avais déposées portaient sur deux thèmes: d’abord, sur le fonctionnement de nos services consulaires dans le cadre de la participation des citoyens et citoyennes belges aux flottilles qui entendaient se rendre à Gaza. Ces initiatives citoyennes, bien que portées par des motivations humanitaires, peuvent exposer nos ressortissants à des risques importants, notamment d’interception ou de détention.

Dans ce contexte, pouvez-vous dès lors préciser comment nos services consulaires interviennent lorsqu’un citoyen belge participe à une flottille en direction de Gaza, notamment en cas d’arrestation, d’incident maritime ou de restriction de mouvement?

Quels contacts ont été établis avec les autorités israéliennes et avec nos partenaires européens durant la détention et l’expulsion des participants? Comment le SPF Affaires étrangères informe-t-il les Belges des risques liés à de telles initiatives et des limites de la protection consulaire dans une zone sous embargo et/ou en conflit?

Quelles leçons tirer de cette opération pour améliorer la réactivité, la transparence et la communication consulaires lors des futures crises impliquant des ressortissants belges?

Mes autres questions portent sur le cessez-le-feu du 9 octobre dernier et sa mise en œuvre. Grâce à lui, enfin, le retour mutuel des otages et prisonniers dans leurs familles; enfin, l'arrivée de l'aide humanitaire à Gaza. L'accord entre Israël et le Hamas permet un retour de l'espoir dans cette région ravagée. Cependant, la mise en œuvre de l'accord soulève certains doutes. On peut se demander si chacune des parties a la réelle volonté de mettre en œuvre les accords de bonne foi.

Du côté du Hamas, on peut se féliciter qu'il ait enfin libéré les otages encore vivants et qu'il ait rendu la plupart des corps de ceux qui étaient décédés. Néanmoins, on ne détecte aucune volonté d'abandonner la gouvernance de Gaza ou de désarmer. Le message du Hamas est: "J'ai survécu à la guerre, je continue à contrôler le territoire et je me prépare au prochain round de combats". Du côté d'Israël, on peut se féliciter du retrait partiel d'une partie du territoire et de l'arrêt des opérations majeures de combat. De même, l'aide humanitaire peut enfin entrer. Néanmoins, on ne détecte aucune volonté de la part d'Israël de passer à la deuxième phase des négociations, puisque des bombardements continuent à tuer régulièrement des civils palestiniens, y compris des enfants. Si le risque de famine a fortement diminué, l'aide humanitaire n'atteint pas encore les objectifs fixés de 600 camions par jour. Le message d'Israël est: "J'ai gagné la guerre, je continuerai pour longtemps à contrôler une partie du territoire et je me prépare au prochain round de combats".

Monsieur le ministre, le Conseil de sécurité des Nations Unies a adopté la nuit dernière une résolution endossant le plan américain. Elle est déjà rejetée en tout ou en partie, tant par Israël que par le Hamas. Comment faire la paix avec des protagonistes qui n'en veulent pas réellement? Croyez-vous qu'une force internationale de stabilisation pourra être déployée comme prévu? Où en est la formation de l'autorité de transition du territoire de Gaza?

Voorzitster: Kathleen Depoorter.

Présidente: Kathleen Depoorter.

Quelles mesures la Belgique compte-t-elle prendre pour renforcer ce cessez-le-feu? Comment affermir le Mémorandum pour garantir des progrès vers la deuxième phase du cessez-le-feu? Surtout, comment s'assurer que les populations palestiniennes aient un accès suffisant à l'aide humanitaire, particulièrement à l'approche de l'hiver? Bref, concrètement, quelles sont les actions de la Belgique pour renforcer le cessez-le-feu et le soutien aux populations?

De voorzitster : Mevrouw Huybrechts is niet aanwezig.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, depuis 2002 – donc il y a maintenant 23 ans – une grande figure de la cause palestinienne, Marwan Barghouti, est emprisonné par Israël pour résistance lors de la seconde Intifada.

Vingt-trois ans de prison, dans un silence presque assourdissant, pour une figure emblématique de la cause palestinienne qui demeure, aujourd’hui encore, une référence morale et politique pour l’ensemble des Palestiniens. On pourrait même dire: une figure fédératrice, ce qui est très important actuellement, lorsque l’on voit l’évolution rapide de la situation.

Alors que de nombreux prisonniers palestiniens ont été relâchés dans le cadre de l’accord obtenu au Proche-Orient, une campagne internationale s’est donc constituée en ce sens pour demander la libération de Marwan Barghouti. Mais les dernières informations dont nous disposons alertent sur son état de santé après que des soldats israéliens l’ont violemment agressé lors de son transfert à la prison de Megiddo. Et l’Union Interparlementaire, dont je fais partie, a ainsi constaté de nombreuses violations du droit international dans son cas, puisqu’il est effectivement membre du Conseil national législatif palestinien.

Monsieur le ministre, soutenir la libération de Marwan Barghouti, c’est défendre la reconstruction politique et démocratique de la Palestine, une condition sine qua non à la construction d’une paix juste et durable au Proche-Orient. Aussi, vos services possèdent-ils plus d’informations quant à l’état de santé de Marwan Barghouti? A défaut, le SPF Affaires étrangères est-il en mesure d’intervenir auprès des autorités israéliennes afin d’obtenir des précisions à ce sujet?

Par ailleurs, aujourd’hui, quelle est la position de la Belgique sur son emprisonnement et les traitements dégradants, contraires au droit international, dont il est la victime? Allons-nous œuvrer activement à sa libération et, le cas échéant, envisagez-vous de plaider auprès de vos homologues européens pour qu’une prise de position commune à l’échelle de l’Union européenne soit adoptée?

C’est d’autant plus urgent pour nous que, comme vous le savez, une loi a été votée par le parlement d’Israël pour punir de mort – je reprends le texte, le narratif de la loi – "quiconque cause intentionnellement ou par indifférence la mort d’un citoyen israélien pour des motifs de racisme ou d’hostilité envers une communauté, et dans le but de nuire à l’ é tat d’Israël et à la renaissance du peuple juif dans son pays, sera passible de la peine de mort". C’est donc automatiquement la peine de mort. Il se pourrait donc que Marwan Barghouti soit considéré comme étant un terroriste qui doit être condamné à la peine de mort. Raison de plus de s’alarmer.

Ma seconde question porte sur l'accord de paix de Charm el-Cheikh et ses suites; elle est quelque peu dépassée par la résolution du Conseil de sécurité des Nations Unies sur la Palestine et Gaza votée cette nuit. Cette résolution n'est sans doute pas parfaite et n'émane pas d'un président que j'affectionne particulièrement. Elle n'envisage malheureusement pas non plus le sort de la Cisjordanie et de Jérusalem. Mais, elle a le mérite d'exister et fait consensus au sein de l'ONU, ce qui est aujourd'hui assez remarquable.

Monsieur le ministre, quel rôle la Belgique entend-elle jouer pour veiller à la prise en compte de la voix palestinienne dans le processus de paix, et ainsi assurer que les droits fondamentaux du peuple palestinien seront pleinement garantis dans le cadre et à l'issue de cette résolution et de l'accord de paix intervenu auparavant?

Tout cela ne traite pas de la Cisjordanie et de Jérusalem, alors que la colonisation se poursuit. Quelle est la position de la Belgique à ce sujet? Comptez-vous maintenir l'interdiction d'importation de biens provenant des colonies israéliennes dans les territoires palestiniens?

De nombreuses communes belges travaillent d'ores et déjà à la création d'un réseau permettant de soutenir les communes palestiniennes sur les plans humanitaire, financier et culturel, afin de reconstruire ce qui peut être reconstruit à Gaza.

Dans la résolution du Conseil de sécurité de l'ONU, il est question de la reconnaissance de l'État palestinien. À travers cette résolution, votre gouvernement est-il prêt à donner un coup d'accélérateur à la reconnaissance, par la Belgique, de l'État de Palestine? Celle-ci était soumise à deux conditions. La première était le cessez-le-feu, qui est aujourd'hui obtenu. La seconde condition était la démilitarisation du Hamas, qui est en voie d'être mise en œuvre grâce à la résolution de l'ONU. Quelle est votre position et celle du gouvernement sur ce sujet?

De voorzitster : Wensen er nog collega’s zich aan te sluiten bij dit actuadebat?

Sandro Di Nunzio:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, sta me toe dat ik me even voorstel. Ik ben Sandro Di Nunzio en ik ben nieuw in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen voor Open Vld. Het is mij een genoegen u hier voor het eerst te mogen ontmoeten.

Ik ben ook blij om meteen te kunnen deelnemen aan dit interessant actualiteitsdebat. Er zijn al veel vragen gesteld. De situatie ter plaatse verandert dagelijks. Daarover kan ik geen nieuwe vragen meer stellen. Wel wil ik enkele punten te berde brengen die wij zeer belangrijk vinden.

Gisteren werd de resolutie aangenomen die gebaseerd is op het 20-puntenplan van president Trump. Mijnheer de minister, vooral wens ik te vernemen wat het standpunt van de regering over die resolutie is. Ik weet dat wij niet in de Veiligheidsraad zetelen, maar zijn er voorafgaandelijk contacten geweest met landen die daar wel actief zijn? Hebben wij daaraan op de een of andere manier bijgedragen? Zijn wij het volledig eens met die resolutie, of zijn er bepaalde aspecten waarmee wij moeite hebben?

Mij werd verteld dat volgens dat plan Israël minstens een vijfde van Gaza voor onbepaalde tijd zou mogen blijven bezetten. Klopt die informatie, is dat effectief het geval? Zo ja, wat is onze positie daaromtrent? Valt die bepaling te rijmen met het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024, waarin duidelijk staat dat Israël verplicht is om de bezetting binnen twaalf maanden te beëindigen?

Gisteren liet Israël nog weten dat een Palestijnse staat niet zal worden aanvaard. Zowel premier Netanyahu als de extreemrechtse minister van Nationale Veiligheid hebben dat duidelijk gemaakt. Daarom sluit ik mij aan bij de vragen hoe het gesteld is met de erkenning van Palestina als staat door ons land. Kunt u aangeven of de gestelde voorwaarden al dan niet vervuld zijn? U weet dat mijn fractie van oordeel is dat men een staat wel of niet erkent op zich, en dat voorwaarden bij een dergelijke kwestie eigenlijk niet aan de orde zouden mogen zijn.

Tot slot heb ik een vraag over de stand van zaken betreffende het importverbod. Ik heb begrepen dat mevrouw Van Hoof daaromtrent een wetsvoorstel heeft ingediend en dat de regering dat naar zich heeft toegetrokken. Wat is de stand van zaken over het importverbod vanuit die gebieden?

De voorzitster : Het woord is aan de minister voor zijn antwoord.

Maxime Prévot:

Madame la présidente, mesdames et messieurs les députés, 29 questions avaient été déposées originellement. J'y ajoute celle qu'a posée spontanément M. Di Nunzio, auquel je souhaite la bienvenue dans cette Assemblée de manière générale et dans cette commission en particulier. Cette trentaine de questions reflètent, à juste titre, toute l'importance que, dans la diversité de nos formations politiques, nous réservons à cet enjeu. Cette attention est méritée, vu les considérations humaines, d'abord, de droit, ensuite, qui sont intimement liées à ce dossier. Je vais donc tenter d'y répondre, tout en sachant que certaines des questions originellement déposées n'ont pas été développées à l'instant. Malgré tout, quelques éléments de réponse figureront dans mon intervention. À l'inverse, d'autres aspects ont été partagés par les parlementaires. Ces considérations n'avaient pas été initialement envisagées, mais témoignent justement de l'intérêt d'un débat d'actualité riche, puisque nous pouvons, de la sorte, étendre le champ des considérations que nous allons partager ensemble.

Bien évidemment, si nous regardons dans le rétroviseur, nous pouvons – et nous l'avons fait – nous réjouir de l'accord sur le plan proposé par le président Trump, annoncé voici quelques semaines à Charm el-Cheikh, en É gypte. Nous nous en sommes surtout réjouis en raison de la perspective, tant attendue, de paix, en tout cas, plus immédiatement, de cessez-le-feu que cet accord a pu offrir. Pour autant, ceux et celles qui m'avaient interrogé en séance plénière se souviendront que j'avais exprimé des réserves, soulignant certains manquements dans cet accord de paix. Nous avions le devoir d'y croire et de concentrer notre énergie à nous assurer que ce plan soit mis en œuvre rapidement, dans l'intérêt de la fin des hostilités.

Zelfs als het plan tekortkomingen kent, wordt er niet gesproken over de West Bank, over Oost-Jeruzalem, over de rol van de Palestijnse Autoriteit of de tweestatenoplossing. Er is ook geen tijdslijn of kalender.

Dit zijn zaken die zeer belangrijk zijn, en waarvan we onze aandacht niet mogen laten afwijken.

Le fonctionnement du Board of Peace, envisagé par le président Trump, doit encore être précisé. L'Union européenne doit pouvoir y jouer un rôle, à défaut d'avoir pu faire œuvre de courage et de crédibilité avant que ce plan de cessez-le-feu ne soit obtenu sous l'égide du président Trump, avec le concours d'autres pays arabes. Il faut au moins que l'Union européenne tente de se racheter une crédibilité a posteriori . C'est une chose pour laquelle j'ai personnellement plaidé, encore pas plus tard qu'hier, au sein du Conseil de l'UE des Affaires générales, pour souligner que la situation sur le terrain nécessitait un engagement constant de l'Union européenne et faire en sorte que cette dernière puisse aussi être une accompagnatrice de solutions concrètes. Il n'est donc pas question d'uniquement payer pour la reconstruction de Gaza, sans pouvoir s'assurer d'une solution politique qui soit durable, y compris et avant tout pour les Palestiniens.

On sait qu'il n'y aura de solution durable que si les intérêts des deux parties sont pris en compte et s'il est porté attention pour y répondre, mais il y a, malgré tout, dans le plan esquissé, un manquement majeur concernant le rôle de l'autorité palestinienne elle-même. L'espoir reste de mise même si vous avez, et à raison, rappelé que nombre de coups de canif ont eu lieu ces dernières semaines dans le plan de cessez-le-feu intégral qui avait été esquissé.

L'exécution de la première phase du Comprehensive Plan to End the Gaza Conflict n'en est cependant qu'à ses prémices. Depuis le 10 octobre, on enregistre des incidents tous les jours, malgré le cessez-le-feu. On ne peut donc pas encore parler d'une situation stabilisée. Il est très clair, monsieur Boukili, madame Maouane, – vous l'avez évoqué, parmi d'autres –, que la situation sur place reste problématique. Le cessez-le-feu est une bonne chose, mais il ne doit pas nous aveugler jusqu'à nous faire perdre la lucidité sur la situation sur le terrain, qui, actuellement, n'est pas totalement satisfaisante.

Jusqu'à présent, le cessez-le-feu n'a pas offert ce qu'il était en devoir de procurer aux Palestiniens, à savoir du répit – tout comme pour les Israéliens. S'il n'y a guère eu de répit, il nous appartient aussi d'éviter le repli, et même le déni.

C'est la raison pour laquelle la Belgique – contrairement aux propos de monsieur Boukili selon lesquels "la Belgique est derrière le gouvernement israélien" – n'a jamais, au cours de ces derniers mois, cautionné en aucune façon la manière dont l'autorité gouvernementale israélienne se comporte dans le cadre de ce conflit. Nous continuons à dénoncer les manquements au cessez-le-feu et à déplorer toute violation de celui-ci et toute violence, d'où qu'elle vienne. Nous déplorons également que l'aide humanitaire ne soit toujours pas délivrée de manière massive et satisfaisante. En dépit des améliorations, que nous saluons, nous sommes bien loin de l'engagement formulé originellement.

Madame Maouane, vous me demandez si d'autres sanctions sont envisagées. Permettez-moi de vous rappeler qu'à la pire des périodes, l'Union européenne n'a pas été en capacité de faire un consensus minimum pour arrêter des sanctions à l'égard du gouvernement israélien. J'ai dès lors peine à croire que mes collègues auront une attitude plus volontariste après l'obtention de cet accord de cessez-le-feu à Charm el-Cheikh et le vote de la résolution auprès des Nations Unies. En effet, ceux qui étaient déjà réticents auparavant ne manqueront pas de trouver dans ces deux étapes prétexte à considérer qu'une nouvelle mesure serait de nature à perturber les équilibres et à créer du chaos plus que toute autre chose.

Soyons lucides en la matière. S'agissant de la Belgique, il nous appartient bien sûr de continuer à mettre en œuvre avec autant de célérité que possible les différentes décisions que nous avons pu prendre.

Grenzen en grensovergangen blijven gesloten. De beschietingen op burgers gaan door. De humanitaire hulp komt ook nog niet aan volgens de afgesproken doelstellingen.

Cette situation humanitaire reste catastrophique et les attaques incessantes d'Israël contre Gaza depuis deux ans ont conduit à une situation de chaos où différents groupes se disputent maintenant le contrôle du territoire. Israël est accusé de soutenir certains de ces groupes tandis que le Hamas a cherché à reprendre le contrôle dans certaines zones de Gaza, y compris en exécutant sommairement des dizaines de personnes.

Vous connaissez notre position. Elle est claire, elle est constante, elle est ferme: nous condamnons indistinctement toute violation du droit international par quelque partie que ce soit. C'est le cas aussi, madame Mutyebele, pour le cas que vous évoquiez de cette personne violée, torturée par des geôliers. Quelle que soit la maison de détention, toute pratique de torture, sous quelque forme que ce soit; est inadmissible et est évidemment condamnable et condamnée par la Belgique. Nous ne pouvons en aucune façon cautionner ces actes de violation non seulement du droit mais également de la dignité de chacun.

Une fois de plus, la situation sur le terrain montre que la force militaire – même excessive et même au bout de deux ans – ne résout pas le problème. Je le répète une fois de plus: il faut une solution diplomatique, il faut des négociations. Le Hamas doit disparaître et laisser la place à une autorité palestinienne forte.

Le Hamas a déclaré qu'il ne souhaitait pas participer à la gouvernance de Gaza, ce qui est une de nos exigences. Je précise, monsieur Lacroix, que c'est bien cela la deuxième condition. Ce n'est pas la démilitarisation du Hamas mais le fait que le Hamas ne participe en aucune manière à la gouvernance de la Palestine. C'est ce qu'ils ont annoncé mais ce n'est pas encore actuellement constatable de manière sûre et certaine. Le jour où ce sera le cas, dès lors que la condition de la remise des otages aura pu être complètement remplie, je ferai le nécessaire pour présenter l'arrêté royal de reconnaissance de l' É tat de Palestine auprès du Conseil des ministres.

La question de la démilitarisation fait partie des étapes ultérieures, comme préalable à la normalisation de nos relations diplomatiques – si on devait envisager d'y ouvrir une ambassade par exemple. Je ne vous tiens pas rigueur de la confusion entre les deux conditions parce que celle-ci a été régulièrement faite. C'est d'ailleurs la raison pour laquelle je souhaitais les repréciser.

Il doit être clair aussi qu’il n’y a aucune place pour le Hamas dans le maintien de l’ordre à Gaza. La question du désarmement de ce groupe terroriste est donc essentielle.

Cette situation nous impose des efforts pour passer rapidement à l’exécution de la deuxième phase du plan du président Trump – comme M. Kompany l’évoquait. Le Hamas doit encore rendre les dépouilles de trois otages. Il s’agit évidemment de procéder à son désarmement, de garantir le retrait total de l’armée israélienne de Gaza, ainsi que de sécuriser les populations civiles, de leur fournir une aide humanitaire en quantité et en qualité – une aide humanitaire, je le rappelle, qui doit être dépolitisée et désarmée – et de démarrer alors les énormes travaux de reconstruction.

En ce qui concerne l’aide humanitaire belge, vous soulevez, madame Maouane, la question de la provenance des fonds que j’ai annoncé allouer pour les populations de Gaza de manière complémentaire, dans un contexte budgétaire, vous l’avez rappelé, qui est contraint. Conformément à la décision du Conseil des ministres, ces moyens seront dégagés au sein des crédits courants, qui sont en fait dédiés à l’aide humanitaire, et pour lesquels des réserves ont été constituées en début d’année pour pouvoir faire face à une série d’urgences qui peuvent survenir aux quatre coins du globe en cours d’exercice budgétaire. Il est évident que la situation palestinienne comptait parmi ces urgences. Ce ne sont donc pas des crédits en plus qui proviennent d’arbitrages qui vont imposer des crédits en moins ailleurs.

Je tiens également à rappeler mon insistance à ne pas couper dans l’aide humanitaire qui permet aujourd’hui de préserver les interventions essentielles en faveur des populations les plus vulnérables. Ma politique humanitaire repose sur une gestion dynamique et réactive des crédits. Nous ne figeons pas l’ensemble des allocations en début d’année. C’est donc là l’explication de la capacité de débloquer ce budget additionnel. Nous conservons des réserves qui nous permettent d’intervenir rapidement en cas d’urgence, comme cela a été le cas aussi il y a quelques temps, lorsque je me suis rendu sur place, en soutien aux réfugiés issus du Soudan.

Les déploiements nécessaires seront opérés principalement au sein des lignes budgétaires – donc consacrées aux contributions volontaires, aux organisations multilatérales et des fonds flexibles. Aucun de nos programmes essentiels ne sera abandonné.

Madame Maouane, mevrouw Van Hoof, les destructions par Israël en Cisjordanie et à Jérusalem-Est des infrastructures humanitaires qui sont financées par la Belgique – telles que des réseaux électriques, des écoles, des installations d'eau – ont été catégorisées comme des violations du droit international humanitaire. De plus, j'ai convoqué l'ambassadrice israélienne à plusieurs reprises et exigé des compensations pour les dégâts et des démarches épistolaires officielles ont été effectuées, mais l'honnêteté m'impose de dire que pour le moment, on ne peut pas dire que l'autorité israélienne y consacre une attention soutenue, ni d'ailleurs à celles d'autres pays partenaires qui sont confrontés aux mêmes destructions de leurs propres investissements.

Je ne peux qu'une nouvelle fois condamner fermement les démolitions en zone C, qui sont contraires au droit international humanitaire, et nous allons continuer à mordre le mollet pour obtenir réparation.

Het is echter moeilijk om een volledige lijst te publiceren, mevrouw Van Hoof, omdat de meeste gebouwen eigendom zijn van particuliere Palestijnen en doordat de ngo’s niet systematisch communiceren, om hun partners te beschermen.

We werken samen met het West Bank Protection Consortium. Dat kreeg 1,8 miljoen euro aan hulp van België sinds 2015. We werken ook samen met het UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs om gevallen te identificeren die verband houden met Belgische financiering.

In 2025 ging het in om ongeveer 5 % van de vernielingen om door donoren gefinancierde structuren.

Wat de juridische procedures betreft, eisen België en zijn Europese partners sinds 2017 systematisch compensatie via diplomatieke stappen en officiële brieven aan de Coordinator of Government Activities in the Territories. Tot op heden is geen enkele aanvraag gehonoreerd. We blijven de mogelijkheden binnen het kader van het internationaal recht onderzoeken.

En ce qui concerne la sécurité de Gaza, vous savez que notre gouvernement plaide pour la constitution d’une force d’interposition placée sous le mandat des Nations Unies. Comme vous l’avez indiqué, le Conseil de sécurité des Nations Unies s’est prononcé, notamment, à ce sujet hier soir. En résumé, il formalise le plan Trump conclu à Charm el ‑ Cheikh.

Nous souhaitons aussi savoir comment cette étape est évaluée, question que m'a posée notamment M. Di Nunzio. Nous continuons à regretter que certaines zones territoriales aient été laissées dans l’ombre et que l’implication de l’Autorité palestinienne ne soit toujours pas clairement définie, en tout cas, pas de manière satisfaisante.

Pour en revenir à la question de la force d’interposition, une fois le mandat de cette force clarifié, mes collègues en charge de la Défense et de l’Intérieur et moi-même examinerons, dans quelle mesure la Belgique pourrait y contribuer.

Entre-temps, un centre de coordination civile et militaire a été mis en place en Israël par les États-Unis fin octobre. Je peux vous annoncer qu'en ma qualité de ministre des Affaires étrangères j’ai déjà pris la décision d’y détacher, à très court terme, du personnel des Affaires étrangères sur le volet humanitaire. En ce qui concerne le volet militaire, j’attends évidemment les arbitrages qui seront réalisés par mon collègue de la Défense. En tout cas, sur le volet humanitaire, du personnel des Affaires étrangères sera détaché, notamment pour veiller au retour de la sécurité à Gaza et pour relancer de manière intensive l’aide humanitaire.

Ce centre de coordination a également la vocation de s’assurer du désarmement du Hamas, de son exclusion de la gouvernance à Gaza et de sa reprise progressive par une Autorité palestinienne qui est en cours de réforme. Cela ne sera évidemment pas facile, mais nous nous employons à créer les conditions pour que l’Autorité palestinienne puisse remplacer le Hamas à Gaza, as soon as possible .

La mission civile de l’Union européenne, EUPOL COPPS, que la Belgique a toujours soutenue, pourrait d'ailleurs former et même équiper plusieurs milliers de policiers palestiniens appelés à être déployés à Gaza. Nous en discutons actuellement au niveau européen ainsi qu’avec nos partenaires internationaux.

Par ailleurs, la Commission européenne continue d’accompagner l’Autorité palestinienne dans ses réformes, notamment en ce qui concerne l’organisation, à terme, d’élections.

De Palestijnse Autoriteit moet zo snel mogelijk effectief aanwezig zijn in Gaza. De EU en België moeten haar daarin ondersteunen, mede in het licht van de tweestatenoplossing. De legitimiteit van de Palestijnse Autoriteit zal komen uit hervormingen en uit verkiezingen, maar ook uit haar capaciteit om diensten te bieden aan de bevolking, zoals veiligheid, elektriciteit of gezondheid.

Aan de heer Van Rooy laat ik opmerken dat hervormingen met betrekking tot het martelarenfonds al deel uitmaken van de voorwaarden voor Europese financiering. DG MENA heeft technische teams ter beschikking gesteld van de Palestijnse Autoriteit. Wetgeving rond het martelarenfonds werd reeds in februari afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet die een sociaalzekerheidsfonds opricht, gebaseerd op armoede-indicatoren. Er vond ook een audit plaats. Die concludeerde dat, hoewel de overgrote meerderheid van de betalingen onder het oude systeem was stopgezet toen het nieuwe systeem van kracht werd, een klein deel van de families van gevangenen erin slaagde recente toelagen te ontvangen via het oude betalingsmechanisme. Dat leidde tot ontslagen bij het Palestijnse ministerie van Financiën en tot corrigerende maatregelen. Ik zeg u nogmaals dat onze ontwikkelingshulp aan de Palestijnse bevolking zeer streng wordt gecontroleerd en op geen enkele manier wordt gebruikt om terroristen te belonen.

Wat de vraag van mevrouw Huybrechts betreft, een deel van de overeenkomst over het Trumpplan was de vrijlating van Palestijnse gevangenen. Meer dan 1 700 Palestijnse gevangenen werden tot nu toe vrijgelaten. Israël gaf de lichamen van ongeveer 250 overleden Palestijnse gevangenen terug; velen vertoonden tekenen van foltering en executie.

Daar waren inderdaad ook 154 Palestijnen bij die verbannen werden naar Egypte. Zij werden niet opgevangen in luxehotels, maar werden in hotels geplaatst onder Egyptische supervisie, waarbij zij hun hotel niet konden verlaten. Egypte benadrukt dat het slechts een tijdelijk verblijf zal toestaan. Mogelijk zullen enkelen onder hen in Egypte blijven, terwijl anderen verbannen zullen worden naar landen als Turkije, Qatar of Algerije. Als die personen naar de Schengenzone willen reizen, moeten zij een visum aanvragen, zodat de veiligheidsdiensten een screening kunnen uitvoeren.

Monsieur Lacroix, il n'est pas exclu que M. Marwan Barghouti soit libéré, car certains y seraient favorables, même si, à l'heure où l'on se parle, cela ne reste qu'une hypothèse. On peut du moins l'espérer, notamment pour des raisons humanitaires. Cet homme de 66 ans, détenu depuis 23 ans, a été déplacé de prison en prison et les rapports sur ses conditions de détention font état de mauvais traitements, de torture et d'autres formes de violence.

La Belgique plaide systématiquement pour le respect des droits des prisonniers, y compris ceux de M. Barghouti, et ce, tant directement auprès des autorités israéliennes que dans les fora multilatéraux. Les autorités israéliennes ne délivrent malheureusement que très peu d'informations, y compris quant à son état de santé, et limitent l'accès à M. Marwan Barghouti. Nous restons néanmoins très actifs et attentifs au sort de celui-ci, y compris dans nos contacts avec d'autres é tats. Sa libération serait aussi, me semble-t-il, un geste d'apaisement susceptible d'avoir un effet positif en Palestine et dans les relations entre la Palestine et Israël.

Pour pouvoir vous revenir avec plus d'informations, je solliciterai aussi de nos diplomates et, en particulier, de notre ambassadeur à Tel Aviv qu'ils contactent les autorités israéliennes pour obtenir des nouvelles sur son état de santé, ce qui sera une manière complémentaire de leur rappeler que nous restons attentifs à la situation et au sort de M. Barghouti, dont, de fait, nous souhaitons plaider la relaxe.

L'accord sur la première phase du plan de paix pour Gaza permet un optimisme prudent, mais beaucoup reste à faire. De plus, il ne règle pas la situation en Cisjordanie, où la colonisation et les violences se poursuivent à un rythme effréné, touchant autant les communautés musulmanes que chrétiennes de Palestine.

De druk op Israël moet dus aanhouden, net zoals ten aanzien van Hamas. Daarom worden de Belgische maatregelen, zoals beslist op de ministerraad in september, verder uitgerold. De consulaire diensten ten aanzien van Belgen die in de illegale nederzettingen in de West Bank wonen, is intussen gestopt.

Un accord nouvel accord interfédéral a été conclu le 8 octobre afin d'étendre notre embargo de manière totale sur l'exportation des armes, qui s'applique également à tout type de transit et aux objets à double usage. Cela a donc été fait, monsieur Boukili. Sur ce sujet, j'ai également préparé, avec mon collègue chargé de la Mobilité, le ministre Crucke, un arrêté royal, qui est actuellement soumis pour consultation aux régions.

Voorzitster: Els Van Hoof.

Présidente: Els Van Hoof.

Zoals ik recent al zei, is de importban van goederen uit de nederzettingen het meest complexe. Mevrouw Van Hoof, mijnheer El Yakhloufi, die maatregel moet doorgevoerd worden door de FOD Economie en de FOD Financiën.

De leur côté, mes services ont déjà pris contact avec d'autres pays européens intéressés, et ont fourni à leurs collègues du SPF Économie et du SPF Finances des éléments pour les aider à avancer au plus vite sur une interdiction d'importer les produits des colonies.

We merken wel dat veel importeurs zelf al minder uit Israël invoeren wanneer er geen duidelijkheid is over de oorsprong van de goederen. Dat toont dat het werk van landen zoals België omtrent een importverbod al een effect heeft.

Je me réjouis qu'aucune entreprise belge ne figure dans la base de données publiée fin septembre par le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l’homme (HCDH) sur les entreprises actives dans les colonies illégales israéliennes. Aucune entreprise belge.

Op het Europees niveau pleit ik er eveneens voor om de druk op Israël en Hamas aan te houden. Daarom moet het pakket zoals voorgesteld door Commissievoorzitter Von der Leyen volledig worden uitgevoerd, met inbegrip van verdere sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten.

Mevrouw Depoorter, mevrouw Mutyebele Ngoi en mijnheer Kompany, in totaal namen negen Belgen deel aan de Thousand Madleens Flotilla. Een Belgische vrouw reisde op 9 oktober terug naar België, gevolgd door zes andere Belgen die op vrijdag 10 oktober in België aankwamen. Op maandag 13 oktober keerden de twee overige landgenoten terug naar hun verblijfplaats.

De landgenoten werden bijgestaan door de betrokken consulaire posten. Het Consulair Wetboek voorziet enkel in het verlenen van consulaire bijstand aan Belgen. De FOD Buitenlandse Zaken beschikt om die reden niet over cijfers betreffende andere nationaliteiten.

Zoals beschreven in het Consulair Wetboek, wordt consulaire bijstand steeds verleend op basis van terugvorderbare voorschotten. In deze zaak was dat echter niet het geval, aangezien de kosten voor de terugkeer naar België gedragen werden door de families van de betrokken Belgen en door de organisatie waarvan ze deel uitmaken. Dezelfde redenering is van toepassing op de Global Summit Flotilla.

Voilà, chers collègues, en espérant avoir été le plus complet possible, les éléments qui permettent de faire un point d'actualité sur ce dossier. J'emploie ce mot même s'il est impropre, s'agissant d'une situation humaine et conflictuelle qui reste encore dramatique à l'heure d'aujourd'hui, nonobstant les efforts qui ont été réalisés par plusieurs diplomaties afin de permettre un cessez-le-feu aussi efficace et constant que possible.

La présidente : Chers collègues, la parole est à nouveau à vous pour deux minutes.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses qui sont complètes. Malheureusement, je ne partage pas nécessairement votre optimisme, que je comprends. Pour moi, il s'agit d'une paix qui est imposée au bénéfice d'Israël. On voit que Trump impose son idée de paix, avec des promesses où il promet l'enfer aux Palestiniens s'ils ne se plient pas à ses exigences. Il peut chanter sur tous les toits qu'il est un faiseur de paix, mais vous ne trouverez, ni à Gaza ni dans le reste de la Palestine d'ailleurs, la paix. Israël continuera ses exactions, le blocage de l'entrée libre de l'aide humanitaire, la menace et la reprise du génocide. En Cisjordanie ou à Jérusalem, la colonisation s'accélère et l'apartheid continue de semer sa haine et ses crimes dans le quotidien des Palestiniens. Le gouvernement de M. Netanyahu ne cache pas ses désirs d'extension et de colonisation qui se répandent jusqu'en Syrie et au Liban, où Israël continue son occupation illégale.

Quant à la résolution du Conseil de sécurité de cette nuit, c'est tout simplement un déni de droit. C'est une résolution qui est indigne de l'ONU, qui ignore même les décisions de la Cour internationale de Justice (CIJ) qui impose de mettre fin à l'occupation illégale. Cette résolution refuse d'adresser les racines du problème qui sont la colonisation, l'occupation et l'apartheid. En refusant d'accorder des droits et l'autodétermination au peuple palestinien, en accordant l'impunité face aux crimes, on ne résout rien. On se soumet simplement à la formule de Trump, mais on ne répare sûrement pas la paix. Nous continuerons donc à réclamer la paix.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke antwoorden. Ik heb op een aantal vragen geen antwoord gekregen. Ik zal die straks opnieuw stellen.

Ik ben blij dat u mij volgt in het verhaal dat het Trumpplan helemaal niet duidelijk is. Het roept meer vragen op dan dat het oplossingen biedt.

Ik ben ook blij te horen dat u in de Europese Raad gisteren een positief pleidooi hebt gehouden. Mijn vraag is welke druk onze regering op Europa zal blijven leggen. U zegt zelf dat het heel onduidelijk is wat Europa zal doen. Zult u als minister, samen met de regering, druk zetten om ervoor te zorgen dat Europa het nodig zal doen en opdat wij een impact op de Veiligheidsraad hebben en een en ander mee kunnen sturen? Wat nu voorligt, is immers duidelijk een Amerikaans plan, gestoeld op Amerikaanse participatie. We zien hoe dat momenteel in de Verenigde Staten van toepassing is. Daarom hoop ik dat u daar de nodige druk zet.

Over de voorwaarden van onze regering in het compromis, zegt u dat Hamas duidelijk aangeeft dat het niet mee wil besturen. Wij vragen om een ontwapening, ik steun die vraag ook. Elke dag zien we echter, ondanks het staakt-het-vuren, dat Hamas en Palestina nog steeds worden aangevallen. Een ontwapening zou leiden tot een zelfmoord van die mensen. Voor alle duidelijkheid, ik wil dat er een ontwapening komt, maar ik vraag me af hoe dat gerealiseerd kan worden.

Ik ben blij dat u aan uw diensten hebt gevraagd om verder te gaan met het importverbod, samen met de FOD Financiën en de FOD Economie. Dat is een goede stap. Op mijn vraag of u contact hebt gehad met Ierland of Slovenië en hoe die landen dat toepassen, heb ik geen antwoord gekregen.

Gezien de ernst van de situatie zou de regering toch wat verder mogen gaan dan alleen aan de ministers van Financiën en Economie te vragen om het koninklijk besluit mee te bekijken. Het staakt-het-vuren is nog maar een maand van kracht, maar we zien dat het niet werkt.

U hebt ook geen antwoord gegeven op mijn vraag over het recordaantal kolonistenaanvallen op de moskee in oktober. Kunt u daarop ook nog een antwoord geven, mijnheer de minister?

Kathleen Depoorter:

Er gebeurt wat we gevreesd hadden, mijnheer de minister. De resolutie is goedgekeurd en er zijn zeer goede plannen. We maken enige vooruitgang, maar humanitair en menselijk blijft de situatie nog altijd ontzettend moeilijk.

Ik wil dan ook benadrukken dat stabiliteit echt noodzakelijk is: stabiliteit voor beide volkeren, stabiliteit voor de mensen aan beide zijden van de grens. Ook de ontwapening aan beide zijden van de grens is echt belangrijk. Er gebeuren nog altijd vreselijke dingen en het feit dat Hamas het compromis en de resolutie niet aanvaardt, blijft ons zorgen baren. Wat zal de toekomst brengen?

Het is zeer hoopgevend dat de Palestijnse Autoriteit volledig meegaat in het verhaal en zich volledig engageert om ervoor te zorgen dat er een democratisch zelfbeschikkingsrecht voor de Palestijnen kan komen. Zolang de wapens spreken, ook aan de kant van Hamas, maak ik mij echter grote zorgen.

Ik ben ook bezorgd over de international stabilisation force . Wie zal daarvan deel uitmaken? Zullen de Arabische staten deel uitmaken van die belangrijke troepenmacht, die ervoor moet zorgen dat mensen in Gaza veilig kunnen leven?

Hoe zullen we de humanitaire hulp kunnen versterken? Er is een duidelijk signaal gegeven dat de Wereldbank een belangrijke rol in de heropbouw van Gaza zal moeten opnemen, maar daarvoor is het eerst en vooral nodig dat er stabiliteit komt en dat de humanitaire toestand verbetert.

U hebt ook aangegeven dat de rol van Europa belangrijk blijft. Laten wij die stem zijn, de neutrale stem die duurzame vrede en stabiliteit in de toekomst, voor een tweestatenoplossing, betracht.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Beaucoup de choses ont été dites. En deux minutes, il me sera difficile de répliquer à tout. Je me limiterai à la question du plan Trump. Il faut arrêter de le qualifier de "plan de paix", car ce n'en est pas un; il s'agit d'un plan colonial. En effet, il permet à Israël de poursuivre sa politique de colonisation et de destruction du peuple palestinien. C'est ce que les Israéliens sont en train de faire à Gaza et en Cisjordanie. La politique israélienne, son plan de remplacer les Palestiniens et de voler leur territoire, se poursuit toujours dans le cadre de ce plan colonial. Donc, arrêtons de travestir la réalité et de le considérer comme un plan de paix. C'est une insulte à l'intelligence humaine!

Surtout, monsieur le ministre, vous affirmez que l'Union européenne doit jouer un rôle dans la direction du comité de gouvernance. C'est génial! Voilà bien une preuve de mentalité coloniale: ce sont les Occidentaux qui vont diriger Gaza à la place des Palestiniens. Où est alors le droit à l'autodétermination du peuple palestinien, qui consisterait à jouir de sa liberté sans que des forces occidentales viennent lui dicter comment il doit gouverner son pays? Ce peuple ne reçoit aucun respect de leur part. C'est vraiment insultant pour les Palestiniens.

Quand je dis que la Belgique se tient derrière le gouvernement israélien, je parle des faits, monsieur le ministre. Vous pouvez évoquer les déclarations, les condamnations et ainsi de suite. Il reste que notre pays est le septième partenaire économique d'Israël. Le 6 octobre, le ministre-président wallon Adrien Dolimont était interrogé sur la participation d'une entreprise wallonne dans la production des F-15 fournis à Israël en parlant, je le cite, d'une "véritable réussite: synergies positives entre les industries civiles et militaires, retombées industrielles locales". Où est donc l'embargo militaire puisque nos entreprises sont impliquées dans la fabrication d'armes qui tuent les Palestiniens? Oui, la Belgique se tient derrière quand nos banques publiques, dans lesquelles l' É tat détient des actions, investissent dans les colonies et que le ministère de la Mobilité investit dans un projet avec CAF, qui produit les trams qui se déplacent d'une colonie à une autre.

Oui, la Belgique, dans sa stratégie économique, soutient le gouvernement israélien par sa politique économique et son implication dans l'économie coloniale. Donc arrêtons de nous voiler la face, soyons honnêtes et soyons à la hauteur de l'histoire.

Aujourd'hui, notre complicité devient de plus en plus insupportable.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre pour vos réponses. Je ne partage pas totalement votre optimisme, même s'il est prudent, au sujet de l'avenir. Quand on voit la résolution qui a été votée cette nuit à l'ONU, je rejoins les collègues, on ne peut pas dire que c'est un plan de paix ni que c'est une bonne chose.

C'est un plan colonial qui consacre une tutelle coloniale sur Gaza. C'est une honte parce que ce plan continue à soutenir le génocide, l'apartheid et la colonisation. On ne parle pas des territoires occupés en Cisjordanie, on ne parle pas de Jérusalem, on ne parle pas de la fin du génocide. Et ce faisant, vous serez d'accord avec moi, ce plan rend l'avènement d'un É tat palestinien quasiment impossible. Ç a, c'est extrêmement grave et extrêmement décevant. Vous dites que l'Union européenne ne voudra pas sanctionner davantage Israël, même quand c'était au climax du génocide, l'Union européenne n'a pas fait plus d'efforts.

Mais la Belgique a du talent diplomatique. La Belgique, en tant qu' É tat membre qui compte en Europe, pourrait, d'une part, faire du lobbying à cet égard et d'autre part, être totalement irréprochable, tant au sujet des sanctions que d'un embargo – ce qui est loin d'être le cas.

La situation aujourd'hui à Gaza est catastrophique. Les bombardements continuent à Gaza – au Liban aussi, même si nous n'en avons pas parlé – et Israël continue à violer le droit international et le droit humanitaire avec une impunité totalement ahurissante. On voit que les colons sont extrêmement violents en Cisjordanie, ils deviennent de plus en plus violents. Ils bénéficient d'une espèce de totem d'impunité qui est absolument rageant. Personnellement, je suis très, très, très pessimiste pour la suite.

Malheureusement, les médias parlent de moins en moins de Gaza, comme si cet accord de cessez-le-feu avait endormi un peu les consciences. Or la situation est tout aussi dramatique aujourd'hui qu'hier et il faut poursuivre nos efforts, tant diplomatiques que médiatiques et de mobilisation sur le terrain.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et surtout pour la franchise de vos réponses.

La résolution d'hier à l'ONU est un espoir. Nous n’en espérions pas tant, même si ce n'est pas l'idéal. Vu qu'elle a été adoptée, c'est le cadre pour les prochains mois.

On peut refuser d'y participer, mais alors pas d'influence. Alors la question est: soutenir la procédure, le processus sans perdre son âme. Et ça je crois, monsieur le ministre, que vous en êtes capable.

Aussi, vous avez dit vouloir une aide humanitaire en quantité et en qualité. Et ça, c'est très important. L'espoir d'une paix durable dans cette partie du monde ravagée quasi à jamais doit demeurer en nous. Et vous êtes notre représentant pour le défendre.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, voorafgaand wil ik mij excuseren voor mijn laattijdigheid. Ik was belet wegens een vraag in een andere commissie aan minister Matz, uw partijgenoot.

Nu kom ik tot mijn vraag. De terroristen verblijven misschien niet in een luxehotel, maar zij zitten wel op hotel. Mogelijk kunnen ze nergens heen, maar waar zouden ze naartoe moeten als ze op hotel kunnen verblijven?

Het is ongezien dat terroristen, mensen die anderen hebben vermoord of willen vermoorden, worden vrijgelaten. Ik heb er alle begrip voor dat onschuldige Palestijnen en onschuldige Israëli’s worden vrijgelaten, maar dat terroristen worden vrijgelaten, blijft naar mijn oordeel een schande en een absurditeit.

U stelt dat wanneer die terroristen naar het Schengengebied zouden reizen, een visum moeten aanvragen en dat zij zullen worden gescreend. Dienaangaande zie ik twee problemen. Ten eerste, niets weerhoudt hen ervan om hier illegaal naartoe te komen. Ze beschikken over voldoende netwerken om onder te duiken. Ten tweede, gelooft u werkelijk dat een visumaanvraag hen zou tegenhouden? Het heeft de terrorist Trabelsi ook niet tegengehouden om naar België te komen. Dat is dus absoluut geen geruststelling, integendeel.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour toutes vos réponses. Elles montrent, même si nous ne sommes pas d'accord sur tout, qu'il y a un engagement plus que résolu de votre part. Mais, comme ma collègue Mutyebele l'a dit, la résolution de l'ONU et la force de stabilisation sont contraires à l'avis de la Cour internationale de Justice du 19 juillet 2024 ordonnant le retrait des forces israéliennes des territoires palestiniens illégaux occupés sur la base des frontières d'avant 1967. Cette résolution de l'ONU contredit une décision de la CIJ, ce qui ne peut être qu'une solution précaire, une forme de sparadrap le temps de...

Et c'est là que je vous rejoins sur une forme de méthode qu'il conviendrait d'appliquer en la circonstance. Il faut que la Belgique continue à être l'un des porte-voix pour que justice se fasse. C'est-à-dire que toutes celles et tous ceux qui ont été inculpés par la Cour pénale internationale (CPI) soient traités et déférés devant les tribunaux pour faire cesser l'occupation illégale et l'apartheid. Il convient de repartir de toutes les résolutions de l'ONU pour construire un État palestinien qui cohabitera avec l'État d'Israël. Il faut absolument éviter que le statu quo actuel et la mise en route de cette force de stabilisation et d'un régime spécial sur les territoires de Gaza ne prolongent une logique d'annexion et d'apartheid; il faut éviter que ce statu quo, à l'instar de ce que l'on a vécu en Libye ou en Irak, n'aboutisse à une situation qui soit encore pire après qu'avant.

Pour l'instant, en Palestine et à Gaza en particulier, la société civile gazaouie est complètement effondrée. Il faut donc la reconstruire et la renourrir démocratiquement. D'où mon insistance pour que Marwan Barghouti soit libéré. Je sais qu'Israël, évidemment, est contre. Je sais aussi que des Palestiniens eux-mêmes sont contre, parce que si ce personnage plus intègre que d'autres revient sur la scène nationale palestinienne, il sera certainement l'homme qui réunira les conditions d'une pacification et un interlocuteur valable. Certains n'y ont pas intérêt, surtout pas Israël, mais certains Palestiniens non plus.

Monsieur le ministre, je vous demanderai, ainsi qu'aux parlementaires de la majorité, d'être conformes et logiques avec vos engagements. Il nous faut un calendrier précis, en ce compris sur l'établissement des sanctions et cette loi qui interdit l'importation des produits des colonies; je crois qu'il est temps de le mettre à l'agenda de notre commission.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je voudrais d'abord dire mon soulagement et surtout mon espoir de voir que, même si c'est lent, imparfait et compliqué, le cadre multilatéral avance malgré tout. Il y a urgence puisque, comme vous l'avez rappelé, la situation sur le terrain est encore très instable et éminemment complexe. Néanmoins, le vote intervenu hier au Conseil de sécurité montre qu'après des mois de blocage, la communauté internationale parvient enfin à se mettre d'accord sur un horizon, une architecture de sortie de crise à Gaza, avec l'espoir, bien sûr encore éminemment fragile, d'un pas vers la sécurité sur place. Mais ce texte onusien ne sera crédible que s'il se traduit concrètement dans la vie quotidienne des familles palestiniennes et israéliennes: plus de bombardements, plus de roquettes, plus d'attaques, plus de peur, mais davantage de garanties, de protection et un respect strict du cessez-le-feu. La future force de stabilisation, les mécanismes de gouvernance transitoires et j'en passe, tout cela n'a de sens que si cela permet réellement aux enfants de Gaza de dormir sans craindre la prochaine frappe et de commencer à envisager autre chose que la survie au jour le jour. Dans ce contexte, l'angle humanitaire doit rester absolument central. Les résolutions précédentes sur Gaza rappelaient déjà l'urgence de l'accès sans entrave à l'aide, de la protection des travailleurs humanitaires et de la remise en état des infrastructures vitales. Le vote d'hier ne peut pas juste être un chapitre purement diplomatique de plus. Il doit apporter une solution politique et mener à des conséquences concrètes avec plus de convois, plus de carburants pour les hôpitaux, plus d'eau potable, plus de soutien psychologique et médical pour une population traumatisée, avec des garanties de sécurité, et aussi l'élimination du Hamas de toute gouvernance de la Palestine et sa démilitarisation. Des réformes importantes, des élections doivent remettre en selle l'Autorité palestinienne. Comme vous l'avez dit, l'Union européenne devra, bien plus que par le passé, jouer un rôle constant dans cette mise en œuvre et dans les précisions qui doivent encore intervenir, notamment sur le rôle de l'Autorité palestinienne, raison pour laquelle la pression des sanctions européennes contre le Hamas, contre les colons violents, doit être maintenue. Je vous remercie, monsieur le ministre, de maintenir ce message à la table du Conseil européen des Affaires générales. Nous serons à vos côtés chaque fois que la Belgique plaidera pour que la mise en œuvre de ce nouveau dispositif garde deux boussoles claires: la sécurité de toutes les populations et la priorité absolue donnée à l'humanitaire. Nous resterons vigilants pour que derrière les mécanismes et les textes, ce soit bien entendu des vies humaines que nous protégions.

De Amerikaanse beïnvloedingsactiviteiten in Groenland en de diplomatieke implicaties ervan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België is niet officieel geïnformeerd over Amerikaanse invloedsoperaties in Groenland, maar volgt de zaak nauwgezet vanwege strategische belangen en soevereiniteitskwesties. De regering benadrukt EU-eenheid en coördinatie bij eventuele steun aan Denemarken, plus versterkte inlichtingen- en wetgevingsmaatregelen tegen buitenlandse inmenging. Lacroix kritiseert de dubbelzinnige rol van de VS (als bondgenoot die een andere bondgenoot ondermijnt) en waarschuwt voor Trumps destabiliserende invloed op de regio.

Christophe Lacroix:

Selon une enquête de la chaîne publique danoise DR, relayée par la VRT, trois citoyens américains, liés aux cercles proches de l’ancien président Donald Trump, auraient mené une campagne d’influence au Groenland visant à encourager une dynamique séparatiste et à affaiblir l’autorité du Danemark sur ce territoire autonome. Ces individus auraient établi des listes de Groenlandais favorables à une indépendance ou à un rapprochement avec les États-Unis, tout en diffusant des récits négatifs sur le Danemark et positifs sur les États-Unis. Le ministre danois des Affaires étrangères a qualifié ces actes "d'espionnage" et a convoqué le diplomate américain en poste à Copenhague.

Cette situation s’inscrit dans un contexte plus large d’intérêt stratégique et économique des États-Unis pour le Groenland, notamment en raison de ses ressources naturelles et de sa position géopolitique. Elle soulève des questions sérieuses quant au respect de la souveraineté des États européens et à la stabilité des relations transatlantiques.

Dans ce cadre, et en cohérence avec ma proposition de résolution visant à soutenir le Danemark face aux ambitions américaines sur le Groenland et à protéger l’intégrité territoriale de l’Europe, je souhaiterais vous demander:

La Belgique a-t-elle informée officiellement par les autorités danoises ou américaines de ces activités d’influence au Groenland ?-Comment évaluez-vous l’impact de ces actions sur la stabilité régionale et sur les relations entre l’Union européenne et les États-Unis?

La Belgique envisage-t-elle de soutenir diplomatiquement le Danemark dans cette affaire, notamment au sein des instances européennes ou internationales?

Quelles mesures le gouvernement belge propose-t-il pour prévenir et contrer de telles ingérences étrangères dans les affaires internes des États européens?

Maxime Prévot:

Monsieur Lacroix, à ce stade, la Belgique n'a pas été officiellement informée par le Danemark ou les États-Unis des faits rapportés par la presse. Nos représentations diplomatiques suivent néanmoins la situation de près, compte tenu de la sensibilité stratégique du Groenland et des enjeux de souveraineté qu'elle soulève. Vous connaissez l'attachement sans cesse réaffirmé de notre pays au respect du droit international et à l'intégrité territoriale des États, a fortiori lorsqu'il s'agit d'un État membre de l'Union européenne. Toute initiative concrète de soutien au Danemark devrait être coordonnée au niveau européen afin de préserver l'unité et la cohérence de notre action extérieure. Enfin, la Belgique poursuit ses effort en lien avec ses partenaires européens et alliés, pour détecter et contrer toute ingérence étrangère, notamment par le renforcement de la coopération en matière de renseignements, la lutte contre la désinformation et l'adaptation de notre cadre législatif.

Christophe Lacroix:

Comme je m'y attendais, vous répondez de manière prudente, monsieur le ministre. Vous évoquez les efforts en matière de coordination avec nos alliés alors que, vraisemblablement, un de nos alliés joue un rôle dans l'influence au Groenland, essayant de déstabiliser un autre allié, à savoir le Danemark. Nous serons attentifs au suivi. Il est dit du président Trump qu'il se comporte comme un enfant terrible, pas des plus sympathiques. Il faut vraiment rester attentifs à ce qu'il se passe au Groenland.

De situatie in het westen van de DRC

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De westelijke crisis in de RDC (Kinshasa, Mai-Ndombe, Kwango, Kwilu, Kongo Central), veroorzaakt door Mobondo-milities, eist sinds 2022 5.000 doden en 200.000 ontheemden, maar blijft internationaal genegeerd, ondanks de nabijheid van de hoofdstad. België monitort actief, sensibiliseert partners (EU, VN, Caritas), steunt humanitaire hulp (via Rode Kruis en VN-fonds) en dringt aan op betere documentatie en preventie, maar met beperkt succes door operationele toegangshindernissen. Lydia Mutyebele Ngoi benadrukt dat de focus op oost-Congo (Kagame-conflict) de verwaarlozing van het westen verergert en pleit voor gelijkwaardige aandacht voor alle provincies. Prévot bevestigt lopende inspanningen, maar erkent dat internationale betrokkenheid ontbreekt.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, depuis juin 2022, l'ouest de la République démocratique du Congo – en particulier les provinces de Kinshasa, du Mai-Ndombé, du Kwango et du Kwilu – est ravagé par des violences persistantes, alimentées par les milices "Mobondo". Ces attaques ont causé la mort de centaines de civils, forcé des milliers de familles à fuir et plongé des communautés entières dans une insécurité alimentaire alarmante.

Cette crise demeure largement méconnue sur la scène internationale, alors même qu'elle affecte des populations particulièrement vulnérables et risque de déstabiliser durablement l'ouest du pays.

Suite à votre récente visite en République démocratique du Congo, au cours de laquelle vous avez rencontré divers acteurs institutionnels et de la société civile, pourriez-vous préciser quelles informations ou évaluations vous avez pu recueillir au sujet de la situation humanitaire et sécuritaire dans les provinces à l'ouest de la RDC?

Quelles démarches la Belgique entend-elle entreprendre, au niveau bilatéral ou multilatéral, pour mieux documenter cette crise, soutenir les efforts de prévention et répondre aux besoins urgents des populations déplacées?

La diplomatie belge envisage-t-elle de sensibiliser ses partenaires européens et onusiens à cette crise oubliée, afin d'éviter qu'elle ne s'aggrave dans l'indifférence générale?

Maxime Prévot:

Madame la députée, la situation sécuritaire et humanitaire dans l'ouest de la RDC est en effet très préoccupante. Comme vous le soulignez à juste titre, cette crise reçoit trop peu d'attention et est largement oubliée par la communauté internationale. Cela ne signifie toutefois pas que la Belgique ne suit pas la situation, bien au contraire. S'il y en a bien un parmi les différents pays qui reste on ne peut plus attaché au suivi de la situation, c'est certainement le nôtre.

Nous essayons même de sensibiliser nos partenaires à ce sujet au niveau local, à Kinshasa, avec les ambassades d'autres pays, mais aussi avec les diverses organisations partenaires comme Caritas et le Bureau conjoint des Nations Unies aux droits de l'homme. Nos diplomates sur place ont également déjà évoqué la situation à plusieurs reprises et à différents niveaux avec les autorités congolaises. J'ai moi-même abordé cette crise durant mon intervention à la conférence humanitaire de Paris sur les Grands Lacs du 30 octobre dernier, mais je dois malheureusement constater que j'ai été le seul à le faire. J'ai aussi demandé à mon cabinet de me représenter à une conférence organisée par Caritas à ce sujet et qui aura lieu demain soir à Bruxelles.

Nous avons évidemment bien conscience des enjeux sécuritaires étant donné aussi la proximité de ce conflit avec la capitale congolaise. Alors que ce conflit perdure depuis plusieurs années, les différentes initiatives entreprises par les autorités pour contenir le phénomène Mobondo n'ont malheureusement pas permis d'obtenir les résultats escomptés et les violences se poursuivent. La crise humanitaire touche désormais cinq provinces, à savoir le Mai-Ndombe, Kwilu, Kwango, Kongo Central et la commune rurale de Maluku dans la ville-province de Kinshasa.

Selon les chiffres des Nations Unies, près de 200 000 personnes seraient toujours déplacées et feraient face à divers besoins humanitaires non rencontrés. Des chiffres crédibles provenant de la société civile font par ailleurs état d'environ 5000 décès enregistrés depuis juin 2022.

La Belgique apporte également sa contribution en termes d'aide humanitaire. Nous avons octroyé un financement direct à la Croix-Rouge de Belgique et Rode Kruis-Vlaanderen Internationaal. Ce soutien, qui constitue l'un des rares dans cette région, permet de venir notamment en aide à des milliers de déplacés.

Le fonds humanitaire RDC, géré par le Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires, dont la Belgique est l'un des deux plus importants donateurs, a également lancé une allocation de deux millions de dollars malgré un contexte opérationnel particulièrement difficile et où l'accès humanitaire constitue encore un véritable défi.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il est judicieux de soutenir Caritas, car ce sont de telles ONG qui accomplissent un véritable travail de proximité et qui connaissent les problèmes auxquels se heurtent les populations affectées par ce conflit. Cette situation à l'ouest est une crise oubliée, qui est éclipsée par de nombreux problèmes. Nous pouvons cependant saluer le fait que l'attention croît et que de plus en plus de ressources sont mobilisées dans le conflit à l'est que livre M. Kagame. Il reste que le Congo est un grand pays. D'autres provinces sont démunies et isolées face à leurs propres problèmes. Ces populations tombent complètement dans l'oubli. J'espère que vos services et nos projets vont continuer à considérer l'ensemble de la RDC et que nous soutiendrons le développement de toutes ses provinces.

De politieke situatie in Venezuela en de spanningen met de VS
De escalatie tussen de VS en Venezuela
De ?Amerikaanse militaire dreiging in Venezuela
De escalatie van de spanningen tussen de VS en Venezuela
De spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela
De Amerikaanse militaire dreiging tegen Venezuela
Amerikaans-Venezolaanse politieke en militaire spanningen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België uit diepe bezorgdheid over de escalerende militaire spanningen tussen de VS en Venezuela—officieel gericht tegen drugshandel, maar met risico op regionale ontsporing—en benadrukt dat unilaterale VS-acties (zoals dodelijke aanvallen op boten) in strijd zijn met internationaal recht, zonder Belgische steun. De humanitaire crisis en migratie verslechteren door Venezolaanse repressie en militarisering, terwijl België via de EU en VN humanitaire hulp (€275 miljoen in 2023) en democratische druk (o.a. steun voor Nobelprijswinnaar Machado) blijft kanaliseren. Boukili eist een ondubbelzinnige veroordeling van de VS, die volgens hem onder valse voorwendsels (zoals in Irak) Venezolaanse olie wil controleren, terwijl Prévot herhaalt dat België de-escalatie en dialoog nastreeft, maar geen juridisch onwettige acties tolereert—een standpunt dat De Maegd onderschrijft, met focus op civiele bescherming en VN-mechanismen.

Voorzitter:

Mevrouw Depoorter is niet aanwezig.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors de notre dernier échange en commission, vous aviez décrit avec précision l'escalade entre les États-Unis et le Venezuela dans le cadre des opérations "antidrogue" en mer des Caraïbes. Depuis, la situation a encore franchi un nouveau cap.

Les États-Unis ont désormais déployé le porte-avions USS Gerald R. Ford dans la région, venant s'ajouter aux navires déjà présents.

Il s'agit, selon la presse internationale, du plus important déploiement militaire américain dans la zone depuis les années 1990.

Officiellement, il s'inscrit dans la lutte contre le narcotrafic, mais il s'accompagne d'au moins une vingtaine de frappes létales contre des embarcations suspectées, qui auraient fait plus de 70 morts depuis septembre.

En réaction, le gouvernement Maduro a annoncé une mobilisation massive des forces armées et de la Milicia Bolivariana, présentant la présence américaine comme une menace directe contre la souveraineté du pays. Des responsables onusiens ont récemment alerté le Conseil de sécurité sur le risque de dérapage régional et sur les conséquences possibles pour la stabilité des Caraïbes.

Dans ce contexte, je souhaiterais vous poser quelques questions.

1. Quelle est l'analyse belge des dernières évolutions de la situation sur place, et notamment du risque d'embrasement régional?

2. Le sujet a-t-il été abordé au niveau européen depuis nos dernières discussions, et si oui qu'en est-il ressorti?

3. Disposez-vous d'éléments récents sur l'impact de cette escalade sur la situation humanitaire et les flux migratoires dans la région?

4. Enfin, comment notre pays entend-il continuer à soutenir les mécanismes internationaux chargés de documenter et de sanctionner les violations des droits humains au Venezuela?

Je vous remercie.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, depuis août 2025, les États-Unis ont déployé dans les Caraïbes plusieurs navires de guerre stationnés à Porto Rico. Le 24 octobre, le plus grand porte-avions du monde est venu renforcer cette flotte. Tout ça s'apparente à un blocus militaire et sert de pression pour un éventuel scénario d'intervention sous couvert d'une guerre contre la drogue au Venezuela. Pourtant, selon des rapports de l'ONU et de l'agence antidrogue américaine, le Venezuela ne joue qu'un rôle marginal dans le trafic international de stupéfiants.

Ce qui se passe aujourd'hui n'a rien à voir avec la lutte contre le trafic de drogue. C'est une manœuvre politique cynique destinée à justifier une nouvelle agression. En réalité, les États-Unis comptent mettre la main sur les ressources de la région et empêcher toute alternative qui conteste la domination de Washington. Il est important de rappeler que le Venezuela a la plus grande réserve de pétrole au monde. Tout ceci n'est pas un hasard.

Monsieur le ministre, vous avez récemment déclaré que l'Amérique latine doit redevenir une priorité de la diplomatie belge et que l'Europe ne doit pas danser au rythme de Donald Trump. Mais dans ce contexte d'intervention éventuelle, vous êtes resté silencieux. Condamnez-vous sans équivoque l'usage de la force en dehors de tout cadre juridique au niveau du droit international par les États-Unis au Venezuela? Comptez-vous interpeller les autorités américaines quant à la légalité de ces opérations? Comptez-vous appeler à la désescalade, au respect du droit international ainsi qu'à la souveraineté des pays d'Amérique latine et des Caraïbes?

Maxime Prévot:

Je répondrai à MM. Boukili et De Maegd mais également aux collègues néerlandophones qui m'avaient à l'origine interrogés sur le sujet.

In Venezuela is de politieke en humanitaire situatie uiterst zorgwekkend. België is diep bezorgd over de aanhoudende repressie door de Venezolaanse autoriteiten, die het land in een van de ernstigste mensenrechtencrisissen van de afgelopen decennia hebben gestort. De recente afkondiging van de noodtoestand en de mobilisatie van 2,5 miljoen miliciens hebben geleid tot een verdere escalatie en militarisering, waardoor de toch al precaire humanitaire situatie nog meer onder druk komt te staan.

België was in juni 2023 gastland voor de internationale solidariteitsconferentie over de Venezolaanse migratiecrisis, die 275 miljoen euro opleverde voor humanitaire en ontwikkelingssteun in gastlanden. België draagt via multilaterale kanalen actief bij aan het verlichten van de noden van Venezolaanse migranten en vluchtelingen.

Hoewel er geen bilaterale projecten lopen, ondersteunt België wel regionale humanitaire hulp, onder meer via de Food and Agriculture Organization, om de voedselonzekerheid in Venezuela aan te pakken. België draagt ook bij aan het Central Emergency Response Fund van de Verenigde Naties, dat in 2025 reeds 11 miljoen euro heeft toegewezen aan Venezuela voor hulp aan kwetsbare bevolkingsgroepen.

Via de Europese Unie speelt België ook een actieve rol in het bevorderen van een democratische oplossing. In 2024 riep de Europese Raad op tot respect voor de democratische wil van het Venezolaanse volk en verklaarde dat enkel volledige en onafhankelijk verifieerbare verkiezingsresultaten zouden worden erkend.

Ik juich in die context de toekenning toe van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Venezolaanse oppositieleidster María Corina Machado uit waardering en erkenning voor haar strijd voor democratie en vrede. De beslissing van het Nobelcomité zet de internationale oproepen voor een vreedzame overgang naar democratie extra kracht bij.

Wat de spanningen met de Verenigde Staten betreft, heb ik al meegedeeld dat die zorgwekkende escalatie nauwlettend opgevolgd wordt door mijn diensten.

La lutte contre le crime organisé et le trafic de drogue forme une priorité essentielle pour notre gouvernement, et nous partageons les préoccupations américaines face à la problématique du narcotrafic. Pour autant, nos méthodes diffèrent. La Belgique et l'Union européenne sont engagées dans la lutte contre le trafic de drogue à travers une coopération durable entre les parties prenantes et dans le plein respect du droit international et des principes d'intégrité territoriale et de souveraineté, tels que consacrés dans la Charte des Nations Unies. Nous ne soutenons en aucune manière les actions unilatérales et les mesures extrajudiciaires. J'ai eu l'occasion de porter ce message de manière très claire lors de mon intervention au sommet EU-CELAC, le 9 novembre dernier, à Santa Marta, où il m'a finalement été permis d'arriver juste avant la clôture de la session.

België pleit voor de-escalatie en het behoud van vrede in de regio. Maritieme veiligheid is van cruciaal belang voor de regionale stabiliteit op het Amerikaanse continent. We moedigen de Verenigde Staten en Venezuela aan tot terughoudendheid en constructieve dialoog, met het oog op het de-escaleren van de spanningen.

Michel De Maegd:

Depuis notre dernier échange, l'escalade relative au Venezuela a pris une ampleur inédite. Le risque de dérapage dépasse largement le seul cadre du narcotrafic. Dans ce contexte, il me semble essentiel que la Belgique, avec le reste de l'Union européenne, reste vigilante en soutenant pleinement les initiatives de désescalade, en renforçant notre appui aux mécanismes internationaux de surveillance des droits humains et en maintenant notre attention sur les conséquences humanitaires et migratoires qui, selon plusieurs observateurs, s'aggravent. Notre message doit rester clair, je pense que vous partagerez ce point de vue, et la protection des populations civiles doit rester au centre de notre positionnement diplomatique.

Nabil Boukili:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je me réjouis que vous affirmiez que vous ne soutiendrez pas une intervention militaire et que vous ne soutiendrez pas l'esprit d'escalade entretenu aujourd'hui par les États-Unis. Dans ce cas, il faut être conséquent et condamner les manœuvres américaines, car il existe une volonté des États-Unis d'intervenir militairement pour s'accaparer les richesses pétrolières vénézuéliennes. Nous connaissons les États-Unis, ils n'en sont pas à leur coup d'essai. Ils sont responsables de plus de 120 interventions dans le monde, dont la majorité sont illégales. Souvenons-nous de l'Irak, où ils avaient trouvé le prétexte des armes de destruction massive. Un chiffon agité à l'Assemblée générale des Nations Unies par le secrétaire d'État américain, dont il s'est ensuite avéré qu'il s'agissait d'un mensonge. C'était un prétexte pour s'attaquer à l'Irak avec pour conséquence les destructions et les désastres que nous connaissons. Les manœuvres américaines menacent la stabilité mondiale et la paix dans le monde. Les États-Unis n'ont jamais été un facteur de paix, mais un facteur de déstabilisation et de danger pour le reste du monde. On le voit aujourd'hui, pas seulement avec le Venezuela, mais aussi avec la Colombie. Le président colombien s'est même exprimé sur le danger américain. Monsieur le ministre, il ne faut pas se cantonner à rappeler que la Belgique respecte le droit international. Il faut être conséquent et condamner fermement les manœuvres américaines. Une déclaration ne suffit pas; il faut des positions politiques claires si l'on souhaite être cohérent en matière de droit international. Je rappelle que les États-Unis n'ont pas jugé nécessaire d'intervenir en Israël ou de menacer militairement Israël qui est pourtant responsable d'un génocide. Non, ils ont armé Israël, ils ont financé le génocide. Nous faire croire que les objectifs américains ou les manœuvres américaines visent à défendre les droits humains ou les populations est donc une vaste supercherie qui n'est plus crédible aujourd'hui. Vous devez être conséquent en la matière, monsieur le ministre.

De Mercosur-handelsovereenkomst
Het standpunt van België inzake het partnerschap met Mercosur
België en de Mercosur-handelsovereenkomst

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België heeft nog geen definitief standpunt over het EU-Mercosur-akkoord, maar een onthouding (door landbouwgevoeligheden en gebrek aan interne consensus) lijkt waarschijnlijk, ondanks het strategisch en economisch belang voor Europa. De Raad stemt mogelijk half december, met het Deense voorzitterschap dat een ongewijzigde goedkeuring van de vrijwaringsmaatregelen voorstaat, terwijl België gesprekken met deelstaten voert maar nog geen akkoord bereikte. Di Nunzio betuigt spijt over de terughoudendheid en benadrukt het geopolitieke belang van snelle ratificatie.

Voorzitter:

De heer Keuten is niet aanwezig.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister. Ik heb vernomen – ik was toen nog geen lid van deze commissie – dat u begin oktober uitgebreid bent ingegaan op het partnerschapsakkoord tussen de EU en Mercosur.

U gaf toen aan dat uw diensten de verschillende aspecten van het akkoord aan het analyseren waren, maar dat er op dat moment nog geen definitief standpunt was ingenomen en dat het tijdschema nog niet bekend was. Intussen vernemen we dat de Europese Commissie hoopt het akkoord tegen het einde van dit jaar goedgekeurd te krijgen. Eindelijk, zou ik zeggen, want u weet dat het Mercosur-akkoord bijzonder belangrijk is voor ons land en voor de Europese Unie.

Het akkoord niet goedkeuren, zou een bijzonder ernstige en strategische fout zijn. Het is dus tijd dat België een duidelijk standpunt inneemt en dat akkoord effectief bewerkstelligt en goedkeurt. Ik heb daarover de volgende vragen, mijnheer de minister:

Ten eerste, heeft de federale regering intussen al een duidelijk standpunt ingenomen? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, welke elementen staan een definitief standpunt in de weg?

Ten tweede, zijn er reeds gesprekken met de deelstaten in verband met een standpuntbepaling? Zo ja, hoe verlopen die? Zo nee, wanneer zult u daarmee starten?

Ten derde, wanneer staat het handelsakkoord op de agenda van de Raad? Hebt u daarop al zicht? Is het effectief de bedoeling dat het voor het einde van het jaar wordt goedgekeurd?

Ten slotte, bent u bereid bij de andere lidstaten te pleiten voor een snelle goedkeuring van het akkoord, gezien de economische en geopolitieke meerwaarde voor ons land? Ik dank u.

Maxime Prévot:

Mijnheer Di Nunzio, het standpunt van de federale regering en van België is nog niet definitief. De gevoeligheden met betrekking tot de landbouwsector zullen waarschijnlijk leiden tot een onthouding, wat het gevolg zou zijn van het ontbreken van interne consensus. Het definitieve Belgisch standpunt moet worden geformaliseerd door een besluit dat wordt gevalideerd tijdens een vergadering binnen ons DGE-coördinatiemechanisme, beheerd door Buitenlandse Zaken.

Op 8 oktober heeft de Europese Commissie een voorstel van verordening goedgekeurd met het oog op de operationalisering van de vrijwaringsmaatregelen in het kader van de overeenkomst met Mercosur.

De zaak is nu ter goedkeuring voorgelegd aan zowel de Raad als het Parlement. In de Raad stelt het Deense voorzitterschap voor om het voorstel van de Commissie ongewijzigd over te nemen, zonder amendementen. Bij gebrek aan een intra-Belgische consensus zal België zich in de besprekingen over de vrijwaringsmaatregelen onthouden.

We volgen ook de ontwikkelingen in de acties die zijn aangekondigd in het kader van de visie op de toekomst van de landbouw, met name met betrekking tot de mogelijke afstemming van de productienormen op pesticiden en dierenwelzijn die van toepassing zijn op geïmporteerde producten, en de aankondiging van het voornemen van de Commissie om het aantal audits en controles in derde landen te verhogen.

We houden ook nauwlettend toezicht op het nieuwe Unity Safety Net, dat het mogelijk moet maken om boeren in het geval van een markverstoring financieel te ondersteunen.

Die dossiers houden niet rechtstreeks verband met Mercosur en zullen niet volgens dezelfde timing verlopen, maar ze zijn ook belangrijk voor de algemene beoordeling van de situatie.

Dat brengt mij bij de tijdslijn die onder de verantwoordelijkheid van het Deense voorzitterschap valt en altijd aan mogelijke veranderingen onderhevig is. Op basis van de informatie die op dit moment beschikbaar is, lijkt het erop dat de stemming in de Raad van de Europese Unie rond half december zal plaatsvinden. Het staat elke autoriteit vrij om haar standpunt tussen nu en de definitieve beslissing te wijzigen.

Sandro Di Nunzio:

Mijnheer de minister, het is jammer om hier te vernemen dat we naar een onthouding zullen gaan. U weet dat mijn fractie pleit voor een goedkeuring van dat akkoord. Zeker in de wereld waarin we leven, is dat strategisch enorm belangrijk, zowel voor ons als voor Europa. We zijn daarin toch wel ontgoocheld.

Een betere integratie van mantelzorg op de werkvloer

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 18 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Isabelle Hansez (Les Engagés) benadrukt dat 1 miljoen Belgen mantelzorg combineren met werk, vooral vrouwen in leidinggevende functies, en pleit voor structurele "aidance-friendly policies" (flexibele uren, manageropleidingen, gemeenschapssteun) naar Frans voorbeeld, met overheidssamenwerking met sociale partners. Minister Clarinval erkent het belang maar wijst de verantwoordelijkheid af naar sociale partners, beperkt tot bestaande wettelijke kaders. Hansez dringt aan op systeemsteun om uitsluiting te voorkomen, zonder concrete toezeggingen. De discussie eindigt zonder verdere actiepunten.

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, en Belgique, près d'un million de personnes assument aujourd'hui un rôle d'aidant proche et l'on estime qu'entre 20 et 25 % des travailleurs combinent leur activité professionnelle avec cette responsabilité.

Cette réalité sociale majeure reste pourtant insuffisamment intégrée dans les pratiques de nos entreprises et de nos administrations. Si le cadre légal a évolué ces dernières années pour reconnaître le statut d'aidant proche, le défi est désormais d'accompagner cette reconnaissance dans le monde du travail. Or les témoignages montrent que ce sont surtout des femmes, souvent dans des postes à haute responsabilité, qui prennent la parole pour raconter ces situations.

Cela interroge sur l'impact genré de l'aidance et sur les adaptations managériales nécessaires. En France, certaines entreprises ont commencé à mettre en place de véritables politiques managériales de l'aidance, à l'instar de ce qui s'est fait auparavant pour la conciliation entre la vie privée et la vie professionnelle, avec ce que l'on appelait les Family-friendly policies .

Des initiatives comme celle de Mighty Millie montrent qu'il est possible d'intégrer l'aidance dans les parcours professionnels en travaillant sur la communication interne, sur la formation des managers, sur l'adaptation des horaires et sur la mise en place de communautés d'entraide, au niveau des pratiques d'entreprise.

Dès lors, monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes.

Quelle action le gouvernement entend-il promouvoir pour encourager les entreprises et les services publics à intégrer une véritable politique de soutien aux salariés aidants, au-delà des seuls droits individuels prévus par la loi? Le gouvernement est-il prêt à engager un dialogue avec les partenaires sociaux pour réfléchir à un cadre d'aidance- friendly policies permettant d'adapter les horaires, de former ou de sensibiliser les managers et de reconnaître le double statut de travailleur aidant comme une réalité structurante de nos relations de travail?

David Clarinval:

Madame la députée, je suis tout à fait conscient du rôle essentiel que jouent les salariés aidants dans notre société et de l'impact que leur double mission peut avoir sur leur vie professionnelle. L'accord de gouvernement confirme également que les aidants proches jouent un rôle très important et qu'il faut mieux les soutenir et renforcer leur statut et leurs droits.

Au-delà des dispositifs légaux existants, je ne peux qu'encourager le secteur privé à reconnaître également le rôle important des aidants dans notre société au sein de leur structure managériale. L'aidance est en effet devenue une réalité majeure de la vie de nombreux travailleurs. Étant donné que vos propositions relèvent du secteur privé et de la relation de travail, une prise de position à ce sujet appartient en premier lieu, me semble-t-il, aux partenaires sociaux.

Isabelle Hansez:

Je vous remercie monsieur le ministre.

Comme vous le savez, les aidants proches constituent une nécessité absolue pour Les Engagés. Comme vous l'avez souligné, il convient de pouvoir leur apporter un soutien complet et systémique afin d'éviter toute forme d'exclusion, conformément à notre accord de gouvernement. Je vous remercie de l'avoir rappelé.

De voorzitster : Collega’s, de minister had aangekondigd te moeten vertrekken om 18.30 uur. Vooraleer we afronden, wil ik nog vragen of er collega’s zijn die hun vragen willen omzetten in mondelinge vragen.

Anja Vanrobaeys:

Ik geef alvast het goede voorbeeld en zet mijn samengevoegde vragen met nrs. 56009734C en 56009859C om in schriftelijke vragen.

Vraag nr. 56010390C heb ik eerst schriftelijk ingediend, dan weer mondeling, dan weer schriftelijk en nu weer mondeling, omdat ik echt op een antwoord wacht. Mocht ik dat antwoord nu kunnen krijgen, dan zet ik die ook om in een schriftelijke vraag.

David Clarinval:

Dat is genoteerd. Ik bezorg u het antwoord. De voorzitster : Wensen er nog mensen vragen om te zetten? (Nee) Dan sluit ik de vergadering. Bedankt, mijnheer de minister en collega’s. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.29 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 29.

De Poolse weigering om te voldoen aan de solidariteitsplicht in het kader van het EU-migratiepact

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 13 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tien jaar na de aanslagen in Parijs kritiseert Van Belleghem (Vlaams Belang) het EU-migratiebeleid, dat België dwingt tot opvang of hoge boetes (€20.000 per geweigerde migrant), terwijl landen als Polen en Oostenrijk weerstand bieden door asielstoppen of weigeringen. Minister Van Bossuyt (N-VA) benadrukt dat België al boven zijn *fair share* opvangt, financiële solidariteit verkiest boven extra opvang, en eist dat grenslidstaten (Griekenland, Italië) hun Dublinverplichtingen nakomen om secundaire migratie te stoppen. Van Belleghem valt hard uit: ondanks N-VA’s EU-kritiek in het verleden, blijft België gevangen in een systeem dat massamigratie, criminaliteit en sociale lasten verergert, terwijl burgers dit beu zijn. De kernconflict blijft: EU-loyaliteit vs. nationale soevereiniteit in migratiebeheer.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, vandaag, 13 november, herdenken we de gruwelijke terreuraanslagen in Parijs. Tien jaar geleden vermoordden islamitische terroristen, onder wie Salah Abdeslam, 129 mensen en verwondden zij er meer dan 350. Tien jaar na Wir schaffen das moeten we vaststellen dat Europa vooral zichzelf heeft afgeschaft, zijn cultuur, zijn identiteit en vooral zijn zekerheid.

Intussen blijven elk jaar 30.000 à 40.000 asielzoekers naar dit land komen, op zoek naar bed, bad en brood, en dankzij minister Van Bossuyt ook naar zon, zee en strand in het asielcentrum in Bredene. De Europese Unie legt ons nu met het EU-migratiepact een valse keuze op. Ofwel vangen we nog meer asielzoekers op, ofwel betalen we 20.000 euro per geweigerde migrant. Dat pact zorgt dus voor meer migratie en meer kosten.

Andere lidstaten tonen echter dat verzet wel degelijk werkt. Finland voerde een asielstop in. Oostenrijk beperkt gezinshereniging, tegen de Europese regels in. Griekenland stuurt asielzoekers gewoon door naar ons. Polen heeft nu verklaard te weigeren extra migranten op te nemen en zal er ook niet voor betalen.

Mevrouw de minister, wanneer zult u eens kiezen voor de belangen van onze eigen burgers in plaats van slaafs de dictaten van de Europese Unie te volgen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik heb gisteren in de commissie toegelicht dat bepaalde lidstaten op basis van hun specifieke situatie door de Europese Commissie zijn onderverdeeld in categorieën naargelang hun migratiedruk. Cyprus, Spanje, Griekenland en Italië vallen hieronder vanwege de acute druk aan de buitengrenzen. Polen en Tsjechië behoren tot de categorie vanwege het enorme aantal Oekraïense ontheemden.

Met betrekking tot België erkent de Europese Commissie dat het land bijzonder zwaar getroffen wordt door secundaire migratie, met een uitzonderlijke druk op ons opvangsysteem tot gevolg. Bovendien erkent de Europese Commissie dat België meer dan zijn fair share levert, het betreft dan de verhouding tussen het aantal asielzoekers dat we opvangen en ons bevolkingsaantal en bbp.

Polen behoort tot de categorie die een vermindering van bijdragen kan vragen. Het is dus niet zo dat het eenvoudigweg weigert te betalen.

België blijft een loyale Europese partner, maar ons opvangsysteem zit nog steeds overvol. We verkiezen daarom om financiële bijdragen te betalen in plaats van extra asielzoekers op te nemen. Zo helpen we lidstaten aan de buitengrenzen om structurele maatregelen te nemen, zodat er niet langer naar België wordt doorgereisd. Solidariteit kan niet zonder verantwoordelijkheid. Lidstaten die solidariteit ontvangen, moeten hun Dublinverplichtingen naleven. Wij verwachten dat zij de komende maanden tastbare vooruitgang boeken. Alleen zo kunnen we tot echte resultaten komen en blijft het Dublinsysteem werkbaar.

Wat de omvang van de solidariteitspool betreft, die wordt de komende weken verder onderhandeld tussen de lidstaten. Ik zal er alvast alles aan doen om onze eigen bijdragen zo veel mogelijk te beperken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik had eigenlijk wel verwacht dat de N-VA tijdens de onderhandelingen over migratie haar broek zou aftrekken, maar u staat hier eigenlijk allemaal in uw blootje. Gisteren nog zei een N-VA-collega in de commissie dat de oplossing niet binnen de Europese Unie ligt, maar vandaag komt u mij het tegenovergestelde vertellen. Wie gelooft dat nog? Ondertussen blijft de realiteit keihard: 30.000 asielzoekers, 40.000 gezinsmigranten, 200.000 illegalen. Vreemdelingen zijn bovendien oververtegenwoordigd in de criminaliteit, in de werkloosheid en in de sociale uitkeringen. Mevrouw de minister, dit land is het spuugzat en ik zal mij daar altijd tegen verzetten. Dat is niet uit haat, maar uit liefde voor onze kinderen en voor onze kleinkinderen.

De verdere integratie van de sociale inspectiediensten

Gesteld door

lijst: N-VA Wouter Raskin

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De minister erkent het belang van het Rekenhof-rapport over hr-harmonisatie bij sociale inspectiediensten (o.a. uniformering vergoedingen en personeelsplanning), maar wijst verdere integratie of fusie af als geen prioriteit, gezien de huidige operationele successen (100.000+ controles, sterke SIOD-samenwerking). Raskin benadrukt dat integratie efficiënter kan zijn, maar stelt zich tevreden met de belofte om de aanbevelingen (met name strategische personeelsplanning) uit te voeren, zonder concrete toezeggingen daarover. Beide partijen zijn het eens over de nodige versterking (personeel, afstemming), maar verschillen in visie op structuurwijzigingen.

Wouter Raskin:

Mijnheer de minister, ik verwijs opnieuw naar het rapport van het Rekenhof over het hr-beleid van de federale sociale inspectiediensten. Daarin formuleert het Rekenhof enkele aanbevelingen aan de regering, met andere woorden aan u. Het rapport legt onder meer de nadruk op de noodzaak van een verdere harmonisering en het afbouwen van de verschillen in het hr-beleid.

Het Rekenhof beveelt onder meer aan om tussen de verschillende inspectiediensten het bedrag en de voorwaarden van de forfaitaire vergoedingen te harmoniseren, en om bij de sociale inspectiediensten die onder de openbare instellingen van sociale zekerheid (OISZ) ressorteren, eenzelfde strategische en operationele personeelsplanning in te voeren als die welke al bestaat bij bijvoorbeeld de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Hoe staat u tegenover die aanbevelingen van het Rekenhof? Met andere woorden, kunt u zich vinden in het idee om het hr-beleid van de verschillende sociale inspectiediensten te uniformiseren? Indien dat zo is, kan dat volgens u een opstap vormen naar een verdere integratie van de diverse inspectiediensten?

Rob Beenders:

Dank u wel, mijnheer Raskin.

Ik ben door het rapport van het Rekenhof nog niet overtuigd dat een fusie of integratie vandaag de meest aangewezen oplossing is in de strijd tegen sociale fraude. Dat is geen ideologische kwestie, maar de realiteit is dat er op het terrein vandaag heel wat andere uitdagingen bestaan om die strijd te voeren, en een fusie of integratie behoort daar op dit moment niet toe. Dat ligt dus niet op tafel. Dat neemt niet weg dat het rapport van het Rekenhof een belangrijk document is. Met de aanbevelingen ervan zullen we ook effectief aan de slag gaan.

Over de harmonisering van de vergoedingen – een niet onbelangrijke aanbeveling – kan ik u meedelen dat we dat zeer grondig bespreken, bekijken en ook zullen behandelen. Ik streef naar een zo groot mogelijke mate van harmonisering en transparantie, met respect voor de specifieke eigenheid en werking van elke sociale inspectiedienst. Op dat vlak zullen we het overleg zeker voortzetten.

In de beleidsverklaring is daarover al een en ander vermeld. Daarin ben ik uitvoerig ingegaan op de cruciale rol van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) en op het belang van een versterkte samenwerking tussen de verschillende inspectiediensten. Die verschillende inspectiediensten zijn goed geïntegreerd binnen de structuren van de SIOD, waar echt wel structureel overleg gepleegd wordt waarbij de regionale inspectiediensten goed betrokken worden.

Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik vandaag wat betreft de operationele werking van de strijd tegen de sociale fraude zeer aangenaam verrast ben over de manier waarop die verloopt. Het is ook te zien in de resultaten. We hebben dit jaar, meen ik, al meer dan 100.000 controles uitgevoerd via de individuele inspectiediensten. We hebben ook al meer dan 10.000 gemeenschappelijke controles uitgevoerd. Dat zijn echt heel hoge aantallen. Dat is een teken dat het operationeel wel heel goed werkt. Andere uitdagingen, zoals extra personeel aannemen en dergelijke, zijn op dit moment veel meer aan de orde.

Ik zal met het rapport aan de slag gaan. De aanbevelingen ervan nemen we absoluut ter harte. Ik zal met de collega’s die bevoegd zijn voor bepaalde aanbevelingen nog contact opnemen, en indien nodig breng ik dit op de regeringstafel.

Wouter Raskin:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Voor alle duidelijkheid, ik wilde niet insinueren dat het een aanbeveling van het Rekenhof zou zijn om een verdere integratie van de inspectiediensten door te voeren; dat was een persoonlijke bemerking. Ik ben blij dat u zegt dat u het document van het Rekenhof een belangrijk document vindt en dat u aan de slag zult gaan met de aanbevelingen. U werd heel concreet over de vergoedingen, die geharmoniseerd zouden kunnen worden. U was veel minder concreet inzake de strategische en operationele personeelsplannen. Ik mag hopen dat u daar evenveel belang aan hecht. Ik blijf erbij dat de uitdagingen in het veld en de uitdaging inzake bijkomend personeel zeer groot zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de sociale inspectiediensten goed werk leveren, maar ik ben er ook van overtuigd dat de verdere integratie kan leiden tot een efficiëntere omgang met publieke middelen, wat effectief een meerwaarde kan betekenen; naast het bijkomend aanwerven van mensen en naast het afstemmen van een aantal dingen op elkaar. Ik ben het dus in grote mate met u eens, mijnheer de minister. Ik zal u helaas wel de rest van de legislatuur blijven lastigvallen, tussen aanhalingstekens, met een pleidooi voor de verdere integratie van een aantal diensten.

De controle van de langdurig zieken
De resultaten v.d. controles op langdurig zieken die tot aan hun pensioen arbeidsongeschikt blijven
De recente steekproef van het RIZIV bij langdurig zieken
De langdurig zieken
De steekproef bij langdurig zieken
De steekproef bij langdurig zieken
De steekproef van het RIZIV bij langdurig zieken
De gevolgen en beleidsaanpassingen na de RIZIV-steekproef bij langdurig zieken
De besparingen op de kap van de langdurig zieken
De erkenningen van invaliditeit tot aan het pensioen en eerdere beleidsinitiatieven
De erkenning van de langdurige arbeidsongeschiktheid en de werking van de GRI
De toenemende uitval door burn-out bij 30-minners
Het terug-naar-werkbeleid en de terug-naar-werkcoördinatoren
De vakbonden als erkend dienstverlener in het kader van het Terug-naar-werkfonds
De langdurig zieken en de preventie bij en verantwoordelijkheid van de werkgevers
De tekortkomingen in het re-integratiebeleid voor langdurig zieken
De Terug-naar-werkbarometer
De langdurig zieken
De langdurig zieken
De langdurig zieken
Een centrale plaats voor preventie in het arbeidsongeschiktheidsbeleid
Het beleid inzake de re-integratie van langdurig arbeidsongeschikten
De exponentiële toename van het langdurig ziekteverzuim bij deeltijdwerkers
Het 'totaalplan' voor de problematiek rond langdurig zieken
De begeleiding naar werk van niet-toeleidbare werkzoekenden
Het 'totaalplan' voor langdurig zieken
De verdeling van de langdurig zieken over de verschillende sectoren
Het re-integratietraject na een burn-out en de follow-up na de terugkeer op de werkvloer
De plannen voor besparingen bij de langdurig zieken
Langdurig ziekteverzuim, re-integratiebeleid en beleidsaanpassingen

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de hervorming van het beleid rond langdurig zieken, met focus op fraude, controle, re-integratie en solidariteit. Kritiekpunten zijn het gebrek aan opvolging (25% van gecontroleerde dossiers bleek onterecht in invaliditeit), te lage inzet op preventie (werkgevers, artsen en mutualiteiten ontlopen verantwoordelijkheid) en oneerlijke benadering (stigmatisering van zieken vs. werkgeversverantwoordelijkheid). Minister Vandenbroucke kondigt strengere controles (218.000 herbeoordelingen), een bonus-malussysteem voor werkgevers en betere samenwerking tussen artsen aan, maar oppositie en meerderheid blijven verdeeld over de balans tussen sancties en ondersteuning.

Voorzitter:

Monsieur le ministre, chers collègues, nous allons débuter notre réunion par un long débat d'actualité, puisqu'il comporte 29 questions orales. Ceux qui n'ont pas déposé de questions peuvent évidemment se joindre au débat, soit au moment des questions soit au moment des répliques. Certains d'entre vous ont déposé plusieurs questions dans ce cadre. Dès lors, leur temps de parole s'en trouve prolongé. C'est pourquoi je vous demanderais de regrouper vos questions. Cela nous fera ainsi gagner un peu de temps. Je vous indiquerai combien de temps vous est accordé, compte tenu des multiples questions que vous avez déposées. Sommes-nous d'accord sur le mode de fonctionnement? (Assentiment)

Irina De Knop (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, ik ga akkoord met de werkwijze, maar ik heb zeven vragen ingediend. Alleen het voorlezen van die vragen neemt al enige tijd in beslag. Mag ik vragen om daarmee tijdens de vraagstelling rekening te houden?

Voorzitter:

Nous avons fait le calcul pour vous. C'est douze minutes.

Irina De Knop (Open Vld): Je ne vais pas exercer mon droit sur douze minutes; je veux juste avoir les moyens de donner une introduction, puis de poser mes questions.

Voorzitter:

Vous avez parfois redéposé la même question.

Irina De Knop (Open Vld): Het is belangrijk dat we op alle vragen die we hebben voorbereid een antwoord krijgen. Als ik mijn vragen niet stel, zal ik er zeker geen antwoord op krijgen.

Voorzitter:

Je suis obligé de procéder comme cela parce que d'autres que vous ont déposé d'autres questions. Vous ferez ce que vous voulez avec votre temps. C'est votre liberté.

Axel Ronse (N-VA): Ik hoor dat over 'voorlezen' wordt gesproken. Mag ik een suggestie doen? Het zou heel fijn zijn dat niemand hier vragen voorleest, maar dat we een spontaan, authentiek en boeiend parlementair debat houden. Zo niet wordt deze vergadering zeer slaapverwekkend.

Voorzitter:

Monsieur Ronse, j'adore aussi les débats plus spontanés, mais en l'occurrence, certains parlementaires sont spontanés et d'autres le sont moins. C'est aussi leur liberté.

Je vous propose donc de lancer l'échange avec M. Van Lysebettens pour deux minutes.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de voorzitter, ik zal direct tegemoetkomen aan de heer Ronse.

Mijn vraag was natuurlijk al veel eerder ingediend en ondertussen hebben een aantal zaken zich voorgedaan, zoals vrijdag de documentaire op RTL. Daaruit bleek dat een aantal voorbeelden ontspoord zijn en dat is natuurlijk onaanvaardbaar voor het draagvlak van onze sociale zekerheid. Het is ook pijnlijk voor veel mensen die wel willen werken, en die zijn er wel degelijk, dat bleek zelfs in de documentaire. Ze ondervinden echter allerlei hindernissen. De regering wil de uitkering van mensen afnemen, maar eigenlijk moeten mensen vooral de mogelijkheid hebben om aan het werk te gaan.

Uw eigen steekproef, mijnheer de minister, die u hier correct toelichtte, wordt ondertussen al veelvuldig misbruikt om hypothetische opbrengsten te berekenen. Een eenzijdige focus op straffen en afpakken werkt contraproductief. Dat blijkt niet alleen uit het onderzoek van professor Godderis, maar dat hebt u zelf ook bevestigd in uw Oxfordtoespraak van vrijdag.

Onze gemeenschappelijke doelstelling moet zijn om langdurig zieken weer gezond te maken. Hoe wilt u artsen ondersteunen om dat te doen, gezien hun huidige werkdruk? Kan arbeidsongeschiktheid niet beter extern en onafhankelijk worden vastgesteld? Voorziet u specifieke activeringsmaatregelen voor langdurig zieken, bijvoorbeeld via aangepaste werktrajecten? Zal de regering ook voor die trajecten bijkomende maatregelen uitwerken, bijvoorbeeld in het kader van de pensioenhervorming?

U verklaarde dat langdurig zieken slachtoffers zijn van een systeem dat hen jarenlang weinig heeft opgevolgd of geholpen. In de commissie voor Gezondheid hebt u eerder ook aangegeven een beleid te hebben gevoerd waarbij specifieke groepen actief arbeidsonbekwaam werden verklaard tot aan hun pensioen. Dat betekent dat velen zelf niet verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin ze zich bevinden. Bent u dan bereid om die groepen uit te sluiten van bijvoorbeeld de bonus-malusregeling voor pensioenrechten? Erkent u dat zij niet mogen worden gestraft voor fouten van de overheid?

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, de voorbije weken zijn verschillende rapporten en onderzoeken verschenen die samen één duidelijke boodschap brengen, namelijk dat het beleid rond langdurig zieken niet werkt zoals het hoort.

Uit het recente interne verslag van het RIZIV blijkt dat van de 920 onderzochte dossiers van mensen die tot aan hun pensioen arbeidsongeschikt waren verklaard, ruim een kwart na hercontrole de uitkering verloor, terwijl slechts 16,7 % effectief terecht volledig arbeidsongeschikt bleek tot de pensioenleeftijd. Dat is onthutsend, want het betekent dat er jarenlang nauwelijks of geen hercontroles werden uitgevoerd, hoewel de wet duidelijk bepaalt dat invaliditeit steeds herzienbaar is.

U kondigde intussen aan dat u 100.000 langdurig zieken opnieuw laat controleren. Op zich is dat belangrijk maar tegelijk rijzen er vragen over de manier waarop u dat zult doen. Hoe verklaart u dat die groep jarenlang nauwelijks of niet werd opgevolgd? Kunt u garanderen dat er voldoende adviserend artsen en capaciteit beschikbaar zijn om de hercontroles grondig en menselijk te laten verlopen? Hebt u daar vooral voldoende budget voor?

Ook leerden wij uit dezelfde steekproef dat in 27 % van de onderzochte dossiers mensen ten onrechte een langdurige ziekte-uitkering ontvingen, dat in 55 % van de dossiers de uitkering werd verminderd en dat slechts 16 % volledig gerechtvaardigd bleek.

U hebt daarbij zelf aangegeven dat de opvolging en controle bij bepaalde ziekenfondsen, vooral bij de onafhankelijke ziekenfondsen zoals Helan, te lang zijn uitgehold en dat dat ook financiële gevolgen zal hebben voor de mutualiteiten. Het is uiteraard goed dat er eindelijk inzicht komt in die tekortkomingen maar tegelijk rijzen er ook vragen over de beleidsconsequenties en over de waarborgen voor een correcte behandeling van patiënten.

Hoe zullen ziekenfondsen die in gebreke bleven effectief verantwoordelijk worden gesteld? Vanaf wanneer zal het nieuwe vergoedingssysteem, dat rekening houdt met de kwaliteit van hun opvolging, in werking treden? Hoe garandeert u dat de controles rechtvaardig verlopen en niet leiden tot willekeur of druk op mensen die wel degelijk en terecht langdurig ziek zijn?

Professor Stijn Baert stelde bovendien voor om te onderzoeken of een onafhankelijke laag van controlerende artsen los van de mutualiteiten de kwaliteit en objectiviteit van de beslissingen kan verbeteren. Bent u bereid om dat te bekijken?

Tot slot, hoe evalueert u na vier jaar hervormingen het huidige activeringsbeleid? Wij hebben nu de verplichte opvolgingscontacten en een nauwere samenwerking tussen behandelende, adviserend en bedrijfsartsen. Welke concrete resultaten heeft dat tot nu toe opgeleverd?

Mijnheer de minister, ten slotte wil ik nog wijzen op de resultaten van een nieuw onderzoek van hr-dienstverlener Acerta. Dat onderzoek toont aan dat het re-integratiebeleid in veel bedrijven nog steeds hapert. Een op vier ondernemingen heeft helemaal geen re-integratieplan. Bijna de helft neemt pas na maanden contact op met de zieke werknemer. Meer dan een op drie werkgevers vindt de federale regelgeving te complex.

Ook langdurig zieke werknemers getuigen dat de afstand tussen werknemer, werkgever en mutualiteit veel te groot blijft. Sommigen worden te laat of helemaal niet gecontacteerd. Anderen krijgen te weinig begeleiding om op een aangepaste manier terug te keren. Er zijn zelfs gevallen van mensen die tegen hun wil richting medisch pensioen worden gestuurd, hoewel gedeeltelijke tewerkstelling perfect mogelijk zou zijn.

Mijnheer de minister, ik heb hierover nog drie concrete vragen.

Wordt er nagedacht over het vereenvoudigen van het administratief en juridisch luik van de re-integratieprocedure, gezien de signalen van zowel werkgevers als arbeidsgeneesheren dat de regels te ingewikkeld blijven?

Ziet u mogelijkheden om de rol van de adviserend arts en de arbeidsgeneesheer beter op elkaar af te stemmen, zodat langdurig zieken sneller en persoonlijker worden begeleid?

Hoe voorkomt u dat werknemers zonder degelijk overleg richting medisch pensioen worden gestuurd, ondanks een reële restcapaciteit om aangepast werk te verrichten?

Mijnheer de minister, het doel van dit alles moet immers zijn dat mensen die kunnen werken beter begeleid worden en dat mensen die echt ziek zijn beter beschermd worden. Vandaag faalt het systeem op beide fronten. Ik hoop dat u erkent dat er eindelijk werk moet worden gemaakt van een menselijke, rechtvaardige en uitvoerbare aanpak voor onze langdurig zieken.

Irina De Knop:

De voorbije jaren is het aantal langdurig zieken in ons land onafgebroken blijven stijgen, mijnheer de minister, tot meer dan een half miljoen personen. Onder uw beleid is dat aandeel gestegen met 55 %.

Binnen die groep bevinden zich naar verluidt ongeveer 260.000 mensen die erkend zijn in invaliditeit tot aan de pensioenleeftijd. Uit een recente steekproef van het RIZIV bij 768 langdurig zieken die tot aan hun pensioen als invalide werden erkend bleek dat bij meer dan een kwart van de herbeoordeelde dossiers de invaliditeitsuitkering volledig werd stopgezet. Nog eens meer dan de helft bleek wel terecht arbeidsongeschikt, maar werd onterecht voor de rest van hun leven als invalide erkend. Amper 16 % van de onderzochte gevallen had daadwerkelijk recht op die erkenning tot aan de pensioenleeftijd.

Die steekproef legt een aantal zorgwekkende tendensen bloot, waarover we al een aantal keren hebben kunnen spreken, ook in de plenaire vergadering. Een derde van de langdurig zieken wordt arbeidsongeschikt verklaard om psychische redenen en bij mensen jonger dan 40 met mentale problemen verliest bijna een kwart de invaliditeitsuitkering na controle. Dat zijn zeer verontrustende cijfers, zeker wanneer blijkt dat dossiers jarenlang niet opnieuw worden geopend, zelfs als er geen sprake was van een onomkeerbare aandoening.

Tegelijkertijd bestaat al geruime tijd een beleid rond gerichte herevaluaties van arbeidsongeschiktheid, onder meer via de praktijk van herevaluatie in de zevende maand, die werd opgestart onder uw voorgangster. In de voorbije legislatuur hebt u zelf sterk ingezet op de terug-naar-werkcoördinatoren bij de ziekenfondsen, via het terug-naar-werkfonds en via de terug-naar-werkbarometer als beleidsinstrument.

Ik was dan ook verbaasd toen u aangaf dat dat beleid voor u eigenlijk niet zo belangrijk was, dat het een toegeving was aan de liberalen. Ik heb dat nagelezen en u hebt daar toch herhaaldelijk mee uitgepakt als uw eigen beleid. Ik ga er dan ook van uit dat u dat beleid verdedigt.

Mijnheer de minister, ondertussen zijn er meer dan 580.000 langdurig zieken. Op die manier blijft ons land geconfronteerd met een structureel probleem dat steeds zwaarder weegt op de sociale zekerheid.

Uw collega's van de arizonacoalitie zijn het blijkbaar met mij eens, want niet toevallig is de aanpak van langdurig zieken een van de elementen in het klavertjevier dat de premier op tafel legt. Zelf geeft u aan dat u op die manier ongeveer 1,8 miljard euro zou kunnen besparen. In andere artikels van andere partijen horen we bedragen tot 2,5 miljard euro. Het is daarom goed dat we hierover vandaag een debat voeren, zodat we kunnen begrijpen hoe men aan die cijfers komt.

Nog belangrijker, een cijfertje in een begroting neerpennen is heel makkelijk, maar daar een beleid tegenover stellen dat er echt voor zorgt dat dit wordt gerealiseerd is nog wat anders en daarvoor bent u natuurlijk de bevoegde minister. U zei dat alle betrokken actoren moeten worden geresponsabiliseerd, van werkgevers tot artsen en ziekenfondsen - al horen we dat een beetje minder - en het RIZIV. Zij moeten allen samen mee in bad.

De politieke conclusie van het verhaal lijkt me te zijn dat u vijf jaar bevoegd bent voor deze problematiek, dat u steeds weer nieuwe golven van maatregelen aankondigt die u echt als gamechangers ziet, maar dat het jammer genoeg golven zijn waarvan we de effecten nog niet kunnen zien in de zee van langdurig zieken. Het is moeilijk te begrijpen hoe men dit probleem structureel kan aanpakken door bijkomende initiatieven op te stapelen, terwijl eerdere maatregelen onvoldoende blijken te werken. We hebben dus meer dan ooit nood aan een echt plan.

Ik heb best wel wat vragen, dus ik zal selectief zijn. Wat betreft de RIZIV-steekproef en het statuut van invaliditeit tot aan het pensioen, hoe beoordeelt u het feit dat bij meer dan een kwart van de herbeoordeelde dossiers in de recente RIZIV-studie de invaliditeit volledig werd stopgezet? Acht u dit cijfer representatief voor de volledige groep personen die erkend zijn in invaliditeit tot aan de pensioenleeftijd? Hoe werd die steekproef precies uitgevoerd? Klopt het dat deze vooral betrekking had op leden van onafhankelijke ziekenfondsen? Zo ja, waarom? Kunt u ons de resultaten geven van deze steekproef per verzekeringsinstelling? Welke verklaring ziet u voor eventuele verschillen tussen ziekenfondsen? Werden er daarbij abnormale resultaten vastgesteld bij bepaalde ziekenfondsen of afdelingen?

Hoe verklaart u dat zoveel mensen jarenlang als invalide tot aan de pensioenleeftijd geregistreerd blijven, zonder opvolging, terwijl hun pathologie daar volgens het RIZIV niet voor in aanmerking kwam en er geen sprake was van een onomkeerbare aandoening? Klopt het dat vandaag ongeveer 260.000 mensen dit statuut hebben op een totaal van circa 500.000 invaliden? Hoe evolueerde dit cijfer sinds uw aantreden als minister?

Mijn tweede vraag gaat over eerdere beleidsinitiatieven en de opvolging van arbeidsongeschiktheid. Welke resultaten leverden die gerichte herevaluaties in de zevende maand op? Wat waren de globale resultaten van deze gerichte herevaluaties? Hoe verhouden de resultaten van deze eerdere herevaluatie-initiatieven zich tot de recente steekproef van het RIZIV bij personen erkend tot aan het pensioen?

Dan kom ik aan de vragen over de omvang van de groep arbeidsongeschikten en over de werking van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit. Hoeveel personen zijn er in het laatste volledige jaar bijgekomen in deze groep? Kunt u dit opsplitsen naar primaire arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en waar mogelijk naar type pathologie?

Bij hoeveel mensen werd in het laatste jaar de arbeidsongeschiktheid herzien, zowel in primaire arbeidsongeschiktheid als in invaliditeit?

Hoeveel personen kregen in 2024 een door de adviserend arts voorgesteld traject voor re-integratie? Ik wil de nadruk leggen op die vraag, want die lijkt mij essentieel, aangezien het de opdracht is van de ziekenfondsen om mensen te re-integreren.

Kunt u ook zeggen hoeveel personen met een erkende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit effectief nog een medische behandeling krijgen door een behandelend arts? Beschikt u over cijfers of schattingen van het aandeel invaliden dat nog regelmatig in behandeling is, per typologie?

Wat is de verdeling van arbeidsongeschikten en invaliden per ziekenfonds? Wij ontvangen graag de recentste cijfers.

Acht u bijkomende hervormingen nodig in de samenstelling van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit en haar hoge commissie, zodat erkenningen en herevaluaties kritischer, uniformer en onafhankelijker getoetst kunnen worden?

Dan kom ik aan de aangekondigde 100.000 bijkomende controles en de inzet van adviserend artsen.

U hebt aangekondigd dat 100.000 langdurig zieken bijkomend zullen worden gecontroleerd. Hoeveel extra artsen zijn er volgens u nodig om die 100.000 bijkomende controles effectief, kwaliteitsvol en binnen een redelijke termijn te kunnen uitvoeren?

Welke resultaten kunnen de terug-naar-werkcoördinatoren, die sinds 2021 actief zijn binnen de ziekenfondsen tot heden voorleggen op het vlak van de begeleiding van langdurig zieken naar werk? Kortom en concreet, hoeveel langdurig zieken hebben zij daadwerkelijk begeleid en hoeveel van hen zijn inmiddels gedeeltelijk of volledig opnieuw aan het werk na de tussenkomst van een terug-naar-werkcoördinator?

Ik heb daarover nog veel meer vragen geformuleerd maar ik zal mij omwille van de tijd proberen te beperken tot de belangrijkste. De terug-naar-werkbarometer werd aangekondigd als een belangrijk beleidsinstrument om de evolutie van de arbeidsongeschiktheid en de re-integratie op te volgen. Wanneer zal de terug-naar-werkbarometer officieel worden gepubliceerd of geactualiseerd? Zal dat instrument publiek toegankelijk zijn, bijvoorbeeld via het RIZIV-portaal?

U hebt het totaalplan voor langdurig zieken herhaaldelijk aangekondigd. Kunt u ons meenemen in uw totaalplan en toelichten wat daarin de hoofddoelstellingen en -indicatoren zijn? Wanneer verwacht u dat het nieuwe totaalplan in werking treedt? Welke stappen zult u ondernemen voor de uitvoering?

In het kader van dat totaalplan voorziet u ook in datamining van ziekteattesten. Hoe kunt u garanderen dat die datamining niet uitmondt in een algemeen klimaat van wantrouwen tegenover artsen en in naming-and-shaming maar dat zij wel gericht en proportioneel wordt ingezet om misbruik te bestrijden?

Ik heb nog een vraag over de garanties voor patiëntgerichte en vrijwillige trajecten richting werk. Hoe zult u in het geheel van de maatregelen, met name steekproeven, bijkomende controles, het terug-naar-werkbeleid en het totaalplan, garanderen dat trajecten richting werk daadwerkelijk plaatsvinden met oog voor gezondheid, re-integratiemogelijkheden en vrijwilligheid en niet uitsluitend vanuit budgettaire motieven?

Heel belangrijk is ook de volgende vraag. Welke rol ziet u voor de behandelende arts, de adviserend arts, de terug-naar-werkcoördinator en de betrokken arbeidsbemiddelingsdiensten om ervoor te zorgen dat elk re-integratietraject medisch verantwoord, haalbaar en gedragen is voor de patiënt en dat de nadruk zal liggen op een duurzame werkhervatting?

Mijnheer de voorzitter, ik heb de spreektijd gerespecteerd.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, gisteren was het Wapenstilstand, een feestdag. Ook ik had dus een vrije avond. Ik heb met een paar vrienden afgesproken op café. Ik ben naar Café Den Olifant geweest in Lierde. We hebben het daar gehad over voetbal, want de winst van Anderlecht tegen Brugge is groot nieuws tegenwoordig. We hebben ook de cyclocross besproken. Maar nadien werd het pas echt interessant, want toen hadden we het over politiek. Als ze daar mijn hoofd zien, beginnen ze altijd over politiek te zeuren.

Mijn vrienden vonden het vreemd dat de partijen van Arizona ruzie aan het maken zijn. Een paar maanden geleden hadden jullie nog mooi een regeerakkoord afgesloten en was alles peis en vree, maar vandaag geraken jullie er niet meer uit. De begroting geraakt alvast niet goedgekeurd. Er is geen akkoord meer binnen de regering.

Ik voel dat de mensen dat eigenlijk niet graag hebben. Ze hebben niet graag dat er ruzie gemaakt wordt. Ze snappen dat niet. Ze houden niet van de chaos die jullie zelf creëren. Niets is nog zeker.

Eén ding was mijn kameraden wel opgevallen, namelijk dat alle partijen het er alvast over eens zijn dat er bespaard zal worden op de ernstig zieken. Mijn kameraden vroegen zich af van waar of van wie dat idee komt. In wiens partijprogramma stond het dat er 2,5 miljard euro bespaard moet worden op de ziek gewerkten?

Ik moest dan vertellen dat dat een idee was van de heer Vandenbroucke, en dat de partij Vooruit een besparingsplan op tafel gelegd heeft om de ernstig zieken meer te controleren. De dokters worden meer gecontroleerd en verplicht om kortere ziekteperiodes voor te schrijven. Kortom, Vooruit viseert de zieken en de artsen, en krijgt daarvoor applaus en aanmoediging van de N-VA. Of, om het met de woorden van Axel Ronse te zeggen: go, go, go, mijnheer Vandenbroucke.

In Café Den Olifant wilden ze me niet geloven. Ik heb het privilege om u vandaag die vraag te stellen. Mij geloven ze niet. Aangezien ik van de PVDA ben, veronderstelt men dat ik Vooruit wil beschadigen. Ik vraag het vandaag dus expliciet aan u, mijnheer de minister. Is dat een voorstel van u? Is het een voorstel van Vooruit 2,5 miljard euro te besparen op de ziek gewerkten?

Nog over die 2,5 miljard euro, tijdens de herfstvakantie werd er nog gesproken over een besparing van 1,8 miljard. Intussen is er bijna 700 miljoen euro bij gekomen. Kunt u dat uitleggen? Vanwaar komt die 700 miljoen? Welke calculaties zitten daarachter?

In uw plannen worden de werkgevers geresponsabiliseerd. U krijgt veel kritiek van de PVDA, maar de responsabilisering van de werkgevers vinden wij wel degelijk een goede zaak.

Daar staat wel meteen bij dat de solidariteitsbijdrage, die 140 miljoen euro moet opleveren in 2026, via een verlaging van de werkgeversbijdragen zal terugvloeien naar de bedrijven, althans naar de bedrijven die hun best doen. Wat u dus van de ernstig zieken wilt afnemen, zijn ze kwijt, en wat u van de werkgevers wilt afnemen, die ziek gewerkten creëren, geeft u via een belastingvermindering terug aan de werkgevers, weliswaar aan de werkgevers die hun best doen.

Mijnheer de minister, wat betekent 'hun best doen' precies? Op basis van welke criteria zullen werkgevers die belastingvermindering krijgen? Zal dat louter op basis van cijfers gebeuren? Krijgen bedrijven met het minst aantal langdurig zieken dan een belastingvermindering? Zal dat niet leiden tot meer medische ontslagen? Op die manier kan een werkgever de cijfers natuurlijk verlagen.

Werkgevers worden geresponsabiliseerd en er wordt bespaard op de sociale zekerheid bij langdurig zieken, maar het geld vloeit uiteindelijk terug naar de werkgevers. Is dat geen broekzak-vestzakoperatie?

Tot slot, hoe komt u aan de optelsom van 2,5 miljard euro, en waar zal dat geld gevonden worden? De laatste tijd duikt bovendien nog veel meer ander fakenieuws op, met gemanipuleerde cijfers en data. Zo hebben sommige ministers beweerd dat 57 % van de geschorste werkzoekenden geen Belgen zouden zijn. Bepaalde ministers, economen en Kamerleden blijven herhalen dat er in ons land evenveel ernstig zieken zouden zijn als in Duitsland. Dat klopt niet. Duitsland telt meer dan twee miljoen ernstig zieken, wat meermaals is gefactcheckt in de media. Stop dus alstublieft met dat soort uitspraken. Mevrouw Bertrand sprak in onze commissie zelfs over de grootste fraude ooit. Dat ging niet over Didier Reynders, maar over mensen die ziek zijn geworden door hun werk. Ik vind dat echt bijzonder laag-bij-de-gronds en oneerlijk. Stel u voor dat u thuis zit om te herstellen van een rugoperatie en dat iemand als mevrouw Bertrand, geboren in een gouden wieg en lid van een van de rijkste families van België, u beschuldigt van fraude.

(…) : (…)

Robin Tonniau:

Ze is inderdaad niet aanwezig, wat ik jammer vind, want ik had haar daarop graag horen reageren.

Sta me toe dat ik nog even op de RIZIV-steekproef inga.

Ik ben niet lang naar school geweest, maar ik weet wel wat een steekproef is. Dat is een selectie uit een grotere populatie die wordt gebruikt om onderzoek te voeren. Het doel van een steekproef is om op basis van verzamelde gegevens uitspraken te kunnen doen over de gehele populatie. Een goede steekproef moet dus representatief zijn voor de gehele populatie, wat betekent dat de eigenschappen van de steekproef vergelijkbaar zijn met die van de gehele populatie. Welnu, de steekproef van het RIZIV was allesbehalve representatief voor de hele groep van ernstig zieken. Men hanteerde heel specifieke criteria, zoals mensen die tot aan de pensioenleeftijd ziek waren verklaard of jonge mensen met een specifieke problematiek. De steekproef van het RIZIV is dus die naam niet waard. Het is alsof men een politieke peiling zou organiseren bij de abonnees van Kerk & Leven om te weten waarop de volgende verkiezingen zouden uitdraaien. Zo werkt dat niet.

Mijn laatste vraag is dus wat u vindt van de uitspraak dat een vierde van de zieken eigenlijk fake ziek is. Wat vindt u van het misbruik en de manipulatie van de steekproef? Zult u uw regeringspartners oproepen om geen dergelijke valse uitspraken meer te doen?

Sofie Merckx:

Monsieur le ministre, "tous fraudeurs, tous suspects"! C'est le climat qui règne aujourd'hui dans notre pays. On reçoit des témoignages comme celui de Louise dont le cancer récidive et qui est en pleine chimiothérapie. Elle a partagé une vidéo sur les réseaux sociaux où elle explique que, le 29 novembre, elle a reçu une lettre lui disant que son incapacité devait être réévaluée alors qu'elle a rendez-vous le 2 décembre. Quelle violence! Quelle violence de recevoir un tel courrier alors que cette femme est en pleine chimiothérapie.

Ce genre de courrier témoigne d'une profonde inhumanité. Une des questions du courrier est: "Quand est-ce que vous pensez reprendre le travail?" Louise, aujourd'hui, se bat contre la maladie, essaye et espère survivre, vivre. Comment se fait-il que ce genre de courrier soit envoyé à tous les malades sans discernement, peu importe que la personne soit à la maison pour telle pathologie ou à cause d'une chimiothérapie.

Les mutuelles et l'INAMI sont au courant des traitements que les gens suivent. Et des Louise, il y en a des milliers dans notre pays: des travailleurs gravement malades du cancer, comme c'est le cas de Louise, mais aussi malades du travail. Je prends l'exemple de René, chauffeur poids lourd depuis de nombreuses années, qui, à 53 ans, a été opéré du dos et se trouve aujourd'hui en incapacité de travail à cause du boulot. Marc a 50 ans. Depuis 20 ans, il travaille au port d'Anvers, dans le froid, tous les jours. Il n'a jamais été malade. Aujourd'hui, ses épaules sont complètement fracassées. Il ne sait plus travailler. Kaput! Il ne sait plus bosser, du moins faire ce travail-là.

Votre réponse? Intimider, sanctionner, surveiller! C'est votre politique! Ce qui est grave, c'est que vous mettez tous les malades dans le même sac, sans distinction aucune.

De plus, de cette façon, le nombre de malades de longue durée continue à grimper parce que vous ne vous attaquez pas aux causes pour lesquelles les gens sont malades.

Je suis médecin. Quand on est médecin, on fait d'abord le diagnostic, puis on met le traitement en marche. Ici, vous faites le contraire. Donc, le nombre de malades de longue durée continue à augmenter. Même les médecins sont tous suspects de fraude aujourd'hui. Je trouve que c'est aussi une insulte grave. C'est comme si les médecins faisaient des certificats à tire-larigot. Je connais très bien le monde médical. Non, la plupart des médecins effectuent leur travail de manière très professionnelle et veulent que les gens puissent reprendre le travail si c'est possible. Mais les problèmes sont bien au niveau du travail.

Regardons les causes de l'incapacité. La première cause est l'âge, bien sûr. La moitié des malades de longue durée, 246 000 personnes, ont plus de 55 ans. Il y a peut-être une raison à cela. Les différents gouvernements ont fait en sorte que les personnes ne puissent plus partir en prépension. Ce gouvernement-ci a même mis purement et simplement fin à cette possibilité. Oui, en relevant l'âge de la pension, vous aurez encore plus de malades de longue durée.

Deux pathologies sur trois sont liées aux conditions de travail et trois personnes sur 10 ont des troubles musculosquelettiques.

Mon camarade Robin a déjà posé beaucoup de questions. Pouvez-nous dire de manière claire, monsieur le ministre, que dans l'étude que tout le monde avance, l'échantillonnage réalisé par l'INAMI n'est pas du tout représentatif de l'ensemble des malades de longue durée? Pouvez-vous confirmer le fact checking qui a été réalisé par Le Soir ?

Comment arrivez-vous à 2,5 milliards d'économies sur les malades de longue durée? Pourquoi, sur ces 2,5 milliards, seulement 280 millions proviennent des entreprises, c'est-à-dire que 10 % de l'effort est fait par les entreprises tandis que vous allez chercher les 90 % restants chez les malades de longue durée?

Axel Ronse:

Collega’s, weet u waar de duurste hondendrol ooit is gelegd? Dat is in Verviers.

"J'ai glissé sur un caca de chien. J'ai cassé mon pied."

Weet u hoelang die dame al voltijds een uitkering van de ziekenkas krijgt, een RIZIV-uitkering? Al sinds 2017, zowat acht jaar. Op de vraag of ze weer kan werken antwoordt ze:

"Oui, donne-moi une petite table et un ordinateur. Et je suis là! Mais non, je ne vais pas le faire. Je suis tranquille depuis huit ans et se lever tôt, non, ce n'est plus pour moi."

Ze zei ook haar portie miserie te hebben gehad, aangezien ze als aanvulling op haar uitkering ook in het zwart had gewerkt als dierenverzorgster, maar dat ze in de zak gezet werd, omdat men haar niet had betaald. Ze vond zichzelf te beklagen.

Voorzitster: Julie Taton.

Présidente: Julie Taton.

Een aantal weken geleden bespraken we in het Parlement nog het naar de media anoniem gelekte bericht over de steekproef bij 1.800 langdurig zieken, waaruit bleek dat meer dan de helft onterecht ziek werd verklaard tot aan het pensioen. Van de langdurig zieken wegens psychische ziekte bleek meer dan een kwart onterecht ziek verklaard. Vorige week vertelde een ex-schoolkameraad me nog dat hij gescheiden is en dat hij naar de dokter was gegaan omdat hij zich daardoor, wat ik begrijp, mentaal niet goed voelde. Hij kreeg meteen een volledig jaar ziekteverlof voorgeschreven. Op basis van één doktersbezoek! Vindt iemand dat normaal? De arbeiders die bandwerk verrichten of de kassiersters die een hele dag in de Aldi of Delhaize werken, kunnen na het zien van zo’n reportage of van die steekproefcijfers niet anders dan denken dat zij gaan werken om een dergelijk rot systeem in stand te houden. Ik vind dat verschrikkelijk en ik hoop dat iedereen dat vindt.

Als we dat nu niet aanpakken, evolueren we naar een samenleving zoals die in Amerika, waarin onderwijs peperduur is, een dokter onbetaalbaar wordt en een enkelbreuk effectief in armoede kan resulteren. Ik pas voor zo’n systeem.

Ik wil een systeem zoals het hier ooit bedacht is, waarin iemand die miserie heeft effectief geholpen wordt en eventueel meer geld kan krijgen dan wat tegenwoordig toegekend, op voorwaarde dat al het profitariaat eruit kan. Wie weigert om de getoonde beelden in die reportage profitariaat te noemen, zou echt in de spiegel moeten kijken.

In de vorige legislatuur is afgesproken om langdurig zieken weer naar werk te begeleiden. Als iemand wordt ontslagen wegens medische overmacht, betaalt men een boete van 1.800 euro. Sinds de invoering van die maatregel, anderhalf jaar geleden, is al 13 miljoen euro verzameld. Men kan op die 13 miljoen euro terugvallen als men ziek is. Men kan vouchers krijgen om weer aan het werk geholpen te worden. Weet u hoeveel mensen zo’n voucher hebben aangevraagd? 250. Wat een fiasco!

Nog het ergste van alles is het volgende. Wij beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. De interimvoorzitster, mevrouw Taton, heeft hier vorige week in de plenaire vergadering nog aangekaart dat een medisch centrum in Charleroi brieven stuurt naar mensen van wie de werkloosheidsuitkering binnenkort eindigt. Ik weet vooreerst al niet vanwaar zij die gegevens hebben. Zonder kennis van de medische voorgeschiedenis worden mensen uitgenodigd om langs te komen zodra hun uitkering stopt. Wie zijn die mensen? Wat bezielt hen om zoiets te doen? Willen zij ons hele sociale systeem kapotmaken?

Ik ben ook naar Café Den Olifant geweest. Ik heb daar pinten gedronken met mensen die allemaal hun nikkel afdraaien en zich afvragen wat dat is met die Partij van de Arbeid en met die vakbond. De mensen werken hard, maar stellen vast dat er wordt geprofiteerd, aangezien veel mensen al lang uitkeringen ontvangen, hoewel ze die eigenlijk niet nodig hebben. Zij vragen zich af waarom de PVDA minister Vandenbroucke bekritiseert. Hij is op dit moment immers de meest sociale minister. Hij durft tenminste zijn nek uit te steken voor wie het echt moeilijk heeft, zodat die mensen nog een uitkering kunnen krijgen en niet alles wordt afgebouwd. Ik zeg dus inderdaad: go, go, go, minister Vandenbroucke.

Wat mij betreft moet heel dat systeem van binnenuit en tot in de kleinste details worden herzien. Is er sprake van fraude bij de ziekenfondsen? Waarom worden sommige mensen zo lang onterecht arbeidsongeschikt verklaard? Hoe is het mogelijk dat iemand zoals die fantastische dame uit de RTL-reportage acht jaar lang een uitkering krijgt wegens een gebroken voet en intussen in het zwart werkt? Hoe kan dat? Hoe komt het dat zo weinig mensen gebruikmaken van de terug-naar-werkvouchers, terwijl er 13 miljoen euro in dat fonds zit? Hoe komt het dat een medisch centrum brieven stuurt aan mensen zonder enige medische voorkennis, met een uitnodiging om te komen, omdat zij dan misschien naar het RIZIV zullen stappen?

Collega’s, ofwel ruimen we dat systeem op en maken we schoon schip, ofwel gaat onze sociale zekerheid kapot. Ik hoop dat we voor de eerste keuze gaan, want ik geloof in onze sociale zekerheid.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, depuis l'entrée en fonction du gouvernement Arizona voici quelques mois, la chasse aux malades a pris une tournure plus qu'inquiétante. Nous voyons des membres de votre gouvernement essayer de boucler un budget, incluant la possibilité de récupérer 5 milliards d'euros sur le dos des malades de longue durée, que l'on accuse d'être de "faux malades". Or il est notoire que l'échantillon sur lequel ils se basent pour dérouler toute cette stratégie repose sur une étude complètement biaisée. Monsieur le ministre, pourriez-vous enfin faire toute la lumière sur celle-ci et confirmer que les chiffres ne correspondent pas à la situation des malades de longue durée en Belgique?

Monsieur Ronse, quand je vous entends, cela me rappelle à quel point il est urgent que les députés retombent dans un régime de travail ordinaire, de sorte que, lorsqu'ils tombent malades, au lieu de conserver leur salaire – comme c'est le cas aujourd'hui –, ils tombent sur la mutuelle. Comme vous le savez peut-être, quand on tombe malade, le premier mois est assuré, avant que les revenus soient si fortement réduits qu'il devient parfois impossible de continuer à rembourser un emprunt ou de payer un loyer.

Président: Denis Ducarme.

Voorzitter: Denis Ducarme.

Chers collègues, les mots que je viens d'entendre sont graves, car ils font reposer sur une petite partie de la population et une infirme portion de personnes qui, en effet, ne respectent pas les règles du jeu, la faillite de l' É tat. Or, dans votre for intérieur, vous savez très bien que ce ne sont pas ces quelques personnes qui plombent le budget de l' É tat. Aujourd'hui, j'aimerais découvrir des émissions télé et un travail journalistique qui mettent en lumière les raisons pour lesquelles certains fraudent le fisc, sont obsédés par l'idée de ne pas participer à l'effort collectif, passent leur temps à construire des montages fiscaux et à pratiquer l'évasion fiscale. C'est ce que je voudrais voir dans une interview et dans une émission télé, monsieur le député.

Mes questions sont identiques à celles des collègues, monsieur le président.

Julie Taton:

Monsieur le ministre, voici quelques semaines, je vous ai interpellé en séance plénière sur la problématique des maladies de longue durée et des débordements.

Pour ne citer que quelques chiffres qu'on connaît tous, en Belgique, plus d'un demi-million de travailleurs sont en invalidité, c’est-à-dire en arrêt maladie depuis plus d’un an. Ce chiffre a doublé en 20 ans et coûte plus de 9 milliards d'euros par an à l'État. Selon les Mutualités Libres, les personnes les plus touchées sont les jeunes de moins de 40 ans ainsi que le femmes. Les causes principales sont des problèmes psychologiques (stress, burn-out) mais aussi des troubles physiques liés au travail.

Les indépendants sont, eux aussi, de plus en plus touchés. Les Mutualités Libres demandent de renforcer la médecine du travail, d'améliorer le bien-être au travail et de mieux accompagner les maladies psychiques.

Monsieur le ministre, que pensez-vous de l’étude des Mutualités Libres qui montre une hausse des arrêts de travail pour épuisement? Quel est le bilan de votre stratégie actuelle pour améliorer le bien-être au travail? Quel dispositif spécifique comptez-vous mettre en place pour aider les indépendants face à cette la fragilité croissante?

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, ma première question concerne le renforcement de la prévention et de la responsabilisation des employeurs dans la lutte contre les maladies de longue durée. Alors que nous comptons aujourd'hui plus de 526 000 personnes en incapacité de travail de longue durée, soit plus d’un actif sur 10, certains voient dans le modèle néerlandais de réintégration des travailleurs malades une piste intéressante pour la Belgique.

Pour avoir entendu les uns et les autres s'exprimer, il faut être très clair! Pour nous, le problème n’est pas qu'on aurait un demi-million de faux malades, profiteurs qui plombent notre système de sécurité sociale ni que les malades ne seraient pas assez responsabilisés. Ils le sont déjà, parfois même de manière très lourde, parfois même en plein traitement, comme cela a encore été rappelé par certaines de mes collègues. Dans le même temps, on parle toujours très peu, à notre estime, du rôle des employeurs et de leur responsabilité. Et je ne prends pas l'exemple des Pays-Bas par hasard car la baisse des absences s’y explique surtout parce que les entreprises ont été contraintes de suivre de près leurs travailleurs et leurs travailleuses et surtout d’améliorer leurs conditions de travail. Par ailleurs, le salaire garanti a été porté à deux ans, ce qui représente évidemment un fameux incitant.

En Belgique, par contre, on continue à faire porter la responsabilité exclusivement sur le travailleur ou la travailleuse et on ne se préoccupe finalement du retour au travail que quand le lien est parfois déjà rompu, quand la personne est déjà épuisée, parfois brisée. Or la politique de santé la plus efficace, c’est celle qui empêche la maladie de s’installer. Et on sait que les entreprises ne jouent pas assez le jeu de l’adaptation des postes de travail. Nous avons déjà eu l'occasion d'échanger à ce sujet, monsieur le ministre.

Monsieur le ministre, ne pensez-vous pas qu'il est temps de placer la prévention au cœur de notre politique de santé au travail et de renforcer la responsabilité des employeurs dans l'évaluation et l'amélioration des conditions de travail, qu'il s'agisse de la charge, du stress, du climat ou des risques physiques, et de les responsabiliser davantage en matière de réintégration au travail? En effet, il est constaté que trop peu d'employeurs prennent des mesures volontaristes en cette matière.

Quelles nouvelles mesures concrètes de prévention comptez-vous mettre en place pour améliorer les conditions de travail, réduire les risques psychosociaux et prévenir ainsi les arrêts de longue durée? Le gouvernement envisage-t-il de renforcer les obligations de suivi et de réintégration pour les employeurs, à l'image justement du modèle néerlandais, en mettant en place des incitants forts pour accompagner chaque salarié dans sa reprise, c'est-à-dire adaptation du poste de travail, suivi régulier, contact humain maintenu, salaire garanti sur une longue période, etc.

Ma deuxième question fait suite à une étude publiée par Securex il y a quelques semaines révélant que l'absentéisme de longue durée – de plus d'un an – a augmenté de 4 % au cours du premier semestre 2025, atteignant un nouveau record de 3,51 % soit 105 086 travailleurs absents pendant plus d'un an.

Derrière ces chiffres, et c'est ce qui m'intéresse en particulier dans cette question, se cache surtout une injustice flagrante. Les travailleurs à temps partiel, souvent des femmes, sont deux fois plus touchés par les maladies de longue durée. Leur taux d'absentéisme a plus que doublé en 11 ans pour atteindre 5,41 %, contre 2,99 % pour les travailleurs à temps plein.

Monsieur le ministre, ce ne sont évidemment pas des statistiques abstraites, ce sont des aides ménagères, des infirmières, des caissières, des travailleuses des soins et du nettoyage qui cumulent souvent emplois précaires, bas salaires, charges familiales lourdes et conditions de travail difficiles. Aujourd'hui, leur santé s'effondre. Securex l'affirme d'ailleurs clairement: "Ce n'est pas le travail à temps partiel en soi qui rend malade, mais la somme des contraintes sociales, familiales et économiques qui pèsent sur ces travailleuses". Et pendant que les politiques parlent d'activation, ces femmes, elles, s'épuisent dans des conditions qui ne laissent aucune place à la prévention ni à la récupération.

Monsieur le ministre, quelle analyse faites-vous de cette étude et quelles mesures concrètes comptez-vous prendre pour protéger la santé des travailleurs à temps partiel, particulièrement celle des femmes dans les secteurs les plus précaires? Quand votre gouvernement prendra-t-il enfin au sérieux la question des conditions de travail dans les secteurs essentiels et fera enfin de la santé au travail une véritable priorité de santé publique?

Cela me permet de faire le lien avec ma troisième et dernière question qui concerne la part qu'occupent justement les conditions de travail dans la dégradation de la santé de nombreux travailleurs et de nombreuses travailleuses.

Des données précises à ce sujet nous seraient particulièrement utiles pour identifier des mesures ciblées. Or l'INAMI ne produit pas de statistiques détaillées sur la répartition des malades de longue durée selon les secteurs professionnels voire selon les commissions paritaires. L'INAMI explique cette absence de données par une impossibilité technique de croiser les données issues de l'ONSS avec ses propres données. Pourtant, de telles informations pourraient faciliter le travail des interlocuteurs sociaux relatif à la pénibilité de certaines activités.

Monsieur le ministre, au moment où le gouvernement envisage diverses mesures susceptibles d'affecter le régime des indemnités de maladie, comment peut-on prétendre agir efficacement sans disposer d'un outil qui permet d'évaluer la corrélation entre les conditions de travail et l'incapacité de longue durée? Pourquoi l'INAMI ne produit-il pas à ce jour de statistiques croisées permettant de dégager la distribution des malades de longue durée par secteur ou par commission paritaire? Quelles initiatives concrètes pourriez-vous prendre pour lever les obstacles techniques invoqués par l'INAMI et permettre le partage de données entre l'ONSS et l'INAMI? Envisagez-vous par exemple de confier au Centre de connaissance de l'incapacité de travail de l'INAMI la mission de développer un outil d'analyse de la corrélation entre pénibilité et incapacité de longue durée?

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, je ne vais pas revenir sur les chiffres de l'incapacité. Je crois qu'on les a cités des dizaines de fois dans cette commission. Je voudrais rappeler que la première cause de l'incapacité de travail, au-delà de l'âge, est constituée par les troubles musculosquelettiques et les affections du système locomoteur, donc toutes les pathologies liées à la pénibilité et à l'usure physiques. Le gouvernement prépare des mesures pour accélérer le retour au travail et pour responsabiliser tous les acteurs concernés. Je pense que ces ambitions sont nécessaires et les Engagés vous soutiennent pleinement sur cette voie.

Cependant, comme le soulignent beaucoup de services de protection et de prévention au travail, une grande absente demeure: la prévention. La priorité ne devrait-elle pas être d'éviter que tous ces travailleurs ne tombent malades, qu'il s'agisse de charges physiques lourdes, de postures contraignantes mais aussi de burn-out et autres pathologies professionnelles? À cet égard, des pistes existent, comme l'adaptation du régime de travail dans les métiers les plus pénibles, notamment ceux qui exposent à une forte usure physique. Il faut réfléchir aussi à des passerelles préventives avant la maladie pour alléger, parfois temporairement, la charge de travail. Ne peut-on pas réfléchir aux nouvelles technologies, qui peuvent venir aider quelque peu les travailleurs dans des postures physiques difficiles?

Monsieur le ministre, entendez-vous prendre des mesures pour que la prévention occupe vraiment une place centrale dans votre réforme, au-delà du suivi des personnes déjà malades? Le gouvernement est-il prêt à ouvrir le débat sur l’évolution de notre cadre légal afin d’intégrer des pistes innovantes pour essayer d'assouplir certaines contraintes physiques de travail et d'avoir des solutions en ce sens pour les personnes qui souffrent justement de troubles musculosquelettiques, de lombalgie, de cervicalgie, d'ostéophytes, etc. On peut citer énormément de maladies.

Ma deuxième question concerne plutôt la prévention tertiaire, c'est-à-dire tout ce qui concerne le retour au travail. Il faut être conscient qu'aujourd'hui, trois ans après l’entrée en vigueur de l’obligation pour les entreprises d’adopter une politique de réinsertion des malades de longue durée, une enquête récente notamment d'Acerta révèle qu'une entreprise sur quatre n’a toujours pas mis en place de politique de réinsertion, malgré la loi.

Par ailleurs, seulement 12,5 % des entreprises disposent d’une politique structurée, tandis que la majorité n’a qu’une version un peu partielle de ce type de cadre structuré.

Pourtant, les besoins sont immenses: neuf employeurs sur 10 ont déjà eu au moins un collaborateur en incapacité prolongée. Et tous les experts rappellent qu'il faut un travail adapté pour favoriser la guérison et le maintien du lien social.

Souvent, des obstacles sont cités: complexité de la législation, manque de clarté des procédures à l'attention des employeurs pour mener cette politique de réinsertion, manque de moyens pour les petites entreprises, etc. Ces difficultés risquent de freiner la dynamique de réinsertion pourtant souhaitée par notre gouvernement dans son plan d’action fédéral pour la prévention et la réintégration.

Monsieur le ministre, confirmez-vous les chiffres récents et pouvez-vous préciser l’état d’avancement du déploiement de la politique de réintégration des malades de longue durée dans les entreprises? Votre cabinet a-t-il pris des mesures concrètes pour simplifier les procédures et mieux sensibiliser et accompagner les employeurs, notamment les PME où c'est toujours plus compliqué, dans la mise en œuvre de ces politiques? Comment garantir que cette politique reste fidèle à sa vocation première qui est de favoriser la reprise progressive et adaptée des travailleurs, plutôt que de devenir un outil de pression ou d’exclusion? Enfin, comment cette politique s’articule-t-elle avec la réforme plus large de l’incapacité de travail et les objectifs de l’accord de notre gouvernement en matière de participation et de santé au travail?

Ma dernière question concerne l'après retour au travail –dont on ne parle pas très souvent –, c'est-à-dire l'après prévention tertiaire, comme on l'appelle. Une étude récente menée par la KU Leuven et l'assurance AXA révèle que, de manière générale, un travailleur sur quatre qui reprend le travail après un burn-out vivra une rechute. On ne parle pas très souvent des rechutes, alors que le phénomène est important. Cela signifie que le retour au travail ne doit pas être considéré comme une fin en soi, mais comme un processus qui doit se dérouler dans la durée.

Je suis notamment familière avec certaines recherches de l'Université de Gand, en particulier celles du professeur Eva Derous qui travaille sur ce qu'elle appelle un BRM (Burnout Reintegration Monitor). Un rapport de recherche intitulé RE-BOrn et financé par BELSPO allant dans le sens de l'importance de la qualité du retour au travail sera bientôt publié.

Globalement, les dispositifs de réintégration existent, mais leur application demeure souvent trop administrative avec un manque de coordination de tous les acteurs. Les travailleurs eux-mêmes témoignent de retours au travail insuffisamment préparés et peu accompagnés sur le long terme avec la possibilité de rechute.

Monsieur le ministre, comment le gouvernement entend-il renforcer le suivi durable des personnes qui reviennent d'un burn-out pour éviter ces rechutes assez récurrentes? Le futur plan fédéral "Bien-être au travail" prévoit-il des actions spécifiques pour améliorer la collaboration entre les médecins et les acteurs de la prévention et même les acteurs de l'entreprise qui doivent faire le suivi du retour au travail? Quelles initiatives sont envisagées pour soutenir les employeurs et notamment les PME dans l'accompagnement humain et dans la durée de leurs travailleurs fragilisés?

Nahima Lanjri:

Mijnheer de minister, vanaf januari zullen gedurende 1,5 jaar ongeveer 184.000 mensen hun werkloosheidsuitkering verliezen, omdat ze langer dan twee jaar werkloos zijn. De afgelopen maanden bleek dat een deel van de werklozen die hun uitkering zullen verliezen mensen zijn die niet-toeleidbaar zijn. De VDAB doet tweejaarlijks een screening van de werkzoekenden. Alleen al in Vlaanderen zijn er zo'n 12.000 Vlamingen die niet-toeleidbaar zijn. Daarvan krijgen zo'n 10.000 mensen een werkloosheidsuitkering en zo'n 2.000 mensen een beschermingsuitkering.

Voor de mensen die een beschermingsuitkering ontvangen, is er momenteel nog geen probleem. Voor hen zoekt de federale regering een oplossing. Echter, voor de groep die vanaf 1 januari uit de werkloosheid uitstroomt en die geen bestaansmiddelen meer hebben en die niet-toeleidbaar zijn wegens medische, sociale of psychische problemen, rijzen er wel problemen. Het is belangrijk dat we deze groep niet in de kou laten staan. We moeten ervoor zorgen dat deze mensen worden opgevangen. Een deel zal wellicht voor een ziekte-uitkering in aanmerking komen. Een ander deel zal een erkenning voor een handicap moeten aanvragen. Voor nog anderen is wellicht nog een apart statuut nodig.

U zou samen met minister Clarinval aan een oplossing, een apart statuut, voor die groep werken. De vraag is natuurlijk wanneer die oplossing er dan komt. Het is belangrijk dat we deze mensen niet in de kou laten staan. Dit mag ook geen pingpongspel worden tussen de ministers van de verschillende regeringen.

Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar deze groep? Welke oplossing komt er? Komt die er voor 1 januari, want dan zullen de eerste mensen hun werkloosheidsuitkering al verliezen? Voor sommige mensen is er immers geen oplossing. Zij hebben soms zelfs geen recht op een leefloon. Om een leefloon te ontvangen, mag men immers geen partner hebben die voldoende middelen van bestaan heeft.

Deze vragen gingen niet echt over het grote thema van de langdurig zieken, maar mijn volgende vraag gaat daar wel over. U kent ons voorstel met betrekking tot de arbeidsparticipatietoeslag. Hoe staat u daar tegenover? Denkt u dat we dit toch kunnen realiseren?

Er komen nog hoorzittingen met het RIZIV over de enquête over de langdurig zieken. Ik kijk uit naar een debat ten gronde met de experts en de mensen van het RIZIV. Ik wil echter wel al meegeven dat een steekproef ook maar een steekproef is en niet representatief is. We zien ook nog niet alle effecten van de maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen om langdurig zieken terug aan het werk te helpen. Dat moeten we ook nog afwachten.

Belangrijk is ook dat er interpretatieverschillen kunnen bestaan tussen bijvoorbeeld een arts van het RIZIV en een arts van het ziekenfonds. Het lijkt mij nuttig, mijnheer de minister, om in de toekomst te onderzoeken hoe artsen van ziekenfondsen evalueren. Het zou waardevol zijn om een steekproef te doen van hoe zij een bepaalde ziekte beoordelen en diezelfde groep mensen ook door RIZIV-artsen te laten checken. Op die manier kunnen we vaststellen waar de verschillen en overeenkomsten liggen en hoe voorkomen kan worden dat dezelfde persoon op verschillende manieren wordt beoordeeld, met verschillende uitkomsten voor hetzelfde type ziekte.

Tot slot wil ik u vragen naar het terug-naar-werkfonds en de bijbehorende vouchers. Personen die arbeidsongeschikt zijn of ontslagen wegens medische overmacht kunnen een voucher van 1.800 euro aanvragen om begeleiding richting werk in te kopen. In het verleden heb ik cijfers opgevraagd, waaruit bleek dat deze vouchers tot op heden maar heel weinig worden benut. Tussen 1 april 2024 en augustus 2025 werden amper 154 vouchers uitgereikt. Er wordt dus te weinig gebruikgemaakt van dit instrument, terwijl het een goed middel is om mensen met een ziekte-uitkering terug naar werk te begeleiden.

De organisaties die begeleiding aanbieden, geven aan dat de voorwaarden misschien te streng zijn en vragen om die te verruimen. Waarom moet men bijvoorbeeld wachten tot iemand een jaar invalide is vooraleer men die voucher kan aanvragen? Mensen die drie tot zes maanden ziek zijn, zijn ook al vrij lang ziek. Als ze zich al willen laten begeleiden richting werk, dan zou het toch ook mogelijk moeten zijn die voucher aan te vragen zonder dat toestemming van de werkgever nodig is. Dat houdt momenteel mensen tegen, omdat zij hun begeleiding niet durven te vragen zolang zij nog verbonden zijn aan de werkgever. Mijnheer de minister, ziet u daar ook mogelijkheden? Ik doe deze suggestie en probeer constructief mee te werken met een aantal voorstellen van CD&V.

Voorzitter:

Merci, madame Lanjri. Vous avez un petit peu dépassé votre temps de parole.

Anja Vanrobaeys:

Collega’s, ik hoor hier 'straffen en afpakken'. De excessen, zoals die te zien waren in de reportage van RTL moeten er zonder meer uit. Mijnheer Tonniau, gisteren vond in Aalst de jaarmarkt plaats en deze kwestie was het eerste waar de mensen mij over aanspraken in het Volkshuis. Mensen die dag in, dag uit keihard werken, kwamen mij zeggen dat die excessen eruit moesten, want daarvoor willen ze geen bijdragen betalen. Dat begrijp ik volledig. Er kwamen echter ook poetshulpen mij vertellen dat hun polsen, schouders en knieën kapot zijn en dat ze werken niet meer aankunnen.

Mijnheer de minister, u hebt de werkgevers al deels geresponsabiliseerd en het is goed dat u nu met een totaalplan komt dat iedereen op zijn verantwoordelijkheid wijst. Men houdt het contact met langdurig zieken, zodat die excessen verdwijnen, maar dat plan wijst ook werkgevers op hun verantwoordelijkheid. Negen op de tien dienstenchequebedrijven leven de welzijnswet niet na en moeten nu al boetes betalen. Het is goed dat daarop verder wordt ingezet, opdat het geld van die boetes kan worden gebruikt voor preventie als daarover akkoorden worden gesloten.

Dat totaalplan is een goede zaak, maar wordt er verder over overlegd, bijvoorbeeld met de regio’s in verband met die vouchers? Wordt ook ingezet op het sectoraal overleg, zodat we meer kunnen inzetten op preventie en ook meer op aangepast werk? Dit lijkt mij immers echt wel de sleutel tot succes. Zo kan men stappen vooruitzetten en langdurig zieken kansen bieden. Anders is het morsen met talent.

Voorzitter:

Madame Taton, pourriez-vous présider la réunion pendant mon intervention? Je vous remercie beaucoup.

Présidente: Julie Taton.

Voorzitster: Julie Taton.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, il s'agit d'un sujet important. Nous savons combien l'accord de gouvernement est résolument volontariste en ce qui concerne le retour progressif au travail des malades de longue durée. La prévention de l'apparition de maladies et de l'absentéisme, l'accompagnement et la réintégration professionnelle constituent autant de volets qui figurent clairement dans l'accord de gouvernement. Par conséquent, il serait intéressant de vous entendre vous exprimer quant à votre volonté dans ce dossier.

Certains collègues ont fait allusion à un reportage qui fut diffusé sur RTL-TVI la semaine dernière. La fraude sociale existe, bien entendu, et il ne faut pas faire comme si elle était inexistante ni s'excuser d'en parler quand on traite la question des malades de longue durée. Il s'agit donc de la traiter et de voir si vous allez pouvoir renforcer vos services au sein de l'INAMI, avec la collaboration de votre collègue en charge de la fraude sociale. Quarante personnes travaillent au Service du contrôle administratif (SCA). Le Service d'évaluation et de contrôle médicaux (SECM) compte 250 membres pour une masse de malades de longue durée qui s'élève à 526 000 personnes (11,2 % de la population active). En France et en Allemagne, le taux atteint 7 %. Nous sommes donc parmi les premiers dans l'Union européenne en ce domaine. Cela signifie-t-il que le supplément est uniquement constitué de fraudeurs? Non, bien entendu. Sans intention de caricaturer d'un côté comme de l'autre, il s'agit de développer une politique qui est prévue dans l'accord de gouvernement. Parce que vous êtes ministre de la Santé et responsable du département de l'INAMI, mais également vice-premier ministre, je vous demanderai de nous en dire également un mot. Cela me semble bien venu. Nous pouvons parler de la fraude sociale sans, chaque fois, nous excuser de le faire.

C'est une réalité. Nous pouvons en parler sans faire de caricature. Simplement, il s'agit d'un objectif que nous devons atteindre parce qu'il nous est assigné par l'accord de gouvernement.

Je vous remercie, par avance, de nous en dire un mot.

La présidente : Merci beaucoup, monsieur Ducarme.

M. le ministre va à présent nous répondre.

Frank Vandenbroucke:

Collega's, er waren heel veel interessante vragen. Om tijd te winnen zal ik een document met allerlei statistische gegevens bezorgen aan het secretariaat. U zult daarin heel wat antwoorden vinden met betrekking tot de cijfers waarnaar u hebt gevraagd. Ik zal ook nogmaals het rapport van het RIZIV over de thematische controles bezorgen, waarin u ook heel veel antwoorden vindt op vragen die werden gesteld. Ik doe dat omdat ik mij hier graag wil concentreren op de kern van de zaak, namelijk dat het gaat over solidariteit.

Uitkeringen voor ziekte en invaliditeit zijn gebaseerd op solidariteit met mensen die getroffen zijn door ziekte, die niet meer kunnen werken en die een uitkering – liefst een fatsoenlijke – nodig hebben om van te leven; op solidariteit met mensen voor wie er wel nog mogelijkheden zijn om opnieuw aan het werk gaan, misschien via aangepast werk, maar die daarbij hulp en ondersteuning nodig hebben. Die solidariteit is een heel kostbaar goed. We moeten daar dus heel zorgvuldig mee omspringen. Die zorgvuldigheid is een verantwoordelijkheid van heel veel verschillende mensen, een verantwoordelijkheid die men moet samenvatten als 'samen verantwoordelijk en aldus solidair'.

Ik heb vorige vrijdag inderdaad een lezing gegeven in Oxford, waarin ik dat wat heb uitgewerkt en waarin ik heb gezegd dat solidariteit niet zonder verantwoordelijkheid kan. Het gaat over coresponsabiliteit, in dit geval van de ziekenfondsen, de artsen, de werkgevers, de VDAB, Actiris, de Forem en de mensen zelf.

De documentaire van Christophe Deborsu waarnaar werd verwezen, of ze nu statistisch representatief is of niet is niet van belang, toont helaas wat er gebeurt als die gezamenlijke verantwoordelijkheid er niet is. Als de ziekenfondsen, noch de behandelende artsen, noch de werkgevers, noch de mensen zelf doen wat men zou mogen verwachten, dan krijgt men dat resultaat. Het resultaat is dat mensen worden losgelaten, gemarginaliseerd geraken, armoedig en triestig leven en daar niet meer uit geraken. Dat is een probleem van een systeem dat niet goed werkt en dat grondig moet worden hervormd.

Ik wil dus herhalen wat hier al gezegd is. Heel veel mensen ontvangen een uitkering omdat ze ernstig ziek zijn. Ze kunnen niet terug aan het werk, of toch niet onmiddellijk. Laat ons goed voor die mensen zorgen. Het probleem is dat het systeem mensen jarenlang loslaat zonder enige opvolging. Daardoor ontstaan situaties waarin mensen zich daarin nestelen en er volledig afhankelijk van worden.

Er is ongetwijfeld ook sprake van regelrecht misbruik en fraude. In heel andere domeinen, zoals fiscaliteit, bestaat er ook fraude; zo worden sommige managementvennootschappen oneigenlijk gebruikt en misbruikt.

Ik ben tegen sociale fraude en tegen fiscale fraude. Ik ben voor echte solidariteit en een rechtvaardige fiscaliteit. Dat is de inzet.

Ik wil even terugkomen op de zogenaamde thematische controles van het RIZIV.

De bedoeling ervan was niet een representatieve steekproef te zijn voor de hele groep mensen met een uitkering. Dat wordt ook duidelijk uitgelegd in de nota die u nogmaals ontvangt. Het RIZIV heeft, op mijn vraag, gekeken naar een groep waarvan men op voorhand al kon vermoeden dat het niet normaal is dat die mensen tot aan hun pensioen in invaliditeit zijn. Het gaat om mensen jonger dan 60 jaar die niet aan een ziekte lijden waarvan het normaal is dat ze tot het einde van hun loopbaan niet meer kunnen werken. Men heeft dus andere mensen onderzocht, bij wie het vreemd is dat ze tot hun pensioen als invalide waren erkend. Ook werden mensen onderzocht die jonger zijn, al twee jaar afwezig zijn en nog geen engagementsverklaring hadden ondertekend. Dat is eveneens bijzonder. Die groepen zijn dus onderzocht en er heeft een thematische controle plaatsgevonden, waarbij men vaststelde dat de ene mutualiteit andere resultaten behaalde dan de andere. Het betreft echter geen steekproef die representatief is voor de hele groep, en dat mag ook niet in die zin worden misbruikt. Toch toont het opnieuw aan dat, wanneer er geen opvolging is, er helaas mensen zijn die zich installeren of geïnstalleerd raken in een situatie die niet goed is Opvolging is dus noodzakelijk.

Mevrouw De Knop, ik weet niet waar u dat cijfer van +55 % vandaan haalt. Ik denk niet dat dat klopt, maar dat is niet zo belangrijk. Het is wel van belang dat die groep stijgt, en als we niet ingrijpen, zal die groep sterk blijven toenemen.

Dat is evident want de pensioenleeftijd verhoogt. De pensioenleeftijd stijgt dit jaar met één jaar en zal in 2030 nog eens met één jaar stijgen. Als we niet opletten komen veel mensen in plaats van in vervroegd pensioen of pensioen terecht in langdurige ziekte. Sommigen waren misschien al in langdurige ziekte. Dat heeft te maken met een strenger beleid inzake werkloosheid en uittredingssystemen, zoals werkloosheid met bedrijfstoeslag. Dat verklaart heel veel, maar niet alles. Er spelen ook mentale gezondheidsproblemen en problemen met arbeidsomstandigheden.

Collega’s, er is dus een zeer grondige hervorming nodig, zowel op het vlak van preventie – men heeft gelijk als men dat hier zegt – als re-integratie van mensen die langdurig ziek zijn. We moeten die mensen helpen om opnieuw aan de slag te gaan.

Wanneer ik zeg dat een grondige hervorming nodig is, dan wil ik, in tegenstelling tot wat de heer Van Lysebettens en mevrouw Samyn suggereren, niet pleiten voor een etatisering – vergeef mij de wat zware uitdrukking – of verstaatsing van het systeem. Men zou kunnen zeggen: we halen de adviserend artsen weg bij de mutualiteiten, en we brengen ze onder in een ministerie en dat ministerie zal dan alles controleren. Zulke voorstellen bestaan, maar ik ben daar geen voorstander van. Ik ben geen etatist. Bovendien, als we dat zouden doen zijn we vier jaar bezig met hervormen zonder iets te bereiken. Een onafhankelijke laag, zoals mevrouw Samyn het noemt, een nieuwe instelling creëren – neen, neen, neen... Laat ons proberen met de instellingen die er al zijn te werken en die instellingen hun verantwoordelijkheid te laten opnemen en aan te scherpen. Dat is de inzet.

Inderdaad, zoals mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Samyn en anderen aangaven, laat ons overleg organiseren en iedereen verantwoordelijk stellen, ook de deelstaten, de VDAB in Vlaanderen, de werkgevers. Daarnaast moeten we duidelijkheid scheppen over wat we verwachten van de behandelende arts van iemand die langdurig ziek is. Ook die arts moet nadenken over wat de mogelijkheden zijn om terug aan het werk te gaan.

Ik ben daarom van plan een rondetafel te organiseren met alle betrokken partijen: bedrijfsartsen, adviserend artsen van de ziekenfondsen, behandelende artsen, werkgevers, mutualiteiten, vakbonden, de ministers van de deelstaten, de VDAB, Actiris en de Forem. Iedereen moet zijn deel van de verantwoordelijkheid nemen en we moeten de neuzen in dezelfde richting krijgen. Dat is essentieel.

Men heeft mij gevraagd wat de resultaten tot nu toe zijn. Ik verwijs naar de cijfers die ik zal ronddelen. Ik denk dat we al enkele gunstige effecten zien van de eerste en tweede golf die ik gelanceerd heb.

Ik wil toch iets herhalen. Mevrouw De Knop of de heer Van Lysebettens heeft gezegd dat ik een beleid zou hebben gecreëerd waarbij mensen tot aan hun pensioen in invaliditeit worden geplaatst. Dat is een misverstand, mijnheer Van Lysebettens. Ik was stomverbaasd toen ik vaststelde dat dat op die schaal gebeurde.

Het fenomeen waarbij mensen tot aan hun pensioen op invaliditeit worden gezet, is beginnen groeien onder de Zweedse regering en is vervolgens verder toegenomen tijdens de coronaperiode. Ik was daarover zo verbaasd en verontwaardigd dat ik heb beslist – die beslissing is al in uitvoering – dat mensen in principe nooit tot aan hun pensioen een erkenning in invaliditeit kunnen krijgen. In principe nooit. Een erkenning kan gelden voor een jaar, twee jaar of vijf jaar, maar niet langer, tenzij het gaat om zeer ernstige ziekten waarbij men op voorhand weet dat betrokkene nooit meer zal kunnen terugkeren naar werk. Behalve die uitzonderingen hebben we voor nieuwe instromers dat principe eigenlijk al afgeschaft. Helaas bevindt een zeer grote groep zich nog in dat oude systeem. Dat is een slechte erfenis uit het verleden. Een zeer grote groep zit erin, en dus moeten we daarmee aan de slag.

Hebben we voorlopig resultaten? Ja. Ik geef één cijfer. Louter met de eerste en tweede golf van maatregelen op de achtergrond zijn 14.000 mensen in 2024 in een traject van VDAB, Actiris of de Forem gestapt, met een uitkering als langdurig zieke. Dat cijfer stijgt, en ik hoop dat het dit jaar nog hoger zal zijn.

Het gebrek aan succes van het Terug-naar-werkfonds en de vouchers voor private bemiddelaars – inderdaad, een eclatant gebrek aan succes – staat gelukkig naast een zeer hoog cijfer bij de publieke bemiddelaars. Waar ligt dat gebrek aan succes bij de vouchers aan? Wellicht, mevrouw Lanjri, hebt u gelijk te stellen dat die vouchers te eng of te weinig omschreven zijn. Ik denk evenwel ook dat de druk om naar oplossingen te zoeken onvoldoende hoog is, en dat we iedereen in het systeem – behandelende artsen, bedrijfsartsen, maar ook de mensen zelf – sterker moeten aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Zij moeten zich afvragen wat ze kunnen doen, welke uitwegen er zijn, welke mogelijkheden ze nog hebben.

De derde golf, daar wil ik toch iets over zeggen; die vormt immers een antwoord, collega's, op veel van de vragen die hier zijn gesteld.

Zeer kort samengevat behelst de derde golf maatregelen die zijn opgenomen in het regeerakkoord van Arizona en nu vervat zitten in één groot wetsontwerp, waarvan ik hoop dat het vrijdag in derde lezing door de ministerraad wordt goedgekeurd. Daarnaast is er ook nog een belendend wetsontwerp.

Wat is de bedoeling van die derde golf?

De bedoeling is dat er veel meer samen wordt opgetreden, de zogenaamde coresponsabiliteit. De adviserend arts én de bedrijfsarts én de behandelende artsen moeten samen optreden, in trio. Dat gaan we ondersteunen.

Er moet ook sneller worden opgetreden. We willen iedereen op een scherpere manier voor zijn verantwoordelijkheid plaatsen. Als een werknemer niet ingaat op een uitnodiging van een bedrijfsarts, dan zal hij dat voelen, want als we willen helpen moet men zich ook willen laten helpen. Als een werknemer het dus niet de moeite vindt om in te gaan op een uitnodiging van een bedrijfsarts, dan hangt daar een sanctie aan vast. Een serieuze sanctie, als u het mij vraagt. Hetzelfde geldt voor iemand die het niet de moeite vindt om in te gaan op de uitnodiging van een adviserend arts. Dat zit allemaal vervat in die derde golf.

Ook een scherpere – financiële – verantwoordelijkheid voor de werkgevers zit daarin vervat, aangezien de werkgevers ook voor de tweede en derde maand afwezigheid na het gewaarborgd loon zullen moeten betalen. Ze zullen niet langer dan zes maanden mogen wachten om een alternatief aan te bieden aan een werknemer die nog kansen heeft om terug aan het werk te gaan.

Kortom, scherpere verantwoordelijkheid voor iedereen, samen in actie en sneller in actie. Dat is de essentie van die derde golf.

Mevrouw Samyn, u hebt gelijk, de dingen moeten inderdaad eenvoudiger. U hebt het woord 'afstemmen' gebruikt. Ik wil dat ook, en ik wil ook een rondetafel organiseren om de neuzen in dezelfde richting te krijgen.

In de schoot van de regering heb ik een nota van 65 pagina's neergelegd met het oog op een vierde golf. Ik denk dat die nodig is. Ik voeg er wel aan toe dat die nota nog niet is goedgekeurd door de ministerraad, en dat het wat bizar is om zulke nota's te bespreken in het Parlement, maar bon, die nota is al uitgelekt in de pers. Ik denk dat een vierde golf echt nodig is, met name voor de mensen die lang afwezig zijn. Maar ik zal dat enkel kunnen afwerken als er binnen de regering bij de begrotingsopmaak een globaal en solidair evenwicht is, op alle fronten.

Wat zit daarin? We willen opnieuw meer inzetten op preventie. Die vierde golf voorziet in een investering in eerstelijns psychologische ondersteuning. We hebben gemerkt dat die eerstelijns psychologische ondersteuning een gunstig effect sorteert op ziekteverzuim; dat is gebleken uit een studie van Ronny Bruffaerts. Wat moeten dat versterken en de eerstelijns psychologen mee betrekken bij de oplossing om mensen die uitgevallen zijn geheel of gedeeltelijk opnieuw aan het werk te krijgen.

In mijn voorstel zit een screening, niet van 100.000 mensen – dat is hier een paar keer gezegd –, maar van 218.000 mensen. Dit is wat ik voorstel: tussen nu en het einde van de legislatuur 218.000 mensen in langdurige afwezigheid opnieuw evalueren.

Ten derde, het principe dat men nooit langer dan een jaar een invaliditeitserkenning kan hebben. Na een jaar moet men opnieuw geëvalueerd worden door de behandelende arts. Na een jaar moet opnieuw een aanvraag worden ingediend.

Ik wil even terugkomen op iets wat de heer Van Lysbettens gezegd heeft. Mijnheer Van Lysbettens, controle en een helpende hand, het ene gaat niet zonder het andere. Als we niet controleren, dan krijgen we wat te zien was in de uitzending van de heer Deborsu. Dat is triestig, ook voor de mensen zelf. Dus we moeten op tijd en stond evalueren en controleren. Maar als we controleren moeten we ook hulp aanbieden. We kunnen echter geen hulp aanbieden aan mensen als we hun toestand niet evalueren en controleren. Laat ons dus geen valse debatten voeren. Dit zijn gewoon twee kanten van dezelfde medaille: evalueren, controleren, hulp aanbieden. Dat moeten we veel systematischer doen.

Men vroeg mij naar de cijfers. Nogmaals, collega's, dit is eigenlijk nog niet afgesproken binnen de regering, maar ik zal een paar cijfers geven. Wat ik heb voorgesteld is in de eerste plaats een gezondheidsplan, maar het is ook goed voor de gezondheid van de sociale zekerheid, ook financieel. Tegen het jaar 2029 komen we uit op een nettowinst voor de financiële gezondheid van de sociale zekerheid van 1,8 miljard euro, en dat groeit tot 2,2 miljard euro nettowinst in 2030. Daarin nemen we mee dat de hervorming van het invaliditeitspensioen van ambtenaren een afgeleide kost meebrengt voor de ziekteverzekering van 133 miljoen in 2029 en 183 miljoen in 2030. Als u echt het brutocijfer wilt weten, dan moet u dat optellen bij die 1,8 en die 2,2 miljoen.

In die getallen zit inderdaad ook een financiële bijdrage van de werkgevers. Ik wil die echter niet in de schatkist houden. Voor mij mag die terugvloeien naar de werkgevers. Ik ben voor een bonus-malus: wie het goed doet betaalt minder sociale lasten, wie het slecht doet betaalt meer sociale lasten. Vandaar dat ik heb voorgesteld in de regering om werkgevers iets meer te laten betalen, maar de opbrengst daarvan te recycleren en terug te geven aan de werkgevers. Dan krijg je een bonus-malus en daar ben ik voor.

Dat gaat over redelijk wat geld, 311 miljoen in 2029 en 320 miljoen in 2030. Die cijferdans bevat heel grote bedragen, dat zijn de brutocijfers van mijn plan. De nettocijfers, waarbij de werkgevers de bonus-malus gerecycleerd krijgen in een lastenvermindering, en waarbij we ook de hervorming van het invaliditeitspensioen dekken, bedragen 1,8 miljard tegen 2029 en 2,2 miljard tegen 2030.

Maar het gaat niet alleen om de financiële gezondheid van de sociale zekerheid, het gaat om de gezondheid van de mensen. Terug aan het werk kunnen gaan is voor vele mensen een onderdeel van hun herstel. Ook mensen met ernstige psychische aandoeningen. Ik kan dat niet genoeg herhalen. Ik heb gesproken met mensen die lijden aan een zware depressie en toch terug aan het werk konden gaan. Was die depressie helemaal weg? Nee, dat gaat soms een leven lang niet weg. Ik heb ook gesproken met mensen die chronische pijn lijden of aandoeningen hebben in de sfeer van psychoses. Dat is afzien, dat is lijden. Dat gaat soms een leven lang niet weg. Toch kan men nog kansen krijgen om terug aan het werk te gaan. Het is beter aan het werk te zijn dan thuis te zitten met chronische pijn. Dat is de solidariteit die we nodig hebben. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die gewoon niet terug aan het werk kunnen gaan.

Collega's, mevrouw Lanjri heeft een heel belangrijk en gevoelig punt aangeraakt, met name de niet-toeleidbaren – een beetje een lelijk woord. Dat is, mevrouw Lanjri, nog niet helemaal uitgeklaard in de regering, maar ik wens absoluut dat we daar een oplossing voor vinden. We proberen daar ook vooruitgang te boeken met mijn collega Rob Beenders, die verantwoordelijk is voor personen met een handicap.

Wat betreft de arbeidsparticipatietoeslag, ja, die zit in mijn plannen. Dat is wel wat controversieel. Ik vind dat goed. Het idee komt trouwens ook een beetje van mij. Cd&v vindt het ook heel belangrijk, we zijn hierin bondgenoten. We moeten er wel voor zorgen dat het niet ontspoort. Ik zou dat meer als een pilootproject willen invoeren dat we goed bewaken, dan dat het ontspoort.

Madame Désir, il serait extrêmement intéressant de pouvoir croiser les données de l'INAMI et celles de l'ONSS, qui fournissent de l'information sur les secteurs desquels les gens qui sont en maladie proviennent. Des échanges sont maintenant organisés entre ces deux administrations en la matière. Je ne peux pas vous dire avec certitude quand ce projet aboutira, car c'est encore fort compliqué, mais nous sommes en train d'en discuter.

Voorzitter: Denis Ducarme.

Président: Denis Ducarme.

Geachte Kamerleden, daarmee heb ik de belangrijkste punten aangeraakt. Solidariteit en verantwoordelijkheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Iedereen moet mee in het bad en iedereen moet mee verantwoordelijk zijn. We mogen de hete aardappel niet naar elkaar doorschuiven. Dat is de enige manier om een zeer grondige hervorming, die nodig is in het belang van de mensen, tot een goed einde te brengen.

Voorzitter:

Je propose deux minutes de réplique par intervenant pour ce débat d'actualité.

Jeroen Van Lysebettens:

Mijnheer de voorzitter, in de beperking kent zich de meester.

Mijnheer de minister, ik ben blij te horen dat u kijkt naar een globaal beleid met alle actoren, in tegenstelling tot sommige leden van de meerderheid die er een sport van maken om individuele cases te verheffen tot beleid. Dat laatste is net het tegenovergestelde van wat we moeten doen. We moeten kijken naar een vorm van systeemdenken dat mogelijk wel vruchten kan afwerpen.

Daartegenover vind ik het wrang dat ook u toegeeft dat de hervormingen op de arbeidsmarkt dreigen te leiden tot meer zieke mensen.

Nu kom ik tot de punctuele punten waarover u mij hebt aangesproken.

Een onafhankelijke laag hoeft voor mij geen aparte laag te zijn. Het kan ook gaan om het versterken van de controleartsen bij de mutualiteiten. Het punt is vooral dat de huisartsen vandaag al met enorme administratieve lasten kampen, waardoor zij die extra controle gewoon niet zullen kunnen bolwerken. Als we daar geen oplossing voor vinden, zullen we hier over twee of drie jaar opnieuw moeten bespreken waarom sommige huisartsen dat pro forma invullen of waarom dat door artificiële intelligentie wordt afgehandeld. Ik pleit er dus voor om daarvoor zeker de nodige middelen uit te trekken om dat mogelijk te maken waar nodig.

Een groot aantal mensen is op ziekte gezet, maar het punt is dat die mensen daar zelf niet verantwoordelijk voor zijn. Dat was een beleidskeuze, hetzij van u, hetzij van een andere minister, maar op zich maakt dat weinig verschil. Er worden vandaag maatregelen genomen waardoor zieke mensen een aantal van hun rechten dreigen kwijt te spelen zonder dat ze daarvoor zelf verantwoordelijk zijn. Daarvoor moet een oplossing worden gevonden.

Ten slotte, u hebt het over straffen en afpakken, maar de maatregelen die u noemt, zijn dat natuurlijk wel. Ik ben het helemaal met u eens dat zulke maatregelen nodig zijn maar er zijn, zoals u zelf aangeeft, ook andere maatregelen nodig om mensen naar werkbaar werk te begeleiden. Daarover blijft het echter stil.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, mijn excuses omdat ik niet uw gehele antwoord heb kunnen volgen.

Ik wil even op de communautaire cijfers ingaan. U hebt me geantwoord op een vraag over de langdurig zieken. We stellen vast dat er een grote communautaire scheeftrekking is, want procentueel zijn er beduidend meer langdurig zieken in Wallonië dan in Vlaanderen. Dat sluit aan bij de bredere problematiek van de lage werkzaamheidsgraad in Franstalig België, wat ook bleek in de recente reportage van Christophe Deborsu.

Het Vlaams Belang pleit voor een activeringsbeleid dat vertrekt vanuit mogelijkheden en niet louter vanuit beperkingen. Dat beleid moet focussen op wat mensen nog kunnen, in plaats van hen te reduceren tot hun ziekte of beperking. U had het daarnet over solidariteit en verantwoordelijkheid. We zijn het er volledig mee eens dat de hete aardappel niet mag worden doorgeschoven. Dat betekent echter ook dat er een gezamenlijk beleid moet zijn, waarbij de regio’s worden betrokken. Daarbij kan ook via de werkgever worden geëvalueerd wat de betrokken persoon nog kan doen, voor welke taken hij geschikt is en of aangepast werk haalbaar is.

In uw antwoord zegt u dat er ook aandacht moet zijn voor mensen die echt ziek zijn, bijvoorbeeld mensen die langdurig met psychische problemen kampen, zoals burn-out en depressie. Die mensen verdienen een degelijke begeleiding en verdienen het niet om gestigmatiseerd te worden.

Belangrijk is ook dat een zieke die opnieuw aan de slag gaat, er financieel op vooruitgaat ten opzichte van zijn uitkering. Werken moet lonen. Het is onaanvaardbaar dat iemand die het werk hervat, al dan niet deeltijds, er financieel op achteruitgaat.

Ik wil ook kort ingaan op het tekort aan controleartsen. Dat is een bekend probleem. Ik hoop dat daaraan gewerkt wordt en dat er voldoende controleartsen ter beschikking zijn. Alles staat of valt immers met een systeem waarin voldoende controle mogelijk is. Het huidig tekort zorgt voor een hoge werkdruk bij de controleartsen zelf en voor ongelijkheid.

Mijnheer de minister, we hebben niet zozeer nood aan een sanctiebeleid, maar wel aan een mensgericht activeringsbeleid dat langdurig zieken perspectief biedt, artsen versterkt en de communautaire verschillen eerlijk benoemt in plaats van ze te verdoezelen.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord, weliswaar een zeer politiek antwoord met weinig technische aspecten.

We hebben mensen in een vergeetput gestoken. Dat is naar mijn oordeel zowel een collectieve als een individuele verantwoordelijkheid.

De verhalen over olifanten, Jacquelines, praatjes in het volkshuis, schouders en ruggen blijven wat ze zijn: verhaaltjes. Die verhaaltjes en die feiten doen het zo goed omdat het beleid ontbreekt. U spreekt over communicerende vaten tussen de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en ziekte, maar daarmee bevestigt u net de mogelijke fraude en het gebrek aan een sluitend systeem.

U pakt uit met een zogenaamd totaalplan. Ik begrijp dat u zoekt naar communicatielijnen, maar in de feiten erkent u dat het systeem van de re-integratie van langdurig zieken faalt. Als het systeem faalt, mijnheer de minister, dan faalt uw beleid. Hoe meer woorden u gebruikt om dat duidelijk te maken, hoe duidelijker het voor mij wordt dat u rondjes draait.

De cijfers tonen dat aan: het aandeel langdurig zieken is sinds 2020 met 55 % gestegen. Dat gebeurde onder uw beleid. Dat komt omdat het totaalplan, zowel dat van vroeger als dat van nu, te versnipperd is. U zegt dat iedereen verantwoordelijkheid draagt, maar ik zeg dat het niet werkt als iedereen bevoegd is en niemand verantwoordelijk. Niemand voelt zich de eindverantwoordelijke.

Ja, de ambitie moet zijn om meer mensen aan het werk te krijgen, zodat werken kan lonen. Wij zijn het dan ook niet eens met het feit dat u nog meer de werkgevers en de artsen viseert zonder dat het huis op orde staat. Daarmee schuift u de politieke verantwoordelijkheid van u af.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw politiek antwoord en kijk uit naar uw document vol techniciteiten.

Ik ben blij dat u hebt benadrukt dat de RIZIV-steekproef geen steekproef was, maar wel degelijk een controle en dat die controle niet mag worden misbruikt. Dat is echter wel gebeurd. Die steekproef werd uitgevoerd in april en vlak voor de fameuze eerste begrotingsbesprekingen in de pers gelekt. Die RIZIV-controle werd dus misbruikt, wat bijzonder jammer is.

Mijnheer Ronse, ik wil me ook tot u richten. U hebt gelijk als u zegt dat het systeem rot is. Het is zoals een vis, die rot aan de kop. Jullie zijn de kop, want jullie hebben onder de Zweedse regering een taxshift ingevoerd die niet gefinancierd was, waardoor we vandaag in onze sociale zekerheid met een gat van 8 miljard zitten. Daartegen zijn op 14 oktober 140.000 arbeiders en bedienden op straat gekomen. Dat was een betoging van werkende mensen, niet van zieken. Werkende mensen kwamen op straat, omdat ze vandaag nog aan de slag en in goede gezondheid zijn, maar beseffen dat zij binnen vijf of tien jaar misschien aan de beurt zijn. Ze zien hun collega's immers een na een uitvallen door werkstress of door moeilijke werkomstandigheden.

We kunnen nu al voorspellen dat er in 2026 ongeveer 15.000 langdurig zieken bij zullen komen. Ik durf dat nu al te schatten. De reden is dat de pensioenleeftijd wordt opgetrokken. Het is heel eenvoudig. Brugpensioen afschaffen, landingsbanen moeilijk maken en de pensioenleeftijd optrekken is gelijk aan meer langdurig zieken.

Sofie Merckx:

Tout d'abord, monsieur le ministre, merci d'avoir été clair sur l'échantillon de l'INAMI. Ce n'est pas du tout un échantillon représentatif. Non, c'était un travail de contrôle d'un groupe qui était un peu bizarre, comme vous le dites. Et je crois que c'est important de le dire. Je crois qu'il est important aussi pour certains collègues d'arrêter de tout le temps répéter les mêmes choses. Oui, la fraude doit être combattue; mais non, tous les malades de longue durée ne sont pas des fraudeurs. C'est aussi un message qu'il faut faire passer. Vous êtes ministre de la Santé et nous attendons de vous que vous fassiez passer ce message. Quand vous êtes applaudi tout le temps par la N-VA, il faut peut-être vous poser des questions.

Je retiens quand même de votre plan de 2,2 milliards, ou même un peu plus, que seulement 10 % de l'effort est demandé aux entreprises, et même un peu moins, et que 90 % de l'effort est demandé aux malades. Vous hochez non de la tête. Vous aurez l'occasion, bien sûr, de vous expliquer, mais je crois que c'est fondamentalement injuste dans votre calcul.

J'ai encore été contactée par une dame de 59 ans. Elle travaille depuis 20 ans dans le nettoyage. C'est un secteur qui compte presque 10 % de malades de longue durée. Elle tombe malade. Elle est rappelée par le médecin du travail. Elle se dit: "Ça y est, ils vont me proposer un poste adapté." Qu'est-ce qu'elle a reçu? Un C4, à quelques années de sa pension. Un C4, c'est tout ce qu'elle a reçu. Le problème est là aussi.

Les conditions de travail rendent les gens malades.

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Merckx, uw 10 % is even vreemd en verkeerd als de 55 % van mevrouw De Knop, waar ik geen touw aan kan vastknopen. Ik weet niet hoe u dat berekend hebt, maar uw 10 % is heel vreemd.

Wanneer werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen en meer doen om te voorkomen dat mensen ziek worden, en sneller ingrijpen om mensen te helpen en hen alternatieven te bieden, dan valt de besparing natuurlijk bij de sociale zekerheid. Als we aan werkgevers zeggen dat ze nu verdomme eindelijk eens doen wat ze moeten doen, dan hoeven ze daarvoor geen geld uit hun kas halen. Ze moeten actie ondernemen. De besparing die dat oplevert, het gros van het effect, ligt natuurlijk bij de sociale zekerheid. Het is niet de bedoeling dat werkgevers geld uit hun kas halen, wel dat ze iets dóen. Om duidelijk te maken dat ze iets moeten doen, aangezien louter preken niet volstaat, stel ik een bonus-malussysteem voor: een malus voor wie het niet goed doet als werkgever, een bonus voor wie het wel goed doet. De vrucht van dat verhaal, eigenlijk de volle honderd procent, zit natuurlijk in de vermindering van uitkeringen, meer mensen aan het werk en winst voor de sociale zekerheid. Ons plan zal dus altijd, altijd een plan zijn van winst voor de sociale zekerheid.

Uw vergelijking van die 10 tegenover 90 is echt, excuseer, à côté de la plaque , hoor.

Voorzitter:

Madame De Knop, avez-vous un goût de trop peu?

Irina De Knop:

Oui, j'ai encore droit à la réplique.

Voorzitter:

Ce n'est pas vous qui présidez. Voulez-vous intervenir sur ce sujet en particulier?

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, inzake die 55 % heb ik daarstraks over het aantal zieken gesproken, maar het ging eigenlijk over een stijging van de daarbij horende kosten met 55 %.

Frank Vandenbroucke:

De kosten? Er is ook nog een klein beetje inflatie geweest. (…) U moet zich echt corrigeren in het vervolg.

Sofie Merckx:

Je retiens mon chiffre de 10 % de plus de 2 milliards que vous allez demander aux employeurs. Je crois qu’il y a d’autres pistes, qui donnent encore plus de responsabilité aux employeurs.

Cette idée est une bonne chose; mais pourquoi ne pas aller vers un système comme aux Pays-Bas, par exemple, où les employeurs doivent continuer à payer leurs malades de longue durée? On pourrait aller beaucoup plus loin là-dedans. Vous verrez qu’ils réintègreront les malades. C’est comme avec les accidents de travail. On trouve toujours des postes adaptés pour les gens en accident de travail, mais pas pour les malades de longue durée. Pourquoi? Parce que les primes augmentent s’ils ne le font pas.

On parle de s’attaquer à la fraude. Je voudrais aussi que nous comptions le nombre d’heures que nous consacrons à parler ici de la fraude des malades, de la fraude des chômeurs, par rapport à la fraude fiscale, par exemple. Trente milliards par an de fraude fiscale. De cela, nous ne parlons presque jamais. Nous regardons ici uniquement d’un côté.

C’est la même chose concernant M. Reynders, par exemple. C’est vraiment une affaire de fraude énorme, une affaire criminelle de blanchiment d’argent. Nous sommes presque le seul parti ici à en parler, à demander une commission d'enquête pour savoir comment une telle fraude a pu avoir lieu. Il est temps de faire cela, et aussi d’avoir du respect pour les malades.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, uw analyse is zeer boeiend. Met een aantal zaken ben ik het eens, met andere niet.

Vooreerst is het opgezette systeem goed qua intentie, maar het is zo lek als een zeef. Mensen worden soms ten onrechte lang ziek geschreven. Die poort moet aangepakt worden. Ten tweede kijkt men bij een langdurig zieke enkel naar wat die persoon van job deed, maar niet naar welke andere job die zou kunnen doen, eventueel zelfs bij een andere werkgever. Een ander probleem in dat systeem is dat voor iemand in langdurige ziekte de drempel om terug te gaan werken hoog is en de angst om de uitkering te verliezen groot. Via terug-naar-werktrajecten zou men een en ander kunnen oplossen.

Het is goed dat u aangeeft dat u 218.000 mensen opnieuw zult controleren. Ik vind dat positief. Dat is lovenswaardig en zal het systeem opnieuw scherp zetten. Waar ik het niet mee eens ben, is het optimisme rond de 14.000 trajecten bij de VDAB. De uitstroom daar is bijzonder pover, omdat er geen stok achter de deur is, geen middel om medewerking te vragen. Daarnaast moet men een vergelijking met terug-naar-werktrajecten maken. De VDAB ontvangt ongeveer 4.000 euro per traject, terwijl terug-naar-werkspelers 1.800 euro per traject krijgen. Dat schept een oneerlijke concurrentie. Ik denk dat we dat systeem grondig moeten herbekijken.

Werkgevers moet men inderdaad responsabiliseren. Dat moet genuanceerd bekeken worden. We moeten opletten dat we niet in een samenleving terechtkomen waar werkgevers een aversie voor het risico van mensen met een ziekteprofiel ontwikkelen. Bovendien mag een werkgever niet één op één verantwoordelijk worden gesteld voor de ziekte van een werknemer. Een werkgever heeft immers niets te maken met het feit dat iemand om vreselijke redenen kanker krijgt.

In ieder geval denk ik dat we het erover eens zijn dat die werf van de regering de allergrootste en belangrijkste uitdaging is. Het is een tanker die moeilijk te keren zal zijn. We moeten op alle fronten werken: mutualiteiten, werkgevers, werknemers met een stok achter de deur en artsen. Grosso modo zit uw plan goed. The devil is in the details maar ook in the execution . Wij zullen u daar in ieder geval met veel passie en overtuiging in bijstaan.

Julie Taton:

Monsieur le président, je voulais préciser qu'on n'est pas là pour faire la chasse aux malades, mais pour faire la chasse aux abus. On ne va donc certainement pas pénaliser les gens qui ne peuvent pas travailler pour des raisons médicales. Quand on est malade, on doit bien sûr prendre le temps de se soigner, de penser à soi, c'est de la solidarité et ça doit être une évidence même. On parle de solidarité, mais on doit aussi parler de responsabilité et, comme M. le ministre l'a dit, de co-responsabilité. Donc, il y a beaucoup de travail.

Caroline Désir:

Merci monsieur le ministre pour votre longue intervention.

On vous a entendu défendre la solidarité et la responsabilité. Bien sûr, nous défendons également cette solidarité et personne ne souhaite encourager ou soutenir la fraude sociale. Mais, bien sûr aussi, l'augmentation incessante du nombre de malades de longue durée doit tous nous tracasser, ne fût-ce que pour pouvoir préserver notre système de sécurité sociale.

Toutefois, je regrette d'entendre dans votre réponse relativement peu de développements quant à la manière de faire participer davantage les employeurs, même si vous l'avez évoquée brièvement. Je voudrais rappeler ici que les employeurs ont des obligations légales depuis maintenant plusieurs années en termes de plans de réintégration, qui sont loin d'être toujours respectés. Or cela fait indéniablement partie de la solution, en tout cas dans l'exemple des Pays-Bas.

Je crois comme vous, monsieur le ministre, que bon nombre de malades pourraient envisager de reprendre le travail, et même que cela peut dans certains cas les soutenir dans leur guérison. Pour cela, il faut pouvoir aménager leur retour et améliorer leurs conditions de travail. Il ne faut pas oublier que les troubles psychiques et les troubles musculosquelettiques sont les causes les plus fréquentes d'incapacité de longue durée, suivies par les maladies chroniques comme le cancer. Donc le retour au travail ne peut pas être une réussite, s'il n'y a pas un accompagnement adapté.

Surtout, si on n'améliore pas les conditions de travail dans les métiers pénibles, on aura toujours plus d'entrants dans les statistiques d'invalidité et vous n'atteindrez jamais vos objectifs ambitieux en matière d'économies. Il est indispensable qu'on creuse l'analyse des liens entre la pénibilité et les maladies de longue durée.

Je suis heureuse de vous entendre dire que le croisement des données entre l'INAMI et l'ONSS serait vraiment particulièrement intéressant et que des contacts sont en cours. J'espère vraiment qu'on va pouvoir avancer là-dessus, parce que je crois que nous avons là un angle de travail vraiment intéressant.

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Votre ambition de renforcer la réinsertion est essentielle et la conférence visant à mettre ensemble les différents niveaux de pouvoir pour émettre un signal fort est important. Il faut aussi rappeler et marteler que la meilleure politique d'incapacité est encore la prévention primaire, ce dont je suis persuadée. C'est en effet à ce stade que nous pouvons encore agir, adapter le poste, alléger temporairement la charge et éviter que le travailleur ne bascule dans l'incapacité de longue durée. Parce qu'effectivement une fois que les pathologies sont présentes, c'est compliqué justement de pouvoir trouver des alternatives en termes d'aménagement des postes de travail.

Vous l'avez rappelé, la réintégration ne s'arrête pas le jour où l'on reprend le travail. C'est tout l'enjeu: faire en sorte que le retour soit durable, accompagné et humain. Les chiffres de la KU Leuven le montrent, une reprise sans suivi signifie souvent une rechute à court terme. D'où l'importance d'un accompagnement structuré qui implique les mutualités, les médecins, les employeurs, donc les acteurs de l'entreprise et bien sûr le travailleur lui-même. L'intérêt est d'avoir une démarche concertée aussi pour être sûr que les aménagements au niveau des conditions de travail soient durables et puissent lui permettre de rester durablement au travail.

Nous devons sortir d'une approche trop administrative pour aller vers une logique de parcours, d'accompagnement de la personne avec un suivi dans la durée et des outils adaptés. L'enjeu est encore plus crucial pour les PME qui, très souvent, manquent d'outils. Prévenir les rechutes, c'est préserver la santé mentale mais aussi la confiance et la dignité au travail. Nous prenons acte des documents que vous nous partagerez et nous serons attentifs aux futures mesures et chiffres qu'ils contiennent.

Nahima Lanjri:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.

Ik denk dat we de analyse delen dat als we tot een oplossing willen komen, iedereen zijn verantwoordelijkheid zal moeten nemen, dat er zal moeten worden samengewerkt en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, zowel de werkgevers en de werknemers als de artsen en de ziekenfondsen. Ik denk dat de mutualiteiten zeker bereid zijn om mee naar oplossingen te zoeken, want zij hebben een heel goed zicht op deze problematiek. Ik denk dat het belangrijk is om hen uit te nodigen en met hen te bekijken welke mogelijkheden zij nog zien.

Dat betekent inderdaad soms dat een bepaalde groep van het ene vakje naar het andere verhuist. U hebt het zelf ook gezegd. Als we de pensioenleeftijd optrekken, zullen sommige mensen, die binnenkort tot 67 jaar zullen moeten werken, in de ziekte-uitkering terechtkomen. Als we het ziektepensioen voor ambtenaren afschaffen - ik heb daarvoor gepleit en ik zal dat blijven doen - dan is dat logisch, maar het betekent ook dat zij in de ziekte-uitkering terechtkomen en op 25 of 30 jaar niet meer met pensioen worden gestuurd. Dat willen we niet. We verhuizen sommige groepen dan wel van het ene naar het andere vakje, maar het blijft wel onze verantwoordelijkheid om met die mensen ook iets te doen. Dat is belangrijk.

Ik ben ook blij dat u een aantal van mijn voorstellen wilt bekijken. Zo zijn de terug-naar-werkcheques of vouchers van 1.800 euro echt onderbenut. Ik hoor vanuit het sector ook dat men de toegangspoort moet verruimen. Ik ben blij dat u het met mij eens bent dat we die toegangspoort kunnen verruimen en dat we niet moeten wachten totdat mensen een jaar lang ziek zijn. Men kan die cheques ook al inschakelen voordat mensen een jaar lang ziek zijn of voor zij op medisch ontslag zijn gezet. Dat is belangrijk.

Ik ben ook blij dat u de arbeidsparticipatietoeslag, die we in een voorstel van resolutie hebben gegoten, steunt. Ik denk dat we op dat vlak ook op dezelfde golflengte zitten, want wij stellen voor om dit in een tweejarig pilootproject te gieten en daaruit conclusies te trekken. Ik heb ook het voorstel gelanceerd om dit voor een beperkte groep te doen, namelijk voor mensen met een neurodegeneratieve aandoening of mensen met musculoskeletale aandoeningen en niet voor alle ziektes.

Mijn vraag ging ook zeer specifiek over de niet-toeleidbaren. Bij de mensen die hun werkloosheidsuitkering binnenkort verliezen, zit een groep die niet zal kunnen worden geactiveerd. Die personen horen thuis bij de ziekte-uitkering, hebben nood aan een erkenning als persoon met een handicap of horen thuis in een ander statuut, zoals u zei. Er ligt vandaag echter nog geen oplossing op tafel. Ik dring erop aan om te zorgen voor die oplossing.

Kunt u mij ook nog eens de correcte cijfers geven? De cijfers over deze groep lopen namelijk uiteen. Kunt u mij de juiste cijfers geven met betrekking tot de totale doelgroep van niet-toeleidbare personen? In Vlaanderen alleen al zou het om 10.000 mensen gaan. Ik schat dat het voor heel België ongeveer drie keer zoveel zal zijn. Kunt u dat bevestigen?

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de voorzitter, ik heb het debat zeer aandachtig gevolgd.

Mevrouw De Knop, u noemt wat ik zeg verhaaltjes, maar voor de mensen die ik gisteren heb ontmoet, is dit bittere realiteit. Ik sprak iemand die vorige week de diagnose borstkanker kreeg en volgende week aan de therapie zal beginnen. Zij zei mij dat ze gelukkig is dat er zoiets bestaat als gezondheidszorg en sociale zekerheid die haar ondersteunen en beschermen. Ik ontmoette ook iemand die uit een burn-out krabbelt. Zij vertelde mij dat ze nu het gevoel heeft dat er een toxische werksfeer hing op het werk en dat dit de verantwoordelijkheid was van de werkgever, maar dat zij wel degene is die gestraft wordt en thuis zit, terwijl hij gewoon verder doet. Ik heb vele mensen ontmoet die stelden dat die excessen er echt uit moeten, omdat ze onze solidariteit ondermijnen.

Onze minister doet wat nodig is en heeft vanaf het begin zijn verantwoordelijkheid genomen. Hij komt nu met een totaalplan dat mensen die ziek zijn niet loslaat en tegelijk inzet op de verantwoordelijkheid van werkgevers en veel meer responsabiliseert. Voor mij geldt dat wie ziek is of ziek is geweest bescherming en kansen nodig heeft, geen clichés zoals ik er hier te veel heb gehoord.

Voorzitter:

Je vous remercie pour ce débat, monsieur le ministre. Je ne m’attendais pas à ce que le fameux reportage de M. Deborsu soit à ce point présent dans nos échanges. Si d’aventure certains groupes souhaitent recevoir M. Deborsu en audition, qu’ils le fassent savoir. Le secrétariat recevra leurs demandes si une réelle insistance devait se manifester en ce sens. Les questions n° s 56005900C et 56006231C de Mme Julie Taton sont transformées en questions écrites. La question n° 56007608C de Mme Katleen Bury est retirée.

De impact van de Amerikaanse handelstarieven op de Belgische economie

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Amerikaanse invoerheffingen (o.a. 15% op farmacie, 50% op metalen) bedreigen 4 miljard euro Belgische export, met zware klappen voor farmacie, auto’s, metaal en landbouw, terwijl het IMF waarschuwt voor latere groeivertraging. Minister Clarinval benadrukt dat het EU-VS-akkoord escalatie voorkomt en stabiliteit biedt, maar blijft diversificatie van handelspartners en strategische autonomie nastreven via nieuwe EU-akkoorden en het MAKE 2025-2030-industrieplan. Coenegrachts dringt aan op scherp toezicht op de farmasector (risico op clusterontwrichting door VS-verhuizingen) en actieve Belgische invloed in EU-onderhandelingen om verdere schade af te wenden.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, de invoerheffingen van president Trump hebben aangetoond hoe kwetsbaar onze open economieën zijn en bij uitbreiding die van de hele westerse wereld. Volgens een studie van de FOD Economie, die we intussen ook van u mochten ontvangen, waarvoor dank, dreigt de Belgische export naar de Verenigde Staten tot 4 miljard euro duurder te worden. Vooral de farmaceutische industrie, maar ook sectoren zoals dranken, voertuigen en metaal worden zwaar getroffen. De farmaceutische industrie wordt trouwens tweemaal getroffen: enerzijds door de tarieven zelf, anderzijds doordat de heer Trump heeft ingevoerd dat de prijzen van farmaceutische producten in de Verenigde Staten zullen worden gebaseerd op het principe van most-favored nation . Men vergelijkt die prijzen met een korf van landen en neemt vervolgens de laagste prijs. Dat maakt dat veel bedrijven in de farmaceutische sector vandaag onderzoeken of het niet interessanter is om naar de Verenigde Staten te verhuizen.

Het IMF wijdde in een recent World Economic Outlook ook een luik aan deze handelstarievenoorlog. Het IMF stelt dat de wereldwijde groeivertraging voorlopig nog meevalt, maar dat de negatieve effecten pas later zichtbaar zullen worden. U hebt eerder verklaard dat u de studie van de FOD meeneemt in de lopende begrotingsbesprekingen. Daarover durf ik al helemaal niets meer te vragen, mijnheer de minister, maar ik heb toch enkele vragen.

Hoe wordt die studie momenteel bijgewerkt? Is dat een analyse die regelmatig wordt uitgevoerd? Welke sectoren worden het zwaarst getroffen? Overweegt u concrete maatregelen? Worden de resultaten bijvoorbeeld ook gedeeld met de Europese Commissie? Hoe beoordeelt u de conclusie van het IMF, zoals ik die heb geschetst? Hoe past dit in de Belgische en Europese strategische autonomie? Welke investeringsstrategie voorziet u voor ons land en hoe ziet u dit in het kader van het competitiviteitsvraagstuk?

Voorzitter: Anthony Dufrane.

Président: Anthony Dufrane.

David Clarinval:

Op basis van de exportcijfers van 2024 van de Nationale Bank werd een projectie gemaakt van wat de tariefimpact zou zijn bij ongewijzigde exportstromen naar de Verenigde Staten. Die oefening is een continu proces. De gesprekken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, met het oog op de uitbreiding van het EU-VS-kaderakkoord, worden voortgezet. Daarnaast lopen nog meerdere Amerikaanse onderzoeken naar de import van specifieke productcategorieën.

In 2024 waren farmaceutische producten goed voor 55 % van onze export naar de Verenigde Staten, waarop bijna geen MFN-invoerrechten van toepassing waren. Een hogere belasting, inclusief een tarief van 15 % en een heffing van 50 % op metalen verpakkingen, is dus bijzonder nadelig. Het beoogde percentage voor de sector zou behouden blijven op 15 %, terwijl president Trump op een bepaald moment een torenhoog tarief van 200 % aankondigde. Met een marginaal tarief van 50 % wordt de staalindustrie bijzonder hard getroffen door de invoerrechten. Binnen de zware industrie worden ook de automobielsector en de productie van transportmaterieel zwaar getroffen. Daarnaast ondergaat ook de landbouwsector een aanzienlijke tariefverhoging.

Deze studie en andere analyses die de FOD Economie over het thema uitvoert, worden gedeeld binnen de DGE met de andere federale en gefedereerde partners. De resultaten van de analyses van de FOD Economie worden gebruikt om de Belgische positie te bepalen, die vervolgens wordt meegedeeld aan de Europese Commissie. Het EU-VS-kaderakkoord van deze zomer wordt door de bedrijfswereld beschouwd als een akkoord dat in grote mate stabiliteit en voorspelbaarheid waarborgt. Dit onderhandelde resultaat voorkomt een verdere schadelijke tariefescalatie aan beide zijden van de Atlantische Oceaan en zorgt voor continuïteit in de toegang tot de Amerikaanse markt.

De onderhandelingen tussen de EU en de VS worden voortgezet, met name om de lijst van uitzonderingen waarop het Amerikaanse MFN-invoerrecht van toepassing blijft verder uit te breiden. Wij volgen de evolutie op de voet, maar het is nog te vroeg om de precieze impact op de bestellingen en ingevoerde volumes te meten. In het kader van de ontwikkeling van onze open strategische autonomie blijft de diversificatie van onze toeleveringsketens en van onze klanten van cruciaal belang. Dit is afhankelijk van effectieve partnerschappen.

Voorzitter: Roberto D'Amico.

Président: Roberto D'Amico.

Het EU-netwerk van vrijhandelsovereenkomsten omvat momenteel 76 landen en is goed voor bijna de helft van de EU-handel. Om onze exportmarkten verder te diversifiëren en onze toeleveringsketens te versterken, stelt de Europese Commissie een nieuwe reeks partnerschappen voor en onderhandelt ze momenteel over nieuwe handelsakkoorden. Wij steunen deze aanpak op Belgisch niveau.

Het Amerikaanse handelsbeleid zorgt inderdaad voor bijkomende uitdagingen voor het Europese en Belgische economische weefsel. Samen met de eerste minister en mijn federale en regionale collega's en in samenwerking met de bedrijfswereld hebben wij MAKE 2025-2030 opgezet, een initiatief om de Belgische industrie nieuw leven in te blazen.

Voorzitter:

Je rappelle que M. le ministre sera présent jusqu’à 16 h 30.

Steven Coenegrachts:

Ik probeer kort te zijn, want er zijn nog erg veel vragen te stellen. Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is inderdaad zo dat we een escalatie hebben vermeden. Het is altijd beter om 15 % te betalen dan 200 %; dat trek ik niet in twijfel. Het is ook zeer positief dat de Europese Unie andere markten opzoekt en nieuwe handelsakkoorden probeert af te sluiten. Ik zou wel willen vragen om de situatie met de Verenigde Staten, ook door België, goed op te volgen en om te proberen wegen op de Europese onderhandelingen. Daarnaast is het van belang dat we vooral de farmaceutische sector goed in de gaten houden, omdat die heel sterk staat in ons land en een motor van innovatie vormt. De sector kent bovendien een duidelijke clusterwerking. Wanneer een of twee bedrijven beslissen om voortaan verder in de VS te investeren, dan kan dat de hele cluster destabiliseren. Een voorbeeld daarvan is de chemiecluster, waar we overigens ook met veel aandacht naar moeten kijken. Het is essentieel dat een dergelijk scenario niet gebeurt met de farmasector. Ik vraag u dan ook om daar met bijzondere aandacht naar te kijken aan de Europese onderhandelingstafel. Dank u wel.

Het Europese overleg met betrekking tot de ‘solidariteitspool’
Het solidariteitsmechanisme van het migratiepact
Het solidariteitsmechanisme bij het EU-migratiepact
EU-solidariteitsmechanismen binnen migratiebeleid

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België voert een verhit debat over de Europese erkenning van migratiedruk, waarbij de Commissie België als "risicoland" (niet als hoog-drukland zoals Italië/Griekenland) clasificeert, ondanks 101.000 asielaanvragen in 3 jaar, overbelaste opvang (35.000 plaatsen) en een budget van 1,1 miljard euro. Minister Van Bossuyt benadrukt dat België meer dan zijn *fair share* doet en kiest voor financiële bijdragen (€20.000 per asielzoeker) in plaats van extra opvang, maar kritiek blijft dat het solidariteitsmechanisme (30.000 herplaatsingen/€600 mln pool) onvoldoende verlichting biedt zolang landen als Polen/Hongarije weigeren mee te werken. De oppositie noemt het systeem "een mes in de rug" en eist geen extra opvang of betalingen, terwijl de minister hamert op "geen solidariteit zonder verantwoordelijkheid"—maar concrete afdwinging ontbreekt.

Francesca Van Belleghem:

Minister, u hebt altijd gezegd dat u een departement in crisis hebt geërfd en dat de migratiedruk op dit land bijzonder hoog is. Dat klopt. We beschikken over een asielbudget van 1,1 miljard euro en 35.000 opvangplaatsen voor mensen die gratis bed, bad en brood krijgen. De afgelopen drie jaar waren er 101.000 asielaanvragen en talloze veroordelingen wegens een gebrekkig asielbeleid. Men zou dan ook verwachten dat de Europese Unie erkent dat er in ons land een ernstig probleem bestaat.

Als ik echter de documenten van de Europese Commissie lees die gisteren zijn gepubliceerd, dan blijkt dat België volgens de Commissie geen hoge migratiedruk kent. Ons land zou alleen een risico lopen op een hoge migratiedruk. Als ik het goed begrijp, maakt de Europese Commissie een onderscheid tussen drie groepen landen: landen met een hoge migratiedruk – dat zijn er vier, namelijk Griekenland, Cyprus, Spanje en Italië –, landen met een risico op migratiedruk en de overige landen. Tot die tweede groep, de landen met een risico op migratiedruk, behoren er twaalf. Polen valt daaronder, maar ook België.

Terwijl we het hier nog nauwelijks kunnen bolwerken, stelt de Europese Unie dus dat er in ons land enkel sprake is van een risico op een hoge migratiedruk. We worden daarmee ingedeeld in dezelfde categorie als Polen, Litouwen en Finland, landen die dat risico lopen door hybride oorlogsvoering.

Klopt het dat wij bijgevolg geen beroep zullen kunnen doen op het solidariteitsmechanisme en dat we – boven op de 30.000 à 40.000 asielzoekers die we jaarlijks moeten opvangen – ook nog eens extra zullen moeten betalen om er niet nog meer te moeten ontvangen? Zult u ervoor kiezen om die asielzoekers af te kopen of om er zelf nog bijkomend op te vangen? Als dat laatste het geval is, dan is het solidariteitsmechanisme niet meer of niet minder dan een mes in onze rug. Ik hoop dat ik mij vergis. Ik krijg dus graag meer uitleg over dat solidariteitsmechanisme.

De Europese Commissie heeft ook een voorstel geformuleerd over dat solidariteitsmechanisme, maar dat is nog niet publiek. Hebt u dat al kunnen inkijken? Wat staat erin? Wat zijn de conclusies? Hebben wij recht op een gedeeltelijke of volledige korting bij het afkopen of het opvangen van asielzoekers uit die solidariteitspool?

Voorzitter:

Mevrouw Van Belleghem, wilt u wel even op uw spreektijd letten? Mevrouw De Vreese heeft het woord.

Maaike De Vreese:

Minister, wat dat solidariteitsmechanisme betreft, het vergt inderdaad enige toelichting om duidelijk te maken wat de Europese Unie daar allemaal mee wil doen. Collega Van Belleghem heeft geprobeerd dat te duiden. Ook hier zien we opnieuw dat de Europese Unie veel bepaalt wat betreft de manier waarop we moeten omgaan met asiel en migratie en met de druk op bepaalde lidstaten.

In het regeerakkoord staat duidelijk dat we de migratiedruk moeten verminderen en dat we niet van plan zijn om nog meer mensen op te vangen. We doen al zeer lang meer dan ons billijke deel. Mengt u zich, minister, ook op dat niveau in het debat?

Het is inderdaad zo dat eurocommissaris Magnus Brunner gisteren zijn rapport heeft voorgesteld, de First Annual Migration Management Cycle. Tijdens die voorstelling gaf de commissaris mee dat er 35 % minder illegale grensoverschrijdingen waren. België werd echter geïdentificeerd als een land in de at risk -categorie, wegens de hoge instroom van asielzoekers. Dat klopt, minister, wij doen al meer dan voldoende ons deel.

Daardoor komen we ook in aanmerking voor prioritaire toegang tot de European Union Migration Support Toolbox, met onder meer noodfinanciering, operationele steun en beleidscoördinatie. Ik zag in het document ook iets staan over een budget voor drones. Minister, kunt u daar wat meer toelichting over geven?

De status van ons land wordt elk jaar geherevalueerd. Als we in de categorie ‘Member States Facing a Significant Migratory Situation’ zouden terechtkomen, dan kunnen we een verzoek aan de Commissie richten om een volledige of gedeeltelijke vermindering van onze bijdrage aan die pool te vragen.

De Commissie heeft een voorstel geformuleerd over die solidariteitspool, maar het werd nog niet bekendgemaakt of gepubliceerd. Het is bezorgd aan de Europese Raad. Het is aan die Raad om de knoop door te hakken over de omvang van het solidariteitsmechanisme en over hoe elke lidstaat zal bijdragen aan de pool.

Werd het solidariteitsmechanisme ook besproken op de JBZ-Raad van 14 oktober? Kunt u toelichting geven over de landen die zouden rekenen op solidariteit, zoals gedeeltelijk al vermeld in het document?

Is er al iets bekend over de bijdrage die dit land zou moeten leveren? Hoe zullen we ons in de komende periode positioneren? Dat wordt immers bijzonder belangrijk. Welk standpunt zullen we daarin innemen, ook in de Raad, als regering?

Voorzitter:

Mevrouw De Vreese, wilt u op uw beurt ook op uw spreektijd letten? Ik kan niet anders dan de heer Vandemaele nu ook voldoende spreektijd te geven.

Matti Vandemaele:

De heer Vandemaele zal zich aan zijn spreektijd houden.

Mevrouw de minister, tegen juni 2026 moet het EU-migratiepact volledig in werking treden. U kwam met de Europese migratieministers samen in Luxemburg en het solidariteitsmechanisme bleef daar een heikel punt. Het idee om de druk aan de buitengrenzen te verlichten, houdt in dat lidstaten een flexibele bijdrage kunnen leveren, via relokalisatie, financiële steun of operationele hulp. Verschillende lidstaten hebben echter aangekondigd dat ze niet willen bijdragen aan het solidariteitsmechanisme via relokalisaties, waaronder ook België. Landen als Polen en Hongarije geven zelfs aan dat ze op geen enkele manier willen bijdragen aan het mechanisme.

De collega’s verwezen er al naar, er is gisteren een document gelanceerd, maar nog niet gepubliceerd. We hebben dus geen toegang tot de afspraken die daar gemaakt zouden zijn. Misschien kunt u straks een tip van de sluier oplichten. In elk geval is het voor ons duidelijk dat het Europese migratiepact alleen kan slagen als alle lidstaten deelnemen aan het systeem. Als we niet tot een evenwichtige verdeling komen, dan zal het systeem vanzelf in elkaar storten. Dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn.

Ik heb daarover de volgende vragen.

Welke bijdrage zal België in 2026 leveren binnen het solidariteitsmechanisme? Is de regering bereid om in de toekomst toch nog deel te nemen aan relokalisaties in het kader van het Europese migratiepact? Hoe kan het migratiepact effectief werken als er lidstaten zijn die eenvoudigweg beslissen niet mee te doen? Hoe kunnen we landen als Polen en Hongarije, die dat standpunt innemen, ertoe verplichten toch mee te werken? Dat zijn mijn vragen, mevrouw de minister, mooi binnen de tijd.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, mijnheer Vandemaele, het solidariteitsmechanisme maakt deel uit van het Europees pact inzake asiel en migratie, meer bepaald de verordening betreffende het asiel- en migratiebeheer. Lidstaten waar volgens een analyse van de Europese Commissie sprake is van migratiedruk, hebben recht op solidariteitsbijdragen uit de Europese solidariteitspool.

De Europese Commissie heeft gisteren inderdaad bekendgemaakt welke landen ze in welke categorie kwalificeert. Dat had normaal gezien op 15 oktober moeten gebeuren, maar het is dus met enig uitstel bekendgemaakt. De Europese Commissie erkent in haar evaluatie van de eerste solidariteitscyclus dat België een van de lidstaten is die het meest getroffen worden door secundaire migratie binnen de Europese Unie. De Commissie bevestigt dat ons land meer dan zijn fair share doet. Die fair share is de verhouding tussen het aantal asielzoekers dat we opvangen, het bevolkingsaantal en het bbp. De Europese Commissie erkent dat en bevestigt bovendien dat de druk op het Belgische opvangsysteem uitzonderlijk hoog is.

De solidariteitscyclus is een nieuw mechanisme binnen het Europese migratie- en asielpact dat jaarlijks evalueert hoe de migratiedruk binnen de Europese Unie wordt verdeeld. Enkele lidstaten aan de buitengrens zullen gelet op hun specifieke situatie solidariteitsbijdragen kunnen ontvangen, omdat zij onder acute druk staan. Het gaat over Italië, Griekenland, Cyprus en Spanje. De Commissie geeft echter ook aan dat België het risico loopt om in diezelfde situatie terecht te komen. We waarderen dat de Commissie onze moeilijke realiteit erkent. Voor ons is het echter duidelijk dat solidariteit alleen kan werken als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.

De Commissie stelt ook expliciet dat de lidstaten die solidariteit ontvangen de Europese regels moeten naleven, waaronder de Dublinverplichtingen. Dat principe is voor ons essentieel. Ik heb tijdens de laatste Europese ministerraden elke keer benadrukt dat België enkel solidariteit kan tonen als er ook verantwoordelijkheid wordt genomen. Voor ons kan er dus geen sprake zijn van solidariteit zonder verantwoordelijkheid. Dat zal echter pas voor het eerst worden geëvalueerd in juli 2026 en dat is veel te laat.

Dat is veel te laat. We missen een concreet stappenplan om de naleving al in de komende maanden op te volgen, want voor ons mag solidariteit geen blanco cheque zijn.

De exacte omvang van de Belgische bijdrage is nog niet bekend. De Europese Commissie is wettelijk verplicht om een Europese solidariteitspool van minstens 30.000 herplaatsingen of 600 miljoen euro voor te stellen, maar het is de Raad die finaal beslist over de uiteindelijke omvang van die pool. Het gaat dus om verplichte maar flexibele solidariteit, omdat die op verschillende manieren kan worden ingevuld, namelijk via herplaatsingen of via financiële bijdragen. Eén herplaatsing komt daarbij overeen met 20.000 euro.

De omvang van het voorstel van de Commissie kennen we nog maar sinds kort, maar de werkelijke omvang zal pas duidelijk worden na de formele goedkeuring op een Europese ministerraad. Daarover moet dus nog worden onderhandeld. De exacte omvang van de Belgische bijdrage is bijgevolg nog niet bekend en zal worden berekend op basis van onze fair share . De lidstaten zullen daarover in de komende weken onderhandelen.

Wij zullen ernaar streven om een zo beperkt mogelijke bijdrage te moeten leveren. We kiezen ervoor om financiële bijdragen te betalen in plaats van nog meer asielzoekers op te nemen, want het is duidelijk dat het Belgische opvangsysteem nog steeds overvol zit. Bovendien kunnen we via financiële bijdragen andere lidstaten aan de buitengrenzen helpen om structurele maatregelen te nemen, zodat er niet langer doorgereisd wordt naar België. België blijft dus een loyale partner in Europa, maar de solidariteit moet in evenwicht zijn.

We verwachten dat de lidstaten die steun ontvangen nu ook hun verantwoordelijkheid opnemen, want alleen zo zal het systeem kunnen werken. Ik denk, mijnheer de voorzitter, dat ik daarmee alles perfect binnen de voorziene tijd heb gezegd.

Francesca Van Belleghem:

Minister, sta mij toe dat waanzin te noemen. U waardeert het dat de Europese Commissie zegt dat we een risico lopen op hoge migratiedruk. Dat is complete waanzin! We lopen geen risico op een hoge migratiedruk; die hoge migratiedruk is een feit!

U stelt dat u niet zult meedoen aan de hervestiging en dat we zo nodig asielzoekers zullen afkopen, dat wij 20.000 euro per asielzoeker zullen betalen om alsjeblieft niet nog meer asielzoekers op te nemen, terwijl we er in 2024 al 40.000 hadden en we er dit jaar waarschijnlijk meer dan 30.000 zullen hebben.

Onze asieldiensten worden overstroomd. Uw diensten kunnen trouwens zelf de asielaanvragen niet eens tijdig afhandelen. Het duurt bijzonder lang vooraleer een asielaanvraag wordt behandeld. U zegt dat de website met migratiecijfers er niet komt door de hoge migratiedruk en omdat u andere prioriteiten hebt. We worden al overspoeld door asielzoekers en dan zou de Europese Commissie ons bovendien opleggen dat we er ofwel nog meer moeten opnemen, ofwel dat we ze moeten afkopen.

Ik vind dat absoluut onaanvaardbaar. We moeten er alles aan doen om geen euro extra aan asielzoekers te besteden, aangezien we nu al aan zovelen gratis bed, bad en brood moeten geven. Ik hoop dus dat u niet onderhandelt om er minder op te nemen, maar dat u onderhandelt om er geen enkele extra op te nemen of om geen euro extra te betalen.

Daarmee bleef ook ik mooi binnen de tijd.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, u moet zich als minister natuurlijk aan het regeerakkoord en compromissen houden. Het is geen geheim dat onze partij van mening is dat een werkelijke oplossing niet binnen de grenzen van de Europese Unie ligt, maar in een strikte grensbewaking en opvang in de regio. Wie hier dan illegaal binnenkomt, moet terug.

Binnen de context van de Europese Unie en binnen de context waarin u een regering moet vormen met de verschillende partners, elk met hun eigen mening, haalt u daaruit wat mogelijk is. Het is inderdaad zo dat we er het met de volledige arizonaregering over eens zijn dat we al meer dan ons deel doen. We doen al onze fair share . We weten allemaal dat de druk uitzonderlijk hoog is, ook hier, op onze diensten, ons opvangsysteem en onze lokale besturen. Ook bij de lokale besturen is het draagvlak op.

Mevrouw de minister, op dat vlak moet u uw stem aan de Europese onderhandelingstafel heel luid laten klinken. Ik wens u daarbij veel succes.

Matti Vandemaele:

Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.

De Europese Commissie plaatst ons eigenlijk in de categorie at risk , samen met 11 andere landen. Er zijn dan ook nog vier landen waar de druk echt extreem is. Ik stel vast dat ongeveer de helft van de lidstaten at risk of hoger scoort.

De collega’s zeggen hier al jaren dat wij het allerzwaarste kruis dragen dat er op aarde bestaat, wanneer het over asiel en migratie gaat, maar blijkbaar is dat niet de appreciatie van de Europese Commissie. Blijkbaar bevestigt de Europese Commissie niet het verhaal dat de rechtse partijen hier al jaren vertellen, met name dat wij veel meer doen dan onze fair share . Blijkbaar kijkt men daar op het Europese niveau toch anders naar.

Mevrouw de minister, “geen solidariteit zonder verantwoordelijkheid”, zegt u. Dat impliceert eigenlijk dat u, zodra bepaalde elementen van het solidariteitsmechanisme niet worden uitgevoerd, niet meer bereid bent om ons deel te doen. Iedereen weet dat het solidariteitsmechanisme maar werkt als alle afspraken die daarin worden gemaakt ook worden nagekomen. Zodra een of meerdere landen zeggen dat ze niet meedoen, stort het hele systeem in.

Het heeft er alle schijn van dat een aantal landen dat inderdaad van plan is. Ik heb u daarover een vraag gesteld, maar u hebt daar niet op geantwoord. Integendeel, u hebt gezegd dat wij onze verantwoordelijkheid pas zullen nemen als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.

Dan rijst natuurlijk de vraag wat er zal gebeuren als dat niet het geval is. Ik denk dat we daar mogelijk wel op afstevenen.

U keek boos toen ik dat zei, maar ik interpreteer dat alsof de Europese Commissie eigenlijk zegt dat we onze fair share niet doen, dat we niet genoeg doen, want anders zouden we in de hoogste categorie zitten. Als alle landen die in de categorie at risk of lager zitten, moeten bijdragen, dan betekent dat dat we onze fair share niet leveren, maar misschien kunt u mij corrigeren, mevrouw de minister.

Voorzitter:

Een correctie van de minister?

Anneleen Van Bossuyt:

Ik ben daarmee begonnen, mijnheer Vandemaele, maar ik zal het voor u nog eens herhalen.

Ten eerste, de Europese Commissie erkent in haar evaluatie dat België een van de lidstaten is die het meest getroffen worden door secundaire migratie binnen de Europese Unie. Ten tweede, ze bevestigt dat ons land meer dan zijn fair share doet. De Europese Commissie bevestigt dus dat wij meer dan onze fair share doen. Ten derde, ze bevestigt dat de druk op het Belgische opvangsysteem uitzonderlijk hoog is. Ik weet dus niet wat u gehoord hebt, maar dat zijn de elementen die de Europese Commissie expliciet in haar evaluatie vermeldt. U kunt misschien iets anders willen horen, maar dit is wat u leest in de evaluatie van de Europese Commissie.

Matti Vandemaele:

Ja, mevrouw de minister, ik heb u dat horen zeggen – het is niet dat ik niet geluisterd heb – maar als de Europese Commissie zegt dat wij het meeste opvang voorzien voor secundaire migratie, als ze erkent dat wij een geweldige druk ervaren, als al de elementen die u opsomt aanwezig zijn, waarom zitten we dan in de categorie at risk en niet in de hoogste categorie, in de categorie die zal ontvangen als het gaat over fair share ? Waarom zitten wij in de categorie van zij die moeten geven als het over fair share gaat? Waarom zijn die twee elementen niet met elkaar verbonden? Daar kunt u me duidelijk niet op antwoorden.

De veroordeling van Fedasil
De veroordeling van Fedasil tot het huisvesten van een van het opvangnetwerk uitgesloten gezin
Fedasil-veroordeling voor opvang van uitgesloten gezinnen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt verdedigt het beleid dat gezinnen met een beschermingsstatuut in Griekenland (of elders in de EU) geen opvang in België krijgen, gebaseerd op wetgeving en EU-rapporten die stellen dat Griekenland voldoende opvang biedt. 23 gezinnen (14 via vonnissen, 9 in beroep) verkeren momenteel zonder opvang, ondanks gerechtelijke veroordelingen die Fedasil's weigering "obstructief" noemen en uitvoering eisen—wat de minister blijft betwisten met beroepsprocedures. Dubois benadrukt dat de rechtbanken de Griekse opvang onvoldoende achten en dat België de rechtsstaat schendt door vonnissen te negeren, terwijl gezinnen op straat belanden. De minister wijst op terugkeercentra als alternatief, maar erkent niet dat families die weigeren terug te keren de facto dakloos blijven. De winteropvang wordt gefaseerd uitgebreid, maar de kernconflict—prioritering van wet boven rechtspraak en de humanitaire gevolgen—blijft onopgelost.

Voorzitter:

Mme Daems est absente. La parole est à M. Dubois.

Xavier Dubois:

Madame la ministre, le 25 septembre dernier, vous aviez expliqué en réponse à une question en séance plénière que vous aviez fait tierce opposition contre les décisions de justice demandant l'accueil de familles avec enfants à la rue. Ces familles n'avaient pas bénéficié d'accueil car elles avaient obtenu une protection dans un autre pays européen. Pour plusieurs familles, il s’agissait de la Grèce.

Le tribunal de Bruxelles vient de confirmer une première décision, estimant que Fedasil n'avait pas motivé sa décision et que la protection internationale octroyée en Grèce n'était pas effective. Dans son ordonnance, le tribunal critique "l'attitude obstructive manifeste de Fedasil" et appelle à ce que "des mesures soient prises pour l'inciter à exécuter la décision judiciaire qui la condamne à héberger les défendeurs".

Madame la ministre, comment réagissez-vous face à cette décision de justice, qui confirme celle du mois d'août? Combien de familles sont-elles concernées par ces décisions de justice et, de manière générale, combien de familles sont-elles dans la même situation?

Quelles instructions avez-vous ou allez-vous donner à Fedasil pour permettre de suivre ces décisions de justice? Il me revient qu'il y aurait des évolutions au niveau de Fedasil pour qu'enfin ces familles puissent être accueillies.

De manière plus générale, quand les places tampons ouvriront-elles pour éviter tout problème pendant cet hiver?

Anneleen Van Bossuyt:

De voorwaarden om opvang te krijgen, zijn duidelijk vastgelegd in de wet en ook in de crisismaatregelen die we deze zomer ingevoerd hebben. Die maatregelen zijn noodzakelijk om het opvangnetwerk duurzaam te houden, zodat we opvang kunnen blijven verzekeren voor de mensen die daar effectief recht op hebben.

Er is dus geen sprake van een algemene weigering van opvang aan gezinnen met kinderen, zoals soms wordt beweerd. Gezinnen met minderjarige kinderen die aan de wettelijke voorwaarden voldoen en die geen bescherming genieten in een andere lidstaat, kunnen nog steeds een opvangplaats toegewezen krijgen.

Wat betreft gezinnen die reeds internationale bescherming genieten in een andere lidstaat, zoals Griekenland, is het principe eenvoudig: België is niet verantwoordelijk voor hun opvang, aangezien zij al een beschermingsstatus hebben binnen de Europese Unie en daar aanspraak kunnen maken op hun rechten. België kan en mag niet het asielcentrum van Europa worden.

Het is niet correct te stellen dat de situatie in Griekenland onmenselijk of onveilig zou zijn. Recente rapporten, onder meer van de Europese Commissie en het EUAA, het Europees Agentschap voor Asiel, bevestigen dat Griekenland de nodige hervormingen heeft doorgevoerd in zijn opvangsysteem en dat erkende vluchtelingen er toegang hebben tot sociale rechten en huisvesting, ook via Europese steunprogramma’s. Dat neemt uiteraard niet weg dat voor gezinnen die kunnen aantonen dat hun menswaardige levensstandaard in Griekenland ernstig in het gedrang komt, bijvoorbeeld door medische problemen of bijzondere kwetsbaarheid, Fedasil nog steeds een individuele beoordeling maakt en opvang kan toekennen.

En ce qui concerne les décisions judiciaires, à ce jour, quatorze jugements ont été rendus relativement à la limitation de l'aide matérielle pour quatorze familles disposant déjà d'un statut de protection en Grèce. Elles se trouvent actuellement en dehors du réseau d'accueil de Fedasil. En outre, neuf autres familles se trouvent dans une situation similaire, c'est-à-dire qu'elles disposent d'un statut en Grèce et qu'une condamnation de Fedasil à leur accorder l'accueil a été prononcée, mais qu'elles se trouvent également en dehors du réseau. Fedasil ne détient aucune information quant à leur lieu de séjour actuel.

La décision contestée à laquelle vous vous référez concerne un dossier concret. Fedasil a exercé des voies de recours dans cette affaire. L'évaluation juridique est toujours en cours. L'agence agit dans le respect du cadre légal et des décisions de justice, tout en remplissant sa mission qui consiste à exécuter loyalement les décisions du gouvernement fédéral.

Wat de capaciteit betreft, het opvangnetwerk blijft sterk onder druk staan, maar er zijn bijkomende tijdelijke plaatsen voorzien in het kader van de winterplanning. Zij worden de komende weken gefaseerd geopend. Er zijn er trouwens al twee geopend.

Tot slot wil ik benadrukken dat het doel van ons beleid niet is om gezinnen op straat te laten leven, maar om het opvangnetwerk te reserveren voor wie daar effectief recht op heeft. De beste manier om de druk op het netwerk structureel te verminderen, is de instroom te beperken en de uitstroom te versterken en dat is precies waar deze regering volop aan werkt.

Xavier Dubois:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse, qui m'étonne. Certes, vous mettez en avant le fait que la situation en Grèce, d’après les informations, ne peut pas être définie comme inhumaine. Mais en attendant, ces familles sont quand même dans la rue, si je comprends bien.

Anneleen Van Bossuyt:

Non. J'ai dit que dire que la situation en Grèce est inhumaine ou peu sûre n'est pas correct, parce que des rapports récents de la Commission européenne et de l'Agence de l'Union européenne pour l'asile (AUEA) affirment que la Grèce a fait les réformes nécessaires dans son système d'accueil et que les réfugiés reconnus y ont accès à des droits sociaux et de logement.

Xavier Dubois:

J'ai bien compris. J’entends que vous n'êtes pas d'accord avec ce que la justice dit, à savoir que la situation en Grèce est inhumaine. Vous dites qu' a priori elle ne l'est pas. Je ne suis pas allé vérifier, donc je ne sais pas l'attester. Mais en attendant, ces familles sont toujours dans la rue. Sommes-nous d'accord?

Anneleen Van Bossuyt:

(…) Parce qu'ils ont une protection en Grèce.

Xavier Dubois:

Vous dites que nous ne devons pas, mais il y a quand même des familles dans la rue. De ce point de vue là, il y a un peu d'humanisme à avoir. Nous devons, à un moment donné, donner un accueil à ces personnes. C'est absolument nécessaire.

J'avais cru comprendre qu’il y avait eu une évolution en la matière, pour tenir compte de cette difficulté de familles avec enfants. À ce stade-ci, je déduis de votre réponse, que l'on maintient cette attitude qui consiste à dire: "Non, qu’ils retournent en Grèce tout simplement." Ces familles avec enfants qui sont dans la rue restent dans la rue. C'est ainsi que je le comprends.

Je pense que ce n’est pas acceptable. Des décisions de justice ont été rendues. À un moment donné, il faut respecter l'État de droit. Il faut pouvoir y répondre de manière ferme et formelle. Cela fera suite d'ailleurs avec la question suivante, qui parle de non-respect, ou en tout cas de recul en matière d'État de droit.

Anneleen Van Bossuyt:

Cela répond exactement aux lois que nous avons votées au sein du Parlement, qui prévoient que les personnes avec un statut M, donc qui sont déjà reconnues dans un autre État membre et qui continuent à voyager vers la Belgique, n'ont plus droit à un accueil en Belgique, parce qu'elles sont reconnues en tant que réfugiées en Grèce.

Xavier Dubois:

J'entends bien, mais il y a les lois qu'on vote, et puis il y a aussi la justice. La justice prend des décisions. La justice estime que la protection en Grèce n'est pas acceptable.

Vous l'avez dit vous-même: malgré cette loi, si l'on estime qu'il y a des risques réels pour les familles de retourner dans l'État dans lequel elles ont une protection, nous pouvons les accueillir. Je pense que dans ce cadre-là, nous devons les accueillir. Puisqu’il y a une décision de justice, nous devons la respecter jusqu'à faire preuve du contraire.

Anneleen Van Bossuyt:

Je veux juste ajouter que nous offrons à ces personnes une place dans un centre de retour, en attendant qu’elles retournent dans le pays où elles ont obtenu une protection, mais elles n’y vont pas.

Xavier Dubois:

J’entends, mais le problème fondamental que vous ne voulez pas entendre, c’est le fait qu’il y a des décisions de justice que vous ne respectez pas. C’est le problème de fond.

De opvang van asielzoekers

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De minister bevestigt dat België kwetsbare asielzoekers (gezinnen, vrouwen, minderjarigen) opvangt, maar weigert opvang aan wie elders EU-bescherming heeft—met uitzondering bij individuele kwetsbaarheid—terwijl 1.770 alleenstaande mannen op een wachtlijst staan met tijdelijke opvang via de *Brussels Deal*. Voor de winter zijn extra noodlocaties (o.a. Theux, Bredene, jeugdherbergen) en ambulante hulp voorzien, maar Dublin-plichtigen (met elders lopende aanvraag) worden niet opgevangen tenzij terugkeer onmogelijk is. Vooruit benadrukt dat het regeerakkoord—*"niemand slaapt op straat"*—alleen houdbaar is als strenger migratiebeleid gepaard gaat met menselijke opvang voor wie rechtmatig blijft, en dringt op daadwerkelijke terugkeer van wie geen recht heeft.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, deze regering heeft in het regeerakkoord iets heel eenvoudigs en menselijks gezet; namelijk dat er in België niemand op straat slaapt. Punt. Dat was de belofte. Dat was het compromis. Dat is ook onze menselijke ondergrens.

U hebt al stevige maatregelen genomen om de instroom te beperken, wat ook één van de voorwaarden is. Dat erkennen we ook, maar voor Vooruit geldt het gigantisch belangrijke principe dat een strenger en duidelijker beleid alleen maar kan als het ook eerlijker en menselijker wordt. Dat hebt u ook altijd gezegd en dat hebt u me beloofd.

Strenger kan ook alleen maar als we beter beschermen wie recht heeft op bescherming. Als we echt grip willen krijgen op migratie heeft dat twee kanten. Duidelijkheid voor wie niet kan blijven, maar ook opvang en bescherming voor wie bescherming nodig heeft. Strenger kan ook alleen als we beter beschermen wie recht heeft op bescherming. Het is pas duidelijk als iedereen die duidelijkheid heeft, diegenen die mogen blijven en diegenen die niet mogen blijven.

Eerlijk, ik maak me daar wel wat zorgen over, mevrouw de minister. Iedereen weet dat we richting winter gaan. Iedereen weet dat er mensen, kinderen, gezinnen, alleenstaanden in de kou slapen, of dreigen op straat te moeten slapen. Het is niet alleen onze juridische plicht, maar ook ons menselijk minimum respect te hebben voor onze eigen afspraken. We willen regels, ja, maar we willen vooral ook menselijkheid, want in een land als België hoort niemand te bibberen in een slaapzak buiten het opvangcentrum. Daarom heb ik drie concrete vragen voor u, mevrouw de minister.

Hoe staat het vandaag met de opvang en met de instroomcijfers? Zijn er voldoende plaatsen voor de mensen die hier aankomen? Hoe worden kwetsbare profielen beschermd?

Wat is uw concreet winterplan? In welke opvang en in welke extra noodopvang wordt er voorzien om te garanderen dat deze winter niemand in de vrieskou op straat slaapt?

Als de instroommaatregelen voldoende zijn, welke andere beschermende maatregelen neemt u dan? Bij absolute overmacht moeten er immers ook andere ambulante en medische hulp zijn.

Tot slot, mevrouw de minister, we hebben ook inzake de Dublincentra wetgeving goedgekeurd. Wat zult u doen met de mensen die ergens anders een aanvraag hebben gedaan? Zorgt u ervoor dat die mensen worden teruggestuurd naar het land waar ze een aanvraag hebben gedaan, of voorziet u hier in opvang voor hen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, het instrument van een schriftelijke vraag leent zich hier het beste voor, aangezien u een heel aantal cijfergegevens opvraagt. De cijfers die ik u toch wil meegeven, zijn de volgende. In oktober waren er 2.064 aankomsten in de opvang, wat neerkomt op een daggemiddelde van 90. Wat de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen betreft, waren er 175 aankomsten in oktober met een daggemiddelde van 7,6. Op 10 november stonden er 1.770 alleenstaande mannen op de zogenaamde doorstroomlijst.

Personen in een kwetsbare situatie — gezinnen met kinderen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en alleenstaande vrouwen — worden altijd opgevangen als ze voldoen aan de wetgeving. Personen die echter bescherming genieten in andere lidstaten of misbruik maken van ons systeem, genieten geen opvang meer. Er wordt echter steeds een individuele beoordeling gemaakt door Fedasil in het licht van eventuele kwetsbaarheden.

Zoals ik net zei, staan er momenteel 1.770 alleenstaande mannen op de doorstroomlijst. Zij kunnen in afwachting van een toewijzing tijdelijk terecht in de 2.000 plaatsen die Fedasil financiert binnen de zogenaamde Brussels Deal . Met het oog op de komende winterperiode 2025-2026 heeft Fedasil tijdelijke contracten gesloten voor opvang in Theux, Bredene en zes jeugdherbergen, meer bepaald Kinrooi, Mesen, Bekkevoort, Zele, Heuvelland en Oudsbergen.

Daarnaast is er, zoals u weet, ambulante en medische hulp voor asielzoekers die nog geen plaats hebben binnen het opvangnetwerk. Ook de Reach Out-teams van Fedasil gaan actief op het terrein om asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf te informeren en te begeleiden, ook als ze zich buiten het opvangnetwerk bevinden.

Achraf El Yakhloufi:

Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden. Ik ben blij met uw uitleg. Die is heel duidelijk. U zult ervoor zorgen dat iedereen die daar recht op heeft, wordt opgevangen. Iedereen die daar geen recht op heeft, zal tijdelijk worden gehuisvest, zoals u zojuist zei, ook in terugkeercentra voor wie terugkeert. Dat is voor mij zeer belangrijk. Mevrouw de minister, ik stel deze vraag met een bewuste reden. De regering heeft in het regeerakkoord een duidelijke keuze gemaakt om weer grip te krijgen op migratie, om de chaos die er was aan te pakken en duidelijkheid te brengen. Dat is wat wij willen, mevrouw de minister. Daarom is mijn vraag ook zo belangrijk. Wij keuren maatregelen goed die consequenties hebben, maar het is ook onze taak om ervoor te zorgen dat de mensen die hier mogen zijn, kunnen worden opgevangen, begeleid en geïntegreerd in de samenleving. We moeten er echter ook voor zorgen dat de mensen die hier niet mogen zijn, ongeacht of het over mensen met een M-statuut gaat of over terugkeerders, daadwerkelijk terugkeren. Dank u wel, mevrouw de minister.

De asielzoeker uit Gaza die een Hamas-agent blijkt te zijn

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart aan dat een als vluchteling erkende Gazaan (Tamer Qdeeh) openlijk Hamas-propaganda verspreidt en vraagt waarom hij niet wordt uitgewezen, plus of Palestijnse asielzoekers systematisch gescreend worden op antisemitisme en jihadistische uitingen. Minister Van Bossuyt benadrukt dat screening alleen dossiergebonden gebeurt bij concrete vermoedens van fraude of veiligheidsrisico’s, geen automatische socialemediacontroles plaatsvinden, en strafbare feiten aan justitie worden overgelaten. Van Rooy hamert op de massale instroom van Palestijnse vluchtelingen (1.000 erkenningen dit jaar) en hun openlijke steun aan Hamas/antisemitisme, wat volgens hem de veiligheid ondermijnt door tekortschietende screening. De minister erkent dat betere screening bij aankomst nodig is, maar biedt geen concrete oplossingen.

Sam Van Rooy:

Minister, de laatste tijd zijn er meerdere berichten over Hamas-agenten en ‑jihadisten die zich op ons grondgebied bevinden. Deze vraag heb ik al enkele weken geleden ingediend. Ze gaat over de heer Tamer Qdeeh. Het gaat om een asielzoeker uit Gaza die in ons land de vluchtelingenstatus kreeg omdat hij beweerde door Hamas te worden vervolgd. Na 7 oktober 2023 ontpopte hij zich echter tot een grote verspreider van Hamas-propaganda en jihadistische propaganda, ook voor de Islamitische Jihad.

Ik heb u de link bezorgd. Ik hoop dat u en uw diensten evenals andere regerings- en overheidsdiensten de link grondig hebben bekeken. Daaruit blijkt immers duidelijk dat hij de moorddadige terreurcampagne en de executies steunt die Hamas vandaag uitvoert tegen de inwoners van Gaza, voor wie iedereen altijd beweert te willen opkomen.

Volgens zijn profiel op LinkedIn – het is echt niet ingewikkeld en kan door iedereen worden nagegaan – woont hij in Luik en is hij grafisch ontwerper en, opmerkelijk genoeg, luchtvaartingenieur.

Mijn vraag is dus uiteraard of die Hamas-agent opgespoord en uit het land gezet wordt. Zoniet, waarom niet?

Verder heeft de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 ertoe geleid dat vele Palestijnen die ook vóór 7 oktober 2023 in België de vluchtelingenstatus kregen op sociale media hun ware antisemitische en jihadistische aard tonen.

Mijn tweede en laatste vraag is dan ook de volgende. Worden de sociale media van Palestijnse vluchtelingen in ons land systematisch en ook retroactief gescreend op antisemitisme en op pro-Hamas- of andere jihadistische propaganda? Zoniet, waarom niet?

Tot slot, bent u van mening dat de zogezegde screening van Palestijnse asielzoekers op punt staat?

Zij komen hier vrolijk binnengewalst. Wij zagen de beelden uit Zaventem, waar tieners uit Gaza komen binnengewandeld, omgeven door allerlei hulpverleners en politieagenten, sommigen met een trui waarop een groot M16-machinegeweer staat afgebeeld. U haalt gewoon de jihadisten al van kind af aan in het land binnen. Vindt u dat de screening van die mensen op punt staat?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, het CGVS voert geen systematische socialemediascreening per nationaliteit of doelgroep uit. Onderzoek naar sociale media gebeurt uitsluitend op individuele basis. Wanneer er in een dossier concrete aanwijzingen zijn dat er mogelijk sprake is van onregelmatigheden, zoals indicaties dat de betrokkene van de vluchtelingenstatus uitgesloten moet worden, herkomstfraude of achtergehouden informatie, voert het CGVS een gericht onderzoek uit.

Een dergelijk onderzoek is steeds dossiergebonden, gebeurt alleen op basis van publiek toegankelijke informatie en is beperkt tot wat noodzakelijk en relevant is voor de uitvoering van de wettelijke opdracht van het CGVS, namelijk het onderzoek naar de nood aan internationale bescherming en de eventuele uitsluiting van de beschermingsstatus. In het kader van de heroverweging van de geldigheid van de reeds toegekende status kan ook een dergelijk onderzoek worden uitgevoerd.

Met betrekking tot het verblijf kan de dienst Vreemdelingenzaken in geval van feiten tegen de openbare orde of de nationale veiligheid een maatregel nemen na een individueel onderzoek van het dossier. Een systematische controle door de DVZ van de sociale media van erkende Palestijnse vluchtelingen op het grondgebied is echter niet mogelijk. Als de DVZ kennisneemt van elementen die wijzen op een gevaar voor de nationale veiligheid, wordt er contact opgenomen met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, om die elementen te laten controleren. Afhankelijk van het antwoord kan een opvolging en een onderzoek naar mogelijk te nemen administratieve maatregelen worden opgestart. Alles hangt af van de elementen die de Dienst Vreemdelingenzaken in handen heeft.

Als door de persoon naar wie u verwijst strafrechtelijke feiten zijn gepleegd, dan komt het de gerechtelijke instanties toe hem te vervolgen.

Uw bijvraag, die u niet vooraf hebt doorgegeven, gaat over mensen die hier nog niet waren, die hier aankomen. We moeten inderdaad bekijken op welke manier voor een betere screening gezorgd kan worden.

Sam Van Rooy:

Minister, uw partijgenoot en premier, Bart De Wever, zei onlangs met droge ogen aan de UGent dat België meer dan de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa opvangt, verwelkomt eigenlijk. Dit jaar kregen al 1.000 Palestijnse asielzoekers de erkenning als vluchteling, tegenover 3.200 vorig jaar. Onderzoeken wijzen uit dat veruit de meesten onder hen antisemitische opvattingen hebben, pro-Hamas zijn of dodelijke jihadistische terreur verheerlijken. Doorgaans laten ze dat ook openlijk blijken, op straat en via hun sociale media. We zien nu zelfs beelden van Gazaanse kinderen die onze luchthaven binnenwandelen met een trui waarop een M16-machinegeweer afgebeeld is. Minister Van Bossuyt, de massale instroom van Palestijnse zogenaamde vluchtelingen, in combinatie met een veel te lakse screening, maakt onze samenleving elke dag onveiliger.

De mogelijke overheveling van de Dienst Voogdij
De onafhankelijkheid van de Dienst Voogdij
De modaliteiten voor de overheveling van de dienst Voogdij naar de nieuwe FOD Asiel en Migratie
Overdracht en onafhankelijkheid van de Dienst Voogdij binnen FOD Asiel en Migratie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De geplande overheidsoverdracht van het Service des Tutelles (voogdij MENA) van Justitie naar SPF Migratie stuit op hevige kritiek, omdat dit de onafhankelijkheid en het vertrouwen van minderjarigen in hun tuteurs ondermijnt—een kernwaarde uit de Conventie Rechten van het Kind. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de belangen van het kind centraal blijven en belooft professionele tuteurs, snelle toewijzing en overleg met Justitie, maar bevestigt wel de integratie in SPF Migratie, wat parlementsleden De Smet en Vandemaele als onverenigbaar met kinderrechtelijke principes afwijzen. De praktische garanties voor onafhankelijkheid blijven vaag, terwijl de sector vreest voor een exodus van tuteurs en een migratiegedreven benadering. De discussie draait uiteindelijk om de spanningsveld tussen administratieve efficiëntie en fundamentele kinderbescherming.

François De Smet:

Madame la ministre, depuis plus de 20 ans, le Service des Tutelles assure, sous l’autorité du SPF Justice, la mission essentielle de désigner et d’accompagner les tuteurs et tutrices des mineurs étrangers non accompagnés (MENA). Ce dispositif garantit à chaque enfant en situation d’exil une représentation légale indépendante, centrée sur la protection de ses droits fondamentaux et non sur des considérations administratives ou migratoires.

Or, selon plusieurs sources, le gouvernement envisagerait de rattacher le Service des Tutelles au futur ministère, SPF Migration. Une telle réforme suscite une inquiétude profonde parmi les tuteurs, les associations, les acteurs de terrain et de nombreux citoyens. Une pétition existe et a déjà été signée par plus de 2 300 signataires issus du monde juridique, associatif et académique qui ont récemment exprimé leurs craintes dans une carte blanche publiée le 24 octobre 2025.

En effet, le rattachement du Service des Tutelles à un ministère chargé également des retours forcés, des régularisations et du contrôle des frontières ferait peser un risque grave de confusion des missions, fragilisant le lien de confiance qui unit les jeunes et leurs tuteurs et qui repose sur la certitude que ces derniers agissent dans l’intérêt supérieur de l’enfant, conformément à la Convention internationale relative aux droits de l’enfant. D'ailleurs, de nombreux États membres de l'Union européenne confient la prise en charge des MENA aux services de protection de l’enfance et non à des administrations migratoires.

Cette réforme risquerait d’entraîner une crise de confiance et une hémorragie de compétences parmi les tuteurs et les équipes du Service des Tutelles déjà fragilisées par une charge de travail lourde. Rappelons aussi au passage, même si c'est un autre sujet, qu'il s'agit souvent d'une fonction bénévole.

En conséquence, madame la ministre, confirmez-vous cette information? Pourquoi la Belgique s’éloignerait-elle de ce modèle qui place l’enfant au centre du dispositif, et non son statut administratif? Dans l’affirmative, comment entendez-vous inscrire cette réforme dans les engagements internationaux de la Belgique, notamment l’article 3 de la Convention relative aux droits de l’enfant, qui impose de faire de l’intérêt supérieur de l’enfant une considération primordiale dans toutes les décisions qui le concernent?

Matti Vandemaele:

De regering wil alle migratiediensten samenbrengen in één FOD Migratie. Dat is een ingrijpende hervorming, waarbij nogal wat institutionele vraagstukken moeten worden opgelost. Door die reorganisatie zou ook de Dienst Voogdij niet langer onder de FOD Justitie ressorteren, maar onder uw FOD Migratie

Ik heb eerder al gezegd dat wij daar absoluut geen voorstander van zijn. Laten we er nu van uitgaan dat mijn persoonlijke mening hier niet ter zake doet. De mening van de voogden doet dat volgens mij wel. Zij zien in de overheveling een ernstige bedreiging voor de onafhankelijkheid van hun werk. Zij zijn verantwoordelijk voor de wettelijke vertegenwoordiging en bescherming van kinderen, terwijl de FOD Migratie totaal andere doelstellingen heeft, wat ook niet onlogisch is, zoals bijvoorbeeld migratiecontrole. Volgens de voogden kan deze samenvoeging het vertrouwen van de niet-begeleide minderjarigen in hun wettelijke vertegenwoordiger ondermijnen. Jongeren kunnen hun voogd dan niet langer zien als iemand die hun belangen beschermt, maar als een verlengstuk van de migratiediensten. Deze diensten zijn ook bevoegd voor de terugkeer, de afgifte van verblijfsvergunningen en grensbewaking. Het vertrouwen tussen de jongeren en de voogd is essentieel om verdwijningen of misbruiksituaties tegen te gaan. In uw antwoord op eerdere mondelinge vragen gaf u aan dat u die onafhankelijkheid absoluut wilt garanderen.

Hoe kijkt u naar de bezorgdheden van de voogden? Deelt u die bezorgdheden? Hebt u de onafhankelijkheid al besproken met de minister van Justitie, mevrouw Verlinden? Ik zal haar straks dezelfde vraag stellen. Zult u de beslissing, om ook de Dienst Voogdij onder de FOD Migratie te brengen, heroverwegen op basis van de steeds sterker wordende kritiek uit de academische wereld, zoals collega De Smet poneerde? Ook uit kinderrechtelijke hoek wordt die kritiek steeds sterker. Concreet, hoe zult u die onafhankelijkheid waarborgen? Welke maatregelen hebt u daarvoor in uw hoed zitten?

Voorzitter:

M. Dubois est absent.

Anneleen Van Bossuyt:

Messieurs De Smet et Vandemaele, l'accord de gouvernement prévoit que la procédure d'identification et la détermination de l'âge des mineurs déclarés seront transférées du Service des Tutelles vers un service distinct de protection des mineurs non accompagnés en fuite afin de remédier aux problèmes actuels de dispersion entre différents domaines de compétences. Je tiens à souligner que l'Office des étrangers assure déjà aujourd'hui l'identification des MENA. Ce nouveau service sera effectivement intégré au SPF Migration prévu.

De regelgeving inzake de voogdij van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zal eveneens worden voorzien. De modaliteiten zullen grondig worden besproken tussen mijn kabinet en dat van de minister van Justitie, mevrouw Verlinden, rekening houdend met alle relevante aanbevelingen, ook vanop het terrein.

L'accord de gouvernement ne laisse aucun doute: à chaque ajustement structurel, l'intérêt supérieur de l'enfant doit guider la démarche. Ainsi, nous prévoyons une permanence légale et effective pour garantir que chaque mineur identifié puisse bénéficier le plus rapidement possible d'un accompagnement et d'une tutelle. De même, la possibilité de nommer immédiatement un tuteur provisoire pour chaque jeune sera étudiée. Une sélection des tuteurs sera effectuée et la professionnalisation de la qualité des tuteurs sera assurée. Toutes ces mesures démontrent que l'intérêt supérieur de l'enfant reste toujours au centre de nos préoccupations.

François De Smet:

Merci, madame la ministre, pour votre réponse, que nous allons analyser avec attention. En effet, j'entends un certain nombre de choses, mais pas si le Service des Tutelles en tant que tel va disparaître et se fondre dans le nouveau service, ni si les futurs tuteurs seront bel et bien dépendants du SPF Migration. Je crois comprendre que oui, in fine . Dans ce cas, cela posera un problème car tout repose sur la confiance entre les mineurs concernés et les tuteurs qui leur sont désignés.

Je regrette que vous ne voyiez pas où est le problème, ni celui qui concerne le rapatriement du Conseil du Contentieux des é trangers au sein du SPF Migration, qui lui est parallèle. J'espère que cette partie de l'accord de gouvernement ne se traduira pas de cette manière. Nous poserons donc aussi la question à la ministre de la Justice.

Matti Vandemaele:

Bedankt, mevrouw de minister, voor uw antwoord. We kunnen inderdaad rationaliseren door diensten te clusteren. U zult mij dat zeker niet horen ontkennen. Ik ben echter van mening dat de dienst Voogdij een uitzondering zou moeten zijn. Ik zie immers niet in hoe het belang van het kind compatibel kan zijn met een inkanteling in de FOD Migratie. The proof of the pudding is echter zoals steeds in the eating . Wie weet valt de regering zelfs nog voor de eerste steen van de nieuwe FOD Migratie gelegd is.

Transitieplaatsen voor erkende vluchtelingen
De transitie van vluchtelingen naar een eigen woonst
Opvang en huisvestingstrajecten voor erkende vluchtelingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het tekort aan betaalbare woningen voor erkende vluchtelingen en de afbouw van Lokale Opvanginitiatieven (LOI’s), die nu als cruciale transitieplekken fungeren. Minister Van Bossuyt bevestigt dat LOI’s (3.960 plaatsen) tijdelijk behouden blijven als *noodtransitieplekken* (geen permanente oplossing), met focus op kleinschalige opvang en betere samenwerking met lokale besturen, maar benadrukt dat sociale woningen voorbehouden blijven voor eigen burgers. Vandemaele (voorstander LOI’s) ziet heil in een *naamswijziging* om ze als transitieplekken te behouden, terwijl Van Belleghem (kritisch) vreest voor *versteende structuren* en pleit voor strenge migratiebeperking en prioriteit voor lokale wachtlijsten. Kernpunt: spanningsveld tussen humanitaire noodopvang en woningmarkttekort, met tegenstrijdige visies over oplossingsrichting.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, er is een ernstig tekort aan betaalbare huurwoningen. Ook voor erkende vluchtelingen is het bijzonder moeilijk om geschikte woonruimte te vinden. Na hun erkenning hebben ze maximaal drie maanden om een woning te vinden en daarbij stuiten ze op heel wat obstakels. Ik heb daarover al meermaals vragen gesteld en ook in de pers is er al aandacht aan besteed.

Aan de ene kant wil u de lokale opvanginitiatieven (LOI's) afbouwen. Ik blijf herhalen wat ik al zo vaak heb gezegd. LOI's zijn efficiënter, beter voor de integratie, beter voor de betrokken personen en bovendien goedkoper. Toch wil deze regering de LOI's afbouwen.

De LOI's zorgen voor een soort transitieperiode richting de reguliere woonmarkt. Wanneer het iemand niet lukt om binnen de voorziene termijn een woning te vinden, worden die plaatsen vaak tijdelijk behouden. Dat is absoluut niet ideaal, maar het voorkomt dakloosheid.

Zoals ik heb gezegd, betreuren wij de afbouw van de LOI's. Er was echter een klein lichtpuntje in het regeerakkoord, namelijk de noodplekken als overgang naar de reguliere woonmarkt. Ik vraag mij af hoe het daarmee staat.

Wat zal dat precies inhouden? Welke stappen hebt u al gezet om die plekken te realiseren? Welke overlegmomenten hebt u gehad met de regionale ministers bijvoorbeeld over de creatie ervan? Welk type opvangplekken of -locaties hebt u voor ogen? Wat is de voorziene timing voor de opstart van die noodplekken?

Zou het bovendien geen idee zijn om een aantal LOI's eenvoudigweg een andere naam te geven of om te vormen tot dergelijke transitieplaatsen? Dan voldoet u aan het regeerakkoord én wordt een reëel probleem opgelost. Ik bied u gratis een goede oplossing aan. U kunt een vinkje zetten bij dat punt uit het regeerakkoord en tegelijk iets goeds realiseren. Misschien bent u wel geneigd mijn suggestie te volgen? Misschien hebt u ook andere oplossingen om dakloosheid bij vluchtelingen te voorkomen. Die hoor ik uiteraard graag.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in het regeerakkoord staat, ik citeer: "Gelet op de almaar stijgende asielinstroom en de hoge beschermingsgraad zijn er problemen met betrekking tot de uitstroom van internationaal beschermden uit de opvang naar de reguliere woningmarkt. In samenspraak met de deelstaten kan worden voorzien in noodplekken voor internationaal beschermden, in afwachting van een transitie naar een eigen woonst."

De problematiek van erkende asielzoekers, die na hun erkenning doorstromen naar de zwaar overbelaste woningmarkt, baart mijn fractie zorgen. De regering spreekt nu over de ontwikkeling van noodplekken, maar wij vrezen dat dit opnieuw een verkapte manier is om de instroom en de blijvende aanwezigheid van asielzoekers te faciliteren, zonder de fundamentele problemen aan te pakken.

Mevrouw de minister, wanneer komen die noodplekken er? Gaat het over voorzieningen van bed, bad en brood of alleen, en dat is al meer dan genoeg, over een woning? Over hoeveel plekken gaat het?

Hoe zult u garanderen dat die tijdelijke noodplekken niet uitgroeien tot permanente structuren, die de asielproblematiek verder bestendigen in de plaats van oplossen?

In welke mate worden de kosten van de noodopvangplekken doorgeschoven naar de lokale besturen en dus naar de belastingbetaler?

Hoe verantwoordt u het dat vele Vlamingen al jaren op een wachtlijst staan voor een sociale woning, terwijl er voor erkende asielzoekers noodplekken worden gecreëerd?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, mijnheer Vandemaele, de transitie wordt nog steeds georganiseerd via het LOI-netwerk (lokale opvanginitiatieven). Op dit moment bestaat dat netwerk uit 3.960 plaatsen. Zoals u weet, verblijven zowel asielzoekers als personen die internationale bescherming hebben gekregen in deze LOI’s.

Ik heb mijn diensten gevraagd om een afbouwplan op te starten, conform het regeerakkoord. Prioritair is de afbouw van de hotelopvang. Daarna zullen de LOI-plaatsen stelselmatig worden afgebouwd.

Er wordt bekeken hoe het opvangmodel en de transitie kunnen worden herdacht. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met het volgende: het organiseren van de transitie voor bepaalde specifieke doelgroepen, zoals niet-begeleide minderjarige vreemdelingen; de mogelijkheid om de transitie binnen kleinschalige opvang te organiseren via alternatieve modellen; het onderhouden van reeds opgebouwde netwerken met het oog op de zoektocht naar huisvesting; en een verbeterde samenwerking met partners op het terrein rond het thema transitie en de toegang tot de woningmarkt.

Vlaanderen en Wallonië werden hierover reeds bevraagd. Samen met hen zal conform het regeerakkoord bekeken worden hoe de transitie van internationaal beschermden anders kan worden georganiseerd.

Mevrouw Van Belleghem, dit gaat niet over noodplaatsen die dienen om een tijdelijke verhoging van de uitstroom van internationaal beschermden op te vangen, maar over plaatsen die bedoeld zijn om personen die zich nog in het opvangnetwerk van Fedasil bevinden en die niet meteen eigen huisvesting vinden, tijdelijk onder te brengen. Zo krijgen zij de tijd om de overgang van een collectief centrum naar de private huizenmarkt te maken.

Ik engageer mij om dit, conform het regeerakkoord, steeds in overleg met en mits goedkeuring van de betrokken lokale besturen te laten gebeuren. Voor alle duidelijkheid, in tegenstelling tot sociale huisvesting bieden deze noodplaatsen geen duurzame verblijfsoplossing. Het is de bedoeling dat internationaal beschermden zo snel mogelijk een eigen verblijfsoplossing vinden. Dit zijn dus geen sociale woningen waarin zij de plaats zouden innemen van onderdanen die op een wachtlijst staan.

Matti Vandemaele:

Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord. Er zijn vandaag 3.960 plaatsen in LOI's , terwijl nog altijd 1.700 mensen op de wachtlijst staan. Ik denk dat het afbouwen van LOI's momenteel nog helemaal niet aan de orde is. Als ik u zo hoor, zal mijn suggestie er toch niet ver naast zitten. U zult die LOI's gewoon een andere naam geven. Het worden transitieplekken of iets dergelijks en daarmee is de kous af.

Ik moet zeggen dat ik daar niet rouwig om ben. Ik vind dat eigenlijk een heel goed idee. Ik denk dat experten, veldwerkers, betrokkenen, de organisaties die die mensen lokaal begeleiden en zelfs lokale besturen daar niet rouwig over zullen zijn. Het idee om LOI's af te schaffen, is namelijk een slecht idee.

Als u nu een oplossing hebt gevonden door die LOI's een andere naam te geven en iedereen tevreden te stellen, dan ben ik daar eigenlijk tevreden mee. Dat lijkt mij een dubbele winst. Bij een dubbele winst moet u nooit twijfelen. Gewoon doen, mevrouw de minister.

Francesca Van Belleghem:

Wanneer de heer Vandemaele zegt dat het een dubbele winst is, dan kan men zeker zijn dat het een verlies is. De essentie van het verhaal – en dat zal ik altijd blijven zeggen – is dat niet de instroom van asielzoekers naar de woonmarkt een probleem is, maar wel de instroom van asielzoekers naar dit land. Die instroom moeten we stoppen en aanpakken. Elk lokaal opvanginitiatief dat open blijft of wordt omgezet naar een andere plaats, blijft een sociale woning die men niet voor de eigen mensen kan gebruiken. Elke LOI, elke transitieplek voor asielzoekers is een sociale woning die we kwijt zijn, terwijl we er al zoveel tekort hebben. We moeten inzetten op meer sociale woningen, maar wel voor onze eigen mensen.

Het asielcentrum in Lommel

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toekomst en kostprijs van het asielcentrum in Lommel (Parelstrand), uitgebaat door Peter Gillis, waar het huurcontract tot 31 december 2025 loopt en onderhandelingen over verlenging nog gaande zijn. De jaarlijkse kosten bedragen 14 miljoen euro (2024) en 11,6 miljoen (2025), inclusief huur, onderhoud en personeel (62,7 VTE), maar exacte huurprijsdetails blijven onduidelijk door bureaucratische beperkingen. Van Belleghem kritiseert de hoge kosten ("massa is kassa") en eist transparantie, terwijl minister Van Bossuyt verwijst naar schriftelijke procedures zonder concrete verduidelijking over de exacte looptijd van de bedragen. Sluiting of behoud van het centrum blijft onbeslist, met frustratie over gebrek aan heldere communicatie.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, de buurtbewoners willen eindelijk duidelijkheid over het asielcentrum in Lommel. Vakantiepark Parelstrand in Lommel is eigendom van het tv-gezicht Peter Gillis, bekend van Familie Gillis: Massa is Kassa . Hij baat daar het asielcentrum uit.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de verlenging van het huurcontract? Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag blijkt dat het huurcontract op 31 december afloopt en dat er nog onderhandelingen aan de gang zijn. Zijn die onderhandelingen intussen afgerond? Zult u het asielcentrum sluiten of pleit u voor een verdere openstelling?

Kunt u ook bevestigen dat vorig jaar in Lommel pas na het verstrijken van het huurcontract een nieuwe overeenkomst werd gesloten?

Welke huurprijzen worden op dit moment in Lommel betaald voor het centrum? Graag had ik de maandelijkse huurprijs, de totale huurkosten voor 2024 en 2025 – voor zover dat al mogelijk is – en ook de totale kostprijs in het algemeen. De mensen willen weten hoeveel dat asielcentrum jaarlijks kost.

Wat is er precies in de huur inbegrepen en welke kosten komen daar nog bij? Bijvoorbeeld, bij de camping in Theux zagen we dat de afvalverwerking en dergelijke niet inbegrepen waren en dus nog extra moesten worden aangerekend. Ik krijg graag ook daarover een overzicht. Daarnaast willen we weten hoeveel voltijdsequivalenten er in het asielcentrum tewerkgesteld zijn.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, een aantal vragen die u stelt zijn eerder geschikt als schriftelijke vragen, maar ik zal er toch op antwoorden.

De gesprekken over een eventuele nieuwe huurovereenkomst voor het opvangcentrum in Lommel zijn momenteel nog lopende. De huidige overeenkomst met de eigenaar loopt inderdaad tot 31 december 2025. In het licht van de lopende onderhandelingen kan ik er voorlopig verder nog niet veel over kwijt.

Oorspronkelijk zou die huurovereenkomst aflopen op 30 juni 2025, maar het Agentschap heeft voor die datum het akkoord van de Inspectie van Financiën gekregen om een addendum te ondertekenen waarmee de looptijd werd verlengd tot eind 2025. Dat addendum is in werking getreden op 1 juli en werd tijdig door beide partijen ondertekend.

Wat de financiële kant betreft, de totale kostprijs voor Lommel bedraagt iets meer dan 14 miljoen euro voor 2024 en 11,6 miljoen voor 2025. Fedasil laat weten dat de maandelijkse huurprijzen enkel kunnen worden meegedeeld via de procedure inzake openbaarheid van bestuur.

In de totale huurkosten zijn verschillende posten inbegrepen, zoals buitenverlichting, onderhoud van de toegangspoorten, technische bijstand, bedlinnen, riolering, huisvuil, groenonderhoud, camerabewaking en grotere herstellingswerken, bijvoorbeeld aan het dak.

Tot slot, op 30 september 2025 telde het centrum in Lommel 62,7 voltijdsequivalenten aan personeel.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, de campinguitbater stelt het eigenlijk treffend. "Massa is kassa" zegt Peter Gillis altijd, en in het asielcentrum Parelstrand geldt dat ook. Massa is kassa en de belastingbetaler betaalt. Dat is de zure en zware realiteit.

Ik vind 14 miljoen euro voor 2024 en 11,6 miljoen voor 2025 een waanzinnige kostprijs. Kunt u mij zeggen of dat voor het volledige jaar 2025 is, of enkel tot nu? Het maakt immers een groot verschil als we er nog een paar miljoen moeten bij tellen of niet.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, dat is het nut van schriftelijke vragen. Ik stel voor dat u dat schriftelijk opvraagt.

Francesca Van Belleghem:

Ik wilde gewoon weten tot welke datum dat geldt. Ook in antwoorden op schriftelijke vragen zet u er de datum niet altijd bij. Ook een schriftelijke vraag stellen over de kostprijs heeft blijkbaar niet veel nut, want als ik de cijfers opvraag voor 2025, zegt u niet tot welke datum het precies loopt, maar zegt u “voor 2025”. Ook in schriftelijke vragen word ik dus met hetzelfde geconfronteerd. Ik zal de vraag opnieuw indienen.

De risicoanalyse van het geplande asielcentrum in Schilde

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Marijke Dillen (gemeenteraadslid) beschuldigt minister Van Bossuyt en Fedasil van gebrek aan transparantie over het asielcentrum in Schilde, met verzwijging van ernstige incidenten (zoals moord door een Deurnse bewoner), onjuiste communicatie (huurtermijn van 3 jaar vs. 4+ jaar, doelgroepbreedte) en gebrek aan lokaal overleg. De minister ontkent leugens, benadrukt nultolerantie voor agressie, bevestigt formele informatie aan de gemeente (mei 2025) en wijst op politieverantwoordelijkheid voor risicoanalyse-fouten, maar belooft gedetailleerd incidentenoverzicht na te leveren. Dillen houdt politie en burgemeester medeverantwoordelijk voor onjuiste rapportage. Vertrouwen herstellen blijft onopgelost.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, de inwoners van Schilde en 's-Gravenwezel hebben het vertrouwen in u en in Fedasil volledig verloren. Naar aanleiding van de komst van het asielcentrum in Schilde werd een risicoanalyse uitgevoerd, die ernstige vragen oproept over de betrouwbaarheid en de intentie van Fedasil om de gemeenteraad en de bevolking correct te informeren.

Het betreft hoofdzakelijk interne meldingen of meldingen uit de onmiddellijke buurt. Ik geef enkele voorbeelden. Een bepaalde bewoner heeft zichzelf ernstig verwond en weigerde medische hulp. Na een eerdere ruzie raakte een andere bewoner hevig geëmotioneerd. Nog een andere bewoner werd agressief tijdens een gesprek met de directie. Er was tevens een hevige ruzie tussen twee bewoners. Ik zal niet de volledige lijst voorlezen, want ik neem aan dat u ondertussen ook op de hoogte bent. Dat zijn evenwel niet echt zaken waarvan de omwonenden wakker liggen.

Het is echter opmerkelijk, mevrouw de minister, dat een aantal ernstige incidenten in de risicoanalyse niet worden gemeld, zoals de moord gepleegd door een asielzoeker die in het asielcentrum van Deurne verbleef. De kritiek is dan ook terecht. Het is bovendien niet het eerste incident dat het vertrouwen ondermijnt. U en Fedasil hebben de beslissing genomen zonder voorafgaand overleg met het gemeentebestuur en de inwoners.

Daarnaast waren er ook de leugens over de beschikbaarheid van alternatieve locaties, het profiel van de toekomstige bewoners en het tijdelijk karakter van de huurovereenkomst. Aanvankelijk werd gezegd dat het ging om een huurovereenkomst van drie jaar, terwijl het in werkelijkheid om een overeenkomst van onbepaalde duur met een minimum van vier jaar blijkt te gaan.

Mevrouw de minister, kunt u uitleggen waarom er in dit dossier niet van in het begin transparant en correct werd gecommuniceerd?

Kunt u uitleggen waarom het gemeentebestuur niet vooraf over de beslissing werd geïnformeerd?

Kunt u een gedetailleerd overzicht geven van alle incidenten en strafbare feiten, van welke aard dan ook, sinds de opening van het asielcentrum in Deurne, op basis waarvan dan wel een correcte risicoanalyse kan worden gemaakt?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Dillen, u had het in uw ingediende vraag over de feiten die zich hebben voorgedaan sinds de opening van het asielcentrum in Schilde. Ik heb een antwoord voorbereid op die vraag.

Marijke Dillen:

Er werd een verbeterde versie gestuurd, mevrouw de minister. U hebt evenwel gelijk: in de haast van de redactie werd eerst Schilde vermeld, maar dat werd een halfuur later aangepast.

Anneleen Van Bossuyt:

Oké, dan beschik ik niet over de juiste versie. We zullen u het antwoord over dat laatste deel alsnog bezorgen.

Mevrouw Dillen, ik begrijp ten volle de gevoeligheid van dit dossier voor de buurt, het lokaal bestuur en de inwoners van Schilde in het algemeen. Het dossier is in de eerste plaats gebaat bij sereniteit en niet bij opruiende betogen. Ik betreur dan ook om in uw vraag valse beschuldigingen van leugens te lezen en daarom wil ik alles nogmaals op een rijtje zetten.

De risicoanalyse waarnaar u verwijst, werd uitgevoerd en gecommuniceerd door de politie, niet door mijn diensten. Het lokaal bestuur werd formeel geïnformeerd over de intentie om een medisch opvangcentrum in Schilde te openen. Dat overleg vond reeds plaats in mei 2025, ruim voor de ondertekening van de huurovereenkomst. De Belgische Staat en Fedasil wensen in alle openheid in gesprek te gaan met het lokale bestuur om eventuele bezorgdheden of vragen uit te klaren.

Wat de veiligheidssituatie betreft, heeft het agentschap zoals steeds open gecommuniceerd over incidenten van bewoners van het huidige opvangcentrum in Deurne. Het betreft meestal geregistreerde incidenten binnen het centrum, maar ook incidenten buiten het centrum waarvan het agentschap via buurtbewoners, politie of andere veiligheidsdiensten op de hoogte wordt gebracht. Ook de doodslag buiten het centrum in de Seefhoek te Antwerpen, waarvan een voormalige bewoner van Deurne wordt verdacht, werd op meerdere momenten besproken in overleg met het gemeentebestuur en de diensten. Het incident werd bovendien expliciet vermeld in de gedetailleerde incidentenrapportering die aan de politie werd bezorgd.

Verschillende media hebben bericht over dat incident; het werd dus geenszins verzwegen.

Meer algemeen hanteert het agentschap inzake veiligheid een strikt huishoudelijk reglement, dat door alle bewoners van het opvangcentrum moet worden nageleefd. Overtredingen leiden tot sancties, gaande van een verwittiging tot een uitsluiting van opvang. Dat wordt tijdens mijn beleidsperiode strikt toegepast in de centra van Fedasil. Fedasil hanteert een nultolerantiebeleid op het vlak van agressie tegenover medebewoners, personeel en andere personen. Wie zich aan dergelijk gedrag schuldig maakt, heeft in het opvangnetwerk geen plaats. Daarnaast is er dag en nacht personeel aanwezig dat toeziet op een goed verloop en het voorkomen van overlast. Ten slotte sluit het agentschap in principe steeds een samenwerkingsprotocol met de lokale politie.

Tijdens het informatiegesprek werd eveneens uitgelegd dat het opvangcentrum in Deurne zal sluiten en dat het opvangcentrum in Schilde de nodige vervangcapaciteit zal bieden. De minimale contractduur bedraagt vier jaar, waarin de periode die nodig is voor de verbouwingen en de opstart reeds is meegerekend. De effectieve gebruiksduur als opvangcentrum is dus korter dan vier jaar.

Het agentschap heeft wel degelijk verschillende alternatieve locaties onderzocht. Tijdens het informatiegesprek op 26 mei 2025 heeft het agentschap ook de doelgroep toegelicht: het opvangcentrum in Schilde betreft een medisch opvangcentrum, met verschillende opvangplaatsen voor zorgbehoevende asielzoekers en hun gezinnen, evenals een beperkt aantal niet-begeleide minderjarigen. Spreken over leugens, gaat dus echt te ver.

Mevrouw Dillen, u verwees naar het feit dat het centrum nog niet geopend is, maar dat heb ik daarnet toegelicht. In het vooruitzicht van de opening van het nieuw medisch opvangcentrum te Schilde heeft de lokale politie Voorkempen reeds informatie ingewonnen bij omliggende politiezones met een gelijkaardig opvangcentrum op hun grondgebied, inclusief plaatsbezoeken aan de opvangcentra van Kapellen, Broechem en Deurne.

De veiligheid voor de buurt is voor mij een absolute prioriteit.

Marijke Dillen:

Dank u vriendelijk voor uw antwoord, mevrouw de minister. Aanvankelijk werd gezegd dat het over medische profielen en niet-begeleide minderjarigen zou gaan, maar uit de profielbeschrijving van Fedasil blijkt dat absoluut niet. Het gaat ook over gezinnen en over alleenstaande mannen. Dat zijn niet allemaal zieke alleenstaande mannen.

Bovendien, mevrouw de minister, werd er aanvankelijk gezegd – ook door Fedasil – dat het ging om een huurovereenkomst van drie jaar, zoals vermeld in de nota die aan het gemeentebestuur en de gemeenteraadsleden werd bezorgd. Dat blijkt niet het geval te zijn. Het gaat om een overeenkomst van onbepaalde duur met een minimum van vier jaar. Die is ingegaan op 1 september van dit jaar, waarbij de bedoeling is dat de asielzoekers daar vanaf 1 januari zullen kunnen gaan wonen. Alleen tijdens die eerste vier maanden zal het dus misschien wat minder zijn.

Mevrouw de minister, ik had graag duidelijkheid gekregen van u. U zei dat het gemeentebestuur formeel is ingelicht in mei van dit jaar, vóór de ondertekening, maar niet voorafgaand aan de beslissing van Fedasil. Dat heb ik uit uw antwoord begrepen. Daarnaast zei u – dat vind ik zeer belangrijk – dat alle informatie over strafbare feiten of incidenten van welke aard ook, dus ook de zware, telkens op gedetailleerde werd bezorgd aan de gemeente. Ik weet dus wat me te doen staat als ik straks thuis ben, want dat betekent concreet – al valt dat uiteraard niet onder uw verantwoordelijkheid – dat het de verantwoordelijkheid is van de burgemeester, die het hoofd van de politie is. De politie heeft dus vorige maandag tijdens de raadscommissie over de risicoanalyse totaal foutieve informatie verstrekt. De politiecommissaris deed immers alsof zijn neus bloedde toen het ging over ernstige incidenten.

Anneleen Van Bossuyt:

Ik wil kort toelichten wat ik daarover heb gezegd. Ik heb aangegeven dat de doodslag buiten het centrum in de Seefhoek, waarvoor een voormalige bewoner van Deurne in verdenking is gesteld, op meerdere momenten besproken werd in overleg met het gemeentebestuur en de betrokken diensten. Dat specifieke incident in de Seefhoek werd expliciet vermeld in de gedetailleerde incidentenrapportering die aan de politie werd overgemaakt.

Marijke Dillen:

In het kort, u geeft aan dat u de juiste vraag niet had ontvangen. Dat was een vergissing, dat neem ik u dus niet kwalijk. Ik neem aan dat u mij die informatie spoedig zult bezorgen; vermoedelijk betreft dat het gedetailleerde incidentenoverzicht. Dank u, voorzitter, en dank u, mevrouw de minister.

De terugkeer naar Syrië

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België onderzoekt gedwongen terugkeer van Syriërs met een strafblad via preliminaire gesprekken met Damascus, maar heeft nog niemand uitgezet, terwijl Oostenrijk en Duitsland al concrete stappen zetten. Op EU-niveau is er draagvlak voor meer vrijwillige terugkeer en gedwongen uitzetting van veiligheidsrisico’s, maar blijft afstemming met Syrië cruciaal—expertise van andere lidstaten wordt nog niet actief benut. Van Belleghem kritiseert het gebrek aan voortgang en kondigt herhaalde vragen aan, wijzend op de onevenwichtige instroom versus uitstroom. België wacht grotendeels op Europees beleid in plaats van eigen initiatief.

Francesca Van Belleghem:

Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn sinds december vorig jaar meer dan 1 miljoen Syriërs naar hun thuisland teruggekeerd, voornamelijk vanuit Turkije, Libanon en Jordanië. Vanuit Europa verloopt die terugkeer op zijn zachtst gezegd minder vlot. Terwijl de vrijwillige terugkeercijfers laag zijn – 172, zoals u tijdens de vorige commissievergadering stelde –, bleef de gedwongen terugkeer tot op heden eigenlijk onbestaande. In juli zou Oostenrijk als eerste EU-lidstaat een Syriër daadwerkelijk naar zijn herkomstland hebben uitgezet, gevolgd door nog twee andere. Ook vanuit Duitsland is op dat vlak het een en ander in beweging gekomen.

Graag ontvang ik dan ook een antwoord op de volgende vragen.

Wat is op dit moment de stand van zaken met betrekking tot de gedwongen en vrijwillige terugkeer naar Syrië? Welke bijkomende initiatieven werden er intussen genomen? Wat zit er nog in de pijplijn? Zult u zelf, in navolging van landen zoals Oostenrijk en waarschijnlijk ook Duitsland, de nodige initiatieven nemen of wacht u liever – alweer – op het Europese niveau?

U stelde op 21 oktober dat andere lidstaten over meer expertise beschikken wat betreft de terugkeer naar Syrië. Maakt u dan ook gebruik van die expertise van andere landen, aangezien u zelf aangeeft dat wij er onvoldoende over beschikken?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, mijn administratie voert momenteel gesprekken met de Syrische Permanente Vertegenwoordiging, waarbij de mogelijkheden worden besproken voor een praktische samenwerking rond de identificatie en terugkeer van Syriërs met een strafblad. Deze besprekingen bevinden zich nog in een preliminaire fase en er vond nog geen terugkeer plaats in dit kader. De intentie is om te beginnen met een focus op personen met een strafblad alvorens de reikwijdte uit te breiden. Op deze manier zorgen we ervoor dat Syrië over voldoende capaciteit beschikt om deze personen terug op te nemen en de terugkeer werkbaar en duurzaam is.

Deze kwestie kwam aan bod tijdens de JBZ-Raad van 14 oktober. Tijdens deze discussie waren alle lidstaten het erover eens dat stabiliteit en wederopbouw essentieel zijn voor een waardige en duurzame terugkeer en was er een krachtige oproep voor het behoud van de dialoog met de Syrische autoriteiten. Vele lidstaten benadrukten dat vrijwillige terugkeer meer moet worden aangemoedigd ten aanzien van Syrische onderdanen met een terugkeerbesluit.

Er was eveneens een grote wens om mogelijkheden te verkennen voor gedwongen terugkeer van Syrische onderdanen, voornamelijk voor degenen die een veiligheidsgevaar vormen. Sommige lidstaten gaven aan hieromtrent al in contact te staan met de Syrische autoriteiten en hebben reeds expertise opgebouwd.

Terugkeer naar Syrië blijft op de agenda van het Deense voorzitterschap staan en zal de komende maanden dus verder op Europees niveau worden besproken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat nagenoeg hetzelfde was als in de vorige commissievergadering. Ik zou dan ook dezelfde repliek kunnen geven, namelijk dat de toestroom van Syriërs vele malen groter is dan de uitstroom van illegale Syriërs, maar ik zal u dat besparen. U weet wat ik zal zeggen en ook wat ik hierna zal doen, en dat is dezelfde vraag opnieuw indienen om te zien of er schot in de zaak komt.

De ontsnapping van geïnterneerde Rutger Van den Brande
De ontsnapping van een geïnterneerde op de parking van het FPC te Gent
De veiligheid in het FPC van Gent en de interneringen
De nieuwe ontsnapping van twee gevaarlijke geïnterneerden uit het FPC Gent
Een nieuwe ontsnapping van twee gedetineerden uit het FPC Gent
De ontsnappingen uit het FPC van Gent
Ontsnappingen en veiligheid in het FPC Gent

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 12 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om ernstige veiligheidslekken in Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s), met name in FPC Gent, na drie ontsnappingen van hoogrisicogeïnterneerden (waaronder een dader met zware geweldsfeiten) binnen twee weken. Kritieke punten: falende risicotaxatie (bijv. begeleiding door één medewerker zonder politie), slechte slachtoffercommunicatie (niet-geïnformeerd slachtoffer geconfronteerd met dader), en structurele tekortkomingen zoals ontoereikende beveiliging (ontsnapping via verlichtingspaal) en coördinatieproblemen tussen FPC, KBM, parket en politie. Minister Verlinden bevestigt onderzoeken en aanpassingen, maar wijst veel verantwoordelijkheid toe aan Volksgezondheid (FPC-beheer), terwijl parlementariërs strengere protocollen, betere risicobeoordeling en verplichte slachtofferinformatie eisen.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar mijn beide schriftelijke vragen.

Geachte minister,

De recente ontsnapping van de geïnterneerde Rutger Van den Brande roept ernstige vragen op over de veiligheidsprocedures bij uitgaansvergunningen en de bescherming van slachtoffers binnen het interneringsstelsel. Hij kreeg van de KBM een uitgaansvergunning om donderdag een zitting over schadevergoeding bij te wonen, maar kon tijdens zijn terugkeer aan het FPC Gent ontsnappen. Er was hierbij begeleiding door slechts 1 medewerker van het FPC en geen politiebegeleiding.

Tijdens de zitting werd het slachtoffer plots geconfronteerd met haar dader, zonder vooraf verwittigd te zijn. Volgens het parket waren de nodige formulieren bij de dienst Slachtofferonthaal voor de voorafgaandelijke verwittiging niet ingevuld. Haar advocaat verklaarde die documenten nooit te hebben gezien. Na de ontsnapping werd het slachtoffer naar een veilige locatie gebracht en de federale politie zette de man zelfs op de nationale Most Wanted-lijst.

Hoewel de betrokkene intussen gelukkig opnieuw is opgepakt, legt deze zaak fundamentele tekortkomingen bloot in de veiligheidsbeoordeling bij uitgaansvergunningen, de coördinatie tussen FPC, parket en KBM en de informatie aan slachtoffers.

Mijn vragen:

Hoe evalueert u de gang van zaken rond deze ontsnapping en arrestatie? Werd al een interne evaluatie opgestart binnen Justitie, het FPC Gent en de KBM om fouten in de veiligheidsprocedure te identificeren?

Hoe kan het dat het slachtoffer niet vooraf werd verwittigd van de aanwezigheid van haar dader. Welke maatregelen neemt u om dergelijke administratieve fouten bij slachtofferregistratie te voorkomen?

Wat was het actuele statuut van de betrokkene? Werden eerder vrijheidsuitbreidingen toegestaan, en zo ja, op welke gronden en met welke veiligheidsvoorwaarden?

Kwam de KBM tussen bij elke vrijheidsuitbreiding of enkel bij deze uitgaansvergunning? Acht u de bevoegdheidsverdeling tussen KBM, FPC en parket voldoende duidelijk?

Wie bepaalde de aard van de uitgaansvergunning en de begeleidingsgraad? Was dat in lijn met het risicoprofiel en de drie interneringsmaatregelen? Waarom was er geen politiebegeleiding en acht u structurele politiebegeleiding wenselijk bij geïnterneerden met een hoog risicoprofiel?

Hoe verklaart u dat iemand die later op de nationale Most Wanted-lijst kwam en als gevaarlijk geldt, voordien als ‘veilig genoeg’ werd ingeschat voor een dagpas? Worden risicobeoordelingen geëvalueerd na incidenten?

Acht u het aangewezen om zittingen van de KBM voortaan binnen het FPC te organiseren bij geïnterneerden met een hoog risicoprofiel, om kosten en veiligheidsrisico’s te beperken?

Geachte minister,

Nog geen twee weken na de ontsnapping van de geïnterneerde Rutger Van den Brande zijn opnieuw twee geïnterneerden, Jason D. en Wesley H., uit het FPC Gent ontsnapt. Beiden werden later opgepakt in Blankenberge, maar de feiten roepen ernstige vragen op over de veiligheid en risicobeoordeling binnen het FPC Gent en onze FPC’s in het algemeen.

Het gaat opnieuw om twee gevaarlijke geïnterneerden die wegens zware geweldsdelicten werden opgesloten en onmiddellijk op de nationale Most Wanted-lijst werden geplaatst. Eén van hen, Wesley H., ontsnapte eerder al in 2010, pleegde toen nieuwe geweldfeiten en werd nadien opnieuw geïnterneerd. Dat iemand met zo’n voorgeschiedenis vandaag opnieuw kon ontkomen, maakt dit incident des te verontrustender en wijst op mogelijke structurele tekortkomingen in het risicobeheer binnen de FPC’s.

Ik heb volgende vragen voor u:

Hoe verklaart u dat zich in Gent op twee weken tijd al twee ontsnappingsincidenten met gevaarlijke geïnterneerden hebben voorgedaan, één tijdens een begeleide terugkeer en één vanuit het centrum zelf waarbij zelfs twee personen tegelijk konden ontkomen, onder wie iemand tijdens een eerdere interneringsperiode al eens wist te ontsnappen? Werd intussen een interne of externe veiligheidsaudit opgestart om de oorzaken te onderzoeken?

Wat was het actuele statuut van deze hoogrisicogeïnterneerden binnen het FPC Gent? Onder welk veiligheidsniveau of observatieregime vielen zij en wordt dat nu geëvalueerd of herzien om herhaling te voorkomen?

In welke mate spelen personeelsdruk, verloop of onderbezetting binnen het FPC Gent een rol bij ontsnappingen als deze en voorziet u bijkomende maatregelen inzake personeel, opleiding of veiligheidscoördinatie om dit te voorkomen?

Welke methodiek wordt binnen de FPC’s gebruikt voor de risicobeoordeling van geïnterneerden met een hoogrisicoprofiel? Hoe wordt bij herhaalde internering of eerdere ontsnappingen dat risicoprofiel meegenomen in beslissingen over detentieregime, toezichtsniveau of vrijheidsbeperkingen? Beschikt de FOD Justitie over een geactualiseerd overzicht van deze groep en hoe gebeurt hun federale opvolging?

Zal deze ontsnapping leiden tot een bredere evaluatie van de veiligheidsorganisatie en het risicobeheer in alle FPC’s en hoe wordt toegezien op de uitvoering van eerdere aanbevelingen?

Hoe verliep de samenwerking tussen het FPC, de FOD Justitie en de federale politie bij deze ontsnapping, onder meer wat betreft de activering van de Most Wanted-lijst? Bestaan hierover gestandaardiseerde afspraken of protocollen?

Marijke Dillen:

Mevrouw de voorzitter, ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen.

Donderdag jl. is een geïnterneerde ontsnapt. Hij had een inleidingszitting bijgewoond in het Justitiepaleis van Antwerpen, m.b.t. de schadevergoeding aan zijn slachtoffer. Het betreft een uiterst gevaarlijke man, veroordeeld voor o.a. moordpoging, verkrachting, foltering, zware diefstal in bende en weerspannigheid. Hij verbleef in het FPC te Gent.

De man had een uitgaansvergunning voor de zitting. Na afloop keerde hij terug naar het FPC, waar hij op de parking wist te ontsnappen. Hij bleef tot zondag spoorloos. Dankzij de plaatsing op de Most Wanted-lijst en een opsporingsbericht kon hij gelukkig opnieuw worden opgepakt en geïnterneerd. Mogelijke drama's werden zo vermeden.

Het slachtoffer woonde eveneens de zitting bij, maar werd niet gewaarschuwd dat de dader daar ook zou zijn.

Kan de minister toelichting geven over deze ontsnapping en de omstandigheden? Hoe werd deze gevaarlijke man begeleid van en naar het FPC Gent?

Iedereen heeft het recht om op zittingen aanwezig te zijn, maar is het werkelijk nodig dat een zwaar geïnterneerde fysiek aanwezig is op een inleidende zitting, waar alleen conclusietermijnen en een pleitdatum worden vastgelegd? Hoe werd de uitgaansvergunning toegekend en is hierbij rekening gehouden met de aard van de zitting? Hoe werd het risico ingeschat?

Het slachtoffer werd niet verwittigd van de aanwezigheid van de dader, wat bijzonder traumatisch is, zeker gezien diens ontsnapping. Volgens het Parket had ze niet gereageerd op het aanbod van de Dienst Slachtofferonthaal om informatie te blijven ontvangen. Dat mag geen vereiste zijn. Dergelijke verwittiging zou standaard moeten gebeuren.

Is de minister bereid om een initiatief te nemen zodat slachtoffers en/of hun advocaten altijd vooraf worden geïnformeerd over de eventuele aanwezigheid van de dader op zittingen die hen aanbelangen? De kostprijs hiervan is miniem.

Opnieuw zijn twee zeer gevaarlijke geïnterneerden vrijdag 30 oktober kunnen ontsnappen uit het FPC in Gent. Het betreft twee personen die geïnterneerd zijn voor zeer zware geweldsdelicten. De ontsnapping is blijkbaar kunnen gebeuren tijdens een begeleid werkatelier. Ze werden onmiddellijk op de Most Wanted lijst geplaatst en gelukkig werden ze snel terug gevat. Eén van hen was in 2010 al eens kunnen ontsnappen uit het psychiatrisch centrum in Zelzate en nam in 2020 deel aan een gewelddadige gijzeling van 3 personeelsleden in het FPC Antwerpen.

Het is de tweede ontsnapping uit het FPC in Gent op twee weken tijd.

Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze ontsnapping?

Welke maatregelen werden er genomen tegen deze twee zeer gevaarlijke geïnterneerden?

Is er nood aan een verhoogde beveiliging in het FPC in Gent?

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, u hebt binnen de taskforce Interneringen belangrijke beslissingen genomen om samen met minister Vandenbroucke oplossingen te zoeken voor de 1.100 geïnterneerden die zich momenteel in onze gevangenissen bevinden.

De veiligheid en het onvoorspelbare gedrag van de vele psychisch kwetsbare personen binnen de FPC’s en in detentie vormen een grote uitdaging voor onze hulp- en zorgverlening. Deze personen kunnen risicovol, onvoorspelbaar of acting-outgedrag vertonen, waardoor conflicten sneller escaleren. De gevangenisomgeving, waar de levensomstandigheden door acute overbevolking onder enorme druk staan, is geen zorgzame context voor mensen met een dergelijke psychische kwetsbaarheid.

Ik verwijs naar het actieplan van minister Vandenbroucke, waarin een aantal aspecten rond extra capaciteit in verschillende reguliere vormen worden uitgewerkt. Ik verwijs voorts naar de vijf concrete vragen die ik heb gesteld in de schriftelijke neerslag van mijn mondelinge vraag.

Wat ik belangrijk vind, is dat we ondanks de aanpassing van de interneringswet in 2016 toch een forse toename zien van interneringsuitspraken. Er zijn er mensen die uitstroomden, maar er komen er ook nieuwe bij. De eerste resultaten van het onderzoek – er lopen immers twee studies – van het NICC zijn niet eenduidig en wijzen onder meer op procedurele vertragingen binnen de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Komen die resultaten nog naar buiten?

Daarnaast heb ik nog twee kleine deelvragen. U stelt dat het beveiligd klinisch observatorium in de gevangenis van Haren zou openen, met 15 plaatsen tegen juli 2025 en een dertigtal plaatsen tegen het einde van dit jaar. Hoe komt het dat dit centrum nog steeds niet operationeel is?

Tot slot, kunt u toelichten wat de evolutie is van de adviesachterstand bij de gevangenisdirectie en de psychosociale dienst? Ik heb daarover al een aantal vragen gesteld, maar ik ontving nog steeds geen antwoord. Dank u.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, mijn vraag gaat over de tweede ontsnapping, maar ook ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

Afgelopen week kregen we het nieuws dat twee geïnterneerde personen ontsnapt waren uit het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) in Gent. Deze personen werden door de federale politie als “gevaarlijk" omschreven. Na een klopjacht konden de twee uiteindelijk in Blankenberge worden opgepakt.

Het is niet het eerste incident. Het gaat om de tweede ontsnapping in twee weken tijd. De vorige ontsnapte kon snel worden gevat na opname op de Most Wanted-lijst.

Ik heb hierbij volgende vragen:

Onder welke omstandigheden kon deze ontsnapping plaats vinden? Welke veiligheidsmaatregelen waren er op dat moment van kracht?

Was er bij deze ontsnapping sprake van een menselijke fout, een technisch probleem, een organisatorisch probleem,…?

Na hoeveel tijd werd de federale politie ingeschakeld? Hoe verliep de samenwerking tussen het FPC, het parket en de politiediensten tijdens de opsporing?

Wat waren de aanbevelingen na vorige vergelijkbare ontsnappingsincidenten? Werden die gevolgd? Hoe verklaart u dat deze ontsnapping desondanks toch heeft kunnen plaatsvinden?

Wordt er een intern onderzoek gevoerd naar de precieze omstandigheden?

Was het voorziene bewakingspersoneel aanwezig op het moment dat de ontsnapping kon plaatsvinden?

Welke bijkomende veiligheids- en toezichtsmaatregelen worden nu genomen in het FPC Gent en in de andere FPC's?

Hoe zal u nieuwe ontsnappingsincidenten in de toekomst voorkomen?

Annelies Verlinden:

Collega's, ik wil eerst en vooral onderstrepen dat de twee incidenten die zich recent hebben voorgedaan in het FPC Gent wat betreft aard, omstandigheden en gevolgen duidelijk van elkaar moeten worden onderscheiden. Waar het eerste incident drie weken geleden een ontvluchting na een uitgaansvergunning betrof, ging het tweede incident van vorige week om een ontsnapping uit de instelling zelf.

Ik start met het eerste incident. Het gaat om een geïnterneerde die werd geplaatst in het FPC Gent in uitvoering van een beslissing van de KBM. In het kader van die beslissing werden aan hem door de KBM medische uitgaansvergunningen toegekend en later ook juridische, therapeutische en familiale vergunningen en dat telkens onder begeleiding en onder voorwaarden. Elke uitgaansmodaliteit wordt, zoals de wet voorschrijft, toegekend door de bevoegde KBM na adviesverlening door het FPC en het parket, zodat de KBM een goed geïnformeerde beslissing kan nemen. Over de procedure inzake de adviesverlening door het FPC, het bepalen van de noodzakelijke begeleiding tijdens de modaliteit en de reden waarom deze begeleiding door het FPC als proportioneel werd beoordeeld, dien ik u door te verwijzen naar de minister van Volksgezondheid, onder wiens bevoegdheid de FPC's vallen. Bij terugkomst na de zitting zette de betrokkene het plots op een lopen op de parking, waarna hij korte tijd voortvluchtig was.

Het tweede incident van 31 oktober betrof twee geïnterneerden die deelnamen aan een arbeidstherapieblok in de tuin van het FPC Gent. Tijdens deze activiteit zijn zij via een verlichtingspaal over het hek geklommen en zo tot op de parking van de instelling geraakt. Een personeelslid sloeg onmiddellijk alarm, de hekdetectie trad in werking en de controlekamer verwittigde de politie. De politie kreeg via de interne meldingsprocedure meteen alle nodige informatie, inclusief recente foto's. De betrokkenen werden kort nadien opnieuw gevat.

Zo'n ontvluchting is eerder uitzonderlijk. Sinds de start van het FPC Gent in 2014 en het FPC Antwerpen in 2017 hebben zich nog maar vijf ontvluchtingen voorgedaan. Elke ontvluchting of poging daartoe wordt grondig geanalyseerd. Wanneer uit deze analyses concrete aanbevelingen naar voren komen om de veiligheid te verhogen - of dat nu materiële, procedurele of relationele veiligheid betreft -, worden deze vanzelfsprekend doorgevoerd in samenspraak met alle betrokken partners zijnde de Regie der Gebouwen, de FOD Volksgezondheid en de FOD Justitie.

Ook in deze casus moet ik u voor meer details over de precieze omstandigheden van de ontsnapping en de genomen maatregelen doorverwijzen naar Volksgezondheid.

Collega’s Van Hecke en De Wit, jullie vroegen naar de samenwerking tussen de FPC Gent, de FOD Justitie en de federale politie. Die samenwerking verliep op professionele wijze, met regelmatig constructief overleg tussen de betrokken partijen. Vlak na de ontsnapping werd de lokale politie verwittigd door de directie van de FPC Gent, zoals voorzien. De lokale politie nam daarop de eerste dringende maatregelen.

Gelet op het uitblijven van resultaten op korte termijn nam het FAST-team van de federale politie op eigen initiatief contact met de lokale politie en bood hulp aan. Daarbij werd voorgesteld de betrokkene op te nemen op de lijst van Belgian’s Most Wanted . Deze optie werd voorgelegd aan de bevoegde magistraten, die onmiddellijk hun akkoord gaven. De publicatie werd vervolgens uitgevoerd door de Centrale Directie van de Gerechtelijke Operaties van de federale politie.

De volgende ochtend werden beide personen na melding door een plichtsbewuste burger gevat door de lokale politie van Blankenberge. De verantwoordelijkheden van en de samenwerking tussen de respectieve partijen staan beschreven in de WPA en in de rondzendbrief COL821 van het College van procureurs-generaal. Het gebruik van de lijst Belgian’s Most Wanted in dergelijke casussen maken het voorwerp uit van een recente richtlijn, die ik eind september heb ondertekend.

Collega Yzermans, u vroeg naar de stand van zaken van de taskforce Internering en meer specifiek naar de extra capaciteit ervan en naar het onderzoek van het NICC en het Beveiligd Klinisch Observatiecentrum. De procedure voor de 90 extra plaatsen in zorghuizen loopt volgens schema. Voor meer details en de timing verwijs ik opnieuw naar Volksgezondheid.

Daarnaast zal de Regie een technische haalbaarheidsstudie uitvoeren voor de bouw van modulaire units op het terrein van de beide FPC’s. Het NICC heeft zijn onderzoek recentelijk afgerond en de resultaten gepresenteerd. Het gaat om een cartografisch onderzoek dat in kaart brengt welke wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn om de stijging van het aantal interneringsuitspraken te verklaren en na te gaan welke elementen er nog ontbreken.

Het rapport laat dus niet toe om sluitende conclusies te trekken, maar vormt de basis voor verder onderzoek. Het rapport zal aan het Parlement worden bezorgd, maar wij bekijken alvast hoe enkele bevindingen kunnen worden vertaald in beleid.

Het beveiligd klinisch observatiecentrum is operationeel en verwerkt inmiddels 15 dossiers. Het team dient verder te worden versterkt om alle in observatie gestelden onder te brengen in het gebouw van het BKOC in Haren. Hiervoor werden middelen gevraagd in het kader van de begroting voor 2026. Deze aanwervingen zullen dus vertraging oplopen.

Wat uw vraag betreft over adviezen en een eventuele achterstand, verzoek ik u daarvoor een schriftelijke vraag in te dienen.

Tot slot wil ik in het algemeen nogmaals onderstrepen dat de twee recente incidenten in het FPC Gent grondig worden onderzocht, samen met alle betrokken actoren. Waar nodig zullen deze leiden tot gerichte verbetermaatregelen. Er komt een vergadering tussen de administratie en het FPC. In deze casus werd de begeleiding door het FPC tijdens de uitgaansvergunning, op basis van de bovengenoemde risicotaxatie, als passend en proportioneel beoordeeld. Voor meer informatie over de procedure en de lessons learned , verwijs ik u graag naar de FOD Volksgezondheid.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik probeer het me voor te stellen. Iemand die onmiddellijk op een mostwantedlijst wordt gezet, iemand met niet bepaald een eenvoudig profiel, wat ook blijkt uit de manier waarop hij werd teruggebracht, mag onder begeleiding van één medewerker van de instelling gewoon mee naar buiten. Die persoon wordt begeleid door een jonge dame, terwijl men weet welke feiten aan de basis lagen van zijn opname. Ik probeer me dat echt voor te stellen. Ik ben een mama van vier en mijn kinderen zeggen dat ik overbezorgd ben. Toch probeer ik me in te beelden hoe zoiets kan gebeuren.

U hebt gelijk, we moeten twee zaken van elkaar onderscheiden, maar die risicotaxatie lijkt mij cruciaal. Het feit dat het slachtoffer werd geconfronteerd met de dader zonder daarop voldoende voorbereid te zijn, laat ik nog in het midden. Hoe komt men er echter eigenlijk toe om zo iemand te laten begeleiden door alleen een jonge dame? Uit de manier waarop hij werd opgepakt en teruggebracht blijkt immers dat het niet over de eerste de beste gaat. Er is daar echt werk aan de winkel.

Het maakt mij niet uit onder wiens bevoegdheid dit precies valt, maar ik denk dat u dat best samen met uw collega-minister bekijkt. Dat is dan wel een man, mevrouw de minister. We moeten echter echt voorzichtig zijn. Niet iedereen die geïnterneerd is, is even gevaarlijk, dat zeg ik zeker niet. Databeheer is echter belangrijk. Justitie kent zijn gevangenen niet en blijkbaar geldt dat ook voor de geïnterneerden in die context. Daar ligt een belangrijk werkpunt, om te vermijden dat er grote malheuren gebeuren.

In dit geval hebben we volgens mij veel geluk gehad dat de betrokkene snel opnieuw kon worden gevat. Dat het in mijn buurgemeente is gebeurd, is louter toevallig, maar ik ben blij dat men hem heeft kunnen oppakken en snel, voor er iets kon gebeuren. We moeten echt waken over de risicotaxatie. Daar ligt een belangrijke crux voor de beveiliging van onze samenleving.

Marijke Dillen:

Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik sluit mij graag aan bij de repliek van collega De Wit. In dat dossier ging het over een geïnterneerde die bijzonder zware feiten heeft gepleegd. Het gaat om moordpoging, verkrachting, foltering, zware diefstal in bende en weerspannigheid. Dat zijn stuk voor stuk zeer ernstige criminele feiten. Ik begrijp dan ook niet hoe de analyse van het mogelijke risico op die manier werd ingevuld. Die man wordt bij het verlaten van het FPC begeleid door een vrouwelijke medewerker. Ik acht dat een onverantwoorde beslissing.

Los daarvan moet men zich afvragen of het absoluut noodzakelijk is dat een geïnterneerde en hetzelfde geldt voor een gedetineerde aanwezig is op een inleidingszitting. Op een inleidingszitting worden enkel de conclusietermijnen tussen de raadsman van de geïnterneerde en de raadsman van de slachtoffers en een pleitdatum en -uur vastgesteld. Was het echt nodig om die man over te brengen van het FPC Gent naar de rechtbank in Antwerpen? Ik heb daar vragen bij.

Voor de duidelijkheid, mevrouw de minister, die opmerking zou ik niet geven voor het geval dat dan de procedure ten gronde zou worden behandeld. Iedereen heeft recht om aanwezig te zijn op zittingen die hem aanbelangen, maar dat geldt niet voor het vaststellen van een conclusiekalender.

Ik kreeg geen antwoord op mijn vraag over het slachtoffer, dat blijkbaar ook aanwezig was op de inleidingszitting en niet op de hoogte was dat de dader van de gruwelijke feiten aanwezig zou zijn. Volgens het parket zou zij niet gereageerd hebben op het aanbod van de dienst slachtofferonthaal om geïnformeerd te worden na het vonnis tot internering. Mevrouw de minister, dat zou eigenlijk een automatisme moeten zijn. Ik dring er bij u op aan om ter zake een initiatief te nemen. De kostprijs daarvan is zeer gering.

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, enkele maanden geleden stelde ik schriftelijk een vraag over de psychosociale dienst, maar ik kreeg daarop geen antwoord.

Annelies Verlinden:

(…).

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, dat weet ik. De vraag is gesteld en ik heb nog altijd geen antwoord ontvangen. Ik zal het navragen. Anders stel ik ze opnieuw.

Annelies Verlinden:

(…).

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, ik heb ze in mei gesteld.

Stefaan Van Hecke:

U bent inderdaad een van de weinige ministers die 100 % scoort op het tijdig beantwoorden van schriftelijke vragen, zo blijkt uit een overzicht dat in de Conferentie van voorzitters werd gegeven. Mijn dank daarvoor. Het is logisch dat mensen daar veel vragen over stellen. Hoe is het mogelijk dat iemand met zo'n profiel niet door de politie, maar door een medewerkster van het FPC werd begeleid op een zitting? Het slachtoffer was niet op de hoogte en werd geconfronteerd met de dader terwijl er geen politie in de zaal aanwezig was. Dat vraagt toch wel enige reflectie. Dat betekent niet dat iemand die zware misdrijven heeft gepleegd, niet naar een zitting kan gaan, of na eerdere uitgaansvergunningen positief geëvalueerd kan worden. Als er slachtoffers aanwezig zijn, is dat echter iets bijzonder delicaats. Dat is één zaak. De tweede ontsnapping gebeurde via een verlichtingspaal. Ik vraag me af hoe dat mogelijk is Dit lijkt mij een structureel probleem. Ik denk dat men in alle gevangenissen of FPC's probeert te voorkomen dat men makkelijk kan ontsnappen. Als iemand op een verlichtingspaal kan kruipen en zo de omgeving kan bereiken, dan is die paal waarschijnlijk niet goed geplaatst. Dat is eerder een structureel probleem. Verder noteer ik dat we veel vragen moeten stellen aan de minister van Volksgezondheid, wat we dan ook zullen doen. Op veel van die vragen krijgen we geen antwoord. Ik hoop niet dat hij ons naar u zal doorverwijzen, want met pingpongen komen we er niet. Tot slot wil ik meegeven dat het FAST-optreden zeer efficiënt was. Mensen die ontsnappen, proberen zich vaak onherkenbaar te maken door een baard of snor af te scheren en er anders uit te zien. Toch worden mensen herkend. Ik zou dat niet kunnen, maar ik heb veel respect voor burgers die mensen herkennen en voor politiemensen die dat kunnen. Ik denk dat we veel geluk hebben gehad dat de daders, de veroordeelden en geïnterneerden, zo snel werden gevat. Het had anders kunnen aflopen. We volgen de kwestie op bij de minister van Volksgezondheid. Dank u wel.

De zogenaamde usurperende bevoegdheden op het stuk van maatschappelijke integratie

Gesteld door

lijst: PS Marie Meunier

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 5 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigt dat de federale regering, gebaseerd op juridische analyses (Inspectie der Financiën, Raad van State en wetgeving), maatregelen zoals *Housing First*, psychologische steun aan jongeren en *MIRIAM* schrapt omdat ze “geüsurpeerde bevoegdheden” zijn die onder de Communautés/Gewesten vallen – met name op vlak van *welzijnsbeleid* (art. 5, §1, II, LSI 1980). Ze benadrukt dat enkel minimale federale basisrechten (bv. leefloon) behouden blijven, terwijl de besparingen bijdragen aan budgettaire consolidatie. Meunier kaart aan dat er geen aanvullend juridisch advies (bv. Grondwettelijk Hof) werd gevraagd en dat overleg met Gewesten/Communautés (o.a. Vervoort) moeizaam verloopt, maar belooft terug te komen op de actuele juridische basis en impact.

Marie Meunier:

Madame la ministre, lors de la présentation de vos notes d'orientation politique et de politique générale, lors des débats autour du projet de loi contenant le budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2025, vous avez indiqué que plusieurs mesures et initiatives clés dans le soutien à l'intégration sociale, la participation à l'action sociale, Housing First , le soutien psychologique aux jeunes, le projet MIRIAM et encore beaucoup d'autres seraient abandonnées avec l'argument qu'elles constituent des compétences usurpées.

Vous avez précisé que cette question relative aux compétences usurpées était à l'étude et qu'une concertation aurait lieu avec les entités fédérées. Suite à la réunion de la Conférence interministérielle (CIM) Intégration sociale et lutte contre la pauvreté, qui a eu lieu en juin dernier, j'ai quelques questions.

Madame la ministre, sur quelle analyse juridique, autre que celle de l’Inspection des finances, vous basez-vous pour attribuer à certaines mesures et initiatives le caractère de compétences usurpées? Quelle a été la réaction de vos collègues et partenaires des gouvernements régionaux? Vos partenaires des gouvernements des Régions et Communautés partagent-ils votre avis et votre analyse?

Si une analyse juridique a été réalisée, pouvez-vous nous en communiquer les documents pertinents? Avez-vous envisagé de demander l'avis du Conseil d'État, voire de la Cour constitutionnelle, pour pouvoir définir le concept de compétences usurpées et d'en délimiter le périmètre?

Enfin, les économies prévues en abandonnant certaines mesures servent-elles à l'objectif de réduction de déficit budgétaire ou à un autre but?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Meunier, le gouvernement fédéral a décidé, après un examen approfondi des différentes allocations de base et sur la base d'un avis de l’Inspection des finances, de réduire progressivement ce qui est considéré comme des compétences usurpées. Il s'agit d'une décision prise dans l'accord de gouvernement et que j'exécute dans le cadre de mes compétences.

Il ne relève pas de ma compétence de solliciter l'avis du Conseil d'État ou de la Cour constitutionnelle concernant les compétences usurpées de l'autorité fédérale. L’Inspection des finances a toutefois, en 2023, à la demande du secrétaire d'État au Budget de l'époque, alors que votre parti faisait partie du gouvernement fédéral, établi un avis coordonné contenant la liste des compétences pouvant être considérées avec certitude comme usurpées. Cet avis a été actualisé au début de la présente législature. Outre les avis de l'Inspection des finances, je me fonde également sur les avis existants du Conseil d'État, ainsi que sur les critères de compétences ancrés dans la législation.

L'article 5, § 1 er , II, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles stipule que la politique en matière de bien-être social, en tant que partie des matières personnalisables (article 128, § 1 er , de la Constitution) relève des Communautés. Les exceptions à cette règle sont énumérées à l'article 5, § 1, II, 2°, a) et b), de la même loi: le montant minimum, les conditions d'octroi et le financement du revenu garanti par la loi ainsi que les matières relatives aux CPAS, sans préjudice de la compétence des Communautés d'accorder des droits complémentaires. Les compétences fédérales se limitent donc à la fixation de droits de base en matière d'aide sociale, c'est-à-dire de droits minimaux qui ne peuvent varier d'une Communauté à l'autre. Les autres domaines relèvent de la compétence des Communautés.

Concernant, par exemple, la compétence en matière de participation et d'activation sociale (PAS), l'Inspection des finances a explicitement estimé que la subvention PAS revêt un caractère usurpé. Cette appréciation repose sur les critères de compétences retenus tant par la Cour constitutionnelle que par le Conseil d' É tat et s'appuie sur l'avis n° 36.648/3 du Conseil d' É tat en date du 20 juillet 2005.

La réduction progressive des compétences usurpées a évidemment aussi un impact budgétaire. Dans un contexte de marge budgétaire limitée, il est logique que le gouvernement fédéral examine de manière critique quelles dépenses relèvent effectivement de ses compétences. Je consulte régulièrement mes collègues des entités fédérées. Ces dernières semaines, j'ai rencontré le ministre-président Dolimont ainsi que le ministre-président Diependaele. J'ai déjà tenté, à plusieurs reprises, de rencontrer le ministre-président Vervoort, mais pour une raison ou une autre, son secrétariat annule systématiquement nos rendez-vous. Plus particulièrement en ce qui concerne l'aide alimentaire, également reprise dans la liste des compétences usurpées, une concertation a eu lieu, en mai, à l'initiative de mon cabinet avec les cabinets des ministres régionaux concernés.

Marie Meunier:

Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses. J'entends qu'il ne relève pas prioritairement de vos compétences de demander une autre analyse que celle que vous avez reçue de l'Inspection des finances. Cela dit, vous auriez pu quand même en solliciter une. C'est une demande complémentaire de notre part. J'ai aussi compris que des discussions avaient eu lieu avec vos homologues régionaux. Nous reviendrons donc vers vous par la suite. Parmi les articles que vous avez cités, je m'interrogeais au sujet du cinquième. S'agit-il de la dernière version du document sur laquelle les différents niveaux de pouvoir ont travaillé? (Oui) Je vous remercie.

Het terugschroeven van de middelen voor de voedselhulpsector
Het schrappen van de financiering van voedselhulp
Bezuinigingen op voedselhulpfinanciering

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 5 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische federale overheid verlaagt haar extra, niet-verplicht cofinancieringsbudget voor voedselhulp via het FSE+ van 40 miljoen (2023-2024) naar 15 miljoen euro in 2025, door wegvallende crisissteun (REACT-EU) en bezuinigingen—terwijl de basisbijdrage (1,1 miljoen/jaar) zevenmaal wordt overschreden. De minister benadrukt dat Régions (die 4% van FSE+ toewijzen) en fiscale maatregelen (o.a. donatieregeling) de sector moeten ondersteunen, maar kritiek blijft dat de 600.000 kwetsbaren en stijgende armoede door hervormingen (bv. werkloosheid) hierdoor extra risico lopen. Oppositie ziet dit als politieke keuze om "bevoegdheidsafstoting" te forceren, wat sociale zekerheid ondermijnt, terwijl Régions de last mogelijk niet kunnen opvangen.

François De Smet:

Le Fédéral, en accord avec les Régions, et ce par l'intermédiaire du SPP Intégration Sociale , doit participer à hauteur de minimum 3% du fonds FSE+ (et 10% maximum)

Avec le soutien de ce fonds européen FSE +, le SPP Intégration Sociale fournit annuellement à pas moins de 358 CPAS et 419 associations des produits à distribuer gratuitement aux personnes les plus démunies.

Le Gouvernement fédéral souhaite réaliser des économies et réduire drastiquement en 2026 sa contribution à savoir à un pourcentage de 3% , soit une enveloppe fixée à 15 millions (dont 5 du Fédéral) contre 40 millions jusque cette année.

Cette décision si elle est confirmée sera considérablement dommageable pour des associations telles que les Restos du Cœur et les Banques alimentaires, qui craignent pour la survie de leurs activités.

A titre exemplatif, les Restos du Coeur ont distribué plus 1.600.000 repas et colis par an. (chiffres 2024 et 2023)

Les marchés publics pour engager les montants de 2025 ont été lancés et se clôturent avant la fin du mois de juin 2025.

En conséquence, Madame la Ministre peut-elle me faire savoir:

a. si elle confirme cette diminution pour l’aide alimentaire dans le cadre du fonds FSE+?

b. dans l’affirmative, si des montants sont néanmoins budgétés pour l’aide matérielle et/ou un subside exceptionnel?

Marie Meunier:

Madame la ministre, à plusieurs reprises, vous avez indiqué que des mesures et initiatives clés dans le soutien à l'intégration sociale seraient abandonnées par le Gouvernement fédéral avec l'argument qu'elles constitueraient des compétences usurpées. Parmi celle-ci, figure aussi le financement de l'aide alimentaire.

Le Fonds Social Européen (FSE+), anciennement FEAD, vise à lutter contre la privation matérielle en apportant une aide alimentaire et/ou une assistance matérielle de base aux personnes les plus démunies. Le SPP Intégration sociale gère le Fonds depuis 2014.

Dans le cadre du financement de ce fonds, le Fédéral participe à hauteur de minimum 3% et d'un maximum de 10%. Comme nous en avons déjà discuté, vous avez décidé de réduire la participation du gouvernement fédéral au strict minimum de la contribution, à savoir 3%, soit une enveloppe de 15 millions - dont 5 du Fédéral - contre 40 millions jusque 2025.

Madame la ministre, qu'en est-il aujourd'hui concrètement du financement de ce Fonds? Comment la participation fédérale à ce fonfs est-il amené à évoluer dans les années à venir?

Une concertation avec l'ensemble du Gouvernement a-t-elle eu lieu dans le cadre de ce désengagement?

Vos collègues et partenaires des gouvernements de Régions et Communautés partagent-ils votre analyse relative aux compétences usurpées dans le cadre de ce Fonds?

Des discussions préalables à votre décision de diminuer voire de supprimer votre contribution à ce Fonds ont-elles été menées avec les entités fédérées? Pourront-elles bien compenser votre désinvestissement dans ce cadre, alors que les files devant les banques alimentaires sont déjà longues et qu'elles ne cesseront de s'allonger avec les mesures injustes prises par votre gouvernement?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Meunier, monsieur De Smet, les chiffres mentionnés dans les versions de vos questions que j'ai reçues ne sont pas corrects, plusieurs éléments étant confondus. Tout d'abord, il y a l'enveloppe totale du Fonds social européen Plus (FSE+) en Belgique pour la période de programmation 2021-2027. Cette enveloppe est gérée par les Régions. De cette enveloppe, la Belgique devait consacrer au moins 3 % à la lutte contre la privation matérielle par le biais d'une aide ciblée telle que l'aide alimentaire.

Étant donné que cette enveloppe est gérée par les Régions, ce sont elles qui ont décidé d'en consacrer 4 % au programme fédéral d'aide alimentaire dans le cadre du FSE+. Cela représente environ 10 à 11 millions d'euros de fonds européens par an pour le programme d'aide alimentaire. Dans le cadre de ce programme, le cofinancement belge est fixé à 10 %. Ce pourcentage est déterminé par le règlement européen et représente environ 1,1 million d'euros de cofinancement fédéral par an. En pratique, cependant, le gouvernement fédéral prévoit 7,25 millions d'euros de cofinancement fédéral, soit bien plus que ce qui est strictement nécessaire, plus exactement sept fois plus de ce qu'on doit cofinancer.

Pour les années 2021 et 2022, des moyens européens supplémentaires étaient disponibles en raison de la crise sanitaire dans le cadre de l'initiative REACT-EU. Ces moyens ont disparu en 2023, mais pour les années 2023 et 2024, ils ont été compensés par le précédent gouvernement fédéral à hauteur d'environ 20 millions d'euros de financement fédéral supplémentaire par an pour l'aide alimentaire. Ce financement supplémentaire disparaît de 2025. Il s'agissait à chaque fois de montants qui n'étaient pas prévus au budget, mais qui ont, néanmoins, été dépensés en raison de besoins accrus.

Dans le contexte budgétaire actuel, cela n'est, toutefois, plus possible. Il convient, cependant, de réexaminer la répartition des compétences entre les niveaux fédéraux et les autorités régionales en matière d'aide alimentaire. Mon cabinet a déjà pris contact à ce sujet avec les différents cabinets compétents des entités fédérées. La coopération à tous les niveaux est cruciale pour soutenir les plus vulnérables de notre société. Dans ce cadre, je confirme une diminution du budget de l'aide alimentaire, mais cette diminution ne concerne que le cofinancement fédéral supplémentaire. Le budget du programme alimentaire dans le cadre du FSE+ ne change pas et, dans ce contexte, le gouvernement fédéral finance même davantage que le minimum requis, à savoir sept fois plus, comme je viens de l'expliquer.

Je suis pleinement consciente que l'aide alimentaire n'est pas un luxe, mais un besoin fondamental pour les personnes en difficulté dans notre société. Des initiatives sont également prises pour soutenir le secteur de l'aide alimentaire. L'accord de gouvernement prévoit, par exemple, une révision du régime fiscal des dons au secteur de l'aide alimentaire, et je collaborerai également à cet égard avec les instances compétentes.

Lors de la précédente législature, j'ai pris des initiatives en tant que députée pour déposer une proposition de loi à ce sujet. Je suis contente que ce soit maintenant inclus dans l'accord de gouvernement.

François De Smet:

Merci madame la ministre pour vos réponses, qui corroborent ce que vous aviez déjà dit. Je ne peux que vous répondre que le secteur reste inquiet et qu'il estime ne pas avoir été prévenu.

Administrativement, vous avez raison, le gouvernement fédéral n'est pas tenu de poursuivre cette contribution, comme il l'a fait de manière exceptionnelle depuis deux ans. Il reste que 600 000 personnes sont en situation précaire en Belgique et que vous auriez pu choisir de poursuivre ce soutien complémentaire. C'est un choix politique.

J'entends évidemment ce que le gouvernement fédéral continue à faire en matière d'aide alimentaire, d'autant qu'on entre dans une période de turbulence, où il est impossible de prévoir les conséquences réelles de la réforme du chômage sur les CPAS et en termes de précarité de la société. Ne serait-ce que pour cette raison, il aurait été – compétence usurpée ou pas – plus sage de poursuivre ce cofinancement fédéral une ou deux années de plus.

Marie Meunier:

Je vous remercie, madame la ministre, pour votre réponse. Voilà qui confirme ce que je développais initialement dans ma question: le gouvernement fédéral avait la possibilité de participer à ce fonds, à une hauteur allant de 3% minimum à 10% maximum. Vous avez décidé de réduire la participation du gouvernement fédéral au strict minimum, et donc de passer d'une enveloppe de 40 millions à une enveloppe de 15 millions. Il est donc bien question d'une diminution drastique de l'enveloppe initiale, et ce dans un moment, comme mon collègue vient de le dire, où la précarité s'apprête à augmenter considérablement à la suite de la réforme du chômage. Vous nous expliquez, à nouveau, qu'il s'agit d'un cofinancement fédéral complémentaire et non obligatoire. Je vous entends, mais voilà donc encore une charge dont vous vous débarrassez pour la renvoyer vers les Régions, et même au bon vouloir de ces dernières. En effet, les Régions seront-elles toujours à même de faire face aux problèmes que vous leur transférez? Je n'en suis pas certaine. C'est aussi le cas pour le Plan Grand Froid, dont nous avons déjà débattu ici. Comme vous avez mis les Régions et les relais sociaux au pied du mur, nous avons la chance, ou plutôt la possibilité, cette année et pour le gouvernement wallon, de pouvoir pallier le manque de moyens occasionné par la décision du gouvernement fédéral. Il n'en ira pas nécessairement de même l'année prochaine. À force de détricoter ainsi toutes les compétences que vous considérez vous-même comme usurpées, vous finissez par détricoter l'aide sociale. Il semble que ce soit votre plan depuis le départ et nous le regrettons.

De toekomst van de POD Maatschappelijke Integratie als de federale middelen opdrogen

Gesteld door

lijst: PS Marie Meunier

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 5 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Minister Van Bossuyt verdedigt het bezuinigingsbeleid (1,8%) en strategische heroriëntatie van het SPP Integratie, met focus op coördinatie (niet terugtrekken) en samenwerking met gewesten/CPAS, terwijl ze werk als oplossing voor armoede benadrukt (cijfers FOREM tonen stijging tewerkstelling ex-werklozen). Meunier valt de afbouw van federale steun aan—juist nu CPAS overbelast raken door uitstroom werklozen en groeiende armoede—en wijst de schuldafschuiving op vorige regering af, gezien dezelfde partijen nu aan de macht zijn. Kernconflict: federale verantwoordelijkheid vs. bezuiniging, met dreigend capaciteitstekort bij CPAS en SPP.

Marie Meunier:

Madame la ministre, le SPP Intégration sociale a historiquement joué un rôle moteur dans la lutte contre la pauvreté et le sans-abrisme en soutenant les CPAS dans leurs missions de terrain.

Avec des outils comme le revenu d'intégration sociale, le projet individualisé d'intégration sociale ou encore des initiatives précieuses comme Housing First, le SPP a aussi contribué à offrir un accompagnement digne et adapté aux sans-abris.

Or, depuis plusieurs mois, les acteurs du secteur constatent un désengagement progressif du niveau fédéral. Vous renvoyez systématiquement vers les Régions la responsabilité de toute action en matière de sans-abrisme – les fameuses compétences usurpées – alors même que la coordination, la cohérence et le financement relèvent aussi du fédéral.

Ce repli institutionnel fragilise la continuité des politiques sociales, met sous pression les CPAS déjà débordés et vide finalement le SPP de ses missions essentielles.

Madame la ministre, quelle est aujourd'hui votre vision stratégique pour le SPP Intégration sociale? Quelle place entendez-vous lui laisser dans la lutte contre la pauvreté et le sans-abrisme?

Pouvez-vous nous dire si des suppressions d'emplois sont prévues en son sein en raison de la suppression progressive de ses missions?

Comment justifiez-vous le désengagement du fédéral alors que les CPAS surchargés réclament davantage de coordination et de soutien?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Meunier, j'ai donné pour instruction à mon administration d'élaborer un plan stratégique pour la prochaine législature. Celui-ci mettra effectivement l'accent sur le soutien continu aux CPAS dans l'exécution des missions qui leur sont confiées. Dans le cadre des mesures liées au chômage, des moyens financiers ont également été dégagés par le gouvernement fédéral afin de permettre aux CPAS d'assumer pleinement le rôle qui leur est attribué.

Pour concevoir une politique de lutte contre la pauvreté efficace, cohérente et globale, une collaboration étroite entre les différents niveaux de pouvoir est indispensable. Une rationalisation de la participation du SPP aux divers organes de concertation ou de consultation existants devra être envisagée, compte tenu du contexte général d'économies.

Cette situation nécessite en effet de concentrer nos interventions de manière plus stratégique. À l'inverse, de nouvelles opportunités de collaboration renforcée pourront être identifiées et mises en œuvre.

Comme vous le savez, une économie de 1,8 % est appliquée tant sur l'enveloppe du personnel que sur les moyens de fonctionnement du SPP Intégration sociale, conformément à l'accord conclu au sein du gouvernement visant à appliquer cette réduction à l'ensemble des SPF et SPP.

Enfin, de nombreuses réformes prévues exigeront une coordination étroite et une coopération soutenue non seulement entre les administrations fédérales, mais aussi avec les différentes entités fédérées. Dans ce cadre, le SPP Intégration sociale souhaite mobiliser son expertise afin d'assurer une mise en œuvre optimale des mesures, tout en tenant compte des groupes cibles et des acteurs concernés.

Je tiens à souligner que nous ne nous retirons pas de la politique sociale, comme vous le laissez entendre. Nous continuerons à jouer un rôle de coordination, mais je souhaite respecter la répartition des compétences dans notre pays. J'entends les préoccupations de nos CPAS et j'ai déjà pris de nombreuses mesures pour alléger leur charge de travail. Nous en avons longuement discuté, aujourd'hui encore. Pensez par exemple à l'assouplissement des conditions de diplôme, aux mécanismes de compensation ainsi qu'au lancement du groupe de travail sur la simplification administrative.

Néanmoins, la meilleure façon de sortir de la pauvreté, c'est l'emploi. Les chiffres publiés par le FOREM cette semaine me rendent prudemment optimiste et sont également une bonne nouvelle pour nos CPAS. En effet, l'ONEM prévoyait qu'un tiers des personnes perdant leur allocation retrouveraient un emploi. Nous constatons qu'en Wallonie – et M. le président a déjà fait référence à un taux de 9 % –, ce taux atteint déjà 35 %. C'est quand même bizarre, après 20 ans, subitement, 35 % des personnes risquant de perdre leur allocation ont déjà retrouvé un emploi.

J'espère sincèrement que cet automne, un maximum de personnes pourront trouver un emploi.

Marie Meunier:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je suis néanmoins un peu abasourdie parce qu'en posant la question, je ne m'attendais pas vraiment à cette réponse.

Dans un moment où les CPAS vont avoir besoin d'aide, de beaucoup d'aide, vous êtes en train de m'annoncer avec le plus grand calme la rationalisation du SPP. Alors, il faut que je le digère parce que c'est quand même un truc de dingue!

Bon! Dont acte. Je ne sais pas quoi vous dire d'autre. Je suis un peu sur les fesses.

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Meunier, on a hérité, grâce à votre parti, d'un budget tel qu'il est aujourd'hui. Il nous faut donc prendre des actions.

Marie Meunier:

Madame la ministre, c'est un peu facile de venir nous expliquer qu'à cause du gouvernement précédent, vous devez aujourd'hui supprimer une administration, administration que votre gouvernement va surcharger. Vous êtes en train de m'expliquer qu'à cause du gouvernement précédent, vous devez prendre des réformes. Vous allez surcharger des communes, des CPAS avec une exclusion massive de chômeurs. Vous m'expliquez en outre que vous allez en plus supprimer du personnel du SPP Intégration, qui est censé venir aider et prendre en charge les CPAS dans cette vague de précarité qui va les submerger. À un moment donné, je pense que le gouvernement précédent a les épaules larges et bon dos, d'autant plus que bon nombre des personnes et des partis qui sont autour de la table en coalition avec vous aujourd'hui l'étaient déjà lors du précédent gouvernement. Dire un truc pareil, c'est quand même énorme. Énorme!

De IMC Sociale Integratie

Gesteld door

lijst: PS Marie Meunier

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 5 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigt dat dakloosheid een regionale bevoegdheid is en dat de federale financiële steun (o.a. Plan Grand Froid) stopgezet werd op advies van de Inspectie van Financiën, wat tot urgente regionale compensatie leidde. Ze benadrukt wel de coördinerende rol van het federaal niveau via een nieuw interbestuurlijk werkgroep (sinds oktober 2025) dat een samenwerkingsakkoord moet uitwerken, maar dit proces vergt jaren door complexe onderhandelingen. Meunier kaart aan dat dit gebrek aan directe federale actie en trage afstemming een risico vormt voor de opvang deze winter, terwijl het probleem grensoverschrijdend is en om structurele oplossingen vraagt.

Marie Meunier:

Madame la ministre, comme nous venons d'en discuter, le sans-abrisme est une problématique transversale par excellence, qui nécessite une coordination étroite entre le gouvernement fédéral, les Régions, les Communautés et même les pouvoirs locaux. C'est précisément la mission de la conférence interministérielle de l'Intégration sociale, à laquelle vous nous dites participer activement.

Or, selon plusieurs acteurs, cette coordination semble aujourd'hui au point mort.

Depuis l'annonce de la fin du financement fédéral du Plan Grand Froid, le Réseau belge de lutte contre la pauvreté (BAPN) et de nombreuses associations ont appelé à la tenue d'une CIM en urgence. Elles disent "craindre un manque de places pour accueillir les sans-abri cet hiver".

Le réseau souligne également que le sans-abrisme ne s'arrête pas aux frontières régionales et que le fédéral a un rôle fondamental à jouer, tant en matière de coordination que d'harmonisation avec les politiques européennes.

Madame la ministre, votre absence d'initiative en la matière laisse le sentiment d'un désengagement complet du niveau fédéral face à une urgence sociale majeure. Voici donc mes questions:

Les Régions ou du moins la Région wallonne a compensé en urgence la contribution fédérale que vous avez retirée pour cette année au pire moment, mais que prévoyez-vous pour les années à venir et quelles garanties pouvez-vous donner au secteur?

Depuis votre entrée en fonction, combien de fois la conférence interministérielle Intégration sociale s'est-elle réunie?

Quels résultats concrets en sont ressortis pour améliorer la lutte contre le sans-abrisme? Comment vos homologues régionaux ont-ils réagi aux suppressions de financements fédéraux? Quand la prochaine réunion de la CIM est-elle prévue? Quel en sera l'agenda et avec quelles intentions comptez-vous y participer?

Anneleen Van Bossuyt:

La conférence interministérielle consacrée à la politique des grandes villes, à l'intégration sociale et à la lutte contre la pauvreté est présidée par M. Coppieters, ministre wallon en charge de la Santé, de l'Environnement, des Solidarités, de l'Économie sociale, de l'Égalité des Chances et des Droits des Femmes. Je vous confirme que j'ai répondu à l'appel à la concertation et que j'ai participé à la première réunion organisée le 25 septembre dernier. Une deuxième CIM a eu lieu ce matin, à laquelle j'ai bien sûr assisté également.

Pour répondre à vos questions, je vous confirme que l'accueil hivernal ressort clairement de la compétence des Régions et des Communautés. Je me suis déjà exprimée à ce sujet en plusieurs occasions. En toute responsabilité, je me dois de suivre l'avis de l'Inspection des finances, qui considère l'aide aux sans-abris comme une compétence usurpée par l'autorité fédérale. Les Régions et les Communautés ont pris acte de l'arrêt des subventions fédérales et font le nécessaire afin d'assurer une continuité des services aux personnes sans abri.

Lors de la CIM du 25 juin 2025, les cabinets compétents ont créé un groupe de travail "Sans-abrisme et absence de chez-soi", qui s'est réuni pour la première fois le 1 er octobre 2025. L’objectif de ce groupe est d’élaborer un accord de coopération entre l’autorité fédérale et les entités fédérées.

Lors de cette réunion, j’ai proposé de prendre mes responsabilités en assumant la présidence du groupe de travail. Je pense en effet que l’autorité fédérale peut jouer un rôle de coordination, de facilitation et de soutien à l’innovation. Cet accord vise à encourager les entités fédérées à exercer pleinement leurs compétences dans ce domaine.

Les administrations concernées – le SPP Intégration sociale et ses homologues des Régions et des Communautés – seront chargées de préparer un pré-projet d’accord de coopération relatif au sans-abrisme et à l’absence de chez soi, après intégration des contributions des cabinets concernés.

Une fois validé en CIM, le projet d’accord sera soumis au Comité de concertation (CODECO) pour validation, puis repris par chaque entité et par le niveau fédéral afin de lui conférer un caractère réglementaire via les différentes assemblées législatives.

Ce processus prendra du temps, en raison des concertations nécessaires et du travail que devront réaliser les experts des administrations pour proposer une accord aussi complet que possible.

Marie Meunier:

Je vous remercie pour vos réponses, madame la ministre.

Manieren waarop ziekenhuizen en artsen Israëlische producten zouden kunnen boycotten

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 5 november 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke wijst een boycot van Israëlisch farmabedrijf Teva af omwille van VN-verboden op medicijnsancties, risico’s voor patiënten (geen alternatieven voor cruciale geneesmiddelen) en juridische haken (geen bewijs van mensenrechtenschendingen door Teva). België neemt wel economische maatregelen (importban bezette gebieden, druk op EU voor opschorting handelsakkoord Israël) en onderzoekt overheidsaankopen en onderzoekssamenwerking met Israël. Van Lysebettens pleit voor federale coördinatie van lokale boycots (bv. door Zorgnet-Icuro), maar Vandenbroucke benadrukt dat individuele artsen wel, de overheid niet mag boycotten zolang patiëntenzorg gegarandeerd blijft.

Jeroen Van Lysebettens:

Mjnheer de minister, ik heb deze vraag al een tijdje geleden ingediend en ook al is er sindsdien op het terrein heel wat veranderd, ik kom graag even terug op de discussie welke initiatieven de regeringen kunnen nemen gelet op de genocide in Gaza die toen aan de gang was, discussie die in veel parlementen aan de orde kwam.

Uw collega in de Vlaamse regering, Caroline Gennez, riep bijvoorbeeld op tot een culturele boycot. Ook actoren in de Belgische zorgsector willen nog altijd actie ondernemen en roepen op om niet medeplichtig te zijn. Zo onderzoekt het Vlaamse zorgnetwerk Zorgnet-Icuro of het een ethisch kader kan opstellen inzake de aankoop van Israëlische producten. Het richt tot de overheid de vraag om mee het kader te bepalen door bepaalde eisen juridisch of via rondzendbrieven te verankeren, of door een clausule op te nemen die Israëlische bedrijven uitsluit die actief zijn in de bezette gebieden of die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Voor Russische bedrijven bestaan zulke Europese regels al.

Gelooft u in de kracht van boycots, zoals uw Vlaamse collega, mevrouw Gennez, dat doet?

Zo ja, bent u bereid binnen uw bevoegdheden met voorstellen hiervoor te komen? U zou bijvoorbeeld de sector kunnen helpen bij het uitwerken van een robuust ethisch kader dat Israëlische bedrijven kan uitsluiten die actief zijn in bezette gebieden of die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.

Zo ja, hoe ziet u dat toepasbaar op contracten met bepaalde Israëlische producenten, specifiek dan TEVA?

Heeft België initiatief genomen op Europees vlak om zo’n boycot ook Europees mogelijk te maken?

Frank Vandenbroucke:

Wat onze houding ten opzichte van het bedrijf Teva betreft, we hebben onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om tegen dat bedrijf een boycot in te stellen. Er zijn verschillende redenen waarom dat niet aan de orde is. Een eerste belangrijke reden is dat het sanctioneren van toegang tot medicatie, vaccins en voeding expliciet verboden is door de Verenigde Naties met als onderliggende redenering dat in een conflict de volksgezondheid te allen tijde moet worden beschermd. Daarom worden ook in de sancties tegen Rusland medicijnen expliciet niet getroffen.

Een tweede reden sluit daarop aan. Een eventuele boycot van Teva zou veel patiënten in België in de problemen brengen, aangezien het bedrijf een belangrijke leverancier is van onder andere kankermedicatie voor kinderen, medicatie voor pijnpatiënten en anti-epileptica. Voor veel van die medicijnen is geen alternatieve leverancier beschikbaar die de benodigde volumes voor de Belgische markt kan leveren. Er zou dus een ernstig risico ontstaan dat patiënten zonder levensnoodzakelijke medicijnen komen te zitten.

Daarnaast spelen enkele juridische overwegingen mee. De Belgische markt importeert bijna geen medicatie uit Israël. Volgens informatie van het bedrijf zelf gaat het om minder dan één procent. Uit onderzoek blijkt bovendien dat Teva niet gelinkt kan worden aan mensenrechtenschendingen. Het bedrijf staat niet op de VN-zwarte lijst van bedrijven die deelnemen aan de illegale bezetting en wordt ook niet genoemd in het rapport van Francesca Albanese, de speciale VN-rapporteur voor Palestina. Dat maakt het juridisch bijzonder moeilijk om medicijnen van Teva van de markt te weren. De minister van Volksgezondheid mag volgens Europese en Belgische wetgeving trouwens enkel vergunningen van medicijnen intrekken, als er een gevaar is voor de volksgezondheid, niet om andere redenen. Om al die redenen is volgens ons een boycot van Teva geen gepaste actie.

Het akkoord van de ministerraad van 12 september, volgend op het besluit van het kernkabinet van 2 september, stelt een reeks maatregelen voor om de tweestatenoplossing concreet te maken en de druk op de Israëlische regering en enkele terroristische organisaties zoals Hamas te vergroten. Zo worden economische maatregelen tegen Israël genomen, waaronder een importban voor producten uit de bezette gebieden. Voorts pleit België in de EU voor een opschorting van het handelsluik van het associatieverdrag met Israël. Artikel 11 van de beslissing stelt bovendien dat de federale regering een bredere analyse zal maken van alle overheidsaankopen die momenteel in Israël worden gedaan, met het oog op de versterking van de algemene Belgische en Europese strategische autonomie.

Ten slotte heb ik aan Sciensano gevraagd om bestaande internationale samenwerkingen met Israëlische instellingen binnen grote Europese consortia via het Horizonprogramma te problematiseren en bij de raden van bestuur van die consortia te pleiten voor een uitsluiting van Israëlische deelname aan die Europese onderzoeksconsortia, in afwachting van een Europese beslissing rond Horizon.

Ik verwelkom uiteraard het huidige staakt-het-vuren in Gaza, maar wil erop wijzen dat de maatregelen van de regering onverkort gehandhaafd blijven, totdat alle parameters voor een duurzame vrede en respect voor het internationale recht zijn vervuld.

Jeroen Van Lysebettens:

Dank u wel voor het antwoord. Uiteraard mogen we de volksgezondheid niet in gevaar brengen. U gaat er in uw antwoord niet op in, maar ik stel vast dat verschillende instellingen in België zoals Zorgnet-Icuro zich daarover buigen. Het zou niet slecht zijn dat ook te coördineren vanuit het federale niveau. Er zijn vandaag al zorginstellingen die, bijvoorbeeld, Teva volledig weren. Mevrouw Merckx kan daar misschien van getuigen, maar als ik goed geïnformeerd ben, weert Geneeskunde voor het Volk Teva al. Uit uw antwoord zou men kunnen afleiden dat dat een gevaar voor de volksgezondheid is, omdat hierdoor bepaalde medicatie die enkel Teva levert, niet beschikbaar is. Ik denk dus dat het nuttig is dat er federale coördinatie komt vanuit uw kabinet.

Frank Vandenbroucke:

Ik wil heel duidelijk zijn. Ik heb hier in commissie al onderstreept dat een individuele arts kan kiezen tussen alternatieve medicijnen met dezelfde therapeutische waarde en betekenis. Er is niets verkeerds aan dat de arts keuzes tussen verschillende vormen van medicatie maakt, zolang de kwaliteit van de zorg voor de patiënt de eerste prioriteit heeft. Het is echter een heel ander verhaal wanneer de overheid beslist een bepaald farmaceutisch bedrijf te boycotten.

De aangekondigde afbouw van het aantal asielopvangplaatsen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 23 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens storm Benjamin waarschuwt El Yakhloufi (Vooruit) dat asielzoekers zonder opvang op straat dreigen te belanden, ondanks het regeerakkoord dat dit onaanvaardbaar noemt, en vraagt garanties voor voldoende opvang, vooral in de winter. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de instroom daalt (38% in oktober), de hotelopvang stapsgewijs wordt afgebouwd en via de *Brusselsdeal* 2.000 plaatsen gefinancierd worden—genoeg om de wachtlijst weg te werken—maar eist dat het gewest deze plekken officieel erkent, terwijl ze stelt dat *niemand op straat hoeft* als de regels worden gevolgd. El Yakhloufi relativeert de daling (gelijk aan EU-gemiddelde) en houdt de minister aan haar belofte dat *opvang gegarandeerd* blijft, met nadruk op *menswaardige procedures*. De kern: spanning tussen afbouw opvang en de plicht om dakloosheid te voorkomen, met wederzijds vertrouwen in de dalende cijfers maar verschil over de urgentie van menselijke opvang.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, het is code oranje. Het KMI roept de mensen op om thuis te blijven, totdat storm Benjamin over ons land is getrokken. Andere mensen, asielaanvragers, kunnen dat niet. Zij moeten vannacht op straat slapen, want zij krijgen geen opvang. Toch lees ik vandaag opnieuw dat u gerechtelijke uitspraken naast u zult neerleggen. Ik lees vandaag opnieuw dat u meedeelt dat u de opvang zult afbouwen. Dergelijke uitspraken maken mij heel bang. Het baart mij zorgen.

Het regeerakkoord is heel duidelijk. Daarin staat: het is onaanvaardbaar dat we mensen op straat laten slapen. Ja, we willen werk maken van de afbouw van de opvang, maar de absolute voorwaarde in het regeerakkoord is een structurele daling van de instroom.

We zijn nu twee maanden ver. De instroom is verminderd, maar twee maanden is niets. Ik weet niet of u sportief aangelegd bent, maar als we twee maanden gaan lopen, zijn we nog niet klaar om een marathon te lopen. Dat is niet realistisch.

U kondigt die daling op alle vlakken aan. Iedereen is het erover eens dat we terug grip op de migratie willen krijgen, maar dat moet onder bepaalde voorwaarden gebeuren. Dat betekent dat we een realistische beleid moeten voeren en dat we dat op een menselijke manier moeten doen. Daarom zit Vooruit ook mee in deze regering.

Mevrouw de minister, daarom heb ik schrik voor de maanden die eraan komen, voor de winterperiode. Ik heb één vraag voor u. Zult u voor voldoende opvang zorgen, zodat er geen mensen op straat hoeven te slapen, wat een taak is voor ons als overheid?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer El Yakhloufi, eerst ga ik in op de dwangsommen. In de ingediende tekst van uw vraag zie ik 15.000 staan. Ik kan u zeggen dat van de openstaande dwangsommen slechts een fractie dateert van de huidige legislatuur.

De instroom van asielzoekers naar België is sinds de start van deze regering aanzienlijk gedaald. U weet dat het prognosemodel had voorspeld dat we dit jaar zonder maatregelen 50.000 asielaanvragen zouden krijgen. Dankzij onze maatregelen zitten we op de juiste koers en nu moeten we vooral blijven doorzetten. In september daalde het aantal aanvragen met 21 % en in oktober, op basis van de huidige prognoses, bedraagt de daling zelfs 38 %. Daarmee doen we het beter dan de Europese cijfers. De cijfers gaan dus de goede richting uit. Zoals in het regeerakkoord is voorzien, voer ik stap voor stap de afbouw van de hotelopvang uit. Het is voor ons belangrijk dat de opvang menswaardig maar sober is. Ook dat is overigens afgesproken. De opvang van asielzoekers in hotels zendt het verkeerde signaal uit.

Binnen de Brusselsdeal betaalt de federale overheid voor 2.000 plaatsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Van de wachtlijst uit de vorige legislatuur, waarop meer dan 4.000 mensen stonden, is dus in principe geen sprake meer. Momenteel staan er 1.820 mensen op de lijst, terwijl wij 2.000 plaatsen financieren via de Brusselsdeal. De wachtlijst uit de vorige legislatuur bestaat dus in principe niet meer. Het wordt dringend tijd om het gesprek over die plaatsen aan te gaan. Als wij die financiering immers op ons blijven nemen, moeten we die ook officieel op ons conto kunnen zetten.

Met de regering zetten we in op orde en controle. Geen enkele asielzoeker moet vandaag op straat slapen, zolang die onze wetgeving volgt. Er is nog werk aan de winkel, maar de kentering is ingezet.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de minister, we willen allemaal hetzelfde. Wij en de regering hebben al duidelijk gezegd dat we terug grip willen krijgen op migratie. Nogmaals, dat zal op een realistische en eerlijke manier moeten gebeuren. Ik wil voor alle duidelijkheid ons werk niet minimaliseren, maar de dalende trend zien we in heel Europa. Wij staan niet sterker dan Europa.

Anneleen Van Bossuyt:

Toch wel. (…)

Achraf El Yakhloufi:

België kent een gelijke of zelfs mindere daling.

Mevrouw de minister, ik wil naar oplossingen zoeken. Daarom zit Vooruit in deze regering. We moeten ervoor zorgen dat we grip krijgen op migratie. Dat doen we door snellere en betere procedures, zodat mensen realistisch en op een menselijke manier worden opgevangen. Dat is onze taak. Zodoende krijgen de mensen er vertrouwen in dat we migratie beter stroomlijnen. Ik geloof daarin en ik zal daar ook op toezien.

U hebt mij beloofd dat er niemand op straat zal slapen. Mijn partij Vooruit en ik zullen erop toezien dat dat ook effectief gebeurt.

Voorzitter:

Hierbij sluit ik deze vragensessie af.

De gevolgen van de evacuaties uit Gaza voor antisemitisme en vrouwenonderdrukking in België

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy waarschuwt dat de opvang van 500 Palestijnse asielzoekers (waaronder 40 recent geëvacueerden uit Gaza) antisemitisme, vrouwenonderdrukking en haat tegen LHBTQ+’ers en het Westen riskeert te importeren, gezien de decennialange sharia-indoctrinatie in Palestijnse gebieden, en vraagt om preventieve maatregelen via overleg met betrokken ministers. Minister Rob Beenders bestempelt de vraag als cynisch en propagandistisch, benadrukt dat de evacués vluchtelingen (vrouwen/kinderen) uit een oorlogszone zijn, en ontkent elk oorzakelijk verband tussen hun komst en maatschappelijke haat, zonder onderbouwing. Van Rooy kaatst terug met concrete voorbeelden (o.a. oproepen tot geweld door Palestijnse jongeren en steun voor Hamas na 7 oktober) en beschuldigt de minister van blindheid voor cultureel-religieuze risico’s, met name in steden als Antwerpen. De kernconflict draait om veiligheidsrisico’s vs. humanitaire plicht, met een polarisatie tussen cultuurrelativisme en waarschuwingen voor import van extremisme.

Sam Van Rooy:

Minister, u hoort het, deze vraag werd begin augustus ingediend, toen België opnieuw personen uit de Gazastrook had geëvacueerd. Het ging om een veertigtal mensen. In totaal, zo vernamen wij, stonden of staan vijfhonderd personen op die evacuatielijst. We weten dat België een topbestemming is voor Palestijnen, want dit land ontvangt meer dan de helft van de Palestijnse asielzoekers in Europa. In de Palestijnse gebieden, minister, heerst al decennialang shariapropaganda.

Die propaganda is vooral aanwezig in de media, in het onderwijs en uiteraard in moskeeën en Koranscholen. Uit onderzoek en reportages blijkt dat mensen in Gaza en ook op de zogenaamde West Bank – Judea en Samaria – voortdurend worden blootgesteld aan jihadistische propaganda tegen Joden en tegen ons, tegen het vrije Westen. Ze worden er institutioneel geïndoctrineerd met virulent antisemitisme, evenals met op de islamitische leer gestoelde haat tegen niet- en ex-moslims en tegen homoseksuelen.

Ook vrouwenonderdrukking wordt er systematisch gevoed door islamitische preken en propaganda. Daarom is mijn vraag, gelet op de hoge instroom van Palestijnse asielzoekers in dit land, hoe u daarnaar kijkt, minister, bevoegd voor Gelijke Kansen. Treedt u daarover in overleg met uw collega’s van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Asiel en Migratie? Hoe wilt u er concreet voor zorgen dat de komst van zoveel Palestijnen in onze samenleving niet leidt tot een toename van antisemitisme, vrouwenonderdrukking, haat tegen ongelovigen, tegen het Westen en tegen homoseksuelen? Dank u alvast, minister.

Rob Beenders:

Dank u wel voor uw vraag. Ik denk dat u iets heel belangrijks vergeet te vermelden. In de eerste plaats worden die mensen gered uit een verschrikkelijke situatie. Het gaat om vrouwen en kinderen die elke dag gebukt gaan onder bombardementen. Op de een of andere manier vermijdt u dat in uw vraagstelling en gaat u onmiddellijk over tot een redenering die ik ronduit cynisch vind. Ik weet ook helemaal niet waar u de bewering vandaan haalt dat er een oorzakelijk verband zou zijn tussen de aanwezigheid van mensen uit Gaza en een toename van haat in onze samenleving.

Ik zie geen studie, ik zie geen onderzoek. Ik zie alleen maar een vraag die, wat mij betreft, meer propaganda is dan een poging om aan de samenleving echt iets te veranderen. Ik vind uw vraag dus zeer suggestief en bijzonder cynisch. Ik beschouw ze eerder als een middel om uw propaganda te verspreiden dan als een onderbouwde vraag. Zo kijk ik ernaar, niet alleen als minister, maar ook als mens. Ik laat dat volledig voor uw rekening.

Het is een karikatuur en dat zegt meer over uzelf en over uw vooroordelen dan over die mensen.

Sam Van Rooy:

Onlangs verklaarde een Palestijnse tiener in een onlinevideo dat alle niet-moslims in Europa de keel moeten worden overgesneden. Dat negeert u, of u vindt fat blijkbaar prima. U hebt er blijkbaar ook geen probleem mee dat België meer dan de helft van de Palestijnse asielzoekers in Europa ontvangt. Ook premier De Wever beschouwt dat blijkbaar als de normaalste zaak van de wereld, zo bleek recent nog uit zijn lezing aan de UGent. De onderzoeken tonen echter duidelijk aan dat het merendeel van de Palestijnen op zijn minst sympathie heeft voor de moorddadige moslimterroristen van Hamas en co. Veruit de meesten juichten de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 toe. Vrouwenonderdrukking en haat tegen homo’s, niet-moslims en zeker tegen joden zijn ingebakken in de islamitische cultuur die heerst in de zogeheten Palestijnse gebieden. U sluit daarvoor uw ogen, ik open de mijne. Ik heb geprobeerd de uwe te openen, maar dat blijkt maar niet te lukken. Minister, die blindheid zal ons land – zeker ook een stad als Antwerpen, waar ik al heel mijn leven woon – grote problemen blijven opleveren.

Voedseldroppings boven Gaza
Airdrops in Gaza
Humanitaire hulpvluchten boven Gaza

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België voerde 12 humanitaire voedseldroppings (190 ton) uit boven Gaza via *Operatie Cerulean Skies* (augustus 2024), gekostend €2,6 miljoen, als onderdeel van een internationale coalitie met Jordanië, zonder bevestigde slachtoffers of diefstal door Hamas. Critici (o.a. VN-rapporteur Albanese en oppositie) noemen de actie "schandalig", wijzend op gebrek aan acute hongersnood in Gaza (wel voedseldiefstal door Hamas) en prioriteringsfouten, aangezien er elders (Soedan, Jemen) dringendere noden waren—waarvoor België geen verzoeken kreeg. Minister Francken verdedigt de operatie als noodzakelijk en succesvol, benadrukt de symbolische en humanitaire waarde, en wijst beschuldigingen van politiek opportunisme af, maar erkent dat toekomstige hulp afhangt van internationale vraag. De discussie onthult een diepe ideologische kloof: praktische hulp vs. strategische prioritering en de rol van België in conflictgebieden.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, toen het geven van humanitaire hulp aan Gaza uitzichtloos leek, stond defensie paraat, zoals zo vaak. Er zijn talrijke voedseldroppings door onze Belgische defensie uitgevoerd. Ons peloton Rav-Air heeft daarin immers een zeer grote expertise.

De veiligheid van die droppings wordt soms wel in vraag gesteld. Ik denk echter dat voor een situatie als die in Gaza alle middelen moeten worden aangewend om de humanitaire hulp ter plaatse te krijgen. Vrachtwagens kunnen zonder een staakt-het-vuren immers worden beschoten en aangevallen. Daar kunnen ook slachtoffers vallen. Ik denk dat we alles moeten proberen te doen om de humanitaire hulp op een zo veilig mogelijke manier ter plaatse te krijgen.

Mijnheer de minister, hoe evalueert u die operatie? Kunt u ons daarover wat meer informatie bezorgen?

Voorzitter:

Dan heet ik de heer Van Rooy welkom in onze commissie.

Sam Van Rooy:

Smakelijk, mijnheer minister, en allen hier. Ik ga zeker terugkomen, zoveel is zeker.

Ik ga beginnen met u te citeren, minister Francken: “Defensie staat altijd paraat om te helpen bij humanitaire rampen. De situatie in Gaza is dramatisch. Hamas moet de gijzelaars vrijlaten en de wapens neerleggen. Israël moet de humanitaire situatie dringend verbeteren. De 15de Wing heeft al humanitaire droppings uitgevoerd boven Gaza en zal dit kortelings hernemen. Op defensie kan men rekenen”. Dat zei u in augustus, minister Francken.

Op het moment dat ik deze vraag indiende, zei u dat er boven Gaza reeds drie Belgische airdrops werden uitgevoerd.

Aan de UGent zei premier De Wever recent trots dat België deze zomer wereldkampioen was in het aanleveren van humanitaire hulp aan de Palestijnen.

In hetzelfde betoog gaf hij echter terecht aan dat er veel conflictgebieden zijn in deze wereld waar de nood vele malen hoger is. Bovendien is er in Gaza uiteindelijk altijd genoeg voedsel geweest. Het werd echter massaal gestolen door Hamas om het tegen woekerprijzen te verkopen om jihadisten te betalen, waardoor de oorlog alleen maar werd verlengd.

Daarom heb ik enkele vragen, minister.

Wat was de precieze inhoud van deze airdrops? Hoe werd gegarandeerd dat ze niet in handen vielen van Hamas, Islamitische Jihad of andere jihadisten? Wat was de kostprijs van al die droppings in Gaza en door wie werd dit precies betaald? Hoeveel doden – ik mag hopen geen – vielen er in Gaza door die toch wel risicovolle airdrops? Ik las namelijk op een gegeven moment dat er een Palestijn was omgekomen door die airdrops. Werd of wordt onderzocht of België daarvoor verantwoordelijk is? Tot slot, voerde de regering in die periode ook zulke airdrops uit boven landen als Soedan, Nigeria en Jemen, waar de noden vele malen groter waren en nog altijd zijn? In die landen heerst immers wel echt hongersnood.

Theo Francken:

Over hongersnood gesproken: hopelijk geniet iedereen ondertussen van een lekker stukje taart. Ik wil niet cynisch zijn voor alle duidelijkheid, maar u ziet dat de besprekingen in sommige commissies wat gemoedelijker kunnen verlopen, ook al kunnen we het grondig oneens zijn over bepaalde zaken. Ik zetel al heel lang in de Kamer en uiteindelijk is dat toch wat mij het meeste plezier doet: dat we grondig kunnen verschillen van mening, maar ook een stuk taart kunnen eten en over normale dingen des levens kunnen praten, zodat het niet altijd over politiek hoeft te gaan.

Tijdens de tweede operatie Cerulean Skies werden, dankzij de paraatheid van defensie en in samenwerking met buitenlandse partners zoals Jordanië, 12 droppings uitgevoerd met een Belgische A400M. Van 1 tot 19 augustus nam de Belgische defensie deel aan de operaties om voedselgoederen boven de Gazastrook te droppen in het kader van een internationale coalitie in Jordanië.

Dit Belgische detachement, bestaande uit een A400M en een 50-tal soldaten, voornamelijk van de 15de Wing in Melsbroek en het Paracommando Trainingscentrum in Schaffen, dropte bijna 190 ton hulpgoederen. Het ging vooral om voedsel dat door Jordaanse ngo’s werd verstrekt en op pallets werd geplaatst die waren uitgerust met parachutes.

België is na Duitsland het land dat het meeste voedsel heeft gedropt in verhouding tot het aantal inwoners. Die droppings werden uitgevoerd met twee vliegtuigen. Op het vlak van asielopvang levert België verhoudingsgewijs ook aanzienlijke humanitaire inspanningen. Ongeveer de helft van alle asielaanvragen van Palestijnen wordt in België ingediend. Men kan zich daar veel vragen bij stellen; ik doe dat althans. De eerste minister doelde met zijn uitspraak dat België wereldkampioen humanitaire hulp is dan ook hierop. Dat klopt ook voor 100 %. Dat mag wel eens gefactcheckt worden. Ik denk niet dat een ander westers land dat evenaart. Buurlanden als Jordanië en Libanon vangen zeer veel mensen op, maar in het Westen doet geen land meer dan België.

De kosten van de operatie worden intern verrekend op het Defensiebudget. Hiervoor zal binnenkort een regularisatiedossier opgemaakt ter goedkeuring door de administratie. Een operatie moet goedgekeurd worden. Soms gebeurt dat post factum. Begin augustus was er immers geen regering. De belangrijkste kostenposten voor deze opdracht waren de vlieguren en de kostprijs van de parachutes. De kostprijs van de vlieguren bedroeg 2.167.000 euro, die van de parachutes en toebehoren 460.000 euro.

Het bericht over de mogelijke dodelijke slachtoffers in Gaza naar aanleiding van airdrops kon niet via officiële kanalen worden bevestigd. De Belgische airdrops worden uiterst minutieus voorbereid en verlopen volgens strikte procedures. Tot heden hebben wij geen observaties of meldingen ontvangen waaruit zou blijken dat er bij Belgische airdrops slachtoffers of gewonden zijn gevallen. Ook meldingen dat Hamas het voedsel in beslag zou hebben genomen, konden niet door onze mensen worden bevestigd. We monitoren dat wel door erboven te vliegen opdat we deels kunnen zien wat er met het voedsel gebeurt, maar het is niet mogelijk alles te zien. We hebben geen boots on the ground, dus dat blijft altijd gedeeltelijk een inschatting.

Die droppings vonden plaats naar aanleiding van een internationale steunaanvraag, en na een beslissing van de federale regering. Tot heden hebben we geen aanvraag gekregen voor droppings in andere theaters, bijvoorbeeld Soedan, Jemen, of andere. Er is nog geen vraag gekomen. Als die er zou komen vanwege een internationale coalitie wil ik ze zeker bekijken. Het lijkt me dan geen probleem om een dropping te ontplooien.

Tot slot, ik heb online gezien dat u iets heel liefs gezegd hebt over mevrouw Albanese. Ik heb begrepen dat zij een rapport gemaakt heeft over die humanitaire airdrops . Ze was daar heel negatief over, ze vond ze eigenlijk een schande. Ik wil iedereen respecteren. Ik zal niet de woorden gebruiken die u gebruikte; ik zit ook in een andere rol.

Wel moet ik zeggen dat ik bijzonder ontgoocheld ben dat iemand die speciaal rapporteur is voor de Verenigde Naties durft te beweren dat onze humanitaire airdrops boven Gaza contraproductief en schandalig zijn. Ik pik dat niet. Ik pik dat echt niet, ook namens onze militairen die daar heel hun vakantie aan hebben opgeofferd, en die heel fantastisch werk hebben geleverd. Ik pik dat gewoon niet. Ook van anderen aanvaard ik die kritiek overigens niet. Enkele ngo’s en anderen zijn dezelfde mening toegedaan, kon ik lezen. Ik heb op de sociale media zelfs een campagne moeten zien waarin die airdrops een doekje voor het bloeden werden genoemd, dat ze een lame excuse waren, dat ze gebruikt werden om ons geweten te zuiveren, en zo verder. Dat is allemaal echt vieze praat, sorry. Ik pik dat dus niet. Als ik dat dan ook nog eens moet lezen in een rapport van de VN, vind ik het helemaal hallucinant. Ik zal altijd onze troepen verdedigen en ik zal altijd humanitaire hulp proberen te brengen als dat kan. Ik verneem veel reutemeteut: er zouden doden bij zijn gevallen, airdrops worden gewoonweg gevaarlijk genoemd. Bij de levering van humanitaire hulp zijn de meeste doden gevallen toen een vrachtwagen omgekanteld is. Daar zijn ettelijke doden onder gebleven, verschrikkelijk betreurenswaardig. Een airdrop is een soort van pakket aan een parachute en dat kan op iemands hoofd vallen als die niet goed genoeg oplet, dat is juist, maar er kan kennelijk dus ook een vrachtwagen kantelen. Wanneer men er met vijftig of zestig personen op een vrachtwagen kruipt en die begint te wiebelen, is men ook morsdood als die omvalt.

Ik vind het dus bijzonder betreurenswaardig – mijnheer Weydts, u hebt dat juist verwoord – dat er wordt gedaan alsof humanitaire hulp alleen per vrachtwagen geleverd kan worden en dat airdrops contraproductief zijn, een excuus zijn, een gewetensprobleem oplossen, maar nul effect hebben op het terrein. Ik pik dat niet. Ik heb dat nooit zo geweten.

Hebt u die kritiek ook gehoord over Cerulean Skies 1, uitgevoerd onder toenmalig minister Dedonder? Heeft iemand daar kritiek op gehoord? Zijn daar parlementaire vragen over gesteld? Zijn daarover socialemediacampagnes op Instagram opgezet? Zijn er factchecks gebeurd door de VRT toen onder de vorige regering Cerulean Skies werd uitgevoerd? Wat wij gedaan hebben, was de tweede Cerulean Skies. Ik ben daar niet mee begonnen.

Het was eenvoudigweg een herhaling van een eerdere operatie. Dat heeft niemand ontkend, maar in de zomer werd dat ineens een gigantisch probleem. Het was bijna een schande dat wij airdrops deden. Humanitaire hulp werd afgedaan als een pure schande. Dat is de wereld op zijn kop en het bevestigt alleen maar mijn stelling over wat er afgelopen zomer echt gebeurd is in West-Europa en een deel van de wereld, als het gaat over het culpabiliseren van onszelf in het kader van de hulp aan Gaza.

Ik ben blij dat de gijzelaars vrij zijn en hoop dat ook de Palestijnen eindelijk vrij kunnen zijn, dat Hamas eindelijk de wapens inlevert en dat we de komende jaren een heel ander Midden-Oosten krijgen. Dat is uiteindelijk wat echt nodig is, en dat geldt ook voor Europa. We mogen ons niet vergissen: het Midden-Oosten heeft heel directe invloed op ons land. Dat hebben we gezien aan de hoog oplopende emoties. Ik hoop dat de situatie kan bedaren. Rapporten zoals ik nu nog steeds moet lezen, aanvaard ik echter niet.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, laten we inderdaad met zijn allen hopen op een duurzame vrede in het Midden-Oosten.

Met betrekking tot Cerulean Skies vind ik het gepast om te stellen: job well done . Het is hier op zijn plaats om de vele militairen die bij die operatie betrokken waren, te feliciteren en te danken voor hun inzet.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, onze afkeer voor Francesca Albanese delen we, zij het om verschillende redenen. U hebt een afkeer omdat ze uw airdrops bekritiseert. Ik heb een afkeer omdat ze een antisemiet is en jihadterreur verheerlijkt.

Dat gezegd zijnde, ook ik vind uw airdrops een schande, maar om heel andere redenen. Er is in de Gazastrook, en dat weet u best, nooit sprake geweest van hongersnood. Toch communiceerde u trots over die airdrops . Premier De Wever deed dat ook: België is wereldkampioen in het aanleveren van humanitaire hulp aan de Palestijnen. De waarheid is dat, terwijl de VN massaal voedsel liet wegrotten en terwijl Hamas voedsel stal en tegen woekerprijzen verkocht om moorddadige jihadisten te betalen, om dus oorlog te blijven voeren tegen Israël, u miljoenen euro aan belastinggeld gebruikte voor airdrops boven Gaza, die, laten we eerlijk zijn, alleen bedoeld waren om uw linkse anti-Israëlische coalitiepartners te paaien. In hoeverre dat gelukt is, laat ik in het midden.

Mijn grootste bezwaar tegen die airdrops is dat, terwijl u ze uitvoerde, elders in de wereld, denk aan Nigeria, écht hongersnood heerste en kinderen écht omkwamen van de honger. Toch achtte u het belangrijker om airdrops te doen in Gaza dan op plaatsen waar dat echt nodig was, mijnheer de minister. Ik vind dat een schande.

Theo Francken:

Mijnheer Van Rooy, ik vind het onbegrijpelijk dat u die airdrops schandalig noemt. Dat is naar mijn mening extreem hard geformuleerd.

De vaste veronderstelling dat er op geen enkele manier in heel Gaza een tekort aan voedsel, water of medicijnen was, betwist ik. Dat er niet overal hongersnood of tekorten waren, klopt, maar wat u zegt, betwist ik uitdrukkelijk. Ik beschik duidelijk over andere informatie dan u.

Dat u het schandalig vindt om via airdrops mensen te helpen, vind ik bijzonder heel sterk geformuleerd. Ik betreur het dat u dat doet.

De keuze was niet gemakkelijk, maar ik sta er nog steeds absoluut achter. Ik denk dat we daarmee goed werk hebben geleverd. Ik wil onze soldaten en militairen voor hun inzet danken.

We staan trouwens altijd paraat. Er was geen internationale coalitie of vraag om gelijkaardige acties uit te voeren in andere delen van de wereld. Mocht die vraag zich aandienen, dan zullen we dat zeker overwegen.

In die zin is er voor mij geen sprake van meten met twee maten en twee gewichten. Als er in Soedan of Jemen een verzoek komt om dat samen met een internationale coalitie te doen, zoals dat het geval was in Jordanië, dan zal dat in de regering en in de bijzondere commissie voor de Opvolging van de militaire missies worden besproken, waar iedereen zijn standpunt kan innemen. Ik neem aan dat u het op dat moment geen schande zou vinden. De situatie is mogelijk niet altijd overal even problematisch, soms is er maar in bepaalde delen van een land of op een bepaald moment een hongersnood. In die zin betreur ik het dat u dat zo sterk formuleert.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik begrijp dat u dat zo ziet, maar ik wil er toch op wijzen dat u als minister keuzes moet maken – dat zult u met mij eens zijn. U beschikt over een budget, manschappen, materieel en vliegtuigen. Welnu, het is onvoorstelbaar om te moeten vernemen dat die middelen in de zomer in Gaza worden ingezet, terwijl er op datzelfde moment in werkelijk tal van landen, Jemen, Soedan, Somalië, Congo, Afghanistan, noem maar op, veel grotere noden zijn en mensen letterlijk van de honger sterven. Men zou verwachten dat u zich niet uitsluitend door internationale coalities laat leiden, maar dat u zelf beslist om hulp te bieden waar de noden het grootst zijn. Dat was op dat moment niet in Gaza. Integendeel, in tientallen landen waren de noden veel groter. Toch koos u voor Gaza. Nogmaals, dat deed u om uw linkse, anti-Israëlische coalitiepartners te proberen te paaien. Dat vind ik echt schandalig, want het gaat om veel geld en middelen, en die moeten efficiënt worden ingezet, waar het echt nodig is.

Het 'Deense model' voor steun aan Oekraïne
De Belgische bijdrage aan Oekraïne via het PURL-programma
De NAVO-Oekraïne-Raad naar aanleiding van zware luchtaanvallen
De veiligheidsgaranties voor Oekraïne na de oorlog
De NAVO-missie Eastern Sentry
De militaire steun aan Oekraïne
Westers militair en diplomatiek beleid ter ondersteuning van Oekraïne

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 22 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt Oekraïne met 2,6 miljard euro sinds 2022 (waarvan 1 miljard in 2025), vooral via het NAVO-PURL-mechanisme (100 miljoen extra voor luchtverdediging/munitie) en acht internationale capaciteitscoalities (o.a. F-16-opleidingen, ontmijningssteun, drone- en elektronische oorlogsvoering). Het Deense model (investeren in Oekraïense defensie-industrie) wordt onderzocht, maar België kiest voorlopig voor aankopen bij eigen bedrijven en multilaterale programma’s, met beperkte industriële samenwerking via drie intentieverklaringen. Voor Eastern Sentry (NAVO’s nieuwe afschrikkingsmissie op de oostflank) overweegt België een bijdrage, maar concrete details zijn nog onbekend; de missie integreert lucht-, land- en zeecapaciteiten tegen Russische provocaties. België staat open voor vredestroepeninzet na een staakt-het-vuren, mits een legitiem mandaat, maar heeft nog geen formele toezegging gedaan.

Axel Weydts:

Ik heb op de interparlementaire conferentie in Kopenhagen, waar ik ons land mocht vertegenwoordigen omdat de voorzitter verhinderd was, veel bijgeleerd. Op een bepaald moment ging het over het Deense model inzake de steun aan Oekraïne. Kort samengevat komt het erop neer dat Denemarken, net zoals België en veel NAVO-landen, terecht investeert in de Oekraïense defensie. Het bijzondere is dat Denemarken niet enkel aankoopt bij de Verenigde Staten, maar ook investeert in de Oekraïense defensie-industrie zelf. Dat ondersteunt uiteraard de Oekraïense economie en zorgt ervoor dat de middelen onmiddellijk ter plaatse beschikbaar zijn. Het Deense model heeft dus tal van voordelen.

Staat België achter dat model en wordt het in overweging genomen?

Voor mijn andere vragen verwijs ik naar de schriftelijk ingediende versie.

Volgens het PURL-mechanisme (Prioritised Ukraine Requirements List) dragen bondgenoten bij aan de prioritaire militaire noden van Oekraïne. Oekraïne stelt hierbij lijsten op van dringend benodigd materieel, die via NAVO gevalideerd en door de Verenigde Staten geleverd worden, met financiering vanuit vrijwillige bijdragen van partnerlanden. U kondigde recent aan dat België via dit mechanisme 100 miljoen euro extra zal vrijmaken voor luchtverdedigingssystemen, munitie en ander materieel.

Ik diende ook al een vraag in over het zogenaamde Deense model van steun, waarbij middelen zoveel mogelijk in Oekraïne zelf worden geïnvesteerd.

Mijn vraag daarover: kan u ons wat meer uitleg geven over deze Belgische bijdrage via PURL, de concrete bestemming ervan en de afweging ten aanzien van andere mogelijke modellen van steun?

Op 1 september vond in Brussel een buitengewone vergadering plaats van de NAVO-Oekraïne-Raad, op verzoek van Oekraïne, naar aanleiding van de bijzonder zware Russische luchtaanvallen eind augustus. Deze aanvallen troffen Kiev en andere steden, met tientallen burgerslachtoffers, waaronder kinderen, en zelfs schade aan gebouwen van internationale en Europese instellingen.

Tijdens de vergadering benadrukte de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sybiha dat “Moskou sterkere druk moet voelen” en dat de NAVO-partners gezamenlijke stappen moeten ondernemen om de Russische terreur te counteren.

Ik heb daarover volgende vragen:

​Kunt u toelichten welke concrete punten en voorstellen aan bod zijn gekomen tijdens deze spoedvergadering van de NAVO-Oekraïne-Raad?

Welke houding heeft België daarin aangehouden en zijn er engagementen namens ons land genomen?

Worden er bijkomende maatregelen overwogen, hetzij op vlak van militaire steun, hetzij op vlak van politieke of economische druk tegen Rusland?

Recent besliste de NAVO om de nieuwe missie Eastern Sentry op te starten. Deze operatie moet de collectieve verdediging van het Bondgenootschap versterken, met bijzondere aandacht voor de oostflank en de dreigingen die we daar vaststellen sinds de Russische invasie in Oekraïne.

Voor België is dit relevant om meerdere redenen: enerzijds vanuit onze rol als “Transit Nation”, anderzijds omdat we ons engageren in het versterken van de afschrikking en verdediging binnen de NAVO. Bovendien sluit dit aan bij de Strategische Visie Defensie 2025, waarin expliciet wordt verwezen naar een grotere betrokkenheid in multinationale operaties en de nood aan solidariteit binnen het Bondgenootschap.

Mijn vragen zijn de volgende:

Kan u toelichten wat precies de doelstellingen en het mandaat zijn van Eastern Sentry?

Welke Belgische bijdrage wordt overwogen of is reeds beslist?

Hoe verhoudt deze nieuwe missie zich tot de huidige Belgische bijdragen aan de oostflank, zoals Enhanced Forward Presence, Baltic Air Policing en Baltic Sentry?

Kjell Vander Elst:

Tijdens een persconferentie op donderdag 4 september 2025 heeft de Franse president Emmanuel Macron verklaard dat 26 landen formeel hebben toegezegd troepen te willen inzetten in Oekraïne, in het kader van een staakt-het-vuren. Deze troepen zouden niet aan het front worden ingezet, maar als vredesmacht aanwezig zijn op het terrein. Volgens president Macron is het doel van deze aanwezigheid om Rusland af te schrikken van verdere agressie en de veiligheid van Oekraïne te versterken. Tegelijkertijd benadrukte hij dat er geen beperkingen zouden gelden voor de omvang of slagkracht van het Oekraïense leger.

Hierbij de volgende vragen:

1. Heeft België formeel toegezegd te willen bijdragen aan de veiligheidsgaranties voor Oekraïne wanneer een staakt-het-vuren wordt bereikt?

2. Indien ja, over welke aard van inzet gaat het? Gaat het om grondtroepen, luchtsteun, maritieme aanwezigheid, logistieke steun of een andere vorm van betrokkenheid?

3. Onder welk internationaal of Europees mandaat zouden Belgische troepen worden ingezet?

4. Kunt u een inschatting geven van het materieel of aantal troepen dat België eventueel zou kunnen inzetten in het kader van een dergelijk vredesmandaat?

5. Wat zal de rol van de Verenigde Staten van Amerika en de NAVO zijn in dit verband?

Peter Buysrogge:

Sinds de Russische inval in Oekraïne blijft de internationale steun aan het land cruciaal. Daarbij worden verschillende samenwerkingsmodellen toegepast. Een voorbeeld is het zogenoemde “Deense model", waarbij Denemarken zich in overleg met Kyiv engageert om op langere termijn structurele en gecoördineerde steun te verlenen op defensiegebied, onder meer door middel van capaciteitsopbouw, opleiding en levering van militair materieel. Dit model wordt in internationale debatten vaak aangehaald als een mogelijke blauwdruk voor andere landen. Al zijn er natuurlijk andere mogelijkheden. In het verlengde van onze steun aan Oekraïne heb ik enkele vragen.

Mijn vragen voor de minister:

1. Kan u verduidelijken welke concrete steun België – in zoverre dat deze informatie publiek kan gemaakt worden - momenteel verleent aan Oekraïne (materieel, logistiek, training, humanitair en financieel), en hoe dit zich verhoudt tot het Deense model?

2. Heeft Oekraïne België rechtstreeks om een bijzonder type steun verzocht (bijvoorbeeld bepaalde capaciteiten, opleiding, industriële samenwerking of logistieke steun)? Indien ja, kunt u schetsen welke verzoeken dit zijn en hoe de Belgische regering en defensie daarop heeft gereageerd?

3.Hoe wordt binnen Defensie en de regering beoordeeld welke steun haalbaar is, rekening houdend met de eigen nationale defensiebehoeften, budgettaire beperkingen en de nood aan interoperabiliteit met bondgenoten?

4. Enige tijd geleden was er een duidelijk tekort aan artilleriegranaten – de Europese voorraden waren onvoldoende. Sindsdien is er een inspanning gedaan om dit tekort aan te pakken. Waar Oekraïne aan het begin van het conflict een verhouding van 1 tot 10 had ten aanzien van de Russische Federatie inzake het afvuren van granaten is dit nu een ratio van 1 tot 2. In welke mate is de steun aan Oekraïne hiervoor verantwoordelijk en in welke mate de aanvoerproblemen door gerichte drone-aanvallen tegen Russische arsenalen?

Theo Francken:

België blijft zich vastberaden inzetten voor de verdediging van Oekraïne en voor de bredere Europese en internationale veiligheid.

Sinds de bijeenkomst van de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) op 9 september 2025 heeft ons land zijn engagement verder versterkt, onder meer door een bijdrage aan te kondigen van 100 miljoen euro aan het PURL Initiative (Prioritized Ukraine Requirements List). Dat initiatief is gericht op het versterken van Oekraïense capaciteiten via duurzame investeringen. Het PURL-mechanisme vormt een coördinatiestructuur die Oekraïne in staat stelt zijn meest dringende behoeften aan Amerikaans materieel op een gerichte en efficiënte manier kenbaar te maken.

Deze lijsten worden opgesteld door de Oekraïense autoriteiten, gevalideerd binnen de NAVO en vervolgens door de Verenigde Staten omgezet in aankoop en levering. Partnerlanden dragen hier vrijwillig financieel aan bij, zodat snel en gecoördineerd kan worden ingespeeld op de prioriteiten op het terrein. De precieze bestemming van de middelen hangt samen met de meest recente prioriteitenlijst van Oekraïne, zodat onze bijdrage maximaal aansluit bij de noden die ter plaatse een onmiddellijk verschil maken.

Het zogenaamde Deense model, waarbij Denemarken rechtstreeks aankoopt bij de Oekraïense defensie-industrie, wordt met aandacht gevolgd. Deze aanpak biedt duidelijke voordelen, zoals snellere leveringen, vereenvoudigde logistiek en directe versterking van zowel de Oekraïense defensiecapaciteit als de economie. België onderzoekt alle mogelijke mechanismen en opties, waarbij momenteel de voorkeur wordt gegeven aan aankopen bij Belgische bedrijven en deelname aan internationale coalitieprogramma's.

België maakt weloverwogen keuzes om de beschikbare steun zo doeltreffend mogelijk aan te wenden, in overeenstemming met de prioriteiten die Oekraïne zelf heeft vastgesteld. Voor 2025 bedraagt de Belgische steun aan Oekraïne, naast het engagement in PURL, 1 miljard euro, waarmee onze bilaterale en multilaterale engagementen worden gedekt. Hiermee komt de totale Belgische defensiebijdrage aan Oekraïne sinds het begin van de oorlog in 2022 op 2,6 miljard euro.

Met de bijdrage van 1 miljard euro in 2025 levert België tevens een actieve bijdrage aan acht internationale capaciteitscoalities, waaronder de F-16-coalitie, waarin Belgische instructeurs Oekraïense piloten en technici opleiden. Binnen de maritieme coalitie schonk België de mijnenjager Narcis en verzorgde gezamenlijke bemanningstraining met Nederland. In de ontmijningscoalitie ondersteunt ons land twee trainingscycli voor Oekraïense ondermijners in 2025.

België ondertekende een intentieverklaring voor deelname aan de IT-coalitie. Samen met Duitsland ondersteunen we ook de luchtverdediging voor Oekraïne. In het kader van de artilleriecoalitie werd geïnvesteerd in de aankoop van munitie. België trad in mei toe tot de dronecoalitie en is sinds juni actief in de electronic warfare-coalitie.

Daarnaast faciliteert België industriële defensiesamenwerking binnen Oekraïne via drie intentieverklaringen die op 8 april in Kiev werden ondertekend tussen Belgische en Oekraïense defensiebedrijven.

Ons land neemt ook deel aan de EU Military Assistance Mission en levert personeel voor diverse functies binnen NSATU, waarmee we bijdragen aan de structurele capaciteitsopbouw van de Oekraïense strijdkrachten.

Eastern Sentry is een nieuwe, flexibele NAVO-capaciteit die de collectieve afschrikking en verdediging langs de oostflank versterkt. Ze heeft tot doel de integratie van lucht-, land- en zeemiddelen, innovatieve technologieën en een verhoogde informatie-uitwisseling te bevorderen, zodat adequaat kan worden gereageerd op de toenemende Russische provocaties, waaronder luchtruimschendingen met drones en gevechtsvliegtuigen.

Die activiteit bouwt voort op bestaande NAVO-inspanningen zoals Enhanced Forward Presence, Baltic Air Policing en Baltic Sentry, maar onderscheidt zich door haar verschillende aanpak per domein en ruimere geografische reikwijdte, die zich uitstrekt van het hoge noorden tot aan de Zwarte Zee. België onderzoekt momenteel een bijdrage aan Eastern Sentry. We hebben dus een bijdrage geleverd, die werd ingebracht in een gemeenschappelijke pot. Daarover kan ik evenwel niet meer zeggen.

Eastern Sentry biedt België de kans om zijn bestaande inzet te versterken en bij te dragen aan een meer geïntegreerde en toekomstgerichte NAVO-postuur. België blijft zich inzetten voor vrede in Oekraïne. In de context van de Coalition of the Willing staat ons land klaar om deel te nemen aan vredesoperaties in Oekraïne na het conflict, mits die plaatsvinden onder een legitiem vredesakkoord en met een duidelijk mandaat. Een multinationale vredesmacht kan bijdragen aan de stabilisatie van het land in de nasleep van de oorlog. België zal Oekraïne blijven steunen, zowel tijdens als na de oorlog.

Voorzitter:

Collega Weydts, collega Vander Elst en ikzelf wensen niet te repliceren.

De terugkeer naar Afghanistan
De terugkeer van Afghanen
Onderhandelingen met de taliban over ons asielbeleid
De gedwongen terugkeer naar Afghanistan
De oplossingen voor Afghanen zonder verblijfsvergunning
De onderhandelingen met de taliban
Afghaanse terugkeer, asielbeleid en onderhandelingen met de taliban

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt (N-VA) wil Europese onderhandelingen met het talibanregime opstarten om afgewezen Afghaanse asielzoekers – zowel criminelen als illegalen – gedwongen terug te sturen, ondanks het wijdverspreide geweld, systematische mensenrechtenschendingen (vooral tegen vrouwen, LGBTQ+, ex-militairen) en het non-refoulementprincipe. Twintig EU-landen steunen dit initiatief, maar critici (UNHCR, oppositie) wijzen op het risico van foltering/executie en de morele paradox van samenwerking met een niet-erkend terroristisch regime. België keert momenteel niemand gedwongen terug (0/1.311 bevelen in 2024), terwijl 48% van de Afghaanse asielaanvragen wordt afgewezen – veel lager dan in Nederland (88%) of Duitsland (93%). Alternatieven zoals tijdelijk verblijf of gedoogbeleid (zoals in Duitsland) worden verworpen; de minister zet in op Europese druk en verscherpte terugkeermaatregelen, maar concrete resultaten (bv. illegalendatabank) blijven uit. Kernpunt: Veiligheidsargumenten (criminaliteit, terrorisme) botsen met juridische en humanitaire bezorgdheden, terwijl de praktische haalbaarheid (geen consulair contact, taliban-weigering) onopgelost blijft.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, u zegt dat u met het Afghaanse talibanregime wilt praten om de terugkeer van Afghanen mogelijk te maken. Aldus zou u onderhandelen met een terroristische organisatie. U wilt onderhandelen met een regime dat de deugdzaamheidswet heeft ingevoerd. Ter verduidelijking, die wet legt op dat vrouwen niet mogen studeren, werken of in het openbaar spreken, en dat zij niet alleen hun huis mogen verlaten. Vrouwen worden zodoende volledig onderdrukt en van hun vrijheid en identiteit beroofd. Voor mannen gelden eveneens strengere regels, onder meer over de lengte van de baard en het bijwonen van verplichte gebedsmomenten. Wie niet luistert, wordt opgepakt.

Hoe oordeelt u zelf over het leven onder het talibanregime? Voor ons is het duidelijk dat het een bestaan is met constante angst voor willekeurige arrestaties, zware lijfstraffen en openbare executies. Iedereen die buitenlandse troepen of de vorige regering steunde, wordt door de taliban als verrader beschouwd.

Ik sprak met verschillende Afghaanse mannen in België, mannen die in het leger zaten, bij de politie werkten of een kantoorfunctie bij de Amerikanen hadden. Uit angst voor wat de taliban hen zou aandoen, zijn zij naar Europa gevlucht. Ik zie hen nog voor mij, met foto’s in leger- of politie-uniform. Toch kregen veel van hen een negatieve beslissing op hun asielaanvraag, omdat er te weinig bewijs zou zijn. Het waren doodsbange mannen.

Mevrouw de minister, wat verwacht u dat er met hen zal gebeuren als zij worden teruggestuurd? Wordt er vooraf beoordeeld of zij bij terugkeer moeten vrezen voor hun leven? Is hun terugkeer in overeenstemming met het principe van non-refoulement?

Hebt u intussen alternatieven onderzocht?

Wat is er gebeurd met diegenen die vrijwillig naar Afghanistan terugkeerden?

De voorzitster : Collega’s, met uw goedvinden zal ik vandaag mijn vragen stellen vanop de voorzittersstoel.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, de pers berichtte dat u bezig bent met de vorming van een Europees front om met het Afghaanse talibanregime te onderhandelen over de terugkeer van illegale en criminele Afghanen. Onlangs vond een EU-overleg plaats tussen de migratieministers van verschillende Europese landen en de Europese Commissaris voor Migratie, Magnus Brunner. Het doel van dat overleg was een strenger migratiebeleid binnen de Europese Unie tot stand te brengen.

Een van de belangrijkste thema’s was de terugkeer van illegale en criminele asielzoekers naar landen als Afghanistan. In ons land krijgt 48 % van de Afghaanse asielzoekers effectief bescherming. Dat betekent dat meer dan de helft moet terugkeren. Een gedwongen terugkeer is momenteel echter onmogelijk. We hebben vernomen dat intussen 20 lidstaten hun handtekening hebben gezet onder een gezamenlijke brief aan de Eurocommissaris. Het draagvlak om deze problematiek kordaat aan te pakken is dus zeer groot. We moeten een oplossing vinden voor de struikelblokken waar wij en andere EU-landen tegenaan lopen. We merken ook op dat veel Afghanen, zowel binnen als buiten de asielcentra, als daders betrokken waren bij geweldsincidenten. In dit land is er geen plaats voor personen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Minister, enkel en alleen al in Brugge werden verschillende vrouwen lastiggevallen in het station door een Afghaanse onderdaan, die vervolgens in een gesloten centrum werd opgesloten. Een andere Afghaan pleegde in Roeselare een drievoudige moord. Daarover gaat het, collega Daems. Het gaat over mensen die geen enkel respect tonen voor degenen die hier op een vreedzame manier willen samenleven, onze onderdanen, de Vlamingen, in al hun verscheidenheid, en die dus zware criminele feiten plegen, gaande van slagen en verwondingen tot prostitutie en moord.

Minister, kunt u toelichting geven over het overleg met de Europese ministers en de Eurocommissaris? Welke landen nemen deel aan dat overleg? Wat waren de conclusies ervan? Welke Europese of nationale initiatieven zullen er worden genomen om de terugkeer te realiseren?

François De Smet:

Madame la ministre, il semble effectivement que, grâce au gouvernement Arizona, la Belgique soit désormais à la pointe du dialogue avec les Talibans puisque vous avez évoqué dans la presse la possibilité d’un dialogue avec les autorités de fait en Afghanistan, afin de permettre la reprise de ressortissants afghans déboutés du droit d’asile. Vous le rappellerez sans doute mais, en moyenne, un Afghan sur deux est débouté et un Afghan sur deux est reconnu. C’est une position qui a suscité de nombreuses réactions, tant sur le plan moral que sur le plan diplomatique, au vu du caractère répressif du régime taliban et des risques évidents encourus par les personnes concernées en cas de retour forcé.

Rappelons que les Talibans sont à la fois une organisation terroriste et une théocratie, qui dénie notamment une série de droits élémentaires aux femmes – cela est bien connu, ce n’est pas pour autant que les hommes y sont excessivement bien traités. On ne compte plus les exécutions publiques de soldats, de policiers, de fonctionnaires ou de personnes soupçonnées de collaborer avec le gouvernement précédent: des journalistes, des intellectuels, des enseignants, des chefs tribaux ou religieux considérés comme opposants sont régulièrement assassinés ou enlevés.

Pouvez-vous donc préciser la nature exacte des contacts envisagés avec les Talibans? On a vu que vous aviez aussi pris le lead au niveau européen. S’agira-t-il de discussions directes ou via des intermédiaires? De qui parle-t-on? Et je rebondis ici sur le petit débat qui a eu lieu entre les collègues De Vreese et Daems. Il est vrai que, dans un article, vous parlez de « criminels ». De mon côté, j’ai vu d’autres sources où l’on parle de toute personne déboutée du droit d’asile.

Pourriez-vous clarifier ce point : de qui parle-t-on exactement? Qui souhaitez-vous réellement renvoyer aux Talibans? Confirmez-vous qu’il s’agit de tout ressortissant afghan débouté du droit d’asile, sans exception? Cela pourrait-il donc également concerner des femmes? En effet, même si le taux de reconnaissance est beaucoup plus élevé pour les femmes – environ 96 % – il y a des femmes afghanes qui sont déboutées du droit d’asile et que donc, théoriquement, vous pourriez renvoyer aux Talibans. Comment, par ailleurs, conciliez-vous cela, qu’il s’agisse de criminels ou non, avec les obligations internationales de notre pays, concernant notamment le non-refoulement?

Francesca Van Belleghem:

Minister, op 1 oktober heb ik u ondervraagd over de terugkeer naar Afghanistan. U stelde toen: de pistes worden verder onderzocht; we doen het nodige achter de schermen, in alle discretie.

Op 2 oktober pakte u in alle nieuwskoppen uit met het nieuws dat u de Europese Commissie zou vragen werk te maken van de terugkeer van illegale Afghanen. De discretie die de dag daarvoor nog nodig was, was die dag blijkbaar helemaal niet meer nodig, waarschijnlijk omdat u de krantenkoppen wilde halen. Wat houdt u tegen het voorbeeld van Duitsland te volgen, dat zelf werk maakt van de terugkeer van illegale Afghanen? Tijdens de vorige commissievergadering wees ik u er al op dat Duitsland al 81 criminele Afghanen op een vlucht naar hun land van herkomst terugstuurde. Bovendien kondigde de Duitse regering aan dat het daarbij niet zal blijven. Ze liet ondertussen twee nieuwe Afghaanse consulaire beambten inreizen om de terugkeerreizen verder te ondersteunen.

Bent u van plan om naast de toepassing van het Europese plan, waarvan we weten dat het iets voor de lange termijn is, op korte termijn van de terugkeer van illegale Afghanen werk te maken? Tien jaar geleden al berichtte men in Het Nieuwsblad dat men aan het Europese front aan het werken was aan een plan om illegale Afghanen terug te sturen, maar we weten allemaal dat, als de Europese Commissie initiatieven aankondigt, daar nooit iets van komt of dat het minstens veel te lang duurt. Waarop wacht u om er zelf werk van te maken?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, begin oktober kondigde u aan dat u in gesprek wou gaan met de taliban met betrekking tot de terugkeer van Afghanen in onwettig verblijf en overlegde u daarover met de Europese migratieministers en de eurocommissaris in München. Daar kwam meteen vrij forse kritiek van UNHCR op wegens het risico van schending van het non-refoulementprincipe en van de mensenrechten en naar verluidt zouden 20 Europese collega’s schriftelijk uiting hebben gegeven aan dezelfde bekommering.

Ik stel vast dat de beschermingsgraad van Afghanen in ons land bijzonder laag is, namelijk 34,3 %, tegenover 88 % in Nederland en 93 % in Duitsland. Veel Afghanen bevinden zich in een uitzichtloze positie en vrijwillige terugkeer is vaak niet mogelijk, aangezien ze geen reisdocumenten of een laissez-passer verkrijgen. Er is nood aan terugkeerakkoorden met verschillende landen, al is Afghanistan misschien wel een van de moeilijkste landen om dat mee te doen, toch als we onze principes over onder meer gendergelijkheid aan boord willen houden.

Er werd al verwezen naar Duitsland, maar dat is natuurlijk slechts een halve vergelijking. In Duitsland bestaat immers een systeem van gedoogsteun, waarbij Afghanen worden geduld op het grondgebied en tijdelijk toelating krijgen om er te wonen en te werken.

Kunt u bevestigen of uw initiatief alleen gaat over criminelen? Ik hoor collega’s zeggen dat het over criminelen gaat, maar ik lees soms dat het over Afghanen in het algemeen gaat. Is er daarbij sprake van een gradatie in criminaliteit? Komt iemand die een appel heeft gestolen – en ik zeg niet dat dat mag – of de openbare orde heeft geschonden tijdens een betoging, dan ook in aanmerking of is een bepaald niveau van criminaliteit vereist?

Hoe verliep uw overleg?

Hoe kunt u garanderen dat we de Afghanen die we terugsturen, niet rechtstreeks de folterkamers insturen? Dat kan volgens mij immers niet de bedoeling zijn.

Hoe kijkt u naar het Duitse gedoogsysteem?

Welke oplossingen ziet u voor Afghanen die zich hier in onwettig verblijf bevinden en buiten hun wil om niet kunnen terugkeren?

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, vous avez récemment évoqué dans les médias la possibilité d'organiser l'expulsion forcée de ressortissants afghans. Or l'Afghanistan est dirigé par un régime totalitaire, islamiste et fondamentaliste, depuis la prise du pouvoir par les talibans en août 2021. Aucun É tat membre de l'Union européenne, y compris la Belgique, ne reconnaît ce régime. Celui-ci est tellement odieux et infréquentable que toute coopération consulaire est exclue, notamment la collaboration en vue de l'identification et du retour forcé des personnes qui ont fui ce régime.

La situation sur place est dramatique, en particulier – mais pas seulement – pour les femmes. Selon Afghan Witness, 332 femmes et filles ont été tuées entre janvier 2022 et juin 2024. Plus de 800 cas de violences fondées sur le genre ont également été recensés. Le rapporteur spécial des Nations Unies signale des violences sexuelles, des tortures, des détentions arbitraires visant celles qui ne respectent pas le port du voile. À ce jour, 1 500 femmes ont été emprisonnées par le régime des talibans. Par ailleurs, les personnes LGBT ainsi que les minorités ethniques et religieuses continuent d'être persécutées.

Dans ce contexte, envisager des retours forcés soulève des questions de respect des droits fondamentaux, en particulier celui de l'article 3 de la CEDH qui interdit l'expulsion d'une personne vers un lieu où elle risque d'être soumise à la torture ou à des traitements inhumains ou dégradants. Le HCR recommande, du reste, la suspension de tout retour forcé vers l'Afghanistan.

Pour justifier ces mesures, vous parlez dans la presse de l'expulsion de personnes ayant commis des crimes particulièrement graves. L'interdiction de la torture et des mauvais traitements s'applique à tout le monde, sans distinction, par exemple aux exilés qui ont sombré dans la délinquance en consommant des stupéfiants, parfois après de longs mois passés à la rue parce que la Belgique ne leur a pas garanti l'accueil pendant la demande d'asile. N'oublions pas non plus que les personnes en séjour précaire telles que les demandeurs d'asile vont déjà écoper statistiquement de peines plus lourdes, échappant aux sursis et aux aménagements de peine en raison de l'instabilité de leur séjour en Belgique.

Madame la ministre, votre prédécesseur Theo Francken s'était tristement illustré en 2017 en annonçant l'arrivée en Belgique d'une mission d'identification soudanaise qui allait permettre au régime soudanais d'identifier des exilés présents en Belgique en vue de leur rapatriement forcé par les autorités belges. On se souvient de cette photo sur laquelle M. Francken posait tout sourire aux côtés du chef des services secrets de l'ex-président soudanais Omar el-Bechir, qui est aujourd'hui incarcéré pour crime de guerre.

On vous sent enthousiaste de marcher dans les pas de votre prédécesseur mais vous avez un désavantage par rapport à lui, madame la ministre. Cela risque d'être compliqué de trouver un haut gradé taliban qui acceptera de poser en photo en serrant la main d'une femme. Voilà, coup dans l'eau!

L'affaire Francken avait donné lieu à une enquête du CGRA qui avait conclu, sans surprise, que ces missions d'identification n'offraient absolument pas les garanties suffisantes du respect de l'article 3 de la CEDH.

Madame la ministre, la Belgique ne devrait-elle pas plutôt accueillir les personnes qui ont fui le régime de terreur des talibans, plutôt que de les livrer à ces autorités sans scrupules? Sur quelle base juridique la Belgique pourrait-elle organiser des retours vers un régime qu'elle ne reconnaît pas et avec lequel elle n'a aucun lien consulaire officiel? Si c'est votre intention d'expulser uniquement des personnes ayant commis certains crimes, quels critères seront suivis par votre administration pour déterminer la gravité des faits commis? Et, pour éviter qu'une personne ne soit expulsée vers les talibans à la suite de faits mineurs, une évaluation individuelle des risques sera-t-elle systématiquement mise en œuvre pour chaque personne concernée? Avec quelles garanties et quels recours légaux? Enfin, quelles garanties concrètes pourraient selon vous être obtenues quant à la sécurité et au traitement des personnes expulsées dans un tel contexte de violation massive des droits humains?

De voorzitster : Bedankt, collega Schlitz. Ik zou wel willen vragen om de spreektijd te respecteren. Ik denk dat andere collega’s ook wel 2 minuten extra zouden willen hebben. Ik ben nu zeer tolerant geweest, maar ten opzichte van de andere collega’s is het correct om te proberen zich aan de timing te houden. Ik stel me flexibel op als het een paar seconden meer is, maar hier ging het om bijna 2 minuten.

Mevrouw de minister, aan u het woord om te antwoorden op de vele vragen.

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel, mevrouw de voorzitster. Beste leden, de vele vragen die u gesteld hebt, tonen aan dat het debat dat ik op Europees niveau op gang heb getrokken, leeft.

Dat is natuurlijk niet onlogisch. Verschillende parlementsleden hebben er al naar verwezen dat minder dan de helft van de Afghanen die in België een verzoek om internationale bescherming indienen, ook effectief die bescherming krijgt.

Cela signifie que le CGRA, une instance indépendante, estime que ces personnes ne craignent pas de persécutions au sens de la Convention de Genève relative au statut des réfugiés et ne remplissent pas non plus les conditions pour bénéficier de la protection subsidiaire. Le CGRA considère donc lui-même qu'il n'existe aucun risque de violation du principe de non-refoulement. Ces décisions sont d'ailleurs confirmées en appel par le Conseil du Contentieux des Étrangers.

Ik wil er ook op wijzen dat de Dienst Vreemdelingenzaken aan uitgeprocedeerde asielzoekers een bevel tot het verlaten van het grondgebied aflevert. Ook dat bevel is gemotiveerd op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waarnaar sommigen onder u verwijzen. Deze beoordeling gaat bovendien ruimer dan degene die reeds door het CGVS werd uitgevoerd, aangezien die beperkt is tot de nood aan internationale bescherming. Ook deze beslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken doorstaan systematisch de rechterlijke toets van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Zoals u weet, kan tegen de terugkeerbeslissing zowel een annulatie- als een schorsingsverzoek worden ingediend. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om bij de burgerlijke rechter dringende en voorlopige maatregelen te vragen via een procedure in kort geding. Nadien is de conclusie heel duidelijk, deze mensen hebben geen nood aan bescherming en hun terugkeer vormt geen schending van het non-refoulementbeginsel, noch van artikel 3 van het EVRM.

Ik lees uiteraard ook de reacties en de stemmingmakerijen – wat hier daarnet trouwens opnieuw gebeurde – alsof wij vrouwen en kinderen in de armen van de taliban zouden duwen. Dat is uiteraard niet het geval, want het zijn net meestal zij die behoren tot de helft van de verzoekers die wél een beschermingsstatuut krijgen.

Wanneer we vaststellen dat afgewezen Afghanen, die illegaal op het grondgebied verblijven en een terugkeerverplichting hebben, moeilijk kunnen worden teruggestuurd naar Afghanistan sinds de regimewissel en we de afgelopen tijd verschillende gewelddadige incidenten hebben gezien – waarnaar mevrouw De Vreese verwees – acht ik het mijn plicht als minister van Asiel en Migratie om een oplossing te zoeken in het belang van onze samenleving en de veiligheid ervan. In die optiek is een gedoogbeleid, zoals sommigen suggereren, geen optie. Wanneer terugkeer moeilijk is, moeten we daarvoor oplossingen zoeken en ons niet zomaar neerleggen bij de situatie of een vorm van regularisatie of gedoogbeleid voeren.

Ik heb de discussie over de terugkeer naar Afghanistan daarom op Europees niveau opgestart. Ik heb daarover inderdaad overleg gehad met Europees commissaris Brunner en ik heb de problematiek ook op tafel gelegd tijdens de Munich Migration Summit, waarnaar de heer Vandemaele verwees, die werd georganiseerd door de Duitse minister Dobrindt. Dat was dus geen algemene ministerraad van de ministers van Binnenlandse Zaken of van Asiel en Migratie, maar een overleg in beperkte kring. In München waren Duitsland, Zwitserland, Zweden, Polen, Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Luxemburg aanwezig, evenals wij als Belgische delegatie en commissaris Brunner.

Ik heb daar vastgesteld dat er heel veel steun was voor mijn voorstel. Ik heb dat vervolgens breder opengetrokken op Europees niveau via een brief aan commissaris Brunner. De brief werd door twintig landen ondertekend. Mijnheer Vandemaele, u hebt het over ‘een twintigtal’, maar het gaat effectief om twintig landen. Dat betreft dus een heel ruime meerderheid.

Collega’s, jullie vroegen over welke landen het gaat. In alfabetische volgorde gaat het om België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Tsjechië en Zweden. Ook Duitsland, dat al resultaten heeft geboekt, verleent dus zijn volledige steun. Zoals mevrouw Van Belleghem reeds heeft vermeld, heeft Duitsland inderdaad al resultaten geboekt. Het feit dat Duitsland de vraag ondersteunt, toont echter aan dat dat land het belang inziet van het gebruik van de Europese hefboom.

Ik kies inderdaad bewust voor Europese samenwerking. Dat is volgens mij de meest logische en ook de oplossing met de grootste kans op succes. Het gaat immers om een gezamenlijke strategie waarmee wij meer diplomatiek gewicht in de schaal kunnen leggen. Dat zal meer opleveren dan een versnipperde aanpak.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

In uw communicatie in de pers de laatste weken was u niet duidelijk. U sprak niet alleen over Afghanen die voor criminele feiten waren veroordeeld, maar u had het ook over illegale óf criminele Afghanen. Ik denk dat het nu duidelijk is dat u beiden bedoelt, dus ook Afghanen zonder een wettelijk verblijf die geen criminele feiten hebben gepleegd. Dat vind ik echt heel problematisch, mevrouw de minister. Doelbewust mensen terugsturen naar een leven onder de taliban is op alle vlakken gewoon fout. De VN zegt daarover heel duidelijk dat de schendingen van mensenrechten er zo wijdverbreid en systematisch zijn, dat ze kunnen neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid. Met zo'n regime gaat u samenwerken. Dat is verwerpelijk beleid.

Al jaren verkeerden Afghanen hier in een juridisch limbo, een vacuüm tussen erkenning en terugkeer. Er zijn wel degelijk alternatieven. U kunt mensen uit Afghanistan een tijdelijk verblijf geven. U kunt hen de optie geven om hier een leven op te starten. In de plaats daarvan laat u hen gewoon in de steek en stuurt u hen in de handen van de taliban, zolang u er maar geen last van hebt. Nogmaals, dat is verwerpelijk beleid.

Maaike De Vreese:

Mevrouw Daems, u noemt dat verwerpelijk beleid. Dat mag u eens gaan uitleggen aan de slachtoffers en hun familie in Roeselare.

Mevrouw de minister, ik ben heel blij dat u uw taak ernstig neemt. Een minister van Asiel en Migratie moet inderdaad ook aan de component veiligheid denken, maar het gaat ruimer dan dat. Het is moeilijk om hier in de illegaliteit te overleven en mensen die dat doen, komen vaak in de criminaliteit terecht. Een goed migratiebeleid heeft als sluitstuk een terugkeerbeleid. Als twintig ministers, en niet de minste, dat initiatief ondersteunen vanuit de Europese Unie, dan toont dat weldegelijk aan dat de wil bestaat om tot een oplossing te komen, niet alleen voor illegale Afghanen, maar ook, en als absolute prioriteit, voor Afghanen die hier criminele feiten hebben gepleegd.

Collega’s, daarnaast, de toetsing van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gebeurt voor elke nationaliteit, dus ook voor de Afghanen. De diensten nemen dat heel ernstig. De minister heeft daarnet de volledige procedure uitgelegd, maar daar wordt, volgens wat ik in de repliek hoor, niet naar geluisterd. Het is blijkbaar niet zo leuk om hier te horen zeggen dat er in dit land zodanig veel grendels zijn om te verzekeren dat artikel 3 van dat Verdrag wordt gerespecteerd dat het op den duur bijna onmogelijk wordt om aan terugkeer te werken.

Mevrouw de minister, het is noodzakelijk dat u werkt aan een efficiënt en krachtig terugkeerbeleid en u geniet daarvoor ten volle onze steun.

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. On y voit un peu plus clair. Comme souvent avec vous, il faut aller chercher vos réponses dans ce que vous dites, mais aussi dans ce que vous ne dites pas.

Vous n’avez pas réitéré vos propos sur les criminels. Vous avez parlé du taux de reconnaissance. Nous devons en déduire que nous sommes bien d’accord: vous ne visez pas seulement les criminels. Vous visez tous les ressortissants afghans déboutés du droit d'asile, a priori , hommes ou femmes, d'ailleurs.

Admettons avec vous que d'après le CGRA, ces personnes ne courent pas de danger, que l'article 3 ne serait pas enfreint et qu'il n'y aurait pas de problème, mais nous le vérifierons quand même. Il reste la question de principe, du fait que notre pays, avec ou sans autres pays européens, ne trouve pas que négocier avec les talibans soit problématique. Est-ce que vraiment, tout l'Arizona est raccord avec cela? Je cherche un député, MR ou Les Engagés, mais il n'y en a jamais sur ces questions, malheureusement. C'est une vraie question. Notre ministre des Affaires étrangères est-il d'accord avec le fait que la Belgique se mette à négocier, demain, avec les talibans?

Quant à la question de savoir s’il est scandaleux de renvoyer des criminels vers des criminels – puisqu'au fond, tout le monde est d'accord pour dire que le régime taliban est criminel –, on sent bien la petite musique de l’époque consiste à dire que ce ne serait pas si grave. Or, oui, en toute hypothèse, ça le serait quand même. Mais peu importe, puisque vous avez vous-même reconnu que ce n'est pas le fond du sujet. Il s'agit de tout ressortissant afghan débouté du droit d'asile, quels que soient les faits qu'il ait pu commettre ou non, et quel que soit éventuellement son genre.

Cette pétition de principe, même si on sent qu’il y a aussi une opération de communication vis-à-vis de l'opinion publique là-derrière et que la réalisation n'est pas pour demain, est tout de même préoccupante. Nous interrogerons donc aussi le ministre des Affaires étrangères.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik vraag u al acht maanden om werk te maken van de terugkeer van illegale Afghanen. U was voortdurend aan het onderzoeken hoe de piste via Istanboel kon worden verwezenlijkt, maar u kon daar nooit iets over zeggen. In plaats van de eigen piste te verwezenlijken, zegt u nu dat de Europese Commissie er werk van moet maken, maar het Europese front waarvan u spreekt, bestaat al tien jaar, zonder enig resultaat. Duitsland doet het zelf. Het wacht niet op de Europese Commissie en kan wel terugkeer organiseren.

Intussen stopt de toestroom naar ons land niet. In 2025 werden al 3.121 Afghaanse asielaanvragen ingediend, wat de grootste groep vormt. Ook de groep illegalen groeit dagelijks. Dit jaar werden al 1.311 bevelen om het grondgebied te verlaten uitgereikt aan Afghanen, maar er heeft geen enkele gedwongen terugkeer plaatsgevonden.

De oplossing ligt niet bij de Europese Unie, maar bij uzelf. U hoeft er niet langer over te discussiëren op Europees niveau. Dat is al gebeurd. U moet zelf handelen, zoals Duitsland dat doet. Bovendien heeft Duitsland aangeboden om ook onze illegale Afghanen terug te sturen. Wij konden mee op die vlucht. Duitsland heeft dat voorstel gedaan aan andere lidstaten, om illegale Afghanen terug te sturen. Het is dus bijzonder vreemd dat u daar nog geen gebruik van hebt gemaakt. Het heeft geen zin om er telkens opnieuw over te praten, het is tijd dat u er effectief werk van maakt.

Matti Vandemaele:

Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord, maar u blijft hangen in stoerdoenerij. U kunt u wel zeggen dat Afghanen het grondgebied moeten verlaten, maar als ze, zoals mevrouw De Vreese zegt, in de illegaliteit blijven rondhangen, dan zorgt dat natuurlijk voor problemen. Daarop hebt u eigenlijk niet geantwoord. U hebt enkel gezegd dat u tussentijds geen oplossing zult zoeken. Daarmee zegt u in feite: blijf maar rondhangen aan Brussel-Zuid, doe maar wat u wilt. U schuift enkel een oplossing op lange termijn naar voren.

Mevrouw de minister, u hebt niet gezegd dat het alleen over criminelen gaat, ondanks wat mevrouw De Vreese verklaarde, die voortdurend herhaalt dat het over criminelen gaat. Het gaat over iedereen zonder geldige verblijfstitel.

De taliban vormen een regime dat wij niet erkennen. Er geldt een negatief reisadvies voor landgenoten die naar dat land willen reizen en er is geen consulaire bijstand mogelijk.

Sta mij toe om uw collega Kanko te citeren: “Ik druk mijn diepste bezorgdheid uit over de mensenrechten in dat land en in het bijzonder over de rechten van vrouwen, meisjes en religieuze of etnische minderheden. Het is een regime van geweld en intimidatie tegen vrouwen, journalisten en iedereen die anders denkt.”

Als men met zo’n regime moet onderhandelen om een terugkeerbeleid vorm te geven, dan is er volgens mij een ernstig probleem.

Wij zijn als partij niet tegen een terugkeerbeleid. Een terugkeerbeleid zal altijd het sluitstuk vormen van een rechtvaardig migratiebeleid, absoluut. Als uw eerste gesprekspartner evenwel de taliban is, dan hebben we echt een probleem en hebt u de bodem volledig uit het vat geslagen wat morele principes betreft.

De voorzitster : Collega Vandemaele, omdat u mij vermeld hebt, wil ik toch iets rechtzetten. Ik heb daarnet ook verwezen naar criminele Afghanen en illegale Afghanen die zich in dit land bevinden. U verwijst naar verschillende minderheidsgroepen die etnische minderheden zijn en duidelijk onder de Conventie van Genève vallen, en dus onder die erkenningsgraad.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de voorzitster, ik vind dat u nu uw boekje te buiten gaat. U bent nu voorzitter van de commissie en u moet gewoon de debatten faciliteren. U moet mijn antwoord of repliek niet corrigeren. Beperk u tot het modereren van het debat als voorzitter, punt.

De voorzitster : Ik heb net aan de diensten gevraagd of er in de commissie iets bestaat als een ‘persoonlijk feit’. U hebt mijn naam genoemd en mij verkeerd weergegeven. Ik had gevraagd of ik daarover mocht tussenkomen. Als dat niet blijkt te bestaan, zal ik dat in het vervolg niet meer doen.

Matti Vandemaele:

Op basis van welk artikel in het Reglement zou dat zijn? Zoiets als een persoonlijk feit bestaat niet in de commissie.

De voorzitster : Ik zal het even nakijken, maar u had mij vermeld, en ik geef enkel correct weer wat ik daarnet heb gezegd. U had mij niet correct geciteerd.

Sarah Schlitz:

La façon dont se déroule cette commission est un peu surprenante pour quelqu'un qui n'y siège pas chaque semaine. La présidente pose des questions depuis le banc de la présidence et interrompt ensuite les députés. Ce n'est pas tout à fait orthodoxe comme manière de présider, madame la présidente.

Bref, revenons-en au sujet qui nous occupe aujourd'hui. Nous avons pu comprendre dans vos réponses, madame la ministre, que vous visez tous les ressortissants afghans qui sont déboutés du droit d'asile. Cela signifie que n'importe quel réfugié qui n'a pas reçu la protection internationale pourrait être renvoyé. Nous sommes déjà dans un système complètement absurde qui déboute des personnes du droit d'asile alors qu'elles ne sont pas renvoyables. Or, aujourd'hui, on sait à quel point il est ultra nécessaire de faire en sorte que ces profils-là soient acceptés le plus vite possible dans le circuit pour pouvoir se former, trouver un emploi et reconstruire leur vie après les violences extrêmes et la traversée extrêmement difficile qu'ils ont dû effectuer pour arriver dans notre pays. Pour moi, la place d'un réfugié afghan est dans une classe de français ou de néerlandais, pas dans un centre fermé, pas dans un avion pour retourner vers un régime complètement autoritaire qui a de très fortes de chances de lui ôter la vie.

Vous vous vantez, madame la ministre, de vous ranger aux côtés de la Hongrie, de l'Italie de Mme Meloni, mais tout cela, vous le faites avec le mandat de votre majorité. Je vois que Les Engagés nous ont rejoints dans cette commission. Madame Pirson, donnez-vous mandat à Mme la ministre pour être le moteur au niveau européen afin d'engager des discussions avec le régime des talibans? Agit-elle bien dans le cadre du mandat que vous lui accordez? C'est la question que nous nous posons tous. Que fait le MR et que font Les Engagés dans ce dossier? Comment est-ce possible? Comment pouvez-vous amener la Belgique sur ce terrain-là? Franchement, je ne comprends pas. Nous continuerons à interroger aussi M. Prévot sur ce sujet. Je vous remercie.

De voorzitster : Mevrouw Schlitz, uw verwijten pik ik niet.

Ik heb aan het begin van de vergadering aan de leden van de commissie gevraagd of het voor hen goed was om mijn vragen hier vooraan op de voorzittersstoel te stellen. Ik vervang de heer Depoortere, die hier vandaag niet aanwezig kon zijn. Daarover is geen enkele opmerking gekomen. Trouwens, ook de heer Depoortere vraagt dat stelselmatig. Wij werken steeds op die manier hier in de commissie.

U was zelf te laat. Het is dan ook compleet ongepast, wanneer u zelf volledig over uw spreektijd bent gegaan, dat u hier dergelijke opmerkingen maakt.

Mijnheer Vandemaele, ik heb de vraag gesteld aan de diensten of een en ander kon. Zij zoeken dat nu uit. Indien blijkt dat het niet kan om te reageren op een antwoord wegens een persoonlijk feit, zullen wij dat absoluut niet meer doen.

Wij gaan nu over naar interpellatie nr. 56000149i van mevrouw Van Belleghem over de verijdelde terroristische aanslag.

Mevrouw Schlitz, de discussie is afgerond.

Sarah Schlitz:

Si Mme la présidente veut faire un incident, je vais répondre. Elle a surenchéri alors qu’elle pouvait choisir de clore l’incident. Je suis donc obligée, pour le rapport, de corriger ce qui est dit.

J’étais en commission des Affaires sociales parce qu’énormément de commissions se déroulent simultanément. Je suis arrivée à temps pour ma question (…)

De voorzitster : Collega Schlitz…

Sarah Schlitz:

Pouvez-vous me laisser terminer ma phrase?

De voorzitster : Mevrouw Schlitz, ik wil de vergadering graag voortzetten. De agenda van de commissie staat vast. Wat uw agenda is, is uw zaak. Ik kan alleen maar zeggen dat er in het begin van de commissie afspraken worden gemaakt. Ik heb alle begrip.

Sarah Schlitz:

Madame la présidente, vous avez fait la même chose avec mon collègue Vandemaele. Vous avez interrompu sa prise de parole en ouvrant votre micro. Ce n'est pas tout à fait correct. Vous pouvez simplement laisser terminer une phrase et permettre à la commission de se poursuivre.

Francesca Van Belleghem:

Op 9 oktober werden we opnieuw geconfronteerd met een verontrustende realiteit. Een jihadistisch geïnspireerde aanslag op premier De Wever en mogelijk ook op andere politici werd verijdeld. Bij huiszoekingen in Antwerpen werden drie jongvolwassenen opgepakt. Volgens informatie van VRT Nieuws gaat het om drie Belgen. De 18-jarige en de 24-jarige zouden van Marokkaanse herkomst zijn en de 23-jarige van Tsjetsjeense afkomst. Dit bewijst dat onze nationaliteitswetgeving veel te laks is.

De verijdelde aanslag is bovendien geen geïsoleerd incident, maar past in een zorgwekkend patroon. Het dreigingsniveau in ons land is, sinds de aanslag twee jaar geleden op de Zweedse voetbalsupporters door de illegaal Lassoued, verhoogd van niveau drie naar niveau vier. Dat betekent dat een terroristische aanslag mogelijk en waarschijnlijk is en dat de dreiging bovendien ernstig is. De verijdelde aanslag, maar ook veel andere criminele gebeurtenissen, leren ons twee zaken.

Ten eerste zijn vreemdelingen oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. De laatste cijfers waarover ik beschik, dateren van 2021. Het is overigens een schande dat daar niet beter over gepubliceerd en gerapporteerd wordt. In 2021 was 13,4 % van de bevolking niet-Belg, maar die groep was wel goed voor 36 % van de verdachten van criminele feiten en 28 % van de veroordeelden. Marokkanen, Turken, Congolezen, Algerijnen en Albanezen worden bij de niet-EU-burgers in absolute cijfers het vaakst veroordeeld, op de voet gevolgd door Afghanen. We zien dat ook aan de samenstelling van de gevangenisbevolking. Een op de drie gevangenen is illegaal en bijna de helft, zo’n 45 %, heeft niet de Belgische nationaliteit. Deze cijfers geven bovendien een onvolledig beeld, want ze spreken alleen over de nationaliteit en niet over de herkomst of de dubbele nationaliteit van individuen.

Dat is een tweede groot manco in ons beleid. Zodra vreemdelingen onze nationaliteit hebben gekregen, dit jaar zullen dat er wellicht 75.000 of meer zijn, verdwijnen ze uit de statistieken, ze worden dan gerekend als Belg, hoewel ze een vreemde herkomst hebben. In dit land mogen daarover geen statistieken worden bijgehouden of, erger nog, gebeurt dat gewoon niet. Mijn collega’s van het Vlaams Belang hebben of zullen andere bevoegde ministers hierover ondervragen via interpellaties, maar een aantal aspecten met betrekking tot de verijdelde aanlag hebben betrekking op asiel en migratie.

Kunt u bevestigen dat de drie verdachten de Belgische nationaliteit hebben, maar van buitenlandse herkomst zijn? Hebben zij onze nationaliteit verworven? Wat is de herkomst van deze individuen? Hoe verklaart u dat zij de Belgische nationaliteit hebben gekregen, maar zich alsnog hebben gekeerd tegen de samenleving die hen heeft opgenomen?

Betreft het personen van de eerste, tweede of derde generatie? Zijn het personen die naar hier zijn gekomen via asiel, gezinshereniging of reguliere migratie, of gaat het om in België geboren kinderen van migranten? Welke conclusies trekt u daaruit met betrekking tot het migratie- en integratiebeleid? In dit land, met gescheiden bevoegdheden, raakt men immers steeds aan de bevoegdheid van iemand anders, hetzij federaal, hetzij op het niveau van de deelstaten.

Welke maatregelen hebt u genomen om de vorming van parallelle samenlevingen tegen te gaan, die als voedingsbodem dienen voor extremisme en islamitisch extremisme? Welke concrete maatregelen hebt u genomen om de gebrekkige informatie-uitwisseling tussen de dienst Vreemdelingenzaken, politie, Justitie en inlichtingendiensten te verbeteren sinds uw aantreden? Waarom zijn er nog steeds hiaten in de opvolging van geradicaliseerde personen?

Mijn belangrijkste vraag is wellicht de volgende. Hoe ver staat het met de beloofde illegalendatabank? Het is inmiddels twee jaar geleden dat een aanslag werd gepleegd op Zweedse voetbalsupporters door een illegaal die al verschillende bevelen had gekregen om het grondgebied te verlaten. Ik heb u al schriftelijke vragen gesteld over die illegalendatabank. U antwoordde dat u ermee bezig bent. Wat is de stand van zaken met betrekking tot die illegalendatabank, die toentertijd door premier De Croo werd beloofd?

Hoeveel radicale of extremistische personen hebt u sinds uw aantreden daadwerkelijk uit het land verwijderd? Graag kreeg ik concrete cijfers en percentages.

Welke specifieke maatregelen neemt u tegen extremisme in asielcentra? Bestaat er een systematische screening en monitoring?

Meer algemeen, erkent u dat vreemdelingen in de criminaliteitscijfers oververtegenwoordigd zijn? Wat zult u daaraan doen? Zult u in de toekomst cijfers over de herkomst van mensen blijven bijhouden?

In Nederland bestaat er een uitstekende rapportage van dergelijke cijfers, waarmee men perfect de herkomst van bepaalde personen kan nagaan. Uiteraard gebeurt dit alles met respect voor de privacy van de betrokkenen. Daar weet men bovendien via welk migratiemotief men naar het land is gekomen. Wij zouden ook een dergelijk systeem moeten ontwikkelen. Bent u daarvan een voorstander of niet?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, er zijn veel vragen gesteld, dus ik heb ook een lang antwoord.

Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik ook geschokt was door het nieuws over de plannen voor een terreurdaad tegen onze eerste minister, Bart De Wever, en andere politici, waaronder de burgemeester van Antwerpen, Els van Doesburg. Ik leef met hen mee en met hun familie, die daarbij ook wordt betrokken.

Hulde ook aan de betrokken veiligheidsdiensten voor het werk dat zij hebben geleverd om die terreurdaad te verijdelen. Dit bewijst de noodzaak om de veiligheid van alle burgers in ons land te verbeteren. Dat is een doelstelling die deze federale regering ten volle onderschrijft en waaraan ik, samen met mijn collega’s van Binnenlandse Zaken en Justitie, dagelijks werk.

Op uw eerste en tweede vraag kan ik u meedelen dat, in het belang van het onderzoek, persoonlijke en individuele informatie niet kan worden gedeeld. Het gaat wel om personen met de Belgische nationaliteit. Dit zijn dus vragen voor de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.

Wat uw vragen over radicalisering betreft, kan ik u meedelen dat wij met de federale regering tal van maatregelen nemen om radicalisering tegen te gaan en om geradicaliseerde personen of terroristen van ons grondgebied te verwijderen of hen bij binnenkomst te onderscheppen.

Specifiek binnen mijn bevoegdheden neem ik de volgende maatregelen. We voeren een levenslang inreisverbod in voor terroristen en geradicaliseerden die op de OCAD-lijst als entiteit A worden gekwalificeerd, wat nu neerkomt op de geregistreerde gevalideerde personen in de Gemeenschappelijke Gegevensdatabank Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces.

De duur van een inreisverbod voor zware criminelen wordt zoveel mogelijk opgetrokken. Sinds mijn aantreden is al aan een persoon een inreisverbod van 30 jaar opgelegd, wat neerkomt op levenslang. Dat was de eerste keer dat dit gebeurde.

Geestelijke beoefenaars van erkende erediensten moeten slagen voor een inburgerings- en taaltest om de gecombineerde vergunning te bekomen. Houden zij zich niet aan de taalvereisten, geven zij blijk van radicalisering en respecteren zij onze verlichte waarden en normen niet, zoals de gelijkwaardigheid van eenieder en de scheiding van kerk en staat, dan wordt hun verblijfsrecht ingetrokken en worden zij onmiddellijk en gedwongen het land uitgezet.

Daarnaast worden ook reeds verregaande stappen gezet om de woonstbetreding mogelijk te maken in het kader van de gedwongen terugkeer. Deze maatregel zal uitgevoerd worden ten opzichte van vreemdelingen die een bevel om het grondgebied te verlaten hebben gekregen en een gevaar vormen voor de openbare orde of voor de nationale veiligheid wegens feiten van extremisme, radicalisering of terrorisme of die veroordeeld werden voor ernstige misdrijven.

De gronden van weigering, beëindiging en intrekking van het verblijf op basis van het gevaar dat uitgaat van de persoon en/of een veroordeling tot een gevangenisstraf worden waar mogelijk uitgebreid, zo ook de mogelijkheden voor de Dienst Vreemdelingenzaken om het onbeperkt verblijf na een intrekking van de status te beëindigen. De toepassing hiervan en de effectieve uitwijzing vormen een absolute topprioriteit van deze regering.

Vluchtelingen met subsidiaire bescherming en ook verzoekers om internationale bescherming die een gevaar vormen voor onze openbare orde of nationale veiligheid verliezen hun status of de mogelijkheid op een beschermingsstatuut.

Ook wanneer vreemdelingen ons grondgebied betreden, worden op verschillende manieren preventieve onderzoeken uitgevoerd naar signalen van terrorisme of radicalisering.

Bij de registratie van een verzoek om internationale bescherming worden bijvoorbeeld meerdere controles uitgevoerd. De verzoekers beschikken echter niet noodzakelijk over identiteitsdocumenten, waardoor de controles die de Dienst Vreemdelingenzaken kan uitvoeren eerder beperkt zijn en meestal gebeuren op basis van een verklaarde identiteit. Het SIS wordt ook geraadpleegd om na te gaan of de persoon niet geseind staat als niet-toelaatbaar op het grondgebied. In het geval van een meervoudige aanvraag wordt eveneens de Algemene Nationale Gegevensbank geconsulteerd.

De Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid screenen sinds september 2015 systematisch verzoekers afkomstig uit Syrië en Irak in het kader van de islamitische dreiging. Op 30 november 2015 heeft de DVZ gevraagd om de screening uit te breiden naar alle nationaliteiten. De DVZ bezorgt bovendien dagelijks lijsten met verzoekers om internationale bescherming aan de inlichtingendiensten ter controle in hun bestanden. De DVZ wordt op de hoogte gebracht wanneer er een hit is.

De screenings vormen geen definitief antwoord. De DVZ kan gedurende de hele procedure contact opnemen om een problematisch profiel te signaleren. Sinds 1 december 2015 ontvangt de federale politie namenlijsten van verzoekers voor screening en sinds 16 december 2015 controleert de politie ook de vingerafdrukken in haar databank.

Geradicaliseerde personen die illegaal in het land verblijven, worden zoveel mogelijk in een gesloten centrum geplaatst met het oog op hun onmiddellijke terugkeer naar hun land van herkomst. Ik verdubbel daarvoor het aantal plaatsen in de gesloten centra, wat ik al een aantal keer heb onderstreept. Sinds mijn aantreden zijn 18 personen, die werden opgevolgd door de cel radicalisme, verwijderd van het grondgebied. Het betrof 3 EU-onderdanen en 15 onderdanen van derde landen. 6 van hen werden overgedragen aan een andere lidstaat in het kader van de Dublinverordening, 4 werden bilateraal overgedragen en 8 keerden terug naar hun land van herkomst. Voor uw overige vragen met betrekking tot radicalisering verwijs ik u naar mijn collega-ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.

Wat de illegalendatabank betreft, kan ik meedelen dat momenteel de laatste administratieve drempels worden weggewerkt. Alle informatie over de woon- en verblijfplaats van vreemdelingen in illegaal verblijf moet worden gecentraliseerd en toegankelijk gemaakt voor alle betrokkenen, zodat notificatie van beslissingen, intercepties, vrijwillige en gedwongen terugkeer kunnen worden verzekerd.

De gegevensuitwisseling tussen de DVZ en de politiediensten wordt geoptimaliseerd. Een goed voorbeeld van de samenwerking tussen de DVZ en de politie op het terrein zien we bij de binnenkomstcontroles.

Integratie is essentieel om een sterke basis te leggen en een toekomst op te bouwen binnen de nieuwe gemeenschap. Daarom worden de rechten en plichten, waarden en normen die in onze samenleving gelden toegelicht in een bindende nieuwkomersverklaring, die elke binnenkomer ondertekent bij de visum- of verblijfsaanvraag. Daardoor stemmen ze onder andere in met de strikte neutraliteit van de staat en ook met de gendergelijkheid. Met deze federale regering sluiten we daarover een samenwerkingsakkoord af met de deelstaten.

Wie de verklaring weigert te ondertekenen of de bepalingen in de nieuwkomersverklaring niet respecteert en zich overeenkomstig artikel 1/2, paragraaf 3 van de Vreemdelingenwet onvoldoende integreert in onze samenleving, wordt de toegang tot het land ontzegd, of verliest desgevallend zijn verblijfsrecht.

Wat uw vraag uw vraag over de strijd tegen radicalisering in de asielcentra betreft, sinds maart 2016, onder voormalig staatssecretaris Theo Francken, bestaat er een procedure voor het melden van mogelijke gevallen van radicalisering binnen de opvangstructuren. Sinds augustus 2017 wordt die procedure beheerd door een expert radicalisme, die verantwoordelijk is voor het analyseren van de melding, het doorsturen ervan naar de cel Radicalisme bij de Dienst Vreemdelingenzaken en het opvolgen van de meldingen door samen met de verbindingsofficier van de federale politie de verbinding te verzorgen tussen de betrokken opvangstructuren en de bevoegde instanties.

De expert radicalisme neemt deel aan de werkgroep Asiel en Migratie, die wordt voorgezeten door de Dienst Vreemdelingenzaken, en waar maandelijks individuele zaken kunnen worden besproken in aanwezigheid van de politie- en veiligheidsdiensten. De expert radicalisme organiseert regelmatig sessies voor het personeel van Fedasil met als doel het verbeteren van de opsporing van tekenen van radicalisering bij asielzoekers via contextualisering, dus via een combinatie van indicatoren en inzicht in de culturele achtergrond.

Zoals ik al heb opgemerkt, blijf ik vanuit mijn bevoegdheden en in samenwerking met mijn collega-ministers voortwerken aan een veiligere samenleving voor alle burgers van dit land.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.

Op de illegalendatabank wachten we al twee jaar. U stelt intussen al weken dat u de laatste hand daaraan legt. Wat u nu hebt voorgelezen, is exact hetzelfde als uw antwoord op een schriftelijke vraag die ik heb ontvangen.

Wat is echter de concrete datum waarop de illegalendatabank effectief in werking zal treden? Niemand die het weet. Kunt u ons dat nu nog meegeven?

Hetzelfde geldt voor de nieuwkomersverklaring. Er wordt al tien jaar overleg gepleegd met de deelstaten, maar die verklaring is ook al tien jaar de facto dode letter zolang de deelstaten daar niet mee instemmen. Wanneer zal de nieuwkomersverklaring er komen?

Hoe zit het trouwens ook met het inburgeringsexamen en het overleg met de deelstaten? Wanneer zal dat plaatsvinden? Ook dat dreigt dode letter te worden.

Ten slotte wil ik nogmaals het belang van cijferrapportage benadrukken. Ik weet dat de website migratie.be er niet komt, maar er is wel degelijk een verband tussen massa-immigratie en criminaliteit.

De laatste cijfers waarover ik beschik, dateren van 2021. Ze tonen aan dat vreemdelingen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. Het is echter bijzonder moeilijk om in dit land cijfers te pakken te krijgen. De laatste cijfers waarover ik beschik, dateren van 2021. Toen ik in 2022 de cijfers voor Barbara Pas probeerde op te vragen, kreeg ik te horen dat ze niet konden worden bezorgd wegens technische problemen. Dat is verschrikkelijk.

Wanneer we over de grenzen kijken, bijvoorbeeld naar Duitsland, vinden we die cijfers gewoon objectief terug en wordt op de officiële overheidswebsite objectief erkend dat vreemdelingen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers. Hier zijn zulke gegevens nooit terug te vinden. Wie het probleem wil oplossen, moet het uiteraard eerst erkennen.

De voorzitster : Ik wil even terugkomen op de vraag of er in commissie kan worden ingegaan op een persoonlijk feit. De diensten verwijzen daaromtrent naar artikel 55 van het Reglement waarin staat dat het altijd is toegestaan dat men het woord vraagt voor de beantwoording van een persoonlijk feit. In dat artikel wordt niet gespecificeerd of dat in commissie of in de plenaire vergadering gebeurt.

Mijnheer Vandemaele, indien u daarover nog vragen hebt, kan daar zeker in de Conferentie van voorzitters over worden gesproken, eventueel ook over een mogelijke wijziging. Artikel 55 is het artikel waarnaar werd verwezen om aan te geven dat ik wel degelijk mocht tussenkomen.

Vlaams Belang dient overigens geen motie in.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de voorzitter, het was geen persoonlijk feit. Ik zal de vraag inderdaad voorleggen aan de Conferentie van voorzitters, want het is absoluut ongebruikelijk om een persoonlijk feit in te roepen in een commissievergadering.

De wachtlijst bij Fedasil

Gesteld door

lijst: PVDA Greet Daems

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigde dat er nog steeds een wachtlijst van 1.825 personen voor reguliere asielopvang bestaat, maar claimt dat iedereen via de Brussels Deal (2.000 plaatsen) tijdelijk wordt opgevangen—met een wachttijd van drie maanden voor doorstroom naar Fedasil. Daems wijst dit af als misleidend, omdat de Brussels Deal geen Fedasil-begeleiding biedt en de wachtlijst dus *niet* is "weggewerkt". Kernpunt: asielzoekers zitten vast in noodopvang zonder adequate ondersteuning.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, op 17 september antwoordde u op mijn vraag of er door uw beleid kinderen op straat slapen. Ik citeer uit uw antwoord: “Vandaag hoeft geen enkele verzoeker op straat te slapen. De wachtlijst van de alleenstaande mannen, momenteel 1.900 personen, is volledig weggewerkt, met inbegrip van de Brussels Deal die 2.000 plaatsen bevat”. Ik vond dat opmerkelijk en heb dat gedubbelcheckt.

Op de website van Fedasil zag ik dat er op dat moment nog 1.945 personen op de wachtlijst stonden. In een contact met Myria liet Fedasil bovendien weten dat de wachtlijst nog drie maanden bedraagt. De Dienst Vreemdelingenzaken deelt nog steeds flyers uit waarin staat dat de wachtlijst de enige toegang is tot opvang voor alleenstaande mannen. Ook staat in een pushbericht van Fedasil: “Currently Fedasil cannot give shelter to all asylum seekers. You can register on the waiting list”.

U hebt het over de Brussels Deal, maar daar is plaats voor 2.000 mensen. Er staan echter nog steeds meer dan 1.900 personen op de wachtlijst, terwijl de Brusselse opvang niet uitsluitend voor verzoekers om internationale bescherming is bestemd.

Ik wil daarover graag opheldering krijgen, mevrouw de minister.

Bestaat er op dit moment nog een wachtlijst voor opvang? Zo ja, hoeveel personen staan daarop? Tot hoelang is de wachttijd opgelopen? Hoeveel verzoekers om internationale bescherming worden momenteel in de Brusselse opvang opgevangen?

?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Daems, het klopt dat er nog een wachtlijst bestaat voor de reguliere opvang bij Fedasil en haar partners, maar ik benadruk dat er voor alle personen op die lijst in een huisvestingsoplossing voorzien is. Dankzij de Brussels Deal zijn er immers 2.000 plaatsen in de daklozenopvang en het aantal wachtenden ligt daar momenteel onder. Op 13 oktober ging het volgens de gegevens van Fedasil om 1.825 personen.

De gemiddelde wachttijd om door te stromen van een plaats volgens de Brussels Deal naar het reguliere opvangnetwerk bedraagt op dit moment ongeveer drie maanden. De coördinatie van die Brusselse plaatsen verloopt via Bruss’Help. Het is dus niet Fedasil zelf, maar wel Bruss’Help dat de opvangplaatsen toewijst en beheert.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, zoals ik het nu begrijp, is er nog steeds een wachtlijst voor reguliere opvang. Ik vind het dus misleidend om te zeggen dat de wachtlijst volledig weggewerkt is. Zolang die mensen niet in het reguliere opvangnetwerk van Fedasil worden opgevangen, lopen zij wel de nodige begeleiding mis die ze bij Fedasil wel zouden krijgen. Dat is toch geen onbelangrijk detail.

De toegang tot zorg en de hygiënische omstandigheden in de Fedasilcentra

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De slechte leef- en gezondheidsomstandigheden in Fedasil-opvangcentra (overbevolking, gebrek aan medische opvolging, psychische noodsituaties) leidden tot kritische vragen over urgente oplossingen. Minister Van Bossuyt benadrukte bestaande medische basiszorg, versterkte vroege detectie van psychische problemen en infrastructuurprioriteiten, maar wees vooral op beheersing van instroom en versnelde doorstroom als structurele oplossing. Extra personeel (verplegers) en sanitaire upgrades zijn gepland, maar afhankelijk van samenwerking met de Régie des Bâtiments. Sarah Schlitz drong aan op concrete actie en dialoog, gezien de alarmerende getuigenissen en het belang van waardige omstandigheden voor asielzoekers.

Sarah Schlitz:

Monsieur la ministre, la situation dans les centres d’accueil Fedasil suscite une inquiétude croissante, non seulement sur le plan social mais également sur le plan sanitaire. La surcharge des structures entraîne une dégradation des conditions de vie: promiscuité, manque d’intimité, hygiène parfois insuffisante et difficultés d’accès aux soins de santé de première ligne.

Plusieurs témoignages font état de graves retards dans la prise en charge médicale, d’un manque criant de personnel soignant et d’une absence de suivi psychologique adapté pour des personnes souvent fragilisées par leur parcours migratoire. Des mineurs, des femmes enceintes, des personnes en situation de handicap ou encore des victimes de traumatismes ne reçoivent pas l’attention particulière que leur état de santé nécessiterait.

Cette réalité expose non seulement les demandeurs d’asile à des risques accrus en matière de santé physique et mentale, mais elle exerce également une pression considérable sur les équipes médicales présentes, déjà en sous-effectif et confrontées à des conditions de travail difficiles.

Monsieur le ministre, mes questions sont les suivantes:

Quelles mesures urgentes le gouvernement entend-il prendre pour garantir un accès effectif et rapide aux soins de santé dans les centres Fedasil, afin d’éviter que des pathologies mineures ne se transforment en situations graves faute de suivi médical adéquat?

Comment votre ministère compte-t-il répondre de manière spécifique à la crise de santé mentale dans les centres, où l’on constate une multiplication des cas de dépression, de stress post-traumatique et d’anxiété, aggravés par la promiscuité et l’incertitude prolongée du parcours d’asile?

Quelle concertation entretenez-vous avec votre collègue en charge de la Migration?

Enfin, des investissements spécifiques sont-ils prévus pour renforcer la présence de personnel médical et paramédical dans ces centres, ainsi que pour améliorer les infrastructures sanitaires, afin de garantir un environnement de vie digne et respectueux de la santé publique?

D’avance, je vous remercie.

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Schlitz, les membres du personnel des centres d'accueil de Fedasil accomplissent un excellent travail. Ils doivent – nous en convenons tous – faire face à des situations souvent difficiles. Chaque centre d'accueil dispose d'un bureau médical qui assure l'accueil des nouveaux arrivants, le triage et la gestion des rendez-vous auprès des prestataires de soins externes. En cas d'absence de l'équipe médicale ou de besoin de renforts, Fedasil fait appel à ses équipes mobiles ou à des infirmiers externes. À l'heure actuelle, il n'existe pas de liste d'attente pour les consultations auprès des infirmiers ou des médecins généralistes.

Par ailleurs, des activités de base sont organisées dans les centres, afin de réduire le stress et d'améliorer le bien-être général des résidents. L'Agence renforce également la détection précoce des problèmes psychiques afin d'orienter plus rapidement les personnes qui ont besoin d'un suivi thérapeutique. Je tiens toutefois à souligner que la meilleure façon de lutter durablement contre le stress lié à la surpopulation dans les centres est de réduire les flux d'entrée et d'accélérer les sorties. Cela permet de diminuer la pression sur le réseau d'accueil et sur le personnel. Le gouvernement s'y emploie pleinement à travers des mesures ciblées de maîtrise des flux et une politique de retour renforcée.

En ce qui concerne le personnel, Fedasil a élaboré un plan d'action pour améliorer le bien-être de ses équipes, y compris les infirmiers. L'arrêté royal publié par le SPF BOSA permettra en outre d'engager des infirmiers disposant d'une expérience spécifique au niveau B2 et B3.

Enfin, s'agissant des infrastructures, Fedasil met l'accent sur le principe de "fix the basics", soit la réalisation des projets les plus critiques, notamment ceux qui concernent les installations sanitaires. Environ 30 % des bâtiments dépendent de la Régie des Bâtiments, à laquelle les mêmes priorités et besoins ont été communiqués.

Sarah Schlitz:

Merci pour vos réponses, madame la ministre. Je pense toutefois que dans le cas présent, il faut être attentif au cri d'alerte qui a été lancé dans la presse par différents témoins. J'espère donc que vous prenez au sérieux les retours que vous recevez par rapport à cette situation et que des actions seront menées. J'entends qu'il y a une responsabilité de la Régie des Bâtiments, mais il est indispensable que les personnes soient dans les meilleures conditions. C'est essentiel pour leur parcours en Belgique. À titre personnel, mais aussi pour l'ensemble de la collectivité, j'espère que vous pourrez entrer en dialogue et faire en sorte que des améliorations puissent voir le jour dans les prochains mois. De voorzitster : De vragen nr. 56008991 en nr. 56009006 van de heer Vandemaele worden in schriftelijke vragen omgezet.

De zelfmoord van een Palestijnse vluchteling in een Belgisch gesloten centrum
De zelfmoord van een jonge Palestijnse vluchteling in een gesloten centrum
De zelfdoding in het gesloten centrum 127bis
De zelfdoding in het centrum 127bis
Zelfdoding van Palestijnse vluchteling in Belgisch gesloten centrum

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de zelfmoord van Mahmoud, een 26-jarige Palestijnse vluchteling, in het Belgische gesloten centrum 127bis, na drie maanden detentie ondanks zijn extreme psychologische kwetsbaarheid (eerdere suïcidepoging, dood van zijn moeder, trauma’s uit Gaza en Griekenland). Kritiekpunten: falend medisch-psychologisch toezicht (geweigerde medicatie, gebrek aan Arabischsprekende hulp, ontoereikende opvang), het beleid rond "statut M" (automatische weigering asiel voor wie elders in de EU al bescherming heeft, zoals Mahmoud in Griekenland), en de algemene omstandigheden in gesloten centra (slechte zorg, isolatie, zes suïcides in 10 jaar). De minister ontkent structurele tekortkomingen, benadrukt individuele beoordelingen en lopend intern onderzoek, maar weigert beleidswijzigingen (zoals stoppen met detentie van kwetsbaren of herziening "statut M"). Parlementsleden eisen diepgaand onderzoek, betere zorg en een humaan migratiebeleid, wijzend op de verantwoordelijkheid van de staat voor doden in detentie.

Sarah Schlitz:

Madame la présidente, madame la ministre, le mardi 7 octobre, Mahmoud, palestinien de Gaza, s'est suicidé au centre fermé 127 bis dans lequel il était détenu depuis trois mois.

D'après les premières informations nous parvenant, Mahmoud était dans un état psychologique très fragile. Sa maman venait de décéder en Palestine au moment où il a été enfermé et le reste de sa famille se trouvait encore là-bas. Son avocate a révélé qu'il avait besoin d'un suivi médical, qui lui a été refusé. On a refusé de lui donner des médicaments, disant qu'il n'était pas malade.

"Une personne comme lui ne devrait pas être dans un centre fermé, il aurait dû aller à l'hôpital", a témoigné son avocate. Elle explique également avoir signalé la fragilité psychologique de son client dans une requête introduite le 23 septembre au Conseil du Contentieux des Étrangers, dont l'Office des étrangers a été informé.

L'état psychologique de Mahmoud, déjà fragilisé par le parcours d'exil et les violences subies à Gaza et en Grèce, a été aggravé par le décès de sa mère. Il avait d'ailleurs déjà fait au moins une tentative de suicide, qui était documentée par une hospitalisation en urgence pour intoxication médicamenteuse.

Il était détenu en centre fermé en raison de la politique absurde qui consiste à forcer les réfugiés à résider dans le pays qui leur a accordé le statut, même si ce pays ne leur permet pas de vivre dans des conditions conformes à la dignité humaine, même s'ils ont de la famille ou un réseau de solidarité en Belgique.

Rappelons que vous, madame la ministre, avez décidé de pousser encore plus loin cette politique de l'absurde en retirant l'hébergement à ces personnes en Belgique.

Mahmoud a survécu au blocus de Gaza, à l'occupation israélienne, aux bombardements, à l'apartheid. Son espoir, sa volonté de vivre ont traversé tout ça, mais vous, vous avez réussi à le briser.

Ce suicide démontre que les filtres qui sont censés protéger ces personnes vulnérables d'un renvoi vers un pays comme la Grèce sont gravement défaillants. Mahmoud était vulnérable; et pourtant il faisait l'objet d'un renvoi forcé.

Madame la ministre, compte tenu de ce précédent gravissime, prévoyez-vous de remettre en question de façon fondamentale votre politique concernant les dossiers M? Combien de décès ont eu lieu dans les différents centres fermés du pays ces 10 dernières années? Comment sont-ils répartis parmi les différents centres? Parmi ces décès, combien étaient des suicides?

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, Mahmoud Ezzat Farag Allah était un jeune réfugié palestinien de 26 ans et Mahmoud est mort. Pour être plus précis, cette mort, il se l’est donnée après trois mois de détention au centre fermé 127bis de Steenokkerzeel, à 26 ans! Pendant cette détention, son état psychologique s'est dégradé rapidement.

Après avoir fui les bombes, le génocide, après avoir laissé sa famille à Gaza et pris la route seul, Mahmoud reçoit enfin le statut de réfugié en Grèce, dont on connaît la valeur. Mais nous savons que la Grèce n’est pas en mesure d’assurer des conditions de vie dignes et de respecter ses engagements en matière d’accueil. Ce n'est pas nous qui le disons; c'est désormais l'ensemble des tribunaux européens.

C’est pourquoi, comme beaucoup d’autres, il arrive en Belgique. Et votre politique les range sous ce nouveau statut M à qui on refuse automatiquement toute demande d’asile. Les statuts M étaient une catégorie administrative abstraite, maintenant ils ont un visage, celui de Mahmoud. Son avocate rapporte qu’il s’est vu refuser un traitement médical nécessaire et qu’une requête a été introduite à ce sujet au Conseil du Contentieux des Étrangers.

Ce n’est pas le premier suicide au 127bis, madame la ministre. J’avais déjà interpellé Mme Nicole de Moor en 2024 à la suite de la mort de deux personnes détenues dans ce centre. Les associations nous alertaient à propos des conditions de détention violentes – il faut pouvoir le dire – en vigueur dans ce centre. L’État belge enferme et semble à présent choisir de laisser mourir.

Madame la ministre, une enquête administrative a-t-elle été ouverte concernant la mort de Mahmoud? Possédez-vous des informations complémentaires concernant ce décès? A-t-il reçu un soutien médical et psychologique dès lors que son état de santé ne pouvait être ignoré à la suite du contrôle médical obligatoire prévu par l’article 13 de l’arrêté royal de 2002? Pouvez-vous nous donner plus d’informations concernant le refus de soins psychologiques nécessaires? Est-ce un cas isolé? Quelles sont les conditions actuelles du soutien psychologique en vigueur au centre fermé 127bis?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, ik zal niet alles herhalen wat de collega’s al gezegd hebben.

Begin oktober is inderdaad een Palestijnse man die opgesloten was in het centrum 127bis uit het leven gestapt. Voorafgaand daaraan was er een heel traject van verschillende pogingen en van incidenten waarbij de alarmsignalen helemaal op rood hadden moeten staan. Mijn vraag is of er een intern onderzoek loopt naar wat daar gebeurd is en naar er wat fout gelopen kan zijn?

Een meer algemene vraag, worden mensen medisch en psychologisch gescreend op kwetsbaarheid wanneer ze opgesloten worden in een gesloten centrum?

In hoeverre wordt die informatie mee in overweging genomen bij de beslissing of men iemand wel of niet opsluit?

Is er een protocol voor het centrum om, als er pogingen tot zelfdoding zijn, daarmee om te gaan? Welke maatregelen worden er genomen om zelfdoding te voorkomen in een gesloten centrum?

Ik heb zelf al een aantal van die centra bezocht. Gisteren heb ik geprobeerd centrum 127bis te bezoeken, maar men heeft me daar een halfuur laten wachten en toen ben ik maar weer weggegaan. Ik ga zeker nog eens terug. Ik vraag me af in welke medische begeleiding daar wordt voorzien. Wanneer ik zulke centra bezoek, hoor ik daar immers heel weinig over medische of psychologische begeleiding. Hebt u intenties om ter zake stappen vooruit te zetten, of wilt u het gewoon laten zoals het is?

Greet Daems:

Mevrouw de minister, opnieuw heeft iemand zich van het leven beroofd in een gesloten centrum. Het is de zoveelste zelfdoding. Dit keer gaat het over Mahmoud, een jonge Palestijn van 26 jaar. Vijf dagen voordat hij in 127bis werd opgesloten, werd hij al opgenomen op de spoedafdeling van het Brusselse Sint-Jansziekenhuis wegens een overdosis Lyrica, een poging tot zelfdoding dus. Hij kreeg echter niet de hulp die hij nodig had. In plaats daarvan werd hij opgesloten in een gesloten centrum. Ik ben ervan overtuigd dat zijn dood vermeden had kunnen worden. Ik heb daar enorm veel vragen over.

Mevrouw de minister, kreeg Mahmoud de nodige psychologische hulp? Klopt het dat er in 127bis geen psycholoog beschikbaar is die Arabisch spreekt en dat men genoodzaakt is om vertaalapps te gebruiken? Waarom had Mahmoud toegang tot de medicijnen die hij gebruikte om uit het leven te stappen in een gesloten centrum? Wat gebeurde er na zijn eerdere pogingen tot zelfdoding? Waarom werd hij opgesloten in isolatie? Klopt het dat hij na het vernemen van de dood van zijn moeder 14 uur lang geen toegang kreeg tot zijn telefoon?

Hoeveel zelfdodingen gebeurden er al in de gesloten centra? Wat zult u ondernemen om de leefbaarheid in de gesloten centra te verbeteren, in het bijzonder in het gesloten centrum 127bis, dat door velen wordt omschreven als het allerergste?

Anneleen Van Bossuyt:

Geachte Kamerleden, de feiten die zich hebben afgespeeld in het gesloten centrum 127bis, waarbij een persoon zichzelf van het leven heeft beroofd, hebben mij en zeker ook de personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken uiteraard geraakt. Het is een menselijk drama dat ik ten zeerste betreur.

Ik moet wel zeggen dat ik doorgaans niet over individuele personen communiceer, maar de onterechte insinuaties die hier geuit worden, brengen mij ertoe om toch bepaalde informatie te delen.

De DVZ neemt alle voorzorgsmaatregelen ter harte om de situatie van personen die in zijn gesloten centra worden opgesloten te laten voldoen aan de normen die internationaal en nationaal werden opgelegd. Ik wil hier heel graag de personeelsleden van onder meer centrum 127bis hartelijk bedanken voor het werk dat zij elke dag doen, vaak in heel moeilijke omstandigheden. Ik heb hier opnieuw bijzondere zaken ten aanzien van de personeelsleden gehoord, misschien niet persoonlijk, maar er werden toch insinuaties gemaakt. Ik wil hen heel graag oprecht bedanken voor het werk dat zij elke dag doen.

Het beleid en de werking van de gesloten centra zijn vastgelegd in de wet van 15 december 1980 en het koninklijk besluit van 2 augustus 2002.

Dans les cas de personnes bénéficiant d'une protection internationale, chaque situation individuelle est examinée au cas par cas par une instance indépendante, le CGRA, et en cas de recours, par une juridiction indépendante, le Conseil du Contentieux des Étrangers. Aucun refus automatique n'est pris.

Dans ce cadre, il me paraît important de rappeler l'existence d'une communication de la Commission européenne datée du 4 avril 2025 relative au statut de la gestion de la migration en Grèce. Si la Commission reconnaît que des améliorations peuvent encore être nécessaires en Grèce, elle souligne les nombreux efforts faits depuis des années par la Grèce en collaboration entre autres avec les structures et agences européennes. La Grèce a développé un système national de gestion des migrations doté des infrastructures, des équipements et des outils nécessaires.

Pour répondre à la question de savoir si je compte revoir la politique relative aux demandes introduites par des personnes bénéficiant déjà d'une protection internationale dans un autre État membre, la réponse est négative. Je le répète, l'asile a pour but d'offrir une protection à ceux qui en ont besoin et non de garantir de meilleurs avantages sociaux.

La personne dont il est question bénéficiait de cette protection en Grèce et a introduit à cinq reprises consécutives une demande de protection en Belgique. Toutes ses demandes ont été refusées par le CGRA et ces décisions ont été confirmées par le Conseil du Contentieux des Étrangers.

Conformément aux dispositions de l'arrêté royal, cet homme a été soumis à un premier bilan de santé lors de son arrivée au centre. Cette première évaluation visait à déterminer de manière exhaustive son état de santé physique et mental à son arrivée.

Pendant son séjour, il a été suivi systématiquement par le service médical et le service psychologique. Ce suivi a été mis en place d'une part, à l'initiative des services du centre et d'autre part, à la demande expresse de l'intéressé lui-même.

L'encadrement consistait en des entretiens formels et des consultations planifiées, avec un suivi informel via les observations quotidiennes du personnel et les discussions dans le cadre de la concertation pluridisciplinaire quotidienne. Le suivi par le service médical – infirmiers et/ou médecins – et le suivi psychologique comprenait 40 contacts formels et informels enregistrés, dont 10 consultations auprès du médecin du centre, ainsi qu'un encadrement quotidien assuré par les éducateurs de groupes. Il ne peut donc clairement pas être question d'un refus de soutien psychologique.

Suite aux tragiques événements entourant le décès de M. Farag Allah, une enquête interne a été immédiatement ouverte. Cette enquête, qui a pour objectif d'établir en détail les circonstances de l'incident, est en cours et des entretiens sont menés avec les collaborateurs, les résidents et les autres parties concernées afin d'obtenir une vision complète de la situation.

Au cours des 10 dernières années, neuf décès ont été enregistrés dans les centres fermés: trois au centre fermé de Merksplas, un à Bruges, trois à Vottem et deux au centre 127 bis . Six d'entre eux étaient dus à un suicide.

Een beslissing tot vasthouding steunt op een individuele beoordeling van alle elementen in het dossier. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de medische informatie waarover de DVZ op dat moment beschikt. Die medische elementen worden bovendien opnieuw geëvalueerd door de beroepsinstanties.

Zoals ik toelichtte, bestaat in de gesloten centra reeds een ruime medische en psychologische omkadering. De bewoners worden bij de intake ingelicht over de mogelijkheid om een beroep te doen op psychologische bijstand. Bovendien worden bewoners met kwetsbaarheden besproken tijdens een multidisciplinair overleg.

Als er in het land van herkomst nood is aan bijkomende medische ondersteuning, kan ze worden geboden via een special needs programma.

De voorzitster : Mevrouw de minister, u hebt uw spreektijd enigszins overschreden, maar het is belangrijk om over dergelijke zware thema’s de volledige informatie te kunnen geven.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, je vous remercie pour la réponse.

Nous sommes ici face à une personne qui s'est suicidée parce qu'elle était enfermée dans un centre fermé en raison de nos politiques. Tout ne s'est donc pas passé comme il le fallait. Il y a bien eu des dysfonctionnements, et j'estime que les propos de l'avocate de Mahmoud, selon lesquels elle avait signalé la fragilité psychologique de son client qui s'est ensuite vu refuser des médicaments, doivent être pris en compte dans le cadre de l'enquête que vous avez annoncée.

Je suis soulagée par cette annonce d'enquête. En effet, la première partie de la réponse laissait entendre que vous étiez prêts à recommencer, prêts à assumer, au nom de vos politiques, que des Palestiniens se suicident en prison au nom d'un imbroglio administratif voulant renvoyer des personnes ayant obtenu un statut en Grèce – un pays qui ne respecte absolument pas, au regard de nombreux rapports, les droits des personnes qui ont besoin de l'accueil le plus élémentaire. Une personne dans un tel état psychologique ne devait pas être renvoyée vers la Grèce, c'est une évidence.

Je suis donc heureuse d'entendre qu'une enquête sera menée tout du moins. Il y a quelques années, cet événement aurait entraîné la démission de la ministre, mais nous n'en sommes plus là, comme nous le savons. J'espère que cette enquête mènera à des changements de fond au niveau de la politique de l'asile. En effet, plus aucun demandeur d'asile, plus aucune personne sans titre de séjour ne doit se suicider dans notre pays en raison de nos politiques de migration absurdes. Ce principe devrait constituer votre boussole, madame la ministre.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, j'ai eu peur en écoutant la première partie de votre réponse, parce que j'ai eu l'impression que vous y justifiiez votre politique d'asile au lieu de regarder simplement en face qu'un homme s'était suicidé en centre fermé, sous la responsabilité de l' É tat. Comme pour les décès en cellule de prison ou de commissariat, un décès sous la responsabilité de l' É tat, donc d'une entité censée protéger, est inadmissible. Cette seule considération ne devrait même pas vous mener à devoir justifier quoi que ce soit en préambule à votre intervention. Rien ne peut justifier le décès d'une femme ou d'un homme au sein d'un bâtiment géré par l' É tat.

Cela dit, je suis quelque peu soulagé, à l'instar de ma collègue, en apprenant qu'une enquête interne aura lieu. Au-delà de cette procédure, il faut aussi pouvoir se dire les choses franchement. Comme en prison, les soins de santé sont déficitaires en centre fermé. Les soins de santé psychologique le sont encore plus. L'accès à un médecin n'est pas garanti. Non, il ne l'est pas. Je ne compte pas le nombre de visites que j'ai effectuées en centre fermé et au cours desquelles on nous a dit qu'il n'y avait pas de médecin sur place, que, par conséquent, les examens étaient accomplis par des infirmiers ou des infirmières qui n'ont pas la qualité de médecin et qu'il fallait parfois se contenter d'une ou deux visites hebdomadaires pour s'entretenir cinq à dix minutes maximum avec un médecin. Ce n'est pas ce que j'appelle un suivi en soins de santé, a fortiori lorsque des complications psychologiques graves apparaissent pouvant déboucher sur un suicide. Ce fait devrait vous inciter à réfléchir en général au système de soins de santé en centre fermé ainsi qu'à la nécessité non d'une enquête administrative menée en coup de vent, mais d'une véritable enquête publique destinée à définir les causes profondes de ce suicide.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, het eerste deel van uw antwoord doet niet ter zake. Het is een menselijk drama en alle betrokkenen zijn er het hart van in. Het is daarom belangrijk dat de procedures worden geëvalueerd. Het is positief dat er een intern onderzoek loopt. Over het werk van de medewerkers bestaat geen discussie. Zij doen hun stinkende best om er in steeds moeilijkere omstandigheden iets van te maken. Dat is niet hun verantwoordelijkheid, maar die van u.

Ook ik bezoek regelmatig de gesloten centra. Alle directeurs geven aan dat de fysieke en psychologische medische begeleiding absoluut niet goed verloopt. U kunt zeggen dat er veertig consultaties zijn enzoverder, maar wij parlementsleden stellen tijdens onze bezoeken aan die centra vast dat de medische begeleiding allesbehalve goed verloopt. Men kan met moeite nog een arts in een naburig dorp vinden die als het ware tussen de soep en de patatten die taak erbij neemt, omdat het niet anders kan.

Hier komen beweren dat alles goed geregeld is en perfect werkt en kritiek wegzetten als depreciatie voor het personeel, dat pik ik niet. Ik ben niet tegen het personeel. Het personeel doet elke dag zijn stinkende best. De realiteit blijft echter dat de fysieke en psychologische medische begeleiding volstrekt ondermaats is. Daarom stel ik voor dat u niet enkel een intern onderzoek voert naar dit specifieke geval, maar ook aan uw diensten vraagt om de volledige medische begeleiding in de gesloten centra grondig te evalueren. Wij dragen immers een verantwoordelijkheid tegenover de mensen die we daar opsluiten om hun minimale standaarden te waarborgen. Er is een groot verschil tussen wat u hier verklaart en de realiteit op het terrein.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoorden. Het is goed dat er een onderzoek werd geopend en dat de omstandigheden worden onderzocht. Mijn collega in het Brussels Parlement heeft inmiddels het gesloten centrum 127bis bezocht en er gesproken met mensen die Mahmoud hebben gekend. Hem werd verteld dat er geen psychologe beschikbaar is die Arabisch spreekt en dat men er genoodzaakt is om van vertaalapps gebruik te maken. Ik heb u gevraagd of dat klopt, maar u hebt daarop niet geantwoord. Het gesloten centrum 127bis wordt door velen als het allerergste beschreven. Ik heb u gevraagd wat u zult ondernemen om de leefbaarheid in dat centrum te verbeteren. Daarop heb ik geen antwoord gekregen. Dat betreur ik. Een opsluiting in een gesloten centrum is een van de meest verschrikkelijke zaken. Ik ga ervan uit dat u ook al meerdere gesloten centra hebt bezocht. Ik denk dat u kunt toegeven dat het allesbehalve aangename plaatsen zijn, integendeel. Mahmoud had nood aan hulp. Hij was psychisch bijzonder kwetsbaar en in de plaats van hulp werd hij opgesloten. Ik heb zelf ook al verschillende centra bezocht. De medische begeleiding daar kan echt beter. Dat is niet omdat het personeel faalt, daar gaat het helemaal niet om, maar om het beleid dat daarvoor verantwoordelijk is. Het is uw beleid dat ervoor moet zorgen dat er gepaste psychologische hulp beschikbaar is. Dat is, voor alle duidelijkheid, niet de verantwoordelijkheid van het personeel, maar wel van u. De voorzitster : Teneinde enige vaart in de agenda te krijgen, zet mevrouw Van Belleghem vraag nr. 56009049C om in een schriftelijke vraag.

De website migratie.be

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De geplande transparantiewwebsite over asiel- en migratiecijfers (Migratie.be) werd gestopt ondanks een bijna afgerond project (kost: €290.740,93), niet enkel om budgettaire redenen, maar omdat de huidige regering prioriteit geeft aan het migratiepact, digitalisering en wettelijke statistiekverplichtingen. Van Belleghem kritiseert het gebrek aan actuele, gecentraliseerde data (terugkeer-, asielcijfers) en wijst op Nederlandse wekelijkse publicaties, terwijl België met vertraging (halve maand) en versnipperde bronnen (DVZ, Fedasil) werkt, wat transparantie ondermijnt. Van Bossuyt verdedigt haar keuze door te benadrukken dat bestaande websites (DVZ, CGVS) al cijfers delen en extra middelen nu naar beleidsuitvoering gaan. Het project blijft onafgemaakt, ondanks eerdere beloftes en de nood aan gestandaardiseerde monitoring.

Francesca Van Belleghem:

In het kader van een transparant en evidencebased beleid, zoals Nicole de Moor dat altijd noemde, en als remedie tegen fake news werd vijf jaar geleden een toegankelijke website aangekondigd waar de belangrijkste cijfers over asiel en migratie zouden worden gepubliceerd. Eerder gaf u aan dat Myria juni 2025 als einddatum en lanceermoment voor de website had vastgelegd. Recent hebt u mij echter laten weten dat de website om budgettaire redenen werd stopgezet.

Graag kreeg ik een antwoord op de hiernavolgende vragen. Is de budgettaire krapte de enige reden waarom u het project hebt stopgezet? Tot voor zei u immers nog dat Myria juni 2025 als datum had opgegeven. Wat is er veranderd? Speelden andere motieven mee? Wat waren de geraamde meerkosten om het project alsnog te realiseren? Hoeveel heeft het project tot nu toe effectief in totaal gekost? Graag kreeg ik de volledige kostprijs inclusief btw.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik benadruk graag nogmaals dat het initiatief voor de website waarover uw vraag gaat, werd genomen door de vorige federale regering en niet door mij. Dat hebt u zelf ook aangehaald.

De budgettaire krapte is zeker niet het enige motief. Op dit ogenblik ligt onze prioriteit elders, namelijk bij de implementatie van het migratiepact, de digitalisering van de workflow asiel en migratie en het nakomen van onze wettelijke verplichtingen op het vlak van statistiek. Het is daarom niet wenselijk om personeel vrij te maken voor de ontwikkeling van de website Migratie.be. Ik gebruik het beschikbare budget liever om een krachtdadig beleid te voeren om eindelijk orde op zaken te stellen.

De website is bovendien nog ver van online. De Dienst Vreemdelingenzaken publiceert op zijn website al heel wat cijfergegevens, net als het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

De DVZ meldt mij dat er wordt van uitgegaan dat geen externe firma meer moet worden ingeschakeld en er dus geen bijkomende ontwikkelingskosten meer zijn. Er is wel een maandelijkse licentiekost, die momenteel 2.677,13 euro inclusief btw bedraagt. Er zijn ook de personeelskosten voor de opvolging van het project. Het project wordt opgevolgd door anderhalve fte, ingeschaald in niveau A2.

Tot nu toe heeft het project al 290.740,93 euro gekost. Voor ontwikkeling, data-analyse enzovoort gaat het om 258.615,37 euro inclusief btw, terwijl de licentiekost die tot en met 31 oktober 2025 is betaald, 32.125,56 euro inclusief btw bedraagt. Dat zijn de twee componenten waarop het totale bedrag gebaseerd is. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de kostprijs van intern personeel van de DVZ.

Francesca Van Belleghem:

Dank u voor uw antwoord. De website was in feite al ontwikkeld en bijna klaar. Uiteindelijk is op de eindmeet besloten om de website in de vuilbak te gooien. Het is nochtans van groot belang om duidelijke cijfers over asiel en migratie te hebben, bijvoorbeeld over terugkeercijfers. Om te weten hoeveel illegalen teruggekeerd zijn, moet men niet alleen de website van de DVZ raadplegen, maar ook die van Fedasil. De beide instanties publiceren op verschillende tijdstippen. Er is nooit een volledig overzicht. Binnenkort zouden we dat wel hebben, maar het project wordt stopgezet, terwijl het juist belangrijk is om instroom en uitstroom te monitoren. Ook voor de cijfers van de asielinstroom zijn er blijkbaar al prognoses voor oktober beschikbaar. Waarom worden de cijfers niet wekelijks of maandelijks gepubliceerd? In Nederland worden asielcijfers per week gepubliceerd. Hier ontvangen we de cijfers pas ongeveer een halve maand na afloop van de betreffende maand. U staat duidelijk niet voor transparantie.

De opschorting van de behandeling van asieldossiers van Syriërs
De terugkeer van Syriërs
Beleid rond asiel en terugkeer van Syrische vluchtelingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België schort de behandeling van Syrische asielaanvragen nog steeds op (einddatum onduidelijk, CGVS heroverweegt dit na oktober), terwijl Duitsland en Nederland dossiers wel hervatten en gedwongen terugkeer actief opstarten. Vrijwillige terugkeer stijgt (172 in België, 2.905 in de EU in 2025), maar gedwongen terugkeer (met focus op criminelen) blijft in voorbereiding via preliminaire gesprekken met Syrië, zonder concrete resultaten. EU-lidstaten pleiten voor meer dialoog met Damascus en duurzame terugkeer, maar België hinkt achterop door gebrek aan directe afspraken of uitzettingsmechanismen. Duitse rechtbanken oordelen dat terugkeer naar *veilige Syrische regio’s* mogelijk is, wat de druk op België verhoogt om asielbeleid en terugkeermogelijkheden te herzien.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, eind juni maakte het CGVS bekend dat de opschorting van de behandeling van dossiers van asielzoekers uit Syrië werd verlengd tot eind oktober, in tegenstelling tot Nederland en Duitsland, waar men heeft beslist om de behandeling van dergelijke te hervatten.

Het is intussen eind oktober. Hebt u er zicht op wanneer de behandeling van Syrische asielaanvragen kan worden hervat? Hoe staat het met de gedwongen terugkeer naar Syrië? We zien immers dat Duitsland zijn inspanningen fors heeft opgevoerd.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, in de vorige commissievergadering gaf u toelichting bij de stand van zaken met betrekking tot de terugkeer van Syriërs. We zagen toen een positieve, stijgende trend van het aantal Syriërs dat vrijwillig terugkeert naar het land van herkomst. Medio september waren er reeds 171 Syriërs vrijwillig teruggekeerd.

Daarnaast onderzoeken uw diensten de mogelijkheid voor identificatie en gedwongen terugkeer naar Syrië en zijn er ook contacten tussen dit land, Nederland en Duitsland om best practices te delen en te bekijken hoe er op Europees niveau kan worden samengewerkt. Ten slotte schortte het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen de behandeling van verzoeken om internationale bescherming van Syriërs op vanaf 9 december 2024.

Kunt u toelichting geven bij de vrijwillige terugkeer van Syriërs? Hoeveel Syriërs zijn er sinds 1 januari teruggekeerd? Kunt u toelichting geven bij de jongste federale en Europese ontwikkelingen inzake identificatie en gedwongen terugkeer van Syriërs? In hoeverre werd het thema besproken in de voorbije JBZ-raad? Welke stappen hebt u reeds gedaan om een systeem van gedwongen terugkeer te bespoedigen? Wat met de opschorting van de behandeling van verzoeken om internationale bescherming van Syriërs? Wanneer zal de opschorting worden stopgezet?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, de situatie in Syrië is in de afgelopen maanden sterk veranderd.

U ondervroeg me eerder al over de vrijwillige terugkeer van Syriërs: de cijfers gaan dit jaar in stijgende lijn. In de Europese Unie verblijven op dit ogenblik zo’n 1,2 miljoen Syriërs. Sinds 2025 ligt de effectieve terugkeer heel wat hoger dan voordien: op Europees niveau gaat het om 3.135 personen in de eerste helft van 2025, het drievoudige van de voorgaande periodes. Er is een duidelijke toename van vrijwillige terugkeer: van 240 naar 2.905 in dezelfde periode.

Vanuit België keerden in 2025 al 172 Syriërs vrijwillig terug. Er zijn 25 dossiers hangend. Mijn administratie voert gesprekken met de Syrische permanente vertegenwoordiging, waarbij de mogelijkheden worden besproken inzake praktische samenwerking voor identificatie en terugkeer van Syriërs met een strafblad. Die besprekingen bevinden zich nog in een preliminaire fase. Er vond nog geen dergelijke terugkeer plaats.

De intentie is kleinschalig te beginnen, met de focus op personen met een strafblad, voor de reikwijdte uit te breiden. Op die manier zorgen we ervoor dat Syrië voldoende capaciteit heeft om de betrokkenen opnieuw op te nemen, en zorgen we ervoor dat de terugkeer werkbaar en duurzaam is.

De kwestie kwam aan bod tijdens een lunchdiscussie van de JBZ-Raad op 14 oktober, dus vorige week. Tijdens die discussie waren alle lidstaten het erover eens dat stabiliteit en wederopbouw van Syrië essentieel zijn voor een waardige en duurzame terugkeer. Er was een sterke oproep voor het behoud van de dialoog met de Syrische autoriteiten. Vele lidstaten benadrukten dat vrijwillige terugkeer meer moet worden aangemoedigd ten aanzien van Syrische onderdanen met een terugkeerbesluit. Er was eveneens een sterke wens om mogelijkheden te verkennen inzake de gedwongen terugkeer van Syrische onderdanen, vooral van degenen die een veiligheidsgevaar vormen.

Sommige lidstaten gaven aan al contact te hebben met de Syrische autoriteiten hierover en beschikken op dat vlak over expertise. Terugkeer naar Syrië blijft op de agenda staan van het Deense voorzitterschap en zal de komende maanden verder op Europees niveau worden besproken.

Het moratorium op de behandeling van dossiers van verzoekers om internationale bescherming uit Syrië bij het CGVS loopt in principe eind oktober af. Op basis van de beschikbare informatie zal het CGVS het heropstarten van de dossieroverweging opnieuw in overweging nemen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, 1.211 Syriërs hebben dit jaar al asiel aangevraagd. 656 hebben een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten, amper 172 zijn vrijwillig teruggekeerd. De instroom blijft dus veel groter dan de uitstroom.

U zegt dat sommige lidstaten in contact staan met Syrië, maar waarom staat u niet in contact met Syrië? Duitsland zet zijn inspanningen voort om illegale Syriërs gedwongen terug te sturen. Achter de schermen wordt intensief gewerkt aan een overeenkomst met Damascus. Sinds kort neemt het BAMF, het Duitse equivalent van het CGVS, opnieuw beslissingen over asielaanvragen van Syriërs, meer bepaald alleenstaande mannelijke soennieten.

Bovendien kregen de diensten al maanden geleden de opdracht om bestaande verblijfstitels en asielstatussen van Syrische criminelen opnieuw te evalueren, een eerste voorwaarde om tot uitzetting te kunnen overgaan. In juni besliste een rechtbank in Hamburg dat in bepaalde delen van Syrië geen sprake meer is van een onzekere toestand. In juli bevestigde een rechtbank in Bremen dat standpunt. Er zijn dus wel degelijk mogelijkheden tot gedwongen terugkeer. Die terugkeer mag niet alleen vrijwillig zijn, de mogelijkheid van gedwongen terugkeer moet u als stok achter de deur houden.

Maaike De Vreese:

Minister, u hebt er in uw antwoord op gewezen dat er contacten zijn met de Syrische permanente vertegenwoordiging. Het is belangrijk dat die diplomatieke contacten behouden blijven. We zien een stijgende trend in de vrijwillige terugkeer. Dat is dus een vooruitgang. Voor de rest heb ik er alle vertrouwen in dat u de zaak van nabij opvolgt.

De screening op banden met o.a. Hamas en de moslimbroederschap

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy beschuldigt Hamas van het organiseren en financieren van de Gaza-flotilla, wijst op banden met terroristische groepen zoals Hezbollah en Moslimbroederschap, en eist screening van deelnemende Belgen op extremistische connecties. Minister Quintin bevestigt kennis van zes mogelijke deelnemers, maar stelt dat deelname geen bedreiging of strafbaar feit is en monitoring enkel gebeurt bij concrete dreigingen. Van Rooy noemt de flotilla een "Hamas-vloot" zonder humanitair doel en vindt dat deelnemers zelf moeten opdraaien voor repatriëringskosten, gezien hun "naïeve steun aan jihadisten". Quintin benadrukt dat niet alle activisten standaard worden gescreend.

Sam Van Rooy:

Minister, Hamas heeft de illegale Gaza-flotilla gefinancierd en georganiseerd. Zo is Saif Abu Kishk een Hamas-agent die eigenaar is van die flotillaboten met Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza werden documenten gevonden die laten zien dat Hamas direct betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogeheten ‘Sumud’-flotilla. Er zijn ook banden met de Moslimbroederschap, die de regering nota bene aan banden zou willen leggen. Ook de vorige flotilla had trouwens banden met jihadistische terroristen, waaronder Hezbollah.

Hoeveel Belgen voeren mee met de Gaza-flotilla en hoeveel zijn er ondertussen terug in België? Ik vermoed allemaal.

De hamvraag is of onze veiligheidsdiensten ze screent op banden met Hamas, Hezbollah, Samidoun, de Moslimbroederschap enzovoort. Zo neen, waarom niet?

Bernard Quintin:

Mijn diensten hebben kennis van minstens zes personen die mogelijk betrokken zijn, maar dat is geen definitief cijfer. Ik wijs erop dat deelname aan de flotilla geen strafbaar feit vormt en evenmin een bedreiging voor de nationale veiligheid. Onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten werken op basis van dreigingen, leads of concrete feiten. Het spreekt voor zich dat niet elke activist in ons land gemonitord hoeft te worden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, de illegale Gaza-flotilla was een Hamas-vloot en had vrijwel geen humanitaire hulp aan boord. De Belgen aan boord, waarvan u het aantal niet exact kent, hebben geluk gehad, aangezien het Israëlische leger hen uit een levensgevaarlijk oorlogsgebied met meedogenloze moslimterroristen heeft gered. Die nuttige idioten van de islamitische jihad kregen van Israël een koosjere sandwich en een zeer comfortabele terugreis, terwijl ze een aantal maanden verblijf in de terreurtunnels van Hamas verdienden Het is een grove schande dat de belastingbetaler nu opdraait voor hun dwaze fratsen, inclusief voor Alexis Deswaef, die na terugkomst een walgelijke, negationistische opmerking maakte. Mijnheer de minister, screen die personen op banden met Hamas en de Moslimbroederschap, en laat hen, net zoals in Zwitserland, zelf opdraaien voor de repatriëringskosten.

De restitutie van door Frankrijk geroofde kunstwerken

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Matz bevestigt dat 95 Belgische kunstwerken (van de 195 door Frankrijk geroofde in de 18e eeuw) nog steeds niet zijn teruggegeven, ondanks historisch onderzoek en eerdere diplomatieke pogingen—zoals bij de Koreaanse manuscripten (1991-2011), waar enkel een leenovereenkomst uit voortkwam. De regering onderneemt momenteel geen nieuwe stappen, maar Huybrechts benadrukt de symbolische en educatieve waarde van repatriëring en wijst op de dubbele standaard (teruggave aan Duitsland lukte wel). Zij belooft het dossier actief te blijven opvolgen via diplomatieke druk.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de minister, ik weet niet of u een antwoord hebt op deze vraag, want eigenlijk was het de bedoeling dat die naar de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen zou gaan. Ik vermoed dat er ergens een miscommunicatie was, waarop die vraag hier is beland. Als u echter interessante inzichten hebt, dan luister ik graag.

Vanessa Matz:

Ik ben mij bewust van de historische en symbolische gevoeligheid die verbonden is aan de kwestie van de kunstwerken die aan het einde van de 18de eeuw door het Franse revolutionaire regime in beslag werden genomen en naar Frankrijk werden overgebracht.

Tussen 2016 en 2018 voerde het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium een grondige studie uit. Dankzij dat onderzoek konden de historische gegevens over de in beslag genomen kunstwerken geactualiseerd worden. Het onderzoek toont aan dat ongeveer 195 schilderijen en beeldhouwwerken naar Frankrijk werden overgebracht, waarvan iets meer dan de helft teruggegeven werd. Ongeveer 64 kunstwerken bevinden zich echter nog steeds in Frankrijk, meestal in regionale musea.

In het Koreaanse dossier, waarnaar u verwijst, waren de Koreaanse koninklijke manuscripten het onderwerp van een langdurig diplomatiek proces tussen 1991 en 2011. Dat leidde tot een verlengbare uitleningsovereenkomst, maar zonder een eigendomsoverdracht. In het verleden werden verschillende officiële stappen ondernomen om de teruggave van die kunstwerken te verkrijgen, maar die hebben geen positieve resultaten opgeleverd. Tijdens het afgelopen decennium werd geen enkel officieel of diplomatiek federaal initiatief genomen.

Na overleg met mijn collega, de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, kan ik bevestigen dat de regering momenteel geen enkele beslissing heeft genomen over eventuele nieuwe stappen in dit dossier.

Britt Huybrechts:

Dank u wel, mevrouw de minister, voor de cijfers. Het blijft natuurlijk een zeer gevoelig onderwerp, zeker omdat die kunstwerken eigenlijk gewoon van ons zijn en een historisch belangrijke bijdrage vormen. Het is bovendien interessant dat wij die kunstwerken kunnen inzetten voor de verdere verwetenschappelijking en kunsteducatie in Vlaanderen en België. Het blijft mij verbazen, aangezien wij onlangs nog hier in het Parlement kunstwerken hebben teruggegeven aan Duitsland. Dat kan dan blijkbaar wel. Voor een aantal andere, zeer symbolische kunstwerken van grootmeesters hier in België blijkt dat dan weer veel moeilijker. Ik zal dit dossier in elk geval blijven opvolgen en geregeld vragen indienen om te bekijken of het toch niet mogelijk is dat te bewerkstelligen, eventueel via diplomatieke contacten van vicepremier Prévot.

Het politietoezicht op gedetineerden die vervroegd vrijgelaten worden

Gesteld door

lijst: PS Patrick Prévot

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 21 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De stijgende werkdruk bij lokale politiezones door toegenomen controles op elektronische detentie en voorwaardelijke invrijheidstelling (van 325 naar 600 PV’s in La Louvière, landelijk van 10.000 naar 26.000) zonder compensatie vormt het kernprobleem, terwijl deze federale taak ten koste gaat van basispolitiewerk. Minister Verlinden erkent de structurele overbelasting en wijst op lopende herzieningen van de financieringsnorm (KUL) en taakverdeling, maar schuift de verantwoordelijkheid voor extra middelen door naar de bevoegde collega-ministers. Prévot dringt aan op concrete oplossingen, benadrukkend dat réinsertie en slachtofferbescherming alleen werken met voldoende capaciteit en transparantie over de afhandeling van overtredingen. De klemtoon ligt op de noodzaak van snelle, gecoördineerde federale actie om de politie niet langer te laten opdraaien voor onbetaalde taken.

Patrick Prévot:

Madame la ministre, une fois n'est pas coutume: permettez-moi de partir d'un exemple particulier afin de vous exposer un problème plus général. Je vais vous parler d'une zone de police que je connais bien, qui est celle de La Louvière.

D'ici la fin de l'année, selon les dernières projections, plus de 600 procès-verbaux pour non-respect des conditions applicables aux détenus bénéficiant d'une libération conditionnelle ou de la surveillance électronique seront dressés à La Louvière. Il y a trois ans, ce chiffre était de 325.

C'est une augmentation qui s'explique par un phénomène structurel: l'extension du recours à la libération conditionnelle et à la surveillance électronique dans notre pays, en tant que modes alternatifs d'exécution de la peine de prison ou en tant que peine autonome. Ces modalités présentent des avantages en matière de réinsertion, mais elles impliquent aussi des responsabilités accrues dans le chef des polices locales, pourtant déjà sous pression.

Je rappelle que ces conditions individualisées visent à limiter le risque de récidive, et ce dans le cadre de l'intérêt public mais également et surtout dans le cadre de l'intérêt des victimes. Le contrôle du respect de ces conditions est essentiel pour s'assurer de la protection des victimes et du bon déroulement du processus de réinsertion.

C'est l'État fédéral qui est responsable de la surveillance de ces détenus. Il est donc selon moi inacceptable qu'il transfère une nouvelle fois le poids de cette charge aux zones de police sans compensation.

Le chef de corps de La Louvière, Eddy Maillet, le dit d'ailleurs très clairement: pendant que les policiers rédigent ces 600 procès-verbaux, ils ne font pas de contrôle en rue de personnes, de véhicules. Ce sont des missions fédérales, assumées localement sans les moyens nécessaires.

Madame la ministre, comptez-vous demander au gouvernement d'accorder davantage de moyens humains et financiers aux polices locales, en particulier dans les zones où le recours à la surveillance électronique a explosé?

Comptez-vous mettre en place un mécanisme de suivi transparent des procès-verbaux dressés pour non-respect des conditions, afin que les agents sachent que leur travail est utile et suivi d’effets?

Annelies Verlinden:

Monsieur Prévot, dans une analyse récente des tâches essentielles, la Commission Permanente de la Police Locale a souligné l'augmentation des tâches liées au contrôle de l'exécution des peines. Ainsi, selon des données policières du 14 octobre, quelque 60 517 personnes doivent actuellement faire l'objet d'un suivi, avec dans certains cas une visite à domicile.

Il s'agit des différentes modalités de peine, des congés pénitentiaires, des conditions de probation, des autorisations de sortie, des décisions du tribunal d'exécution des peines, etc. Le nombre de procès-verbaux dressés pour non-respect des conditions est en constante augmentation, d'environ 10 000 en 2020 à 26 000 en 2024. Le suivi est actuellement effectué par l'application I+Belgium, qui sera prochainement remplacée par l'application JustSignal.

Je plaide en faveur d'une approche globale et structurelle dans laquelle une justice efficace et bien fonctionnelle, renforcée par une politique pénitentiaire digne et correcte, revêt une importance capitale. Il s'agit là d'une responsabilité partagée par les pouvoirs publics. Nos prisons sont confrontées à un problème de surpopulation. Pour traiter ce problème et aussi pour favoriser la réintégration des condamnés dans la société, on choisit toujours dans le cadre légal la peine la plus appropriée. Et je suis consciente que cela peut représenter une charge de travail supplémentaire pour la police locale. Il appartient alors au ministre compétent de prévoir les moyens supplémentaires nécessaires.

De plus, il se tient actuellement une réflexion sur la révision de la norme KUL, norme de financement des zones de police, qui pourrait éventuellement inclure ce type d'éléments dans les calculs. Parallèlement, une réflexion globale a été entamée sur les tâches clés des services de police.

Patrick Prévot:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. J'entends évidemment que vous partagez le constat qui est le mien, mais qui est aussi celui du chef de corps de La Louvière et, partant, celui de nombre de ses collègues. Vous entendez que cette charge s'alourdit pour la police locale. Et puis, de votre réponse, je retiens qu'il appartient au ministre compétent de mesurer les besoins nécessaires. Cela tombe bien, puisque c'est votre collègue avec lequel vous vous réunissez régulièrement. Si nous pouvons partager le constat que ces aménagements de peine sont souvent nécessaires en vue d'une réinsertion, il serait de bon ton de prévoir les moyens suffisants pour que nos polices locales puissent exécuter ces tâches supplémentaires. Dès lors, je vous renvoie la balle ainsi qu'à votre collègue. Il faut prévoir en effet les moyens nécessaires à l'accomplissement efficace de ce travail par nos polices locales.

Het staakt-het-vuren in Gaza
De onderschepping op zee en het akkoord over een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten
Het staakt-het-vuren in Gaza
De humanitaire situatie in Gaza en de diplomatieke ontwikkelingen
De hulpvloot voor Gaza
Oorlog en vrede in Gaza: staakt-het-vuren, humanitaire hulp, diplomatie en maritieme onderscheppingen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 9 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België discussieert de fragiele wapenstilstand in Gaza en eist onmiddellijke humanitaire hulp, vrijlating van gijzelaars en Belgen gedetineerd door Israël, maar blijft kritisch over Israël’s betrouwbaarheid (eerdere schendingen, voortgezette bombardementen en blokkade). Sancties, wapenembargo’s en erkenning van Palestina (bij vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) worden bevestigd, maar de tweestatenoplossing en einde bezetting blijven centrale eisen—diplomatie moet druk op Israël handhaven, terwijl activisten (zoals flotilles) Israël’s systematische schendingen van internationaal recht aanklagen. Voorzichtig optimisme, maar structurele gerechtigheid en ontmanteling van apartheid/kolonisatie ontbreken nog in het akkoord.

Achraf El Yakhloufi:

Na twee jaar van genocide en oorlog is het eindelijk zover: er ligt een vredesakkoord op tafel. Dat akkoord vraagt een staakt-het-vuren, de vrijlating van gijzelaars en de toelating van humanitaire hulp. Eindelijk.

De oorlog van vandaag heeft echter al meer dan 67.000 doden geëist. Dat zijn oma’s en opa’s, papa’s en mamma’s, en veel te veel kinderen die hadden kunnen bijdragen aan dat land. Ook de mensen die vandaag in Gaza leven, zonder voedsel, drinkbaar water of medicijnen, moeten wij helpen. Dat is bijzonder belangrijk, mijnheer de minister. We moeten voor hen zorgen, want Gaza ligt vandaag in puin en de weg naar vrede is nog heel lang.

Ik hoor vanuit Europa positieve signalen, bijvoorbeeld van mevrouw von der Leyen en van de Verenigde Naties, maar die zullen niet volstaan. We moeten ook nog voorzichtig zijn, collega’s, mijnheer de minister. We moeten echt waakzaam blijven, want premier Netanyahu heeft in het verleden al bewezen dat hij een staakt-het-vuren kan negeren om nadien verder te bombarderen. Er staan vrachtwagens met voedsel, medicijnen en drinkbaar water aan de grenzen van Gaza. Ze raken er niet binnen. Alleen al de Verenigde Naties hebben 170.000 ton hulp klaarstaan.

Mijnheer de minister, in Vooruit hebt u een bondgenoot – dat weet u – die bereid is druk uit te oefenen op Israël en te pleiten voor sancties. Dat heeft al geloond. België was namelijk een van de eerste landen die humanitaire hulp mogelijk maakten, een van de eerste landen die zich engageerden voor de erkenning van Palestina en een van de eerste landen die sancties tegen Israël invoerden.

Mijnheer de minister, vandaag is opnieuw zo’n dag. Ik vraag u: wat gaat u vandaag doen voor de Gazanen? Dank u wel.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, qui a dit ce matin en parlant des flottilles: "Cette démarche, aussi noble soit-elle, ne donne de toute manière pas de résultat, si ce n'est de permettre à certains parfois de se valoriser par une vidéo"? C'est vous, monsieur le ministre. Je vous le dis clairement, vos propos sont une honte. C'est une honte pour le courage de Aude, Mohamed, Youssef, Anne, Bénédicte, Fadwa, Yassine et Dan. Ces femmes et ces hommes ont eu le courage que la Belgique n'a pas eu: prendre des risques pour tenter de briser le blocus de Gaza, pour faire parvenir de l'aide humanitaire là où une population entière crève de faim.

Votre rôle n'est pas de juger, monsieur le ministre, mais d'agir pour leur libération immédiate et de dénoncer haut et fort les violations du droit international commises par Israël. Israël bafoue encore une fois le droit maritime et arrête illégalement des citoyens.

Oui, un cessez-le-feu a été annoncé. Mais ce cessez-le-feu, c'est le strict minimum, et encore, il faut qu'il soit respecté. Il ne doit pas faire oublier deux années de génocide et de bombardements sur des civils, la famine organisée, les journalistes assassinés, les enfants massacrés, les hôpitaux pulvérisés, les secouristes abattus. On n'oubliera pas l'horreur imposée par Israël au peuple palestinien sous le regard complice des gouvernements du monde entier.

Ce que réclament les Palestiniens, c'est une justice réelle: une Palestine véritablement décolonisée où les Palestiniens peuvent exercer leur droit au retour, où les terres sont restituées à la population palestinienne. Ce que nous voulons, c'est une véritable fin de l'occupation israélienne, pas seulement une trêve.

Monsieur le ministre, quid des Belges qui sont encore détenus illégalement par Israël? Quelles actions concrètes entreprenez-vous pour leur libération? On a vu que la députée Bénédicte Linard est bien rentrée. Que pouvez-vous dire sur le traitement de ces Belges par l'armée israélienne? La semaine dernière, je vous demandais ce que vous alliez faire par anticipation. Force est de constater que vous n'avez pas suffisamment anticipé. Le cessez-le-feu, c'est le minimum. Mais, qu'on soit clair, les sanctions actuelles contre Israël doivent être maintenues même si elles restent insuffisantes et il en faut d'autres plus fortes et plus dures (…)

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, hoeveel hoop kan een mens nog hebben na zoveel wanhoop, na zoveel lijden, na zoveel geweld, na uithongering? Is er eindelijk een terugkeer naar de menselijkheid, zowel voor Gazanen als voor de gijzelaars en hun families? Ook u bent voorzichtig positief, maar het stoppen van het lijden betekent nog geen echte vrede. Wat zal er met Gaza gebeuren na deze eerste fase? Wordt het een koloniale vrijhandelszone naar het voorbeeld van Trump of Netanyahu? Komt er een bezetting zoals op de Westelijke Jordaanoever na de Osloakkoorden? Dat zou werkelijk een vergissing zijn, want de kern en de oorzaak van dat conflict is het ontbreken van een Palestijnse staat en het negeren van het internationaal recht.

Echte vrede vraagt toekomstperspectief voor de Palestijnen en gerechtigheid voor alle oorlogsmisdaden. België mag daarom niet op zijn lauweren rusten.

In september bereikten wij inderdaad een ambitieus akkoord, een stevig pakket aan maatregelen. Dat akkoord moet verder worden uitgevoerd. Er moet bijkomende humanitaire steun komen. Gisteren werd al een versterking van het wapenembargo aangekondigd, in overleg met de deelstaten. Daarnaast moet er een invoerverbod komen op producten uit de nederzettingen zolang de bezetting aanhoudt. Ook moet er een koninklijk besluit komen voor de formele erkenning van Palestina. Ik hoop alvast dat één voorwaarde daarvoor spoedig wordt vervuld, namelijk de vrijlating van de gijzelaars.

Mijnheer de minister, welke rol zal België verder spelen bij de uitvoering van het akkoord dat wij in september hebben bereikt en bij het bevorderen van een duurzame vrede?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, deze nacht bereikte ons hoopvol nieuws: zowel Hamas als de regering-Netanyahu zouden instemmen met een eerste fase van een vredesplan. Volgens de Engelse pers zou dat ondertussen ook zijn ondertekend.

Het is inderdaad essentieel dat de gijzelaars, die nu al twee jaar gescheiden zijn van hun familie, worden vrijgelaten. Het is ook essentieel dat Palestijnen worden vrijgelaten en kunnen terugkeren naar hun familie, maar uiteraard is ook de zuurstof die een staakt-het-vuren zou kunnen geven aan de bevolking in Gaza heel erg belangrijk en vooral het feit dat we dan eindelijk de humanitaire hulp, waar we al maanden voor strijden, naar de mensen kunnen brengen, in een eerste fase.

We zijn het er echter allemaal over eens dat dit niet het einde is. We hebben als arizonaregering de New York Declaration ondertekend en pleiten voor een tweestatenoplossing, voor het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voor veiligheid voor de Israëli’s en voor een duurzame vrede, voor een toekomst.

Het is aan die toekomst dat we samen willen werken, vandaar mijn vraag aan u, mijnheer de minister. Hoe zult u, in Europa en in alle mogelijke gremia, concreet meehelpen aan de transitie naar een duurzame vrede, aan de democratische transitie die de Palestijnen nodig hebben en aan de veiligheid die de Israëli’s nodig hebben om in het Midden-Oosten eindelijk een toekomst te creëren voor al die gezinnen en kinderen die al zoveel jaren lijden? Ik dank u.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la deuxième flottille vers Gaza, qui apportait de l'aide humanitaire au peuple gazaoui, a été interceptée par l'armée israélienne. Les passagers qui étaient dans cette flottille ont été arrêtés par l'armée israélienne.

Depuis quand, quand on apporte de la nourriture, des médicaments à un peuple affamé, assiégé, occupé, on commet un crime au point de se faire arrêter par l'armée coloniale israélienne? Et, au lieu de soutenir cette flottille, monsieur le ministre, vous avez déclaré que leur action était inutile.

Alors, allez-vous exiger la libération des passagers de cette flottille? Et, si oui, qu'allez-vous mettre en place pour faire pression sur l'État d'Israël pour exiger leur libération?

Cette flottille agit là où vos gouvernements ont échoué. C'est parce que vous, vous avez été incapables de prendre des mesures pour mettre fin au blocus et mettre fin au génocide que la société civile se mobilise. Que ce soit avec la flottille ou avec les mobilisations dans le monde entier. Que ce soit aux États-Unis, ici en Europe et dernièrement aux Pays-Bas: 250 000 personnes, du jamais vu, pour exiger la fin du génocide!

Et cette pression a payé, dans le sens où on a un cessez-le-feu. Un cessez-le-feu comme une bouffée d'oxygène pendant ce génocide. Mais il ne faut pas être naïf. Israël a rompu par deux fois le cessez-le-feu auparavant. Et ce cessez-le-feu n'est pas un accord de paix. Parce que ce cessez-le-feu ne met pas fin à l'occupation, ne met pas fin à la colonisation. Il ne fera pas justice au peuple palestinien, il ne met pas fin à l'apartheid. Ce qu'il faut aujourd'hui, c'est plus que jamais maintenir la pression et la mobilisation, pour exiger un embargo militaire et économique contre l'État génocidaire.

Maxime Prévot:

Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, het is inderdaad een belangrijke en langverwachte dag. Ondanks de beschuldigingen van inactiviteit en het feit dat sommigen de indruk wekken dat diplomatie niet werkt, is, zoals ik vorige week al verklaarde, diplomatie de beste manier om een staakt-het-vuren in Gaza tot stand te brengen, volledige toegang voor humanitaire hulp te verkrijgen, de onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen en uiteindelijk een duurzame oplossing te vinden met twee staten, die vreedzaam naast elkaar leven. Van die doelstellingen en prioriteiten maken mijn diensten en ikzelf al maanden intensief werk.

Ik heb u mijn mening gegeven over het vredesplan voor Gaza dat door president Trump werd voorgesteld. Het is niet perfect, maar het heeft het voordeel dat het bestaat. Ik verwelkom de aankondiging van een akkoord tussen Israël en Hamas over de eerste fase van dat plan. Dat opent de deur om verschillende van onze eisen te realiseren. Ik waardeer de inspanningen en de behaalde resultaten van de Amerikaanse diplomatie, met steun van andere sleutelspelers zoals Qatar, Egypte en Turkije.

La Belgique reste prête à soutenir la mise en œuvre effective de ce plan, via notre aide humanitaire et via notre aide au développement mais aussi via notre soutien politique. Nous sommes également en faveur d’une force internationale de stabilisation à Gaza et d’un soutien à l’Autorité palestinienne. Ces sujets seront d'ailleurs discutés aujourd'hui à Paris entre quelques pays. Nous suivons les débats de près. Notre position est connue. Notre diplomatie va continuer à s’impliquer pour œuvrer à des solutions concrètes afin de cheminer vers une solution pacifique à deux États.

Une certaine vigilance reste néanmoins de mise. Nous devons faire preuve d’un optimisme prudent. Je veux croire en cet accord, car c’est celui qui depuis longtemps semble le plus nous rapprocher d’une fin durable des hostilités. Mais en début d’année déjà, un accord avait été approuvé par le Hamas et par Israël, et nous avons vu que la trêve avait été interrompue par Israël et que les bombardements avaient repris. C’est pourquoi j’encourage toutes les parties à vraiment saisir cette nouvelle opportunité sur le chemin de la paix et à fournir sincèrement les efforts nécessaires jusqu’au bout. On sait que des écarts par rapport aux balises négociées ouvriraient le risque d’un nouvel embrasement de la région. Le ministre Smotrich, par exemple, a déjà déclaré qu’une fois les otages libérés, il souhaitait qu’Israël poursuive la guerre à Gaza.

Ondanks bemoedigend nieuws zetten we onze inspanningen voort. Het is op dit moment absoluut niet aan de orde om passief te blijven. Het akkoord van de ministerraad van 12 september over de door mij ingediende maatregelen en sancties wordt momenteel uitgevoerd. Het is nog te vroeg om gas terug te nemen, zeker nu er nog geen massale humanitaire toegang tot Gaza is en er vanochtend nog bombardementen plaatsvonden.

Gisteren heb ik samen met de gewesten een akkoord bereikt waardoor het Belgische wapenembargo tegen Israël en Palestina verder wordt versterkt door de maatregelen ook van toepassing te maken op wapens in transit. Die lacune moest nog worden opgevuld en dat is nu gebeurd.

Wat betreft het verbod op de invoer van producten uit nederzettingen, nieuwe evacuaties van zieke kinderen uit Gaza en een reeks rechthebbenden en sancties tegen Hamas en tegen gewelddadige kolonisten, boeken wij eveneens vooruitgang.

Met betrekking tot de erkenning van Palestina mag men verwachten dat België, na de politieke aankondigingen in New York, binnenkort zal overgaan tot de tweede juridische fase door middel van een koninklijk besluit, aangezien de twee te vervullen voorwaarden, de vrijlating van alle gijzelaars en het feit dat terroristische organisaties zoals Hamas zijn uitgesloten van het bestuur van Palestina, zich lijken te realiseren. Wij volgen die aspecten nauwgezet op en zodra beide voorwaarden zijn vervuld, zal ik onmiddellijk een besluit aan de ministerraad voorleggen.

Notre gouvernement et nos diplomates restent mobilisés à 100 % pour dénoncer et débloquer l'aide humanitaire, puisqu'il est impératif qu'elle parvienne rapidement aux populations civiles à Gaza. Cela reste la priorité!

Je déplore dès lors que, depuis plusieurs jours, nos diplomates doivent aussi concentrer d'importants efforts pour fournir aux membres des différentes flottilles – qui se sont mis en danger – l'assistance consulaire nécessaire. Nous le faisons évidemment avec professionnalisme et sans faille, mais je le redis: ce n'est pas efficace, puisque le non-respect du droit international par Israël – que nous pouvons déplorer – empêche ces flottilles d'arriver à bon port.

Concentrons-nous donc sur l'urgence: l'aide humanitaire à procurer à Gaza.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoorde een paar heel belangrijke dingen. U zei dat het een belangrijke dag is en dat we inspanningen zullen blijven leveren.

Dat zal heel belangrijk zijn, want de humanitaire hulp is essentieel voor alle mensen in Gaza. De hulp omvat voedsel, drinkbaar water en medicijnen. U weet dat u aan ons een partner hebt.

Maar ik ben ook blij te horen dat u mijn bezorgdheden meeneemt, bezorgdheden dat we sancties moeten blijven nemen tegen Netanyahu, dat we streng moeten blijven, dat we de kwestie moeten blijven opvolgen.

Voor mij en mijn partij is het heel duidelijk: wij hebben altijd de kant gekozen van de onschuldige slachtoffers, en dat zullen we ook altijd blijven doen.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement un accord de cessez-le-feu, c'est une bonne chose pour la libération des otages tant israéliens que palestiniens. Mais on ne doit pas être naïf: Israël doit retirer obligatoirement ses troupes et arrêter la colonisation. L'aide humanitaire doit entrer, c'est urgent.

C'est pour ça que les gens ont embarqué sur les flottilles, pour casser ce blocus illégalement imposé par Israël. Ils n'y sont pas allés pour faire des photos sur des bateaux mais bien pour casser le blocus. Vous ne m'avez, par contre, pas répondu par rapport aux personnes qui sont toujours détenues illégalement par Israël. On attend que tous les Belges soient relâchés, rentrent sains et saufs et qu'Israël soit sanctionné pour le traitement inhumain qu'il leur fait subir. Ce sont, je le rappelle, des personnes qui n'avaient qu'un seul but, casser le blocus imposé par Israël.

Els Van Hoof:

Het is voor cd&v ook duidelijk dat we vooral geen gas mogen terugnemen in Gaza, zeker niet wat betreft het Belgische akkoord dat in september werd bereikt.

Ook António Guterres was vannacht zeer duidelijk. Hij zei dat er een geloofwaardig pad moet komen naar een einde van de bezetting en naar de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen. Dat leidt naar de oplossing van het conflict. Zolang de bezetting voortduurt, moet België ook met dat akkoord doorgaan. U hebt het zelf ook herhaald. De importban uit de nederzettingen moeten worden gerealiseerd, evenals de formele erkenning van de Palestijnse staat. Het is tijd dat de tweestatenoplossing niet langer een droom is voor de Palestijnen, maar echt realiteit wordt.

Kathleen Depoorter:

Zoals u zegt, mijnheer de minister, moeten we elke kans op hoop en vrede grijpen. Wij steunen u dan ook voluit in de acties die u zult ondernemen.

Het is essentieel, collega’s, dat wij blijven pleiten voor de tweestatenoplossing, dat we blijven werken aan het zelfbeschikkingsrecht en dat we ervoor zorgen dat Hamas daadwerkelijk wordt ontmanteld en geen toegang tot de politieke macht in Gaza krijgt. Het is eveneens van belang dat de gijzelaars naar huis kunnen terugkeren en dat de wapens volledig zwijgen in de Gazastrook.

Er moet ook aan de bezette gebieden worden gewerkt. U hebt het ook gezegd, mijnheer de minister. Wij pleiten, samen met u en de arizonaregering, voor vrede, voor toekomst en voor het zwijgen van de wapens.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous avez parlé de diplomatie. Quand il s'agit d'autres pays, vous prenez directement des sanctions, mais lorsqu'il s'agit d'Israël, "on fait de la diplomatie". Je vous dis une chose, monsieur le ministre: si, aujourd'hui, Israël commet un génocide et impose un blocus, c'est parce qu'il a reçu le soutien politique, économique et militaire de l'Union européenne, y compris la Belgique, et des É tats-Unis. Voilà la réalité! Votre réponse, monsieur le ministre, est soit de l'hypocrisie soit de la complicité. Vous avez parlé du plan de paix de Trump. Ce n'en est pas un. C'est du colonialisme qui s'ajoute à la colonisation. C'est donc ainsi que vous considérez le peuple palestinien? Avoir une administration dirigée par Trump, avec le criminel de guerre Blair et le bourreau génocidaire Netanyahu? Ce sont eux qui vont décider pour le peuple palestinien? Celui-ci mérite l'autodétermination et son indépendance!

Het gebruik van Israëlische software door Belgische politiezones
Het gebruik van Israëlische technologie door onze politie
De BriefCam- en de Cellebritesoftware
Het gebruik van Israëlische software door de politie
De samenwerking met Israël bij Europol
De softwareprogramma's van Cellebrite
Het gebruik van Israelische spionagesoftware bij Belgische politiekorpsen
Het gebruik van Israëlische spyware door de Belgische politie
Gebruik van Israëlische surveillance- en politietechnologie in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 8 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België gebruikt Israëlische surveillancesoftware zoals Cellebrite en BriefCam (getest onder Palestijnse onderdrukking), ondanks ethische bezwaren en VN-beschuldigingen van genocide door Israël. Minister Quintin bevestigt dat er geen volwaardige Europese alternatieven zijn, maar pleit voor EU-brede oplossingen; lokale politiezones (bv. Gent, Zelzate) willen stoppen maar botsen op juridische, contractuele en prestatiebeperkingen. Kritiek blijft dat België via deze aankopen indirect medeplichtig zou zijn aan mensenrechtenschendingen, terwijl de minister benadrukt dat gerechtelijk toezicht en EU-handelsakkoorden uitsluiting op basis van nationaliteit nu onmogelijk maken. Concrete stappen (zoals alternatieven onderzoeken of ethische clausules verstrengen) blijven vaag, ondanks oproepen tot federale regie en transparantie.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, ik heb hierover onlangs een schriftelijke vraag gesteld en u hebt mij daarop ook geantwoord. Onze politiediensten gebruiken Cellebrite, maar ook andere Israëlische software. Die software is vrij discutabel, omdat het is gebruikt of uitgetest op Palestijnen die onderdrukt worden. Het is dus software van moreel erg discutabele kwaliteit.

In Gent wil men daar iets aan doen. Als stad van licht en liefde wil men stappen vooruit zetten, maar men botst daar op de limieten. Men krijgt te horen dat er geen of weinig alternatieven zijn. Toch worden in Frankrijk, Canada, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en een aantal Scandinavische landen alternatieve softwarepakketten gebruikt.

Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen.

Ten eerste, hebt u kennisgenomen van de brief van de vrienden uit Gent? Ik veronderstel van wel. Bent u van plan om een initiatief op Europees niveau te nemen? Een lokale politiezone kan dat zelf onmogelijk doen. Ik denk zelfs dat het voor een klein land als België moeilijk is om dat alleen te doen. We zouden zoiets Europees moeten aanpakken. Dat zou ook een kans kunnen zijn voor Belgische spelers om zich daarin te bekwamen. Zult u initiatieven nemen en welke?

Mijn tweede vraag vloeit voort uit de Gazadeal in de federale regering. Op 2 september werd een aantal zaken beslist, onder andere over de activiteiten van Europol in samenwerking met Israël. Op basis van de huidige samenwerking tussen Europol en Israël bestaat de zogenaamde working agreement tussen Europol en Israël.

Welke concrete voorstellen heeft België al gedaan om eventueel zaken aan te passen? Aan welke concrete voorstellen werkt u of werken uw diensten op dit moment nog? Wanneer wilt u deze voorstellen voorleggen aan de lidstaten en aan het bestuur van Europol? Welke mogelijke maatregelen met betrekking tot deze activiteiten ziet u nog? Welke stappen zult u ondernemen om dat te bereiken? Welke stappen hebben Europol en België al gezet om een concrete samenwerking met Israël te verkrijgen met betrekking tot de misdaden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, zoals bepaald in artikel 3 en annex 1 van de working agreement ?

Ik stel u die tweede vraag, omdat met veel tromgeroffel een akkoord binnen de regering werd aangekondigd over Israël en zijn acties niet alleen in Gaza maar in alle Palestijnse gebieden. Nu komt het erop neer die beloftes en beslissingen om te zetten in de praktijk. Ik ben dus zeer benieuwd welke stappen u hebt gezet binnen uw bevoegdheidsdomein.

Mijn eerste vraag gaat over de samenwerking met bedrijven, die er à la limite niets aan kunnen doen dat ze in Israël zijn gevestigd. Als de technologie echter wordt uitgetest op een volk dat een genocide moet ondergaan, lijkt me dat bijzonder problematisch. Dus ik ben zeer benieuwd hoe u denkt daarvoor alternatieven te ontwikkelen en hoe u onze lokale politiezones zult ondersteunen bij de uitwerking van die alternatieven.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, nous avons appris via plusieurs enquêtes journalistiques que notre police fédérale utiliserait des technologies sécuritaires venant d'Israël. Concrètement, cela signifie que notre police utiliserait des logiciels tels que Cellebrite – qui permet l’extraction complète des données d'un téléphone portable, qu'il s'agisse des messages, des photos ou des contacts –, ou BriefCam – qui analyse des heures de vidéosurveillance pour suivre les déplacements d'une personne dans une foule seconde après seconde –, ainsi que des équipements tels que les lanceurs de gaz lacrymogènes de la marque Ispra – utilisés lors d'opérations de maintien de l'ordre. Ces outils ne sont pas neutres. Ils proviennent d’un pays dénoncé par l’ONU et de nombreuses ONG pour des violations massives des droits humains, actuellement accusé de commettre un génocide, et aussi qui kidnappe illégalement des personnes en mer.

Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer si, oui ou non, notre police utilise ce type de technologie? Lors de l'achat de matériel policier par la Belgique, des critères éthiques sont-ils pris en compte ou bien seuls le prix et la performance technique priment-ils? Existe-t-il aujourd'hui un mécanisme qui empêche que notre police s'équipe avec des technologies venant de pays impliqués dans de graves violations des droits humains?

Je vous remercie pour vos réponses.

Brent Meuleman:

Mijnheer de minister, hier is al eerder aangegeven dat verschillende gemeenten en lokale politiezones nog steeds met het hele Cellebriteverhaal worstelen. Vanuit de lokale politiezones wordt gemeld dat de situatie bijzonder complex is.

Mijn gemeente Zelzate heeft al vijf jaar geleden het initiatief genomen om de Engagementsverklaring Apartheidsvrije Zone te ondertekenen. We waren de eerste apartheidsvrije gemeente in ons land en stemmen daar uiteraard ook ons aankoopbeleid op af. We kopen dus geen producten aan uit illegaal bezette Israëlische gebieden.

Het Cellebriteverhaal blijkt echter zeer complex. Ik heb me hierover bevraagd bij onze lokale korpschef en heb ook informatie ingewonnen bij andere politiezones. Wat we daar horen, is dat er momenteel geen alternatief beschikbaar zou zijn dat even performant en betaalbaar is, niettegenstaande dat we horen van onder andere de Liga voor de Mensenrechten dat er wél alternatieven bestaan. Er wordt verwezen naar software zoals XRY van MSAB en Magnet Forensics. Die situatie roept uiteraard vragen op.

Wat is uw visie op het gebruik van die software?

Zijn er daadwerkelijk alternatieven beschikbaar die even performant en betaalbaar zijn? Valt het te overwegen om over te schakelen op alternatieve software zoals XRY van MSAB of Magnet Forensics? Op basis van welke criteria meent u of dat al dan niet een goed idee zou zijn?

Ten slotte wil ik ook graag vernemen of u beschikt over informatie over het testbeleid van Cellebrite.

Greet Daems:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, uit onderzoek van nieuwswebsite Apache blijkt dat bijna de helft van de Vlaamse politiezones gebruikmaakt van Israëlische surveillancesoftware, vooral van de bedrijven Cellebrite en BriefCam. Die software wordt ingezet om smartphones uit te lezen en camerabeelden te analyseren, maar werd ontwikkeld en getest in de context van militaire bezetting en onderdrukking van Palestijnen.

Verschillende gemeenten gaven al aan dat ze van die software af willen vanwege ethische en juridische bezwaren. Ze wensen geen technologie te gebruiken die getest is op een bevolking die onder bezetting leeft. Dat is een terechte houding, maar het is niet altijd eenvoudig. Lokale besturen stuiten op contractuele en juridische obstakels en vragen terecht steun aan het federale niveau.

België heeft het genocideverdrag ondertekend, waardoor ons land verplicht is genocide te voorkomen en geen medeplichtigheid toe te laten. In de huidige context, waarin de VN zelf vaststelt dat Israël een genocide pleegt in Gaza, betekent dit concreet dat onze overheden geen contractuele of economische banden mogen onderhouden met bedrijven die betrokken zijn bij deze misdaden of ze faciliteren.

Daarom wil ik u vragen om federale verantwoordelijkheid op te nemen, niet om morgen alles stil te leggen, maar om ervoor te zorgen dat alle politiezones op een zorgvuldige en consequente manier kunnen afstappen van Israëlische software, met volwaardige alternatieven.

Wilt u de politiekorpsen daarbij helpen?

Welke alternatieven bestaan er voor software zoals deze van Cellebrite, BriefCam en Radwin? Worden die gebruikt in België? Heeft uw administratie daar al onderzoek naar gedaan?

Gaat u gemeenten en politiekorpsen sensibiliseren over de ethische en juridische problemen bij de aankoop van Israëlische producten vandaag?

Voorzitter:

De heren Boukili en Dubois zijn niet aanwezig.

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs les députés, beste Kamerleden, afin de répondre à l'ensemble de vos questions, permettez-moi une courte introduction avant d'entrer dans le détail. Je peux confirmer que la police fédérale recourt à certains équipements ou logiciels développés par certaines entreprises israéliennes. C'est notamment le cas des logiciels Cellebrite et BriefCam, ainsi que des lanceurs de gaz lacrymogène de la marque ISPRA. Pour des raisons de sécurité opérationnelle des services de police, il m'est impossible de détailler de manière exhaustive l'ensemble des outils employés.

Il est exact qu'à ce stade, il n'existe pas d'alternative européenne offrant le même niveau de performance. C'est précisément pourquoi il importe de soutenir l'émergence de solutions européennes crédibles afin de renforcer notre autonomie stratégique. Il serait dommage que l'Union européenne se limite, comme on le dit parfois ironiquement, à réglementer pendant que d'autres créent. Je précise toutefois que le soutien à l'innovation et aux entreprises ne relève pas de mes compétences directes. Je veille cependant à ce que la Belgique s'aligne sur les recommandations européennes et garantisse que les outils employés respectent pleinement notre cadre légal et démocratique.

Les marchés publics passés par la police fédérale sont strictement encadrés par les législations belge et européenne. Cela inclut les directives européennes sur les marchés publics, la loi belge relative aux secteurs classiques et la loi sur la défense et la sécurité, ainsi que leurs arrêtés d'exécution. Ces procédures imposent des principes généraux comme l'égalité de traitement, la transparence et la non-discrimination. À ces critères s'ajoute la circulaire fédérale du 16 mai 2014 qui invite les adjudicateurs à intégrer des considérations de développement durable, notamment des clauses sociales ou liées au commerce équitable, dans la passation de leurs marchés.

Enfin, en matière de respect des droits humains, il existe une contrainte importante. La Belgique est liée par des accords internationaux qui garantissent aux entreprises de certains pays, dont Israël, le droit de participer à nos procédures de marché public. Il est donc impossible, à ce stade, d'exclure automatiquement des entreprises sur la seule base de leur origine nationale, sauf si ces accords venaient à être modifié à l'échelle européenne ou internationale.

Bien entendu, pour les raisons que j'ai déjà évoquées dans le cadre de la lutte contre le crime organisé, qui constitue l'une de mes préoccupations majeures en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, les éventuelles alternatives doivent apporter les mêmes possibilités opérationnelles au bénéfice de nos concitoyens, ici en Belgique.

Mijnheer Vandemaele, ik heb kennisgenomen van de brief van de stad Gent, waarin de wens wordt geuit om geleidelijk afstand te nemen van het gebruik van software van Israëlische oorsprong, zoals Cellebrite. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat dit niet op eigen houtje kan worden gerealiseerd.

De politiezones beschikken over een zekere mate van beheersautonomie. Die autonomie is echter niet absoluut. Zij moeten het federaal en Europees kader naleven, onder meer op het vlak van gegevensbescherming, overheidsopdrachten en het gebruik van technologieën. Dit beperkt in aanzienlijke mate de speelruimte van een lokale overheid om een technologisch hulpmiddel te verbieden of te vervangen. Het gebruik van de tools waarnaar de commissieleden verwijzen, moet dus voldoen aan dit juridisch kader. Het Controleorgaan op de politionele informatie ziet hierop toe.

Verder wens ik te benadrukken dat het gebruik van tools zoals Cellebrite of BriefCam plaatsvindt binnen een gerechtelijk kader. Concreet worden de onderzoeken waarbij deze tools worden ingezet, gevoerd onder leiding en toezicht van de procureur des Konings, die oordeelt over de wettelijkheid en proportionaliteit van de onderzoeksmaatregelen. Politieambtenaren beschikken dus niet over een onbeperkte autonomie. Zij handelen binnen een duidelijk procedureel kader, dat wordt gevalideerd door de bevoegde gerechtelijke autoriteiten.

En résumé, et pour répondre également à Mme Maouane, il existe bel et bien certaines possibilités d'exclure des fournisseurs spécifiques. Toutefois, à l'heure actuelle, je ne dispose pas de base légale visant à exclure certaines technologies.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de minister, op mijn tweede vraag hebt u niet geantwoord. Ik zal daarover dan maar een schriftelijke vraag indienen. Zo wordt het moeilijk om een debat te voeren, als alles op een hoopje wordt gegooid. U hebt de vragen al weken geleden ontvangen. Ik betreur dus dat u ze niet beantwoordt. De regering heeft nochtans zeer fors gecommuniceerd over wat men zou doen ten aanzien van Israël. Het feit dat u niet antwoordt, is natuurlijk ook een antwoord. Het is duidelijk dat het akkoord dat ons is voorgesteld, waarbij streng maar rechtvaardig zou worden opgetreden, in feite weinig strengheid inhoudt ten opzichte van Israël. Dat was al duidelijk, maar u maakt het nu nogmaals duidelijk.

Wat betreft mijn eerste vraag, bestaat er veel tegenspraak. Wij horen dat er wel degelijk alternatieven zijn die even performant zijn en die ook in de Europese Unie worden gebruikt. Dat is lastig, maar nog lastiger is dat we op al onze vragen over welke politiezones welke tools gebruiken, altijd het antwoord krijgen dat die informatie niet kan worden gedeeld omdat ze te gevoelig is. Dat kan ik extern nog aanvaarden. Toch denk ik dat we op een bepaald moment, al is het achter gesloten deuren, een overzicht moeten krijgen van de lokale en federale politie van de leveranciers van Israëlische en andere oorsprong waarmee er wordt gewerkt en van de tools. Zo kunnen wij onze rol als toezichthouder op de overheid en de regering daadwerkelijk spelen. We kunnen er niet omheen dat alle tools en software die de collega's hier hebben genoemd, zijn uitgetest in het kader van een genocide. Dat vind ik bijzonder problematisch. U zegt zelf dat we daar niets aan kunnen doen, maar ik deel die mening niet. Ik denk dat de ethische clausules in dergelijke contracten wel degelijk de mogelijkheid bieden om bepaalde leveranciers uit te sluiten.

Daarom moet ik zeggen, mijnheer de minister, dat ik uw antwoord bedroevend vind. Wij zullen hier op een ander moment verder op ingaan, want dit is te pijnlijk voor woorden.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour la transparence, même si je reste un peu sur ma faim pour ce qui est de la transparence. En effet, je trouverais bien d'avoir toutes les informations complètes sur...

J’attends que M. le ministre termine pour qu’il écoute la réplique. Geen probleem! Ik mag wachten.

Monsieur le ministre, je vous remerciais pour votre transparence, même si je reste un peu sur ma faim parce qu’il serait quand même intéressant d'avoir toutes les informations au complet. Comme le disait mon collègue, cela peut même se faire en commission à huis clos.

Vous soulignez qu'il n'existe pas de moyen de sécurité européen qui soit tout aussi efficace. Mais, pour ces mêmes raisons de sécurité, je trouve dingue qu'on utilise des logiciels testés dans des conditions parfois de colonisation, de violation des droits humains et même de génocide. L'utilisation de logiciels israéliens ne devrait pas être une solution à cette carence. De même, l'absence de cadre légal ne justifie pas cet usage. À cet égard, je fais référence à l'avis de la Cour internationale de Justice qui rappelle que les États ont l'obligation de ne pas soutenir l'occupation illégale et d'intervenir. Ceci nous rend quelque part indirectement complice des violations du droit international, sans parler du contexte de répression systémique de la police. Mais c'est un autre débat auquel, je l'espère, on reviendra.

En poursuivant ces collaborations, la Belgique, je l'ai dit, se rend de facto complice. Cela mérite un vrai débat parlementaire, un vrai débat citoyen qui devrait être organisé pour garantir que nos forces de l'ordre ne soient pas équipées au détriment des droits humains. Nos forces de l'ordre doivent être irréprochables. Cela aussi, c’est la responsabilité de notre pays.

Brent Meuleman:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik heb geprobeerd goed te luisteren. U gaf veel informatie en de vertaling ging nogal snel. Ik zal alles zeker nog eens rustig herlezen in het Verslag.

Ik onthoud uit uw antwoord vooral dat het niet evident is. Ik heb begrepen dat er op dit moment bij ons in Europa geen systemen zijn die even performant en betaalbaar zijn. Dat stelt ons natuurlijk voor de vraag hoe wij daar in Europa mee moeten omgaan. Het overstijgt het Belgische niveau. Ik reken er wel op, mijnheer de minister, dat ons land daar een voortrekkersrol in speelt. Misschien kunt u daar iets in betekenen. De huidige toestand noopt echt wel tot vragen.

Ik blijf op dat vlak toch een beetje op mijn honger. Ik hoop oprecht dat we snel een duidelijk signaal kunnen krijgen, dat we eenduidige informatie kunnen krijgen over op welke manier we hiermee verder moeten. Ik stel immers vast dat heel wat gemeentebesturen en politiezones hiermee worstelen. Ze willen eigenlijk zo snel mogelijk af van deze software, maar dan moet er natuurlijk een systeem beschikbaar zijn dat even performant en betaalbaar is.

Greet Daems:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. U zegt dat er geen Europees alternatief bestaat met hetzelfde surveillanceniveau. Een goed alternatief is uiteraard belangrijk. De veiligheid van onze burgers is een belangrijke prioriteit voor ons allemaal.

Wij van de PVDA willen ook dat de politie over volwaardige alternatieven beschikt om de criminaliteit te bestrijden, maar wij willen niet dat die middelen getest zijn op Palestijnen. Een feit is dat de helft van de politiezones in Vlaanderen niet met software van Cellebrite werkt. Dit toont aan dat het toch mogelijk is.

Er zijn verschillende burgemeesters die aangeven dat ze willen stoppen met die Israëlische software. Maar ze geven ook aan dat het niet zo eenvoudig is de contracten van de ene dag op de andere stop te zetten. U kan als minister op het federale niveau de regie in handen nemen en de steden en de gemeenten helpen met het zoeken naar alternatieven. Het is echt ontzettend belangrijk om die contracten zo snel mogelijk te beëindigen.

U bent verantwoordelijk voor onze binnenlandse veiligheid, dus u moet erop toezien dat onze binnenlandse veiligheid niet verzorgd wordt door bedrijven uit een genocidaire staat.

U geeft aan dat het niet mogelijk is om bedrijven automatisch uit te sluiten van publieke aankopen, bijvoorbeeld op basis van nationaliteit, maar dat is ook niet het principe. U ontwijkt de vraag. België is gebonden aan het genocideverdrag, dat medeplichtige bedrijven vermeldt. Het omvat dus niet alle Israëlische bedrijven, maar wel degenen die medeplichtig zijn aan genocide. Cellebrite is zo'n bedrijf.

Ortwin Depoortere:

Mijnheer de minister, met uw goedvinden zou ik graag mijn vraag nr. 56007339C over de moord op een OCMW-medewerker in Gent omzetten in een schriftelijke vraag. Ze dateert immers al van zeer lang geleden en ik vermoed dat het antwoord van toen vandaag nog altijd hetzelfde zal zijn.

Problematische pro-Palestijnse betogingen
De pro-Palestijnse betogingen in het station Brussel-Zuid
De veiligheid bij de komende wielerkoersen
De willekeurige arrestaties van Palestijnen
De vaststelling van het OCAD over de steeds grimmigere pro-Palestijnse protesten in ons land
De opgepakte pro-Palestijnse actievoerders
De beteugeling van de betoging van 2 oktober jongstleden
De vreedzame steunbetoging voor de vloot naar Gaza
Het gewelddadige politieoptreden tijdens de Palestinabetoging
Het gewelddadige optreden van de politie tijdens de pro-Palestijnse betoging
Pro-Palestijnse protesten, veiligheid en politieoptreden in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken), Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 8 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om escalerend geweld en polarisatie rond pro-Palestijnse protesten in België, met twee tegenstrijdige visies: enerzijds klachten over agressie, antisemitisme en verheerlijking van Hamas (o.a. grafschennis, geweld tegen politici, bedreigingen bij wielerwedstrijden), anderzijds beschuldigingen van disproportioneel politiegeweld, etnisch profileren en onderdrukking van vreedzaam protest (o.a. arrestaties zonder duidelijke grond, geweld tegen journalisten, zelfmoord van een Palestijnse asielzoeker in detentie). De minister benadrukt wettelijk kader, proportioneel ingrijpen en interne evaluaties, maar critici (o.a. Amnesty, Comité P) wijzen op systematische overtredingen, gebrek aan transparantie en een patroon van repressie tegen Palestijnse activisten. Vrijheid van meningsuiting versus openbare orde blijft de kernspanning, met geen concrete oplossingen voor de onderliggende polarisatie.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, volgens het OCAD worden de pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger. Iedereen met ogen in zijn hoofd had dat natuurlijk al lang gezien en soms ook meegemaakt. Het OCAD zei dat na de schandalige ontering van het graf van voormalig MR-boegbeeld Jean Gol, eigenlijk Jean Goldstein. Hij had zijn naam aangepast, omdat hij toen helaas al wist waarom dat nodig was, maar zelfs dat was blijkbaar niet meer voldoende om te voorkomen dat zijn graf werd onteerd. Hij was dus een Joodse man.

Vervolgens waren er ook gewelddadige protesten tegen MR-politici – u zult dat vast hebben gevolgd, mijnheer de minister – waarbij honderden pro-Palestijnse activisten betrokken waren, nota bene bij de gebouwen van de universiteit van Luik. Daarbij werden partijleden en -medewerkers belaagd en raakten twaalf politieagenten gewond, van wie vijf naar de spoed moesten.

Op zondagavond 24 augustus vond er een zoveelste Palestina-betoging plaats in Brussel. Daar werd een man neergestoken. Dat zou gaan om een inter-Palestijns conflict over de rol van Hamas. Ik verneem – ik weet niet of dat klopt, maar u mag het me zeggen als u het weet – dat een Hamas-aanhanger een demonstrant zou hebben neergestoken omdat hij Hamas had bekritiseerd; een klein stukje Midden-Oosten op ons grondgebied dus.

Er was nog een zogenaamde Palestina-betoging waar moslimtieners opriepen om – ik citeer – “onze martelaars te eren”. Daarbij werden expliciet jihadisten genoemd, onder wie de moorddadige Hamasleider Yahya Sinwar, de architect van de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023. We gaan erop vooruit, mijnheer de minister.

Verder was er de Vuelta, waaraan ook de ploeg Israel - Premier Tech deelnam. Die werd dag na dag ontsierd door levensgevaarlijke taferelen, doordat anti-Israël-demonstranten met Palestijnse vlaggen herhaaldelijk het parcours bestormden. Zeker als voormalig wielrenner maakte mij dat extra woedend.

We stellen nu vast dat dit soort weerzinwekkende terreur – dat is het immers – helaas werkt. Nadat de Israëlische wielerploeg eerst werd gecanceld uit wielerkoersen, heeft de bezieler nu een stap opzijgezet en is Israël uit de naam van de ploeg geschrapt. Dat is de gele Jodenster anno 2025.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie op deze tendens en evolutie? Wat onderneemt de regering om tijdens wielerkoersen in ons land de veiligheid van alle renners en hun omkadering te garanderen? Ik vraag dit nadat de bezieler van de Israëlische wielerploeg een stap opzij heeft gezet en nadat Israël uit de naam van de ploeg is geschrapt.

We weten immers dat die anti-Israëlactivisten daar geen genoegen mee zullen nemen. Zij zullen blijven proberen obstakels op te werpen en wellicht levensgevaarlijke taferelen te veroorzaken.

Wat onderneemt u om de veiligheid van onze wielerkoersen en van alle wielrenners te garanderen? Als er één valt, dan valt er immers vaak een hele hoop. Wat onderneemt u om die veiligheid te waarborgen? Wat vindt u van de verheerlijking van moorddadige Hamasterroristen zoals Yahya Sinwar door moslimtieners in België? Wat is uw reactie op de bevinding van het OCAD dat de pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger worden? Wat onderneemt u daartegen? Dit gebeurt natuurlijk stap voor stap. Er staat ook nog een vraag over Code Rood en andere radicale groeperingen op de agenda. Deze worden steeds gewelddadiger en agressiever, omdat ze voelen en weten dat ze in dit land met fluwelen handschoentjes worden aangepakt.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, depuis deux ans, chaque soir, des citoyennes et des citoyens se rassemblent à Bruxelles. Depuis de nombreux mois, ils se rassemblent à la Bourse pour exprimer pacifiquement leur solidarité avec le peuple palestinien: ils chantent, ils manifestent et exercent donc un droit fondamental.

Cependant, depuis quelques semaines, les témoignages se multiplient. La police ne se contente plus d'encadrer les manifestants mais semble cibler directement les Palestiniens qui sont présents. Cela résulte en des arrestations, y compris de personnes en ordre de séjour, qui voient leur intégrité menacée et qui risquent même l'enfermement en centre fermé.

Je tiens à citer ici les noms, car derrière chaque arrestation, il y a des humains: Fethi, Enes, Hamouda et Ossam sont quatre militants palestiniens récemment arrêtés à Bruxelles. Ensuite, il y a le drame de Mahmoud. Il avait survécu aux horreurs de Gaza mais s’est donné la mort il y a deux nuits, alors qu'il était enfermé au centre fermé du 127 bis . Il avait demandé à pouvoir sortir pour faire son deuil. Il a écrit et supplié pour sortir mais sans succès. Suite à cela, il a tragiquement mis fin à ses jours. Ce n’est pas la question ici, mais je tiens à souligner qu’il est décédé ici, en Belgique. Ce que la guerre n’avait pas pris, notre système, lui, l’a brisé.

J'en reviens à des considérations très simples, très actuelles et très concrètes. Monsieur le ministre, quelles sont aujourd’hui les instructions données aux forces de l’ordre pour encadrer les rassemblements pacifiques qui ont lieu sur le territoire de la ville de Bruxelles? Comment vous assurez-vous qu'aucune communauté ne soit spécifiquement ciblée en raison de son origine ou de son engagement politique? Quelles garanties concrètes pouvez-vous nous donner pour que les libertés d'expression et de manifestation – qui sont des droits fondamentaux de notre démocratie – soient respectées?

Voorzitter:

Madame Marouane. Je vous donne la parole pour votre deuxième question jointe.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, le 2 octobre, nous avons vu l'inacceptable à Bruxelles. Des citoyennes et des citoyens manifestaient pacifiquement pour la Palestine et alors qu’ils fuyaient effrayés, ils ont été exposés aux gaz lacrymogènes. Ils ont été brutalisés par la police. Ils ont été pourchassés, battus, humiliés.

Amnesty International parle d’un recours illégal et disproportionné à la force. Malheureusement, ce n’est pas un incident isolé. Comme je le dis depuis des mois, ces manifestations de solidarité sont systématiquement entravées, brutalement dispersées, parfois même interdites. C’est devenu une tendance lourde, inquiétante, qui met directement en cause les choix et les ordres donnés à la police.

Quels ordres exacts ont été donnés le 2 octobre? À quelle heure, par qui et avec quels suivis policier et politique? Étiez-vous informé de la décision de disperser la manifestation pacifique de la place du Luxembourg? Comment expliquer que des policiers soient intervenus sans matricule – comme nous le voyons apparemment sur les images – alors qu'il s'agit pourtant d'une obligation légale et d'une garantie minimale de transparence?

Enfin, j'aimerais avoir des explications sur la disproportion de la réponse qui a été donnée. Pourquoi des gaz lacrymogènes, des canons à eau, des matraques contre des manifestants qui fuyaient et qui ne représentaient ou semblaient ne représenter aucune menace?

Greet Daems:

Mijnheer de minister, mijn eerste vraag gaat over vier pro-Palestijnse actievoerders die de voorbije weken in Brussel na vreedzame betogingen werden opgepakt en ondergebracht in gesloten centra.

Volgens de politie en de DVZ ging het om een verstoring van de openbare orde, maar tot op vandaag blijft onduidelijk welke concrete feiten die zware ingreep rechtvaardigen. Een van de actievoerders is Houssam, een Palestijnse asielzoeker wiens asielprocedure loopt. Hij werd in een metrostation opgepakt en in een gesloten centrum geplaatst. Mensenrechtenadvocaten noemen dat ongezien en disproportioneel, aangezien asielzoekers enkel kunnen worden opgesloten na strafbare feiten en een rechterlijke veroordeling. De raadkamer heeft intussen geoordeeld dat de actievoerders moesten worden vrijgelaten wegens een gebrek aan enige bedreiging voor de openbare orde. Zelfs de processen-verbaal van de politie bleken niet in het dossier te zitten. Toch blijft de DVZ bij zijn beslissing en is de DVZ in beroep gegaan.

Ik heb daarover op 1 oktober al vragen gesteld aan de minister voor Asiel en Migratie, maar zij verwees mij voor de politionele zaken naar u door.

Mijnheer de minister, op basis van welke feiten werden Houssam en de andere actievoerders opgepakt? Wie heeft daartoe het bevel gegeven? Wat is de concrete motivering om te spreken van een verstoring van de openbare orde?

Waarom worden mensen wiens asielprocedure loopt opgesloten in een gesloten centrum?

Hoe garandeert u dat het grondrecht op vreedzaam protest niet wordt uitgehold door dat soort ingrepen?

Waarom ging de DVZ in beroep tegen de uitspraak van de raadkamer?

Waarom ontbraken de processen-verbaal in het dossier van de mannen die voor de raadkamer zijn verschenen?

Mijn tweede vraag gaat over het politiegeweld in Brussel tegen Palestijnse actievoerders. Na de betoging van vorige week donderdag in Brussel tegen de Israëlische aanval op de humanitaire flotilla zijn bij het Comité P al tien klachten binnengekomen over het buitensporig geweld door politieagenten. Niet alleen vreedzame betogers werden geconfronteerd met geweld, maar ook leden van de pers, ook al hadden zij zich duidelijk geïdentificeerd. Daar zijn verschillende getuigen van.

De politie spreekt over incidenten en vernielingen door een beperkte groep, maar het is een feit dat ook vreedzame deelnemers en journalisten zwaar werden aangepakt.

Een fotojournaliste van het internationaal onderzoekscollectief OCCRP heeft verklaard dat ze met de wapenstok werd geslagen toen ze vastlegde hoe agenten een vrouw op de grond sloegen. Dat is niet het eerste incident. In januari, tijdens de betoging tegen Jordan Bardella, werden journalisten eveneens geviseerd. Enkele maanden geleden belandde een journalist met perskaart ook een nacht in de cel. Het wordt stilaan een patroon dat bepaalde pelotons van PolBru optreden op een manier die persvrijheid en het recht op betogen ondermijnt.

Wij begrijpen dat ordehandhaving complex is, maar telkens buitensporig geweld vergoelijken met moeilijke omstandigheden ondermijnt de rechten van burgers. Als die incidenten blijven terugkeren, spreken we niet langer over individuele fouten, maar over een beleid dat die incidenten toelaat.

Mijnheer de minister, welke richtlijnen gelden voor het optreden van de politie tegenover journalisten en vreedzame betogers? Hoe garandeert u dat die richtlijnen in Brussel worden gerespecteerd?

Zult u gezien de herhaling van dergelijke incidenten een onafhankelijk onderzoek laten voeren door de AIG naar het optreden van PolBru tegenover de pers en burgers tijdens manifestaties?

Welke maatregelen zult u nemen om te vermijden dat de politie opnieuw zo reageert op vreedzaam protest, of het nu gaat over Palestina, sociale rechten of om het even welke andere zaak?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, par centaines de milliers, et à plusieurs reprises, les citoyens et les citoyennes de ce pays, en ce compris en famille (grands-parents, parents, enfants), ont exercé un droit constitutionnel important, celui de manifester pacifiquement. Ils l’ont fait pour dénoncer un génocide – ce qu'il y a de plus terrible dans l'histoire de l'humanité –, un génocide en cours, mené par le gouvernement israélien contre la population civile à Gaza. Ils ont tracé une ligne rouge, alors que notre gouvernement n'a pas été capable de faire de même, et n'a pas une réponse suffisante, à mes yeux, face au drame humanitaire en cours.

Jeudi dernier, à nouveau, de nombreux citoyens – 5 000 – sont descendus, de manière tout à fait spontanée, dans les rues de la capitale – mais il y en avait aussi dans d'autres villes du pays –, pour manifester leur soutien à la flottille pour Gaza. Cette flottille a été raillée par certains hommes politiques, dont votre président de parti. Plusieurs Belges y participaient et ont été arrêtés par les autorités israéliennes.

La manifestation a commencé au SPF Affaires étrangères et s'est terminée à la place du Luxembourg pour dénoncer la non-protection par notre pays de la flottille.

Cette manifestation a donné lieu à des images difficilement justifiables. Je me suis demandé si j'étais bien en Belgique. J'ai vu, comme d'autres, des policiers qui gazaient des manifestants en fuite. D'autres étaient littéralement pourchassés dans les rues.

Je pense que toute la transparence doit être faite sur ces événements inacceptables, alors que la réponse de la police doit toujours être proportionnelle. C'est de cette proportionnalité qu'elle tire sa légitimité. Loin de moi l'idée d'accabler la police. Je sais que c'est un métier compliqué, et particulièrement que gérer et encadrer des manifestations s'avère de plus en plus complexe.

Monsieur le ministre, j'aimerais avoir votre avis et connaître les informations en votre possession concernant ces violences en marge des manifestations. Je voudrais également savoir si une enquête interne à la police intégrée a été demandée.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, ik vang mijn antwoord aan met de vraag van de heer Van Rooy over de verstoring van wielerwedstrijden. Bij een wielerwedstrijd hebben de lokale bestuurlijke overheden en de politiediensten uiteraard contact met de organisatoren. Bij het opstellen van de operationele risicoanalyse worden mogelijke protestacties besproken. Met betrekking tot de Israëlische wielerploeg Premier Tech wordt bijkomend door het NCCN voorzien in verhoogde waakzaamheid door de veiligheidsdiensten en worden gepaste maatregelen voorzien.

Het OCAD verwijst in algemene termen naar de evolutie van de wekelijkse kleinschalige pro-Palestijnse manifestatie in het Brusselse en naar de toenemende polarisatie rond de Palestijnse kwestie. De dramatische situatie in Gaza leidt tot uiteenlopende meningen binnen onze samenleving. De veiligheidsdiensten volgen die evolutie nauwgezet op via monitoring, dreigings- en risicobeoordeling en versterkte samenwerking tussen federale en lokale actoren. Daarnaast wordt ook gewerkt aan sensibilisering en preventie, onder meer via de Strategie T.E.R., om signalen van radicalisering tijdig te detecteren en een gepaste opvolging te voorzien.

Met betrekking tot de steekpartij tijdens de pro-Palestijnse manifestatie, het parket heeft gecommuniceerd dat uit de eerste elementen van het onderzoek blijkt dat de betrokken personen elkaar kenden. Het zou dus om een interpersoonlijke discussie gaan. Het 22-jarige slachtoffer verkeert niet meer in levensgevaar. Een 21-jarige verdachte werd ter beschikking gesteld van het parket.

Het verheerlijken van terrorisme wordt specifiek voorzien in het nieuw Strafwetboek, dat op 8 april 2026 in werking zal treden. Die strafbaarstelling wordt strikt afgebakend, met voorwaarden over omstandigheden en aannemelijkheid van de gevolgen. Het komt de minister van Justitie toe om te antwoorden op de vraag of heel jonge kinderen die op de schouders van volwassenen in het openbaar oproepen tot het verheerlijken van personen die zij martelaars noemen, binnen de definitie valt van strafbare deelneming aan het verheerlijken van terrorisme.

Madame Maouane, je vais répondre à vos questions en deux temps. D’abord, je répondrai en ce qui concerne les questions sur les arrestations arbitraires et ensuite je répondrai aux questions sur les instructions données à la police locale dans le suivi des manifestations.

Contactée par mes soins, la police de Bruxelles-Capitale/Ixelles, PolBru, m’a fait savoir qu’afin d’éviter les incidents, elle est toujours présente de façon plus discrète et n’intervient qu’en cas de commission de faits délictueux, surtout si ceux-ci menacent la sécurité publique ou l’intégrité physique des personnes.

Je tiens à être clair et à le rester. Chaque intervention policière qui serait basée sur l’origine ethnique ou sur l’engagement politique d’une personne est une discrimination strictement interdite par la loi et, comme je l’ai déjà répété quelques fois aujourd'hui, la loi est la loi. De wet is de wet. Bien sûr, les forces de l’ordre sont les premières à devoir respecter la loi dont elles veillent à la bonne mise en œuvre.

Le contrôle de cette interdiction est exercé par les fonctionnaires dirigeants de la police, les organes de contrôle des services de police, le ministère public et, bien sûr, la presse et le public. Plus spécifiquement, les règles en matière de profilage professionnel et d’interdiction du profilage ethnique sont reprises dans la circulaire ministérielle CP5 du 7 juillet 2023, établie par ma prédécesseure.

En outre, le contrôle d’une personne doit répondre aux critères légaux en la matière. En d’autres termes, si le policier ou la policière a des motifs raisonnables de croire, en raison d’indices matériels ou de circonstances de temps et de lieu, que cette personne est recherchée ou qu’elle a tenté de commettre une infraction, qu’elle se prépare à la commettre ou encore qu’elle pourrait troubler l’ordre public ou qu’elle l’a troublé, la police appliquera la loi. Si la personne contrôlée est en séjour illégal, les directives de l'Office des étrangers sont exécutées par la police. Ici aussi, le travail de la police peut faire l’objet de plaintes et de procédures en justice. Les libertés d’expression et de manifestation sont des droits fondamentaux mais elles ne sont pas des droits absolus. L’article 26 de la Constitution accorde aux Belges le droit de s’assembler paisiblement et sans armes en se conformant aux lois qui peuvent régler l’exercice de ce droit, sans néanmoins le soumettre à une autorisation préalable. Il va de soi que les lois de police s’appliquent en tous temps et en tous lieux.

J'en viens maintenant au suivi de la manifestation du 2 octobre dernier. Le 2 octobre – et je prends les informations reçues de PolBru – à 16 h 15, s’est formé à la hauteur du ministère des Affaires étrangères, dit SPF, un rassemblement de soutien à la flottille arraisonnée au large de Gaza. Aucune demande n’avait été introduite. Ni la police ni les autorités n’avaient été averties. Quatre mille personnes étaient rassemblées et la police a pris contact avec les responsables afin de négocier un scénario dans le respect du droit fondamental à la protestation pacifique.

Grâce à une concertation avec nos services de police, celle-ci a pu évoluer vers une action dynamique encadrée.

Un accord fut donc trouvé afin d'organiser une marche vers la place du Luxembourg face au Parlement européen.

Ce cortège s'est déroulé sans le moindre incident, en parfaite collaboration, mis à part un groupe plus radical qui a immédiatement été au contact des policiers au barrage protégeant le Parlement et dont certains membres ont tagué les bâtiments du Parlement, entre autres, de slogans antisémites.

Peu avant 18 h 45, les organisateurs ont appelé à se disloquer. C'est ce que 3 600 personnes environ ont fait dans le calme. Toutefois, un groupe de 200 à 300 personnes a décidé de former un nouveau cortège sans aucune concertation et dont les intentions n'étaient pas connues. Ce groupe a déambulé vers le centre-ville, causant des dégradations tant au domaine public qu'aux biens privés. Il a également bloqué temporairement les tunnels de la petite ceinture, s'en prenant aux automobilistes et aux installations des tunnels.

Une première apparition de la police, jusque-là discrète, a mis fin à ces agissements. Ce groupe a ainsi marché jusqu'à la Bourse, où il a rejoint le rassemblement, non autorisé mais toléré, qui s'y tient quotidiennement, comme vous l'avez souligné vous-même. Ici aussi, des dégradations furent commises le long du parcours.

Entre-temps, 100 à 150 personnes continuaient, sans concertation, à bloquer la place du Luxembourg, perturbant gravement la mobilité, en particulier les transports en commun.

Vers 20h, un groupe s'est reformé à la Bourse, toujours sans concertation, et a rejoint la petite ceinture.

La police a décidé de mettre fin à ce cortège sauvage. Elle a tenté de le stopper, mais cela a eu comme conséquence des jets de projectiles vers la police suivis d'un "jeu du chat et de la souris", si vous me permettez l'expression. À l'aide de patrouilles réactives, la police a fini par disperser ce groupe qui n'avait plus de "pacifique" que le nom.

Il est déjà près de 22h. La police a également demandé au groupe de la place du Luxembourg de libérer la place, ce qui a aussi eu comme conséquence des jets de projectiles. Les manifestants refusèrent de quitter la place et avouèrent l'intention d'y camper. Les jets de projectiles continuaient et les événements mettaient en danger les autres personnes sur ladite place.

Il a alors été décidé de disperser le groupe, et là aussi, il fut fait usage de gaz incapacitants et aussi d'une arroseuse. Ces moyens n'ont été utilisés que lorsque le dialogue n'était plus possible et dans le strict respect du cadre légal. Ces mesures, bien qu'impressionnantes visuellement, j'en conviens, sont prévues par la loi pour rétablir l'ordre public lorsque toutes les autres options ont échoué.

Le calme a été rétabli partout vers 23h.

Quatre personnes ont été arrêtées judiciairement et mises à disposition du procureur du Roi, entre autres pour rébellion armée. Cela démontre également les véritables intentions des groupes en question qui ne peuvent donc, à la lumière des événements que je viens de mentionner, être qualifiés ni de pacifiques ni de respectueux de la loi. Je parle bien des derniers groupes. Au demeurant, je vous rappelle qu'un policier a été blessé.

Mesdames et messieurs les députés, les manœuvres policières tant à Bruxelles qu'à Ixelles ont été approuvées par les autorités administratives compétentes. J'ajouterai que l'évaluation du caractère proportionné de toute intervention policière repose sur plusieurs critères, dont l'analyse de la situation sur le terrain, les risques pour la sécurité publique, le comportement des participants et le respect du cadre légal. A posteriori , une évaluation interne est systématiquement menée après chaque intervention d'envergure. Elle permet d'analyser les actions menées, d'identifier les points d'amélioration éventuels et de garantir que les futures interventions restent toujours proportionnelles, légales et transparentes. Voilà pour les faits.

Quant aux aspects d'ordre juridique, certains d'entre vous m'ont interrogé relativement à des plaintes adressées au Comité P. Je vous rappelle que celui-ci est un organe qui dépend du Parlement. Par conséquent, si vous souhaitez le saisir, cela relève évidemment de vos prérogatives.

S'agissant ensuite de la saisine de l'Inspection générale de la police, sur la base des informations qui m'ont été précisées par la zone PolBru, aucun élément ne me suggère, pour le moment, d'agir en ce sens.

Certains d'entre vous m'ont interrogé quant à la présence de journalistes dans la manifestation et à l'attitude de la police à leur égard. J'ai dit précédemment, et je le répète, que la liberté de la presse constitue un pilier fondamental de notre démocratie. Nos services de police sont pleinement conscients du rôle des journalistes, y compris lors de manifestations. Des directives claires sont en vigueur en ce qui concerne leur traitement par les forces de l'ordre. Elles insistent notamment sur l'identification correcte des journalistes sur le terrain, le respect de leur travail d'information et l'interdiction de toute entrave injustifiée à l'exercice de leur mission, sauf en cas de risque immédiat pour la sécurité. En pratique, ces directives sont rappelées régulièrement aux policiers, notamment en amont des manifestations importantes. De plus, lors des briefings opérationnels, l'attention est portée tout particulièrement sur la présence de journalistes, tandis que des consignes sont données pour garantir leur sécurité et leur liberté de mouvement, dans la mesure du possible et dans le respect des règles de sécurité publique.

En cas d'incident ou de plainte impliquant un journaliste, une procédure d'examen est systématiquement enclenchée. Toute plainte est prise au sérieux, transmise au parquet de Bruxelles, et peut faire l'objet d'un suivi disciplinaire ou judiciaire, si nécessaire.

La police reste engagée à maintenir un dialogue ouvert avec les représentants des médias et à améliorer en permanence nos pratiques, afin de garantir à la fois la sécurité publique et le respect des libertés fondamentales. Il s'agit là d'un sujet de tension permanent, mais aussi d'un sujet de tension au sens politico-légal du terme, bien entendu. La zone de police PolBru s'est déjà mise à table avec des représentants médias des deux côtés du pays afin de baliser au mieux leur présence lors des manifestations, en veillant à assurer leur droit à l'information, leur travail ainsi que leur intégrité physique et la protection de leur matériel face à des personnes et/ou des groupes hostiles.

Sam Van Rooy:

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het OCAD waarschuwt dat de zogenaamde pro-Palestijnse protesten in ons land grimmiger worden. In de praktijk zien we – ik merk dat ook in Antwerpen – dat ze agressiever worden, dat zij overgaan tot vandalisme en zelfs grafschennis, zoals bij het graf van Jean Gol, alsook tot geweld tegen politici, recent nog tegen politici van uw partij, de MR. Zij doen dat ook omdat zij weten dat zij in dit land niets of hoogstens een fopstrafje riskeren.

Die zogenaamde pro-Palestijnse activisten brengen bovendien wielrenners in levensgevaar. Zij mogen in dit land al bijna twee jaar gewoon oproepen tot dodelijk jihadistisch geweld. Zij mogen op straat moorddadige jihadistische terroristen verheerlijken, zelfs Yahya Sinwar, de architect van de genocidale massaslachting van 7 oktober 2023.

Ondertussen worden de nuttige idioten van de jihad, die meevaren op de illegale Hamas- flotilla , door deze regering toegejuicht en zelfs geholpen. Belgistan doet zijn naam helaas weer alle eer aan.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je répliquerai aussi en deux temps, si vous le permettez.

Concernant les manifestations et le ciblage des Palestiniens tous les soirs à la Bourse, vous évoquez un encadrement policier qui est conforme aux règles. Pourtant, des témoignages concordants font état d'interpellations ciblées sur des personnes avec un faciès d'origine arabe, des personnes qui sont parfois aussi en ordre de séjour.

Puisque je participe régulièrement à ces manifestations, à ces rassemblements à la Bourse, j'ai moi-même assisté à des interventions qui étaient un peu limites avec des policiers qui n'avaient pas de matricule apparent. Mais une fois que je leur ai fait la remarque, ils l'ont évidemment bien gentiment montré. Ces policiers utilisent la technique de la nasse qui est totalement illégale, pour laquelle l'État belge a été condamné, pour laquelle la Ville de Bruxelles a été condamnée et pour laquelle M. Close a été condamné personnellement.

Pour nous, il est extrêmement important de mesurer ce qui est en train de se passer. Vous avez en effet rappelé que les arrestations qui sont fondées sur l'origine ethnique étaient contraires à la loi. Cependant, au regard des événements récents, des témoignages et de mes propres observations, il semblerait que la base légale du motif "raisonnable" de croire à la commission d'un délit soit bien trop largement interprétée par certains membres des forces de l'ordre. Comme on le voit bien, ces arrestations sont parfois suivies de placements en centre fermé ou en cellule qui mettent en péril des parcours d'intégration, des demandes d'asile voire des vies, puisqu'on a assisté voici deux jours au suicide d'un réfugié palestinien.

S'agissant de la répression du 2 octobre, monsieur le ministre, on a assisté à une espèce de moment de bascule. Vous avez dit que la proportion d'une intervention se mesure à l'analyse de la situation sur le terrain. Alors, force est de constater qu'il y a eu ici une grave disproportion au cours des événements du 2 octobre, la réaction de la police étant totalement disproportionnée.

Vous avez évoqué ce qu'il s’est passé du côté de la place du Luxembourg. Je n’y étais pas, mais vers 20 h, j’étais avec des centaines de personnes aux environs de la Bourse et j’ai vu de mes propres yeux des passants recevoir des coups de matraque, des passants qui parfois n’avaient rien à voir avec la manifestation en cours. À un moment donné, la police anti-émeutes a chargé sans sommation et s’est déchaînée sur une foule de citoyens. Certains participaient à la marche, d’autres pas du tout. Il y avait des femmes, des hommes, des enfants, des personnes âgées, des personnes à mobilité réduite. Ces personnes ont été chargées sans distinction. Il semblerait que cela ait eu lieu en toute impunité. Quand des policiers en civil ou des policiers anti-émeutes insultent, pourchassent et finissent par encercler des manifestants, également sur la place des Martyrs et dans les rues avoisinantes, on se retrouve face à un grave problème de proportionnalité, qui est extrêmement inquiétant et pour lequel je n’ai pas obtenu de réponse satisfaisante, monsieur le ministre. Je poserai la question aussi au responsable de la police locale, M. Close.

Greet Daems:

Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn eerste vraag, over de vier opgepakte Palestijnse actievoerders die in een gesloten centrum werden geplaatst. Ik weet niet of er iets fout gelopen is? U hebt er niets over gezegd. Ik weet niet of u het vergeten bent.

Bernard Quintin:

Dat hangt af van minister Van Bossuyt. Als er vreemdelingen zijn opgepakt, is ook Dienst Vreemdelingenzaken erbij betrokken.

Greet Daems:

Dat is straf, want mevrouw Van Bossuyt verwijst voor de politionele aspecten naar u door. Ik heb dit vandaag nog al gehoord. Men trekt hiermee de paraplu open. Wij hebben toch het recht om te weten wat er is misgelopen. Wat hebben die mensen misdaan om in een gesloten centrum te worden opgesloten? Daar moet duidelijkheid over komen. De politie en niet de DVZ kiest wie zij op een betoging oppakt en zij valt onder uw bevoegdheid. Het verstoren van de openbare orde als reden blijft heel vaag. Nu ontstaat de indruk dat Palestijnen die hun stem laten horen tegen de genocide het risico lopen opgesloten te worden in gesloten centra. Dat is een directe ondermijning van het grondrecht op vrije meningsuiting en vreedzaam protest. Ik zal de vraag misschien later nog eens stellen om alsnog een antwoord te krijgen.

Wat betreft het politiegeweld in Brussel tegen de Palestijnse actievoerders, hebt u een verloop van de betoging op 2 oktober gegeven op basis van een verslag van PolBru. Daaruit blijkt dat alles correct verlopen zou zijn. Hoe verklaart u echter dat er inmiddels tien klachten zijn ingediend bij het Comité P, waaronder van journalisten die zich identificeerden? Wanneer burgers en leden van de pers met een wapenstok worden geraakt, is er op zijn minst reden om te onderzoeken of de proportionaliteit wel gerespecteerd werd. Ik vind het jammer dat u die intentie niet hebt.

Dat is wat er telkens gebeurt. Men belooft interne evaluaties, maar er verandert eigenlijk niets. Intussen stapelen de klachten zich op en wordt het geweld telkens opnieuw vergoelijkt.

U zegt dat de politie moest ingrijpen omdat er vernielingen waren en er projectielen werden gegooid. Niemand betwist echter dat de politie de openbare orde moet handhaven. De vraag is hoe dat gebeurt. Het probleem is niet dat er werd opgetreden, maar dat ook vreedzame deelnemers en journalisten werden geviseerd. Dat is het probleem, mijnheer de minister.

Christophe Lacroix:

Merci monsieur le ministre pour votre réponse, que j'ai trouvée franchement… très bonne! Je ne viens pas souvent dans cette commission, car je m'occupe plutôt des relations internationales, comme vous il fut un temps, mais je trouve que nous avons un ministre de l'Intérieur qui sait garder son sang-froid et qui prend ses responsabilités. Cela vaut la peine de le dire.

Deuxièmement, face au génocide qui se passe en Palestine, il y a évidemment une émotion qui est vivement ressentie par notre population, en particulier par les jeunes, des étudiants du secondaire, des étudiants universitaires qui se déplacent et qui souvent, parce qu'ils ont le cœur au bord des lèvres, ne sont pas habitués à des organisations cadrées, etc.

Vous avez bien précisé, dans votre réponse, que la police avait négocié, avec celles et ceux qui pouvaient encadrer le mouvement spontané, les conditions pour mener à bien la manifestation de manière pacifique. Et c'est en toute fin de parcours que la situation a dégénéré, comme très souvent. Je suis fils de syndicaliste, j'ai participé dès l'âge de 14-15 ans à de nombreuses manifestations, qui étaient toutes bien coordonnées par la police et les syndicats, et c'était toujours en fin de manifestation que des casseurs qui n'avaient rien à voir avec le mouvement syndical venaient à la fois pour discréditer ce mouvement, mais aussi pour casser du policier.

Cela ne justifie pas les réactions disproportionnées de la police. Ce qui me rassure, c'est que vous avez dit qu'une évaluation interne se faisait a posteriori , que tous les canaux qui sont à disposition des citoyens et des parlementaires pouvaient être actionnés, et que vous resterez vigilant à ce sujet.

Parce que, in fine , ont été décomptées 5 000 personnes selon le PS, et 4 000 selon la police. Ce sont des manifestants pacifiques qui étaient présents à Bruxelles le 2 octobre. Sur ces 4 000 ou 5 000 personnes, 150 ont créé des troubles et on ne dénombre que quatre arrestations, quatre personnes en détention judiciaire. Il est donc malheureux que ces 150 personnes aient minimisé l'impact positif de cette manifestation.

En outre, je pense que, si on calcule la proportion, il doit y avoir de temps en temps des dérapages de la part des policiers comme il y en a de la part des citoyens. Mais vous êtes là pour veiller à ce que les policiers, qui sont parfois lourdement armés et lourdement équipés, n'occasionnent pas des entraves manifestes à la liberté constitutionnelle de manifester pacifiquement. Je vous remercie.

Voorzitter:

Vraag nr. 56007460C van mezelf is omgezet in een schriftelijke vraag.

Het toenemende antisemitisme in ons land
De Hamas-terreurcellen in België en de veiligheid van de Joodse gemeenschap
Antisemitisme en veiligheidsrisico's voor de Joodse gemeenschap in België

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 8 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende stijging van antisemitisme in België, met name de groeiende onveiligheid onder Joden in Antwerpen en Brussel, waar agressie, haatincidenten en vrees voor aanslagen toenemen. Minister Quintin bevestigt verhoogde politiële surveillance (zichtbaar en onzichtbaar) rond gevoelige locaties zoals synagogen en scholen, samenwerking met Joodse veiligheidsdiensten, en betere registratie van incidenten, maar Van Rooy (N-VA) blijft kritisch: hij wijst op trage politierespons, onvoldoende bescherming en het risico van Hamas-sympathisanten en jihadistische infiltratie in België, met name na 7 oktober 2023. Concrete actiepunten (zoals patrouilles en onderzoek naar extremistische netwerken) blijven beperkt tot lopende monitoring, zonder structurele oplossingen.

François De Smet:

Monsieur le ministre, ne nous voilons pas la face, la recrudescence de l'antisémitisme est une triste réalité. Je ne vais pas refaire l'inventaire, mais on ne compte plus les tags antisémites, les profanations de tombes, comme celle de Jean Gol, les insultes, les agressions verbales ou physiques.

Il faut prendre conscience de l'atmosphère de peur et d'insécurité dans laquelle vivent aujourd'hui nos concitoyens juifs à Anvers, à Bruxelles et ailleurs. C'est une réalité qui touche les écoles, les lieux de culte, les réseaux sociaux, les espaces publics. Des familles nous disent qu'elles hésitent encore à inscrire leurs enfants dans des écoles publiques. Certains cachent leur identité, d'autres songent à quitter le pays.

Je vous avais interrogé le 29 avril dernier au sujet d'un tag antisémite sur des pavés de la mémoire. Vous aviez alors annoncé que vous deviez rencontrer les représentants de la communauté juive dans les semaines suivantes.

Je crois qu'il importe de prendre cette menace d'actes antisémites très au sérieux et d'alerter de ce fait les services compétents. Il serait aussi opportun de mettre à exécution l'un des volets de l'accord du kern, selon lequel une vigilance accrue à l'égard de l'antisémitisme sera assurée et la surveillance des incidents antisémites sera renforcée.

Monsieur le ministre, cette rencontre avec les représentants de la communauté juive a-t-elle eu lieu? Quels enseignements ont-ils pu en être tirés? Des mesures concrètes sont-elles prises, notamment pour l'instauration de patrouilles de police régulières auprès de sites identifiés comme sensibles, de manière renforcée? Les modalités d'exécution de l'accord du kern sur le conflit au Proche-Orient et en matière de lutte contre l'antisémitisme ont-elles été définies?

Sam Van Rooy:

"België is uitgegroeid tot een centraal knooppunt voor Hamasagenten en sluimerende cellen, van wie velen op frauduleuze wijze asiel hebben aangevraagd, en na 7 oktober zijn geactiveerd. Ze zijn bij naam bekend en alomtegenwoordig, maar de autoriteiten willen niet ingrijpen uit angst om als islamofoob te worden bestempeld," aldus Ahmed Fouad Alkhatib, hoofd van 'Realign For Palestine'. Hij zegt dat naar aanleiding van de arrestatie in Duitsland van drie Hamasleden die bezig waren met wapens. Vermoed wordt dat ze aanslagen planden op Israëlische of joodse doelwitten.

Na de dodelijke jihadistische antisemitische aanslag in Manchester, waarbij aan een synagoge twee mensen werden vermoord en er vier zwaargewond geraakten, is weer maar eens pijnlijk duidelijk geworden dat de joodse gemeenschap een zeer groot risico loopt het slachtoffer te worden van de islamitische jihad.

Mijnheer de minister, hoe reageert u op de stelling van Ahmed Fouad Alkhatib?

Proberen in ons land Hamas of aanverwante jihadistische groeperingen moslims te rekruteren om jihadaanslagen te plegen?

Wil de regering onderzoeken hoe groot de sympathie voor Hamas is binnen de moslimgemeenschap, en specifiek bij de Palestijnen die sinds 7 oktober 2023 dit land zijn binnengekomen? Zo neen, waarom niet?

Mijn laatste vraag heb ik al heel vaak gesteld, hier maar vooral ook op het Antwerpse niveau, in de gemeenteraad. Vindt u dat joodse en Israëlische instellingen in België, met name in Antwerpen en Brussel, voldoende worden beveiligd? Graag een toelichting.

Bernard Quintin:

En ce qui concerne l'antisémitisme et la sécurité des communautés juives en Belgique, la lutte à cet égard nécessite effectivement une attention permanente dans notre pays. Ces derniers mois, j'ai pu rencontrer les représentants de la Fondation Auschwitz, du Comité de Coordination des Organisations Juives de Belgique (CCOJB) ou encore de l’Union des É tudiants juifs de Belgique, dont le coprésident a été agressé sur le campus universitaire de l'ULB. Par ailleurs, mon cabinet est en contact régulier avec ces différents représentants, et notamment, encore récemment, avec le Consistoire central israélite de Belgique (CCIB). L'ensemble de ces échanges confirment, s'il le fallait, que la communauté juive vit au quotidien, à tout le moins, un sentiment d'insécurité.

Les services de sécurité privés de la communauté juive sont extrêmement sollicités depuis maintenant deux ans pour des situations variées, allant de la sécurisation des institutions juives au monde scolaire et à la vie sociale et de quartier.

Vous le savez, si des actes ou menaces sont commis en différents lieux, la situation anversoise et la situation bruxelloise sont spécifiques. Sans entrer dans les détails opérationnels, je peux vous indiquer qu'effectivement, les dispositifs policiers sont et restent considérables, comme le sont aussi les échanges réguliers entre les services de police, locale et fédérale, et les services de sécurité privés de la communauté, et ce tout particulièrement depuis le 7 octobre 2023. Une présence visible et non visible est maintenue auprès des intérêts de la communauté juive de Belgique.

L'évaluation permanente de la situation est réalisée par les services de police, alors que l'analyse de la menace est, elle aussi, périodiquement effectuée. À cet égard, il est régulièrement demandé aux services de sécurité de la communauté de sensibiliser les personnes victimes sur l'importance de déposer une plainte auprès de la police. Cela permet d'assurer une vue précise du phénomène et d'adapter les dispositifs de prévention et de protection, si nécessaire.

Il me paraît important de signaler que l'OCAM participe aux réunions du mécanisme interfédéral de lutte contre l'antisémitisme. Par ailleurs, l'enregistrement des faits, menaces, discours, agressions liées à l'antisémitisme par les services de police est aujourd'hui possible avec précision, grâce à l'amélioration des données contextes dans les applications de services de police. Cela doit et va permettre d'affiner le travail indispensable des poursuites judiciaires.

Mijnheer Van Rooy, over het interview van Alkhatib kan ik u meegeven dat mijn diensten het interview ook hebben gelezen. Zonder in detail te gaan, kan ik u verzekeren dat de veiligheidsdiensten een en ander opvolgen, ook in samenwerking met hun partnerdiensten.

De diensten hebben geen indicaties dat Hamas op dit moment oproept tot gewelddadige aanslagen in het Westen. Groepen als IS, AS en Al Qaida doen dat wel, maar het OCAD beschouwt hen niet als verwant aan Hamas.

Wanneer informatie beschikbaar is dat een persoon in België mogelijk banden heeft met Hamas, wordt politioneel of door de inlichtingendiensten een onderzoek opgestart. Wanneer personen in die context oproepen tot haat of geweld, worden zij besproken in het kader van de Strategie T.E.R.. Informatie wordt uitgewisseld en gepaste maatregelen worden besproken. Dat kan ook leiden tot opname in de gemeenschappelijke gegevensbank T.E.R..

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse claire. Je ne puis que vous encourager à maintenir cette vigilance, notamment dans les lieux dits "sensibles". Je vous remercie des précisions que vous avez apportées quant à la manière dont cette surveillance s'opère déjà.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Ik zie het met mijn eigen ogen, hoor het ook vanuit de joodse gemeenschap en breng het herhaaldelijk onder de aandacht tijdens de Antwerpse gemeenteraad: de beveiliging van synagogen, joodse scholen en Israëlische en joodse instellingen is onvoldoende, ook na de jihadistische antisemitische aanslag in Manchester. Afgelopen weekend werd een Joodse persoon in hartje Antwerpen in elkaar geslagen en het duurde, hou u vast, zestien minuten voordat de politie ter plaatse was.

Ondertussen zien wij op sociale media dat deze regering Hamasagenten, Hamassupporters en Hamassympathisanten massaal het land binnenkomen. België, Belgistan, is een speeltuin voor jihadisten, ongeacht of ze van Hamas, Hezbollah, Al Qaida of de Islamitische Staat zijn. Ik waarschuw u, mijnheer de minister, dat het slechts een kwestie van tijd is voordat het ook hier weer eens misloopt.

Voorzitter:

La question n° 56007566C de M. Éric Thiébaut concernant le numéro d'urgence est transformée en question écrite. M. Hervé Cornillie est absent pour sa question n° 56007568C. Vraag nr. 56007578C van de heer Depoortere is omgezet in een schriftelijke vraag. M. Khalil Aouasti est absent pour sa question n° 56007593C.

Het vervolg van het EU-Mercosur-handelsakkoord
Mercosur
Het EU-Mercosur-handelsakkoord
EU-Mercosur-handelsakkoord en vervolgonderhandelingen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 8 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het EU-Mercosur-akkoord baart zorgen bij Belgische landbouwers door oneerlijke concurrentie met lagere productienormen in Mercosurlanden, ondanks EU-beloftes over exportkansen en "clauses miroirs" (gelijkgetrokken normen voor pesticiden/dierenwelzijn), die nog onzeker zijn. België zal waarschijnlijk zich onthouden bij de stemming door uiteenlopende regionale standpunten (Wallonië tegen, Vlaanderen voor), tenzij er extra waarborgen komen voor gevoelige sectoren zoals aardappelen, melk en peren. De EU voorziet beschermingsmaatregelen (vrijwaringsclausules, €1 miljard compensatiefonds) en benadrukt diversificatie van handelspartners, maar kritiek blijft op gebrek aan klimaat- en arbeidsnormen. Minister Clarinval bevestigt de nood aan wederkerigheid maar wacht op verdere analyse en regionale coördinatie voor een definitieve positie.

François De Smet:

Monsieur le ministre, neuf mois après la conclusion des négociations à Montevideo entre l’Union européenne et les pays du Mercosur, la Commission a tout récemment présenté l’accord EU-Mercosur Partnership Agreement (EMPA) aux législateurs européens, en vue de sa conclusion et de sa signature. Elle a également soumis un accord intérimaire destiné à permettre de faire appliquer les parties de l'accord relevant de la compétence exclusive de l’Union européenne.

Nous savons toutes et tous que cet accord suscite de nombreuses craintes parmi nos agriculteurs. La Commission se veut rassurante. Elle souligne, d’une part, que l’accord devrait augmenter de 50 % les exportations agroalimentaires européennes vers cette région et, d’autre part, que l’accord conclu avec le Mexique devrait notamment lever les barrières aux exportations européennes de produits agroalimentaires vers ce pays, importateur net de nourriture.

La Commission évoque la possibilité d’instaurer des clauses miroirs, via un alignement potentiel des standards de production sur les pesticides et le bien-être animal, applicables aux produits importés.

Pour que le volet commercial puisse entrer en vigueur, l'accord devra recueillir une majorité pondérée des votes des États membres.

En ce qui concerne notre pays, le niveau fédéral se prononcera en fonction de la position des gouvernements régionaux. La ministre wallonne de l’Agriculture a annoncé publiquement une abstention pour la Belgique, en raison d’un vote négatif de la part de la Wallonie. Par contre, nous pouvons supposer que la Flandre y serait favorable.

Monsieur le ministre, confirmez-vous le principe des clauses miroirs dans ce dossier Mercosur? Quel est le calendrier au niveau des prises de décision des entités fédérées et fédérales dans le cadre de cet accord? Nos agriculteurs peuvent-ils être rassurés par cette vision de la Commission? L'êtes-vous vous-même? Dans le contexte géopolitique actuel, considérez-vous que la Belgique doit accentuer la dimension géostratégique depuis les accords douaniers et participer au sein de l’Union Européenne à des partenariats alternatifs? Je songe notamment au Canada, à l’Australie, à l’Inde, à l’Asie du Sud-Est mais aussi à l’Amérique latine.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, in de handelsovereenkomst tussen de EU en de Mercosurlanden, die nog dit jaar zou kunnen worden geratificeerd, worden wederzijdse invoertarieven geleidelijk aan afgeschaft en voor sommige producten gelden er quota. Met die deal dreigt er oneerlijke concurrentie te ontstaan tussen enerzijds Belgische boeren die werken volgens zeer strikte Europese normen op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu, en anderzijds de boeren uit de Mercosurlanden, die goedkoper kunnen produceren omdat in de Mercosurlanden veel minder strenge normen gelden.

De Europese Commissie stelt dat de producten uit de Mercosurlanden zullen moeten voldoen aan dezelfde Europese eisen voor voedingsproducten, maar het is nog onduidelijk hoe die voorwaarden zullen worden gehandhaafd.

Mijnheer de minister, hoe rijmt u dat akkoord met het regeerakkoord, waarin de landbouwsector wordt aangeduid als een strategische sector die de voedselzekerheid moet waarborgen?

Kunt u toelichten welke beschermingsmaatregelen in werking treden als de invoer van sommige landbouwproducten bepaalde drempels overschrijdt?

Op welke compensaties zullen onze boeren kunnen rekenen?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre,

Le 3 septembre dernier, la Commission européenne a validé le projet d'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Ce texte, qui suscite de vives inquiétudes dans plusieurs États membres, sera prochainement soumis à l'approbation des 27 gouvernements nationaux.

En Belgique, la société civile, les syndicats, les organisations environnementales mais aussi une large partie du monde agricole ont exprimé leur opposition à cet accord, dénonçant ses conséquences potentielles sur l'environnement, la santé publique, les droits sociaux et l'agriculture locale.

Le Parti Socialiste a toujours affirmé son opposition à cet accord en l'état, en raison notamment : de l'absence de garanties contraignantes en matière de respect des Accords de Paris sur le climat ; du non-respect des normes fondamentales de l'Organisation Internationale du Travail ; du risque d'importation de produits agricoles cultivés avec des substances interdites dans l'UE ; de la menace que représente cet accord pour les exploitations agricoles belges, en particulier wallonnes, soumises à une concurrence déloyale.

Nous nous opposons également à toute tentative de scission du volet commercial de l'accord d'association initial, qui aurait pour effet de contourner l'exigence d'unanimité au Conseil européen et d'écarter les parlements nationaux et régionaux du processus de ratification.

Dans ce contexte, pouvez-vous nous préciser :

-Quelle est la position officielle du gouvernement belge concernant l'accord UE-Mercosur?

-La Belgique compte-t-elle maintenir une abstention ou s'opposer formellement à cet accord lors du vote au Conseil?

-Quelles garanties le gouvernement belge exige-t-il pour protéger le secteur agricole, la santé publique et les normes environnementales?

-Le gouvernement s'engage-t-il à respecter le droit des parlements régionaux, notamment celui de Wallonie, à se prononcer sur cet accord?

David Clarinval:

Mijnheer de voorzitter, zoals aangegeven in de mededeling van de Europese Commissie, getiteld 'Een visie voor landbouw en voeding', streeft de Europese Unie naar eerlijkere concurrentievoorwaarden op mondiaal niveau op het gebied van landbouw.

Om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de landbouwsector over zijn concurrentiepositie, heeft de Europese Commissie aangegeven dat zij zich in overeenstemming met de internationale regels zal inspannen om de productienormen voor geïmporteerde producten beter op elkaar af te stemmen.

De kalender voor de besluitvorming op Belgisch niveau hangt af van het tijdschema dat op Europees niveau en in het bijzonder door het Deens Voorzitterschap van de Europese Raad zal worden gevolgd.

Op basis van de analyse van mijn administratie kan die overeenkomst risico’s inhouden voor de concurrentiepositie van bepaalde takken van onze Belgische landbouwsector. Dat risico zou echter moeten worden getemperd door de lage invoerquota die gelden voor landbouwproducten uit de Mercosurlanden op de Europese markt.

Bovendien werkt de Europese Commissie momenteel aan de operationalisering van maatregelen om gevoelige landbouwsectoren snel en doeltreffend te beschermen tegen buitensporige druk vanuit de markten van de Mercosurlanden. Er wordt bijvoorbeeld voorzien in een vrijwaringsclausule om de landbouwers in de Europese Unie te beschermen in geval van een plotse toename van de invoer of een marktverstoring. Die vrijwaringsclausule is zelfs van toepassing op producten waarvoor contingenten gelden. Bovendien gelden strikte duurzaamheidsverplichtingen in gelijke mate voor producenten aan beide zijden.

J'ajoute que j'ai lu tout à l'heure un communiqué de presse de la Commission européenne qui annonçait les "clausules". Je n'ai donc évidemment pas encore eu le temps d'en prendre connaissance.

En outre, la proposition de la Commission européenne prévoit un fonds de compensation d'un milliard d'euros pour les secteurs les plus sensibles, mais cet accord offre également des possibilités, notamment pour les produits à base de pommes de terre, les produits laitiers et les poires. Dès lors, il est clair que l'accord avec le Mercosur offre indubitablement des possibilités, mais nous ne devons pas oublier les préoccupations d'une partie du secteur agricole.

Le respect des normes sanitaires, phytosanitaires et de production est essentiel, et nous ne pouvons en aucun cas accepter une concurrence déloyale qui affaiblirait notre secteur agricole belge. Il importe, dès lors, de prendre des mesures de réciprocité et de les respecter. Dans le cas contraire, l'autonomie stratégique de notre secteur agricole serait compromise, de sorte que vous comprenez que je vais analyser avec beaucoup d'intérêt ces toutes nouvelles mesures.

Par ailleurs, dans le contexte commercial international complexe actuel, la diversification de nos chaînes d'approvisionnement et de notre clientèle est essentielle. Cette diversification dépend de partenariats efficaces qui ont pour vocation de soutenir la croissance économique et de stimuler la compétitivité. Le réseau d'accords de libre-échange de l'Union comprend actuellement 76 pays et représente près de la moitié du commerce de l'Union européenne. Afin de diversifier davantage nos marchés d'exportation et de renforcer nos chaînes d'approvisionnement, la Commission européenne propose une nouvelle série de partenariats et négocie actuellement de nouveaux accords commerciaux.

Pour répondre à la question plus précise de M. Prévot, l'évolution géopolitique actuelle a rendu nécessaires une diversification de nos relations commerciales et un renforcement des échanges avec de nouveaux partenaires. L'accord conclu entre Mme von der Leyen et le Mercosur à Montevideo en décembre 2024 s'inscrit dans cette optique d'ouverture à d'autres économies. À ce stade, la position belge n'est pas encore définie. Comme pour chaque accord commercial, la position finale belge sur l'accord entre l'Union européenne et le Mercosur sera prise à l'issue de ce processus d'évaluation et en coordination avec l'ensemble des autorités politiques impliquées, conformément à notre système institutionnel.

J'en viens à l'autre question de M. Prévot. Comme indiqué précédemment, la position officielle belge n'est pas encore définie étant donné les vues a priori divergentes sur les sujets par les différentes Régions du pays. La Belgique pourrait donc s'abstenir lors du vote au Conseil vu ces positions divergentes des Régions.

"Quelles garanties le gouvernement belge exige-t-il?", me demande M. Prévot. L’accord avec le Mercosur offre certes des opportunités mais il y a les préoccupations d'une partie du secteur agricole qu'on ne peut pas oublier. Le respect des normes sanitaires, phytosanitaires et des normes de production est essentiel. On ne peut en aucun cas accepter une concurrence déloyale qui fragiliserait notre secteur agricole belge. Il est donc important de mettre en place des mesures miroirs.

À la dernière question qui m'est posée, je répondrai que la position belge sera arrêtée lors d'une réunion de la DGE, à laquelle l'ensemble des niveaux de pouvoir participera. Si aucune position commune ne peut être dégagée, la Belgique devra donc mécaniquement s'abstenir.

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J'en retiens deux choses.

D'abord, vous êtes personnellement très favorable aux clauses miroirs et vous allez regarder ce qu’il est encore possible de faire pour pouvoir les obtenir. Mais elles sont quand même très incertaines à ce stade.

Ensuite, je pense qu'on s'achemine vers une abstention de la Belgique, comme c'est souvent le cas dès qu'au moins deux Régions sont en désaccord. Une abstention est parfois malheureusement aussi commode. À mon avis, elle décevra une partie des personnes concernées, en ce compris nos agriculteurs, même si je comprends que le système institutionnel ne vous autorise pas à faire autre chose.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden en voor de duidelijkheid over uw standpunt.

U bevestigt dat er momenteel geen consensus is en dat u zich dus plant te onthouden. Wij vragen u als Vlaams Belang echter om u te verzetten tegen dat handelsakkoord, dus om tegen te stemmen. Dat vragen niet alleen wij, maar ook Vlaamse en Waalse ministers en minister-presidenten.

Dat gezegd zijnde, ben ik tevreden dat ik u hoor erkennen dat dat akkoord risico’s kan inhouden voor onze boeren. Die erkenning is alvast belangrijk.

Ik wil u eveneens vragen om de precaire situatie waarin onze boeren zich al vele jaar bevinden in het achterhoofd te houden. Iets meer dan een jaar geleden kwamen duizenden tractoren naar Brussel om te protesteren tegen het gebrek aan toekomstperspectief voor onze landbouwers, die geen uitzicht meer hebben op een leefbare toekomst. Maak het alstublieft niet nog erger met dat handelsakkoord.

Frankrijk, Polen en Italië zijn erin geslaagd om extra waarborgen te verkrijgen wat betreft de import van landbouwproducten die voor hen belangrijk zijn. Ik vraag u om aan de onderhandelingstafel eveneens met de vuist op tafel te slaan, zoals die grote landen hebben gedaan, om bijkomende waarborgen te verkrijgen voor producten die voor ons belangrijk zijn, zoals aardappelen, melk en peren. Ik reken op uw daadkracht en onderhandelingsvermogen.

Voorzitter:

La question n° 56007631C de M. Khalil Aouasti est transformée en question écrite.

Een extra budget van 100 miljoen euro voor Oekraïne

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Begroting)

op 7 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België trekt 100 miljoen euro extra uit voor Oekraïense militaire steun (bovenop 1 miljard), ondanks een recordbegrotingstekort en dreigende saneringen in 2025. Minister Van Peteghem (Begroting) verwijst door naar Defensie en benadrukt toezicht op bestaande defensieplannen, maar ontwijkt concrete financiering of prioritering. Vermeersch kritiseert de keuze om buitenlandse wapenhulp te verlenen terwijl pensioenen, gezondheidszorg, eigen defensie en justitie ondergefundeerd blijven. De spanningsveld blijft: schaarse middelen gaan naar Oekraïne in plaats van nationale urgente noden.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, eind augustus kondigde uw partijgenoot, de minister van Defensie, aan dat België 100 miljoen euro extra uittrekt voor luchtverdedigingssystemen, munitie en militair materieel voor Oekraïne, boven op de 1 miljard euro die eerder al werd toegezegd. Volgens de regering is dat nodig om Oekraïne te steunen via de NAVO-lijst van prioriteiten.

Tegelijk tonen elke rapport en analyse aan dat de eigen federale begroting diep in het rood gaat. Uit de beleidsnota betreffende de begroting blijkt dat 2025 een kanteljaar is en dat er zware saneringen nodig zijn. Ook in het regeerakkoord erkent de regering-De Wever dat ons tekort tot het grootste van Europa dreigt uit te groeien.

Hoe wordt de extra uitgave van 100 miljoen euro precies ingeschreven in de begroting? Komt die boven op de reeds geplande defensie-uitgaven? Welke begrotingsposten worden aangesproken om de steun te financieren? Moet de belastingbetaler zich verwachten aan nieuwe belastingen, besparingen of bijkomende schulden?

Hoe verantwoordt u de bijkomende militaire uitgave, terwijl de regering zelf toegeeft dat dit land voor de zwaarste begrotingssanering uit de moderne geschiedenis staat? Werd onderzocht of het bedrag niet beter besteed kan worden aan de eigen strategische noden, zoals de pensioenen en de gezondheidszorg, het versterken van onze eigen defensiecapaciteit of justitie, waar uw eigen minister van Justitie om vraagt?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Vermeersch, uw inhoudelijke vragen over defensieaankopen moet u richten aan de bevoegde minister, de heer Francken, die voor alle duidelijkheid geen partijgenoot is.

Wat de financiering en de omvang van de uitgaven betreft, er werden duidelijke afspraken gemaakt in het kader van een defensieplan. Het is mijn rol als minister van Begroting om daarop nauw toezicht te houden.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, ik vind het spijtig dat u als minister van Begroting daarover niet meer informatie verschaft. De regering trekt nog eens 100 miljoen euro uit voor wapens en munitie voor Oekraïne, maar we vinden geen geld voor onze eigen gepensioneerden, voor onze ziekenhuizen, voor ons leger, dat vandaag onvoldoende operationeel is, voor onze justitie, voor onze gevangenissen, die overvol zitten. Ik denk dat de middelen schaars zijn in dit land en dat we daarmee weloverwogen moeten omgaan. Daarom stel ik die vraag in alle oprechtheid aan de minister van Begroting.

De onderschepping van de humanitaire vloot die naar Gaza onderweg was

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 2 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België eist consulaire bijstand voor zeven gearresteerde activisten (onder wie Alexis Deswaef) na Israëlische interceptie van de humanitaire *Sumud*-flottille in internationale wateren, maar Israël houdt hen vast tot na Jom Kipoer, wat België als "onacceptabele schending van zeerecht" bestempelt. Maouane bekritiseert de passiviteit van de regering: Israël negeert Belgische sancties en zet genocidale blokkade van Gaza onverminderd voort, terwijl burgers met risico op eigen leven humanitaire hulp brengen waar de overheid faalt. Prévot benadrukt diplomatieke druk (o.a. ambassadeursoproep) en belooft preventieve actie voor toekomstige flottieljes, maar Maouane dringt aan op concrete, proactieve maatregelen om nieuwe arrestaties te voorkomen, wijzend op aanstaande missies met Belgische deelnemers zoals Bénédicte Linard. De kern: Belgiës reactieve houding botst met urgente eis om blokkadebrekers te beschermen en Israël daadwerkelijk af te dwingen.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, ce que l'on craignait est arrivé: la flottille du Sumud a été illégalement interceptée par l'armée israélienne. Parmi ses passagers, on compte des citoyennes et des citoyens belges, dont Alexis Deswaef. Ils ont été arrêtés, emmenés de force par Israël et aujourd'hui, on ne sait même pas dans quelles conditions ils et elles sont détenus. L'interception a eu lieu en pleine mer, dans les eaux internationales. C'est encore une violation claire et nette du droit maritime. Cela dit tout, malheureusement, du régime israélien. En plus d'être un État colonial, d'être un État qui mène un génocide, c'est devenu un État pirate. Je suis, comme des milliers de Belges, sous le choc et assez inquiète.

Ces femmes et ces hommes transportaient du lait pour les enfants, de la nourriture et des médicaments. Ils ne transportaient pas d'armes. Le seul objectif était de briser, enfin, ce blocus inhumain, illégal et constitutif d'un crime de guerre. Ce blocus enferme plus de deux millions de Palestiniens et de Palestiniennes dans une prison, dans un cimetière à ciel ouvert. Le crime de ces personnes arrêtées, monsieur le ministre, est d'avoir osé agir avec courage là où nos gouvernements restent inactifs face à l'horreur. Mais qu'est-ce que ce gouvernement qui laisse ses ressortissants et ses ressortissantes se faire arrêter par un gouvernement génocidaire? Vous devez agir face à cette énième violation du droit maritime. Je vous le demande, monsieur le ministre: qu'avez-vous fait concrètement pour protéger les ressortissants belges à bord? Quelles pressions la Belgique exerce-t-elle aujourd'hui pour obtenir leur libération immédiate et leur retour en sécurité?

Les Belges se lèvent pour la dignité, pour l'humanité. Des artistes, des élus, des citoyens engagés, des militants refusent de rester sans rien faire. Pendant que vous hésitez, ils montent sur des bateaux au péril de leur vie. Pendant qu'on garde le silence, les Belges descendent dans la rue depuis des mois pour exiger des actes forts, à la hauteur de l'horreur et du génocide à Gaza. Dès hier soir, à l'annonce de l'interception de la flottille, ils étaient déjà devant vos bureaux pour faire entendre leur voix. Alors, monsieur le ministre, qu'attend-t-on pour protéger nos citoyennes et nos citoyens (…)

Maxime Prévot:

Madame la députée, c'est un sujet que nous avons déjà pu aborder hier en commission mais nous avons effectivement été rattrapés par l'actualité. Je dois vous dire qu'il est faux de prétendre que le gouvernement reste inactif. Nous avons adopté toute une série de mesures qui nous placent d'ailleurs dans le peloton européen des pays ayant décidé de prendre des sanctions à l'égard du gouvernement israélien pour précisément obtenir de celui-ci – avec, nous l'espérons, l'appui d'autres États et de la communauté européenne – un changement d'attitude. Son attitude est effectivement inacceptable par rapport à ce blocus humanitaire qui n'a que trop duré et fait trop de victimes.

Dès que je fus informé hier en soirée qu'une série de bateaux avaient été arraisonnés, j'ai aussitôt mobilisé notre réseau diplomatique en Israël, l'ambassadeur et ses services. Bien entendu, la première des urgences est de pouvoir procurer les garanties de sécurité, la garantie du droit de bénéficier de ces services consulaires – que nous allons procurer avec célérité à nos compatriotes. Leur sécurité prime et c'est effectivement l'élément le plus important à cette heure-ci.

Il semble que toute la flottille a été arraisonnée. Nous avons sept compatriotes qui sont concernés. Ils vont être acheminés dans un port pour ensuite être placés temporairement dans un centre de détention. Nous avons été informés par le ministère israélien des Affaires étrangères que c'est à partir de demain – puisqu'aujourd'hui c'est férié avec les fêtes de Yom Kippour – que l'ensemble des prestations consulaires pourront être procurées à nos compatriotes. Et nous avons bien l'intention de le faire. La manière dont ils ont été arraisonnés et les lieux en eaux internationales ne sont pas acceptables, raison pour laquelle j'ai convoqué l'ambassadrice pour le lui signifier. Contrairement à ce que (...)

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Merci d’avoir convoqué l’ambassadrice israélienne. Je ne la connais pas très bien, mais je l’ai déjà vue quelques fois. Je ne suis pas sûre que cela lui fasse grand peur que la Belgique la convoque – malheureusement. Les mesures que le gouvernement belge a prises sont malheureusement insuffisantes. Elles laissent Israël de marbre. Israël continue de violer le droit international. Israël continue de violer le droit maritime. Israël continue de commettre un génocide, malgré les menaces de sanctions qui sont insuffisantes et qui sont parfois seulement la transposition de protocoles européens. Des flottilles, monsieur le ministre, il y en aura d’autres. Il y en a qui sont encore en route. Il y a des Belges. Il y a une élue, Bénédicte Linard, qui est également à bord de cette flottille. Qu’allez-vous faire par anticipation? C’est ce qui vous est reproché aussi par les manifestants et les militants. Ce n’est pas d’agir après mais il faut savoir ce qu'on fait pour prévenir tout risque et pour prévenir tout danger pour les citoyens et citoyennes qui veulent, encore une fois, briser ce blocus inhumain et imposé de manière illégale par Israël.

De Global Sumud Flotilla
De bescherming van en de steun aan de vloot naar Gaza
De associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël
De Belgische investeringen in de nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Het uitblijven van concrete maatregelen van de Europese Unie tegen de humanitaire blokkade in Gaza
De voorwaarden voor de erkenning van Palestina
De situatie in Palestina
De blijvende focus op de humanitaire situatie
De financiële steun voor de heropbouw van Palestina
Het intensifiëren van de medische evacuaties van kwetsbare kinderen
Gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties en leden van Hamas
Het wapenexport- en wapentransitverbod
De importban
De beperking van de consulaire diensten ten aanzien van Belgen die in de nederzettingen wonen
Overvluchten
De maatregelen op EU-niveau
De erkenning van de Staat Palestina
De aanhoudende financiering van dodelijk jihadistisch terrorisme door de Palestijnse Autoriteit
De reactie op de uitschakeling van terroristische leiders in Qatar
Belgen die meevaren met de Hamasvloot
De genocide in Gaza en de bescherming van de Gazavloot
De bescherming van en de steun voor de vloot die naar Gaza onderweg is
De sancties tegen Israël
De diplomatieke contacten in verband met Palestina en het probleem van de sancties
De vloot die naar Gaza onderweg is om de blokkade te doorbreken
Het Amerikaanse vredesplan voor Gaza
De New York Declaration en de Palestijnse Staat
De uitvoering van het akkoord over Gaza
Het Amerikaanse vredesplan voor het Midden-Oosten
De tenuitvoerlegging van het invoerverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen
EU-beleid, sancties en humanitaire steun inzake Israël, Palestina en Gaza

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op de humanitaire flottille naar Gaza, het Trump-plan voor vrede, sancties tegen Israël en erkenning van Palestina. België steunt diplomatiek de flottille (via Spanje/Italië) maar wijst militaire bescherming af, uit vrees voor escalatie, en benadrukt het risico voor Belgische deelnemers. Het Trump-plan (20 punten) wordt beoordeeld als onvolmaakt maar potentieel effectief voor een staakt-het-vuren en gijzelaarsruil, hoewel kritiek bestaat op het ontbreken van Palestijnse zelfbeschikking en Europese betrokkenheid. Sancties (importverbod nederzettingsproducten, beperking EU-Israël-akkoorden) worden voorbereid, maar België wacht grotendeels op Europese consensus—wat kritiek uitlokt over traagheid en "twee maten en twee gewichten". De erkenning van Palestina (politiek, nog niet juridisch) wordt bevestigd als drukmiddel, maar concrete stappen (KB) blijven uit. Humanitaire hulp (evacuaties, UNRWA-financiering) loopt, maar de blokkade van Gaza en Israëlische schendingen van internationaal recht blijven centraal in de kritiek.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre présence.

Ces derniers jours, des citoyennes et des citoyens européens, mais aussi des Belges, ont embarqué dans la flottille pour la liberté, en route pour Gaza. À l'heure où on parle, quelques bateaux s'approchent déjà du rivage gazaoui. Parmi eux, se trouvent des médecins, des militants, des militantes, des élus – dont une élue belge, Bénédicte Linard, ancienne ministre de la Culture –, mais aussi des visages de la société civile.

Leur geste n'est pas seulement symbolique et politique, il est aussi extrêmement courageux, parce que nos gouvernements ne font rien, ou pas suffisamment, en tout cas. Ces gens prennent des risques, ils risquent leur vie. Parmi ces personnes-là, il y a aussi des gens sans parti, sans étiquette, qui disent "assez", qui en ont marre de l'inaction complice de l'Europe. Des ministres israéliens qualifient de terroristes ces militants pour la paix qui veulent casser le blocus illégal imposé par Israël à Gaza, et les chancelleries européennes, dont la nôtre, malheureusement, restent silencieuses.

J'avais déjà posé la question au premier ministre, mais je vous la repose, monsieur le ministre. Quelles mesures concrètes prenez-vous pour protéger nos ressortissants et leur garantir un soutien diplomatique immédiat? Et que mettez-vous en place pour soutenir la flottille et protéger celles et ceux qui pacifiquement défendent le droit et veulent casser le blocus israélien?

Pendant ce temps, on a vu, ce 29 septembre, Donald Trump présenter un plan pour Gaza en 20 points, 20 points qui ne sont rien d'autre qu'un ultimatum qui dit, en gros, d'accepter ce plan ou subir. Le premier ministre israélien l'affirme également sans détour: " Israël will finish the job ", autrement dit, rendez-vous, ou alors on vous tue tous et on écrasera tout ce qui reste. Je n'ai pas l'impression que ce soit un plan de paix, ni une solution. C'est vraiment une mise en scène. C'est humilier un peu plus la population palestinienne. C'est faire de la paix une monnaie de chantage. Et l'Europe, une fois encore, commente, analyse, mais n'agit pas.

Monsieur le ministre, reconnaissez-vous que cette dynamique et cette rhétorique du finish the job augmentent dramatiquement le risque d'une escalade militaire et de pertes civiles massives? Et quelle position défend à ce sujet la Belgique au Conseil de sécurité auprès de nos partenaires européens? Allez-vous exiger des garanties réelles comme des corridors humanitaires, la protection des civils, des sanctions concrètes? Et surtout, comment allez-vous nous assurer que la construction et l'aide humanitaire ne soient pas instrumentalisées par Trump et Netanyahu?

Enfin, je reviens en Belgique et sur ce que notre propre gouvernement a décidé, puisque, le 2 septembre, vous avez annoncé qu'un arrêté royal allait interdire l'importation des biens produits dans les territoires occupés. C'est une décision dans la ligne de la Cour internationale de Justice (CIJ), et de ce que font déjà notamment l'Irlande et la Slovénie. Cette mission vous a été confiée, monsieur le ministre, mais, depuis, nous nous demandons où ça en est. Pendant que le Parlement avance, ou peut avancer, que le Conseil d'État a rendu un avis constructif, on ne voit pas ce qui arrive du gouvernement.

Sur quelle base juridique allez-vous fonder cet arrêté et avec quel calendrier? D'ici la fin de l'année? Ce texte va-t-il repasser en Conseil des ministres? Que couvrent exactement les termes "par la puissance occupante"? S'agit-il uniquement des entreprises publiques ou aussi des entreprises privées installées dans les colonies? Comment allez-vous traiter les produits qui entrent par le biais d'autres pays européens? Quel mécanisme de contrôle allez-vous mettre en place?

J'ai conscience que je vous pose de nombreuses questions, mais j'ai essayé d'être aussi claire et condensée que possible.

François De Smet:

Monsieur le ministre, mes questions ont été rédigées juste après l'accord pris en kern, de sorte qu'elles portent essentiellement sur des précisions.

Je commencerai par les investissements belges dans les colonies, les territoires occupés. La Cour internationale de Justice, dans son avis de juillet 2024, avait établi sans ambiguïté les conséquences juridiques découlant de la colonisation en cours dans les territoires occupés, considérant que "la présence continue de l' É tat d'Israël dans les territoires palestiniens occupés est illicite" et qu'il est dans l'obligation de mettre fin à sa présence illicite dans les territoires palestiniens occupés.

Dans ce même avis, la CIJ a également conclu que tous les É tats sont dans l'obligation de ne pas reconnaître la situation découlant de la présence illicite d'Israël dans les territoires palestiniens occupés et de ne pas prêter aide ou assistance au maintien de la situation créée par la présence continue de l' É tat d'Israël dans ce territoire. Il peut être déduit de cet avis qu'il s'agit de ne pas financer ces deux crimes de guerre, ce qui signifie refuser d'importer des produits mais aussi des services, et cesser les exportations et les investissements belges dans les colonies.

Or, l'accord intervenu au sein du kern début septembre sur Gaza prévoit, certes, une interdiction d'importation des produits mais ne comporte pas d'éléments sur les services, les exportations et les investissements. Monsieur le ministre, quelles sont les exportations et investissements belges dans les colonies existantes? Disposez-vous d'un recensement à cet égard?

Par ailleurs, en application de la ligne politique que vous vous êtes fixée, à savoir le respect du droit international, ne pensez-vous pas qu'il faudrait étendre l'interdiction aux services, aux exportations et aux investissements belges dans les colonies?

Ma seconde question concerne l'accord d'association entre l'Union et Israël qui contient, comme nous le savons tous, une clause dite essentielle faisant dépendre tout l'accord du respect des droits humains. Ceux-ci sont constatés comme étant violés selon l'Union européenne. L'ancien vice-président de la Commission européenne, Josep Borrell, s'est récemment exprimé publiquement, considérant que le fait de suspendre l'ensemble de l'accord d'association n'est pas une option politique discrétionnaire mais également une obligation légale.

L'accord intervenu au sein du kern prévoit le soutien belge à la suspension de deux volets de l'accord, à savoir le volet commercial et le volet recherche, innovation, coopération, technologique. Mais il subsiste des zones d'ombre. Qu'en est-il du soutien de notre pays à la suspension des autres volets?

Dans la mesure où ces autres volets ne seraient pas mis à l'agenda prochainement, avez-vous un mandat pour pouvoir soutenir d'autres suspensions, voire la suspension de l'ensemble de l'accord, si les positions des autres pays européens devaient évoluer?

Enfin, j'ajoute une dernière question puisque, l'actualité étant ce qu'elle est, je peux difficilement éviter de vous demander si la Belgique a un avis sur le plan proposé par M. Trump, qui a déjà l'accord d'Israël et qui propose une fin de guerre conditionnée par des éléments qui, pour certains, paraissent assez peu réalistes. Que pensez-vous de ce plan? Que penser, surtout, de l'inexistence complète de l'implication des Palestiniens, mais aussi des Européens, dans son élaboration?

De voorzitster : Mevrouw De Poorter is niet aanwezig.

Katrijn van Riet:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw De Poorter wil haar vragen graag stellen aan het einde van dit debat.

De voorzitster : Goed. De heer Aerts is ook niet aanwezig, de heer Van der Elst evenmin. Dan is het woord aan de heer Van Rooy voor vier minuten.

Sam Van Rooy:

Minister, ik heb drie vragen voor u. Ten eerste, Israël heeft bewijzen dat de zogenoemde Gaza Flotilla wordt aangestuurd door Hamas. Saif Abu Kishk zou namelijk een Hamasagent zijn en eigenaar van de Flotillaboten via Cyber Neptune, een schermvennootschap in Spanje. In Gaza zijn ook documenten gevonden waaruit blijkt dat Hamas rechtstreeks betrokken is bij de financiering en uitvoering van de zogenaamde Sumud Flotilla.

Ook de vorige flotilla had banden met jihadistische groeperingen, waaronder Hezbollah. Het is bovendien illegaal om te proberen de zeeblokkade te doorbreken, want die is volgens het internationaal recht en het UN Panel of Inquiry legaal. Ik verwijs in dit verband graag naar het Palmer Report van 2011.

Verschillende Belgen nemen deel aan deze Gazavloot, onder wie de zogenaamde mensenrechtenactivist Alexis Deswaef.

Minister, verifiëren onze veiligheidsdiensten deze zorgwekkende bevindingen van Israël over die Gazavloot? Hoeveel Belgen nemen deel aan deze Hamasvloot en wie zijn dat precies? Kunnen zij nog rekenen op diplomatieke hulp? Ik mag hopen van niet. Worden ze gescreend op mogelijke banden met het jihadistisch-terroristische Hamas? Zo niet, waarom niet?

Ten tweede, minister, ik heb u hier al meermaals over ondervraagd, de Palestijnse Autoriteit blijft nog altijd maandelijks salarissen uitbetalen aan Palestijnse moslimterroristen en/of hun families als beloning voor jihadistische moorden of terreuraanslagen. Ondanks de belofte om dit weerzinwekkende zogenaamde pay-to-slay -systeem te stoppen, gaat de corrupte negationist Mahmoud Abbas hier gewoon mee door.

Dat hoeft niet te verbazen, want dat soort moslims is uiteraard niet te vertrouwen. In het Engels praten ze ons, westerlingen, naar de mond als het hen uitkomt. Vervolgens gaan ze aan hun eigen publiek, in casu de Palestijnse moslims, precies het tegenovergestelde zeggen en oproepen tot jihad tegen niet-moslims. Dat is de islam ten voeten uit, dus.

Van 2019 tot 2024 heeft de Palestijnse Autoriteit zo maar liefst 1 miljard dollar uitbetaald als beloning voor dode joden.

Tot nader order, proficiat, draagt de Belgische regering daar nog altijd vrolijk aan bij.

Mijnheer de minister, mijn vraag is evident, voor de zoveelste keer. Wanneer draait deze regering eindelijk de geldkraan dicht naar deze Palestijnse terrorismesponsor in Judea en Samaria?

Ten slotte, heel veel mensen zijn terecht verbaasd dat u nu plots het Gazaplan van Trump en Netanyahu steunt. Het gaat om een toch wel slim plan, dat, indien Hamas niet akkoord gaat – wat helaas te verwachten valt – Israël terecht de toestemming geeft to finish the job .

Ik ben zeer benieuwd hoe u dat verzoent met al uw eerdere stellingnames, met uw systematische demonisering van Israël en met al uw eenzijdige, toch wel populistische oproepen tot het sanctioneren van Israël.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, le gouvernement Netanyahu continue de violer le droit international en toute impunité avec le soutien indéfectible des États-Unis. En effet, entre l'attaque du 9 septembre à Doha contre un bâtiment en plein centre de la capitale et les attaques répétées de drones de ces dernières semaines contre les navires de la Flotilla, la communauté internationale reste silencieuse.

Mon groupe soutient fermement la Freedom Flotilla et exige que la Belgique soit aux côtés de ses ressortissants, peu importe les différences politiques. Il s'agit d'une question d'humanité et de solidarité. Alors que la famine est en train de tuer à Gaza, certains mettent leur vie au service de l'humanité.

Quelle a été votre réponse, monsieur le ministre? Eh bien, vous avez qualifié leur action d'inutile et vous refusez même de leur accorder la protection. Je tiens à rappeler que la protection de nos ressortissants belges à l'étranger est une question régalienne qui ne saurait être négociable. Comment justifier que la Belgique reste silencieuse alors que d'autres pays européens, tels que l'Italie, l'Espagne et la Norvège, ont pris des mesures concrètes? Vous avez simplement déploré l'attaque illégale à Doha, une attaque arbitraire contre un pays souverain, et vous n'avez ni soutenu ni protégé la Flotilla. Vous n'avez même pas condamné les attaques et les menaces contre elle.

Quelle est la position officielle de la Belgique face à ces attaques contraires au droit international? Quelles démarches diplomatiques avez-vous entreprises pour exiger le rétablissement du respect du droit international et la protection de nos ressortissants? Allez-vous pousser le gouvernement pour l'envoi d'une assistance maritime et consulaire pour protéger nos compatriotes belges? Dans le cas contraire, comment allez-vous le justifier?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, on a vu depuis hier un plan néocolonial en 20 points de Donald Trump être accueilli avec enthousiasme à la fois par Benjamin Netanyahu, le criminel de guerre, et par vous.

Monsieur le ministre, ce plan n'est pas un plan de paix, mais un ultimatum unilatéral américano-israélien. C'est une capitulation imposée, qui ne fera qu'au mieux mettre la guerre génocidaire à Gaza en pause, sans y mettre fin.

C'est une attaque frontale contre le droit international. Les arrêts de la Cour internationale de Justice exigent sans équivoque qu'Israël se retire des territoires occupés et garantisse le droit au retour des réfugiés palestiniens. Ces revendications sont jetées à la poubelle. Négation d'un état palestinien. C'est dit clairement. Division définitive des territoires palestiniens.

Vous avez salué cet accord, monsieur le ministre. Vous dites même: "c'est ce que la Belgique défend et c'est ce que la Belgique est prête à encourager".

Cela pose question. Est-ce cela que la Belgique salue? Ce genre de rejet du droit international, un plan qui ignore le droit du peuple palestinien à l'autodétermination, qui ne traite ni du colonialisme, ni de l'occupation, ni de l'apartheid, qui accueille un criminel de guerre comme Tony Blair comme responsable de l'administration de Gaza? Un plan dans lequel Netanyahu insiste pour que les troupes israéliennes ne quittent pas Gaza?

Ma première question, monsieur le ministre: comment pouvez-vous saluer un tel plan pour le peuple palestinien?

Deuxième chose, vous avez aussi salué la reconnaissance de l'État palestinien par la Belgique, ce qui est faux, monsieur le Ministre. Dans vos propres gouvernements, des messieurs comme M. Bouchez disent exactement le contraire de vous. Malheureusement pour vous, les faits lui donnent raison – parce que c'est une reconnaissance sous conditions, et ces conditions ne sont pas réunies. De facto, il n'y a pas de reconnaissance. C’est un peu une reconnaissance fastoche de communication, mais qui ne s'applique pas dans les faits.

Monsieur le ministre, c'est une deuxième promesse que vous avez faite au peuple palestinien que vous n'honorez pas ici.

Je termine par le fait que l'accord de gouvernement prévoit des sanctions contre l'État d'Israël – enfin, "'sanctions", ce sont franchement des demi-mesures. D’'ailleurs, la semaine suivant votre annonce de cet accord, 110 000 personnes sont descendues dans la rue pour dire que c'est complètement insuffisant et pas à la hauteur de la situation.

Dans cet accord, vous mentionnez les deux ministres extrémistes et le chef du gouvernement, M. Netanyahu. Les autres membres du gouvernement ne sont-ils pas des extrémistes? Deuxièmement, vous évoquez des colons violents. Connaissez-vous, monsieur le ministre, des colons non violents? Surtout, quelles sanctions ont-elles été prévues contre l'État d'Israël? Aujourd'hui, aucune sanction économique concrète n'est prise contre cet État génocidaire. Interdire l'importation des produits issus des colonies est vraiment le minimum, mais cela ne répond pas à la gravité de la situation.

La population se mobilise pour compenser les manquements et l’inefficacité des gouvernements européens. Il y a cette flottille qui, dans un contexte marqué par la honte liée à la complicité de l’Union européenne avec Israël dans ce génocide, a mobilisé des personnes déterminées à briser le blocus et à acheminer de l’aide humanitaire. Ici, le premier ministre a déclaré que cette action était inutile, qu’il n’apporterait aucune protection à cette flottille, et que les gens n’avaient qu’à éviter les zones de guerre.

Pourtant, un génocide est en cours. Il faut intervenir. Les conventions nous y obligent. En tant que gouvernement signataire de ces conventions, vous ne les respectez pas. Les populations compensent donc ce manquement et vous ne leur apportez pas la protection nécessaire.

Monsieur le ministre, la Belgique va-t-elle prendre des mesures concrètes pour protéger la flottille en cours, lui apporter l’aide nécessaire et faire en sorte qu’Israël ne l’attaque pas, sachant que des menaces ont déjà été proférées depuis hier à l’encontre de ses passagers?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, ce 22 septembre, aux yeux du monde, la Belgique a reconnu l'État de Palestine. Le discours du premier ministre a constitué une étape importante dans la mise en œuvre de l'accord que vous avez obtenu en kern le 2 septembre dernier.

La Belgique se trouve désormais en bonne compagnie aux côtés de nombreux États. Elle figure également parmi les pays ayant adopté le plus de sanctions pour assurer le respect du droit international par Israël, mais aussi contre les terroristes du Hamas. Elle a également une position en pointe au sein de l'Union européenne pour que d'importantes sanctions soient adoptées à ce niveau. À cet égard, il est important que d'autres pays puissent suivre notre position pour que les sanctions puissent être véritablement efficaces. Tout seul, notre pays n'aura qu'un impact limité.

Plus particulièrement, nous devons tout faire pour que les propositions que la Commission a présentées le 17 septembre dernier soient adoptées rapidement. Elle a fait son job. Il revient à présent au Conseil de l'Union européenne de faire le sien. Nous devons agir pour qu'une majorité qualifiée puisse être rassemblée afin d'adopter la suspension du volet commercial de l'accord d'association.

Monsieur le ministre, votre département a-t-il élaboré une stratégie pour inciter d'autres É tats à suivre les positions de la Belgique? Vous-même, avez-vous eu des contacts bilatéraux avec d'autres États pour expliquer les positions adoptées? Avez-vous déjà eu des discussions avec certains de nos partenaires européens au sujet des propositions de la Commission du 17 septembre dernier?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ten eerste, de tijd zal uitwijzen of het twintigpuntenplan een vredesplan is. Het heeft in elk geval de verdienste dat het op korte termijn de genocide kan stoppen.

De bedoeling is dat er een duurzame vrede tot stand komt, waarbij ook de erkenning van de Palestijnse staat in het vooruitzicht wordt gesteld en waarin de Palestijnse Autoriteit een rol speelt. Er zijn dus positieve elementen, zoals de vrijlating van de Israëlische gijzelaars binnen de 72 uur, een onmiddellijk staakt-het-vuren, humanitaire toegang, de volledige terugtrekking van het Israëlische leger uit Gaza op termijn en het idee van een overgangsregering met een internationale stabilisatiemacht.

Er zijn echter ook nog veel onduidelijkheden in en bedenkingen bij het plan. Zo lijken er geen veiligheidsgaranties voor het Palestijnse volk te zijn opgenomen, indien Israël zich niet aan de afspraken houdt. Sinds de akkoorden van Oslo weten we bovendien dat een tijdelijke Israëlische bezetting in een permanente bezetting kan uitmonden.

Hoe staat u tegenover het twintigpuntenplan? Was de Europese Unie betrokken bij de opmaak ervan of werd ze geconsulteerd om ook deel uit te maken van de board of peace ? Oorspronkelijk bevatte het plan ook een 21ste punt, een belangrijk punt, maar dat is weggevallen. Zijn er ook garanties voor een vredesplan voor de Westelijke Jordaanoever? Daarover wordt er immers niets gezegd.

Ten tweede, wat het akkoord in de Belgische regering over de oorlog in Gaza betreft, mijn wetsvoorstel om producten uit de bezette gebieden te verbieden, dat ik in de Kamer heb ingediend, kon rekenen op enkele constructieve opmerkingen van de Raad van State, die bovendien bevestigde dat zo’n verbod tot onze bevoegdheid behoort. In het akkoord staat dat de ministers van Economie en Financiën samen met u een koninklijk besluit zullen uitwerken voor een nationale importban, enkel voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt worden in de door Israël bezette gebieden. Hoe ver staat u met de opmaak van het KB, samen met uw collega-ministers? Wat is daarvoor de deadline? Hopelijk wordt het nog dit jaar afgerond, zoals Slovenië reeds heeft gedaan en Ierland hopelijk zal doen en zoals ook Spanje en Nederland overwegen. Wordt de ban ook van toepassing op diensten uit de bezette gebieden of niet?

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, vandaag lopen we heen en weer tussen commissievergaderingen.

Mijnheer de minister, ik heb een aantal vragen over de situatie in Gaza, die opnieuw veranderd is sinds ik mijn vraag indiende. Zo ligt er nu het twintigpuntenplan. Hebt u kennis van de exacte bewoordingen van dat plan. Ik heb het opgezocht, maar niet gevonden. Misschien beschikt u wel over duidelijke omschrijvingen. Uiteindelijk kunnen we pas de kans op slagen ervan inschatten, als we kennis kunnen nemen van alle details en van de manier waarop het plan moet worden uitgevoerd.

Ik merk ook dat de veiligheidsgaranties op het einde van het traject bij de erkenning van Gaza en bij de erkenning van Israël door de Arabische staten nogal vaag omschreven zijn. Die staten hebben, zo verneem ik toch, aangegeven te zullen meewerken. In hoeverre hebt u er zicht op dat die medewerking ook leidt tot een uiteindelijke erkenning van Israël zelf?

Een ander probleem betreft de Westelijke Jordaanoever . Hoe wordt daarrond voortgewerkt? Hoe concreet zijn de garanties zijn dat de illegale nederzettingen niet worden ingenomen? Dat wordt nog steeds door de regering van Israël verkondigd. We moeten aandachtig blijven voor die kwestie.

Wat de positie van Europa betreft, in hoeverre was Europa betrokken bij de totstandkoming van dat plan? In hoeverre is er een Europese vertegenwoordiging in de vrijheidsbestuur van Gaza? In hoeverre acht u het democratisch proces onder controle? Ik denk dat we het erover eens zijn dat de inwoners van Palestina uiteindelijk een democratisch verkozen bestuur moeten kunnen installeren om zo hun volledige zelfbeschikkingsrecht te kunnen uitoefenen. In hoeverre is dat volgens u meegenomen in het stappenplan? Kan Europa daarin een stem hebben, opdat dat inderdaad gebeurt?

Ten slotte, hoe ver staat het met de uitvoering van de beslissingen van het kernkabinet? Hoe ver staat het met de uitwerking van eventuele sancties in Europa, sancties die ons land sowieso zal onderschrijven conform de beslissing die genomen is in het kernkabinet?

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, ce week-end, pendant que le président du gouvernement israélien, Benyamin Netanyahu, pérorait à la tribune des Nations Unies, où sa présence-même constituait une insulte à l'ordre juridique international, au droit international et même à la plus simple décence, j'ai eu l'occasion de me rendre à Catane pour soutenir les citoyens et les citoyennes courageux qui ont pris part à la flottille pour Gaza.

J'y ai vu des femmes, des hommes, des citoyens et citoyennes venus de toute l'Europe embarquer avec courage et dignité sur la flottille Thousand Madleens to Gaza . J'y ai vu des Belges, des Européens, des Européennes, des citoyens et les citoyennes engagés, solidaires et déterminés à briser le blocus illégal qui affame Gaza et sa population depuis des années, et avec une acuité et une violence décuplées depuis plusieurs mois maintenant.

J'y ai vu des militants qui refusent de rester les bras croisés devant le génocide en cours à Gaza. J'y ai vu des cœurs, et pas des armes. Des humanitaires, pas des provocateurs, et encore moins, bien entendu, des terroristes. Et, pourtant, depuis le départ de la Global Sumud Flotilla , ces embarcations civiles sont systématiquement attaquées. Des drones ont largué des grenades assourdissantes et des substances chimiques incendiaires sur le pont de différents bateaux remplis de civils. Suite à cela, des États comme l'Espagne et l'Italie ont immédiatement réagi, en envoyant des frégates pour protéger leurs ressortissants. L'Irlande a, quant à elle, accordé une protection diplomatique à ses ressortissants.

Et nous, monsieur le ministre? Quid de la Belgique? Nous avons d'abord eu droit à un silence radio de la part du gouvernement. Ensuite, des propos décalés, méprisants de la part du premier ministre à l'égard des citoyennes et citoyens courageux qui s'engagent dans cette flottille, en les présentant finalement comme des irresponsables qui prendraient des risques inconsidérés.

Et puis, monsieur le ministre, vous rendant compte qu'un total silence radio serait à la fois une faute politique, diplomatique et, plus important encore, morale, vous avez fait un petit pas. Et je tiens ici à le souligner, et le saluer d'une certaine manière, puisque vous avez pris langue avec vos homologues italien et espagnol pour que les frégates de ces deux pays puissent accorder leur protection aux citoyens belges qui naviguent sur les bateaux de la flottille.

C'est un premier pas significatif, mais insuffisant, monsieur le ministre. Face au comportement du gouvernement Netanyahu…

La présidente : Monsieur Dermagne, vous avez déjà parlé trois minutes.

Pierre-Yves Dermagne:

… Face aux attaques contre le droit international, il importe que la Belgique et son gouvernement aillent plus loin. Par conséquent, je vous demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères, si vous entendez accorder la protection diplomatique aux ressortissants belges qui se trouvent sur la flottille. Entendez-vous demander au gouvernement et, en particulier, au ministre de la Défense d'envoyer également une frégate militaire pour protéger nos concitoyens?

La présidente : Ik geef het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Dank u, mevrouw de voorzitster. Merci, chers collègues. Vous avez été à nouveau nombreux à me poser des questions relatives à la situation au Moyen-Orient et à Gaza en particulier. Malgré l'absence de MM. Lacroix, Vander Elst et Aerts – lequel m'avait adressé de nombreuses questions – et comme une trentaine d'interventions étaient prévues à ce sujet, je vais tenter de répondre complètement, y compris aux questions des collègues absents, puisque nous avons pu prendre connaissance de leurs préoccupations préalables.

Qu'il n'y ait aucun doute à ce sujet: je continue de me préoccuper de ce qu'il se passe précisément, car ces événements sont extrêmement graves. Chaque jour, je travaille avec mes services, mon cabinet et mes collègues du gouvernement afin de trouver des solutions.

De militaire operaties van Israël tegen Gaza-Stad veroorzaken meer onschuldige slachtoffers, meer materiële schade en verdere massale verplaatsingen van de burgerbevolking. Samen met andere Europese landen heb ik de regering-Netanyahu opgeroepen om die plannen op te geven. Ik heb vervolgens de aanvallen veroordeeld en Israël herinnerd aan zijn verplichting om het internationaal humanitaire recht te respecteren.

Het is belangrijk dat zulke acties worden veroordeeld. Het is van essentieel belang om de aandacht te vestigen op schendingen van het internationale recht. Dat maakt deel uit van de strijd tegen straffeloosheid.

Comme nous le savons, les condamnations ne suffisent pas. La moitié des centres qui traitaient la malnutrition dans la ville de Gaza ont été détruits. Fin août, le secrétaire général de l'ONU déplorait une famine à Gaza. Le 16 septembre, la Commission d’enquête internationale indépendante de l’ONU sur le territoire palestinien occupé a estimé qu’il y avait un génocide à Gaza.

Face à la situation, il faut des mots forts, c’est évident, mais il faut aussi des actes concrets, ce qui l’est tout autant. C’est la raison pour laquelle j’ai fait de nombreuses propositions très précises que le kern a décidé d’entériner le 2 septembre dernier. Vous les connaissez, chers membres de la commission, puisque je suis venu dès le lendemain vous les présenter au sein même de cette commission.

Certaines d’entre elles avaient déjà été envisagées sous la précédente législature, mais c’est l’Arizona qui les a adoptées lors de son Conseil des ministres du 12 septembre dernier.

De heer Aerts en enkele collega's hebben mij gevraagd hoever de uitvoering van elk van die besluiten gevorderd is. Ze zijn niet allemaal van mij afhankelijk, maar na overleg met mijn collega's kan ik meedelen dat ze allemaal ofwel werden uitgevoerd ofwel in het proces van uitvoering zijn, met een tijdschema dat varieert. Zoals u zich kunt voorstellen, duurt het wijzigen van een wet langer dan het persona non grata verklaren van individuen. U hebt me ook veel vragen gesteld over de uitdagingen bij de uitvoering van die besluiten. U bent zich daar dus terdege van bewust.

Sommige van die besluiten zijn inderdaad primeurs. Ze inspireren trouwens ook andere landen, die België als voorbeeld nemen, mevrouw Depoorter. Met name Spanje kondigde enkele dagen later maatregelen aan die vergelijkbaar zijn met het Belgische pakket. We hebben verzoeken ontvangen van andere partners, die ook nationale maatregelen willen nemen. De Palestijnse missie in België heeft de Belgische regering bedankt voor haar moed en daden. Verschillende ngo's hebben me geschreven om mijn voorstellen te verwelkomen en me aan te moedigen de uitvoering ervan voort te zetten.

Monsieur Boukili, vous pensez qu'il faut agir plus vite et faire encore plus. C'est évident! C'est la raison pour laquelle je veille à ce que les décisions prises par le gouvernement soient matérialisées le plus rapidement possible. Au demeurant, j'ai écrit à mes collègues pour les sensibiliser à l'urgence d'agir. Mes services ont contacté en parallèle leurs homologues afin d'obtenir rapidement des résultats. La machine est donc en marche. En soi, c'est déjà un signal envoyé au gouvernement Netanyahu.

Depuis la dernière fois que je suis venu devant vous, nous avons pu évacuer médicalement des enfants supplémentaires, atteints de pathologies complexes qui ne pouvaient être traitées dans la région. Quelques semaines auparavant, déjà, nous avions évacué d'autres enfants ainsi que leurs accompagnateurs. La Belgique se situe ainsi en quatrième place des pays de l'Union européenne en ce domaine, même si le nombre de personnes reste en soi bien modeste au regard de l'ampleur du drame. En tout cas, peu nombreux sont les pays à agir par rapport à ce qui devrait être, mais l'essentiel de ceux qui assument cette prise en charge sont l' Égypte, les Émirats arabes unis ou la Jordanie qui, en raison de leur proximité, font plus que nous. Ces évacuations sont complexes et coûteuses, mais elles ne dépendent pas que de la Belgique. Nous ne maîtrisons pas de nombreux acteurs et de multiples facteurs. Il ne suffit pas de rêver à évacuer les gens de Gaza. Il faut se rendre compte que, dans ce contexte de guerre, arriver à identifier leur localisation, prévoir et sécuriser des couloirs d'extraction, s'assurer que ce qui avait été prévu la veille est encore valable le lendemain matin, procéder aux checks de sécurité nécessaires et assumer la prise en charge, ce sont des choses qui se disent facilement, mais qui sont applicables beaucoup plus difficilement dans un contexte de guerre. En tout cas, nous allons évidemment poursuivre ces opérations par humanisme.

De heer Aerts had meer informatie gevraagd over de 12,5 miljoen euro aan humanitaire hulp die ik heb aangekondigd, bovenop de 7 miljoen euro die dit jaar al is toegezegd. De aangekondigde 12,5 miljoen euro omvat een bijkomende 4,5 miljoen euro voor UNRWA, 2 miljoen euro voor de activiteiten van het ICRC, met name de bescherming en bijstand aan de meest kwetsbare mensen in Gaza en nog eens 6 miljoen euro voor OCHA als flexibele financiering om onder coördinatie van de Verenigde Naties de actoren te ondersteunen die het best geplaatst zijn om aan de behoeften ter plaatse te voldoen.

Daarnaast werden de voorbereidingen opgestart om het lopende programma van onze gouvernementele samenwerking met de Palestijnse Autoriteit bij te sturen. De timing en concrete invulling hangen af van de verwachte evolutie op het terrein. In ieder geval zal België zich resoluut blijven inzetten voor de ontwikkeling van een stabiele en inclusieve rechtsstaat in de Palestijnse gebieden. Tevens zal worden bekeken in welke mate België zich, in het kader van een internationale en multilaterale samenwerking, kan aansluiten bij een gezamenlijke aanpak voor herstel en heropbouw.

À ce sujet, nous nous sommes associés voici quelques jours à plusieurs autres États qui ont lancé la Emergency Coalition for the Financial Sustainability of the Palestinian Authority.

Ik wil ook duidelijk stellen dat België wel degelijk reageert op de vernieling door Israël van projecten die mede door ons land zijn gefinancierd. Sinds 2017 hebben de EU en een aantal donoren op initiatief van België een gemeenschappelijke strategie ontwikkeld voor gevallen van sloop en inbeslagname, waarbij wij financiële compensatie van de Israëlische autoriteiten eisen. De donoren en de EU hebben officiële brieven gestuurd naar de COGAT (Coordinator of Government Activities in the Territories), de civiele administratie in de Palestijnse gebieden die onder het Israëlische ministerie van Defensie valt.

De overhandiging van die brieven gaat regelmatig gepaard met stappen die de ambassades van de betrokken lidstaten zetten ten aanzien van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Il va évidemment de soi qu'une reconstruction de Gaza ne pourra être effective que si elle s'inscrit dans le cadre d'une perspective politique négociée garantissant les conditions pour que les Palestiniens et Israéliens puissent vivre durablement en paix côte à côte. C'est pour cela que le 22 septembre, à New York, la Belgique s'est jointe aux pays qui ont annoncé la reconnaissance de l' É tat de Palestine.

Cette décision était fidèle à la résolution que vous avez vous-même adoptée en mai dans ce Parlement et que le gouvernement avait décidé de faire sienne. Cette reconnaissance participe à la matérialisation de la solution à deux É tats pour laquelle nous plaidons, ceci parce que nous pensons que c'est la meilleure façon de permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre les uns à côté des autres pacifiquement et en sécurité dans la durée.

Dit was de eerste fase, de politieke fase. Het koninklijk besluit is immers onderworpen aan twee voorwaarden die het mogelijk maken om te voorkomen dat Hamas een blanco cheque krijgt. Als het Trumpplan wordt aangenomen, zal trouwens aan de twee voorwaarden worden voldaan: de vrijlating van de gijzelaars en de uitsluiting van Hamas van het bestuur van Palestina.

Monsieur Boukili, ne vous en déplaise à vous ou à d'autres de vos collègues, je peux témoigner que la semaine dernière à New York, lors de la semaine de haut niveau des Nations Unies, les propos de notre premier ministre à la tribune, évoquant clairement cette reconnaissance sur la scène diplomatique, ont été largement salués, y compris par les autorités palestiniennes. Personne ne m'a en effet accosté dans les couloirs en me disant "Monsieur le ministre, quand va venir le moment de l'adoption de l'arrêté royal en Conseil des ministres?" Ce qui importait pour la communauté diplomatique internationale, c'était la posture politique de la Belgique se joignant au groupe des autres pays qui ont reconnu l'État de Palestine.

S'il est vrai que certains, vous comme d'autres, pourraient considérer que la seule reconnaissance valable est celle qui produit des effets juridiques, à savoir celle qui fera l'objet d'une validation par le Conseil des ministres, alors oui, nous n'y sommes pas encore. On peut continuer à rester dans l'entre-soi belgo-belge, pétri de ses certitudes politiques, parce que cela sert évidemment le jeu majorité-opposition, il n'en demeure pas moins que l'effet de la position belge a été bien perçu sur la scène diplomatique internationale. Du reste, d'autres pays sont d'ailleurs en train d'observer et d'étudier, en interne de leur processus décisionnel, le processus qui a été le nôtre.

Rappelons aussi, parce que le débat autour de la question de la reconnaissance a parfois tellement supplanté le reste des dimensions de ce problème à Gaza, que la reconnaissance, même décidée de manière immédiate, n'est pas ce qui permet de nourrir les bouches affamées des enfants, des femmes, des citoyens actuellement en manque d'aide humanitaire à Gaza. C'est la raison pour laquelle – même si cette reconnaissance était extrêmement importante pour pouvoir s'ériger contre les velléités israéliennes d'annexion de la Cisjordanie, d'occupation militaire totale de Gaza ou de relance de nouvelles colonies illégales, pour préserver la solution à deux États, comme son nom l'indique – elle ne doit pas nous éloigner de l'essentiel, qui reste la crise humanitaire. Le seul moyen de faire sauter le bouchon inacceptable et illégal du blocus humanitaire, constitutif de crime de guerre, est d'agir sur le volet des sanctions.

À cet égard, la Belgique est dans le peloton de tête européen des mesures qui ont pu être prises. Je l'ai déjà dit, et je le répète, je vous mets au défi de trouver cinq pays européens qui ont pris des mesures aussi volontaristes que les nôtres en termes de sanctions.

In ieder geval blijven wij sancties opleggen aan Israëlische kolonisten en aan Hamas, zowel op nationaal als Europees niveau. We roepen de EU ook op met aanvullende voorstellen te komen die de druk op hen kunnen opvoeren.

Parce qu'il est clair que, si la Belgique ne pouvait plus rester derrière le paravent de l'inertie européenne pour s'exonérer de prendre des initiatives nationales – raison pour laquelle j'ai proposé cette batterie de mesures début septembre –, nous sommes aussi conscients que c'est en prenant des sanctions à l'échelle européenne que celles-ci auront potentiellement le plus d'impact sur Israël, puisque l'ensemble du marché européen représente le premier partenaire économique d'Israël.

Donc, nonobstant les mesures prises au niveau belge, nous continuons de plaider ardemment pour que des sanctions soient également prises au niveau européen pour maximiser l'impact de ces mesures. En attendant, nous travaillons à ce que nos mesures, jointes à des décisions nationales d'autres États, puissent atteindre une masse critique significative et avoir un effet d'entraînement, un effet boule de neige.

Wat Hamas betreft, willen wij dat die terroristische beweging de gijzelaars onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat. Tegelijkertijd moedigen we Israël aan om met Hamas te onderhandelen. Tot nu toe is het immers dankzij onderhandelingen dat de meerderheid van de gijzelaars is vrijgelaten.

Daarom betreur ik, mijnheer Van Rooy, net als de Europese Unie, de schending van de soevereiniteit van Qatar door Israël, dat op 9 september aanslagen heeft gepleegd in Doha. Op grond van artikel 2, paragraaf 4, van het Handvest van de Verenigde Naties is dat een ernstige schending van de soevereiniteit van Qatar. Die aanslagen zijn des te betreurenswaardiger omdat Qatar, samen met Egypte en de Verenigde Staten, een bemiddelende rol speelt om de vrijlating van Israëlische gijzelaars en een staakt-het-vuren in Gaza mogelijk te maken. Het waren echter juist de Hamas-onderhandelaars die Israël daar heeft gedood. U mag zich verheugen dat er mannen zijn gestorven, als u dat wilt, maar het internationale recht sluit buitengerechtelijke executies uit. Bovendien is het doden van Hamas-onderhandelaars waarschijnlijk geen goed nieuws voor de Israëlische gijzelaars, omdat het de deur sluit voor verdere onderhandelingsmogelijkheden, terwijl onderhandelingen tot nu toe meer resultaat hebben opgeleverd dan militair geweld.

Même si, évidemment, personne ne pleurera le décès de leaders terroristes du Hamas.

We veroordelen trouwens ook gelijkaardige Israëlische aanvallen in Libanon en Syrië. Het is aan deze landen om terreurorganisaties op hun eigen grondgebied te bestrijden, met respect voor de rechtsorde en de mensenrechten.

De twee voorwaarden, waarvan eerder sprake, om de staat Palestina wettelijk te erkennen, hangen niet af van Israël. Het is twijfelachtig of de regering-Netanyahu al het mogelijke doet om de gijzelaars vrij te laten, maar het is Hamas dat hen vasthoudt. Het is Hamas dat hen zou moeten bevrijden.

Over de voorwaarde dat terroristische organisaties zoals Hamas van het beheer van Palestina zouden worden uitgesloten, heeft Hamas gezegd dat het hiervan voorstander zou zijn. De verklaringen van president Abbas gaan in dezelfde richting, zoals ook is besloten door alle ondertekenende staten in de Verklaring van New York en het is ook wat het Trumpplan, dat Hamas bestudeert, biedt.

Mevrouw Van Hoof, madame Maouane, monsieur Boukili, je n'ai pas accueilli "avec enthousiasme", comme vous l'avez indiqué, monsieur Boukili, le plan proposé par M. Trump, plan que vous qualifiez de néocolonial. Mais j'ai, comme d'ailleurs l'immensité de la communauté internationale, salué ce plan. Même l'Espagne, que vous identifiez souvent comme étant le pays le plus en pointe dans la défense de la cause palestinienne, a salué ce plan, tout comme moi.

Ce plan n'est pas parfait, et l'Union européenne n'a pas encore été formellement impliquée à ce stade, non. Plusieurs pays arabes ont, par contre, été consultés en amont, notamment durant la semaine à New York. J'en ai été le témoin direct, et j'ai pu en parler avec plusieurs de mes homologues des pays arabes.

Ce plan exclut l'occupation de Gaza par Israël. C’est une bonne chose, mais les conditions du retrait mériteraient d'être clarifiées et précisées selon un calendrier précis, d'autant qu'on entend le premier ministre israélien émettre des objections à cette question.

Ce plan reconnaît que les Gazaouis doivent pouvoir rester chez eux. Il prévoit un cessez-le-feu et une augmentation de l'aide humanitaire; mais il resterait des obstacles à cette aide. Le sort de la Global Humanitarian Foundation, qui est problématique, nous le savons, n'est pas clairement réglé.

Le plan reconnaît aussi le droit à l'autodétermination du peuple palestinien, ce qui est notre position également. Mais les étapes pour parvenir à la solution à deux États restent à confirmer.

Il prévoit la libération des otages et celle de prisonniers palestiniens, dont des enfants. Il exclut le Hamas de la gouvernance de Gaza, ce que nous souhaitons également. Mais il part de la mise en place d'un board of peace , dirigé par des étrangers, ce qui peut aussi poser question. L'Autorité palestinienne est mentionnée, mais son rôle n'est pas évident.

Bref, ce plan n'est pas parfait, mais il a bien le mérite d'exister dans le contexte que nous connaissons. Malgré ses imperfections, il offre une base pour reprendre les négociations de manière crédible. C'est cela qui mériterait d'être salué.

In een verklaring naar aanleiding van het plan van president Trump herhaalde de Palestijnse Autoriteit ook haar positie over de hervormingen die toegezegd zijn op de Tweestatenconferentie in New York, inclusief presidents- en parlementsverkiezingen binnen één jaar na het einde van de oorlog; scholencurricula in lijn met de Unesconormen binnen de twee jaar uitvoeren; de afschaffing van het Martelarenfonds en de oprichting van een sociaal welzijnssysteem, onderworpen aan internationale controle. Een uitdaging zal echter het organiseren van verkiezingen zijn. De Palestijnse Autoriteit heeft geen toegang tot Oost-Jeruzalem, dat geannexeerd is door Israël, en momenteel ook niet tot Gaza. Toch wordt er nagedacht over creatieve oplossingen, ook om de mogelijke weigering van Israël te overwinnen.

Mijnheer Van Rooy, de hervormingen van het Martelarenfonds en van de schoolcurricula maken al deel uit van de voorwaarden voor Europese financiering. DG MENA (Directorate-General for the Middle East, North Africa and the Gulf) heeft technische teams ter beschikking gesteld aan de Palestijnse Autoriteit. De wetgeving rond het Martelarenfonds werd reeds in februari afgeschaft en vervangen door een nieuwe wet ter oprichting van een socialezekerheidsfonds gebaseerd op armoede-indicatoren. Begin september werd de eerste betaling verricht onder dat nieuwe socialezekerheidssysteem. Voorts werd ook een audit besteld, die de komende maanden zal worden uitgevoerd.

Ik wil de heer Van Rooy ook meegeven dat de Palestijnse Autoriteit van haar kant Israël al erkend heeft in 1993. De Palestijnse Autoriteit is echter niet beloond voor haar erkenning van Israël, wat extremisme in de hand heeft gewerkt.

Ik wens te benadrukken dat de erkenning van Palestina geen anti-Israëlische beslissing is. Het is de bevestiging van het Europese en Belgische beleid sinds decennia, waarbij we ons engagement ten aanzien van de tweestatenoplossing systematisch herhalen.

Volgens de beschikbare archieven tussen 2020 en vandaag was er één verzoek aan België voor diplomatieke toestemming voor overvluchten van Israëlische militaire vluchten. De weigering van verzoeken van de Israëlische autoriteiten voor militaire overvliegvergunningen geldt voor alle aanvragen. Er is nog nooit een verzoek ingediend voor een permanente diplomatieke toelating voor Israëlische militaire vluchten. Dat is mijn antwoord op een vraag van de heer Aerts.

Wat ons wapenuitvoerbeleid betreft, kan ik het volgende meedelen. In juni organiseerde ik reeds een interfederaal overleg met de betrokken beleidscellen en administraties. Het doel van dat overleg is enerzijds om de regels aan te scherpen en anderzijds om de uitvoering te verbeteren door middel van coördinatie en informatie-uitwisseling. Daarbij spelen Douane, Mobiliteit, Buitenlandse Zaken en de gewesten een rol. Vragen die specifiek over Douane en Mobiliteit gaan, moeten aan de bevoegde minister worden gesteld. Op basis van de beslissing van de Raad van ministers van september vond nog recent overleg plaats.

We hebben een politieke consensus bereikt om het akkoord tussen de federale overheid en de gewesten van 2009 aan te passen. Ik bereid bovendien een koninklijk besluit voor, samen met mijn collega Jean-Luc Crucke, de minister van Mobiliteit. Beide worden binnen de komende dagen verwacht.

Wat individuele sancties betreft, gaat het om verschillende lijsten. De namen die op Europees niveau zijn aangenomen, zijn meteen ook op Belgisch niveau overgenomen. We pleiten echter al meer dan een jaar op Europees niveau voor een uitbreiding van deze lijsten, zowel wat betreft de leden van Hamas als gewelddadige kolonisten en twee extremistische ministers.

Tot nog toe is daarover op Europees niveau geen consensus, zoals ik ook meermaals in deze Kamer heb aangegeven, niettegenstaande de juridische sterkte van deze voorstellen. Onze voorkeur gaat uiteraard nog steeds uit naar een Europese aanpak, maar in afwachting daarvan zullen wij op nationaal niveau deze individuen sanctioneren, als uitzonderlijke maatregel. De betrokken diensten werken aan de uitvoering hiervan. Persoonlijk hoop ik dat er stilaan een momentum ontstaat, zodat de Europese leiders hierover een gemeenschappelijk signaal kunnen geven. Ik hoop het des te meer na de verklaringen van de voorzitster van de Commissie, mevrouw Von der Leyen.

Mevrouw Van Hoof, laten wij eerlijk zijn, van alle maatregelen die ik aan het kernkabinet heb voorgesteld, zal het invoeren van een importban voor producten uit de illegale nederzettingen ongetwijfeld de moeilijkste worden. Zoals u allen weet, leven wij in een eengemaakte Europese markt en is de Europese Commissie bevoegd voor de handel met landen buiten de EU. Het Internationaal Gerechtshof heeft echter al meer dan een jaar geleden beslist dat derde staten, zoals België, de verplichting hebben de handel met de nederzettingen stop te zetten. Zo niet, dragen wij onrechtstreeks bij tot het bestendigen van een oorlogsmisdaad.

Dit geldt als onze juridische basis. Vandaar dat ik al aan de Europese Commissie heb gevraagd om ons richtlijnen te geven. Samen met ongeveer 10 andere EU-lidstaten heb ik bovendien een brief gestuurd naar de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger om samen te werken aan een Europees beleid hieromtrent. In afwachting van een Europees beleid willen wij op Belgisch vlak al van start gaan, in lijn met ons engagement ten aanzien van het internationaal recht.

Slovenië voerde al een importverbod in, enkel voor producten uit de nederzettingen. Ierland werkt eveneens aan een wetsvoorstel waarin ook de diensten en investeringen zouden worden opgenomen. Ook vanuit onze buurlanden Nederland en Luxemburg bestaat er belangstelling, evenals vanuit Spanje. Mijn diensten staan bovendien in contact met onze collega’s in Ierland, die eveneens een gelijkaardig voorstel uitwerken. Met andere woorden, ons initiatief krijgt tractie.

Het behoort tot de bevoegdheden van de FOD Economie om samen met de FOD Financiën de actie concreet uit te werken. Er zijn deelaspecten die eenvoudiger toe te passen zijn dan andere. Als voorbeeld kan worden vermeld dat de lijst met postcodes van de nederzettingen gekend is, waardoor de productiesites kunnen worden getraceerd. Ook de Verenigde Naties heeft recent een geactualiseerde lijst gepubliceerd van ondernemingen die actief zijn in de illegale nederzettingen. Om uw vraag te beantwoorden, geef ik mee dat geen enkel Belgisch bedrijf daarin is vermeld.

C'est bon à savoir! Cette mise à jour faite par les É tats, par les Nations Unies, précise bien que, dans toute cette liste d'entreprises qui agissent dans les colonies illégales, ne figure aucune entreprise belge.

Pour répondre de manière plus précise encore à M. De Smet, qui m'interrogeait sur les modalités pratiques de la mise en œuvre de cette sanction décidée par le Conseil des ministres et visant à interdire l'importation de ces produits, je ne peux que vous inviter à l'avenir à interroger mes collègues de l'Économie et des Finances chargés de la mise en œuvre pratique de cette décision, et non les Affaires étrangères. Madame Maouane, la décision du Conseil des ministres vise bien à interdire non seulement les produits issus d'entreprises publiques israéliennes mais aussi ceux des entreprises privées installées dans les colonies. Pour les mécanismes de contrôle et les modalités d'importation via d'autres pays de l'Union européenne, comme je viens de le préciser, je ne peux que vous orienter vers mes collègues en charge de l' É conomie et des Finances.

Monsieur De Smet, nous prenons nos responsabilités au niveau national et aussi au niveau européen qui, je l'ai déjà dit, reste incontestablement le niveau le plus pertinent pour agir. Mais ceci ne doit pas nous dédouaner de nos propres initiatives. La Belgique soutient clairement la suspension partielle et même potentiellement totale de deux volets de l'accord: le volet commercial et le volet recherche-innovation-coopération technologique.

Je rappelle qu'à la lecture de la décision prise par le kern, entérinée ensuite par le Conseil des ministres, j'ai reçu un mandat clair et total d'appuyer toutes les sanctions qui seront mises sur la table par l'Union européenne et de pouvoir même les plaider. Vous aurez vu dans la liste que nous avons évidemment évoqué le fameux accord d'association entre l'Union européenne et Israël, tant sa suspension totale que partielle. Mais nous avons été bien au-delà, en listant toute une série d'autres accords entre l'Union européenne et Israël et pour lesquels la Belgique est demandeuse. Elle-même soutiendra donc toute sanction possible.

Monsieur Kompany, le 17 septembre la Commission européenne a finalement présenté un paquet de mesures et de sanctions aux États membres. Il y a donc quelques jours de cela, suite aux demandes que j'avais formulées à plusieurs reprises avec d'autres collègues européens. J'ai en effet eu des discussions avec certains de mes partenaires européens sur ces propositions. Pour les adopter, il faudra, selon les mesures proposées, tantôt l'unanimité, tantôt une majorité qualifiée. La Belgique adoptera quoi qu'il en soit une approche volontariste. Au-delà des accords et des programmes dont nous avons déjà décidé d'appuyer la suspension, la décision du gouvernement est très claire: la Belgique appellera la Commission et le Service européen pour l'action extérieure à présenter également d'autres mesures possibles. Nous ne nous en tiendrons pas uniquement aux déclarations faites par Mme Von der Leyen.

Monsieur Boukili, vous estimez peut-être que l'accord est largement insuffisant, bien qu'il soit largement supérieur à ce qu'un quelconque précédent gouvernement ait jamais pris comme décision, que plusieurs mesures sont des premières et que d'autres pays s'en inspirent. Là où je ne suis pas d'accord avec vous, c'est que votre logique semble être celle de sanctions aveugles permanentes, celle du blanc ou noir. Je l'ai dit, ce serait une erreur de punir aveuglément un peuple dont des centaines de milliers de personnes, tout comme en Belgique, s'insurgent contre les politiques du gouvernement Netanyahu. Notre gouvernement fait la différence entre le gouvernement d'Israël, qui viole actuellement de manière scandaleuse le droit international, et le peuple d'Israël, qui est divisé. Nous veillons aussi à ne pas faire d'amalgame entre le gouvernement d'Israël et la communauté juive à travers le monde. L'antisémitisme est en hausse, et pour lutter contre cela, nous prenons aussi des mesures.

Volgend op de beslissingen van de federale regering van 12 september en de opdracht die mij werd gegeven om de toegang tot de consulaire diensten voor Belgen die in de nederzettingen wonen te beperken tot uitsluitend de wettelijk bepaalde noodbijstand, kan ik enige toelichting geven in antwoord op uw vragen.

Er dient allereerst een duidelijk onderscheid tussen consulaire administratieve bijstand en consulaire noodbijstand te worden gemaakt. Beiden vallen onder het regelgevend kader van het Consulair Wetboek. De elementen van consulaire dienstverlening die in dat wetboek staan, die u in uw vragen hebt aangehaald, vallen onder de definitie van consulaire administratieve bijstand en zullen derhalve niet langer aan de Belgen die in de nederzettingen wonen worden verleend.

Wat de legalisaties betreft herinner ik u eraan dat Israël, net als België, lid is van het Verdrag van Den Haag van 5 oktober 1961 tot afschaffing van het vereisen van legalisatie van buitenlandse openbare akten. Voor de regeringsbeslissing van 12 september werden er dus al geen documenten meer gelegaliseerd.

Consulaire noodbijstand, inclusief de afgifte van noodreisdocumenten, zoals bepaald in hoofdstuk 13 van het Consulair Wetboek, blijft wel van toepassing, zoals voor alle Belgen in het buitenland, in uitvoering van de regeringsbeslissing van 12 september.

Collega’s, volgens de informatie waarover wij beschikken, nemen acht Belgen deel aan de Global Sumud Flotilla. Anderen maken deel uit van de Thousand Madleens Flotilla. We staan in contact met deze flottieljes en hun vertegenwoordigers in België. Mijn medewerkers ontvangen vandaag voor de tweede keer vertegenwoordigers op mijn kabinet.

De FOD Buitenlandse Zaken volgt de ontwikkelingen op de voet.

Et je suis toujours surpris quand – sauf à vouloir caricaturer la situation – on parle de mon silence sur la question de cette flotte.

D'abord parce que je me suis déjà exprimé publiquement à deux reprises. Par ailleurs, pas plus tard que dimanche dernier, j'ai encore longuement eu au téléphone le matin l'un des acteurs coordinateurs. Peut-être que ce que je dis n'est-il pas ce que la flottille a envie d'entendre. Ça, c'est autre chose. Mais pour autant, on ne peut pas parler de silence.

Pendant votre week-end à Catane, monsieur Dermagne, j'ai obtenu de mes homologues italien et espagnol – et je vous remercie d'avoir eu l'élégance de le souligner – que leurs bateaux puissent en cas de besoin porter assistance à nos compatriotes.

Il y a une grande distinction à opérer entre la protection consulaire et la protection militaire. J'entends que la flottille voudrait que la Belgique envoie un bateau militaire. Outre le fait que je ne rentrerai pas dans un long débat sur notre marine et la disponibilité relative de ses frégates – dont certaines sont d'ailleurs en maintenance –, des pays comme la Grèce, l'Italie ou l'Espagne, au vu de leur configuration géographique bercée par l'eau, ont évidemment une flottille bien plus large que la nôtre. Dès lors que l'enjeu est de porter assistance en cas de problème, il n'est nul besoin d'un bateau supplémentaire à ceux déjà aux côtés de la flottille actuelle. C'est la raison pour laquelle j'ai pris contact d'initiative avec mes homologues italien et espagnol pour s'assurer qu'en cas de nécessité, leur bateau pourrait aussi prendre en considération l'assistance à apporter à nos compatriotes, ce qui a été acquis. Et j'en remercie l'Italie et l'Espagne.

C'est différent d'une protection militaire, car même mes homologues m'ont confirmé que les bateaux militaires dépêchés sur place par l'Espagne et l'Italie s'y rendent avec la seule finalité d'une assistance humanitaire. Ils ne vont pas eux-mêmes franchir les eaux territoriales israéliennes. Il ne faut donc pas attendre une intervention militaire quelconque, susceptible de générer une escalade militaire avec plusieurs pays européens, que personne ne souhaite dans cette région.

Bien sûr, nous pourrions à l'envie discourir, faire des cartes blanches, donner des interviews en disant "oui mais ce ne sont pas des eaux territoriales israéliennes, ce sont des eaux territoriales palestiniennes". Je suis ouvert et prêt pour tout ce débat rhétorique. Il n'en demeure pas moins qu'aujourd'hui, nous avons quand même tous pu nous rendre compte, depuis des mois et des mois, que le respect du droit international n'était pas la grande priorité de l’État d’Israël. Il viole ce droit international sans vergogne depuis des mois sur terre. Qui peut imaginer que tout d'un coup, il va par miracle être pris de remords à violer ce droit international en mer? Il considère, indépendamment de la rhétorique qui peut nous animer, que les eaux territoriales sont bel et bien israéliennes. Peu importe que l'on cautionne ou pas cette analyse: c'est celle aujourd'hui d'Israël, qui est susceptible d'intervenir militairement.

C'est la raison pour laquelle, tout en saluant pour ma part la démarche extrêmement louable de ces activistes – et ce mot n'est pas péjoratif dans ma bouche – je rappelle, et c'est mon devoir, que nos compatriotes qui participent à ces flottilles sont en train de mettre leur vie en danger. C'est mon devoir de les alerter et de ne pas faire semblant de l'ignorer. C'est mon devoir de souligner que, si leur volonté d'attirer l'attention de la communauté internationale sur le blocus humanitaire honteux qui s'exerce depuis trop longtemps à Gaza est évidemment louable, il n'a pas été utile que cette démarche se fasse pour que la communauté internationale soit consciente de ce drame qui se joue.

C'est là où je dis qu'il y a une mise en danger que l'on peut juger risquée ou inutile de leur propre vie, alors même que le message a déjà été compris, mais que les capacités d'action et d'intervention pour éviter un embrasement militaire total de la région sont compliquées et doivent se résoudre par les voies diplomatiques. Il ne saurait être question d'envoyer des navires militaires et encore moins d'intervenir militairement, sous peine de générer une escalade dans la région.

Je rappelle que des propositions ont été faites à cette flottille de pouvoir livrer leur aide humanitaire sur une île grecque, se chargeant par la suite du transport jusqu'à destination, mais que cette proposition n'a ni été souhaitée ni jusqu'à présent acceptée par Israël.

Je le dis et redis très clairement: une assimilation de ces Belges par Israël à des terroristes est et serait totalement inacceptable. J'ai déjà insisté auprès d'Israël pour le respect strict du droit international, y compris celui de la mer. Mais vous savez, aujourd'hui, quel intérêt extrêmement relatif Israël porte au respect du droit international.

Mes services ont invité vendredi dernier l'ambassadrice d'Israël, une nouvelle fois, pour lui transmettre clairement nos messages et la mettre en garde: toute démarche, et a fortiori, attaque contre nos compatriotes est inacceptable. Une protection consulaire classique – celle que nous offrons à nos compatriotes quel que soit le pays du monde où ils se trouvent en difficulté – sera évidemment procurée. Mais ne confondons pas un souhait de protection consulaire avec une exigence de protection militaire qu'il n'est pas raisonnable de formuler dans le contexte que nous connaissons!

C'est la raison pour laquelle, sans remettre en cause la motivation de ces personnes et en m'associant à la volonté qui est la leur de dénoncer le blocus humanitaire, en agissant par contre par les voies diplomatiques en vue d'obtenir un résultat, je ne peux que réitérer mon appel à la plus grande prudence pour éviter à nos compatriotes une mise en danger de leur propre vie et de celle des personnes qui les accompagnent.

Les leviers sont clairement au niveau diplomatique. On peut espérer que le plan proposé par M. Trump, nonobstant les éléments d'insatisfaction qui subsistent ou les éléments de clarification attendus, procure rapidement des effets, dont notamment la libération de plus de 500 camions d'aide qui pourraient à nouveau entrer chaque jour à Gaza. Ce serait effectivement un élément utile, susceptible de procurer un résultat concret sur le terrain.

Voilà, mesdames et messieurs les parlementaires, les éléments qu'il me paraissait utile d'apporter en réponse à vos interrogations multiples et légitimes sur la situation problématique à Gaza, en Israël, et à l'égard de la flottille. Il n'y a pas de silence. Il y a une prise de conscience et une prise de responsabilité, qui doivent venir de toutes les parties. Je vous remercie.

De voorzitster : Collega’s, iedereen heeft twee minuten repliektijd. Gelieve u daaraan te houden, aangezien er nog veel vragen volgen.

Rajae Maouane:

Madame la présidente, je vais essayer d'être rapide. Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous cacher que je ne suis pas totalement satisfaite ou totalement rassurée par toutes vos questions. Merci d'abord d'avoir qualifié les propos du ministre israélien – qui menace les activistes – "d'inacceptables". C'est rassurant, je ne l'avais pas entendu avant. Je l'entends maintenant et cela me rassure.

Le plan américain est un début, en effet, mais ce n'est pas vraiment un plan de paix. Comme je l'ai dit, c'est un ultimatum. C'est un couteau sous la gorge des Palestiniens pour accepter un plan de paix qui n'en n'est pas un.

Sur le reste, je me réjouis d'interroger MM. Jambon et Clarinval sur l'interdiction des produits issus des colonies.

J'ai beaucoup de respect pour vous et votre fonction. J'ai même – j'espère que vous le savez – de l'estime à votre égard. Par contre, quand je vous entends dire qu'il y a un "problème" à Gaza, parler de "crise humanitaire", cela me choque profondément. Les mots ont un sens, monsieur le ministre. Le problème à Gaza est qu’Israël est une armée sans limite qui bombarde des enfants, qui tue des pères, qui tue des mères, qui assassine des journalistes, qui fait un nettoyage ethnique, qui fait exploser des hôpitaux, qui tue un à un des membres des services de secours, des médecins, des infirmiers, des secouristes. Ce n’est pas un problème: c'est un génocide.

Vous parlez de "crise humanitaire", mais ce n’est pas une crise humanitaire, c'est un blocage, un blocus humanitaire imposé de manière illégale par Israël à une population, qui empêche la nourriture d'entrer et qui empêche les médicaments d'entrer. Israël a des snipers qui tuent des gens qui viennent chercher à manger alors qu'ils sont déjà affamés. Donc quand je vous entends dire ces mots-là, moi ça me choque et je ne comprends pas pourquoi il y a une espèce de minimisation de ces problèmes.

Monsieur le ministre, on ne rêve pas d'une évacuation des civils de Gaza. Moi je rêve, je demande et veux que les civils soient protégés. On veut que les civils ne soient pas bombardés tous les soirs et tous les jours. On rêve que les enfants retrouvent un avenir, qu'une population arrête d'être nettoyée ethniquement, qu'elle arrête d'être privée de nourriture, qu'elle arrête de craindre pour sa vie à toute heure du jour ou de la nuit, qu'elle arrête de craindre pour son avenir. On rêve que les Gazaouis restent à Gaza en sécurité. On rêve que les colons arrêtent leur violence en Cisjordanie. C'est ça, notre rêve. Que le peuple palestinien ait réellement droit à son autodétermination et à la paix et la sécurité.

C'est ça notre rêve aujourd'hui. J'espère que vous le partagez également, même si parfois les mots, comme je l'ai dit, ne sont pas suffisamment forts au vu de la situation dramatique et du génocide qu'on est en train de vivre.

Sam Van Rooy:

Vooreerst laat ik opmerken dat de Hamas Flotilla, waaraan acht antisemitische narcisten uit België deelnemen, uiteen is gevallen, omdat moslims niet met zogeheten queeractivisten willen varen. De terreurvloot wees zelfs het voorstel van Italië en het Vaticaan af om de hulpgoederen veilig af te leveren in Gaza. Dat zegt alles.

Mijnheer de minister, ik heb vier punten genoteerd. Ten eerste, de Belgen die zich aansloten bij de illegale terreurvloot van Hamas, van moslimterroristen dus, kunnen op uw steun en die van de regering rekenen. Ze krijgen zelfs lovende woorden, Belgistan ten top.

Ten tweede, de corrupte negationist Mahmoud Abbas en diens Palestijnse Autoriteit betalen al decennia, ook de afgelopen maanden nog, minister, jihadistische Jodenmoordenaars. De regering blijft daar belastinggeld aan geven en heeft dus alsmaar meer Joods bloed aan de handen.

Ten derde, een aantal woningen in Judea en Samaria blijkt voor de Belgische politici belangrijker te zijn dan de talloze christenen die in het Midden-Oosten door moslims worden afgeslacht.

Ten vierde, als Hamas het Gazaplan van Trump en Netanyahu aanvaardt, stopt de oorlog onmiddellijk. Zo niet, gaat Israël door to finish the job , en dat voortaan met de goedkeuring van iedereen die het twintigpuntenplan aanvaardt. Het is dus een goede zaak, minister Prévot, dat u achter dat plan staat. Dat uw meent dat de jihadisten van Hamas en Qatar zonder de grote militaire macht en druk van Israël, en dus zonder de oorlogsvoering van het IDF, willen onderhandelen, illustreert uw infantiel wereldbeeld.

Tot slot richt ik me tot de pro-Palestijnse activisten in het Parlement, die al bijna twee jaar genocide en ceasefire roepen en aanhoudend lasteren, maar vandaag het ceasefire plan van president Trump verwerpen, uw masker is nu wel heel duidelijk afgevallen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je voudrais tout d’abord vous remercier pour vos propos concernant la flottille. Nous avons en effet entendu ce matin que vous vous êtes déjà adressé à Israël en affirmant qu’il ne respecte pas le droit international, notamment en ce qui concerne les eaux territoriales, qui ne relèvent pas de sa compétence mais bien de Gaza. Je vous remercie pour ces déclarations fortes. Je vous remercie également d’avoir affirmé que les membres de la flottille ne sont pas des terroristes. Vos propos, en tout cas, se distinguent de ceux du premier ministre et du gouvernement. Je tiens à le saluer.

Je vous invite, monsieur le ministre, à rester en contact avec les membres de la flottille et à continuer à interpeller solennellement Israël. Je pense que la population belge a besoin de vous entendre, de savoir que vous êtes solidaire de nos compatriotes qui accomplissent un travail remarquable.

Un génocide est en cours. Concernant les sanctions, il ne faut pas fanfaronner. Jusqu’au mois d’août, au Conseil de l’Europe, nous étions du mauvais côté de l'histoire. Ce n’est qu’en septembre que nous avons rejoint les autres pays. Il ne faut donc pas adopter un ton trop triomphant. Je vous salue pour le travail accompli, mais restons lucides car jusqu’il y a peu, la situation était complexe.

Enfin, concernant le texte visant à interdire les produits issus des colonies, je m’adresse à vous, madame la présidente, madame Van Hoof, et vous demande de bien vouloir soumettre votre texte au vote. Nous vous soutiendrons. Si nous devons attendre celui de M. Clarinval et de M. Jambon, nul ne sait quand il sera prêt.

En tout cas, nous devons avancer et aller plus loin. Nous vous soutiendrons donc. Je vous remercie.

Nabil Boukili:

C'est très difficile de répondre en deux minutes, monsieur le ministre. Vous avez dit beaucoup de choses.

Certaines choses ont retenu mon attention, notamment ce que vous dites que au sujet de la flottille. Ce qui était demandé, c'est comment garantir sa protection et éviter qu'on arrive à un drame. C'était de prendre position par rapport à Israël de manière publique et déclarée, que s'il s'attaque à cette flottille il y aura des représailles, il y aura des réponses du gouvernement belge. Ça, ça n'a pas été clarifié à ce niveau-là. Quand vous dites que cette flottille n'était pas nécessaire pour sensibiliser la communauté internationale à ce qui se passe à Gaza, je ne suis pas d'accord avec vous. Parce que vu la situation aujourd'hui à Gaza, vu le génocide à Gaza, ce n'est pas une crise humanitaire, c'est une famine organisée dans l'objectif de supprimer le peuple palestinien. C'est la politique et la stratégie de l'État d'Israël.

Non, les réponses ne sont pas à la hauteur. Je suis désolé. Vous dites qu'on est dans le peloton de tête au niveau européen concernant des sanctions. Je suis désolé, on parle de l'Europe, qui est la première complice de l'État génocidaire en étant son premier partenaire économique et commercial. C'est l'Europe de l'Allemagne qui exporte 30 % des armes importées par Israël qui tuent les Palestiniens. C'est l'Europe d'Orbán et compagnie. Être dans le peloton de cette Europe-là, ce n'est pas un exploit. Je vous rejoins sur le fait qu'il ne faut pas fanfaronner là-dessus.

Par contre, la Belgique peut prendre des sanctions toute seule sans avoir recours à l'Europe, notamment pour suspendre des accords commerciaux parce que le droit international prime sur le droit européen. Ce sont des juristes et des avocats qui le disent. Ce n'est pas Nabil Boukili qui l'invente. Vous pouvez le faire et il y a des articles dans ces traités-là qui vous permettent de le faire.

La Belgique a choisi de ne pas le faire. Et vous dites vous-même pourquoi vous ne le faites pas: il ne faut pas de sanctions aveugles parce qu'il ne faut pas sanctionner le peuple israélien. Il ne faut pas mélanger le peuple avec le gouvernement. Et c'est ça qui vous est reproché, monsieur le ministre. C'est cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures. Parce que quand vous prenez des sanctions contre l'Iran, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre la Russie, vous ne dites pas ça. Quand vous prenez des sanctions contre d'autres pays, vous ne dites pas ça. Ici, on parle d'un État qui fait ce qu'aucun de ces pays n'a fait: un génocide. Colonisation, déportation des populations, famine. Aucun de ces États qui sont sanctionnés par la Belgique n'a fait la moitié du quart de ce que fait Israël. Pourtant, vous avez ce discours vis-à-vis d'Israël, mais pas vis-à-vis des autres pays.

Ce sont cette hypocrisie et ce deux poids deux mesures qui vous sont reprochés.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Nous avons entendu. Vous êtes toujours dans la même ligne de conduite, à savoir la défense du droit international. Ce faisant, vous finissez par amener notre pays, la Belgique, en tête du peloton européen de ceux qui cherchent des solutions, aussi difficiles soient-elles, parce qu’en face, il y a des actes qui dépassent l’entendement.

Vous avez parlé du blocus humanitaire. Qui peut accepter qu’une telle situation devienne naturelle? Impossible. Vous êtes là pour montrer à l’Europe…Vous avez parlé aussi de l’inertie européenne, qui est visible, il ne faut pas se le cacher. Mais la Belgique en fait partie. La Belgique, avec son paquet de sanctions, entraîne de plus en plus le niveau international, et surtout européen, à la compréhension que seul prime le droit international.

Quant à la flottille, je vous ai bien entendu, monsieur le ministre. Vous avez parlé du cas diplomatique et de celui qui est militaire. Avec raison. Ce n’est pas avec une armée que nous pouvons aller bousculer ce qu’il se passe par là. Il faut de l’intelligence. Je vous le conseille. Merci.

Els Van Hoof:

Dank u, meneer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. U onderstreept dat de verdienste van het Amerikaans plan erin bestaat dat het de genocide van vandaag onmiddellijk stopt. Maar willen we een nieuwe genocide voorkomen, dan moet het plan ook worden uitgevoerd en u hebt daar zelf toch wel enkele vraagtekens bij geplaatst.

Inderdaad, bezetting moet worden uitgesloten. Hoe zit het echter met het recht op zelfbeschikking op termijn? Wat zijn de etappes? Welke rol speelt de Palestijnse Autoriteit? U hebt erkend dat het plan niet perfect is. Daarom moet de Belgische regering zich houden aan haar akkoord van 2 september om druk te blijven zetten op de Europese Unie in verband met het associatieakkoord en de sancties.

Als het twintigpuntenplan wordt goedgekeurd door zowel Hamas als Israël, moeten we volgens mij doorpakken, want dan zijn de twee voorwaarden vervuld: Hamas verdwijnt uit het bestuur en de gijzelaars worden vrijgelaten. Dan moet het KB houdende de erkenning van Palestina er snel komen, op grond waarvan België Israël agressor kan noemen, aangezien het land een ander land binnen is gevallen. Israël moet dan inderdaad het internationaal recht naleven en stoppen met annexaties van een ander land. Dat is belangrijk, want vandaag zijn er geen garanties in verband met de Westelijke Jordaanoever. Dan kunnen we ook verdragen sluiten met de Palestijnse autoriteit, daar een ambassadeur naartoe sturen en sancties hardmaken. Dat zijn de voordelen van het plan en daar moeten we op blijven inzetten. Dat advies wil ik meegeven.

Michel De Maegd:

Pour ma part, j'aimerais saluer l'accord obtenu en kern, qui a permis à la Belgique, lors de l'Assemblée générale de l'ONU, par votre entremise, monsieur le ministre, mais également par celle du premier ministre, de tenir une voie digne en phase avec le droit international et les valeurs que notre pays a toujours défendues dans le concert des nations. Il s'agit d'une décision humanitaire importante qui, oui, je le dis comme vous, place notre pays dans le peloton de tête de l'Union européenne: train de sanctions sévères à l'encontre des ministres d'extrême droite et suprématistes du gouvernement Netanyahu, ainsi que reconnaissance politique de l' État de Palestine – certes conditionnée pour ne donner aucun blanc-seing au groupe terroriste Hamas et servir, surtout, de levier pour tenter d'obtenir enfin la libération des otages . C'est une décision forte de notre pays, qu'aucun autre gouvernement avant l'Arizona n'avait pu prendre et qui est en phase, madame la présidente, avec la résolution que nous avons adoptée ici même. Les États-Unis ont proposé un plan de paix. À charge pour le groupe terroriste Hamas de revenir enfin à la raison et de libérer les otages. C'est une lourde responsabilité qui pèse sur lui, près de deux ans après les effroyables attaques terroristes du 7 octobre qui étaient clairement revendiquées comme visant à tuer des Juifs parce qu'ils étaient juifs. Dans peu de temps, les masques tomberont. Le Hamas, qui crie au génocide en piégeant dans le même temps les Palestiniens de Gaza, veut-il sincèrement éviter un nouveau de bain de sang sur place? Je l'espère. Ce plan de paix, certes imparfait, prévoit un cessez-le-feu, une aide humanitaire, la libération des otages, ainsi que celle de nombreux prisonniers palestiniens. Ce plan exclut tout rôle pour le Hamas et prévoit le développement à Gaza d'une force de stabilisation internationale. Il faut en tenir compte. En effet, voyant d'où l'on vient, c'est un pas décisif. Pour conclure, madame la présidente, ce plan est bien plus concret que toute mission menée par une flottille internationale. Les participants à cette périlleuse entreprise ont, certes, la liberté de le faire, mais en tant que libéral, je sais que la liberté s'assortit de responsabilités. Les membres de cet équipage, quelque peu pompiers-pyromanes, par les temps qui courent, mettent sciemment leur vie en danger, comme le ministre nous l'a dit. Crisper davantage la situation, alors qu'elle est déjà si complexe, n'apportera rien à la population de Gaza ni aux Palestiniens, et rien non plus à la sécurité des Israéliens. En revanche, elle va créer beaucoup de problèmes aux membres de cette flottille.

De afgelasting van een lezing over Rwanda
Het Egmontinstituut en de relaties tussen Rwanda en België
De diplomatieke relaties met Rwanda
De journalist die een inreisverbod voor Rwanda opgelegd kreeg
De weigering door Rwanda om een VRT-journalist het land binnen te laten
Het geplande bezoek van de minister aan Rwanda
De verbroken diplomatieke betrekkingen tussen België en Rwanda - gevolgen en toekomstperspectieven
Het verbreken van de diplomatieke betrekkingen met Rwanda
Rwanda
De annulatie van een lezing van Filip Reyntjens
Victoire Ingabire
België-Rwanda diplomatieke spanningen en geannuleerde evenementen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België staat onder druk door de gespannen relatie met Rwanda, dat unilateraal de diplomatieke banden verbrak maar waar België voorzichtig dialoog zoekt om praktische belangen (Belgen ter plaatse, bedrijven) te beschermen zonder principiële toegeven over Rwanda’s rol in Oost-Congo (steun aan M23, mensenrechtenschendingen). Minister Prévot bevestigde dat zijn kabinet de boekvoorstelling van kritisch Rwanda-deskundige Reyntjens liet annuleren bij het Egmont Instituut (gesubsidieerd maar "onafhankelijk") om de fragiele dialoogpogingen niet te hypothekeren – een beslissing die zelfcensuur- en censuurverwijten opriep, ondanks zijn benadrukte steun voor academische vrijheid. De weigering van VRT-journalist Vercruysse (WK wielrennen) en de arbitraire detentie van oppositieleidster Victoire Ingabire illustreeren Rwanda’s systematische onderdrukking van pers- en meningsvrijheid, waar België via EU-kanalen (o.a. mensenrechtenrapportages, Examen Périodique Universel) druk op uitoefent, maar door gebrek aan diplomatieke hefbomen beperkt is. Kritici (o.a. PS, Vlaams Belang) wijzen de voorzichtige "normalisering" af zolang Rwanda’s agressie in Congo en interne repressie aanhouden, terwijl Prévot benadrukt dat principiële kritiek (bv. eis tot terugtrekking M23) onverminderd blijft, maar pragmatische contacten (bv. Francophonie-top) noodzakelijk zijn om invloed te behouden.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, de relatie tussen België en Rwanda staat zwaar onder druk. Eerder dit jaar werd de geplande boekvoorstelling van professor Reyntjens in het Egmont Institute op uw vraag geannuleerd, zogezegd om de diplomatieke gevoeligheden met Rwanda niet verder aan te wakkeren.

Dat wekt de indruk dat België zelfcensuur toepast en academische stemmen het zwijgen oplegt, uit angst voor de reacties van een autoritair regime dat nochtans zelf de diplomatieke banden met ons land heeft verbroken. Daarbovenop kwam onlangs het incident waarbij VRT-journalist Stijn Vercruysse, ondanks zijn officiële accreditatie, de toegang tot Rwanda werd ontzegd voor de verslaggeving van het WK wielrennen.

Dit vormt een ernstige aantasting van de persvrijheid en past in een breder patroon waarin Rwanda structureel kritische stemmen het zwijgen oplegt. De twee dossiers roepen fundamentele vragen op over de manier waarop België omgaat met een regime dat geen respect toont voor mensenrechten, democratische waarden of internationale samenwerking.

Mijn vragen bevatten veel deelvragen; daarom verwijs ik naar de ingediende versie om tijd te besparen.

Kunt u bevestigen dat uw kabinet rechtstreeks tussenkwam om de lezing te annuleren? Indien dit gebeurde “om de relaties te verbeteren": hoe kan men spreken van “relaties verbeteren" met een land dat zelf eenzijdig de diplomatieke banden met België heeft verbroken?

Welke concrete meerwaarde verwacht u voor België en zijn burgers door deze houding aan te nemen tegenover Rwanda?

Laten wij ons in dit dossier niet in de praktijk dicteren door de gevoeligheden van het Rwandese regime?

Werd er in het verleden al tussenkomst gepleegd om evenementen of lezingen af te gelasten om diplomatieke redenen? Zo ja, kunt u de lijst en context meedelen?

Welke criteria hanteert uw kabinet of de FOD Buitenlandse Zaken bij de beoordeling van wetenschappelijke of culturele evenementen met mogelijke diplomatieke impact? Wordt er voor de toekomst voorzien in duidelijke richtlijnen die vermijden dat instellingen zoals het Egmontinstituut hun onafhankelijkheid verliezen of de indruk wekken louter een verlengstuk van Buitenlandse Zaken te zijn?

Hoe garandeert u dat de vrijheid van meningsuiting, zowel van academici als van instellingen, in dit soort dossiers niet onder druk komt te staan?

Hoe voorkomt u dat deze annulering een gevaarlijk precedent schept dat leidt tot zelfcensuur door academische of culturele instellingen?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, recent kwam in de pers het bericht dat een lezing van professor Reyntjens aan het Egmont Institute op vraag van Buitenlandse Zaken werd geschrapt. Professor Reyntjens wordt internationaal beschouwd als kenner van de regio en van Rwanda in het bijzonder. Hij wilde er zijn Rwandakritische boek voorstellen.

Het gerenommeerde Egmont Institute, dat door uw departement wordt gefinancierd maar zichzelf profileert als een onafhankelijke denktank, moest de boeklezing annuleren, dit terwijl Rwanda nog steeds een illegale oorlog in Oost-Congo voert. De Belgische diplomatie lijkt voorzichtig stappen richting normalisering van de relaties met Rwanda te willen zetten. Dit roept vragen op, enerzijds over de geloofwaardigheid van het gerenommeerde Egmont Institute als onafhankelijke denktank, maar anderzijds ook over de wenselijkheid van het behandelen van Rwanda met fluwelen handschoen door België, gezien de toestand in dat land.

Mijnheer de minister, ik heb hierover enkele vragen. Kunt u toelichten waarom Buitenlandse Zaken zich met dit evenement van het Egmont Institute heeft bemoeid?

Ten tweede, hoe schat u de impact hiervan op de reputatie van het Egmont Institute? Waar ligt het evenwicht tussen de academische vrijheid en de doelstellingen van uw buitenlands beleid binnen dit instituut? Hoeveel onafhankelijkheid is er nog?

Ten derde, de professor zegt in La Libre Belgique dat president Kagame geen aanstoot aan deze lezing zou hebben genomen, omdat hij op de hoogte is van wat er zou worden gezegd en hij de standpunten kent.

Ten vierde, kunt u kort en bondig het toekomstig beleid van België ten opzichte van Rwanda schetsen? Wat zijn onze doelstellingen?

Mijn vijfde vraag gaat over VRT-journalist Stijn Vercruysse, die de toegang tot Rwanda werd geweigerd, ondanks zijn officiële accreditatie van de UCI voor het WK wielrennen. Dit roept zeer ernstige vragen op over de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in Rwanda, zeker nu het land zich als gastheer van een internationaal sportevenement naar voren heeft geschoven. Dat verdient al een apart debat, als we niet zouden zeggen dat sport Vlaams is.

Kunt u toelichten welke contacten er sinds dit voorval zijn geweest tussen België en de Rwandese autoriteiten? Hebt u een officiële verklaring voor het inreisverbod voor de journalist Stijn Vercruysse?

Beschouwt u dit incident als een aantasting van de persvrijheid en van de afspraken die horen bij de organisatie van zo'n internationaal evenement?

Zal België, gelet op dit incident en de reputatie van Rwanda inzake persvrijheid, dit thema aankaarten bij de Rwandese autoriteiten of bij de UCI?

Welke stappen bent u bereid te ondernemen, zowel bilateraal als eventueel via Europese contacten, om te waken over de rechten van Belgische journalisten in Rwanda en elders? Dit zou immers een precedent kunnen scheppen en ik meen dat België, als land dat de vrije meningsuiting hoog in het vaandel draagt, dit niet zomaar kan laten voorbijgaan.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, nous avons appris par les médias votre volonté de vous rendre à Kigali le 23 novembre prochain, dans le cadre de la Conférence ministérielle de la Francophonie de l'Organisation internationale de la Francophonie (OIF). Votre projet de vous rendre au Rwanda interroge sur le message politique que la Belgique entend adresser à la communauté internationale et, surtout, au peuple congolais.

Jusqu'à présent, la Belgique a maintenu une position claire et ferme vis-à-vis du Rwanda, forte de son engagement à faire respecter le droit international et les droits humains dans la région. La Belgique a été la première à défendre la souveraineté congolaise face aux crimes de M. Kagame, mais la paix continue à être absente en République démocratique du Congo (RDC), et l'attitude du Rwanda n'a pas évolué. Loin de là. Il y a deux semaines, le ministre des Affaires étrangères du Rwanda a osé dire que qualifier ce conflit de génocide, comme le fait Congo, était "stupide". Cela démontre qu'ils n'ont pas du tout décidé de changer de position.

Certes, un accord de paix a été signé en juin dernier. Mais, comme de coutume, le Rwanda n'a pas respecté ses engagements. Il continue de violer le droit international, de piller, de violer. Le président Tshisekedi a d'ailleurs qualifié ces faits de génocide. Dans ce contexte, après l'annulation à votre demande d'une conférence à l'Institut Egmont, qui aurait légitimement dénoncé les crimes de ce régime, nous nous demandons si votre tentative de renouer les liens avec M. Kagame ne va pas se faire au détriment des engagements de notre État pour la paix et pour les droits humains. C'est à ce juste titre que nous nous inquiétons de voir la Belgique reculer face aux caprices de M. Kagame.

Monsieur le ministre, quel sera votre programme sur place? Y a-t-il une volonté de rétablir des relations bilatérales avec Kigali avant la fin de ce conflit en RDC? La Belgique maintiendra-t-elle ses critiques et ses demandes de sanctions en réponse à l'implication du Rwanda dans ce conflit?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, on le sait, le Rwanda a décidé de rompre ses relations diplomatiques avec la Belgique. Cette rupture a eu des répercussions immédiates. Le Rwanda Governance Board a interdit aux ONG de coopérer avec des entités belges. Plusieurs événements organisés en Belgique ont été annulés; je pense notamment au colloque d'IBUKA, Mémoire et Justice, à la Chambre des représentants ou à la conférence de Philippe Reyntjens à l'Institut Egmont. Et tout récemment, un journaliste de la VRT, Stijn Verkruysse, a été empêché d'embarquer à Bruxelles pour couvrir les Championnats du monde de cyclisme à Kigali.

Cette dégradation profonde des relations bilatérales touche donc à la fois le champ diplomatique, la Coopération au développement, la société civile, la liberté académique et désormais la liberté de presse. Elle intervient dans un contexte sensible marqué par les tensions régionales à l'Est de la RDC où le rôle du Rwanda continue bien sûr d'être dénoncé par l'Union européenne et le G7. J'aimerais donc faire un nouveau point sur cette situation.

Monsieur le ministre, depuis nos derniers échanges, comment évaluez-vous l'évolution de la situation? De nouvelles initiatives ont-elles été prises pour maintenir un canal de dialogue avec Kigali et éviter que cette rupture n'ait des conséquences irréversibles? Des mesures concrètes ont-elles été mises en place pour garantir la protection consulaire et la sécurité de nos ressortissants, encore présents au Rwanda? Enfin, comment la Belgique entend-elle réagir aux restrictions imposées aux ONG et aux entraves récentes à la liberté de la presse, illustrées par l'interdiction de séjour au Rwanda d'un de nos journalistes?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, depuis la rupture unilatérale par le Rwanda des relations diplomatiques avec notre pays, la situation est critique, tant pour certains de nos citoyens que sur place même.

Un tas de libertés civiles sont bafouées par le régime de Kagame. Je voudrais vous citer deux exemples parmi tant d'autres, plus lourds de conséquences humaines.

Tout d'abord, le cas du journaliste belge Stijn Vercruysse, qui a été interdit d'entrer sur le territoire rwandais pour commenter les Championnats du monde de cyclisme sur route 2025, qui sont gérés par l'Union cycliste internationale (UCI). Malgré une accréditation officielle de l'UCI et du ministère rwandais des Sports, fallait-il encore d'autres ministères? Monsieur le ministre, voilà un compatriote qui allait travailler et qui ne peut pas le faire, empêché, sans motif. C'est à vous de nous dire comment vous voyez de telles situations.

Ensuite, je suis également inquiet de la censure politique qui pèse sur le cas précis de Mme Victoire Ingabire Umuhoza, présidente du parti politique Développement et liberté pour tous, qui plaide en faveur de l'égalité de la justice et du développement durable du Rwanda. Mme Ingabire Umuhoza est, de facto , opposante au régime politique actuel et vient d'être à nouveau arbitrairement privée de liberté. Elle est accusée de subversion et de tentative de renversement du gouvernement, telle que la toute récente résolution du Parlement européen l'indique. Il s'agit ici d'une large répression visant l'opposition politique, les journalistes et la société civile.

Monsieur le ministre, dans ce genre de cas graves de répression de la liberté d'expression et de la liberté de presse, quels sont les leviers d'action restants à notre diplomatie belge maintenant que le Rwanda a unilatéralement rompu les relations entre nos deux pays?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, les récents développements dans l'Est de la République démocratique du Congo sont extrêmement préoccupants. Un rapport accablant du Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l’homme (HCDH), publié le 5 septembre 2025, conclut que de possibles crimes de guerre et crimes contre l'humanité ont été commis par toutes les parties au conflit, y compris le groupe armé du M23 qui bénéficie, selon le rapport, du soutien des forces de défense rwandaises.

Malgré la signature d'un accord de paix à Washington en juin – les propositions bancales de Trump laissent toujours à désirer –, la violence persiste sur le terrain. La mission d'enquête de l'ONU enjoint d'ailleurs aux gouvernements congolais et rwandais de prendre des mesures urgentes pour garantir le strict respect du droit international et de cesser de soutenir les groupes armés.

Parallèlement à cette instabilité, le pillage des ressources minérales de la République démocratique du Congo se poursuit. Un rapport a révélé qu'au moins 150 tonnes de coltan étaient explicitement exportées vers le Rwanda chaque mois, un volume qui dépasse largement la capacité d'extraction nationale du Rwanda. Or ce pillage bénéficie en partie à l'Union européenne. En effet, comme vous le savez, monsieur le ministre, début 2024, la Commission européenne a signé un protocole d'accord avec le Rwanda visant à garantir l'accès européen à ces matières premières critiques – comme quoi le business prime toujours.

Face à cette situation, le Parlement européen, dans une résolution adoptée à une large majorité en février 2025, a demandé la suspension immédiate de cet accord tant que le Rwanda ne cesse pas toute ingérence en RDC. Les députés européens ont souligné la nécessité d'interdire l'entrée dans l'Union des minerais tachés de sang en provenance du Rwanda, car il est impossible de garantir qu'ils ne proviennent pas en réalité du Congo.

Monsieur le ministre, quelle est la position officielle et actuelle du gouvernement belge sur la demande du Parlement européen de suspendre le protocole entre l'Union européenne et le Rwanda sur les matières premières critiques? La Belgique se tient-elle à cette résolution? Aborderez-vous directement cette question avec les autorités rwandaises lors de votre prochaine visite? Comptez-vous faire de la suspension de ce protocole une condition préalable à toute normalisation des relations entre la Belgique et le Rwanda?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, onlangs werd een lezing van professor Reyntjens naar aanleiding van zijn boek Modern Rwanda, A Political History geannuleerd. Professor Reyntjes staat inderdaad wel bekend als iemand die zich heel kritisch tegenover het regime van Paul Kagame durft uit te laten - hij is ook sinds 1995 persona non grata in Kigali, maar ik kan ervan meespreken dat dat snel gebeurt, indien men enige kritiek durft te uiten of voor de kritische stemmen tegen het regime opkomt – en de relaties tussen België en Rwanda zitten vandaag op een dieptepunt. Het was overigens Rwanda, dat de diplomatieke betrekkingen opzegde. Dat verbaasde mij ook niet, omdat België zich duidelijk heeft durven uit te spreken over de rol van Rwanda in het conflict in Oost-Congo, waarmee ons land alleen de vaststellingen zwart op wit in de verschillende VN-rapporten van de betrokkenheid van Rwanda herhaalt. Maar, ook al begrijpen wij dat u de relatie tussen Rwanda en België niet verder wilt schaden, wij zouden het betreuren wanneer we in de toekomst niet meer mogen benoemen wat de vele VN-rapporten zwart op wit vaststellen.

Mijnheer de minister, vindt u het een gezond signaal dat de politiek een academische lezing annuleert? Was er druk vanuit Rwanda om de lezing te annuleren? Ik begrijp dat de relatie moeilijk is en dat de dialoog opnieuw moet worden opgestart, maar tegelijkertijd moet het toch mogelijk zijn om kritisch naar het Rwandese regime te blijven kijken, zoals we dat ook doen met andere regimes, bijvoorbeeld over hun rol in het conflict in Oost-Congo.

Betekent de demarche een koerswijziging in het standpunt van de Belgische regering over de rol van Rwanda in het conflict in Oost-Congo? Ik denk van niet, maar ik verneem graag uw antwoord.

Mevrouw Victoire Ingabire, een moedige vrouw die in 2012 al ongeveer zes jaar gevangen had gezeten en onder druk van Human Rights Watch en Amnesty International werd vrijgelaten, werd, toen ze naar haar kinderen in Nederland kon terugkeren, weer gevangengezet wegens een proces tegen leden van haar partij. De beschuldigingen tegen haar zijn zeer licht en haar basisrechten worden momenteel niet gerespecteerd: ze heeft geen advocaat van haar keuze en beschikt niet over voldoende medische bijstand. Dat bevestigen ook haar kinderen, waarmee ik contact had. Het Europees Parlement heeft dan ook terecht op 11 september een resolutie aangenomen waarin het pleit voor de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van mevrouw Ingabire.

Bij het WK wielrennen, dat in Rwanda plaatsvond, moesten we nog maar eens vaststellen dat kritische stemmen er inderdaad niet langer welkom zijn. Dat was bijvoorbeeld het geval voor journalist Stijn Vercruyssen.

We hebben al een antwoord ontvangen van uw kabinet op enkele vragen in verband met mevrouw Ingabire. Ondertussen heeft de familie ook een brief gericht aan uw kabinet. Hebt u reeds contact gehad met de familie? De consulaire opdrachten worden vandaag vermoedelijk opgenomen door de Nederlandse ambassade. Krijgt mevrouw Ingabire ook medische ondersteuning via die ambassade? Waren er recent politieke contacten met Rwanda tijdens dewelke de zaak kon worden besproken? Hoe beoordeelt u vandaag de onschuldige arrestatie van mevrouw Ingabire, gelet op de resolutie van het Europees Parlement?

Maxime Prévot:

Beste collega’s, ik wil eerst kort ingaan op de algemene betrekkingen met Rwanda, alvorens dieper in te gaan op enkele specifieke vragen, met name over de voorstelling van het boek van professor Reyntjens, mijn deelname aan de komende Conférence ministérielle de la Francophonie (CMF), de geweigerde toegang tot het Rwandese grondgebied voor VRT-journalist Stijn Vercruysse en de arrestatie van mevrouw Victoire Ingabire.

Rwanda verbrak de diplomatieke betrekkingen met België in maart 2025. Dat was een eenzijdig initiatief van Kigali. Concreet betekent het dat er geen formele bilaterale dialoog en geen samenwerkingsprogramma’s meer zijn met Rwanda.

J'ai toujours dit que nous n'avions jamais voulu en arriver là et que cette rupture unilatérale de leurs relations était regrettable. En même temps, j'ai toujours fait comprendre au Rwanda que nous étions disposés à renouer un dialogue, même de façon informelle et minimale dans un premier temps. Je pense que c'était aussi le sentiment partagé par cette commission à la lumière de plusieurs interventions de parlementaires.

Nous devons au moins être en capacité de faire passer des messages, d'évacuer des malentendus éventuels ou de régler des questions pratiques. Pourquoi évoquer la nécessité de régler ces questions pratiques? Parce que, je le rappelle, nous avons encore une communauté belge importante sur place et que nous avons des entrepreneurs actifs. Dès lors, nous ne pouvons pas faire semblant que, à la suite du départ de notre ambassade, tout cela n'existe plus. Nous avons donc intérêt à chercher des espaces d'échange, même limités, dans l'intérêt de nos compatriotes.

C'est dans ce contexte que je me suis rendu à Doha en juin dernier – pas uniquement pour cela puisqu'il y avait vraiment une relation bilatérale importante avec le Qatar – mais c'est aussi à cette occasion que j'ai pu voir mon homologue rwandais durant une longue rencontre. À cette occasion, nous sommes allés assez loin dans les explications et même dans les reproches que nous pouvions nous faire mutuellement. Mais je puis vous assurer que cela s'est fait dans une atmosphère constructive. Pour être tout à fait clair, ce n'est pas moi qui ai sollicité cette rencontre. C'est le Qatar qui a pris l'initiative de nous rapprocher, ce dont je lui suis fort reconnaissant, en particulier au ministre d' É tat Al-Khulaifi, qui en a été le maître d'œuvre.

Pour des raisons évidentes, cette réunion devait rester discrète et nous n'avions pas prévu de communiquer à ce sujet, mais l'information a été éventée. Le côté positif de tout cela est que je suis maintenant en mesure de parler avec le ministre des Affaires étrangères rwandais, ce qui est un premier pas.

Toutefois, j'insiste, il ne s'agit certainement pas de rétablir à ce stade des relations diplomatiques à proprement parler. Les choses ne sont clairement pas mûres et il faut laisser du temps au temps.

Le rétablissement de nos relations fait évidemment partie de mes objectifs.

Jamais il n'a été souhaité une rupture de relations diplomatiques brutale. Mais il n'y aura pas de précipitation dans cette affaire car cela pourrait s'avérer contre-productif. Entre-temps, nous avons pu signer avec les Pays-Bas un mémorandum d'entente permettant à nos voisins du Nord d'opérer en tant que caretaker de nos intérêts diplomatiques au Rwanda.

De même, notre ambassade à Nairobi a été désignée pour offrir les services consulaires à nos ressortissants qui vivent au Rwanda. Ce n'est pas l'idéal évidemment mais je peux vous assurer que nous mettons tout en œuvre pour répondre aux demandes de type consulaire de la manière la plus efficace possible depuis Nairobi. Je veux aussi être très clair sur le fait que le souhait de retisser progressivement et prudemment certains liens avec le Rwanda ne change rien à notre position vis-à-vis du conflit à l'Est de la RDC et du rôle que le Rwanda y joue.

Nous continuerons à demander le plein respect du droit international et de l'intégrité territoriale de la RDC tout en demandant le retrait des troupes rwandaises. De même, nous poursuivrons nos dénonciations des graves crimes et violations des droits humains commis par toutes les parties, y compris par le M23 qui demeure soutenu par le Rwanda. Ce sont des questions de principe sur lesquelles je ne compte pas transiger.

Notre volonté ces derniers mois a été d'éviter de parasiter de quelconque manière les processus de médiation politique entamés à l'initiative de Washington et de Doha. À défaut, si nous avions voulu nous en mêler ou tenté de jouer de manière inappropriée un rôle de médiateur quelconque – encore moins un rôle d'agitateur –, on aurait eu évidemment beau jeu de prétexter que d'éventuels échecs de ces processus de Doha et Washington soient dus aux interférences menées par la Belgique.

Il n'en est rien, et je ne souhaite pas offrir ce narratif à quiconque. Nous avons donc surtout adressé des messages veillant à alerter sur la crise humanitaire.

Celle-ci, qu'on le veuille ou pas, quelles que soient les parties concernées et indépendamment du processus politique de médiation, se déroule de manière flagrante et affligeante à l'Est du Congo avec, chaque jour, des tués, des femmes violées, des situations problématiques sur le plan humanitaire et alimentaire. Et je m'évertue, dans mes prises de parole dans les réunions auxquelles je participe avec mes collègues européens – et pas plus tard encore que la semaine dernière, lors du repas transatlantique organisé par le secrétaire d'État Rubio, avec les ministres des Affaires étrangères des différents pays de l'OTAN – à attirer l'attention sur la situation qui se joue sur place. Je fus le seul pays à évoquer ce dossier.

J'ai le sentiment qu'il n'y a pas suffisamment de prise de conscience internationale du drame humanitaire qui s'y joue, un peu comme si les processus politiques de médiation de Doha et Washington occultaient la réalité de terrain. Pourtant, sur place, la situation reste problématique, et j'oserais même dire, sur la base des témoignages reçus, qu'elle est encore plus problématique aujourd'hui qu'elle ne le fut il y a quelques mois.

Monsieur Boukili, concernant la suspension du mémorandum d'entente sur les minerais critiques entre l'Union européenne et le Rwanda, et en ligne avec la résolution du Parlement européen, cela fait aussi toujours partie de notre plaidoyer et ce, tant que le Rwanda ne s'est pas engagé à mettre en œuvre réellement les dispositions prévues en matière de traçabilité et de transparence des minerais provenant de la RDC.

De façon parallèle, nous continuons à demander des réformes de gouvernance et des services de sécurité du côté congolais, la fin de la coopération avec les Forces démocratiques de libération du Rwanda ainsi qu'une lutte déterminée contre les discours de haine.

Comme je l'ai dit à de nombreuses reprises, la situation à l'Est de la RDC n'exonère en rien les autorités congolaises de leur propre responsabilité et de la nécessité de réformes.

Le cadre posé, je peux maintenant revenir sur les quatre éléments d'actualité sur lesquels vous avez voulu mettre l'accent.

Wat betreft de voorstelling van het boek van professor Reyntjens in het Egmontinstituut kan ik bevestigen dat mijn kabinet op mijn verzoek contact heeft opgenomen met de directeur-generaal van het instituut om een annulering van het evenement te suggereren. Gezien de nauwe banden tussen de FOD Buitenlandse Zaken en het Egmontinstituut en rekening houdend met de zeer gespannen relatie tussen professor Reyntjens en de Rwandese autoriteiten, kon dat initiatief worden geïnterpreteerd als een onvriendelijk signaal van België ten aanzien van Rwanda. Ik wilde dus gewoon mijn bijdrage leveren om de constructieve geest van onze ontmoeting in Doha te eerbiedigen.

Het ging dan ook om een weloverwogen beslissing vanuit het oogpunt van onze buitenlandpolitiek, waarvoor ik de volledige verantwoordelijkheid opneem. Het heeft dus niets te maken met een beslissing uit vrees voor een zogezegd Rwandees dictaat of iets dergelijks. Ik nam die beslissing ook niet uit naïviteit. Ik ben mij ervan bewust dat Rwanda met een dubbele agenda kan werken en geregeld gebruikmaakt van intimiderende tactieken. Bovendien stel ik vast dat desinformatiecampagnes tegen België vanuit Rwandese hoek nog steeds op volle toeren draaien.

Toch ben ik in de huidige omstandigheden van oordeel dat het openhouden van een dialoog meer voordelen dan nadelen biedt. Daarom wil ik tot nader order blijven inzetten op een voorzichtige maar constructieve aanpak.

Uiteraard respecteer ik ten volle de academische vrijheid. Het is zeker niet de bedoeling om me te mengen in culturele of wetenschappelijke evenementen in België of daarbuiten. Het was ook nooit de bedoeling om het werk van professor Reyntjens te beoordelen.

De boekvoorstelling kon trouwens enkele dagen later in een ander format, zonder enige belemmeringen, plaatsvinden, en daarmee heb ik geen enkel probleem.

Het Egmontinstituut is een onafhankelijke denktank en behoudt volledige autonomie in zijn academische keuzes en publicaties. Tegelijkertijd bestaat er een structurele band met de FOD Buitenlandse Zaken. Het Egmontinstituut wordt gefinancierd door de FOD Buitenlandse Zaken en is gehuisvest in onze gebouwen. Die band weerspiegelt de historische rol van het Egmontinstituut als brug tussen diplomatieke praktijk en academische reflectie. Er vinden dan ook regelmatig waardevolle uitwisselingen plaats tussen diplomaten en onderzoekers, wat bijdraagt aan de verrijking van beide werelden.

Die samenwerking impliceert echter geen inmenging in de inhoudelijke werking. Het is belangrijk te benadrukken dat er nooit sprake is van voorafgaande lezing of inmenging in de ontwerpteksten en onderzoeksplannen van het instituut met het oog op censuur of sturing.

Dat gezegd zijnde, die institutionele band kan door externe waarnemers soms anders worden geïnterpreteerd. In bepaalde contexten, zeker wanneer de thematiek gevoelig ligt, kan de perceptie ontstaan dat het instituut nauwer verbonden is met het beleid dan in werkelijkheid het geval is. Die perceptie kan problematisch zijn en verdient daarom zorgvuldige duiding.

Comme je viens de l'expliquer, c'est clairement pour éviter une instrumentalisation de cette conférence par un narratif inapproprié anti-Belge que la décision a été prise. Ce n'est certainement pas une décision qui veut pratiquer l'ingérence, encore moins la censure, ou qui souhaite prendre position quant au contenu du livre ou la qualité de son auteur, des éléments sur lesquels je n'ai pas à me prononcer.

Venons-en maintenant à ma participation à la Conférence ministérielle de la Francophonie fin novembre à Kigali. Je souhaite recadrer clairement les choses. Vous le savez, cette organisation est importante pour la Belgique et je ne vois dès lors aucune raison que notre pays n'y soit pas représenté. J'y vais donc pour la francophonie et non pas pour ou parce que c'est au Rwanda. Je ne compte pas être l'otage du lieu où se déroule cette conférence, ni cette fois-ci, ni en d'autres occasions. Il ne s'agit pas de récompenser Kigali ou d'utiliser cette occasion pour des embrassades prématurées.

Du reste, la politique de la chaise vide n'a jamais fonctionné. Il serait idiot que je me sabote moi-même et donc que je pénalise la Belgique et le rôle qu'elle peut jouer dans l'espace francophone en refusant d'y aller et en m'empêchant par là même d'intervenir sur des thèmes qui tiennent à cœur à la diplomatie belge, comme les 30 ans après la déclaration de Pékin sur l'avancement des droits des femmes ou les questions sécuritaires régionales qui touchent à la région des Grands Lacs.

Bien sûr, je ne m'attends pas à ce que l'on me déroule le tapis rouge, mais je préfère aller au contact plutôt que de m'égosiller dans un coin, puisque, à nouveau, ne pas s'y rendre, c'est finalement punir la Belgique elle-même.

S'il n'y a pas de programme bilatéral prévu avec le Rwanda, il n'est évidemment pas impossible qu'il y ait des contacts informels en marge de ces rendez-vous, comme à chaque fois lors de ce type de rencontre internationale. Je ne suis demandeur de rien et on verra bien si les conditions s'y prêtent ou pas.

De situatie met de VRT-journalist die de toegang tot Rwanda werd geweigerd, betreur ik ten zeerste. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de weigering, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met mijn Rwandese ambtsgenoten om het incident te melden en om verduidelijking te vragen. Volgens de informatie die ik ontving, is de heer Vercruysse niet langer welkom in Rwanda vanwege zijn zogezegd anti-Rwandese berichtgeving. Dat is uiteraard betreurenswaardig en het zegt inderdaad veel over het gebrek aan respect voor de persvrijheid in het land.

Aangezien het wereldkampioenschap wielrennen een evenement van wereldformaat is, rust er op Rwanda een bijzondere verantwoordelijkheid, ook op het vlak van persvrijheid en pluraliteit.

Volgens de internationaal gangbare praktijk beperkt de verslaggeving van een sportevenement van die omvang zich niet tot het louter sportieve aspect. Net zoals bij de Olympische Spelen of bij wereldbekers is het gebruikelijk dat behalve sportjournalisten ook politieke, economische en algemene journalisten worden geaccrediteerd. Dergelijke evenementen brengen immers onvermijdelijk extra-sportieve dimensies met zich. Het garanderen van een eerlijke toegang voor journalisten evenals een omgeving zonder intimidatie is dan ook een essentiële voorwaarde voor het welslagen van dergelijke evenementen.

Enfin, comme je l'ai déjà dit devant cette commission, nous suivons le dossier de Mme Victoire Ingabire de près. Une lettre datant du 15 septembre du Rapporteur spécial sur la promotion et la protection du droit à la liberté d'opinion et d'expression s'inquiète de son arrestation, de sa détention en cours et des possibles poursuites à son encontre. De même, des rapports d'ONG contiennent des allégations d'arrestation pour des motifs politiques. Ce sont des éléments qui interpellent et qu'il faudra prendre en considération pour évaluer la suite de l'enquête et de son éventuel procès.

Ik heb inderdaad enkele dagen geleden, terwijl ik op missie was, een brief ontvangen van haar familie, waarop inmiddels al een antwoord is verstuurd. Daarnaast heb ik mijn diensten gevraagd om contact op te nemen met de familieleden van mevrouw Ingabire, met de bedoeling naar hen te luisteren conform de gebruikelijke diplomatieke praktijken in dat soort gevallen. Aangezien mevrouw Ingabire niet de Belgische nationaliteit heeft, kan België haar geen consulaire bijstand verlenen.

En l'absence de relations diplomatiques avec le Rwanda, un plaidoyer en faveur de Mme Ingabire ou sur d'autres problématiques de droits humains auprès des autorités rwandaises est évidemment moins aisé et a moins d'effets. Mais nous allons bien sûr continuer à aborder toutes ces questions liées aux libertés fondamentales – y compris la liberté de la presse et la liberté d'expression – par l'intermédiaire des instances européennes ou internationales. À titre d'exemple, citons les dialogues de partenariat entre l'Union européenne et le Rwanda, instaurés par l'accord de Samoa, ou encore le quatrième cycle de l'Examen périodique universel du Rwanda, qui se déroulera début de l'année prochaine à Genève. Nous ne manquerons pas de soulever ce type de problématiques à ces occasions, comme d'autres pays nous posent des questions quant à l'Examen périodique universel de la Belgique, et nous continuerons à suivre les développements relatifs à la coopération entre le Rwanda et les mécanismes internationaux des droits humains.

Voilà, chers collègues, les éléments de réponse que je souhaitais apporter à vos multiples questionnements.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik blijf me afvragen waarom u toch contact wilde blijven zoeken met schurkenstaat Rwanda, gezien de contacten met de rebellen van M23 en de recente berichtgeving dat de voormalige leider van Congo, die de doodstraf heeft gekregen, zich hoogstwaarschijnlijk verstopt onder die M23-rebellen. Ik kan absoluut niet begrijpen dat u in contact wilde blijven staan met een schurkenstaat als Rwanda.

Voor het Vlaams Belang is het heel duidelijk. Internationale contacten zijn enorm belangrijk, maar in het achterhoofd moeten in onze visie de Vlaamse belangen en in uw visie de Belgische belangen altijd vooropstaan. In dialoog gaan met schurkenstaten zoals Rwanda hoort daar volgens ons niet bij. Hetzelfde geldt voor het censureren van stemmen uit Rwanda. Kritische stemmen annuleren is één ding, we weten dat het een schurkenstaat is, maar dat België daaraan meedoet, zegt meer over u en België dan over Rwanda. Ik vind dat enorm jammer en zelfs ongepast.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, dank u wel. Ik probeer uw twee antwoorden te koppelen en dan wordt het moeilijk.

Als het gaat over de sport en wat er fout gelopen is bij de journalist Stijn Vercruysse, volgen wij u volledig. U kiest voor de persvrijheid. Er is zogezegd anti-Rwandese berichtgeving, maar dat zou geen reden mogen zijn om Stijn Vercruysse als journalist daar niet toe te laten. Journalisten die over meer dan sport alleen praten, zijn nuttig en nodig. Dat is allemaal te volgen voor ons. Als je mensenrechten afzet tegen sportrechten, dan zouden mensenrechten boven sportrechten moeten staan. Waarom zou een journalist daar niets over mogen zeggen?

Maar dan komen we bij het Egmontinstituut, een onafhankelijke denktank, waar u zelf de volledige verantwoordelijkheid hebt genomen voor de annulering van een boekvoorstelling. Daar was weliswaar sprake van een zeer kritische reflectie over Rwanda van een professor, maar als we al niet meer kritisch mogen spreken in het kader van een dialoog, die altijd van twee kanten moet komen, dan neigt dat toch naar censuur. U wilt de dialoog openhouden, zegt u, maar een dialoog heeft altijd twee kanten.

Wat u gedaan hebt in het Egmontpaleis kan ik niet rijmen met hoe ik u nu al maanden buitenlands beleid zie voeren: met een zeer open geest, met de mensenrechten bovenaan, nooit gedreven door schrik. Hier hebt u zich, vind ik, laten leiden door schrik. Schrik voor een schurkenstaat, zoals Rwanda er momenteel een is. Ik vind het een zeer slecht signaal. Een onafhankelijk instituut – dat weliswaar gesubsidieerd wordt, maar er zijn nog instellingen die subsidies ontvangen – zou nooit om die reden zijn activiteiten mogen stopzetten. In het kader van de vrije meningsuiting, democratie en informatieverstrekking aan de bevolking moet dat mogelijk blijven.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je me demande, monsieur le ministre, au cas où on rétablirait les relations diplomatiques avec le Rwanda, si vous continueriez à réclamer la fin de l'ingérence rwandaise avec la même vigueur et la même ferveur? C'est la question que je me pose et que je vous pose.

Je vais vous donner un exemple très récent du comportement du pouvoir rwandais via le M23 à Goma. Le 20 août, le mwami – je ne connais pas bien son nom mais cela veut dire le roi, c'est le terme en swahili – du groupement Bumunya, c'est un groupement qui est à Goma, a été convoqué par l'autorité politique que le M23 a installée. Que lui a-t-on demandé? De faire par écrit acte de renonciation à ses terres, aux terres qui lui ont été léguées par ses ancêtres, à son peuple et donc à son pouvoir coutumier. Ce mwami a refusé. Ce mwami est d'un certain âge, il a des problèmes de santé. Eh bien, il a été incarcéré directement à la prison de Munzenze.

C'est ça le comportement du Rwanda, c'est ça les exactions. C'est un exemple que je connais et sur lequel j'ai été interpellée. Et c'est pour ça que j'en parle à mes collègues pour vous dire que ce n'est pas le moment de rétablir les relations diplomatiques avec le gouvernement de M. Kagame. Ce n'est pas le moment de rétablir ce dialogue alors que c'est eux qui l'ont rompu parce qu'on a dénoncé leurs crimes.

Vraiment, monsieur le ministre…

Maxime Prévot:

(…)

Lydia Mutyebele Ngoi:

…on a des compatriotes. Je vais vous dire quelque chose. Savez-vous qu'au Mali aussi on a des compatriotes? Eh bien, nos compatriotes vont à Ouagadougou pour prendre leur passeport, etc. Nos compatriotes au Rwanda peuvent faire la même chose.

Maxime Prévot:

(…)

Lydia Mutyebele Ngoi:

Vous dites qu'on a des compatriotes, c'est pour ça que je donne l'exemple du Mali. Il y a des Belges au Mali et il n'y a pas d'ambassade de Belgique au Mali.

Maxime Prévot:

(…)

Lydia Mutyebele Ngoi:

Mais vous pouvez faire comme vous faites au Mali, c'est pour ça que je vous donne l'exemple du Mali, parce que je sais que...

Maxime Prévot:

(…)

Lydia Mutyebele Ngoi:

C'est un mauvais exemple? Je le retire, si c'est un mauvais exemple, mais je sais qu'il y a des Belges au Mali et les Belges vont à Ouagadougou pour récupérer leur visa, etc.

De toute façon, tout ce que je vous demande aujourd'hui, c'est de ne pas reprendre de relations diplomatiques avec un gouvernement qui commet des exactions tant qu'il n'y a pas de paix, tant qu'il n'y a pas de justice. Pour qu'il y ait la paix, il faut qu'il y ait la justice. Je vous invite à continuer à faire montre de fermeté par rapport au Rwanda et à ne pas reprendre les relations diplomatiques, sur la base des caprices de monsieur Kagame.

Michel De Maegd:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse.

La rupture des relations par Kigali ne peut en effet pas conduire la Belgique à céder sur des principes fondamentaux. En réalité, la liberté académique, la liberté de presse, le rôle essentiel de la société civile sont inconditionnels. Je crois profondément que le rôle de la Belgique dans un tel contexte est de rester fidèle à son cap, à sa boussole, c'est-à-dire défendre les libertés, les droits fondamentaux, le dialogue et le respect du droit international. C'est une question de cohérence.

Il est bien sûr important de maintenir un canal de dialogue, contrairement à ce que j’entends de la part de ma collègue du Parti Socialiste. Mais dialoguer – et je tiens à le lui rappeler – ne signifie jamais taire nos différends. Nous devons donc garder ouvertes toutes les voies diplomatiques possibles, ne fût-ce que parce que nous serions responsables: responsables aussi de nos intérêts dans le pays, le Rwanda, et responsables aussi de nos ressortissants qui y habitent. Cela me paraît tout de même être l’objet capable de rassembler le consensus des partis démocratiques.

Notre diplomatie a toujours eu pour force sa constance et sa cohérence. J’ai confiance en vous, monsieur le ministre, pour qu’elle continue à guider l’action de ce gouvernement, car il en va de la crédibilité de notre pays, mais surtout de la défense de ses valeurs universelles.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, ce que j'ai constaté, c'est que vous avez quand même et surtout l'oreille tendue vers cette famille qui vient vous exposer ce qui lui arrive d'ignoble. Et cela, c'est très important pour un ministre qui nous représente.

Dès lors, il est vrai que Mme Ingabire n'a pas la nationalité belge. Elle l'aurait, vous seriez peut-être prêt à aller jusque-là, mais vous comptez agir sur les accords entre le Rwanda et l'Union européenne. Pour l'instant, on sait combien l'Union européenne essaye cette fois de tendre l'oreille vers la Belgique.

Ce que je peux vous conseiller, monsieur le ministre, c'est peut-être de détendre les choses. Lorsque vous vous rendrez dans ce pays, qui a fait le malheur du Congo, n'oubliez pas de repasser par Masina, qui est jumelée avec Namur, pour dire bonjour à ses habitants. Vous les avez vus une fois, mais passez les voir une seconde fois! Ils auront des costumes adaptés pour créer l'ambiance! Merci.

Els Van Hoof:

Dank u wel voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Ik ben het ermee eens dat je de dialoog moet behouden, zelfs met systeemrivalen. China is dat, en we proberen in dialoog te blijven. Rwanda is dat eveneens, naast vele andere landen. Dat zegt echter nog niets over onze diplomatieke relaties. Het is heel duidelijk dat de mensenrechten onder druk staan, net zoals de rechtsstaat en de democratie. Als men met 99,9 % verkozen is, kan men zich daar vragen bij stellen. Zorgwekkend is vooral dat zij proberen in te grijpen in onze academische vrijheid, in onze mediavrijheid en in onze vrijheid van vereniging. Ook geven zij geen kansen aan opposanten die uit Nederland of België komen om zich daar kandidaat te stellen. Wat betreft die academische vrijheid en professor Reyntjens, vind ik het moeilijk dat u toegeeft dat u hebt ingegrepen. Ik begrijp de demarche wel na uw uitleg, vanuit een mogelijke instrumentalisatie. De vraag is of dit niet op een elegantere manier had kunnen worden opgelost, eventueel door een genuanceerde tegenstem ook aan bod te laten komen. Zo zou toch niet de schijn worden gewekt dat wij zelf ingrijpen in onze academische vrijheid. Daar kunnen we over discussiëren. Ik kan zelf getuigen over het aspect parlementaire vrijheid. Zij accepteren niet dat wij kritische stemmen in het Parlement laten horen. Toen ik destijds mijn resolutie indiende – ze is uiteindelijk door de Amerikanen overgenomen – om Paul Rusesabagina vrij te krijgen, zei een parlementslid dat dat bepaalde gevolgen zou hebben. Dat kan natuurlijk niet. Daar mogen we niet aan toegeven. Er mag niet worden ingegrepen in onze academische en parlementaire vrijheid, en evenmin in de mediavrijheid. Wat betreft de heer Stijn Vercruysse hebt u gepast gereageerd. Wat betreft de vrijheid van vereniging om zich kandidaat te stellen, zoals in het geval van mevrouw Ingabire, is het goed is dat u in dialoog gaat met de familie. Het is wel zo dat zij in Nederland woont en dat land onderhoudt een deel van de diplomatieke betrekkingen. Misschien is het belangrijk dat u ook hier een signaal geeft aan de Nederlandse ambassade om contact op te nemen met mevrouw Ingabire die geen bezoek krijgt, buiten familie en kennissen ter plaatse. Het zou nuttig zijn om haar te bezoeken om na te gaan wat haar medische toestand is en of haar procesrecht wordt gevrijwaard. Het zou goed zijn dat Nederland die rol opneemt. Nederland heeft trouwens miljoenen steun verleend aan de Rwandese justitie en heeft er nu spijt van dat het op die manier ook niet werkt. Het is dus een suggestie om via Nederland duidelijk te maken aan mevrouw Ingabire dat wij haar ondersteunen in haar rechten en vrijheden.

Het standpunt van België inzake het Mercosur-handelsakkoord
Mercosur
Het EU-Mercosur-akkoord
Het door de Europese Commissie goedgekeurde Mercosur-akkoord
Het EU-Mercosur-handelsverdrag
Het EU-Mercosur-akkoord
Het EU-Mercosur-akkoord
Het EU-Mercosur-handelsakkoord en de Belgische positie

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België heeft nog geen definitief standpunt over het EU-Mercosur-handelsakkoord, dat eind 2024 door de Europese Commissie is voorgelegd en mogelijk nog dit jaar wordt gestemd, omdat consensus ontbreekt tussen federale en deelstaatregeringen (met name Wallonië tegen). Kritiekpunten zijn de dreiging voor de landbouwsector (oneerlijke concurrentie, lagere normen), zwakke handhaving van klimaat- en arbeidsrechten (ondanks opname Parijsakkoord) en gebrek aan bindende sancties bij schendingen. De federale regering analyseert nog de impactstudie en beschermingsmechanismen (quota, vrijwaringsclausules), maar Frankrijk en Oostenrijk verzetten zich al, terwijl andere lidstaten (o.a. Nederland, Polen) nog aarzelen. Snelheid en een duidelijk Belgisch front worden gevraagd om zowel economische kansen (diversificatie, export) als risico’s (voedselzekerheid, duurzaamheid) af te wegen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, het betreft een heel ander onderwerp dan in de twee voorgaande debatten, maar daarom is het niet minder belangrijk. Op 4 september werd bekend dat de Europese Commissie een concreet voorstel voor een handelsdeal met Mercosur heeft voorgelegd. Dat zou reeds op 3 augustus jongstleden zijn gebeurd. Voor de Europese Commissie is het akkoord nu klaar om ter stemming aan de lidstaten en het Europees Parlement te worden voorgelegd.

Ik heb u daar in het verleden al een schriftelijke vraag over gesteld en u gaf toen aan dat België nog geen definitief standpunt had omdat men de finale teksten afwachtte. Dat begrijp ik, maar die finale teksten zijn er nu. De documenten liggen op tafel en de Europese Commissie hoopt tegen het einde van het jaar het akkoord goedgekeurd te krijgen. De tijd dringt dus, eindelijk zou ik zeggen, want die handelsdeal hangt al heel lang in de lucht. Het wordt tijd dat we actie ondernemen en dat er duidelijkheid komt over de positie van de Belgische regering.

Het zal u niet verbazen dat de Mercosur-handelsdeal voor mijn fractie bijzonder belangrijk is. Wij zijn niet alleen voorstander, maar het zou een ernstige en strategische fout zijn om er niet in mee te gaan. We spreken allemaal over het belang van andere afzetmarkten. Zij hebben heel goede banden met de Verenigde Staten, die ons handelstarieven opleggen. Het is daarom van groot belang, ook voor België, dat we andere afzetmarkten ontwikkelen. De deal met Mercosur kan daar een voorbeeld van zijn.

Ik heb een aantal vragen. Hebt u kennisgenomen van de Mercosur-deal die nu op tafel ligt? Heeft de federale regering inmiddels een standpunt? Zo ja, kunt u dat standpunt toelichten? Zo niet, welke elementen ontbreken volgens u nog om tot een standpunt te komen?

Zijn er al gesprekken gevoerd met de deelstaten? We weten dat de Waalse regering of meerderheid vorig jaar november al aangaf dat het voorstel destijds onvoldoende was. Is dat ondertussen gewijzigd?

Wanneer staat het handelsakkoord op de agenda van de Raad?

Er zijn bovendien bezorgdheden vanuit de landbouwsector en milieuorganisaties. Acht u die terecht? Is er sprake van een level playing field?

U gaf ook aan dat de FOD Economie werkte aan een actualisering van de impactstudie. Is deze studie reeds beschikbaar?

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, opnieuw wordt Mercosur hier besproken. Ik kan de vragen van collega Vander Elst alleen ondersteunen. We verschillen van mening over de finaliteit van het akkoord dat op tafel ligt, maar zijn vragen zijn heel pertinent. Hij zegt dat het akkoord nog voor het einde van dit jaar zou kunnen worden ondertekend. Ik heb vandaag gelezen dat 5 december naar voren wordt geschoven als de datum waarop er in Brazilië een ceremonie zou plaatsvinden waarbij de Europese Unie en de Zuid-Amerikaanse landen het akkoord zouden ondertekenen.

Ik heb nog een kleine aanvulling op de uiteenzetting van collega Vander Elst. Ik heb gelezen dat de Waalse minister-president zich afgelopen maand nog sterk heeft uitgesproken tegen dit akkoord. Ook Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns verzet zich nog steeds tegen dit akkoord. Ik ben heel benieuwd naar het standpunt van de federale regering.

Hoe rijmt u dit akkoord met het regeerakkoord? Daarin wordt de landbouwsector immers aangeduid als een strategische sector die de voedselzekerheid waarborgt. Zijn er voldoende waarborgen ingebouwd in deze laatste versie van de Mercosur-tekst? Kunt u toelichten welke beschermingsmaatregelen in werking treden wanneer de invoer van sommige landbouwproducten bepaalde drempels overschrijdt? Op welke compensaties kunnen onze boeren rekenen wanneer dat het geval is?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, recent is de definitieve tekst van het EU-Mercosur-akkoord gepubliceerd, na meer dan 20 jaar. De nieuwe versie bevat duidelijke verbeteringen ten opzichte van die van 2019, zoals het opnemen van het akkoord van Parijs als essentieel element en afspraken om ontbossing tegen te gaan.

Het zou goed zijn als Europa hierop invloed kan uitoefenen. Toch blijven er belangrijke tekortkomingen die vragen oproepen, terwijl de Belgische regering eigenlijk een standpunt moet formuleren. Zo kan het niet naleven van het klimaatakkoord in theorie leiden tot opschorting van het handelsakkoord, maar de bepalingen over duurzame ontwikkeling zijn zeer moeilijk afdwingbaar.

Daarnaast verplicht het akkoord tot het aannemen van verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ter bescherming van sociale en arbeidsrechten, maar ook daarover blijven grote zorgen bestaan. Een belangrijk artikel maakt na drie jaar een eerste evaluatie mogelijk over ontbossing en de sociale situatie, maar het is niet duidelijk wat er gebeurt als de resultaten negatief zouden zijn.

Ik heb een paar vragen.

Ten eerst, welk standpunt zal België innemen in de Raad om te garanderen dat schending van het akkoord van Parijs daadwerkelijk invloed uitoefent op het klimaatbeleid van onze handelspartners en kan leiden tot opschorting van het akkoord?

Ten tweede, hoe zal België erop toezien dat sociale en arbeidsrechten in de Mercosur-landen worden gerespecteerd en niet verder worden uitgehold onder druk van de toegenomen handel?

Ten derde, welke garanties zal België vragen op Europees niveau zodat de evaluatie na drie jaar bindende gevolgen heeft wanneer de resultaten negatief zijn voor ontbossing of arbeidsrechten? Hoe zal de betrokkenheid van de vakbonden en de ngo’s hierbij worden verzekerd?

Pierre Kompany:

Monsieur le premier ministre, le 3 septembre 2025, la Commission européenne a validé l'accord avec le Mercosur. Toutefois, tout n'est pas encore joué tant que les 27 du Parlement européen n'ont pas encore voté cet accord. Nous l'avions déjà dénoncé en juin, mais il est temps d'agir face à la stratégie de la Commission européenne qui scinde le traité pour isoler la partie commerciale des volets politique et de coopération.

Elle va ainsi retirer toute possibilité de contrôle démocratique par les parlements de notre pays. Pourtant, la Belgique n'est pas la seule à marquer sa ferme opposition à la mise en œuvre de cet accord. La France et l'Autriche font également partie de ce groupe.

Nous ne pouvons pas laisser la Commission tenter de passer outre les parlements belges. Monsieur le ministre, je rappelle que l'accord de gouvernement impose de garantir la réciprocité commerciale tout en veillant strictement au respect des normes européennes de qualité pour les produits importés. Or l'accord de l'Union européenne Mercosur en l'état échoue sur ces trois plans.

Premièrement, il expose nos producteurs à une concurrence déloyale. Deuxièmement, il tire vers le bas nos normes sociales, environnementales et sanitaires. Troisièmement, il fragilise notre autonomie stratégique en matière alimentaire.

La position des Engagés est ferme. L'Europe est un marché de 450 millions de consommateurs. Elle doit être capable d'imposer ses propres standards sur son territoire.

Monsieur le ministre, quelles actions avez-vous ou comptez-vous rapidement mettre en place au niveau européen pour tenter d'éclairer d'autres États membres sur les dangers et risques de cet accord pour nos agriculteurs européens ainsi que pour l'alimentation et la santé de nos citoyens européens? Quel est l'état de la coalition des pays de l'Union européenne qui s'opposent au Mercosur? Face à l'imminence de l'action de la Commission, avez-vous multiplié les contacts?

Avez-vous des éléments d'information concernant la clause de sauvegarde pour protéger les agriculteurs européens – cette législation annexe décidée par la Commission à défaut d'avoir accepté de rouvrir l'accord? Quels pourront être les moyens mis en œuvre par la Belgique pour parer aux trois échecs précités de l'accord Mercosur?

Maxime Prévot:

Op woensdag 3 september presenteerde de Commissie haar voorstellen voor besluiten van de Raad betreffende de ondertekening en de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur.

Laat ik beginnen met het onderstrepen van een strategisch fundament: het belang van nieuwe handelsverdragen in onze diversificatieaanpak. Vandaag, meer dan ooit, is dat geen luxe, maar een noodzaak. U volgt het nieuws net als ik. Handel is uitgegroeid tot een dagelijks gespreksonderwerp, met de huidige tariefoorlog van de Verenigde Staten als sprekend voorbeeld. Als kleine open economie kunnen we niet toekijken vanaf de zijlijn. We hebben baat bij sterke, eerlijke en toekomstgerichte handelsakkoorden.

Permettez-moi d'être clair: mon engagement ne s'arrête pas pour autant aux seuls chiffres économiques. Je suis pleinement conscient des sensibilités liées à la durabilité et à l'agriculture, par exemple. Celles-ci méritent notre attention, notre soin et notre protection. C'est pourquoi je vise des relations commerciales mondiales stables, qui renforcent non seulement notre économie et notre prospérité, mais reflètent aussi nos valeurs: écologiquement responsables et socialement justes.

Wat het Mercosurakkoord zelf betreft, de toezending van de besluiten markeert formeel het begin van het proces van validering van de overeenkomst op Europees niveau.

In haar voorstel stelt de Commissie een structuur voor die vergelijkbaar is met de structuur die in het verleden voor het akkoord met Chili werd gebruikt, namelijk een interimhandelsovereenkomst met exclusieve bevoegdheid van de EU, aangenomen met gekwalificeerde meerderheid, en een partnerschapsovereenkomst met gemengde bevoegdheid, die met unanimiteit wordt aangenomen.

De partnerschapsovereenkomst zal de interimovereenkomst vervangen, zodra die door alle partijen bij de overeenkomst is geratificeerd. Op EU-niveau betekent het dat alle lidstaten in overeenstemming met hun institutionele procedures moeten instemmen.

La Belgique, y compris le gouvernement fédéral, a pris connaissance des propositions de la Commission. Mes services avaient commencé à analyser l'accord dès la publication des textes négociés en décembre 2024.

Le SPF Économie a préparé une analyse complémentaire à l'analyse d'impact de l'accord pour notre pays. Cette analyse complémentaire devrait être publiée prochainement, et la publication du 3 septembre dernier marque une nouvelle étape dans le processus décisionnel.

Het definitieve Belgische standpunt over het EU-Mercosurakkoord zal, zoals bij elk handelsakkoord, worden ingenomen in coördinatie met alle betrokken politieke overheden op het niveau van de federale en gefedereerde entiteiten en in consensus, in overeenstemming met ons institutionele systeem. Bij gebrek aan consensus onthoudt België zich bij de stemming. Het definitieve standpunt zal uiterlijk bij de formele goedkeuring van de voorstellen voor besluiten betreffende de ondertekening van de overeenkomst aan de Raad moeten worden voorgelegd.

Dat brengt mij bij het tijdschema voor de werkzaamheden op Europees niveau, momenteel onder het voorzitterschap van Denemarken. Het Deens voorzitterschap is verantwoordelijk voor het voeren van discussies en, belangrijker nog, het bepalen wanneer een formeel besluit wordt genomen in de Raad.

Vooralsnog is het exacte tijdschema nog niet bekend, maar het is duidelijk dat het voorzitterschap snel vooruitgang wil boeken, zodat de overeenkomst voor het einde van dit jaar kan worden ondertekend. Naast België moeten op Europees niveau ook lidstaten zoals Ierland, Nederland, Italië, Polen, Cyprus en Griekenland hun positie nog bevestigen. Frankrijk blijft, ook na de publicatie, terughoudend.

De federale regering heeft nog geen definitief standpunt ingenomen over het akkoord. Het regeerakkoord ondersteunt ambitieuze, open en eerlijke handels- en investeringsovereenkomsten en pleit het voor duurzame wereldhandel op basis van eerlijke regels en eerlijke handel. Tegelijkertijd roept het regeerakkoord er ook toe op om een evenwicht te vinden tussen maatregelen ter bescherming van de gevoeligste landbouwsectoren en de ontwikkeling van onze handelsbetrekkingen met betrekking tot landbouwproducten, in overeenstemming met de WTO-regels.

Mijn diensten analyseren of de specifieke bepalingen van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur inderdaad het juiste evenwicht vinden tussen landbouw en duurzaamheid.

Voorts kan ik meegeven dat gevoelige producten worden beschermd door quota, gedefinieerd als een cumulatief jaarlijks volume. Zolang de invoer binnen het vastgelegde contingent blijft, gelden voor die producten verlaagde tarieven, bijvoorbeeld 7,5 % voor rundvlees. Zodra de hoeveelheid wordt overschreden, is de extra invoer onderworpen aan de BEL-EU-tarieven of most varied nation . Bovendien zijn die producten onderworpen aan een vrijwaringsmechanisme, op grond waarvan preferenties voor een periode van maximaal vier jaar kunnen worden geschorst, indien de invoer de EU-markt verstoort.

Producten die op de EU-markt komen, moeten tevens voldoen aan de EU-productnormen, waaronder de sanitaire en fytosanitaire normen. De overeenkomst zal daaraan niets veranderen.

Tot slot kondigde de Europese Commissie de oprichting aan van een Unity Safety Net in het kader van het volgende meerjarig financieel kader, dat volgens hetzelfde beginsel werkt als een verzekering.

Het voorstel van de Europese Commissie voorziet in een totale begroting van 6,3 miljard euro, zijnde 950 miljoen euro per jaar, maar dat bedrag is uiteraard nog onderwerp van de lopende begrotingsonderhandelingen. Ik merk daarbij op dat het niet om een geoormerkt budget gaat. Het is nog niet duidelijk hoe het crisisfonds precies zal werken en of het voldoende garanties biedt.

Permettez-moi donc d'indiquer que j'entends que les inquiétudes de nos agriculteurs ne semblent pas suffisamment rencontrées.

Wat de duurzaamheidsaspecten betreft, is het akkoord van Parijs toegevoegd als een essentieel onderdeel van zowel de interim-handelsovereenkomst als de partnerschapsovereenkomst, wat een positief element is. De activering van de clausule kan relatief eenvoudig zijn, vooral in het geval van een terugtrekking van het land uit het akkoord van Parijs.

We blijven in contact met de Europese Commissie om het proces te verduidelijken. Het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling bevat ook een verbintenis om het akkoord van Parijs en de kernnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie effectief uit te voeren, evenals een verbintenis tot voortdurende en duurzame inspanningen om de verdragen die nog moeten worden geratificeerd door de partijen, te ratificeren.

Dit hoofdstuk is onderworpen aan een specifiek geschillenbeslechtingsmechanisme dat kan leiden tot een besluit van een panel van deskundigen. Er is echter geen mogelijkheid om, als laatste redmiddel, sancties op te leggen. Er wordt ook jaarlijks een specifiek comité opgericht om de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk te controleren en te bespreken. We zullen aandacht blijven besteden aan en pleiten voor de effectieve implementatie van de gedane toezeggingen.

Concernant l'évaluation après trois ans, celle-ci concerne l'ensemble du volet commercial, y compris le volet développement durable. En fonction des résultats, des modifications à ce volet pourraient s'avérer nécessaires.

Je plaiderai pour que ce processus soit mené de manière exhaustive et que les dispositions de l'article concernant la participation des représentants de la société civile à ce processus soient respectées.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw zeer uitgebreid en gedetailleerd antwoord. U ving uw antwoord aan met te zeggen dat u voor sterke, eerlijke en open handelsakkoorden bent. Ik ben het daarmee eens. U onderstreept ook het strategisch fundament en de strategische keuzes die we de komende jaren zullen moeten maken. Zeker met de Verenigde Staten, die met handelstarieven begint te goochelen, is het voor ons land, met de open economie die we hebben, belangrijk dat we zeer objectief en rationeel naar handelsakkoorden kijken en daarin keuzes maken.

Met betrekking tot die keuzes is er momenteel nog geen Belgisch standpunt. U zegt zeer juist dat het standpunt met consensus moet worden vastgelegd. Eigenlijk is er dan wel een Belgisch standpunt, want de Waalse regering heeft al zeer duidelijk aangegeven dat zij tegen zal zijn. België zal dus niet voorstemmen. Daarvan mogen we eigenlijk al uitgaan.

Met betrekking tot het federaal standpunt is er nog geen consensus bereikt, er is nog geen standpunt ingenomen. Ik blijf dat jammer vinden. U verwijst naar andere landen, die eveneens nog geen beslissing hebben genomen, maar wij zouden de snelheid moeten opvoeren. De eerste stap zal een gekwalificeerde meerderheid zijn. Als die gekwalificeerde meerderheid wordt bereikt, zal die Mercosur-handelsdeal ook in België van kracht zijn. Dan moeten we ervoor zorgen dat we onze bedrijven beschermen, maar ook onze landbouwsector, want niemand wil de landbouwsector pijn doen, noch in het noorden, noch in het zuiden van het land. We moeten naar een level playing field gaan, met garanties en correcties.

Gewoon afwachten, bekijken welk standpunt anderen innemen en dan positie innemen, daarvan hebben we in vorige buitenlandse conflicten gezien waar dat ons brengt, dat wachten, wachten, wachten en uiteindelijk zien waar we uitkomen. Ik vind dat jammer. Ik pleit dus voor snelheid, zodat we kunnen anticiperen, ten aanzien van zowel de sectoren die beïnvloed zullen worden als de sectoren die ervan zullen profiteren. Het gaat niet alleen over de landbouwsector. Heel veel bedrijven, ondernemingen en sectoren in België zullen voordeel halen uit CETA. Ik hoor alleen spreken over de nadelen, maar er zal ook voordeel zijn voor de Belgische economie, zeer veel zelfs. Ik kijk dan ook uit naar de nog op te leveren impactstudie.

Mijnheer de minister, ik pleit voor snelheid. Ik pleit ervoor dat de federale regering de regie behoudt, zeker in de gesprekken met de gefedereerde entiteiten. Men moet proberen tot een standpunt te komen en zich niet opnieuw onthouden zoals bij CETA.

Snelheid is nodig, zodat men met een duidelijk standpunt naar de Raad kan trekken. Dat is er momenteel nog niet, dus die vraag zal ongetwijfeld nog terugkomen.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Wat we vandaag hebben geleerd, is dat er nog geen consensus is en dat die wellicht niet zal worden bereikt. Daarom zult u zich onthouden. Wij vragen u echter om tegen te stemmen, net zoals Frankrijk zal doen.

U verwees ook naar de andere landen en hun standpunten. Frankrijk, Polen en Italië hebben moeite gedaan. Zij hebben met de vuist op tafel geklopt. Zij hebben bijkomende waarborgen gevraagd en gekregen voor de sectoren die voor hen belangrijk zijn, voor subsectoren zoals de kip- en rundvleessector en de rijst- en suikersector. Zelfs ondanks die waarborgen zal Frankrijk de teksten wellicht niet goedkeuren.

Mijnheer de minister, wat hebt u gedaan om extra waarborgen te verkrijgen voor de sectoren die bij ons belangrijk zijn? Ik denk aan de aardappelteelt in West-Vlaanderen of de fruitteelt die in mijn provincie zeer belangrijk is voor de landbouwsector.

De landbouwers zijn niet overtuigd van dat akkoord. De boeren lijden al vele jaren. Herinner u begin vorig jaar, toen ze hier met duizenden tractoren in Brussel stonden te wachten. Ik hoop dat de boeren niet opnieuw extra zullen moeten lijden en niet opnieuw de noodzaak voelen om met hun tractoren naar Brussel te trekken in plaats van hun erf te bewerken. Onze boeren verdienen een duurzame toekomst, zonder al te veel klimaatwaanzinnige regels die hun toekomst onduidelijk maken en hun bedrijven letterlijk de toekomst ontnemen.

Vorige maand was er in mijn dorp nog een boer die in 2030 zijn werk zal moeten neerleggen, omdat hij gewoonweg de pech heeft dat zijn landbouwbedrijf naast een zoekzone voor een natuurgebied ligt. Daarvan had ik nog nooit gehoord.

Mijnheer de minister, stem daarom tegen in plaats van u te onthouden.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uiteenzetting.

Iedereen is ervan overtuigd dat we, gezien de geopolitieke situatie en de tariefoorlog met de VS, niet in onze cocon kunnen blijven en dat nieuwe handelsverdragen meer dan nodig zijn. Ook Vooruit is die mening toegedaan. Dit mag uiteraard niet ten koste van alles gaan. Ik heb u duidelijk horen zeggen dat er geen stappen terug mogen worden gezet wat betreft klimaatbeleid, sociaal beleid en arbeidsrechtbeleid, maar dat het ook niet ten koste mag gaan van de landbouwsector. Zoals u hebt gezegd, zal er een evenwicht moeten worden gevonden, daarbij in het achterhoofd houdend dat er nieuwe handelsverdragen nodig zijn als we in de toekomst nog wat handel willen drijven los van de Verenigde Staten.

Ik kijk uit naar de analyses die u zult vrijgeven en hoop dat u deze hier kort zult komen toelichten. Ik weet niet of dat gebruikelijk is, maar dat kan wel nuttige informatie zijn voor alle parlementsleden.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, nous vous avons entendu. Nous imaginons bien qu’aujourd’hui, les accords commerciaux sont d’une grande importance, surtout pour la taille économique des pays comme le nôtre. Il est vrai aussi que cela dépend de la décision des entités fédérées. Cependant, ces dernières devraient savoir qu’il existe tout de même un filet de sauvetage annuel – prévu par l’Union européenne – en cas de dérapage budgétaire. Encore faut-il que ces entités fédérées se mettent ensemble, afin que nous allions vers une certaine raison qui permette à la taille de notre économie de survivre. Mais là, c’est à vous de convaincre les différents partis engagés. Je vous remercie pour toutes les explications que vous avez données, qui nous permettent de voir que tout n’est pas encore fait.

De jongste ontwikkelingen in Oost-Congo
Het bezoek aan de DR Congo
Het bezoek van de minister in Centraal- en Oost-Afrika
Het moeilijke vredesproces in Oost-Congo
Het gesprek met president Tshisekedi in New York
Politieke en diplomatieke ontwikkelingen in Centraal- en Oost-Afrika

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De escalerende crisis in Oost-Congo wordt gekenmerkt door systematische oorlogsmisdaden door M23 (massamoorden, verkrachtingen, gedwongen verplaatsingen en etnische zuiveringen), ondanks fragiele vredesakkoorden (Washington, Doha) die niet worden nageleefd. België steunt humanitaire hulp en diplomatieke druk (via EU, VN, Afrikaanse Unie), wijst militaire steun af, en pleit voor inclusief vredesoverleg (met maatschappelijk middenveld, vrouwen, regionale actoren) en rechtvaardigheid (bestrijding straffeloosheid, afwijzing doodstraf ex-president Kabila). Kernproblemen blijven Rwandese betrokkenheid bij M23, zwakke Congolese staatsstructuren (corruptie, FARDC-collaboratie met milities), en economische belangen (mijnbouwconflicten, buitenlandse inmenging), terwijl België inzet op transparante mijnbouwpartnerschappen en lokaal bestuur als basis voor duurzame vrede.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, la situation à l'Est de la RDC s'aggrave encore, malgré prétendu le cessez-le-feu. Selon le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l’homme, au moins 319 civils, dont 48 femmes et 19 enfants, ont été tués par le M23 entre le 9 et le 21 juillet 2025 dans le territoire de Rutshuru, au Nord-Kivu. Ce bilan, révélé le 6 août dernier, est l'un des plus lourds depuis la résurgence de ce mouvement armé.

Human Rights Watch a, par ailleurs, documenté le transfert forcé d'au moins 1 500 personnes depuis des zones occupées par le M23 vers le Rwanda. Ces actes constituent clairement des crimes de guerre au regard des conventions de Genève. Des analyses indépendantes soulignent également un “remodelage démographique" dans les territoires tenus par le M23, ce qui correspond à une stratégie d'épuration territoriale.

De son côté, le gouvernement congolais accuse depuis novembre 2024 ce mouvement, soutenu par le Rwanda, de procéder à un véritable “nettoyage ethnique", en installant une administration parallèle et en transplantant de nouvelles populations dans des zones vidées de leurs habitants. Nous en avons déjà discuté ici.

En août 2025, Human Rights Watch a également documenté qu'au moins 140 civils, majoritairement hutus, ont été exécutés sommairement dans au moins 14 villages du Nord-Kivu près du parc des Virunga. Ces massacres commis par le M23 s'ajoutent au bilan déjà effroyable et illustre l'ampleur de la violence.

Le 20 août 2025, Human Rights Watch encore a confirmé que cette tuerie massive persiste malgré le cessez-le-feu et a appelé à la poursuite des responsables, y compris à l'échelon supérieur.

Dans le même temps, un accord de paix est médiatisé par les États-Unis. Celui-ci prévoit que la RDC et le Rwanda lancent à partir du 1 er octobre 2025 des mesures de sécurité conjointes dont le retrait échelonné des troupes rwandaises d'ici la fin de l'année et la neutralisation des groupes armés FDLR.

Le constat est donc clair: les cessez-le-feu sont annoncés mais les violations se poursuivent, et ce sont les civils qui paient, comme toujours, le prix du sang. Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est votre analyse de cette situation et de quelles informations disposez-vous sur la situation actuelle? Quelles démarches avez-vous entreprises cet été pour interpeller vos homologues rwandais et congolais, ainsi que les facilitateurs des pourparlers au sujet des violations malgré la trêve? Comptons-nous prendre des mesures supplémentaires en faveur des populations déplacées?

Enfin, nous apprenions ces dernières heures la condamnation à mort de Joseph Kabila au terme d'un procès pour trahison mené devant la justice militaire du pays. J'aimerais connaître votre réaction à cet égard.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, uw recente bezoek aan de Democratische Republiek Congo roept een aantal belangrijke vragen op. Er rijzen met name vragen over de rol van het maatschappelijk middenveld, de duurzaamheid van economische partnerschappen in de mijnbouwsector, de concrete engagementen van de Belgische regering en de diplomatieke inspanningen voor vrede in Oost-Congo.

Tijdens het bezoek was er slechts beperkt contact met het maatschappelijke middenveld, terwijl dat een belangrijke rol speelt in de opvolging van de sociale en ecologische gevolgen van de mijnbouw. Hoe zult u ervoor zorgen dat de analyses en aanbevelingen van deze organisaties toch worden meegenomen in het Belgische beleid?

België zegt te willen inzetten op partnerschappen in de mijnbouwsector die voordelig zijn voor beide landen. Kunt u toelichten welke duidelijke doelstellingen en bindende garanties zullen gelden om ervoor te zorgen dat deze samenwerking bijdraagt aan duurzame ontwikkeling? Welke mechanismen zullen in de toekomstige investeringsakkoorden worden ingebouwd om onder meer te garanderen dat, ten eerste, mineralen zoveel mogelijk lokaal verwerkt worden; ten tweede, dat er kwaliteitsvolle jobs en waardig werk worden gecreëerd; ten derde, dat er geïnvesteerd wordt in onderwijs en infrastructuur, zoals elektriciteit voor lokale gemeenschappen; en ten vierde, dat bedrijven streng gecontroleerd worden op de naleving van de ESG-normen – dus op het vlak van milieu, sociaal beleid en goed bestuur – en dat ze sancties kunnen krijgen bij overtredingen? Welke concrete beslissingen zijn tot nu toe genomen in verband met partnerschappen in de Congolese mijnbouwsector? Welke financiële engagementen zijn vastgelegd en hoe worden die gefinancierd?

Het geweld in Oost-Congo blijft bovendien voortduren en bedreigt de vrede en de ontwikkeling. Welke stappen hebt u tijdens uw bezoek en in latere contacten gezet om te pleiten voor een breed en inclusief vredesproces? Hoe wordt ervoor gezorgd dat alle relevante groepen, waaronder vrouwen, jongeren en de lokale gemeenschappen, een volwaardige stem krijgen aan de onderhandelingstafel?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, le 27 juin dernier, un accord de paix a été conclu à Washington entre la République démocratique du Congo et la République du Rwanda, sous l'égide du président des États-Unis, Donald Trump.

Cet accord faisait naître l'espoir de la fin des exactions contre les civils, du retrait de troupes étrangères et du désarmement des milices. Surtout, il devait conduire à la fin des ingérences rwandaises en République démocratique du Congo.

Parallèlement, des négociations très difficiles entre les autorités congolaises et le mouvement armé M23 continuaient à Doha, sous le patronage du Qatar. Le 19 juillet 2025, une déclaration de principe est signée.

Cet accord établit un cadre pour un cessez-le-feu permanent et une résolution pacifique du conflit. Il interdit notamment toute forme d'attaque ou de propagande haineuse. Un mécanisme de supervision est prévu pour assurer le respect du cessez-le-feu. Le respect de la souveraineté et de l'intégrité territoriale de la République démocratique du Congo est garanti. Les parties s'engagent à coopérer pleinement avec les organisations internationales et régionales afin de protéger les populations civiles, qui en souffrent de jour en jour. Enfin, des dispositions pour assurer le retour des personnes déplacées ont également été négociées.

Cependant, des divergences de vues sur l'interprétation de cet accord de principe n'ont pas permis de négocier un accord de paix global, malgré la proposition de texte qatarie du 14 août.

Pire, le M23 a repris l'offensive, faisant fi de ses engagements. À nouveau, la situation humanitaire se détériore de façon dramatique. Le président Macron a annoncé une conférence sur le dernier point pour le mois d'octobre.

Monsieur le ministre, primo , quel bilan tirez-vous de l'accord de Washington et de la déclaration de principe de Doha? Secundo , quel soutien la Belgique compte-t-elle apporter au Congo face à la reprise de l'offensive du M23?

Tertio , avez-vous eu des contacts récemment avec le Qatar afin de le soutenir dans les négociations de Doha?  Quarto , comptez-vous promouvoir de nouvelles sanctions contre le Rwanda si, comme le laissent croire certaines sources, il continue à soutenir les opérations du M23? Enfin, avez-vous des précisions à nous donner sur la conférence annoncée par le président Macron?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, u heeft vorige week een vergadering gehad met president Félix Tshisekedi, in de rand van de algemene vergadering van de Verenigde Naties. Dat moet een interessante vergadering zijn geweest.

We merken dat het vredesplan voor Oost-Congo, dat vandaag – 1 oktober – zou moeten ingaan, tot op heden weinig sporen nalaat. Zoals ook in De Standaard staat, lijkt er op het terrein weinig vooruitgang te zijn. Blijkbaar waren er tijdens de algemene vergadering zelfs openbare scheldpartijen, waarbij de ene partij de andere een genocide verweet. Op het terrein is de situatie al niet veel beter. Het geweld en de verkrachtingen zijn erger dan ooit, en jongeren worden gedwongen gerekruteerd door M23.

Men stelt bovendien vast dat het onderhandelingsteam in Washington elkaar niet heeft gevonden en dat er tot op vandaag grote spanningen bestaan. Het probleem is uiteraard dat langs beide zijden weinig bereidheid lijkt te bestaan en dat er opnieuw sprake is van bewapening. Er zou zelfs steun gevraagd zijn aan de Amerikanen voor de levering van wapens, in ruil voor toegang tot de mijnen in Katanga.

Dat alles helpt de zaak uiteraard niet vooruit. Er is een gemeenschappelijk kenmerk aan die vredesplannen van Trump: ze pakken nooit de oorzaak van het conflict aan. Wanneer de grondoorzaken niet worden aangepakt, is een conflict moeilijk op te lossen. Of het nu gaat over Oekraïne, India, Pakistan of over de zeven conflicten die hij beweert te hebben opgelost, ze dreigen opnieuw op te laaien zolang de oorzaken en de straffeloosheid niet worden aangepakt.

Daarom mijn vragen, mijnheer de minister. Hoe beoordeelt u vandaag de akkoorden die zowel in Qatar als in Washington zijn gesloten? Heeft de president onze steun gevraagd? Welke rol is er voor België weggelegd?

U hebt daarnet al aangegeven dat dit niet als bemiddelaar is. Anderen hebben die rol immers al opgenomen. Maar gezien het feit dat deze plannen weinig aarde aan de dijk brengen, lijkt het aangewezen om tot eind oktober af te wachten of de terugtrekking van de troepen zich daadwerkelijk voordoet, zodat het conflict niet verder verhevigt in plaats van afzwakt.

Tot daar mijn vragen, mijnheer de minister.

Maxime Prévot:

Madame la présidente, chers collègues, ma nouvelle tournée en août dernier en République démocratique du Congo et dans la région m'a vraiment confirmé que l'urgence par rapport à la crise persistante à l'Est de la RDC reste plus que jamais de mise. Les négociations de Doha et de Washington peuvent donner une fausse impression que tout est réglé, mais la situation sur le terrain le dément. L'impact pour les populations civiles est même pire que durant les premiers mois de l'année. La situation des civils dans les zones sous contrôle du M23 et aux alentours dépasse l'entendement. Des violences de masse sont commises. Les viols sont en augmentation. Des recrutements d'enfants ont lieu, et j'en passe. L'ONU parle potentiellement de crimes de guerre et de crimes contre l'humanité. La population est littéralement étouffée. Tout cela est insoutenable.

Nous voyons aussi une dynamique très dangereuse se développer sur le terrain en ce moment. Les acteurs consolident leurs forces, provoquent des clashes sur à peu près toutes les lignes de front et attisent les tensions avec des discours inflammatoires qui se répandent et s'amplifient l'un l'autre. Nous voyons bien aussi que la stratégie de collaboration des FARDC avec les Wazalendo, contre laquelle nous avions mis en garde la RDC, est également en train de créer une situation hors de contrôle à plusieurs endroits. Tout cela est loin d'être anodin et, en vérité, est très dangereux.

N'eût été la pression internationale, notamment celle des États-Unis, du Qatar, des Africains et des Européens, je pense que nous serions déjà dans une nouvelle phase de guerre ouverte. C'est pourquoi il convient de garder la pression sur toutes les parties. Pas forcément en utilisant l'outil des sanctions à ce stade, pour ne pas perturber les efforts de médiation, mais peut-être en le réservant pour plus tard, en cas d'échec des médiations et de reprise encore plus intense des hostilités. Mais comme je l'ai dit, l'urgence est à la mobilisation pour les questions humanitaires.

Il est vrai que les efforts de médiation ont connu peu d'avancées significatives ces dernières semaines, à l'exception d'un accord relatif à un mécanisme de libération des prisonniers – lequel n'est pas encore appliqué. Un premier texte d'accord de paix entre la RDC et le M23 a bien circulé grâce à la facilitation qatarienne, avec laquelle nous conservons des contacts. Cependant, il faut constater que les négociations restent lentes et semées d'obstacles. La complexité des sujets à traiter et les profondes divergences entre les parties, en particulier sur la question du retrait des rebelles des territoires qu'ils contrôlent et sur la restauration de l'autorité de l' État, rendent les discussions particulièrement délicates. Quant au Rwanda, il conditionne le retrait de ses troupes du territoire congolais à l'exécution du plan de neutralisation des FDLR par les FARDC.

Toch hebben we geen andere keuze dan deze bemiddelingsinspanningen te blijven steunen. Het is de enige geloofwaardige weg vooruit en een terugkeer naar een louter militaire logica zou rampzalig zijn. Ik wil daarbij ook benadrukken dat het niet onze bedoeling is om zelf als bemiddelaar op te treden. Er zijn al meer dan genoeg actoren actief in dat domein en gezien de omstandigheden is het niet aan België om die rol op zich te nemen. Ons land heeft wel een andere rol te spelen: de internationale gemeenschap en in het bijzonder de Europese Unie mobiliseren, contacten faciliteren en internationale boodschappen overbrengen. België beschikt momenteel over het vertrouwen om met de Democratische Republiek Congo en met de meeste regionale actoren in dialoog te gaan en dat benutten wij.

Zo heb ik tijdens mijn gesprekken met president Tshisekedi, zowel in Kinshasa als in New York, samen met onze premier, het belang onderstreept van het naleven van de gemaakte afspraken, in het bijzonder het staakt-het-vuren, de vertrouwensmaatregelen, de neutralisering van de FDLR (Forces démocratiques de libération du Rwanda) en de terugtrekking van de Rwandese troepen. Ik heb ook gepleit voor een sterkere betrokkenheid van andere regionale actoren, zoals Oeganda en Burundi, in de onderhandelingsprocessen. Aangezien zij met hun troepen op het terrein aanwezig zijn, hebben zij een belangrijke rol te spelen in het bevorderen van vrede.

Toch lijken zij grotendeels buitenspel te staan in de gesprekken, net als het maatschappelijk middenveld en de vrouwenorganisaties en dat is geen goede zaak. Ik ben van mening dat dit kan en moet worden rechtgezet, onder meer via het overkoepelende bemiddelingskader van de Afrikaanse Unie, dat momenteel door Togo wordt geleid.

Je reste persuadé que ces efforts extérieurs de médiation doivent être complétés par un processus national qui puisse traiter, entre Congolais et Congolaises, des enjeux de gouvernance et de réforme qui les concernent directement. Ce serait une manière d'apaiser la scène intérieure et de renforcer la cohésion nationale dans une période où le pays fait face à des menaces internes et externes. Je l'ai à nouveau répété au président Tshisekedi, tout en lui demandant de considérer des mesures qui permettraient de décrisper l'atmosphère vis-à-vis de l'opposition républicaine avec laquelle je continue d'entretenir des contacts pour essayer de favoriser ce dialogue national.

Lorsque je vois le manque d'avancées sur le dialogue national porté par les é glises ou le résultat du procès contre l'ex-président Kabila, qui a été hier condamné à mort à la suite d'un procès dont on peut s'interroger sur la qualité de la procédure, c'est un message que je devrai certainement rappeler. Par ailleurs, j'insisterai à nouveau sur le fait que la Belgique a, de longue date, eu pour habitude de dénoncer la peine de mort et d'œuvrer, sur la scène diplomatique internationale, pour que la peine de mort ne soit plus jamais prononcée à l'égard de quiconque.

Avec le président Tshisekedi, nous n'avons pas parlé directement d'éventuels crimes de génocide, bien que les questions de la lutte contre l'impunité et de la nécessaire reddition des comptes pour les auteurs des graves violations et abus des droits humains aient aussi été au cœur de nos échanges.

Nous avons également abordé ensemble les questions humanitaires qui forment, selon moi, une vraie urgence. J'ai plaidé pour un meilleur accès des acteurs humanitaires. Il est nécessaire qu'ils disposent d'un cadre clair pour faciliter leurs opérations dans les zones actuellement sous contrôle du M23. Je pense aussi qu'une réouverture de l'aéroport de Goma, uniquement pour des visées humanitaires, devrait être envisagée rapidement afin de répondre aux besoins des populations locales. L'Union européenne devrait pouvoir apporter sur ce plan toute son expertise et son appui.

Ceci me permet de faire le lien avec la Conférence internationale sur la région des Grands Lacs planifiée par la France à la fin de ce mois. Nous avons encore relativement peu de détails à ce sujet, mais cette conférence devrait traiter à la fois des questions humanitaires, politiques et d'intégration économique. Les pays de la région sont invités, tout comme les pays facilitateurs et médiateurs, ainsi qu'un certain nombre d'autres États, dont les membres de l'Union européenne. Les institutions européennes et l'ONU devraient également être représentés.

En ce qui concerne notre propre appui humanitaire en RDC, mon administration prépare actuellement les prochains engagements. Il s'agira de soutenir tant des partenaires internationaux que nos ONG humanitaires belges, mais également le Fonds flexible humanitaire en RDC, géré par le Bureau de la coordination des affaires humanitaires des Nations unies (OCHA).

Je profite de l'occasion pour répéter que nous limitons notre aide au volet humanitaire et, en aucune manière, nonobstant les trolls qui diffusent des narratifs infondés, nous n'apportons d'aide de nature militaire.

Bovendien ondersteunt België ook de humanitaire respons in buurlanden zoals Oeganda en Burundi, die duizenden Congolese vluchtelingen opvangen. Verschillende partnerorganisaties hebben daar specifieke humanitaire initiatieven ontwikkeld, onder meer op het vlak van bescherming tegen seksueel en gendergerelateerd geweld of de toegang tot gezondheidszorg, water en onderwijs. Op dit moment analyseren mijn diensten die initiatieven.

Tot slot wil ik bevestigen dat ik tijdens mijn missie ook de tijd heb genomen om in gesprek te gaan met het maatschappelijke middenveld en met actoren op het terrein. In Kinshasa heb ik overleg gehad met vertegenwoordigers van het ICRC en Artsen Zonder Grenzen over humanitaire kwesties. In Lubumbashi had ik bovendien de gelegenheid om uitgebreid te spreken met leden van ngo’s die door België worden gesteund en actief zijn op het vlak van goed bestuur in de mijnsector. Zij boden me bijzonder waardevolle inzichten in de uitdagingen binnen die sector, de diepgewortelde corruptieproblemen en de eisen van de bevolking voor een betere naleving van de sociale en milieunormen bij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Dergelijke ontmoetingen dragen uiteraard bij tot de vormgeving van ons buitenlandse beleid.

België zet in op de ondersteuning van lokale en inclusieve economische ontwikkelingen en op de ontwikkeling van duurzame en transparante waardeketens, in overeenstemming met de waarden die wij als Belgen verdedigen op het vlak van mensenrechten, goed bestuur, klimaat, milieu en sociale rechten.

We steunen de versterking van het algemeen investeringsklimaat in de DRC, wat ook de Belgische investeringen ten goede moet komen. België financiert daartoe het Extractive Industries Transparency Initiative, waarmee transparantie en goed bestuur in de mijnsector worden versterkt via de implementatie van die standaarden. Als tripartiet samengestelde organisatie – overheid, privésector en maatschappelijk middenveld – levert het ook binnen de DRC een belangrijke bijdrage aan het publieke debat over goed bestuur in de mijnsector.

Daarenboven zet Enabel zich ook in voor het bevorderen van wederzijds voordelige partnerschappen ten gunste van een duurzame en eerlijke mijnbouwsector, onder meer via steun aan het Congolees ministerie van Financiën, de promotie van waardig werk in de mijnbouw en de ontwikkeling van lokale vaardigheden.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Vous faites, je pense, un constat dramatiquement lucide. Les massacres se poursuivent, les cessez-le-feu ne tiennent pas le coup et les transferts forcés de population, les exécutions sommaires, les campagnes d'intimidation ne sont pas des bavures, ce sont des crimes de guerre. Et les négociations sous l'égide qatariote sont lentes, là encore dramatiquement lentes, au regard de la tragédie pour les populations congolaises.

La Belgique a toujours eu une voix respectée lorsqu'il s'agit de défendre le droit international et les droits humains. Aujourd'hui, cette voix doit évidemment continuer à se faire entendre fortement pour rappeler que la souveraineté d'un État ne peut jamais justifier l'impunité; se faire entendre sans ambiguïté aussi pour dire que les civils congolais ne peuvent pas être les éternelles victimes des rivalités régionales.

Notre devoir est donc de soutenir les mécanismes de justice internationale, d'exiger que les responsables rendent des comptes et de poursuivre notre aide humanitaire, comme vous l'avez explicité, aux populations déplacées.

Puis enfin, je vous rejoins: en plus de la médiation internationale, il faut d'urgence, je pense en effet, un dialogue national intra-congolais. C'est d'abord et surtout, je pense, aux Congolais, dans leur diversité, de prendre les mesures pour tenter de pacifier la région.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de uiteenzetting over de oorlog, maar ook voor de toelichting over de contacten die u toch hebt gehad, ondanks berichten die ik hoorde, met het maatschappelijk middenveld. Het is zeer belangrijk dat er contacten zijn met de Belgische ngo’s in de mijnbouwsector, aangezien er op het vlak van goed bestuur nog veel werk aan de winkel is, onder andere inzake betere sociale normen en betere milieunormen.

U spreekt over de wederkerigheid van investeringen, de nieuwe lijn die we volgen. Dat is belangrijk, maar minstens even belangrijk is dat de lijn in twee richtingen werkt. Zeker wat betreft de mijnbouwsector horen we immers heel wat verhalen over absoluut geen goed bestuur en absoluut geen goede sociale voorwaarden of voordelen voor de mensen die daar werken.

Ik houd dus nogmaals een pleidooi om blijvend aandacht te hebben voor een duurzame en eerlijke mijnbouwsector, zodat dit, ondanks de conflictsituatie, die hopelijk opgelost zal worden, toch kan leiden tot waardig werk.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, qui sont très souvent franches. J'aimerais néanmoins formuler une remarque parce que j'ai la chance d'être ici au Parlement. Nous sommes en février 2024, et je ne suis pas encore au Parlement. Le président de la Pologne va faire une visite à Kigali. Les titres sont alors les suivants: "Solidarité en matière de sécurité. La visite du président polonais au Rwanda renforce le soutien face aux menaces extérieures". L'extérieur, c'est le Congo. Et le Congo ne peut pas attaquer le Rwanda, tout simplement parce que si le Congo attaquait le Rwanda, l'ONU aurait de bonnes raisons de placer l'armée installée au Katanga au moment où le Katanga a fait la sécession. Une vraie armée. Pas la MONUSCO.

Voilà les problèmes. Les problèmes de ce Congo-là, c'est que c'est un pays qui a permis d'éviter que le Rwanda, plus exactement les trois tribus qui s'y trouvent là, ne s'égorge à jamais. Chaque fois, on a ouvert la porte, l'ONU a renforcé et, en fin de compte, nous sommes face à une réalité – les deux grandes tribus du Rwanda qui se battent au Congo – qui dépasse tout le monde.

Si j'ai un conseil à donner à notre pays, c'est que la Belgique a de nombreux intérêts au Congo. Il y a d'un côté l'Union européenne, qui joue son jeu, mais la Belgique a le soutien du Congo, et dans toutes ces histoires de mines, il n'y a pas de raison que la Belgique ne soit pas là tranquillement.

Quant au reste, les gens s'en cognent. Sachez qu'au Congo, il y a eu plus de 50 dialogues – 50! –, dont au moins une dizaine par celui qui vient d'être condamné à mort, mais bon, au Congo, on ne tue personne. Au Congo, on condamne, on ne tue pas. Celui dont je parle a pourri l'armée et les institutions. Dans l'armée, sur les 500 officiers, il y en avait déjà au moins 300 qui venaient du même côté du Rwanda. Cela fait qu'en cas de guerre au Congo, lorsqu'un officier fuit, vous le retrouvez dans le camp adverse. Cette fois-ci, il déclare sa nationalité.

Monsieur le ministre, je ne serai pas plus long, mais vous avez devant vous un casse-tête terrible. Prenez par exemple le mot "wazalendo", qui désigne les enfants des parents qu'on a massacrés, par millions. Ces enfants-là, et ils sont des centaines de milliers, disent qu'ils ne vont pas mourir comme leurs parents. Ils ne veulent pas mourir comme leur mère qu'on a violée devant eux.

Alors, très sincèrement, il est très difficile pour nous, dans cette Assemblée, d'envisager des moyens de trouver des solutions qui ne font pas de morts. Merci.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de situatie in Congo is inderdaad zorgwekkend, niet alleen in Oost-Congo. Ik heb voor de zomer nog een bezoek gebracht aan Congo. Ik had de indruk dat de corruptie er erger was dan ooit. Verschillende bronnen hebben me dat ook bevestigd. Nochtans waren de anticorruptiemaatregelen een belangrijk punt bij het aantreden van de president. Ik vrees dat de corruptie ver is doorgedrongen, ook bij de FARDC, het leger. Sommigen hebben er belang bij dat de oorlog blijft duren. We moeten dat durven te zeggen. Er wordt op die manier materieel aangekocht. Er gebeuren zaken die het zonlicht niet mogen zien en die in de kaart spelen van M23 dat er belang bij heeft dat de bezetting blijft duren en dat Rwanda aanspraak kan maken op de mijnen. We moeten de vredesplannen uiteraard alle kansen geven, maar als in die plannen de belangen en de waarden niet goed worden afgewogen, vrees ik dat ze niet de juiste intentie hebben. Er zitten transactionele elementen in, z owel bij de Verenigde Staten als bij Qatar, wanneer het gaat over de mijnbouw. Dat neemt echter niet weg dat we daar sceptisch over mogen zijn, in die zin dat het conflict erger is dan ooit. We moeten de etappes van de verschillende akkoorden goed in het oog houden, om na te gaan of die worden nageleefd. Indien dat niet het geval is, zie ik opnieuw een rol weggelegd voor België. Iedereen kijkt naar België als het over Congo gaat. Het klopt wat u zegt, niemand komt tussen over Congo. Maar dat is niet alleen vandaag zo, dat is al jaren zo. Toch wordt er naar België gekeken om die hefboom te creëren. Het is inderdaad nieuw dat de Verenigde Staten en Qatar zich daar hebben opgeworpen, maar we mogen het nodige scepticisme aan de dag leggen. Op dit moment ben ik pessimistisch, maar ik hoop dat het akkoord daadwerkelijk wordt opgevolgd. De taal die wordt gehanteerd door de tenoren is echter niet positief te noemen. Ik vind het goed dat België blijft inzetten op goed bestuur, good governance . Ik denk dat dat de essentie is. Daar begint het, en dat geldt zowel voor Rwanda als voor Congo. Dat is de realiteit, en daar mogen wij hen op wijzen. We moeten inzetten op een eerlijke mijnbouwsector, die er vandaag niet is, en op de versterking van een moedig en sterk middenveld. Dat zijn belangrijke ingrediënten. We moeten waakzaam en alert blijven over de diverse akkoorden.

De sponsordeals van de DRC met Europese voetbalclubs

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat geen Belgisch ontwikkelingsgeld (250 miljoen euro voor DRC, 2023-2027) naar commerciële voetbalsponsordeals gaat, aangezien alle fondsen via Enabel en erkende NGO’s lopen onder strikte Belgische controle—geen directe budgetsteun aan Congo. Hij erkent dat dergelijke deals (zoals Congo-Barça, 40-44 miljoen) misverstanden creëren en pleit voor proactieve communicatie om het onderscheid met echte ontwikkelingshulp (voedsel, gezondheid, onderwijs) scherp te stellen, vooral nu budgettaire druk toeneemt. Vander Elst benadrukt de ethische kritiek: miljoenen voor Europese voetbalclubs zijn "not done" gezien de schrijnende lokale noden in Congo, maar aanvaardt dat soevereiniteit en strikte Belgische controles misbruik uitsluiten. Beide eisen transparantie om publiek draagvlak voor hulp te behouden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik ben een groot voetballiefhebber. Ik ben supporter van RSC Anderlecht. Het zijn moeilijke tijden; de laatste jaren heb ik nog niet veel plezier gehad van mijn abonnement, maar ik blijf volharden.

In de voetbalwereld gaat er heel veel geld om. Als dat privégeld is van private firma’s en ondernemers, dan heb ik daar geen probleem mee. Maar als het om publiek geld gaat, ben ik voorzichtig en vind ik dat we daar heel voorzichtig mee moeten omgaan. In juli van dit jaar kondigde voetbalclub FC Barcelona een strategisch partnerschap aan met de regering van de Democratische Republiek Congo (DRC), naar verluidt goed voor een bedrag van 40 tot 44 miljoen euro, gespreid over vier seizoenen.

Die samenwerking gaat over branding op trainingskledij. Er zijn ook vergelijkbare deals met andere clubs in Europa. Congo staat zeker niet alleen. ‘Visit Rwanda’ bijvoorbeeld is ook zo’n sponsordeal, die op veel borden langs de kant van een voetbalveld wordt geprojecteerd. Dat is allemaal niet gratis. Het gaat om publiek geld dat in voetbalclubs en in de voetbalwereld wordt geïnvesteerd.

Deze deal heeft tot heel wat verontwaardiging geleid in Zweden. De minister van Ontwikkelingssamenwerking in Zweden heeft daar formeel op gereageerd en verduidelijkt dat er geen eurocent Zweedse ontwikkelingsmiddelen wordt ingezet voor dit soort commerciële of sportieve promotie en dat het volledige Zweedse budget via multilaterale kanalen naar voedselpakketten, medische benodigdheden en onderwijs gaat – daar dient ontwikkelingsgeld ook voor.

België heeft een zeer intensieve bilaterale relatie met de DRC, met een budget van 250 miljoen euro tussen 2023 en 2027 en aanzienlijke bijkomende bedragen via multilaterale en humanitaire kanalen.

Kunt u formeel bevestigen dat er garanties zijn dat hiervoor geen eurocent van de Belgische officiële budgetten – noch direct, noch indirect –wordt gebruikt? Hoe schat u de impact van dergelijke Congolese beslissingen in op het publieke draagvlak voor Belgische ontwikkelingssamenwerking? Overweegt België, net zoals Zweden, om officieel te communiceren over het onderscheid tussen Belgisch ontwikkelingsgeld en deze commerciële initiatieven om percepties of misvattingen bij burgers of parlement te vermijden?

Maxime Prévot:

Mijnheer Vander Elst, net als u heb ik via de pers kennisgenomen van de sponsorcontracten tussen de Democratische Republiek Congo en enkele Europese voetbalclubs, waarbij bedragen van tientallen miljoenen euro’s circuleren. Men kan zich afvragen of het wel een zinvolle besteding van middelen is om te investeren in sponsordeals met Europese voetbalclubs, gezien de grote lokale noden. Dat geldt ook voor lokale sportclubs en sportinfrastructuur.

Tegelijk erkennen wij dat de Congolese autoriteiten als soevereine staat hun eigen strategieën mogen bepalen, ook wanneer die gericht zijn op internationale zichtbaarheid en economische positionering. Andere landen – zoals Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Rwanda en andere – hebben er eveneens voor gekozen om via sportmarketing hun internationale imago te versterken.

Dit kan deel uitmaken van een bredere ontwikkelingsstrategie, mits het gepaard gaat met transparantie en lokale betrokkenheid. Wat de Belgische bilaterale samenwerking betreft met de Democratische Republiek Congo wil ik benadrukken dat wij geen directe budgetsteun verlenen aan dat land. Alle samenwerkingsprogramma’s worden rechtstreeks uitgevoerd door Enabel en door Belgische ngo’s die erkend zijn bij de FOD Buitenlandse Zaken.

De uitvoering van het gouvernementele samenwerkingsprogramma 2023-2027 is volledig in handen van het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel en niet rechtstreeks in handen van Congolese overheidsinstellingen.

De portefeuille wordt in regie beheerd. Dat betekent onder meer dat de Belgische en Europese regelgeving inzake overheidsopdrachten volledig van toepassing is.

Dergelijke sponsordeals kunnen tot misverstanden leiden over de aard van onze samenwerking met de Democratische Republiek Congo. Daarom is het belangrijk om proactief te communiceren over de doelstellingen, de resultaten en het onderscheid tussen de Belgische ontwikkelingssamenwerking en commerciële initiatieven van partnerlanden. Dat is des te belangrijker in een context van budgettaire besparingen, waarin ontwikkelingssamenwerking een steeds belangrijkere budgettaire variabele lijkt te worden.

Onze ontwikkelingssamenwerking blijft echter essentieel en het is belangrijk om de echte successen die wij met dat instrument behalen te blijven benadrukken. Het is bovendien van belang hierover te kunnen discussiëren met de Congolese autoriteiten in het kader van een open en transparante dialoog, om hen bewust te maken van de misverstanden waartoe dat kan leiden in de publieke en politieke opinie in de landen die hen steunen.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw duidelijke antwoord. U hebt gelijk, het is belangrijk dat die misvattingen de wereld worden uitgeholpen. Daarom heb ik ook de vraag gesteld. We kunnen ons daarbij grote vragen stellen, zeker gezien de lokale situatie in Congo, om nog maar te zwijgen over de lokale sportinfrastructuur. We kunnen die vragen stellen, maar we kunnen ze ook beantwoorden. Ik vind het absoluut not done dat men zoveel miljoenen investeert in commerciële activiteiten terwijl de situatie in Congo zelf voor de burgers schrijnend is. U hebt inderdaad gelijk wanneer u zegt dat we de soevereiniteit van de lidstaten moeten respecteren. Ik ben ook blij dat u zegt dat alles via Enabel verloopt en nooit rechtstreeks met de Congolese autoriteiten. Dat we dus eigenlijk een sterk controlemechanisme hebben op de Belgische middelen die naar Congo gaan en dat we ervan kunnen uitgaan, dat we de zekerheid hebben dat die niet worden gebruikt voor commerciële deals tussen de Congolese regering en voetbalclubs binnen Europa. Ik ben blij dat u dat bevestigt. Ik hoop dat de procedure volledig sluitend is, want ik kan niet aanvaarden dat er één euro Belgisch ontwikkelingsgeld naar een of andere Europese voetbalclub zou gaan via de Democratische Republiek Congo. Als Congo middelen heeft om aan commerciële sponsordeals via voetbalclubs geld te geven, dan moeten wij ons ernstig afvragen waarvoor en in welke landen wij ons ontwikkelingsgeld besteden.

De impact van de Amerikaanse invoerheffingen
Trump en Europa
De economische betrekkingen tussen Trump, Europa en Amerikaanse handelspolitiek

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het EU-VS akkoord van juli 2025 voert een 15% douanetarief in op Europese export, wat België 4,46 miljard euro per jaar kan kosten, met zware klappen voor exportgerichte sectoren, maar de concrete impact is nog onduidelijk en wordt gemonitord via een *earlywarningsysteem*. België verwerpt de eenzijdige VS-tarieven (zoals de dreiging van 100% op farmacie) en houdt tegenmaatregelen in reserve, maar mijdt escalatie, terwijl het vrijhandel en regelgebaseerde handel blijft verdedigen—met aandacht voor diversificatie (bv. Mercosur) om afhankelijkheid van de VS te verminderen. Het akkoord is geen eindpunt: de EU moet onderhandelen over blijvende asymmetrie (bv. 50% tarieven op staal/aluminium) en risico’s zoals verhoging van het 15%-plafond, terwijl de VS’ betrouwbaarheid onder Trump onvoorspelbaar blijft. De federale regering neemt nog geen officieel standpunt in, maar benadrukt dat investeringsbeloftes (750 mjd euro energie, 60 mjd AI-chips) vaag en marktgedreven zijn, zonder bindende EU-verplichtingen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, deze vraag dateert al van even geleden. Op 28 juli 2025 bereikten de Europese Unie en de Verenigde Staten een principeakkoord over de invoering van een all-in douanetarief van 15 % op de invoer van bepaalde Europese producten. Dat betekent een zware slag voor veel Belgische bedrijven en sectoren en voor de Belgische economie. De Europese Commissie presenteert dat akkoord als een diplomatiek succes.

Toch stel ik mij ernstige vragen bij de economische assertiviteit van de EU in het licht van die compromissen. Vanuit liberaal oogpunt zijn vrijemarktprincipes, eerlijke concurrentie en wederkerigheid van cruciaal belang voor een evenwichtige trans-Atlantische relatie. De Belgische economie is sterk exportgericht en dus bijzonder gevoelig voor wijzigingen in het internationaal handelsbeleid. Voor Vlaanderen alleen al zou dat een kost van 4,46 miljard euro per jaar betekenen.

Mijnheer de minister, kunt u het akkoord toelichten? Welke investeringen vanuit de Europese Unie in de Verenigde Staten worden verwacht? Over welke bedragen gaat het en wat is de concrete impact op de Belgische economie? Wat is het officiële standpunt van de federale regering over dat akkoord met de Verenigde Staten? Wat is de potentiële economische impact op de Belgische exporterende sectoren? Welke sectoren zullen, gezien hun exportvolumes naar de Verenigde Staten, zwaar getroffen worden? Wat is daarvan de inschatting? Worden er impactanalyses uitgevoerd op federaal niveau? Wat is het Belgische standpunt over het opschorten van de tegenmaatregelen door de EU in die context? Is België bereid om druk uit te oefenen indien de asymmetrie in tarieven tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie blijft bestaan?

Voorzitter:

M Boukili est absent.

Maxime Prévot:

Mijnheer de voorzitter, ik zal natuurlijk de vraag van de heer Vander Elst beantwoorden, maar ook de verschillende vragen die oorspronkelijk door de heer Boukili werden ingediend.

Op 27 juli bereikten de Europese Commissie en de Verenigde Staten een politiek akkoord, bevestigd in de gezamenlijke verklaring van 21 augustus. Het gaat om een kaderovereenkomst die stabiliteit en voorspelbaarheid terug moet brengen ten gunste van Europese bedrijven, werknemers en consumenten. Dat akkoord is een startpunt voor verdere onderhandelingen met de VS om de huidige handelsstromen tussen de Europese Unie en de VS zoveel mogelijk te behouden, ondanks de huidige politieke wind die door Washington waait.

La Belgique, tout comme la Commission, regrette la réintroduction de droits de douane préjudiciables à la relation transatlantique de commerce et d'investissement. Les É tats-Unis et l'Europe entretiennent la relation économique la plus mutuellement bénéfique au monde, une relation indispensable que nous devons préserver malgré l'approche idéologique adoptée par l'administration américaine.

Het kaderakkoord bevat verschillende elementen, waaronder beloften om inspanningen te leveren op het vlak van investeringen in de Amerikaanse economie, zoals de aankoop van Amerikaanse energie, olie, lng en kernenergie, ter waarde van 750 miljard euro over 3 jaar, private investeringen in de Verenigde Staten ter waarde van 600 miljard euro en de aankoop van 40 miljard euro aan AI-chips. Dit zijn echter marktgedreven inspanningsverbintenissen en geen overheidsuitgaven. Er is ook eerder sprake van intenties dan van daadwerkelijke verbintenissen, aangezien het gaat om zaken die op het niveau van de lidstaten of zelfs bedrijven beslist worden.

Quant à l'impact sur l'économie et sur les secteurs exportateurs belges, il est trop tôt pour se prononcer. Ma propre administration et les collègues du SPF É conomie suivent cette situation de très près. La coopération avec les Régions, y compris les agences de commerce extérieur, sera cruciale de même que les consultations étroites et constantes avec les entreprises et le secteur privé ainsi qu'avec les douanes.

On s'attend à ce que l'impact dans certains domaines et secteurs ne se manifeste réellement que dans deux ou trois ans, notamment en ce qui concerne les investissements et les relocalisations ou délocalisations éventuelles d'entreprises.

In deze context is de monitoring van de handelsstromen cruciaal. Er wordt gewerkt aan een earlywarningsystem om snel te kunnen reageren en desnoods het akkoord bij te sturen wanneer in bepaalde sectoren grote economische schade dreigt.

Op dit moment wordt het kaderakkoord nog geanalyseerd en besproken binnen de Raad. Voor een officieel standpunt van de Belgische federale regering is het dan ook nog te vroeg, maar het is duidelijk dat ons land zich op korte termijn zal moeten positioneren. België blijft voorstander van de vrije handel en van een internationaal handelssysteem gebaseerd op regels.

België blijft er ook van overtuigd dat de handels- en investeringsrelatie tussen de EU en de VS de afgelopen decennia voor beide partijen enorm voordelig is geweest, en dat de VS hier waarschijnlijk nog het meest van heeft geprofiteerd, in tegenstelling tot wat het Witte Huis vaak propageert.

Zoals gezegd, is nu al duidelijk dat dit akkoord geen eindpunt kan zijn. De Europese Commissie zal ook na de volledige inwerkingtreding verder moeten blijven onderhandelen met de VS om oplossingen te vinden voor kwesties waarover nog geen akkoord bestaat, zoals de tarieven van 50 % op staal en aluminium, of domeinen waarbinnen verdere vooruitgang moet worden geboekt, bijvoorbeeld de uitbreiding van de exemption list .

Enfin, il faut oser se poser la question de la solution alternative en cas de rejet de l'accord-cadre avec les États-Unis. Il y a malheureusement de fortes chances que le taux de 15 % atteigne, par exemple, un régime prohibitif de 30 %, et que les taux sectoriels soient également plus élevés sur la base des études de l'article 232, avec toutes les conséquences désastreuses que cela impliquerait pour nos entreprises et notre industrie.

Notre pays devra également adopter une position quant aux mesures de rééquilibrage. Sans vouloir s'avancer, l'un n'exclut pas l'autre. Bien que la Belgique veuille éviter une nouvelle escalade, il me semble approprié de garder en réserve des contre-mesures possibles.

Met uw laatste vraag, namelijk hoe zeker men is dat de VS de maximale invoerheffing van 15 % niet eenzijdig nog kan verhogen, legt u de vinger op de wonde. Het stabiliserend succes van het huidige kaderakkoord zal de komende weken en maanden bepaald worden door de vraag of de VS gemaakte beloftes zal nakomen en of president Trump en zijn team plotseling nieuwe tarieven of andere handelsbelemmerende maatregelen zullen afkondigen.

À cet égard, vous aurez évidemment vu l'annonce du président Trump concernant l'instauration de tarifs de 100 % sur les produits pharmaceutiques. Ces tarifs ne s'appliquent heureusement pas à l'Union européenne, pour qui le plafond de 15 % n'est pas remis en cause. Ceci a été confirmé par la porte-parole de la Maison Blanche. Cela démontre cependant toute la vigilance et la fermeté dont il faudra faire preuve dans la mise en œuvre de cet accord. Je vous remercie.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Ik denk dat we op dezelfde golflengte zitten. Een vrije markt en vrijhandel zijn bijzonder belangrijk en hebben ons continent veel welvaart geschonken. In een ideale wereld stoppen die invoerheffingen en tegenmaatregelen dus onmiddellijk. Als er echter een impulsief persoon in het Witte Huis zit, kunnen de invoerheffingen vandaag 15 % bedragen, morgen 30 % en overmorgen misschien opnieuw 0 %. Daarom is het inderdaad belangrijk dat we tegenmaatregelen in ons achterhoofd houden – " garder en réserve " zoals u hebt gezegd – maar dat we niet meteen met de bazooka terugschieten. Zodra we in een opbod van invoertarieven en tegenmaatregelen terechtkomen, zullen onze economie, onze bedrijven en verschillende Belgische sectoren dat zeer hard voelen. Ik ben ook blij te vernemen dat er een earlywarningsystem bestaat. Het is van groot belang dat we heel snel kort op de bal kunnen spelen, zowel voor onze economie als voor bepaalde sectoren en bedrijven. We hebben daarstraks in een ander debat gesproken over de Mercosur-deal. Ik wil nogmaals onderstrepen hoe belangrijk het is verschillende afzetmarkten en opties te hebben voor onze Belgische bedrijven. Een natuurlijke bondgenoot op economisch vlak, zoals de Verenigde Staten van Amerika, kan van de ene dag op de andere invoertarieven heffen. Daarom is het zeker geen overbodige luxe om naar andere partners te kijken, in het bijzonder ook naar die Mercosur-deal.

Het VN-rapport over de oorlogsmisdaden in Syrië

Gesteld door

lijst: MR Michel De Maegd

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent het UN-rapport over systematische geweldpleging tegen de alaouitische minderheid in Syrië (1.400 doden, oorlogsmisdaden zoals executies en marteling) en benadrukt dat straffeloosheid moet worden bestreden via bestaande mechanismen zoals het IIIM (waaraan België financieel bijdraagt). Het land dringt aan op justitiële hervormingen, ontwapening van milities en een inclusief transitieproces om sektarisch geweld te doorbreken, maar wijst niet op concrete nieuwe stappen. De Maegd onderschrijft de noodzaak van internationale druk om herhaling van wraakcycli te voorkomen.

Michel De Maegd:

Pour accélérer le rythme de nos travaux, vu que nous avons un planning chargé, chers collègues, je m'en réfère à ma question écrite.

Monsieur le ministre, dans le nouveau rapport des Nations Unies publié le 14 août, des violences généralisées et systématiques commises contre la minorité alaouite sur la côte syrienne en mars dernier sont documentées. Exécutions sommaires, disparitions forcées, torture, pillages, autant d'actes que la Commission d'enquête considère comme susceptibles de constituer des crimes de guerre. Le bilan humain est effroyable: environ 1 400 victimes civiles, souvent ciblées sur base de leur appartenance confessionnelle, avec des méthodes d'une brutalité glaçante.

Ces constats s'ajoutent à une longue série de violations commises en Syrie depuis plus d'une décennie, et dont nous avons déjà discuté à plusieurs reprises dans cette commission. Mais ils prennent une résonance particulière aujourd'hui. Ils touchent une communauté souvent associée au régime précédent, et démontrent que, même après sa chute, le cycle de vengeance et de violences perdure.

Face à cette situation, j'aimerais vous poser les questions suivantes:

Quelle est l'analyse de la Belgique de ce rapport?

Quelles démarches diplomatiques avez-vous entreprises pour exiger que les responsables soient poursuivis et que justice soit rendue aux victimes?

Notre pays soutiendra-t-il la mise en place d'un mécanisme international indépendant afin de documenter ces crimes et de prévenir l'impunité?

Je vous remercie.

Maxime Prévot:

É coutez, pour emboîter le pas et accélérer le rythme de nos travaux, je vais m'en référer à ma réponse écrite. (Rires) Bon, un jour ça marchera peut-être!

Monsieur le député, la Belgique salue le travail de la commission d'enquête des Nations Unies sur les violations commises contre les civils sur les côtes et dans le centre-ouest de la Syrie, entre janvier et mars 2025. Ce travail de documentation de violations graves des droits humains et du droit international humanitaire est indispensable pour lutter contre toute impunité, et constitue un préalable nécessaire pour la reconstruction future de la société syrienne.

Nous avons pris note de la réponse du gouvernement de transition syrien, de l'accès qu'il a accordé à la commission, et nous insistons sur l'importance pour le gouvernement de transition syrien de poursuivre cette coopération, y compris avec la commission nationale syrienne indépendante d'enquête et d'établissement des faits sur les violences côtières de mars.

Avec nos partenaires européens, nous avons exhorté publiquement le gouvernement syrien de transition à donner rapidement suite aux recommandations faites par la commission. Les responsables de graves violations du droit international humanitaire et des droits humains doivent rendre des comptes et être traduits en justice, que les faits se soient produits avant ou après la chute du régime Assad. Ce n'est qu'en s'attaquant ouvertement aux abus que l'on pourra ouvrir la voie à la réconciliation et à la stabilisation dans le pays.

Ces derniers mois, la Belgique a systématiquement condamné les cycles de violence et l'escalade des tensions communautaires, non seulement publiquement, mais également lors de nos contacts directs avec les autorités syriennes à Bruxelles et à Damas. Dans ce cadre, nous avons insisté pour que les autorités de transition prennent les mesures urgentes en vue du désarmement, de la mobilisation et de la restructuration des forces de sécurité nationales, conformément aux normes internationales. Il est tout aussi urgent de réformer en profondeur le système judiciaire syrien afin qu'il puisse faire respecter l'état de droit de manière crédible et impartiale.

Si nous sommes pleinement conscients des difficultés liées à la transition actuelle, après cinq décennies de dictature et près de quatorze années de guerre civile, les autorités doivent néanmoins intensifier leurs efforts afin de garantir un processus de transition véritablement inclusif et pacifique. Un processus qui transcende les divisions sectaires, prévienne l'incitation et les discours de haine et rompe avec le cycle de la violence.

Nous continuons par ailleurs à appeler les acteurs internes et externes à respecter pleinement l'unité, la souveraineté et l'intégrité territoriale de la Syrie et à protéger les droits humains de tous les Syriens et de toutes les Syriennes sans distinction.

S'agissant de la mise en place d'un mécanisme international indépendant pour documenter ces crimes et prévenir l'impunité, je souligne qu'il en existe déjà un, appelé "Mécanisme international, impartial et indépendant". Notre pays a joué un rôle central dès 2016 pour sensibiliser et inciter les États membres de l'Assemblée générale des Nations Unies à adopter la résolution qui l'a créé. De plus, notre pays a également contribué à son financement. Nous encourageons les autorités syriennes, en particulier les commissions nationales nouvellement créées pour la justice transitionnelle et pour les personnes disparues, à collaborer avec ce mécanisme.

Les événements tragiques évoqués par le rapport de la commission, auquel vous vous référez, constituent un rappel clair de l'importance d'une justice transitionnelle comme seule voie à suivre pour une réconciliation nationale et une transition pacifique et inclusive. La Belgique est prête à soutenir la Syrie dans ses efforts, dans la continuité de notre engagement en ce domaine. Je vous remercie de votre attention.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Il est exact que, face aux horreurs décrites dans ce rapport des Nations Unies, la communauté internationale ne peut rester passive. Les crimes documentés nous rappellent que, même après la chute d'un régime, la spirale de la vengeance peut se nourrir de l'impunité et menacer toute perspective de stabilité. Je me réjouis donc que la Belgique maintienne la pression sur le régime en place pour un processus de transition inclusif et pacifique.

De beangstigende geopolitieke context in Venezuela
De oplopende spanningen in Venezuela
De militaire aanwezigheid voor de kust van Venezuela
De escalerende spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela in het Caraïbisch gebied
De relaties tussen Venezuela en de VS
Venezuelaanse geopolitieke spanningen en VS-relaties in het Caraïbisch gebied

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België volgt de escalerende militaire spanningen tussen de VS en Venezuela – uitgelokt door Amerikaanse antidrugsoperaties (dodelijke raids zonder VN-mandaat) en Maduro’s oproep tot massale militiemobilisatie – met grote bezorgdheid, vooral omwille van de dreigende humanitaire verslechtering en schendingen van internationaal recht. België en de EU veroordelen zowel Maduro’s onderdrukking (mensenrechtenschendingen, corruptie) als de Amerikaanse eenzijdige militaire acties, benadrukken soevereiniteit en rechtsstatelijkheid, en pleiten voor diplomatieke de-escalatie via VN-kanalen en EU-Latijns-Amerikaanse samenwerking, zonder concrete nieuwe initiatieven te aankondigen. Chevron-deals en migrantenvluchten tonen wel beperkte VS-Venezuela-onderhandelingen, maar de crisis blijft verergeren door wederzijdse provocaties en het ontbreken van een internationaal gecoördineerde aanpak.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Het voorbije weekend heeft de Venezolaanse president Nicolás Maduro zijn bevolking gemobiliseerd onder het mom van “bedreigingen" vanwege de Verenigde Staten. Aanleiding is de aanwezigheid van drie Amerikaanse oorlogsschepen aan de kusten van Venezuela in de strijd tegen drugssmokkel.

Maduro riep meer dan 4,5 miljoen leden van de Milicia Bolivariana op om zich paraat te houden tegen wat hij omschrijft als “imperialistische dreigingen". Tegelijkertijd kondigde Washington aan om mogelijk 4.000 marines naar de regio te sturen. De retoriek langs beide zijden doet de spanningen in de regio oplopen, met risico's voor de stabiliteit, de mensenrechten en uiteraard de Venezolaanse bevolking zelf, die al jarenlang in een diepe economische en humanitaire crisis verkeert.

Graag verneem ik van de minister:

Hoe volgt u als minister deze nieuwe escalatie in Venezuela en de Caraïben op?

Welke positie neemt België in, zowel unilateraal als binnen de EU, met betrekking tot de mobilisatie van de Venezolaanse militie en de Amerikaanse aanwezigheid in de regio?

Acht u bijkomende diplomatieke initiatieven nodig om de situatie niet verder te laten ontsporen, en zo ja, welke kanalen acht u daarvoor het meest geschikt?

Hoe evalueert u de impact van deze ontwikkelingen op de reeds dramatische humanitaire situatie van de Venezolaanse bevolking?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, depuis plusieurs semaines, la situation au Venezuela et dans la région caraïbe connaît une inquiétante escalade.

Le gouvernement vénézuélien a mobilisé des civils au sein de la Milicia Bolivariana, en réponse au déploiement par les États-Unis de destroyers, d'un sous-marin nucléaire et de 4 000 marines dans la mer des Caraïbes, dans le cadre d'une opération de lutte contre le trafic de drogue.

Le 2 septembre dernier, une première frappe américaine a visé une embarcation au large de la péninsule de Paria, provoquant la mort de 11 personnes. L'administration américaine évoque une opération contre le gang "Tren de Aragua", mais le gouvernement vénézuélien dénonce une agression en violation de sa souveraineté.

Depuis lors, plusieurs frappes supplémentaires ont été rapportées, sans mandat international, et la rhétorique de part et d'autre ne cesse de s'intensifier.

Dans ce contexte, comment analysez-vous cette escalade militaire entre les États-Unis et le Venezuela, et les justifications avancées par les parties? Considérez-vous que ces frappes américaines, en l'absence de mandat du Conseil de sécurité, constituent une violation du droit international? Quelles initiatives la Belgique entend-elle prendre, tant unilatéralement qu'au niveau de l'Union européenne, pour rappeler l'importance du respect de la souveraineté des États et du droit international? Le Gouvernement belge compte-t-il soutenir l'idée d'une enquête indépendante, sous l'égide des Nations unies, sur les récentes frappes dans les Caraïbes? Enfin, quelles mesures la Belgique préconise-t-elle afin que la crise humanitaire au Venezuela, déjà dramatique, ne soit pas aggravée par ces développements militaires?

Je vous remercie.

Maxime Prévot:

De spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela nemen al sinds enkele maanden toe en de aanzienlijke verslechtering van de relaties sinds juli heeft de afgelopen weken geleid tot een militaire mobilisatie aan beide zijden.

Les États-Unis ont ainsi déployé plusieurs navires de guerre dans les eaux proches du Venezuela afin de lutter contre le trafic de drogue. Le président Trump a signé un décret exécutif autorisant l'usage de la force militaire contre les cartels désignés. En septembre, des troupes américaines ont mené plusieurs frappes létales contre des navires transportant de la drogue en provenance du Venezuela. Des images de certaines de ces frappes ont été rendues publiques. Aucun détail n'a été communiqué quant aux moyens militaires employés ni en ce qui concerne l'identité des personnes à bord, leur cargaison ou le lieu précis des opérations, si ce n'est qu'elles se sont déroulées en eaux internationales.

Die escalatie is zorgwekkend en wordt door mijn diensten nauwlettend in de gaten gehouden. Ze past binnen de complexe diplomatieke relatie tussen beide landen. Nicolás Maduro wordt sinds 2019 door de Verenigde Staten niet als de rechtmatige president van Venezuela beschouwd. In de VS wordt hij beschouwd als een voortvluchtige van de Amerikaanse justitie, nadat hij er in 2020 werd aangeklaagd. De Venezolaanse criminele organisatie Tren de Aragua werd dit jaar door de Trumpadministratie aangeduid als buitenlandse terroristische organisatie. Het Amerikaanse ministerie van Financiën beschouwt het drugskartel Cartel de los Soles als een wereldwijd opererende terroristische groepering met Nicolás Maduro aan het hoofd. Overigens hebben sommige parlementen ook resoluties in die zin aangenomen, zoals het Europese Parlement, dat op 11 september een resolutie goedkeurde waarin werd opgeroepen het kartel in de lijst van terroristische organisaties van de Europese Unie op te nemen.

Le Venezuela, de son côté, entreprend des démarches diplomatiques afin de dénoncer les actions américaines, comme récemment lors de son intervention à la tribune de l'Assemblée générale des Nations Unies où le ministre des Affaires étrangères Ivan Gil a condamné les menaces militaires américaines, qu'il a qualifiées d'"illégales" et "contraires à la Charte des Nations Unies".

D'un autre côté, le président Maduro lui-même a peu de leçons à donner en la matière. Vous savez, du reste, que la Belgique, comme d'autres pays, est profondément préoccupée par la répression continue qu'exercent les autorités vénézuéliennes. Le 22 septembre, notre pays a de nouveau exhorté, au Conseil des droits de l'homme, le régime vénézuélien à respecter le droit international et les droits de tous les Vénézuéliens. Certaines transactions en cours entre le Venezuela et les États-Unis laissent toutefois penser que les deux pays continuent de se parler. Je songe, par exemple, aux vols de migrants vénézuéliens qui débarquent chaque semaine depuis les États-Unis ou à la licence spéciale accordée par le Trésor américain à Chevron pour reprendre ses activités d'extraction et d'exportation de pétrole depuis le Venezuela.

L'escalade des tensions entre le Venezuela et les États-Unis constituent évidemment un point d'attention pour l'Union européenne. Fidèle à sa tradition diplomatique, la Belgique réserve une grande attention à la défense de l'État de droit et au respect du droit international. Elle plaide pour la préservation de la stabilité régionale et promeut une coopération étroite entre l'Union européenne et les États d'Amérique latine pour lutter efficacement contre le crime organisé, en particulier en matière de trafic de drogue et de traite d'êtres humains. Ce sont les messages que j'entends faire passer lors du sommet entre l'Union européenne et les États d'Amérique latine et des Caraïbes, auquel j'ai l'intention de participer les 9 et 10 novembre prochain.

Ellen Samyn:

De situatie in Venezuela blijft inderdaad bijzonder zorgwekkend. De oplopende spanningen tussen de VS en Venezuela zorgen voor escalatie. Het is goed dat u de situatie van nabij blijft opvolgen.

Het regime van Nicolás Maduro blijft systematisch de mensenrechten schenden. Oppositieleiders verdwijnen achter de tralies, vreedzame manifestanten worden hardhandig aangepakt en de persvrijheid is nagenoeg onbestaand. Bovendien lijdt de bevolking zwaar onder de economische crisis en de massale corruptie, terwijl een kleine elite zich schaamteloos verrijkt. Wat Venezuela betreft, zitten we op dezelfde golflengte.

U zult dat blijven aankaarten en u blijven uitspreken tegen het regime van Maduro. Ik hoop dan ook dat u meer initiatieven ondersteunt, zodat de Venezolanen in vrijheid en democratie kunnen leven.

Michel De Maegd:

Pour ma part, monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse complète et circonstanciée.

De USAID-middelen
De dreigende vernietiging van een door USAID aangekochte voorraad contraceptiva
De dreigende vernietiging van een door USAID aangekochte voorraad contraceptiva
De vernietiging van een Amerikaanse voorraad contraceptiva
Amerikaanse contraceptivavoorraden en USAID-financiering

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking), Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische regering bevestigt dat een 10 miljoen dollar waard aan contraceptiva en HIV-medicatie (eigendom van USAID) in Geel nog niet vernietigd is, ondanks eerdere Amerikaanse plannen onder Trump om dit ideologisch gemotiveerd te doen. Minister Prévot zet intensieve diplomatieke druk (via Washington, ambassade, UNFPA-steun) en onderzoekt juridische opties, maar de eigendomsrechten van de VS en immuniteit belemmeren directe actie; Vlaanderen blokkeert voorlopig transport, hoewel de kwaliteit van de voorraden door slechte opslag in gevaar is. Parlementsleden benadrukken de noodzaak tot weerstand tegen deze "verspilling" die miljoenen vrouwen het recht op gezondheidszorg ontneemt, en pleiten voor Europese samenwerking en juridische stappen om vernietiging te stoppen, met steun van NGO’s zoals Médecins du Monde. De kwestie symboliseert een breder offensief tegen SRHR (seksuele rechten) waar België zich internationaal tegen verzet.

Caroline Désir:

Monsieur le ministre, le stock de contraceptifs de près de 10 millions de dollars entreposés par USAID depuis maintenant plusieurs mois dans un entrepôt à Geel a-t-il, oui ou non, été détruit? Voilà ma question en substance.

Cette question est évidemment importante, parce qu'on ne parle pas ici de simples marchandises qui seraient entreposées dans un hangar. Ce dont on parle, ce sont des milliers de pilules contraceptives, d'implants, de dispositifs intra-utérins, de préservatifs, mais également de traitements contre le VIH. Ce stock, c'est l'administration Trump qui a ordonné sa destruction, en même temps qu'elle a mis, on le sait, un coup d'arrêt à l'aide humanitaire et qu'elle a démantelé USAID, l'agence fédérale américaine chargée de coordonner l'aide humanitaire et le développement international. Au nom de quoi? Au nom d'une idéologie rétrograde conservatrice qui nie les libertés et les droits des femmes.

La destruction de ce stock serait non seulement un gaspillage inacceptable, mais aussi un affront aux principes de solidarité et de responsabilité humanitaires. Il est donc de notre devoir de veiller à ce que ces produits soient utilisés à bon escient et bénéficient bien aux populations qui en ont besoin.

Monsieur le ministre, le 18 septembre dernier, une manifestation a eu lieu devant l'ambassade des États-Unis à Bruxelles, réunissant une centaine de personnes, pour protester contre cette destruction annoncée. Les manifestants et manifestantes ont scandé "Shame on Trump", dénonçant une politique qui prive des millions de femmes d'un accès à la contraception.

Le 8 août dernier, déjà, 15 associations belges, parmi lesquelles Médecins du Monde, Le Monde selon les Femmes ou encore le Centre d'Action Laïque et la Fédération Laïque et Pluraliste des Centres de Planning Familial, vous avaient envoyé un courrier, ainsi qu'au ministre de la Santé publique, afin d'éviter que le stock ne soit transféré vers la France et détruit. Des associations étaient même prêtes à les acquérir ou à les redistribuer gratuitement à des populations vulnérables. En effet, selon Médecins du Monde, leur destruction créerait des lacunes dans les chaînes d'approvisionnement, ce qui pourrait entraîner des milliers de grossesses non désirées et d'avortements à risque supplémentaire, ainsi que contribuer à l'augmentation de la mortalité infantile.

Monsieur le ministre, ce stock a-t-il, oui ou non, été détruit?

Alors que l'administration Trump indiquait que la destruction avait bel et bien eu lieu, le ministre flamand de l'Environnement affirmait qu'au contraire, il n'en était rien. Comment peut-on expliquer ce flou autour de la destruction de ce stock et qu'en est-il donc clairement?

Quelles démarches ont été entreprises par le gouvernement belge pour empêcher cette destruction et garantir une utilisation humanitaire de ces produits? Si le stock est toujours bel et bien sur notre territoire, quelles démarches comptez-vous encore entreprendre pour permettre une redistribution de ces produits? En particulier, existe-t-il une coordination avec la Commission européenne ou avec des partenaires européens pour mobiliser un mécanisme juridique ou politique afin de sauvegarder ces produits d'intérêt public?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, un stock de contraceptifs féminins mais aussi de médicaments visant à lutter contre le VIH appartenant à l'Agence américaine pour le développement international (USAID) serait actuellement entreposé à Geel et menacé de destruction via un transport vers la France.

Cela fait maintenant des semaines qu'on essaie de savoir ce qu'il en est. On nous a annoncé dans un premier temps que ce stock avait été détruit. Mais en fait, non, il serait toujours localisé à Geel. On nous a aussi annoncé que ce stock était périmé. Mais en fait, finalement, non.

Monsieur le ministre, quel est l'état de ce stock? Une partie a-t-elle bien été détruite? Ou infirmez-vous cette affirmation? Ce stock se chiffre-t-il bien à 10 millions de dollars et comprend-il les différents dispositifs contraceptifs et traitements contre le VIH, tel que rapporté par la presse? Quels moyens avez-vous activés pour lutter et empêcher cette destruction? Avez-vous entrepris des démarches diplomatiques en la matière?

La carte blanche de différentes associations, dont Médecins du Monde, rappelait à quel point cette situation, à savoir accepter que de tels dispositifs médicaux soient détruits simplement par idéologie du président des États-Unis, peut créer un grave précédent. Si on décidait aujourd'hui d'obtempérer, on pourrait se retrouver dans la même situation pour la destruction de stocks de denrées alimentaires ou autres. Il est donc évidemment totalement inacceptable d'accepter de coopérer dans cette initiative. Pouvez-vous nous en dire plus?

Maxime Prévot:

Merci mesdames les députées. Je partage évidemment pleinement votre préoccupation, et je dirais même plus que de la préoccupation, votre indignation, que je fais mienne, concernant la possible destruction du stock de contraceptifs appartements à USAID, et le message qu'enverrait une telle destruction quant à l'objectif que nous poursuivons d'un accès universel à la santé et aux droits sexuels et reproductifs partout dans le monde.

En réponse à vos questions, je peux vous confirmer que je suis ce dossier de près, et ce depuis que mon administration a été informée le 25 juin dernier. Mes services ont immédiatement engagé, à ma demande, des démarches diplomatiques soutenues et multiples auprès de l'ambassade des États-Unis à Bruxelles, ainsi qu'auprès de l'administration américaine directement à Washington. Ces démarches sont traitées en priorité absolue par mes équipes depuis plus de douze semaines maintenant. Dans le respect de nos relations bilatérales et pour maximiser les chances de succès du dialogue diplomatique nous menons ces négociations avec la discrétion appropriée.

Nous avons exploré toutes les options possibles pour éviter la destruction de ce stock, y compris des solutions de relocalisation temporaire et de transfert vers des autorités belges ou des organisations internationales compétentes.

J'ai également envoyé un courrier à mon homologue américain, le secrétaire d'État Marco Rubio, le 20 juillet dernier. Une note verbale a également été transmise à l'ambassade américaine au début du mois d'août.

L'Agence environnementale flamande, l'OVAM, a décidé de suspendre temporairement les transferts depuis l'entrepôt de Geel. Cette mesure témoigne de l'attention rigoureuse portée par les autorités belges compétentes dans le respect de leurs prérogatives respectives, puisque je travaille en étroite collaboration aussi avec le cabinet du ministre régional flamand compétent.

Donc, à l'heure où l'on se parle, ce stock, qui représente une petite dizaine de millions d'euros de valeur, n'a toujours pas été détruit. Il n'a pas été détruit à ce stade.

Certains containers ont été déplacés, d'autres pas. Nous nourrissons aussi, pour être transparent avec vous, la crainte que le déplacement de certains containers et les conditions dans lesquelles les médicaments on été stockés soient susceptibles d'altérer la possibilité d'en faire encore usage. Mais formellement, il n’y a pas eu de destruction jusqu'à présent.

Madame Désir, quant à l'éventualité d'actionner des voies de recours européennes, plusieurs pistes ont été envisagées. Les contraceptifs en question demeurent la propriété du gouvernement américain. Cette situation relève du droit international, notamment en matière d'immunité des États, qui encadre les actions que la Belgique peut entreprendre unilatéralement. La saisie de ces produits et médicaments n'est possible qu'avec le consentement de l'État propriétaire des biens. Le dossier demeure en cours de traitement et les démarches diplomatiques se poursuivent. Nous maintenons évidemment le dialogue avec l'administration américaine concernée.

Je peux vous garantir en tout cas qu'au niveau international nous restons particulièrement vocaux pour défendre l'accès universel à la santé, à la santé sexuelle et reproductive et aux droits qui y sont afférents, dans tous les lieux internationaux où il est possible de le défendre pour pouvoir promouvoir aussi l'accès moderne, qualitatif et financièrement accessible pour les outils de contraception et les médicaments préventifs, notamment en matière de lutte contre le sida.

C'est pour cette raison que j'ai demandé à mon administration de travailler au renouvellement du financement du partenariat avec UNFPA (l'agence des Nations Unies chargée de la santé sexuelle et reproductive) et que j'ai confirmé l'engagement de la Belgique à maintenir sa contribution au budget général des organisations multilatérales actives dans ce domaine. Je pense donc à l'OMS, à ONUSIDA, au Fonds mondial et à nouveau, à UNFPA.

Enfin, madame Désir, une réponse a été apportée le 12 septembre dernier aux courriers qui m’ont été adressés par les quinze ONG représentées par leurs avocats et auxquels vous avez pu faire allusion.

Voorzitter:

Merci monsieur le ministre. Entre temps, Mme Depoorter est arrivée.

Mevrouw Depoorter, vraagt u het woord voor een repliek?

Kathleen Depoorter:

Altijd, mijnheer de voorzitter.

Mijnheer de minister, mijn excuses omdat ik niet het volledige antwoord heb gehoord, maar ik ben ervan overtuigd dat we op dezelfde lijn zitten wat SRHR betreft. Voor al die medicijnen die in de hub verzameld liggen en die vernietigd zouden of zullen worden, heb ik niet gehoord of u een idee hebt hoeveel procent daarvan al vernietigd is.

Ik denk dat het absoluut belangrijk is dat u stappen hebt gezet om te voorkomen dat vernietiging zou plaatsvinden. Ik heb gehoord dat ook de Vlaamse overheid nagaat in hoeverre het decreet van toepassing is, waardoor de vernietiging van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen kan worden verboden wanneer het nog bruikbare middelen betreft.

Ik vind vooral dat het ons toekomt, ons als parlementen in dit land, om erop te wijzen dat verspilling van medicatie en contraceptie niet de lijn is die wij willen volgen. Heel wat vrouwen hebben nood aan die medicatie en aan contraceptie. 1,4 miljoen vrouwen zouden geholpen kunnen worden. 362.000 ongewenste zwangerschappen zouden we kunnen voorkomen. Dat is al een hele lijst. Ook meerdere abortussen zouden vermeden kunnen worden.

Daarom krijgt u vanuit onze fractie alle steun voor de acties die u hebt ondernomen.

Caroline Désir:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse circonstanciée ainsi que pour vos démarches en vue de trouver une solution dans ce dossier, malgré la complexité juridique que vous nous rappelez. Merci aussi de nous confirmer que le stock de contraceptifs n'a, à ce stade, pas été détruit, même si on ignore les conditions dans lesquelles ces contraceptifs sont aujourd'hui conservés.

Je vous ai bien entendu plus tôt dans la journée vous inquiéter au sujet des attaques de plus en plus inquiétantes, fréquentes, pour ne pas dire, décomplexées, sur le plan international, aux droits des femmes, des minorités, mais aussi à la santé reproductive et sexuelle. Ces reculs significatifs en matière de protection des femmes m'inquiète aussi très fortement.

Je pense, monsieur le ministre, que nous sommes, ici, face à un dossier emblématique, où nous pouvons faire entendre une voix de résistance belge en la matière et où nous pouvons faire la différence en matière de protection de la santé des femmes, voire parfois en sauvant la vie de nombreuses femmes. C'est bien ce que Médecins du Monde avait pointé.

Vous l'aurez compris, monsieur le ministre, il est indispensable que vous soyez l'allié des femmes dans ce dossier que nous allons continuer à suivre avec toute l'attention nécessaire.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Il est, en effet, très utile de savoir enfin que ces stocks n'ont pas encore été détruits et j'espère qu'ils ne le seront pas. J'entends quand même qu'il y a eu des déplacements et des mouvements. J'imagine à quel point ces négociations doivent être extrêmement compliquées vu la bataille idéologique menée aujourd'hui par les É tats-Unis contre les droits sexuels et reproductifs. Je pense que ce doit être particulièrement ardu. Néanmoins, nous ne pouvons capituler face à cette guerre que mène Trump et son administration contre les droits des femmes, les droits des personnes LGBTQIA+ et contre les populations du Sud. Aujourd'hui, ces stocks peuvent sauver la vie de centaines de milliers de personnes dans certains pays. Ils peuvent permettre à des millions de femmes d'avoir accès à des contraceptifs dont elles ont cruellement besoin. C'est une question de vie ou de mort. Aussi devons-nous aujourd'hui, avec d'autres, nous lever contre cette décision complètement abjecte de détruire pour 10 millions de dollars de contraceptifs, qui sont encore totalement utilisables, et ouvrir la voie vers une véritable résistance face à cette idéologie. Présidente: Els Van Hoof. Voorzitster: Els Van Hoof. Nous n'avons pas le choix, je pense. Au-delà des leviers que vous avez évoqués, il y en a, selon moi, d'autres, comme le fait qu'il n'est en réalité pas tout à fait légal de détruire du matériel médical. Je sais qu'il y a là des pistes qu'il serait judicieux d'exploiter. Il ne faut pas oublier également que cela pourrait créer un précédent très dangereux. Si Donald Trump nous demandait, demain, de détruire des stocks de denrées alimentaires, le ferions-nous? L'heure est à la résistance et il ne faut pas accepter de jouer dans le jeu de ce que Donald Trump nous demande ici. C'est une responsabilité face aux populations du Sud et aux générations futures. De voorzitster : De samengevoegde vragen nr 56007491C van de heer François De Smet en nr 56008455C van de heer Michel De Maegd worden uitgesteld.

De christenvervolging in de DR Congo

Gesteld door

lijst: VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot veroordeelt de ADF-aanval op 9 september in Noord-Kivu (80+ doden tijdens christelijke rouwdienst) als systematisch geweld tegen kwetsbare gemeenschappen en bevestigt dat België via VN en EU al sancties oplegt, diplomatieke druk uitoefent en humanitaire steun versterkt. Ellen Samyn benadrukt dat het om doelbewuste christenvervolging gaat en dringt aan op structurele internationale aandacht en bescherming, waar de minister concrete opvolging belooft.

Ellen Samyn:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

In de nacht van 9 september is het dorp Ntoyo-Mangurujipa in Noord-Kivu, in het oosten van de Democratische Republiek Congo, getroffen door een bijzonder bloedige aanval. Volgens internationale bronnen, waaronder International Christian Concern, vielen strijders van de islamitische rebellengroep Allied Democratic Forces (ADF) een rouwdienst aan. Daarbij werden meer dan zeventig mannen, vrouwen en kinderen gedood.

Wat begon als een ingetogen bijeenkomst voor een overleden dorpsgenoot, eindigde in een massamoord. Naast de slachtoffers werden ook huizen, voertuigen en andere bezittingen in brand gestoken. Lokale autoriteiten benadrukken dat dit kadert in het gekende patroon van terreuraanslagen door de ADF: angst zaaien, verwoesting aanrichten en kwetsbare gemeenschappen intimideren.

Deze aanval volgt amper enkele weken na een gelijkaardig bloedbad in Bandulu. Er lijkt dus sprake van een systematisch patroon, waarbij christelijke dorpen en gemeenschappen in Noord-Kivu doelwit zijn. Hulporganisaties, waaronder het Rode Kruis, waren ter plaatse om lichamen te bergen en noodhulp te verlenen.

Graag verneem ik van de minister:

Hoe beoordeelt u deze terreuraanslag in Noord-Kivu en de bredere context van herhaald ADF-geweld tegen christelijke gemeenschappen?

Is België in multilaterale fora, zoals de VN en de EU, bereid om meer aandacht te vragen voor de terreurdreiging die van de ADF uitgaat?

Hoe volgt onze diplomatieke vertegenwoordiging in de regio deze problematiek op, en op welke manier wordt er samengewerkt met lokale en internationale partners?

Overweegt u bijkomende diplomatieke of humanitaire initiatieven naar aanleiding van deze aanval?

Maxime Prévot:

Mevrouw Samyn, de aanval van 9 september in Noord-Kivu, waarbij meer dan 80 burgers werden vermoord door de Allied Democratic Forces, is een volstrekt weerzinwekkende daad. Ik heb dat ook met zoveel woorden beklemtoond in een publieke verklaring op X. De aanval door ADF tegen onschuldige burgers is, net zoals de vele aanvallen de voorbije maanden en jaren, afschuwelijk en dient ten strengste veroordeeld te worden.

België vestigt geregeld de aandacht van de internationale gemeenschap op de situatie in de DRC en pleit ervoor dat die op de agenda van internationale fora blijft. België dringt in de verschillende internationale fora ook reeds enige tijd aan op een nauwe opvolging van de dreigingen die uitgaan van de ADF, zowel op het niveau van de Verenigde Naties als op Europees niveau.

De voorbije jaren heeft de EU, op initiatief van België, ook individuele sancties opgelegd aan personen die behoren tot de verschillende partijen betrokken bij het conflict in Oost-Congo, waaronder leden van de ADF. Daarnaast zijn er op VN-niveau eveneens sancties opgelegd tegen de ADF en meerdere van de leden ervan.

Onze diplomatieke vertegenwoordiging in de regio volgt de problematiek van de ADF nauw op, met regelmatige contacten met de lokale politiek en veiligheidsactoren, maar evenzeer met internationale partners op het terrein, zoals de Verenigde Naties via de vredeshandhavingsmissie MONUSCO.

We zullen de kwestie nauwgezet blijven opvolgen, zowel via onze diplomatieke vertegenwoordiging in de regio als in Brussel. Op humanitair vlak blijft België aandacht hebben voor de dringende noden van de bevolkingsgroepen die getroffen zijn door het geweld in het oosten van Congo.

België steunt de inspanningen van de plaatselijk actieve humanitaire organisaties die partner zijn van België, hulp aan de slachtoffers verlenen, de gewonden verzorgen en in de basisbehoeften van de getroffen gemeenschappen voorzien. Op het moment overwegen we bijkomende initiatieven, zowel diplomatiek als humanitair, om onze steun aan kwetsbare bevolkingsgroepen te versterken en bij te dragen aan een gecoördineerde internationale respons op de crisis.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank u dat u zich uitspreekt tegen het geweld. De aanval in Noord-Kivu, waarbij meer dan tachtig mensen tijdens een rouwdienst werden afgeslacht, toont opnieuw de gruwel van de ADF. Het betreft geen blind geweld, maar een doelbewuste christenvervolging. Kerken worden aangevallen, dorpen verwoest en christelijke gemeenschappen systematisch geviseerd. Daarbij mogen we het bredere plaatje niet uit het oog verliezen: wereldwijd neemt christenvervolging niet alleen kwantitatief toe, maar ook in de intensiteit van het geweld. Alsmaar meer christenen worden vervolgd, opgesloten of vermoord voor hun geloof. Mijnheer de minister, ik reken erop dat u die problematiek op de internationale agenda blijft zetten en dat u zich blijft inzetten voor concrete steun en betere bescherming van de getroffen gemeenschappen.

De evacuatie van niet-Belgen uit Palestina
De evacuatie van Palestijnen op humanitaire gronden
Evacuatie van buitenlanders en Palestijnen uit conflictgebieden

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België evacueerde sinds oktober 2023 775 personen uit Gaza (waarvan 131 Belgen), met focus op kerngezinnen van erkende vluchtelingen en Belgische burgers, na strenge veiligheidsscreening—geen uitsluitingen om veiligheidsredenen. Momenteel staan 230 van de 500 geplande evacuaties (vooral vluchtelingen met verblijfsrecht) nog uit, afhankelijk van Israëlische en Jordaanse toestemming, met logistieke knelpunten sinds sluiting Rafah. Medische evacuaties moeten tijdelijk blijven, zonder automatische vluchtelingenstatus, benadrukt Huybrechts. Prévot bevestigt de complexiteit en prioriteit voor kwetsbare groepen, maar beperkt acties tot haalbare evacuaties via Kerem Shalom/Jordanië.

Britt Huybrechts:

België heeft een veertigtal personen uit de Gazastrook geëvacueerd. Dat heeft FOD Buitenlandse Zaken vrijdag 8 augustus bekendgemaakt. De groep, naar verluidt vooral bestaande uit kinderen, kwam op 7 augustus in België aan.

Ongeveer vijfhonderd personen staan op de evacuatielijst van dit land. Het gaat om Belgische burgers en erkende vluchtelingen: mensen met een geldig visum of een verblijfsvergunning voor België. Daarnaast hebben ook de partner en kinderen van Belgen recht op hulp van de Belgische overheid om te worden geëvacueerd.

Dit is niet de eerste evacuatieronde.

Hoeveel niet-Belgen werden in 2024 en 2025 intussen naar België overgebracht? Graag een opsplitsing per verblijfsstatus.

Werden deze niet-Belgen bijkomend gescreend door uw diensten en door de veiligheidsdiensten?

Zijn er niet-Belgen die op de evacuatielijst staan, die omwille van veiligheidsredenen of openbare ordeproblemen, alsnog niet overgebracht werden? Zo ja, over hoeveel personen gaat het en om welke redenen?

Wat betreft de geëvacueerde erkende vluchtelingen:

Hoeveel erkende vluchtelingen waren 'ongeoorloofd' in Palestina (cf. de problematiek van de zogenaamde vakantiegangers)?

Wat zal u doen met het statuut van deze personen?

Hoeveel niet-Belgen staan er nog op de evacuatielijst? Graag een opsplitsing per verblijfsstatus.

Maxime Prévot:

Je vous remercie madame Huybrechts. Je vais apporter des éléments de réponse à vos questions, mais aussi à celles de Mme Maouane.

Ik geef graag een stand van zaken over het dossier van de evacuaties uit Gaza, met dank voor uw vraag.

Tout d’abord, je tiens à rappeler que faire sortir un maximum d’enfants, de femmes et d’hommes de l’enfer de Gaza demeure une priorité absolue pour nous. Mes équipes, tant au centre de crise du SPF Affaires étrangères à Bruxelles que dans nos postes diplomatiques à Jérusalem et Amman, s’investissent sans relâche pour rendre ces évacuations possibles.

Sinds maart van dit jaar hebben wij 298 personen uit Gaza geëvacueerd, waarvan 37 Belgen en hun kerngezinsleden. Dat brengt het totaal aantal geëvacueerde personen sinds oktober 2023 op 775, waarvan 131 met de Belgische nationaliteit.

Al die personen werden gescreend door onze nationale veiligheidsdiensten. Noch op de huidige evacuatielijst, noch op de voorgaande lijsten, staan personen die vanwege van problemen inzake veiligheid of de openbare orde niet naar België kunnen of konden worden overgebracht.

Mes équipes mènent ces évacuations dans des conditions très difficiles. Elles sont confrontées à des défis énormes sur les plans sécuritaire, opérationnel, administratif et politique.

Une évacuation ne s’improvise pas, c’est une opération complexe qui exige une préparation longue et intense. Dans ce contexte, nous n’avons d’autre choix que de concentrer nos efforts et nos moyens.

Le gouvernement a donc décidé, pour l’instant, de se focaliser sur une liste fixe de 500 personnes. Il s’agit presque exclusivement de membres de familles nucléaires de réfugiés reconnus en Belgique. À ce jour, 230 personnes figurant sur cette liste restent encore à évacuer.

Il convient de rappeler que chaque évacuation nécessite l’accord préalable des autorités jordaniennes et israéliennes. Une évacuation n'est dès lors possible que quand ces dernières l'autorisent – et n’est donc malheureusement pas possible quotidiennement, mais uniquement de manière périodique.

Depuis la fermeture du poste frontière de Rafah, début 2024, les évacuations ont lieu via le poste frontière de Kerem Shalom et à travers la Jordanie.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik zal het nog eens herbeluisteren, want ik heb niet alles kunnen noteren. Het is goed om te weten dat mannen, vrouwen en kinderen naar hier worden gehaald. Ik hoop dat de focus natuurlijk ligt op de mensen die het nodig hebben. Met betrekking tot de medische evacuaties hoop ik dat die mensen, als ze genezen zijn, naar veilige zones worden teruggebracht en dat ze niet, via de medische evacuatie, heel gemakkelijk een Belgisch vluchtelingenstatuut kunnen krijgen.

De audit van het OCMW van Anderlecht
De audit van de POD Maatschappelijke Integratie over het OCMW van Anderlecht
Controle van het OCMW Anderlecht door auditdiensten

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De audit van POD MI onthult zware structurele tekortkomingen bij OCMW Anderlecht: ontbrekende procedures, fraude met fictieve data, gebrek aan toezicht, overbelaste maatschappelijk werkers en onterechte uitkeringen, wat 18.000 kwetsbare cliënten en het vertrouwen in het sociale systeem ondermijnt. Minister Van Bossuyt bevestigt drastische maatregelen (extra controles, samenwerking met justitie, uitbreiding inspectieteam) en dringt aan op versnelde gewestelijke audits (nu bij GGC, maar te traag) naar Vlaams model, maar benadrukt dat herstel jarenwerk vraagt en samenhangend optreden met Brussel en Wallonië essentieel is. Parlementsleden Samyn en Raskin eisen snelle, transparante opvolging van de auditbevindingen—met duidelijke deadlines—en een breed preventief onderzoek naar andere OCMW’s om herhaling te voorkomen, terwijl het gerechtelijk onderzoek (arbeidsauditoraat) en politieke verantwoordelijkheid (cliëntelisme, wanbeheer) centraal staan. De crisis in Anderlecht dient als waarschuwing voor het hele land, met vertrouwenherstel en betere dienstverlening als absolute prioriteit.

Ellen Samyn:

Mevrouw de minister, uit een recent gepubliceerde audit van de POD MI over het OCMW van Anderlecht blijkt dat er ernstige tekortkomingen zijn in de werking. Interne procedures ontbreken of zijn verouderd. Maatschappelijk werkers worden onvoldoende begeleid. Dossiers worden niet of gebrekkig opgevolgd. Fictieve data zouden zelfs worden gebruikt om wettelijke termijnen te omzeilen.

Hoewel het OCMW maatregelen aankondigt en de minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest oproept om in te grijpen, blijft de situatie bijzonder zorgwekkend, zeker in een gemeente waar 18.000 mensen afhankelijk zijn van het OCMW.

Mevrouw de minister, ik heb een aantal vragen voor u. Hoe beoordeelt u de huidige situatie in Anderlecht in het licht van goed bestuur en een correcte besteding van federale middelen? Acht u het aangewezen dat er bijkomende federale controlemechanismen komen om herhaling elders te voorkomen? U stelde zich enkele maanden geleden burgerlijke partij in het onderzoek naar mogelijke fraude bij het OCMW van Anderlecht. Wat is daar de stand van zaken en overweegt u naar aanleiding van de audit van de POD MI bijkomende stappen? En ten slotte, hoe garandeert u dat kwetsbare burgers in Anderlecht ondanks deze problemen de steun krijgen waarop ze recht hebben?

Wouter Raskin:

Indien er geen bezwaar is, sluit ik hier vanop deze stoel aan. (Instemming)

Ik verwijs naar dezelfde audit van de POD MI, die bevestigt wat wij eigenlijk al langer wisten, namelijk dat er bij het OCMW van Anderlecht heel wat misloopt.

Dat gaat van verouderde tot onbestaande procedures, slechte begeleiding van maatschappelijke assistenten en gebrekkige controle op de besteding van de middelen – en dan blijf ik nog beleefd door mij daartoe te beperken. Eén vraag, welk gevolg hebt u al gegeven of zult u nog geven aan de ernstige tekortkomingen die daarin naar voren komen?

Alvast dank voor uw antwoord.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Raskin, mevrouw Samyn, de opvolging van het OCMW van Anderlecht blijft een absolute prioriteit. Specifiek voor dit OCMW zijn binnen mijn bevoegdheidsdomein al verschillende maatregelen genomen.

De inspectiedienst van de POD MI heeft bijkomende inspecties van sociale dossiers uitgevoerd, die een aantal tekortkomingen bevestigen die in de VRT-reportage aan het licht werden gebracht. Er werden controles uitgevoerd op de sociale dossiers van het Sociaal Gas- en Elektriciteitsfonds en op het gebruik van de begeleidingssubsidie voor mensen onder tijdelijke bescherming. In maart werd bovendien een audit uitgevoerd op de interne processen met betrekking tot subsidies van de federale overheid. Ook deze audit bracht tekortkomingen aan het licht, zoals een gebrek aan transparantie bij aanvragen en slordigheden in de verwerking van dossiers van eerste aanvragers. Daarnaast worden de wettelijke termijnen niet altijd gerespecteerd. De continuïteit van de dienstverlening is niet gewaarborgd door de afwezigheid van maatschappelijk werkers en er bestaat geen overzicht van het aantal dossiers dat elke maatschappelijk werker beheert, waardoor een gelijkmatige verdeling van de werklast ontbreekt.

De auditors constateerden eveneens een gebrek aan interne controle en toezicht, waardoor fouten worden gemaakt bij de verwerking van dossiers. Er is een tekort aan leidinggevenden die toezicht houden op de maatschappelijk werkers, die bovendien gebukt gaan onder een enorme werklast. De maatschappelijke werkers beschikken niet over de middelen die nodig zijn voor een goed dossierbeheer en voor het delen van kennis.

Président: Denis Ducarme.

Voorzitter: Denis Ducarme.

Naast deze risico's rond het interne beheer, constateerden de auditeurs ook een gebrek aan opvolging van waarschuwingen, herinneringen, mutaties en knipperlichten, waardoor begunstigden mogelijk onterecht worden betaald. Met andere woorden, het OCMW in Anderlecht functioneert niet. De POD Maatschappelijke Integratie benadrukte dat het OCMW moet werken aan betere interne procedures, het beheren van de werkdruk door het aantal dossiers per maatschappelijk werker in de gaten te houden, hun betere ondersteuning te bieden in de aanloop naar het bijzonder comité en te zorgen voor continuïteit van de dienstverlening met tijdschema's en een beter zicht op aanvragen. Dit moet gepaard gaan met een grotere betrokkenheid van het management bij de taken van de maatschappelijk werkers.

Er werd aangedrongen op onmiddellijke, corrigerende maatregelen door het OCMW. De POD MI volgt het OCMW intensief op, maar handelt uiteraard binnen de eigen beperkte bevoegdheden. We kunnen de bevindingen van de parlementaire werkgroep, die na meer dan 60 uur aan intensieve getuigenissen spreekt over politiek cliëntelisme en fraude, niet negeren.

Ik heb minister-president Rudi Vervoort, als voorzitter van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), die toezicht houdt op de Brusselse OCMW's, gewezen op de vaststellingen van de inspecties, de audits en de parlementaire werkgroep. Ik heb hem verzocht om passende maatregelen te nemen ten aanzien van het OCMW van Anderlecht.

Na overleg tussen onze kabinetten blijkt dat de GGC nu zelf een audit heeft besteld bij een extern bureau. Ik heb vernomen dat die audit één jaar zou lopen. Dat vind ik bijzonder lang. Ik twijfel niet aan de capaciteiten van het bureau in kwestie, maar zij hebben niet het mandaat om verregaande onderzoeksdaden te stellen, zoals het uitlezen van mailboxen. Ik pleit er dan ook voor dat in Brussel, maar ook in Wallonië, de gewestelijke auditinstanties hun activiteiten eveneens kunnen toespitsen op de lokale besturen en met verregaande onderzoeksmogelijkheden, net zoals Audit Vlaanderen dat kan in Vlaanderen.

De voorzitter van de parlementaire werkgroep, de heer Ducarme, heeft het parket ingelicht over uw bevindingen. Ik heb mij onmiddellijk burgerlijke partij gesteld, mocht het tot een gerechtelijk onderzoek komen. Mijn kabinet nam onlangs contact op met het parket, omdat onze brieven daarover onbeantwoord bleven.

Men kan zich slechts burgerlijke partij stellen als er daadwerkelijk een onderzoek loopt. De procureur van Brussel, Julien Moinil, liet daarop weten dat het dossier inmiddels bij het arbeidsauditoraat zit. We hebben met de procureur zelf contact opgenomen, die onmiddellijk antwoordde en meldde dat het dossier is overgedragen aan het arbeidsauditoraat.

Zoals u weet, ga ik aan de slag met de aanbevelingen van de parlementaire werkgroep en zal ik de controle- en sanctieketen versterken, onder meer door vroegtijdige waarschuwingsmechanismen te ontwikkelen. Ik heb ook voorgesteld om het inspectieteam uit te breiden in de begroting van 2026, die momenteel in opmaak is. Er zijn contacten gelegd met de federale audit- en controleorganen – in het bijzonder de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) –, maar ook met regionale instanties zoals de GGC en Audit Vlaanderen, om synergiën tussen de verschillende diensten te ontwikkelen. De samenwerkingen zijn erop gericht de informatie-uitwisseling tussen de diensten te versterken, zodat er sneller kan worden geschakeld bij signalen.

Mevrouw Samyn, in antwoord op uw vraag over de toegang tot maatschappelijke dienstverlening voor kwetsbare groepen in de gemeente Anderlecht, wijs ik erop dat de gegevens van maart 2025 aangeven dat 5.875 personen recht hebben op maatschappelijke integratie. Onder hen ontvangen 5.407 personen een leefloon en 1.777 personen maatschappelijke hulp van het OCMW van Anderlecht. Die gegevens vindt u ook online terug op de Barometer voor Maatschappelijke Integratie.

Die gegevens zijn ook online terug te vinden op de Barometer voor Maatschappelijke Integratie. Er worden ook initiatieven genomen voor de aanwerving en opleiding van maatschappelijke werkers en dat volgen we uiteraard van nabij op.

De situatie binnen het OCMW van Anderlecht kan niet langer voortduren, noch voor de aanvragers die steun nodig hebben van het OCMW, noch voor de maatschappelijk werkers die werken in een boot zonder kapitein aan boord, noch voor de subsidiërende overheden, zoals de federale overheid, die een gebrek aan opvolging van dossiers vaststelt, met betalingen van nutteloze subsidies aan het OCMW tot gevolg, die tijdens een controle achteraf door de inspectie moeten worden gerecupereerd.

Met zijn wanbeheer brengt het OCMW van Anderlecht bovendien alle OCMW's in diskrediet en heeft het het gebrek aan vertrouwen van onze burgers in de overheid vergroot. Daarom wil ik streng optreden en samen met andere bevoegde overheden de nodige maatregelen nemen, zodat de interne tekortkomingen, waarvan sommige nauw verband houden met de gewestelijke bevoegdheden, onmiddellijk kunnen worden gecorrigeerd.

Ik sta uiteraard tot uw beschikking voor een regelmatige opvolging van het dossier.

Wouter Raskin:

U hebt veel zaken aangegeven waarmee ik het eens ben. Ik ga die niet allemaal overlopen en bevestigen. Hoe schandelijk en pijnlijk is echter de conclusie van de audit van de POD MI dat het OCMW van Anderlecht niet functioneert? Ik zou mijn gezicht niet meer durven laten zien op straat. Het is een pure schande dat dat de conclusie moet zijn.

U koppelt daar uw eigen conclusie aan, namelijk dat de opvolging van het OCMW van Anderlecht prioritair blijft. Ik ben blij dat u dat zegt. Dat zal grondig moeten gebeuren. We hebben allemaal geleerd tijdens de vele uren hoorzitting dat het daar grondig en structureel fout zit en dat lost men natuurlijk niet in één, twee, drie op.

Ik ben verheugd te horen dat de GGC nu zelf ook een audit gaat uitvoeren. Ik ben echter even verbaasd als u dat die een jaar moet duren. Wat daarachter zit, is mij niet helemaal duidelijk.

U houdt een terecht pleidooi – ik heb enige ervaring, ook met het lezen van auditverslagen van Audit Vlaanderen – ten aanzien van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië om de werkwijze van Audit Vlaanderen over te nemen, want dat is echt top en vakwerk.

Ik ben vooral blij voor alle cliënten die door de gebrekkige werking zijn benadeeld en voor de maatschappelijke assistenten die moesten functioneren op een toxische werkvloer. Het is dan ook positief dat het parket bevestigt dat er nu een onderzoek bij het arbeidsauditoraat loopt. Ik hoop dat gerechtigheid zal geschieden. Er zijn mensen die een serieuze straf of een blaam verdienen.

Verder zal ik opvolgen in welke mate u de aanbevelingen van de parlementaire werkgroep opvolgt.

Ellen Samyn:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw zeer duidelijke en volledige antwoord.

We zijn bijna een jaar na de onwaarschijnlijke reportage van Pano en de audit naar het OCMW van Anderlecht onthult opnieuw welke bijzondere en ernstige problemen er bestaan in Anderlecht. We spraken eerder over een gebrek aan interne controle, onvoldoende transparantie en fouten bij de toekenning van steun. Dat ondermijnt niet alleen het vertrouwen in dat OCMW, maar ook in het hele sociale vangnet. U wees daar in uw antwoord ook op. Het is daarom essentieel dat de aanbevelingen uit de audit niet in een lade verdwijnen, maar daadwerkelijk worden opgevolgd met duidelijke termijnen. Ik reken op uw engagement.

Ik hoop tevens dat bij andere OCMW's preventief wordt nagegaan of soortgelijke tekortkomingen bestaan. De audit mag geen op zichzelf staand geval blijven, maar moet een wake-upcall zijn om overal transparantie en correcte procedures af te dwingen. Het is positief dat u aandringt op audits in Wallonië en Brussel, zoals in Vlaanderen. Ik deel uw mening. Het is goed dat we op regelmatige basis overleggen over de toestand bij het OCMW van Anderlecht. Net zoals de heer Raskin en uzelf vind ik het onwaarschijnlijk dat een audit een jaar moet duren. Beter een audit dan geen audit natuurlijk. Hopelijk wordt er ook echt iets gedaan met onze aanbevelingen vanuit dit Parlement. Ik reken erop dat we hier op regelmatige basis over kunnen blijven overleggen.

Voorzitter:

Madame la ministre, si vous êtes d'accord, je propose que votre réponse soit transmise à l'ensemble des membres du groupe de travail.

Het verbinden van voorwaarden aan de toekenning van het leefloon aan vluchtelingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz kritiseert het plan om het integratie-inkomen voor vluchtelingen gedeeltelijk afhankelijk te maken van "inschattingscriteria voor integratie", wijzend op risico’s op stigmatisering, willekeur, en uitholling van sociale rechten, vooral door gebrek aan toegankelijke integratietrajecten (wachtlijsten, sluiting lokale initiatieven) en onvoldoende rekening met kwetsbaarheden. Minister Van Bossuyt benadrukt een "plicht tot integratie" (taal, werk, participatie) met regionale uitvoering en mogelijke inkomenverlaging bij non-participatie, maar belooft rekening te houden met individuele belemmeringen—zonder concrete garanties tegen discriminatie of capaciteitsproblemen. Schlitz ontkracht dit als hypocriet beleid dat integratie actief bemoeilijkt (door centralisatie, bezuinigingen) en vluchtelingen de schuld geeft, terwijl het extreemrechtse retoriek voedt. De minister reageert niet op de beschuldiging van stigmatisering.

Sarah Schlitz:

La Belgique accueille chaque année des milliers de réfugiés, fuyant la guerre, les persécutions ou des crises humanitaires graves. Ces personnes, souvent fragilisées par des parcours traumatisants et confrontées à des difficultés économiques et sociales majeures, dépendent du revenu d’intégration sociale non seulement comme filet de sécurité vital, mais aussi comme condition sine qua non pour amorcer leur insertion dans la société belge.

Vous avez annoncé envisager de conditionner l’octroi d'une partie de ce revenu à un "degré estimé d’intégration".

Une telle mesure soulève des interrogations sérieuses sur ses objectifs réellement poursuivis, sur sa faisabilité concrète, sur l’impact sur des populations déjà vulnérables et le risque manifeste de plonger des familles dans la précarité ou l’exclusion.

Plus encore, cette approche introduit une distinction arbitraire entre bénéficiaires selon leur statut (qu'ils soient bénéficiaires de la protection subsidiaire, de la protection internationale ou non) ou leur capacité à se conformer à des critères d’intégration, posant de graves questions d’équité, de cohésion sociale et de respect des droits fondamentaux garantis par la législation nationale et les conventions internationales.

En cela, madame la ministre, je souhaiterais connaitre votre position à plusieurs égards :

Quels critères précis seront retenus pour déterminer si un réfugié satisfait aux exigences d’intégration? Ces critères seront-ils adaptés aux situations individuelles, notamment en cas de vulnérabilité (handicap, traumatismes, obligations familiales)?

Quels mécanismes de recours seront prévus pour les réfugiés estimant avoir été évalués de manière injuste ou sanctionnés à tort? Si de tels dispositifs existent, comment garantira-t-on leur réelle accessibilité, compte tenu des obstacles administratifs et linguistiques auxquels cette population est confrontée?

Comment le contrôle de la participation et de l’effort d’intégration sera-t-il mis en œuvre concrètement? Quels mécanismes d’accompagnement seront prévus pour aider les bénéficiaires à atteindre ces exigences?

Quelles garanties seront mises en place pour éviter toute discrimination entre réfugiés et autres bénéficiaires du revenu d’intégration, ou entre différents groupes de réfugiés?

N’estimez-vous pas qu’une telle politique constitue un facteur de stigmatisation, en ce qu’elle rend les réfugiés "responsables" de leur précarité en raison de critères d’intégration subjectifs?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Schlitz, dans l'accord de gouvernement, nous avons prévu que les réfugiés reconnus ayant droit au revenu d'intégration doivent suivre un parcours d'intégration renforcé, en collaboration avec les entités fédérées. Dans le cas contraire, leur revenu d'intégration sera réduit.

En ce qui concerne les bénéficiaires de la protection subsidiaire et les personnes temporairement déplacées, elles pourront compléter leur revenu d'intégration réduit par des primes basées sur leur effort d'intégration.

L'intégration relève de la compétence des Communautés. Le revenu d'intégration est lié aux connaissances linguistiques, à l'intégration et aux efforts pour trouver un emploi. Les conditions concrètes sont déterminées par les entités fédérées. Le gouvernement fédéral se limite à définir le cadre général et offre ainsi une incitation aux entités fédérées pour renforcer les efforts d'intégration des nouveaux arrivants.

Il appartient ensuite aux Régions de mettre en œuvre cet instrument. Un dialogue est cependant nécessaire car une application asymétrique pourrait entraîner des effets indésirables. Cette semaine, mon cabinet consulte les cabinets régionaux compétents. Les modalités concrètes, notamment en ce qui concerne les possibilités professionnelles et le contrôle de la participation, seront ensuite élaborées.

Nous attendons des nouveaux arrivants qu'ils s'investissent pleinement pour participer activement à notre société. En même temps, les critères tiendront compte des vulnérabilités individuelles, telles que les problèmes de santé, afin que personne ne soit exclu de manière déraisonnable.

Ainsi l'équilibre est recherché entre droits et devoirs: la garantie d'un filet social, d'une part, et la responsabilité de s'intégrer, d'autre part. L'objectif de cette politique n'est pas la stigmatisation mais le renforcement des chances de participation pleine et entière à la société.

Sarah Schlitz:

Votre réponse me donne déjà quelques éléments.

C'est du côté des Régions que les critères vont être définis. En réalité, ce qui me revient du terrain est que quand des personnes s'inscrivent pour avoir des cours de français – puisque je suis du côté francophone –, il y a des listes d'attente, et ces personnes attendent parfois pendant plusieurs mois pour accéder à ces parcours d'intégration. Je pense donc, madame la ministre, que vous utilisez de faux prétextes pour poursuivre votre stigmatisation des personnes issues de l'immigration et qui cherchent en fait à s'intégrer chez nous. En réalité, vous choisissez d'ignorer le fait qu'aujourd'hui, il n'y a pas assez de moyens et pas assez de place dans les parcours d'intégration, tout simplement. Je vous invite à monitorer cet aspect-là et, vous verrez, vous serez surprise.

Vous nous dites vouloir que les personnes qui viennent ici s'intègrent. Mais que faites-vous? Vous décidez de fermer les initiatives locales d'intégration, qui sont des structures de petite taille dans les milieux urbains ou dans les cœurs de village, qui permettent à des familles réfugiées de s'intégrer dans la vie locale, de créer des liens sociaux etc. Vous les fermez au profit de grands centres, situés en dehors des collectivités et en dehors des milieux urbains. Donc, en fait, l'exclusion, c'est vous qui la créez, avec d'une part des discours stigmatisants et, d'autre part, avec des politiques qui visent à exclure et à empêcher que le lien social se crée. Avant de venir raconter que ce sont les personnes qui ne veulent pas s'intégrer, posez-vous la question des politiques que vous mettez en place. Elles bloquent l'intégration de ces personnes qui ne demandent qu'une chose, c'est de travailler ici, de voir leurs enfants aller à l'école et être en sécurité avec un toit au-dessus de la tête. C'est cela que ces personnes veulent.

Je pense que vous devriez dès maintenant vous inscrire dans une politique rationnelle en matière d'immigration. Les sondages montrent que le Vlaams Belang est en tête en Flandre. C'est avec des discours comme le vôtre qu'on arrive à des résultats comme celui-là. Poursuivre cette fuite en avant après le Vlaams Belang est une extrêmement mauvaise idée, madame la ministre, aussi bien pour les personnes concernées que pour votre score électoral.

Voorzitter:

Stigmatisez-vous des gens, madame la ministre? Voulez-vous réagir? (Non)

Sarah Schlitz:

Elle est d'accord. La réunion publique de commission est levée à 15 h 10. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.10 uur.

De volwaardige erkenning van Palestina bij het IMF en de Wereldbank

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kondigde de erkenning van Palestina aan tijdens de VN-top, maar stelt deze formele erkenning via koninklijk besluit uit tot alle Hamas-gijzelaars zijn vrijgelaten en Hamas uit het Palestijnse bestuur is geweerd. Pas daarna zal België pushen voor volwaardig IMF- en Wereldbank-lidmaatschap voor Palestina, hoewel Jambon ontkent nu actief verzet te bieden. Almaci kritiseert de voorwaardelijke erkenning als te zwak en contraproductief, omdat Palestina dringend economische steun nodig heeft en België’s houding geen duidelijk signaal geeft voor een tweestatenoplossing.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de minister, op 2 september besloot de federale regering om na de eigen erkenning aan te zullen dringen op de volwaardige erkenning van Palestina bij het IMF en de Wereldbank, zodat Palestina op alle mogelijke vlakken toegang krijgt tot de nodige macro-economische en monetaire steun. Dat zal immers nodig zijn, wil het land opkrabbelen als de oorlog is beëindigd. De Belgische vertegenwoordigers bij die instellingen vallen onder uw bevoegdheid.

Ik heb de volgende punctuele vragen. Ten eerste, op welk moment gaat de eigen erkenning waarvan sprake is, in? Is dat bij de ondertekening van de New York Declaration , de politieke erkenning via een koninklijk besluit of de praktische erkenning en de operationalisering van de diplomatieke betrekkingen nadat aan de doelstelling van de New York Declaration werd voldaan?

Ten tweede, betekent het dat u zich op het moment nog verzet tegen het volwaardige lidmaatschap van Palestina van het IMF en de Wereldbank? Als dat het geval is, dan zal dat heel wat mogelijke macro-economische steun en monetaire steun voor de Palestijnse Autoriteit tegenhouden. Als dat inderdaad het geval is, wat is de reden voor uw verzet tot op heden tegen het volwaardig lidmaatschap van Palestina van die organisaties?

Jan Jambon:

Mevrouw Almaci, ons land sloot zich vorige week aan bij een groep landen die de erkenning van de Palestijnse Staat hebben aangekondigd in de marge van de high level week van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Dat was een krachtig diplomatiek en politiek signaal.

Omdat we ons bewust zijn van het trauma dat de Israëli hebben ervaren na de terroristische aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, zal België de erkenning van de Palestijnse Staat pas bij koninklijk besluit formaliseren zodra de laatste gijzelaar is vrijgelaten en terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina zijn verwijderd.

Aan die voorwaarden is thans jammer genoeg nog niet voldaan, waardoor de formalisering nog niet aan de orde is. Na de eigen erkenning zal de federale regering aandringen op de volwaardige erkenning van Palestina bij het IMF en de Wereldbank, zoals is afgesproken in het akkoord van het federale kernkabinet.

Er is op heden dus geen sprake van enig verzet of negatieve houding tegen het volwaardig lidmaatschap van Palestina bij beide instellingen. Als Belgisch gouverneur voor de Wereldbank en plaatsvervangend gouverneur voor het IMF volg ik als minister van Financiën de lijnen zoals afgesproken door het federale kernkabinet.

Meyrem Almaci:

Op een bepaald moment werd onze premier in het licht van zijn verklaringen in New York gevraagd of België nu wel of niet had erkend. Zijn antwoord luidde dat het een goede zaak was dat men die vraag stelde. Dat is echter helemaal geen goede zaak. De erkenning is zo voorwaardelijk dat ze een aantal problemen met zich meebrengt, problemen die Palestina op het moment als kiespijn kan missen. Er ontbreekt ook een duidelijk signaal vanuit ons land richting Israël en richting de wereld in verband met de tweestatenoplossing. Ik begrijp dat een en ander via een koninklijk besluit zal verlopen en dat wij nog steeds op die dunne lijn blijven en nog geen volwaardig lidmaatschap van Palestina bij het IMF en de Wereldbank zullen voorleggen, totdat al onze voorwaarden zijn vervuld. Dat is natuurlijk jammer, want ik denk dat het volwaardig lidmaatschap bij het IMF en de Wereldbank meer dan broodnodig is. Ik hoop dan ook dat de arizonaregering van positie verandert.

Israël bij het Europees Investeringsfonds (EIF) en de Europese Investeringsbank (EIB)

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt via de EIB projecten in zowel Israël (€650 mln sinds dec. 2023) als Palestina (focus op economische veerkracht en KMO’s), met controles tegen misbruik door Hamas, maar ontwijkt concrete maatregelen tegen Israël ondanks beschuldigingen van genocide. Minister Jambon benadrukt de tweestatenoplossing en versterkte toezichtsmechanismen, maar Almaci kritiseert het ontbreken van sancties of stopzetting van financiering aan Israël als "schuldig verzuim". België stemde mee met recente EIB-projecten in Israël zonder formeel verzet. Geen duidelijke voorstellen of timing voor strengere actie.

Meyrem Almaci:

Op 2 september heeft de federale regering beslist dat er concrete voorstellen moeten komen rond maatregelen met betrekking tot de activiteiten van het Europees Investeringsfonds en de Europese Investeringsbank in samenwerking met Israël. Als minister van Financiën bent u bevoegd voor de Belgische positie in beide instellingen. U zetelt ook als vertegenwoordiger van ons land in de Raad van Gouverneurs van de Europese Investeringsbank. België is daarnaast ook vertegenwoordigd in de raad van bestuur van de Europese Investeringsbank. Sinds 1981 heeft de EIB in Israël 30 projecten gefinancierd voor een totale waarde van 2,6 miljard euro. Sinds december 2023 zijn er zes nieuw opgestarte financieringen voor een waarde van meer dan 650 miljoen euro, in een context waarbij elke gezaghebbende internationale instantie spreekt over etnische zuivering en genocide.

Welke concrete voorstellen heeft België al gedaan binnen de EIB en EIF, waar u ons vertegenwoordigt, om de situatie aan te pakken en aan te passen aan de context van genocide? Aan welke concrete voorstellen werken u en uw diensten nog op dit moment? Wanneer wilt u deze voorstellen voorleggen aan andere lidstaten en aan het bestuur van de EIB en het EIF? Welke mogelijke maatregelen met betrekking tot de activiteiten ziet u nog? Welke stappen zult u nemen om die te bereiken? Wat was het stemgedrag van de Belgische vertegenwoordiger wat betreft de zes nieuwe financieringen sinds het uitbreken van de oorlog?

Jan Jambon:

Mevrouw Almaci, zoals u terecht aangeeft, heeft de federale regering op 2 september beslist dat er concrete voorstellen moeten komen rond maatregelen met betrekking tot de activiteiten van de EIB en het EIF. In een context van extreme polarisatie kiest de EIB ervoor om zowel in Israël als in Palestina actief te zijn om haar status als betrouwbare partner voor beide partijen te waarborgen.

In Palestina richt de bank zich voornamelijk op het versterken van de macro-economische veerkracht via leningen aan de privésector, het verbeteren van toegang tot financiering voor micro-ondernemingen en kmo's en het verlichten van het dagelijks leven van de Palestijnse bevolking. Deze activiteiten gaan gepaard met strikte waarborgen om te voorkomen dat middelen worden afgeleid naar terroristische groeperingen, waaronder Hamas. In lijn met de conclusies van de Europese Raad van 26 oktober 2023 is het streven van België, zoals dat van vele andere lidstaten, om initiatieven te steunen die bijdragen aan het welzijn van de bevolking, die op middellange termijn bijdragen aan een duurzame tweestatenoplossing en die het risico op versterking van terroristische groeperingen minimaliseren.

Mijn diensten blijven in nauw overleg en volgen dat nauwgezet op.

Wat betreft de financiering, sinds december 2023 heeft België, samen met de andere aandeelhouders van de bank, een aantal projecten in de regio gesteund, terwijl het de EIB-autoriteit heeft opgeroepen om haar opvolgings- en controlemechanismen te versterken om misbruik van financiering te voorkomen. Alle projecten zijn terug te vinden op de website van de EIB met de nodige toelichting. Besluiten binnen de EIB worden doorgaans bij consensus genomen, formele stemmingen zijn zeer zeldzaam.

Meyrem Almaci:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

U geeft aan dat de EIB en het EIF actief zijn, zowel in de regio Palestina als in Israël en dat zij een betrouwbare partner willen zijn, maar dat ze macro-economische investeringen doen.

U hebt uitgebreid gesproken over ervoor zorgen dat middelen niet naar terroristische organisaties worden afgeleid, maar u hebt niets gezegd over de situatie met het Israëlische regime, dat momenteel een genocide uitvoert op het Palestijnse volk. Dat is problematisch, zeker op een moment waarop in juli 2025 gezaghebbende Israëlische stemmen hebben gepleit voor het opleggen van verpletterende sancties aan dat regime. Ik had gehoopt dat u daarover iets zou zeggen, maar het is bijzonder teleurstellend te zien dat, zelfs nu overduidelijk is dat er een genocide plaatsvindt, het voor u als minister nog altijd business as usual is. Ondertussen hebt u op een vraag geantwoord dat u gaat bekijken hoe de boycot van producten uit nederzettingen zal worden aangepakt. Ik vind dat opmerkelijk en het is op zijn minst schuldig verzuim.

Voorzitter:

De vraag nummer 56008279C van de heer Tas wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

De asielopvang in Bree

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt ontkent plannen voor asielopvang op camping Kempenheuvel in Bree, maar bevestigt dat arbeidsmigranten (behalve seizoensarbeiders/studenten) vrij mogen wonen zolang ze zich inschrijven en aan gemeentelijke voorwaarden voldoen. Europese regels verplichten enkel huisvestingscontrole voor specifieke groepen, met extra crisismaatregelen voor gezinshereniging om hygiëne en veiligheid te garanderen. Van Belleghem stelt de buurt gerust: geen asielcentrum, maar blijft vragen over mogelijke huisvesting van arbeidsmigranten onbeantwoord. Federale vs. Vlaamse bevoegdheden blijven onduidelijk voor arbeidsmigrantenhuisvesting.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, op 26 februari heb ik gevraagd of er asielzoekers opgevangen zouden worden op camping Kempenheuvel in Bree. De ongerustheid van de buurtbewoners hierover is nog altijd niet volledig weggenomen. In de krant stond dat camping Kempenheuvel, nu eigendom van Arden Parks, asielzoekers en/of arbeidsmigranten zou huisvesten. Kunt u uitsluiten dat er een tijdelijk of permanent asielcentrum in Bree, dus ook in camping Kempenheuvel, wordt opgericht?

Naast de geruchten over de asielopvang gaat ook het verhaal rond dat er arbeidsmigranten gehuisvest zouden worden op camping Kempenheuvel. Bent u hiervan op de hoogte? Kunt u dat uitsluiten? Is de wetgeving op dat vlak voldoende strikt? Het betreft allicht deels een Vlaamse bevoegdheid, maar zou u de federale aspecten hiervan kunnen toelichten?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, er zijn voor alle duidelijkheid geen plannen om verzoekers om internationale bescherming tijdelijk onder te brengen op camping Kempenheuvel in Bree.

Alleen voor seizoensarbeiders, studenten en stagiairs vraagt de dienst Vreemdelingenzaken een bewijs van voldoende huisvesting. Die verplichting vloeit voort uit specifieke Europese regelgeving voor die groepen. Voor alle andere arbeidsmigranten is de keuze van domicilie vrij. Zij moeten zich wel inschrijven bij de gemeente en voldoen aan de toepasselijke voorwaarden voor een domicilieadres. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft daar geen verdere bevoegdheid in. Ik wijs erop dat in het kader van de crisismaatregelen voor gezinshereniging ook nieuwe bepalingen zijn ingevoerd betreffende voldoende huisvesting, net om te verzekeren dat de fundamentele normen inzake hygiëne en veiligheid worden gerespecteerd.

Francesca Van Belleghem:

Nu kan ik gelukkig alle mensen die mij hierover hebben gecontacteerd, laten weten dat er geen asielzoekers in Bree zullen worden opgevangen.

De terugkeer van illegale Afghanen
De terugkeer van Syriërs
De uitwijzingen naar landen waar België non-refoulement toepast (waaronder Afghanistan)
De terugkeer van Afghanen en Syriërs
Terugkeer en uitwijzingen van migranten naar risicolanden

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België onderzoekt gedwongen terugkeer naar Afghanistan en Syrië via discrete diplomatieke kanalen, met beperkte resultaten: in 2025 keerden slechts 14 Afghanen vrijwillig terug (op 1.248 uitzetbevelen) en 58 Syriërs (op 614 bevelen), terwijl Duitsland wel concrete uitzettingen realiseert. Minister Van Bossuyt benadrukt Europese samenwerking (met Duitsland/Nederland) en voorzichtige onderhandelingen om juridische (EVRM-art. 3) en praktische risico’s te vermijden, maar kritiek blijft op het trage tempo en gebrek aan transparantie. Vrijwillige terugkeer (171 Syriërs sinds januari 2025) neemt toe dankzij EU-herintegratiesteun, maar gedwongen uitzetting blijft complex door ontbrekende akkoorden. De oppositie eist versnelling en duidelijke afspraken, terwijl de meerderheid het diplomatieke traject verdedigt.

Francesca Van Belleghem:

Het is een beetje ongelukkig dat de vragen zijn samengevoegd.

Mijn eerste vraag gaat over Afghanistan. Afgelopen zomer vertrok vanuit Duitsland voor de tweede keer een vlucht met 81 criminele illegale Afghanen naar Afghanistan. Dat gebeurde met diplomatieke hulp van Qatar. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken kondigde aan dat het daarbij niet zou blijven en voegde er in één adem aan toe dat ook zonder strategische partner, dus rechtstreeks met Afghanistan, een regeling te willen treffen over de terugkeer van illegale Afghanen.

Wat is de concrete stand van zaken met betrekking tot de gedwongen terugkeer naar Afghanistan?

Welke pistes worden onderzocht, zoals bijvoorbeeld de piste van mevrouw Nicole de Moor, die een holle doos bleek te zijn? Hebt u die doos intussen opgevuld?

Hebt u reeds overleg gehad met uw Duitse collega over diens aanpak en verdere plannen?

Acht u een rechtstreekse regeling met Afghanistan wenselijk en/of mogelijk? Of sluit u dat bij voorbaat uit?

Mijn tweede vraag gaat over Syrië. Eind september kondigde dezelfde Duitse minister van Binnenlandse Zaken aan opnieuw regulair en regelmatig te willen overgaan tot effectieve uitzettingen naar Syrië. In eerste instantie zou de focus liggen op criminelen, maar later ook op andere illegale Syriërs. In die laatste groep van illegale Syriërs zou men die Syriërs nemen die geen recht hebben op asiel en die van sociale uitkeringen leven. Met dat doel voor ogen wil hij dit jaar nog een overeenkomst sluiten met Syrië en heeft hij de Duitse federale dienst voor migratie en asiel de opdracht gegeven om de opgeschorte behandelingen van Syriërs gedeeltelijk te hervatten.

Wat zijn uw voornemens met betrekking tot de gedwongen terugkeer van illegale Syriërs?

Hebt u al de nodige contacten gelegd? Heeft er reeds een overleg plaatsgevonden? Zo ja, met welk resultaat?

Hebt u al de opdracht gegeven om voorbereidingen te treffen voor een terugkeer- en uitzettingsprogramma?

Wat is de actuele stand van zaken met betrekking tot de vrijwillige terugkeer van Syriërs?

Maaike De Vreese:

Bij de bespreking van uw beleidsnota hebben we het inderdaad al gehad over de terugkeer naar Syrië en Afghanistan. U gaf toen aan dat de vrijwillige terugkeer naar Syrië een opmerkelijke stijging kende en dat Fedasil verschillende opties onderzocht om de re-integratie daar verder op te starten. Ook binnen de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) werd gedebatteerd over een gecoördineerde Europese aanpak met betrekking tot zowel de vrijwillige als de gedwongen terugkeer van Syriërs.

Daarnaast organiseert Fedasil de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan, ook in eigen beheer. U gaf daarbij aan dat zowel nationaal als Europees verschillende ideeën worden onderzocht om gedwongen terugkeer voor Afghanen mogelijk te maken. Dat, minister, is geen eenvoudige taak, noch voor u, noch voor uw diensten. We zijn ons bewust van de zeer strikte toets van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Aan de andere kant hebben we natuurlijk wel te maken met personen die zware misdrijven hebben gepleegd. Deze regelrechte criminelen moeten het land echt wel verlaten. Ik weet dat u alles in het werk stelt om ook hun terugkeer mogelijk te maken.

Kunt u toelichting geven over de vrijwillige terugkeer van Syriërs? Hoeveel Syriërs zijn er sinds januari 2025 teruggekeerd? Kunt u uitleg geven over de opties voor re-integratie?

Hoe verloopt de informatie-uitwisseling tussen Fedasil en Frontex?

Kunt u toelichting geven over de gedwongen terugkeer van Syriërs en de Europese ontwikkelingen daaromtrent? Welke stappen hebt u genomen om het systeem van gedwongen terugkeer te bespoedigen?

Voor Afghanistan heb ik eigenlijk dezelfde vragen, zowel over de vrijwillige als de gedwongen terugkeer. Hoe verloopt dat op Europees niveau en met de andere lidstaten?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, mevrouw De Vreese, bedankt voor uw vragen.

Ik begin met Syrië. De vrijwillige terugkeer naar Syrië is opnieuw mogelijk sinds 16 januari van dit jaar. Re-integratie via EU-middelen met het EURP (EU Reintegration Programme) is opnieuw mogelijk sinds 1 september, dus exact een maand geleden. De vrijwillige terugkeer vanuit België naar Syrië is al enige tijd mogelijk en neemt toe. Momenteel staat Syrië op de derde plaats wat betreft de nationaliteit van terugkeerders. Sinds 1 januari 2025 zijn 171 personen op vrijwillige basis vertrokken. Mijn diensten onderzoeken de mogelijkheden voor identificatie en gedwongen terugkeer naar Syrië. Tevens hebben onze administraties contacten met Duitsland en Nederland om best practices te delen en om te bekijken hoe in een Europese context kan worden samengewerkt. Mijn diensten hebben ook al overleg gehad met Syrische vertegenwoordigers in België.

Voor Afghanistan onderzoeken we samen met de Dienst Vreemdelingenzaken verschillende pistes om een daadwerkelijke terugkeer te organiseren. De piste die de vorige staatssecretaris naar voren schoof, wordt verder onderzocht. We doen dat achter de schermen en met de nodige discretie. Ik ben ervan overtuigd dat dat de grootste kans op slagen heeft.

Francesca Van Belleghem:

In Duitsland blijkt het wel mogelijk om illegale Afghanen terug te sturen naar Afghanistan. Hier verklaarde u op 16 mei 2025 dat de regering in de luwte voortwerkt aan de gedwongen terugkeer naar Afghanistan. Op 24 mei 2025 stelde u dat u in alle sereniteit voortwerkt.

Die sereniteit blijft duren. Nochtans hebben dit jaar al 1.248 Afghanen een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten. Veertien zijn vrijwillig teruggekeerd en 67 zijn vertrokken naar een ander land in de Europese Unie. Dat zijn peanuts. Ook wat Afghanistan betreft, zien wij dat de cijfers van de vrijwillige terugkeer peanuts zijn.

In 2025 hebben al 1.151 Syriërs asiel aangevraagd. Van hen hebben er 614 een bevel gekregen om het grondgebied te verlaten. Volgens de cijfers van de website van de Dienst Vreemdelingenzaken zijn er 58 vrijwillig teruggekeerd en 11 gedwongen, maar dan naar een ander EU-land. Ook dat zijn peanuts.

Het is duidelijk dat, als het in Duitsland kan, er geen enkele reden is waarom het hier niet zou kunnen. Ik zie niet in waarom wij hier in alle luwte of in alle sereniteit moeten voortwerken. In Duitsland kan wel openlijk over de kwestie worden gecommuniceerd. Ik weet waarom Duitsland dat doet. Dat is omdat illegalen in Duitsland effectief worden teruggestuurd.

Hier wilt u in stilte voortwerken omdat er blijkbaar gewoonweg niets gebeurt.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, wie het terugkeerbeleid kent, ook binnen de Europese Unie, weet dat dat beleid land per land afhankelijk is en dat de terugkeerakkoorden telkens verschillen. Mevrouw Van Belleghem, als wij een toverstokje hadden om die mensen onmiddellijk hocus-pocus-pats naar hun thuisland te sturen, zeker wanneer het om criminelen gaat, zou de minister dat al hebben gedaan.

U weet net als wij – ik hoop toch dat u dat weet; ik schat ook in dat u dat weet – dat er op diplomatiek vlak achter de schermen eerst heel wat moet worden voorbereid om akkoorden te verkrijgen en om ervoor te zorgen dat mensen effectief kunnen worden teruggestuurd, zonder het risico te lopen dat een vlucht halfweg moet terugkeren. Dat zou immers bijzonder schaamtelijk zijn.

Mevrouw de minister, ik weet dat u daar heel hard aan werkt. Het zal belangrijk zijn om bijvoorbeeld met Nederland en Duitsland de nodige diplomatieke contacten op te nemen om de dossiers tot een goed einde te brengen. Dat is absoluut noodzakelijk en ik weet dat u daarvan overtuigd bent.

Mevrouw Van Belleghem wij moeten er geen karikatuur van maken en doen alsof mevrouw de minister de zaak eindeloos zou rekken om mensen niet te hoeven terugsturen. Dat is te belachelijk voor woorden.

Ik weet dat daaraan hard wordt gewerkt. U ziet ook in het regeerakkoord dat u en het Vlaams Belang beleidsmatig niets kunnen toevoegen om het terugkeerbeleid nog beter te doen verlopen.

Dat sterkt mij in de overtuiging, minister, dat u de nodige hefbomen hebt in het regeerakkoord om werkelijk hard te werken op die terugkeer. Ik wens u daar veel succes mee. Doet u vooral verder. U hebt ons volledige vertrouwen.

Voorzitter:

Mijnheer Van Tigchelt, hebt u het antwoord kunnen beluisteren of via uw medewerker kunnen vernemen? Ja, dat is nu eenmaal de moeilijke werkwijze in het Parlement, met andere gelijktijdige commissies.

Francesca Van Belleghem:

Ik wilde nog een ding helder stellen. Herman Van Veen kon misschien toveren, maar in Duitsland kunnen ze dat niet, mevrouw De Vreese. Ook al wordt er achter de schermen gewerkt, er moeten wel resultaten komen…

(…) : (…)

Francesca Van Belleghem:

Ik snap dat u het debat niet wil voeren, maar ik mag toch nog eens repliceren?

Een ‘terugkeerhub’ voor afgewezen asielzoekers

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 1 oktober 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wacht op de EU-onderhandelingen over de nieuwe terugkeerverordening (met juridische ruimte voor terugkeerhubs in derde landen) in plaats van bilaterale afspraken te maken zoals Nederland, dat al een intentieverklaring met Oeganda tekende. Minister Van Bossuyt staat open voor "innovatieve oplossingen" en sluit bij de *Coalition of the Willing* aan, maar onderneemt nog geen concrete stappen tot de EU-kaders vastliggen. Van Belleghem kritiseert dit afwachtende beleid, wijzend op Nederlands voortrekkersrol dat het land minder aantrekkelijk maakt voor illegalen. België mikt dus op Europese coördinatie, terwijl Nederland al eigen initiatieven neemt.

Francesca Van Belleghem:

Ik heb een vraag over de terugkeerhub voor afgewezen asielzoekers. Vorige week tekenden de Nederlandse minister van Weel en zijn Oegandese collega in de marge van de Algemene Vergadering van de VN een intentieverklaring over een terugkeerhub bedoeld voor mensen uit de regio die illegaal in Nederland verblijven, waaronder afgewezen asielzoekers. Hoewel dergelijke terugkeerhubs uitsluitend betrekking hebben op de uitstroom en fundamenteel verschillen van de externalisering van de asielprocedure, kunnen ze mogelijk een kleine verbetering betekenen op het vlak van terugkeer.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen. Hoe staat u tegenover die terugkeerhubs? Heeft de regering al gesprekken ter zake aangeknoopt met derde landen? Zo ja, met welke landen en met welk resultaat? Zo niet, mogen we dan een initiatief verwachten of wacht u op uw Europese collega's?

Anneleen Van Bossuyt:

Op 11 maart publiceerde de Europese Commissie haar voorstel van terugkeerverordening. Die verordening moet de huidige terugkeerrichtlijn van 2008 vervangen. Het voorstel, dat momenteel onderwerp van discussie is binnen de Raad, creëert inderdaad de juridische mogelijkheid van de zogenaamde terugkeerhubs in derde landen, mits bepaalde waarborgen op het vlak van mensenrechten worden geboden.

Ik heb al eerder aangegeven dat ik zonder taboes naar alle mogelijke oplossingen kijk, ook naar zogenaamde innovatieve oplossingen. Ik ben dan ook zeer tevreden met de juridische opening voor terugkeerhubs in het voorstel van terugkeerverordening. Zoals u weet trad eerste minister De Wever enkele maanden geleden toe tot de zogenaamde Coalition of the Willing, een groep migratierealistische landen die ook openstaan voor innovatieve oplossingen, waaronder terugkeerhubs.

U vraagt of er al gesprekken zijn aangeknoopt met derde landen. Tot heden zijn er nog geen gesprekken gevoerd met derde landen met het oog op het opzetten van een terugkeerhub. U vraagt naar welke landen en met welk resultaat, maar ik kan daar momenteel niet dieper op ingaan, omdat de onderhandelingen binnen de Raad nog gaande zijn.

U vraagt of u enig initiatief mag verwachten. Zoals gezegd, lopen er binnen de Raad onderhandelingen over het voorstel van de Europese Commissie met het oog op het aannemen van een raadsmandaat, dat de basis zal vormen voor de onderhandelingen met het Europees Parlement.

Zodra deze nieuwe terugkeerverordening in werking treedt, kan de operationalisering ervan worden gestart. In tussentijd blijf ik uiteraard in overleg met mijn collega's die dezelfde pistes genegen zijn.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik noteer dus dat u wacht op de Europese Raad, terwijl men in Nederland al soloslim heeft gespeeld. In Nederland hebben ze al die intentieverklaring, maar hier in België wachten we op de Europese Unie. Nochtans leert het verleden ons dat de voortrekker in zo'n situatie al enkele stappen voor heeft. Nederland heeft dus weer stappen voor en maakt zich zo ook minder aantrekkelijk voor asielzoekers en voor illegalen, omdat ze weten dat ze dan misschien in een terugkeerhub zullen belanden. Ik vind het spijtig dat u niet op dezelfde manier het voortouw neemt.

De Russische aanwezigheid in Libië
De drone-incidenten in Litouwen
De schaduwoperatie van de Belgische Marinecomponent bij een Russisch onderzoeksschip
Het Russische 'onderzoeksschip' Admiral Vladimirsky in onze exclusieve economische zone
Russische drones die boven logistieke routes in Duitsland vliegen
De Russische spionagevluchten boven Duitsland
Russische drones boven Polen
De schending van het Poolse luchtruim en de inroeping van artikel 4 van het NAVO-verdrag
De drones in Polen
De schending van het NAVO-luchtruim en de twijfels rond de conventionele afschrikking
Drone-incidenten en luchtverdediging
De drones-incursies en de veiligheid van troepen
De inzet van onze troepen aan de oostflank
De Russische aanwezigheid in Afrika
Drones and countermeasures
Russische militaire activiteiten en dreigingen aan de NAVO-oostflank en daarbuiten

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 24 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de NAVO staan voor escalerende Russische agressie (drones, luchtruimschendingen, hybride oorlogsvoering) die de oostflank test, terwijl ook Afrika (Libië, Wagner-opvolgers) als strategische dreiging wordt onderschat. Minister Francken bevestigt versterkte steun aan NAVO’s *Eastern Sentry*, dringt aan op investeringen in luchtafweer (NASAMS, antidrones) en waarschuwt voor gaten in detectie- en afweercapaciteit, maar benadrukt beheerste reacties om escalatie te vermijden. België’s zuidflankbeleid (Benin, migratie, Russische invloed) en cyberdreigingen blijven kritieke aandachtspunten, met nadruk op samenhang binnen NAVO/EU en langetermijninvesteringen in defensie.

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik over meer dan twee minuten beschik, want ik heb inderdaad heel veel vragen ingediend. Dat komt natuurlijk doordat er veel gebeurd is tussen onze laatste zitting en vandaag.

Vanavond start ik mijn roadshow Samen veilig door een sterkere defensie . Ik vind het nodig om uit te leggen waarom we straks zoveel gaan investeren in onze defensie. Ik ben van plan veel parochiezalen te bezoeken om die boodschap toe te lichten. Een van de rode draden doorheen die roadshow is uiteraard de vraag: wat is nu die Russische dreiging? Waar moeten we effectief schrik van hebben?

Eerlijk gezegd weet ik stilaan niet meer waar te beginnen. De incidenten stapelen zich op en ze worden steeds driester. Het is duidelijk dat Poetin en zijn regime de NAVO aan het testen zijn. Men kijkt hoever men kan gaan. Men kijkt ook of men erin slaagt de NAVO uit elkaar te spelen; dat is bijzonder duidelijk.

De incidenten van de laatste weken zijn echt alarmerend geweest. Er was de intrusie van drones in Polen, die neergehaald zijn – althans een deel daarvan. Er was de schending van het Estse luchtruim, nog niet zo lang geleden, door Russische straaljagers. Er was het onderzoekschip Admiral Vladimirsky in onze eigen wateren – dat zal wel meer zijn dan een onderzoekschip, dat komt hier niet om kiekjes te nemen van onze Belgische kust. Daarnaast zijn er de constante cyberaanvallen, waarvan we vaak niet precies kunnen achterhalen vanwaar ze komen. Dat is eigen aan hybride oorlogsvoering. We kunnen niet altijd bewijzen waar de aanvallen vandaan komen, wat het natuurlijk moeilijk maakt om erop te reageren.

Eerder was er nog iets dat misschien wat onder de radar gebleven is, maar toch belangrijk om te vermelden. Duitsland heeft heel Europa gewaarschuwd voor pakjes op onder meer DHL-vluchten, die brandbaar materiaal bevatten zoals fosfor, dat nauwelijks te blussen is. Dat is sabotage van een zeer hoog niveau. Het begint met een pakje op een vrachtvlucht, maar wie zegt dat het daarbij stopt? Er is een incident geweest – ik meen in Leipzig, al ben ik daar niet 100 % zeker van – waar men nog zo’n pakje uit het ruim heeft kunnen halen. Dat zijn toch zaken die ons moeten verontrusten.

Mijn vraag, mijnheer de minister, is hoe u daartegen aankijkt. Wat is de analyse van onze defensiestaf naar aanleiding van die – laat ons dat zo noemen – toenemende Russische agressie? Wat is de analyse van het feit dat Poetin ons bondgenootschap aan het testen is?

Mijn eerste vraag binnen dit actuadebat ging eigenlijk over de aanwezigheid van Rusland op het Afrikaanse continent. Daar wil ik het ook even over hebben, want we focussen op dit moment terecht op onze oostflank. Het is heel duidelijk dat het daar op dit moment zeer hot is: de oorlog in Oekraïne, het testen van de Baltische staten, Polen, Duitsland enzovoort. Het is dus duidelijk dat de grootste dreiging op dit moment van daar komt.

Toch wil ik ook een pleidooi houden, mijnheer de minister, om onze zuidflank niet uit het oog te verliezen. We zien bijvoorbeeld een militaire opbouw in Libië. Sinds het wegvallen van zijn haven in Syrië – de bondgenoten van Rusland zijn daar van de macht verdreven – richt Rusland zich nu op Libië, met activiteiten in die regio. Libië beschikt over een haven die dichter bij Italië en Griekenland ligt. Italië en Griekenland maken zich daar terecht ernstige zorgen over.

Het verwonderde mij dan ook enigszins – al kan ik het begrijpen – dat in de verklaring van de NAVO-top in Den Haag de zuidflank zelfs niet aan bod kwam. Die werd niet vermeld in de eindverklaring van die belangrijke NAVO-top, die uiteraard in het teken stond van onze oostflank. Ik wil er evenwel voor pleiten dat we ook onze zuidflank niet vergeten.

Mijnheer de minister, deelt u de analyse dat ook onze zuidflank een belangrijke focus verdient en dat we dit niet uit het oog mogen verliezen?

Ik dank u bij voorbaat voor uw antwoord.

Kjell Vander Elst:

Ik wil in de eerste plaats collega Weydts bijtreden wat betreft de zuidflank. Op de Land Day, denk ik, heeft de commandant van de landmacht benadrukt dat zeker in Afrika de invloed van Rusland en China sterk toeneemt. Het is een continent waarmee we historische banden hebben en dat we absoluut niet uit het oog mogen verliezen. Het actuele debat gaat over Rusland, maar Rusland beperkt zich niet tot Oekraïne. Het begint zich zeer wijd verspreid te gedragen, zeker ook in Afrika. We moeten daar absoluut zeer aandachtig voor zijn.

Mijnheer de minister, u hebt daarnet in uw inleiding bij het vorige debat al gezegd dat de NAVO onder vuur ligt. Dat mogen we redelijk letterlijk nemen.

Ik heb drie vragen ingediend bij dit actualiteitsdebat; eigenlijk zou ik er nog zeven of acht kunnen toevoegen, want het gaat telkens om afzonderlijke incidenten. Het eerste incident betreft de Russische drone met explosieven die in Litouwen onderschept werd. Vervolgens is er de Russische spionage in Duitsland op 6 augustus. Ten slotte was er nog de schaduwoperatie waarbij ons patrouillevaartuig Pollux in de Belgische wateren geconfronteerd werd met een zogenaamd Russisch onderzoeksschip. Verder zijn er dus nog de massale schendingen van het luchtruim in Polen met meer dan twintig Russische drones, en gisteren werden er drones onderschept boven de luchthavens van Kopenhagen en Oslo, waardoor het luchtruim daar urenlang gesloten bleef. Volgens mijn informatie zijn die drones momenteel nog ongeïdentificeerd. Het gaat telkens om afzonderlijke incidenten, maar men voelt duidelijk dat er sprake is van een grote opschaling en dat het stilaan schering en inslag wordt; allemaal binnen NAVO-partnerlanden.

Daarom begrijp ik moeilijk de houding van sommige partijen of academici die zeggen dat de oorlog stilaan opgelost raakt, dat men rond de tafel moet gaan zitten en dat het allemaal wel goed komt. Volgens hen panikeren wij en geven wij te veel geld uit. Als men echter al deze incidenten bekijkt, denk ik dat we daar nog zeer ver van af zijn en dat we vooral waakzaam moeten blijven en ervoor moeten zorgen dat we onszelf kunnen verdedigen.

Vandaar enkele vragen, mijnheer de minister.

Het veiligheidsrisico binnen de NAVO neemt toe – wellicht ook voor ons land. Hoe schat u dat risico in?

Ik heb een specifieke vraag over artikel 4. Polen heeft artikel 4 van de NAVO ingeroepen om zo snel mogelijk te bespreken welke maatregelen nodig zijn en wat we in de toekomst moeten doen. Wat was de uitkomst van die vergadering?

Hoe beoordeelt u de reacties van de NAVO in de afgelopen weken? U zegt terecht dat de NAVO onder druk staat – van buitenlandse mogendheden, in het bijzonder Rusland, maar ook van binnenuit. De president van de Verenigde Staten is niet bepaald, hoe zal ik het zeggen, betrouwbaar in zijn recente uitspraken over zijn houding ten opzichte van Rusland en Oekraïne. Hij is nogal wispelturig. Hoe kijkt u daartegenaan?

Welke rol binnen de NAVO moet België de komende maanden en jaren spelen opdat we zowel het Belgisch grondgebied als dat van de NAVO en de Europese Unie kunnen beschermen?

Annick Ponthier:

Enige tijd geleden schond Rusland met drones het Pools luchtruim, waarna Polen artikel 4 van het NAVO-verdrag inriep. De spanningen aan de oostflank van de NAVO werden hiermee opnieuw scherp gesteld en duidelijk in beeld gebracht. Met het inroepen van artikel 4 van het NAVO-verdrag gaf de Poolse regering het belangrijk en duidelijk signaal dat de territoriale integriteit en veiligheid van Polen in het gedrang kan komen. De vraag rijst wat dat kan betekenen voor West-Europa en voor onze defensie.

Hoe beoordeelt u de beslissing van Polen om artikel 4 van het NAVO-verdrag in te roepen en wat zijn de eventuele concrete gevolgen voor België? In welke mate is er in de NAVO al sprake van scenario’s waarbij ook artikel 5 aan de orde kan komen, aangezien dat de volgende stap is na het inroepen van artikel 4? Wat zou dat in de praktijk voor België betekenen? Welk standpunt hebt u hierover overgebracht als minister van Defensie van een stichtend NAVO-lid?

De recente schendingen van het NAVO-luchtruim door Russische drones in Polen en Roemenië geven aanleiding tot toenemende bezorgdheid, niet het minst voor de Belgische troepen die al geruime tijd in Roemenië zijn ontplooid.

Kunt u toelichten welke maatregelen momenteel gelden op het gebied van bescherming en risicoanalyse voor de Belgische militairen in Roemenië? Hoe evalueert België in NAVO-verband de dreiging die uitgaat van de herhaalde luchtruimschendingen? Welke procedures gelden bij eventuele escalatie of incidenten waarbij NAVO-militairen betrokken dreigen te raken? Kunt u de rules of engagement nogmaals duiden?

Tot slot, acht u het aangewezen om periodiek de inzet van Belgische troepen in dergelijke spanningsgebieden te herevalueren met het oog op hun veiligheid en de effectiviteit van het mandaat? Ik veronderstel van niet. Kortom, is het elders stationeren van de militairen aan de orde of helemaal niet?

Koen Metsu:

Polen heeft woensdagnacht 10 september voor het eerst Russische drones die het Poolse luchtruim binnendrongen, neergehaald. Volgens premier Tusk gaat het om de meest ernstige militaire dreiging sinds de Tweede Wereldoorlog. In 7 uur tijd werd het luchtruim 19 keer geschonden. Verschillende NAVO-partners hielpen mee, onder andere met F-35’s en radarvliegtuigen. Polen vermoedt een bewuste provocatie door Rusland, hoewel Moskou ontkent dat Polen een doelwit zou zijn.

De NAVO en de EU veroordeelden de actie en beloofden een versterking van de oostelijke verdediging. Ook Belgische militairen engageerden zich. Door de goede samenwerking tussen bondgenoten werd een derde van de drones neergehaald. Welke informatie kunt u delen over de Belgische logistieke steun? Worden er Belgische luchtafweersystemen of vliegtuigen in verhoogde staat van paraatheid gebracht naar aanleiding van de aanval? Gaat het enkel om drones of zijn er ook andere autonome of onbemande systemen gedetecteerd? Welke diplomatieke stappen neemt België in de EU en de NAVO naar aanleiding van het incident? Zal België zijn defensiebudget of de allocatie naar bepaalde budgetposten verhogen door het incident? Hoe ziet u de rol van België in toekomstige NAVO-operaties in die context? Welk lessons learned haalt u uit de gebeurtenissen?

Wat de drone cyber countermeasures betreft, tonen recente analyses over het conflict in Oekraïne aan dat elektronische oorlogsvoering doorslaggevend is geworden in de strijd tegen en ook met drones. Rusland zet een dicht tapijt van stoorzenders en spoofingcapaciteiten in, met systemen zoals de Pole-21, Krasukha-4 tot talrijke lichte C-UAS-middelen, om de navigatie, de datalink en de videotransmissie van UAV’s te verstoren.

Tegelijk passen beide partijen hun tactieken aan. Oekraïne test drones die beter bestand zijn tegen jamming, terwijl berichten wijzen op nieuwe Russische aanvalsdrones met verbeterde anti-jamming eigenschappen.

Ondertussen wordt in de Europese discussie over de zogenaamde dronemuur benadrukt dat sensoren, de EW-middelen en kinetische tegenmaatregelen geïntegreerd moeten worden. Dat alles maakt duidelijk dat we de cyber- en drone-innovatie moeten blijven volgen.

Welke actuele inschatting maakt defensie van de Russische EW-capaciteiten tegen de UAV's en van de inzet van drones met verhoogde weerstand tegen EW, zoals recent gerapporteerd? In welke mate beïnvloedt dat de effectiviteit van westerse en Oekraïense C-UAS-methoden?

Over welke organische middelen beschikt België vandaag voor detectie, geolocatie en neutralisatie van drones via EW? Welke hiaten zijn vastgesteld en wat is het tijdpad om die te dichten?

Welke maatregelen neemt Defensie om de veerkracht van eigen UAV's te verhogen in GPS-ontkende omgevingen? Worden de lessen uit Oekraïne, inclusief het probleem van friendly jamming , vertaald naar doctrine en training?

Hoe worden operatoren en commandanten opgeleid voor EW-gedreven C-UAS-operaties, de elektronische oorlogsvoering? Welke evaluatie-indicatoren of KPI’s hanteert Defensie om de effectiviteit van de EW-maatregelen tegen drones te meten?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, la Roumanie et la Pologne ont récemment été victimes d'intrusions de drones russes dans leurs espaces aériens respectifs. Ce vendredi, c'est l'Estonie et la Pologne qui ont subi des intrusions dans leur espace aérien par des avions de combat russes.

L'OTAN a réagi immédiatement en abattant certains drones russes au-dessus de la Pologne ou en interceptant les avions de combat russes. On peut être rassuré de cette capacité. Il est heureux aussi que les Alliés aient décidé de renforcer les capacités en Pologne avec la mise en place de l'opération "Eastern Sentry" après invocation de l'article 4 du traité de l'Atlantique Nord par ce pays.

Cependant, il est certainement nécessaire de réfléchir plus en profondeur sur notre capacité de dissuasion face aux actions de la Russie. Elle multiplie les provocations pour tester les réactions de l'OTAN. Comme le dit Rym Montaz de Carnegie à propos des interceptions des avions de combat russe, "la norme n'est pas que l'OTAN soit capable d'intercepter les avions russes, c'est que l'OTAN soit capable de dissuader la Russie d'envisager de violer l'espace aérien de l'OTAN, tout comme les pays de l'OTAN sont clairement très dissuadés de faire presque quoi que ce soit en public dans l'espace russe".

Monsieur le ministre, la Belgique compte-t-elle participer à un éventuel renforcement des capacités de l'OTAN dans les États baltes où elle a souvent assumé des missions de défense aérienne? L'OTAN envisage-t-elle une modification de sa posture et des règles d'engagement pour renforcer sa capacité de dissuasion? Quelle position la Belgique va-t-elle défendre?

Peter Buysrogge:

Collega's, ik zal mijn vragen stellen vanop de voorzittersstoel.

Mijnheer de minister, de collega's hebben al heel wat gedetailleerde vragen gesteld. Die van mij sluiten daarbij aan. Ik hoop antwoorden te kunnen verkrijgen.

Vorige week hebben we in de commissie voor Opvolging van de Miliaire Missies een vertrouwelijke briefing gekregen van Air Chief De Decker over de droneaanval in Polen. Het was een vertrouwelijke bespreking, en ik behoud de vertrouwelijkheid, voor alle duidelijkheid. Ik meen echter dat het duidelijk is voor iedereen, zowel voor wie het van dichtbij opvolgt als voor wie het in de media moet volgen, dat Rusland onze oostflank, maar bij uitbreiding eigenlijk heel het Westen, alle NAVO-landen, aan het uittesten is.

Ondertussen hebben we moeten vaststellen dat er bijkomend nog van alles gebeurd is, de jachtvliegtuigen boven Estland en noem maar op. Dat doet ons vragen stellen. Is de NAVO wel voldoende paraat? Is ons land wel voldoende paraat voor de aanvallen die op verschillende manieren plaatsvinden? Er zijn cyberaanvallen in binnen- en buitenland, er zijn dronezwermen in Oekraïne, maar blijkbaar sinds kort ook boven het NAVO-grondgebied. Er zijn MiG's die het luchtruim doorkruisen. Er zijn onderzeeërs en ander verdacht scheepvaartverkeer in onze zeeën. Er is toegenomen Russische activiteit in Afrika, zowel militair als paramilitair.

Ik meen, mijnheer de minister, dat u doet wat mogelijk is binnen het wettelijke en het materiële instrumentarium waarover u beschikt. U werkt aan de verdere uitbouw van extra budgetten voor Defensie. U werkt aan een goed sectoraal sociaal akkoord, waarover we zonet gedebatteerd hebben. U werkt aan extra personeel, om van Defensie opnieuw een aantrekkelijke werkgever te maken. Er wordt werk gemaakt van een strategische visie en van een militaire programmeringswet. Er wordt gewerkt aan nieuw en modern materieel om de strategische visie te kunnen uitvoeren en om de paraatheid op te schroeven.

Ik verwijs dan ook graag naar de drie gedetailleerde vragen die ik hierover ingediend heb. Welke stappen onderneemt u om de kwetsbaarheid van ons eigen luchtruim te verlagen? Hoe kijkt u naar de evolutie in Afrika? Wat kan daar onze bijdrage zijn? Welke mogelijkheden ziet u voor verdere troepenontplooiing en betere militaire veiligheid aan onze oostflank?

Theo Francken:

Schendingen van het NAVO-luchtruim door Russische vliegtuigen en drones zijn geen nieuw gegeven, maar de voorbije maanden lijken de frequentie en de driestheid sterk toe te nemen.

Vorige week hebben we achter gesloten deuren toelichting gekregen van de chef van onze luchtmacht, generaal De Decker, over de grote drone-incursie in Polen van twee weken geleden. Ik denk dat we allemaal kunnen beamen dat zijn uitleg verhelderend was en ik zal daar vandaag dus niet meer in detail op terugkomen.

Dit weekend was het weer prijs, toen drie Russische MiG-31-gevechtsvliegtuigen kilometers diep doordrongen boven de territoriale wateren van Estland. Eergisterenavond werd ook het vliegverkeer rond Kopenhagen stilgelegd, nadat daar een aantal drones werden opgemerkt. Vooralsnog is niet duidelijk wie er in Kopenhagen achter zat, maar het is duidelijk dat het NAVO-luchtruim de voorbije weken langs alle kanten wordt gecontesteerd.

Nous devons concrétiser, dès que possible, nos plans ambitieux visant à redonner à notre pays une capacité de défense aérienne à plusieurs niveaux afin que notre pays puisse non seulement défendre son propre territoire, mais aussi soutenir ses alliés de l’OTAN et de l’Union européenne, si des renforts s’avèrent nécessaires au-delà de nos frontières.

J’espère pouvoir vous présenter très prochainement l’avant-projet de loi sur la programmation militaire, qui figurera à l’agenda du Conseil des ministres de vendredi. L’objectif est de pouvoir entamer, dès le début de l’année prochaine, l’acquisition de systèmes de défense aérienne et de lutte contre les drones.

Les événements récents survenus en Pologne et dans certains États baltes ont évidemment conduit l’OTAN à réexaminer son dispositif de sécurité actuel et à étudier les moyens de le renforcer, tant en termes de ressources que de procédures.

Nos moyens restent limités. Nos quelques F-16 restant viennent à peine de rentrer de leur mission de sécurité au-dessus de l’Islande. Toutefois, nous examinons les possibilités et la manière avec laquelle nous pouvons également apporter un soutien indirect à l’opération "Eastern Sentry", par exemple en mettant à disposition des avions supplémentaires.

Rusland test ons echter niet alleen in de lucht, ook op zee daagt het ons steeds meer uit. Ik verwijs hierbij naar het uitgebreid verslag dat u vorige week van admiraal Botman kreeg achter gesloten deuren. Onze marine heeft dringend nood aan bijkomende middelen als we willen weten wat er in onze eigen wateren speelt. Ook voor deze capaciteiten hoop ik dat de vernieuwde wet op de militaire programmering op korte termijn een betere inlichtingenvergaring zal toelaten.

Dat alles mag ons echter niet uit het oog doen verliezen dat Rusland ook elders in de wereld troepen opbouwt. Dit gebeurt ook op plaatsen van waaruit het onze Europese belangen direct of indirect kan bedreigen. De Wagnertroepen hebben ondertussen plaats geruimd voor het Russische Afrikakorps, dat zich met duizenden over een aantal landen in Afrika verspreidt, inclusief het nieuwste materieel. In Libië alleen al is er sprake van een tiental Russische basissen. Ik deel de bezorgdheden van collega’s Weydts en Buysrogge wanneer zij waarschuwen voor de groeiende Russische aanwezigheid op het Afrikaanse continent. Het gaat hierbij niet alleen om invloed, maar zeker ook om toegang tot natuurlijke rijkdommen. De val van het Assadregime in Syrië heeft de strategische waarde van Libië voor Rusland vergroot als uitvalsbasis en aanvoerlijn voor hun activiteiten in heel Afrika en op de Middellandse Zee. Het is dan ook geen verrassing dat Moskou militaire steun verleent in ruil voor toegang tot havens en basissen.

Verontrustender is dat Rusland de banden met Syrië opnieuw aanhaalt om zijn militaire aanwezigheid in het land te herstellen. Op lange termijn zou dit de Russische invloed in de regio aanzienlijk kunnen versterken.

De dreiging die uitgaat van Rusland op onze zuidflank zou gevoelig kunnen stijgen als de Russisch-Oekraïense oorlog ten einde komt. Een instroom van duizenden Russische Oekraïneveteranen in private milities kan de machtsbasis op het terrein wijzigen en zal vermoedelijk impact hebben op onze veiligheid en op migratiestromen. Het mag duidelijk zijn dat we nog lang zullen worden geconfronteerd met de gevolgen van de Russische expansiedrift, ook na een eventueel staakt-het-vuren of vredesakkoord in Oekraïne.

Het komt er dus op aan om op Europees niveau zo snel mogelijk een passend antwoord te kunnen bieden op de hybride oorlogsdreiging die uitgaat van het Russische regime. Met de onlangs goedgekeurde strategische visie, en waarvan het investeringsdeel binnenkort wordt vertaald in een aangepaste wet op de militaire programmering, kunnen we dit Europese antwoord mee uitbouwen.

Heel concreet, de zuidflank wordt niet vergeten, zeker niet door mij. Er werd daarover inderdaad niet gesproken in Den Haag, omdat men maximaal focust op de oostgrens. Dat is een politieke keuze. Het is echter niet zo dat er in de NAVO nooit over het zuiden wordt gesproken. Dat is wel degelijk een belangrijk aandachtspunt. De strijd tegen terrorisme blijft trouwens een van de prioriteiten van het NAVO-bondgenootschap.

Wij zien wel een toenemende machtsontplooiing in Afrika, met name van China en zeker ook van Rusland. Europa kan daar weinig tegenover zetten. Uit veel theaters zijn wij bijna verdwenen. Onze Belgische troepen zijn in West-Afrika enkel nog in Benin gestationeerd. Het operationeel plan 2026 is in opmaak. Ik heb dat teruggestuurd naar de staf met enkele opmerkingen. Naar mijn oordeel moeten wij onze militaire aanwezigheid in Benin opnieuw versterken. Dat is nog niet goedgekeurd door de regering. Die goedkeuring moet nog komen. Daarover moeten nog politieke keuzes worden gemaakt.

Wij zijn West-Afrika grotendeels kwijt. Wij zijn weg uit Mali, Niger en Burkina Faso. Benin is voorlopig het laatste stronghold . Wij moeten weten wat wij willen: ofwel zetten wij er echt op in en dan doen wij meer ofwel laten wij het zoals het is. In dat geval zal er over enkele jaren een coup komen en wordt er een pro-Russisch regime geïnstalleerd dat door Afrikaanse strijdkrachten wordt verdedigd.

Dat is misschien geen onderwerp voor de huidige commissievergadering, maar het is wel een van de belangrijkste discussies die wij hier in de Kamer moeten voeren. Welke keuzes maken wij in het operationeel plan? Voor mij is het verliezen van Afrika, in het bijzonder West-Afrika, absoluut geen optie. Daarbij speelt ook de migratiedruk op ons continent een rol.

Ten tweede, inzake de artikel 4-procedure kreeg ik deze ochtend nog een briefing van ambassadeur Petridis op het kabinet. Wij willen extra steun geven aan de operatie Eastern Sentry. De Belgische Defensie heeft daartoe een concreet aanbod gedaan, waarop ik niet nader kan ingaan. Wij willen extra steun geven aan Eastern Sentry. Wij zullen ook extra capaciteit leveren voor de oostgrens in de komende dagen.

Ik kom nu bij de drones. Stel dat er morgen op Zaventem iets gebeurt zoals in Kopenhagen. Hoe reageren wij dan? Die vraag is niet evident te beantwoorden. Als het om laagvliegende drones gaat, bestaan er middelen waarmee politie of defensie aan de slag kan. Een en ander is momenteel vooral een politietaak in het kader van de binnenlandse veiligheid, maar zoals vaker kan die taak op termijn ook bij defensie komen te liggen.

Wij hebben bepaalde antidronecapaciteiten. Wij beschikken over zogenaamde shotgunsystemen en dronevangers met netten. Het gebruik van kogels of hagel vereist echter grote voorzichtigheid in de nabijheid van een luchthaven. Het verdedigen van een luchthaven blijft in die zin altijd moeilijk.

De bewuste drones vlogen niet laag maar relatief hoog. Daarvoor zijn andere instrumenten nodig. Wij spreken dan over grotere luchtverdedigingscapaciteiten, zoals NASAMS. Die systemen hebben wij momenteel niet. Eerdere regeringen kozen er niet voor om in die vorm van luchtverdediging te investeren. Dat moeten wij nu uitzweten. Ik voer onderhandelingen met Nederland om bij het NASAMS-contract van Nederland aan te sluiten, zodat wij onze NASAMS zo snel mogelijk kunnen krijgen. Tot nog toe beschikken wij daar echter niet over.

U hebt het daarnaast ook over andere aspecten zoals grotere capaciteiten. Antidronetechnologie is niet zo evident, ook niet om de drones te detecteren trouwens. Goede detectie moeten we prioritair uitbouwen. Daar wordt actief aan gewerkt via concrete werkgroepen die daar volop mee bezig zijn. Ik kan echter niet garanderen dat als morgen bijvoorbeeld een huurling van de Russen of wie dan ook met vier grote drones boven Zaventem vliegt, we die alle vier meteen uit de lucht kunnen halen. Het gebruik van wapens boven een luchthaven is riskant. Elke kogel die wordt afgevuurd, komt neer. Wanneer die neerkomt op een grote Boeing van bijvoorbeeld Emirates, ontstaan verzekeringskwesties en bijkomende kosten. Men moet daarom goed nadenken over wat men doet.

De idee dat het luchtverkeer niet mag worden stilgelegd, is absurd. In geval van een bedreiging moet het luchtverkeer natuurlijk onmiddellijk worden stopgezet. Het incident in Kopenhagen wordt nu volop onderzocht, maar de gevolgde procedure lijkt me vrij standaard. We hebben de laatste dagen veel reacties gehoord waarbij wordt gesuggereerd om die drones gewoon uit de lucht te schieten, maar die hangen wel boven een luchthaven. Daar bevinden zich duizenden burgers en veel duur materiaal. Ook bij jamming wordt de hele burgerluchtvaart gejamd. Men moet dus goed nadenken over de gevolgen bij een dergelijk incident. Dat dergelijke acties op die specifieke locaties plaatsvinden, is geen toeval. Het is belangrijk om de gevolgen van agressief ingrijpen goed in overweging te nemen.

Met betrekking tot de incursies en de andere gebeurtenissen in Estland, geldt dat de NAVO een defensieve alliantie is. Wij zijn geen offensieve alliantie. Sommige collega’s zeggen vrij agressief dat men die gewoon uit de lucht moet halen. Het is belangrijk dat de standaardregels worden gevolgd. Wanneer een intrusie wordt waargenomen, wordt er gescrambled en stijgen er F-16’s, F-35’s, Rafales en Eurofighters op om de toestellen te begeleiden en terug te dringen naar de internationale zone, weg van het territorium van het land. Die procedures zijn gevolgd. Wij doen dat elke keer en ook wij hebben daaraan deelgenomen.

Wat betreft de idee om die even uit de lucht te halen, een dergelijke beslissing wordt genomen door het NAVO-commando wanneer de zaak in NAVO-handen ligt. Als dat niet in NAVO-handen ligt, dan ligt het in nationale handen. Polen bijvoorbeeld heeft nog een eigen autoriteit. België beschikt daar niet over, bij ons is het luchtruim allemaal NAVO-gecoördineerd. Hetzelfde geldt voor de Baltische staten, want die hebben geen luchtmacht of toch geen luchtgevechtscapaciteit en in Luxemburg is het eveneens NAVO-gecoördineerd. Polen zou dus zelf kunnen beslissen om in te grijpen, zonder het NAVO-commando om bepaalde acties te ondernemen. Dat is wat de secretaris-generaal gisteren heeft gezegd: aanmanen tot kalmte, rustig blijven, goed nadenken over de eventuele gevolgen, zonder over te komen als laf of zwak. Dat is het evenwicht dat men moet zoeken: wel duidelijke show of force , duidelijk zijn, regels volgen. Roepen dat we al die vliegtuigen uit de lucht gaan halen, daar moet men toch twee keer over nadenken voordat men dat zomaar doet.

Dat betekent niet dat Rusland vrij spel heeft. De vraag is of er een imminente dreiging is voor de bevolking. Bijvoorbeeld in Estland, die Russische MiGs, die vlogen boven de zee, dat waren intrusies, maar niet met een directe, imminente dreiging voor Estland of de bevolking van Estland. Indien dat wel het geval zou zijn, dan verandert alles en zou men er perfect toe kunnen overgaan, volgens alle regels, om zo’n vliegtuigen uit de lucht te halen. Dan zou men dat ook kunnen. Onze F-35 zien de MiGs dan niet; die zullen niet weten wat er gebeurt en zullen het niet zien aankomen.

De luchtverdediging werkt dus, de procedures werken, maar men moet oppassen met uitspraken als ‘we gaan ze allemaal uit de lucht schieten, en de volgende schieten we af’. Rustig blijven is belangrijk, men mag zich niet laten uitdagen door de Russische agressie. Dit is een defensieve alliantie, maar men moet beseffen dat indien men effectief gewapend afstevent op de hoofdstad van een Baltische staat, men die dreiging ook zou uitschakelen. Daarvoor zijn alle capaciteiten aanwezig. Dat scenario heeft zich op dat moment niet voorgedaan. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, zal men ingrijpen; dat is ook bewezen in Estland, waar men er direct naast vloog. Het gezond verstand gebruiken is meestal het beste.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, we moeten het hoofd inderdaad koel houden. De NAVO heeft dat gedaan en zeer verstandig gereageerd. In Polen dreigden de drones op een bepaald moment in bewoond gebied terecht te komen, waarna er werd ingegrepen. Bij het incident in Estland was er geen onmiddellijke dreiging voor onze bevolking. De reactie van de NAVO lijkt mij dus correct te zijn. Ik beklemtoon nogmaals dat de NAVO een defensief genootschap is, in tegenstelling tot wat de communisten altijd beweren. De NAVO zorgt ervoor dat we veilig kunnen leven in Europa en wil dat zo houden door een defensieve houding aan te nemen ten opzichte van Rusland, dat de defensieve capaciteiten van en de eensgezindheid bij de NAVO test. Ik hoop net zoals u dat men het hoofd koel houdt; dat neemt niet weg dat we ons moeten voorbereiden en verdere stappen ondernemen om paraat te staan.

Ik ben ervan overtuigd dat de commandostructuren goed functioneren en dat de nodige capaciteiten beschikbaar zijn om intrusieve Russische vliegtuigen neer te halen. De air chief heeft de werking in een geheime vergadering ook duidelijk toegelicht. Men is echter nog niet helemaal voorbereid op drones. Vooruit geeft u daarom de absolute steun om te blijven investeren om van luchtafweer, wat door verschillende regeringen lange tijd werd verwaarloosd, een absolute prioriteit te maken.

Kjell Vander Elst:

Ik ben het volledig met u eens dat de NAVO de afgelopen weken verstandig heeft gereageerd. Dat zal ook cruciaal zijn de komende maanden, jaren, misschien zelfs decennia. We mogen ons immers niet uit elkaar laten spelen.

Het is ook net dit wat Rusland aan het testen is: hoe sterk hangen de NAVO-bondgenoten aan elkaar. Het is dus cruciaal dat het bondgenootschap in de NAVO en in de Europese Unie overeind blijft en dat de lidstaten samen reageren, zodat er geen speld tussen te krijgen is. Poetin immers op zoek naar verschilpunten, naar barstjes in ons pantser. Dat mogen we absoluut niet toelaten.

Ik hoop dan ook dat de onnozele uitspraken van bepaalde partijen, bijvoorbeeld dat investeren in defensie gelijkstaat aan investeren in oorlog, dringend stoppen. Dergelijke holle slogans zijn puur fake news. Ook de bewering dat het NAVO-partnerschap enkel en alleen bestaat om Trump te pleasen, is fake news. Zulke uitspraken halen heel het draagvlak voor defensie en veiligheid onderuit. Ik hoop dat dat snel kan ophouden. Investeren in defensie betekent investeren in veiligheid en vrijheid. Daarvan moeten we blijven uitgaan. Wij moeten daarin blijven investeren.

Het is immers essentieel dat België als kleine natie in een groot partnerschap zijn rol speelt. We moeten ervoor zorgen dat het NAVO-bondgenootschap blijft bestaan en sterk verbonden blijft, om niet alleen het Russische gevaar maar ook andere dreigingen van buiten Europa buiten te houden.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw omstandig antwoord.

U had het over extra steun aan Eastern Sentry en suste dat de aandacht voor Afrika ook behouden blijft. We zullen binnenkort zien welke concrete stappen worden genomen. Het is logisch dat we die focus blijven behouden, zowel op de oostflank als op de zuidflank, omdat dat nu eenmaal noodzakelijk is.

U had het over de frequentie en de toenemende driestheid van de aanvallen en observatieopdrachten door onder meer Rusland tegen onze contreien. Wij moeten dus inderdaad nog meer dan anders waakzaam en alert zijn. Tegelijkertijd bevestigt u dat de rust en kalmte bewaard blijven en dat het gezond verstand blijft regeren.

De bevolking lijkt niet altijd even goed op de hoogte van de hybride dreiging waarmee we te maken hebben. In ieder geval moet er een evenwichtig antwoord op de dreiging komen, zonder dat men paniek zaait. Daar moeten we te allen tijde waakzaam voor zijn.

Tot slot, gisteren kregen we de gelegenheid en het geluk om de eerste SkyGuardian op de luchtmachtbasis in Florennes te verwelkomen. Investeren in drones en counter-drone measures is op het moment cruciaal. Daar ligt de toekomst van zowel observatie als oorlogsvoering.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je vous rejoins tout à fait. Vous avez tout à fait raison; nous devons garder notre calme. Et il est clair que l'OTAN a toujours été bien présente pour toutes les missions de détournement, d'accompagnement en cas d'invasions, en tout cas au-dessus de notre territoire et dans l'espace aérien protégé.

J'ai eu l'occasion d'aller en Lituanie, voici quelques années, me rendre compte sur place de la mission qu'exerçaient nos militaires, notamment des militaires florennois, au niveau de la gestion des Quick Reaction Alert (QRA). Déjà à l'époque, des intrusions dans l'espace aérien avaient régulièrement lieu.

Aujourd'hui, on constate que la Russie va de plus en plus loin et essaie toujours d'aller au-delà de ses limites. Encore une fois, il faut bien sûr rester calme. Mais on entend aussi le président Trump et le ministre des Affaires étrangères polonais dire que les règles pourraient changer. Espérons évidemment qu'on n'en arrive pas là.

J'insiste à nouveau sur le fait que je vous rejoins tout à fait. Nous devons impérativement garder notre calme pour pouvoir faire face à toutes ces menaces. Je vous remercie.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, alle sprekers spraken hun steun uit voor uw beleid en voor de houding van u en bij uitbreiding de NAVO en het Westen. De wereld slaat stilaan door. Iedereen om ons heen verliest de kalmte, maar het is van belang dat wij en bij uitbreiding het Westen en de NAVO het hoofd koel houden. We mogen niet naïef zijn, we moeten assertief zijn, we moeten afschrikkend werken, maar tegelijkertijd ook kalm blijven. Ik ben ook blij te horen dat Afrika hoog op de agenda staat. Dat continent raakt misschien de jongste tijd wat ondergesneeuwd in het nieuws, maar het is van belang dat we onze ogen en oren open houden. U had daar in uw vorige functie veel aandacht voor. Het is van belang dat het thema hoog op de agenda blijft staan, hoe moeilijk de situatie daar ook mag zijn. Ik noteer tevens dat de militaire programmeringswet komende vrijdag aan de regering wordt voorgelegd. Het betreft een digitale procedure en ik hoop dat ze wordt goedgekeurd. Ik wens u alleszins veel succes en hoop dat we op korte termijn, na goedkeuring en indiening hier in het Parlement, met u daarover voort in dialoog kunnen gaan. Het is immers van belang om niet alleen te investeren in materieel, maar ook in personeel, zodat we voorbereid zijn op alle uitdagingen, die op de plank liggen.

Het Federaal Energie- en Klimaatplan
De indiening van een geïntegreerd Nationaal Energie- en Klimaatplan bij de Europese Commissie
Het FEKP en de impact ervan op de reductie van de broeikasgasuitstoot
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Federaal Energie- en Klimaatplan en de impact ervan op de vermindering van broeikasgassen
Nationale en federale energie- en klimaatplannen voor broeikasgasreductie

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 23 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De federale bijdrage aan het Belgisch Klimaat- en Energieplan (PFEC 2025) wordt zwaar bekritiseerd omdat ambities drastisch zijn afgebouwd: doelstellingen voor hernieuwbare energie (o.a. wind op zee teruggebracht van 3,5 GW naar 2,2 GW), klimaatneutrale gebouwen (uitstel van 2040 naar 2050), en sociale maatregelen (precariteit, vorming) zijn verwaterd of geschrapt, terwijl concrete CO₂-reductiecijfers ontbreken. Minister Crucke verdedigt het plan als een "basis voor verdere uitbouw", wijzend op interfederale afstemmingsproblemen en het ontbreken van een eenduidige methodologie om federale impact te meten, maar erkent dat België de EU-doelen voor hernieuwbare energie (33% vs. verwachte 20,4%) niet zal halen. Kritiek van oppositie en experten (o.a. Canopea, Planbureau) noemt het plan "leeg, onvoldoende ambitieus" en vraagt hoe België zijn internationale klimaatverplichtingen (47% reductie in 2030, neutraliteit in 2050) kan nakomen zonder bindende maatregelen of budgettaire toezeggingen. Het definitieve geïntegreerde nationale plan (PNEC) moet eind september 2024 bij de EU ingediend worden, maar blijft afhankelijk van gewestelijke plannen (Vlaanderen en Wallonië herzien nog) en onopgeloste financiële verdeling van emissiekosten.

Marie Meunier:

La contribution fédérale au Plan Énergie Climat a, enfin, été approuvée par le gouvernement. C'est en soi une bonne nouvelle car nous étions en retard. Qu'en est-il du contenu? Si on compare la version Arizona du 21 juillet 2025 et la version du 17 mai 2024 sous la Vivaldi, on voit que la structure du texte est identique. Un grand nombre de développements et de mesures sont aussi repris tels quels. Par contre, le nouveau document compte 90 pages – soit un tiers de moins que le précédent. Beaucoup de mesures sont retirées: que ce soit en matière d'énergies renouvelables, de lutte contre la précarité énergétique, d'ambition pour le rail ou pour les bâtiments de la Régie. Monsieur le ministre, je ne vais pas vous mentir, j'ai énormément de questions.

Pourquoi le PFEC 2025 de l'Arizona ne parle-t-il plus des objectifs en termes d'énergie renouvelable éolienne en Mer du Nord – les 3,15 à 3,5 GW à développer d'ici 2030?

Pourquoi avoir supprimé, en matière de recherche et développement, l'objectif de 10 % de budget affecté au climat et à l'énergie?

Pourquoi la lutte contre la précarité énergétique, qui était une priorité absolue dans l'ancien document, semble-t-elle aujourd'hui remise en cause?

Pourquoi avoir supprimé, sur le plan du marché du travail, le lien entre droit à la formation des travailleurs et climat?

Pourquoi les objectifs chiffrés en matière de fret – doubler le transport ferroviaire de marchandise d'ici 2030 – ont-ils disparu du document?

Pourquoi les objectifs pour le transport de passagers en train sont-ils revus à la baisse?

Pourquoi votre gouvernement repousse-t-il de 10 ans – on passe de 2050 au lieu de 2040 – les objectifs de neutralité carbone des bâtiments fédéraux et le verdissement de la flotte de véhicules?

On a lu diverses réactions dans la presse – notamment celle de Canopea qui estime que "les ambitions climatiques sont tuées dans l'œuf". Le Pr Marek Hudon regrette aussi "une série de bullet points sans cadre global" et "des objectifs sans instrument pour les atteindre". Quelles sont vos réponses face à ces critiques?

Pourquoi l'État fédéral ne s'engage-t-il pas à un objectif chiffré pour 2030?

Pourquoi le document a-t-il été moins un travail de rédaction qu'un travail d'amputation, étant donné le résultat?

Enfin, pouvez-vous expliquer comment ce PFEC amoindri va permettre à la Belgique de rencontrer ses engagements internationaux pour 2030 et rendre notre pays climatiquement neutre d'ici 2050 avec tous ces points qui ont été retirés?

Je vous remercie pour vos différentes réponses.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, op 21 juli heeft de federale regering haar definitieve bijdrage aan het NEKP goedgekeurd. Deze federale bijdrage zou in de loop van de voorbije zomer worden samengesteld met de bijdragen van de gefedereerde entiteiten om een geïntegreerd nationaal plan 2030 op te stellen, dat dan eind september – binnenkort dus – aan de Europese Commissie zou moeten worden voorgelegd. U hebt daarover op 15 juli in de Kamer geantwoord: "Momenteel werken we aan een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de betaling van de emissierechten. Zoals hierboven uiteengezet, overleggen we met Vlaanderen over de federale maatregelen. We hebben daarentegen geen officieel zicht op de manier waarop Vlaanderen zijn doelstellingen al dan niet zal behalen. Bijgevolg zullen we pas een oordeel kunnen vellen wanneer we over de nationale projectie beschikken, namelijk in september." Dat is dus deze maand.

Wordt er nu, minister Crucke, een geïntegreerd Belgisch plan ingediend bij de Europese Commissie, of zullen opnieuw afzonderlijke klimaat- en energieplannen van elke entiteit worden ingediend, samen met een koepeltekst waarin België meldt dat de maatregelen voor de resterende emissieruimte later zullen worden bepaald, zonder dat die nu al aan een van de entiteiten worden toegewezen? Is er, daaraan gekoppeld, een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de mogelijke betaling van emissierechten? Als ik hoor dat u over de 90 %-doelstelling zonder problemen een akkoord bereikt, dan zal dat daarvoor ook wel het geval zijn, vermoed ik. Of ben ik nu een beetje stout?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik had ook een vraag over het Federaal Energie- en Klimaatplan dat deze zomer op 21 juli door de regering aangenomen werd.

We hebben dat gelezen. De collega heeft dat ook zeer aandachtig gelezen. Er is heel veel tekst geproduceerd, maar wat betekent dat nu concreet als men het uitdrukt in de vermindering van broeikasgassen? Dat heb ik niet gezien. Dat heb ik gemist. Met andere woorden, wat is de doorrekening in de tekst van het Federaal Energie- en Klimaatplan, wat de reductie betreft? En wat is de bijdrage van het federale aandeel aan de -47 %-doelstelling die voor België geldt? De federale overheid neemt natuurlijk maatregelen die meetellen voor de doelstellingen van de gewesten. Daarom vraag ik naar het geheel van de federale maatregelen die genomen worden. Wat is de impact daarvan op de vermindering van de broeikasgassen voor het federale beleid als geheel, ongeacht in welke doelstelling ze uiteindelijk intra-Belgisch verrekend worden?

Als u naar de volledige catalogus kijkt, welke maatregel heeft de meeste impact wat betreft CO ₂ -reductie en wat is de implementatietermijn daarvan? Voor de vivaldiregering was dat heel duidelijk, de elektrificatie van de bedrijfswagens was de maatregel met de meeste impact. Ik ben dus benieuwd welke maatregel in dit plan, in deze herziening, de grootste bijdrage levert aan de vermindering van de CO ₂ -uitstoot.

Wat mij verder is opgevallen – collega Meunier heeft dat ook aangehaald – is dat de doelstelling voor wind op zee eigenlijk verminderd is. Er is enkel nog sprake van 2,2 gigawatt die gerealiseerd zal worden. Gisteren nog maar, of eergisteren, is er een studie verschenen, deze keer van het Planbureau, die opnieuw aangeeft dat er weliswaar verschillende scenario’s zijn, maar dat een scenario met 8 gigawatt windenergie wel degelijk tot de goedkoopste kan behoren. Ik vraag me dan ook af of het Federale Klimaatplan, dat twee maanden geleden aangenomen werd, ondertussen niet gedateerd is. Heel het klimaatbeleid is immers gestoeld op het realiseren van de doelstellingen tegen zo laag mogelijke kosten. Ik begrijp wel waarom er nu voor 2,2 gigawatt is gekozen, namelijk wegens het energie-eiland dat op dít moment te duur is om te realiseren, maar dat sluit niet uit dat het op een later moment wel mogelijk wordt. Waarom wordt de piste van 8 gigawatt nu al volledig verlaten in plaats van te bekijken hoe kan worden gewerkt aan de modaliteiten van het energie-eiland?

Mijn vraag is dan ook welke gevolgen u zult verbinden aan de studie van het Planbureau en welke bijsturing u zult vragen aan de minister van Energie.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, avec l'accord de gouvernement, la contribution fédérale au Plan national É nergie-Climat (PNEC) a été validée. Certains parlent d'un plan raboté, qui a été mal reçu par le terrain. Je pense à l'association Canopea, qui s'est montrée très critique envers celui-ci, parlant d'un plan "au goût amer" et dénonce le fait qu'il nous éloigne davantage encore de l'ambition de placer la Belgique sur une trajectoire de décarbonation. D'autres voix parlent, de leur côté, d'un plan composé de " bullet points ", et j'en passe.

La Belgique aurait dû présenter ce plan dès le 30 juin 2024. Pour qu'un plan national puisse être soumis, chaque Région ainsi que le fédéral doivent d'abord approuver leur propre plan. Le 10 juillet, la Flandre a adopté un premier projet de note, mais doit encore valider son plan définitif. Quant à la Wallonie, elle disposait déjà d'un plan qui avait été approuvé, mais le nouveau gouvernement wallon a annoncé qu'il allait le réviser.

Monsieur le ministre, que répondez-vous aux critiques visant le manque d'ambition de la part fédérale du Plan national É nergie-Climat? Où en est la validation du PNEC et quand sera-t-il approuvé? Enfin, quel sera l'objectif fixé pour la Belgique?

Jean-Luc Crucke:

Chers collègues, la mise à jour du Plan fédéral a fait l'objet de discussions intensives entre les partenaires gouvernementaux afin de refléter au mieux l'accord de gouvernement et de trouver des équilibres entre l'atteinte des objectifs énergétiques et climatiques, la protection de la compétitivité des entreprises et le soutien des ménages et des PME. Ce plan constitue la première brique de la politique climatique de ce gouvernement. Il n'est pas le point final de notre action climatique, mais constitue une base solide sur laquelle il faudra en effet continuer de construire afin de nous assurer que nos objectifs soient respectés.

En plus des discussions politiques, un exercice a par ailleurs été mené afin de raccourcir le texte initial qui contenait, me semble-t-il, beaucoup de répétitions et de facilités. Même si nous reconnaissons que le travail est loin d'être parfait, il mérite que nous nous y penchions différemment pour les prochaines révisions.

En ce qui concerne les aspects spécifiques que Mme Meunier a mentionnés, j'y répondrai point par point.

S'agissant des objectifs en termes d'énergie renouvelable éolienne en mer du Nord, le PNEC est en ligne avec l'accord de gouvernement. Il a été décidé que le développement sera continué dans un premier temps avec une capacité de 2,1 gigawatts répartie sur deux parcelles, compte tenu des limitations de capacité en courant alternatif.

Le gouvernement fédéral a décidé de reporter la première adjudication de concession de 700 mégawatts, l'objectif du précédent gouvernement ne pouvant être entériné sans une analyse technico-économique poussée. À ce stade, le gouvernement avance les chiffres pour lesquels il a la certitude de pouvoir les atteindre. Pour le reste, je dois vous conseiller de vous adresser au ministre compétent, mon collègue Mathieu Bihet.

L'objectif d'allouer 10 % du budget en matière de recherche et de développement à des projets liés au climat et à l'énergie n'a pas été supprimé dans le PFEC. Il a été assoupli. Il s'agit maintenant de tendre vers 10 % au niveau national. Par contre, cet objectif n'est pas retenu pour l'instant par les Régions dans le cadre du texte coupole. Il se limite à la Belgique dans son ensemble avec ses trois Régions. Le gouvernement fédéral et les entreprises veulent s'assurer que les ressources consacrées à la recherche et au développement s'élèvent à 3 % du produit intérieur brut.

La lutte contre la précarité énergétique n'est pas remise en cause et fait l'objet de plusieurs sections du PFEC. Le texte a seulement été allégé pour des raisons de lisibilité et d'efficacité. Les mesures principales incluses dans le plan fédéral concernent la précarité énergétique et sont les suivantes: étoffer le monitoring des prix sur tous les vecteurs énergétiques au regard des impacts sur la compétitivité et sur le budget des ménages; envisager une réforme budgétairement neutre du tarif social de l'énergie et des interventions du Fonds Social Chauffage vers une intervention forfaitaire plus transparente basée sur les revenus et le patrimoine et neutre sur le plan technologique; et étudier une série de mesures pour assurer une facture d'énergie transparente.

Ensuite, la formation des travailleurs est une condition importante pour la transition climatique. Il est en effet crucial de s'assurer que chaque travailleur puisse faire évoluer ses compétences et ses connaissances afin de s'adapter aux évolutions en cours et à venir. Le plan fédéral reconnaît ce besoin et le gouvernement maintient le droit individuel à la formation, tout en le complétant par une plus grande flexibilité et une collectivisation partielle.

L'objectif en matière de fret, c'est-à-dire l'objectif de doublement du volume de transport de marchandises par voie ferroviaire d'ici 2030, n'a pas été supprimé. Le gouvernement a par ailleurs réaffirmé sa volonté de mener à bien les projets envisagés dans les programmes d'investissement pluriannuels et d'y consacrer les moyens nécessaires.

En ce qui concerne les objectifs de transport de passagers en train, le transfert modal des passagers est un vrai défi. Les statistiques disponibles ne montrent pas, actuellement, de transfert modal de la voiture vers le train. Les objectifs proposés pour le transport de passagers en train restent donc ambitieux: une augmentation de 30 % des voyageurs, une ponctualité supérieure à 90 %, 50 % de nouveaux trains, et une réduction de 30 % du nombre de trains supprimés. Ces mesures permettront de renforcer la confiance du public dans le train comme véritable solution alternative à la voiture.

Concernant les objectifs de neutralité carbone des bâtiments fédéraux et le verdissement de la flotte de véhicules, les gestionnaires des bâtiments fédéraux ont, à plusieurs reprises, indiqué que l’objectif 2040 était très difficile à atteindre sans que des budgets significatifs y soient consacrés. Le gouvernement a donc décidé de ne plus garder cet objectif, en vue des autres priorités.

Voor de federale overheid een concreet cijfermatig doel tegen 2030 vastleggen, is geen eenvoudige opdracht. Er bestaat namelijk geen duidelijk afgebakend kader dat bepaalt welke uitstoot precies aan de federale overheid moet worden toegeschreven. Elke federale maatregel heeft invloed op de uitstoot van de gewesten en die maatregelen werken bovendien samen of lopen door elkaar met de initiatieven van de gewesten, zoals collega Van der Straeten daarnet heeft gezegd. Daardoor is het moeilijk om exact vast te stellen welke maatregel welk effect heeft. Dat vraagt ook heel wat methodologische veronderstellingen waarover discussie mogelijk blijft. Daarom is het belangrijk om de capaciteit voor evaluatie en opvolging te versterken. We zullen dan beter kunnen meten wat het effect is van het huidige en het geplande beleid.

We hebben wel de bijdrage van onze federale maatregelen in kaart gebracht om onze prioriteiten te bepalen, maar exacte cijfers kunnen we niet geven, door de vele onzekerheden. De impact moet systematisch worden bekeken. Bovendien hebben de gewesten onze maatregelen meegenomen in hun eigen vooruitzichten.

J’ai bien pris connaissance des critiques à l’égard du plan fédéral, et je comprends les préoccupations autour de ce sujet important. Comme précisé au début de ma réponse, les discussions ont été intenses à ce sujet. Ma priorité était de parvenir à un plan approuvé qui pourrait servir de base à un PNEC, et pas seulement à une prise d’acte par le Conseil des ministres comme dans le passé. Ce plan n’est pas un point final, mais une pierre angulaire sur laquelle nous pourrons continuer à construire une société climatiquement neutre d’ici 2050. Un plan approuvé, plutôt qu’une simple prise d’acte comme ce fut le cas par le passé, nous permet d’avancer collectivement vers la mise en œuvre des mesures. Le plan sera validé fin de cette semaine par les quatre gouvernements, pour être remis à la Commission européenne, comme prévu, lundi ou mardi prochain.

En matière de réduction des émissions de gaz à effet de serre, nous atteignons l’objectif contraignant imposé à la Belgique, à savoir une réduction de 47 % cumulés sur la période 2021-2030.

Op het vlak van hernieuwbare energie halen we momenteel het Europese doel niet. Van ons totaal finaal energieverbruik moet 33 % uit hernieuwbare bronnen komen, terwijl we waarschijnlijk op ongeveer 20,4 % zullen uitkomen. De federale bijdrage betreft vooral biobrandstoffen en offshore windenergie. Voor biobrandstoffen heeft de minister van Energie het proces voor de omzetting van de Europese RED III-richtlijn opgestart. Daarover volgt later meer. Voor de offshore energie verwijs ik u naar de minister van Energie.

Op dit moment is het moeilijk om precieze cijfers te geven, omdat we nog geen duidelijk zicht hebben op de technische en economische haalbaarheid. Ik zal mijn partners blijven overtuigen om de federale doelstellingen in de internationale energie- en klimaatplannen aan te scherpen, zodat die beter aansluiten bij wat van ons verwacht wordt. Voor concrete antwoorden verzoek ik u de minister van Energie rechtstreeks aan te spreken, aangezien hij daarover meer details kan geven.

Enfin, je souligne l'importance de mettre en place à l'avenir un processus de travail plus efficace, basé sur une vision interfédérale belge, aujourd'hui totalement inexistante, de la transition climatique. Je plaide pour une réduction des formalités administratives et de meilleurs outils de modélisation nationaux. Je souhaite entamer des discussions à ce sujet avec les Régions, dans le cadre plus large de la gestion du climat et du développement durable. Je proposerai une nouvelle méthode de travail en vue du PNEC 2031-2040.

Marie Meunier:

Merci, monsieur le ministre.

Sans surprise, de toutes vos réponses aujourd'hui, c'est celle qui me convient le moins. Je me rends compte ici qu'énormément de choses ont été évacuées. J'ai pris note au fur et à mesure. Je pense notamment au fait de repousser de dix ans l'objectif de neutralité, qui est dû à d'autres priorités. Mais on voit également que de nombreuses autres priorités ont été sucrées.

La question légitime à se poser aujourd'hui est la suivante: comment voulez-vous atteindre les objectifs avec moins de mesures pour y arriver? Pour moi, cette démarche est à tout le moins audacieuse. Nous regrettons effectivement l'élagage de l'ensemble du plan. Nous suivrons l'efficacité de sa mise en œuvre. En effet, si j'entends bien, certaines choses ont été retirées pour permettre d'être plus efficaces sur d'autres. Nous demandons à voir.

Nous verrons pour la suite, mais ce n'est pas une réponse qui nous convient, comme nous ne convient pas non plus le plan dans sa stratégie globale.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik heb toch enkele aspecten van mijn vraag in uw antwoord niet echt goed begrepen. U hebt op 15 juli in de Kamer gezegd dat pas na de integratie van het federale plan en de gewestelijke plannen zal blijken of België de bindende doelstelling haalt om de emissies met 47 % te verminderen. Is het nu een geïntegreerd plan of is het, zoals de vorige keer, een Vlaams en een federaal plan met een koepeltekst? Moet er dus een akkoord zijn over het tekort en over de emissierechten? Ik heb dat niet goed begrepen.

Tinne Van der Straeten:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord.

Ik vermeld drie elementen in mijn repliek.

Ten eerste, de interne boekhouding van België is inderdaad een moeilijk gegeven. Zoals u zelf zegt, u voert beleid. Onder welk onderdeel van de subdoelstelling valt dat dan? Hoe wordt dat opgeteld enzovoort? Ik denk dat we daar uiteindelijk ook abstractie van moeten maken, want die interne boekhouding neemt niet weg dat elk beleid, elke federale maatregel, waarvan de impact uiteindelijk ook zijn weg vindt naar de doelstelling, effect heeft of tenminste beoogt effect te hebben. Het feit dat we hier vandaag zeggen dat we geen concrete cijfers kunnen geven, is eigenlijk onaanvaardbaar.

Ten tweede, de arizonabegroting is in het Parlement ingediend met een volledige berekening van terugverdieneffecten, maar bestaat er een afdoende methode om die terugverdieneffecten te berekenen? Het Rekenhof had veel kritiek op de methode. Die methode is ook in vraag gesteld, waarna Arizona heeft verduidelijkt hoe een en ander werd berekend. Zo kon het Parlement inschatten of er al dan niet sprake was van een grote impact. Waarschijnlijk lag de waarheid in het midden.

Als men terugverdieneffecten kan berekenen, waarom kan men dan geen klimaateffecten berekenen? Zullen de berekeningen tot na de komma juist zijn? Waarschijnlijk niet, want elke methode heeft haar beperkingen, zoals u zelf hebt gezegd. Een methode kan echter wel ter discussie worden gesteld. De verkiezingsprogramma’s worden ingediend bij het Planbureau voor doorrekening en worden ook doorgerekend op klimaateffecten. Waarom kunnen federale maatregelen in een federaal deel van een federaal klimaatplan dan niet ad hoc worden beoordeeld op hun klimaateffect, op de CO ₂ -reductie die ze daadwerkelijk realiseren? Het feit dat hier wordt gezegd dat men zaken niet weet, dat het moeilijk zou zijn enzovoort, wil eigenlijk zeggen dat dat plan een 3 Suisses-catalogus is en dat niemand ook maar een idee heeft.

Ten derde, inzake energie is voor de minister van Energie dat point taken en aanvaard, maar vraiment, c’est du n’importe quoi . Dat de huidige regering op het allerlaatste moment heeft beslist het dossier over de 700 megawatt stop te zetten met als reden dat het nog technisch en economisch moest worden bekeken, is onzin. Dat dossier heeft de goedkeuring gekregen van de Europese Commissie voor staatssteun.

Is er ook maar één lid hier in de zaal dat gelooft dat de Europese Commissie goedkeuring verleent aan een dossier als dat technisch en economisch niet is onderzocht? Neen, in een staatssteunprocedure moet voortdurend informatie worden aangeleverd. Hoeveel gaat het kosten? Hoe hebt u dat gedaan? Wat zijn uw assumpties? Wat is de impact van die parameter in dat artikel en dat subonderdeel? Dat is een dossier voor de Europese Commissie.

U beweert dat omdat dat de motivatie van de minister van Energie was. Dat weet ik ook wel. De minister van Energie stelt echter dat het dossier technisch en economisch op niets trok. Zijn bedoeling is een beetje lachen met Van der Straeten, maar in werkelijkheid geeft hij daarmee aan dat de Europese Commissie er niets van kent. Dat is werkelijk du n’importe quoi .

Julien Ribaudo:

Si je vous ai bien compris, nous devrions assister à l'épisode final de la longue saga PNEC d'ici le 29 ou 30 septembre. Nous avons hâte de voir ça. Comme le terrain, nous émettons de gros doutes quant au fait que le raccourcissement du document ait été réalisé simplement à cause des répétitions. On constate que l'ambition est en-dessous de ce qu'il devrait y avoir. On ne manquera donc pas de revenir vers vous dans les prochaines semaines et les prochains mois afin de discuter concrètement des chiffres et du plan.

De Belgische deelname aan de tweede Afrikaanse klimaattop in Ethiopië

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 23 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België, geleid door minister Crucke, presenteerde op de Afrikaanse klimaattop de ABC-strategie (*Africa Belgium Climate*), gericht op groene economische samenwerking (o.a. waterstof, koolstofmarkten), klimaatadaptatie en bescherming van het Congobekken. Concreet werden vier economische corridors (West-Afrika, DRC, Lobito, Walvisbaai-Maputo) bevestigd als hefbomen voor Belgische bedrijven en duurzame projecten, met bilaterale afspraken met landen als Namibië, Mozambique en DRC. De top benadrukte Afrika als investeringskans (hernieuwbare energie, mineralen) in plaats van enkel slachtofferrol, met nadruk op europese partnerschappen (niet China) en wederzijds voordeel voor klimaat *en* Belgische economie. Nieuwe engagementen volgden uit gesprekken, met focus op langetermijnsamenwerking en opbouw van lokale capaciteit.

Phaedra Van Keymolen:

Het gaat om een item dat vandaag nog niet aan bod kwam. Mijnheer de minister, van 8 tot 10 september vond in Addis Abeba de tweede Afrikaanse klimaattop plaats. Volgens berichtgeving van persagentschap Belga nam ons land daaraan deel met een Belgische delegatie, die door u werd geleid.

We weten dat het Afrikaanse continent een belangrijke partner is in het internationale klimaatdebat. Enerzijds wordt dat continent bijzonder zwaar getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering en anderzijds beschikt het over een groot potentieel op het vlak van hernieuwbare energie en natuurbehoud.

Mijnheer de minister, welke positie hebt u op deze klimaattop precies ingenomen? Kunt u kort toelichten welke boodschappen en prioriteiten u namens ons land hebt uitgedragen, onder meer inzake klimaatfinanciering, energietransitie en natuurbehoud?

Zijn er tijdens of naar aanleiding van onze aanwezigheid nieuwe engagementen aangegaan door ons land? Heeft onze deelname geleid tot nieuwe bilaterale of multilaterale samenwerkingen of tot de opstart van bepaalde projecten?

Jean-Luc Crucke:

Geachte collega, dank u voor uw vraag over de Belgische deelname aan de tweede Afrikaanse klimaattop.

Afrika is een continent dat geconfronteerd wordt met grote uitdagingen door de klimaatverandering. Het is echter ook een continent met een enorm potentieel. België onderhoudt belangrijke partnerschappen met meerdere Afrikaanse landen. In dat kader past mijn deelname als hoofd van de Belgische delegatie.

Ik heb de ambitie om een nieuw partnerschap tussen Afrika en België inzake klimaat te ontwikkelen. Een strategie die ik ABC noem: Africa Belgium Climate. Daarbij onderscheid ik drie prioriteiten: ten eerste, een duurzame, groene economische ontwikkeling die zowel Belgische economische actoren als onze Afrikaanse partners ten goede komt; ten tweede, een bevestiging van de Afrikaanse prioriteiten inzake klimaatadaptatiebeleid; ten derde, de bescherming van de bossen van het Congobekken, die als cruciale longen van onze planeet fungeren.

Laat me iets dieper ingaan op de eerste prioriteit, die veel aandacht kreeg tijdens mijn deelname aan de tweede Afrikaanse klimaattop. Minister Prévot werkt aan een prioritering van de Belgische economische ontwikkelingssamenwerking in Afrika via vier strategische corridors, in overeenstemming met het EU-Global Gateway-initiatief: de West-Afrikaanse corridor, de Green Corridor in de Democratische Republiek Congo, de Lobito-corridor en de corridor Walvisbaai–Maputo.

Binnen die corridors kunnen meerdere Belgische economische actoren ook een positieve impact hebben op het klimaat. Ik denk bijvoorbeeld aan CMB.TECH, dat waardeketens voor groene waterstof opzet in Walvisbaai in Namibië, aan Belgische chocoladeproducenten die streven naar een einde aan de ontbossing en aan innovatieve start-ups en scale-ups in de groene industrie. Minister Prévot en ikzelf hebben de intentie die actoren te ondersteunen. Daarnaast wens ik, in lijn met het zomerakkoord, ook werk te maken van de voorbereiding van koolstofmarkten in Afrika, die van hoge kwaliteit zijn en een hoge milieu-integriteit verzekeren. Ook hier kunnen we opportuniteiten creëren voor Belgische bedrijven.

De tweede Africa Climate Summit stond in het teken van positieve verhalen. Afrika is een continent van opportuniteiten voor investeringen, in groene energie bijvoorbeeld. Dat ligt volledig in lijn met de prioriteit die ik zie voor de samenwerking tussen Afrika en België op het vlak van klimaat.

Tijdens de conferentie heb ik deelgenomen aan vergaderingen over de rol van mineralen voor de energietransitie, over toegang tot groene energie, over koolstofmarkten en over de bossen van het Congobekken. Tegelijkertijd had ik bilaterale gesprekken met mijn collega’s uit Namibië, Mozambique, de Democratische Republiek Congo, Burundi en de Afrikaanse Unie. Tijdens die vergaderingen en gesprekken stonden de prioriteiten die ik hierboven heb toegelicht centraal. De contacten die tijdens deze conferentie zijn opgebouwd, zullen we de komende maanden en jaren verder onderhouden, met als doel concrete resultaten te bereiken die het mondiale klimaat ten goede komen, evenals de Belgische economie en de samenlevingen van onze Afrikaanse partners.

Ik keer terug uit Afrika met veel moed en met het besef dat de Afrikaanse landen op ons rekenen, niet op China, dat overal aanwezig is, maar op Europese landen en op België, die partnerschappen kunnen uitbouwen en een duurzame samenwerking kunnen realiseren. Het gaat er niet alleen om met Afrika samen te werken, maar vooral samen iets op te bouwen. Dat is nog belangrijker dan louter samenwerking.

Phaedra Van Keymolen:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben blij met uw antwoorden. Ik zit op dezelfde golflengte. Het klimaatbeleid stopt niet aan de grenzen. Ik heb internationale politiek en ontwikkelingssamenwerking gestudeerd en ben altijd enorm gefascineerd geweest door alles wat zich in ontwikkelingslanden afspeelt, ook in Afrika. Het stemt me blij en ik denk inderdaad dat er, zoals u hebt gezegd, sprake is van een win-winsituatie. Dat is niet alleen heel belangrijk voor het Afrikaanse continent, maar ook voor ons. Dank u wel dat u daarnaartoe bent gegaan en daar veel aandacht aan hebt besteed. Ik hoop dat dit in de toekomst zo blijft. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.15 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 15.

De bescherming van de Belgische staatsburgers aan boord van de hulpvloten naar Gaza
Gaza
Het VN-rapport waarin de situatie in Gaza als genocide gekwalificeerd wordt
De Global Sumud Flotilla
Humanitaire hulpvloten naar Gaza, bescherming burgers, VN-genociderapport, Global Sumud Flotilla

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 18 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Parlementsleden beschuldigen de Belgische regering van passiviteit en medeplichtigheid aan het Israëlische geweld in Gaza, dat door een VN-rapport als genocide wordt bestempeld, met systematische moorden, martelingen en honger als wapen. Ze eisen erkenning van de genocide, concrete sancties tegen Israël en diplomatieke bescherming voor Belgische activisten in de flottille naar Gaza—die Israël als "terroristen" bestempelt—maar premier De Wever ontwijkt het woord "genocide", wijst op humanitaire hulp via officiële kanalen en biedt geen extra consulaire garanties, beperkt tot standaardprocedures. Kritiek spitst zich toe op dubbele standaarden (vs. erkenning andere genocides) en gebrek aan moreel leiderschap, terwijl activisten—gedreven door falend internationaal optreden—hun leven riskeren om het beleg te breken. De Wever’s afwezigheid van urgente maatregelen en minimalisering van burgerinitiatieven worden als "schandalig" en "compliciteit" afgedaan.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, vous le savez ou pas, le génocide continue en direct. À Gaza City, il ne reste plus rien. Des familles entières disparaissent sous les gravats. Des bébés meurent quelques heures après être nés.

L'armée israélienne a déclenché la solution finale contre les Gazaouis: une opération terrestre massive, avec comme seul objectif anéantir et effacer Gaza. Et face à l'action largement insuffisante, voire inexistante de notre gouvernement, des courageux militants et militantes qui viennent du monde entier, dégoûtés du manque d'action de nos gouvernements, sont obligés de prendre la mer, obligés de risquer leur vie pour essayer de casser le blocus imposé par Israël à Gaza.

Le ministre israélien de la Sécurité, Itamar Ben-Gvir, a qualifié de terroristes les activistes de la flottille pour Gaza, parmi lesquels il y a des ressortissants belges, monsieur le premier ministre. Il a annoncé que ces activistes seraient traités comme des terroristes à leur arrivée. Mais qui sont les terroristes? Qui tire sur la foule de civils affamés? Qui tue à bout pourtant des mères, des pères, des enfants? Qui viole le droit international? Les menaces du gouvernement israélien sont explicites et ce sont des vies belges qui sont en danger.

Et pourtant, monsieur le premier ministre, je ne vous ai pas entendu défendre nos compatriotes. Alors monsieur le premier ministre, voici deux questions simples. Quelles mesures immédiates allez-vous prendre pour protéger nos ressortissants et leur garantir un soutien diplomatique face à ces menaces qui sont claires, directes et explicites? Quelles dispositions concrètes votre gouvernement va prendre pour soutenir la flottille – les flottilles – et assurer la protection de nos compatriotes qui sont à bord?

Merci pour vos réponses.

Nabil Boukili:

Le 16 septembre: une date, deux événements.

Le premier événement est l'offensive meurtrière de l'armée israélienne à Gaza City. Comme s’il n’y avait pas eu assez de morts, pas assez de massacres, pas assez de génocides… on s’enfonce, et on continue. Face à cela, pas de réaction, pas de mesure ou de sanction concrète.

Le deuxième événement est le rapport de la commission d’enquête de l’ONU, qui s’est clairement positionnée: il y a aujourd’hui un génocide perpétré par le gouvernement israélien contre le peuple palestinien. Là non plus, aucune prise de position, aucune sanction claire, concrète, contre l’État d’Israël.

Pourtant, hier, en commission des affaires étrangères, des résolutions ont été proposées pour reconnaître le génocide et pour prendre des sanctions contre l'État d'Israël. Votre majorité, sous votre direction, monsieur le premier ministre, a refusé de les voter.

Face à la lâcheté des gouvernements occidentaux, les peuples, eux, se réveillent et s’élèvent. Ils veulent mettre fin à la famine et au blocus. Aujourd’hui, une flottille est en route vers Gaza pour briser ce blocus. Là non plus, monsieur le premier ministre nous ne constatons pas de prise de position ni de déclaration pour protéger les ressortissants, notamment belges, qui participent à cette flottille.

Monsieur le premier ministre, dans le rapport ou dans l’accord de gouvernement, vous avez évoqué les ministres extrémistes israéliens. Considérez-vous aujourd'hui que ce n'est pas l'ensemble du gouvernement (…)

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, ons land, elke burger van ons land is verplicht genocide te voorkomen en te stoppen, aangezien wij het genocideverdrag ondertekend hebben en dat verdrag precies dat engagement inhoudt.

Afgelopen week verscheen het rapport van de uit topexperten wereldwijd samengestelde onderzoekscommissie en haar conclusies zijn overduidelijk: de Israëlische regering pleegt genocide op de Palestijnse bevolking. De feiten in dat rapport zijn huiveringwekkend: vrouwen worden seksueel misbruikt; gevangenen in de gevangenissen worden misbruikt en gefolterd; dagelijks zijn kinderen slachtoffer; kleuters worden doodgeschoten door sluipschutters en kinderen met witte vlaggen worden doelbewust neergeschoten. Ik hoor verontwaardiging in de zaal, maar dat is precies wat in het rapport staat en wat zich op het terrein afspeelt, elke dag opnieuw. Het zou zinvol zijn als iedereen minstens de samenvatting van dat rapport bij zich neemt.

Ondertussen heeft de Kamer gisteren tegen de erkenning van die genocide gestemd. Mijnheer de premier, u hebt tot nu toe het woord genocide nog niet in de mond genomen. Dat men dat woord niet gebruikt, is niet neutraal. Het betekent dat men partij kiest en de feiten ontkent. U gaat als eerste minister naar New York om ons land daar te vertegenwoordigen. We beschikken over verschrikkelijke beelden en omvangrijke rapporten. Ik wil van u weten of Israël volgens u een genocide op de Palestijnse bevolking uitvoert.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, monsieur le premier ministre, aujourd'hui, je parle avec gravité, avec même une forme de profonde émotion. Pendant que nous débattons ici en effet, en toute sécurité, des citoyennes et des citoyens, dont des Belges, sont en mer à bord de la flottille Global Sumud, en route vers Gaza pour briser le blocus, pour forcer le passage et apporter de l’aide humanitaire, des aliments, des boissons, des médicaments. C’est la plus grande mission humanitaire civile jamais organisée.

Ce ne sont pas des aventuriers; ce ne sont pas des provocateurs; et ce sont encore moins des terroristes, comme le ministre israélien les a qualifiés. Ils viennent de 40 pays. Ce sont des filles, ce sont des garçons, d’à peine 20 ans parfois, des militants et des militantes de la paix, des âmes révoltées qui ont décidé d’agir là où la communauté internationale a échoué et échoue encore.

Je pense notamment à Maya, que j’ai rencontrée avant son départ. Elle m’a expliqué qu’elle ne pouvait plus rester chez elle à ne rien faire, à regarder l’horreur devenir plus d’horreur d’heure en heure, impressionnante d’énergie et de volonté, de détermination. En quelques mois, quelle mobilisation!

Ce n’est pas sans dangers. La flottille a déjà été attaquée à Tunis. Israël annonce un dispositif antiterroriste pour intercepter la flottille. L’Espagne, elle, a pris ses responsabilités. Elle a mis en place une protection diplomatique et consulaire pour ses ressortissants. Elle a dit qu’elle est aux côtés de la flottille.

Je vous pose ces questions, monsieur le premier ministre, et j’attends des réponses claires. La Belgique est-elle aux côtés de la flottille? La Belgique a-t-elle dit urbi et orbi qu’elle soutenait la flottille? A-t-elle dit à Israël qu’elle protégeait ses ressortissants et leurs bateaux? A-t-elle plaidé auprès de l’Union européenne pour que celle-ci se réveille et affirme qu’elle est aussi aux côtés de la flottille? Allez-vous accorder une protection diplomatique et consulaire à ces citoyens? Surtout, monsieur le premier ministre, quand la Belgique va-t-elle prendre ses responsabilités et reconnaître le génocide à Gaza?

Bart De Wever:

Chers collègues, avant de répondre, je souhaiterais dire un mot à propos de la profanation de la tombe familiale du ministre d' É tat Jean Gol.

Il n'y a rien de plus ignoble et abject que de profaner une tombe. J'ai personnellement et directement exprimé mon indignation et mon soutien à la fille et à la dernière compagne de Jean Gol.

Beste collega's, eergisteren was er in de commissie voor Binnenlandse Zaken een actualiteitsdebat over het Midden-Oosten van ruim een uur. Sta mij toe niet alles wat ik daar heb gezegd, te herhalen. Misschien is dit een teleurstellende boodschap, maar de regering is sinds dinsdag niet samengekomen en ik kan u dus geen verdere toelichting geven. Ik verwijs naar het verslag van de commissievergadering.

Par contre, quelques questions, notamment de Mme Maouane et de M. Lacroix, n'ont en effet pas été traitées. Je vais donc y répondre maintenant.

L'action à laquelle vous faites référence n'est pas sans risque. Si – et c'est un grand si – l'objectif est effectivement d'apporter une aide concrète à la population locale, ce n'est certainement pas la meilleure manière d'y arriver. En juin dernier, une action similaire s'est soldée par un échec, et aujourd'hui encore, nous recevons des informations selon lesquelles cette traversée n'est pas sans danger.

Comme vous le savez, nous en avons longuement parlé en commission ce mardi, le gouvernement concentre son aide sur l'amélioration de la situation humanitaire, et en fait beaucoup. C'est peut-être moins visible, mais c'est certainement plus efficace pour améliorer la situation sur le terrain, ce qui devrait tout de même être l'objectif – je pense. La Belgique est le pays qui a le plus contribué en termes d'acheminement de l'aide à la population et d'exfiltration des blessés. Au prorata, nous devons être le premier pays dans le monde, et cela est très concret pour les gens sur le terrain, contrairement à la profusion quotidienne de déclarations symboliques.

Concernant l'assistance consulaire d'urgence à nos ressortissants à l'étranger, nous agissons conformément à ce qui est prescrit dans le Code consulaire. Je renvoie évidemment aux "Conseils aux voyageurs" en vigueur qui déconseillent de se rendre dans la région.

Je cite également le passage de l'accord de gouvernement qui vise à affiner le cadre d'assistance consulaire: "Nous clarifions le cadre de l'assistance consulaire pour les Belges en dehors du territoire européen. Il y aura des instructions claires pour les évacuations/extractions des zones à risque ou des zones de guerre, avec une responsabilisation de nos citoyens". Concrètement, si un citoyen belge se trouve en difficulté ou demande une assistance consulaire, celle-ci lui sera accordée conformément au Code consulaire et aux cadres diplomatique et juridique d'usage.

Cela comprend la communication avec les autorités locales et le soutien, conformément aux obligations internationales, mais pas une protection exceptionnelle ou préventive. Pour l'heure, la Belgique n'a pas prévu d'intervention diplomatique ou consulaire relativement à cette initiative. Cela dit, chaque situation sera évaluée au cas par cas. Je vous remercie de votre attention.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je suis atterrée par la nonchalance avec laquelle vous nous répondez. Se rend-on compte de ce qu'il se passe sur place? C'est un génocide. Je sais que ce mot vous met mal à l'aise. C'est un génocide qui est en train de se dérouler. Je vous remercie de vous référer à la commission de mardi! Vous avez parlé de longues minutes sans prononcer un seul mot pour les civils palestiniens, pour les enfants, les femmes et les hommes qui sont tués.

Bart De Wever:

( … )

Rajae Maouane:

Ce n'est pas un mensonge. Je pourrai consulter le compte rendu. Cette nonchalance est scandaleuse et m'estomaque. On ne peut pas empêcher les gens d'être estomaqués. Ne me traitez pas de menteuse, monsieur le premier ministre, s'il vous plaît! Je ne mens pas.

Bart De Wever:

( … )

Rajae Maouane:

Oui, il faut agir! Les citoyens agissent puisque votre gouvernement ne le fait pas assez. Du reste, les membres de la flottille vous ont écrit. J'ai les courriers ici et je vais vous les transmettre. Ils vous ont écrit, mais n'ont pas reçu de réponse satisfaisante. Nous ne pouvons qu'être (…)

Voorzitter:

Merci, madame Maouane. Une minute est une minute pour tous. Vous avez eu droit à une minute. La parole est à M. Boukili.

(…) : (…)

Voorzitter:

Une minute est une minute pour tous. Vous avez réagi, ce qui n'est pas obligatoire. Vous avez eu la possibilité de répliquer pendant une minute.

(…) : (…)

Voorzitter:

Je n'ai pas entendu la réaction du premier ministre. Vous n'êtes pas obligée de répondre, car cela ne figurera pas dans le compte rendu. Vous avez réagi à ce qui a été dit, mais cela ne figurera pas dans le compte rendu. C'est un peu étrange! Vous avez utilisé votre minute comme vous l'entendez, et c'est votre liberté.

À présent, la parole est à M. Boukili.

Monsieur Boukili, pour être clair, vous avez également droit à une minute.

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, vous dites que la Belgique fait beaucoup. Elle fait beaucoup pour soutenir et être complice du génocide actuel en Palestine. C'est cela que fait la Belgique aujourd'hui. Et là-dessus, vous n'avez pas dit un mot!

Quel est ce gouvernement qui n'est même pas d'accord sur l'accord qu'il a lui-même négocié? M. Bouchez dit "A", M. Prévot dit "B" et, vous, vous vous en fichez complètement. C'est ça la position de la Belgique aujourd'hui! Il y a un génocide en cours et vous ne prenez aucune mesure concrète contre ce génocide et contre l'État génocidaire.

Monsieur le premier ministre, votre réponse est une honte pour la Belgique. Elle n'est pas à la hauteur de la situation. Et si, vous, vous détournez le regard de ce qu'il se passe aujourd'hui contre le peuple palestinien, l'Histoire vous regarde et elle retiendra que vous êtes du côté des bourreaux.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, ik dacht, ik houd het simpel en stel één enkele vraag: voert Israël volgens u een genocide uit op de Palestijnse bevolking. U hebt die vraag niet beantwoord. U hebt ze ook afgelopen dinsdag niet beantwoord. U krijgt het wederom niet over uw lippen dat Israël een genocide begaat op de Palestijnse bevolking. De bewijzen zijn er, rapport na rapport, beeld na beeld.

Het is niet onschuldig. U kiest daarmee de zijde van de Israëlische regering. Die genocide wil N-VA niet erkennen. De Holodomor op Oekraïners is voor de N-VA genocide. De N-VA wil eveneens de genocide op de jezidi's erkennen. Wat er nu gebeurt, dat is blijkbaar iets anders dan een genocide. U gebruikt twee maten en twee gewichten en beschermt opnieuw Israël met fluwelen handschoenen. Stop ermee. Zeg wat er te zeggen is: het is een genocide, punt uit.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, votre réponse est choquante parce que vous parlez de conseils de voyage, comme si ces jeunes pacifistes partaient en vacances sur la bande de Gaza. Non, ils partent parce que vous ne faites rien. Ils partent parce que les démocraties européennes laissent faire, parce que vous êtes un lâche, que vous laissez agir et que vous ne protégez pas ces citoyens qui vont risquer leur vie.

Vous ne me menacerez pas de me taire. Je me lèverai toujours contre des gens comme vous parce que vous les raillez, vous les méprisez, ces gens qui risquent totalement leur vie. Et il y a des Belges parmi eux. Ce sont des jeunes qui sont convaincus, qui viennent avec tout ce qu'ils peuvent – d'abord leur cœur et ensuite des aliments, pour aller là où les démocraties européennes ont failli, hormis l'Espagne et quelques autres. Vous êtes la honte de ce gouvernement et de ce pays!

Voorzitter:

Merci, monsieur Lacroix.

Mijnheer Van Hecke vraagt het woord voor een technische opmerking.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, u was bijzonder snel om de microfoon van collega Maouane uit te zetten …

Voorzitter:

Na één minuut.

Stefaan Van Hecke:

… Ondanks constante onderbrekingen door de eerste minister, niet in de microfoon, maar iedereen heeft ze gehoord, behalve die kant van de zaal. Bovendien heeft de eerste minister – hij ontkent het trouwens niet, want hij heeft het daarna nog bevestigd – parlementslid Maouane beschuldigd van leugens. Ze was aan het spreken en de eerste minister zei dat ze een leugenaar is.

Dat is uw stijl, mijnheer de eerste minister, maar dat is niet de stijl van dit Huis. Dat is ongezien.

Het is minstens een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter. Als dat geen persoonlijk feit is, wat is het dan wel nog in dit halfrond? Ik vraag u dus, bij toepassing van het Reglement, om mijn collega de mogelijkheid te geven om te antwoorden op het persoonlijk feit.

Voorzitter:

Mijnheer Van Hecke, u bent een handig man, maar in het verslag zal geen enkel persoonlijk feit geregistreerd staan en dus is er ook geen persoonlijk feit. Anders zou iedereen in de zaal kunnen reageren op wat dan ook en kan daarop worden voortgeborduurd om die minuut te verlengen. Ik ga daar niet op in, want dan openen we de doos van Pandora en kan iedereen zichzelf het recht toe-eigenen om die minuut uit te melken. Mevrouw Maouane heeft een minuut reactietijd gehad. Niemand heeft de collega verplicht te reageren op niet-geregistreerde opmerkingen. Zij had haar volledige exposé kunnen brengen indien ze dat had gewild. Ze heeft er echter voor gekozen te reageren op iets waarover wie later het verslag zal lezen zich zal afvragen waarop dat een reactie is. Er zal namelijk helemaal niets staan. Dat is de keuze en de vrijheid die ik voor alle duidelijkheid respecteer en verdedig. U kunt echter niet van mij verwachten dat ik geval per geval zal nakijken wie in het halfrond aanleiding heeft gegeven om die minuut te verlengen. Het spijt me, maar ik kan hier geen persoonlijk feit vaststellen. Een persoonlijk feit wordt geregistreerd via de microfoon en opgenomen in het verslag. Als we daarvan afstand nemen, collega Van Hecke, weet ik niet waar het einde nog kan worden gevonden. Als u mij toestaat, wil ik nu voortgaan met de vragen. U zult mogelijk nog andere opmerkingen hebben, maar ik denk niet dat ze mijn mening zullen doen veranderen.

De problematiek van de opvang van asielzoekers naar aanleiding van de wet van 14 juli 2025
De uitvoering van de wetsontwerpen inzake volgende verzoeken en opvang
De opvangweigeringen aan gezinnen met een M-status
De opvangweigering van Fedasil voor een asielzoekersgezin ondanks een rechterlijke beslissing
Dakloze kinderen en het asielbeleid
De implementering van de noodmaatregelen
Kinderen die op straat moeten slapen
Het M-statuut
Gezinnen met kinderen op straat
Opvangcrisis en rechtsonzekerheid voor asielzoekersgezinnen met kinderen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De asieldiscussie draait om twee hoofdthema’s: de vervangingsopvang in Schilde (178 asielzoekers, ondanks lokaal protest en bezorgdheden over veiligheid, leefbaarheid en groengebied) en de controversiële M-statusmaatregel (uitsluiting van opvang voor asielzoekers met bescherming elders in de EU), die leidt tot gezinnen met kinderen op straat ondanks rechterlijke bevelen tot opvang. Minister Van Bossuyt verdedigt beide beslissingen als Europesconform en noodzakelijk om de opvangcapaciteit te behouden voor "echte" asielzoekers, benadrukt vrijwillige terugkeer als alternatief, en ontkent structurele problemen, terwijl oppositie (o.a. Vandemaele, Aouasti) haar minachting voor rechtspraak, kinderrechten en humanitaire plicht aanwrijft—met name bij baby’s en kwetsbare gezinnen die nu dakloos zijn. Lokale besturen (Schilde, Brussel) klagen over gebrek aan overleg en ondersteuning, terwijl coalitiepartners (o.a. Les Engagés) het beleid als "strikt maar rechtvaardig" steunen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, collega’s, er werd beslist dat Fedasil een asielcentrum zal openen op de voormalige site van de paters van Scheut in Schilde voor de opvang van maar liefst 192 asielzoekers. De huurovereenkomst werd blijkbaar ondertekend, ondanks het bijzonder grote protest van de inwoners. Verschillende petities hebben momenteel al meer dan 10.000 handtekeningen verzameld.

Vorige week vond er ook een zeer interessante vergadering plaats van het buurtcomité Scheut in Evenwicht, waar zeer veel volk aanwezig was. Bij veel inwoners leeft bezorgdheid over de impact op de leefbaarheid en de veiligheid. Deze bezorgdheden, mevrouw de minister, vragen om erkenning en respect. De site is bovendien niet geschikt voor de opening van een asielcentrum, aangezien die ligt binnen de zone van de klimaatbossengordel, een zeer waardevol groengebied. Deze gordel maakt deel uit van het project De Nieuwe Rand van de Vlaamse overheid. Het missiehuis bevindt zich daarnaast in een residentiële en landelijke omgeving, die wordt gekenmerkt door rust, groen en beperkte densiteit. De komst van een grootschalig opvangcentrum strookt niet met het karakter van deze wijk.

De eenzijdige keuze van de eigenaars om het gebouw te bestemmen voor de opvang van asielzoekers heeft een zeer grote maatschappelijke impact, niet alleen voor de gemeente Schilde maar ook voor de omliggende gemeenten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de problematiek van de verkeersdrukte. De weg waar het asielcentrum komt, is een drukke verbindingsweg. Er is ook geen milieueffectenrapport opgesteld, hoewel de komst van 200 personen significante gevolgen heeft, zoals geluidshinder, verkeersdrukte en invloed op de water- en rioleringscapaciteit. Al deze zaken moeten volgens de VLAREM-regelgeving onderzocht worden.

Verder heeft dit asielcentrum een grote impact op de sociale en maatschappelijke voorzieningen, waardoor de draagkracht van de gemeente dreigt te worden overschreden. Ik denk hierbij aan de politie, aan het OCMW en aan het onderwijs. De burgemeester heeft twee weken geleden tijdens een commissievergadering erkend dat de kinderen van kleuter- en lager onderwijs naar de scholen in Schilde zullen gaan. Dat zou blijkbaar niet gelden voor het middelbaar onderwijs. Die scholen in Schilde kampen nu al met wachtlijsten, zitten al overvol en kunnen onze eigen kinderen geen plaats meer geven.

Kunt u meer toelichting geven over de ondertekende huurovereenkomst? In mijn ontwerp van interpellatie stond dat het zou gaan om een overeenkomst van drie jaar. Inmiddels is duidelijk dat het gaat om een overeenkomst van onbepaalde duur, met een minimum van vier jaar.

Wat is het plan na afloop van deze periode? Welke aanpassingen moeten er gebeuren om van dit gebouw een asielcentrum te maken? Wat is de huurprijs die Fedasil moet betalen? Kunt u me een gedetailleerd overzicht geven van de totale kostprijs voor de inrichting en uitbating van dit nieuwe asielcentrum?

Het lokaal bestuur van Schilde zegt niet betrokken te zijn geweest bij de plannen van de eigenaars van deze site en ook niet op de hoogte te zijn gesteld van de gesprekken met Fedasil. Uit andere berichten blijkt evenwel dat het gemeentebestuur al veel langer op de hoogte geweest zou zijn. Kunt u hierover meer duidelijkheid geven? Wanneer werd het gemeentebestuur van Schilde op de hoogte gebracht? Wanneer heeft er overleg plaatsgevonden?

Tot op heden is er ook geen transparante inspraak geweest van of met de inwoners van Schilde. Beslissingen met een dergelijke impact moeten in overleg met de lokale gemeenschap genomen worden. Dit staat trouwens heel duidelijk in het gemeentedecreet. Hoe verantwoordt u de afwezigheid van enig overleg met de lokale bevolking? Wat is het antwoord van de minister op het enorme protest?

De impact van de komst van 192 asielzoekers zal groot zijn. Werd die voldoende onderzocht? Welke maatregelen worden er genomen om de veiligheid en leefbaarheid te garanderen? Welke maatregelen zijn er genomen op het vlak van onderwijs voor de kinderen?

Kunt u duidelijkheid geven over het profiel van de asielzoekers die hier onderdak zullen krijgen? Ook daarover circuleren verschillende verhalen.

Op het domein ligt een Mariagrot en is er een kerkhof waar de overleden paters van Scheut begraven liggen. Zijn er garanties dat de Mariagrot en het kerkhof niet zullen worden afgesloten of zelfs ontmanteld, maar integraal behouden zullen blijven? Zullen ze voldoende bescherming en bewaking krijgen?

Kunt u meer toelichting geven over de andere pistes die door Fedasil werden onderzocht ter vervanging van het asielcentrum in Deurne? Op basis van welke criteria werden de andere pistes niet gekozen? Op basis van welke criteria werd er gekozen voor het domein in Schilde?

Tot slot, in uw beleidsnota staat het volgende: “Het ongebreideld openen van nieuwe opvangplaatsen is niet het juiste antwoord op de aanhoudende historisch hoge instroom en de enorme werkachterstand in de asielketen." Hoe past u deze plannen in het beweerde "strengste asielbeleid ooit", dat de eerste minister beloofde voor de verkiezingen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Dillen, er zal inderdaad een opvangcentrum openen in Schilde, ter vervanging van het sluitende centrum in Deurne. Het gaat dus niet over nieuwe capaciteit maar over vervangingscapaciteit. Dit centrum zal een maximale capaciteit hebben van 178 plaatsen. Het gaat dus niet over 192 plaatsen, maar over 178.

De contractuele informatie van het ondertekende huurcontract kan worden opgevraagd bij Fedasil, want u hebt daarover een aantal vragen gesteld. U kunt die informatie opvragen bij Fedasil, conform de regels inzake openbaarheid van bestuur. Het is aan Fedasil om te beoordelen welke gegevens wanneer en op welke manier worden vrijgegeven.

Mijn kabinet staat in rechtstreeks contact met de burgemeester. Op 26 mei 2025 heeft er overleg plaatsgevonden met alle betrokken partijen: het kabinet, Fedasil, de burgemeester en schepenen en ook de gemeentelijke diensten. Daarnaast hebben Fedasil en het gemeentebestuur een werkgroep opgericht om openstaande vragen op een constructieve manier te bespreken en om de opstart goed te begeleiden.

Bij de opening van een centrum voorziet Fedasil steeds infosessies voor de buurtbewoners. Dat zal hier niet anders zijn. Fedasil heeft de nodige ervaring met het opstarten van centra. Bovendien betreft het hier de verplaatsing van een bestaand centrum, met hetzelfde ervaren personeel en dezelfde directeur. Deze zullen meegaan van het centrum dat sluit in Deurne naar het centrum in Schilde. Dat biedt extra garanties voor een vlotte overgang.

Lokale besturen kunnen rekenen op ondersteuning via subsidies, via samenwerking met de politie, infomarkten en regionale begeleiding vanuit Onderwijs en Integratie en Inburgering. De schoolplichtige kinderen uit het centrum zullen niet allemaal in Schilde naar school gaan. Er wordt gezocht naar een evenwichtige spreiding in de omliggende gemeenten, samen met AGODI en de scholen zelf. Bovendien blijven de kinderen die nu al in Deurne naar school gaan, daar zoveel mogelijk ingeschreven. Dat is goed voor iedereen. Fedasil neemt het beperkte schoolvervoer zelf op zich, waardoor de impact op de gemeente beperkt blijft.

Het opvangcentrum in Schilde zal verschillende doelgroepen opvangen, voornamelijk personen die medische zorgen nodig hebben, alleenstaanden, families en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Er is permanent voldoende personeel aanwezig om te waken over de goede orde. Het gaat, zoals ik daarnet al zei, om ervaren personeel uit het opvangcentrum van Deurne.

Elke bewoner ondertekent bij aankomst een huishoudelijk reglement waarin staat dat vernieling en vandalisme verboden zijn en gesanctioneerd worden conform de opvangwet. Fedasil bekijkt altijd verschillende parameters bij de keuze van een locatie voor de opvang. Het gaat dan bijvoorbeeld om de kostprijs, de ligging, de kwaliteit van het gebouw, hoe snel het operationeel kan zijn, de mobiliteit enzovoort.

Ter vervanging van het huidige centrum in Deurne werden verschillende locaties onderzocht en Schilde bleek de beste keuze op basis van de prijs, de geschiktheid van het gebouw en de onmiddellijke beschikbaarheid. Wat de Mariagrot en de begraafplaats van de paters scheutisten betreft: beide locaties behoren niet tot het gehuurde goed van Fedasil. Fedasil zal echter de toegang tot deze locaties, die bereikbaar zijn zonder het centrum te moeten kruisen, geenszins belemmeren, dat in tegenstelling tot – eerlijk gezegd – de meest wilde verhalen en afbeeldingen die ik daarover deze zomer heb zien passeren.

Tot slot, de opening van Schilde dient enkel om de nakende sluiting van Deurne op te vangen. Het gaat dus niet om bijkomende capaciteit, maar om vervangcapaciteit, het behouden van bestaande expertise en het voorzien van gespecialiseerde plaatsen voor bewoners met medische noden en hun mantelzorgers. Er komen netto geen opvangplaatsen bij.

Marijke Dillen:

Dank u, mevrouw de minister.

Het zal u niet verwonderen dat uw antwoord mij bijzonder ontgoochelt. U zegt dat het in Schilde niet gaat om een nieuw asielcentrum, maar om de vervanging van Deurne. U hebt nochtans het strengste asielbeleid ooit beloofd. Het is uw plicht en uw taak om het aantal asielzoekers te verminderen, niet om hen te verplaatsen.

U zegt dat de kinderen zullen worden gespreid over de scholen, ook van de naburige gemeenten. Welnu, mevrouw de minister, dat is totaal iets anders dan wat de burgemeester heeft gezegd. Hij heeft verklaard dat die kinderen naar de scholen in Schilde zullen gaan. Nogmaals, die scholen zitten bij ons propvol. Onze kinderen staan er op de wachtlijst. Het is onaanvaardbaar dat onze kinderen op de tweede plaats komen en naar achteren worden geschoven. Dat zullen wij nooit tolereren.

U zegt ook dat de kinderen van het middelbaar onderwijs naar de school in Deurne zullen gaan en dat Fedasil daarvoor vervoer zal regelen. Mevrouw de minister, dat komt erop neer dat Fedasil taxi speelt. Onze kinderen moeten zelf met de bus, met het openbaar vervoer gaan. Waarom opnieuw die discriminatie ten nadele van onze eigen kinderen? Waarom krijgen asielzoekers een taxi die hen elke dag aan de poort komt afhalen om hen naar de schoolpoort in Deurne te brengen?

Verder zegt u, mevrouw de minister, dat die asielzoekers allemaal een reglement moeten tekenen, overeenkomstig de opvangwet. De asielzoekers die nu in Deurne verblijven, hebben dat ook moeten doen. U bent er evengoed als ik van op de hoogte dat dit voor velen onder hen eigenlijk maar een vodje papier is, getuige de moord in Antwerpen-Noord die gepleegd is door een van die bewoners.

Wat de Mariagrot betreft, mevrouw de minister, de huurovereenkomst is afgesloten voor dat hele domein. Dat hebben de eigenaars zelf gezegd. Daarenboven zijn de Mariagrot en het kerkhof van de paters van Scheut niet afgesloten. Dat is gewoon één groot domein. Zal men daar dan bescherming voorzien? Daarop biedt u absoluut geen antwoord.

Mevrouw de minister, ik weet niet of u dat domein al eens bent gaan bekijken. Ik heb u dat de vorige keer ook gevraagd. Ga daar eens kijken. Stap er gewoon binnen. De eigenaars hebben dat terrein momenteel afgesloten. Dat is in strijd met de wet op de trage wegen. Dat mag dus eigenlijk niet, maar dat is niet uw verantwoordelijkheid. In principe kan men daar gewoon binnenwandelen, recht naar het gebouw en dan verder door dat mooie park naar het kerkhof en de grot. Daar moeten zeker maatregelen worden genomen.

U hebt geen antwoord gegeven op mijn vraag over de maatregelen die genomen zijn om de veiligheid te waarborgen. Ik ben ervan overtuigd dat daar bijkomende politiecapaciteit nodig is. U weet evengoed als ik dat die capaciteit niet zomaar uit de lucht komt vallen en dat het moeilijk is om agenten te vinden die daar de veiligheid kunnen garanderen. Ik heb daar vorige maandag ook de burgemeester over ondervraagd, maar ik kreeg evenmin een antwoord.

Tot slot, mevrouw de minister, u hebt geen antwoord gegeven op de vraag welke pistes nog zijn onderzocht. U zegt gewoon dat uit het onderzoek is gebleken dat Schilde de meest interessante piste is, maar welke andere pistes zijn er onderzocht? Dat weten we niet, daar krijgen we geen antwoord op.

U bent begonnen met te zeggen – daarmee rond ik af, mijnheer de voorzitter – dat ik voor mijn eerste vraag de informatie maar moet gaan halen bij Fedasil, in het kader van de openbaarheid van bestuur. Mevrouw de minister, ik vraag al lange tijd inzage in dat dossier bij Fedasil. Aanvankelijk was dat geen enkel probleem. Ik moest alleen een nieuwe aanvraag doen, nu de huurovereenkomst ondertekend is. Welnu, mevrouw de minister, Fedasil blijft dat op de lange baan schuiven. Gisteren nog, na de zoveelste rappel die wij hebben gestuurd, hebben ze gezegd dat ik eerst een oplijsting moet bezorgen van alle informatie die ik wens te ontvangen. Het volledige dossier willen ze niet vrijgeven. Wanneer ik nu die inzage zal krijgen, blijft een open vraag. Fedasil zal nu wellicht opnieuw antwoorden dat ook dit onderzocht moet worden. Mevrouw de minister, de houding van Fedasil is absoluut niet correct. Ik hoop dat u er bij uw diensten op aandringt dat wij onmiddellijk die documenten mogen inkijken.

Tot slot, mijnheer de voorzitter, heb ik een motie ingediend.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen

en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,

- overwegende dat Fedasil de intentie heeft een asielcentrum te openen op de site van de Paters van Scheut in Schilde voor de opvang van 192 asielzoekers;

- overwegende dat de huurovereenkomst tussen Fedasil en de eigenaars blijkbaar reeds getekend is;

- overwegende dat deze site niet geschikt is voor de opening van een asielcentrum gezien de ligging binnen de zone klimaatbossengordel en binnen een residentiële en landelijke omgeving die gekenmerkt wordt door rust, groen en een beperkte densiteit;

- overwegende dat het protest van de inwoners van Schilde en de naburige gemeente bijzonder groot is, getuige de petities die inmiddels door meer dan 10.000 burgers werden ondertekend;

- overwegende dat de maatschappelijke impact van dergelijk groot asielcentrum bijzonder omvangrijk is, niet alleen voor Schilde maar ook voor de omliggende gemeenten, zowel op het vlak van de leefbaarheid als van de veiligheid en verkeersveiligheid;

- overwegende dat dit asielcentrum ook een grote impact heeft op de sociale en maatschappelijke voorzieningen die de draagkracht van de gemeente zal overschrijden;

- overwegende dat het gemeentebestuur van Schilde stelt dat ze niet op de hoogte was van de komst van een

asielcentrum en dat er geen overleg heeft plaatsgevonden;

- overwegende dat er evenmin een voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de inwoners van Schilde:

- overwegende dat deze plannen niet kaderen in het ‘strengste asielbeleid ooit’ dat de eerste minister aankondigde

vraagt de regering

geen asielcentrum te openen op het domein van de paters van Scheut in Schilde. "

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit:

" La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen

et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,

- considérant que Fedasil a l'intention d'ouvrir un centre pour demandeurs d'asile sur le site des pères de Scheut à Schilde pour l'accueil de 192 demandeurs d'asile;

- considérant que le contrat de bail entre Fedasil et les propriétaires a apparemment déjà été signé;

- considérant que ce site ne convient pas à l'ouverture d'un centre pour demandeurs d'asile, compte tenu de sa situation au sein de la ceinture forestière à fonction climatique et dans un environnement résidentiel et rural caractérisé par le calme, la verdure et une densité de population limitée;

- considérant que les protestations des habitants de Schilde et de la commune voisine sont particulièrement vives, comme en témoignent les pétitions signées par plus de 10 000 citoyens;

- considérant que l'incidence sociétale d'un centre pour demandeurs d'asile d'une telle envergure sera considérable, non seulement pour Schilde, mais aussi pour les communes voisines, tant en termes de qualité de vie qu'en termes de sécurité et de sécurité routière;

- considérant que ce centre pour demandeurs d'asile aura également une incidence majeure sur les dispositifs sociaux et sociétaux, qui dépassera les moyens de la commune;

- considérant que l'administration communale de Schilde affirme qu'elle n'avait pas connaissance de l'ouverture d'un centre pour demandeurs d'asile et qu'aucune concertation n'a eu lieu à ce sujet;

- considérant qu'il n'y a pas non plus eu de concertation préalable avec les habitants de Schilde;

- considérant que ce projet ne s'inscrit pas non plus dans le cadre de la ‘politique d'asile la plus stricte de tous les temps’ annoncée par le premier ministre;

demande au gouvernement

de ne pas ouvrir de centre pour demandeurs d'asile sur le domaine des pères de Scheut à Schilde."

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese .

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

François De Smet:

Madame la ministre, j’espère que vous avez passé de bonnes vacances. Précisément, pendant cet été, les changements législatifs de l’Arizona ont commencé à produire leurs effets. Pas dans les chiffres, non, mais dans les rues. La loi du 14 juillet 2025 restreignant l’accès aux structures d’accueil pour les demandeurs d’asile dans certaines situations est entrée en vigueur pour endiguer ce que vous appelez le "shopping de l’asile".

Nous pourrions recommencer tout le débat sur certains demandeurs bénéficiant déjà d’un statut en rappelant, par exemple, que la protection théorique offerte par certains États membres de l’Union, notamment la Grèce, n’est pas toujours effective. Cela dit, ce n’est pas le problème que je souhaitais soulever. Il s’agit plutôt du simple respect des décisions de justice. Si l’on en croit la RTBF, Fedasil a informé par courrier des avocats que, je cite, "à la demande de la ministre, l’Agence ne pourrait pas loger une famille qui avait déjà obtenu le droit d’asile en Grèce". Je dois avouer que, malgré un certain cynisme affiché par vos prédécesseurs qui refusaient de se plier à des décisions de justice, je n’ai pourtant pas le souvenir d’un ministre ordonnant à sa propre administration de refuser d’appliquer une décision de justice. Or le tribunal du travail de Bruxelles, dans une ordonnance rendue en septembre, avait ordonné à Fedasil de fournir un logement à cette famille au motif de sa vulnérabilité, notamment en raison de la présence d’enfants en bas âge et du risque de se retrouver sans toit.

Plusieurs familles seraient actuellement sans solution de logement, certaines dormant dans la rue. Des tribunaux ont déjà rendu des ordonnances favorables à ces familles, mais Fedasil, agissant donc à votre demande, ne se conforme pas à ces décisions judiciaires.

La bâtonnière de l’Ordre francophone du barreau de Bruxelles s’est tout récemment adressée à vous pour vous rappeler de tenir compte des droits humains et de l’intérêt de l’enfant dans la politique migratoire et vous a recommandé de donner de nouvelles instructions à Fedasil afin que les familles avec enfants mineurs soient toutes hébergées au sein du réseau, en vue d’éviter qu’elles n’errent en rue à Bruxelles.

Madame la ministre, combien de familles se trouvent actuellement dans la situation décrite: à savoir qu’elles ont trouvé une protection dans un autre État, mais qu’elles se sont retrouvées sans logement parce qu’elles sont venues, malgré la nouvelle législation, dans notre pays? Considérez-vous légitime qu’une ordonnance judiciaire ne soit pas appliquée en raison d’une décision politique ou ministérielle? Dans ce cas, sur quelle base légale peut-on justifier un non-respect d’une décision de justice? Ce nouveau régime de statut M vous paraît-il compatible avec les principes constitutionnels, notamment les droits de l’enfant et l’égalité devant la loi? Enfin, selon vous, la Belgique ne risque-t-elle pas des condamnations au titre de droits fondamentaux si des personnes sont laissées sans hébergement, malgré la loi en vigueur, mais aussi malgré des décisions de justice?

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, nous avons effectivement débattu sur ce sujet dans cette commission avant l'été. J'avais déjà énuméré les conséquences inévitables, à savoir des personnes qui allaient dormir dans la rue. Non plus – même si c'était interdit – des hommes seuls, mais des familles avec enfants.

La loi est entrée en vigueur le 4 août, et alors que vous promettiez ici que "plus jamais personne ne dormirait dans la rue" suite aux pressions des Engagés et de Vooruit, à quoi devons-nous assister depuis le début de cet été? Ce ne sont plus simplement des hommes seuls qui dorment dans la rue, mais des familles avec enfants. Le plus jeune a 13 mois et a vu sa demande d'accueil refusée, alors que sa maman a fui, que l'enfant est la victime d'une agression sexuelle, qu'il est né postérieurement à la fuite de la mère. Il a 13 mois, et parce que c'est un statut M, il a été refusé dans le statut d'accueil sans aucune prise en considération de sa vulnérabilité ni du statut de l'enfant.

Comme l'indique mon collègue De Smet, sur base de vos instructions, une dizaine d'ordonnances ont déjà été prononcées par le tribunal du travail de Bruxelles. Aucune d'entre elles n'est respectée. Pire, il y a semble-t-il du cynisme. Ce n'est en effet pas le manque de places qui motive le refus d'accueil puisqu'une instruction indiquerait que si les personnes renoncent à leur demande de protection internationale, vous accepteriez de les loger jusqu'à ce qu'une solution soit trouvée en vue de leur départ. Cela signifie qu'il y a des places disponibles, et que vous refusez de les loger.

Madame la ministre, quand allez-vous enfin prendre conscience des conséquences de votre loi? Quand allez-vous respecter les décisions de justice? Quand ferez-vous en sorte que des gens ne dorment pas dans la rue, singulièrement des enfants de 13 mois?

Matti Vandemaele:

Ik zal mijn vragen samenbundelen, mijnheer de voorzitter. De vakantie was lang, dus ik heb mijn vragen op verschillende momenten tijdens de vakantie ingediend. We kunnen ze nu echter samen behandelen.

Sinds deze zomer worden mensen die bescherming kregen in een andere EU-lidstaat uitgesloten van het opvangnet. Rechtbanken oordelen nu echter dat die weigering onvoldoende is gemotiveerd, dat er geen rekening wordt gehouden met de individuele situatie en de kwetsbaarheid van de gezinnen en dat er opnieuw opvang moet worden voorzien. Toch, mevrouw de minister, krijgen die gezinnen te horen dat u als minister Fedasil de opdracht hebt gegeven om die rechterlijke uitspraken gewoon te negeren. U hebt immers een instructie op papier gegeven aan uw administratie waarin u stelt dat de rechterlijke macht mag wordt genegeerd en dat er geen rekening mee moet worden gehouden.

Wat is uw motivatie om te zeggen dat de rechterlijke macht de boom in kan, om er niet naar te luisteren? Hoe kijkt u naar het feit dat die rechtbanken oordelen dat er opvang moet worden voorzien? Het is jammer dat uw coalitiepartners Les Engagés, Vooruit en cd&v, die altijd zeiden dat het hoger belang van het kind prioritair zou zijn, hier niet aanwezig zijn en dat blijkbaar niet hebben gezien. Is het een regeringsstandpunt om kinderen en gezinnen op straat te zetten? Wij vernemen namelijk dat het duidelijk een standpunt is van de regering om gezinnen met kinderen de straat op te duwen.

Zal het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondersteund worden? Het gaat ondertussen immers al om enkele duizenden mensen die op straat zijn terechtgekomen en die uiteraard niet allemaal zijn teruggekeerd. Zal er daarvoor ondersteuning komen?

Mijn tweede vraag heeft betrekking op de minderjarigen. Daarover hebben we heel lang gediscussieerd in de plenaire vergadering. Toen kwam telkens naar voren dat het hoger belang van het kind individueel zou worden bekeken en dat er de mogelijkheid zou zijn om in het belang van het kind toch opvang te voorzien. Dat is altijd zo gezegd. Les Engagés, Vooruit en cd&v zeiden telkens weer dat er voor die kinderen een oplossing zou worden gevonden. Nu blijkt echter dat er voor die kinderen geen oplossingen komen. Ik hoor de collega’s ook zeggen dat er baby’s tussen zitten. Het gaat dus niet enkel over 14-, 15- of 16-jarigen, maar ook over baby’s.

Jullie sturen gezinnen met baby’s gewoon de straat op. Ik sta daar met open mond naar te kijken, zeker omdat u gezegd hebt dat u het meest humane beleid ooit zou voeren. Jullie zijn de inhumanen. Jullie hebben het verkeerd aangepakt. U zou tonen hoe het moet, maar twee weken later werden de eerste baby’s de straat op geduwd. Dat is de realiteit van uw beleid, mevrouw.

Wat is de handelingsmarge bij de asieldiensten wanneer zij geconfronteerd worden met gezinnen met kinderen? Kunnen zij dan oplossingen bieden? Waarom doen ze dat niet, als dat mogelijk is?

Mijn tweede vraag: vandaag is het nog relatief warm, maar wat als het putje winter wordt? Gaan we dan ook gezinnen met baby’s de straat op sturen, ja of nee?

Ten derde, waar is hier het belang van het kind? U hebt beloofd daar rekening mee te houden, maar u doet dat niet. Uw diensten doen dat hoegenaamd niet. Ik citeer een van uw voorgangers: “Hoe kunnen die linkse moraalridders in de spiegel blijven kijken nu er kinderen op straat moeten slapen, alleen in de kou, prooien voor onverlaten?” Hij voegde eraan toe: “Tijdens mijn mandaat sliep geen enkel kind op straat. Zero.”

Blijkbaar zijn de morele standaarden opgeschoven. Voor deze regering – met Vooruit, Les Engagés en cd&v – lijkt het geen enkel probleem te zijn dat kinderen, ook baby’s, de straat op worden gestuurd en dat er niet meer in opvang wordt voorzien.

Mijn volgende vraag is algemener en staat los van de minderjarigen. Voor hoeveel mensen met een M-status is inmiddels beslist dat er geen plek meer is in het opvangnet? Over hoeveel mensen gaat het concreet? Ik hoor cijfers die variëren van 2.000 tot 3.000. Hoeveel zijn het er werkelijk? Hoeveel minderjarigen behoren er tot die groep? Wordt er voor hen in extra begeleiding voorzien, of krijgen zij gewoon een briefje mee en wordt er gezegd: “Dag, nog een prettige dag en laat ons gerust”?

Mevrouw de minister, we kunnen van mening verschillen en dat zullen we ook de hele legislatuur blijven doen, maar ik dacht echt dat we het over de kwetsbaren, en zeker over kinderen, eens waren dat we dat niet zouden doen. Jullie zouden ons tonen hoe moreel superieur jullie waren. Jullie hebben altijd gezegd dat ons beleid verwerpelijk was, dat wat wij gedaan hebben degoutant was, dat wij alleenstaande mannen de straat op geduwd hebben. Ik heb al gezegd dat ik daarvoor mijn verantwoordelijkheid neem. Dat mocht inderdaad niet gebeuren.

Jullie hebben echter beloofd het beter te doen. Na twee weken sliepen er al gezinnen met kinderen op straat. Voor uw coalitiepartners is dit heel belangrijk om te beseffen. Bij Les Engagés, bij Vooruit en bij cd&v moeten ze zich goed in de oren knopen dat dit het regeringsbeleid is. Het is het beleid van deze regering om gezinnen met kinderen, ook met baby’s, de straat op te sturen. U mag daar trots op zijn (...)

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in de media lezen we dat er gezinnen met kinderen op straat slapen. Andere parlementsleden hebben dat onderwerp al aangehaald.

Gaat het daarbij uitsluitend om personen die al een status hebben gekregen in een andere EU-lidstaat? Over hoeveel mensen gaat het precies? Het terugkeerbeleid speelt hier immers een rol. U kunt opvang weigeren aan mensen die al een status hebben gekregen in een andere EU-lidstaat. Als u echter geen actie onderneemt om die mensen terug te sturen naar het EU-land waar zij al een status hebben gekregen, zullen zij hier nog lange tijd op straat blijven. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat de Brusselse daklozenopvang uw taken overneemt.

Mijn concrete vraag aan u is dan ook hoe u ervoor zult zorgen dat gezinnen met kinderen die hier op straat slapen, worden teruggestuurd naar het EU-land waar zij al een status hebben gekregen. Welke acties mogen we van u verwachten?

Greet Daems:

Mevrouw de minister, door uw crisismaatregel die verbiedt dat gezinnen een tweede asielaanvraag indienen op naam van hun kind, slapen heel wat gezinnen met jonge kinderen noodgedwongen op straat. Vluchtelingenwerk Vlaanderen heeft dat in augustus al vastgesteld. Zij telden een twintigtal gezinnen met kinderen, samen ongeveer zestig personen. In sommige gevallen betrof het zelfs baby’s van negen maanden oud. Samusocial spreekt zelfs van vierhonderd gezinnen.

Mevrouw de minister, het middenveld stelt u verantwoordelijk, en terecht, want uw logica is onmenselijk. Door elk greintje waardigheid af te nemen van een moeder en haar kind, van een gezin op de vlucht, zullen die personen België wellicht verlaten. Dat lijkt uw redenering. In plaats van op Europees niveau te pleiten voor betere bescherming en betere asielprocedures, doet u het tegenovergestelde.

De RTBF bracht naar buiten dat u het personeel van Fedasil de opdracht hebt gegeven een rechterlijk bevel naast zich neer te leggen. Dat bevel was duidelijk: een gezin dat eerder al asiel had gekregen in Griekenland, moest wegens zijn kwetsbaarheid opvang krijgen bij Fedasil. U maande Fedasil evenwel aan om dat bevel te negeren. Het gezin kwam aldus op straat terecht. Het gaat ver wanneer de minister Fedasil oplegt uitspraken van de rechtbank niet uit te voeren. Ook binnen het personeel stuit dat op weerstand.

Hebt u Fedasil de opdracht gegeven om uitspraken van de rechtbank te negeren, en beseft u dat u zich daarmee boven de wet plaatst?

Over hoeveel gezinnen gaat het ondertussen? Hoeveel volwassenen en hoeveel kinderen slapen er momenteel op straat en hebben door die crisismaatregel geen plaats meer in het opvangnetwerk?

Zijn er plaatsen beschikbaar in het Fedasil-opvangsysteem voor gezinnen?

Vanwaar komen de gezinnen die doorreizen? In welke landen hebben zij reeds de procedure doorlopen?

Voorzitter:

Mevrouw Schlitz, het Reglement laat mij niet toe dat ik u het woord verleen. Slechts één iemand per fractie mag een vraag stellen in een actualiteitsdebat.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik begrijp dat u veel vragen hebt. Ik hoor hier zaken en getallen vernoemen die compleet niet stroken met de realiteit. Daarom heb ik een uitgebreid antwoord voorzien, omdat ik het toch wel belangrijk vind om de puntjes op de i te zetten.

La position du gouvernement a toujours été claire et elle a également été communiquée au barreau de Bruxelles, en réponse à la lettre à laquelle le collègue De Smet a fait référence.

Met de wet van 14 juli 2025, die op 2 augustus 2025 in werking is getreden, neemt de federale regering maatregelen om de opvangcapaciteit te vrijwaren voor wie het echt nodig heeft, namelijk de verzoekers om internationale bescherming die nog niet in een andere lidstaat bescherming of een definitieve weigering gekregen hebben.

Op dit moment geniet ongeveer 10 % van de personen die wij opvangen – 3.025 mensen – al bescherming in een andere lidstaat. Dat is een onhoudbare situatie. Het zijn in principe allemaal plaatsen die we zouden kunnen sluiten of die nooit geopend hadden hoeven te worden. Voor alle duidelijkheid, en zoals we ook al bij de bespreking van de wetgeving zeiden: door het standstillprincipe heeft de wetgeving enkel betrekking op nieuwe gevallen en dus niet op de mensen die al in de opvang verblijven.

We hebben op Europees niveau regels afgesproken en die moeten gerespecteerd worden. België is veel te lang veel te laks geweest, met alle gevolgen van dien. Ik heb een departement aangetroffen waar onder druk van Vivaldi geen enkele verstrenging mogelijk was. Het resultaat? Gezinnen en vele honderden alleenstaande mannen op straat. In plaats van orde was chaos de rode draad door het asielbeleid van de voorbije jaren. Met de huidige regering veranderen we eindelijk van koers. Iedere systeemverandering gaat gepaard met een aanpassingsperiode.

Vandaag hoeft geen enkele verzoeker op straat te slapen. De wachtlijst van de alleenstaande mannen – momenteel 1.900 personen – is volledig weggewerkt, met inbegrip van de Brussels Deal, die 2.000 plaatsen bevat. Daarnaast bestaat er voor alle verzoekers die al bescherming genieten in een andere lidstaat steeds de mogelijkheid om in te stappen in een traject van vrijwillige terugkeer naar het land waar ze een statuut hebben – dus het land dat voor hen verantwoordelijk is – of, indien ze dat wensen, naar het land van herkomst voor wie een negatieve beslissing gekregen heeft. Niemand hoeft dus vandaag voor ons op straat te slapen.

Laat me nog eens duidelijk maken wat de lijnen zijn binnen het Europese rechtskader waarmee we vandaag werken.

Les personnes qui bénéficient déjà d'une protection internationale dans un autre État membre de l'Union européenne ou dont la demande a été rejetée n'ont désormais plus droit à une place dans notre réseau d'accueil. Celui-ci est aujourd'hui structurellement saturé et doit être préservé afin que les places disponibles puissent être attribuées à ceux qui comptent réellement sur nous.

Wij moeten het signaal geven dat België de Europese regels strikt zal toepassen. Enkel op die manier zullen wij de instroom kunnen beperken.

Wanneer ik de vragen van vandaag zie, begrijp ik dat velen onder u de krant lezen maar vaak waarschijnlijk enkel de titel van het artikel. Ik moedig u dan ook allen aan om verder te lezen dan de ronkende titels.

U weet intussen dat ik geen conclusies op lange termijn wil trekken op basis van resultaten op korte termijn. Onze crisismaatregelen zijn sinds deze zomer van kracht, namelijk sinds ongeveer een maand. Laten we dus voorzichtig de eerste resultaten evalueren.

September en oktober zijn historisch de maanden met de meeste asielaanvragen van het jaar. In augustus 2025, dus vorige maand, werden 374 verzoeken minder ingediend dan in juli 2025 en 442 minder dan in augustus 2024. Dat is een stap in de goede richting. Ik herinner u eraan dat de voorspellingen bij het begin van de huidige legislatuur waren dat wij zonder maatregelen veel meer asielaanvragen zouden hebben, namelijk 50.000 in plaats van 40.000 op jaarbasis. Ik kan dus enkel zeggen wat de huidige cijfers zijn.

De nieuwe regels zijn enkel van toepassing op verzoeken die in België werden ingediend vanaf 2 augustus 2025, de datum waarop de wet die wij hier op 14 juli 2025 hebben goedgekeurd in werking is getreden. Dossiers die voordien zijn ingediend, vallen dus niet onder de nieuwe bepalingen. Dat zorgt voor een heldere en transparante toepassing. De wet werkt niet retroactief, maar geldt strikt voor nieuwe aanvragen. De impact van de maatregelen zal zich dus pas de komende maanden manifesteren. Ik ben er zeker van dat u de komende maanden en jaren nog veel vragen over de problematiek zult stellen.

Ik kom nu bij het punt over de M-statussen. In de eerste acht maanden van 2025 werden 2.228 asielaanvragen ingediend door mensen met een M-status. Dat is iets minder dan in de eerste acht maanden van 2024, toen het om 2.373 personen ging.

Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving zijn er 189 personen geweest op wie de nieuwe regelgeving van toepassing is. Deze cijfers dateren van vrijdag 12 september. Mijnheer Vandemaele, het gaat dus niet om enkele duizenden personen, maar wel om 189 personen op wie de nieuwe regelgeving van toepassing is. Voor 143 van hen werd de opvang beperkt. Vijf dossiers worden momenteel nog beoordeeld. De groep die momenteel toch nog wordt opgevangen, bestaat uit personen die een uitzondering kregen om sociale of medische redenen, niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en personen die opvang kregen omdat een van hun gezinsleden recht heeft op opvang.

Chaque situation est et sera toujours examinée au cas par cas, conformément à la loi sur l'accueil.

Wat de aanvragen betreft die namens een kind zijn ingediend nadat de aanvraag van de ouder was afgewezen, tussen 2 augustus en 9 september vielen tien gezinnen onder de toepassing van de nieuwe wet. Die gezinnen vertegenwoordigen samen 46 personen. Vier van de tien gezinnen verbleven op het moment van de aanvraag reeds buiten de opvang. Zes gezinnen van de tien bevonden zich in de opvang toen de aanvraag namens het kind werd ingediend. Vijf van de zes gezinnen kregen een beperking van de opvang opgelegd. Eén gezin kreeg een uitzondering op basis van de individuele situatie.

De crisismaatregelen gelden voor iedereen. Ook in die dossiers maakt Fedasil binnen het wettelijk kader een individuele afweging op basis van objectieve gegevens.

Le 5 septembre, j'ai en effet adressé une communication à Fedasil dans laquelle j'ai confirmé le maintien des mesures de limitation de l'accueil. J’ai pris acte de plusieurs jugements rendus par les tribunaux du travail – contre lesquels une tierce opposition a d'ailleurs été introduite – tout en attirant l'attention sur les passages pertinents du Pacte sur la migration et la jurisprudence européenne, qui confirment que les demandes introduites par les titulaires d'un statut M peuvent être considérées comme des demandes ultérieures.

Ik wijs er graag op dat over de teksten van het pact onderhandeld werd en dat de teksten nadien goedgekeurd werden onder de vivaldiregering, waar uw beider partijen deel van uitmaakten, mijnheer Aouasti en mijnheer Vandemaele.

Een verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing is genomen over een vorig verzoek, wordt conform artikel 55, 2°, juncto, artikel 3,19°, van de verordening 2024/1348 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van richtlijn 2013/32, als een volgend bezoek beschouwd.

Artikel 20 van de richtlijn tot vaststelling van de normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming benoemt de gevallen waarin materiële opvangvoorzieningen kunnen worden beperkt of ingetrokken. Punt 1, c, voorziet expliciet in de mogelijkheid voor de lidstaten de materiële hulp te beperken wanneer een verzoeker een volgend verzoek heeft ingediend. Voor zulke verzoeken kan de opvang dus wettelijk worden beperkt.

Les personnes qui bénéficient déjà d’une protection dans un autre État membre ou dont la demande a déjà été définitivement rejetée, que ce soit en Belgique ou dans un autre État membre, choisissent elles-mêmes de poursuivre leur voyage et/ou d’introduire une nouvelle demande en Belgique, et ne sont pas contraintes de vivre dans la rue.

Si elles choisissent de retourner dans le pays qui leur a accordé une protection, dans l’État membre responsable ou dans leur pays d’origine, elles peuvent s’inscrire dans un parcours de retour volontaire. Dans ce cas, elles peuvent être temporairement accueillies dans un centre de retour.

Le fait que certaines d’entre elles choisissent malgré tout de vivre dans la rue relève donc d’un choix délibéré.

Het doel van de maatregel is om opvangplaatsen vrij te maken voor wie daar wel recht op heeft, in het bijzonder voor de meest kwetsbare groepen. Het is tegelijk ook een duidelijk signaal aan doorreizigers die elders al bescherming genieten. We zullen hen helpen bij hun terugkeer naar de lidstaat waar zij bescherming hebben, maar zij worden niet opgenomen in de reguliere opvangstructuren in België. Het gaat dus om niets meer of minder dan de uitvoering van het regeerakkoord, in lijn met het Europees recht, waarbij striktheid en rechtvaardigheid hand in hand gaan.

Dan waren er enkele vragen over de situatie van daklozen. De beoordeling van de precaire situatie van een gezin behoort tot de bevoegdheid van de OCMW’s, die hier hun sociale verantwoordelijkheid opnemen. We hebben geen zicht op het aantal dakloze uitgeprocedeerde of niet-opvanggerechtigde asielzoekers.

Uiteraard moeten we aandacht hebben voor de daklozenproblematiek. Het discours alsof alle daklozen in Brussel het gevolg zijn van federale crisismaatregelen is echter nergens op gestoeld. De groep daklozen in Brussel en in de regio’s is erg divers. Het gaat over vreemdelingen die geen enkele procedure lopende hebben en die de nodige stappen niet zetten om hun verblijf in orde te brengen. Het gaat ook over personen die een of meerdere bevelen hebben gekregen om het grondgebied te verlaten, maar daar geen gevolg aan geven. Soms gaat het om mensen met een drugsproblematiek. Daarnaast gaat het over Belgen die vaak in een complexe armoedeproblematiek terechtgekomen zijn.

Er bestaat geen wonderoplossing voor de daklozenproblematiek. We moeten alleszins durven te benoemen hoe het zover is kunnen komen. Te lang is er een te laks beleid gevoerd waarbij problemen rond drugs, werkloosheid en eveneens asiel en migratie onvoldoende zijn aangepakt. Uit de vele verontwaardigde reacties leid ik af dat er in het Parlement brede steun bestaat om die problematiek aan te pakken.

Er zijn geen specifieke informatiecampagnes gelanceerd naar aanleiding van de nieuwe wetgeving. Daklozen die een verzoek om internationale bescherming indienen, kunnen medische hulp krijgen en kunnen terecht bij het infopunt voor begeleiding.

Daarnaast ondersteunt Fedasil de Brusselse overheid op basis van de Brussels Deal, waarbij onder meer 2.000 plaatsen worden gefinancierd. Sinds het begin van afgelopen zomer heb ik overleg gevraagd met minister-president Vervoort om de situatie op het terrein nader te bespreken en bijkomende oplossingen te bekijken. Mevrouw Van Belleghem, u had in dat verband heel concrete vragen, maar de DVZ meldt mij dat hij niet over de gevraagde cijfers beschikt.

Notre politique est stricte mais équitable. Elle protège la capacité d'accueil pour ceux qui relèvent de la responsabilité de la Belgique. Elle respecte nos obligations internationales ainsi que l'intérêt de l'enfant, et elle envoie en même temps un signal clair à ceux qui bénéficient déjà d'une protection dans un autre État membre: ils doivent y rester. Ce n'est qu'ainsi que nous pourrons maîtriser la crise de l'accueil et de l'asile.

François De Smet:

Merci, madame la ministre, pour votre réponse, qui a, à tout le moins, le mérite d'être élaborée et longue. Mais vous justifiez la nécessité de votre politique comme si nous étions au printemps dernier en train de refaire le match sur les projets de loi. Cela ne répond pas, pour moi, à la question de principe: est-il normal de ne pas respecter une décision de justice, même quand elle contrarie de plein fouet les plans de l'exécutif? Vous nous répondez en filigrane que, oui, la fin justifie les moyens. Tel est notre désaccord.

Il y a la loi votée par le Parlement et appliquée par l'exécutif. Il y a la loi appliquée par les tribunaux, qui vous demandent d'héberger ces familles. Celles-ci sont aussi informées de la loi et elles estiment quand même que la motivation du non-hébergement n'est pas suffisante. Il est évidemment de votre droit de faire tierce opposition, mais il n'est pas en votre pouvoir de décider que l'application de la loi par l'exécutif et l'administration doit l'emporter sur l'application de la loi par la justice. Enfin, certains impératifs de droits fondamentaux me semblent devoir l'emporter sur tout, en particulier – et vous en avez parlé – en matière d'intérêt supérieur de l'enfant. Vous parliez de choix délibéré. Quel est, par exemple, le choix délibéré d'un enfant de 13 mois?

Khalil Aouasti:

Je vous remercie, madame la ministre.

Comme dans le cadre de débats précédents, parfois, j'ai l'impression que vous-même ne savez pas ce que vous dites. Ici, j'ai assisté à une déclaration de note de politique générale, dans laquelle vous vous contredisez.

En effet, vous nous dites que la loi, que vous avez votée et qui est entrée en vigueur le 4 août dernier, supprime en fait le droit à l'accueil pour les fameux statuts M. Dans votre même réponse, vous indiquez que vous appliquez une jurisprudence qui est conforme à la jurisprudence européenne qui consiste à considérer ces demandes comme des demandes d'asile ultérieures. Or la loi accueil prévoit explicitement la possibilité de donner l'accueil aux auteurs des demandes d'accueil ultérieures déclarées recevables. Donc, vous donnez une instruction à Fedasil sur la base d'une analyse tronquée de la loi accueil, puisque votre propre loi prévoit la possibilité, même pour ces statuts M qui ont introduit une demande d'asile déclarée recevable, de bénéficier de l'accueil. Donc, on se demande parfois si vous savez de quoi vous parlez. Je suis désolé de vous le dire.

Ensuite, vous avez fait un grand discours de note de politique générale. Mais je vous parle de femmes et d'enfants qui sont dans la rue. Vous vous étiez engagée il y a moins de deux mois à mettre fin aux errances du passé, aux excès, à l'indigence. En réalité, ce que vous faites est pire.

En moins d'un mois, il y a un enfant de 13 mois qui dort dans la rue; le Samusocial est débordé à Bruxelles et essaie de prendre le relais de votre administration. Et, dans votre réponse, vous confirmez l'instruction inique par laquelle vous dites aux gens de renoncer à leur déclaration de protection internationale pour avoir une place en centre de retour. Cela signifie que vous ne respectez pas la loi, alors que des places d'hébergement sont disponibles. Vous les conditionnez à la renonciation au droit à cette protection internationale sur le sol belge.

C'est contraire à tout ce dont nous avons discuté, tout ce qu'on a voté, à n'importe quelle note de politique générale, et même, je pense, à vos engagements vis-à-vis de vos partenaires de majorité.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord en ook voor de cijfers, want ik vind het belangrijk dat we ons debat op goede cijfers kunnen baseren. Als ik bijvoorbeeld 3.000 gezegd heb en u hebt heel andere cijfers, dan ben ik blij dat u mij corrigeert. Ik ben niet te beroerd om dat toe te geven. Het is belangrijk dat we over cijfers beschikken. Dat is ook de reden waarom we vragen stellen.

Ten tweede heb ik niets tegen het principe dat een eerste verzoek prioritair is en dat we daarop sterk inzetten. U hebt gemerkt dat wij u daarover zelfs niet bevraagd hebben in de plenaire vergadering. Ik kan u steunen in dat principe.

De kwestie is dat u hardvochtig kunt zijn, maar niet hoeft te zijn. Daar ligt volgens mij het kalf gebonden. U hebt uitgelegd wat u doet, maar eigenlijk komt het neer op het opschonen van uw statistieken. Aanvragers of asielzoekers worden gewoon daklozen. Statistisch zullen we hier binnen een jaar wellicht een dalende curve zien. Dat zou waar kunnen zijn. De vraag is echter of we een probleem oplossen wanneer we van een groot deel van de asielzoekers gewoon daklozen maken. Lossen we daarmee het probleem van die mensen of het probleem van de lokale besturen op? Ik denk eerlijk gezegd van niet.

U zei op een bepaald moment dat het dan ook niet meer uw probleem is, maar een probleem van de lokale OCMW’s. Burgemeester Close zegt dat hij al maanden overleg vraagt met u als minister van Asiel en Migratie, maar nul op het rekest krijgt. U zegt hier nu het tegenovergestelde. Het zal mij benieuwen, maar ik denk dat het belangrijk is dat we niet allemaal onze paraplu openen en het probleem doorschuiven naar iemand anders.

Ik kom ook even terug op het belang van het kind. U zegt zelf dat ouders daarvoor kiezen. Een baby van 13 maanden kiest echt niet voor een leven op straat. U kunt dat misschien aan uzelf uitleggen, maar de kinderen van die gezinnen kiezen er niet zelf voor om op straat terecht te komen. Ik denk dat wij als samenleving een verantwoordelijkheid hebben om ervoor te zorgen dat gezinnen met kinderen of met baby’s niet op straat belanden, maar dat we hen ondersteunen.

Mevrouw de minister, ik ben dus niet overtuigd en ik maak me vooral zorgen over waar we deze winter naartoe gaan. Het zou immers weleens heel lastig kunnen worden als veel gezinnen op straat terechtkomen. Het tentenkamp in Brussel is opnieuw aan het aangroeien. We gaan op die manier een heel lastige winter tegemoet. Wanneer we kinderen en gezinnen met kinderen onder bruggen of in tentjes zien wonen, hebben we een heel groot probleem. Het zal dan onvoldoende zijn om te zeggen dat u uw statistieken hebt opgekuist en dat het nu aan anderen is. Dat volstaat niet als antwoord. Ik mag hopen dat men in uw coalitie ook inziet wat u aan het doen bent, namelijk kinderen en baby’s de straat op duwen.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer Vandemaele, het zijn de ouders die hun kinderen op straat duwen. Vluchtelingen die al in een andere lidstaat erkend zijn, slapen op straat omdat dat een vrijwillige keuze is.

Matti Vandemaele:

Toch niet van de baby's?

Francesca Van Belleghem:

Daarbij is er sprake van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Kennelijk wordt daar niet meer aan gedacht.

Mevrouw de minister, u hebt wel iets bijzonders gezegd, namelijk dat ze vrijwillig kunnen terugkeren. Net daar ligt de problematiek. Ook al zijn het erkende vluchtelingen, ze moeten gedwongen teruggestuurd worden naar dat andere EU-land of naar het land van herkomst. Als u blijft vasthouden aan de redenering dat ze vrijwillig kunnen terugkeren, zal de daklozenproblematiek van de personen met een M-status niet opgelost geraken.

In welke mate kunt u die mensen gedwongen terugsturen? Verbiedt de Europese wetgeving dat? Kunt u dat niet doen, mag u dat niet doen of wilt u dat niet doen? Uw beleid op dat vlak is eigenlijk halfslachtig. Aan de ene kant is er een goede maatregel, maar vervolgens zegt u dat ze vrijwillig kunnen terugkeren. Hoe zult u ervoor zorgen dat die mensen uit ons land verdwijnen en terugkeren naar het land waar ze erkend zijn, of eventueel naar het land van herkomst indien ze helemaal geen bescherming nodig hebben?

Greet Daems:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

U zei onlangs nog dat u niet langer wilt dat België het putje van het asielbad is. Met dit beleid maakt u van België echter het putje van Europa. Ik heb de kranten goed gelezen, niet alleen de krantenkoppen. Uw discours blijft hetzelfde. U vindt het blijkbaar aanvaardbaar dat er kinderen op straat slapen omdat ze dat zogezegd zelf gezocht hebben. U zegt dat niemand op straat hoeft te slapen, omdat opvang mogelijk is als men meewerkt aan een terugkeer. Die mensen reizen echter niet zomaar door in Europa. De situatie in Griekenland is nog steeds verschrikkelijk. Ngo’s hebben dat breed gerapporteerd. U doet echter alsof die mensen doorreizen op zoek naar de meeste voordelen. Dat is niet de realiteit. Mensen willen naast veiligheid ook een dak boven hun hoofd. Ze willen toegang krijgen tot onderwijs. Dat zijn geen voordelen, mevrouw de minister, dat zijn basisrechten.

Voorzitter:

Wensen leden van andere fracties aan te sluiten bij de replieken?

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, wat ik in dit soort debatten altijd zo vreemd vind, is dat de linkerzijde het in feite opneemt voor mensen die komen profiteren ten koste van degenen die het werkelijk nodig hebben. Het is precies door die mensen, die naar hier doorreizen enkel en alleen om van de voordelen te profiteren, dat er voor de rest geen plaats meer is in onze opvangcentra en het voor andere gezinnen met kinderen heel moeilijk wordt om opvang te krijgen. Toch hoor ik hier de oppositie aan de linkerzijde ervoor pleiten dat u het als minister allemaal mag laten gebeuren, dat er voor links geen ouderlijke verantwoordelijkheid geldt en dat het u als minister toekomt om dat op te lossen. Ik vind dat hallucinant. Daarenboven zwaait men nog met het morele vingertje om te zeggen dat u hardvochtig bent, dat u de mensen – ik citeer letterlijk de bewoordingen die ik heb gehoord – de straat op duwt. Hoe durft u dat te zeggen, collega Vandemaele? Het is de vivaldiregering die de zaak heeft laten verrotten. Vivaldi heeft ervoor gezorgd dat er steeds meer mensen naar hier komen, ook gezinnen met kinderen. U hebt immers de stok achter de deur weggenomen voor een gedwongen terugkeerbeleid, u hebt dat uit de wetgeving geschreven.

Mevrouw de minister, er moesten inderdaad compromissen worden gezocht. In eerste instantie verwacht u daarom dat de mensen vrijwillig terugkeren. Ik hoop dat u gebruikmaakt van de plaatsen in de terugkeercentra om hen te begeleiden naar terugkeer.

Daarnaast hoop ik dat u uw beleid op deze manier verderzet, door wél beleid te voeren en ervoor te zorgen dat we niet het putje van de Europese Unie worden. We hebben vanmorgen nog gezien dat we op de vierde plaats staan wat het aantal asielaanvragen betreft. Op de vierde plaats! Denkt u werkelijk dat de mensen vanwege het mooie weer komen, mevrouw Daems? Absoluut niet. Die mensen komen hier voor de voordelen, en dat zullen we met deze arizonaregering aanpassen op een humane, menselijke manier, maar ook door te wijzen op de verantwoordelijkheid van de gezinnen en de ouders. Mevrouw de minister, dat moeten we wel degelijk nog veel meer durven te doen.

Anne Pirson:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse claire et détaillée.

Il me semble important de rappeler quelques considérations. Premièrement, les nouvelles mesures ont produit leurs effets à partir de cet été. Cela signifie bien que les 3 256 personnes qui résidaient dans le réseau d’accueil avant l’entrée en vigueur de ces mesures y restent. Deuxièmement, je note que, depuis l’été, 189 personnes sont concernées par ces nouvelles dispositions. Parmi elles, on parle de quatre familles qui doivent quitter le réseau d’accueil. Je note, par ailleurs, qu’un accueil leur est offert dans les centres ouverts. Par conséquent, il convient de souligner que l’accueil leur est offert à deux reprises: d’abord, dans l’État membre qui leur a offert une protection internationale; ensuite, dans les centres ouverts. Il s’agit donc bien d’un choix personnel de certains qui, bien qu’ils ne remplissent pas les conditions d’accueil, décident de rester en Belgique. C’est un choix personnel malheureux qui entraîne des implications pour toutes ces familles. Je pense en particulier aux enfants. Nous ne pouvons que le regretter.

Par ailleurs, nous rappelons les propos du CGRA de ce matin: il existe une forte demande de demandeurs d’asile en Grèce, mais le CGRA indique qu’il n’existe aucune situation systémique pour les ressortissants étrangers de faire reconnaître leurs droits en Grèce, raison pour laquelle le taux de décisions négatives pour les statuts M en provenance de ces pays s’élève quand même à plus de 65 %.

Pour finir, Les Engagés rappellent que l’harmonisation du droit d’asile et l’impact sur l’accueil passent par l’application du Pacte migratoire européen. Nous vous soutenons pleinement dans cette décision. De plus, Les Engagés ont toujours défendu une politique migratoire et d’accueil qui soit, certes, ferme, mais aussi humaine. Cela se traduit par les faits suivants. Pour désengorger le réseau, qui est structurellement saturé depuis 2022, le droit à l’accueil est exclusivement réservé aux personnes qui remplissent les nouvelles conditions légales. N’y ont pas droit celles qui ont déjà obtenu une protection dans un autre État membre. Deux exceptions sont prévues pour des personnes considérées comme vulnérables: les MENA et les malades. Et puis, le réseau d’accueil ne peut et ne doit pas être réduit de manière abrupte, à l’instar de ce qui fut décidé sous la Suédoise, mais progressivement et au fur et à mesure que les dispositions de crise portent leur effet.

J’aurais souhaité obtenir un éclaircissement, si cela ne vous dérange pas, monsieur le président.

Madame la ministre, confirmez-vous bien que les personnes qui ressortent du statut M reçoivent un accueil dans les centres de retour? Si oui, pour quelles raisons la justice considère-t-elle que vous n’exécutez pas les décisions de justice? Faut-il voir là que la justice considère qu’un accueil doit être offert même aux personnes qui ne remplissent pas les conditions légales et qui ne s’inscrivent pas dans un trajet de retour vers l’État membre responsable?

Anneleen Van Bossuyt:

Het betreft beschikkingen van de arbeidsrechtbanken in kortgeding. Het gaat in eerste instantie louter over de toepassing van de opvangwet. Het gaat gewoon over het feit dat zij stellen dat we mensen die al bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat, alsnog zouden moeten opvangen. Daarover gaat het. Het gaat dus niet over de vrijwillige terugkeer en de terugkeercentra, het gaat over de eerste stap.

De achterstand in de betaling van de Fedasilsubsidies aan verenigingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz kaart aan dat de vertraagde en onzekere subsidieprocedure voor Fedasil’s innovatieve integratieprojecten (2025-2026) cruciale opvang- en integratieacties bedreigt, met werkzekerheid van medewerkers en continuïteit van diensten als inzet. Minister Van Bossuyt stelt dat de Inspectie van Financiën de subsidies blokkeerde omwille van budgetonzekerheid en gebrek aan urgentie, en dat enkel lopende projecten (2024) heroverwogen worden op kostenefficiëntie, zonder garanties tegen toekomstige administratieve stilstand door politieke impasses. Schlitz wijst de tegenstrijdigheid in beleid scherp: terwijl integratie en Europese coherentie als prioriteit worden voorgesteld, saboteert budgetbezuiniging juist innovatieve projecten die taalvaardigheid en maatschappelijke inburgering moeten versterken, wat zij ziet als een bewuste afschrikstrategie in plaats van een oprechte integratieaanpak. De minister benadrukt dat deze pilotprojecten geen structurele opvangfinanciering zijn, maar Schlitz betwist de logica achter het schrappen van middelen die de gestelde integratiedoelen zouden moeten ondersteunen.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, cette question date de la fin de l’année parlementaire dernière. Elle a déjà quelques semaines.

Dans le cadre de l’appel à projets bisannuel 2025-2026 lancé par Fedasil, plusieurs opérateurs associatifs avaient été présélectionnés. Après une suspension temporaire de la procédure en décembre 2024 en raison de l'absence de gouvernement fédéral, Fedasil a informé les opérateurs en janvier 2025 que le processus reprenait avec un envoi des dossiers à l'Inspection des Finances.

Depuis, les associations restent sans nouvelles. Cette incertitude met en danger la continuité de leurs actions, alors même qu'elles interviennent dans des secteurs aussi cruciaux que l'accueil, l'orientation et le soutien des demandeurs de protection internationale.

Madame la ministre, pouvez-vous préciser l'état d'avancement de cette procédure? Quelles garanties pouvez-vous apporter quant à la validation rapide de ces dossiers par l'Inspection des Finances? Enfin, quelles mesures sont envisagées pour éviter que cette suspension administrative ne se reproduise, au détriment des structures essentielles sur le terrain, et évidemment des employés, qui sont dans l'incertitude lorsque ces projets sont mis en suspens?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Schlitz, au début de 2025, le précédent cabinet a décidé, dans le cadre de cet appel à projets, de reprendre le processus de sélection en nous permettant de soumettre une demande d'avis à l'Inspection des Finances, mais uniquement pour les projets qui étaient déjà en cours en 2024, dans un souci de continuité des actions déjà entreprises.

L'Inspection des Finances a émis un avis négatif sur ce dossier, entre autres en raison de l'incertitude concernant la disponibilité des crédits en 2025 et 2026, ainsi que du caractère jugé non nécessaire et non urgent de l'octroi des subsides en période de prudence budgétaire.

Actuellement, la valeur ajoutée de ces projets est réévaluée en termes de coûts-bénéfices et de retour sur investissement, étant donné que ces projets sont plutôt accessoires aux tâches principales de Fedasil, à savoir l'accueil.

Fedasil ne peut donner de garantie pour se prémunir d'une suspension administrative à l'avenir, en particulier lorsque celle-ci est due à des circonstances externes, telles qu'un gouvernement en affaires courantes ou un budget découpé en douzièmes provisoires.

Cet appel à projets a pour objectif de financer des projets pilotes ou des projets innovants, mais il ne concerne pas le financement du fonctionnement structurel d'un centre d'accueil.

Sarah Schlitz:

Merci pour cette réponse. Je pense que dans cette matière, on entend perpétuellement parler d'objectifs qui se contredisent. En effet, d'un côté, on nous dit que l'on veut faire des économies et de l'autre, on nous dit que l'on veut respecter une cohérence européenne. À d'autres moments, on nous dit que l'intégration est vraiment la priorité. On entend beaucoup cela dans les discours, côté flamand en particulier. On dit qu'on veut vraiment faire en sorte que les gens s'intègrent et que l'on va d'ailleurs supprimer une partie des allocations familiales des parents qui ne parlent pas suffisamment bien le néerlandais. C'est ce qu'on lit dans la presse. En fait, quand il y a des projets innovants qui visent justement à booster l'intégration, à booster les compétences des personnes qui sont ici et qui souhaitent s'intégrer, je constate que sur le terrain, on coupe dans ces subsides et on jette dans l'incertitude des travailleuses et des travailleurs qui pensent poursuivre les objectifs que vous prétendez afficher. Mais en fait, tout cela, ce n'est que du vent. Tout ce que vous voulez, c'est dégoûter les personnes pour les convaincre de s'en aller, alors que nous avons cruellement besoin de ce type de programmes pour faire en sorte que le vivre ensemble se passe le mieux possible, à la fois pour la Belgique, mais aussi pour ces personnes qui ne demandent qu'à vivre en paix en travaillant dans notre pays. Je pense que vous faites fausse route dans vos politiques.

Islamitische migranten/asielzoekers uit Kosovo

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kaart de gruwelijke moordpoging door Kosovaar Mirsad H. op zijn ex-vrouw aan, linkt dit aan systemisch vrouwengeweld in de islamitische Kosovaarse cultuur en vraagt om zijn uitzetting en een stop op migratie van "vrouwenhaatculturen". Minister Van Bossuyt wijst erop dat ze geen individuele dossiers bespreekt, benadrukt dat religie geen rol speelt in asielbeleid en dat alle aanvragers strikt worden gescreend. Van Rooy houdt vol dat het Westen dergelijke culturen moet weren en eist actie tegen geïmporteerd geweld, koppeling makend aan soortgelijke internationale gevallen van femicide door migranten. De minister herhaalt dat wetgeving persoonlijke gegevens en discriminatie op religie verbiedt.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, Mirsad H. is een 35-jarige Kosovaar die zijn ex-vrouw in brand stak in het Limburgse Houthalen-Helchteren. Hij deed dat voor de ogen van vijf jonge kinderen van het gezin. De vrouw verkeert in levensgevaar. De Kosovaar was niet aan zijn proefstuk toe. Hij werd al veroordeeld voor zware agressie tegen de vrouw: zijn hoogzwangere ex-vriendin had hij in de buik gestampt en de tanden uitgeslagen.

In zijn land van oorsprong, Kosovo, heerst de islam. Imams geven er vrouwonvriendelijke preken en de meeste vrouwen in Kosovo geven aan geconfronteerd te zijn met huiselijk geweld. Geweld tegen vrouwen zit er ingebakken in de samenleving.

Mevrouw de minister, u bent verantwoordelijk voor Asiel en Migratie. Wat is de verblijfsstatus van de dader, Mirsad H.? Hoe en wanneer is hij naar ons land gekomen en waarom mocht hij blijven? Kan en zal hij na die gruwelijke moordpoging op die arme vrouw ons land worden uitgezet? Zo neen, waarom niet? Ten slotte, vindt u het een goed idee om nog meer Kosovaarse moslims toe te laten tot onze samenleving?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, ik heb u al een paar keer meegedeeld dat de wet me niet toestaat om persoonlijke informatie met u te delen en in te gaan op individuele dossiers.

De Dienst Vreemdelingenzaken heeft het dossier van de betrokkene geanalyseerd en de nodige stappen gezet.

Op uw vraag of het een goed idee is om nog meer Kosovaarse moslims toe te laten tot onze samenleving, kan ik u antwoorden dat de religie van de aanvragers tot een verblijf of asiel in ons land geen rol speelt en dat iedere aanvrager aan dezelfde strenge toets wordt onderworpen.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, het is problematisch dat de wet dat niet toestaat. In ons land – ik herhaal het – werd een vrouw in brand gestoken door een Kosovaarse moslim. In Nederland werd deze zomer de 17-jarige Lisa met messteken vermoord door een asielzoeker. In de Verenigde Staten werd deze zomer de 23-jarige Irina vermoord door een zwarte man. Het is een dodelijke mix van femicide en racisme. Vrouwenhaatculturen hebben geen plaats in het Westen. Ze hebben geen plaats in onze samenleving. Het is uw taak, mevrouw Van Bossuyt, als minister van Asiel en Migratie, om vrouwenhaatculturen, zoals de islamitische, buiten te houden en geïmporteerde vrouwenhaters het land uit te zetten.

De vluchtelingenstatus van de radicale pro-Palestijnse activist Mohammed Khatib

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Mohammed Khatib verloor zijn vluchtelingenstatus maar blijft legaal in België tijdens zijn schorsend beroep (ingediend op 29 augustus), waardoor uitzetting nog niet mogelijk is—pas na een definitieve beslissing kan de DVZ handelen. Andere Samidoun-leden worden alleen onderzocht bij concrete veiligheidsdreiging, met maatregelen enkel mogelijk bij vreemdelingen zonder Belgische nationaliteit. Van Rooy bekritiseert dat Khatib ondanks zijn antisemitische en jihadistische retoriek ongestraft blijft opereren, terwijl Israëlische ministers *wel* worden geweerd, en eist onmiddellijke uitzetting van hem en zijn netwerk. De minister benadrukt dat haatpredikers niet welkom zijn, maar juridische procedures de actie vertragen.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, herhaaldelijk heb ik erop gehamerd, in diverse commissies in dit Parlement, en – beter laat dan nooit – deze zomer las ik in de krant: "België trekt vluchtelingenstatus radicale pro-Palestijnse activist Mohammed Khatib in."

Mijn vragen zijn evident. Wordt Khatib effectief het land uitgezet of kan hij hier gewoon illegaal verblijven? Waar bevindt hij zich op dit moment? Wat gebeurt er met andere figuren of leden van die geweldige vereniging, Samidoun? Wordt ook hun vluchtelingenstatus ingetrokken? Zo niet, waarom niet?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, laat ik duidelijk zijn, voor haatpredikers is er in ons land en in onze samenleving geen plaats. Het is het doel van de regering ook de strijd tegen dit soort criminaliteit op te voeren.

De intrekking van het vluchtelingenstatuut door het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) is vatbaar voor een schorsend beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Voor een aanvraag daartoe beschikt de betrokkene over een termijn van 30 dagen. Tijdens deze beroepstermijn en ook tijdens de behandeling van het beroep behoudt de betrokkene zijn vluchtelingenstatus en dus ook zijn recht op verblijf. Dat betekent dat de betrokkene op dit ogenblik, tijdens de beroepstermijn en tijdens de behandeling van een eventueel beroep, legaal op het grondgebied verblijft.

Voor ik inga op de vraag of hij beroep heeft aangevraagd of niet, de RvV kan de beslissing van het CGVS bevestigen of vernietigen. In het laatste geval wordt het dossier teruggestuurd naar het CGVS, dat dan een nieuwe beslissing moet nemen. De RvV kan de beslissing ook hervormen. Desgevallend zal de RvV een andere beslissing nemen dan het CGVS en kan de RvV zelf een beschermingsstatuut toekennen.

Nu, er is wel degelijk een vraag tot schorsend beroep ingediend door de betrokkene, op 29 augustus. Dat betekent dat de beslissing van het CGVS opgeschort wordt tot de uitspraak van de RvV. In die tijd beschikt de betrokkene dus nog over de vluchtelingenstatus en over een recht op verblijf.

De intrekking van een internationale beschermingsstatus impliceert niet dat de betrokkene automatisch het recht op verblijf verliest. Pas nadat de intrekking van de internationale beschermingsstatus definitief geworden is, kan de DVZ onderzoeken welke beslissing inzake verblijf kan worden genomen. Gelet op het schorsend effect van het bij de RvV ingediende beroep is dat dus momenteel nog niet mogelijk.

Voor de andere leden van Samidoun kunnen er slechts maatregelen worden genomen als de DVZ door de inlichtingen- of veiligheidsdiensten op de hoogte wordt gebracht van elementen die dit rechtvaardigen. Hun situatie moet geval per geval en op basis van de elementen uit het dossier worden geanalyseerd. Het nemen van een maatregel is slechts mogelijk als die personen niet de Belgische nationaliteit hebben en als de aan de DVZ bezorgde elementen kunnen worden gebruikt in het kader van een administratieve beslissing. Er moet worden aangetoond dat de betrokken personen een bedreiging vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Mohammed Khatib kan in dit land ondertussen al bijna twee jaar zijn giftige cocktail van antisemitisme en verheerlijking van jihadistisch terrorisme ongehinderd verspreiden, overal waar hij gaat spreken of demonstreren. Dat vormt niet alleen een gevaar voor onze joodse medeburgers, maar voor eenieder die onze vrije samenleving liefheeft. Terwijl democratisch verkozen Israëlische ministers door deze regering tot persona non grata worden verklaard, worden dit soort jihadisten, vijanden van onze vrije samenleving, nog altijd met fluwelen handschoenen aangepakt. Ik wil dat niet alleen Mohammed Khatib, maar ook zijn jihadistische handlangers van Samidoun manu militari dit land worden uitgezet. Drop ze in de woestijn waar ze thuishoren.

De asielopvang in Schilde en in Lodelinsart

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om asielopvang in Lodelinsart (Waals gebied) en de afbouw ervan volgens het regeerakkoord: het huidige contract loopt tot 2026, maar de nieuwe eigenaar moet eerst plannen indienen, terwijl de regering benadrukt dat er geen extra capaciteit bijkomt—wat Francesca Van Belleghem onvoldoende vindt, omdat *afbouwen* (zoals beloofd) niet gelijkstaat aan *bevriezen*. Zij beschuldigt de regering van gebroken beloftes na zeven maanden stilstand.

Francesca Van Belleghem:

Voor de vragen over Schilde verwijs ik naar de uitstekende uiteenzetting van mijn collega Dillen.

De vragen die zij daarover stelde, kunnen echter net zo goed worden gesteld over Lodelinsart, een dorpje nabij Charleroi. Hoewel het over Waals grondgebied gaat en dat ons minder na aan het hart ligt, hebben de buurtbewoners daar evenveel recht op antwoorden.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn antwoord beperken tot Lodelinsart.

Het huidige contract in Lodelinsart, dat nog door de vorige regering werd gesloten, loopt tot februari 2026.

De site is recent overgenomen door een andere eigenaar. Wij wachten op de toekomstplannen van de nieuwe eigenaar met de site om er meer zicht op te krijgen of we de operationalisering al dan niet voortzetten.

Net zoals voor Schilde gaat het ook hier om vervangcapaciteit. Het uitgangspunt blijft hetzelfde, namelijk kwaliteitsvolle opvang bieden binnen het wettelijke kader, met respect voor de buurt en in nauw overleg met de lokale overheden.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik heb het regeerakkoord er nog eens op nagelezen. Daarin staat dat de regering het asielopvangnetwerk gevoelig zal afbouwen. Intussen zijn we zeven maanden later. Ik lees krantenkoppen en een ervan was een uitspraak van u. Er stond: "Er komt geen enkele opvangplaats bij." Er is natuurlijk een groot verschil tussen afbouwen en op hetzelfde niveau houden. Ik hoop dat u zo snel mogelijk uw beloftes uit het regeerakkoord en liefst nog veel meer nakomt, en dat u niet, zoals nu, na zeven maanden, enkel stelt dat er geen opvangplaats bij komt. In dat geval hebt u de kiezers immers belogen.

Een nieuw asielcentrum in het voormalige IMTR-ziekenhuis te Loverval (Gerpinnes)

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt verdedigt de opening van een tijdelijk Fedasilcentrum in Loverval als noodzakelijke vervangcapaciteit (geen extra plaatsen) door wegvallende opvang elders, maar kan de kosten nog niet specificeren. Van Belleghem werpt tegen dat dit de facto nieuwe centra zijn (Schilde, Lodelinsart, Gerpinnes) die de belofte om het opvangnetwerk af te bouwen ondermijnen, en noemt het argument van vervanging "bullshit". De minister benadrukt dat lokale overlegmomenten pas komen bij definitieve goedkeuring en dat de locatie (afgelegen, 24/7-begeleiding) de overlast beperkt. Kernconflict: beleid vs. beloftes over krimp asielopvang.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, het is mij niet ontgaan dat er volgens mediaberichten tegen het einde van dit jaar een nieuw Fedasilcentrum in het voormalige IMTR-ziekenhuis in Loverval, in Wallonië, zal worden geopend, een centrum dat opvang zal bieden aan 390 asielzoekers. De burgemeester van Gerpinnes zou publiekelijk hebben verklaard dat de lokale besturen en de inwoners, net zoals in Schilde, voor een voldongen feit zijn geplaatst en dat de opening van het centrum tegen de wil van de inwoners ingaat.

Waarom kiest u voor een nieuw opvangcentrum voor asielzoekers?

Hoe verklaart u dat ook die burgemeester niet op de hoogte was? Of was hij wel op de hoogte en doet hij voor de eigen bevolking alsof hij niet op de hoogte was?

Hoeveel kost het nieuwe asielcentrum? Ik kreeg graag een gedetailleerd overzicht van alle kosten, inclusief de huurprijs die aan de eigenaar, Thomas & Piron, wordt betaald.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, het opvangcentrum wordt geopend ter vervanging van capaciteit die binnenkort wegvalt. Door de huidige crisis, die ik heb geërfd, ben ik daartoe verplicht. Het gaat dus, zoals ik u voortdurend duidelijk moet maken, niet om nieuwe, extra opvangplaatsen, maar om vervangcapaciteit.

Ik heb enkele maanden geleden wel degelijk contact gehad met de burgemeester om dat aan te kondigen. Daarnaast heeft Fedasil op vraag van het gemeentebestuur van Gerpinnes een ontmoeting gehad om de mogelijke komst van het centrum te bespreken.

Ontmoetingen met de bevolking kunnen uiteraard worden georganiseerd, maar pas wanneer er daadwerkelijk groen licht is voor de opening. Het heeft weinig zin om grote informatiesessies te houden over een project dat nog niet gevalideerd is.

Ik besef heel goed dat zo'n beslissing een impact heeft op de lokale gemeenschap. Ik bel trouwens absoluut niet graag naar burgemeesters om dergelijke beslissingen mee te delen. Mijn administraties stellen alles in het werk om de impact zo beperkt mogelijk te houden. De komst van een centrum is voor velen geen goed nieuws, maar het is tegelijk noodzakelijk om een rationeel opvangbeleid te kunnen voeren.

Concreet, de opening van het centrum in Gerpinnes is nog niet officieel bevestigd door de bevoegde autoriteiten. De budgettaire impact kan ik dus nog niet meedelen, maar die zal worden berekend volgens de geldende tarieven.

Wat de locatie betreft, het gaat om een voormalig ziekenhuis, gelegen op enige afstand van woonwijken. Dat betekent dat de impact op het dagelijkse leven van de omwonenden beperkt zal zijn. Bovendien wordt in de opvangcentra altijd 24/7 begeleiding aangeboden. De kinderen die er verblijven, moeten inderdaad verplicht naar school en het lokale vervoersaanbod zal moeten worden aangepast.

Fedasil en het Rode Kruis staan in nauw contact met de gemeentelijke autoriteiten. Er is al een ontmoeting geweest en er volgen er nog meer. Nogmaals, de opening van het centrum is enkel bedoeld als compensatie voor andere plaatsen die verdwijnen. Het gaat dus niet om extra opvang. Het gaat bovendien om een tijdelijk centrum. Zodra de eigenaar met zijn vastgoedproject kan beginnen, met de nodige vergunningen en investeringen, zal het centrum sluiten.

U verweest naar het regeerakkoord. Er is daarin duidelijk gezegd dat eerst de instroom naar beneden moet en dat we dan plaatsen zullen sluiten, te beginnen in hotels, vervolgens de lokale opvanginitiatieven en daarna de collectieve centra. Net als u hoop ik dat we dat zo snel mogelijk kunnen doen.

Francesca Van Belleghem:

Ik blijf bij mijn standpunt over de vervangcapaciteit. Met Schilde, Lodelinsart en Gerpinnes zijn er maar liefst drie nieuwe opvangcentra voor asielzoekers. Het is niet omdat er een oud opvangcentrum moet sluiten dat het niet om een nieuw centrum gaat.

Een nieuw centrum openen kost wel degelijk veel geld. Het is iets anders dan bestaande capaciteit langer openhouden. Nee, er gaat een nieuw centrum open. Uw argument van vervangcapaciteit is dus bullshit, zeker omdat u beloofd hebt dat het opvangnetwerk gevoelig zou worden afgebouwd. Voor ons mag het zelfs nog strenger. U hebt beloofd de capaciteit gevoelig af te bouwen. Nu zien we dat u gewoon oude capaciteit telkens met nieuwe centra probeert te compenseren. Dat is niet wat u de kiezer beloofd hebt.

Voorzitter:

Mevrouw Van Belleghem heeft haar vraag nr. 56007309C omgezet in een schriftelijke vraag.

Het asielcentrum in Hasselt
Het asielcentrum in Hasselt
Asielcentra in Hasselt en omgeving

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het asielcentrum in Hasselt, oorspronkelijk bedoeld als tijdelijke oplossing (max. 1,5 jaar), blijft vijf jaar later open en werd opnieuw verlengd tot 31 december 2025 door hoge opvangdruk en capaciteitstekorten, met Fedasil of Rode Kruis als toekomstige uitbater in plaats van de dure privéoperator Umami. Minister Van Bossuyt benadrukt dat sluiting pas mogelijk is bij dalende instroom, maar Troosters (VB) hekelt de herhaalde verlengingen als woordbreuk en eist onmiddellijke sluiting, wijzend op het ontbrekende lokale draagvlak en de opgedrongen aanpak sinds de opening.

Frank Troosters:

Mevrouw de minister, ik wil u bevragen over het asielcentrum in Hasselt dat, zoals u weet, is geopend in oktober 2020. Oorspronkelijk was gezegd dat het voor een jaar zou zijn, eenmalig verlengbaar met zes maanden, dus maximaal anderhalf jaar. Intussen zijn we vijf jaar verder.

De eerste vraag die ik daaromtrent indiende, is al enigszins gedateerd. Daarin vroeg ik u nog of de nieuwe sluitingsdatum van eind september zou worden gerespecteerd. Intussen heb ik in verslagen van de ministerraad gelezen dat er opnieuw een verlenging is gekomen, blijkbaar tot 31 december van dit jaar. U zult dat allicht dadelijk kunnen bevestigen.

Mijn vraag is natuurlijk of die nieuwe sluitingsdatum deze keer zal worden gerespecteerd. Wie staat in voor de uitbating? Zijn het dezelfde uitbaters als voordien en met dezelfde voorwaarden? Ik had ook gelezen dat er tot de gunning van een kaderovereenkomst werd beslist voor de terbeschikkingstelling van onder andere de site in Hasselt. Kunt u dat wat meer toelichten? Mogen de mensen in Hasselt op korte termijn een sluiting van het asielcentrum verwachten?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Troosters, Fedasil en ikzelf hopen natuurlijk dat de crisismaatregelen die sinds een maand van kracht zijn een zodanig effect zullen hebben op de instroom- en uitstroomcijfers dat een gecontroleerde afbouw van de opvangcapaciteit mogelijk wordt, met behoud van de garantie op opvang voor wie die echt nodig heeft. Zodra er binnen de opvangcapaciteit voldoende marge ontstaat, kan de afbouw van sites, onder andere die in Hasselt, in overweging worden genomen.

In 2024 werd de nieuwe overheidsopdracht gelanceerd voor de organisatie van de opvang door privéoperatoren. Om de markt te verbreden werd destijds geopteerd voor een verdeling in twee loten, namelijk één lot voor het aanbieden van een gebouw en één lot voor de uitbating van de opvangcentra. Bij mijn aantreden waren de offertes reeds ingediend en geanalyseerd. Ik heb Fedasil echter de opdracht gegeven om, vanuit een besparingsbeleid, enkel lot één te laten gunnen en de uitbating van de bestaande centra door Fedasil of een van zijn partners, zoals Croix-Rouge de Belgique of het Rode Kruis, te laten overnemen. De uitbating door privépartners, die soms zeer professioneel gebeurt, is een stuk duurder dan de tarieven die Fedasil en de klassieke partners hanteren.

Om Fedasil tijd te geven om deze overnames te realiseren, heb ik de ministerraad gevraagd de opdrachten voor de huidige sites te verlengen tot eind dit jaar. De ministerraad valideerde het engagement van het agentschap om de sites zo snel mogelijk over te nemen en ze zelf, of via de klassieke partners, uit te baten. Indien er wordt overgegaan tot een overname van de site in Hasselt, zal het dus niet langer Umami zijn, de huidige uitbater van de site, maar Fedasil of een van zijn partners.

De verlenging voor Hasselt werd op 5 september goedgekeurd door de ministerraad. De opvang van asielzoekers in Hasselt zal onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde operator voortgezet worden. Het gaat om een verlenging van een lopende overheidsopdracht in uitvoering, dit tot 31 december 2025.

De druk op het opvangnetwerk is nu nog te hoog door de hoge bezettingsgraad en de natuurlijke sluiting, onder andere door de ontwikkeling van de betrokken sites door de eigenaar, van andere sites in de komende maanden. Fedasil beschikt daardoor op dit ogenblik niet over de noodzakelijke marges om opvangcapaciteit te verliezen. Om die reden verzocht Fedasil om een verlenging van de exploitatie van de site in Hasselt.

Frank Troosters:

Dank u wel voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de minister. Het geeft een duidelijk zicht op de situatie. De essentie voor de Hasselaren is dat het asielcentrum in Hasselt intussen al vijf jaar open is, terwijl het oorspronkelijk zou gaan om een tijdelijk asielcentrum voor maximaal anderhalf jaar. Het asielcentrum kwam er bovendien zonder enig lokaal draagvlak en zonder enig overleg. Het werd de Hasselaren als het ware gewoon in de maag gesplitst, of beter gezegd, het werd hun in hun achtertuin opgedrongen. Zowel de federale overheid als het Hasseltse stadsbestuur hebben de mensen zonder schaamte voorgelogen. Men heeft altijd gesteld dat het maar voor anderhalf jaar zou zijn. De vorige regering heeft gewoon woordbreuk gepleegd door de uitbating telkens te verlengen, en deze regering, de regering van Bart De Wever, met u als bevoegd minister, doet net hetzelfde als uw voorgangers: steeds weer de uitbating van het asielcentrum in Hasselt verlengen. Dat is onbehoorlijk tegenover de buurtbewoners, de Hasselaren, die alle redenen hebben om boos te zijn. Wat het Vlaams Belang betreft, is het heel duidelijk dat het asielcentrum in Hasselt zo snel mogelijk – liefst onmiddellijk – gesloten moet worden.

Het opsluiten van Palestijnse activisten in gesloten centra
De 4 pro-Palestijnse betogers die naar een gesloten terugkeercentrum gebracht werden
De opsluiting van pro-Palestinabetogers in een gesloten centrum
Opsluiting van pro-Palestijnse activisten in gesloten centra

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Vier Palestijnse asielzoekers—onder wie een erkende vluchteling in Griekenland—werden na pro-Palestijnse betogingen in Brussel opgesloten in gesloten centra wegens vermeende "verstoring van de openbare orde", zonder concrete feiten of transparante motivering, wat vragen oproept over disproportionaliteit en inperking van protestrecht. Minister Van Bossuyt bevestigde dat hun detentie (maximaal 6 maanden) juridisch is zolang hun asielprocedure loopt, maar verwijst door naar Binnenlandse Zaken voor politionele details en mogelijke terugzending naar Griekenland bij afwijzing. Kritiek blijft bestendig: de opsluiting lijkt willekeurig (geen duidelijke strafbare feiten, alleen betogingsdeelname), ondermijnt vreedzaam protest, en discrimineert asielzoekers ten opzichte van andere betogers. De minister biedt geen verheldering over de specifieke overtredingen of het onderscheid in behandeling.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, via verschillende kanalen, onder andere de verfoeilijke vzw's maar evengoed lokale bestuurders, bereiken ons signalen dat er bij acties naar aanleiding van de genocide in Gaza Palestijnse activisten opgepakt worden en in gesloten centra opgesloten worden. De wet stelt duidelijk dat opsluiting in een gesloten centrum mogelijk is voor mensen voor wie een asielprocedure loopt, wanneer ze de nationale veiligheid of de openbare orde bedreigen.

Mevrouw de minister, over hoeveel mensen gaat het? Ik vernam dat het over vier personen gaat, maar ik durf me daar niet op vast te pinnen, want dat aantal kan te hoog of te laag zijn.

Zitten ze nog altijd vast? Hoelang blijven ze vastgehouden?

Ik neem aan dat op een bepaald moment wordt geoordeeld dat betrokkenen een bedreiging vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Wie bepaalt dat, wie oordeelt daarover?

Zit men desgevallend maximaal twee keer drie maanden vast, of kan men vroeger vrijkomen? Dat is niet heel duidelijk.

Welke handelingen hebben die mensen gesteld opdat die inschatting werd gemaakt? Wellicht heb ik niet dezelfde kennis als u als minister, maar ik verneem dat het louter deelnemen aan een betoging een reden zou zijn om die mensen op te sluiten in een gesloten centrum. Ik kan me niet inbeelden dat we in een democratie een dergelijke keuze zouden kunnen maken. Daarom vraag ik u naar de redenen voor de opsluiting van die mensen. Kunt u bevestigen dat gewoon deelnemen aan een pro-Palestijnse betoging geen grond is om op basis van bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid te worden opgesloten in een gesloten centrum als een asielprocedure loopt?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De Dienst Vreemdelingenzaken bevestigde aan VRT NWS dat ze op vraag van de Brusselse politie deelnam aan gecoördineerde acties aan de Beurs. 4 personen zijn na de pro-Palestijnse protestacties naar een gesloten terugkeercentrum gebracht.

"Deze acties richten zich niet tegen de deelnemers aan de betoging, wel tegen de verstoorders van de openbare orde, bekend voor een aantal feiten in de marge hiervan", aldus de Dienst Vreemdelingenzaken.

Eén van de 4 betrokkenen, Hussam, de man gekend van de video, diende op 16 oktober 2023 voor de eerste keer een asielaanvraag in. Dat bevestigde zijn advocaat Mathilde Questiaux. Anderhalf jaar later, in maart 2025 is hij verhoord door het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen. Hij heeft blijkbaar nog geen beslissing over zijn dossier ontvangen. Eerder werd hij al erkend als vluchteling in Griekenland. Sinds woensdag 10 september zit de persoon vast in het gesloten terugkeercentrum in Brugge.

Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken kunnen ook asielzoekers met een lopende asielaanvraag naar een gesloten centrum worden gebracht als ze de openbare orde verstoren.

Welke nationaliteit hebben de 4 betrokkenen?

Wat is de verblijfsstatus van de 4 betrokkenen?

Wat betreft de Palestijn Hussam: vermits hij al een vluchtelingenstatus gekregen heeft in Griekenland, zal hij gedwongen teruggestuurd worden naar Griekenland? Werd de beslissing intussen genomen? Zit hij nog altijd in het gesloten terugkeercentrum?

Hoeveel asielzoekers - dus personen in de asielprocedure - zitten op dit moment in de gesloten terugkeercentra? Voor welke feiten?

Greet Daems:

Mevrouw de minister, de voorbije weken zijn er vier pro-Palestijnse actievoerders opgepakt na betogingen aan de Beurs in Brussel. Ze werden opgesloten in verschillende gesloten centra. Volgens de Dienst Vreemdelingenzaken en de Brusselse politie zouden ze de openbare orde hebben verstoord, maar tot vandaag is niet duidelijk om welke feiten het precies gaat.

Uit de beelden van de arrestatie van Hussam, een van de actievoerders, blijkt wel duidelijk dat hij na afloop van een rustig verlopen betoging in een metrostation door agenten in burger wordt opgepakt. Dat gebeurde dus niet tijdens de manifestatie, maar erna. Hussam zit momenteel midden in een asielprocedure. Hij werd in maart dit jaar gehoord door het CGVS, maar wacht nog altijd op een beslissing. Toch zit hij nu in een gesloten centrum door die arrestatie.

Mensenrechtenadvocaten noemen dat ongezien en disproportioneel. Ze herinneren eraan dat een asielzoeker tijdens zijn procedure normaal enkel in een gevangenis kan worden opgesloten, en dan nog alleen wanneer hij strafbare feiten heeft gepleegd en zich voor de rechter moet verantwoorden.

Het komt erop neer dat er veel onduidelijkheden en vragen zijn over de feiten die zich de afgelopen weken hebben voorgedaan.

Mevrouw de minister, op welke concrete feiten baseerde de politie zich om die mensen te arresteren?

De volgende vraag staat niet in de ingediende tekst, maar kunt u zeggen wie het bevel voor zulke arrestaties geeft?

Wat was voor elk van de vier actievoerders de motivering om te spreken van een verstoring van de openbare orde?

Waarom worden mensen die midden in een asielprocedure zitten opgesloten in een gesloten centrum?

Tot slot, hoe garandeert u dat het grondrecht op vreedzaam protest niet wordt uitgehold door dat soort van ingrepen?

Anneleen Van Bossuyt:

Geachte Kamerleden, na de pro-Palestinabetogingen heeft de Dienst Vreemdelingenzaken vier Palestijnen opgesloten in een gesloten centrum. Dat aantal klopt dus wel degelijk, mijnheer Vandemaele. Die personen werden geïntercepteerd naar aanleiding van feiten tegen de openbare orde.

De opsluiting moet voldoen aan de criteria die zijn opgelegd door de Vreemdelingenwet. De rechter ziet toe op de correcte toepassing daarvan en de wettelijke vasthoudingstermijn geldt voor die personen. Ze hebben allemaal een verzoek om internationale bescherming ingediend in ons land, hoewel ze reeds in Griekenland het statuut van vluchteling hebben verkregen. Indien een verzoek in ons land wordt geweigerd, zal aan Griekenland gevraagd worden om de personen terug te nemen.

Voor het overige verwijs ik u door naar de minister van Binnenlandse Zaken. Intercepties wegens openbare orde van personen die legaal in België verblijven of van Belgen, worden niet aan de Dienst Vreemdelingenzaken gemeld. Ook voor vragen over politionele zaken verwijs ik u door naar collega-minister Quintin.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, in een democratie moeten we zeer behoedzaam zijn met de inperking van grondrechten van burgers. Wie de wet overtreedt, moet daarop aangesproken worden. Indien de inbreuken bewezen worden, is het evident dat men gestraft wordt. Het is echter maar de vraag of een deelname aan een betoging al dan niet een verstoring van de openbare orde inhoudt. In een normaal systeem kan een burger zich tegen de aantijgingen uit een klacht verweren. Desgevallend volgt een veroordeling en een straf. De genoemde mensen worden echter op basis van een verstoring van de openbare orde opgesloten in een gesloten centrum, zonder inzicht in de duur van hun verblijf.

Bent u van plan de maximale termijn, namelijk twee maal drie maanden, volledig te benutten? Wat is de meerwaarde daarvan? Die mensen zitten in een asielprocedure. Als ze een fout hebben gemaakt, mogen zij daarvoor zonder meer gestraft worden; daarover bestaat geen discussie. Voor zover wij kunnen nagaan, is het niet duidelijk welke strafbare feiten die mensen hebben gepleegd, behalve dat ze aanwezig waren op een betoging. Het lijkt mij uiterst problematisch om mensen op basis daarvan van hun vrijheid te beroven. Het feit dat hun asielprocedure hangende is, kan volgens mij geen reden zijn voor opsluiting. Overigens, andere betogers, burgers die geen asielprocedure doorlopen, zouden gewoon op vrije voeten zijn. Ik begrijp dan ook niet goed op welke basis het onderscheid wordt gemaakt. Uw antwoord heeft dat voor mij helaas niet verduidelijkt.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ook voor mij is niet duidelijk wat die mensen nu exact hebben misdaan waardoor zij in een gesloten centrum werden opgesloten. De argumentatie van de verstoring van de openbare orde blijft erg vaag. U verwijst naar de minister van Binnenlandse Zaken. Ik zal hem daarover ondervragen. Het is immers heel belangrijk dat er klaarheid wordt verschaft. Nu ontstaat de indruk dat Palestijnen die hun stem laten horen tegen de genocide, het risico lopen opgesloten te worden. Dat zou echt problematisch zijn. Dat zou een directe ondermijning zijn van het grondrecht op vrije meningsuiting en vreedzaam protest. Het is belangrijk dat daarin klaarheid wordt geschapen.

De binnenkomstcontroles
De balans van de aanscherping van de migratiecontroles
Grenscontroles versus binnenkomstcontroles
De Duitse grenscontroles
Grens- en binnenkomstcontroles in migratiebeleid

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België voerde sinds 1 juli gerichte binnenkomstcontroles in (11.136 controles, 40 administratieve verslagen, 18 uitzetbevelen, 14 gesloten-centrumplaatsingen) om illegale en secundaire migratie tegen te gaan, met focus op spoor, luchthavens en wegen, maar de effectiviteit blijft beperkt vergeleken met Duitse grenscontroles (60% daling asielaanvragen). Critici (o.a. Vlaams Belang) eisen strengere terugdrijvingen aan de grens zoals in Duitsland, terwijl de minister benadrukt dat de maatregelen deel uitmaken van een breder migratiebeleid en capaciteitsbeperkingen bij politie respecteren. Samenwerking tussen politie en Dienst Vreemdelingenzaken verloopt goed, maar personeelstekorten (bv. spoorwegpolitie) ondermijnen efficiëntie, terwijl een algemene evaluatie pas na zes maanden gepland is. De discussie draait rond afschrikking vs. daadwerkelijke terugdrijving, met oproepen tot verscherping en betere middelinzet.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, begin juli heeft ons land op basis van artikel 23 van de Schengengrenscode de zogenaamde binnenkomstcontroles ingevoerd. Aangezien verschillende buurlanden, zoals Frankrijk, Nederland en Duitsland, grenscontroles invoeren, moest worden vermeden dat ons land een magneet zou worden voor wie elders wordt tegengehouden.

Met die invoering voeren we de strijd tegen illegale en secundaire migratie op. Met de controles kunnen we gericht en efficiënt controleren op plaatsen waar dat nodig is, zoals luchthavens, internationaal bus- en treinverkeer en snelwegparkings. Dat alles gebeurt binnen het kader van het asiel- en migratiebeleid, waarbij we zeer streng zullen optreden. We willen zowel de criminaliteit die soms gelinkt is aan illegale migratie als de illegale migratie zelf doeltreffend aanpakken en de veiligheid op het grondgebied versterken. Daarbij hebt u er bewust voor gekozen om zeer gericht te werken en efficiënt om te gaan met de beschikbare middelen, ook gezien de beperkte capaciteit van onze politiediensten.

Kunt u toelichting geven over de uitgevoerde binnenkomstcontroles, bijvoorbeeld over het aantal administratieve verslagen dat aan de Dienst Vreemdelingenzaken werd bezorgd en welk gevolg daaraan werd gegeven?

Hoe verloopt de samenwerking tussen de verschillende diensten op het terrein, zoals de federale politie, de lokale politiediensten en de Dienst Vreemdelingenzaken?

Hoe evalueert u de huidige effectiviteit van de binnenkomstcontroles? Kunt u ook toelichting geven over de toekomstige controles?

Mevrouw de minister, Nederland past dergelijke controles al geruime tijd toe. U bent nog maar enkele maanden bezig, maar misschien kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten over de eerste resultaten.

Victoria Vandeberg:

Monsieur le président, quelques-unes de mes questions vont se chevaucher avec ce qui vient d’être dit.

Madame la ministre, voici trois mois, le gouvernement annonçait un renforcement des contrôles pour lutter contre l’immigration dite irrégulière et secondaire, avec l’objectif d’identifier et de renvoyer les personnes en séjour illégal ou celles ayant déjà introduit une demande d’asile dans un autre État membre.

Pouvez-vous dresser un premier bilan de la mise en œuvre de cette mesure? Combien de contrôles ont-ils effectivement été réalisés, et avec quels résultats concrets? S’agissant des personnes prises en défaut, la procédure annoncée est-elle bien suivie dans la pratique, notamment le renvoi vers l’État responsable de la demande d’asile ou l’émission d’un ordre de quitter le territoire? Enfin, comment le gouvernement s’assure-t-il que les procédures sont réellement appliquées et qu’elles ne restent pas lettre morte à cause de difficultés administratives qui pourraient survenir?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in tegenstelling tot wat alle politici, behalve die van het Vlaams Belang, al jaren zeggen en tot wat alle migratie-experts in het verleden steevast beweerden, werken doeltreffende grenscontroles met terugdrijvingen aan de grens wel degelijk. Dat is ook de reden waarom almaar meer Europese landen – ondertussen een tiental, dus meer dan een op de drie lidstaten – hebben besloten om ze in te voeren.

België behoort echter nog altijd niet tot die groep. Terwijl het aantal asielaanvragen in België op een hoog niveau stagneert, nam het aantal asielaanvragen in Duitsland drastisch af. Dat is nog een onderschatting, want in juli en augustus 2024 registreerde men in Duitsland 37.000 asielaanvragen. Dit jaar zijn dat er 16.000, een daling met 60 %.

Enkele dagen geleden bevestigde migratie-experte Hanne Beirens, die men niet kan verwijten rechts te zijn, dat de Duitse grenscontroles effect hebben gehad. Zij verklaarde dat destijds werd beslist grenscontroles in te voeren en dat dat tot de sterke daling heeft geleid. Uitgerekend vanmorgen stelde ook Marc Bossuyt op Radio 1 dat grenscontroles wel degelijk werken.

Tot op heden blijven doeltreffende grenscontroles, met terugwijzingen aan de grens, in België en Vlaanderen echter taboe. Het blijft beperkt tot vrijblijvende aankondigingen. Nochtans werd in het regeerakkoord beloofd dat men grenscontroles zou invoeren indien dat nodig bleek. Ik stel evenwel vast dat het hoge aantal asielaanvragen stagneert en zie geen enkele reden waarom dat niet nodig zou zijn.

Met zekerheid kan alvast worden gezegd dat het tweetal extra binnenkomstcontroles – uw placebogrenscontroles – duidelijk niet hetzelfde effect hebben gehad als de grenscontroles in Duitsland.

Mevrouw de minister, kunt u ook mijn vragen naar cijfers beantwoorden, alsook die over de evaluatie door de regering van de controles?

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel, collega's, voor uw vragen.

Grâce à la bonne coopération sur le terrain entre l'Office des étrangers et la police, les contrôles d'entrée se déroulent très bien. Le ministre Quintin et moi-même avons d'ailleurs effectué une visite de terrain.

Ik wil jullie graag nog meegeven wat de ratio legis was achter de binnenkomstcontroles. We hebben dat ook steeds op die manier gecommuniceerd.

Ten eerste willen we meer vat en zicht krijgen op wie de Europese Unie en België binnenkomt. Ten tweede, aangezien steeds meer van onze buurlanden dergelijke of gelijkaardige controles invoeren, willen we waterbedscenario's vermijden. Ten derde, de controles hebben uiteraard ook een afschrikkend effect op personen die illegaal naar België willen reizen.

Mevrouw Van Belleghem, u had het over een tweetal controles, maar ik kan meegeven dat sinds de start op 1 juli 2025 11.136 personen door de politie zijn gecontroleerd, zowel op de luchthaven, op het spoor als op de weg.

Bij de controles van begin juli 2025 tot en met 11 september 2025 zijn 40 administratieve verslagen bezorgd aan de Dienst Vreemdelingenzaken. 18 personen kregen het bevel het grondgebied te verlaten, 14 personen werden overgebracht naar een gesloten centrum en voor de overige acht werd geen nieuwe beslissing genomen. Tot en met 11 september 2025 zijn tijdens die controles geen verzoeken om internationale bescherming ingediend. Voor het verkrijgen van alle detailcijfers nodig ik u uit een schriftelijke vraag te stellen, zoals bepaald in het Reglement.

Elke illegale persoon die we met die controles onderscheppen, maakt de inspanning de moeite waard. Telkens opnieuw geven we daarmee het signaal dat België illegale en secundaire migratie niet langer tolereert. De controles zullen dan ook tot nader order worden voortgezet.

Mijn kabinet en ik hebben maandelijks strategisch overleg met de federale politie, het kabinet van collega-minister Quintin en de Dienst Vreemdelingenzaken. Tijdens die overlegmomenten worden de cijfers en de volgende stappen besproken.

Op basis van de meest recente cijfers heb ik eind augustus 2025 gevraagd meer acties te concentreren op het spoor, aangezien die acties het meest effectief bleken. Zoals van bij aanvang gesteld, respecteren we echter de beschikbare capaciteit van de politie en halen we de politie niet weg van andere belangrijke locaties en opdrachten.

Het is nog te vroeg voor een algemene evaluatie. De binnenkomstcontroles moeten in elk geval worden gezien binnen het bredere pakket maatregelen om illegale en secundaire migratie tegen te gaan, waarbij duidelijk 'neen' wordt gezegd tegen de instroom van personen die in een andere lidstaat een verblijf of procedure hebben lopen of op illegale wijze dit land binnenkwamen.

Une évaluation générale est prévue au terme de six mois.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, volgens mij moet het grote geheel aan maatregelen die u neemt absoluut een impact hebben op de instroom. Die moet inderdaad dalen. U zei daarnet wat voorzichtig dat er al een daling in de cijfers zichtbaar is, maar dat we beter nog enkele maanden afwachten. In de maand oktober is er immers vaak sprake van een piek. Ik ben dus erg benieuwd naar de volgende cijfers over de asielaanvragen.

Controles werken wel degelijk, dat hebben wij altijd gezegd. Ik heb nooit iemand van ons het tegendeel horen beweren. De vraag is alleen hoe die controles zo efficiënt mogelijk kunnen verlopen. Ik hoor u zeggen dat u zich sterk zult richten naar het spoor, omdat daar resultaten geboekt kunnen worden. Ik ben een groot pleitbezorger van de volledige bemanning van de satellietkantoren van de spoorwegpolitie, en ik zal dat ook nogmaals bij minister Quintin aankaarten. Momenteel is daar immers een ernstig personeelstekort, waardoor men bijvoorbeeld vanuit West-Vlaanderen helemaal naar Limburg moet om vaststellingen te doen. Dat zie ik eerlijk gezegd niet positief tegemoet; die diensten moeten echt versterkt worden. Dat onderstreept nogmaals hoe belangrijk het is om in onze veiligheidsdiensten te investeren.

U verwees daarnet naar grenscontroles en dergelijke. Ik heb de cijfers van Nederland bekeken: daar werden 360 unieke vreemdelingen geweigerd op 80.060 gecontroleerde personen. Nederland krijgt echter veel meer unieke vreemdelingen terug, onder meer overgedragen door Duitsland en ook door België. Het is dus vooral het afschrikkende effect van de controles dat zo belangrijk is. Effectieve controles, die ook iets opleveren en waarbij mensen daadwerkelijk moeten terugkeren, daarop moet u nog veel meer inzetten, mevrouw de minister, en daarvoor hebt u zeker en vast onze volle steun.

Victoria Vandeberg:

Je vous remercie pour vos réponses.

Je n’hésiterai pas à introduire également une question écrite dans les prochaines semaines, afin d’obtenir de plus amples renseignements une fois que d’autres contrôles auront pu être effectués.

Francesca Van Belleghem:

Minister, 18 papiertjes om het grondgebied te verlaten en 14 illegalen naar een gesloten centrum: dat is de balans van uw binnenkomstcontroles. Kijk nu toch eens naar Duitsland. Daar doet men echte grenscontroles en worden die illegalen en asielzoekers aan de grens geweerd. De instroom is daar op een jaar tijd met 60 % gedaald! Dus, mevrouw De Vreese, misschien moet u eens uw oogkleppen afdoen en niet kijken naar Nederland, maar wel naar Duitsland, waar men echte grenscontroles en terugdrijvingen uitvoert. Dat is exact wat we hier in dit land moeten doen! Die grenscontroles staan verdorie in het regeerakkoord. Er is dus geen enkele reden om dat nu niet te doen, behalve dan omdat u het niet wilt.

Gewelddadige kolonisten, kolonistenorganisaties, alsook leden van Hamas
Het ontzeggen van D-visa voor Israëli’s die in de illegale kolonies wonen
Gewelddadige actoren en visumbeperkingen in Israëlisch-Palestijns conflict

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kondigde aan extremistische Israëlische ministers (Ben-Gvir, Smotrich) en Hamas-leiders als *persona non grata* te verklaren en pleit voor Schengen-brede visumopschorting, maar Van Bossuyt bevestigt dat haar dienst hiervoor nog geen concrete stappen zette—individuele motivering (veiligheidsdreiging) en inlichtingen van veiligheidsdiensten (SGRS/OCAD) zijn vereist, met rechtsmiddelen mogelijk. EU-sancties (bevriezing tegoeden, reisverbod) waren al van kracht, maar België implementeerde ze kennelijk niet volledig; deadlines voor nieuwe sancties of de juridische analyse over D-visaweigering voor kolonisten ontbreken, en uitbreiding naar andere visacategorieën is onzeker. Geen automatische weigering mogelijk: elke beslissing moet individueel gemotiveerd worden, ook bij gezinshereniging.

Matti Vandemaele:

Op 2/9 besloot het kernkabinet " om duidelijke sancties voor te stellen tegen gewelddadige Israëlische kolonisten en verantwoordelijken van Hamas, op basis van de lijsten van de EU, Canada en het VK: financiële beperkingen, het bevriezen van tegoeden, een inreisverbod, enzovoort. In afwachting van deze voorstellen zal België deze gewelddadige kolonisten en terroristen van Hamas die op de Europese lijst staan, per direct als persona non grata verklaren op Belgisch grondgebied."

Ook zou België "de extremistische ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich, evenals de politieke en militaire leiders van Hamas, tot persona non grata verklaren op haar grondgebied. Binnen de Schengengroep zal gepleit worden voor het opschorten van de visumverlening aan deze personen en aan de individuen die in het vorige punt zijn genoemd. Deze lijst kan verder worden uitgebreid indien er voldoende Europese steun voor is."

De Europese lijsten, zoals onder meer vastgelegd in het specifiek sanctiekader voor Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad op 19 januari 2024 en de aanvullende sancties voor extremistische Israëlische kolonisten op Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem op 15 juli 2024, hebben al tot gevolg dat "hun tegoeden bevroren worden. Ook is het krachtens die sancties reeds verboden hun direct of indirect tegoeden of economische middelen te verstrekken. Daarnaast geldt er voor de op de lijst geplaatste personen een reisverbod naar de EU." Enkele vragen:

Als de kern nu stelt dat de personen die op deze Europese lijsten staan, per direct als persona non grata verklaard zullen op BE grondgebied, betekent dan dat dit in België nog niet het geval was? En heeft België dus geen gevolg gegeven aan de voornoemde EU-sanctiebesluiten?

Als de kern nu stelt dat de Belgische diensten nu gaan onderzoek hoe "financiële beperkingen, het bevriezen van tegoeden en een inreisverbod" kunnen worden voorgesteld op die Europese lijsten, betekent dan dat dit in BE nog niet het geval was? En heeft BE dus geen gevolg gegeven aan de voornoemde EU-sanctiebesluiten?

Wat is de deadline waarop uw diensten duidelijke sancties moeten voorstellen op basis van voornoemde lijsten?

Welke bijkomende personen zal DVZ op basis van dit besluit invoeren in het Schengeninformatiesysteem (SIS), met de aantekening dat ze niet langer welkom zijn op het Belgische grondgebied? En welke van voornoemde personen en personencategorieën waren reeds niet welkom op het Belgische dan gehele Schengengebied?

De federale regering besloot op 2 september om u te vragen "om een juridische analyse uit te voeren naar de wijze waarop, in overeenstemming met het internationaal recht, verblijf in een bezet gebied door niet-Palestijnse aanvragers kan worden meegewogen, teneinde te onderzoeken in hoeverre deze situatie een invloed kan hebben op het weigeren van een D-visum voor lang verblijf."

Wat is de deadline van deze analyse?

Wat is de exacte onderzoeksvraag van deze analyse?

Verbindt u zich ertoe deze visa ook effectief consequent te weigeren, mocht dat juridisch mogelijk blijken?

Waarom beperkt deze analyse zich tot D-visa voor lang verblijf? Engageert u zich om ook andere visa op te nemen in de analyse en uw uiteindelijke besluiten?

Zal u deze personen die verblijven in illegale kolonies, persona non grata verklaren op het Belgisch grondgebied?

Zal u er binnen Schengen werk van maken dat deze aanvragers uit de illegale kolonies ook in andere Schengenlanden geen visa meer zullen krijgen?

Anneleen Van Bossuyt:

Collega Vandemaele, u stelt vragen over de beslissing van het kernkabinet over de financiële sancties. Dat valt niet onder mijn bevoegdheid. Evenmin valt het onder mijn bevoegdheid om iemand persona non grata te verklaren. Dan kom ik aan uw vragen over een inreisverbod. Een dergelijke beslissing wordt geregistreerd in de databank van de Dienst Vreemdelingenzaken en vormt een nationale signalering met het oog op weigering van toegang en verblijfsverbod in de zin van artikel 24 van het Schengeninformatiesysteem. Ik wijs erop dat een inreisverbod steeds in feiten en in rechten individueel moet worden gemotiveerd, bijvoorbeeld in geval van een aanslag of een bedreiging voor de nationale veiligheid of de openbare orde. De Dienst Vreemdelingenzaken moet dus beschikken over informatie afkomstig van de Belgische veiligheidsdiensten – SGRS, VSSE en het OCAD – voor elke geviseerde persoon. De beslissingen die in dit kader worden genomen, kunnen worden aangevochten bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Dat geldt eveneens voor het al dan niet afleveren van een visum. Telkens moet worden nagegaan of voldaan is aan de voorwaarden, bijvoorbeeld bij een visumaanvraag met betrekking tot gezinshereniging. Er kan dus niet consequent worden geweigerd zonder individuele motivering. Met betrekking tot de juridische analyse, de beperking tot visa D is een beslissing van de regering. Er is geen deadline voorzien voor dit onderzoek en de opdracht om die analyse uit te voeren is nog niet gegeven.

De asielcrisis

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigt dat 361 asielzoekers nog in hotelopvang verblijven (stand 10/9) en dat €6,75 miljoen aan dwangsommen (527 dossiers) openstaat, die ze weigert te betalen. Van Belleghem kritiseert dat de beloofde afbouw van hotelopvang—ondanks geplande nieuwe centra in Schilde, Lodelinsart en Gerpinnes—nog steeds niet is gerealiseerd. De minister wijst schriftelijke vragen aan voor gedetailleerde cijfers, maar de kern blijft: vertraagde opvangtransitie en onbetaalde dwangsommen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, over de asielcrisis heb ik u al vaker ondervraagd, dus u kent de vraag wellicht uit het hoofd. Hoeveel asielzoekers verblijven er in hotelopvang? Op de eerste vraag hebt u al geantwoord. Graag had ik ook een stand van zaken van de dwangsommen en veroordelingen.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, sta me toe om u nogmaals voor te stellen om dergelijke cijfermatige vragen best als schriftelijke vraag in te dienen. Ik doe er niet lang over om schriftelijke vragen te beantwoorden. Mocht dat toch het geval zijn, mag u mij daarop wijzen. Ik meen echter dat wij de antwoorden systematisch bezorgen.

De eerste vraag, wat de hotelopvang betreft, is inderdaad al beantwoord. Op 10 september verbleven er 361 personen in hotelopvang. Wat de dwangsommen betreft, ging het op 12 september om 6.755.500 euro in 527 dossiers. Die zal ik uiteraard niet betalen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, intussen weet u wel wat ik zal repliceren. Er verblijven nog altijd 361 asielzoekers in hotels. Al maanden wordt beloofd dat de hotelopvang voor asielzoekers zo snel mogelijk zal worden afgebouwd. Als u nieuwe asielcentra plant te openen in Schilde, in Lodelinsart en in Gerpinnes, dan mag toch worden verwacht dat u ten minste kunt stoppen met die hotelopvang, maar blijkbaar kunt u ook dat niet realiseren.

De poging tot afrekening met een Congolese dissident in Tienen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 17 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Congolese dissident met een prijs op zijn hoofd overleefde in Tienen een moordpoging door landgenoten, waarbij lokale besturen claimen niet door federale instanties te zijn gewaarschuwd. Minister Verlinden benadrukt dat de VSSE buitenlandse inmenging en dreigingen tegen opposanten monitort via Europese samenwerking, maar concrete waarschuwingen alleen geeft bij *bevestigde* dreigingen, terwijl lokale besturen zelf proactief dreigingsanalyses kunnen aanvragen. Van Hoecke kritiseert dat lokale overheden onvoldoende worden ondersteund en niet zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor het opsporen van risicopersonen in bevolkingsregisters. De kernvraag blijft hoe federale diensten en gemeenten beter kunnen samenwerken om buitenlandse conflicten op Belgisch grondgebied te voorkomen.

Alexander Van Hoecke:

Op 27 augustus 2025 vond in de Danebroekstraat in Tienen een gewelddadige aanval plaats. Een 43-jarige Congolese man werd zwaar toegetakeld. Het zou om een dissident gaan die een beloning van 4 miljoen euro op zijn hoofd heeft, klinkt het in de pers. Dankzij een alerte burgerreactie, onder andere van onze lokale Vlaams Belang-fractievoorzitter Elias Cool, overleefde de man de moordpoging door een groep vermoedelijke landsgenoten.

Het is een zoveelste keer dat buitenlandse conflicten uitgevochten worden op onze straten. Volgens het lokale bestuur werden zij niet gewaarschuwd door federale instanties over de mogelijke dreiging. Dit is toch een reden tot ongerustheid wat betreft ook andere dreigingen.

Was de VSSE op de hoogte van de aanwezigheid in ons land van de door Congo gezochte man en de dreiging die boven zijn hoofd hangt?

Indien ja, hoe werd de situatie gemonitord door de VSSE en waarom werd het lokale bestuur van Tienen niet gewaarschuwd voor de situatie?

Indien niet, hoe zal de minister ervoor zorgen dat de dreigingen die dissidenten vanuit buitenlandse regimes ervaren, beter zullen worden gemonitord? Vindt er op dat vlak voldoende uitwisseling plaats tussen de Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten?

Welke andere stappen neemt de minister om te vermijden dat ons grondgebied wordt misbruikt als strijdtoneel voor buitenlandse conflicten?

Annelies Verlinden:

Collega Van Hoecke, de federale overheid en de veiligheidsdiensten nemen deze gebeurtenissen bijzonder ernstig. Om evidente operationele redenen kan ik geen uitspraken doen over concrete personen of dossiers.

Meer in het algemeen kan ik bevestigen dat de Veiligheid van de Staat (VSSE) prioriteit geeft aan het fenomeen van mogelijke buitenlandse inmenging. De VSSE is op de hoogte van het fenomeen van dreigingen tegen opposanten van bepaalde regimes en communiceerde hierover ook in het Intelligence Report van 2023. De VSSE neemt actief deel aan multilaterale overlegstructuren en wisselt informatie uit over grensoverschrijdende dreigingen, waaronder inmenging door derde landen die zich soms uiten in dreigingen tegen politieke dissidenten.

De Belgische wetgeving biedt reeds een stevig kader om buitenlandse inmenging en geweld op het grondgebied aan te pakken. De VSSE werkt samen met andere nationale partners om hybride dreigingen, waaronder buitenlandse afrekeningen en politieke intimidatie, te detecteren en te verstoren.

Met betrekking tot de informatiedeling tussen federale en lokale niveaus kan ik zeggen dat de Veiligheid van de Staat informatie over dreigingen tegen politieke vluchtelingen deelt wanneer deze als concreet en voldoende bevestigd wordt ingeschat. In deze gevallen wordt bekeken aan welke instanties de informatie het best wordt bezorgd. Niets verhindert de lokale besturen om via hun lokale politie proactief een dreigingsanalyse gelinkt aan terrorisme en extremisme bij het OCAD op te vragen.

Wanneer een persoon zich bedreigd voelt door een buitenlands regime, is het ook aangewezen dat hij of zij contact opneemt met de lokale politie, waarop de diensten dan de nodige actie kunnen ondernemen. Het is echter niet de taak van de inlichtingendiensten om de loutere aanwezigheid van politieke vluchtelingen op het grondgebied van steden en gemeenten systematisch aan lokale besturen te communiceren. Deze personen zijn ingeschreven in de lokale bevolkingsregisters, waardoor de lokale besturen ook op de hoogte zijn van hun aanwezigheid.

Alexander Van Hoecke:

Mevrouw de minister, met betrekking tot wat u zei over de lokale besturen, ik vind dat men toch wel heel veel verantwoordelijkheid bij die lokale besturen legt. Ik denk niet dat elke gemeente automatisch zal reflecteren om bij het OCAD een dreigingsanalyse aan te vragen of om te controleren wie er allemaal in het bevolkingsregister staat. We moeten dat overzicht minstens zeer goed bijhouden, want het betreft een dreiging voor buitenlandse politieke dissidenten die hier in ons land verblijven. Het betreft dan niet alleen een dreiging voor henzelf, maar ook voor hun omgeving, zeker als we kijken naar wat er is voorgevallen in Tienen. Dat betrof een geweldincident dat niet alleen gevaarlijk was voor de man zelf maar ook voor omstanders. Ik neem mee dat de VSSE hier wel degelijk op inzet en dat dit in de gaten wordt gehouden, maar ik zou toch willen vragen om zoveel mogelijk rekening te houden met de beperkte mogelijkheden die de lokale besturen hebben. Ik denk niet dat het de bedoeling is dat zij zelf moeten opvolgen wie er op hun grondgebied verblijft, met eventuele problemen tot gevolg. Er moet wel degelijk een wisselwerking zijn tussen de veiligheidsdiensten en de lokale besturen.

De vergadering van het kernkabinet van 27 augustus over de situatie in Gaza
Het akkoord van het kernkabinet over Gaza
Het federale akkoord over Gaza
De situatie in Palestina
De afwezigheid van de premier en de onduidelijkheid rond het akkoord van het kernkabinet over Gaza
De voorwaarden voor de erkenning van Palestina
De uitvoering van het akkoord v.d. kern over het conflict en de humanitaire tragedie i.d. Gazastrook
Het Gaza-akkoord
Het akkoord over Gaza en het standpunt van België binnen de EU en in New York
Het federaal en kernkabinet Gaza-akkoord, situatie Palestina en humanitair conflict

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 16 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische regering wordt scherp bekritiseerd voor haar terughoudende, voorwaardelijke erkenning van Palestina (gekoppeld aan vrijlating gijzelaars en uitsluiting Hamas) en gebrek aan harde sancties tegen Israël, ondanks beschuldigingen van genocide in Gaza. Premier De Wever verdedigt het kernakkoord (sancties, steun aan EU-maatregelen, symbolische erkenning in New York) als "evenwichtig" en benadrukt humanitaire hulp, maar oppositie en delen van de meerderheid noemen dit "leeg retorisch compromis" dat Israël de facto ontziet. Polarisatie domineert: oppositie eist onmiddellijke, onvoorwaardelijke erkenning en economische druk, terwijl de regering vasthoudt aan EU-consensus en "realpolitiek". Concrete actie (bv. opschorting handelsakkoord) blijft uit door interne verdeeldheid en Europese afhankelijkheid.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier, vous voici enfin devant nous, vous le premier ministre dont le rôle consiste notamment à répondre aux parlementaires et à la population. Après un été de génocide, il était temps que nous nous voyions et que vous veniez au Parlement. Nous avions demandé plusieurs fois à vous voir, parce que vous nous manquiez. Nous voulions vous entendre en commission des Relations extérieures, mais nous n'avons malheureusement pas pu vous entendre avant. J'espère que votre safari s'est bien passé et que vous vous êtes reposé. Pendant ce temps, des familles entières ont été décimées, et notre pays s'est contenté de demi-mots.

Après l'accord du kern sur la Palestine, présenté comme "historique" par certains, force est de constater qu'il ne répond pas à la gravité de la situation. J'ai parlé d'un génocide à Gaza. Cette nuit encore, l'enfer s'est déchaîné sur Gaza-City. Israël a débuté une offensive terrestre. La Belgique s'en tient malheureusement à des demi-mesures, alors que le droit international impose bien davantage et qu'il continue d'être bafoué par l' É tat d'Israël.

Monsieur le premier ministre, j'aimerais vous poser deux questions simples, que je vous avais déjà adressées en commission des Relations extérieures. Malheureusement, vous n'étiez pas disponible. Tout d'abord, la Belgique continue de conditionner la reconnaissance de la Palestine à des critères que les Palestiniens et les Palestiniennes ne contrôlent pas: libération des otages – je l'entends bien –, exclusion du Hamas, démilitarisation. Cela revient à imposer une violence supplémentaire. Quand va-t-on enfin reconnaître la Palestine de manière immédiate et inconditionnelle, ainsi que l'impose le droit international?

J'en viens ensuite à votre lecture de l'accord du kern. Nous savons que les divergences au sein de votre gouvernement sont énormes. D'un côté, on parle de reconnaissance, de l'autre on la vide de sa substance. Vous êtes le premier ministre et donc censé être le garant de l'unité gouvernementale. Quelle est votre lecture, votre position? Pour l'instant, les messages contradictoires sèment la confusion et fragilisent davantage encore la crédibilité de la Belgique sur la scène internationale.

Monsieur le premier ministre, la Belgique compte-t-elle continuer à reculer et à se dissimuler derrière des positions intenables ou bien va-t-elle accomplir un acte clair, courageux et cohérent, en reconnaissant sans conditions l' É tat de Palestine et en imposant de réelles sanctions à l' É tat d'Israël qui viole le droit international? Je vous remercie de vos réponses.

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, ik heet u welkom in het Parlement. Het is lang geleden dat we u hier nog gehoord hebben. In december was u hier niet.

We hebben de voorbije zomer heel veel gezien van u over olifanten, katten en andere symboliek. Daarvoor was de weg naar de media blijkbaar heel makkelijk te vinden. Over de verhongerende en stervende mensen in Gaza bleef u echter opvallend stil.

De situatie is daar de voorbije zomer enorm geëscaleerd. Het aantal journalisten dat is gestorven en vermoord gaat richting 400. Vele experts hebben nogmaals uitgesproken dat ginds een genocide aan de gang is. Een hongersnood is daar gaande, namelijk een man-made starvation , zoals die hier in het Parlement begin september 2025 al is benoemd.

U bleef echter rustig op vakantie. Er was hier op 3 september 2025 nochtans een commissievergadering. Het Parlement toespreken lukte niet, maar een interview geven aan Radio 2 lukte blijkbaar wel. Een schooltje bezoeken in Nederland lukte blijkbaar ook. Volgens mij is onderwijs nochtans een Vlaamse bevoegdheid, maar dat was blijkbaar belangrijk.

De enige keer dat we u hebben gehoord over de kwestie, was tijdens een persconferentie in Duitsland – in Duitsland dan nog – waar u verklaarde dat een snelle erkenning zinloos en contraproductief is. Het is nochtans overduidelijk dat er helemaal geen staat meer is om te erkennen als we nu nog lang wachten.

Mijnheer de premier, in uw hoedanigheid van burgemeester had u al gezegd dat het voor uw kant van het licht duidelijk niet opgaat. U sprong zelfs last minute in de wagen om een concert, symbolisch in Duitsland, bij te wonen.

Het akkoord over Palestina zelf heeft minister Prévot hier toegelicht. Waarom is het dan belangrijk om daarover vragen te stellen en met u van gedachten te wisselen? Dat is omdat wat minister Prévot heeft verklaard een totaal andere versie is dan wat bijvoorbeeld de heer Freilich schetste. De heer Freilich gaf de boodschap dat België en Israël dezelfde doelstellingen delen. Hij is een partijgenoot van u. Is hij dan de woordvoerder van de N-VA? België zou dus onder de huidige regering dezelfde doelstellingen hebben als de genocidaire regering van Israël.

De heer Freilich heeft echter ook de hele N-VA-interpretatie van het akkoord uitgeschreven: veel geblaat, weinig wol. De erkenning van Palestina is een lege doos die niemand zal kopen. Met de aankoop van wapens in Israël zal België doorgaan. Aan de visa en consulaire diensten voor kolonisten verandert niets, behalve de retoriek. Een importban zullen de MR- en N-VA-ministers in de regering wel tegenhouden.

Collega’s van Vooruit, cd&v en Les Engagés en alle leden die de Palestijnse zaak een warm hart toedragen – die zitten immers in meerdere partijen –, de heer Freilich is zelfs niet de enige die dat stelt. Ook de heer Bouchez, nog altijd voorzitter van een van de regeringspartijen, verklaart exact hetzelfde.

Ondertussen wordt vanuit cd&v en Vooruit gecommuniceerd dat België Palestina onmiddellijk zal erkennen. Mensen laten zich niet foppen. Er kwamen 100.000 mensen op straat om het Palestijnse volk een stem te geven.

Bij het indienen van mijn vraag had ik nog de illusie dat u misschien naar New York zou gaan. Als ik uw communicatie van de afgelopen weken bekijk, denk ik echter dat u de moeite niet zult doen om het Palestijnse volk internationaal een stem te geven en dat u dat zult afschuiven op de heer Prévot.

Toch heb ik een aantal vragen over die erkenning. Mijn eerste vraag gaat over de politieke erkenning, via een koninklijk besluit, die is gekoppeld aan twee voorwaarden. De eerste voorwaarde is de vrijlating van alle gijzelaars. Het gaat dan over de gewapende groeperingen in Gaza. Van de politieke gevangenen in de Israëlische gevangenissen is er uiteraard geen sprake. Ten tweede moeten terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina worden verwijderd.

Betekent dat dan dat zolang de Israëlische regering weigert een akkoord te sluiten over de vrijlating van gijzelaars, er geen Belgische erkenning van Palestina komt? Betekent dat dus dat de erkenning door de Belgische regering afhangt van een Israëlische regering waarvan nu al leidende ministers hebben verklaard dat de vrijlating van gijzelaars er niet zal komen? Wanneer is voor u voldaan aan de voorwaarde van de verwijdering van terreurorganisaties zoals Hamas uit het bestuur van Palestina? Binnen welke termijn denkt u dat België Palestina echt zal erkennen?

Aan de werkelijk impactvolle stappen, de feitelijke operationalisering van diplomatieke gesprekken, koppelt u ook nog extra voorwaarden. Kunt u bevestigen dat zolang de Israëlische regering weigert medewerking te verlenen aan de organisatie van nieuwe verkiezingen in de Palestijnse gebieden die operationalisering, dus de opening van een ambassade en dergelijke, niet zal plaatsvinden? Tot daar mijn vragen, mijnheer de premier.

Benoît Lutgen:

Merci monsieur le premier ministre. Contrairement à mes collègues de l'opposition, vous ne m'avez pas manqué. C'est vrai, beaucoup d'amour ainsi que des attentes fortes ont quand même été exprimés. Ce n'est pas mon cas.

Je voudrais d'abord rappeler qu'un gouvernement peut s'engager notamment au travers de l'expression, ce qui a été fait à de nombreuses reprises en commission le 14 août et par la suite par le ministre des Relations extérieures qui a exprimé les différents accords. Je remercie d'ailleurs le gouvernement à cet égard. J'entends beaucoup de choses mais, si on regarde et si on compare l'ensemble des mesures qui ont été prises par le gouvernement belge notamment en matière de sanctions, qui sont inédites et fortes, je pense que la comparaison ne peut que nous amener à voir – cela fait d'ailleurs l'objet de ma question principale – les contacts que vous avez pu avoir au niveau international, et surtout au niveau européen, avec vos collègues, pour voir s'ils sont prêts à prendre des mesures de sanction aussi fortes. Je rappelle que ces sanctions visent tant certains ministres israéliens que le Hamas et que certaines sanctions économiques peuvent être prises.

Avez-vous pu, notamment dans le contexte de l'accord économique Union Européenne-Israël, en particulier en son article 2, dialoguer ces derniers jours avec les chefs d'État ainsi qu'avec les premiers ministres afin d'enclencher aussi cette dynamique-là au niveau européen? En tout cas, la Belgique et notre gouvernement, quant à eux, ont pu prendre des mesures, qui sont des mesures les plus fortes possible au regard de ce que d'autres pays membres ou non de l'Union Européenne ont pu prendre. Je ne peux que m'en féliciter et vous en féliciter.

Monsieur le premier ministre, mes questions portent dès lors surtout sur les différents contacts que vous avez pu avoir en la matière ces derniers jours ou dernières semaines pour tenter de convaincre vos homologues de prendre le même type de mesures à l'égard d'Israël et du Hamas.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le premier ministre, le 27 août, un accord a été conclu en comité restreint concernant la situation à Gaza.

Or, depuis lors, vous n'avez pas répondu à la demande d'audition qui a été formulée par la présidente de la commission des Relations extérieures, ni même pris la peine de vous présenter devant le Parlement pour clarifier la position de votre gouvernement.

Dans ce contexte, j'ai quelques petites questions à vous poser. D'abord, pourquoi n'avez-vous pas répondu à la demande officielle d'audition du Parlement sur cet accord? Ensuite, quelle est votre lecture précise de cet accord, notamment en ce qui concerne l'État de la Palestine? Enfin, pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas adopté une position claire, comme celle de l'Espagne, qui reconnaît l'État palestinien sans conditions? Je vous remercie.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister of – ik weet niet meer wie aan het spreken is op het buitenlandse toneel van het politieke leven – mijnheer de ex-voorzitter van de N-VA, u hebt gezegd dat de gebeurtenissen in Gaza 'geruis uit de buitenwereld' waren. Zestigduizend doden, waaronder veel kinderen en vrouwen, is dat geruis uit de buitenwereld? Tientallen journalisten werden gedood, is dat geruis uit de buitenwereld? Twee miljoen mensen worden uitgehongerd, is dat geruis uit de buitenwereld? Mijnheer de eerste minister van België, blijft u bij die uitspraak? Vindt u nog altijd dat dit geruis uit de buitenwereld is?

Mijnheer de eerste minister, de mate waarin u Israël, of zoals u vroeger hebt gezegd de kant van het licht, consequent blijft verdedigen, is frappant. Naar aanleiding van de boycot door het Festival van Vlaanderen Gent tegen Lahav Shani, bent u zelfs naar het Duitse Essen getrokken. Mijnheer de eerste minister, die twee maten en twee gewichten, hoe krijgt u dat nog uitgelegd? U spreekt in naam van de hele regering, van het hele land, en u kunt zelfs geen degelijke sancties nemen tegen Israël, dat zich schuldig maakt aan genocide.

Mijnheer de minister, blijft u bij die uitspraak? Waarom kan België Palestina gewoon niet erkennen? Dat is toch logisch? Dat is toch een onvoorwaardelijk recht van dat volk? We hebben in het verleden nog iets anders gekend. Waarom doet u dat niet?

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de premier, sinds het akkoord binnen de regering over het sanctiepakket tegen Israël is België opnieuw een voortrekker in Europa. Wat doen we concreet om een einde te maken aan de gruwel in Gaza? We handelen op onze eigen kracht, mijnheer de eerste minister. Dat gebeurt door een nationale importban in te stellen voor goederen afkomstig uit alle illegale Israëlische gebieden en door een lijst van Belgische sancties tegen individuen, variërend van het blokkeren van geld en visa tot actieve vervolgingen.

Daarnaast is de regering een sterk engagement aangegaan om op de VN-conferentie in New York een betekenisvolle rol te spelen en bij te dragen aan een duurzame tweestatenoplossing, met een nadrukkelijk statement voor de erkenning van Palestina, mijnheer de eerste minister.

Op het Europese niveau, waar we samen het meest impact kunnen hebben, krijgt minister Prévot een stevig mandaat om alle mogelijke onderdelen van het associatieakkoord waarvoor meerderheden gevonden kunnen worden op te schorten. Europa is de belangrijkste handelspartner van Israël en kan door de opschorting van handelsvoordelen en subsidies de grootste druk uitoefenen. Op deze manier kunnen we de Israëlische regering het meest raken en bijdragen aan het stoppen van de genocide.

Grote woorden zijn niet langer voldoende. Het is duidelijk dat als we de gruwel in Gaza en Palestina willen stoppen, we de regering van Netanyahu en de extreemrechtse coalitie moeten treffen waar het pijn doet, namelijk in hun zakken. Vorige week riep mevrouw Ursula von der Leyen in haar Europese State of the Union duidelijk op tot concrete maatregelen. Na Ierland, Spanje, Slovenië en nu ook België beweegt Europa eindelijk ook. Na een wetenschapsakkoord stelt de Europese Commissie voor om een handelskakkoord op te schorten, om zo bij te dragen aan dat momentum. Mevrouw von der Leyen roept de lidstaten om die meerderheid te vinden. Na een historisch akkoord binnen deze regering is dat nu net de rol voor België.

Mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister, is hoe België in Europa een meerderheid zal vinden, in de eerste plats over het handelsakkoord. Daarnaast wil ik weten naar welke partners we kijken om andere landen te overtuigen om Palestina te erkennen en wat uw boodschap zal zijn op het podium in New York, zowel aan Israëliërs als aan Palestijnen.

Voorzitter:

Dit is een actualiteitsdebat en andere leden kunnen aansluiten. Welke leden willen dat doen?

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je me demande quelle est votre conviction réelle et profonde sur ce sujet. Gaza n'a pas valu le coup pour vous d'interrompre vos vacances alors que vos collègues de majorité s'écharpaient ici. Pendant ce temps-là, avec une certaine zénitude, vous étiez en train de faire des stories Instagram avec vos éléphants. J'admire cette forme de self-control, mais elle peut aussi être vue comme de l'indifférence. Au final, nous n'en savons pas beaucoup sur votre conviction profonde à propos de ce qui se passe à Gaza.

Comment qualifiez-vous ce qui s'y produit? Quelle est votre interprétation du compromis que vous avez forgé en kern avec cette demi-reconnaissance? Confirmez-vous mon hypothèse selon laquelle la Belgique ne reconnaîtra pas la Palestine à New York et se contentera d'annoncer son intention de le faire dans un temps qui n'arrivera sans doute jamais – sans doute pas sous l'Arizona vu les conditions imposées? Ne pensez-vous pas que ce compromis, cette reconnaissance – qui n'en est pas une –, est déjà obsolète? En effet, les bombardements se poursuivent à Gaza et M. Netanyahu a récemment déclaré que de toute façon, quoi que fous fassiez, il n'y aura jamais d'État palestinien.

Cela permet, cher collègue, de reprendre l'argument de ceux qui nous disent que reconnaître la Palestine reviendrait à recevoir les félicitations du Hamas. C'est évidemment absurde et il s'agit même d'une posture dangereuse lorsque cela vise à dire que le Hamas a une légitimité politique. Nous pourrions surtout inverser l'argument, compte tenu des propos et des actes du gouvernement israélien et compte tenu du fait que nous avons un premier ministre, M. Netanyahu, qui assume qu'il n'y aura jamais d'État palestinien. Nous pouvons affirmer que décider de ne pas reconnaître la Palestine, c'est féliciter et encourager M. Netanyahu. Qu'en pensez-vous? Je vous remercie.

Bart De Wever:

Monsieur le président, chers collègues, j'espère que vous avez tous passé de bonnes vacances. Tout d'abord, je vous souhaite une bonne année de travail.

Om te beginnen wil ik toch even aanstippen –niemand heeft erover gesproken – dat ons land zich in de afgelopen zomermaanden enorm gekweten heeft van het leveren van humanitaire hulp aan de burgerbevolking in de Gazastrook. Ik meen dat we daarin wereldwijd nummer 1 geweest zijn. Het gaat over de levering van voedingsmiddelen, drinkwater en medicamenten, maar ook over de extractie van gewonden, en met name van kinderen, die hier medisch verzorgd worden. Ik meen dat geen land ter wereld pro rata meer heeft gedaan dan België. Ik vind het heel eigenaardig dat daar nooit iemand bij stilstaat en dat het als een detail terzijde wordt geschoven. Ik vind dat echt jammer, want het betekende echt iets voor de mensen op het terrein, afgelopen zomer.

Ik meen niet dat het opbod van alle verklaringen deze zomer, in augustus met name, veel geholpen heeft in Gaza. Wat ons land gedaan heeft, heeft wel concreet heel veel geholpen voor de mensen op het terrein in Gaza. Daar zou het toch over moeten gaan, nietwaar? De kwestie is toch niet hoe wij ons hier voelen bij die situatie? Over het helpen van de mensen op het terrein, daarover zou het moeten gaan, of dat had althans gemoeten.

Ik zal eerst punctueel op een aantal vragen antwoorden.

Mijnheer De Smet, tegen intentieprocessen verdedig ik me niet. Ik begin daar zelfs niet aan. Daarop moet men antwoorden met andere intentieprocessen, maar tot die menselijke laagte zal ik niet zakken. Dat moet u me niet kwalijk nemen. U mag me dat wel kwalijk nemen, maar dat trek ik me eerlijk gezegd niet aan.

Mijnheer Hedebouw, stop met die leugens over geruis uit de buitenwereld. Die uitspraak is in een context gedaan, de context van partijvoorzitters in mijn meerderheid, die mij het leven moeilijk maakten. Dat heb ik gekwalificeerd als geruis, niet het maatschappelijk protest, want dat kan ik wel een plaats geven. De emoties die mensen voelen bij een vreselijk conflict, kan ik echt wel plaatsen.

Dat soort leugens is echt laag. Het creëert een sfeer van polarisatie, die gevaarlijk is. Ik zou u toch niet hoeven te wijzen op wat er allemaal in de wereld gebeurt als men zich laat gaan in dat soort halve leugens, of halve waarheden die eigenlijk hele leugens zijn? Het zijn bijzonder kwalijke leugens, die grote gevolgen kunnen hebben.

Nu kom ik tot de kwestie van de commissievergadering op 3 september. In de regering hadden we afspraken gemaakt.

Nous avions convenu que M. Prévot prendrait la parole au nom du gouvernement.

Ik heb de gewoonte om mij aan afspraken te houden.

J'ai pour habitude de m'en tenir à ce qui est convenu au sein du gouvernement. M. Prévot a dit qu'il irait au Parlement pour défendre l'accord, qu'il s'exprimerait au nom du gouvernement et qu'il le ferait seul.

C'est ce qui avait été convenu en kern. Donc, lorsque M. Prévot parle, c'est le gouvernement qui parle. Je trouve charmant le fait que je vous manque mais ce n'est absolument pas nécessaire.

Nu kom ik tot de kern van de zaak.

Les objectifs fixés dans l'accord de gouvernement restent inchangés. Dès le début, nous avons insisté sur le rôle de pionnier de l'Union européenne pour parvenir à une solution à deux États par la voie diplomatique, laquelle garantit tant la sécurité d'Israël que la reconnaissance mutuelle de la Palestine, dans le respect de l'intégrité territoriale.

We hebben in het kader van dat principe trouwens inderdaad een sanctiepakket afgesproken. We hebben gezegd – dit is niet min – dat we elke sanctie die Europa zal voorstellen, zullen steunen. Alle sancties die Europa zal voorstellen, zullen we steunen. Dat hoeft zelfs niet meer punt per punt bediscussieerd te worden binnen de regering. Alles wat Europa zal voorstellen en wat een gekwalificeerde meerderheid vergt, zal België steunen. Dat is toch niet niets?

We zullen dus de New York Declaration ondertekenen. Ik kom daar later op terug. Daarnaast hebben we een eigen pakket van federale maatregelen, waarover ik het ook nog zal hebben.

Mais nous ne voulons pas mener une politique inutile ou contre-productive. Nous voulons contribuer à faire la différence sur le terrain. Nous ne voulons par ailleurs en aucun cas récompenser une organisation terroriste telle que le Hamas. C'est pourquoi nous avons clairement indiqué que la reconnaissance serait légalement formalisée dès que les derniers otages auront été libérés et que les organisations terroristes comme le Hamas auront été écartées du pouvoir. Les différentes autres décisions prises dans le cadre de cet accord nous permettent bel et bien de maintenir une forte pression pour évoluer dans cette direction et avoir ainsi un impact réel sur le terrain.

In dat akkoord over het Midden-Oosten hebben we herbevestigd dat we een politiek en diplomatiek signaal zullen geven, door ons aan te sluiten bij de landen die de erkenning van de Palestijnse zaak zullen afkondigen in de marge van de High-level Week van de Algemene Vergadering van de VN, door ons aan te sluiten bij het gemeenschappelijk initiatief van Frankrijk en Saoedi-Arabië.

Ik vind het nogal onkies dat u daarover twijfel uit, want ik heb na mijn bezoek aan president Macron onmiddellijk gezegd dat we dat zouden doen. U mag mij kwalijk nemen dat het enige tijd heeft gevraagd om ook de regering op die lijn te krijgen. Daar was een deadline voor en die lag niet in augustus, maar begin september. Wij hebben die deadline gehaald.

Wat is nu eigenlijk uw probleem? Denkt hier iemand dat het, als ik mijn vakantie had onderbroken, één seconde verschil had gemaakt voor wie dan ook op het terrein? Wie dat werkelijk gelooft, mag nu de hand opsteken. Stop met uw moraliserende verhalen, alsof de oorlog al beëindigd zou zijn als ik vroeger uit vakantie teruggekeerd was. Dat is de sfeer die u creëert. Welnu, dat is een gevaarlijke sfeer, een zeer gevaarlijke sfeer. Wij doen niet aan geopolitiek om onszelf te bevredigen. Daarvoor dient geopolitiek niet.

Ik heb nooit twijfel laten bestaan over mijn intentie, na mijn bezoek aan het Élysée. Ik heb de regering op die lijn gekregen. Meer nog, ik ben in Duitsland en Nederland gaan spreken om hen ook te overtuigen om de New York Declaration te ondertekenen. Sterker nog, ze hebben dat ondertussen ook gedaan.

Mijnheer Aerts, u moet mij toch eens uitleggen wat u precies bedoelt wanneer u “uitgerekend in Duitsland” zegt. U zegt dat ik uitgerekend in Duitsland spreek over Palestina. Wat bedoelt u daar eigenlijk mee? Wat is het probleem met Duitsland? Geen antwoord? Ik hoop dat er geen antwoord op is, mijnheer Aerts. Ik hoop werkelijk voor u dat er geen antwoord op die vraag is. “Uitgerekend in Duitsland”, zeg straks maar wat er mis is met Duitsland. Ik zou het graag van u vernemen.

Ik heb in Duitsland met de heer Merz gesproken en ik heb hem gezegd dat het goed zou zijn als we in Europa allemaal de New York Declaration zouden ondertekenen over de erkenning van Palestina en het naar voren schuiven van de tweestatenoplossing. Ook al wordt die op het terrein niet gerealiseerd, Europa moet een baken zijn voor het internationaal recht, collectief, liefst met z’n allen.

Misschien is dat niet zo radicaal als sommigen in de oppositie en ook in de meerderheid wensen. Dat kan ik begrijpen. Sommigen willen dat het sneller gaat of willen dat de erkenning onvoorwaardelijk gebeurt, ze willen alles en ze willen het nu, maar zo werkt Europa niet. Europa is een consensusmachine. Daarvoor moet men zijn uiterste best doen. Daarom onderhoud ik bilaterale contacten. Ik zal dus inderdaad zelf naar New York gaan. Hoe durft u daarover eigenlijk twijfel te zaaien? Hoe durft u dat? Ik zal zelf naar New York gaan om daar namens ons land te spreken en de beslissingen die deze regering heeft genomen met veel overtuiging te verdedigen. Ik ben immers een sterke voorstander van de tweestatenoplossing. Ik ben van oordeel dat de Palestijnen recht hebben op een eigen staat en op een leven in vrede, in co-existentie met Israël. Dat is altijd mijn overtuiging geweest. Ik betreur ten zeerste wat daar gebeurt en ik trek mij dat bijzonder aan.

Het intentieproces waarbij mij onverschilligheid wordt aangewreven door een lid van deze vergadering, zal ik niet licht vergeten. Ik zal dat niet licht vergeten, mijnheer De Smet. Indifférence , dat woord kan tellen.

Ik denk dat het akkoord duidelijk is. Het impliceert dat de erkenning van Palestina bij koninklijk besluit zal worden geformaliseerd. Daar zijn inderdaad nog voorwaarden aan gekoppeld. Ik durf te vragen of iemand vindt dat we Palestina moeten erkennen zolang daar nog gijzelaars vastzitten. Vindt iemand we dat moeten doen zolang een terreurorganisatie daar de facto het bestuur in handen heeft? Dat is alvast niet het standpunt van de regering. U mag dat standpunt hebben en u kunt dat verdedigen, maar het is niet het standpunt van de regering. Ons standpunt is dat we dat op dat moment zullen doen, bij koninklijk besluit.

We verlenen dus steun aan de verklaring van New York, die ook de demilitarisering van Hamas als doelstelling heeft gesteld, alsook de democratisering van het bestuur in de bezette Palestijnse gebieden. Ik meen dat de Palestijnen ook recht hebben op een behoorlijk bestuur, met het engagement om daar democratische en transparante verkiezingen te houden. Dat staat in die verklaring.

Men kan daarover discussiëren, ik begrijp dat intellectueel ook. Men kan zich afvragen of die voorwaarden prealabel zijn en of de erkenning dan de beloning is, dan wel of de erkenning een hefboom is om die voorwaarden te realiseren. Daar kan men over discussiëren. De regering heeft een compromis gesloten. On a coupé la poire en deux . Daar kunt u kritiek op hebben. Bespaar mij evenwel al die zware woorden, want ze zijn ongepast.

Daarnaast zijn er nog de maatregelen die we uiteraard zelf nemen op het federale niveau.

En ce qui concerne les différentes mesures convenues qui nous permettent de respecter nos obligations internationales, des accords ont été conclus dans différents domaines politiques. À titre d'exemple, on peut citer le soutien fédéral à l'extension de l'interdiction du commerce des armes, qui a été décidée lors de la concertation interfédérale en 2009, mais dont la responsabilité revient aux entités fédérées. Je pourrais mentionner aussi le refus des demandes de survol militaire des autorités israéliennes tant que le conflit perdure ou le plaidoyer en faveur de nouvelles sanctions à l'encontre des colons violents, des responsables du Hamas, etc. Vous connaissez bien la liste des mesures.

Ces différentes mesures suivent bien sûr la procédure législative applicable. Les ministres concernés mentionnés dans l'accord prendront, chacun dans leur domaine de compétences, les mesures convenues conformément aux procédures en vigueur.

Conformément aux dispositions de cet accord, nous ferons valoir notre position lors des réunions européennes et internationales concernées. Nous demandons à la Commission de présenter des propositions visant à maintenir la pression sur Israël ainsi que des propositions visant à accroître la pression sur le Hamas.

En ce qui concerne les différentes mesures qui nécessitent une majorité qualifiée qui sont énumérées dans l'accord, nous voterons en faveur de celles-ci au niveau européen. Nous demandons également que des propositions concrètes soient présentées concernant les mesures relatives aux activités du Fonds européen d'investissement, de la Banque européenne d'investissement et d'Europol, en coopération avec Israël.

Nu zal ik ingaan op de besluitvorming via koninklijk besluit. In ons akkoord stellen we duidelijk dat de gijzelaars moeten worden vrijgelaten, zoals ik eerder al in het Frans heb uitgelegd. Dat is een voorwaarde prealabel aan het bewuste koninklijk besluit. Die gijzelaars worden niet door de Israëlische regering, maar door terreurorganisaties vastgehouden, die op die manier ook bewust hun eigen bevolking gegijzeld houden. In het akkoord nemen we dan ook verdere maatregelen ten aanzien van de verantwoordelijken van Hamas, zoals dat eerder ook gebeurde ten aanzien van de extremistische Israëlische ministers. Dat laatste had ik nog niet vermeld.

Ik sluit af met de essentie. Wij zullen ons aansluiten bij de verklaring van New York. We zeggen duidelijk dat we het zelfbeschikkingsrecht voor het Palestijnse volk nastreven, maar we willen Hamas niet belonen. De verwijdering van Hamas uit het bestuur van Palestina is een duidelijke voorwaarde. In de verklaring van New York zijn daarover bepalingen opgenomen, waaronder het engagement om democratische en transparante verkiezingen te organiseren en te werken aan akkoorden die de wederzijdse veiligheid kunnen verzekeren. Vanzelfsprekend kan de operationalisering van diplomatieke betrekkingen pas plaatsvinden nadat de doelstellingen van de verklaring van New York ook daadwerkelijk zijn bereikt, inclusief de demilitarisering van Hamas en de vernieuwing van het bestuur.

Tot zover het antwoord, mijnheer de voorzitter.

Voorzitter:

Dank u, mijnheer de eerste minister. Het woord is aan de leden voor hun repliek.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, merci de vos réponses que j'attendais avec impatience. Lorsque nous avons convoqué la commission des Relations extérieures le 14 août, nous voulions vous entendre, non pas pour le plaisir de vous voir ou d'interrompre vos vacances avec les éléphants, mais pour que vous preniez la mesure du génocide en cours.

Pourquoi avons-nous voulu vous voir après l'accord pris en kern? Qui s'est précipité sur une chaîne de propagande israélienne le lendemain de votre accord pour le torpiller? Un président de parti de votre majorité.

Je vous ai écouté pendant de longues minutes, monsieur le premier ministre. Vous ne nous avez pas appris grand-chose. Je n'ai toujours pas entendu de condamnation claire et explicite du massacre en cours, ni des assassinats d'enfants et de journalistes, ni de la famine organisée. Vous ne faites aucune mention des crimes de guerre ni des crimes contre l'humanité. C'est aussi cela que j'attendais de vous, monsieur le premier ministre.

Par contre, j'ai entendu beaucoup de larmes et d'émotion de votre part parce qu'on vous a reproché de ne pas agir assez fort contre le génocide en cours. Puisque nous sommes dans le registre de l'émotion, je vous dirai que je suis assez déçue ce matin, monsieur le premier ministre, par votre incapacité à agir de manière plus forte et plus concrète, parce qu'un génocide est en cours.

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, u hebt gezegd dat de Europese Unie een baken voor het internationaal recht zou moeten zijn. Ik vind dat bijzonder, omdat u ook hebt gezegd dat het aanhoudingsbevel van het Internationaal Gerechtshof niet uitgevoerd moet worden, als Netanyahu zich op Belgisch grondgebied zou begeven. Enige consequentie in uw retoriek zou niet misstaan.

In het akkoord wordt men geen woord gerept over de genocide en de hongersnood die Israël organiseert. Volgens Artsen Zonder Grenzen blokkeert de Israëlische regering de hulp aan de grens. Toch spreekt u vooral over Hamas. Het staat buiten kijf dat Hamas een terroristische organisatie is en ook ik zou uiteraard graag zien dat de gijzelaars vandaag worden vrijgelaten. We moeten echter vaststellen dat de Israëlische regering daar absoluut geen prioriteit van maakt, getuige trouwens de betogingen ginder tegen de Israëlische regering. De vrijlating van de gijzelaars is de voorwaarde die België koppelt aan de erkenning van Palestina. Daarmee legt u de sleutels in de handen van de Israëlische regering. Ik schrik daar zelfs niet van. Dat is immers exact uw beleidslijn. Dat is exact wat de heer Freilich zegt. De Belgische regering zit op dezelfde lijn als de Israëlische regering.

U hebt vandaag opnieuw gesproken over de verwijdering van Hamas uit het bestuur van Palestina en de organisatie van verkiezingen. Israël maakt die verkiezingen onmogelijk. Ze bombarderen elk gebouw plat. De minister van Defensie stond afgelopen weekend nog triomfantelijk voor een kaartenhuisje op het moment dat men een appartementsgebouw laat instorten. U zegt dan echter dat we ons vooral moeten focussen op Hamas en dat we vooral niet mogen kijken naar wat de Israëlische regering allemaal fout doet. De naleving van het internationaal recht impliceert de erkenning van Palestina, het opleggen van sancties en het opschorten van het associatieakkoord. In dat associatieakkoord is immers duidelijk bepaald in welke gevallen het wordt opgeschort.

De regering blijft echter met de voeten slepen, al ben ik blij dat er voortaan iets gesteund wordt op het Europese niveau. Dat had wat sneller gemogen. Het is wel ruim onvoldoende. U verwees naar de repatriëring van mensen. 700 mensen op de wachtlijst voor repatriëring zijn overleden. Die wachtlijst voor medische repatriëring telt 13.000 mensen en 10 daarvan werden door ons land gerepatrieerd. Althans, dat is wat ons werd gezegd. In ieder geval, men moet alles een beetje in perspectief zien.

Ik heb er alvast geen vertrouwen in, mijnheer de eerste minister, en ik hoop dat minister Prévot meegaat naar New York, zodat u daar ten minste met twee het ene Belgische standpunt zult vertolken. Vooralsnog vertolkt de regering nog altijd twee verschillende standpunten.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, merci pour la clarté de vos propos.

Chers collègues, est-il possible, dans un Parlement, de dépasser un peu les clivages opposition/majorité sur des enjeux aussi importants que ceux-là? Sommes-nous obligés de nous abaisser à faire des procès d'intention, à accuser un gouvernement de manquer d'ambition en la matière?

Je ne sais pas, mais cela me dépasse complètement. Vous passez votre temps à essayer de créer du trouble, là où il devrait y avoir du soutien, à l'égard en tout cas des positions sur lesquelles nous pouvons tous nous retrouver en commun, par rapport à la position prise par le gouvernement belge. Le premier ministre a dit clairement ici que l'expression de la Belgique par rapport à la reconnaissance pourrait se faire à New York. Vous le saviez déjà, puisque monsieur Prévot s’était exprimé en la matière. De plus, il a pris des contacts et il essaie de convaincre nos amis allemands de pouvoir aussi faire la même chose.

Ce qui m'insupporte, par rapport à cela…D'abord, ce n'est pas un concours d'émotion. On ne demande pas à un premier ministre de participer à un concours d'émotion. Désolé. On lui demande d'agir, et d'agir effectivement, en matière de sanctions. La Belgique est d'ailleurs à la pointe en la matière, et les sanctions concernent à la fois le gouvernement israélien, Israël sur le plan économique, et le Hamas. Cela me paraît la moindre des choses en la matière.

Mais est-ce possible, ou pas? Ou alors, est-ce qu'on fait simplement des petits jeux politiques même là-dessus? On vient hurler en disant: regardez – et je le pense sincèrement – la gravité de ce qui se passe, les crimes qui se produisent.

Mais si c'est cela, alors, ne faisons pas des petits jeux politiques belges, ridicules au regard de ce qui se produit, honteux et indignes par rapport à ce qui se produit. C’est d'une indignité absolue à mes yeux. Je vous le dis sincèrement. Je vous remercie.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le premier, je me demande comment vous osez venir nous demander comment se sont passées nos vacances. Vous venez enfin vous présenter au Parlement et vous nous demandez si nous avons passé de bonnes vacances. Personnellement, je n'ai pas envie de vous répondre parce que c'est hors sujet.

Je ne comprends pas votre comportement: vous inondez les réseaux sociaux par des gestes provocateurs et indignes de la communication d'un premier. À Gaza, nous dénombrons plus de 60 000 morts, nous assistons en direct à un génocide. Des femmes, des enfants, des civils et des vieillards meurent. Les images sont terrifiantes et nous basculons dans l'inhumanité.

Comment osez-vous dire que vous coupez la poire en deux? J'en suis choquée. J'aimerais bien que vous m'écoutiez au lieu de discuter avec votre collaboratrice. Vous ne manquez pas d'ironie et de cynisme, mais vous ne nous manquez pas à titre personnel: nous voulons entendre un premier ministre.

Quand vous entendez votre copain de Walibi, dont vous aviez l'air très proche, dire autre chose que votre ministre qui a l'habitude de s'exprimer à titre personnel, vous devez venir ici donner la position de votre gouvernement. C'est ce que nous attendons!

Ici, vous confirmez que votre position forte est de donner un signal sur le terrain en disant qu'un jour, peut-être, nous reconnaîtrons la Palestine. Monsieur le premier, malgré le fait que vous venez crier devant nous en faisant semblant d'être énervé et choqué par nos propos, je retiens que vous n'allez jamais reconnaître la Palestine sans conditions. Nous en prenons acte. Je vous remercie.

Raoul Hedebouw:

Premier, u kunt het verwijt dat wij polariseren intellectueel toch niet verantwoorden, wanneer u, die zo bewust met communicatie bezig bent, vanuit Zuid-Afrika foto's post met olifanten en krokodillen, terwijl er bommen op Gaza vallen? U hebt heel bewust zo gecommuniceerd.

Ik waardeer het, mijnheer de minister, dat u een keuze gemaakt hebt. U hebt een geopolitieke keuze gemaakt voor Israël. U communiceert volle bak om te polariseren, omdat u de kant van het licht, de kant van Israël, hebt gekozen. Dat is niet mijn kamp. U kunt dan toch niet volhouden dat er hier gepolariseerd wordt? Vorige zaterdag bezocht u Duitsland en verklaarde u dat iedereen die voor de boycot van Israël is, een antisemiet is. Is dat niet polariseren tot en met? U gaat er volle bak voor. U staat achter het koloniale bewind van Israël. Zeg dat dan gewoon en kom hier niet vertellen dat er gepolariseerd wordt. Intellectueel weet u dat, mijnheer de eerste minister. Elke post die u maakt, is politiek goed berekend. U weet wat u doet. Iedereen in de zaal hier weet dat. U gaat ervoor, mijnheer de eerste minister. En u begrijpt het niet, zegt u en oordeelt dat hier gepolariseerd wordt?

U verklaart dat u met het geruis uit de buitenwereld, het geruis van de voorzitters van de partijen die in uw kernkabinet zitting hebben, bedoelde. Komaan, niemand gelooft dat hier en uzelf ook niet. U gaat er volle bak voor en dat is mijn meningsverschil met u. Ik sta niet achter het koloniale bewind van Israël.

Vous dites que l'on va mettre des conditions pour la reconnaissance de l'État palestinien, dont les partis qui seront dans le gouvernement. Depuis quand met-on ce type de conditions-là? Allez-vous juger toutes les nations du monde et dire: "Ce parti dans le gouvernement ne nous convient pas, nous ne vous reconnaissons plus comme nation"? Est-ce comme cela que l'on procède à présent? Depuis quand reconnaît-on les nations en fonction de qui se trouve dans leur gouvernement? Non. Vous ne voulez pas reconnaître l'autorité du peuple palestinien. C'est votre choix stratégique. C'est pour cela que 110 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles; parce qu'elles n'étaient pas d'accord avec vous.

Aux Engagés, je dis: remontez-vous un peu contre ce premier ministre. Il ne veut pas la reconnaissance du peuple palestinien. Vous le savez. Faites-en un point de rupture, nom de dieu! Voilà la question qui nous préoccupe ici. C'est cela l'hypocrisie et le bla-bla. Dans les faits, vous savez très bien que la déclaration de New York ne donnera rien du tout. En plus, intellectuellement, vous le savez. C'est cela qui n'est pas correct. La solution est de reconnaître l'État palestinien. Évidemment! Ce n'est pas prendre des demi-mesures. La solution est évidemment le boycott économique. Vous le savez très bien, alors faites-le! Mais il n'y a personne. C'est toujours la même chose. Des sanctions qui viennent des colonies... Le problème, ce ne sont pas les colonies mais c'est l'État d'Israël. Vous le savez très bien. Il ne faut pas un embargo uniquement sur les colonies, il faut un embargo sur l'ensemble.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de eerste minister, mijn collega's noch ikzelf zitten hier voor politieke spelletjes, maar de indruk wordt alsmaar sterker dat er hier wel een politiek spel wordt gespeeld. Mijnheer de eerste minister, weet u waarom ik hier het woord neem? Dat is omdat het mij oprecht pijn doet dat er ginder elke dag mensen aan beide zijden doodgaan. Dat is de realiteit. Er is geen verschil.

Het frustreert mij enorm dat er hier nu politieke spelletjes worden gespeeld. Wij hebben namelijk met de regering een historisch akkoord gesloten, nadat de discussie in voorgaande regeringen nooit tot resultaat heeft geleid. De regering-De Wever daarentegen geeft een duidelijk signaal met economische sancties. Now as we speak vallen er tanks binnen in Palestina. Now as we speak is er een genocide aan de gang, aldus de VN-onderzoekscommissie. Voor wie daar nog aan twijfelde, dat is de realiteit.

Mijnheer de premier, u hebt onderstreept dat we alle sancties die Europa zal nemen, zullen uitvoeren en respecteren. Ik heb genoteerd dat er daarover in de regering geen discussie is. We volgen Europa. U gaat naar New York en zult daar zelf het statement van de regering duidelijk maken, niet als voorzitter van een partij, maar als premier. U zult daar een duidelijk signaal geven dat we Palestina zullen erkennen.

U verklaart dat u niet alleen als premier, maar ook persoonlijk voor een tweestatenoplossing staat. Hopelijk blijft u dat nastreven. U bent in Nederland en Duitsland op zoek gegaan naar partners in Europa voor dat standpunt. Ik hoop dat het ook in de komende weken en maanden overal in de actualiteit te horen zal zijn en in daden zal worden omgezet.

Ongetwijfeld zullen we in de regering nog vaker botsen, maar hopelijk zal de regering een duidelijk signaal geven dat het zo niet verder kan en dat we het belang van de onschuldige slachtoffers altijd zullen vooropstellen.

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse qui, comme l'accord du kern, est équilibrée. L'accord du kern, c'était naturellement la priorité à l'humanitaire, des sanctions fortes sur le plan bilatéral et la construction de sanctions fortes sur le plan multilatéral européen et ensuite une reconnaissance évidemment conditionnée – pas de récompense à une organisation terroriste, pas de prime au 7 octobre – et c'était aussi contribuer à faire la différence sur le plan humanitaire et à sauver des vies.

Je vous ai senti un peu irrité dans vos réponses et, rien que pour cela, je suis content d'être venu. Des leçons de morale, une tonalité proche du réquisitoire, des procès en indifférence, certains estiment qu'il faut nécessairement être manichéen. Pourtant, il y a moyen de dire dans la même phrase qu'il est essentiel de ne pas renforcer le Hamas, de ne pas lui donner une prime pour son action terroriste, et, en même temps, que le gouvernement israélien a un comportement inacceptable, irresponsable qui doit être sanctionné. Vous avez dit dans la même phrase ces deux éléments.

Nous sommes un des pays européens qui sanctionnons le plus fort aujourd'hui le gouvernement israélien compte tenu de ses responsabilités dans le cadre du drame humanitaire. On espère naturellement que cela fera école et que vous porterez ce message sur le plan européen. Nous espérons que nous pourrons contribuer à une solution sur le plan humanitaire sans rentrer dans des slogans. Pour ce qui a trait au génocide, comme le texte de l'accord l'indique, il faut prévenir le génocide, mais ce n'est pas à un parti politique à décréter qu'il y a génocide. Ce sera à la Cour internationale de Justice. Merci pour votre action.

Kathleen Depoorter:

De eerste minister haalde hier terecht aan dat het gaat om de mensen op het terrein, niet alleen de moeders in Gaza, die hun kinderen geen eten kunnen geven, maar ook de moeders in Israël die nog altijd wachten op een antwoord over hun gegijzelde geliefden. Daar gaat het om, collega's. En ja, uiteraard hebben we allemaal hartenpijn. Uiteraard willen we allemaal helpen op het terrein. Dat is waarvoor we hier zitten. Ik vind het dan toch een beetje belachelijk hier te vloeken. Dat kan stoer overkomen, maar dat zal niemand, maar dan ook niemand, in Gaza helpen. Zo doen we geen stappen vooruit. Ik vind het ook heel jammer dat men hier slogans scandeert en het publiek thuis wijsmaakt dat bijvoorbeeld het associatieverdrag opgeschort kan worden zonder unanimiteit in Europa. Dat kan niet, dat weet u maar al te goed! We mogen geen symboolmaatregelen nemen. We moeten maatregelen nemen die effectief impact hebben op het terrein. Dat hebben sommigen hier nog altijd niet begrepen, zelfs na de maandenlange discussies, die we hier gevolgd hebben. Consequentie betekent ook consequent naar elkaar luisteren. Wat doet de regering? Wat heeft ze gedaan? Wat zal ze doen? De eerste minister heeft er net nog aan herinnerd dat we kampioen zijn in het verstrekken van humanitaire hulp. Is dat genoeg? Uiteraard niet. De vrachtwagens moeten in Gaza tot bij de mensen raken. Als Parlement hebben we ook onze verantwoordelijkheid opgenomen. We hebben een resolutie goedgekeurd. We zijn samengekomen op 14 augustus. Of de eerste minister erbij was of niet, we hebben wel het signaal gegeven. Heel kort daarna kwam het kernkabinet tot een akkoord over het onderwerp, wat ik nooit bij de vivaldiregering gezien heb. Laten we dus naar de toekomst kijken en oog hebben voor de actie die de regering onderneemt. Ze zal die ook unaniem in New York en in Europa uitdragen, opdat sancties effectief het verschil kunnen maken voor de Palestijnen en de Israëli's.

De repatriëring van Belgen uit Israël

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 16 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kritiseerde de passieve houding van België tijdens Israël’s offensieven tegen Iran (april 2024), waar buurlanden wel hun burgers repatrieerden, en kaartte selectief migratiebeleid aan: terwijl Belgen in Israël zich verwaarloosd voelden, haalt de regering massaal Palestijnen uit Gaza binnen—volgens hem geïndoctrineerd met jihadisme. De Wever verdedigde het beleid door te benadrukken dat commerciële vluchten snel hersteld waren, de ambassade informatie en hulp bood, en geen evacuaties nodig waren, maar beloofde cijfers na te leveren. De kern: asymmetrische crisisrespons (traag voor Belgen in Israël, actief voor Palestijnen) en veiligheidsrisico’s door migratiebeleid.

Sam Van Rooy:

Ik kom iets sneller aan de beurt dan verwacht. Dat geldt echter niet voor mijn vraag, mijnheer de premier, die ik reeds enkele maanden geleden indiende op het moment dat Israël geschiedenis schreef met Operation Rising Lion en Operation Midnight Hammer, waarmee het de jihadistische vijand in Iran een kopje kleiner heeft gemaakt.

Uw Duitse collega, mijnheer De Wever – u bent tegenwoordig veel in contact met Duitsland, dus ik zeg het toch even – Friedrich Merz, de bondskanselier, zei daarover toen: "Israël knapt het vuile werk op voor ons allemaal. Dit mullahregime heeft dood en verderf gezaaid in de wereld." Ik betreur dat we van u daarover toen niet dezelfde woorden hebben gehoord. U zei dat allicht niet omdat u uw linkse coalitiepartners niet wilde bruuskeren. Dit uiteraard geheel terzijde.

Tijdens Operation Rising Lion, meldden heel wat Belgen zich bij de Belgische ambassade in Tel Aviv met de vraag om gerepatrieerd te worden. Op het moment dat ik deze vraag indiende, in juni, waren dat er meer dan 100. Op dat moment hadden onze buurlanden hun burgers al geëvacueerd via repatriëringsvluchten of met de hulp van hun ambassade naar het Egyptische Sharm-el-Sheikh gebracht, om van daaruit terug te vliegen. Onze buurlanden, zo heb ik begrepen, hebben goed gecommuniceerd met hun burgers in Israël en zorgden voor een vlotte repatriëring.

Mijnheer De Wever, hoeveel landgenoten hebben toen aan België de vraag tot repatriëring gesteld? Welke stappen heeft de regering ondernomen om Belgische burgers vanuit Israël naar België te repatriëren? Wie stond desgevallend in voor de kosten van deze repatriëringen? Tot slot, hoe is er precies gecommuniceerd met de Belgen in Israël? Ik heb namelijk signalen ontvangen dat burgers in het ongewisse werden gelaten.

Bart De Wever:

Deze vraag is eigenlijk een vraag voor de minister van Buitenlandse Zaken. Ik zal u antwoorden wat hij mij heeft laten geworden. Ik zie nu wel dat u ook precieze aantallen vraagt en dat die niet in mijn antwoord vermeld worden. Ik zal u die cijfers eventueel nog schriftelijk laten bezorgen, want ik heb ze gewoon niet. Het is niet dat ik ze u niet wil geven, ik heb ze niet voorhanden. Dat stel ik nu zelf vast.

De communicatie door de ambassade in Tel Aviv en het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken is vanaf het begin van de bewuste incidenten of crisis altijd duidelijk geweest. Reizigers zijn uitgenodigd zich te registreren op Travellers Online, zodat de ambassade op de hoogte was van hun aanwezigheid in Israël. Wie in nood is, kan op elk moment de ambassade contacteren.

De Joodse gemeenschap heeft zelf ook namen van landgenoten kunnen doorgeven aan het crisiscentrum van Buitenlandse Zaken. Dat is ook gebeurd. Daar was ik niet persoonlijk bij betrokken, maar wel persoonlijk van op de hoogte.

Gedurende de hele crisis is het altijd mogelijk gebleven om Israël te verlaten. Dat gebeurde via de weg richting Jordanië of richting Egypte.

Zowel de ambassade in Tel Aviv als de ambassades in Amman en Caïro hebben vooral gefocust op het verschaffen van de nodige informatie en indien nodig ook op fysieke bijstand, om op die manier als de betrokkenen dat wensten het land te verlaten. Het reisadvies voor Israël werd eveneens systematisch geactualiseerd met de nodige informatie.

Het heeft niet lang geduurd vooraleer de luchthavens opnieuw opengingen en de commerciële vluchten hervat werden. Desondanks blijft de ambassade in Tel Aviv ten dienste van alle landgenoten in moeilijkheden en zullen er geval per geval specifieke oplossingen worden gezocht. Er werden op dat moment geen speciale evacuatievluchten gepland, aangezien er eigenlijk sneller via commerciële vluchten kon worden gewerkt.

Waarnaar wij verwijzen, is nu al zowat achter de rug, maar ik heb – u zult mij ter zake tegenspreken – geen kennis van concrete casussen. Er was in het begin wel even een angstopstoot, die ik ook heb aangevoeld, maar die opstoot heeft in mijn herinnering niet langer dan 24 à 48 uur geduurd. Daarna was iedereen gerustgesteld en werd iedereen verder geholpen.

Ik ben dus globaal genomen wel tevreden met de manier waarop een en ander door Buitenlandse Zaken is behandeld en afgehandeld.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de eerste minister, de verhalen die mij ter ore zijn gekomen via landgenoten in Israël, tonen aan dat een aanzienlijk aantal van hen het gevoel had door de Belgische overheid in de kou te worden gelaten. In dat verband wil ik erop wijzen dat de Belgische regering zeer gretig Palestijnen uit Gaza naar België haalt. In maart 2024 werd daarover in de media uitvoerig bericht. Ook het massaal binnenhalen van Palestijnse asielzoekers blijkt voor uw regering geen enkel probleem te zijn. België ontvangt momenteel zelfs de helft van alle Palestijnse asielzoekers in Europa. Mijnheer De Wever, u weet dat het gros van die Palestijnen werd opgevoed en geïndoctrineerd met jihadistische en antisemitische denkbeelden. Recent nog verklaarde een jonge Palestijn dat de keel van niet-moslims in Europa moet worden overgesneden. Ik zal er dus voor blijven waarschuwen dat door het beleid van deze regering die jihadistische cultuur zich steeds meer zal manifesteren in onze scholen en wijken.

Voorzitter:

De volgende vragen op de agenda zijn vraag nr. 56006651C van de heer Matagne en vraag nr. 56006656C van de heer Bergers. Zij zijn echter afwezig.

De pro-Palestijnse betogingen in het station Brussel-Zuid
Het ontoereikende treinaanbod voor de steunbetoging voor Gaza
Pro-Palestijnse betogingen en treinaanbod in Brussel-Zuid

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 16 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NMBS staat neutraliteit voorop en gaf geen toestemming voor pro-Palestijnse betogingen in Brussel-Zuid, maar kan zelf geen verbod opleggen—dat is de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Sint-Gillis, die echter geen verbod afkondigde. Bij de grote Gaza-mars (7/9, 100.000 deelnemers) ontbraken extra treinen en afgestemde tarieven (ondanks vooraf bekende massale opkomst), wat leidde tot overvolle treinen en perrons, terwijl de NMBS voor andere grote evenementen (bv. festivals) wel specifieke maatregelen neemt. De minister benadrukt communicatiefalen tussen organisatoren en NMBS en dringt aan op betere afstemming in de toekomst, zonder concrete nieuwe maatregelen tegen betogingen in stations. Veiligheidsinzet (Securail/politie) bleef beperkt, met een oproep tot samenwerking tussen overheden voor toekomstige gebeurtenissen.

Frank Troosters:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

In het station van Brussel-Zuid werd op 22 augustus een pro-Palestijnse betoging gehouden. De manifestanten zwaaiden er met Palestijnse vlaggen, pancartes en spandoeken en riepen anti-Israëlische leuzen. Deze betoging was niet eenmalig, het initiatief werd door de manifestanten meermaals herhaald.

Is de minister van oordeel dat het station van Brussel-Zuid een gepaste plaats is voor het houden van deze pro-Palestijnse betogingen?

Hebben de manifestanten toestemming aangevraagd en gekregen voor het houden van deze betoging in het station van Brussel-Zuid? Zo ja, wanneer en bij wie?

Gaf de burgemeester van Sint-Gillis zijn toestemming tot het houden van deze manifestatie? Zo neen, had hij een verbod afgekondigd en werd dit desgevallend overtreden?

Welke maatregelen nam de NMBS tegen deze manifestatie? Op welke wijze zal de NMBS verhinderen dat het station van Brussel-Zuid (en andere NMBS-stations) in de toekomst zullen gebruikt worden voor het houden van pro-Palestijnse of andere betogingen?

Op welke wijze benaderde de veiligheidsdienst van de NMBS (Securail) de pro-Palestijnse manifestatie die in het station van Brussel-Zuid gehouden werd? Welke actie werd ondernomen? Werd een tussenkomst van de lokale of spoorwegpolitie gevraagd? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?

Ridouane Chahid:

Monsieur le ministre, le 7 septembre dernier, plus de 100 000 manifestants ont défilé dans les rues de Bruxelles en soutien à la manifestation pour Gaza. Une foule immense était là pour tracer une ligne rouge en faveur de Gaza.

Alors même que les précédentes manifestations organisées pour le soutien à Gaza avaient déjà drainé des dizaines de milliers de manifestants – vous vous souvenez qu'aujourd'hui, c'est la deuxième manifestation avec plus de 100 000 personnes – il apparaît qu'aucune mesure n'a été réellement mise en place par la SNCB pour faire face à cette masse de manifestants venus en train à Bruxelles.

De nombreux témoignages font écho de trains complémentaires blindés et de personnes obligées de rester sur les quais.

Alors même que la SNCB prévoit parfois des actions spécifiques et promotionnelles quand il faut renforcer ces trains pour l'affluence des beaux jours à la mer du Nord ou encore pour les différents festivals de musique, rien de tout cela n'était prévu pour cette énorme manifestation, dont l'importante communication ne pouvait être ignorée.

Des précédents existent pourtant pour d'autres manifestations. Nous pouvons par exemple citer les marches pour le climat, que vous connaissez un peu, qui ont bénéficié d'ailleurs d'offres tarifaires spécifiques et de trains supplémentaires.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous dire pourquoi la SNCB n'a pas prévu des trains en conséquence et une offre spécifique pour une manifestation dont on savait à l'avance qu'elle allait être importante?

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer de voorzitter, beste collega, twee demonstraties vonden plaats ter ondersteuning van Gaza, de eerste op 22 augustus en de andere op 7 september. Ik wil eraan herinneren dat ik solidair blijf met de beslissing van de Belgische federale regering met betrekking tot de erkenning van Palestina en de te nemen maatregelen. Het lijkt mij belangrijk om te herinneren aan de toepassing van de internationale mensenrechten, die het kompas vormen van deze federale regering.

Om een duidelijk antwoord te geven op uw vragen heb ik een beroep gedaan op de NMBS, die mij de volgende elementen heeft meegedeeld. Het principe van neutraliteit ten aanzien van verenigingen met een duidelijk politieke, ideologische, filosofische of levensbeschouwelijke inslag past de NMBS toe op alle terreinen die haar eigendom zijn. Mijnheer Troosters, de NMBS gaf geen toelating voor de betoging waarnaar u verwijst. De NMBS kan evenwel geen verbod opleggen om het station Brussel-Zuid te betreden. Het is aan de burgemeester van de betrokken gemeente om een dergelijk verbod op te leggen. De NMBS staat hierover in contact met de gemeente en vroeg schriftelijk aan de burgemeester van Sint-Gillis om geen manifestatie toe te staan in het station en om de veiligheid van de reizigers en het respect voor de infrastructuur te garanderen.

Uw vraag met betrekking tot de openbare orde moet u richten aan mijn collega van Binnenlandse Zaken.

De vraag over een eventueel speciaal tarief voor de manifestatie van 7 september heb ik ook aan de NMBS gesteld. Zij heeft mij geantwoord dat zij in het weekend al een korting van 80 % aanbiedt via het weekendticket, wat een zeer voordelig tarief vormt. Daarom stelt de NMBS de laatste jaren geen specifieke tarieven meer vast voor dat soort manifestaties.

Met betrekking tot de bezetting van het terrein kan de NMBS alleen antwoorden op een aanvraag die door de organisatoren werd ingediend. Voor de manifestatie van 7 september heeft de NMBS geen enkele aanvraag ontvangen vanwege de organisatoren.

Ten slotte moedig ik de NMBS aan om flexibiliteit aan de dag te leggen bij de uitrol van haar vervoersaanbod, rekening houdend met dit soort uitzonderlijke gebeurtenissen waarvoor de belangen van de openbare dienstverlening een uitbreiding van het aanbod zouden kunnen rechtvaardigen. Daarnaast verzoek ik de bevoegde overheden, of het nu gaat om de gemeentelijke, regionale of federale overheden, om de NMBS te steunen bij de aanpak van gebeurtenissen zoals die waarop een van de vragen betrekking had.

Pour répondre plus spécifiquement à la question de M. Chahid, je crois qu'il y a vraiment eu un problème de communication entre l'organisation de la manifestation et la SNCB, ce qui a entraîné les conséquences que vous avez à juste titre évoquées. On pouvait légitimement s'attendre – et c'est même heureux – à ce qu'il y ait du monde à cette manifestation, mais sans avoir une évaluation plus précise, on se retrouve face à une organisation et face à des réalités de terrain que l'on doit continuer à assumer. Je crois que ce genre de choses n'arrivera plus.

J'insiste pour que tout le monde, dans ce type de manifestation, puisse réellement et profondément bien communiquer avec la SNCB. C'est la meilleure manière d'arriver à satisfaire le droit à la manifestation et le service que la SNCB doit poursuivre en termes d'autorité publique.

Frank Troosters:

Ik dank u voor uw antwoord.

Het verbod op wapentransporten naar Israël via het nationale luchtruim

Gesteld door

lijst: Groen Staf Aerts

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 16 september 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België werkt aan een koninklijk besluit om wapentransport via het luchtruim naar Israël en Palestijnse gebieden te verbieden, maar artikel 2 (verbod op doorvoer met bestaande vergunningen) werd geschrapt op advies van de Raad van State, die een samenwerkingsakkoord met de gewesten bepleit. Controles op vertrekkende vliegtuigen zijn mogelijk via de Algemene Directie Luchtvaart (DGLV), maar overvliegende toestellen zijn nauwelijks controleerbaar door gebrek aan capaciteit en onbetrouwbare vrachtdocumenten, terwijl extra middelen pas tegen eind 2025 worden beoordeeld. Staf Aerts benadrukt de toenemende wapendoorvoer en gebrekkige controles (o.a. signaal vakbonden Bierset) en vraagt later toegang tot de ontwerpteksten voor verdere analyse.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, uw collega van Buitenlandse Zaken deelde mee dat u begin augustus een ontwerp van koninklijk besluit ter advies zou hebben voorgelegd aan de Raad van State. Het doel van dat koninklijk besluit is het nationale luchtruim te verbieden voor het vervoer van wapens en militair materieel vanuit België naar Israël en de Palestijnse gebieden. Met strikte inachtneming van de federale bevoegdheden zou u dus ook het doorkruisen van ons luchtruim en, a fortiori, elke doorvoer kunnen verbieden.

De Raad van State raadde u, volgens minister Prévot, aan artikel 2 te schrappen. Wat stond er in dat artikel 2? Hoe ver staat het met dat koninklijk besluit? Op welke wet of wetten is het koninklijk besluit gebaseerd? Hoe zult u controleren of wapens of militair materieel aan boord zijn van vliegtuigen die opstijgen vanuit België en vliegtuigen die het Belgische luchtruim doorkruisen? Welke dienst of diensten zijn verantwoordelijk voor de controles? Zal dat extra werklast met zich meebrengen en, zo ja, wordt er dan in extra middelen en personeel voorzien?

Jean-Luc Crucke:

In artikel 2 van het ontwerp van koninklijk besluit dat u aanhaalde, was hoofdzakelijk een verbod opgenomen op het gebruik van het nationale luchtruim voor vervoer van wapens en/of militair materieel van België naar Israël of naar het Palestijnse grondgebied dat de militaire capaciteit van de aanwezige strijdkrachten zou versterken, ook wanneer een vergunning wordt ingeroepen die vóór de inwerkingtreding van dat besluit was verkregen.

Om de coördinatie tussen gewestelijke en federale bevoegdheden te waarborgen, stelt de Raad van State voor om een samenwerkingsakkoord te sluiten. Het koninklijk besluit, dat aan de gewesten werd medegedeeld, wordt vandaag besproken naar aanleiding van een interfederale vergadering die door de minister van Buitenlandse Zaken werd samengeroepen. De door de Raad van State voorgestelde samenwerkingsovereenkomst zal eveneens aan de orde komen.

Er bestaan talrijke juridische rechtvaardigingen voor het ontwerp van koninklijk besluit, waaronder recente jurisprudentie van het Internationaal Gerechtshof, het internationaal recht, het Verdrag van Chicago, en de wet van 27 juni 1937 tot herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart. Daarbij geldt dat de bevoegdheid om de luchtvaart te regelen, steeds onder de residuaire bevoegdheden van de federale Staat valt, zoals bepaald in artikel 35 van de Grondwet.

De Raad van State heeft bovendien verduidelijkt dat het ontwerpbesluit dat betrekking heeft op vervoer overeenkomstig de associatieprocedure waarin die bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreffende de institutionele hervorming voorziet, aan de gewesten moet worden voorgelegd. Onverminderd de controlebevoegdheden die de gewesten uitoefenen om de concrete toepassing van de hen ter zake toegekende bevoegdheden te waarborgen, maken de artikelen 38 en volgende van de wet van 27 juni 1937 het mogelijk dat de Algemene Directie Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer controles uitvoert van vracht in vliegtuigen die vertrekken vanaf het Belgisch grondgebied. Die controles moeten uiteraard verband houden met de federale bevoegdheden ter zake.

De controle van vliegtuigen die over het Belgische grondgebied vliegen, is om praktische redenen veel moeilijker uit te voeren. In principe onderwerpt artikel 35 van het Verdrag van Chicago echte oorlogsmaterialen en oorlogsmunitie aan een vergunning binnen of boven het grondgebied van de Staat aan boord van de vliegtuigen. Een soortgelijke bepaling is opgenomen in Verordening 965/2012 van de Europese Commissie van 5 oktober 2012.

Voor elke vlucht bestaan er air way bills en een cargomanifest met betrekking tot de vervoerde vracht, net zoals er een passagierslijst bestaat.

In principe kan het DGLV die documenten opvragen voor een specifieke vlucht waarvan geweten is dat ze ons land overvliegt. Door het grote aantal overvluchten en de betrokken luchtvaartmaatschappijen is het in de praktijk echter niet haalbaar om die documenten systematisch op te vragen en te analyseren met de beschikbare middelen van het DGLV.

Ik betwijfel enerzijds of dat zinvol is, aangezien de documenten vaak weinig gedetailleerd zijn en fouten of zelfs bedrog niet kunnen worden uitgesloten. De vraag rijst anderzijds op welke manier een en ander zou kunnen worden gecontroleerd en gehandhaafd.

Zoals u begrijpt, is het DGLV een van de directies van de FOD Mobiliteit en Vervoer, verantwoordelijk voor de controles die kunnen worden uitgevoerd om de naleving van de federale bevoegdheden ter zake te waarborgen. Afhankelijk van de gekozen aanpak en de inhoud van de te nemen maatregelen is het mogelijk dat de uitvoering van het verbod op wapentransport, waarover we het hebben, extra werk met zich brengt voor het DGLV, waardoor extra personeel moet worden aangeworven. Ik kan u daarover meer informatie geven op het einde van 2025, wanneer de werkzaamheden zijn afgerond.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik heb lang genoeg alles rond wapenexport en wapendoorvoer opgevolgd in het Vlaams Parlement om te weten dat het geen schande is om te zeggen dat ik uw antwoord nog even zal bestuderen, zodra het helemaal op papier staat. Het is een bijzonder complexe materie. Ik begrijp dat het uiteraard veel moeilijker is om controles uit te voeren op een overvliegend vliegtuig, dan wanneer het vliegtuig landt. Maar zelfs wanneer een vliegtuig hier landt, om vervolgens door te vliegen – dus bij doorvoer – is het problematisch. Het Vlaams Vredesinstituut heeft niet voor niets het rapport Onder de Radar geschreven. Die doorvoer stijgt alleen maar, terwijl de controle erop afneemt. We weten dus hoe langer hoe minder welke problematische ladingen, zoals wapens, worden doorgevoerd. Dat neemt niet weg dat we daarop streng moeten blijven toezien. Anderhalf jaar geleden trokken de vakbondsvertegenwoordigers op de luchthaven van Bierset zelf aan de alarmbel. Zij zeiden toen dat ze geen wapens naar Israël meer zouden overladen. Om hen te beschermen en om die beslissing uit hun handen weg te nemen, moet de overheid ervoor zorgen dat de doorvoer, zeker naar Israël momenteel, grondiger gecontroleerd wordt. Kan ik, zodra ik het grondig bestudeerd heb, de ontwerpen van koninklijke besluiten via uw kabinet opvragen om verder te analyseren? Eerst zal ik evenwel, zoals gezegd, uw antwoord nog eens in detail bekijken.

De erkenning van Palestina
De erkenning van de Staat Palestina
De erkenning van Palestina
Erkenning van Palestina als staat

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 14 augustus 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische regering wordt fel bekritiseerd voor haar passiviteit in het Israëlisch-Palestijnse conflict, met name de genocide in Gaza, ondanks brede parlementaire en maatschappelijke steun voor sancties tegen Israël, erkenning van Palestina en een onmiddellijk staakt-het-vuren. Kernpunten: De regering (met name MR en N-VA) blokkeert concrete actie, terwijl minister Prévot (Les Engagés) persoonlijk pleit voor erkenning van Palestina en sancties, maar gebrek aan regeringsconsensus hem verlamt. Het Parlement eist unaniem daden—inclusief wapenembargo’s, inreisverboden voor extremistische ministers en economische druk—maar de premier weigert het kernkabinet bijeen te roepen, waardoor België achterloopt op bondgenoten zoals Frankrijk, Ierland en Spanje. Conclusie: Woorden zonder daden—de regering faalt in haar morele en juridische plicht, terwijl het Parlement en de bevolking onmiddellijke, krachtige stappen eisen.

Christophe Lacroix:

Madame la présidente, pourquoi remettre l'ordre du jour à la fin de cette commission?

Habituellement, la commission prime sur le gouvernement. Nous devons donc nous réunir et décider de l'ordre de nos travaux maintenant puisque, directement et indirectement, l'audition du ministre fait partie en soi de l'ordre des travaux et qu'il y a une résolution qui demande la reconnaissance de l'État palestinien, qui demande des sanctions économiques contre Israël, qui réclame la libération des otages, qui veut condamner Israël pour des actes d'apartheid, de génocide. Une résolution qui demande un cessez-le-feu immédiat afin d'y faire entrer l'aide humanitaire. Des milliers de personnes sont déjà mortes et, à chaque seconde, chaque minute qui passe, d'autres sont en train de mourir. Et quand je parle de personnes qui meurent, ce sont des innocents qui n'ont rien à voir, qui sont assassinés par un régime raciste, un régime colonial, un régime qui pratique l'apartheid, un régime qui est violent, un régime qui est nationaliste et religieux.

Et vous allez me dire que, pour éviter des troubles dans la majorité, on va d'abord écouter le ministre qui, je l'espère, aura autre chose à nous dire que ce qu'il nous a dit il y a quelques semaines, où il réclamait d'ailleurs l'aide du Parlement pour faire avancer péniblement son gouvernement dans le sens d'un gouvernement plus humain. Car c'est ça que nous demandons: c'est qu'il y ait enfin dans ce gouvernement, dans tous les partis concernés, et dans celui du premier ministre notamment, une lueur d'humanité. Car la lueur d'humanité, elle peut briller pour l'Ukraine, mais elle doit briller tout autant pour la Palestine et pour toutes les nations qui souffrent dans le monde.

Donc, je trouverais ça scandaleux que nous ne discutions pas maintenant de l'ordre du jour et de l'ordre des travaux tels que nous en avons l'habitude. Et je ne comprends pas pourquoi jouer la montre sur une résolution qui se veut transpartisane, qui veut parler au-delà de partis et qui appelle à la décence, à la dignité et au respect de la vie humaine.

Peter Mertens:

Mevrouw de voorzitster, ik begrijp uiteraard dat er binnen de regering een zekere malaise heerst. Ik popel om met de minister van gedachten te wisselen. Het is echter niet duidelijk in wiens naam die minister zal spreken. Zal dat in naam van de regering zijn of niet in naam van de regering?

De afgelopen weken hebben verschillende partijen gevraagd het kernkabinet samen te roepen om ten minste een regeringsstandpunt in te nemen over de grootste genocide van de eenentwintigste eeuw. Dat is niet meer dan logisch, gelet op de ernst van de situatie, de hongermoord en de genocide. De eerste minister heeft als antwoord echter een digitale postkaart vanuit Zuid-Afrika gestuurd met krokodillen erop. Dat was dus het zeer duidelijke antwoord van de eerste minister. Ik wil dat hier duidelijk wordt wie namens wie spreekt en wat het standpunt van de regering is.

Ik wens dat deze commissie de eerste minister oproept om stante pede het eerste vliegtuig van Zuid-Afrika naar Brussel te nemen, zodat hij zijn verantwoordelijkheid kan opnemen, een kernkabinet kan samenroepen en eindelijk een ernstig debat kan voeren met het kernkabinet en in het Parlement over deze gore misdaad van genocide.

Rajae Maouane:

Madame la présidente, merci d'avoir accédé à notre demande d'organiser cette commission, puisque c'est une initiative du groupe Ecolo-Groen, joint par d'autres partis – merci à eux également.

On trouvait que c'était extrêmement important et nécessaire d'interrompre nos vacances parlementaires – puisque le génocide, lui, ne prend pas de vacances – pour pouvoir entendre nos responsables politiques, notre premier ministre – même si lui n'a pas souhaité interrompre ses vacances. Merci au ministre Prévot d'être présent. Même si j'apprécie sa présence, je ne sais pas très bien toutefois ce qu'il va nous raconter de nouveau, étant donné qu'il n'y a pas de positionnement clair du gouvernement belge.

Madame la présidente, vous avez déclaré dans la presse espérer que cette discussion ne sera pas une énième discussion, qu'on ne sera pas "dans la posture", et je vous rejoins. La situation est suffisamment grave – les collègues l'ont rappelé. On est face à un génocide, on est face à une famine sans précédent, on est face à des massacres, des exactions et des violations quotidiennes par Israël du droit international. Il faut à tout prix, pour nous, mettre un terme à ce massacre. La responsabilité de la Belgique est extrêmement grande à cet égard.

Je ne comprends donc pas – nous ne comprenons pas – cette inversion de l'ordre du jour, puisque l'idée est de proposer d'abord la manière dont on va travailler et ensuite d'entendre le ministre. Je regarde d'ailleurs les autres partis de la majorité, puisqu'il y a une majorité, il y a beaucoup de partis au sein de ce Parlement qui souhaitent aller plus loin dans les sanctions, qui souhaitent aller plus loin dans la fin du génocide, et je regarde spécifiquement les Engagés, Vooruit et le cd&v, et je leur dis "soyons courageuses et courageux, soyons du bon côté de l'Histoire et avançons".

On a d'ailleurs un texte, c'est le texte 671 qu'on a déjà déposé, qui a déjà fait l'objet d'auditions. Ce texte parle des sanctions contre Israël et de la reconnaissance du génocide, il suffirait donc de le voter. Mais moi je ne vais pas faire ici de politique politicienne, madame la présidente. Je voudrais qu'on puisse laisser le Parlement s'exprimer et que le gouvernement n'ignore pas l'avis du Parlement. C'est le Parlement qui est souverain et c'est le Parlement qui est maître de ses travaux, et donc nous ne comprenons pas cette inversion de l'ordre du jour. Il y a différents textes: le nôtre, mais celui d'autres partis également. Nous demandons donc que cette discussion ne soit pas une simple discussion affable et polie.

Nous connaissons d'ailleurs le positionnement du ministre Prévot – merci pour son positionnement clair –, mais ce que nous attendons, ce n'est pas juste un positionnement du ministre Prévot, ce sont des actions du gouvernement belge pour arrêter le massacre et le génocide en cours, et on continuera évidemment à convoquer le premier ministre également – qui, lui, n'a pas souhaité interrompre ses vacances –, pour pouvoir avoir un positionnement clair du gouvernement belge et des actions qui soient concrètes, puisque j'en ai marre des larmes de crocodiles de certains. Ce que nous demandons ce sont des actions fermes, des actions claires, et donc nous demandons également que l'ordre du jour ne soit pas inversé et qu'on puisse commencer par l'ordre des travaux.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de voorzitster, de shitshow is al enkele weken bezig. We zouden een spoedcommissie samenroepen. We zijn ondertussen twee weken verder. In die tijd is er al heel wat gebeurd. Honderden Gazanen zijn vermoord, vandaag nog zestig. Kinderen worden afgeslacht op weg naar eten en drinken. De Israëlische regering heeft net aangekondigd dat ze een groot offensief in Gaza-stad zou uitvoeren. Ze is daarmee bezig.

Nu zitten we hier in een commissievergadering, die al doodleuk een kwartier later begon, en zegt u dat we de regeling van de werkzaamheden naar het einde van de vergadering zullen verplaatsen. Ik heb echter nu al een belangrijke vraag: met wie spreek ik? Met wie ga ik in debat? Ga ik in debat met de heer Prévot, lid van Les Engagés, die hier voor de zoveelste keer zijn persoonlijk standpunt gaat verkondigen? Ga ik in debat met minister Prévot, die namens de regering spreekt? Of gaat het hier opnieuw om een schertsvertoning, waarbij elke partij nog eens haar standpunt kan uitspreken? Elke partij heeft die kans al gehad. Vooruit en cd&v zijn nauwelijks uit de media weg te slaan.

Gaan we die hele ronde hier nog eens overdoen, zodat elke partij opnieuw haar standpunt kan geven, waarna we elkaar binnen vijf weken terugzien, in de derde week van september? Zo gaat het hier blijkbaar.

Mevrouw de voorzitter, ik wil aansluiten bij mijn collega's. De agenda was vastgelegd: eerst de regeling van de werkzaamheden, daarna de gedachtewisseling. Ik wil dat die volgorde gerespecteerd wordt.

Tinne Van der Straeten:

Mevrouw de voorzitster, ik wil u vragen wat uw intentie is. Alle parlementsleden die hier vandaag aanwezig zijn, zijn naar hier gekomen om te werken en omdat ze gefrustreerd zijn. U knikt instemmend wanneer we het hebben over het ontbreken van een mandaat voor de minister van de regering.

Vrijwel iedereen die hier vandaag zit, heeft de afgelopen dagen verklaringen afgelegd over wat zij vinden dat er effectief nodig is. In deze zaal zit vandaag een coalitie van de menselijkheid, een coalitie van mensen die actie willen ondernemen. Het is goed om naar de minister te luisteren en om nog eens ieders standpunt te horen, maar zoals u deze ochtend zelf hebt gezegd, mag het geen rondje worden waarin iedereen opnieuw zijn verontwaardiging toont. Er moet nu actie worden ondernomen.

Als we straks de regeling van de werkzaamheden bespreken, waarvan ik vind dat we dat nu moeten doen, wil ik horen wat we dan precies zullen doen. Zullen we hier samen een tekst opstellen? Het Parlement kan de minister immers mandateren. Wat de minister vraagt, heeft hij al verschillende keren gevraagd en iedereen heeft in de media gehoord en gelezen dat wij allemaal bereid zijn om dat te doen. Er is daarvoor een meerderheid, maar dan moeten we natuurlijk wel werken en een tekst opstellen. Dan moeten we noteren wat iedereen hier zegt, waar iedereen achter staat en dat aan de minister meegeven, zodat hij niet telkens opnieuw naar de premier moet bellen – waar die zich ook bevindt – maar naar een tekst kan verwijzen die hij van het Parlement heeft gekregen.

Mevrouw de voorzitster, voor we overgaan tot de regeling van de werkzaamheden wil ik u dus vragen wat uw intenties zijn. Hoe wilt u het aanpakken? Hoe wilt u ervoor zorgen dat het Parlement de minister het mandaat geeft dat nodig is om de wreedheid in Gaza eindelijk te doen stoppen en hoe ons land daaraan kan bijdragen?

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, collega's, we zijn hier samen om de grootste gruwel in jaren te bespreken, om zaken in gang te zetten, om te verbinden, om met de minister in overleg te gaan en dan zouden we nu struikelen over procedures? Ik vind het voorstel van de voorzitster om over te gaan tot het tweede agendapunt dan ook prima. Laat ons naar elkaar luisteren, laat ons kiezen voor de dialoog, laat ons kiezen voor oplossingen en laat ons die gruwel samen aanpakken.

Pierre-Yves Dermagne:

J'entends les appels à la bonne volonté, au dialogue et à l'écoute. Ils sont importants mais ils sont sans doute tardifs, trop tardifs. Par ailleurs, je suis surpris de la proposition que vous avez faite, madame la présidente, de modifier l'ordre du jour. Selon moi, elle n'est légitime que si et seulement si monsieur le ministre Prévot, vice-premier ministre de cette majorité, de ce gouvernement Arizona, a quelque chose de neuf à nous dire. Vient-il aujourd'hui délivrer le message du gouvernement belge dans son ensemble? Vient-il nous dire autre chose que ce qu'il a dit les jours et les semaines passés?

Monsieur le vice-premier ministre, je ne remets pas en question votre sincérité sur ces questions, comme je ne remets pas en cause la sincérité d'autres membres de la majorité au sein de cette Assemblée. J'ai pu voir, à travers nos échanges, des moments de tension, d'émotion, d'exaspération par rapport au fait que ce gouvernement belge, votre gouvernement, cette majorité, n'arrivent pas aujourd'hui à être à la hauteur des événements. Votre sincérité, monsieur le ministre, comme celle d'autres membres de la majorité et des présidents de partis, je ne la remets pas en cause.

La sincérité est importante en politique. Mais le courage l'est encore plus. Aujourd'hui, monsieur le ministre, mesdames et messieurs les membres de la majorité, la sincérité ne suffit plus. Il faut du courage. Le courage d'en faire une affaire de gouvernement, de faire de cette question de la reconnaissance de la Palestine, des sanctions envers Israël, etc., une question de gouvernement, et qui nécessite bien entendu le retour du premier ministre, ou, à tout le moins, la réunion d'un Conseil des ministres électronique, d'un kern électronique.

Nous en avons fait des dizaines, voire des centaines sous la législature précédente. Et singulièrement pour des questions internationales, des enjeux d'opérations humanitaires et d'opérations militaires. Le 25 décembre, le 21 juillet, après la fête et le défilé; à n'importe quelle heure du jour et de la nuit, nous nous sommes réunis quand la situation l'exigeait. Aujourd'hui, je pense que tout le monde – presque tout le monde – est conscient que la situation nécessite une réunion, physique ou virtuelle, de ce gouvernement pour enfin prendre position de manière claire, et être effectivement du bon côté de l'Histoire.

Parce que l'Histoire, elle nous demandera des comptes, et pas à travers les manuels, pas à travers des documentaires, pas à travers des académiques. L'Histoire, elle prendra les yeux, le visage, la voix de nos enfants, de nos petits-enfants, qui nous demanderont, au regard de tout ce que nous savions, de tout ce que nous avons vu, de tout ce que nous avons connu et de ce que nous pouvions faire, comment nous n'avons pas fait plus pour arrêter enfin cette tragédie et ce drame.

Madame la présidente, chers collègues, l’intervention du vice-premier ministre, ministre des Affaires étrangères, n'a de sens en début de commission que si elle apporte un message nouveau, courageux et à la hauteur des événements.

Dans le cas contraire, travaillons, comme l’a proposé Mme Van der Straeten. Travaillons, comme l’ont suggéré M. Lacroix, Mme Maouane et M. Mertens. Travaillons dans le respect mutuel, cela va de soi, madame Depoorter. Mais surtout faisons bouger les lignes. Adoptons enfin des positions claires. Posons des actes forts.

Jean-Marie Dedecker:

Mevrouw de voorzitster, we zijn hier vandaag opgeroepen om onze mening te geven. Het lijkt me dan ook tijd om daaraan te beginnen. Voordat we met het debat beginnen – of beter, met het uurtje waarin we onze mening kunnen geven, waarbij we slechts 10 minuten spreektijd krijgen, wat op zich al een schande is, maar goed, dat zijn nu eenmaal de gemaakte afspraken – lijkt het me niet zinvol om nog eens een debat te voeren over bijvoorbeeld de kleur van het bluswater dat we straks zullen gebruiken. Ik stel voor dat we gewoon met het debat beginnen, zodat iedereen zijn spreektijd krijgt en zijn mening kan geven. Ik dank mijn collega's, nu ik op deze mooie, zonnige dag van de kust naar hier ben gekomen.

De voorzitster : Dank u wel. Het lijkt me goed dat we op het einde van het debat bekijken welke mogelijkheden er zijn.

We starten met de gedachtewisseling met de minister. Alles wat daarna aan bod moet komen, zullen we dan bekijken; die mogelijkheid blijft dus bestaan. Ik stel daarom voor dat we nu beginnen met het debat en daarna bepalen hoe we verdergaan. Dat is ook het standpunt dat ik vanuit de oppositie hoor: hoe gaan we hiermee verder? Het is nuttig om eerst de stem van een lid van de regering te horen, zodat we daarna, met kennis van zaken, verder kunnen werken.

Welkom mijnheer de minister, en welkom iedereen in dit commissiedebat. Het is belangrijk dat we naar elkaar luisteren en elkaar met respect behandelen. Dat betekent voor de mensen in de tribune dat er geen goed- of afkeuring mag worden geuit. Ik weet dat het een emotioneel geladen debat is, maar de bedoeling is dat we naar elkaar luisteren. We danken minister Prévot voor zijn aanwezigheid. Daarna zullen we bekijken hoe we het thema verder zullen aanpakken.

Vooraf zijn er afspraken doorgestuurd. Ik heb daarop commentaar ontvangen van bepaalde fracties. Er geldt een maximum van 10 minuten spreektijd per fractie. Dat betekent dat als verschillende sprekers van dezelfde fractie het woord nemen, zij de spreektijd moeten opdelen. Aangezien ik niet graag met een apothekersweegschaal werk, stel ik voor dat zij aansluitend op elkaar spreken. Dat is van belang. Eerst was er sprake van 2 minuten spreektijd voor de repliek. Ik stel voor om daarvoor wat meer marge te geven en 5 minuten repliekijd te geven.

Ik heb een benchmark gemaakt met Nederland, waar vorige week een soortgelijk debat is gehouden – de Ecolo-Groenfractie verwees daar trouwens naar in haar vraag om een gedachtewisseling te houden. In Nederland kregen de leden slechts 4 minuten. Ik ben hier dus ruimhartig door te bepalen dat elke fractie 10 minuten krijgt alsook een repliek van 5 minuten, teneinde tegemoet te komen aan de vraag om wat meer ruimte te geven. Zo kan iedereen aan bod komen.

Ik stel voor dat we op die manier werken. Ik denk dat er dan ruim de tijd is, zeker vergeleken met het debat in Nederland, waar slechts één lid per fractie gedurende 4 minuten het woord kreeg. Hier geven we dus meer spreektijd dan in onze buurlanden.

Ik stel voor dat we van start gaan met de grootste fractie.

Mevrouw Depoorter is aanwezig en krijgt de volle 10 minuten spreektijd.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, zoals ik daarnet zei, is het een zomer vol gruwel, met gruwelijke beelden die op ons netvlies zijn gebrand. Als ik de beelden zie van Evyatar David, de gijzelaar die zijn eigen graf moest graven, en hem hoor vertellen wanneer hij wel en wanneer hij geen eten had gekregen, dan breekt mijn hart, net zoals het breekt wanneer de jonge journalist Anas al-Sharif koelbloedig wordt doodgeschoten. Beide jongemannen zijn ongeveer even oud als mijn zonen en dat raakt een mens. Je wilt dat niet zien, je wilt dat niet horen en je wilt daar zeker niet aan bijdragen. Het zijn slechts twee voorbeelden van de vele gruwelijke taferelen die we hebben gezien. We hebben ook de oproep van de bevolking gehoord, die duidelijk aangeeft dat het genoeg is geweest en dat het moet stoppen.

Vandaar dat we hier samen zijn om van gedachten te wisselen en te bekijken welke maatregelen we vandaag al kunnen nemen – zaken die binnen de arizonacoalitie zijn afgesproken en die effectief impact hebben.

Collega’s, mijn partij heeft van bij het begin van deze crisis gepleit voor maatregelen die juridisch aanvaardbaar zijn, impact hebben op het terrein en uitvoerbaar zijn.

Wat kunnen we vandaag doen? We kunnen een inreisverbod formuleren voor de extreemrechtse Israëlische ministers, net zoals voor de Hamasleiding. Dat staat in onze resolutie. Daarover zijn we het als N-VA eens. We hebben minister Prévot het mandaat gegeven om mee over Europese sancties te onderhandelen en in het bijzonder de opheffing van een deel van het associatieverdrag tussen Israël en ons land – het Horizonplan – te steunen en eventueel ook rond vrijhandelsakkoorden op te treden. De minister heeft daarvoor het mandaat gekregen van de volledige regering binnen de Directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE).

Wat kunnen we nog doen, collega’s? In het regeerakkoord staat op pagina 193 dat we maatregelen zullen nemen die extremistische kolonisten in de bezette gebieden van Israël-Palestina viseren. Ook dat hebben we herhaald in onze resolutie. We verwijzen daarbij naar VN-resolutie 10/24 en benadrukken zo de verplichting van ons land om de import van producten uit illegaal bezette gebieden aan te pakken. Dat kunnen we doen, collega's, en we zijn ook bereid om dat te doen. Dat hebben we afgesproken.

Deze zomer was er ook een diplomatieke vertegenwoordiging van ons land actief in de verschillende werkgroepen in New York, die geresulteerd heeft in een declaratie. Deze declaratie is een stappenplan dat conform het regeerakkoord naar de erkenning van Palestina leidt. We hebben van bij het begin gezegd dat de erkenning van Palestina voor ons als N-VA mogelijk is, wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan is, met name dat gijzelaars vrijgelaten worden, Hamas ontmanteld wordt, Israël erkend wordt en er territoriale grenzen afgesproken zijn. De declaratie is nog niet afgeklopt en ondertekend. De deadline daarvoor is immers 5 september. Wanneer we naar het stappenplan in die declaratie kijken, zien we duidelijk dat de regering daar een beslissing kan nemen en daar ook nog de tijd voor heeft.

Collega's, we hebben deze zomer allemaal de beelden gezien. Deze zomer heeft veel gruwel en onmenselijkheden met zich meegebracht voor de mensen in Gaza, maar er zijn binnen de regering ook wel afspraken gemaakt en uitgevoerd.

Het kabinet van minister Francken heeft mij vandaag bevestigd dat de achtste luchtdropping een feit is en dat er meer dan 100 ton aan humanitaire middelen is geleverd in Gaza. Is dat genoeg? Absoluut niet. Is dat ideaal? Absoluut niet. Maar ons land doet het wel. Aan dat klein beetje verschil dat we daarmee maken, moeten we ons vasthouden. Moeten we verder gaan? Moeten we de humanitaire situatie pogen te verbeteren? Ja, daarvoor moeten we diplomatieke en politieke druk blijven zetten.

Het kabinet van minister Van Bossuyt heeft mij dan weer bevestigd dat 53 % van de opvangaanvragen door Palestijnen in de Europese Unie in ons land gebeurt. Ook daar maakt België wel degelijk het verschil en doet deze regering wat ze moet doen.

Er was ook een oproep van de WHO, een Europese operatie over de evacuatie van zieke kinderen. Ook daar is ons land in meegegaan.

Ons land heeft het UK statement ondertekend waar we heel duidelijk het signaal geven dat de screening van de ngo's die Israël begin september van plan is door te voeren toch wel heel gevaarlijk kan zijn op het terrein. We willen ervoor zorgen dat de ngo's de humanitaire werking kunnen doen die ze moeten doen en dat ze de mensen op het terrein kunnen helpen. Ook dat heeft ons land deze zomer beslist.

Daarnaast heeft minister Prévot het mandaat gekregen mee te onderhandelen over Europese sancties.

Er wordt onvoldoende vooruitgang geboekt om de humanitaire situatie op het terrein te verbeteren. Tijdens onze vorige bijeenkomst hebben we duidelijk gesteld dat er vooruitgang moest worden geboekt en dat bij het uitblijven daarvan de sancties opgeschaald moeten worden. Nu is het het uitgelezen moment om de diplomatieke en politieke druk te verhogen. De N-VA heeft van bij het begin van deze crisis aan de kant gestaan van de vrede, van de burger en van een politieke cultuur die verantwoordelijkheid neemt. Wij pleiten voor maatregelen die aanvaardbaar, uitvoerbaar, en internationaal juridisch correct zijn. Met slogans zullen we er niet komen. We doen het voor die kinderen die geen eten, geen school, geen educatie en ook geen psychologische begeleiding krijgen. Het gaat om de toekomst van die kinderen, maar ook om de toekomst van een wereld waarin terreur aan banden wordt gelegd. De humanitaire situatie in Gaza is onhoudbaar. Kinderen moeten begeleid worden. Dit moet stoppen.

Collega’s, wij kunnen vanuit het Parlement wel degelijk iets doen. Ons land doet ook wel degelijk iets: een inreisverbod steunen voor de extremistische Israëlische ministers, meegaan met gelijkgestemde staten binnen Europa voor een gedeeltelijke opschorting van het associatieverdrag, maatregelen nemen tegen de extremistische kolonisten en ja zeggen tegen een stappenplan naar vrede en naar een tweestatenoplossing. Mijn partij heeft van begin af aan voor vrede en menselijkheid gepleit en dat doen we vandaag nog steeds, want dat is uiteindelijk wat telt.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, we zijn hier vandaag opnieuw voor een vergadering van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Helaas moet ik vaststellen dat deze commissie eerder een therapeutische praatsessie is geworden, aangezien er geen enkel wetgevend initiatief op de agenda staat.

Mijn eerste vraag aan de minister is dan ook eenvoudig: waarom staat er geen wetgevend initiatief van de regering op de agenda? Hadden we de commissie niet beter pas bijeengeroepen zodra de regering een standpunt had ingenomen, in plaats van vandaag de politieke frustraties opnieuw te ventileren? Ik kan het antwoord op die vraag al raden, namelijk dat er niets kan worden voorgelegd, omdat er geen eensgezindheid bestaat binnen de regering. Sterker nog, misschien zou een wetgevend initiatief weleens het einde van de arizonacoalitie kunnen betekenen.

In de pers roepen verschillende partijen op tot Belgische handelssancties tegen Israël. De federale regering lijkt echter te vergeten dat ze volgens het principe in foro interno, in foro externo helemaal niet bevoegd is om daar eenzijdig over te beslissen. De gewesten zijn bevoegd en moeten dus ook hun akkoord geven. Ook als EU-lidstaat kan België niet zomaar unilaterale handelssancties opleggen; dat wil ik toch even duidelijk maken. Het is bovendien op zijn minst merkwaardig dat er sancties tegen Israël worden overwogen, terwijl de sancties tegen Syrië zijn opgeheven, hoewel de christenen daar nog steeds actief worden vervolgd.

Waarom krijgt alleen het conflict in Gaza zoveel aandacht? Waar blijven de commissies over de vervolging van christenen in Syrië? Waar blijft de aandacht voor de burgeroorlog in Soedan, waar voor naar schatting 770.000 kinderen hongersnood dreigt? Waar blijven de reacties op de situatie in Myanmar, Haïti, Burkina Faso, Mali en Niger, om er maar enkele te noemen? Het is onbegrijpelijk te moeten vaststellen dat de regering-De Wever I bijna uitsluitend focust op een conflict waarover geen consensus bestaat.

Zaken waar deze regering wél invloed op heeft, zijn het gigantische begrotingstekort, de torenhoge belastingen, de slabakkende economie, de factuur van de migratie en de groeiende onveiligheid in onze eigen straten. Het belangrijkste land is en blijft het binnenland. Ik hoop, mijnheer de minister, dat u het daarmee eens bent. In het belang van iedere burger van dit land zou u daar beter eens uw aandacht op richten. Deze zomer alleen al waren er 20 schietpartijen in onze hoofdstad. Daarover slaakte het parket deze week nog een noodkreet. Cipiers worden bedreigd, zelfs tot aan hun woning, enzovoort Zal de commissie voor Justitie hierover eigenlijk eens samenzitten, want daarover wordt met geen woord gerept?

Het kan ook zijn dat Gaza als bliksemafleider dient om niet over deze moeilijke dossiers te moeten spreken. Waarom zou men in dit land de moeilijke dossiers aanpakken – justitie, begroting, Brussel, pensioenen, migratie – als we gewoon een zoveelste therapeutische praatsessie over het conflict in Gaza kunnen hebben?

De situatie in Gaza is hartverscheurend. Dat baby’s en jonge kinderen geen toegang hebben tot iets basaals als melkpoeder of essentiële medische zorg is onaanvaardbaar. Als moeder van een dochtertje van zes maanden grijpt mij dat diep aan.

De laatste tijd worden we bovendien met informatie overspoeld, zelfs in die mate dat het soms moeilijk is geworden om waarheid van propaganda te onderscheiden in het overaanbod aan nieuws over het conflict. De informatiestroom zorgt er bovendien voor dat het conflict zich naar onze eigen steden en wijken verplaatst. Dat is zorgwekkend.

Collega’s, wij Vlamingen hebben geen belang bij oorlog in het Midden-Oosten. Die oorlog zorgt namelijk voor ongewenste asielzoekers, economische instabiliteit, bedreiging van handelsroutes, onzekerheid over energievoorziening en het importeren van buitenlandse conflicten in onze samenleving. Wij hebben wel belang bij stabiliteit.

Een ander probleem in dit conflict dat de stabiliteit niet bevordert, is dat beide partijen elkaars bestaansrecht niet erkennen. Voor het Vlaams Belang is het duidelijk, wij steunen het recht van beide volkeren op zelfbeschikking en pleiten voor een tweestatenoplossing op basis van de grenzen van 1967. Daarvoor moeten echter drie obstakels worden aangepakt: de Israëlische kolonisatiepolitiek, de weigering van sommige Arabische landen om Israël te erkennen en het terrorisme van Hamas en de dreiging vanuit Iran.

Mijnheer de minister, bent u het eens met het Vlaams Belang dat deze drie obstakels eerst moeten worden aangepakt voordat we tot de erkenning van Palestina kunnen overgaan? Het is belangrijk dat Hamas wordt aangepakt. Dat kunnen wij hier in dit Parlement nu doen. Leg de financieringsstroom naar Hamas en andere terreurgroepen droog. Verbied haatgroepen zoals Samidoun en pak jihadistische bewegingen in eigen land aan.

Dit is opnieuw een eenvoudige vraag, mijnheer de minister. Bent u het op die drie punten met ons eens? Wilt u dit aanpakken? U kunt deze drie zaken immers morgen al aanpakken, als u dat wilt.

Denis Ducarme:

Madame la présidente, je vous remercie.

Quand on se réunit à la Chambre un 14 août, monsieur le vice-premier ministre, c'est que la problématique sur laquelle va porter le débat parlementaire est grave, et que la situation est urgente. Elle l'est!

Comment être insensible, comment ne pas être bouleversé par le sort de la population palestinienne de Gaza, du vieillard à l'enfant en passant par la mère, victimes directes de la guerre opposant dans cette zone l'armée israélienne et le Hamas? Il faudrait être de pierre pour ne pas être choqué.

Sans revenir sur les procès en inhumanité quelque peu secondaires que ma formation politique a subis, je voudrais dire en un mot à ceux qui donnent ces leçons de morale qu'ils n'ont ni le monopole du cœur, ni celui de l'humanisme. C'est pour cette raison… Oui, j'entends les rires! Quand vous êtes qualifié d'être proche de l'inhumanité dans une formation politique libérale, oui, vous le prenez mal et vous êtes blessé.

Simplement, nous, nous souhaitons agir avec rationalité par rapport à cette problématique grave sur le plan humanitaire et sur le plan international, plutôt que de rejoindre une position militante qui est sans doute mauvaise conseillère pour prendre les décisions équilibrées. C'est pour cette raison que nous sommes là, monsieur le vice-premier ministre: nous avons besoin de décisions, de décisions équilibrées et en particulier des décisions rapides sur le plan humanitaire. En effet, on le sait, la situation sur place est dramatique.

La Belgique (l'Union européenne) doit agir avec force afin que la malnutrition ne s'aggrave pas dans la bande de Gaza. Peut-être nous donnerez-vous des informations assez fraîches? Nous vous remercions d'être là le 14 août.

Il y a différents problèmes par rapport à l'acheminement de l'aide humanitaire, qu’il s’agisse de l'aide humanitaire alimentaire, sanitaire, logistique. Je pointe un problème en particulier: les contacts sont pratiquement rompus entre la GHF et les ONG, l'ONU et même la Commission européenne. Quand des gens crèvent de faim, on se parle pour organiser l'aide humanitaire. Avez-vous pu prendre des initiatives de rapprochement à cet égard?

Enfin, nous savons que, dans la bande de Gaza, la situation n'est pas la même partout. On sait en effet qu'au sud et au centre, la situation est moins grave qu'au nord de la bande de Gaza, où la malnutrition aiguë atteint des records. On sait évidemment que le contrôle de ces zones est opéré par les différents belligérants.

Il y a une initiative américaine visant à remettre à plat le fonctionnement. Aujourd'hui, la GHF donne des informations sur les convois d'aide humanitaire, qui doivent être rencontrés par les victimes dans l'heure qui vient, parfois dans les 20 minutes. Ce dispositif est sans doute à remettre à plat. La fenêtre est tellement courte que des centaines de personnes sont décédées en se rendant au point d'approvisionnement.

Très concrètement, nous souhaitons vous demander ce que vous faites, au-delà de rencontrer les objectifs sur lesquels l'Union européenne s’était accordée avec Israël en termes de quantité d'aide. On sait qu'il y a eu une progression. On sait qu'on ne rencontre pas encore aujourd'hui le volume d'aide souhaité. Dans ce cadre, avez-vous pu prendre des contacts avec vos homologues européens pour améliorer la situation sur place?

Nous sommes à la Chambre, nous débattons, nous travaillons. La Chambre, elle, a fait son travail! J'en veux pour preuve la proposition de résolution dont nous avons déjà débattu et que nous avons votée, madame la présidente: elle intègre, dans le cadre des demandes que nous formulons, le volet des sanctions européennes à l'égard du gouvernement israélien en réponse au drame humanitaire en cours.

Monsieur le vice-premier ministre, je tiens à vous remercier pour votre présence à ce poste. Toutefois, ce dossier relève pleinement de la compétence du gouvernement. Ce n’est pas ici à la Chambre, un 14 août, que nous pourrons déterminer l’action du gouvernement belge à mener, alors que la moitié de ses membres sont à l’étranger. C’est pourquoi, compte tenu de l’urgence humanitaire, le MR demande la tenue d’une réunion consacrée à ce sujet, non pas en septembre mais en août. Il est essentiel que les mesures à envisager – qu’il s’agisse de pressions diplomatiques ou de sanctions, tant au niveau belge qu’européen – soient décidées par le gouvernement, à qui cette responsabilité incombe. En effet, la Chambre, elle, elle a travaillé. Elle a voté. La Chambre a bon dos aujourd'hui. Il appartient au gouvernement de se mettre au travail!

Un dernier point. Il est profondément cynique de prétendre que la reconnaissance inconditionnelle de l’État palestinien suffirait à résoudre le drame humanitaire actuel. Ce ne sera pas le cas! Il est essentiel de distinguer deux problématiques distinctes, qui appellent des réponses différentes.

En ce qui nous concerne, notre position est claire: nous ne soutenons pas la reconnaissance de l’État palestinien sans que le Hamas, mouvement terroriste, soit désarmé. Ces conditions sont évidentes. D’ailleurs, même la Ligue arabe exige le désarmement du Hamas – c’est une condition fondamentale pour toute pacification. De la même manière qu’il faut exercer une pression sur le gouvernement israélien, qui ne remplit pas ses obligations humanitaires, il est tout aussi crucial de faire pression pour que le Hamas soit désarmé.

Voilà ce que je considère comme une réponse équilibrée en la matière. Non, le Hamas n'est pas...

(…) : (…)

Denis Ducarme:

Madame la présidente, les tribunes de la Chambre ne sont pas un stade de football. Je réclame le respect des travaux parlementaires et j’aimerais ne pas entendre systématiquement les supporters, d'un camp comme de l'autre.

De voorzitster : U hebt daar een punt. Ik heb daar ook toe opgeroepen in het begin van de zitting. Gelieve uw goed- of afkeuring in de tribune niet te uiten. Daar bestaan andere fora voor. Ik vraag enig respect.

Mijnheer Ducarme, u hebt opnieuw het woord.

Denis Ducarme:

Merci, madame la présidente.

Les choses sont donc claires: nous souhaitons agir avec force sur le plan humanitaire, de quelque manière que ce soit. S'il y a effectivement des sanctions susceptibles d’avoir des effets concrets sur l'amélioration de la situation humanitaire, vous trouverez, monsieur le vice-premier ministre, le MR à vos côtés. En revanche, les sanctions idéologiques ne présentent aucun intérêt dans le cadre de la solution à apporter au drame humanitaire.

Pour le reste, en effet, vous nous avez compris, nous avons des convictions fortes. Oui, nous plaidons en faveur de la reconnaissance de l'État palestinien, mais nous plaidons également en faveur du désarmement du Hamas.

Je voudrais maintenant vous demander, avec beaucoup d'amitié, de prier vos collègues du gouvernement de se mettre au travail. Je vous remercie.

Christophe Lacroix:

Madame la présidente, chers collègues, permettez-moi de commencer par quelques citations, afin de rafraîchir la mémoire de certaines et certains. Il y a quelque temps, et encore tout récemment, j'ai lu trois phrases qui m'ont marqué et ont sans doute aussi marqué la presse ainsi que celles et ceux qui les ont lues ou écoutées.

La première citation est la suivante: "Ce qui se passe à Gaza, ce n'est pas une guerre. C'est un génocide." La deuxième est: "Je ne veux pas entrer dans l’Histoire comme un collaborateur et devoir expliquer un jour à mes enfants que j’ai regardé des enfants mourir de faim sans rien faire." La troisième est: "Je pense que, oui, il faut reconnaître la Palestine. On ne peut pas rester au balcon."

Vous aurez sans doute reconnu les mots de Conner Rousseau, président de Vooruit, de Sammy Mahdi, président du cd&v, et d'Yvan Verougstraete, président des Engagés. Ils sont tous les trois présidents de partis membres du gouvernement. Depuis des mois, ils se lâchent dans la presse et sur les réseaux sociaux. Ils disent qu'il faut reconnaitre la Palestine, qu'ils veulent des sanctions contre Israël, qu’ils pleurent devant les images de ces enfants qui meurent de faim.

Cependant, face à la vérité et au courage, que font-ils concrètement? Que font-ils en dehors des pétitions qu'ils font signer ou des messages qu'ils publient sur les réseaux sociaux, notamment sur Facebook ou Instagram?

Cette illusion doit cesser. Pensez-vous réellement que cette forme de logorrhée larmoyante, qui vous donne une bonne conscience vis-à-vis d'autres partenaires de votre majorité, vous permet de faire encore illusion? Voulez-vous en réalité cacher l'inaction de la Belgique?

Nous sommes en effet face à des crimes de guerre et à des crimes contre l'humanité qui sont documentés, mais aussi face à une politique d'apartheid. Voyez ce qui se passe en Cisjordanie et ce qui y est documenté en matière de colonisation. Nous voyons une famine instrumentalisée comme outil d'extermination d'un peuple. Nous voyons une déportation proclamée par le premier ministre israélien. Au final, nous voyons un génocide.

De nombreux pays l'ont vu et, depuis, d'autres pays le voient encore et le disent ouvertement. La France, le Royaume-Uni, l'Allemagne – regardez le changement de pivot de l'Allemagne – le Portugal, Malte, l'Australie, le Canada. Et aujourd'hui, où est la Belgique? Où est la Belgique? Mais comment a-t-on pu tomber si bas? Je ne pensais pas vivre une médiocrité politique comme celle-là depuis que je suis député à la Chambre des représentants.

Quand j'ai appris – je n'en connais pas les raisons – que notre ministre des Affaires étrangères n'était pas à New York fin juillet pour assister à la grande conférence sur la Palestine, la conférence de haut niveau qui rassemblait toute une série de ministres des Affaires étrangères, une conférence qui préparait celle de septembre, organisée par le président Macron et l'Arabie saoudite pour reconnaître la Palestine. Vous n'étiez pas là, monsieur le ministre. J'aimerais savoir pourquoi, puisque vos collègues, vos homologues britannique, français, espagnol, norvégien, pour ne citer que ceux-là, étaient là.

Vous n'étiez pas là et ce n'est pas à vous, l'homme politique expérimenté, que je dois expliquer ce que sont ces grandes rencontres et surtout leurs coulisses, les couloirs où on peut non seulement sentir la température mais également échanger avec ses homologues dans la discrétion pour préparer les grandes décisions de plus tard. Vous auriez pu vous exprimer à titre personnel et prendre la température, rechercher des alliés de manière formelle et informelle. Mais où est la Belgique, monsieur Prévot?

Je vous ai entendu, comme d'autres membres du gouvernement également, dire "je vais me situer dans le sillon de Macron". Quand, au Conseil de l'Union européenne, on a débattu de la suspension de l'accord d'association, où étions-nous? Nous étions aux côtés de la Hongrie, de la Pologne, de l'Estonie, de l'Italie. Eh bien, quel voisinage!

Il y a peu, nous étions encore aux côtés des États qui soutenaient clairement la reconnaissance de l'État de Palestine. Alexander De Croo était aux côtés de Pedro Sánchez en mission en Israël et en Palestine, ce qui nous avait valu une convocation de nos ambassadeurs en Israël. Nous faisions partie du groupe like-minded , ce groupe de pointe qui rassemble des États qui recherchent activement des solutions et plaident pour la reconnaissance immédiate comme condition préalable à la négociation d'une solution, à la préparation d'un accord de paix.

On se souvient que Hadja Lahbib, l'ancienne ministre des Affaires étrangères, MR, avait été rappelée à l'ordre par Alexandre De Croo en avril 2024, lorsqu'elle avait laissé entendre que la Belgique ne ferait plus partie des "like-minded". Le MR, soutenu par la N-VA, a donc imposé sa ligne à ce gouvernement. Il n'y a donc plus de doute, nous ne sommes plus à la pointe, mais nous sommes à la traîne.

Je termine, madame la présidente, pour laisser un peu de temps de parole à ma collègue Lydia. Quand j'entends certains dire que reconnaître l'État de Palestine, c'est une position militante, je pense qu'ils devraient relire ce qu'Élie Barnavi a publié dans Le Monde le 5 août 2025, où il dit d'une part à monsieur Macron: "Monsieur le président, si des sanctions immédiates ne sont pas imposées à Israël, vous finirez par reconnaître un cimetière". Et il ajoute: "Vous avez pris, le 24 juillet, une décision courageuse et utile en annonçant la reconnaissance de l'État de Palestine par la France lors de l'Assemblée Générale des Nations Unies, le 21 septembre". Grâce à cet élan diplomatique, les capacités juridiques des citoyens palestiniens seront renforcées devant les instances internationales. Ce n'est pas une position militante, c'est accorder la souveraineté à un peuple, le droit de défendre son existence d'égal à égal face à celui qui le menace.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, merci pour votre présence.

Aujourd'hui, comme l'ont dit mes collègues, nous devons être du bon côté de l'Histoire. En tant que mère, je ne veux pas qu'un jour mes enfants me demandent: "Maman, tu étais députée, qu'est-ce que tu as fait pour empêcher ces femmes et ces enfants de mourir de faim?" Je veux leur dire que j'ai agi. Et comme en Palestine, comme en RDC, comme en Ukraine ou comme ailleurs dans le monde, nous avons la responsabilité d'agir.

Monsieur le ministre, je vais vous rappeler quelques chiffres. Vous les connaissez, mais la répétition est la mère de l'enseignement. En Palestine, c'est 61 000 Palestiniens qui ont été tués depuis octobre 2003. La moitié sont des femmes et des enfants: 18 500 enfants, 9 800 femmes arrachées à la vie. Il n'y a pas que des morts sous les bombes, il y a aussi les morts invisibles, ceux qui meurent à cause de la faim, des malades qui meurent par manque de soins, des milliers de personnes, dont des enfants, qui sont déjà morts par manque de nourriture, des hôpitaux qui n'ont plus de médicaments, d'électricité ni d'eau. Il y a également 188 000 personnes qui ont des infections respiratoires aiguës; 136 400 cas de diarrhée, dont la moitié chez des enfants de moins de 5 ans; 55 400 cas de gale, de poux; de nombreuses épidémies; des hépatites; des méningites; et le tout, sans traitement; plus de 145 000 blessés depuis le début de la guerre, avec des plaies infectées, des amputations à vif; 14 000 personnes atteintes de cancer qui attendent d'être évacuées – on dénombre plus de 600 enfants morts, et l'unique hôpital spécialisé en oncologie a été bombardé. Sur les 36 hôpitaux de la bande de Gaza, seulement 19 restent partiellement fonctionnels.

Je ne vous parle pas que de chiffres. Ce sont des femmes, des enfants, des personnes âgées, des malades et des handicapés. Eh bien ces personnes ont perdu tout espoir.

Monsieur le ministre, ce lundi, cinq journalistes, dont Anas Al-Sharif, ont été tués. Pourquoi? Parce que monsieur Benyamin Netanyahu préfère tuer en silence sans caméra. La liberté de la presse est importante, mais peut-être que pour votre partenaire de droite, ce n'est pas si important au vu des déclarations qu'il a faites cette semaine.

Monsieur le ministre, je ne comprends pas pourquoi votre partenaire de droite refuse d'agir comme il le fait pour l'Ukraine. Au moment de l'invasion russe, il dénonçait les crimes et imposait des dizaines de sanctions contre la Russie. Et aujourd'hui, c'est la politique du deux poids, deux mesures.

Cette situation humanitaire est catastrophique et on ne peut pas rester silencieux. Nous demandons la reconnaissance urgente et immédiate de l'État palestinien.

De voorzitster : Het woord is nu aan de PVDA-PTB-fractie.

Peter Mertens:

Mevrouw de voorzitster, de hele wereld zit vandaag te kijken naar de meest apocalyptische beelden die niet uit een videogame komen, maar uit de realiteit. Dat is al 22 maanden aan de gang. We zien een minutieus geplande uithongering, we zien een etnische zuivering, we zien concentratiekampen, we zien de complete kolonisatie van een gebied.

Dan horen wij hier na 22 maanden, na 62 debatten in dit Parlement, dat de rechtse partijen de situatie erg vinden, dat ze aangedaan zijn door die hele situatie en dat er moet opgetreden worden in naam van het humanisme. Dat horen wij hier dan.

De werkelijkheid is echter dat die hele situatie niet mogelijk zou zijn geweest zonder de actieve steun, sinds het begin, van de Verenigde Staten, van de Europese Unie en van ons land. Zonder militaire steun, zonder economische steun, zonder ideologische steun en zonder de weigering om Palestina te erkennen alsook die erkenning te laten afhangen van allerlei neokoloniale voorwaarden. Wij hebben een verantwoordelijkheid. Wie dat begrepen heeft, is meer dan ooit de burgerbevolking, niet alleen in ons land, maar overal ter wereld.

Er zijn 110.000 burgers in ons land die de rode lijn hebben getrokken. Er zijn de vakbonden die vandaag op de luchthaven hun verantwoordelijkheid nemen om te weigeren deel te nemen aan die genocide. Er is het middenveld gehad, er is de burgerbevolking die duidelijk heeft gezegd: tot hier en niet verder.

Dan komen we vandaag in een soort Pontius Pilatusfase terecht, waar een aantal mensen heel snel, heel graag, hun handen willen wassen in onschuld, zonder ook maar enige maatregel te nemen. Men weigert de Israëlische ambassadeur uit te zetten. Men weigert Palestina te erkennen. Men weigert een economisch embargo in te voeren. Men weigert een militair embargo in te voeren. Men weigert de handelsmissies in Tel Aviv te sluiten. Men weigert een verbod in te voeren op de producten uit Israël. Men weigert het Swiftsysteem af te sluiten voor Israël. Er gebeurt niets.

Er worden twee maten en twee gewichten gehanteerd, dat blijkt overduidelijk ten aanzien van het Ruslandbeleid. Ik denk dat wij vandaag in dit Parlement nog altijd geen akkoord hebben over de zaak, want ik hoor hier spreken over "een paar extremistische ministers". Dat vind ik een heel interessante uitspraak. Ik zou graag willen weten welke ministers dat dan zijn en vooral welke niet extremistisch zijn vandaag in Israël. Welk project van de huidige extreemrechtse regering in Israël zou niet extremistisch zijn? Welke ministers zijn hier welkom en waarom willen de N-VA en de MR de lijn van Netanyahu steunen in plaats van die van Smotrich? Wat is het fundamentele verschil tussen beide?

Men spreekt hier over een humanitaire crisis en dat is het ook. Men spreekt over honger en dat is het ook, maar het is niet alleen dat. De honger en de verwoesting drukken ook iets uit. Het betreft slechts de eindfase van een plan van Israël sinds het begin. De honger is al vanaf oktober 2023 aangekondigd, niet alleen door Smotrich, maar ook door de coördinator die verklaarde dat men een totale blokkade wilde van voedsel, energie, medicamenten en elektriciteit, omdat ʺ menselijke dieren als menselijke dieren moeten worden behandeld ʺ . Dat was in oktober 2023. Men heeft aangekondigd dat men Gaza zou uithongeren en dat heeft men ook gedaan. Men heeft de UNRWA en de voedselbedelingsprogramma’s doelbewust aangepakt om die kapot te maken. Hier in het Parlement zijn er partijen geweest die de UNRWA mee hebben besmet en belachelijk gemaakt, om het te ondermijnen. Daarna heeft men de programma’s en medewerkers van World Central Kitchen gebombardeerd. Men heeft de capaciteit om zelf landbouw te ontwikkelen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever kapotgemaakt. Het is vanaf het begin een bewuste politiek van uithongering geweest. Dat heeft geleid tot wat Alex de Waal stelt: there is no case since World War II of starvation that has been so minutely designed and controlled . Er is sinds de Tweede Wereldoorlog nooit een zaak geweest van een dergelijke minutieus geplande uithongering.

Degenen die hier vandaag komen praten over luchtdroppings, doen iets crimineels en gevaarlijks. Het is een afleidingsmanoeuvre en een rookgordijn, zoals de Verenigde Naties het noemen. Het is zoals Pontius Pilatus om nu te doen alsof luchtdroppings het probleem zouden oplossen, terwijl er nooit een hongersnood is geweest waarbij voedsel zo dicht bij de slachtoffers was. Ik herhaal, er is nooit een hongersnood geweest waarbij voedsel zo dicht bij de slachtoffers was. Het voedsel wordt geblokkeerd aan de grens met Egypte. Onze regering en ons land zouden moeten eisen dat die grenzen worden geopend, in plaats van die gevaarlijke en misleidende voedseldroppings als een oplossing te presenteren.

Hetzelfde geldt voor de verwoesting. Men verwoest de ene stad na de andere. In mei vorig jaar werd Rafah verwoest. Netanyahu heeft gezegd dat het de bedoeling is om alles kapot te maken zodat niemand kan terugkeren. Vandaag wil men dat ook voor de rest van Gaza doen.

Wie niet ziet dat er achter het minutieus geplande hongerplan sinds oktober 2023, enerzijds, en het verwoestingsplan, anderzijds, een andere agenda zit, is ziende blind en zal niet met een oplossing komen.

Het plan van Israël is een Groot-Israël op te richten. Het plan is om de Palestijnse gebieden definitief en volledig te bezetten. Dat is vanaf het begin het plan van extreemrechts in Israël. De honger en de verwoesting dienen om dat plan mogelijk te maken.

Degenen die vandaag pleiten tegen de erkenning van Palestina, geven eigenlijk groen licht aan die extreemrechtse regering in Israël en zeggen: ga uw gang. Pas wanneer er niets overblijft van Palestina, zullen ze Palestina erkennen. Dat is wat de N-VA zegt, dat is wat de MR zegt, dat is wat het Vlaams Belang zegt. Pas wanneer er geen Palestijn meer overblijft, zullen ze Palestina erkennen. Het is nu het moment om Palestina te erkennen. Het is nu het moment om het extreemrechtse annexatieplan voor een Groot-Israël een halt toe te roepen.

Degenen die zeggen dat het te vroeg is, lopen achter de feiten aan en zijn medeplichtig. Het is niet te vroeg; we zijn eigenlijk al te laat. We zijn al 22 maanden te laat met de erkenning van Palestina. Ierland heeft het gedaan. Slovenië en Spanje willen het doen. Het probleem is niet dat België te klein is, het probleem is niet dat het vandaag niet opportuun is en evenmin dat we even moeten wachten of dat we niet vanuit emotie mogen reageren. Het probleem is dat er vanaf het begin in onze regering krachten aanwezig zijn die de extreemrechtse regering in Israël hebben gesteund: met wapens, economisch en ideologisch. Ze hebben alle leugens van de IDF, het Israëlische leger, gepapegaaid in onze pers, tot en met de zogenoemde "kant van het licht". Dat is het probleem.

Ik wil graag weten, minister Prévot, of u gaat spreken, niet alleen als mens en niet alleen als individuele minister, maar namens de regering. Wat is het standpunt van de regering?

Men kan niet enerzijds zeggen dat we onze verantwoordelijkheid moeten nemen en dat de tijd van handelen is aangebroken en anderzijds weigeren om er een regeringscrisis van te maken. Het is het ene of het andere. Ofwel komt ons land nu, na die 22 maanden, eindelijk in actie en zetten we de Israëlische ambassadrice het land uit en voeren we een economisch en militair embargo in, ofwel is dit allemaal maar theater en zal België achterlopen op de geschiedenis. Dan zal de geschiedenis hard oordelen over deze Belgische regering, die samen met de Verenigde Staten en een aantal andere landen deze genocide mogelijk heeft gemaakt.

Stop met dit politieke theater. Handel. Voer een economisch embargo in. Voer een militair embargo in. Zorg ervoor dat er een wisselmeerderheid komt in het Parlement. Zet de MR buitenspel. Zet de heer Bouchez buitenspel. Zet de N-VA buitenspel. Zorg voor een wisselmeerderheid in dit Parlement om dat embargo eindelijk door te voeren en België aan de kant van de menselijkheid te laten staan.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, chers collègues, deux millions de personnes sont aujourd'hui encerclées et subissent des crimes de guerre ainsi que la famine, dans un territoire qui est une fois et demie plus grand que celui de ma commune. J'ai entendu plusieurs de mes collègues désireux de prendre le baromètre de l'émotion afin de savoir qui serait le plus sensible à la cause des Palestiniens.

Je pense qu'au-delà de l'humanité dont nous devons faire preuve, aucune décision – et je m’adresse ici à tous les collègues, en ce compris ceux de la majorité –, aucune décision ne peut être équilibrée si elle ne respecte pas le droit international et le droit humanitaire. Il est impossible de trouver l'équilibre sans ce respect-là. Oui, notre crédibilité, celle de notre pays, est aujourd'hui mise en cause au travers de la réalité et de son positionnement.

Nous nous devons de faire respecter le droit international et le droit humanitaire. Nous ne sommes pas plus partisans d'un camp que de l'autre, mais des partisans du droit international et du droit humanitaire. Oui, la politique et la diplomatie, c'est aussi un rapport de force. Et je ne crois pas, au plus profond de moi-même, je ne crois pas une seule seconde que nous parviendrons à faire bouger les lignes pour aider le peuple palestinien de Gaza à se nourrir correctement, si nous ne prenons pas de sanctions.

Il s’agit là d’un rapport de force. Israël nous envoie un tiers de ses exportations. Oui, nous devons prendre des sanctions. Oui, nous devons rallier à notre cause et à la cause du droit international et du droit humanitaire celles et ceux qui, en Israël ou en dehors des frontières, soutiennent effectivement ces droits. Elie Barnavi, que je connais très bien, qui est un ami, a pris des positions courageuses à cet égard. D'autres l'ont fait dans notre pays, en France ou ailleurs en Europe. Soyons à leurs côtés.

Soyons à leurs côtés mais aussi aux côtés de ceux qui, dans une assemblée parlementaire telle que la nôtre, s’efforcent de faire valoir et prévaloir le droit international, face à des extrémistes de tous bords.

Monsieur le ministre, d'aucuns vous font des procès ici, mais je voudrais d'abord vous remercier d’avoir pleinement exploité les quelques marges de manœuvre dont vous avez bénéficié au sein du gouvernement ou au niveau européen.

Oui, s'il y a eu une amorce de sanctions, certes insuffisantes, au niveau européen, c'est grâce à votre action, parce que vous avez été chercher effectivement ce mandat au sein du gouvernement et que vous l'avez utilisé à plein.

Oui, s'il y a eu, ces dernières semaines, des actions humanitaires concrètes sur le terrain insuffisantes et non permanentes, vous y avez contribué, tout comme d'autres membres du gouvernement. Je les en remercie très chaleureusement.

Mais oui, nous sommes face à un rapport de force qui passe par toute une série d'outils qui sont à notre disposition. J'ai cité les outils de sanctions. Bien sûr, la reconnaissance pourrait aider. C'est une évidence de reconnaître à un peuple le droit d'avoir son propre territoire. Qui d'entre nous ici dans cette Assemblée accepterait qu'on lui prenne un centimètre carré de terre? Regardez ce qui s'est produit depuis des décennies dans ces territoires, et non pas seulement depuis trois jours. À ceux qui ont fait partie de majorités antérieures, je dis que l'on n'aurait pas ce débat-là aujourd'hui si la reconnaissance avait été faite il y a 5, 10, 15 ans ou 20 ans par un gouvernement. Cela n'a jamais été fait.

Plus que jamais aujourd'hui, nous devons être aux côtés de celles et ceux qui ont pris des positions. Je pense notamment à la France et à d'autres pays qui, aujourd'hui, reconnaissent la Palestine, parfois sous condition. Ces conditions, il faut pouvoir les déterminer. Il n'est pas question, demain, de reconnaître au travers d'un territoire et d'un État la réalité de groupes terroristes qui s'y trouvent. Ne mélangeons pas les deux éléments, cela n'a pas lieu d'être!

Nous devons tout faire aussi pour que la pression soit maximale sur le Hamas afin qu'il libère les otages. Nous ne devons pas abandonner ou oublier ce combat. Il est sensé sur le plan humain. Depuis notre dernière réunion, tous les jours, il y a eu des images marquantes de Gazaouis. Certaines autres ont brisé le cœur de la plupart d'entre nous, pour ne pas dire tous: celles d'otages israéliens traités horriblement.

Le respect du droit humanitaire et du droit international est notre seul phare et notre seul guide. Je suis convaincu, je ne le dis pas par obligation, je le dis par conviction.

Vu les marges de manœuvre, quelqu'un dans cette Assemblée, dans ce contexte belge et européen qui est ce qu'il est, aurait-il pu faire plus que ce que notre ministre des Affaires étrangères a fait? Je remercie d'ailleurs certains membres de l'opposition de l'avoir reconnu.

Ce que nous devons faire, c'est donner la force nécessaire à notre ministre, ainsi qu'au gouvernement, pour imposer des sanctions, pour, rapidement et de façon permanente, acheminer l'aide humanitaire et pour que, lorsqu'arrivera le rendez-vous international, dans quelques semaines – vers le 20 septembre – à l'Assemblée générale des Nations Unies, nous puissions être du côté de ceux qui vont reconnaître le territoire de l'État palestinien.

La paix durable ne pourra jamais intervenir s'il n'y a pas côte à côte l’État palestinien et l’État israélien et si nous ne sommes pas du côté de ceux qui prônent la liberté et la démocratie pour pouvoir vivre librement sur son propre territoire.

Mesdames, messieurs, chers amis, je viens d'un territoire – il y en a dans notre pays – qui a subi des exactions. Il a fallu parfois des décennies, des générations, pour que nous oublions ce que nos voisins nous ont fait subir. Aujourd'hui, des millions de jeunes sont en train de subir des exactions d'une ignominie absolument insupportable. Cela risque de créer, pendant de nombreuses années encore, de la haine, de la violence.

Dans la réalité d'un conflit comme celui-là, quelles que soient les sensibilités, quelles que soient les raisons parfois dégueulassement électoralistes de certains, nous avons une responsabilité importante: être toujours du côté du droit international et du droit humanitaire.

C'est ce que vous faites, monsieur le ministre – et je vous en remercie. Je ne doute pas, à l'aune de ce que j'ai pu entendre ce matin – je remercie notamment les collègues de la N-VA – que les lignes bougent, et que les lignes bougeront au niveau du gouvernement, j'en suis sûr.

Ce gouvernement se doit de porter le fer et l'expression, avec d'autres sur le plan international, pour que la pression soit mise inexorablement et de façon puissante sur les extrêmes en Israël, dans le gouvernement, pour que, demain, une paix la plus durable possible puisse voir le jour.

Vous êtes notre phare, monsieur le ministre. Je ne doute pas que vous utiliserez toute votre conviction et vos qualités pour y parvenir, au sein du gouvernement, du Conseil européen et de l'Assemblée générale des Nations Unies au mois de septembre, qui est le rendez-vous le plus important.

Je vous remercie.

Oskar Seuntjens:

Vanochtend om 07.00 uur, het eerste nieuws op de radio: alweer 100 Palestijnen vermoord. Elke dag opnieuw vermoordt Israël Palestijnen. Mama's en papa's die in de rij staan voor voedselbedeling en hopen om voedsel en medicijnen te vinden voor hun kinderen worden vermoord door Israël. Hulpverleners die met gevaar voor eigen leven naar daar gaan om mensen te redden, worden vermoord door Israël. Journalisten die de waarheid aan het licht willen brengen, worden doelbewust vermoord door Israël. Kinderen worden uitgehongerd en vermoord.

Welke woorden blijven er dan nog over, collega's? Ik weet oprecht niet wat ik hier vandaag allemaal moet komen zeggen. Ik kan er met mijn verstand niet bij dat de wereld toekijkt, zegt hoe schandalig men het allemaal wel niet vindt, maar in de praktijk niets doet. Dat is niet alleen onmenselijk, dat is gigantisch hypocriet. Toen Rusland Oekraïne nog niet zo lang geleden binnenviel, veroordeelden we Rusland in een vingerknip en legden we sancties op. We treden keihard op tegen Rusland, maar als het over Israël gaat, moeten we ineens met twee woorden spreken en dan is het allemaal veel complexer.

Het komt erop neer dat we vandaag te weinig doen. Van Trump zal het niet komen, dat weet iedereen. Europa is enorm verdeeld en doet niks. Sinds kort tonen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië wel een beetje moed en zeggen ze dat we Palestina moeten erkennen.

Voorzitster: Kathleen Depoorter.

Présidente: Kathleen Depoorter.

Mijnheer de minister, waar blijft België? Als er één plek is waar het echt moet gebeuren, dan is het wel in Europa. Daar hebt u een stem. Gebruik ze, wees een voortrekker en pleit daar voor sancties tegen Israël. Als die er niet komen, dan moet België een signaal geven. Vandaag droppen we voedsel. Is dat goed? Ja. Is dat genoeg? Allesbehalve. Wat is men ermee dat men voedsel brengt als Israël systematisch mensen blijft uitmoorden? Dat is dweilen met de kraan open.

Mijnheer de minister, de tijd is al heel lang op, net als ons geduld. Als er geen oplossingen komen van de regering, dan kiezen wij ervoor om niet tot de generatie te behoren die heeft weggekeken, maar dan zullen we zelf met voorstellen naar het Parlement komen omdat er iets moet gebeuren.

Ik zie dat ik nog meer dan zeven minuten spreektijd heb, maar ik zal die niet gebruiken. De tijd van woorden is voorbij. Iedereen is de holle woorden beu. Ik heb geen vragen voor u, ik wil actie. De meerderheid van de bevolking wil actie. De regering moet nu samenkomen. Kom uit uw kot, doe iets. Deze genocide is te ranzig voor woorden. Ik wil dat de regering nu samenkomt en een menselijker standpunt inneemt. De tijd van woorden is voorbij, het is tijd voor actie.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, alle Belgische rectoren, 284 middenveldorganisaties, 3.000 ondernemers, meer dan 20 gewezen ambassadeurs, meer dan 1.200 joodse rabbijnen wereldwijd, 100.000 Belgen in de Brusselse straten en volgens een recente peiling 75 % van de Vlamingen hebben zich uitgesproken. Australië, Canada, Finland, Frankrijk, IJsland, Ierland, Luxemburg, Malta, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Portugal, Slovenië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk klagen allemaal het gruwelijke onrecht aan dat de Gazanen wordt aangedaan. Allemaal roepen ze op tot actie, maar in de regeringskern bleef het stil. Tot vandaag. Ik denk niet dat de Belgische regering de laatste in de rij wil zijn om Netanyahu wat dan ook in de weg te leggen. Dat staat niet in het regeerakkoord. Dat hebben we niet afgesproken. We hebben afgesproken een voortrekkersrol te spelen.

Mijnheer de minister, u hebt in het verleden getoond dat dit dossier u echt raakt. U bent het met mij eens dat het internationaal recht ons uitgangspunt moet zijn en blijven. Het is het enige onwankelbare, het enige houvast in deze crisis. Wat zich afspeelt in Gaza is volgens Artsen zonder Grenzen een georkestreerde moord.

Volgens het Internationaal Gerechtshof bestaat er een risico op genocide. Bij een genocide, collega’s, heeft elk land – dus ook België – de inspanningsverplichting om actie te ondernemen. Dat nalaten kan België medeplichtig maken, zoals bepaald in het Genocideverdrag van 1948.

Is de regering zich bewust van die verpletterende verantwoordelijkheid? Niets doen als er een genocide aan de gang is, is ook een keuze.

Mijnheer de minister, dat betekent dat wij als land individuele actie moeten ondernemen. De passiviteit van de Europese Unie of de Verenigde Naties ontslaat België niet van zijn juridische en morele plicht om te handelen. Door ons aan te sluiten bij de lange lijst van landen die wel actie ondernemen, kunnen we gezamenlijk impact hebben. Vandaag maakt de EU zich totaal ongeloofwaardig als waardegemeenschap, een politiek project waar ik zelf altijd sterk in heb geloofd.

We verwachten dan ook actie van de Belgische regering in drie domeinen – ik ben ook enigszins opgelucht dat ik bij andere collega’s, ook bij de N-VA en de MR, een verschuiving opmerk. Voor ons moet de regering minstens de drie volgende zaken doen.

Ten eerste moet ze de Palestijnse Staat erkennen. Eind juli ondertekenden veertien gelijkgezinde landen de New York call van president Macron voor een voorwaardelijke erkenning van de Palestijnse Staat. België ontbrak. De Palestijnse Autoriteit heeft intussen ingestemd met verkiezingen in 2026. Zij heeft de Hamasaanval veroordeeld, opgeroepen tot de vrijlating van de gijzelaars en ingestemd met een gedemilitariseerde staat. Welke voorwaarde uit onze Kamerresolutie is dan nog niet vervuld om tot erkenning over te gaan?

Ten tweede moet er een inreisverbod komen voor extremistische Israëlische ministers. Landen als Nederland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben dit reeds ingevoerd. Of moeten figuren als Smotrich en Ben-Gvir, die openlijk pleiten voor een volledige annexatie en een zuivering van Gaza, hier welkom blijven om te komen shoppen in België? Ik denk het niet.

Ten derde vraagt cd&v reeds lang een invoerverbod voor producten uit illegale nederzettingen. Ierland en Slovenië zullen het advies van het Internationaal Gerechtshof ook naleven. In België liggen cosmetica van onder andere Ahava en wijn uit de bezette Golanhoogten echter nog steeds in de rekken, zonder dat de consument dat weet. Ook hier geldt: als de EU stilzit, moeten we zelf handelen. Ons wetsvoorstel ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Dat advies komt hopelijk in september. Zodra het er is, hoop ik dat alle regeringspartijen mijn voorstel kunnen steunen.

Mijnheer de minister, het is de taak van dit Parlement om de spreekbuis te zijn van de Belgische samenleving, de regering te controleren en vragen te stellen. Het is de taak van onze regeringsleider om de vinger aan de pols te houden, het regeerakkoord uit te voeren en onze internationale verplichtingen na te komen. Met betrekking tot Gaza doet deze regering haar werk vandaag onvoldoende. Niemand hier wil ooit moeten antwoorden op de vraag waarom wij toekeken terwijl een genocide voor onze ogen plaatsvond en wij niets deden. Collega’s, die dag mag vooral niet komen.

Mijnheer de minister, welke concrete maatregelen zal België op zeer korte termijn zelfstandig nemen? Is er intussen al een vergadering van het kernkabinet over Gaza gepland?

De voorzitster : Dank u, mevrouw Van Hoof.

Dan geef ik het woord aan mevrouw Maouane van Ecolo-Groen.

Rajae Maouane:

Dank u, mevrouw de voorzitster.

Ik zal beginnen en daarna zal mevrouw Van der Straeten het woord nemen.

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre présence.

J'ai l'impression que nous nous répétons, encore et encore, depuis des mois, dans cette commission. Chaque jour, nous voyons défiler des images insoutenables: des familles entières décimées; des journalistes ciblés, assassinés, parce qu'ils témoignent; des enfants, des bébés qui meurent de faim, qui sont délibérément affamés alors que les convois humanitaires restent bloqués.

Je vous parle de la mort de femmes et d'enfants. Et devant cette horreur, on oublie de s'émouvoir pour la mort d'hommes. Leur mort n'émeut presque plus personne, tellement les vies arabes sont déshumanisées, comme si la souffrance palestinienne était devenue une bande son de nos vies. C'est cela, c'est cette impunité qui devient insupportable! Et cette impunité, elle doit cesser! Cette impunité d'Israël, la Belgique en est complice. Complice, parce que la Belgique ne fait rien! Vous dites qu'il y a eu des largages. Oui, il y en a eu, mais êtes-vous sérieux? Est-ce cela la solution? Jeter des vivres comme à des chiens? De la farine dans la mer? Risquer de se faire écraser par un colis alimentaire? Franchement, est-ce là la solution dont l'Arizona est fier? Vraiment, quelle honte!

On se retrouve face à un É tat qui se permet de bombarder des hôpitaux, d'exécuter des journalistes, d'affamer une population entière, de commettre la colonisation, l'apartheid. Et cet É tat ne rend de comptes à personne. On a un illuminé, Netanyahu, qui entend des voix lui enjoignant d'exterminer une population entière et on le laisse faire dans une espèce d'apathie qui est scandaleuse, alors qu'il y a des choses à faire. Il y a des actes concrets à poser. Ce sont des actes qui sont à notre portée. C'est le minimum qu'on puisse faire. Nous voulons des sanctions immédiates. Aussi longtemps que les crimes se poursuivent, il faut frapper là où ça fait mal: dans l'économie, dans la diplomatie, dans la coopération militaire. Nous voulons des sanctions.

Lorsque la Russie a envahi l'Ukraine, on est intervenu directement. On a sanctionné. On a même donné des armes aux Ukrainiens pour se défendre. Et ici, que fait-on? On laisse le peuple palestinien se faire exterminer. On laisse le peuple palestinien livré à son propre sort.

Nous demandons également la suspension de l'accord d'association UE-Israël. On ne peut pas continuer à accorder des avantages commerciaux et politiques à un É tat qui viole ouvertement le droit international. C'est une question de cohérence et de dignité. Et même cela, on n'est pas capable de l'avoir en Europe! Il faut stopper ce blocus par la force s'il le faut! Nous voulons le déploiement d'une force d'interposition internationale accompagnée de casques bleus pour protéger les civils! Pas dans un futur lointain, mais immédiatement!

Monsieur le ministre, j'ai hâte de vous entendre et je vous sais sincère, mais je ne suis, hélas, pas sûre que vous réussirez à nous convaincre et à nous rassurer. Une de mes questions est – et je vous prie d'excuser mon impertinence –: venez-vous vous épancher en commission, parce que vous n'avez pas grand-chose à dire au sein du gouvernement? Venez-vous ici parce que vous ne parvenez pas à convaincre vos collègues d'autres partis?

Voorzitster: Els Van Hoof.

Présidente: Els Van Hoof.

Et j'interpelle ici les autres partis de la majorité. Si, comme vous le dites, la situation est insoutenable, si vous ne pouvez pas rester sans rien faire, alors pourquoi rester au gouvernement? Pourquoi rester si c'est pour cautionner l'inaction? Qu'attendons-nous pour reconnaître la Palestine? Qu'il n'y ait plus de Palestiniens? Qu'il n'y ait plus personne? Qu'on reconnaisse un cimetière à ciel ouvert? Qu'attendons-nous pour sanctionner? Attendons-nous un génocide? Ce génocide est en cours! Il est en cours en 4K, sur nos écrans géants!

Voici un extrait du testament d’Anas Jamal Al-Sharif, un des journalistes assassinés par Israël: "Je vous confie la Palestine. Je vous confie son peuple, ses enfants opprimés et innocents qui n'ont jamais eu le temps de rêver, ni de vivre en sécurité et en paix. Leurs corps purs ont été broyés sous des milliers de tonnes de bombes et de missiles israéliens, déchirés et éparpillés sur les murs." ( Mme Maouane est gagnée par l’émotion )

Je vous le répète, collègues de Vooruit, du cd&v et des Engagés, soyez du bon côté de l'Histoire. Soyons du bon côté de l'Histoire. Je suis sûre que vous êtes sincères dans votre colère, dans votre exaspération. Mais, s'il vous plaît, agissons! Agissez! Je ne veux plus de prise de position qui nous donne bonne conscience et qui ne change rien. Nous voulons des actions et des actes concrets, et nous avons la possibilité de les prendre.

Monsieur Ducarme, vous n’avez pas honte? Vous devriez. Vous parlez de la guerre d'Israël et du Hamas, mais c'est un génocide, monsieur Ducarme, c'est un génocide! C'est une extermination organisée du peuple palestinien! Vous dites que la situation est un peu moins grave dans le sud et dans le centre que dans le nord. Franchement, que vous faut-il? Que vous faut-il? Des crêpes au Nutella? Des restos? Faut-il que les gens crèvent la gueule ouverte pour vous émouvoir? Je vous le répète – oui, vous pourrez évoquer un fait personnel par la suite –, c'est le Parlement qui est souverain. C'est le Parlement qui donne mandat au gouvernement pour travailler. Ici, il y a une majorité de parlementaires qui veulent avancer. Il y a une majorité – comme le disait ma collègue – de l'humanité. Il faut avancer. J'ai bien compris que ce n'est pas du MR que viendra le salut, et je n'attends rien du MR. J'ai entendu l'ouverture de la N-VA et il y a un consensus. Il y a une majorité au niveau du Parlement pour avancer. Il faut avancer. Je n'ai pas envie que le MR, qui se rapproche du Vlaams Belang, reste avec le Vlaams Belang.

Je conclurai par une citation: "Un pays qui se défend s'impose au respect de tous. Ce pays ne périt pas." C'est une citation du roi Albert Ier. Vous savez, le roi qu'on appelait le Roi Chevalier, qu'on admire toutes et tous? Appliquez cette citation à la situation actuelle. Le peuple palestinien résiste tous les jours, jour après jour. Il résiste à l'écrasement. Il résiste à l'oubli. Il résiste au génocide. Vive la résistance palestinienne et longue vie au peuple palestinien!

La présidente : Monsieur Ducarme, vous avez la parole.

Denis Ducarme:

Juste pour indiquer que je respecte, et que nous respectons au niveau du MR, les sensibilités et les convictions de chacun. Nous ne partageons pas les vôtres, chère amie Ecolo. Ce n'est pas pour autant qu'on vous insulte ou qu'on indique que vous êtes proche des extrêmes, comme vous venez de le faire.

Tout ça est inutile sur un sujet que, vous le savez – je pense que j'ai été clair –, nous avons abordé en profondeur au travers des questions adressées au ministre sur les solutions à trouver sur le plan humanitaire. Nous n'avons donc pas à subir vos insultes.

Tinne Van der Straeten:

Collega's, het is vandaag 60 dagen geleden dat er 120.000 mensen op straat zijn gekomen, niet om te horen hoe erg het allemaal is, maar om uit te drukken hoe erg het allemaal is en vooral om actie te vragen van de regering.

Heel wat collega’s, hoofdzakelijk van de meerderheid, hebben erop gewezen dat de regering moet samenkomen en het probleem moet oplossen. Ik moet er toch niemand aan herinneren – ik viseer u niet, mijnheer de minister, want u bent hier vandaag – dat de minister van Buitenlandse Zaken eerder al heeft aangegeven dat hij alleen kan handelen met het mandaat van de regering en dat degenen die hem dat mandaat kunnen geven allemaal met vakantie zijn. Bungeespringen, olifanten knuffelen, krokodillentranen, dat is wat de regering doet.

Luchtdroppings, zegt men dan. Bent u niet beschaamd? Waarom krijgt de minister geen mandaat om druk op Israël uit te oefenen, zodat de vrachtwagens die aan de grens geparkeerd staan kunnen binnenrijden? Neen, België gaat eerst nog afstemmen met Israël wanneer er zal worden gedropt. Daarmee legitimeert men het beleid van Israël.

Collega Seuntjens heeft gezegd dat hij niet meer weet wat hij hier vandaag nog moet zeggen en hij heeft gelijk. Er valt niets meer te zeggen. Vandaag gaat het om actie ondernemen. Laten we onze rol in het Parlement niet uithollen. Het is onze rol om de regering te controleren en daarom is de minister hier. Het is niet onze taak om te vragen dat de regering bijeenkomt. Het is de eerste minister die de regering bijeenroept. A chacun son rôle . Wij als Parlement kunnen de regering wel een mandaat geven. Daar bestaan technieken voor. We kunnen wetsvoorstellen en resoluties goedkeuren. Wij kunnen de regering een mandaat geven.

Ik heb goed geluisterd naar iedereen die voor ons gesproken heeft. Ik heb geen enkele illusie dat het Vlaams Belang met iets zal meestemmen. Misschien kan er met de MR nog iets worden goedgekeurd.

Mijnheer Ducarme, mijn grootmoeder zei altijd: als mijn kat een koe was, gaf ze melk onder de stoof. U had het over sancties, blablabla. Als sancties niet werken, zoals we bij Rusland hebben gezien, wat gebeurt er dan? Dan worden er extra sancties opgelegd en gaat men verstrengen, maar men moet wel ergens beginnen.

Ik denk dat de N-VA met dubbele tong spreekt, zij zal zich minstens onthouden. Al de anderen hebben hier gezegd dat het tijd is voor actie.

Les Engagés en cd&v hebben expliciet verwezen naar respect voor het humanitaire recht. Het woord genocide is expliciet in de mond genomen. Dat is wat wij hier vandaag moeten doen.

Ik heb twee vragen.

De eerste is voor u, mijnheer de minister. Waar wacht de regering nog op en hoe kan de regering haar gebrek aan daadkracht nog goedpraten? Hebt u een extra mandaat gekregen?

Mijn tweede vraag, mevrouw de voorzitter, is voor u. Als voorzitter kunt u onze commissie samenroepen om samen te werken aan een tekst en om de tekst die hier eerder is aangenomen door het hele Parlement te verstevigen. Dan gaat het precies om de punten die u hebt opgenoemd: de importban, de erkenning van de Palestijnse Staat, een inreisverbod, sancties. Dat kunnen wij doen en daarvoor kan u het initiatief nemen. Wij kunnen aan de Conferentie van voorzitters vragen om dat via de techniek van artikel 76 te bekrachtigen. Dan kunnen wij aan de slag. Wij hoeven niet te wachten op de regering.

Zij die hier vandaag deel willen uitmaken van de coalitie van de menselijkheid, kunnen aan de slag gaan om de regering te machtigen, om deze minister, die bereid is om iets te doen, te machtigen om over meer middelen te beschikken om de genocide te kunnen stoppen.

Kjell Vander Elst:

Collega's, wat een shitshow, wat een farce, wat een schouwspel. Al dagen en weken horen we stoere verklaringen en krachtige woorden in de media en ook hier horen we weer forse statements. Wat doet de meerderheid, wat doet de regering? Niets. Er zijn geen daden, geen beslissingen. Er worden uitvluchten gezocht om vandaag niet te moeten handelen.

Vanmiddag is er opnieuw veel gesproken, maar er is bitter weinig gezegd en nog minder gedaan voor de Gazanen ter plaatse. Cd&v en Vooruit, collega Mahdi, collega Seuntjens, collega Van Hoof, ik hoor uw verklaringen en oproepen allemaal heel graag. U was de voorbije dagen niet uit de media weg te slaan. De ethische en morele ondergrens is bereikt, zo zegt u in koor. Dat is waar, u hebt volkomen gelijk, maar weet u welke ondergrens ook is bereikt? De ondergrens van de hypocrisie. U vertegenwoordigt immers twee van de vijf regeringspartners en hebt de macht om zaken in beweging te zetten.

Op dit moment slaagt u er zelfs niet in om een ministerraad samen te roepen. Dat had eventueel digitaal kunnen gebeuren. De premier hoefde dus niet eens weg te gaan bij zijn olifanten en krokodillen, maar zelfs dat is u niet gelukt. Als zelfs dat niet lukt op zo’n moment, dan stel ik mij zeer veel vragen bij die straffe en stoere verklaringen.

Collega’s, het enige wat deze regering op dit moment doet, is de kop in het zand steken en verstoppertje spelen. Dat zijn allebei plezierige spelletjes voor op vakantie, maar niet wanneer we met zo’n situatie te maken hebben. Het maakt mij werkelijk niet uit op welke manier we actie ondernemen: digitaal, hybride, fysiek, via de regering of via het Parlement. Het laat mij volkomen onverschillig, zolang er maar iets gebeurt. Er gebeurt echter niets. We zitten hier opnieuw onze partijprogramma's en onze standpunten tentoon te spreiden voor de mensen in de zaal en voor wie vanavond naar het nieuws kijkt. Daar zijn we allemaal goed in. Intussen gebeurt er echter niets. Het blijft oorverdovend stil bij de meerderheid. Dat is een absolute schande.

Het is hier vandaag een schertsvertoning, die zogenaamde spoedvergadering, twee weken na datum. Spoedvergadering. Weet u wat er in die twee weken in Gaza is gebeurd? Honderd doden per dag. Kinderen die sterven op weg naar een voedselpakket. Hongersnood die de hoogste piek bereikt. Israël kondigt een groot offensief op Gaza-stad aan en is dat aan het uitvoeren. Een hele reeks organisaties, academici, maar vooral burgers zijn het kotsbeu. Ze zijn het echt kotsbeu dat wij niets doen, dat ze die beelden moeten aanzien en dat wij als Belgen gewoon achterblijven en geen actie ondernemen.

Ik hoor hier vandaag ook opnieuw, en ik heb dat ook gelezen van een aantal collega’s, dat het Parlement zijn rol heeft gespeeld. Waarom zijn we hier eigenlijk samen? Het Parlement kan niets meer doen, het is de regering die het moet doen. Collega’s, er zijn vandaag gemeenteraden en lokale mandatarissen, burgemeesters die forsere statements maken, die moties indienen, die zaken gestemd krijgen. Die doen meer tijdens de zomermaanden dan dit Parlement. Stop dus met te zeggen dat dit Parlement niets zou kunnen doen.

Ik heb de oproep van collega Van der Straeten zeer goed gehoord en ik wil die ondersteunen. We kunnen veel meer doen dan wat we vandaag doen. Het Parlement kan dat doen, de regering kan dat doen. Daarvoor is het geen moment te vroeg, stilaan te laat, maar we kunnen het nog altijd doen in de komende dagen. Ik debatteer heel graag, collega’s, maar de woorden van vandaag vullen geen magen en stoppen geen kogels. Het is echt tijd dat we actie ondernemen.

België was ooit een voortrekker in Europa. Het is altijd een voorvechter geweest op het vlak van mensenrechten. Weken nadat Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, toch allemaal westerse bondgenoten zoals we dat graag zeggen, Australië en Portugal al de beslissing hebben genomen om volgens een aantal voorwaarden de Staat Palestina te erkennen, blijven wij muisstil. We blijven muisstil. Zelfs een digitale vergadering tijdens de zomervakantie is te veel gevraagd voor de regering. Dat is geen stilstand, collega’s, dat is schuldig verzuim.

Mijn fractie heeft een duidelijk standpunt: sancties tegen Israël. De opschorting van het volledige EU-Israël-associatieakkoord. Daarvoor pleiten, een voortrekkersrol spelen op Europees niveau, dat is wat België kan doen. Een importverbod op goederen uit de bezette gebieden, een volledig wapenembargo en ook het erkennen van de Palestijnse Staat, samen met de bondgenoten die op dit moment wel de moed hebben om dat uit te spreken en te doen. België moet zich aansluiten bij die Europese coalitie die vooruitkijkt, in plaats van zich te verstoppen achter stilzwijgen en vakantieagenda’s. Dat is ons standpunt, maar dat wist u al.

Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk geen enkele vraag voor u, want ik ken uw persoonlijk standpunt, maar dat weegt duidelijk niet zwaar genoeg om deze regering te doen bewegen. Ik vind dat bijzonder jammer, want het lost niks op. Namens wie zitten we hier eigenlijk? Zitten we hier namens uzelf, als minister van Buitenlandse Zaken zonder mandaat van de regering? Zult u hier straks een toespraak houden met een mandaat van de regering? Dat is wat ik wil weten, maar als ik zie dat er nog niet eens een digitale ministerraad is geweest, dan vrees ik dat u hier weer bochten zult maken en enkel ten persoonlijken titel een aantal standpunten zult poneren die ons niet vooruit zullen helpen en die geen enkele actie zullen teweegbrengen. U wordt in een wurggreep gehouden door uw coalitiepartners, door de MR en door de N-VA. De premier laat u vallen als een baksteen en u zit hier en moet incasseren. U zit hier eigenlijk als een keizer zonder kleren.

Ik heb geen vragen, maar wel een oproep om eindelijk met een regeringsstandpunt te komen, een standpunt waaruit blijkt dat België moed zal tonen, actie zal ondernemen, sancties aan Israël zal opleggen voor het disproportioneel geweld dat het al maandenlang gebruikt, in september de moed zal hebben om te tonen dat het wel in staat is om actie te ondernemen, om een voortrekkersrol te spelen en de Staat Palestina samen met veel bondgenoten zal erkennen.

Als u dat straks zegt, nog beter, maar als u daarmee de komende dagen of weken terugkomt naar dit Parlement, vóór die VN-vergadering, dan krijgt u de steun van mijn fractie. Dat beloof ik u. Als u die steun niet krijgt vanuit uw regering, kijk hier dan eens goed rond, want ik ben er 100 % zeker van dat er in dit Huis een meerderheid is die de Staat Palestina wil erkennen, wat u half september samen met veel bondgenoten kunt aankondigen op die VN-vergadering.

Mijnheer de minister, wij zitten klaar, het Parlement zit klaar. U hebt hier een meerderheid. Er hoeft niet veel te gebeuren. We moeten gewoon op het knopje duwen om de Staat Palestina te erkennen en om sancties tegen Israël uit te vaardigen. U hebt hier nu een meerderheid, niet morgen, niet na een vakantie, maar wel vandaag. Doe iets voor het te laat is.

François De Smet:

Monsieur le ministre, chers collègues, je voudrais d’abord répondre à celles et ceux qui, ici comme ailleurs, notamment sur les réseaux sociaux, interrogent la légitimité de notre réunion, en avançant l’argument suivant: "Oui, mais il y a d’autres drames ailleurs, il y a des conflits et des choses tout aussi importantes".

Je suis convaincu qu'il fallait se réunir aujourd'hui et j'ai expliqué pourquoi. Cependant, il vrai qu'au Soudan, par exemple, une famine sévit et peu de gens en parlent. Environ 23 millions de personnes sont en situation de malnutrition. Une guerre abominable ravage le pays. Monsieur le ministre, comme je vous ai vu réagir sur les réseaux sociaux, je sais que vous vous sentez également concerné par cette situation.

De la même manière, lors du débat sur les sans-papiers, certains rétorquent: "oui, mais… et les SDF?", d’autres brandissent l’argument: "oui, mais… et la famine au Soudan ou telle ou telle autre catastrophe?"

Ce qu’il faut répondre, avant tout, c’est que la question du Moyen-Orient a une portée universelle. Elle l’a toujours eue. C'est le cas lorsque le 7 octobre survient. Je pense que lors de ce pogrom, nous avons tous été indignés et retournés par une émotion de nature universelle. C'est cette même émotion qui nous saisit lorsque des enfants meurent à Gaza, sous les bombes ou de faim. C’est juste insupportable!

Bien sûr, ce conflit, depuis des décennies, est parfois invoqué ou importé dans le débat intérieur. Il existe des "mauvaises" raisons de s’y intéresser, notamment celles qui relèvent d’un calcul électoraliste. Mais il existe aussi de bonnes raisons: la raison universelle que je viens d’évoquer, mais également une raison historique que personne ne rappelle et que je vais brièvement aborder.

Après la Seconde Guerre mondiale, en novembre 1947, les Nations Unies – reconfigurées par les parties gagnantes de la guerre – décident qu’il faut offrir un foyer national au peuple juif parce qu'il a été presque exterminé par la Shoah. Cette décision intervient aussi après des décennies, voire des siècles, de pogroms et de mauvais traitements en Europe. À l’époque, cela semble oublié par certains, il y avait déjà 600 000 Juifs en Palestine. Cependant, il y avait aussi 1,3 million de Palestiniens arabes. La communauté internationale, et les Européens en premier lieu, ont alors décidé qu'il devait y avoir deux États.

Moralement, tant qu’il n’y aura pas deux États – Israël et la Palestine – vivant en sécurité et en paix au Proche-Orient, la communauté internationale, et les Européens en particulier, auront le devoir moral de s’intéresser à ce qui se passe dans cette région, et de peser de tout leur poids jusqu’à ce que le conflit israélo-palestinien soit résolu, vu que ce conflit est l’épicentre de toutes les tensions géopolitiques du monde. Tant que ce conflit ne sera pas résolu, nous aurons de l'alimentation de l'islamisme et de l'antisémitisme, et cela ne s'arrêtera jamais.

Rien que cette raison-là, qui est peu souvent rappelée, justifie qu'on continue à s'y intéresser.

Sur le fond, ce dossier mérite-t-il une chute du gouvernement? Je pense qu'il mérite au minimum une crise, parce que c’est une question de valeurs. La situation à Gaza ne fait qu’empirer. De nouveaux morts chaque jour, en ce compris des enfants.

Personne ne nie la responsabilité du Hamas dans le déclenchement de la séquence, avec son pogrom du 7 octobre. Il faut continuer – il faut le faire à chaque fois – de réclamer la libération des otages.

Mais même les meilleurs amis d'Israël, ceux qui pensent que cet État doit évidemment continuer à vivre et qu'il a une vocation historique réelle, doivent bien reconnaître que ce qu'il se passe est complètement injustifiable. On tue des civils en nombre insupportable, en ce compris un grand nombre d'enfants. On a détruit 50 à 60 % du bâti à Gaza.

En passant, cette opération est non seulement un désastre humanitaire, mais ce n'est même pas un succès militaire. Voilà deux ans qu'Israël nous dit qu'il va éradiquer le Hamas. C’est vrai qu'il tue ses dirigeants un par un. Il n'a pas l'air de comprendre qu’il est très compliqué d'annihiler avec des bombes une idéologie qui se nourrit en continu du sang de ses propres martyrs. Les chiffres parlent d'ailleurs d'eux-mêmes. Sur l'ensemble des otages libérés, 145 l'ont été par voie de négociation. Seulement 9 l'ont été à la suite d'opérations militaires.

La vérité, c'est que nous avons affaire à des extrémistes au pouvoir dans chaque camp, qui ne vivent et sans doute ne survivent que par la guerre. Il n'y a aucune raison que cela s'arrête sans pression extérieure.

Même un petit pays comme la Belgique a donc son mot à dire, et nous devons le faire pour les civils de chaque côté, auxquels je pense. À côté d'un gouvernement israélien qui aligne, hélas, des déclarations dignes de purification ethnique, il y a des milliers d'Israéliens qui veulent la paix, qui sont choqués et qui constatent la folie dans laquelle ils sont emmenés.

À côté du Hamas et de son agenda islamiste et d'éradication, par ailleurs, il y a des milliers de Palestiniens et de Gazaouis qui sont les premières victimes de la situation actuelle et qui ne sont pas responsables de ce que commet ce mouvement terroriste. Il y a aussi les Palestiniens de Cisjordanie qui subissent une violence impunie de la part des colons. Je pense que c'est pour ces civils des deux côtés que nous devons agir.

Y a-t-il un génocide aujourd'hui à Gaza? C'est la justice qui devra répondre un jour à cette question, et elle devra le faire avec la seule boussole du droit international. Ce qu'il est permis de constater, au minimum en tout cas, c'est le nombre important et convergent de déclarations de responsables gouvernementaux israéliens de nature génocidaire ou encourageant une forme de purification ethnique. Il est aussi permis de constater que les actes posés par ce gouvernement sont hélas compatibles avec une volonté de rendre de plus en plus impossible matériellement la survie sur place de cette population dans des conditions dignes. Quand on occupe un territoire à 75 %, quand on restreint fortement l'accès à l'aide alimentaire depuis des mois, quand on refuse l'établissement de corridors humanitaires, quand on restreint son accès matériel aux ONG et à la presse, il est évident qu'on est responsable, du point de vue du droit international, de son administration et de son accès à la nourriture, à l'eau et aux soins. Y aurait-il un risque de famine à Gaza aujourd'hui si l'essentiel de la population n'était pas enclavé dans 12 % du territoire et si la plupart des infrastructures n'étaient pas détruites?

Alors, que faire? Empêcher évidemment le plus possible qu'il y ait d'autres victimes, faire libérer les otages, empêcher la famine, arrêter ce carnage, indiquer à Israël que le projet d'invasion totale est une folie. Vous avez convoqué l'ambassadrice, monsieur le ministre. Je suppose que vous allez nous en parler. Il faut réclamer l'établissement de corridors humanitaires et un accès sans entrave à Gaza pour les humanitaires, et les journalistes d'ailleurs.

Je partage le point de vue de certains collègues sur les largages. Je comprends l'intention, mais je pense qu'il s'agit surtout de larguer notre mauvaise conscience.

Ces largages ne sont pas efficaces. Ils sont dangereux et donnent lieu parfois à des émeutes. Le simple fait qu'ils tombent alimente aussi des dégâts. Il n'y a donc rien à faire: il faudra faire pression pour obtenir des couloirs humanitaires sécurisés.

Je pense, moi aussi, qu'il faut reconnaître la Palestine. Mon parti DéFI le demande, in tempore non suspecto, depuis 10 ans. Nous avons aussi déposé des textes sur le sujet. Mais la motivation, aujourd'hui, évolue. Bien sûr, comme tout le monde, depuis les accords d'Oslo, nous aurions voulu que la reconnaissance de la Palestine sanctionne la fin d'un processus de paix à deux États. Aujourd'hui, il s'agit d'obtenir la reconnaissance de la Palestine pour que survive la possibilité de la solution à deux États. C'est cela qui est en jeu. On ne peut plus attendre la fin d'un processus de paix.

On m'opposera qu'il n'y a pas de gouvernement, pas de frontières claires. C'est vrai, mais il y a un peuple palestinien. C'est indéniable. Il y a un peuple qui a des aspirations légitimes à un État, qui souffre à la fois de la colonisation en Cisjordanie depuis 1967, une occupation qui sépare les habitants et leur confère des droits différents selon leur origine, et un peuple qui souffre à Gaza d'être sous la coupe d'un parti islamiste et sous les bombes d'Israël.

Reconnaître la Palestine, ce n'est pas reconnaître le Hamas, c'est reconnaître un peuple. Rappelons d'ailleurs que le Hamas n'a absolument que faire d'une double reconnaissance puisqu'il n'a ni envie ni intérêt de vivre à côté d'un État israélien.

Cette reconnaissance, selon nous, doit être rapide. Doit-elle être absolument inconditionnelle? Je crois, et j'aimerais votre avis là-dessus, monsieur le ministre. On peut peut-être s'inspirer de ce que les Britanniques proposent, à savoir qu'il faut refuser au Hamas le moindre rôle dans la représentation diplomatique ou politique de cet État. Cela paraît évident. Mais il est nécessaire que cette reconnaissance progresse pour préserver les deux États comme horizon.

Sur la question des sanctions, je rejoins le collègue Lutgen. Il est vrai que, dans la diplomatie, s'exerce un rapport de force. Il est vrai que ces sanctions sont désormais indispensables. Je pense qu'elles doivent être ciblées. Je ne vois pas, en effet, pourquoi on continuerait à permettre aux armes de parvenir aux belligérants, par exemple. Je ne vois pas non plus pourquoi les responsables politiques responsables de ce carnage ne seraient pas sanctionnés. Je voudrais juste dire qu'il y a aussi une société civile israélienne. C'est-à-dire que le boycott académique ou culturel ne serait pas une bonne idée. Parce que, même si son gouvernement est radicalement à droite et à l'extrême droite aujourd'hui, Israël reste une démocratie et on doit pouvoir compter aussi sur les forces vives de ce pays, celles qui, dans un inconfort et une douleur qui n'est pas simple non plus pour eux, comprennent ce qui se passe et peuvent aussi agir de l'intérieur.

Reconnaître la Palestine, chers collègues, c'est simplement tenter de sauver la solution à deux États afin de sortir du récit de guerre sans fin qui nous est imposé par les protagonistes de cette situation sans égard pour l'avenir et le bien-être réel de leurs populations respectives.

Monsieur le ministre, quelle réponse vous et votre gouvernement apporterez-vous? Pourriez-vous commencer par dire si vous répondez en votre nom propre ou en celui de l'ensemble du gouvernement? Y a-t-il aujourd'hui une position de l'Arizona claire sur la reconnaissance et sur les sanctions?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de minister, er bestaat een heel mooi Vlaams spreekwoord: wat baten kaars en bril als den uil niet zien en wil? Ik vraag niet dat u hier nogmaals komt opdraven voor de zoveelste therapeutische sessie in deze praatbarak. Ik zal u een concreet voorstel doen.

Neem de tgv met de hele regering. U kunt ook Gaza-negationisten meenemen, kwestie van tot inkeer te komen. U kunt ook mevrouw Hadja Lahbib meenemen. Het schijnt immers dat er ook nog een Eurocommissaris voor humanitaire hulp bestaat, maar die is nergens te vinden. Dus, u neemt de tgv richting Limoges. Niet voor de porseleinfabriek, maar u reist even verder naar Oradour-sur-Glane. Ik weet niet of u ooit van deze plaats heeft gehoord. Precies 81 jaar geleden vond daar een gruwelijk bloedbad plaats, op 10 juni 1944. Het was de Duitse SS-pantserdivisie Das Reich die als collectieve bestraffing dat hele dorpje uitgemoord heeft. Daarvoor is er nog steeds een monument terug te vinden. Er werden 643 mensen uitgemoord, 4 scholen werden leeggehaald, collega's, met daarin 191 kinderen. Ze werden allemaal in een kerk gebracht, samen met de vrouwen, 350 in totaal. Er vielen 643 slachtoffers, 25 jonger dan 5 jaar, 145 tussen de 5 en de 14 jaar, 193 jonge mannen en 240 meisjes en vrouwen.

Ik vertel dat verhaal hier. Het gaat niet over Joden, het gaat over collectieve bestraffing. Die collectieve bestraffing is daar gebeurd, met nazistische praktijken, door de SS, omdat men op zoek was naar een wapendepot, maar men vond het niet. Wat heeft men dan maar gedaan? De bevolking bestraft.

Waarom vertel ik dat verhaal? Ik breng het in verband met wat er vandaag in Gaza gebeurt. Daar worden 2 miljoen mensen collectief bestraft. Kinderen worden uitgemoord. Kinderen die voedsel gaan halen worden afgeschoten, als konijnen voor een lichtbak. Waarom? Als collectieve bestraffing voor een terroristische organisatie. Daar hebben die kinderen geen schuld aan. Ook de vrouwen hebben daar geen schuld aan. Het gaat om een collectieve bestraffing voor moorden door een terroristische organisatie. Dat keur ik ten zeerste af. Ik verafschuw het islamisme en ik vind de islam zelfs een achterlijke godsdienst. Dat mensen die slachtoffer zijn geweest in de oorlog dezelfde nazistische praktijken toepassen op een andere bevolking, is voor mij echter onbegrijpelijk.

Ik hoor hier collega’s verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor doe ik het, en ik doe het bewust. We zijn allemaal bang voor de Holocaustindustrie, zoals Norman Finkelstein het noemt. We maken ons schuldig aan net hetzelfde verhaal als toen, van “Wir haben es nicht gewusst”.

Wat is er gebeurd in 1948? We hebben het Joodse volk overgeplaatst naar Palestina. Wie betaalt de rekening voor wat wij, westerlingen, het Joodse volk hebben aangedaan? De Palestijnen. Vandaag gebeurt precies hetzelfde en wij doen alsof er niets aan de hand is. Wir haben es nicht gewusst .

Ik hoor hier de collectieve verontwaardiging over deze oorlog, maar die apartheidsstaat bestaat al veel langer dan vandaag. Die is ontstaan in 1948 en escaleerde na 1967. Gaza bestaat 25 jaar. Ik ben er geweest; ik ben verschillende keren in Israël geweest, maar ik zal mijn persoonlijke ervaringen niet gebruiken, anders word ik te emotioneel.

Wat gebeurt er in Gaza, collega’s? Men zegt dat de mensen zich niet ontwikkeld hebben, terwijl ze daartoe de kans hebben gehad. Nee, in Gaza heeft niemand de kans gehad!

Kent u de theorie van het gras maaien? Dat is de praktijk die het Israëlische leger toepast: om de vier à vijf jaar, sinds het ontstaan van Gaza, valt men er binnen, wordt alles vernietigd en worden mensen vermoord. Laten we eens kijken naar de collectieve verontwaardiging over de huidige uithongering: die situatie bestaat al jaren. U kunt het genocide noemen, u kunt het etnische zuivering noemen of u kunt het volkerenmoord noemen; daar gaat het niet om. Het gaat om menselijkheid. Of het nu joden of moslims betreft, het is mij om het even. Maar dat dit vandaag in onze maatschappij gebeurt…

Het is niet nieuw. Ik kan precies zeggen wanneer het allemaal gebeurd is; en altijd worden er vrouwen vermoord, altijd worden er kinderen vermoord. Voor de Israël-lovers of voor de Gaza-negationisten – ik zal hen voortaan zo noemen – som ik enkele feiten op. Operatie Hot Winter: 34 kinderen gedood, 6 vrouwen. Operatie Cast Lead: 1.417 slachtoffers, onder wie 337 kinderen en 124 vrouwen. Operatie Pillar of Defense in 2012. Operatie Protective Edge in 2014: 2.251 slachtoffers, onder wie 551 kinderen en 299 vrouwen. En ik kan zo doorgaan… Ik denk ook aan Breaking Dawn, Operatie Dageraad. In deze Gaza-oorlog vielen al 61.000 slachtoffers, waarvan 18.400 kinderen. Terwijl ik dit zeg, zijn er waarschijnlijk alweer slachtoffers bij gekomen.

Schaamteloos discussiëren wij hier over de kleur van het bluswater terwijl de wereld in brand staat en over nutteloze resoluties, maar we kunnen toch minstens proberen om iets te doen. We praten hier opnieuw over de tweestatenoplossing, maar er is geen tweestatenoplossing meer mogelijk. Waarom niet? Omdat we al 40 jaar wegkijken van wat wij de Palestijnen hebben aangedaan, sinds 1948. Omdat we blijven wegkijken. Omdat we de Palestijnen geen rechten geven. Het is de grootste openluchtgevangenis ter wereld, waar niemand weg kan. Vandaag is dat het grootste kinderkerkhof ter wereld. Wanneer gaan we dat eens beseffen?

Wij zitten te discussiëren over een resolutie voor de tweestatenoplossing. We praten over Gaza, maar hebt u ooit gehoord van de andere kant, van de Westelijke Jordaanoever? De Joden spreken over Judea en Samaria. Daar leven drie miljoen Palestijnen zonder eigendomsrechten. Gekoloniseerd in eigen land, zonder eigendomsrecht. Kolonisten vallen binnen en vermoorden rechteloos mensen; al 938 in de laatste twee jaar. Hamas zit niet op de Westelijke Jordaanoever, daar zit de Palestijnse Autoriteit en niet Hamas. Hamas is blijkbaar het alibi voor een genocidale campagne tegen het Palestijnse volk, met als doel de Joodse suprematie op te leggen, from the river to the sea .

Ik heb het moeilijk. Ik had gezegd dat ik nooit meer zou spreken, maar ik ben toch gekomen. Ik heb een interview gedaan met een bepaalde moraalfilosoof, totdat ik tot het inzicht kwam dat het een immoreel filosoof was. Ik wil er in principe niet meer over praten. Ik praat vandaag toch, om de mensen die geen geweten hebben een geweten te schoppen.

De voorzitster : Dank u wel.

Dan zijn we aan het einde gekomen van de tussenkomsten van de leden. Ik geef nu het woord aan de minister. Dank dat u vandaag wilt antwoorden.

Maxime Prévot:

Merci, madame la présidente et merci, mesdames et messieurs les parlementaires, pour vos interventions multiples.

Vous avez souhaité organiser une réunion en urgence de la commission des Relations extérieures de la Chambre au vu de l'actualité dramatique qui continue de se dérouler sous nos yeux et vous avez bien fait. La situation à Gaza et ailleurs en Palestine ne connaît pas de vacances et encore moins de répit. Je suis donc présent face à vous aujourd'hui non pas par contrainte, celle qui impose au ministre d'être à la disposition du Parlement, mais par conviction que nous ne pouvons pas rester six semaines sans avancer sur le sujet et sans rendre des comptes à la population par le biais de ses élus.

C'est un moment important et plusieurs d'entre vous ont commencé par me poser la question de savoir à quel titre je m'exprimais, quel mandat j'avais reçu, etc. Soyons clairs, vous le savez, il n'y a guère eu de réunion du kern ces dernières heures pour délivrer un mandat spécifique, mais lorsque j'ai prêté serment le 3 février dernier comme ministre des Affaires étrangères, j'ai reçu le mandat au sein de ce gouvernement de porter les messages de notre politique extérieure et donc de sa cohérence en matière de défense du droit international depuis plusieurs décennies déjà. Une cohérence, je le rappelle à titre utile, qui figure expressis verbis dans notre accord de gouvernement.

C'est donc le moment de faire le point sur le positionnement des Affaires étrangères, celui d'aujourd'hui et d'avantage encore les perspectives pour demain. C'est le moment, comme j'en ai toujours fait un mantra dans mon engagement politique, de penser loin, de parler vrai et d'agir juste.

Vous me permettrez d'ailleurs de souligner, monsieur Ducarme, le plaisir que j'ai eu, très attentif à vos propos, au fait que vous ayez précisé que la volonté du MR était d'agir avec rationalité. Tant mieux, car s'il peut exister des divergences sur les questions morales, la rationalité nous réconciliera incontestablement sur les questions légales. J'ose espérer que le droit inspire encore la droite.

Je crois pouvoir dire que le problème, puisque vous y avez fait allusion, n'est pas que mes collègues de gouvernement rechignent à se mettre au travail. Je pense sincèrement que, sur ce dossier, moi-même et mes collègues avons été nombreux à vouloir progresser. Or, nous devons effectivement – parce que vous avez raison, c'est une question de gouvernement davantage qu'une question de Parlement, je vous rejoins là-dessus – aussi veiller à avancer sans que ce soit en ordre dispersé.

Penser loin, c'est oser prendre de la hauteur dans l'analyse de ce conflit et ne pas réduire celui-ci à des considérations bassement électorales, ni à des enjeux de rapport de force de court terme, alors même que c'est la cohérence, et donc la crédibilité de la politique étrangère de la Belgique qui sont en jeu; au-delà, bien sûr, de la priorité absolue qui est celle de sauver des vies.

Pendant des décennies, la Belgique a pu se distinguer sur la scène internationale et être respectée à ce titre en boxant parfois au-dessus de sa catégorie. Respectée et distinguée comme inébranlable défenseur du droit international et particulièrement des droits humains. Cette posture nous a toujours permis d'être écoutés et d'être considérés, même par ceux qui ne suivent pas les mêmes standards démocratiques que nous, mais qui ont la capacité d'entendre notre diplomatie et ses messages, en raison précisément de sa constance et de son absence de double standard.

Deze regering is zich bewust van die uitdagingen en herinnerde er daarom in het regeerakkoord uitdrukkelijk aan dat België het belang benadrukt van een op internationaal recht gebaseerde internationale orde en pleit voor democratie, de rechtsstaat en mensenrechten. Een prioriteit is de strijd tegen straffeloosheid en België steunt internationale hoven, zoals het ICC en het ICJ, bij onderzoeken naar schendingen van internationaal recht. België promoot mensenrechtenverdragen en ondersteunt kwetsbare groepen, mensenrechtenverdedigers en het maatschappelijk middenveld.

Ik wil u graag aan bepaalde elementen van het regeerakkoord herinneren, want die zijn niet onbelangrijk.

In het regeerakkoord staat duidelijk dat we langs diplomatieke weg willen komen tot een tweestatenoplossing, die zowel de veiligheid van Israël moet garanderen als de erkenning van Palestina mogelijk moet maken en dit met respect voor de territoriale integriteit. Het vooruitzicht van de erkenning van de Staat Palestina is dus duidelijk een doelstelling die we ons eigen hebben gemaakt. Meer nog, we hebben in het regeerakkoord gespecificeerd dat elke actie die een tweestatenoplossing in gevaar brengt, aan de kaak zal worden gesteld. De paragraaf over het Israëlisch-Palestijnse conflict sluit af met de woorden: "We benadrukken te allen tijde het belang dat we hechten aan het respecteren van het internationaal recht." Dat kan niet explicieter. We moeten ons dus scharen achter het regeerakkoord, collega’s.

Vooruitdenken is – in overeenstemming met de eigen overtuigingen en de regeringsakkoorden die een team verbinden – een houding aannemen die ijvert voor enerzijds internationale druk om tastbare resultaten op het terrein te creëren en anderzijds de handhaving van een coherente en consequente internationale actielijn van België.

Wat dat laatste punt betreft, toont het gedrag van de internationale betrekkingen van de regering-Trump door de ontwrichtende effecten ervan aan dat het mogelijk en zelfs volkomen legitiem is voor een regering om de betekenis en de toon van haar buitenlandse beleid te veranderen. De stembus heeft die optie gegeven aan de Amerikaanse kiezers en aan hun democratisch gekozen vertegenwoordigers. Het zijn echter dezelfde ontwrichtende effecten die ook hebben geleid tot onzekerheid, onvoorspelbaarheid en de ineenstorting van een internationale orde die de bilaterale en multilaterale betrekkingen van de planeet decennialang heeft gediend. Daardoor wordt het jarenlange geduldige werk door de diplomaten van deze wereld vernietigd of ernstig ondermijnd, werk dat op de lange termijn vruchten afwerpt dankzij allianties op basis van overtuigingen in plaats van door omstandigheden.

In absolute termen zou dus kunnen worden aangenomen dat onze arizonaregering formeel niet gebonden is door de eerdere gedragslijnen van het Belgische internationale beleid, aangezien dat zoals elk openbaar beleid kan evolueren of in twijfel kan worden getrokken. Gelukkig is dat echter niet de weg die deze coalitie heeft gekozen. Zij heeft de substantiële beginselen van haar buitenlandse beleid in het regeerakkoord bevestigd. Ik citeer: ʺ Wij verdedigen krachtig de internationale orde, geworteld in het internationaal recht en in multilaterale akkoorden omdat wij geloven dat dit de enige weg is naar duurzame vrede en veiligheid. Wij blijven onophoudelijk pleiten voor onvoorwaardelijk respect voor internationale mensenrechten, waarbij wij nadruk leggen op de bescherming van de meest kwetsbaren in de samenleving. ʺ Einde citaat.

Dès lors, en raison de cette ligne de conduite et du choix que nous avons opéré de maintenir notre boussole dans la lignée des politiques étrangères menées depuis plusieurs gouvernements – et qui ont d'ailleurs démontré leur efficacité –, il m'apparaît indispensable de continuer à poser des actes afin d'œuvrer à la justice internationale et à la réputation belge de défense du droit international et des droits humains. C'est une question légale, politique, mais aussi pragmatique. Il ne s'agit pas d'un débat idéologique.

Respecter le droit revient à apporter une réponse pratique à des problèmes concrets. C'est aussi à la lumière de ces enjeux que les questions de la reconnaissance de la Palestine et des sanctions à l'égard d'Israël doivent s'apprécier. C'est la raison pour laquelle notre gouvernement aura encore rendez-vous avec lui-même dans les prochaines semaines, afin d'approfondir tant le volet relatif à la perspective de reconnaissance que celui relatif à la montée en puissance des sanctions vis-à-vis du gouvernement israélien s'il s'entête dans ses démarches actuelles à l'égard des Gazaouis en particulier et des Palestiniens en général.

Ce sont là des rendez-vous que nous ne pouvons pas manquer. Des rendez-vous avec l'Histoire, avec nos consciences, avec nos obligations morales, mais aussi avec nos obligations légales. Des rendez-vous que nous devrons aborder avec justesse et discernement, loin des slogans, mais focalisés sur la volonté de créer du résultat. Je peux vous certifier que tous les agents de mon département, particulièrement émus et troublés par la situation à Gaza, mais aussi – disons-le avec franchise – par la position du gouvernement qu'ils jugent trop timorée, sont mobilisés chaque jour, car ils ont choisi de servir l'État belge dans le respect de ses principes faîtiers liés au droit international et aux valeurs démocratiques. C'est le socle commun entre eux, entre eux et moi aussi, qui donne sens à notre engagement respectif quotidien au service des intérêts de notre pays et de ses citoyens.

In ons land heerst een malaise die het gevolg is van ons onvermogen om het geweld tegen de Palestijnse bevolking in zijn ware omvang te beschouwen. We moeten dus de kloof verkleinen tussen juridische analyses, diplomatieke opties en de politieke lijnen van de regering om het ethisch gevoel niet blijvend aan te tasten.

Op dit punt moet de diplomatieke, politieke en morele gestalte van ons land voorbeeldig zijn. Al meer dan 30 jaar, sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden, hebben de Europese Unie en haar lidstaten de voorkeur gegeven aan een dialoog met Israël, waarbij diplomatieke initiatieven en beginselverklaringen zijn vermenigvuldigd, ook al schond Israël duidelijk voortdurend het internationaal recht en werden alle rode lijnen die in deze verklaringen werden aangekondigd systematisch overschreden.

Intussen zijn wij er niet in geslaagd om de Palestijnse Staat te erkennen, wat de hoop van Oslo heeft verraden. De Palestijnse Autoriteit lijdt al jaren onder een democratisch tekort, maar dit kan geen rechtvaardiging vormen voor de politieke passiviteit ten aanzien van de voortdurende verslechtering van de situatie. Dat geldt trouwens eveneens voor de criminele acties van Palestijnse extremistische organisaties zoals Hamas, die altijd terecht werden veroordeeld en gesanctioneerd door de Europese Unie en haar lidstaten.

Het is zeker via de stembus dat de legitimiteit van de Palestijnse Autoriteit versterkt zal worden, maar evenzeer vanuit de manoeuvreerruimte die men haar wil toekennen om de Palestijnen de basisdienstverlening te bieden waarop ze recht hebben.

En omettant ainsi la responsabilisation et la reddition de comptes d'un partenaire aussi étroitement lié à l'Union européenne qu'Israël, nous avons ouvert la voie à l'impunité.

La poursuite sans discontinuer de la politique de colonisation, la disparition sur le terrain de la perspective d'un État de Palestine viable, la négation des droits fondamentaux de la population palestinienne sous occupation militaire, l'annexion de moins en moins rampante de la Cisjordanie et la catastrophe humanitaire en cours à Gaza – que l'on qualifie ou non de génocide – sont aussi le résultat de choix politiques et de l'inconséquence européenne pendant plusieurs décennies.

Cette situation engage notre responsabilité à l'égard de la population palestinienne qui endure depuis des décennies les conséquences de l'impunité que nous avons contribué à perpétuer par notre absence d'actions concrètes. Nous ne pouvons pas non plus passer sous silence une responsabilité européenne que l'on peut faire remonter plus loin encore, comme le précisaient 21 de nos anciens diplomates dans une récente lettre ouverte.

De Europese Unie en België dragen dan ook een historische, politieke en morele verantwoordelijkheid. Het is tijd om te handelen in overeenstemming met onze waarden en onze internationale verplichtingen, met name deze zoals door het Internationale Gerechtshof in het advies van 19 juli 2024 bevestigd. Daarin wordt uitdrukkelijk geconcludeerd dat de Israëlische aanwezigheid in de bezette Palestijnse gebieden onwettig is.

Als stichtend lid van de EU, de Verenigde Naties en de NAVO heeft België de verantwoordelijkheid om het primaat van het internationaal recht en de fundamentele waarden in herinnering te brengen. Wij hebben tevens, zoals onze diplomatieke geschiedenis laat zien, het vermogen om allianties te smeden, bruggen te bouwen en creatieve oplossingen voor te stellen om de Europese verlamming te overwinnen. De steun voor Oekraïne en de sancties tegen Rusland, waarbij de oppositie van sommige lidstaten wordt genegeerd, zijn hier duidelijke voorbeelden van.

La Belgique a un intérêt fondamental à défendre le droit international, seul rempart contre la loi du plus fort. Cette ligne ne relève pas uniquement d'un idéal, mais aussi de la realpolitik. L'ordre juridique international auquel notre pays a contribué avec rigueur et persévérance pendant des années et des décennies est aujourd'hui menacé de désintégration. Préserver cet ordre, fondé sur des règles, est essentiel à notre sécurité et à notre crédibilité, comme le démontre notre propre histoire.

Nous le devons à l'idéal de paix et de stabilité que nous prétendons défendre. Nous le devons à la cohérence de nos valeurs et de nos principes, sur lesquels nous avons construit notre pays et dont dépend son avenir. À défaut, la crédibilité de notre politique extérieure risque d'être irrémédiablement compromise. La Belgique et l'Union européenne ne pourront plus prétendre défendre la démocratie et les droits humains – qui ne peuvent être qu'universels. Le recours sélectif au droit international et les doubles standards que nous reprochent certains sapent notre légitimité et affaiblissent durablement notre influence sur la scène internationale. Notre capacité à convaincre sur les grands enjeux où la Belgique souhaite faire entendre sa voix, qu'il s'agisse de ses intérêts nationaux, européens ou mondiaux, s'en verra profondément diminuée.

À l'inverse, ménager à tout prix nos relations avec Israël, en dépit de ses violations massives du droit international, ne sert ni notre diplomatie ni l'ordre international. Un tel soutien inconditionnel au gouvernement israélien, largement mené par l'extrême droite, ne sert ni la sécurité d'Israël ni la libération des otages, mais contribue en revanche à affaiblir les voix courageuses qui s'élèvent au sein de la société civile israélienne.

Onze energie moet daarom gaan naar een snelle oplossing van het conflict, door zo spoedig mogelijk een staakt-het-vuren tot stand te brengen, dankzij een zo sterk gecoördineerd en relevant mogelijk internationaal diplomatiek optreden. Dat is de reden waarom multilateralisme essentieel blijft. Het is binnen de Verenigde Naties en de Europese Unie in het bijzonder dat wij een hefboomeffect voor ons optreden kunnen creëren dat tot een overtuigend resultaat kan leiden.

Laten we duidelijk zijn: zelfs al beschikt België, met Brussel als hoofdstad van Europa, over erkende diplomatieke invloed, het kan vandaag de grote wereldconflicten niet op eigen houtje oplossen, net zo min als gisteren. Bovendien zien we dat zelfs de Verenigde Staten, als een van de grote mogendheden, er vandaag niet in slagen een einde te maken aan de conflicten in Oekraïne of in het Midden-Oosten, zeker zolang ze geen moeite doen om het juiste perspectief in te nemen. Gezamenlijk optreden met alle staten – het grondbeginsel van het multilateralisme, dat diezelfde Verenigde Staten onder druk zetten – is daarom essentieel.

Penser loin, c'est aussi agir aujourd'hui, en ayant en perspective les jours d'après. C'est veiller à éviter d'exacerber tout sentiment antisémite, alors même qu'une large partie de la population israélienne ne cautionne pas elle-même les accents politiques de son gouvernement. C'est devoir lutter dans le temps long contre toute volonté de vengeance d'un peuple israélien conservant le souvenir amer des actes terroristes du 7 octobre 2023, mais aussi éviter la volonté de vendetta d'un peuple palestinien dont les générations actuelles et futures seront durablement traumatisées par la riposte manifestement disproportionnée et honteuse dont sont victimes en masse des femmes, des enfants et des civils.

Parler vrai, c'est dire les choses comme elles sont, sans déni, sans retenue. Les mots ont du sens, ils ont du poids, ils qualifient les faits. Ce qui est actuellement vécu à Gaza est une honte absolue qui entachera durablement l'image et la crédibilité d'Israël. Comment le gouvernement d'un peuple qui a connu tant de souffrances et de privations peut-il se comporter de la sorte aujourd'hui?

La violence fondée sur la souffrance passée n'est jamais une justification morale valable. La souffrance doit être un moteur de transformation, non de reproduction de la violence. La mémoire de la douleur doit, au contraire, nourrir une volonté de paix et de justice. Nelson Mandela, emprisonné durant 27 années, n'a-t-il pas choisi la réconciliation plutôt que la vengeance à sa libération? Choisir la non-violence, malgré la souffrance, demande du courage moral. Cela contribue à briser la chaîne des représailles. C'est un choix que doivent faire les Israéliens après les souffrances d'il y a 80 ans, ou plus récemment encore en octobre 2023. C'est un choix que devront aussi faire les Palestiniens au lendemain de ce conflit, quand viendra la fin de celui-ci.

De waarheid spreken betekent vandaag durven te zeggen dat de opeenstapeling van acties die de Israëlische regering de afgelopen maanden heeft ondernomen, ruimschoots voorbij het stadium van zelfverdediging gaan die zij aanvankelijk mocht uitoefenen na de laffe en verachtelijke aanslag van Hamasterroristen in oktober 2023; een aanslag waarbij meer dan 1.200 doden vielen, onder wie een groot aantal Israëlische burgerslachtoffers en gijzelaars gevangen werden genomen, van wie sommigen nog steeds worden vastgehouden en voor wie wij nogmaals de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating eisen.

En ayant fait plus de 60 000 victimes; en privant deux millions de personnes de nourriture, d'eau, d'électricité, de soins appropriés; en ayant tué plus de 500 humanitaires; en faisant volontairement mourir de faim des enfants au point que la communauté internationale est obligée de pallier le blocage honteux des camions remplis de vivres à la frontière par des largages aériens auxquels nous sommes en train de participer, malgré les risques et les coûts; en ayant annoncé la volonté d'occupation militaire totale de Gaza, quartier par quartier; en ayant des officiels qui ont tenu des propos qualifiant de sous-hommes les Palestiniens; en ayant indiqué par un vote de la Knesset le souhait d'annexer la Cisjordanie; en ayant relancé le projet E1 de colonies à l'est de Jérusalem; en prenant donc toutes les dispositions nécessaires pour que les territoires palestiniens occupés soient potentiellement rayés à terme de la carte; tout en tuant des journalistes et en empêchant les médias de couvrir les événements, il est difficile de ne pas y voir tous les éléments susceptibles de constituer des violences clairement génocidaires.

À nouveau, il s'agit, et je l'assume comme tel, d'une opinion personnelle. Je ne suis pas habilité à me prononcer officiellement sur cette qualification au nom du gouvernement pour deux raisons. D'abord, car il n'y a pas de consensus sur cette vision des choses au sein de notre coalition, vous le savez. Mais surtout, comme j'ai déjà pu le préciser moi-même antérieurement, et M. De Smet l'a encore souligné, parce qu'il revient au pouvoir judiciaire et non à la classe politique, en dehors de nos sentiments propres, à qualifier ou pas en droit cette situation. C'est du ressort de la Cour internationale de Justice et, ensuite, éventuellement, de la Cour pénale internationale, si les faits sont établis.

J'ai pu lire, il y a quelques mois, lorsque j'ai déjà partagé ma conviction, qu'un ministre des Affaires étrangères n'avait pas le droit d'avoir une opinion personnelle, même si j'ai eu le plaisir d'entendre que M. Lacroix m'invitait à l'inverse désormais. C'est évidemment une critique purement politique. D'ailleurs, je me souviens qu'en 2021, le brillant vice-premier ministre Dermagne avait déclaré qu'à titre personnel, il était pour l'abolition de la monarchie. Le fait qu'il soit ministre nommé par le Roi et numéro deux du gouvernement, signifiait-il à l'époque qu'il s'exprimait au nom de tout le gouvernement? Évidemment que non. Pourquoi se verrait-il d'ailleurs reconnaître le droit d'avoir une opinion personnelle et pas moi?

Pierre-Yves Dermagne:

(…)

Maxime Prévot:

Mais je te dédouane, sens-toi à l'aise.

Du reste, plus récemment, j'ai aussi entendu notre premier ministre exprimer, à titre personnel, qu'il regrettait que la séparation du Royaume des Pays-Bas ait eu lieu et qu'il ne soit donc plus une seule entité avec la Flandre. Personne n'y a vu pour autant l'expression de l'opinion collective du gouvernement dans son entièreté. C'est son opinion personnelle, il en a le droit. Comme ministre, même aux Affaires étrangères, je n'ai pas perdu le droit d'avoir une opinion personnelle. Je n'ai pas perdu ma conscience. Je rajouterai même que "surtout" aux Affaires étrangères, il ne faut pas perdre sa conscience. Je suis loyal à celle-ci lorsque j'exprime, même avec les réserves d'usage, le fond de mes convictions. Je n'autoriserai jamais personne à m'en dénier le droit. En politique, de manière générale et comme humaniste en particulier, je veux pouvoir garder la tête froide, mais aussi conserver le cœur chaud.

Ik kom even terug op de vraag of het om genocide gaat.

Het is moeilijk voor te stellen dat het noodzakelijk zou zijn te wachten tot het einde van een lange gerechtelijke en documentatieprocedure om vervolgens a posteriori, na het plaatsvinden ervan, het bestaan van een genocide te kunnen vaststellen. Dan zouden we slechts onze tranen hebben om te huilen over een gebeurtenis die zich voor onze ogen heeft afgespeeld, zonder adequaat te kunnen reageren.

Uiteindelijk maakt het niet uit wat deze of gene partij of gekozen functionaris of mandataris denkt over de vraag of het wel of niet genocide is. Zoals ik al zei, is dat geen politieke kwestie, maar een juridische. Op grond van de verdragen die België heeft ondertekend, volstaat het dat er een risico van genocide bestaat om ons wettelijk te verplichten te reageren en actie te ondernemen.

Ik durf mij voor te stellen dat zelfs de mensen die het meest terughoudend zijn om de situatie van vandaag als genocide te bestempelen, niet volledig kunnen uitsluiten dat er een potentieel risico van genocide bestaat en we dus verplicht zijn te handelen overeenkomstig onze internationale verplichtingen.

Wie niet overtuigd is door het argument dat de gedwongen verplaatsing van bevolkingsgroepen een oorlogsmisdaad is, zal misschien meer overtuigd raken wanneer we benadrukken dat die verplaatsing honderdduizenden extra vluchtelingen naar Europa zal drijven, op een moment waarop sommigen al klagen over de huidige vluchtelingenstromen.

De waarheid spreken betekent ook erkennen dat dit dossier – ik geef toe dat ik moeite heb om dat administratieve woord in deze context te gebruiken – het onderwerp was van bittere discussies voorafgaand aan het sluiten van ons regeerakkoord. Al tijdens de onderhandelingen belemmerde het de formatie van onze coalitie. Dat is een publiek geheim. Het is daarom aan mij, meer nog dan in enige andere kwestie op internationaal gebied, om een gedragslijn uit te stippelen die boven de partijspanningen uitstijgt en het actiebereik van onze diplomatie consolideert.

À ce titre, j'ai l'intime conviction qu'il nous faudra progresser sur la question de la reconnaissance de l'État palestinien à l'occasion du rendez-vous de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre prochain.

Déjà fin juillet à New York, nous aurions pu franchir une étape symbolique importante. Je continue de penser que les lignes directrices, esquissées par la communication publique coordonnée par la France et l'Arabie saoudite, pouvaient offrir un chemin adéquat à emprunter – pas avec un blanc-seing, bien sûr. Du reste, ni la France, ni le Canada, ni l'Australie, ni le Portugal, ni le Royaume-Uni ne se sont exprimés en faveur de la reconnaissance sans balises connexes. Souvent, l'enjeu est d'assortir cette reconnaissance de volontés ou d’exigences susceptibles de faire évoluer la situation sur le terrain au travers de cette reconnaissance. C’est d'ailleurs pleinement en phase avec le texte de résolution voté par le Parlement, que M. Ducarme rappelait tout à l'heure, qui liste des efforts attendus dans divers domaines, sans parler pour autant formellement de conditions.

Bref, ce n'est que partie remise, car si le rendez-vous de fin juillet n'était pas incontournable, celui de septembre le sera. Comptez sur moi pour mobiliser toute mon énergie et celle de mon ministère pour pouvoir faire bouger les lignes.

On entend dire que reconnaître la Palestine nuirait aux négociations pour un cessez-le-feu entre le Hamas et le gouvernement Netanyahu. Or, ces négociations sont malheureusement au point mort. Malgré les efforts de médiation du Qatar, de l'Égypte et des États-Unis, ni le Hamas, ni le gouvernement Netanyahu ne semblent prêts à faire la paix. Dans ce contexte, certains disent que la reconnaissance de la Palestine, dans plus d'un mois, n'y changerait rien.

Il y a aussi l'argument d'Israël selon lequel reconnaître la Palestine, ce serait récompenser le Hamas. On entend souvent cela. Au contraire, chers collègues, jusqu'ici, l'Autorité palestinienne a renoncé à la violence, et cela ne lui a valu aucun succès, ce qui a contribué à affaiblir sa crédibilité. La reconnaissance, c'est une prime à l'Autorité palestinienne, pas au Hamas. En aidant l'Autorité palestinienne à obtenir la reconnaissance, une Autorité qui en a besoin face au Hamas, on encourage la voie pacifique.

On offre un succès à l'administration du président Abbas pour terminer son mandat politique. Une Autorité palestinienne forte, c'est un Hamas faible. L'Autorité palestinienne lutte déjà contre le Hamas, comme le fait Israël, comme le fait la Belgique. Qu'on ne s'y trompe pas, il ne s'agit pas de reconnaître un gouvernement, on reconnaît un État. Beaucoup font la confusion. Il ne s'agit nullement d'octroyer un cadeau ou une récompense au Hamas, je le répète, on parle de reconnaître un État, pas un gouvernement, et encore moins un groupe terroriste.

Vandaag zouden velen ook krachtig en met recht de huidige Russische regering en haar acties aan de kaak kunnen stellen. Nochtans denkt niemand eraan om het bestaan van de Russische Federatie in twijfel te trekken. Zo zou ik een overzicht kunnen geven van verschillende landen in de wereld waar autoritaire of zelfs dictatoriale regimes aan de kaak worden gesteld, zonder dat dit ook maar de geringste verwarring veroorzaakt over de legitimiteit van deze staten en hun grenzen.

Vandaag protesteren vele landen wereldwijd tegen het extreemrechtse beleid van de Israëlische regering. Echter, niemand twijfelt aan het bestaan van Israël als legitieme staat. Ik doel daarbij uiteraard niet op de landen die altijd hebben geweigerd om Israël te erkennen, wat vanuit ons oogpunt evenzeer betreurenswaardig is, want duurzame vrede en wederzijdse veiligheid kunnen alleen door een proces van wederzijdse en multilaterale erkenning van de twee staten worden gewaarborgd.

Ter herinnering, de Palestijnse Autoriteit heeft de Staat Israël al lang erkend, terwijl dit omgekeerd niet het geval is. De erkenning van een staat is echter geen beloning of wapen. Het mag noch een gunst, noch een sanctie zijn, maar de erkenning van een politieke en sociale realiteit, van een volk en zijn bestaansrecht, in perfecte harmonie met ons regeerakkoord, dat het belang van het recht op zelfbeschikking van volkeren benadrukt. Dat recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk is reeds erkend door resolutie 3236, die op 22 november 1974 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen.

Selon moi, ne pas le faire à court terme, alors qu'une majorité d'États le fait, que les colonies israéliennes seront bientôt un obstacle définitif à la solution à deux États, alors que la famine ravage Gaza, que l'aide humanitaire est bloquée et que des milliers de civils sont tués ou blessés, c'est continuer de soutenir un déséquilibre mortifère au nom d'une prudence politique et économique qui est devenue indécente.

Reconnaître la Palestine, c'est, selon mon opinion, poser un acte politique de justice. Ce n'est pas punir Israël, qui a besoin de garantir sa sécurité à long terme, évidemment. Ce n'est pas récompenser le Hamas. C'est restaurer un minimum d'équilibre sans lequel aucune paix n'est possible ni, par définition, aucune solution à deux États.

Des demandes fortes ont été exprimées au président Abbas, dont le renouvellement de la gouvernance du territoire palestinien, l'organisation de nouvelles élections, la démilitarisation du Hamas. Le président Abbas a déjà mis plusieurs de ces demandes en œuvre et s'est formellement engagé dans sa lettre au président Macron pour d'autres, raison pour laquelle la France a décidé de reconnaître prochainement la Palestine, comme l'ont fait – ou vont le faire – la plupart des pays à travers le monde.

Reconnaître la Palestine, c'est aussi augmenter le prix à payer pour les colons. C'est préserver cette solution à deux États qui figure dans notre accord de gouvernement. Si la Belgique ne progresse pas vers la reconnaissance de la Palestine en septembre, il n'y aura bientôt plus rien à reconnaître.

La Knesset a voté récemment une motion appelant à l'annexion de la Cisjordanie. Le Conseil suprême de planification de l'administration civile israélienne a repris le projet E1, qui prévoit la construction de plus de 3 000 logements à l'est de Jérusalem. Et la semaine dernière, le contrôle militaire de l'ensemble de la bande de Gaza a été décidé.

Ik herinner eraan dat de ministerraad besloten heeft zich de analyses en aanbevelingen van de parlementaire resolutie van de meerderheidspartijen eigen te maken.

Deze resolutie voorziet in het zich inschrijven in het diplomatieke initiatief van Frankrijk en Saoedi-Arabië dat bij uitstek het diplomatieke momentum voert om de Staat Palestina te erkennen. Ik wil er ook op wijzen dat België de facto de Palestijnse Staat al heeft erkend, zoals ere-ambassadeur Raoul Delcorde ons onlangs in herinnering bracht, aangezien de vertegenwoordiger van Palestina in België de rang van ambassadeur heeft en ons land diplomatieke betrekkingen onderhoudt met de Palestijnse Autoriteit.

Ik herinner degenen die zich er niet van bewust lijken te zijn eraan dat de grenzen van een toekomstige Staat Palestina betekend zijn. Het zijn die van 1967. Het is op deze basis dat de vele landen die recent Palestina hebben erkend dit hebben gedaan. Het is ook op deze basis dat ook België het volgens mij zou kunnen erkennen. Uiteraard zullen Israëli's en Palestijnen altijd in onderling overleg kunnen besluiten om deze basis achteraf te veranderen, zolang ze maar echte en oprechte onderhandelingen kunnen aangaan.

Indien België in september 2025 geen vooruitgang zou boeken in de richting van de officiële erkenning van Palestina, zullen wij niet langer geloofwaardig kunnen spreken over een tweestatenoplossing. We zouden ons aansluiten bij de minderheid van EU-lidstaten en landen over de hele wereld die Palestina niet hebben erkend, ons enigszins isoleren van anderen en ons in onze tegenstrijdigheden laten vastrijden. In dat geval zouden we niet meer geloofwaardig zijn als we steun vragen aan andere landen voor bijvoorbeeld Oekraïne. We zouden worden beschuldigd van het gebruik van dubbele standaarden.

Mettre en œuvre la solution à deux États, conformément à l'accord de gouvernement, c'est reconnaître aux Palestiniens et aux Israéliens le droit d'exister et de vivre en paix, c'est prouver aux Palestiniens que leur État peut se construire par la diplomatie plutôt que par les armes. Ne pas reconnaître ces deux État – comme nous le faisons déjà depuis environ 75 ans –, n'a pas marché. Cela n'a pas facilité le dialogue avec Israël. Cela n'a pas empêché la colonisation. Cela n'a pas empêché la montée des extrêmes en Israël et en Palestine. Cela n'a pas empêché ni la violence ni le terrorisme. Relisons les déclarations extraordinaires de courage et d'intelligence de Yitzhak Rabin, Shimon Peres, Ehud Olmert; Ehud Barak et même Ariel Sharon à la fin de son mandat.

À l'inverse, chers collègues, ayons l'honnêteté de reconnaître qu'à elle seule, la reconnaissance de la Palestine ne va pas du jour au lendemain et par miracle mettre un terme à la violence actuelle, à la famine quotidienne, aux morts que l'on décompte chaque jour avec horreur. C'est pour cela que, toujours en parlant vrai, je dois vous dire que si je considère la question de la reconnaissance de l'État palestinien comme un enjeu important, un enjeu dont la puissance symbolique n'est pas à négliger, un enjeu existentiel même – attendu par beaucoup d'acteurs politiques et nombre d'acteurs associatifs à l'heure où la crainte de la disparition du territoire palestinien se pose –, cela ne nous empêche pas de continuer de devoir nous occuper en parallèle de ce qui est aujourd'hui l'enjeu le plus urgent et le plus immédiat: celui de mettre fin au conflit et à la famine.

J'imagine donc que c'est également conscients eux aussi de cette réalité et du sens des priorités que les partis de la Vivaldi n'ont eux-mêmes pas cherché à progresser durant quatre ans sur la question de la reconnaissance de la Palestine. Il est en effet paradoxal de la part de certains partis de s'époumoner aujourd'hui sur cette question de la reconnaissance en accusant de tous les maux l'actuelle majorité, alors qu'eux-mêmes ont eu des années pour reconnaître cet État palestinien. Crier au scandale du fait que notre majorité n'a pas pu dégager de consensus sur cette question en seulement six mois, alors que d'autres n'y sont eux-mêmes pas parvenus durant plusieurs années, est un peu culotté.

Il me sera sûrement répondu que la situation sur le terrain a empiré ces derniers mois et que cette question de la reconnaissance est donc plus urgente aujourd'hui qu'elle ne le fut hier. C'est vrai. Cependant, la reconnaissance d'un État n'est pas une question liée à l'intensité d'un conflit. C'est une question de droit international, fondée notamment sur le droit à l'autodétermination des peuples.

La vraie question serait plutôt de savoir pourquoi la Belgique ne s'est pas inscrite dans un processus de reconnaissance de la Palestine depuis plusieurs dizaines d'années déjà.

Ayons donc, chers collègues, la vigueur de plaider – et à raison – pour cette reconnaissance aujourd'hui, avec la modestie de ceux qui ne l'ont eux-mêmes pas obtenue hier.

Ik zal daarom mijn departement en mijn bondgenoten in de regering mobiliseren om ervoor te zorgen dat de weg naar de erkenning van Palestina in de komende weken wordt vrijgemaakt.

Wat de tweestatenoplossing – het standpunt van de regering – betreft, wil ik u eraan herinneren dat die vooropstelt dat de Palestijnen het legitieme vooruitzicht op een eigen staat behouden. Er mag dus niet worden toegestaan dat Palestijns gebied, dat al internationaal wordt erkend door bijna 150 landen, wordt binnengevallen of bezet, laat staan geannexeerd.

C'est la raison pour laquelle j'ai dénoncé avec force la récente décision du cabinet de sécurité du gouvernement israélien de procéder à l'encerclement et la conquête, quartier par quartier, de la ville de Gaza et la prise de contrôle militaire de toute la bande de Gaza. Aussitôt la décision officielle tombée, j'ai fait convoquer – comme l'ont rappelé certains d'entre vous – l'ambassadrice d'Israël en Belgique. L'objectif était clairement de témoigner de notre totale désapprobation quant à cette décision.

S'il est légitime de vouloir anéantir le groupe terroriste du Hamas, cela ne saurait se faire au travers d'opérations disproportionnées qui allongeront encore et encore la déjà trop longue liste de victimes civiles palestiniennes et qui mettront inutilement en danger les otages israéliens, sans compter les soldats. C'est ce que demandent eux-mêmes de plus en plus d'Israéliens.

Je note, du reste, que l'indignation fut, une nouvelle fois internationale, avec plusieurs pays qui ont vertement réagi, de même que les Nations Unies et divers responsables européens. Je vous avoue avoir été assez estomaqué de voir l'ancien juge Luc Hennart sur un plateau de télévision singer cet acte de convocation de l'ambassadrice, parlant d'une démarche de courtoisie avec un café et des petits biscuits. J'espère franchement pour nos concitoyens qu'il fut meilleur juge qu'il n'est aujourd'hui chroniqueur. Quel lamentable et flagrant manque de connaissance du monde des affaires étrangères! Convoquer un ambassadeur est, au contraire, un acte fort et très significatif dans le monde diplomatique, à tel point qu'il est fait usage de cette démarche avec beaucoup de précaution et de parcimonie, sachant le risque de dégâts relationnels potentiels avec le pays concerné.

Et pourtant, j'ai voulu poser cet acte, un acte fort. Je ne souhaite pas que les actes posés par moi-même et notre gouvernement soient minimisés, banalisés, au risque de nourrir de manière inadéquate un narratif laissant penser que nous ne faisons rien. C'est faux. La Belgique, depuis le début de ce conflit – et je dis aussi: singulièrement depuis ma prise de fonction –, a posé de nombreux actes pour témoigner de sa totale réprobation de l'attitude israélienne. Est-ce suffisant pour autant? Non. Nous devons faire plus. Mais nous ne pouvons pas laisser penser, de manière caricaturale, que nous n'avons rien fait. Nombre d' É tats européens ont fait bien moins que nous. D'autres en font davantage. À nous de gagner progressivement ce groupe de tête.

Om dit te doen, moeten wij op een rechtvaardige manier handelen. Ik wil u eraan herinneren dat, in tegenstelling tot bepaalde vooroordelen die soms worden doorgegeven in openbare omroepen, waaronder de meest recente van de rectoren of verenigingen, de regering en ikzelf de voorbije zes maanden van ons uitvoerend bestaan niet hebben stilgezeten. Er zijn in de afgelopen zes maanden meer handelingen verricht dan tussen oktober 2023 en februari 2025. Een beetje perspectief dringt zich dan ook op.

Concreet heeft België op Europees niveau krachtig gepleit voor sancties tegen de gewelddadige kolonisten en tegen politieke en militaire leiders, zowel van Hamas als van Israël. Ik denk in het bijzonder aan islamitische leiders, maar ook aan de twee extreemrechtse ministers Ben-Gvir en Smotrich. Al in mei heb ik de regering gevraagd om deze twee personen persona non grata te verklaren op Belgisch grondgebied, maar het kernkabinet gaf er de voorkeur aan om sancties op Europees niveau te bepleiten.

Geconfronteerd met de blokkade van Hongarije zal ik het verzoek opnieuw op tafel leggen om hen in België op de zwarte lijst te zetten, zoals Nederland onlangs heeft besloten en ik ben blij te horen dat ik nu kan rekenen op de steun van de N-VA. België heeft er bij Israël op aangedrongen om te stoppen met het illegaal bezetten van de Westelijke Jordaanoever en Gaza en om de macht in Gaza terug over te dragen aan het Palestijnse leiderschap.

België heeft zich op Europees en bilateraal niveau gemobiliseerd om ervoor te zorgen dat de door Israël geblokkeerde middelen die aan de Palestijnse Autoriteit toekomen en die haar in staat stellen te opereren, onverwijld worden vrijgegeven. Ik herhaal dat een hervormde en sterke Palestijnse Autoriteit de beste manier is om een zwak Hamas te hebben.

België veroordeelde in de krachtigste bewoordingen de illegale uitbreiding van de nederzettingen en eiste dat deze onmiddellijk zou worden stopgezet, onder verwijzing naar het volstrekt illegale karakter van deze bezettingen, waarbij het advies van 19 juli 2024 van het Internationaal Gerechtshof in herinnering werd gebracht.

Ik heb ook een groep Europese landen rond mijn initiatief gemobiliseerd om de Europese Commissie formeel te ondervragen over de opvolging van dat advies en de te nemen Europese besluiten. Ik heb daarbij opgemerkt dat tot nu toe iedereen de andere kant opkeek, ook al betreft het de uitvoering van een verbod op de invoer van producten uit Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden, zoals Slovenië zojuist heeft besloten.

Er zal binnenkort een debat worden gevoerd, ditmaal een nationaal debat, over een mogelijk verbod op de invoer van producten van kolonisten naar België, aangezien cd&v hierover een tekst heeft ingediend. Er moet echter worden gewaarborgd dat niet de Palestijnen die daar wonen en werken daardoor worden getroffen, maar ik sta volledig achter de principiële benadering. Ik zal ervoor zorgen dat het debat over dat onderwerp aan de regeringstafel wordt geopend.

België drong bij de Israëlische autoriteiten aan om VN-agentschappen, internationale onderzoekscommissies en de pers toe te laten hun werk ongehinderd uit te voeren in het bezette gebied.

La Belgique a annoncé que, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de Justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression de crimes de génocide par Israël, elle partagerait la lecture juridique de son administration sur la question, ce qui est une démarche significative.

Depuis 2009 la Belgique ne délivre plus de licences pour l'exportation d'armes vers Israël et la Palestine. Notre régime est l'un des plus stricts d'Europe. J'ai néanmoins réuni en juin dernier les divers cabinets ministériels concernés du fédéral et des Régions, pour refaire le point sur la question et s'assurer qu'il n'y avait pas de trou dans la raquette. Il s'agit de garantir le respect du droit international et notamment du traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.

La Wallonie n'est plus aujourd'hui en capacité d'empêcher le simple transit d'armes sans transbordement depuis l'annulation par le Conseil d'État de son arrêté de mai 2024 y relatif. La Flandre est notamment confrontée à une décision d'interdiction prononcée récemment par le tribunal de première instance de Bruxelles, sans préjudice des compétences respectives des Régions.

À l'initiative de mon collègue Jean-Luc Crucke, ministre de la Mobilité, je vous annonce que lui et moi avons adressé la semaine dernière un projet d'arrêté royal au Conseil d'État pour avis. L'arrêté royal vise à interdire l'utilisation de l'espace aérien national pour le transport d'armes et de matériel militaires depuis la Belgique vers Israël et les territoires palestiniens et prohibe le survol de l'espace aérien belge par des aéronefs effectuant un tel transport. Dans le strict respect des compétences fédérales, nous couvrirons ainsi même le survol de notre espace aérien – et donc a fortiori tout transit.

La Belgique a appuyé, avec 16 autres États membres, l'analyse du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Les violations des droits humains sont clairement établies.

Suite à ce coup de pression collectif, le gouvernement israélien a annoncé des engagements d'assouplissement du déploiement de l'aide humanitaire. Des engagements strictement oraux, non pas écrits, et qui n'ont pas été respectés de manière satisfaisante sur le terrain jusqu'à présent, de l'aveu des services de la Commission européenne, de sa commissaire en charge de la gestion des crises, Hadja Lahbib, et des fonctionnaires onusiens.

En indiquant, chers collègues, que seuls 17 États sur 27 ont apporté leur soutien à la pourtant simple analyse du respect de l'article 2, on mesure combien l'Union européenne est divisée sur la question du conflit israélo-palestinien.

À moi aussi, cela semble affligeant! Mais c'est la réalité avec laquelle je dois composer lorsque je cherche à faire évoluer avec d'autres collègues les positions européennes sur ce conflit. Imaginez que, à la suite de l'annonce récente d'Israël de conquérir la ville de Gaza et de contrôler l'ensemble de la bande de Gaza, la semaine dernière, il n'a pas été possible pour l'ensemble des 27 ministres des Affaires étrangères de s'accorder sur le texte d'indignation et de condamnation proposé par la haute représentante Kaja Kallas! Cela en dit long, chers collègues, sur les divergences au sein de l'Europe et sur son impuissance grandissante et dramatique.

Certains É tats invoquent leur responsabilité historique à l'égard d'Israël pour justifier leur positionnement. Or, c'est justement cette responsabilité qui devrait les amener à dénoncer les agissements de l'actuel gouvernement israélien. Je salue à cet égard l'inflexion de l'Allemagne, au travers de sa récente décision de gel des livraisons d'armes qui pourraient être utilisées à Gaza.

Au sein de la Commission elle-même, ces courants de tension traversent l'exécutif européen, d'où des propositions de sanction qui sont encore minimalistes à ce stade. Il importe de vous conscientiser en la matière. Ce qui se vit sous nos yeux n'est rien d'autre que le naufrage de la crédibilité internationale de l'Europe et ce n'est pas le fait de Mme Kaja Kallas. C'est un processus dangereux qui ne fera qu'accentuer ces divisions et rendre indispensables des changements de sa gouvernance, notamment vers davantage de majorités qualifiées, y compris dans la sphère des relations extérieures.

La frustration que, très souvent, vous me partagez face à l'inertie de la réaction européenne à Gaza, je la partage et je la vis régulièrement lors des réunions du Conseil des Affaires étrangères. À nous d'œuvrer donc pour fédérer des coalitions de bonne volonté, à chaque fois que des urgences ou nos valeurs le requièrent. Car les résultats sont là. Quand l'Europe est unie, elle fait la différence. La simple menace de sanctions potentielles a permis d'obtenir un premier assouplissement de l'accès humanitaire à Gaza. Trop faible, évidemment! C'est largement insuffisant et l'Union européenne aurait tort de ne pas poursuivre sa pression diplomatique sur Israël, parce que cela fonctionne.

Specifiek over het associatieverdrag tussen de EU en Israël heb ik in juli 2025 in het kernkabinet het voorstel ingediend om te pleiten voor de volledige of gedeeltelijke opschorting van die samenwerking, in de overtuiging dat we onze stem moesten verheffen door middel van sancties en signalen aan de regering-Netanyahu. Helaas bleek het niet mogelijk om een consensus te bereiken.

Laten wij de waarheid spreken, ook al is die ongemakkelijk. Er is geen openheid op Europees niveau voor een unanieme beslissing tot opschorting van het associatieakkoord. Die bestaat niet. Je kunt dat schandalig of spijtig vinden, maar erop hopen is een illusie.

Als we vooruitgang willen boeken op dit thema, dan zal dat moeten gebeuren door te zoeken naar mogelijkheden voor een eventuele gedeeltelijke opschorting. België heeft tot nu toe nochtans alle mogelijkheden aangegrepen voor collectieve sancties tegen Israël, zoals ook de heer Lutgen al zei. Elke keer dat er een voorstel van Europa op tafel kwam, hebben wij het gesteund. Hetzelfde zal gelden voor de voorgestelde opschorting van de deelname van Israël aan het programma Horizon Europa, waardoor de toegang tot honderden miljoenen euro’s aan kansen voor de Israëlische economie en onderzoekswereld, inclusief het militaire domein, verloren gaat. Ook hier lijkt de sanctie relatief klein.

Belangrijk is vooral het symbolische feit dat Europa eindelijk een sanctie oplegt. Het zou me echter niet verbazen als het niet zo eenvoudig blijkt om de gekwalificeerde meerderheid te vinden die daarvoor uiteindelijk nodig is. Als de Europese Unie zelfs niet tot zo’n minimalistische maatregel kon besluiten, hecht ik weinig geloof aan haar vermogen om geloofwaardig te blijven in het concert der naties. Deze internationale geloofwaardigheid is op dit moment al betreurenswaardig, gezien alle conflicten in de wereld waar andere landen zoals de Verenigde Staten maar nu ook Qatar, Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten enzovoort zich inzetten voor een oplossing via een nieuwe aanpak van soft power, die vele middelen combineert.

De geschiedenis leert echter dat de invoering van gerichte sancties een doeltreffende hefboom kan zijn om situaties die door ernstig geweld worden gekenmerkt te veranderen in de richting van een dynamiek van vrede en duurzame conflictoplossing. Ik hoop dat België resoluut deel wil uitmaken van deze dynamiek. Men sanctioneert niet met het doel om te straffen, maar vooral om een evolutie te bewerkstelligen. Wij wensen stabiliteit en veiligheid voor het Israëlische volk, maar net als miljoenen van hen veroordelen we het huidige beleid van de regering-Netanyahu. We moeten daarom onze toon verhogen, meer vastberadenheid tonen en een gedragen en progressieve strategie van sancties hanteren. Het is nu too little too late voor zowel Europa als België.

Pour ce qui est du volet humanitaire, la Belgique a mobilisé de longue date ses services pour un soutien concret sur le terrain. Du matériel médical a été envoyé vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération a été menée par B-FAST.

La Belgique a pris part, aux côtés d'autres nations, à de multiples opérations de largage aérien de vivres alimentaires et de matériel de première nécessité. En partenariat avec mon collègue de la Défense, Theo Francken, et ses services, mon département et B-FAST, nous avons contribué à organiser cette aide humanitaire. L'opérationnalisation sur le terrain est confiée à la Défense, qui, à l'heure où l'on se parle, a déjà largué plusieurs dizaines de tonnes d'aide. D'autres vols sont encore prévus pour atteindre, à terme, 250 tonnes livrées.

Nous sommes fiers de compter parmi les rares pays au monde à effectuer de tels largages. Du reste, je note que ceux qui, aujourd'hui, pointent du doigt ces largages sont parfois les mêmes qui, il y a plusieurs mois, nous exhortaient à les mettre en œuvre, rappelant que ce fut le cas sous la Vivaldi et qu'il était temps que ce soit mis en œuvre sous l'Arizona. Soit. J'ai moi-même pu exprimer les réserves que j'avais à l'égard de cette démarche. Pour autant, nous sommes conscients que c'est un pis-aller, une goutte d'eau coûteuse et non sans danger par rapport à l'acheminement de l'aide par voie terrestre. Celle-ci doit évidemment rester notre priorité absolue, d'où l'importance des sanctions pour libérer la bride aux frontières de Gaza.

België zet zijn evacuatieoperaties uit de Gazastrook voort voor onze Belgische onderdanen, voor erkende vluchtelingen en voor hun gezinsleden. Sinds oktober zijn al bijna 800 mensen geëvacueerd. Meer dan 400 mensen staan nog op de lijsten van personen die prioritair moeten worden geëvacueerd. Helaas is het voor ons niet mogelijk om deze lijst voortdurend uit te breiden op basis van individuele situaties, ook niet voor studenten of doctoraatsstudenten, aangezien onze diensten ter plaatse al moeite hebben om de evacuatie waartoe de regering tot op heden heeft besloten, effectief uit te voeren.

Het is noodzakelijk dat u zich de chaotische situatie ter plaatse voorstelt waarin de betrokkenen in oorlogsgebied moeten worden teruggevonden. Hun correcte identiteit moet worden vastgesteld, de vereiste analyse moet worden uitgevoerd, de evacuatieroutes moeten worden geïdentificeerd en beveiligd. Daarnaast moet het transport en de repatriëring worden georganiseerd zonder bijkomend gevaar. Het is buitengewoon ingewikkeld op het terrein en ik neem mijn hoed af voor al onze diplomaten en ander personeel dat gemobiliseerd is om deze evacuaties te organiseren in een context die weinigen zich kunnen voorstellen.

België heeft ook, net als in het verleden, zieke of gewonde kinderen opgevangen om hen snel en passend zorg te bieden, hier of elders. Dit betreft slechts enkele beperkte gevallen, maar zij maken deel uit van een groter netwerk van gezondheidsinitiatieven. Gisterenavond nog verwelkomden wij kinderen met medische noden op Belgische bodem.

La Belgique a plaidé avec vigueur, y compris lors de nos échanges avec les autorités israéliennes, que ce soit lors de ma rencontre avec mon homologue israélien en février dernier ou lors des échanges avec leur ambassadrice, pour que les couloirs humanitaires vers Gaza soient libérés de toute entrave, pour que l'aide humanitaire et médicale puisse être acheminée, que les enfants palestiniens et les soignants qui sont détenus arbitrairement soient relâchés.

La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge. Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et auxquels nous octroyons des financements à vocation humanitaire.

Cette semaine, j'ai d'ailleurs veillé à débloquer 12,5 millions d'euros pour porter notre financement direct à l'aide humanitaire pour la Palestine à quasi 20 millions d'euros cette année. C'est tout sauf négligeable. Rien n'exclut d'accroître encore les moyens dans les prochains mois, mais, à ce stade, cela aurait de toute façon peu de sens, tant que cette même aide humanitaire n'a pas les moyens d'arriver à destination.

Nous avons donc une nouvelle fois exhorté Israël à laisser entrer les convois humanitaires sans aucune limitation, et nous nous sommes joints à l'appel du Royaume-Uni pour que les diverses ONG internationales puissent poursuivre leur travail sans les contraintes nouvelles que le Parlement israélien a décidé de leur imposer.

La Belgique a dénoncé, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation (GHF) déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.

Aujourd'hui, chers collègues, il y a seulement quatre sites de distribution de l’aide alimentaire, contre quatre cents antérieurement. La faim est si sévère que les rotations humanitaires se font harceler par des Gazaouis affamés. L'Organisation mondiale de la Santé (OMS) rapporte qu'ils sont obligés de transporter leur stock de lait en poudre pour bébés en véhicule blindé pour éviter de se faire piller.

Depuis fin mai, 1 300 personnes ont été tuées en tentant d'accéder à la nourriture.

Cette gestion militarisée et calculée de l'aide, fondée sur une alternance de privation et de soulagement, transforme l'humanitaire en levier politique via lequel Israël cherche à maintenir une pression constante sur la population pour influencer les négociations. Elle illustre de manière brutale comment l'aide peut être instrumentalisée, non pas pour protéger, mais pour dominer. La GHF doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.

België heeft zijn financiering van UNRWA voortgezet, gesterkt door een officieel rapport dat bevestigde dat het agentschap geen enkele structurele band heeft met Hamas. Dat VN-agentschap dat Palestijnse vluchtelingen helpt, is een belangrijke en geloofwaardige speler in de regio.

Ik wil ook herhalen dat wij de honderdduizenden demonstranten uit het Israëlische maatschappelijke middenveld die proberen hun stem te laten horen en die zich niet herkennen in de huidige Israëlische regering en haar excessen, niet zijn vergeten. Zij verdienen onze aandacht en steun. Ik heb een aantal van hen kunnen ontmoeten. Veel Israëli’s, Joden, zijn boos en keuren het af dat het imago en de reputatie van Israël op deze manier in alle hoeken van onze planeet worden bezoedeld. De generale staf van het leger steekt zijn afkeuring over de plannen om Gaza te veroveren niet onder stoelen of banken. Veel jonge rekruten binnen het leger zijn verward omdat zij zich moeten lenen voor dergelijke misstanden. Het aantal zelfmoorden onder jonge militairen neemt toe.

La Belgique plaide avec la même vigueur pour que les otages israéliens, dont on a pu voir quelques images des conditions atroces dans lesquelles ils sont détenus, soient libérés immédiatement. Je redis ma crainte, pour ces personnes, des effets de l'opération d'occupation militaire de Gaza. Il est difficile aussi de ne pas penser, comme le souligne le professeur Delvaux, que le Hamas aurait probablement libéré davantage d'otages si le gouvernement israélien n'avait pas rompu unilatéralement la trêve et avait accepté de passer à la seconde phase de négociation, ce qu'il n'a pas souhaité faire, probablement pour des raisons de politique intérieure.

Il n'en demeure pas moins que tout amalgame doit être banni et tout antisémitisme combattu. Le président du Consistoire central israélite de Belgique, avec qui je me suis entretenu en ce début de semaine, a d'ailleurs souligné, à raison, combien cet enjeu était important. Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent évidemment la sécurité, une sécurité durable. Et la solution à deux États, c'est une solution pragmatique à cette attente légitime. Tout le monde mérite de vivre en sécurité, y compris en Belgique. Je prendrai d'ailleurs l'initiative de réunir prochainement les présidents du Consistoire central israélite de Belgique, du Comité de coordination des organisations juives de Belgique et du Forum der Joodse Organisaties pour un échange de vues.

Chers collègues, voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Prétendre que le gouvernement est silencieux, qu'il se tait, qu'il ne dit rien, qu'il ne fait rien, comme je peux parfois l'entendre ou le lire ci et là, relève donc de la désinformation et du mensonge. Le résultat est néanmoins insuffisant puisque la situation sur le terrain reste insupportable. Nous devons clairement en faire plus. C'est notre obligation morale. Mais à ceux à qui cela ne parlerait pas de la même manière, je rappellerai que c'est aussi notre obligation légale, en vertu des divers traités et conventions auxquels la Belgique a souscrit. Car comme le disait Martin Luther King Jr., "Injustice anywhere is a threat to justice everywhere". Je vous remercie. Ik dank u.

De voorzitster : Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. Daar zit zeker stof voor reactie in. De repliek voor elk lid is beperkt tot vijf minuten en overdrachten zijn niet toegestaan.

Kathleen Depoorter:

Dank u, mijnheer de minister.

U hebt zeer terecht aangehaald dat ons land achter het humanitaire recht en het internationaal recht staat en moet staan. De gruwelijke aanval van 7 oktober was ten stelligste te veroordelen en volledig buiten alle proporties. Jammer genoeg geldt dat ook voor het antwoord daarop. Het is aan ons om de regels van het humanitaire recht te respecteren en onze collega’s daarop te wijzen.

Hamas, als terroristische organisatie, moet worden uitgeroeid. De mensen in Gaza, die als schild worden gebruikt, hebben echter recht op een menswaardig bestaan. Binnen Arizona zijn we daarover tot een consensus gekomen, zoals u ook hebt aangegeven.

Ik dank u voor uw aanwezigheid en voor de bijzonder moeilijke opdracht die u vervult. Ik ben ervan overtuigd dat u, toen u het mandaat van minister van Buitenlandse Zaken opnam, hoopte op een vreedzamere wereld en op de uitoefening van uw mandaat in betere omstandigheden, waarin mensen niet zo nodeloos lijden.

U haalde het aan: het regeerakkoord uitvoeren en streven naar een tweestatenoplossing, is waar we samen voor staan. Een collega zei: “Oei, la Belgique.” In deze zaal heb ik nochtans veel meer eensgezindheid gehoord dan discussie. We willen allemaal de gruwel stoppen. We willen allemaal maatregelen, dialoog en politieke en diplomatieke druk die de situatie verbeteren. We zetten humanitaire hulp in en beschikken over expertise; u hebt die geroemd. We hebben luchtdroppings uitgevoerd en de verdediging van de ngo’s op ons genomen. U hebt van de DGE het mandaat gekregen om Europese sancties mee te bepleiten.

Samen willen wij, de N-VA, met u dat inreisverbod voor die extreme krachten van zowel Israël als Hamas realiseren en maatregelen nemen tegen de extremistische kolonisten.

Wat de erkenning van Palestina betreft, mijnheer de minister, willen we ook heel graag het regeerakkoord en de resolutie respecteren. Dan hebben we het over garanties die ervoor zorgen dat de gijzelaars vrijgegeven worden, dat ook Israël erkend wordt door de Arabische staten, dat de grenzen worden afgesproken en dat Hamas ontmanteld wordt. Ik ben ervan overtuigd dat we ook hierin naar een consensus zullen streven en dat het stappenplan van New York, dat uit 42 stappen bestaat, daarvoor een leidraad kan zijn.

In deze oorlog zijn er geen winnaars, daar zijn we het helemaal over eens. Het is onze taak als politici om te zoeken naar een balans, om niet te polariseren, om naar de bevolking te luisteren, maar ook om extreme organisaties zoals Samidoun te verbieden. Dat hebben we trouwens opgenomen in onze resolutie. Dat is wat de mensen van ons verwachten. Dat is wat wij samen met u willen doen.

Deze zomer zijn er beslissingen genomen en zijn er geen deadlines gemist. We hebben onze expertise getoond. Ik heb het vertrouwen, mijnheer de minister, dat we een regering hebben die doet wat van haar verwacht wordt, namelijk: maatregelen nemen die niet louter symbolisch zijn, niet enkel voor de galerij dienen, maar die voor de mensen in Gaza het verschil maken. Dat we diplomatiek en politiek die druk effectief kunnen opvoeren.

U bent geëindigd met een citaat. Ik zal dat ook doen. "It always seems impossible until it is done." Ik ben ervan overtuigd dat onze eerste minister die leuze ook meebrengt uit Zuid-Afrika en dat u samen, voor al die kinderen in Palestina en in Israël, voor al die mensen die in zo'n precaire omstandigheden leven, naar daadwerkelijke oplossingen kunt zoeken.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, u zit hier natuurlijk in een oncomfortabele positie, met dank aan premier Bart De Wever; dat weet iedereen.

Met alle respect, hier is eigenlijk niets nieuws gezegd. Ik heb niets nieuws gehoord. Het was gewoon een samenvatting van wat er het voorbije parlementaire jaar over dit thema werd gezegd. U bevestigt zo dat deze samenkomst niet meer is dan een therapeutische praatsessie, in afwachting van een ministerraad, waar Gaza wordt gebruikt als een bliksemafleider, zodat de regering-De Wever niet over andere belangrijke onderwerpen moet praten.

Wat betreft de erkenning van Palestina, die dan waarschijnlijk op de volgende ministerraad zal worden besproken, raad ik u aan om niet naïef te zijn. U steunt beter het standpunt van bijvoorbeeld Canada, dat Palestina wil erkennen, maar daarbij wel stelt dat er eerst een democratische verkiezing in het land moet plaatsvinden, waarvan de terroristen van Hamas worden uitgesloten, en dat de gijzelaars moeten worden vrijgelaten. Stellen dat Palestina erkennen Hamas zwak zal maken, lijkt ons dan ook extreem naïef en ons idee wordt bevestigd door Canada.

U sprak over de malaise en de geloofwaardigheid van dit land en verwees daarbij naar de huidige positie van België inzake dit thema. Er is inderdaad malaise en ongeloofwaardigheid door het jarenlange wanbeheer. Er is een malaise in dit land omdat België heiliger wil zijn dan de paus, maar vergeet om naar de eigen kerk te kijken.

De Vlaming heeft in juni niet gestemd om een regering te krijgen die meer inzet op het buitenland dan op het binnenland. Pak de migratietsunami aan, pak de begroting aan, zorg voor rechtvaardige pensioenen, pak de binnenlandse onveiligheid aan en pak daarbij ook Brussel aan. Het Vlaams Belang probeerde de commissie voor Justitie bijeen te roepen, maar geen enkele andere partij vond dat blijkbaar belangrijk genoeg, terwijl een therapeutische praatsessie organiseren over dit thema natuurlijk wel kan. Prioriteiten kunnen verschillen, collega's. De Vlaming verdient dan ook beter. Zoals ik al eerder zei, het belangrijkste land, het land waarop alle focus in de eerste plaats moet liggen, blijft het binnenland.

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour cet échange. Certains diront qu’il ne s’agissait que de mots, mais je crois que votre engagement a été perçu par chacun.

J'aimerais toutefois ajouter un petit élément. Je connais votre franc-parler depuis longtemps, et le fait que vous exprimiez votre opinion personnelle dans la presse ne me pose aucun problème – c’est même une bonne chose. En revanche, au sein du Parlement, si vous parlez en votre nom, il devient difficile de distinguer si vous vous exprimez à titre personnel ou en tant que représentant du gouvernement. C'est un peu perturbant pour les parlementaires que nous sommes. Faudrait-il un changement du Règlement, un petit astérisque qui indiquerait, en petit: " Le ministre parlera partiellement à titre personnel"? Non évidemment!

Peu importe! Inspirés par la loyauté due entre les partenaires de la majorité, nous devons vous dire combien nous vous soutenons. La situation sur le terrain est en effet insupportable, et nous entendons bien votre mobilisation. Vous l'indiquez: vous avez largement augmenté le budget de l’aide humanitaire.

Je vous remercie pour les réponses que vous avez données au niveau de la Gaza Humanitarian Foundation (GHF). Je ne suis pas certain de les partager pleinement. Face à l’urgence, au drame humain, à la souffrance et à la malnutrition qui frappent la population, avons-nous réellement le temps de remettre en cause l’ensemble du dispositif? Est-il opportun, dans ce contexte, de condamner GHF plutôt que de chercher à collaborer avec elle?

Je tiens à vous remercier, monsieur le ministre, d'avoir convoqué l’ambassadeur israélien. Nous ne pouvons accepter que cette guerre défensive se transforme progressivement en guerre de conquête. Nous ne l'acceptons pas.

Toutefois, il y a énormément de membres ici qui semblent faire l'impasse sur un élément essentiel: le 7 octobre. Vous avez évoqué un "souvenir amer". Permettez-moi de vous reprendre: pour les Israéliens, il s’agit d’un traumatisme profond. Cela ne saurait en aucun cas justifier le positionnement, les actions, ni le manque de responsabilité sur le plan humanitaire du gouvernement israélien. Mais on ne peut pas non plus faire abstraction du 7 octobre et je vous remercie d'avoir parlé du Hamas en ces termes. Parce qu'il y a des extrémistes des deux côtés et ils doivent être combattus.

Et je vous remercie aussi, dans ce cadre-là, d'avoir veillé à rappeler combien il était essentiel de lutter contre l'antisémitisme. C'est évidemment, et on le voit tous les jours au niveau des statistiques, un autre poison qui est importé aujourd'hui à cause du conflit.

Vous nous indiquez les difficultés que vous avez sur le plan européen. C'est vrai que le Coreper, si j'ai bien compris, n'a même pas pu rassembler une majorité pour une mesure même mineure. Moi, je connais votre sens de la conviction et je vous invite, autant que possible, à faire bouger l'Europe. Ça n'aura du sens, évidemment, qu'à partir du moment où nous bougeons ensemble, donc continuez, s'il vous plaît, au nom des Belges, à faire œuvre de conviction sur le plan européen.

Mais peut-être, en effet, que vous serez encore mieux équipé pour faire le compromis au niveau européen quand vous l'aurez fait au niveau belge. Ça vous renforcera sans doute. Et donc, comme nous l'avons indiqué d'entrée, nous vous appelons – vous avez tout notre soutien – à mobiliser l'ensemble du gouvernement sur la question, si possible encore au mois d'août. Je vous remercie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, moi, je ne sais pas à quoi j'ai assisté, en fait. Est-ce que j'ai assisté à une séance de gouvernement où vous tentez de convaincre, pendant plus d'une heure, votre partenaire de coalition – le MR –, de rejoindre, en fait, tous les autres partis qui, semble-t-il, ont trouvé peu ou prou une forme de consensus pour enfin agir de manière efficace et déterminée? Ça, c'est une hypothèse que j'aimais.

Ou bien, la deuxième: j'ai l'impression, moi, d'avoir assisté à une forme de cours. Comme si j'étais un étudiant en relations internationales, et que vous expliquiez tout ce qu'il conviendrait de faire, et tout ce qu'un gouvernement qui a comme boussole le droit international devrait faire. Mais pourquoi ne le fait-il pas? C'est quand même assez incroyable. Vous justifiez, à un moment donné, le fait qu'au final nous n'aurons pas le choix, puisqu'il y a des résolutions de l'ONU, il y a des avis consultatifs de la Cour internationale de Justice, il y a des inculpations de la Cour pénale internationale.

Vous avez même fait une leçon de droit à votre partenaire de coalition, et vous dites finalement que nous devons respecter ce droit. Si nous devons respecter le droit, il n'y a aucune marge de manœuvre, monsieur le ministre. Dès-lors, ce gouvernement doit réclamer un cessez-le-feu, demander la suspension de l'accord d'association Israël – Union européenne, lever des sanctions économiques contre Israël, interdire les produits issus des colonies et renforcer l'action humanitaire. Il ne doit pas se contenter de deux largages de 100 tonnes puisqu'un camion peut contenir 40 tonnes et qu'il faut au minimum 500 à 600 camions par jour. Si le droit international est votre boussole, alors il n’est plus question aujourd’hui de discuter! J'en conclus dès lors que ce gouvernement ne respecte pas le droit international malgré votre action.

Vous avez beaucoup parlé de votre conscience. Je n'ai pas perdu ma conscience, avez-vous dit. Cependant, je me demande ce que vous en faites, puisque vous acceptez qu'un parti comme le MR – qui part totalement à la dérive sur ce sujet –, prenne finalement votre gouvernement en otage, en bafouant le droit international.

Vous avez dit aussi qu'il serait sans doute opportun de reconnaître la Palestine dans les semaines qui viennent, et de sanctionner le gouvernement israélien s'il s'entête. Je peux vous dire tout de suite qu'il s'entête. En effet, le ministre d'extrême-droite des Finances vient d'annoncer qu'il y avait 3 400 logements en Cisjordanie pour héberger des colons. De plus, Netanyahu vient de proclamer son vœu d’un "Grand Israël". Cela implique une volonté d’expansion territoriale au-delà des zones déjà occupées illégalement. Autrement dit, il envisage de s’en prendre à l’Égypte ou la Jordanie. Voilà la portée de sa déclaration. Après cela, vous nous dites: "s’il s’entête, alors il sera peut-être temps d’agir". Non, ce n'est pas juste! La Belgique ne va quand même pas devoir attendre le président Macron pour avoir une position ferme de gouvernement, un gouvernement dont le premier ministre préfère en effet poursuivre ses vacances, alors que, jour après jour, nous dénombrons des centaines de blessés et de morts.

Entendre un député MR qui défend la Gaza Humanitarian Foundation et qui dit qu'il suffirait peut-être de revoir le logiciel et de la remettre un peu à plat, alors que nous savons très bien que, derrière cette fausse aide humanitaire, se cache une volonté de tirer délibérément sur toutes celles et tous ceux qui risquent leur vie pour aller manger, pour aller quérir un peu de nourriture. Voilà la réalité des choses!

Il me semble, monsieur le ministre, que nous avons une résolution. Plusieurs partis ont une résolution dans ce Parlement. Nous allons passer à l'ordre des travaux. Chers collègues, je vous propose dès lors d’agir, à travers cette résolution, de travailler et de proposer des discussions.

Lydia, je crois que tu peux ajouter quelque chose.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Je voudrais juste remercier monsieur le ministre, ou bien je pourrais dire monsieur le professeur ordinaire, pour cette conférence magistrale qui nous a été dispensée, comme a dit mon collègue. Je m'attendais à ce que vous veniez ici avec une position forte de votre gouvernement, mais il n'en est rien.

Comme l'a dit mon collègue, nous avons un texte et il est prêt à être voté. Si j'entends tous mes collègues qui se sont exprimés, de Vooruit et des Engagés, ils le voteraient, et la majorité serait obligée, ou plutôt le gouvernement serait obligé de respecter la démocratie du Parlement.

Monsieur le professeur, s'il vous plaît, arrêtez les conférences et posez plutôt des actes. Vous aurez tout le Parlement derrière vous. La Belgique ira à New York pour reconnaître l'État de la Palestine. À la prochaine réunion du Conseil de l'Union européenne, vous pourrez enfin demander la suspension de l'accord d'association. Surtout, vous pourrez ne plus vous taire lors de toutes ces réunions. Merci beaucoup, monsieur le professeur.

Peter Mertens:

Het is uiteraard niet zo dat hoe langer u spreekt, hoe meer de regering heeft gedaan. Er zit een zekere misvatting in de combinatie van uw spreektijd en de onmacht van de daadwerkelijke maatregelen van de regering. Het lijkt er net op dat er minder is gedaan naarmate u langer spreekt.

Daarnaast kan ik me niet van de indruk ontdoen dat u vooral hebt geprobeerd om de MR en de N-VA hier vandaag te overtuigen van uw eigen standpunt en dat wij dat mochten aanhoren. Ik denk niet dat het overtuigend was voor de MR, noch voor de N-VA. Bovendien denk ik dat het niet nodig is om het debat te voeren met de achterhoede van de geschiedenis.

De enige manier om deze regering in beweging te krijgen, is dat u als minister, samen met de progressieve partijen in de regering, duidelijk zegt dat u voor een wisselmeerderheid gaat. Het is gedaan met praten, wij kiezen met een wisselmeerderheid voor economische sancties. Wij kiezen met een wisselmeerderheid voor militaire sancties. Wij kiezen met een wisselmeerderheid voor de erkenning van Palestina. Waarom kunt u in Europa terecht pleiten voor een coalition of the willing – wat u zojuist hebt gedaan – maar kunt u dat niet in dit Parlement? Er is namelijk een meerderheid voor al die punten om een coalition of the willing te vormen en eindelijk sancties op te leggen.

In dit debat beginnen mensen, op het Pontius Pilatusmoment, het moment waarop iedereen doorheeft dat er een genocide bezig is en een aantal leden nog snel hun handen in onschuld willen wassen, Nelson Mandela en Martin Luther King te citeren. Welnu, Mandela heeft nooit gezegd: "Het is moeilijk, we zijn te klein, het is complex." Ik ben opgegroeid ten tijde van de strijd tegen apartheid, toen Protea vol zat met Karel Dillen en zijn gelijkgestemde voorlopers van de Volksunie. In 1977 zei Protea: "Nelson Mandela is een terrorist." Dat was toen het standpunt van de rechterzijde. Nelson Mandela is een terrorist en apartheid moet verdedigd worden, ook hier in Vlaanderen. Net omdat Mandela zich niet heeft neergelegd bij dat standpunt, is er verandering gekomen. Hij zei: "We moeten doen wat nodig is en dan kunnen we winnen." Zoiets vergt moed.

Stop met te zeggen dat België klein is. U hebt het zelf gezegd en uw diplomaten zeggen terecht hetzelfde: op diplomatiek vlak is België groot. Reginald Moreels heeft op 75 jaar meer ruggengraat dan heel deze regering samen. Hij zegt: laten we er dan een regeringscrisis van maken, men zal er wereldwijd over spreken. Dat maakt een verschil, dat weet u ook. Het maakt een verschil als een westers land in het hart van Europa zegt: dit is de moeite waard om er een regeringscrisis van te maken. Er hoeft maar één dominosteen in Europa te vallen voor andere landen kunnen volgen, zo werkt het altijd. We moeten niet wachten op Friedrich Merz. Hij zal niet bewegen. We moeten in dit Parlement actie ondernemen.

Het goede nieuws is dat er een meerderheid is om al die resoluties in dit Parlement goed te keuren. Er is een coalition of the willing .

Ik wil afsluiten met Francesca Albanese, voor wie ik veel respect heb. Zij schrijft in haar Anatomie van een genocide : we moeten begrijpen dat een genocide vandaag inherent is aan kolonialisme. Genocide is geen actie, schrijft Francesca Albanese, genocide is een proces van fysieke vernietiging enerzijds en gedwongen desintegratie anderzijds. Het bestaan van een inheems volk, in dit geval de Palestijnen, bedreigt de koloniale staat. Daarom moet er een gedwongen verhuis plaatsvinden. Daarom moet er etnische zuivering zijn. Daarom moet er een opgelegde en geplande hongersnood zijn. Daarom moeten die tapijtbombardementen worden uitgevoerd. Om de oorspronkelijke inheemse bevolking uit hun staat te verdrijven. Dat is wat er bezig is.

Die genocide komt niet uit de lucht vallen. Het is een proces dat gestart is vanuit het settlerkolonialisme sinds 1948. Dit is de eindfase van het Groot-Israëlisch gedachtegoed. We moeten dus niet alleen neen zeggen tegen de genocide, maar ook tegen de apartheid en het kolonialisme van Israël. Daarom moeten wij vandaag maatregelen nemen. Daarom moeten wij het Parlement samenroepen en een wisselmeerderheid vormen.

U zult de geschiedenis ingaan als u het lef hebt om die wisselmeerderheid aan het Parlement te presenteren. Mijnheer Prévot, als u de moed hebt om het Parlement de keuze te laten die sancties te kunnen opleggen, dan zal de geschiedenis u vrijspreken omdat u aan de kant van de humanitaire zaak staat. Daar ben ik zeker van.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, je vous remercie d'avoir apporté des clarifications sur l'action du gouvernement, son action propre par ailleurs. Selon moi, nos échanges ont permis de clarifier les positions des uns et des autres et d'en faire évoluer certaines. Je l'ai constaté avec bonheur au niveau humanitaire: une quasi-unanimité se dégage de cette Assemblée sur la façon de pérenniser et de garantir l'aide humanitaire et de l'accélérer.

Je l'ai constaté au niveau des sanctions, avec une forme d'unanimité potentielle, principalement au niveau de la majorité. Je vois poindre des possibilités d'actions concrètes, sans attendre – ce n'est plus possible – le bon vouloir de l'Europe. Il faut continuer le combat et dès lors des sanctions belges devront exister, et ce même dans l'attente de celles venant de L'Europe. Vous avez pris cet engagement, et je n'en doute pas.

J'ai aussi vu certaines positions relatives à la reconnaissance évoluer au cours de l'après-midi. L'échange de vues a pu, en tout cas sur ces trois points essentiels, faire évoluer certains points de vue. C'est bien cela qui doit nous motiver.

Quelques autres éléments de réaction. Chacun a le droit d'avoir ses propres opinions, et j'en ai aussi. Si je peux me permettre de donner un conseil à l'ensemble du gouvernement: usez de vos opinions personnelles avec modération, parce que je ne suis pas sûr que cela soit créateur de cohérence à entendre les opinions personnelles des uns et des autres ces dernières semaines. Il faut peut-être en user modérément. J'en ai aussi moi-même, qu'il n'y ait pas de doute à ce sujet! Nous formons une majorité et il faut pouvoir utiliser ses opinions avec grande modération – ceci pour le clin d'œil.

Pour ce qui concerne les risques de génocide, la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide de 1948 qui lie la Belgique engendre des obligations absolues d'action de la part du gouvernement. Une convention n'offre pas de choix de dire peut-être ou non. Et donc, à partir du moment où il y a effectivement cette reconnaissance de risque de génocide, les traités, les conventions lient la Belgique en matière d'obligation d'agir. Ce n'est pas un choix, c'est une obligation. Et vous l'avez rappelé avec beaucoup d'à-propos. Je ne doute pas que l'ensemble du gouvernement et ses partenaires seront sensibles à ces éléments d'obligation en matière de droit international, d'obligation liée à des traités et à des conventions. À nouveau, ce n'est pas un choix, c'est une obligation.

Monsieur le ministre, je terminerai en vous remerciant. D'aucuns vous reprochent d’avoir été trop long. Je pense que la pédagogie dont vous avez fait preuve et l’ensemble des éléments exposés, à la fois en toute clarté et en toute vérité à l’égard de l’ensemble des parlementaires, vous honorent réellement.

Nous avons largement pu voir les lignes que vous avez fait bouger ces dernières semaines et ces derniers mois. C'est insuffisant, comme vous le dites vous-même, mais à travers les échanges d'aujourd’hui, je me réjouis de voir qu’il y a un espace. Il faut l’utiliser le plus rapidement possible, sur les trois axes dont j’ai parlé: l’humanitaire, les sanctions et la reconnaissance, afin que la Belgique soit très rapidement du côté des pays leaders, en donnant le ton.

Dans le cas présent, vous ne vous contentez pas d’accompagner. Vous êtes trop modeste, puisque vous avez mené des actions – peut-être dans la diplomatie, discrètes, mais efficaces – pour faire en sorte que notre pays soit au rendez-vous de son histoire, dans une forme de reconnaissance et de cohérence dans les actes diplomatiques posés par la Belgique, qui lui donnent toute sa crédibilité, comme vous l’avez parfaitement dit, sans double standard. Dans le cas contraire, notre crédibilité serait partie et n’existerait plus. Elle aurait des conséquences extrêmement graves pour la voix de notre pays, aujourd’hui, demain et après-demain. C’est une question de cohérence dans la réalité de nos actions diplomatiques.

Enfin, je vous remercie mille fois d'avoir apporté des réponses très précises concernant l’embargo sur les armes et l’ensemble des actions que vous menez avec le ministre Crucke en la matière.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden. We horen daarin echter weinig nieuws. Wat u vandaag vertelt, hebben we al een aantal keer gehoord, al was u vandaag wat breedvoeriger. Het is fijn dat u tijd hebt gemaakt voor dit Parlement, maar uw antwoord zal er niet voor zorgen dat er minder doden vallen. Zoals u zelf al aangaf, is Gaza niet met vakantie.

Uw enige taak is op dit moment, mijnheer de minister, zo snel mogelijk het kernkabinet samen te roepen en dringende maatregelen te nemen. U hebt zelf meermaals het woord 'daden' gebruikt: neem dringende maatregelen. Niet wanneer het uitkomt, niet pas in september, maar vanaf morgen. Beleg desnoods een digitale kernvergadering. We vragen dit al lang, terwijl er elke dag meer doden vallen in Gaza.

Ga naar de regering, mijnheer de minister. U hebt daarvoor klaarblijkelijk een mandaat van een meerderheid in het Parlement. Ook de bevolking steunt u om in de regering op tafel te kloppen en daden te eisen. Er was vorige week ook een peiling en er zijn meer dan 100.000 mensen op straat gekomen voor de rode lijn. De boodschap is overduidelijk: de grote meerderheid wil dat deze genocide stopt, alsook dat er sancties komen, dat Palestina erkend wordt en uiteraard dat de gijzelaars zo snel mogelijk worden vrijgelaten.

De regering moet handelen en daden stellen, zoals u zelf hebt gesteld. U verwees terecht naar de mensenrechten, het naleven van het internationaal recht en het feit dat België geen gezichtsverlies mag lijden. U hebt dat niet uitgevonden; het staat in het regeerakkoord. Leg dat regeerakkoord op tafel in de kern en volgens ons zal iedereen u dan moeten volgen. Onder de bevolking is er duidelijke steun om het leed van de Palestijnen te helpen stoppen.

In de regering meen ik verschuivingen te zien. We weten allemaal waar het probleem ligt. Ik hoop dat er na vandaag opnieuw enige beweging is, zodat u kunt uitvoeren wat u zelf wilt en wat wij willen, want we zitten op één lijn. Wie zegt tegen burgerslachtoffers te zijn en de gruwel te willen stoppen, kan geen rondjes blijven draaien. We moeten handelen. Dat is wat Vooruit vanaf dag één heeft gezegd.

Mijnheer de minister, we zullen heel duidelijk zijn: als er op korte termijn niets verandert, zullen we op eigen initiatief actie ondernemen. De tijd van excuses en van niet-handelen is voorbij. We zijn het beu en we staan daar niet alleen in. De gruwel en de waanzin in Gaza moeten stoppen.

Ik herhaal dus mijn oproep, aangezien we hetzelfde willen: ga naar de regering, roep de kern samen en eis een akkoord, eis die daden, zodat die genocide en die oorlogswaanzin kunnen stoppen. We hoeven niet te blijven wachten op Europa. We moeten niet langer dezelfde riedel afdraaien, we kunnen nu al stappen zetten. We rekenen op u, mijnheer Prévot. Eis dat dat het kernkabinet samenkomt.

Voorzitster: Kathleen Depoorter.

Présidente: Kathleen Depoorter.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ' agir juste ' hebt u gezegd. Mensen voelen perfect aan wanneer iets juist of onjuist is. Dat zeggen we ook in het Vlaams: rechtvaardig of onrechtvaardig. Dat hebben we recent ook in een peiling gezien. Daaruit blijkt heel duidelijk: doe iets, regering. Neem sancties. Ik voel heel duidelijk dat u dat ook wilt doen. U wilt uw job doen. U wilt het internationaal recht doen naleven.

Ik hoor in deze commissie wat verschuivingen in het narratief. Het kernkabinet moet die zo snel mogelijk vastleggen. De regering moet beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat er sancties worden opgelegd volgens het internationaal recht. Ook de erkenning van Palestina moet opnieuw op de agenda komen. Die staat eind september immers opnieuw op de agenda van de Verenigde Naties.

U hebt duidelijk gezegd dat de situatie in Gaza geen oorlog of humanitaire catastrofe is, maar wel een geplande en bewuste genocide. Gaza ligt in puin. Zestigduizend mensen zijn vermoord. Kinderen willen niet meer leven en verlangen naar het paradijs, waar wel eten en drinken is en waar hun ouders zijn.

Dit kunnen we niet oplossen met boterzachte maatregelen, zoals het ondertekenen van enkele oproepen die nu internationaal rondgaan. Ook schijnoplossingen, zoals voedseldroppings, zijn gevaarlijk en duur. Er is meer nodig. De Belg wil duidelijk niet medeplichtig zijn aan genocide, wil geen bloed aan zijn handen hebben en wil dat het internationaal recht wordt nageleefd.

Daarom steunen wij u in het opleggen van meer sancties, in het op korte termijn erkennen van Palestina. Zo kunnen we samen met andere lidstaten het genocidaire regime van Netanyahu stoppen. Wij steunen u om zo snel mogelijk een beslissing te nemen met het kernkabinet, in uitvoering van het regeerakkoord en het internationaal recht. We wensen u veel succes.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur Prévot, pour votre intervention.

Quand nous avons convoqué cette séance de commission, nous voulions auditionner les ministres, et notamment le ministre des Affaires étrangères. Et vous nous avez répondu en tant que M. Prévot.

C'était intéressant d'avoir l'avis de Maxime. Personnellement, ça me fait une belle jambe de savoir ce que le citoyen Prévot pense de la situation en cours. On peut prendre un café après, si vous le souhaitez, Maxime Prévot, et parler de ce que vous ressentez par rapport à la situation. Mais nous avons convoqué cette commission pour vous entendre comme ministre, pour que le gouvernement prenne position, clairement. Une position que vous pourrez endosser en tant que ministre des Affaires étrangères. Nous voulons un positionnement clair sur des sanctions à l'encontre d'Israël, pour un boycott des produits issus des colonies, pour reconnaître la Palestine et pas un cimetière à ciel ouvert. C'est ça que nous voulions savoir, c'est ça que nous attendions, et pas que vous étaliez votre impuissance à convaincre le MR.

Vous avez évoqué les fonctionnaires de votre administration, et j'ai une pensée pour elles et eux. Parce que vous avez dit qu'ils trouvaient que la position du gouvernement fédéral n'était pas à la hauteur. En fait, ils et elles ont totalement raison. Et après le tableau que le citoyen Prévot a dressé, je comprends encore moins comment et pourquoi ce gouvernement n'est pas en crise plus profonde.

Vous avez partagé une préoccupation par rapport à la crédibilité de la Belgique. Je la partage. Et je vais vous dire: il en va aussi de votre propre crédibilité, monsieur le ministre.

Tellement d'encre pour si peu de traces. On n'a toujours pas de date pour un kern. Le premier ministre est en train d'embrasser des éléphants en Afrique du Sud. On ne sait toujours pas comment on va avancer. On a passé des heures et des heures à vous entendre, et c'était très intéressant, mais moi je peux poursuivre la discussion au café avec vous. Ce sera peut-être un peu plus croustillant.

Ici, nous avons besoin d'actes et de positionnements forts. Ça manque cruellement. Nous aurons l'occasion d'y revenir lors de l'ordre des travaux, mais sachez que nous n'allons pas nous contenter de cette réunion. Parce que cette réunion, c'était sympa de vous voir: certains ont bronzé, d'autres moins. C'était très chouette de revoir les collègues. Mais en fait, ce que nous voulons, ce sont des actions. Ce que nous voulons, c'est avancer. Ce que nous voulons, c'est que le Parlement puisse travailler. Il y a une majorité de parlementaires pour avancer, pour sanctionner Israël et reconnaître l'État de Palestine. Eh bien, avançons. Donnons la latitude au Parlement de travailler.

Nous allons également demander – redemander, reconvoquer – que le premier ministre puisse revenir de ses congés et répondre aux membres du Parlement. Parce que le génocide, lui, n'attend pas. Il n'attend pas que M. De Wever ait fini de sauter dans le vide.

D'autres groupes – le Parti Socialiste, le PTB, je pense que l'Open Vld également – ont déposé des textes, tout comme nous, sur la reconnaissance du génocide et sur des sanctions contre Israël. Nous avons tenu des auditions sur ce texte. Il suffit donc de le voter. Nous pouvons l’ouvrir à cosignature. Nous pouvons l’ouvrir à des amendements. Je veux juste que nous avancions, peu importe si mon nom est affiché. Je n’en ai pas besoin. Je me fiche de cela.

Je veux juste que nous puissions avancer et que ce Parlement puisse se prononcer clairement et avancer sur des sanctions à l’égard d’Israël, et que les choses bougent enfin. Merci.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, in uw lang antwoord hebt u een brede analyse gegeven en geprobeerd om een aantal zaken naar voren te schuiven die voor het merendeel inderdaad, zoals anderen al hebben gezegd, ook uw persoonlijke mening vertolken.

Collega Lutgen heeft gezegd ' avec modération' , maar het is wel belangrijk. Niemand, zeker ik niet, zal u verwijten een persoonlijke mening te hebben, want het is net die persoonlijke mening, die persoonlijke betrokkenheid, die ervoor zorgt dat een minister de extra mile zal lopen. De vraag is wel of u binnen de regering nog vooruitgang kunt boeken met uw persoonlijke mening, of u verder raakt dan een aantal symbolische maatregelen.

U zegt te hebben gelezen dat er wordt gezegd dat België niks doet maar dat dit niet klopt aangezien u zoveel doet. Mijnheer de minister, onder diegenen die in de krant, op de radio en televisie en in dit Parlement zeggen dat de regering stil blijft, dat ze met vakantie is, dat er te weinig wordt gedaan, zijn ook coalitiepartners van uw eigen regering. Het gaat niet op om Vivaldi met de vinger te wijzen. Vivaldi is niet uw vijand, want de partijen die vandaag de genocide in de strengste bewoordingen veroordelen, die vandaag zeggen dat men aan de kant moet staan van het internationaal recht, maakten ook deel uit van Vivaldi. Een aantal van die partijen maken vandaag deel uit van de arizonaregering en zitten hier vandaag in het Parlement. Daar zit uw meerderheid, daar zitten degenen die u zullen helpen om een stap verder te kunnen gaan.

Voorzitter: Els Van Hoof.

Présidente: Els Van Hoof.

Het tweede deel van deze vergadering, dat in principe het eerste deel van de vergadering had moeten zijn, was daarom vandaag misschien wel het belangrijkste. Het is immers niet aan het Parlement om te zeggen dat de regering moet bijeenkomen. Het is nog altijd de eerste minister die het kernkabinet bijeenroept, niet de vakminister. We kennen allemaal voorbeelden van vakministers die hebben gevraagd om het kernkabinet samen te roepen. Als een eerste minister dat niet wil, dan wil de eerste minister dat niet. Ik denk dat u daar ondertussen ook genoeg voorbeelden uit de praktijk van kent.

Laten we zien wat de regering zal doen. Laten we zien wanneer de eerste minister tijd vindt in zijn agenda om het kernkabinet te laten samenkomen. Dat hoeft ons echter niet te verhinderen als Parlement verder te werken. Dat hoeft degenen die vandaag wel vooruit willen niet te verhinderen om alvast een tekst op te stellen, om u een mandaat te geven en u toe te laten vooruit te gaan, om België toe te laten aan de juiste kant van de geschiedenis te staan.

Kjell Vander Elst:

U bent uw relatief uitgebreide betoog begonnen met een opsomming uit het regeerakkoord: we onderschrijven het internationaal recht, we verdedigen de rechtsstaat, we komen op voor mensenrechten. Het zou er nog aan moeten mankeren, mijnheer de minister. Dat is geen nieuws, het is logisch dat dit in een regeerakkoord staat. Het is logisch dat u dat doet.

We leven in een democratische rechtsstaat. Ik vind dit niks nieuws en ik heb het gevoel dat u die passages voorgelezen hebt van voor naar achter, van links naar rechts, in verschillende vormen. U hebt zich in verschillende bochten gewrongen om wat tijd te winnen en uiteindelijk niks te zeggen.

U hebt wel een aantal interessante zaken gezegd. Het eerste interessante was dat België, telkens wanneer de Europese Unie een voorstel op tafel gelegd heeft, dat voorstel heeft gesteund. Dat hebt u op een bepaald moment gezegd. Dat moet ik toch tegenspreken. Het is nog niet zo lang geleden dat u in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen bent komen vertellen dat u geen mandaat had van de Belgische regering om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag tussen de EU en Israël. Dus nee, België heeft niet altijd de Europese agenda of alles wat op de Europese tafel gelegd is, gesteund. Dat is niet waar.

Er zijn twee dingen die ik zeer graag hoor: "zonder erkenning zijn wij niet meer geloofwaardig" en "de weg naar erkenning wordt de komende weken vrijgemaakt door mijn administratie". Dat zijn goede intenties, alleen komt er daarna altijd een wending in de trant van "dit is ten persoonlijken titel" of "dat is mijn mening" of "volgens mij". Dus, wat velen van u gevraagd hebben, ikzelf maar ook andere partijen, is om met het regeringsstandpunt naar voor te komen. Wat is er nu afgeklopt binnen de regering? Dat hebt u niet gedaan. De woorden die ik zonet citeerde en waar ik volledig achter sta, gaan over uw engagement. Zij bieden echter 0,0 % zekerheid op sancties, op erkenning of op verdere actie in de toekomst. Daar kunnen wij als partij absoluut niet mee akkoord gaan.

Mijnheer de minister, u bent vicepremier van een regering voor wie alles wat met Palestina te maken heeft gewoonweg stilstaat. U hebt een verantwoordelijkheid als minister binnen die regering. Terwijl uw regering door verdeeldheid nauwelijks stappen vooruitzet, wordt Palestina op dit moment van de kaart geveegd. De situatie wordt uur na uur slechter, precairder en ook meer beangstigend. Niet alleen voor heel veel mensen ter plaatse, maar ook voor heel veel mensen van mijn generatie die continu de beelden op tv zien. Zij worden angstig, ook hier in het Westen.

De paroles, paroles, paroles die hier vandaag weer heeft plaatsgevonden, haalt nu niets meer uit. We weten allemaal wat de standpunten van de verschillende partijen zijn. Het is tijd dat er actie komt. Het is tijd dat u als minister en dat uw regering actie onderneemt. Als u dat niet doet, u hebt het hier gehoord, dan moet u het Parlement laten handelen. Hier is inderdaad een meerderheid om veel meer stappen vooruit te zetten, om sancties te nemen, om die erkenning door te voeren.

Mevrouw de voorzitster, ik weet dat dit zaken zijn voor de regeling van de werkzaamheden, maar ik heb iedereen goed gehoord. Ik heb het al gezegd, men moet geen rekenmachine hebben om te zien dat hier een meerderheid is om die erkenning door te duwen. Wij moeten als Parlement kunnen eisen dat de regering met een standpunt komt voor de start van die VN-vergadering. Dat moeten wij kunnen eisen.

Mijnheer de minister, als u daar binnen de regering niet in slaagt – ik twijfel niet aan uw engagement –, dan moet het Parlement vrij spel krijgen v óó r de start van die VN-vergadering, zodat we actie kunnen ondernemen vooraleer het te laat is. Als we nog lang wachten, is er geen gebied meer om te erkennen, is er geen bevolkingsgroep meer om te erkennen. Die actie is nu nodig en dat is wat ik van de regering verwacht.

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci pour votre intervention.

Je vais essayer d'être intellectuellement honnête, comme toujours. Je dois saluer le paysage assez franc que vous avez dressé, des possibilités et impossibilités, des initiatives réelles, mais aussi des blocages intérieurs comme internationaux. On peut ne pas être satisfait de l'ensemble, mais il serait de mauvaise foi de dire que vous n'avez rien fait.

Le fond du problème, c'est qu'il est compliqué de distinguer, dans votre discours, ce qui relève de votre position personnelle et ce qui relève de la position du gouvernement. L'opposition l'a fait remarquer, c'est de bonne guerre, mais même le collègue Ducarme l'a souligné. Le MR nous a dit qu'il ne sait pas ce qui, dans votre intervention, relève de la position du gouvernement ou de votre position personnelle. C'est un peu ennuyeux quand même. En tout cas, personnellement, si j'étais membre d'un gouvernement, je trouverais cela ennuyeux.

Vous nous avez énuméré toute une série de mesures, dont certaines sont objectivement bonnes mais, en fait, c'est à nous de deviner, en écoutant ce qu'en pensent vos partenaires, si ces mesures viennent de vous ou du gouvernement. En d'autres termes, vous nous balancez des Lego, mais c'est à nous de construire. Nous allons donc construire. Et non, le contre-exemple du premier ministre qui regrette la révolution des Pays-Bas au XVI e siècle comme un propos personnel, je ne la trouve pas adéquate, mais j'aurai d'ailleurs l'occasion de lui poser la question, car je trouve qu'il s'agit là d'un propos problématique.

Je note certains éléments nouveaux, en tout cas pour moi. Premièrement, nos services diplomatiques trouveraient la position de votre gouvernement trop timorée. Dont acte. C'est quand même la première fois que j'entends un ministre mettre en avant la position et le malaise de son propre département pour convaincre ses propres collègues de majorité, de gouvernement, et tout ça au Parlement! Dont acte. Pour moi, il s'agit d'une première, mais je ne peux que partager le malaise de vos services.

Deuxièmement, nous avons appris que le kern avait refusé de suivre votre demande que deux ministres d'extrême droite soient persona non grata , malgré leurs interventions assez claires en matière d'invitation à la purification ethnique. C'est dommage. Et j'espère que cette évolution va rapidement changer au sein du kern.

Par ailleurs, nous avons appris que vous souhaitiez agir sur le survol de notre espace aérien en ce qui concerne les armes. Et enfin, nous avons appris que le MR serait de droite, mais que vous ne le seriez pas. Dont acte. Je dois vous avouer que tous dossiers confondus, le caractère centriste ou progressiste de la coalition Arizona nous avait jusqu'ici quelque peu échappé.

Alors, la ligne principale de votre message, c'est que le rapport de force reste indispensable, et que c'est cela qui justifie les sanctions. Je vous suis d'ailleurs reconnaissant d'avoir rappelé que l'idée de sanctions n'est pas de punir, mais d'inciter au mouvement, parce que nous voyons bien que c'est malheureusement la seule chose qui fonctionne.

Je prends note de l'évolution de certains discours, au niveau de la N-VA et du MR. J'espère que les libéraux les plus progressistes du MR continueront à être convaincus. Je sais qu’ils sont nombreux à comprendre qu’il y a un momentum , en termes de sanctions, en termes d’aide à cette population, et même en termes de reconnaissance.

Chers collègues, je rappelle que la Palestine est reconnue aujourd'hui par 147 membres des Nations Unies sur 173. Je pense qu’il serait nécessaire que la Belgique ne fasse pas partie d'un groupe d’États parmi les derniers à la reconnaître. Vous l’avez dit, monsieur le ministre, il ne s’agit pas de reconnaître un gouvernement. Il s’agit encore moins de reconnaitre une organisation terroriste qui est elle-même décriée par une large partie de sa population. Il s’agit de reconnaître un peuple, pour que la solution à deux États soit tout simplement encore possible demain.

Je vous remercie.

Jean-Marie Dedecker:

Dank u voor het laatste woord, mevrouw de voorzitster. Mijnheer de minister, ik twijfel niet aan uw intellectuele eerlijkheid, noch aan uw overtuiging of integriteit in uw houding ten opzichte van het conflict in Gaza. Ik heb driekwart van uw betoog beluisterd en dat is eerlijk gezegd lang genoeg. Iets waar ik wel aan twijfel, is wat u zegt over respect voor de wetgeving. Er was namelijk wetgeving. We hadden in dit land een genocidewet, een van de eerste, in 1993. Die is in 1999 bijgestuurd en over die bijsturing wil ik het hebben. De bijsturing kwam er omdat we met die wet in de problemen kwamen met Ariel Sharon, oorlogsmisdadiger, verantwoordelijk voor Sabra en Shatila, waar ik ben geweest en waarover ik enigszins kan meespreken... Het gevolg was dat we de wet onder de regering-Verhofstadt in 2003 hebben afgeschaft. We hadden dus een genocidewet. Nu zouden we er een nieuwe maken? Ik weet het niet. U spreekt over internationale verdragen en het respect daarvoor. Er zijn in de Verenigde Naties meer dan 1.300 resoluties over Israël verworpen – meer dan 1.300 – en 32 zijn er tot nu toe door Israël overtreden. Er geldt een internationaal aanhoudingsmandaat tegen premier Netanyahu. Een vooraanstaand lid van uw regering, voor wie ik veel respect heb – ik heb moeite om dit te zeggen, maar de eerlijkheid gebiedt het mij –, de premier dus, zei dat, mocht Netanyahu hier landen, hij er niet aan denkt om hem aan te houden. Ik hoor hier ontzettend veel praten over wetten maken, of opnieuw maken, en resoluties opstellen. In feite geloof ik er niet meer in, eerlijk gezegd. Toch wil ik eindigen met een positieve noot. In 1979 schreef de notoire dwarsligger Johan Anthierens – de Vlamingen onder u zullen hem wel kennen – over Israël: “(…) de Arabieren, die de bultenaren van de historie zijn, die het Duitse gelag moeten betalen, die opdraaien voor het Europese gesjacher en gesol met jodenmensen. Wij, Europeanen, hebben de joodse inboedel aan gruzelementen geslagen en sturen Izaäk naar de Palestijnse kassa voor de schadeloosstelling. Wat de minder begenadigde mohammedanen overbleef, was de niet-nobele kunst van het terrorisme. De Palestijn is een zwerfkat in het nauw, een kat met kale plekken in de vacht, een luizige woestijnkat, lelijk, vals, onbetrouwbaar, uitgestoten door de mondaine opinie. Voor zo’n schlemielig beest heb ik in mijn hart een kommetje melk klaarstaan. Niemand zal mij ooit zo laf krijgen dat ik de gehandicapte jood van nu, de Palestijn, met de vinger wijs. Joden zijn geen goden, Palestijnen geen zwijnen. Ik geloof niet in goeden en slechten, ik geloof niet in zwart en wit, ik bewandel bij voorkeur het niemandsland tussen die polen. Ik struikel graag over de waarheid die in het midden ligt." De voorzitster : Dank om af te sluiten met dit mooie citaat. Hiermee zijn we aan het einde van de gedachtewisseling gekomen. De gedachtewisseling eindigt om 18.39 uur. L'échange de vues se termine à 18 h 39.

Het uitblijven van Belgische steun voor sancties tegen Israël
De onenigheid in de regering over eventuele sancties tegen Israël
Belgische regeringsverdeeldheid over Israëlische sancties

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 17 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een felle debat over Israëls acties in Gaza beschuldigen oppositieleden (Aerts, Merckx) de Belgische regering van medeplichtigheid aan genocide door gebrek aan sancties, ondanks brede parlementaire en burgersteun (70% van de Belgen) voor economische maatregelen. De Wever benadrukt dat België via de EU humanitaire druk uitoefent en toekomstige sancties niet uitsluit, maar weigert nu te handelen—wat door oppositie als onvoldoende en schandalig wordt bestempeld. Merckx wijst op een rechtbankbeslissing die wapenexport blokkeerde als teken van burgerlijk verzet, terwijl Aerts het Parlement oproept zelf sancties af te dwingen. De kern: dringende eis tot actie vs. regeringsafwachten op EU-beslissingen.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, elke dag sterven in Gaza 100 Palestijnen door Israëlisch geweld. Daarbovenop sterven elke dag opnieuw nog eens 300 Palestijnen door gebrek aan water, voedsel en medicijnen. Kinderen lijden honger, slapen in tenten, en zelfs die tenten worden gebombardeerd. Wie naar een voedselbedeling gaat, riskeert zijn leven. Er zijn al verschillende mensen doodgeschoten op weg naar een voedselbedeling. De Israëlische ministers zijn dan weer heel duidelijk over hun bedoelingen: zij zeggen letterlijk dat de Palestijnen moeten verdwijnen.

Collega’s, het is overduidelijk dat daar een genocide aan de gang is. Handel blijven drijven met een land dat een genocide pleegt, maakt België medeplichtig. De Europese Unie kwam een paar dagen geleden bijeen, maar geraakte niet verder dan een toezegging om Israël in het oog te houden. Terwijl er dagelijks 100 mensen sterven door Israëlisch geweld, geraken wij niet verder dan Israël in het oog houden, geen sancties, geen actie.

Mijnheer de eerste minister De Wever, dat is mede uw verantwoordelijkheid. Gisteren vernamen we van minister Prévot dat er binnen de Belgische regering geen akkoord was om te pleiten voor een opschorting van het handelsakkoord. De Belgische regering gaf geen steun voor acties, oefende geen druk uit, trok geen rode lijnen.

Nochtans zegt 70 % van de Belgen achter economische sancties tegen Israël te staan. Er bestaat zelfs een parlementaire meerderheid voor die sancties. Luister dus alstublieft naar dit Parlement. Luister naar de heer Seuntjens en mevrouw Lambrecht. Luister naar mijnheer Mahdi en mevrouw Van Hoof. Luister naar de heer Lutgen. Luister ook naar mevrouw Van Peel, uw eigen voorzitter, die in Humo verklaarde dat de N-VA geen sancties blokkeert en dat ze desnoods ontslag neemt. .

Mijnheer de eerste minister, uw daden spreken haar tegen. Minister Prévot mocht van de regering immers niet pleiten voor sancties.

Sofie Merckx:

Quelle honte! Quelle complicité! Et vous en souriez? Vous en rigolez? Je parle de ce qu'il se passe à Gaza. Cela fait 21 mois qu'on regarde un génocide en direct, et cela vous fait rire! Vous devriez avoir honte. Cela fait des mois que nous demandons des mesures contre Israël et que vous nous répondez qu'il faut voir au niveau européen.

Avant-hier, les ministres européens des Affaires étrangères étaient ensemble, et ils devaient parler de la suspension de l'accord commercial d'association entre Israël et l'Union européenne. Le ministre belge n'a même pas demandé de suspendre cet accord! Vous m'entendez bien. Il ne s'agit même pas de sanctions, mais de ne plus donner un accès privilégié aux produits israéliens ici en Europe. Vous devriez tous avoir honte de cette complicité.

Mais heureusement, dans ce pays, il n'y a pas que ce gouvernement de la honte, il y a aussi des citoyens et des associations. Ils ont été voir un juge pour demander que l'embargo s'applique concernant un container avec du matériel militaire qui devait aller en Israël, et le juge leur a donné raison. C'est une victoire.

Vous êtes le camp de la honte, et eux le camp de la fierté. Nous sommes le camp de la fierté. Cette victoire nous donne de l'espoir. Elle donne de l'espoir au peuple palestinien.

Monsieur le premier ministre, allez-vous appliquer un embargo contre le transit du matériel militaire vers Israël? Allez-vous enfin prendre des sanctions et des mesures contre Israël ou bien assumez-vous aujourd'hui votre complicité?

Bart De Wever:

Als regering leggen we de focus op de humanitaire situatie op het terrein. De regering vindt eensgezind dat het menselijk lijden op zo kort mogelijke termijn moet stoppen. Het geweld heeft al veel te lang geduurd. Daarover zijn we het allen eens.

Sinds het aantreden van de regering dragen we dat standpunt ook uit op het Europese toneel. De voortrekkersrol vanuit het Europese niveau staat in het regeerakkoord beschreven. Europa is de enige weg om een duidelijk signaal te kunnen laten weerklinken en ervoor te zorgen dat er op het terrein verandering kan komen. In die zin hebben we voorzichtig hoopgevende signalen ontvangen over de dialoog die de Europese Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, Kaja Kallas, is aangegaan met de Israëlische regering om die humanitaire situatie effectief te verbeteren.

Onze regering pleit er wel voor om de druk Europees hoog te houden opdat die humanitaire hulp toegankelijk en veilig kan worden georganiseerd. Dat zullen we van nabij opvolgen. Als het tegenovergestelde zou blijken, dan sluit de regering verdere maatregelen of sancties niet uit. Dat zijn we overeengekomen, in tegenstelling tot wat hier wordt beweerd. Voor ons moet het humanitaire leed onmiddellijk stoppen.

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, u sluit toekomstige sancties niet uit. Intussen zijn er al 65.000 mensen gestorven, maar nog neemt de regering geen sancties. Ongelooflijk, het is een schande! Al had ik het wel verwacht, collega’s.

Het is aan ons als Parlement om te beslissen wat de regering moet uitvoeren. Wij nemen die beslissing. In eer en geweten kunnen wij die beslissing nemen. Ik heb de afgelopen dagen en weken goed geluisterd naar mensen van Vooruit, Les Engagés en cd&v en het lijkt me dat een meerderheid in dit Parlement sancties tegen Israël wil. Zelfs binnen de N-VA bestaat er twijfel. Ik kan echt oprecht niet geloven dat de collega’s van de N-VA werkelijk allemaal net als collega Freilich geloven dat het om een rechtvaardige oorlog gaat. Ik kan niet geloven dat u dat allemaal denkt. Ik kan evenmin geloven dat iedereen van de MR de pro-Israëllijn van de heer Bouchez volgt.

Collega’s, denk goed na, want binnen vijf jaar zult u hierop worden aangesproken en niemand zal dan kunnen zeggen: "We wisten het niet." Die genocide voltrekt zich onder onze ogen.

Sofie Merckx:

"Wij sluiten eventuele verdere sancties niet uit als het nog erger wordt." Mijnheer de premier, meent u nu echt wat u zegt? Wat een schande! Wat denken jullie daar allemaal van? Gaan jullie daarmee akkoord? Gaan jullie akkoord met wat minister Prévot heeft gedaan op Europees niveau? Hij heeft niet eens gevraagd om de opschorting van het associatieverdrag. Wordt artikel 2 dan niet geschonden misschien? U bent allemaal medeplichtig als u niets doet. Gelukkig hebben vier verenigingen een klacht ingediend en hebben ze ervoor gezorgd dat het schip dat in Antwerpen geblokkeerd is niet naar Israël mag vertrekken. Er mogen geen wapens uitgevoerd worden. Ook daarover heeft de premier zich niet uitgesproken. Wij zullen blijven pleiten voor een embargo. Als u nog in de spiegel wilt kunnen kijken, neem dan maatregelen.

De boetes die de Europese Commissie oplegt aan Apple en Meta

Gesteld door

lijst: PS Marie Meunier

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt de DMA-sancties van de EU tegen Apple (App Store-beperkingen) en Meta (dwangkeuze datagebruik/betaalmodel) volledig en versterkt de handhaving via de Belgische Mededingingsautoriteit, die sinds maart 2024 lokale onderzoeken en klachten behandelt. Minister Matz benadrukt transparantie en vrije toestemming voor datagebruik, zonder afpersing, en zet in op bewustmaking via gidsen voor bedrijven en burgers over hun DMA-rechten. Ze wijst op de uitdaging om regelgeving bij te benen in een snel evoluerend digitaal landschap, maar bevestigt de Belgische lijn: EU-eenheid combineren met nationale belangenbescherming. Kritische geopolitieke spanningen (vs. VS/Italië) blijven onbesproken.

Marie Meunier:

Madame la ministre, la Commission européenne a récemment infligé deux amendes significatives à des géants du numérique: 500 millions d'euros à Apple et 200 millions à Meta. Ces sanctions font suite à des violations de la Digital Markets Act (DMA) entré en vigueur en 2023.

Dans le cas d'Apple, l'amende vise les restrictions imposées aux développeurs d'applications souhaitant orienter les utilisateurs vers des alternatives à l'App Store. Pour Meta, c'est la manière dont les données personnelles sont exploitées à des fins publicitaires qui est remise en cause: l'utilisateur devait soit accepter le traitement de ses données, soit payer pour éviter les publicités – une forme de chantage qui ne colle pas avec nos exigences européennes.

Ces décisions interviennent dans un contexte géopolitique délicat comme avec les accusations de "discrimination" fiscale par Trump que la Première ministre italienne Giorgia Meloni, par exemple, semble prête à suivre.

Madame la ministre, en tant que représentante de la Belgique dans les discussions européennes sur le numérique, il me semble essentiel de connaître votre position.

Pouvez-vous nous dire comment vous comptez défendre la ligne européenne tout en préservant les intérêts belges?

Soutenez-vous pleinement l'approche de la Commission dans l'application de la DMA?

Quelles initiatives envisagez-vous pour faire respecter les droits numériques des citoyens belges?

Vanessa Matz:

Madame Meunier, je voudrais vous dire, petite blague dans le coin, que j'ai été assez longtemps parlementaire de l'opposition pour connaître la frustration que l'on peut ressentir d'avoir de bonnes idées et de ne pas être entendue, ou alors de se voir feindre d'être entendue. Si j'ai proposé ce dossier au Parlement, c'est parce que je sais qu'il y a une opposition et qu'elle doit s'exprimer parce qu'elle est l'enceinte la plus représentative de notre société.

Sur la question suivante, dès le départ, la Belgique a approuvé et soutenu l'adoption du DMA devant le Conseil de l'Union européenne où, bien entendu, les intérêts pour les entreprises et les citoyens belges ont été défendus. La Belgique a, complémentairement au DMA, adopté la loi du 29 mars 2024 qui désigne l'Autorité belge de la concurrence comme l'autorité compétente pour assister la Commission européenne dans sa mise en œuvre du DMA, mener des enquêtes sur d'éventuels cas de non-respect par les gatekeepers sur le territoire belge et recevoir des plaintes de victimes belges du non-respect du DMA.

Une étude du SPF Economie réalisée en 2024 sur le marché belge des plateformes en ligne recommande une application efficace des règles existantes en insistant sur la nécessité pour les utilisateurs de mieux connaître leurs droits pour se prémunir contre les pratiques abusives. Dans le même esprit, l'autorité belge de la concurrence a publié un guide destiné aux nouveaux acteurs technologiques afin de les informer des opportunités offertes par le DMA.

Le traitement des données à caractère personnel doit se faire dans le respect des droits à la vie privée, du droit à la protection des données personnelles. Les utilisateurs doivent être tenus informés du traitement de leurs données afin de pouvoir y consentir librement et sans contrainte. Ils doivent également pouvoir s'opposer au traitement en question sans subir de préjudice.

Le secteur numérique étant en constante évolution, il n'est pas toujours facile de tirer le meilleur parti des réglementations existantes et en particulier de connaître les droits et obligations qu'elles prévoient ainsi que l'autorité auprès de laquelle une entreprise ou un citoyen peut avoir accès. Ma volonté est claire, je veux continuer à sensibiliser et à informer citoyens et entreprises de leurs droits et obligations avec l'arrivée de nouvelles réglementations afin de permettre une application efficace des réglementations numériques. Je vous remercie.

Marie Meunier:

Merci, madame la ministre. Je n'ai rien à ajouter pour le moment.

De Amerikaanse wapenleveringen aan Oekraïne en de droneproductie
Het akkoord tussen de NAVO en de Verenigde Staten voor Oekraïne
De opbouw van onze luchtverdediging en die van onze bondgenoten
Militaire steun en defensiesamenwerking voor Oekraïne

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de dringende nood aan versterkte luchtafweer voor Oekraïne en Europese defensie-autonomie, met focus op Amerikaanse wapenleveringen (waaronder Patriot-systemen) en financiële steun via NATO-mechanismen. België engageert zich met 140 miljoen euro en logistieke steun (A400M), terwijl het ook eigen luchtverdediging versneld opbouwt (samen met Nederland en Luxemburg) en industriële samenwerking verkent. Kritiek komt van Lacroix op de afhankelijkheid van de VS (Trump’s "big deals" en dreigende handelsmaatregelen) en het ontbreken van een strategische Europese defensie, ondanks de urgente Oekraïense behoeften aan drones en munitie. Francken benadrukt de praktische noodzaak van snelle Amerikaanse leveringen, maar erkent dat Trumps betrouwbaarheid twijfelachtig blijft.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, het gaat soms snel. Toen ik mijn vraag indiende begin juli, kondigden de Verenigde Staten nog aan dat ze wapenleveringen aan Oekraïne on hold zetten. Ik zal dus niet naar mijn schriftelijk ingediende vraag verwijzen, want die is inmiddels achterhaald door de feiten. De Verenigde Staten hebben namelijk intussen laten weten opnieuw voluit te zullen meewerken aan de terbeschikkingstelling van luchtafweer, munitie en materieel aan het Oekraïense leger. Dat is broodnodig, gezien de gebeurtenissen in de afgelopen weken met de veelheid aan drones die de Russen inzetten en de veelheid aan raketten die worden afgevuurd op Oekraïne, die het Oekraïense grondgebied, de Oekraïense luchtafweer, het Oekraïense leger én de Oekraïense bevolking zwaar op de proef stellen.

Vandaar mijn vraag. Hoe schat u op dit moment de luchtverdedigingscapaciteit van Oekraïne in? Welke extra steun is nodig. De Verenigde Staten hebben hun standpunt gewijzigd. Zijn er aanwijzingen dat de Verenigde Staten zelf kampen met een tekort aan munitie? Welk extra materieel moet worden aangeleverd? Kunnen de Verenigde Staten samen met de Europese Unie en de Europese landen instaan om dat tekort weg te werken?

Oekraïne geeft bovendien aan dat het voor de productie van drones vooral kampt met een gebrek aan adequate financiering. Recent hebben het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne een overeenkomst gesloten, waarbij drones onder licentie kunnen worden geproduceerd. Welke soortgelijke initiatieven bent u van plan te nemen? Ik kijk uit naar uw antwoord.

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, mag ik misschien vragen waarom vragen nrs. 56007078C van de heer Lacroix, 56007085C van de heer Buysrogge en deze vraag nr. 56006658C van de heer Buysrogge niet zijn samengevoegd? Ook de vraag van de heer Lacroix gaat over exact hetzelfde thema. Hij heeft hierover zelfs nog een tweede vraag. Ik moet zodra vertrekken en dit is de laatste commissievergadering van het parlementaire jaar en wellicht zullen we niet aan het einde van de agenda geraken. Misschien is het dus zinvol om die vragen alsnog samen te nemen? Ze gaan immers allemaal over exact hetzelfde onderwerp, namelijk de steun aan Oekraïne.

Voorzitter:

Meestal gebeurt de samenvoeging op suggestie van uw kabinet.

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, het is bijzonder druk op het kabinet de laatste weken en dagen, dus misschien is het daaraan te wijten. Het zou beter zijn mochten die vragen worden samengevoegd, als dat mogelijk is. Indien u dat niet wenst, dan behandelen we de vragen apart. We zullen niet meer aan uw vraag nr. 56007085C toekomen, terwijl die vraag actueler is dan deze vraag.

Voorzitter:

Bij mij staat ze als vraag nr. 56007086C genoteerd. Wat stelt u voor?

Theo Francken:

Vraag nr. 56006658C betreft de Amerikaanse wapenleveringen aan Oekraïne en droneproductie. Vraag nr. 56007085C betreft de opbouw van de luchtverdediging voor de bondgenoten. Ook die gaat specifiek over Oekraïne. Dan is er nog de vraag van de heer Lacroix, over het akkoord tussen de Verenigde Staten en Oekraïne. Dat gaat eigenlijk allemaal over hetzelfde.

Voorzitter:

Monsieur Lacroix, êtes-vous d'accord ? Alors je vous donne la parole.

Theo Francken:

Je pense que la réponse sera intéressante.

Voorzitter:

Si la commission est d'accord…

Christophe Lacroix:

Merci, monsieur le président. La réponse sera-t-elle intéressante? Nous verrons cela, monsieur le ministre.

Nous savions déjà que l'administration Trump pouvait compter sur des alliés fidèles – des alliés aussi splendides que le gouvernement de l'Arizona, par exemple – pour continuer à acheter américain quoi qu'il se passe, et surtout lorsqu'il s'agit d'investissements militaires. Cela se fait, selon nous, au détriment de la construction d'une véritable autonomie stratégique européenne, pourtant nécessaire au sein de l'OTAN. Votre volonté d'acquérir des F-35 supplémentaires en est une nouvelle illustration.

On entend souvent qu'il faut une "grande chasse" pour justifier l'achat d'un autre type d'avion que le F-35. Pourtant, un exemple me vient à l'esprit: la Grèce dispose, si je ne m'abuse, d'une vingtaine de F-35 et d'une vingtaine de Rafale. C'est, me semble-t-il, une information pertinente à garder à l'esprit. Visiblement, aujourd'hui, on va encore plus loin.

L'Ukraine devrait bientôt bénéficier d'un très grand nombre d'équipements militaires, grâce à un accord annoncé ce lundi entre l'OTAN et les États-Unis. Cet accord a été présenté par le secrétaire général de l'Alliance, Mark Rutte, valet de Donald Trump.

Le mécanisme est simple: les États-Unis fournissent les armes, et les membres de l'OTAN paient la facture. Pendant ce temps, le président américain, qui s'apprête à relancer une guerre commerciale à l'encontre de l'Union européenne dès le 1 er août, se réjouit d'avoir conclu un accord de plusieurs milliards de dollars. Il menace dans la foulée d'imposer 30 % de droits de douane sur toutes les exportations européennes vers les États-Unis. Bref, a big and beautiful deal for president Trump .

Si le soutien à l'Ukraine est essentiel, ce nouveau mécanisme soulève de nombreuses questions, monsieur le ministre. Quels sont les détails et le fonctionnement de cet accord entre l'OTAN et les États-Unis concernant cette aide matérielle à l'Ukraine? Quelle a été la position de la Belgique au sein de l'Alliance sur ce dossier? Comment peut-on justifier un tel mécanisme qui, une fois encore, profite essentiellement à l'Amérique de Trump? Quels sont les pays qui comptent y participer? Et surtout, quelle est la position de la Belgique dans ce cadre?

Je vous remercie pour vos réponses.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, voor de tweede vraag verwijs ik naar de schriftelijke voorbereiding ervan.

Met het aanhoudende conflict in Oekraïne en de doorslaggevende rol die drones spelen, wordt het pijnlijk duidelijk dat luchtverdediging cruciaal is voor onze veiligheid. U gaf aan dat België nog niet beschikt over adequate luchtverdediging om cruciale infrastructuur, waaronder de havens, te beschermen. U zette ondertussen wel de nodige stappen om deze lacune in te vullen. Onze bondgenoten worden met hetzelfde probleem geconfronteerd en moeten op korte termijn deze systemen moderniseren en/of opbouwen. Daarover heb ik enkele vragen:

Mijn vragen voor de minister:

1. Op welke termijn wordt de volgende mijlpaal behaald in het opbouwen van onze eigen luchtverdediging?

2. Ontving u vragen van onze bondgenoten om te helpen bij het opbouwen van hun luchtverdediging?

a. Zo ja, welke landen waren dit?

b. Wat is de concrete vraag?

3. In welke mate kan België ondersteuning leveren voor deze systemen?

Theo Francken:

Wat de luchtverdediging met korte tot middellange dracht betreft, wordt alles in het werk gesteld om nog dit jaar de eerste systemen te bestellen. Het gaat daarbij niet om systemen voor Oekraïne, maar voor onszelf.

Met Nederland voeren we coördinatiegesprekken om beide nationale luchtverdedigingen met elkaar te synchroniseren. Daarnaast hebben we gesprekken gevoerd met Luxemburg over de coördinatie bij de aankoop van luchtverdedigingssystemen. Tot slot ontvingen we een verzoek van Denemarken om informatie te delen.

Onze industrie beschikt sowieso over het potentieel om ondersteuning te bieden. Er zijn heel wat potentiële industriële partners en vormen van participatie. De verkenning is lopende; we zijn daarmee bezig.

Wat de steun aan Oekraïne betreft, samen met collega-minister Prévot heb ik een brief ontvangen van de Duitse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, in het kader van hun initiatief om immediate action on air defence (IAAD) te nemen ter ondersteuning van Oekraïne, waarin zij pleiten voor een bijdrage in natura of in geld aan de verdediging van Oekraïne tegen Russische luchtaanvallen. Aangezien Defensie momenteel zelf werkt aan de volledige heropbouw van haar luchtverdedigingscapaciteit, hebben we positief gereageerd, met een financiële bijdrage van 140 miljoen euro voor dit jaar. Daarnaast hebben we ook aangeboden de A400M in te schakelen voor de logistieke operatie om eventueel bijkomende Patriotbatterijen of andere systemen naar Oekraïne vanuit de VS over te vliegen. De brief is verstuurd en morgen ontmoet ik de Duitse ambassadeur, aan wie ik dat ook persoonlijk zal meedelen, al zit hij de zaak misschien nu al te volgen.

Monsieur Lacroix, le soutien à l'Ukraine demeure une priorité absolue pour la Belgique. Dans ce cadre, la Belgique a adopté une attitude constructive au sein de l'OTAN lors de l'élaboration de ce nouveau mécanisme par lequel des équipements militaires américains sont livrés à l'Ukraine via les alliés de l'OTAN. Les besoins sont urgents et concrets, notamment pour assurer la protection de la population civile.

Les systèmes américains, tels que les Patriot, sont actuellement disponibles et rapidement déployables. Dans cette perspective, ce mécanisme est indispensable pour obtenir des résultats concrets sur le terrain dans les plus brefs délais.

Wij zullen dan ook meewerken.

De position switch van de Amerikaanse administratie is interessant, relevant en een goede zaak voor Europa en voor de Europese veiligheid. Of die position switch blijvend is, valt nog af te wachten. In elk geval ben ik op het moment tevreden.

Peter Buysrogge:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. We zijn ook tevreden met het nieuws dat u brengt. Het is positief dat u bereid bent om samen met Duitsland te bekijken wat er mogelijk is op het vlak van ondersteuning. De bijdrage van 140 miljoen euro en de eventuele extra steun op logistiek vlak zoals de inzet van een A400M zijn bijzonder waardevol.

Ik juich ook toe dat u nog meer inzet op samenwerking met de buurlanden Nederland en Luxemburg om zelf versneld luchtafweercapaciteit te realiseren. We hebben daar vier jaar op moeten wachten. De vivaldiregering ondernam op dat vlak niets. U pakt dat dossier nu wel aan en probeert in enkele maanden tijd een oplossing op poten te zetten. Ik wens u daar veel succes mee. Het is belangrijk dat ons eigen luchtruim op een degelijke manier beveiligd kan worden. Het zijn noodzakelijke investeringen. Proficiat daarmee.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse bien qu'elle soit très succincte. Je crois que tout le monde est favorable à la défense de l'Ukraine. Ce nouveau mécanisme change du mécanisme de Joe Biden où les États-Unis fournissaient directement à l'Ukraine. En l'occurrence, nous achetons à travers l'OTAN de l'armement américain pour le livrer à l'Ukraine. Vous dites que la position de Trump est très intéressante. Oui, il a passé son temps à humilier le président Zelensky lorsqu'il l'a reçu à la Maison-Blanche, en disant que c'était de sa faute si la guerre avait lieu. Il a fait un gros deal sur les terres rares au détriment de l'Ukraine. Il a menacé tout le monde. Il nous menace de sanctions économiques. Et, nous, comme des veaux, je dis bien comme des veaux, nous continuons à acheter américain. Nous courbons l'échine devant le président Trump, sa vulgarité et son autorité.

De Amerikaanse invoerheffingen
De Amerikaanse invoerheffingen
De stand van zaken met betrekking tot de Amerikaanse invoerheffingen
De Amerikaanse deadline van 1 augustus voor de douanerechten
De Amerikaanse invoerheffingen en deadlines

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische minister bevestigt dat de VS-dreiging met 30-50% invoerrechten (vanaf 1 augustus) de transatlantische handel ontwricht, ondanks lopende onderhandelingen, en dat de EU contra-maatregelen (21 mld *en* 72 mld euro aan Amerikaanse producten) klaar heeft—België steunt deze plannen en analyseert de impact. Hij benadrukt dat een genegocieerd akkoord nog steeds mogelijk is, maar ziet diversificatie (via nieuwe handelsdeals met bv. Indonesië, Australië) als noodzakelijke buffer. Trumps escalatie verhoogt kosten voor bedrijven en consumenten, terwijl de EU vasthoudt aan "ferme, evenredige" reacties om de handel te normaliseren. Prévot sluit zich aan bij de hoop op een evenwichtig compromis, mits de VS meewerkt.

Patrick Prévot:

Monsieur le président, je me réfère au texte écrit de ma question.

Monsieur le ministre, à l'heure d'écrire ces lignes, le Président américain Donald Trump fait trembler l'économie européenne en annonçant la mise en vigueur des droits de douane d'une hauteur de 30% à partir du 1er août.

L'horloge tourne et il est impossible de savoir si cette surenchère du résident de la Maison Blanche est un coup de bluff ou non.

Ursula Von der Leyen, la Présidente de la Commission européenne a rapidement réagi. Si ces droits de douane venaient à être effectifs, je cite, "cela perturberait les chaînes d'approvisionnement transatlantiques essentielles, au détriment des entreprises, des consommateurs et des patients des deux côtés de l'Atlantique" (fin de citation).

Entre poursuites des négociations et préparation de contre-mesures crédibles, ce à quoi appelle le président français Emmanuel Macron, l'Union européenne (UE) se doit d'agir pour les intérêts de tous les États membres et protégeant autant que possible notre économie, nos entreprises, nos concitoyen(ne)s.

Monsieur le ministre, pourrions-nous avoir votre retour sur cette menace brandie par le président Donald Trump?

Où en sont les négociations entre l'administration Trump et la Commission européenne? À l'heure actuelle, que devrait-il se passer le 1er août quant au commerce transatlantique?

Au début de l'année, l'UE avait préparé des droits de rétorsion sur des produits américains d'une valeur approximative de 21 milliards d'euros : ces droits de rétorsion sont-ils toujours sur la table?

Au niveau national, comment le gouvernement se prépare-t-il à tous les scénarios, ce compris le pire pour notre économie avec des droits de douane pouvant monter jusqu'à 50% comme l'avait déjà menacé le président américain?

David Clarinval:

Monsieur le président, les trois questions de Charlotte Verkeyn sont-elles jointes ou sont-elles reportées?

Voorzitter:

Elles sont jointes.

David Clarinval:

Je répondrai tout en français, malgré tout.

Monsieur Prévot, madame Verkeyn, je regrette cette nouvelle escalade. Alors même que les négociations sont toujours en cours, l'annonce du président Trump ajoute une incertitude supplémentaire à l'économie mondiale et entraîne une hausse des coûts pour les consommateurs et les entreprises des deux côtés de l'Atlantique. Cette annonce d'augmentation des droits de douane sape également les efforts actuellement déployés pour parvenir à une solution négociée.

La Belgique participe à des consultations approfondies avec la Commission européenne afin d'être prête à prendre des mesures de rétorsion à travers deux paquets de mesures. Le premier paquet, monsieur Prévot, concerne 21 milliards d'euros d'importation américaine. Il est question de maïs, de jeans, de camions, de cartes à jouets, de cuivre, d'acier, d'aluminium, de textiles et de motos, notamment.

C'est une réponse aux tarifs douaniers de 50 % sur l'acier et l'aluminium. Je confirme donc que ce paquet est toujours bien d'actualité. Le second paquet vise à corriger les déséquilibres tarifaires, notamment les 25 % apportés aux véhicules. Ce deuxième paquet concerne 72 milliards d'euros de produits divers. Mon administration analyse la liste transmise aux États membres actuellement, afin que la Belgique puisse défendre au mieux les intérêts économiques.

Nous soutenons la mise en place de mesures fermes, proportionnées et rapides, visant à désamorcer la situation à moyen et long terme et à revenir rapidement à une normalisation des relations commerciales avec les États-Unis.

Je salue la détermination de l'Union européenne à faire aboutir les négociations. Nous restons convaincus qu'un accord équilibré dans l'intérêt des consommateurs et des entreprises est possible et nous soutenons pleinement les efforts de la Commission qui vont dans ce sens.

Outre les négociations en cours avec les États-Unis, l'Union européenne cherche à diversifier ses débouchés à l'exportation. Dans cette optique, la Commission européenne explore activement de nouveaux partenariats extérieurs, notamment à travers des accords commerciaux en cours de négociations ou récemment conclus avec des pays comme l'Indonésie, la Nouvelle-Zélande, le Chili, le Mexique, l'Australie, l'Inde et d'autres encore. Ces accords visent à compenser partiellement la baisse potentielle des exportations vers les États-Unis.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Effectivement, personne n'y gagne, quel que soit le côté de l'Atlantique.

J'ai retenu de votre réponse que votre administration est en train d'analyser la situation. Vous soutenez plus que jamais un accord équilibré, et vous continuez à penser qu'il est possible de le trouver. Vous continuez aussi à soutenir les efforts de la Commission, qui multiplie également les initiatives en ce sens. À titre personnel, je suis aussi persuadé qu'il y a moyen de trouver un accord équilibré, qui serait bénéfique pour les différentes parties. Il faudrait évidemment que l'administration Trump soit du même avis et souhaite négocier.

Voorzitter:

La question n° 56005305 de M. Steven Coenegrachts a été transformée en question écrite.

Rechten van gedetineerden, veiligheid en bescherming van het personeel in de gevangenis van Lantin

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de dodelijke brand in de overbevolkte gevangenis van Lantin (1.060 gedetineerden op 744 plaatsen) benadrukt Daerden een structurele crisis: onmenselijke leefomstandigheden (gebrek aan hygiëne, voeding, veiligheid), uitgeput personeel en een systeemfaliek door jarenlang beleidsverzuim, terwijl Verlinden wijst op ad-hocmaatregelen (noodvoorraden, herbestemde lokalen, vormingen) en toekomstplannen (nieuwe detentiehuizen, masterplannen, geweldsreductieprogramma’s). Daerden noemt haar antwoord technocratisch en onvoldoende, eist een fundamentele, menswaardige hervorming in plaats van lapwerk, en hamert op de urgentie van een politiek keuze om de waardigheid van zowel gedetineerden als bewakers te herstellen. Kernpunt: systeemwijziging vs. symptoombestrijding in een gevangeniswezen dat humaniteit en veiligheid niet langer waarborgt.

Frédéric Daerden:

Madame la ministre, l'incendie tragique du 29 mai dernier à la prison de Lantin, qui a coûté la vie à un pompier, a brutalement mis en lumière les failles d'une infrastructure pénitentiaire déjà fragilisée. Mais au-delà du bâti, ce sont bien les conséquences organisationnelles, humaines, sécuritaires de cette situation qui interpellent aujourd'hui.

Depuis ce drame, de nombreux témoignages font état d'un fonctionnement dégradé et alarmant de l'institution, avec des préaux supprimés par manque de personnel, l'accès aux douches réduit voire inexistant, les repas distribués en décalé, parfois à des heures incohérentes, la suspension de la cantine accentuant la précarité des détenus, un sentiment d'insécurité généralisé tant chez les personnes incarcérées que chez les travailleurs.

Les syndicats évoquent un climat explosif nourri par la surpopulation carcérale, la pénurie d'agents et le manque de moyens organisationnels, et ce pour faire face à une crise pourtant prévisible.

Madame la ministre que mettez-vous en œuvre aujourd'hui pour garantir dans l'immédiat le respect des droits fondamentaux des détenus, notamment en matière de conditions de vie, d'hygiène et d'accès aux services de base; pour garantir la sécurité des établissements pénitentiaires comme Lantin où le risque de tension voire de violence est bien réel; pour garantir le soutien, la protection, le bien-être du personnel pénitentiaire dont l'épuisement et le découragement ne cessent de croître?

Plus structurellement, quelles mesures envisagez-vous pour réorganiser durablement le fonctionnement de nos prisons en lien avec les travaux d'infrastructures à venir, afin d'éviter que l'organisation pénitentiaire ne s'effondre au moindre instant? Il y a vraiment urgence à agir dans le respect des responsabilités de chacun.

Annelies Verlinden:

Collègue Daerden, l'incendie survenu à la prison de Lantin et le décès tragique du pompier Maxime Coessens nous ont tous profondément touchés. Je souhaite dès lors remercier à nouveau l'ensemble des services d'incendie pour leur engagement sans faille ainsi que tous les membres du personnel qui travaillent chaque jour au service de la justice. Je tiens à rappeler également mes précédentes interventions à ce sujet.

L'incendie a touché la buanderie et le stock de la cantine. L'impact sur les droits des détenus a été limité à ces deux emplacements. À la suite de l'incendie de Lantin, plusieurs mesures ont été mises en place afin de garantir les conditions de vie et de sécurité au sein de l'établissement. Pour le linge des détenus, un appel aux dons a été lancé à l'adresse de l'ensemble des établissements pénitentiaires. La solidarité des autres prisons a permis à Lantin de récupérer rapidement un stock de linge. Pour le nettoyage, ce service a pu être assuré car la société de nettoyage partenaire disposait de la capacité nécessaire pour assurer un volume de travail plus important.

Concernant la cantine, un autre local a été affecté à cette fonction. L'espace étant plus petit, la cantine a été limitée pendant plusieurs semaines. Lantin a également bénéficié d'une camionnette pour la gestion de la distribution en interne sur le site. En ce qui concerne les kits d'hygiène et les kits entrants également stockés dans la zone incendiée, la distribution a pu se poursuivre grâce aux stocks qui ont pu être récupérés et grâce à des nouvelles commandes. Les salles de visite et les distributeurs des salles d'attente des visiteurs continuent d'être alimentés en boissons et autres collations, bien que le choix y soit pour le moment plus restreint. Le 14 juillet, Lantin comptait 1 060 détenus pour 744 places.

L'amélioration des conditions des détenus et du personnel passe avant tout par une réduction de l'extrême surpopulation dans l'ensemble des prisons. La loi d'urgence revêt dans ce contexte une importance cruciale. Il n'est pas surprenant que les conflits et les incidents surviennent plus rapidement dans un contexte de surpopulation.

Investir dans des solutions structurelles et durables est également nécessaire pour réduire la population carcérale. Plusieurs groupes de travail sont en cours à cet effet. Nous investissons en outre dans la réduction de la violence. L'accent a été mis sur la formation du personnel, notamment en matière de gestion des conflits et de l'agressivité.

De même, un projet en cours vise à travailler sur la maîtrise de la violence des détenus. De manière ciblée, des détenus sont formés à cet effet afin d'acquérir des méthodes et techniques permettant d'apaiser les tensions et de réduire les agressions.

Un autre projet touche également un aspect plus institutionnel en invitant un organisme à proposer des solutions pour basculer vers une culture organisationnelle non violente.

Pour les détenus agressifs, nous travaillons sur un trajet de désengagement de la violence avec notamment des cellules et un encadrement adaptés qui permettront au personnel de travailler de manière plus sécurisée.

La surpopulation a un impact important sur la charge de travail des agents et sur leur sentiment d'impuissance à apporter une contribution significative.

L'équipe RH réalise tous les investissements nécessaires pour pourvoir au maximum les postes grâce à des campagnes de promotion, une manière importante de soutenir les agents et de leur offrir des formations.

L'Académie de la justice investit dans la professionnalisation et l'élargissement de la formation initiale des agents. Une politique générale en matière de bien-être est également mise en œuvre. Des enquêtes sur le bien-être réalisées au SPF Justice l'année dernière donneront lieu à des actions concrètes cet automne.

Le processus d'ouverture de nouvelles maisons de détention et de transition est toujours en cours. Ces nouveaux établissements nous permettront à la fois d'avoir des places supplémentaires mais également de mieux différencier le parcours carcéral des détenus en fonction de leur profil.

Enfin, nous collaborons étroitement avec la Régie des Bâtiments afin d'améliorer les infrastructures existantes. Grâce au masterplan, un important rattrapage a déjà pu être opéré. Par ailleurs, ces masterplans pour une détention humaine sont poursuivis et adaptés si nécessaire pour répondre aux derniers besoins.

Frédéric Daerden:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. J'ai le sentiment que votre réponse témoigne d'un malaise, un malaise plus large encore que celui qui traverse aujourd'hui la prison de Lantin. Je serais tenté de dire que c'est une forme de déni politique face à une crise carcérale dont chacun perçoit l'ampleur mais qui n'est pas nouvelle, qui existe depuis un certain temps. Ce n'est pas seulement un problème, une panne d'infrastructure ou une fuite d'eau que l'on déplore ici, mais bien une désorganisation complète du quotidien carcéral, une mise en danger du personnel comme des personnes détenues d'ailleurs. Les faits sont là, ce sont des conditions indignes d'un État de droit. Ce sont des vies humaines abandonnées à un système en faillite. Et pourtant, ce que vous présentez, ce sont des mesures – j'oserais dire – techniques, technocratiques, là où il faudrait une réponse politique forte, courageuse et surtout profondément humaine. Dans un pays comme le nôtre, il ne peut exister ce que j'appelle une "seconde peine", qui viendrait s'ajouter à celle prononcée par la Justice. Rien ne justifie que l'on sacrifie la santé mentale et physique du personnel pénitentiaire, qui mérite des moyens, du respect et un cadre de travail digne. Je terminerai en disant qu'il est temps d'arrêter de gérer les prisons à coups de rustines. Il est temps d'assumer une politique pénitentiaire qui respecte la justice et la sécurité, mais aussi la dignité humaine. Il y a urgence à agir, dans le respect des responsabilités de chacun.

De EU-top en Gaza
De EU-top en Iran
De oorlog in Gaza en de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 23 juni
Gaza en de Europese Raad
De Europese top en de stavaza betreffende het conflict tussen Israël en Iran
De oorlog tussen Israël en Iran
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De Europese Raad en het uitblijven van concrete maatregelen inzake Gaza
De associatieovereenkomst EU-Israël
Het associatieakkoord
De opschorting van de associatieovereenkomst EU-Israël
De situatie in Gaza
De Israëlische agressie tegen Iran
De gerechtelijke stappen tegen België wegens het gebrek aan actie t.a.v. de situatie in Gaza
De bijeenkomst van de RBZ op 15 juli, de situatie in Gaza en de associatieovereenkomst EU-Israël
Het standpunt van de EU met betrekking tot Gaza en Israël
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
Israël en Palestina
EU-top, buitenlands beleid en conflicten in Gaza, Israël en Iran

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een actueel debat over de humanitaire crisis in Gaza benadrukten parlementsleden unaniem de catastrofale situatie (honger als oorlogswapen, massale burgerdoden, geblokkeerde hulp) en Israëls schendingen van internationaal recht, maar kritiseerden ze Europa’s en België’s gebrek aan concrete actie. Minister Prévot (BZ) bevestigde dat België geen mandaat had om op de EU-top de opschorting van het associatieakkoord EU-Israël (art. 2, mensenrechtenclausule) te eisen, ondanks zijn persoonlijke steun daaraan, en wees op interne regeringsverdeling en EU-blokkades (o.a. Hongarije). Hij somde wel Belgische initiatieven op (humanitaire steun, druk op Hamas/Israël, juridische analyse handel nederzettingen), maar erkende dat sancties of unilaterale stappen (bv. importban) uitblijven door gebrek aan consensus. Oppositie en meerderheidsleden eisten meer lef, verwijtend dat België’s “morele leiderschap” ontbreekt terwijl 70% van de Belgen sancties wil.

Voorzitter:

Collega's, we beginnen met een actuadebat met maar liefst twintig vragen. We houden ons uiteraard aan de spreektijd. U zult de minuten op de spreekklok zien aftellen. Wie meerdere vragen heeft ingediend, krijgt vier minuten spreektijd, de overige leden twee minuten. Gelieve u daaraan te houden, want anders wordt het heel laat vandaag. De minister heeft meegedeeld dat hij aanwezig blijft tot de finish van deze vragensessie, waarvoor dank, maar ik vraag u dan ook om u aan uw spreektijd te houden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de situatie in Gaza is onmenselijk en schrijnend, daarover zijn we het eens. Er is nood aan meer humanitaire hulp. Ons land heeft steeds gestreefd naar een coherent en principieel buitenlandbeleid, gestoeld op mensenrechten en humanitair recht. We kunnen vandaag niet anders dan vaststellen dat de humanitaire situatie in Gaza onmenselijk is. Het is onaanvaardbaar dat mensen worden neergeschoten terwijl ze eten gaan halen en dat zij volledig aan hun lot worden overgelaten.

Deze week vond een belangrijke Europese Raad plaats, waaraan u deelnam als vertegenwoordiger van ons land. U had daarvoor een sterk mandaat, voortvloeiend uit de resolutie die we hier in het Parlement hebben aangenomen. U kreeg daarmee een mandaat om de weg naar een wederzijdse erkenning en duurzame vrede verder te verdedigen.

Mijnheer de minister, wat hebt u op de Europese Raad tafel gelegd? Welke concrete acties en initiatieven hebt u aan uw ambtsgenoten voorgelegd? Welke stappen kunnen vandaag al worden gezet om tegemoet te komen aan de humanitaire noden? Wat kan er nu al worden ondernomen om een verschil te maken voor de mensen in Gaza?

Wat waren de besluiten van de Europese top daarover? Mevrouw Kallas verklaarde dat de humanitaire situatie onaanvaardbaar is en dat er stappen moeten worden gezet. Wat is haar verslag van het gesprek met de Israëlische autoriteiten? Welke conclusies werden er in de Raad getrokken?

Wat kunt u meedelen over het associatieakkoord met Israël of over de eventuele vorming van een gekwalificeerde meerderheid om een deel van dat akkoord te onderzoeken? Op welke termijn verwacht u dat binnen het Europees gremium, samen met de andere lidstaten, initiatieven zullen worden genomen?

Daarnaast hebben we gisteren de minister van Diaspora van de Palestijnse Autoriteit ontmoet. Zij wees op een belangrijke conferentie die eind deze maand in New York zal plaatsvinden, waaraan u wellicht zult deelnemen. Wat is het standpunt van de regering dat u daar zult verdedigen?

Tevens loopt er een initiatief van Colombia. Ons land neemt daaraan niet deel. Ook daarover had ik graag van u vernomen wat de beweegredenen zijn, wat de standpunten zijn, en hoe onze staat zich zal positioneren ten aanzien van, ten eerste, de humanitaire noden in Gaza en het antwoord dat we daarop zoeken, en ten tweede een vredesinitiatief op lange termijn, met het oog op een tweestatenoplossing en oplossingen voor de volkeren aan beide zijden van dat bijzonder dramatisch, bloederig en onmenselijk conflict.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, gemiddeld vallen er in Gaza honderd doden per dag, en dat al maandenlang. Nagenoeg iedereen lijdt er honger. Voedsel of drinkwater halen betekent dat men zich op een mijnenveld begeeft. Op zoek gaan naar voedsel kan leiden tot de dood. Dat is een schrijnende situatie die zo snel mogelijk moet stoppen.

De Europese Unie doet momenteel niets anders dan wachten en lijdzaam toekijken. Ze doet niets. Mevrouw Kallas heeft gecommuniceerd dat de Europese Unie de situatie nauwlettend in het oog zal houden.

Op dit moment is het echter overduidelijk dat de mensenrechtenclausule in artikel 2 van het associatieverdrag tussen de EU en Israël geschonden wordt. We hoeven geen professor of academicus te zijn om vast te stellen dat de mensenrechten in Gaza op grove wijze worden geschonden.

Het logisch gevolg is dat men die associatieovereenkomst opschort. Het feit dat de EU daar nog altijd geen akkoord over heeft kunnen bereiken, is schrijnend en totaal onaanvaardbaar. Het is eigenlijk de eerste stap van schuldig verzuim. De EU doet niets en België is op dit moment ook nog altijd muisstil. Ik ben dan ook blij dat u hier nu bent om enige tekst en uitleg te geven, want België heeft nog geen standpunt ingenomen.

Mijnheer de minister, daarom heb ik maar twee duidelijke vragen.

Ten eerste, waarom is het associatieverdrag tussen de EU en Israël nog niet opgeschort, terwijl het overduidelijk is dat artikel 2, de mensenrechtenclausule, geschonden wordt?

Ten tweede: wat was het standpunt van de Belgische regering op de Europese Raad? Ik bedoel dus niet uw persoonlijk standpunt, mijnheer de minister, want uw persoonlijke verklaring in de pers kennen we inmiddels. We zitten op dat punt zelfs op dezelfde lijn. Maar wat is het officieel standpunt van de Belgische regering? Wat hebt u daar verdedigd? Welk mandaat hebt u gekregen van de federale regering? Hebt u daar namens de Belgische regering kunnen zeggen dat de Belgische regering pleit voor de opschorting van het associatieakkoord, ja of neen? Dat wil ik vernemen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, we zijn diep teleurgesteld. We hoorden de aankondiging dat Europa de situatie nauwlettend in het oog zal houden. Diepe teleurstelling is het enige wat nog rest na de top van gisteren met de Buitenlandministers. Opnieuw heeft men ervoor gekozen om niets te doen, helemaal niets. Maandag alleen al werden in de Gazastrook opnieuw 78 Palestijnen gedood. Sinds eind mei telden de Verenigde Naties meer dan 800 doden. In totaal zijn er al meer dan 50.000 doden gevallen. Daar komen nu ook nog hongerdoden bij.

Mijnheer de minister, in onze resolutie vroegen we u om het associatieakkoord aan te pakken. Met welk mandaat bent u gisteren naar de top gegaan? Klopt het dat u daar pleitte voor een gedeeltelijke opschorting?

Op de top lag een lijst met opties om Israël onder druk te zetten. Wat waren die opties?

Vorige week gaf de Europese Unie aan dat een nationaal handelsverbod met betrekking tot producten uit illegale nederzettingen perfect mogelijk is. We hebben daar recent nog over gesproken. Gaat u daarmee zo snel mogelijk aan de slag, of doet u dat niet?

De EU sloot vorige week een akkoord met Israël over humanitaire hulp. Er is echter niets bekend over de controle op de naleving van dat akkoord. Hoe kijkt u daar tegenaan? Is dat een lege doos?

Dappere landen zoals Ierland en Colombia tonen leiderschap. Zij zetten stappen om internationaal recht te herstellen. Wanneer volgt België? Wanneer zal België dapper zijn?

Mijnheer de minister, het is duidelijk dat alle rode lijnen al lang zijn overschreden. De mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden. Het is onze plicht om er alles aan te doen om dat te stoppen en om Israël ter verantwoording te roepen. Het minste wat we nu kunnen doen, is toch wel maatregelen nemen tegen Israël. België en Europa moeten meer doen. Bijna 70 % van de Belgen sprak zich uit voor strengere maatregelen tegen Israël.

De Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken merkte hier gisteren nog dat we met een probleem zitten, aangezien de bevolking maatregelen wil, terwijl de politieke wereld geen maatregelen neemt.

Ik hoop dat ik een heel duidelijk antwoord krijg op de vijf vragen die ik heb gesteld. Ik hoop ook dat we ook over België eindelijk kunnen zeggen dat het een dapper land is.

Voorzitter:

Mevrouw Safai is niet aanwezig.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, het is een schande. De conclusie van u en uw collega's, verwoord door mevrouw Kallas, luidt dat we Israël in de gaten zullen houden.

Israël in de gaten houden? Elke dag zien we de beelden binnenstromen. Elke dag krijgen we getuigenissen van hulpverleners die smeken om actie van de hele wereldgemeenschap. De Europese Unie, meer bepaald de Europese Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, heeft echter, na een rapport waarin wordt vastgesteld dat de mensenrechten worden geschonden, geconcludeerd dat we Israël in de gaten moeten houden.

Dat is echt een schande. Ik lig er al de hele nacht van wakker hoe u tot een dergelijke conclusie kunt komen. Al 65.000 Palestijnen hebben daar het leven gelaten sinds de aanslagen van oktober 2023. Daarbovenop komen het blokkeren van humanitaire hulp en de georganiseerde hongersnood, waardoor het aantal slachtoffers nog een veelvoud is geworden. Gisteren hebben we hier nog gehoord dat het aantal inwoners van een stad als Gent of Charleroi overeenkomt met het aantal mensen dat daar is weggevaagd door Israëlisch geweld. Als ik de conclusie hoor van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, dan breekt mijn klomp.

Mijnheer de minister, mijn vraag aan u gaat over iets waarover bijzonder veel mist hangt. Welk standpunt heeft België gisteren ingenomen? Waarmee hebt u ingestemd? Dat is een cruciale vraag.

Een even belangrijke vraag is wanneer we als België eindelijk eens meer zullen doen. Wanneer zullen we zelf beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat zulke zaken niet meer gebeuren, om ervoor te zorgen dat Israël beseft dat het rode lijnen overschrijdt, althans in de ogen van de Belgische regering?

In de meerderheidsresolutie zat alle mogelijkheid om u te verschuilen achter het Europese compromis. Dat compromis heeft echter niets opgeleverd. Het is nu tijd dat België zelf actie onderneemt. Dat kan door een ban op Israëlische producten of de erkenning van Palestina als staat. Er zijn nog zoveel andere voorbeelden van maatregelen die België zelf kan nemen. Mijnheer de minister, wat zal de Belgische regering vanuit België zelf initiëren?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, les masques sont tombés. La décision du Conseil des ministres européens est très clair. L'Europe choisit la complicité du génocide plutôt que de prendre des sanctions contre l'État génocidaire. Voilà des années, des mois que nous nous cachons derrière l'Union européenne. On va décider au niveau du Conseil européen, on va faire des réunions, on va faire des rapports, on va faire des études. Tout cela pour dire que nous allons suivre de près la situation. Aucune sanction! Même une suspension temporaire de l'accord d'association qui accorde des privilèges au marché européen pour l'État d'Israël n'a pas été remis en question!

Donc, l'Europe a choisi de manière consciente d'être complice du génocide en cours. Pourquoi? Parce que tout est clair. Ne revenons pas sur toutes les atrocités que commet l'armée coloniale contre le peuple palestinien. On parle de famine organisée, de destruction d'infrastructures, d'hôpitaux, d'enfants tués, assassinés pendant qu'ils vont chercher de l'aide humanitaire. Il n'y a plus de mots pour décrire la barbarie commise par Israël contre le peuple palestinien.

Aucune sanction, aucune mesure contraignante ne sont prises contre l'État d'Israël! Si Israël agit ainsi aujourd'hui, c'est parce que cet É tat est impuni. Pas de sanction, impunité totale! Quand il y a impunité totale, cela signifie chèque en blanc. Continuez, circulez, il n'y a rien à voir! Voilà la position de l'Europe aujourd'hui!

Monsieur le ministre, que va faire la Belgique dans ce contexte où l'Europe choisit son camp? Elle a choisi le camp de l'État génocidaire contre le droit international et contre les droits humains. Va-t-elle suivre la complicité européenne ou va-t-elle avoir un sursaut d'honneur afin de respecter ses propres engagements?

Parce que parallèlement à ce sommet européen, il y a eu un autre sommet d'urgence, à Bogotá, auquel une trentaine de pays de tous les continents ont participé. L'Irlande et l'Espagne y étaient d'ailleurs représentées. Mais où était la Belgique? La Belgique, qui annonce respecter le droit international et qui fera tout pour le faire respecter, attachée aux droits humains, attachée à nos soi-disant valeurs, où était-elle lors de cette réunion?

Et surtout, que va faire la Belgique aujourd'hui? Va-t-elle suivre de près ou compte-t-elle prendre ses responsabilités et infliger des sanctions à l' É tat génocidaire? Désormais, il n'est plus question de se cacher derrière l'Union européenne. L'Europe a choisi. Maintenant, c'est à vous de choisir, monsieur le ministre. Et quel choix faites-vous? Telle est ma seule question!

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, bonjour, excusez mon retard, mais j'étais en commission des Achats militaires, où les débats étaient aussi quelque peu tendus. Enfin, je ne sais pas comment les débats se déroulent ici maintenant, mais je ne peux rien dire car cette commission se réunit à huis clos, de sorte que j'espère ne pas me faire réprimander tout à l'heure.

J'ai deux questions à vous poser, en tout cas deux thèmes à aborder. Tout d'abord sur l'expression du premier ministre, qui avait exprimé publiquement son opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait de toute façon pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Pourtant, les attaques systématiques répétées indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans le cadre de ce que de nombreux juristes, ONG et États – dont l'Espagne – qualifient de génocide.

Ce qui m'ennuie, c'est que ces propos sont tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, mais qui ne reflète absolument pas, du moins de ce que j'ai compris, la position officielle du gouvernement fédéral. Dès lors, cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable, mais elle peut également affaiblir et elle affaiblit certainement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Et ce n'est pas la première fois lorsqu'il s'agit de condamner Israël.

Un Conseil Affaires étrangères s'est tenu hier. À ce sujet, j'ai deux questions précises à vous poser.

Premièrement, pouvez-vous confirmer que les propos tenus récemment par le premier ministre ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est, à l'heure actuelle, la position du gouvernement belge? Et comment vous êtes-vous exprimé lors du Conseil d'hier?

Deuxièmement, je souhaite aborder l'initiative du collectif Droits pour Gaza, composé de juristes, d'avocats, de professeurs d'université, et soutenu par plusieurs associations belges et palestiniennes. Ce collectif a récemment mis en demeure l'État belge de prendre des mesures concrètes afin de faire cesser les violations graves du droit international humanitaire dans la bande de Gaza.

Cette démarche s'appuie notamment sur les dispositions de la Convention de Genève ainsi que sur la Convention de 1948 pour la prévention et la répression du crime de génocide. On parle souvent de répression, en rappelant que ce sont les cours qui doivent juger, mais on oublie trop souvent que cette convention parle d'abord de prévention. La lettre adressée au gouvernement souligne que la Belgique, en tant qu'État partie à ces conventions, a l'obligation de prendre toutes les mesures raisonnablement à sa disposition pour prévenir un génocide – même si celui-ci n'est pas encore juridiquement avéré, dès lors que le risque est manifeste.

Elle rappelle également que l'inaction, ou le maintien de relations privilégiées avec un État accusé de crimes graves, peut être interprété comme une forme de complicité.

Dans ce contexte, je souhaite vous interroger sur plusieurs points. Quelles mesures concrètes le gouvernement belge a-t-il prises, ou envisage-t-il de prendre, pour répondre aux obligations qui lui sont rappelées par ce collectif en matière de prévention du génocide et de respect du droit international humanitaire? La Belgique envisage-t-elle un embargo total sur les armes ainsi que sur les biens à double usage à destination d'Israël, conformément aux recommandations formulées et aux principes de précaution prévus par le droit international? Comment le gouvernement entend-il répondre à l'accusation de complicité portée par ces associations? Quelles garanties peut-il offrir aux citoyennes et aux citoyens de ce pays en ce qui concerne le respect des principes de justice, de moralité et d'humanité dans sa politique étrangère? Enfin, alors que la rapporteuse spéciale de l'ONU pour les Territoires palestiniens, Francesca Albanese, à Genève, fait l'objet de menaces de sanctions inacceptables de la part des États-Unis, quelle sera la position de la Belgique sur ce point précis?

Benoît Lutgen:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, hier a eu lieu le Conseil européen. On peut d'abord vous féliciter d'avoir été du bon côté de l'histoire en demandant qu'il y ait révision de l'accord Union européenne-Israël, notamment en son article 2, il y a quelques semaines.

Maintenant, cet élément-là n'est pas suffisant. Je voudrais savoir exactement quelle position la Belgique a adoptée, hier, lors du Conseil européen, puisque, comme vous le savez, la haute représentante a d'abord entamé des consultations ces dernières semaines et a proposé, et mis sur la table en tout cas, différents éléments. J'aurais aimé savoir, d'ailleurs, si vous avez défendu ces différents éléments, à savoir la suspension totale ou partielle de l'accord d'association, la suspension de la participation d'Israël aux différents programmes d'échange, notamment d'étudiants ou de recherche universitaire dits "horizons", l'imposition de sanctions aux ministres israéliens pour l'évaluation en violation des droits de l'homme, ou encore l'interdiction des importations provenant des colonies israéliennes sur les territoires palestiniens, où certains pays de l'Union pourraient décider de mettre en œuvre une telle interdiction.

Je viens de vous donner lecture d'une partie du document de la haute représentante. Sur ces différents points, en tout cas au moins ceux que je viens de relever, j'aurais voulu savoir quelle était la position de la Belgique que vous avez exprimée hier au sein de ce Conseil européen. À en croire le communiqué de presse, rien n'a été décidé à l'issue de celui-ci. Mais vous pouvez quand même nous dire quels sont les pays ou les États membres qui ont pu rejoindre la position que je viens d'exprimer, et qui était autre que celle de la haute représentante.

Le cas échéant, quelles sont les mesures que vous prendriez ou que vous soumettriez au gouvernement dans les prochains jours si cela ne bougeait pas au niveau européen? La lenteur est absolument indigne, reconnaissons-le! Je suis certain que vous partagez mon point de vue. Certains pays n'ont pas attendu effectivement un accord au niveau de l'Union européenne pour prendre des sanctions, notamment à l'égard de certaines personnalités israéliennes qui ont commis des faits graves, ou encore sur des éléments qui touchent aux importations.

Bref, je souhaite le compte rendu par rapport à hier, ainsi que connaître la position de la Belgique sur les différents points qui ont été évoqués par la haute représentante, et par ailleurs, les initiatives que vous pourriez prendre soit au niveau européen, soit au niveau purement belge, pour mettre fin à ces non-sanctions qui sont indignes pour chacune et pour chacun.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, alors que Gaza est aujourd'hui réduite à un champ de ruines, et c'est peu de le dire, la chef de la diplomatie européenne a présenté cette semaine une liste de mesures visant à réagir aux opérations militaires israéliennes. Elles incluent, entre autres, la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, le gel du dialogue politique ou encore l'arrêt des importations en provenance des colonies. Certaines de ces options, comme la remise en cause de l'accord d'association, nécessitent l'unanimité des É tats membres et paraissent donc peu probables. Nous avons pu l'observer hier. Toutefois, d'autres mesures peuvent être prises unilatéralement par chaque membre, sans passer par la Commission européenne. Nous savons aussi que plusieurs pays préfèrent attendre l'issue des discussions humanitaires en cours avec Israël, alors que d'autres réclament des initiatives immédiates.

Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est la position de la Belgique au vu de ces différentes options? Souhaitez-vous privilégier une approche graduelle, qui laisse une chance aux négociations humanitaires, ou vous êtes-vous déjà prononcé pour des mesures plus fermes à court terme?

Si l’option d’une suspension de l’accord d’association devait avancer, même symboliquement, quelle serait l’attitude de la Belgique dans la recherche d’un consensus européen?

Enfin, en ce qui concerne les mesures unilatérales, par exemple le blocage des produits issus des colonies, la Belgique envisage-t-elle de prendre des initiatives propres si aucun accord commun n’émerge?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je me répète et nous sommes nombreux à le faire, depuis des mois, à Gaza comme en Cisjordanie, toutes les lignes rouges sont franchies: bombardements de zones civiles, famine utilisée comme arme de guerre, attaques contre les hôpitaux, etc. Et l'on tire même à présent à balles réelles sur des civils affamés venus chercher de la nourriture. Selon plusieurs témoignages, c'est l'armée israélienne elle-même qui aurait reçu l'ordre de tirer sur la foule.

Médecins sans frontières nous indique, par ailleurs, que près de la moitié des personnes tuées par Israël sont des enfants. Près de la moitié! Et que fait la communauté internationale, en particulier l'Union européenne? Rien! La réponse de Mme Kallas est tout simplement indigne. Elle dit: "Notre objectif n'est pas de punir Israël, mais d'améliorer la situation." Sérieusement?

C'est une honte absolue! Nous sommes nombreux à être choqués par cette réponse. Mes questions, monsieur le ministre, concernent la position défendue par la Belgique. Parce qu'entre vos propos qui sont plutôt clairs, et ceux de votre premier ministre, on n'y voit plus trop clair.

Ensuite, puisque l'Union Européenne continue à être complice, et continue de tergiverser, quelles mesures la Belgique est-elle enfin prête à prendre? Interdira-t-on enfin le commerce avec les colonies? Mettra-t-on fin à notre accord de coopération militaire avec Israël? Ou continuera-t-on à se placer dans la roue de l'Union Européenne, position absolument scandaleuse au regard du génocide qui se passe en ce moment?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de humanitaire situatie is catastrofaal. Voedsel, medicijnen, water en basisvoorzieningen worden al maandenlang geblokkeerd. Het zorgsysteem in Gaza is volledig ingestort. Niets doen is geen optie. Het sprekendste beeld dat ik de voorbije week heb gezien, is van de UNICEF-vertegenwoordiger. Die zei dat men zich de hele dag, ook de kinderen, bezighoudt met het achtervolgen van watertrucks om toch maar een druppel water te kunnen bemachtigen. "Gaza is not fit for human survival," was de conclusie. Toch vernamen we gisteren dat de Europese Unie voorlopig de kat uit de boom kijkt. Dat is redelijk schokkend.

Nochtans is artikel 2 van het Associatieakkoord geschonden. Voor mijn partij is het al langer duidelijk dat hier conclusies aan moeten worden verbonden. Er werden tien opties voorgesteld door mevrouw Kallas, maar geen daarvan lijkt gisteren te zijn overwogen. Ik vraag me af waarop de Europese Unie nog langer wacht.

De Europese vertegenwoordiger slaagde er wel in om een akkoord te sluiten met Israël over extra humanitaire hulp. Meteen daarna hoorden we echter dat mevrouw Lahbib verklaarde dat dat akkoord niet wordt nageleefd en dat ze niet weet hoeveel vrachtwagens Gaza exact binnenrijden, wat opnieuw aantoont hoe moeilijk het is om het akkoord te monitoren. De EU wil dat Israël het akkoord beter naleeft, maar de vraag blijft uiteraard hoe dat moet gebeuren.

We hebben wel de juiste kant van de geschiedenis gekozen wat betreft de implementatie van de adviesopinie van het Internationaal Gerechtshof, maar een formeel antwoord van de Commissie blijft uit. Nochtans hebben op initiatief van België tien lidstaten zich daarbij aangesloten. Frankrijk heeft het initiatief herhaald om eind juli een conferentie in New York te organiseren over de erkenning van Palestina.

Welke positie heeft u gisteren namens ons land verdedigd op de Europese Raad Buitenlandse Zaken?

Hoe evalueert u het akkoord dat de hoge vertegenwoordiger Kallas met Israël sloot?

Wat zijn de concrete resultaten van de brief over de implementatie van de genoemde adviesopinie?

Zal ons land deelnemen aan de VN-conferentie over een tweestatenoplossing?

Sam Van Rooy:

Op het moment dat in Syrië een zoveelste islamitische massaslachting plaatsvindt, dit keer op de Druzen, wordt hier weer maar eens een debat gehouden om Israël te bekritiseren. Men bepleit geen sancties tegen de Syrische jihadist Mohammed al-Jolani, maar wel tegen Netanyahu, die nota bene de Druzische minderheid probeert te beschermen tegen de islamitische jihad. Alle bekende Hamas- en Al Jazeera-leugens passeren hier weer de revue.

De casus belli – de genocidale jihadistische massaslachting van 7 oktober 2023 – is hier allang vergeten. Mocht het IDF toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust niet hebben gestopt, dan was het enige Joodse staatje inmiddels vernietigd, maar dat zouden bepaalde parlementsleden hier ook niet erg vinden.

Terwijl Israël hier weer maar eens wordt bekritiseerd, deelt het via de Gaza Humanitarian Foundation anderhalf miljoen maaltijden per dag uit aan de Gazanen. Dat is aartsmoeilijk en levensgevaarlijk, want Hamas doet er alles aan om voedsel te stelen, het tegen woekerprijzen te verkopen of om er jihadisten mee te betalen. Alle ellende en elke dode komt door de jihadisten van Hamas, die de gijzelaars niet willen vrijlaten, zich niet willen overgeven en systematisch mensen als schild gebruiken. Doordat het IDF al meer dan 21 maanden voorzichtig en humaan oorlog voert, lieten al meer dan 900 Israëlische soldaten het leven. Laten we daar ook eens bij stilstaan.

Tot slot, men zal in dit Parlement de weerbarstige realiteit van het Midden-Oosten echt niet veranderen. Alleen als alle jihadistische actoren – Hamas, Hezbollah, Qatar, Iran enzovoort – hun islamitisch antisemitisme laten varen, Israël erkennen en de wapens neerleggen, zal er vrede zijn. Legt daarentegen Israël de wapens neer, dan wordt het van de kaart geveegd. Maar dat is helaas wellicht de wens van vele parlementsleden hier.

De voorzitster : Zijn er nog andere parlementsleden die zich willen aansluiten? Nee, ik zie niemand die daarvoor de hand uitsteekt.

Maxime Prévot:

Chers collègues, je vous remercie pour vos nombreuses questions sur un sujet éminemment sensible qui nécessite que l'on s'y attarde avec conscience et sérieux.

La situation à Gaza, et en Palestine de manière générale, est une honte absolue. J'ai pu le dire déjà il y a plusieurs mois, je le réitère, et chaque jour qui passe accentue encore l'horreur vécue au sein de ce qui est désormais – et de plus en plus – un cimetière à ciel ouvert. Le cessez-le-feu que nous appelons de nos vœux depuis des mois n'est toujours pas une réalité.

Hongersnood wordt bewust ingezet als oorlogswapen. Elke dagen sterven kinderen van honger of onder de bommen. Bijna 18.000 onschuldige kinderen zijn al omgekomen en het aantal burgerlijke slachtoffers bedraagt inmiddels meer dan 60.000.

Par ma voix, le gouvernement belge n'est pas resté inactif, contrairement à certains ressentis ou procès d'intention. Alors que se clôturait hier la dernière réunion du Conseil européen des Affaires étrangères avant la trêve estivale, je veux saisir l'occasion qui m'est donnée de refaire le point sur le dossier et de rappeler les nombreuses initiatives et positions claires de la diplomatie belge ces derniers mois, sans évacuer les écueils que les uns ou les autres ont mis en lumière.

Natuurlijk heeft Israël het recht om in veiligheid te leven en om zijn gijzelaars zo snel mogelijk en zonder voorwaarden terug te krijgen. Natuurlijk waren de aanvallen van Hamas schandalige terroristische daden. Toch is de Israëlische militaire reactie duidelijk disproportioneel en schendt deze op meerdere vlakken het internationaal humanitaire recht. We hebben dat zonder omhaal geuit.

Concrètement, la Belgique a vigoureusement plaidé au niveau européen pour que des sanctions soient prises à l'égard de leaders politiques et militaires, autant du Hamas que d'Israël. Je pense en particulier à des leaders islamistes mais aussi aux deux ministres d'extrême droite Ben-Gvir et Smotrich.

België wil sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar die worden momenteel tegengehouden door Hongarije. We veroordelen de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden, evenals elke poging tot gedwongen verplaatsing van de Palestijnse bevolking.

La Belgique a mobilisé ses services pour un soutien humanitaire concret sur le terrain. Une livraison de matériel médical est en partance vers la Jordanie, à destination d'hôpitaux qui soignent des blessés et des malades palestiniens. Cette opération est menée par B-FAST.

La Belgique a aussi préparé l'hypothèse d'un largage de vivres par avion. Nous avons sollicité pour ce faire, sans retour à ce stade, les autorités israéliennes car nous devons pouvoir emprunter leur espace aérien. La concentration de la population ces dernières semaines dans des zones densément peuplées, conséquence directe des mouvements forcés de citoyens, rend cependant l'opération de largage par voie aérienne de plus en plus risquée.

België heeft zoals in het verleden opnieuw zijn bereidheid bevestigd om gewonde of zieke kinderen op te vangen en zet zich actief in om dat mogelijk te maken.

La Belgique contribue à l'aide humanitaire fournie par l'intermédiaire du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires (OCHA), de l'organisation Oxfam, de Humanity & Inclusion, du Conseil norvégien pour les réfugiés et du Comité international de la Croix-Rouge (CICR). Autant d'organismes avec lesquels nous travaillons et octroyons des financements à vocation humanitaire.

België blijft aandringen op een onmiddellijke, ruime, veilige en ononderbroken humanitaire toegang over land tot Gaza, op de oprichting van een medische corridor richting Oost-Jeruzalem en op de vrijlating van Palestijnse kinderen en medisch personeel die arbitrair worden vastgehouden.

La Belgique a pu dénoncer, et continue de le faire, la manière dont la Gaza Humanitarian Foundation déploie ses activités, de manière militarisée et contraire à tous les standards humanitaires internationaux. Des centaines de morts sont à déplorer, juste pour avoir tenté de se nourrir. Ce n'était pas le cas avant qu'Israël interdise à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de faire son précieux travail.

La Gaza Humanitarian Foundation doit cesser ses activités ou alors respecter totalement l'ensemble des principes humanitaires.

België heeft zijn financiële steun behouden aan UNRWA, het VN-agentschap en een sleutelorganisatie in de hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen, gerustgesteld door het officiële rapport waarin wordt bevestigd dat er geen structurele band met Hamas bestaat.

La Belgique et l'Europe ont enjoint Israël de cesser d'occuper illégalement la Cisjordanie et Gaza et de permettre que le pouvoir à Gaza revienne à un leadership palestinien qui ne soit évidemment pas le Hamas, lequel doit être impérativement désarmé.

Par ailleurs, nous plaidons au niveau européen et bilatéral pour que les fonds bloqués par Israël qui reviennent à l'Autorité palestinienne soient libérés sans délai.

L'expansion illégale des colonies doit aussi cesser. Les autorités israéliennes doivent autoriser les agences onusiennes, les commissions d'enquête internationales et la presse à faire leur travail en territoire occupé sans entrave

La Belgique a déjà annoncé voici plusieurs mois qu'elle partagerait, dans le cadre de l'action en justice initiée par l'Afrique du Sud devant la Cour internationale de justice pour violation potentielle de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) par Israël, la lecture juridique de son administration sur la question, sachant qu'au-delà de l'opinion personnelle que j'ai pu exprimer sur cette situation et qui se renforce chaque jour, il revient bien à la justice internationale, et à elle seule, de se prononcer.

Ik heb het initiatief genomen voor een gezamenlijke brief, gesteund door een tiental landen, gericht aan de Europese Commissie om de verenigbaarheid van het Europees recht, met name inzake de handel in producten afkomstig uit illegale Israëlische nederzettingen, met het internationaal recht te analyseren. Deze actie vloeit voort uit het advies dat het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 heeft uitgebracht. Ik heb gisteren ook opnieuw benadrukt hoe belangrijk het is om hier snel gevolg aan te geven.

Concernant l'octroi de licences pour les exportations d'armes vers Israël et le territoire palestinien occupé, la Belgique applique, depuis 2009, l'un des embargos les plus stricts d'Europe. À mon initiative, des consultations ont été menées en juin avec les Régions, afin de garantir le respect du droit international, et notamment du Traité sur le commerce des armes. Cela inclut également les questions de transit et de biens à double usage.

België heeft samen met 16 andere lidstaten de Europese Commissie verzocht om het respect door Israël van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Israël te evalueren, dat betrekking heeft op mensenrechten en democratische beginselen. Het gepubliceerde verslag maakt duidelijk melding van talrijke schendingen. De verschillende concrete toezeggingen die Israël heeft aangekondigd, na de besprekingen met de Europese Unie, zijn op 15 juli voorgesteld door de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas. De HRDP heeft ons de mondelinge en dus niet schriftelijke engagementen meegedeeld die Israël heeft geformuleerd om de levering van humanitaire hulp aan Gaza te verbeteren.

Si nous pouvons quand même saluer ce résultat, puisque c'est la première fois depuis le début du conflit qu'Israël, sous la pression de l'Union européenne, annonce des gestes de concession à vocation humanitaire, il n'en demeure pas moins que ces engagements, de l'aveu même de la Commission européenne, ne se matérialisent pas pour le moment sur le terrain de manière complète.

België heeft gisteren dan ook duidelijk gesteld dat deze engagementen, gezien de ernst van de humanitaire situatie, moeten worden gemonitord door externe waarnemers en dat Israël ze absoluut moet naleven. Zo niet, en zeker als de situatie verder zou verslechteren, moeten er sancties volgen. Geen enkele optie mag op dit moment worden uitgesloten om ervoor te zorgen dat de Israëlische regering stopt met het voeren van een beleid dat al geruime tijd niet meer onder het kader van legitieme zelfverdediging valt.

Au-delà de la question humanitaire, les autres violations du droit international requièrent que ce train de possibles sanctions fasse l'objet de propositions formelles, concrètes, de décisions avec analyse d'impact par la Commission. Même si chacun constate la difficulté qui subsiste au sein du Conseil européen des Affaires étrangères et qui n'a d'égal, pour être transparent, que la difficulté qui existe aussi au sein de la Commission européenne pour faire des propositions de décisions, puisque là aussi il faut le consensus, nous avons tenu à rappeler ces enjeux majeurs de l'absolue urgence humanitaire et de la pression à maintenir sur les sanctions à envisager.

Chers collègues, je n'ai jamais eu pour habitude de mentir. Je ne vais donc pas commencer aujourd'hui. Je vais répondre de manière claire à vos questions. Non, je n'ai pas eu mandat de la part du gouvernement pour pouvoir plaider pour la suspension totale ou partielle de l'accord d'association. Et ce n'est pas faute de l'avoir sollicité!

J’ai clairement estimé que le moment était venu de faire cette proposition. Le kern s’en est saisi et doit pouvoir, lui aussi, décider de manière consensuelle. Il est donc parfois délicat de donner des leçons à l’Europe lorsque, au sein de son propre gouvernement, cette approche consensuelle ne parvient pas à être atteinte.

Je ne peux donc que plaider pour que les parlementaires parmi vous, qui, aujourd'hui, m'ont questionné en demandant que nous haussions le ton et que nous prenions des sanctions ou que des initiatives du côté belge soient prises à défaut de pouvoir les prendre au niveau européen et qui sont issus des formations qui ont peut-être plus de réserves que d'autres, pour le dire pudiquement, puissent agir intensément au sein de leur propre structure pour mettre leurs demandes en cohérence avec la situation. Cependant, je me refuse à accepter que l'on plaide ici quelque chose que l'on empêche là-bas.

Dire que l'Union européenne ne fait rien est objectivement faux. Dire qu'elle n'en fait pas assez ou plus exactement qu'elle n'a pas la possibilité d'en faire plus est vrai.

Et j'ai beaucoup de compassion pour Mme Kaja Kallas et le rôle ingrat qui est le sien lorsqu'elle doit résumer, au terme de nos réunions du Conseil européen des Affaires étrangères, ce qui semble faire l'objet d'un consensus, aussi ténu puisse-t-il être.

Mais, si l'Europe aujourd'hui n'est pas capable de parler d'une voix plus forte, ce n'est pas, monsieur Boukili, parce qu'elle a fait le choix de la complicité. C'est parce qu'hélas, elle a fait le choix de la division en ayant en son sein une série d'États qui ne sont pas prêts à prendre des sanctions à l'égard d'Israël. Cela ne fait que poser, de manière plus accrue encore, une nouvelle fois le débat sur les modalités de vote et de prise de décision au sein des instances européennes.

Het gaat uiteraard niet om het bestraffen van het Israëlische volk. Dat is ook duidelijk. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de Israëlische regering haar internationale verplichtingen nakomt, onder meer op het gebied van de mensenrechten. Vele Israëli's herkennen zich niet in het beleid dat door hun eigen regering wordt gevoerd.

Apaiser la région et chacune des parties prenantes, c'est aussi s'assurer que les conditions de la sécurité d'existence de chacun soient garanties, y compris pour Israël. C'est la raison pour laquelle l'Iran ne doit pas pouvoir disposer de l'arme nucléaire. La communauté internationale y veille et a raison. Il nous faut aussi, avec la même détermination, éviter les amalgames et lutter contre tout antisémitisme. La population israélienne et la communauté juive à travers le monde méritent aussi la sécurité. Tout le monde la mérite.

België wil ook de druk op Hamas aanhouden. We eisen op permanente en uitgesproken wijze de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars, de ontwapening van Hamas en zijn uitsluiting van het bestuur van Gaza.

Voilà tout ce que nous avons pu faire et dire rien que ces derniers mois. Le résultat est cependant insuffisant, puisque la situation reste insupportable. C'est pourquoi nous devons continuer. Il n'y a pas de vacances pour Gaza!

Samen met mijn diensten zal ik onvermoeibaar blijven werken aan het smeden van een consensus tussen de lidstaten. We weten dat wanneer de staten overeenstemming bereiken de Europese Unie werkelijk het verschil kan maken. De kracht van de Europese Unie ligt in de eensgezindheid van haar leden. We hopen dat de Europese Commissie snel concrete en realistische voorstellen kan indienen voor besluitvorming.

La Belgique veillera à ce que l'avis rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024 soit pris en compte au niveau européen. En parallèle et selon les conclusions de la Commission, il est probable que nous ne pourrons pas faire l'économie à terme d'un débat national sur l'interdiction éventuelle d'importer en Belgique les produits des colonies. Pour autant, il faudra bien s'assurer que ce ne soient pas les Palestiniens y vivant et y travaillant qui soient affectés.

Ik zal het overleg met de regio’s en met mijn collega’s voortzetten om ervoor te zorgen dat België het internationaal recht naleeft en in het bijzonder het Verdrag inzake de Wapenhandel, ook wat de transit betreft.

Enfin, la Belgique suit avec attention la question d'une solution à deux États, et donc la reconnaissance de l'État de Palestine. Vous me posiez la question, madame la présidente. La Belgique sera bien partie prenante à la réunion fixée fin juillet, mais la date étant ce qu'elle est, ce n'est pas moi qui y serai, m'accordant à cette période quelques moments de vacances en famille. Mais, bien entendu, la Belgique y portera sa voix.

Ce dossier revenant à l'agenda, le temps de faire des choix de positionnement approche lui aussi à grands pas. Nous devrons, dans les semaines qui viennent, prendre une position claire lors du rendez-vous initié par la France et l'Arabie Saoudite à New York, fin juillet, ou à défaut, puisqu'il semble que ce ne soit pas à ce moment-là que des décisions liées aux reconnaissances soient attendues, lors de l'Assemblée générale des Nations Unies en septembre.

België wil een coherente lijn aanhouden op het vlak van internationaal recht, maar daarvoor moeten we onszelf de nodige middelen geven. België en de Europese landen moeten bereid zijn om Israël tegen te werken, gelet op de ernst van de humanitaire situatie. België is vastbesloten om met volle bewustzijn te handelen tegenover de gruweldaden die op het terrein worden begaan door alle partijen, of dat nu in Gaza is, in Palestina in het algemeen, of elders in de wereld waar de menselijkheid wordt opgeofferd.

Je terminerai, en espérant avoir été complet, pour dénoncer les sanctions que certains pays ont souhaité exprimer à l'égard de la rapporteuse de l'ONU, Mme Albanese. Je l'ai fait savoir publiquement à travers un tweet circonstancié le jour où ce fut annoncé. Quelles que soient les considérations ou opinions que l'on peut avoir quant au contenu d'un rapport, aller sanctionner son auteur, représentant une agence de l'ONU, au motif que les conclusions ne plaisent pas, n'est pas une approche respectueuse des droits et libertés.

Monsieur Lacroix, s'agissant du courrier adressé par le collectif Droit pour Gaza, qui a estimé devoir intenter une action en justice contre certains membres du gouvernement, y compris moi-même, je veillerai alors, puisqu'il a choisi ce type d'arme, à répondre aussi avec les voies juridiques et les avocats. à part encombrer les tribunaux et ne rien régler de la situation sur le terrain au bénéfice des Gazaouis, cela ne sera pas d'une grande utilité. Cela sera une bonne déperdition d'énergie. Je le regrette, puisque ce collectif n'a pas nécessairement besoin de ce genre de démarches pour nous convaincre collectivement, ni moi, ni d'ailleurs l'ensemble du gouvernement, de l'urgence humanitaire vécue dans le territoire palestinien.

Je vous remercie, madame la présidente.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, u zegt terecht dat het er niet om gaat Israël of Israëli's te straffen, het gaat erom dat we samen op zoek gaan naar een betere humanitaire situatie en uiteindelijk naar vrede.

De situatie is zeer complex. Het is dan ook goed dat er stappen zijn gezet conform het associatieverdrag, met name dat men eerst met Israël spreekt, afspraken maakt, die afspraken evalueert, om wanneer ze niet worden nageleefd verder te gaan. Daarover zijn we het dus helemaal eens. De mensen op het terrein, de mensen in Gaza, worden niet geholpen met symbolen, ze worden alleen geholpen met concrete acties.

U verwees naar uw gesprekken met de regio’s. Minister-president Diependaele heeft in het Vlaams Parlement zeer duidelijk gesteld dat het wapenembargo, het tegenhouden van de exportlicenties van wapens, iets is waar de Vlaamse overheid zeker achter staat. U hebt ook terecht aangehaald dat de heer Francken heeft onderzocht of vliegtuigdroppings voor humanitaire hulp mogelijk zijn. We hebben als regering, als regeringspartijen, als arizonapartijen samen echt naar oplossingen gezocht, maar we zijn er nog niet. Ook daarover zijn we het volledig eens.

We moeten blijven pleiten voor een staakt-het-vuren, voor de vrijlating van de gijzelaars en vooral voor het opschalen van de humanitaire hulp. We moeten alle mogelijkheden benutten om duidelijk aan te geven aan de autoriteiten dat die humanitaire situatie echt niet langer geduld kan worden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. U was goed begonnen. U noemde Gaza een openluchtgevangenis. U sprak over de 60.000 onschuldige burgerslachtoffers. U sprak over hongersnood als wapen. Alleen is het jammer dat uw woorden niet in verhouding tot uw daden staan.

Ik apprecieer uw eerlijkheid. U hebt hier letterlijk gezegd dat u geen mandaat van de Belgische regering had om te pleiten voor de opschorting van het associatieverdrag. Dan kunnen wij hier allemaal wel met het morele vingertje wijzen naar Hongarije of Slovakije, maar als ons land, als de Belgische regering niet in staat is om te pleiten voor de opschorting van een associatieverdrag, waarvan overduidelijk artikel 2 wordt geschonden, waarbij ook mensenrechten worden geschonden, dan hebben wij geen recht van spreken. Vroeger nam België een voortrekkersrol op zich op het Europese toneel. Die voortrekkersrol is volledig verdwenen.

Mijnheer de minister, blijf pleiten voor actie. Blijf pleiten voor sancties tegen Israël, dat disproportioneel geweld hanteert. Probeer in elk geval binnen de regering gedaan te krijgen dat België opnieuw gaat pleiten voor de opschorting van dat associatieverdrag.

Van mijn fractie hebt u die steun. Onthoud dat goed. U hebt in dit Parlement veel meer steun dan rond de onderhandelingstafel of de regeringstafel. Blijf dus naar het Parlement kijken.

Ik hoop dat België opnieuw een voortrekkersrol kan spelen en in dit conflict moedig kan worden, want geen enkele Gazaan, geen enkele Palestijn, wordt beter van de manier waarop Europa en België hier schuldig verzuim plegen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoorden.

Wij zitten op dezelfde lijn. De kunst bestaat er nu in om binnen onze eigen regering op dezelfde lijn te komen. Voor Vooruit is het glashelder: dit is geen oorlog, dit is een genocide. Ik onderschrijf al wat u hebt gezegd. Uw frustratie is de onze en zoals de collega al zei, u hebt veel meer medestanders dan u denkt wat betreft harde maatregelen tegen Israël, niet alleen in dit Parlement, maar ook op straat.

Er is echt een verschil tussen wat de mensen nu willen en wat de politiek doet. Als dat zo is, dan zijn we niet goed bezig, want wij vertegenwoordigen de mensen. Als men de bevolking vraagt of dit zo verder kan, of het zo verder kan met deze gruwel, met deze oorlogsmisdaden, dan antwoordt praktisch niemand dat dat kan.

We moeten blijven proberen om het associatieverdrag te schorsen, maar zelfs een klein land als België kan nog sneller iets proberen te doen. Ierland is immers ook niet zo groot. We moeten de handel met die illegale nederzettingen stopzetten. U hebt gezegd dat dit kan, dat we Europa daar niet voor nodig hebben. Ik hoop dat u wat dat betreft doorzet, zodat toch minstens dat zo snel mogelijk kan worden geregeld.

Er zijn geen woorden meer om de gruwel te omschrijven en ik zal dat dan ook niet doen. Gaza heeft geen nood aan symbolen, maar wel aan concrete maatregelen tegen Israël. Dat is het enige wat zal helpen om die gruwel te stoppen. Mijnheer de minister, u hebt veel meer steun dan u denkt.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, de belangrijkste en meteen ook de pijnlijkste passage was toen u heel eerlijk aangaf geen mandaat te hebben om te stemmen voor het opschorten van het associatieakkoord, niet bij unanimiteit, maar ook niet bij gekwalificeerde meerderheid.

Collega's, hier mag nog zoveel worden gezegd hoe erg we het allemaal vinden, België stond aan de kant van de landen die het associatieakkoord niet wilden opschorten, zelfs niet lichtjes met die gekwalificeerde meerderheid. Voor de Belgische regering is dat een brug te ver. Collega's, dat is de stand van zaken, dat is waar België vandaag staat.

Hier mag nog heel vaak gezegd worden hoe er het wel is, maar wanneer zal er een parlementaire meerderheid opstaan om dit ook effectief uit te voeren?

Het is nu echt wel genoeg geweest. Er is een parlementaire meerderheid om sancties op te leggen aan Israël. Er is een parlementaire meerderheid om een rode lijn te trekken tegenover Israël. Er is ook een meerderheid in de straten van België, bij de bevolking, om actie te ondernemen. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. De straten kleurden rood in Brussel. Honderdduizend Belgen kwamen protesteren, aanklagen en vroegen om een rode lijn te trekken. Deze Belgische regering legt dat echter naast zich neer. Dat is onwaarschijnlijk.

Ook het Parlement heeft dat, gezien de resolutie van de meerderheid, gewoon naast zich neergelegd. Die resolutie was niet krachtig genoeg om effectief tegen te stemmen. Dat staat er niet in.

Collega's, ik roep alle parlementsleden op om eens goed naar zichzelf te kijken. Onthoud ook dat u over vijf of tien jaar niet zult kunnen zeggen dat u het niet wist. Over vijf of tien jaar zult u terugdenken aan deze dagen en zich afvragen of u toen actie hebt ondernomen of niet, of u zich in een meerderheidslogica hebt ingeschakeld of niet.

De meerderheidslogica hier in het Parlement zou horen te zijn dat wij dat niet dulden, dat wij een rode lijn trekken, dat België actie onderneemt en op zijn minst op Europees niveau het opleggen van sancties tegen Israël steunt. Zelfs dat is voor deze Belgische regering echter al te veel gevraagd.

Collega’s, ik hoop op enige parlementaire moed van de parlementsleden hier in de zaal om die stap verder te zetten, om te doen wat u zegt en echt actie te ondernemen. Het is hoog tijd. Elke dag opnieuw sterven ginds honderden mensen, elke dag.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous apprécie beaucoup. Aujourd'hui, mon admiration pour vous s'est encore renforcée. Vous ne faites pas partie des cyniques. Le cynisme selon Oscar Wilde, c'est connaître le prix de tout et la valeur de rien. Des membres de ce gouvernement sont de vrais cyniques. Je suis certain qu'il ont porté le cynisme tellement loin qu'ils ont dû vous proposer des deals au sujet de la Palestine, sur le sujet de ce génocide.

À travers vos mots, j'ai ressenti qu'un ministre du gouvernement belge considère que l'honneur de la Belgique a été souillé pour ceux qui refusent de voir ce que tout le monde nous révèle, ce que le passé nous enseigne.

Ehud Olmert, ancien premier ministre israélien qu'on ne peut quand même pas qualifier d'antisémite, dit que la solution pour Gaza proposée aujourd'hui de mettre 600 000 Palestiniens dans un camp, c'est la solution d'un camp de concentration. Bientôt nous n'aurons plus assez de larmes pour pleurer. Mais je suis comme vous. Vous avez fait un appel au Parlement. Il faut que ce Parlement bouge au-delà du clivage majorité/minorité. Il faut qu'on soit là pour défendre non seulement le nom de la Belgique, mais les vies, les quelques vies qu'il reste encore à sauver à Gaza.

L'Europe a décidé de se revoir après la pause estivale en estimant qu'il sera encore temps de prévoir des sanctions. Nous devons nous réunir tous ensemble pour demander clairement la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Et que ceux qui disent qu'ils font ici mais qui font autrement au gouvernement se révèlent au grand jour parce que leur petit jeu est horrible, minable et n'est pas à la hauteur des enjeux. Vous pourrez compter sur le Parti Socialiste et sur tous les parlementaires qui veulent un État palestinien, la paix, un cessez le feu et sauver les vies des enfants, des femmes, des vieillards et de tous ceux et de toutes celles qui sont en train de crever, abandonnés par tous les cyniques de ce monde.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour votre honnêteté.

Je ne sais pas comment répliquer à votre réponse. J’avais accusé l’Union européenne de complicité – à juste titre – car il ne s’agit pas simplement d’une division, mais bien d’une prise de position politique de complicité. Cependant, je ne m'attendais pas à ce que cette complicité soit dans le chef de notre gouvernement.

Le gouvernement belge de l'Arizona, qui proclame haut et fort son attachement à nos valeurs, au droit international et aux droits humains, se rend aujourd’hui complice d’un génocide en refusant de suspendre l’accord d’association entre l’Union européenne et l'État génocidaire.

Les membres parlementaires de ce gouvernement viennent ici verser des larmes de crocodile sur la situation humanitaire, dire que c’est inacceptable et que cela ne peut plus durer, mais après, par lâcheté, ils se cachent derrière ces considérations humanitaires tout en votant contre l’adoption de sanctions contre l'État génocidaire.

Parler uniquement de la question humanitaire, c’est comme poser un sparadrap sur une hémorragie. Cela ne résout rien si l’on ne s’attaque pas à la cause. Et cette cause, c’est la politique génocidaire menée par l’État d’Israël. Cette hypocrisie est inacceptable.

Quelle crédibilité ce gouvernement peut-il encore avoir lorsqu’il prétend défendre le droit international et les droits humains ailleurs dans le monde? Quelle crédibilité avez-vous pour faire la leçon à d’autres États, alors que vous n’êtes même pas capables de respecter vos propres règles? Vous les violez, parce que business as usual. Parce que vous avez des intérêts politiques, stratégiques et économiques avec un État génocidaire, vous fermez les yeux sur vos principes et sur vos valeurs prétendues. C’est hypocrite, lâche et inacceptable!

À tous les partis de la majorité qui sont venus ici verser des larmes sur la situation humanitaire, j'ai envie de dire: Allez vous cacher! Comment pourrez-vous, dans trois ans, cinq ans ou dix ans, vous regarder dans un miroir et vous dire que vous avez rempli votre rôle, celui de défendre les droits humains? Allez vous cacher! C’est inacceptable! C’est une honte pour ce gouvernement!

Benoît Lutgen:

Merci, monsieur le ministre. Je ne sais pas si je dois vous plaindre, mais au travers de vos propos, des éléments aussi flagrants de la part de certains membres de ce gouvernement, de ne pas être du côté du respect du droit international et du droit humanitaire – parce que c'est cela dont on parle – sont absolument insupportables.

Je ne sais pas ce qu'il faut ou ce qu'il faudrait pour que des membres de ce gouvernement – c'est bien cela que vous nous avez dit – acceptent tout simplement de faire respecter le droit humanitaire et international. C'est cela dont on parle. Que faudrait-il dans le monde, ailleurs, pour qu'on puisse enclencher, à un moment donné, un rapport de forces? C'est cela, aussi. C'est un rapport de forces. Je pense qu'Israël ne comprend que le rapport de forces.

Oui, le rapport de forces passe par des sanctions à l'égard de l'État d'Israël; et bien sûr aussi des sanctions à l'égard du Hamas. Nous sommes mille fois d'accord. L'un va avec l'autre. Bref, des sanctions à l'égard de celles et ceux qui ne respectent pas le droit humanitaire, le droit international, les droits de l'homme tout simplement. Que faudrait-il pour que certains se retrouvent tout simplement de ce côté-là?

Cela m'interpelle au plus profond de moi-même. Je ne peux pas vous dire les choses autrement. C'est pour cela que j'ai plutôt envie de vous féliciter pour votre action et votre courage – il n'y a pas de doute là-dessus.

Je ne vais pas vous plaindre par rapport à ce qui se passe dans le monde. Vous prenez vos responsabilités. Mais je vous plains de devoir convaincre des collègues d'un gouvernement de telles évidences. Cela fait plus que m'interpeller. Cela me sidère. Je ne peux pas dire les choses autrement. Cela me sidère.

On peut toujours dire qu’il y a la Hongrie. Il y en a d'autres. Il n’y a pas que la Hongrie. Mais nous sommes au cœur du cœur de notre État, dans lequel nous avons des responsabilités, et nous avons pris des responsabilités.

D'aucuns devront s'exprimer. L'ensemble des formations politiques de la majorité devront s'exprimer. On ne peut plus dire qu'on veut un cessez-le-feu. Tout le monde veut un cessez-le-feu, à part les parties engagées. On peut dire aussi que la pluie, ça mouille. Franchement, c'est à peu près cela.

Il faut un peu plus que cela. Oui, il faut un rapport de forces. D'ailleurs, vous l'avez très bien évoqué. Les premiers pas sont en train d'être franchis. En tout cas, cela bouge un tout petit peu du côté d'Israël. C'est la première fois qu'on voit que cela bouge. Pourquoi? Parce qu'on sent le rapport de forces. Ni plus ni moins. Croyons-nous une seule seconde qu'un État qui se comporte de cette façon, en utilisant la force de façon absolument honteuse, sans respecter le droit humanitaire, sans respecter les personnes, a une autre approche que celle du rapport de forces?

La voix de l'Europe en la matière est loin d'être unie. Cela me désole voire peu plus parce qu'on ne parle pas ici de n'importe quoi. Ce sont des choses qui sont d'une gravité absolue, dont cette désunion ou ces évidences qui n'existent pas au sein des formations politiques de la majorité. Je ne doute pas de votre force de conviction ni de votre invitation à ce que le Parlement prenne ses responsabilités, pour qu'on puisse actionner rapidement certains leviers. Effectivement, il y a déjà des initiatives qui ont été prises en la matière, des résolutions et d'autres éléments. Nous devons maintenant les activer rapidement pour que nous puissions faire en sorte d'être du côté de la dignité. C'est ni plus ni moins que cela: être du côté du droit international et du droit humanitaire, et que le Parlement prenne ses responsabilités.

Le cynisme n'est pas que d'un côté et les calculs politiques, on les a vus à de très nombreuses reprises, d'un côté ou de l'autre, dans l'importation du conflit sur le territoire, ce que nous n'avons jamais fait chez les Engagés, et vous certainement pas non plus. Il faut qu'on puisse éviter cela aussi dans nos débats, qu'on soit tout simplement du côté de l'objectivation maximale de ce qui se produit. Oui, cela passera largement par des sanctions, et on ne pourra le faire qu'en convainquant toute une série d'autres États membres, et je vous remercie pour ça aussi. Vous allez me dire que ce sont quand même ces mêmes États membres qui sont en train d'avancer, et qui connaissent sans doute les mêmes difficultés que celles que vous connaissez au kern.

Merci en tout cas de votre honnêteté, aucun doute là-dessus, de votre courage et de votre volonté de pouvoir faire bouger les lignes avec un mandat qui était pour le moins limité. Vous aviez une possibilité, mais on ne peut pas se permettre d'avoir un ministre des Affaires étrangères eunuque, mais je n'ai pas de doute que vous ne l'êtes pas et que vous ne le serez jamais, pour porter la voix de la Belgique avec la force nécessaire. En tout cas, on pourra vous recharger en énergie grâce au Parlement. Prenons nos responsabilités au sein du Parlement, au sein de cette Assemblée!

Charlotte Deborsu:

Merci pour votre réponse, monsieur le ministre, et pour l'honnêteté et la transparence qui vous caractérisent. Il n'y a pas de mots, vraiment, pour décrire la situation que nous vivons ici, et celle que vit Gaza.

Mais je crois qu'on ne peut plus se permettre l'attentisme diplomatique. Soyons lucides, soyons honnêtes avec nous-mêmes: ce n'est pas la Belgique ni même l'Europe qui résoudront ce conflit. Nous n'en avons pas les leviers. Mais cela ne nous empêche pas de prendre nos responsabilités. Et nous en avons une.

Il faut faire avancer ce qui peut l'être (…)

Nabil Boukili:

(…)

Charlotte Deborsu:

Il faut faire avancer ce qui doit l'être en priorité. Aujourd'hui, c'est l'accès humanitaire, la protection des civils et surtout le respect du droit international. Il est plus que temps de mettre une pression claire, lisible, tangible sur les autorités israéliennes.

Si certaines mesures nécessitent l'unanimité européenne, rien n'empêche la Belgique de se positionner dès maintenant et surtout de chercher à entraîner d'autres États dans une réponse commune. Même si cela commence par un positionnement clair de son propre gouvernement. Car la réponse la plus forte sera forcément collective. Mais pour qu'elle le soit, il faut passer la deuxième, la troisième, la sixième et mettre véritablement la pression. L'intensifier comme jamais. Pour ma part, monsieur le ministre, j'ai entendu vos messages, y compris les plus subliminaux.

Rajae Maouane:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses et pour cet exercice de transparence. Mais à vrai dire, ce que vous avez livré ici s'apparente presque à un aveu d'impuissance.

Et je dois vous dire que je suis partagée entre empathie et colère. De l'empathie parce que vos propos ne laissent aucun doute sur votre lecture de la situation à Gaza. Mais une colère crasse à l'égard des membres de la majorité. Car c'est une honte absolue que la Belgique, aujourd'hui, soit incapable de prendre une position claire, juste, une position simplement conforme au droit international.

Je vois bien que certains collègues de la majorité sont sidérés, qu'ils se posent des questions. Mais que font-ils concrètement pour faire pression en interne? J'entends le malaise du MR, et je suis désolée pour Madame Deborsu, qui doit ici défendre les positions de son parti. J'entends aussi, à peine, le malaise de la N-VA. Et les autres membres de la majorité gouvernementale, que faites-vous pour que la Belgique ne soit pas alignée sur des pays comme la Hongrie ou la Pologne? Est-ce cela, le modèle de l'Arizona?

Aujourd'hui, est-on incapable de prendre une décision basique, à savoir celle du respect du droit international? Mais que faites-vous dans cette majorité si cette question est si importante pour vous? Que faites-vous? Pour moi, c'est une honte absolue de voir la Belgique incapable de prendre une telle position. C'est une honte absolue que ce gouvernement n'arrive pas à se mettre d'accord là-dessus. La Belgique doit sortir de sa passivité, ce gouvernement doit sortir de cette complicité.

Selon un sondage, près de 70 % des Belges demandent que des sanctions soient prises à l'égard d'Israël. Il y avait plus de 120 000 personnes dans les rues et ce gouvernement est incapable de se mettre d'accord! En fait, les Belges en ont marre qu'on salisse l'image de leur pays, qu'on prenne la Belgique en otage pour de sombres calculs politiques. Je n'ai aucune explication logique à cette situation. Franchement, regardez-vous dans une glace et agissez! Agissez, prenez position! Ayez un positionnement clair! Nous ne demandons rien d'incroyable, nous vous demandons simplement de respecter le droit international.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord, ook voor uw transparantie en eerlijkheid. Het is duidelijk wat de mensen willen: een staakt-het-vuren, het opheffen van de humanitaire blokkade, het vrijlaten van de gijzelaars. Ik vrees echter dat we het niet eens zijn over de oplossing, ook niet in de regering en op Europees niveau. Ik vind dat we Israël onder druk moeten zetten. Volgens mijn partij hadden we het associatieakkoord moeten opschorten. U bent het daarmee ook eens. Het rapport van de Europese Unie was daarover duidelijk of minstens toch gedeeltelijk. Toch kregen we een antwoord van verdeeldheid, zowel van België als van de Europese Unie. Over de zaken waarover er wel eensgezindheid bestond, zoals de individuele sancties voor de kolonisten, kon de Europese Unie dan weer geen overeenstemming bereiken, omwille van Hongarije. Het feit dat de Europese Commissie nog steeds geen antwoord heeft gegeven op de advisory opinion dat we onze economische relaties met de bezette gebieden moeten stopzetten, spreekt ook voor zich. De Europese Commissie kan dat wel, maar weigert dat te doen. Het feit dat er voor de humanitaire noodtoestanden slechts mondelinge engagementen zijn gekomen, dat volstaat niet. We hebben hier een resolutie met een ruime meerderheid goedgekeurd, maar daaruit is vandaag nog geen enkele concrete actie gerealiseerd. Daarover moeten we ons bezinnen, niet alleen met het Parlement, maar ook met de regering. U hebt nul op het rekest gekregen op de vragen die ook van de Belgische regering zijn gekomen. Dat antwoord moet tenminste aan het kernkabinet worden teruggegeven, zodat we kunnen doen wat binnen onze mogelijkheden ligt. Vandaag kregen we het recht om nationale actie inzake een importban te nemen. Ik heb mijn wetsvoorstel dan ook heel bewust vandaag toegelicht, omdat ik al aanvoelde, ook gisteren, vanwaar de wind zou komen, namelijk dat er niets zou gebeuren. Ik hoop dat wij de parlementaire vrijheid zullen krijgen om op die manier de taal van de macht te spreken, om Israël onder druk te zetten, om toch iets te doen voor de bevolking in Gaza die wordt uitgemoord. De voorzitster : De heer van Rooy is er niet meer. Is er iemand anders die nog wil repliceren? ( Neen )

Het vredesakkoord tussen de DRC en Rwanda
Het VN-rapport over de intenties van Rwanda
Het nieuwe VN-rapport over Rwanda en de M23-rebellen
Het VN-rapport over Oost-Congo
De annexatie van Oost-Congo door Rwanda
Het akkoord tussen de DRC en Rwanda
De sancties tegen Rwanda
Het vredesakkoord tussen de DRC en Rwanda
Het vredesakkoord tussen de DRC en Rwanda
Rwanda, DRC en VN-rapporten over conflict in Oost-Congo

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het fragiele vredesakkoord tussen de RDC en Rwanda (juni 2024), dat door een gelekt VN-rapport wordt ondermijnd: Rwanda en M23 zouden ondanks het akkoord een parallele bestuurstructuur in Oost-Congo opbouwen, gericht op controle over grondstoffen (coltan, goud) en systematische mensenrechtenschendingen. België pleit voor strikte opvolging via VN/EU-mechanismen, eist terugtrekking van Rwandese troepen en einde straffeloosheid, maar vermijdt vooralsnog nieuwe sancties, afhankelijk van de uitkomst van lopende onderhandelingen (Qatar) en het officiële VN-rapport. Kritiek blijft op de symbolische waarde van het akkoord zonder bindende garanties, de rol van westerse belangen (VS, mijnbouwdeals) en de Belgische terughoudendheid om druk uit te oefenen, ondanks historische verantwoordelijkheid.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, le 28 juin dernier, un accord de paix a été signé à Washington entre la République démocratique du Congo (RDC) et le Rwanda, suscitant l'espoir d'un apaisement durable dans la région des Grands Lacs. Vous avez d'ailleurs salué cette initiative, tout en soulignant à juste titre la nécessité d'une mise en œuvre effective pour qu'une paix réelle puisse s'instaurer.

À peine quelques jours plus tard, un rapport accablant des Nations Unies a jeté une ombre sur la crédibilité de cet accord. Selon les experts onusiens, le Rwanda en lien étroit avec les rebelles du M23 poursuivrait dans les faits la mise en place d'une structure gouvernementale parallèle dans l'Est de la RDC. Ce dispositif viserait à contrôler durablement cette région riche en ressources naturelles, notamment le coltan, l'or, mais aussi l'étain, en y occupant les leviers administratifs, sécuritaires et économiques à Goma, à Bukavu ou encore à Rubaya.

Ces agissements s'ajoutent aux graves exactions déjà documentées par l'ONU: des milliers de morts, des centaines de milliers de déplacés, des enfants enrôlés de force, des femmes victimes de violences sexuelles. C'est cette réalité tragique qu'il faut garder à l'esprit derrière les formules diplomatiques.

Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelles garanties la Belgique estime-t-elle indispensables pour que cet accord de paix ne soit pas une signature sans lendemain, mais bien un tournant vers une paix durable fondée sur la justice, la responsabilité et la fin de l'impunité?

Plus concrètement, quelles actions notre pays envisage-t-il de mener, tant au niveau bilatéral que dans les enceintes multilatérales comme l'ONU et l'Union européenne, pour soutenir les mécanismes de surveillance, protéger les civils, poursuivre les crimes commis dans l'Est du Congo et empêcher l'annexion rampante qui violerait la souveraineté congolaise?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, een recent uitgelekt VN-rapport bevestigt opnieuw dat Rwanda directe militaire steun verleent aan de M23-rebellen in Oost-Congo en ondertussen heimelijk zijn eigen militaire aanwezigheid in het gebied fors uitbreidt en dit terwijl op 27 juni in Washington DC nog een vredesakkoord werd ondertekend tussen Rwanda en Congo. Ook in Qatar lopen er vredesgesprekken tussen de DRC en M23, terwijl de rebellen nog steeds de twee grootste steden van Oost-Congo, Goma en Bukavu, bezet houden. Deze vredesinitiatieven lijken dus louter symboliek.

Hoe beoordeelt u het recent gelekte VN-rapport? Volgt de Belgische vertegenwoordiging bij de VN dit dossier actief op? Welke concrete stappen onderneemt België, zowel binnen de EU als bij de Verenigde Naties, om deze agressie te veroordelen, druk op Rwanda uit te oefenen en de Congolese soevereiniteit en mensenrechten te verdedigen?

U hebt eerder gesproken over mogelijke sancties. Hoe staat het met die initiatieven? Welke obstakels zijn er en bij welke partners zoekt België steun? Acht u het gerechtvaardigd dat het WK wielrennen in september nog doorgaat in Rwanda, gezien de huidige context?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, we gaan jammer genoeg van de ene crisis naar de andere, van het ene conflict naar het andere.

Het conflict in Congo woedt al 30 jaar en is even mensonterend als de situatie in Gaza. Er moeten daar oplossingen worden gezocht. Onlangs lekte een VN-rapport uit, waarin de voortdurende Rwandese militaire aanwezigheid en de strategische agenda in Oost-Congo worden bevestigd, ondanks het recent ondertekende vredesakkoord. Uit het rapport blijkt dat Rwanda zich mogelijk richt op de volledige controle over de grondstoffen in de bezette gebieden.

Bent u op de hoogte van het gelekte VN-rapport? Hoe beoordeelt u de bevindingen ervan? Welke concrete stappen onderneemt ons land, zowel bilateraal als via de VN en de Europese Unie? De diplomatieke banden waren opgeblazen. Zijn er vandaag al opnieuw diplomatieke contacten?

Hoe zult u druk uitoefenen op Rwanda om zich uit Oost-Congo terug te trekken en het vredesakkoord na te leven?

Bent u bereid om in samenwerking met internationale partners aanvullende sancties te overwegen tegen Rwanda en/of Congo, als blijkt dat de landen het vredesproces ondermijnen?

Welke mogelijkheden bestaan er, zoals in het regeerakkoord is aangestipt, om de Belgische ontwikkelingssamenwerking te koppelen aan het respecteren van het vredesproces? Hoe wenst u dat te doen? U had aangegeven dat er een switch van middelen was. Kunt u daarbij toelichting geven?

De Rwandese machthebbers zouden als doel hebben de controle over belangrijke ontginningsgebieden in Oost-Congo te verwerven. Is er geweten welke bedrijven en/of consortia onder de Amerikaanse vredesvoorwaarden de exploitatie zullen doen?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, un rapport des Nations Unies relayé par Le Soir alerte sur la situation actuelle dans l’Est de la RDC.

Alors qu’un accord prévoyant le retour des troupes rwandaises a été signé le 29 juin sous l’égide de Washington, la réalité sur le terrain apparaît bien différente. Les experts de l’ONU décrivent une stratégie d’occupation assumée menée par le M23, soutenu par le Rwanda, qui remplace les autorités locales, impose son pouvoir par la terreur, exécute des chefs coutumiers, contrôle les mines et les ressources naturelles.

En réalité, ce mouvement installe un État dans l’État au sein des territoires congolais occupés. Il ne s’agit plus simplement d’un conflit armé, mais d’une forme d’annexion de facto , qui rappelle d’autres conflits actuels où l’occupation militaire se transforme en domination politique et économique. La communauté internationale reste relativement silencieuse sur cette question.

Monsieur le ministre, le gouvernement reconnaît-il la gravité de la situation et le risque réel d’une annexion de l’Est congolais? Les relations diplomatiques avec Kigali ayant été rompues, quelles démarches multilatérales la Belgique envisage-t-elle ou a-t-elle déjà engagées, notamment avec l’Union européenne, pour exiger un retrait réel et effectif ainsi que la fin des structures d’occupation? Et enfin, la Belgique est-elle prête à défendre des sanctions ciblées, y compris un embargo sur les minerais issus des zones occupées, afin d’assécher le financement de cette annexion et de cette prédation organisée?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Bonjour monsieur le ministre. J’aime beaucoup votre cravate. Elle nous rappelle votre engagement, et c’est précisément pour cela que nous venons, une fois encore, vous interpeller sur ces questions brûlantes.

Aujourd’hui, je ne peux que saluer l’accord de paix conclu entre la RDC et le Rwanda, sous la médiation des États-Unis. Cet accord représente une lueur d’espoir dans une région traumatisée par plus de trente années de guerres, de violences et d’impunités, où la perspective d’une paix durable n’a longtemps été qu’un mirage insaisissable.

Cet accord porte enfin la promesse d’une paix durable fondée sur la justice, le respect des droits humains et la reconnaissance de la souveraineté congolaise. Il évoque des principes fondamentaux tels que la cessation des hostilités, le respect de la souveraineté, la protection des civils et du personnel humanitaire, la justice et la réparation.

Cependant, cette paix, encore fragile, nécessite des engagements clairs, des responsabilités assumées et des mécanismes de suivi contraignants.

Cet accord, s'il est mis en œuvre avec sérieux, peut marquer un vrai tournant. Ce qu'il propose, en fait, c'est l'espoir, un espoir qui demande du courage et des responsabilités. Et la Belgique ne peut pas rester comme un simple spectateur. La Belgique doit s'assurer que cet accord soit respecté et que les criminels soient jugés, que les victimes soient reconnues et réparées et qu'un mécanisme international de prévention soit mis en place pour éviter toute rechute dans l'horreur.

La justice a un rôle central à jouer parce que, si l'impunité continue de régner, si les responsables de cette guerre ne sont pas inquiétés, les blessures vont se rouvrir aussitôt. Le régime rwandais continue, à ce jour, de bafouer le droit international en soutenant militairement la guerre et le M23 qui a annexé militairement l'Est de la République démocratique du Congo, les auteurs de crimes d'une brutalité inqualifiable, ce qui a été confirmé à nouveau dans un rapport des Nations Unies, comme l'ont rappelé la plupart de mes collègues. Ces actions sont établies, documentées et leur gravité ne peut être ignorée. Le régime de Kagame est criminel et c'est un danger réel pour la stabilité de la région. Cela ne peut plus durer, monsieur le ministre.

Voici quatre mois, l'Union européenne a adopté des petites sanctions contre certains responsables rwandais, mais ces sanctions sont timides et insuffisantes. Et, depuis, rien n'a changé car le Rwanda est conforté dans son impunité.

Comme le rappelait le Dr Mukwege, une paix sans justice est une graine plantée pour un conflit futur. Sans justice, il n'y aura pas de paix véritable.

Monsieur le ministre, quel rôle la Belgique entend-elle jouer, en collaboration avec ses partenaires internationaux, pour assurer la mise en œuvre effective de cet accord et exiger le retrait immédiat des troupes rwandaises de Goma et de Bukavu? La diplomatie belge compte-t-elle défendre l'exigence d'un processus de paix inclusif en y intégrant les femmes, les jeunes et, bien sûr, la société civile? Où en est la réévaluation du mémorandum d'entente demandé par notre Parlement ainsi que par le Parlement européen? Quelles suites le gouvernement entend-il donner à la Commission d'enquête internationale et à la Mission d'établissement des faits? Un véritable processus de justice sera-t-il engagé, alors qu'on entend que l'ONU n'a même plus les moyens pour effectuer les enquêtes et financer tout ce travail, ce qui est regrettable?

Quelle est la position de la Belgique quant à la traçabilité des minerais, dont nos économies profitent malgré les crimes qui peuvent se produire dans la chaîne de valeurs? Comment et quand la Belgique compte-t-elle appliquer de manière stricte la directive européenne sur le devoir de vigilance?

Pierre Kompany:

Madame la présidente, monsieur le ministre, ce 27 juin à Washington était conclu l'accord de paix entre la République démocratique du Congo et la République du Rwanda.

Cet accord est d'abord une espérance pour l'avenir: celui de la paix des combats dans l'Est du Congo, la République démocratique du Congo; celui de la fin des violences envers des populations civiles; celui de l'évacuation des troupes rwandaises du territoire de la République démocratique du Congo; celui du désarmement des différentes milices armées et groupes rebelles, spécialement le M23; celui du retour de ces territoires sous l'administration des autorités légales de la République démocratique du Congo et du retour des populations déplacées; celui d'un développement économique régional bénéficiant à tous.

Mais cet accord est évidemment loin d'être parfait. Beaucoup d'analystes le soulignent, à tort ou à raison. Il ne répond pas aux causes fondamentales du conflit. Ainsi, il n'établit aucun obstacle à la politique sécuritaire extrême du Rwanda, à son soutien sans cesse renouvelé à des groupes armés et à sa volonté de contrôler autant que possible les ressources minières de la région.

De même, il ne fixe aucun calendrier au retrait des troupes rwandaises. Plus encore, s'il comprend beaucoup de détails sur la nécessaire neutralisation des restes du FDLR sur le territoire congolais, le démantèlement du M23 est renvoyé à des négociations à Doha qui n'avancent pas.

Monsieur le ministre, le temps passe. Notre parti, Les Engagés, apprécie votre prise en charge de ce problème des Grands Lacs. Cela pourrait être un jour la marque des Engagés avec l'Arizona, grâce à vous.

Els Van Hoof:

Ik sluit eveneens aan in dit debat. U feliciteerde terecht de Democratische Republiek Congo en Rwanda voor hun moedige keuze voor vrede. Het is uiteraard een goede zaak dat er een vredesakkoord werd gesloten. Middenveldorganisaties blijven echter voorzichtig, want belangrijke aspecten komen niet aan bod in het akkoord. Zo is er bijvoorbeeld geen sprake van de ontwapening van M23. Deze groepering was bovendien niet betrokken bij het akkoord, terwijl zij met ijzeren hand regeren over grote delen van Noord- en Zuid-Kivu.

Collega’s verwezen al naar het gelekte rapport van VN-experts, waaruit duidelijk blijkt dat Rwanda helemaal niet van plan is zich binnen de drie maanden terug te trekken uit Oost-Congo. Integendeel, het land streeft ernaar controle te behouden over het Congolese grondgebied en uiteraard ook over de natuurlijke rijkdommen. M23 zou evenmin de intentie hebben om zich terug te trekken. Ter plaatse stelt men vast dat een parallelle overheidsstructuur is uitgebouwd, waarin militarisering en mensenrechtenschendingen de norm zijn.

Welke concrete stappen neemt België met het oog op de naleving van het vredesakkoord? Wordt dit onderwerp ook op Europees niveau besproken in het geval van niet-naleving en welke maatregelen worden dan getroffen? Welke concrete stappen zal ons land ondernemen om het vredesproces in Qatar tussen Congo en M23 zelf te ondersteunen? Hebt u hierover gesprekken gevoerd tijdens uw bezoek aan Qatar? Welke concrete acties zal België ondernemen om de mensenrechtenschendingen in de door M23 gecontroleerde gebieden een halt toe te roepen en om de straffeloosheid te beëindigen?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, le 27 juin dernier, la République démocratique du Congo et le Rwanda ont signé un accord officiellement présenté comme une initiative de paix. Mais à ce stade, les choses sont claires: cet accord sert avant tout des intérêts géopolitiques et vise un accès stratégique aux ressources minières de la région.

Les États-Unis, sous l'impulsion de Donald Trump, ont joué un rôle actif de médiation dans cette affaire. Et ils ne s'en cachent même plus: leur objectif est de renforcer leur influence économique dans le secteur minier congolais. Il est même question, selon certaines sources, de discussions sur l'implication de Blackwater – une société militaire privée controversée, dirigée par Erik Prince – pour sécuriser les mines. Cela soulève des inquiétudes légitimes sur la réduction du rôle de surveillance de l'ONU, au profit d'acteurs privés dont le seul moteur est l'enrichissement, la thune.

Par ailleurs, malgré la signature de cet accord par le Rwanda sous l'impulsion américaine, un nouveau rapport des Nations unies révèle que le Rwanda, en collaboration avec les rebelles du M23, continue de renforcer son emprise sur l'Est du Congo. Leur objectif semble être le contrôle total du territoire et du commerce des ressources naturelles. Ni le Rwanda ni le M23 ne prévoient de retrait: ils cherchent plutôt à établir une région autonome, sous leur contrôle. Depuis novembre, les territoires occupés ont augmenté de 200 %.

La population civile est la première victime de cette dynamique: les disparitions forcées, les exécutions sommaires et les violences sexuelles sont en forte augmentation. La région risque de sombrer dans une instabilité totale, doublée d'une véritable annexion économique orchestrée par le Rwanda. Nous savons que ce conflit est complexe. Nous savons aussi que le Rwanda cherche aujourd'hui à établir des relations commerciales avec tous, ressentant fortement les effets des sanctions occidentales.

Quelle est la position de la Belgique par rapport à cet accord? Et surtout, quelle est sa position face au respect du droit international et au droit du peuple congolais à exercer pleinement sa souveraineté sur ses ressources naturelles, un droit qui, aujourd'hui, est ouvertement bafoué?

Maxime Prévot:

J'espère, madame Mutyebele, que vous conserverez les compliments sur ma cravate dans votre montage vidéo en guise d'introduction!

Mesdames et messieurs les députés, la signature de l'accord de paix entre la République démocratique du Congo et le Rwanda à Washington est assurément une bonne nouvelle. Et j'ai communiqué publiquement en ce sens. Le fait que les deux pays se soient mutuellement réengagés à respecter leur souveraineté respective et leur intégrité territoriale est un signe d'espoir vers le rétablissement de la paix et l'arrêt des souffrances trop nombreuses et depuis trop longtemps endurées par les populations.

Mais il faut reconnaître que les défis restent immenses car c'est bien à l'aune de sa mise en œuvre effective sur le terrain par les différentes parties que l'on jugera du succès de cet accord, en particulier la neutralisation des Forces démocratiques de libération du Rwanda (FDLR) ainsi que le désengagement et le retrait des troupes rwandaises du territoire congolais. Un autre défi sera l'implication des acteurs congolais dans toute leur diversité, y compris les femmes, la société civile et les autres pays des régions. Un aspect qui pourra être clairement renforcé.

Par ailleurs, un certain nombre de causes profondes restent à traiter si l'on veut réellement viser une paix durable, d'où l'importance de la médiation sous l'égide du Qatar et d'un processus interne de dialogue en RDC. J'insiste en particulier sur ce dernier aspect qui est, lui aussi, consubstantiel à l'atteinte d'une situation de paix durable.

In dit verband kan ik bevestigen dat de onderhandelingen tussen M23 en de Congolese regering nog steeds aan de gang zijn in Doha en dat we hopen dat ze binnenkort tot een goed einde gebracht zullen worden. Ik kan ook bevestigen dat we nauwe contacten onderhouden met Qatar, ook op mijn niveau, en dat we al deze kwesties bij mijn recente bezoek aan Doha hebben besproken. Het gaat er niet om ons te mengen in hun bemiddeling, die discreet moet blijven en beschermd moet worden tegen inmenging van buitenaf, maar wel om tegemoet te komen aan hun verzoeken om expertise en om onze boodschappen af te stemmen op hun inspanningen.

Nous continuons, par ailleurs, à encourager les autorités congolaises à débuter un processus interne de dialogue. J'en parlais sur la base notamment de l'initiative des É glises. Des avancées positives ont été enregistrées récemment avec la rencontre entre le président Tshisekedi et des représentants des É glises. Cependant, il reste encore du chemin à parcourir. Je me rendrai à nouveau dans la région des Grands Lacs à la mi-août, avec un passage à Kinshasa, pour un suivi des discussions à ce sujet.

S'il reste encore des inconnues importantes à lever, cela n'empêche pas qu'il faut, sans naïveté, donner toutes les chances de succès à l'accord de Washington et encourager les parties à honorer leurs engagements respectifs.

Wij pleiten ervoor dat de Europese Unie actiever optreedt om concreet bij te dragen aan de implementatie van verschillende delen van een duurzame oplossing. De Europese Unie beschikt over hefbomen om te werken aan de vredesdividenden en kan, dankzij haar expertise en instrumenten, steun verlenen in diverse sectoren, zoals humanitaire hulp, grensoverschrijdende handel, vluchtelingenproblematiek, traditionele justitie, hervorming van de veiligheidssector, hydro-elektrische energie, transportcorridors en natuurparken. Zodra er duidelijkheid is over de verschillende akkoorden, zal België bekijken hoe het via zijn verschillende samenwerkingsinstrumenten een bijdrage kan leveren. Wij blijven tevens volledig geëngageerd op humanitair vlak.

L'accord entre la RDC et le Rwanda ne se réfère à aucun mécanisme de sanctions en cas de non-respect de leurs engagements. Toutefois, il est bien prévu d'instaurer un mécanisme de vérification conjoint afin de surveiller l'application des dispositions de l'accord et de monitorer toute rupture du cessez-le-feu.

En tout état de cause, toute reprise d'une logique guerrière par les parties, ce qu'il faut absolument décourager, mènerait forcément à une réévaluation de l'approche de la communauté internationale. Les États-Unis , qui sont les garants de cet accord, l'ont d'ailleurs clairement fait comprendre. Il faudra voir à ce moment-là si des pressions supplémentaires devront être exercées sur les parties, y compris à travers de nouvelles sanctions ou d'autres mesures diplomatiques fortes.

Concernant la mission d'établissement des faits, mandatée par le Conseil des droits de l'homme pour enquêter sur les violations graves des droits humains au Nord- et au Sud-Kivu, je rappelle que cette dernière n'a toujours pas présenté son rapport final. Cela constitue un préalable important avant de se prononcer sur les suites qui y seront données. Le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l'homme a, par ailleurs, indiqué récemment que l'établissement de la commission d'enquête qui devra suivre les travaux de la mission prendra du retard à cause d'un manque de financement. C'est évidemment regrettable. La Belgique continuera de plaider fermement pour que ces mécanismes puissent remplir leur mandat et qu'ils soient dotés de moyens suffisants.

We hopen natuurlijk ook dat deze documentatie van de feiten en misdaden zal leiden tot effectieve gerechtelijke vervolging van de vermeende daders op zowel nationaal als internationaal niveau. Ik blijf ervan overtuigd dat de strijd tegen straffeloosheid het beste middel is om de geweldspiraal te doorbreken en duurzame vrede te waarborgen.

Concernant le rapport final du Groupe d'experts des Nations Unies sur la RDC, celui-ci n'a pas encore été officiellement publié. Quelques passages seulement ont fuité dans la presse. Seuls les membres du Conseil de sécurité ont pu prendre connaissance du rapport complet. Celui-ci n'étant pas encore public, aucune discussion n'a eu lieu au niveau du Conseil de sécurité, mais ce sera le cas après sa publication.

Ik heb mijn diensten in Brussel en onze permanente vertegenwoordiging in New York, die het dossier op de voet volgt, gevraagd om ons onmiddellijk na de publicatie van het rapport op de hoogte te brengen, zodat we het hele document en de aanbevelingen kunnen analyseren en indien nodig hieraan gevolg kunnen geven.

België heeft altijd veel aandacht besteed aan de conclusies van de expertengroep van de Verenigde Naties. We hebben het volle vertrouwen in hun objectiviteit en methodologie. Op basis van onder meer de informatie in hun verslagen heeft de Europese Unie sancties opgelegd aan personen die de voortzetting van het conflict en – ik benadruk dit – de illegale handel in natuurlijke grondstoffen bevorderen.

Ik ben trouwens niet echt verbaasd over de inhoud van de passages die in de pers zijn uitgelekt. De rapporten die we ontvangen van het maatschappelijke middenveld, actoren en neutrale waarnemers bevestigen dat M23 steeds meer greep krijgt op het terrein, met voortdurende rekrutering en de consolidatie van parallelle besturingsstructuren, met name dankzij diverse vormen van steun vanuit Rwanda. De link is duidelijk en voldoende gedocumenteerd. Rwanda erkent overigens zelf indirect zijn aanwezigheid door eufemistisch te spreken van verdedigingsmaatregelen.

Quant à savoir s'il existe un risque d'annexion de facto des territoires congolais, je pense qu'il faut surtout éviter de projeter à ce stade des intentions sur les différentes parties. Comme je l'ai dit, je constate que le Rwanda et la RDC ont réaffirmé, à travers l'accord de Washington, leur engagement à respecter leur intégrité territoriale et leur souveraineté respectives. Je m'en tiens là car c'est un acte essentiel et concret. Pour le reste, je préfère simplement demander avec les partenaires internationaux le respect plein et entier de cet engagement plutôt que de spéculer, nonobstant la vigilance que nous conserverons.

Pour ce qui est du mémorandum d'entente entre l'Union européenne et le Rwanda sur les matières premières critiques, la position de la Belgique demeure constante. Tant que les troupes rwandaises ne sont pas retirées du territoire congolais, l'Union européenne devrait suspendre sa mise en œuvre. Les éléments fuités du rapport du groupe d'experts continuent de montrer que la contrebande et le trafic illicite de ressources naturelles provenant de la RDC vers le Rwanda ne faiblissent pas, que du contraire. C'est la Commission européenne qui est compétente pour ce mémorandum. Elle nous dit que sa mise en œuvre est actuellement de facto en pause.

Ceci dit, je voudrais quand même préciser qu'il ne faut pas surestimer la portée de cet accord non contraignant. Il ne s'agit pas pour l'Union européenne de mettre en place un partenariat commercial ou de coproduction avec le Rwanda. Ce mémorandum prévoit la mise sur pied d'une série d'activités, dont le renforcement des capacités, la diversification économique, la durabilité des chaînes de valeur, l'amélioration du climat des affaires ainsi que des mesures pour favoriser la transparence et la traçabilité des minerais. Et c'est surtout ce dernier point qui n'est pas mis en œuvre par la partie rwandaise, ce qui pose fondamentalement problème pour nous, au-delà de la question symbolique du maintien d'un tel accord dans les circonstances que nous connaissons.

La Belgique reste évidemment très attachée à la mise en œuvre stricte du cadre international et européen en matière du devoir de vigilance pour les minerais provenant de zones de conflits. Nous continuons à plaider à l'international en ce sens. Pour ce qui est de la mise en œuvre effective par la Belgique, je vous invite à poser cette question à mon collègue, le vice-premier Clarinval, ministre de l'Emploi, de l'Économie et de l'Agriculture, qui en a la compétence.

We beschikken niet over informatie over de specifieke Amerikaanse bedrijven die betrokken zouden zijn bij een mijnbouwdeal tussen de DRC en de Verenigde Staten in het kader van het akkoord van Washington.

Ik heb in de Kamer al meerdere malen gesproken over de organisatie van de wereldkampioenschappen wielrennen in Rwanda in september. Het is aan de Internationale Wielerunie om autonoom te beslissen of de wereldkampioenschappen wielrennen in Rwanda worden georganiseerd. Bovendien is het aan de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond om te beslissen of hij al dan niet deelneemt, op basis van zijn beoordeling van de situatie. Ik ben niet van mening veranderd.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

La paix, surtout après 30 ans d'un conflit aussi meurtrier, impliquant autant de factions, autant de milices, d'armées régulières, ne se décrète pas par la signature d'un accord non contraignant, comme vous l'avez précisé. Elle se construit, se travaille, se mérite, et puis elle se vérifie sur le terrain.

Aujourd'hui, concernant le respect commun de la souveraineté, les faits semblent démentir les engagements affichés par le Rwanda. Je comprends votre prudence, il faut laisser une chance au processus et ne pas projeter des intentions sur l'une ou l'autre des parties. Mais il faut le faire avec lucidité.

Nous constatons sur le terrain la mise en place d'une autorité parallèle, l'infiltration des structures administratives locales, l'exploitation illégale de ressources qui devraient revenir au peuple congolais. C'est, disons-le clairement, un risque d'une forme d'occupation déguisée.

La Belgique a un lien historique, humain et politique avec cette région. Elle a aussi une voix respectée au sein des institutions internationales. Il faut, je pense, l'utiliser avec clarté et courage. Je vous invite donc à défendre une ligne fondée sur trois principes simples, mais exigeants: le respect des frontières et de l'intégrité territoriale, la protection des civils et la fin de l'impunité.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Over het rapport kunnen we inderdaad nog niet veel zeggen, omdat het nog niet officieel is. Ik houd echter mijn hart vast als zou blijken dat klopt wat in de pers gelekt werd.

In dat kader dacht ik eigenlijk dat u toch van gedachten zou zijn veranderd om in een dergelijk land een WK-wielrennen te laten doorgaan. Wat nu nog niet is, kan natuurlijk nog komen. Nadat het rapport is gepubliceerd dat flagrant aantoont wat daar allemaal grondig fout loopt sinds het vredesakkoord, zal men misschien alsnog beslissen om een sportevenement, dat een feest voor iedereen zou moeten zijn, niet te laten doorgaan in een land waar zulke wantoestanden plaatsvinden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het is inderdaad een moeilijke situatie. Het is altijd hoopgevend wanneer er akkoorden worden gesloten. We moeten die een kans geven, daarover ben ik het volledig met u eens.

Uiteraard moeten we in het kader van zulke akkoorden wel internationaal de vinger aan de pols houden, opdat de rijkdommen van een bevolking en de winsten daarvan bij de bevolking blijven terechtkomen. Al herhaaldelijk heb ik het voorbeeld aangehaald van de mijnen in Oost-Congo, die worden uitgebaat door Rwandezen. De belastingen op de Congolese rijkdommen worden door Rwanda geïnd. In feite haalt men dan de rijkdom van zijn buurman op om daarmee vervolgens beleid te voeren.

Wanneer we zulke akkoorden zien, of zelfs mee helpen onderhandelen, al is het achter de schermen, dan moeten we altijd de bevolking in gedachten houden, want de bevolking dient centraal te staan. Ook belangrijk is dat we blijven wijzen op de verantwoordelijkheden van de besturen, zowel in Rwanda als in de Democratische Republiek Congo. Dat hebben we al vaker aangehaald. Corruptie moet uit die besturen verdwijnen. Er moet worden gezorgd voor goed bestuur, voor degelijk beleid, voor het recht op democratie en het recht om oppositie te voeren. Zo wijs ik bijvoorbeeld op het geval van Victoire Ingabire in Rwanda, een oppositieleidster die werd opgepakt. Ook in Congo geven leden van de oppositie aan dat ze niet vrij kunnen spreken en dat ze corruptie niet kunnen aanklagen.

Als wij dus meewerken aan oplossingen, mede gelet op onze grote historische rol in de regio van de Grote Meren, moeten we het aandurven om over verantwoordelijkheden te spreken. Dan moeten we ook alle rechten van de bevolking daar durven te verdedigen.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Nous devons être encore plus attentifs. Nous ne pouvons pas totalement nous en remettre à la parole du régime rwandais. Alors qu'il nie obstinément ses liens avec le M23, nous savons que ces liens existent depuis des années.

Les Congolais dénoncent depuis très longtemps le projet d'annexion du Nord- et du Sud-Kivu. Nous connaissons l'appétit du Rwanda pour les minerais congolais. Ce n'est pas une rumeur, c'est un fait, qui est confirmé aujourd'hui noir sur blanc par un rapport des Nations Unies. Ce qui est grave, c'est que nous ne pouvons pas dire que nous ne savions pas, puisque les populations locales, les organisations congolaises et les autorités traditionnelles tirent la sonnette d'alarme depuis des années. Le rapport de l'ONU confirme ce que tout le monde au Congo vit au quotidien, à savoir l'occupation, l'exploitation, la terreur organisée pour s'emparer des territoires et des ressources.

Je comprends qu'il faille donner une chance au processus diplomatique et aux efforts de rencontre. Nous ne devons pas nous contenter – je ne dis pas que vous le faites – d'attendre des preuves supplémentaires, ni compter sur une hypothétique bonne volonté de Kigali. Nous connaissons la perversité de M. Kagame. Il faut, au-delà de ce processus, des mesures, des actes et, pour nous, des sanctions.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Pour la due diligence , j'interrogerai votre collègue M. Clarinval avec beaucoup de joie.

En tant que ministre des Affaires étrangères, votre rôle est de donner votre position et la position de la Belgique au niveau des Nations Unies pour ce qui est du traité.

Quant à la guerre avec le M23 qui a traumatisé cette région, même si ce rapport de l'ONU n'est pas officiel, au moins il nous dit des choses qu'on connaissait déjà. M. Kagame est responsable de cette guerre. Les rebelles du M23 ne sont que ses marionnettes. Le véritable objectif de M. Kagame est d'annexer le Kivu et de continuer à piller impunément les ressources congolaises.

Je me permets d'exprimer ma surprise parce que, finalement, M. Kagame est honnête. Durant toutes ces années, il a prétendu que ce qui se passait au Kivu et que le M23, il n'en était pas responsable. Ce n'était pas lui. Mais il a quand même signé l'accord de paix. Ce monsieur est imprévisible. Pendant 25 ans, il a prétendu que ce n'était pas lui. Et puis, du jour au lendemain, il a signé! On dit qu'il ne faut pas préjuger des intentions des deux parties, mais l'interlocuteur en face de nous nous fait des surprises extraordinaires.

Cet accord du 27 juin représente vraiment une avancée cruciale pour la stabilisation de la RDC, mais aussi pour la paix et la sécurité. La RDC mérite la paix. Elle mérite de se développer sans que des puissances étrangères ne viennent frapper à sa porte pour apporter la guerre et la violence. La richesse des sous-sols congolais devrait faire sa prospérité.

Mais malheureusement, à cause de la cupidité de certains, cette richesse amène tout le contraire. Cette ruée vers l'or nous a fait souvent oublier l'essentiel: la richesse du peuple congolais dont la résilience défie toutes les épreuves.

Enfin, j'espère de tout cœur que la Belgique usera de tout son poids pour faciliter la mise en œuvre de cet accord, parce que nous avons une responsabilité à endosser. Je me réjouis déjà de votre prochaine mission. Nous vous interrogerons sur les résultats.

Je vais vous décevoir, monsieur le ministre, je ne ferai pas de vidéo!

La présidente : C'est dommage!

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre, pour les explications que vous avez pu nous apporter.

J'apprécie les trois points de la conclusion de mon collègue Michel De Maegd. Qu'il en soit remercié!

Nous voilà encore devant une nouvelle scène, scène que la population congolaise est habituée à vivre, et je crois, ses amis belges aussi. Le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l'homme annonce qu'il ne pourra pas conclure à temps ses travaux pour faire un rapport sur ce qui est d'actualité. Alors, comment peut-on attendre des rapports de ce qui s'est passé avant, où il y a eu des millions de morts? Ici, nous sommes sur un terrain où le monde entier a pu constater les dégâts. Et que je l'aime ou que je ne l'aime pas, pour la première fois, un président parle de cruauté pratiquée envers les Congolais. Alors, vous voyez, on retombe toujours dans les mêmes histoires. Le rapport ne pourra pas être fait à temps, et ceci ne pourra pas être fait, et finalement, le temps s'écoulera. Espérons que nous, la Belgique, nous leur rappellerons que nous attendons ce rapport-là.

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour tous les efforts que vous faites. Qu'on cesse de jouer avec l'esprit des gens qui souffrent déjà!

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord, dat het nalezen waard is. Ik heb ook het vredesakkoord doorgenomen en het klopt, zoals u zegt, dat binnen een bepaalde periode verificatiemechanismen moeten worden opgericht om ervoor te zorgen dat het vredesakkoord wordt nageleefd. De Verenigde Staten hebben zich daarachter geschaard. In eerste instantie komt het ook de VS toe om op te treden als het akkoord niet door de betrokken partijen wordt nageleefd. U hebt ook aangegeven dat het grondstoffenakkoord op pauze is gezet. Dat vind ik een goede zaak, dat kan ik op dit moment alleen maar toejuichen. Tegelijkertijd geeft u aan dat de Europese Unie wel wat actiever zou mogen optreden. Ik denk dat België daarin ook een rol te spelen heeft. Ons land beschikt immers over veel expertise en kennis, en ook een speciale gezant, zoals we daarnet nog zagen. België kan dus fungeren als bemiddelaar, niet alleen in de regio, maar ook in de Europese Unie, opdat de Belgische kennis en expertise daadwerkelijk wordt aangewend. We moeten dat alle kansen geven, maar we moeten tegelijk ook alert blijven, in de eerste plaats wat betreft de straffeloosheid. Het is daarbij essentieel dat we het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten in deze zaak blijven ondersteunen. Wanneer het rapport van de VN-experts officieel wordt gepubliceerd, moeten we dat ernstig nemen en ook durven te schakelen. We moeten ervoor zorgen dat er daadwerkelijk maatregelen worden genomen, in eerste instantie op Europees niveau. We zullen afwachten wat in het officiële rapport van de VN-experts staat.

De handelsoorlog met de VS van president Trump
De impact van de Big Beautiful Bill en de ommezwaai in het Amerikaanse beleid op Europa en België
De invoerrechten die de Verenigde Staten per 1 augustus 2025 willen opleggen
Amerikaanse handelsbeleid en invoerrechten, impact op Europa en België

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de agressieve Amerikaanse handelspolitiek onder Trump (50% douanetarieven op Brazilië, 30% op Europa vanaf 1 augustus) en Europese onderdanigheid, met kritiek op blind volgen van VS-belangen (NAVO-uitgaven, Israël-steun) ten koste van eigen soevereiniteit en klimaatdoelen. Maxime Prévot (minister) benadrukt onderhandelen via de EU, weerstand tegen protectionisme, diversificatie naar BRICS/Zuidoost-Azië en versterking van de multilaterale WTO-orde, maar erkent dat de VS onvoorspelbaar blijft. Boukili beaamt de nood aan alternatieve partners (BRICS), maar wijst op concrete onderwerping (bv. defensie-uitgaven voor Trump), terwijl Van Riet vreest voor economische schade (farma, groene energie) en pleit voor strategische autonomie zonder breuk met de VS.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, le président Trump a annoncé ce mercredi l'instauration d'un tarif douanier de 50 % à l'encontre du Brésil, qu'il accuse de persécuter l'ancien président Jair Bolsonaro, actuellement jugé pour sa tentative de coup d'État contre Lula.

L'objectif est de frapper les pays du BRICS, perçus comme une alternative à l'hégémonie américaine. Ceci montre une fois encore le caractère coercitif des tarifs douaniers et de la politique des États-Unis. L'Europe sera clairement la prochaine cible. D'ailleurs, comme cela a été annoncé il y a quelques jours, elle sera elle aussi touchée par de nouveaux droits de douane à compter du 1 er août.

Dans ce contexte, on observe une Union européenne – et une Belgique – totalement soumise aux intérêts américains. Nous nous sommes alignés en prenant le parti d'Israël, en jetant à la poubelle le respect du droit international, en justifiant même les attaques israéliennes illégales contre l'Iran au moyen d'arguments identiques. Les États-Unis exigent que nous augmentions nos dépenses de défense, et nous le faisons sans broncher au détriment de notre propre sécurité sociale.

Monsieur le ministre, que compte faire l'Europe? Et que compte faire la Belgique? Allons-nous continuer à nous soumettre aux États-Unis, à leur logique de zones d'influence et de coercition? Comment peut-on encore les considérer comme des alliés, quand on voit leur politique de sanctions économiques contre les pays européens? Quelle sera la position de la Belgique – et de l'Union européenne – face à ces nouvelles menaces formulées par M. Trump?

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse regering beloofde een ommezwaai in zowel het binnenlandse als het buitenlandse beleid. President Trump gelooft in het opleggen van invoerheffingen en voegde de daad bij het woord. Hij voert een belastingverhoging door voor buitenlandse bedrijven in hernieuwbare energie. De heffing van importtarieven lijkt een ware rollercoaster te worden, van hoog naar laag, van laag naar hoog. De huidige stand van zaken is 30 % vanaf 1 augustus 2025, maar het is niet uitgesloten dat dat nogmaals verandert.

Daarnaast is de zogenaamde One Big Beautiful Bill goedgekeurd, die een ingrijpende verschuiving in het Amerikaanse binnenlandse beleid inhoudt met grote geopolitieke gevolgen. Die heroriëntering van middelen kan de VS minder voorspelbaar maken als partner in multilaterale samenwerking zoals klimaatfinanciering, ontwikkelingssamenwerking en NAVO-afspraken. Vanmorgen tijdens ons overleg vernamen we nog dat 4 miljard dollar minder voor het klimaat wordt vrijgemaakt. Bovendien zal het protectionistische karakter van de energiemarktregels, vooral gericht tegen China, ook Europese bedrijven treffen via supply-chainbeperkingen.

Hoe evalueert u de mogelijke impact van de fiscale en sociale herschikking in de VS op de Europese samenwerking inzake klimaatfinanciering en duurzame ontwikkeling?

Welke impact zullen deze nieuwe tarieven hebben op de Europese en Belgische economie?

Welke tegenmaatregelen worden op Europees niveau overwogen, of wachten we nog af? Dat laatste vernamen we immers begin deze week via de pers.

Bekijkt u alternatieve markten om de Amerikaanse instabiliteit op te vangen?

Ziet u in de nieuwe protectionistische energievoorwaarden risico's voor Belgische of Europese bedrijven die actief zijn in hernieuwbare energieprojecten met wereldwijde toeleveringsketens?

Via welke diplomatieke strategie wilt u een gecoördineerd klimaatbeleid voeren met de Verenigde Staten?

Maxime Prévot:

Mevrouw de voorzitster, collega’s, mevrouw Van Riet, zoals u ongetwijfeld weet, beoogt de One Big Beautiful Bill de Verenigde Staten te positioneren als kerngebied voor productie, onderzoek en innovatie, terwijl ze tegelijkertijd de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers wil verminderen. De wet betreft een geheel van fiscale, budgettaire en economische maatregelen die tot doel hebben investeringen op Amerikaans grondgebied te stimuleren en de nationale economische prioriteiten te heroriënteren.

Een aantal van die maatregelen heeft indirecte, maar significante gevolgen voor buitenlandse bedrijven die in de Verenigde Staten actief zijn of er zaken doen. Op het vlak van klimaatbeleid bijvoorbeeld is een duidelijke terugschakeling van de Amerikaanse klimaatambities merkbaar, zoals blijkt uit de terugtrekking uit het klimaatakkoord en de hernieuwde focus op fossiele energie. Tal van federale maatregelen ter bevordering van hernieuwbare energie, schone voertuigen en industriële decarbonisatie zijn voortijdig afgeschaft of opgeschort, terwijl de fossiele industrie net wordt aangemoedigd.

Dat verzwakt onvermijdelijk de aantrekkingskracht van de Amerikaanse markt voor Belgische bedrijven die actief zijn in groene technologie. Het zou ook gezamenlijke projecten met Amerikaanse partners kunnen afremmen of de terugverdientijd van dergelijke investeringen verlengen. De situatie zet een gecoördineerde aanpak inzake klimaat onder druk en bevestigt eens te meer het belang van een voortrekkersrol voor de Europese Unie als betrouwbare partner, niet alleen inzake klimaatactie, maar bij uitbreiding ook op andere domeinen van multilaterale samenwerking.

De drastische besparingen op de budgetten van publieke onderzoeksinstellingen dreigen op termijn de wetenschappelijke fundamenten van de Verenigde Staten aan te tasten en hun concurrentievoordeel in opkomende sectoren te ondergraven. Voor Europa biedt een en ander daarentegen een kans om toptalent aan te trekken en de eigen innovatiecapaciteit te versterken.

Daarbij dient opgemerkt te worden dat bepaalde Amerikaanse staten vasthouden aan meer ambitieuze klimaatmaatregelen. Het is essentieel om de samenwerking met hen voort te zetten binnen een constructieve en toekomstgerichte context.

MM. Boukili et Lutgen – ce dernier pourra lire les réponses –, vous aurez certainement vu ma réaction à la suite de l'imposition des droits de douane de 30 % annoncée ce samedi par le Président Trump.

Cette nouvelle agression commerciale est injustifiée et d'autant plus incompréhensible que les négociations se poursuivent intensivement en vue d'atteindre un accord avant le 1 e août prochain. Elle est source, une fois de plus, d'incertitudes, ce qui n'est bon pour aucun investisseur, aucun entrepreneur, aucun consommateur, d'un côté comme de l'autre de l'Atlantique. Cette guerre commerciale n'aura aucune conséquence positive. Elle doit donc cesser!

La Commission européenne qui négocie au nom des États membres conserve toute notre confiance pour poursuivre son travail en vue d'atteindre un accord préalable, qui est la seule voie raisonnable. Il faut garder la tête froide et poursuivre le travail. Nous connaissons les méthodes parfois brutales de l'administration Trump et les revirements de position du président. À ce stade, il est essentiel qu'on préserve l'unité entre les États membres et qu'on soutienne la stratégie coordonnée de la Commission vers un accord.

Parallèlement à ces négociations, il va de soi que la Commission se prépare à tous les scénarios, y compris celui d'un échec, et travaille à l'identification de contre-mesures. Elle est également en contact avec une série de partenaires "like-minded" qui, comme nous, sont des cibles de la politique américaine actuelle. Qu'un deal soit ou pas conclu le 1 er août, je suis convaincu que l'incertitude va perdurer et nécessite de diversifier nos partenaires économiques et de poursuivre l'approfondissement du marché intérieur.

Monsieur Boukili, nous ne devons certainement pas tomber dans l'unilatéralisme ou le protectionnisme en réponse à celui des États-Unis. Au contraire, nous devons continuer à nous présenter comme le défenseur d'un système commercial multilatéral fondé sur des règles avec l'Organisation mondiale du commerce (OMC) comme fondement.

Le rôle de l'OMC est aujourd'hui plus crucial que jamais. Tous nos partenaires attendent de l'Union européenne qu'elle prenne l'initiative de réformer l'institution en modernisant ses règles et en assurant leur mise en œuvre de façon équitable.

Nous appuyons la Commission dans cette démarche ambitieuse qui nécessitera du réalisme sans pour autant brider notre ambition de coopérer avec les pays du Sud global. Les pays du groupe BRICS manifestent en effet un intérêt accru pour des relations bilatérales renforcées avec l'Union européenne. C'est un des avantages que je découvre avec le contexte que nous connaissons: les parties du monde qui parfois regardaient plus vers les États-Unis que vers l'Europe sont en train de changer leur mindset . Les discussions en cours avec l'Indonésie, les Philippines, ou dans le cadre des accords sur la facilitation des investissements durables, illustrent cette dynamique.

La ligne est claire: une réponse ferme, ciblée, mais équilibrée, aux pratiques américaines, alliée à une diversification active de nos partenariats commerciaux, tout en poursuivant un agenda de dialogue constructif avec Washington, notamment pour préserver, et même approfondir, nos partenariats dans des domaines-clefs tels que l'innovation, la recherche, la logistique et la sécurité. Certes, nous devons agir sans naïveté, mais toujours avec conviction, car les É tats-Unis sont et devront rester un partenaire. En agissant ainsi, nous affirmons notre souveraineté économique et notre attachement à une prospérité partagée dans un monde fondé sur la coopération et la stabilité.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je partage votre réponse. Je pense que c'est une première! ( Rires )

Sur la question du multilatéralisme, je suis entièrement d'accord avec vous, car nous ne devons pas tomber dans le protectionnisme et l'unilatéralisme, contrairement aux États-Unis aujourd'hui. Comme vous l'avez dit, l'avantage est que d'autres partenaires se tournent vers l'Union européenne. Cela dit, elle doit aussi se tourner vers eux dans un cadre multilatéral pour des intérêts partagés.

Toutefois, dans les faits, là où le bât blesse, c'est que la politique européenne et la nôtre également ne sont pas encore complètement détachées de la politique américaine. Nous continuons encore de dire amen aux injonctions de M. Trump. Au dernier sommet de l'OTAN, nous avons vu comment tout avait été agencé pour le faire revenir à de meilleures dispositions, car il ne fallait pas le froisser. Puis, on finit par voter des milliards et des milliards supplémentaires dans la Défense, sous l'égide de l'OTAN, pour faire plaisir à M. Trump et acheter des armes américaines. Donc, dans les faits, nous continuons de nous soumettre aux injonctions des États-Unis.

En revanche, et je vous rejoins entièrement à ce sujet, notre démarche doit consister à nous tourner vers le reste du monde en diversifiant nos partenariats. Il existe d'autres puissances et économies avec lesquelles nous pourrons travailler au nom d'intérêts communs, intérêts qui sont favorables à l'ensemble de la population mondiale, et non seulement à ceux des États-Unis.

Katrijn van Riet:

Ik ben het niet helemaal eens met de conclusies van de heer Boukili, maar ik begrijp, mijnheer de minister, dat we meer op onszelf moeten rekenen, dat we deze kans moeten gebruiken om onszelf te versterken en dat we handel moeten drijven waar het kan. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de farmaciesector en veel andere sectoren die veel exporteren naar Amerika. Daarover maak ik mij wel zorgen. Wij moeten diversifiëren en inzetten op andere economische partners. Daarover ben ik het met u eens. Dank u voor uw antwoord. We zijn nog niet klaar met het Amerikaanse beleid, denk ik. Dat zal een constante blijven, vrees ik.

De nieuwe kledingvoorschriften in Syrië

Gesteld door

lijst: VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Prévot bevestigt dat Syrië nieuwe kledingvoorschriften voor vrouwen oplegt in openbare ruimtes, maar benadrukt dat deze (nog) niet strikt gehandhaafd worden en dat kledingvrijheid elders in Damascus blijft bestaan. België zet in op vrouwenrechten via diplomatieke contacten met Syrische vrouwenrechtenbewegingen en blijft humanitaire hulp verlenen onder strikte neutraliteit, mits voorkoming van misbruik door extremisten. Samyn kaart scherp aan dat extremistische groeperingen in Noordwest-Syrië vrouwenrechten en humanitaire toegang actief ondermijnen via repressieve maatregelen, en dringt aan op hardere internationale veroordeling en sancties om dergelijke praktijken tegen te gaan.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, vorige maand raakte bekend dat Syrië onder controle van de radicaal-islamistische groepering Hayat Tahrir al-Sham nieuwe religieus geïnspireerde kledingvoorschriften oplegt in openbare ruimtes. Zo zijn vrouwen voortaan verplicht hun hele lichaam te bedekken op stranden en in openbare badzones. Die maatregelen maken deel uit van een bredere tendens waarbij vrouwenrechten, culturele vrijheid en persoonlijke autonomie ernstig worden ingeperkt in delen van Syrië die onder extremistische controle staan.

De zogenaamde morele politie wordt opnieuw ingezet om naleving af te dwingen, met intimidatie en strafmaatregelen als gevolg. Het is verontrustend dat dergelijke regressieve regels opnieuw ingang vinden in Syrië, zeker wanneer ze worden opgelegd met geweld of staatsdwang. Vrouwen die zich niet conformeren, riskeren niet alleen sociale uitsluiting, maar ook fysiek geweld of arrestatie.

Mijnheer de minister, het is bovendien bijzonder verontrustend dat VN-rapporten recent waarschuwen dat die extremistische regels niet alleen de persoonlijke vrijheid van vrouwen aantasten, maar ook de humanitaire hulpverlening belemmeren. Zo worden vrouwelijke hulpverleners geweerd of mogen vrouwen enkel hulp ontvangen onder strikte religieuze voorwaarden.

Mijnheer de minister, hoe reageert u op die nieuwe beperkingen van de vrouwenrechten? Hebt u die ontwikkelingen op internationaal niveau veroordeeld? Welke diplomatieke stappen zijn ondernomen om die evolutie aan te kaarten? Ten slotte, worden die ontwikkelingen meegenomen in de Belgische standpuntbepaling met betrekking tot humanitaire hulp aan regio’s onder controle van extremistische groeperingen?

Maxime Prévot:

Mevrouw Samyn, het Syrisch ministerie van toerisme heeft in juni inderdaad nieuwe voorschriften uitgevaardigd, waarbij bezoekers van openbare stranden en zwembaden verplicht zouden worden tot het dragen van specifieke kledij, zoals een badpak dat het volledige lichaam bedekt. Die voorschriften gelden niet in clubs, luxehotels of op privéstranden. Het is voorlopig niet duidelijk in hoeverre de autoriteiten de voorschriften ook daadwerkelijk willen afdwingen; we moeten alleszins die evolutie in de gaten houden.

Meer algemeen staat het volgens mijn informatie eenieder wettelijk gezien vrij om te dragen wat hij of zij wil. In de straten van Damascus is dan ook een grote diversiteit aan kledij waar te nemen, afhankelijk van de wijk waar men zich bevindt.

De bescherming en de bevordering van vrouwenrechten maken vanzelfsprekend integraal deel uit van ons beleid ten opzichte van Syrië, dat trouwens ook in lijn ligt met het belang dat ons land hecht aan The Women, Peace and Security Agenda .

Tijdens een recent bezoek aan Damascus van onze post in Beiroet, die Syrië opvolgt, werd uitgebreid aandacht besteed aan de rechten van vrouwen. Zo nam de ambassade een initiatief om de voornaamste Syrische vrouwenrechtenbeweging te ontmoeten, Syrian Women's Political Movement, evenals de Women's Advisory Board, die werd opgericht door het Bureau van de VN Speciaal Vertegenwoordiger voor Syrië. Uit het onderhoud kon worden opgemaakt dat de belangrijkste bezorgdheid van die organisaties de politieke rechten van vrouwen in Syrië zijn en een terechte verwachting voor actieve, volwaardige en gelijkwaardige deelname aan het politieke beslissingsproces.

Wat uw vraag over humanitaire hulp betreft, kan ik bevestigen dat de noden in Syrië na de val van het Assadregime eind vorig jaar en na 14 jaar conflict bijzonder groot zijn. Het is dan ook belangrijk dat wij het Syrische volk blijven steunen, ook op humanitair vlak. De Belgische humanitaire hulp heeft als doel levens te beschermen, menselijk lijden te voorkomen en te verlichten en de menselijke waardigheid te waarborgen.

Humanitaire hulp is ook principieel. Dat wil zeggen dat ze voldoet aan de humanitaire beginselen van menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit, en onafhankelijkheid. Humanitaire hulp wordt aldus verleend op basis van de noden, los van enig politiek doel. België steunt dan ook humanitaire actoren die de bevoegdheid en de expertise hebben in uitdagende contexten als die in Syrië te werken. Het is echter overduidelijk dat we ervoor zorgen dat onze hulp terechtkomt bij degenen die het nodig hebben, en dat ze niet door terroristische organisaties kan worden misbruikt.

Mijn diensten en ikzelf zullen de situatie van de vrouwenrechten in Syrië en de door u aangekaarte kwesties blijven opvolgen.

Ellen Samyn:

Dank u voor uw antwoorden, mijnheer de minister. Wat humanitaire hulp betreft, is het inderdaad wenselijk dat de hulp echt terechtkomt bij de mensen die het nodig hebben, en dat ze niet in handen valt van extremistische groeperingen. Het feit blijft dat vrouwen in Noordwest-Syrië vandaag opnieuw hun fundamentele vrijheden, waaronder hun politieke rechten, verliezen onder religieus extremisme, terwijl tegelijkertijd de toegang tot humanitaire hulp bemoeilijkt wordt. Het gaat niet enkel om kledingvoorschriften. Eigenlijk probeert men met die regels vrouwen en hele gemeenschappen in een keurslijf te dwingen en angst te zaaien. Het is onaanvaardbaar dat dat soort praktijken anno 2025 opnieuw terrein wint, met alle gevolgen voor de mensenrechten en de veiligheid. Ik vind dat dat internationaal nog veel nadrukkelijker moet worden benoemd. Er moeten duidelijke consequenties aan verbonden worden, zodat extremistische groeperingen begrijpen dat hun beleid niet zonder gevolgen blijft.

De repressie van de kritische stemmen in Venezuela door president Maduro

Gesteld door

lijst: VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU veroordelen het repressieve economische beleid van Maduro, met 922 politieke gevangenen, censuur op economische data en arrestaties van critici (inclusief economen en voormalig minister Cabezas), terwijl de economie instort. Prévot bevestigt dat België geen financiering (behalve humanitair via FAO) of energie-importen levert, sancties verlengt (55 personen tot 2026) en de kwestie aankaart in de VN-Mensenrechtenraad, maar geen contact heeft met Maduro’s regering; wel overlegt hij met de oppositie (o.a. Machado’s *Vente Venezuela*). Samyn benadrukt dat Maduro’s onderdrukking zich nu ook richt op economen en media, en eist absolute financiële afzondering om het regime niet te legitimeren. België waakt over EU-burgers in Venezolaanse detentie, maar concrete gevallen van Belgische slachtoffers zijn (nog) niet bekend.

Ellen Samyn:

Het socialistisch beleid van president Maduro leidt tot economische rampspoed in Venezuela. De Venezolaanse bolivar crasht naar een dieptepunt, de inflatie piekt en de reactie van het regime is uiterst repressief. In plaats van de economie te herstellen, richt Maduro zijn pijlen op al wie kritiek uit op de collectieve armoede die zijn beleid organiseert.

Zo zijn al minstens 8 economen, analisten en website-medewerkers gearresteerd die kritiek uitten op de staat van de economie. Onder hen een aantal topeconomen en zelfs voormalig minister van Financiën Rodrigo Cabezas. Sommigen zitten nog altijd achter tralies, zonder advocaat of contact met hun familie. Zo'n 56 mensen die de dollar als valuta gebruikten op de zwarte markt, zijn eveneens opgepakt. Websites die rapporteren over de staat van de bolivar of de dollar als valuta aanbieden zijn geblokkeerd door de overheid.

Het Venezolaanse regime is intussen al een tijd gestopt met het publiceren van informatie over het BBP, de schuldratio of de inflatiecijfers.

Graag verneem ik van de minister:

Heeft u hieromtrent met de Venezolaanse ambassadeur of uw Venezolaanse ambtsgenoot al contacten gehad? Zo ja, waarover gingen de gesprekken?

Zal u de repressie en het falende economische beleid in Venezuela aankaarten op de relevante bilaterale en internationale fora?

Heeft u informatie over landgenoten in Venezuela die in het vizier van het Maduro-regime zijn gekomen? Zo ja, welke maatregelen neemt u om hun vrijheid en veiligheid te garanderen?

Is er vanuit de federale overheid al enige vorm van financiering via eender welk kanaal verlopen aan Venezuela onder uw ministerschap? Zo ja, kan u die financiering toelichten en bent u bereid deze stop te zetten?

Hoe staat het met onze energie-afhankelijkheid van Venezuela? Welke initiatieven neemt u om deze te minimaliseren?

Maxime Prévot:

Mevrouw Samyn, ik ben het met u eens dat de situatie in Venezuela zorgwekkend verslechtert. Er zitten nog steeds 922 politieke gevangenen vast en tijdens de lokale verkiezingen in mei werden opnieuw mensenrechtenschendingen begaan, met een verdere toename van het aantal politieke gevangenen.

De repressie in Venezuela wordt inderdaad aangekaart op de relevante bilaterale en internationale fora. België is bijvoorbeeld samen met onze Benelux-partners heel actief geweest over Venezuela in het kader van de Mensenrechtenraad. We hebben daar in juni de kwestie van willekeurige detentie, gedwongen verdwijningen en het gebrek aan toegang tot fundamentele rechten voor politieke gevangenen aangekaart en ook onze oproep tot vrijlating van verschillende prominente Venezolaanse figuren herhaald.

Op EU-niveau heeft de Raad van de EU bijvoorbeeld besloten om de sancties tegenover het land, gezien de situatie, met een jaar te verlengen, tot en met 10 januari 2026. Die beperkende maatregelen zijn nu gericht tegen 55 personen. Er is onder mijn ministerschap vanuit de federale overheid geen enkele vorm van financiering aan Venezuela via eender welk kanaal gebeurd. Ik heb ook geen weet van landgenoten in Venezuela die om politieke redenen in het vizier van het Maduroregime zouden zijn gekomen.

We maken ons echter zorgen over de vele onderdanen van derde landen die illegaal worden vastgehouden in Venezuela, waaronder een tiental EU-onderdanen. Tegelijkertijd onderhouden mijn diensten regelmatig overleg op hoog niveau in Brussel en Bogota met de oppositie, en meer in het bijzonder met de Vente Venezuela, de politieke partij van María Corina Machado, zoals laatst op 11 juni.

Onze enige financiering in Venezuela is van humanitaire aard en wordt verstrekt via het VN-Agentschap FAO. België importeert geen olie of gas uit de velden van Venezuela, dat jaarlijks slechts 30 miljoen naar ons exporteert, voornamelijk olie en andere producten verkregen uit het distilleren van hogetemperatuur-steenkoolteer, producten die niet aan sancties onderworpen zijn.

Er is momenteel geen Venezolaanse ambassadeur in Brussel. Ik heb nooit contact gehad met mijn Venezolaanse ambtgenoot.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik ben blij dat u mijn bezorgdheid deelt over de bijzonder verontrustende situatie in Venezuela. Het is duidelijk dat het regime van Maduro elk kritisch geluid de mond wil snoeren, niet alleen vanuit politieke hoek, maar nu ook vanuit economische hoek. Het recente voorbeeld van de arrestatie van econoom Asdrúbal Oliveros toont aan dat zelfs onafhankelijke experts niet meer veilig zijn. Het gaat dus niet alleen om politiek, maar ook om fundamentele mensenrechten en om economische informatie die voor de bevolking noodzakelijk is. Mijnheer de minister, ik vind het bijzonder zorgwekkend dat Venezuela ook internationale organisaties en onafhankelijke media systematisch buitensluit. U antwoordt dat u alert blijft voor de veiligheid van Belgische burgers, en van burgers uit derde landen. We moeten erover blijven waken dat geen enkele eurocent –niet uit België, en ook niet uit Europa – bij het regime van Maduro terechtkomt. Dergelijke steun mag immers nooit een regime legitimeren dat zijn eigen bevolking onderdrukt.

De stopzetting van de Amerikaanse subsidies voor de strijd tegen aids
De African Summit
Afrikatop over Amerikaanse aidssubsidies en gezondheidsfinanciering

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België betreurt de drastische Amerikaanse bezuinigingen (83%) op ontwikkelingshulp via USAID, die volgens *The Lancet* tot 14 miljoen extra doden (waarvan 4,5 miljoen kinderen) tegen 2030 kunnen leiden en decennia vooruitgang in gezondheidszorg (VIH, malaria, tuberculose) dreigen teniet te doen. De minister bevestigt dat België politiek en financieel blijft steunen via multilaterale kanalen (Fonds Mondiaal, OMS, ONUSIDA), maar kan de Amerikaanse tekorten niet compenseren—wel pleit het voor gerichte EU-coördinatie om de kwetsbaarste landen en sectoren te beschermen, met nadruk op mensenrechten en duurzame partnerschappen in plaats van louter economische belangen. Lacroix benadrukt de moraal- en veiligheidsrisico’s van Trumps beleid en biedt steun aan de minister, terwijl België Afrika benadert als gelijkwaardige partner (tegen neokoloniale tendensen) via EU-initiatieven zoals *Global Gateway*.

Christophe Lacroix:

Monsieur le Ministre,

Une étude publiée le 30 juin 2025 dans The Lancet alerte sur les conséquences dramatiques des coupes budgétaires décidées par les États-Unis dans leur aide publique au développement, notamment via l'USAID.

Selon les chercheurs du Barcelona Institute for Global Health, la réduction de plus de 83 % des financements américains pourrait entraîner plus de 14 millions de décès supplémentaires d'ici 2030, principalement dans les pays à revenu faible ou intermédiaire.

Parmi les victimes potentielles, 4,5 millions seraient des enfants de moins de cinq ans. Ces coupes risquent d'anéantir des décennies de progrès dans la lutte contre le VIH/sida, le paludisme, la tuberculose et d'autres maladies évitables.

L'étude souligne que les programmes financés par l'USAID ont permis d'éviter 91 millions de décès entre 2001 et 2021, dont 25 millions liés au VIH/sida.

Dans ce contexte, je souhaite vous poser les questions suivantes :

Quelle est la position officielle de la Belgique face à cette décision américaine et à ses conséquences sanitaires mondiales ?

La Belgique a-t-elle l'intention de porter ce sujet au sein des instances européennes et multilatérales, notamment à l'ONU et à l'OMS ?

Des discussions sont-elles en cours avec d'autres partenaires européens pour compenser collectivement ces coupes, afin d'éviter une catastrophe humanitaire annoncée ?

Enfin, la Belgique envisage-t-elle d'augmenter sa propre contribution dans les domaines de la santé mondiale et de la lutte contre les pandémies ?

Je vous remercie pour vos réponses.​

Maxime Prévot:

Monsieur le président, vous me permettrez de répondre également aux questions que m'avait adressées Mme Depoorter, pour qu'elle puisse en prendre connaissance à la lecture de notre compte rendu.

L'étude publiée le 30 juin 2025 dans The Lancet met en lumière les conséquences potentiellement catastrophiques de la décision des États-Unis de réduire de plus de 83 % leur aide publique au développement, notamment via l'Agence des États-Unis pour le développement international (USAID).

Selon les projections, cette réduction pourrait entraîner, d'ici à 2030, plus de 14 millions de décès supplémentaires dans les pays à revenus faibles ou intermédiaires, dont 4,5 millions d'enfants de moins de cinq ans. Il s'agirait d'un recul historique en matière de santé mondiale. La Belgique déplore profondément cette décision unilatérale, qui intervient à un moment critique.

De nombreux pays partenaires peinent encore à reconstruire leur système de santé, affaibli par des crises successives, notamment la pandémie de covid-19. Les programmes de l'USAID ont, au cours des deux dernières décennies, joué un rôle déterminant dans la lutte contre le sida, le paludisme, la tuberculose et d'autres maladies évitables. Une telle réduction constitue un choc sans précédent pour la santé mondiale.

Elle menace directement les progrès réalisés depuis 20 ans dans la lutte contre les pandémies, les soins aux enfants, les traitements antirétroviraux et les programmes de prévention communautaire. Pour la Belgique, la santé est un droit fondamental et un bien public mondial, qui exige coopération et action collective. La solidarité internationale en matière de santé constitue à la fois un impératif moral et un investissement dans la stabilité mondiale.

Face à cette situation, la Belgique a adopté une position claire et proactive. Au niveau multilatéral, nous avons déjà porté cette problématique dans plusieurs enceintes internationales, notamment auprès des Nations Unies et du Fonds mondial. Nous plaidons pour une réponse coordonnée de la communauté internationale afin de limiter les effets de cette décision américaine.

Au niveau européen aussi, des discussions ont été amorcées entre États membres pour évaluer les marges de manœuvre disponibles.

Toutefois, il faut le dire avec lucidité, aucune coalition, même européenne, ne pourra compenser à elle seule l'ampleur des coupes annoncées.

C'est pourquoi nous insistons sur la nécessité d'une coordination ciblée en concentrant les efforts sur les pays et les secteurs les plus vulnérables.

Sur le plan national, enfin, la Belgique reste un partenaire fidèle des mécanismes multilatéraux de santé mondiale ainsi qu'à travers sa coopération européenne et bilatérale. Comme vous le savez, un effort budgétaire considérable est demandé à notre coopération internationale, ce qui rend impossible d'augmenter nos contributions financières.

Toutefois, la Belgique reste un partenaire fidèle et reste engagée politiquement et financièrement auprès du Fonds mondial, ONUSIDA, l'Organisation mondiale de la Santé et encore UNFPA.

Une analyse a été faite dans le cadre de la préparation de la prochaine période de financement pluriannuel et la situation créée par la décision américaine y est pleinement intégrée.

Enfin, je tiens à réaffirmer que la Belgique continuera à défendre un multilatéralisme fort, une approche fondée sur les droits humains et l'accès universel à la santé, y inclus la santé et les droits sexuels et reproductifs. Nous restons mobilisés pour que la solidarité internationale ne faiblisse pas face à cette crise annoncée.

Mevrouw Depoorter, u wijst terecht op de groeiende spanningen rond de geopolitieke positionering van Afrika binnen het internationale krachtveld. Tijdens recente diplomatieke ontmoetingen is inderdaad gebleken dat sommige externe actoren de nadruk leggen op Afrika als bron van natuurlijke rijkdommen, zoals zeldzame aardmetalen, strategische mineralen en olie, ten koste van duurzame, op respect gebaseerde samenwerkingsverbanden.

België deelt de Amerikaanse benadering van Afrika als louter economische partner niet. Het Afrikaans continent herleiden tot een grondstoffenreservoir miskent de menselijke, culturele en institutionele rijkdom van zijn samenlevingen. Onze ontwikkelingssamenwerking is gebaseerd op een langetermijnpartnerschap, waarbij mensenrechten, capaciteitsversterking en respect voor de soevereiniteit van onze partnerlanden centraal staan. Dat vergt tijd, vertrouwen en een gedeelde visie, en staat haaks op relaties die alleen door economische en geopolitieke belangen worden gestuurd.

België zet zich binnen de EU actief in voor een Europees buitenlands beleid dat onze strategische autonomie versterkt, zonder te vervallen in een neokoloniaal paradigma. Concreet betekent dat steun aan de Afrikaanse Unie, samenwerking in het kader van een nieuwe agenda voor de Middellandse Zee en het stimuleren van Afrikaanse initiatieven, zoals de Afrikaanse continentale vrijhandelszone. Onze bilaterale en multilaterale inzet is gestoeld op cocreatie en op de prioriteiten die onze Afrikaanse partners zelf aangeven.

Een volgend punt zijn Europese strategieën voor partnerschappen met Afrika. Binnen de Europese Unie wordt inderdaad werk gemaakt van nieuwe strategische partnerschappen met Afrikaanse landen. Het initiatief Global Gateway is daarvan een voorbeeld en wil een geloofwaardig alternatief bieden voor extractieve modellen of afhankelijkheid van externe machten. België ondersteunt dergelijke initiatieven op voorwaarde dat ze gebaseerd zijn op transparantie, duurzaamheid, gedeelde debatten en naleving van sociale en milieunormen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse complète. Je note votre volonté d'offrir à la fois une réponse belge et vos tentatives d'entamer une réponse coordonnée non seulement au niveau mondial mais également au sein de l'Union européenne. Vous avez bien précisé, et je le comprends bien, que c'est un peu un tonneau des Danaïdes.

Donc, si Trump se retire, il ne sera pas possible, malgré toutes les initiatives coordonnées, de remplir le fonds. On va devoir cibler: parmi les malheureux, on prendra les plus malheureux. Ce monde, tel qu'il est vu par le président Trump, est quand même terrible.

Vous insistez sur l'aide à apporter à ces pays et à ces peuples sur deux niveaux. Vous avez bien rappelé l'impératif moral mais également l'investissement en matière de sécurité. C'est bien que vous le réexpliquiez et vous l'avez dit d'ailleurs ce week-end, dans la presse ou sur les réseaux sociaux, par rapport au président du MR, Georges-Louis Bouchez, en matière de coopération au développement. Ce n'est pas aisé avec ces gens-là ou avec ce président-là. On sera là pour vous aider le cas échéant, ne l'oubliez pas, comme pour la Palestine.

Voorzitter:

Je me rends donc la parole. C'est bien d'être président et de poser des questions! On a tous les pouvoirs! Je resterais bien sur ce fauteuil tout le temps. Mais je vois que Mme Samyn doit aussi poser une question.

De jongste ontwikkelingen in Oekraïne en de ongeziene aanval op 3 juli
De maatregelen tegen Rusland
De maatregelen tegen Rusland
De situatie in Oekraïne
De focus van Amerika op China in de context van de oorlog in Oekraïne
Oorlog in Oekraïne, internationale sancties en geopolitieke spanningen met Rusland en China

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU blijven ondanks Amerikaanse wisselvalligheden (zoals Trumps ommezwaai over Patriotraketten en dreigende handelssancties van 500%) onverkort Oekraïne steunen met €160 miljard aan militaire, economische en humanitaire hulp, plus een Belgisch budget van €1 miljard/jaar tot 2029. Europa moet zelf zijn verdediging versterken (via EU-defensieplannen, NAVO’s Europese pijler en "coalitions of the willing") nu de VS zich richt op China en de Indo-Pacifische regio, terwijl Rusland—ondanks sancties en brain drain—doorgaat met luchtaanvallen en weigert te onderhandelen zonder maximale eisen. België zet in op langetermijnsteun (wederopbouw, EU-toetreding Oekraïne) en sanctiehandhaving (ondanks omzeiling via "spookvloten"), maar benadrukt dat een Russische overwinning het internationale machtsevenwicht zou ontwrichten. De focus ligt op Europese strategische autonomie, zonder de NAVO los te laten.

Katrijn van Riet:

Ik wou verwijzen naar mijn schriftelijk ingediende vraag, maar ondertussen is die vraag niet helemaal accuraat en up-to-date meer. Ik heb ze nochtans pas op 11 juli opgesteld.

Eerst heeft de Amerikaanse administratie gezegd dat er geen wapens en dus ook geen Patriotraketten meer naar Oekraïne mochten. Dan is dat weer teruggedraaid. De leugen werd verspreid dat dit was wegens dreigende tekorten. Dat was blijkbaar uitgeschreven zonder medeweten van de president door de viceminister van Defensie, Colby. Er blijft in de Verenigde Staten gerateld worden van de ene kant naar de andere kant.

Ondertussen bestempelt Colby de confrontatie met China als onafwendbaar en haalt hij de band met Taiwan aan. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken verklaarde dat de Volksrepubliek het zich niet kan veroorloven dat het conflict in Oekraïne stopt. Dat hebben we later nog eens gehoord.

De Amerikaanse Senaat wil nu het initiatief nemen om de secundaire tarieven voor landen die handelen met de Russische Federatie op 500 % te brengen.

Ik had enkele vragen voorbereid, mijnheer de minister.

Hoe beoordeelt u de impact van Trumps belofte om toch de 30 Patriotraketten te leveren aan Oekraïne?

Wat is uw reactie op de Amerikaanse militaire visie dat de VS zich lijken terug te trekken uit Europese conflicten en de NAVO, zoals verwoord werd door viceminister van Defensie Colby?

Hoe ziet u de balans van economische drukmiddelen en diplomatieke relaties evolueren, met voorstellen als dat van 500% importtarieven voor landen die handel drijven met Rusland?

Ziet u in de Amerikaanse uitspraken over een mogelijke confrontatie met China een verschuiving van het globale machtsevenwicht? Hoe bereidt België zich voor op deze multilaterale diplomatie?

Moeten we aandringen op een collectieve bufferstrategie voor het geval dat de Amerikaanse steun aan Oekraïne alsnog stokt? Welke rol ziet u hierin voor ons land?

Ik vroeg ook welke rol België kan spelen op de humanitaire top in Rome. Die is ondertussen echter afgelopen. Hoe zal België zich opstellen tegenover de mogelijk gewijzigde Amerikaanse houding inzake Oekraïne en de Russische Federatie?

Maxime Prévot:

Mevrouw Van Riet, ik had oorspronkelijk ook een vraag ontvangen van mevrouw Depoorter, de heer De Maegd en mevrouw Deborsu. Ik zal dus een uitgebreider antwoord geven – mijn excuses daarvoor – waarin verschillende elementen aan bod komen.

Cela fait plus de trois ans que l'armée russe poursuit son agression contre l'Ukraine. Les estimations des pertes russes tournent autour de 1 million d'hommes morts et blessés. Des pertes pour rien, puisque la Russie a grignoté quelques kilomètres carrés supplémentaires et n'a toujours pas atteint ses objectifs stratégiques devant la résistance ukrainienne.

Puisque la Russie ne parvient pas à des résultats sur terre, elle intensifie désormais ses attaques par les airs, en cherchant à semer la terreur parmi la population civile ukrainienne. Ces frappes aériennes massives soulignent les besoins continus de l'Ukraine en matière de défense aérienne. C'est la substance du message adressé par le président Zelensky à ses homologues lors de la dernière réunion de la Coalition des volontaires le 10 juillet, auquel notre premier ministre a participé.

Les attaques russes sans relâche démontrent en tout cas, le fallait-il encore, que Moscou n'est pas du tout intéressée par la paix. Des discussions diplomatiques ont démarré sous l'égide du président américain, qui a voulu croire en une solution négociée à la guerre, mais la partie russe n'a proposé que des options maximalistes qui auraient abouti à une capitulation complète de l'Ukraine, alors que Kiev avait accepté le principe d'un cessez-le-feu et se montre ouverte à des négociations de bonne foi. Cette réalité est comprise depuis longtemps en Europe et elle commence à être entendue à Washington.

Een overwinning van Moskou, als gevolg van onvoldoende steun aan Kiev, zou een vrijbrief betekenen voor loutere machtspolitiek gericht op gebiedsuitbreiding en imperialisme, in Oekraïne of elders in de wereld, en betekent het failliet van onze eigen waardengedreven politiek.

Wat betreft de Amerikaanse militaire steun aan Oekraïne, president Trump en de secretaris-generaal van de NAVO hebben op 14 juli aangekondigd dat er via nieuw op te zetten verkoopsystemen bijkomende wapens zullen worden geleverd, waaronder het Patriot raketsysteem. We zullen die ontwikkelingen uiteraard nauwgezet opvolgen, evenals de recente aankondiging van sanctiemaatregelen, die pas na een periode van 50 dagen worden ingevoerd en bovendien lagere percentages omvatten dan oorspronkelijk voorgesteld door senator Graham.

L'Union européenne agit dans tous les cas indépendamment de ce que feront ou ne feront pas les é tats-Unis.

Depuis le début de l'invasion russe, l'Union européenne soutient l'Ukraine et continuera dans cette voie sans faiblir. Jusqu'à présent, l'Union européenne et ses États membres ont contribué à hauteur de plus de 160 milliards d'euros d'assistance économique, militaire ou humanitaire.

La décision récente prise par notre gouvernement d'allouer 1 milliard d'euros en 2025 pour notre soutien à l'Ukraine et de poursuivre cet effort jusqu'en 2029 nous permet de participer à plusieurs coalitions capacitaires qui répondent aux besoins de l'Ukraine.

Mais cette aide belge ne se limite pas au soutien militaire. Récemment, j'ai participé à la dernière conférence pour la reconstruction de l'Ukraine, le 10 juillet à Rome, avec des représentants de notre agence de développement Enabel et notre société d'investissement pour les pays en développement, BIO Invest. J'ai pu y rencontrer des acteurs institutionnels et privés, dont des entreprises belges résolues à investir dans la reconstruction et l'avenir de l'Ukraine. Les résultats de cette conférence sont positifs. L'Union européenne a annoncé des programmes pour lever jusqu'à 10 milliards d'euros d'investissement. La Belgique n'est pas en reste avec six accords signés sur place avec des interlocuteurs ukrainiens dans le domaine de l'énergie, de la santé ou du soutien aux PME.

Le soutien européen et belge à l'Ukraine s'inscrit dans le long terme. La meilleure garantie de sauvegarder la souveraineté de l'Ukraine et de lui permettre de construire son avenir, c'est incontestablement de poursuivre sur la voie euro-atlantique, dont l'adhésion à l'Union européenne. Le processus est en cours et la Belgique soutient l'approfondissement des négociations avec l'Ukraine.

Een Europa als geheel moet zijn inspanningen opvoeren. In maart publiceerden de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden het Witboek over Europese defensie, met voorstellen om de defensie-investeringen van de EU-lidstaten te versterken: meer, beter, gezamenlijk en Europees. Het doel is om de paraatheid tegen 2030 aanzienlijk te verhogen en bij te dragen aan de versterking van de strategische autonomie van Europa op het gebied van defensie. Initiatieven zoals ReArm Europe en het nieuwe instrument SAFE bieden financiële steun voor gezamenlijke aankopen en prioritaire capaciteiten, waarbij ook Oekraïne van bij het begin betrokken is. België steunt een sterkere Europese defensie-industrie, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met meer gezamenlijke planning en aanbestedingen en dat marktverstoringen vermeden worden.

Dat alles zal bijdragen tot het bereiken van de capaciteitsprioriteiten van de EU en de NAVO. Voor België blijft de NAVO de hoeksteen van onze collectieve verdediging. Tijdens de NAVO-top in juni in Den Haag hebben alle bondgenoten hun eensgezindheid getoond en hun inzet voor artikel 5 over collectieve verdediging herbevestigd. Toch heeft de nieuwe Amerikaanse administratie aangegeven dat de VS zich voortaan meer zullen toespitsen op de Indo-Pacifische regio en op de binnenlandse veiligheid. Bijgevolg zullen de Europese bondgenoten en Canada de hoofdverantwoordelijkheid voor de afschrikking en verdediging van het Europees continent op zich moeten nemen. We moeten blijven werken aan de versterking van de NAVO en in het bijzonder aan de Europese pijler binnen de NAVO. EU-eenheid blijft voor België de eerste prioriteit.

Coalitions of the willing zouden daarbij een optie moeten zijn, met ook NAVO-bondgenoten die niet tot de EU behoren. België zal zijn rol in deze pan-Europese inspanningen ten volle opnemen.

En parallèle du soutien à l'Ukraine, l'Union européenne maintient également la pression sur la Russie par le biais des sanctions. Malheureusement, le 18 e paquet n'a pas encore pu être adopté. Ces sanctions visent notamment des banques qui opèrent avec la Russie ou des navires de la flotte fantôme que la Russie utilise pour exporter son pétrole.

Jusqu'à présent, l'Union européenne a sanctionné plus de 340 navires. Elle continue de discuter avec les États pavillonnaires de certains de ces navires. La nature même de cette flotte fantôme, qui opère dans une zone grise du droit international, rend l'identification des bâtiments difficile, mais nous poursuivrons les efforts et continuerons à sanctionner les navires qui participent à l'effort de guerre russe.

Het feit dat Rusland meteen om sanctieverlichting vraagt als voorwaarde voor een gedeeltelijk en tijdelijk staakt-het-vuren, toont aan dat de sancties wel degelijk een impact hebben. Het klopt dat sommige sancties worden omzeild, wat opnieuw aantoont dat Rusland voor bepaalde producten erg afhankelijk is van de Europese Unie en dat de maatregelen wel degelijk een impact hebben op de oorlogsmachine.

Wij blijven op EU-niveau in dialoog met derdelanden om sanctieomzeiling tegen te gaan en hebben daarbij al verschillende concrete resultaten geboekt, hoewel er nog grote uitdagingen blijven. Tot op heden hebben wij steeds maatregelen getroffen in nauw overleg met gelijkgezinde partners, waaronder de Verenigde Staten. Wij geven de duidelijke boodschap aan Washington dat sanctieverlichting pas bespreekbaar is nadat een vredesakkoord is gesloten dat de basisprincipes van het Handvest van de Verenigde Naties respecteert.

Russen stemmen ook met de voeten. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat sinds het begin van de oorlog in Oekraïne ongeveer een miljoen Russen hun land hebben verlaten. Zij zijn vaak hoogopgeleid, werkzaam in de technologie-, media- of creatieve sectoren en verlaten Rusland uit protest tegen de oorlog, uit angst voor mobilisatie of door de verslechterende economische en politieke situatie. Armenië, Georgië, Kazachstan en Turkije behoren tot de populairste bestemmingen vanwege het reisgemak, de visumvrije toegang en de aanwezigheid van Russischtalige bevolkingsgroepen.

Sinds de Russische inval in Oekraïne heeft de Europese Unie haar afhankelijkheid van Russische energie drastisch afgebouwd. Voor meer informatie of inzage in de genoemde contracten verwijs ik u graag door naar de bevoegde minister.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord dat ik aandachtig zal nalezen.

De arrestatie van een oppositieleider in Rwanda
De aanhouding van de Rwandese oppositieleidster Victoire Ingabire
De arrestatie van Victoire Ingabire
De arrestatie van Victoire Ingabire
Arrestatie van Rwandese oppositieleider Victoire Ingabire

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Lydia Mutyebele Ngoi kaart de arbitraire arrestatie van Rwandese oppositieleider Victoire Ingabire—symbool van vreedzaam verzet tegen Kagame’s autoritaire regime—aan als systematische onderdrukking van democratie, met isolatie, communicatieblokkade en politiek gemotiveerde aanklachten (o.a. "criminele organisatie"). Minister Prévot bevestigt bezorgdheid over krimpende politieke vrijheden, belooft EU-druk via dialogen (o.a. Samoa-akkoord) en VN-recommendaties (2026), maar benadrukt afwachten van procesuitkomst—diplomatieke kanalen blijven beperkt na breuk met Rwanda. Kernpunt: België eist *in principe* vrijlating van politieke gevangenen, maar concrete actie ontbreekt door gebrek aan directe invloed. Mutyebele Ngoi roept op tot onverkorte steun aan Ingabire als icoon van pluralisme en vreedzaam activisme, met nadruk op collectieve verantwoordelijkheid om Rwandese democratie en mensenrechten op de internationale agenda te houden.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, fin juin, l'autoritarisme du président Kagame s'est une nouvelle fois manifesté avec l'arrestation arbitraire de la principale figure de l'opposition rwandaise, Victoire Ingabire Umuhoza, pour avoir défendu pacifiquement le droit à la démocratie.

Mme Ingabire incarne la voix de l'opposition politique au régime de M. Kagame. Candidate malheureuse à la présidentielle, elle a déjà été emprisonnée par le passé à 15 ans de privation de liberté, 8 ans de prison ferme suivis de 7 ans d'assignation à résidence, pour des raisons politiques alors que le terme de sa peine approchait.

Le véritable motif de son arrestation paraît clair: la réduire au silence dans un avenir proche. Le 19 juin, la haute cour du Rwanda a ordonné l'arrestation et l'ouverture d'une enquête contre Mme Ingabire dans le cadre d'un procès engagé en 2021 contre 9 personnes accusées de complot contre l'État. Leur crime est d’avoir lu un livre sur la résistance non violente face à l’autoritarisme et d’avoir échangé sur des moyens pacifiques de promouvoir les droits humains et la démocratie.

Depuis la convocation de Mme Ingabire, son domicile a été perquisitionné, ses téléphones ont été coupés et ses proches ne peuvent même pas la contacter ni lui parler. Ses avocats ont récemment indiqué qu’elle était isolée dans sa cellule, sans possibilité de sortir à l’air libre. Il est même interdit de lui apporter de la nourriture ou des vêtements. Pourtant, elle a choisi le chemin de la paix, du dialogue et de la démocratie.

L’opposition politique est de plus en plus réprimée au Rwanda. Réduire sa voix au silence, c’est étouffer toute perspective d’avenir démocratique. Le régime de Paul Kagame déploie tous les attributs du népotisme, du militarisme, de la répression, de la détention arbitraire et mène des incursions illégales dans les pays voisins. L'arrestation de cette figure de l'opposition pacifique est un exemple terrible d'un régime répressif qui s'étend dans le silence.

Monsieur le ministre, comptez-vous faire pression via l'Union européenne, notamment pour exiger la libération immédiate de Victoire Ingabire? La Belgique va-t-elle adopter une position systématique cohérente vis-à-vis des arrestations arbitraires d'opposants politiques dans des régimes qui coopèrent avec nous ou avec l'Union européenne?

Maxime Prévot:

Il y avait également, sur ce sujet, des questions introduites initialement par Mmes Maouane, Depoorter et Van Hoof. Je répondrai anticipativement aux questions qu’elles avaient l’intention de me poser.

Beste Kamerleden, mijn diensten en ik zijn op de hoogte gebracht van de recente arrestatie van mevrouw Victoire Ingabire, voorzitster van de partij DALFA-Umurinzi, die niet wordt erkend door de Rwandese autoriteiten.

Volgens de Rwandese justitie werd ze gearresteerd in het kader van het proces tegen Sylvain Sibomana, voormalig secretaris-generaal van de partij FDU-Inkingi, waarvan Victoire Ingabire vroeger voorzitster was. Volgens de mededeling van het Rwanda Investigation Bureau is mevrouw Ingabire beschuldigd van misdaden van criminele organisatie en het publiekelijk aanzetten tot verzet tegen de regering.

Ik heb kennisgenomen van het communiqué van Human Rights Watch, waarin wordt gesteld dat het om een politiek gemotiveerde arrestatie gaat.

Dat zijn elementen die vragen oproepen. We zullen moeten afwachten hoe het onderzoek en het proces verlopen om dat daadwerkelijk te kunnen vaststellen, maar het is duidelijk dat de politieke vrijheden in het land globaal onder druk staan en dat de democratische ruimte streng wordt gecontroleerd.

Malgré la rupture de nos relations diplomatiques, mes services continuent de suivre de près la situation des droits humains et des libertés civiles et politiques au Rwanda, y compris les cas individuels. Les dialogues entre l'Union européenne et le Rwanda se poursuivent, notamment dans le cadre des dialogues de partenariats instaurés par l'accord de Samoa. Nous plaiderons pour que les questions relatives aux libertés civiles et politiques et à l'indépendance de la justice continuent d'y être abordées. Il va de soi, dans ce contexte, que nous devons persister à demander systématiquement la libération de tout détenu ou détenue qui aurait été arrêté arbitrairement.

Au niveau des Nations Unies, nous continuerons également à soulever ces questions, notamment lors de l'Examen périodique universel du Conseil des droits de l'homme. Le prochain examen du Rwanda est prévu début 2026. Dans ce cadre, la Belgique formulera des recommandations sur le respect des droits humains et des libertés fondamentales.

Via haar programma Civic Space Initiative ondersteunt België financieel het werk van organisaties van het middenveld en mensenrechtenverdedigers in verschillende landen in de regio van de Grote Meren, die zich in het bijzonder inzetten voor de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering in de regio. Sinds de verbreking van de diplomatieke betrekkingen mag België echter geen ngo’s in Rwanda meer steunen.

Wat het communicatiekanaal met Rwanda betreft, kan ik bevestigen dat we ernaar streven om minstens informeel contact te onderhouden.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Je tiens également à remercier tous mes collègues pour leur mobilisation sur cette question particulièrement préoccupante. Je veux surtout saluer ici le travail des femmes et des hommes de la société civile, qui se battent au Rwanda, comme ailleurs, pour la liberté d'expression et la liberté politique. Je pense en particulier au Réseau international des femmes pour la paix et la démocratie, qui nous regarde et qui consacre une énergie considérable à soutenir celles qui subissent la répression et la haine, simplement pour leurs idées ou pour ce qu'elles sont. Mme Ingabire est devenue un symbole de la démocratie. Celui d'un peuple qui refuse que ses droits soient étouffés dans le silence. Elle incarne une vision pacifiste et pluraliste de la politique rwandaise. Mais c'est aussi une femme qui souffre seule dans sa cellule pour avoir osé porter une voix alternative au régime autoritaire de Kagame. Cette injustice, nous devons la combattre. Le Rwanda, comme tous les États africains, mérite un dialogue politique pluraliste, constructif et pacifique. Nous devons continuer à soutenir les voix de ces femmes et de ces hommes qui se battent pour la démocratie, pour un dialogue politique libre, pour la paix et pour un avenir fondé sur les droits et la dignité pour toutes et tous.

Het staatsbezoek van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken aan België
Het standpunt van Chinees minister Wang Yi over Rusland
De betrokkenheid van China bij het conflict in Oekraïne
China's internationale diplomatie en rol in het Oekraïne-conflict

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU hanteren een dubbele strategie tegenover China: constructieve dialoog (handelsbelangen, klimaat, multilaterale samenwerking) gekoppeld aan kritische druk op pijnpunten zoals oneerlijke handelspraktijken, Chinese steun aan Rusland’s oorlog (via dual-use goederen) en Taiwan. Minister Prévot bevestigde dat België de EU-sancties tegen Chinese entiteiten steunt en verdere maatregelen overweegt, maar benadrukte ook het belang van economische banden en het vermijden van escalatie in de VS-China-rivaliteit. China’s ambiguë rol—enerzijds "neutraal" in Oekraïne, anderzijds strategisch profiterend van westerse afleiding en militair-economische steun aan Rusland—wordt scherp bekritiseerd, met vragen om hardere EU-reacties, waaronder secundaire sancties. De vergelijking Oekraïne-Taiwan wordt door China ontkend, maar analisten wijzen op parallelle tactieken: grijze-zone-intimidatie en lessen trekken uit Russische oorlogsvoering.

Katrijn van Riet:

Chinese media bericht over een nakend staatsbezoek van Chinees minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi aan Europa – zij benadrukken het bezoek aan België met een hoofdrol voor premier De Wever en u.​ De Chinese woordvoerder van Buitenlandse Zaken (Guo Jiakun) verklaarde: “België is een belangrijke partner voor China wat betreft de samenwerking met de E.U. De twee landen hebben veel uitwisselingen gehad op topniveau wat geleid heeft tot resultaat op diverse gebieden. De band is voordelig voor beide landen. China wil België begrijpen, de consensus verbeteren, de samenwerking en groei verdiepen om een duurzame bilaterale relatie te creëren en een grotere bijdrage te leveren aan de band tussen de E.U. en China."

Tijdens het bezoek van Wang Yi aan EU-buitenlandchef Kaja Kallas klinkt de boodschap kritischer: er wordt gesproken over cyberaanvallen, inmenging in democratische processen en oneerlijke handelspraktijken. China ontkent: “We moeten geen confrontatie gaan zoeken op basis van verschillen", waarmee het land zich als een alternatieve handelspartner voor de U.S.A. opwerpt. Ondertussen is er de economische en geopolitieke situatie van China als grootmacht met problemen als het verbod op Chinese computerchip in Taiwan, militaire dreigingen en de handelsoorlog met de VS.

Mijn vragen voor de minister:

1. Welke boodschap heeft u gegeven aan uw Chinese collega Wang Yi en diens ambassadeur hier in Brussel? Op welke manier zal België zich bijgevolg positioneren met betrekking tot de onderhandelingen?

2. Heeft u concrete doelen voor ons land of voor de E.U. die u zeker wil bereiken tijdens deze onderhandelingen?

3. Zijn er diplomatieke acties die uw wil ondernemen tijdens deze ontmoeting met het oog op de geopolitieke situatie van China?

4. 2025 markeert de 50e verjaardag van de diplomatische banden tussen China en de EU. Hoe klinkt het discours vanuit de EU om de strategische communicatie, handelsakkoorden en multilaterale banden met China aan te scherpen? Gelooft u dat de banden behouden blijven?

5. Hoe zit het met het visum van de Chinese ambassadeur en diens gezanten hier in Brussel?

Mijn tweede vraag betreft de Chinese standpunten over Rusland. Tijdens de ontmoeting met mevrouw Kallas deed de Chinese minister Wang Yi een boude uitspraak over het conflict in Oekraïne. Het kwam erop neer dat het conflict aan de oostgrens van Europa dient als een rookgordijn dat de aandacht moet afleiden van de ambities van de Volksrepubliek om Taiwan onder haar gezag te krijgen. Daarnaast verklaarde het Chinese regime ook nog dat Rusland deze oorlog niet mag verliezen. Op het terrein wordt meer en meer Russisch wapentuig van Chinese makelij gevonden.

Hoe interpreteert u de verklaringen van uw Chinese collega? Welke indicaties zijn er dat de samenwerking met de Russische Federatie verhoogt? Hoe verhoudt zich dat tot de dualuseproducten en de petrochemische producten? Zijn er reacties bekend vanuit de EU-delegatie op de verklaringen van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken? Wordt de mogelijkheid voorzien om secundaire sancties uit te vaardigen ten aanzien van landen die de Russische oorlogseconomie steunen?

Werner Somers:

Mijnheer de minister, China heeft officieel steeds beweerd dat het neutraal is in het conflict met Oekraïne en alle vredesinitiatieven steunt. Het heeft ook altijd ontkend dat het wapens levert aan Rusland. Over dat laatste bestaat echter gerede twijfel. Het staat immers inmiddels vast dat Rusland voor zijn grootschalige productie van drones afhankelijk is van Chinese onderdelen. Eerder waren er ook al aanwijzingen dat China artillerie en buskruit levert.

In een zeldzaam moment van openheid verklaarde de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Wang Yi, begin juli tegenover Kaja Kallas, hoge vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, dat China niet wil dat Rusland de oorlog in Oekraïne verliest.

Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat China militaire steun verleent aan Rusland voor de voortzetting van de oorlog in Oekraïne? Waaruit bestaat die steun en wat is uw mening daarover?

Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken dat China niet wil dat Rusland de oorlog tegen Oekraïne verliest? Welke stappen zult u ondernemen opdat China wordt veroordeeld voor zijn indirecte betrokkenheid bij het conflict in Oekraïne?

Bent u het eens met premier De Wever dat China deel uitmaakt van de as van het kwaad omdat het de voortzetting van de oorlog in Oekraïne wil?

Is er volgens u een verband tussen de houding van China tegenover het conflict in Oekraïne en de Chinese dreiging om Taiwan manu militari in te lijven bij het vasteland? Zo ja, welke lessen kunnen daaruit worden getrokken?

Maxime Prévot:

Mevrouw Van Riet, mijnheer Somers, het bezoek van de Chinese minister Wang Yi was louter een werkbezoek en geen staatsbezoek. Ter gelegenheid van zijn passage in Brussel voor de EU-China Strategic Dialogue met hoge vertegenwoordigster Kaja Kallas, vroeg de Chinese delegatie bilaterale onderhouden aan met eerste minister De Wever en met mezelf.

Tijdens het onderhoud met minister Wang Yi heb ik benadrukt dat België een constructieve band wil uitbouwen met China, gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen. Het gesprek verliep in een open en constructieve sfeer. Ik heb niet nagelaten op enkele pijnpunten van onze relatie te wijzen, onder meer op het handelsonevenwicht en de Chinese exportrestricties voor kritieke grondstoffen en op het feit dat Belgische en Europese bedrijven veel problemen ondervinden op de Chinese binnenlandse markt. Deze onevenwichtigheden werden ook door de EU bij de heer Wang Yi aangekaart in de aanloop naar de EU-China-Top van 24 juli.

België steunt de Europese verwachting van concrete, tastbare resultaten voor onze bedrijven tijdens die topbijeenkomst. China heeft een steeds grotere rol op het wereldtoneel. Dat kunnen we niet ontkennen. Daarom is het belangrijk in dialoog te gaan met China over zaken als de Russische agressie tegen Oekraïne en de situatie in het Midden-Oosten.

We wijzen het land op zijn verantwoordelijkheden, ook als lid van de VN-Veiligheidsraad. De EU en België bekijken China als partner, concurrent en rivaal, in verschillende aspecten. Handel vormt de hoofdmoot van de relatie tussen de EU en China. Wanneer noodzakelijk en zoals reeds gebeurt, steunt België de Europese aanpak, om economische belangen te kunnen verdedigen door middel van handelsbeschermingsinstrumenten en we zullen dit blijven doen.

Er zijn toenemende aanwijzingen dat China via dualusegoederen, waaronder elektronica, machines en chemische stoffen, indirect bijdraagt aan de Russische oorlogsindustrie. China ontkent formele militaire steun, maar de handel in strategische componenten is zorgwekkend en gaat de voorbije jaren in stijgende lijn.

De uitspraken van minister Wang Yi over de Russische agressie in Oekraïne bevestigen dan ook de strategische positie van China, die voordien impliciet bleef. Het conflict in Oekraïne komt China onbedoeld ten goede doordat het de westerse focus en vooral die van de VS, van Azië afleidt.

Zowel de Europese Hoge Vertegenwoordigster Kallas als ik hebben minister Wang Yi aangesproken over de veiligheidsdreiging die voortvloeit uit Chinese steun aan Rusland. Kallas riep op tot het stopzetten van alle materiële steun aan het Russische militaire en industriële complex en tot steun aan een rechtvaardige vrede op basis van VN-principes.

In reactie op deze Chinese bijdrage aan de oorlog in Oekraïne heeft de EU, met de steun van België, reeds sancties opgelegd aan Chinese entiteiten wegens leveringen van gesanctioneerde technologie aan Rusland. Verdere sancties worden besproken.

De VS beschouwt China als sinds jaren als hun grootste strategische uitdaging, een visie die breed politiek gedragen wordt. Senator Marco Rubio waarschuwde bij het begin van zijn mandaat voor een mogelijke militaire confrontatie in de Indo-Pacifische regio en pleitte voor een verhoogde afschrikking rond Taiwan.

Ook minister van Defensie Hegseth benadrukte het belang van paraatheid. De Verenigde Staten vragen bovendien aan hun Indo-Pacifische bondgenoten om hun defensie-inspanningen op te voeren.

Sinds de tweede ambtstermijn van president Trump ligt de Amerikaanse focus nog sterker op de rivaliteit met China. België en de Europese Unie streven ernaar escalatie te vermijden en willen vermijden het slachtoffer te worden van het Amerikaans-Chinese handelsconflict. De vergelijking tussen het conflict in Oekraïne en de situatie van Taiwan gaat niet volledig op en wordt overigens door China steevast ontkend.

Het staat vast dat China de militaire acties van Rusland op het Oekraïense front aandachtig volgt, mogelijk met de bedoeling hieruit operationele lessen te trekken. Op dit moment geeft China er echter de voorkeur aan om Taiwan te intimideren via tactieken in de zogenoemde grijze zone, met de bedoeling het uithoudingsvermogen van het eiland te testen.

Wat betreft de visa van de Chinese ambassadeur en gezanten. Op basis van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer beschikken geaccrediteerde diplomaten over een diplomatiek visum dat tijdens hun zending wordt afgeleverd door de ontvangende staten.

Dat zijn mijn antwoorden.

Katrijn van Riet:

Ik maak mij toch zorgen over de houding van China. Ik besef ten volle dat we niet moeten meegaan in de Amerikaanse strategie door alles op de spits te drijven. We moeten het met zeer kritische ogen bekijken en af en toe opportunistisch genoeg zijn, vrees ik.

Werner Somers:

Mijnheer de minister, uw antwoord stelt mij enerzijds gerust omdat u over reeds genomen sancties tegen China hebt gesproken en omdat u hebt gezegd dat verdere sancties zullen worden besproken. U lijkt zich ervan bewust te zijn dat China indirecte steun verleent aan Rusland in het conflict in Oekraïne. U hebt uiteraard gewezen op het belang van de handel met China en het is duidelijk dat China op economisch vlak te machtig is en dat men niet man en paard durft te noemen.

U zegt dat de vergelijking tussen Oekraïne en Taiwan niet opgaat. Vanuit het gezichtspunt van China gaat die vergelijking inderdaad niet op, omdat China het conflict over Taiwan beschouwt als een binnenlandse aangelegenheid. Taiwan zou zogezegd een integraal deel zijn van het Chinese grondgebied, wat niet klopt, maar dat zou ons te ver leiden. Rusland ontkent natuurlijk ook de soevereiniteit van Oekraïne.

We moeten waakzaam zijn en ik zou zeker niet uitsluiten – sterker nog, ik denk dat het vrij zeker is – dat de strategie van China ten aanzien van Oekraïne en de steun aan Rusland, behalve om redenen van profijt – de handel met Rusland is immers enorm toegenomen, meer bepaald de Chinese export naar Rusland – ook te maken heeft met het binden van het Westen in Oekraïne. Daardoor kan de VS inderdaad die pivot to Asia niet voltooien, waar al onder president Obama sprake van was. Dat proces is dus al veel langer aan de gang dan onder de regering-Trump.

Ik hoop dat het Westen in het algemeen en de EU en ook België een iets hardere houding tegenover China zullen aannemen en duidelijk zeggen waar het op staat. Ik vind dat China momenteel te gemakkelijk wegkomt met een aantal zaken.

Voorzitter:

La question n° 56006696C de Mme Maouane est transformée en question écrite. Les questions jointes n° s 56006694C de Mme Maouane, 56006787C de Mme Depoorter et 56006915C de Mme Mutyebele Ngoi sont transformées en questions écrites.

Multinationals die grof geld verdienen aan de genocide in Gaza
De bezettings- en genocide-economie in de bezette Palestijnse gebieden
De sancties tegen Francesca Albanese
De economische belangen bij en sancties rond de Israëlisch-Palestijnse bezetting en genocide

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent het VN-rapport van Francesca Albanese over Israëls *"economie van genocide"* in bezette Palestijnse gebieden en steunt haar oproep aan bedrijven om activiteiten die internationaal recht schenden te stoppen. Het land hanteert strikt resolutie 2334 (1967-grenzen), waarschuwt Belgische bedrijven voor risico’s in illegale nederzettingen, en handhaaft sinds 2009 een wapenembargo op Israël, met recente aanscherping op transit en dubbelgebruik-goederen. België pleit in de EU voor sancties tegen gewelddadige kolonisten en extremistische ministers (o.a. Ben-Gvir), maar ziet geen directe opschorting van handelsbetrekkingen met Israël; wel dringt het aan op EU-conformiteit met het ICJ-advies (2024) via een brief aan de Commissie, mede-ondertekend door 10 lidstaten. De onafhankelijkheid van VN-rapporteurs zoals Albanese wordt nadrukkelijk verdedigd tegen intimidatie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, le 3 juillet 2025, la Rapporteuse spéciale des Nations Unies sur la situation des droits humains dans le Territoire palestinien occupé, Francesca Albanese, a présenté devant le Conseil des droits de l'homme un rapport accablant intitulé "De l'économie d'occupation à l'économie de génocide". Ce rapport documente de manière rigoureuse la manière dont l'occupation israélienne des territoires palestiniens s'est transformée en une économie du génocide, soutenue par un vaste réseau d'acteurs économiques, financiers, technologiques et politiques.

La Rapporteuse y identifie trois formes d'implication des entreprises dans cette dynamique: le déplacement, le remplacement et l'habilitation des Palestinien·ne·s, en lien avec des sociétés multinationales, y compris européennes, actives dans les domaines de l'armement, de la surveillance, de la construction, de l'énergie, de la finance et du tourisme. Elle appelle les États à imposer des sanctions, suspendre les accords commerciaux et les investissements, et à se conformer à l'avis consultatif de 2024 de la Cour internationale de Justice.

Dans ce contexte, je souhaite vous poser les questions suivantes:

Quelle est la position officielle de la Belgique à l'égard des conclusions du rapport de la Rapporteuse spéciale Francesca Albanese, notamment sur la qualification de l'économie israélienne comme moteur d'un génocide en cours?

La Belgique envisage-t-elle de suspendre ses relations commerciales, militaires ou financières avec des entités israéliennes ou internationales identifiées comme complices de violations graves du droit international humanitaire?

Le gouvernement belge soutiendra-t-il, au sein de l'Union européenne, l'imposition de sanctions ciblées et d'un embargo sur les armes à destination d'Israël, conformément aux recommandations du rapport?

Enfin, quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour protéger le mandat de la Rapporteuse spéciale, régulièrement attaquée pour son travail, et pour soutenir les mécanismes internationaux de justice et de responsabilité dans le cadre du conflit israélo-palestinien?

Maxime Prévot:

Monsieur le président, des questions de Mme Maouane et M. Boukili étaient jointes. Ils trouveront également réponse dans le texte.

J'ai pris connaissance du récent rapport de la rapporteuse spéciale des Nations Unies sur la situation des droits humains dans le territoire palestinien occupé, Mme Francesca Albanese. La Belgique est intervenue le 3 juillet, lors de la 59 e session du Conseil des droits de l'homme, pour remercier la rapporteuse spéciale Albanese pour son rapport et pour son travail important.

La Belgique soutient l'appel lancé par la rapporteuse spéciale aux entreprises pour qu'elles s'acquittent de leurs responsabilités en vertu des principes directeurs relatifs aux entreprises et aux droits de l'homme, qu'elles cessent toutes leurs activités commerciales et mettent fin aux relations directement liées au droit international humanitaire et aux droits de l'homme, qui y contribuent et qui les provoquent.

La Belgique respecte et plaide pour le droit international. Nous sommes un des pays qui met en œuvre avec le plus de zèle la résolution 2334 du Conseil de sécurité des Nations Unies et la politique de différenciation entre, d'une part, le territoire d'Israël dans ses frontières reconnues de 1967 et, d'autre part, le territoire palestinien occupé illégalement par Israël. À ce titre, nous veillons notamment à ce que nos entreprises soient informées de l'illégalité de la situation dans le territoire occupé et des risques que cela engendre.

La Cour internationale de Justice a rappelé dans son avis rendu en juillet 2024 l'illégalité de l'occupation israélienne et l'obligation pour les États tiers, dont la Belgique, de faire tout ce qui est en leur pouvoir pour éviter d'y contribuer.

En plus de ce que j'ai déjà évoqué, la Belgique appuie le travail du bureau du Haut-Commissaire aux droits de l'homme des Nations Unies. Dans la dernière mise à jour de la base de données qu'il produit sur les entreprises actives dans les colonies, je me réjouis qu'aucune entreprise belge ne figure.

J'ai néanmoins pris l'initiative d'écrire une lettre à la HR/VP Mme Kallas, qu'une dizaine d'États membres de l'Union européenne environ ont cosignée, afin de demander que la Commission européenne s'assure de la conformité du droit européen avec le droit international, suite à l'avis consultatif rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2014.

J'ai encore insisté mardi sur ce point lors du Conseil des ministres de l'Union européenne.

Vous savez que nous plaidons pour des sanctions au niveau européen contre des colons violents. Je souhaite aller plus loin, y compris en visant les leaders politiques, comme le ministre Ben-Gvir ou le ministre Smotrich, mais nous avons déjà eu l'occasion de faire le débat tout à l'heure.

En matière d'exportation d'armes, la Belgique peut servir d'exemple aux autres États membres de l'Union, puisque nous pratiquons un embargo sur les licences d'exportation depuis l'accord interfédéral de 2009. Et, comme j'ai pu l'indiquer préalablement, j'ai moi-même initié une nouvelle concertation interfédérale sur le sujet le 23 juin dernier, afin de m'assurer que la Belgique respectait bien le droit international et notamment le Traité sur le commerce des armes. J'ai aussi tenu à aborder la question du transit et des biens à double usage.

Quant aux sanctions contre Mme Albanese, je me suis exprimé publiquement le 11 juillet en disant que, peu importe si on est d'accord ou non avec les vues d'une rapporteuse spéciale des Nations Unies, la Belgique défendra toujours l'indépendance des procédures spéciales des Nations Unies et s'opposera à toute tentative d'intimider le détenteur d'un mandat des Nations Unies.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui n'appelle de ma part aucune réplique.

Voorzitter:

Les questions n os °56006701C, 56006703C et 56006704C de Mme Maouane sont transformées en questions écrites à sa demande. Il en va de même des questions n° 56006781C de M. De Maegd, n° 56006845C de Mme Mutyebele Ngoi et n° 56006899C de Mme Van Hoof.

De dreiging van een gedwongen volksverhuizing van Palestijnen naar een kamp in Gaza

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België veroordeelt Israëls plannen voor gedwongen verplaatsing van Gazanen naar kampen bij Rafah als *onacceptabele schending van internationaal recht*, maar onderneemt slechts beperkte diplomatieke stappen: een EU-brief (met 10 landen) over koloniale producten en deelname aan een toekomstige VN-conferentie over een tweestatenoplossing (juli 2024). Concrete actie—zoals sancties, CPI-aanklacht of erkenning Palestina—ontbreekt, ondanks waarschuwingen over een "concentratiekamp-achtig" plan voor 2 miljoen Palestijnen en systematische ontwrichting van Gaza. Lacroix dringt aan op hardere VN-interventie, maar Prévot blijft vaag over Belgische initiatieven.

Christophe Lacroix:

Monsieur la Ministre,

Selon une enquête publiée par The Guardian, un ministre israélien a récemment confirmé l'existence d'un plan visant à forcer la population de Gaza à se regrouper dans un camp situé sur les ruines de Rafah. Ce projet, s'il était mis en œuvre, constituerait une violation manifeste du droit international humanitaire, notamment en ce qui concerne l'interdiction des transferts forcés de population et le traitement des civils en temps de conflit.

Cette déclaration officielle soulève de graves inquiétudes quant à l'intentionnalité de certaines opérations militaires et à la volonté de rendre Gaza inhabitable. Et renforce notre position sur le génocide en cours à Gaza sous le silence de la communauté internationale. Elle s'inscrit dans un contexte où les infrastructures civiles sont systématiquement détruites, où l'accès humanitaire est militarisé, et où les agences onusiennes, comme l'UNRWA, sont ciblées politiquement et financièrement.

Dans ce cadre, je souhaite vous poser les questions suivantes :

-Quelle est la position officielle de la Belgique face à cette déclaration d'un membre du gouvernement israélien ?

-Quelles démarches diplomatiques la Belgique a-t-elle entreprises ou envisage-t-elle d'entreprendre pour condamner ce projet et prévenir toute tentative de transfert forcé de population ?

-La Belgique est-elle prête à porter cette question devant les instances internationales compétentes, notamment le Conseil de sécurité des Nations unies ou la Cour pénale internationale ?

-Quand allez-vous enfin envisager de briser le blocus humanitaire, appliquer des sanctions sérieuses vers Israël, quand allez-vous enfin interdire les produits des colonies et quand allez-vous enfin reconnaître la Palestine ?

Maxime Prévot:

Monsieur Lacroix, vous savez que je condamne les intentions et les propos qui appellent à des violations graves du droit international comme, bien entendu, le déplacement forcé de populations. Les déclarations récentes des ministres israéliens de la Défense, M. Katz, et de la Sécurité intérieure, M. Ben-Gvir, sont totalement regrettables et même inacceptables. Ils noircissent encore le tableau d'Israël et envoient un signal négatif depuis Israël, qui est accusé par la Cour internationale de justice de violer la Convention sur le génocide et dont un rapport récent de l'Union européenne montre qu'il viole les droits humains de façon grave et répétée.

La situation à Gaza – nous en avons largement parlé tout à l'heure – est insupportable. Je dénonce les camps et refuse de cautionner le système opéré par la Gaza Humanitarian Foundation, auquel la Belgique ne participe pas.

J'ai eu l'occasion de répondre, par ailleurs, au sujet du dialogue engagé entre l'Union européenne et Israël dans le cadre de l'accord d'association et sur quelques annonces encourageantes qu'Israël aurait faites, bien que très timides et largement insuffisantes, concernant l'accès humanitaire à Gaza.

En ce qui concerne l'interdiction d'importer des produits des colonies, j'ai pris l'initiative d'une lettre cosignée par environ 10 autres É tats membres, par laquelle je demande à la Commission européenne de vérifier la conformité du droit européen au droit international, à la suite de l'avis consultatif rendu par la Cour internationale de Justice en juillet 2024. J'ai encore insisté sur cette demande mardi lors du Conseil des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne.

En ce qui concerne la reconnaissance de l' É tat de Palestine, la Belgique se montre très attentive à l'initiative franco-saoudienne d'une Conférence sur la solution à deux É tats. Après avoir été postposée en raison du conflit opposant Israël et les É tats-Unis à l'Iran, elle est maintenant prévue à New York du 28 au 30 juillet. La Belgique y participera activement.

Christophe Lacroix:

Merci monsieur le ministre pour votre réponse. J'espère en tout cas que le gouvernement ne fera pas comme sur Gaza de manière générale, en ne vous donnant pas le mandat pour porter ce dossier devant toutes les instances internationales auxquelles vous avez fait allusion. Il en manque sans doute encore une, qui pourrait être le Conseil de sécurité des Nations Unies et/ou la Cour pénale internationale. Pourquoi vous demande-je cela? C'est parce que selon des renseignements qui m'ont été fournis – et pas qu'à moi – par les ONG belges actives dans le secteur, il est question de 600 000 déplacés. À terme, ce serait l'ensemble de la population civile de Gaza, soit plus de 2 millions de personnes – ou du moins les survivants – qui seraient relocalisées dans cette zone par l'armée israélienne. Une fois screenés et entrés, les Palestiniens ne pourraient plus en sortir. Israël profiterait donc d'une trêve en cours de négociation, avec des avancées que vous avez qualifiées d'intéressantes mais pas suffisantes, pour construire cette ville. C'est là l'un des pièges de ces négociations, dans un cessez-le-feu, et d'un accès à une aide humanitaire. L'annonce d'Israël Katz a suscité un tollé dans les médias israéliens, où la future ville humanitaire est comparée, et les mots sont forts, à un camp de concentration. Je m'en réfère aux journalistes Zvi Bar’el, Gideon Levy et – je l'ai cité tout à l'heure – à l'ancien premier ministre israélien Ehud Olmert. Révélé par Reuters le même jour, un plan de zone de transit humanitaire, gérée par la Gaza Humanitarian Foundation, dans laquelle les Palestiniens pourraient résider temporairement, se déradicaliser, se réintégrer et se préparer à se réinstaller s'ils le souhaitent, vient compléter le tableau bien inacceptable et bien systémique des violences que commet Israël à l'égard du droit international et du droit international humanitaire. Voorzitster: Els Van Hoof. Présidente: Els Van Hoof. De voorzitster : De vraag nr. 56006921C van de heer Michel De Maegd is omgezet in een schriftelijke vraag.

De situatie in Argentinië
Het Mercosur-akkoord en Argentinië
Argentijnse economie en handelsbetrekkingen binnen Mercosur

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 16 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België twijfelt aan de coherentie tussen EU-handelsakkoorden met Mercosur (met name Argentinië) en EU-waarden zoals democratie, mensenrechten en sociale normen, gegeven de controversiële hervormingen onder Milei (afbraak instituten, onderdrukking tegenstand, twijfels over rechtspraakonafhankelijkheid). Minister Prévot benadrukt dat economische stabilisatie in Argentinië niet ten koste mag gaan van rechtstaat en internationale verdragen, maar ziet het land nog steeds als een actieve democratie met tegengewicht via parlement en provincies, met kritische dialoog als middel. Lacroix eist harde EU-voorwaarden: sociale en milieuclausules moeten bindend zijn, niet optioneel, en waarschuwt voor Trump-achtige ontsporingen (desinformatie, polarisatie) die de Argentijnse democratie kunnen uithollen. België wacht nog op concrete EU-teksten voor een standpunt, maar belooft waarden centraal te stellen in de onderhandelingen.

Christophe Lacroix:

Ce ne sera ni Secret Story , ni public story , ni une pièce de Courteline où les gens rentrent, sortent et claquent des portes, comme cela arrive parfois dans cette commission. Je vais me référer à la version écrite de ma question.

Monsieur le ministre, alors que l'Union européenne poursuit les discussions autour de l'accord commercial avec les pays du Mercosur, et vu les vives réactions de nos agriculteurs, de nos PME et de la société civile, il est essentiel de s'interroger sur la cohérence entre nos engagements internationaux et la réalité politique de certains de nos partenaires.

L'Argentine, en particulier, connaît une évolution préoccupante depuis l'arrivée au pouvoir du président Javier Milei il y a un an et demi. Les réformes engagées vont bien au-delà de l'austérité économique : elles s'accompagnent d'un affaiblissement des institutions publiques, d'une remise en cause des droits sociaux fondamentaux et d'un climat de répression envers les contre-pouvoirs démocratiques, les syndicats et les défenseurs des droits humains.

À cela s'ajoute la récente décision de la Cour suprême argentine d'interdire à l'ancienne présidente Cristina Fernández de Kirchner d'exercer toute fonction publique, confirmant une peine de prison pour corruption. Cette décision, qui intervient à quelques mois des élections législatives d'octobre, bouleverse profondément le paysage politique argentin et soulève des interrogations sur l'indépendance de la justice et le respect des principes démocratiques dans le pays.

Dans ce contexte, il devient difficile d'ignorer les tensions entre les principes que l'Union européenne affirme défendre – droits humains, justice sociale, respect de l'État de droit – et les dynamiques à l'œuvre dans certains pays du Mercosur.

Un accord de libre-échange ne peut se limiter à des considérations économiques: il engage aussi notre crédibilité politique et nos valeurs. Et pour le PS, vous le savez, les normes sociales et environnementales sont des balises sur lesquelles nous ne pouvons déroger.

Dès lors, la Belgique entend-elle faire entendre une voix claire au sein de l'Union européenne pour conditionner tout progrès dans les négociations à des garanties concrètes en matière de droits fondamentaux?

Et comment ces préoccupations sont-elles prises en compte dans nos relations bilatérales avec l'Argentine?

Maxime Prévot:

Monsieur Lacroix, il y avait également quelques interrogations de M. Boukili. Les deux pourront, je l'espère, apprécier la réponse que je vais vous partager.

La situation actuelle en Argentine s'inscrit dans un contexte de réformes profondes visant principalement à répondre à des défis économiques structurels importants. Les autorités ont engagé des mesures de stabilisation macroéconomiques ambitieuses, avec l'objectif affiché de réduire l'inflation, de rétablir la confiance, d'attirer les investissements et d'assurer une meilleure viabilité budgétaire à moyen terme. Cela étant, ces évolutions s'accompagnent de débats intenses au sein de la société argentine, notamment autour de l'impact social de certaines réformes ainsi que du cadre dans lequel s'exercent la liberté d'expression et les droits sociaux.

Certes, il appartient à chaque État, dans le respect de son ordre constitutionnel, de mener ses propres politiques publiques. Néanmoins, il est essentiel que ces processus s'inscrivent pleinement dans le respect de l'État de droit, du dialogue démocratique et des engagements internationaux en matière de droits humains. Et là où les positions du gouvernement de Javier Milei apparaissent contraires aux conventions et aux autres règles de droit international applicables au pays, vous pouvez être certains que nous faisons part de nos préoccupations dans les cadres bilatéraux et multilatéraux appropriés.

Vous noterez que l'Argentine, si elle s'est retirée de l'Organisation mondiale de la Santé (OMS), demeure active au sein du Conseil des droits de l'homme de l'ONU et de nombreuses autres enceintes et agences internationales. Elle reste un partenaire engagé et constructif dans plusieurs dossiers d'importance, tels que la lutte contre l'agression russe en Ukraine ou le narcotrafic. Elle recherche aussi des collaborations plus étroites avec l'Union européenne, avec l'Organisation de coopération et de développement économiques (OCDE) et avec l'Organisation du traité de l'Atlantique nord (OTAN).

Par ailleurs, le pays demeure une démocratie vibrante dans laquelle les propositions du gouvernement peuvent être défaites par le Parlement. Ce dernier, comme d'ailleurs les gouvernements provinciaux, peut adopter des législations importantes, comme l'a fait récemment le Sénat argentin concernant l'augmentation des retraites ou le soutien aux personnes porteuses de handicap. C'est encore davantage le cas depuis la fin toute récente de la période de délégation de pouvoir qui signifie que le président a perdu la capacité de légiférer par décret dans d'importants domaines.

Les prochaines élections de mi-mandat en octobre seront l'occasion pour le peuple argentin de sanctionner, s'il le souhaite, les politiques de son gouvernement. Je n'en continuerai pas moins ma politique d'engagement constructive et, si nécessaire, critique avec la diplomatie argentine.

S'agissant du Mercosur, la Belgique n'a pas encore de position définitive concernant l'accord. Conformément à son fonctionnement institutionnel, elle analysera les textes que la Commission présentera au Conseil et mènera une coordination approfondie avec ses entités fédérées afin de se prononcer sur base du consensus. Les enjeux environnementaux, sociaux et démocratiques font pleinement partie de cette analyse.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Effectivement, je crois qu'un accord de libre-échange ne peut pas se limiter à des considérations seulement économiques, puisqu'il engage aussi notre crédibilité politique et nos valeurs. Ce sont des balises, des normes sociales et environnementales, auxquelles nous ne pouvons déroger. Je vous invite à en faire vraiment des conditions essentielles, et pas seulement des conditions qui pourraient être superfétatoires ou additionnelles. L'Argentine est un magnifique pays, et une très belle démocratie qui a montré qu'elle pouvait se sortir de la noirceur de ce qu'elle a connu auparavant. Il reste une chance, comme aux États-Unis, à travers les é tats provinciaux. Aux États-Unis, la Californie et d'autres é tats se rebellent contre le trumpisme. Javier Milei est aussi, à l'instar d'ailleurs de Jair Bolsonaro, un exemple de ce que le trumpisme peut donner en Amérique du Sud. Je compte sur la Belgique et sur l'Union européenne pour faire en sorte que la démocratie et l'État de droit soient encore respectés en Argentine. Je crains néanmoins que la désinformation et l'action sur les réseaux sociaux auxquelles s'adonnent avec complaisance Javier Milei et tous ses thuriféraires, en tout cas tous ceux qui le portent aux nues, n'aient un effet délétère sur les élections qui sont évidemment démocratiques. Mais vous savez comme moi comment parfois l'électeur peut juger de la qualité d'une politique menée dans un État à travers les réseaux sociaux, qui sont devenus des réseaux complètement asociaux aujourd'hui. La présidente : Les questions n° s 56006948C, 56006949C et 56007083C de M. Nabil Boukili ainsi que la question n° 56006973C de Mme Kathleen Depoorter sont transformées en questions écrites. La réunion publique de commission est levée à 20 h 01. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 20.01 uur.

De samenwerking van Sciensano met Israël

Gesteld door

Groen Petra De Sutter

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Petra De Sutter vraagt om opheldering over Belgische (Sciensano) samenwerking met Israëlische instellingen via Horizon Europe en dringt aan op een federaal kader om dergelijke samenwerkingen te stoppen zolang Israël de bezette gebieden niet verlaat en oorlogsvoering in Gaza voortzet. Minister Vandenbroucke bevestigt dat Sciensano geen directe bilaterale banden heeft maar wel deelt in EU-projecten met Israëlische partners, en dat Sciensano geen nieuwe projecten aangaat en lopende evaluaties uitvoert, maar wijst voor beleidskaders door naar Buitenlandse Zaken (associatieverdrag, sancties). De focus ligt op Europese actie, met name herziening van het associatieverdrag als hefboom om druk op Israël uit te oefenen. De Sutter benadrukt de nood aan concrete EU-stappen, inclusief mogelijke schadeclaims bij stopzetting.

Petra De Sutter:

Mijnheer de minister, de oorlogsdaden van Israël in Gaza worden met de dag erger. Ook de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever breidt uit. Sinds de Oslo-akkoorden zijn er minstens 200 nieuwe illegale nederzettingen en outposts gebouwd. Het aantal kolonisten is verdrievoudigd. De Israëlische minister van Defensie heeft recent nog nieuwe nederzettingen aangekondigd, expliciet bedoeld om de oprichting van een Palestijnse Staat te bemoeilijken.

In Europa zien we een zekere evolutie: er lijkt meer nagedacht te worden over een verandering in het beleid, maar concrete acties blijven vaak uit. Lidstaten leveren nog altijd wapens en producten uit de bezette gebieden circuleren nog vrij op de Europese markt.

De reden van mijn vraag is een artikel van Apache , dat u ongetwijfeld kent, waarin wordt vermeld dat 23 Belgische wetenschappelijke instellingen via Horizon Europe betrokken zijn bij in totaal 46 projecten met Israëlische partners, waaronder Sciensano.

Ik wil graag nagaan of dat klopt. Heeft Sciensano daadwerkelijk een samenwerking met Israëlische instellingen? Zo ja, met hoeveel partners? Kunt u ons de details daarvan bezorgen? Indien die informatie te uitgebreid is, mag u die gerust ook schriftelijk overmaken.

Voor internationale samenwerkingen ontbreekt vaak een duidelijk kader. De resolutie van uw regering met betrekking tot Gaza gaat niet dieper in op de vraag of federale agentschappen of andere instellingen kunnen blijven samenwerken met Israëlische partners die al dan niet betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen.

Kunt u, binnen uw bevoegdheden, een dergelijk federaal kader mee uitwerken? Hoe zou dat eruitzien en volgens welke tijdlijn? Indien dat niet mogelijk is, waarom niet?

Het debat gaat vaak over de opschorting van samenwerkingsakkoorden met Israëlische partners zolang de oorlog in Gaza woedt. Hoe zit het echter met de nederzettingenpolitiek? Bent u bereid federale richtlijnen mee uit te vaardigen die samenwerking uitsluiten zolang Israël zich niet uit de bezette gebieden terugtrekt? Het Internationaal Gerechtshof heeft daarover een, weliswaar niet-bindend, advies uitgebracht in juli 2024.

Een volgende punt zijn de sancties die op tafel liggen. Welke sancties kunt u binnen uw bevoegdheden bepleiten om druk uit te oefenen binnen Europa?

Ten slotte weten we hoe we vandaag naar het associatieverdrag moeten kijken. Wat kunnen u en uw regering ondernemen om op dat vlak acties te ondernemen? Kunt u daarbij telkens de focus op uw eigen bevoegdheden houden?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw de Sutter, de situatie die zich in Gaza heeft ontwikkeld, maar ook op de Westelijke Jordaanoever, is niet alleen dramatisch en uitermate verontrustend, maar ook volstrekt onaanvaardbaar.

Voor het algemene kader en het merendeel van uw vragen verwijs ik naar de minister van Buitenlandse Zaken. Hij neemt op dit moment deel aan de Raad Buitenlandse Zaken, samen met zijn collega’s, en zal daarover een zeer duidelijk standpunt innemen.

Wat daar gebeurt, kan men niet zonder gevolg laten. U hebt ook verwezen naar het onderzoek gevoerde met betrekking tot artikel 2 van het associatieverdrag. De minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, zal het onder meer daarover hebben en over de absolute noodzaak om maatregelen te treffen als de situatie zich niet verbetert. Het komt hem toe daarover te spreken. Hij zal dat onderwerp aansnijden in de belangrijke Raad Buitenlandse Zaken, die nu plaatsvindt. U hebt terecht gesteld dat een algemeen kader nodig is. Uiteraard komen we dan meteen uit bij het associatieverdrag, want de projecten waarover we spreken passen daar ook allemaal in.

Ik kom tot de antwoorden op uw feitelijke vragen daarover. Ik kan u een tabel bezorgen die een overzicht geeft van de onderzoeksverbanden waarbinnen zowel Sciensano als Israëlische onderzoekspartners aanwezig zijn. Sciensano heeft geen directe bilaterale samenwerking met Israëlische instituten, maar neemt wel deel aan een aantal grote Europese onderzoeksprojecten waaraan ook Israëlische organisaties deelnemen, als lid van het consortium. Dat impliceert echter niet dat er op het terrein automatisch een nauwe samenwerking bestaat tussen Sciensano en de betrokken Israëlische organisaties.

Sciensano heeft beslist om voorlopig niet meer in te stappen in nieuwe projecten waarbij ook Israëlische instellingen betrokken zijn. Daarnaast evalueert Sciensano momenteel ook de mogelijkheden en de gevolgen van een eventuele uitstap op eigen initiatief uit de lopende projecten. Daarbij is natuurlijk de bredere vraag wat de Europese Unie met het associatieverdrag doet essentieel. Wat het bredere kader betreft, wil ik mijn collega niet voor de voeten lopen en verwijs ik naar de verklaringen die hij vandaag zal afleggen.

Petra De Sutter:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor de tabel die u ons bezorgt.

Sciensano zit met dezelfde vragen als de andere wetenschappelijke instellingen in ons land, namelijk wat het kan stopzetten en in welke mate het uit de internationale samenwerkingen onder Horizon Europe kan stappen, wat dan weer gekoppeld is aan het associatieverdrag, gelet op de eventuele schadeclaims die zouden kunnen volgen uit het stopzetten van dit soort projecten. Daar ben ik mij heel goed van bewust.

Ik ben blij te horen dat daarover nagedacht wordt en dat Sciensano al stappen heeft gezet. Ik hoop dat er vandaag in de Raad dan toch misschien een meerderheid kan worden gevonden om een ander Europees standpunt in te nemen met betrekking tot dat associatieverdrag, wat dan effectief gevolgen zou kunnen hebben voor de projecten van Horizon Europe en de samenwerkingen waarover we het hebben.

We volgen dit van nabij op en ik hoop dat u dat ook doet.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, zal die tabel aan de hele commissie bezorgd worden? ( Ja ) Oké, dank u.

Het tijdig indienen van een sociaal klimaatplan bij de Europese Commissie
Het Belgisch sociaal klimaatplan in het kader van het Europees Sociaal Klimaatfonds
De stand van zaken betreffende het sociaal klimaatplan
De stand van zaken betreffende het sociaal klimaatplan
Het Belgische sociaal klimaatplan en de Europese rapportageverplichtingen

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om ETS2 (CO₂-heffing op gebouwen en transport vanaf 2027) en het uitblijvende Belgisch Sociaal Klimaatplan (deadline 30/06/2025 gemist), dat kwetsbare huishoudens moet beschermen via Europese middelen (€1,66 mjd). Minister Crucke bevestigt dat de federale overheid de coördinatie op zich neemt, maar onderhandelingen over middelenverdeling (tussen gewesten en federaal) en cofinanciering (€600 mjd, nog niet geborgd) lopen nog—doel is indienen tegen 29/07. België steunt ETS2-principe (samen met 17 EU-lidstaten in *non-paper*), maar vraagt prijsstabiliteit en gerichte compensatie (bv. forfaitaire steun voor stookoliegebruikers, fiscale kortingen voor KMO’s), terwijl Vlaanderen al eigen maatregelen (tax cuts, renovatiepremies) trof—kritiek blijft op sociale impact (tot €548/jaar extra voor slecht geïsoleerde huishoudens).

Voorzitter:

De heer Coenegrachts is nog niet aanwezig. Wij zullen hem nog even respijt geven. De heer Ravyts mag de spits afbijten.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, iedereen ligt blijkbaar wakker van ETS2. Ook uw coalitiepartner, de heer Bouchez, ziet plots een gevaar opduiken voor de vele mensen in Wallonië die bijvoorbeeld met stookolie verwarmen. Er is zelfs een schrijven gericht aan de Europese Commissie door een aantal EU-lidstaten. Dat betekent niet dat zij het principe in vraag stellen, maar ze hebben wel vragen en suggesties bij de uitvoeringsmodaliteiten.

Normaal gezien moest u tegen 30 juni 2025 een Belgisch sociaal klimaatplan klaar hebben. U zult me ongetwijfeld een stand van zaken kunnen geven. Ik meen in de plenaire vergadering van enkele weken geleden van u te hebben gehoord dat u tegen 21 juli 2025, dus volgende week, wilde landen. Ik vermoed dat het onderwerp vannacht ook ter sprake is gekomen in de kern, die u net als de kroon wellicht niet zult ontbloten.

Ik probeer niettemin een vraag te stellen. Wat is de stand van zaken?

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn volledige vraag niet aflezen. Hoe zal de verdeling binnen België over de gewesten gebeuren? Is al een autoriteit aangesteld die verantwoordelijk is voor de technische bijstand en de administratieve opvolging van die Europese middelen?

Mijnheer de minister, ik zou echt een oproep aan u willen doen, niet voor mijn partij maar voor de mensen: waak erover dat de sociaal kwetsbaren niet het slachtoffer worden. Kijk naar de Vlaamse regering – ik mag ook eens iets goeds zeggen over de Vlaamse regering, nietwaar mevrouw van Riet? Die heeft niet alleen een taxshift ingevoerd, maar ook een tax cut . Zij compenseert dus ook de mensen die nog met fossiele brandstoffen verwarmen.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, ​dans votre note d'orientation politique, qui a été approuvée récemment, on peut lire que "Le gouvernement fédéral s'en tient quoi qu'il en soit aux objectifs fixés dans le cadre du Green Deal. Au cours de cette législature, je m'engagerai donc pleinement en faveur de la transposition intégrale et de la mise en œuvre équitable de la directive ETS révisée, avec la mise en œuvre du nouvel ETS2 qui débutera pleinement en 2027".

Cette mesure est aujourd'hui remise en cause par des partenaires de majorité, notre collègue vient d'ailleurs d'en citer un. Je renvoie aux échanges en séance plénière ce 10 juillet. De plus, la ministre régionale Cécile Neven a annoncé que la Belgique avait adressé avec 17 autres États membres un non-paper à l'Europe pour demander un report ou des modifications substantielles.

Et il est vrai qu'un problème se pose: c'est le coût pour le citoyen, qui a été chiffré par le Bureau fédéral du Plan. Il est estimé entre 250 et 400 euros supplémentaires en moyenne annuelle. Et, pour ceux qui se chauffent au mazout (c'est le cas de nombreux Wallons), c'est même 548 euros. Et, si le logement est mal isolé, c'est plus cher encore. Les ménages les plus modestes seront donc plus affectés que les autres.

Monsieur le ministre, tout cela démontre la nécessité d'avancer au plus vite, avec des mesures structurelles pour faire baisser la facture des ménages, pour isoler les logements et pour faciliter l'accès aux pompes à chaleur, notamment. Et tout cela démontre aussi l'urgence d'un plan social pour le climat, qui permettrait d'atténuer l'impact pour les ménages les plus vulnérables. Le Plan Social Climat (PSC) aurait dû être remis à la Commission européenne le 30 juin 2025, malheureusement l'échéance a été dépassée.

Quelle est la position du gouvernement fédéral sur la mise en œuvre et l'entrée en vigueur d'ETS2 en 2027? Quel est le contenu du non-paper envoyé à l'Europe? Le gouvernement fédéral a-t-il pris part à cette initiative? Quelle a été la teneur des discussions au sein du gouvernement sur le sujet?

Comment réagissez-vous à l'étude du Bureau fédéral du Plan concernant l'impact sur les ménages? Quelles sont vos mesures pour faire baisser la facture des ménages, en particulier les classes moyennes et les plus vulnérables? Où en est la rédaction du plan social pour le climat?

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de minister, op 30 juni liep de deadline af voor de indiening van het nationaal sociaal klimaatplan bij de Europese Commissie, als sleutelvoorwaarde om middelen uit het Europees Sociaal Klimaatfonds te kunnen benutten. Dat plan moet duidelijk maken hoe we kwetsbare huishoudens en kleine ondernemers zullen ondersteunen in de omslag die hen te wachten staat door de invoering van het emissiehandelssysteem ETS2 vanaf 2027.

Vlaanderen had tijdig zijn luik klaar. Tegelijk bleven knopen op federaal niveau en in de interfederale afstemming onopgelost. Dat leidt tot begrijpelijke vragen op het terrein. Wie neemt de regie op? Welke middelen gaan waar naartoe? En vooral, wie garandeert dat die ondersteuning ook echt bij de mensen terechtkomt die ze het hardst nodig hebben?

Voor mij is het alvast duidelijk: het sociaal klimaatplan moet een hefboom zijn voor structurele maatregelen, zoals renovatieprojecten, duurzame verwarming en toegankelijke mobiliteit, vooral voor wie daartoe vandaag de middelen of mogelijkheden niet heeft.

Is het sociaal klimaatplan inmiddels ingediend bij de Europese Commissie? Zo niet, wanneer verwacht u dat dit alsnog zal gebeuren? Wat zijn de gevolgen van het uitstel voor het verdere traject?

Hoe zit het met de cofinanciering van ongeveer 600 miljoen euro? Kunt u meegeven hoe minstens een gedeelte ervan intussen geborgd is binnen de federale begroting?

Welke concrete maatregelen zal de federale overheid in het kader van het sociaal klimaatplan nemen ter ondersteuning van onze meest kwetsbare huishoudens en ondernemers?

Hoe verloopt de interfederale samenwerking momenteel concreet? Op welke manier bewaakt de federale overheid de samenhang en vooruitgang in dit dossier?

Is intussen duidelijk welke instantie binnen de federale administratie verantwoordelijk wordt voor de opvolging en praktische organisatie van het Sociaal Klimaatfonds?

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le président, chers collègues, au-delà des chiffres, l'enjeu fondamental de l'ETS2 réside dans le soutien que nous souhaitons et devons apporter, comme vous l'avez précisé, aux ménages et aux entreprises les plus fragiles. Il est, en effet, important d'avoir à l'esprit que l'impact social de l'ETS2 sera notamment déterminé par l'usage qui sera fait des recettes générées par ce mécanisme. Son avantage est qu'il génère des recettes, qui peuvent ensuite être redistribuées pour accélérer la transition climatique.

De bevoegdheidsverdeling maakt dat de federale hefbomen zich vooral bevinden in de ondernemingsfiscaliteit en de voorziening van directe inkomstensteun aan kwetsbare gezinnen. De Europese Commissie verwacht dat dergelijke maatregelen tijdelijk en regressief zijn en gekoppeld aan structurele maatregelen, zoals renovatiemaatregelen of een betere toegang tot duurzame mobiliteit. Deze structurele maatregelen vallen onder de gewestelijke bevoegdheid. Om mogelijke federale maatregelen voor inkomstensteun af te stemmen op gewestelijke materie is het nodig dat het Overlegcomité eerst beslist over de verdeling van de middelen.

Dans le cadre du Fonds social climat, deux mesures sont sur la table des négociations. La première mesure consiste en une aide directe au revenu énergétique, destinée aux ménages précaires bénéficiant déjà d'un soutien via le Fonds social mazout. Pour les ménages vulnérables qui se chauffent au gasoil de chauffage, au pétrole lampant, au gaz propane en vrac, une allocation forfaitaire annuelle par ménage sera octroyée. Ces ménages seraient identifiés sur la base d'une enquête sociale. En ce qui concerne les ménages précaires utilisant le gaz naturel, généralement soutenus via le Fonds gaz et électricité, un fonds séparé serait mis en place afin de couvrir une partie des factures impayées de gaz. Seule la part de la facture imputable à l'ETS2 serait éligible à cette intervention, sur la base d'un taux fixe correspondant à la hausse induite par l'ETS2 sur la facture.

Les bénéficiaires de cette aide seraient également informés et accompagnés de manière proactive au sujet des autres mesures structurelles mises en œuvre par les Régions afin de maximiser leur accès aux solutions à long terme.

La deuxième mesure fédérale prévoit une augmentation du taux actuel de déduction fiscale thématique en faveur des micro-entreprises vulnérables; cette majoration viserait les entreprises qui relèvent de la définition de l'Union européenne, qui sont particulièrement exposées aux effets de l'ETS2. Le reste des recettes issues de l'ETS2, soit entre 5,4 et 7,6 milliards d'euros pour la Belgique sur la période 2027-2030, sera également mobilisé pour accompagner les ménages et les entreprises dans la transition climatique. L'usage de ces recettes doit encore être discuté au sein du gouvernement.

De deadline van 30 juni is verstreken, maar we doen er alles aan om zo snel mogelijk een Belgisch sociaal klimaatplan in te dienen. Nu de administratieve en technische werkzaamheden zijn afgerond, werken we parallel aan een akkoord over de verdeling van de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds en over de beheersstructuur die moet zorgen voor de correcte implementatie, monitoring en rapportering van de geplande maatregelen en investeringen.

Deze maatregelen kunnen pas effectief worden uitgevoerd als er meer duidelijkheid is over de verdeling van de middelen tussen de gewesten en de federale overheid. Deze gesprekken zijn nog steeds aan de gang, maar ik hoop binnenkort tot een akkoord te komen. Ik heb daarover vanavond nog een vergadering. De definitieve vaststelling van het plan zou dan vrij snel moeten plaatsvinden en ik behoud dus de datum van 29 juli.

Bovenop zijn aandelen in de Europese inkomsten zal België zelf een cofinanciering moeten verzekeren die minstens 25 % van de totale kosten van het Belgisch sociaal klimaatplan vertegenwoordigt, te verdelen tussen de gefedereerde entiteiten en de federale overheid in verhouding tot hun aandeel uit het Sociaal Klimaatfonds. De voorfinanciering van de aangenomen maatregelen moet dus ook nog worden bepaald.

Nous espérons qu'un accord en CodeCo pourra être obtenu afin de pouvoir transmettre le Plan Social Climat à la Commission européenne le plus rapidement possible après l'été.

U vraagt of er al een autoriteit is aangesteld die verantwoordelijk is voor de technische bijstand en de administratieve opvolging van het fonds.

De Nationale Klimaatcommissie heeft op 22 april 2025 beslist dat het federale niveau verantwoordelijk is om de rol van bevoegde autoriteit op zich te nemen. Daardoor komt de algemene coördinatie en administratieve opvolging van het fonds, met inbegrip van het opstellen en opvolgen van betalingsaanvragen op basis van behaalde mijlpalen, het overmaken van deze aanvragen aan de Europese Commissie en het doorstorten van de middelen, bij de federale overheid te liggen. De federale overheid zou daarom aanspraak moeten kunnen maken op de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds die beschikbaar zijn voor technische bijstand, om de kosten te dekken die gepaard gaan met deze coördinerende functie.

Een andere vraag betreft de rol van de federale overheid in de coördinatie van het plan en de samenwerking met de gewesten. De interfederale samenwerking verloopt goed en wordt binnen de administraties opgevolgd via de werkgroep Sociaal Klimaatfonds van de Nationale Klimaatcommissie. Die werkgroep stemt wekelijks of tweewekelijks af en wordt in haar werkzaamheden ondersteund door het Technical Support Instrument, aangeboden door de Europese Commissie, net als bij negen andere lidstaten. De werkgroep heeft regelmatig overleg met de stakeholders, zowel over de prijsimpact van het ETS2 op kwetsbare doelgroepen als over de impact van mogelijke maatregelen. Politiek overleg vindt plaats op het niveau van de plenaire vergadering van de Nationale Klimaatcommissie. Een sterke governancearchitectuur, met een splitsing van verantwoordelijkheden inzake implementatie, opvolging, controle en audit, zal deel uitmaken van het sociaal klimaatplan.

Er was nog een vraag over wat de mogelijke gevolgen zijn als België de deadline van 30 juni 2025 niet haalt, zowel financieel als juridisch? Er zijn geen juridische of financiële gevolgen als België het Sociaal Klimaatplan niet uiterlijk op 30 juni indient. Het voor België voorziene budget van 1,66 miljard euro blijft ongewijzigd. Het enige gevolg is een mogelijke vertraging in de inwerkingtreding en uiteraard de noodzaak voor de autoriteiten om het implementatieschema zorgvuldig op te stellen, zodat de doelstellingen kunnen worden gehaald en aan de voorwaarden voor het verkrijgen van Europese fondsen wordt voldaan. Dat is echter een kwestie van rigoureuze programmering.

Hoe zit het met de cofinanciering van ongeveer 600 miljoen euro? Kunt u aangeven hoe minstens een gedeelte ervan intussen gebruikt is binnen de federale begroting? Elke entiteit is zelf verantwoordelijk voor het pro rata voorzien van de 25 % cofinanciering van de eigen maatregelen. De grootte van de federale cofinanciering zal dus opnieuw afhangen van het deel dat het federale deel zal toekomen. Dat is nog in onderhandeling. De borging van die middelen is nog niet voorzien in de federale begroting en zal afhankelijk zijn van de uiteindelijke maatregelen. Lidstaten zijn vrij om de cofinanciering te voorzien via de veiling van de inkomsten van ETS2. Indien het federale niveau of een andere entiteit van die mogelijkheid zou gebruikmaken, kan de cofinanciering pas worden verzekerd zodra in de lopende onderhandelingen een akkoord wordt gesloten over de burden sharing .

Quelle est la position du gouvernement fédéral sur la mise en œuvre et l'entrée en vigueur de l'ETS2 en 2027? Le système d'échange des quotas d'émission est une des pierres angulaires de la politique climatique européenne. L'élargissement de ce système au secteur du bâtiment, des transports et de la petite industrie est à cet égard crucial pour atteindre les objectifs de réduction des émissions de gaz à effet de serre déjà convenus par l'Union européenne et les États membres.

Le signal pris qui sera ainsi créé soutiendra des investissements plus durables et rendra, (puisque vous l'avez cité en exemple) les pompes à chaleur, l'isolation des bâtiments ou les véhicules électriques plus attractifs par rapport à leur alternative responsable de l'émission de gaz à effet de serre. Il est, néanmoins, très important que les revenus générés par cette mesure soient redistribués aux ménages et aux entreprises belges afin que la transition se fasse équitablement pour chacun. Les recettes directes pour la Belgique provenant de l'ETS2 sont estimées entre 5,4 et 7,6 milliards d'euros pour la période 2027-2030 en fonction de plusieurs hypothèses dont le prix de la tonne de carbone.

L'accord de coalition stipule que ces ressources seront utilisées pour soutenir la transition des citoyens et des entreprises à travers des mesures et avantages fiscaux. La préparation de la mise en œuvre de l'ETS2 a déjà commencé et se déroule sans accroc. À partir de 2024, les entités réglementées, les distributeurs de carburant fournissent des rapports sur les quantités de carburant mises sur le marché, tandis qu'à partir de 2028, elles devront restituer une certaine quantité de quotas d'émissions pour compenser leur émission et générer en 2027.

En complément du prix carbone européen, nous étudierons la manière de renforcer le signal de prix en faveur des solutions décarbonées, comme mentionné dans l'accord de gouvernement. Le gouvernement favorisera donc la décarbonation de la consommation et recherchera comment concrétiser un signal de prix favorable à l'électricité et aux combustibles neutres en carbone et défavorables aux combustibles fossiles afin de rendre les alternatives bas carbone encore plus attractives.

Quel est le contenu d'un non-paper envoyé à l'Europe? Le gouvernement fédéral a-t-il pris part à cette initiative et quel est l'état des discussions au sein du gouvernement?

La Belgique a signé, avec 17 autres États membres, un non-paper adressé à la Commission européenne concernant l'incertitude liée au niveau des prix futurs et à la volatilité des prix dans le cadre de l'ETS2. Les signataires ne demandent ni de reporter ni de supprimer l'ETS2. Au contraire, ils soulignent que l'ETS2 sera un instrument essentiel pour atteindre les réductions d'émissions dans les secteurs du bâtiment et des transports en combinaison avec d'autres politiques sectorielles et mesures de soutien nécessaires à la décarbonisation de ces secteurs - ce qui fut ma plaidoirie à Copenhague cette semaine.

Par le biais de ce non-paper , les États signataires appellent à garantir les estimations de prix fiables dans le but de prévenir les fluctuations excessives et les hausses soudaines. Cela permettrait la mise en place de politiques d'accompagnement adaptées ainsi qu'un soutien social approprié. Une trajectoire des prix prévisibles et rigoureusement définie est également cruciale pour préserver la confiance du public dans ce mécanisme. Dans ce document, il est donc demandé à la Commission de publier régulièrement des informations afin d'améliorer les prévisions de prix pour l’ETS2. Ces informations, aideront les autorités nationales à mieux planifier leur politique. Les mesures de soutien aideront les consommateurs à anticiper la rentabilité des investissements en bas carbone et amélioreront de manière générale la prévisibilité et l'efficacité du signal prix du carbone.

Ce document propose également d'examiner plusieurs autres mesures complémentaires: le lancement d'enchères anticipées de quotas dès 2026 afin de réduire l'incertitude sur les prix en 2027, un assouplissement des conditions de déclenchement de la réserve de stabilité du marché afin de limiter la volatilité et d'augmenter les volumes libérés par cette réserve en cas de tension sur le marché, la prolongation de la durée de vie de la réserve au-delà de 2031 et enfin, le renforcement des mécanismes de contrôle des prix. Ces mesures sont essentielles car ce sont elles qui permettront une certaine maîtrise de l'évolution des prix du carbone.

Concernant l’étude du Bureau du Plan sur l'impact sur les ménages, j'ai pris connaissance de cette étude évaluant l’impact de l’ETS2 sur les ménages belges, pas sur les microentreprises, sur la base du modèle EUROMOT. Cette étude est une contribution intéressante au débat sur l’ETS2 et sur ses mesures d'accompagnement. Elle contribue à identifier objectivement les types de ménage qui sont susceptibles d'être touchés par ce signal-prix envoyé par l’ETS2 et nous informe, dès lors, sur le type de mesures qui doivent être mises en place afin d'éviter ou de compenser un tel impact et faciliter la transition de ces ménages.

Il s'agit d'un important rappel. Nous devons mettre en place des mesures d'accompagnement solides afin de soutenir les ménages et les entreprises les plus vulnérables à l’ETS2. Plusieurs nuances peuvent, néanmoins, être apportées vis-à-vis des résultats obtenus par le Bureau fédéral du Plan. Premièrement, le prix de l’ETS2 n'est pas encore connu, ce qui empêche évidemment de calculer avec précision son impact réel sur les ménages. Deuxièmement, l'étude se fonde sur les données de consommation énergétique de 2015 issues des enquêtes sur les budgets des ménages. Cela conduit à mon sens à une surestimation de l'impact de l’ETS2, car la consommation actuelle de combustibles fossiles est déjà nettement plus faible en raison des efforts consentis en matière d'efficacité énergétique et d'électrification.

Pour ces raisons, nous nous attendons également à ce que la consommation des ménages continue à diminuer à l’horizon 2030. Troisièmement, ces analyses reposent sur les résultats d’une enquête, laquelle ne constitue pas toujours un outil optimal pour estimer avec précision les consommations énergétiques. Ces trois éléments laissent donc à penser que l’impact d’ETS2 sur la facture énergétique des ménages sera inférieure à l’estimation du Bureau fédéral du Plan, pour un prix donné de l’ETS2.

Enfin, plus important encore, il est également essentiel de retenir que cette étude ne prend pas en considération les mesures fédérales et régionales prévues dans le Plan social pour le climat. Ces mesures ont justement pour objectif d’atténuer de manière significative l’impact financier d’ETS2 sur les ménages vulnérables, tout en leur permettant de participer activement à la transition énergétique.

Kurt Ravyts:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreid antwoord.

Zoals u hebt herhaald, is er ook het federale luik binnen het Belgisch Sociaal Klimaatfonds, waar het Overlegcomité een belangrijke beslissing moet nemen over de middelen, met een cascade aan gevolgen voor de kwetsbare groepen. Wat doet evenwel de Vlaamse regering? De Vlaamse regering haalt ook nog middelen uit de algemene veiling om een tax cut door te voeren. Ook de middenklasse zal dus door ETS2 worden getroffen. Wij, het Vlaams Belang, zouden daarom ook een extra inspanning willen vragen van de federale regering. Dat zal ons voorstel zijn in de komende maanden.

Marie Meunier:

Merci monsieur le ministre pour cette réponse très complète. Pour notre part, nous serons attentifs aux mesures que vous prendrez pour faire baisser la facture des ménages. J'ai entendu qu'il y avait une réflexion sur les aides à l'installation de pompes à chaleur, etc. Nous ne manquerons pas de revenir avec d'autres questions si nécessaire.

Phaedra Van Keymolen:

Ik bedank de minister voor zijn uitgebreid, volledig en bovendien zeer helder antwoord. Ik hoop dat de deadline gehaald wordt en dat er spoedig een definitief plan beschikbaar is. Ik ben verheugd dat we het eens zijn over de noodzaak van structurele maatregelen. U verwees ook naar de afstemming met de gewesten, wat uiteraard van groot belang is. Uit uw antwoord heb ik begrepen dat die samenwerking vlot verloopt. Hopelijk blijft dat zo.

De aanbevelingen van de Europese Commissie met betrekking tot het Belgische milieubeleid

Gesteld door

lijst: PS Marie Meunier

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese Commissie kritiseert België voor onvoldoende klimaatambitie: te hoge fossiele subsidies, trage industriële decarbonisatie en een inefficiënte energiebelasting, waardoor de CO₂-reductie in 2030 (42,6%) onder de vereiste 47% blijft. Minister Crucke erkent de tekortkomingen en belooft een fiscale verschuiving (accijnzen van elektriciteit naar fossiel) en afbouw van fossiele subsidies, in overleg met Financiën, maar vermijdt concrete timing of maatregelen. Hij stelt details over het aangepaste klimaatplan (PNEC) uit tot een latere toelichting, wat bij Meunier twijfels laat over het halen van de EU-doelstellingen. De kernvraag—hoe België de klimaatkloof dicht—blijft onbeantwoord.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, dans ses recommandations annuelles émises le mercredi 4 juin, la Commission européenne s'est montrée particulièrement critique à l'égard de la politique environnementale de la Belgique, pointant plusieurs manquements: des subventions aux énergies fossiles encore trop élevées, une décarbonation industrielle trop lente et une fiscalité énergétique qui ne favorise pas le basculement vers des sources propres.

On le sait, et nous en avons déjà discuté dans cette commission, le Plan national Énergie-Climat (PNEC) de la Belgique se fait attendre depuis longtemps et vous avez annoncé qu'il devrait être prêt pour la rentrée. Mais la Commission souligne que, sur la base de la version provisoire du PNEC que vous lui avez présenté récemment, la Belgique n'atteindra qu'une réduction de 42,6 % de ses émissions de gaz à effet de serre d'ici 2030, ce qui est loin des 47 % initialement exigés.

Monsieur le ministre, quelle est votre réaction face à ces remarques de la Commission européenne et comment entendez-vous agir et au travers de quelles actions concrètes pour adapter le futur Plan national et garantir l'atteinte des objectifs climatiques d'ici 2030?

Jean-Luc Crucke:

Madame la députée, les recommandations de la Commission européenne du 4 juin, notamment ce qui concerne les subventions aux combustibles fossiles, ont retenu mon attention. La Commission a raison.

Sur le plan fiscal, la Commission, comme d'autres institutions internationales, recommande que la Belgique prenne des mesures concrètes pour supprimer les subventions aux énergies fossiles, en particulier dans le secteur du transport et des bâtiments. Elle souligne l'importance d'un transfert d'accises, comme vous l'avez précisé, sur l'électricité vers les énergies fossiles. L'accord du gouvernement prévoit bien d'examiner quelles subventions fossiles peuvent être réduites et dans quels délais réalistes un phasing-out peut avoir lieu sans impact économique négatif.

Concernant le tax shift sur les produits énergétiques, de nombreuses études ont été publiées ces dernières années, et encore très récemment. Je travaillerai avec le ministre des Finances – qui dispose de la compétence principale – pour mettre en œuvre ce tax shift , comme toutes les autres mesures fiscales qui peuvent contribuer à l'atteinte des objectifs climatiques.

Concernant vos questions sur le PNEC, sans vouloir vous offenser, je me permettrai de répondre à ces questions via un état des lieux présenté à l'occasion de la prochaine question, dans lequel vous trouverez toutes les réponses que vous cherchez.

Marie Meunier:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. C'est vrai que notre inquiétude était liée au fait qu'on n'atteigne pas ces 47 %. J'entends que vous y travaillerez avec votre collègue. J'espère sincèrement que ce minimum exigé sera atteint parce que c'est important. Nous y serons évidemment attentifs, et j'attendrai les réponses relatives au PNEC que vous apporterez aux collègues d'ici quelques minutes.

De voortgang van en het tijdpad voor het Nationaal Energie- en Klimaatplan
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP)
Het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP)
Het bij de Europese Commissie in te dienen Belgische NEKP
Het Belgische Nationaal Energie- en Klimaatplan en de implementatie ervan

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 15 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België moet tegen 21 juli een geactualiseerd Federaal Energie- en Klimaatplan indienen en het complete nationale PNEC uiterlijk eind september bij de EU inleveren om een bindende 47%-reductie van broeikasgassen tegen 2030 (vs. 2005) te halen. Vlaanderen mikt op 40% (tegen de vereiste 47%), terwijl Wallonië en Brussel dichter bij 47% zitten; de federale overheid ondersteunt met maatregelen (fiscaliteit, mobiliteit, kernenergie) maar geen eigen cijferdoel. Coördinatie tussen gewesten en verdeling van emissiekosten (ETS, CBAM) blijven knelpunten, met politieke onderhandelingen nodig na september om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Strategische afstemming voor toekomstige plannen (2031-2040) wordt urgent geacht om de Belgische institutionele vertragingen te overwinnen.

Voorzitter:

M. Cornillie et Mme Eggermont étant absents, je donne la parole à M. Ribaudo.

Julien Ribaudo:

Bonjour, monsieur le ministre. Je suis content de vous voir. Cela faisait longtemps que je n'étais plus venu dans cette commission vous poser une question.

En novembre dernier, la Commission européenne a ouvert une procédure d’infraction contre la Belgique en raison du retard pris dans la remise de son Plan national é nergie-Climat (PNEC). Après avoir déjà manqué plusieurs échéances, vous vous êtes engagé, lors de la séance plénière du jeudi 3 juillet, à le déposer avant le 21 juillet. Ce PNEC est essentiel pour garantir notre contribution à l’objectif européen de réduction de 55 % des émissions de gaz à effet de serre d’ici 2030, notamment dans des secteurs clés tels que le transport, le bâtiment et l’agriculture.

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous confirmer que cette nouvelle échéance sera bien respectée? Quels sont les engagements chiffrés en matière de réduction des gaz à effet de serre que vous vous êtes fixés, et pour quelle échéance? Comment comptez-vous concrétiser ces objectifs?

Kurt Ravyts:

Op 6 juli bereikte de Vlaamse regering een akkoord over een geactualiseerd Vlaams Energie- en Klimaatplan. Er verschuiven voor 362 miljoen euro aan Vlaamse heffingen uit de elektriciteitsfactuur naar de aardgas- en stookoliefactuur, een taxshift in feite. Echter, om te voorkomen dat mensen die op gas verwarmen, de dupe worden, komt er een extra verlichting van hun elektriciteitsfactuur, zodat de totale energiefactuur voor hen min of meer - dat zal nog moeten blijken; ik geloof er niet veel van - ongewijzigd blijft.

Vlaanderen zit daarmee aan een daling van 40 % tegen 2030. Om Europa tegemoet te komen, zou de ambitie eigenlijk op een daling van 47 % moeten liggen. Toch reageerde u, mijnheer de minister, positief. U had het over een belangrijke maatregel. Uw voorgangster, een zekere mevrouw Khattabi, stelde al in 2021 en bleef dat sindsdien herhalen dat we, als we emissierechten moeten betalen en dus niet de door Europa vastgelegde cijfers halen, we over de verdeling van de factuur zullen moeten onderhandelen.

Hoe ver staat het met de federale bijdrage in het licht van het geactualiseerde NEKP, dat tegen 21 juli rond moet zijn?

Klopt het dat het definitief plan in september bij de Europese Commissie wordt ingediend?

Hoe reageert u op de kloof tussen de doelstellingen van het Vlaamse plan en die van de plannen van Wallonië en van Brussel, die in de niet-geactualiseerde versie wel tegen -47 % aanschurken. Wordt er nu met het oog op een intra-Belgisch akkoord gewerkt aan die verdeling van de factuur van de emissierechten? Wordt er rekening gehouden met de geactualiseerde versie? Hoe stelt u zich ter zake strategisch politiek op?

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le président, je répondrai aux questions de Mme Meunier par la même occasion.

Chers collègues, les dernières semaines, des discussions intensives et constructives ont eu lieu avec les partenaires gouvernementaux sur la mise à jour du Plan fédéral é nergie-Climat (PFEC), c'est-à-dire la partie fédérale du PNEC. Cette mise à jour est en cours de finalisation. Ceci nous permet de nous inscrire entièrement dans le rétroplanning réaliste que nous avons soumis et présenté à la Commission européenne en mai dernier et que j'ai évoqué à plusieurs reprises au Parlement. Je vous confirme que le document sera bien présenté au gouvernement le 18 juillet.

We doen dus al het mogelijke om het Federale Energie- en Klimaatplan voor 21 juli in te dienen, zodat er voldoende tijd is om tegen eind september de respectieve bijdragen te integreren in een Nationaal Energie- en Klimaatplan. Wat het nationale plan betreft – waaraan nog enkele weken werk en politieke onderhandelingen tussen de gewesten en de federale overheid voorafgaan, nadat de bijdragen van alle entiteiten zijn ontvangen – hebben we ons er dus toe verbonden om het tegen eind september in te dienen. Dat heb ik deze week nog bevestigd aan commissaris Hoekstra. Dat was overigens niet in Kopenhagen, maar in Aalborg.

En preuve de bonne foi et d’avancement de nos travaux, nous enverrons les parties distinctes, sans compilation, à la Commission durant l’été. C’est ce que j’avais également promis au commissaire Hoekstra et il l’avait parfaitement bien compris. Il était d’ailleurs satisfait que nous puissions respecter les procédures, tel qu’annoncé.

Les négociations sur le PNEC sont menées conjointement avec le ministre de l’Énergie. C’est un exercice d'équilibre parfois délicat, dans lequel le projet de plan déjà transmis à la Commission européenne en novembre 2023 est amendé au regard des politiques et mesures de l’accord de gouvernement 2025-2029, qui contribue à la réalisation des objectifs en matière d’énergie et de climat.

Dans le contexte géopolitique actuel, face à la position concurrentielle de notre économie et à l’impact croissant du changement climatique, il est essentiel de trouver les équilibres. Il convient de protéger la compétitivité des entreprises tout en mobilisant des leviers fédéraux pour réaliser les objectifs climatiques et soutenir les ménages et les PME dans cette transition. J’ai eu plusieurs échanges enrichissants avec la Commission européenne sur l’état d’avancement du dossier. J’ai également échangé avec la ministre flamande Melissa Depraetere sur les politiques et mesures fédérales supplémentaires prévues dans l’accord de gouvernement et leur mise en œuvre pour que la Belgique atteigne l’objectif – contraignant, je le rappelle – d’une réduction de 47 % d’ici 2030 par rapport à 2005.

En lien avec le PNEC, il faudra également entamer rapidement les discussions sur la répartition des revenus issus des systèmes ETS, du mécanisme d’ajustement carbone aux frontières (MACF-CBAM) et du Fonds social pour le climat, en vue d’un accord sur l’ensemble dans les meilleurs délais. Je veillerai donc, à cet égard, à l’utilisation intégrale de ces moyens pour mettre en place une politique climatique ambitieuse, en application de l’accord de gouvernement qui précise que l ’autorité fédérale se réunit avec les Régions pour discuter notamment de la répartition des bénéfices (recettes des systèmes ETS, CBAM et Fonds social pour le climat). Ces recettes seront exclusivement affectées au financement de mesures visant à la lutte contre le changement climatique et à la compensation des efforts consentis par les citoyens et les entreprises à cet égard.

En ce qui concerne le renforcement de la coordination intergouvernementale en matière d’énergie et de climat, il s’agit d’un point d’attention pour le développement du prochain PNEC 2031-2040, sur lequel je plancherai dès que possible. J’entamerai ainsi rapidement les discussions à ce sujet avec mes collègues des Régions, afin de tenter d’établir un calendrier et des objectifs clairs en la matière, de développer une nouvelle méthodologie et de rendre le processus plus efficient.

Soyez assurés que cela fait partie de mes priorités. La politique climatique ne peut continuer de souffrir du contexte institutionnel belge, j’en suis convaincu. Nous devons pouvoir être plus réactifs, plus cohérents et plus intégrés.

Wat zijn de gekwantificeerde toezeggingen in termen van broeikasgasreducties en tegen wanneer? Hoe zal ik die doelstellingen bereiken? In het algemeen kunnen we twee onderdelen onderscheiden bij de vermindering van de uitstoot om de Europese doelstelling van -55 % te behalen. Het eerste onderdeel betreft het Emissions Trading System (ETS), dat op Europees niveau wordt geregeld en waarvoor de lidstaten zelf geen specifieke reductiedoelstellingen hebben. Het tweede onderdeel betreft de niet-ETS-sectoren, waaronder ook sectoren die onder het nieuwe ETS vallen, ETS2. Hiervoor heeft elke lidstaat wel een individuele bindende doelstelling. Voor België betekent het een uitstootreductie van 47 %.

De federale regering heeft zich niet verbonden aan een cijfermatige doelstelling. Emissies zijn territoriaal en worden daarom op regionaal niveau berekend. De regering wil de gewesten echter ondersteunen bij het realiseren van die reductie door gebruik te maken van de hefbomen die op federaal niveau beschikbaar zijn. Dat zijn fiscaliteit, mobiliteit en het spoor, steunmaatregelen voor energie-efficiëntie, productnormen, het gebruik van hernieuwbare energie in het vervoer, de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen, alsook de invoering van faciliterende maatregelen, bijvoorbeeld de versterking van het elektriciteitsnet, het opzetten van een kader voor waterstof, en de uitwerking van een strategie voor duurzame financiering. Ook het decarboniseren van de elektriciteitsproductie, bijvoorbeeld via kernenergie, faciliteert en versnelt elektrificatie. Het plan omvat ook een reeks maatregelen die meer specifiek betrekking hebben op gebouwen, het wagenpark en federale overheidsopdrachten.

Sinds enkele weken vinden intensieve en constructieve besprekingen plaats met de regeringspartners om te bepalen hoe ver we kunnen gaan in die verschillende domeinen. Pas na de integratie van het federale plan en de gewestelijke plannen zal blijken of België de bindende doelstelling zal halen om de emissies tegen 2030 met 47% te verminderen ten opzichte van 2005.

Indien dat niet het geval is, zullen we de besprekingen moeten hervatten, niet alleen op federaal niveau, maar ook met de gewesten, om de plannen zo snel mogelijk te versterken, zelfs als we het plan, zoals gepland, eind september indienen.

U vraagt vervolgens naar mijn reactie op de kloof tussen enerzijds de doelstellingen van het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) en anderzijds de plannen van Wallonië en Brussel, die wel dicht in de buurt van de -47 % komen. Momenteel werken we aan een intra-Belgisch akkoord over de verdeling van de kosten voor de betaling van de emissierechten. Zoals hierboven uiteengezet, overleggen we met Vlaanderen over de federale maatregelen. We hebben daarentegen geen officieel zicht op de manier waarop Vlaanderen zijn doelstellingen zal behalen of niet. Bijgevolg zullen we pas een oordeel kunnen vellen wanneer we over de nationale projectie beschikken, namelijk in september.

Dan zullen we bekijken welke stappen nodig zijn en hoe we samen met de gewesten onze maatregelen kunnen versterken.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Le rétroplanning sera respecté. C’est une très bonne nouvelle. Nous avons bien noté les prochaines échéances. Nous ne manquerons pas de revenir vers vous en septembre prochain.

Kurt Ravyts:

Ik dank u voor uw lang en uitgebreid antwoord. Het was verhelderend. Wij zullen tot september moeten wachten om te zien op welke manier een en ander in het geïntegreerde verhaal voor de dag komt. Er zal daarna nog een hartige politieke discussie moeten plaatsvinden, ook met Vlaanderen en de andere gewesten.

De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De EU-top over de associatieovereenkomst met Israël
De opschorting van de associatieovereenkomst met Israël
De associatieovereenkomst tussen de EU en Israël
De bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juli
EU-Israël associatieovereenkomst discussies.

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België staat onder zware druk om het EU-associatieakkoord met Israël op te schorten wegens beschuldigingen van genocide in Gaza, massale hongersnood (2 miljoen risico’s), en systematische schendingen van mensenrechten—inclusief gedwongen verplaatsingen naar "gesloten kampen" en blokkade van hulp. 70% van de Belgen en 100.000 betogers eisen sancties, terwijl de regering weifelt: minister Prévot erkent schendingen maar wacht op EU-voorstellen (15 juli), zonder garantie op opschorting, ondanks CIJ-adviezen over illegale bezetting en Belgische initiatieven voor strengere controles op Israëlische producten. Kritiek spitst zich toe op Belgiës dubbele rol: enerzijds morele veroordeling (o.a. "genocide"), anderzijds gebrek aan daadkracht—zoals een wapenembargo (via Antwerpen transiteren munitie voor Israël) of eenzijdige opschorting van het akkoord, mogelijk met gekwalificeerde EU-meerderheid. Compliciteit door inactiviteit is het centrale verwijt, met Ierland en Spanje als voorbeeld van proactief EU-leiderschap. De regering benadrukt humanitaire prioriteiten (toegang hulp, staakt-het-vuren) en wacht op Kallas’ voorstellen, maar parlementariërs en activisten eisen onmiddellijke economische/politieke druk—zoals handhaving artikel 2 (mensenrechtenclausule) en stopzetting van militaire/wetenschappelijke samenwerking. Symbolische stappen volstaan niet terwijl "alle rode lijnen" zijn overschreden. Kernvraag: Zal België op 15 juli in de EU-Raad leiderschap tonen (opschorting eisen) of zich verschansen achter procedures, terwijl de crisis escaleert?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, la situation est apocalyptique. Israël est responsable d'un des génocides les plus cruels de l'histoire moderne. Ces mots terribles sont ceux de Francesca Albanese, la rapporteuse spéciale de l'ONU et c'est la réalité insupportable du génocide en cours à Gaza.

Des bébés tués, brûlés vifs par les bombes, des corps mutilés, des hôpitaux débordés, sans médicaments, sans électricité. Des secouristes, des médecins abattus. Quasiment plus une seule goutte d'eau potable. Pendant qu'au MR, on raconte qu'on peut encore aller au resto pépouze à Gaza, un rapport de l'ONU dit pourtant que la quasi-totalité de la population est à haut risque de famine. Si la Belgique et l'Europe ne font rien, d'ici septembre, ce sont deux millions de personnes qui risquent de crever de faim. Et pendant ce temps-là, l'Union européenne continue de coopérer avec Israël comme si de rien n'était. Pour notre premier ministre, l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne n'a rien à voir avec le génocide.

Mais si, il faut suspendre immédiatement cet accord! Face à un génocide en cours, c'est le minimum! Ce n'est même pas des sanctions, c'est juste le minimum. Et apparemment, c'est déjà trop pour notre premier ministre. Les Belges n'en peuvent plus de la lâcheté de leur gouvernement. Les Belges n'acceptent plus qu'on salisse l'image de notre pays. Ils étaient plus de 100 000 dans les rues de Bruxelles. 69 % des Belges demandent des sanctions contre l'État d'Israël et contre sa folie meurtrière. On ne peut pas être ferme contre la Russie et lâche avec Israël.

M. le ministre Prévot a une responsabilité. Pas seulement quand il s'exprime à titre personnel, en interview, mais surtout quand il parle au nom de la Belgique. Alors je vous pose la question, monsieur Quintin – vous n'êtes pas monsieur Prévot: est-ce que la Belgique sera, oui ou non, du bon côté de l'histoire le 15 juillet prochain, au Conseil des Affaires étrangères, en exigeant, et en obtenant, la fin de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza gaat gewoon door. Eerst waren er de bombardementen, waarbij ook ziekenhuizen en scholen onder vuur kwamen te liggen. Ook de toegang tot voedsel, water en medicijnen werd ingezet als wapen.

Nu is er echter een volgende stap. Israël kondigde maandag aan dat het 2 miljoen Palestijnen wil onderbrengen in een gesloten kamp. U hoort het goed, in een gesloten kamp. Het is duidelijk dat alle rode lijnen zijn overschreden. Mensenrechten worden continu geschonden. Elke dag zijn er nieuwe oorlogsmisdaden.

Als we associatieakkoorden sluiten met mensenrechten als voorwaarde, dan moeten we ook een rode lijn trekken als die mensenrechten geschonden worden. Dat krachtige signaal, mijnheer de minister, gaf het Parlement al met onze resolutie, maar het is nu onze plicht om alles te doen om dit drama te stoppen en om Israël op zijn verantwoordelijkheid te wijzen.

Op de top van 20 mei steunde België het initiatief van Nederland om een formeel onderzoek in te stellen om na te gaan of er oorlogsmisdaden worden gepleegd. Het rapport is inmiddels gepubliceerd en is vernietigend, maar toch zijn er geen maatregelen genomen tegen Israël.

Mijnheer de minister, Europa zal volgende week een duidelijk standpunt moeten innemen in de Raad Buitenlandse Zaken. Niet u, maar minister Prévot zal daar aanwezig zijn. Ik vraag u dus uitdrukkelijk: zal België daar pleiten voor maatregelen tegen Israël? Ik dank u.

Staf Aerts:

Collega's, een stad bouwen om honderdduizenden Palestijnen in onder te brengen, dat is het nieuwe plan van Israël. Als een gesloten zone, wat betekent dat wie binnen is, er niet meer uit geraakt. Ik vind het heel pijnlijk om te zeggen, maar dat lijkt toch op een concentratiekamp.

Ondertussen laten de Europese regeringsleiders Israël maar begaan. Gisteren verstopte premier De Wever zich in de commissie achter procedures en achter mevrouw Kallas. Hij zei dat het nu aan haar is om een stap te zetten, maar zelf nam hij geen standpunt in.

Er zijn ondertussen al 57.000 doden. Israël bombardeert ziekenhuizen, blokkeert alle noodhulp en gebruikt honger als een wapen. Er sterven daar kinderen van de honger. De Belgen vragen een heel duidelijk signaal. Met 100.000 kwamen ze naar Brussel om een rode lijn te trekken tegen dat Israëlisch geweld. Zeventig procent van de Belgen steunt economische sancties tegen Israël. Zal de Belgische regering luisteren naar dat signaal?

Volgende week staat het associatieakkoord op de agenda. Dat akkoord opschorten betekent zoveel als een boycot van Israël en dat is wat nodig is. De handelsrelaties moeten worden stopgezet. De universiteiten smeken daar ook om, want op die manier kunnen zij hun samenwerking met Israëlische universiteiten stopzetten. Ierland en Spanje hebben al het goede voorbeeld gegeven en trekken de Europese kar. Zal België dat ook doen? Het is hoog tijd dat we mee aan die Europese kar trekken, want alle rode lijnen zijn overschreden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, 110 000 personnes ont manifesté voici un mois pour dire: "Stop au génocide!" Elles ont manifesté pour signifier au gouvernement belge, le vôtre, que sa complicité et son inaction étaient inacceptables. Quelques jours plus tard s'est tenu un Sommet européen visant à se demander s'il fallait suspendre l'Accord d'association entre l'Union européenne et Israël. Il ne s'agit pas simplement d'un accord économique comme on en conclurait avec n'importe quel pays; c'est un accord qui offre à Israël un accès privilégié au marché européen. Ce texte comprend un article 2 qui impose que "les pays contractants doivent respecter les droits humains et le droit international". On s'est donc demandé si Israël les respectait, alors qu'un génocide est en cours… Une réunion est prévue le 15 juillet.

Entre-temps, le ministre israélien de la Défense a déclaré envoyer 600 000 Gazaouis dans un camp de concentration. Cela nous rappelle les pires heures de notre Histoire. Je m'attendais à un sursaut d'indignation… au lieu de rire, monsieur le ministre! Pourtant, il n'y eut aucune réaction!

Ma question est très simple, monsieur le ministre. À l'occasion de la réunion du 15 juillet, quelle position le gouvernement Arizona défendra-t-il? Ne dissimulez pas votre complicité derrière l'Union européenne en prétendant qu'un accord à l'unanimité est nécessaire. Non! Pour suspendre une relation économique, il suffit d'une majorité qualifiée. Allez-vous suspendre cet accord d'association?

Voorzitter:

Merci, monsieur Boukili.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, de crisis in Gaza is tragisch en onmenselijk. Mensen die naar een hulppost gaan om eten te krijgen, worden doodgeschoten. Kinderen ontberen onderwijs en psychologische begeleiding, zo bevestigt UNICEF. Zij hebben daar nochtans nood aan. Vrouwen hebben geen toegang tot contraceptie en moeten bevallen in erbarmelijke omstandigheden, zonder hygiënische voorzieningen. De situatie is onmenselijk.

Met collectieve verontwaardiging alleen komen wij er niet. Wij hebben nood aan acties. Wij hebben geen nood aan symbolische maatregelen, maar aan initiatieven die een daadwerkelijke impact hebben. Een staakt-het-vuren is hoogst noodzakelijk. Het is ook hoogst noodzakelijk dat de gijzelaars naar huis worden teruggebracht, naar hun geliefden in Israël. Het is eveneens absoluut noodzakelijk dat meer humanitaire hulp tot in Gaza geraakt, zodat daar opnieuw een menswaardige situatie kan worden gecreëerd.

Mijnheer de minister, hier in het Parlement hebben wij een resolutie goedgekeurd. De minister van Buitenlandse Zaken heeft het duidelijke mandaat gekregen, niet alleen van het Parlement, maar ook van de regering, om samen met de Europese collega's van de andere lidstaten te pleiten voor acties die impact hebben op het terrein, die maken dat humanitaire hulp effectief tot bij de Gazanen geraakt en die bijdragen aan een diplomatieke uitweg voor de uitzichtloze situatie. Mevrouw Kallas heeft zojuist verklaard dat zij een goed constructief gesprek heeft gehad met de Israëlische autoriteiten en dat de humanitaire hulp effectief zal worden opgeschaald.

Ik heb één vraag voor u. Welk mandaat heeft de minister van Buitenlandse Zaken in de Europese Raad? Wat is de positie van ons land?

Voorzitter:

De vragen werden gericht aan de minister van Buitenlandse Zaken, maar minister Quintin zal namens de minister antwoorden.

Bernard Quintin:

Mijnheer de voorzitter, dames en heren volksvertegenwoordigers, namens de minister van Buitenlandse Zaken meld ik u het volgende. Samen met 16 lidstaten heeft België tijdens de bijeenkomst van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie op 20 mei opgeroepen tot een onderzoek naar de naleving door Israël van artikel 2 van het Associatieverdrag tussen de EU en Israël. Dat artikel bepaalt dat de overeenkomst gebaseerd is op het respect door beide partijen van de mensenrechten en de democratische beginselen.

Lors de la réunion du Conseil du 23 juin, la Haute représentante de l'Union européenne, Mme Kallas, a présenté le résultat de cet examen. Ce dernier révèle qu'il y a bel et bien eu des violations graves sur le terrain.

Suite à cela, comme le prévoit la procédure fixée dans l'accord, Mme Kallas a été chargée de "proposer des mesures appropriées" pour utiliser les termes de l'accord. La Haute représentante va présenter, aujourd'hui même, toutes les options possibles. Elles seront discutées à la réunion du Conseil du mardi 15 juillet.

Mme Kallas s'est, par ailleurs, entretenue, ces dernières semaines, avec les autorités israéliennes, - comme cela a été indiqué - pour les inciter notamment à permettre un accès complet et sans obstacle de l'aide humanitaire. Selon une communication de la Haute représentante intervenue en ce début d'après-midi, un accord semble avoir été conclu, dont nous nous réservons le droit d'analyser les contours.

Nos objectifs prioritaires doivent rester d'obtenir un accès humanitaire sans aucune restriction et un cessez-le-feu. Les blocages actuels ainsi que le système mis en place via le Gaza Humanitarian Foundation (GHF) doivent cesser.

Au-delà de l'aide humanitaire, le droit international, y compris le droit international des droits humains, exclut les déplacements forcés de population, l'occupation illégale d'un territoire, les attaques contre des civils et protège spécifiquement les enfants.

Toutes ces violations doivent donc cesser. Il ne pourra pas y avoir de place pour l'impunité.

De regering zal zich buigen over de verschillende opties die door Kaja Kallas op tafel zijn gelegd. Onze positie op dinsdag zal afhangen van deze voorstellen en van de evolutie van de situatie. België zal nooit afwijken van de volledige naleving van het internationaal humanitair recht door alle partijen.

Permettez-moi d’ailleurs de rappeler que la Belgique a, avec huit autres États membres et à son initiative, envoyé une lettre à Mme Kallas appelant à mettre le droit européen en conformité avec l’avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a un an.

Dat advies erkende op zeer duidelijke wijze dat de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden illegaal is en dat er actie moet worden ondernomen, ook met betrekking tot de invoer van producten uit die gebieden. Minister Prévot heeft gisteren persoonlijk met mevrouw Kallas gesproken en heeft vandaag onze ambassadeur bij de EU, net als verschillende andere lidstaten, de opdracht gegeven om stappen te ondernemen bij de Europese Commissie om te verzekeren dat er opvolging aan wordt gegeven.

La Belgique est déjà pionnière dans la mise en œuvre effective de la politique de différenciation entre le territoire d'Israël tel que reconnu et les colonies illégales. Nous effectuons notamment des contrôles renforcés sur certains produits en provenance d'Israël. Il est, néanmoins, probable que l'avis de la Cour internationale de Justice (CIJ) nous oblige à aller plus loin.

C'est une analyse qui doit avoir lieu au niveau européen pour des questions de compétences et d'efficacité. "J'ai bien pris note des déclarations de l'Irlande", dit le ministre. Une interdiction par un seul pays n'aurait, ceci dit, que peu d'impact et risquerait de détourner le problème.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vous faire le porte-voix de de M. Prévot, mais je dois avouer avoir du mal à suivre la position du gouvernement. M. Prévot évoque le terme de génocide, mais uniquement à titre personnel. M. De Wever, de son côté, s’oppose à toute sanction contre Israël. Et pendant ce temps, le MR bloque systématiquement chaque initiative visant à sanctionner le gouvernement israélien.

Nous n'en pouvons plus de ce mauvais sketch de Good Cop/Bad Cop . C'est d'une indécence totale. Il ne doit y avoir qu'une seule ligne: briser le blocus, arrêter le génocide et sanctionner l'État d'Israël. Toute autre ligne, tout autre positionnement nous rend complices de ce génocide qui se vit en direct. Je vois le malaise de certains quand je dis génocide mais je le dis et le redis: génocide, messieurs!

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, laat het duidelijk zijn dat de gruwel en de waanzin in Gaza moeten stoppen. Er zijn tienduizenden doden, 2 miljoen mensen lijden honger en kinderen sterven de hongerdood. Handel drijven met een land dat mensenrechten schendt aan de lopende band, is onaanvaardbaar. België moet volgende week op de top een duidelijke voortrekkersrol opnemen en op zoek gaan naar een meerderheid voor maatregelen tegen Israël. Vooruit rekent daarop, en wij niet alleen, ook 70 % van de Belgen wil dat er maatregelen worden genomen.

Mijnheer de minister, de rode lijnen waarover men spreekt, zijn al lang niet meer te tellen.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ofwel is het standpunt sinds gisteren geëvolueerd, ofwel was er sprake van een botsing tussen persoonlijke meningen. Het is in dit debat moeilijk om dat onderscheid te maken.

Ik ben in elk geval tevreden dat er wordt aangedrongen op meer actie en op een sterker Europees optreden. Tegelijkertijd zal dat niet volstaan. We moeten daadwerkelijk mee het voortouw nemen. We moeten mee bekendstaan als pionier. Dat betekent dat we met andere lidstaten mee de kar moeten trekken, om ervoor te zorgen dat Israël niet langer met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. Intussen kunnen we ook in België het een en ander doen.

De heer Francken vindt het nog steeds aanvaardbaar dat de Israëlische defensie-industrie een voorkeurspartner is van het Belgisch leger. Ik begrijp dat niet. Er is hier in België nog altijd geen ban op producten uit de bezette gebieden. We kunnen dat hier zelf al aanpakken. Eén land is niet genoeg, twee is beter, drie is beter, vier is beter. Stap voor stap moeten we de druk op Israël opvoeren. Alle rode lijnen zijn immers al overschreden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, votre réponse aurait été audible il y a un an. Aujourd'hui, c’est beaucoup trop tard pour ce genre de réponse molle.

Ce que vous cachez, ce que vous ne dites pas, c’est que vous êtes complice de ce qui se passe à Gaza. Le gouvernement belge et l’Union européenne sont complices, aujourd'hui, du génocide à Gaza. 30 % des importations d’armes par Israël viennent de l’Allemagne, de l’Union européenne, du port d’Anvers. Des conteneurs qui contiennent des munitions pour les chars, du matériel pour les chars utilisés pour génocider les Palestiniens en Palestine, transitent par le port d’Anvers.

En fait, nous sommes complices! Nous laissons le génocide se dérouler devant nos yeux, et nous ne prenons aucune mesure. Pour un embargo militaire, il n’y a pas besoin d’une unanimité de l’Europe. Nous pouvons le décider ici, en Belgique. Pourquoi ne le faites-vous pas? Non, vous laissez les armes passer pour tuer les Palestiniens, parce qu’Israël est votre allié. Vous êtes complice du génocide.

Kathleen Depoorter:

Het gaat over mensen, over de mensenrechten, over het humanitair recht, over de families van gijzelaars, die nog altijd geen nieuws hebben, over de moeders in Gaza, die geen eten hebben voor hun kinderen. Daar gaat het over. Het is onze verantwoordelijkheid om de vrede, de vrijlating van de gijzelaars en een betere humanitaire hulp te bewerkstelligen. Dit is, mijnheer de minister, het mandaat dat wij als Parlement aan de minister van Buitenlandse Zaken hebben gegeven: samen met Europese collega’s op zoek gaan naar maatregelen die impact hebben, naar een weg naar vrede, naar een weg naar humanitaire hulp. Het is positief dat uit het gesprek dat intussen plaats heeft gevonden, blijkt dat de grenzen opengaan en dat er meer vrachtwagens met hulpgoederen de Gazanen zullen bereiken. Wij zullen de minister absoluut steunen in alle stappen naar vrede en naar respect voor het humanitair recht.

Geweldpleging door asielzoekers

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem wijst op een reeks gewelddadige incidenten door asielzoekers en eist een asielstop, sluiting van het "illegale" opvangcentrum in Lommel en uitzetting van daders, verwijzend naar N-VA’s eigen eerdere standpunten. Minister Van Bossuyt benadrukt nultolerantie voor geweld, meldt versnelde uitsluitingen uit opvang (al 2x meer dan 2024) en samenwerking met justitie, maar vermijdt een asielstop—wat Van Belleghem afdoet als gebrek aan daadkracht en politieke tegenwerking door coalitiepartners. De kern: veiligheidscrisis door migratie botst met halfslachtige maatregelen in plaats van structurele oplossingen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, op 25 april vond een steekpartij plaats op het Koningin Astridplein. De daders waren asielzoekers uit Afghanistan en Palestina. Op 25 mei werd in Antwerpen een vrouw lastiggevallen. De dappere man die haar te hulp schoot, werd koelbloedig doodgestoken. De dader was een asielzoeker uit Eritrea. Op 16 juni was er de busmoord op Linkeroever, waar een oudere man koelbloedig werd doodgestoken. De dader was een asielzoeker uit Georgië. Op 6 juli was er een steekpartij aan een bushalte in Lommel. Iedereen heeft de beelden gezien. De daders waren asielzoekers uit Afghanistan. Week na week zien we het geweld door asielzoekers escaleren. Die zware incidenten bevestigen wat iedereen weet: massa-immigratie is een bedreiging voor onze veiligheid.

Mevrouw de minister, de Afghaanse asielzoekers in Lommel zijn dan wel uit het asielcentrum gezet, maar dat is verre van voldoende, want ze moeten uit ons land worden gezet en het illegaal asielcentrum in Lommel moet worden gesloten. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van uw eigen N-VA-fractieleider in Lommel. Hij heeft trouwens aangekondigd juridische procedures op te starten tegen dat illegale asielcentrum, dus tegen u.

Mevrouw de minister, zult u het illegaal asielcentrum in Lommel sluiten?

Wanneer zult u eindelijk doortastende maatregelen nemen op het vlak van asiel, of wacht u op een complete escalatie, zoals in Duitsland?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik antwoord eerst op uw laatste vraag, de vraag wanneer ik eindelijk maatregelen zal nemen op het vlak van asiel. Welnu, straks wordt u op uw wenken bediend, want er ligt vandaag een wetsontwerp ter stemming voor.

Ik ben trouwens net als u geschokt door de vele incidenten, met het incident aan die bushalte in Lommel als meest recente. Ik heb daar onmiddellijk heel duidelijk over gecommuniceerd. Geweld door asielzoekers, of het nu binnen of buiten de opvang plaatsvindt, is absoluut onaanvaardbaar.

Tegen de daders die in het opvangcentrum van Lommel verblijven, heeft Fedasil meteen actie ondernomen door ze definitief uit te sluiten van de opvang. Fedasil heeft ook het parket en de asielinstanties gecontacteerd. Tevens heeft een huiszoeking plaatsgevonden.

Ik wil duidelijk stellen dat ik van wie opgevangen wordt in dit land respect verwacht voor de lokale bevolking en ook respect voor onze waarden en normen en voor de rechtsstaat. Met messen vechten en hier clangeschillen uitvechten in de publieke ruimte kunnen nooit door de beugel.

Ik heb Fedasil dan ook de opdracht gegeven om een nultolerantiebeleid toe te passen voor geweld. Dat heeft geleid tot meerdere uitsluitingen. In 2025 is Fedasil al overgegaan tot dubbel zoveel definitieve uitsluitingen als in heel 2024. Daarmee wil ik het duidelijk het signaal geven dat onze regels gelden voor iedereen en dat dergelijk gedrag zware gevolgen heeft.

Mijn diensten werken nauw samen met het parket, zodat ook van die kant een snel en duidelijk signaal gegeven wordt. Het gaat over asielzoekers die hier amok maken, wat natuurlijk afstraalt op de asielzoekers die zich wel aan de regels houden.

Ter conclusie onderstreep ik nogmaals dat voor wie zich niet aan de regels houdt en wie onze gastvrijheid misbruikt, er geen plaats is in onze opvang en ook niet in ons land.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, u snapt de kern van de zaak duidelijk niet. Er is een gigantische druk op onze huisvesting, op ons onderwijs en op de sociale zekerheid. Door die messentrekkers komt nu ook nog onze veiligheid in het gedrang. Waar we vandaag nood aan hebben, is een asielstop, zoals in Polen en Finland, zoals Griekenland gisteren nog heeft aangekondigd en zoals uw partij in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen. U wil vandaag niets meer van een asielstop weten. Twee weken geleden noemde u in de pers een asielstop nog onzin. Mevrouw de minister, het is tijd om kleur te bekennen. Ofwel wilt u geen strikt migratiebeleid voeren, ofwel kunt u het niet, ofwel mag u het niet van de socialisten.

De budgettaire onzekerheid voor de sector van de voedselhulp
De vermindering van de middelen van het Europees Sociaal Fonds Plus
Europese financiering voor voedselhulp in gevaar

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie), Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 10 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De oppositie (De Smet, Meunier) valt de minister van Integratie scherp aan voor drastische bezuinigingen op armoedebestrijding: de voedselhulp daalt van 40 naar 15 miljoen euro (2026), terwijl cruciale projecten zoals *Housing First* (daklozenopvang), *MIRIAM* (steun aan eenoudergezinnen) en psychologische hulp voor kwetsbare jongeren plots worden stopgezet. De minister (Van Bossuyt) ontkent verantwoordelijkheid, wijst naar bevoegdheidsverschuivingen (federaal vs. gewesten) en belooft 18 miljoen voor voedselhulp in 2026 (met EU-cofinanciering), maar erkent dat eerdere tijdelijke versterkingen (Vivaldi-regering) niet langer haalbaar zijn door budgettaire druk. Kritiek: de regering kapt eerst en zoekt pas achteraf samenwerking met gewesten, terwijl 600.000 Belgen afhankelijk zijn van voedselbanken – een "inhumane" keuze die de armste treft.

François De Smet:

Madame la ministre, dans le large éventail des attaques de l'Arizona contre les citoyens les plus faibles, figurent les mesures tout à fait assumées et revendiquées, comme l'exclusion des chômeurs dont vous êtes assez fière. Ensuite, il y a les mesures prises beaucoup plus discrètement, peut-être plus honteusement, et qui sont sans doute plus choquantes parce qu'elles frappent là vraiment les plus démunis parmi les plus démunis.

De nombreux citoyens connaissent les banques alimentaires, notamment parce qu'ils les croisent en faisant leurs courses. Entre les Restos du Cœur, les distributions de colis, les restaurants sociaux, les épiceries sociales et les frigos solidaires, ce sont plus de 600 000 personnes dans notre pays qui ont recours à l'aide alimentaire. Cela constitue un dernier filet de solidarité qui, on le sent bien, va être de plus en plus nécessaire avec les mesures de l'Arizona. Depuis ces dernières années, ce sont des actions qui sont financées par de l'argent européen et fédéral. Cela permet au SPP Intégration sociale de fournir chaque année à pas moins de 358 CPAS et 419 associations des produits à distribuer gratuitement aux personnes démunies.

Or, à partir de 2026, vous faites passer ce budget alimentaire de 40 à 15 millions d'euros. Vous réduisez l'aide alimentaire et allez faire carrément disparaître l'aide matérielle. Voilà qui met en péril directement des acteurs tels que les Restos du Cœur et de nombreux autres! Honnêtement, c'est une décision que personne ne comprend. Pourquoi cet acharnement contre les plus démunis? Pourquoi cet acharnement du MR, des Engagés et de la N-VA contre les plus pauvres d'entre nous?

Madame, vous êtes ministre de l'Intégration sociale. Votre travail consiste à lutter contre la pauvreté, pas à lutter contre ceux qui la combattent!

Marie Meunier:

Madame la ministre, vous n'avez aucune limite! J'ai même envie de vous dire que vous n'avez aucune humanité! Vous tapez encore et encore sur les personnes les plus fragiles, sur les personnes qui accumulent les difficultés et celles pour qui la vie est un parcours du combattant.

Sans état d'âme, vous dites stop à des projets qui ont montré ô combien ils étaient nécessaires: stop au financement des CPAS pour le soutien psychologique des jeunes vulnérables, alors que les besoins sont énormes; stop au projet MIRIAM, qui offrait jusqu'ici un accompagnement essentiel à des femmes à la tête de familles monoparentales en situation de pauvreté; stop au projet Housing First , pourtant indispensable à la lutte contre le sans-abrisme; stop au financement pour la participation et l'action sociale, ce qui signifie, par exemple, que des centaines d'enfants ne pourront plus partir en camp de vacances avec leurs copains ou qu'ils n'auront plus les fournitures scolaires dont ils ont besoin. Et aujourd'hui, stop à l'aide alimentaire! Les Restos du Cœur tirent d'ailleurs aujourd'hui la sonnette d'alarme, alors que les demandes explosent, lors que leur raison d'être est plus que jamais essentielle, vous avez décidé de réduire le budget de l'aide alimentaire de 25 millions d'euros. Vous êtes vraiment sans limite.

Et que nous répondez-vous à chaque fois que nous dénonçons votre politique absolument inhumaine? Qu'il s'agit de compétences usurpées. Ben voyons! J'avais envie de demander aux collègues des Engagés s'ils étaient vraiment d'accord avec vous, bien qu'ils ne soient plus très nombreux dans l'Assemblée, parce que la ministre fait du ping-pong avec votre ministre, chers collègues. Le ministre Coppieters dit que c'est au fédéral de payer et, madame la ministre, vous répondez que c'est à lui de le faire. Et au final, personne ne fait rien! Ce sont les restos du cœur qui trinquent et les milliers de personnes qui ont besoin d'eux. Et cela, c'est complètement inacceptable.

Madame la ministre, ma question sera très simple: sur quelle analyse juridique vous basez-vous, autre que celle de l'inspection des Finances, pour vous débarrasser de ces projets essentiels et faire des économies sur le dos des plus fragiles?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Meunier, en ce qui concerne le concept Housing First (littéralement le "logement d'abord"), je vous ai répondu clairement en commission que la volonté de le stopper n'était pas la mienne. Ce dossier relève d’une compétence qui m’a été retirée. Cela dit, je suis en contact avec les communes afin d’assurer sa continuité. Quant au projet MIRIAM, celui-ci relève de la compétence de M. Vandenbroucke. Il est important de rétablir le vérité.

En ce qui concerne l’aide alimentaire, le budget total consacré à celle-ci s’élève, en 2025, à 17,8 millions d’euros. Comme vous le savez, le programme belge d’aide alimentaire s’inscrit dans le cadre du Fonds social européen. L’Union européenne y contribue à hauteur de 10,6 millions d’euros, et le cofinancement fédéral obligatoire s’élève à 10 % de cette contribution. Notre pays dépasse largement ce seuil puisque la part fédérale atteint 7,2 millions d’euros, soit environ 70 % de la part versée par l'Union Européenne. Le programme bénéficie donc d’un montant total de 17,8 millions d’euros.

Pour 2026, nous prévoyons un budget total de 18 millions d’euros, dont 10,8 millions issus de fonds européens, et à nouveau 7,2 millions d’euros en cofinancement fédéral. Ces chiffres restent, bien entendu, soumis aux discussions budgétaires prévues en septembre.

Malgré un contexte budgétaire extrêmement difficile, l’effort accru reste pleinement maintenu. Le gouvernement Vivaldi avait, à partir de 2023, décidé d’allouer chaque année un montant supplémentaire de 23 millions d’euros à l’aide alimentaire. Ces sommes, non prévues initialement dans le budget, ont néanmoins été engagées pour répondre aux demandes supplémentaires. Cela n’est plus possible dans le contexte budgétaire actuel. Je me rends bien compte que l’aide alimentaire ne constitue pas un luxe, mais un besoin fondamental pour les personnes en situation de précarité. Je maintiens mon engagement à cet égard, dans les limites des compétences relevant du niveau fédéral.

Il importe également de souligner que l’aide alimentaire relève principalement des entités fédérées. Mon cabinet a déjà pris contact, à ce sujet, avec les différents cabinets compétents au sein de ces entités. Une collaboration entre tous les niveaux de pouvoir est essentielle pour soutenir les plus vulnérables de notre société.

L'accord du gouvernement vise, en outre, à rendre les dons alimentaires plus attractifs sur le plan fiscal. J’ai moi-même travaillé sur ce projet au cours de la législature précédente.

Les entreprises sont actuellement désavantagées lorsqu'elles font don de denrées alimentaires. Ce régime fiscal préférentiel permettra d'éviter en plus le gaspillage alimentaire ou la destruction de dons alimentaires.

François De Smet:

Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Deux éléments. D'abord, il n'y a rien à faire: oui, le fédéral assume sa part, mais au strict minimum. Cependant, par rapport à 2023, cela reste une réduction drastique. Bien sûr, l'augmentation de l'année dernière venait d'un choix politique – celui de la Vivaldi – mais elle correspondait à de réels besoins.

Quant à l'argument des répartitions de compétences, il faut rappeler que le financement fédéral ne tombait du ciel. Il était dû, car la coordination de l'organisation et de la distribution des livraisons alimentaires relevait bel et bien d'une compétence fédérale.

Je vais même citer – une fois n'est pas coutume – l'Inspection des finances: "Bien qu'il s'agisse sans aucun doute d'une compétence communautaire, il n'est pas conseillé pour des raisons évidentes de réaliser des économies sur ce budget, tant qu'il n'y a pas d'accord clair et un protocole de coopération avec les gouvernements des Régions compétentes". Vous avez fait les choses à l'envers, vous commencez par couper et puis vous allez voir les entités fédérées, et ce n'est pas une manière sérieuse, je trouve, de travailler sur ces matières.

Marie Meunier:

Madame la ministre, vous avez raison, la vérité a ses droits. La voici donc. Concernant le Housing First et le projet MIRIAM, Karine Lalieux, votre prédécesseure, avait détaché un budget fédéral spécifique pour ces deux projets d'environ 20 millions d'euros chacun. Aujourd'hui, ils ont disparu, vous les avez donc supprimés. Avec les mesures que le gouvernement prend à tour de bras, vous allez appauvrir des pans entiers de la population et vous allez faire complètement sombrer ceux qui tentent déjà, aujourd'hui, de sortir la tête de l'eau.

Alors, entendre "Ce n'est pas moi, c'est lui", je suis désolée, c'est tout bonnement insupportable. Vous n'êtes pas des enfants dans un bac à sable, et c'est avec la vie de femmes et d'hommes que vous jouez, et c'est l'avenir d'enfants que vous êtes en train de briser. Vous allez empêcher des jeunes en situation de pauvreté de recevoir des soins psychologiques dont ils ont besoin, vous allez empêcher des mamans solos en situation de pauvreté de recevoir l'accompagnement nécessaire pour elles et pour leurs enfants, et vous allez empêcher des citoyens d'accéder à l'aide alimentaire pour pouvoir nourrir leurs enfants.

Ça, c'est de l'inhumanité profonde!

Voorzitter:

De oplettende collega's, u allen dus, weten dat de premier ook nog een vraag dient te beantwoorden. Hij zit echter momenteel nog in een call over de coalition of the willing . Er zijn echter veel lidstaten en hij kwam nog niet aan de beurt. Hij komt dus straks en we hebben ondertussen nog werk, dus u hoeft nog niet te wanhopen. Ik stel voor die vraag nog even uit te stellen en voorlopig over te gaan naar het wetgevende werk.

De doorvoer van wapens naar Israël via Liege Airport
De doorvoer van wapens naar Israël via België
Wapentransport naar Israël via België

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De PTB-kamerlid Farah Jacquet kaart herhaaldelijk illegale transits van militair materiaal naar Israël via België (o.a. Liège en Antwerpen) aan, ondanks regionale verboden en federale toezeggingen, en wijst op gebrek aan coördinatie tussen federale en regionale overheden, ondanks het akkoord van 2007 en een interfederaal overleg (23/6) zonder concrete resultaten. Minister Crucke (Mobiliteit) bevestigt dat geen illegale vluchten (via Challenge Airlines) zijn gemeld, maar erkent juridische lacunes (o.a. vernietigd Waals decreet, lopend beroep tegen federaal AR van 4/6/2024) en belooft betere informatie-uitwisseling, zonder directe sancties of nieuwe maatregelen—wel verwijzend naar lopend strafonderzoek na klachten van Vredesactie. Christophe Lacroix (PS) benadrukt de urgentie na recent schandaal in Antwerpen (4/7) en dringt aan op snelle, gecoördineerde actie om België’s reputatie als "wapen-doorvoerland" te stoppen, met kritiek op Israëls extreemrechtse regering. Jacquet eist onmiddellijke federale sturing, verwijzend naar succesvolle burgeracties (bv. stopzetten licentie voor buskruit) en historische CIM-coördinatie (2008-2009), met de oproep om compliciteit met "apartheidregime" nu—niet in 2026—te beëindigen.

Voorzitter:

M. Lacroix étant absent, la parole est à Mme Jacquet.

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, une fois de plus, le PTB doit interpeller le gouvernement pour des transits de matériel militaire à destination d'Israël via le territoire belge. Ce transit continue malgré les alertes répétées de la société civile, des syndicats et des journalistes. Dernièrement, l'association Vredesactie a déposé une plainte contre FedEx pour avoir illégalement fait transiter du matériel militaire par l'aéroport de Liège.

À chaque interpellation, il nous est répondu que cette question relève des compétences régionales. Pourtant le niveau fédéral possède une influence claire et peut limiter les marges de manœuvre régionales. Surtout, il a la responsabilité morale et politique d'assurer la cohérence de l'action de l'État belge. D'ailleurs l'accord de gouvernement fédéral reconnaît explicitement cette responsabilité en affirmant que le gouvernement garantira l'échange d'informations avec les autorités compétentes en matière de contrôle des exportations et du transit.

À l'heure où FedEx est de nouveau accusée de faire transiter du matériel militaire, nous constatons une réelle absence de coordination. Le ministre des Affaires étrangères, M. Prévot, a déclaré vouloir organiser une réunion avec les ministres concernés. Mais aucun pas concret n'a encore été posé.

Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes le gouvernement fédéral a-t-il mises en place pour garantir un échange d'informations efficace et régulier avec les Régions, conformément à l'accord de gouvernement?

Existe-t-il un mécanisme formel – comité de concertation, groupe de travail, partage de base de données, etc. – entre le SPF Mobilité, les douanes et les autorités régionales pour surveiller les flux de matériel militaire? Si oui, à quelle fréquence ces échanges ont-ils lieu? Quels en sont les résultats concrets depuis le début de la guerre à Gaza?

Quelles informations possédez-vous sur les récents transits d'armes en Belgique vers Israël, en particulier à Liège, via la compagnie israélienne Challenge Airlines? Quelles actions avez-vous entreprises?

Quelles sanctions sont-elles mises en œuvre contre les entreprises qui transportent de telles armes sur notre sol?

Enfin, que faites-vous pour faire respecter la législation en la matière et vous assurer que plus aucune arme à destination d'Israël ne passera par notre sol?

Jean-Luc Crucke:

Je vais répondre conjointement aux deux questions – même si l'une n'a pas été posée – car elles sont très liées.

Le SPF Mobilité et Transports m’indique n’avoir reçu aucune notification ni demande d’autorisation de la part de la compagnie aérienne que vous évoquez, concernant un transport d’armes à destination de Tel Aviv au départ de Liège.

Quant aux mesures de contrôle mises en place pour faire respecter les interdictions de transport actuellement en vigueur, il convient d’abord de rappeler qu’au niveau fédéral, le règlement en vigueur est l’arrêté royal du 4 juin 2024, portant restriction de l’autorisation de transport de marchandises dangereuses. Cette entreprise a toutefois introduit un recours en annulation contre cet arrêté devant le Conseil d’État. Ce recours est actuellement pendant.

Les mesures de contrôle fédérales relèvent, selon les cas, soit des services des douanes (SPF Finances), soit des services d’inspection aéronautique (SPF Mobilité et Transports). Les compétences de ces services sont prévues dans la loi du 27 juin 1937 relative à la réglementation de la navigation aérienne.

Le SPF Mobilité et Transports dispose donc de compétences d’inspection, notamment en matière de sécurité et de sûreté de l’aviation civile. La notion de sûreté est généralement définie comme la protection contre les actes intentionnels de malveillance mettant en danger l’aviation civile. La sécurité, quant à elle, est généralement définie comme l’ensemble des opérations visant à garantir le bon déroulement du trafic aérien civil.

Par ailleurs, les pouvoirs des fonctionnaires assermentés de l’administration aéronautique sont définis de manière large par la loi du 27 juin 1937, qui leur confie la mission de veiller "au respect des conventions aériennes, des accords internationaux aériens et des accords internationaux de sûreté aéronautique". Les plans de sûreté aéronautique sont gérés par cette même loi.

En ce qui concerne le niveau régional, un arrêté ministériel du 27 mai 2024, pris par le ministre-président wallon et interdisant le transit d’armes à destination d’Israël, a récemment été annulé par le Conseil d’État dans son arrêt n° 263.167 du 29 avril 2025.

Cet arrêté avait pour but de combler une lacune du régime décrétal wallon applicable, à savoir le cas d'un transit sans transbordement. Les compétences et responsabilités en matière de contrôle relèvent, lorsque la compétence est régionale, des administrations et autorités régionales compétentes.

Ces précisions faites, je ne peux pas vous suivre lorsque vous écrivez qu'aucun pas concret n'a été posé en matière de coordination. En effet, un point interfédéral a bien eu lieu le 23 juin entre l'État fédéral et les Régions. Lors de ce point interfédéral, les Régions et l'État fédéral ont eu l'occasion d'évoquer leurs priorités et préoccupations. La Région flamande a, par exemple, appelé de ses vœux une amélioration de l'échange d'informations en la matière. La Région wallonne a, de son côté, annoncé qu'une éventuelle réforme du décret du 21 juin 2012 ne pourrait pas aboutir avant 2026. Les échanges qui ont suivi ce point interfédéral devraient permettre, dans le respect des compétences de chacun, d'améliorer la coopération interfédérale indispensable en cette matière.

Quant au vol opéré par la compagnie aérienne évoquée, il ne faut pas oublier que, comme le prévoit le dispositif d'arrêté royal du 4 juin 2024 précité, les restrictions qui s'appliquent à la compagnie aérienne que vous évoquez ne concernent que le transport par la voie aérienne de matériel militaire. Cette compagnie reste donc libre de transporter du fret civil, y compris à destination d'Israël. Par conséquent, en l'absence d'éléments factuels démontrant une infraction, je n'ai, quant à l'opération que vous évoquez, pas engagé de mesures administratives ou judiciaires.

Bien entendu, des dispositions légales et réglementaires permettent d'infliger des sanctions tant civiles que pénales. Je citerai, à titre d'exemple, l'article 29 de la loi du 27 juin 1937, qui prévoit des sanctions pénales pour quiconque qui, sans autorisation, aura porté, transporté ou fait transporter sur un aérodrome au moyen d'un aéronef des explosifs, armes ou munitions dont le transport par air est interdit par les lois, règlements ou instructions.

À ce propos, il me faut rappeler que la compagnie que vous évoquez fait toujours l’objet d’un plainte pénale déposée par certaines associations et par mon prédécesseur. Les dernières nouvelles de ce dossier font apparaître que l’information judiciaire est toujours en cours.

Quant aux mesures à prendre à court ou moyen terme, j’étudie actuellement la possibilité d’améliorer l’échange d’informations entre les entités fédérales et régionales que prévoit l’accord de coopération du 17 juillet 2007 sur les armes. Il s’agit d’un sujet qui, comme je vous le disais, est ressorti du point entre l’État fédéral et les Régions du 23 juin dernier, mais qui soulève certaines questions juridiques à éclaircir au préalable.

Quant au mécanisme formel de concertation que vous évoquez, madame Jacquet, il existe déjà, par les faits des dispositions de l’accord de coopération du 17 juillet 2007 précité. Pour ne prendre qu’un exemple, cet accord prévoit le droit, tant pour les entités fédérées que pour l’État fédéral, de solliciter une consultation interfédérale pouvant aboutir, le cas échéant, à l’adoption de mesures de coopération entre administrations régionales et fédérales. Ces principes posés, et indépendamment des poursuites que je viens d’évoquer, il va de soi que je veillerai, au cours de mon mandat, à mettre en œuvre tout ce qui est en mon pouvoir pour faire respecter le cadre juridique existant, qu’il soit national, ou qu’il procède des obligations du droit international, auquel la Belgique a souscrit.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je suis désolé pour le retard mais, assistant à la commission de la Défense, je n'ai pu vous rejoindre à temps. Je vous remercie de me permettre d'intervenir.

Monsieur le ministre, il semble que vous ayez bien cerné le problème et que vous preniez les choses en main. C’est important, parce que des mesures ont été prises par votre prédécesseur et également par le gouvernement wallon. Je vois d’ailleurs que le gouvernement wallon engage une procédure en partie lésée en ce qui concerne ce dossier. Il faut éviter que des choses comme celles-là ne se reproduisent. Il faut que les mesures que vous préconisez et allez mettre en œuvre en partenariat avec les différentes autorités, le soient effectivement et le plus rapidement possible. C’est d’autant plus vrai qu’une dépêche Belga vient de tomber. Il y est question du port d’Anvers où un conteneur d’armes est parti le 4 juillet dernier à destination d’Israël, alors que c’est formellement interdit. Il ne faut pas que nos infrastructures de transport demeurent des passoires. Je vous connais depuis longtemps, je sais que vous tenez les engagements que vous prenez. Dès lors, je suis sûr que nous arriverons à ne plus devoir déplorer ce genre de mésaventures qui sont source de mauvaise réputation pour notre pays et nos Régions, mais qui sont source également d’une collaboration indirecte, voire directe, avec un régime israélien actuellement aux mains d’un gouvernement de droite conservatrice et d’extrême droite.

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je salue l'action des collectifs citoyens. Grâce à leur mobilisation, ils ont permis la suspension d'une licence belge d'exportation de poudre à canon vers Israël. Cette victoire montre qu'il est tout à fait possible d'agir. Mais cela ne peut pas reposer uniquement sur les épaules de la société civile. La Région a un rôle central dans ce dossier, comme vous l'avez souligné. Mais le fédéral a également un rôle à jouer en mettant en place des mécanismes pour s'assurer qu'il n'y ait pas de transit de matériel militaire, garantir l'échange d'informations avec les autorités compétentes ou mettre en place une Conférence interministérielle. Sous le gouvernement Van Rompuy, une consultation avec les Régions avait été organisée sur les exportations d'armes vers Israël et les territoires occupés à la suite de la guerre à Gaza de 2008 à 2009. Le fédéral et les Régions doivent mettre leurs moyens en commun pour que cesse toute complicité, même indirecte, avec le régime d'apartheid israélien aujourd'hui, pas en 2026. Quant à la situation à Liège, nous attendons que toute la lumière soit faite sur ce transit et que les sanctions adéquates soient prises.

De uitspraak van minister Prévot over de 'genocide' in Gaza
De oorlogsmisdaden in Palestina
Het regeringsstandpunt over de sancties tegen Israël
De situatie in Gaza
De dramatische situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de opschorting v.d. associatieovereenkomst en de uitspraken v.d. premier
Het conflict in Gaza en de Belgische politieke reacties daarop

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de Belgische en Europese reactie op het Israëlisch-Palestijnse conflict, met focus op Gaza’s humanitaire crisis en het EU-Israël-associatieakkoord. Kritiek richt zich op Israëls schendingen van mensenrechten (bombardementen, hongersnood als wapen, blokkade hulpgoederen) en Europa’s dubbele standaard (geen sancties vs. Rusland), terwijl België intern verdeeld is: premier De Wever benadrukt humanitaire hulp en procedurele stappen (onderhandelingen via EU), maar oppositie en coalitiepartners eisen opschorting van het akkoord (mogelijk met gekwalificeerde meerderheid) en sancties (wapenembargo, individuele maatregelen). Publieke druk (100.000 betogers) en juridische argumenten (schending artikel 2) versterken de oproep tot actie, maar De Wever ontwijkt concrete toezeggingen, wijzend op EU-eensgezindheidsgebrek.

Sam Van Rooy:

Goedemiddag, premier De Wever. Ik zie dat wij dezelfde kleur das dragen, maar ik twijfel eraan of u daarmee, net zoals ik, wilt verwijzen naar het door Hamas vermoorde gezin Bibas.

De term genocide gebruiken zonder enig bewijs en zonder fundament in het internationaal recht, louter als het gaat om een conflict waarbij het Joodse volk betrokken is, is moreel verwerpelijk. Dat zijn niet mijn woorden, maar wel die van Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de MR, een van uw coalitiepartners.

U had dus beter Georges-Louis Bouchez als minister van Buitenlandse Zaken aangesteld in plaats van de linkse Maxime Prévot, die beweert dat er in Gaza een genocide aan de gang is. Dat moet dan wel de allertraagste en domst uitgevoerde genocide uit de geschiedenis zijn, die bovendien onmiddellijk zou kunnen stoppen, namelijk zodra Hamas alle gijzelaars vrijlaat en zich overgeeft.

Ondertussen heeft de Gaza Humanitarian Foundation, een organisatie van Israël en de Verenigde Staten, in Gaza reeds 66 miljoen maaltijden uitgedeeld. Dat zijn gemiddeld meer dan anderhalf miljoen maaltijden per dag, en dat in een aartsmoeilijke, levensgevaarlijke context, waarbij jihadisten van Hamas er alles aan doen om voedsel te stelen om jihadisten te betalen, en om aanslagen te plegen op medewerkers van de Gaza Humanitarian Foundation.

Daarmee wil ik maar aantonen dat het uiteraard geen genocide is, maar wel een oorlog tegen de islamitische jihad, met twee zeer logische en heldere doelstellingen, namelijk free the hostages en free Gaza from Hamas .

Premier De Wever, bent u het daarmee eens, of bent u het eens met uw minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, die zegt dat er in Gaza een genocide aan de gang is?

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister De Wever, het Palestijnse volk wordt nu al maandenlang gebombardeerd. Er vielen ondertussen 57.000 doden, onder wie veel kinderen en vrouwen. Israël schuift nu ook een plan naar voren om 2 miljoen Palestijnen, vrouwen, kinderen, mannen, samen te brengen in één stad, in een openluchtgevangenis. Hoever kan Israël gaan voordat Europa iets zal doen? Dat is de vraag die duizenden, miljoenen mensen zich stellen. Wat Israël doet, is gewoonweg pure koloniale politiek. Tot hoever kan Israël daarmee gaan?

De genocidale staat Israël kan zijn beleid enkel voeren omdat het steun krijgt van de Verenigde Staten van Amerika en van Europa. Door het associatieverdrag tussen Europa en Israël ontvangt Israël immers miljoenen euro’s en dollars aan steun. Zonder die steun van de Verenigde Staten van Amerika en Europa zou Israël zijn genocidale politiek niet kunnen voortzetten. Dat is de kern van de zaak.

Vorige week vond een Europese top plaats waarop zich een historisch moment aandiende. Europa en België hadden toen kunnen beslissen om dat associatieverdrag op te zeggen. Er zijn immers zeer veel mensenrechtenschendingen gebeurd. Wat blijkt echter? Europa doet niets, Europa wacht af. Tegen Rusland werd al het zeventiende sanctiepakket uitgevaardigd, maar hoeveel sancties zijn er tegen Israël? Nul. Twee maten, twee gewichten.

Het gaat hier helemaal niet om waarden. Onze buitenlandpolitiek heeft niets met waarden te maken, maar alles met geld, business en geopolitiek. Dat is nu duidelijk voor de overgrote meerderheid van de volkeren van deze wereld.

Mijnheer de eerste minister, wat zal België dan wel doen? Zullen we blijven toestaan dat wapentransit naar Israël plaatsvindt? Zullen we dat associatieverdrag laten bestaan? Of zal België zelf beslissingen nemen? Dat is mijn vraag.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de premier, de situatie in Gaza is schandelijk en blijft maar duren. Ik denk dat één zaak zeer duidelijk is: de Israëlische regering overschrijdt momenteel alle mogelijke grenzen.

Ik wil geen semantische discussie voeren over de vraag of het woord genocide al dan niet gepast woordgebruik of juridisch correct is. Daar hebben de onschuldige burgerslachtoffers in Gaza niets aan. Volgens mij staat wel vast dat de mensenrechten in Gaza worden geschonden. Daarover bestaat geen enkele twijfel. Wie vandaag in Gaza eten of drinken probeert te halen, begeeft zich op een mijnenveld. De mensenrechten worden in Gaza al maandenlang geschonden.

Er is dus nood aan een signaal, ook vanuit Europa. Aangezien iedereen het erover eens is dat de mensenrechten worden geschonden, kan een heel duidelijk signaal erin bestaan om artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël ter sprake te brengen. Dat artikel gaat over de zogenaamde mensenrechtenclausule, die bepaalt dat de associatieovereenkomst enkel kan voortbestaan als de mensenrechten worden geëerbiedigd.

Het is overduidelijk dat de mensenrechten in Gaza geschonden worden. We hebben in het Parlement al een resolutie goedgekeurd, samen met de meerderheidspartijen. Die resolutie was zeer flauw, maar ook ik heb ze gesteund omdat ze in de juiste richting ging. Ook in die resolutie staat zeer duidelijk dat artikel 2 van de associatieovereenkomst moet worden nageleefd en dat er toezicht moet zijn op de handhaving ervan. Als dat niet het geval is, moet de associatieovereenkomst worden opgeschort.

Mijnheer de premier, daarom heb ik maar één heel duidelijke vraag voor u. Wat is het standpunt van de Belgische regering in die zaak? Zullen wij al dan niet een voortrekkersrol spelen om de associatieovereenkomst tussen Israël en de Europese Unie op te schorten?

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, voor mij zijn uw bochten over de humanitaire situatie in Gaza onaanvaardbaar. Israël bombardeert ziekenhuizen en nagenoeg elk gebouw in Gaza is weggevaagd. Honger wordt gebruikt als een oorlogswapen, want wie eten wil halen wordt doodgeschoten. Bovendien wordt honger ook gebruikt om mensen verplicht te doen verhuizen. Ondertussen wordt de andere noodhulp, aan de grenzen van Gaza, geblokkeerd. Het gevolg is dat kinderen van honger sterven, als ze al niet sterven door bommen en granaten.

Het is overduidelijk dat Israël de mensenrechten continu en op enorme schaal schendt, terwijl de wereld toekijkt en gewoon laat gebeuren.

Het is naar mijn mening hoog tijd dat de Europese Unie ingrijpt. Daar bestaat een middel voor, namelijk het associatieakkoord met Israël. Daarin staat dat het respect voor de mensenrechten een absolute voorwaarde is. In een review wordt gezegd dat de mensenrechten worden geschonden. Op basis daarvan kunnen we dat akkoord dus opschorten.

Ik vind dat de EU dat moet doen, maar u stelt dat het associatieakkoord maar weinig te maken heeft met de humanitaire situatie. Als u dat zegt, vraag ik mij af hoeveel mensen daar nog moeten sterven, hoeveel Palestijnse kinderen daar nog moeten sterven voor we eindelijk politieke druk zullen uitoefenen.

Volgende week bespreken de Europese ministers opnieuw de opschorting van het associatieakkoord. Ierland en Spanje steunen dat al, dus ook kleinere landen kunnen duidelijk iets laten zien.

In Brussel zijn ook 100.000 Belgen op straat gekomen om een rode lijn te trekken en aan de regering te vragen om eindelijk eens echt initiatief te nemen. Ook universiteiten vragen om dat akkoord op te schorten, zodat zij hun samenwerking met de Israëlische universiteiten kunnen stopzetten.

Voor ons is het overduidelijk: wie de regels overtreedt, krijgt geen handelsvoordelen.

Mijnheer de premier, wat zult u beslissen? Zult u mee aan de kar trekken om het associatieakkoord in te zetten, om de handelsrelaties op te schorten? Volgens mij is het daar hoog tijd voor.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, les différentes organisations humanitaires et même l’ONU n’ont toujours pas un accès illimité et inconditionnel à Gaza. Le système de distribution de nourriture mis en place est un échec total: nombre de points de distribution insuffisants et mal répartis sur le territoire, et danger de mort pour ceux qui s’y rendent pour s’approvisionner. Ce n’est pas rien, des centaines de Gazaouis ont été tués lors la recherche de nourriture.

Différents contractants, même américains, sont absolument rebutés par la situation et ne se privent pas de le dire, ce dont nous les remercions. Le ministre Prévot a fait bouger les lignes au niveau européen, notamment par rapport à la procédure de vérification du respect de l’article 2, qui est enfin engagée, et heureusement. Un Conseil européen se tient la semaine prochaine et j’ose espérer que celui-ci ira plus loin. La lenteur actuelle est en effet insupportable sur le plan humain et dramatique face à la situation humanitaire sur place. Le Service européen d’action extérieure a d’ailleurs confirmé que l’article 2 n’était pas respecté et que les droits humains étaient bafoués quotidiennement.

Monsieur le premier ministre, quel est le mandat concret dont disposera le ministre Prévot au Conseil européen de la semaine prochaine? Il faut à présent avancer et nous souhaitons que l’ensemble de l’Union européenne puisse constater le non-respect du traité et de l’accord d’association entre Israël et l’Union européenne, puisqu’il ne subsiste aucun doute en la matière.

Deuxièmement, envisagez-vous de prendre des sanctions – au niveau belge, mais aussi, je le souhaite, européen – à l’égard de certains ministre israéliens ou d’autres personnes qui agissent contre la paix? Différents pays amis ont eu le courage de prendre ces sanctions, notamment le Royaume-Uni, l’Australie, la Nouvelle-Zélande, le Canada et la Norvège.

Enfin, si la lenteur persistait au niveau européen, seriez-vous prêt, peut-être avec un groupe de pays européens, à prendre des sanctions plus sévères, sans l’accord de l’Union européenne?

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, vous avez récemment exprimé publiquement votre opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait en tout cas pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire. Et pourtant, les attaques systématiques, répétées et indiscriminées d'Israël sur Gaza ont déjà fait des dizaines de milliers de victimes civiles palestiniennes, dans ce que de nombreux juristes, ONG et États, dont l'Espagne, mais également Francesca Albanese, Rapporteuse des Nations Unies sur la Palestine, qualifient de génocide.

Face à de telles atrocités, il est de notre devoir en tant que responsables politiques de défendre sans ambiguïté le droit international et les valeurs fondamentales de l'Union européenne. Or vos propos, tenus dans un contexte de division au sein de la majorité, ne reflètent manifestement pas la position officielle du gouvernement fédéral. Vous avez d'ailleurs reconnu vous être exprimé à titre personnel. C'est une nouvelle réalité constitutionnelle aujourd'hui: nous avons un gouvernement de ministres "à titre personnel". Soit! On en tiendra compte dans l'histoire de l'État belge. Cette dissonance publique sur un sujet aussi grave est non seulement regrettable mais elle affaiblit considérablement la crédibilité de notre pays sur la scène internationale. Quand il s'agit de condamner Israël, nous sommes souvent absents.

Monsieur le premier ministre, pouvez-vous confirmer que vos propos ne reflètent pas la position officielle du gouvernement? Quelle est donc la position actuelle du gouvernement concernant la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël au regard des violations du droit international? Cela n’est pas très clair. Quelles démarches diplomatiques concrètes le gouvernement belge entend-il entreprendre pour faire respecter ce droit international? Des sanctions sont-elles envisagées, comme l'a déclaré le ministre des Affaires étrangères? Si oui, lesquelles et selon quel calendrier? Comment votre gouvernement entend-il garantir une position unifiée et cohérente au sein de la majorité? Enfin, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle l'État de Palestine?

Voorzitter:

Zijn er collega's die wensen aan te sluiten? (Nee)

Mijnheer de eerste minister, u hebt het woord.

Bart De Wever:

Geachte leden, over het vraagstuk of er al dan niet een genocide plaatsvindt, is er bij mijn weten geen regeringsstandpunt. De heer Vander Elst heeft gezegd dat het om een semantisch spel gaat. Ik zou zeggen dat het de internationaalrechtelijke instanties zijn die bevoegd zijn om dat soort kwalificaties al dan niet toe te kennen, maar ik kan u wel volgen wanneer u zegt dat de omschrijving die men kiest en die vaak afhangt van de politieke overtuiging die men hier huldigt, zeer weinig zal veranderen aan de humanitaire situatie op het terrein. Men kan dat allemaal heel boeiend vinden, maar ik weet niet of het allemaal zo relevant is om daar lang over te discussiëren. Uiteindelijk zal het Internationaal Strafhof daar wel een kwalificatie aan toekennen en dan zullen we over een objectivering beschikken.

Ik denk dat we ons inderdaad beter op de humanitaire situatie zouden focussen, want dat is een van de weinige zaken waarover we in Europa wel zeer eensgezind zijn. Immers, of men het nu graag heeft of niet, men moet er rekening mee houden dat de eensgezindheid in Europa over hoe we hiermee moeten omgaan beperkt is – dan druk ik mij heel voorzichtig uit –, maar op één vlak zijn we het wel allemaal eens, namelijk over de humanitaire situatie.

Cette situation humanitaire est dramatique. Tout le monde est d'accord à ce sujet, et j'espère que c'est le cas ici aussi. J'espère que personne ne va nier que cette situation est dramatique, qu'elle est inacceptable et que nous devons donc nous attacher en priorité à améliorer la situation humanitaire sur le terrain et à prendre les mesures qui feront réellement la différence si on en est capables.

C'est également ce qu'a déclaré la haute représentante de l'Union européenne pour les Affaires étrangères et la Politique de sécurité, Mme Kallas, lors du Conseil des Affaires étrangères de fin juin. Tout le monde, pendant ce Conseil, s'est accordé à dire que garantir l'accès à l'aide humanitaire était prioritaire. Je pense qu'on doit se focaliser là-dessus.

J'en viens au traité d'association entre l'Union européenne et Israël.

À la suite de l'examen du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, Mme Kallas est actuellement en contact avec Israël, notamment pour lui présenter les conclusions. Comme je l'ai dit pendant la commission de ce matin, si on veut le respect du droit international, on doit le respecter soi-même. Dans ce traité il a été prévu que, dès le moment où un partenaire s'interroge sur le respect de l'article 2 ou d'autres articles, la première étape est d'ouvrir des négociations, des pourparlers avec l'autre partenaire. Nous respectons donc le traité que nous avons fait. Mme Kallas a reçu la tâche d'organiser ces pourparlers avec Israël. Elle est en train de le faire. Il reviendra donc à Mme Kallas, qui est en dialogue avec Israël, avec comme perspective de demander à Israël d'améliorer la situation humanitaire, de présenter les conclusions. Si la situation ne s'améliore pas, de nouvelles mesures pourraient être envisagées. Mme Kallas fera le rapport à ce sujet lors du Conseil des Affaires étrangères prévu le 15 juillet, si je ne me trompe pas. Il reste à voir ce qu'elle aura à présenter, et ce qu'elle aura à proposer au Conseil.

Je veux encore ajouter une chose sur ce que l'on a dit de ma position à ce sujet. Je dois dire, monsieur Lacroix, que la liste de mensonges que vous avez racontés pendant votre réplique après la question précédente était déjà très longue, mais maintenant, vous avez encore ajouté un mensonge qui est à mon avis inacceptable. Vous avez dit que j'avais pris une position personnelle en disant qu'il ne fallait rien faire sur le traité d'association. Je n'ai jamais dit cela. J'ai dit qu'il ne fallait pas oublier que ce qu'on ferait avec le traité d'association n'aurait pas un impact immédiat sur la situation humanitaire qui est dramatique, et qu'il fallait se focaliser sur l'amélioration de cette situation immédiatement, parce qu'elle est inacceptable. Il faut exiger d'Israël qu'il respecte le droit humanitaire immédiatement. Je l'ai dit tout en sachant que pendant le Conseil, car je me trouvais à l'entrée pour commencer le Conseil, la décision serait inévitablement d'envoyer Mme Kallas pour des pourparlers qui allaient encore durer deux ou trois semaines.

C’est dans ce contexte que j’ai dit cela. Je n’ai jamais dit que ma position personnelle était qu’il ne faudrait rien faire sur le traité d’association. Pour moi, cela reste à voir.

C’est à Mme Kallas de proposer au Conseil de prendre des mesures: de supprimer le traité ou de le suspendre – ce qui requiert l’unanimité – ou de prendre d’autres mesures prévues dans le traité, que nous pourrions décider par une majorité qualifiée. Cela reste à voir.

Dat alles is in overeenstemming met de procedures die zijn voorzien in het associatieakkoord, zoals bijvoorbeeld in artikel 79. Ik benadruk dat internationale rechtsregels respecteren betekent dat men zijn eigen verdragen moet naleven. Artikel 79 voorziet in een grondig onderzoek in overleg met de associatieraad – en dus, in voorkomend geval, van de Europese Unie met Israël – dat noodzakelijk is alvorens verdere stappen worden gezet. Die procedures moeten worden gevolgd. Dat is het belangrijkste, mijnheer de voorzitter.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de eerste minister, er tekent zich in uw regering een patroon af. Minister Beenders had het over islamofobie, minister Prévot over genocide. Dat is verre van onschuldig. Het belasteren van de niet-moslim door hem valselijk te beschuldigen van islamofobie of discriminatie – of, erger nog, van genocide op moslims –, is wat men in de psychologie projectie noemt. De islam is een slachtoffercultus die de moslim afschildert als een structureel slachtoffer van de niet-moslim.

Die strategie maakt deel uit van de islamitische jihad: de moslim zal pas vrij zijn van islamofobie, zal pas niet meer worden gediscrimineerd, wanneer de islam domineert, wanneer de islamitische wet geldt en wanneer de niet-moslim onderworpen is aan de islam. Soumission .

Het is natuurlijk precies andersom: het is de islam die expliciet oproept om ons, de niet-moslims, te minachten, te bestrijden, te onderwerpen of te doden. Daarom blijf ik het zo merkwaardig vinden, mijnheer De Wever, dat u hebt verklaard dat de islam geen enge godsdienst is. Wat u eigenlijk had moeten zeggen – wat u zou moeten zeggen –, is wat de schrandere denker Sam Harris stelt: het probleem met het islamitisch fundamentalisme zijn de fundamenten van de islam. Dat betekent uiteraard niet – ik voeg het er maar bij voor de kwaadwillige verstaanders – dat elke moslim, elke zelfverklaarde moslim, problematisch is.

Tot slot moet ik uit dit debat helaas opnieuw concluderen dat deze regering zich de facto gedraagt als nuttige idioot van de islam, van de jihad, en dat onze samenleving dus blijft islamiseren.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, dat was eigenlijk een teleurstellend antwoord, want het vraagstuk is niet louter humanitair in de regio, maar gaat ook over wat het project van Israël in de regio is. Dat is een koloniaal project, een apartheidsproject. Dat geven ze zelf trouwens ook toe. Het gaat om het idee van kolonies die steeds verder uitbreiden: een koloniale staat in de 21ste eeuw. Daarop moeten sancties volgen.

Dat zegt ook de grote meerderheid van de naties ter wereld. Zij kijken naar het Westen, naar Europa en de Verenigde Staten, en vragen zich af hoe die hypocrisie zo kan blijven verdergaan. Wanneer het gaat over onze eigen belangen, onze eigen business, grijpen we wel in, zoals in Libië, Afghanistan, Syrië en Irak: bombardementen, boem, boem, boem. Als het gaat over het Palestijnse volk, is er echter plots geen akkoord meer te vinden. Die dubbele maatstaven zijn zo erg.

Daarom is het hoopgevend dat steeds meer mensen dat begrijpen. Honderdduizend mensen kwamen een paar weken geleden op straat in Brussel. Dat was een van de grootste betogingen van de voorbije jaren. Dat was niet voor niets. Heel veel mensen doorzien de hypocrisie van de regering, die er eigenlijk voor gekozen heeft om niets te doen. De N-VA, maar ook de andere partijen, ook linkse partijen die deel uitmaken van deze regering ... Nu, ik zal eerlijk zijn: de vivaldiregering heeft eigenlijk ook niets ondernomen. Dit conflict sleept al anderhalf jaar aan, maar er is toen ook geen enkele sanctie opgelegd. Geen enkele.

Or, vous le savez, pour le traité d'association avec Israël, l'unanimité n'est pas requise. Une majorité qualifiée suffirait amplement. Cela montre bien que le blocage est purement politique au niveau du gouvernement belge. Nous pourrions faire une coalition avec d'autres pays. Nous ne le faisons pas.

Il y a une différence entre ce qu'on fait pour le peuple palestinien et ce qu'on fait par rapport à d'autres régions dans le monde. Je crois que c'est cela qui explique que 100 000 personnes étaient dans les rues de Bruxelles. L’hypocrisie saute aux yeux de l'ensemble du monde. Le problème, c’est le projet d'Israël. C’est un projet colonial et d'apartheid. Je le rappelle: il s'agit de prendre des sanctions mais aussi d'arrêter le transit d'armes. Nous continuerons ce combat, monsieur le premier ministre.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de eerste minister, u zegt dat de eensgezindheid binnen de EU broos is. Dat is juist, maar het zou helpen als er eensgezindheid binnen de regering zou zijn, want die is er ook niet. Het zou echt helpen als minister Prévot niet steeds ten persoonlijke titel zou moeten spreken en als hij ook eens namens de regering zou kunnen spreken. Elke keer hij dat doet, krijgt hij echter de wind van voren van een parlementslid van uw partij, van collega Freilich. Het zou echt helpen als de regering eindelijk eens een duidelijk standpunt naar voren zou schuiven, zodat ook België opnieuw een standpunt heeft en in de ene of de andere richting een rol kan spelen op het Europese toneel.

Over één zaak ben ik het wel met u eens, namelijk dat procedures gevolgd moeten worden. Dat is juist. De hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, mevrouw Kallas doet dat ook. Het rapport is inmiddels opgeleverd en daaruit blijkt dat de mensenrechten geschonden worden. Zij zit nu aan tafel en het eerste window of opportunity om actie te ondernemen is volgende week. Volgens de procedure – waarmee we onze verdragen naleven – kan de Europese Unie dan voor het eerst een duidelijk signaal geven.

Het zou dan ook zeer goed zijn als de Belgische regering voor 15 juli al een Belgisch standpunt heeft. Wat mijn fractie en mijn partij betreft, is dat het opschorten van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël.

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, u zegt dat iedereen het erover eens is dat de humanitaire situatie die vandaag heerst in Gaza, dramatisch is. Dat klopt natuurlijk. De conclusie die u daar echter uit trekt, is dat we ons moeten focussen op humanitaire hulp. Die humanitaire hulp staat echter geblokkeerd aan de grenzen. Ze geraakt er niet door, omdat Israël die niet laat passeren. Meer nog, de Israëli’s nemen de hulpgoederen zelf in handen en schieten vervolgens op iedereen die humanitaire hulp komt vragen of voedsel probeert op te halen. Dat is de manier waarop Israël momenteel handelt.

U zegt dat het opschorten van het associatieakkoord geen zin heeft en dat we vooral moeten vragen aan Israël om de mensenrechten te respecteren. Hoelang zullen we nog blijven wachten en blijven vragen dat Israël de mensenrechten respecteert? Er is geen enkele intentie bij Israël om dat effectief te doen. Hun laatste plan is een emigratieplan waarbij ze honderdduizenden inwoners in een gesloten stad willen onderbrengen. Op langere termijn zullen alle Gazanen Gaza niet meer uit kunnen. Dat is hun laatste plan. Er is dus geen enkele intentie om de mensenrechten te respecteren.

Voor de Europese regeringsleiders blijft het evenwel business as usual. Doe maar door, we blijven samenwerken en handel drijven. Wat vragen de Belgen? Zeventig procent van de Belgen staat achter economische sancties tegen Israël. Wel, mijnheer de premier, ik vraag u dat u zich achter de Belgen schaart, achter de publieke opinie, en dat u mee economische sancties bepleit. Ik vraag u dat de Belgische regering zich volgende week bij de pioniers voegt, bij de landen die vragen dat het associatieakkoord wordt opgeschort. Het deel dat unaniem moet, unaniem, en het deel dat met een gekwalificeerde meerderheid kan, met een gekwalificeerde meerderheid. Er zijn al stappen die met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden ondernomen.

Voor Groen is het overduidelijk dat wie mensenrechten schendt, het moet voelen. Het akkoord opschorten is geen detail, het is het minimum. We moeten dat niet misschien doen, we moeten dat zeker doen. We moeten dat niet later doen, we moeten dat nu doen.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, vous avez raison sur un point: ce n'est pas la rupture ou la suspension de l'accord d'association avec Israël qui va améliorer immédiatement la situation humanitaire sur place. Cela étant, je pense qu'il est primordial que, la semaine prochaine, comme ce fut le cas lors du Conseil européen des Affaires étrangères il y a quelques semaines, la Belgique puisse, avec l'Espagne et l'Irlande, donner le ton pour essayer de trouver une majorité qualifiée en vue de le suspendre ou, à tout le moins, de prendre des sanctions à l'égard d'Israël.

La situation est inacceptable. Inacceptable pour l'histoire, notamment. Comme tous les É tats, nous sommes très attachés à nos territoires, et si on touchait ce territoire d'un millimètre, je pense que nous aurions des débats particulièrement chauds. En l'occurrence, on piétine le territoire, on piétine les droits humains, on ne permet pas à la population de se nourrir sans risquer sa propre vie. Et donc oui, nous attendons de la Belgique, indépendamment des différentes sensibilités, qu'elle entreprenne une action à moyen et à long terme et qu'elle contribue à trouver, au niveau européen, une majorité qualifiée, afin de prendre des sanctions non seulement économiques, mais aussi individuelles, face à certaines prises de position ou certains comportements qui sont totalement inacceptables.

Je suis d'accord avec vous, il ne nous appartient pas de déterminer s'il y a génocide ou pas, et je me garderais d'ailleurs bien de le faire. Il existe des instances dont c'est le travail et la compétence, mais nous devons, quoi qu'il en soit, avoir la volonté à la fois d'intervenir pour le droit humanitaire, pour faire en sorte que l'approvisionnement puisse avoir lieu dans les plus brefs délais et que des sanctions soient prises lorsque ce n'est pas le cas, et il faut reconnaître que ce n'est vraiment pas le cas.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, je suis un peu choqué par les accusations de mensonge que vous avez relayées sans les étayer à mon égard. Je vais relire le début de ma question. "Vous avez récemment exprimé publiquement votre opposition à la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, prétextant qu'il ne s'agissait pas de l'urgence actuelle et que cela n'aurait pas d'effet immédiat sur l'approvisionnement de l'aide humanitaire." Bon. Alors, selon l'agence Belga, lors de son arrivée au Sommet européen, Bart De Wever a reconnu que la situation humanitaire dans la bande de Gaza était inacceptable et qu'elle devait s'améliorer, en précisant toutefois que la suspension de cet accord n'y changerait rien à court terme. Et puis, je lis: "Que le premier ministre dise qu'il n'est pas un chaud partisan, c'est son point de vue personnel. Ce n'est ni le point de vue du Parlement, ni ce que les partis de l'Arizona ont convenu. Nous allons examiner l'accord d'association. C'est une demande explicite de la Belgique et le ministre des Affaires étrangères, Maxime Prévot, avait ce mandat. Nous allons en tirer les conclusions." C'est ce qu'a expliqué Mme Van Hoof, présidente cd&v de la commission des Affaires étrangères. Donc, qui ment dans cette pièce? Qui ment? Certainement pas moi! Quant aux faits que vous avez cités concernant votre ministre Vandeput, on peut y revenir factuellement avec tous les éléments. Et, s'il faut faire une commission d'enquête, je suis un chaud partisan. Et vous verrez qui sera le menteur, le Pinocchio de cette commission. Certainement pas moi! Moi qui pensais que vous étiez quelqu'un qui gardait ses nerfs, je m'étonne que vous utilisiez l'argument des faibles, l'argument de la personne qui est aux abois et qui ne sait plus comment réagir face à un gouvernement dont la cacophonie n'a jamais été aussi grande. Au lieu d'attaquer un parlementaire de base, jouez votre rôle de premier ministre, demandez des sanctions, demandez qu'on interdise les produits des colonies! Pour ce qui est de l'article 79, on peut aussi dire que l'Union européenne a déjà communiqué ses observations sur les violations des droits humains d'Israël lors du Conseil d'association en février dernier. Mais, en février dernier, où étiez-vous? Vous étiez totalement absent!

De Amerikaanse invoerheffingen
De stand van zaken met betrekking tot de Amerikaanse invoerheffingen
Trump en de douanetarieven
Amerikaanse invoerheffingen en douanetarieven onder Trump

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s afhankelijkheid van de VS en de noodzaak tot diversificatie van handelspartners door Trumps dreigende invoerheffingen (tot 200% op farmacie, staal, halfgeleiders). De Wever bevestigt dat Europa onder druk staat, maar ziet kansen in vrijhandelsakkoorden (Mercosur, India, CETA) en interne marktversterking om de VS-afhankelijkheid te verminderen, hoewel een "middelmatig akkoord" met Trump beter is dan een handelsoorlog. Hedebouw waarschuwt dat de VS hun economische dominantie met militaire middelen willen behouden, pleit voor een alliantie met BRICS-landen om de dollardominantie te doorbreken, en vreest dat Europa’s aarzeling tot een inter-imperialistische oorlog kan leiden. Beide benadrukken de urgentie van een strategische heroriëntatie, maar verschillen in optimisme over Europa’s bereidheid daadwerkelijk te breken met de VS.

Voorzitter:

Mevrouw Verkeyn is afwezig. Mijnheer Hedebouw, u hebt opnieuw het woord.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de minister, ik dacht dat mijn collega's erbij gingen zijn voor mijn laatste vraag, maar goed. Het betreft een discussie over de invoerheffingen van Trump. Mijn vraag is natuurlijk een beetje gedateerd, het onderwerp is nu opnieuw in de actualiteit. We stellen vast dat Trump ons nog steeds laat wachten op een definitieve beslissing.

Ik heb een duidelijke vraag. Is er binnen de federale regering naar aanleiding van de sancties die Trump ons oplegt via zo'n hoge tarieven een strategische discussie gaande over het feit dat we een diversificatie moeten hebben van ons commercieel en economisch beleid? Onze afhankelijkheid van de Verenigde Staten op het vlak van wereldhandel dreigt ons immers in de komende weken, maanden en jaren duur te zullen kosten.

Mijnheer de minister, is het niet het geschikte moment om onze commerciële partners wereldwijd te diversifiëren? Dat lijkt enigszins haaks te staan op bepaalde recente uitspraken over een nieuwe Koude Oorlog enzovoort. We stellen vast dat Trump zich ook nerveus opstelt tegenover de BRICS-landen, die bezig zijn met het uitbouwen van een zekere autonomie, zowel op monetair als op economisch vlak.

Wat verwacht u van Trumps beslissing? Is er al een inschatting of projectie binnen de federale regering? Ik besef dat dat een moeilijk vraagstuk is. Bestaat er binnen de federale regering een duidelijke visie over diversificatie van onze commerciële partners en over het stoppen van onze afhankelijkheid van de Verenigde Staten, onder andere rond dit vraagstuk?

Bart De Wever:

We hebben deze discussie vanochtend eigenlijk al grotendeels gevoerd tijdens de debriefing van de laatste Europese Raad. De onderwerpen die u aanhaalt, zijn daar breed besproken. De vraag blijft natuurlijk hoe het zal aflopen met het tarievenvraagstuk.

Iets zegt mij – dan zeg ik meer dan vanmorgen – dat het nooit goed zal zijn. Ik denk niet dat we nog aan het reciprocal tariff van 10 % zullen ontsnappen en dat we al blij mogen zijn als het daarbij blijft. Dat noopt ons er uiteraard toe om ernstig na te denken over de elementen die u opwerpt.

Onze belangrijkste handelspartner zegt immers dat hij zijn eigen consumenten wil belasten met 10 %, want dat is het eigenlijk: een belasting voor Amerikaanse consumenten, in de hoop dat de industrie zich daardoor zal verplaatsen en naar de VS zal terugkeren. Daarbij gaat men dan ook nog eens strategische sectoren viseren: de automobielindustrie, staal, aluminium, farmaceutische producten en halfgeleiders. Ik vergeet er nog een. De vraag rijst dan of het akkoord wel alle sectoren zal dekken en of we daarover niet opnieuw zullen moeten onderhandelen.

Er wordt zelfs gedreigd met tarieven tot 200 % in de farmaceutische sector. Daarbij wordt een redenering bovengehaald die allesbehalve logisch is. Over de verkoopprijs van geneesmiddelen kan men veel zeggen – ik zal uw mond niet openbreken, of we zitten hier morgen nog, en overmorgen ook –, maar zeggen dat het de schuld zou zijn van de Europese handelspraktijken dat medicijnen in Amerika duurder zijn, is onzin. Als men die onzin aan de eigen publieke opinie presenteert en die mensen dat geloven, dan worden zaken als heel hoge tarieven plotseling denkbaar en is het einde van onze miserie nog niet in zicht. We krijgen dan een feuilleton van ellende dat maar blijft duren.

Dat noopt inderdaad – u hebt uw vraagstelling veranderd, en ik zal ze niet ontwijken – tot reflecties over onze waardeketens in de wereld en de vraag of we die kunnen diversifiëren. Er tekent zich inderdaad een beeld af, zoals ik vanmorgen ook aangaf, waarbij heel Europa zich die vragen stelt. We hebben daar op de laatste vergadering van de Raad een open discussie over gehad. Die was niet direct gebonden aan conclusies of beslissingen, maar dat zijn vaak de interessantste gesprekken, omdat men dan een libre échange van ideeën krijgt.

Daarbij stelt men toch een evolutie vast. Landen die traditioneel hun sectoren sterk willen afschermen ten opzichte van opkomende economieën zoals de ASEAN-landen, India of Latijns-Amerika, heroverwegen nu hun positie. Plots kijken ze of ze toch niet over hun schaduw willen stappen en bijvoorbeeld de handelsovereenkomst met Mercosur willen ratificeren, waar al twintig jaar over wordt gediscussieerd. Ze vragen zich plots af of CETA, dat eerder op verzet stuitte maar intussen zeer positief is geëvalueerd, toch niet de richting is die men wil inslaan. Ze vragen zich af of we niet meer toenadering moeten zoeken tot landen als India en er akkoorden mee moeten sluiten. In een wereld die steeds meer bipolair wordt, met aan de ene kant China, met Rusland als vazalstaat, en aan de andere kant de VS, is India op zoek naar partners die bieden waar Europa sterk in is: rechtszekerheid, stabiliteit, respect voor de democratische rechtsstaat en multilateralisme.

De diversifiëring van de waardeketens leidt nu al tot beslissingen, hier in Europa en ook in andere delen van de wereld, waarbij contracten worden toegewezen. Ik moet voorzichtig zijn want ik wil de realiteit of lopende commerciële besprekingen niet beïnvloeden, maar sommige onderhandelingen kunnen nu bijna afgerond worden, terwijl ze een paar jaar geleden wellicht niet in die richting zouden zijn geëvolueerd.

Dat is dus interessant. Dat is op zich de opportuniteit die voortkomt uit de druk waaraan Europa momenteel onderhevig is. We staan onder druk, en dan kunnen er twee dingen gebeuren. Men kan in alle richtingen stuiven, maar men kan ook samengedrukt worden. Ik probeer optimistisch te zijn – dat is niet mijn natuur –, maar ik heb de indruk dat op dit moment het grootste deel van Europa wordt samengedrukt en dus eigenlijk over de schaduw van particuliere belangen heen kijkt naar vraagstukken zoals het voltooien van de interne markt en het wegwerken van interne handelsbarrières, op goederen, maar zeker ook op diensten. We worden ook samengedrukt op het vlak van vrijhandelsakkoorden – neem nu Mercosur –, tot op een punt waarop we beseffen dat we vooruit moeten en ons minder afhankelijk moeten maken van handelsstromen zoals we die traditioneel altijd hebben gekend.

Trouwens, het gaat niet alleen over opkomende economieën. Ook volwassen economieën, zoals Canada, Australië en Japan, sluiten zich bij die beweging aan. Dat is een heel interessante evolutie om de komende maanden en jaren verder te verkennen.

Ik rond af, want ik zie dat ik zwaar over de tijd ga.

Ik weet niet hoe het zal aflopen met de tarievenoorlog. Ik denk dat we moeten hopen op een akkoord. Een akkoord, zelfs een middelmatig akkoord, is beter dan een goede oorlog, want een goede oorlog betekent voor een open exporteconomie dat wij de eerste klappen krijgen. Laat ons realistisch zijn, want de haven van Antwerpen is de first port of call voor Noord-Amerika. Er is dus heel veel trafiek. Wij hebben een handelstekort met de Verenigde Staten, zowel in goederen als in diensten, en zij weten dat maar al te goed. Wij zijn zeer sterk blootgesteld in de farmaceutische sector en, samen met Nederland, ook in halfgeleiders, maar zeker in de farmasector. In nominale termen bestaat 25 % van onze export naar de Verenigde Staten uit farmaceutische producten. Als we dus naar een handelsoorlog evolueren, dan weten we één ding zeker: wij krijgen de eerste klappen. Zelfs als we die oorlog uiteindelijk zouden winnen, krijgen we op korte termijn klappen. België is dus gebaat bij een akkoord. Zelfs een middelmatig akkoord is voor ons beter dan een goede oorlog.

Dat ontslaat ons echter niet van de diepere oefening om hier lessen uit te trekken. De militaire afhankelijkheid waarin we ons bevinden, heeft onze positie tegenover de Verenigde Staten sterk verzwakt. We kunnen hun capaciteiten op het terrein niet vervangen, zelfs niet als we dat zouden willen. Dat versterkt uiteraard onze positie in dit debat niet. We hebben dus nog huiswerk te doen om onszelf te versterken.

Het militaire debat hebben we gevoerd. Commercieel moeten we ons huiswerk nog doen, onder meer door onze interne markt te versterken. Vanuit die sterke positie kunnen we dan naar de rest van de wereld kijken om te zien of er geen nieuwe vrienden zijn die we zouden kunnen leren kennen of oude vrienden die we nog veel beter zouden kunnen leren kennen en verkennen.

Ik hoop dat het de komende tijd die richting uitgaat. Het regeerakkoord is een beetje wishy-washy over Mercosur, maar ik hoop dat we in die beweging ook intern de kracht vinden om te zeggen dat bepaalde sectoren weliswaar geaffecteerd zullen worden als men vrijhandel zou organiseren, maar dat we er aan het einde van de rit allemaal samen sterker uit zullen komen, mits goede akkoorden.

Mijn excuses voor de overschrijding van de spreektijd, maar ik vind dit een belangrijk debat.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, ik wil u bedanken u dat u de tijd nam om de strategische discussie te voeren. We moeten dat meer doen in dit Parlement.

De wereld is effectief aan het wankelen. Wij hebben in de jaren '60, '70, '80 en '90 vanuit Europa, en vooral vanuit de Verenigde Staten, de economieën van het Zuiden platgebombardeerd met dumpingprijzen, of het nu ging over landbouwproducten, met de PAC, of over technologieën, de overheersing van het Westen op de Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen was heel groot. Het IMF is veel tussengekomen in al die landen. Op de vrije markt was het ordewoord van de Amerikanen, en deels ook van de Europeanen, toen wel om al die economieën plat te concurreren.

Wat er nieuw is sinds de Tweede Wereldoorlog – of zelfs ervoor, want in de tijd van de koloniën was dat ook niet het geval –, is dat de zuiderse landen op technologisch en industrieel vlak sterker beginnen te staan dan de Verenigde Staten. Dat is een nieuw gegeven, mijnheer de eerste minister. Wat doen Amerikanen dan op defensief vlak? Wat doet een economische wereldmacht als ze economische industrie verliezen? Dan beginnen ze een tarievenoorlog om hun eigen economie te versterken.

Ik denk dat Europa daarin een keuze moet maken. Al die landen in het Zuiden zijn het beu dat de wereldeconomie – daarom draait het bij al die oorlogen – vandaag gebaseerd is op de totale dominantie van de dollar. Daaraan komt een einde, mijnheer de eerste minister. De discussie is wat Europa dan gaat doen. Gaat Europa de Amerikanen volgen, zowel op militair als op economisch vlak, of niet?

Ik voel bij de Europese Commissie niet dat er veel wil is om onafhankelijk te zijn. U zegt dat er stilaan vooruitgang is, dat er discussie is – u bent aanwezig aan de tafel, u voelt dat er beweging is –, maar ik voel toch dat Europa nog steeds hoopt que nous allons tirer notre épingle du jeu avec les Américains au détriment du reste du monde. Ik denk dat dat gaat mislopen, mijnheer de eerste minister.

Ik vind dat Europa tegenover de BRICS-landen en de zuiderse landen een actieve rol moet spelen, want de Amerikaans gedomineerde wereld komt aan zijn einde. De Amerikanen gaan dat met militaire ingrepen proberen op te lossen.

Une superpuissance économique qui perd son pouvoir, c’est cela qui mène aux guerres mondiales. Elle va compenser sa faiblesse économique par la force militaire. Monsieur le premier ministre, si nous rentrons là-dedans, nous allons vers la guerre inter-impérialiste.

Je sens une ouverture, parce que l’Europe n’est plus dominante comme elle l’était après la Seconde Guerre mondiale, et certainement avant la Seconde Guerre mondiale. Nous devons saisir cette opportunité et tendre la main aux pays du Sud, quels que soient les régimes intérieurs de ces pays. Nous n’allons pas les juger sur leurs politiques intérieures. Au niveau international, nous avons besoin de trouver un autre concert des nations. Sinon, ce sera la guerre.

Ce qu'il s’est passé ces dernières semaines au Moyen-Orient, au Proche-Orient, ce que les Américains veulent faire avec la Chine et toute la région indo-Pacifique, si l’Europe suit, ce sera la guerre. Ces pays du Sud ne vont pas se laisser faire, monsieur le premier ministre.

Je sens une ouverture, en tout cas au débat. Je sens que les lignes ne sont pas figées. C’est pour cela que nous prenons un peu le temps aujourd'hui, et je vous remercie. J'espère que ce débat pourra se poursuivre dans les semaines et les mois à venir.

Voorzitter:

Mijnheer Hedebouw, uw volgende vraag gaat over "de tragere indexering van de uitkeringen" (56004487C)

Raoul Hedebouw:

Monsieur le président, je souhaite transformer cette question en question écrite. Je croyais que plus de collègues seraient présents ici aujourd'hui. Je ne vais pas monopoliser la parole.

Het verslag van het Rekenhof en de gemotoriseerde capaciteit van Defensie
Het rapport van het Rekenhof over het CaMo-project
Het verslag van het Rekenhof over het CaMo-aankoopdossier
Het rapport van het Rekenhof over het CaMo-aankoopdossier
De opvolging en de verificatie van de economische return binnen het CaMo-programma
De economische return van het CaMo-programma
Het bezoek van de minister van Defensie aan Frankrijk in het kader van het CaMo-rapport
De opvolging van het CaMo-dossier en de aanbevelingen van het Rekenhof
De modernisering van het materieel voor de genie in het kader van het CaMo-programma
Het rapport van het Rekenhof over de gemotoriseerde capaciteit van Defensie (CaMo)
Het CaMo-programma
Een eventuele gemotoriseerde capaciteit (CaMo) op Europese schaal
De follow-up van het rapport van het Rekenhof betreffende het CaMo-project
Het CaMo-project
Evaluatie en opvolging van het CaMo-programma door het Rekenhof en Defensie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om kritiek op het CaMo-project (aankoop 600 gepantserde voertuigen met Frankrijk), waar de kostprijs vertienvoudigde (van €1,5jrd naar €15jrd) en economische return uitbleef door gebrek aan bindende afspraken en transparantie, zoals het Rekenhof aantoonde. Minister Francken verdedigt het project als noodzakelijke Europese defensiesamenwerking, erkent fouten in governance (geen artikel 346, onduidelijke lifecycle-kosten) en belooft een bindend regeringsakkoord met Frankrijk (september 2024) voor betere return en transparantie, maar sluit extra bestellingen niet uit. Kritiekpunten blijven: budgettaire risico’s (2%-norm NAVO), gebrek aan afdwingbare industriële voordelen voor Belgische bedrijven, en twijfels over strategische keuzes (lichte vs. gemechaniseerde brigade, focus op Afrika i.p.v. Oekraïne). Oppositie eist strengere controle en integratie Rekenhof-aanbevelingen in toekomstige defensieplannen.

Voorzitter:

Mevrouw Maouane is afwezig, dus verleen ik het woord aan collega Aerts.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, we hebben een discussie gehad naar aanleiding van het gelekte rapport van het Rekenhof. Ondertussen heeft het Rekenhof dat rapport toegelicht en daarna hebben we de militairen gehoord.

Wat ik voorspeld had, is effectief gebeurd. Vanuit militaire hoek heeft men alle zaken weerlegd die het Rekenhof aanhaalde. Het is jammer dat we dan geen repliek van het Rekenhof konden krijgen, want we hadden dat eigenlijk al vastgesteld in het rapport zelf. De militairen hebben de kans gekregen om te reageren op de kritiek van het Rekenhof en dan vernamen we wat er in het rapport stond. Alleen weerlegde dat rapport heel wat van de kritieken die vooraf werden geformuleerd vanuit Defensie en werd gezegd dat het Rekenhof het daar niet mee eens is en blijft vasthouden aan zijn standpunten.

Mijnheer de minister, hoe evalueert u het rapport van het Rekenhof? Kiest u telkens de kant van Defensie? Van welke punten vindt u dat het Rekenhof ze op een goede manier heeft aangehaald? Wat is uw evaluatie van dat rapport?

Bent u bereid om voortaan bij grote investeringen een realistische totaalraming voor te leggen, inclusief alle afgeleide kosten? Zult u structurele maatregelen nemen om toekomstige dossiers transparanter, beheersbaarder en controleerbaar te maken? Tot slot, hoe zult u ervoor zorgen dat de engagementen inzake de terugverdieneffecten worden nagekomen?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, en 2018, le gouvernement de Charles Michel avait décidé d'équiper le pays d'une nouvelle capacité motorisée et d'acheter des véhicules de combat blindés. Cet achat a été conclu dans le cadre d'un partenariat stratégique avec la France. Nous avons appris que cet achat avait finalement coûté dix fois plus cher qu'initialement prévu. De 1,5 milliard d'euros prévus sous le ministre Vandeput, nous sommes passés à quelque 15 milliards d'euros aujourd'hui.

Au-delà du débat budgétaire cinglant que nous pourrions avoir, je suis frappé par la tonalité particulièrement critique du rapport de la Cour des comptes quant à la manière dont ce contrat a été conclu sur les aspects relatifs aux retours sociétaux: aucune clause contraignante n'avait été prévue, l'article 346 n'a pas été activé et l'absence d'un organe représentatif conjoint des industriels belges et de la Défense belge a compliqué leur implication au moment de la définition du retour. À l'époque, nous avions largement dénoncé ce qui apparait aujourd'hui comme des constats alors qu'il est trop tard; même si, comme le souligne la Cour, de nombreuses initiatives ont été prises par la ministre qui vous a précédé pour rattraper ce dossier, notamment en vue de la maintenance et de l'assemblage des véhicules – désormais assurés en Belgique –, mais aussi à travers la mise en œuvre de la DIRS pour en tirer les leçons.

Monsieur le ministre, comment expliquez-vous que ni vous ni votre collègue en charge de l' É conomie n'ayez répondu aux questions de la Cour? Comment analysez-vous ce rapport cinglant sur la manière dont ce partenariat a été conclu sous le gouvernement de Charles Michel? Comment répondez-vous à la Cour qui met en garde contre un risque d' "éviction budgétaire" du budget de la Défense qui vient s'ajouter au trou budgétaire déjà dénoncé dans le budget à l'horizon 2029? Enfin, comment comptez-vous pleinement intégrer les recommandations en vue de votre future loi de programmation militaire?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, we hebben over het CaMo-programma en het rapport van het Rekenhof al uitvoerig kunnen debatteren, eerst met het Rekenhof, vervolgens met de defensiestaf. Die gedachtewisseling met de defensiestaf was al zeer verhelderend voor veel van de vragen die ik aan u had gericht, maar ik wil u toch nog een aantal politieke vragen stellen.

Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de eerste minister en de president van Frankrijk. Op 12 juni vond ook een gesprek plaats tussen u en de Franse minister van Defensie. Er werd gecommuniceerd dat er tegen september een nieuw akkoord tussen België en Frankrijk zou komen om het militaire verbond te lijmen en te verbreden. Hoe zal dat toekomstige akkoord eruitzien? Waarover zal het precies gaan? Betekent dit een uitbreiding van het CaMo-partnerschap? Betekent dit dat er aanpassingen komen aan het huidige contract?

We weten immers dat er afspraken gemaakt worden rond economische return. De FOD Economie gaf aan dat daaraan op dit moment nog niet voldoende tegemoetgekomen is voor de Belgische Staat. Gaat het nieuwe akkoord daarover? Of betreft het een uitbreiding van een toekomstig project? Kunt u daar wat meer toelichting over geven?

Dan heb ik een vraag over de toekomst. Met het CaMo-project, met dat strategische partnerschap, zijn we een bepaalde richting ingeslagen. Daarover valt veel te zeggen. Zeker op X zijn er heel veel mensen te vinden die het een foute keuze vinden. We zijn die weg nu ingeslagen en we hebben op dit moment geen andere optie meer. Volgende week rolt de eerste van de band. We mogen die dan gaan bekijken.

Ik wil het daarom hebben over de toekomst. Als ik uw tweet goed gelezen heb, met een samenvatting van uw strategische visie, die nog niet afgeklopt is, maar waarin we vorige week al een eerste inkijk hebben gekregen, ga ik ervan uit dat u het CaMo-project en het strategische partnerschap met Frankrijk in de toekomst verder wilt uitbreiden.

Klopt dat?

Ten tweede, we hebben al vaak gediscussieerd over de keuze tussen rupsen en wielen. Welke keuze moeten we nu precies maken? Er valt voor beide systemen iets te zeggen. Als u zegt dat u verdergaat op het pad van dat strategisch partnerschap met Frankrijk, betekent dat dan dat u definitief voor de gemotoriseerde capaciteit kiest? Of is er op middellange termijn nog ruimte om te kijken naar gemechaniseerde capaciteiten?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, ik wil verdergaan op het laatste punt van collega Vander Elst. Dat is ook gebleken uit het debat en de hoorzittingen die we hier enige tijd geleden met Defensie hebben gehad. Die hoorzittingen vond ik overigens zeer goed. Defensie heeft echt de moeite genomen om op heel wat vragen te antwoorden. Ze hebben ook een inkijk gegeven in hun visie op waarom CaMo een belangrijk project is. Daaruit is duidelijk gebleken dat er bij Defensie zeker een opening is om in de toekomst, wanneer er werk wordt gemaakt van een extra brigade, eventueel na te denken over een gemechaniseerde capaciteit en dus niet alleen met een gemotoriseerde capaciteit te werken. Die opening was er duidelijk.

Tijdens de hoorzittingen zijn er heel wat vragen gesteld, zowel aan het Rekenhof als aan Defensie. We hebben daar allemaal veel uit geleerd. Wat mij het meest uit de antwoorden van de defensiestaf is bijgebleven, is dat men daar ook lessen uit trekt. Men heeft ons gegarandeerd dat bij toekomstige grote aankopen die er de komende jaren aankomen, men in de mate van het mogelijke rekening zal houden met de opmerkingen van het Rekenhof. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het berekenen van de lifecyclekosten en het transparant rapporteren aan dit Parlement en de regering.

Ik heb nog een vraag. Dat is niet zozeer een politieke vraag, maar een vraag die alleen u kunt beantwoorden, mijnheer de minister. Het is hier al gezegd. De premier heeft een gesprek gehad met president Macron. U hebt een gesprek met uw Franse ambtgenoot, minister Lecornu, gehad. Wat was het resultaat daarvan? U hebt daarover al een tipje van de sluier opgelicht op de sociale media, maar kunt u vandaag, in deze commissie, iets meer toelichting geven over de mogelijke verbeteringen op het vlak van de economische return voor dit belangrijke project voor de toekomst van onze landmacht?

-

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, we weten ondertussen dat het Rekenhof ernstige tekortkomingen heeft blootgelegd in het CaMo-dossier. De totale kostprijs blijkt vele malen hoger dan het oorspronkelijke aankoopbedrag van anderhalf miljard euro. Hoewel bepaalde levensduurkosten wellicht zijn doorgerekend, zijn die allesbehalve transparant en volledig duidelijk gecommuniceerd aan het Parlement en dat is toch wel problematisch.

Ook de economische return blijft ver onder de verwachtingen, omdat er geen bindende afspraken zijn met de Franse partner. U bent naar Parijs gereisd voor overleg met uw Franse collega met de ambitie om tegen september een nieuw akkoord te sluiten. Dat akkoord moet niet alleen het militaire partnerschap versterken, maar ook zorgen voor een echt afdwingbare meerwaarde voor onze bedrijven en belastingbetalers.

Ik heb daarover enkele vragen.

Wat zijn voor u de belangrijkste krachtlijnen en harde garanties die u in dat akkoord met Frankrijk absoluut wil verankeren?

Hoe zult u ervoor zorgen dat niet alleen FN Herstal, maar ook andere Belgische en dan vooral Vlaamse defensiebedrijven vanaf het begin maximaal betrokken worden?

Wat beschouwt u als een realistische, maar ook noodzakelijke economische return? Liggen daar concrete cijfers of minimumdoelen op tafel die u wil vastleggen?

Ten slotte, hoe zult u garanderen dat de aanbevelingen van het Rekenhof deze keer wel allemaal worden meegenomen, zodat we niet bij een volgende keer voor verrassingen komen te staan en zodat de levenscycluskosten en return volledig transparant en controleerbaar zijn?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, dans le cadre du programme CaMo, une coopération forte s'est mise en place au niveau des unités de génie, liée à l'acquisition des Griffon "Génie" par la composante terre.

Le 19 juin 2024, le commandant de la Composante Terre a signé avec le chef d'état-major de l'armée de Terre française l'objectif d'état-major pour l'acquisition en commun de l'engin du génie de combat (EGC). L'EGC est le moyen d'appui au combat (MAC) du programme Scorpion en France. Pour ce programme, CNIM Systèmes industriels s'est associé à Texelis et à KNDS France pour proposer l'Auroch, un véhicule d'aménagement du terrain de type 8 x 8, capable de fournir un appui à la manœuvre des unités de mêlée.

En Belgique, il remplacera partiellement le char Pionnier. Si je comprends bien, ils complèteront également les quatre Armoured Combat Engineer Vehicle (ACEV) de JCB. Les premières livraisons des EGC étaient prévues pour 2030.

Au mois de février 2025, l'armée de Terre française a annoncé un programme de modernisation de ces unités de génie comprenant notamment 60 robots d'investigation pour le déminage, qui seront opérés à partir de blindés Griffon, et l'attribution du contrat de l'EGC, 200 exemplaires étant prévus. Ceci s'ajoutait à l'achat de 30 engins de bréchage mécanique de zone minée.

Monsieur le ministre, où en est la modernisation de nos unités de génie, qui fournissent un appui essentiel aux autres unités? Le contrat de commande des EGC est-il définitivement conclu avec des dates claires de livraison?

D'autres commandes sont-elles envisagées le cadre de cette modernisation? Si oui, pour quel types d'engins?

Au-delà des Griffon "Génie" et maintenant de l'EGC, y a-t-il une coopération sur d'autres engins spécialisés dans le cadre de CaMo?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, la Cour des comptes a été auditionnée en commission sur son rapport concernant le programme CaMo. Un rapport accablant. En 2018, il faut se rappeler que le gouvernement Michel décidait d'un partenariat stratégique avec la France pour moderniser notre capacité motorisée. Le coût annoncé à l'époque était de 1,5 milliard. Le coût réel aujourd'hui s'élève à 14,7 milliards.

Dix fois plus, un gouffre, un gouffre laissé par notre collègue M. Vandeput. Mais le scandale, il n'est pas que budgétaire, monsieur le ministre. La Cour dénonce aussi un montage bâclé sur le plan industriel et sociétal. Aucune clause contraignante, pas d'activation de l'article 346, aucun organe représentatif belge associé, ni pour la Défense ni pour nos entreprises. Tout cela a mené malheureusement à une implication belge minimale dans un projet pourtant colossal. À l'époque, mon groupe avait alerté.

Aujourd'hui, ce sont malheureusement des constats. Et il est trop tard. La Cour reconnaît également dans ce même rapport des efforts, entre autres de votre prédécesseuse, Ludivine Dedonder, pour rattraper le coup, notamment via la DIRS ou l'assemblage et la maintenance prévus en Belgique. Mais cela reste malheureusement un pansement sur une plaie mal refermée.

Monsieur le ministre, pourquoi ni vous ni votre collègue de l' É conomie n'avez jugé utile de répondre aux questions de la Cour? Quelle est votre lecture de ces rapports qui pointent de lourdes défaillances dans la gestion du partenariat? Que répondez-vous à l'alerte sur le risque d'éviction budgétaire qui met en péril les équilibres de budget Défense à l'horizon 2029? Et surtout, comment comptez-vous intégrer les recommandations de la Cour dans votre future loi de programmation? Je vous remercie d'avance de vos réponses.

Koen Van den Heuvel:

We hebben inderdaad interessante hoorzittingen gehad met het Rekenhof en met Defensie. Het CaMo-dossier is belangrijk, omdat het een testcase is voor het draagvlak bij de bevolking voor de extra miljarden defensie-uitgaven en voor de geloofwaardigheid. Daarbij gelden volgende principes: transparantie, efficiënte besteding van de middelen en, wat ons betreft, een versterkte Europese samenwerking. Uit het kritische Rekenhofrapport blijkt dat er ruimte voor verbetering is.

Hoe zult u de aanbevelingen van het Rekenhof uitvoeren? Voor Life Cycle is dat al gebeurd en gisteren zagen we in de commissie Legeraankopen in elk dossier niet alleen de investeringskosten, maar ook de onderhoudskosten opgelijst, ook al ging het daarbij om kleinere investeringen. Hoe dan ook is het een stap in de goede richting.

Ook moet er van in het begin rekening worden gehouden met de DIRS. Hoe ziet u dat? Moeten er aanpassingen gebeuren, moet de structuur verstevigd worden?

Wat de return betreft, u en de eerste minister hadden de voorbije weken contacten met Frankrijk. Hebt u respect en begrip ondervonden of is het kleine België in het grote Parijs toch wat in de hoek gezet?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, le contrat CaMo initial, portant sur l’achat de 442 véhicules blindés en France, ne coûtera pas 1,58 milliard d’euros aux contribuables belges, comme cela avait été annoncé au départ, mais bien plus de 14,7 milliards d’euros. La Cour des comptes a d’ailleurs formulé plusieurs critiques sur cet achat, soulignant des problèmes dans le contrat lui-même ainsi que dans la méthode de calcul du projet.

Aujourd’hui, dans le cadre de la vision stratégique, des véhicules blindés supplémentaires seraient acquis dans le cadre du partenariat CaMo avec la France.

Nous avons déjà discuté en détail de ce dossier. Je vais donc me concentrer ici sur quelques questions concernant l’extension du projet CaMo.

Vu que les montants peuvent se multiplier par 10 "comme par magie", les coûts du cycle de vie des nouveaux véhicules CaMo augmenteront-ils le budget de la Défense au-delà des 2 % du PIB? Existe-t-il une transparence totale vis-à-vis de la Cour des comptes concernant cet achat? Allez-vous utiliser l’article 346 dans le futur contrat afin d’imposer contractuellement des retombées socio-économiques, comme le recommande le SPF Économie? Finalement, puisque tout cela est justifié par la crainte d’une éventuelle attaque de M. Poutine, pourquoi choisit-on d’acheter des véhicules qui sont principalement conçus pour être déployés en Afrique?

Monsieur le ministre, je suis impatient d’entendre vos réponses.

Koen Metsu:

Iedereen is het er wel over eens dat het rapport van het Rekenhof een heel waardevol document is. We moeten vaststellen dat het CaMo-project initieel in een volledig ander tijdperk, in een volledig andere context, tot stand gekomen is. Als we dan een paar jaar overslaan, komen we bij het NATO Defence Planning Proces, Vilnius, 2023, proces waarin nog eens duidelijk gestaafd werd dat we een gemotoriseerde brigade en ook een lichte brigade nodig hebben. Een bilaterale samenwerking met Frankrijk is welgekomen. Kan het beter? Ik meen inderdaad dat het veel beter kan.

Wat ik alvast merk, is dat, nadat we het debat destijds met getrokken messen zijn gestart en de woorden niet scherp genoeg konden zijn, we nu min of meer op dezelfde lijn aan het komen zijn, zelfs over meerderheid en oppositie heen. Ja, we moeten transparanter zijn, ja, we moeten het dossier kritisch bekijken. De experts hebben intussen wel duidelijk gemaakt dat er absoluut geen sprake meer is van bodemloze putten, gelukkig.

Mijnheer de minister, ik had het over Vilnius, 2023. Dan was dus ten tijde van de vivaldiregering. Ik vind het heel jammer dat uw voorgangster, mevrouw Dedonder, hier nu niet bij de discussie aanwezig is – ze is hier vandaag vijf minuten geweest en haar verwijt dat u te weinig aanwezig bent, terwijl u niet zeer toegankelijk en zelfs oproepbaar bent, is dus wel wat cynisch. Waarom had ik mevrouw Dedonder graag in het debat gehoord, en niet haar collega's, die nu de kastanjes uit het vuur moeten halen? Dat is omdat over CaMo2 en CaMo3 natuurlijk ook heel wat te zeggen valt.

Mijnheer de minister, we kijken naar de toekomst. Het verleden ligt achter ons. CaMo4 zal volledig uw verantwoordelijkheid worden. We hebben onze lessen geleerd. Hoe gaat u ermee om?

Theo Francken:

Je vous remercie pour les questions. Nous avons déjà eu à plusieurs reprises des discussions sur le projet CaMo.

Laten we beginnen bij het begin. Persoonlijk ben ik van oordeel dat de keuze voor het CaMo-partnerschap zeker te verantwoorden was.

Wanneer we het over Europese defensie hebben, spreken we altijd over samenwerking op Europees niveau, over Europese defensieprogramma's. Op verschillende domeinen werken we reeds samen, bijvoorbeeld met de marine bij de aankoop van onze mijnenbestrijdingsvaartuigen. Ook met onze fregatten nemen we deel aan Europese projecten. Daarnaast zijn we betrokken bij het European Sky Shield Initiative en nog tal van andere Europese initiatieven. We zijn ook observator in het SCAF-programma. De lijst is lang.

Destijds heeft de regering, waar ik deel van uitmaakte, weliswaar bevoegd voor migratie en niet voor defensie, toen er over de aankoop van 34 Amerikaanse F-35's, waar niet iedereen enthousiast over was – de oppositie was zelfs faliekant tegen – geoordeeld dat er minstens een Europees samenwerkingsproject in het licht van een Europese defensie moet komen. Dat werd dus CaMo, het gemotoriseerde Scorpionverhaal met Frankrijk. Dat is de politieke geschiedenis van dat dossier. Men kan het al dan niet goedkeuren, maar zo is het verlopen. Het was ook niet onlogisch. Eigenlijk voeren we nu dezelfde discussie: als we nog F-35's aankopen, dan moeten we misschien ook des te meer inzetten op Europese defensiesamenwerking, zeker gezien de bedenkingen bij de huidige Amerikaanse president.

Ook vandaag wordt er sterk ingezet op Europese defensiesamenwerking. Ten bewijze, wanneer men oplijst wat in de strategische visie Amerikaans dan wel Europees materiaal is, dan blijkt dat 80 à 85 % Europees is. De perceptie is vaak het omgekeerde, maar dat stemt niet overeen met de realiteit. Veel wapensystemen, waarover we nauwelijks spreken, zijn Europees. De Amerikaanse systemen daarentegen domineren het debat. In die zin ontstaat er soms een verkeerd beeld bij het publiek. De werkelijkheid is echter duidelijk. Ik begrijp daarom de gemaakte keuze. We bevonden ons op dat moment niet in een full-fletched war in Oekraïne. We hadden wel operaties in Afrika en hadden dus nood aan die voertuigen.

We waren actief in Benin en Niger, betrokken bij de opleiding van soldaten in Burkina Faso en zeer actief in West-Afrika en in de regio van de Grote Meren.

Comme Koen Metsu l'a dit, il faut toujours revenir sur le contexte quand on parle d'une décision prise en 2018.

Wat het verdere proces betreft, ten eerste, persoonlijk ben ik van mening dat de discussie over de life-cycle costs overdreven is. Ze zouden tien keer duurder zijn. Dat is niet waar. Dat budget is volledig voorzien in het STAR-plan van mevrouw Dedonder. Dat budget ligt vast. Het is dus niet dat wij ineens boven 2 % gaan, zoals sommigen hier beweren. Dat slaat nergens op. Die budgetten zijn voorzien.

Het Rekenhof heeft wel terecht opgemerkt dat, als de totale life-cycle costs worden berekend, het resultaat een veel hoger bedrag is dan het initiële aankoopbudget. In die zin is dat inderdaad een veel grotere kostenpost. Dat geldt toch ook als iemand een wagen koopt? Als iemand een wagen koopt van 40.000 of 50.000 euro, dan is de totale kostprijs over een periode van tien of twintig jaar toch veel hoger dan enkel de aankoopprijs van het systeem of van die wagen? Het is in mijn ogen een heel vreemde discussie.

Het enige wat volgens mij terecht is, is het volgende.

Je suis convaincu qu'il faut prendre une décision. Faut-il, oui ou non, appliquer un total life cycle cost à l'ensemble de nos projets d'achat? Voilà qui est pertinent et intéressant. Il ne s'agit effectivement pas de comparer des pommes et des poires. Ce serait absurde.

Een tweede terechte opmerking betreft natuurlijk de economische return. Het ging in 2018 om een partnerschap in ontwikkeling, er moest nog veel ontwikkeld worden voor het project en het was nog niet helemaal duidelijk wat het aan economische return zou opleveren. Artikel 346 is toen niet ingeroepen, omdat dat toen niet de logica was. Het ging om een Europese defensiesamenwerking, een partnerschap.

Nu, enkele jaren later, zijn onze verwachtingen niet ingelost. We zitten in een vendor lock-in , ook qua munitie. Die prijzen zijn hoog. We moeten daarover spreken. Daarom ben ik dat gesprek aangegaan met mijn collega. Ook de eerste minister heeft de president van Frankrijk daarover gesproken. We hebben nu de afspraak gemaakt om een government-to-government agreement te maken. Ik denk dat dat het enige is wat we kunnen doen: government to government een duidelijk akkoord op papier zetten over de economische return voor defensieprojecten met Frankrijk. We zijn daarmee bezig, maar het is nog niet afgerond.

Ik had de heer Lecornu uitgenodigd voor het defilé. Helaas kan hij niet aanwezig zijn, anders hadden we daar nog over kunnen spreken. Ik hoop dat we in september of oktober kunnen landen met een tekst en dan zal ik dat hier voorstellen, zodat daarover in commissie van gedachten kan worden gewisseld.

Zullen er extra CaMo-bestellingen komen? Ja, die zullen er komen. Dat staat in de strategische visie, die hier is toegelicht. Dat is evident. Voor mij is het heel duidelijk dat men niet halfweg op een traject stopt om dan terug te keren. Dan heeft men alle kosten gemaakt en bereikt men niets. Dat kan gewoon niet.

Men kan zeggen dat de vroegere beslissing om F-35’s te kopen waanzin was, dat men dat nooit had mogen doen, maar het zou evenzeer waanzin zijn om dan over te schakelen naar Rafales, nu we extra vliegtuigen nodig hebben. Sorry, dat kan men niet maken. Als men een leger van 200.000 soldaten en een budget van 100 miljard heeft, dan kan men twee platformen nemen. Dan heeft men die luxe. Als men echter een leger heeft van 20.000 man met een budget van 10 miljard, dan gaat dat niet.

Il faut être réaliste. Je crois qu'il est nécessaire de rester dans le CaMo. C'est une décision que je soutiens à 100 %. Je sais que de nombreux officiers et experts militaires sur X et d'autres plateformes sont absolument contre. Ils sont d'ailleurs en train de nous suivre.

We blijven dus bij het CaMo-project. Make your choices, love your choices . We zullen dat verder ontwikkelen en een goed akkoord met de Fransen sluiten. We zullen het in de toekomst ook beter aanpakken.

Monsieur Frank, les véhicules du génie seront repris dans la vision stratégique et seront achetés en 2032. Ce thème pourra être abordé lors du débat sur la loi de programmation militaire qui doit encore avoir lieu.

Wat de lichte en de gemechaniseerde brigade betreft, ook daarover wordt er eindeloos gediscussieerd. Wat wordt er van ons gevraagd? Er wordt van ons geen gemechaniseerde brigade gevraagd. De NAVO, de Europese Unie vragen in het NATO Defence Planning Process (NDPP) een tweede brigade, maar wel een lichte brigade. Een lichte brigade kost aanzienlijk minder dan een gemechaniseerde brigade. Ik begrijp de heimwee en bepaalde strategische ideeën en overtuigingen om voor een gemechaniseerde brigade te opteren, maar, beste collega’s, ik deel die overtuiging niet. Ik weet niet wat de legerstaf precies gezegd heeft tijdens de hoorzitting, want ik heb die niet bijgewoond. Ik heb de informatie via via vernomen en zou de hoorzitting dus moeten beluisteren om te weten hoe de legerstaf het exact geformuleerd heeft.

Voor mij is een lichte brigade geen tankbrigade. We moeten doen wat in het regeerakkoord staat en wat de NAVO van ons vraagt op het vlak van capability targets . Waarom zouden we dan een tweede brigade oprichten die ettelijke keren duurder is? Als we de 2 %-norm halen, betekent dat niet dat ineens alles mogelijk is. We zullen ook op onze centjes letten, om die capaciteiten te halen.

C'est mon opinion. Dans la vision stratégique, il est question d'une deuxième brigade légère.

Het hoofdcommando bevindt zich in Leopoldsburg. Het eerste commando, de eerste brigade, heeft het hoofdcommando in Marche-en-Famenne.

In de strategische visie staat dat er in 2028 een evaluatiemoment over de juiste aankopen zal komen. Ik denk niet dat dat evaluatiemoment bedoeld zal zijn om te besluiten dat we toch tanks moeten kopen. Voor mij zal dat evaluatiemoment veeleer dienen om te bekijken hoe de oorlog in Oekraïne evolueert, wat we daaruit kunnen leren en of we bijvoorbeeld niet nog veel meer op drones moeten inzetten. Ik denk dat dat het debat van de toekomst is. Gaan we naar een echt gevechtsbataljon met drones? Wat doen we met dronetechnologie, met elektronische oorlogsvoering, met antidrones? Dat is voor mij het debat van de toekomst. Daarover wil ik graag met u verder praten.

Ik heb niet op alle opmerkingen kunnen ingaan. Ik heb hier 25 bladzijden bij me. Ik zou dat allemaal kunnen voorlezen, maar dat zal ik toch maar niet doen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, vous aviez un texte de 25 pages. J'aurais été très intéressé de les avoir et d'en entendre le contenu. Vous n'avez quand même pas répondu à beaucoup de questions. Vous avez tiré un bilan. Je sais que parler d'un de ses prédécesseurs, c'est toujours délicat à partir du moment où il appartient au même parti. Mais franchement, vous avez beau expliquer que ce partenariat était à l'époque un peu différent, qu'on ne pouvait pas invoquer l'article 346, etc., vous couvrez votre prédécesseur – et c'est tout à votre honneur, cela étant dit. Mais je ne reviens pas sur le partenariat. Je suis comme vous. Je pense que la capacité motorisée était nécessaire. C'est sur la gouvernance du projet, comment il a été monté, que j'ai beaucoup de reproches à faire. En effet, on paie maintenant ce manque de vision. Justement, vous n'avez pas répondu à ma question qui visait à savoir comment on allait répondre au problème d'éviction budgétaire alors qu'on a déjà un manque de financement actuel pour la capacité militaire telle que vous la voyez.

Deuxièmement, je ne vous ai pas entendu parler de la manière dont vous allez procéder pour mettre en œuvre correctement les recommandations de la Cour des comptes dans votre future loi de programmation. Ce serait quand même intéressant. Je reviendrai lorsque vous viendrez présenter votre loi de programmation militaire de manière à voir si la gouvernance est bien assurée.

Pour le reste, vous me parlez d'une évaluation. J'ai cru comprendre que vous parliez d'une évaluation en 2028 pour voir s'il fallait effectivement acheter plus de drones, et d'anti-drones. On peut parler aussi de missiles. Vous en avez déjà parlé d'ailleurs. Je ne comprends pas pourquoi vous voulez vous précipiter aussi vite pour les F-35. Pourquoi n'attendez-vous pas un peu plus de temps pour avoir une évaluation? Vous savez comme moi, parce que vous connaissez bien le sujet, que les F-35 sont de bons transporteurs et de bons bombardiers, notamment, qui peuvent transporter des charges nucléaires, mais ils n'ont pas non plus la polyvalence que d'autres avions pourraient offrir. On peut très bien se mettre ensemble au niveau de l'Union européenne pour acheter autre chose que les F-35 et compléter respectivement nos flottes avec un accord global au sein de l'Union européenne. Je trouve qu'on va beaucoup trop vite, indépendamment du fait qu'on achète américain. Mais résumer le débat à cela, comme vous l'avez dit, ce n'est bien entendu pas suffisant.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik kijk uit naar dat government-to-government agreement , want dat is echt wel de kern van dat project. De economische return voor ons land moet opnieuw worden opgetrokken.

We hebben vaak de mond vol over Europese samenwerking; dat zou daarvan een voorbeeld moeten zijn. Wanneer men in een partnerschap met een bevriende natie, een buurland, geen bindende clausules inschrijft, maar vervolgens vaststelt dat er aan afspraken ook geen gevolg wordt gegeven, is dat toch wel een probleem. We moeten dus met eender welke partner goede, bindende afspraken maken, zodat er voldoende economische return is voor onze economie, voor ons land en voor onze defensie-industrie.

Wat betreft uw visie op de toekomst en de tweede lichte brigade, zal ik u zeggen wat de defensiestaf daarover in het Parlement verklaard heeft, al ga ik ervan uit dat u dat weet. De staf sluit de deur niet voor een gemechaniseerde capaciteit. Meer heeft ze niet gezegd. Welnu, ik zou die deur ook niet sluiten, ik zou daarmee nog wachten. U zegt dat u naar de toekomst wilt kijken. Het klopt dat drones en dronetechnologie steeds meer deel zullen uitmaken van onze defensie. Ook voor die gemechaniseerde capaciteit zou ik de deur echter niet sluiten. Ook Nederland heeft die bocht immers deels ingezet. Ik zeg niet dat we Nederland altijd moeten volgen, maar op bepaalde vlakken is dat toch een gidsland waar we af en toe eens naar moeten kijken.

In de eerste plaats kijk ik vooral uit naar dat akkoord met Frankrijk, zodat onze Belgische bedrijven en ondernemers er opnieuw beter van worden.

Axel Weydts:

Ik zal dezelfde repliek hanteren als bij de hoorzittingen met de defensiestaf. U hebt het zelf ook al aangehaald: make your choices, love your choices . Daar wil ik echt voor pleiten. Die keuzes zijn destijds gemaakt. Er kan veel over worden gediscussieerd, maar ze zijn gemaakt en nu moeten we daarmee verder.

Generaal Baugnée, de commandant van de landmacht, heeft in het debat over de tanks heel duidelijk verwezen naar Zelensky: Zelensky vraagt geen tanks, hij vraagt drones. Hij wil drones, drones en nog drones.

Dat is inderdaad de toekomst. We moeten echt werk maken van een geïntegreerde dronecapaciteit in onze brigades en bataljons, zodat we mee zijn met de nieuwste technologieën en we de meest performante middelen op het terrein kunnen inzetten.

In die zin wens ik ook de nieuwe drone-officier, generaal Van Strythem, veel succes met zijn belangrijk project om die nieuwe capaciteiten en innovaties te implementeren in de structuren van onze defensie. Ik kijk net als alle collega's uit naar het Gov2Gov-akkoord dat u met de Franse collega's zult sluiten. Laat ons hopen dat er voor onze Belgische economie iets uit de brand kan worden gesleept en dat er verbeteringen kunnen worden aangebracht aan wat tot nu toe werd gerealiseerd.

Kristien Verbelen:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoor dat er stappen worden gezet voor bindende engagementen. Toch blijf ik wat op mijn honger zitten wat betreft afdwingbare afspraken en garanties voor de structurele betrokkenheid van bedrijven, ook kmo’s. De komende jaren worden er miljarden euro's geïnvesteerd, maar dat zal alleen mogelijk zijn als er transparantie en een sterke economische return is en als de strategische autonomie gegarandeerd wordt.

Ik reken erop dat het Parlement daarbij op de voet zal worden betrokken en dat de fouten uit het CaMo-dossier zich niet meer herhalen. In september of oktober zullen we daarover hopelijk meer vernemen.

Luc Frank:

Je souhaite seulement remercier le ministre pour sa réponse.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik zei het daarnet al, het is een mooi, exemplarisch project, waarin een aantal bekommernissen samenkomen. Die moeten bewaakt worden en we rekenen erop dat u dat doet. We hopen ook dat we tot een verbeterd akkoord met de Fransen kunnen komen, met voldoende return voor onze industrie toe.

Nog belangrijker vind ik dat dit een voorbeeld is om de Europese interoperabiliteit te verstevigen. Ik hoop dat die bilaterale samenwerking als voorbeeld kan dienen voor andere Europese landen, om eventueel toe te treden en zo de Europese interoperabiliteit te vergroten.

Ik kan u alleen maar succes wensen om als pionier dat netwerk uit te breiden en zo de geloofwaardigheid van de Europese samenwerking te optimaliseren.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, votre réponse me laisse quelque peu sur ma faim quant à la garantie que cet achat supplémentaire ne nous fera pas dépasser les 2 % du PIB. Vous dites que vous allez présenter un accord à la rentrée, mais vous pouvez comprendre qu'on ne vous fasse pas confiance sur parole, vu les dégâts causés par votre prédécesseur lors de l'achat de 2018. Et d'ailleurs, lors de cet achat en 2018, comme vous l'avez dit, il y avait un contexte.

On peut être d'accord ou pas sur l'analyse de ce contexte-là, mais je me demande quel est aujourd'hui le contexte qui vous incite à acheter davantage. En effet, vous dites que c'est à cause de Poutine, alors que ces véhicules sont utilisés en Afrique. À moins que le Mali ou le Niger ne menacent notre sécurité au point de nous inciter à investir des milliards dans des véhicules que nous utiliserons en Afrique plutôt que contre Poutine? Je fais le même constat pour ce qui concerne les drones SkyGuardian, qui ne sont pas opérables en Ukraine, mais dans lesquels nous investissons malgré tout.

Nous devons rester cohérents. Sommes-nous aujourd'hui en train de mettre sur pied une politique de défense contre Poutine en achetant des armes que nous allons utiliser en Afrique, au Sahel? Je ne comprends pas la logique. Est-ce là la raison pour laquelle nous démantelons aujourd'hui notre sécurité sociale? Soi-disant pour nous défendre, alors qu'en réalité nous accroissons notre capacité d'agression et d'attaque, comme nous l'avons déjà fait par le passé dans le Sahel, en Libye ou ailleurs?

Je crois que les choses commencent à s'éclaircir petit à petit et que nous nous rendons compte aujourd'hui que cette politique de défense n'est pas uniquement une politique de défense mais aussi une politique qui entre dans une logique d'agression, d'offensive, un constat qui se confirme d'ailleurs par les armes dont nous parlons aujourd'hui.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, ik wil u bedanken voor de zeer duidelijke antwoorden, maar ook voor de motivatie en de gedrevenheid om van die CaMo 4 iets te maken. De enige manier om effectief tot economische rendabiliteit te komen of een win-winsituatie te creëren is die gov-to-govhouding. U zei: make your choices, love your choices and adapt these choices . Daar bent u volop mee bezig, met die derde pijler. U zei heel duidelijk dat u het doet opdat de toekomst er beter zou uitzien. Sta mij toe u daarbij alle succes te wensen.

Voorzitter:

Collega's, dan is meteen ook het derde actualiteitsdebat afgerond. We beginnen nu aan een reeks vragen. Daarnet ben ik niet bijzonder streng geweest in de toepassing van de spreektijd. Ik stel voor om dat nu wel te doen, als de vergadering daarmee akkoord gaat. Dat betekent dat ik u zal onderbreken zodra de toegemeten tijd verstreken is, als de vergadering zich daarin kan vinden. Ik wil u er ook aan herinneren dat u kunt verwijzen naar de ingediende vraag. Misschien kunnen we op die manier wat meer vaart maken. Het is niet noodzakelijk, maar het staat u vrij dat te doen.

De humanitaire hulp in Gaza

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België overweegt humanitaire hulp voor Gaza via luchtlargages (A400M) en B-FAST, maar Israël blokkeert toegang en veilige operaties zijn onmogelijk, aldus minister Francken. Zee- en landroutes (o.a. Egypte) zijn beperkt of gecontroleerd, terwijl de VS-gestuurde "Gaza-humanitaire stichting" nauwelijks hulp toelaat, wat de crisis verergert—450 doden en 3.500 gewonden bij hulpzoeken, voedseltekorten en woekerprijzen (bv. €30 voor 2 kg tomaten). Lacroix benadrukt dringende nood aan internationale coalitie (via Buitenlandse Zaken) en blijft druk uitoefenen. Defensie wacht op groen licht van Diplomatie voor actie.

Christophe Lacroix:

Monsieur ministre, cela fait maintenant des mois que mon groupe demande au gouvernement de prendre des initiatives pour qu'enfin l'aide humanitaire soit acheminée à Gaza tant la situation sur place issue du blocus israélien est inacceptable, inhumaine et dénoncée par l'ONU et de nombreuses ONG.

Sous le précédent gouvernement, la Belgique a assumé son rôle via des largages aériens à Gaza grâce aux A400M de la Défense.

Après plusieurs mois de tergiversation, le gouvernement De Wever a enfin trouvé un accord sur la situation à Gaza. Cet accord porte notamment sur l'action humanitaire en faveur de la population civile. Les différents départements belges compétents sont chargés de travailler sur la possibilité d'aides supplémentaires, y compris un pont aérien et la prise en charge d'enfants malades ou blessés.

Monsieur le ministre, concrètement, quelles initiatives va prendre la Défense pour rendre possible une telle action humanitaire ? Selon quel calendrier? Vous avez d'ores et déjà indiqué qu'obtenir l'autorisation d'Israël ne sera pas évident. Des possibilités notamment via la mer ou la frontière égyptienne sont-elles étudiées? Comptez-vous prendre l'initiative d'une coalition internationale pour débloquer la situation?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

Monsieur Lacroix, la Défense étudie en ce moment la faisabilité d'effectuer, comme en 2024, des largages humanitaires à l'aide de A400M. Or, en ce moment, l'accès à la zone n'est pas garanti et les conditions pour effectuer une telle opération sans danger pour la population ne sont pas remplies.

En outre, la Défense se tient également prête à apporter une contribution dans le cadre de B-FAST si le dispositif devait être activé.

Dans un passé récent, la solution du ravitaillement par la mer a connu un succès mitigé malgré des moyens colossaux engagés par les États-Unis. Les options terrestres ne sont pas du ressort de la Défense. La frontière égyptienne est également sous contrôle strict.

La mise en place d'une coalition internationale est un effort gouvernemental international au travers du ministère des Affaires étrangères. La Défense y joue un rôle d'appui et éventuellement d'exécution mais n'a pas d'initiative.

Pour être clair, pour les droppings, nous sommes prêts à en faire en cas de demande des Affaires étrangères.

Christophe Lacroix:

Merci, monsieur le ministre. Vos réponses sont claires. Si je vous pose cette question, c'est parce que nous avons encore eu récemment des informations d'une association qui travaille sur place en matière de coopération au développement et d'assistance humanitaire. L'association MA’AN nous dit que la crise humanitaire est aggravée par l'arrêt complet de l'entrée de nourriture et de fournitures essentielles par les forces d'occupation israélienne, l'imposition du fameux mécanisme d'entrée de l'aide humanitaire par le biais de la soi-disant "fondation humanitaire de Gaza" contrôlée par les États-Unis et les forces d'occupation israéliennes, qui n'a permis qu'un afflux dérisoire d'aide, mais causant jusqu'à hier la mort de 450 personnes et blessant plus de 3 500 autres personnes qui vont chercher de l'aide humanitaire. C'est vraiment devenu un piège mortel. Les marchés sont vides. Les rares denrées alimentaires sont vendues à des prix exorbitants, après avoir été pillées et revendues. Par exemple, deux kilos de tomates – quand on en trouve à Gaza – se vendent 30,63 euros. Je suis allé faire mes courses au Delhaize à 500 mètres de chez moi. Le prix du kilo de tomates varie entre 1,99 euro à 3,19 euros du kilo si vous achetez bio. Rendez-vous compte ce que cela coûte là-bas, tellement il y a peu de nourriture et quand des petits agriculteurs arrivent à en produire. Des marchés vides, des prix exorbitants lorsqu'il y a des denrées et une grave pénurie d'argent liquide avec des commissions pouvant atteindre 45 %, rien que pour accéder à la monnaie physique, je crois donc qu'il y a vraiment urgence. Je note que la coalition volontaire relève de la responsabilité du ministre des Affaires étrangères. Je ne lâcherai pas la pression et j'interrogerai évidemment le ministre Prévot sur ses intentions en la matière, ou en tout cas sur les initiatives.

Het partnerschap met Frankrijk voor de productie van munitie

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 9 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Frankrijk tekenden in mei 2024 een intentieverklaring voor een strategisch partnerschap waarbij FN Herstal zou meewerken aan een Franse productielijn voor kleine munitie, maar Frankrijk lanceerde onlangs een open aanbesteding in plaats van het akkoord direct uit te voeren. Minister Francken bevestigt dat de Franse stap niet strijdig is met de intentieverklaring en dat FN Herstal nog steeds kan deelnemen, terwijl hij benadrukt dat België blijft pushen voor uitbreiding van het partnerschap met andere landen. Lacroix dringt aan op concreet vervolg in het overleg met Frankrijk, wijzend op het belang van Europese defensiesamenwerking en steun voor Belgische defensiebedrijven (waaronder FN Herstal) als cruciaal voor de nationale productiecapaciteit.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, faute de réponse à ma question écrite dans les délais impartis, je me permets de vous la soumettre en question orale.

En mai 2024, une lettre d'intention a été signée entre notre pays et la France pour l'établissement d'un partenariat stratégique prévoyant la création en France d'une ligne de production de munitions de petit calibre avec l'aide de la FN Browning ainsi que l'achat direct de munitions auprès de la société belge. Cependant, la presse française s'est faite l'écho de l'information selon laquelle le Ministère français des Armées aurait changé d'avis quant à la relance d'une filière de petite munition et souhaiterait désormais passer par un appel d'offres et non plus via le partenariat noué.

1. Pouvez-vous donner les informations en votre possession quant aux intentions de la France concernant ce partenariat et l'appel d'offres lancé?

2. Avez-vous déjà eu un échange à ce sujet avec votre collègue français ou un contact a-t-il été pris par les administrations de nos deux pays?

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

Theo Francken:

En 2022, la Défense belge a élaboré l'idée d'un partenariat multinational avec la FN Herstal pour la fourniture d'armements de petit calibre et de munitions associées. Nos pays partenaires, y compris la France, ont été invités à y participer. Le contrat 23-SP-001 entre la Défense belge et la FN Herstal a été signé le 28 juin 2024.

Le 24 avril 2023, la France a répondu officiellement par une proposition de collaboration par le biais d'un accord à déterminer ultérieurement. Cette réponse a conduit à la signature, en 2024, d'une lettre d'intention entre la ministre Dedonder et son homologue français, le ministre Lecornu, confirmant l'intérêt français pour une collaboration industrielle dans le domaine des armes de petit calibre et de munitions dans le but de développer les capacités de défense industrielles des deux pays afin d'assurer une souveraineté de livraison renforcée. Les modalités de mise en œuvre devaient encore être précisées.

Le mois dernier, la France a lancé une compétition ouverte pour la réalisation d'une capacité de production souveraine pour la munition de petit calibre en France. Cette initiative n'est pas en contradiction avec la lettre d'intention signée le 21 mai 2024. La France laissant une porte ouverte à la fabrication de pièces en dehors de la France, la FN Herstal est très bien placée pour participer avec succès à cette compétition.

Nous comprenons néanmoins le mécontentement en raison de cette occasion manquée. Nous continuons à œuvrer en faveur de l'élargissement de notre partenariat actuel avec la FN Herstal, par l'implication de nouveaux pays qui reconnaissent la valeur ajoutée d'une production conjointe dans l'un des secteurs où notre pays excelle. Je ne manquerai pas de réaffirmer ce message dans mes échanges avec la France. J'en ai d'ailleurs discuté avec M. Lecornu et j'ai bon espoir à ce sujet.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces précisions qui sont rassurantes, mais vous parlez quand même d' "espoir". Le dialogue avec la France et, en l'occurrence, avec M. Lecornu, doit être maintenu et poursuivi. Comme vous l'avez dit vous-même lors de vos récentes visites en France, notamment à l'occasion du Salon du Bourget, les partenariats avec la France, mais également avec d'autres partenaires européens, sont essentiels pour nos capacités de défense, mais le sont également en matière de production dans notre pays. Ici, je parlais de la FN Herstal, mais il est clair que toutes les entreprises belges – flamandes, wallonnes et bruxelloises, le cas échéant – qui sont spécialisées dans tout ce qui concerne la défense doivent être traitées avec beaucoup d'intérêt. En tout cas, je suis convaincu que vous y réserverez toute l'importance requise. Je vous remercie.

Het huiselijk geweld in Helchteren door een gedetineerde in penitentiair verlof
Het drama in Helchteren en het ernstige risico bij noodmaatregelen door overbevolkte gevangenissen
De beoordeling inzake penitentiair verlof en elektronisch toezicht in het licht van huiselijk geweld
De poging tot feminicide in Helchteren en de aanpak van feminicides
Huiselijk geweld, penitentiair verlof en risicobeheersing bij overbevolkte gevangenissen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 8 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een veroordeelde veelpleger voor intrafamiliaal geweld stak zijn partner in brand tijdens verlengd penitentiair verlof (VPV), een noodmaatregel tegen gevangenisoverbevolking, ondanks zijn tien veroordelingen en bekende agressie- en drugsproblematiek—zonder contactverbod of voldoende opvolging. Kritiek richt zich op systeemfalen: Justitie en gevangenisdirectie baseerden hun positieve adviezen op verouderde risicotaxaties, gebrek aan structurele capaciteit en onvoldoende slachtofferbescherming, terwijl strafuitvoeringsrechters al waarschuwden voor dergelijke risico’s. Minister Verlinden belooft versnelde wetgeving om elektronisch toezicht bij intrafamiliaal geweld te verbieden op het slachtofferadres, plus structurele oplossingen (nieuwe gevangenissen, repatriëring illegale gedetineerden, betere risico-inschatting), maar parlementsleden eisen onmiddellijke actie—zoals een amendement in de noodwet—om herhaling te voorkomen. Het dossier onderstreept urgentie voor samenhangend beleid tegen partnergeweld en gevangeniscrisis.

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, Houthalen-Helchteren is een warme, gastvrije gemeente, maar afgelopen donderdag stond de wereld daar even stil. Het was een van de meest ijzingwekkende gebeurtenissen die ik heb meegemaakt in mijn 22 jaar burgemeesterschap, en er gebeurt wel eens wat in onze gemeente.

De gruweldaad die werd gepleegd door een voor familiaal geweld veroordeelde gedetineerde, is niet te bevatten. Onze gemeente is die twee dagen in een rollercoaster terechtgekomen. Alle inwoners van Houthalen-Helchteren zijn intens geraakt door de feiten, net als alle inwoners van België. Het heeft diepe wonden geslagen en mijn medeleven gaat vooral uit naar de mama die levensbedreigend verbrand werd en nog steeds in coma ligt. We kunnen alleen maar hopen dat ze niet te veel infecties oploopt.

Het was niet alleen een rollercoaster van gebeurtenissen, maar ook een administratieve thriller hoe zoiets kon gebeuren. Ik waag mij niet aan dat onderzoek. Er moeten antwoorden komen op de vragen of alle nodige adviezen waren verleend, of de risico's goed ingecalculeerd waren en of de maatschappelijke onderzoeken goed gevoerd waren, bij elke stap en elk deel van de keten tot aan de feiten. Alleszins was het een brug te ver, a bridge too far .

Slachtofferzorg en de noden van slachtoffers zijn voor ons allen belangrijk, ook voor de regering en voor u, mevrouw de minister. Toch kunnen we ons afvragen hoe zoiets kon gebeuren. We kijken met verbijstering tot wat de escalatie heeft geleid. Gelukkig kon die man worden gearresteerd en voorgeleid. Hoe is het mogelijk dat zo'n persoon, met zo'n historiek van recidive zoiets kon doen? Het debat vandaag moet daarover meer duidelijkheid brengen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, "Heeft de overbevolking haar eerste slachtoffer buiten de gevangenis geëist?". Dat was een heel duidelijke krantenkop afgelopen weekend – en terecht.

De feiten zijn bekend: in Limburg stak een gedetineerde vorige donderdag zijn vrouw in brand. We zijn het er allemaal over eens dat de feiten bijzonder gruwelijk zijn. Ze gebeurden bovendien in aanwezigheid van vijf van hun zes kinderen, van wie de jongste amper twee en de oudste vijftien jaar is. De vrouw werd levensgevaarlijk gewond, maar ook de kinderen waren, zo heb ik begrepen, diep onder de indruk. Ze zullen die vreselijke, traumatische ervaring levenslang moeten meedragen. Ook zij zijn slachtoffer. Onze gedachten gaan uiteraard uit naar die vrouw, maar ook naar haar kinderen.

Mevrouw de minister, die man had in de gevangenis moeten zitten. Hij zat daar wegens intrafamiliaal geweld tegen dezelfde vrouw. Hij was veroordeeld tot 37 maanden. Die strafmaat was niet toevallig gekozen door de correctionele rechter, omdat de gedetineerde dan niet onder de toepassing valt van de maatregelen die gelden tot drie jaar gevangenisstraf. Hij was dus veroordeeld tot 37 maanden, maar moest zijn straf niet meer uitzitten. Vergeet ook niet dat die gedetineerde met het plegen van criminele feiten een behoorlijke staat van dienst heeft, een strafblad om u tegen te zeggen, met niet minder dan tien veroordelingen.

Het is dan ook totaal onbegrijpelijk dat Justitie toeliet dat die agressieve veelpleger de gevangenis veel vroeger mocht verlaten. Hij mocht de cel verlaten dankzij een noodmaatregel in het kader van de overbevolking. Hij was met verlengd penitentiair verlof. Blijkbaar had hij ook een aanvraag ingediend om de rest van zijn straf thuis uit te zitten onder elektronisch toezicht. In afwachting daarvan had de gevangenisdirecteur blijkbaar al een positief advies gegeven om voorlopig naar huis terug te keren. Dat is onbegrijpelijk, gezien de duidelijke agressieproblematiek van die man en zijn ernstige drugsverslaving.

Hij werd blijkbaar ook vrijgelaten zonder voorwaarden ter bescherming van het slachtoffer en de kinderen. De vraag moet dan ook worden gesteld: waarom gold er geen contactverbod? Ook dat is totaal onbegrijpelijk.

Terecht wordt dan ook de vraag gesteld of het wel aangewezen is dat iemand in dergelijke omstandigheden de gevangenis mag verlaten en mag terugkeren naar partner en kinderen, om helaas opnieuw toe te slaan tegen hetzelfde slachtoffer.

Mevrouw de minister, strafuitvoeringsrechters hebben al herhaaldelijk gewezen op de vele risico’s van de noodmaatregelen. Het verlengd penitentiair verlof brengt de maatschappelijke veiligheid in gevaar, zo waarschuwden ze eind 2024 zeer ondubbelzinnig, waarbij ze letterlijk zeiden: "Er lopen nu mensen vrij rond die wij niet zouden vrijlaten." Ze voegden daar nog aan toe dat al verschillende veroordeelden die dankzij die noodmaatregelen de gevangenis mochten verlaten, opnieuw feiten hebben gepleegd.

Mevrouw de minister, die gebeurtenissen zijn bijzonder desastreus voor het imago van justitie. Gevaarlijke gedetineerden worden zomaar vrijgelaten, zonder voorwaarden. Nogmaals, dat is totaal onbegrijpelijk en totaal onaanvaardbaar.

Mevrouw de minister, ik heb daarover verschillende vragen.

Ten eerste, kunt u meer toelichting geven? Waarom kreeg de betrokkene, die toch een aanzienlijke staat van dienst heeft, met reeds tien veroordelingen voor onder meer verkeersinbreuken, heling, verboden wapens en intrafamiliaal geweld, penitentiair verlof? Op basis van welke elementen heeft de gevangenisdirecteur daarvoor een positief advies gegeven?

Ten tweede, waarom mocht de gedetineerde naar huis terugkeren, zonder voorwaarden ter bescherming van het slachtoffer en van de kinderen? Ik doel onder meer op een contactverbod. Uit de media konden we vernemen dat die gedetineerde een ernstige agressieproblematiek heeft en drugsverslaafd was. Is dat geen voldoende reden om een gunstmaatregel wegens overbevolking, want daar gaat het om, te weigeren voor een gedetineerde die voor intrafamiliaal geweld werd veroordeeld?

Ten derde, gelet op de zware agressieproblematiek bij de gedetineerde, dient ook te worden gevraagd of en welke therapie die man tijdens zijn verblijf in de gevangenis heeft gekregen. Ook daarover had ik graag meer toelichting gekregen.

Ten vierde, ik heb begrepen dat de politie na zijn vrijlating al bij het gezin moest tussenkomen, opnieuw wegens agressief gedrag en intrafamiliaal geweld, waarvoor blijkbaar een proces-verbaal werd opgesteld. Ook daarbij moet de vraag worden gesteld of er niet onmiddellijk had moeten worden ingegrepen. Was de politie eigenlijk op de hoogte van het feit dat die man penitentiair verlof had gekregen? Waarom werd niet afgesproken dat die man bij het plegen van de minste nieuwe feiten onmiddellijk opnieuw naar de gevangenis moest terugkeren?

Ten vijfde, dit dossier roept opnieuw vragen op over de nieuwe noodwet tegen overbevolking in de gevangenissen die binnenkort ter stemming wordt voorgelegd. Ook de strafuitvoeringsrechters hebben al herhaaldelijk gewaarschuwd voor de risico’s van die noodmaatregelen. Het probleem van de overbevolking moet structureel worden aangepakt, niet met een noodwet die veel te veel risico’s inhoudt. Wanneer gaat u eindelijk een concreet plan uitwerken om dat probleem structureel aan te pakken?

Ten zesde, u hebt aangekondigd werk te maken van een wet die ervoor zal zorgen dat het niet langer mogelijk is dat daders van intrafamiliaal geweld hun elektronisch toezicht kunnen uitzitten op het adres van het slachtoffer. Dat is volledig terecht. Los van de bedenking dat daders van intrafamiliaal geweld überhaupt uitgesloten moeten worden van de gunst van elektronisch toezicht – dat is een ander debat – moet u van die wet dringend werk maken. Wanneer zal die wet er komen?

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, ik zal de feiten niet herhalen, want mijn collega's hebben ze al aangehaald. Deels heb ik dezelfde vragen en die zal ik niet herhalen. Enkel wat voor mij het belangrijkste is, zal ik hernemen.

ik denk dat we allen hier hopen dat het goedkomt. Los daarvan staat uitdrukkelijk in het regeerakkoord dat elektronisch toezicht in het kader van intrafamiliaal geweld onmogelijk zou moeten zijn indien dat in de nabijheid van slachtoffers of hun familie zou plaatsvinden. Dat is natuurlijk een belangrijk aspect, waarnaar mevrouw Dillen zonet al verwees. U hebt immers inderdaad een wetgevend initiatief in die zin aangekondigd.

Het is belangrijk goed te begrijpen wat er precies is gebeurd en waar het is misgelopen. Het is daarom belangrijk dat u schetst welke beslissingen genomen werden en waarom. Welke positieve of negatieve adviezen werden er gegeven en waarom werd er eventueel van afgeweken? Wat wist de politie over die man? Waren er voorwaarden opgelegd? De krant bericht dat er geen voorwaarden waren opgelegd ter bescherming van de slachtoffers. Waarom is dat dan niet gebeurd? Dat lijkt mij cruciaal. In het regeerakkoord staat ook een zeer belangrijk luik met het oog op de bescherming van slachtoffers. Het is voor deze casus dus cruciaal de synthese te maken van wat er is misgelopen. Alleen zo kunnen we in de toekomst gepaste maatregelen nemen. Aan het verleden kunnen we niets meer veranderen, maar we kunnen uit elke casus wel lessen trekken en bijsturen.

Mijn belangrijkste vraag gaat over het aangekondigd wetsontwerp. Vorige week heb ik u tijdens de bespreking van de noodwet inzake de overbevolking van de gevangenissen vragen gesteld over het elektronisch toezicht in het kader van intrafamiliaal geweld en de bescherming van slachtoffers. ik vraag u nogmaals: wanneer kunnen we dat wetsontwerp in de Kamer bespreken? Kunnen we dat eventueel versneld doen? Het heeft immers weinig zin om te sleutelen aan een noodwet als er ondertussen nog steeds een leemte bestaat die ons belet om gepast in te grijpen. We moeten aan de strafuitvoeringsrechters en aan elke dienst binnen Justitie alle nodige instrumenten geven om zulke gebeurtenissen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden. Daarvoor is een dergelijk verbod naar mijn mening absoluut op zijn plaats.

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, ik ben, zoals mijn collega, de heer Yzermans, afkomstig uit Houthalen-Helchteren en ik deel zijn gevoelens. Onze gemeente werd vorige donderdag opgeschrikt door een bijzonder gruwelijke gebeurtenis: een vrouw werd in aanwezigheid van haar kinderen in brand gestoken door haar partner.

Helaas is het geen alleenstaand geval. In België sterft om de 12 dagen een vrouw als gevolg van partnergeweld. Op 10 juni nog werd Wendy, 47 jaar, vermoord door haar ex-man in Erwetegem. Ze leefde met hem samen uit pure financiële noodzaak. Wat die gevallen gemeen hebben, is dat het niet gaat om plots losbarstend geweld, maar het tragische eindpunt van een patroon zijn na escalatie van fysiek, psychisch, seksueel of economisch geweld. Te vaak blijven alarmsignalen onbeantwoord.

In het geval van Helchteren komt daar nog het schokkende feit bij dat de dader met penitentiair verlof, ondanks een eerdere veroordeling voor zwaar intrafamiliaal geweld op hetzelfde slachtoffer, was. Volgens getuigen had de politie die dag nog tussenbeide moeten komen. Toch liep hij vrij rond. Hij werd even aangehouden, maar kon opnieuw ontsnappen.

Werd er bij de toekenning van het penitentiair verlof een risicotaxatie uitgevoerd?

Hoe werd zowel de dader als het slachtoffer en haar kinderen opgevolgd tijdens dat verlof?

Hoe kan het dat de man dezelfde dag nog geweld kon plegen, zonder onmiddellijke en effectieve inhechtenisneming?

Welke maatregelen zal uw kabinet nemen om de opvolging van daders van intrafamiliaal en seksueel geweld structureel te verbeteren, met het oog op preventie?

Hoe wilt u de feminicidewet in de praktijk versterken, zodat vrouwenlevens echt worden beschermd?

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, de gebeurtenissen die zich recent afspeelden in Helchteren laten niemand onberoerd. Een vrouw werd op gruwelijke wijze het slachtoffer van extreem partnergeweld, voor de ogen van haar kinderen. Dit is een drama dat afschuw en diepe verontwaardiging oproept bij iedereen. We mogen echter niet in de val trappen om nu al meteen met de vinger te wijzen naar mogelijke schuldigen. Willen we lessen trekken uit wat er is gebeurd - dat moeten we doen - dan moeten we het dossier heel grondig analyseren. Zo kunnen we achterhalen waar het fout is gegaan, wie er verantwoordelijk is en of er structureel iets schort aan het beleid inzake strafuitvoering, de opvolging van risicoprofielen en de bescherming van slachtoffers van partnergeweld.

Wat op het eerste gezicht opvalt, is de opeenstapeling van zorgwekkende elementen: een veroordeelde veelpleger die vervroegd de gevangenis mocht verlaten via een uitzonderingsmaatregel, een politiedienst die hem ondanks signalen en feiten liet gaan, een slachtoffer dat ondanks de gespannen situatie en een gekende voorgeschiedenis van geweld niet de nodige bescherming kreeg en uiteindelijk een gruwelijke escalatie die misschien vermeden had kunnen worden.

Mevrouw de minister, we hebben hierover heel wat vragen. Ten eerste, wat was de totale uitgesproken gevangenisstraf in dit dossier? Wat was de datum van eventuele vervroegde invrijheidsstelling? Wat is de einddatum van de straf? Waren er op het moment van de toekenning van het verlengd penitentiair verlof nog andere strafzaken hangende?

Ten tweede, welke strafuitvoeringsmodaliteiten werden er gedurende de detentieperiode reeds aangevraagd? Ten derde, wanneer werden de aanvragen voor penitentiair verlof officieel ingediend en goedgekeurd? In het kader van de maatschappelijke enquête wordt normaal ook een bezoek gebracht aan het thuismilieu. Is dit gebeurd? Zo ja, wanneer werd dat gedaan en wat was het verslag van de justitieassistent? Wat werd er vastgesteld over de gezinssituatie en de woonomgeving?

Ten vierde, hoeveel penitentiaire verloven werden er reeds toegekend in dit dossier? Hoe zijn die geëvalueerd? Werd er bij de uitvoering contact opgenomen met het thuismilieu, met de echtgenote of haar omgeving? Kon de psychosociale dienst rechtstreeks contact hebben met de echtgenote? Wat gaf zij zelf aan?

Ten vijfde, wat was de motivatie van de gevangenisdirectie om het verlengd penitentiair verlof goed te keuren? Hoe rijmt dat met de eerder geweigerde aanvragen voor elektronisch toezicht, waarbij net werd gekozen voor een stapsgewijze opbouw van re-integratie?

Tot slot, ziet u aanwijzingen dat er structureel iets schort aan de opvolging van personen met verlengd penitentiair verlof? Hoe wordt in de praktijk gecontroleerd of zij hun voorwaarden naleven

Ik heb heel veel vragen en ik hoop dat ik straks heel veel antwoorden mag krijgen.

Annelies Verlinden:

Collega’s, vooreerst sluit ik mij aan bij de blijken van medeleven ten aanzien van het slachtoffer, haar jonge kinderen, de hele familie en de omgeving. Ik hoop dat er snel beter nieuws over haar medische situatie, waarover de burgemeester daarnet nog verslag uitbracht, komt. Ik dank alvast iedereen voor de goede zorg waarmee men het slachtoffer en haar kinderen in deze verschrikkelijke tijden omringt. Het afgrijselijke drama in Houthalen-Helchteren van afgelopen donderdag raakt ons allemaal diep. Niemand heeft dat gewild.

De gebeurtenissen raken niet alleen direct het slachtoffer en haar jonge kinderen, maar ook al wie van ver of dichtbij te maken heeft met intrafamiliaal geweld. Er worden dan ook terecht veel vragen gesteld over de precieze oorzaken en omstandigheden. Ik zal trachten die zo precies en helder mogelijk te beantwoorden, binnen mijn bevoegdheid en op basis van de informatie waarover ik vandaag beschik. Ik heb daartoe het nodige onderzoek gevoerd op basis van de stukken in het dossier, zoals aangekondigd. Wat de meer specifieke vragen over de rol en het optreden van de politie betreft, lijkt het mij gepast dat de minister van Binnenlandse Zaken daarover de nodige verduidelijkingen verstrekt.

Over het stelsel waardoor de betrokkene buiten de gevangenis kon verblijven, sinds 4 april van dit jaar verbleef hij in verlengd penitentiair verlof, of VPV. Sinds maart 2024 kan een gedetineerde een verlengd penitentiair verlof krijgen, als maatregel tegen de stevige overbevolking in de gevangenissen tijdens de vorige legislatuur. Het verlengd penitentiair verlof is overigens geen nieuw gegeven; het werd in het verleden al toegepast wegens de overbevolking. Zo was er in 2017 een week-om-weeksysteem, net zoals in 2020 naar aanleiding van de coronapandemie.

Het verlengd penitentiair verlof bouwt verder op het klassieke penitentiair verlof, zoals ingeschreven in de wet betreffende de externe rechtspositie (WERP). De maatregel kan pas worden toegekend wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Ten eerste moeten eerdere verloven waarvoor de gedetineerde in aanmerking kwam, correct zijn verlopen, ten tweede moet er een vaste verblijfplaats zijn en, ten derde, moeten er bestaansmiddelen zijn. Uiteraard komt niet elke gedetineerde voor VPV in aanmerking. Het verlengd penitentiair verlof kan onder de gestelde voorwaarden worden toegekend aan veroordeelden met een totale gevangenisstraf van maximaal vijftien jaar. Personen die veroordeeld zijn voor zedenmisdrijven of voor terroristische misdrijven of die opgenomen zijn op de lijst van het OCAD, zijn ongeacht de strafmaat sowieso uitgesloten van het stelsel.

In elk geval zal het stelsel van het VPV worden beëindigd, zodra de noodwet waarover we vorige week debatteerden, wordt goedgekeurd. Er zullen dan geen nieuwe VPV-toekenningen meer kunnen toegestaan. Daarnaast zullen de gedetineerden die vandaag nog onder het stelsel van VPV vallen, prioritair opnieuw worden opgenomen in de gevangenis, behoudens een andere beslissing door de strafuitvoeringsrechtbanken in verband met de strafuitvoeringsmodaliteiten.

Laten we ook nog even verduidelijken dat de maatregelen uit de noodwet, waarover we het hadden, in casu niet van toepassing zouden zijn op de betreffende gedetineerde, in de eerste plaats omdat de betrokkene veroordeeld werd voor feiten van intrafamiliaal geweld tot een gevangenisstraf van 37 maanden, dus meer dan drie jaar, en ten tweede omdat zijn totale strafmaat meer dan tien jaar bedraagt. De noodwet beoogt, zoals ik al zei, capaciteit te creëren in de gevangenissen door de meest gevaarlijke gedetineerden opnieuw op te nemen. Ze heeft dus betrekking op andere casussen, wat meteen de ernst van de situatie onderstreept.

Opdat een veroordeelde het VPV-stelsel kan blijven genieten, moet hij of zij de algemene voorwaarden naleven die op iedereen van toepassing zijn, zoals onder meer het niet plegen van nieuwe misdrijven. Daarnaast kan de directeur, rekening houdend met eventuele tegenaanwijzingen voor de betrokkene zoals vluchtgevaar, bijzondere, geïndividualiseerde voorwaarden opleggen bij de toekenning van het VPV. Dat kan bijvoorbeeld gaan om het volgen van een behandeling, het voorbereiden van de reclassering, het verbod om een voertuig te besturen, of het verbod om drankgelegenheden te bezoeken. Het stelsel van VPV kan onmiddellijk worden ingetrokken als de gedetineerde de voorwaarden, zowel de algemene als de geïndividualiseerde, schendt. Ook wijzigingen in de persoonlijke situatie van de gedetineerde kunnen aanleiding geven tot intrekking van de VPV, bijvoorbeeld een verandering van verblijfplaats. De gevangenis en het parket kunnen daarvan via verschillende kanalen op de hoogte worden gebracht, namelijk de politie, het onthaalmilieu of de psychosociale dienst die de betreffende gedetineerde in het kader van het VPV opvolgt.

In casu werd de betrokkene eerder correctioneel veroordeeld voor in totaal tien feiten, namelijk zeven verkeersinbreuken, één feit van slagen en verwondingen in het kader van intrafamiliaal geweld, één feit van heling en één feit van verboden wapendracht. Voor het feit van slagen en verwondingen werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van 37 maanden. De betrokkene verbleef in de gevangenis sinds 28 september 2021. Uit zijn eerdere detentietraject blijkt dat hij op 5 november 2024 tien uitgaansvergunningen heeft gekregen voor het uitwerken van zijn reclassering.

Die vergunningen werden onder meer gebruikt om de intakeprocedure voor een begeleidingstraject inzake alcohol- en drugproblemen te doorlopen. De therapie wordt pas opgestart na de detentie, maar hij bereidde dat traject vanuit de detentie voor met behulp van die uitgaansvergunningen. Bovendien kreeg hij op 5 november 2024 één blok van vier keer 36 uur regulier penitentiair verlof, opnieuw om de sociale re-integratie voor te bereiden en de familiale banden te versterken.

Door het positieve verloop van dat eerste verlofblok van vier sessies – het is gebruikelijk dat dergelijke verloven onmiddellijk een aantal keer worden toegekend – kreeg hij sinds 14 maart van dit jaar op regelmatige basis penitentiair verlof, opnieuw om aan zijn sociale re-integratie en reclassering te werken. Daaronder viel ook een aaneensluitende verlofperiode van 72 uur, in het kader van een bezoek aan zijn zoon, die toen gehospitaliseerd was wegens medische problemen.

Naar aanleiding van zijn aanvraag voor de modaliteit van elektronisch toezicht, waarvoor hij voldeed aan de tijdsvoorwaarden, werd het dossier door de psychosociale dienst nader onderzocht met het oog op een eventuele toekenning van die modaliteit. Zo werd een risicotaxatie uitgevoerd en werd het bevoegde justitiehuis gecontacteerd om een maatschappelijke enquête af te nemen. De recentste maatschappelijke enquête dateert van februari van dit jaar.

Op basis van de verschillende elementen, dus het verslag van de psychosociale dienst, de maatschappelijke enquête, het verloop van de eerdere penitentiaire verloven en de uitgaansvergunningen, zijn gedrag in detentie en het reclasseringsplan, heeft de directeur een positief advies gegeven voor de toekenning van elektronisch toezicht. Bijgevolg kwam de betrokkene in aanmerking voor een verlengd penitentiair verlof sinds 4 april van dit jaar.

Het adres waar de vreselijke feiten plaatsvonden op donderdag 3 juli was inderdaad het verblijfsadres. Op basis van de beschikbare informatie, het onderzoek door de psychosociale dienst en de herhaald uitgesproken wens tot gezinshereniging werd geconcludeerd dat de betrokkene op dat adres kon verblijven. Dat is echter, zoals we intussen allemaal weten, helemaal fout afgelopen.

Het is momenteel, zoals u weet, inderdaad niet uitgesloten om in het kader van penitentiair verlof op het adres van het slachtoffer te verblijven, op voorwaarde dat er voldoende elementen in het dossier aanwezig zijn om dat als veilig in te schatten. Die inschatting betreft een beoordeling van alle elementen in het dossier door alle betrokken instanties, die ik zonet heb overlopen.

In casu doorliep de betrokkene, zo blijkt uit de informatie, meerdere penitentiaire verloven die positief werden geëvalueerd. Ook kon worden vastgesteld dat zijn partner op bezoek kwam in de gevangenis. Ook die bezoeken verliepen, op basis van de beschikbare informatie, zonder problemen.

Men is dus tot de conclusie gekomen dat het detentietraject, dat sinds 2021 liep, eerder gunstig verliep. We begrijpen ook dat hij probeerde om zijn tijd nuttig te besteden door te werken aan zijn verslavingsproblematiek vanuit de drugsvrije afdeling. Hij kreeg psychologische begeleiding en nam deel aan begeleidings- en opleidingsprogramma’s. Die informatie kunnen we uit het dossier afleiden.

Tijdens het stelsel van het verlengd penitentiair verlof, sinds april van dit jaar, werd de betrokkene ook opgevolgd door de psychosociale dienst van de gevangenis. Een laatste periodieke opvolging met het thuismilieu vond plaats op 20 juni en leverde, zo blijkt, tot op dat moment geen tegenindicaties op. Het gevangeniswezen werd – opnieuw, op basis van de informatie waarover wij beschikken – tot op 3 juli niet in kennis gesteld van bijzondere of specifieke feiten of incidenten.

Zoals u wellicht hebt vernomen uit de pers, zouden er tot op de dag van het drama vorige week donderdag ook geen tussenkomsten van de politie zijn geweest op het verblijfsadres ten aanzien van de betrokkene. Ik wil wel duidelijk onderstrepen dat dat nog verder moet worden bevestigd aan de hand van informatie die allicht bij andere overheden en diensten kan worden opgevraagd. Wat ik nu meedeel, is wat wij begrijpen op basis van publiek beschikbare informatie.

Na kennisname van de dramatische feiten op 3 juli, via het proces-verbaal, werd het verlengd penitentiair verlof uiteraard onmiddellijk ingetrokken. Voor de volledigheid van het dossier wil ik ook meegeven dat de toekenning van een stelsel van verlengd penitentiair verlof wordt geregistreerd in I+Belgium, zodat de politiediensten in voorkomend geval de betrokken gedetineerden in VPV kunnen opvolgen en de naleving van de voorwaarden kunnen controleren. Ik begrijp dat de registratie voor de betrokkene werd doorgevoerd. Minister Quintin kan wellicht specifieke vragen over het optreden van de politie beantwoorden.

Op basis van alle informatie waarover ik beschik en die ik zonet heb toegelicht, kan ik besluiten dat het gevangeniswezen en ook de gevangenisdirectie de verschillende stappen hebben doorlopen in het kader van de detentie, op basis van de vigerende wettelijke context. Dat geldt ook voor de beoordeling van de detentie en de toekenning en het behoud van modaliteiten en van het stelsel aan de betrokkenen.

Ik geloof wel dat dat dramatisch incident aantoont dat de urgentie om verder te investeren in justitie levensgroot is. De langdurige tekorten aan middelen bij Justitie hebben het werk van onze gevangenisdirecteurs, de medewerkers van DG EPI en van alle medewerkers en betrokken partners binnen de justitiehuizen en de zorg- en opvangdiensten doen verworden tot een steeds complexere opdracht. Vandaag is de puzzel waarmee zij dagelijks worden geconfronteerd uitermate moeilijk te leggen. De verschillende van toepassing zijnde stelsels zijn ook moeilijk op te volgen.

Sinds het begin van deze legislatuur is het dan ook mijn grote ambitie om daarin een kentering aan te brengen. Ik beloof niet dat dat snel of eenvoudig zal zijn, maar ik geloof wel dat we onder meer met de noodwet – ik kom zo meteen nog terug op een aantal andere initiatieven die momenteel in behandeling zijn – in staat kunnen zijn om de koers te wijzigen.

We hebben daarenboven al werk gemaakt van een multidisciplinair plan voor de aanpak van de overbevolking, waarnaar mevrouw De Wit vroeg. De ministers van Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken en de Regie der Gebouwen zijn daarbij betrokken. We willen meer mensen zonder wettig verblijf uit onze gevangenissen verwijderen naar hun land van herkomst om capaciteit vrij te maken. We gaan werken met modulaire infrastructuur, waarvoor we middelen hebben verkregen. Uiteraard moeten we daarvoor ook personeel rekruteren. We willen de capaciteit vergroten door bestaande infrastructuur open te houden, zoals onder meer in Sint-Gillis en in Antwerpen. We willen ook nieuwe gevangenissen bouwen, onder meer in Vresse-sur-Semois.

De toekenning van die middelen, die onder meer wordt vermeld in de IDP Overbevolking en waarover we het al hebben gehad, zal hopelijk snel door de regering worden goedgekeurd, zodat we effectief aan de slag kunnen gaan met die initiatieven. Er ligt uiteraard nog een traject voor ons dat wij de komende maanden en jaren moeten bewandelen, allicht samen met alle collega's. Het plan ligt dus wel degelijk op tafel.

Het zal een en-en-en-enverhaal zijn, want er bestaat geen magische oplossing. Dat we eraan moeten werken, is echter mijn vaste overtuiging. Dat zijn wij verschuldigd aan de hele samenleving, in het bijzonder aan de slachtoffers van geweld en intrafamiliaal geweld, maar ook aan de gevangenisdirecties, het gevangenispersoneel en alle partners van Justitie, die zich elke dag inzetten in moeilijke omstandigheden om een zo veilig mogelijke samenleving waar te maken.

Tot slot wil ik nog ingaan op een aantal meer punctuele elementen.

Mevrouw De Wit, u verwees naar het feit dat wij in het regeerakkoord maar ook in de beleidsverklaring al de ambitie hebben opgenomen om de onmogelijkheid in te voeren dat daders van intrafamiliaal geweld hun gebeurlijk elektronisch toezicht kunnen uitzitten op het adres van het slachtoffer. We hebben niet gewacht op het genoemd incident; maar al werk gemaakt van de teksten. Ik hoop dat we ze samen met de collega's deze week of volgende week op de ministerraad kunnen bespreken, zodat we het ontwerp van wet, samen met u bekende bepalingen over het doorknippen van de enkelband, het ontsnappen uit de gevangenis en drugstests, na het parlementair reces in de commissie voor Justitie kunnen bespreken en goedkeuren. Daardoor verkrijgen we een wettelijke basis om in gevallen van intrafamiliaal geweld de standaardoptie niet te laten zijn dat elektronisch toezicht plaatsvindt op het adres van het slachtoffer, maar wel elders. Ook de situatie waarvan sprake toont immers aan dat we niet voorzichtig genoeg kunnen zijn.

Mevrouw Yigit, over de werkzaamheden rond een uniform risicotaxatie- en risicobeheersingsinstrument ter preventie van intrafamiliaal geweld en feminicide kan ik u mededelen dat in het kader van de wet van 13 juli 2023 betreffende de preventie en bestrijding van feminicides en gendergerelateerde dodingen mijn diensten samen met het openbaar ministerie en de politie hebben deelgenomen aan een werkgroep met het oog op de uitwerking van al de aanbevelingen en soms ook verplichtingen die in de bedoelde wet zijn opgenomen, onder de coördinatie van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Binnen die werkgroep werd een wetenschappelijk onderzoek gevoerd. In september zullen we het eindresultaat daarvan kunnen bespreken en bekijken hoe we de vaststellingen en aanbevelingen nader kunnen implementeren.

Dat gaat ook over preventie, omkadering, begeleiding van slachtoffers, het helpen van slachtoffers om hun leven te hernemen en het doorgeven van informatie tussen hulpdiensten en andere diensten. We hebben het dan over vluchthuizen, veilige huizen en vormingen van politie en magistraten – die worden nu al georganiseerd – om ervoor te zorgen dat iedereen die een schakel in die keten kan zijn, daar maximaal bij wordt betrokken, conform de aanbevelingen van het gezamenlijk rapport dat vorig jaar werd voorgesteld onder leiding van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, met alle verschillende partnerorganisaties en op verschillende domeinen. Gezien de aard van de afspraken in de wet van 2023 en de noodzakelijke partners overstijgt een en ander dus zeker het domein van Justitie sensu stricto .

Bovendien wil ik meegeven dat de bespreking met betrekking tot de actualisering van de samenwerkingsakkoorden met de gemeenschappen en gewesten over de begeleiding en de behandeling van daders van seksueel misbruik, inzonderheid in verband met de samenwerking met het Universitair Forensisch Centrum, lopende zijn. We willen die besprekingen zo snel mogelijk afronden, nadat nog enkele punten zijn uitgeklaard.

Zowel het regeerakkoord als mijn beleidsverklaring van maart van dit jaar toont duidelijk aan dat we de strijd tegen intrafamiliaal geweld zeer ernstig nemen en volop inzetten op maatregelen die dat maatschappelijk probleem helpen bestrijden. Intrafamiliaal geweld eist nog veel te veel slachtoffers en een heleboel blijven nog steeds onder de radar.

Het nieuwe Strafwetboek omvat nieuwe strafbaarstellingen en strafverzwaringen voor intrafamiliaal geweld en seksueel geweld. We willen ook de aangiftebereidheid vergroten, onder meer door anonieme aangifte van fysiek geweld mogelijk te maken, net als onlineaangifte via Police on Web.

Niet al die elementen zijn sensu stricto van toepassing op de casus; de problematiek gaat nu eenmaal breder. Ik wil voorts het mobiel stalkingalarm optimaliseren. Ik verwijs naar de besprekingen in dat verband hier in commissie. In dat licht moet er ook worden overlegd met de gefedereerde entiteiten, zodat het alarm over het hele grondgebied kan worden toegepast.

Daarnaast willen we, binnen de budgettaire mogelijkheden, de rechterlijke orde versterken door te investeren in voldoende parketcriminologen om de werking van de veilige huizen te faciliteren. We hadden al ad-hocinitiatieven genomen om te vermijden dat de werking wordt onderbroken en die moeten we nog versterken.

Samen met de ministers bevoegd voor veiligheid en volksgezondheid onderzoeken we wat we nog meer kunnen ondernemen tegen gedwongen huwelijken, genitale verminking en eergerelateerd geweld. Bij de rechtbanken richten we kamers op voor problematieken zoals intrafamiliaal en seksueel geweld. Om het probleem van de wachtlijsten aan te pakken, willen we de hulpverlening nauwer betrekken. We onderzoeken ook een verplichte inschakeling van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) bij intrafamiliaal geweld om de inning van alimentatie te waarborgen en economisch geweld te bestrijden. Mevrouw Yigit verwees ernaar dat sommige partners, vaak vrouwen, zich niet vrij voelen om andere beslissingen te nemen wegens hun financiële mogelijkheden. Dat is dus een belangrijke stap vooruit. We willen er bovendien voor zorgen dat het beroepsgeheim de bescherming van slachtoffers niet in de weg staat. Daarom moeten we het wettelijk kader evalueren met het oog op het engagement van burgers en maatschappelijk werkers.

Collega’s, samenvattend, het is mijn grote ambitie om de samenleving veiliger te maken, zeker ook in de familiale context. We hebben al enkele stappen gezet en voeren we stelselmatig de initiatieven in de pijplijn uit. Uiteraard bespreek ik graag verder met u welke extra initiatieven we op korte termijn kunnen nemen. Intussen hoop ik samen met u op snel beter nieuws over de medische toestand van het slachtoffer van het drama voor haar kinderen.

Alain Yzermans:

Dank u, mevrouw de minister, voor de omstandige uitleg waarbij u de wonden hebt blootgelegd en de manier om ze te remediëren, hebt uiteengezet. We moeten collectief vaststellen dat overbevolking tot uitwassen leidt, zoals het voorbije drama, en dat we samen met veelomvattende maatregelen daar komaf mee moeten maken. Als we de vicieuze cirkel doorbreken, kan een klassiek, humaan gevangenisbeleid resulteren in een uitgebalanceerde aanpak waarbij dergelijke uitwassen kunnen worden vermeden.

Het slachtoffer in Helchteren zal door extreem partnergeweld blijven verminkt zijn of misschien zelfs overlijden. We moeten alles op alles moeten zetten om slachtoffers van familiaal geweld te beschermen. Elektronisch toezicht moet absoluut verboden worden voor veelplegers van intrafamiliaal geweld, want zo kunnen zij nog steeds dicht bij hun slachtoffers komen. Hopelijk wordt dat verbod dankzij de goedkeuring van ontwerp ter zake met uw aller ja-stem mogelijk.

Er is ook meer aandacht voor het slachtoffer in het algemeen nodig, bij elke enquête en bij elke stap in de gerechtsketen. Slachtoffers zijn geen cijfers, het zijn mensen. Het zijn levens die we samen moeten trachten te redden. Op die manier kunnen we een bijdrage leveren aan een humane samenleving.

Marijke Dillen:

Dank u, mevrouw de minister, voor uw bijzonder uitvoerig antwoord. Ik heb begrepen dat de totale strafmaat van die man meer dan 10 jaar was. Dan moet de gevangenisdirecteur daar toch van op de hoogte geweest zijn? Die man was ook veroordeeld voor feiten van intrafamiliaal geweld. Ik begrijp absoluut niet dat hij opnieuw kansen kon krijgen. Wat moet een crimineel in dit land nog doen om geen gunstmaatregelen meer te krijgen, mevrouw de minister? Dat is niet alleen een vraag van mij of mij fractie, maar een van zeer veel burger. Kijk maar naar de sociale media.

Ik blijf het totaal onbegrijpelijk vinden dat Justitie het heeft toegelaten dat een dergelijke agressieve veelpleger de gevangenis veel vroeger mocht verlaten.

Mevrouw de minister, u hebt gezegd dat de inschatting van de risico’s goed zou zijn gebeurd. Ik blijf dat betwisten. Het gaat om een recidivist op het vlak van intrafamiliaal geweld, terwijl recidive op zich al alle alarmbellen zou moeten doen afgaan.

Wat de politie betreft, ik heb begrepen dat in het systeem van de politie vermeld stond dat het ging om iemand die onder VPV was geregistreerd. De politie had het dus eigenlijk moeten weten. Ik begrijp niet – en dat is geen verwijt aan de politiediensten, want zij kunnen die maatregelen niet nemen – dat het systeem niet voorziet dat bij de minste feiten van agressie of intrafamiliaal geweld, hoe klein ook, iemand die VPV geniet onmiddellijk terug naar de gevangenis moet.

Mevrouw de minister, u hebt gezegd dat u een grote ambitie hebt om de samenleving veiliger te maken. U hebt heel wat aankondigingen gedaan, die hoofdzakelijk ook terug te vinden zijn in uw beleidsbrief en beleidsverklaring. Veel van de punten die u hebt opgesomd, zullen we, zoals ik trouwens al meermaals heb bevestigd, steunen.

Wat de overbevolking van de gevangenissen betreft, het cruciale punt in dit dossier, mag het echter niet bij aankondigingen blijven. U spreekt over containers, over gevangenissen in het buitenland en over het terugsturen van buitenlandse en illegale gedetineerden naar hun land van herkomst. Dat is allemaal heel goed, maar maak daar werk van, niet louter aankondigingen, maar een heel concreet plan van aanpak. Wanneer mogen we dat verwachten? Uiteraard moet dat gekoppeld zijn aan de nodige financiering, want anders heeft het geen zin.

Mevrouw de minister, u mag niet wachten met een wet die verhindert dat daders van intrafamiliaal geweld hun elektronisch toezicht uitzitten op het adres van het slachtoffer. Die wet moet u nu doorvoeren. U zegt dat u daar na het reces werk van zult maken, maar in afwachting blijft er een lacune bestaan. Ik heb daar trouwens vorige week, bij de bespreking van de noodwet over de overbevolking in de gevangenissen, al voor gewaarschuwd.

Het is nog niet te laat. De noodwet moet zelfs hier in onze commissie voor Justitie nog worden goedgekeurd. Dien in de commissie een amendement in. U hoeft nog niet de volledige problematiek van het elektronisch toezicht aan te pakken, onder meer het doorknippen van enkelbanden, maar wel specifiek het uitzitten van een straf wegens intrafamiliaal geweld op het adres van het slachtoffer. Maak daar alstublieft de volgende dagen werk van. Ik denk dat dat amendement in de commissie voor Justitie unaniem zal worden gesteund.

Net zoals de strafuitvoeringsrechters blijf ik waarschuwen voor de ernstige risico’s van al die noodmaatregelen. De strafuitvoeringsrechters zeggen zeer duidelijk dat er nu mensen rondlopen die zij niet zouden vrijlaten. Zij hebben ervaring en spreken met kennis van zaken. Probeer toch eens naar hen te luisteren. Zij kennen het dossier perfect en weten waarover ze spreken.

Mevrouw de minister, tot besluit, dit dossier is werkelijk een blamage voor justitie.

Mijnheer de voorzitter, ik dien daarom een motie in.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, uw toelichting schetst een beeld dat niet tot vreugde stemt. Er is immers een slachtoffer gevallen. Het toont wel aan hoe complex de strafuitvoering is, zeker in de huidige context. Dat is trouwens al lang het geval, dat is niet nieuw. De strafuitvoering werd lange tijd stiefmoederlijk behandeld en er ligt nog heel wat werk op de plank. Het is jammer genoeg nooit waterdicht. Deze casus toont ook aan dat alternatieve straffen, waarvan men vaak de mond vol heeft, soms kunnen werken, maar ook kunnen falen.

Mevrouw de minister, we mogen de ambitie van het regeerakkoord en de daarin opgenomen maatregelen, die ook in uw beleidsnota staan, niet loslaten. De slachtoffers en het voorzorgsprincipe moeten onze leidraad zijn. In geval van onzekerheid mogen de samenleving en de overheid geen risico’s nemen. Een verbod op elektronisch toezicht in het kader van intrafamiliaal geweld is voor mij een must. Het is ook noodzakelijk om dat zo snel mogelijk in te voeren. Timmeren we daarmee alle risico's dicht? Laten we ons geen illusies maken. Zulke gebeurtenissen kunnen immers ook na het strafeinde plaatsvinden. We moeten echter elke mogelijke stap zetten en wel zo snel mogelijk. Volgende week vindt de tweede lezing van de noodwet plaats. Ik ben bereid om een amendement op te stellen om zo toch al enkele mazen in de wet te dichten. Ik denk dat we vanuit dit gremium zo snel mogelijk elke stap daartoe moeten proberen te zetten. Ik reken uiteraard op de steun van iedereen daarbij.

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, het debat naar aanleiding van de misdaad in Helchteren mag niet beperkt blijven tot een over de problemen in onze gevangenissen, hoe urgent die ook zijn. De aanpak van geweld tegen vrouwen vereist veel meer, die vereist een brede aanpak op alle fronten, van de versterking van de hulpverlening, over de intensieve begeleiding van daders, tot het wegwerken van de financiële onzekerheid waarin veel vrouwen leven.

Het geval in Helchteren toont pijnlijk aan hoe gevaarlijk het is om risico’s te onderschatten. Wat is er misgelopen? Wie heeft gefaald? En vooral, wat zal er nu veranderen, opdat een dergelijk feit niet herhaald wordt? Het Parlement en de regering dragen hier een collectieve verantwoordelijkheid. Slachtoffers hebben recht op bescherming, niet op laattijdig medeleven.

We kijken dus uit naar de bespreking en de verdere uitvoering van de feminicidewet in september en naar andere bijkomende stappen.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, bij de bespreking van de noodwet vorige week merkte ik al op dat het hier gaat over een complexe problematiek, die nog complexer wordt. We moeten daarvoor echt aandacht hebben.

Uw uitleg doet bij mij de vraag rijzen wie het drama had kunnen voorzien. U gaf onder andere een opsomming van de vele positieve adviezen van de PSD en de gevangenisdirectie en er was een detentieplan in uitvoering. Op een bepaald moment heeft iemand een beslissing genomen, in dit geval de gevangenisdirecteur. Achteraf is het misgelopen. Waren er dan echt geen aanwijzingen dat het fout kon lopen? Het blijft natuurlijk mensenwerk, dat mogen we niet vergeten.

Sommigen zullen het drama aangrijpen om een veel strenger beleid te eisen. Laten we het even in het extreme doortrekken. Stel dat iedereen zijn straf volledig moet uitzitten – nu doet meer dan 50 % dat –, zal de samenleving dan veiliger zijn? Zal het veiliger zijn, als gedetineerden niet de kans kregen om voorafgaandelijk voorwaardelijk vrijgesteld te worden, de kans kregen op elektronisch toezicht, de kans kregen om zich te re-integreren?

Het is gruwelijk wat er gebeurd is, maar we moeten goed opletten dat onze reactie op langere termijn niet tot nog onveiligere situaties leidt. Dat is bijzonder moeilijk. Als we het allemaal op voorhand zouden weten en het risico heel goed zouden kunnen inschatten en voorspellen, dan zou het gemakkelijk zijn.

Er blijven dus veel vragen; het dossier is bijzonder complex. Ik ben blij dat ik een tweede lezing van de noodwet heb gevraagd, zodat we op een aantal punten dieper kunnen ingaan.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, vooreerst, het is vreselijk wat daar is gebeurd. Daarom past hier ook een woord van appreciatie voor burgemeester en collega-parlementslid Yzermans, die de feiten van dichtbij beleefde, voor de manier waarop hij hier de gebeurtenissen schetst, heel genuanceerd, heel rationeel en heel gematigd. Dat pleit voor hem en is niet vanzelfsprekend voor iemand die de feiten van zo dichtbij heeft beleefd.

Mevrouw de minister, ik dank ook u voor uw tijdlijn en uw antwoorden. Er blijven weliswaar een aantal losse eindjes, waarvoor u naar minister Quintin verwijst. Het is belangrijk dat ook op die losse eindjes de juiste antwoorden komen.

Ik noteerde dat de gedetineerde een gevangenisstraf van in totaal meer dan tien jaar moest uitzittn. Het is mij echter niet volledig duidelijk op basis van welke veroordelingen hij tot meer dan tien jaar gevangenisstraf kwam. Dat zou immers betekenen dat, als hij sinds september 2021 vastzat, zijn strafeinde ergens in 2031 of 2032 zou vallen.

Voor mij persoonlijk doen de feiten denken aan 29 mei 2018. Dat is al even geleden, maar dat was de dag waarop een persoon met penitentiair verlof, met name Benjamin Herman, drie mensen – nadien bleek zelfs vier – ombracht. Dat was toen het slechtst denkbare scenario. Wanneer wij hier alles samenleggen, kunnen wij niet anders dan tot het besluit komen dat wat daar in Houthalen is gebeurd, opnieuw het slechtst denkbare scenario is.

Collega’s, ik ben het eens met de woorden van de heer Van Hecke dat het onze plicht is om voor nulrisico te ijveren, maar dat dat niet bestaat, tenzij wij inderdaad willen dat iedereen zonder pardon tot het einde van zijn straf blijft zitten. Zelfs dan is het nog maar de vraag of wij op termijn een veiligere samenleving hebben. Ik denk dat de vraag stellen ze beantwoorden is.

Er zijn twee aspecten aan het debat vandaag. Ten eerste, mevrouw de minister, er is de kwestie van de overbevolking en het plaatstekort. Daar zou het ontwerp van wet, dat we vorige week bespraken, een oplossing moeten bieden. Maar die wettekst vormt slechts een eerste stap of stapje. U hebt gesproken over het multidisciplinair plan waarnaar wij uitkijken. Ik herhaal dat wij op korte termijn moeten zoeken naar extra capaciteit via unitbouw. Wij kunnen niet anders.

Ten tweede is er de aanpak van intrafamiliaal geweld en feminicide. Dat was en is een prioriteit voor de overheden in dit land: mobiele stalkingalarmen, uithuiszettingen, risicotaxaties, veilige huizen, strengere straffen en samenwerking tussen verschillende diensten, zowel veiligheidsdiensten als sociopreventieve diensten. We moeten echter in dit moment van zelfreflectie – dat is geen kwestie van oppositie of meerderheid, maar van gezonde zelfkritiek – vaststellen aan de hand van de cijfers dat die aanpak blijkbaar niet volstaat. Het is onze plicht over de grenzen van meerderheid en oppositie heen – ik herhaal dat – om te kijken waar wij beter kunnen doen.

Ik dank u alleszins voor de antwoorden die u nu al hebt gegeven.

Steven Matheï:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Namens onze fractie wil ik zeggen dat onze gedachten bij het slachtoffer van dat extreem partnergeweld zijn. Gruwelijk en dramatisch zijn de juiste woorden om dat te omschrijven. Het laat niemand onberoerd, noch in Helchteren en omstreken, noch in heel Vlaanderen en België.

U gaf een omschrijving van wat er gebeurd is, al is nog niet alles duidelijk. Een aantal antwoorden moeten we bijvoorbeeld nog via de politie krijgen. De feiten houden wel verband met het verlengd penitentiair verlof, een maatregel die we op de huidige manier natuurlijk het liefst beëindigd zien. Daarvoor is echter capaciteit nodig, en dat brengt ons bij wat u terecht het en-enverhaal noemt, de noodwet met 41 heel concrete artikelen om de capaciteit te verhogen, die volgende week in het Parlement voorligt. Tegelijk moet die wet de nodige garanties bieden, zodat gevallen als het genoemde daar niet in passen. De wet die moet vermijden dat daders van intrafamiliaal geweld nog elektronisch toezicht kunnen krijgen bij hun slachtoffer, zal daarnaast een belangrijk aspect zijn.

Dat alles moet uiteraard gecombineerd worden met structurele maatregelen. Daarvan gaf u terecht aan dat ook anderen daarbij betrokken moeten worden. Daarom zijn die taskforces opgericht met zowel met uw collega’s in de federale regering als die bij de deelstaten. Het zal een collectieve verantwoordelijkheid zijn en een collectief antwoord op het drama dat zich vorige week heeft voltrokken.

Wij zullen dat alleszins op alle mogelijke manieren ondersteunen, zodat de nodige maatregelen kunnen worden genomen.

Mijnheer de voorzitter, daarnaast dienen wij een eenvoudige motie in.

Ismaël Nuino:

Je me permets de me joindre rapidement à la discussion. Jusqu’ici, nous avons pu avoir l’impression que cette affaire n’avait touché "que la Flandre". Il est vrai que le débat a pu donner cette impression.

Je pense que nous devons tous être conscients du fait que cela aurait pu toucher n’importe qui n’importe où en Belgique. Toutes les parties de la Belgique doivent aujourd'hui être solidaires avec les victimes – la mère de famille et les enfants qui ont assisté à cela – et avec les autorités locales qui ont à gérer cela. Cela doit être particulièrement complexe.

Je salue la réponse de madame la ministre, complète, précise, qui a un petit peu dépassé le temps imparti.

La loi d'urgence est évidemment urgente. Elle va devoir être votée et sera votée rapidement, je l'espère. Nous allons devoir mener des débats plus larges pour voir comment sortir de cette surpopulation carcérale, avec quelles modalités pour garantir la sécurité, particulièrement pour les délits et les faits de mœurs, qui sont de plus en plus observés dans la société et qui, fort heureusement, sont de moins en moins acceptés.

Je vous rappelle notre soutien plein et entier dans ce travail. Il n’y a pas que la Flandre qui est avec les victimes. C’est le cas de l'ensemble de ceux qui se sentent touchés par ces faits.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee, - overwegende dat een gedetineerde die penitentiair verlof had gekregen zich donderdag jl. schuldig heeft gemaakt aan bijzonder gruwelijke feiten van intrafamiliaal geweld tegen zijn partner, waarbij hij deze vrouw in brand stak en levensgevaarlijk verwondde, en dit in aanwezigheid van vijf van hun kinderen, van wie de jongste nog maar 2 jaar is en de oudste 15 jaar, die deze bijzonder traumatische ervaring levenslang zullen meedragen; - overwegende dat deze gedetineerde was veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 37 maanden wegens zwaar intrafamiliaal geweld tegen hetzelfde slachtoffer; - overwegende dat Justitie toeliet dat deze agressieve veelpleger verlengd penitentiair verlof kreeg en dus veel vroeger de gevangenis mocht verlaten door een zogenaamde noodmaatregel in het kader van de strijd tegen de overbevolking; - overwegende dat hij een aanvraag had ingediend om de rest van zijn straf thuis uit te zitten onder elektronisch toezicht; - overwegende dat in afwachting daarvan de gevangenisdirecteur blijkbaar een positief advies had gegeven om voorlopig al terug te keren naar huis, wat onbegrijpelijk is gezien de duidelijke agressieproblematiek in combinatie met een drugsverslaving; - overwegende dat strafuitvoeringsrechters al herhaaldelijk hebben gewaarschuwd dat het verlengd penitentiair verlof de maatschappelijke veiligheid in gevaar brengt en duidelijk stelden: "Er lopen nu mensen vrij rond die wij niet zouden vrijlaten", waarbij duidelijk werd gesteld dat er toen al verschillende veroordeelden die dankzij de noodmaatregelen de gevangenis hadden mogen verlaten nieuwe feiten hadden gepleegd; - overwegende dat de gebeurtenissen in Helchteren werkelijk desastreus zijn voor het imago van Justitie gezien gevaarlijke gedetineerden zomaar worden vrijgelaten en opnieuw kunnen toeslaan; vraagt de regering: eindelijk werk te maken van een structureel plan van aanpak om de overbevolking in de gevangenissen ten gronde aan te pakken, gekoppeld aan voldoende financiële middelen. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord, - considérant qu'un détenu qui avait bénéficié d'un congé pénitentiaire s'est rendu coupable jeudi dernier de faits particulièrement atroces de violence intrafamiliale à l'encontre de sa partenaire, ayant immolé cette femme par le feu et l'ayant dangereusement blessée, et ce en présence de cinq de leurs enfants, dont le cadet n'a encore que deux ans et l'aîné a 15 ans, qui devront subir à vie les conséquences de cette expérience extrêmement traumatisante; - considérant que ce détenu était condamné à une peine d'emprisonnement effectif de 37 mois, et ce pour violence intrafamiliale grave à l'encontre de la même victime; - considérant que la Justice a permis que ce multirécidiviste agressif bénéficie d'un congé pénitentiaire prolongé et qu'il puisse donc quitter la prison beaucoup plus tôt grâce à une mesure d'urgence prise dans le cadre de la lutte contre la surpopulation carcérale; - considérant qu'il avait introduit une demande visant à purger le reste de sa peine à son domicile avec un bracelet électronique; - considérant qu’en attendant, le directeur de la prison avait apparemment remis un avis positif concernant son retour provisoire à domicile, ce qui est incompréhensible, compte tenu de son problème évident d'agression, combiné à une accoutumance à la drogue; - considérant que les juges de l'application des peines ont déjà mis en garde à plusieurs reprises contre le fait que le congé pénitentiaire prolongé met en danger la sécurité de la société et qu'ils ont clairement indiqué que des personnes qu'ils ne libéreraient pas circulaient alors en toute liberté, précisant clairement qu'à l'époque, plusieurs condamnés ayant pu quitter la prison grâce aux mesures d'urgence avaient commis de nouveaux faits; - considérant que les événements qui se sont produits à Helchteren sont vraiment désastreux pour l'image de la Justice, compte tenu du fait que de dangereux détenus sont tout simplement libérés et peuvent récidiver; demande au gouvernement: d'élaborer enfin un plan structurel visant à s'attaquer en profondeur à la surpopulation carcérale, assorti de moyens financiers suffisants. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï. Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De door Gazanen ingediende aanvragen om humanitaire visa
Het uitreiken door België van visa aan Palestijnen uit Gaza
De evacuatie van familieleden van Palestijnse Belgen uit Gaza
Humanitaire visa en evacuaties voor Palestijnen uit Gaza

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de blokkade van Belgische humanitaire visa en gezinshereniging voor Palestijnen in Gaza, waar 500 mensen wachten op evacuatie sinds oktober 2023, maar slechts 24 succesvol werden geëvacueerd. Critici hekelen traagheid, onhaalbare documenteneisen (verwoest door bombardementen) en het ontbreken van digitale aanvraagmogelijkheden, terwijl de minister benadrukt dat dossiers chronologisch worden behandeld—zonder prioriteit voor Gaza—en wijst naar bevoegdheidsgrenzen (Buitenlandse Zaken voor evacuaties). Concrete actie ontbreekt, ondanks dringende oproepen om procedures te versnellen en levens te redden. Een motie vraagt spoedbehandeling van visa, automatische digitale aanvragen en versnelde evacuaties, maar de minister houdt vast aan strikte regels en migratiebeperking als prioriteit. Urgente humanitaire nood weegt niet op tegen bureaucratie.

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, vous le savez, le canal du visa humanitaire est vital en matière de migration pour les personnes palestiniennes qui vivent l'enfer d'un génocide organisé par le gouvernement et l'armée israéliens dans la bande de Gaza. Étant donné la fermeture du centre VFS – qui a été bombardé par l'armée israélienne –, qui est un opérateur privé qui assurait le suivi des demandes de visas humanitaires pour le compte du consulat belge de Jérusalem, la seule possibilité qui s'offre aujourd'hui aux populations palestiniennes de la bande Gaza est l'introduction d'une demande de visa en ligne.

Or les autorités belges n'acceptent pas ce mode d'introduction pour ce type de visa, sauf lorsqu'une juridiction leur impose d'accueillir une telle demande de visa en ligne ou dans certaines conditions, s'il s'agit d'une demande hybride, c'est-à-dire d'une demande de visa humanitaire pour certains membres de la famille qui est introduite en même temps qu'une demande de regroupement familial pour un autre membre de la cellule familiale. Cela rouvre tout le débat, notamment la question de la mise en œuvre de l'arrêt Afrin sur laquelle nous avons longuement débattu et pour la laquelle il n'y a pas encore de réponse.

Madame la ministre, quel est le nombre de demandes de visas humanitaires pendantes ou clôturées introduites par des Palestiniens entre le 1 er janvier 2023 et le 7 octobre 2023? Quel est le nombre de demandes de visas humanitaires non hybrides introduites par des Palestiniens après les massacres du 7 octobre 2023 et jusqu'à aujourd'hui? Quels sont les chiffres disponibles? Quel est le nombre de demandes de visas humanitaires hybrides introduites par des Palestiniens après cette même date et jusqu'à aujourd'hui? Quel est le nombre de visas octroyés sur la base d'une demande visée au point D et quelle est la ventilation? Finalement, quelles seront vos directives en la matière?

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, ma question concerne la délivrance de visas par la Belgique à des Palestiniens vivant à Gaza. La population de Gaza vit un véritable enfer, assaillie par les bombes et la faim depuis des mois. Et le gouvernement belge a le pouvoir, et le devoir, de venir en aide à ces populations.

Or force est de constater que votre gouvernement empêche actuellement toute aide à ces hommes, femmes et enfants. Des citoyens belges ou des Palestiniens reconnus réfugiés tentent de venir en aide à leurs parents proches se trouvant à Gaza. Ces familles ont introduit des demandes de visas humanitaires afin qu’ils et elles puissent les rejoindre sur le territoire belge.

Il me revient que les procédures introduites par des Gazaouis pour obtenir un visa humanitaire sont soit rejetées, soit restent sans réponse. Pour quelles raisons? Quelles consignes avez-vous données en la matière?

Quant aux personnes qui ont demandé des visas sur d’autres bases, comme le regroupement familial, ces demandes font l’objet d’une interprétation très stricte qui empêche ces personnes de sortir de Gaza.

Madame la ministre, confirmez-vous ces informations très graves? Combien de visas humanitaires ont été délivrés par la Belgique depuis le 7 octobre 2023? Combien ont été exécutés? Combien de procédures de regroupement familial ont été introduites? Combien ont été acceptées? Combien ont été rejetées? Combien de regroupements familiaux ont pu avoir lieu concrètement depuis le 7 octobre 2023?

Greet Daems:

Mevrouw de minister, we krijgen heel veel getuigenissen binnen van Palestijnse Belgen die machteloos moeten toekijken hoe hun familieleden in Gaza gevaar lopen.

Ondertussen werden al 56.000 Palestijnen vermoord. De werkelijke cijfers liggen naar alle waarschijnlijkheid nog veel hoger.

De voorbije weken zien we bovendien een enorme toename van geweld tijdens de voedselbedelingen. Israëlische soldaten openen het vuur op mensenmassa’s die aanschuiven voor het schaarse voedsel. Volgens Artsen Zonder Grenzen werden daarbij al zeker 500 mensen gedood en werden bijna 4.000 mensen verwond. Dat is volgens Artsen Zonder Grenzen geen hulp maar een slachtpartij, vermomd als humanitaire actie. Nog steeds blijven de Israëlische autoriteiten humanitaire organisaties verbieden om voedselpakketten uit te delen in de Gazastrook. Daardoor blijft het tekort aan voedselhulp enorm, terwijl 95 % van de bevolking met ernstige tekorten kampt.

Al die horror en al dat leed zien wij hier dagelijks passeren in het nieuws en op sociale media. Iedereen wordt ermee geconfronteerd. Stel u maar eens voor dat uw familieleden – uw man of vrouw, kinderen, mama of papa, broers of zussen – vastzitten in Gaza, terwijl u elke dag opnieuw wordt geconfronteerd met verschrikkelijke beelden en moet vrezen voor het leven van uw geliefden. Die mensen zijn echt ten einde raad. Ze doen alles wat ze kunnen om hun familie in veiligheid te brengen.

België is erin geslaagd om 24 mensen naar België te evacueren, maar die inspanning volstaat niet. Volgens het crisiscentrum van het Belgisch ministerie van Buitenlandse Zaken wachten bijna 500 Palestijnen in Gaza sinds 7 oktober 2023 om zich bij hun familie in België te voegen.

Wij werden gecontacteerd door tientallen mensen. De aanvragen voor gezinshereniging zijn in bijna alle gevallen goedgekeurd. De familieleden beschikken over de nodige papieren om naar België te komen, sommigen al van vóór 7 oktober 2023. Anderen waren gewoon op bezoek en wachten intussen al een jaar en acht maanden op evacuatie.

Op het VRT-nieuws zagen wij recent nog de getuigenis van Zuhour en Rawan. De man en kinderen van Rawan hebben een visum en staan op de evacuatielijst, maar er gebeurt gewoon niets. Ze hebben al meerdere keren aangeklopt bij de overheid, maar krijgen telkens weinig duidelijkheid. Ze vertelt hoe haar familie in Gaza mentaal gebroken is. Rawan zelf slaapt nauwelijks nog.

Ook van mensen ter plaatse in Gaza horen we dat ze het niet meer aankunnen. Ze lijden honger en zijn totaal hopeloos.

Bij al die mensen werd de aanvraag voor gezinshereniging goedgekeurd. Niettemin zitten ze nog steeds vast in Gaza. Dat valt gewoon niet meer uit te leggen.

Bovendien ondervinden heel veel families enorme moeilijkheden bij het indienen van een aanvraag voor gezinshereniging. Volgens advocaten worden Palestijnen uit Gaza geconfronteerd met bijzonder omslachtig en vaak onhaalbaar papierwerk. Een elektronische aanvraag wordt vaak geweigerd. Ze moeten zich dan fysiek aanbieden bij de Belgische ambassade in Israël, hoewel ze Gaza niet kunnen verlaten.

Die procedure is dan ook haast onmogelijk. De nodige documenten, zoals huwelijksakten of geboorteakten, zijn bij velen vernietigd door de bombardementen. Ook DNA-testen vormen een bijna onmogelijke opdracht. Wanneer zij die documenten niet kunnen voorleggen, wordt hun aanvraag geweigerd of ondervindt die aanzienlijke vertraging.

Zo werd ook de elektronische aanvraag van een jongen van twaalf geweigerd. De jongen ligt in het ziekenhuis nadat hij tijdens een raketaanval zijn rechterarm, -been en -oog verloor. Zijn broer verblijft in België als erkend vluchteling. Zijn advocaat heeft de Dienst Vreemdelingenzaken gecontacteerd na de weigering van de aanvraag, maar kreeg nooit een antwoord.

Advocaten pleiten dan ook voor een vereenvoudigde aanpak. Visumaanvragen moeten per e-mail kunnen worden ingediend, zonder dat daarvoor telkens een gerechtelijke procedure moet worden opgestart.

Mevrouw de minister, er moet toch iets zijn dat u kunt doen. Daarom stel ik u de volgende vragen.

Welke inspanningen levert u om ervoor te zorgen dat de betrokkenen zich met hun familie kunnen herenigen?

Hoeveel mensen met een goedgekeurd visum wachten nog op evacuatie? Waarom bleef het bij de evacuatie van slechts 24 personen? Waarom gebeurde er daarna niets meer?

Zult u ervoor zorgen dat aanvragen automatisch per e-mail kunnen gebeuren in plaats van telkens geval per geval te worden behandeld, of zullen advocaten steeds een gerechtelijke procedure moeten opstarten om dat af te dwingen?

Hoelang zullen de betrokkenen nog moeten wachten om hun familie, hun kinderen, opnieuw te kunnen zien?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Daems, M Aouasti et Mme Schlitz, eerst en vooral, de oorlog in Gaza heeft verschrikkelijke proporties aangenomen. Het menselijk leed is werkelijk gigantisch. Het is onmogelijk om daar onbewogen onder te blijven. Dat is zeer duidelijk.

Ik begin met de vragen naar concrete cijfers. Daarvan heb ik gemerkt dat u andere gegevens vraagt dan wat in de ingediende tekst van de vragen staat. Hopelijk begrijpen jullie dat ik die cijfers niet uit het hoofd ken.

Monsieur Aouasti, vous avez demandé la répartition entre les visas hybrides et les autres. Je ne connais pas ces chiffres par coeur. En revanche, je dispose des chiffres correspondant aux questions que vous avez transmises par écrit. Si vous souhaitez obtenir d’autres données, je peux naturellement vous les fournir par écrit.

Mevrouw Daems, de Dienst Vreemdelingenzaken behandelt het dossier na de visumaanvraag. Het zal u niet ontgaan zijn dat door de immense migratiedruk onder de vorige regering onze asiel- en migratiediensten overbelast zijn geraakt. Toch doen zij er alles aan om onder de huidige omstandigheden de dossiers, ook die van de Palestijnen, zo snel mogelijk te behandelen. Meer nog, van de aanvragen voor erkenning van Palestijnen op Europees niveau, gebeurt 53 % in België. We kunnen dus zeker zeggen dat België meer dan zijn deel doet.

Het is onze eerste prioriteit om de asielinstroom terug te dringen en te investeren in extra personeel bij de Dienst Vreemdelingenzaken en het CGVS om de behandeling van aanvragen te kunnen versnellen. De visumaanvraag en wat er na een eventuele goedkeuring gebeurt, vallen onder de bevoegdheid van Buitenlandse Zaken, dus die vragen moeten worden gericht aan minister Prévot. Dat is ook het geval voor uw vraag wanneer personen hun familie en kinderen zullen kunnen terugzien.

In de ingediende tekst van uw vraag staat ook een vraag over het bestaan van zogenaamde nepmails. Volgens de laatste informatie heeft de DVZ geen weet van dergelijke mails.

Wat betreft uw vraag over de mogelijkheid om een visumaanvraag via elektronische weg in te dienen, heb ik de vorige keer in het kader van de discussie over de wetsontwerpen rond gezinshereniging al geantwoord dat er een mogelijkheid bestaat om een visumaanvraag via e-mail in te dienen.

Wat de originele documenten betreft, wordt geval per geval bekeken of een afwijking eventueel kan worden toegelaten als de originele documenten niet bezorgd kunnen worden. Dan kan bijvoorbeeld worden gekozen voor een gesprek met de persoon in kwestie of voor een DNA-test.

Monsieur Aouasti, vous m'avez demandé quel était le délai moyen de traitement des demandes de visa humanitaire, tous pays confondus et spécifiquement pour les Gazaouis. En règle générale, l'Office des É trangers respecte l'ordre chronologique ( First In, First Out ). Plusieurs facteurs peuvent toutefois perturber cet ordre, par exemple l'injonction du tribunal de première instance de prendre une décision dans un délai déterminé, l'obligation de prendre une nouvelle décision après un arrêt d'annulation du Conseil du Contentieux des é trangers (CCE) ou une plainte auprès du Médiateur fédéral.

Le 31 mai 2025, l'Office des É trangers comptabilisait 1 224 demandes de visa en attente d'une décision. Aucune statistique n'est ventilée selon la nationalité, la présence d'enfants ou la combinaison avec une demande de regroupement familial. Une telle ventilation supposerait en effet un pré-examen des demandes lors de leur réception. Par souci d'équité, l'Office des É trangers examine les demandes de visa pour raison humanitaire par ordre chronologique ( First In, First Out) . En effet, ces demandes sont généralement formulées par des personnes qui se trouvent dans des régions en proie à différents types de conflits (internes, ethniques, régionaux, etc.) ou dans des situations personnelles, familiales ou sanitaires difficiles.

Vous m'avez demandé si je pouvais garantir que les demandes introduites par e-mail étaient traitées avec la même diligence que celles qui sont introduites par voie classique. Je peux le confirmer: le mode d'introduction de la demande n'a pas d'incidence sur les critères d'examen ou le délai de traitement.

Madame Schlitz et monsieur Aouasti, en ce qui concerne les chiffres que vous avez sollicités dans la version que j'ai reçue, je puis vous indiquer que de janvier jusqu'en avril dernier, 279 demandes de visa humanitaire ont été introduites par des Gazaouis, 737 demandes l'ont été en 2024 et 162 en 2023. Donc, vous voyez que leur nombre augmente. Jusqu'en avril dernier, 788 demandes de regroupement familial ont été introduites par des Gazaouis, 1 424 l'ont été en 2024 et 614 en 2023.

Madame Schlitz, j'attire votre attention sur le fait qu'en dépit de son usage fréquent, le concept de visa humanitaire n'apparaît nulle part dans la loi du 15 décembre 1980. Ceci dit, les demandes de visas motivées par des raisons humanitaires sont également examinées régulièrement. Toutefois, la loi ne fixant pas de critères, l'examen de ces demandes est généralement plus complexe et nécessite davantage de temps. En ce qui concerne le regroupement familial, une demande de visa peut être approuvée lorsque les conditions prévues par la loi sur les étrangers sont remplies. Dans les deux cas, un contrôle d'identité et de sécurité est également effectué. Chaque demande doit faire l'objet d'un examen approfondi.

Enfin, une distinction doit être faite entre la décision de l'Office des é trangers d'accorder un visa et l'exécution de cette décision. La délivrance effective d'un visa par un poste diplomatique ou consulaire belge dans la région est en effet empêchée depuis de longs mois en raison de la fermeture des frontières.

Khalil Aouasti:

Je vous remercie pour vos réponses, madame la ministre. Si vous préférez que je vous adresse les demandes de statistiques par écrit, je le ferai avec plaisir.

Concernant les demandes de visas humanitaires, si cela a une base légale, c'est inquiétant. Mais vous dites qu'il n'y a pas de base légale, que le terme est tronqué.

C'est l'article 9 de la loi du 15 décembre 1980 qui prévoit que les personnes peuvent introduire, depuis un poste diplomatique, des demandes qui sont examinées dans un cadre humanitaire. Ce sont effectivement des demandes de séjour, par le biais d'un visa, qui sont examinées à la discrétion du ministre. C'est d'ailleurs la règle, et les 9 bis et 9 ter sont des dérogations puisqu'ils supposent l'impossibilité pour la personne d'avoir un retour, même bref, pour pouvoir déposer sa demande de séjour depuis le poste diplomatique.

Donc l'article 9 de la loi du 15 décembre 1980 existe, il a une base légale. Il est effectivement peu utilisé, et l'expression "visa humanitaire" peut être un terme tronqué. Mais cet article 9 existe et donne la compétence à l'Office des étrangers d'examiner des demandes humanitaires adressées par des personnes étrangères qui ne peuvent pas entrer dans une formule de regroupement familial ou autre depuis le poste diplomatique. Et c'est ce qu'on appelle communément "visa humanitaire".

Deuxièmement, il y a une réponse que je n'ai pas reçue, ou à moitié. Il s'agit de la faculté de pouvoir introduire ces demandes en ligne. Vous nous avez garanti que c'était possible pour le regroupement familial. On sait que dans la pratique administrative, c'est le cas pour les demandes hybrides. Mais pour les demandes qui sont purement basées sur l'article 9 de la loi du 15 décembre 1980, cette faculté de les introduire en ligne existe-t-elle?

Comme nous en avons déjà débattu, les pratiques divergent d'un poste diplomatique à l'autre, d'un centre à l'autre, d'un pays à l'autre. Et il faut aussi tenir compte de la difficulté d'avoir ce qu'on appelle les dossiers incomplets et les dossiers complets. C'est une question technique, qui est vraiment importante dans ce cadre-là. Comme je l'ai dit dans ma question, le centre VFS a été bombardé et n'existe pas.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous nous avez seulement donné des chiffres pour ce qui concerne les demandes introduites. Par contre, on n'a pas de chiffres sur les octrois de visas ni sur les exécutions des visas. Vous n'avez donc pas répondu à la plupart de mes questions. Vous nous dites que c'est traité dans l'ordre chronologique mais qu'il y a des moments d'urgence où il peut y avoir une injonction.

En l'occurrence, n'y a-t-il pas une urgence prioritaire à faire passer les dossiers des Gazaouis en haut de la pile? Chaque jour qui passe, il y a des décès supplémentaires et, par conséquent, une impossibilité d'exécuter et de délivrer ces visas.

Madame la ministre, quelles initiatives avez-vous prises pour faire en sorte d'exfiltrer ces personnes de Gaza pour leur venir en aide et sauver leur vie? Voici en fait la traduction de toutes mes questions. Et là, ce que j'entends, c'est que vous n'avez rien fait. Vous n'avez rien fait. Vous vous en foutez complètement.

Vous nous dites au début de votre intervention que ce qui se passe à Gaza est terrible. J'imagine qu'on vous oblige à dire cela pour ne pas faire scandale. Mais, en fait, vous n'en avez rien à faire et vous n'avez manifestement rien fait pour venir en aide à ces personnes qui ont, notamment dans le cas du regroupement familial, des membres de leur famille en Belgique qui sont des ressortissants belges. C'est inadmissible!

Greet Daems:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik had enkele woorden verwacht waaruit de Palestijnen in Gaza hoop zouden kunnen putten, maar ik heb ze helaas niet gehoord. U zegt dat de DVZ er alles aan doet om de visumaanvragen zo snel mogelijk te behandelen, maar tegelijkertijd zegt u dat uw prioriteit ligt bij het terugdringen van de migratiecijfers. Uw prioriteit zou echter moeten liggen bij de evacuatie van mensen uit Gaza, gezinsleden van Palestijnen die een verblijf hebben in België, mensen die een hoog risico lopen om te sterven.

U zit aan de knoppen. U bepaalt wat prioritair is. U hebt de macht om sneller te schakelen. Terwijl de situatie in Gaza verschrikkelijk is en nog steeds escaleert – wat we live op beeld kunnen volgen – blijft u vasthouden aan de procedure. Er worden documenten gevraagd die al maanden onder het puin liggen. Gaza is zo goed als volledig platgebombardeerd. Er worden medische attesten gevraagd. Vind maar eens een dokter die zich daarmee wil bezighouden. De zorginfrastructuur van Gaza staat amper nog overeind. Hetzelfde geldt voor de DNA-testen. Zodra één document ontbreekt, wordt de aanvraag gewoon geweigerd.

U kunt het ook anders aanpakken. U kunt de aanvragen behandelen zonder al die documenten, documenten waarvan de meerderheid vernietigd is. U kunt uw diensten instructies geven dat de aanvragen van mensen uit Gaza boven op de stapel komen te liggen.

Ik denk dat het wel duidelijk is hoe ernstig de situatie in Gaza is. Elke dag dat mensen langer moeten wachten, is een dag te veel. Mevrouw de minister, u kunt hier het verschil betekenen tussen leven en dood. Ik reken op uw menselijkheid om zo snel mogelijk familieleden te evacueren, om ervoor te zorgen dat zij niet sterven.

U beweert ook dat elektronische aanvragen wel kunnen, dat het geval per geval wordt bekeken, maar in de pers lezen wij toch andere dingen. Ik sprak u daarnet ook over die jongen van 12 die in het ziekenhuis ligt en een been, een arm en een oog heeft verloren. Dat is geen alleenstaand geval. Wij horen dezelfde verhalen bij heel veel mensen die ons contacteren. Ook tal van advocaten bevestigen dat. Dan kunt u toch niet ontkennen dat er een probleem is met die elektronische aanvragen.

Daar stopt het trouwens niet. Als de aanvraag eenmaal is goedgekeurd, betekent dat nog niet dat er sprake is van evacuatie. Die mensen sturen ons berichten in de hoop dat die u bereiken. Ze vragen u om hen te helpen, om hun kinderen te redden uit Gaza. Die berichten, mevrouw de minister, zijn bijzonder hard om te lezen. Ik vermoed dat u ze ook ontvangt.

Velen onder hen zijn echt ten einde raad. Zo is er iemand die al 18 maanden wacht op zijn kinderen, al 18 maanden zitten die kinderen vast. Dat is onmenselijk lang, zeker met dagelijkse bombardementen en wanneer nagenoeg alle kinderen ondervoed zijn. Die man is zo radeloos dat hij geen andere uitweg meer ziet dan zelfmoord te plegen. Dat zijn enorm heftige situaties.

Er moet toch iets zijn wat u kunt doen, u moet toch meer kunnen doen. Ik hoop dan ook dat zij op uw empathie en menselijkheid mogen rekenen en dat u er alles aan zult doen om hen te helpen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Greet Daems en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Greet Daems en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid, - overwegende dat Palestijnen uit Gaza elke dag moeten vrezen voor hun leven; - overwegende dat Israël al zeker 56.000 Palestijnen vermoordde; - overwegende dat er een enorme toename van geweld is tijdens de voedselbedeling, georganiseerd door Israël; - overwegende dat er een hongersnood is, en dat Israël hulp nog steeds tegenhoudt; - overwegende dat de humanitaire crisis in Gaza onverminderd doorgaat; - overwegende dat er volgens het crisiscentrum van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken bijna 500 Palestijnen in Gaza wachten sinds 7 oktober 2023 om zich bij hun familie in België te voegen; - overwegende dat er heel wat problemen zijn met de elektronische aanvragen van gezinshereniging; - overwegende dat het heel lang duurt vooraleer een visumaanvraag behandeld wordt; vraagt de regering - om alles in het werk te stellen om de evacuatie van de familieleden van Palestijnen in België zo snel als mogelijk te volbrengen; - om alles in het werk te stellen om de resterende visumaanvragen met spoed te behandelen; - om alles in het werk te stellen zodat elektronische aanvragen automatisch kunnen voor mensen die nog in Gaza verblijven." Une motion de recommandation a été déposée par Mme Greet Daems et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Greet Daems et la réponse de la ministre de l’Asile et de la Migration, et de l’Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes villes, - considérant que les Palestiniens de Gaza doivent craindre chaque jour pour leur vie; - considérant qu'Israël a déjà tué au moins 56 000 Palestiniens; - considérant qu'on assiste à un regain de violence démesuré lors de la distribution de nourriture, organisée par Israël; - considérant qu'une famine sévit et qu'Israël retient toujours l'aide; - considérant que la crise humanitaire se poursuit sans relâche à Gaza; - considérant que, selon le centre de crise du SPF Affaires étrangères, près de 500 Palestiniens attendent à Gaza, depuis le 7 octobre 2023, de rejoindre leur famille en Belgique; - considérant que les demandes électroniques de regroupement familial posent de nombreux problèmes; - considérant que le délai de traitement des demandes de visa est très long; demande au gouvernement de prendre les mesures nécessaires afin - de tout mettre en œuvre pour procéder, dans les plus brefs délais, à l'évacuation des membres de la famille de Palestiniens en Belgique; - de tout mettre en œuvre pour traiter d'urgence les demandes de visa restantes; - de tout mettre en œuvre pour permettre le traitement automatique des demandes électroniques pour les personnes qui séjournent encore à Gaza. " Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese. Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Het uitzetten van Hamassupporters

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy dringt aan op intrekking van verblijfsvergunningen en nationaliteit van Hamas- en jihadistische aanhangers in België, geïnspireerd door Amerikaanse maatregelen, om antisemitisme en terreurverheerlijking op universiteiten en in de samenleving hard aan te pakken, maar kritiseert minister Van Bossuyt omdat haar casuïstische benadering (geval-per-geval-beoordeling bij "dreiging voor openbare orde") hem te slap en onvoldoende proactief lijkt. Van Bossuyt verwerpt antisemitisme maar benadrukt dat individuele veiligheidsrisico’s de enige juridische grond zijn voor uitzetting, zonder algemene maatregelen te beloven. Van Rooy illustreert de urgentie met een persoonlijk voorbeeld: seculiere Iraniërs in België worden geconfronteerd met sharia-aanhangers die ongestraft extremistische opvattingen verspreiden, wat hij als onacceptabel en maatschappelijk schadelijk bestempelt.

Sam Van Rooy:

Dank u, mijnheer de voorzitter. Ik merk dat ook in deze commissie een aantal spreekbuizen van Hamas aanwezig zijn. Het gaat echt snel bergaf met dit land, helaas, maar dat terzijde.

"We will be revoking the visas and/or green cards of Hamas supporters in America, so they can be deported," zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. Hij sprak die woorden naar aanleiding van de arrestatie van Mahmoud Khalil, die een prominente rol speelde in de pro-Hamasprotesten aan de Columbia-universiteit. Khalils activiteiten ondersteunden de genocidale, antisemitische jihadisten van Hamas. Zijn studentenvisum of green card werd dan ook ingetrokken. Een woordvoerder van Homeland Security benadrukte dat dat past in de strijd tegen antisemitisme.

Ook bij ons, op straat in Antwerpen en Brussel, en in onze scholen en universiteiten, zijn Joden steeds minder welkom en zelfs minder veilig als gevolg van dat soort Hamaspropagandisten.

Mevrouw de minister, vindt u dat een goede en na te volgen maatregel?

Wilt u in het kader van de strijd tegen antisemitisme en tegen de verheerlijking van jihadistische terreur, met name op onze universiteiten, de verblijfsvergunning of, in het geval van dubbele nationaliteit, de Belgische nationaliteit van zulke Hamassupporters intrekken en hen het land uitzetten?

Ten slotte voeg ik daaraan toe dat ik de lat voor u niet al te hoog leg. Alleen al door uit te spreken dat u wenst om dat te doen, want ik begrijp uiteraard dat het niet evident is, zou u een sterk signaal geven dat antisemitisme en de verheerlijking van jihadterreur geen plaats hebben in dit land en al zeker niet op onze universiteiten.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, tijdens een vorige mondelinge vragensessie hebt u een gelijkaardige vraag gesteld. Ik heb toen heel duidelijk elke vorm van antisemitisme sterk veroordeeld en dat wil ik graag opnieuw doen.

Wat betreft de concrete vraag die u vandaag stelt, een studentenvisum of de verlenging van een studentenverblijf kan worden geweigerd of een studieverblijf kan worden beëindigd indien de betrokkene wordt geacht een bedreiging te vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid van het land. Die afweging kan niet in het algemeen, maar zal steeds geval per geval moeten worden gemaakt.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw kort antwoord. Ik denk dat u van goede wil bent, maar ik had toch een iets steviger antwoord verwacht. U ziet blijkbaar niet in hoe ernstig de situatie op dit moment is. Ik zal dat beschrijven met een persoonlijke noot, die helaas veelzeggend is. Mijn Iraanse partner is ooit naar België gekomen met een studentenvisum. Dat is prima, maar zij en ook seculiere Iraanse vrienden van ons werden geconfronteerd met Iraans-islamitische aanhangers van het jihadistische shariaregime van de Iraanse ayatollahs, die hier ook gewoon mochten en mogen studeren en wier opvattingen en intenties duidelijk niet koosjer zijn. Vindt u dat normaal? Vindt u dat goed voor onze samenleving? Blijft u dat toestaan? Als ik uw antwoord hoor, vrees ik van wel en dat vind ik werkelijk niet te geloven.

De bestrijding van misbruik van de asielprocedure

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om versnelde asielprocedures en de bestrijding van misbruik, waarbij de minister verwijst naar artikelen 57/6 en 57/6/1 (1980) die irrecevable of versnelde behandeling defineren (bv. veiligheidsrisico’s, dubbele aanvragen, tegenstrijdige verklaringen). 20% van de 30.000 lopende dossiers in 2024 zou "misbruik" zijn, maar de minister bevestigt noch ontkent deze cijfers of levert data voor Q1 2025. Doel is een beslissingstermijn van 6 maanden (nu 18 maanden), met beperkt opvang voor herhaalde EU-aanvragen onder het nieuwe EU-migratiepact. Dubois dringt aan op concrete cijfers om de impact op de werkdruk te meten.

Xavier Dubois:

Madame la ministre, depuis 2023, un projet a été mis en œuvre afin d’accélérer le traitement des demandes d’asile. Ce projet s’appuie notamment sur la norme européenne visant une décision dans un délai de six mois. Il intègre également pour objectif de lutter contre les demandes jugées abusives. Ce point a d’ailleurs été abordé ce matin. C'est important, et nous avançons en la matière.

Plus concrètement, j’aimerais poser quelques questions afin de mieux cerner le problème. Pouvez-vous préciser de manière exhaustive les différentes catégories de demandes d’asile que le gouvernement peut considérer comme abusives?

D’après les chiffres qui ont circulé dans la presse et que nous avons pu consulter, si l’on additionne les demandes introduites par les bénéficiaires de la protection internationale et celles déjà identifiées comme ultérieures et abusives, cela représenterait 20 % des demandes introduites en 2024. Sur l’ensemble des dossiers en attente, à savoir 30 000, les demandes d'asile abusives représenteraient pratiquement un tiers de la charge de travail. C’est considérable. Pouvez-vous confirmer ces chiffres? Pouvez-vous également fournir les données pour le premier trimestre 2025?

Enfin, quel sera l’impact de cette lutte contre les abus sur le réseau d’accueil?

Anneleen Van Bossuyt:

Monsieur Dubois, sur les deux premières questions, toutes les procédures spéciales sont reprises dans la loi, plus précisément aux articles 57/6 et 57/6/1 de la loi du 15 décembre 1980. Ces deux articles définissent les situations dans lesquelles le CGRA décide en priorité, dans lesquelles le CGRA peut déclarer la demande irrecevable ou dans lesquelles le CGRA peut traiter la demande selon une procédure accélérée.

Il s'agit de plusieurs pages de textes juridiques. Je pense qu’il n'est pas utile de les énumérer ici de manière exhaustive, mais je résumerai brièvement quelques exemples de situations dans lesquelles le CGRA décide en priorité: si le demandeur se trouve en centre fermé; ou si le ou la ministre ou l'Office des Étrangers demande de traiter la demande en priorité.

Quelques exemples de situations dans lesquelles le CGRA peut déclarer la demande irrecevable: lorsque le demandeur bénéficie déjà d'une protection internationale dans un autre État membre de l'Union Européenne; ou lorsque le demandeur introduit une demande ultérieure pour laquelle aucun élément ou fait nouveau n'apparaît ni n'est présenté.

Finalement, quelques exemples de situations dans lesquelles le CGRA peut traiter une demande selon une procédure accélérée: il existe de sérieuses raisons de considérer que le demandeur représente un danger pour la sécurité nationale ou l'ordre public; le demandeur provient d'un pays d'origine sûr; ou le demandeur a fait des déclarations manifestement incohérentes et contradictoires.

L'application de ces articles affecte par exemple le délai de traitement de ces demandes et/ou le délai d'introduction d'un recours. Comme vous l'avez dit, on souhaite que le traitement ne prenne que six mois contrairement à aujourd'hui où la durée est en moyenne d'un an et demi. Ce sont 18 mois pendant lesquels les gens sont dans l'insécurité et dans des circonstances dont personne ne veut.

Dans tous les cas, chaque demande de protection internationale est traitée et évaluée individuellement en tenant compte de tous les éléments pertinents du dossier lors de la prise de décision.

Enfin, pour ce qui est des demandeurs de protection internationale ayant déjà obtenu une demande de protection internationale dans un autre État membre, je renvoie à ma réponse aux deux premières questions. Actuellement, ces demandes peuvent déjà être déclarées irrecevables par le CGRA. Par contre, les mesures de crise convenues prévoient deux modifications pour cette catégorie. On limite l'accueil et le traitement de la demande car il s'agit d'une demande ultérieure. Et, comme vous le savez, c'est prévu ainsi dans le Pacte migratoire européen qu'on met en avant.

Xavier Dubois:

Madame la ministre, merci pour vos réponses. Effectivement, un an et demi, c’est beaucoup trop long. Nous ne pouvons pas laisser les personnes dans cette situation aussi longtemps. Merci pour la référence au pacte migratoire ainsi qu'aux réglementations et modifications en cours. Par contre, je n'ai pas obtenu de réponse sur les chiffres, plus particulièrement sur la proportion de dossiers, pour évaluer la charge de travail que ces demandes abusives représentent pour nos différents services qui contribuent à un accueil correct des demandeurs d’asile.

De Europese regelgeving over het doorzenden van asielzoekers richting 'veilige derde landen'
Het voorstel van de Europese Commissie betreffende het concept van veilige derde landen
De plannen van de Europese Commissie met betrekking tot het begrip 'veilig derde land'
Het voorstel van de Europese Commissie met betrekking tot het concept veilige derde landen
EU-beleid over asielzoekers en veilige derde landen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het EU-voorstel om asielzoekers naar "veilige derde landen" te deporteren, zelfs zonder band met dat land, waarbij België openstaat voor dit flexibeler concept om asielstroom te beheersen, maar kritiek krijgt op mensenrechtenrisico’s en "dumping" in landen zoals Rwanda. Minister Van Bossuyt benadrukt dat fundamentele rechten gewaarborgd blijven en dat het om een efficiëntere verwerking gaat, maar erkent dat concrete afspraken en Belgische standpunten nog moeten worden uitgewerkt in EU-onderhandelingen. Kritische parlementsleden (Vandemaele, Daems) wijzen op morele bezwaren, gebrek aan regeerakkoord-steun en vrezen langdurige opsluiting in kampen, terwijl de minister geen duidelijk "ja" of "nee" geeft, maar wel stelt dat innovatieve oplossingen nodig zijn. De eindbeslissing hangt af van EU-onderhandelingen, waarbij België actief zal deelnemen "zonder taboes".

Voorzitter:

De heer Vander Elst is verontschuldigd.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, mijn excuses als ik u irriteer met mijn vragen. Nog twee vragen te gaan en dan bent u voor vandaag van mij verlost.

Ik wil het met u hebben over het concept van het veilige derde land. Vooralsnog geldt de voorwaarde dat er een band of een link moet zijn met dat veilige derde land. Nu wil de Europese Commissie die voorwaarde schrappen, zodat mensen kunnen worden gedeporteerd naar een land waarmee zij geen enkele band hebben. Er zijn voorbeelden, zoals de Rwandadeal van het Verenigd Koninkrijk. Degenen die dromen van het zogenaamde Australische model, verheugen zich al op de ambitie ter zake van de Europese Commissie. Dat voorstel moet echter nog worden besproken, zowel in de Raad als in het Europees Parlement.

Gevraagd naar een reactie van u als minister, gaf u aan dat het zeker een debat waard is. Ik heb echter het regeerakkoord opnieuw doorgenomen en daarin staat hierover niets vermeld. Ik heb eveneens de eerdere versies van het regeerakkoord nagelezen, waarin het wel vermeld stond. Het is er dus blijkbaar uit onderhandeld.

Wanneer zal het voorstel worden besproken in de Raad van ministers?

Wat wordt daar het Belgische standpunt met betrekking tot het voorstel, gelet op het feit dat het uit het uiteindelijke regeerakkoord weg is onderhandeld?

Hoe denkt u met een dergelijk voorstel vergeetputten, waar asielzoekers jarenlang in vluchtelingenkampen in landen zonder toekomstperspectief en zonder enige band met de betrokken personen worden gedumpt, te vermijden?

Ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt.

Greet Daems:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mevrouw de minister,

De Europese Commissie wil asielzoekers kunnen doorsturen naar een land waar ze geen enkele band mee hebben. Lidstaten kunnen in het voorstel zelf akkoorden sluiten met deze "veilige derde landen". U liet al weten dat België bereid is actie mee te werken.

11.11.11 zegt dat de Europese Commissie mensen wil dumpen, en haar verantwoordelijkheid doorschuift naar landen met minder middelen. Ook dat het beroep tegen zo'n beslissing niet langer opschortend zou zijn botst op kritiek.

Daarom mijn vragen:

Welke landen worden door de EC beschouwd als "derde veilige land?"

Met welke landen wenst u een akkoord te bereiken om hen te beschouwen als derde veilige land?

Wat is uw reactie op de kritiek van 11.11.11?

Hoe verhoudt dit voorstel van de EC tot hun vorstel om terugkeerhubs te installeren in derde landen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Vandemaele, om alle misverstanden uit de wereld te helpen, u ergert mij geenszins met uw vragen. Ik beantwoord ze zelfs graag. U trekt graag de kaart van de morele verontwaardiging en wijst graag met het vingertje. Ik denk wel dat het soms niet slecht zou zijn om de hand ook eens in eigen boezem te steken, al is dat soms moeilijk.

Over het concept van veilige derde landen, waarover ook mevrouw Daems een vraag stelde, geef ik graag het volgende mee. De Europese Commissie publiceerde op 20 mei een voorstel over dat concept. In het kader van een eerdere plenaire vraag zei ik al dat het daarbij niet om een nieuw concept gaat; met haar voorstel wil de Europese Commissie enkel het toepassingsgebied ervan uitbreiden.

Het voorstel heeft als doel het concept in de praktijk bruikbaarder, efficiënter en flexibeler te maken, zodat het kan bijdragen aan een snellere en effectievere verwerking van asielaanvragen. Daarvoor worden twee elementen van het concept aangepast. Ten eerste zou de toepassing van het zogenaamde connectiecriterium, dat erin bestaat dat de verzoeker een band moet hebben met het veilige derde land, op Europees niveau niet langer verplicht zijn. Lidstaten krijgen voortaan de keuze om het veiligederdelandenconcept toe te passen wanneer er sprake is van een connectiecriterium. Ze kunnen transit ook opnemen als connectiecriterium in hun nationale wetgeving en ze kunnen het concept ook toepassen op basis van een akkoord dat ze sluiten met een derde land dat daadwerkelijk bescherming kan bieden aan de verzoeker.

In dat geval is een individueel connectiecriterium niet nodig. De maatregel is niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen.

Daarnaast wordt het automatische opschortende effect in geval van een beroep geschrapt. Die aanpassing is evenwel niet van toepassing op niet-begeleide minderjarigen, noch op mensen waarvoor een grensprocedure loopt.

We bevinden ons in de eerste fase van het Europees wetgevingsproces. Dat proces verloopt via de medewetgevingsprocedure, wat inhoudt dat de lidstaten in de Raad moeten onderhandelen over het voorstel van de Europese Commissie. Ook het Europees Parlement doet dat op zijn niveau. Zodra beide instellingen een onderhandelingsmandaat hebben bereikt, kunnen ze de triloogonderhandelingen met de Commissie aangaan. Pas als er tussen die drie instellingen een akkoord bereikt wordt, kan op nationaal niveau worden onderzocht hoe een en ander kan worden geïmplementeerd.

Het is dus nog veel te vroeg om te spreken over overeenkomsten met derde landen. Los daarvan kan ik alvast meedelen dat de regering voorstander is van Europese maatregelen die het asielsysteem ontlasten door de instroom te beperken en de uitstroom te versnellen, inclusief het onderzoeken van innovatieve oplossingen in de externe dimensie, zoals de veiligelandenconcepten.

Daarbij moeten de fundamentele rechten steeds gewaarborgd blijven. Dat is ook het uitgangspunt van de Europese Commissie voor de voorstellen. Dat wordt letterlijk zo gezegd.

De inschatting op ons asielsysteem van de impact van een gewijzigd concept, met inbegrip van de mogelijke overeenkomsten met derde landen, kan pas nuttig worden gemaakt, als duidelijk wordt hoe de nieuwe regels er na de onderhandelingen zullen uitzien, als er een akkoord met een derde land tot stand komt en welke vorm dat zal aannemen.

In ieder geval is het doel van het voorstel met de veiligelandenconcepten bij te dragen aan een snellere en effectievere verwerking van de asielaanvragen. Dat is zowel op Europees als op Belgisch niveau het uitgangspunt. Ik lees nogal onheilspellende berichten – ik herhaal wat ik in plenaire vergadering naar aanleiding van een vraag van mevrouw Vandeberg antwoordde – over het concept, namelijk dat men met dat Rwandamodel mensen dumpt en de mensenrechten overboord gooit. Maar waarover gaat het eigenlijk? Het voorstel van de Europese Commissie, waarvan u beweert dat het tijdens de regeringsonderhandelingen weg werd onderhandeld - quod non ; ik heb u niet gezien aan die onderhandelingstafel en mevrouw De Vreese zal veel beter weten of ze u daar heeft gezien of niet -, betreft niet meer, maar ook niet minder dan de uitbreiding van het toepassingsgebied van een bestaand concept.

De Europese Commissie en de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen hebben trouwens verklaard dat het concept in overeenstemming is met zowel het internationale als het Europese recht. Bovendien worden de nodige rechten gevrijwaard en is er in garanties voor het respecteren van die rechten voorzien.

We bespreken het voorstel van de Europese Commissie momenteel op het niveau van de regering. Op Europees niveau zullen we actief bijdragen aan de onderhandelingen, zonder taboes.

Matti Vandemaele:

Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik ben blij dat ik u niet irriteer.

De voorbije maanden heb ik vaak verwezen naar de adviezen van experten en academici en de conclusies tijdens eerdere hoorzittingen. U legt dat echter allemaal netjes naast u neer. U hebt daar blijkbaar een broertje dood aan.

Ik dacht u dus op een andere manier te proberen te overtuigen en daarvoor een ander vaatje open te trekken. Maar ik heb al lang begrepen dat het met morele argumenten uiteraard niet zal lukken. Toch zal ik de rest van de legislatuur blijven proberen Les Engagés, Vooruit en cd&v een beetje te kietelen, in de hoop dat er alsnog iets beweegt. Ze zijn hier vandaag niet aanwezig. Dat zegt natuurlijk ook iets.

Wat introspectie betreft, ben ik het met u eens. Men kan inderdaad alleen groeien, als men aan introspectie doet. Dus als u een vriendenboekje hebt, zal ik daarin schrijven dat ik spijt heb dat we dat in de vorige regering onvoldoende hebben gedaan. Ik wil dat hier gerust zeggen en dat ook opschrijven, als u daar gelukkig van wordt. U kunt dat echter natuurlijk niet uitentreuren blijven herhalen. Ja, ik geef toe: het had beter gemoeten. Het zal echter niet aan mij gelegen hebben en ook niet aan mijn partij, maar goed.

Ik vroeg u ook nog welk standpunt de Belgische regering zou innemen. U hebt in antwoord daarop een stukje uit het regeerakkoord voorgelezen, maar dat helpt me niet echt verder. Zult u het voorstel steunen of niet? Ik vind dat u daar wat omheen draait. Ik leid daaruit ook af dat er in de regering nog geen eensgezindheid over bestaat. Ik kan me niet inbeelden dat de heer Dubois van Les Engagés, die intussen ook vertrokken is, vrolijk dansend zou meegaan in het idee van Rwanda-achtige deals. Dat zou me echt verwonderen. Maar goed, de toekomst zal het uitwijzen.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Zomaar mensen naar landen sturen waarmee ze geen enkele band hebben, lijkt mij niet bepaald de oplossing. In plaats daarvan zouden de Europese Unie en u beter inzetten op een eerlijke verdeling in de Europese Unie en ervoor zorgen dat mensen op de vlucht voor oorlog en vervolging overal een even goede bescherming en behandeling krijgen.

Voorzitter:

Vraag nr. 56005167C van de heer El Yakhloufi is omgezet in een schriftelijke vraag. Vraag nr. 56005260C van mevrouw De Vreese wordt op haar verzoek ook omgezet in een schriftelijke vraag.

De uitspraken van de eerste minister over het Belgische migratiebeleid

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sarah Schlitz beschuldigt de premier van leugenachtige uitspraken over vermeende te strenge Belgische expulsieregels voor vaders van Belgische kinderen, terwijl de realiteit volgens haar juist expulsies toelaat—zelfs bij banden met hun kind—door beroep op digitale contacten als alternatief voor fysieke gezinshereniging. Minister Van Bossuyt bevestigt dat expulsies alleen bij zware ordeverstoringen gebeuren, na strikte EVRM-toetsing (art. 8) en vaak worden geblokkeerd door lopende familiereünificatieprocedures, maar ontkent niet dat vaders met kinderbanden wel degelijk uitgezet kunnen worden.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, en séance plénière, j’ai interrogé le premier ministre sur la lettre qu’il a cosignée avec plusieurs dirigeants européens, dont certains sont peu fréquentables, demandant notamment aux juges de la Cour européenne des droits de l'homme de ne plus appliquer aussi strictement certaines règles et le respect de principes.

Madame la ministre, il a déclaré aux parlementaires que les règles de la Belgique seraient beaucoup trop rigides, empêchant par exemple la Belgique d'expulser des pères d'enfants belges n’ayant pas construit de lien avec leur enfant.

Madame la ministre, confirmez-vous ces propos? Selon vous, y a-t-il en Belgique, comme le dit le premier ministre, des hommes qui sont parents d'enfants belges et qu'on ne peut pas expulser pour cette raison? C'est quelque chose qui n'arrive jamais, selon lui. Dites-nous quelle est la réalité du terrain.

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Schlitz, l'Office des étrangers ne procède au retour du parent qu'en cas d'infraction grave à l'ordre public et après une évaluation approfondie et une motivation fondée sur l'article 8 de la Convention européenne des droits de l'homme. Le Conseil du Contentieux des Étrangers (CCE) y veille très attentivement. De plus, ces retours sont souvent suspendus par des procédures de regroupement familial introduites pendant la détention.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, je vous remercie. Je vois que vous êtes prudente. En Belgique, nous expulsons donc des pères. Ceux-ci ne sont pas des pères biologiques sans aucun lien avec leurs enfants. Non, nous expulsons des pères qui ont un lien avec leurs enfants qui sont de nationalité belge, en prétendant notamment dans certains dossiers que ces pères n'auraient qu'à entretenir le lien familial et que le droit à la vie familiale des enfants pourrait être respecté en cas d'expulsion, simplement grâce aux nouvelles technologies, notamment par visioconférence. Madame la ministre, les propos du premier ministre sont faux. Ce qu'il a déclaré en séance plénière sont des mensonges. Vous le savez très bien. Et, aujourd'hui, vous venez de le confirmer.

Het EC-voorstel over de verlenging van de tijdelijke bescherming voor Oekraïense vluchtelingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt de EU-verlenging van tijdelijke bescherming voor bijna 100.000 Oekraïners (95.351 attestaten sinds 2022) tot maart 2027, met nadruk op gecoördineerde overgang naar andere verblijfsstatuten (werk, studie) en voorkoming van asielstroom. De minister benadrukt ordelijk, vrijwillig retour via een gepland *Unity Hub* (samen met Oekraïne) voor gecentraliseerde informatie en begeleiding, plus EU-financiering (België ontving deel van €15+4 mjd, exacte bedragen onvermeld). Kritisch: vermijden van secundaire migratie en systematisch gebruik van registratieplatforms voor opvolging. Oekraïners krijgen praktische ondersteuning voor terugkeer, maar focus blijft op duurzame EU-bescherming zolang de oorlog duurt.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, le Conseil de l'Union européenne a approuvé à l'unanimité, le vendredi 13 juin, la prolongation jusqu'au 4 mars 2027 de la protection temporaire que l'Union européenne a accordée depuis mars 2022 à plus de 4 millions d'Ukrainiens ayant fui la guerre d'agression de la Russie. Ils ont pleinement accès au logement, aux soins, à la santé, à l'éducation, à l'emploi, aux services sociaux.

Outre l’objectif humanitaire compréhensible par tous, vu que la guerre d’agression russe perdure, cette procédure permet aux Ukrainiens de ne pas demander l'asile et évite les risques de surcharge des systèmes d'asile nationaux. C'est un problème dont nous parlons assez souvent.

Madame la ministre, combien d’Ukrainiens bénéficient-ils de ce cadre juridique en Belgique?

Les États membres bénéficieront de 4 milliards d'euros supplémentaires au titre des programmes Affaires intérieures, en plus des 15 milliards d'euros déjà débloqués à cet effet au titre du Fonds de cohésion. Quelle somme la Belgique a-t-elle reçue au titre de ces deux programmes, sachant qu’une somme supplémentaire est mobilisée par le gouvernement à travers les fonds russes gelés en Belgique? Quel est également ce montant depuis 2022?

Êtes-vous favorable à une recommandation de la Commission européenne qui propose de promouvoir et de faciliter la transition vers d'autres statuts juridiques comme la possibilité d'accéder à des statuts juridiques nationaux ou européens mieux adaptés à leur nouvelle situation, comme des permis de séjour fondés sur l'emploi, les études, la recherche ou le statut de résident national de longue durée?

Enfin, la Belgique active-t-elle des leviers pour élaborer un concept de retour des Ukrainiens via des visites exploratoires en Ukraine pour guider les décisions des personnes envisageant un retour par exemple?​

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Vandeberg, la Belgique peut soutenir la prolongation de la protection temporaire jusqu'en mars 2027. L'agression russe se poursuit sans relâche et l'Union européenne reste déterminée à soutenir l'Ukraine ainsi que ses ressortissants sur le territoire européen. La protection temporaire offre toujours un cadre juridique solide qui peut garantir à des millions de réfugiés ukrainiens une protection harmonisée et une sécurité identique. La directive de 2001 prévoit également la possibilité de mettre fin à la protection temporaire à tout moment par une décision du Conseil adoptée à la majorité qualifiée.

Concernant les chiffres, en 2022, 63 356 attestations de protection temporaire ont été délivrées. Il y en a eu 15 626 en 2023, 13 277 en 2024 et 3 092 de janvier à avril de cette année. Au total, 95 351 attestations – soit presque 100 000 – ont été délivrées par l'Office des é trangers pour la période couvrant les années 2022 à 2025.

L'Union européenne soutient les États membres qui accueillent des personnes déplacées d'Ukraine grâce à des financements européens, notamment au titre des fonds pertinents des Affaires intérieures et de la politique de cohésion. Ces possibilités de financement offrent la souplesse nécessaire pour tenir compte des contextes nationaux spécifiques et des besoins financiers, y compris pour l'intégration des personnes bénéficiant d'une protection temporaire.

La politique de cohésion a fourni 13,6 milliards d'euros de liquidités supplémentaires aux États membres qui accueillent des personnes originaires d'Ukraine et 1,4 milliard d'euros supplémentaires ont été réaffectés dans le cadre des programmes de financement existants afin d'apporter une aide directe aux personnes déplacées originaires d'Ukraine.

La Belgique accueille favorablement la proposition de la Commission. Notre pays a toujours été favorable à une transition coordonnée et à une vision à long terme qui apporte de la clarté aux États membres, aux bénéficiaires de la protection temporaire ainsi qu'aux autorités ukrainiennes.

Les recommandations du Conseil constituent une première étape importante pour établir un cadre commun. Nous examinons les détails du texte, mais souhaitons déjà formuler certaines remarques.

Premièrement, les flux secondaires ou un basculement vers les procédures d'asile doivent être évités à tout prix. Je pense que vous comprenez pourquoi; il nous est matériellement impossible d'accueillir 100 000 personnes de plus.

Deuxièmement, un retour durable, progressif et ordonné doit être l'objectif d'une telle transition dans l'intérêt des personnes déplacées, des autorités ukrainiennes et des États membres.

Troisièmement, la plateforme d’enregistrement doit être utilisée de manière systématique, non seulement pour procéder aux enregistrements, mais également à long terme afin de suivre rigoureusement les retours.

Enfin, la coordination avec les autorités ukrainiennes demeure cruciale tout au long du processus de transition. À cette fin, la création d’un Unity Hub en Belgique est actuellement envisagée. Une page web spécifique détaille d’ailleurs les modalités du retour volontaire aujourd’hui possibles.

La Belgique a été approchée par les autorités ukrainiennes en vue de la mise en place de ce Unity Hub . Ce dernier serait installé et cogéré par les autorités ukrainiennes ( Ministry of National Unity) et les États membres, dans un cadre bilatéral. L’objectif est de constituer un véritable guichet unique à destination des Ukrainiens déplacés désireux d’obtenir des informations sur les possibilités qui leur sont offertes, y compris celles relatives au retour en Ukraine.

À plus long terme, dans l’hypothèse d’une désactivation du dispositif de protection temporaire, la directive prévoit la possibilité de mettre en œuvre des programmes de retour volontaire. La proposition de recommandation du Conseil, publiée récemment par la Commission, élabore plusieurs orientations visant à coordonner ces programmes à l’échelle européenne.

Victoria Vandeberg:

Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses, notamment concernant les chiffres communiqués. Je suis particulièrement heureuse d’entendre la dernière partie de votre réponse, car outre l’accueil à mettre en place en Belgique avec les moyens que nous connaissons, il est essentiel d’assurer un accompagnement pour la suite du parcours. En effet, certaines personnes expriment le souhait de pouvoir regagner leur pays d’origine. Il est donc important de leur fournir les informations utiles et de leur faciliter la tâche, notamment via des informations regroupées en un seul endroit. Ces situations sont extrêmement stressantes et difficiles à vivre pour les populations concernées. Si la Belgique peut les aider du mieux qu'elle peut, pour au moins obtenir des informations, c'est évidemment primordial. Voorzitster: Maaike De Vreese. Présidente: Maaike De Vreese.

De veiligheid in het Fedasilcentrum te Spa

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na een dodelijk mesincident in Spa door asielzoekers uit het lokale Fedasil-centrum bevestigt minister Van Bossuyt dat de daders definitief zijn uitgesloten van opvang en hun dossier prioritair wordt behandeld door CGRA en Dienst Vreemdelingenzaken voor mogelijke uitzetting. Zij benadrukt dat het incident buiten het centrum plaatsvond en dat de veiligheidsmaatregelen (extra personeel, bewaking) voldoende werden geacht, maar openstaat voor verdere suggesties—hoewel het Masterplan Accueil zich vooral richt op infrastructuur, niet op algemene veiligheidsbeleid. Vandeberg dringt aan op gevolgen voor de daders en blijft de procedure volgen.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, je souhaite attirer votre attention sur un triste fait d'actualité qui s'est déroulé à Spa au début du mois de juin. Un jeune homme s'est vu asséner plusieurs coups de couteau qui ont entraîné son décès. Les personnes avec qui cette altercation a eu lieu seraient hébergées au centre Fedasil de Spa.

Ce centre d'accueil et la sécurité aux alentours ont déjà posé question, d'autant plus que le nombre de personnes accueillies dans les trois centres de la zone de police Fagnes (Spa-Theux-Jalhay) est très élevé, mettant sous pression les services de police, situation que je connais bien grâce à mon mandat de bourgmestre.

Avez-vous été informée de ces faits et quelles mesures avez-vous prises immédiatement?

À plus long terme, comment envisagez-vous la suite de l'encadrement de ce centre Fedasil?

Qu'adviendra-t-il des auteurs des faits et d'un éventuel retour dans leur pays d'origine?

Aussi, vous avez annoncé qu’un Masterplan accueil serait en préparation concernant les bâtiments. Un aspect de ce plan pourrait-il envisager d'étudier la sécurité des personnes accueillies dans ces centres, des travailleurs des centres et également des riverains?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Vandeberg, avant tout, je tiens à exprimer mes condoléances à la famille et aux amis de la victime. Je souhaite également beaucoup de courage aux collaborateurs du centre sur qui cet événement a sans doute eu un impact très profond.

J'ai bien entendu immédiatement été informée de ce fait par Fedasil. La direction du centre est venue directement sur place et le centre a augmenté le nombre de ses travailleurs le week-end. Un gardien a également été rappelé au centre. Le bourgmestre a également été informé de la situation. Les auteurs en question ont été définitivement exclus du réseau d'accueil.

Je déplore profondément de tels incidents, mais ceux-ci ne peuvent être imputés ni au centre ni à son personnel. L'événement s'étant déroulé à l'extérieur du centre, l'encadrement du centre n'est actuellement pas à remettre en cause. D'ailleurs, le centre est resté calme durant tout le week-end et n'a souffert que des répercussions de cet événement, des commentaires dans la presse et sur les réseaux sociaux. Tant la police locale que le bourgmestre ont jugé les dispositions prises par le centre suffisantes.

Les résidents incriminés ont été privés de liberté et mis à la disposition de la justice. Entre-temps, les personnes concernées ont été libérées. Néanmoins, elles se sont vues notifier une décision d'exclusion définitive ou temporaire du réseau d'accueil. L'Office des étrangers, responsable des expulsions du territoire, a été mis au courant. Le CGRA a également été informé de cette situation. Il a reçu les informations relatives aux faits en question et traitera ce dossier en priorité.

Le Masterplan accueil concerne principalement une coopération plus structurelle entre Fedasil et la Régie des Bâtiments. L'objectif est de permettre une collaboration plus efficace en matière d'offre et d'entretien des bâtiments que la Régie met à la disposition de Fedasil pour servir de centres d'accueil.

Je reste bien entendu ouverte aux suggestions visant à améliorer la sécurité des résidents et des employés. Néanmoins, étant donné que ce Masterplan est essentiellement axé sur les infrastructures, il ne constitue pas nécessairement le cadre adéquat pour intégrer une politique de sécurité globale à destination des personnes se trouvant dans ces centres. Des aspects tels que la sécurité incendie et la sécurité générale des bâtiments y trouvent toutefois leur place.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses.

J'entends qu'une exclusion du réseau d'accueil a été décidée pour les auteurs. Cela semble évidemment logique, vu les faits qui leur sont reprochés et le décès qui leur est consécutif. Bien entendu, j'attends la suite de la procédure relative à leur présence sur notre territoire. Je suivrai attentivement la décision prise à cet égard par l'Office des é trangers et le CGRA. Il est en effet évident que ces actes ne peuvent rester impunis. Je pense que vous en êtes bien consciente.

Voorzitter:

Vraag nr. 56005887C van mevrouw Maaike De Vreese wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

Het asielcentrum in Hasselt

Gesteld door

lijst: VB Frank Troosters

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het tijdelijke asielcentrum in Hasselt, oorspronkelijk voor 12–18 maanden, blijft open tot september 2025 en wordt nog steeds beheerd door Umami (kost: €14,4 miljoen sinds 2020), ondanks herhaalde beloftes van sluiting. Minister Van Bossuyt bevestigt dat een nieuwe aanbesteding loopt voor private operatoren (inclusief Umami), maar geeft geen garanties op daadwerkelijke sluiting. Troosters kritiseert de structurele verlengingen (5 jaar en tellend) en het uitblijven van afbouw onder de nieuwe regering, wat lokale ontevredenheid versterkt. De sluitingsdatum blijft onzeker, terwijl de overheid vasthoudt aan verlengingen via bestaande en toekomstige contracten.

Frank Troosters:

Mevrouw de minister, in oktober 2020 werd in Hasselt een tijdelijk asielcentrum geopend voor 12 maanden, éénmalig verlengbaar met 6 maanden. Intussen is het asielcentrum in Hasselt nog steeds open en werd er in meerdere fasen een verlengde openingsduur voorzien. Tijdens de ministerraad van vrijdag 13 juni jongstleden werd er opnieuw beslist de openingsduur van het asielcentrum te verlengen tot 30 september 2025. Het beheer van het centrum is al sinds de opening in handen van cateringbedrijf Umami.

Zal de nieuwe verlengde uitbating van het asielcentrum van Hasselt opnieuw verlopen via Umami? Onder welke voorwaarden zal dit dan gebeuren? Kunt u de totale kostprijs van het asielcentrum in Hasselt duiden sinds de opening in oktober 2020? Op welke wijze garandeert u dat de nieuwe vooropgestelde sluitingsdatum deze keer wel zal gerespecteerd worden en er dan tot effectieve sluiting van het asielcentrum in Hasselt zal worden overgegaan? Hoe zult u dat bewerkstelligen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Troosters, Umami staat momenteel nog steeds in voor het beheer van de site, aangezien het hier gaat om een verlenging van de bestaande opdracht voor private operatoren. Er is dus voorlopig geen wissel van operator.

Wat de kosten betreft: sinds de start in 2020 tot en met dit jaar, 2025, gaat het in totaal om een bedrag van ongeveer 14,4 miljoen euro. De jaarlijkse kosten zijn daarbij geleidelijk toegenomen, met een piek van ruim 3,4 miljoen euro in 2024. Voor 2025 ligt het bedrag voorlopig op ongeveer 1,46 miljoen euro.

Intussen bereidt Fedasil de toewijzing voor van een nieuwe opdracht voor private operatoren, die de huidige kaderovereenkomst, waaronder ook de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt valt, zal vervangen. Omdat die gunningsprocedure momenteel nog loopt, kan ik daarover voorlopig geen verdere details geven.

Frank Troosters:

Ik kan uit het laatste deel van uw antwoord afleiden dat het centrum voorlopig helemaal niet zal worden gesloten eind september en dat Umami blijkbaar zal worden meegenomen in een nieuwe globale overeenkomst. Ik vind dat heel ontgoochelend en ik ben daar niet alleen in. De mensen in Hasselt hebben destijds van de vivaldiregering te horen gekregen dat het iets tijdelijks zou zijn. We zijn intussen vijf jaar verder en het werd steeds verlengd. Die mensen zijn daar uiteraard niet blij mee. Nu komt er een nieuwe regering die in het begin aankondigde dat ze de lokale opvanginitiatieven zou afbouwen. In de praktijk moeten we echter vaststellen dat er ook bijkomend wordt verlengd en dat er dus eigenlijk geen enkel verschil is met wat de vorige regering deed. Ik begrijp dus dat de mensen in Hasselt ontgoocheld zijn, want ik ben dat eigenlijk ook. Dank u wel.

Grenscontroles
De binnenkomstcontroles
De binnenkomstcontroles tegen illegale en secundaire migratie
Grens- en binnenkomstcontroles tegen illegale migratie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België voerde sinds 1 juli gerichte, niet-systematische binnenkomstcontroles in om secundaire migratie (asielzoekers uit andere EU-landen) te beperken, zonder echte grenscontroles zoals Duitsland en Nederland. Critici (o.a. Van Belleghem) betwijfelen de effectiviteit, omdat opgepakten gewoon asiel kunnen aanvragen en de centra overvol zitten, terwijl De Vreese (regering) de maatregel verdedigt als "gericht signaal" binnen Schengen-regels (art. 23). Evaluatie na 6 maanden moet uitwijzen of de acties – uitgevoerd door politie en DVZ *zonder extra budget* – de instroom verminderen, terwijl samenwerking met buurlanden wordt versterkt. Kernpunt: België kiest voor *selectieve handhaving* in plaats van harde grensafwijzingen, ondanks records aan asielaanvragen.

Francesca Van Belleghem:

Deze ochtend las ik in De Tijd dat intussen tien landen binnen de Europese Unie grenscontroles hebben ingevoerd. U kondigde twee weken geleden verscherpte binnenkomstcontroles aan. Ik heb daar heel wat vragen over.

Mijn eerste vraag is natuurlijk wanneer die binnenkomstcontroles van start zullen gaan? De vakantie is inmiddels begonnen, dus ik neem aan dat de controles ook zijn gestart.

Hoe lang zullen die controles duren? In De Standaard van 25 juni stond dat u twee extra acties per week plant. De binnenkomstcontroles die u met veel publiciteit hebt aangekondigd, zouden volgens dat bericht slechts twee extra controles per week betekenen. Kunt u dat bevestigen of ontkrachten? Volgens hetzelfde bericht wordt er geen extra geld vrijgemaakt voor die controles, maar zou de focus van de politiediensten verschuiven. Kunt u dat bevestigen?

Waarom legt u de focus op ‘asielshoppers’? Die personen melden zich immers zelf aan bij de Dienst Vreemdelingenzaken om een asielaanvraag in te dienen. Het heeft dus weinig zin om op asielshoppers te focussen, aangezien u ze dan versneld zult tegenkomen. Dat is het enige verschil dat ik in de praktijk zie.

Toen u de binnenkomstcontroles aankondigde, bleek bovendien dat de politievakbond niet officieel op de hoogte was. De VSOA was dus blijkbaar niet geïnformeerd. Zijn zij intussen wel op de hoogte? Wat is hun reactie op de binnenkomstcontroles? Kunt u ook concrete informatie geven over het aantal manschappen of het aantal uren dat voor die controles wordt vrijgemaakt?

U stelde twee weken geleden dat wie illegaal naar België wil komen, niet langer welkom is. Welke concrete acties koppelt u daaraan? In Duitsland worden asielzoekers en illegalen aan de grens teruggestuurd. Welke concrete acties zult u ondernemen? We weten dat u het Duitse model niet volgt, maar wat zal er in de praktijk veranderen?

Zonder goede opvolging zijn de controles zinloos. De vraag is natuurlijk of het CGVS en de Dienst Vreemdelingenzaken voldoende capaciteit hebben om de personen die u mogelijk zult oppakken, te behandelen. Zijn er op dit moment genoeg plaatsen in de gesloten terugkeercentra om mensen terug te sturen? Is er voldoende capaciteit? Hetzelfde geldt voor de Dublin-centra voor asielzoekers.

Voorzitter:

Mevrouw Van Belleghem, u zit ruim boven de toegestane spreektijd. Mag ik u vragen om af te ronden?

Francesca Van Belleghem:

Ik heb nog een laatste vraag. Mevrouw de minister, u hebt zelf gezegd dat de grenscontroles in Nederland en Duitsland nuttig zijn. Waarom voeren wij dan geen echte grenscontroles in?

Voorzitter:

Mevrouw De Vreese, ik geef u ook wat extra spreektijd.

Maaike De Vreese:

Collega Van Belleghem en ikzelf hebben in Terzake al over die binnenkomstcontroles gediscussieerd. Ik denk dat dit een zeer sterk signaal is. We zien inderdaad dat andere landen binnen de Europese Unie hun controles verscherpen. Dat zullen wij nu ook doen waar het moet, gericht en efficiënt, met de mensen en middelen die ter beschikking zijn.

Als het op een bepaald moment noodzakelijk zou zijn om naar de grenzen te kijken, dan vraag ik u om dat ook te doen, mevrouw de minister. In het verleden, in 2016 en 2017, hebben we dat ook gedaan aan de grens met Frankrijk, toen het kamp in Calais werd ontruimd. We wisten dat die mensen richting België zouden komen. Toen hebben we ook verscherpte grenscontroles ingevoerd. Ik denk dat dat geen taboe binnen de regering mag zijn. Zo staat het ook in het regeerakkoord.

Er zullen dus absoluut plaatsen in de gesloten centra noodzakelijk zijn. Er zijn ook meer mensen nodig bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik weet dat de gerechtelijke sectie, die onder andere bijstand op het terrein verleent, op dit moment onderbemand is. Het regeerakkoord voorziet ook in de versterking van die sectie. Dat moet dus absoluut gebeuren. Ondertussen kunnen andere mensen misschien bijspringen, zodat het werk toch kan gebeuren. Ik denk dat dat geen probleem mag zijn.

Mevrouw de minister, kunt u extra toelichting geven bij de maatregelen die u hebt aangekondigd? Kunt u de timing en de uitrol van de acties verduidelijken? Kunt u ook toelichten hoe de samenwerking tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en de andere diensten verloopt? De politievakbond heeft daar immers op gereageerd. Collega Quintin zal dus zeker zijn bijdrage moeten leveren en samenwerken.

Op welke manier zal er met de buurlanden worden samengewerkt? In Nederland en Duitsland willen ze ook extra controles uitvoeren. Ik denk dat daar mogelijkheden zijn om samen controles te organiseren.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik ga de context niet opnieuw schetsen. Dat is al gedaan. Er is al veel over gezegd en geschreven, ook in Terzake , waarbij ik jammer genoeg niet aanwezig was. Hoewel wij als partij ook voorstander zijn van het principe, zeker in uitzonderlijke omstandigheden, zijn er toch nog een aantal praktische vragen over de uitwerking die ik vandaag wil stellen.

Hebben deze controles een tijdelijk of een permanent karakter? Is het de bedoeling dat u dit de volledige legislatuur zult volhouden? Als ik het regeerakkoord lees, zou het immers gebeuren in uitzonderlijke omstandigheden. Een van die uitzonderlijke omstandigheden zijn massale illegale migratiestromen. Dat staat zo in het regeerakkoord, dus is aan die voorwaarden volgens u voldaan?

Welke politiediensten of welke diensten in het algemeen zullen deze controles, met medewerking van de DVZ, uitvoeren? Dat zal betekenen dat de politie zal moeten bijspringen. Ook daar zijn echter personeelstekorten bij bepaalde diensten, dus welke politiediensten zullen dat doen?

Werd hiervoor extra personeel en budget voorzien bij zowel de bevoegde politiediensten als bij de DVZ? Indien niet, welke taken zullen dan niet meer worden uitgevoerd? Op een bepaald moment zult u immers keuzes moeten maken. Als men geen budgettaire keuzes maakt, dan zal het in het takenpakket moeten gebeuren.

Wat zal de kostprijs zijn van het systeem? Wat is uw doelstelling? U spreekt over het verminderen van de asielinstroom. Wilt u daar een percentage op plakken? Is er een benchmark gebeurd met Duitsland, Nederland of andere buurlanden, waarbij men kan aantonen dat de maatregel gewerkt heeft? Wat heeft daartoe geleid? Hoeveel minder asielinstroom is er geweest? Hoeveel mensen zijn uitgezet? Kunt u daar wat cijfermateriaal over geven?

Hoe zal men te werk gaan? Wat zullen de bevoegde diensten ondernemen als ze iemand onderscheppen? Wat zal het proces zijn dat men dan zal volgen? Waar zullen deze personen, gelet op de overvolle Dublincentra en gesloten terugkeercentra, al dan niet worden opgevangen als men ze onderschept?

Als ik het goed gelezen heb, zou men hiermee starten vanaf deze zomer. We zijn 2 juli. Als men even naar buiten gaat, voelt men dat de zomer is aangebroken. Vanaf wanneer zullen de binnenkomstcontroles dus worden uitgevoerd?

Anneleen Van Bossuyt:

De versterkte controles zijn gisteren gestart op 1 juli. Vandaag is het 2 juli. De controles zijn niet systematisch, maar wel punctueel en gericht op de instroom vanuit andere lidstaten van personen die geen recht hebben op verblijf. Naast de crisismaatregelen, waarvan we vanochtend enkele hebben goedgekeurd, wil ik met de gerichte acties de instroom ontraden en ook inperken.

De instroom blijft een hoge belasting leggen op de opvangcapaciteit en ook op de administratieve werklast van de asiel- en migratiediensten. We stellen vast dat ook de secundaire migratie hoog blijft en in mei zelfs is toegenomen. Ik sta niet toe dat België een toevluchtsoord is voor mensen zonder verblijfsrecht die doorreizen vanuit andere lidstaten.

De acties worden gezamenlijk bepaald en georganiseerd door de dienst Vreemdelingenzaken en de politie. Na zes maanden zal er een evaluatie plaatsvinden. Intussen worden de maatregelen voortdurend opgevolgd door een werkgroep van DVZ en de politie.

Indien uit de permanente monitoring blijkt dat een eerdere opheffing verantwoord is, zal daartoe worden overgegaan. DVZ zal bij de acties ondersteuning op het terrein geven en ook plaatsen voorbehouden in de gesloten centra. Als vastgesteld wordt dat mensen in illegaal verblijf zijn, kunnen zij vastgehouden worden met het oog op terugkeer naar het herkomstland of overdracht naar de lidstaat waar zij een verzoek hebben ingediend of waar zij verblijfsrecht hebben.

Personen die aangeven dat zij een verzoek om internationale bescherming willen indienen, zullen, net als iedereen, doorverwezen worden naar het registratiecentrum. De overdrachten naar andere lidstaten gebeuren in het kader van de Dublinverordening en ook de bestaande re-admissieovereenkomsten.

Uit respect voor het Schengenacquis roepen wij geen controles in volgens artikel 25 van de Schengengrenscode. Wij beroepen ons wel op artikel 23 van die code, die toelaat om acties te voeren om illegale immigratie terug te dringen en criminaliteit te bestrijden.

We hebben een schrijven gericht aan onze buurlanden en de Europese Commissie om hen te informeren over onze acties. In bilaterale contacten met de buurlanden lichten we de acties uitgebreider toe en we blijven in alle transparantie met onze buurlanden in contact.

Mijnheer Vander Elst, voor uw vragen 2, 7 en 8 moet ik u doorverwijzen naar mijn collega-minister Quintin, minister van Binnenlandse Zaken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord op de vragen.

Mevrouw De Vreese zei dat als het noodzakelijk is, ze van de minister verwacht dat ze effectief grenscontroles laat plaatsvinden. De huidige massale toestroom van immigranten is blijkbaar nog niet voldoende om grenscontroles te houden. Dat lees ik tussen de lijnen.

Nochtans, dit jaar zijn waarschijnlijk al meer dan 15.000 asielaanvragen ingediend. Dit is het derde piekjaar op rij. Als dat niet voldoende is voor grenscontroles, als dat niet voldoende is om het Duitse model van grenscontroles over te nemen, weet ik het ook niet meer.

Mevrouw de minister, u bevestigde letterlijk dat het voor mensen die opgepakt worden, nog steeds mogelijk zal zijn om een asielaanvraag in te dienen. Dan vraag ik me af wat het nut van de binnenkomstcontroles is. Die mensen zullen gewoon versneld naar de DVZ gebracht worden, misschien zelfs met een privétaxi.

U moet de asielzoekers natuurlijk weren aan de grens, zoals Duitsland dat doet. Dan zal de toestroom van asielzoekers en van secundaire migranten, van wie u zei dat het aantal in mei nog toegenomen is, dalen. Duitsland heeft dat gedaan en daar is de instroom van asielzoekers met de helft gedaald.

Maaike De Vreese:

Mevrouw Van Belleghem, ik heb al verschillende keren geprobeerd het uit te leggen: als we op dit moment, met deze hitte, de grenzen volledig toedoen, zou de Vlaming en de toerist u niet dankbaar zijn om in de hitte in de file te moeten staan.

Mevrouw de minister, Ik meen dat het zeer slim is om zeer punctueel te controleren en ondertussen enkel op de plaatsen waar het echt nodig is extra controles uit te voeren. De controles moeten zeer gericht gemonitord worden.

Ik hoop daar binnenkort resultaten van te zien, net als van het wetgevend werk dat hier verricht is. Met de verscherping van de gezinshereniging, welk wetgevend werk nog op komst is, vind ik dat we met een zeer sterk pakket het zomerreces ingaan. Daarna staan we nog voor grote uitdagingen. Maar, mevrouw de minister, ik meen dat u binnen het regeerakkoord ook heel wat middelen hebt, middelen die al afgesproken zijn, die ervoor zullen zorgen dat de instroom stopt. Ik wens u daar veel succes mee.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord. Ik maak me toch zorgen over de effectiviteit van de maatregel als ik hoor dat onderschepte illegale migranten naar de DVZ zullen worden gebracht, enzovoort, met allerlei tussenstappen. Als mensen worden onderschept die illegaal op het grondgebied verblijven, hoop ik dat men hen zo snel mogelijk kan uitwijzen, in plaats van hen opnieuw door een heel lang proces van paperassen en administratie te sturen. Ik hoop dus dat er aan de effectiviteit gewerkt wordt.

Voor de vragen over de politiediensten verwijst u me door naar minister Quintin, maar ik heb ook gepolst naar de frequentie van de maatregelen. Ik heb u goed gehoord toen u zei dat alles gecoördineerd gebeurt, samen met de politie en de medewerkers van de DVZ. Zij gaan samen op pad om die controles uit te voeren. Ik zal daar later nog op terugkomen.

U zult extra plaatsen voorzien, of u zult plaatsen reserveren voor mensen die worden gecapteerd tijdens de binnenkomstcontroles. Hopelijk lukt u dat, want de beschikbare plaatsen zitten overvol. Bovendien wilt u binnenkort starten met de afbouw van de opvangcapaciteit. Daarmee zult u in de toekomst eveneens rekening moeten houden.

Binnen zes maanden volgt de eerste evaluatie. Dan zullen we zeker moeten terugkomen op dit verhaal en peilen naar de effectiviteit van die maatregelen.

Voorzitter:

Mevrouw Bury is niet aanwezig; haar vraag nr. 56006226C is zonder voorwerp. Vraag 56006238C van mevrouw Daems wordt uitgesteld. Mijnheer Van Tigchelt, uw geduld wordt beloond.

Het nationale implementatieplan voor het Europese migratie- en asielpact

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België diende in juni 2025 zijn technisch-administratief uitvoeringsplan voor het EU-migratie- en asielpact in, maar publiceert dit pas na bilateraal overleg met de Commissie—tijdstip onbepaald. Het plan volgt strikt EU-regels (beperkte nationale speelruimte) en omvat 10 thema’s (o.a. Eurodac, asielprocedures, solidariteit), met administratieve acties in plaats van wetgevende aanpassingen. Parlementaire raadpleging gebeurt pas bij indiening van regeringswetsvoorstellen (eind 2025), terwijl samenwerking met entiteiten en maatschappij al liep via een nationaal stuurcomité (sinds 2024) en ad-hocconsultaties.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, dans le cadre de la mise en œuvre du Pacte européen sur la migration et l’asile, les États membres de l’Union européenne étaient tenus de soumettre à la Commission européenne pour le 12 décembre 2024 leur plan national de mise en œuvre. Ce document est destiné à préciser comment chaque État compte adapter son système d’asile et de migration aux exigences du nouveau cadre législatif européen, notamment en ce qui concerne le filtrage, les procédures à la frontière, la détention, le retour et les mécanismes de solidarité.

Il nous revient que la Belgique aurait transmis ce plan à la Commission européenne en date du 12 juin 2025. À ce jour, ce plan ne semble pas avoir été rendu public. Aucun échange n’a été engagé avec les parlementaires ni avec les acteurs spécialisés de la société civile à ce sujet, alors même que l’entrée en vigueur du Pacte approche, prévue pour mi-2026.

Dans ce contexte, madame la ministre, la Belgique a-t-elle bien transmis son plan national de mise en œuvre à la Commission européenne? Ce plan sera-t-il rendu public, et selon quel calendrier? Quelles sont les grandes lignes du contenu de ce plan? Des mécanismes de concertation sont-ils prévus avec les parlementaires, les entités fédérées et la société civile dans le cadre de sa mise en œuvre?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Schlitz, vous êtes apparemment très bien informée. Je peux vous confirmer que j'ai bien transmis la version définitive du plan national de mise en œuvre du Pacte en juin 2025.

J'ai effectivement l'intention de partager le document au moment opportun. À la suite de la transmission du document, des consultations bilatérales ont lieu avec la Commission européenne afin de fournir des clarifications. Dès que je le jugerai opportun, je partagerai le document.

Tous les instruments législatifs du Pacte de l'Union européenne, à l'exception de la directive sur l'accueil, sont des règlements. Cela signifie qu'ils ont un effet direct et qu'ils ne laissent qu'une faible marge de manœuvre au niveau national. L'implémentation sera donc de nature plutôt administrative et technique. Le plan de mise en œuvre est par conséquent principalement un document administratif et technique.

Le document est basé sur un modèle fourni par la Commission européenne et est basé sur 10 thèmes tels que Eurodac, la procédure d'asile, la responsabilité, la solidarité, etc. Par thème, les actions spécifiques à réaliser sont définies.

Les concertations avec les parlementaires auront lieu en commission après que les différentes propositions de loi auront été soumises. J'envisage d'introduire les premières propositions de loi d'ici la fin de l'année.

En juin 2024, un comité de pilotage national a été créé par l'ancienne secrétaire d'État, Mme Nicole de Moor. Ce groupe de pilotage est composé de représentants des principales administrations telles que l'Office des étrangers, le CGRA, Fedasil, le CCE, etc.

Puisque certaines dispositions du Pacte relèvent de la compétence des entités fédérées, elles ont été impliquées dans les travaux de ce comité de pilotage à plusieurs reprises.

De plus, une communication sera faite aux entités fédérées afin de répéter les dispositions qui relèvent de leurs compétences. Si des modifications légales ou autres sont nécessaires, c'est à elles de le faire selon leur processus de décision.

Plusieurs concertations avec plusieurs organisations de la société civile ont eu lieu afin de recevoir leur input .

Sarah Schlitz:

Merci pour ces précisions. J'aurais aimé avoir une idée du calendrier selon lequel nous pourrons avoir accès aux documents. Il me semble quand même important pour les parlementaires de pouvoir savoir ce que contient ce plan, même si vous me dites que ce sont des éléments plutôt techniques.

Encore juste une précision. Vous dites: "Je vais venir avec les propositions de loi." Je suppose que ce sont des projets de loi et que vous n'allez pas passer par le Parlement.

(Assentiment de la ministre)

Voorzitter:

De laatste vragen van vandaag zijn van mevrouw Van Belleghem, die de onemanshow van de heer Vandemaele probeert te overtreffen.

Het terugkeer- en beschermingsbeleid ten aanzien van Syrië en Afghanistan

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De asielinstroom uit Afghanistan stijgt sterk (30% meer verzoeken in 2025 vs. 2024), met een onnbekende erkenningsgraad (nog niet meegedeeld), terwijl vrijwillige terugkeer minimaal is (4 personen in 2025). Voor Syrië daalt de instroom drastisch (halvering in 2025 vs. 2024), met een tijdelijke opschorting van dossiers en 77,3% bescherming in 2024, maar 83 vrijwillige terugkeringen dit jaar. Gedwongen terugkeer naar Afghanistan wordt onderzocht, maar concrete plannen ontbreken nog. De focus ligt op trends in instroom, erkenning en repatriëring voor beide landen.

Francesca Van Belleghem:

Als ik de onemanshow van de heer Vandemaele wil overtreffen, zal ik nog veel persoonlijke aanvallen moeten doen.

Mijn vraag betreft asielzoekers en illegalen uit Syrië en Afghanistan. Ik heb die in één vraag gebundeld, louter uit efficiëntieoverwegingen. Hoe staat het voor beide landen met de gedwongen en de vrijwillige terugkeer? Is er een daling van de asielinstroom? Wat is momenteel de erkenningsgraad inzake asielbeslissingen voor beide landen?

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel, mevrouw Van Bellegem. De verschillende mogelijkheden om een terugkeer naar Afghanistan te organiseren worden nog steeds onderzocht. Ik heb al gezegd dat er achter de schermen stappen worden gezet. Sommige denksporen worden concreter, maar op dit moment kan ik daar nog geen specifieke details over geven.

Wat de instroom van verzoekers om internationale bescherming betreft, zien we voor Afghanistan een stijgende lijn. Elke maand lag het aantal ingediende verzoeken door Afghanen hoger dan in dezelfde maand van 2024. In de eerste vijf maanden van 2025 werden 30 % meer verzoeken ingediend dan in dezelfde periode in 2024.

Als u dat wil, kan ik u de exacte cijfers geven, zodat u ze naast elkaar kunt zetten. In 2024 ging het in de maanden januari tot en met mei om respectievelijk 286, 215, 268, 268 en 304 verzoeken. In 2025 waren dat er 355, 338, 285, 378 en 385.

In 2024 waren 53 % van verzoeken eerste verzoeken, in dezelfde periode van 2025 ging het om 54 %. Sinds 1 januari 2025 zijn er 4 personen vrijwillig teruggekeerd naar Afghanistan.

Het aantal verzoeken om internationale bescherming ingediend door Syrische onderdanen is in dalende lijn. Door de tijdelijke opschorting van de dossiers van verzoekers afkomstig uit Syrië kan het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) geen beschermingsgraad voor dit jaar geven. In 2024 bedroeg de beschermingsgraad voor Syrische verzoekers 77,3 %. Ik geef u de aantallen van de verzoeken om internationale bescherming door Syriërs voor de eerste vijf maanden van 2024 in vergelijking met 2025. In 2024 ging het om 433, 403, 400, 370 en 514 verzoeken. In 2025 ging het om 211, 216, 109, 142 en 120 verzoeken. Sinds 1 januari 2025 zijn 83 personen vrijwillig teruggekeerd naar Syrië.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, dank u wel voor uw uitgebreide antwoorden. Wat is de erkenningsgraad voor mensen uit Afghanistan? Misschien heb ik dat gemist.

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik heb wel gezegd hoeveel verzoeken eerste verzoeken waren, maar de erkenningsgraad heb ik niet gegeven. Dat cijfer moet ik u nog bezorgen.

De asielcrisis

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 2 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De asielcrisis blijft kritiek met 1.840 asielzoekers op de wachtlijst, 362 in hotelopvang en 2.496 aanvragen in mei, terwijl €7,3 miljoen aan dwangsommen openstaat door vertragingen. Schilde en Lodelinsart blijven onduidelijk: lopende onderhandelingen en uitwerking, maar lokale weerstand (met name in Schilde) wordt genegeerd, ondanks eisen om transparantie. Een brief van Fedasil aan gemeenten (o.a. Dendermonde) om opvang *niet* te sluiten wordt niet bevestigd, maar minister Van Bossuyt belooft navraag. Conclusie: cijfers tonen structurele overbelasting, terwijl concrete plannen voor nieuwe centra vaag blijven en lokale oppositie groeit.

Francesca Van Belleghem:

Mijn laatste vraag is de kers op de taart, mevrouw de minister. Kunt u de jongste stand van zaken over de asielcrisis geven? Hoeveel asielzoekers staan er op de wachtlijst? Hoeveel verblijven er in de hotelopvang? Wat is het aantal asielaanvragen in mei? Hoe zit het met de dwangsommen en de veroordelingen? Zij blijven wellicht nog komen.

Er zijn ook plannen om bijkomende asielcentra te openen. Ik bedoel dan zowel eigenlijke asielcentra bij Fedasil als oneigenlijke plaatsen. Komt er nu een asielcentrum in Schilde of niet? Hoe zit het met de bouwvergunning die is verkregen voor een asielcentrum nabij Lodelinsart, een deelgemeente van Charleroi?

Daarnaast heb ik ook een vraag die mij vanochtend nog werd toegespeeld door onze fractievoorzitter, mevrouw Pas. Gisteren was er een discussie over de lokale opvanginitiatieven in de gemeenteraad van Dendermonde en de burgemeester zou hebben verklaard dat Fedasil de lokale besturen schriftelijk expliciet heeft gevraagd om geen lokale opvanginitiatieven te sluiten. Kunt u bevestigen dat die brief is verstuurd? Is dat onder uw verantwoordelijkheid of onder die van voormalig staatssecretaris de Moor gebeurd?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, wat uw laatste vraag betreft, weet ik het antwoord zelf niet, dus ik zal het moeten navragen.

Er staan momenteel 1.840 asielzoekers op de wachtlijst. Op 29 juni 2025 verbleven er 362 mensen in de hotelopvang. In mei dienden 2.496 personen een verzoek om internationale bescherming in. Daarvan waren er 2.038 eerste verzoekers en 458 volgende verzoekers.

Sinds januari 2022 heeft het agentschap in 10.834 individuele dossiers betekeningen ontvangen. Het bedrag aan verschuldigde dwangsommen bedraagt op 17 juni van dit jaar 7.331.500 euro.

Het agentschap bekijkt de reeds gekende winterplaatsen, rekening houdend met de nood aan opvangplaatsen en met de vastgelegde maximale opvangcapaciteit.

Voor Schilde zijn de gesprekken tussen het agentschap en de eigenaars van de site lopende. Wat Lodelinsart betreft, werkt het agentschap dat dossier verder uit.

Francesca Van Belleghem:

Dank u wel voor uw cijferantwoorden.

Wat Schilde en Charleroi betreft, bevat uw antwoord natuurlijk weinig woorden om nog minder te zeggen. We bekijken dat en zullen zeker vragen blijven stellen, zowel over Schilde als over Lodelinsart.

De mensen hebben het recht om te weten of er een asielcentrum in hun buurt komt of niet. Ik blijf erbij dat het in Schilde om een nieuw asielcentrum gaat; zo'n centrum staat immers niet op wieltjes, men kan dat niet zomaar verplaatsen. Als u dus een bijkomend asielcentrum in Schilde opent, dan weet u dat de bevolking daar tegen is. Ik hoop dat u daarmee rekening houdt.

Ik dank u omdat u zo lang aanwezig bent gebleven.

Voorzitter:

Dat laatste is evident, anders zouden we weinig antwoorden krijgen. We zijn aan het einde gekomen van onze werkzaamheden. Dank u, mevrouw de minister, voor uw talloze antwoorden. Bedankt ook aan de leden voor hun inbreng. Ik sluit de vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.17 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 17.

De samenwerking van de federale wetenschappelijke instellingen met Israël

Gesteld door

Groen Petra De Sutter

Gesteld aan

Vanessa Matz (Minster van Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Petra De Sutter kaart de Israëlische nederzettingenpolitiek en oorlogsmisdaden in Gaza aan en dringt aan op concrete Belgische/Europese sancties, waaronder een stop op wetenschappelijke samenwerking (o.a. via Horizon Europe) met Israëlische instellingen die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen of bezetting, gebaseerd op schendingen van het EU-associatieverdrag (art. 2) en het ICJ-advies van juli 2024. Minister Vanessa Matz wijst federale richtlijnen af, verwijzend naar beperkte bevoegdheden (universiteiten vallen onder gemeenschappen) en praktische moeilijkheden (definiëren van "betrokkenheid"), maar belooft dual-use-samenwerkingen in ruimtevaart te onderzoeken en zich te schikken naar toekomstige EU-beslissingen (vergelijkbaar met Russische sancties). De Sutter houdt vol dat België meer kan doen, zoals druk uitoefenen via het associatieverdrag, interne evaluaties van federale instellingen afdwingen en medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden vermijden, maar Matz blijft terughoudend en verschuilt zich achter procedurele en juridische beperkingen. Kernpunt: België handhaaft wetenschappelijke banden met Israël ondanks groeiende Europese twijfels, terwijl De Sutter onmiddellijke politiek-juridische stappen eist om de bezetting en oorlog te sanctioneren.

Petra De Sutter:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De oorlogsdaden van Israël in Gaza worden zowat elke dag grotesker, net als de kolonisering van de Westoever. Sinds de Oslo-akkoorden zijn er minstens 200 nieuwe illegale nederzettingen en outposts gebouwd; het aantal kolonisten is verdrievoudigd. Vorige week kondigde de Israëlische minister van Defensie 22 nieuwe nederzettingen aan, expliciet bedoeld om de oprichting van een Palestijnse staat te verhinderen.

Hoewel er in Europa stilaan bereidheid groeit om het beleid te herzien, blijft concrete actie vaak uit. Lidstaten blijven wapens leveren, en producten uit bezet gebied circuleren nog steeds vrij op de Europese markt.

Uit een artikel in Apache blijkt dat 23 Belgische wetenschappelijke instellingen via Horizon Europe betrokken zijn bij 46 projecten met Israëlische partners – tien daarvan gestart na 7 oktober 2023. Drie projecten worden gecoördineerd door Belgische instellingen.

Ik heb dan ook de volgende vragen:

Kunt u een lijst bezorgen van alle lopende samenwerkingen tussen Federale Wetenschappelijke Instellingen en Israëlische partners? Graag met info over looptijd, inhoud en eventuele interne evaluaties.

Er ontbreekt vaak een duidelijk kader voor internationale samenwerkingen. De Gazaresolutie van de federale meerderheidspartijen gaat bijvoorbeeld niet dieper in op de vraag of wetenschappelijke instellingen en universiteiten al dan niet mogen samenwerken met Israëlische partners die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Ook Europees blijft zo een kader uit, tot frustratie van onze Belgische universiteiten. Bent u bereid een dergelijk federaal kader uit te werken? Zo ja, hoe en wanneer? Zo niet, waarom niet?

De focus ligt momenteel vaak op het opschorten van nieuwe samenwerkingen zolang de oorlog in Gaza woedt. Maar hoe zit het met de nederzettingenpolitiek? Bent u bereid om federale richtlijnen op te stellen die samenwerking uitsluiten zolang Israël zich niet volledig uit bezet gebied terugtrekt? Het internationaal gerechtshof roept hier alvast toe op in haar niet-bindend advies van juli 2024.

De federale resolutie over Gaza stelt dat België op EU-niveau voor sancties zal pleiten. Welke specifieke sancties bepleit u binnen uw bevoegdheden? Hoe wilt u mee druk uitoefenen binnen Europa?

Tot slot: de resolutie belooft een kritische herziening van de samenwerking met Israël via een formeel onderzoek naar het associatieverdrag. Intussen blijkt uit een gelekt rapport dat de EU sinds november weet heeft van Israël's strafbare daden en van hun eigen verplichtingen. Waarom wacht Arizona nog af? Welke andere elementen is ze nog aan het afwachten?

Vanessa Matz:

Mevrouw De Sutter, alle betrokken wetenschappelijke samenwerkingen verlopen in het kader van een traditionele internationale wetenschappelijke samenwerking. De projecten zijn verbonden aan internationale en Europese organisaties, consortia en andere wetenschappelijke verenigingen, waaraan tal van andere landen deelnemen, waarin ze uitwisselen of waarvan ze gezamenlijk lid zijn.

Het opstellen van een specifiek federaal kader staat vandaag niet op de agenda. Een dergelijk kader veronderstelt definities, maar die zijn moeilijk vast te leggen. Het is niet eenvoudig om de betrokkenheid vast te stellen voor veel Israëlische publieke partners. Ik vrees dat de invoering van een dergelijk bindend kader op federaal niveau meer vragen zou oproepen dan antwoorden bieden. Bovendien is de federale overheid niet bevoegd om te antwoorden op dergelijke vragen met betrekking tot de Belgische universiteiten.

Wat het wetenschappelijk en cultureel domein betreft, geldt dat wetenschappelijke en culturele diplomatie normaal gezien het laatste is wat stopgezet wordt en het eerste wat opnieuw op gang komt. Uiteraard zal ik mij echter neerleggen bij elke duidelijke federale of Europese richtlijn ter zake, zoals enkele jaren geleden het geval was voor de Russische Federatie.

Binnen het kader van mijn bevoegdheden ben ik niet van plan om specifieke sancties uit te vaardigen tegen Israëlische bedrijven of instellingen. Ik ben echter wel van plan om bij mijn collega bevoegd voor Defensie na te gaan welke samenwerkingen er bestaan in de ruimtevaartsector en of bepaalde ontwikkelingen zogenaamde dual-use doeleinden kunnen hebben. In dat geval zal ik uiteraard handelen in overeenstemming met de instructies van Buitenlandse Zaken.

Petra De Sutter:

Mevrouw de minister, we weten dat de regering een evenwicht zoekt als het gaat over de samenwerking met Israël. We verschillen over die samenwerking van mening, denk ik. Net zoals de universiteiten dat zelf moeten doen en ook doen – u hebt daarnaar verwezen en dat valt inderdaad buiten het federaal kader – kan ook elk van de federale wetenschappelijke instellingen die onder uw bevoegdheid vallen, die oefening maken.

Ik verwijs naar de resolutie van uw meerderheid, die duidelijk stelt dat u op Europees niveau zult pleiten voor sancties. Via de discussie over het associatieverdrag zou onder Horizon Europe een aantal samenwerkingen kunnen worden stopgezet. Het is duidelijk dat artikel 2, dat mensenrechtenschendingen verbiedt, wordt geschonden. Het associatieverdrag zou op basis daarvan kunnen worden opgeschort.

U hebt eigenlijk meer instrumenten tot uw beschikking dan u wellicht denkt, ook binnen uw regering en binnen uw eigen bevoegdheid. Het zou passend zijn om die discussie te voeren en op die manier verantwoordelijkheid te nemen aangaande de samenwerking met instellingen in een land dat duidelijk het internationaal humanitair recht schendt.

Elke dag zien we de berichtgeving en beelden uit Gaza. Door te blijven samenwerken met die instellingen rijst de vraag in welke mate wij daaraan bijdragen of zelfs medeplichtig zijn.

Daarom vraag ik u om te overwegen om via uw bevoegdheid in overleg te gaan met uw wetenschappelijke instellingen. Misschien zijn zij zelf vragende partij, maar ze kunnen niet zonder uw toestemming handelen. Het associatieverdrag, de Europese ontwikkelingen en uw eigen federale resoluties zijn wellicht hulpmiddelen die daartoe kunnen worden ingezet.

Voorzitter:

Vraag 56005738C van mevrouw Jacquet wordt omgezet in een schriftelijke vraag.

De stavaza betreffende de aanbevelingen van de Raad van de EU
De federale inventaris van subsidies voor fossiele brandstoffen
De Europese Commissie en het uitfaseren van fossiele subsidies
Europese beleidsmaatregelen en subsidies voor fossiele brandstoffen

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie), Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese Commissie dringt aan op versnelde afbouw van fossiele subsidies (15 mjd), energietransitie via accijnsverschuiving (elektriciteit → gas/olie) en versterkte hernieuwbare energie-incentives, maar kritiseert België’s gebrek aan ambitie en laag aandeel groene energie. Minister Jambon verwijst naar het regeerakkoord (afwachten ETS2, sociale tarieven behouden, geen concrete afbouwplannen) en belooft enkel prikkels zoals vliegtaxbelenasting en kolen-BTW, zonder duidelijke kalender of coördinatie met gewesten. Kritiekpunten: geen begrotingsmaatregelen voor 2025, vertragingstactieken en ontbrekende impactanalyses, terwijl de oppositie uitstel tot 2029 als falen bestempelt.

Luc Frank:

Monsieur le président, j’ai avant tout une question de procédure. Mon collègue Marc Lejeune étant absent et comme il s’agit de questions jointes, puis-je intégrer ses questions dans la mienne?

Voorzitter:

Vous disposez de deux minutes pour poser votre question. Et je pense que la réponse du ministre contient aussi les réponses aux questions de votre collègue.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, le Conseil de l'Union européenne a adressé ses recommandations sur les politiques économiques, sociales et structurelles de la Belgique. Parmi ces recommandations pour les années 2025 et 2026, la quatrième parlait directement d'énergie. Le Conseil recommande effectivement à la Belgique de diminuer sa dépendance aux énergies fossiles, d'augmenter l'efficacité énergétique et de développer des incitants pour encourager l'industrie à se décarboner. Le Conseil suggère également de développer et d'améliorer les incitants pour investir dans l'énergie décarbonée et le partage d'énergie. Enfin, le shift fiscal de l'électricité vers les énergies fossiles est également mentionné.

Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance des recommandations du Conseil de l'Union européenne? Comment influenceront-elles vos politiques futures?

Quelles sont vos priorités en matière de sortie des énergies fossiles? Comment comptez-vous rendre les énergies renouvelables et le partage d'électricité plus attractifs en tant que ministre fédéral?

Quel est votre calendrier concret pour la suppression progressive des subventions aux combustibles fossiles? À quelles étapes pouvons-nous nous attendre d’ici la fin 2025?

Dans quelle mesure prévoyez-vous de réaffecter les montants économisés à des investissements dans la rénovation énergétique, les énergies renouvelables ou le soutien ciblé aux ménages précaires?

Comment comptez-vous déterminer les subventions qui seront prioritairement ciblées, et selon quels critères?

Une large part des subventions concerne aussi les Régions. En tant que ministre fédéral, comment comptez-vous garantir une coordination cohérente avec les entités fédérées pour éviter des effets de transfert ou des doublons?

Dieter Vanbesien:

Mijnheer de minister, in haar sociaaleconomische aanbevelingen voor België stelt de Europese Commissie vast dat onze staatssteun voor fossiele brandstoffen economisch inefficiënt is, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt, de energiearmoede niet adresseert en de Belgische klimaatdoelstellingen niet dichterbij brengt.

Het beleid van de regering rond deze materie is tot nog toe bijzonder weinig ambitieus. De Europese Commissie stelt dan ook vast dat er geen plannen zijn om de 15 miljard euro aan directe fossiele subsidies uit te faseren voor 2030, hoewel dit een prioriteit zou moeten zijn. De accijnsverminderingen op professionele diesel en benzine, bedrijfstankkaarten en verminderde btw op gas zijn economisch inefficiënt en bemoeilijken de energietransitie. Het aandeel hernieuwbare energie in België is bij de laagste van Europa. Zonder grote bijkomende inspanningen zullen we onze doelstellingen voor 2030 niet halen. Om de energietransitie te versnellen, dringt de Europese Commissie dan ook aan op een verschuiving van accijnzen op elektriciteit naar gas en olie.

Ik heb hierover een aantal vragen.

Ten eerste, in het kader van de begroting zegt deze regering dat ze zoveel mogelijk wil uitvoeren van wat Europa vraagt. Geldt dat ook voor deze aanbevelingen van de Europese Commissie?

Ten tweede, zult u de uitfasering van fossiele subsidies voorleggen bij de volgende begrotingsoefening?

Ten derde, heeft uw kabinet een inschatting gemaakt van de impact van de programmawet op de fossiele subsidies in België? Zullen die door de programmawet stijgen of dalen en met hoeveel euro?

Ten vierde, een verschuiving van accijnzen van elektriciteit naar gas en olie dringt zich al geruime tijd op. Dat wordt nu opnieuw bevestigd door de Europese Commissie. Het regeerakkoord stelt dat het energiebeleid gericht is op de uitfasering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en dat de accijnzen op elektriciteit voor ondernemingen worden verlaagd tot het Europese minimum. Daarbij zullen accijnzen worden aangewend als hefboom in het kader van de energienorm voor huishoudens en ondernemingen. Zal er een accijnsverschuiving van elektriciteit naar gas en olie plaatsvinden? Zo ja, voor welke gebruikers? Indien een dergelijke verschuiving afhankelijk is van de resultaten van impactanalyses, wanneer zullen die analyses dan plaatsvinden?

Jan Jambon:

Bedankt, collega's, voor de vragen.

Vooreerst, mijnheer Vanbesien, in die 12 miljard euro aan subsidies zitten ook de sociale tarieven. Ik neem echter aan dat u niet pleit om die af te schaffen. Het is dus belangrijk om dat correct te stellen.

Wat betreft de verschuiving van accijnzen van elektriciteit naar gas en olie zal ik mij zoals steeds houden aan het regeerakkoord. Het regeerakkoord bepaalt dat we eerst ETS2 moeten afwachten en vervolgens moeten onderzoeken hoe een verschuiving binnen de subsidies voor brandstoffen kan gebeuren. Ik zal tijdig de nodige maatregelen communiceren en voorbereidingen treffen. Tegelijkertijd bereidt de Europese Commissie een wijziging van de Energy Tax Directive voor.

Comme je l’ai déjà indiqué en réponse à d’autres questions parlementaires, aucun contrôle budgétaire ne sera aisé au cours de cette législature. D’éventuelles propositions d’économies seront discutées en Conseil des ministres ou au sein du kern, pas ici en commission. J'espère que vous me le pardonnerez.

La loi-programme contient déjà certaines mesures qui envoient un signal prix. Pensez à la très discutée taxe d’embarquement mais aussi à la TVA sur le charbon. Des mesures concernant les cartes carburant ne sont pas prévues dans l’accord de gouvernement.

Luc Frank:

Cette réponse me suffit. Merci.

Dieter Vanbesien:

U verwees naar het regeerakkoord. In dat regeerakkoord staat het volgende, ik citeer: "De regering onderzoekt welke fossiele subsidies afgebouwd kunnen worden en op welke realistische termijnen. Fasing out kan en dat rekening houdend met de economische impact en zonder negatieve impact op de koopkracht of de kosten voor ondernemingen."

Iedereen die een beetje ‘begrijpend lezen’ geleerd heeft in zijn opleiding voelt aan dat deze formulering bedoeld is om er niets aan te doen. In de praktijk gaat het om manieren om de energietransitie te vertragen, in plaats van om oplossingen die sociale en economische vooruitgang kunnen brengen.

We zullen de rekening maken in 2029. We zullen zien wat ermee gebeurd is.

Voorzitter:

La question n° 56005807C de M. Piedboeuf est reportée.

Internationale afspraken over de minimumbelasting en de uitzonderingen voor Amerikaanse bedrijven

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België verdedigt in de OESO-gesprekken het onverkorte behoud van de wereldwijde minimumbelasting (15%) voor multinationals, inclusief Amerikaanse bedrijven, en wijst uitzonderingen of verzachtingen af om de fiscale rechtvaardigheid en EU-geloofwaardigheid te waarborgen. Minister Jambon benadrukt een constructieve maar principiële houding, met focus op coördinatie binnen de EU en OESO, maar waarschuwt dat de budgettaire impact (minstens €430 miljoen in 2024) en effecten van *profit shifting* moeilijk exact te isoleren zijn. El Yakhloufi (Vooruit) onderstreept dat toegeven aan Amerikaanse druk het akkoord en EU-eenheid ondermijnt, en pleit voor strikte handhaving zonder achterpoortjes. De Poolse voorstellen om de VS tegemoet te komen worden nog niet technisch besproken, maar België ziet geen ruimte voor structurele aanpassingen.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, in 2021 werd binnen de OESO een belangrijk internationaal akkoord gesloten over een wereldwijde minimumbelasting voor multinationals en ondernemingen. De Europese Unie en België hebben die afspraak omgezet in een Europese richtlijn en nationale wetgeving met als doel fiscale rechtvaardigheid te bevorderen en de belastingontwijking terug te dringen.

Tot heden hebben de Verenigde Staten die afspraken niet uitgevoerd. Meer nog, sinds het aantreden van president Trump voor een tweede termijn lijkt Washington actief te proberen de toepassing van het akkoord te ondermijnen, met name de zogenaamde undertaxed profits rule .

Politico berichtte recent dat de EU-lidstaten uit vrees voor vergeldingsmaatregelen door de VS overwegen om uitzonderingen toe te kennen aan Amerikaanse bedrijven of om zelfs structurele wijzigingen aan het akkoord door te voeren. In dat kader circuleert ook een document van het Poolse EU-voorzitterschap, waarin verschillende pistes worden verkend om tegemoet te komen aan de Amerikaanse eisen, zogezegd om de spanningen te beheersen.

Mijnheer de minister, wat is de huidige Belgische positie in de lopende gesprekken over het al dan niet versoepelen of uitstellen van de undertaxed profits rule voor Amerikaanse bedrijven?

Ten tweede, hoe beoordeelt België de voorstellen van het Poolse voorzitterschap die mikken op het verzachten van de Europese aanpak om de VS tegemoet te komen?

Ten slotte, kunt u meedelen wat de opbrengst van de minimumbelasting was in 2024 en wat de budgettaire impact is van de verschillende pistes om de minimumbelasting af te zwakken?

Jan Jambon:

Mijnheer El Yakhloufi, momenteel worden binnen de OESO technische gesprekken gevoerd om een oplossing te vinden voor het eisenpakket van de Verenigde Staten.

Die gesprekken focussen op het ontwikkelen van een permanente veilige haven voor multinationale ondernemingen die onder het toepassingsgebied van pijler 2 vallen en op een mogelijke vereniging van de regels met het bestaande fiscale systeem in de Verenigde Staten. Tijdens die gesprekken stellen we ons constructief op om tot een breedgedragen oplossing te komen, waarbij we de Belgische en de Europese concurrentiepositie alsook de budgettaire impact van de oplossing niet uit het oog verliezen.

Die voorstellen zijn nog niet op technisch niveau besproken. Zoals aangegeven zet België in op een breedgedragen oplossing binnen de OESO. Op Europees niveau wordt er verder ingezet op coördinatievergaderingen met alle lidstaten, teneinde tot een gemeenschappelijke visie op de voorstellen van de Verenigde Staten te komen.

Met betrekking tot de werkelijk geïnde inkomsten kan ik verwijzen naar mijn antwoord op uw schriftelijke vraag nr. 160 en eerdere replieken, maar ik zal het antwoord nogmaals herhalen. Het is onmogelijk om een exact cijfer te geven voor de voorafbetalingen, omdat die vermengd zijn met die in de vennootschapsbelasting. De begrotingsraming omvat tevens de effecten van profit shifting , zoals geschat door de OESO. Het is echter onmogelijk om het effect van profit shifting in voorafbetalingen in de vennootschapsbelasting te isoleren. Door de combinatie van die twee effecten kan de belastingdienst het effect van pijler 2 niet nauwkeurig bepalen.

Desalniettemin suggereren de schommelingen die momenteel worden waargenomen als gevolg van de verandering in onder meer de inkomsten uit innovatie, dat de maatregel een impact zal hebben van minstens 430 miljoen. Er zijn ook andere significante schommelingen waargenomen die waarschijnlijk verband houden met profit shifting .

Met betrekking tot de raming van de impact van de verschillende pistes is het voor de studiedienst van de FOD Financiën momenteel onmogelijk om die in te schatten.

Achraf El Yakhloufi:

Mijnheer de minister, in de eerste plaats is het bemoedigend dat België in die cruciale gesprekken voet bij stuk houdt. Minimumbelastingen zijn geen technische afspraak, maar een daad van fiscale rechtvaardigheid. Ze tonen aan dat samenwerking loont en dat ook multinationals eerlijk hun bijdrage moeten leveren. Dat is heel belangrijk. Als we nu zouden toegeven aan de Amerikaanse druk ondergraven we niet alleen het akkoord, maar ook onze geloofwaardigheid, zoals ik daarstraks al aanhaalde. De geloofwaardigheid van de Unie wordt dan volledig ondergraven. De voorstellen die nu circuleren om uitzonderingen toe te staan, zetten de deur open voor nieuwe achterpoortjes en daar moeten we heel ver van wegblijven. Mijnheer de minister, het is heel eenvoudig, internationale afspraken gelden voor iedereen en zeker ook voor de Amerikaanse bedrijven. Vooruit steunt dan ook de lijn om dit akkoord onverkort toe te passen.

De financiële resultaten van ENGIE Electrabel en het uitzonderlijk dividend van 6,2 miljard euro
De financiële resultaten van ENGIE Electrabel en het uitzonderlijk dividend van 6,2 miljard euro
Het doorsluizen van de dividenden van Electrabel naar ENGIE
De toekomstige schadeloosstelling voor Electrabel
Het doorsluizen van de overwinsten van ENGIE naar Frankrijk
De winsten van ENGIE
De kapitaaluitstroom vanuit Electrabel naar het Franse ENGIE
De dividenduitkering bij ENGIE
Financiële stromen en dividenden tussen ENGIE Electrabel en ENGIE

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de omstreden uitkering van 6,2 miljard euro dividende door Electrabel aan moederbedrijf ENGIE, mogelijk gemaakt door de *"ENGIE Deal"* (Phoenixakkoord), waarbij de Belgische staat nucleaire risico’s (afvalbeheer) overneemt terwijl private winsten naar Frankrijk vloeien. Kritiekpunten: de energiearmoede bij burgers blijft hoog, demontagekosten (4 miljard gereserveerd, maar risico op hogere lasten voor de belastingbetaler) zijn onzeker, en toezicht door de Commissie voor Nucleaire Voorzieningen (CNV) wordt ondermijnd doordat ENGIE/Electrabel haar budget blokeert via een Raad van State-procedure—wat de controle op nucleaire verplichtingen lamlegt. Minister Bihet benadrukt dat de uitkering juridisch deugt (vrijgave niet-Europese activa, garanties van ENGIE), maar parlementsleden eisen transparantie over langetermijnrisico’s, een duidelijke nucleaire strategie (bv. verlenging centrales) en herinvestering van winsten in Belgische energietransitie in plaats van kapitaalvlucht. CNV’s analyse en een parlementaire hoorzitting met ENGIE worden gevraagd om de afhankelijkheid en financiële gevolgen te toetsen.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, Electrabel, principal producteur d’électricité de notre pays, a procédé au versement d’un dividende exceptionnel de 6,2 milliards d’euros à sa maison mère française ENGIE.

Dans le même temps, les factures d’énergie des ménages belges restent durablement élevées et l’avenir de notre industrie est menacé par des coûts énergétiques parmi les plus importants d’Europe. Selon le directeur financier d’Electrabel, cette distribution massive de dividendes s’inscrit dans le cadre de "l'ENGIE Deal" conclu avec l’État belge. Celui-ci aurait permis de "dérisquer" le périmètre d’Electrabel. En clair, l’État prend en charge une partie substantielle des coûts liés aux déchets nucléaires, tandis que les profits, eux, sont intégralement privatisés. Et le démantèlement des centrales nucléaires reste de la responsabilité d'Electrabel. Mais, si ENGIE vide les caisses en Belgique, le coût du démantèlement sera également transféré vers les finances publiques.

Monsieur le ministre, comment le gouvernement justifie-t-il un tel transfert de richesse des citoyens vers une multinationale dans un contexte où tant de familles peinent à payer leurs factures d’énergie?

Vu qu’Electrabel vide ses caisses au profit de sa maison mère ENGIE, sera-t-elle encore capable d’assumer les coûts du démantèlement nucléaire?

Voorzitter:

M. Raoul Hedebouw est excusé.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, alors que les factures d'électricité pèsent lourdement sur les ménages et que l'État investit massivement dans notre avenir énergétique, Electrabel vient de verser un dividende record de 6,2 milliards d'euros à sa maison mère française ENGIE. Ce dividende est notamment le résultat des accords Phoenix qui ont "dérisqué" les activités d'Electrabel puisque c'est maintenant l'État belge qui porte le risque des augmentations des coûts de gestion des déchets. Voir des montants pareils versés à une société à l'étranger sur le dos des citoyens belges est quand même assez interpellant quand on connaît les coûts supportés par les citoyens et l'état de la précarité énergétique dans notre pays. Nous ne sommes pas les seuls à nous interroger puisque vos partenaires des Engagés ont même demandé à pouvoir entendre Electrabel à la Chambre à ce sujet. On a pu le voir dans la presse.

Dans ce contexte, monsieur le ministre, je voudrais vous poser une question. Étant donné votre attitude pro-nucléaire clairement et largement affichée, comptez-vous mettre quelque chose en place pour éviter que vos futures décisions liées au nucléaire ne permettent à des entreprises en Belgique de verser des milliards de dividendes tout en n'améliorant pas la situation de précarité énergétique des ménages?

Enfin, Electrabel a lancé un avertissement dans son dernier rapport de gestion. Toute modification du calendrier de démantèlement des centrales nucléaires pourrait entraîner une demande d'indemnisation de la part de l'entreprise. Cet avertissement est d'autant plus préoccupant qu'il s'adresse à un gouvernement qui n'a toujours pas à ce stade présenté de plan clair sur sa stratégie nucléaire, si ce n'est cette fameuse loi trophée qui ne contenait rien de concret en termes de projets.

Vous avez laissé entendre vouloir prolonger Doel 4 et Tihange 3 au-delà des 10 ans initialement prévus voire rouvrir la discussion sur d'autres réacteurs. Cela exposerait directement l'État et donc les citoyens à des risques considérables.

Monsieur le ministre, comment expliquez-vous qu'un ministre aussi résolument favorable au nucléaire puisse encore se passer d'un plan stratégique clair à l'heure où on se parle? Quel est votre point de vue sur le fait que votre approche pourrait amener des milliards d'indemnisation de l'État à une entreprise versant déjà des milliards de dividendes à l'étranger et ce, sur le dos des citoyens belges?

Je vous remercie pour vos réponses.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, een tijdje geleden konden we in de kranten lezen dat ENGIE 6 miljard euro winst naar het moederbedrijf doorsluist. Daar is natuurlijk een technische verklaring voor. Dat gebeurt immers in het kader van de Phoenixdeal, maar ik vind het belangrijk dat we daar toch even bij stilstaan, want 6 miljard euro winst is ongelooflijk veel geld. Zeker op een moment waarop we heel wat inspanningen van de bevolking vragen, roept dat ook veel vragen bij de mensen op.

Ik stel me vooral de vraag hoe de regering daarnaar kijkt op een moment dat we heel veel middelen nodig hebben om de energietransitie waar te maken. Denk aan de investeringen die we nodig hebben voor hernieuwbare energie. We hadden het daarstraks nog over het energie-eiland. Wat is de visie van de regering, wanneer ze vaststelt dat er een kapitaalstroom naar Frankrijk vloeit? Wat is de visie op het verlies van 6 miljard euro?

Kurt Ravyts:

Electrabel is voor sommigen in de zaal bijna een demonisch woord. De heer Seuntjens verwees al naar de Phoenixwetgeving. Daarnaast is er de realiteit van de dochteronderneming ENGIE Energy Management, een interne structuur met energieactiviteiten in Europa en ook de handel in biomassa. Binnen die holding bevond zich een spaarpot van vele miljarden euro’s. Daarvan wordt nu 6 miljard euro als een uitzonderlijk dividend uitgekeerd. Dit jaar volgt nog eens een dividend van 5,8 miljard euro. Waarom? Omdat ENGIE Energy Management jarenlang als een garantiefonds voor de berging van het nucleair afval heeft gefungeerd. De Belgische overheid en wij allemaal wilden er zeker van zijn dat ENGIE Electrabel over voldoende middelen beschikte om de miljardenfactuur voor de berging te dragen. Daarom verboden we grote financiële operaties.

Enkele maanden geleden heeft ENGIE 12,2 miljard euro aan de Belgische Staat uitgekeerd, als eerste schijf van de 15 miljard euro in het kader van de regeling rond de berging van nucleair afval.

De realiteit van de ontmantelingskosten is één voorbeeld, maar ook de blijvende aanwezigheid van ENGIE in het energiegebeuren in ons land roept vragen op.

Wat is de visie van de regering op deze aanzienlijke kapitaaluitstroom van in totaal 6,2 miljard euro? Hoe ziet de overheid de rol van deze onderneming in de Belgische energietransitie en de uitbouw van de Belgische energie-infrastructuur? Zoals al werd aangehaald, is er ook de uitdaging van uw wensdroom om andere centrales te verlengen.

ENGIE Electrabel blijft dus een zeer belangrijke speler. We zullen het bedrijf na de vakantie wellicht opnieuw in de commissie uitnodigen, mijnheer de voorzitter.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, de dividenduitkering die is gebeurd, zou in principe moeten kaderen in de release van de niet-Europese assets als onderdeel van de Phoenixdeal, wat dus wil zeggen dat deze uitkering in principe niet onderworpen is aan de goedkeuring van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. Zo staat het in de deal. Zo is het geconstrueerd en zo zou het moeten gebeuren als alles correct wordt nageleefd.

Is er door u, dan wel door de Commissie voor nucleaire voorzieningen, nagegaan of alles inderdaad is verlopen zoals het hoorde en dat de dividenduitkering inderdaad volledig onder de release van de niet-Europese assets valt en er dus geen grijze zones zijn? Heeft de CNV dat onderzocht? Hebt u dat zelf onderzocht? Wat is de evaluatie daarvan?

We mogen daarnaast niet vergeten dat er nog steeds heel wat zaken sowieso onder de verantwoordelijkheid van Electrabel blijven. Het gaat dan om alles wat te maken heeft met de ontmanteling, tot en met de overdracht van het afval aan NIRAS – rudimentair samengevat: in droge en stabiele vorm. Voor die aspecten blijft het oude systeem van de wet op de nucleaire provisies van toepassing. Die wet is in het Parlement versterkt, met onder meer de aangepaste schaal voor dividenduitkeringen, waarop de CNV wél nog altijd toezicht op houdt. ENGIE moest bovendien bijkomende garanties stellen.

Vergeet ook niet dat binnenkort de nieuwe driejaarlijkse herziening eraan komt, waarin een belangrijk aspect alles wat te maken heeft met de ontmanteling en de ontmantelingsprovisies zal zijn. Daaraan is gekoppeld dat de kosten voor het Cat. A-project de laatste jaren heel significant zijn gestegen. In de toekomst is er in het kader van de ENGIE-deal bovendien mogelijk sprake van de vrijgave van de Europese asset. Het is dus van groot belang dat de CNV, voor de aangelegenheden waarover zij toezicht houdt, beschikt over de juiste expertise en vooral over de nodige budgetten, wat in principe het geval zou zijn.

Mijn vraag is echter de volgende. Is dat in de feiten ook het geval? Klopt het dat Electrabel een aantal procedures heeft aangespannen tegen bepaalde beslissingen, waardoor de Commissie voor nucleaire voorzieningen vandaag de facto zonder budget zit en dus haar taken niet kan uitvoeren? Is dat inderdaad het geval? Indien dat zo is, wat zult u daaraan doen?

Voorzitter:

Wensen er andere fracties hierbij aan te sluiten? Ik kijk eerst naar de leden van Les Engagés. U hebt het woord, mijnheer Frank.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, 6,2 milliards, c'est le dividende qu'Electrabel a reversé à la France, à sa maison mère ENGIE. Ce montant nous a interpellé et a suscité l'attention de tous.

Qu'Electrabel réalise des bénéfices est bien entendu normal pour une société privée. Tout d'abord, il est important de préciser, face aux nombreuses informations circulant, que sur ces 6,2 milliards, 1,7 milliard provient des bénéfices d'exploitation sur notre territoire, tandis que le reste résulte de transferts d'actifs. Nous ne souhaitons pas faire un procès d'intention à Electrabel mais apporter de la clarté pour nos concitoyens qui s'interrogent sur l'origine de ces dividendes, leur composition, les raisons de leur rapatriement en France ainsi que la vision d'Electrabel quant à son avenir énergétique en Belgique. Electrabel demeure notre premier opérateur énergétique et partenaire stratégique, ce qui rend cette question d'autant plus pertinente.

Le rôle de notre Parlement est de veiller à la protection et à la qualité de vie de notre pays et de ses concitoyens. Dans le secteur de l'énergie, cela signifie garantir des prix abordables, une sécurité d'approvisionnement, des investissements durables pour la transition énergétique et garantir que notre pays soit un lieu propice aux investissements des entreprises de l'énergie. La transition exigera en effet des investissements considérables et une implication du secteur privé.

L'État ne peut pas assumer seul le financement de cette transition ni laisser les opérateurs privés seuls responsables de son avenir énergétique. Le gouvernement soutient d'ailleurs directement et indirectement ce secteur, que ce soit via le tarif social ou à travers des projets majeurs comme l'île énergétique. Pour mémoire, une taxe sur les surprofits avait été instaurée lorsque les prix ont explosé, afin d'imposer une certaine discipline aux géants de l'énergie. Nous ne sommes pas dans ce contexte aujourd'hui mais il est essentiel de l'expliquer clairement.

D'autres questions se posent. Ces bénéfices ont-ils été générés par Electrabel notamment en raison de l'augmentation du prix de l'électricité, de la volatilité des prix, des garanties de l'État concernant la gestion des déchets nucléaires ou encore grâce à une gestion financière avisée? Le véritable enjeu aujourd'hui n'est pas tant les profits d'Electrabel, qui sont légitimes, mais bien notre souveraineté et notre autonomie énergétique.

À la fin des années 90, l'Europe a libéralisé le marché de l'énergie pour de nombreuses raisons valables. Cependant, ces dernières années, chaque pays et chaque Région a pris conscience que les besoins en énergie, notre souveraineté et notre indépendance énergétique sont devenus des questions de sécurité nationale voire européenne. Nous devons être maîtres de notre destin énergétique, savoir où nous allons et veiller à ce que les décisions ne soient pas prises à la Défense, au siège d'ENGIE, mais bien à Bruxelles.

Nous sommes dans une période où la demande énergétique va exploser avec l'intelligence artificielle, où la transition vers l'énergie décarbonée est nécessaire à la survie de la planète et où on ne peut plus faire confiance qu'à l'Europe voire qu'à nous-mêmes pour un approvisionnement continu d'énergie.

Dans ce contexte, il me semble que chaque euro de profit devrait être réinvesti ici même en Belgique pour développer notre capacité de production. Nucléaire, solaire, éolien, molécules de synthèse, hydrogène, peu importe. N'est-ce pas plutôt le temps d'un grand plan d'investissement générationnel?

Monsieur le ministre, ma question est simple. Pourriez-vous rassurer les consommateurs sur le prix payé aujourd'hui et sur l'avenir énergétique de notre pays?

Mathieu Bihet:

Geachte parlementsleden, de Belgische vennootschap ENGIE Electrabel is de uitbater van onze kerncentrales en tegelijkertijd een holding van dochterondernemingen met allerlei energiegerelateerde activiteiten wereldwijd. Bovendien blijft ENGIE Electrabel een private speler.

Le bénéfice d’Electrabel en 2024 a deux origines. Il provient d’une part des bénéfices de centrales nucléaires belges, où l’amélioration de la disponibilité des réacteurs, la stabilisation du marché de l’électricité et l’absence d’un plafond sur les recettes explique la margé bénéficiaire. D’autre part, il y a la marge accumulée depuis des années par les filiales afin de couvrir la responsabilité de l’exploitant en matière de passif nucléaire.

Op de winst die ENGIE Electrabel uit de exploitatie van de kerncentrales haalt, wordt een heffing geheven, de zogenaamde repartitiebijdrage.

Avec l'accord Phoenix, tel qu'il a été négocié et conclu par le précédent gouvernement, un plafond de 15 milliards d'euros a été fixé pour la responsabilité "passif nucléaire" d'Electrabel. Cela signifie que les obligations financières liées à la gestion des déchets radioactifs et du combustible nucléaire usé sont transférées d'Electrabel à Hedera.

Sur 15 milliards, comme vous le savez, 11,5 milliards d'euros ont déjà été versés à la clôture pour le transfert des obligations financières de catégorie B et C. Vous trouverez plus de détails sur le transfert d'actifs au sein d'Electrabel et le paiement du plafond dans l'Implementation Agreement, Schedule 2, Structuring Clause, 1.1 (H), dont la version non confidentielle est disponible sur le site du SPF Économie ainsi que dans la loi du 26 avril 2024 portant la garantie de la sécurité d'approvisionnement dans le domaine de l'énergie et la réforme du secteur de l'énergie nucléaire.

Il faut savoir qu'à la date de clôture, à savoir le 14 mars 2025, Electrabel a versé 11,5 milliards d'euros de "Cap" à Hedera. Ce paiement donne lieu à la release of assets qui a été évoquée. Cette libération s'est effectuée par la vente d'actions des filiales d'Electrabel à ENGIE.

L'Implementation Agreement prévoit ensuite la manière dont Electrabel doit utiliser le produit de cette vente, d'abord pour le paiement des montants forfaitaires pour certains types de déchets et les déchets de combustibles nucléaires usés, puis pour le remboursement de la dette en cours d'Electrabel vers ENGIE, une partie de la créance restant ouverte en tant que prêt intra-groupe à ENGIE et le solde pouvant enfin être versé à ENGIE. Cela a également été précisé dans l'exposé des motifs de la loi du 26 avril 2024 précitée. Je vous invite donc à consulter à cet égard les travaux parlementaires.

Certaines conditions ont été convenues pour la scission des actifs non-européens et l'apport d'autres actifs au sein du groupe Electrabel, afin d'obtenir des garanties suffisantes quant à la responsabilité opérationnelle continue de l'exploitant nucléaire en ce qui concerne le paiement de la compensation pour ajustement de volume relative aux combustibles nucléaires consommés dans le cadre du LTO, sa responsabilité pour les déchets résultant du démantèlement et enfin sa responsabilité de payer le démantèlement, pour répondre à vos questions, monsieur D'Amico. Il a été ainsi convenu qu'Electrabel doit conserver au moins quatre milliards d'euros d'actifs résiduels dans son portefeuille et qu'ENGIE, en tant que société mère, doit garantir de manière illimitée et irrévocable de couvrir les risques résiduels liés aux activités nucléaires. C'est ce qu'on appelle Parent Company Guarantee .

Het valt op te merken dat ENGIE en Electrabel actief blijven in de energiesector. Men heeft namelijk verklaard dat die intragroepherstructurering en daaraan gekoppelde dividendenuitkeringen geen impact hebben op de langetermijnstrategie van de groep.

La Commission des provisions nucléaires (CPN) a appris la distribution des dividendes par la presse et a ensuite demandé des explications à Electrabel afin de pouvoir déterminer si celle-ci sortait effectivement de son champ de compétence ou pas? Entre-temps, des explications ont été reçues et la CPN procède actuellement à l'analyse.

En ce qui concerne les moyens d'action de la CPN, il est exact qu'ENGIE Electrabel a introduit un recours en annulation devant le Conseil d'État contre l'arrêté royal relatif aux frais de fonctionnement et aux modalités de la CPN ainsi que contre l'arrêté approuvant le budget augmenté pour l'année 2025. Les recours introduits devant le Conseil d'État concernent toutefois des recours en annulation des arrêtés sans demande de suspension de ceux-ci. Tant que le Conseil ne se prononce pas dans un arrêt, les arrêtés contestés restent donc pleinement applicables.

Roberto D'Amico:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour toutes les réponses que vous avez apportées.

Concernant les 6,2 milliards d’euros, j'ai bien compris qu'il y avait une partie de vente d'actifs, mais n'empêche que ces 6,2 milliards ont quand même été transférés en dividendes alors qu'ils auraient pu être utilisés pour faire baisser les prix.

Par ailleurs, si j'ai bien retenu vos chiffres, Electrabel a provisionné un montant de 4 milliards pour le démantèlement. Il s'agit d'une garantie. Ce coût du démantèlement a-t-il été évalué? S'il devait être supérieur à 4 milliards, c'est encore le contribuable qui va payer.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses, qui me font me poser d'autres questions.

Quid des conséquences à long terme de cette fameuse restructuration intragroupe, et notamment des transferts d'actifs entre Engie et Electrabel? Quid des conséquences pour la politique énergétique à long terme?

On annonce déjà une opération de la même nature pour l'année prochaine. Avez-vous des éléments d'information à ce sujet?

Je n'ai par contre pas reçu beaucoup de réponses sur votre stratégie nucléaire, à la suite de ma deuxième question. Si vous n'avez pas davantage d'explications à donner, nous reposerons des questions et demanderons des auditions avec Engie sur le sujet.

Mathieu Bihet:

Peut-être qu'il y a des actionnaires d'ENGIE dans la salle qui ont plus d'informations que moi! Moi pas.

Marie Meunier:

Monsieur le ministre valide les auditions d' Engie .

Mathieu Bihet:

Ce n'est pas ce que j'ai dit. Simplement, n'étant pas membre de l'assemblée générale d'ENGIE, je ne dispose pas de certaines informations. Certaines informations sont publiques, dont celles que j'ai données en réponse à Mme Van der Straeten sur la Commission des provisions nucléaires. Nous ne sommes pas dans un régime communiste. Comme c'est une entreprise privée, l'État ne s'immisce pas dans sa gestion, ne vous en déplaise. C'est à vous d'estimer si c'est nécessaire et c'est au Parlement que revient le dernier mot.

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, u bent inderdaad ENGIE Electrabel niet. Ik wil u bedanken voor uw antwoord, dat vooral technisch van aard is en verklaart wat er precies gebeurd is. Dat klopt uiteraard volledig. In het Parlement mogen we evenwel de politieke discussie voeren. Verwijt mij alstublieft niet een communist te zijn, ik ben een socialist.

We mogen ons wel vragen stellen bij de vaststelling dat een bedrijf 6 miljard euro winst maakt en die winsten kan doorsluizen. Daarover moeten we ernstig nadenken. Dat past uiteraard binnen een bredere discussie, maar op een moment waarop we alle middelen nodig hebben om de doelstellingen van het ambitieuze regeerakkoord te realiseren, waarover u mee hebt onderhandeld, lijkt het me gepast om ernstig na te denken over waar we die middelen kunnen vinden. Het is misschien een optie om die middelen te zoeken bij bedrijven die gigantische winsten maken.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, ik vind de discussie toch merkwaardig. Zoals de heer Seuntjens al aangaf heeft de minister een technische uitleg gegeven over de stand van zaken, over het hoe en waarom. Hij heeft echter ook verschillende keren verwezen naar de deal met ENGIE Electrabel. Ook mevrouw Van der Straeten heeft daar al naar verwezen.

Deze week kwam bijvoorbeeld ook het volledige gewicht van de minimum opex en capital payment in het nieuws. Dat is ook een onderdeel van de ENGIE-deal, dat plots in de pers verschijnt en waarover iedereen nu moord en brand schreeuwt.

Mijnheer de voorzitter, ik denk dat het hoog tijd is dat we in deze commissie alle uitleg krijgen over de implementatie van de deal met de volledige stand van zaken. Daarnaast stel ik voor om ook BE-NUC uit te nodigen, het bedrijf waarin de Belgische overheid participeert. Dan krijgen we een volledig overzicht en zullen we kunnen oordelen of er goed dan wel slecht onderhandeld is.

Voorzitter:

Collega Ravyts, zoals u weet, zult u volgende week de gelegenheid krijgen om uw standpunt daarover uiteen te zetten.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Ik denk dat we moeten afwachten wat de conclusie zal zijn van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. U gaf aan dat u aan de CNV uitleg hebt gevraagd en dat dat momenteel geanalyseerd wordt. Ik denk ook dat de CNV de juiste instantie is om dat te beoordelen en vervolgens te evalueren.

Wat mij echter zorgen baart, is niet zozeer uw antwoord, maar de mogelijke consequenties daarvan. In het kader van de ENGIE-deal hebben we ook de wet op de nucleaire provisies en met name ook de Commissie voor nucleaire voorzieningen versterkt. Ik heb de beslissing van de ministerraad nogmaals bekeken, in het bijzonder wat betreft de analyse van de impact van de kapitaalsbeslissingen en het nagaan van de garanties voor de leningen. De vrijgave van die Europese activa ging gepaard met de voorwaarde dat ENGIE als moedermaatschappij garant diende te staan ten aanzien van Electrabel.

Er zijn nieuwe controlemechanismen ingevoerd onder toezicht van de CNV. Nu blijkt echter dat ENGIE of Electrabel tegen twee besluiten, die betrekking hebben op de vaststelling van het budget van de CNV, een beroep heeft ingediend bij de Raad van State, met als mogelijke consequentie dat de CNV lamgelegd wordt.

U hebt gelijk als u zegt dat er geen schorsing is gevraagd. In principe blijft de CNV dus volledig bevoegd en blijven de besluiten ook van kracht. Maar als de Raad van State over twee of drie jaar die besluiten vernietigt, om redenen die ik niet ken en waarop ik niet kan vooruitlopen, moet alles mogelijk worden terugbetaald. Het lijkt me dus belangrijk om goed te kijken naar wat er wordt ingeroepen en te beoordelen of de bezwaren gegrond zijn. Wachten we het resultaat af, omdat we van mening zijn dat we die procedure winnen, of moeten we een nieuw besluit uitvaardigen om ervoor te zorgen dat de CNV niet wordt lamgelegd?

Het gaat om de driejaarlijkse herziening en de kosten van de ontmanteling. Als we hier volgend jaar opnieuw vergaderen over zaken waarvoor de CNV bevoegd is, maar vaststellen dat de CNV intussen vleugellam is gemaakt, dan zitten we met gigantische problemen. Daarom vraag ik om na te gaan hoe dat ontmijnd kan worden.

Als ENGIE beweert een valide uitleg te hebben over hoe die 6 miljard precies in elkaar zit, dan moet het ook kunnen uitleggen welke motieven het aanbrengt om de CNV via de Raad van State vleugellam te krijgen. Daar ligt volgens mij het kernprobleem van vandaag.

Bert Wollants:

Ik wil de minister bedanken voor zijn antwoord.

Wat vooral duidelijk is geworden, zoals ook de heer Ravyts al heeft aangehaald, is dat de draagwijdte van de ENGIE-deal verstrekkende gevolgen heeft, waardoor men uiteraard niet zomaar alles kan doen wat men wil. Ik kan me voorstellen dat die deal ook een aantal bepalingen bevat die verhinderen dat we zomaar een taks van 6,2 miljard euro zouden invoeren om alles weg te belasten.

Tegelijkertijd denk ik dat het oordeel van de Commissie voor nucleaire voorzieningen van groot belang is om alles correct te kunnen inschatten. Het is waarschijnlijk noodzakelijk dat we eerst haar standpunt kennen alvorens we verdere stappen kunnen zetten of zelfs een oordeel kunnen vellen.

Het goede nieuws is dat vertegenwoordigers van de CNV waarschijnlijk op 21 oktober naar de subcommissie voor de Nucleaire Veiligheid komen. Mogelijk kan dat dossier dan ook aan bod komen, zodat we het vervolgens goed kunnen beoordelen, ook met betrekking tot de punten die mevrouw Van der Straeten zonet heeft aangekaart. Dat we de CNV daarover horen, staat dus al op de planning.

Voorzitter:

Dat is zeer goed nieuws, mijnheer Wollants.

Het indicatief nucleair programma van de Europese Commissie
De nucleaire brief
Europese nucleaire strategie en beleidsplannen

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 1 juli 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België sluit zich aan bij de European Nuclear Alliance (sinds februari 2025) en steunt het nieuwe EU-nucleaire programma (PINC), dat pleit voor uitbreiding van kernenergie (inclusief SMR’s en levensduurverlenging bestaande reactoren) als sleutelrol in decarbonisatie, maar vereist massale publieke steun (garanties, de-risken) om private investeerders aan te trekken—zoals blijkt uit het ENGIE-akkoord voor Doel 4/Tihange 3. Minister Bihet benadrukt complementariteit met hernieuwbare energie en een gebalanceerde financiering (geen directe last voor de staatskas), maar critici (o.a. Vooruit) vrezen hoge budgettaire risico’s (205 miljard euro EU-breed) en concurrentie met goedkopere, snellere groene alternatieven, terwijl concrete plannen (bv. SMR’s) nog ontbreken. De Alliantie (met nieuwe leden zoals Italië) werkt aan Europese financieringsinstrumenten en een stabiel regelkader, maar blijft vaag over exacte budgettaire impact—terwijl de energietransitie betaalbaar moet blijven voor burgers en bedrijven. Kernpunt: kernenergie als strategische pijler, maar afhankelijk van publieke middelen en spanningsveld met hernieuwbare investeringen blijft onopgelost.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de voorzitter, ik zal de commissie opnieuw verrassen. Het indicatief nucleair programma van de Europese Commissie was een eyeopener voor mij. Ik heb in de plenaire vergadering vaak gezegd dat de N-VA in de vorige legislaturen, van 2014 tot 2019, en mevrouw Marghem precies niet veel zin hadden in nucleaire energie, en vooral niet in nieuwe nucleaire energie.

Het vorige indicatief nucleair programma van 2016 voorspelde 14 gigawatt aan nieuwe nucleaire capaciteit, terwijl het uiteindelijk slechts 3,6 gigawatt is geworden in die voorbije 10 jaar. Zoals mevrouw Marghem hier nog heeft geantwoord op een mondelinge vraag, staan de private investeerders niet te springen. Dat zou een engagement van miljarden betekenen voor die nucleaire productie, terwijl de inkomsten gespreid zouden zijn over 60 jaar. Er zou 205 miljard euro nodig zijn voor de bouw van nieuwe reactoren.

Voorzitster: Tinne Van der Straeten.

Présidente: Tinne Van der Straeten.

Mijnheer de minister, ik stel u deze vraag omdat België op 18 februari is toegetreden tot de European Nuclear Alliance. Dat was een van uw eerste beleidsdaden. Italië is inmiddels ook toegetreden. De Europese Commissie geeft aan dat er nood is aan nieuwe financieringsinstrumenten die aantrekkelijk zijn voor private investeerders. Een combinatie van verschillende financieringsbronnen met instrumenten die de risico’s beperken, zou een oplossing kunnen zijn.

Hoe reageert u op het nieuwe ontwerp van indicatief nucleair programma van de Europese Commissie? Hoe denkt u private investeerders aan te trekken om op termijn nieuwe reactoren te bouwen? U kunt niet zeggen dat wat ik zeg niet waar is. U had het over SMR's en andere grote reactoren van de nieuwste generatie. Hoe zult u private investeerders aantrekken? Hoe reageert de European Nuclear Alliance op die zaken? Is die Alliance nog samengekomen sinds half februari? Zo ja, wat werd er precies besproken en beslist?

Oskar Seuntjens:

Mevrouw de voorzitster, ik heb eveneens een vraag over de nucleaire brief.

Mijnheer de minister, op 25 juni 2025 hebt u, ten persoonlijken titel, samen met twaalf andere Europese ministers van Energie, een gezamenlijke brief ondertekend in het kader van de zogenaamde Nucleaire Alliantie. In die brief, gericht aan de Europese Commissaris voor Energie, wordt gesteld dat kernenergie een sleutelrol moet spelen in de decarbonisatie van onze economie.

Zoals u wellicht weet, is dat voor Vooruit absoluut geen taboe. Het is voor Vooruit wel belangrijk dat de energietransitie betaalbaar blijft voor zowel burgers als bedrijven en dat onze publieke middelen zo efficiënt en effectief mogelijk worden ingezet. Meneer de minister, uw handtekening engageert België tot een strategie die zwaar leunt op publieke middelen en garanties om een kapitaalintensieve sector te ondersteunen.

De brief stelt dat overheden een aanzienlijke financiële rol moeten spelen omdat de private sector de risico's niet kan dragen. Kunt u toelichten welke budgettaire impact u voorziet voor de Belgische staatskas om die nucleaire ambities te realiseren? Over welke bedragen aan publieke steun of garanties spreken we om, zoals de brief het stelt, projecten te de-risken voor private investeerders? Kunt u in dat kader ook toelichten wat de deal met ENGIE voor de verlenging van Doel 4 en Tihange 3 de staatskas al heeft gekost en naar schatting nog zal kosten, als voorbeeld van de kostprijs van verdere nucleaire projecten?

De alliantie pleit voor een versnelde goedkeuring van staatssteun. Hoe rijmt u deze vraag met de noodzaak van een grondige en zorgvuldige analyse van de budgettaire gevolgen en de eerlijke concurrentie met andere, meer kostenefficiënte en sneller te realiseren CO 2 -vrije technologieën, zoals hernieuwbare energie?

U vraagt de Europese Commissie en de EIB om de financiering van kernenergie te vergemakkelijken. Dreigt deze sterke focus op het aantrekken van kapitaal voor nucleaire projecten niet ten koste te gaan van de al even noodzakelijke investeringen in hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en de modernisering van ons elektriciteitsnet? Hoe garandeert u een evenwichtige aanpak?

Mathieu Bihet:

Ik verwelkom de publicatie van het nieuwe PINC door de Europese Commissie. Het document vormt een belangrijk keerpunt in de erkenning van de strategische rol van kernenergie in onze energiemix. Het past volledig binnen een langetermijnvisie, vastgelegd bij de oprichting van het Euratom-verdrag. Zelf heb ik trouwens persoonlijk bijgedragen aan de raadpleging die de Europese Commissie voorafgaand aan de publicatie heeft georganiseerd.

Ik juich in het bijzonder toe dat het PINC duidelijk erkent dat de nucleaire capaciteit in Europa de komende jaren zou moeten toenemen, onder meer dankzij de levensduurverlenging van de bestaande reactoren van de nieuwe projecten die vanaf 2035 worden opgestart. De tekst gaat verder dan louter elektriciteitsproductie. Er wordt ook ingegaan op cruciale aspecten zoals toeleveringsketens, competentieontwikkeling, financieringsstrategieën en medische isotopen, zijnde een domein waarin België een wereldrol speelt. Dat domein wil ik ook in de toekomst actief blijven verdedigen.

Ons engagement op nucleair vlak past in de logica van complementariteit met hernieuwbare energiebronnen. Sinds de officiële toetreding van België tot de European Nuclear Alliance in februari 2025, heb ik aan verschillende bijeenkomsten deelgenomen met mijn collega-ministers, onder meer in de marge van de Energieraden. Wij bespraken er het PINC, de financiering van nieuwe projecten en de toekomst van kernenergie binnen de Europese agenda. Er werd ook een gezamenlijke brief van de ministers aan de Commissie verstuurd.

Onder het Zweedse voorzitterschap van de Nucleaire Alliantie werd bovendien een ambitieus werkplan aangenomen. Ik verwelkom tevens de recente toetreding van Italië tot de Alliantie, evenals de aanwezigheid van de nieuwe Duitse minister van Energie als genodigde.

De rol van de overheid, zoals vermeld in onze gezamenlijke brief, bestaat erin de mobilisering van private financiering mogelijk te maken en niet alle investeringen alleen te dragen. Het komt erop aan de risico’s te beperken die investeerders ervaren, met name via gerichte waarborgen, een duidelijk en stabiel regelgevend kader en een versterkte toegang tot Europese instrumenten. Het akkoord met ENGIE over de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 toont aan dat een evenwichtige verdeling van de risico’s mogelijk is, zonder een rechtstreekse last voor de overheidsfinanciën.

Tot slot wil ik benadrukken dat onze aanpak wordt geleid door de zoektocht naar een evenwicht. Ja, we verdedigen een betere toegang tot financiering voor kernenergie, maar dat gebeurt niet ten koste van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie of de modernisering van de netten. Al deze elementen zijn noodzakelijk voor de transitie. Het is die globale visie die België op Europees niveau verdedigt. Ik dank u.

Voorzitter: Jeroen Soete.

Président: Jeroen Soete.

Kurt Ravyts:

Inhoudelijk ben ik het natuurlijk roerend eens inzake een aantal genomen initiatieven in verband met de European Nuclear Alliance en de Belgische rol erin. U hebt bijvoorbeeld gesproken over gerichte waarborgen en over een versterkte toegang tot Europese instrumenten. Dat is allemaal goed, maar om een echt copernicaanse omwenteling te creëren, zal er in deze legislatuur toch iets concreets op tafel moeten komen. We zullen het daar straks nog over hebben, naar aanleiding van het SMR-verhaal.

We blijven de zaak van nabij opvolgen. De eindevaluatie zal dan over enkele jaren volgen.

Oskar Seuntjens:

Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik wil herhalen dat kernenergie een van de mogelijkheden is om onze energie-infrastructuur te versterken en om onze energieonafhankelijkheid te verzekeren voor de komende jaren. Ik wou gewoon nog eens een oproep doen om te blijven waken over het evenwichtig zijn van de keuzes en van de kosten, zodat we de energiefactuur niet doorsturen naar de gebruikers.

De doorvoer van militair materieel naar Israël

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Nabil Boukili beschuldigt de Belgische overheid van medeplichtigheid aan het Israëlische geweld in Gaza door toelating van wapentransit (o.a. F-35-onderdelen) via Bierset, ondanks bestaande wetgeving die dit verbiedt bij schendingen van internationaal recht. Hij eist een interministeriële conferentie voor een militair embargo tegen Israël, maar minister Jan Jambon wijst verantwoordelijkheid af: licenties vallen onder de Régio’s (hier Wallonië), terwijl de federale douane enkel controles uitvoert op basis van risicoanalyses. Boukili noemt de passiviteit "compliciteit met genocide" en verwijst naar eerdere initiatieven (zoals de VLD-minister De Gucht in 2009) die nu ontbreken, ondanks langdurige signalen over wapenleveringen sinds 2003.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, De Morgen et Le Soir révèlent que du matériel militaire lié à des F-35 a transité par l'aéroport de Bierset à destination d'Israël pour bombarder le peuple palestinien à Gaza, pour contribuer aujourd'hui au génocide.

Ce n'est pas la première fois que sont faites des révélations selon lesquelles du matériel militaire transite par la Belgique. Mon collègue Peter Mertens a fait de telles révélations ici à plusieurs reprises. Des journalistes ont fait des enquêtes menant à de telles révélations. Des associations ont porté plainte contre cela. Des syndicalistes se sont révoltés contre cette situation.

Pourtant, il n'y a eu aucune réaction des différents gouvernements. Aucune. Les différents gouvernements, que ce soit la Région, que ce soit le fédéral, se rejettent la balle. "Ce n'est pas moi, c'est l'autre".

Mais vous savez, monsieur Jambon, que les bombes se foutent de qui est responsable du transit d'armes. Les bombes ne choisissent pas si c'est la Région ou le fédéral qui doit décider.

Aujourd'hui, alors que nous avons une législation qui interdit le transit d'armes vers des pays ou vers des armées qui violent le droit international, pourquoi cette législation n'est-elle pas appliquée contre Israël? S’il y a des flous dans cette législation, pourquoi n'agissez-vous pas pour lever ces flous?

Ma question est très simple, monsieur le ministre. Allez-vous organiser une Conférence interministérielle entre le fédéral et les Régions pour décréter un embargo militaire contre Israël, oui ou non?

Jan Jambon:

Chers collègues, conformément à la décision du Conseil des ministres de mai 2025, dans le cadre de l'accord de coopération de 2007 entre l'État fédéral et les Régions relatif à l'importation, l'exportation et le transit de matériel militaire ou de matériel à double usage et dans le respect des compétences respectives, le cas des exportations d'armes vers Israël et les territoires palestiniens occupés sera évalué avec une attention particulière portée au transit via la Belgique.

Le commerce et le transit des armes en Belgique sont largement régionalisés, ce qui signifie que les licences d'exportation de matériel militaire sont délivrées par les Régions. Lorsqu'elle est légalement requise, la licence de transit pour les armes et les biens militaires est demandée et délivrée par les Régions. Comme il s'agit ici de Liège, c'est donc la Région wallonne qui est compétente.

L'Administration générale des Douanes et Accises n'est compétente que pour le contrôle et la concertation liés au respect des différentes législations. Ce sont les diverses autorités compétentes qui décident du type de biens et de mouvements pour lesquels une licence est nécessaire. Comme pour toutes les autre marchandises, les contrôles sont effectués sur la base d'une analyse de risque liée aux déclarations et à la demande de l'autorité compétente elle-même.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je m'attendais à une réponse un peu décevante mais vous avez dépassé mes espérances. En 2009, un ministre fédéral Vld, M. De Gucht, a organisé une réunion avec des ministres régionaux parce qu'il y avait une guerre contre Gaza. Pourquoi le fédéral ne le fait-il pas dans ce cas-ci? Vous dites qu'on envisage et qu'on étudie les risques, mais on révèle depuis 2003 qu'il y a un transit d'armes chez nous vers Israël, pour tuer les Palestiniens. Aujourd'hui, l'inaction du gouvernement belge est une complicité dans le génocide actuel. Vous êtes complice des morts et du génocide. Tous les partis ici pleurent à chaque fois qu'il y a des bombardements à Gaza, à chaque fois que des enfants meurent, mais aujourd'hui, vous êtes complice de ce génocide parce que vous n'agissez pas contre le transit d'armes en Belgique.

Het EU-Mercosur-akkoord
De aanhoudende bezorgdheid van onze landbouwers over het Mercosur-akkoord
EU-Mercosur-akkoord; Landbouwers' bezorgdheid

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 26 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de felle afwijzing van het EU-Mercosur-handelsakkoord door Belgische parlementsleden, dat volgens hen oneerlijke concurrentie creëert voor Europese landbouwers door lagere sanitaire, milieu- en productienormen bij geïmporteerd vlees (o.a. antibiotica, verboden pesticiden) en klimaatschade verergert. Minister Clarinval bevestigt dat België nog geen standpunt heeft ingenomen, maar benadrukt dat hij tegen oneerlijke concurrentie is en eist strikte handhaving van EU-normen, terwijl hij wijst op mogelijke economische kansen en de nood aan diversificatie; kritische stemmen (Schlitz, Pirson) eisen onmiddellijke afwijzing en aansluiting bij Frankrijk, Oostenrijk en Italië, omdat de beloften over controles en 'spiegelclausules' ongeloofwaardig zijn en de landbouwsector al instort. De minister belooft een definitieve beslissing na overleg met de regio’s en voorleggen aan de regering in najaar 2024.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, nous passons beaucoup de temps ensemble ces derniers temps. Souvent, vous me dites que vous être vraiment le défenseur des indépendants, des agriculteurs et de nos travailleurs. J'imagine donc que vous êtes d'accord avec nous sur le fait qu'il est maintenant temps de dire stop au traité de libre-échange entre l'Union européenne et le Mercosur, ce traité qui veut libéraliser et intensifier les échanges de marchandises, de matériaux et d'objets entre l'Amérique latine et l'Union européenne.

Ce traité est une véritable menace pour nos agriculteurs, pour nos fermes, pour notre sécurité alimentaire mais aussi pour notre santé. Concrètement, si ce traité est ratifié, cela voudrait dire que demain, nous pourrions importer massivement de la viande d'Argentine alors que cette dernière est produite dans des conditions sanitaires illégales dans nos pays européens, notamment à l'aide d'antibiotiques et de pesticides non autorisés en Belgique.

C'est tout simplement déloyal vis-à-vis de nos propres agriculteurs. Ils vous le diront dans n'importe quelle ferme en Wallonie ou en Flandre, ils n'en veulent pas! Ils ne s'en sortent déjà pas à l'heure actuelle avec la concurrence des multinationales peu scrupuleuses. Ces dernières leur mettent une pression énorme en les obligeant à casser leurs prix.

Ce traité ne fera qu'intensifier leurs difficultés. Tout cela pour que des multinationales européennes peu scrupuleuses – qui ferment des usines à Bruxelles – puissent exporter quelques bagnoles en Amérique latine! Est-ce vraiment ce dont nous avons besoin? Accessoirement, cet accord représente aussi un véritable désastre climatique.

Monsieur le ministre, cette semaine, lors de la réunion des ministres de l'Agriculture, quelle a été la position de la Belgique? Le gouvernement belge s'oppose-t-il à la ratification de ce traité?

Je vous remercie pour votre réponse claire.

Anne Pirson:

Monsieur le ministre, nos campagnes sont en train de trembler de peur. Les agriculteurs craignent l'accord de libre-échange entre l'Union européenne et les pays du Mercosur. Ils ont une nouvelle fois publiquement fait part de leurs inquiétudes ces derniers jours à Neufchâteau, à Namur, à Liège ou encore à Bruxelles. Ils voient évidemment dans cet accord une concurrence déloyale. Pour rappel, cet accord permettrait entre autres d'importer massivement de la viande venue d'Amérique du Sud, produite sans respecter les mêmes normes qu'ici en Europe. Bref, c'est une menace directe pour la filière de la viande et la qualité de la viande proposée aux consommateurs. On pourrait presque qualifier cela, finalement, de dumping sanitaire. Et à ce dumping sanitaire, on pourrait encore en ajouter un autre, un dumping environnemental, puisque des pesticides qui sont interdits sur le sol européen pourraient entrer indirectement en Belgique via les denrées qui sont traitées à l'aide de ces substances.

Vous le savez, le texte de l'accord pourrait être finalisé dans les prochains jours par la Commission européenne, malgré l'opposition ferme de certains pays européens comme l'Autriche, la France et l'Italie. Je vous rappelle quand même ce qui est écrit dans l'accord de gouvernement: "Nous continuons à prôner des relations commerciales réciproques, sans pour autant transiger sur les exigences de qualité des produits proposés sur notre marché. Nous veillons strictement à ce que les produits importés respectent les exigences européennes en vigueur."

Monsieur le ministre, si la Commission passe en force, nous retrouverons les agriculteurs partout dans la rue en Europe. Quelle action avez-vous menée au niveau européen depuis l'entrée en fonction de ce gouvernement et comment avez-vous porté la voix de la Belgique? Quel est l'état de la coalition des pays de l'Union européenne qui s'oppose au Mercosur? Comment mettez-vous en œuvre concrètement les dispositions de l'accord de gouvernement? Portez-vous vraiment la nécessité d'inclure les clauses miroirs?

Voorzitter:

Monsieur le ministre, comme deux questions vous ont été posées, vous avez droit à quatre minutes.

David Clarinval:

Mesdames les députées, l'évolution géopolitique mondiale depuis 2019, aggravée par la décision du président américain de remettre en question les équilibres commerciaux, a rendu nécessaire une diversification de nos relations commerciales et un renforcement des échanges avec de nouveaux partenaires.

En décembre 2024, lors d'une réunion à Montevideo avec les représentants du Mercosur, la présidente de la Commission européenne Ursula von der Leyen a signé un accord sur le Mercosur. Cet accord comprend plusieurs volets: il entend supprimer les droits de douane sur une très large gamme de produits agricoles mais aussi industriels et de services; il veut faciliter l'accès aux marchés publics et harmoniser certaines règles techniques et sanitaires; il vise aussi à consolider les liens politiques, économiques et diplomatiques entre les deux régions. La Commission a également prévu un volet agricole, qui comprend notamment des quotas maximaux d'importation de produits agricoles pouvant bénéficier de tarifs réduits, en particulier pour la viande de bœuf, la viande de porc et de volaille. Une clause de sauvegarde est destinée à protéger les agriculteurs européens en cas d'augmentation soudaine des importations ou de dérèglement du marché. Il convient ensuite de faire respecter les normes européennes de production, qui sont sévères et auxquelles tous les produits importés doivent satisfaire. Sont enfin prévus des engagements de durabilité sévères, qui s'appliqueront de manière équivalente aux producteurs des deux parties.

Plusieurs É tats membres, sous l'impulsion de la France – du reste, madame Pirson, j'ai récemment eu une entrevue avec mon homologue française –, ont toutefois exprimé de fortes réticences à ratifier l'accord, car ils craignent que les mesures de sauvegarde prévues pour les agriculteurs européens soient déséquilibres, à savoir plus favorables aux pays du Mercosur qu'à ceux de l'Union européenne, considérée dans son ensemble, en cas de dérèglement du marché.

Une crainte supplémentaire concerne les clauses miroirs et le fait qu'elles ne soient pas non plus appliquées de manière équivalente par les deux parties. Les normes de production européennes sont en effet parmi les plus sévères au monde, et cela a un coût pour nos agriculteurs.

À ce stade, la position de la Belgique n'est pas encore définie. Comme pour chaque accord commercial, la position finale belge sur l'accord sera prise après le processus d'évaluation et en coordination avec l'ensemble des autorités politiques impliquées, notamment les Régions.

Il est clair que l'accord avec le Mercosur offre des opportunités, mais on ne peut pas nier non plus les préoccupations d'une partie du secteur agricole. Le respect des normes sanitaires, phytosanitaires et des normes de production est pour moi essentiel.

Mesdames les députées, je m'opposerai donc à un accord qui créerait une concurrence déloyale pour nos agriculteurs. Le projet d'accord Union-Mercosur sera soumis prochainement au Conseil européen. Il devrait dès lors venir sur la table du gouvernement cet automne. Je vous remercie pour votre attention.

Sarah Schlitz:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses. Quand je vous entends, il n'y a pas un seul argument qui plaide en faveur de cette ratification. Demandez à votre collègue Maxime Prévot, qui est en ce moment au Chili. Les Chiliens ont des voitures, ils n'ont pas besoin qu'on leur en expédie à 12 000 km d'ici. Ç a n'a pas de sens.

En Belgique, j'entends le nombre de balises qu'il va falloir mettre en place! Qui va les vérifier? Comment? On sait déjà sur le terrain qu'il ne sera pas possible de protéger nos agriculteurs, qui n'en peuvent déjà plus de la concurrence actuelle avec des acteurs qui produisent dans des mauvaises conditions.

Monsieur le ministre, il est temps d'avoir un minimum de courage politique, de vous ranger tant du côté de nos producteurs que de la santé de nos citoyens et de mettre un stop à cet accord. Rejoignez la France, rejoignez les pays ambitieux à cet égard et avancez, agissez pour protéger notre économie et notre agriculture!

Anne Pirson:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je tiens quand même à rappeler que pour les Engagés, l'agriculture vaut plus qu'une monnaie d'échange pour faciliter les échanges de production industrielle. Votre parti avait invité le commissaire européen à l'Agriculture à Ciney, ma commune, la semaine dernière au marché aux bestiaux. À cette occasion, votre parti a pu constater lui-même des choses anormales, notamment la présence de génisses qui n'auraient pas dû se trouver sur ce marché mais bien dans le circuit de l'élevage – donc pas au niveau de l'engraissement ou de l'abattoir. Ceci est révélateur d'un problème. L'élevage est en chute libre en Belgique, surtout en Wallonie, et le Mercosur risque de porter un coup supplémentaire à un secteur déjà en difficulté. Nous comptons donc sur vous pour sauver ce qui peut encore l'être.

De inhouding van 28 % van de integratietegemoetkoming

Gesteld door

lijst: CD&V Nahima Lanjri

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 24 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De 28%-vermindering van de integratietegemoetkoming (IT) voor personen met een handicap in Vlaamse woonvoorzieningen botst met het nieuwe persoonsvolgende financieringsmodel, waar zij zelf hun woonkosten moeten dragen—terwijl de korting veronderstelt dat instellingen die kosten dekken. Minister Beenders bevestigt dat Vlaanderen’s unieke systeem een oplossing bemoeilijkt en dat een globale hervorming van de wet-1987 nodig is, maar waarschuwt voor de hoge budgettaire impact van afschaffing. Lanjri pleit voor geleidelijke afbouw (bv. 5%/jaar) en een tijdspad om de IT volledig te vrijwaren, ongeacht woonvorm, als beleidsprioriteit. Het dossier wordt besproken op de interministeriële conferentie Handicap, met focus op langetermijnhervorming.

Nahima Lanjri:

Mijnheer de minister, bij de opname van een persoon met een handicap in een door de overheid gefinancierde voorziening wordt de uitbetaling van de integratietegemoetkoming verminderd met 28 %. Men gaat ervan uit dat samenwonen op die manier ook tot minder kosten leidt. Die regelgeving creëert echter vooral in Vlaanderen een probleem, want personen met een handicap moeten daar, ook als ze in een voorziening verblijven, zelf instaan voor hun woon- en leefkosten. De verminderde integratietegemoetkoming houdt dus geen rekening met die recentere ontwikkelingen.

Door de persoonsvolgende financiering is er ook een groei in het aantal alternatieve woonvormen. Bovendien is niet altijd duidelijk welke woonvormen een impact hebben op de berekening van de integratietegemoetkoming en welke niet. Wie met een persoonsvolgend budget namelijk zorg inkoopt bij een vergunde zorgaanbieder, krijgt een inhouding van 28 % van de IT. Wie echter zorg inkoopt in een ouderinitiatief, krijgt geen inhouding. Een en ander is dus niet altijd duidelijk. Men kan bijvoorbeeld ook met een aantal mensen met een beperking samenwonen en ervoor zorgen dat men begeleid en ondersteund wordt. Ik zie echter niet veel verschil tussen die vorm van samenwonen en het wonen bij ouders.

Bent u bereid na te gaan in welke mate de vermindering van de IT van 28 % voor personen die in een instelling verblijven, kan worden aangekaart bij de gemeenschappen, zodat het probleem kan worden opgelost? Ik meen dat het thema misschien ook op de interministeriële conferentie kan worden onderzocht.

Vorige legislatuur zou er reeds overleg zijn gepleegd tussen de administraties op Vlaams en federaal niveau. Wat was toen de conclusie van dat overleg?

Meer in het algemeen wijs ik erop, mijnheer de minister, dat we op termijn ervoor moeten zorgen dat de IT nooit verminderd wordt, ongeacht hoe, waar of met wie men samenwoont. Die IT dient immers om de extra kosten door een handicap te overbruggen, zodat men toch kan deelnemen aan het maatschappelijk leven.

Rob Beenders:

Mevrouw Lanjri, het probleem is inderdaad vooral acuut voor personen met een handicap in Vlaanderen, aangezien de Vlaamse overheid uitsluitend werkt met het concept van persoonsvolgende financiering. Dat betekent dat de persoon met een handicap autonoom beslist hoe het toegekende budget wordt ingezet.

Hoewel de woonsituatie van de persoon met een handicap feitelijk dezelfde is gebleven, bestaat er wel degelijk een verschil tussen het oude en het nieuwe systeem dat Vlaanderen hanteert. In het oude systeem maakte het aandeel wonen deel uit van het budget dat de de overheid uittrok. Nu is dat niet meer het geval: personen met een handicap moeten hun woon- en leefkosten zelf dragen, met eigen inkomen. Op basis van de nieuwe regelgeving in Vlaanderen is het momenteel heel moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, om uit te maken of iemand verblijft in een voorziening waarop de regels inzake de inhouding van 28 % van toepassing zijn.

Er is hierover reeds met Vlaanderen overlegd. Aangezien de wetgeving in het Waals Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap echter niet werd gewijzigd, is het momenteel niet mogelijk om een oplossing op maat van alle deelstaten te vinden. Tijdens de vorige legislatuur werd een studie uitgevoerd over verschillende samenlevingsvormen. De resultaten daarvan zullen worden meegenomen in een voorstel voor een globale hervorming van de wet van 1987 met het oog op de effectieve implementatie daarvan.

De problematiek zal voort worden besproken tijdens de interministeriële conferentie Handicap. Het staat echter vast dat de afschaffing van de inhouding van 28 % op de IT een grote budgettaire impact zou hebben.

Nahima Lanjri:

Mijnheer de minister, ik ga ervan uit dat u ons de timing van de evaluatie nog meedeelt. Hoe dan ook ben ik ervan overtuigd dat we op termijn moeten evolueren naar de volledige vrijwaring van de IT. Dat dat een budgettaire impact heeft, is duidelijk, maar er zijn ook andere beleidsdomeinen waarin beslissingen met een budgettaire impact worden genomen. Het is een kwestie van beleidsprioriteiten. Het lijkt me mogelijk om een tijdspad uit te werken waarmee de budgettaire impact gespreid wordt over meerdere jaren. Zo zou men de inhouding geleidelijk kunnen laten uitdoven tegen het einde van de legislatuur. Men zou ze bijvoorbeeld elk jaar met 5 % kunnen verminderen. Dan blijft de budgettaire impact beheersbaar. Ik ben ervan overtuigd dat dat ook in de andere regio’s Wallonië en Brussel gedragen zou worden en vooral toegejuicht zal worden door personen met een handicap. Het kan niet zijn dat, ondanks dat er niets veranderd is, mensen plots 28 % van hun inkomen verliezen. Ik hoop dat u mij ook wat dat betreft heel snel een antwoord kunt geven en dat de regeling bij de wijziging van de wet van 1987 binnenkort zal worden bijgestuurd. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 10.51 uur. La réunion publique de commission est levée à 10 h 51.

De situatie in het Midden-Oosten
De situatie in het Midden-Oosten
Politieke spanningen Midden-Oosten.

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende spanningen tussen Iran en Israël, waarbij beide landen elkaar beschuldigen van illegale aanvallen, nucleaire dreigingen en schendingen van internationaal recht. Van Hoof (cd&v) en Prévot (minister) benadrukken de noodzaak van sancties, diplomatie (VN/IAEA) en de-escalatie, maar wijzen zowel Iran (schurkenregime, nucleaire ambities, steun aan Hamas/Hezbollah) als Israël (illegale aanvallen, Gaza-oorlog, kolonisatie) als destabiliserende partijen aan. Boukili veroordeelt Israëls straffeloosheid (genocide in Gaza, steun VS/EU) en eist sancties, terwijl hij de dubbele standaard van het Westen aanklaagt dat Israël niet samevalt met Rusland. België pleit voor een cessatie van geweld en onderhandelingen, maar een concrete actie (bv. sancties) blijft vaag.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de wederzijdse raketaanvallen van aartsrivalen Iran en Israël storten het Midden-Oosten opnieuw in chaos. Iran met zijn ayatollahs en Revolutionaire Garde is de naam schurkenstaat waardig. Met de steun van Rusland voedt het radicale groeperingen zoals Hamas, Hezbollah en de Houthirebellen. Nucleaire wapens worden gebruikt als tikkende tijdbommen. Voor Israël vormen Teherans nucleaire ambities een existentiële bedreiging.

Collega's, het is echter duidelijk dat dit geen blanco cheque voor zelfverdediging is. Aanvallen op nucleaire installaties en burgerdoelen zijn illegaal onder het internationaal recht. Gezinnen en kinderen aan beide kanten leven in wanhoop door de constante luchtaanvallen en het geluid van sirenes.

Dat hiermee de aandacht van Gaza wordt afgeleid, komt de oorlogszuchtige Netanyahu uiteraard goed uit. We moeten zowel Iran als Israël dan ook onder druk zetten met sancties. Voor cd&v is het duidelijk: de lont moet uit het kruitvat worden gehaald. Daarvoor is de onderhandelingstafel van de VN of het Internationaal Atoomagentschap aangewezen. Zoals u zelf ook hebt gezegd in de commissie is dat beter dan het slagveld.

Deze oorlog is meer dan een politieke strijd of een menselijke tragedie, hij is ook een voedingsbodem voor extremisme, zowel in het Midden-Oosten als in België en heel Europa. Via onderhandelingen en diplomatie komen we echter tot oplossingen. Daarom vraag ik u wat ons land de komende dagen zal ondernemen om de escalatie in de regio te stoppen en tot onderhandelingen te komen.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, il y a quelques jours, Israël a mené une attaque illégale contre l’Iran. Le fait qu’Israël soit désormais habitué à violer le droit international – en attaquant le Liban, la Syrie et le Yémen – et qu’il soit aujourd’hui responsable d’un génocide contre le peuple palestinien à Gaza ne rend pas cette attaque moins grave, ni moins illégale. Elle reste illégale au regard du droit international, car on ne peut pas attaquer un pays simplement parce qu’on en a envie.

Je tiens aussi à souligner que cette attaque est criminelle. Elle l’est parce qu’elle a tué des centaines de civils, dont des enfants, sous prétexte de se protéger. Mais aujourd’hui, parler de protection face à la menace nucléaire iranienne, c’est occulter le réalité car je rappelle que la seule puissance nucléaire dans la région, c’est Israël. La seule menace nucléaire régionale, c’est Israël!

Aujourd’hui, monsieur le ministre, des questions se posent. Les violations du droit international par Israël se poursuivent, le génocide continue et les agressions se multiplient. Tout cela est possible car Israël bénéficie du soutien des États-Unis et de l’Union européenne. Ce soutien est une marque d’impunité pour Israël. Tant qu’Israël reste impuni, il continuera à violer le droit international et à massacrer des civils.

Monsieur le ministre, votre gouvernement condamne-t-il cette violation du droit international par Israël? Votre gouvernement va-t-il enfin prendre des sanctions contre cet État criminel, cet État d’apartheid, cet État génocidaire qu’est aujourd’hui l’État d’Israël?

Maxime Prévot:

Madame Van Hoof, monsieur Boukili, je tiens d’abord à donner un élément rassurant. Nous n’avons à ce stade aucune information concernant de potentielles victimes belges. Notre personnel diplomatique, ici et sur place, fait un excellent travail pour gérer la situation, dans des conditions qui sont extrêmes, puisque, pour ne parler que de Tel Aviv, des frappes iraniennes ont fait des dégâts et une vingtaine de blessés légers à quelques centaines de mètres seulement de notre ambassade.

De gebeurtenissen zijn uiterst ernstig. Israël heeft eenzijdig besloten om Iran aan te vallen. Eerste minister Netanyahu verwijst naar de nucleaire dreiging en de ontwikkeling van een ballistisch programma. Steeds duidelijker blijkt dat de Israëlische regering de bedoeling heeft het Iraanse regime ten val te brengen.

La Belgique soutient le peuple iranien, mais condamne fermement et sans la moindre ambiguïté le régime de Téhéran. Indépendamment de la question de l’existence effective de preuves que l’Iran dispose de l’arme nucléaire, on le sait, le risque est bien réel.

Au-delà d’être une menace existentielle pour Israël, le régime iranien soutient également militairement la Russie dans son agression contre l’Ukraine, pratique une diplomatie des otages, et viole les droits humains, y compris les droits des femmes, de sa propre population. Nous ne pouvons le tolérer.

Ik herhaal echter dat het aan de onderhandelingstafel is dat duurzame oplossingen worden gevonden.

La question d'une éventuelle intervention américaine reste entière. Peut-être reprendront-ils le dialogue dans le dossier nucléaire, peut-être pas. Oman, qui facilite les discussions, travaille activement à raviver le dialogue entre les États-Unis et l'Iran. Pendant ce temps, les Européens prennent leurs responsabilités. De nombreux acteurs de l'Union européenne ont été en contact avec l'Iran et les États-Unis. Ils devraient rencontrer, demain à Genève, le ministre iranien des Affaires étrangères.

La Belgique critique le régime iranien, mais ce qu'Israël, les Américains et nous voulons également, c'est que l'Iran soit un pays stable, démocratique et respectueux des droits humains qui ne constitue une menace ni pour son peuple ni pour le reste du monde, que l'Iran soit à long terme un partenaire manifeste.

Een abrupte val van het regime in het kader van een oorlog waarbij tal van landen betrokken zijn, is geen ideaal scenario. Het is een gevaarlijk scenario voor de toekomst.

Nous éprouvons la plus grande empathie et la totale solidarité avec les victimes civiles, peu importe le camp auquel elles appartiennent. Cibler des sites nucléaires est aussi un danger majeur de part et d'autre.

Nous nous opposons à la menace du régime iranien, mais nous n'oublions pas pour autant que, hier encore, des dizaines de Gazaouis sont morts dans des frappes israéliennes, que des dizaines d'otages sont encore en captivité retenus par le Hamas et qu'un million de Gazaouis sont au stade quatre sur cinq sur le risque de famine. N'oublions pas non plus que des gens continuent de mourir également en Cisjordanie, où le gouvernement israélien a encore récemment autorisé 22 nouvelles colonies en méprisant le droit international, ni que les frappes israéliennes se poursuivent au Liban et qu'Israël est également présent militairement en Syrie.

Op de zevende dag van de oorlog heeft Iran een ziekenhuis in Israël getroffen, in strijd met het internationaal recht. Wij veroordelen deze aanval, evenzeer als de aanvallen die door Israël op ziekenhuizen in Gaza werden uitgevoerd.

Le 16 juin, le régime iranien a annoncé préparer une loi qui, en cas de vote, permettrait au pays de sortir du traité sur la non-prolifération des armes nucléaires. Dans ce cas, les inspecteurs de l'Agence internationale de l'énergie atomique (AIEA) seraient certainement expulsés du pays. Vous l'aurez compris, notre ligne est un appel à la désescalade, à un cessez-le-feu, un retour à la diplomatie. C'est la voix que continuera de porter la Belgique, bien entendu.

Een volledige vernedering van Iran is in niemands belang. We moeten vermijden dat we ons blindelings scharen achter de logica van preventieve oorlog en het recht van de sterkste, die de principes van het internationale recht die wij verdedigen met voeten treedt. Als Europa op lange termijn een rol wil spelen in de regio, moet het juist de fundamenten ervan verdedigen.

Monsieur Boukili, ne nous trompons pas, Israël est loin d'être la seule menace dans la région.

Els Van Hoof:

Zoals u terecht zegt, mijnheer de minister, vormt Israël niet de enige dreiging. Iran – het regime, niet de bevolking – is inderdaad al geruime tijd een schurkenstaat, met nucleaire dreiging. Het moet ook gezegd worden dat Israël al een tijdje het noorden kwijt is op het vlak van het internationaal recht, dat ze blijkbaar niet meer onder de ogen nemen.

U zei dat er morgen eventuele onderhandelingen plaatsvinden, waarbij het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland betrokken zijn. Ik hoop dat er met hun Iraanse evenknie tot een goede onderhandeling kan worden gekomen, of morgen in de VN-Veiligheidsraad.

Zoals u terecht zegt, blijven diplomatie, onderhandelingen en het internationaal recht het beste kader voor veiligheid, zowel voor de Israëlische als voor de Iraanse bevolking. U zegt terecht dat hiermee niet de aandacht van Gaza mag worden afgeleid, want rode lijnen worden nog steeds overschreden.

Maandag vindt de Europese Raad plaats. Ik denk dat we daar sancties op tafel moeten leggen, zowel voor Israël als voor Iran. Dat is essentieel voor de stabiliteit in het Midden-Oosten.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, franchement, l'hypocrisie de ce gouvernement me surprendra toujours. À chaque fois que l'on croit toucher le fond, vous creusez davantage. Vous avez condamné le régime iranien, en oubliant de condamner les attaques illégales d'Israël contre l'Iran. Je vous comprends parce que dans ce gouvernement, et en Europe d'une manière générale, Israël est considéré comme un pays ami, un allié, un pays partageant les mêmes valeurs que nous.

Quelles sont vos valeurs? La famine utilisée contre les peuples? Empêcher les enfants d'être soignés? Bombarder à tout-va? Violer le droit international à tout bout de champ? Viser les gens quand ils vont prendre de l'aide humanitaire? Commettre un génocide? Telles sont vos valeurs? Tels sont vos amis, vos alliés? Est-ce l'avenir que vous voulez? Et aujourd'hui, vous osez venir ici sans condamner l'attaque illégale d'Israël!

Monsieur le ministre, monsieur De Wever et membres du gouvernement de l'Arizona, je vous rappelle que, lors de l'attaque illégale de la Russie contre l'Ukraine, les Russes ont utilisé le même argument qu'Israël, à savoir que l'Ukraine représentait une menace future pour eux. Et ils ont violé le droit international. Vous avez alors pris des sanctions, à juste titre. Mais pour ce qui concerne Israël, vous vous taisez dans toutes les langues. C'est honteux!

Voorzitter:

Ik breng de regering ook graag de spreektijden in herinnering.

De gevolgen van de crisis in het Midden-Oosten voor de beschikbaarheid en de prijs van energie
De opschorting van de uitbating van twee gasvelden door Israël n.a.v. het conflict Israël-Iran
Energiecrisis in het Midden-Oosten door Israël-Iran conflict

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 19 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De escalerende conflicten in het Midden-Oosten (met name rond Iran en het Straat van Hormuz) bedreigen Belgiës energielevering (20% olie, 30% LNG) en drijven prijzen op, wat de koopkracht en bedrijfscompetitiviteit onder druk zet, terwijl de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (€13,3 mjd aan subsidies) klimaatdoelen ondermijnt. Minister Bihet benadrukt acute marktreacties maar zet in op langetermijnresilientie: versterkte strategische voorraden, diversificatie (kernenergie + hernieuwbaar), en Europese samenwerking (RePowerEU) om afhankelijkheid van fossiel—met name Russisch gas—te verminderen, aangevuld met een nieuwe Hoge Raad voor Energiebevoorrading voor scenario-planning. Frank en Wollants eisen concrete stappen: snelle afbouw fossiele subsidies, versnelling van de energietransitie (kern + groen), en crisisparaatheid (voorraden, infrastructuur) om prijsstijgingen en wintertekorten te voorkomen, met nadruk op soevereiniteit en klimaatverplichtingen. De kernboodschap: korte termijn = marktmonitoring en buffermaatregelen; lange termijn = radicale verschuiving naar eigen, duurzame energie om geopolitieke kwetsbaarheid en klimaatschade te breken.

Luc Frank:

Sehr geehrter Herr Präsident, sehr geehrter Herr Minister, ich weiß, Sie schätzen es sehr, wenn ich die Gelegenheit nutze, mit Ihnen ein wenig Deutsch zu sprechen. Aber damit auch die Kollegen es verstehen …

Je vais poser la question en français.

Monsieur le ministre, au Proche-Orient, le conflit avec l'Iran prend une nouvelle ampleur. Il touche directement vos compétences, à savoir la garantie de l'approvisionnement énergétique de notre pays. Le détroit d'Ormuz véhicule 20 % du pétrole mondial et 30 % du gaz naturel liquéfié. Cet approvisionnement risque d'être impacté par le conflit. Le prix du pétrole a déjà augmenté légèrement ces derniers jours. Or, on sait que ce prix influence directement le prix des autres énergies. Les fluctuations de prix des énergies fossiles ont une influence directe sur notre portefeuille. Les guerres en Ukraine ou au Proche-Orient ont systématiquement rappelé une chose: notre dépendance aux énergies fossiles. L'inventaire fédéral des subsides aux énergies fossiles montrent des résultats inquiétants: 13,3 milliards. Cela représente une augmentation par rapport à l'année passée.

Monsieur le ministre, quels sont les risques des conflits en cours au Proche-Orient sur l'approvisionnement énergétique de la Belgique, sur les prix dans l'immédiat et sur l'approvisionnement pour l'hiver prochain? Quelle est votre action pour anticiper les pires scénarios comme le blocage du détroit d'Ormuz? Quelles sont les mesures concrètes que vous comptez prendre pour diminuer les subsides fédéraux aux combustibles fossiles? Quelle est votre action pour nous sortir de la dépendance à ces combustibles pour un prix énergétique plus durable et cohérent avec nos engagements climatiques?

Voorzitter:

Ich danke Ihnen sehr, Herr Kollege Frank.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, wij weten natuurlijk dat het conflict in het Midden-Oosten op heel veel vlakken een effect heeft. Ook op energiegebied kan het ons duur te staan komen. Israël heeft bijvoorbeeld twee van zijn drie gasvelden in de Middellandse Zee stilgelegd. Wij hebben onmiddellijk de reactie van de markt gezien: de prijzen zitten opnieuw aan 40 euro per megawattuur, hoewel het eigenlijk bijna zomer is. Ook op het vlak van olie zien wij een aantal effecten. De voorbije dagen is de olieprijs fel gestegen, wat uiteraard slecht nieuws is. Zeker indien de leveringszekerheid in het gedrang zou komen, zullen de prijzen nog aanzienlijk verder stijgen. Experts waarschuwen dat dat ook zou kunnen gebeuren.

Wij hebben natuurlijk ook enige ervaring met oorlogsprijzen en de gevolgen daarvan. Die effecten hebben we onmiddellijk gemerkt voor onze energiebevoorrading maar ook voor de facturen van gezinnen en bedrijven, die daar het slachtoffer van zijn. Wij betalen in zekere zin nog altijd oorlogsprijzen voor aardgas als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Niemand zit te wachten op een verdere stijging van de aardgas- of olieprijzen.

Wij willen daar toch iets aan doen. Onze gezinnen en bedrijven zitten absoluut niet te wachten op die stijgingen. Deze regering wil uiteraard de zaken onder controle houden en de koopkracht van onze burgers en de competitiviteit van onze ondernemingen beschermen.

Daarom heb ik een aantal vragen voor u.

Ten eerste, welke effecten meent u in dat verband waar te nemen op de energieprijzen? Ten tweede, acht u het aangewezen om u met uw collega’s, de Europese energieministers, over de problematiek te buigen om na te gaan hoe Europa zich tegen die effecten kan wapenen? Ten derde, hoe wil u het dossier in zijn geheel verder aanpakken?

Mathieu Bihet:

Mijnheer Wollants, mein lieber Freund Herr Frank, de situatie in het Midden-Oosten herinnert ons eraan hoe kwetsbaar de geopolitieke evenwichten zijn en in welke mate energie een strategische hefboom blijft in deze spanningen.

Pour vous répondre très concrètement, il y a des réactions immédiates des marchés à la montée des tensions. Bien que les stocks physiques soient actuellement suffisants, les marchés restent extrêmement sensibles à l'incertitude. Nous suivons la situation de près avec mon administration.

Mais soyons lucides, la vraie question, c'est celle de notre résilience, car nos concitoyens n'attendent pas des discours alarmistes ou des discours naïfs, ils attendent des réponses concrètes, des choix clairs, et c'est ce que nous faisons.

Ten eerste verhogen we onze bevoorradingszekerheid door de bescherming van onze kritieke infrastructuur, de versterking van onze strategische voorraad en de voorbereiding op verschillende crisisscenario's.

Ten tweede diversifiëren wij onze energiebronnen, niet morgen, maar vandaag. Kernenergie en hernieuwbare energie zijn geen tegenstanders. Het zijn twee pijlers van onze stabiele, soevereine en koolstofarme energiemix.

Comme le disait hier notre collègue, M. Dubois, à cette même place – je l'ai écouté avec beaucoup d'attention, presque religieusement –, un grand pas a d'ores et déjà été franchi dans la transition énergétique avec la modification de la loi sur le nucléaire. Il faut désormais marquer l'essai, prolonger les centrales tout en développant les énergies renouvelables. Et je suis très heureux que nous partagions cette vision.

Troisièmement, nous intensifions notre coopération internationale. Je me suis rendu cette semaine au Conseil européen de l'Union européenne à Luxembourg ainsi qu'à Oslo pour consolider nos partenariats tant avec nos pays voisins qu'avec la Norvège. Notre position centrale en Europe nous oblige également à être un acteur des solutions, et pas uniquement un acteur des dépendances.

Comme vous le savez, nous voulons réduire graduellement notre dépendance aux énergies fossiles et par-là même augmenter notre autonomie stratégique. À cet égard, la Belgique soutient pleinement les objectifs contenus dans la feuille de route RePowerEU .

Notre volonté collective reste claire: mettre fin à notre dépendance aux énergies fossiles russes. Cela demande une planification rigoureuse mais également des mesures concrètes qu'il est primordial de mettre en œuvre pour éviter de remplacer une dépendance par une autre.

Tot slot richten wij de Hoge Raad voor Energiebevoorrading op, een autonoom orgaan dat de risico's op lange termijn zal analyseren en scenario's uitwerken en dat zal helpen om doordachte beslissingen te nemen, los van de emotie van het moment.

Messieurs les députés, la crise au Moyen-Orient s'ajoute à plusieurs tensions géopolitiques qui, depuis plusieurs années, déstabilisent le marché de l'énergie. Face à cette incertitude, il faut maintenir le cap, celui d'une réponse stratégique, lucide mais surtout souveraine. Je vous remercie de votre attention.

Luc Frank:

Zunächst einmal vielen herzlichen Dank für Ihre Antwort.

Il faut agir avec cohérence, assurer un approvisionnement énergétique basé sur les énergies durables, comme vous l'avez indiqué, tout en réorientant nos subsides vers les alternatives respectueuses du climat. Dans ce contexte, le ministre du Climat, ici présent, a annoncé prendre des initiatives concrètes auprès du ministre des Finances et du gouvernement afin de diminuer les subsides fédéraux alloués aux énergies fossiles. J'espère, monsieur le ministre de l' Énergie, que vous allez vous joindre à ces initiatives.

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten inderdaad bekijken hoe we met de situatie omgaan. Dat wordt trouwens niet alleen een verhaal van korte, maar ook een van de lange termijn. Op de lange termijn moeten we inzetten op andere energiebronnen, bronnen die we zelf veel meer onder controle hebben. Dat is de absolute weg voorwaarts en daarmee moeten we aan de slag gaan.

We moeten nauwlettend de situatie in de gaten houden en inzetten op de verhoging van onze bevoorradingszekerheid. Dat kan onder andere door maatregelen te nemen in verband met onze voorraden en het energietransport. Wij moeten absoluut onze burgers en bedrijven beschermen omwille van de koopkracht en de competitiviteit.

Voorzitter:

Daarmee sluiten wij het vragenuurtje.

De waterkwaliteit en de besmetting van het mineraalwater van Nestlé
De bewezen fraude door mineraalwaterproducenten in Frankrijk
De bewezen fraude door mineraalwaterproducenten in Frankrijk
De waterkwaliteit en fraude bij mineraalwaterproducenten

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Franse senaatscommissie onthulde dat Nestlé Waters (o.a. Vittel, Perrier) illegale chemische zuiveringen toepaste op water dat als *"natuurlijk"* werd verkocht, met mogelijke deceptieve praktijken ook in België, waar een lopend onderzoek van de Inspectie Economische Zaken dit onderzoekt. Minister Beenders bevestigt dat dergelijke misleiding onder Belgisch recht (Boek VI WER) strafbaar is, maar kan door onderzoeksgeheim geen details geven. Prévot benadrukt bezorgdheid over consumentenbescherming en prijsverschillen (België 50 cent duurder dan Frankrijk), met de belofte het dossier op te volgen na afronding van het onderzoek. Lobbying door Nestlé in België wordt ontkend.

Voorzitter:

Mme Schlitz étant absente, sa question est sans objet.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, c'est un scandale révélé après le travail d'une commission d'enquête sénatoriale en France: plusieurs minéraliers, dont Nestlé Waters, ont utilisé des systèmes de purification interdits pour décontaminer leurs eaux de source. La commission d'enquête va même jusqu'à blâmer l'État qui aurait délibérément dissimulé cette fraude à grande échelle face au lobbying du géant de l'agroalimentaire.

Au total, au moins 30 % des marques françaises auraient eu recours à des traitements non conformes. Des bouteilles de Vittel, Contrex, Hépar ou encore Perrier produites ont été vendues comme "naturelles" alors que l'eau était passée par des processus de désinfection chimique.

Pour Nestlé Waters, il n'y a eu aucun risque pour les consommateurs, sans en apporter toutefois la preuve. J'ai déposé une question similaire à votre collège David Clarinval qui a la tutelle sur l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA).

Au sein de cette commission, ce qui me préoccupe ici, c’est bien la protection des consommateurs. Depuis toujours, dans les supermarchés proches de la frontière, les Français reconnaissent les Belges à leurs caddies remplis de packs d'eau. Je lis que cet "eldorad'eau" (ce jeu de mots vient du titre d'un article de presse) reste d'actualité pour les Belges. Bien que la France ait récemment augmenté la TVA de 5,5 % à 20 %, le pack de six bouteilles coûte 1,30 euro, soit 50 centimes de moins qu'en Belgique, où le prix moyen d'un tel pack est de 1,80 euro.

Monsieur le ministre, quel impact cette fraude a-t-elle pu entraîner sur la protection des consommateurs belges? Quel suivi comptez-vous donner à ce scandale? La Belgique peut-elle ou va-t-elle d'une quelconque manière réclamer des comptes à l'encontre de Nestlé Waters qui a vendu des produits étiquetés "eaux naturelles" alors qu'elles ne l'étaient pas?

Rob Beenders:

Monsieur Prévot, votre question relative à la sécurité sanitaire des aliments et des boissons, y compris les eaux minérales, porte sur un sujet de santé publique qui relève des compétences de mon collègue le ministre de la Santé publique, M. Vandenbroucke, voire, le cas échéant, de celles du ministre de l’Économie et de l’Agriculture, responsable des contrôles effectués par l'AFSCA, M. David Clarinval.

Vous faites référence aux articles L. 412-2 et suivants du Code de droit économique. Or, ces références correspondent à la législation française. En droit belge, les règles relatives aux pratiques commerciales déloyales sont régies par le livre VI du Code de droit économique, en particulier les livres VI 93 à VI 100.

Une pratique commerciale est considérée comme trompeuse lorsqu’elle contient des informations fausses ou est présentée de manière susceptible d’induire en erreur le consommateur, notamment en ce qui concerne les caractéristiques principales du produit: sa nature, sa composition, ou ses qualités supposées, telle que l’implique l’appellation "eau minérale naturelle". Ainsi, si une eau ayant subi un traitement non autorisé ou dont la pureté originelle a été altérée continue à être commercialisée sous l’appellation "eau minérale naturelle", cela pourrait être qualifié de pratique commerciale trompeuse au sens du Code de droit économique.

Une enquête menée par l’Inspection économique est en cours sur certaines eaux distribuées en Belgique par le groupe Nestlé, mais, compte tenu du secret de l’instruction, il n’est pas possible de vous communiquer davantage d’informations à ce stade. Par ailleurs, à ma connaissance, il n’y a eu aucune pression sur les autorités administratives ou politiques belges de la part du groupe Nestlé.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, de nous confirmer qu'en Belgique, le lobbying intense du géant de l'agroalimentaire qui a eu lieu en France ne se déploiera pas. Je vous ai interrogé pour le volet dépendant directement de vos compétences et j'ai déposé une question similaire au ministre Clarinval en ce qui concerne le volet sécurité de la chaîne alimentaire. J'entends qu'une enquête du service de l'Inspection économique est en cours. Il est donc tout à fait naturel que vous ne puissiez pas nous révéler d'éléments par rapport à cela. Je ne manquerai pas de revenir vers vous lorsque cette enquête sera clôturée et que vous pourrez nous en dire davantage.

De impact van de Amerikaanse invoerheffingen op Belgische producten

Gesteld door

lijst: MR Anthony Dufrane

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Beenders bevestigt dat Belgische sectorfederaties (o.a. FEB) bezorgd zijn over Amerikaanse invoertaksen, maar dat er nog geen directe prijsstijgingen of compensatie-effecten zichtbaar zijn, ondanks een dalende inflatie (van 4,1% naar 3,1% in 2025). Shrinkflation wordt niet apart gemeten door Statbel, hoewel Dufrane pleit voor monitoring. De minister belooft waakzaamheid, vooral voor kwetsbare consumenten die door hogere prijzen van bewerkte producten onevenredig geraakt zouden worden.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, les taxes douanières misent en place par le président Trump vont impacter l'économie belge et en particulier les consommateurs. La hausse des prix doit être considérée de deux manières. La première concerne la hausse des prix aux USA, ce qui va entrainer une hausse en Europe pour compenser les pertes sur les ventes états-uniennes.

Deuxièmement, les produits importés en Europe vont aussi subir cette hausse, qui va s'ajouter à l'inflation des deux dernières années. Le consommateur sera, quoi qu'il arrive, la variable d'ajustement pour limiter l'impact économique sur l'entreprise même si elle réduit ses marges.

Il est aussi pertinent de regarder si la schrinkflation ne s'additionne pas à ses mesures. Dans ce cas, les consommateurs verraient, à nouveau, les prix augmenter tandis que les quantités diminueraient. Ces pratiques ont déjà cours depuis des années mais la crise potentielle pourrait la renforcer. De plus, certaines multinationales pourraient être tentée de compenser les pertes financières du marché américain en les répercutant sur notre marché.

Mes questions, Monsieur le ministre, sont:

Avez-vous observé un retour de la schrinkflation?

Les professionnels du secteur sont-ils inquiets?

Les prix ont-ils déjà changé?

De plus, comparez-vous si des prix changent pour compenser les taxes américaines?

Concernant l'égalité des chances, là où des plus nantis pourraient se tourner vers des produits locaux plus chers, ne craignez-vous pas que les bas salaires soient plus impactés en continuant à consommer des produits ultra transformés issus des multinationales?

Rob Beenders:

Monsieur Dufrane, pour votre première question, Statbel, l'office belge de statistique, ne tient pas de statistiques distinctes à propos de la shrinkflation .

Ensuite, les fédérations sectorielles belges sont naturellement inquiètes des mesures commerciales prises ou annoncées par les États-Unis . Dans un communiqué de presse publié le 3 avril dernier, la FEB a même indiqué être fortement préoccupée par les droits de douane annoncés par les É tats-Unis. Le SPF Économie informe et consulte régulièrement les fédérations sectorielles afin de prendre en compte leur intérêt dans la détermination de la position belge.

Par ailleurs, l'inflation totale dans notre pays s'élevait à 4,1 % au premier trimestre 2025. Cela représente un ralentissement par rapport au trimestre précédent. En avril dernier, elle avait encore baissé, pour parvenir à 3,1 %. La même tendance s'observe peu ou prou en ce qui concerne les denrées alimentaires. À ce stade, il ne semble pas encore y avoir d'effet de compensation des taxes américaines.

Comme déjà indiqué, l'inflation totale continue de diminuer. Ce sont des faits auxquels je reste attentif en tant que ministre de la Protection des consommateurs et de l'Égalité des chances. Je ne manquerai pas d'intervenir si nécessaire.

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. S'agissant de la shrinkflation , il serait judicieux que Statbel puisse constituer des statistiques. Merci par avance, monsieur le ministre.

Het gebrek aan Belgische steun voor het gemeenschappelijke donorstatement over de hulp voor Gaza
De financiële steun aan UNRWA
De humanitaire hulp in Gaza
Palestina
De erkenning van de genocide in Gaza
Het gelekte EU-rapport over de door Israël gepleegde oorlogsmisdaden
Het schip Madleen van de Freedom Flotilla
De steun van Benjamin Netanyahu aan milities in Gaza
De situatie in Gaza
De deelname van de Israëlische regering aan de EU-Middelandse Zee-top in Brussel
De Gaza Humanitarian Foundation
De Freedom Flotilla Coalition en de arrestatie van de opvarenden door het Israëlische leger
De oorlogsmisdaden in Palestina
De oorlog in Gaza
Humanitaire crisis, oorlogsmisdaden en internationale reacties op Gaza en Palestina

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens een parlementsdebat over de genocide in Gaza en België’s rol daarin, drongen oppositiepartijen aan op onmiddellijke sancties tegen Israël, een militair embargo, en de opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag, gesteund door massale protesten (100.000 betogers in Brussel) en een intern EU-rapport dat Israël beschuldigt van oorlogsmisdaden zoals uithongering en bombardementen op burgers. Minister Prévot (Buitenlandse Zaken) erkende de misdaden en pleitte voor Europese actie (o.a. sancties tegen extremistische ministers), maar benadrukte dat België’s invloed beperkt is zonder EU-steun en dat interne regeringsverschillen (met name N-VA/MR) verdere stappen blokkeren, terwijl hij humanitaire hulp (luchtbruggen, medische evacuaties) en juridische druk (ICJ, VN-resoluties) blijft afdwingen. Kritiek bleef dat België te afwachtend is en UNRWA-steun handhaaft ondanks Hamas-verbanden, terwijl de oproep tot een tweestatenoplossing en staakt-het-vuren centraal stond.

Voorzitter:

Chers collègues, nous allons commencer cette longue séance de questions au ministre Maxime Prévot par un débat d'actualité sur Gaza. Il y a 14 questions. Je vous suggère un temps de parole de deux minutes par question et de quatre minutes pour ceux et celles qui auraient déposé deux ou trois questions comme c'est parfois le cas.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, afgelopen zondag kwamen er 100.000 mensen op straat in Brussel. De straten kleurden rood. Ik was zelf ook aanwezig, samen met een grote delegatie van onze Groen-Ecolofractie. Al die mensen kwamen in het rood op straat om een rode lijn te trekken en de regering te vragen dat ook te doen – een rode lijn tegen de genocide in Gaza.

Niet iedereen is in Brussel geraakt, maar er waren ook lokaal veel spontane initiatieven. Het was hartverwarmend om te zien dat zoveel mensen zich willen uitspreken tegen die genocide en u en de federale regering oproepen om meer te doen. Dat is logisch want die genocide wordt zowat gelivestreamd in de nieuwsuitzendingen en op de nieuwssites. Het nieuws van vandaag is dat er 45 Palestijnen zijn gedood in de buurt van een voedselbedeling. Gisteren vielen 34 doden.

Mijnheer de minister, uw reactie was pijnlijk, want u verwijst naar wat de regering al onderneemt en vindt eigenlijk dat u goed bezig bent, hoewel 100.000 mensen in Brussel op straat komen en er lokaal nog zovelen de rode lijn willen trekken en u vragen om dat ook te doen tegen de genocide.

U spreekt over 'het kleine België', maar u bent naar ons gevoel niet sterk op de Europese tafel aan het kloppen om meer te ondernemen. Waar is het voluntarisme van uw beleidsverklaring? Daarin verklaart u dat België zich moet profileren als de verdediger van het internationaal recht en dat u met meer ambitie samen met de partners gemeenschappelijke uitdagingen zult aanpakken en onze waarden en belangen verdedigen. Ik mis die ambitie. Ik stel vooral vast dat u zich probeert te verstoppen achter het Europese compromis. Als u echt ambitie wilt tonen, dan moet u verder gaan en dat is ook wat zoveel Belgen vragen.

U kunt een voorbeeld nemen aan Ierland, dat toch ook geen groot Europees land is. De Ierse regering is de eerste die zegt waar het echt op staat, namelijk dat Israël momenteel een genocide pleegt in Gaza. Wanneer zal de Belgische regering zich daarover ook op die manier uitspreken? Een jaar geleden al erkende Ierland de Palestijnse Staat, wat België ook kan doen, maar u hebt beslist om te wachten tot alle Europese landen ermee akkoord gaan.

De Ierse regering voert al een wettelijk verbod in op de handel in producten uit de illegale Israëlische nederzettingen. In ons land is er geen sprake van een dergelijk initiatief. Ierland brengt ook in kaart welke Ierse bedrijven linken hebben met Israël. De Belgische regering doet echter het tegenovergestelde. Minister Francken noemt in dit Parlement de Israëlische defensie een voorkeurspartner van het Belgische leger. Hij doet dat op dit moment nog altijd. Er klinkt daarover geen protest bij de andere meerderheidspartijen. Dat is blijkbaar normaal.

De NMBS maakt aanstalten om een megaopdracht toe te wijzen aan een bedrijf dat treinverbindingen aanlegt van Jeruzalem naar de illegale Israëlische nederzettingen. België vervult dus totaal geen voortrekkersrol.

Ik verwijs naar mijn schriftelijke vragen, maar mijn vragen in deze vergadering zijn de volgende. Zal de Belgische regering luisteren naar het massale signaal van afgelopen zondag? Is de urgentie aangetoond en zal er meer gebeuren dan er tot nog toe is afgesproken? Er bestaat duidelijk een groot draagvlak daarvoor.

Dan heb ik nog enkele andere vragen over de voorbije week en de komende weken. Er is een belangrijk rapport geschreven door de speciale EU-vertegenwoordiger, waarin al werd vastgesteld dat er ernstige problemen zijn en waarin zelfs sprake is van een genocide. Waarom werd dat rapport niet aangewend om het Associatieakkoord stop te zetten? Waarom moet er nog een nieuw initiatief komen?

Er is de komende weken ook een top gepland tussen de EU-lidstaten en hun buurlanden rond de Middellandse Zee. De Israëlische regering zal daarbij aanwezig zijn, maar een Europese functionaris heeft al verklaard dat dit geen forum zal zijn om de aanhoudende oorlog in Gaza te bespreken. Wel zal men spreken over meer samenwerking op verschillende domeinen. Ik hoop dat we daaraan niet zullen meewerken.

Zult u op die top aanwezig zijn? Zult u ervoor zorgen dat de oorlog in Gaza wel besproken wordt? Zult u zich verzetten tegen een verdere versterking van de samenwerking met Israël? Ik denk dat het daar meer dan tijd voor is.

Sam Van Rooy:

Dit weekend kwamen tienduizenden mensen, onder wie heel wat politici, journalisten en bekende Vlamingen op straat om zogenaamd een rode lijn voor Gaza te trekken.

Dat is veelzeggend, want diezelfde mensen vonden het niet nodig om een rode lijn te trekken na 7 oktober 2023, toen de grootste slachting op Joden sinds de Holocaust plaatsvond. Ook trokken zij geen rode lijn toen in dit land de zoveelste jihadistische aanslag werd gepleegd, toen Islamitische Staat massaal Jezidi’s aan het verkrachten en afslachten was, of toen Iran, een andere islamitische staat, weer maar eens vrouwen, dissidenten en homoseksuelen martelde en vermoordde.

We zien hen ook nooit een rode lijn trekken wanneer weer maar eens christenen door moslimterroristen worden vermoord, laat staan dat ze een rode lijn trekken wanneer het gaat om de systematische onderdrukking van christenen en andere niet-moslims in de islamitische wereld. Zelfs de honderdduizenden doden in Jemen en Soedan waren voor de vele Al Jazeera- en Hamasmarionetten in dit land geen reden om een rode lijn te trekken, want no Jews, no news , nietwaar?

Dit gezegd zijnde, op het moment dat Israël ons eindelijk tracht te verlossen van de terroristen en jihadisten van Iran, heeft het land een nieuwe, gedetailleerde lijst vrijgegeven van jihadistische terroristen en leden van terreurorganisaties zoals Hamas, die ook medewerker bij UNRWA zijn. Het gaat in totaal om maar liefst 1.400 moslimterroristen die ook UNRWA-personeelsleden zijn

Mijnheer de minister, ik heb u deze informatie bezorgd. Wat is uw reactie hierop? Pleegt u hierover overleg met Israël? Last but not least, zal België ook na deze onthulling UNRWA, en dus dodelijke jihadterreur, met belastinggeld blijven sponsoren?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, j'aimerais revenir avec vous sur ce sujet brûlant d'actualité et notamment vous interroger sur la coopération au développement et l'aide humanitaire à Gaza. Vous aviez dit que c'était l'une de vos priorités avec le cessez-le-feu, or force est de constater que rien n'avance à ce sujet alors que sous le précédent gouvernement, la Belgique avait assumé son rôle via des largages aériens à Gaza grâce aux A400M de la Défense. Bien sûr, cela avait été coordonné par les Affaires étrangères dans le cadre d'une coalition internationale et en accord avec la Jordanie. Cependant, il n'en reste pas moins vrai que dans votre gouvernement, il y a de nombreuses résistances et je n'ai vu aucun volontarisme de la part de votre collègue en charge de la Défense pour mettre à disposition sa flotte pour venir en aide à la population affamée de Gaza.

Donc concrètement, quelle initiative allez-vous prendre et suivant quel calendrier? Avez-vous déjà eu des contacts avec votre collègue de la Défense à ce sujet et comptez-vous prendre l'initiative d'une coalition internationale pour débloquer la situation? Plus surprenant encore, les Américains et les Israéliens ont mis en place l'intervention de la Fondation humanitaire pour Gaza qui est censée y apporter de l'aide humanitaire, mais on voit qu'en fait il y a un gros problème avec cette fondation privée qui est instrumentalisée à des fins essentiellement israéliennes et surtout qui se comporte de telle manière qu'aujourd'hui, les Palestiniens qui se rendent dans les points de rassemblement sont menacés, et même pire car ils perdent la vie. En effet, ils perdent la vie pour avoir de l'eau, ils perdent la vie pour avoir de quoi se nourrir, ils perdent la vie pour nourrir leurs enfants et leurs tout-petits puisqu'il ressort des auditions de l'UNICEF que nous avons eues il y a 15 jours qu'il y avait plus de 15 000 enfants qui ont été tués jusqu'à présent, dont une grande partie de ceux-ci sont des enfants de zéro à un an.

Par conséquent, par rapport à cette Fondation humanitaire pour Gaza, je voudrais savoir quelle est votre position et la position officielle du gouvernement fédéral face à ce contournement par Israël du droit international humanitaire qui compromet la survie de plus de deux millions de Palestiniens car, effectivement, un blocus pour toute aide humanitaire est interdit par le droit international humanitaire. Que prenez-vous donc comme décision? Le gouvernement fédéral a-t-il pris des dispositions pour fournir une aide humanitaire belge aux Palestiniens de Gaza?

J'ai également des questions à vous poser en ce qui concerne la Freedom Flotilla Coalition. La manière dont Israël est intervenu et a arrêté une série de personnes se trouvant sur ce bateau est contraire, une fois de plus, au droit international. Comment avez-vous réagi à ces arrestations illégales et comment comptez-vous apporter votre soutien aux citoyens européens membres de la flottille et qui seraient encore détenus par Israël ou qui subissent aujourd'hui des représailles lourdes de cet État?

Enfin, j'ai des questions relatives à l'évacuation des Belges et ayants-droits de Gaza, mais aussi à leur évacuation du territoire israélien, puisque le conflit s'est transporté en Iran et que nous avons des ressortissants et ayants-droits qui sont en difficulté. J'aimerais connaître la liste des bénéficiaires. Combien de personnes étaient concernées à chaque fois? Peut-il être fait une distinction en fonction de la nationalité? S'agit-il aussi de bénéficiaires nouvellement identifiés? Y a-t-il des changements de politique ou des changements sur le terrain en ce qui concerne l'évacuation elle-même? Quand des évacuations effectives vers la Belgique ont-elles eu lieu cette année, pour combien de personnes et par quels postes-frontières et pays? Je vous remercie.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, sinds de indiening van mijn vraag is er al heel wat gebeurd op het terrein. De humanitaire situatie blijft ons verontrusten: kinderen sterven en mensen sterven wanneer ze eten gaan halen. Die zaken moeten we absoluut met de grootste zorg behandelen. Vandaar ook dat we in het Parlement een resolutie hebben goedgekeurd waardoor u een mandaat hebt gekregen, ook via de kern in de regering, om deel te nemen aan die voorziene VN-top, georganiseerd door Frankrijk en Saoedi-Arabië. We hebben nota genomen van het feit dat die VN-top uitgesteld is, wat uiteraard ook te maken heeft met de escalatie in Iran, maar daar komen we straks op terug.

Ik verneem graag welke signalen u momenteel ontvangt rond de organisatie van de VN-top die op zoek moet gaan naar vrede en naar een duurzame oplossing, naar een tweestatenoplossing in het Midden-Oosten.

De collega verwees er zonet ook naar dat u volgende week maandag samenkomt met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. Welke visie zult u op tafel leggen? In hoeverre verwacht u maatregelen die de humanitaire situatie kunnen aanpakken? In hoeverre zult u pleiten voor snelle sancties, maar ook voor gesprekken voor vrede op langere termijn? Voorziet u initiatieven om zo snel mogelijk tot een staakt-het-vuren te komen?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, j'avais déposé plusieurs questions et je vais essayer d'en faire une intervention cohérente, même si, en termes de cohérence, cela devient de plus en plus compliqué. Depuis des mois, vous le savez, Gaza est plongée dans une horreur sans nom: des familles entières sont rayées de la carte, des enfants sont amputés, des camps sont bombardés, des gens boivent de l'eau insalubre faute d'autre chose. On parle d'une population qui est menacée par la famine et qui subit un génocide. Pendant ce temps, les bombes continuent de tomber. C'est une longue litanie que l'on répète depuis des mois.

Récemment, nous avons un peu moins de nouvelles encore, parce qu'Israël, après avoir coupé l'eau et l'électricité, après avoir empêché l'aide humanitaire d'entrer, a coupé toutes les communications, tous les canaux, et cette violence continue dans le noir. Il n'y a plus journalistes, quand ils ne sont pas tués. Il n'y a plus de témoignages, plus d'images, même si les civils continuent à documenter leur propre disparation et leur propre mort en direct. Ce n'est pas tout. Une enquête internationale a été relayée par The Guardian et RTL. Elle révèle qu'Israël finance des milices criminelles pour semer la terreur dans Gaza. Israël finance des groupes armés, payés pour briser les populations civiles, pour terroriser les survivants. C'est une stratégie militaire par milices interposées, délibérée. C'est une nouvelle violation du droit international.

Encore une autre aberration et une autre violation du droit international: la flottille du Madleen, un bateau humanitaire qui avait à son bord des civils et une eurodéputée, a été interceptée en pleine mer, dans des eaux internationales. Nous sommes en présence d'encore une autre violation du droit international, car les passagers ont été emprisonnés.

En parallèle, la grande marche pour Gaza, prévue depuis des semaines, a été empêchée par l'Égypte. Certains organisateurs n'ont même pas pu atteindre Rafah. Je dois dire que c'est vraiment une honte que ces pays, notamment arabes, ne soutiennent pas davantage un processus de paix, et une initiative citoyenne et pacifique.

Monsieur le ministre, vous avez utilisé le mot "génocide" et vous avez raison. Mais ce mot vous engage, et il engage ce gouvernement.

Je me demande ce que nous attendons. Même si je sais que vous avez plaidé au niveau européen pour suspendre les accords de coopération, qu’attendons-nous pour imposer un embargo sur les armes et pour sanctionner les responsables israéliens?

Nous avons d’ailleurs une proposition de résolution sur la table depuis des mois pour reconnaître le génocide et pour sanctionner les responsables.

J’ai plusieurs questions sur ces éléments. La Belgique va-t-elle condamner officiellement l’interception du Madleen dans les eaux internationales et l’arrestation de civils, dont une eurodéputée? Allons-nous condamner l’annulation de la marche pour Gaza par l’Égypte, qui empêche toute solidarité internationale?

La Belgique va-t-elle soutenir l’enquête sur le financement de milices criminelles par le gouvernement israélien? Quand le gouvernement va-t-il rompre avec le double standard qui impose des sanctions concrètes à certains États et pas à d’autres, contre ce gouvernement qui piétine chaque jour un peu plus le droit international? Merci pour vos réponses.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, onlangs kwam een vernietigend intern EU-rapport naar buiten dat al sinds november circuleert. Het betreft geen rapport van een ngo, maar een document afkomstig van Europese instellingen zelf, gebaseerd op informatie van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof. Daarin wordt zwart op wit vastgesteld dat Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden: het uithongeren van een volk als oorlogswapen, het bombarderen van ziekenhuizen, scholen en hulpverleners. Ondanks deze zware aantijgingen blijft het echter oorverdovend stil bij de Europese Commissie en loopt het Associatieakkoord met Israël gewoon verder. Israël blijft genieten van voorkeurstarieven, alsof er niets aan de hand is, alsof de regels enkel gelden voor sommige landen.

Mijnheer de minister, een maand geleden kregen we via onze resolutie het mandaat om in de Raad Buitenlandse Zaken van de EU te pleiten voor het onderzoeken van een mogelijke opschorting van dat Associatieakkoord. Ondertussen blijkt er inderdaad een onderzoek te lopen, maar dat blijft aanslepen. Het Associatieakkoord is nog steeds niet geschorst.

Klopt het dat dit rapport al sinds november circuleert? Hebt u het document waarnaar ik verwijs onder ogen gekregen? Waarom wordt Israël nog steeds de hand boven het hoofd gehouden?

Hebt u een update over het aangekondigde onderzoek door de hoge vertegenwoordiger, mevrouw Kaja Kallas? Is er überhaupt nog een onderzoek nodig?

Zult u op de volgende bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU op 23 juni pleiten voor het zo snel mogelijk opschorten van het Associatieakkoord, aangezien nu ook via een rapport van de EU is aangetoond dat Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden tegen het volk van Gaza?

Wij rekenen op u, mijnheer de minister.

Ayse Yigit:

Mijnheer de minister, afgelopen zondag trokken we met meer dan 100.000 mensen door de straten van Brussel. Samen trokken we een rode lijn tegen de genocide in Gaza, tegen apartheid, tegen straffeloosheid en tegen de actieve medeplichtigheid van onze regering en de Europese Unie.

Vandaag stellen al die mensen u een dringende vraag. Wanneer zal België sancties opleggen aan Israël? Wanneer komt er een militair embargo tegen een staat die het internationaal recht openlijk schendt? België hoeft niet te wachten op Europa. We hebben de bevoegdheid en de morele plicht om nú te handelen. Waarom wachten tot er nog meer kinderen van onder het puin worden gehaald?

Op 3 juni lekte een intern rapport uit van de Europese Dienst voor extern optreden. Geen ngo, geen oppositiepartij, maar een officiële dienst van de EU zelf. Zwart op wit bevestigt dit rapport wat we al maanden zeggen: Israël pleegt oorlogsmisdaden in Gaza. Ook de VN-Mensenrechtencommissaris, het Internationaal Gerechtshof en andere VN-instellingen kaarten dit aan. Het ergste nog is dat de Europese Unie dit al wist in november 2024. Ze beschikte over feiten, maar deed niets. Geen sancties, geen actie, alleen maar stilte. Dit is geen neutraliteit, maar wel medeplichtigheid.

Zal België op 23 juni in de Raad Buitenlandse Zaken pleiten voor een opschorting van het EU-Israël Associatieverdrag?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de situatie in Gaza blijft bijzonder zorgwekkend en schandalig. Zelfs bij het afhalen van voedsel vallen tientallen doden per dag. Dat is een situatie die we niet kunnen tolereren en die zo snel mogelijk moet stoppen. Hoewel wij met ons land en met de Europese Unie misschien niet cruciaal kunnen zijn in het oplossen van dat conflict, moeten we wel elk signaal uitsturen of elk middel proberen aan te wenden om dat toch te proberen.

Eerlijk gezegd twijfel ik niet aan uw intenties. Ik denk dat die juist zijn. Alleen hebt u uw regering blijkbaar niet mee. Dat is een probleem, want dat betekent dat ons land, onze Belgische regering, op dit moment stil blijft. Die stilte moet worden doorbroken. Het conflict blijft aanhouden. Er vallen dagelijks tientallen doden. Kinderen zijn daar niet veilig. Wij moeten met België onze rol spelen, hoe klein die ook is, ook op het internationale toneel. Dat hebben we altijd gedaan en dat moeten we blijven doen.

Ik heb een aantal concrete vragen, mijnheer de minister. Volgende week maandag is er inderdaad die Europese Raad. Welk mandaat hebt u en waarvoor zult u pleiten? Gaat u op Europees niveau pleiten voor de opschorting van het Associatieverdrag? Ik denk dat dat een goede eerste stap zou zijn. Zult u pleiten voor het uitvoeren van humanitaire droppings? Dat kan men als land afzonderlijk doen. Dat heeft men in 2024 gedaan. Dat zou al zeer veel helpen voor de situatie op het terrein, voor de mensen daar. Dat moet onze eerste bezorgdheid zijn.

Dan heb ik nog een vraag die eigenlijk pas later in het debat thuishoort, maar ik stel ze toch al, omdat ze relevant is. Verschillende landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Canada en Australië, hebben sancties aan twee Israëlische regeringsleden opgelegd. Zal de Europese Unie deze sancties ook opleggen? Zult u daar maandag al dan niet voor pleiten? Welke lidstaten blokkeren dit concreet of verzetten zich daartegen? Wat zal België ondernemen om hierin een voortrekkersrol te spelen?

Ik kijk uit naar uw antwoorden.

Voorzitter:

Je donne la parole pour deux minutes à Charlotte Deborsu qui souhaite se joindre à ce débat d'actuallité.

Charlotte Deborsu:

Je souhaite évoquer la conférence internationale qui, sous l’égide de la France et de l’Arabie saoudite, visait à relancer concrètement la solution à deux États. Elle était à l’origine prévue à New York du 17 au 20 juin – soit maintenant – mais a malheureusement été reportée. À titre personnel, je place beaucoup d’espoir dans cette conférence, même si d’aucuns y verront une certaine forme de naïveté.

Officiellement, le report est justifié par des contraintes logistiques et de sécurité, notamment liées aux déplacements de délégations de plusieurs pays arabes. Mais dans les faits, plusieurs observateurs pointent aussi des pressions politiques et diplomatiques, en particulier de la part d’Israël et des États-Unis. Ces derniers souhaitent évidemment que cette initiative n’aboutisse pas à la reconnaissance d’un État palestinien, qui constituerait selon eux un signal diplomatique prématuré et susceptible de renforcer le Hamas.

Dans ce contexte, disposez-vous d’informations complémentaires sur l’organisation concrète de cette conférence? Un report à court terme est-il d’ores et déjà envisagé? Comment la Belgique entend-elle peser pour que cette initiative internationale puisse réellement voir le jour, malgré les réticences de certains acteurs clés? Enfin, comment évaluez-vous l’impact – clairement négatif – de la position israélienne sur la solution à deux États, qui reste pourtant soutenue par une large partie des pays de l’Union européenne?

Voorzitter:

Aucun autre groupe ne souhaite-t-il se joindre à ce débat d'actualité? (Non)

Monsieur le ministre, vous disposez donc de 30 minutes pour vos réponses.

Maxime Prévot:

Je remercie l’ensemble des collègues parlementaires pour leurs multiples et différentes questions. La marche de ce dimanche, avec plus ou moins 100 000 personnes selon les statistiques, reste clairement une mobilisation massive et impressionnante. Bravo aux organisateurs!

À titre personnel, ma formation politique y était également présente, et je m’en réjouis. C’est un signal. Au-delà des 100 000 personnes qui ont participé à la marche, 2 millions de Palestiniens sont en train de mourir de faim: c’est là bien plus qu’un signal, c’est un enjeu moral et légal.

Je l’ai toujours dit avec beaucoup de clarté, et aussi avec beaucoup de lucidité: je me rêverais en Superman de la cause internationale. À mon échelle, avec la magistrature d’influence qui est celle de la Belgique – toute sa magistrature d’influence, mais aussi sa réelle magistrature d’influence –, nous agissons et tentons de faire bouger au maximum les lignes.

C’est la raison pour laquelle, non pas pour me décharger de mes responsabilités, je plaide régulièrement pour que ce soit à l’échelle européenne que les actions soient prises, sans quoi elles sont vides d’effet. Prenons un exemple simple à comprendre: celui des embargos sur les transits d’armes. L’embargo sur la vente existe déjà depuis de nombreuses années. Je suis le premier demandeur pour qu’il y ait un embargo total en Belgique, y compris sur le transit, y compris sur le double usage.

Ces compétences sont régionales. Dans quelques jours, à mon initiative – comme je m’y étais engagé –, une réunion aura lieu pour s’assurer que les Régions se mettent aussi en conformité avec le traité, notamment son article 6 § 3, afin de garantir qu’il n’y ait pas effectivement de situation susceptible de porter atteinte à la sécurité de civils ou de s’inscrire dans un schéma de crimes de guerre. J’espère que chacun alignera sa position.

Cependant, si, à côté de cela, à quelques kilomètres de là – par exemple à Rotterdam – le transit n’est pas interdit, et que, finalement, ce qui passait par Anvers passe désormais par Rotterdam, nous n’aurons pas résolu le problème dans l’intérêt des Palestiniens. C’est pour cette raison qu'une réponse supranationale est nécessaire. C'est donc une question de cohérence, car il ne s'agit pas de dire: "je me lave les mains et je renvoie la balle aux voisins".

Tant mieux si l'Irlande a la capacité d'être encore plus tranchée et audible. Probablement que la composition de son gouvernement facilite la tâche de mon homologue. Vous savez qu'au sein de notre gouvernement, il y a des sensibilités variées et variables sur ce dossier. Il m'appartient de porter le plus fortement et le plus loin possible mes convictions, certes, mais aussi la parole d'un gouvernement tel qu'il est composé avec la pluralité de ses sensibilités, tout comme d'autres ici sur les bancs de l'opposition, sous la Vivaldi, ont aussi dû porter le message d'un gouvernement qui n'était pas nécessairement toujours entièrement aligné avec le message qu'ils auraient souhaité porter.

Mais ce dossier est un concentré d'aberrations, d'indignations, de violations de droits humains et du droit international. On est tout sauf silencieux face à ce dossier. Vous l'avez d'ailleurs aussi lu par voie de presse: je suis personnellement convaincu que les faits à Gaza dont nous sommes témoins pourraient rassembler tous les éléments constitutifs d'un crime de génocide, mais il revient à la justice internationale d'en juger. Cela ne m'empêche ni d'avoir mon opinion ni de la partager. Du reste, à l'attention de ceux qui nous estiment parfois mous, je pense avoir assez des doigts d'une main pour compter le nombre de ministres européens des Affaires étrangères ayant osé prononcer ces mots.

Telkens als we denken dat er eindelijk een einde in zicht is en we misschien van een staakt-het-vuren kunnen spreken, moeten we vaststellen dat voornamelijk een aantal extremistische ministers in de Israëlische regering verklaringen afleggen over de vernieling van Gaza en de Palestijnse bevolking en de humanitaire blokkade blijven verdedigen.

Il faudra d'ailleurs voir comment, le moment venu, les déclarations de ces ministres seront évaluées par les juridictions compétentes et notamment la Cour pénale internationale.

Mijnheer Vander Elst, ik ben een voorstander van het opleggen van Europese sancties in het kader van een mensenrechtenregime tegen de Israëlische ministers Smotrich en Ben-Gvir. Ik ben de eerste minister van Buitenlandse Zaken in Europa die dat heeft gevraagd. Intussen heeft mijn Zweedse ambtsgenoot mijn voorbeeld gevolgd. Het is bovendien een krachtig signaal. Dat voorstel is eind 2024 al ingediend en sommige EU-lidstaten willen het opnieuw op de agenda plaatsen. Het gaat dan niet specifiek over het voorstel inzake die twee ministers, want dat is redelijk nieuw, maar wel over sancties gericht tegen gewelddadige kolonisten. U kunt erop rekenen dat België tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken zal vragen of dat inderdaad het geval is.

Et, là aussi, soyons transparents! Il y a aujourd'hui 26 pays sur les 27 qui, depuis plusieurs mois, sont prêts à sanctionner des colons violents. Il y en a un, la Hongrie, qui bloque. C'est hyper frustrant, parce qu'évidemment, vu depuis la population ou parfois depuis le Parlement, on a alors le sentiment qu'on ne fait rien, qu'on n'agit pas, qu'on n'est pas sensible, alors qu'on relaie, qu'on dit, qu'on tape du poing sur la table. Dès lors que la règle de l'unanimité est celle qui s'impose et qu'un seul pays bloque, on est effectivement très embêté. Or, puisqu'on me demandait quel mandat allait être celui de la Belgique, la semaine prochaine, notre ambassadeur aura des mots très clairs, très nets sur cette question.

Het uithongeren van een bevolking is duidelijk een oorlogsmisdaad.

Et la Belgique rejette catégoriquement toute initiative visant au déplacement forcé de la population de Gaza, qui constitue une violation grave du droit international humanitaire.

Nous exigeons aussi la libération immédiate et sans condition des otages par le Hamas, qu'ils soient, je l'espère, encore vivants ou même décédés.

Madame Maouane, monsieur Lacroix, le navire humanitaire Madleen était une tentative désespérée et, reconnaissons-le, surtout symbolique d'acheminer de l'aide humanitaire à Gaza. Et, tout comme pour la marche de milliers de volontaires qui devaient partir du Caire pour se rendre à Rafah, le but était de sensibiliser à l'horreur de la situation et à l'obligation d'agir.

Je note d'ailleurs – je l'ai dit en transparence – que plusieurs dizaines de Belges ont été arrêtés par les autorités égyptiennes, non pas en raison du contenu de leur message mais parce qu'ils se rendaient vers le Nord Sinaï qui est une zone interdite en raison de ses dangers. C'est la raison pour laquelle il y a eu ces arrestations et nous avons veillé avec nos diplomates à nous assurer qu'effectivement, tout le monde était traité correctement, qu'il n'y avait pas d'entrave quelconque aux droits humains et qu'il y avait surtout la capacité de collaborer pour pouvoir les libérer au plus vite.

Évidemment, je regrette, à la lumière de ce qu'on a constaté en Égypte ou avec le navire humanitaire, que l'on soit obligé d'en arriver à de telles extrémités et qu'Israël ait même empêché le navire d'arriver à Gaza. Dans ce même esprit, la Belgique reste prête à parachuter de l'aide au-dessus de Gaza, comme M. Lacroix y faisait à nouveau allusion. C'est néanmoins une opération qui ne peut en aucun cas remplacer en volume l'entrée des camions qui sont par centaines, par milliers en train d'attendre. Un largage par avion ne sera qu'un palliatif, outre les difficultés opérationnelles de s'assurer qu'il sera largué au bon endroit, que les vivres ne seront pas captés par le Hamas pour être revendus et se refaire de l'argent, que le largage ne va pas créer lui-même des morts et qu'on arrivera à gérer, au vu de l'extrême famine, la manière dont les populations vont se comporter autour de ce qui aura été largué.

Je n'oublie pas non plus une autre contrainte, c'est l'autorisation donnée par Israël de l'occupation de son espace aérien. La demande a été formulée fin de la semaine dernière. On n'a pas encore reçu de réponse. Mais gardons bien en tête que le principal enjeu, c'est évidemment d'abord de forcer l'acheminement par voie terrestre, un acheminement massif et encadré par des acteurs humanitaires professionnels.

Nous restons évidemment en contact avec les pays partenaires, notamment la Jordanie, ainsi qu’avec mon collègue en charge de la Défense, avec qui, monsieur Lacroix, j’ai effectivement pu me concerter – de même que nos équipes respectives – au cas où les conditions évolueraient de telle sorte que les parachutages pourraient être possibles et utiles.

Entretemps, nous comptons plus de 600 jours de guerre, plus de 55 000 morts à Gaza et une famine qui touche surtout les enfants, les plus innocents. Nous voyons des enfants qui mangent du papier, du plastique et de l’herbe, à défaut de nourriture.

Le nouveau système de livraison d’aide humanitaire mis en place par la Gaza Humanitarian Foundation (GHF) est un exemple de ce qu'il ne faut pas faire. Il est contraire à tous les standards attendus d’une aide humanitaire, qui doit être neutre politiquement et démilitarisée. Le 1 er juin, des tirs ont eu lieu lors d’une distribution d’aide, causant 31 morts confirmés et 200 blessés. Depuis, plusieurs incidents similaires se sont produits, causant des dizaines de morts. Certaines journées, aucune distribution d’aide n'a été possible. Le volume d’aide livré par famille reste par ailleurs très largement insuffisant.

Je le répète, et j’ai fait cette demande formelle encore la semaine dernière auprès d’Israël: l’accès humanitaire aux populations de Gaza doit être garanti, tout comme le respect absolu des principes humanitaires. L’accès terrestre est la priorité, pour laisser entrer ces centaines de camions chargés d’aide, envoyés par la Belgique et par de nombreux pays du monde.

Madame Maouane, monsieur Lacroix, le gouvernement israélien a publiquement admis avoir armé une bande de criminels dirigée par Yasser Abu Shabab à Gaza. Cela explique vraisemblablement en partie le nombre de morts et de blessés pendant la distribution de l’aide. Je suis d'accord avec vous sur le fait qu'il faut absolument condamner ces pratiques. D’ailleurs, armer des bandes criminelles contribue encore davantage à la circulation des armes dans la bande de Gaza.

Depuis début juin, l’armée israélienne a accéléré encore la destruction des bâtiments à Gaza, avec des explosions lourdes qui ont été entendues jusqu’à Tel-Aviv et Jérusalem.

Depuis le 1 er mai, au moins 28 collaborateurs humanitaires ont été tués, portant à 452 le nombre total de décès parmi les travailleurs humanitaires, dont 315 membres du personnel de l'ONU.

Mijnheer Van Rooy, wat UNRWA betreft, verwijs ik naar mijn antwoorden op uw eerdere vragen en naar het rapport-Colonna en de opvolging daarvan door UNRWA. Ik raad u aan om u op de feiten te baseren, in plaats van propaganda door te geven. België blijft het mandaat en de activiteiten van UNRWA steunen, gelet op de cruciale en stabiliserende rol van die organisatie in de regio, en zal dat blijven doen tot er een rechtvaardige en duurzame politieke oplossing wordt gevonden voor de dramatische situatie van de Palestijnse vluchtelingen.

België heeft de donorverklaring waarnaar de heer Aerts verwees wel degelijk mee ondertekend. Aanvankelijk was er sprake van een vergetelheid van het Verenigd Koninkrijk, dat penhouder was, maar dat is inmiddels rechtgezet. Concreet roept België, net als andere Europese lidstaten, de Israëlische regering op om onmiddellijk een vrije, niet-gemilitariseerde en ongehinderde toegang te verlenen voor humanitaire hulp. Die hulp is bestemd voor de burgerbevolking in Gaza en mag niet worden omgeleid.

Mevrouw Depoorter, op 12 juni vond er een spoedzitting plaats van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waar een nieuwe resolutie werd goedgekeurd met de steun van België. Die had tot doel te komen tot een staakt-het-vuren, na het veto van de Verenigde Staten in de VN-Veiligheidsraad, en tot ongehinderde humanitaire toegang. Mijn formele oproep aan de Israëlische autoriteiten werd gedeeld door het overgrote merendeel van de wereld.

Mevrouw Lambrecht, zoals ik al eerder stelde, heeft België geen probleem met het ondersteunen van onafhankelijke onderzoeken van de Verenigde Naties die bewijs verzamelen voor de verificatie van de vele oorlogsmisdaden. Het probleem is dat Israël geen toestemming geeft voor die onderzoeken.

Entretemps, il faut envisager ce que la Belgique peut faire concrètement sur le terrain. J'ai donc continué de maintenir une pression politique via les canaux bilatéraux, multilatéraux et européens pour qu'Israël lève les obstacles à l'aide humanitaire pour Gaza.

Nous progressons vers de nouvelles sanctions, y compris contre des leaders politiques israéliens et, évidemment, les leaders du Hamas. Nous devrions avoir la semaine prochaine, je l'espère, des nouvelles de l'examen de l'article 2 de l'accord d'association, ce qui pourrait potentiellement mener à la suspension du volet commercial de cet accord avec Israël.

Tout comme vous, madame Lambrechts, je pense que ces rapports ne sont pas utiles, parce qu'il est assez clair qu'il y a, de manière manifeste, des violations des droits humains. La haute représentante de la Commission européenne pour la politique de sécurité, Kaja Kallas, n'a pas dit autre chose sur la base des rapports qu'elle avait déjà pu lire des Nations Unies. Il n'en demeure pas moins que, formellement, il faut faire ce review comme première étape. Je peux imaginer ce que vont être les conclusions, mais, à ce stade, je ne sais pas encore imaginer ce que seront les suites, même de la part de notre gouvernement. C'est un élément que nous devrons clarifier le moment venu.

Dans un autre registre, après avoir déjà fait la demande orale de façon répétée, j'ai aussi pris l'initiative que soit envoyée, cette semaine, une lettre à la haute représentante Kallas, que sept à huit États membres ont déjà accepté de cosigner, afin que la Commission européenne indique les mesures à prendre, le cas échéant, suite à l'avis rendu par la Cour internationale de Justice il y a presque un an. Cet avis reconnaissait de manière très claire que l'occupation par Israël des territoires palestiniens était illégale et qu'il y avait matière à agir, y compris par rapport à l'importation de certains produits de ces territoires ou encore d'autres enjeux de commerce. Mais cela doit donc faire l'objet d'un suivi. Cet avis de la Cour a été rendu. Plusieurs pays ont demandé à en débattre. L'occasion ne s’est jamais présentée. Nous formalisons avec plusieurs pays cette demande.

Mevrouw Yigit, in dat verband hebben mijn diensten het initiatief genomen om maandag een bijeenkomst te organiseren tussen de federale regering en de regio's om na te gaan of ons beleid inzake wapenexport, met inbegrip van de doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik, in overeenstemming is met onze verplichting uit hoofde van het internationaal recht.

Un avion décollera par ailleurs dans les prochains jours vers la Jordanie avec du matériel médical d’une valeur d’un demi-million d’euros, permettant de soigner des blessés et des malades palestiniens.

Mijnheer Aerts, wat de evacuatie van kinderen betreft, gaat het om complexe operaties die worden uitgevoerd in coördinatie met de WHO en die afhankelijk zijn van de veiligheidssituatie. België verwelkomde 9 kinderen met kanker, vergezeld van hun familie, in totaal 25 personen, en evalueert de mogelijkheid van verdere medische evacuaties.

Wat betreft het Europees niveau, kan ik meegeven dat de Belgische diplomatie volop werkt om vooruitgang te boeken.

Le Moyen-Orient figure bien au prochain agenda du Conseil des Affaires étrangères. Le rapport relatif à la situation des droits humains, auquel plusieurs d'entre vous se sont référés, avait circulé sous la législature précédente en préparation d'un dialogue politique avec Israël. Comme vous le savez, celui-ci s'est tenu le 24 février. Du reste, en marge du dialogue, j'ai eu une rencontre bilatérale avec le ministre israélien des Affaires étrangères. Tant en séance plénière qu'en aparté, j'ai évoqué les rapports faisant état de violations des droits humains. J'ai aussi envoyé un message à mon homologue israélien ce week-end pour lui dire que, contrairement à ce que l'un de ses collègues avait affirmé publiquement, la Belgique n'était pas un pays antisémite – rappelant à mon interlocuteur toutes les initiatives qui sont prises par le gouvernement belge depuis déjà de nombreuses années pour lutter ardemment contre toute forme d'antisémitisme.

Mijnheer Aerts, eind deze maand vindt de ministeriële vergadering plaats tussen de EU en de landen van het zuidelijk nabuurschap. Die vergadering wordt op dit moment nog voorbereid. Israël is een van de landen die daarvan deel uitmaken en is een van de genodigden. Deze deelname en de aanwezigheid van minister Sa'ar is dus niet ongewoon. Of dit opportuun is, is een beslissing die uiteraard niet in handen van België is. Wij moedigen niettemin een dialoog aan om oplossingen te vinden. Ik heb bijvoorbeeld al gepleit bij minister Sa'ar voor de actieve deelname van Israël aan de vergadering over de tweestatenoplossing.

Mijnheer Vander Elst, de brief van president Abbas aan president Macron was heel bemoedigend en werd geprezen. Daarin werden verschillende vorderingen aangekondigd met betrekking tot het bestuur van een toekomstige staat Palestina.

Et c'est peut-être l'occasion de faire aussi le lien avec le plaidoyer de madame Deborsu pour une solution à deux États et la reconnaissance de la Palestine sur laquelle elle avait espéré que la réunion prévue cette semaine des Nations Unies puisse déboucher. En tout cas, ça fait du bien de l'entendre de la part d'une mandataire MR, puisqu'on doit bien reconnaître que vous êtes manifestement très peu à attendre le même type de conclusion de cette initiative, alors même que ça pourrait évidemment participer d'une démarche – fût-elle symbolique – qui soit de nature à pouvoir constituer un geste fort, pour autant – ce sont les balises sur lesquelles la résolution du Parlement s'est entendue – qu'il y ait bien libération des otages, une sécurité mutuelle, une démilitarisation du Hamas et une autorité palestinienne crédible. On peut s'interroger sur la faculté de rencontrer ces différentes balises cette semaine comme ce fut initialement envisagé. En tout état de cause, les attaques actuelles entre Israël et l'Iran ont hypothéqué la tenue de ce sommet, mais je ne suis pas sûr que tout le monde, en tout cas dans votre formation politique, attendait la même conclusion que vous de cette initiative. En tout cas je me réjouis de compter des alliés supplémentaires, à nouveau, je le redis, à la lumière des balises que le gouvernement et le Parlement ont souhaité fixer.

Enfin, monsieur Lacroix, vous m'avez posé une rafale – sans mauvais jeu de mots – de questions de nature plus statistique sur le nombre de personnes, le nombre de nationalités, quelle date... Je suis honnêtement incapable de vous improviser cet élément-là en séance, ainsi je vous invite à redéposer ces questions au travers d'une question écrite. Ainsi, vous aurez le loisir de connaître tous les éléments de réponse en temps opportun, car je ne les ai pas sous le coude, j'espère que vous ne m'en tiendrez pas rigueur.

Bref, chers collègues, vous aurez compris que nonobstant ce qu'on peut ressentir comme sentiments, frustration, indignation et colère, quand on voit les images atroces en Palestine, il y a un gouvernement qui est à l'action, un gouvernement qui dit les choses et porte les messages dans les instances où la capacité d'agir est concrète.

Bien sûr, eu égard aux horreurs vécues sur le terrain, nous voudrions pouvoir, nous Belgique et nous Europe de manière collective, aller plus vite, plus fort, plus loin. Nous ne sommes pas seuls maîtres du temps, ni des actions qui sont menées, mais à notre niveau, moi-même également, en conscience, je veille à agir au nom de la Belgique pour rester un État digne de cette défense historique des droits humains et du droit international.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, u benoemde de uithongering als oorlogsmisdaad. U stelde dat het een morele en wettelijke uitdaging is om te handelen. Dat kon ik volgen.

Dan verwees u naar de invloed van België, die beperkt zou zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ik meen dat het aan staten, ook aan Europese staten, is om een pioniersrol op te nemen en om de eerste signalen te geven, zoals Ierland en Spanje al aan het doen zijn. Ik meen dat het belangrijk is om verdere stappen te ondernemen en niet altijd te wachten op een Europees compromis.

U hebt eigenlijk toegegeven wat het probleem is, namelijk dat uw handen gebonden zijn door de regering. Binnen de meerderheidspartijen – en dan kan ik gokken dat het ongetwijfeld om de N-VA en de MR gaat – is er onvoldoende bereidwilligheid om die stappen effectief te ondernemen. Het is wel echt cruciaal dat die stappen ondernomen worden. Al 600 dagen stromen de gruwelbeelden binnen. De genocide blijft doorgaan. De verontwaardiging groeit maar de actie van de internationale gemeenschap, van de regeringsleiders, is nog altijd veel te weinig.

Als ik op straat hoor roepen "boycot Israël", dan meen ik dat het echt hoog tijd is dat dit effectief gebeurt. Dan kunnen wij zelf stappen zetten. Laten we die dappere Belgen zijn die als een van de eersten in Europa hun voet zetten om ervoor te zorgen dat die genocide stopt en dat de druk wordt opgevoerd. Ik meen dat het cruciaal is dat daar meer werk van gemaakt wordt.

Laat ik even ingaan op de EU-raad over nabuurschap, waarover u zei dat we de dialoog moeten aanhouden. Dat klopt, maar als de Europese vertegenwoordiger daar al aanhaalt dat er niet mag worden gesproken over Gaza, word ik ongerust. Daar gaat het immers vooral over meer samenwerking. Dat is net het tegenovergestelde van wat we moeten doen.

Ik hoop dat de kwestie van Gaza wel op tafel gelegd wordt en dat er vooral niet over verdere samenwerking met Israël gesproken wordt. Want dat is wat past bij "boycot Israël" en wat we nodig hebben, zodat er effectief stappen ondernomen worden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, zo goed als alles wat u en de meeste parlementsleden hier hebben gezegd, betreft Pallywoodleugens.

Naji Abdul Aziz is directeur van een UNRWA-school in Gaza en tegelijk lid van een Hamaseenheid die explosieven vervaardigt om onschuldige mensen op te blazen. Hij is slechts een van de 1.400 UNRWA-medewerkers die tegelijk moslimterrorist zijn.

België heeft dus reeds tientallen miljoenen euro bijgedragen aan Hamas en vandaag bevestigt u dat ook de huidige regering zal doorgaan met die bijdragen aan Hamas, dat nota bene schiet op behoeftige Gazanen en voortdurend voedsel steelt om jihadterreur te financieren.

De conclusie is dat de regering-De Wever belastinggeld van de hardwerkende burger gebruikt om het dodelijke islamitische terrorisme van Hamas te financieren. Dat is een grove schande.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous souhaite bon courage après les propos que nous venons d'entendre.

Je suis d'accord avec vous quand vous parlez de génocide, de crimes de guerre et de crimes contre l'humanité et quand vous dites qu'il est nécessaire d'imposer des sanctions économiques et d'investiguer pour fixer des sanctions judiciaires à l'égard des responsables de ces faits. Par contre, je ne vous suis plus dans votre logique personnelle souvent développée et je me demande quelle est encore votre place dans ce gouvernement. Je pense que vous y faites un travail assez remarquable. Il est bien dommage que la coalition d'aujourd'hui ne soit pas celle d'hier dans laquelle vous auriez eu légitimement votre place. Si la coalition était très largement différente, nous aurions déjà pu avancer très durablement sur de nombreux points que vous défendez actuellement. En effet, vous êtes bloqué par le MR et la N-VA. Pour adopter des positions humanistes au sens large comme vous le faites, vous devez passer des deals , ce qui est une honte pour ce gouvernement. Néanmoins, je salue votre action.

Ensuite, la première négociation à mon sens doit nous permettre d'aboutir à un cessez-le-feu. Les responsables de l'UNICEF auditionnés nous ont dit que 600 camions par jour entraient pendant le court cessez-le-feu. Ils ont qualifié ce convoi de minimum minimorum . Il faut absolument œuvrer pour un monitoring robuste de l'aide humanitaire avec les Nations Unies car 95 à 98 % de celle-ci va essentiellement aux familles et aux enfants. En outre, il faut évacuer au maximum les enfants malades et gravement blessés.

Pour finir, je pense que de nombreuses fake news circulent. Selon l'UNICEF, il n'y a aucune preuve que l'aide humanitaire soit dérobée par le Hamas.

Kathleen Depoorter:

Collega, Vivaldi en duurzaam overeenkomen… Ofwel is het mij de voorbije legislatuur volledig ontgaan, ofwel bestond het niet.

Het antwoord van de minister was echter heel belangrijk. Ik dank u daarvoor, mijnheer de minister. U geeft duidelijk aan dat deze regering wel iets doet. Deze regering neemt stappen en is sterker wanneer ze samenwerkt met Europa om te bekijken wat de stem is die we moeten hebben in deze crisis.

Wij hebben uiteraard alle empathie met de betogers die zondag hier in Brussel aanwezig waren. Het is echter absoluut belangrijk dat we hen duidelijk maken dat men pas stappen neemt aan de onderhandelingstafel door te reageren. Het onderzoek dat in Europa al is verricht, moet worden afgerond, waarna conclusies kunnen worden getrokken.

Dat is precies wat ook in onze resolutie stond. Wij willen op korte termijn zowel een staakt-het-vuren als de vrijlating van de gijzelaars, maar ook veilige humanitaire hulp verzekeren. Mijnheer de minister, het kan immers inderdaad niet dat men wordt beschoten wanneer men voedsel gaat halen, om het even van waar de wapens komen. Zijn eigen volk beschieten, doet men niet. Zijn eigen volk als menselijk schild gebruiken voor bommen, ook dat doet men niet. Illegale kolonies verderzetten en uitbreiden, ook dat doet men echter niet. U hebt het zelf aangehaald, ook daarvoor zult u op tafel kloppen in Europa en ervoor zorgen dat deze maatregelen vorm krijgen.

Het is belangrijk eveneens aan te geven dat België de nieuwe resolutie in de Verenigde Naties heeft gesteund. Hoewel er een veto was van de Verenigde Staten, is onze stem daar wel degelijk verheven. Wij blijven achter de waarden staan die we altijd hebben verdedigd: de waarden van mensenrechten, diplomatie en humanitair recht.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses détaillées.

Si je reconnais votre volontarisme en la matière, je ne peux que déplorer que vous ayez ces partenaires de gouvernement. Un argument de plus que vous pourriez utiliser pour les convaincre est que, ce week-end, nous étions plus de 100 000 personnes dans les rues à défiler pour réclamer des sanctions et la fin du génocide. Tous les soirs, des centaines et des milliers de personnes se réunissent à 19 h à la Bourse, à Bruxelles, demandant, elles aussi, des sanctions et la fin du génocide.

Pour les amateurs de chiffres, un sondage réalisé par Le Soir /Ipsos, apolitique et non militant, montre que sept Belges sur dix soutiennent l'adoption contre Israël des mêmes sanctions que celles prises contre la Russie. Il ne s'agit pas de gauchistes, mais de sept Belges sur dix, dans toutes les Régions, dans les électorats de tous les partis.

Et, pour convaincre les collègues du MR – je ne parle pas de la collègue qui a eu l'audace d'être un peu plus courageuse que ses camarades –, sachez que 54 % des électeurs du MR veulent des sanctions. Une majorité de Belges demandent et réclament un positionnement fort et, au-delà de cela, des actes concrets, c'est-à-dire des sanctions, la fin du génocide et une intervention pour casser ce blocus qui devient totalement insupportable.

Nous comptons sur vous, monsieur le ministre, pour continuer à porter la voix de la Belgique et qu'elle continue à être parmi les bons élèves au niveau européen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik deel uw frustratie, verontwaardiging en woede. Ik hoor u op de radio en ik zou hetzelfde zeggen als u, indien ik daar zou zitten. Ik kan daar niets aan toevoegen. Ik volg u volledig, maar de frustratie blijft, want er zijn nog steeds geen sancties tegen Israël.

Ik blijf dan ook bij mijn vraag over dat vernietigende EU-rapport. Een EU-rapport dat zelf spreekt van oorlogsmisdaden, van het uithongeren van een volk, het bombarderen van ziekenhuizen, van mensen die voedselbedeling nodig hebben. Hoeveel onderzoeken zijn er nog nodig? Ik denk dat we er genoeg hebben. U denkt dat ook, ik weet het, ik deel uw frustratie.

U zei dat u superman zou willen zijn. U bént het een beetje, maar misschien moet u het nog meer zijn. Blijf op uw lijn en pleit op 23 juni hard voor die sancties tegen Israël. Iedereen is het erover eens, u hebt het ook nog eens gezegd, daar vindt een vreselijke genocide plaats, met elke dag nieuwe doden en het enige dat uitblijft, is niet onze verontwaardiging, maar die sancties. Dat is misschien ook het enige wat een beetje soelaas kan bieden.

Mijnheer de minister, ik twijfel niet aan u. Ik zit op uw lijn. We zitten binnen de regering op die lijn, want we hebben die resolutie. Als u op 23 juni verder kunt gaan, dan moet u niet twijfelen om sancties te bepleiten. U hebt die resolutie achter u, u hebt ons achter u, u hebt de regering achter u. U spreekt daar namens de regering. Ga ervoor op 23 juni. Zorg dat u partners vindt om dat Associatieakkoord onmiddellijk stop te zetten en dat er eindelijk sancties komen tegen Israël en tegen de genocide die Netanyahu daar aan het plegen is.

Ik wens u veel moed toe. U kunt op veel steun blijven rekenen. Vergeet dat nooit als het even lastig wordt.

Ayse Yigit:

Mijnheer de minister, er is een voortdurende, gruwelijke genocide aan de gang in Gaza. De Belgische bevolking vraagt om sancties en een militair embargo tegen Israël. Mijn collega Aerts vertelde het ook al. Er zijn wel degelijk maatregelen die wij kunnen nemen, zoals Ierland ons heeft voorgedaan. Men vraagt u ook niet om een militair embargo op te leggen in Rotterdam, maar hier in België.

Verder wil ik u eraan herinneren dat artikel 2 van het Associatieverdrag zowel de Europese Unie als Israël verplicht om de mensenrechten te respecteren. Israël schendt dit artikel op flagrante wijze. Het in stand houden van dit Associatieverdrag komt neer op het normaliseren van oorlogsmisdaden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik dank u voor uw zeer duidelijke en voluntaristische antwoord. U wilt stappen zetten. U bent zeer vocaal en dat is goed. Wij moeten onze stem laten horen. Alleen vrees ik dat uw stem nog iets te vaak ten persoonlijken titel is en niet namens de regering. Die stap moet stilaan echt wel gezet worden.

Er werd in dit Parlement een resolutie goedgekeurd, die niet ver genoeg gaat, maar die wel een stap in de goede richting is. Deze kreeg een meerderheid en ook ik heb die gesteund. Die resolutie is een oproep aan de regering en het Parlement vraagt om deze resolutie uit te voeren. U kunt die gebruiken om verdere stappen te zetten.

Ik waardeer uw standpunt, ik waardeer uw duidelijkheid en ik denk dat u maandag op de Europese Raad op de juiste lijn zult zitten. Ik hoop alleen dat u ook een mandaat van uw regering hebt om die boodschappen in de verf te zetten en om door te duwen. Ik vrees immers dat dit momenteel nog steeds niet het geval is.

Met betrekking tot de sancties tegen kolonisten, het is een goede zaak dat we daar op dezelfde lijn zitten. U zegt dat dit wordt geblokkeerd door één lidstaat, Hongarije in dit geval. Dat is nog maar eens een reden dat van die unanimiteitsregel op Europees niveau moet worden afgestapt en om te evolueren naar een systeem met gekwalificeerde meerderheid. Dat kunnen we hier vandaag niet oplossen, maar het zou er zeker toe bijdragen dat de Europese Unie in de toekomst sneller, beter en efficiënter de tanden kan laten zien. En dat zal de komende jaren alleen maar meer nodig zijn.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Même si vous n'avez pas répondu à toutes mes questions, je ne vous en veux pas. Elles étaient plus spontanées et pas prévues. Je vous remercie pour vos considérations. En effet, je le dis sincèrement, j'en attends beaucoup de cette Conférence. Celle-ci ne peut pas et ne doit pas être reportée ad vitam aeternam , puisque la seule solution, c'est une solution à deux États. Monsieur le ministre, je sais que vous en êtes vous-même intimement convaincu. Cette Conférence des Nations Unies peut réellement ouvrir de nouvelles perspectives à ce sujet, même au-delà de la symbolique. En ces temps troubles, je crois qu'on a plus que jamais besoin d'espoir; attendre et reporter systématiquement ne ferait rien d'autre qu'empirer une situation qui est déjà catastrophique. Outre l'urgence humanitaire, il y a aussi urgence pour trouver une solution politique.

De escalatie van het conflict tussen Israël en Iran
De aanval van Israël op Iran en de stabiliteit in het Midden-Oosten
De Israëlische aanvallen op Iran
De militaire escalatie tussen Israël en Iran
De escalatie van het conflict tussen Israël en Iran
De aanval van Israël op Iran
De sluiting van de Israëlische ambassades na de interventie in Iran
Het conflict tussen Iran en Israël
De Israëlische illegale oorlogsdaad tegen Iran
Het escalerende conflict tussen Israël en Iran in het Midden-Oosten

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Israëls grootschalige luchtaanval op Iran (13 juni 2025), die nucleaire en militaire doelen trof, met risico op regionale escalatie en wereldwijde gevolgen. België benadrukt diplomatie, non-proliferatie en bescherming van burgers, maar vermijdt partij kiezen; kritiek varieert van veroordeling van Israël (illegale agressie, schending internationaal recht) tot steun voor zijn "preventieve zelfverdediging" tegen Iraans nucleair gevaar. Energiemarkten, veiligheid Belgische diplomaten/burgers en de rol van de EU/VN staan centraal, met oproepen tot de-escalatie en hernieuwde onderhandelingen. De-escalatie en multilaterale oplossingen worden als enige uitweg gezien, maar scepticisme over Iraanse intenties en westerse dubbelstandaarden blijft groot.

Kjell Vander Elst:

Tijdens de nacht van 13 juni heeft Israël een grootschalige luchtaanval uitgevoerd op doelwitten in Iran. Ik zal de laatste zijn om het Iraanse regime te steunen, dat doe ik absoluut niet, het is een verwerpelijk regime, maar het zorgt er wel opnieuw voor dat het Midden-Oosten met een bijkomend conflict wordt geconfronteerd.

De gewelddadige activiteiten nemen toe. Dat zou ertoe kunnen leiden dat de volledige veiligheidssituatie, zowel in het Midden-Oosten als elders in de wereld, opnieuw onder druk komt te staan. We hebben daarnet een discussie gevoerd over de NAVO-norm, over het beveiligen van ons land en van ons continent. Dergelijke conflicten zijn daarbij allesbehalve behulpzaam.

Ik neem geen positie in aan de kant van Israël of Iran. Ik wil ook niet ingaan op de vraag wie de eerste stap heeft gezet. Ik denk dat we daar weinig mee opschieten. Ik wil vooral vragen stellen over de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten en de eventuele gevolgen daarvan voor de veiligheid in Europa en in ons land.

Mijnheer de minister, wat is de laatste stand van zaken in het escalerende conflict? Wat is de impact van deze aanval op de onderhandelingen tussen Iran en de Verenigde Staten? Worden Belgische burgers, bedrijven en diplomatieke posten in de regio bijkomend beschermd? Op welk moment zal tot een evacuatie worden overgegaan? Wordt die op dit moment al voorbereid? We hebben allemaal kunnen vaststellen dat ook de president van de Verenigde Staten de G7-top vroegtijdig heeft verlaten. Meer en meer stemmen gaan op dat dit te maken heeft met het conflict tussen Iran en Israël.

Er wordt bovendien steeds meer militair materieel van de Verenigde Staten naar het Midden-Oosten gestuurd. Hoe beoordeelt u dat?

Tinne Van der Straeten:

Ik sluit mij aan bij de inleiding van collega Vander Elst wat betreft het algemene schetsen van de beide regimes. We moeten niet vervallen in een opbod tussen het ene en het andere, maar het debat moet gaan over de stabiliteit van en de veiligheidssituatie in de regio en de impact daarvan op de bredere wereld. Die aanvallen, die nog steeds doorgaan, situeren zich in een context van toenemende spanningen in de regio, ook met de VS, die onvoorspelbaar zijn en zelfs een ontwrichtend beleid voeren. De huidige aanvallen en de escalatie in de regio zullen dus een grotere impact hebben wereldwijd.

Mijnheer de minister, mijn dochter van veertien heeft mij ondertussen al drie keer gevraagd of er een derde wereldoorlog komt. De gebeurtenissen in Rusland, Israël en nu ook Iran, tonen aan dat de tektonische platen al sinds 2022 in beweging zijn. Daarom zou ik willen weten over welke informatie we vandaag beschikken en hoe we op de toekomst zullen anticiperen.

Weten we of deze aanval unilateraal was of niet? Blijkbaar werden zowel Duitsland als de Verenigde Staten verwittigd. Was er een actieve, dan wel passieve betrokkenheid van de VS? Hoe zal ons land zich in Europese context positioneren? Welke houding zal de regering innemen binnen de Europese Unie? Hoe kunnen we toewerken naar meer stabiliteit in de regio? Wat zijn de meest urgente stappen op korte termijn? Wat is de aanpak op middellange en lange termijn? Welke rol kan de EU daarin spelen?

Is er de link met het nucleaire programma van Iran, dat teruggaat tot 2015, het JCPOA. De Verenigde Staten zijn daaruit gestapt. Er wordt nu gesproken over bilaterale akkoorden. Kunnen bilaterale akkoorden wel de veiligheid bieden die we zoeken op het vlak van non-proliferatie van kernwapens?

Wat is de verwachte impact op het vlak van energie, specifiek op het vlak van olie? Wat zijn de gevolgen voor zowel de prijs als de bevoorrading?

Voorzitter:

Chers collègues, je vous remercie d’essayer de respecter le temps de parole car la séance est très longue aujourd’hui.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, alors que la communauté internationale s’efforce de relancer une cycle de négociations sur le programme nucléaire iranien, le Moyen-Orient vient de basculer dans une nouvelle spirale de violence, avec une série de frappes israéliennes contre des installations militaires et nucléaires iraniennes. Ces frappes ont fait à ce jour de nombreuses victimes, parmi lesquelles de hauts responsables militaires iraniens et des membres du corps des gardiens de la révolution islamique. De nombreuses sommités travaillant sur le programme nucléaire ont été également ciblées mais on dénombre aussi de nombreuses victimes civiles.

Ces frappes ont été présentées par le gouvernement israélien comme une opération préventive, défensive et stratégique. Cette attaque intervient dans un contexte déjà extrêmement tendu, où le risque d’un embrasement régional est réel. L’Iran a promis de riposter et s’y attèle depuis ce week-end, avec encore, hélas, des victimes civiles en Israël cette fois. Le cours du pétrole s’envole, les États-Unis réduisent leur présence diplomatique en Irak, les Nations Unies appellent à une retenue maximale.

Monsieur le ministre, alors que notre pays défend une diplomatie fondée sur le respect du droit international, sur la non-prolifération nucléaire et sur la désescalade des tensions, pouvez-vous nous indiquer la position de la Belgique sur ces frappes? Comment comptez-vous faire entendre, au sein des enceintes diplomatiques, la voix d’une Europe qui appelle au retour des discussions, à la maîtrise des armements et à la protection des populations civiles?

Plus que jamais la stabilité de la Région passe par la relance du dialogue et non par l’escalade militaire. La Belgique fera-t-elle entendre ce message de fermeté diplomatique et d’humanité?

De manière plus concrète, pouvez-vous nous donner des informations sur les Belges actuellement présents en Iran et en Israël? Que savez-vous de leur situation? Ont-ils pu se mettre en sécurité?

Enfin, qu’en est-il de nos ambassades dans les deux pays? Qu’en est-il également de l’ambassade israélienne en Belgique? Fait-elle partie des celles que le pays compte fermer provisoirement par mesure de sécurité?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, permettez-moi tout d’abord d’affirmer que le régime iranien actuel est un régime méprisable, qui bafoue les droits humains et qui doit donc être condamné fermement.

Cependant, nous assistons une fois de plus à des frappes revendiquées par Israël, présentées comme des actions préventives contre le risque nucléaire iranien. Les réactions internationales se multiplient. Je comprends pourquoi puisque la légitime défense préventive n’a jamais été consacrée ni dans la jurisprudence internationale ni dans les pratiques internationales.

Il faut condamner fermement la violation de l’interdiction d’attaquer des sites nucléaires, telle qu’énoncée à l’article 56 des Protocoles additionnels aux Conventions de Genève. Sans quoi, nous normalisons un monde dans lequel il serait autorisé de s'en prendre aux sites nucléaires, avec des conséquences potentiellement apocalyptiques. Quid du conflit entre l’Inde et le Pakistan? Quid , plus près de nous, de celui entre l’Ukraine et la Russie?

Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner face à cette déclaration de guerre d’Israël? Des ressortissants belges sont-ils présents dans la région? L'avis de voyage va-t-il être modifié? Quand la Belgique va-t-elle enfin se positionner pour empêcher Israël de semer la terreur dans la région? Quand des sanctions seront-elles enfin prises, tant au niveau européen qu’au niveau national?

Par ailleurs, je souhaiterais vous interroger sur les répercussions en matière d’approvisionnement énergétique et sur les coûts que cette situation pourrait engendrer pour nos entreprises et pour notre population. Qu’en est-il des risques de résurgence d’attentats terroristes en Union européenne et en Belgique en particulier? Nous savons en effet que certaines cellules dormantes pourraient être activées par l’Iran sur notre territoire.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, het zijn belangrijke dagen, niet alleen voor Iran, de Iraniërs of de toekomst van ayatollahs, maar ook voor het Westen. Wat willen wij, Europeanen, westerlingen voor de toekomst? W, Europeanen willen. Wat zal onze belangen dienen? Wij willen goed doen voor de wereld, maar ook voor Europa en zelfs voor de generaties na ons. Welke weg we kiezen, bepaalt inderdaad onze toekomst.

Historisch gezien ligt er nu een unieke kans. Een dergelijke gelegenheid zal zich niet vaak herhalen. Sommigen werpen op dat de acties van Israël ingaan tegen de internationale afspraken en regels. Maar wat denkt u dat zo'n monster zal doen met een nucleair wapen? Het zal ons aanvallen. U zult opwerpen dat het niet tegen ons zal worden gebruikt. Tegen wie dan wel? Als kind moest ik op school elke ochtend op uw vlag stappen. Als kind moest ik u laten zien hoe hard wij u haten. U vindt misschien dat ik overdrijf? Neen, dat is namelijk niet het verhaal van mij alleen, maar het verhaal van miljoenen Iraniërs, die dat nog altijd moeten doen. Verdiep u zich maar in de geschiedenis van Iran en u zult dat vaker zien.

Iraniërs vragen het Westen niet om hen te helpen door Israël te veroordelen. Ze willen een andere vorm van hulp, een die ertoe leidt dat het regime zo zwak wordt dat zij het een laatste slag kunnen toebrengen en het regime faalt.

Voorzitter:

Mevrouw Safai, gelieve af te ronden.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, hopelijk kunt u mij als een bron van veel informatie een minuut spreektijd extra toestaan. Ik rond af.

De toekomst van het Westen wordt nu bepaald. Wat bedoelen de westerse landen met diplomatie, dialoog en de-escalatie? Willen zij het probleem alleen maar voor zich uitschuiven? Dan wordt het alleen maar groter en geven we het regime zuurstof om een groter monster te worden.

Of wil men het probleem voor eens en voor altijd oplossen? U praat over diplomatie en dialoog. Ook voor mij behoren diplomatie en dialoog bij de beste karakteristieken van de westerse democratie, maar heeft dat 46 jaar gewerkt of niet? Als dat niet gewerkt heeft, hoe zult u dan nu vermijden dat het regime nucleaire wapens in handen krijgt?

Voorzitter:

Madame Safai, merci de veiller au respect du temps de parole. Vous étiez à près de quatre minutes au lieu de deux!

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, sinds 13 juni 2025 is de situatie in het Midden-Oosten drastisch geëscaleerd. Israël voert een grootschalige luchtaanval uit op de nucleaire en militaire installaties van Iran en Iran heeft ondertussen massale raket- en droneaanvallen als reactie gegeven. Dat heeft geleid tot honderden doden tot nu toe, wijdverspreide paniek in Teheran en aanzienlijke schade in Israëlische steden zoals Tel Aviv en Haifa.

De diplomatie in de regio moet, zoals de vorige spreekster aangaf, zo snel mogelijk worden hersteld. Dat staat buiten kijf, want elk slachtoffer dat valt, is er een te veel.

Ten eerste, wat is de positie van België over de aanval? Hebt u contact gehad met uw collega-ministers van Buitenlandse Zaken over een gecoördineerd Europees of internationaal antwoord? Wat is de rol van de Verenigde Naties?

Ten tweede, welke maatregelen overweegt u ter bescherming van Belgische burgers en diplomatieke posten in de regio?

Ten derde, in het statement van de G7, waarin de Europese Unie ons vertegenwoordigt, wordt het volgende gesteld. Ik citeer: "Israël heeft het recht op zelfverdediging en Iran is de kernbron van de regionale instabiliteit." Is dat naar uw mening een faire uitspraak? Hoe is die stellingname te rijmen met het feit dat Israël de aanvallen is begonnen?

Ten vierde, hoe kijkt u naar de bewering van Israël dat het om zelfverdediging gaat?

Ten vijfde, hoe zorgt u ervoor dat Israël daardoor de aandacht niet afleidt van de gruwel in Gaza vandaag?

Kathleen Depoorter:

Mensenrechten, vrouwenrechten en democratie staan al jaren onder druk in het theocratische, autoritaire en islamitische Iran. Met dat statement veroordeelden regeringspartijen, daarin door ons bijgetreden, de gijzeldiplomatie en vroegen wij Europa om de IRGC te blacklisten. Daarover werden er ook afspraken gemaakt.

Op 13 juni voerde Israël een aanval uit, daarbij de nucleaire installaties viserend. Uiteraard is elk slachtoffer er een te veel. Mijnheer de minister, dit is het moment om samen met Europese collega’s een standpunt in te nemen, een standpunt voor vrede, voor mensenrechten, voor vrouwenrechten en voor de toekomst.

Ik had graag van u vernomen welk standpunt u zult verdedigen. Welke visie zal België in de vergadering met de Europese ministers van Buitenlandse Zaken op tafel leggen? Welke houding zult u aannemen?

Naar verluidt heeft Israël een oproep gedaan om de ambassades wereldwijd te sluiten. Ik had graag van u vernomen of ook onze ambassade gesloten is of zal worden? Zijn er ondertussen nog goede diplomatieke contacten tussen ons land en Israël en hoe wordt daar desgevallend mee omgegaan? Worden de functies van de ambassade nu geheel of gedeeltelijk overgenomen door de consulaire posten? Is er een verantwoording gegeven?

Tot slot, mijnheer de minister, welke rol ziet u voor de VN en welk standpunt zult u daar innemen?

Ayse Yigit:

Mijnheer de minister, Israël heeft zopas een daad van uitzonderlijke ernst gepleegd, een directe aanval op Iran. De aanval, die zowel civiele als militaire doelwitten trof, is een flagrante schending van het Handvest van de Verenigde Naties en van het internationaal recht. Professor Dimitri Van Den Meerssche onderstreepte het op de VRT: het gaat om illegale agressie en niet om een defensieve daad.

Onder de slachtoffers bevinden zich wetenschappers, gezinnen, kinderen. Hun lichamen liggen onder het puin. De beelden gaan de wereld rond. De operatie was geen reactie, maar een vooraf geplande unilaterale aanval, uitgevoerd met de steun van de Verenigde Staten. Ze past in een bredere strategie van regionale dominantie, waarbij de agressor zich presenteert als slachtoffer, terwijl hij de spanningen in het Midden-Oosten op de spits drijft.

Mijnheer de minister, het internationaal recht verandert niet afhankelijk van wie het overtreedt. Veroordeelt de Belgische regering de Israëlische aanval op Iran?

Bent u het eens met Dimitri Van Den Meerssche dat de aanval van Israël illegale agressie is?

Zult u sancties eisen tegen Israël en elke militaire en economische samenwerking en veiligheidssamenwerking met dat land stopzetten, zolang het openlijk het internationaal recht schendt en conflicten in de regio aanwakkert?

Israël is een van de drie landen wereldwijd die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend. Het is de enige kernmacht in de regio. Vindt u dat Israël het non-proliferatieverdrag moet ondertekenen?

Voorzitter:

Madame Maouane, il est possible de vous joindre au débat d'actualité. J'ai d'ailleurs une autre demande du Vlaams Belang.

Rajae Maouane:

Merci monsieur le président. Je le dis en préambule, je ne suis absolument pas fan du régime iranien qui ne respecte pas les droits humains. Nous vivons en ce moment une tension et une escalade inquiétantes avec Israël qui a lancé une attaque directe contre l'Iran. Cette attaque est menée en dehors de tout mandat international, en violation flagrante de la Charte des Nations Unies. C'est un acte de guerre, tout simplement.

Les sites visés étaient à la fois militaires et civils. Parmi les victimes, on trouve des scientifiques, des femmes, des hommes, des enfants. Israël justifie cette agression par une stratégie dite préventive. On voit qu'Israël agit ici en dehors de tout droit. Ce pays refuse toujours de ratifier le traité de non-prolifération nucléaire, tout en poursuivant ses frappes régionales et en se plaçant au-dessus de toute règle commune. Pendant ce temps, on voit que l'Europe hésite ou n'est pas extrêmement claire. J'ajoute qu'Israël refuse toute inspection de l'Agence internationale de l'énergie atomique (AIEA), ce qui est un double standard très dangereux parce que cela fragilise l'ensemble des efforts de désescalade dans la région, y compris les négociations sur le programme nucléaire iranien. Pendant ce temps, le risque d'embrasement régional augmente, tout comme la menace sur l'approvisionnement en énergie et sur la stabilité économique mondiale.

Monsieur le ministre, mes questions rejoignent celles de mes collègues. Le gouvernement belge condamne-t-il fermement cette attaque unilatérale d'Israël contre l'Iran? Que savons-nous du rôle des États-Unis dans cette opération? Quelle position la Belgique va-t-elle défendre au niveau européen dans les jours qui viennent? Comment faites-vous l'analyse de ces attaques et comment vous positionnez-vous pour empêcher une escalade ou une guerre régionale totale? Enfin, quelles sont les conséquences diplomatiques, économiques ou militaires que notre pays envisage à l'encontre d'Israël qui viole encore une fois le droit international?

Voorzitter:

Je précise que dans le cadre d'un débat d'actualité, quand vous n'avez pas déposé de question, vous pouvez prendre la parole, soit dans le débat, soit en réplique, une seule fois.

Mijnheer Van Rooy, wenst u nu het woord te nemen? (Nee)

Dan krijgt u het woord tijdens de replieken.

Dans ce cas-là, nous allons vous céder la parole, monsieur le ministre, pour votre réponse. Trente minutes vous seront accordées à cet effet.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, je remercie l'ensemble des collègues pour leurs questions.

Mijnheer Vander Elst, monsieur De Maegd, de manière surprenante, le gouvernement israélien a décidé d'attaquer l'Iran dans la nuit de jeudi à vendredi dernier en présentant ces attaques comme préventives, ainsi que plusieurs d'entre vous l'ont rappelé, et en justifiant de la propre défense d'Israël.

Le premier ministre Netanyahu a déclaré que, ces dernières années, l'Iran avait accumulé assez d'uranium enrichi pour produire neuf bombes nucléaires et que, s'il n'était pas arrêté, ce même pays pourrait produire une bombe "à très brève échéance". Le secrétaire d' État américain Marco Rubio a, lui, qualifié cette initiative israélienne d' "unilatérale" et affirmé que les États-Unis n'étaient pas impliqués. Le ministre iranien des Affaires étrangères estime, pour sa part, que les États-Unis ont été des partenaires dans ces attaques et qu'ils devraient reconnaître une responsabilité, tout en insistant sur le fait que, dans sa riposte, l'Iran n'avait visé qu'Israël, qu'il ne souhaite pas une extension du conflit, que le pays n'a pas quitté la table des négociations et qu'il est prêt à les reprendre. Un sixième round de négociations sur le nucléaire iranien était en effet bel et bien prévu à Oman dimanche dernier, entre les États-Unis et l'Iran. Toutefois, les circonstances ont évidemment conduit à son annulation.

Quant à moi, j'ai immédiatement réagi vendredi, en m'assurant d'abord et avant tout que les Belges dans la région étaient en sécurité et en prenant des nouvelles de mon personnel diplomatique sur place. Heureusement, jusqu'à aujourd'hui, tout le monde se porte bien. Nos avis de voyage pour les pays concernés ont été tout de suite adaptés pour avertir les Belges des derniers événements et les informer de la manière d'y réagir. Dans un premier temps, nos ambassades ont été relativement peu contactées par des compatriotes inquiets. Cependant, soyons honnêtes, le mouvement va à présent crescendo. Nos ambassades gèrent la situation avec calme et professionnalisme. Une évacuation n'est, à ce jour, pas envisagée, mais nous communiquons à ceux qui souhaitent s'en aller les possibilités qui existent. Soyons clairs: nous suivons la situation au jour le jour parce qu'au vu de la tournure des événements, l'absence d'évacuation pour le moment ne signifie pas qu'il ne devrait pas y en avoir demain.

Mevrouw Lambrecht, er waren enkele Belgen aanwezig in Iran, wellicht voor niet-essentiële reizen, ondanks ons reisadvies. Iedereen is veilig. Ik heb toestemming gegeven voor vrijwillig vertrek van de families van onze collega's die in Tel-Aviv en Jeruzalem gestationeerd zijn en wier hardship classification opnieuw is verhoogd, net als voor wie gestationeerd is in Teheran.

Mevrouw Yigit, monsieur Boukili – qui pourra lire le compte rendu –, dès vendredi matin, j’ai exprimé ma profonde inquiétude vis-à-vis des attaques israéliennes, mais aussi des ripostes iraniennes. Il s’agit du pire des scénarios. D’un côté, le risque de toucher des cibles nucléaires; de l’autre de faire des victimes civiles; et cela, alors même que des négociations étaient toujours en cours.

Mevrouw Safai, ik deel uw bezorgdheid, uw woede en uw aanklacht tegen het zeer problematische regime van de Iraanse autoriteiten, een regime dat niet de vriend van België kan zijn, een regime dat geen kernwapens mag bezitten.

Tot heden hebben we geen bewijs dat Iran over kernwapens beschikt. Het land is ook partij bij het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens. Niettemin beschouwde het Internationaal Atoomenergieagentschap in zijn meest recente verslag de snelle accumulatie van hoogverrijkt uranium als zeer zorgwekkend. Het Agentschap betreurde het dat het, bij gebrek aan betere samenwerking van de kant van de Iraanse autoriteiten, niet in staat was om de verzekering te geven dat het nucleaire programma van Iran uitsluitend vreedzaam verliep.

België verzet zich tegen de verrijking van uranium door Iran voor militaire doeleinden. Daarom heeft onze regering, naast de gijzelaarsdiplomatie, de wapenleveringen aan Rusland, de schendingen van de mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, en de destabiliserende activiteiten in de regio, besloten om de druk op het Iraanse regime op te voeren en tegelijkertijd het Iraanse volk te steunen. België steunt het opleggen van gerichte sancties tegen Iraanse personen en entiteiten op het niveau van de Europese Unie.

Ik geloof de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken op zijn woord als hij zegt dat Iran de vijandelijkheden zal staken als Israël hetzelfde doet en dat Iran bereid is om terug te keren naar een diplomatieke oplossing door aanvaardbare voorstellen te formuleren. Ik geloof president Trump ook op zijn woord wanneer hij oproept om een einde te maken aan de dood en vernieling en Iran aanspoort om een deal te sluiten. Ik blijf geloven dat de onderhandelingstafel een veel betere optie is dan het slagveld.

Monsieur Lacroix, nonobstant le fait qu'on a toutes les raisons de pouvoir régulièrement douter des annonces qui sont faites par les ministres iraniens, pour revenir à la question connexe que vous avez évoquée, à savoir celle de la conférence à New York, il est clair que la France et l'Arabie saoudite n'ont pas annoncé l'annulation, mais le report de la conférence prévue cette semaine sur la solution à deux États; et ce, officiellement, pour des raisons, je cite, "logistiques et sécuritaires".

Je comptais effectivement m'y rendre, et dès que la nouvelle date sera connue, je compte bien confirmer à nouveau ma participation active. Je l'ai dit et je le répète, la Belgique s'inscrira dans l'initiative franco-saoudienne à la lumière des considérations déjà partagées.

En attendant, il ne faut pas non plus que cela détourne notre attention du drame humain qui continue de se jouer à Gaza. Israël ne permet toujours pas un véritable accès humanitaire aux populations civiles et continue de tuer des Palestiniens. Le Hamas n'a toujours pas libéré les otages. C'est un scandale, et je continue d'engager la Belgique avec l'Union européenne pour un cessez-le-feu et une solution à long terme, comme nous venons d'en débattre.

Mevrouw Depoorter, ik heb inderdaad in de pers gelezen dat er sprake is van de sluiting van Israëlische ambassades over de hele wereld. Wat de Israëlische ambassade in België betreft, wij zijn niet op de hoogte gebracht van een dergelijke beslissing.

Mevrouw Van der Straeten, mijnheer Lacroix, het nieuws over de Israëlische aanvallen op Iran heeft gevolgen gehad voor de prijs van olie en gas, die gestegen is. De Straat van Hormuz is een wereldwijd energieknelpunt: 20 % van de olie en het lng passeert daar immers. Voor België zijn verstoringen dus mogelijk, zeker als gas- en havenhub. Ook daarom moeten we een escalatie van het conflict en de uitbreiding ervan naar andere landen in de regio voorkomen.

De situatie onderstreept bovendien het belang van diversificatie van de invoerbronnen en van ondersteuning van de Europese inspanningen om de zeeroutes veilig te stellen. We hebben er gisteren tijdens de vergadering van de raad van Bestuur van het Internationaal Atoomenergieagentschap ook aan herinnerd dat nucleaire installaties nooit mogen worden aangevallen, aangezien dergelijke aanvallen ernstige gevolgen kunnen hebben voor de nucleaire veiligheid, beveiliging en waarborgen.

Dat waren, mijnheer de voorzitter, de verschillende elementen van informatie die ik wilde meegeven.

Voorzitter:

Merci, monsieur le ministre. Je cède la parole à M. Vander Elst pour sa réplique de deux minutes.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Informatie en communicatie zijn bijzonder belangrijk wanneer zich een dergelijk conflict voordoet. Het is goed dat de ambassade, in samenwerking met de FOD Buitenlandse Zaken, in zeer nauw contact staat met de Belgen ter plaatse, zodat we hen kunnen ondersteunen of helpen, mocht dat nodig blijken.

U gaf daarnet aan dat u de Iraanse minister op zijn woord gelooft. Geloven in het goede van de mens is goed, maar we moeten daar in dit geval toch voorzichtig mee zijn. We mogen niet naïef zijn, want het Iraanse regime is niet zomaar een regime dat we meteen op zijn woord moeten geloven. Laten we zeer waakzaam blijven.

Het is vanop afstand, vanuit België, heel gemakkelijk om kant te kiezen in een internationaal conflict. Het is echter veel moeilijker om vanop afstand naar een oplossing te zoeken. Onze positie daarin is niet eenvoudig. We moeten dat, samen met de Europese Unie, zeer nauwlettend opvolgen. Samen met u hopen we zo snel mogelijk tot een diplomatieke oplossing te komen, want elk slachtoffer in een conflict is er een te veel. We zullen dat conflict vanuit de commissie zeker van nabij blijven opvolgen.

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw verduidelijking. Ik heb twee opmerkingen.

Ten eerste, wat betreft olie en gas, moet er inderdaad diversificatie zijn, maar er moet ook voor worden gezorgd dat we, in dit geval, minder olie nodig hebben. We weten waar de oliereserves zich bevinden, namelijk in Rusland, Iran en de Verenigde Arabische Emiraten. Geen van die drie zijn democratieën. In twee van de drie is er oorlog en, zoals u weet, want u bent er geweest, zijn de Verenigde Arabische Emiraten friends to all and enemies to nobody . Het is zeker een land waarmee we een goede relatie moeten opbouwen, maar het blijft wel een autocratisch regime.

Grondstoffen en energie kunnen enorm ontwrichtend werken en onveiligheid in de hand werken. We hebben dat gezien met de oorlog in Oekraïne. Op korte termijn is diversificatie en zeeroutes veiligstellen inderdaad goed. Op middellange termijn moeten we ervoor zorgen dat we ze gewoonweg niet of minder nodig hebben en dat we energie kunnen gebruiken die we zelf produceren of die we van andere delen van de wereld kunnen laten komen.

Ten tweede, wat betreft het atoomprogramma, de atoomonderhandelingen lijken nu helemaal gedelegeerd te worden en een onderonsje tussen Iran en Trump, tussen Iran en de Verenigde Staten te worden. Dat zat er al aan te komen, ook voor deze aanvallen. Het multilateralisme in de schoot van het IAEA lijkt op dat vlak wel opgegeven te zijn. Dat kan geen goede zaak zijn voor de veiligheid van de wereld, zeker als het gaat over non-proliferatie. Hoe die onderhandelingen evolueren moet worden opgevolgd, maar volgens mij is het ook belangrijk dat dat breder gaat dan een louter bilateraal akkoord. Anders wordt onze wereldwijde veiligheid straks geregeld via bilaterale akkoorden in plaats van via multilaterale akkoorden. U had het in uw beleidsnota toch vaak, en terecht, over multilateralisme, mijnheer de minister.

Michel De Maegd:

Chers collègues, je me permets de répliquer à mon tour.

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse, que je qualifierais d'équilibrée. L'essentiel reste, je pense, notre attachement indéfectible au droit international bien sûr, mais au-delà, à la sécurité collective et à la non-prolifération nucléaire. C'est aussi ce qui fait la force de la diplomatie belge, sa constance, son attachement aux principes, même dans la tourmente.

Mais permettez-moi tout de même d'ajouter une inquiétude. Le Moyen-Orient n'est pas une région comme les autres. C'est un théâtre de tensions anciennes et profondes où chaque geste peut être perçu comme une menace existentielle. Israël est un État démocratique cerné de régimes dont certains continuent d'appeler à sa disparation. L'Iran et son régime obscurantiste qui avilit sa propre population – cela a été rappelé par quelqu'un qui l'a vécu –, soutient des milices hostiles jusque dans son territoire même, poursuit un programme nucléaire clairement opaque et profère régulièrement des menaces explicites d'éradication de l'État d'Israël. Dans ce contexte, il faut reconnaître, sans pour autant justifier, le sentiment d'urgence qui pousse certains États à agir. Une diplomatie crédible ne peut ignorer les peurs réelles. Elle doit entendre les raisons de chacun, même lorsque l'on condamne les moyens qui sont employés.

La Belgique doit rappeler dans les enceintes internationales et sans ambiguïté que la seule sécurité durable passe par la négociation, la transparence et le respect mutuel.

Pour terminer, je rappelle que la sécurité de nos ressortissants et de nos représentations diplomatiques doit, bien sûr, rester aussi une priorité absolue.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour le caractère complet de votre réponse.

Ce qui me choque, c'est d'avoir l'impression que le premier ministre israélien est le Machiavel du XXI e siècle. Voilà des années qu'on annonce que l'Iran va se doter de la bombe nucléaire. On prétend chaque fois que c'est imminent. À nouveau, le premier ministre israélien a considéré que c'était imminent, et a déclenché sa guerre. Il l'a déclenchée 60 jours après le délai qu'avait fixé Donald Trump pour négocier avec l'Iran pour justement obtenir un accord sur le désarmement nucléaire. Le premier ministre israélien avait donc une fenêtre d'opportunité pour déclencher cette "guerre préventive" qui est contraire à tout droit international et au protocole additionnel des conventions de Genève.

Pourquoi? Pour se parer de nouvelles médailles et pour détourner l'attention sur le génocide perpétré à Gaza. Sa justification portant sur les sites nucléaires ne constitue qu'un prétexte. Il veut éradiquer le régime iranien. Je peux le comprendre, ce régime iranien est absolument pervers, antidémocratique, horrible, mais, si on veut arriver à abattre un régime, c'est par la voie diplomatique et la voie démocratique avant tout qu'il faut le faire, pas par des "guerres préventives" et en violant le droit international. En s'attaquant à des sites nucléaires, il déclenche une escalade potentielle que d'autres comme l'Inde, le Pakistan, la Russie, l'Ukraine pourraient utiliser demain. C'est un risque majeur pour l'humanité.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. U zei dat we nog steeds geen bewijs hebben dat ze een kernwapen hebben. Op het moment dat we dat bewijs wel hebben, is het te laat. Dan kunnen we niets meer doen. Trouwens, de heer Grossi zei al dat ze heel ver staan in het verrijken van uranium, ze zijn er dus bijna. Daarvoor hebben we geen bewijs nodig. Het is al zover, want het Internationaal Atoomenergieagentschap zegt het zelf.

Met betrekking tot de stelling dat Iran nu opnieuw bereid is om te onderhandelen, het spijt me, mijnheer de minister, maar het is te laat. Ze vragen dat nu omdat het hele land in brand staat. Ze zullen ons opnieuw voor de gek houden. Laten we ernstig blijven over die onderhandelingen. Ik garandeer het u, ze zullen opnieuw beweren dat hun doelstellingen vreedzaam zijn, maar dat klopt gewoon niet.

Met betrekking tot Trump en de Amerikaanse "diplomatie", Trump heeft een poging gedaan omdat de Amerikanen hem vragen om geen oorlog te beginnen. Dat is terecht, ik geloof ook in diplomatie, maar niet met Iran. Hij heeft geprobeerd zijn achterban duidelijk te maken dat hij er alles aan gedaan heeft. Nu het zover is, laat hij Israël het vuile werk opknappen. En Israël doet dat nu. De rivier van de revolutie van de mensheid vindt de weg. Zo zal Israël zijn doelen realiseren.

Binnenkort, in de nabije toekomst, zal er een seculaire democratie ontstaan in Iran. En dat is positief, voor u, voor de collega’s, voor ons, voor het Westen, voor iedereen. Laten we die mensen steunen, die nog altijd zo dapper zijn. Mijn mama en zus zeggen: laat het maar gebeuren, dit is een oorlog die uitgevochten moet worden, wij zijn sterk, steun ons en dan komt het goed.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, misschien wilt u nog antwoorden, soms doet u dat, omdat ik u vroeg of u akkoord kunt gaan met wat de G7 heeft gezegd. Ik citeer: “Israël heeft het recht op zelfverdediging. Iran is de kernbron van regionale instabiliteit”.

Ik denk niet dat dit te rijmen valt met wat u hier voortdurend tegen ons zegt en met de lijn waarop wij gezamenlijk zitten. Ik zou van u willen horen dat u vindt dat dergelijke uitspraken niet kunnen, zeker niet in onze naam. Het is immers niet alleen Israël dat de aanvallen op Iran is gestart. Ook Iran zaait terreur in de regio en draagt schuld. Ook Trump draagt verantwoordelijkheid. Hij heeft de Irandeal opgeblazen.

We zitten met drie extremen, allemaal overtuigd van hun grote gelijk. Zij denken dat dit conflict zomaar kan worden opgelost. Uitspraken zoals die van de G7 helpen daar niet bij. Ik denk dat het aan ons is, aan de G7 waartoe wij behoren, om het hoofd koel te houden. U kunt daar koelbloedigheid tonen, zoals u dat ook in het Gazadebat doet.

Er is meer dan ooit nood aan dialoog en diplomatie. Dat hebt u zelf gezegd, ook in uw goedgelovige uitspraken over Iran en dergelijke. Ondanks alles wat anderen zeggen, denk ik dat we die weg moeten blijven bewandelen. Meer oorlog is geen optie, want meer oorlog betekent meer doden, duizenden doden, en nog minder toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.

Daarom vraag ik u met aandrang, mijnheer de minister, om u uit te spreken tegen dergelijke statements van de G7 en te kiezen voor dialoog.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het Iraanse regime kan inderdaad de vriend van België niet zijn. In 2024 hebben immers 975 executies plaatsgevonden van politieke tegenstanders van het autoritaire, theocratische, islamitische regime. Ik herhaal het: een recordaantal van 31 vrouwen werd geëxecuteerd als gevolg van hun politieke mening. Het is absoluut noodzakelijk, mijnheer de minister, dat we op onze hoede zijn. Dergelijke mensen op hun woord geloven – ik weet dat u dat niet doet – is gevaarlijk voor de democratie en gevaarlijk voor de mensheid.

Wat moeten we dan wel doen? Samenwerken met Europa, een stem laten horen, ervoor zorgen dat we diplomatiek tot akkoorden komen en dat de nucleaire veiligheid in het Midden-Oosten kan worden gegarandeerd. We moeten pleiten voor democratie voor die 90 miljoen Iraniërs, voor vrijheid, voor mensenrechten, voor vrouwenrechten. En, mevrouw Lambrecht, we moeten het terrorisme in het Midden-Oosten stoppen.

Iran is immers al jaren de financiële hulplijn voor Hezbollah, Hamas en de Houthi's en is op die manier de reden van instabiliteit in het Midden-Oosten. Wij kunnen als Europa zeker onze stem daarin gebruiken. We moeten pleiten voor sancties en zeker voor vrijheid, vrede en vrouwen in Iran. Dank u.

Ayse Yigit:

Geachte minister, Israël valt Iran aan vanwege diens mogelijke productie van kernwapens, terwijl Israël zelf over een nucleair wapenarsenaal beschikt. Professor internationale politiek David Criekemans ziet dit als een voorbeeld van de dubbelzinnigheid en schizofrenie van de internationale politiek. Het Internationaal Atoomenergieagentschap bevestigde bovendien dat Iran nog geen stappen heeft gezet richting de productie van kernwapens, zoals u zelf ook aanhaalde.

Ik hoop dat u, mijnheer de minister, niet meedoet aan deze dubbelzinnigheid in de internationale politiek en sterk de agressie van Israël veroordeelt. Het is namelijk telkens de burgerbevolking die de prijs betaalt van een escalatie. Vandaar hoop ik dat België pleit voor een de-escalatie van dit conflict. Dank u.

Voorzitter:

De collega's Van Rooy en De Smet wensen te reageren in dit actualiteitsdebat.

Sam Van Rooy:

Ik ontving gisteren uit Iran dit bericht: "Er vielen hier de afgelopen dagen minder doden dan tijdens de demonstraties van de beweging Women, Life, Freedom voor Mahsa Amini."

De islamitische staat Iran is een meedogenloos en moorddadig islamitisch regime dat aan de lopende band onschuldige mensen terroriseert, martelt en vermoordt. Vrouwen, homoseksuelen, niet-moslims, ex-moslims, dissidenten, schrijvers, kunstenaars enzovoort, niemand is veilig voor de tirannieke ayatollahs. Daarnaast plant en sponsort Iran wereldwijde jihadterreur via Iraanse satellieten zoals Hezbollah, Hamas en de Houthi’s. Ook op ons grondgebied zijn Iraanse dissidenten niet veilig. Denk aan de fatwa tegen schrijver Salman Rushdie. Een atoomwapen in handen van deze moslimterroristen is dan ook pure waanzin, levensgevaarlijk en dus onaanvaardbaar voor de stabiliteit en de wereldvrede.

Israël bewijst de wereld, en dus ook ons, maar evenzeer de tientallen miljoenen vrijheidslievende Iraniërs, waaronder mijn schoonfamilie, een enorme dienst. Terwijl de moedige helden van het IDF en de Mossad geniaal werk leveren, roepen steeds meer Iraniërs: “Dood aan Khamenei!”.

Nog een bericht dat ik uit Iran ontving de voorbije dagen: “Netanyahu is hier zelfs nog populairder dan in Israël.” Het is dan ook even potsierlijk orwelliaans als schandalig dat Israël, dat in tegenstelling tot Iran een democratie en vrije samenleving is, hier al jaren continu wordt gebasht en in verhouding veel zwaarder wordt aangepakt dan het moorddadige jihadistische shariaregime van Iran, dat ons wil vernietigen en islamiseren.

Mijnheer de minister, parlementsleden, wordt nu eindelijk wakker en kies de juiste kant van de geschiedenis, namelijk die van Israël en niet die van de islamitische jihad.

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci de nous avoir donné votre point de vue. Ce qui est compliqué dans ce débat, c’est qu’on peut tout à la fois n’avoir aucune sympathie pour le régime iranien et conserver quand même une certaine estime pour le respect du droit international.

La république islamique d’Iran est une théocratie qui réprime les femmes, qui réprime toute personne qui pense autrement, qui prend même en otage des ressortissants étrangers. Nous, les Belges, en savons quelque chose.

Si un jour, les Iraniens parviennent à se débarrasser de ce régime, je pense que nous serons à peu près tous heureux ici.

En même temps, il y a moyen de ne pas cautionner qu'on se fasse justice soi-même, en particulier justice préventive. L'attaque menée par Israël est aussi une attaque d'opportunité, pour diverses raisons qui ont été soulignées. Mais attention, l'inquiétude d'Israël est légitime. L'Iran n'est pas juste un État qui veut se doter de l'arme nucléaire. C'est un État qui, dans son régime actuel, déclare régulièrement qu'Israël devrait être rayé de la carte.

Les efforts de la communauté internationale pour faire en sorte que l'Iran se dénucléarise, ou qu'il n'ait en tout cas pas accès à des capacités militaires nucléaires, sont légitimes.

De toute façon, il faudra que la négociation reprenne le pas – même des petits pays comme le nôtre ont des rôles à jouer – parce que de toute manière, certains sites iraniens sont hors d'accès de certaines attaques. Il n'y a rien à faire, on devra en revenir à une forme de négociation.

Je peux juste simplement voir avec vous que nous sommes dans une tendance de plus en plus prégnante, et nous voyons que dans tous les dossiers, le droit international devient une sorte de décorum, et que la loi du plus fort et de celui qui a besoin de protéger le plus vitalement ses intérêts l'emporte.

Je crois que le rôle de notre pays est en effet de tout faire pour que les négociations reprennent et de montrer que le point de vue le plus juste peut aussi l'emporter autour d'une table de négociations.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik zal u geruststellen. Ik zal geen tien minuten nodig hebben.

Op 2 mei 2025 heeft het Duitse Bundesamt für Verfassungsschutz (BfV), zijnde de binnenlandse veiligheidsdienst, de partij Alternative für Deutschland (AfD) officieel aangemerkt als een rechts-extremistische organisatie en dus als strijdig met de grondwettelijke orde. Die classificatie heeft verstrekkende implicaties voor de partij, haar leden en haar rol binnen het democratische bestel.

Door de beslissing krijgen de veiligheidsdiensten onder meer de bevoegdheid om leden te volgen en af te luisteren, bijeenkomsten te monitoren en informanten in te zetten. Dat is de DDR all over again . Bovendien kunnen ambtenaren die lid zijn van de AfD worden geconfronteerd met disciplinaire maatregelen of zelfs ontslag.

Het gaat hier om een partij die bij de laatste federale verkiezingen in Duitsland nog 20,8 % van de stemmen behaalde en daarmee de op een na grootste politieke formatie van het land werd. De beslissing voelt dan ook als een politiek-juridische afrekening. Binnen de gevestigde partijen, zoals de CDU, Die Grünen en Die Linke, gingen immers eerder al stemmen op om de AfD volledig te verbieden. De nieuwe classificatie door het BfV lijkt de discussie in een stroomversnelling te brengen.

Verschillende juristen en grondwetspecialisten hebben intussen hun bezorgdheid geuit over de juridische onderbouwing van het besluit. Zij stellen dat het partijprogramma van de AfD niet noodzakelijk de etnische benadering bevat die het BfV beweert aan te tonen en dat het evenmin een systematische aanval vormt op de democratische rechtsorde.

Opvallend is ook dat het rapport waarop de classificatie zou zijn gebaseerd naar verluidt meer dan duizend pagina’s zou tellen, maar niet openbaar is gemaakt. Daardoor kan de partij zich moeilijk verdedigen tegen de beschuldigingen. Dat bovendien selectieve informatie uit het rapport wordt gelekt naar bepaalde media, roept vragen op over de transparantie en neutraliteit van het proces. Het BfV valt immers onder de directe verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en werd op het moment van de beslissing geleid door SPD-minister Nancy Faeser, die eerder openlijk kritiek uitte op de AfD.

Dit dan ook fundamentele vragen op over de verhouding tussen de politieke besluitvorming en de juridische objectiviteit. Door de classificatie ontstaat bovendien de mogelijkheid om bijvoorbeeld de overheidsfinanciering van de partij stop te zetten of verdere stappen te zetten richting een partijverbod. Dergelijke maatregelen roepen herinneringen op aan repressieve methodes uit de DDR-tijd en doen vermoeden dat politieke motieven een rol spelen.

Los van de steun aan of de afwijzing van het gedachtegoed van de AfD is het essentieel dat democratische principes worden bewaakt. De onderdrukking van oppositiepartijen op basis van geheime dossiers ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat. Vanuit die bezorgdheid is het verdedigbaar dat parlementen, waaronder het federale Parlement, hun stem laten horen tegen deze ontwikkeling.

Erkent de regering dat in een democratische rechtsstaat politieke partijen enkel via vrije verkiezingen met elkaar dienen te concurreren en dat het beperken of zelfs het verbieden van partijen door overheidsingrijpen strijdig is met fundamentele democratische principes?

Hoe beoordeelt de regering de beslissing van de Duitse binnenlandse inlichtingendienst om de partij AfD als een antigrondwettelijke organisatie te classificeren en deelt ze de bezorgdheid dat dat een precedent schept dat de vrije politieke meningsuiting en partijwerking ondermijnt?

Zal de regering de classificatie van de AfD als antigrondwettelijke organisatie door de Duitse overheid aldus veroordelen als een inbreuk op de democratische beginselen?

Is de regering bereid om die bezorgdheden, gelet op het belang van de democratische rechtsorde, officieel over te maken aan de bevoegde instanties binnen de Duitse regering?

Ik dien ook nog een motie van aanbeveling in voor verdere opvolging.

Voorzitter:

Monsieur le ministre, vous avez dix minutes pour votre réponse.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, je n'en aurai pas besoin.

Mevrouw Huybrechts, ik noteer uw bezorgdheid over de ontwikkelingen in buurland Duitsland. Ik denk dat het aan de Duitse overheid is te oordelen wat te doen met dergelijke verslagen en na te gaan of dergelijke verslagen zijn opgesteld binnen het mandaat van de betrokken inlichtingendienst.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, ik snap dat het natuurlijk een proces is dat in Duitsland moet worden gemaakt. Ik heb toch nog de vraag of u erkent dat dit een gevaarlijk principe is, dat misschien vandaag in Duitsland gebeurt, maar morgen misschien in Nederland en overmorgen in België, wie weet zelfs ooit met uw partij. Dus vandaar mijn vraag: erkent u dat dit zeer gevaarlijk is voor de democratie? Ik heb alvast toch een motie van aanbeveling die we hier eventueel ter stemming kunnen brengen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Britt Huybrechts en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Britt Huybrechts en het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, - gelet op artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarin de waarden van de Unie worden vastgelegd, waaronder de eerbiediging van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten; - gelet op artikel 12 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat de vrijheid van vergadering en vereniging waarborgt, inclusief het recht van eenieder om politieke partijen op te richten; - gelet op de classificatie van Alternative für Deutschland als "rechtsextremistische organisatie" door de Duitse Verfassungsschutz op 2 mei 2025; - gelet op het besluit van de Duitse regering om deze classificatie te bekrachtigen; - gelet op het feit dat de AfD op democratische wijze 20,8% van de Duitse kiezers vertegenwoordigt als tweede partij in de Bondsdag; - gelet op het belang van het beschermen van de rechten van democratisch verkozen partijen, hun vertegenwoordigers en leden; - overwegende dat de classificatie van de AfD als extremistische organisatie een ernstige inbreuk vormt op de democratische rechten van een partij die meer dan een vijfde van het Duitse electoraat vertegenwoordigt; - overwegende dat de Amerikaanse vicepresident JD Vance deze beslissing terecht heeft veroordeeld met de woorden "Dit is hoe een stervende regerende klasse haar macht behoudt. Bureaucraten, niet kiezers, proberen de AfD te vernietigen": - overwegende dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, de classificatie heeft bestempeld als "geen democratie, maar een vermomdevorm van tirannie"; vraagt de regering: - de erkenning dat in een democratische rechtsstaat politieke partijen enkel via vrije verkiezingen met elkaar dienen te concurreren en dat het beperken of zelfs verbieden van partijen door overheidsingrijpen strijdig is met fundamentele democratische principes. - de beoordeling van de beslissing van de Duitse binnenlandse inlichtingendienst om de partij Alternative für Deutschland als een "anti-grondwettelijke organisatie" te classificeren, te veroordelen en de bezorgdheid te delen dat dit een precedent schept dat de vrije politieke meningsuiting en partijwerking ondermijnt. - de classificatie van Alternative für Deutschland als anti-grondwettelijke organisatie door de Duitse overheid aldus te veroordelen als een inbreuk op de democratische beginselen. - deze bezorgdheden, gelet op het belang van de democratische rechtsorde, officieel over te maken aan de bevoegde instanties binnen de Duitse regerlng. Une motion de recommandation a été déposée par Mme Britt Huybrechts et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Britt Huybrechts et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement, - compte tenu de l'article 2 du Traité sur l'Union européenne, qui définit les valeurs de l'Union, dont le respect de la démocratie, de l'État de droit et des droits humains; - compte tenu de l'article 12 de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, qui garantit la liberté de réunion et d'association, en ce compris le droit de chacun de créer des partis politiques; - compte tenu de la classification, le 2 mai 2025 par le Verfassungsschutz allemand, de l'Alternative für Deutschland (AfD) comme "organisation d'extrême droite"; - compte tenu de la décision du gouvernement allemand d'entériner cette classification; - compte tenu du fait que l'AfD représente démocratiquement 20,8 % des électeurs allemands, ce qui en fait le deuxième parti au sein du Bundestag; - compte tenu de l'importance de protéger les droits des partis démocratiquement élus, de leurs représentants et de leurs membres; - considérant que la classification de l'AfD comme organisation extrémiste constitue une violation grave des droits démocratiques d'un parti qui représente plus d'un cinquième de l'électorat allemand; - considérant que le vice-président américain, J. D. Vance, a condamné à juste titre cette décision, qu'il a décrite comme étant "la manière dont une classe gouvernante et à l'agonie se maintient au pouvoir", estimant que "ce sont les bureaucrates, et non les électeurs, qui tentent de détruire l'AfD"; - considérant que le secrétaire d'État américain, Marco Rubio, a parlé à propos de cette classification "d'absence de démocratie" et de "tyrannie déguisée"; demande au gouvernement: - d'admettre que, dans un État de droit démocratique, les partis politiques ne doivent se livrer de concurrence que dans le cadre d'élections libres et que la restriction, voire l'interdiction, de partis par des interventions étatiques est contraire aux principes démocratiques fondamentaux; - de condamner la décision prise par le service du renseignement intérieur allemand de classifier le parti Alternative für Deutschland comme organisation anticonstitutionnelle et de partager la crainte que cette décision constitue un précédent qui compromet la liberté d'expression politique et le fonctionnement des partis; - de condamner de ce fait la classification par l'État allemand de l'Alternative für Deutschland comme organisation anticonstitutionnelle parce qu'elle constitue une violation des principes démocratiques; - de faire part officiellement de ces inquiétudes aux instances compétentes au sein du gouvernement allemand, eu égard à l'importance de l'ordre juridique démocratique. Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Benoît Lutgen. Une motion pure et simple a été déposée par M. Benoît Lutgen . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten. Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

De onterechte opsluiting van de Belg Joseph Figueira Martin in de Centraal-Afrikaanse Republiek
De landgenoot die al sinds mei vastzit in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)
De willekeurige opsluiting van Joseph Figueira in de Centraal-Afrikaanse Republiek
Willekeurige detentie van Belgische burger in Centraal-Afrikaanse Republiek

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België zet intensieve diplomatieke druk in voor de vrijlating van de Belgisch-Portugese onderzoeker Joseph Figueira Martin, vastgehouden door Wagner-gelieerde troepen in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) op politiek gemotiveerde spionagebeschuldigingen, met risico op levenslange dwangarbeid. Via bilaterale contacten (CAR, Portugal, EU, VS), consulaire bijstand (toegang tot voedsel, medische zorg via Frankrijk, familiecontact) en multilaterale kanalen probeert België een eerlijk proces en humane omstandigheden af te dwingen, maar een concrete vrijlatingsdatum ontbreekt nog—ondanks verbeterde detentieomstandigheden. De zaak wordt gezien als gijzeling in een geopolitiek machtsspel, waarbij gecoördineerde EU-druk cruciaal is om te voorkomen dat Europese burgers als pressiemiddel worden gebruikt. De minister benadrukt topprioriteit, maar de familie en parlementariërs dringen aan op versnelde actie en transparantie over zijn gezondheid en proces.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, op 26 mei 2024 werd Joseph Figueira Martin, een Belgisch-Portugees onderzoeker, gearresteerd in de Centraal-Afrikaanse Republiek door paramilitairen van het Russische Wagnernetwerk. Sindsdien zit hij vast in het militaire kamp onder uiterst zorgwekkende omstandigheden. Hij wordt beschuldigd van spionage, samenzwering tegen de staat en het ondersteunen van gewapende groeperingen. Die beschuldigingen lijken echter ongegrond en politiek gemotiveerd te zijn.

Zijn gezondheid gaat achteruit door slechte detentieomstandigheden en gebrek aan medische zorg. Hij voerde al een hongerstaking en zijn familie maakt zich grote zorgen. Er is tot nu toe weinig internationale aandacht voor zijn zaak. Zijn aankomend proces, waarin levenslange dwangarbeid is geëist, dreigt een schijnvertoning te worden, mede door de rol van de Centraal-Afrikaanse procureur die zeer nauwe banden heeft met Wagner.

Welke concrete stappen heeft België sinds de arrestatie van Joseph Figueira Martin ondernomen om zijn situatie op te volgen en zijn vrijlating te bepleiten, zowel bilateraal als via internationale diplomatieke kanalen? Is er overleg geweest met de Portugese autoriteiten of andere EU-lidstaten over een gecoördineerde aanpak inzake consulaire bijstand en diplomatieke druk? Bent u bereid om de zaak van de heer Figueira Martin aan te kaarten bij de VN, de Afrikaanse Unie en andere relevante multilaterale instanties om zijn fundamentele rechten te doen respecteren? Zal de Belgische vertegenwoordiging in Kameroen, gelet op het diplomatieke mandaat ten aanzien van de CAR, de zaak prioritair blijven opvolgen en op korte termijn aandringen op medische bijstand en een onafhankelijk proces?

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, aangezien collega Lambrecht de context reeds goed heeft geschetst, zal ik hier niet op terugkomen.

Ik heb in het verleden al verschillende schriftelijke vragen over deze zaak gesteld. Telkens kreeg ik het antwoord dat men ermee bezig was, dat er diplomatieke contacten waren, dat men erop toezag dat de betrokkene qua gezondheid goed werd behandeld enzovoort. Toch is er nooit update gegeven over hoe lang hij nog onterecht zal vastzitten in dat instabiele land. Daarom stel ik opnieuw enkele vragen.

Wat is de huidige gezondheidstoestand van de heer Martin? Is de authenticiteit van de zogezegd gelekte WhatsApp- en spraakberichten inmiddels achterhaald? Deze berichten vormen immers het voornaamste bewijsmateriaal tegen hem. Wordt er nog steeds consulaire bijstand verleend? Zo ja, waaruit bestaat die precies? Is er al enig zicht op een mogelijke vrijlating? Welke initiatieven worden er momenteel genomen om deze man veilig thuis te brengen?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, comme vous le savez, depuis mai 2024, un citoyen belge, Joseph Figueira Martin, est détenu à Bangui, en République centrafricaine, dans des conditions extrêmement préoccupantes. Son procès est attendu doit avoir lieu incessamment, avec le spectre d'une condamnation à la réclusion à perpétuité. Monsieur le ministre, la Belgique ne peut rester silencieuse face ce citoyen pris au piège de régimes autoritaires et d'alliances opaques.

Dès lors, j'aimerais savoir: Que savez-vous de l'état de santé actuel de Monsieur Figueira? Que fait notre diplomatie, actuellement, pour lui venir en aide? Quelles démarches ont-elles été entreprises pour garantir un procès équitable, un accès aux soins et une issue rapide à cette détention arbitraire? Une coopération active est-elle en place avec le Portugal, compte tenu de la double nationalité de M. Figueira? Envisagez-vous de soulever ce cas au sein des instances européennes et multilatérales compétentes, afin d'éviter qu'un ressortissant belge ne serve de levier politique au service d'intérêts étrangers?

Je vous remercie.

Maxime Prévot:

Mijnheer de voorzitter, beste collega's, vanaf het begin van de detentie van de heer Martin heeft België elke gelegenheid aangegrepen om de situatie van de heer Martin met vertegenwoordigers van de Centraal-Afrikaanse Republiek, op alle niveaus, te bespreken en om te pleiten voor een eerlijke en humane behandeling en voor het respecteren van het recht op verdediging. Wij hebben het belang van zijn fundamentele rechten benadrukt, zowel in internationale kringen als in bilaterale gesprekken door mezelf. Wij zullen vastberaden op deze weg verdergaan tot hij wordt vrijgelaten.

Wij dienen uiteraard ook de onafhankelijkheid van het rechtssysteem van de Centraal-Afrikaanse Republiek te respecteren. Wij hebben de bevoegdheid noch de mogelijkheid om de authenticiteit van de aangehaalde berichten na te gaan.

Mais grâce à nos interventions, les conditions de détention de M. Martin se sont améliorées. Il peut désormais avoir accès au téléphone avec sa famille et son avocat. Notre consul honoraire lui apporte également de la nourriture. Il a aussi accès à un médecin de l'ambassade de France à Bangui, qui le suit médicalement.

Je ne peux toutefois partager aucune information sur son état de santé physique et mental, étant donné les réglementations en vigueur.

We werken nauw samen met onze Portugese collega's, in volledige transparantie. We staan ook in nauw contact met internationale partners zoals de Verenigde Staten en de Europese Unie.

In nauwe samenwerking met onze diensten in Brussel volgen onze ambassadeur in Yaoundé en zijn team, evenals onze ereconsul, de situatie van de heer Martin nauwlettend op. Dat is trouwens altijd een van hun topprioriteiten geweest, ook vanuit het oogpunt van consulaire bijstand, en dat zal zo blijven. Zij zullen erop blijven toezien dat de heer Martin toegang heeft tot de noodzakelijke medische zorgen en dat hij zo snel mogelijk een eerlijk proces krijgt.

Jammer genoeg kan ik geen precieze indicatie geven over het tijdstip van een mogelijke vrijlating. Het blijft uiteraard onze voornaamste doelstelling om die zo snel mogelijk te bekomen.

Annick Lambrecht:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord en uw bekommernis om deze situatie. De familie is zeer verontrust. U zegt dat we het tijdstip van de mogelijke vrijlating nog niet kennen. Laten we hopen dat hij niet nog veel langer wordt vastgehouden. Ik hoop dat u de zaak verder opvolgt.

Britt Huybrechts:

Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik ben blij te horen dat uw diensten dit blijven opvolgen, zeker omdat het al meer dan een jaar geleden is. Ik kan alleen hopen dat dit dossier zo snel en zo goed mogelijk opgelost raak en dat u druk zult blijven uitoefenen, zodat het proces niet alleen zo snel mogelijk maar vooral ook zo eerlijk mogelijk wordt gevoerd, zodat onze landgenoot kan terugkeren.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je pense que ce dossier est profondément politique, il nous renvoie à une réalité que nous connaissons malheureusement trop bien, celle d'un citoyen belge pris en otage par un régime sous influence étrangère, devenu un instrument dans une stratégie de déstabilisation géopolitique. Et je pense comme vous que nous devons agir avec détermination, clarté, coordination européenne afin de ne pas envoyer un signal de faiblesse à tous ceux qui voudraient faire des citoyens européens des monnaies d'échange ou des cibles politiques. Nous devons faire tout ce qui est en notre pouvoir pour garantir à M. Joseph Figueira un procès équitable, un accès aux soins – je suis d'ailleurs soulagé des dernières nouvelles que vous êtes en mesure de nous prodiguer – et surtout un retour rapide chez lui. Nous avons pu le faire pour d'autres, ne laissons pas celui-ci tomber dans l'oubli, monsieur le ministre, mais je sais que je peux compter sur vous.

Het schietincident in Jenin waarbij een diplomatieke delegatie onder vuur genomen werd
Het afvuren van waarschuwingsschoten op diplomaten door Israëlische militairen
Aanval op diplomaten en schietincident in Jenin

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België veroordeelt het gerichte Israëlische vuur op EU-diplomaten (inclusief een Belg) in Jenin, ondanks vooraf afgestemde routes, als onaanvaardbare schending van diplomatieke onschendbaarheid. Minister Prévot bevestigde direct protest bij de Israëlische ambassadrice, betwistte de Israëlische claim over routeafwijking en benadrukte dat zelfs een afwijking geen schietreden rechtvaardigt, terwijl extra veiligheidsmaatregelen (zoals gepantserde voertuigen) worden onderzocht. Sancties of terugroepen van diplomaten staan niet op tafel, maar verdere opvolging en druk op Israël voor garanties zijn essentieel. De delegatie bezocht de verwoeste, ontvolkte vluchtelingenkampen na Israëlische operaties, wat de escalerende spanningen en straffeloosheid van dergelijke incidenten onderstreept.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, enige tijd geleden – maar daarom is het niet minder belangrijk – werd een internationale diplomatieke delegatie, bestaande uit een dertigtal diplomaten uit de EU, Canada en Mexico, en onder hen ook een Belgische vertegenwoordiger, onder vuur genomen tijdens een officieel bezoek aan het vluchtelingenkamp in Jenin. We spreken niet over een verdwaalde kogel of een misverstand. Het waren gerichte schoten van het Israëlische leger op diplomaten, in een herkenbaar konvooi, op een route die vooraf was afgestemd met de Israëlische autoriteiten.

De beelden waren redelijk hallucinant. Diplomaten zijn normaal gezien onschendbaar en zouden niet moeten wegrennen voor hun leven als ze bepaalde situaties willen bekijken.

Welke onmiddellijke stappen hebt u gezet tegenover de Israëlische autoriteiten na dat onaanvaardbare incident?

Waarom is de Israëlische ambassadeur in Brussel nog niet op het matje geroepen? Misschien hebt u dat ondertussen wel gedaan, maar ik kan dat niet inschatten.

Wat zult u ondernemen om de veiligheid van onze diplomaten in conflictzones te garanderen?

We zeggen altijd dat zij onze ogen en oren zijn. Als zij die conflictzones niet meer kunnen bezoeken, wie dan wel?

Anthony Dufrane:

Monsieur le ministre, les tensions entre Israël et l’Autorité palestinienne sont loin de s’apaiser, mais il est inacceptable que les diplomates en fassent les frais. Lors d’une visite à Jénine, au nord de la Cisjordanie occupée, Tsahal a mis en joue un groupe de diplomates, dont un Belge. L’armée israélienne a déclaré que ces tirs de sommation avaient eu lieu après que les diplomates aient dévié de l’itinéraire qui avait été approuvé en amont. Comme évoqué par Mme Kallas, il est inacceptable qu’un pays signataire de la Convention de Vienne attente à la vie de diplomates ou tente de les intimider, même avec des tirs de sommation. Les tensions causées par le conflit ne peuvent être répercutées contre des diplomates étrangers.

Dès lors, il est important que justice soit faite et que des contacts soient établis avec les autorités israéliennes afin de clarifier la situation et de s’assurer que cela ne se reproduira plus, sans quoi des sanctions diplomatiques devraient être prises.

Monsieur le ministre, comment se porte le diplomate en question? Compte tenu du danger, envisagez-vous de rappeler les diplomates présents sur place? Depuis cet incident, avez-vous envisagé un contact avec le gouvernement israélien ou l’ambassadeur israélien en poste en Belgique? Entendez-vous mettre en place des sanctions contre Israël?

Maxime Prévot:

Mijnheer Dufrane, mevrouw Lambrecht, de diplomaat in kwestie verkeert momenteel in goede toestand. Ik ben persoonlijk met hem in contact geweest. Nog iemand anders raakte gewond.

Dès que mes services ont pris connaissance de cet incident, mon chef de cabinet a immédiatement appelé l’ambassadrice israélienne pour lui faire part, assez clairement – pour ne pas dire vertement –, de notre opinion. J’étais personnellement à l’étranger à ce moment-là. Nous avons depuis eu plusieurs échanges avec l’ambassade d’Israël pour obtenir des explications. On nous a répété que la délégation avait dévié de la route convenue; dont acte, mais ce n’est pas confirmé jusqu’à présent. Il est objectivement permis d’en douter étant donné la préparation minutieuse de telles visites. Et quand bien même il y aurait eu déviation, cela ne justifierait de toute façon aucunement des tirs. La visite était organisée par l’Autorité palestinienne, pour les chefs de mission ou les adjoints, et avait pour but de montrer la situation dans le camp de réfugiés à Jénine, ainsi que les effet de l’opération Iron Wall lancée par l’armée israélienne en janvier 2025. Il faut noter que les Nations Unies, et notamment son Bureau de la coordination des affaires humanitaires (OCHA), avaient également organisé une visite parallèle la semaine précédente.

Depuis quelques mois, les 20 000 habitants ont dû quitter le camp, qui est vide, mais occupé par des militaires israéliens. La délégation n’est pas entrée dans le camp, les diplomates sont restés à l’entrée de celui-ci, et c’est là qu’ils ont été visés par des tirs, alors qu’ils s’y trouvaient déjà depuis au moins 15 minutes. Il n’y a donc pas eu d’effet de surprise, et il était facile de vérifier la nature pacifique de cet attroupement.

Bij risicovolle verplaatsingen wordt de veiligheidssituatie ter plaatse opgevolgd in samenwerking met de veiligheidsdiensten en worden de nodige mitigatiemaatregelen uitgewerkt.

Onze collega begaf zich bijvoorbeeld ter plaatse in een gepantserd voertuig. In overleg met het consulaat-generaal te Jeruzalem wordt verder onderzocht welke bijkomende maatregelen kunnen bijdragen tot de algemene veiligheid van de medewerkers.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u om het gebeurde mede te veroordelen. Ik herhaal dat onze diplomaten de ogen en oren van ons land in het buitenland zijn. Wat Israël daar opnieuw deed, overschrijdt opnieuw een rode lijn.

Men kan niet alles tegen elkaar afwegen, maar het is goed dat we dat streng veroordelen en dat we blijven opvolgen welke bijkomende maatregelen nodig zullen zijn als men in de toekomst durft te schieten op afgebakende trajecten waarvan men op voorhand weet wie er zal passeren.

Anthony Dufrane:

Je remercie M. le ministre pour ses réponses et le bon suivi qu'il a donné par sa réaction ferme et rapide au travers de la condamnation de l'incident.

Het inreisverbod voor Israëlische ministers
De internationale sancties tegen de Israëlische ministers Ben-Gvir en Smotrich
Internationaal reisverbod en sancties tegen Israëlische ministers

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy prijst Israël als democratische bolwerk in het Midden-Oosten en bekritiseert minister Prévot voor het voorgestelde EU-inreisverbod voor de Israëlische ministers Smotrich en Ben Gvir, die hij verdedigt als helden in de strijd tegen "moslimterrorisme" en Iran. Prévot benadrukt dat België alleen via EU-consensus sancties kan opleggen (nu niet actief), gericht op tijdelijke maatregelen wegens hun rol in mensenrechtenschendingen tegen Palestijnen (eigendom, voedsel, onderwijs), geldend voor heel Europa tot gedragsverandering. Van Rooy kaart aan dat België ("Belgistan") door selectieve sancties—wel Israëlische ministers, niet jihadistische leiders als Erdogan—de facto islamitische jihad steunt en de veiligheid van Joden en Israëlische bezoekers ondermijnt, terwijl Prévot volhardt in het EU-kader zonder concrete uitvoeringstermijnen.

Sam Van Rooy:

Minister Prévot, ik wil beginnen met een positief punt aan te halen. Ik ben blij dat u zopas gezegd hebt dat het kleine België Israël niet zal kunnen doen plooien. Proficiat. U zei dat naar aanleiding van de even potsierlijke als zorgwekkende massahysterie van afgelopen weekend tegen Israël, dat vandaag meer dan ooit wordt mishandeld als de Jood onder de nazi’s.

U gaf daarmee even blijk van realiteitszin, maar het zou van nog meer realiteitszin getuigen als u vanaf nu stopt met het belasteren van Israël en nederig het hoofd buigt voor de helden van het IDF. Niet alleen heeft Israël namelijk al tienduizenden levensgevaarlijke moslimterroristen uitgeschakeld. Vandaag schrijft dat piepkleine landje ook nog eens geschiedenis door het levensgevaarlijke jihadistische shariaregime van de Iraanse ayatollahs een kopje kleiner te maken. Tientallen miljoenen Iraniërs in Iran, maar ook in het westen, onder andere bij mij thuis, juichen dit nota bene toe. Ik zou zeggen, minister, informeer u en ga eindelijk aan de juiste kant van de geschiedenis staan.

Dit gezegd zijnde, net zoals elke democratie, is Israël uiteraard niet perfect, maar het is wel de enige democratie en vrije samenleving in de barbaarse islamitische woestijn die het Midden-Oosten heet. Toch bepleit u een inreisverbod voor twee leden van de Israëlische regering, namelijk de ministers Smotrich en Ben Gvir. Vandaar mijn vraag, minister, hoe ziet u dit concreet en hoe wil de Belgische regering dit afdwingen? Geldt dit ook voor privéreizen? Tot wanneer geldt dit inreisverbod? En tot slot, zijn er nog andere ministers uit andere landen die een ideologie aanhangen of uitspraken hebben gedaan die u niet zinnen en die zich daarom aan een dergelijk inreisverbod kunnen verwachten? Dank u alvast.

Voorzitter:

De heer Vander Elst zit in een andere commissie. Mijnheer de minister, ik veronderstel dat hij uw antwoord aandachtig zal volgen.

Maxime Prévot:

Mijnheer Van Rooy, inzake sancties handelt België steeds binnen het kader van de Europese Unie om het nuttige effect van de maatregelen te waarborgen. Dat betekent dat er een consensus moet worden gevonden tussen alle lidstaten alvorens dergelijke maatregelen van kracht kunnen worden. Momenteel lopen er geen gesprekken op EU-niveau over de mogelijke sanctionering van die ministers of bepaalde individuen, maar sommige lidstaten pleiten daarvoor, ook België. Reisverboden die in het kader van het EU-buitenlands beleid worden opgelegd, gelden voor het volledige grondgebied van de Unie en blijven van kracht onder bijna alle omstandigheden, met enkele zeer specifieke uitzonderingen, bijvoorbeeld voor VN-vergaderingen.

Het is belangrijk eraan te herinneren dat dergelijke maatregelen niet bedoeld zijn als straf en daarom tijdelijk van aard zijn, totdat het onwenselijke gedrag wordt aangepast. In hun hoedanigheid van minister hebben zij ernstige schendingen van de mensenrechten op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza gefaciliteerd of aangemoedigd. Het gaat onder meer om het recht op eigendom, het recht op voedsel en water, het recht op een privé- en gezinsleven en het recht op onderwijs voor Palestijnen. De maatregelen zullen dan ook van toepassing blijven totdat deze mensenrechtenschendingen ophouden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, België is verworden tot ‘Belgistan’ en u werkt daar enthousiast aan mee. Daardoor wordt het hier voor niet-moslims steeds ongemakkelijker en onveiliger. Lach er maar mee, minister, maar Israëlische sporters, artiesten en politici moeten ook op Belgisch grondgebied zwaar beveiligd worden. Dat zegt veel over hoeveel jihadistisch tuig zich reeds op ons grondgebied bevindt, met dank aan partijen zoals de uwe. Israëlische sporters en politici worden inderdaad zelfs door België geweerd. Dat betekent dat dit land de facto meewerkt aan de islamitische jihad. Dat u en de regering een inreisverbod voorstellen voor Israëlische ministers die democratisch verkozen zijn en niet voor jihadistische leiders zoals Erdogan, toont aan dat de regering-De Wever aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat.

De diplomatieke stand van zaken inzake Rwanda

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België verloor door Rwanda’s unilaterale verbod op alle Belgische hulpprojecten en ngo-activiteiten (maart 2024) 40 miljoen euro aan ontwikkelingsgeld, met directe stopzetting van gezondheids-, onderwijs- en voedselprogramma’s. Minister Prévot bevestigde dat alle activiteiten en betalingen zijn opgeschort, dat ngo’s hun projecten afbouwen en dat herschikking van middelen (via KB) naar crisisharden zoals Burundi mogelijk is, maar nog wordt uitgewerkt—geen diplomatieke vooruitgang met Rwanda is gemeld. Depoorter benadrukte de urgentie om de vrijgekomen fondsen snel in te zetten voor vluchtelingen in de Grote Meren-regio, waar acute noden (voedsel, zorg, onderwijs) onverminderd hoog zijn. De crisis toont de kwetsbaarheid van Belgische samenwerking afhankelijk van lokale politieke beslissingen.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, in maart werd ons land geconfronteerd met een ernstige diplomatieke crisis, toen Rwanda unilateraal besloot om alle Belgische hulpprojecten en ngo-activiteiten op zijn grondgebied te verbieden. Die ingrijpende maatregel volgde op de eerder genomen beslissing om de diplomatieke betrekkingen met België te verbreken.

Die beslissing trof niet alleen onze bilaterale relaties, maar had ook directe gevolgen voor tal van Belgische ontwikkelingsprojecten die zich toespitsen op cruciale domeinen zoals gezondheidszorg, onderwijs en voedselzekerheid. Verschillende Belgische ngo's werden hierdoor gedwongen hun activiteiten abrupt te staken.

Kunt u een stand van zaken geven van het overleg dat destijds werd opgestart met de betrokken Belgische ngo's en entiteiten? Zijn er sindsdien nieuwe ontwikkelingen in de relaties met Rwanda? Zo ja, welke? Welke lessen trekt u uit de situatie voor het Belgische buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking? Hebt u op vandaag nog contact met de ngo's die actief waren in Rwanda?

Maxime Prévot:

Mevrouw Depoorter, op 27 maart ontvingen de actoren van de niet-gouvernementele samenwerking een kopie van de mededeling van de Rwandese autoriteiten aan alle niet-gouvernementele organisaties, confessionele organisaties en stichtingen van gemeenschappelijk nut die in Rwanda geregistreerd en daar actief zijn. Daarin werd hun verboden samen te werken met en middelen te ontvangen van de Belgische regering en haar gelieerde entiteiten, met onmiddellijke ingang. De betrokken organisaties werden aangespoord om binnen 30 werkdagen een sluitingsplan bij de Rwanda Governance Board in te dienen.

Via de programma's voor niet-gouvernementele samenwerking 2026 financiert België 20 niet-gouvernementele samenwerkingsactoren voor interventies in Rwanda voor een totaalbudget van iets meer 31 miljoen euro voor 5 jaar. Alle interventies van de civiele maatschappijorganisaties en institutionele actoren in Rwanda worden getroffen door de maatregelen van de Rwanda Governance Board. Activiteiten en financiële transacties moesten met onmiddellijke ingang worden opgeschort, wat leidde tot de feitelijke stopzetting van de interventies.

De maatregel van de Rwanda Governance Board treft ook Belgische ngo's die actief zijn op het vlak van humanitaire hulp, goed voor een totaalbudget van nagenoeg 4 miljoen euro, evenals twee internationale en Rwandese ngo’s die via het Civic Space Initiative worden gefinancierd, voor een totaalbudget van 2 miljoen euro. Mijn administratie heeft aanbevolen dat de Belgische organisaties de beslissing van de Rwanda Governance Board strikt respecteren, door alle betalingen en activiteiten op te schorten, en vooral niet te proberen de maatregelen te omzeilen, om hun Rwandese partners niet in een moeilijke situatie te brengen.

Er werden verschillende bijeenkomsten georganiseerd tussen mijn administratie en niet-gouvernementele ontwikkelingssamenwerkingsactoren om de situatie toe te lichten, de vragen van ngo's te onderzoeken en oplossingen te vinden om de impact van de maatregel op het personeel van partnerorganisaties en de begunstigden van interventies te verzachten.

De ngo's zijn nog steeds bezig met het sluiten van hun interventies en moeten professioneel en humaan omgaan met alle gevolgen voor hun personeel, partners en de gemeenschappen waarmee ze hebben gewerkt. Bovendien wachten sommige actoren nog steeds op opheldering van de autoriteiten. Ik denk in het bijzonder aan de actoren van de academische samenwerking.

Het is dus nog te vroeg om echte conclusies te trekken. Ik kan u echter nu al zeggen dat de regelgeving inzake niet-gouvernementele samenwerking heeft aangetoond dat zij de nodige flexibiliteit kan bieden om de betrokken actoren in staat te stellen hun programma’s aan te passen aan veranderingen in de context. Het koninklijk besluit inzake de niet-gouvernementele samenwerking maakt het inderdaad mogelijk de vijfjarenprogramma’s aan te passen, met inbegrip van de overdracht van de saldi die voortvloeien uit de stopzetting van de operaties in Rwanda naar andere interventielanden. De betrokken actoren werd verzocht een herschikking van hun programma voor te stellen. Die overwegingen zijn momenteel lopende.

Verschillende organisaties hebben hun voornemen geuit om fondsen over te maken naar hun programma’s in Burundi, waar de bevolking bijzonder onder druk staat door de moeilijke sociaal-economische situatie en de regionale crisis, met name door de toestroom van vluchtelingen uit het oosten van Congo.

Wat de bilaterale betrekkingen met Rwanda betreft, zijn er geen nieuwe ontwikkelingen te melden.

Kathleen Depoorter:

Dank u, mijnheer de minister. De bezorgdheid over de bijna 40 miljoen aan middelen voor ontwikkelingssamenwerking en ngo-werking in Rwanda, waaraan ik een aantal maanden geleden uiting gaf, wordt bewaarheid. Ik juich toe dat middelen via een KB kunnen worden herschikt. Op die manier kunnen we de humanitaire hulp de vele vluchtelingen in de regio van de Grote meren ten goede laten komen. De noden zijn er inderdaad heel hoog: de crisis is heel ernstig, kinderen kunnen niet naar school, vrouwen hebben geen bescherming, er is geen eten, er is geen zorg. Ik steun u dus zeker bij de herschikking en hopelijk wordt die met bekwame spoed gedaan.

De risico's voor vrede en stabiliteit in de DRC ingevolge de aankomst van Joseph Kabila in Goma
De aankomst van ex-president Kabila in Goma
De door M23-rebellen gepleegde oorlogsmisdaden
Het rapport over de acties van de M23-rebellen
De humanitaire situatie in de DRC
Politieke spanningen, rebellengeweld en humanitaire crisis in Oost-Congo

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie focust op de escalerende crisis in Oost-Congo, waar het M23-rebellenbewind (gestuurd door Rwanda) grove mensenrechtenschendingen pleegt (moord, verkrachting, plunderingen) terwijl de internationale gemeenschap te weinig optreedt. België zet in op diplomatieke druk (steun aan Qatarese bemiddeling, EU-lobby voor sancties tegen Rwanda/M23, en pleidooien voor humanitaire toegang), maar sluit sancties niet uit bij falen van vredesonderhandelingen (Doha/Washington). Joseph Kabila’s bezoek aan M23-gecontroleerd Goma verergert de politieke spanningen, terwijl 7,9 miljoen Congolezen honger lijden en civiele slachtoffers toenemen—België handhaaft zijn humanitaire budget voor 2025 en eist ongehinderde hulpverlening. Kernpunt: België wil justitie (via VN-onderzoeken) en politieke dialoog, maar dringt aan op concrete stappen tegen straffeloosheid en Rwandese betrokkenheid.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, nous avons abondement évoqué, en commission mais aussi en séance plénière, la situation en République démocratique du Congo (RDC). Depuis nos derniers échanges, les événements se sont multipliés.

La première de mes questions concerne l'arrivée de l'ancien président, Joseph Kabila, à Goma, à la fin du mois de mai. Ce déplacement suscite de profondes inquiétudes quant à la stabilité de la région des Grands Lacs et au respect du droit international. L'ancien chef d'État est, en effet, arrivé dans une ville partiellement contrôlée par le groupe armé M23.

Le deuxième volet concerne le dernier rapport sur les actes du M23, justement. Viols, torture, exécutions, disparitions forcées, prise d'otages, et j'en passe. Voici la réalité, désormais documentée, des actions de terreur que commet le M23 dans l'Est de la République démocratique du Congo. Cela fait des mois maintenant que nous tirons la sonnette d'alarme en commission et en séance plénière, que des résolutions sont adoptées dans les parlements nationaux ou au sein de l'assemblée européenne. Pourtant, la situation perdure et la communauté internationale reste relativement silencieuse.

Mais l'urgence est bien là, tout comme elle est là pour les autres situations de conflits dans le monde, des plus médiatisés à ceux totalement oubliés. Rappelons-le, une vie est une vie, et une perte civile est inadmissible, où qu'elle arrive dans le monde.

Dans ce contexte extrêmement préoccupant, pouvez-vous faire un point complet sur la situation et nous faire part de votre analyse de ces derniers événements? Notre pays soutient-il une initiative de médiation internationale afin de prévenir un effondrement total du dialogue congolais et une nouvelle aggravation des violences dans l'Est du Congo?

Comment la Belgique compte-t-elle utiliser son influence diplomatique pour que des sanctions soient envisagées à l'encontre des responsables du M23, ainsi que de tout État tiers qui leur apporterait un soutien logistique, militaire ou politique?

Dans ce contexte de tensions extrêmes, quelles initiatives la communauté internationale peut-elle promouvoir pour renforcer la protection des civils, le respect des droits humains et la lutte contre l'impunité dans cette région en crise depuis plus de 30 ans?

Rajae Maouane:

Il y a quelques jours, une image que nous avons tous vu a circulé. Elle est lourde de symboles mais surtout d'inquiétude. L'image de Joseph Kabila, l'ancien président congolais, en visite à Goma, une ville qui est aujourd'hui sous contrôle du M23, un groupe que l'on sait armé, soutenu par le Rwanda, qui est responsable de graves exactions contre les civils en RDC. Ce déplacement, qui pose question, intervient alors que le M23 continue d'étendre son emprise militaire, que la souveraineté territoriale de la République démocratique du Congo est menacée et que la population congolaise vit dans un climat de violence, d'instabilité et d'impunité persistante, en particulier dans le Nord-Kivu.

Et pendant que certains se déplacent en terrain conquis, les civils, eux, fuient. Des centaines de milliers de personnes sont déplacées, des familles entières sont livrées à elles-mêmes, sans protection ni accès à l'aide humanitaire et on continue à trouver la communauté internationale assez timide. Il y a quelques jours, Amnesty International a d'ailleurs publié un rapport accablant faisant état d'arrestations arbitraires, d'exécutions sommaires, de disparitions forcées et de pillages, beaucoup d'actes qui, selon l'organisation, pourraient constituer des crimes de guerre.

Dans ce contexte, j'ai plusieurs questions à vous poser, monsieur le ministre. Quelle lecture la diplomatie belge fait-elle de la visite de Joseph Kabila à Goma? Est-ce un simple déplacement ou un signal politique inquiétant sur des possibles recompositions internes en RDC? Pouvez-vous rappeler la position du gouvernement belge sur les liens ambigus entre le M23 et le Rwanda, alors que ces liens sont largement documentés, y compris par l'ONU? Compte tenu du rôle historique de la Belgique dans la région et de ses responsabilités en matière de prévention des conflits, quels leviers notre pays est-il prêt à mobiliser pour exiger des enquêtes indépendantes et intervenir sur les crimes commis par le M23? La Belgique va-t-elle continuer à soutenir un processus de justice internationale pour que les responsables de ces exactions répondent de leurs actes? Enfin, envisagez-vous un renforcement de l'aide humanitaire, notamment via les ONG locales et les partenaires multilatéraux, pour soutenir les populations déplacées et renforcer la société civile congolaise?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, la crise en RDC continue de s'aggraver et à détruire des vies et l'avenir du peuple congolais. Le M23 et le Rwanda ne montrent aucun signe qu'ils souhaitent la paix et préfèrent prendre des vies, piller les ressources du Congo et violer les femmes.

J'ai reçu à la fois des militants des droits humains en provenance de Goma, des associations de militants samedi dernier, et ils ont demandé que je les cite. J'ai également reçu des délégués syndicaux. Ils me racontent que les militants sont traqués, menacés ou tués. Un très grand musicien de la province, du nom de Idengo, artiste engagé, a été tué en plein tournage après avoir critiqué le M23 à la radio. Il a été exécuté pour en faire un exemple et instaurer la peur parmi les défenseurs des droits humains. Les militaires qui n'ont pas pu fuir sont traqués et tués.

Les rebelles vont même dans les écoles demander aux directeurs les listes d'enfants de militaires pour les traquer à leur tour. Ils sont violentés et menacés. Je n'invente pas toutes ces informations, je les reçois de première main. Ce sont les militants des associations qui me le disent. Ils viennent me voir et font souvent le trajet depuis la RDC pour vous rencontrer. Il est vrai qu'ils rencontrent vos collaborateurs, mais ils aimeraient vous rencontrer personnellement. Cette guerre se déroule en violation des droits humains. La RDC continue de brûler, monsieur le ministre.

Ce sont 7,9 millions de Congolais qui souffrent de la faim. Cette famine est équivalente à la grande crise de la Corne de l'Afrique en 2022. Êtes-vous au courant que le Rwanda a décidé d'augmenter le budget consacré à son armée? Quelles sanctions prononcerez-vous contre le Rwanda et le M23? Pouvez-vous détailler le plan d'action humanitaire de la Belgique? Quelles adaptations ont-elles été faites à la suite de l'aggravation de la situation? Quelle est votre analyse des négociations de paix?

Maxime Prévot:

Merci à toutes et tous. Madame Mutyebele, ce sont des centaines de personnes qui demandent à pouvoir me rencontrer, mais à un certain moment, la réalité physique de l’agenda ne permet tout simplement pas de recevoir personnellement chacun de ceux qui en expriment le souhait. J’en suis sincèrement désolé et j’espère que cela pourra être compris.

En tout cas, mesdames, messieurs les parlementaires, la présence du président honoraire de la RDC, monsieur Joseph Kabila, à Goma soulève effectivement de nombreuses questions. Nous pouvons confirmer sa présence dans cette ville, ainsi que le fait qu’il a entrepris une série de contacts et de consultations avec des acteurs locaux, parmi lesquels le M23 et l’AFC.

Si les intentions exactes de l’ancien président Kabila restent ambiguës, le fait qu’il se soit rendu à Goma – une zone contrôlée par la rébellion du M23 et de l'AFC – est indéniablement un acte de défiance très fort à l’égard des autorités congolaises. À ce stade, nous n’avons toutefois pas constaté que sa présence ait généré une adhésion politique supplémentaire en faveur de l’AFC ou du M23, pour autant que leurs objectifs soient similaires avec ceux de Joseph Kabila.

Pourtant, en tant qu’ancien chef de l’État, ayant lui-même fait face à plusieurs rébellions – dont celle du M23 –, Joseph Kabila pourrait jouer un rôle positif dans la restauration de la cohésion nationale en RDC. Je l’ai moi-même indiqué au président Tshisekedi lors de ma visite à Kinshasa, en soulignant que tous les acteurs politiques d'importance et toutes les forces vives de la nation devraient se retrouver autour de la table pour discuter.

Cependant, l’ambiguïté entretenue par l’ex-président Kabila quant à sa volonté – ou non – de rester strictement dans le cadre d’une opposition non armée et républicaine ne fait qu’ajouter à la confusion ambiante, et n’est pas constructive. Rien ne semble être fait pour se distancier clairement des déclarations de l’AFC-M23, alors même que ce groupe vise à prendre le pouvoir par la force, ce qui, bien entendu, est inacceptable. Au final, cela ne contribue certainement pas à la dynamique de médiation en cours. La critique est normale en démocratie, bien entendu, mais toute démarche d’opposition doit rester inscrite dans l’ordre constitutionnel.

Parallèlement, même si la démarche du président honoraire est loin d’être anodine, je pense sincèrement que les mesures prises par les autorités à l’encontre du parti de Joseph Kabila, de sa famille politique ou de son entourage – ou même à l’encontre de toute autre force d’opposition – n'aident pas non plus à créer un climat serein pour rassembler la nation et favoriser l'apaisement politique.

Je ne suis évidemment pas en possession de tous éléments qui motivent les décisions des autorités. Néanmoins, de manière générale, il me semble qu’au vu du contexte actuel, il serait préférable de chercher à discuter avec l’ensemble des acteurs politiques, même ceux avec lesquels la confiance paraît rompue. C’est d’ailleurs ce que fait la RDC avec le M23 à Doha ou avec le Rwanda à Washington.

En ce sens, des mesures de décrispation de l’espace politique ne seraient pas inutiles.

En tout état de cause, je peux vous assurer que la Belgique reste très mobilisée sur le plan diplomatique dans la recherche de solutions pour stabiliser la région des Grands lacs. Je ne souhaite pas positionner notre pays comme acteur de médiation ou d’une facilitation dans ce conflit. Il faudrait pour cela que nous soyons reconnus comme tels par toutes les parties au conflit, ce qui n’est pas le cas, je l’ai dit très clairement à différentes occasions.

En revanche, cela ne signifie pas que nous n’ayons pas un autre rôle à jouer. La Belgique est, selon moi, parfaitement positionnée pour soutenir les initiatives de médiation, faciliter les contacts et mobiliser la communauté internationale. C’est ce que nous faisons. J’étais encore à Doha il y a une quinzaine de jours. Je m’y suis entretenu avec le ministre d’État qatari aux Affaires étrangères, chargé de la facilitation entre la RDC et le M23. Nous avons eu des échanges approfondis. Il s’agissait pour la Belgique d’aligner ses démarches et ses messages sur ceux du facilitateur qatari. Nous ne voudrions certainement pas prendre d’initiatives qui compliquent sa lourde tâche, que du contraire.

De façon similaire, j’avais échangé quelques jours auparavant avec mon homologue togolais, à Bruxelles. Je constate que notre expertise et nos analyses sont grandement appréciées par ces différents interlocuteurs. Ils souhaitent également clairement nous approcher en tant que relais d’influence au sein de l’Union européenne mais aussi pour notre carnet d’adresses dans la région – et c’est bien normal.

Une des questions abordées durant mes échanges avec mes homologues togolais et qatari était notamment celle de l’organisation d’un processus interne en RDC visant à la cohésion nationale, partant du principe que les initiatives de paix doivent et devront faire l’objet d’une appropriation par la société congolaise. Je pense que cette nécessité fait consensus au sein de la communauté internationale. Nous espérons qu’après les ajustements nécessaires, viendra rapidement le temps d’une initiative qui rassemble les Congolais dans une démarche constructive, pour aborder tous les défis actuels, notamment en matière d’amélioration de la gouvernance, de lutte contre la corruption, d’efficacité de la justice et de respect de la souveraineté et de l’ordre constitutionnel congolais.

Sur la question des relations entre le M23 et le Rwanda, je pense, madame Maouane, que je me suis exprimé sans ambiguïté à de nombreuses reprises à ce sujet. Je me contenterai de rappeler qu’un lien étroit continue d’exister, ce qui est attesté par plusieurs rapports onusiens. C’est évidemment inacceptable et nous appelons, comme de nombreux autres partenaires internationaux, à ce que tout soutien cesse immédiatement et que le Rwanda puisse retirer ses troupes du territoire congolais. Je comprends d’ailleurs que c’est un élément central des négociations qui ont repris la semaine passée à Washington et à Doha. Malgré le chemin qui reste à parcourir pour l’obtention d’un accord acceptable par toutes les parties, nous espérons qu’un accord pourra être trouvé le plus rapidement possible sur ce point et, bien sûr, sur les autres.

Monsieur De Maegd, madame Maouane, madame Mutyebele, vous avez parfaitement raison de souligner que la situation des droits humains dans les zones occupées par l'AFC/M23, avec le soutien du Rwanda, est alarmante. Cela a été confirmé par les rapports d'ONG internationales comme Amnesty International ou Human Rights Watch, mais aussi par la mission d'établissement des faits du Conseil des droits de l'homme, qui a communiqué hier ses conclusions préliminaires. Selon ces dernières, toutes les parties au conflit ont commis des violations ou atteintes aux droits humains – toutes les parties – ainsi que des violations du droit international humanitaire. Alors que les enquêtes se poursuivent, le Haut-Commissaire aux droits de l'homme, Volker Türk, a même estimé que beaucoup de ces violations présumées du droit international et humanitaire pourraient constituer des crimes de guerre.

Au demeurant, je pense avoir lu dans un compte rendu de presse qu'il avait évoqué l'augmentation, dans l'Est du Congo, de près de 400 % des violences sexuelles commises à l'encontre des femmes. Cette situation est évidemment inacceptable. La Belgique condamne tous les crimes et les violences que commet le M23 contre la population et les membres de la société civile, tout comme celles perpétrées par les wazalendo, par certains éléments des FARDC et aussi par le Front de libération du Rwanda, dont je condamne l'action et avec lequel il n'est pas acceptable que les FARDC puissent collaborer. Il incombe à tous, gouvernement comme acteurs armés – et acteurs armés non étatiques – de veiller à la protection des droits humains et au respect du droit international humanitaire.

Lors de ma récente visite en RDC, j'ai eu l'occasion de transmettre ces messages mais également de rencontrer les organisations de la société civile actives en la matière. La Belgique continuera de soutenir le travail de la société civile et du Bureau conjoint des Nations Unies aux droits de l'homme, y compris dans le domaine de la justice transitionnelle. Il s'agit d'une de nos priorités en RDC, tout comme la lutte contre l'impunité. À cette fin, je place notamment l'espoir dans le travail accompli par la mission d'établissement des faits dont je viens de parler. Comme l'a noté Volker Türk, elle a déjà recueilli et analysé une grande quantité de preuves auprès de victimes et de témoins en RDC, au Rwanda, au Burundi, dans d'autres pays ainsi qu'auprès des partenaires des Nations Unies et de la société civile. Ces éléments pourront donc servir de matière aux mécanismes de justice à l'échelle nationale ou internationale. Une commission d'enquête internationale du Conseil des droits de l'homme devrait, du reste, poursuivre le travail de la mission d'établissement des faits dans un second temps. En ayant voté positivement et en ayant coparrainé l'adoption de la résolution instituant les mandats de ces deux instruments, la Belgique a clairement exprimé son soutien à une enquête internationale.

Lors du débat qui s'est tenu hier au Conseil des droits de l'homme, la Belgique a d'ailleurs de nouveau appuyé le travail de la mission d'établissement des faits.

Pour ce qui est des sanctions, elles ne sont, comme tout autre moyen de pression, en rien une fin en soi. Ce qui importe vraiment pour créer les conditions propice à la protection des civils et au respect des droits humains, ce sont les progrès dans les négociations de paix et surtout, à plus court terme, la mise en œuvre de la résolution 2773 du Conseil de sécurité des Nations Unies. Il est clair qu'en cas d'échec des négociations et de retour à une logique qui serait purement militaire, l'instrument des sanctions reste sur la table. Nous serions, au besoin, prêts, avec nos partenaires européens et internationaux, à l'activer pour obliger les différentes parties à se remettre autour de la table.

En ce qui concerne la situation humanitaire dans l'Est de la RDC, elle est effectivement extrêmement précaire. Je demeure inquiet car l'évolution n'est pas favorable et les options pour acheminer de l'aide humanitaire sont toujours très limitées. Nous restons néanmoins très engagés auprès des acteurs humanitaires qui bénéficient du financement belge, notamment à travers nos fonds flexibles.

En 2025, nous souhaitons rester engagés auprès des acteurs humanitaires en RDC au moins au même niveau qu'en 2024, tout en étudiant les autres possibilités de soutien.

En même temps, nous poursuivons un plaidoyer fort pour le respect du droit international humanitaire, un accès humanitaire sûr et sans entrave, pour la protection des civils et la cessation de la violence.

La Belgique a aussi pris le lead des bailleurs de fonds pour demander aux autorités congolaises de définir au plus vite des règles d'engagement des organisations humanitaires et des ONG dans les zones sous contrôle du M23/AFC. Les autorités congolaises ont en effet la responsabilité de donner des directives claires sur la manière dont ces acteurs peuvent continuer d'opérer et d'interagir avec le M23/AFC sans crainte d'être accusés de complicité par Kinshasa, alors même qu'il s'agissait d'ONG déjà présentes dans la zone et qui ne visent qu'à servir les intérêts de la population.

Lors de mon passage à Kinshasa, j'avais moi-même fait part de cette nécessité à Mme la première ministre ainsi qu'à M. le président de la république. Tous deux m'avaient assuré que le gouvernement y travaillait. En l'absence de décision à l'heure actuelle, ce message devra certainement être répété.

En conclusion, je voudrais à nouveau souligner la mobilisation constante de la diplomatie belge sur ce conflit. Malgré de nombreuses autres crises dans le monde, elle reste au cœur de notre action avec l'ensemble des outils à notre disposition.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour cette réponse très circonstanciée, pour ces précisions et le suivi du travail, notamment lors des discussions de Doha.

Ce qui se joue en République démocratique du Congo dépasse évidemment la seule scène politique congolaise. Il s'agit aussi d'un test pour la crédibilité du droit international et pour notre capacité collective à tenter de prévenir les conflits, défendre les civils et faire barrage à l'impunité. La présence de Joseph Kabila à Goma, dans un contexte aussi inflammable, constitue d'un signal d'alarme. C'est un geste à très haute portée symbolique et politique dans une région où chaque parole, chaque présence, chaque mouvement peut faire basculer la paix.

Vous avez rappelé à plusieurs reprises les efforts que la Belgique déploie, notamment au travers de l'Union européenne et du Conseil des droits de l'homme, mais aussi le dialogue avec vos collègues qataris et du Togo. Nous devons encourager toute initiative sérieuse de médiation mais aussi nous préparer à des actions plus fermes. L'Histoire nous a appris que l'inaction ou les silences peuvent être tragiques.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses complètes et vos efforts. Comme l'ont dit les collègues, on voit que le peuple congolais subit une guerre que beaucoup ne veulent plus voir ou font semblant de ne pas voir. Et je suis rassurée de voir que la Belgique en prend la pleine mesure.

On ne peut pas laisser la logique des armes remplacer celle du droit et il ne faut vraiment pas abandonner les efforts pour soutenir justement les personnes qui luttent sur le terrain pour la paix, pour la justice, pour la dignité. Vu le passif et le lien historique entre la Belgique et cette région, je pense qu'on a une place plus particulière et plus grande à prendre. Je vois que c'est le chemin que vous prenez au niveau européen et je vous encourage à poursuivre les efforts pour que la communauté internationale – même si on ne sait pas très bien ce qu'elle représente – prenne, elle aussi, pleinement la mesure du drame qui se joue là-bas, puisque c'est un peuple qui est depuis de trop longues années sous tension.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse complète. Et c'est vrai qu'elle est rassurante. Je suis heureuse de vous entendre donner votre position que je salue, une fois n'est pas coutume. Pendant un moment, la communauté internationale semblait s'être réveillée et j'ai constaté que ces derniers temps, elle s'est rendormie sans que la situation ne s'améliore. Vous savez, quand on parle des populations qui sont en train de souffrir, les banques sont fermées dans les zones contrôlées. Les personnes qui ont un peu d'argent peuvent prendre un taxi de Goma jusqu'à Butembo et Beni pour acheter de la nourriture. Le taxi coûte 50 euros. Ils doivent dormir sur place, s'approvisionner et revenir. Mais ce n'est pas toute la population qui a les moyens de faire ce déplacement. Donc, la faim et les maladies sont en train de tuer les gens. Cela signifie qu'il faut continuer, monsieur le ministre, votre travail de pression. Vous devez continuer à mobiliser l'aide humanitaire d'urgence parce que c'est tellement important. Vous avez dit, et je vous rejoins là-dessus, que les sanctions ne sont pas une fin en soi et qu'ils sont en train de négocier la paix. Mais pour l'instant, les exactions et les tueries se poursuivent. L'impunité ne peut pas continuer. M. Kagame et le M23 doivent être punis pour cette invasion. Pour qu'il y ait une paix durable, il faut nécessairement des sanctions et de l'aide humanitaire urgente. S'il est vrai que pour l'instant, la paix est nécessaire, les sanctions le sont encore plus parce qu'elles constituent un message fort qu'on enverra tant à M. Kagame qu'aux rebelles du M23.

De Amerikaanse voorstellen voor sancties tegen Rusland

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie gaat over verscherpte sancties tegen Rusland na de Amerikaanse en EU-plannen om de oorlogsfinanciering via olie- en gasinkomsten (1/3 staatsbudget) verder te ondermijnen. Het Amerikaanse voorstel (nog niet goedgekeurd) omvat 500% handelstarieven voor landen die Russische energiebronnen verhandelen en extra sancties op oligarchen en militaire steun, terwijl de EU in haar 18e sanctiepakket de schaduwvloot (350 geblokkeerde schepen) aanscherpt, het G7-prijsplafond verlaagt naar $45 en Nord Stream-transacties beperkt. Beide benadrukken de Russische afhankelijkheid van olie-export als drukpunt, maar de Amerikaanse steun (o.a. van Trump) blijft onzeker. Doel is Poetin te dwingen tot vredesonderhandelingen door zijn oorlogsindustrie financieel te verstikken.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, sinds de inval van de Russische Federatie in Oekraïne hebben verschillende landen sancties ingesteld, vaak in diverse pakketten. Met het aantreden van de nieuwe Amerikaanse regering kan men vaststellen dat de houding tegenover president Poetin opener is geworden. Vanuit de Russische Federatie komen signalen dat de economische situatie niet goed is en dat het land is overgeschakeld op een oorlogsindustrie.

Ondertussen werd in de Amerikaanse Senaat een voorstel ingediend om de sancties tegen de Russische Federatie te verscherpen, iets waar ook vanuit de Europese landen om werd gevraagd, vanwege het uitblijven van resultaten in de vredesprocessen.

Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van het voorstel dat in de Amerikaanse Senaat op tafel ligt? Wat zijn de voornaamste krijtlijnen van dat voorstel? Komt het overeen met het aanscherpen van de sancties zoals wij dat nu met het achttiende pakket van de Europese Unie voor ogen hebben?

De belangrijkste vraag voor mij is welke de concrete gevolgen zijn van de beslissingen die recent genomen werden inzake de verhoogde controle op de zogenaamde schaduwvloot. Via die schaduwvloot blijven er immers veel lekken en gaten bestaan in het sanctieregime tegenover Rusland, waardoor dat land nog steeds toegang heeft tot fondsen om zijn oorlogsindustrie te financieren.

Maxime Prévot:

Mevrouw van Riet, mijn diensten hebben reeds kennisgenomen van het voorstel dat de Amerikaanse senator Lindsey Graham samen met een honderdtal cosponsors zou willen lanceren in het Huis van Afgevaardigden. Dat voorstel behelst een resem sancties die tegen Rusland genomen zouden worden indien het land niet zou meewerken aan een duurzame vredesoplossing tussen Oekraïne en Rusland.

Het gaat onder meer om een uitbreiding van de bestaande Amerikaanse sancties tegen Russische militaire leiders, oligarchen, financiële instellingen en andere bedrijven en personen die materiële steun verlenen aan de Russische oorlogscapaciteit. Het sluitstuk, meteen ook de meest in het oog springende maatregel, is het voorstel om handelstarieven van 500 % in te stellen voor alle goederen en diensten uit landen die nog olie, gas, uranium of andere petrochemische producten uit Rusland importeren of exporteren. Voor alle duidelijkheid, het gaat voorlopig maar om een voorstel. Er is nog geen akkoord bereikt in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden of in de Senaat. President Trump betwijfelt nog steeds of hij dat voorstel wil steunen.

Het voorstel maakt echter heel duidelijk waar de Russische zwakke plek zit, namelijk de inkomsten uit de verkoop van olie en gas. Rusland haalt daaruit maar liefst een derde van zijn staatsinkomsten. Om die reden heeft de Europese Unie recent, in haar 17de sanctiepakket, een grote focus gelegd op de Russische schaduwvloot. Het doel van die vloot is om de internationale beperkingen op de verkoop van Russische olie te omzeilen. Concreet zijn momenteel bijna 350 schepen uit die schaduwvloot opgelijst, wat betekent dat die vaartuigen geen gebruik meer kunnen maken van Europese havenfaciliteiten of enige andere dienstverlening. De consequentie daarvan is dat het voor Rusland steeds duurder en moeilijker wordt om zijn olie te exporteren, wat ook sterk weegt op de staatsinkomsten en dus op het vermogen om oorlog te blijven voeren.

Verder geef ik u graag mee dat er momenteel onderhandelingen lopen voor de aanname van een 18de EU-sanctiepakket, waarin ook verschillende maatrelen zijn opgenomen om de Russische olie-inkomsten verder te beperken. Zo wordt besproken om transacties inzake Nord Stream 1 en 2-pijpleidingen te beperken, meer schepen uit de schaduwvloot op te lijsten, het G7-olieprijsplatform te verlagen naar 45 dollar en een verbod in te stellen op de import van geraffineerde olieproducten op basis van Russische ruwe aardolie. Die maatregelen zijn een uitermate belangrijke stap om de druk op Rusland hoog te houden en zo Poetin te dwingen richting onderhandelingen over een duurzame vrede tussen Rusland en Oekraïne.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

De nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever
De uitspraken v.d. Israëlische minister en een Joods-Israëlische staat op de Westelijke Jordaanoever
De nieuwe versnelling in de bouw van illegale nederzettingen
Israëlische nederzettingen en beleid op de Westelijke Jordaanoever

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België veroordeelt de openlijke annexieplannen van Israël in Cisjordanie (22 nieuwe illegale nederzettingen) en de systematische sabotage van de tweestatenoplossing, maar blijft vooralsnog afhankelijk van EU-brede actie (o.a. onderzoek naar schendingen van het associatieakkoord en mogelijke opschorting van handelsvoordelen). Minister Prévot bevestigt lobby bij de EU voor een importverbod op koloniale producten, sancties tegen extremistische ministers (Ben-Gvir, Smotrich) en strengere wapenexportcontroles, maar concrete stappen blijven uit door EU-blokkades (o.a. Hongarije). Kritiek blijft dat België’s principiële standpunt (erkenning Palestijnse staat, veroordeling apartheid) niet vertaald wordt in nationale maatregelen zoals handelsembargo’s of bilaterale sancties. De oproep tot dringende, harde actie (bv. *coalition of the willing*) blijft onbeantwoord.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, pendant que le peuple gazaoui se fait génocider, en Cisjordanie, malheureusement, les nouvelles ne sont pas meilleures. En effet, il y a quelques jours, le ministre israélien de la Défense a été très clair et a dit "qu'ils allaient construire l’État juif israélien en Cisjordanie". Comme ça, sans ambiguïté, sans faire semblant. Une annonce officielle d'annexion, une négation frontale du droit international et un rejet total de la solution à deux États.

Comme si cela ne suffisait pas de bloquer l'aide humanitaire à Gaza et d'annoncer la création d'un État juif en Cisjordanie, Israël a annoncé également la création de 22 nouvelles colonies en Cisjordanie occupée, dans un territoire déjà morcelé, étouffé, colonisé depuis des décennies. Ces colonies existent depuis très longtemps et, loin d'être un oubli, sont le cœur de la stratégie actuelle du gouvernement israélien, qui est d'imposer le fait accompli, de tuer dans l'œuf toute possibilité d'un État palestinien viable, de violer le droit international, de terroriser une population et de normaliser un régime d'apartheid.

Et, pendant ce temps, que fait la Belgique? Elle continue de parler de solution à deux États, ce qui est très bien, mais elle maintient aussi des liens économiques, technologiques et diplomatiques avec un gouvernement israélien qui ne fait plus mystère de ses intentions et qui viole le droit international. À quoi sert encore notre politique étrangère si elle ne s’accompagne pas d’actes concrets lorsque le droit international est violé de manière aussi flagrante?

Quelle est la réaction officielle de la Belgique face à cette déclaration d'annexion de la Cisjordanie par le ministre israélien de la Défense?

Condamnez-vous la création de ces 22 nouvelles colonies en Cisjordanie occupée?

Notre gouvernement est-il prêt à suspendre les missions économiques, les accords de coopération, les investissements publics avec Israël tant que ce pays viole ouvertement le droit international?

Allez-vous porter l'interdiction de l'importation des produits issus des colonies illégales comme le permettrait notre marge de manœuvre européenne?

Enfin, allez-vous suspendre toute coopération avec les entreprises, les institutions ou les entités complices de colonisation et de l'annexion?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, Israël maakt de tweestatenoplossing met de dag onmogelijker. Dat zeggen niet alleen critici, maar ook Israël zelf. Onlangs keurde de regering de bouw van 22 nieuwe illegale nederzettingen goed op de bezette Westelijke Jordaanoever. Defensieminister Katz noemde dat openlijk een strategische zet om de oprichting van een Palestijnse staat te voorkomen. De schijn wordt niet eens meer opgehouden.

Het gaat Israël niet om veiligheid of vrede. Wat telt, is de volledige controle over het gebied, ten koste van de Palestijnen die er al generaties wonen. Meer dan een half miljoen Israëli’s zijn inmiddels in de bezette Westelijke Jordaanoever gevestigd.

Mijnheer de minister, we kunnen Israël niet vriendelijk blijven vragen om het internationaal recht te accepteren en te respecteren. De enige taal die de extremisten aan de macht begrijpen, is die van de harde actie.

Mijnheer de minister, u weet dat we een resolutie hebben goedgekeurd, waarin we oproepen om niet alleen de kolonisten, maar ook de politieke en militaire verantwoordelijken te sanctioneren. Landen als het Verenigd Koninkrijk hebben al aangekondigd daarvoor klaar te staan.

Wat hebt u daarvoor al gedaan? Bent u daarvoor al opgekomen in EU-verband? Wie hebt u gecontacteerd?

Wat waren de reacties van uw collega’s? Hebt u een plan om veto’s als dat van Hongarije te omzeilen, bijvoorbeeld met een coalition of the willing ?

Kunt u ons een lijst bezorgen van de personen die u viseert en die we volgens onze resolutie mogen aanklagen?

Maxime Prévot:

Notre position est très claire, mesdames les députées. Les colonies sont illégales et nous dénoncerons toute action qui fait obstacle à la solution à deux États. Je condamne la décision d'établir de nouvelles colonies et les propos du ministre Katz.

Comme vous le savez, le Conseil des ministres a approuvé plusieurs propositions que j'ai faites par rapport à la situation en Israël et en Palestine, et on en a encore débattu largement tout à l'heure. Mes services et moi-même avons commencé à mettre ces initiatives en œuvre.

Tout d'abord, pendant le dernier Conseil des Affaires étrangères en mai, je me suis joint à l'initiative des Pays-Bas, demandant que la Commission européenne procède à un examen du respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association Union européenne-Israël. Nous attendons incessamment le résultat de cet examen et nous avons insisté sur le fait qu'il faudrait travailler rapidement. Le résultat de cet examen servira de base pour une discussion au sein du gouvernement sur une possible suspension de l'accord d'association, totale ou, plus vraisemblablement, partielle, vu les modalités de vote, puisque, là, on a besoin d'une majorité qualifiée et non pas l'unanimité, sachant qu'une suspension de l'accord n'interdirait pas le commerce mais suspendrait l'application des tarifs préférentiels.

Cependant, vous savez que, depuis le début de la législature, je demande à l'Union européenne de faire une analyse approfondie de l'avis du 19 juillet 2024 de la Cour internationale de Justice et, sur la base de cette analyse, de formuler des recommandations pour qu'il soit veillé au respect de cet avis.

En pratique, il serait question d'interdire l'importation des produits et des services issus des colonies. Et, comme vous le savez, la Belgique fait partie du marché unique de l'Union européenne. Nous avons besoin d'une politique unifiée, initiée par la Commission. Comme nous n'avons pas vu de progrès du côté de l'Union européenne sur ce dossier, comme mentionné tout à l'heure dans le débat d'actualité, j'ai pris l'initiative, clairement, d'envoyer une lettre à la haute représentante pour les Affaires étrangères afin de formaliser la demande et de le faire avec le soutien de plusieurs autres pays européens.

In verband met sancties verwijs ik naar de antwoorden die ik eerder al gaf aan de heren Van Rooy en Boukili. Ik pleit ervoor om de op Europees niveau genomen initiatieven volledig te ondersteunen. Die zijn gericht op het sanctioneren van leden van Hamas en van gewelddadige Israëlische kolonisten.

Daarnaast wil ik de betrokken lijst actualiseren en aanvullen, onder meer met politieke en militaire leiders van beide kampen, zoals bijvoorbeeld de ministers Ben-Gvir en Smotrich.

België blijft ook financiële en politieke steun verlenen aan het consortium voor de bescherming van de Westelijke Jordaanoever, dat er alles aan doet om de Palestijnen in staat te stellen hun huizen in zone C van de Westelijke Jordaanoever te blijven bewonen.

Mijn diensten organiseren binnenkort ook een nieuw overleg tussen de federale overheid, met inbegrip van de Douane, en de gewesten om de situatie inzake wapenexporten naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden te evalueren, met inbegrip van het doorvoeren via België.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et pour la condamnation claire. Je pense ne pas me tromper en disant que ce n'est pas juste une condamnation à titre personnel, mais que vous parlez en tant que ministre des Affaires étrangères et qu'il s'agit donc d'une condamnation qui engage l'ensemble de vos collègues du gouvernement. Ce qui se passe aujourd'hui en Cisjordanie n'est malheureusement pas une dérive ponctuelle ou une erreur. C'est vraiment, comme je l'ai dit, un projet politique assumé, une volonté claire et explicite du gouvernement israélien de rendre impossible un État palestinien, alors que la majorité ici a adopté une reconnaissance conditionnée de l'État palestinien. On ne peut pas continuer à laisser un territoire déjà réduit à peau de chagrin être détruit et morcelé par une colonisation qui grappille tous les jours un peu plus de mètres carrés. Je pense donc qu'il est vraiment plus que temps d'aligner nos principes sur nos actes et de continuer à plaider, au niveau européen, pour que les sanctions les plus rapides et les plus effectives soient prises. Merci.

Annick Lambrecht:

Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is heel goed dat u nogmaals benadrukt dat die kolonies illegaal zijn en de nederzettingen streng veroordeelt. Zo wordt dat opnieuw geacteerd. We moeten bij de tekst van de resolutie blijven. Dan praten we namens de voltallige regering om niet alleen de kolonisten, maar ook de politieke en militaire verantwoordelijken aan beide kanten te sanctioneren.

De uitspraken van de Amerikaanse defensieminister over Taiwan
De dreiging van een Chinese invasie van Taiwan
Amerikaanse en Chinese spanningen rond Taiwan

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU benadrukken het behoud van de status quo in de Straat van Taiwan als cruciaal voor globale stabiliteit en economie, roepen op tot dialoog en respect voor internationaal recht, maar vermijden een duidelijke juridische erkenning van Taiwans onafhankelijkheid, verwijzend naar het één-Chinabeleid (VN-resolutie 2758). Terwijl de VS waarschuwen voor een mogelijke Chinese invasie tegen 2027 en escalerende militaire druk, blijft België’s strategie vaag: economische banden met Taiwan worden versterkt, maar concrete plannen voor een conflictontwijken ontbreken. Kritiek komt op de schijnbare dubbelstandaard (vs. Palestina) en het ontwijken van een helder standpunt over Taiwans soevereiniteit, ondanks haar democratische en economische (microchips) strategische waarde. De EU focust op weerbaarheid, handel en afschrikking via diplomatieke druk, maar concrete militaire of politieke actie blijft uit.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors du récent sommet sur la sécurité en Asie, le Shangri-La Dialogue à Singapour, le secrétaire américain à la Défense, Pete Hegseth, a averti, je cite, que "la Chine se préparait activement à une invasion de Taïwan d'ici 2027". Il a souligné que la Chine s'entraîne quotidiennement en vue d'une telle opération, ce qui constitue une menace réelle et potentiellement imminente pour la stabilité de la région indo-Pacifique. La Chine a vivement réagi à ces déclarations, accusant les États-Unis de "provoquer des conflits et de perturber la paix régionale".

Cette escalade verbale s'inscrit dans un contexte de tensions accrues, marqué par des exercices militaires chinois autour de Taïwan et des incursions régulières dans sa zone d'identification de défense aérienne. Nous l'avons déjà évoqué régulièrement lors de nos échanges dans cette commission.

Dans ce contexte, j'aimerais vous poser quelques questions. Comment la Belgique évalue-t-elle les risques d'escalade militaire dans la région et leurs implications pour la sécurité internationale?

Quelles initiatives l'Union européenne prend-elle actuellement pour promouvoir la paix, la stabilité et le respect du droit international dans cette région?

Comment la Belgique peut-elle soutenir les efforts diplomatiques visant à prévenir un conflit et à encourager le dialogue entre les parties concernées?

Werner Somers:

Mijnheer de minister, zoals u weet, behoudt de Volksrepubliek China zich het recht voor om Taiwan manu militari bij het Chinese vasteland in te lijven. Voor Xi Jinping, de president van de Volksrepubliek, is de vereniging van Taiwan met China van wezenlijk belang voor de zogenoemde verjonging van de Chinese natie. Daarmee wordt bedoeld dat China de centrale wereldmacht op politiek, economisch en militair vlak moet worden.

De Taiwanese bevolking wordt de laatste jaren met toenemende militaire intimidatie door China geconfronteerd. De militaire druk wordt opgevoerd tot een punt waarop oefeningen nauwelijks nog te onderscheiden zijn van een regelrechte aanval. Dat verhoogt uiteraard aanzienlijk het risico op inschattingsfouten en ongelukken.

Recent verklaarde de Amerikaanse minister van Defensie op een defensietop in Singapore dat een invasie van Taiwan nakend is. Volgens hem beschikken de Amerikaanse inlichtingendiensten over informatie waaruit blijkt dat Xi Jinping de Chinese strijdkrachten heeft aangemaand om de capaciteiten op te bouwen die nodig zijn om tegen 2027 in staat te zijn Taiwan over te nemen.

Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van de uitspraken van de Amerikaanse minister van Defensie? Hoe waarschijnlijk acht u het dat de Volksrepubliek China uiterlijk in 2027 zal proberen om Taiwan met geweld te veroveren? Op welke wijze bereidt de regering zich voor op een Chinese militaire invasie van Taiwan? Wordt daarover met gelijkgezinde staten overlegd?

Heeft de regering beslist om haar bezorgdheid over de toenemende Chinese militaire intimidatie van Taiwan kenbaar te maken in contacten met de Volksrepubliek? Bent u het eens met de zienswijze dat de Chinese militaire intimidatie van Taiwan strijdig is met het VN-Handvest en dat dit a fortiori geldt voor een blokkade of invasie van het eiland?

Zal de regering eindelijk ondubbelzinnig het standpunt innemen dat Taiwan niet alleen de facto, maar ook de jure geen deel uitmaakt van de Chinese staat?

Maxime Prévot:

Monsieur De Maegd, monsieur Somers, un changement du statu quo de la situation dans le détroit de Taïwan constitue une menace pour la prospérité et la sécurité, également pour l'Europe. Comme vous le notez, Taïwan est devenu un partenaire commercial important pour notre continent et diverses études décrivent l'impact économique en cas d'escalade. Il est donc important que nous ayons une vue claire de nos propres intérêts afin de pouvoir évaluer les conséquences négatives et de nous y préparer.

Cette question est également en discussion au sein de l'Union européenne et avec les pays partageant les mêmes valeurs. Dans sa politique de sécurité et de défense, l'Union européenne continue d'ailleurs de mettre l'accent sur la préservation de ce statu quo dans le détroit de Taïwan. L'Union européenne exprime son inquiétude face aux actions de la Chine qui aggravent les tensions et appelle à la retenue. L'Union européenne reconnaît également l'importance stratégique de Taïwan dans la région indo-Pacifique et encourage l'approfondissement de la coopération et des échanges.

De Europese Commissie legt de focus op het uitbreiden van de handel met en investeringen in Taiwan en hecht belang aan het versterken van de wederzijdse weerbaarheid. Er is aandacht voor de economische veiligheid en het versterken van samenwerking in diverse strategische sectoren.

Les tensions dans le détroit de Taïwan suscitent une inquiétude croissante au sein de la communauté internationale et des appels ont été lancés à plusieurs reprises pour éviter des actions unilatérales qui pourraient conduire à une escalade. Il est dans notre intérêt, avec nos alliés, de contribuer à maintenir un équilibre stable entre les grandes puissances régionales.

Dans ma précédente intervention sur le sujet, j'ai attiré votre attention sur le récent livre blanc sur la préparation de la défense européenne, qui exprime également cette préoccupation et qui aborde en détail les étapes à suivre pour développer les capacités nécessaires et une approche coordonnée afin de garantir notre sécurité.

Net als de EU zal België de duidelijke boodschap blijven uitdragen van het belang van het handhaven van de status quo, het vermijden van unilaterale acties die deze in gevaar kunnen brengen en het benadrukken van de negatieve impact die een escalatie zou hebben op de wereldwijde welvaart en veiligheid. We blijven pleiten voor dialoog en respect voor internationale rechtsregels. Die boodschap wordt voortdurend herhaald in al onze bilaterale contacten.

Wat uw laatste vraag betreft, verwijs ik u graag naar de uiteenzetting van mijn administratie op 27 november 2024, waarin de Belgische positie ten aanzien van de VN-resolutie 2758 werd toegelicht tijdens de bespreking van de inmiddels aangenomen parlementaire resolutie over de toenemende dreiging richting Taiwan. Die resolutie vormt de basis van waaruit het één-Chinabeleid is gegroeid dat door het overgrote deel van de internationale gemeenschap en internationale instellingen wordt gehandhaafd. De resolutie maakt geen melding van het statuut van Taiwan, waardoor we ons niet uitspreken over de territoriale aanspraken van China op Taiwan en we enkel akte kunnen nemen van hun lezing ervan.

Michel De Maegd:

Je vous remercie, monsieur le ministre, pour votre réponse.

Nous sommes à un moment charnière. Je suis d'accord avec vous qu'il s'agit d'un enjeu global aux conséquences négatives. Je les qualifierais de potentiellement dramatiques, pour la paix internationale, l'économie mondiale et l'équilibre des puissances.

Dans ce contexte, l'Union européenne doit s'affirmer comme un acteur de stabilité, de dialogue et de droit. Elle doit adopter une ligne claire, celle du respect du droit international, du rejet de toute modification unilatérale du statu quo et du soutien à toutes les initiatives de désescalade.

La paix commence avec des signaux forts, envoyés à toutes les parties. Oui au dialogue. Non à la provocation et à la menace.

Je vous remercie.

Werner Somers:

Mijnheer de minister, ik heb in uw antwoord weinig concreets gehoord. U sprak over de bezorgdheid van België, dat het status quo moet worden behouden, dat Taiwan van zeer groot economisch belang is en dat u de handel met en investeringen in Taiwan verder wilt opvoeren. Op zich juich ik dat allemaal toe, alleen heb ik niet duidelijk gehoord wat de strategie van België is, en bij uitbreiding van de Europese Unie en de rest van de westerse wereld, voor het geval er inderdaad een groot militair conflict over Taiwan zou uitbreken tegen 2027, of zelfs vroeger. Dat stelt mij allerminst gerust. We weten allemaal dat een recessie op ons zou afkomen en dat de economie wereldwijd met 15 tot 30 % zou krimpen indien de hel losbarst in de Straat van Taiwan. Alleen al onze afhankelijkheid van geavanceerde microchips, die voor 90 % worden geleverd door TSMC, wereldwijd, maakt dat dit een ramp zou worden voor onze steeds meer hoogtechnologische industrie. Ik kreeg eigenlijk ook geen duidelijk antwoord met betrekking tot het standpunt van België over de status van Taiwan. U verwees naar het één-China-beleid, dat België onderschrijft, en naar resolutie nr. 2758 van de algemene vergadering van de VN uit 1971. Beide zijn uiteraard bekend. We stellen een spagaat vast tussen de houding van de regering tegenover Palestina en die tegenover Taiwan. Taiwan voldoet immers duidelijk aan alle criteria om van een staat te kunnen spreken. Het is een perfect democratische staat, een voorbeeld voor de rest van de wereld, zou ik bijna zeggen. Toch verschuilt de regering zich en is men bang om duidelijk te zeggen waar het op staat, namelijk dat er inderdaad één China bestaat, maar dat er ook één Taiwan bestaat. Ook Taiwan heeft het recht om te worden erkend als onafhankelijke en bovendien democratische staat, los van China.

De aanwezigheid van Belgische delegaties op het WK wielrennen in Rwanda
De deelname van een Belgische delegatie aan het WK wielrennen in Rwanda
Belgische deelname aan het WK wielrennen in Rwanda

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België negeert de Kamerresolutie die oproept tot een boycot van sportieve evenementen in Rwanda (o.a. WK wielrennen 2025) vanwege Rwanda’s steun aan M23-rebellen en oorlogsmisdaden in Oost-Congo, ondanks diplomatieke breuk en internationale kritiek. De Belgische Wielerbond beslist autonoom deel te nemen, gesteund door een neutraal reisadvies (alleen grensgebieden afgeraden), terwijl de regering geen politieke delegatie zendt maar ook geen officieel boycotbevel geeft, ondanks morele bezwaren tegen *sportwashing*. Kritiek luidt dat België symbolische druk (zoals bij Rusland/Oekraïne) mist door inconsistentie: resoluties blijven dode letter, terwijl mensenrechten en conflictbetrokkenheid ondergeschikt raken aan sportieve belangen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in een voorstel van resolutie betreffende de situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo, ingediend door de meerderheidspartijen en goedgekeurd door de plenaire vergadering, staat onder verzoek 3, punt 20, het hiernavolgende verzoek te lezen: “Alle beschikbare middelen in te zetten om deelname aan elk evenement – sportief, cultureel enzovoort – op Rwandees grondgebied niet langer mogelijk te maken, daarover te overleggen met de bevoegde instanties en aan te sturen op een boycot.” Dat zou betekenen dat België geen delegatie zou kunnen afvaardigen naar het WK wielrennen in Rwanda, dat plaatsvindt van 21 tot 28 september 2025. Ondanks de resolutie blijkt dat de voorbereidingen voor het WK wielrennen van start zijn gegaan.

Voor wie het zou zijn vergeten, herinner ik eraan dat het Rwandese regime van Kagame de M23-rebellen steunt, die aanhoudend oorlogsmisdaden plegen in het aan Rwanda grenzende Oost-Congo. Zoals u weet, zijn daarbij al duizenden doden gevallen. Het Rwandese regime blies onlangs ook de bilaterale diplomatieke relaties met België op.

De Vlaamse minister van Sport, mevrouw De Ridder, vorderde onlangs nog een grondige veiligheidsanalyse. Er moesten ook alternatieve parcoursen worden onderzocht. Zij gaf aan dat de huidige situatie in Rwanda niet stabiel is en dat het hoogst onzeker is hoe de toestand zal evolueren tegen de periode van het wereldkampioenschap.

Dat viel blijkbaar allemaal op een koude steen en had weinig of geen impact. Ondanks de aanhoudende oorlog die Rwanda voert en ondanks de aanhoudende mensenrechtenschendingen die Rwanda pleegt, heeft uw dienst geen negatief advies gegeven over de organisatie.

Mijn vragen aan u zijn de volgende.

Kunt u voor de goede orde bevestigen dat Belgische delegaties toch mogen deelnemen aan sportieve evenementen in Rwanda en dat de inhoud van de resolutie dus niet wordt gerespecteerd?

Zullen er politieke delegaties naar Rwanda reizen in het kader van het WK wielrennen?

Wat is momenteel de officiële houding van de regering ten aanzien van deelname aan sportieve evenementen in Rwanda?

Ten slotte, wat hield het advies in dat uw diensten bezorgden aan de organisatieverantwoordelijken?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, début du mois, j'apprenais avec consternation que la fédération belge de cyclisme confirmait que la Belgique participerait bien aux prochains championnats du monde de cyclisme, prévus du 20 au 29 septembre prochains au Rwanda. Elle a ajouté que votre ministère n'avait pas donné d'avis négatif. J'aimerais au moins être rassurée et savoir que vous avez émis des réserves et des doutes quant au symbole que cette participation renvoyait.

Nous parlons d'un État voyou, coupable d'une ingérence en bonne et due forme dans un conflit en dehors de son territoire, coupable de crimes de guerre, pillant les ressources de la RDC et ayant suspendu toute relation avec la Belgique parce que vous avez eu le culot de défendre des populations civiles et le droit international. Malgré cela, vous n'estimez pas nécessaire de formuler un avis négatif sur la participation belge à ces mondiaux.

Ajoutons au passage que cette organisation de mondiaux au Rwanda est un exemple de plus du sportwashing pratiqué massivement par le gouvernement de M. Kagame pour occulter ses pratiques autoritaires et sa guerre illégale. L'organisation du championnat au Rwanda représente en tant que telle une insulte pour les milliers de victimes innocentes de ce conflit organisé par M. Kagame. Notre participation est un symbole grave de complaisance face au rôle joué par le Rwanda dans la crise, tandis qu'un boycott aurait été un signal fort de notre opposition aux violations du droit international et un signal en faveur de la justice.

Monsieur le ministre, que contenait l'avis rendu par votre ministère à la fédération belge de cyclisme sur cette participation? Quelle est votre position et celle de la Belgique sur les participations sportives dans des États coupables de crimes de guerre comme le Rwanda?

Maxime Prévot:

Mevrouw Ponthier, mevrouw Mutyebele Ngoi, zoals ik al eerder in deze commissie heb gezegd, komt het autonoom aan de Internationale Wielerunie toe om te beslissen over het al dan niet laten plaatsvinden van het WK wielrennen in Rwanda.

Par ailleurs, c'est à la fédération belge de cyclisme de décider de participer ou non en fonction de son évaluation de la situation.

J'ai appris qu'entre temps, celle-ci avait effectivement décidé de participer au championnat du monde de cyclisme au Rwanda, malgré l'appel lancé par la Chambre des représentants dans sa résolution du 26 février dernier. Je n'ai pas connaissance de quelconque équipe cycliste d'autres pays ayant pris une décision négative quant à leur participation.

Ik kan bevestigen dat er op mijn kabinet een vergadering met de CEO van Belgian Cycling plaatsgevonden heeft. We hebben de situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) geschetst, alsook de betrokkenheid van Rwanda in het conflict, die overduidelijk is. In antwoord op de vraag van de Belgische Wielerbond betreffende de veiligheidssituatie in Rwanda hebben wij verwezen naar ons reisadvies. Alle reizen naar het district Rubavu, dat grenst aan de provincie Noord-Kivu in de DRC, inclusief tussen het Kivumeer en de vulkaan Karisimbi, worden sterk afgeraden. Niet-essentiële reizen naar het district Rusizi en aan de grens met Zuid-Kivu worden ook afgeraden. Voor de rest van het land is er geen negatief advies. Ik begrijp uit de pers dat de veiligheidsaspecten een centrale rol hebben gespeeld in de beslissing van de Belgische Wielerbond.

Ik heb ook nota genomen van het bericht dat mijn Rwandese homoloog recent op de sociale media heeft gepubliceerd, waarin hij aankondigt dat de Belgische wielerploeg welkom is in Rwanda.

In antwoord op de vraag over de deelname van een politieke delegatie aan dit evenement is het duidelijk dat er geen officiële delegatie van de Belgische regering aanwezig zal zijn tijdens de wereldkampioenschappen wielrennen, gezien de verbreking van onze diplomatieke betrekkingen.

Tot slot wil ik nogmaals benadrukken dat het Parlement of de federale regering tegen een deelname van Belgische sportdelegaties aan zulke evenementen kunnen zijn en dat we uiteraard tegen elke vorm van sportswashing zijn, maar het komt uiteindelijk niet aan ons toe om te beslissen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, de waarde van sommige resoluties is hiermee meteen duidelijk. Zij hebben vaak een relatieve impact op het beleid, zo blijkt. Een voormalige Kamerlid stelde ooit meesmuilend: " Met alle resoluties die in de Kamer worden gestemd, kunnen de muren van vele woningen worden behangen." De anciens hier weten zeker over wie ik spreek. Ik denk dat we kunnen zeggen dat hij op dat vlak gelijk krijgt.

Het klopt dat het een autonome beslissing van de Belgische wielerbond is en dat er an sich geen negatief reisadvies is. Het gaat hier echter om meer dan een persoonlijk risico, het gaat erom dat de regering haar woord houdt. Belgische regeringen hebben steeds de mond vol van het geven van sterke signalen, het spelen van een voortrekkersrol en het tonen van verantwoordelijkheidszin. Blijkbaar neemt de federale regering het niet zo nauw met dat laatste. We nemen daar akte van.

Naar aanleiding van het WK in Qatar is er in het verleden heel wat gezegd en geschreven, niet in het minst in deze commissie. Een van de aanbevelingen in de desbetreffende resolutie riep overigens op om rekening te houden met meerdere aspecten, waaronder het respect voor de mensenrechten in het organiserend land. Ook in dit dossier of in deze situatie had men volgens ons meer rekening kunnen houden met een aantal andere factoren dan alleen het parcours, de organisatie en de veiligheid in de omgeving. Dit is een gemiste kans om de daad bij het woord te voegen, wat op zijn minst betreurenswaardig is.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Ici, nous avons un exemple de plus d'une sanction, certes symbolique, qui serait le boycott sportif, à l'instar de ce qui a été fait vis-à-vis de la Russie en raison de son invasion de l'Ukraine. Le Rwanda devrait être sanctionné également par ce genre de boycott à la suite de son invasion de la République démocratique du Congo (RDC). Je peux qu'être déçue que la fédération belge ait décidé d'ignorer la réalité qui se déroule au Rwanda. En soutien à notre résolution, un boycott et un avis négatif auraient été les bienvenus. La Belgique a déjà fait beaucoup, évidemment; plus que d'autres pays. Mais nous devons continuer à incarner l'opposition contre les crimes commis par M. Kagame à l'Est de la RDC et nous devons continuer à élever nos voix, à mener une lutte contre cette invasion illégale de la RDC. Nous ne pouvons nous reposer sur nos lauriers et la présence d'une équipe de cyclistes belges au Rwanda est pour moi un symbole qui va à contre-courant du message qui a été porté par la Belgique jusqu'ici par vos soins.

De reacties op het repressieve migratiebeleid in de Verenigde Staten
De massadeportaties onder de regering-Trump en de manifestaties in de VS
De uitwijzing van Belgische staatsburgers naar Guantanamo door de VS
Internationaal migratiebeleid, deportaties en mensenrechtenprotesten

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België uit zware zorgen over autoritaire afglijding in de VS onder Trump, met gewelddadige onderdrukking van protesten, militaire inzet tegen burgers en massale deportaties, waaronder transfer van 9.000 migranten (onder wie Europeanen) naar Guantanamo. Minister Prévot bevestigt intensief diplomatiek overleg met de VS om Belgen te identificeren, consulaire bijstand te bieden en repatriëring te organiseren, maar ontkent vooralsnog concrete gevallen van Belgische betrokkenheid. Hij benadrukt een formele note aan het US State Department voor transparantie en herhaalt dat geen Belgen in de eerste deportatievluchten zaten. Lacroix dringt aan op Europese verontwaardiging en actie tegen schendingen van mensenrechten en internationaal recht.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, depuis la réélection de Donald Trump à la présidence des États-Unis en novembre dernier, les signaux de dérives autoritaires se multiplient et les institutions démocratiques sont mises à mal. Les droits fondamentaux sont remis en cause. La répression s'intensifie contre toute forme d'opposition. Comme l'a justement déclaré le gouverneur de Californie, Gavin Newsom, "la démocratie est attaquée sous nos yeux, et je dirais même en direct".

Ces derniers jours, la situation a encore basculé. De violentes émeutes ont éclaté à Los Angeles dans un contexte de colère sociale croissante. Des élus démocrates ont été attaqués, une élue démocrate et son mari ont été assassinés. En réponse, l'administration Trump, qui abuse du pouvoir que la Constitution américaine lui confère, a déployé des milliers de soldats dans les rues, militarisant dangereusement l'espace public et étouffant les manifestations citoyennes par la force. Ce recours à l'armée contre la population civile est profondément inquiétant alors que nous avons toujours considéré les USA comme une démocratie de référence, celle de Thomas Jefferson et de George Washington. Dans le même temps, la Maison Blanche a ordonné une offensive migratoire d'une rare brutalité, visant à expulser 3 000 personnes par jour. Parmi les mesures les plus choquantes, nous apprenons qu'environ 9 000 migrants, dont plusieurs ressortissants belges et européens, seraient transportés vers le tristement célèbre camp de Guantanamo, symbole mondial des violations du droit international et du recours à la torture.

Au-delà de la défense de nos citoyens, il en va de la crédibilité de notre attachement aux droits humains. Nous devons rappeler clairement que l'Europe et la Belgique ne resteront pas silencieuses face à de telles dérives.

Monsieur le ministre, avez-vous reçu des explications officielles de la part de l'ambassade des États-Unis en Belgique? Quelles démarches le gouvernement belge a-t-il entreprises, tant au niveau bilatéral qu'européen, pour dénoncer le transfert de ressortissants européens vers Guantanamo? Des mesures concrètes ont-elles été mises en œuvre pour assurer la protection voire le rapatriement de nos compatriotes concernés?

Maxime Prévot:

Monsieur Lacroix, comme j’ai eu l’occasion de l’expliquer la semaine dernière, l’administration Trump a intensifié la politique d’expulsion de personnes qui, en vertu de la législation américaine, résident illégalement aux États-Unis. Le SPF Affaires étrangères travaille étroitement avec les autorités américaines pour permettre le retour en Belgique des compatriotes concernés. Depuis la parution dans la presse d’informations faisant état d’une possible expulsion de citoyens européens vers Guantanamo, mes services sont en contact avec les administrations américaines compétentes pour faire la lumière sur la situation des Belges qui pourraient être concernés et rappeler notre disposition à travailler intensivement ensemble sur ce dossier.

Nos postes aux États-Unis sont disponibles pour délivrer l’assistance consulaire nécessaire et permettre le retour en Belgique des Belges en situation irrégulière. Nous avons d’ailleurs adressé une note verbale au département d’État américain pour communiquer formellement ce message et pour réitérer notre demande d’être tenus informés des compatriotes qui se trouveraient dans cette situation.

Je vous assure donc une fois de plus que nous faisons tout ce qui est en notre pouvoir pour la protection de nos compatriotes. La semaine dernière, lorsque je me suis exprimé en séance plénière, je pouvais vous confirmer qu’aucun Belge n’était concerné par le premier vol. Depuis lors, je n’ai pas eu de nouvelles informations sur le sujet mais j’ose imaginer que si des Belges avaient été concernés, nous en aurions été aussitôt avisés.

Christophe Lacroix:

Je souhaite remercier le ministre pour sa vigilance et son soutien.

De evacuatie van de Belgen en rechthebbenden uit Gaza

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de evacuatie van Belgen en hun familieleden uit Gaza, waarbij minister Prévot bevestigt dat de huidige regering de criteria van het vorige kabinet (Belgen, erkende vluchtelingen en hun directe familie met visum) hanteert, maar nog geen nieuwe beslissing nam. Sinds maart lopen evacuaties via Kerem Shalom (Israël) en Jordanië, met slechts 38 Belgen/familieleden geëvacueerd (12/13 maart, 16/17 april, 6/27 mei), door strenge Israëlische controles en beperkte "vensters" voor vertrek. Israël scherpte in oktober 2024 de voorwaarden aan (alleen Belgen en *kernfamilie*), maar versoepelde half mei weer—hoewel recente gevechten nieuwe logistieke en veiligheidsblokkades creëren. Prévot benadrukt de prioriteit van evacuaties, maar waarschuwt voor onvoorspelbare vertragingen door de oorlogsomstandigheden.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, le sujet ayant déjà été évoqué lors du débat d'actualité, je me réfère à la version écrite de ma question tout en remerciant le ministre, que je sais physiquement éprouvé, de rester pour répondre à toutes les questions et de faire preuve de correction à l'égard du travail parlementaire.

Voorzitter:

é prouvé mais solide en tout cas!

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, la situation sécuritaire à Gaza et dans la région ne fait que devenir de plus en plus tendue. Je voudrais donc vous poser quelques questions concernant la question des belges toujours présents dans la région, ainsi que leurs ayant-droits.

Y a-t-il des changements de politique en ce qui concerne les catégories ayant droit à l'évacuation? Qui a actuellement droit à l'évacuation? Qu'en est-il des personnes dont le visa regroupement familial a été approuvé récemment? S'il y a eu un changement de politique, quand a-t-il été décidé et quel est le point/le moment de référence pour décider si une personne est toujours bénéficiaire d'une évacuation?

A quel moment les listes de bénéficiaires ont-elles été encore soumises par les autorités Belges aux autorités compétentes (israéliennes/égyptiennes/jordaniennes) depuis l'entrée en fonction du nouveau gouvernement? Combien de personnes étaient concernées à chaque fois, et peut-on faire une distinction en fonction de la nationalité (belge/palestinienne) ? S'agit-il également de bénéficiaires « nouvellement » identifiés (par exemple, des personnes dont le visa de regroupement familial n'a été approuvé que plus récemment)?​

Y a-t-il des changements de politique ou des changements sur le terrain en ce qui concerne l'évacuation elle-même? L'évacuation se fera désormais par le poste frontière de Kerem Shalom et par la Jordanie. Y a-t-il des changements notables dans l'attitude des autorités israéliennes en ce qui concerne l'approbation des listes soumises par la Belgique? En particulier, les autorités israéliennes facilitent-elles davantage les départs de Gaza? Existe-t-il des catégories de personnes qui obtiennent plus facilement une autorisation? Quelle est l'attitude des autorités jordaniennes, ont-elles des conditions/contrôles supplémentaires et quelles sont les difficultés opérationnelles? Quand des évacuations effectives vers la Belgique ont-elles eu lieu cette année, pour combien de personnes (distinction entre Belges et Palestiniens), et par quels postes-frontières et pays?

Je vous remercie pour vos réponses précises

Maxime Prévot:

Merci beaucoup à tous les deux!

Monsieur Lacroix, en octobre 2023, le gouvernement précédent a décidé que les catégories de personnes ayant droit à une évacuation étaient les Belges et les réfugiés reconnus époux, épouse ou partenaire légal et enfants mineurs ou enfants majeurs à charge, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique. S'y étaient ajoutés, de façon pragmatique et au cas par cas, les parents et les frères et sœurs mineurs ou les frères et sœurs majeurs à charge des parents, d'un Belge mineur ou d'un réfugié reconnu en Belgique, avec un visa ou titre de séjour pour la Belgique.

Sur cette base, la Belgique a pu évacuer plus de 500 personnes via le poste frontière de Rafah et l' É gypte entre novembre 2023 et mars 2024. Ensuite, les autorités israéliennes ont fermé le poste frontière de Rafah et les évacuations n'étaient plus possibles. Elles n'ont pu reprendre qu'en mars dernier via le poste frontière de Kerem Shalom et la Jordanie.

Le gouvernement actuel n'a pas encore formellement pris de nouvelle décision sur les catégories de personnes ayant droit à l'évacuation, mais le kern a décidé de continuer les évacuations sur la base d'une liste, qui est fixe pour le moment, et qui a été établie sur la base des catégories fixées par le gouvernement précédent. Il s'agit ici de plusieurs centaines de personnes et mes services se focalisent pour l'instant sur l'évacuation de ce groupe. Mais j'insiste qu'il est toujours une priorité pour moi de pouvoir évacuer le maximum de personnes de Gaza, y inclut les personnes dont le regroupement familial a été décidé récemment et qui ne se trouvent donc pas encore sur cette liste.

Depuis la reprise des évacuations via le poste frontière de Kerem Shalom et la Jordanie, une autorisation doit être demandée aux autorités israéliennes et jordaniennes par nos postes diplomatiques à Jérusalem et Amman respectivement. L'autorisation finale n'est demandée aux autorités israéliennes qu'au moment où celles-ci ont annoncé la date d'une évacuation précise et pour les personnes dont nous savons qu'elles pourront obtenir cette autorisation.

Quant à cette date, elle n'était annoncée dans les mois précédents que toutes les deux ou trois semaines et nous pouvons malheureusement craindre qu'avec les événements de ces derniers jours, cet intervalle va encore s'élargir.

Les fenêtres d'opportunité d'évacuation sont donc restreintes.

Comme les autorités israéliennes avaient annoncé en octobre 2024 ne vouloir donner l'autorisation que pour l'évacuation de Belges ou de membres de la famille nucléaire de Belges, les autorisations demandées aux autorités israéliennes et jordaniennes depuis l'entrée en fonction du nouveau gouvernement concernaient en premier lieu ces catégories spécifiques.

Les 12 et 13 mars, les 16 et 17 avril, les 6 et 27 mai, nous avons pu évacuer au total 38 Belges ou membres de la famille nucléaire de Belges. Mi-mai, nous avons cependant reçu l'indication des autorités israéliennes qu'il n'y aurait désormais plus de restriction sur les catégories de personnes que nous voudrions évacuer, ouvrant ainsi la possibilité de reprendre l'évacuation de membres de la famille nucléaire de réfugiés reconnus en Belgique. À cette fin, nous avons déjà envoyé les premières demandes d'autorisation, mais nous nous attendons à ce que les développements dans la région ces derniers jours compliquent considérablement la donne une nouvelle fois, notamment pour les contrôles de sécurité et les fenêtres d'opportunité d'évacuation sur le plan opérationnel et logistique.

Monsieur Lacroix, je vous remercie pour votre question me permettant de répéter que la mise en œuvre de ces évacuations est une priorité pour mon département. Mais ce sont des opérations très délicates. Les difficultés d'ordre sécuritaire, opérationnel, administratif et autres sont nombreuses. Chacun comprendra que les circonstances en période de guerre sur le terrain sont particulièrement complexes et mouvantes d'un jour à l'autre. Je ne donnerai pas davantage de détails quant aux obstacles à devoir surmonter, aussi pour ne pas prendre le risque de mettre ces opérations en danger.

Je sais que de nombreuses familles en Belgique attendant d'être réunies à leurs enfants et à leurs proches qui se trouvent dans des conditions épouvantables à Gaza. Je sais qu'elles sont désespérées et frustrées du fait que leur attente est très longue et que les Affaires étrangères ne peuvent pas toujours leur donner d'indications claires quant au moment où l'évacuation aura lieu. Mais nous y travaillons avec toute l'intensité et l'humanité requises.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie du fond du cœur pour vos explications très construites, qui montrent votre engagement et celui de votre département et de vos collaborateurs, en ce compris les membres de votre cabinet et de votre administration, pour trouver des solutions pratiques pour rapatrier ces Belges – je vais les appeler comme ça, de manière générale –, chez nous malgré les difficultés. Je vous remercie également d'avoir fait en sorte que les conditions développées par le gouvernement précédent soient maintenues et qu'on envisage même des regroupements familiaux. Plusieurs centaines de personnes sont donc concernées. Je note qu'à ce stade, 38 ont pu être ramenées à bord. Je note aussi, avec beaucoup de plaisir et sans vouloir polémiquer sur un sujet aussi grave, que votre engagement est total.

De rol van België in de heropbouw van Syrië

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 17 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België engageert zich in de Syrië-reconstructie met 18 miljoen euro humanitaire steun (2025), gekoppeld aan voorwaardelijke opheffing van EU-sectorale sancties (behoudt wapenembargo’s, repressiemiddelen en sancties tegen het Assad-regime). Kernprioriteiten zijn inclusieve democratische transitie, strafrechtelijke vervolging van oorlogsmisdaden (via VN-mechanismen) en afwezigheid van buitenlandse inmenging, met nadruk op rechten van gemarginaliseerde groepen om nieuw vluchtelingenvluchten te voorkomen. Diplomatiek contact met het interim-bewind (al-Chaara) blijft beperkt (geen bezoek gepland), terwijl juridische haalbaarheid van beslag op Assad-vermogen nog wordt onderzocht. Deborsu waarschuwt voor schijntransitie en terugval in autoritaire praktijken (bv. burkini-verplichting), benadrukkend dat EU-voorwaarden strikt moeten worden gehandhaafd om echte vrede te garanderen.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, le 20 mai dernier, l’Union européenne a décidé de lever les sanctions économiques imposées à la Syrie depuis 2011, à l’exception des exportations d’armes. Cette décision marque un tournant historique, à la suite de la chute du régime dictatorial sanglant de Bachar Al-Assad en décembre 2024. Si l’objectif affiché est de soutenir la reconstruction d’un pays ravagé par la guerre, les défis restent immenses: dévastation des infrastructures, fracture sociale, instabilité politique, et méfiance légitime à l’égard de tout pouvoir autoritaire. Dans ce contexte fragile, la Belgique a un rôle à jouer. Mais elle a aussi un devoir de vigilance.

Comment la Belgique compte-t-elle peser dans la reconstruction syrienne afin de favoriser une véritable transition démocratique, inclusive et durable?

Quels sont les principes et priorités que notre pays défendra auprès de ses partenaires européens dans ce processus?

Quelle position la Belgique compte-t-elle adopter vis-à-vis du nouveau gouvernement Al-Chaara? Une visite du Président intérimaire serait-elle envisageable, à l’image de celle réalisée à Paris en mai dernier?

Les avoirs gelés de Bachar El-Assad et de sa famille pourraient-ils être mobilisés pour financer la reconstruction?

Enfin, quelles sont les lignes rouges que la Belgique refusera de franchir en matière d’aide au développement et de levées de sanction?

Maxime Prévot:

Madame Deborsu, vous m'avez interpellé récemment par écrit à propos de la Syrie. L'action de la Belgique se décline de la manière suivante: réengagement diplomatique, aide humanitaire et soutien à la suspension des sanctions. Cette action reste néanmoins cadrée et nous sommes évidemment bien conscients des possibles dérives et de l'idéologie présente en arrière-fond.

La Belgique s'est engagée à débloquer 18 millions d'euros d'aide humanitaire d'ici 2025, c'est-à-dire cette année. Ce financement sera axé sur la protection des civils touchés, tant sur l'ensemble du territoire syrien qu'au profit des réfugiés syriens dans les pays voisins et leur communauté d'accueil.

À travers les décisions prises en février et en mai 2025, l'Union européenne et ses États membres ont suspendu les mesures restrictives sectorielles qui étaient d'application à l'encontre de la Syrie. L'Union européenne entend faciliter le dialogue avec la Syrie, sa population et ses entreprises dans les domaines clés de l'énergie et des transports, ainsi que faciliter les transactions financières et bancaires liées à ces secteurs et celles qui sont nécessaires à des fins humanitaires et de reconstruction.

Dans nos contacts bilatéraux avec les autorités syriennes, nous avons rappelé que la suspension des mesures restrictives avait été adoptée dans le cadre d'une approche graduelle et réversible, et que l'Union européenne et ses États membres continueront d'examiner la pertinence de cette suspension sur la base d'un suivi attentif de la situation dans le pays. C'est un des messages que j'ai portés à mon homologue, le ministre al-Chaibani, il y a quelques semaines encore.

Bien que les sanctions sectorielles européennes aient été suspendues, il a été décidé de maintenir les inscriptions sur la liste des sanctions en rapport avec le régime al-Assad, le secteur des armes chimiques et le trafic de stupéfiants, ainsi qu'un certain nombre de mesures sectorielles, par exemple celles qui concernent le commerce d'armes, les biens à double usage, les équipements destinés à la répression interne, les logiciels d'interception et de surveillance, et l'importation-exportation de biens du patrimoine culturel syrien.

Les principes et priorités que notre pays défendra auprès de ses partenaires européens dans ce processus sont les suivants: une transition qui doit être menée par l'ensemble des Syriens et Syriennes, un processus dès lors inclusif, la lutte contre l'impunité, la cessation des hostilités, et aucune interférence étrangère.

Nous avons été gravement alarmés par la violence généralisée dans la région côtière de la Syrie et dans d'autres régions autour de Damas au printemps 2025.

Si nous pensons que les autorités de transition syriennes doivent protéger tous les Syriens, quelle que soit leur origine ethnique ou religieuse, elles doivent aussi amener tous les auteurs présumés à rendre des comptes conformément au droit international, aux normes et règles internationales.

C'est pourquoi nous avons demandé une enquête rapide, transparente, crédible et surtout impartiale, ainsi qu'un processus de suivi transparent et centré sur les victimes. Les mécanismes pertinents de l'ONU, tels que le Mécanisme international, impartial et indépendant, devraient également être autorisés à enquêter sur ces crimes.

Toute marginalisation politique ou économique de certaines communautés n'aurait qu'un effet néfaste sur le pays, éventuellement avec un nouvel exode vers la région et l'Europe. La période de transition historique en Syrie ouvre une fenêtre d'opportunité pour les Syriens, mais s'accompagne de défis colossaux en interne. Il est d'une importance capitale que des interférences étrangères ne viennent pas compliquer encore plus la transition actuelle.

Nous avons réaffirmé à maintes reprises notre plein soutien à l'intégrité territoriale et à la souveraineté de la Syrie. Nous avons appelé tous les États à s'abstenir de toute action susceptible de déstabiliser davantage la Syrie et d'entacher la réconciliation nationale. La Belgique soutient la transition en cours et souhaite s'engager de manière constructive avec le gouvernement de transition au bénéfice du peuple syrien et des intérêts belges.

Sans ces contacts diplomatiques, nous ne pourrions pas mettre en avant nos priorités. Le réengagement diplomatique de la communauté internationale avec la Syrie est un fait. L'approche est identique dans les autres capitales européennes. Une visite du président intérimaire al-Sharaa n'est cependant pas à l'ordre du jour.

Vous évoquez l'idée que les avoirs gelés de Bachar al-Assad et de sa famille puissent être potentiellement mobilisés pour financer la reconstruction. Ce genre d'option pose de nombreuses questions légales et techniques, qui méritent néanmoins un examen minutieux.

Charlotte Deborsu:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse très complète. Vous avez raison de souligner l'importance d'un accompagnement européen coordonné. Ici, nous sommes quand même dans une phase décisive. L'enjeu est vraiment la reconstruction de la confiance dans un pays qui est brisé par plusieurs années de répression et de guerre. Si l'Union européenne, et la Belgique en son sein, ne posent pas des balises claires en matière de gouvernance démocratique, de justice transitionnelle et de droits humains, alors nous risquons de soutenir un processus de façade qui pourrait rebâtir les murs mais pas la paix. Donc, il faut rester prudents. Les dernières décisions du gouvernement de transition syrien comme l'obligation pour les femmes de porter le burkini ou des vêtements amples sur les plages de Damas nous rappellent tout de même les tendances plus que conservatrices de ce gouvernement. Il faut y rester attentifs. Ne soyons surtout pas naïfs. Mais je ne doute pas que vous resterez attentif à la question. Encore merci pour votre réponse complète.

Voorzitter:

Chers collègues, merci, et merci aussi à M. le ministre pour cette longue séance de questions réponses. Nous nous retrouverons très bientôt. Passez une bonne soirée. Je vous souhaite un bon repos. La réunion publique de commission est levée à 18 h 20. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.20 uur.

De VN-top over Gaza
De VN-top over Gaza
Palestijnse kwestie, VN

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 12 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België dringt aan op onmiddellijke humanitaire hulp, een staakt-het-vuren en erkenning van Palestina tijdens de VN-top in New York, maar minister Prévot benadrukt dat concrete erkenning afhangt van vooruitgang (ontwapening Hamas, legitiem Palestijns bestuur) en Europese eenheid ontbreekt voor sancties tegen Israël. Hij onderzoekt opsorting van het EU-Israël Associatieverdrag (handel) en steunt de tweestatenoplossing, maar concrete stappen blijven vaag. Parlementsleden eisen scherpere veroordeling van Israëlisch geweld, sancties tegen extremistische ministers en druk voor onvoorwaardelijke hulptoegang, terwijl Prévot wijst op diplomatieke inspanningen zonder directe toezeggingen. België sluit zich aan bij de Frans-Saoedische conferentie, maar resultaten blijven onzeker.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de gruwel in Gaza blijft duren. Er zijn al tienduizenden burgerslachtoffers gevallen en er zijn dagelijks bombardementen. De toegang tot voedsel, water en medicijnen wordt geweigerd en als een wapen ingezet. Ziekenhuizen en hulpverleners worden beschoten.

Vooruit koos er van in het begin voor om aan de kant van de onschuldige slachtoffers te staan en aan de kant van het internationale recht. Onze ministers, Caroline Gennez en Frank Vandenbroucke, stuurden in de vorige legislatuur voedsel, drinkwater en medicijnen naar Gaza. Toen de grenzen sloten, schakelden zij over naar hulp vanuit de lucht, met de moed der wanhoop.

Moed moeten we vandaag nog meer tonen. Dit Parlement nam een krachtige resolutie aan, met een duidelijke oproep om sancties op te leggen aan Israël, om humanitaire hulp opnieuw toe te laten en om tijdens de VN-top stappen te zetten naar een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina. We zijn een klein land, maar we moeten alles doen, alles, om deze waanzin te stoppen.

Mijnheer de minister, volgende week reist u naar New York voor de langverwachte VN-top over Palestina. Zult u daar pleiten voor Europese sancties tegen Israël? Bent u bereid om het Associatieverdrag met Israël op te schorten? Wij rekenen op u.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, in Gaza zijn alle rode lijnen allang overschreden, letterlijk alle rode lijnen. Kinderen worden vermorzeld onder het puin en mensen worden neergemaaid tijdens voedselbedelingen. Vele Belgen zijn terecht verontwaardigd en zullen waarschijnlijk ook zondag opnieuw massaal op straat komen om een rode lijn te trekken.

Het is ook onze plicht als volksvertegenwoordigers om op te komen tegen genocide, tegen honger als oorlogswapen en tegen Israëlische ministers die oproepen om de inwoners van Gaza als dieren te behandelen en uit te hongeren. Het is tijd voor actie, waartoe onze resolutie heeft opgeroepen. Het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada hebben deze week nog sancties ingesteld tegen oorlogsmisdadigers als Ben-Gvir en Smotrich. Ierland wil producten uit Israëlische nederzettingen bannen. Wat doet de Europese Unie echter? Zij doet niks, nada, nougatbollen, zoals ze in Vlaanderen zeggen.

Mijn vraag is dan ook de volgende. Welke sancties zal België op de tafel van de Europese Unie leggen? Zoals mijn collega reeds aangaf, vindt volgende week een VN-conferentie plaats over de erkenning van Palestina in het kader van een tweestatenoplossing. Het is geen geheim dat de cd&v al heel lang achter die erkenning staat. Wat heeft België ondernomen in de aanloop naar die conferentie om druk uit te oefenen voor een tweestatenoplossing met de erkenning van Palestina? Wat heeft België dus ondernomen om Gaza niet alleen voedsel te geven, maar ook enige hoop? Daarop hebben de Palestijnen immers recht.

Maxime Prévot:

Mevrouw Lambrecht, mevrouw Van Hoof, de situatie in Gaza is een schande en de toestand is er uiterst dramatisch. Daarom blijft dat onderwerp een absolute prioriteit. Samen met mijn diensten doe ik mijn uiterste best om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp de burgers bereikt, om een staakt-het-vuren te bewerkstelligen, om de gijzelaars vrij te krijgen en om de Israëli’s en de Palestijnen opnieuw aan de onderhandelingstafel te krijgen om samen te werken aan een vreedzame co-existentie op lange termijn.

Zoals u weet, is de regering op mijn initiatief een reeks engagementen aangegaan. We zijn in contact met alle betrokken landen om een manier te vinden om Belgische en internationale, beschikbare humanitaire hulp binnen te brengen. Vrachtwagens zitten vol en wachten op de opening van de lange grenzen doorheen Israël. We proberen ook andere middelen, met name luchttransport, in te zetten, maar die zullen een landtoegang niet vervangen, wat de absolute prioriteit blijft. We blijven ook op verschillende manieren aandringen om verdere stappen te nemen. Ik heb namens België gevraagd om een onderzoek naar de naleving van artikel 2 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël. Ik herinner u eraan dat de volgende stap de opschorting van het handelsaspect van de overeenkomst zou kunnen zijn.

De regering heeft besloten zich aan te sluiten bij de Frans-Saoedische dynamiek, die zal uitmonden in de conferentie van volgende week in New York. Ik zal daarheen gaan en ik ben van plan actief deel te nemen. Dat is ook waar de parlementaire resolutie van de meerderheid om vroeg. Mijn teams werken achter de schermen actief mee aan de voorbereiding van deze conferentie, samen met hun collega’s in New York. De details van wat Frankrijk en Saoedi-Arabië op 18 juni zullen presenteren, zijn echter nog niet gecommuniceerd.

Gisteren had ik hierover nog contact met mijn Franse ambtsgenoot. De besprekingen tussen landen zijn intens.

Op dit moment is het niet mogelijk om te voorspellen wat het resultaat van deze conferentie zal zijn. De situatie evolueert van dag tot dag. Laten we niet vergeten dat volgens president Macron zelf concrete vooruitgang, waaronder de mogelijke erkenning van Palestina, vereist dat meerdere elementen samenvallen.

President Macron en zijn diensten zijn zelf volop in onderhandeling. De erkenning van Palestina maakt deel uit van het perspectief van de tweestatenoplossing, die we ondersteunen. Wij zijn ervan overtuigd dat dat de beste optie is om het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk te garanderen, maar ook de sociaaleconomische toekomst van zowel het Palestijnse als het Israëlische volk.

Opdat een dergelijke erkenning mogelijk wordt en zoveel mogelijk positieve effecten zou hebben voor zowel Palestina als Israël, moeten we op verschillende fronten vooruitgang boeken. Het is niet voldoende om alleen een verklaring af te leggen, hoe symbolisch die ook mag zijn. Er is een ontwapening van Hamas nodig en een capabel en legitiem Palestijns bestuur voor geheel Palestina. De brief die president Abbas aan president Macron heeft gestuurd, vormt een zeer positieve en bemoedigende stap in dat opzicht. Bij mijn terugkeer zal ik uiteraard uitgebreid verslag uitbrengen van de conferentie (…)

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, inderdaad, de situatie is een schande. Laat het duidelijk zijn, de maat is meer dan vol. De gruwel in Gaza moet stoppen. Tienduizenden doden, twee miljoen mensen op de vlucht, mensen die honger lijden, mensen die sterven van de honger, kinderen die sterven door ondervoeding. Dit moet stoppen. België moet Palestina erkennen. België moet oproepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en moet pleiten voor een onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang tot humanitaire hulp.

De VN-top is het moment bij uitstek voor u om het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – ik herhaal, het disproportionele geweld van Israël te veroordelen – en als Europa krachtig op te treden. Wij rekenen op u. Dank u.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord en voor alle inspanningen die u levert. Ik geloof ook sterk in uw persoonlijk engagement ter zake. Dat hebben we ook al kunnen lezen in verschillende interviews. We stellen echter vast dat Israël intussen vlijtig blijft bouwen op de Westelijke Jordaanoever. Palestina wacht daarentegen al decennialang op de erkenning van zijn bestaansrecht. U zei terecht dat president Abbas een zeer bemoedigende brief heeft geschreven met belangrijke elementen erin. De positieve stappen komen opnieuw van hun kant. We moeten die kansen grijpen. Ik hoop dat er ook in New York vooruitgang wordt geboekt richting een tweestatenoplossing. Erkenning is echter niet voldoende, er zijn ook sancties nodig. Het is jammer dat ik uw antwoord niet volledig heb kunnen horen. We moeten druk blijven uitoefenen op Israël om voedselhulp effectief toe te laten. We kunnen niet langer toekijken. De rode lijn is overschreden en wij moeten nu in actie komen.

De opening van een asielcentrum in Schilde

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt (N-VA) bevestigt dat Fedasil de voormalige Scheut-site in Schilde (7 ha, niet-afgesloten) overweegt als vervanging voor het sluitende asielcentrum in Deurne, na voorstel van de eigenaars zelf—geen contract is nog ondertekend, maar Schilde werd gekozen omwille van kostprijs, beschikbaarheid en geschiktheid (vs. duurdere/ingewikkelder alternatieven in Berchem of Deurne). Ze erkent bezorgdheden over draagkracht (scholen, verkeer, veiligheid) maar benadrukt dat de 192 op te vangen asielzoekers (gemengd profiel: gezinnen, 20 minderjarigen, 32 medische gevallen) geen extra capaciteit vormen en dat Fedasil logistiek (schoolvervoer, spreiding leerlingen) zal regelen. Marijke Dillen (Vlaams Belang) kaart scherp aan dat de lokale overheid en inwoners niet betrokken waren, de site ongeschikt is (klimaatbos, verkeersgevaar, scholen overvol) en het protest massaal is (6.500 handtekeningen), terwijl het "strengste asielbeleid ooit" hier ontbreekt—haar motie vraagt annulering van het plan. Van Bossuyt houdt vol dat de keuze puur operationeel was en wijst op steunmaatregelen voor gemeenten, maar ontkent geen definitieve opening, wat Dillen als "verborgen ja" interpreteert. Transparantie over selectiecriteria blijft omstreden.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, Fedasil heeft blijkbaar plannen om een asielcentrum te openen op de site van de paters van Scheut voor de opvang van 192 asielzoekers als oplossing voor de sluiting van het asielcentrum in Deurne, zowat in de achtertuin van de eerste minister. Volgens de communicatie van de burgemeester van Schilde zou het gaan over de opvang van asielzoekers met een medisch profiel. Waarschijnlijk wordt dat zo aangekondigd in een poging om de bevolking te sussen en begrip te vragen. Dat klopt niet, mevrouw de minister. In de nota van Fedasil gaat het duidelijk over een gemengde populatie, gezinnen met kinderen, 20 niet-begeleide minderjarigen en 32 asielzoekers met een medisch profiel op de 192, waarbij de top drie van de landen van herkomst bestaat uit Afghanistan, Palestina en Syrië.

Het lokaal bestuur van Schilde was niet betrokken bij de plannen van de eigenaars van de site en was niet op de hoogte van de gesprekken met Fedasil, integendeel. Parallel met Fedasil waren er ook intensieve gesprekken met de eigenaars over een toekomstgerichte, gedragen en duurzame invulling van de site. Door de gemeente was er al een externe omgevingsregisseur aangesteld om het traject professioneel te begeleiden.

Het betreft een 7 ha groot niet-afgesloten domein waar iedereen vrij in en uit kan lopen. Ik dring erop aan dat u eens ter plaatse gaat om u te vergewissen over welke site het gaat, waar die gelokaliseerd is en hoe de onmiddellijke omgeving eruitziet.

Daarenboven is de site niet geschikt voor de opening van een asielcentrum, doordat ze gelegen is in de klimaatbossengordel, een zeer waardevol groengebied. De gordel maakt deel uit van het project de Nieuwe Rand van de Vlaamse overheid. Het Missiehuis ligt bovendien in een residentiële en landelijke omgeving, die gekenmerkt wordt door rust, groen en beperkte densiteit. De komst van een grootschalig opvangcentrum strookt absoluut niet met het karakter van de wijk.

De eenzijdige keuze van de eigenaars voor de invulling als asielcentrum heeft ook grote maatschappelijke impact, niet alleen voor Schilde, maar ook voor de omliggende gemeenten. De site is gelegen op de Brasschaatsebaan en dat is een zeer drukke verbindingsweg, met een heel beperkte infrastructuur voor voetgangers en fietsers. De extra verkeersdrukte als gevolg van de bewoners, de bezoekers en ook het personeel van de site zal de verkeersveiligheid in het gedrang brengen.

Tot op heden was er geen inspraak van noch transparante communicatie met de inwoners van Schilde. Mevrouw de minister, beslissingen met dergelijke impact dienen in overleg met de lokale gemeenschap genomen te worden. Dat staat trouwens ook zo vermeld in het decreet met betrekking tot lokaal bestuur. Er werd evenmin een milieueffectenrapport opgesteld, hoewel het feit dat er constant 200 personen zullen verblijven, significante gevolgen, bijvoorbeeld een toename van de verkeersdrukte en geluidshinder, en een impact op de water- en rioleringscapaciteit heeft, wat conform VLAREM zou moeten worden onderzocht.

Bovendien beschikt Schilde niet over de noodzakelijke sociale en maatschappelijke voorzieningen om een dergelijk centrum op een humane en kwaliteitsvolle manier te integreren. Het dreigt de draagkracht van de gemeente te overschrijden. Ik geef u nog maar een voorbeeld om dat te illustreren, namelijk de scholen. Vandaag zitten alle scholen in onze gemeente en buurgemeenten werkelijk overvol. Vanaf volgend schooljaar moet er gewerkt worden met een aanmeldingssysteem. Onze kinderen kunnen nu al vaak niet meer terecht in de school van voorkeur van de ouders. Zullen de kinderen van de asielzoekers voorrang krijgen? Zullen onze kinderen opnieuw achteruit worden geschoven, zoals vandaag al realiteit is in Antwerpen?

U zult ongetwijfeld begrijpen dat het protest van de bevolking zeer groot is. Bij vele inwoners leeft de bezorgdheid over de impact op de leefbaarheid, maar ook, mevrouw de minister, over de veiligheid. Die bezorgdheden vragen om erkenning en respect. Op sociale media gonst het van ongeruste reacties van de Schildenaren over de plannen en terecht. In een mum van tijd ondertekenden meer dan 6.500 personen een door het Vlaams Belang gelanceerde petitie ter ondersteuning van het protest.

Is dit het strengste asielbeleid ooit dat de eerste minister aan zijn kiezers beloofde voor de verkiezingen? Terwijl het opvangcentrum in de stad van de eerste minister gesloten wordt, wordt de rustige en groene gemeente Schilde geconfronteerd met de gevolgen van aanhoudende asielstromen.

In uw beleidsnota lees ik: "Het ongebreideld openen van nieuwe opvangplaatsen is niet het juiste antwoord op de aanhoudend historisch hoge instroom en enorme werkachterstand in de asielketen".

Mevrouw de minister, de inwoners vragen duidelijkheid. Ten eerste, zal er een asielcentrum worden geopend op de site van de voormalige paters van Scheut in Schilde? Is inmiddels het contract definitief ondertekend tussen de eigenaars en Fedasil?

Ten tweede, wat is het juiste profiel van de asielzoekers die er mogelijk onderdak zullen krijgen? Ook daarover is duidelijkheid nodig, want de nota van Fedasil laat er geen twijfel over bestaan.

Ten derde, bent u op de hoogte van het protest van het lokaal bestuur van Schilde? Heeft er ondertussen al overleg plaatsgevonden? Wat zijn de resultaten daarvan?

Ten vierde, wat is uw antwoord op het enorme protest van de inwoners van Schilde en de buurgemeenten?

Ten vijfde, hoe kadert u die plannen in wat uw partij voor de verkiezingen als het strengste asielbeleid ooit aankondigde?

Ten zesde, Fedasil onderzoekt blijkbaar ook nog andere pistes ter vervanging van het asielcentrum in Deurne. Kunt u daarover meer informatie geven? Bent u bereid inzage te geven in het volledige dossier?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Dillen, het opvangcentrum van Deurne, dat plaats biedt aan onder meer asielzoekers met medische profielen met hun families alsook aan niet-begeleide minderjarige vreemdelingen moet dit jaar sluiten. Daarom ging Fedasil op zoek naar een alternatief. De site van de paters van Scheut in Schilde werd aangebracht door de eigenaars zelf, waarop Fedasil de optie heeft toegevoegd aan de lijst van potentiële locaties.

De gesprekken tussen de eigenaar en Fedasil lopen nog en er is nog geen contract ondertekend. Zoals altijd, somt Fedasil de potentiële locaties op, met elk hun positieve en negatieve eigenschappen, op basis waarvan Fedasil dan een advies formuleert. De site in Schilde bleek de beste keuze uit verschillende opties. De prijs, de geschiktheid van het gebouw voor de specifieke profielen die er zullen worden opgevangen, en de onmiddellijke beschikbaarheid hebben een doorslaggevende rol gespeeld.

Wat het stedenbouwkundige aspect betreft, uit de grondige analyse die Fedasil heeft uitgevoerd, blijkt dat er geen tegenstrijdige stedenbouwkundige elementen zijn, mede gelet op de voormalige functie van het gebouw en de ruimtelijke bestemming van de site.

Ik heb absoluut begrip voor de bezorgdheid over de draagkracht van de gemeente op het vlak van onderwijs, veiligheid en infrastructuur. Het is echter belangrijk te benadrukken dat de leerlingen uit het opvangcentrum niet noodzakelijk allemaal in Schilde naar school zullen gaan. Fedasil werkt samen met AGODI en met lokale scholen om een evenwichtige spreiding over de omliggende gemeenten te garanderen. De schoolgaande kinderen die momenteel in Deurne verblijven, zullen zo veel mogelijk op hun huidige school blijven. Het schoolvervoer is ten laste van Fedasil zelf. Ook op dat vlak zal de impact op de gemeente dus beperkt blijven.

Ik heb uiteraard begrip voor de bezorgdheden van de inwoners en het bestuur. Onze lokale besturen zijn onder de vorige regering de dupe geworden van de ongecontroleerde asielinstroom die het te lakse asiel- en migratiebeleid toen heeft veroorzaakt. Dat men zich daarover vragen stelt, is dan ook niet meer dan terecht. Daar heb ik zeker oor naar. Wij voeren wel degelijk het strengste asiel- en migratiebeleid. Er liggen, zoals we daarnet hebben besproken, crisismaatregelen voor om de instroom te doen dalen. Ik kan u garanderen dat ik daaromtrent in contact sta met het lokaal bestuur.

Het is absoluut niet aangenaam om dergelijke boodschappen te brengen. Eerlijk gezegd zou ik ze liever ook niet moeten brengen, maar de huidige crisis laat helaas niet toe dat die plaatsen niet worden vervangen. Zoals gezegd, is het alleen de bedoeling om met de opening van het centrum in Schilde de capaciteit van Deurne op te vangen. Het gaat dus niet om extra capaciteit. Het betreft mensen die recht hebben op opvang en die zich in een kwetsbare positie bevinden. Het regeerakkoord schrijft voor dat zij opgevangen worden in kleinschalige, collectieve centra met aangepaste begeleiding. Momenteel werkt Fedasil alleen verder op de piste van Schilde.

Marijke Dillen:

Het zal u niet verwonderen, mevrouw de minister, dat uw antwoord mij en alle inwoners van Schilde bijzonder ontgoochelt. Ik heb geen 'ja' gehoord, maar ook geen 'nee' met betrekking tot de opening van het centrum, maar tussen de lijnen door lees ik zeer duidelijk dat het antwoord toch 'ja' zal zijn. Wees dan vandaag op zijn minst eerlijk, zodat de mensen van Schilde eindelijk weten waar ze dankzij een N-VA-minister aan toe zijn.

Als u werkelijk bereid bent om te zeggen dat het centrum er niet zal komen – want de uiteindelijke beslissing ligt bij u, mevrouw de minister; u bent verantwoordelijk voor Fedasil – dan zal de bevolking u bijzonder dankbaar zijn.

Voorts spreekt u over een kleinschalig project. Fedasil zoekt immers naar kleinschalige projecten. U weet duidelijk niet waarover u spreekt. Het gaat om een immens groot gebouw! Zo niet zouden er ook geen 142 asielzoekers kunnen worden opgevangen. Een kleinschalig project is het dus absoluut niet.

Wat het onderwijs betreft, zegt u dat u de bezorgdheden begrijpt en dat de leerlingen niet noodzakelijk naar scholen in Schilde hoeven te gaan. Mevrouw de minister, weet dat in alle buurgemeenten de scholen nokvol zitten. Er zijn overal wachtlijsten! Zelfs onze ouders vinden voor onze eigen, Vlaamse kinderen vaak geen plaats meer in de school van hun keuze. Er zullen hoe dan ook plaatsen worden ingenomen door die kinderen.

U wijst erop dat Fedasil het schoolvervoer zal betalen. Voor onze kinderen moeten de ouders echter zelf busabonnementen betalen of zelf voor vervoer zorgen. Waarom is er dus opnieuw sprake van discriminatie en geldt dat niet voor de betreffende kinderen?

U argumenteert dat men het openbaar vervoer kan gebruiken. Maar dat is geen evidentie. Er is wel een bushalte voor de deur, maar in het weekend rijdt er slechts één bus per uur en tijdens de week twee. Hoe zullen die kinderen het centrum bereiken? Dat is voor mij een fundamentele vraag.

Mevrouw de minister, ik sluit zoals ik begonnen ben: uit uw antwoord leid ik af, tenzij u mij nu nog tegenspreekt, dat het opvangcentrum er zal komen. Zoveel is duidelijk. Dat lijkt immers duidelijk de enige piste die Fedasil nog onderzoekt. Ik roep u dan ook op, mevrouw de minister, om dat te herbekijken. U hebt de macht daartoe in handen; gebruik ze dan ook.

Mijnheer de voorzitter, ik dien bij deze een motie in.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de voorzitter, wij dienen een eenvoudige motie in.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, ik had een mondelinge vraag ingediend over de plannen voor Schilde, maar die komt nu niet meer aan bod?

Voorzitter:

Uw vraag was niet samengevoegd met de interpellatie van mevrouw Dillen.

Paul Van Tigchelt:

Kan ik ze nu niet meer stellen?

Voorzitter:

Neen, we zijn al tien minuten over tijd, tenzij de minister soepel is. Het hangt van haar agenda af.

( Minister Van Bossuyt knikt goedkeurend )

Voorzitter:

Ik zal eerst de moties afhandelen.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen

en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,

- overwegende dat Fedasil blijkbaar plannen heeft om een asielcentrum te openen op de site van de paters van Scheut in Schilde voor de opvang van 192 asielzoekers als oplossing voor de sluiting van het asielcentrum in Deurne;

- overwegende dat deze site een 7 ha groot niet afgesloten domein betreft waar iedereen vrij in en uit kan lopen;

- overwegende dat het lokaal bestuur van Schilde niet betrokken was bij deze plannen van de eigenaars van deze site en niet op de hoogte was van de gesprekken met Fedasil en dat er integendeel intensieve gesprekken waren met de eigenaars over een toekomstgerichte, gedragen en duurzame invulling van de site;

- overwegende dat deze eenzijdige keuze van de eigenaars voor de invulling als asielcentrum een zeer grote maatschappelijke impact heeft, niet alleen voor Schilde, maar ook voor de omliggende gemeenten;

- overwegende dat er geen voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de inwoners van Schilde, terwijl beslissingen met dergelijke impact in overleg dienen te gebeuren met de lokale gemeenschap;

- overwegende dat het protest ook zeer groot is;

- overwegende dat deze plannen niet kaderen in het "strengste asielbeleid ooit" dat de eerste minister aan zijn kiezers beloofd heeft;

vraagt de regering

geen asielcentrum te openen op het domein van de paters van Scheut in Schilde. "

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit:

" La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen

et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,

- considérant que Fedasil prévoit apparemment d'ouvrir un centre pour demandeurs d'asile sur le site des Pères de Scheut à Schilde afin d’accueillir 192 demandeurs d'asile, et ce pour compenser la fermeture du centre pour demandeurs d'asile de Deurne;

- considérant que ce site est un domaine de 7 hectares non clôturé, permettant à tout un chacun d'aller et venir;

- considérant que l'administration locale de Schilde n'a pas été associée à ces projets des propriétaires du site et n'avait pas connaissance des discussions avec Fedasil, et qu'au contraire, des discussions intensives ont eu lieu avec les propriétaires au sujet d'une affectation du site tournée vers l'avenir, mûrie et durable;

- considérant que ce choix unilatéral des propriétaires de reconvertir ce site en centre pour demandeurs d'asile a une incidence sociétale majeure, non seulement pour Schilde mais également pour les communes environnantes;

- considérant qu'aucune concertation préalable n'a eu lieu avec les habitants de Schilde, alors que les décisions entraînant de telles conséquences doivent être prises en concertation avec la collectivité locale;

- considérant que le projet suscite également une vive opposition;

- considérant que ce projet ne s'inscrit pas dans la politique d'asile la plus stricte de tous les temps que le premier ministre a promise à ses électeurs;

demande au gouvernement

de ne pas ouvrir de centre pour demandeurs d'asile sur le domaine des Pères de Scheut à Schilde. "

Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Maaike De Vreese.

Une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese .

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Paul Van Tigchelt:

Mevrouw de minister, dank u dat ik nog de gelegenheid krijg om mijn vraag te stellen.

Zoals collega Dillen geschetst heeft, is dat centrum in die buurt een prangend probleem. Een vraag waar ik vooral graag concrete antwoorden op wil krijgen, is hoe men precies tot die locatie in Schilde is gekomen. Moest het centrum in Deurne dicht? Wie heeft dat gezegd? Wat was de reden waarom het centrum in Deurne dicht moest?

Hoeveel locaties heeft Fedasil precies voorgesteld? Op basis van welke criteria is men tot Schilde gekomen? Hoeveel locaties werden geschikt bevonden? Waarom heeft men Schilde uitgekozen?

Heeft uw kabinet iets anders beslist dan wat Fedasil heeft voorgesteld?

Wanneer is er precies overlegd met het gemeentebestuur van Schilde? Ik heb gezien dat u een brief geschreven hebt aan het gemeentebestuur van Schilde.

Dat zijn de vragen waarop ik graag een zeer concreet antwoord wil krijgen.

Kunt u een tijdlijn schetsen van hoe men in de voorbije weken en maanden tot die locatie in Schilde is gekomen?

Ik verwijs ook naar de vragen in mijn ingediende tekst. Wat heeft Fedasil precies voorgesteld? Wat hebt u uiteindelijk beslist, aan de hand van welke tijdlijn? Dat is wat ik in eerste instantie wil weten, mevrouw de minister.

Daarover doen in de buurt namelijk allerlei geruchten de ronde. Het is in het belang van iedereen, ook van uzelf, dat u ter zake zo snel mogelijk volledige transparantie biedt.

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel voor uw vraag, mijnheer Van Tigchelt.

U vroeg of Deurne dicht moest. Ja, Deurne moest dicht, want de eigenaar van het gebouw heeft beslist het gebouw te ontwikkelen. Vandaar dat de locatie dicht moest.

Bij het selecteren van een geschikte opvanglocatie worden door Fedasil verschillende parameters in overweging genomen. Het gaat dan om de kostprijs, de geografische inplanting, de kwaliteit, de termijn waarbinnen het gebouw operationeel kan worden gemaakt, de flexibiliteit, de mobiliteit, het onderwijs en nog heel veel andere elementen.

De site van de paters van Scheut in Schilde werd bij Fedasil aangebracht door de eigenaars van het gebouw zelf. Het zijn dus de eigenaars zelf die Fedasil hebben gecontacteerd. Fedasil heeft kort na mijn aantreden het kabinet een lijst gestuurd met deze locatie als één van de potentiële locaties om de capaciteit van Deurne op te vangen. Per locatie wegen we dan samen met Fedasil de positieve en de negatieve elementen tegen elkaar af. Ik heb dus één van de voorstellen van Fedasil gevolgd. Er zijn drie locaties voorgelegd, namelijk een andere locatie in Deurne en locaties in Berchem en Schilde. De drie rapporten van Fedasil kunnen conform de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur bij Fedasil worden opgevraagd. Het is aan hen om te beoordelen welke informatie wanneer en op welke manier kan worden vrijgegeven.

De alternatieve locatie in Deurne was niet langer een optie, aangezien Fedasil deze reeds op 23 juli 2024 ter advies had voorgelegd aan de Inspectie van Financiën, die negatief adviseerde over het dossier wegens de hoge kostprijs en de zeer nadelige contractuele voorwaarden voor Fedasil. Bij de beoordeling van de optie in Berchem werden zowel positieve als negatieve elementen vastgesteld. Zo lag de prijs daar veel hoger dan in Schilde, was de geschatte operationaliseringstermijn daar langer en waren ook de locatie en de technische complexiteit van het gebouw in Berchem negatieve elementen. Op basis van deze objectieve criteria en het advies van Fedasil bleek Schilde de beste optie van de drie.

Daarom werden verkennende gesprekken opgestart met de eigenaars. In een later stadium werd ook het lokaal bestuur hierbij betrokken via een infosessie. Die gesprekken zijn nog gaande en we zullen het lokaal bestuur zoveel mogelijk bijstaan.

Ik heb het daarnet ook al gezegd, ik erken dat een opvangcentrum een impact kan hebben op de lokale gemeenschap en ik begrijp de bezorgdheden. Fedasil beschikt echter over jarenlange ervaring met het opstarten van centra. Aangezien het hier gaat over de verplaatsing van een bestaand centrum, met hetzelfde ervaren personeel en dezelfde directrice, zou dit vlot moeten verlopen.

Lokale besturen – dat was een van uw vragen – ontvangen op verschillende manieren bijstand wanneer er een opvangcentrum op hun grondgebied komt. Dat gebeurt onder meer via subsidies, een samenwerkingsprotocol met de lokale politie, infomarkten en ondersteuning door het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Ook het Agentschap Integratie en Inburgering stelt liaisons ter beschikking enzovoort.

Voor de eenmalige investerings- en uitbatingskosten worden de opvangtarieven gebruikt die aan het einde van de vorige legislatuur, toen u nog minister was, door de ministerraad werden vastgelegd. Die tarieven verschillen naargelang de doelgroep die wordt opgevangen.

We blijven inzetten op het verlagen van de instroom. Dat hebt u daarnet nog kunnen ervaren. Pas dan kunnen we de afbouw van de asielcentra realiseren.

Paul Van Tigchelt:

Nogmaals dank dat u bereid was om deze vraag nog te beantwoorden, mevrouw de minister. Ik zal uw antwoord grondig nalezen. Alleszins zullen we bij Fedasil de documenten opvragen, in het kader van de wet op de openbaarheid van bestuur. U hebt dat ook geantwoord in uw brief aan de burgemeester van Schilde. Over de tijdlijn en de parameters om precies tot de locatie in Schilde te komen moet er wel klare wijn worden geschonken. Ik weet niet of dat inmiddels is gebeurd. U gaf aan dat er verschillende potentiële locaties waren: Deurne, Berchem en Schilde. De hamvraag in Schilde is op basis van welke criteria er precies voor die locatie werd gekozen. De vraag is of daar politieke motieven achter zitten. Heeft men iets anders beslist dan wat Fedasil had voorgesteld? Dat is een vraag die alleen u kunt beantwoorden. Wij zullen de documenten bij Fedasil opvragen. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.46 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 46.

Gedetineerden die kledij van cipiers dragen

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden bevestigt het bestaan van TikTok-video’s waarin gedetineerden zich als cipiers verkleden in een gevangenis, met een lopend tuchtonderzoek naar betrokken beambten en gevangenen. Ze benadrukt structurele maatregelen zoals gsm-jammers, detectietechnologie, speurhonden en strengere controles om smokkel van smartphones en veiligheidsinbreuken tegen te gaan, maar erkent dat dit een hardnekkig probleem blijft. Dillen kaart gebrek aan professionaliteit aan en belooft het dossier strak te volgen, met kritiek op de trage afhandeling en de algehele veiligheidscultuur in gevangenissen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding.

Het Gevangeniswezen is een onderzoek gestart naar video's die op TikTok circuleren waarin gevangenen zich lijken voor te doen als cipiers.

Het gaat om verschillende video's waarin een aantal gedetineerden zichzelf filmen terwijl ze cipierkledij dragen en daarmee door het gebouw wandelen.

Dit roept tal van vragen op.

Kan de minister het bestaan en de authenticiteit van deze online video's bevestigen?

Hoe is het mogelijk dat gevangenen kledij van cipiers bemachtigen enerzijds, en er bovendien ook nog filmpjes worden gemaakt terwijl deze gevangenen de bemachtigde kledij dragen? Wat is de stand van het gevoerde onderzoek?

Wordt de uitrusting van cipiers bewaakt, al dan niet door camerabeelden? Waarom zijn de feiten waarvan sprake onopgemerkt gebleven?

In welke gevangenissen werden deze filmpjes gemaakt, en van wanneer dateren deze (meest recente) filmpjes?

Zullen de daders hiervoor worden gesanctioneerd?

Welke initiatieven gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat deze feiten zich in de toekomst niet meer kunnen voordoen?

De ene week komen er berichten dat er criminelen zijn die hun criminele organisatie verder kunnen aansturen vanuit de gevangenis. Nu is het dit nieuws. Wanneer gaat de minister eindelijk actie ondernemen tegen de aanwezigheid van smartphones in de gevangenis? Welke acties en wanneer kan er resultaat verwacht worden?

Annelies Verlinden:

Mevrouw Dillen, mijn administratie werd op 3 juni 2025 op de hoogte gebracht van de video's. De dienst Integrale Veiligheid heeft de video's kunnen opslaan en heeft de verwijdering ervan aangevraagd. De betrokken gedetineerde en penitentiair beambte konden worden geïdentificeerd.

Het intern onderzoek loopt nog en op dit ogenblik kan daarover niet meer informatie worden gegeven. Op 5 juni heeft de directeur van de gevangenis de betrokken beambte gehoord en de tuchtprocedure loopt. Het is niet opportuun om hier dieper in te gaan op dergelijke individuele dossiers.

In elke opleiding voor de penitentiair beambten worden lessen over deontologie en integriteit gegeven, alsook over het belang van professioneel handelen, het bewaren van het juiste evenwicht tussen afstand en nabijheid en betrokkenheid. Het is belangrijk dat medewerkers worden aangesproken op hun gedrag wanneer er daaromtrent problemen of bezorgdheden rijzen. Daarin zal blijvend moeten worden geïnvesteerd, want voorkomen en vroegtijdig ingrijpen bieden de meeste garanties dat de grenzen worden gerespecteerd.

Wanneer er zich toch problemen voordoen, moet daaraan een heel duidelijk gevolg worden gegeven. Zoals ik vermeldde, is een tuchtprocedure opgestart. Daarnaast is het een gegeven in België maar ook in andere landen dat gsm's worden binnengesmokkeld in gevangenissen. Ook dat moet worden aangepakt. Daarvoor voert de dienst Integrale Veiligheid screenings uit. Er zijn op verschillende plaatsen al gsm-jammers geïnstalleerd. Die technologieën worden geflankeerd door algemene controlemaatregelen zoals metaaldetectie en fouilles van lokalen en personen.

Er wordt echter ook in nieuwe technologieën geïnvesteerd. De administratie is bezig met het testen van kleine jammers om de signalen te verstoren. Als er positieve resultaten zijn, zullen ze binnen de grenzen van de budgettaire middelen worden geïmplementeerd.

Ook andere nieuwe technologieën worden ingezet, zoals mobiele detectiesystemen en geavanceerde bewakingssystemen om de toegangscontroles tot de gevangenissen te versterken.

We voeren eveneens gesprekken met de federale politie omtrent het eventueel inzetten van speurhonden die ICT-materiaal kunnen opsporen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord op deze vraag. U zult het met me eens zijn dat dat toch heel merkwaardige video's waren die in die gevangenis waren gemaakt. Ik noteer dat het tuchtonderzoek loopt. Ik weet niet wanneer de resultaten mogen worden verwacht, maar in elk geval stroken dergelijke handelswijzen niet met professioneel handelen en de deontologie, wat toch zou mogen worden verwacht. In ieder geval zal ik dit dossier verder agenderen en u binnen afzienbare tijd verder ondervragen inzake de afsluitingsdatum van het dossier.

De dodelijke brand in de gevangenis van Lantin en de tuchtsancties tegen drie gedetineerden
Het personeelsbeleid in de gevangenis van Lantin
Gevangenisincidenten en personeelsbeleid in Lantin

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De dodelijke brand in de gevangenis van Lantin (met 1 dode en 3 zwaargewonde brandweerlieden) leidt tot vragen over veiligheidsprocedures, evacuatieplannen en disciplinaire sancties tegen drie gedetineerden die om hulp schreeuwden maar nu 10 dagen isoleercel kregen – een maatregel die juridisch omstreden is en zware psychologische gevolgen heeft. Minister Verlinden benadrukt dat de veiligheid nooit in het gedrang was, weigert details over individuele sancties (beroepsmogelijkheden bestaan wel), en bevestigt structurele tekorten: 23 vacatures op 609 FTE, onvoldoende opgeleid personeel en lopend onderzoek naar sleutelbeheer en aanwezige agents tijdens de brand. Schlitz kaart scherp aan dat de overheid verantwoordelijkheid ontwijkt en systeemfouten (slechte detentieomstandigheden, onderbezetting, gebrek aan urgente actie) negeert, terwijl de pers al spreekt van "structurele disfunctioneringen" – met de eis dat het federaal niveau onmiddellijk herstelmaatregelen treft om herhaling te voorkomen.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, un grave incendie s'est déclaré le 29 mai dernier à la prison de Lantin, coûtant la vie à un pompier et en blessant trois autres, dont un très grièvement, ce dernier se trouvant encore aujourd'hui aux soins intensifs.

Les circonstances du drame sont plus qu'interpellantes. Vous avez déclaré en commission la semaine dernière: "Mon administration ne manquera pas d'examiner les procédures de sécurité incendie, non seulement dans la prison de Lantin, mais aussi dans l'ensemble des établissements pénitentiaires."

J'ai été quelque peu surprise de lire par ailleurs votre collègue Matz. Selon son avis, les procédures s'étaient déclenchées comme prévu. Je suis déjà interpellée par cet élément-là. Pourriez-vous nous éclairer sur la procédure d'évacuation des détenus qui aurait été enclenchée si l'incendie n'avait finalement pas été maîtrisé comme il a pu l'être? Cette procédure était-elle sur le point d'être activée?

Pendant l'incendie, de la fumée a commencé à entrer dans une cellule, empêchant ses occupants de respirer correctement. Ils se seraient manifestés bruyamment et auraient proféré des insultes dans le but que le volet de leur cellule soit ouvert, afin de dissiper la fumée. Actuellement, ils font l'objet d'une sanction disciplinaire lourde. Pouvez-vous nous indiquer les informations qui ont été communiquées aux détenus au moment de l'incendie? Quelles sanctions ont-elles été prononcées envers ces trois détenus? Quelle en est la justification? Quels objectifs sont-ils poursuivis à travers cette sanction? On a pu entendre, de la bouche de l'avocat des trois détenus en question, qu'on les aurait carrément accusés d'être responsables du décès du pompier. Confirmez-vous ces affirmations? Ce sont des affirmations graves alors que l'enquête est toujours en cours. Mettre le décès d'un pompier sur le dos de trois détenus qui essayaient de respirer dans leur cellule est grave. Le cadre légal permet-il de prononcer ces dix jours de cachot pour ce motif, si vous me confirmez que telle est bien la sanction qu'ils ont subie? Quels recours sont-ils à leur disposition? Pouvez-vous nous indiquer les conséquences psychologiques et physiques de la détention en isolement durant une si longue période? Enfin, une cellule psychologique est-elle mise à disposition des détenus et du personnel pour les accompagner suite à ce drame?

J'en viens à ma seconde question. Nous savons que le personnel pénitentiaire souffre depuis des années, notamment en raison des pénuries de personnel, des difficultés de recrutement et des fortes tensions au sein des prisons. Ces tensions sont liées non seulement à la question de la détention, mais également aux mauvaises conditions de détention et à la surpopulation carcérale, pour lesquelles la Belgique a été condamnée à de nombreuses reprises. À cela s'ajoutent les heures supplémentaires que ces agents doivent enchaîner, sans véritable perspective d'amélioration de leur situation.

Dans ce contexte, madame la ministre, pourriez-vous me dire quel est le cadre du personnel de la prison de Lantin? Est-il rempli? Le personnel est-il formé au plan d’intervention d’urgence de l’établissement? Le jour de l’incendie, les clés se trouvaient-elles à leur emplacement habituel? Les personnes présentes sur place avaient-elles connaissance de leur localisation? Théoriquement, combien de membres du personnel auraient-ils dû être présents ce jour-là? Combien l’étaient réellement? Ces agents avaient-ils été formés au plan d’intervention d’urgence? Combien de personnes savaient-elles exactement où se trouvaient ces clés?

Annelies Verlinden:

Madame Schlitz, en réponse à vos questions concernant l’incident survenu à la prison de Lantin, je tiens à vous rappeler les éléments suivants. Les détenus ont été informés de la situation par les agents pénitentiaires et les unités de vie n’ont jamais été menacées par l’incendie. Par ailleurs, personne n’a dû être évacué et la sécurité des détenus n’a jamais été compromise mais cela n’empêche pas que de telles situations peuvent susciter une certaine inquiétude chez de nombreuses personnes. Par la suite, les détenus ont été invités à en parler avec les membres du personnel, qui pouvaient également les orienter vers d’autres services.

Si des détenus ont été sanctionnés, cela signifie évidemment qu’ils ont commis une infraction disciplinaire en vertu des dispositions de la loi de principes. Nous ne communiquons pas sur les dossiers individuels, par respect pour la vie privée des intéressés. La loi de principes prévoit que l’enfermement en cellule de punition peut être décidé pour une durée maximale de neuf jours en cas d’infraction de la première catégorie et pour une durée maximale de trois jours en cas d’infraction de la seconde catégorie. Tout détenu peut adresser une plainte auprès de la commission des plaintes concernant toute décision prise à son égard par le directeur ou au nom de celui-ci.

Un isolement a toujours des conséquences, qui sont différentes pour chaque individu. Il est important de souligner qu'il ne s'agit pas d'un isolement total. Des modalités sont prévues par la loi pour s'assurer du suivi de l'évolution du détenu. Tous les détenus reçoivent la visite quotidienne du directeur et du médecin. Ils ont également des contacts plusieurs fois par jour avec les agents pénitentiaires de section. Ils conservent le droit d'aller au préau individuel tous les jours et à la visite à carreau à partir du troisième jour. Ils peuvent aussi recevoir des livres.

Concernant votre question sur le soutien psychologique à la suite de ce type d'incident, je tiens à préciser que les détenus peuvent discuter de soutien avec les agents actifs dans les unités de vie. Ils peuvent s'adresser aux différents professionnels et, en particulier, au service psychosocial. Ce type d'accompagnement fait partie de leurs missions. Le personnel peut également demander une aide psychologique individuelle auprès de POBOS. Un débriefing collectif est aussi organisé au sein de la prison.

En ce qui concerne vos questions sur la gestion du personnel de la prison de Lantin, le cadre de la prison de Lantin s'élève à 609 équivalents temps plein dont 585,440 sont actuellement pourvus. Trois personnes qui ont été recrutées récemment entreront en fonction le 1 er septembre.

S'agissant des procédures de recrutement pour la prison de Lantin, une procédure de sélection personnel de base de l'administration sera organisée début juillet pour la Région wallonne. Nous espérons combler les postes restants avec les lauréats de cette procédure. Pour obtenir des chiffres plus détaillés, je vous invite à introduire une question écrite.

La formation du personnel au plan d'intervention d'urgence fait partie des obligations réglementaires. Toutefois, les détails précis concernant la formation des agents présents le jour de l'incendie, le nombre exact d'agents qui auraient dû être ou étaient effectivement présents et la localisation des clés à ce moment-là font l'objet de l'enquête en cours. Il convient donc de ne pas interférer avec cette enquête à ce stade.

Sarah Schlitz:

Merci pour vos réponses, madame la ministre. Je reste assez frustrée par le manque d'implication du gouvernement dans cette affaire. J'entends que vous vous êtes rendue sur place, comme nous avons pu le voir dans les journaux, et que vos collègues étaient présents à l'enterrement. Mais, aujourd'hui, il y a une véritable responsabilité à endosser dans ce qu'il s'est passé. Ce n'était pas un simple accident. Quand on lit dans les circonstances de cet événement dans la presse, de très nombreuses questions se posent. Je suis étonnée que très peu de questions soient posées par mes collègues sur ce sujet. Je pense que, si c'était arrivé à Bruxelles, on en parlerait beaucoup plus. Il y avait deux questions, et pas de la N-VA. Il faut mettre en place tout ce qui est en votre pouvoir pour faire en sorte que cela n'arrive plus jamais. Ici, des erreurs ont été commises, et la presse a cité des dysfonctionnements structurels et fonctionnels à la prison de Lantin. Nous verrons ce que l'enquête en dit. Il est essentiel que des actions rapides soient décidées pour faire en sorte que cela n'arrive plus jamais et que le fédéral assume ses responsabilités dans cette affaire.

De dreigementen en het vandalisme van anti-Israëlische actievoerders tegen BNP Paribas Fortis

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 11 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Anti-Israëlactivisten pleegden vandalisme (graffiti, dreigbrieven) tegen BNP Paribas Fortis en verspreiden bedreigende leuzen in Antwerpen, wat angst zaait bij joden en niet-joden. Minister Quintin bevestigt lopend politieonderzoek maar ziet (nog) geen structurele dreiging, benadrukt dat intimidatie onaanvaardbaar is en dat daders vervolgd moeten worden, mogelijk als politieke terreur. Sam Van Rooy waarschuwt voor escalerend antisemitisme—aangejaagd door media en politieke tolerantie—en vreest herhaling van historische geweldsgolven zonder harde aanpak. De kern: onvoldoende gerechtelijke actie en maatschappelijke verontwaardiging voeden het gevoel van onveiligheid en normaliseren haat.

Sam Van Rooy:

Recent werden acht bankkantoren van BNP Paribas Fortis beklad met verf. Ook kreeg de bank dreigbrieven in de bus. Daarin wordt gedreigd met zwaardere aanvallen, indien BNP Paribas Fortis niet tegemoetkomt aan een aantal eisen. Dit is het werk van anti-Israëlactivisten. Ook in het straatbeeld en op het openbaar vervoer, zeker in Antwerpen, is steeds meer vandalisme te zien van anti-Israëlische actievoerders, in de vorm van stickers en graffiti, waaronder hakenkruizen en opschriften als “Free Palestine”, “Intifida” enzovoort.

Wat is uw de reactie op deze zorgwekkende tendens? Begrijpt u dat dit in de eerste plaats bij joden, maar ook bij niet-joden een gevoel van angst kan geven, en dat door zulke intimiderende of ronduit bedreigende acties steeds meer mensen zich niet meer thuis voelen in hun eigen stad? Zijn de anti-Israëlische vandalen en bedreigers van BNP Paribas Fortis in beeld? Welke groepering is dit en wat riskeert ze? Wordt zo'n bedreigende actie tegen een bank beschouwd als een vorm van politieke terreur?

Bernard Quintin:

De opvolging van dergelijke feiten behoort in eerste instantie tot de bevoegdheid van de lokale politie. Zij staan in voor de analyse en de opvolging van lokale fenomenen, waaronder daden van vandalisme of intimidatie met een mogelijk politiek of ideologisch motief.

De situatie wordt uiteraard nauw opgevolgd. Telkens wanneer de politiediensten worden opgeroepen om vandalisme of dreigbrieven vast te stellen, is het belangrijk dat er een proces-verbaal wordt opgesteld. Op die manier kunnen de nodige onderzoeksmaatregelen genomen worden met het oog op de identificatie van de daders en indien nodig hun vervolging door het gerecht.

Van de recente feiten, zoals de bekladding van de kantoren van BNP Paribas Fortis en de dreigbrieven, zijn de bevoegde diensten op de hoogte. Er loopt een onderzoek. Voorlopig zijn er op nationaal niveau geen aanwijzingen dat er sprake is van een bredere of structurele verontrustende tendens.

Ik blijf uiteraard zeer waakzaam en receptief voor signalen van polarisatie of intimidatie in de publieke ruimte. Daden die angst zaaien bij burgers, ongeacht hun origine of overtuiging, zijn onaanvaardbaar. Het is essentieel dat iedereen zich veilig en thuis kan voelen in zijn of haar stad.

Het is aan de bevoegde politiediensten en parketten om verder onderzoek te doen naar de daders en hun motieven, eventuele groeperingen in kaart te brengen en indien nodig over te gaan tot gerechtelijke vervolging. Indien er sprake zou zijn van een ernstige bedreiging met een politiek oogmerk, kan het parket dit ook juridisch kwalificeren als een vorm van politieke terreur.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, maar het antisemitisme op onze straten en online loopt echt de spuigaten uit. Het wordt aangevuurd door de dagelijkse stroom van leugenachtige anti-Israëlpropaganda in de mainstream media. Ook in dit Parlement worden anti-Israëlactivisten almaar agressiever en gewelddadiger. Joden maar ook veel niet-joden ervaren dat als intimiderend en bedreigend en voelen zich almaar minder thuis in hun eigen wijk of stad. Mijnheer de minister, ik zal er dus voor blijven waarschuwen: als journalisten en politici, ook van deze regering en in dit Parlement, de jihadisten van Al Jazeera en Hamas blijven papegaaien, als de daders van antisemitisch geweld en vandalisme niet eens worden gepakt of niet serieus worden gestraft, wat meestal het geval is, dan zullen de jaren 30 van deze eeuw steeds meer gaan lijken op die van de vorige eeuw.

Bijkomende plaatsen voor asielopvang

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 5 juni 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt ontkent uitbreiding asielopvang, benadrukt dat vervangende capaciteit (zoals in Schilde) geen extra plaatsen toevoegt en dat hotelopvang en LOI’s niet zijn toegenomen, maar deel uitmaken van een bezuinigingsbeleid gebaseerd op vaste budgetten (kritiek op N-VA’s "verdraaiingen"). Van Belleghem (N-VA) houdt vol dat de praktijk beloften logenstraft (nieuwe centra, hotelopvang, LOI’s), wijst op Belgiës slechte EU-vergelijking (3x meer asielzoekers dan Nederland) en noemt Van Bossuyt’s Nederland-argument "onjuist en misleidend". De kernstrijd draait om feiten vs. perceptie: afbouw vs. verborgen uitbreiding asielopvang.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, tot drie keer toe misleidt u de kiezer met valse beloften. Eerste gebroken belofte, u kondigt altijd aan dat u het aantal asielopvangplaatsen drastisch zult afbouwen, maar in de praktijk wil u nieuwe asielcentra openen. In Schilde wil u een nieuw opvangcentrum openen met maar liefst 200 plaatsen. De N-VA-burgemeester, uw eigen partijgenoot, zei dat u hem een mes in de rug hebt gestoken.

Tweede gebroken belofte, u beloofde het aanzuigeffect van nieuwe asielzoekers tegen te gaan en te stoppen met die ridicule hotelopvang. In de praktijk zitten nog steeds bijna 400 asielzoekers op hotel, bijna evenveel als toen u begin februari de eed aflegde.

Derde gebroken belofte, deze regering zou de individuele opvang van asielzoekers in woningen en appartementen, de LOI's, afschaffen, maar in de praktijk werd gisteren in mijn gemeente Erpe-Mere de eerste steen gelegd van een nieuwe LOI. De boodschap die u moest geven aan de lokale besturen om geen nieuwe LOI's te openen, is duidelijk niet aangekomen.

Mevrouw de minister, ik heb drie vragen voor u. In welke gemeenten, naast Schilde, zult u nog asielcentra openen? Wanneer zult u de hotelopvang eindelijk en volledig afschaffen? Waarom zet u geen stop op het bouwen van nieuwe LOI's?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, u maakt in uw verklaringen graag gebruik van uitdrukkingen, dus ik zal dat vandaag voor één keer ook doen. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Die waarheid is glashelder. Er komen geen extra opvangplaatsen. Waar u naar verwijst, zijn opvangplaatsen die om uiteenlopende redenen zijn weggevallen en die we vervangen. Dat is geen uitbreiding en dat weet u maar al te goed.

Nu u hier toch bent, wil ik graag een aantal hardnekkige onwaarheden – die u trouwens opnieuw vertelt en die ook door uw partij verspreid worden – rechtzetten.

Ten eerste, het aantal hotelbedden is niet verhoogd. Nogmaals, de totale opvangcapaciteit is onveranderd gebleven. Wat u probeert te doen doorgaan als een uitbreiding, betreft schommelingen in de bezetting, niet in het aantal beschikbare bedden.

Dan is er nog de 1,1 miljard euro aan opvangkosten per jaar, die u en uw partij telkens opnieuw vermelden. Ten eerste klopt dat bedrag niet. Ten tweede werd dat budget vastgelegd door de vorige regering. U weet perfect – ik heb het u trouwens al meermaals uitgelegd – dat die budgetten een jaar op voorhand worden bepaald.

Mijn doel is helder, mevrouw Van Belleghem, de instroom indijken, de terugkeer verhogen en de opvang afbouwen, te beginnen met de hotelopvang. Een realistisch en kordaat beleid voeren, gestoeld op feiten, niet op verdraaiingen en halve waarheden.

In Nederland – toch wel een gidsland voor uw partij – verwijst men zelfs naar het beleid van de Belgische regering inzake asiel als een goed voorbeeld.

(Applaus)

Ik laat mij dus niet meeslepen, mevrouw Van Belleghem. Ik werk verder aan een streng asiel- en migratiebeleid dat (…).

(Applaus)

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, u bent niet alleen blind voor de realiteit in eigen land, maar u bent ook nog selectief doof voor wat de heer Wilders heeft gezegd. Nooit, maar dan ook nooit, heeft de heer Wilders gezegd dat België een gidsland is op het vlak van asiel en migratie. Sterker nog, niemand in de Europese Unie heeft dat ooit gezegd!

Als u dan toch zo graag naar Nederland verwijst, Nederland heeft drie keer minder asielzoekers dan wij! Wij zitten ruim boven het Europees gemiddelde. Dat zijn de feiten. Dat zijn de vergelijkingen die er toe doen!

Ik zou u dan ook willen aanraden om eerst uw eigen puinhopen op te ruimen, want op het vlak van verantwoordelijkheid kunt u nog heel veel leren van de heer Wilders!

Voorzitter:

De vragen gericht aan minister Quintin worden door hem beantwoord zodra hij terug is van de begrafenisplechtigheid die in Luik plaatsvindt naar aanleiding van het spijtige overlijden van een brandweerman. Intussen gaan we verder met de andere agendapunten.

De naleving van het aanhoudingsbevel van het ICC tegen de heer Netanyahu
De uitspraken van B. De Wever over het arrestatiebevel tegen de Israëlische premier Netanyahu
Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen de Israëlische premier Netanyahu
De uitspraak over Netanyahu en het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof
De verklaring over Netanyahu en het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof
De uitvoering van een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof
Internationaal Strafhof-arrestatiebevel tegen Netanyahu en reacties

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Khalil Aouasti kritiseert premier De Wever omdat België het ICC-arrestbevel tegen de Israëlische premier niet zou toepassen, zelfs als deze Belgisch grondgebied betrekt, en noemt het argument *"hypothetisch"* onaanvaardbaar: regels moeten volgens hem altijd worden nageleefd wanneer de voorwaarden zich voordoen. De Wever herhaalt zijn eerdere standpunt dat er geen wijziging komt en dat de situatie te onwaarschijnlijk is om concreet beleid op af te stemmen. Aouasti blijft verontwaardigd over de weigering om juridische verplichtingen strikt te handhaven. De discussie blijft doodgelopen, met uitgestelde vervolgvragen.

Voorzitter:

Alleen mijnheer Aouasti is aanwezig.

Khalil Aouasti:

Monsieur le président, je suis en effet présent par respect pour le Parlement et pour M. le premier ministre qui donne de son temps. Il est permis de s'interroger sur la pertinence de cette question, dès lors que des interpellations ont déjà été développées à ce sujet en séance plénière et que M. le premier ministre y a répondu. Je n'étais pas satisfait de sa réponse, mais il a répondu. Je ne sais pas si sa réponse sera la même ce matin ou s'il a évolué depuis lors.

Bart De Wever:

(…)

Khalil Aouasti:

Je suis présent parce que je me devais de l'être et que je pense qu'il est nécessaire de l'être dès lors que tout le monde a été invité et convoqué et que cela témoigne d'un minimum de respect pour les services. En tout cas, je considère que ce débat est daté, à moins que M. le premier ministre ne nous annonce qu'il entend désormais respecter l'arrêt de la CPI si jamais son homologue israélien devait atterrir en Belgique ou traverser le ciel belge.

Bart De Wever:

Non, monsieur le président, je n'ai pas d'annonce à faire. C'est exactement le même texte. La seule chose à relever est qu'il s'agit d'un cas très hypothétique.

Pour le reste, ma réponse est identique à celle que j'ai apportée en séance plénière voici quelques semaines.

Khalil Aouasti:

Monsieur le premier ministre, si votre réponse reste la même, j'ai envie de dire que ma réplique et mon indignation resteront identiques. Selon moi, on élabore des règles pour des situations hypothétiques qui deviennent factuelles. Donc, toute règle qui est édictée l'est sur la base d'hypothèses qui ont la probabilité ou non de se matérialiser, y compris dans le cas présent. À partir du moment où des règles sont édictées et que l'hypothèse qui sous-tend cette règle se vérifie, il convient d'appliquer la règle. Dire qu'on ne l'appliquera pas ou que l'hypothèse est peu probable, à mon sens, ce n'est pas suffisant. J'attends de vous que vous indiquiez que toute hypothèse induite par une règle doit pouvoir conduire à son application.

Voorzitter:

De samengevoegde vragen nrs. 56004138C en 56005273C van de heer Mertens en mevrouw Verkeyn worden op hun verzoek uitgesteld.

De erkenning van Palestina
De erkenning van Palestina
De eventuele erkenning van een onafhankelijke Palestijnse Staat door de regering
De Belgische reactie op de misdaden die Israël pleegt tegen de Palestijnse bevolking
De reactie van België op de misdaden die Israël begaat tegen de Palestijnse bevolking
De erkenning van Palestina en de sancties tegen de Israëlische regering
De humanitaire ramp in Palestina
Erkenning van Palestina en Belgische reactie op Israëlische acties

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 28 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de erkenning van een Palestijnse staat, waarbij Lacroix onmiddellijke erkenning eist als logisch vervolg op historische akkoorden (Oslo, Abraham) en als antwoord op Hamas’ geweld, terwijl hij de trage houding van de regering en De Wever kritiseert. De Wever benadrukt dat erkenning pas kan binnen een tweestatenoplossing met veiligheidsgaranties voor Israël (ontmanteling Hamas, grensafbakening, gijzelaars) en wijst op de acute humanitaire crisis in Gaza als prioriteit, met steun voor Macron’s diplomatieke initiatief maar afwijzing van "symbolische" stappen. Somers (N-VA) deelt die terughoudendheid, stelt dat Palestina *de facto* geen staat is (geen effectief gezag/grenzcontrole) en noemt onmiddellijke erkenning louter symboolpolitiek die vrede niet dichterbij brengt, terwijl hij Taiwan als inconsistentie in het beleid aanhaalt.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, monsieur le premier ministre, je croyais vraiment que nous serions plus nombreux vu l'ordre du jour. Certains manifestement ne se sont pas déplacés pour écouter votre réponse. Seraient-ils découragés finalement de la faible action de votre gouvernement? C'est peut-être une question qu'il faudrait leur poser.

Je vais un peu sortir du canevas de ma question qui a été déposée fin avril pour faire état de la situation actuelle qui ne fait qu'empirer de jour en jour. Et, pour ce qui est de l'aide humanitaire octroyée par les États-Unis via une firme privée, on voit à quel point c'est le chaos quand c'est désorganisé et que ce n'est pas conçu par une puissance et une coalition internationale.

Ma question portait sur la reconnaissance de l'État de Palestine. Je vous ai entendu à plusieurs reprises, comme votre ministre des Affaires étrangères, dire que ce n'était pas le moment, que ce n'était pas l'urgence mais que, sans doute, il faudra aller vers une reconnaissance mutuelle des deux États. Une reconnaissance mutuelle des deux États, on sait très bien que c'est tuer le processus dans l'œuf, que c'est le reporter à beaucoup plus tard.

Vous espérez beaucoup, votre gouvernement espère beaucoup de l'initiative du président Macron. Mais il n'y a pas que le président Macron qui a pris des initiatives. En l'occurrence, ce sont plus de 140 membres de l'Organisation des Nations Unies (ONU qui reconnaissent déjà aujourd'hui la Palestine. Et des États européens, dont l'Espagne, ont reconnu l'indépendance et l'État de Palestine.

Même Élie Barnavi, ancien ambassadeur israélien en France, disait déjà en juin 2024, voici pratiquement un an, que c'était nécessaire et que c'était dans le droit fil des accords d'Oslo des années 1990, entre Israéliens, l'OLP et Bill Clinton, ainsi que des accords d'Abraham menés à l'époque par un Trump un peu moins fou qu'il ne l'est aujourd'hui avec certains États arabes. Élie Barnavi disait que la reconnaissance était de facto dans la ligne directe et cohérente de ces différents accords, et qu'il suffisait de l'acter car le processus est en fait déjà déterminé.

Et, pour moi, c'est la meilleure réponse à donner aux terroristes du Hamas. Quand vous reconnaîtrez la Palestine, vous mettrez hors de champ, hors de contexte et hors de nuire le Hamas car l'attentat horrible du 7 octobre perpétré par le Hamas visait notamment à nuire au processus de reconnaissance de l'État palestinien et de son indépendance.

Quand reconnaîtrez-vous dès lors l'État de Palestine?

Monsieur le président, je vous remercie pour les dix secondes de temps de parole supplémentaires.

Voorzitter:

Aucun problème, monsieur Lacroix. La parole est maintenant à M. Somers.

Werner Somers:

De Franse president, Emmanuel Macron, wil nog dit jaar een Palestijnse Staat erkennen. Hij wil een doorbraak forceren op de VN-conferentie die zal plaatsvinden van 2 tot en met 4 juni in New York, een conferentie over de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. De arizonaregering is eerder verdeeld over de vraag of Palestina als staat moet worden erkend.

De MR en, tot voor kort, ook de N-VA stonden op de rem, terwijl cd&v, Les Engagés en Vooruit uitgesproken voorstander zijn van de erkenning van een Palestijnse Staat. U hebt zich inmiddels aarzelend achter de plannen van president Macron geschaard om op termijn te komen tot die erkenning. Er heeft inmiddels meerderheidsoverleg plaatsgevonden en als ik me niet vergis, ligt er deze namiddag een resolutie ter stemming voor over de Israëlisch-Palestijnse kwestie en een mogelijke oplossing voor dat lang aanslepende conflict.

Mijn eerste vraag is in zekere zin al ingehaald door de gebeurtenissen van de laatste weken. Is er inmiddels een meerderheidsstandpunt over die kwestie? Zal de regering Palestina op korte termijn daadwerkelijk erkennen als Staat?

Mijn tweede vraag is volgens mij nog steeds actueel. Voldoet Palestina momenteel, volgens de eerste minister, aan de volkenrechtelijke criteria om als staat te kunnen worden beschouwd? Wat is dan het grondgebied van die Palestijnse Staat die de regering eventueel wil erkennen? Wordt dat grondgebied effectief gecontroleerd door een Palestijnse regering? Zo ja, welke regering is dat dan?

Ten slotte, indien de regering overweegt om Palestina te erkennen als staat, zou het dan niet billijk zijn om ook Taiwan, dat duidelijk voldoet aan alle criteria om als staat te worden beschouwd, te erkennen of kan de regering op zijn minst expliciet het standpunt innemen dat Taiwan geen deel uitmaakt van de Volksrepubliek China?

Bart De Wever:

Je pense que la position générale de notre gouvernement sur le conflit est clairement définie dans l'accord de gouvernement. En substance, elle est la suivante: dans le conflit israélo-palestinien, nous choisissons toujours le camp de la paix; en outre, nous soulignons l'importance d'une paix durable et la nécessité de poursuivre les efforts dans le processus de paix au Moyen-Orient.

Ce processus s'inscrit dans le droit international. La reconnaissance de la Palestine – ce que vous demandez de réaliser immédiatement – fait partie de ce processus qui mène finalement à la solution à deux États. La reconnaissance de la Palestine fait partie de ce processus de deux États avec toutes les garanties et réserves liées à cette solution prévue dans le droit international.

Je pense que l'initiative du président Macron est intéressante parce qu'elle se situe dans ce cadre. Nous verrons avec le gouvernement si cela mènera à une solution et si nous pouvons la soutenir. J'ai discuté à ce sujet avec le président Macron à Paris. Cela me semble être une initiative que nous pourrions soutenir. Nous verrons.

Ik meen dat dit eigenlijk het belangrijkste is van het antwoord dat ik kan geven.

Over Taiwan hebben we in het regeerakkoord geen afspraken gemaakt. Het is ook nog nooit bediscussieerd binnen de kern. Ik kan u wat dat betreft dus geen antwoord geven. Het ene is in mijn hoofd totaal niet gebonden aan het andere.

Voor mij is op dit moment de meest dringende zaak de humanitaire situatie. Men kan lang discussiëren over het internationaal recht en over de erkenning van Palestina. Een aantal landen heeft Palestina onmiddellijk erkend, maar dat roept de vraag op of het meer was dan symboliek. Dat een volk uiteraard erkend moet worden, zal ik zeker niet tegenspreken, en ik hoop dat niemand dat doet. Als die erkenning echter vragen oproept over welke overheid er is, welke autoriteit er is, binnen welke grenzen, of de nodige garanties er zijn voor de veiligheid van Israël, voor de ontmanteling van Hamas, voor de vrijlating van de gijzelaars…

Dat zijn toch geen details? Maar dat zijn geen zaken die we van vandaag op morgen geregeld zullen zien. Spijtig genoeg.

Het is dus misschien belangrijker – en dat heb ik totaal gemist in uw vraagstelling; niet dat u het niet belangrijk vindt – oog te hebben voor de huidige humanitaire situatie. Daar ligt het meest acute probleem gebonden.

Wat dat betreft, zijn we heel duidelijk voluntaristisch. We zeggen heel duidelijk dat de humanitaire situatie zoals ze nu bestaat in Gaza onaanvaardbaar is. We zouden heel graag de toestemming krijgen mee te helpen, bijvoorbeeld door de hervatting van het droppen van humanitaire hulp, waar het Belgische leger zeer goed in is. Dat wordt internationaal erkend. We willen de acute noden helpen lenigen, die effectief niet om aan te zien zijn.

De oplossing voor het conflict zelf, inclusief de erkenning van Palestina, vergt echter een volgehouden diplomatieke inspanning, in bijzonder moeilijke omstandigheden, die elke dag moeilijker lijken te worden en waarin ons land helaas het verschil niet kan maken. Als er echter nuttige initiatieven zijn, bijvoorbeeld dat van Macron, die ook met de Arabische landen samenwerkt – dat is interessant –, om tot die voorwaarden te komen, dan willen we die wel ondersteunen. Dat hebben we duidelijk gezegd.

Dat, meen ik, is op dit moment het belangrijkste.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, suite à votre réponse, j'ai envie de réagir en plusieurs temps. Voici le premier. Vous rappelez sempiternellement l'accord de gouvernement. Celui-ci date d'une époque X et nous sommes aujourd'hui à un moment Z. Et bientôt, nous serons à un moment où l'irréparable sera commis. Il n'y aura même plus de Palestine à reconnaître. Et les Palestiniens seront morts. Ils n'auront même plus le temps de partir et d'évacuer. Nous assistons à des déportations de masse. Des accusations de génocide sont relevées, en ce compris par votre ministre des Affaires étrangères à titre personnel. Vous avez rappelé les initiatives prises par les présidents du cd&v et de Vooruit. Si ce n'est pas vous, c'est quelqu'un d'autre. Manifestement, dans votre majorité, il y a un problème.

Deuxièmement, vous êtes le premier ministre. Soit vous occupez une fonction de type notarial, soit vous êtes le leader charismatique que vous étiez en Flandre, et vous l'incarnez également en Belgique. Et vous imposez une vision, et pas la vision du suiveur d'Emmanuel Macron, mais celle de celui qui va, à l'instar de votre prédécesseur, semer les cailloux qui vont permettre une reconnaissance de la Palestine. Vous dites que c'est compliqué – et c'est vrai –, mais il n'en reste pas moins vrai que le processus de reconnaissance de la Palestine, qui a été négocié et déjà entamé dès 1937, prévoit toute une série de négociations, de conditions, notamment sur l'Autorité palestinienne, sur les discussions des frontières, etc. Je vous ai connu, comme bourgmestre d'Anvers et président de la N-VA, beaucoup plus frontalement offensif quand il s'agissait de reconnaître l'indépendance de la Flandre ou l'indépendance de la Catalogne. Manifestement, quand il s'agit de reconnaître l'indépendance de la Palestine, vous faites marche arrière toute. Vous octroyez des conditions particulières à certains peuples et vous en refusez à d'autres; ce n'est pas normal.

Werner Somers:

Wij zullen de resolutie van de regering deze namiddag steunen. We vinden immers dat het om een evenwichtige tekst gaat.

Wij zijn uiteraard voor het zelfbeschikkingsrecht der volkeren en we zijn heel verheugd dat de N-VA dat principe herontdekt heeft. We zouden echter graag zien dat u ook het zelfbeschikkingsrecht van de Vlamingen wat meer ondersteunt en niet alleen dat van de Palestijnen.

Het is zeker niet zo – en misschien is daarover een verkeerde indruk ontstaan – dat mijn vraagstelling zou impliceren dat wij niet wakker liggen van de humanitaire situatie. Humanitaire hulp moet altijd mogelijk blijven. Mijn vragen zijn echter ingegeven door een zekere bezorgdheid, men kan namelijk niet iets erkennen wat niet bestaat. Er is op dit moment geen Palestijnse Staat. De tweestatenoplossing moet er komen, maar het is niet door een entiteit die de facto niet bestaat te erkennen, dat die realiteit tot stand komt. Wij zijn van mening dat er een andere weg gevolgd moet worden om tot die tweestatenoplossing te komen.

Omgekeerd is het niet zo dat, wanneer men een entiteit die wel degelijk een staat is niet erkent, die entiteit daardoor geen staat is. Erkenning is iets puur declaratoirs en heeft geen constitutief karakter. De piste van de onmiddellijke erkenning van een Palestijnse Staat ondersteunen wij dan ook niet. Dat is immers louter symboolpolitiek. Op dat vlak zitten we op dezelfde golflengte. Dergelijke hersenspinsels dragen niets bij aan een duurzame vrede, noch aan de realisatie van de tweestatenoplossing, waarvan wij allen een groot voorstander zijn.

Daarvoor zijn er echter duidelijke grenzen nodig. Momenteel wordt een groot deel van de Palestijnse Staat in wording effectief bezet door een andere overheid. Een staat kan bovendien slechts één regering hebben – twee regeringen zijn volkenrechtelijk onmogelijk. Wie dus schermt met het internationaal recht, moet erkennen dat de erkenning van een Palestijnse Staat op dit moment niet aan de orde is.

Voorzitter:

De samengevoegde vragen nrs. 56004932C en 56005285C van mevrouw Demesmaeker werden ingetrokken.

De opmerkingen van het Rekenhof over de kostprijs van het regeringsbeleid
Het verslag van het Rekenhof en de Europese Commissie
Beoordeling door het Rekenhof van regeringsuitgaven en Europese beleidsverslagen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Rekenhof vernietigt de begroting van premier De Wever, noemt de 7,9 miljard aan terugverdieneffecten "drijfzand" en beveelt aan ze volledig te schrappen, terwijl het structurele gaten bij defensie, politie en justitie blootlegt, plus onrealistische fraude-inkomsten en een recordasielbudget in 2025. De Wever erkent de onzekerheid van de effecten maar blijft vertrouwen op Europese goedkeuring en hervormingen (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), terwijl oppositie hem beschuldigt van kiezersbedrog, Vlaamse beloftes breken en toekomstige besparingen op middenklasse en sociale zekerheid in plaats van superrijken. Kern: Begrotingscrisis door onrealistische cijfers, schuldenberg groeit met 100+ miljard, en geen concreet plan om gaten te dichten.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, het zou me verwonderen mocht u champagne drinken, aangezien het Rekenhof brandhout heeft gemaakt van uw begroting. Het Rekenhof was maandag snoeihard tijdens de hoorzitting in de commissie voor Financiën en Begroting. Onze vermoedens werden bevestigd: de terugverdieneffecten zijn volledig op drijfzand gebouwd. Ik citeer de uitspraken van de raadsheren van het Rekenhof van afgelopen maandag letterlijk – het stond niet in hun rapport: "De terugverdieneffecten zouden beter niet in de begroting worden ingeschreven." Mijnheer de premier, 7,9 miljard euro mag u meteen al schrappen volgens het Rekenhof.

Dat is niet alles. Het Rekenhof heeft nog veel andere grote gaten gevonden en onduidelijkheden rond de financiering van de defensie-uitgaven vastgesteld. Er is een structurele onderfinanciering van verschillende posten bij de politie en Justitie ten bedrage van honderden miljoenen euro's. U rekent zich rijk met de inkomsten van de strijd tegen fiscale en sociale fraude. Wat een zootje.

Collega's, mocht Bart De Wever in de oppositie zitten, hij zou de begroting van premier De Wever met de grond gelijkmaken. Hij zou ze afbranden.

Bart De Wever:

(…)

Stefaan Van Hecke:

U was er nooit, dat klopt.

De vraag is dus hoe u deze gaten zult dichtrijden. Ik maak me eerlijk gezegd grote zorgen. Zal de regering het geld opnieuw gaan halen in de sociale zekerheid, bij de pensioenen, bij de zieken, bij de werklozen, bij de middenklasse en opnieuw niet bij de superrijken, die vandaag ocharme een zestiende van de inspanningen moeten leveren?

Waar zult u het geld halen, mijnheer de premier? Show me the money!

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, het lijkt wel alsof er azijn in uw glas zit in plaats van water. Maandag kwam het Rekenhof zijn vernietigende rapport over uw eerste begroting toelichten. Normaal brengen dergelijke hoorzittingen wat nuance, maar deze keer was dat niet het geval. De mondelinge analyse was zelfs nog scherper. De terugverdieneffecten moeten niet worden teruggebracht van 8 naar 7 miljard, volgens het Rekenhof worden er beter helemaal geen terugverdieneffecten in de begroting opgenomen. Dat betekent dus 0 miljard. Er is sprake van een achteruitgang van de kwaliteit van de begroting. Essentiële informatie ontbreekt, er rijzen grote vragen bij de betrouwbaarheid van de cijfers, er is ronduit sprake van amateurisme, tabellen zijn achterhaald en berekeningen werden niet aangepast.

Belangrijker nog is dat we vier stellingen aftoetsten bij het Rekenhof en dat die alle vier bevestigd werden.

Stelling 1 is dat deze regering-De Wever meer dan 100 miljard euro aan staatsschuld zal toevoegen. Die stelling werd bevestigd. U zult het rotten dus niet stoppen en u zult de begroting niet op orde stellen. Net als de vorige regeringen, die u bestreed, zult u de Belgische schuldenberg verder doen aangroeien.

Stelling 2 is dat de begroting te optimistisch is opgesteld. Ook die stelling werd bevestigd. U rekent zich rijk. De terugverdieneffecten zijn ongezien. Ze zijn extreem.

Stelling 3 is dat deze regering-De Wever ook in 2025 het hoogste asielbudget ooit zal kennen. Die stelling werd eveneens bevestigd. Van het strengste asielbeleid is in de cijfers helemaal geen sprake, wel integendeel.

Tot slot is stelling 4, dat het meerjarenplan dat aan Europa werd voorgelegd niet strookt met de begroting. Die laatste stelling werd ook bevestigd. U beloofde Europa een tekort voor heel België van 3 % in 2029, maar het tekort van het federale niveau alleen al zal in 2029 3,7 % bedragen, of 3,5 % zonder de bijkomende kosten voor defensie. Denkt u werkelijk dat Wallonië of godbetert Brussel plots mirakels zullen verrichten? (…)

Voorzitter:

Ik ben streng voor u omdat ik ook streng zal zijn voor de eerste minister, die vier minuten spreektijd krijgt.

Bart De Wever:

Collega's, in mijn glas zit geen azijn maar heerlijk water, weliswaar met een schijfje citroen – om in de beeldspraak te blijven –, want het Rekenhof heeft natuurlijk de opdracht om op vraag van de Kamer erg kritisch te kijken naar de beslissingen van de regering. Zo hoort het ook. Het Rekenhof vervult die opdracht grondig. Dat is een goede zaak. We moeten scherp blijven.

De opmerkingen van het Rekenhof hebben betrekking op een materie die niet nieuw is en die hier al uitgebreid en bij herhaling is besproken vanaf de allereerste dag van deze regering en zelfs voordien al. In de bevoegde commissies is het debat over het rapport van het Rekenhof met de ministers van Begroting en Financiën momenteel aan de gang. Het heeft geen zin om binnen het heel korte tijdsbestek dat mij is toebedeeld te trachten hun gedetailleerde antwoorden hier volledig te herhalen. Ik zal me dan ook beperken tot enkele algemene opmerkingen.

Zoals reeds bij de aanvang van de regering werd gesteld, zijn de terugverdieneffecten inderdaad een onzekere factor. We hebben daar nooit iets anders over gezegd, ze zijn afhankelijk van heel wat parameters die buiten onze controle liggen. Mijnheer Van Hecke, dat is volgens mij nooit anders geweest. Het geheugen is soms kort.

De regering is zich zeker bewust van die onzekerheid en heeft dan ook gezegd dat ze voortdurend moet monitoren of de prognoses overeenstemmen met de werkelijkheid. Ook de minister van Begroting heeft het al aangegeven: als dat niet het geval blijkt te zijn, zal er inderdaad moeten worden bijgestuurd. Op dat moment zullen we dan bekijken hoe dat wordt aangepakt.

De terugverdieneffecten of opbrengsten stijgen in onze projecties gestaag. Dat lijkt me logisch, aangezien hervormingen tijd nodig hebben om effect te sorteren. Het gaat hier immers om ingrijpende hervormingen. Dat heeft iedereen erkend. We zullen zien hoe die hervormingen tegen 2029 de beoogde veranderingen op de arbeidsmarkt teweegbrengen.

Dat er terugverdieneffecten zullen zijn, lijkt me alvast zeker. Alle hervormingen gaan immers in dezelfde richting, namelijk de richting van het activeren van mensen en het belonen van wie werkt. Denk daarbij aan de beperking van de werkloosheid in de tijd, die heel binnenkort van kracht wordt, of aan het aanpakken van de problematiek van de langdurig zieken, iets wat volgend jaar van start gaat. Ook is er het afstemmen van de pensioenen op de geleverde arbeidsprestaties en het aanmoedigen van mensen om langer te werken en hen daarvoor te belonen.

U stelt vandaag echter geen vragen over iets wat nochtans cruciaal is, namelijk: de Europese Commissie heeft onze hervormingen beoordeeld en heeft ons deze week groen licht gegeven. Dankzij dat groen licht mogen we onze begroting op zeven jaar tijd op orde brengen, volgens de geldende Europese normen. De Europese Commissie toont dus wel vertrouwen in deze regering en haar programma.

De weg is uiteraard nog lang – dat geef ik toe –, maar de tocht is begonnen. Als we volharden, dan ben ik er rotsvast van overtuigd dat we heel ver kunnen geraken op weg naar het herstel van onze economie en sociale zekerheid.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, u geeft uiteindelijk wel toe dat die terugverdieneffecten onzekere factoren zijn. Het Rekenhof was echter wel straffer in zijn uitspraken. Het Rekenhof heeft het niet over onzekere factoren, het beveelt eigenlijk aan om die terugverdieneffecten volledig uit de begroting te schrappen.

Mijnheer de premier, het is duidelijk dat u nog niet zo vaak in uw leven een slecht rapport hebt gekregen. U kunt daar niet zo goed mee om. Een glaasje water met citroen smaakt natuurlijk heel zuur. Vandaag en deze week hebt u eigenlijk een stevige buis gekregen. U verwijst voor die terugverdieneffecten naar vroeger. Vroeger was dat ook zo. Ja, volgens mij hebben alle regeringen rekening gehouden met terugverdieneffecten van enkele honderden miljoenen, maar niet met terugverdieneffecten voor 7,9 miljard euro.

Als er vandaag mensen boos zijn en op straat komen, dan is dat omdat zij het onevenwichtige maatregelen vinden, aangezien er te veel wordt gekeken naar dezelfde mensen en niet (…)

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de premier, u gaf een bijzonder oppervlakkig antwoord, even oppervlakkig als uw glaasje water. U hebt Europa, dit Parlement en uw kiezers al in de eerste 100 dagen van uw Belgisch premierschap een rad voor de ogen gedraaid. U zet daarmee de toekomst van Vlaanderen en de Vlamingen op het spel, want u weet maar al te goed dat als er moet worden bijgestuurd, zoals u zei, als er bijkomende en pijnlijke maatregelen moeten worden genomen om uw valse beloftes aan Europa te halen, er in de eerste plaats wordt gekeken naar de hardwerkende Vlamingen. Waar Verhofstadt jaren voor nodig had, doet u in slechts 100 dagen. U hebt uw Vlaamse beloftes gebroken, de geloofwaardigheid van uzelf en uw regering te grabbel gegooid en u laat zelfs de begroting verder ontsporen. Wat u beloofde aan de kiezer was Vlaanderen, maar wat u hun geeft is meer Belgisch malgoverno. Dat is geen beleid, dat is kiezersbedrog, mijnheer de premier.

De reactie van België op de maatregelen van president Macron tegen de moslimbroederschap
De moslimbroederschap en de islamisering in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de toestand in België
Het Franse rapport over de moslimbroederschap en de gevolgen voor België
Belgische reacties op Franse maatregelen tegen Moslimbroederschap, islamisering

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de dreiging van de moslimbroederschap en islamistisch extremisme in België, met name hun infiltratie in instellingen en de zwakke reactie van de overheid. Van Tigchelt en Ducarme benadrukken dat België een Europees knooppunt is voor de moslimbroeders en dringen aan op snelle wetgeving om extremistische groepen te verbieden, terwijl Van Rooy een hardere lijn eist, inclusief migratiebeperking. Minister Quintin bevestigt dat er gewerkt wordt aan juridische tools om radicale organisaties (zoals Samidoun) te ontbinden, maar waarschuwt voor juridische hordes, terwijl De Smet pleit voor een eigen Belgisch rapport en balans tussen veiligheid en grondrechten. Critici (o.a. Van Tigchelt) vragen om activering van de Nationale Veiligheidsraad en een duidelijker onderscheid tussen moslims en islamisten.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, ik had mijn vraag eigenlijk aan de premier willen stellen, maar om de een of andere reden krijg ik hem niet te pakken als het gaat over de veiligheid van het land. Ik hoop dat de premier intussen begrepen heeft dat België groter is dan Antwerpen. Dat zeg ik uiteraard met alle sympathie voor u, minister Quintin.

Mijnheer de minister, de moslimbroederschap is een van de fabrieken van het islamisme. Volgens onze veiligheidsdiensten is het een politieke stroming die onze democratie wil vernietigen om hier de sharia te installeren. Ik heb het Franse rapport gelezen. Ik hoop dat u het ook gelezen hebt. Het is verontrustend. De moslimbroeders zijn hun mars door onze instellingen begonnen. Er wordt tientallen keren naar ons land verwezen.

Ik kan u zeggen dat we in de voorbije jaren al maatregelen hebben genomen tegen die zogenaamde fabrieken van het islamisme. We hebben de Moslimexecutieve ontbonden. We hebben een imam die in het Franse rapport genoemd wordt het land uitgewezen, meer dan twee jaar geleden. Zijn naam staat op pagina 18 van het rapport, collega Van Rooy.

We hebben een strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering uitgerold, een strategie om radicalisering in de kiem te smoren. De premier zei enkele weken geleden nog dat ze goed functioneert, toch in Antwerpen. Dat kan ik beamen, ze functioneert goed in Antwerpen, maar helaas is België groter dan Antwerpen.

In Frankrijk heeft president Macron de hand aan de ploeg geslagen en zijn Nationale Veiligheidsraad bijeengeroepen. Daarom mijn vragen aan deze regering. Hebben onze diensten kennisgenomen van dit rapport? Is er overleg met Frankrijk? En vooral, bestaat de Nationale Veiligheidsraad nog in dit land? Deze regering zit nu meer dan 100 dagen in het zadel en de Nationale Veiligheidsraad is nog steeds niet samengekomen. Is veiligheid een issue voor deze regering?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, dames en heren, het islamisme, zoals u het noemt, mijnheer Van Tigchelt, de politieke islam, is een flagrant pleonasme, omdat de islam in de eerste plaats politiek is. Dat zeg niet ik, maar wel de Algerijnse auteur Hamid Zanaz. En hij kan het weten.

De islamitische jihad wordt door jihadisten, oftewel beroepsmoslims, op diverse manieren gevoerd. Dat gebeurt op illegale wijze, namelijk met geweld en terreur, en op legale wijze, namelijk via immigratie, via het onderwijs en via de culturele, academische, juridische en politieke weg. Het gaat om vrome moslims wier loyaliteit niet bij ons, bij onze samenleving ligt, maar wel bij het Turkse Diyanet of bij jihadistische terreurorganisaties zoals Hezbollah, Islamitische Staat en Hamas, of bij de Iraanse ayatollahs of salafistische of islamfundamentalistische organisaties zoals inderdaad de moslimbroederschap, waaruit nota bene ook de genocidale jihadisten van Hamas zijn voortgekomen.

Hun doel is om onze samenleving te islamiseren en alles en iedereen te onderwerpen aan de regels en wetten van de islam. Het motto van de moslimbroederschap luidt: Allah is ons doel, de profeet Mohammed is onze leider, de koran is onze wetgeving, jihad is ons pad, sterven voor Allah is onze allergrootste hoop.

Dankzij een zorgwekkend rapport is de Franse president Macron eindelijk wakker geschoten. Hij kondigt nu voorstellen aan tegen de infiltratie van beroepsmoslims en dus tegen de islamisering van Frankrijk.

Mijnheer de minister, aangezien deze regering Macron blijkbaar graag volgt, welke voorstellen legt u op tafel tegen jihadistische infiltratie van onder andere de moslimbroederschap en tegen de islamisering van onze (…)

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre de la Sécurité, j'ai été membre de la commission Attentats terroristes. C'est une mission qui vous change un homme à vie. Nous avions eu du courage. Nous avons pris des recommandations en matière de sécurité, contre le terrorisme et également contre le radicalisme. Mais il aura fallu attendre ce gouvernement de réformes pour qu'enfin des dispositions soient prises pour nous permettre en Belgique de dissoudre des groupes radicaux extrémistes. Cela me fait donc vous parler des Frères musulmans. Ceux-ci jouent sur les mots: ils ne sont pas musulmans; ils sont islamistes. Et nous devons lutter contre cette menace qui est une vraie mine sous notre socle commun des valeurs, sous notre vivre ensemble et qui remet en question la cohésion de notre société.

Au niveau du MR, nous n'avons pas attendu pour demander un rapport à nos propres services de renseignement. Je l'avais fait avec mon collègue Dallemagne en 2022. À l'époque, ce rapport sur les Frères musulmans était déjà alarmant. Aujourd'hui, le rapport français est accablant. Et les Français ont raison: nous sommes un carrefour du frérisme en Europe.

Je vous demande, monsieur le ministre, en tant que ministre de la Sécurité, de mettre tout en œuvre pour nous doter des outils qui permettent de protéger notre société, toute notre société, en ce compris nos amis musulmans, de la menace islamiste. J'espère donc que vous pourrez très rapidement venir avec ce projet qui nous permettra de réagir et d'être enfin à la hauteur face à une menace telle que celle des Frères musulmans.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je voudrais tenter de concilier vigilance et nuance dans ce débat.

D'abord, il faut en effet absolument distinguer l'islam de l'islamisme. Il faut rappeler que l'écrasante majorité des concitoyens musulmans de ce pays vivent leur foi de manière tout à fait paisible et sans opposition avec la société.

À côté de cet islam, il n’y a pas un, mais plusieurs islamismes. Il y a un islamisme violent, djihadiste, qu'on ne connaît que trop bien. Il y a une frange salafiste, non violente, mais qui est plutôt dans la séparation avec la société. Et il y a un entrisme des Frères musulmans, dont le projet n'est pas violent non plus, mais vise culturellement, oserais-je même dire lentement, démocratiquement, à faire en sorte que notre société soit la plus compatible possible avec les préceptes musulmans les plus rigoureux.

Que nous dit ce rapport? Que la Belgique est, en effet, le carrefour européen de la mouvance frériste. Qu'ils y auraient développé un maillage étroit d'associations. Plusieurs associations, une dizaine de mosquées, 200 activistes, cinq écoles, etc.

On y lit surtout que la Belgique est considérée comme fragile pour trois raisons: le morcellement de l'action publique, l'ambivalence supposée de notre neutralité, et le fait que la classe politique y est vue comme relativement légère sur le sujet.

La Sûreté de l'État a déjà parlé des Frères musulmans dans un rapport. Elle n'y voit pas une menace immédiate, mais une menace à long terme. Je fais partie de ceux qui pensent que la Sûreté de l'État devrait davantage investiguer les menaces à très long terme.

Ma demande vise en premier lieu à mieux connaître l'adversaire. Ma demande formelle à vous aujourd'hui, monsieur le ministre, c'est que la Belgique se dote de son propre rapport. Prenons connaissance du rapport français et vérifions-en toutes les allégations. Ce rapport, il ne faut ni s'asseoir dessus, ni le prendre, si j'ose dire, comme parole d'Évangile. Il faut vérifier chacune des allégations et se doter de notre propre expertise, parce que nous avons face à nous un ennemi insidieux, long, et qui nous connaît beaucoup plus que nous ne le connaissons.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, comme vous j'ai pris connaissance du rapport français concernant l'entrisme des Frères musulmans en France et son chapitre consacré à la Belgique, à savoir le chapitre 2.2 et, surtout, 2.2.2.1.

Nous prenons évidemment le contenu de ce rapport très au sérieux.

Naar aanleiding van de publicatie van het rapport heb ik onmiddellijk mijn diensten bevraagd. De Veiligheid van de Staat en het OCAD volgen zoals altijd de ontwikkelingen op de voet. Zij lieten me gisteren weten dat er geen nieuwe elementen zijn met betrekking tot bijkomende radicalisering in ons land. Dat wil niet zeggen dat het niet zorgwekkend is, maar er is geen nieuw nieuws.

Ik kan u verzekeren dat er binnen het kader van de nationale strategie tegen terrorisme, extremisme en radicalisering voortdurend toezicht wordt gehouden op ideologische stromingen die onze liberale democratie trachten te ondermijnen en die een vruchtbare voedingsbodem vormen voor extremisme.

Je serai ici le plus clair possible: il n'y a pas de place dans notre pays pour l'extrémisme et le radicalisme, qu'ils soient islamistes ou d'une quelconque autre nature. Pas de place pour les prêcheurs de haine qui divisent nos sociétés et menacent notre vivre ensemble, très singulièrement dans nos institutions publiques. Pour qu'il n'y ait aucun doute, je range évidemment les Frères musulmans dans cette catégorie.

Ik herhaal het ook in het Nederlands, voor alle duidelijkheid: er is in ons land geen plaats voor extremisme of radicalisme, of het nu islamistisch is of van welke aard dan ook. Er is geen plaats voor haatpredikers die onze samenleving willen verdelen en het samenleven bedreigen. Dat geldt ook binnen onze democratische instellingen. Voor alle duidelijkheid, ik reken de moslimbroederschap tot deze categorie.

C'est pourquoi je peux d'ores et déjà vous annoncer que mes services, conformément à l'accord de gouvernement, travaillent activement et promptement à la mise en place d'un cadre juridique permettant enfin d'interdire des organisations radicales, dangereuses – à commencer par Samidoun, comme c'est indiqué dans l'accord de gouvernement –, en raison de leur lien avec le djihadisme, le terrorisme ou la propagation de l'antisémitisme ou du racisme dans notre pays.

Mais nous devons être clairs, nous ne devons ni nous tromper ni nous mentir. Par exemple, quand on nous parle des Frères musulmans, on ne parle pas ici d'une association des Frères musulmans, quel que soit son statut, mais bien d'une nébuleuse, d'une stroming , monsieur Van Tigchelt. Nous devons donc établir une législation précise pour qu'elle soit efficace, afin d'éviter que certaines organisations ou associations appartenant entre autres à cette nébuleuse des Frères musulmans passent entre les mailles du filet. Je l'ai dit et je le répète, ce travail est actuellement en cours depuis le début de mon mandat, il y a un peu plus de trois mois.

J'ai pris aujourd'hui contact avec mon homologue français, M. Retailleau, pour échanger sur le sujet et pour le rassurer sur le fait que nous prenons évidemment la situation tout aussi au sérieux que dans l'Hexagone, conscients d'ailleurs des liens dans un sens comme dans l'autre. Les services belges sont évidemment aussi en contact constant avec les autres services de renseignement et de sécurité européens et au-delà.

En conclusion, en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, je peux vous assurer de la pleine et entière vigilance de ce gouvernement. Et j'ai bien entendu votre troisième point, monsieur De Smet. Pas de mollesse, il faut le faire de manière extrêmement résolue. C'est le moment de le faire.

Je peux vous assurer de la volonté ferme et résolue de ce gouvernement d'agir pour la sécurité de tous nos concitoyens, monsieur Ducarme. Nous ne laisserons pas l'extrémisme prendre racine dans notre pays.

Paul Van Tigchelt:

Dank u, mijnheer de minister, voor uw heldere en duidelijke antwoorden.

Ik verzoek u toch om de premier te vragen om de Nationale Veiligheidsraad eindelijk eens bijeen te roepen.

Ten tweede, de ontbinding van islamistische of extremistische groeperingen. Ik wil u waarschuwen. We proberen dat al 20 jaar in dit Parlement en telkens botsen we daarbij op onze Grondwet, op de grondwettelijke rechten en vrijheden. Daar moeten we omzichtig mee omspringen.

Ten derde, last but not least, over onze Grondwet gesproken, ik ben blij met uw tussenkomst en ook met die van de heren Ducarme en De Smet, want u maakt het onderscheid tussen moslims en islamisten. Er is één persoon die dat niet doet en dat is collega Van Rooy. Van die boer geen eieren, collega Van Rooy. Niet alle moslims zijn extremisten. Ik hoop dat we in dit halfrond afstand kunnen nemen van dat soort ranzige uitspraken.

Sam Van Rooy:

Terwijl de moslimbroederschap zelfs in diverse moslimlanden allang verboden is, kan die hier in Belgistan al decennia vrij opereren, rekruteren en infiltreren. De talrijke bondgenoten en vrienden van Hamas in deze regering en in dit Parlement zijn ook de bondgenoten en vrienden van de moslimbroederschap.

Het is dus geen toeval dat deze regering zogenaamde islamofobie wil bestrijden. Het probleem is bovendien nog veel groter, want ondertussen zijn er zeker al honderd salafistische organisaties en 400.000 moslimfundamentalisten op ons grondgebied. Steeds meer van onze wijken en scholen islamiseren en lijken op Marokko, Turkije, Afghanistan of Somalië.

Mijnheer de minister, verbied niet alleen de moslimbroederschap, maar verbied elke islamiserende organisatie. Stop de massa-immigratie van moslims. Zet alle (…)

Denis Ducarme:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui est à la hauteur des attentes.

Nous avons longtemps été trop lents et trop naïfs par rapport à la menace radicale. Nous avons parfois même été les idiots utiles de l'islamisme dans notre pays.

Beaucoup de démocraties libérales voisines, comme la France ou l'Allemagne, ont mis en place un dispositif de dissolution des groupes extrémistes et radicaux.

Il faut donc agir rapidement. Vous avez compris que, pour le Mouvement Réformateur, il faut agir rapidement face à la menace. La position des libéraux francophones est claire: il faudra dissoudre l'ensemble des organisations liées à la mouvance des Frères musulmans.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse qui va dans le bon sens. Nous sommes et devons rester une démocratie libérale. Je ne doute pas que, dans les mesures juridiques que vous mettrez en œuvre, vous veillerez évidemment à ne pas entraver la liberté d’association et de conviction. Il faudra faire en sorte que seules les associations dangereuses soient éventuellement dissoutes. Mais, à côté de l'interdiction ou de la dissolution d'associations, un autre volet mérite notre attention. En effet, il convient aussi de promouvoir le vivre ensemble, de lutter contre le prosélytisme, de travailler sur la neutralité, notamment celle des services publics, y compris en matière d’apparence. Cela implique même d’oser un peu plus en portant haut un principe que j’ai parfois l’impression d’être seul à défendre ici: la laïcité.

Het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de verordening internationale bescherming

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 22 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wil de asielprocedure versnellen (van 14 naar 6 maanden) door EU-voorstellen te steunen die renvois naar "veilige derde landen" vereenvoudigen, zonder de mensenrechten te schenden, om zo de instroom te verminderen en uitstroom te vergroten. Minister Van Bossuyt benadrukt dat het bestaande "safe third country"-principe wordt uitgebreid—geen nieuwe maatregel—en wijst kritiek op "rechtenschendingen" af, met steun van de VN-vluchtelingenorganisatie (HCR). Vandeberg (MR) onderschrijft dit als deel van een strikte maar rechtvaardige migratiepolitiek, gekoppeld aan integratiecapaciteit, en roept op tot een ambitieuze Belgische inbreng in de EU-onderhandelingen. Kern: efficiënter asielbeleid via EU-samenwerking, met behoud van rechtsbescherming.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, 14 mois, c'est le temps moyen que passe un demandeur d'asile dans un centre d'accueil avant d'obtenir une réponse quant à la possibilité ou non de rester sur notre territoire. Ce délai est long, et le MR a toujours défendu un délai de six mois afin de diminuer la pression sur nos structures d'accueil déjà touchées par la crise de l'accueil et l'afflux entrant important.

À ce titre, l'accord de gouvernement est clair et vise à réduire le flux entrant tout en augmentant le flux sortant pour que la migration en Belgique redevienne socialement et économiquement positive. Mais, au-delà des mesures belges que vous êtes déjà en train de prendre, la migration et l'asile doivent être vus au niveau européen.

Cette semaine, la Commission européenne a proposé de modifier le règlement européen sur la procédure commune en matière de protection internationale. Le but est d'y faire disparaître la notion de lien entre le demandeur de protection et le pays tiers sûr dans lequel il pourrait avoir droit à cette protection. Cela suppose d'assouplir certaines conditions, aujourd'hui trop rigides, qui freinent les renvois des demandeurs d'asile en pays tiers, même lorsque la décision d'irrecevabilité est justifiée et respecte évidemment les droits de l'homme, la notion de pays sûr restant centrale. En plus d'augmenter le flux sortant, cela pourrait réduire la charge de travail des collaborateurs et donc raccourcir le délai d'attente.

Madame la ministre, la Belgique est connue pour recourir davantage à une protection internationale, au détriment de la protection subsidiaire, et attire donc une grande partie des demandeurs d'asile. L'accord de gouvernement acte que ce déséquilibre doit être contrôlé. Quelles sont les actions que vous allez entreprendre à cet égard? Pensez-vous que la modification du règlement puisse inverser la tendance? Quelle sera la position que vous défendrez au nom de la Belgique dans ces discussions européennes?

Anneleen Van Bossuyt:

Madame Vandeberg, je salue la proposition de la Commission européenne. Elle témoigne d'un constat qui ne date pas d'hier, comme vous l'avez indiqué, à savoir que le système d'asile en vigueur est à bout de souffle. Je suis disposée à contribuer activement à l'élaboration de solutions visant à limiter l'afflux, tout en augmentant les départs, et à accélérer le traitement des demandes d'asile, car la procédure est aujourd'hui trop longue. Ce traitement, qui permet le retour vers un pays tiers sûr, non seulement allège la pression exercée sur les É tats membres mais peut également envoyer un message dissuasif.

Je lis des réactions alarmistes dans la presse, mais j'appelle à une relativisation des choses. Le concept de "pays tiers sûr" existe déjà dans le droit européen et est déjà appliqué. Certains articles parlent de "dumping" et de "droits de l'homme bafoués", mais je m'oppose à ce genre de démagogie. La Commission européenne et le Haut-Commissariat des Nations Unies pour les réfugiés (HCR) ont confirmé que ce concept était conforme au droit international et européen. En outre, les garanties nécessaires sont prévues pour encadrer ce concept. En réalité, il s'agit ni plus ni moins d'une extension du champ d'application du principe de "pays tiers sûr".

La proposition fait actuellement l'objet de discussions entre les É tats membres au sein du Conseil. La Belgique y contribuera activement et sans tabou.

Victoria Vandeberg:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses et je suis heureuse d'entendre que vous êtes disposée à avancer également dans cette direction. Évidemment, le débat reste ouvert mais je suis heureuse d'entendre que c'est la voix qui sera portée par la Belgique au niveau européen.

Au MR, nous croyons que la liberté ne peut exister sans responsabilité. Nous défendons donc une politique d'asile et de migration régulée, juste et compatible aussi avec nos capacités d'intégration. Cela sera peut-être facilité à l'avenir par cet assouplissement qui respecte, comme vous l'avez d'ailleurs souligné avec raison, les droits humains. Il s'agit uniquement d'un élargissement d'un concept déjà existant. C'est l'ambition du gouvernement Arizona et la vôtre, madame la ministre, et vous devez la porter avec lucidité, courage et ambition pour notre pays.

Voorzitter:

Ce n'est pas la première intervention de notre collègue Vandeberg mais sa première question d'actualité. (Applaudissements) (Applaus)

Het regeringsstandpunt over Palestina
De prangende situatie in Gaza
De genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De prangende situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De situatie in Gaza
Het regeringsstandpunt over de situatie in Gaza.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 15 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België’s politieke partijen eisen dringend concrete actie tegen Israël’s genocide en hongersnood in Gaza (50.000 doden, massale uithongering, geblokkeerde hulp), maar de regering ontwijkt sancties en schuilt achter vage resoluties en het VN-vredesproces van Macron. Kernpunten: oppositie en meerderheidspartijen (behalve N-VA/MR) dringen aan op onmiddellijke blokkadebreking, sancties, ambassadeurterugtrekking en erkenning Palestina—zonder voorwaarden—terwijl premier De Wever geen bindende stappen aankondigt, slechts "optimisme" toont voor diplomatieke initiatieven. Scherpe kritiek: regeringspassiviteit wordt gelinkt aan medeplichtigheid, met verwijten over dubbele standaarden (vs. Rusland-sancties) en neokoloniale tweestatenretoriek die Gaza’s vernietiging negeert. Noodkreten: "Acte nu, of de geschiedenis zal u veroordelen."

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, vandaag stuurde iemand mij een foto door van Rafaet uit Gaza. Ik kan dergelijke foto's eigenlijk niet meer aanzien. Rafaet is een jong meisje, compleet ondervoed. Haar botten steken bijna door haar fragiele huid. Ze is de helft van haar gewicht verloren. Ze is compleet uitgehongerd en ze overleeft op tijmblaadjes en water. Die hongermoord op Rafaet is bewust gepland en uitgevoerd. Men blokkeert sinds een aantal maanden elk transport naar Gaza. Elke vorm van voedsel wordt aan de grens tegengehouden. Er is niets meer.

Vandaag leven meer dan een half miljoen mensen in Gaza in acute hongersnood, volgens de VN. Dat betekent dat wij ver voorbij de fase van veroordeling zijn. Wij zitten in de fase van sancties, want met sancties zet men Israël onder druk, niet met woorden.

Na 19 maanden komt de regering met een vage resolutie. Ten eerste, in die resolutie durft men niet eens het woord genocide te gebruiken. Ten tweede, de resolutie legt zoveel voorwaarden op aan de erkenning van Palestina, dat er tegen dan wellicht geen Gaza meer zal bestaan. Ten derde, de regering maakt de erkenning van Palestina, het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen, voorwaardelijk. Dat is compleet onwettelijk, zegt elke professor in internationaal recht. Het is een onvoorwaardelijk recht. Ten vierde, de resolutie ademt neokolonialisme uit, waarin Brussel en Parijs komen vertellen wat goed is voor de Palestijnen, terwijl het aan de Palestijnen is om te bepalen wat goed voor hun toekomst is.

Er zijn 50.000 dodelijke slachtoffers. Wanneer komen er eindelijk sancties van de regering, mijnheer de premier?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, collega's, duizenden kinderen sterven in Gaza door honger of bombardementen van Israël, ze kunnen geen kant meer op en het blijft maar doorgaan. We kunnen dat niet tolereren en we moeten actie ondernemen.

Afgelopen week was er witte rook. De arizonameerderheidspartijen in het Parlement hebben een akkoord over een voorstel van resolutie rond Gaza. De persberichten en socialmediaposts vlogen de deur uit. Veel tromgeroffel. Veel borstgeklop. Alleen kan ik de collega's van de meerderheid nog niet feliciteren, want ik heb hier in het Parlement nog geen letter tekst gezien.

Zoals dat gaat in de arizonaregering, de inkt is nog niet droog of er is al heel veel discussie over de inhoud en de modaliteiten van de tekst. Blijkbaar zal België, u dus, mijnheer de eerste minister, het aanhoudingsbevel voor Netanyahu moeten respecteren. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?

Blijkbaar zal België optreden in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat is terecht. Zult u dat doen, ja of neen?

Ook de minister van Buitenlandse Zaken is ineens wakker geworden. Eigenlijk is het voorstel van resolutie dus al achterhaald. Hij zal met een pakket sancties komen tegen Israël. Dat is opnieuw terecht. Zult u dat doen, ja of neen?

Collega's, laten wij immers eerlijk zijn, elke rode lijn wordt overschreden door Israël. We moeten stappen zetten richting erkenning van de staat Palestina en dat moet snel gebeuren, want anders is er binnen de kortste keren geen sprake meer van Palestina.

Mijnheer de eerste minister, wat zult u doen? Staat u aan de zijde van de duizenden onschuldige burgerslachtoffers?

Paul Magnette:

Hier, j'ai rencontré des médecins israéliens, juifs et palestiniens, des bénévoles qui, depuis plus de 30 ans, soignent des Palestiniens en Cisjordanie et à Gaza. Ils dénoncent les violations des droits humains dont ils sont l'objet. Ils m'ont décrit ce qu'ils vivent aujourd'hui. Aujourd'hui, à Gaza, 25 000 personnes sont dans un état de santé critique et doivent être évacuées de toute urgence vers un hôpital, mais le gouvernement israélien les empêche de sortir. Dans les heures et les jours qui viennent, si rien ne change, ces 25 000 personnes vont mourir. Elles s'ajouteront aux 52 000 personnes qui sont déjà mortes sous les bombes de Netanyahu.

Aujourd'hui à Gaza, deux millions de personnes sont au bord de la famine. Depuis plus de 10 semaines, Israël impose un blocus total. Plus rien ne rentre: plus d'eau, plus de nourriture, plus de médicaments. Des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants vont mourir, si rien ne change, dans les semaines et les mois qui viennent.

Le blocus est un instrument du génocide et il faut casser le blocus pour arrêter le génocide en cours. Nous l'avons fait il y a un an, avec nos avions militaires. Nous avons largué des vivres et des médicaments à Gaza. Nous devons le refaire de toute urgence. Il faut casser le blocus de Gaza, envoyer nos avions militaires, larguer des vivres et des médicaments pour éviter une tragédie absolue. Ce n'est plus une question politique. Ce n'est plus une question de gauche ou de droite. Ce n'est même plus une question de droit international. C'est une question de vie ou de mort pour des centaines de milliers de femmes, d'hommes et d'enfants.

Et face au génocide en cours, ne rien faire, c'est être complice. L'histoire vous jugera, monsieur le premier ministre. L'histoire nous jugera. Cassez ce blocus et sauvez ces centaines de milliers de femmes et d'hommes!

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer mon intervention tant j'ai l'impression de répéter sans cesse les mêmes choses et de parler dans le vide.

Depuis des semaines, pas un seul camion d'aide n'est entré à Gaza. Pas une goutte d'eau, pas un sachet de farine, pas un médicament. Rien. Des mères mélangent de la nourriture pour bétail avec de l'eau bouillie pour tenter de se nourrir. Des enfants meurent littéralement de faim.

L'ONU évoque une famine délibérée. Médecins Sans Frontières (MSF) parle de charnier. Amnesty International parle de génocide. Monsieur le premier ministre, comme vous aimez les faits, regardons-les!

Plus de 50 000 personnes ont été assassinées, dont une majorité de femmes et d'enfants. Des journalistes sont visés, des hôpitaux bombardés, des quartiers rasés. Des enfants sont enterrés sous les décombres de leur maison. La Cour internationale de Justice, la plus haute juridiction de l'ONU, parle d'un risque plausible de génocide. Ce ne sont pas mes mots mais bien ceux du droit.

Et pourtant, le silence. Le vôtre, celui du monde. Ce qui est grave, ce n'est pas seulement ce silence mais bien le cynisme froid avec lequel vous avez annoncé pouvoir désobéir à un mandat d'arrêt international contre Netanyahu. Nous ne l'oublierons pas!

Un crime de masse est en cours et des gens filment en direct leur propre mort. Ce n'est pas une guerre mais bien l'écrasement d'un peuple. Ce n'est pas une tragédie mais bien un plan délibéré de nettoyage ethnique.

La Belgique, ce pays de droit qui a souvent été du bon côté de l'histoire, se tait aujourd'hui, attend, tergiverse et envisage des mesurettes.

C'est une honte. C'est une rupture historique. C'est un reniement.

Monsieur le premier ministre, au nom de toutes celles et ceux qui n’en peuvent plus d’assister impuissants à ce carnage, quand allez-vous briser le blocus humanitaire par tous les moyens?

Quand allez-vous suspendre les accords économiques avec Israël?

Quand allez-vous rappeler l'ambassadeur belge à Tel Aviv, comme cela a été fait pour la Russie, le Venezuela ou la Birmanie?

Vous parlez de cohérence, alors agissez avec cohérence. Aujourd'hui, il n'y a eu ni embargo, ni gel d'avoirs, ni parole forte. Nous ne constatons que des paroles creuses, des formules vides et des mains qui tremblent.

Pendant que vous tergiversez (...)

Oskar Seuntjens:

Een platgebombardeerde stad, tienduizenden doden en uitgehongerde kinderen terwijl er aan de grens vrachtwagens met voedsel, medicijnen en zelfs babysupplementen staan te wachten, bewust tegengehouden door Israël. Men hoeft maar zijn gsm vast te nemen en men ziet dag na dag de pure horror en het ondraaglijke menselijk lijden. Dit is geen oorlog meer. Dit is een genocide die we live, vanop onze gsm, dag na dag kunnen volgen. Niemand hier zal ooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben. Hopelijk zullen we wel kunnen zeggen dat we er alles aan gedaan hebben om op te komen voor al die onschuldige slachtoffers, want men krijgt het niet meer uitgelegd.

Collega’s, het valt niet meer uit te leggen dat als Poetin Oekraïne binnenvalt, we vanaf de eerste dag allemaal samen zeggen hoe schandalig dat is en dat er sancties moeten komen – daar was iedereen het over eens, behalve de communisten van de PVDA –, terwijl we wegkijken wanneer een extreemrechtse zot als Netanyahu een volk platbombardeert. Dat gaat niet en dat is voor Vooruit onaanvaardbaar. Daarom zijn we vanaf de eerste dag opgekomen voor alle onschuldige slachtoffers, ook in de vorige regering, met Frank en Caroline. Er werden toen voedsel en medicijnen gestuurd. Toen Israël de grens sloot, deden ze het via de lucht, met de moed der wanhoop. Het is die moed die we vandaag opnieuw nodig hebben, die zoveel jongeren hebben getoond door afgelopen zondag mee te gaan betogen voor Palestina.

Het is daarom dat we dagenlang onderhandeld hebben voor een sterke resolutie, die pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, die pleit voor humanitaire hulp nu, die pleit voor economische sancties tegen het Israël van Netanyahu. Die spreekt immers maar één taal, hij luistert niet naar mensenrechten en spreekt enkel de taal van het geld.

Dus, mijnheer de premier, het Parlement heeft zijn werk gedaan en het is aan u. We vragen u om niet langer te wachten, want elke seconde telt.

Nawal Farih:

Mijnheer de premier, 50.000 burgerslachtoffers, waarvan 70 % vrouwen en kinderen zijn, en de teller tikt verder. Gisteren 60 extra dodelijke slachtoffers, vandaag 74 extra dodelijke slachtoffers. Collega's, het is nog maar drie uur. Al tweeënhalve maand is er geen toevoer van medicijnen, voedsel noch elektriciteit in de Gazastrook. U zult cd&v vandaag dus niet euforisch horen zijn. Het geweld en het leed duren vandaag nog voort. Al jaren pleit cd&v voor het Palestijnse volk. Al maanden vraagt cd&v actie van de regering.

Vandaag zijn we tot een akkoord gekomen, en ja, we hebben ons moeten kwaad maken, en ja, dat was niet makkelijk. We sluiten ons aan bij het initiatief van Macron, we sluiten ons aan bij het vredesproces in New York en we steunen de erkenning van de staat Palestina in een proces van een tweestatenoplossing.

Wat het internationaal recht betreft, collega's, is cd&v helder en duidelijk. Wij scharen ons als cd&v voor 100 % achter het internationaal recht. Dat betekent dat mensen die oorlogsmisdaden plegen, in ons land zullen worden opgepakt, ook wanneer ze Netanyahu heten.

Premier, wij hebben het werk verricht. Hoe snel zult u met de regering verdere actie ondernemen?

Staf Aerts:

Collega's, ik wil u vragen om even stil te staan en na te denken, want wat gaan we later aan de toekomstige generaties vertellen? Wat hebben wij gedaan om deze gruwel, die elke dag onze huiskamers binnenstroomt, te veroordelen, om die te stoppen? Het is dé gruweldaad van de eenentwintigste eeuw, want de verschrikkelijke beelden blijven maar komen. Meer dan 50.000 burgers zijn vermoord. Kinderen sterven elke dag van de honger. Ziekenhuizen worden gebombardeerd. Er zijn massale volksverhuizingen, want burgers zijn een doelwit op het overgrote deel van de Gazastrook. Er is geen water, er is geen voedsel, er is geen medicatie, want die worden al 10 weken lang door Israël geblokkeerd aan de grenzen.

Wat zullen we onze kleinkinderen later vertellen? Dat we alles gedaan hebben wat we konden? Collega's van de meerderheid, jullie resolutie bevat een lichte communicatieve koerswijziging. Mijnheer de premier, u wordt op de vingers getikt. België moet voortaan uitvoeren wat het Internationaal Strafhof beslist. Wauw! Bravo! Is dat geen evidentie meer? Is dat geen evidentie meer? In de gehele tekst wordt Israël met de fluwelen handschoenen aangepakt. Geen woord over apartheid. Geen woord over genocide. Geen woord over... ja, wel een woord over de erkenning van Palestina, maar er worden zoveel voorwaarden aan gekoppeld dat ze op de lange baan geschoven wordt. We zullen het waarschijnlijk niet meer meemaken. Geen Belgische sancties, geen actie.

Mijnheer de premier, dinsdag komt de Raad Buitenlandse Zaken samen. Daar stelt Nederland voor om maatregelen te nemen en handelsrelaties te blokkeren. Zal België zich daarbij aansluiten?

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de voorzitter, collega's, ik bedank iedereen voor de steun die ik heb mogen genieten naar aanleiding van de ziekte die ik heb meegemaakt. Ik hoop dat die steun overeind blijft, ook na mijn eerste tussenkomst hier. ( Hilariteit en applaus )

Voorzitter:

Mijnheer Dedecker, misschien zal niet iedereen ervoor pleiten, maar ik zet de spreekklok voor u opnieuw op twee minuten.

Jean-Marie Dedecker:

Bedankt, mijnheer de voorzitter.

Mijnheer de premier, ik zal u een kattebelletje voorlezen van een onbekend persoon, al weet ik wie het schreef. Het is een prachtig kort verhaal dat weerspiegelt wat ik denk. Ik ben altijd zenuwachtig als het over Gaza gaat.

"Weerzinwekkend zijn de beelden van Gaza. De Israëlische premier Netanyahu is van Gaza het nieuwe Dachau aan het maken. Uithongering en dagdagelijkse bommentapijten zijn de nieuwe verbrandingsovens. Hoe kan de wereld blijven wegkijken van wat daar gebeurt, goed wetende dat het de Joden zijn die het staakt-het-vuren eenzijdig hebben opgezegd om van hun moordrazzia's opnieuw hun dagelijkse bezigheid te maken? En deze keer kan de wereld niet zeggen: wir haben es nicht gewußt ."

Beste collega's wij vieren vandaag 80 jaar bevrijding. Vandaag vieren de Palestijnen – al is "vieren" geen goede woordkeuze – 80 jaar bezetting. De Palestijnen betalen het gelag voor wat de Europeanen de Joodse bevolking aangedaan hebben in de Tweede Wereldoorlog. We hebben de exodus van de Joodse slachtoffers, slachtoffers van de Holocaust, naar Israël georganiseerd. Dat ging ten koste van de Palestijnen, want onmiddellijk werden er 750.000 verdreven met de eerste Nakba in 1948. Sedertdien is er een apartheidsstaat ontstaan, waarvoor we als Europeanen nooit onze verantwoordelijkheid hebben genomen. We hebben mensen opgesloten in de grootste openluchtgevangenis van de wereld. Mensen kunnen er niet uit ontsnappen, kinderen worden er gebombardeerd.

Hoeveel oorlogsmisdaden moeten er nog begaan worden vooraleer we durven zeggen: verdomme, we gaan er iets aan doen, in plaats van nutteloze resoluties?

Voorzitter:

De premier heeft maximaal vijf minuten spreektijd voor zijn antwoord.

Bart De Wever:

Bedankt, collega'sn het is uiteraard niet de eerste keer dat mij in dit halfrond wordt gevraagd naar het standpunt van de regering over het bewuste conflict in het Midden-Oosten. Wat de fundamentele oplossing voor dat conflict betreft, hebben wij een duidelijk regeerakkoord geschreven. Mijn antwoord wat dat betreft, zal alleszins consequent zijn. Ik heb die bewuste tekst hier al een paar keer letterlijk voorgelezen en ga dat niet opnieuw doen. Wat dat betreft verwijs ik naar het verslag voor die antwoorden. Ik zal wel iets zeggen over de nieuwe, recente ontwikkelingen.

Er is binnen dit halfrond een meerderheid die heeft aangekondigd volgende week een resolutie te zullen indienen in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ongetwijfeld zal die bediscussieerd worden en ook naar de plenaire vergadering komen ter stemming. Van mijn kant denk ik alvast dat die resolutie het juiste kader schetst en dat de regering die resolutie ter harte moet nemen. We zullen daarover dan uiteraard opnieuw spreken in deze vergadering, maar er zijn momenteel nog geen regeringsbeslissingen die ik ter zake kan toelichten.

De komende weken verwachten we ook teksten in het kader van een vredesinitiatief in de aanloop naar de conferentie van de Verenigde Naties van juni, waarnaar door verschillende sprekers is verwezen en waar deze kwestie en het conflict in het Midden-Oosten op de agenda staan. Bovendien staat vooral Frankrijk in contact met verschillende Arabische landen om een oplossing uit te werken in het kader van die VN-conferentie, die dan hopelijk zou moeten kunnen leiden tot een duurzame vrede.

Ik heb de gelegenheid gehad om daarover uitgebreid te spreken met president Macron. Mijn indruk is dat de contouren van zijn vredesinitiatief lijken te stroken met zowel het regeerakkoord als de resolutie die hier uiteindelijk ter stemming zal worden voorgelegd. Ik hoop dat ik dus namens de regering mag zeggen dat wij dit initiatief met enig optimisme tegemoetzien. We zullen zien hoe we dat kunnen ondersteunen en op welke manier we daaraan eventueel kunnen deelnemen. We zullen dat doen op het moment waarop we de teksten daarover hebben gekregen en kunnen doornemen en bespreken in de schoot van de regering.

En ce qui concerne la qualification de la situation, c'est à la Cour internationale de se prononcer, mais cette qualification juridique n'est pas l'essentiel en ce moment car cela ne changera pas la situation instantanément.

L'urgence maintenant, c'est de nous concentrer sur la situation humanitaire et de voir comment y remédier le plus vite possible. Permettez-moi, au nom du gouvernement, de réaffirmer l'horreur largement partagée par chacun d'entre nous face aux images des victimes innocentes touchées par ce conflit. Ces images horribles, notamment celles concernant des enfants, ne peuvent laisser personne dans l'indifférence. Cela me touche évidemment en tant qu'homme politique mais aussi en tant qu'être humain. Elles appellent une solution fortement et largement soutenue par la communauté internationale, une solution qui mette fin le plus rapidement et durablement possible à la souffrance des innocents. Notre gouvernement souhaite contribuer à une telle solution durable. Je vous remercie.

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, er zijn twee verschillende zaken. Er is, ten eerste, de erkenning van Palestina. Ik geloof niet in het initiatief van Macron, dat neokolonialisme uitademt en dat tot niets zal leiden.

De andere zaak, net voor onze ogen, is de genocide. Dat is de dringende zaak. Dat is de acute zaak. Een genocide stopt men niet met flauwe resoluties waarin opgewarmde kost wordt geserveerd aan het Parlement. Al 19 maanden lang vragen wij concrete sancties, al 19 maanden lang weigert men dat.

De heren van Vooruit zeggen: "Je krijgt het niet meer uitgelegd." Wel, wat ik niet meer uitgelegd krijg, is dat Vooruit 19 maanden in de regering zit en dat op die 19 maanden niet de minste sanctie is getroffen tegenover Israël, niet de minste, terwijl er 18 pakketten tegenover Rusland werden getroffen. Shame on you . Israël zal enkel buigen onder druk van economische en militaire sancties en niet onder druk van flauwe resoluties van deze regering.

Kjell Vander Elst:

Dank u, mijnheer de eerste minister, voor uw antwoord. U maakt wel één denkfout. Als hier een resolutie, of die nu onbelangrijk is of niet, wordt goedgekeurd, dan moet u die niet ter harte nemen, maar uitvoeren. Als het Parlement een resolutie goedkeurt, dan moet u die uitvoeren, niet ter harte nemen en zomaar à la tête du client kijken wat u daar wel of niet van kunt uitvoeren.

Ik denk dat we het over één zaak wel eens zijn, namelijk dat het overlijden van onschuldige kinderen in Gaza zo snel mogelijk moet stoppen. Ik hoop trouwens dat we het daar allemaal over eens zijn in dit halfrond, al betwijfel ik dat. Als ik statements en verklaringen lees van een van uw partijgenoten waarin staat – ik citeer – "Het overlijden van een kind is tragisch, maar daarom nog niet moreel onverdedigbaar.", dan keert mijn maag om. Dat is walgelijk. We mogen hier in dit Huis over veel zaken van mening verschillen, maar laten we alstublieft overeenkomen dat we (…)

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, une fois de plus, vous vous contentez de lire votre texte sans apporter aucun élément de réponse. Vous brandissez cette résolution, ce petit bout de papier plein de mots creux, qui n'est que le reflet visible, ici-même, des contradictions de votre coalition. Mais ce que nous attendons de vous, ce sont des actes!

Demain, le 16 mai 2025, l'armée israélienne va envoyer des dizaines de milliers de militaires supplémentaires pour chasser les Palestiniens de la bande de Gaza et leur voler leurs terres. Il y aura encore des milliers et des dizaines de milliers de victimes.

Alors agissez! Agissez maintenant! Rappelez votre ambassadeur! Imposez des sanctions! Brisez le blocus! Faites quelque chose, bon Dieu!

Rajae Maouane:

Monsieur Dedecker, merci pour vos mots. Vous avez un privilège que je n'ai pas, c'est celui de dire les choses de la manière la plus crue et la plus plate sans créer de scandale.

Aujourd'hui, les accusations d'antisémitisme dès lors qu'on dénonce les exactions d'un gouvernement d'extrême droite ne tiennent plus. Aujourd'hui, les condamnations se succèdent, du CCLJ à Jean-Marie Dedecker. Il n'y a aujourd'hui plus que le MR et le Belang, comme par hasard, pour ne pas être du bon côté de l'Histoire.

Monsieur le premier ministre, je ne vous dis pas merci pour vos réponses. Elles sont honteuses. Je ne sais pas ce que nous dirons aux générations suivantes. Je ne sais pas ce que nous pouvons dire. Moi, je n'ai plus que de la honte, et j'ai envie de pleurer aujourd'hui.

Oskar Seuntjens:

Waarvan mijn maag zich omdraait, is dat partijen onder andere de heer El Yakhloufi Achraf van onze partij en mevrouw Farih Nawal, die elke dag keihard voor de Palestijnen opkomen, medeplichtig noemen. Dat partijen zoals de PVDA Rusland en China niet veroordelen voor bijvoorbeeld de genocide op de Oeigoeren, wat dat laatste land betreft, is voor mij verachtelijk, maar ik zal hen nooit medeplichtig noemen, noch hun ideeën als verachtelijk bestempelen.

Hoe moeilijk kan het zijn? Wij komen hier allen op voor de Palestijnen en maken daarvan geen politieke spelletjes ten koste van alle leed dat vandaag in Gaza gebeurt.

Nawal Farih:

Mijnheer de eerste minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. De cd&v zal de lat niet laag leggen: het gaat niet alleen om participeren, maar om effectief uit te voeren. Het conflict met enorm veel burgerslachtoffers is onder onze huid gekropen. Fractieleden van ons hebben dag en nacht aan het dossier gewerkt. Cd&v zal dus niet zomaar toekijken. Wij zullen vragen blijven stellen en zullen blijven wachten tot er actie komt. Indien ze er niet komt, zullen wij wetsvoorstellen over de nodige sancties blijven indienen.

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, collega's, toen ik de afgelopen uren de tekst van het voorstel van resolutie kon inkijken, na alle grote verklaringen in de pers, voelde ik al schaamte, maar nu ik hier het makke antwoord van de eerste minister hoor, dan voel ik nog meer schaamte.

Ik ben blijkbaar niet de enige, want ik heb op de meerderheidsbanken meer applaus gezien voor de uiteenzettingen van de oppositie dan voor de uwe, mijnheer de premier. Dat doet mij nog veel meer vrezen. Waar gaat de regering naartoe? Hoeveel zal het voorstel van resolutie waard zijn, terwijl het nu al niet veel waard is? Staan daar sancties in die België zal opleggen? Neen, die staan er niet in. Wordt daarin gerept over de genocide? Neen, daarover wordt niet gerept. Zal België Palestina erkennen? Neen.

We moeten vandaag echte sancties nemen, Israël en de gruwel moeten gestopt worden. Ga er verdorie mee aan de slag.

Jean-Marie Dedecker:

Mijnheer de voorzitter, collega's, 25 jaar geleden werd in het Parlement een wet goedgekeurd, zodat wij in dit land oorlogsmisdadigers konden aanhouden en berechten. Herinner u de bloedbaden van Sabra en Shatila en Ariel Sharon. Die wet is dode letter gebleven. Al wie vandaag een grote mond opzet en elkaar de zwartepiet toespeelt, moet weten dat er hier de voorbije 25 jaar niets is gebeurd met betrekking tot Israël. Bij de Verenigde Naties werden meer dan 1.600 resoluties goedgekeurd, maar geen enkele ervan werd uitgevoerd. Wij komen nu opnieuw met een voorstel van resolutie. Ik ga ermee akkoord dat het een stap is in de goede richting, maar denken we eens goed na. Een tweestatenoplossing is onmogelijk geworden. Vandaag wonen er 700.000 Israëlische kolonisten, joodse kolonisten, extremistische kolonisten op Palestijns grondgebied op de Westelijke Jordaanoever en de Knesset, het Israëlisch parlement, (…)

De afschaffing van de terugkeerpremie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 15 mei 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt bevestigde in Moldavië dat asieltoerisme (met name uit de Romagemeenschap) misbruik maakt van België’s winteropvang en terugkeerpremie (€1.000), terwijl het land veilig is en bijna geen asielverzoeken (≤1%) worden goedgekeurd. Ze kondigde versnelde behandeling van aanvragen, stopzetting van de premie en ontradingscampagnes (online en ter plaatse) aan om smokkelnetwerken te bestrijden en migratie te verminderen. Maaike De Vreese drong aan op uitbreiding van deze maatregelen naar alle visumvrije landen, met strikte voorwaarden voor terugkeerpremies (alleen bij versnelde terugkeer en visumplichtige landen) om misbruik definitief te blokkeren.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, u bent deze week naar Moldavië gegaan. Ik heb heel veel reacties gelezen van mensen die zich afvragen waarom u in godsnaam naar Moldavië ging. Sinds 2020 zien we echter telkenmale de cijfers stijgen van die asielzoekers richting ons land. Telkenmale gebeurt dat ook in de winter. Natuurlijk is dat niet toevallig. Die mensen komen namelijk naar hier voor onze winteropvang. Alsof dat nog niet genoeg is, krijgen ze wanneer ze terugkeren nog een terugkeerpremie van 1.000 euro. Dat zijn geen asielzoekers, dat is asieltoerisme.

Minister, we moeten daar absoluut komaf mee maken. Moldavië is immers een veilig land. Die mensen krijgen hier geen bescherming. Eindelijk maakt u werk van een strikt en streng migratiebeleid. U zet de puntjes op de i.

Wat zien we namelijk nog meer? Een deel van dat geld wordt doorgestort aan mensensmokkelnetwerken en criminele netwerken. We kunnen dit soort asieltoerisme absoluut niet toelaten. Als men de gemiddelde lonen in Moldavië bekijkt, dan betaalt ons land die mensen daarenboven niet enkel een dertiende maand, maar ook nog een veertiende maand. Hoe kan men dat in godsnaam uitleggen aan de belastingbetaler? Dat is niet mogelijk.

Het is dus goed, minister, dat u daar nu komaf mee maakt. Wat hebt u echter nog allemaal geleerd op uw reis in Moldavië? Welke lessen trekt u daaruit? Hoe zult u in de toekomst dergelijke misbruiken verder gaan aanpakken?

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel voor uw vraag, mevrouw De Vreese. Ik ben deze week inderdaad in Moldavië geweest om het asieltoerisme aan te pakken.

We zien in ons land, zoals u terecht aangaf, in de jongste jaren, sinds 2020, een stijging van het aantal asielaanvragen uit Moldavië. Het zijn er nu ongeveer een duizendtal, vooral uit de Romagemeenschap. Dat is heel vreemd natuurlijk, want Moldavië is een veilig land. Ik heb de cijfers nagegaan. Het aantal erkenningen van mensen uit Moldavië was in de jongste jaren lager dan 1 %. Ze hebben eigenlijk bijna geen kans om hier bescherming te krijgen.

Hun motivering om naar België te komen heb ik trouwens expliciet gehoord in Moldavië, namelijk ons te gulle opvangsysteem. Dat is gewoon een feit. Hierbij spelen twee zaken. Ten eerste, ze komen vooral overwinteren. We zien de piek vooral tijdens de koudere maanden. Zo vermijden ze de hoge energieprijzen in hun land. U weet echter ook dat onze opvang gewoon overvol is. Die kan niet dienen voor mensen die hier gewoon komen overwinteren, die dient voor mensen die echt onze bescherming nodig hebben. Ten tweede is er de terugkeersteun, tot 1.000 euro, die ze kunnen krijgen. Ik heb met mensen van de Moldavische grenspolitie gesproken. Ze erkennen dat daar smokkelnetwerken achter zitten.

Wij willen die illegale migratie drastisch verminderen. We gaan die aanvragen versneld behandelen en we gaan die terugkeersteun meteen stopzetten. Ik zal ook verdere ontradingscampagnes voeren, niet alleen online, maar ook in persoon als het moet. Specifiek wat Moldavië betreft, zullen we in het najaar opnieuw een online ontradingscampagne opstarten.

Maaike De Vreese:

Wat wij hier zien, is gewoon misbruik van het visumvrije reizen. De betrokkenen krijgen er inderdaad nog eens een winteruitkering bovenop.

Mevrouw de minister, Moldavië is echter niet het enige land waaruit mensen visumvrij naar België kunnen reizen. Voor mijn part schaft u de terugkeerpremie voor ieder visumvrij land af. Maak daar komaf mee. Ik wil absoluut dat u dat bekijkt.

Zorg voor heel strikte regels rond de terugkeerpremies, niet langer voor visumvrije landen maar enkel voor visumplichtige landen en enkel en alleen als de premie voor een snellere terugkeer zorgt en ervoor zorgt dat de asielprocedure niet langer gerokken wordt via beroepsprocedures. Bekijk die uitbreiding. Zorg dat daar geen misbruik meer van wordt gemaakt. Zorg dat het asieltoerisme in België absoluut stopt.

Voorzitter:

Daarmee besluiten wij de vragenronde.

Het gesprek met president Macron over de kerncentrales

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 30 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Premier De Wever bevestigt een nucleaire renaissance in lijn met Frankrijk, met verlenging van bestaande centrales en potentieel nieuwe SMR-technologie, na goedkeuring van de gewijzigde kernuitstapwet—Macron steunt dit. EDF’s rol blijft onduidelijk, maar synergie met Frankrijk wordt beoogd als *win-win*, zonder concrete afspraken of commerciële details. Van Keymolen benadrukt Belgisch nucleair expertise en bedrijven moeten mee profiteren en waarschuwt voor afhankelijkheid van Franse staatsbedrijven, gezien hun eerdere kritiek op "Belgische euro’s naar Parijs". Energiezekerheid en betaalbaarheid blijven centrale motieven, met nadruk op samenwerking zonder verlies van Belgische autonomie.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de premier, gisteren liet u via Facebook weten dat u even heen en weer naar Parijs bent geweest, want er viel heel wat te bespreken. Waarover het precies ging, vernamen we nadien in De Tijd .

Collega’s, binnenkort stemmen we hier in dit halfrond over de herziening van de kernuitstap. Dat is een belangrijk dossier om onze energiebevoorrading veilig te stellen en om de energiefactuur voor onze gezinnen en onze bedrijven betaalbaar te houden. Mijn partij heeft hier altijd mee voor geijverd, maar dat weet u. De vraag blijft wie er in de toekomst zal instaan voor de uitbating van onze kerncentrales.

Stoort het, mijnheer Van Quickenborne, als ik even doorga?

(Applaus)

Mijnheer de premier, u trekt met deze regering volop de nucleaire kaart. U spreekt zelfs van een nucleair reveil. We begrijpen dat u hiervoor ook overleg pleegt met onze buurlanden en uiteraard met president Macron. Dat is logisch, want energie stopt niet aan onze landsgrenzen. We konden lezen dat het Franse staatsbedrijf EDF straks een rol zou kunnen spelen bij de uitbating van onze kerncentrales. Tegelijk weten we dat EDF zelf met grote uitdagingen kampt bij hun eigen nucleaire projecten, zoals trage vooruitgang en oplopende kosten.

Premier, wordt dat nucleair reveil er straks eentje met een stevig Frans tintje? Ik herinner me nog goed hoe uw partij destijds tijdens de debatten over de nucleaire rente luid en duidelijk stelde dat er al genoeg Belgische euro’s naar Parijs vloeiden. Hebt u nu het geweer van schouder veranderd?

U postte terecht een leuke foto op Facebook. Maar mogen we in dit halfrond ook vernemen wat er precies besproken is over onze kernenergie tijdens uw overleg met president Macron?

Bart De Wever:

Mevrouw Van Keymolen, ik zal deze keer niet schetsen in welke toestand de vorige regering ons energielandschap heeft achtergelaten, hoe ze met kernenergie is omgesprongen en welke keuzes er nu nog mogelijk zijn. Ik zal vriendelijk zijn en het daar niet over hebben.

Ik heb het daar gisteren wel over gehad met de Franse president. Dat leek mij ook onvermijdelijk, gezien de context die ik zonet schetste. Dat was echter maar een van de thema's die op de agenda stonden, naast de geopolitieke context, Oekraïne, het Midden-Oosten, importheffingen, EU-competitiviteit en een aantal belangrijke bilaterale dossiers, waarvan het CaMo-project van Defensie niet het minste was.

Het ging dus ook over energie, waar ik vooral de ambities van ons regeerakkoord heb toegelicht en gezegd dat er een nieuwe regering is die de bladzijde heeft omgeslagen en aansluit bij de ambitie van een nucleaire renaissance. Ik heb hem meegedeeld dat de wet op de kernuitstap in tweede lezing in de commissie werd goedgekeurd en binnenkort naar de plenaire vergadering zal komen. Macron was daar heel blij mee en vindt dat de juiste keuze. Een mix van hernieuwbare energie en kernenergie is volgens hem de weg die we moeten bewandelen en dat is ook de weg die deze regering wil bewandelen.

Wij hebben al beslist om een maximale verlenging van de bestaande capaciteit te proberen realiseren op langere termijn en eventueel ook nieuwe capaciteit dankzij de SMR30-technologie. Er zijn veel samenwerkingen en synergiën mogelijk. Ik denk dat het voorbarig is te zeggen hoe, met wie, wat en waar. Het zou commercieel onvoorzichtig zijn om daarop in te gaan, dus dat zal ik niet doen.

Dat wij op het vlak van strategie heel sterk aansluiten bij de Franse strategie is een evidentie. Dat synergie en samenwerking daar mogelijk zijn, is een evidentie. Dat hoeft voor ons geen verliesverhaal te worden. We kunnen dat omturnen naar een win-winverhaal, net zoals we dat voor Defensie dringend moeten proberen doen.

Het was een open en heel constructief gesprek. De minister van Energie is heel gemotiveerd om daarop door te gaan en wij zullen op tijd en stond rapporteren aan dit Parlement.

Phaedra Van Keymolen:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoorden. Een stabiele en zekere energiebevoorrading is cruciaal voor ons land. We hebben de voorbije dagen in de landen in onze buurt kunnen zien welke ontwrichtende effecten een black-out kan hebben. Vergeet ook niet dat ons land beschikt over een sterke nucleaire kennis en een brede technologische basis. Wij hebben Belgische bedrijven en instellingen die vandaag ook al een sleutelrol spelen. Het is dan ook belangrijk dat wij bij toekomstige beslissingen over onze energiestrategie ook in overleg treden met onze eigen partners, zodat ook zij de vruchten kunnen plukken van de nucleaire reveil die u zo hevig bepleit.

De kritiek van Myria op het verstrengen van de regelgeving inzake gezinshereniging in ons land
Het budget voor asielopvang en de kritiek op de maatregelen rond gezinshereniging
Migratiebeleid en kritiek op gezinsherenigingsmaatregelen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 30 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De regering verstrengt gezinshereniging met hogere inkomens- en inburgeringseisen (leeftijd 21+, wachttijden) om asielshoppen en massale instroom (21.000/jaar) tegen te gaan, binnen Europese richtlijnen maar tegen kritiek van Myria (mensenrechtenbezwaar). N-VA verdedigt het beleid als noodzakelijk voor integratie en kostendruk, terwijl Vlaams Belang pleit voor een totale asielstop en afschaffing van Myria, en de regering beschuldigt van prioritering migranten boven gepensioneerden. De minister benadrukt realisme en juridische haalbaarheid, maar oppositie noemt de maatregelen onzichtbaar of ontoereikend. Kern: strenger migratiebeleid vs. mensenrechten en budgettaire keuzes.

Maaike De Vreese:

Minister, het Federaal Migratiecentrum Myria fluit de regering, dus u, terug. Te strenge nieuwe voorwaarden voor gezinshereniging zouden niet conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn. Ik vind dat toch zeer straffe kritiek voor een orgaan dat ook betaald wordt door diezelfde federale regering. Straf, zeker daar het schoorvoetend ook moet toegeven dat alles conform de Europese richtlijnen is.

En ja, wij zullen de gezinshereniging fors verstrengen. We doen dat natuurlijk met een reden. Meer dan 21.000 mensen kwamen naar hier via gezinshereniging. Dat heeft natuurlijk een enorme impact op onze samenleving. Wat verwachten we nu van die mensen? We verwachten van die mensen dat ze financieel kunnen instaan voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. We verwachten dat ze, als ze naar hier komen, zich integreren, dat ze de taal leren, dat ze onze waarden en normen respecteren

Dat zullen we dan ook doen. We zullen extra voorwaarden koppelen aan de gezinshereniging. We zullen inderdaad vragen dat ze hogere inkomsten kunnen aantonen. We zullen inderdaad, op een later moment, er inburgeringsvoorwaarden aan koppelen. Waarom doen we dat? Om asielshoppen tegen te gaan. Om de heel grote instroom te demotiveren en natuurlijk ook om de impact op onze samenleving te verminderen.

Minister, hoe reageert u nu zelf op de kritiek van Myria? Kunt u nog maar eens bevestigen dat alles conform de Europese richtlijnen en dus ook de mensenrechten is?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in dit land verblijven 670.000 mensen op basis van gezinshereniging en 60.000 erkende asielzoekers. Die twee groepen alleen al maken meer dan 6 % van de bevolking uit. Het verzadigingspunt voor nog meer nieuwe immigranten is al lang bereikt. Alleen maar door het strengste beleid van de hele Europese Unie te voeren, zal de toestroom van nieuwe immigranten stoppen, maar u doet net het tegenovergestelde.

Als er te weinig geld is voor asielzoekers, vraagt u immers 40 miljoen euro extra, maar als gepensioneerden niet rond kunnen komen, dan is dat jammer. U bent verkozen om de Vlamingen te vertegenwoordigen, niet om als cashautomaat te fungeren voor de hele wereldbevolking.

De ironie toen ik deze ochtend de krant las, was me niet ontgaan, want het Federaal Migratiecentrum Myria zei dat de geplande verstrengingen van de gezinshereniging te ver gaan en dat ze tegen de mensenrechten zijn. Voor ons gaan ze echter niet ver genoeg. In het wetsontwerp, dat ik bij me heb, beslist de regering om 2,2 miljoen euro subsidies te geven aan Myria. Er is dus niet genoeg geld voor onze gepensioneerden, maar er is wel geld voor linkse migratieclubjes en om hen kritiek te laten geven op het beleid dat u zelf voorstelt.

Mevrouw de minister, zult u een asielstop invoeren zoals Polen? Zult u de gezinshereniging voor erkende asielzoekers stoppen, zoals Oostenrijk wil? Zult u het linkse migratieclubje Myria afschaffen in plaats van te besparen op onze eigen mensen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik moet eerlijk bekennen dat, elke keer als u komt, ik mij afvraag met wat u mij nu gaat vergelijken? U hebt mij al een zieke koe genoemd, een slijmerige inktvis en nu is het een cashautomaat.

Het is inderdaad zo dat België door de veel te soepele regels inzake gezinshereniging de zwakke schakel van Europa was geworden. Dat is niet zomaar een politieke stelling, dat is de harde realiteit. Het gevolg daarvan is dat we een heel groot aanzuigeffect hebben, dat onze samenleving gewoon niet meer kan dragen. Het is hier gezegd, 21.000 mensen zijn vorig jaar van buiten de Europese Unie via gezinshereniging naar België gekomen.

Mijn boodschap is dan ook glashelder. Wie Europa rondreist, op zoek naar het meest gulle regime, zal dat niet meer in België vinden. Wij verstrengen inderdaad onder meer de regels inzake gezinshereniging aanzienlijk. Eerlijk gezegd, ik vind dat niet meer dan normaal. We verhogen de inkomensgrens waaraan mensen moeten voldoen om hun gezin naar hier te kunnen brengen. Zij moeten inderdaad zelf kunnen voorzien in het onderhoud van die mensen.

Nogmaals, sommigen vinden dat misschien te streng, dat hebben we vandaag kunnen lezen, maar ik vind het niet meer dan normaal dat we dat gaan doen. Men kan niet meer naar hier komen op kosten van onze samenleving. Er komen ook wachttijden van 1 tot 2 jaar. Gezinshereniging zal ook alleen nog mogelijk zijn vanaf 21 jaar. Op die manier willen we kindhuwelijken en gedwongen huwelijken tegengaan. We beschermen dus de allerzwaksten.

Mevrouw De Vreese, ik wil heel graag bevestigen dat dit allemaal binnen het Europees rechterlijk kader gebeurt, wat Myria vandaag trouwens ook zelf in De Standaard zegt. Beste collega's, ook mevrouw Van Belleghem, zij spelen dan misschien hun rol, ik speel mijn rol en dat is de rol van een minister die een streng asiel- en migratiebeleid voert.

Mevrouw Van Belleghem, u verwees ook naar het budget voor opvang. Het is zo, dat zou u beter dan wie ook moeten weten, dat de stijging van de dotatie voor Fedasil een substantiële investering is, maar die dotatie is een technisch gevolg van het begrotingsproces dat nog door de vivaldiregering in juni 2024 is opgemaakt, op basis van het voorgaande jaar.

Dat is de situatie vandaag. Die initiële raming was niet gebaseerd op realistische cijfers. Dat scenario moest dan ook bijgesteld worden. Nogmaals, ik heb van bij de start van mijn ministerschap heel duidelijk gemaakt waar het op stond en waar het op staat. Ik zal er dan ook alles aan doen, samen met deze regering, om de asielfactuur te doen dalen.

Maaike De Vreese:

In de commissie komen partijen met losse flodders, voorstellen die gewoonweg niet realiseerbaar zijn, voorstellen die tegen de Grondwet ingaan, mevrouw Van Belleghem, voorstellen die het beleid dus helemaal niet zouden wijzigen. Wij zullen komen met realistische voorstellen, haalbare voorstellen, voorstellen die stuk voor stuk tijdens de regeringsonderhandelingen afgetoetst werden met topjuristen, mensen die weten waarover ze spreken.

We zullen met die voorstellen de instroom verminderen en gezinshereniging verstrengen. We zorgen voor haalbare realisaties. We doen dat echter ook om die mensen zelfredzaam te maken. Het moet een win-win zijn. We moeten die mensen hier inderdaad volledig integreren. Als we in één ding zullen slagen, dan is het in het strengste asielbeleid ooit. Daarop kunt u dan alleen maar jaloers zijn.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw De Vreese, de heer De Wever heeft zelf gezegd dat de voorstellen die het Vlaams Belang voorstelt, perfect mogelijk zijn en dat u ons daarop niet kunt aanvallen. De heer De Wever zit echter ook in onze zakken. De btw op gas- en stookolieketels stijgt, er komt een meerwaardebelasting, de vliegtaks wordt uitgebreid, gepensioneerden komen niet rond. Het zijn stuk voor stuk belastingen en besparingen op onze eigen mensen.

Voor asielzoekers en voor een stijging van het asielbudget is er wel steeds geld. Door het asielbudget dit jaar met 40 miljoen euro te doen stijgen, geeft u aan de hele wereld de boodschap: “Ach, kom maar naar België, Anneleen Van Bossuyt van de N-VA zal u wel ontvangen, we betalen alles en als het geld op is, dan doen we er nog een schep bovenop.” Mevrouw de minister, laat het duidelijk zijn, daaraan doet het Vlaams Belang nooit mee.

Voorzitter:

Collega’s, met die vraag ronden wij onze vragensessie af. Dat geeft u allemaal de tijd om uw stem nog uit te brengen in zaal 3. Ik meen dat er hier en daar nog een collega was die dat nog niet heeft gedaan. U wordt daartoe dus bij dezen uitgenodigd.

Sofie Merckx:

Mijnheer de voorzitter, vooraleer wij de rest van de agenda aanvatten, wil ik opmerken dat de heer Jambon daarnet effectief heeft beloofd dat hij het rapport van de Inspectie van Financiën over het ontwerp inzake de meerwaardebelasting zou doorgeven aan de Kamerleden. Ik heb net mijn mailbox nog ingekeken. Het rapport zit daar nog niet in.

Ik zou u willen vragen om de minister daarop attent te willen maken, zodat wij het vandaag nog zouden krijgen. Morgen is immers een feestdag. Wij weten ook dat wij het document niet over veertien dagen zullen krijgen. Kan u de vraag doorspelen aan de minister of aan een andere collega, zodat wij het vandaag nog kunnen ontvangen?

Voorzitter:

Ik zal de minister aan zijn woorden herinneren, maar misschien werkt hij morgen wel op de Dag van de Arbeid. Dat kan nooit worden uitgesloten. Ik weet echter niet of hij heeft beloofd dat het rapport vandaag zou worden verstrekt. Ik zal hem door de diensten laten contacteren.

De impact van de VS-invoertarieven op de Belgische kmo's
Het effect van de Amerikaanse invoerheffingen
De ondersteuning van kmo's die door de Amerikaanse invoerheffingen getroffen worden
De verwachtingen inzake en de mogelijke antwoorden op de impact van de handelsoorlog op de kmo's
De gevolgen van Amerikaanse invoertarieven voor Belgische kmo's en mogelijke maatregelen

Gesteld aan

Eléonore Simonet (Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s)

op 29 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Amerikaanse invoertarieven (tot 145% op China) bedreigen Belgische kmo’s die naar de VS exporteren, met stijgende kosten, vertragingen en afzetverlies, terwijl Chinese bedrijven hun focus naar Europa verschuiven. Minister Simonet overlegt met sectoren (farma, tech, voeding) en plant structurele maatregelen (fiscale stimulansen, lagere energiekosten, marktdiversificatie, vereenvoudigde administratie) via het PME-plan en Make 2025-2030, met een volgend overleg in juni; ze waarschuwt voor Europese tegenmaatregelen die kmo’s kunnen schaden en benadrukt contractuele bescherming via het nieuwe imprvisie-artikel (5.74 BW). Van Lommel ziet kansen voor strategische autonomie maar wijst buitenlandse arbeid af, terwijl Pirson (Les Engagés) snelle, concrete actie en Europese de-escalatie eist om onzekerheid bij kmo’s te beperken.

Voorzitter:

De heer Van Quickenborne is niet aanwezig om zijn vraag nr. 56003343C te stellen.

Reccino Van Lommel:

Mevrouw de minister, begin april voerde de Amerikaanse president Trump hoge invoertarieven in voor zowat alle landen ter wereld. Voor China gaat het zelfs om een tarief van 145 %. Dat heeft een invloed op de Belgische kmo's die hun producten in de VS willen verkopen, en dwingt hen om op zoek te gaan naar nieuwe afzetmarkten. Uit een rondvraag van UNIZO blijkt dat heel wat Belgische bedrijven een effect verwachten van ie invoertarieven. U hebt een persmededeling gedaan over de invoertarieven, die ik met bijzonder veel aandacht heb gelezen. Ook landen buiten Europa worden met dezelfde problematiek geconfronteerd en zij bekijken hoe ze hun afzetmarkt kunnen verschuiven richting Europa. Vooral Chinese bedrijven, die nu een afzet in de Verenigde Staten hebben, zullen nog meer proberen hun afzet te verschuiven naar Europa.

Welke gevolgen van de Amerikaanse importheffingen ziet u voor Belgische bedrijven die vooral naar de VS exporteren? Welke maatregelen acht u aangewezen? U hebt aangekondigd te willen overleggen met de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO, de FOD Economie, de RSVZ en de vertegenwoordigers van de getroffen sectoren om de behoeften in kaart te brengen. Wat heeft dat overleg reeds opgeleverd? U wilt samen met de betrokken partijen een inventaris maken van de problemen en een gezamenlijk actieplan opstellen. Welk tijdspad hebt u daarvoor voor ogen?

Belgische bedrijven kunnen wellicht niet concurreren met de Chinese producten, zoals ik in het verleden al vaker heb gezegd. Welke maatregelen overweegt u dienaangaande? Welke strategie acht u aangewezen? Kiest u ervoor om Chinese investeerders aan te trekken dan wel om de Belgische bedrijven te ondersteunen?

Tot slot, welk overleg hebt u al gehad met de deelstaten? Dat is niet onbelangrijk, want sinds de zesde staatshervorming werden heel wat bevoegdheden overgeheveld naar de deelstaten.

Anne Pirson:

Madame la ministre, la guerre commerciale déclenchée par les États-Unis, notamment à travers l’instauration de nouveaux droits de douane, entraîne des répercussions directes et profondes sur notre tissu économique, en particulier sur les petites et moyennes entreprises (PME). Près de 92 % des 5 617 entreprises belges exportant vers les États-Unis sont des PME. Pour elles, cette instabilité se traduit par des hausses de coûts, des retards de livraison, une baisse de la demande et, dans certains cas, un risque de délocalisation. Ces entreprises semblent partager la position du gouvernement selon laquelle personne ne gagne dans une guerre commerciale et qu’il est préférable de construire des ponts plutôt que de dresser de nouvelles barrières.

À la suite de cette décision des États-Unis, vous avez lancé une première série de consultations avec les représentants des secteurs concernés, avec l’ambition d’élaborer des mesures concrètes intégrées au futur plan PME. Si cette démarche est bien évidemment saluée, les attentes du terrain sont fortes: soutien structurel, compétitivité renforcée, sécurité contractuelle et, surtout, clarté sur la position européenne pour éviter une escalade commerciale.

Madame la ministre, quelles priorités ressortent-elles de la première consultation et de l’inventaire des difficultés rencontrées par les PME, et comment ces constats guideront-ils les mesures à intégrer dans le plan PME?

Certaines entreprises appellent à des outils juridiques plus robustes pour sécuriser leurs relations commerciales. Envisagez-vous d'encourager ou de soutenir l'intégration de clauses de révision, d’imprévision ou de renégociation dans les contrats commerciaux des PME, face à ce type de risques géopolitiques?

Enfin, quelle est votre position, et celle que vous défendez auprès de la Commission européenne, concernant une réponse européenne à cette guerre commerciale, alors même que 87 % des PME sondées s’opposent à une escalade douanière?

Eléonore Simonet:

Mevrouw Pirson, mijnheer Van Lommel, op 24 april heb ik grondige gesprekken opgestart met de voornaamste economische actoren over de impact van de Amerikaanse importtarieven op onze kmo's. De interprofessionele organisaties UNIZO, UCM en NSZ waren aanwezig, net als de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO, Beci en vertegenwoordigers van strategische sectoren zoals de farmaceutische en de biotechnologische sector, de technologische sector, de voedingssector, de drankenhandel, de brouwerijsector en de diamantsector. Zij beklemtoonden allemaal een cruciaal punt: het onzekerheidsniveau is hoog en de bezorgdheid neemt toe. Zelfs in de sectoren die nog niet zwaar getroffen zijn, vertraagt de vraag. De productiekosten stijgen. Leveringen ondervinden vertragingen en de mogelijke langetermijneffecten veroorzaken terechte vrees.

Het is ook belangrijk op te merken dat sommige kmo's, hoewel zij niet in de export- of importstatistieken staan, een indirecte impact ondervinden, omdat ze deel uitmaken van het ecosysteem van exporterende bedrijven. De vertegenwoordigers van de organisaties die ik heb ontmoet, roepen op tot concrete acties en vooral tot structurele maatregelen. Ik begrijp die vraag. Zij pleiten voor een gezond investeringsklimaat, een versterkte ondersteuning van onderzoek en innovatie en een ambitieus anders beleid, zowel door een protectionistische reflex in de Europese Unie, te vermijden, als door een open dialoog met de VS te behouden, een cruciale handelspartner. Ter herinnering, de arizonaregering bestemt 1,7 miljard euro voor de concurrentiekracht van bedrijven, waarvan 200 miljoen euro specifiek voor kmo's. Dat is mogelijk door onder andere een verlaging van de lasten op lage en middelhoge lonen en door een plafonnering van de bijdrage op hoge lonen.

Diverses mesures ont été envisagées durant cette première réunion: des incitants fiscaux, l’évitement de la surtransposition ( gold plating ), la réduction des coûts salariaux et énergétiques et le soutien actif à l’exploration de nouveaux marchés. La simplification administrative, notamment pour attirer des talents étrangers, a également été citée. Les mesures seront analysées par mon administration, et j’entreprendrai ensuite une concertation avec les ministres compétents afin d’en intégrer dans le volet résilience du plan PME.

Overigens sta ik voortdurend in contact met de vertegenwoordigers van de kmo's. Er is trouwens een nieuw overleg voor eind juni gepland. Regelmatige communicatie is essentieel, zodat wij onze strategie zo goed mogelijk kunnen afstemmen op de realiteit op het terrein. De kmo's willen ook snel worden geïnformeerd over tariefontwikkelingen en willen betrokken worden bij de uitwerking van begeleidingsmaatregelen. Ik zal erop toezien dat hun verzoek wordt ingewilligd.

In ieder geval, de situatie is uiterst volatiel en de positie van het Witte Huis kan van de ene dag op de andere radicaal veranderen. Indien nodig, zouden we tijdelijke maatregelen, zoals tijdens de brexitcrisis, kunnen nemen. Ik denk onder andere aan een overbruggingsrecht en aan sociale en fiscale maatregelen om de zwaarste impact te verzachten.

Concernant les contre-mesures européennes, il convient d'être très vigilant, car mal calibrées, elles pourraient occasionner autant, sinon davantage, de dommages à nos propres entreprises. Là encore, je serai particulièrement attentive à ce que les intérêts de nos PME soient pleinement pris en compte.

Enfin, permettez-moi de rappeler que cette crise, aussi déstabilisante soit-elle, peut aussi représenter une opportunité; une opportunité pour nos PME de diversifier leurs marchés, pour l'Europe de renforcer son autonomie économique, et pour la Belgique d'accélérer certaines transitions stratégiques.

Dans ce cadre, et en plus du plan PME susmentionné, le plan Make 2025-2030 a pour but de revitaliser notre industrie. Ces deux outils sont complémentaires et essentiels pour préparer notre tissu économique aux défis de demain.

En ce qui concerne la protection de nos commerçants contre de tels risques géopolitiques, je signale d'abord que le Code civil, notamment le livre 5 sur les obligations, prévoit maintenant dans son article 5.74 une disposition sur le changement de circonstances. Cette disposition octroie le droit au débiteur, en cas de situation d'imprévision, de demander au créancier de renégocier le contrat en vue de l'adapter ou d'y mettre fin. Une hausse soudaine et énorme des droits d'exportation pourrait être qualifiée d'une telle situation d'imprévision.

En cas de refus ou d'échec des renégociations dans un délai raisonnable, le juge peut, à la demande de l'une ou l'autre des parties, adapter le contrat afin de le mettre en conformité avec ce que les parties auraient raisonnablement convenu au moment de la conclusion du contrat, si elles avaient tenu compte du changement de circonstances, ou alors mettre fin au contrat.

Des clauses qui excluraient cette possibilité peuvent en outre être qualifiées de clauses abusives dans le cadre des règles impératives protégeant les entreprises contre des clauses abusives, c'est-à-dire des clauses qui créent un déséquilibre manifeste entre les droits et obligations des parties.

Ik rond af. Ik neem de impact van de spanningen op het vlak van de handel op onze ondernemingen ernstig en sta helemaal klaar om onze kmo's te verdedigen.

Reccino Van Lommel:

Mevrouw de minister, u schetst vrij algemene maatregelen, maar die moet u ook nemen los van de invoerheffingen. Ik heb het onder andere over de versterking van de concurrentiekracht, de aanmoediging van onderzoek en ontwikkeling en maatregelen om de energiekosten te verminderen en gold-plating te vermijden. Ik ben het er niet mee eens dat u buitenlandse arbeidskrachten moet aantrekken. Daar hebben wij een heel andere visie op.

Ik ben alvast tevreden met uw verklaring dat we heel voorzichtig moeten zijn met tegenmaatregelen. Dat klopt, want de vraag is hoelang de handelsoorlog zal aanslepen. De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend, zegt men in Vlaanderen, dus we zullen nog wel zien hoe ver de maatregelen reiken en hoelang ze van toepassing zijn.

Het is echter inderdaad een kans voor de Europese, Vlaamse en Belgische economie, want de crisis opent politici de ogen om werk te maken van strategische investeringen en strategische autonomie. Daar wordt nu al zoveel jaren over gesproken, maar men blijft het antwoord schuldig wanneer men vraagt om de betrokken sectoren te definiëren. Er is daarrond veel te weinig ondernomen. De handelsoorlog met invoerheffingen moet een eyeopener zijn voor iedereen van ons om onze economie veel strategischer te bekijken en daarbij te streven naar strategische autonomie, zonder daarom rond ons land een muur te bouwen.

Anne Pirson:

Je vous remercie, madame la ministre, pour ces éléments de réponse.

La démarche engagée à travers les consultations sectorielles et l'intégration des dispositifs adaptés aux risques géopolitiques sont des signaux encourageants. Le contexte exige des intentions mais aussi des mesures concrètes et des échéances claires. C'est effectivement compliqué dans un contexte où l'on sait que, du jour au lendemain, la situation peut varier. Toutefois, il est vrai que les PME ne peuvent pas se permettre d'attendre alors qu'elles sont dans l'incertitude, une incertitude qui, parfois, mine leur activité.

Au nom du groupe Les Engagés, nous vous encourageons donc à poursuivre cette concertation de manière resserrée. Une nouvelle concertation aura d'ailleurs lieu en juin, comme vous l'avez indiqué. Nous vous encourageons également à défendre une vision européenne tournée plutôt vers la désescalade et la protection de notre tissu économique.

Voorzitter:

Collega's, ik merk op dat Parlementsleden de regering via mondelinge vragen kunnen controleren. Het getuigt van beleefdheid als de parlementsleden die vragen indienen, dan ook aanwezig zijn, wanneer die behandeld worden. Ik betreur dat er vraagstellers afwezig zijn. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.32 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 32.

Het Amerikaanse vredesplan voor Oekraïne

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 24 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België verwerpt het voorgestelde "vredesplan" van Trump als een capitulatievoorstel, omdat het de gewelddadige annexatie van Oekraïense gebieden (strijdig met VN-handvest en Helsinki-akkoorden), opgave van Oekraïens NATO-lidmaatschap (ingegaan op topontmoetingen) en opheffing van sancties tegen Rusland zou inhouden. Minister Prévot bevestigt dat België onwrikbaar staat achter territoriale integriteit, Oekraïens zelfbeschikkingsrecht (NATO/EU-toetreding zonder externe druk) en strafvervolging van oorlogsmisdaden—zonder compromis. Lutgen benadrukt dat recht moet prevaleren, zowel in Oekraïne als wereldwijd, en dat agressors en oorlogsmisdadigers consistent moeten worden aangesproken en vervolgd. De kernboodschap: geen legitimatie van geweld, geen impuniteit.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, le 4 août 1914, le roi Albert I er déclarait: "Un pays qui se défend s'impose au respect de tous. Ce pays ne périt jamais." Depuis de nombreuses années, l'Ukraine a gagné notre respect. Ce peuple héroïque incarne la liberté, le courage mais aussi le droit de vivre souverainement.

Hier, monsieur le ministre, des fuites ont révélé les axes principaux des propositions du plan de paix – ou "plan de capitulation", devrait-on dire – de l'administration Trump. Capitulation, parce que nous devrions, l'Ukraine en premier, reconnaître l'annexion par la force de territoires souverains, ce qui est contraire tant à la charte des Nations Unies qu'aux Accords d'Helsinki. Nous devrions également abandonner toute perspective d'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN, alors que nous en avions pris l'engagement lors des sommets de l'OTAN de Vilnius en 2023 ou de Washington en 2024. Nous devrions aussi lever les sanctions contre un régime criminel, coupable des pires crimes de guerre. Bientôt, on nous demandera peut-être de contrecarrer le mandat d'arrêt de la Cour pénale internationale (CPI) et d'oublier ces crimes de guerre.

Monsieur le ministre, notre gouvernement a mis au cœur de son action le respect du droit international et le respect des engagements internationaux. Pouvez-vous nous confirmer que jamais la Belgique n'acceptera l'annexion de territoires par la force? Que l'Ukraine conservera son droit et même sa vocation à devenir un membre de l'OTAN? Que l'adhésion de l'Ukraine à l'Union européenne sera réglée entre l'Union européenne et l'Ukraine, sans la moindre pression ou le moindre veto d'une puissance extérieure? Que la répression des crimes commis lors de conflits armés ne supporte aucun compromis?

Maxime Prévot:

Monsieur le député, alors même que l'Ukraine, pays agressé, pays victime, continue à faire l'objet au quotidien de frappes russes, certains voudraient lui imposer un règlement de ce conflit qui bafoue ses droits les plus élémentaires. Vous avez raison de vous en offusquer.

Les discussions visant à trouver une paix juste et durable se poursuivent dans différents forums. La position de la Belgique ne change pas et n'a pas l'intention de changer à cet égard. Premièrement, le respect du droit international, notamment de l'intégrité territoriale de l'Ukraine, demeure le paramètre central de tout accord de paix. C'est un élément fondamental pour que cet accord soit durable et juste. Reconnaître l'annexion de tout territoire acquis par la force constituerait une violation flagrante du droit international et créerait aussi un précédent extrêmement dangereux.

Deuxièmement, en ce qui concerne l'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN, les alliés ont encore rappelé au sommet de Washington en juillet dernier "soutenir l'Ukraine sur son chemin irréversible vers une intégration euro-atlantique". Cela reste aussi la ligne de la Belgique. Soyons clairs, l'adhésion à l'Union européenne relève uniquement de la compétence des États membres de l'Union et de l'Ukraine. Nous ne nous laisserons pas dicter des conditions par un autre pays.

Enfin, quant à la poursuite des crimes de guerre commis dans le cadre de cette agression, cela restera une priorité pour la Belgique. Il ne doit pas y avoir de place pour l'impunité. Malgré les nombreuses attaques, l'Ukraine reste constructive. Elle doit pouvoir décider de son avenir elle-même et c'est toujours en ce sens que nous la soutiendrons.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Hier soir encore, cette confusion entretenue entre agresseur et agressé était tout simplement insupportable. Il faut la dénoncer avec une grande force, comme vous venez de le faire. Et je ne doute pas que vous le ferez dans d'autres enceintes que celle-ci. Le respect du droit international s'impose partout, bien sûr en Ukraine mais également ailleurs. Il est également évident que tous ceux qui ont commis des crimes de guerre, que ce soit en Ukraine ou ailleurs, doivent être poursuivis et que tous ceux qui annexent des territoires par la force, en Ukraine ou ailleurs, doivent être dénoncés avec la même force. Je vous remercie parce que je sais que vous le ferez partout de la même manière.

De verhoging van het defensiebudget
Het defensiebudget
Het percentage van het bbp dat aan Defensie besteed wordt
De begroting en het defensie-akkoord
Het paasakkoord en de hervorming van de werkloosheidsregeling
De vervanging van de DAB-agenten door militairen voor de bewaking van de kerncentrales
Het paasakkoord
Het paasakkoord en de beslissingen inzake asiel en migratie
Het paasakkoord, de hervorming van de werkloosheidsregeling en de uitgaven voor herbewapening
Het uitstellen van de indexering van de sociale uitkeringen
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en de impact ervan op de OCMW's
De toepassing van het recht op een loopbaandoorstart
De plannen voor de hervorming van de pensioenen van de magistraten
De hervormingen in het gevangeniswezen en de middelen voor Justitie
De hervorming van het DBI-stelsel en de verduidelijking van het begrip 'financiële vaste activa'
Het gebruik van het systeem van de flexi-jobs per sector
Het opvangbeleid van de regering
De data-analyse inzake doktersattesten voor langdurig zieken
De beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd
Defensiebegroting, paasakkoord, sociale hervormingen en justitiehervormingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draaide rond het paasakkoord van de regering, met als kernpunten: hervormingen in sociale zekerheid (werkloosheid, pensioenen, langdurige ziekte), defensie-investeringen (NAVO-norm van 2% BBP), migratiebeleid en fiscaliteit. De regering (Arizona-coalitie) verdedigde het akkoord als noodzakelijk voor economische groei, concurrentievermogen en begrotingsdiscipline, met maatregelen zoals tijdsbeperking werkloosheidsuitkeringen, verhoogde defensie-uitgaven (gefiancieerd via Russische tegoeden en Belfius-dividend), en strengere asielregels. Oppositiepartijen (PTB, Groen, PS, Vlaams Belang) bekritiseerden het als sociaal onrechtvaardig (lasten op middenklasse, pensioenen, zieken) en budgettair onverantwoord (onvoldoende structurele financiering, schuldenopbouw). MR en Les Engagés steunden selectieve maatregelen (bv. "droit au rebond"), maar stelden vragen bij uitvoering en financiering. Kernconflicten: sociale rechtvaardigheid vs. economische hervormingen en korte-termijnmaatregelen vs. structurele oplossingen.

Voorzitter:

Goedemorgen, collega's. Ik dank de eerste minister voor zijn aanwezigheid.

De beslissing om een commissievergadering over het paasakkoord te organiseren, kwam er naar aanleiding van het verzoek van Open Vld en de PS op 12 april. Ik heb de beschikbaarheid van de eerste minister door het commissiesecretariaat doen nagaan en vandaag kunnen wij er dus van gedachten over wisselen.

Wij hebben voor de gedachtewisseling tijd tot 12 uur, de tijd die de agenda van de eerste minister hem toelaat. Er komt een integraal verslag en er kan dus dus achteraf daar geen discussie over zijn.

Ik stel voor dat de eerste minister zelf eerst een korte inleiding geeft en dat daarna de fracties binnen een tijdsspanne van 10 minuten, te verdelen onder de fractieleden, de eerste minister in een eerste ronde ondervragen.

We zullen zien of de tijd het toelaat alsnog een tweede ronde in te lassen, maar ik vrees, gelet op het grote aantal fracties, dat we onze best zullen moeten doen alles op 3 uur klaar te krijgen.

Ik wil de fractieleden die mondelinge vragen hebben ingediend, vragen ze te incorporeren in hun interventie. De toegevoegde vragen zullen na de vergadering als behandeld worden beschouwd.

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, we zullen het vandaag hebben over het paasakkoord dat dateert van de vergadering van de regering van 11 april. De teksten van het akkoord zijn momenteel bij de Raad van State en zullen nog voor een tweede lezing terugkomen. Uiteraard zullen ze daarna in het Parlement worden ingediend en zal er dus nog ampel gelegenheid zijn om ten gronde over de definitieve teksten te discussiëren. Uiteraard ben ik erover verheugd dat u niet zo lang wilt wachten en dat u stond te popelen om uw licht hierover al te laten schijnen. Ik stel mij dan ook graag te uwer beschikking om dat te doen.

De bedoeling is dat het akkoord uiteindelijk uitmondt in een programmawet met een aantal sociaal-economische hervormingen. De defensie-uitgaven zullen ook worden verhoogd om dit jaar reeds de NAVO-norm van 2 % te halen, wat ondertussen ongeveer alle Europese landen gezegd hebben te trachten te doen, voor zover ze die norm nog niet haalden. Het akkoord omvat ook maatregelen ter versterking van de interne veiligheid en maatregelen op het vlak van asiel en migratie.

U hebt mij uitgenodigd – en ik heb uw woorden goed begrepen, mijnheer de voorzitter – om daarover zeer kort iets te zeggen. Dat is natuurlijk wel een uitdaging. We hebben immers 300 bladzijden wetgeving voorbereid met 500 artikelen. Probeer daarover maar eens zeer kort iets te zeggen. Ik heb daartoe gisteren een poging gewaagd, maar ik vrees dat die zeer lang is uitgevallen. Ik zal er dus stevig in wieden en schrappen en proberen enkel bij de essentie stil te staan.

Hoofdstuk 1 omvat de programmawet zelf met de sociaal-economische hervormingen in het kader van de begroting van 2025. Het gaat daarin over een eerste golf maatregelen. Er zullen er uiteraard nog volgen, want niet alles van het regeerakkoord is omgezet. Het was bijvoorbeeld niet gepland dat sommige zaken al in 2025 effect zouden hebben en die zijn dus uiteraard nog niet opgenomen in de komende programmawet. Dat is ook logisch.

Er zit wel nu al meer dan voldoende in om een serieuze kluif aan het Parlement te kunnen geven. Het gaat over maatregelen om de concurrentiehandicaps weg te werken, de arbeidsmarkt te hervormen en de fiscaliteit te verduurzamen en hopelijk ook rechtvaardig te maken. Dat is dus een eerste vertaalslag van het regeerakkoord en de ambities daarin. We plannen ook een aantal hervormingen te doen, waar dit land al heel lang op zit te wachten.

Over de hervorming van de werkloosheid is veel gesproken. Ik heb die het koninginnenstuk genoemd. Ik denk dat ik dat ook wel mag zeggen, omdat we nu eindelijk in een situatie zullen komen die de rest van de westerse wereld altijd heeft gekend of minstens al zeer lang kent en die dus mag gelden als de situatie van het gezond verstand.

Dat gezond verstand geeft het signaal dat werken loont en dat het een antwoord biedt op de vraag van de ondernemingen, waarvoor ondanks de moeilijke economische toestand nog altijd tienduizenden vacatures openstaan. Het is een verhaal waarin wordt ingezet op economische groei. Daarvoor is die maatregel noodzakelijk maar uiteraard zijn er nog vele andere maatregelen, zoals het aanpakken van de loonkostenhandicap, het uitbreiden van de flexibiliteit en het stimuleren van investeringen.

Ik overloop de belangrijkste punten. Het eerste luik gaat over het concurrentievermogen. Het concurrentievermogen van onze bedrijven moet een absolute prioriteit zijn. Ondernemers zijn de spil van onze economie. Zij scheppen de banen en de welvaart. Dat doet niet de politiek; dat doen zij. Zoals bepaald in het regeerakkoord, versterken wij het concurrentievermogen door de loonkosten te verlagen met de focus op de lage en de middelhoge lonen. Voor de hogere lonen herstellen wij een plafond om de patronale bijdragen, de kosten van de hoge lonen voor werkgevers, te verlagen. Die maatregelen zullen hopelijk helpen om de loonhandicap van onze bedrijven ten opzichte van onze buurlanden te verminderen en internationaal concurrerende sectoren te ondersteunen, teneinde opnieuw en gemakkelijker talent naar België te halen. Zeker met alles wat nu in de wereld gebeurt, is het pertinent dat wij daarop inzetten.

Behalve de loonkosten zijn er ook de hoge energieprijzen, die zeker voor de energie-intensieve bedrijven, met name onze industrie, een strop rond de nek zijn. Voor hen zal werk worden gemaakt van een korting op de transmissienettarieven. De bedoeling is die nog dit jaar, dus in 2025, in te voeren, zoals dat is vastgelegd in het regeerakkoord, teneinde hen zuurstof te geven en het concurrentienadeel in te perken waaronder zij vandaag lijden.

De regering wil ook investeringen stimuleren en aanmoedigen. Daarom wordt de aftrekbeperking van de overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Dat zal investeren aantrekkelijker maken. Ook worden de tarieven van 30 % voor de grote ondernemingen en 40 % voor de kleine ondernemingen voor duurzame investeringen geharmoniseerd naar 40 % voor iedereen. Op die manier worden die tarieven eenduidiger.

Wij steunen niet alleen de grote en middelgrote bedrijven. Er is ook aandacht voor de zelfstandigen, die uiteraard een cruciale rol spelen in de economie en zeker ook in de lokale werkgelegenheid. Daarom zullen wij hen extra ondersteunen door een verdubbeling van de bestaande incentive voor eigen middelen, zijnde het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij de verhoging van de eigen middelen. Dat belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde personenbelasting, waarbij een eventueel positief saldo terugbetaalbaar is.

Tot slot, wat de mobiliteit betreft, is een overstap naar 100 % elektrische wagens nog niet voor iedereen mogelijk. De daarvoor opgestelde timetable was iets te optimistisch. Er stellen zich nog heel wat problemen met het opladen van die wagens. Vaak zijn ze niet handig voor werknemers, ondernemers en zelfstandigen die lange afstanden moeten afleggen.

Volledig elektrische auto's zijn fiscaal aantrekkelijk, wat ook zo zal blijven, maar zijn helaas niet voor iedereen nu al een oplossing. Om de vernieuwing van het wagenpark te stimuleren, zullen daarom de meest milieuvriendelijke hybride auto's tot eind 2027 voor 75 % fiscaal aftrekbaar blijven. Daarna wordt die aftrekbaarheid geleidelijk afgebouwd om in 2030 pas te verdwijnen.

Voilà pour le volet compétitivité. J'en viens au marché du travail. Nous prenons une série de mesures pour activer le plus grand nombre possible de personnes en bonne santé qui sont en capacité de travailler. La limitation des allocations de chômage à deux ans est probablement la réforme la plus marquante de l'ensemble de ces mesures. Elle vise à faire des allocations de chômage un véritable système assurantiel et un instrument de remise rapide à l'emploi. Elle entrera en vigueur le 1 er juillet 2025 pour livrer ses effets à partir du 1 er janvier 2026. Une exception est prévue pour les personnes âgées de plus de 55 ans ayant déjà une carrière de plus de 30 ans derrière elles. Afin de lutter contre la pénurie dans les soins de santé, une exception sera également prévue pour certaines formations.

Nous avons également concrétisé le droit au rebond. Un travailleur qui souhaite se réorienter sur le marché du travail pourra, une fois dans sa carrière et après un minimum de 10 ans de carrière, démissionner sans être financièrement sanctionné.

Concernant la dispense existante d'un certificat médical pour le premier jour d'incapacité de travail, nous limitons cette possibilité à deux fois par année civile, au lieu de trois. Par ailleurs, la question des malades de longue durée constitue aujourd'hui le plus grand défi de notre marché du travail: plus de 500 000 personnes sont concernées, et le coût pour la collectivité devient insoutenable. C'est pourquoi nous mettons en œuvre le plan le plus ambitieux jamais élaboré en la matière. L'objectif est clair: accompagner ces personnes de la manière la plus rapide et la plus efficace vers un retour à l'emploi. Ce plan repose sur la responsabilisation de tous les acteurs concernés: employeurs, employés, médecins et mutualités, chacun devant prendre pleinement sa part. La responsabilité constitue le fil rouge de cette nouvelle approche renforcée.

Enfin, nous rendons le marché du travail plus flexible et accessible, notamment via l'extension des flexi-jobs. Le plafond non indexé de 12 000 euros par an passe ainsi à 18 000 euros – montant qui, lui, sera indexé.

Le troisième volet est le coût du vieillissement de la population. Pour en maîtriser l'explosion, nous plafonnons l'indexation des pensions les plus élevées, permettant de la sorte une économie d'environ 200 millions d'euros d'ici 2029. À partir de l'année prochaine, nous remplacerons le bonus pension par un bonus-malus pension.

En ce qui concerne les soins de santé, la norme de croissance est fixée à 2,5 % au-dessus de l'index en 2025 pour atteindre 3 % en 2029, afin de pouvoir continuer à répondre à la demande croissante de soins de qualité.

Dans tous les domaines de la sécurité sociale, des réformes sont nécessaires, y compris dans les soins de santé. Le vieillissement de la population nous impose une sérieuse dose de réalisme. Malgré une situation budgétaire extrêmement difficile, des investissements supplémentaires seront indispensables dans les années à venir.

Ce gouvernement fait toutefois le choix délibéré de ne pas couper dans les dépenses qui protègent les plus vulnérables de notre société. Cela ne signifie pas pour autant un laisser-aller. La facture du vieillissement est immense et l'absence de réformes durant des décennies nous oblige aujourd'hui à agir. Le secteur des soins de santé n'échappera donc pas non plus à une réforme en profondeur.

Le quatrième volet concerne la fiscalité. Ce gouvernement accorde également une grande importance à la justice fiscale. Nous partons du principe de la bonne foi. Lorsqu'une irrégularité est constatée lors d'un contrôle, le contribuable ne sera plus automatiquement sanctionné par une majoration d'impôts. Nous intensifions la lutte contre la fraude fiscale. Grâce au datamining , les inspecteurs pourront mieux détecter et analyser les irrégularités flagrantes.

Par ailleurs, nous réduisons la TVA de 21 % à 6 % à partir du 1 er juillet 2025 pour la livraison d'une habitation propre et unique d'une superficie maximale de 175 m² dans le cadre de la démolition et de la reconstruction. Cela permet notamment de répondre à la crise du logement, à la crise du secteur de la construction et d'accélérer la transition vers un parc immobilier plus durable.

Enfin, acquérir la nationalité belge deviendra plus coûteux. La taxe pour l'obtention de la nationalité passera de 150 euros à 1 000 euros.

Hoofdstuk 1 was de programmawet.

Nu kom ik tot hoofdstuk 2, het defensieplan. Ook dat is een belangrijk onderdeel geworden van het paasakkoord. U weet dat wij ambitie hadden om de 2 % te bereiken in 2029, maar dat de geopolitieke realiteit ons dwingt om dat dit jaar al te doen. Daarmee zullen wij de belofte om de NAVO-norm te halen, meer dan tien jaar nadat die in Wales door toenmalig premier Di Rupo werd uitgesproken, eindelijk realiseren. Vooral ook geven we een signaal aan de internationale gemeenschap, en met name aan onze Europese bondgenoten, dat men op ons kan rekenen en dat wij naast onze bondgenoten staan. We laten zien dat wij ook pro-Oekraïne blijven en in staat willen zijn om aan alle initiatieven deel te nemen om dat land te ondersteunen en alle initiatieven om onze westerse wereld en onze Europese hemisfeer veilig te houden.

Het vergt wel een serieuze extra inspanning. Voor dit jaar gaat het over 3,9 miljard euro. Dat zullen we bereiken via bijkomende financiering, gebaseerd op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Dat schatten we op ongeveer 1,2 miljard euro aan inkomsten, die we uiteraard zullen omzetten in bilaterale militaire hulp voor Oekraïne. Het lijkt me ook maar logisch dat dat geld naar Oekraïne gaat. Daarnaast is er een dividend van Belfius van 500 miljoen euro dat zal worden gevraagd en waarvan de bank ons garandeert dat dit geen probleem betekent. Tot slot zal een deel buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden, binnen de marges die ons door Europa in het kader van de ReArm Europe-beslissingen zijn toegestaan. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aandeel, dat eigenlijk niet in de begroting is voorzien, in loop van de legislatuur wordt afgebouwd en omgezet in structurele financiering om zo naar een nulpunt te dalen tegen 2029. Een gezonde begroting blijft immers een absolute prioriteit voor deze regering.

De extra defensie-uitgaven zijn noodzakelijk, maar uiteraard beschouwen we dat niet alsof ons cadeaus worden gegeven. We zullen dus de financiering zoeken om die tijdelijke hogere tekorten op te lossen via optimalisering van onze overheidsactiva, maar altijd met het oog op goed huisvaderschap. Er is ruim en uiteraard ook terecht op gewezen dat het weinig zin heeft om activa te verkopen die ons op lange termijn meer kosten dan we er op korte termijn opbrengsten uit kunnen halen; dat is uiteraard niet de bedoeling.

De minister van Financiën krijgt de opdracht om voor 1 juli een Defensiefonds op te starten dat op termijn gefinancierd kan worden met publieke activa, maar ook met private middelen. Dat moet een instrument worden dat toelaat om strategisch te investeren in hightech, innovatie en industrie. Ik denk dat hier ook echt wel opportuniteiten voor ons land liggen die we op korte termijn kunnen grijpen.

De regering is zich ervan bewust dat de kans reëel is dat de norm van 2 % binnen de NAVO op korte termijn zal worden verhoogd. Daarom zullen we na de NAVO-top in Den Haag in juni bekijken wat het nieuwe traject zal zijn, welke termijnen er aan gebonden zijn en welke gevolgen we daaraan moeten geven.

Ondertussen zal de minister van Defensie voor 1 juli ook met een strategisch plan komen over hoe de bijkomende uitgaven in 2025 precies zullen worden besteed. In grote lijnen zullen de extra investeringen worden gebruikt om vorm te geven aan de Europese defensiepilaar en de capaciteitsdoelstellingen te bereiken die ons door de NAVO worden opgelegd. Het is blijkbaar nog de illusie in veel fracties dat men een soort vrije beschikking heeft. Dat is uiteraard niet waar. Er zijn capabilities die de NAVO ons oplegt en die we zullen moeten realiseren.

Tegelijk met deze internationale inspanningen en verplichtingen zal Defensie ook een rol opnemen in de binnenlandse veiligheid. Dat was ook altijd zo voorzien in het regeerakkoord. Op korte termijn zal zich dat vertalen in de beveiliging van gevoelige nucleaire sites. Gezien dreigingsniveau 3 is dat conform het regeerakkoord ook perfect mogelijk en kunnen we daarmee de politiediensten ontlasten, wat uiteraard ook een bonus is voor onze binnenlandse veiligheid. De bedoeling is dat Defensie daarover tegen 1 mei – dat is dus zeer binnenkort – een protocol met Binnenlandse Zaken zal sluiten om dat praktisch op te nemen.

Le troisième chapitre concerne la sécurité intérieure. Pour garantir les investissements nécessaires en matière de sécurité intérieure, le budget prévu dans l'accord de gouvernement pour le renforcement des services de sécurité et de la politique de retour sera utilisé de manière flexible. Cela signifie que les crédits d'engagement et de liquidation disponibles pourront être transférés entre les exercices budgétaires 2025, 2026, 2027, 2028 et 2029 en fonction des besoins budgétaires concrets par exercice budgétaire sans dépasser l'enveloppe totale cumulée à la fois par service de sécurité et au total. Concrètement, cela permettra de dégager plus de 150 millions d'euros supplémentaires cette année pour renforcer nos services de sécurité et notre politique de retour, notamment aussi pour accélérer les investissements dans la cybersécurité.

Les task forces chargées de lutter contre la surpopulation carcérale poursuivront leurs travaux et élaboreront conformément à l'accord de gouvernement un plan d'action qui sera soumis à l'appropriation du Conseil des ministres d'ici la mi-mai 2025.

L'une des principales priorités sera de renvoyer dans leur pays d'origine les détenus qui n'ont pas le droit de rester sur notre territoire. Le gouvernement a également l'intention de prendre des mesures concrètes à court terme pour utiliser la capacité des prisons à l'étranger.

Pour mettre en œuvre ce plan d'action global, une enveloppe unique, avec un minimum de 55 millions d'euros en 2025, sera libérée en crédits d'engagement et de liquidation. La ministre de la Justice, en concertation avec les ministres responsables des différents groupes de travail, joindra une proposition de répartition de cette enveloppe au plan d'action. La mise en œuvre de ce plan fera l'objet d'un suivi semestriel et d'un rapport au Conseil des ministres.

Het vierde en laatste hoofdstuk gaat over asiel en migratie. Er is een maatregelenpakket inzake asiel en migratie goedgekeurd. Het gaat om ingrepen die de instroom naar ons land zou moeten laten dalen. Asielzoekers die in een ander Europees land bescherming hebben gekregen, zullen geen recht op opvang in dit land meer hebben. Het misbruik van de asielprocedure via minderjarigen wordt aangepakt. Wie na een eerdere afwijzing via zijn kind een nieuwe aanvraag zonder nieuwe elementen indient, zal geen opvang meer krijgen.

De inkomensgrens waaraan een gezinshereniger moet voldoen, zal worden omhooggetrokken en verder stijgen naargelang het aantal betrokken personen. Wie zijn gezin wil laten overkomen, moet dus bewijzen dat hij of zij daarvoor zelf financieel kan instaan. Ook zullen er wachttijden van 1 tot 2 jaar gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, afhankelijk van het verblijfstatuut. Tot slot zorgen we ervoor dat een asielaanvraag geen toegangsticket tot de sociale bijstand is. Wie geen opvang krijgt, zal geen aanspraak op leefloon kunnen maken.

Deze maatregelen zijn getoetst aan de Europese rechtspraak. Volgens ons voldoen ze daaraan. Hopelijk zullen ze de druk op het asielsysteem verlagen, zodat wij kunnen voldoen aan de plichten jegens asielaanvragers die wel voldoen aan de voorwaarden om hier te mogen verblijven en van opvang te kunnen genieten.

Tot zover de belangrijkste punten van het akkoord van 11 april. Het was maar een grabbel uit het geheel. Ik luister graag naar uw opmerkingen. Ik zal alvast zeggen dat precieze, gedetailleerde, concrete vragen een beetje vroeg komen. U moet die ook stellen aan de bevoegde ministers in de commissies. Ik luister uiteraard wel graag naar uw algemene bedenkingen. Ik zal in de mate van het mogelijke repliceren. Ik ben uiteraard zeer benieuwd of u zich iets zal aantrekken van deze laatste woorden. Ik maak mij daarover geen enkele illusie, maar ik dank u voor uw aandacht.

Voorzitter:

Dank u wel voor uw bondige uitleg over het paasakkoord, mijnheer de eerste minister.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn spreektijd delen met collega De Vreese.

Ik vergelijk de situatie van het land bij de start van de arizonaregering met die van het bijbelse Egypte dat te maken kreeg met tien plagen: hoge schulden, heel veel uitkeringen, korte loopbanen, de kortste van Europa, veel langdurig zieken en dus ongelooflijk veel ziekteverzuim, evenveel als in Duitsland, hoge loonkosten, hoge energiekosten, sterke vergrijzing, die een bom legt onder onze pensioenen, een spilzucht van jewelste, migratie die druk legt, heel veel ondernemers en werknemers die tevergeefs op zoek zijn naar collega's, ongeacht een relatief lage werkzaamheidsgraad, waardoor economische groei gefnuikt wordt, zeker in het zuiden van het land. Dan hebben we nog de ontzettend grote geopolitieke uitdagingen, die forse investeringen vragen in ons veiligheidsapparaat en defensie. Het is dus bijna onmogelijk – we hebben het hierover al een tijdje geleden gehad – om dit land in vijf jaar tijd op orde te krijgen.

We bevinden ons in een immense crisissituatie. Als we het politiek landschap van vandaag bekijken, dan kan men nog moeilijk over rechts en links spreken. Als wij hier de keuze zouden mogen maken tussen een Amerikaans systeem van sociale zekerheid, waarbij alles verzekerd, peperduur en moeilijk toegankelijk is, en ons systeem, dat gebaseerd is op herverdeling, dan denk ik dat iedereen voor ons systeem zou kiezen.

De vraag die vandaag moet worden beantwoord, is hoe we de sociale zekerheid kunnen redden, wat meteen ook een politieke keuze inhoudt. Er zijn dan drie politieke stromingen. Volgens de eerste politieke stroming, vertegenwoordigd door de PS, de PTB, Groen en Ecolo, die van de sociale strijd, moeten we maar de ogen sluiten voor de tien plagen, vooral op zoek gaan naar een Vlaamse liberaal die dat bootje, de Titanic wil leiden en laten doorvaren, en zullen we wel zien – après nous le déluge –, de volgende generaties zullen de schuld wel aflossen.

Ten tweede is er het team kookwekkertje, dat zegt om vooral te applaudisseren voor dat team, en te zien hoe de boel verder verziekt wordt en hoe welvaart en ondernemerschap nog eens vijf jaar lang verder vernietigd wordt, zeker in Vlaanderen.

En dan is er, ten derde, het arizonateam. Dat behoort tot de politieke generatie die wil verbinden en verenigen om de sociale zekerheid te redden, om dit land en wie hier geboren wordt, nog een deftige toekomst te geven, hopelijk een toekomst die beter is dan de onze.

Het regeerakkoord overtrof al mijn verwachtingen, maar het paasakkoord is werkelijk fenomenaal. Het paasakkoord betekent de verrijzenis van onze welvaart. Na 25 jaar nauwelijks deftige hervormingen hebben we nu eindelijk een regering, die doorpakt. Eerlijk gezegd, ik was bang. Toen ik het regeerakkoord verdedigde, vroeg ik mij af hoe we dat allemaal konden waarmaken en of we wel voor de zomer al die maatregelen en hervormingen konden rondkrijgen. Kijk eens aan, hier is een paasakkoord dat onze verwachtingen overtreft.

Het is het arizonateam op zijn best. Met betrekking tot de loonkosten gaan we naar een ongeziene lastenverlaging op de patronale RSZ. Met betrekking tot de uitkeringen, we beperken de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. We flexibiliseren onze arbeidsmarkt. Het plafond voor flexijobs wordt opgetrokken. We breiden ook het toepassingsgebied uit. Met betrekking tot energie, om de energiekosten te verlagen, komen er transmissienettarieven. Met betrekking tot korte loopbanen en vergrijzing wordt een pensioenmalus ingevoerd. We hervormen onze pensioenen grondig. We zorgen ervoor dat mensen in de toekomst ook nog een deftig pensioen krijgen. Met betrekking tot zieken is het pakket maatregelen ongezien. Er komt responsabilisering voor huisartsen, werkgevers en werknemers. Eindelijk wordt er echt werk gemaakt van de re-integratie van langdurig zieken op onze arbeidsmarkt. Eindelijk sluiten we onze ogen daar niet meer voor. Tegelijk is de coalitie in zeer moeilijke tijden, budgettair vreselijke tijden, erin geslaagd om via moeilijke maatregelen toch middelen te vinden om minstens op vlak van defensie ons al te verzekeren van vrede en om op de veiligheidsdepartementen het nodige te doen.

Mijnheer de eerste minister, kortom, onze fractie is ongelooflijk trots op het vele werk dat u en uw regering hebben verricht. Wij zullen met veel aandacht de programmawetten en alle andere wetgevende initiatieven doornemen, bespreken en natuurlijk ook goedkeuren, zodat de sociale zekerheid en de toekomst van dit land verzekerd blijven.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de eerste minister, het is niet voor niets dat een aantal toppers binnen onze partij het boek Puinhopen van Vivaldi hebben geschreven. Op die puinhopen moet Arizona nu het moeilijke werk doen.

Als we kijken naar de geopolitieke toestand en naar de interne veiligheid, dan zien we dat we daar voor enorme uitdagingen staan, eerst en vooral inzake Defensie. Wat een prestatie, eindelijk zullen we na zoveel jaar de NAVO-norm van 2 % halen. Bovendien, gelet op de belofte die we net hoorden, zullen we die norm waarschijnlijk ook moeten herzien. Er komt dus een nieuwe, moeilijke oefening aan, collega's, maar één ding is zeker: we staan naast onze bondgenoten en we houden onze broek zelf op.

Dat is ook waar wij als partij en als regering voor staan: investeren in de veiligheidsdepartementen. Net zoals in de Zweedse regering gaan we eindelijk weer van veiligheid en van een strikt asiel- en migratiebeleid een topprioriteit maken. Iedere week spreken we in de commissie voor Binnenlandse Zaken over de grote uitdaging waar we voor staan. Denk maar aan de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit. Ik kan eigenlijk al niet meer benoemen hoeveel feiten er zich de voorbije dagen in Brussel hebben voorgedaan. We zullen de budgetten dus flexibel, gericht en efficiënt moeten inzetten op het moment en op de plaats waar ze nodig zijn.

Kijken we dan naar de erfenis die we inzake Justitie hebben gekregen met de overbevolking in de gevangenissen. Ik zie de collega's Van Tigchelt en Van Quickenborne zitten, maar ik zou eigenlijk stilletjes vol schaamte thuisblijven, want de erfenis die we daar krijgen, is dramatisch. Dat horen we ook van de mensen die daar werken. Ook in Brugge is er een overbevolkte gevangenis. De werkomstandigheden daar voor het personeel zijn niet houdbaar. Dat is de erfenis van onze twee collega's.

Nu zullen we terecht maatregelen nemen tegen de overbevolking van de gevangenissen, bijvoorbeeld door in te zetten op de repatriëring van mensen in illegaal verblijf, van criminelen die in onze gevangenis zitten. Dat is ook wat ik hoor van de mensen op de straat. Zij vragen om dat prioritair aan te pakken.

Bovendien, mijnheer de eerste minister, moet u ook eens bekijken waar er nog marges zijn, want we focussen in dit paasakkoord voornamelijk op de mensen die hun straf uitgezeten hebben, maar er is ook een mogelijkheid om de straf uit te zitten in het land van herkomst. Daarom zou ik u willen vragen om te bekijken welke marges er daar nog zijn, bijvoorbeeld voor onderdanen van de Europese Unie en onderdanen van visumvrije landen, waarmee we toch hele goede terugnameakkoorden hebben. Misschien kunnen we daarmee nog goede overeenkomsten sluiten.

U spreekt ook over de gevangeniscapaciteit in het buitenland. Dat is een piste die we in het verleden ook hebben bekeken. Zijn die pistes al onderzocht? Kunt u daar al een tipje van de sluier oplichten?

Interne veiligheid heeft niet alleen betrekking op politionele veiligheid, maar ook op strategische autonomie, weerbaarheid, energie, mobiliteit. Zijn er ook op dat vlak plannen?

Dan kom ik bij asiel en migratie. Het is ongelooflijk. Twee maanden na de eedaflegging komen we al met crisismaatregelen om de instroom werkelijk in te perken. De prognose is dat we dit jaar naar 50.000 asielzoekers gaan. Dat betekent dat we daadwerkelijk zullen moeten optreden. Communicatie is daarbij zeer belangrijk, mijnheer de premier. Dit nieuws gaat in de diaspora als een lopend vuurtje rond. Het is belangrijk dat we maatregelen nemen die we werkelijk kunnen uitvoeren en die ook de rechterlijke toets doorstaan. Ook dat zou in de diaspora als een lopend vuurtje rondgaan. Dit zijn dus geen losse flodders. Daarop zetten we met Arizona in: een realistisch, streng, zeer streng migratiebeleid.

Ik wil ook een dikke pluim geven aan de cabinetards achter de schermen, die hier heel hard voor gewerkt hebben, en natuurlijk aan de hele arizonaregering.

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, voor een regering die er haar prioriteit van maakt om de cijfers op orde te hebben, vind ik het wel bijzonder opmerkelijk dat we nog geen enkel budgettair kader hebben gezien, op dat ene A4'tje bij uw regeringsverklaring na, die ene begrotingstabel, waar het Vlaams Belang trouwens nog fouten uit heeft gehaald.

We hebben nadien de beleidsverklaringen per minister gehad. Zij waren reglementair verplicht om daar een budgettair kader bij te geven. Geen van hen heeft dat gedaan. Toen kregen we te horen: u zult de beleidsnota's bij de begroting krijgen. Uiteraard is dat niet hetzelfde. Beleidsnota's bij de begroting gaan over één jaar. Bij de beleidsverklaringen zou dat budgettair kader de hele legislatuur moeten omvatten. Maar goed, wij keken dus reikhalzend uit naar die beleidsnota's.

Ik weet niet of u het weet, maar de deadline voor al die beleidsnota's is reeds verstreken, want die verviel op 11 april. Ik weet dat u niet graag detailvragen krijgt, maar ik zal u meteen het antwoord geven op de vraag hoeveel beleidsnota's vandaag al ter beschikking zijn voor de Kamerleden. Het zijn er welgeteld drie: Administratieve Vereenvoudiging, Begroting en Mobiliteit. Voor een premier die orde op zaken ging stellen, ook budgettair, maar bij wie het budgettair kader al maanden uit blijft, kunnen we niet anders dan vaststellen dat het een financieel rookgordijn is. Collega Ronse mag dan wel bijzonder lyrisch zijn over wat hij een fenomenaal paasakkoord noemt, maar het is niet gefinancierd, want de financiering is een rookgordijn.

Inzake de defensie-uitgaven zegt u dat eindelijk de 2 %-norm van het bbp behaald zal worden. Daar pleiten wij al heel lang voor. Het is wel heel kort door de bocht om de terechtwijzing voor die puinhoop alleen naar de vivaldiregering te richten, zoals collega De Vreese doet, want er wordt al veel langer bespaard op Defensie. Het historisch dieptepunt was 0,9 % van het bbp onder de Zweedse regering, onder toenmalig N-VA-minister Steven Vandeput. Het is dus goed dat die uitgaven eindelijk naar die 2%-norm gaan, maar op welke manier haalt u dat? Niet door een structurele financiering, want u houdt 2 miljard buiten de begroting, met andere woorden: schulden maken, doorschuiven naar de volgende Vlaamse generatie. Dat is exact waarvan uw minister van Begroting enkele weken geleden nog zei dat hij uitgerekend dat niet wilde doen.

Ik permitteer het me om nog een detailvraag te stellen, al is het misschien geen vraag naar een detail. Ik wil namelijk graag weten of het klopt dat u camouflagetechnieken toepast, mijnheer de eerste minister. In de pers lees ik namelijk dat heel wat normale uitgaven nu plots in een militair jasje worden gestoken om toch maar aan die 2 % te geraken. Voorbeelden zijn uitgaven voor de Veiligheid van de Staat, voor het Europees Ruimtevaartagentschap, voor onze beveiligde datanetwerken en voor normale infrastructuurwerken aan bruggen. Dat zouden nu plots allemaal defensie-uitgaven zijn. De pers lees ik altijd met voorbehoud, vandaar dat ik u vraag of dat überhaupt klopt.

Mijnheer de eerste minister, uw paasakkoord is alleszins geen verrijzenis van politieke moed. U hebt niet de politieke moed gehad om voor een structurele financiering en structurele hervormingen te kiezen, maar dat wisten we al. Daarvoor hebt u institutionele hervormingen nodig, maar die weigert u door te voeren.

Over de eigenlijke pensioenhervorming hebt u niet gesproken. Blijkbaar is die pas voor het najaar. Omtrent de maatregelen inzake de pensioenhervorming die al voor de zomer goedgekeurd zouden moeten worden, konden we vandaag plots lezen dat uw coalitiepartner Vooruit nu eerst nog bijkomende eisen stelt vooraleer die te steunen.

Los van het feit dat wij van de pensioenmaatregelen ook nog geen budgettair kader kennen, dat het Federaal Planbureau alle plannen nog helemaal moet doorrekenen en dat u zich volledig stoelt op hypotheses, had ik graag – dit is geen detailvraag – uw reactie gekregen op het feit dat coalitiepartners tachtig dagen na het sluiten van het regeerakkoord plots nog bijkomende eisen vaststellen.

U hebt het kort over asiel gehad. Daarover kan ik ook heel kort zijn. U hebt enkele maatregelen genoemd om de instroom te beperken. U had er veel meer moeten noemen indien u werkelijk de instroom deftig zou willen tegenhouden. U hebt bovendien vooral geen enkele maatregel genoemd die de uitstroom zal opkrikken, mijnheer de eerste minister. Geen woonstbetredingen, geen heropening van terugkeercentra voor gezinnen en geen druk op derdelanden om hun illegale en criminele onderdanen terug te nemen. Dat is nochtans exact wat wij nodig hebben voor Justitie en de overbevolkte gevangenissen. Dat ontbreekt echter volledig.

Het enige dat met het paasakkoord lijkt te zijn verrezen, is Vivaldi, Verhofstadt en De Croo. U gebruikt extra leningen, lucky shots en eenmalige inkomsten als begrotingstrucs. U schuift de problemen door. Ondertussen stijgt de staatsschuld nog en beweert u dat de regering dat zal oplossen tegen 2029. Tegen dat jaar zou er een structurele financiering komen. Ik weet niet wie u daarmee in het ootje meent te nemen. Door alle daadkrachtige maatregelen uit te stellen, alsof het vijgen na Pasen zijn, maakt u zich allerminst geloofwaardig.

Voorzitter:

Neemt nog iemand het woord namens het Vlaams Belang?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, ik zal mij beperken tot het segment Defensie. Zoals reeds gezegd, is deze regering aangetreden met de doelstelling om orde op zaken te stellen. Als parlementsleden beschikken wij op dit moment over geen enkel budgettair kader, ook niet voor het segment Defensie.

U weet dat het Vlaams Belang al jaren pleit voor het optrekken van het Defensiebudget tot de 2 %-norm. We zijn uiteraard blij dat die norm in dit paasakkoord vervat zit. Wat echter de financiering daarvan betreft, hebt u een aantal cijfers opgesomd, maar die gaan voornamelijk over de financiering voor dit jaar. Wat betreft de structurele inspanningen voor Defensie, daar blijft u luchtkastelen bouwen en blijven wij op onze honger met betrekking tot een deftige financiering.

Mevrouw De Vreese vindt die 2 % een ongelooflijke prestatie. Ik wil haar vragen hoe lang die euforie zal aanhouden. Ik denk dat dat maar tot juni zal zijn, tot de NAVO-top in Den Haag. Dan zullen wij onze broek al niet meer zelf kunnen ophouden, dan zal die 2 %-norm meteen achterhaald zijn en zullen onze capaciteitsdoelstellingen door de NAVO hoger worden gelegd.

Mijnheer de premier, ik wil u dus vragen hoe u die structurele inspanningen op het vlak van Defensie in de toekomst zult behalen en onderbouwen. U rekent ook op de deelstaatregeringen. Uw coalitiepartner, de MR, heeft zich altijd sterk gemaakt dat deze regering geen nieuwe belastingen zou heffen. Nochtans zien we dat u zou rekenen op de inspanningen van de deelstaten, meer bepaald van de Vlaamse regering, inzake de kilometerheffing. Als dat klopt, dan moet u het met mij eens zijn dat opnieuw de Vlaming het gelag zal moeten betalen. Ook op dat vlak vraag ik u dus om duidelijkheid te verschaffen.

Ik zal het hierbij houden en het woord laten aan mijn collega, mevrouw Van Belleghem.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de premier, vorig jaar telden we 50.000 gezinsmigranten, 40.000 asielmigranten en regularisatie van bijna 5.000 illegalen. 80 % van de Vlamingen is het ermee eens dat u de toestroom van die mensen moet stoppen.

Hoe doe u dat? Eerst neemt u een pakket van snelle maatregelen, nu dus. Ondertussen werkt u verder aan een langetermijnoplossing. Voor de snelle crisismaatregelen hebt u twee opties. Optie een is een bazooka van makkelijke maatregelen. Ik heb er een boek over geschreven met 106 mogelijke voorstellen, gebaseerd op wat Zweden al twee jaar doet en wat werkt. Voor het eerst zullen er in Zweden immers meer mensen vertrekken uit Zweden dan er immigreren naar Zweden.

Uw tweede optie, een nieuwe mogelijkheid en mijn favoriet, is aankloppen bij de EU, bij uw vriendin Ursula von der Leyen. U kunt haar zeggen, verwijzend naar artikel 72 van het Werkingsverdrag van de EU dat stelt dat als de openbare orde en de nationale veiligheid in gevaar zijn, men EU-regels buitenspel kan zetten, dat we nu een asiel- en gezinsherenigingsstop nodig hebben, aangezien onze openbare orde en de nationale veiligheid door de massa-immigratie in gevaar zijn. Dan bent u in de EU de voortrekker om massa-immigratie te stoppen. We zien nu echter dat het paasakkoord helemaal geen maatregelen in die zin bevat.

Premier, zult u dus tot bezinning komen en nog zo'n maatregel invoeren?

Voorzitter:

U bleef mooi binnen de tijd.

Le groupe MR dispose de 10 minutes.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, le groupe MR se réjouit de cet accord historique que l'Arizona a conclu très récemment. Nous aurons évidemment aussi quelques questions. Nous sommes conscients que certains de vos ministres devront répondre, mais nous voudrions avoir votre position sur toute une série d'aspects que nous allons relever ici.

Nous nous félicitons de l'accord capital qui fait aboutir, sous notre impulsion, une mesure phare et essentielle pour ce gouvernement. Il s'agit de la limitation du chômage dans le temps. Cette mesure clé permettra de porter l'économie belge, ses travailleurs, ses entreprises et son modèle social.

Cette décision n'a pas été prise à la légère. Elle marque un tournant décisif dans notre politique sociale et économique. Elle est le fruit d'une volonté commune de renforcer notre économie tout en protégeant notre modèle social. Cette réforme vise à encourager le retour à l'emploi et à responsabiliser les acteurs impliqués dans la réintégration des chômeurs de longue durée.

Le gouvernement a adopté des mesures concrètes pour soutenir nos entreprises, avec un investissement de près de 1 milliard d'euros à l'horizon 2029. L'objectif, que le MR partage résolument, est de stimuler l'embauche et de renforcer la compétitivité de nos entreprises.

Sur le plan fiscal, le gouvernement prend des mesures ciblées pour soutenir l'investissement, encourager le travail et accompagner la transition écologique. Les indépendants, moteurs de notre économie, bénéficieront d'un crédit d'impôt renforcé lorsqu'ils investissent dans leurs fonds propres. Il s'agit d'une mesure concrète pour renforcer leur résilience.

En matière de logement, le taux de la TVA est ramené à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction destinés à devenir des habitations principales, ce qui favorise l'accès à un logement durable et performant sur le plan énergétique.

Le gouvernement oriente aussi sa fiscalité vers une mobilité plus propre. La déductibilité fiscale des voitures hybrides les plus écologiques est prolongée jusqu'en 2027. Cela permettra un renouvellement progressif du parc automobile.

En outre, le plafond de revenus dans le cadre des flexi-jobs est augmenté et désormais fixé à 18 000 euros par an. Enfin, le relèvement du plafond des revenus autorisés pour rester fiscalement à charge permettra aux étudiants de travailler davantage sans que leurs parents perdent leurs avantages fiscaux.

Ce changement s'inscrit dans la volonté de favoriser le travail étudiant tout en tenant compte des réalités économiques.

La sécurité est une priorité absolue de l'Arizona comme elle l'est pour le MR. Là encore, l'accord de Pâques prévoit des mesures importantes comme la sécurisation des sites nucléaires par des militaires, ce qui libère de la capacité opérationnelle, à savoir 350 policiers qui pourront se recentrer sur leurs tâches essentielles.

L'enveloppe supplémentaire de 1,2 milliard pour l'ensemble des départements de sécurité prévue en marge de l'accord prévoit une enveloppe d'un milliard supplémentaire. Elle est maintenant annoncée sur l'ensemble de la législature. Ce serait évidemment intéressant de déterminer les postes qui seront visés à court et moyen terme par ces budgets conséquents.

Je veux également souligner l'engagement de concrétiser prioritairement certaines mesures primordiales pour le MR en termes de lutte contre l'impunité et le renforcement de la sécurité, notamment l'élargissement de la sanction de déchéance de nationalité ou l'alourdissement des peines liées au trafic de drogue et d'armes, au blanchiment d'argent et à la criminalité organisée, en particulier lorsqu'elle implique des mineurs.

S'agissant du dossier de la surpopulation carcérale, la ministre Verlinden a obtenu un budget de 150 millions d'euros, qui seront notamment investis dans des unités modulaires.

En matière migratoire, la politique sera renforcée afin de sortir la Belgique du rôle de maillon faible de l'Europe. En effet, l'accord de Pâques prévoit un durcissement des conditions de regroupement familial et un recentrage de l'aide sur l'essentiel, dans le but de réduire la pression constante de l'accueil.

Personne ne l'ignore, les dépenses de la défense atteindront les 2 % du PIB. Ce renforcement structurel est fondamental pour assurer notre souveraineté et contribuer à la sécurité collective au sein de l'OTAN. Nous devons confirmer la fiabilité de la Belgique comme partenaire de sécurité sur la scène internationale.

En ce qui concerne les finances, monsieur le premier, nous saluons pleinement l'ambition de cette loi-programme, des mesures fortes qu'elle porte, notamment en matière fiscale. Nous relevons plusieurs avancées en faveur de la transition. La baisse du taux de la TVA à 6 % est un point majeur. Nous souhaiterions savoir si des mesures transitoires sont prévues, tant pour la hausse de la TVA sur les chaudières que pour la baisse à 6 % pour les projets de démolition-reconstruction, afin de sécuriser les contrats et les devis déjà établis avant le 1 er juillet 2025. Pouvons-nous nous attendre à une circulaire ou à un arrêté d'exécution qui précise la date déterminante pour l'application du taux?

Par ailleurs, nous souhaiterions connaître la clé de répartition du 1,2 milliard alloué aux services de sécurité. Quel pourcentage ira-t-il à la Justice et surtout à quels postes? Mme Verlinden annonce notamment l'achat de modules cellulaires. Pouvez-vous nous en dire plus quant à la concrétisation de ces mesures? Comment les montants seront-ils répartis ?

Ces derniers jours, nous avons entendu le mécontentement de la magistrature debout, qui exprime des revendications par rapport à la pénurie de personnel et à ce que les magistrats considèrent comme des atteintes à leur carrière et à leurs pensions. Des dispositions sont-elles envisagées à court terme pour redorer cette fonction qui est essentielle dans un État de droit et éviter que le magistrat devienne le prochain métier en pénurie?

Concernant le retour au travail des personnes malades de longue durée, nous aurions souhaité connaître le regard que vous portez sur les contrôles des certificats médicaux. Sont-ils suffisants à vos yeux? Dès le 1 er juillet, il est prévu de passer aux certificats électroniques. Des moyens supplémentaires seront-ils prévus pour renforcer ces contrôles?

Concernant l'emploi, il y aura une limitation du chômage à deux ans avec une progressivité. On passe dans un système assurantiel. Si nous pouvons vraiment applaudir cette mesure, une question subsiste sur l'exception pour les travailleurs des arts. Le statut des artistes est particulier. Votre gouvernement a choisi de le maintenir en l'état pour l'instant tout en luttant contre les abus. Pouvez-vous dire comment vous comptez lutter contre ces abus?

En ce qui concerne la fiscalité, une augmentation du plafond des flexi-jobs aura lieu. Celui-ci passera à 18 000 euros. Nous applaudissons encore une fois cette mesure, mais allez-vous étendre les flexi-jobs à l'ensemble des secteurs dès maintenant ou dans un second temps?

Enfin, votre accord de Pâques comprend une avancée majeure pour la pension des indépendants, que mon parti soutient résolument. A partir du 1 e juillet 2025, les indépendants qui poursuivent leurs activités après l'âge légal de la pension auront la possibilité de se constituer des droits supplémentaires à la pension.

Ceux qui préfèrent rester soumis au régime actuel à cotisation réduite conserveront cette option sans ouverture de nouveaux droits. Dès lors, les indépendants qui souhaitent continuer à travailler plus tard continueront à se constituer des droits. Avez-vous déjà une idée du nombre d'indépendants qui pourraient bénéficier de ce système?

Voorzitter:

Je donne la parole aux membres du groupe PS qui dispose de 10 minutes.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le président, je partagerai mon temps de parole avec M. Courard, Mme Désir et Mme Meunier, de sorte que j'essaierai d'être bref.

Monsieur le premier ministre, chers collègues, vous ne serez pas étonnés que je ne partage pas l'euphorie qui est celle de votre premier apôtre. Un accord historique, comme cela a été souligné à maintes reprises. Alors oui, il est historique. Je pense effectivement que cet accord de Pâques, qui n'est jamais que la transposition d'une partie de votre accord de gouvernement, est historique, puisque jamais dans l'histoire de notre pays, un effort n'a été consenti par une si grande partie de la population. En effet, 95 % de l'effort vont être supportés par la classe moyenne. C'était déjà ce qu'on pouvait déduire de votre accord de gouvernement, et c'est confirmé aujourd'hui avec ce prétendu accord de Pâques.

Vous allez précariser la classe moyenne avec – même si vous n'osez pas le dire – une augmentation des impôts, avec une augmentation de la fiscalité pour cette classe moyenne, notamment par la suppression de toute une série d'avantages. Je pense à la réduction de la déductibilité pour les dons aux associations, je pense à la réduction de la déductibilité pour les pensions alimentaires, la hausse de la TVA sur les chaudières à mazout ou au gaz, et je pourrais en citer toute une série d'autres.

Un affaiblissement de la classe moyenne, qui va devoir payer les efforts que vous lui imposez alors que les 5 % les plus riches de la population sont, quant à eux, majoritairement épargnés. Un affaiblissement de la classe moyenne, un affaiblissement des travailleurs et des travailleuses, un affaiblissement des pensionnés, ainsi qu'un affaiblissement des malades de longue durée, alors que vous immunisez à nouveau les plus grosses fortunes de ce pays, les multinationales ou encore le secteur bancaire, dont on sait qu'il se porte particulièrement bien chez nous après des années de bénéfices records.

Vous donnez les premiers coups de griffe au mécanisme d'indexation automatique des salaires et des allocations. Vous définancez le secteur des soins de santé, alors que des partis de votre majorité avaient sanctuarisé ce secteur en assurant le respect de cette norme de croissance des soins de santé et en prenant même l'engagement d'aller au-delà. Vous irez en-deçà, et vous économiserez donc sur le dos des soignants et des patients.

Vous supprimez les prépensions, malgré la situation économique actuelle et le choc vécu par toute une série de travailleuses et de travailleurs comme ceux de Cora ou d'Audi Forest. Vous augmentez la TVA sur l'installation des chaudières à gaz et à mazout. Et vous allez aussi, par toute une série de mesures, renforcer les inégalités qui frappent encore aujourd'hui de manière scandaleuse les femmes dans notre société, notamment avec la suppression de la pension de survie.

C'est un accord historique, aussi, car il y a quelque chose qu'on ne trouve pas dans cet accord de Pâques. Je pensais pourtant très sincèrement que nos camarades de Vooruit allaient exiger que cela figure dans cet accord. Il s'agit de la taxation des plus-values. Elle a déjà fait couler beaucoup d'encre et on a perçu que les approches étaient très différentes selon les partis de votre majorité. Elle ne figure pas dans cet accord de Pâques. Pour nous, ce n'est pas totalement une surprise, puisque vous faites peser 95 % de l'effort sur la classe moyenne et vous épargnez les épaules les plus larges.

On nous avait promis un gouvernement d'ingénieurs et plus de poètes. Constatons ici que nous sommes dans un flou artistique total. Un flou artistique sur la trajectoire budgétaire. Nous ne savons toujours pas quelle est la trajectoire budgétaire de ce gouvernement. Nous avions compris, avec M. Ronse, que la fin de la législature ne constituerait pas le bout du chemin s'agissant de l'effort que vous allez imposer à 95 % de la population, mais bien la deuxième ou la troisième législature.

Vous utilisez le contexte géopolitique international pour repousser systématiquement l'engagement et la crédibilité budgétaire de votre gouvernement. Du flou artistique pour un gouvernement impressionniste! Du flou au niveau du financement de la Défense, de la pérennisation de ces éléments et sur toute une série de mesures. Un gouvernement à côté de la plaque, dont les mesures en matière d'économie et de compétitivité tirent à côté et dont la réduction linéaire des cotisations sociales laisse les fédérations patronales relativement circonspectes.

Ces mesures ont en outre prouvé leur inutilité par le passé. Je vous renvoie vers l'analyse de la Cour des comptes sur la mesure "zéro cotisation" ou sur les études universitaires.

Au final, l'accord jette à nouveau à la poubelle les engagements de campagne et les promesses des partis de l'Arizona. Il n'y a toujours rien sur l'augmentation de 500 euros nets pour les travailleurs, qu'ils soient salariés, indépendants ou fonctionnaires. Il n'y a pas de trace de cette norme de croissance XXL dans les soins de santé. Que du contraire, des économies à fournir dans le secteur!

Monsieur le premier ministre, cet accord est historique dans les déséquilibres qu'il porte et qui ne sont que la transcription de votre accord de gouvernement. Cet accord laisse toute une série de personnes et d'acteurs dans le flou artistique.

Monsieur le premier ministre, je vous donne rendez-vous dans quelques semaines lorsque nous aurons les tableaux budgétaires et les notes de politiques générales de l'ensemble des membres du gouvernement.

Philippe Courard:

Monsieur le premier ministre, j'aborderai rapidement la Défense. Vous avez-vous-même indiqué "qu'il faut aller chercher le financement". C'est fort inquiétant. On peut vous rejoindre sur cette norme de 2 % mais pour quoi faire, avec quel argent? Au sein de votre majorité, il subsiste un désaccord total quant aux secteurs où trouver l'argent pour mener à bien ces 2 %. Où comptez-vous trouver cet argent?

Pourquoi ne pas vous inspirer du ministre espagnol S á nchez qui a dit qu'il ne toucherait pas aux impôts ni aux dépenses sociales et qu'il n'augmenterait pas le déficit public. Quand j'entends M. Francken dire qu'il veut acheter de F-35, je pense que ce sont plutôt des mirages dont il parle!

Caroline Désir:

Monsieur le premier ministre, j'interviens sur un point spécifique de votre accord de Pâques, le report d'un ou deux mois de l'indexation des prestations sociales et des traitements des fonctionnaires. Au total, vous annonciez dans le budget présenté au Parlement en février dernier 956 millions d'efforts sur l'ensemble de la législature. Pourriez-vous nous dire de quelles prestations sociales il s'agit précisément?

Contrairement à ce qui avait été soutenu par plusieurs partis de la majorité, vous vous attaquez bien au principe même de l'indexation automatique. On le voit par exemple au travers de la limitation de l'indexation des plus hautes pensions publiques. Vous vous attaquez directement à différents secteurs, en menaçant leur attractivité et la spécificité de certaines professions, notamment les magistrats, professeurs d'université et chercheurs.

Pour ce qui est des allocations, cela ne vous suffit pas de les limiter dans le temps, vous allez en plus faire perdre des revenus aux plus fragiles en reportant l'indexation.

Monsieur le premier ministre, avez-vous calculé l'impact de cette mesure sur les allocations et traitements des fonctionnaires? Avez-vous estimé la perte de recettes que le report de l'index pourrait engendrer en matière de cotisations sociales et de précompte professionnel?

Marie Meunier:

Monsieur le premier ministre, je ne reviendrai pas sur le ton de vainqueur de votre gouvernement pour annoncer l'exclusion de 100 000 personnes du chômage en janvier mais plutôt sur votre silence quant à la manière dont vous allez réellement accompagner ces personnes à trouver un emploi. Comment allez-vous aider les CPAS à accueillir ces personnes dans huit mois? Concrètement, comment pourront-ils matériellement recevoir et aider ces personnes? Où est la compensation que vous promettiez? Savez-vous qu'il n'y a aujourd'hui déjà pas assez d'assistants sociaux pour faire face au travail et savez-vous qu'il s'agit d'un métier en pénurie? Quelles mesures concrètes prendrez-vous pour aider ces institutions qui sont fondamentales?

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de premier, u hebt jarenlang in alle politieke debatten verklaard dat er geen alternatief was, dat er geen geld meer was en dat de begroting in orde moest zijn. Besparingen waren geen politieke keuze, maar het was gewoon een objectief gegeven dat budgettaire maatregelen van de Europese Commissie op alle sociale uitgaven in ons land moeten worden toegepast. U hebt uw hele verkiezingscampagne gevoerd met de verklaring: "There is no alternative." Nu vindt u in vijf minuten 4 miljard euro voor defensie. Het was dus toch wel een politieke keuze. U verklaarde dat er geen geld was voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten, maar eigenlijk was er wel geld. De arizonaregering heeft vier miljard euro in vijf minuten gevonden. Het was dus wel politiek, mijnheer de premier.

Ik ga er op politiek vlak natuurlijk niet mee akkoord dat u geld haalt bij de gepensioneerden om miljarden te investeren in defensie. Dat is de keuze van de arizonaregering. Vandaag moeten gepensioneerden in België al rondkomen met een klein pensioentje. Ze kunnen nu al hun rusthuis niet betalen. In vergelijking met Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de Belgische pensioenen al heel laag.

De arizonaregering beslist nu om de indexering van de pensioenen drie maanden uit te stellen. HOGent en het ACV berekenden dat de gepensioneerden 68 euro minder pensioen krijgen. Het is logisch dat de N-VA met dat plan komt, want het is een koude, asociale partij, maar hoe durven de collega's van Vooruit de gepensioneerden zo aanvallen! Het is gemakkelijk om op de sociale media de boodschap te verspreiden dat Vooruit de index redt. Voor de gepensioneerden wordt de indexering echter drie maanden uitgesteld. Voor de ambtenaren geldt hetzelfde, de indexering wordt drie maanden uitgesteld. Is dat linkse politiek? Kom aan!

Collega's van Vooruit, hoe kunt u meegaan met zo'n verhaal in dat paasakkoord? Hoe durft u! In dat akkoord gaat het over de pensioenen, beste collega's. Hoe zit het nu met de maluspensioenen? Er zal een malus worden ingevoerd die oploopt tot 5 % minder pensioen per jaar dat men vroeger stopt met werken. Wat is er nu beslist, mijnheer de eerste minister? U legt tegenstrijdige verklaringen af in interviews. Worden ziekteperiodes nu meegerekend? Wordt technische werkloosheid meegerekend voor de malus? Geef daarop eens een duidelijk antwoord, mijnheer de eerste minister.

Er is eindelijk een blokkering in de regering. Een van uw regeringspartners, Vooruit, blokkeert de pensioenhervorming als men niet aan de privileges van de politici raakt. Dat gebeurt nu eindelijk, het was tijd. Dat klaagt de PVDA al maanden aan. Vindt u het logisch, collega’s, dat het pensioen van parlementsleden berekend wordt op hun laatste jaarloon? Voor de ambtenaren is het 45 jaar, geen probleem, maar voor de politici – open bar – op het laatste jaar. De afscheidspremie wordt gewoon meegerekend in de pensioenberekening: geen probleem, politici, open bar . Bepaalde collega's kunnen hier nog op hun 62e vertrekken: geen probleem, open bar .

Eindelijk, eindelijk worden die privileges een probleem. Nu wil ik dus weten, mijnheer de minister, hebt u nog een akkoord rond de pensioenmalus of niet? Hebt u nog een akkoord rond de pensioenen? Vanmiddag vergadert het Bureau, en ik hoop dat Vooruit woord houdt.

Blokkering van de matiging op pensioenen, dat gaan we van heel dichtbij volgen, mijnheer de premier, van heel dichtbij. De PVDA vindt het namelijk niet juist dat er vandaag miljarden voor de wapenindustrie gezocht worden bij de pensioenen, bij de langdurig zieken, bij de werklozen, bij al die mensen in onze samenleving die het nodig hebben. Daar gaat het over in dit paasakkoord.

Parce que la question, monsieur le premier ministre, c'est cela! C'est cela, la question! Qu'allez-vous faire avec ces milliards? J'entends ici, aujourd'hui, que dans les plans, c'est décidé: nous allons acheter du F-35 américain.

Pendant des semaines, nous avons entendu que l'Europe devait être autonome. L’Europe devait tracer son propre chemin indépendant des intérêts américains. Et puis, que décide-t-on aujourd'hui? On va prendre des milliards pour investir dans le F-35. Un avion dont les Américains peuvent décider du jour au lendemain qu'il ne décollera plus. Il suffit que l’update informatique ne soit plus transmis à la Défense belge pour que tous ces avions restent sur le tarmac. Mais nous voulons notre indépendance.

C'est cela, chers collègues, la vision stratégique de l'Union européenne! C'est cela, aujourd'hui, ce qu'on nous avait promis. Allez, arrêtez un petit peu de rigoler, s'il vous plaît!

Au niveau du chômage, monsieur le premier ministre, ah, on est fiers! On va exclure 100 000 travailleurs sans emploi. Quelle fierté! Que vont-ils devenir, ces gens-là? Un tiers dans la nature, un tiers au CPAS. Qu'aura-t-on résolu ainsi? Rien!

Les CPAS, vous le savez très bien, ne sont pas mieux outillés que le Forem et l’ONEM aujourd'hui pour remettre les gens au travail. Que du contraire! Ce n'est pas leur job, normalement. Donc, on ne va pas réactiver les gens. La seule volonté ici, monsieur le premier ministre, c'est d'exclure des gens, pour des raisons budgétaires. C'est pousser les gens dans la misère. Cela ne va rien résoudre.

Vous le savez en plus: les gens qui sont dans la misère pensent à une seule chose: survivre, pas à chercher un boulot. Les études internationales le montrent. Quand on survit, on n'a plus d'énergie pour encore aller chercher un boulot en dehors.

Ma dernière question porte sur le niveau budgétaire. Je ne comprends pas, monsieur le premier ministre.

U zegt, mijnheer de eerste minister, dat er geen geld is voor de pensioenen. Dat ze niet meer betaalbaar zijn. Onze sociale zekerheid zou het niet meer zien zitten… En wat beslist u een week geleden? Om 1 miljard euro minder in de pensioenkas te storten, 1 miljard minder sociale bijdragen… Waar hebben jullie het besef gehad dat 1 miljard euro minder in de sociale zekerheid de pensioenproblematiek zal oplossen?

Ça ne tient pas la route, mathématiquement.

Jarenlang gaat u 16 miljard euro uit de sociale zekerheid halen, met heel veel kortingen enzovoort, en dan zegt u dat er geen geld meer is om de pensioenen te betalen. Als er niet genoeg geld is, zou ik behouden wat er nu naar de sociale zekerheid gaat.

Monsieur le premier ministre, vous l'aurez compris: en ce qui concerne votre accord de gouvernement de Pâques, je ne rejoins pas du tout l'enthousiasme de votre groupe. La chasse contre la fraude fiscale est une cinquième DLU. Pour les auditeurs qui nous écoutent aujourd'hui, une DLU est une déclaration libératoire unique. Cela permet aux fraudeurs de dire après quelques années: "J'ai fraudé, mais je vais trouver le fisc pour voir s'il y a moyen d'un peu régulariser le bazar". Et Didier Reynders, un homme doté d'une grande éthique en politique, qui aime jouer au Lotto, – mais chacun ses hobbies, on ne va pas juger ici les hobbies de chacun –, avait dit, il y a quelques années: "On va faire une déclaration libératoire unique". Unique, cela signifiait qu'elle aurait lieu une seule fois. Chers collègues, cette déclaration libératoire unique a déjà eu lieu cinq fois.

En fait, elle est permanente! En Belgique, c'est open bar! Quand vous êtes un petit indépendant, vous avez droit à un contrôle fiscal et à un contrôle TVA. Clac, on vous coince. Mais quand vous êtes un grand fraudeur et que vous avez des milliards, pas de problème! Installez-vous, prenez un petit café au SPF Finances, on va discuter tranquillement de la manière dont on peut régulariser cela. Il n'y a pas de problème, détendez-vous, monsieur, la Belgique est un pays qui va régulariser tout cela sans problème! C'est cela, le deux poids, deux mesures, d'un point de vue fiscal, dans ce pays. Les gros poissons sont tranquilles, les déclarations sont libératoires à répétition, mais on va contrôler le petit indépendant sur sa TVA. Et quoi, chers collègues, qu'est-ce que cela signifie au MR? Le MR aide-t-il les petits avec de telle mesures?

Voici mon dernier point sur cet accord de Pâques. Le MR, pendant toute la campagne électorale, a promis 500 euros de différence de pouvoir d'achat. Il n'y a rien dans cet accord, monsieur Georges-Louis Bouchez! Vous avez menti. Vous êtes un minteu comme on dit chez nous. Vous avez menti. Qu'avez-vous dit? Que vous alliez diminuer les allocations de chômage. Cela, oui, vous l'avez dit! Il y aura 500 euros de différence. On va pousser les chômeurs dans la misère. Mais les travailleurs qui ont un emploi? Niks ! C'est cela, la politique belge, c'est cela le mensonge! Tout cela, chers collègues, avec des ministres dont le salaire de 11 000 euros par mois leur permet de vivre tranquilles. La vie, elle est peinarde! Mais chez les malades de longue durée, clac, on prend!

En dan mijn laatste punt, beste collega’s, over de langdurig zieken. Hoe durven jullie? Hoe durven jullie afkomen met die kliklijn voor dokters door werkgevers? Cd&v, hoe hebben jullie daar mee kunnen instemmen? Vooruit, hoe hebben jullie daarmee kunnen instemmen? Dokters die vinden dat hun patiënten om medische redenen niet terug aan het werk mogen, kunnen via een kliklijn aangeduid worden door werkgevers als ze vinden dat bepaalde dokters hun job niet goed doen. U gaat druk leggen op dokters en mutualiteiten om mensen gedwongen terug aan het werk te zetten. Is dat een linkse, sociale politiek? Ik had van mijnheer Vandenbroucke toch iets anders verwacht.

Mijnheer de eerste minister, ik heb heel concrete vragen gesteld rond uw akkoord. Ik stel voor dat jullie op dat paasakkoord terugkomen. Het heeft niks, helemaal niks met sociale politiek te maken, maar alleen met koude, budgettaire maatregelen om de militaire uitgaven te kunnen opkrikken in de volgende maanden. Die gaan helemaal geen vrede brengen, maar oorlog. Wie oorlog voorbereidt, krijgt ook oorlog. En wie vrede voorbereidt, krijgt vrede.

Voorzitter:

Le groupe Les Engagés dispose de 10 minutes.

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, le gouvernement est en place depuis trois mois. C'est le premier accord, et nous avons déjà le sentiment qu'on fait le bilan de toute l'année. Laissons les ministres travailler! Et en effet, dans ce nouveau gouvernement, on travaille, on n'est pas d'accord, ça frotte et puis on trouve des solutions. Selon moi, c'est bien cette mission qui nous a été confiée par le citoyen. Soyons donc à la hauteur des enjeux!

Au rayon des bonnes nouvelles tant attendues, nous avons un réinvestissement dans la santé avec une norme de croissance de 2,5 % en 2025 et assurée d'atteindre 3 % en 2029 avec 4 milliards supplémentaires au-delà de l'inflation. Nous avons aussi une valorisation du travail et une pérennisation de la sécurité sociale et de nos pensions avec une limitation des allocations de chômage à deux ans mais aussi avec une augmentation des montants perçus les six premiers mois; avec un statut des artistes qui est intégralement préservé; avec un renforcement du budget de notre Justice et de notre Défense; avec une politique de transition énergétique et climatique avec une baisse de la TVA sur la démolition-reconstruction et une feuille de route pour réduire l'impact environnemental et carbone de nos bâtiments.

Parmi ces avancées que je viens de citer, une nous tient particulièrement à cœur car elle constitue un des marqueurs forts des Engagés; il s'agit du droit au rebond qui incarne une mesure socialement utile, économiquement responsable et humainement moderne. Permettre à un travailleur de quitter son emploi de manière encadrée tout en bénéficiant temporairement des allocations de chômage, c'est reconnaître la réalité de parcours professionnels qui peuvent à certains moments s'essouffler, sans pour autant sombrer. Ce mécanisme vise à éviter les situations de rupture brutale, comme les arrêts maladie de longue durée ou les licenciements conflictuels, tout en encourageant la mobilité professionnelle dans un cadre clair et limité.

C'est une solution que les Engagés ont toujours défendue et portée haut et fort. C'est une mesure de santé mentale au travail, de fluidité sur les marchés de l'emploi et de respect mutuel entre travailleur et employeur. Loin d'être une brèche dans notre sécurité sociale, c'est une véritable soupape intelligente pour la renforcer. Alors, nous soutenons cette orientation, mais des clarifications s'imposent pour s'assurer que cette mesure tienne ses promesses sans créer de déséquilibre ou d'effet pervers.

Monsieur le premier ministre, j'ai plusieurs questions relatives à ce beau projet. Au niveau de l'encadrement du dispositif, quelles balises concrètes seront-elles mises en place pour éviter les détournements ou les démissions de convenance? Un accompagnement systématique des bénéficiaires est-il prévu, notamment en matière de formation, d'orientation ou de reconversion?

Au niveau de l'impact sectoriel et des métiers en tension, ce droit est-il modulé ou adaptable en fonction de la situation dans les secteurs en pénurie? Quels dispositifs d'anticipation ou de concertation sont-ils prévus pour éviter que des secteurs déjà sous pression ne voient partir leurs talents sans aucune relève?

Monsieur le premier ministre, depuis la semaine dernière, une fronde profonde agite le pouvoir judiciaire. La réforme des pensions a agi comme un détonateur. Et il ne s'agit pas d'un simple sursaut corporatiste, mais bien d'un signal d'alarme qui est lancé par un pouvoir constitué de notre État de droit démocratique. Il est de notre responsabilité collective de ne pas l'ignorer.

Les Engagés reconnaissent pleinement, comme je l'ai déjà souligné, la nécessité d'une réforme des pensions dans un souci d'équilibre budgétaire et de solidarité pour les générations futures. Nous rappelons que toute réforme doit être menée avec nuance et proportionnalité. Une justice sous contraintes économiques ne peut être ni sereine ni solide.

Par ailleurs, face à une criminalité de plus en plus organisée et décomplexée, il est essentiel que cette dernière perçoive que le monde politique se soucie de bâtir une magistrature forte. L'autorité de la Justice se construit aussi à travers des signaux envoyés par le pouvoir politique. Indépendance et qualité ne peuvent rester de simples déclarations de principes. Elles doivent s'incarner dans des actes concrets et visibles.

En outre, un magistrat sur quatre va partir à la retraite dans les dix prochaines années. Or, comme le souligne le Conseil supérieur de la Justice, le processus de nomination est long et le recrutement déjà difficile, malgré les campagnes ambitieuses telles que la semaine de la magistrature. Il convient aussi de rappeler que, contrairement à d'autres fonctions, les magistrats sont soumis à une interdiction stricte d'exercer toute activité professionnelle parallèle. La perspective d'une pension stable reste donc l'un des rares leviers d'attractivité pour une fonction essentielle mais peu concurrentielle face au secteur privé.

Nous saluons les engagements pris dans l'accord de gouvernement visant à renforcer l'attractivité de la magistrature, notamment par la création d'un deuxième pilier. Mais force est de constater que la réforme en projet risque de potentiellement contrarier ces objectifs en tarissant les vocations, en asséchant les recrutements et en fragilisant dès lors nos piliers démocratiques.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont peut-être trop précises et seront ultérieurement posées aux ministres compétents s'il échoit. Pouvez-vous confirmer que les magistrats retraités et futurs retraités pourraient perdre jusqu'à 40 % de leur pouvoir d'achat? La réforme des pensions s'appliquera-t-elle également aux juges de la Cour constitutionnelle ainsi qu'aux magistrats du Conseil d' É tat? Une étude d'impact a-t-elle été menée concernant les effets pervers de ces mesures sur l'indépendance du pouvoir judiciaire et sur l'attrait de la magistrature, notamment en tenant compte des effets cumulatifs des différentes dispositions? À la suite de la concertation sociale du 22 avril avec les représentants du pouvoir judiciaire, pouvez-vous faire état à la Chambre des conclusions et du suivi qui est prévu? Entendez-vous poursuivre un dialogue structuré et approfondi avec les instances représentatives telles que le Conseil consultatif de la magistrature, l'entité de cassation, le Collège des cours et tribunaux et le Collège du ministère public? Enfin, pouvez-vous confirmer que les ministres des Pensions et de la Justice travaillent en étroite coordination afin d'appréhender la magistrature non comme une simple variable d'ajustement budgétaire, mais bien comme un pilier fondamental de notre É tat de droit qu'il convient de préserver, de valoriser et de renforcer dans un esprit de dialogue et de concertation véritable? Je vous remercie déjà, monsieur le premier ministre.

Brent Meuleman:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw toelichting bij het paasakkoord. Deze regering neemt een volgende noodzakelijke etappe met een akkoord dat verre van evident, maar wel noodzakelijk was.

Vooruit stapte in deze regering met een heel duidelijke opdracht: verantwoordelijkheid nemen. Niet aan de zijlijn staan roepen, maar mee beslissen. Niet weglopen van de uitdagingen, zoals sommigen doen, maar er recht op afgaan, omdat de toekomst van onze welvaart op het spel staat, omdat de wereld in brand staat. Als het brandt, dan moet er geblust worden. Ik stel vast dat aan de linkerzijde enkel de socialisten hun laarzen aantrekken en de mouwen opstropen.

Collega's, dit paasakkoord is een compromis in moeilijke omstandigheden. Het zijn moeilijke tijden. Mensen zijn bezorgd om hun job, om hun pensioen, om betaalbare zorg en om hun energiefactuur. Meer dan ooit heeft ons land nood aan daadkracht en aan politici die verantwoordelijkheid nemen. Meer dan ooit is het nodig om het verschil te maken voor gewone mensen die elke dag hun stinkende best doen.

Ik licht graag vier concrete zaken uit het paasakkoord toe die voor Vooruit heel belangrijk zijn.

Ten eerste, meer mensen in de zorg. De zorgsector kreunt onder de druk. Iedereen ziet het. Meer dan ooit hebben we mensen nodig die willen en kunnen zorgen. Daarom zorgen we ervoor dat wie een opleiding tot zorgkundige of verpleegkundige volgt, zijn of haar werkloosheidsuitkering behoudt. Zo zorgen we niet alleen voor het zorgpersoneel van vandaag, maar ook voor dat van morgen.

Ten tweede, alle pensioenen krijgen een index. In plaats van helemaal geen index komt er dan toch een indexering voor de sterkere pensioenen. Het is niet meer dan fair om ook de koopkracht van die mensen te beschermen. Pensioenen worden geïndexeerd. Punt. Zo investeren we in de koopkracht van onze gepensioneerden.

Ten derde, de fiscale fraude strenger aanpakken. Wie fraudeert, die raakt aan onze samenleving. Daarom komt er een turbo op de strijd tegen fraude van grote vermogens. Door datamining op het vermogenskadaster van financiële vermogens mogelijk te maken, zullen inspecteurs fiscale fraude sneller kunnen opsporen en aanpakken.

Ten vierde is het heel belangrijk voor Vooruit dat het kunstenaarsstatuut gered is, of dat het kunstwerkattest, zoals het vandaag heet, behouden blijft. Daar hebben we met Vooruit keihard voor gestreden. Met het kunstwerkattest bieden we kunstenaars een volwaardige sociale bescherming. Onze cultuursector heeft al zeer zware klappen gekregen en toch bleef die overeind en bleef die verbinden. Vandaag zorgen we voor sociale bescherming, voor waardering en voor zekerheid voor mensen die onze samenleving verrijken met creativiteit en schoonheid. Dat is geen detail, collega's, dat is beschaving.

Collega's, de keuze die wij maken, is een keuze voor vooruitgang. We maken het verschil, niet met grote woorden, maar met concrete maatregelen, niet door slogans, maar met inhoud. In deze onzekere tijden hebben mensen veel vragen.

Omdat er helaas ook veel fake news wordt verspreid, maak ik nog eens heel duidelijk dat we investeren in zorg en opleidingen, dat we mensen hun pensioenen beschermen, dat we fiscale fraude aanpakken en dat we cultuur niet laten vallen.

Collega's, de volgende jaren beloven moeilijk te worden – niemand ontkent dat – maar wij kiezen ervoor om niet te verzinken in cynisme of in stilstand. Wij geloven dat we samen vooruit kunnen. Laat dat ook het kompas blijven voor iedereen hier, niet de waan van de dag volgen, maar op een duurzame manier het verschil maken in het leven van de gewone mensen.

Franky Demon:

Mijnheer de eerste minister, de regering is van start gegaan met de belofte een hervormingsregering te zullen worden. Het regeerakkoord bevat daartoe ons inziens absoluut de nodige krachtlijnen.

Met het zogenaamde paasakkoord dat u en uw regering vlak voor het reces konden bereiken, worden nu ook enorm belangrijke stappen gezet om die ambities uit het regeerakkoord te vertalen in effectief beleid. Als we onze welvaart en sociale zekerheid voor de lange termijn willen beschermen, moeten we actie ondernemen.

De regering wil daarom zoveel mogelijk mensen aan de slag krijgen. Dat doen we door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd. Daarbij was het voor cd&v wel belangrijk dat oudere werknemers beschermd zouden worden. Daarom voorziet het akkoord dat 55-plussers hun uitkering niet in de tijd beperkt zien, op voorwaarde natuurlijk dat ze 30 jaar beroepsverleden hebben kunnen aantonen.

Wie wil werken en bijdragen aan de maatschappij en een opleiding volgt voor een knelpuntberoep, mag wat onze fractie betreft evenmin worden afgestraft. Daarom hebben we ervoor gestreden dat die mensen hun opleiding kunnen afmaken.

Met het paasakkoord werken we ook een aantal ongelijkheden weg. Pleegouders verdienen ons allergrootste respect. Hun inzet en toewijding zijn exemplarisch.

Cd&v heeft er dan ook voor gestreden dat ook zij voortaan aanspraak kunnen maken op ouderschapsverlof. Het eerste wetsvoorstel ter zake van mevrouw Lanjri ligt hier al een tijdje voor, namelijk sinds het jaar 2000.

Ook inzake pensioenen nemen wij onze verantwoordelijkheid. Cd&v kwam reeds tijdens de vorige legislatuur met een pensioenplan dat langer werken aanmoedigde zonder de pensioenleeftijd te verhogen. Dat is exact wat deze regering ook doet, onder meer door zelfstandigen die na hun pensioen doorwerken de mogelijkheid te geven om verder pensioen op te bouwen.

Als partij van de lokale besturen zijn wij voorts tevreden dat alle besturen ondersteuning zullen blijven krijgen voor het betalen van de responsabiliteitsbijdragen indien zij in aanvullend pensioen voorzien voor hun contractuele ambtenaren.

Het paasakkoord voorziet tevens in een investering in nabije zorg. In totaal voorzien wij daarvoor tijdens deze legislatuur 5 miljard euro extra. Collega’s, ik herhaal het, 5 miljard euro extra.

De regering focust ook op een betere work-life balance . Daarom worden grotere bedrijven ertoe aangezet om in te zetten op werkbaar werk, zodat het aantal langdurig zieken daalt. Onze fractie is daarom tevreden met de maatregel dat werkgevers, uitgezonderd kmo’s, een bijdrage van 30 % moeten betalen op de ZIV-uitkering in de tweede en derde maand ziekte van de werknemers, uitgezonderd voor de oudere werknemers.

Mijnheer de eerste minister, een eerlijke fiscaliteit is voor cd&v steeds een topprioriteit geweest. Wij zorgen er met het paasakkoord voor dat grotere vermogens een extra bijdrage betalen. Er wordt een antimisbruikbepaling ingevoerd om de ontwijkingsmogelijkheden voor de effectentaks in te perken. De belastingaangifte wordt vereenvoudigd. Er komen minder codes, minder absurde aftrekposten en er komt meer duidelijkheid voor de burger.

De keuze tussen slopen of renoveren moet afhangen van de staat en het potentieel van de woning en niet van het fiscale regime. Daarom wordt het verlaagde btw-tarief op sloop en heropbouw uitgebreid naar sleutel-op-de-deurwoningen.

In een internationaal gespannen context en met een oorlog op het Europese continent neemt ons land zijn verantwoordelijkheid en versterkt het zijn inspanningen voor het waarborgen van de Europese veiligheid.

We honoreren onze verplichtingen ten aanzien van de NAVO en gaan versneld richting de 2 %, maar we doen dat op een realistische manier die zowel op het vlak van investeringen als schuldimpact op maat van ons land is.

Voor onze partij was het enorm belangrijk om naast buitenlandse veiligheid ook in binnenlandse veiligheid te investeren. Minister van Justitie Annelies Verlinden streed daarom succesvol voor bijkomende middelen voor haar departement om de overbevolking in de gevangenissen te kunnen aanpakken en om de georganiseerde criminaliteit een halt te kunnen toeroepen. Deze regering maakt werk van effectieve strafuitvoering en een correcte reclassering van gedetineerden en zet in op een beperking van recidive. Minister Verlinden wil investeren in jammers, zodat drugscriminelen hun activiteiten niet meer kunnen verderzetten vanuit de gevangenis.

Het plaatstekort in onze gevangenissen is geen nieuw probleem. Voorgaande ministers van Justitie wisten dat er onvoldoende ruimte was om straffen korter dan drie jaar volledig uit te voeren, maar toch lieten ze toe om die extra capaciteit te creëren, waardoor ons inziens in het verleden straffeloosheid toenam. Met haar extra middelen kan minister Verlinden voorzien in containercellen, oude gevangenissen langer openhouden en versneld werk maken van een ketenaanpak om gedetineerden in onwettig verblijf sneller het land uit te zetten. Het siert gewezen minister Van Tigchelt dan ook dat hij in een krant gisteren nog zei: we hebben ons voor een stukje mispakt aan de strafuitvoeringsrechters. Dat siert hem.

Last but not least wil ik ook stilstaan bij de afspraken die gemaakt werden aangaande het beleidsdomein Asiel en Migratie. We zijn tevreden dat er snel werk gemaakt zal worden van het wetgevend werk, dat gunstig moet bijdragen aan de instroom en waardoor ook het steeds hoger aantal verzoekers om internationale bescherming verder kan worden ingeperkt.

Dit kan onder meer door de toegang tot het opvangnet te beperken voor asielzoekers die reeds in een andere EU-lidstaat bescherming genieten en door de verzoeken van aanvragers die in een andere lidstaat reeds een definitieve beslissing kregen als een volgend verzoek te beschouwen. Ook inzake gezinshereniging worden er nieuwe maatregelen genomen. Denk bijvoorbeeld aan de inperking van de grace period voor erkende vluchtelingen, waarvoor ik zelf nog een wetsvoorstel had ingediend.

Hervormingen op korte termijn volstaan voor ons echter niet. We moeten nog een stap verder gaan. We waren heel verbaasd dat we in de eerste documenten van de minister van Asiel en Migratie niets zagen staan over het Migratiewetboek. We hebben in deze commissie meerdere keren aan minister Van Bossuyt gevraagd om dat daarin op te nemen en het siert u en uw regering dan ook dat u daarrond nu duidelijke afspraken hebt gemaakt. Voor cd&v is het duidelijk. Wij vragen u om erover te waken dat het nieuwe Migratiewetboek zeker tegen begin 2027 naar dit Parlement komt. Dit is een instrument waarmee we verder kunnen werken. We zullen erop toezien dat het engagement dat werd aangegaan in het paasakkoord ook geremunereerd wordt.

Mijnheer de premier, er ligt een ambitieus akkoord voor dat werk maakt van de hervormingen waaraan ons land grote nood heeft. U zult in cd&v een constructieve partner vinden om deze hervormingen de komende weken en maanden te vertalen in concrete wetteksten. We kijken alvast uit naar de verdere behandeling van de programmawet, de begrotingswet en de diverse beleidsnota's.

Voorzitter:

Ik geef nu tien minuten spreektijd aan de Ecolo-Groenfractie. Mijnheer Van Hecke, u hebt het woord.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, bedankt voor de toelichting en uw komst naar de commissie. Ik zie en ik hoor dat sommigen superenthousiast zijn, zoals van nature uit de heer Ronse, die het een fenomenaal akkoord vindt. En natuurlijk was ook de heer Francken superenthousiast, want de minister van Defensie en Oorlog kreeg 21,3 miljard euro extra investeringen, waarvan 16,8 miljard via dit paasakkoord.

De heer Francken schuwde de grote woorden niet. Het ging om de “grootste investering in Defensie in veertig jaar”. Maar dit budget lijkt eerder de slechtst gefinancierde begroting in veertig jaar, als we naar de cijfers kijken, die eigenlijk luchtkastelen zijn.

Collega's, die 4 miljard euro, die 2 % die we normaal over verschillende jaren zouden bereiken, moet dit jaar al gehaald worden. Om dat even in perspectief te brengen: dat is acht keer het werkbudget van Buitenlandse Zaken, dat is vier keer het federaal budget voor Ontwikkelingssamenwerking. En dat bedrag komt er elk jaar bij.

Wat gaan jullie doen met die 4 miljard euro dit jaar? Dat zouden jullie pas weten tegen 1 juli. Maar de markten, collega's, zijn oververhit geraakt. De prijzen van het militair materieel zijn zeer hoog. Gaan jullie dus vlug enkele aankopen doen? Vlug enkele bestellingen plaatsen? Ik denk niet dat dat echt heel slim zou zijn.

De grote vraag blijft hoe de regering dit gaat betalen? Hoe gaat dit gefinancierd worden? Volgens de cijfers en de tabellen rekent u in de eerste plaats op Euroclear en Belfius. Op Euroclear rekent u tot in 2029. In 2025, in 2026, in 2027, in 2028, in 2029: elk jaar 1,2 à 1,3 miljard euro. Rekent u er dan op dat de oorlog in Oekraïne gaat duren tot 2029? Als er een vredesakkoord zou zijn in 2025 of in 2026, en een aantal maatregelen wordt opgeheven, wat gaat u dan doen met die voorgenomen inkomsten uit Euroclear? Via Belfius rekent u tweemaal op 500 miljoen euro.

Dan moet u nog op zoek gaan naar welke uitgaven eventueel onder die NAVO-norm kunnen vallen. En dat loopt op: in 2028 tot 500 miljoen en in 2029 tot 750 miljoen. Dat is echt nattevingerwerk. Hoe komt u daarbij? Hoe hebt u dat berekend? Er is geen enkele garantie dat de uitgaven van bijvoorbeeld gewesten of andere departementen door de NAVO zullen worden erkend.

Er is ook nog de post 'structurele financiering'. Daar bent u nog niet uitgeraakt, maar die loopt op tot 1 miljard euro in 2029. Waar zal de regering die structurele financiering vinden? Zelfs met die structurele financiering van 1 miljard euro komt u nog altijd 5 miljard euro tekort. Dat is nog een zeer optimistische schatting. Dat zijn budgettaire luchtkastelen die u aan dit Parlement voorstelt, maar volgens de heer Ronse van de N-VA is het 'fenomenaal'. Waar zal de regering die 5 miljard euro vinden? Het zal trouwens veel meer zijn.

Zal de regering dan opnieuw besparen op ontwikkelingssamenwerking, de sociale zekerheid – zoals bepaalde coalitiepartners wensen –, de pensioenen, de gezondheidszorg? Het zou heel dom zijn om overheidsparticipaties te verkopen, omdat ze ons soms flink wat geld opbrengen. De premier klinkt toch wel voorzichtig. Het heeft inderdaad geen zin om die participaties te verkopen die geld opbrengen. Of gaat de regering toch nog extra schulden aan? In dat financieringsverhaal horen we niets over de bijdrage van de grootste vermogens. De regering kijkt daar niet naar, maar wel naar de sociale zekerheid.

Het gaat niet alleen over dat bedrag van 16,8 miljard euro. De regering zal in totaal 21,3 miljard euro moeten vinden. In juni kan de NAVO beslissen om de norm van 2 % van het bnp te wijzigen in 3 % of 3,5 %. Hoe zullen we dat dan kunnen klaren? Dat is nog eens 6 à 7 miljard euro per jaar extra die zal moeten worden gevonden.

Het spijt me dat ik altijd naar dezelfde persoon verwijs, maar minister Francken communiceert heel veel. Het lijkt wel of hij de uitgaven voor defensie gebruikt als een hefboom om zaken die hem niet bevallen, weg te besparen. Hogere defensie-uitgaven worden gebruikt als een soort breekijzer om zaken af te breken, die sommigen om ideologische redenen willen afschaffen: deftige pensioenen, ontwikkelingssamenwerking, zelfs betaalbare tandzorg. Hij vond het nodig om een vergelijking te maken met de Verenigde Staten, waar men jarenlang fors heeft geïnvesteerd in de defensie-uitgaven, maar de mensen wel 1.000 euro voor tandzorg betalen. Is dat het beeld van onze sociale zekerheid dat bij sommige mensen van de N-VA leeft? Willen ze dat verwezenlijken? Men wil meer geld voor defensie. Als tandzorg 1.000 euro kost, dan is dat zo, in de Verenigde Staten doet men dat ook. Dat is niet het beeld dat wij willen. Het is duidelijk waar sommigen naartoe willen gaan. De budgettaire ruimte, collega's, is beperkt. Volgens de laatste cijfers bedroeg die in 2023 op federaal niveau ruim 14 miljard euro. Hoe zult u dan nog 6 miljard extra vinden als we naar 3 % moeten gaan? Waar zult u dat geld dan vinden? Dit zal een sociaal bloedbad worden, collega's.

Ik zal proberen af te ronden, want mijn collega zal ook nog een aantal zaken zeggen. Ook voor andere zaken is het akkoord immers heel ontgoochelend, bijvoorbeeld wat de klimaatambities van deze regering betreft. Er is geen klimaatstrategie, geen groene taxshift. De vliegtaks bedraagt ocharme 5 of 10 euro per vlucht. In andere landen is dat een pak meer. Er is ook een inconsistent btw-beleid op het vlak van verwarming. Over Justitie zullen we nog wel een apart debat hebben met de minister van Justitie, want het extra geld dat ze gekregen heeft, heeft ze ondertussen al vijf keer uitgegeven.

Sarah Schlitz:

Merci, monsieur le président. Monsieur le premier ministre, je vais intervenir en complément de ce que vient de dire mon collègue. Je vous ai entendu parler de la compétitivité des entreprises et dire à quel point ce sont les entreprises qui font la prospérité de notre pays. En fait, monsieur le premier ministre, vous n'êtes pas un CEO. Vous êtes justement le premier ministre. Ce qu'on attend de vous, c'est d'être le garant de cet équilibre entre les droits des travailleurs et cette fameuse compétitivité, pas de faire des cadeaux aux entreprises et d'accéder à toutes leurs demandes sans respecter le bien-être de votre population.

Par ailleurs, qui travaille dans les entreprises? Des chats? Sont-ce des chats qui travaillent dans les entreprises? Monsieur le premier ministre, ce sont des travailleurs et des travailleuses qui font la prospérité de ces entreprises. Donc, aujourd'hui, ce qui est important d'après vous, c'est d'atteindre un taux d'emploi de 80 %. Mais pourtant, ici, on ne voit pas le début d'une mesure qui va permettre d'atteindre ce taux d'emploi. En effet, quand on crée des flexi-jobs, quand on continue à étendre le travail étudiant, on crée des emplois qui ne rentrent pas dans le cadre des 80 % et vous le savez très bien, étant donné qu'il s'agit d'emplois qui ne financent pas la sécurité sociale. Ce sont des travailleurs qui ne cotisent pas pour leur sécurité et leur pension. C'est donc un vrai problème à long terme.

Monsieur le premier ministre, j'ai quelques questions précises. Je commencerai par le droit à la démission. C'est évidemment une bonne idée. Nous portons d'ailleurs une proposition en la matière depuis des années. Mais des balises importantes sont à mettre en place, notamment pour éviter que des travailleurs soient poussés à la démission pour éviter à l'employeur de payer un préavis. Allez-vous mettre en place des balises par rapport à cela?

Dans le cadre de la réforme qui limite l'accès aux allocations de chômage à deux ans, qu'en est-il des personnes qui sont actuellement en formation pour un métier en pénurie, avec une allocation de l'ONEM? Pourront-elles terminer leur cursus sans perte de revenu, même si la formation dépasse deux ans? Par ailleurs, selon quels critères les formations autorisées seront-elles sélectionnées? Comment garantissez-vous que l'accès à ces dispenses reste effectif et équitable à travers les Régions? Allez-vous, de manière explicite, vous baser sur les listes établies par les services régionaux de l'Emploi?

Toujours par rapport à l'exclusion des chômeurs, quelles compensations sont-elles prévues pour les CPAS et, surtout, à partir de quelle date? J'ai lu comme nous tous, que l'exclusion des chômeurs aurait lieu dès le 1 er janvier 2026, mais par contre, ce qui m'inquiète fortement est que le financement compensatoire pour les CPAS ne viendrait qu'à partir du 1 er janvier 2027. Confirmez-vous cette information?

Par ailleurs, le président d'un parti de votre majorité a déclaré que les personnes qui possèdent une seconde résidence et qui bénéficient d'allocations de chômage seront sanctionnées et contrôlées. Pouvez-vous être un peu plus explicite sur cette mesure, monsieur le premier ministre? Seules les personnes qui possèdent une maison au Maroc seront-elles passées au screening? Ou bien celles qui possèdent une maison dans les Ardennes le seront-elles aussi? On aimerait bien avoir un peu plus d'informations par rapport à cela.

Pour ce qui concerne le statut des travailleurs des arts, on a aussi entendu votre ministre de l'Emploi nous dire à quel point il y avait des abus et qu'il fallait lutter contre ces abus. Pouvez-vous nous en dire un peu plus sur les abus auxquels vous pensez? Quels montants souhaitez-vous récupérer de cette manière-là?

Quant aux périodes de maladie, confirmez-vous qu'elles ne seront plus assimilées dans le calcul de la pension? Par exemple, les personnes qui ont été atteintes du covid ou du covid long ne pourront-elles pas assimiler ces périodes-là dans le calcul de leur pension?

Qu'en est-il des dates "P"? Elles ne sont toujours pas disponibles sur le site. Or les écoles doivent s'organiser, notamment par rapport à la DPPR, savoir quels profs seront disponibles ou pas. Cela devient extrêmement urgent d'avoir une réponse pour toutes ces personnes qui sont dans l'expectative.

Enfin, on n'a toujours pas de fumée blanche concernant la taxation des plus-values. On ne comprend donc vraiment plus où se trouve, chers collègues des groupes Les Engagés et Vooruit, l'équilibre dans cet accord de Pâques. Je vous remercie.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de voorzitter, ik zal mijn tijd delen met mijn collega, Paul Van Tigchelt.

Mijnheer de premier, dank u voor uw aanwezigheid vandaag, op onze aanvraag. Het was tijd dat u uw paasakkoord kwam toelichten. Ik ben blij dat u de primeur van uw persconferentie voor het Parlement hebt voorbehouden. Jammer genoeg moet ik vaststellen dat het een bisnummer is of misschien zelfs wel een ternummer, want eigenlijk zijn al de delen die u hebt toegelicht, puur de uitvoering van uw regeerakkoord met onder andere de beperking van de werkloosheid in de tijd, de aanpassing van de pensioenen, de fiscaliteit. U hebt die maatregelen al een paar keer verkocht.

Wat wel nieuw is, is uw defensieplan om de 2 %-norm te halen. Wij staan achter de 2 %-norm, zoals wij altijd hebben gezegd. U zwijgt echter over de financiering ervan, mijnheer de premier, en dat is natuurlijk de kern van het verhaal, jammer genoeg.

U vindt zogezegd 4 miljard euro extra voor defensie, maar eigenlijk is een deel daarvan, 2 miljard euro, gewoon niet gefinancierd. U zult die lenen. U zult extra schulden opbouwen. U zult de kosten dus doorschuiven naar de volgende generatie. Dat zijn geen structurele maatregelen. Uw defensieplan is dus niet gefinancierd. Dat zegt de heer Bouchez ook. Het is niet structureel.

Het is uw eerste daad op het vlak van de begroting, mijnheer de premier. Het is 100 % uw beleid. Het beste bewijs is dat er een zomerakkoord moet komen. Dat lezen wij al in de pers. Uw lenteakkoord is net achter de rug en we zien al dat er nood is aan een zomerakkoord. Dat is het beste bewijs dat het plan niet gefinancierd is.

Wat is uw balans na tien weken arizonaregering? Ik ben het ermee eens dat het paasakkoord historisch is, zoals sommigen proclameren. Het is inderdaad historisch op sommige vlakken en zeker op het vlak van de begroting. U hebt namelijk op tien weken tijd een extra begrotingstekort van meer dan 7 miljard euro gecreëerd, mijnheer de premier. Ik licht dat even toe. U hebt geen enkele structurele maatregel ter financiering gevonden.

U hebt opnieuw het beeld gecreëerd dat de overheid de meest onbetrouwbare aandeelhouder ooit is. Er is geen enkel overleg met Belfius en tot nu toe geen steun van haar raad van bestuur. U hebt totale onzekerheid bij de burgers gecreëerd. Zij weten niet hoe uw plan gefinancierd zal worden. Misschien doet u dat via extra belastingen, zoals uw coalitiepartners dat nu al aangeven. Onder andere de heren Mahdi en Seuntjens zeggen dat het plan door extra belastingen moet worden gefinancierd.

Waar komt de 7,5 miljard extra tekort vandaan? Ik licht dat toe op basis van een aantal documenten. Bij de aanvang van uw regering overhandigde u uw begrotingstabellen. U gaf zelf toe dat u begon met een gat van 2,2 miljard euro in 2025. U verslechtert dus uw basis met 2,2 miljard. In maart kregen wij het rapport van het Monitoringcomité. Dat zegt dat de situatie verslechterd is en dat het tekort verder oploopt met 2,4 miljard euro, maar dat hebt u niet rechtgezet met extra maatregelen.

Ik ga verder met uw tabellen voor Defensie. Hoe financiert u dat? U financiert dat met een defensiefonds van een kleine 800 miljoen euro. Dat staat in het paars, omdat het buiten begroting is, wat dus extra schulden betekent. Dat defensiefonds bestaat echter nog niet. Er zijn nog geen overheidsparticipaties verkocht en zelfs als dat gebeurt tegen het einde van het jaar – we zullen nog wel zien -, dan nog is dat niet structureel. Dat zijn oneshotmaatregelen.

En dan, the cherry on the cake , uw paasakkoord is een ongedekte cheque voor Defensie van 2 miljard euro, terwijl uw minister van Begroting een paar weken geleden er nog op hamerde dat alles gecompenseerd moest zijn. U wil het dividend van Belfius ten belope van tweemaal 500 miljoen euro, maar dat is zeker geen structurele maatregel. Dat moet bovendien nog goedgekeurd worden door de ECB en de raad van bestuur van Belfius. Het blijft een tijdelijke maatregel.

Ik ben eigenlijk nog terughoudend wanneer ik zeg dat u een bijkomend tekort van 7,5 miljard hebt gecreëerd, want waarschijnlijk is het nog meer.

U houdt rekening met de Russische tegoeden, maar in het verslag van het Monitoringcomité lezen we op pagina 27 dat die opbrengsten al meegenomen waren in de basisberekening van het Monitoringcomité. U bent het geld dus gewoon twee keer aan het uitgeven, mijnheer de premier. Het Monitoringcomité heeft daar wel rekening mee gehouden, in tegenstelling tot de FOD Financiën. Dat geld moest dienen voor andere uitgaven.

U hebt dus absoluut geen 1,2 miljard euro gevonden, u hebt een niet-gefinancierd defensieplan. Onze grote bezorgdheid – en die werd al gedeeld door uw coalitiepartners en is ook mijn enige vraag – is wie ervoor zal betalen. Bevestigt u wat uw coalitiepartners, cd&v, Vooruit, Les Engagés, in de pers vertellen, namelijk dat de factuur door de belastingbetaler, de hardwerkende en ondernemende mensen, de spaarders zal worden betaald?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de premier, ik zal de komende minuten proberen voorbij de slogans te kijken. We hebben het namelijk allebei goed voor met Justitie.

Ik heb mij de afgelopen maanden koest gehouden. Dat hoort ook zo voor een voormalige minister van Justitie. Dat is intussen meer dan een jaar geleden – time flies when you’re having fun –, toen de vorige regering volheid van bevoegdheden had. Nu neem ik echter het woord, omdat ik mij zorgen begin te maken. Ik maak mij zorgen over het justitiebeleid, want ik zie stilaan een kloof tussen de woorden van de arizonaregering – het moest strenger, het moest kordater en wel meteen – en de daden.

Laten we eerlijk zijn: de sense of urgency , waar veel arizonapartijen het over hadden, was niet terug te vinden in het regeerakkoord. Er komen amper extra middelen voor Justitie in 2025. Er komen geen dringende investeringen in meer gevangeniscapaciteit. Nochtans werd daarover heel luid geroepen. Dat de nieuwe minister van Justitie na enkele weken naar extra middelen kwam vragen, is het bewijs van het gebrek aan een sense of urgency bij de arizonapartijen.

Men zal nu investeren in unitbouw, in modulaire units, een dossier dat werd voorbereid door de vorige regering. Dat is goed, want dat is realistischer dan een gevangenis bouwen in het buitenland. Een gevangenis bouwen in het buitenland of capaciteit huren in het buitenland klinkt stoer, maar, geloof me, zal aankondigingspolitiek blijven.

Voor het dossier van de unitbouw worden nu via frontloading extra middelen vrijgemaakt. Wat ik daarbij mis, is een concreet plan binnen welke termijn de extra capaciteit ter beschikking zal zijn. Daarentegen zie ik wel een concreet plan om de uitstroom te verhogen via de zogenaamde noodwet.

We hebben ons de moeite getroost om die noodwet en de beslissingen van het paasakkoord uit te vlooien. Overigens was dat niet gemakkelijk, want de communicatie daarover was nogal warrig, wazig en fragmentarisch, maar dat is nu eenmaal de taak van de oppositie en die hebben we ter harte genomen. Wat stellen wij daarin vast? We zien dat het de bedoeling is dat gedetineerden die tot drie jaar gevangenisstraf krijgen, na een derde automatisch vervroegd in vrijheid worden gesteld en dat ze zes maanden daarvoor nog elektronisch toezicht kunnen krijgen.

Premier, ik heb begrip voor die noodmaatregelen. Ik moest immers soortgelijke noodmaatregelen nemen. Een schoonheidsprijs verdienen die maatregelen niet, maar een mirakeloplossing bestaat ook niet. Wat wij echter niet hebben gedaan, maar wat u wel zult doen, is dezelfde maatregel van vervroegde invrijheidstelling toepassen op illegale criminelen. Dat is prima als ze kunnen worden uitgewezen, naar Marokko bijvoorbeeld, dankzij het akkoord dat wij in 2023 met dat land sloten. De voorlopige in vrijheidstelling – ik heb het goed gelezen – zal echter ook plaatsvinden, als de gedwongen uitwijzing niet mogelijk is. Die illegalen komen met andere woorden vrij met een bevel om het grondgebied te verlaten en we weten dat dat papier geen garantie is dat ze het land zullen verlaten. Dat, premier, vinden wij een gevaarlijke maatregel. Ze komen vrij na één derde, verdwijnen in de natuur en we verliezen elke controle. Dat staat bovendien haaks op al wat uw partij de voorbije jaren en maanden heeft gezegd en aangekondigd. U hebt het gezegd in uw uiteenzetting: u bent streng voor asielzoekers, maar blijkbaar niet voor illegale criminelen. Nogmaals, dat hebben wij niet gedaan.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, votre accord de Pâques est la parfaite transcription de votre accord de gouvernement, et donc nous ne pouvons vous prendre en délit d'incohérence. On a compris l'idée: remettre tout le monde au travail, y compris les chômeurs, les vieux, les malades, tout le monde, même ceux qui ne veulent pas travailler – pourquoi pas – et ceux qui ne peuvent pas travailler – ça c'est plus problématique, avec une seule injonction, la responsabilisation, comme si tout était question de bonne volonté, comme si tous nos problèmes venaient de la paresse et que les conditions macroéconomiques qui gouvernent notre monde n'existaient pas.

On connaît votre logique arithmétique, 100 000 personnes exclues prochainement du système, comme l'exprimait avec une fierté quand même un peu étrange votre ministre de l'Emploi, et 175 000 emplois dans les métiers en pénurie. On connaît votre recette: on va couper le robinet, et ces personnes sans emploi vont, par magie, se transformer en enseignants, en infirmières, en chauffeurs de bus, etc.

Dans le vrai monde, ce n'est pas comme ça que ça va marcher. Bien sûr, il y a des fraudeurs et des profiteurs, mais il y a aussi, dans ces 100 000 personnes que vous allez exclure, des gens qui cherchent du travail et n'en trouvent pas ou n'ont pas les bonnes qualifications. Sans doute, allez-vous pousser quelques fraudeurs à se prendre en main, très bien, mais avec cette même arme aussi peu nuancée, vous allez aussi envoyer des personnes vers la précarité, sans leur donner les outils pour rebondir.

Vous allez faire exploser le taux de pauvreté avant de faire grimper le taux d'emploi. Pour une seule raison, vous renoncez quasi structurellement à toute politique ambitieuse en termes de formation, d'orientation et d'innovation, parce que l'angle mort de votre politique de l'emploi, c'est la formation. Vos partenaires pourtant, le cd&v ou Vooruit, avaient proposé qu'on fasse exception à votre limitation pour les personnes qui choisissent un métier en pénurie.

Vous limitez cette possibilité au 1 er janvier 2026, sauf pour les métiers du secteur de la santé. Mais on ne manque pas que de gens dans les métiers de la santé, on manque aussi d'enseignants et de gens dans des tas d'autres fonctions. Et donc – la question reste pendante –, comment allez-vous transformer des dizaines de milliers de personnes, par exemple, en chauffeurs de bus?

Vous préservez le statut d'artiste – Vooruit vient de confirmer qu'il a fallu se battre et que nombreux étaient ceux qui voulaient purement et simplement le supprimer autour de la table –, mais vous annoncez vouloir lutter contre les abus. Mais quels abus, grands dieux? Le système est déjà conçu comme un système anti-abus. Votre ministre de l'Emploi a pris l'exemple d'un emploi de barman dans un théâtre, ce qui ne ressortit pas du tout au statut d'artiste. Et donc, outre la question de la maîtrise du dossier par le gouvernement, j'ai une question toute simple: pourriez-vous me citer un exemple d'abus de statut d'artiste contre lequel le gouvernement entend lutter?

Une inquiétude a été soulevée par une autre collègue quant aux compensations pour les pouvoirs locaux. Le président du CPAS de Liège, par exemple, affirme que, d'après ses tableaux budgétaires, le soutien aux CPAS en compensation de ces mesures n'interviendrait qu'en 2027, ce qui voudrait dire que, durant un an, les CPAS de ce pays devraient accueillir un public nouveau sans recevoir de moyens. Le confirmez-vous?

Alors, à propos des 526 000 personnes en arrêt maladie, on ne peut que vous rejoindre dans l'idée d'une responsabilisation générale, même si la manière dont vous comptez contrôler les médecins laisse perplexe. Il est d'ailleurs frappant de voir que vous pariez sur la bonne foi et le droit à l'erreur pour le contribuable, à raison, mais pas pour le malade ni pour le médecin.

Voilà qui m'amène au point commun entre vos mesures sur les demandeurs d'emploi et sur les malades. C'est qu'il s'agit d'un contrat de méfiance entre le gouvernement et le citoyen. À part la bonne foi du contribuable, vous ne pariez sur la bonne foi de personne, ni des demandeurs d'emploi, ni des médecins, ni des malades.

Vous ne pariez pas non plus sur l'énergie des citoyens. Sur les allocations de chômage, la presse a pu trouver facilement l'exemple d'une série de citoyens que vos mesures vont toucher de plein fouet et qui, pourtant, n'ont rien à se reprocher. Des accidentés de la vie, des mères célibataires, parfois des personnes qui se forment à un métier en pénurie. Et c'est là que le bât blesse. Une économie qui tourne, une société qui fonctionne, ça réclame de la confiance de la part des entreprises, des travailleurs et du gouvernement. Et vous avez décidé d'être un gouvernement de la défiance.

Si nous avons autant de personnes sans emploi, si nous avons un demi-million de personnes en arrêt maladie, c'est pas parce que nous serions un pays de fainéants, c'est parce qu'il y a une crise sur le sens du travail, c'est parce que de nombreux citoyens ne sont pas heureux de ce qu'ils font. À tout ceux-là, parce que vous ne misez ni sur la formation, ni sur l'orientation, ni sur l'innovation, vous ne dites rien. Vous dites en gros "bougez-vous et allez faire quelque chose que vous détestez, vous réfléchirez au sens de la vie quand vous serez morts".

Avant de conclure, j'aimerais revenir sur deux éléments. Tout d'abord, vous avez mis en avant avec une certaine fierté la taxe de 1 000 euros sur l'accès à la nationalité. Moi, je regrette que l'Arizona ait inventé la nationalité censitaire. On pourrait se réjouir de voir l'accès à la nationalité belge acquérir subitement une si grande valeur pour la N-VA, vous qui avez un jour déclaré que, si vous pouviez mourir en tant que Néerlandais du Sud, vous mourriez plus heureux qu'en tant que Belge.

Or, nous savons qu'en fait, il s'agit d'un argument purement dissuasif. Pourquoi faire payer 1 000 euros l'accès à la nationalité? C'est là une vraie question, que j'ai d'ailleurs déjà posée à Mme Van Bossuyt et je n'ai jamais obtenu de réponse. Qu'on demande la réussite d'un parcours d'intégration ou la maîtrise d'une ou plusieurs langues nationales, pourquoi pas, je le comprends et je trouve même cela très bien. Mais je ne comprends pas bien la philosophie qui consiste à demander des sommes exorbitantes à quelqu'un qui remplit toutes les conditions pour rejoindre notre communauté nationale. C'est purement dissuasif et, là encore, c'est tout l'inverse d'un contrat de confiance.

Enfin, sur la Défense, c'est le grand flou. Vous allez chercher 2 milliards d'euros sur un emprunt hors budget à rembourser ensuite par la vente d'actifs. Je crois que nous avons tous compris que c'est un tour de passe-passe que vous êtes obligé de faire parce que vous ne pourrez vendre des actifs que pour diminuer un endettement. Dès lors, vous êtes obligé de commencer par l'endettement. Nous sommes en droit de comprendre ce que va nous coûter réellement cet endettement.

Par ailleurs, vous placez dans l'équation un dividende exceptionnel de Belfius qui, par définition, ne peut pourtant pas être structurel. Cela manque de transparence.

En ce qui concerne la manière de dépenser cet argent, je ne peux que vous encourager, une fois encore, à ne pas investir dans de nouveaux F-35. Si vous n'êtes pas convaincu par les arguments de dépendance technologique vis-à-vis des USA, qui sont pourtant évidents, tenez compte de la fragilité logistique. Vous êtes allé à Kiev et vous êtes donc bien placé pour savoir que, si nous sommes incapables de livrer nos vieux F-16, c'est parce que nous courons après des pièces détachées qu'il est impossible de trouver. Ces difficultés logistiques vont être multipliées si vous vous engagez encore sur des F-35. S'il vous plaît, ne continuez pas dans cette folie financière et stratégique.

J'en ai fini, monsieur le président.

Voorzitter:

Merci, monsieur De Smet, d'avoir été aussi bref.

Mijnheer de eerste minister, het is gebruikelijk dat het Parlement het laatste woord krijgt, dus ik zou u willen vragen om bondig te antwoorden, zodat er nog tijd rest om te repliceren.

Bart De Wever:

Monsieur le président, j'essayerai d'être bref, mais ce ne sera pas facile, étant donné qu'on m'a posé des centaines de questions.

Ik zal proberen zo snel mogelijk door die vragen te lopen.

Met betrekking tot het budgettair kader kan ik u zeggen dat ten laatste in de week van 28 april de begroting zal worden ingediend. Ik heb uiteraard alle begrip voor uw ongeduld, maar we werken zo snel als we kunnen. De regering is helaas pas na acht maanden tot stand gekomen, in een lopend budgetjaar. Het is niet dat wij per se cijfers willen achterhouden, we werken zo snel we kunnen. Het komt eraan.

Er werden veel vragen gesteld over de NAVO-normering. Voor alle duidelijkheid, er is geen camouflage van uitgaven. Het gaat over de regels die de NAVO zelf hanteert met betrekking tot wat militaire uitgaven zijn, wat binnen die normering valt. Het betreft ook vragen die de NAVO stelt. De NAVO is geen organisatie van amateurs. Het is niet zo dat men allerlei kosten kan labelen en dan kan zeggen dat die kosten nu militair zijn.

Er zijn echter wel mogelijkheden om in die NAVO-normering bijvoorbeeld enablement te schuiven. Daarover werden ook heel concrete vragen gesteld. In die zin moet men natuurlijk ook de betrokkenheid van de deelstaten lezen. Mevrouw Ponthier, u sprak over die kilometerheffing. Dat is totaal nieuw voor mij, ik weet niet waarover het gaat. Als een deelstaat bijvoorbeeld in infrastructuur investeert, die ook op het vlak van enablement , dus de mobiliteit van de NAVO-troepen, aangerekend kan worden, zou het eigenlijk dwaas zijn om het niet in het defensiebudget te stoppen. Dat staat nog los van het feit of men daarmee naar 2 % of zelfs voorbij 2 % zou gaan.

Het is zelfs een opportuniteit om de 3RX, de IJzeren Rijn, voor wie hier al wat langer zit, te realiseren, aangezien de NAVO die ook als kritieke infrastructuur voor de west-oostbeweging, de snelle beweging van troepen, heeft aangemerkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld de investering in haveninfrastructuur. Dat zit op het niveau van de deelstaten en dat zou dan NAVO-aanrekenbaar zijn. Andere inspanningen van de deelstaten, laat staan fiscale inspanningen, hebben wij niet gevraagd en zijn niet bekend.

Ook medische weerbaarheid zou dan NAVO-aanrekenbaar kunnen zijn. Er zitten daarin twee elementen. Men kan de begroting navlooien. Collega's hebben opgemerkt dat het een stijgende lijn is. Men kan ze navlooien op welke dingen die we doen, NAVO-aanrekenbaar zijn. Let op, het betreft geen nieuw geld. Het is gewoon een uitgave die al gepland en gebudgetteerd is, die dan NAVO-aanrekenbaar wordt. Er zit echter ook een tweede element in. Onder het stijgende budget van Defensie worden uitgaven mogelijk die niet gebudgetteerd zijn, waarvoor geen centen waren, maar die met defensiegeld kunnen worden gefinancierd.

Dat is natuurlijk heel interessant, zeker als zaken daarvan ook voor civiel gebruik nuttig kunnen zijn. Daarbij denk ik aan bijvoorbeeld een stock inzake medisch materiaal of medische capaciteit, die in geval van militaire conflicten militair aangewend kan worden, maar die nu niet voorzien is in de begroting. In mijn ogen zou het nogal dwaas zijn om dat nu, in een stijgend defensiebudget, niet te voorzien. Ook denk ik aan zaken waarbij defensie voor binnenlandse veiligheid kan worden ingezet. In veel Europese landen bestaat die traditie, maar wij kennen die minder, al hebben we dat incidenteel gedaan. Het is onze intentie, zoals in het regeerakkoord is voorzien, om defensie daarvoor structureel in te zetten, in een welbepaald in het regeerakkoord omschreven kader, en het zou desgevallend raar zijn om de NAVO-norm, die voorzien is, daarvoor niet te gebruiken.

Misschien weet u het niet, maar een van de grootste achteruitgangen in de Belgische defensie, puur budgettair bekeken, qua comptabiliteit, was de afschaffing van de rijkswacht, aangezien dat een militaire uitgave was. Met de afschaffing van de rijkswacht zijn we tienden gezakt in de NAVO-ranking. Ik pleit niet voor de militarisering van de politie, don't worry , dat is niet voorzien, ik zeg alleen dat het over zulke dingen gaat inzake de NAVO-norm. Ik vrees dus dat u daar dingen in leest waardoor uw fantasie een beetje op hol is geslagen.

Ik spring enigszins van de hak op de tak, waarvoor mijn excuses, maar nu kom ik tot de pensioenhervorming voor de parlementsleden. Het is een traditie en ook onvermijdelijk dat de wetgever de pensioenen van de samenleving reguleert en dat het Parlement zich daaraan vervolgens confirmeert. In de periode dat ik parlementslid was, is dat nooit anders geweest, en ik heb al wel wat pensioenhervormingen in het statuut meegemaakt. Toen ik begon, was het stelsel echt nog zeer gunstig, want met de tantièmes had men na twintig jaar als parlementslid een volledig pensioen. Ik heb op die manier met mijn eerste tien jaar als parlementslid al de helft van mijn pensioen. Dat dit niet echt meer evident is in onze samenleving, aangezien wij helaas door de stijging van de sociale uitgaven maatregelen moeten nemen, is een logica die niemand zal ontkennen. Ook de nu op handen zijnde pensioenhervorming zal doorgetrokken moeten worden en een vertaalslag moeten krijgen in de parlementaire pensioenen. Dat kan een grote ontdekking genoemd worden of men kan er grote controverse rond maken, maar ik zie dat niet. Wel dient het Parlement zichzelf te reguleren, niet de regering of een regeerakkoord. Het komt u als parlementsleden toe.

Maak dus alstublieft geen grote populistische controverse – dat is niet nodig – van de sequens waarbij het Parlement de samenleving volgt en zich schikt naar de inspanningen die we van de samenleving vragen, met de nodige moeilijkheden, want het statuut is een statuut sui generis. Dat is dus altijd een beetje schipperen. Het lijkt me de logica zelve, maar het is aan u om dat te doen. Ik denk dat de nodige werkzaamheden daarvoor ook al lang gepland zijn. Het is eigen aan eenieder om zich te profileren in dat soort zaken – dat begrijp ik – maar laat ons toch een beetje sereen blijven in dat soort dingen. Ik heb hier niemand, tenzij u me nu gaat tegenspreken, horen zeggen dat parlementsleden geen inspanningen moeten doen, dat ze niet gaan volgen en dat ze alles wat ze hebben, linea recta willen behouden. Het andere uiterste is de race to the bottom . Die vind ik ook verwerpelijk en daar heb ik ook wel echo's van gehoord in deze commissie.

Wat asiel en migratie betreft – sorry voor de hak op de tak –, maatregelen inzake de uitstroom ontbreken inderdaad. Dit is uiteraard de eerste uitvoering van het regeerakkoord. De maatregelen op korte termijn die ik kan nemen, zijn uiteraard bij uitstek op de instroom gericht. Er staat in het regeerakkoord heel wat over de uitstroom en dat zal heus nog wel worden gerealiseerd, maar dat zijn, als men realistisch is, maatregelen die niet evident zijn, die tijd vergen en die geen toverstokje zijn. Sommigen zeggen om gewoon naar de Europese Commissie of naar Ursula, zoals sommigen het nogal kinderlijk voorstellen, te gaan met de boodschap dat het een noodgeval is en alles dan opgelost is. Als men dat wil geloven, doe dat dan gerust, maar dat is niet de realiteit. Als het zo eenvoudig was, dan zouden heus wel wat Europese landen dat hebben gedaan.

Wij zijn ondertussen als België op basis van ons regeerakkoord uitgenodigd bij de club van de eerder kritische landen over het Europese migratiemodel, die bij elkaar komen en die met name inzake de uitstroom ideeën uitwerken en die trachten om van die ideeën Europese beslissingen te maken. Zeggen dat dat een proces is dat met een vingerknip verloopt, is helaas echter niet waar. Ik wou dat het waar was.

Madame Delcourt, vos questions sur le contrôle des certificats médicaux sont précises et je vous invite à les poser aux ministres responsables. M. Vandenbrouke a annoncé qu'il créerait une banque de données et qu'il organiserait un datamining sur la politique de prescription. Mais il doit encore travailler sur ce sujet et devra présenter son projet avant le 1 er juillet de cette année, si je ne m'abuse. L'affaire est donc à suivre.

De nombreuses questions ont été posées sur le statut d'artiste, notamment par les collègues francophones. Nous avons parlé des abus et de la façon de lutter contre ceux-ci. M. De Smet a même prétendu qu'il n'y en avait pas. C'est possible! La lutte contre les abus est une compétence régionale. Ce débat doit être mené au sein des parlements régionaux. Dire qu'il n'y a pas d'abus, c'est possible, mais je suis étonné par les chiffres. Il y a de grosses différences entre les Régions, notamment en Région de Bruxelles-Capitale où, si je ne me trompe, 50 % d'entre eux résident. La ville est peut-être très artistique, je ne l'exclus pas, mais nous avons peut-être aussi découvert des brèches dans le système qui pourraient correspondre à ce que l'on nomme des abus. Je n'en sais rien et c'est aux Régions de travailler sur ce thème.

Madame Delcourt, vous avez demandé quand nous comptions élargir le systèmes des flexi-jobs à d'autres secteurs? Ce n'est pas prévu dans l'accord de Pâques, mais bien dans l'accord de gouvernement.

En ce qui concerne les indépendants, nous estimons que 356 indépendants sont intéressés chaque année par le paiement de cotisations plus élevées afin d'obtenir des droits à la pension plus élevés.

Monsieur Dermagne, vous avez beaucoup mentionné la classe moyenne et cela m'étonne un peu.

Si nous regardons le bilan du gouvernement Vivaldi, je pense qu'il est difficile de dire que c'était un gouvernement qui a défendu la classe moyenne.

Pierre-Yves Dermagne:

(…)

Bart De Wever:

Je ne vous ai pas interrompu! Je pense que cela relève même du non-sens.

Vous avez évoqué les impôts qui pèsent sur les épaules de la classe moyenne. Das Wahre ist das Ganze , comme on le dit en allemand. L'accord de gouvernement est très clair. Il y a du positif et du négatif mais au final, la pression fiscale sur la classe moyenne va fortement diminuer à l'horizon 2029.

Vous avez parlé d'économies dans les soins de santé, ce qui m'étonne, car nous avons encore prévu une norme de croissance au-dessus de l'index. Cela ne semble pas être de véritables économies. Si nous parvenons à maintenir une norme de croissance supérieure à l'index, il ne faut pas, selon moi, parler d'économies.

Vous avez affirmé que nous épargnions les épaules les plus larges alors que plus de deux milliards de revenus proviendront de leur part. C'est tout de même considérable. Il faut examiner ces chiffres au prorata. Il n'y a pas tant d'épaules larges dans notre pays. Je dirais donc que deux milliards de revenus supportés par leurs épaules ne sont pas négligeables.

Vous avez évoqué la crédibilité budgétaire. J'espère que vous ne m'en voudrez pas, mais c'est un peu l'hôpital qui se moque de la charité. Le PS parle de crédibilité budgétaire alors qu'il a dominé le gouvernement Vivaldi et a toujours géré la Région bruxelloise. À votre place, j'éviterais de parler de crédibilité budgétaire.

Monsieur Courard, vous avez demandé d'où proviendront les 2 % pour la défense. M. Di Rupo aurait peut-être dû se poser cette question lorsqu'il a fait cette promesse au Pays de Galles en 2014. Dans l'intervalle, nous n'avons jamais eu de réponse du PS.

Mme Désir a demandé si le report de l'index était une mesure nécessaire. C'est en effet le cas. Il est inévitable de prendre des mesures comme celle-ci, notamment sur les pensions les plus élevées. Nous prévoyons également une mesure qui pèse sur l'indexation des pensions les plus élevées, donc sur les épaules les plus larges. Il est injuste de me reprocher de ne rien faire à l'égard des épaules les plus larges pour ensuite nous critiquer lorsque nous mettons en place une mesure qui affecte les plus hautes pensions. Il s'agit de pensions atteignant 7 000 ou 8 000 euros par mois.

C’est l’un ou l’autre!

Mijnheer Hedebouw, u hebt Frans en Nederlands door elkaar gesproken. Ik noteer alleen in het Nederlands, ik ben een slechte tweetalige.

Je ne me souviens plus de ce que vous avez dit en néerlandais ou en français.

Dus zal ik antwoorden in de taal die in mij opkomt.

Raoul Hedebouw:

Un vrai Belge.

Bart De Wever:

Ik kan daar veel op zeggen, maar ik zal zwijgen. (Hilariteit)

Op vijf minuten tijd hebben we 4 miljard euro voor defensie gevonden, zegt u. Ik wou dat het waar was. Ik weet niet of u de collega's hebt gehoord die ons net hebben verweten dat we dat niet hebben gedaan en dat het allemaal een groot mysterie is waar dit vandaan moet komen. De waarheid heeft haar rechten. Er is in een pad voorzien, met een opdrachtentabel, begroting per begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn om die middelen te vinden.

Uiteraard zijn er collega's die zullen zeggen om dat niet uit de sociale zekerheid te halen. Er zijn collega's die zullen zeggen om dat niet uit de belastingen te halen. Er zijn collega's van de N-VA die zullen zeggen om geen extra schulden te maken. Iedereen heeft daar zijn waarheid. De optelsom van dat alles is uiteraard onmogelijk. A l'impossible nul n'est tenu . Dat wordt dus niet gemakkelijk. Dat zal ik niet ontkennen, maar zeg niet: u hebt dat zo gevonden, dus u gaat dat voor de sociale zekerheid ook zo kunnen vinden.

Ik vind die vergelijking trouwens nogal grotesk. De sociale uitgaven in dit land evolueren naar 200 miljard euro bij een ongewijzigd beleid in 2030. U weegt dat af tegen de defensie-uitgaven. Dat is bijna een cijfer achter de komma, zoals wij onze defensie hebben verwaarloosd. Zeggen dat als defensie kan groeien, dat dan de sociale zekerheid op hetzelfde ritme kan groeien, is populisme. Dat is onzin.

Wat telt mee in de pensioenmalus? Het regeerakkoord is duidelijk over wat erin zit en wat er niet in zit. Op de vraag over de privileges voor parlementaire pensioenen heb ik geantwoord.

Zullen we nieuwe F-35's kopen?

Je vous ai expliqué que les capacités imposées par l’OTAN ne nous laissent pas le choix. Je suis sûr que nous devrons encore élargir notre flotte d’avions de chasse. Puisque nous avons déjà acheté les F-35, nous devrons acheter des avions de ce type. Ce seront des avions construits en Italie. Ce n’est pas parce que M. Trump pense qu’il peut mener une guerre de droits de douane contre tout le monde qu’il peut d’un coup faire disparaître la globalisation de l’économie. Le F-35 est devenu un projet multilatéral.

U zegt dan dat men voor die technologie militair afhankelijk is van wie men ze koopt. Dat is echter voor elke militaire technologie zo. Dat is evenzeer het geval voor wapensystemen die we in Europa kopen of elders in de wereld. Men is altijd deels afhankelijk van de producent. Dat is een reden te meer om in Europa de juiste beslissingen te nemen over de consolidatie van een Europese defensie-industrie. Wij hebben dat verwaarloosd, maar daar bent u ook altijd tegen. Dat is ook van twee zaken een. U wilt dat niet, want we moeten in vrede investeren. Volgens u moeten we bloemenperken aanleggen aan de grenzen met Rusland. We hebben bloemenperken, regenbogen en eenhorens nodig, die de Russen zullen overtuigen van onze goede intenties. Dan zullen ze zeker hun agressie stoppen.

Ik ben het daarmee helemaal eens. Als men in een fantasiewereld leeft, kan dat allemaal wel lukken. Als men echter in wapensystemen moet investeren, heeft men ook een militair industrieel complex nodig. Maar daar bent u ook tegen. U zegt dat we dan nu de F-35 moeten kopen. Misschien hebben we die echter moeten kopen omdat we in het verleden net dat niet gedaan hebben in Europa. Dat zijn dure lessen die we nu moeten trekken, maar dat zijn geen lessen die we op vijf minuten opgelost krijgen.

En ce qui concerne les chômeurs de longue durée et les CPAS, un montant a été prévu dans le budget pour compenser les CPAS. En effet, on sait qu'ils auront plus de travail en raison de la limitation dans le temps des allocations de chômage.

M. Hedebouw, je pense, a dit que les CPAS n'ont pas comme tâche d'activer les chômeurs. Je ne suis pas d'accord. J'ai un autre avis. Dans ma ville, le CPAS fait beaucoup d'efforts pour activer les gens. Je pense que c'est leur tâche de le faire, qu'ils sont même mieux placés que les services régionaux d'accompagnement pour activer les gens qui sont à une certaine distance du marché du travail.

Si des gens disparaissent dans la nature, c'est peut-être qu'ils n'ont pas besoin d'allocations de chômage, qu'ils ont assez de revenus pour vivre et n'ont pas besoin de la sécurité sociale.

Dat is dus een maatregel die ik altijd zal blijven verdedigen. Dat is trouwens in de hele wereld de normaalste zaak. Waarom zou dat dan bij ons onmogelijk en een sociaal drama zijn? Overal in de wereld, in Frankrijk en overal, wordt dat op die manier toegepast.

Wij zullen 1 miljard euro minder in de pensioenkas storten. Dat is een heel rare manier om competitiviteitsmaatregelen voor te stellen. Dat is natuurlijk een ideologisch verschil. Ik ga ervan uit dat, wanneer onze ondernemingen qua competitiviteit niet worden versterkt, de effecten op de pensioenkas veel erger zullen zijn. Dat is een kwestie van wakker worden en koffie ruiken, zoals dat in het Engels wordt genoemd, over onze economische situatie en over de situatie van onze industrie, die in heel Europa maar zeker in ons land krimpt terwijl wij ernaar kijken. Mensen zonder job betalen geen bijdragen. Dat zou voor de sociale zekerheid de catastrofe zijn die wij nu moeten vermijden.

Het paasakkoord bevat inderdaad honderden miljoenen euro aan competitiviteitsmaatregelen. U stelt dat voor als minderopbrengsten voor de sociale zekerheid. Dat is een ideologisch verschil. Daarover zullen wij het nooit eens worden. Dat is misschien maar goed ook. De fiscale regularisatie stelt u voor als straffeloosheid. Ik ben het daar niet mee eens. Dat is geen straffeloosheid. Ik moet echter wat opschieten.

"Les 500 euros de différence, net ou brut, pour ceux qui bossent est un mensonge." Ce n'est pas vrai. Il faut consulter le calendrier des mesures tel qu'il a toujours été prévu dans l'accord de gouvernement, avec la baisse des impôts en faveur de ceux qui travaillent, et dont la vitesse de croisière sera atteinte en 2029.

Volgens mij zullen we dan die 500 euro zeker halen en misschien zelfs overschrijden.

“Een kliklijn voor langdurig zieken, hoe durft u?”, zegt u. U noemt dat een kliklijn, wij noemen dat responsabilisering.

Nous avons autant de malades de longue durée que l'Allemagne. Or celle-ci est un tout petit peu plus grande que la Belgique. Donc, je pense que la question de la responsabilisation est à l'ordre du jour.

Alle actoren, ook de werkgevers, zullen geresponsabiliseerd worden. Dat zijn dan extra inkomsten voor de sociale zekerheid, mijnheer Hedebouw. Het lijkt mij evenwel evident dat ook de dokters, ook de ziekenfondsen en dus ook de langdurig zieken zelf aangesproken kunnen worden.

Madame Tourneur, vous m'avez posé une question concernant le droit au rebond et le risque d'abus. Ce risque est relativement limité en raison de la nature de la mesure. Il s'agit d'un droit unique. Cette allocation de chômage dure six mois et s'adresse à des salariés ayant travaillé au moins dix ans. Le droit au rebond s'inscrit dans un ensemble cohérent de mesures mises en place par le gouvernement pour soutenir les individus dans leur recherche d'emploi. Le risque d'abus est donc très faible, voire quasiment inexistant.

Votre deuxième question porte sur les pensions des magistrats. D'autres collègues ont également posé des questions à ce sujet. Je vais être clair: il n'est absolument pas question d'une perte de 40 % du pouvoir d'achat des magistrats retraités en conséquence de la réforme des retraites menée par ce gouvernement. Les calculs publiés par la magistrature la semaine passée reposent sur l'hypothèse de prolongation indéfinie de l'indexation limitée des pensions les plus élevées alors que cette mesure est explicitement définie comme temporaire, tant dans l'accord de gouvernement que dans l'avant-projet de loi-programme. Elle est prévue uniquement pour cette législature, c'est-à-dire jusqu'en 2029. La Cour constitutionnelle et le Conseil d'État, étant indépendants des pouvoirs exécutif, législatif et judiciaire, sont également concernés par cette réforme, leur régime de retraite étant également réglementé par la loi.

Troisièmement, la réforme des retraites n’a aucun impact sur l’indépendance du pouvoir judiciaire. Monsieur Dermagne, cela a été confirmé par la Cour constitutionnelle dans un arrêt de 2013, suite à un recours déposé par les magistrats contre une précédente réforme des retraites, menée notamment sous le gouvernement Di Rupo.

Quatrièmement, une réunion constructive s’est tenue hier entre les représentants des magistrats et les ministres des Pensions. Cette rencontre a permis d’éclaircir plusieurs points, notamment en ce qui concerne les calculs d’impact des différentes réformes des retraites et la nature temporaire de l’indexation limitée des pensions les plus élevées. Il a été établi que les estimations d’une perte de pension de 30 à 40 % reposaient sur des hypothèses d’indexations limitées pour une durée indéterminée.

Mijnheer Van Hecke, u vroeg naar de gelden van de Russische tegoeden. U wilt weten wat er gebeurt als er vrede komt in Oekraïne en de Euroclearmiddelen wegvallen. Ook daarmee is rekening gehouden in het paasakkoord en dat zal dan inderdaad een extra inspanning vergen.

Ik denk wel dat als er morgen vrede wordt gesloten in Oekraïne, dat nog niet betekent dat morgen ook die Russische tegoeden vrijgemaakt worden. Dat is een bijzonder, bijzonder complexe aangelegenheid. Er zijn wel andere hypotheses die internationaal besproken worden over wat er met die sovereign assets moet gebeuren. Er zijn namelijk de sovereign assets en de andere assets, die bevroren zijn. De sovereign assets zijn in feite geïmmobiliseerd. Het gaat in deze context vooral over die gelden van de Russische Centrale Bank.

Mogelijk worden er multilateraal andere beslissingen genomen en dat zou dan op iets kortere termijn op ons af kunnen komen, maar dat valt nog af te wachten. In alle contacten die ik hierover heb en dat zijn vooral internationale contacten met de buurlanden en met Oekraïne zelf, gaat het in elk geval steeds weer over een buitengewoon riskante en juridisch ingewikkelde zaak met enorm grote repercussies, zelfs op de euro als munteenheid. Mijn persoonlijke inschatting – maar ik kan mij vergissen – is dat we daar op korte termijn niet heel veel beweging in zullen zien. Het lijkt mij heel ingewikkeld.

Uiteraard zullen we dat monitoren en we zullen ons ook niet verzetten tegen andere multilaterale oplossingen, ook al stelt zich dan voor onze bilaterale militaire hulp aan Oekraïne wel een bijkomend budgettair probleem. Aangezien dit ook in de NAVO-norm ingecalculeerd is, zal dat dan sowieso gecompenseerd moeten worden.

Over de oplopende NAVO-norm en over de structurele financiering heb ik geantwoord.

Madame Schlitz, vous avez dit: "Les efforts pour la compétitivité sont des cadeaux aux entreprises." À mon humble avis, cela témoigne d'un certain manque de connaissance de la réalité économique, mais c'est peut-être une différence idéologique que nous n'allons pas résoudre aujourd'hui ni même jamais.

J'en viens aux formations pour les emplois en pénurie. Tous ceux qui commenceront une formation avant le 1 er janvier 2026 seront exemptés de la mesure. S'agissant des soins de santé, il incombe au ministre de présenter une liste de formations qu'il veut exclure. Donc, je vous propose de développer cette discussion en commission de la Santé.

Quant au contrôle des ressources, je pense que vous confondez celui qui vise le chômage avec celui qui s'intéresse au revenu d'intégration.

Sarah Schlitz:

(…)

Bart De Wever:

Je pense que oui. Je ne vous ai pas interrompue. Vous pourrez encore répliquer.

Vous avez cité un président de parti – je suppose qu'il s'agit de M. Bouchez – qui avait parlé d'un contrôle des ressources, mais il évoquait un contrôle visant ceux qui ont des biens à l'étranger et qui touchent un revenu d'intégration, pas une allocation de chômage. Pour les allocations de chômage, aucun contrôle des ressources n'est ni ne sera prévu dans cet accord de gouvernement.

Pour la taxation sur les plus-values, vous avez dit: "Nous n'en savons rien." C'est normal, puisque l'impact de cette mesure a toujours été prévu en 2026. Notre intention n'a jamais été de l'intégrer dans la loi-programme relative au budget 2025.

Mevrouw Bertrand, u zegt dat er geen overleg met Belfius is geweest. Er is wel degelijk informeel geverifieerd of de zaken die wij plannen realistisch zijn, dus ik maak mij daar niet te veel zorgen over. U zegt dat er paniek ontstaat bij de burgers die zich afvragen hoe we dit allemaal zullen betalen. Ik moet toegeven dat post-Vivaldi paniek budgettair gewettigd is. Toen ik de realiteit van de cijfers zag die ú hebt achtergelaten, was paniek ook de eerste emotie die ik voelde.

Ik vind het sterk dat u zegt dat het Monitoringcomité stelt dat het tekort oploopt tot 2,4 miljard. Dat is uw beleid, dat is het gevolg van het ongewijzigd beleid van Vivaldi, waarbij de put alsmaar dieper werd, tot hallucinante bedragen. U kent die bedragen, want u was er verantwoordelijk voor. Nu zeggen dat we u in vrije val hebben achtergelaten en dat u uw vleugels niet op tijd kunt uitslaan, u bent toch de slechtst denkbare persoon om die kritiek te uiten, zelfs binnen uw eigen partij. Ik zou iemand anders zoeken om die kritiek te uiten. Dat de cheque voor Defensie ongedekt is…

Alexia Bertrand:

Dat is gemakkelijk.

Bart De Wever:

Gemakkelijk, zegt u. Wat u hebt nagelaten, is alleszins niet gemakkelijk, ook niet op het vlak van Defensie. U doet nu alsof die 2 % uit de lucht komt vallen. Het Russisch geld dat dubbel besteed wordt, dat is een foute lezing. Die zit in de basishypothese, maar die was niet bestemd. Wij hebben die gelden nu bestemd, dus er is geen sprake van een dubbeltelling.

Wat het betoog van de heer Van Tigchelt betreft, geen slogans over Justitie, dat ondersteun ik ten volle. Wat dat betreft, hebben wij bijna eenheid van inzicht en beseffen we allebei dat die situatie altijd heel moeilijk is geweest en vandaag nog steeds heel moeilijk is. Roepen wat er allemaal met één vingerknip moet gebeuren, heeft weinig zin. Als u zegt dat u zich als oud-minister koest moet houden, dan vraag ik mij af of dat dan ook niet geldt voor de oud-staatssecretaris bevoegd voor Begroting. U moet het binnen uw fractie misschien eens hebben over wie zich koest moet houden en wie niet.

Het gebrek aan urgentie van Arizona, dat mag u zeggen, maar ik ben het daar niet mee eens. Er is bij alle besparingen die aan de departementen worden opgelegd altijd voorzien in een uitzondering voor de veiligheidsdepartementen en zelfs een groeipad. Is dat groeipad niet groot genoeg? Ik ben zelfs geneigd om het daarmee eens te zijn, gezien de grote noden, maar men kan niet enerzijds zeggen dat we budgettair in vrije val zijn en anderzijds dat we nog een berg aan nieuwe middelen moeten voorzien.

We hebben ons uiterste best gedaan en nog een extra inspanning geleverd, gezien de acute situaties die er bestaan. Het volgende moet mij echter van het hart wat betreft het gebrek aan urgentie dat ons vandaag wordt verweten. Iedereen moet in de spiegel kijken wat dat betreft, ook zij die in vorige legislaturen de zaken hebben waargenomen.

Zo veel nieuw opgestarte bouwdossiers onder Vivaldi heb ik ook niet echt gevonden. Wat er nog van dossiers is, is van de regering daarvoor. De detentiecentra die Vivaldi voor de kortgestraften heeft uitgebouwd, hebben niet bepaald een verschroeiend tempo aangenomen. Dat is geen verwijt. Ik weet hoe moeilijk dat is en hoeveel tijd dat vergt, maar vandaag komen zeggen dat ik de urgentie niet zie, vind ik iets te gemakkelijk.

Ik apprecieer wel dat u zegt dat u begrip hebt voor de noodmaatregelen die op korte termijn moeten worden genomen omdat er geen oplossingen zijn, tenzij oplossingen die binnen de gevangenis aanleiding geven tot toestanden die ons in een structurele overtreding brengen van de mensenrechten die vandaag al bestaan. U kent de situatie. Ik ken ze ook. Wie dat ooit met eigen ogen heeft gezien, kan dat heel moeilijk vergeten en is hopelijk bevrijd van alle populistische neigingen ter zake. Dit gaat niet over u, voor alle duidelijkheid.

J'ai déjà répondu à la question concernant le statut d'artiste, monsieur De Smet. Le fait de dire que nous sommes un gouvernement de méfiance m'étonne, d'autant plus que c'est dit de la part d'un Bruxellois! Quand on connait la situation budgétaire à Bruxelles et celle du CPAS d'Anderlecht, il me semble que ce n'est pas la vérité.

Notre gouvernement n'est pas un gouvernement de méfiance mais se veut être un gouvernement de responsabilisation, et celle-ci est nécessaire si l'on tient compte de la réalité budgétaire à laquelle nous sommes confrontés.

Le prix pour obtenir la nationalité belge est de 1 000 euros et vous dites que ce prix est exorbitant. Je pense que l'inverse est vrai! Les 150 euros demandés par le passé étaient exorbitants quand on sait qu'au Royaume-Uni, le montant est quasiment de 2 000 euros tandis qu'aux Pays-Bas, il est de 1 091 euros. Si vous voulez mourir en tant qu'Hollandais, c'est encore plus cher! Nous sommes restés en dessous du niveau hollandais! C'est un minimum. Si pour devenir Hollandais, il faut payer 1 100 euros, on peut bien devenir Belge pour 1 000 euros! Cela me semble raisonnable.

Voorzitter:

Er resten ons nog een goede 20 minuten voor de replieken. Ik vraag dus om het bij korte replieken te houden, want de debatten zullen in de toekomst ongetwijfeld nog worden gevoerd met de vakministers wanneer de uiteindelijke teksten in het Parlement verschijnen. Ik stel dus twee minuten per fractie voor de replieken voor.

Axel Ronse:

Mijnheer de voorzitter, ik voel mij ongelooflijk dankbaar. Ik kwam hier met een open blik. Ik vond het paasakkoord fenomenaal en na zeer aandachtig luisteren, vooral naar alle oppositiepartijen, vind ik het nog fenomenaler. Na de repliek van de eerste minister, met uitzondering van het verhaal over de Hollandais , vind ik het nog fenomenaler. Onze fractie is dus alleszins enorm overtuigd.

Wat heb ik gehoord van de oppositie? PTB, Groen, Ecolo en de PS hebben heel veel kritiek op het feit dat het paasakkoord de tien plagen de wereld uit tracht te helpen, want het is allemaal onmenselijk, maar ik hoor geen enkel alternatief. Het betreft allemaal maatregelen om onze sociale zekerheid en ons systeem van herverdeling stand te doen houden. We zijn ook ontzettend fier dat we dat met de arizonacoalitie kunnen verwezenlijken. We zijn heel dicht bij de concretisering en de stemming ervan. Als u systemen die alleen hier nog bestaan, zoals de onbeperkte werkloosheidsuitkering in de tijd, nog voor de generatie van vandaag wilt behouden, dan maakt u de sociale zekerheid kapot en blaast u ze op voor de toekomstige generaties. Uw kritiek daarover overtuigt dus allerminst.

Andere partijen hadden het vooral over de effecten van hun beleid van de voorbije vijf jaar, met de verwoestende budgettaire koers, die gevaren werd – dank ook aan collega Bertrand om dat nog een keer op slides te tonen – en die wij nu aan het omkeren zijn. Ze hebben bovendien dan ook nog eens kritiek op het feit dat we 4 miljard euro op een bbp van 600 miljard euro investeren in defensie, in vrede. Mocht ik aan mijn overleden grootmoeder vertellen dat daar kritiek op komt, zou ze het niet geloven. Ze heeft de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog meegemaakt en zou zeggen dat dat budget om de vrede te bewaren, een badje is.

Francesca Van Belleghem:

Premier, tijdens de verkiezingen was het uw prioriteit om budgettair alles op orde te zetten, maar we hebben nog altijd geen budgettair kader gezien. Door eenmalige begrotingstrucs toe te passen, bevestigen jullie alleen maar dat jullie Vivaldi 2.0 zijn. Deze regering zorgt niet voor een structurele financiering van onder meer Defensie. Het enige structurele zijn nieuwe belastingen, zoals de vliegtaks en de meerwaardebelasting.

De zes kleine migratiemaatregelen in het paasakkoord zijn echte tjevenmaatregelen, echte vivaldimaatregelen. U zegt dat het kinderlijk is om naar de Europese Commissie te gaan en een asielstop en een gezinsherenigingsstop te onderhandelen. Vindt u Oostenrijk dan kinderlijk? Zij stoppen gezinshereniging met erkende asielzoekers tegen alle Europese richtlijnen in. Ze dwingen het af bij de EU. Vindt u Polen kinderlijk? Zij hebben een asielstop afgedwongen en de toestroom van asielzoekers in Polen is zelfs niet de helft zo hoog als hier. Als dat allemaal kinderlijk is, dan ben ik graag kinderlijk.

U zegt dat u deel uitmaakt van het clubje migratiekritische landen, maar u hinkt zwaar achterop, want Polen en Oostenrijk steken u vlot langs rechts voorbij. Uw crisismaatregelen hebben als doelstelling de categorie van asielzoekers die recht hebben op opvang te beperken. Maar asielzoekers zijn hier niet voor de asielopvang, ze zijn hier omdat illegalen niet teruggestuurd worden, ze zijn hier voor onze sociale woningen, ze zijn hier voor onze leeflonen zodra ze die verblijfstitel binnen hebben.

Uw vijgen-na-Pasen-akkoord bevat geen deftige maatregelen om die asielinstroom te doen dalen en om de terugkeer van illegalen te verhogen. Integendeel, u laat criminele illegalen na een derde van hun gevangenisstraf vrij, zonder dat u de druk verhoogt op derde landen om hun illegalen terug te nemen. Heel jammer.

Catherine Delcourt:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne manquerai évidemment pas d'interroger les ministres compétents.

Cet accord de Pâques, à travers la loi-programme, comprend des éléments forts que le MR a soutenus: des moyens en plus pour la sécurité, pour la Défense, la Justice, pour lutter contre la surpopulation carcérale; des militaires sur les sites sensibles, libérant 300 policiers. C'est aussi le chômage limité à deux ans, un milliard pour la compétitivité de nos entreprises, des éléments fiscaux intéressants, notamment pour les indépendants, et un durcissement des règles de migration.

Nous le soutenons pleinement et nous vous remercions pour votre intervention.

Pierre-Yves Dermagne:

Monsieur le premier ministre, merci pour les quelques éléments d'information que vous avez daigné nous donner.

Vous aviez annoncé la couleur. Vous aviez d'ores et déjà renvoyé vers les ministres compétents en commission, vers le budget qui devrait arriver un jour ou l'autre. On espère toujours. Cela recule de semaine en semaine. Je pense que ce sera effectivement le juge de paix.

Vous avez balayé d'un revers de la main les questions sur la crédibilité budgétaire de cet exercice, sur la trajectoire budgétaire, sur l'endroit où vous irez effectivement chercher l'argent. Comme on l'a dit, ce sera en toute grande majorité auprès de la classe moyenne, dans les poches de la classe moyenne, sur les comptes en banque de la classe moyenne, que vous irez chercher cet argent, qui s'inscrit dans un exercice qui ne tient pas la route d'un point de vue budgétaire.

Vous pouvez utiliser un argument d'autorité renversée en disant: "Mais comment le PS peut-il parler de crédibilité budgétaire?" Nous attendions mieux de vous, monsieur le premier ministre. Vous, non pas l'historien, mais l'ingénieur, l'homme de chiffres, l'homme de précision, de détails. Nous avons uniquement des éléments, des effets de manche. Vous êtes assez disert sur les éléments idéologiques qui vous tiennent à cœur, mais sur tout le reste, sur tous les détails, pas une seule réponse concrète.

Peut-être un point quand même. Sur le statut d'artiste, vous n'avez pas pu vous empêcher d'avoir une lecture communautaire. Chassez le nationaliste, il revient au galop! Et c'est le cas ici. Vous avez une lecture communautaire sur ce dossier, notamment sur la répartition du nombre de bénéficiaires du statut d'artiste. Il n'est pas anormal que dans un pays, la capitale, qui compte toute une série d'institutions culturelles importantes, voie le nombre de bénéficiaires de ce statut plus important que dans d'autres Régions. Cela n'a rien d'insupportable! Cela n'a rien de surprenant, monsieur le premier ministre du Royaume de Belgique! C'est effectivement une ville capitale qui vit, qui choie sa scène culturelle, ses secteurs culturels. Il n'est donc pas anormal qu'il y ait plus de bénéficiaires de ce statut.

Bart De Wever:

Il n'y a pas d'artiste à Anvers?

Pierre-Yves Dermagne:

Je n'ai pas dit cela.

Ayez une vision plus large. Vous n'êtes plus le bourgmestre de la belle Ville d'Anvers, monsieur le premier ministre. Vous êtes le premier ministre du Royaume de Belgique. Et, à ce titre, vous devez traiter les Flamands, les Bruxellois et les Wallons sur un même pied d'égalité.

Bart De Wever:

(…)

Pierre-Yves Dermagne:

Je ne vous ai pas interrompu tout à l'heure, monsieur le premier ministre. S'il vous plaît, laissez-moi terminer!

En ce qui concerne le statut d'artiste, votre ministre de l'Emploi a évoqué des abus. Cela transparaissait d'ailleurs très clairement à travers l'exposé des motifs et sa première mouture de la loi-programme qui a fuité dans la presse, avec effectivement uniquement un regard budgétaire qui partait du principe de mauvaise foi de la part de celles et ceux qui bénéficient de ce statut réformé.

Vous avez dit qu'il s'agissait d'une responsabilité des Régions, monsieur le premier ministre. Mais non, la réforme du statut d'artiste de 2022 a précisé que la disponibilité active, passive et adaptée était spécifique pour les travailleurs et les travailleuses du secteur des arts. Et, justement parce qu'on les considèrent comme travailleurs à part entière, quand ils bénéficient du statut, le Forem, le VDAB et Actiris ne doivent pas les considérer comme des chercheurs ou des demandeurs d'emploi. C'était un des éléments fondamentaux et centraux de la réforme.

Par vos propos, monsieur le premier ministre, qui confirment la crainte que nous avons et que les artistes ont par rapport au maintien du statut, vous évoquez effectivement une réforme de ce statut, un durcissement des règles et des conditions, faisant en sorte que celles et ceux qui bénéficient aujourd'hui de ce statut dont on doit être fiers seront demain menacés. Nous y reviendrons, monsieur le premier ministre.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de eerste minister, ik vind het wel interessant. U probeert gewoon om het hele debat weg te wuiven. Ideologisch bestond uw hele denkwijze op budgettair vlak in begrotingsdiscipline, begrotingsdiscipline en nog eens begrotingsdiscipline. Dat wordt nu volledig aan de kant geschoven in vijf minuten. Dat toont aan dat het ging om begrotingsdiscipline voor de gepensioneerden, de langdurig zieken, de openbare diensten. Als het echter om andere uitgaven, militaire uitgaven gaat, dan geldt er geen begrotingsdiscipline. Dat is gewoon waar. Dat is in vijf minuten politiek beslist. Het moet binnen de N-VA moeilijk zijn, omdat uw denkwijze de laatste jaren alleen maar focuste op het Duitse model en begrotingsdiscipline. Dat wordt volledig aan de kant geschoven, mijnheer Ronse. Op de vragen daarover wordt gewoon niet geantwoord.

Ten tweede, antwoordt u niet op de vragen over de pensioenmalus, mijnheer de eerste minister. In het regeerakkoord staat dat ziektedagen niet meetellen. Er zijn sancties. De minister van Pensioenen antwoordt het tegenovergestelde in de plenaire vergadering. Wat is het nu juist?

Troisièmement, monsieur le premier ministre, vous n'avez pas répondu à ma question sur les pensionnés. En Belgique, nous vivons déjà avec des pensions relativement faibles par rapport à la France, l'Allemagne et les Pays-Bas. Les pensionnés ont du mal à payer leur maison de repos. Et vous décidez – vous n'avez pas répondu à cette question – de postposer l'indexation des pensions de trois mois. Cela va coûter 68 euros à un pensionné qui reçoit 1 700 euros bruts, 68 euros que vous retirez des pensions!

Je m'y attendais de la part de la N-VA. Mais Les Engagés? Vous qui deviez être un parti qui allait faire du social, vous trouvez cela logique de viser une nouvelle fois les pensionnés? De postposer l'indexation des pensions? Cela vous amuse d'aller chercher l'argent chez les pensionnés? Pourquoi n'allez-vous pas le chercher chez les super riches? Pourquoi n'allez-vous pas chercher l'argent vers le haut pourquoi sont-ce une nouvelle fois les pensionnés qui doivent payer? Dans votre programme électoral, vous promettiez d'aider les pensionnés. Mensonge! Mensonge!

Le MR allait sauver les travailleurs, allait sauver le pouvoir d'achat. On ne retrouve rien de tout ça! J'ai demandé au premier ministre combien cette mesure allait rapporter et il n'a pas répondu, parce que vous êtes tous mal à l'aise à cet égard. Répondez! Combien cela va-t-il rapporter, monsieur le premier ministre? Eh bien voilà, cela ne répond pas! Je le dis, c'est parce que vous avez honte de toucher une nouvelle fois les pensionnés. C'est facile d'aller chercher l'argent chez ces gens-là, mais vous n'osez pas aller le chercher chez les gens qui ont des grands patrimoines, parce que vous n'avez aucun courage politique.

Aurore Tourneur:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour les précisions apportées à nos questions et votre calme face aux propos populistes.

Le droit au rebond représente une nouvelle philosophie de chômage, qui n'est plus seulement un filet de sécurité passif, mais aussi un outil actif de reconversion au service de l'épanouissement professionnel et du maintien en emplois. Nous continuerons de suivre la mise en œuvre de ce droit au rebond avec une attention particulière, car nous croyons profondément en son potentiel – j'ai entendu que d'autres collègues de l'opposition y croyaient aussi, et cela me fait très plaisir – pour renforcer le bien-être au travail, encourager les transitions professionnelles choisies et soutenir une sécurité sociale durable et moderne.

Quant au suivi des demandes légitimes des magistrats, nous serons aussi présents pour veiller à ce qu'une véritable concertation sociale soit menée et que la réforme, certes nécessaire, ne se fasse jamais au prix d'un affaiblissement de notre É tat de droit.

Comme toujours, nous serons au rendez-vous pour faire vivre les ambitions de l'accord de gouvernement dans l'esprit constructif de dialogue, de vigilance, de cohérence et de responsabilité qui nous anime.

Brent Meuleman:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik zal het korter houden. De collega’s van de PS hebben hun spreektijd verdubbeld. Ik zal de mijne halveren.

Voor Vooruit is het heel belangrijk dat wij met het paasakkoord investeren in zorg en opleiding, dat wij de pensioenen van de mensen beschermen, dat wij de fiscale fraude aanpakken en dat wij zorgen voor een volwaardige sociale bescherming voor de kunstenaars.

Mijnheer de voorzitter, voor het overige verwijs ik naar mijn eerdere uiteenzetting.

Voorzitter:

Ik dank u. De heer Demon is ook al vertrokken. Dat bespaart ons ook al twee minuten.

Wij komen nu bij de replieken van Ecolo-Groen.

Sarah Schlitz:

Monsieur le premier ministre, vous le dites vous-même: un milliard pour les entreprises afin de stimuler leur compétitivité. Si ce n'est pas un cadeau, alors je ne sais pas ce qu'il faut aux entreprises pour qu'on puisse parler de cadeau!

Par ailleurs, j'ai très bien compris où vous vouliez en venir. Votre projet est d'acculer les gens pour qu'ils acceptent n'importe quel boulot à n'importe quel prix. C'est le projet de l'Arizona. En revanche, ce qui est vrai c'est que les matières sociales sont extrêmement techniques. Vous faites de l'enfumage et jouez sur l'incapacité des gens à comprendre à quelle sauce ils vont être mangés pour avancer à un rythme effréné dans vos réformes. Laissez-moi vous dire que nous ne vous laisserons pas faire et que nous continuerons à mettre en exergue les mesures antisociales que vous êtes en train de prendre au détriment des plus fragiles et en faisant des cadeaux aux plus riches.

Vous nous dites que vous voulez responsabiliser tous les acteurs, mais il en est un que vous oubliez: ce sont justement les employeurs. Vous prétendez que toute la chaîne va s'activer pour contrôler. Mais à quel moment vous tracassez-vous du bien-être au travail et du travail qui rend malade? Vos mesures vont amplifier les maladies, avec la flexibilisation, l'appauvrissement, l'insécurité de l'emploi, le travail de nuit et le travail dominical. Monsieur le premier ministre, ce sont des conditions de travail qui rendent malade et qui constituent une véritable bombe à retardement pour notre système.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de premier, u was absoluut niet duidelijk over de budgetten, maar u was wel heel duidelijk over de pensioenen van de parlementsleden. U hebt verklaard dat als die wetgeving voor iedereen wordt gewijzigd, het logisch is dat die wijzigingen ook worden doorgevoerd voor de parlementsleden. Dat is helder. Is dat uw persoonlijk standpunt of het standpunt van de meerderheid? Dat is niet duidelijk.

Bart De Wever:

Mijnheer Van Hecke, het Parlement is autonoom.

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de eerste minister, dat is juist, maar ik sprak over de meerderheidspartijen.

Ten slotte was u over Euroclear ook helder. U geeft toe dat uw budget niet sluitend is, want als er een vredesakkoord zou komen in 2026, 2027 of 2028, kampt u met een budgettair probleem. U geeft ook aan dat u dan nieuwe budgettaire maatregelen zult moeten nemen. Zelfs als u de inkomsten vijf jaar lang op 1,2 à 1,3 miljard euro zou kunnen houden – meer dan 6 miljard euro – zult u dat niveau van inkomsten niet kunnen aanhouden, want de intresten zijn aan het dalen. De conclusie is nog altijd dat uw regering een paasakkoord aflevert met een 'fenomenaal' gat in de begroting, mijnheer Ronse. Dat zal binnen enkele maanden en jaren blijken.

Alexia Bertrand:

Mijnheer de premier, ik vrees dat president Trump ook al een invloed heeft op ons land en ons beleid, want feiten zijn blijkbaar minder van belang. Ik zal u drie feiten geven. Het gaat niet over mij, maar over de feiten. Ten eerste, ik heb één begroting opgesteld als staatssecretaris voor Begroting. Dat was de begroting voor 2024. Ik ben op zoek gegaan naar een extra budget van 3 miljard euro. Ik heb een extra structurele inspanning gedaan. Ik had meer willen doen en we zaten op dezelfde golflengte op dat vlak, maar de coalitie liet dat niet toe. Het resultaat was dat we in 2024 op 2,7 % zijn geland voor entiteit 1. Dat is een feit. Uw ambitie is om tegen het einde van de legislatuur minder dan 3 % voor entiteit 1 te halen. Als dat uw ambitie is, dan moet u of uw minister van Begroting zich vragen stellen.

Ik geef u een tweede feit. Met voormalig minister van Defensie Vandeput zaten we op 0,9 % voor defensie-uitgaven, het laagste niveau ooit. U bent vergeten dat u zelf een minister van Defensie hebt geleverd.

Dan kom ik aan het derde feit. U hebt niet geantwoord op de vragen die u lastig vindt. Het gaat dan over de 2,2 miljard, die put in uw eigen tabel, over de 770 miljoen euro, over de 2 miljard van uw paasakkoord. U kunt achteruit blijven kijken en u zult dat nog een tijdje doen, maar dit zijn uw eigen gaten. U bent uw eigen gaten aan het creëren in de begroting, mijnheer De Wever. Dat is een feit.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw eerlijke antwoorden maar u bent één zaak uit de weg gegaan, namelijk het feit van de illegale criminelen die vervroegd vrijkomen op beslissing van de administratie na een derde van hun straf. Dat doet de leuze "het strengste migratiebeleid ooit" wel een beetje als een holle slogan klinken, als ik mij dat mag permitteren.

Ik vraag mij dan af of u dat niet gezien hebt. Heeft uw kabinet dat niet gezien? Kwatongen beweren dat u de minister van Justitie hebt laten staan op de binnenkoer van de Wetstraat. Misschien moet u haar nog eens in de ogen kijken en daarover een gesprek voeren met haar. Die maatregel is namelijk gevaarlijk. Ik herhaal dat.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, s'agissant du statut d'artiste, je n'ai pas dit qu'il n'y avait aucun abus. J'ai dit que le système protégeait déjà énormément contre les abus et la preuve en est que le seul exemple d'abus sorti de la bouche de votre ministre de l'Emploi était au minimum fantaisiste – l'histoire du barman dans le théâtre. Pour le reste, une information pour vous: l'activation est certes régionale mais sauf erreur, la politique de sanction revient toujours à l'ONEM. À moins que l'Arizona ait régionalisé l'ONEM sans nous le dire, ce que je ne pense pas, le fédéral reste compétent pour ce qui concerne les abus. Il n'est pas anormal de trouver 50 % des artistes vivant à Bruxelles vu l'importance de la vie culturelle. Même si vous l'avez dit sous l'angle de l'humour, il est douteux de vouloir installer un rapport permanent entre Bruxelles et la fraude. Cette musique ne sonne pas. En ce qui concerne les F-35, il y a des pays qui combinent l'achat de F-35 avec d'autres appareils tels que des Rafale. La Grèce le fait! Je ne vois pas pourquoi vous êtes condamnés à réinvestir dans des F-35. Enfin, s'agissant de la taxe à 1 000 euros, je suis ravi d'entendre que vous voulez rester belge puisque cela coûtera 91 euros de moins que de mourir en Hollandais. Parfait, c'est une information. Mais l'argument de dire qu'on le fait parce que d'autres le font ne tient pas. La vraie réponse est que vous souhaitez décourager le plus d'étrangers possible de rejoindre notre communauté nationale. Autant l'accès à la nationalité doit être rationalisé par des arguments de parcours d'intégration et de maîtrise de langue, autant le fait de diviser l'accès entre les plus riches et les plus pauvres est vraiment dommage. C'est un message réducteur. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.

De conclusies van de Europese top van 20 en 21 maart 2025 inzake defensie
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
De gevolgen van de Europese top over Oekraïne voor de Belgische defensie
De Europese top over Oekraïne
De reis van premier De Wever en de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken naar Oekraïne
Het bezoek aan en het steunpakket voor Oekraïne
De steun aan Oekraïne
De zending naar Oekraïne
De Europese defensietop van 27 maart in Parijs en de oorlog in Oekraïne
Europese defensie- en steuninitiatieven voor Oekraïne in maart 2025

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt zijn sterke, langetermijnsteun aan Oekraïne (1 miljard euro extra in 2025, inclusief F-16-leveringen vanaf 2026) en zet in op Europese defensie-integratie via het *ReArm Europe*-programma, gezamenlijke aankopen (40% doel) en industriële samenwerking, met nadruk op munitieproductie in Oekraïne zelf (bv. Thales’ raketfabriek). Praktische uitdagingen (verzekeringen voor defensiepersoneel, afhankelijkheid van VS/NAVO) en strategische spanningen (Franse autonomie vs. Europese eenheid, dubbele jagerprogramma’s) blijven knelpunten, terwijl België zich proactief opstelt in een toekomstige *coalition of the willing* voor vredeshandhaving—mits NAVO-steun en duidelijke mandaten. Transparantie over wapenleveringen blijft beperkt om veiligheidsredenen, maar details volgen achter gesloten deuren.

Darya Safai:

Op 20 en 21 maart bogen de Europese leiders zich in Brussel over de Europese defensie en de steun aan Oekraïne. U verklaarde eerder dat op de vorige Europese top een belangrijk signaal werd gegeven door de bevestiging dat de Europese defensie stelselmatig zal worden opgebouwd.

Op 27 maart organiseerde de Franse president Macron een Europese defensietop in Parijs. Eerste minister Bart De Wever vertegenwoordigde er ons land. Na een eerste editie in Londen begin maart kwam de nieuwe top er na de onderhandelingen in Saoedi-Arabië geleid door de Verenigde Staten met Rusland en Oekraïne over een beperkt staakt-het-vuren. Macron en de Britse premier Starmer proberen samen een coalition of the willing op poten te zetten om Oekraïne te steunen. Voor Macron moeten nu de verschillende niveaus van steun voor Oekraïne worden gedefinieerd, voor wanneer er een vredesakkoord gesloten is. Het gaat om steun aan het Oekraïense leger en eventueel een ontplooiing van troepen.

Tijdens de Europese top herbevestigden de staatshoofden en regeringsleiders hun engagement om extra te investeren in defensie. Ze willen de Europese defensie versterken en verzekeren dat ze Oekraïne kunnen blijven steunen.

Hoe passen deze beslissingen binnen het ReArm Europe-programma, dat de Europese Commissie voorstelde? Hebt u kennisgenomen van het witboek rond de Europese defensie? Welke zijn voor u de voornaamste aandachtspunten? Welke engagementen werden door ons land aangegaan? Wat zijn de gevolgen voor Defensie op korte en lange termijn?

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, de beslissing van de regering om de steun aan Oekraïne niet alleen voort te zetten, maar ook op te trekken, stemt mij zeker tevreden. Dat is een teken van internationale solidariteit. Het is niet te min om te stellen dat Oekraïne op het moment ook onze oorlog aan het uitvechten is. De Oekraïners vechten voor wat wij in Europa belangrijk vinden, voor de waarden van Europa, voor vrije democratie. Dus elke euro die we uitgeven aan Oekraïne, is inderdaad welbesteed. Op dat vlak ben ik het volledig eens met de eerste minister.

Mijnheer de minister, voor de detailvragen verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Ik heb wel nog een bijkomende vraag. Acht u het mogelijk om meer in detail bekend te maken welke steun wij effectief aan Oekraïne geven? Nederland doet dat ook. We hebben het daarstraks al gehad over wat Nederland publiek maakt inzake het NDPP. Ik heb een infografiek van de Nederlandse krijgsmacht bij die heel duidelijk en tot in detail uitlegt welke middelen voor Oekraïne worden uitgetrokken. De meningen zijn wat verdeeld over de vraag of dergelijke informatie publiek gemaakt moet worden. Sommigen stellen dat men moet tonen wat men uitgeeft. Anderen vinden dat die informatie gevaarlijk kan zijn, omdat ook de vijand te zien krijgt over welke middelen Oekraïne beschikt, waardoor de vijand gemakkelijker kan inschatten hoelang Oekraïne nog sustainable is en nog verder oorlog kan voeren. Ik stel u daarom een open vraag, waar ik zelf nog niet helemaal uit ben. In hoeverre kunnen we de effectieve steun die wij aan Oekraïne leveren, gedetailleerd publiek maken? Met die informatie kan het draagvlak bij de bevolking mogelijk ook vergroot worden. Dat vind ik een debat op zich waard, maar omdat ik niet correct kan zeggen of dat publiek gemaakt moet worden, wil ik graag uw inschatting vernemen.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, de vragen die nu aan de orde zijn, gaan over beslissingen op Europese toppen die intussen al meer dan een maand achter ons liggen. In deze snelle tijden lijkt dat soms een eeuwigheid, maar niettemin is het van belang om een duidelijk zicht te krijgen op de steun die we ook vanuit ons land aan Oekraïne geven.

Het is belangrijk om steun te blijven geven, aangezien Oekraïne vecht voor onze waarden. Oekraïne voert uiteindelijk een strijd voor onze democratie. Dat land moet dus echt absoluut op onze steun kunnen blijven rekenen.

Zijn wij op die Europese toppen nieuwe engagementen aangegaan? Heeft de keuze om de middelen van Euroclear of de interesten ervan als NAVO-middelen op te nemen, een effect op de steun die wij bieden? Betekent het dat wij van humanitaire steun naar militaire steun overgaan? Op welke manier positioneren we ons in de debatten over een sterkere Europese defensie en de financiering daarvan? Welke Belgische prioriteiten horen daarbij?

Op de Europese top ging het niet alleen over Oekraïne en defensie en Europese defensie, maar ook over het Midden-Oosten. Op welke manier acht u het aangewezen om de hefbomen uit de EU-Israël-associatie-overeenkomst over de schending van de mensenrechten toe te passen, omdat Israël dat continu aan het doen is. Werd dat ook op de Europese defensietop besproken? Welk standpunt neemt u daarover namens België in?

Voorzitter:

Mevrouw Maouane is afwezig.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, uw bezoek aan Oekraïne, samen met de minister van Buitenlandse Zaken en de eerste minister, stond enerzijds in het teken van steun aan Oekraïne en anderzijds in het teken van de steun aan onze Europese defensiebedrijven. Zij zien in de bewapening van Oekraïne een kans om te investeren in fabrieken in dat land. Met hetzelfde geld kan men in Oekraïne namelijk meer wapens maken. Volgens rekenwerk van denktank Bruegel liggen de productiekosten van drones er bijvoorbeeld rond de 500 euro per stuk. Dat is tot drie keer lager dan in Europa.

U hebt ook een aantal mensen van defensiebedrijven naar Oekraïne meegenomen. We hebben gezien dat Thales, John Cockerill en FN Herstal mee zijn afgereisd. Werden ook Vlaamse defensiebedrijven uitgenodigd om hun mogelijkheden in Oekraïne te bekijken. Welke? Waarom waren ze er wel of niet? Wat is de uitkomst van uw bezoek aan Kiev? Kijkt u zelf ook naar het opstarten van productiesites op defensievlak in Oekraïne over afzienbare termijn? Welke opties werden ter zake besproken? Met welke bedrijven zou dat zijn?

Tot slot, wat is er besproken rond het steunpakket van 1 miljard euro? Wat zal Oekraïne daar concreet mee doen? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, collega Ponthier heeft al gezegd dat u samen met de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken bent afgereisd naar Oekraïne. Ook mijn fractie en ikzelf erkennen ten volle het belang van de solidariteit met de steun aan Oekraïne in zijn strijd tegen de Russische agressor. Het is niet alleen een strijd tussen Oekraïne en Rusland, het is ook een strijd voor onze normen en waarden, voor democratie, voor veiligheid en voor vrijheid, ook voor ons.

Via de pers konden we vernemen dat er dit jaar een nieuw militair steunpakket van 1 miljard euro aan Oekraïne wordt gegeven. Er reisden ook een aantal defensiebedrijven mee, wat een zeer goede zaak is. Het is belangrijk dat we de industrie zoveel mogelijk betrekken, vandaar de volgende vragen.

Mijnheer de minister, wat valt er exact binnen het steunpakket van 1 miljard euro aan Oekraïne? Er zijn een aantal collega's die al gewezen hebben op wat we kunnen zeggen en wat we niet kunnen zeggen, maar er zijn toch al een aantal dingen gezegd. Ik vraag me dan ook af waar we de grens trekken van wat wel en wat niet mag worden meegedeeld in het Parlement of in de media.

Wanneer vertrekken de eerste twee F-16's voor reserveonderdelen? Zijn de leveringen van die twee gevechtsvliegtuigen voor 2026 het minimum? Zal die levering plaatsvinden in het voorjaar of in het najaar?

Voor de overige leveringen van F-16's zijn we afhankelijk van de levering van de F-35 aan België, waar blijkbaar toch wel wat vertraging op zit. Wat is nu de tijdslijn voor de leveringen van de 34 F-35's aan ons land? Wanneer zal de nieuwe vloot gevechtsvliegtuigen volledig zijn?

In verband met de defensiebedrijven, welke akkoorden werden gesloten tussen de Belgische defensiebedrijven en Oekraïne? Het zou onder andere gaan om gezamenlijke wapenproductie en investeringen in productie op Oekraïens grondgebied. Wat is de return van die investeringen voor België? Zijn er bepaalde afspraken gemaakt die ook de defensie-industrie en de productie in ons land zullen versterken?

Ik wil nog even terugkomen op de vennootschapsbelasting op de bevroren Russische tegoeden. Er was sprake van dat we die zullen meetellen voor de defensie-uitgaven hier. Er was eerder ook al sprake van dat we die zouden meetellen voor het militair steunpakket aan Oekraïne. We kunnen dat geld natuurlijk geen twee keer uitgeven. Hoe zit dat nu juist? Waar vallen de bevroren Russische tegoeden juist onder?

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, vous êtes allé avec le ministre des Affaires étrangères et le premier ministre en Ukraine, accompagnés de chefs d'entreprises belges du secteur de la défense. Cela me donne l'occasion de rappeler ici que mon groupe est tout à fait favorable au soutien à l'Ukraine. Il est important, capital, et on ne le répète peut-être pas assez. Je tiens à le redire parce qu'une partie de l'opinion publique se lasse un peu de cette guerre-là. Une partie de l'opinion publique ne comprend pas, par égoïsme, que ce qui se passe en Ukraine a des répercussions chez nous, et que si demain l'Ukraine devait être abandonnée, les conséquences seraient incommensurables pour l'Europe et pour notre pays en particulier. Il faut donc inlassablement rappeler cette nécessité de défendre la liberté et de défendre l'Ukraine. C'est aussi nous protéger de problèmes futurs.

Monsieur le ministre, pouvez-vous rapidement faire un débriefing de cette mission? Des engagements ont-ils été pris par votre département? Les sociétés qui vous ont accompagnés étaient-elles heureuses d'être sur place? Des contacts ont-ils eu lieu? Un bilan est-il à tirer de ces visites?

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, ik val een beetje in herhaling als ik zeg dat er op 27 maart in Parijs topoverleg plaatsvond met enkele Europese leiders, waar de oorlog in Oekraïne en de situatie met Rusland werd besproken. Ook onze premier was bij dat overleg aanwezig. Tijdens die bijeenkomst kwamen drie pijlers voor een veilig Europa naar voren: een sterk Oekraïens leger, een Europese veiligheidsmacht en een beter georganiseerde Europese defensie. De conclusie van dat topoverleg was dat we er alles aan moesten doen om de druk op Rusland hoog te houden. De premier zei niet te geloven dat de woorden van Rusland oprecht zijn, noch dat Rusland zich aan de gemaakte afspraken zou houden. We hopen, aldus de premier, dat ook de Verenigde Staten snel tot die conclusie zullen komen.

President Zelensky voegde daaraan toe dat de Amerikanen voortdurend de voorwaarden aanpassen van de mineralendeal die zij willen sluiten. Ook Amerika blijkt dus geen betrouwbare partner te zijn.

Vandaag zien we dat de oorlog met Rusland financieel voordelig blijkt te zijn voor de arizonaregering, meer in het bijzonder voor het Defensiebudget. Vijf jaar lang rekent Arizona namelijk op meer dan een miljard euro aan jaarlijkse belastinginkomsten uit de bevroren tegoeden geparkeerd bij Euroclear. De regering vertrekt dus van de aanname dat de sancties en daarmee ook het voortdurend conflict met Rusland nog minstens vijf jaar zullen aanhouden.

Mijnheer de minister, ik heb drie vragen voor u. Heeft Europa eigenlijk diplomatieke initiatieven genomen om een vredesakkoord te bereiken op die toppen? Zijn er binnen de coalition of the willing ook veiligheidsopties overwogen die inzetten op duurzame vrede zonder te focussen op de verdere opbouw en inzet van militaire macht? Hoe gaan we dat conflict beëindigen als men niet eens met Rusland aan tafel wil zitten?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, heel kort wil ik vanuit onze fractie zeggen dat het ook voor ons een absolute prioriteit is om Oekraïne te blijven ondersteunen. Dat is absoluut nodig om onze westerse democratie op een stevige manier te verdedigen. Het is ook goed dat ons land heeft toegezegd mee te zullen werken binnen een Europese context, want dat vind ik absoluut de weg die we moeten kiezen. Het is een Europees verhaal. Volle steun voor Oekraïne vinden wij duidelijk de juiste weg vooruit en wij gaan ook volledig akkoord met het bedrag van 1 miljard.

Theo Francken:

Merci beaucoup pour vos questions.

Je retiens de vos questions trois grands thèmes: premièrement, le Livre blanc européen; deuxièmement, le Sommet européen des 20 et 21 mars; troisièmement, la visite en Ukraine. Je vais donc répondre thème par thème.

Ten eerste, over het witboek. Het witboek heeft als doel de Europese Defensie klaar te stomen tegen 2030, zodat we beter gewapend zijn tegen alle mogelijke bedreigingen. De voorgestelde maatregelen moeten de lidstaten aanzetten tot hogere defensie-investeringen, gezamenlijke aankopen stimuleren en beter inspelen op de noden van de industrie.

La Belgique approuve les sept capacités phares prioritaires que les É tats membres de l'Union européenne devraient développer ensemble.

Daarnaast wordt het voorstel gedaan van een defensieomnibus, bedoeld om administratieve procedures en regels te vereenvoudigen en de kruiscertificiëring van defensieproducten te bevorderen. Tevens bevat het witboek een strategie om de militaire strategie aan Oekraïne op te voeren op basis van het voorstel van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Kaja Kallas. Quote: verhoogde militaire steun voor Oekraïne.

Dit pleit voor de integratie van Oekraïne in de militaire mobiliteit van de EU-defensie-industrieprogramma's en Pescoprojecten. België draagt hieraan al bij via het Kallasplan, onder meer door onze steun aan het Tsjechische munitie-initiatief. Voorts voorziet het witboek in een leenfaciliteit van 150 miljard, onder de naam Securitiy and Action for Europe (SAFE,) ter ondersteuning van gezamenlijke aankopen. Daarnaast is het mogelijk de nationale ontsnappingsclausule in het Stabiliteits- en Groeipact te activeren voor defensie-uitgaven tot 1,5 % van het bbp, verspreid over 4 jaar. Bovendien geldt er een gezamenlijke inkoopdoelstelling van minstens 40 %.

België ziet in deze vlaggenschipprojecten een kans voor zowel onze krijgsmacht als voor onze economie. Dit geldt in het bijzonder voor domeinen als militaire mobiliteit, luchtafweersystemen, systemen voor diepe precisieaanvallen, cyberveiligheid en de bescherming van kritieke infrastructuur.

Voor de Belgische defensiebedrijven betekent de defensieomnibus een belangrijke stap vooruit. De kruiscertificiëring van de capaciteit biedt eveneens voordelen. Maatregelen die gericht zijn op de overgang naar een gemeenschappelijke Europese defensiemarkt, zoals de herziening van de EU-richtlijnen inzake defensieaanbestedingen en intra-Europese overdrachten, zijn bovendien cruciale stappen die aansluiten bij enkele van de ambities uit het regeerakkoord. Als we de Europese defensiemarkt willen verbeteren en minder types van bepaalde producten willen, want het is soms echt belachelijk hoeveel types er bestaan, zullen we de kruiscertificiëring moeten doen en ook een aantal richtlijnen aanpassen. Daar is men nu mee bezig.

Wat niet betekent dat het dan allemaal opgelost zal zijn. Ik wil toch nog even in herinnering brengen dat het interessant is te kijken naar de hoorzitting met de baas van Dassault, vorige week in de Franse Senaat. Ik zal het fragment online zetten waarin hij over het SCAF-project zegt dat de Franse strategische autonomie van het hoogste belang is. Hij had het dus niet over de Europese strategische autonomie. De Franse strategische autonomie! Ik wil dat toch even zeggen. Voor sommige Europese lidstaten, en zeker voor Frankrijk, is alles wat defensie aanbelangt gewoon een essentieel onderdeel van hun buitenlands beleid en van hun internationale veiligheidsbelangen. En dus het delen van bepaalde technologieën en geheime sleutels enzovoort ... Het is ook daarom dat zij zo ongeveer de enigen zijn die inzake nucleaire capaciteit volledig autonoom kunnen opereren. Dat vloeit voort uit de beslissing van generaal De Gaulle, lang geleden, naar aanleiding van de Suezcrisis, waarvan de Fransen nu zeggen: “Zie je wel dat we gelijk hadden? Zie je wel dat we altijd gelijk hebben gehad?” Ik denk dus niet dat we er al helemaal zijn. De beste voorbeelden daarvan zijn volgens mij het Future Combat Air System (FCAS) en het Tempestprogramma, twee Europese programma's. We gaan een nieuwe fighterjet maken, sixth generation .

Iedereen praat maar over Europese defensie. Voor sommigen is dat zelfs het absolute walhalla. Als we dat bereiken, dan kunnen de NAVO en die Amerikanen overboord. Nu, voor de huidige president Trump bestaat er natuurlijk weinig steun in het land, maar om dan maar te zeggen dat alles van Europa moet komen. Het grootste ontwikkelingsprogramma op Europees niveau? Dat is er niet één, dat zijn er twee. We weten immers allemaal dat luchtmachtprogramma's de duurste zijn. Dat zijn er dus twee: het Frans-Duitse SCAF/FCAS en het Brits-Italiaanse Tempest. Misschien kunnen we beginnen met daar één programma van te maken. De ontwikkelingskosten bedragen 60 miljard euro per programma. Voor 350 toestellen per programma. Reken maar uit! Een F-35 is een koopje in vergelijking met de volgende generatie fighterjets !

Het moet en het zal echter Europees zijn en voor sommigen mag dat tegen elke prijs. “We betalen dat, want het is Europees, joepiejee!” Ik denk toch dat we nog heel veel werk hebben en dat we vooral met onszelf moeten beginnen. Misschien moeten we maar eens minder naar de andere kant van de Atlantische Oceaan verwijzen en beginnen in Europa. Voor mij is dan de hoogste inzet één ontwikkelingsprogramma – één, geen twee – voor de volgende generatie fighterjets , straaljachten of jachtvliegtuigen, pardon. Excuse me for my English , dat niet altijd even goed is.

Het volgende thema is de trip naar Oekraïne en de Belgische militaire steun aan Oekraïne. Wat is de stand van zaken en wat zijn de toekomstplannen?

Tijdens het bezoek aan Kiev en de ontmoeting met president Zelensky kondigde België een nieuw militair steunpakket van 1 miljard euro aan voor 2025. De details van dit pakket worden momenteel verder uitgewerkt, maar het omvat onder meer directe bilaterale militaire steun, evenals bijdragen aan diverse internationale capaciteitscoalities. Exclusief dit nieuwe pakket heeft België sinds 2022 al voor 1,25 miljard euro aan militaire uitrusting aan Oekraïne geleverd. Inclusief humanitaire hulp stijgt dit bedrag tot 2,2 miljard euro.

België blijft gerichte steun verlenen via internationale coalitiemechanismen. Dit omvat onder meer gespecialiseerde training van F-16-technici en ondersteuning bij het F-16-beheer. In 2025 zal België reserveonderdelen van 1 à 2 F-16’s doneren, gevolgd door de levering van de eerste twee operationele straaljagers in 2026. De inzet is helder, zodra België F-35’s ontvangt, krijgt Oekraïne F-16’s.

Wat betreft internationale capaciteitscoalities levert België al bijdragen aan zes van de acht bestaande coalities, waaronder die voor luchtmacht, luchtverdediging, artillerie, marine, IT en mijnopruiming. Recent werd de Belgische steun hernieuwd voor de door Tsjechië geleide munitiecoalitie. Twee weken geleden heb ik de Tsjechische minister ontvangen in het NAVO-hoofdkwartier, of eigenlijk ben ik door hun delegatie ontvangen. Maar dat geldt ook voor de door Estland geleide IT-coalitie. Twee weken geleden heb ik die brief met de Estse collega ondertekend, want de vorige regering had dat nog niet opnieuw bevestigd.

De Europese EUMAM-missie wordt door België gezien als het primaire platform voor de militaire training van Oekraïense strijdkrachten. België ondersteunt het Europese voorstel om deze missie in Oekraïne zelf verder uit te breiden.

Daarnaast onderschrijft België het voorstel van de Europese Commissie, zoals opgenomen in het witboek, om Oekraïne te behandelen als een de facto EU-lidstaat bij gezamenlijke defensieaankopen en subsidiëring. België pleit voor nauwere business-to-business relaties tussen Oekraïense en Europese ondernemingen, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote bedrijven. In dit kader steunt België ook de opname van Oekraïne in het European Defence Industry Programme (EDIP), dat in 2025 gelanceerd wordt.

België toont zich ook tevreden over het Memorandum of Understanding voor militair-technische samenwerking, dat op 24 januari 2024 werd ondertekend om de samenwerking tussen de Oekraïense en Belgische defensie-industrieën te versterken.

Tijdens het bezoek aan Oekraïne reisden tien prominente Belgische defensiebedrijven mee die allen reeds actief waren in dat land. In Kiev werden concrete overeenkomsten gesloten, waaronder – dit is niet exclusief, maar dit zijn de overeenkomsten die kunnen worden bekendgemaakt – een letter of intent tussen Sabena Engineering en Ukranian Defence Industry GSC voor het onderhoud van F-16’s in Oekraïne. Een tweede overeenkomst betreft een memorandum of implementation of MOI tussen Thales Belgium en SDB AME voor de productie van 70 mm-raketten ter ondersteuning van de strijd tegen drones.

Dat is inderdaad een productiefaciliteit in Oekraïne. Ik zal ze binnenkort proberen te bezoeken. De faciliteit zou de moeite zijn. Dat bezoek is niet gelukt tijdens de trip, omdat de heer Prévot een veel te drukke agenda in België had. Hij moest dus tijdig terug zijn in België. Anders waren wij sowieso daar ook langs geweest. Dat was nu niet mogelijk, maar ik zal dat zeker nog doen.

Les entreprises qui ont participé à cette journée de l’industrie de défense belgo-ukrainienne sont Sabena Engineering, Thales Belgium, Patria Belgium Engine Center, John Cockerill Defense, FN Browning, Sioen, OIP, Exail, ILIAS et K&S Belgium.

Daar zijn dus ook Vlaamse bedrijven bij. Het zijn de grote jongens, die het graag wilden. Het zijn bedrijven die al handel drijven met Oekraïne. Het event is heel goed verlopen. Tijdens de terugreis op de trein ben ik samen met de eerste minister en minister Prévot bij al die mensen langsgegaan. Wij hebben een goed gesprek kunnen voeren met al die bedrijfsleiders. Ik denk dat zij het erg gewaardeerd hebben dat ze even met de eerste minister hebben kunnen praten.

We hebben ter plaatste een goede persconferentie gegeven in een kelder. Men gaat daar constant van kelder naar kelder. We hebben een demonstratie gekregen van wat de Oekraïners hebben aan drones. Dat was indrukwekkend. Dat materiaal stond opgesteld in kelders onder hotelgebouwen aan -2 °à -5 °C en wordt verhuisd in de stad. Het is ongelooflijk wat daar allemaal ondergronds gebeurt. Ze zijn natuurlijk heel bang van raketten uit Rusland.

We hebben daar een groot rondetafelgesprek georganiseerd. De pers was uitgenodigd. We hadden geen pers meegenomen. Er waren enkele cameraploegen die zelf op accreditatie ter plaatse waren geraakt. Wij hadden ervoor gekozen geen persmensen mee te nemen. De eerste minister wou dat absoluut niet. Ikzelf had daar geen problemen mee, maar bon, hij wou dat niet … (Hilariteit in de zaal)

We hebben nog veel werk met de defensie-industrie. U moet begrijpen dat de bedrijfsleiders hun industrie willen uitbouwen in Oekraïne, maar er bestaan enkele praktische problemen. Onze bedrijfsleiders uit de defensiesector gaan ter plaatse, maar de vraag is of zij verzekerd zijn. Wat gebeurt er indien zij worden aangevallen of wanneer iemand sterft wegens een raket- of een droneaanval? Vannacht was er nog een aanval in Odessa. Constant wordt er nog aangevallen. Het gaat eigenlijk om een staakt-het-vuren op papier. Dus wie verzekert die werknemers? Bijna niemand wil dat doen.

Wij zijn daarvoor een oplossing aan het zoeken. De vraag werd gesteld of die werknemers als reservist ingeschreven konden worden. Men kan ze echter niet als militair sturen, want dan is men betrokken bij een oorlog, als iets misloopt. Daar moet dus goed over worden nagedacht. Het gaat om kleine, praktische zaken die gemakkelijk op te lossen lijken. Niet alleen ons land, maar ook andere landen kampen met die problemen. Een goede verzekering is nodig, dat is evident.

Veel werknemers staan niet te springen om naar Oekraïne te gaan, eerlijk gezegd. Ze verkiezen hier in hun bedrijf te blijven dan in Oekraïne gedurende zes maanden een productie-eenheid op te starten. Dat is begrijpelijk. Het gaat om een land in oorlog. Wij zijn dat niet gewoon, veel van die werknemers zijn dat ook niet gewoon.

Er is dus nog veel werk aan de winkel. De benadering was volgens mij zeer positief. Ik denk dat president Zelensky dat miljard heeft gewaardeerd, maar nog veel meer het feit dat we met die bedrijfsleiders ter plaatse zijn gegaan. We hebben goodwill getoond om samen business te doen en expertise uit te wisselen. Ik hoop dat dat zo goed zal blijven lopen.

President Zelensky heeft ons zeer hartelijk onthaald en heeft veel tijd voor ons uitgetrokken, voor de eerste minister natuurlijk. We hebben daar tijdens een lunch over heel wat gepraat. Het gesprek was zeer openhartig, in tegenstelling tot wat ik had verwacht. President Zelensky heeft echt diepgaand gepraat over issues waarover men dagelijks in de krant leest. Ik kan niet alles onthullen, maar zijn openhartigheid en transparantie zijn me sterk bijgebleven.

Tot slot was het derde thema de coalition of the willing en de bijeenkomst in Parijs. Er was twee weken geleden ook een bijeenkomst in het kader van de NAVO waarop ik aanwezig was. De gesprekken in Parijs rond de coalition of the willing stonden in het teken van de versterking van de steun aan Oekraïne en de voorbereiding van mogelijke vredeshandhavingsmaatregelen. De bijeenkomst werd op 27 maart bijgewoond door vertegenwoordigers van 31 landen en had tot doel de concrete bijdrage van elk land af te stemmen en te coördineren. Ter verduidelijking, ik was niet aanwezig op die vergadering. Ik was wel aanwezig op de vergadering van de zogenaamde Ramsteingroep hier in het NAVO-hoofdkwartier.

Die Ramsteingroep werd altijd geleid door de Amerikanen. Zij willen dat echter niet meer doen en nu zijn het de Britten en de Fransen die dat gezamenlijk doen. Een centraal discussiepunt was de mogelijkheid om Europese veiligheidstroepen naar Oekraïne te sturen zodra er een vredesakkoord met Rusland is bereikt. Hoewel er nog geen definitieve beslissingen zijn genomen, bestaat er brede steun voor het principe dat elk akkoord gepaard moet gaan met robuuste veiligheidsmaatregelen ter bescherming van Oekraïne. Hoe deze maatregelen per land ingevuld worden, verschilt echter sterk.

België is bereid verantwoordelijkheid te nemen binnen de coalitie, op voorwaarde dat er brede steun voor en actieve deelname aan een militaire inzet is. België vraagt ook dat de NAVO en de VS logistieke en inlichtingenondersteuning voorzien, evenals een backstop voor de eventuele inzet van troepen op het terrein. Een heel grote discussie is natuurlijk wat er gebeurt wanneer de troepen worden aangevallen. Zal men dan Rusland de oorlog verklaren of wat gaat er dan gebeuren? Welke rol België precies op zich zal nemen binnen een mogelijke vredes- of regeneratiemissie hangt af van de uiteindelijke invulling, noden en vorm van de operatie en wordt momenteel verder onderzocht en besproken. Zoals ik heb gezegd, gebeurt dat onder leiding van de Fransen en de Britten samen met alle CHOD's van de betrokken landen. Om veiligheidsreden en uit discretie kunnen hierover geen verdere details worden gegeven.

De Europese inspanningen hangen ook sterk samen met het mogelijke succes van de Amerikaanse bemiddeling in het streven naar een full ceasefire met Rusland. Vandaag is daarvoor een heel belangrijke dag, dus we wachten af wat er verder zal uitkomen.

Le président français Emmanuel Macron a appelé à l'unité européenne et a souligné que le soutien à l'Ukraine devait être maintenu aussi longtemps que nécessaire. Selon lui, le maintien des sanctions contre la Russie reste également crucial pour faire pression. Le chancelier allemand Olaf Scholz a partagé ce point de vue et a mentionné que la levée des sanctions serait une grave erreur.

Voorts werd besproken op welke manier de coalitie Oekraïne bijkomend kan ondersteunen met militaire training en materieel om de verliezen van het Oekraïense leger aan te vullen. Dat is essentieel voor het versterken van de Oekraïense eerste verdedigingslinie tegen toekomstige Russische agressie.

De coalition of the willing is vastberaden om Oekraïne blijvend te ondersteunen. Tegelijk is het duidelijk dat een bijkomende concretisering nodig is om de geplande maatregelen te verfijnen en op te schalen.

Collega’s, basically is België behoorlijk forward-leaning om deel te nemen aan een dergelijke coalition of the willing . Ik weet dat sommige partijen dat totaal niet zien zitten. Wij zijn daar wel voorstander van. Ik blijf dat zeggen. Ik heb dat helemaal in het begin verklaard in een interview. Daarvan is behoorlijk wat misbruik gemaakt om te beweren dat wij Vlaamse jongens en zonen zouden laten sterven in Oekraïne. Een en ander is echter in het kader van een vredesakkoord en een ceasefire .

Dat standpunt is ondertussen bevestigd door de eerste minister. Er is minder fuzz over dan toen. Het standpunt is echter niet gewijzigd. Ik blijf bij wat ik toen heb verklaard. Wij zijn forward-leaning . Wij zullen zien wat wij doen. Komt er een vredesakkoord? Komt er een ceasefire ? Komt er een inzet van een coalition of the willing ? In dat geval zullen wij bekijken wat wij gaan doen. Nu wordt volledig uitgewerkt wat wij kunnen doen, wat de verschillende scenario’s zijn en welke capaciteit wij kunnen leveren. Dat is militair geheim en kan ik hier dus niet delen. Een en ander is echter heel concreet.

Als er deze week een akkoord zou komen, dan zal er ook onmiddellijk worden gepraat over veiligheidsgaranties en zullen de Fransen en de Britten de lead nemen van een dergelijke coalition of the willing , waarbij het gaat over een inzet die er relatief snel kan komen. Hoogstwaarschijnlijk zal er daarbij ook een Belgische deelname zijn.

Mijnheer de voorzitter, zodra dat dat moment er is, moet een en ander worden beslist binnen de regering. Zodra dat in de regering is beslist, zal ik natuurlijk zo snel mogelijk naar het Parlement komen om toelichting te geven. Dat is evident. Dat zal in de commissie voor de opvolging van de militaire missies zijn maar waarschijnlijk ook in de commissie voor Landsverdediging, deels publiek en deels achter gesloten deuren, om toelichting te geven bij wat wij daar exact zullen doen, waar wij gestationeerd zullen zijn en welke militaire inzet wij juist zullen leveren. Dat proces is volop bezig. U hoort er misschien minder over, maar die gesprekken zijn heel hard bezig achter de schermen.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik val in herhaling als ik zeg dat ik blij ben met de steun van ons land aan Oekraïne. Collega's, beschouw dit als een les voor de toekomst. Als wij in 2014 een duidelijk en sterk antwoord hadden gegeven op de invasie van Rusland in de Krim, dan was dit vandaag misschien niet gebeurd. Wij moeten Oekraïne blijven steunen en autocratieën als Rusland, Iran, China en Noord-Korea duidelijk laten zien dat wij samen sterker dan ooit staan en dat wij ons ook kunnen verdedigen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, mij is in dit actualiteitsdebat niet duidelijk geworden wat nu eigenlijk het standpunt is van het Vlaams Belang over de steun aan Oekraïne. Dat is wel heel vreemd. Men stuurt persberichten uit zeggende dat de steun aan Oekraïne onverantwoord en gevaarlijk is. Ik heb mevrouw Ponthier dat hier vandaag niet horen herhalen. Het is heel duidelijk dat het Vlaams Belang daar een beetje op twee benen hinkt. Dat op zich is gevaarlijk. De steun aan Oekraïne in twijfel trekken en persberichten uitsturen om het draagvlak daarvoor bij de bevolking te proberen onderuit te halen is echt gevaarlijk.

Het is onze taak als democratische politici om mensen uit te leggen waarom het belangrijk is dat wij de steun aan Oekraïne voortzetten. Die mensen zijn momenteel aan het vechten voor de waarden die wij in Europa verdedigen. Dat mogen we nooit vergeten. Dat is absoluut heel belangrijk. We zullen dat moeten blijven doen de komende jaren, zolang het nodig is.

Ik ben ook heel tevreden dat we momenteel niet veel horen over de specificiteit van de inzet van mogelijke troepen bij een eventueel vredesakkoord. Dat is een teken dat daar achter de schermen goed aan gewerkt wordt. Het zou heel dom zijn om dat nu voor de schermen te doen.

Het is echter evident dat het ook voor Vooruit een kwestie van solidariteit is. Als die vraag ooit komt – en laten wij hopen dat die er zo snel mogelijk komt – dan moet België daarin zijn rol spelen en moeten wij solidair zijn met onze partners en vooral met Oekraïne.

Mijnheer de minister, met betrekking tot de details verwees ik naar een infographic van de Nederlandse krijgsmacht. U bent daar niet verder op ingegaan. Dat is misschien iets voor een verder debat, daarover kunnen we het later nog hebben. Ik had graag geweten – maar het kan later – of het verstandig is om dergelijke dingen tot in detail te delen.

Theo Francken:

Dat is door meerdere collega's gevraagd. De tabel met wat we precies zullen leveren, is nog niet 100 % afgeklopt. Op het moment dat die is afgeklopt, kan die eventueel achter gesloten deuren worden gedeeld, of openbaar, maar dat moet ik bespreken met mijn adviseurs.

Voorzitter:

Of in de commissie Opvolging van de militaire missies.

Axel Weydts:

Dank u. Dat lijkt mij heel verstandig.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. We moeten Oekraïne blijven steunen. Dat wordt door veel partijen gedragen en er bestaat daarover bij de grote meerderheid geen discussie.

We moeten verder gaan en durven kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat we minder afhankelijk worden van onder andere Rusland op het vlak van olie en gas. Daarop besparen en die omslag maken, zal ook een belangrijk instrument zijn om onrechtstreeks de oorlogskas van Rusland te treffen. We kunnen daarop nog meer inzetten dan we vandaag al doen.

Op mijn vraag over de steun en de rol die de middelen van Euroclear daarin spelen, heb ik, tenzij ik het gemist heb, geen antwoord gekregen. Betekent dit dat die steun, die vandaag ook naar humanitaire projecten in Oekraïne gaat, wegvalt nu die onder de NAVO-norm wordt gezet? Ik zal daarover dus opnieuw vragen moeten indienen tot we daar zicht op krijgen. Hetzelfde geldt voor het lijstje van zaken waarin we zullen investeren, maar evengoed met welke middelen en welke humanitaire steun we blijven bieden. Ik vind het belangrijk dat we Oekraïne op die manier blijven steunen.

Wat betreft uw vragen over meer Europese samenwerking, het is mij niet helemaal duidelijk of u voor meer Europese samenwerking bent of niet en of dat u dat nog totaal onmogelijk acht, maar ik meen dat dit toch echt the way to go is.

Theo Francken:

Ik ben daarvoor, maar ik ben realistisch. Ik zeg u dat het grootste Europese onderzoeksprogramma dat loopt heel verdeeld is, heel duur en heel slecht loopt en geen goed voorbeeld is. In die zin denk ik dat we goed moeten kijken hoe we dat kunnen verbeteren. Ik hoop dat dit de komende weken zal gebeuren.

Ik kijk enorm uit naar het toekomstige Duitse regeerakkoord en zal het luik defensie aandachtig lezen. Duitsland maakt immers deel uit van SCAF. Wat zullen de Duitsers doen? Als we het effectief zo zullen aanpakken dat we twee projecten doen met 350 toestellen, dan is dat onbetaalbaar. Dat kan zo niet verder. Nogmaals, luister naar wat de baas van Dassault vorige week in de hoorzitting van de Franse Senaat zei over het strategisch belang van de wapenindustrie in Frankrijk en hoe dat precies wordt gepercipieerd bij Dassault. Basically zei hij dat Dassault dat toestel helemaal alleen kan maken, dat het daarvoor niemand nodig heeft. Hij vroeg zich af waarom hij al die geheimen zou moeten delen met andere landen, waarmee hij voor alle duidelijkheid Europese naties bedoelde. Bij grote industriële bazen – Dassault is geen kleine speler, maar echt een van de grote jongens in Europa – is er dus nog altijd veel weerstand. We moeten ons goed realiseren dat we enerzijds een politiek discours hebben van meer Europese samenwerking, maar anderzijds soms een heel ander discours op het terrein tussen de grote defensiebonzen, tussen de technologische strijders. Daarvan moeten we ons bewust zijn.

Ik ben voorstander van Europese samenwerking, want ik vind het heel vreemd dat uit mijn uitspraken geconcludeerd zou kunnen worden dat ik daar tegen ben; dat is absoluut niet juist. Wel ben ik realistisch en ik probeer mij te informeren op basis van dossierkennis en over hoe een en ander effectief werkt op het terrein. In dat opzicht zie ik een groot verschil tussen het politiek discours en datgene wat op het terrein gebeurt, en dat betreur ik, voor alle duidelijkheid.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, bedankt voor de opheldering, dat u voor meer Europese samenwerking bent. Dat is prima. Het realisme, de voetnoot die u daarbij plaatst, mis ik wel zodra het gaat over de F-35 en de Amerikaanse steun. De Amerikaanse president zegt namelijk dat hij minderwaardige toestellen zal leveren aan de partners, of dat hij dat alleszins overweegt. Ik vraag me af of de Europese Unie in zijn ogen zelfs nog een partner is. Ik vind dat we daarin evengoed realistisch moeten zijn en een evenwicht moeten blijven bewaren. Maar ik ben zelf ook absoluut voor meer Europese samenwerking. Daar kan ik mij geheel achter scharen.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, dank voor uw uitgebreid antwoord. Het staat buiten discussie dat de defensie-industrie, zeker ook op Europees vlak, maximaal ondersteund moet worden. Ook is het goed dat er op het terrein productiesites worden opgezet, waarvan we binnenkort zullen zien wat dat concreet zal inhouden. Het opzetten van die productiesites is goed, al was het maar om de afhankelijkheid van andere internationale partners waar mogelijk af te bouwen.

Ik heb niet precies begrepen of de Vlaamse bedrijven, onder andere Sioen en OIP, al dan niet concrete deals hebben afgesloten.

Theo Francken:

Niet alle deals konden publiek gemaakt worden.

Annick Ponthier:

Goed, daar valt dus nog wel wat te onderzoeken. Ik denk dat het belangrijk is dat u de Vlaamse industriepartners op dat vlak niet uit het oog verliest, opdat zij zich ook maximaal kunnen inschakelen in verschillende elementen van het samenwerkingsakkoord. We weten immers dat Vlaamse defensiebedrijven ook zeer belangrijke innovatieve en hoogtechnologische defensietoepassingen uitwerken. Op dat vlak mogen we geen kansen onbenut laten.

Collega Weydts, ik weet niet waar u het haalt. Wij hebben vanaf dag één Oekraïne ondersteund. U kunt dat nakijken in alle debatten die hier in dit Huis hebben plaatsgevonden. U kunt ons natuurlijk ook de vraag stellen. We zijn collega's. U kunt altijd verduidelijking vragen. Mocht u een bepaald persbericht fout begrepen hebben, wil ik dat uiteraard voor u uitklaren. Maar nogmaals, wij hebben Oekraïne vanaf dag één ondersteund, in alle initiatieven die deze regering heeft genomen. De steun van 1 miljard die hier voorlag, is natuurlijk van een andere orde. Daar valt wel een en ander over te zeggen. Dit terzijde.

Ik dank nogmaals de minister voor de concretisering van zijn antwoorden. We zullen dit sowieso verder opvolgen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, dank u voor uw duidelijke en uitgebreide antwoord.

Ik heb vernomen dat de details van het steunpakket nog worden uitgewerkt, maar dat die ons, hetzij publiekelijk, hetzij achter gesloten deuren, later meegedeeld zullen worden zodra ze afgeklopt zijn. Dat is een goede zaak.

Over de tijdslijn van de F35 hebt u niet geantwoord, maar ik moet eerlijk toegeven dat dit thuishoort in een ander debat, maar dat zal voor een andere keer zijn.

Wat de bedrijven betreft, hebt u gezegd dat er 10 bedrijven mee geweest zijn en dat er 2 akkoorden afgesloten zijn, maar dat het geen exclusieve lijst betrof. Ik meen dat dit een zeer geslaagde zet was. Als we het immers over de rol van de Europese Unie hebben, gaat het voor mij in de eerste plaats daarover, namelijk de defensiebedrijven in Europa op elkaar afstemmen en samenwerken. Sommige collega's horen dat niet graag. Maar onze economie moet ook draaien. In Europa moet die ook draaien. Dat is een deel van de strategische autonomie. We moeten op eigen benen kunnen staan, ook met onze defensie-industrie. Het is dus goed dat er 10 bedrijven mee geweest zijn en dat er akkoorden afgesloten zijn. Ik hoop daar in de toekomst nog wat meer details over te vernemen.

Philippe Courard:

Monsieur le ministre, je vous remercie. Je pense que vous avez eu des réponses assez complètes sur l’ensemble des questions.

Je profite quand même de l’occasion pour rappeler que l’Europe ne peut compter que sur elle-même. Les Américains, malheureusement, nous l’ont démontré au quotidien depuis quelques mois, depuis l’arrivée notamment de M. Trump. Nous avons été lâchés par les Américains. Cela nécessite véritablement une défense européenne de qualité.

Je voudrais aussi souligner, comme député fédéral belge, que quand on parle des entreprises, certains évoquent toujours certaines entreprises situées dans une Région plutôt que dans une autre. Je pense que nous devons avoir une approche globale sur l'ensemble du pays.

S'il y a un bénéfice à tirer pour l'emploi et pour les entreprises, c'est sur l'ensemble du pays qu’il faut compter. Toutes les entreprises sont de qualité et peuvent offrir les services qui sont nécessaires par les temps qui courent. Certains qui font parfois des reproches au Sud du pays en termes d'emploi, de chômage, etc., devraient se réjouir que les entreprises du Sud du pays soient performantes en matière de défense.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, u sprak over gesprekken achter de schermen over eventuele vredestroepen. Ik hoop dat de gesprekken achter de schermen ook over vrede mogen gaan, over echte vredesonderhandelingen, niet alleen achter de schermen, maar ook voor de schermen, want ik maak me eigenlijk zorgen over het voortzetten van deze oorlog. Hoe lang gaat die nog duren?

De regering rekent immers op de inkomsten van Euroclear. Nog vijf jaar lang rekent men zich rijk met de inkomsten van Euroclear. Met andere woorden, men gaat er precies van uit dat de oorlog nog vijf jaar zal duren of vijf jaar moet duren. Onlangs, vandaag ook, heeft Rusland de intentie getoond om de wapens kortstondig neer te leggen tijdens een paasbestand van 30 uur. Jan Balliauw van het Egmont Institute en een ex-VRT-journalist, zei daarover dat dat bestand hem niet erg serieus lijkt en dat Poetin vooral wil tonen dat Rusland nog altijd bereid is om verder te praten over een bestand. Dat zijn zijn woorden.

Momenteel aast de VS eigenlijk op de grondstoffen in Oekraïne, terwijl Trump Poetin opnieuw aan de onderhandelingstafel probeert te krijgen, bijvoorbeeld met als voorwaarde het bevriezen van nieuwe wapenleveringen. Wat doen wij? Wij trekken 1 miljard euro uit voor militaire steun, terwijl extra wapenleveringen de oorlog zullen verlengen. Meer wapens zijn meer doden, meer economische en milieuschade. Jan Balliauw voegde daaraan toe dat de Europese Unie en Rusland dringend en beter met elkaar moeten communiceren. Ik citeer hem opnieuw: "De communicatie van Europa gaat nu te vaak alleen nog maar over het bewapenen tegen Rusland."

Ik sluit mij daarbij aan. Onderhandelingen zijn noodzakelijk om tot een duurzame vrede te komen. Verdere bewapening is niet de oplossing voor deze verschrikkelijke oorlog. Ik hoop van harte dat er heel snel werk kan worden gemaakt van een echt vredesakkoord.

Luc Frank:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je reviens à la date du 27 mars, date à laquelle le Conseil européen réaffirmait le soutien de l'Union européenne à l'Ukraine. Malheureusement, une fois de plus, la Hongrie, en mouton noir, a refusé de se joindre au consensus et a préféré soutenir M. Poutine. On peut d'ailleurs se poser la question de savoir comment la coopération avec la Hongrie reste possible en matière de défense. Face au risque d'arrêt de l'aide militaire américaine, il était essentiel que les Européens réaffirment leur soutien et tant pis si cela irrite certains membres de l'administration américaine. C'est pourquoi je suis heureux que la mission en Ukraine du premier ministre et des ministres des Affaires étrangères et de la Défense ait été un tel succès. Il est important que des contrats aient été conclus entre des sociétés de notre industrie de l'armement et des sociétés ukrainiennes. Dans une perspective d'élargissement de l'Union européenne à l'Ukraine, il est bien d'intégrer nos industries du secteur de la défense. Je suis également content d'entendre que la Belgique prendra ses responsabilités en cas d'accord de paix en Ukraine. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.18 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 18.

De financiering van de Palestijnse Autoriteit
De jongste ontwikkelingen in het conflict tussen Hamas en Israël
De situatie in Gaza
De update van het pay-for-slayprogramma en duurzame vrede
De demarche van België bij het ICJ over de genocide in Gaza
De situatie in Gaza
De luchtaanvallen van Israël op Libanon
De sancties tegen Israël
De opheldering van het regeringsstandpunt over Israël en Palestina
De Israëlische aanvallen op ziekenhuizen en ambulances in Libanon
De situatie in Gaza
De aanvoer van humanitaire hulp naar Gaza
Het systematisch inkrimpen van het grondgebied van de Gazastrook voor de Palestijnse bevolking
Het verder escalerende geweld van Israël tegen de inwoners van Gaza
De oorlog in Gaza
Het Israëlisch-Palestijns conflict, Gaza, humanitaire crisis en internationale reacties

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende crisis in Israël-Palestina, met focus op Gaza, de Westbank en Libanon, en de rol van België en de EU. België wordt bekritiseerd voor dode woorden zonder daden: ondanks herhaalde oproepen tot staakt-het-vuren, humanitaire hulp (geblokkeerd sinds 2 maart), sancties tegen Israël (o.a. opschorting associatieakkoord EU-Israël) en erkenning van een Palestijnse staat, blijft concrete actie uit. Minister Prévot bevestigt wel diplomatieke druk (VN, EU) en financiële steun (27M€ in 2024, 70M€ via Enabel), maar sancties (bv. wapenembargo) en erkenning Palestina (symbolisch vs. strategisch moment) blijven onderwerp van intern en Europees dispuut. Pay-for-slay (beloningen voor terroristen) zou hervormd zijn, maar wantrouwen blijft over de Palestijnse Autoriteit. Libanon dreigt als nieuw front, met vragen om VN-onderzoek naar oorlogsmisdaden en steun aan FINUL.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, door de focus op de oorlog met de jihadisten van Hamas in Gaza zou men bijna vergeten hoe verderfelijk ook Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit is. Mahmoud Abbas, ook wel bekend als Abu Mazen, is de antisemitische president van de Palestijnse Autoriteit op de zogenaamde Westbank, die eigenlijk Judea en Samaria heet. Deze Arabische tiran en kleptocraat is al 20 jaar aan de macht en weigert verkiezingen te organiseren.

Abbas is in wezen een jihadist in maatpak. Pas nog verklaarde hij financiële beloningen te zullen blijven uitbetalen aan moslimterroristen die onschuldige mensen in Israël afslachten. "Al is het onze laatste cent", voegde Abbas eraan toe. Concreet gaat het om het uitbetalen van maandelijkse salarissen aan Palestijnse moslimterroristen en hun families om hen te belonen voor een jihadistische moordpartij of terreuraanslag.

Dat is het zogenaamde pay-for-slay-systeem. Daarmee worden Palestijnse moslims door de Palestijnse Autoriteit van Abbas gestimuleerd om zoveel mogelijk onschuldige joden te vermoorden en een zogenaamde martelaar te worden. Adolf Hitler zou er trots op zijn.

Israël heeft dan ook elke dag de handen vol met het verijdelen van jihadistische aanslagen die worden gepland en georganiseerd vanuit de zogenaamde Westbank. Israël moet dan ook constant proberen om moorddadige moslimterroristen tegen te houden die vanuit de zogenaamde Westbank Israël proberen te infiltreren.

Mijnheer de minister, wat is uw reactie daarop?

Hoeveel geld vloeit er jaarlijks rechtstreeks en onrechtstreeks vanuit België naar de Palestijnse Autoriteit en naar projecten van de Palestijnse Autoriteit op die zogenaamde Westbank?

Last but not least, zal de regering eindelijk de geldstroom naar die Palestijnse terrorismesponsor stopzetten?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vais synthétiser les deux questions que je vous avais adressées.

Depuis notre dernier échange, la situation à Gaza reste extrêmement grave. Après la rupture du cessez-le-feu par Israël, les bombardements ont repris de plus belle et s'intensifient de jour en jour, et le nombre de victimes ne cesse d'augmenter.

La position de mon groupe à cet égard n'a pas changé. Depuis le début de ce conflit, nous continuons à plaider plus que tout pour la fin des hostilités, pour l'accès immédiat de l'aide humanitaire et pour la libération inconditionnelle de tous les otages encore détenus à Gaza. Telles sont les trois priorités absolues. Le décompte quotidien des victimes civiles est une tragédie sans nom et nous déplorons l'ensemble de celles-ci. Nous continuons à plaider pour une solution à deux É tats, seule voie, selon nous, pour une paix durable et juste. Dans ce contexte, la reconnaissance de l' É tat palestinien sera indispensable.

C'est le sens de l'histoire, mais cette reconnaissance ne doit pas être purement symbolique. Cette reconnaissance doit être en lien avec d'autres pays européens et avoir lieu au moment le plus opportun pour produire des effets réels, pour contribuer à la paix et à la reconnaissance mutuelle de l'ensemble des peuples. Nous suivrons donc de près les discussions européennes d'ici le mois de juillet et de juin.

Je rejoins donc vos propos à ce sujet, il y a deux semaines, en séance plénière. Dans ce vaste contexte, pouvez-vous faire le point sur la situation actuelle? Pouvez-vous nous dire quelle a été votre action récente au sein des différents cénacles internationaux en faveur de la paix, de la diplomatie et du respect du droit international par tous au Proche-Orient?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la semaine dernière, le ministre israélien de la Défense a affirmé clairement que "bloquer l'aide humanitaire est l'un des principaux leviers de pression". Par ailleurs, il y a quelques jours, le ministre des Finances d'Israël a déclaré, quant à lui, que "le retour des otages n'est pas la chose la plus importante pour Israël".

Hier encore, le général de l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA), Philippe Lazzarini, a interpellé la communauté internationale en lui posant la question suivante: "Combien de temps encore faudra-t-il pour que des paroles creuses de condamnation se transforment en actes concrets pour lever le siège, rétablir un cessez-le-feu et sauver ce qu'il reste de l'humanité? Cela fait 50 jours que le siège de Gaza, imposé par les autorités israéliennes, se poursuit."

M. Lazzarini ajoute: "La faim se propage et s'aggrave de manière délibérée et causée par l'homme. Gaza est devenue une terre de désespoir. Deux millions de personnes, en majorité des femmes et des enfants, subissent une punition collective. Des blessés, les malades et des personnes âgées sont privés de soins médicaux et de médicaments.

Pendant ce temps, des organisations humanitaires ont de l'aide prête à entrer à Gaza, notamment près de 3 000 camions de l'UNWRA contenant une aide vitale. Les produits de première nécessité destinés aux personnes dans le besoin expirent. L'aide humanitaire est utilisée comme monnaie d'échange et comme arme de guerre. Le siège doit être levé. L'aide doit pouvoir entrer. Les otages doivent être libérés et le cessez-le-feu doit reprendre."

Monsieur le ministre, je ne vais pas commenter ces citations. Je vais juste vous poser des questions très claires et très directes, en espérant des réponses tout aussi claires. Je reprends ici la phrase de M. Lazzarini. "Combien de temps encore faudra-t-il pour que les paroles creuses de condamnation se transforment en actes concrets?" Combien de temps encore la Belgique va-t-elle se contenter de mots? Quand plaiderez-vous, au niveau européen, pour la suspension des accords entre l'Union européenne et Israël, pour l'imposition des sanctions et d'un embargo militaire? Alors, monsieur le ministre, combien de temps encore?

Darya Safai:

De Palestijnse Autoriteit heeft sinds de jaren 90 een systeem waarbij veroordeelde terroristen en hun families maandelijks uitkeringen ontvangen. Dat systeem staat bekend als het pay-for-slayprogramma en houdt in dat hoe zwaarder de door de betrokkene gepleegde terreurdaad is – lees 'hoe meer doden en gewonden' – hoe hoger de financiële beloning is.

Vanuit moreel perspectief is dat systeem en de opzet erachter verwerpelijk, maar het vormt ook een directe stimulans voor terrorisme. Door terroristen en hun families te compenseren, geeft de Palestijnse Autoriteit immers het signaal dat geweld, vernielingen en moorden worden beloond. Dat druist in tegen alle principes van internationale rechtvaardigheid en vredesopbouw.

De Palestijnse autoriteiten hebben beloofd om het systeem te hervormen. Recente berichten doen echter serieuze vragen rijzen bij die aankondiging van president Mahmoud Abbas. Het ziet er immers naar uit dat de hervorming slechts schijn is. President Abbas vertelde op 21 februari dat de betalingen aan terroristen zullen doorgaan, zelfs als er nog maar één cent over is. We vermoeden dus dat de Palestijnse Autoriteit Amerikaanse sancties wil ontlopen, maar in plaats daarvan middelen van de Europese Unie zal inzetten.

Ik heb daarom enkele vragen voor u, mijnheer de minister.

Wat zijn uw plannen voor het uitwerken van een duurzame vrede in het gebied als dat allemaal gewoon wordt tegengewerkt?

Hebt u een update over het pay-for-slayprogramma, dat door de Palestijnse Autoriteit wordt gehanteerd binnen het martelarenfonds?

Welke belangen hecht u aan de verklaringen van de heer Abbas nadat hij zei dat hij het programma wil blijven doorzetten?

Kunt u bevestigen of ontkennen dat Belgische steun bij dat programma terechtkomt?

Wat zijn volgens u de gevolgen van de stopzetting van de Amerikaanse steun USAID aan de Palestijnse gebieden?

Christophe Lacroix:

Monsieur le vice-premier ministre, le 11 mars 2024, votre prédécesseuse, Hadja Lahbib, annonçait l'intention de la Belgique d'intervenir devant la Cour internationale de Justice (CIJ), celle-ci alertant sur un risque de génocide à Gaza, dans l'affaire opposant l'Afrique du Sud à Israël. Cette intervention était pleinement légitime et fondée sur l'article 63 du statut de la Cour, qui permet à tout État signataire de la convention sur le génocide de se joindre à la procédure en tant qu'intervenant.

Depuis, un an s'est écoulé. Entre-temps, la situation a connu de nombreuses mutations et plusieurs États ont déjà transformé leurs déclarations en actes. Effectivement, plus d'une dizaine de pays ont officiellement exprimé leur volonté d'intervenir devant la Cour internationale de Justice dans l'affaire Afrique du Sud contre Israël. Douze États ont déjà déposé une demande formelle auprès de la CIJ. Parmi eux, l'Espagne, pays européen, qui a soumis sa demande officielle le 28 juin 2024, démontrant ainsi une prise de position claire et concrète.

Pourtant, malgré son annonce précoce, la Belgique demeure au stade des intentions. Aucune information publique n'a été communiquée sur les démarches entreprises pour officialiser cette intervention, ni sur les raisons de cette inertie. Alors que d'autres États européens ont déjà franchi le cap, notre absence d'action soulève des interrogations. J'ai, d'ailleurs, interrogé le premier ministre à ce propos, il y a une quinzaine de jours, mais il ne m'a même pas répondu quant à l'intention du gouvernement.

Je reviens donc vers vous, avec les questions suivantes.

Quelles démarches concrètes la Belgique a-t-elle entreprises depuis l'annonce de son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice?

Quels obstacles expliquent-ils l'absence de demande officielle d'intervention, alors que d'autres États, y compris européens comme l'Espagne, ont franchi cette étape?

La Belgique entend-elle toujours aller au bout de cette démarche et, si oui, selon quel calendrier?

Je poursuis avec ma deuxième question.

La présidente : Votre temps de parole est limité à deux minutes, car nous avons calqué les règles de ce débat sur celles de la séance plénière. Mais nous avons déjà procédé autrement par le passé.

Christophe Lacroix:

Je n'avais pas compris. Veuillez m'excuser. Je me suis référé aux commissions précédentes, lors desquelles on fusionnait le temps et nous en disposions, dès lors, davantage pour développer notre question. Sinon, cela n'a aucun sens de faire un débat d'actualité! Franchement! Dès lors j'aurais géré mon temps différemment évidemment.

La présidente : Bien entendu! Vous pourrez résumer votre question. Normalement, vous disposez de deux minutes. J'ai vu le papier ici.

Christophe Lacroix:

Et le papier, c'est le Règlement?

La présidente : Oui, c'est cela! J'ai vérifié, mais nous sommes maîtres du déroulement de nos travaux. Je croyais que vous aviez déjà posé la question, mais ce n'est pas le cas. Je résumerai donc ma deuxième question, si vous me le permettez.

Christophe Lacroix:

Sur le sujet de l'accès de l'aide humanitaire à Gaza, on s'aperçoit du blocage en raison de l'attitude de l'État d'Israël.

Monsieur le ministre, quelle(s) mesure(s) forte(s) la Belgique mettra-t-elle en place pour rétablir l'accès de l'aide humanitaire et cela tant au sein de l'Union européenne, ou autres instances internationales, que seule? J'insiste sur ce point car nous pouvons déjà mettre en place une série de mesures en tant qu'État. Quelle(s) sanction(s) envisagez-vous face à l'État d'Israël face aux perturbations et crimes commis en Palestine et son attitude envers la Cisjordanie?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de gruwelijke beelden en rapporten uit Libanon laten geen ruimte voor twijfel: Israël voerde in september-oktober 2024 en tot heden systematisch aanvallen uit op ziekenhuizen, ambulances en hulpverleners. Dat gebeurde niet per ongeluk, niet als collateral damage, maar doelgericht. Artsen werden vermoord terwijl ze levens probeerden te redden, ziekenhuizen werden gebombardeerd terwijl ze patiënten hielpen en ambulances die gewonden vervoerden werden door luchtaanvallen getroffen.

Volgens de WHO zijn er in Libanon verhoudingsgewijs zelfs meer gezondheidswerkers en patiënten omgekomen dan in Oekraïne en Gaza. Oorlogsmisdaden gepleegd in alle openheid, zonder enig gevolg voor de daders. Hoelang blijft de internationale gemeenschap nog wegkijken? Hoelang blijft België alleen maar bezorgdheid uiten zonder echt in actie te komen? De federale regering zegt dat ze het internationale recht verdedigt, maar woorden volstaan niet. Er moet ook actie komen.

Wat zal België concreet doen om de straffeloosheid te doorbreken?

Bent u bereid om binnen de VN-Mensenrechtenraad te pleiten voor een VN-onderzoekscommissie voor Libanon? Bent u van plan om de Libanese regering aan te moedigen om het Internationaal Strafhof jurisdictie te geven?

Bent u bereid om op Europees niveau te ijveren voor individuele sancties tegen de verantwoordelijken voor deze aanvallen en een herziening van het associatieakkoord tussen de EU en Israël te eisen?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de oorlog in Gaza woedt in alle hevigheid verder. Ik las vandaag in de krant dat er officieel geen enkele plek meer veilig is, ook niet de zone van Al-Mawasi. Sinds 2 maart komt er ook geen humanitaire hulp meer toe. De situatie is dus heel onveilig, het internationaal humanitair recht wordt geschonden. Dat moet ons nopen tot concrete acties op Europees vlak met het oog op een permanent staakt-het-vuren en een structurele tweestatenoplossing.

De erkenning van de Palestijnse staat geraakt intussen hoger op de agenda, nu ook president Macron heeft aangekondigd om daar een onderwerp van te maken tijdens de VN-conferentie in New York over het Israëlisch-Palestijns conflict. Er is ook de Global Alliance for the Implementation of the Two-State Solution in Rabat. Ons land heeft aangegeven om in mei aan die vergadering deel te nemen.

Wat is er gezegd tijdens de jongste bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken op 14 april? Is de opschorting van het associatieakkoord ter sprake gekomen? Hoe zit het met de evaluatie door de Commissie ter zake?

De EU heeft steun van 1,6 miljard euro aangekondigd. Waarvoor zal dat geld dienen? Hoe zit het met de voorbereiding van België inzake de schriftelijke tussenkomst voor het Internationaal Gerechtshof? Op welke manier zullen wij onze positie bepalen inzake de tweestatenoplossing en de erkenning van de Palestijnse staat?

Staf Aerts:

Mevrouw de voorzitter, ik bedank u voor uw soepelheid. Er is ondertussen ook een vergadering van de commissie voor Landsverdediging en ik probeer in beide zo goed mogelijk aanwezig te zijn.

Mijnheer de minister, het Israëlisch geweld in de Gazastrook blijft aanhouden. Ondertussen wordt de humanitaire hulp al vijftig dagen geblokkeerd. Eerder deze maand werd een ziekenhuis aangevallen. Bij het bombardement vielen geen slachtoffers, maar bij de verplichte evacuatie vielen wel drie doden, waaronder een twaalfjarig kind. Dat toont aan hoe erg de situatie is en wat het probleem is als men humanitaire installaties zoals ziekenhuizen bombardeert.

Vergeten we evenmin de hele saga over de neergeschoten hulpverleners. In het begin was het verhaal niet waar, dan waren de hulpverleners in de borst geschoten, daarna in het hoofd. Daarop is een schuldige aangewezen. Maar mijns inziens is de enige grote schuldige het Israëlische beleid tegenover de mensen in de Gazastrook, dat alle verbeelding tart. Het humanitair notificatiesysteem is geschrapt. De humanitaire hulp wordt tegengehouden. Mensen verkeren in hongersnood, een man-made starvation . Dat is echt verschrikkelijk. Ik vraag me af hoelang de wereldgemeenschap zal blijven toekijken. Ik hoop dat België misschien opnieuw de voortrekkersrol opneemt in acties tegen Israël.

Mevrouw Van Hoof heeft verwezen naar het investeringsplan van de Europese Unie. Zal België zich daarbij aansluiten? Zal ons land ook extra inspanningen leveren?

Hoe kijkt u naar artikel 79 van de associatieovereenkomst? Zult u dat aangrijpen om binnenkort actie te ondernemen of te bepleiten vanuit de Europese Unie? Het is hoog tijd daarvoor.

Bent u ook bereid om vanuit België zelf stappen te zetten en acties te ondernemen en niet te blijven afwachten tot er in de Europese Unie unanimiteit is? We kunnen onze ogen toch niet blijven sluiten voor al dat geweld?

Rajae Maouane:

Madame la présidente, je renvoie à la version écrite de mes questions.

​ Monsieur le Ministre,

Dans un silence assourdissant : la famine menace Gaza, et l’ONU vient d’annoncer que ses réserves d’aide alimentaire seront épuisées d’ici deux semaines.

Deux semaines. Deux semaines avant que des milliers d’enfants, de femmes, de personnes âgées ne soient plus en mesure de survivre. Deux semaines avant que la catastrophe humanitaire ne devienne un crime par inaction.

Et pendant ce temps, les convois humanitaires sont bloqués, les bombardements se poursuivent, et les infrastructures vitales – hôpitaux, points d’eau, écoles – sont détruites ou inaccessibles.

Face à cela, la Belgique ne peut pas se contenter de déclarations prudentes. Elle a un devoir d’action, un devoir de cohérence, un devoir d’humanité.

Je vous pose donc les questions suivantes, Monsieur le Ministre :

Quelles initiatives diplomatiques urgentes la Belgique prend-elle – seule ou avec ses partenaires européens – pour exiger un accès humanitaire immédiat, sûr et sans conditions à Gaza ? Allez-vous soutenir au Conseil européen ou à l’ONU l’ouverture de corridors humanitaires permanents, y compris par voie maritime si nécessaire ?

La Belgique est-elle prête à augmenter immédiatement sa contribution humanitaire aux agences onusiennes et ONG actives à Gaza, notamment au PAM, à l’UNRWA et à l’OCHA ? Si oui, de quel montant parle-t-on ? Et selon quel calendrier ?

Allez-vous appeler publiquement à un cessez-le-feu immédiat, comme le demandent les agences de l’ONU et la société civile ? Et allez-vous exiger que le droit international humanitaire soit respecté par toutes les parties, y compris l’armée israélienne, dont les restrictions actuelles aggravent la crise ?

Enfin, quelles garanties exigez-vous de vos interlocuteurs diplomatiques quant à la fin des blocages délibérés de l’aide ? Et quelles conséquences diplomatiques envisagez-vous vis-à-vis de ceux qui, de fait, empêchent aujourd’hui l’acheminement de nourriture dans une zone où l’on meurt de faim ?​

Merci pour vos réponses

Monsieur le Ministre,

Alors que la catastrophe humanitaire se poursuit à Gaza, avec des milliers de morts civils, des hôpitaux à l’arrêt, des enfants affamés, voilà qu’un nouveau front de guerre s’active : le Liban.

L’armée israélienne a bombardé le Liban malgré la trève. Ces affrontements viennent s’ajouter à des mois de tension croissante à la frontière sud du Liban, avec le risque bien réel d’un embrasement régional.

Et pendant ce temps-là, ce sont toujours les civils qui paient le prix. Des familles libanaises et israéliennes qui vivent dans la peur, des déplacés, des blessés, des zones entières en insécurité.

Et pourtant, la communauté internationale, y compris l’Union européenne, semble paralysée.

Monsieur le Ministre,

La Belgique doit parler avec une voix claire : celle du droit international, celle de la diplomatie active, et celle de la solidarité avec les populations civiles, qu’elles soient palestiniennes, israéliennes ou libanaises. Car le silence n’est pas une neutralité : c’est un abandon.

Je vous pose donc les questions suivantes :

Quelle position la Belgique défend-elle aujourd’hui au sein de l’Union européenne et du Conseil de sécurité des Nations Unies face au risque d’escalade entre Israël et le Liban ? Y a-t-il des démarches diplomatiques en cours pour obtenir une trêve immédiate, et quels sont les partenaires privilégiés pour y parvenir ? Soutenez-vous la relance du rôle de la FINUL dans cette médiation ?

Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle soutenir ou proposer pour garantir la protection des civils des deux côtés de la frontière, et exiger un strict respect du droit humanitaire, notamment de la part de l’armée israélienne, dont les frappes sont aujourd’hui sans discernement ?

Sur le plan humanitaire, quelle aide la Belgique est-elle prête à mobiliser, en particulier au Liban, où les infrastructures médicales sont déjà affaiblies et où une crise sociale profonde rend les populations encore plus vulnérables ?

Une aide d’urgence est-elle prévue via Enabel, le SPF Affaires étrangères, ou nos partenaires multilatéraux ?

Et de quelle marge de manœuvre budgétaire disposons-nous pour répondre à une crise humanitaire élargie au Liban ?​

Merci de vos réponses

Monsieur le Ministre,

La situation en Palestine, et plus particulièrement dans la bande de Gaza, atteint un seuil de gravité extrême. L’offensive israélienne en cours a considérablement réduit la taille de ce territoire déjà exigu, l’appauvrissant et le dévastant jusqu’à le transformer en une zone de plus en plus invivable. Les bombardements incessants ont non seulement détruit des infrastructures essentielles mais ont aussi conduit à l’éviction forcée de millions de Palestiniens qui se retrouvent désormais confinés dans un espace toujours plus restreint. Cette réduction progressive du territoire disponible pour la population palestinienne soulève des questions fondamentales sur les conditions de vie et la protection de leurs droits humains.

La bande de Gaza, autrefois une région déjà sous pression, devient aujourd’hui un espace où la liberté de circulation, les droits à la santé, à l’éducation et même à l’existence sont de plus en plus remis en question. L’ONU évoque un "écrasement" progressif du territoire, où des milliers de Palestiniens sont privés d’accès aux services de base, à l’eau, à la nourriture et aux soins médicaux. De plus, les impacts de cette réduction territoriale, non seulement en termes de géographie, mais aussi sur le plan psychologique et social, sont dramatiques pour la population locale.

Dans ce contexte, la Belgique et l’Union européenne doivent prendre une position ferme et active face à ce processus de réduction systématique du territoire de Gaza, qui semble viser à rendre la vie insoutenable pour les habitants, voire à effacer la présence palestinienne de ce territoire.

Mes questions sont les suivantes :

Quel est le point de vue du gouvernement belge sur la politique israélienne de réduction de la bande de Gaza et ses conséquences humanitaires dramatiques pour la population palestinienne ?

Concrètement, quelles actions la Belgique compte-t-elle entreprendre pour dénoncer et stopper cette réduction du territoire de Gaza, qui prive de plus en plus de Palestiniens de leurs droits fondamentaux et d’un espace de vie viable ?

La Belgique, au sein de l’Union européenne, soutiendra-t-elle des sanctions ou des mesures diplomatiques visant à contraindre Israël à respecter les principes du droit international, en particulier concernant les droits humains des Palestiniens et le maintien de leur territoire ?

Quelle position la Belgique adoptera-t-elle sur les plans de réinstallation et de déplacement forcé des populations palestiniennes dans cette zone, et quelles démarches compte-t-elle entreprendre pour faciliter la protection de ces populations ?

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, merci pour vos nombreuses questions par rapport à la situation au Proche-Orient. Ne tournons pas autour du pot, oui, la situation est dramatique et elle ne cesse d'empirer, surtout à Gaza.

Nous comptons à ce jour plus de 51 000 morts. L'aide humanitaire est bloquée depuis le 2 mars et 69 % de ce territoire, à peu près grand comme la côte belge, est déclaré no go zone par l'armée israélienne. Plus de deux millions de Gazaouis sont donc coincés dans un espace réduit, sans accès à la nourriture ni à l'eau.

Le dernier hôpital fonctionnel à Gaza, un hôpital chrétien, a également été bombardé le dimanche des Rameaux. Comme l'aide humanitaire n'entre plus, les gens meurent également par manque de médicaments et de traitements. La grande majorité des agences humanitaires ont dû arrêter leurs opérations à cause de l'insécurité et du manque de matériel à distribuer.

Les Nations Unies estiment qu'environ 350 000 personnes sont entrées dans la phase 5 de famine, le niveau le plus élevé. J'ai personnellement appelé déjà plusieurs fois à un accès humanitaire sûr et sans entrave, et je continue à le faire dans toutes les instances possibles. J'en ai parlé directement à l'ambassadrice d'Israël que j'avais demandé à voir, lui rappelant expressément – comme je l'ai fait publiquement à la Chambre – que ces entraves inacceptables à l'aide humanitaire constituaient des violations manifestes du droit international humanitaire voire même des crimes de guerre.

Mais à l'heure actuelle, aucun pays n'est parvenu à convaincre le gouvernement d'Israël de permettre à l'aide humanitaire de rentrer. Pire même, des ministres du gouvernement israélien ont encore affirmé récemment qu'aucune aide humanitaire n'entrerait à Gaza, car ils veulent augmenter la pression sur le Hamas pour qu'il libère les otages. Ces déclarations reviennent à appeler à la punition collective d'une population civile, ce que le droit international humanitaire interdit formellement.

Vous pouvez être rassurés sur le fait que la diplomatie belge réalise de nombreuses interventions au niveau de l'Union européenne, des Nations Unies et ailleurs, dans lesquelles nous appelons au cessez-le-feu, au respect du droit international humanitaire, à la libération des otages et à l'accès humanitaire immédiat et sans condition.

De executie van 15 humanitaire hulpverleners, van wie 1 medewerker van de Verenigde Naties en 8 medewerkers van de Palestijnse Rode Halve Maan op 23 maart in Gaza, verdient bijzondere aandacht.

De Israëlische regering geeft intussen toe dat er ernstige fouten zijn gemaakt. Initieel werd beweerd dat de voertuigen en de medewerkers onvoldoende gemarkeerd waren en dat de medewerkers gewapende Hamasstrijders waren. De vrijgegeven videobeelden spreken dat echter duidelijk tegen. Een intern onderzoek werd ingesteld en de Deputy Commander werd ontslagen.

Deze respons is weliswaar ruimschoots onvoldoende. Het is essentieel dat de verantwoordelijken voor dit soort ernstige en onaanvaardbare incidenten bestraft worden. Een onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties – waartoe de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk, opriep in de VN-Veiligheidsraad – zou zeker op Belgische steun kunnen rekenen. Het valt echter nog af te wachten of Israël de Verenigde Naties zal toelaten tot Gaza om een onderzoek te voeren.

J'ai condamné les propos tenus par le président Trump à propos de possibles déplacements forcés et je condamne tout autant la rhétorique incendiaire de hauts responsables israéliens concernant la saisie ou l'annexion de territoires ainsi que le déplacement de Palestiniens hors de Gaza. Cela va à l'encontre de principes fondamentaux du droit international, qui interdit l'acquisition de territoires par la force et le déplacement forcé de populations civiles.

Le Conseil de sécurité des Nations Unies a rejeté en juin dernier – résolution 2735 – toute tentative de changement démographique ou territorial dans la bande de Gaza, y compris toute action visant à réduire le territoire de Gaza. La situation en Cisjordanie, y compris à Jérusalem-Est, est de même extrêmement alarmante. Les opérations israéliennes dans le Nord de la Cisjordanie ont causé des centaines de morts, détruit des camps de réfugiés entiers ainsi que des centres médicaux de fortune et déplacé plus de 40 000 Palestiniens.

L'annonce de l'interdiction du retour des habitants pendant un an suscite de vives inquiétudes quant à des déplacements massifs à long terme. L'expansion illégale des colonies se poursuit, tandis que certains ministres israéliens plaident pour la souveraineté israélienne dans le territoire occupé.

Nous regrettons par ailleurs la répression et le manque d'accès aux lieux saints pour les chrétiens pendant la période de Pâques. En Israël, la répression sévère de l'espace civique, notamment contre les organisations de défense des droits humains, est également alarmante. Il y a de nombreuses manifestations dans les rues de Tel-Aviv et ailleurs. Il faut reconnaître et saluer à ce sujet le soutien de l'Union européenne aux organisations qui travaillent en faveur des droits humains et de la médiation en Israël.

La Belgique continue de soutenir la réponse humanitaire à Gaza et en Cisjordanie, incluant Jérusalem-Est. En 2024, le financement direct alloué à des acteurs humanitaires actifs en territoire palestinien occupé représentait 14 % du budget total dédié à l'aide humanitaire, soit 27 millions d'euros.

En 2025, notre contribution flexible à l'UNRWA a déjà été payée et d'autres financements sont en cours de préparation. Plusieurs de nos financements en 2024 sont toujours en cours, notamment ceux du Comité international de la Croix-Rouge, d'UNRWA, du West Bank Protection Consortium, d'Oxfam et de Humanity & Inclusion.

Lors de ma récente rencontre avec le premier ministre palestinien, celui-ci exhortait l'Union européenne à rapidement libérer ces fonds pour pouvoir payer le personnel palestinien encore actif à Gaza. J'ai joint ma parole à la leur en demandant à deux reprises à la Commission européenne la libération de ces fonds, ce qu'elle tarde à faire de manière incompréhensible.

En sus, Israël refuse de verser à l'Autorité palestinienne les taxes dues en vertu du protocole de Paris, ce qui représente des sommes cumulées considérables, affaiblissant l'Autorité palestinienne, alors même que chaque fois que celle-ci est affaiblie, c'est le Hamas qui s'en trouve renforcé.

Mes services et moi-même sommes attentifs aux mesures qu'Israël entend appliquer à l'aide humanitaire à Gaza, qui pourraient être en contradiction avec les principes humanitaires, notamment le principe d'impartialité. La nouvelle loi israélienne sur l'enregistrement des ONG internationales pose également question en ce qui concerne l'accès humanitaire des ONG internationales aux territoires palestiniens occupés, en raison des critères d'appréciation établis par cette loi.

Les acteurs humanitaires tirent la sonnette d'alarme sur ces deux aspects que nous suivons avec attention, que ce soit à Tel-Aviv, à Jérusalem ou à Bruxelles.

In het kader van de bilaterale samenwerking met Palestina voert België via Enabel een programma van 70 miljoen euro uit, dat gericht is op de ondersteuning en empowerment van jongeren, via onderwijs en toegang tot werkgelegenheid in een duurzame omgeving.

Na het verergeren van de crisis en de enorme bijkomende behoeften die zijn ontstaan in Gaza, maar ook op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jerusalem, heeft België besloten de Palestijnse Autoriteit verder te steunen in haar plannen om het land opnieuw op te bouwen. Meer specifiek werd 5 miljoen euro toegevoegd aan het bilaterale programma, via een gezamenlijke financieringsovereenkomst, om de uitvoering van het Palestijnse plan voor de onderwijssector te ondersteunen en zo bij te dragen tot het bredere proces van stadsopbouw. In Gaza werden de activiteiten van Enabel weliswaar on hold gezet kort na het uitbreken van de gevechten, maar het agentschap houdt zich klaar om zijn activiteiten aldaar te hernemen zodra de veiligheidssituatie dat toelaat.

De Palestijnse wetgeving voor de betalingen aan Palestijnen die werden gevangen of gedood door Israël, bestaat nog, maar de implementatie van de uitkering van voordelen aan gevangenen is wel effectief ingetrokken. In de plaats ervan komt een systeem dat op basis van armoede-indicatoren zal bepalen wie recht heeft op sociale ondersteuning, net zoals andere gezinnen die onder de armoedegrens te leven of bijvoorbeeld te maken hebben met een gehandicapt kind of alleenstaande moeder. PLO's Prisoners' Commission zal niet zetelen in de nieuwe structuur van sociale zekerheid die wordt opgericht.

Het hele proces werd gecoördineerd en verwelkomd door de Verenigde Staten. Israël werd geïnformeerd over de hervormingen. Hierop heeft de Palestijnse Autoriteit alvast aan de Verenigde Staten gevraagd om de (…) Taylor Force Act te bekomen. Die Act voorziet als voorwaarde het stopzetten van betalingen aan martelaren.

Ik geef nog mee dat België en de EU nooit hebben bijgedragen aan het martelaarsfonds.

De afschaffing ervan is, samen met de hervorming van de schoolboeken, een voorwaarde van de Europese Unie om een hulppakket aan de Palestijnse Autoriteit vrij te geven. Dat is intussen gebeurd. De Europese fondsen werden steeds nauwgezet opgevolgd en dat zal ook in de toekomst zo zijn. Er bestaat al een rigoureus analysesysteem met bijhorende vetting. Het wegvallen van de Amerikaanse financiering via USAID heeft daarop geen invloed.

Pour ce qui concerne la Cour internationale de Justice, le Conseil des ministres a décidé en mai 2024 que la Belgique interviendrait dans deux affaires pendantes relatives à la convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. Cette décision a donc été prise sous le précédent gouvernement. Les deux affaires en question – Gambie versus Myanmar et Afrique du Sud versus Israël – soulèvent des questions similaires concernant l'interprétation de la Convention et plus particulièrement en ce qui concerne le concept d'intention propre au crime de génocide.

Ainsi, la Belgique examinera la question de savoir si le fait pour une partie à un conflit armé d'invoquer des considérations militaires pour justifier son action constitue nécessairement ou pas un obstacle à l'existence d'une intention génocidaire. Dans l'affaire Gambie versus Myanmar, la Belgique a adressé à la Cour internationale de Justice une demande d'intervention en décembre 2024. La Cour doit encore se prononcer sur la recevabilité de cette demande et, partant, sur la participation de la Belgique à la suite de la procédure.

Le dépôt d'une demande d'intervention analogue dans l'affaire Afrique du Sud versus Israël est actuellement en préparation. Ce dépôt interviendra avant la date fixée par la Cour pour la clôture de la procédure écrite, initialement fixée au 28 juillet 2025 mais reportée au 12 janvier 2026 conformément au règlement de la Cour. Il s'agit ici pour la Belgique, fidèle et reconnue pour son attachement au droit international, d'intervenir sur des éléments qui ressortissent de ce droit, et non pas d'instrumentaliser politiquement ces affaires, ni pour nier un éventuel génocide s'il était avéré, ni pour en déclarer un précipitamment ou de manière juridiquement infondée s'il n'y avait pas lieu.

Le droit, tout le droit et rien que le droit! Les 18 derniers mois de violence ont clairement démontré qu'il n'existait pas de solution militaire à cette crise. La seule voie à suivre est un règlement politique fondé sur deux États vivant côte à côte avec une égalité de dignité et de droit, conformément au droit international, notamment les résolutions adaptées au niveau de l'ONU.

La Belgique est donc impliquée dans l'alliance globale pour la mise en œuvre de la solution à deux États. Vous savez que nous en avons accueilli la deuxième réunion à Bruxelles en novembre dernier. La prochaine réunion se tiendra au Maroc au mois de mai et mes services y participeront.

L'initiative de la France et de l'Arabie saoudite d'organiser une conférence en faveur de la solution à deux États dans le cadre des Nations unies est encore en train de prendre forme. Elle est pour l'instant planifiée du 17 au 20 juin à New York, mais tant les objectifs concrets que le format précis sont encore à définir.

Les expressions publiques ont été plurielles et parfois contradictoires: tantôt nous évoquons une volonté d'un grand mouvement de reconnaissance de l'État palestinien en contrepartie de plusieurs reconnaissances arabes en faveur de l'État d'Israël, tantôt nous entendons que cette approche relève du fantasme et tantôt que la reconnaissance de l'État palestinien ne pourrait s'envisager que dans le cadre d'une reconnaissance mutuelle avec Israël. Bref, l'agenda des objectifs poursuivis lors de cette conférence n'est pas encore clair.

À ce stade, le gouvernement n'a donc a fortiori pas encore eu à connaître du contenu des enjeux ni à se pencher sur la position à adopter. Nous en saurons plus à l'issue d'une réunion préparatoire qui devrait être convoquée par les deux co-organisateurs dans le courant du mois de mai. En même temps, nous sommes en contact aussi via l'Union européenne avec nos partenaires arabes par rapport au plan arabe pour Gaza.

Néanmoins, la sécurité, un cessez-le-feu stable et un horizon politique durable sont primordiaux avant que nous ne puissions parler d'une reconstruction.

En marge de la dernière réunion du Conseil des Affaires étrangères, l'ensemble des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne ont tenu un dialogue de haut niveau avec la Palestine. C'était, entre autres, l'occasion de parler du programme pluriannuel d'aide 2025-2027 et de l'état d'avancement des réformes menées par l'Autorité palestinienne.

In grote lijnen bestaat het hulppakket aan de Palestijnse Autoriteit uit drie blokken ten bedrage van 1,5 miljard euro. Zo is er budgetsteun voor een bedrag van 620 miljoen euro, gelinkt aan een hervormingsmatrix; 560 miljoen euro voor infrastructuur en economische ondersteuning, inclusief de steun aan het UN Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA), en tot slot 400 miljoen euro voor leningen aan de privésector, banken en bedrijven. Ik heb van de gelegenheid gebruikgemaakt om een bilateraal onderhoud te hebben met de Palestijnse premier Mustafa.

Le cessez-le-feu demeure notre priorité. Le premier ministre Mustafa m'a répété que l'Autorité palestinienne mettait en oeuvre les réformes demandées par l'Union européenne et était prête à se réengager dans la gouvernance à Gaza. De mon côté, je l'ai assuré du fait que la Belgique continuerait à aider le peuple palestinien, notamment via notre agence de développement Enabel.

Op het vlak van sancties wordt er op Europees niveau verder onderhandeld over hoe we de lijst van individuen kunnen uitbreiden, zowel wat Hamas betreft als wat gewelddadige kolonisten betreft.

Si d'autres sanctions n'ont pas encore été décidées, je reste clairement ouvert à d'éventuelles discussions sur le sujet. Lors de la réunion du Conseil d'association Union européenne-Israël du 24 février dernier, j'ai d'ailleurs fait savoir que nos relations riches et fructueuses étaient malheureusement menacées par les nombreuses allégations de violations graves par Israël de l'article 2 de l'accord d'association. Tant les crimes de guerre présumés résultant d'un usage disproportionné de la force à Gaza que les obstacles à l'action humanitaire, essentielle, de l'UNRWA nous amènent à clairement nous interroger sur le respect de cet article par Israël.

La perspective subsiste donc de sanctions destinées à manifester notre totale désapprobation quant aux excès de la réaction israélienne et, a fortiori , tant que nous serons confrontés à une volonté manifeste d'empêcher l'octroi de l'aide humanitaire la plus essentielle. Nous nous situons là dans l'indignité totale.

À propos de la reconnaissance de la Palestine, elle est acquise a priori . La question est de savoir quand. L'accord de gouvernement indique que nous soutenons les pays dans leur quête d'institutions démocratiques et d'une bonne gouvernance, en respectant le droit à l'autodétermination, la souveraineté du peuple et l'intégrité territoriale et que nous cherchons, toujours dans cet accord de gouvernement, à parvenir à une solution à deux É tats qui garantisse à la fois la sécurité d'Israël et qui permette la reconnaissance de la Palestine. Par cette phrase, le gouvernement considère donc inéluctable que cette reconnaissance advienne. L'enjeu est bien le momentum . Quand cette reconnaissance se révélera-t-elle appropriée aux fins de faciliter la paix, et non d'aggraver les conflits? Et quand la sécurité d'Israël sera-t-elle également garantie? Je l'ai dit lors de la dernière séance plénière: je crois que cette démarche peut contribuer à un effet d'emballement international favorable à la Palestine et susceptible d'aider ce peuple. Toutefois, nous ne devons pas simplement le postuler en considérant qu'une reconnaissance, bien qu'elle satisfera probablement la majorité de notre Assemblée, sera de nature à apaiser les choses.

Les enjeux de contexte de la conférence à venir à New York ne sont donc pas à négliger. Nous devrions faire profiter l'Autorité palestinienne de cette reconnaissance face au Hamas. Il est néanmoins légitime de s'interroger en conscience sur cet acte symbolique fort à poser au moment où le gouvernement Netanyahu, sous l'influence de l'extrême droite notamment, ne semble plus guère connaître de limites dans l'escalade de l'horreur, parfois pour honteusement détourner le regard de politiques intérieures turpides allant jusqu'à menacer même l'existence de la Palestine. Et si des Palestiniens défilent désormais dans la rue pour dénoncer le Hamas, ne perdons pas de vue que nombre d'Israéliens ne se reconnaissent pas non plus dans l'attitude de leur gouvernement.

S'agissant du Liban, la Belgique plaide également pour le respect du droit international. La Belgique soutient et appelle à la pleine mise en œuvre du cessez-le-feu. En outre, nous prêtons une grande attention aux développements au sein du Conseil de sécurité, bien que notre pays n'en soit pas membre à l'heure actuelle.

Il est évident que le cessez-le-feu doit être respecté par toutes les parties. Il s'agit là du chemin vers la stabilité et la paix. À cet égard, les forces armées libanaises et la Force intérimaire des Nations Unies au Liban (FINUL) sont, bien sûr, des partenaires clés. La Belgique a déjà soutenu les forces armées libanaises par le passé et encore récemment au niveau européen au travers de la Facilité européenne pour la paix, à hauteur de 60 millions d'euros. Nous, Belgique, continuerons de plaider pour un soutien européen aux forces armées libanaises. La Belgique continuera également de soutenir le mandat de la FINUL.

De internationale gemeenschap moet aandacht blijven besteden aan de situatie ten zuiden van de Litani. Het staakt-het-vuren moet worden gerespecteerd, net als de territoriale integriteit van Libanon en resolutie 1701 van de Veiligheidsraad. Dat staat duidelijk in het regeringsakkoord. Dat betekent dat de aanvallen moeten stoppen en dat de wederopbouw moet beginnen.

Tegelijkertijd moeten politieke en economische hervormingen worden aangemoedigd om de rechtsstaat te consolideren en ervoor te zorgen dat de Libanese staat volledig controle heeft over zijn grondgebied. Wat de aanvallen op ziekenhuizen en ambulances in Libanon betreft, zou België een onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties kunnen steunen.

We zijn ons bewust van de humanitaire situatie en onderzoeken de mogelijkheden voor steun dit jaar. Zoals u weet, bevinden we ons in een moeilijke budgettaire context en dus bekijken we onze bestaande verbintenissen en hoe we die basis kunnen versterken. Dit jaar heeft België op verschillende manieren bijgedragen aan de humanitaire hulp in Libanon door middel van flexibele financiering. Dat is een algemene financiering voor een aantal humanitaire actoren die snel konden reageren en hun activiteiten in Libanon konden opschalen. De totale financiering voor die humanitaire actoren bedraagt 39,8 miljoen euro voor dit jaar. Het belang en de relevantie van flexibele financiering is in deze crisis opnieuw aangetoond. Het stelt humanitaire actoren in staat om snel en effectief te reageren wanneer situaties snel veranderen en verergeren.

Het Belgisch ontwikkelingsagentschap Enabel richt zich uitsluitend op het uitvoeren van ontwikkelingsprogramma's en niet op het verstrekken van humanitaire hulp.

Madame la présidente, voilà les éléments de réponse aux diverses et nombreuses questions posées par nos collègues.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, net zoals elke Arabisch-islamitische tiran en kleptocraat is ook Mahmoud Abbas fundamenteel onbetrouwbaar. Hij is een jihadist in maatpak. Van 2019 tot 2024 heeft Abbas 1 miljard dollar uitbetaald aan moslimterroristen om hen te belonen voor het vermoorden van onschuldige mensen in Israël. Hoe meer dode joden, hoe groter de financiële beloning. Laat die mindset, dat typisch islamitische martelaarsdenken, nu toch eindelijk eens goed tot u doordringen. Welke naïeveling gelooft dat het zal stoppen? U gelooft dat blijkbaar.

Beseffen de traditionele partijen in dit land eigenlijk wel dat zij al decennialang direct of indirect financieel bijdragen aan dodelijk antisemitisme en aan dodelijke islamitische terreuraanslagen? Vandaag wordt nogmaals duidelijk dat hier in het Parlement vrijwel niemand beseft met welke vijand wij en Israël te maken hebben. Ongeacht of dat nu via Palestijnse media, Palestijns onderwijs of via financiële beloningen gebeurt, al van kindsbeen worden Palestijnse moslims, ook op de zogenaamde Westbank, aangezet en gestimuleerd om zoveel mogelijk onschuldige joden dood te steken, op te blazen, dood te rijden of de keel over te snijden.

Mijnheer de minister, Adolf Hitler zou daar trots op zijn. Met vele miljoenen euro belastinggeld zal ook de huidige regering daaraan blijven bijdragen. Dat is werkelijk te ziek voor woorden.

Ten slotte, over de ambulances wil ik opmerken dat Israël van een fout spreekt en actie onderneemt. U spreekt van een executie. Vervolgens stelt u dat er nog een onderzoek moet gebeuren. Het is dus duidelijk welke kant de huidige Belgische regering kiest, namelijk de kant van de islamitische jihad.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour vos éléments de réponse et votre engagement personnel dans ce dossier aussi douloureux qu'essentiel.

Je voudrais, dans ce débat d'actualité, humblement rappeler que derrière chaque chiffre, chaque bilan, chaque terme diplomatique que nous utilisons, il y a tout d'abord des vies, des enfants, des familles et des espoirs anéantis. C'est à eux que nous pensons avant tout, quelle que soit leur nationalité ou leur confession. Chaque mort de civil est insupportable.

Cela dit, et sans aucunement disculper les différente parties au conflit, en ce compris le gouvernement Nethanyahu, de leurs responsabilités pour des crimes de guerre, voire des crimes contre l'humanité que devra objectiver la justice internationale, et des faits qui devront bien sûr être condamnés, parce que les mots ont un sens, je voudrais saluer votre mesure par rapport à l'usage du terme "génocide", monsieur le ministre, et rappeler ici l'analyse pointue que nous a procurée le professeur de droit international Pierre d'Argent, il y a à peine deux mois, dans notre commission. Pierre d'Argent fut, je le rappelle, membre de la Cour internationale de Justice comme premier secrétaire. Il nous disait mot pour mot: "la Cour internationale de Justice n'a pas dit qu'il y avait un risque de génocide. Elle a dit qu'il y avait un risque de préjudice irréparable, plausible, et un droit du peuple palestinien à Gaza de ne pas être exposé à des actes prohibés par la Convention. Dire qu'il y a un risque de génocide est un raccourci de ce que la Cour internationale de Justice a dit. La différence est très fine, mais il faut être précis sur ce que la Cour a dit."

Voilà pour cette précision! Dans cette tragédie sans fin, ce que nous devons viser, ce n'est pas une trêve temporaire ou une accalmie précaire, mais une paix juste, durable, fondée sur le respect du droit international, de la justice et de la dignité humaine. La reconnaissance de l'État palestinien dans un cadre européen à un moment opportun, comme vous l'avez mentionné, monsieur le ministre, sera un pas vers cette justice. Je vous encourage donc à continuer à œuvrer dans tous les espaces où notre pays peut peser, à faire entendre une voix claire et humaine. Car au fond, ce que nous devons à toutes les victimes, en ce compris les otages du Hamas, c'est de ne pas détourner le regard, ni aujourd'hui, ni demain.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous avez commencé en disant que vous n'alliez pas tourner autour du pot. Vous ne l'avez pas fait quand vous avez parlé des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité commis par l'armée israélienne contre les Palestiniens. Vous avez reconnu qu'il y avait une politique de punition collective. Et vous avez décrit de manière assez exhaustive la barbarie de l'armée israélienne et de la politique de l'État colonial contre le peuple palestinien.

Et puis, vous êtes arrivé au chapitre des sanctions. Et là, vous n'avez pas juste tourné autour du pot. Vous l'avez fait en faisant des galipettes. Vos mots étaient en effet significatifs. Vous avez dit: "Les crimes de guerre nous poussent à nous interroger sur notre relation avec Israël et sur le respect de l'article 2." Et: "Nos relations riches et fructueuses sont menacées."

Monsieur le ministre, par rapport à ce que vous avez dit précédemment, comment pouvez-vous tirer ces conclusions-là, sans avoir de condamnations claires et surtout sans appeler à des sanctions claires? Vous êtes encore au stade de vous interroger sur le respect de l'article 2. Ce sont vos paroles. Vous vous interrogez sur le respect de cet article par l'État d'Israël. Vous n'avez pas appelé à suspendre l'accord d'association du fait que l'article 2 n'est pas respecté. Il n'est pas respecté! Vous avez dit vous-même que le droit international n'est pas respecté, qu'il y a des crimes de guerre et une punition collective. Quelle conclusion en tirez-vous? Pourquoi n'appelez-vous pas à des sanctions directement?

Quant à la reconnaissance de l'État de la Palestine, vous parlez de l'équilibre sur la sécurité de l'État d'Israël. Mais aujourd'hui, c'est la sécurité de l'existence même du peuple palestinien qui est menacée. Le problème est là aujourd'hui et vous ne prenez aucune sanction!

Ma question était claire et visait à savoir si vous alliez passer des paroles aux actes? Vous êtes toujours dans la parole. Il n'y a toujours aucun acte concret prenant des sanctions claires, un embargo militaire clair contre l'État génocidaire d'Israël à l'égard du peuple palestinien.

Et, pour ce qui est de remettre en question le génocide, je n'y répondrai même pas. L'histoire jugera, monsieur le ministre!

Christophe Lacroix:

Monsieur le vice-premier ministre, il n'est pas facile d'être dans votre rôle quand vous avez affaire à des points de vue parfois tellement divergents.

Je vais essayer de rester dans la mesure, tout en gardant mes convictions et mes valeurs. Tout d'abord, nous sommes effectivement face à une volonté manifeste du gouvernement israélien, que je distingue bien de l'État d'Israël et de son peuple, de liquider la cause palestinienne une fois pour toutes. Ils veulent éradiquer les Palestiniens de la terre, en ce compris en assassinant leurs dirigeants pour ne plus avoir d'interlocuteurs.

Le fait d'avoir sorti l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) d'Israël consiste à empêcher toute possibilité de retour des Palestiniens un jour sur leur terre natale, en ce compris également ce qui est la terre d'Israël pour les Israéliens. Il y a des violations du droit international humanitaire, du droit international, des crimes de guerre, un risque d'intention de génocide. Il y a des violations avérées de l'article 2 de l'Accord d'association.

Pour une fois, nous avons un ministre qui condamne assez clairement ces événements; plus que clairement et plus que ses prédécesseurs, il faut le reconnaître. Deuxièmement, nous avons un ministre qui nous annonce un calendrier sur certains points, notamment sur l'intention de la Belgique de se joindre à l'affaire devant la Cour internationale de Justice. Vous avez annoncé 2025, et puis début 2026.

Manifestement, face aux "turpitudes" – je vous cite – du gouvernement Netanyahou, qui a tout intérêt à ce que la guerre se poursuive pour des motifs sombres de politique, mais également pour des motifs sombres d'intérêts personnels liés à des problèmes de corruption intense dans ce gouvernement et liés à la présence de l'extrême droite – car, s'il y a des islamistes en costume, il y a aussi des petits nazis en costume, en ce compris dans cette enceinte, vous l'aurez bien compris aujourd'hui monsieur le ministre –, il faudra aller plus loin et je compte sur vous pour faire bouger l'ensemble du gouvernement, parce que je crois que vous n'avez pas encore fini.

Nous reviendrons vous interroger sur davantage que les intentions et les autres aspects, dont les sanctions, et sur le calendrier, que vous nous avez déjà donné concernant l'intention de la Belgique de se joindre à l'État d'Afrique du Sud contre Israël devant la Cour internationale de Justice.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Merci d'avoir également dit quelques mots sur le Liban; je pense qu'il est aussi important d'évoquer ce pays et le drame qui se joue là-bas.

Vos prises de parole sur la situation à Gaza sont fortes et, dans le contexte actuel, elles sont presque courageuses, surtout quand on entend les déclarations de certains de vos collègues de coalition, comme le premier ministre ou encore un certain président de parti. Aujourd'hui, les mots sont importants et ils ont un sens, mais ils ne suffisent plus. Les populations civiles sur place ont besoin d'actes concrets et forts, qui soient à la hauteur de l'urgence. Parmi les actes concrets, il y a des sanctions. À ce sujet, je vous ai trouvé moins engageant ou moins engagé que sur le reste de vos réponses. Nous voulons des sanctions économiques et diplomatiques, mais un autre geste fort est le boycott économique, diplomatique, culturel, sportif, comme il a été pratiqué pour la Russie.

En effet, cela fait des mois qu'un génocide – oui, je le redis, un génocide – se déroule sous nos yeux avec, depuis la rupture du cessez-le-feu, le déchaînement des enfers, pour reprendre certains termes. Des centaines d'enfants ont été assassinés. Le collègue Lacroix évoquait l'assassinat des dirigeants pour ne plus avoir d'interlocuteurs. Mais on assassine aussi les enfants, comme cela il n'y a plus de descendance. Pour pouvoir éradiquer de la surface de la terre tout un peuple, des enfants sont assassinés, des femmes et des civils sont massacrés. On interdit de faire rentrer l'eau, les médicaments, la nourriture, l'électricité, on parle de famine, on parle d'épuration. Malheureusement, le monde regarde, et vous l'avez déploré également. On n'a pas trouvé de gouvernement suffisamment fort pour arrêter l'État d'Israël. Il faudra m'expliquer comment un seul pays peut mettre à genoux comme cela l'ensemble des pays et le droit international.

Concernant la solution à deux États, celle-ci est effectivement fondamentale, mais elle ne sera jamais crédible tant que la Belgique ne reconnaîtra pas pleinement l'État de Palestine. Pour une solution à deux États, il faut reconnaître la Palestine. Vous parlez de la sécurité d'Israël. Effectivement, les Israéliens et les Israéliennes ont droit à la sécurité, mais les Palestiniens et les Palestiniennes également ont droit à la sécurité, le droit d'avoir un État, et celui de circuler librement.

En ce qui concerne le timing, je pense qu'il faut avancer le plus rapidement possible. On sait que le président Macron n'est pas le plus grand défenseur de la cause palestinienne, mais récemment il s'est prononcé en faveur d'une reconnaissance rapide, d'ici le mois de juin. D'autres pays européens l'ont fait ou s'y préparent. Je pense qu'on arrive à un momentum pour pouvoir avancer.

Enfin, un autre élément est important. On parle beaucoup de paix, mais on ne pourra pas avoir de paix sans justice. Il n'y aura pas de paix sans comptes à rendre, sans mettre fin à l'impunité.

Pour qu'il y ait de la paix, il faut de la justice, et pour cela, il faut que l'on puisse se joindre aux actions, que la Justice puisse faire son travail et punir les criminels de guerre. C'est maintenant qu'il faut du courage politique, parce que les personnes là-bas n'en peuvent plus.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord over Libanon.

U zegt terecht dat België een staakt-het-vuren blijft vragen en dat de territoriale grenzen moeten worden gerespecteerd. U zei ook dat u in de VN-Mensenrechtenraad blijft pleiten voor een onderzoekscommissie, opdat de mensen die de daden pleegden, kunnen berecht worden voor het Internationaal Strafhof. We kunnen immers niet langer toelaten – en ik denk dat u zeker op dezelfde lijn zit als Vooruit – dat artsen, patiënten, maar ook hulpverleners afgeslacht worden zonder dat er gevolgen zijn voor de wandaadplegers zelf. Net als u kiest Vooruit resoluut de kant van de burgerslachtoffers en het internationaal recht.

We moeten wel opletten dat het niet bij woorden blijft, maar dat er ook acties komen. Daarom pleit ik nog eens, mijnheer de minister, om op Europees niveau veel harder op tafel te kloppen met betrekking tot die individuele sancties tegen de verantwoordelijken van die wandaden en met betrekking tot de herziening van het associatieakkoord tussen de EU en Israël.

Mijnheer de minister, ik breng hulde aan u, omdat u in plenum al explicieter bent geweest dan de eerste minister. Ik steun u in uw strijd om de hele regeringsploeg mee te krijgen in uw visie. We moeten er echter voor zorgen dat het niet bij moedeloosheid en woorden blijft en dat België ook wel effectief overgaat tot meer actie dan nu het geval is.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik wil u danken om duidelijk te benoemen wat er gebeurt in Israël. Dat is zeer belangrijk. U zei het heel expliciet. U hebt het geweld veroordeeld. U hebt over de hongersnood gesproken. U hebt in woorden veroordeeld, ook richting de Israëlische ambassadeur, en gezegd dat het zo niet verder kan. Dat is goed.

Bij de rest van het verhaal blijf ik echter op mijn honger. Temeer, dit zijn uw woorden, maar ondertussen lees ik verklaringen van meerderheidsparlementsleden, vanuit N-VA bijvoorbeeld, die stellen dat Israël een rechtvaardige oorlog voert. U kunt dan zeggen dat dat slechts de mening van een parlementslid is. U zei echter ook dat België gekend staat voor het respecteren van het internationaal recht. Sinds onze eerste minister het aanhoudingsbevel van het Internationaal Strafhof naar de prullenband heeft verwezen, mag u in de verleden tijd spreken: België stond gekend als voorvechter van het internationaal recht. Die uitspraak is de wereld rondgegaan, dat imago zijn we kwijt.

Blijft het alleen maar bij woorden? Neen, want minister Francken, onze minister van Defensie, vindt Israël vandaag nog steeds een voorkeurspartner en wil ook samenwerken met de Israëlische defensie-industrie. Ondanks alle woorden die u hebt uitgesproken met betrekking tot Israël, wil hij dat vandaag nog steeds.

U en uw coalitiepartners zitten wat dat betreft in een totale spreidstand. Dat maakt dat het voor een groot stuk bij woorden blijft, want ook al is er nog altijd financiële steun voor de heropbouw, we moeten die heropbouw stopzetten, zo zegt u zelf, wegens het Israëlische geweld.

Echte sancties heb ik hier vandaag niet gehoord. We hebben een voorstel van resolutie met een heel aantal maatregelen ingediend, die we ook vanuit België kunnen nemen. Ik hoop echt dat daarvoor steun komt en dat het niet alleen bij woorden blijft. Ik hoop dat de parlementssteden zich expliciet uitspreken om echt sancties op te leggen. We kunnen niet blijven doen alsof er niks aan de hand is. Er zijn al meer dan 50.000 doden, rechtstreeks door het geweld. Volgens Amerikaanse schattingen zijn het er zelfs nog veel meer dan dat.

Nu waarschuwt u dat de goede relaties met Israël in het gedrang komen, maar voor mij zijn ze al heel lang in het gedrang. Het is zeer belangrijk dat de Belgische regering meer doet. Er is meer nodig dan alleen maar de woorden van een minister van Buitenlandse Zaken, die ik zeer steun op dat vlak. We hebben nood aan meer actie, meer daden. Het is hoog tijd.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik denk dat de doelstellingen van de Israëlische regering sinds 7 oktober duidelijk waren, namelijk de liquidatie van Hamas. Daarvoor kunnen we begrip opbrengen. Het is een terroristische organisatie. We kunnen echter geen begrip opbrengen voor het verdrijven van het Palestijnse volk, waarvoor ze geen enkel middel schuwt. Als ze zelf niet vertrekken, worden ze uitgemoord. Ze kunnen ook niet vertrekken. Er worden oorlogsmisdaden gepleegd. Ze worden uitgehongerd tot op de dag van vandaag. Wij veroordelen dat streng.

Ik hoor dat uw engagement heel sterk is, op internationaal en op bilateraal vlak tegenover Israël. Ik denk dat België een belangrijk statement maakt. We blijven ook de humanitaire hulp steunen. Er is ook een duidelijk engagement van de Europese Unie en van België. Enabel en UNRWA laveren en doen daar wat nog mogelijk is.

De strijd tegen de straffeloosheid aldaar is een work in progress. Alles gebeurt daar inderdaad redelijk straffeloos. Er wordt wel opnieuw over individuele sancties onderhandeld. U hebt de opschorting van het associatieakkoord op 14 april op tafel gelegd, maar u erkent dat men dat niet alleen kan doen. Daarvoor is een Europese consensus nodig. Als men in Europese middens verblijft, begrijp ik heel goed hoe moeilijk dat is. Hoeveel doden er ook vallen, men blijkt daarvoor blind voor te zijn. Wij mogen daar in België niet blind voor zijn. We hebben een grote Palestijnse gemeenschap in België. Wij voelen dat ook aan de mensen, aan de niet-Palestijnen. De mensen kunnen niet meer kijken naar de gruwel waarvan op tv en in de kranten wordt getuigd. Ze vragen aan de parlementsleden: doe iets!

De erkenning van Palestina staat in het regeerakkoord. Het klopt dat daarvoor het juiste moment moet worden gekozen en dat de veiligheid van Israël ook belangrijk is. Mijns inziens is het momentum juni. Ik hoop dat we ons dan inderdaad, ook al is het symbolisch, kunnen aansluiten bij verschillende andere lidstaten.

Actie is heel erg belangrijk, want er sterven elke dag honderden kinderen, bij bosjes, en dat kunnen we niet aanvaarden.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het conflict in Gaza is verschrikkelijk. De menselijke tol is zeer groot. Het is inderdaad het moment bij uitstek om te blijven pleiten voor de vrijlating van alle gijzelaars en ontwapening enerzijds – de weg van de vrede die wij met het regeerakkoord zijn ingeslagen, is absoluut de te volgen weg – en anderzijds de tweestatenoplossing, oplossing waar wij als N-VA absoluut achterstaan.

Mijnheer de minister, u had het over de erkenning van Palestina in combinatie met de garantie van de veiligheid van Israël. Het is absoluut noodzakelijk dat de koppeling tussen die twee zaken aangehouden blijft. Een symbolische erkenning van Palestina zonder dat de veiligheid van Israël kan worden gegarandeerd, is voor ons als N-VA echt wel moeilijk. We moeten de totaliteit bekijken. Beide volkeren zijn in nood en zien af. We moeten daarvoor dan ook pleiten.

U hebt terecht de protestacties aangehaald die niet alleen in Israël maar ook in Palestina plaatsvinden. Het maakt mij inderdaad ten zeerste bezorgd dat een jongeman gefolterd werd, omdat hij geprotesteerd heeft tegen Hamas en dat mensen levend in brand gestoken worden, zo vertellen beelden van CNN ons. Dat is natuurlijk casuïstiek, maar dat neemt niet weg dat we ook daarvoor oog moeten hebben.

U hebt aangegeven dat er geen betaling voor de fondsen van de martelaren is gebeurd door ons land, noch door de Europese Unie. Dat stemt mij tevreden. Hebt u echter ook onderzocht of er via UNWRA geen middelen naar zijn gegaan? We zijn in het regeerakkoord overeengekomen dat we de werking van UNWRA zullen blijven ondersteunen, zolang de mensenrechten worden gegarandeerd en het internationaal recht wordt gegarandeerd. We moeten immers 100 % zeker zijn dat er geen middelen foutief worden besteed.

Wat de aanval op de zorgverstrekkers betreft, ga ik helemaal akkoord om in de Europese Unie te pleiten voor een onafhankelijk onderzoek via de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Misschien is het ook een idee om in de Europese Unie als Europese lidstaten een onderzoek te bepleiten naar wat er gebeurd is met de zorgverstrekkers. Israël heeft inderdaad acties ondernomen, maar onafhankelijke bronnen zouden onze visie nog meer kunnen versterken.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. La boussole de notre gouvernement est le droit international, c'est ce qui doit déterminer nos positions. C'est la seule façon de soutenir toutes les populations palestiniennes et israéliennes. C'est pourquoi il est essentiel notamment que, premièrement, les otages soient libérés. Deuxièmement, toute opération militaire doit respecter le droit international humanitaire. Troisièmement, l'accès à l'aide humanitaire doit être garanti. Le Hamas, en maintenant son activité, permet à Israël de se conforter dans l'injustifiable au niveau des opérations militaires, ne respectant pas le droit international humanitaire. C'est pourquoi votre action, celle de l'Union européenne et celle de vos partenaires doivent se concentrer sur la reprise du cessez-le-feu, quitte à tordre le bras au protagoniste. C'est une nécessité essentielle pour les populations qui souffrent sous les bombardements et qui attendent leurs proches retenus ou qui attendent leurs proches retenus en otage. Vous devez faire comprendre à nos partenaires européens que des sanctions contre ceux qui incitent à la violence, d'un côté comme de l'autre, doivent s'étendre. Monsieur le ministre, il s'avère que depuis le lancement de l'actuel gouvernement, la voix de la Belgique porte haut dans les enceintes internationales et c'est une fierté grandement ressentie. Ne vous lassez pas de voir s'imposer la cohabitation des deux É tats libres, Israël et la Palestine.

Het arrestatiebevel van het ICC tegen Netanyahu en diens bezoek aan Hongarije
De terugtrekking van Hongarije uit het Internationaal Strafhof
Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen de Israëlische premier Netanyahu
De volledige steun voor het Internationaal Strafhof
Het Belgische standpunt over het arresteren van Netanyahu
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof
Het regeringsstandpunt inzake het aanhoudingsbevel van het ICC
Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Benjamin Netanyahu
Het door het ICC uitgevaardigde aanhoudingsbevel tegen Netanyahu
Internationaal Strafhof, arrestatiebevelen tegen Netanyahu en Hongaarse positie

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt ondubbelzinnig zijn volledige steun aan het Internationaal Strafhof (ICC) en de verplichting om mandaten (zoals dat tegen Netanyahu) uit te voeren, gebaseerd op het Statuut van Rome en Belgische wetgeving, zonder politieke inmenging. Vicepremier Prévot benadrukt dat de regering eengemaakt is in deze houding, ondanks tegenstrijdige uitspraken van premier De Wever die de Belgische geloofwaardigheid aantastten—zijn standpunt wordt gecorrigeerd en afgedaan als persoonlijk, niet als beleid. Hongarije’s weigering om ICC-beslissingen na te leven (en terugtrekking uit het Statuut) wordt scherp veroordeeld als een bedreiging voor het internationale rechtssysteem, terwijl België zich inzet voor versterkte Europese samenwerking om dergelijke ondermijning tegen te gaan. Justitiële onafhankelijkheid en scheiding der machten blijven centraal: de uitvoering van arrestatiebevelen is louter een gerechtelijke procedure, zonder ruimte voor politieke afwegingen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le vice-premier, vous avez rappelé que le respect du droit international ne peut être une option.

La Cour pénale internationale a été créée pour juger les crimes les plus graves et son efficacité dépend de la concertation et de la coopération des États signataires. Pourtant aujourd'hui, un État membre de l'UE s'en affranchit ouvertement.

La Hongrie a signé le statut de Rome en 1999 et l'a ratifié en 2001 reconnaissant ainsi la compétence de la Cour pénale internationale. Pourtant en 2025, soit 24 ans plus tard, elle prétend toujours qu'une incompatibilité constitutionnelle l'empêche d'exécuter les décisions de cette juridiction. Cette justification est non seulement irrecevable, mais elle traduit surtout une volonté délibérée de se soustraire à ses obligations internationales. Si un État peut invoquer son droit interne pour s'exonérer d'un traité qu'il a lui-même ratifié, alors c'est tout l'édifice du droit international qui vacille et qui tombe à terre.

Aujourd'hui, cette hypocrisie atteint un niveau inacceptable. Non seulement la Hongrie refuse d'exécuter le mandat d'arrêt émis contre Netanyahu, poursuivi pour crimes de guerre et crimes contre l'humanité, mais son premier ministre Viktor Orban a qualifié cette décision de la CPI de "honteuse" et l'a invité officiellement à Budapest. En clair, un pays de l'Union européenne ouvre ses portes à un individu recherché pour des crimes de la plus haute gravité et affiche un mépris total pour la justice internationale.

Face à cette violation manifeste des engagements internationaux, la Belgique peut-elle rester passive? Si nous tolérons qu'un État membre de l'UE piétine ainsi ses obligations, alors nous acceptons de transformer l'Union en un espace d'impunités. C'est pourquoi je vous pose les questions suivantes: quelle est la position officielle du gouvernement belge face au refus de la Hongrie d'exécuter le mandat d'arrêt émis par la CPI contre Netanyahu? Quelles initiatives concrètes la Belgique a-t-elle entreprises, seule ou avec ses partenaires européens, pour garantir que tous les États membres respectent leurs engagements envers la CPI?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het Internationaal Strafhof (ICC) speelt een cruciale rol in onze rechtsstaat. Het biedt de mogelijkheid om oorlogsmisdadigers en personen die misdaden tegen de menselijkheid hebben gepleegd, te vervolgen en te berechten. Landen die het verdrag hebben ondertekend en geratificeerd, zijn verplicht om samen te werken met het ICC, onder meer door verdachten te arresteren en over te dragen aan het hof.

Hongarije heeft beslist het Internationaal Strafhof te verlaten. Dat land maakt deel uit van de Europese Unie en draagt dus de normen en waarden van de unie uit. Door de terugtrekking neemt het echter afstand van diezelfde normen en waarden.

Wat is het standpunt van u en van de regering over de terugtrekking van Hongarije uit het Internationaal Strafhof? Kan dat zorgen voor een kettingreactie? Hebt u signalen opgevangen dat er andere landen zullen volgen?

Heeft het Internationaal Strafhof volgens u hoe dan ook macht om sancties op te leggen aan leden die de regels niet volgen? Zo niet, vindt u dat er zulke sancties moeten komen?

Voorzitter:

De heer Aerts is niet aanwezig.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, in een opiniestuk in Joods Actueel van maart dat mede ondertekend werd door een parlementslid van de meerderheid en lijnrecht tegen het regeerakkoord ingaat, wordt steun en begrip voor Israël gevraagd, terwijl in het regeerakkoord nochtans duidelijk ons engagement voor het internationaal recht staat. Verderop in het artikel worden Europese militaire experts geciteerd die ter plaatse zouden bevestigen dat Israël zich aan de regels inzake oorlogsvoering houdt. Het internationaal recht, dat onderschreven zou moeten worden door alle Belgen, stelt onomwonden dat Israël oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid pleegt.

Mijnheer de minister, distantieert u, ten eerste, zich van de uitspraken in het artikel van een lid van de meerderheid? Onderschrijft u elke letter van het regeerakkoord, inclusief de oproep tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en, bovenal, de steun aan het internationaal recht?

Ten tweede, we respecteren het internationaal recht en erkennen, normaal gezien dan toch, dat het Internationaal Strafhof het enige onafhankelijke internationale tribunaal is dat echt tegen oorlogsmisdaden kan optreden. We verwachten van u dat u uw steun uitspreekt voor het internationaal recht. Dat hebt u ook gedaan. Voor de camera’s hoorden we de eerste minister echter het tegenovergestelde zeggen. Mijnheer de minister, kunt u herhalen dat u uw volledige steun en medewerking verleent aan het Internationaal Strafhof en dat ook de regering dat doet en wij er dus niet aan hoeven te twijfelen dat u en de regering één en ondeelbaar zijn in de standpunten hierover?

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, de regering plaatst niet de onschuldige gijzelaars centraal; de regering plaatst evenmin de uitschakeling van de moorddadige jihadisten van Hamas centraal. Ik weet waarom. Dat is omdat de regering niet begrijpt wat daar gaande is en in wezen geen empathie voor Israël heeft.

Stel u voor dat u een volk zou willen belonen met een staat van waaruit zopas de grootste slachting op joden sinds de Holocaust werd gepleegd, van waaruit al decennialang een door de islam aangevuurde jihadistische vernietigingsoorlog wordt gevoerd tegen het joodse buurland en waar vandaag nog altijd 59 onschuldige gijzelaars uit dat buurland aan het wegrotten zijn en de overgrote rest gijzelaars al werd vermoord.

Overigens voldoen die zogenaamde Palestijnen ook niet aan de voorwaarden die het in het Parlement zo geroemde internationaal recht stelt om als staat te worden erkend, zijnde de vier Montevideocriteria en een vijfde criterium, namelijk de afwezigheid van onrechtmatige handelingen bij de totstandkoming van de staat.

Net zoals de VN, is het Internationaal Strafhof een gepolitiseerd instituut. Net zoals de VN is het Internationaal Strafhof geïslamiseerd, gepalestiniseerd en gekaapt ten behoeve van de islamitische jihad, mijnheer de minister. Vandaar de ziekelijke obsessie van die instellingen met het joodse staatje en de blinde vlek voor islamitische dictaturen, jihadistische tirannen en moslimterroristen. De regering zou dus pas geloofwaardig zijn als ze ondubbelzinnig achter Israël zou staan en het hypocriete en gepolitiseerde Internationaal Strafhof op zijn minst zou bekritiseren.

Mijnheer de minister, wilt u de woorden van eerste minister De Wever over het Internationaal Strafhof en de mogelijke komst van premier Netanyahu naar ons land vandaag in het Parlement herhalen?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, vous le savez, la Cour pénale internationale n'est pas un tribunal comme un autre. Elle a été créée en 1998 par le statut de Rome pour juger les crimes les plus graves. Parmi les crimes les plus graves, il y a les crimes de guerre, les crimes contre l'humanité et le crime de génocide.

La Belgique n'est pas simple spectatrice. Elle est État partie. Elle a ratifié ce statut. Elle a participé à la création de la CPI. Elle s'est engagée noir sur blanc à coopérer avec la Cour, y compris pour arrêter les individus visés par un mandat.

La CPI a été pensée comme un rempart contre l'impunité, un espoir pour les victimes. Tout à l'heure, je vous disais que je ne comprends pas comment un État arrive à mettre à genoux tout le droit international. La CPI est censée aussi répondre à cela. C'est un message clair: aucun chef d'État, aussi puissant soit-il, ne peut se placer au-dessus des lois.

Monsieur le ministre, nous avons eu le débat en plénière. Nous avons aussi eu le débat en commission, en votre absence. J'avais d'ailleurs demandé que nous puissions réunir la commission des Affaires étrangères et la commission de la Justice pour pouvoir vous entendre, ainsi que le premier ministre et la ministre de la Justice. C’est un débat extrêmement important, au-delà de la question qui nous occupe. Comment faire respecter l'État de droit? Comment ne mettre personne au-dessus des lois?

Mes questions sont extrêmement simples, monsieur le ministre. Quelle est la position officielle du gouvernement? Lors du débat en plénière, nous avons entendu deux versions différentes. Nous avons entendu la version de Maxime Prévot, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, et puis la position de Bart De Wever, premier ministre, et puis d'autres membres de l'Arizona avec des positions qui diffèrent.

Quelle est la position officielle du gouvernement? La Belgique va-t-elle continuer à honorer ses engagements? Notre pays va-t-il exécuter le mandat d'arrêt contre Benyamin Netanyahu, comme il le ferait pour n'importe quel autre criminel de guerre?

Merci pour vos réponses.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, il y a deux semaines, en séance plénière, vous avez été très clair. La Belgique soutient et soutiendra toujours, politiquement et financièrement, le travail de la Cour pénale internationale. Vous avez en cela rejoint à la fois l'accord de gouvernement, mais aussi et surtout le droit international.

J'aimerais donc vous entendre ici en débat en commission, avec plus de temps, pour faire le point sur ce dossier. Bien sûr, la séparation des pouvoirs est un socle fondateur de notre pays. Il n'est donc nullement question ici de s'ingérer dans la justice ou de politiser son fonctionnement.

Mais il n'en reste pas moins que la position politique du gouvernement en la matière est importante. Je vous le demande donc clairement: la réponse que vous avez fournie le 10 avril dernier en séance plénière est-elle la position sans ambiguïté du gouvernement? Cela a-t-il été rediscuté en Conseil des ministres ou en kern? Dans l'affirmative, qu'en est-il ressorti?

Pouvez-vous également éclaircir la question de l'immunité mise en avant par certains? Enfin, pouvez-vous faire le point sur les autres pays européens, dont on sait que certains ont eu des positions divergentes et les ont parfois fait évoluer?

Je vous remercie.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, in de plenaire vergadering van 10 april bevestigde u de Belgische steun aan het Internationaal Strafhof en herinnerde u aan de volledige gerechtelijke procedure voor de uitvoering van een aanhoudingsbevel, waar politici niet in tussenbeide komen. Ook de minister van Justitie, Annelies Verlinden, verwoordde het zo in de commissie: "Er kan geen twijfel over bestaan dat we onze verplichtingen onder het statuut van Rome nakomen. België heeft als verdragspartij de plicht om een aanhoudingsbevel uit te voeren en daar doet de immuniteit van staats- en regeringsleiders geen afbreuk aan." Toch bleef eerste minister De Wever, om het zacht te zeggen, dubbelzining.

Kunt u klaar en duidelijk bevestigen dat het de intentie is om het gerecht zijn werk te laten doen, het Internationaal Strafhof te respecteren in zijn jurisdictie en om het arrestatiebevel tegen Netanyahu ook uit te voeren?

Op 10 april gaf u ook aan dat u de voorzitter van het Internationaal Strafhof zou ontmoeten. Werden hiervoor intussen al de nodige contacten gelegd en wanneer zal het overleg plaatsgrijpen?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, nous avons ce débat aujourd'hui notamment parce que le premier ministre, M. De Wever, a déclaré publiquement qu'il refuserait d'exécuter le mandat d'arrêt contre le criminel de guerre, Benyamin Netanyahu, alors que ce mandat d'arrêt est demandé par la Cour pénale internationale. Et, en séance plénière du 10 avril 2025, quand il a été interrogé sur le sujet, le premier ministre a donné des réponses ambiguës qui n'ont pas convaincu. Cette ambiguïté tranche nettement avec la clarté de votre déclaration dans laquelle vous avez confirmé que la Belgique est légalement tenue d'exécuter un mandat de la CPI. On assiste ainsi un peu à un jeu de bad cop - good cop. Cette divergence révèle une inquiétante absence de ligne gouvernementale unifiée sur une question aussi fondamentale que le respect du droit international.

Par ailleurs, lorsqu'il a tenté de justifier ses propos, M. De Wever a déclaré qu'il partageait une soi-disant évaluation politique similaire à celle de l'Italie ou de la Pologne. Or, aucun de ces pays ne constitue une référence en matière de respect strict des principes de justice internationale. Faut-il comprendre que la Belgique souhaite désormais aligner sa politique étrangère sur celle de gouvernements notoirement marqués par une dérive autoritaire ou une extrême droitisation, comme c'est le cas du gouvernement italien de Giorgia Meloni?

Dans ce contexte, monsieur le ministre, confirmez-vous publiquement et sans équivoque que la Belgique respectera toute décision de la Cour pénale internationale, sans distinction politique ni diplomatique? Cette position est-elle celle de l'ensemble du gouvernement ou bien assistons-nous à une tentative du premier ministre d'imposer un agenda diplomatique personnel en contradiction avec les engagements internationaux de la Belgique?

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, vous m'avez posé des questions similaires à celles qui m'avaient été adressées en plénière. Mes réponses, ou en tout cas quelques éléments, seront donc également similaires. Je l'ai dit dans cette salle et également dans l'hémicycle, et je le redirai tout au long de mon mandat: la Belgique soutient et soutiendra toujours politiquement et financièrement le travail de la Cour pénale internationale, y compris dans la plénitude de ses mandats pour qui que ce soit.

In februari 2025, enkele dagen nadat ik mijn ambt had opgenomen, heb ik de procureur van het hof ontmoet. Ik deelde hem mee dat België een bondgenoot van het hof is en zal blijven. Ik heb hem gezegd dat ik de houding van de Amerikaanse autoriteiten tegenover hem en zijn familie sterk veroordeelde.

Concreet betekent de steun van België aan het hof het volgende: tientallen interventies ter ondersteuning van het hof op internationale fora, in het bijzonder bij de organen van de Verenigde Naties, talrijke benaderingen van lidstaten om hen te herinneren aan hun verplichtingen onder het statuut van Rome, tientallen benaderingen om ervoor te zorgen dat nog meer landen het hof steunen en ook, naast de verplichte financiële bijdrage, talrijke bijkomende vrijwillige financiële bijdragen en de organisatie van talrijke evenementen over het onderwerp. In het kader van de werkzaamheden van de Europese Unie zet België zich ook in voor de vele verklaringen en beslissingen die de samenwerking met het hof moeten bevorderen.

Daardoor wordt België internationaal erkend als een fervent voorstander van het hof. België is een van de staten die het meest met het hof samenwerken en wordt vaak aangehaald als voorbeeld van zijn doeltreffend georganiseerd samenwerkingssysteem.

C'est pourquoi il était évident que j'exprime publiquement et sans délai mon profond regret de voir la Hongrie souhaiter se retirer du Statut de Rome. Chaque retrait affaiblit la lutte contre l'impunité. Je l'ai dit: j'entends bien redoubler d'efforts diplomatiques pour que plusieurs adhésions au Statut de Rome soient la réponse à ce retrait. Et je le dis également à tous nos partenaires internationaux, bilatéraux et multilatéraux: il n'y a aucun doute possible sur ce soutien. Non seulement la Belgique soutient, mais promeut et défend une Cour pénale internationale indépendante et impartiale. C'est justement parce qu'aucun doute n'est possible sur ce soutien et qu'il est partagé par tout le gouvernement qu'il n'y a pas eu, monsieur De Maegd, de nouvelles discussions à ce sujet en kern ou en Conseil des ministres – et pour cause. Du reste, c'est parce que nous sommes un pays attaché à l'indépendance et l'impartialité de la justice que nous respectons strictement le principe de la séparation des pouvoirs. La Belgique ne politise pas la justice ni pour l'inciter ni pour la contrarier ni encore pour la réfréner.

De administratie van mijn collega, de minister van Justitie, heeft mijn diensten bevestigd: "Volgens ons nationaal recht wordt de uitvoering van verzoeken om wederzijdse bijstand en samenwerking van het hof, zoals verzoeken om voorlopige aanhoudingen en verzoeken om aanhouding en overlevering, geregeld door de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafhof en de internationale straftribunalen, die een strikte gerechtelijke procedure vastlegt, waarin noch de regering als geheel, noch een minister apart tussenkomt."

C'est aussi pour cette raison qu'il ne m'appartient pas de me prononcer sur la question stricte des immunités.

Bref, comme j'ai déjà pu le dire, de controverses ou d'ambiguïtés, il n'y en a pas, ou plus guère. Tout le gouvernement se tient derrière le soutien passé, présent et futur de la Belgique à la Cour et à ses missions. Comme je vous l'indiquais, et vous le releviez, madame la présidente, je souhaite pouvoir rencontrer prochainement la présidente de la Cour pour lui réitérer tout notre soutien et ôter tout doute éventuel. Son cabinet a d'ailleurs approché le mien à ce sujet. Mon équipe cherche désormais une date qui puisse convenir à nos agendas respectifs.

Enfin, monsieur Boukili, il n'y a aucun alignement de la politique étrangère de la Belgique sur quiconque d'autre que nous-même, nos valeurs et nos principes.

Christophe Lacroix:

Merci, monsieur le vice-premier ministre, pour vos réponses, qui confirment à quel point la Belgique jouit d'un écho ou d'une réputation favorable en matière de respect du droit international et de toutes les institutions qui balisent ce droit international, que ce soit en termes de législation, ou en termes de répression quand il convient de réprimer, notamment, des auteurs présumés de crimes de guerre. Vous faites donc bien de le rappeler.

Mais à travers votre intervention, je remarque néanmoins que les propos du premier ministre Bart De Wever ont quelque peu écorné l'image que la Belgique avait auprès de la Cour pénale internationale jusqu'à présent, à tel point que , d'une part, vous avez dû rassurer le procureur de la Cour pénale internationale, et d'autre part, que vous allez rencontrer prochainement les plus hautes instances de cette Cour pénale internationale pour les rassurer sur la continuité de la volonté de la Belgique de faire respecter les décisions de cette Cour. Et non seulement de les faire respecter, mais aussi de militer pour que davantage d'États encore participent à la ratification et à la signature du Statut de Rome. Donc, je peux concevoir le malaise qui a été créé. Il semble s'être dissipé, jusqu'au prochain dérapage d'un premier ministre qui ne semble pas avoir suffisamment d'attention pour le droit international, puisqu'il s'est replié sur une Région pendant trop longtemps. Le fait de devenir ou de redevenir belge à un moment donné devrait lui donner un peu plus d'inspiration pour regarder ce qui se passe au niveau international et pour prendre conscience des responsabilités du costume de premier ministre.

Annick Lambrecht:

Bedankt, mijnheer de minister, om nog eens duidelijk te zeggen dat België het Internationaal Strafhof steunt, zowel politiek als financieel, en dat ook zal blijven doen.

België is een bondgenoot en een fervente voorstander van het hof. Ik dacht dat iedereen in deze zaal daar overtuigd van was. U vindt het dus een beetje raar dat wij dan toch vragen durven te stellen. Mijnheer de minister, er is echt heel veel onduidelijkheid gecreëerd door de uitspraken van de premier. Als de premier zo duidelijk was als u de hele tijd bent, dan zouden we dit tweede actualiteitsdebat hierover niet voeren.

Dit heeft inderdaad, zoals collega Lacroix zei, onze reputatie schade toegebracht. U hebt dat met hand en tand proberen recht te zetten en doet dat nog steeds. Dat siert u en ik hoop dat u de steun van velen van ons voelt om die lijn te blijven volgen en resoluut te gaan voor dat Internationaal Strafhof, de uitvoering van haar beslissingen en daar geen twijfel over te laten bestaan.

U hebt niet expliciet geantwoord op het artikel uit Joods Actueel . Ik veronderstel echter dat u helemaal niet akkoord gaat met de onzin en de eenduidige visie die daarin werden gesteld.

Voor de rest kan ik enkel blijven pleiten dat we er met iedereen voor moeten zorgen dat we niet gewend raken aan de gruwelijke aanvallen van Israël, maar ook niet aan het niet vrijlaten van alle gijzelaars. We kunnen dat niet genoeg benadrukken.

Sam Van Rooy:

Wat duidelijk is, is dat er in deze regering totaal geen eensgezindheid is over Israël en dat deze regering gewoon niks snapt van het Midden-Oosten. Wat daar plaatsvindt, is geen Palestijns-Israëlisch conflict, minister, maar een jihadistische vernietigingsoorlog tegen het enige joodse staatje ter wereld.

Israël voert een existentiële overlevingsstrijd. Als Israël geen vrije joodse democratische rechtsstaat zou zijn maar wel een zoveelste tirannieke of jihadistische moslimstaat zoals de rest van het Midden-Oosten en bij uitbreiding de islamitische wereld, dan maakte niemand hier er zo'n probleem van.

Het is een wet van Meden en Perzen: legt Israël de wapens neer, dan zal het door onder andere Qatar, Iran, Hamas en Hezbollah van de kaart worden geveegd in een nieuwe holocaust. Laten onder andere Qatar, Iran, Hamas, Hezbollah enzovoort hun antisemitisme varen, leggen ze hun jihadistische wapens neer en erkennen ze Israël, dan zal er vrede zijn. Zoals de voormalige Israëlische president Golda Meir zei: "Er zal pas vrede zijn als de Arabieren meer van hun kinderen houden dan ze ons haten."

Tot slot, voor iedereen hier aanwezig, zelf al geeft u niet om Israël en de joden, besef goed dat wanneer Israël zou vallen jihadisten wereldwijd een enorme boost zouden krijgen om het Westen nog meer aan te vallen. Na Jeruzalem – zo klinkt het immers binnen de oemma – is Rome aan de beurt. Na de zaterdag komt de zondag. Dat betekent dat na de joden de christenen eraan gaan. Indien u het nog steeds niet begrijpt, het gaat over ons.

Rajae Maouane:

Il est compliqué d'intervenir après ce que je viens d'entendre. Je vais revenir sur le positif.

Merci pour vos réponses claires et sans ambiguïté, monsieur le ministre. Je comprends que vous portez ici la parole du gouvernement, et j'imagine qu'aucun autre ministre ou membre de la coalition Arizona ne cherchera à attiser le feu.

Comme vous l'avez souligné, la justice internationale n'est pas à la carte. Il s'agit d'un sujet sur lequel nous ne pouvons pas tergiverser et, malheureusement, les propos du premier ministre ont quand même entaché la crédibilité de notre pays. Je vous souhaite bon courage pour remédier à cette situation. Le pompier Prévot a bien éteint le feu allumé par le pyromane De Wever, et il convient de veiller à ce qu'aucun autre feu ne soit allumé. Nous resterons attentifs sur ce plan.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour cette réponse claire et pour votre constance dans ce dossier.

Ce que nous défendons ici n'est pas une posture mais un principe, à savoir le respect du droit international, le respect de nos engagements, sans exception, sans hésitation et sans géométrie variable. Pour de nombreuses victimes dans le monde, la Cour pénale internationale est le seul espoir de justice, le seul lieu au sein duquel ceux qui détiennent le pouvoir sont amenés à rendre des comptes, y compris lorsqu'on est chef d' É tat ou qu'on dirige une démocratie.

Nous savons tous qu'il ne peut y avoir de paix durable sans justice. Le débat qui nous a occupés précédemment démontre, une fois de plus, l'impérieuse nécessité d'avoir une justice et, dans ce contexte, la parole politique a bien évidemment un poids, elle doit être claire et droite. Nous ne pouvons pas soutenir la CPI en principe, mais douter dès que l'enquête dérange. Nous ne pouvons pas célébrer l' É tat de droit d'un côté et fermer les yeux sur l'impunité de l'autre.

Je vous invite donc, monsieur le ministre, à poursuivre votre ligne de conduite et votre action, afin que la voix de la Belgique et celle du gouvernement restent alignées avec les valeurs que nous défendons, et ce pas uniquement dans les déclarations mais aussi dans les actes.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, dank u voor uw ondubbelzinnige houding ten aanzien van het Internationaal Strafhof. U zegt dat we niet alleen bondgenoten zijn, maar ook dat België een fervent voorstander is van het Hof en dat België het Hof als voorbeeld neemt en dat in de toekomst, net zoals in het verleden, zal blijven doen.

We zullen de gerechtelijke procedure strikt volgen zoals die is vastgelegd in de wet van 29 maart 2003, die handelt over de aanhouding en de uitlevering. We zullen de rechtsstaat respecteren. Het zou bizar zijn om dat niet te doen. U hebt herhaald dat de regering die houding steunt en dat u die positie in overleg met de voorzitter van het Internationaal Strafhof zult bevestigen. Als fractie kunnen wij dat alleen maar steunen. Wij delen daaromtrent dezelfde waarden.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses claires sur le respect du droit international et le respect de la décision de la CPI, contrairement à ce qui avait été déclaré par le premier ministre Bart De Wever. Je suis content de constater qu'il a été remis à l'ordre sur cette question, et qu'il ne confond pas ses positions personnelles et celles de son parti avec celles de la Belgique aux yeux des instances internationales. Vous avez aussi clarifié la question de ce front que M. De Wever veut créer avec Mme Meloni. La Belgique restera indépendante dans sa politique étrangère et ne va pas s'aligner sur celle de Mme Meloni, malgré toute la sympathie que le premier ministre lui accorde. Je pense que la réponse est claire et démontre que la position du premier ministre était erronée et fausse. Elle est maintenant corrigée. Il ne manque plus que le premier ministre revienne publiquement sur ses propos en s'excusant de ne pas avoir respecté le droit international et les engagements de la Belgique, qu'il est censé diriger.

De aanwezigheid van de Syrische interim-president Al-Sharaa op een donorconferentie in Brussel
De politieke situatie in Syrië en de Europese steun in dat verband
De interim-grondwet in Syrië
De slachtpartijen in Syrië
Europese betrokkenheid bij de Syrische politieke crisis en mensenrechtenschendingen

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om kritiek op EU-steun aan Syrië’s islamitische interim-regering onder Al-Sharaa, die via een tijdelijke grondwet een sharia-gebaseerde staat nastreeft en massa-executies pleegt tegen minderheden (o.a. alawieten, christenen). België/EU verdedigen hun 5,8 miljard euro steun (waaronder 18 miljoen van België) als noodzakelijk voor humanitaire hulp en transitie, maar critici (Safai, Samyn) waarschuwen voor financiering van een nieuw islamitisch regime (vergelijkbaar met Iran) en eisen strengere voorwaarden, zoals mensenrechtengaranties en uitsluiting van terroristen. Boukili benadrukt voorzichtigheid, terwijl de minister juridische stappen en monitoring belooft om straffeloosheid tegen te gaan.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, Ahmad al-Sharaa, de voormalige Al-Qaedastrijder en militieleider, kan misschien zijn kleren verwesteren, maar zijn ideologie en politieke overtuiging blijven geïnspireerd door de sharia.

Al-Sharaa, die Kaja Kallas, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken, de hand niet wilde schudden omdat ze een vrouw is en die aan vrouwen vraagt om zich te bedekken als ze met hem op de foto willen, is een islamist. Een islamist discrimineert niet alleen vrouwen, maar ook religieuze minderheden. Hij stuurde zijn gemaskeerde milities naar de gebieden waar de alawieten wonen. Die milities maken geen onderscheid tussen ongewapende aanhangers van Assad en onschuldige ongewapende alawieten. Net zoals IS de Jezidi's en christenen vermoordde, zijn nu de alawieten het slachtoffer van blinde haat. Minstens 300 alawieten werden reeds geëxecuteerd en er zouden in totaal al meer dan 800 alawieten zijn vermoord. Video's van deze gruweldaden worden verspreid om nog meer terreur te zaaien. Ook heeft hij in de grondwet nu verankerd dat het land binnen vijf jaar een islamitisch bewind zal krijgen.

De Europese Commissie maakte bekend dat de Syrische interim-president al-Sharaa is uitgenodigd voor een donorconferentie in Brussel op 17 maart. De EU veroordeelde de aanvallen van de regeringstroepen, maar rept met geen woord over de executies van minderheden. Wat is uw reactie op deze communicatie van de Europese Commissie?

Welk belang hecht u aan de intentieverklaring die getekend werd door de Syrische regering en de Koerdische SDF? Welke steun heeft de Europese Unie toegezegd aan de Syrische regering en onder welke voorwaarden gebeurt dit? Hoe kadert dit in de wederopbouw van het land? Vallen deze voorwaarden samen met het aannemen van de tijdelijke grondwet in Syrië?

Hoe rijmt u de militaire actie tegen de talrijke burgerslachtoffers onder de alawieten met het bezoek van de interim-president van Syrië?

Ons land heeft ook een pakket van 17 miljoen euro aangeboden aan Syrië. Is dit een juist signaal volgens u, net na de executies en moord op onschuldige mensen?

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, op 13 maart ratificeerde de nieuwe Syrische president Ahmed al-Sharaa een interim-grondwet. Die tekst moet dienen als een legitimatie voor een islamitisch bestuur gedurende een vijfjarige transitieperiode. Het is nu kristalhelder welke ideologische lijn de nieuwe president en zijn regering voor het nieuwe Syrië uitzetten: een shariastaat naar het voorbeeld van IS of de Taliban.

Tijdens de debatten over de beleidsverklaring werd duidelijk dat verschillende traditionele partijen, waaronder ook die van u, de situatie in Syrië nog steeds als een historische kans op weg naar een democratische transitie beschouwen. Het nieuwe islamitische bestuur van al-Sharaa, een aftakking van terreurbeweging al-Nursa, hielp ons zeer snel uit die illusie. Hun willekeurige militaire geweld en de massa-executies gericht tegen Syrische minderheden, waaronder christenen, alawieten, druzen en Koerden, wijzen veel meer op een nieuw Afghanistan dan op een democratische overgang. Daar komt die islamitische grondwet bovenop.

Mijnheer de minister, wat is uw standpunt over die interim-grondwet? Hebt u daarover al contact gehad met de Syrische ambassadeur of uw Syrische ambtgenoot? Zo ja, wat was de inhoud van de gesprekken?

Bent u nog steeds van mening dat het nieuwe bestuur een historische kans biedt voor de democratisering van Syrië?

Wat is uw standpunt rond de opheffing van het sanctieregime tegen Syrië? Die opheffing werd door bepaalde collega's geopperd tijdens de debatten over de beleidsverklaring, maar zou in de huidige context een historische vergissing zijn.

Bent u bereid om de geplande 18 miljoen euro aan financiering voor Syrië te herzien? De kans is immers zeer reëel dat we aldus het nieuwe islamitische regime mee ondersteunen.

Maxime Prévot:

Madame la présidente, M. Boukili étant absent, il pourra certainement se référer au compte rendu intégral de mes propos pour trouver réponse aux questions qu'il m'avait adressées.

Beste parlementsleden, de afgelopen weken is Syrië het slachtoffer geweest van een zorgwekkende toename van geweld. Na een reeks incidenten in het zuiden van het land is het kustgebied in het noordwesten van het land het doelwit geweest van gewelddadige aanvallen van aan het Assadregime gelieerde elementen tegen de veiligheidstroepen. Die aanvallen leidden tot een cyclus van geweld, die resulteerde in gruwelijke misdaden tegen burgers, waaronder standrechtelijke executies gepleegd door elementen die banden hadden met het voormalige regime van Assad, leden van de veiligheidstroepen van de overgangsautoriteiten en niet-geïdentificeerde daders. Die aanvallen hebben honderden slachtoffers geëist en zijn de meest gewelddadige botsingen in het land sinds de val van het Assadregime in december 2024.

Dergelijk geweld is onaanvaardbaar. België heeft die daden scherp veroordeeld, zonder een onderscheid te maken tussen de daders. Ik heb dat op 9 maart 2025 publiekelijk geuit, in naam van België. Ons land steunde vervolgens op 11 maart 2025 een verklaring van de Hoge Vertegenwoordiger namens de Europese Unie, waarin het geweld werd veroordeeld. Tegelijkertijd reisde onze ambassadeur in Beiroet, die verantwoordelijk is voor Syrië, naar Damascus, waar hij persoonlijk de diepste bezorgdheid van België kon overbrengen aan de Syrische interim-minister van Buitenlandse Zaken.

Enkele dagen later, op 17 maart 2025, kon ik de krachtige veroordeling van dat geweld door België ook rechtstreeks overbrengen aan mijn Syrische ambtgenoot tijdens een bilaterale ontmoeting in Brussel in de marge van de Conferentie van Brussel over Syrië.

La Belgique a profité de chacune de ces occasions pour souligner la nécessité absolue de tenir compte de tous les auteurs présumés responsables de leurs actes.

Il a été souligné qu'un système judiciaire rapide, transparent et impartial, conforme aux normes internationales, est essentiel pour empêcher que de tels crimes se reproduisent et pour garantir que tous les Syriens, sans aucune distinction, puissent vivre sans peur dans la nouvelle Syrie. Une justice transitionnelle globale est nécessaire à la réconciliation et à la construction d'une Syrie pacifique.

La lutte contre l'impunité en Syrie est un objectif de notre accord de gouvernement. La Belgique soutient en particulier le travail de l'International, Impartial and Independent Mechanism, Syria (IIIM). La Belgique a joué aussi un rôle de pionnier dans la création de l'Independent Institution on Missing Persons in the Syrian Arab Republic

Mes services réfléchissent actuellement à un appui dans ce cadre afin d'aider notamment à recueillir et à préserver les preuves liées aux violations du droit international humanitaire et des droits humains.

Na vijf decennia dictatuur is Syrië een land met een verwoeste economie en een gefragmenteerde samenleving. Dit geweld illustreert de enorme uitdagingen en verantwoordelijkheid die een vreedzame, duurzame en inclusieve transitie betekent voor de overgangsregering.

De Syrische autoriteiten hebben erkend dat er fouten zijn gemaakt, maar er zijn ook bemoedigende signalen. De toezeggingen van de overgangsregering en in het bijzonder de oprichting van een onderzoekscommissie zijn stappen in de goede richting. Op 25 februari werd een politiek transitieproces in gang gezet met de nationale dialoog. Op 13 maart werd een voorlopige grondwet goedgekeurd en op 29 maart werd de overgangsregering benoemd die de derde fase van dit proces vormt.

De interim-grondwet schaft de functie van premier af en versterkt daarmee de concentratie van de uitvoerende macht rond de president. Er wordt echter wel rekening gehouden met een aantal aanbevelingen van de Verenigde Naties, bijvoorbeeld de verwijzing naar de mensenrechten en het internationaal recht.

Wat de nieuwe regering betreft, hoewel de meerderheid van de ministers soennitische moslims zijn, wat de demografie van het land weerspiegelt, telt de nieuwe regering ook vier ministers uit minderheidsgroepen – een druzische, een Koerdische, een alawitische en een christelijke vrouw –, hoewel zij niet in sleutelministeries zijn benoemd.

Het akkoord dat op 10 maart werd bereikt tussen de overgangsautoriteiten en de Syrisch democratische strijdkrachten in het noordoosten van Syrië om alle civiele en militaire instellingen van het autonome Koerdische bestuur te integreren in het kader van de Syrische staat is ook een positieve ontwikkeling. Deze overeenkomst kan de weg vrijmaken voor meer stabiliteit en een betere toekomst betekenen voor veel Syriërs, hoewel de uitvoering ervan een grote uitdaging blijft.

Ons land zal uiterst waakzaam blijven voor de manier waarop deze toezeggingen worden geïmplementeerd en hoe ze evolueren. We hebben de Syrische autoriteiten eraan herinnerd dat de opschorting van de beperkende maatregelen deel uitmaakt van een geleidelijke en omkeerbare aanpak en dat de Europese Unie en haar lidstaten de relevantie van deze opschorting zullen blijven onderzoeken op basis van een nauwgezette monitoring van de situatie in het land.

De huidige transitieperiode in Syrië blijft zeer fragiel en de Syrische bevolking heeft de volle ondersteuning van de internationale gemeenschap nodig. Dat is niet alleen een morele plicht, maar ook een essentiële voorwaarde om tot stabiliteit in het land en de gehele regio te komen. Als internationale gemeenschap en als Belgen mogen we deze historische kans niet missen.

Het is in die context dat op 17 maart de negende internationale conferentie ter ondersteuning van Syrië plaatsvond. De conferentie was een cruciaal platform om het gezamenlijke internationale engagement voor een inclusieve, vreedzame en door Syrië geleide transitie opnieuw te bevestigen. De conferentie bracht de belangrijkste belanghebbenden bijeen om tegemoet te komen aan de veranderende behoeften van Syrië, essentiële financiële steun te mobiliseren en de rol van het maatschappelijk middenveld te ondersteunen.

Als duidelijk bewijs van dit engagement kondigde de Europese Unie een substantiële toezegging van bijna 2,5 miljard euro aan voor 2025 en 2026.

Samen met andere internationale partners werd er in totaal 5,8 miljard euro opgehaald om het overgangsproces van Syrië en het socio-economische herstel van het land te ondersteunen en tegelijkertijd de dringende humanitaire behoeften aan te pakken, zowel in Syrië als in de gastgemeenschappen in Jordanië, Libanon, Irak, Egypte en Turkije.

De Europese Unie en haar lidstaten blijven de grootste donor voor Syrië en de buurlanden die Syrische vluchtelingen opvangen. Het gaat om een totaalbedrag van bijna 3,4 miljard euro.

België beloofde 18 miljoen euro voor humanitaire hulp vrij te maken in 2025. Die financiering zal bestaan uit zowel flexibele als geoormerkte financiering en zal zich richten op de bescherming van de getroffen burgers, zowel op het volledige grondgebied van Syrië als de Syrische vluchtelingen in de buurlanden en hun gastgemeenschappen. Daarnaast heeft België ook 475.000 euro vrijgemaakt voor ontmijningsprojecten.

Subsidieovereenkomsten voorzien telkens in een clausule die de organisaties verplicht de administratie op de hoogte te stellen van elke vorm van fraude, van elke onregelmatigheid of praktijk van corruptie. De internationale humanitaire organisaties moeten de rapporten en audits van de uitvoering voorleggen.

De conferentie werd voor de eerste keer georganiseerd in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Syrische interim-regering. Aangezien het een ministeriële conferentie was, nam de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Al-Shabani, en dus niet de Syrische interim-president Al-Sharaa, eraan deel op officiële uitnodiging van Hoge Vertegenwoordigster Kallas en eurocommissaris Lahbib. In de marge van de conferentie had ik dus een bilaterale ontmoeting met hem om de eerder uiteengezette boodschappen van de Belgische positie over te brengen.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Uiteraard is het belangrijk dat wij invloed blijven uitoefenen op een land dat, hopelijk, in ontwikkeling is. Wij krijgen echter ook duidelijke signalen dat we voorzichtig moeten zijn met de richting die men daar kiest. Ik maak een parallel met het regime in Iran. De stichting ervan in 1979 herinneren velen ons zich niet, maar de geschiedenis moet nog verder worden geschreven. Het was in het begin ook niet duidelijk dat het zo erg zou worden. Het regime zou alles anders en beter doen. Uiteindelijk wil een islamist echter de sharia uitvoeren. Die uitvoering daarvan heeft niets te maken met een democratie. Het is een theocratie.

Wij moeten dus heel goed opletten waarin wij investeren. Uiteindelijk is het onze bedoeling om die landen mee te trekken naar de waarden en normen die wij de onze noemen, zoals het respect voor de mensenrechten. Het land is ook heel divers.

Net een week nadat de gruweldaden hebben plaatsgevonden naar Europa komen en doen alsof er niets aan de hand is, op een paar woorden na… Men had een ander signaal kunnen geven. Wij mogen eisen dat zoiets niet gebeurt of dat er anders geen sprake kan zijn van een relatie of geld. Europa geeft miljarden euro's. Dat is veel geld. Dat moeten wij op zo'n manier besteden dat we zelf geen tweede islamitische republiek van Iran in de regio creëren, ditmaal met ons eigen geld.

Die belangrijke punten wou ik u nog meegeven. Ik dank u voor uw antwoord.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Hoewel u beweert waakzaam te blijven ten aanzien van het Syrische regime, mag u het mij niet kwalijk nemen dat ik u naïef blijf vinden, wat het nieuwe regime in Syrië betreft.

We spreken over een historische kans op een democratische transitie. Dat is ijdele hoop. President en islamterrorist Al-Sharaa heeft recent op een kristalheldere manier duidelijk gemaakt welke ideologische lijn het nieuwe Syrië zal volgen, met een interim-grondwet die voor de komende vijf jaar Syrië van een islamitisch bestuur verzekert.

De sharia en democratie gaan niet samen. Dat weet ondertussen iedereen.

Wat de miljoenen euro steun betreft, hoe weet u en hoe kunt u verzekeren dat de humanitaire hulp daadwerkelijk terechtkomt bij de noodlijdende en meest kwetsbare bevolking?

Ik stel me nog steeds de vraag wat we daar eigenlijk zullen financieren. U kent onze mening: de wederopbouw van Syrië vereist menselijk kapitaal. In plaats van geld te sturen, is het beter om de terugkeer aan te moedigen van de hier verblijvende Syriërs die van hieruit het nieuwe regime toejuichen. We moeten in elk geval verhinderen dat de vele jihadterroristen in Syrië via welke weg dan ook naar België afzakken, want ze vormen een groot veiligheidsrisico.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous prie tout d'abord d'excuser mon retard, mais je pense que vous avez reçu ma question, à laquelle je fais référence. J'ai bien entendu votre réponse, et je pense qu'après ce qu'a vécu le peuple syrien sous le régime meurtrier d'Assad, l'arrivée d'un nouveau régime n'est pas une garantie automatique de la paix pour le peuple syrien. Nous devons rester vigilants et attentifs, notamment pour ce qui concerne notre politique de soutien ou de financement - que ce soit à travers l'Union européenne ou d'autres - le respect des droits des peuples syriens, le respect des droits humains, ainsi que le respect de la dignité humaine sur le territoire syrien. Tel est notre devoir, surtout après les massacres auxquels nous venons d'assister sous le nouveau régime. De tels actes montrent bien que ce n'est pas parce qu'on a remplacé un régime meurtrier par un nouveau régime que ce dernier est automatiquement plus humain. Nous devons rester attentifs à la question, surtout dans le cadre de notre politique internationale.

De relatie met Rwanda
De betrekkingen met Rwanda
De organisatie van de wereldkampioenschappen wielrennen 2025 in Rwanda
De banden tussen België en Rwanda
Het conflict in Oost-Congo en de diplomatieke betrekkingen met Rwanda
België-Rwanda: diplomatie, sport en regionale conflicten

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Rwanda verbrak unilateraal de diplomatieke banden met België en blokkeerde alle Belgische hulpprojecten (NGO’s, universiteiten, gezondheidszorg), wat lopende samenwerkingen onmiddellijk stopzette en lokale Rwandese partners en kwetsbare groepen hard trof, terwijl België contractueel gebonden fondsen (nog niet uitgekeerde bedragen) niet kan recupereren. De veiligheid van Belgen ter plaatse wordt gegarandeerd via Nederlandse diplomatieke *caretaker*-rol en de ambassade in Nairobi, maar politieke inmenging van Rwanda—zoals censuur van parlementaire evenementen over het genocide-verleden—wordt scherp veroordeeld als onaanvaardbare aantasting van Belgische soevereiniteit. België steunt het parlementair boycotverzoek voor het WK wielrennen in Rwanda (september 2025) omwille van Kigali’s betrokkenheid bij het conflict in Oost-Congo (steun aan M23-rebellen en mensenrechtenschendingen), maar de beslissing ligt bij de UCI en de Belgische wielerfederatie; een gemeenschappelijke EU-houding wordt nagestreefd. Dialoog blijft mogelijk, maar herstel van vertrouwen vereist stoppen van Rwandese desinformatie en respect voor internationaal recht en Congolese territorialiteit.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de ingediende vraag. Ik moet me ook verontschuldigen voor het antwoord straks, maar ik zal ernaar luisteren in de auto.

Na het verbreken van de diplomatieke banden tussen Rwanda en België vorige week, heeft de Rwandese regering op 27 maart 2025 eenzijdig alle Belgische hulpprojecten verboden met onmiddellijke ingang. Dit verbod omvat samenwerkingen met ngo’s, universiteiten, gezondheidsinstellingen en religieuze organisaties. Overtreders riskeren sluiting. Deze escalatie zet niet alleen de bilaterale relaties onder zware druk, maar brengt ook humanitaire en ontwikkelingsprojecten in gevaar.

Graag verneem ik het volgende van u.

Welke concrete gevolgen heeft het Rwandese verbod voor lopende Belgische projecten in Rwanda?

Wat met de Belgische gelden die momenteel aanwezig zijn in Rwanda? Zal u dat geld terug kunnen vorderen? Zo ja: over welk bedrag gaat het?

Welke impact schat u in omwille van deze beslissing op de Belgische partners en de Belgische middenveld organisaties op het terrein?

Welke impact verwacht u voor de Rwandese bevolking?

In hoeverre kan u de veiligheid van de medewerkers van de Belgische projecten verzekeren? Welke zijn uw concrete plannen daarin?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, ce qui se joue aujourd'hui entre la Belgique et le Rwanda dépasse largement le champ de la diplomatie. On fait face ici à une attaque directe contre la coopération, la mémoire, la liberté académique et même la souveraineté du Parlement belge. Ma question date d'il y a presque un mois, de sorte que je vais essayer de l'actualiser en fonction des événements survenus entre-temps.

En effet, ce 27 mars, le gouvernement rwandais a brutalement interdit tous les projets de coopération belge sur son territoire, y compris ceux portés par des ONG, des universités, des institutions, etc. Mais ça ne s'arrête pas là puisque ce même 27 mars, un colloque scientifique et mémoriel sur le génocide rwandais organisé chaque année dans l'enceinte du Parlement par l'ASBL Ibuka Mémoire et Justice a été annulé sous la pression du régime rwandais. Selon nous, cette censure constitue une atteinte grave à la liberté d'expression, à la liberté académique ainsi qu'à l'indépendance de nos institutions démocratiques.

Monsieur le ministre, quelles conséquences concrètes identifiez-vous de l'interdiction unilatérale des projets belges au Rwanda? Combien de programmes sont concernés et combien de bénéficiaires – aussi bien belges que rwandais – sont aujourd'hui mis en péril?

Les fonds publics belges déjà transférés au Rwanda peuvent-ils être récupérés? Dans l'affirmative, quels sont les mécanismes envisagés et quel est le montant en jeu?

Quelle est la réaction du gouvernement belge face à l'ingérence inacceptable du régime rwandais dans la vie parlementaire belge?

Quelles garanties pouvez-vous offrir pour la sécurité de nos partenaires belges encore présents sur le terrain, ainsi que des collaborateurs locaux de ces projets?

François De Smet:

Monsieur le ministre, en septembre prochain, le Rwanda doit accueillir les championnats du monde de cyclisme sur route à Kigali. Cette décision pose légitimement question dans le contexte géopolitique actuel, puisque le Rwanda est accusé par le Conseil de sécurité des Nations Unies, le Parlement européen, de très nombreux É tats ainsi que des ONG internationales d'être activement impliqué dans le conflit à l'Est de la République démocratique du Congo (RDC).

Le régime de Paul Kagame soutient militairement les rebelles du M23 et, en déployant son armée sur le territoire de la RDC, se rend complice de graves exactions en matière de droits humains. À Goma et dans l'Est de la RDC, plus de 800 000 civils ont été déplacés, des familles entières vivent dans des camps précaires, et les femmes et les enfants sont les premières victimes de cette guerre.

Notre Assemblée a tout récemment adopté une résolution ferme condamnant le soutien du Rwanda au M23, en exigeant notamment la fin des hostilités, le retrait immédiat des troupes rwandaises du sol congolais, la suspension de toute aide militaire ou économique au Rwanda ainsi que l'interdiction d'envoyer des délégations belges à des événements sportifs ou culturels sur le territoire rwandais tant que la situation ne change pas.

Organiser les Mondiaux de cyclisme dans ces conditions ou y participer, c’est offrir au régime rwandais une tribune internationale et une image de respectabilité qu’il ne mérite nullement dans le contexte actuel, alors que le Rwanda viole le droit international, agresse un pays voisin et soutient des groupes armés responsables de crimes contre l’humanité.

Monsieur le ministre, en dépit de la volonté affichée par l’UCI de maintenir les championnats du monde au Rwanda, entendez-vous faire valoir auprès de la fédération belge de cyclisme l’argumentaire requis pour que notre pays notifie son refus de participation? Avez-vous déjà pris contact avec vos homologues européens afin qu’une prise de position commune soit signifiée à l’UCI dans le sens voulu pour que ces championnats du monde de cyclisme soient organisés dans un autre pays?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, voici quelques semaines, le Rwanda décidait unilatéralement de rompre ses liens diplomatiques ainsi que sa coopération avec la Belgique. Une décision qui a par ailleurs été outrepassée lorsqu'un ministre du gouvernement rwandais avait prévu de participer à un colloque ici-même, à la Chambre, en mars dernier. Cet évènement a finalement eu lieu à un autre endroit, comme vous le savez.

Cet épisode en a d'ailleurs rappelé un autre, qui s'était produit en décembre dernier. L'ambassade du Rwanda avait en effet fait pression pour empêcher la présence d'une journaliste flamande lors de la Journée des génocides organisée à la Chambre – journée qui avait finalement été postposée, avec la présence maintenue de cette intervenante. Tout cela pour dire, monsieur le ministre, que le Rwanda semble prendre pour habitude de s'ingérer au sein même de notre Assemblée; ce qui est évidemment inacceptable.

Monsieur le ministre, comment réagissez-vous à ces différents épisodes? Plus généralement, pouvez-vous nous en dire plus sur les conséquences de cette rupture diplomatique imposée par le Rwanda? Des projets amorcés ont-ils dû être annulés? Des fonds alloués ont-ils été perdus? Si oui, pourront-ils être récupérés? Quel impact craignez-vous pour les Belges présents sur place? Enfin, pouvez-vous nous dire si des discussions entre nos deux pays ont eu lieu, d'une manière ou d'une autre, depuis cette décision prise par Kigali?

Els Van Hoof:

Ik sluit aan bij deze reeks vragen.

Het conflict in Oost-Congo blijft voortduren. Bemiddelingspogingen zijn vandaag vrij versnipperd. Wat de East African Community en de SADC betreft, blijkt dat er een nieuw panel van vijf oud-presidenten is aangesteld om de vredesprocessen van Luanda en Nairobi op te volgen. De bemiddelingspoging in Doha, Qatar, tussen Kagame en Tshisekedi is eveneens op niets uitgedraaid. Het minimaal bestand werd niet gehonoreerd. Op het terrein blijven de gevechten voortduren. De rechtstreekse gesprekken tussen M23 en de DRC werden ook afgeblazen.

Ondertussen werden onze diplomatieke betrekkingen verbroken, zoals de collega’s al hebben aangehaald. Rwanda heeft zelf aangegeven dat alle in Rwanda geregistreerde ngo’s niet meer mogen samenwerken met de Belgische regering en gelieerde entiteiten, met inbegrip van de Belgische ngo’s. Financiële hulp of donaties uit België mogen voortaan niet meer, zoals afgekondigd door het Rwandese regime. Dat zorgt uiteraard voor heel wat moeilijkheden op het terrein. Op 28 maart gaf u in de media aan dat er overleg werd gepleegd met de betrokken actoren om hen te helpen omgaan met de nieuwe situatie.

Welke concrete maatregelen nam u om de gevolgen van het verbreken van de diplomatieke betrekkingen op te vangen, vooral de gevolgen voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking?

Van welke internationaal ondernomen bemiddelingspogingen hebt u kennis? U zult nog naar Congo gaan.

Welke vredesmacht zou een betekenisvolle rol kunnen spelen?

Welke demarches worden er op Europees vlak ondernomen, ook met betrekking tot het opzeggen van het grondstoffenmemorandum?

Ik verwijs eveneens naar de vragen die de heer De Smet reeds heeft gesteld inzake de organisatie van een WK wielrennen. Dat is inderdaad een autonome beslissing genomen door de UCI. Moeten er echter geen stappen worden gezet op Europees niveau om na te gaan of we nog gaan deelnemen aan dat WK wielrennen? Een dergelijke deelname zou immers verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden door de Congolezen, maar ook door een aantal Europese partners.

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les parlementaires, en ce qui concerne les conséquences de la rupture de nos relations diplomatiques décidée par le Rwanda, il va de soi qu'elles sont importantes. Nous ne sommes plus en mesure d'utiliser nos canaux diplomatiques usuels pour dialoguer d'une quelconque manière avec les autorités rwandaises.

Si je puis me permettre de mettre les choses un peu en perspective, imaginez que, même avec la Russie, dont on n'est pas suspect de ne pas dénoncer de manière très vocale ses agissements en Ukraine et à l'égard de laquelle nous adoptons depuis plusieurs années des sanctions majeures, les canaux diplomatiques sont restés ouverts. Il est donc plus que regrettable qu'avec le Rwanda, ce ne soit pas le cas.

Au-delà des aspects purement diplomatiques, le Rwanda a aussi décidé d'affecter la coopération entre nos ONG ainsi que d'interdire à l'école belge de Kigali d'opérer à partir de la rentrée prochaine sur la base du programme scolaire de la Fédération Wallonie-Bruxelles.

Les autorités rwandaises semblent donc vouloir aller bien au-delà d'une simple rupture des relations diplomatiques. Elles souhaitent toucher à d'autres types de liens plus interpersonnels. Nous le déplorons évidemment, mais c'est à Kigali d'assumer ce choix.

Il semble toutefois que, selon sa propre communication, le Rwanda ne souhaite pas à ce stade rendre plus difficile l'accès des Belges au territoire rwandais. À notre connaissance, il est ainsi toujours possible d'obtenir un visa à l'arrivée sur le territoire rwandais pour les Belges qui souhaitent s'y rendre pour des raisons personnelles ou professionnelles. De même, les activités des entreprises et investisseurs belges ne devraient pas être impactées par la rupture, si l'on en croit les déclarations officielles.

Wat het behartigen van onze diplomatische belangen in Rwanda betreft, zal Nederland optreden als caretaker voor België. Dat is een mechanisme dat het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer voorziet. Concreet betekent dit dat de Nederlandse ambassade in Kigali officiële berichten namens België kan sturen naar de autoriteiten. Ze is ook verantwoordelijk voor het goed beheer van onze diplomatieke gebouwen en archieven ter plaatse. Er zijn nog technische besprekingen gaande om deze overeenkomst te formaliseren.

We zijn ontzettend dankbaar dat Nederland zo snel op deze oproep heeft gereageerd. Deze natuurlijke solidariteit van onze buren wordt zeer gewaardeerd. Voor zover wij weten heeft Kigali geen soortgelijk systeem in de andere richting opgezet.

Pour les ressortissants belges résidant au Rwanda, c'est notre ambassade à Nairobi qui a récupéré la compétence consulaire et qui est désormais en mesure d'y assurer les services usuels. Le poste a été renforcé en conséquence. Il est évident que la distance complique l'accès à ces services pour nos ressortissants mais ce n'est pas un cas unique dans notre réseau puisque nous n'avons pas de poste consulaire partout dans le monde.

Par ailleurs, concernant l'assistance consulaire, notre ambassade à Nairobi fera office de premier point d'entrée pour nos ressortissants au Rwanda.

En cas d'urgence, l'ambassade des Pays-Bas pourra intervenir, tout comme les autres ambassades des États membres de l'Union européenne sur place, conformément à la législation européenne en vigueur.

Wat betreft de fysieke veiligheid van onze landgenoten, evalueren wij zeer frequent de veiligheidssituatie, maar tot nu toe werden er geen elementen gemeld die de veiligheid van onze landgenoten daar zouden bedreigen. Voor Rwanda hebben wij ook een crisisplan, met inbegrip van een evacuatieplan voor het ergste geval. We adviseren iedereen evenwel op dit moment om ons reisadvies op de voet te volgen en de aanwezigheid in Rwanda kenbaar te maken via Travellers Online, zodat iedereen bij een eventuele verslechtering van de situatie nog tijdig opgeroepen kan worden om het land met eigen middelen te verlaten.

Concernant la décision du Rwanda du 27 mars dernier touchant à la coopération non-gouvernementale, celle-ci instruit que les organisations enregistrées et opérant au Rwanda ne peuvent plus recevoir aucun fonds de la part du gouvernement belge, ses institutions et organisations affiliées et que tous les programmes concernés doivent être arrêtés immédiatement. Étant donné que la plupart des ONG belges fonctionnaient sur la base de financements de la Belgique, cela signifie qu'elles doivent mettre fin à leurs activités au Rwanda et à leur collaboration avec des ONG rwandaises au détriment des bénéficiaires locaux. Nous leur avons demandé de respecter strictement les décisions des autorités rwandaises et d'arrêter immédiatement les activités et transferts financiers envers les organisations rwandaises et internationales et de clôturer au plus vite les conventions de partenariat et de collaboration.

Il leur a aussi été conseillé de prendre contact avec leurs partenaires locaux afin d'examiner ensemble la situation et, le cas échéant, de demander d'éventuelles clarifications aux autorités rwandaises. Il leur a également été communiqué qu'il leur sera accordé la flexibilité permise par la réglementation belge pour tenter d'atténuer l'impact de cette mesure sur leurs équipes et celles des partenaires.

Ik heb al aangegeven dat ik de gevolgen voor de begunstigden van deze programma's betreur. Uiteindelijk is het een beslissing die rechtstreekse gevolgen heeft voor de bevolking. Men kan zich ook afvragen of er geen politiek opportunisme van de kant van Rwanda achter deze beslissing zit, namelijk een verdere inkrimping van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld.

Wat de precieze impact betreft, is het op dit moment onmogelijk om een exact idee te hebben in kwalitatieve en kwantitatieve termen, vooral omdat er verschillende niveaus van impact zijn. Rwandezen die samenwerken met Belgische ngo's, zullen bijvoorbeeld hun baan verliezen. Wat de finale begunstigden betreft, sommigen zullen geen toegang meer hebben tot de technische of beroepsopleiding die voor hen bedoeld was. Anderen zullen geen toegang meer hebben tot de toegankelijke oogzorgdiensten en veel kwetsbare vrouwen zullen niet langer gesteund worden bij het diversifiëren van hun inkomstenbronnen door middel van activiteiten zoals veeteelt of landbouw.

Wat betreft de middelen die reeds zijn vastgelegd in het kader van zowel de gouvernementele samenwerking via Enabel als de niet-gouvernementele samenwerking, is België gebonden door contractuele verplichtingen. Het spreekt voor zich dat de geoormerkte maar nog niet vastgelegde middelen voor de verschillende overeenkomsten niet zullen worden uitbetaald.

À propos de l'ingérence rwandaise dans les travaux de la Chambre des représentants, et en particulier dans son travail de mémoire sur le génocide contre les Tutsis au Rwanda en 1994, je partage, chers collègues, votre sentiment selon lequel c'est absolument inacceptable. Cela sape des efforts pourtant essentiels du Parlement pour mettre en lumière encore et toujours les origines, le déroulement et les conséquences de ce génocide.

Imposer depuis l'extérieur des exclusives sur certains interlocuteurs, pourtant tout à fait valables, dessert la cause globale, y compris celle qui consiste à rappeler la part de la responsabilité de la Belgique dans ces événements tragiques, comme j'ai eu à le rappeler lors du 31 ème anniversaire du génocide contre les Tutsis.

L'approche qui semble être suivie par le Rwanda revient à assimiler tout propos critique sur sa politique actuelle vis-à-vis de l'Est de la RDC à des propos de type négationniste, ce qui est évidemment totalement fallacieux. Je vous invite toutefois à ne pas vous décourager et à poursuivre à l'avenir ce travail de sensibilisation et de mémoire absolument essentiel.

En ce qui concerne la question sur le championnat du monde de cyclisme, qui doit avoir lieu au Rwanda en septembre prochain, la décision de tenir ou pas ces championnats revient à l'Union cycliste internationale, qui prend ses décisions de façon autonome.

De même, c'est à la Fédération de cyclisme belge de décider ou non de sa participation en fonction de son appréciation de la situation. Néanmoins, l'appel de la Chambre des représentants, contenu dans sa résolution du 26 février dernier, à boycotter tout événement sportif au Rwanda dans les circonstances actuelles, était sans équivoque. C'est évidemment un paramètre essentiel que la Fédération est invitée à prendre en considération dans son processus décisionnel.

Pour ce qui est du futur de nos relations diplomatiques avec le Rwanda, il est impossible de tirer des conclusions à ce stade précoce. Mais comme je l'ai indiqué à plusieurs reprises, et je le réitère, nous restons ouverts au dialogue. À moyen ou à long terme, s'il y a une volonté de la partie rwandaise, nous pourrons travailler à relancer progressivement nos relations diplomatiques.

Il est clair que, dans toute l'Afrique des Grands Lacs et cette région, le Rwanda a un rôle clé à jouer pour cheminer vers la paix et la sécurité.

Mais il est aussi clair que la désinformation provenant du Rwanda, qui circule actuellement à propos de la Belgique sur les réseaux sociaux, n'aide certainement pas à reconstruire cette confiance. Il s'agit d'actes malveillants et agressifs de la part du Rwanda et cela doit cesser avant toute chose. Nous ne changerons pas notre point de vue non plus sur le caractère essentiel du respect du droit international et du respect de l'intégrité territoriale de la République démocratique du Congo (RDC).

Mevrouw Van Hoof, voor antwoorden op uw vraag over bemiddelingsinitiatieven, vredesoperaties en sancties verwijs ik naar de antwoorden die ik straks zal geven op de drie vragen van mevrouw Mutyebele over de DRC.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

Je partage votre inquiétude et votre colère. Cette rupture de nos relations décidée par le Rwanda est grave. Nous ne pouvons pas banaliser ce genre de décision, surtout dans le contexte actuel. Ce n'est pas seulement un accroc diplomatique, mais bien une rupture lourde de conséquences. Nous sommes nombreux à partager votre inquiétude, surtout lorsque l'on voit le rôle joué par le Rwanda, qui est directement lié à la déstabilisation extrêmement inquiétante à l'Est de la RDC. C'est clairement une entreprise de destruction.

J'ai bien aimé vos propos sur le boycott. Il me semble qu'on peut établir un lien avec un autre pays. C'est ce que j'appelais à faire ce matin.

Nous attendons aussi de votre part et du gouvernement de la fermeté et une protection de nos intérêts. Il est rassurant de constater que vous continuiez à suivre ce dossier de près et de vous entendre dire que la Belgique continuera à défendre les principes qu'elle a toujours portés, à savoir la justice, la paix et la vérité. Nous avons un véritable devoir de mémoire. C'est notre responsabilité, car elle ne peut pas être diplomatiquement négociée. La vérité historique ne peut pas être cadenassée par des considérations géopolitiques. Il est rassurant d'entendre que le dossier est suivi de près, mais j'espère quand même que les relations vont se rétablir à un moment donné afin de retrouver de la paix et de la justice dans cette région.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse qui comporte des mots extrêmement forts.

Sur les championnats de cyclisme, je vous entends, mais je ne vois pas comment la Belgique pourrait, par la voie de sa représentation parlementaire, voter une résolution demandant aussi clairement le boycott et l'absence de participation à des événements sportifs se tenant au Rwanda et, néanmoins, envoyer des cyclistes à ces championnats du monde. J'espère donc que le gouvernement va prendre cette résolution avec lui et va sensibiliser – je sais qu'il ne peut guère faire plus, mais ce serait déjà beaucoup – la Fédération belge de cyclisme et l'UCI à cette situation afin que la volonté exprimée par notre assemblée parlementaire soit relayée auprès de tous les acteurs de la société, y compris ces fédérations sportives.

Michel De Maegd:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. En tant qu'auteur de la résolution instituant la journée de commémoration des génocides à la Chambre, je tiens à redire ici mon profond malaise et même, disons-le, mon indignation, face à ce qui s'apparente à des tentatives d'intimidation répétées vis-à-vis de notre Parlement, de nos événements, de nos intervenants, de notre liberté d'expression. Ce que le Rwanda semble vouloir imposer est un droit de regard sur les débats que nous organisons chez nous dans une assemblée démocratique souveraine, au cœur même de nos institutions, et cela quel que soit le contexte diplomatique. Cela ne peut être toléré. Il est légitime d'avoir des désaccords, vous l'avez mentionné. Il est possible d'avoir des tensions, mais il n'est pas acceptable qu'un État étranger dicte qui peut parler et quand dans une enceinte parlementaire belge.

Cela étant dit, je pense aussi aux nombreux projets, aux partenariats humains, aux coopérations sincères qui unissent encore nos deux pays et qui risquent, aujourd'hui, d'être balayés par une décision politique brutale. Il ne s'agit pas de couper les ponts, mais de rappeler les principes et parmi ceux-ci, il y a celui, fondamental, du respect mutuel. J'espère, monsieur le ministre, qu'un peu plus de sérénité pourra un jour être retrouvée dans la relation belgo-rwandaise. Pour cela elle devra toutefois d'abord reposer sur un socle, celui du respect de nos institutions et de notre liberté parlementaire.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord. De relatie met Rwanda geeft inderdaad een onbehaaglijk gevoel. De lokale bevolking is immers het eerste slachtoffer, doordat er heel wat waardevolle projecten zijn stopgezet. Zoals u terecht zegt, zit er misschien ook wel een politiek achter om het maatschappelijke middenveld, met zijn doorgaans kritische stem, in te perken. Dat zou goed kunnen, ook omdat er heel wat desinformatie in Rwanda is over onze positie, zoals u terecht aanhaalt. Dat is beslist geen goede zaak. Doordat er geen dialoog is, kunnen we dat ook niet rechtzetten. We kunnen dat betreuren, maar hopelijk herstelt de dialoog zich. Intussen is de vraag wat wij ondernemen als ook de agressie ten aanzien van Oost-Congo blijft aanhouden. Uiteindelijk was dat de reden waarom wij bepaalde zaken ter discussie stellen, zoals het grondstoffenakkoord op het niveau van de Europese Unie. Rwanda heeft daar inderdaad zeer direct en agressief op geantwoord door alles stop te zetten. Dat neemt niet weg dat we de situatie van dichtbij moeten blijven evalueren. Het is goed dat de Nederlanders, en via Nairobi ook wij, daarbij betrokken blijven. Dialoog blijft belangrijk, maar er moeten ook acties komen indien er niets gebeurt. Dan denk ik inderdaad onder meer aan het wereldkampioenschap. We moeten ook daar de veiligheid in acht nemen. Als er immers een soort omgekeerd racisme ontstaat ten aanzien van bepaalde ploegen, moeten wij daarover alarm slaan en waakzaam zijn. Dank u voor uw antwoord. Ik kijk ook uit naar dat over de Democratische Republiek Congo.

De bescherming van de mensenrechten in de DRC
De humanitaire crisis in de DRC en de heropening van de luchthaven van Goma
Het bezoek van de minister aan de DRC
Mensenrechten, humanitaire crisis en diplomatieke betrekkingen in de DRC

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De crisis in Oost-Congo wordt gekenmerkt door massale mensenrechtenschendingen (moorden, verkrachtingen, gedwongen rekrutering) en een humanitaire ramp (1 miljoen ontheemden, geblokkeerde hulp via gesloten luchthaven Goma), veroorzaakt door Rwandees-M23-agressie en grenzconflicten. België (via minister Prévot) benadrukt diplomatieke oplossingen (dialogue, regionale bemiddeling) en humanitaire steun (€1,3 mjd in 2024, focus op seksueel geweld), maar concrete actie (sancties tegen Kagame, heropening luchthaven) blijft uit—kritiek van oppositielid Ngoi, die directe druk (bevriezen Rwandeese activa in België, prioriteit grensveiligheid boven intern dialogue) en meer middelen eist, analoog aan de Oekraïne-steun. Prévot bevestigt een bezoek aan Oost-Congo (25-29/4) voor overleg met lokale actoren en belooft lobbyen voor hulptoegang, maar wijst op beperkte EU-sanctiebereidheid en interne Congolese hervormingsnoodzaak; Ngoi kaart dit af als afleiding van de Rwandeese bezetting. Visumvertragingen (door EU-bureaucratie, niet ambassade) en media-stilte verergeren de crisis.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, la situation à l'Est de la République démocratique du Congo (RDC) est aujourd'hui catastrophique. Depuis l'occupation de la ville de Goma, de Bukavu, de Bunagana, de Walikale par les troupes rwandaises et le M23, les conditions de vie des populations civiles se sont fortement dégradées et les affrontements ont détruit les infrastructures de base, notamment les écoles, les hôpitaux ainsi que l'aéroport.

Depuis cette occupation, les libertés fondamentales sont étouffées, les droits humains sont bafoués, l'insécurité est totale. Les activistes sont traqués, arrêtés ou tués. Les jeunes sont enrôlés de force. Les femmes et les filles sont victimes de violences sexuelles. Les enfants sont privés de soins, de nourriture, et j'en passe. Mais malheureusement, les médias ne parlent pas trop de ce conflit. Il y a plus d'un million de déplacés, des morts par milliers, des milliers de viols, des épidémies.

Cette crise est l'une des plus catastrophiques parmi les crises humanitaires actuelles parce qu'elle frappe particulièrement les plus vulnérables, les personnes handicapées, les personnes âgées, les femmes, les enfants.

La fermeture de l'aéroport de Goma constitue un obstacle majeur à l'acheminement de l'aide humanitaire. La seule voie rapide et sécurisée d'accès à cette région reste à ce jour non opérationnelle. Un convoi humanitaire de 44 tonnes envoyé depuis le Kenya par l'Union européenne reste bloqué. Ce convoi est contraint d'emprunter une route terrestre difficile et dangereuse.

Parlons aussi des fonds d'assistance humanitaire qui sont largement insuffisants. Rappelons qu'en 2024, la RDC a reçu à peu près 1,3 milliard de dollars d'aide internationale, dont 910 millions – soit près de 70 % - de l'Agence des é tats-Unis pour le développement international (USAID). Le vide laissé par le démantèlement de cette institution n'a pas été comblé par nos États européens, même si la Norvège a annoncé prendre des mesures. Mais la Belgique reste honteusement inactive.

Tandis que le gouvernement préfère investir massivement dans la Défense, vous nous disiez dans votre exposé d'orientation politique que la stratégie belge repose sur une approche intégrée dite 3D (Défense, Diplomatie, Développement). Il me semble essentiel et urgent de réfléchir à l'opportunité de réserver une partie de ces moyens afin de renforcer notre coopération au développement dans la région des Grands Lacs, qui est une priorité de votre action politique et diplomatique selon vos propres mots. Malgré tout, la réponse belge est très insuffisante tandis que le monde occidental se détourne de plus en plus de ses engagements en matière de coopération au développement.

Monsieur le ministre, quelles mesures le gouvernement cherche-t-il à mettre en place pour obtenir la réouverture de l'aéroport de Goma? Quelle est la situation du convoi humanitaire bloqué? La Belgique renforcera-t-elle son soutien humanitaire?

Dans le passé, des fonds flexibles ont été créés. Votre prédécesseur, Mme Gennez, avait lancé le Civic Space Fund afin de soutenir les organisations de défense des droits humains. Au niveau de la coopération au développement, avez-vous pensé à proposer à votre homologue une stratégie concrète permettant de consacrer une partie de ces moyens de défense à la coopération au développement? Quelles sont les prochaines étapes envisagées pour mettre fin à cette crise?

J'en viens maintenant à des questions concernant la société civile qui a lancé un appel très fort concernant la situation dramatique des défenseurs des droits humains dans les zones contrôlées par le M23. Les défenseurs sont de véritables cibles des rebelles parce qu'ils nous alertent sur les crimes perpétrés par le M23. Je suis moi-même alertée par plusieurs lanceurs d'alerte qui fuient, se cachent. J'ai des témoignages et des vidéos. Si nous sommes au courant des crimes innombrables sur ce territoire, c'est grâce aux lanceurs d'alertes.

Ce sont des femmes et des hommes qui sont les plus grandes victimes, avec une explosion des cas de violences sexuelles. Des femmes de tous âges sont touchées. Et ceux qui osent informer le monde de ces violences honteuses sont traqués.

Que fait l'Union européenne pour sécuriser ces défenseurs des droits humains dans les zones occupées? ê tes-vous disposé à mettre en place un mécanisme de soutien et d'accueil pour ces personnes dont la vie est gravement en danger? Je répète encore la question que je vous avais posée le mois passé. Y aura-t-il enfin des sanctions individuelles contre M. Kagame et son gouvernement? En effet, nous avons des preuves de nombreux crimes et de nombreuses exactions. Il faut agir. Va-t-on finalement décider, à l'instar de ce qui a été fait à l'égard de la Russie, de sanctionner ce gouvernement sanguinaire?

Par ailleurs, j'ai appris dernièrement que vous vous rendrez en RDC pour une visite très importante. J'espère que cette mission vous permettra de percevoir l'ampleur de la crise que traverse ce pays. Je suis curieuse de connaître les détails de votre programme ainsi que les objectifs de ce déplacement. Bien entendu, les raisons de ce voyage peuvent être nombreuses, mais je m'interroge sur les motifs officiels qui le justifient. Allez-vous rencontrer les principaux acteurs de la gouvernance congolaise ainsi que ceux de la société civile? Si votre emploi du temps le permet, je formulerai quelques recommandations.

Plusieurs ressortissants congolais m'ont fait part de quelques critiques à l'égard de l'ambassade de Belgique en RDC, notamment la grande lenteur dans le traitement des visas, même quand toutes les conditions sont réunies et que les dossiers sont complets. Quand une personne est très malade, ou même quand une personne est en droit de venir en Belgique, elle peut attendre deux ans avant même d'avoir une réponse. Il me semble qu'interroger les services concernés sur les causes de ces détails administratifs est important.

Monsieur le ministre, s'agissant de votre voyage, quelles personnes avez-vous prévu de rencontrer? Dans quelles zones vous rendrez-vous? Avez-vous prévu de rencontrer les acteurs de la société civile et les groupes humanitaires qui pourraient témoigner sur les droits humains, et sur la crise humanitaire que traverse l'Est de la RDC? Pourriez-vous aussi interroger le consulat et l'ambassade sur la question de la délivrance des visas, qui sont soumis à des délais excessivement longs?

Maxime Prévot:

Madame la députée, je partirai effectivement ce jeudi soir en mission de travail en Afrique centrale pour poursuivre les efforts diplomatiques de la Belgique afin de contribuer à une solution durable au conflit dans l'Est de la RDC.

La mission se déroulera du 25 au 29 avril – précisément, je vais rentrer la nuit du 29 au 30 avril. Je me rendrai successivement en Ouganda, au Burundi et en République démocratique du Congo. Les trois pays visités sont des parties prenantes importantes pour trouver des solutions durables au conflit dans l'Est de la RDC.

J'aurais voulu également me rendre dans d'autres pays de la région, qui y jouent un rôle important. Je pense à l'Angola, à la Tanzanie, au Congo-Brazzaville, au Kenya, à l'Afrique du Sud ou encore au Togo, sans que ce ne soit exhaustif. Les contraintes de temps ne m'ont pas permis de m'arrêter dans ces pays cette fois-ci. Je maintiendrai toutefois un contact étroit sur le plan diplomatique avec les pays concernés dans les semaines à venir, et je projette déjà un nouveau déplacement dans les prochaines semaines pour me rendre dans les capitales de ces pays.

Une étape au Rwanda n'est évidemment plus possible dans l'état actuel des choses, du fait de la rupture de nos relations diplomatiques.

Je vous confirme que lors de cette visite, j'aurai rendez-vous avec les plus hautes autorités politiques de ces États, mais que je me porterai également à l’écoute du terrain, à la rencontre des acteurs humanitaires, des acteurs associatifs et des acteurs économiques, pour prendre le pouls d'un maximum d'interlocuteurs, y compris celles et ceux que nous finançons par la coopération au développement.

Les objectifs de la mission sont multiples et consistent, notamment, à rappeler l'importance du dialogue sur le plan interne ainsi que les efforts qu'il convient de consentir au sein même de la RDC. Il est certain que la situation à l'Est du Congo crée des difficultés humanitaires et juridiques majeures, mais cela ne doit pas nous empêcher de jeter un regard critique sur les réformes internes à mener et le dialogue national à réaffirmer.

Je souligne également l'importance du dialogue régional, l'objectif étant réellement d'être à l'écoute mais aussi de prendre des initiatives pour favoriser la perspective d'une paix durable dans la région. J'ai d'ailleurs expressément demandé, lors de ma présence en RDC, à ne pas me contenter d'une visite à Kinshasa, et j'ai souhaité que mon programme prévoie expressément un déplacement à l'Est du Congo, parce que je pense que la dimension symbolique est extrêmement forte et qu'il faut être au contact des acteurs locaux.

La médiation et le dialogue sont essentiels pour trouver une solution au conflit et à la crise humanitaire dans l'Est de la RDC. Pour cette raison, je souhaiterais également, dans mes contacts, expliquer directement aux interlocuteurs les prises de position belges dans les différentes enceintes internationales.

En outre, il faudra consolider nos relations personnelles et politiques, écouter les perspectives des autorités locales, mais aussi celles des membres de la société civile et de la population, visiter les projets financés par la Belgique, qu'ils relèvent de la coopération directe, indirecte ou multilatérale, et surtout souligner l'appui humanitaire apporté par la Belgique dans cette région. Enfin, j'aimerais aussi m'informer des besoins réels qui subsistent et qui doivent encore être comblés.

Nous savons tous qu'il n'existe pas de solution basée sur les armes. Nous devons trouver une solution durable en nous attaquant aux causes profondes du conflit. Ma mission sera donc l'occasion de soutenir les initiatives de médiation en cours. Il importe que le leadership reste entre les mains des acteurs de la région.

En ce qui concerne d'éventuelles forces de maintien de la paix, après un accord éventuel entre les parties – il est encore trop tôt pour se prononcer –, il appartiendra aux acteurs régionaux de déterminer, le moment venu, la meilleure formule, que ce soit par le biais de la Mission de l'Organisation des Nations Unies pour la stabilisation en République démocratique du Congo (MONUSCO) et/ou d'une force régionale.

Les sanctions ne sont pas une fin en soi. Le but est de changer les comportements. Personne ne peut nier que ces sanctions ont eu un effet entre-temps. Ces dernières semaines, un nouvel élan s'est manifestement signalé pour négocier. De nouvelles sanctions individuelles ne sont pas actuellement discutées au sein de l'Union européenne. Cependant, nous continuons à préconiser l'activation efficace des leviers disponibles à l'échelle européenne dans le but d'encourager les parties impliquées à engager un dialogue et à respecter leurs engagements.

Selon nous, la suspension du protocole d'accord entre l'Union européenne et le Rwanda reste justifiée jusqu'à ce que le Rwanda prenne des mesures pour assurer la traçabilité et la transparence.

Lors de ma visite en RDC, outre mes contacts avec les autorités congolaises et la communauté belge sur place, j'aurai aussi de nombreux contacts avec le monde de l'entreprise, la société civile, les acteurs humanitaires et je chercherai également à échanger avec les personnes directement affectées par la crise actuelle.

Il va de soi que les deux préoccupations reprises dans vos questions, à savoir les droits humains et la situation humanitaire dramatique, feront partie intégrante de mon plaidoyer durant ma mission, d'où mon souhait de me rendre à l'Est.

Comme vous le soulignez, la situation des droits humains à l'Est de la RDC, en particulier en ce qui concerne les violences sexuelles et basées sur le genre, les violences à l'égard des enfants mais également à l'égard des défenseurs des droits humains et journalistes, est alarmante.

Le rôle des journalistes et des défenseurs dans toute société, y compris donc en RDC, est particulièrement important et doit être soutenu. Je regrette et condamne les pressions, intimidations et attaques que ceux-ci subissent quotidiennement pour avoir exercé leur travail de rapportage et de contre-pouvoir. Cette position, la Belgique ainsi que l'Union européenne l'ont à maintes reprises exprimée publiquement, y compris dans les enceintes onusiennes.

Début février, au sein du Conseil des droits de l'homme, la Belgique et l'Union européenne ont soutenu la création d'une mission d'établissement des faits, demandée par les autorités congolaises, afin que toute la lumière soit faite sur les violations et atteintes aux droits humains à l'Est, y compris celles à l'égard des défenseurs des droits humains.

Depuis lors, les rapports nous parvenant de la société civile congolaise et internationale continuent de dépeindre une situation dramatique.

Mes services, tant à Bruxelles que sur place, continuent de suivre de près la situation et restent en contact avec la société civile locale. Nous collaborons étroitement avec le bureau des Nations Unies aux droits humains et l'Union européenne pour veiller à la protection et à la promotion des défenseurs des droits humains.

La Belgique ne dispose pas d'un mécanisme national de relocalisation des défenseurs des droits humains, mais nous veillons à aiguiller les personnes en danger vers le mécanisme européen ainsi que ceux mis en place par un consortium d'ONG. Une de ces organisations est d'ailleurs soutenue par des financements belges et je veillerai à m'entretenir et faire le point avec elle durant ma mission.

En ce qui concerne vos questions sur la situation humanitaire à l'Est de la RDC, je suis bien évidemment très inquiet des dernières évolutions. Mon département se concerte étroitement à ce sujet avec nos partenaires, car il est primordial de pouvoir acheminer de l'aide humanitaire à Goma et dans les alentours. Par ailleurs, Goma étant la plateforme et le hub logistique humanitaire qui dessert toute la région, nous soutenons pleinement les négociations menées par l'Union européenne et l'ONU en vue de la réouverture de l'aéroport de Goma ainsi que toutes les autres options qui permettront d'acheminer de l'aide humanitaire.

Le convoi humanitaire de Nairobi à Goma avec les 44 tonnes de stock de l'Union européenne est arrivé sur place le 21 mars. Le transport a duré trois semaines en raison de blocages et de procédures administratives.

Une seconde cargaison de 100 tonnes de stock est en cours. L'Union européenne offre également un soutien logistique aux partenaires humanitaires à Goma concernant les procédures administratives d'importation, le stockage et la livraison des cargaisons. La RDC reste pour la Belgique le premier pays partenaire bénéficiant de son aide publique au développement et de l'aide humanitaire.

Une part importante de notre aide humanitaire est destinée à l'Est du Congo et aux activités de protection, notamment contre les violences sexuelles. Comme vous le savez, nous travaillons dans un contexte budgétaire contraint. En 2025, nous souhaitons rester engagés auprès des acteurs humanitaires en RDC au moins au même niveau qu'en 2024, tout en étudiant les autres possibilités de soutien.

La Belgique veille à ce que la RDC ne reste pas une crise oubliée en gardant ce dossier à l'agenda international. La Belgique plaide systématiquement pour une coordination efficace des acteurs humanitaires, aussi bien envers nos partenaires qu'au sein des divers forums internationaux auxquels la Belgique est représentée, tels que l'Union européenne et le système de coordination dans le pays que nous soutenons via le bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires.

Nous menons également un plaidoyer fort pour le respect du droit international humanitaire, un accès humanitaire sûr et sans entrave, la protection des civils et la cessation de la violence afin que l'aide humanitaire puisse protéger et être fournie à ceux qui en ont besoin.

Enfin, en ce qui concerne la délivrance de visas à Kinshasa, d'après les informations qui m'ont été adressées, je peux vous communqiuer que le délai de traitement moyen d'une demande est de cinq jours ouvrables. Par traitement, nous entendons la délivrance d'office ou la soumission à l'Office des étrangers pour décision. Le délai appliqué par l'ambassade est donc conforme voire meilleur à ce que prévoit le Code européen des visas. Mais les délais appliqués par l'Office des étrangers ne sont en revanche pas du ressort de mon département. C'est probablement là que le délai est extrêmement long avant que nous ne recevions le feedback nécessaire. Ce n'est pas intrinsèquement une responsabilité de notre ambassade ni des Affaires étrangères.

Le calendrier des rendez-vous du Centre européen des visas, qui réceptionne les demandes, est ouvert pour une période successive de cinq semaines, ce qui correspond au délai maximum pour obtenir un rendez-vous.

Les rendez-vous sont libérés quotidiennement à J+5 semaines. Cependant, ils sont rapidement accaparés car la majorité du temps, les requérants transmettent leurs accès à des agences de voyage en échange d'une rémunération. Ces agences réservent alors les rendez-vous en masse à la place des requérants, ce qui grippe tout le système. Nous sommes bien conscients de ce problème et travaillons afin de trouver des solutions pour y remédier.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse, qui était longue et détaillée, mais sans surprise. Je ne peux pas vous dire que j'en sois satisfaite à 100 %, car je le suis à 20 %. Vous êtes relativement engagé.

S'agissant de la situation dramatique en RDC, nous attendons plus de gestes concrets que de discours. Il faut du courage et de l'engagement politique pour participer à la résolution de cette crise, mais les personnes qui sont dans les camps ont besoin d'eau, de tables, de vêtements, de médicaments, bref de tout. Il est donc nécessaire que vous vous y rendiez. Leurs besoins sont connus, puisque cette crise dure depuis trente ans.

Je ne veux pas hiérarchiser les conflits, mais la participation de la Belgique au conflit entre la Russie et l'Ukraine coûte plus de deux milliards d'euros. Je sais que le Congo est très loin et que nous ne sommes pas directement liés, puisque les Congolais ne sont pas des Européens, mais je m'attendais à plus.

Au-delà des principes, au-delà des gestes, au-delà de la condamnation, je m'attendais à voir des choses beaucoup plus concrètes.

Vous avez parlé du dialogue interne, qui est indispensable, mais j'ai l'impression que quand on parle du dialogue interne, on veut un peu détourner les choses. Le vrai problème actuellement, c'est qu'il s'agit d'un conflit international. Le Congo est agressé. Avant de parler de dialogue interne ou de réconciliation en interne, il faut que les frontières soient sécurisées. Il ne faut plus la guerre! Mais là, j'ai souvent l'impression qu'on veut aller en sens inverse. Quand on parle de ce conflit en RDC, toute la communauté internationale vient avec cette histoire de dialogue interne. Certes, le dialogue interne est important, mais on doit d'abord commencer par régler la situation à l'international et ensuite on réglera la situation à l'interne.

Souvent, on entend que les Tutsis du Congo sont attaqués, etc. Quand vous irez au Congo, j'aimerais que vous puissiez vous entretenir avec un des ministres du gouvernement qui est tutsi.

Il est important de parler également avec les personnes tutsies congolaises et de comprendre l'histoire. Vous verrez que le vrai problème n'est pas le dialogue interne, mais la convoitise du Rwanda vis-à-vis des ressources congolaises.

Je vous remercie, en tout cas, parce que vous êtes un défenseur des droits humains. Mais j'insiste sur le fait qu'il faut agir concrètement au-delà des discours. C'est tout ce que je peux dire à ce niveau.

La présidente : Si vous avez un élément très bref à ajouter, vous pouvez répliquer, monsieur le ministre.

Maxime Prévot:

Je voulais juste quand même apporter quelques perspectives. Bien sûr, étant députée de l'opposition, je ne m'attends pas à satisfaire 100 % de vos attentes. Quand bien même ce serait le cas, vous ne le diriez pas!

Je veux, en outre, mettre les choses en perspective, parce que la comparaison avec l'Ukraine est, à mon avis, malvenue, puisque je rappelle quand même que les moyens qui sont débloqués pour soutenir l'Ukraine le sont parce que nous ponctionnons de l'argent sur des avoirs russes qui sont gelés. Argent que nous ne pourrions pas ponctionner ou utiliser dans un autre cadre, nécessairement pour un autre conflit. Donc, la comparaison n'est pas pertinente.

Enfin, nous figurons parmi les plus grands contributeurs financiers de soutien à la RDC. Donc, laisser penser que nous négligeons ce partenaire historique est contraire à la vérité. C'est la première source de soutien que nous octroyons, y compris dans l'action, y compris matériellement, y compris humanitairement, y compris dans la formation des militaires.

Je crois que si nous n'avions pas été aussi engagés et impliqués aux côtés de la cause de la RDC, nous n'aurions probablement pas subi de rupture aussi radicale des relations diplomatiques avec le Rwanda. On peut probablement nous faire beaucoup de procès. Il y a certainement une manière de faire toujours mieux. Je crois d'ailleurs que la situation aux frontières doit certainement être réglée. Elle ne doit pas pour autant se dédouaner de réformes à mener en interne sinon cela sert aussi de prétextes à des attaques illégitimes de l'extérieur. Travaillons concomitamment! La première urgence à résoudre dans les meilleures conditions possibles est d'abord d'ordre humanitaire et guerrière à l'Est du Congo.

La présidente : Vous avez le dernier mot, madame Muytebele Ngoi.

Lydia Mutyebele Ngoi:

S'agissant justement des avoirs, je vous l'ai dit à plusieurs reprises: les membres du gouvernement rwandais en ont ici, leurs femmes et leurs enfants vivent ici. Certains perçoivent même du CPAS. Donc, si l'on peut saisir les avoirs des Russes, on peut aussi saisir ces avoirs-là. Je sais, mais continuez à plaider en ce sens. Les membres du gouvernement rwandais qui vivent ici sont très nombreux. C'est le cas de la sœur de M. Paul Kagame. Donc, s'il vous plaît, continuons pour mener cette même opération! Et enfin, nous pourrons alors aussi ponctionner leurs richesses. Je n'attends que cela. Nous disons la même chose de manière différente, mais je ne réclame que cela! Voilà!

De incidenten aan gevangenissen in Frankrijk
De aanvallen op gevangenissen in Frankrijk en het verband met België
Gevangenisincidenten en -aanvallen in Frankrijk en België

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 23 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na gecoördineerde aanvallen op Franse gevangenissen (brandstichting, schietpartijen, drugscriminaliteit en mogelijke extremistische betrokkenheid) drongen parlementsleden aan op versterkte veiligheidsmaatregelen in Belgische gevangenissen. Minister Verlinden kondigde psychologische ondersteuning voor personeel, extra veiligheidscellen, gsm-jammers, drones en IT-speurhonden aan om criminaliteit en agressie tegen cipiers te bestrijden, maar ontweek concrete grensoverschrijdende samenwerking met Frankrijk, verwijzend naar lopende gerechtelijke geheimhouding. Kritiek bleef op het ontbreken van een taskforce tegen drugsnetwerken en duidelijke afstemming met Frankrijk, ondanks vergelijkbare dreigingen. De focus ligt op technologische en infrastructurele opwaardering, maar de link met drugscriminaliteit en extremisme blijft onduidelijk en onderbelicht.

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel of waar dan ook. Het is wat ongezien dat er in de nachten van zondag 13 tot en met dinsdag 15 april negen gecoördineerde aanvallen zijn geweest op gevangenissen in Frankrijk. Uiteraard wordt de zaak nog onderzocht. Voertuigen werden in brand gestoken, er werd geschoten met oorlogswapens, er was vandalisme en er werd graffiti aangebracht.

De Franse minister van Justitie meent op voorhand te kunnen stellen dat er misschien enig verband mag worden gelegd met de verhoogde strijd tegen drugscriminaliteit. Opmerkelijk is dat er blijkbaar ook penitentiaire voertuigen al dan niet bewust zijn beklad met de inscriptie 'DDPF' (rechten van of voor Franse gevangenen), een soort van anticomité. De situatie roept vragen en bezorgdheden op die wij ook kennen. De vraag is wat de kip was en wat het ei. De voorbije maanden zijn wij geconfronteerd met zware problemen.

Wat zijn, ten eerste, de maatregelen om de veiligheid van onze gevangenissen te waarborgen? Zijn er lessen getrokken of te trekken uit de escalatie in Frankrijk? Wat zijn de resultaten van het overleg met de vakbonden de voorbije weken en maanden rond veiligheid en beveiliging van ons personeel? Welke extra, anticiperende beschermingsmaatregelen zijn genomen?

Ten slotte kan men leren door overleg en informatie-uitwisseling. Hebt u op dat vlak met uw Franse ambtgenoot contact opgenomen of hebben de diensten dat gedaan?

Marijke Dillen:

Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende vraag.

Mevrouw de minister, in Frankrijk zijn verschillende gevangenissen aangevallen. In Toulon heeft een gewelddadige aanval plaatsgevonden waarbij de gevangenis werd beschoten met zware wapens vanuit een wagen. Ook andere gevangenissen waren het doelwit van aanvallen. Op andere plaatsen in de nabijheid van gevangenissen zijn auto's in brand gestoken en werden cipiers bedreigd. Andere voertuigen van cipiers zijn gevandaliseerd met anarchistische slogans. “Het gaat duidelijk om terroristische aanvallen", stelt de Franse Minister van Justitie. De link met extreem links wordt er onderzocht gezien het aanbrengen van anarchistische slogans. Maar vooral de link met het drugsmilieu krijgt aandacht van de Franse speurders gezien ook in Frankrijk er een verhoogde aandacht is voor de aanpak van drugcriminaliteit. Ook in Frankrijk wordt blijkbaar meer en meer duidelijk dat drugcriminelen hun activiteiten vanuit de gevangenissen verderzetten.

De drugscriminaliteit in Frankrijk is volledig vergelijkbaar met deze criminaliteit in ons land. Heeft de Minister kennis van druggerelateerde dossiers waar er ook een verband is met druggerelateerde dossiers in Frankrijk? Zijn er gezien de situatie in Frankrijk initiatieven genomen om dit bij hoogdringendheid te onderzoeken?

Heeft de Minister een initiatief genomen om meer informatie op te vragen betreffende deze feiten bij de Franse Minister van Justitie? Dit in het bijzonder betreffende mogelijke verbanden met drugsdossiers die in ons land gekend zijn? Zo ja, wat zijn de resultaten?

Annelies Verlinden:

Collega’s, het gevangenispersoneel en in het bijzonder de bewakingsagenten worden helaas regelmatig geconfronteerd met agressie. De problematiek van incidenten zowel binnen als buiten de gevangenissen neemt toe. We worden geconfronteerd met een nieuwe realiteit. Wij stellen daarbij alles in het werk om een gepaste reactie te bieden en de slachtoffers van dergelijke gebeurtenissen te ondersteunen.

Als eerste initiatief werd het project Psychologische Hulp ingevoerd. De sociale dienst neemt daarbij contact op met het slachtoffer om een luisterend oor te bieden en praktische informatie te geven over het beschikbare aanbod van psychologische ondersteuning. Daarnaast wordt ook psychologische hulp via een externe partner aangeboden. Medewerkers kunnen tot tien sessies krijgen via die externe partners. Medewerkers ontvangen binnen een termijn van drie werkdagen opvolging.

Wegens de toename van geweld en bedreigingen tegen het personeel, ook in de privésfeer, worden concrete en onmiddellijke maatregelen getroffen om hun veiligheid te garanderen, maar ook om nieuwe incidenten te voorkomen. Wij zullen zo werk maken van meer veiligheid in de detentie-infrastructuur door het voorzien in beveiligde cellen voor de meest agressieve gedetineerden. De bedoeling is het aantal veiligheidscellen jaar na jaar te laten toenemen. In eerste instantie wordt het aantal veiligheidscellen beperkt tot 45 om hun impact op het leef- en werkklimaat in de rest van de afdelingen te beperken.

Om de veiligheid binnen de gevangenismuren te verbeteren, maar ook om de strijd tegen de criminaliteit binnen de gevangenismuren te intensifiëren, zal materiaal worden aangekocht om gerichtere controles uit te voeren op de aanwezigheid van gsm-toestellen, tracers en drones. Er zullen ook bijkomende IT-speurhonden bij de Directie hondensteun van de federale politie worden opgeleid, waardoor wij die honden, net als drugshonden, meer zullen kunnen inzetten in de gevangenissen. Ook zullen toestellen worden aangekocht die signalen van gsm-toestellen kunnen jammen. Uiteraard blijven wij in samenwerking met de politie ook inzetten op sweepings en controles.

Het project drone-in-a-box zal nader worden getest en uitgebreid. Het moet zorgen voor een betere beveiliging in de onmiddellijke omgeving van de gevangenis door de inzet van drones, onder meer rond de personeelsparkings. Evident zal ook worden voorzien in de opleiding van personeel, zodat zij met de nieuwe technologieën en middelen aan de slag kunnen gaan. Wij zullen ook de traceerbaarheid van gevangenismedewerkers inperken door de zichtbare persoonsinformatie op identificatiebadges aan te passen.

Tot slot wordt een specifiek budget vrijgemaakt om die maatregelen uit te voeren. De genoemde initiatieven maken ook onderwerp uit van het sociaal overleg. In dat verband heb ik de vakbonden twee weken geleden nog gesproken.

Hoewel de incidenten waarnaar u verwijst zich buiten onze landsgrens hebben voorgedaan, volgen wij de situatie uiteraard op de voet op in samenwerking met onze veiligheidspartners. Zoals steeds bij een incident in het buitenland heeft het Crisiscentrum onmiddellijk contact opgenomen met alle betrokken partners om de impact op ons land te evalueren. Onlangs heeft zich inderdaad een aantal incidenten en bedreigingen voorgedaan ten aanzien van penitentiair personeel. Daarbij heeft het Crisiscentrum al veiligheidsmaatregelen genomen in samenwerking met alle betrokken partners. Elk nieuw incident wordt opgevolgd en geanalyseerd met het oog op het bepalen van passende veiligheidsmaatregelen, om zo de slachtoffers en het penitentiair systeem te beschermen.

Mevrouw Dillen, de feiten die zich hebben voorgedaan in Frankrijk zijn inderdaad bijzonder verontrustend. Het komt uiteraard de Franse gerechtelijke overheden toe om die tot op de bodem te onderzoeken en ook de redenen ervan te achterhalen. Over het algemeen stellen we vast dat het moeilijk is om duidelijke verbanden te leggen tussen handelingen tegen die gevoelige locaties en bepaalde criminele organisaties. Men mag dus geen overhaaste conclusies trekken en we moeten vertrouwen hebben in het werk van onze veiligheidsdiensten.

Door het uitgesproken grensoverschrijdend karakter van criminaliteit moeten we inderdaad bijzondere aandacht hebben voor eventuele linken tussen criminele organisaties in Frankrijk en in België. Veel gemeenschappelijke gerechtelijke dossiers hebben in het verleden aangetoond dat de samenwerking efficiënt verloopt. U zult willen begrijpen dat als er gezamenlijke gerechtelijke dossiers zijn, de geheimhouding daaromtrent en de noodzaak om het optimaal slagen van operaties in dat kader te garanderen, me vandaag beletten om daarover uitspraken te doen.

Alain Yzermans:

Dank u wel voor de antwoorden, mevrouw de minister. Een veilige maatschappij vraagt veilige instellingen, zeker bij instellingen als de gevangenissen, die ons moeten beschermen. Het personeel moet in alle omstandigheden op een veilige manier kunnen werken. Het is belangrijk dat er maatregelen worden aangekondigd inzake infrastructurele en technologische inspanningen en, wat betreft de slachtoffers, de begeleiding van het gevangenispersoneel en de cipiers.

Ik heb een paar weken geleden nog eens opgeworpen om na te denken over een soort taskforce om de drugsnetwerken en de relaties tussen gevangenen daarin verder te onderzoeken, want die leiden meestal tot extern geweld en geweld in de privésfeer. De link naar drugscriminaliteit bevindt zich altijd in de omgeving.

Marijke Dillen:

Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of u een initiatief hebt genomen om meer concrete informatie op te vragen bij uw collega. Ik begrijp dat u niet over een dossier wilt spreken, mevrouw de minister. Dat is geen enkel probleem. We weten echter allemaal dat de drugscriminaliteit in Frankrijk vergelijkbaar is met de drugscriminaliteit in ons land. De Franse minister van Justitie heeft onmiddellijk gesproken over een terroristische aanval. Hier in ons land, mevrouw de minister, weten we met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat veel van de aanvallen tegen cipiers, zowel in het professionele leven als in de privésfeer, te maken hebben met drugscriminaliteit. In Frankrijk werd echter ook onmiddellijk de link gelegd met extreemlinks gezien er anarchistische slogans werden aangebracht. Dat wordt verder onderzocht. We kunnen alleen hopen, mevrouw de minister, dat ook dat aspect niet naar ons land overwaait, want we hebben al genoeg zorgen met de criminaliteit vanuit het drugsmilieu.

Het bezoek van de eerste minister aan Oekraïne

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt structurele steun van 1 miljard euro per jaar aan Oekraïne na een emotioneel en strategisch bezoek, waarbij defensie-industrieën concrete samenwerkingsafspraken (kennisdeling, productieopschaling) maakten om Oekraïne’s weerbaarheid en Europa’s veiligheid te versterken. De Wever benadrukt dat Oekraïne’s strijd ook Europa’s grensbeveiliging is en roept op tot blijvende militaire en humanitaire steun, terwijl hij Poetin-sympathisanten confronteert met oorlogsmisdaden. Buysrogge dringt aan op langetermijninvesteringen in Belgische defensie en herhaling van dergelijke missies. Kernboodschap: steun aan Oekraïne is *noodzakelijk eigenbelang*.

Peter Buysrogge:

Geachte premier, beste collega's, al meer dan drie jaar woedt er een oorlog in Oekraïne, na de vreselijke invasie van president Poetin. Al meer dan drie jaar verdedigt Oekraïne zich met hand en tand. De afgelopen drie jaar kon het Westen met wisselend succes ondersteuning bieden. Oekraïne heeft het nodig. We moeten hen blijven steunen, in eerste instantie voor de vrijheid en de onafhankelijkheid van Oekraïne zelf, maar ook in ons eigen belang, voor de vrijheid van Europa, ter verdediging van onze grenzen en ter verdediging van onze normen en democratische waarden.

Mijnheer de premier, de afgelopen dagen was u samen met de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie op bezoek in Oekraïne. Uw eerste buitenlandse missie was symbolisch en emotioneel. We konden zien dat het bezoek aan Boetsja bij u een gevoelige snaar raakte.

Ook inhoudelijk was het een belangrijk bezoek. In uw kielzog nam u een aantal prominente industriëlen uit de defensie-industrie mee. Ik ga ervan uit dat zij contacten met de Oekraïense industrie konden leggen. U kondigde ook aan dat er een investeringspakket ter waarde van 1 miljard euro, structureel op jaarbasis, zou worden vastgelegd. Dat is veel structureler dan de vorige regering. Dat is broodnodig, wanneer men ziet dat de aanvallen van Rusland blijven aanhouden. Hopelijk volgen andere landen ook.

Geachte premier, kunt u het Parlement verder over dit bezoek informeren? Wat zijn de resultaten ervan? Wat was het doel om de defensie-industrie mee te nemen? Welke afspraken konden er met president Zelensky worden gemaakt? Welke boodschap hebt u voor uw Europese partners?

Bart De Wever:

Collega, wij werden inderdaad in Boetsja maar ook in Kiev pijnlijk herinnerd aan wat Russische agressie in dat land werkelijk betekent. Boetsja is heel bekend, maar in Kiev heb ik bijvoorbeeld een centrum bezocht waar kinderen worden opgevangen die door het Russische regime waren gekidnapt. Zij hebben mij afgrijselijke verhalen verteld. Een van de kinderen schonk mij een armband die ze daar maken. Ik zal dat kind nooit vergeten. Fracties die vroeger nog overliepen van sympathie voor het regime van Poetin en die vandaag nog opvallend vaak standpunten innemen die Poetin toch goed uitkomen, raad ik aan om dat centrum eens te bezoeken.

Onze steun aan Oekraïne is niet louter symbolisch en mag dat ook niet zijn. De steun vertaalt zich in humanitaire steun en militaire ondersteuning. De Oekraïners vechten niet alleen voor hun eigen veiligheid, maar ook voor die van ons, van heel Europa. Een investering in onze veiligheid rendeert nergens beter dan in een sterk Oekraïens leger in een vrij westers en democratisch Oekraïne. Als dat Oekraïne morgen niet meer bestaat, staat de Russische tsaar aan een gigantisch groot deel van onze buitengrens en de beveiliging daarvan zal ons oneindig meer kosten dan de steun die we nu voorzien.

Onze missie had inderdaad ook als doel de Belgische defensie-industrie sterker in contact te brengen met de Oekraïense. Wij hebben een sterke defensiesector. Die heeft een omzet van 5 miljard en telt 16.000 jobs. Deze zal in de komende tijd belangrijker worden, dat is evident, want Europa gaat zich herbewapenen.

Wij hebben die mensen in contact gebracht met hun Oekraïense homologen en hebben vastgesteld dat Oekraïne inderdaad een indrukwekkende capaciteit heeft opgebouwd, indrukwekkende innovatie realiseert. Kennisdeling is belangrijk, evenals opschaling van de productie in Oekraïne en via Oekraïne, ook voor Europa. Dat zijn zeer interessante mogelijkheden.

Ik ga niet in detail treden, maar ik kan u zeggen dat de bedrijfsleiders zeer enthousiast waren. Op de trein heeft men uren om te praten. Die uren hebben we dan ook gebruikt. Zij zien veel mogelijkheden. Er werden letters of intent ondertekend, dat smaakt naar meer. Zo gaan wij tot onze strategie van peace to strength komen, tot wederzijdse (…)

Peter Buysrogge:

Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoord. Het is duidelijk dat het bezoek op u een grote indruk gemaakt heeft. Het is goed dat u het voortouw probeert te nemen in de solidariteit ten aanzien van het Oekraïense volk, niet alleen met woorden maar ook met daden. De resultaten van de defensie-industrie zijn toch niet onbelangrijk. We moeten onze naïviteit laten varen op dat vlak. We willen onze defensie-industrie versterken, zegt toch bijna iedereen. Laten we er dan ook voor zorgen dat er voldoende geïnvesteerd wordt in onze eigen industrie, zodat ze voldoende kansen krijgt. Initiatieven als dit zijn zeker voor herhaling vatbaar. Laat die trein verder rijden, mijnheer de eerste minister.

De Amerikaanse invoerheffingen
De Amerikaanse invoerheffingen
De instabiliteit van de beurskoersen en de gevolgen ervan voor ons land en onze economische actoren
Het handelsbeleid van Donald Trump
Amerikaans handelsbeleid, invoerheffingen, beursinstabiliteit

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de Amerikaanse handelsoorlog en Europa’s reactie, met focus op België’s strategie om economische schade te beperken. De eerste minister benadrukt onderhandelingen en Europese eenheid als sleutel, steunt het uitstel van EU-tegenmaatregelen (90 dagen) en wijst op de noodzaak om eigen concurrentiekracht (MAKE 2030) te versnellen, zonder concrete deadlines. Kritiek komt van populisme-risico’s (Trump’s onvoorspelbaarheid), afhankelijkheid van de VS (energie, wapens) en de oproep tot diversificatie (Azië, Afrika) in plaats van onderwerping. Farmasector, beursonrust en Europese waarden (bv. diversiteit) blijven kwetsbare punten in het debat.

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de eerste minister, collega’s, wie biedt meer, wie biedt minder of wie biedt intussen helemaal niets meer met de pauzeknop? Onze economie leek de voorbije dagen echt een tapijtenmarkt. Vergis u echter niet, de Verenigde Staten zijn gefixeerd op hun handelsbalans, willen de productie opnieuw in eigen land en menen daarvoor met de importheffingen echt de trump card te hebben gevonden. Ondertussen komt de rest van de wereld smekend en op blote knieën aan de onderhandelingstafel. Dat is mooi meegenomen.

Wij zijn nu een week later, een week na de eerste bedreigingen. De aanvallen blijven komen. Gisteren was er het bericht dat onze farmasector toch extra geviseerd zou worden. Collega’s, die sector is bezorgd. Angst en paniek zijn echter zelden goede raadgevers. ‘Never let a good crisis go to waste ’ is dat wel.

Mijnheer de eerste minister, het verheugt ons te lezen dat u dezelfde mening bent toegedaan, dat u naast de parallelle weg van de onderhandelde oplossing van de Europese Unie die bezig is, ernaar streeft om onze eigen concurrentiepositie te verstevigen en dat u hebt aangekondigd dat u wil inzetten op het verstevigen van onze concurrentiekracht en op het programma in het regeerakkoord MAKE 2030 . Dat is een heel goed idee.

Ik heb twee vragen, namelijk een vraag over de onderhandelde oplossing en een vraag over MAKE 2030 . Ten eerste, hoe staat u tegenover de onderhandelde oplossing, de nultarieven en de wederzijdse tarieven die worden voorgesteld? Hoe staat u daartegenover? Wat doet u met andere belangrijke sectoren in ons land, zoals de farmasector? Ten tweede, hoe ziet u de versnelde opstart van MAKE 2030 ? Wordt dat effectief een MAKE 2025-2030 ?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, de voorbije dagen zag de kleine belegger zijn pensioenfonds of aandelen verdampen door de grillen van populistische pyromanen. Als de mensen hun beleggings- of aandelenfonds openden, zagen ze bloedrode cijfers, namelijk -5 %, -10 % of -15 %. Het is heel duidelijk: als extremistische populisten met hun spierballen rollen, is de gewone hardwerkende man of vrouw in de straat de dupe.

Bijna 3 miljoen mensen in ons land doen aan pensioensparen. Hard werkend zetten zij een centje opzij om comfortabeler van hun oude dag te kunnen genieten. Dalende beurzen door de grillen van Trump doen deze mensen in onzekerheid leven. Ze liggen daar wakker van. Zeker in tijden van onzekerheid kijken deze mensen naar ons.

Collega's, wij hebben geen nood aan stoere machopraat. We moeten niet agressief of naïef zijn, maar wel slim en assertief. Wij moeten samenzitten, de-escaleren en de ratio laten zegevieren. De welvaart van onze mensen staat op het spel. Daarvoor is een sterk en verenigd Europa nodig, een Europese Unie die zich niet uit elkaar laat spelen door Trump. Het Europese project moet, na een project van vrede, meer dan ooit een project van economische sterkte en economische welvaart voor onze mensen worden.

Beste premier, ik ga ervan uit dat u op deze lijn zit en binnen Europa de spreekbuis wil zijn van de gedachte van Europese welvaart, die zorgt voor meer stabiliteit en voor meer veiligheid in de wereld. (…)

Voorzitter:

Bedankt, collega Van den Heuvel. Uw tijd is om.

Xavier Dubois:

Monsieur le premier ministre, la semaine passée, le président Trump a annoncé sa volonté d'imposer de manière importante quantité de pays en augmentant les droits de douane sur une série de produits, lançant ainsi une sorte de guerre commerciale qui est dommageable pour tout le monde, pour nous et pour les États-Unis également, car elle crée de l'incertitude, de l'instabilité. Elle est dommageable pour notre économie, pour nos banques, nos investisseurs, nos entreprises, nos PME, mais aussi nos citoyens.

À la suite de cette annonce, la Commission européenne a décidé d'une première réplique en imposant aussi des droits de douane pour certains produits particuliers américains, tout en déclarant qu'elle était ouverte à suspendre cette décision en cas d'accord équilibré et juste avec les Américains.

Hier, rétropédalage du président américain, qui annonce qu'il souhaite suspendre cette décision pendant 90 jours pour toute une série de pays, dont les membres de l'Union européenne, mais pas la Chine. Au vu des résultats des marchés financiers de ce matin, on pourrait se dire qu'il s'agit d'une bonne nouvelle, les bourses étant de nouveau dans le vert. Cependant, à moyen et à long terme, l'instabilité est toujours présente, ainsi que l'insécurité, puisque nous ne sommes pas à l'abri d'un nouveau revirement au niveau de la politique commerciale américaine. Et surtout parce qu'il s'agit d'une décision temporaire. Il faut continuer à discuter, à négocier pour défendre notre économie.

Monsieur le premier ministre, quelle est la position du gouvernement par rapport à cette situation instable? Quelles sont les mesures concrètes qui ont été prises pour assurer la stabilité de notre économie? Et surtout, comment la Belgique se positionne-t-elle dans ces négociations de manière concrète pour défendre notre économie?

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, la décision du gouvernement américain du 2 avril d'augmenter les droits de douane pour l'ensemble du monde est une agression internationale majeure. L'objectif de l'impérialisme américain, avec cette violence, est de soumettre les États du monde aux intérêts des Américains et de l'État américain, par la force. Le président Trump n'hésite d'ailleurs pas à s'en vanter, puisqu'il déclare que, depuis la mise en place de ces droits de douane, 70 pays sont venus, je cite, " kissing my as s". Je traduis pour ceux qui ne parlent pas anglais. Cela veut dire: "lécher notre cul".

Monsieur le premier ministre, la Belgique est-elle concernée par cette déclaration? C'est une première question.

Suite à ce léchage de derrière, l'administration américaine a suspendu les mesures pendant 90 jours pour soi-disant négocier. Nous savons qu'il ne s'agit pas d'une vraie négociation, pas plus que d'une vraie suspension, puisque les droits de douane passent de 20 % à 10 %. Il y a toujours 10 % de trop.

De plus, pour que ces droits restent à 10 %, l'Union européenne doit se soumettre et mettre un genou à terre face aux États-Unis. Elle doit acheter pour plus de 350 milliards de dollars de plus de gaz américain. Elle doit aussi acheter des armes américaines pour des milliards de dollars et d'euros, ce que nous ferons payer à nos travailleurs. Cela nous rendra encore plus dépendants des États-Unis, une dépendance qui nuit déjà beaucoup à notre économie aujourd'hui.

Monsieur le premier ministre, deux hypothèses existent et deux possibles choix se posent à nous pour faire face à l'agression américaine. Soit se soumettre et accepter les menaces américaines, soit s'ouvrir sur le reste du monde, sur le Sud global, commercer avec d'autres pays, diversifier notre commerce, notamment en Asie, en Afrique, en Amérique latine (…)

Voorzitter:

Aangezien vier collega's vragen hebben gesteld, krijgt de eerste minister vijf minuten om te antwoorden.

Bart De Wever:

Merci, chers collègues.

Monsieur Boukili, vous avez traduit l'expression " kiss my ass " en français. On vous a demandé de la traduire en néerlandais. Il est sage que vous ne l'ayez pas fait. Je déplore le langage du président Trump. Cela laisse aussi une très mauvaise impression, pour dire le moins...

Mercredi matin, à 6 h – heure belge –, minuit aux É tats-Unis, les droits de douane qu'ils avaient initialement annoncés sont entrés en vigueur. Pour l'Union européenne, cela signifiait à ce moment-là un droit de douane général de 20 % sur nos exportations vers les États-Unis , à l'exception d'une série de produits que j'ai déjà cités la semaine dernière – pour notre pays, la principale exception étant celle des produits pharmaceutiques. Entre-temps, Trump a évoqué la possibilité de le faire sur ces derniers produits. Mais, avec lui, on ne sait jamais!

Koen, u zult week na week pal moeten blijven staan op deze tribune. Ik weet dat u dat kunt.

Hier, il a à nouveau fait une annonce sur les droits de douane en général qui allaient être ramenés immédiatement à 10 %. Cela reste nettement plus élevé que la situation précédente – ce n'est donc pas une suspension totale –, mais les marchés ont réagi pour l'instant avec soulagement, considérant que c'est moins grave que prévu.

L'instabilité des marchés et la position américaine chaotique rendent actuellement impossible toute analyse d'impact à long terme de ces droits de douane. Je comprends que vous posiez des questions, mais il est impossible d'y répondre parce qu'il s'agit plutôt de suivre les choses jour après jour, voire heure après heure.

De verlaging tot 10% geldt voor alle duidelijkheid niet voor de tarieven die de VS afgelopen maand op aluminium, staal en wagens invoerden. Dus, we zijn nog ver van huis.

Als reactie op de initiële tarieven van maart had de Europese Commissie een proportioneel tegenpakket voorbereid, pakket waaraan we hebben meegewerkt en waarover er een akkoord werd bereikt. Het gaat om een pakket goederen ter waarde van 21 miljard, dat gespreid zou worden ingevoerd over drie verschillende data.

Het eerste deel van het pakket zou normaal ingaan op 15 april 2025. Maar de voorzitster van de Europese Commissie heeft zopas laten weten, met steun van alle lidstaten, dat ze de tegenmaatregelen zal uitstellen met 90 dagen. Haar boodschap daarbij luidde: "We want to give negotiations a chance." Die houding van de commissievoorzitster steun ik voor de volle 100%. Ik denk dat het goed is dat wij dus niet zijn ingegaan op de stoere kretologie van sommige fracties hier vorige week, die kreten en stoere verklaringen en maatregelen verwarren met verstandig leiderschap.

U hebt gepleit voor een koel hoofd en een verstandige aanpak. Dat is volgens mij de aanpak van Europa en die is verstandig. Ik denk ook wij nog altijd moeten proberen een zinloze handelsoorlog met alleen verliezers zo snel mogelijk te stoppen en terug te keren naar een evenwicht waarbij alle partijen beter af zijn dan voordien.

Dat is ook de boodschap die ik, zoals ik had aangekondigd, heb meegegeven aan Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. De Verenigde Staten en Europa worden eigenlijk met identiek dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Het zou bijzonder dom zijn om die gezamenlijke problemen in conflict en verspreide slagorde aan te pakken in plaats van ze als westerse wereld samen aan te gaan. Als Europeanen zullen we dat zeker samen moeten doen. Dit is een moment om de Europese integratie snel vooruit te doen gaan. Die opportuniteit moeten we grijpen.

We kunnen alleen hopen dat dat soort wijsheid ook de Amerikaanse bondgenoten snel bereikt en hen ervan doordringt. De opening tot onderhandelingen stemmen lichtjes hoopvol. Maar we zijn er bij lange nog niet en zekerheden hebben we absoluut niet.

Tot zo lang is het vooral zaak om als Europeanen lessen te trekken uit het hele debacle, met name dat wij onze eigen interne markt zo snel mogelijk en grondig versterken en ons inderdaad openstellen voor de talloze mogelijkheden tot vrije handel met de rest van de wereld, die naar ons kijkt. Voor vrijheid en Europese welvaart!

Charlotte Verkeyn:

Mijnheer de premier, collega's, allemaal samen pal staan, het been stijf houden om verstandige beslissingen te nemen en daadkrachtig te besturen, dat is inderdaad wat we moeten doen. We hebben te maken met iemand die zeer graag pokert met de wereldeconomie. Het is zaak om in dat pokerspel niemand te overbluffen.

Vorige week hebben we hier een aantal andere oproepen gehoord, maar wij staan allemaal als een blok achter de onderhandelde oplossing en willen anderzijds vooral ook nagaan hoe we onze daadkracht in onze economie kunnen versterken, onder andere via de plannen die de regering op tafel legt. Bedankt om die visie in uw antwoord nogmaals te bevestigen.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, dank u wel voor uw duidelijke antwoord.

Beste collega's, uit de voorbije weken kunnen we twee grote lessen trekken. Allereerst, waar populisten en waar extremisten aan de macht zijn, is de gewone man in de straat de dupe. Zij leiden ons naar nergens. Ten tweede, het antwoord op de groeiende onzekerheid op wereldvlak door geopolitieke spanningen ligt in een meer verenigd, sterker Europa.

Ik ben heel blij, mijnheer de premier, dat u de spreekbuis wilt zijn als eerste minister van de regering en van ons land in Europa om dat verenigde Europa te verdedigen. Geen machogedrag, maar de ratio laten wederkeren om de welvaart van onze mensen te beschermen.

Xavier Dubois:

Merci monsieur le premier ministre pour vos réponses. J'entends effectivement le fait qu'il faut rester vigilant pour continuer à défendre notre économie. Je partage bien entendu cet avis.

Bien sûr, dans ces négociations, il faudra défendre notre économie et notre commerce mais il ne faudra surtout pas oublier la défense de nos valeurs. Et je pense que les tentatives des É tats-Unis ne visent pas que notre commerce mais également, notamment, l'ingérence dans les politiques de nos entreprises. L'initiative visant les politiques en matière de diversité et de protection des minorités n'est pas acceptable.

Je suis convaincu que dans vos discussions, dans vos négociations avec les É tats-Unis, vous n'oublierez pas ces valeurs pour défendre notre économie, notre démocratie et ce qui fait vraiment le sel de notre société, de notre vivre ensemble.

Nabil Boukili:

Merci monsieur le premier ministre, pour vos réponses, même si je n'ai pas eu de réponse à ma question. Vous avez déclaré que nous avons les mêmes défis que les É tats-Unis. C'est très inquiétant et très naïf parce que les É tats-Unis ne connaissent que leurs intérêts et sont prêts à sacrifier tout le monde, l'Europe y compris, pour les défendre. Je vois que vous êtes sur la même ligne que votre collègue, Mme Meloni – qui fait partie du même groupe que la N-VA au Parlement européen –, cette ligne de nous accrocher aux quelques croquettes que nous jettent les É tats-Unis, alors qu'il y a d'autres voies en Europe. M. S á nchez, le premier ministre espagnol, est aujourd'hui en Chine pour diversifier son économie, pour s'ouvrir sur d'autres horizons. Au niveau européen, je vois qu'il y a deux tendances: ceux qui utilisent leur cerveau pour évoluer et ceux qui utilisent leur langue, comme le demande M. Trump.

Het standpunt van de Belgische regering over de erkenning van Palestina
De uitspraken van president Macron over de toekomst van Palestina
Belgisch en Frans standpunt over Palestina

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische politieke discussie draait om de erkenning van Palestina als staat en de tweestatenoplossing, met scherpe tegenstellingen over timing en benadering. Paul Magnette (PS) eist onmiddellijke erkenning van Palestina – zoals 148 andere VN-landen deden – en veroordeelt de Belgische "koudheid" tegenover Palestijns leed, verwijzend naar Netanyahu’s oorlogsmisdaden en de humanitaire crisis in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. De Wever (N-VA) en Prévot (cd&v) benadrukken dat erkenning pas kan na onderhandelingen over grenzen en een functionerend Palestijns bestuur, terwijl Deborsu (MR) een gecoördineerde Europese aanpak (zoals Macron voorstelt) steunt, gekoppeld aan veiligheidsgaranties voor Israël en afwijzing van Hamas. De kern: symbolische erkenning nu (Magnette) vs. voorwaardelijke erkenning binnen een onderhandeld vredesproces (regering/MR/cd&v).

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, quand j'ai entendu vos déclarations sur Netanyahu, je n'en ai pas cru mes oreilles. Vos propos constituent d'abord une violation de la séparation des pouvoirs. Ils constituent ensuite une violation du droit international. Netanyahu fait l'objet d'un mandat d'arrêt délivré par la Cour pénale internationale. Tous les États membres de la Cour pénale internationale, dont la Belgique, ont le devoir de le traîner devant cette juridiction et de le faire condamner pour les crimes qu'il a commis.

Avec de tels propos, inévitablement, vous apportez un soutien politique à Netanyahu à un moment où la situation est plus tragique que jamais à Gaza, où on ne trouve plus les mots pour décrire la situation catastrophique dans laquelle se trouvent les populations. Mais c'est aussi le cas en Cisjordanie. Nous n'en parlons plus, mais Netanyahu, pendant ce temps, profite de la guerre pour aggraver, prolonger et renforcer la colonisation des territoires.

Allez voir le film No Other Land , réalisé par deux journalistes, un Palestinien et un Israélien. Vous y verrez la situation actuelle en Cisjordanie. Aujourd'hui, l'armée israélienne y rase les maisons, démolit les écoles des Palestiniens et bouche les puits pour empêcher les peuples de vivre sur leurs terres, qu'ils occupent depuis de nombreuses générations. C'est aussi l'armée israélienne qui couvre des colons armés tirant à bout portant sur les Palestiniens. Voilà ce que représente Netanyahu aujourd'hui.

Ce que nous attendons de la Belgique, c'est de la clarté sur le respect du droit international et aussi enfin un engagement clair. Hier, dans un éclair de lucidité, Emmanuel Macron a déclaré que la France allait enfin reconnaître la Palestine. Il est plus que temps que la Belgique se joigne aux 148 pays des Nations Unies qui reconnaissent la Palestine comme un État plein et entier.

Voorzitter:

Met het oog op de goede orde van de ziting verwijs ik ook nog even naar de interpellatie die straks zal plaatsvinden. De thema’s dreigen enigszins door elkaar te lopen.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, j'ai pris connaissance avec intérêt des déclarations du président Macron concernant la paix au Proche-Orient. Les objectifs sont de faire taire les armes, redémarrer l'aide humanitaire, qui est une nécessité critique, et renouer le dialogue politique.

Tout cela rend obligatoire la reconnaissance de l'État d'Israël par l'ensemble des pays de la région et la reconnaissance d'un État palestinien. Le MR a toujours plaidé pour une solution à deux États où deux peuples vivraient côte à côte en paix. La reconnaissance d'un État de Palestine a été défendue par les différents ministres MR successifs dans un cadre multilatéral. Le MR a toujours prôné une reconnaissance avec d'autres pays majeurs.

L'initiative du président Macron va dans ce sens et nous devons saisir cette opportunité. Cette reconnaissance devra avoir un impact réel sur le terrain. Je vous rappelle que nous avons toujours condamné la colonisation et la violence des colons en Cisjordanie et tout projet d'annexion. Et comme tout État, Israël doit respecter le droit international. Nous avons aussi exigé la libération sans condition de tous les otages à la suite des attaques ignobles du Hamas du 7 octobre 2023.

Monsieur le ministre, quelle est votre première réaction à la suite des propos du président français? Comment la Belgique va-t-elle contribuer concrètement au succès de son initiative, dans la lignée de l'action de vos prédécesseurs libéraux?

Voorzitter:

De eerste minister zal als eerste antwoorden. Hij krijgt vier minuten spreektijd. Vervolgens zal de minister van Buitenlandse Zaken het woord nemen.

Bart De Wever:

Chers collègues, je vous remercie pour vos questions.

Comme je devrai tout à l'heure encore répondre à plusieurs interpellations sur la Cour pénale internationale, je vais me concentrer sur l'essentiel de votre question, monsieur Magnette, à savoir la reconnaissance de la Palestine. Mme Deborsu a déjà tout dit et je pense que notre accord de gouvernement est très clair sur cette question. Je me permets de le citer: "En ce qui concerne le lourd conflit israélo-palestinien, nous opterons toujours pour le camp de la paix. Nous soulignons l’importance d’une paix durable et d’efforts soutenus dans le processus de paix au Proche-Orient. Nous souhaitons que l’Union européenne joue un rôle de premier plan pour parvenir, par la voie diplomatique, à une solution à deux États qui garantisse à la fois la sécurité d’Israël et permette la reconnaissance de la Palestine, dans le respect de l’intégrité territoriale. Toute action mettant en péril cette solution sera dénoncée. Nous préconisons donc, conformément aux conclusions du Conseil européen d’octobre 2024, de sanctionner davantage les colons qui poursuivent leur expansion agressive en Cisjordanie, et de prendre des mesures contre les groupes extrémistes et terroristes qui menacent la sécurité d’Israël. Nous exhortons également les autorités compétentes à agir contre la haine et l’intolérance qui menacent la solution à deux États. Pour y parvenir, la première étape consiste à garantir un cessez-le-feu et un soutien à la reconstruction. Le gouvernement fédéral fournira une aide humanitaire et un soutien pour rendre cette reconstruction possible et souligne que seuls les civils et les organismes d’aide sont en droit de recevoir une aide humanitaire et que celle-ci ne doit pas être détournée. Nous rejetons fermement toute forme d’antisémitisme et de terrorisme."

En d'autres termes, la position de ce gouvernement est qu'il faut œuvrer en faveur d'une solution à deux États. Et je pense que M. Macron ne dit pas autre chose. Je dirais même plus: il a dit exactement la même chose. Il plaide pour une solution à deux États avec une reconnaissance mutuelle. Cela signifie que cette solution inclut, outre la reconnaissance d'Israël – que, j'espère, personne ici ne remet en question –, la reconnaissance d'un deuxième État, la Palestine.

Mais, avant de pouvoir le faire, il faut bien entendu un accord où sont notamment définis les frontières de ce deuxième État ainsi qu'un appareil d'État acceptable. Le jour où ce moment tant espéré arrivera, notre pays pourra alors reconnaître officiellement la Palestine comme un État à part entière, avec entière conviction.

Maxime Prévot:

Monsieur Magnette, madame Deborsu, vous avez eu l'occasion de le souligner lors de votre prise de parole, la véritable urgence aujourd'hui, c'est d'abord de dénoncer le fait que, depuis le 2 mars, plus aucune aide humanitaire n'arrive à Gaza. Cela veut dire des centaines de milliers de personnes qui ont soif, qui ont faim; des femmes et des enfants notamment.

Je condamne une nouvelle fois le plus fermement qu'il soit cette situation et c'est là-dessus que pour le moment toute notre attention politique et diplomatique doit être concentrée. Comme le premier ministre l'a dit, toute action mettant en péril la solution à deux États sera dénoncée. Précisément parce que nous croyons, comme l'Union européenne et une majorité d'États à travers le monde, que cette solution est la seule qui puisse garantir les aspirations légitimes tant du peuple palestinien que du peuple israélien.

Nous plaidons déjà pour que l'Union européenne mette en œuvre son plan d'action avec l'Autorité palestinienne, qui prévoit d'entamer des négociations en vue d'un accord d'association, lequel serait conclu in fine avec un État de Palestine. Reconnaître l'État palestinien de manière symbolique n'aurait pas grand intérêt si cela crée au final davantage de problèmes sur le terrain que cela n'œuvre à une solution.

Cependant, nous pouvons penser, d'une part, que, bien au-delà du symbole, il faille un leadership palestinien légitime et capable de fournir les services de base à la population. Dans le cas d'une solution à deux États, l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) pourrait progressivement transférer à l'Autorité palestinienne les services essentiels qu'il assume actuellement, par exemple en matière d'éducation et de santé. Une Autorité palestinienne légitime et capable de gérer un État de Palestine, cela permettrait également d'assurer la sécurité sur le territoire palestinien et aussi celle d'Israël.

Dans ce sens, j'accueille de façon positive les efforts déjà consentis par l'Autorité palestinienne pour mettre en œuvre un ambitieux programme de réformes concerté avec l'Union européenne. Ces réformes ont pour but de renforcer l'Autorité palestinienne, et nous les soutenons.

D'autre part, la reconnaissance d'un État de Palestine pourrait avoir un effet d'apaisement dans tout le Moyen-Orient et même au-delà. Je pense par exemple aux revendications affichées par le Hezbollah au Liban, aux Houthis au Yémen ou encore à toutes les tensions que cette question sensible suscite dans les opinions publiques à travers le monde, y compris en Belgique.

En tout état de cause, l'objectif doit rester une solution à deux États.

Cela pourrait permettre aussi aux pays qui ne l'ont pas encore fait de reconnaître comme nous l' É tat d'Israël. C'est ce que prévoit l'Initiative de paix arabe. Nous sommes favorables à un tel processus de normalisation qui profiterait à toutes les parties.

Dans l'attente de se positionner sur la question afin de définir le message à délivrer à New York en juin prochain, la Belgique sera à nouveau présente pour avancer sur cette question lors de la prochaine réunion de l'Alliance globale pour la solution à deux États, qui se tiendra à Rabat les 21 et 22 mai prochain.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, nous vous avons vu en larmes il y a quelques jours en Ukraine. Et c'est très bien. Nous sommes tous des êtres humains et nous sommes tous solidaires des victimes ukrainiennes. Mais comment pouvez-vous, dans le même temps, rester d'une froideur glaciale devant les victimes palestiniennes de ce conflit? C'est cela que nous ne pouvons pas comprendre! Votre ministre des Affaires étrangères est heureusement un peu plus volontariste que vous. Mais quand on est face à de telles situations, il faut choisir le bon côté de l'Histoire. Ici, la situation est simple. On peut soit être avec ceux qui, comme Orbán et ses amis, décident de couvrir Netanyahu ou être du côté de ceux qui, comme Pedro Sanchez et, peut-être demain, Macron, décident de porter vraiment cette solution à deux États en reconnaissant maintenant – et pas dans un avenir éternellement reporté – la Palestine. Il faut la reconnaître comme 148 pays dans les Nations Unies pour que la Belgique redevienne un pionnier de cette solution à deux États. Voilà, monsieur le premier ministre, ce que nous attendons de vous.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous remercie pour vos réponses. Le MR a toujours défendu une solution à deux É tats, reconnus, en paix. Les reconnaissances symboliques, dispersées n'ont jamais rien changé, il suffit de voir la situation aujourd'hui. Aujourd'hui, nous sommes à un tournant. Ce que la France amorce, les pays qui soutiennent la paix doivent le transformer en actions coordonnées et concrètes. Saisissons cette opportunité, monsieur le ministre. Participons activement au succès de cette initiative. Parce que la situation dure depuis trop longtemps. Trop de victimes, trop de violences, trop de haine de part et d'autre. Certes, Israël a le droit de se défendre, mais cette violence massive dépasse l'entendement. La reconnaissance passera par l'élimination du Hamas, oui, mais dans le respect du droit international. Reconnaître la Palestine, ce n'est pas choisir un camp. C'est redonner une chance à la paix. C'est aussi exiger que la Palestine et tous ceux qui la défendent reconnaissent Israël en retour. Deux peuples, deux États, il n'y a pas d'autre chemin et cela a toujours été la voie du MR.

De overbrenging van gedetineerde illegalen naar gesloten terugkeercentra

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 10 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden bevestigt dat 4.000 illegale gedetineerden de structurele overbevolking in Belgische gevangenissen (13.000 vs. 11.000 plaatsen) verergeren en benadrukt versnelde terugzending als oplossing, via bestaande samenwerking met DVZ, justitie en politie (nu ~120/mnd). Dillen (Vlaams Belang) wijst media-aankondigingen over doorschuiven naar gesloten centra af als populistisch en onhaalbaar (DVZ ontkent capaciteit en bevoegdheid) en eist dwingende terugkeerakkoorden met herkomstlanden, gekoppeld aan sancties zoals stopzetten ontwikkelingshulp. Kernconflict: Verlinden focust op bestaande repatriëringstrack, Dillen wil hardere diplomatieke druk en snellere uitzetting. DVZ-centra als alternatief wordt ontkend door beide partijen, maar Verlinden houdt vast aan intensivering huidige processen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, er zitten bijna 13.000 gedetineerden in onze gevangenissen, waar er maar plaats is voor 11.000. Bijna 40 % van die gedetineerden beschikken niet over onze nationaliteit en 70 % daarvan is illegaal. We hebben daarover zowel hier als in de commissie al zeer vaak van gedachten gewisseld.

Nu komt u met een plan, althans als we de media mogen geloven. We hebben mogen lezen dat u in de strijd tegen de overbevolking van de gevangenissen de gevangenen die hier illegaal verblijven wil doorschuiven naar de gesloten terugkeercentra van de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik stel me vragen over de haalbaarheid daarvan. U zei in de krant dat er op dit moment duidelijke afspraken worden uitgewerkt met de DVZ.

Mevrouw de minister, dat klopt niet. Dat blijkt niet waar te zijn. De DVZ is duidelijk: deze centra – die zoals u weet ook al overbevolkt zijn – zijn geen alternatief voor een gevangenis. In een gesloten centrum mag iemand alleen administratief aangehouden zijn en er verblijven met het oog op repatriëring. Die termijn is tevens beperkt tot vier maanden, zo valt te horen. Daarenboven weet u nog veel beter dan ik dat het personeel dat in die centra tewerkgesteld is niet opgeleid is om de taak van cipier op zich te nemen.

Met andere woorden, hoe vallen de kritieken van de DVZ te rijmen met uw grootse aankondigingen in de media? Mijn vraag is of dit standpunt doorgesproken werd met de bevoegde minister, minister Van Bossuyt. Zij is immers de enige bevoegde minister voor de dossiers van de gesloten opvangcentra.

Annelies Verlinden:

Collega Dillen, dankzij meer en doorgedreven onderzoeken van politie, parketten en onderzoeksrechters en rechterlijke uitspraken in dossiers van georganiseerde criminaliteit verblijven er vandaag ongeveer 4.000 personen zonder wettig verblijf in onze Belgische gevangenissen. De aanwezigheid van een dergelijke grote groep mensen zonder wettig verblijf vergroot enorm de druk op het gevangenislandschap, dat al jarenlang kampt met een structurele overbevolking. Er is plaats voor ongeveer 11.000 gedetineerden, terwijl er intussen ongeveer 13.000 gedetineerden zijn. De impact daarvan op het dagelijks leven in de gevangenis is gigantisch.

Het terugsturen van gedetineerden zonder verblijfsrecht naar hun land van herkomst is dan ook een duidelijke prioriteit van deze federale regering. Dat is niet alleen rechtvaardig, het is ook een essentiële stap om de druk op onze gevangenissen te verlichten. De samenwerking tussen de DVZ, het gevangeniswezen, justitie en politie is hiervoor cruciaal en trouwens allesbehalve nieuw.

Momenteel worden maandelijks gemiddeld 120 gedetineerden zonder recht op verblijf teruggestuurd. Dat proces loopt, maar we nemen nu de nodige stappen om dit proces nog verder te versnellen en te intensiveren, om zo nog meer gedetineerden zonder recht op verblijf te kunnen terugsturen. De samenwerking met al mijn bevoegde collega-ministers is daar onmisbaar voor. Er bestaat trouwens een taskforce.

Laat me duidelijk zijn, dit gaat niet over het zomaar doorschuiven van gevangenen naar gesloten centra, zoals sommige kranten schrijven. Het gaat wel over het gepast organiseren van een overdracht met het oog op de verwijdering van ons grondgebied, zoals dat vandaag al gebeurt. Dat we bij een toename van het aantal verwijderingen goede afspraken moeten maken met de beheerders van de gesloten centra, lijkt me evident.

Collega's, wanneer ons gevangeniswezen, en daarmee ook de hele justitiële keten, onder de kolossale druk kraakt en de gevolgen daarvan voelbaar zijn in de hele samenleving, moet iedereen zijn verantwoordelijkheid nemen, in het belang van onze gevangenismedewerkers en de gedetineerden, maar vooral ook van de veiligheid van onze samenleving. U kunt op mij rekenen om vanuit Justitie alles op alles te zetten om de veiligheid in ons land te verbeteren.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, wat u zegt is juist, illegalen horen niet thuis in onze gevangenissen. Zo heeft u vandaag nogmaals bevestigd. Het Vlaams Belang is dan ook heel blij dat u een standpunt dat wij hier al decennialang verkondigen eindelijk tot het uwe maakt. Wees dan echter consequent en doe wat u echt moet doen. Daarvoor is er maar één oplossing: stuur hen versneld terug naar hun landen van herkomst om daar hun straf te gaan uitzitten. Neem versneld initiatieven om met die landen tot afspraken te komen.

Als zij weigeren, mevrouw de minister, dan zijn daar oplossingen voor. Koppel dat bijvoorbeeld aan het afnemen van de ontwikkelingssteun. Koppel dat aan het terugschroeven van handelsverdragen. Wat u vandaag met veel tromgeroffel in de media heeft verkondigd, getuigt eigenlijk van pure populistische aankondigingen. U bent immers niet de bevoegde minister voor die sector.

De voorzitter:

Collega's, de geheime stemming waarvoor u in zaal 4 uw stem kunt uitbrengen, loopt nog een half uur. Ik wil u daar even opmerkzaam op maken.

Een nieuwe mysterieuze ziekte in Congo

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 9 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval bevestigt dat de mysterieuze, dodelijke ziekte in Noordwest-Congo (419 gevallen, 50+ doden, mogelijk gelinkt aan vleermuisconsumptie) onder de WHO en Volksgezondheid valt, niet onder het FAVV, en dat er geen specifieke nieuwe maatregelen zijn genomen—alleen bestaande douanecontroles op bushmeat blijven gelden. De Knop uit ongerustheid over het ontbreken van gerichte actie en het risico op verspreiding naar België via reizigers of illegale invoer. De minister benadrukt dat standaardprocedures (bagagecontroles, inbeslagnames) volstaan, zonder extra screening. Geen reisadviezen of grensmaatregelen werden aangepast ondanks de onbekende, sneldodende aard van de ziekte.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, in het noordwesten van Congo zijn er 419 gevallen van een mysterieuze ziekte vastgesteld, waaraan al meer dan 50 personen zijn overleden. Op 21 januari was er een eerste uitbraak in het dorp Boloko, nadat drie kinderen blijkbaar een vleermuis hadden gegeten. Ze overleden kort daarna. Een tweede uitbraak werd in een ander dorp vastgesteld. Blijkbaar volgt de dood meestal vrij kort daarna, 48 uur nadat de eerste symptomen zich hebben voorgedaan. Onderzoek heeft al uitgewezen dat het niet gaat over de dodelijke virussen die we reeds kennen, zoals ebola, dengue, gele koorts en andere. Gezondheidsteams onderzoeken ter plaatse ook andere oorzaken.

Hoe groot acht u de kans dat de ziekte overkomt naar België, gelet op de nauwe banden met ons land? Worden de reisadviezen aangepast? Aangezien mijn vraag al een tijdje geleden werd ingediend, veronderstel ik dat er sowieso negatieve reisadviezen zijn als gevolg van de situatie in Congo. Zult u maatregelen nemen om mensen die naar ons land komen op deze ziekte te controleren?

David Clarinval:

De problematiek rond de ontwikkeling van de nieuwe mysterieuze ziekte in Congo is een volksgezondheidskwestie en wordt niet opgevolgd door het FAVV. De opvolging wordt verzekerd door internationale organisaties zoals de WHO. Als aanwezigen zouden suggereren dat verdere opvolging nodig is, zal dat in de eerste plaats gebeuren door de RAG en de RAG-V-EZ.

De opsporing van illegale invoer van bushmeat steunt in essentie op de individuele controle van de bagage van passagiers die het grondgebied binnenkomen. Die controles vallen onder de bevoegdheid van de douanediensten. De douane en het FAVV organiseren regelmatig gezamenlijke acties om de bagage van passagiers op de luchthavens te controleren en alle illegaal ingevoerde dieren, vlees en voedsel in beslag te nemen.

De overheden werken ook samen inzake de controles op kleine persoonlijke pakketten die de EU via de luchthaven binnenkomen. Als het FAVV tijdens de controle bij operatoren bushmeat ontdekt, treft het natuurlijk de nodige maatregelen. Er werd geen specifieke maatregel ingesteld nadat deze nieuwe ziekte opdook.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, u zei dat dit een bevoegdheid is van Volksgezondheid, dacht ik. Het zit dus een beetje op het snijpunt. Ik ben niet helemaal gerustgesteld door uw antwoord. U verwijst naar wat standaard voorzien is op het vlak van procedures, maar er is dus geen specifieke focus op deze ziekte. Ik hoop samen met u dat ze niet overwaait, maar erg gerustgesteld ben ik niet door uw antwoord.

De strategische visie van de Europese Commissie rond landbouw en voeding

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 9 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese landbouwvisie 2040 focust op eerlijk inkomen, klimaatafstemming, veerkracht en betere werkomstandigheden, maar minister Clarinval benadrukt dat België vooral via markttransparantie (Taskforce Agrovoeding, prijsobservatorium, verbod op onder-kostprijs-verkoop) en technologische innovatie invulling geeft aan de eisen uit de boerenprotesten. Coenegrachts dringt aan op concrete kostprijsdata en productie-afstemming om overaanbod en prijsdruk te voorkomen, maar vindt dat transparantie in de voedselketen nog onvoldoende is. Fiscale stimulansen voor jonge boeren en klimaatadaptatie blijven regionaal gefragmenteerd, terwijl de federale overheid inzet op EU-samenwerking en digitale tools voor duurzamere landbouw.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, de Europese Commissie heeft een landbouwstrategie Vision for Agriculture and Food voorgesteld. Het perspectief is 2040. Het plan is opgebouwd rond vier prioriteiten: ten eerste de sector aantrekkelijker maken, ook voor jonge mensen, door een eerlijker inkomen en een beter gerichte overheidssteun, ten tweede een sector die competitief en veerkrachtig blijft, ten derde het afstemmen van het klimaatbeleid en het landbouwbeleid en ten vierde betere leef- en werkomstandigheden in landelijk gebieden.

De Europese Commissaris heeft gehamerd op het belang van een aanpak op maat en op overleg met alle betrokken partijen. De Commissie kijkt ook naar een herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), waarover we al gesproken hebben. U hebt toen geantwoord, maar u hebt mij ook doorverwezen naar de regio's.

Hoe kijkt u naar de beleidskeuzes die worden gemaakt in deze Vision for Agriculture and Food vanuit de Belgische landbouw- en voedingsnijverheid? Beantwoorden deze keuzes voldoende aan de eisen die werden geformuleerd tijdens de boerenprotesten van het afgelopen jaar en van ons eigen beleid?

Op welke manier zult u deze visie integreren in de federale engagementen die werden aangegaan ten aanzien van de boeren na de protesten, vooral op het vlak van het eerlijk inkomen voor onze landbouwers? Hoe zult u gehoor geven aan de oproep om fiscale stimuleringsmaatregelen te nemen ten voordele van jonge landbouwers?

Worden deze Europese doelstellingen meegenomen in de werking van de Taskforce Agrovoeding? Op welke manier zult u kunnen bijdragen aan het verbeteren van de werkomstandigheden in onze landelijke gebieden?

David Clarinval:

Mijnheer Coenegrachts, het landbouwbeleid in België valt grotendeels onder de bevoegdheid van de gewesten. Desalniettemin beschikt het federaal niveau over meerdere hefbomen om de landbouwsector in België te ondersteunen. In het regeerakkoord voor 2025-2029 wordt benadrukt dat de landbouwsector als een strategische sector voor onze economie wordt beschouwd. Landbouwers moeten van een eerlijke prijsvorming kunnen genieten.

In overeenstemming met de Vision for Agriculture and Food van de Europese Commissie zet de federale administratie volledig in op markttransparantie. De Taskforce Agrovoeding heeft drie werkgroepen opgericht in antwoord op de bezorgheden geformuleerd door de landbouwers.

De werkgroep Reglementering heeft op basis van de belangrijkste verzuchtingen van de actoren uit de sector en uitgaande van de beschermingswetgeving in andere landen een KB uitgevaardigd met een aanvulling van de zwarte lijst en de grijze lijst van verboden handelspraktijken. Het besluit beoogt met name het verbod op praktijken zoals het automatisch aanrekenen van boetes en schadevergoedingen zonder voorafgaande schriftelijke rechtvaardiging. Het besluit beoogt ook de verkoop van producten tegen een prijs die lager is dan de productiekosten.

De werkgroep Sensibilisering heeft op zijn beurt een bewustmakingscampagne gelanceerd om consumenten te helpen om weloverwogen keuzes te maken die goed zijn voor hun eigen gezondheid en welzijn en voor de duurzaamheid van de agrovoedingssector.

Tot slot werden in de werkgroep Transparantie rentabiliteitsindicatoren ontwikkeld voor de rundvee- en varkenshouderijen. Andere gelijkaardige indicatoren zullen het komende jaar ook worden ontwikkeld voor andere landbouwsectoren. Zij zullen zorgen voor meer transparantie in de winstgevendheid van verschillende landbouwactiviteiten en zullen dienen als objectieve referentie in de context van het versterken van de wet op oneerlijke marktpraktijken, met name om aankopen tegen een prijs die lager is dan de productiekosten te verbieden.

De Europese Commissie wil de komende jaren zorgen voor meer markttransparantie in de voedingsketen, net zoals de federale administratie dat wil doen. Medewerkers van de FOD Economie zetelen in het EU Agri-food Chain Observatory om deze ontwikkelingen van nabij op te volgen. Daarnaast zet het Prijzenobservatorium zijn werkzaamheden voort inzake prijstransparantie en marges in de voedingskolom, waarbij het ook voedselinflatie aandachtig blijft monitoren.

Wat de fiscale stimuleringsmaatregelen en de werkomstandigheden in landelijke gebieden betreft, spreekt het voor zich dat de landbouw van morgen meerdere uitdagingen zal moeten aangaan, zoals de voedselzekerheid waarborgen, zich aanpassen aan de klimaatomstandigheden, natuurlijke hulpbronnen vrijwaren en een stabiel inkomen garanderen voor de landbouwers. Innovatie en technologie zullen daarbij strategische hefbomen zijn. Precieze technologieën maken het met name al mogelijk om het gebruik van productiemiddelen te optimaliseren en de bodem te beschermen.

Deze technologieën moeten toegankelijker gemaakt worden om een transitie naar gezondere, duurzamere en veerkrachtige landbouw- en voedselsystemen te bevorderen. Het is dus van belang om de landbouwers de middelen te geven om hun praktijken aan te passen en degenen te steunen die deze transformatie al hebben opgestart. De regering zal het gebruik van nieuwe technologieën, precisielandbouw en het gebruik van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen aanmoedigen.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, de federale overheid heeft wel degelijk een impact op het landbouwbeleid. U verwijst naar het Prijzenobservatorium dat u zult versterken. Dat is een goede zaak. Dat zou moeten leiden tot meer transparantie op de markt, ook binnen het ketenoverleg. Dat zou toch de bedoeling moeten zijn, maar daar zijn we nog niet. Ik hoop dat het ertoe kan leiden dat ook binnen dat ketenoverleg, waar we als overheid maar weinig aan tafel zitten, meer transparantie komt. U zegt terecht dat mensen niet zouden mogen verkopen voor prijzen onder de kostprijs. Maar natuurlijk, hoe zorgt men daarvoor? Voor veilingen waar de prijszetting via de fameuze klok gebeurt, zullen we toch moeten weten wat de exacte kostprijs is van de productie van bepaalde groenten in een bepaald jaar of van bepaald fruit in een bepaald jaar. Misschien is het interessanter om transparantere informatie te verstrekken met betrekking tot het aanbod of de teelten, zodat mensen ook hun productie kunnen aanpassen. Wanneer er overproductie is, zorgt men voor een lage prijs op veilingen. Als men als landbouwer weet waar het risico van een te lage prijs bestaat, kan men daar op termijn, zelfs per jaar, de productie op afstemmen. Transparantie is dus het ordewoord. Ik ben blij dat u daar aandacht voor hebt.

Het voornemen van Hamas en Iran om aanslagen te plegen tegen Joden en Israëli's buiten Israël

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 9 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de toenemende jihadistische dreiging tegen Joodse en Israëlische doelen in België, gestuurd door Hamas en Iran, met concrete waarschuwingen uit Israël en recente aanslagen in Europa. Minister Verlinden bevestigt dat veiligheidsdiensten de risico’s monitoren, informatie uitwisselen met internationale partners (inclusief Israël) en dreigingsniveaus aanpassen via OCAD en het Crisiscentrum, maar verwijst voor operationele maatregelen naar Binnenlandse Zaken. Van Rooy benadrukt de acute noodsituatie in Antwerpen, met dagelijkse antisemitische incidenten, onvoldoende politiebeveiliging bij Joodse locaties en recente arrestaties van jihadisten bij de grens, waarschuwend dat een aanslag onvermijdelijk is zonder drastische opvoering van zichtbare veiligheid.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, nu de positie van Hamas in de Gazastrook gelukkig en eindelijk verslechtert, wil de jihadistische terreurorganisatie aanslagen plegen op Israëli’s in het buitenland en op Joden in de diaspora. Daarvoor hebben Israëlische veiligheidsfunctionarissen begin april 2025 gewaarschuwd. In een rapport stelt de Nationale Veiligheidsraad van Israël, NSC, dat Hamas vastbesloten blijft om Joodse en Israëlische doelen in het buitenland aan te vallen. De raad voegt eraan toe dat de islamitische terreurgroep, nu ze in Gaza steeds meer verzwakt, in toenemende mate interesse toont voor aanslagen op Joden en Israëli’s in het buitenland. De NSC waarschuwde in dat verband ook voor gelijkaardige jihadaanslagen door de islamitische staat Iran.

Het aantal aanvallen op Israëlische en Joodse doelen buiten Israël is toegenomen sinds het einde van het staakt-het-vuren in Gaza in maart 2025. Er waren bijvoorbeeld aanvallen op meerdere Joodse scholen en synagogen in Montreal en Toronto, een poging tot bomaanslag op een synagoge en brandstichting op een Joodse kleuterschool in Australië.

Sinds 7 oktober 2023 zijn een aantal door Hamas georkestreerde terreurplannen in Europa verijdeld, waaronder geplande aanslagen in Denemarken, Duitsland, Bulgarije en Zweden. In 2023 werden meerdere door Iran georkestreerde terreurplannen verijdeld, waaronder pogingen tot jihadaanslagen op Israëlische ambassades in Zweden en België.

Mevrouw de minister, was u op de hoogte van die informatie? Erkent u dat Israëlische en Joodse actoren en instellingen in België, met name in Antwerpen en Brussel, in toenemende mate een jihadistisch doelwit zijn voor de moslimterroristen van Hamas en Iran? Staan onze veiligheidsdiensten daarover in contact met de Israëlische NSC of een andere Israëlische veiligheidsdienst? Wat wordt ondernomen om de veiligheid van Israëlische en Joodse actoren en instellingen op ons grondgebied te garanderen?

Annelies Verlinden:

Collega, uiteraard zijn de diensten goed op de hoogte van de rapporten van het NSC.

De gebeurtenissen van oktober 2023 en de nasleep ervan houden risico's in voor de Joodse en Israëlische belangen op ons grondgebied. Onze diensten brengen die risico's sindsdien, en ook al eerder uiteraard, zo goed mogelijk in kaart. Ik kan u verzekeren dat de evaluatie van Israëlische en Joodse belangen in België steeds wordt bijgewerkt op basis van alle beschikbare concrete en evolutieve informatie.

De Veiligheid van de Staat staat in contact met tientallen diensten wereldwijd om informatie uit te wisselen over bedreigingen waarvoor de dienst bevoegd is. Het belang van deze contacten verschilt van dienst tot dienst, afhankelijk van de belangen en de criteria die door de Nationale Veiligheidsraad in ons land werden goedgekeurd.

Alle inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn alert en geven desgevallend informatie door aan het OCAD en het Nationaal Crisiscentrum. Het OCAD bepaalt dan vervolgens het niveau van de dreiging. De in functie van het dreigingsniveau te nemen maatregelen zullen door het Nationaal Crisiscentrum worden bepaald.

Voor de politionele maatregelen verwijs ik u door naar de minister van Binnenlandse Zaken.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Nu het buiten warmer wordt, begint het aantal antisemitische incidenten en aanvallen snel toe te nemen. Dagelijks, ik herhaal, dagelijks is er in Antwerpen minstens een antisemitisch incident. Zo werd gisteren nog een jonge Joodse vrouw op straat geslagen door twee jonge moslims. Enkele dagen geleden nog werden vlak bij de Belgische grens moslimterroristen opgepakt die een jihadaanslag wilden plegen. Hun doelwitten waren de Joodse gemeenschap, restaurants en nachtclubs. Het gaat dus om de typisch islamitische haat tegen Joden en tegen onze vrije, niet-islamitische samenleving. Wanneer er veel Joden samenkomen in een park, aan scholen en synagogen is er, ik zie dat met mijn eigen ogen in Antwerpen, veel te weinig zichtbare politie. Mevrouw de minister, of het nu gaat om een jihadaanslag, aangestuurd door Hamas of Iran, of een jihadistische lone wolf , met zo weinig beveiliging van politie aan Joodse instellingen en synagogen, is het helaas een kwestie van tijd alvorens het weer eens fout loopt.

De hervorming van het wettelijke kader inzake arbeidsmigratie

Gesteld door

lijst: CD&V Nahima Lanjri

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Clarinval bevestigt dat de hervorming van arbeidsmigratie (o.a. stroomlijning *single permit* en betere integratie van migranten) dit jaar komt, maar benadrukt dat gewesten bevoegd zijn voor economische migratie, terwijl federale samenwerking (met Van Bossuyt en Beenders) cruciaal is voor handhaving en fraudebestrijding. Lanjri dringt aan op concrete timing en interbestuurlijke afstemming om de 80% werkzaamheidsdoelstelling te halen, met aandacht voor misbruikrisico’s. De hervorming focust op efficiëntere procedures en bescherming van migranten, maar knelpunten liggen in de bevoegdheidsverdeling en coördinatie tussen actoren. Sociale dumping valt onder Beenders, maar Lanjri pleit voor een geïntegreerde aanpak door Werk, Migratie en Fraudebestrijding.

Nahima Lanjri:

Geachte heer minister,

In uw beleidsverklaring van 14 maart 2025 stelt u dat arbeidsmigratie een belangrijk instrument vormt om de doelstellingen op de arbeidsmarkt te behalen. U onderstreept daarbij het belang van samenwerking met de gewesten, de lokale besturen en de Europese Unie. Volgens uw verklaring is een hervorming van het wettelijke kader omtrent arbeidsmigratie in voorbereiding, en wordt deze hervorming tegen 2025 verwacht.

Deze hervorming kadert in de bredere uitdaging om de werkzaamheidsgraad op te krikken tot 80% tegen 2029, onder meer door beter in te spelen op knelpunten op de arbeidsmarkt. Een efficiënt en eerlijk migratiebeleid kan hierin een rol van betekenis spelen, zeker in een context van tekorten aan arbeidskrachten in meerdere sectoren en regio's.

Daarom had ik graag volgende vragen gesteld:

Welke concrete aanpassingen aan de wetgeving inzake arbeidsmigratie worden momenteel voorbereid?

Hoe ziet de geplande timing eruit voor het indienen en implementeren van deze hervorming?

Hoe verloopt het overleg met de gewesten tot op heden? Werden reeds akkoorden bereikt over bepaalde onderdelen? Waar bevinden zich de voornaamste knelpunten in het overleg?

Welke rol is voorzien voor de lokale besturen en de Europese Unie bij het uitstippelen of uitvoeren van dit nieuwe migratiebeleid?

Welke maatregelen overweegt u in het kader van de hervorming om misbruik en sociale dumping binnen het systeem van arbeidsmigratie tegen te gaan, bijvoorbeeld op het vlak van controle, handhaving of bescherming van arbeidsmigranten?

David Clarinval:

Mevrouw Lanjri, zoals aangegeven in mijn beleidsverklaring en conform het regeerakkoord zal de federale regering het arbeidsmigratiebeleid van de deelstaten maximaal ondersteunen. De gewesten zijn immers bevoegd voor alles wat met economische migratie te maken heeft.

Voorts zullen we ons buigen over maatregelen om buitenlandse onderdanen zo goed mogelijk op de arbeidsmarkt te integreren. We zullen ook de procedure van de gecombineerde vergunningsprocedure stroomlijnen en maatregelen nemen ter bescherming van werknemers die gecombineerde vergunningshouders zijn en die het slachtoffers zijn van sociale inbreuken door de werkgever.

Samen met de minister van Asiel en Migratie zal ik mij de komende maanden buigen over de uitvoering, de timing, de implementatie en het overleg met de deelstaten over deze principes die in het regeerakkoord zijn vastgelegd.

Uw vraag over het misbruik inzake migratie valt onder de bevoegdheid van minister Beenders, bevoegd voor Sociale Fraudebestrijding.

Nahima Lanjri:

Mijnheer de minister, u hebt tijdens de toelichting van uw beleidsverklaring inderdaad gezegd dat deze hervorming er dit jaar zou komen. Vandaar mijn vraag naar een stand van zaken. Ik denk dat het belangrijk is om met de regio's samen te zitten om dit uit te werken. Het gaat immers over de single permit , waarbij de verblijfsvergunning aan de arbeidsvergunning wordt gekoppeld. Het is duidelijk dat we arbeidskrachten en dus ook arbeidsmigranten op onze arbeidsmarkt nodig hebben om de doelstelling van 80 % te halen. We moeten echter ook waakzaam voor eventuele misbruiken zijn. U zegt dat minister Beenders verantwoordelijk is. In zijn beleidsverklaring staat hierover inderdaad een passage, maar ik denk dat het belangrijk is dat u als minister van Werk samenwerkt met de bevoegde ministers, dus zowel met Anneleen Van Bossuyt, die verantwoordelijk is voor de verblijfsvergunning, als met minister Beenders die voor sociale fraude en misbruik verantwoordelijk is. Ik denk dat de drie federale ministers hier de handen in elkaar moeten slaan om goed werk te leveren.

De verdediging van het diversiteitsbeleid tegen Amerikaanse druk
De verdediging van het diversiteits- en inclusiebeleid tegen de druk vanuit de regering-Trump
De brief van de Amerikaanse overheid aan bedrijven inzake het stopzetten van positieve discriminatie
Het afkalvende diversiteitsbeleid en de aanmaning van de Trump-administratie aan onze bedrijven
Verzet tegen Amerikaanse druk op diversiteits- en inclusiebeleid in bedrijven

Gesteld aan

Rob Beenders (Minister van Consumentenbescherming, Sociale Fraudebestrijding, Personen met een handicap en Gelijke Kansen)

op 8 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Amerikaanse druk op Europese bedrijven (o.a. GSK) om DEI-beleid (diversiteit, gelijkheid, inclusie) te schrappen, gebaseerd op een decreet van Trump dat dergelijke programma’s als "discriminatie" bestempelt. Minister Beenders (Gelijke Kansen) verdedigt DEI als economische en sociale troef, gesteund door wetenschappelijk bewijs, en belooft juridische stappen, Europese coördinatie en versterking van Belgische antidiscriminatiewetten, terwijl kritiek komt van regeringspartijen die DEI als "woke-dogma" afwijzen (Van Rooy, N-VA) en oppositieleden (Dedonder, Schlitz) vrezen voor een terugval in gelijkheid door economische chantage en ideologische invloed. Kernconflict: soevereiniteit en waarden (gelijkheid vs. "meritocratie") tegenover economische afhankelijkheid, met een oproep tot verzet tegen buitenlandse inmenging en versterking van Europese samenwerking.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, ces derniers jours, plusieurs entreprises européennes ont reçu un courrier officiel de l'administration américaine leur demandant de renoncer à leurs programmes de diversité, d'égalité et d'inclusion. Ce courrier fait référence au décret, signé par Donald Trump, qui interdit ce type de programme dans l'administration fédérale américaine et impose cette interdiction à tous les prestataires et fournisseurs du gouvernement américain. Autrement dit, des entreprises présentes sur notre sol sont aujourd'hui sommées par Donald Trump de renoncer à des engagements en faveur de l'égalité des chances pour ne pas compromettre leurs relations commerciales avec les États-Unis. J'ai envie de vous dire: "Dans quel monde vit-on?" Certaines entreprises semblent avoir plié. GSK, par exemple, a modifié sa communication et a suspendu des initiatives liées à la diversité, à l'équité et à l'inclusion. D'autres font preuve de discrétion mais l'effet dissuasif est bien réel.

Ce qui se joue ici est grave. Il s'agit d'une tentative d'ingérence idéologique dans nos politiques d'égalité via des pressions économiques. Nos entreprises ne devraient jamais être contraintes de choisir entre le respect de nos valeurs fondamentales et leurs activités commerciales.

Voici mes questions. Quelle analyse faites-vous de cette pression exercée sur les entreprises belges? Avez-vous pris contact avec les entreprises concernées pour connaître l'ampleur des retraits ou modification de leurs programmes d'égalité et de diversité? Quelles mesures comptez-vous prendre, en concertation avec vos collègues du gouvernement pour faire respecter nos principes fondamentaux sur notre territoire, y compris par des entreprises soumises à des pressions étrangères. Il est clair que notre pays ne peut pas tolérer qu'un décret étranger vienne effacer les progrès concrets que nous avons accompli. Il en va de notre souveraineté démocratique autant que de nos valeurs.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, verschillende Europese bedrijven hebben van de Amerikaanse overheid een brief gekregen met de vraag of ze binnen het bedrijf aan positieve discriminatie doen. Bedrijven worden gevraagd te erkennen dat ze geen programma's uitvoeren die DEI – diversity, equality, inclusion (diversiteit, gelijkheid en inclusie) – stimuleren, die in strijd zijn met de toepasselijke antidiscriminatiewetten.

Die bedrijven moeten met andere woorden aantonen dat ze niet aan zogeheten positieve discriminatie doen. De Amerikaanse president Trump stelt terecht dat zogenaamde positieve discriminatie ook discriminatie is. Hij noemt het een onwettelijk en verderfelijk identiteitsgericht systeem en wil dat het bedrijfsleven voortaan weer hard werken, excelleren en goed presteren vooropstelt.

Niet minder dan drie regeringsleden, ministers Jambon, Prévot en uzelf, reageerden afwijzend met een typisch politiek correct pleidooi voor gelijkheid, non-discriminatie, inclusie en uiteraard diversiteit. Deze regering stelt: "Diversiteit is geen bedreiging, maar een essentiële troef voor economische groei, concurrentiekracht en sociale cohesie." Deze politiek correcte prietpraat lijkt wel van de vorige vivaldiregering te komen.

Mijnheer de minister, ik krijg van u graag een toelichting over de brief van de Amerikaanse overheid en over de reactie van deze regering aan de Verenigde Staten. Waarom is deze regering het niet gewoon eens met de Verenigde Staten dat de zogenaamde positieve discriminatie ook discriminatie is en dat niet diversiteit en inclusie, maar wel talent, hard werken en excelleren de boventoon moeten voeren?

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, c'est avec effroi que nous avons découvert que le gouvernement de Trump avait osé interpeller nos entreprises en Belgique sur leur politique d'inclusion et de diversité.

Ce qu'il se passe outre-Atlantique est terrible, mais que cela puisse avoir des répercussions sur notre territoire et saper les progrès réalisés depuis des années, et qui ne sont pas encore suffisants au vu de l'état des discriminations qui existent encore en Belgique, est simplement inacceptable.

Votre gouvernement a réagi et c'était la moindre des choses. Ces entreprises vont être privées de talents et on sait que leur compétitivité sera impactée aussi, au regard d'une série d’études en management et en psychologie sociale qui montrent que les entreprises qui adoptent des politiques de diversité sont plus créatives et plus productives.

Pire, des citoyennes et citoyens vont subir des discriminations et passer à côté d'opportunités auxquelles ils et elles ont droit. C'est inacceptable.

Monsieur le ministre, quelles actions, y compris législatives, avez-vous prises ou allez-vous prendre pour contrer ces attaques? Une rencontre avec les fédération patronales est-elle prévue afin d'annihiler l'effet domino que peut entraîner cette action du gouvernement américain? Allez-vous mandater Unia pour monitorer la situation des discriminations au regard de ce phénomène de backlash sur les questions d'égalité?

Rob Beenders:

Collega's, wat betreft uw vragen over de brief van de Amerikaanse ambassade gericht aan de bedrijven in de Europese Unie kan ik u het volgende meedelen.

Le signal envoyé par cette lettre est clair et absolument inquiétant: l’égalité des chances ne compte plus pour les États-Unis. Les pressions utilisées sont inacceptables.

En tant que ministre de l’Égalité des chances, je ferai tout ce qui est en mon pouvoir pour défendre ces valeurs en Belgique, mais aussi au niveau européen et international.

Mijnheer Van Rooy, u kan daarover een andere mening hebben. Ik zou het standpunt dat wij hebben gecommuniceerd echt niet als prietpraat wegzetten. Dat standpunt is gebaseerd op feiten en wetenschappelijk onderzoek. Ondernemingen die divers zijn samengesteld, zijn gewoon gezondere ondernemingen. U kan dat prietpraat noemen. Dat zijn echter gewoon feiten. Dat is gewoon zo. U kan dat politiek correct of incorrect vinden. Dat is echter gewoon zo. U vindt massa’s studies die aangeven dat een diverse samenstelling van bijvoorbeeld een raad van bestuur betere beslissingen neemt en economisch gezondere resultaten boekt.

Op dat vlak zeggen wij dus niks verkeerd. Integendeel, het standpunt van de regering is duidelijk. Diversiteit is geen bedreiging, maar is een essentiële troef voor economische groei, concurrentiekracht en sociale cohesie. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat talent en hard werken daarmee in tegenstrijd zijn. Integendeel, wij beweren niet dat niet de beste persoon op de beste plaats moet staan. Dat moet echter wel gebeuren binnen een visie en strategie van diversiteit.

Daarom onderzoeken wij op dit moment de juridische gevolgen van de brief aan de bedrijven. Mijn collega-minister van Buitenlandse Zaken kan u daarover nadere antwoorden geven, aangezien zijn departement daarvoor verantwoordelijk is.

Je suis d'avis qu'une coordination européenne est nécessaire en la matière. Je soutiens toute initiative qui permettrait d'aboutir à une position commune.

Je participerai le 16 avril prochain au Conseil informel des ministres de l'Égalité organisé par la présidence polonaise, où j'aurai l'occasion de rappeler l'engagement de la Belgique en faveur de l'égalité, mais aussi l'importance de veiller à contrer tout recul dans ce domaine.

Je rappellerai que la Belgique poursuivra la défense des droits à l'égalité et à la non-discrimination. Ceux-ci font partie intégrante des droits de la personne humaine, dont tous et toutes, dans toute leur diversité, doivent pouvoir jouir.

Comme vous le savez, la Commission européenne a récemment adopté la Feuille de route pour les droits des femmes . Au travers de celle-ci, elle réaffirme et renforce son engagement en faveur de l'autonomisation des femmes et des filles et de la pleine réalisation d'une société garantissant l'égalité des genres en Europe et dans le monde. Un des axes porte d'ailleurs spécifiquement sur l'égalité des chances en matière d'emploi.

La Belgique souscrit aux principes et valeurs de celle-ci. Il est important de soutenir la Commission européenne dans les mesures qu'elle prendra en faveur de l'égalité et dans les stratégies qu'elle sera amenée à développer dans les mois à venir, notamment la stratégie européenne en faveur de l'égalité entre les hommes et les femmes, la stratégie européenne LGBTIQ+, et la stratégie de lutte contre le racisme.

En ce qui concerne la législation belge, je veillerai à finaliser le suivi et la mise en œuvre des recommandations de la Commission d'évaluation des trois lois antidiscrimination, dont le rapport est sorti sous la précédente législature, en collaboration avec les différents collègues compétents.

Dans un second temps, je lancerai une nouvelle évaluation de ces législations. Je veillerai bien sûr à la mise en œuvre effective de ces législations qui protègent largement les victimes de discriminations.

Je transposerai aussi les directives de l'Union européenne dans le domaine de l'égalité. Celles-ci constituent aussi un cadre législatif important qui garantit une protection des politiques d'égalité.

La Belgique soutient les entreprises dans le développement des politiques de diversité. Ce gouvernement souhaite prendre des mesures pour rendre le marché du travail plus accessible et accroître la diversité. Les entreprises qui embrassent la diversité bénéficient d'une plus grande créativité, d'une innovation accrue et d'une meilleure relation avec leurs clients.

Nous continuerons à investir dans une société inclusive, où chacun bénéficie de l'égalité des chances, indépendamment de son origine, de son sexe, de sa religion ou de ses croyances. La liberté d'entreprendre signifie également celle d'attirer des talents, de les cultiver et de leur permettre de se développer.

Ludivine Dedonder:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

Vous confirmez que la diversité est un atout. Merci. Vous confirmez également que les pressions sont inacceptables. Merci. Vous dites que vous ferez tout ce qui est en votre pouvoir pour trouver une solution et faire respecter nos valeurs démocratiques. Je m'en réjouis.

Le mot a été prononcé ici. Quand nous avons pris connaissance de cette déclaration et que nous avons vu les différentes entreprises qui se pliaient aux desideratas de Donald Trump, nous avons eu froid dans le dos. Devoir choisir entre ses valeurs et des retours économiques, c'est totalement inadmissible. J'ai l'impression que ce monde régresse de jour en jour. C'est pourquoi je vous dis que cela fait froid dans le dos.

J'ai aussi parfois l'impression que, dans ce gouvernement, on maltraite jour après jour nos valeurs et nos droits. J'espère que vous serez le garant de notre politique de diversité au sein de ce gouvernement. Quand nous voyons le premier ministre qui s'aligne sur la politique d'Orban, quand nous le voyons s'afficher avec des leaders d'extrême droite européens, quand nous voyons les libéraux s'opposer aux quotas de genre dans les entreprises et que nous les voyons s'afficher avec des groupements anti-EVRAS et anti-genre, nous avons évidemment les pires craintes. Il nous faut un garant. Je compte sur vous pour réaffirmer notre position au sein du Conseil des ministres européens. J'interrogerai évidemment aussi le ministre des Affaires étrangères sur les aspects juridiques, pour savoir s'il n'y a pas lieu d'aller plus loin et ainsi ne pas se laisser dicter sa conduite par Donald Trump. Merci.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, het gaat om een orwelliaans debat. Ook zogenaamd positieve discriminatie is immers discriminatie. Helaas is dat al jaren een politiek correcte vorm van discriminatie. Wat de Verenigde Staten gewoon willen, is dat ook die discriminatie wordt gestopt en dat er een einde komt aan de diversiteitsfetisj, die de keuzevrijheid ondergraaft.

Wat de Amerikaanse president Donald Trump wil, is dat wij opnieuw naar een samenleving gaan waarin niet geslacht, geaardheid of huidskleur een rol moeten spelen, maar waarin alleen talent, presteren en excelleren tellen. België zou dat eindelijk eens moeten leren. Alleen op die manier kan een maatschappij immers vrij en dus welvarend worden en blijven.

Dat de huidige regering diversiteit niet alleen toejuicht, maar zelfs een essentiële troef noemt voor economische groei, concurrentiekracht en zelfs voor sociale cohesie, is gewoonweg potsierlijk. Dat standpunt laat zien dat de regering-De Wever in hetzelfde wokebedje ziek is als de vorige vivaldiregering.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, je vous avoue que j'ai du mal à faire confiance à un pyromane pour éteindre un feu. Quand je vois certains membres de votre gouvernement ou certains présidents des partis de votre gouvernement s'opposer timidement aux injonctions de Donald Trump au sujet des politiques de diversité de nos entreprises, j'ai un peu du mal à croire à leur sincérité quand, la même semaine, ils s'affichent avec des groupements d'extrême droite anti-EVRAS ou quand ils ont eux-mêmes rédigés des pamphlets remplis d'énormités et de préjugés sur certains groupes de la population. Ils ont jeté l'opprobre sur les personnes LGBT. Ils ont tourné en dérision les militants antiracistes et pour les droits humains. J'ai donc du mal à faire confiance à ces mêmes individus pour défendre nos politiques de diversité et nos concitoyens et concitoyennes qui pourraient être victimes de la disparition de ces politiques.

Je m'inquiète également de l'effet domino, au-delà d'une application stricte d'une fin des politiques de diversité au sein des entreprises, qui aurait pour conséquence qu'il n'y ait plus vraiment d'efforts qui soit fait, qu'une sorte de paresse prenne le pas sur la volonté de mettre en place des politiques de diversité dans les entreprises. Et, au-delà des politiques strictes de recrutement et de gestion des ressources humaines, c'est aussi la façon dont ces entreprises vont s'impliquer sociétalement.

On parlait tout à l'heure de GSK, qui a déjà accepté de changer son langage dans la façon dont ils présentent l'inclusion en entreprise. Qu'en sera-t-il lorsqu'ils devront mener des recherches pour certains médicaments? Les mèneront-ils en incluant les femmes? Nous savons que la santé des femmes est menacée par le fait que les tests cliniques ne sont pas réalisés sur des femmes, mais sur des hommes, considérés comme individus neutres. Mais la santé des femmes en pâtit, et cet exemple peut se décliner dans beaucoup d'autres domaines. Cela fait froid dans le dos.

Je vous remercie pour votre détermination, et je vous souhaite beaucoup de courage avec vos partenaires de majorité.

Funda Oru:

Ik heb aandachtig geluisterd naar de tussenkomsten van de collega's en naar het antwoord van de minister. Het is duidelijk dat dit debat geen theoretisch debat is, want diversiteit op de werkvloer is geen modetrend en is ook geen ideologische keuze. Het is gewoon de realiteit en vooral een noodzaak. Iemand uitsluiten op basis van huidskleur, gender, leeftijd, fysieke beperking, geaardheid is eigenlijk hetzelfde als zeggen dat men er niet bij hoort. Dat kunnen we als samenleving niet aanvaarden. Voor Vooruit is het duidelijk dat diversiteit een versterking is. De minister heeft het ook al gezegd: diverse teams presteren beter. Dat is geen slogan, dat is wetenschap. Ondernemingen die mensen van verschillende achtergronden aanwerven, nemen betere beslissingen, begrijpen hun klanten beter en zijn innovatiever. Dat geldt niet alleen voor onze bedrijven, maar ook voor onze overheid. Bovenal zegt diversiteit op de werkvloer zoveel over wie we willen zijn als samenleving. We hebben elk talent nodig en dat betekent dat we iedereen moeten meenemen. Ik ben zelf een vrouw met migratieroots en het was geen toeval dat mij vooruit heeft geholpen in het leven, maar het waren kansen die anderen mij wel durfden geven. Daar gaat het vandaag in dit debat over diversiteit en gelijke kansen immers over. Het gaat over de eenvoudige menselijke overtuiging dat iedereen recht heeft op gelijke kansen om te groeien, om te werken en om bij te dragen aan onze samenleving. Laat het duidelijk zijn dat wat er vandaag gebeurt onder Amerikaanse druk bij bedrijven zoals GSK niet alleen fout, maar ook gevaarlijk is. We kunnen als land alleen vooruit als we elk talent benutten en als we iedereen meenemen. Het vraagt moed om tegen de stroom in te gaan wanneer andere landen, zoals de VS onder Trump vandaag, diversiteit plots opnieuw framen als een bedreiging. Het is zeker gevaarlijk als we dat frame hier in Europa, in België, ook zouden overnemen. Voor Vooruit is het ook zeer duidelijk dat gelijke kansen erg belangrijk zijn, maar het is ook een discussie over gezond verstand en verbondenheid. We willen geen samenleving waar mensen tegen elkaar uitgespeeld worden. We zijn allemaal Belgen met gedeelde rechten, gedeelde plichten en gedeelde verantwoordelijkheden. Precies daarom moeten we pal achter diversiteit blijven staan, niet als ideologisch project, maar als realistisch en rechtvaardig beleid. Daarom wil ik de minister ook danken voor zijn duidelijk standpunt en engagement, omdat hij ook duidelijk gelooft in het talent dat vandaag nog te vaak onopgemerkt blijft - er zijn jongeren met dromen, maar zonder kansen – en ook omdat hij gelooft in werkgevers die wel het verschil maken.

De door de VS opgelegde importheffingen
De verhoging van de Amerikaanse importheffingen
De Amerikaanse importheffingen
De door Trump gevoerde handelsoorlog
De reactie van België op het agressieve handelsbeleid van de VS
De Amerikaanse importheffingen
De door de importheffingen van Trump geboden opportuniteiten
De Amerikaanse douanerechten
Amerikaans handelsbeleid en -heffingen

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Trumps importheffingen (20% op EU-producten), die de Belgische economie, koopkracht en jobs bedreigen, met name in exportgerichte sectoren zoals staal en farma. Kernstandpunten: Europa moet onderhandelen met tegenmaatregelen (proportionele tarieven, versterkte interne markt) maar conflict vermijden, terwijl kritiek klinkt op Trumps protectionisme als wapen voor superrijken (tech-oligarchen) en de afhankelijkheid van de VS. Sommigen pleiten voor strategische autonomie (relocalisatie, "Made in Europe", defensie-investeringen), anderen voor globale samenwerking met slachtoffers van Amerikaans imperialisme. Eindpunt: Europa’s eenheid en economische soevereiniteit zijn cruciaal, maar concrete actie ontbreekt.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, extremen bedreigen onze welvaart, dat wordt vandaag nog eens goed duidelijk. De energiecrisis die Poetin ontketende toen hij Oekraïne binnenviel, staat nog vers in ons geheugen. We voelden de effecten onmiddellijk met torenhoge energiefacturen. In veel huizen ging de verwarming lager of zelfs uit.

Ook vandaag zien we tot wat extreme denkbeelden leiden: een ware handelsoorlog, die onze koopkracht bedreigt en onze prijzen zal doen stijgen. Onze staalindustrie kreeg al klappen en nu valt Trump heel Europa en ook de rest van de wereld aan met hoge importtarieven, voor de EU maar liefst 20 % op alle producten.

Dit raakt ons allemaal direct. Voor Vooruit is het dan ook heel duidelijk: we moeten onze mensen en bedrijven zo goed mogelijk helpen, net zoals we dat deden tijdens de energiecrisis. Ook toen namen we maatregelen om de koopkracht van de mensen te beschermen.

De Europese Commissie staat klaar met tegenmaatregelen, maar benadrukt ook het belang van blijven onderhandelen. Mijnheer de eerste minister, deze handelsoorlog zal een direct effect hebben op de koopkracht van iedereen. Mensen rekenen op een sterke overheid.

Zult u met Europa in gesprek gaan om te kijken hoe we onze koopkracht en onze jobs kunnen beschermen?

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, het is niet langer wachten op het spelletje Hoger, lager van Trump: het is hoger geworden. Vanaf nu is Liberation Day het symbool van de ware America first -politiek, die de portefeuille van onze ondernemers en onze mensen doet bloeden.

De effecten daarvan zijn dramatisch voor Europa en voor de hele wereld. Collega's, ze zijn echter ook dramatisch voor Amerika en de Amerikanen zelf. Dat is voor ons nog eens heel duidelijk het bewijs van hoe nefast populistische extremisten kunnen zijn voor de gewone man en vrouw in de straat eens ze aan de macht zijn.

In ons land zijn er heel wat sectoren, zoals de farmasector, waarvoor Amerika heel erg belangrijk is. Elke dag werken mensen en bedrijven samen met Amerikaanse bedrijven en die Amerikaanse bedrijven werken ook heel graag samen met ons. Zij doen hun best en het is dan ook onbegrijpelijk dat een Amerikaanse president dit allemaal op het spel durft te zetten.

De vraag is echter welke reactie wij hebben. Speak softly and carry a big stick , dat moet het devies zijn. We moeten onderhandelen, maar als Trump niet luistert moeten we ook tegenmaatregelen durven nemen. Een goede trans-Atlantische samenwerking is in het belang van Europa. Het moet niet zozeer een anti-Amerikaans verhaal worden, het moet een pro-Europees verhaal worden om onze Europese interne markt te versterken en komaf te maken met de belemmeringen en onnodige regeltjes die de Europese handelsroute belemmeren. Ook onze extra 17 miljard euro aan defensie-uitgaven moeten in Europa worden besteed. Meer made in Europe is voor cd&v the way to go .

Beste premier, ik ga er vanuit dat u deze lijn mee zult bewaken en dat u ook een taskforce zult oprichten (...)

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, toen ik gisteravond naar het livebetoog van president Trump luisterde over de importheffingen die de Verenigde Staten zullen heffen, overviel mij een ongemakkelijk gevoel. De supersonische snelheid waarmee de regering-Trump de heffingen wil laten ingaan, maar ook het gebrek aan logica bij de berekening ervan tarten alle verbeelding.

Wij staan dus voor enorme uitdagingen. De Verenigde Staten zijn een van de belangrijkste handelspartners van België. Na de Europese Unie zijn zij zelfs de belangrijkste partner. België, maar zeker ook Vlaanderen, is een heel exportgerichte regio. De heffingen zullen onze regio en ons land dus veel geld kosten. Minder export betekent minder omzet, minder winst, een lagere tewerkstelling en minder groei. Met andere woorden, minder export betekent lagere inkomsten uit belastingen op arbeid en op winst van de bedrijven voor de overheid en veel hoge kosten voor onze eigen bevolking. Volgens VOKA zouden de maatregelen de Belgische economie ongeveer 12 miljard euro kosten.

Moeten wij de demarche van de regering-Trump beschouwen als een onderhandelingspoging van die regering of is het haar werkelijk menens?

Wordt er een spiegelbeeld aan maatregelen getroffen door de Europese Unie? Er was reeds een pakket tegenmaatregelen voorzien op 13 april 2025. Dat pakket lijkt echter nu al achterhaald. Zo snel gaat het tegenwoordig. Wat komt er nu? Wat kunnen wij nu doen in eigen land?

Wij willen geen inflatoire handelsoorlog starten. Zo'n oorlog kent immers enkel verliezers. Wij zijn anderzijds wel van mening dat Europa ook eens de rug mag rechten.

Ik kijk uit naar uw antwoord.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, de VS hebben geen bondgenoten, ze hebben alleen belangen. Al jaren waarschuwen wij met de PVDA tegen het imperialisme van de VS, maar niemand luisterde naar ons. Wij werden hier in een hoekje als anti-Amerikaans weggezet.

‘De VS zijn de belangrijkste partners voor het verdedigen van gedeelde fundamentele waarden en wereldwijde veiligheid.’ Zo staat het in uw regeerakkoord. Het moet dus een pijnlijk ontwaken voor u geweest zijn, mijnheer de premier, als Atlantist in hart en nieren, maar het zal een nog pijnlijker ontwaken voor de gewone hardwerkende mensen zijn geweest, want de werkende mensen in Europa zullen zwaar worden getroffen. Onze industrie kreunde al onder de peperdure energie uit de VS en dat zal nu alleen maar verergeren.

De werkende klasse gaat de rekening twee keer betalen. Niet alleen verliezen zij mogelijk hun werk, als Europa meegaat in de sanctieoorlog zullen ook alle producten hier duurder worden. Trump bedreigt ook alle andere en opkomende economieën. Uiteindelijk blijft niemand gespaard, want ook voor de Amerikanen zelf is dit geen goed nieuws. Ook voor hen zullen de prijzen stijgen. Het is duidelijk wie de prijs betaalt.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is heel onze economie op die van de Amerikanen afgestemd. Nu laten ze Europa vallen, maar laat ons het hoofd koel houden, mijnheer de premier. Laat ons de hand reiken naar de rest van de wereld, naar alle slachtoffers van het Amerikaans imperialisme, maar wel op gelijke voet.

Mijnheer De Wever, hoe zult u de werkende klasse tegen deze handelsoorlog beschermen? Reikt u de hand uit naar het globale zuiden?

Mathieu Michel:

Monsieur le premier ministre, chers collègues, depuis quelques mois, nous voguons de sidération en sidération. Il est effectivement parfois difficile de reconnaître les États-Unis, il est même permis de se demander si le libéralisme a encore cours dans ce pays. En se repliant sur eux-mêmes et en voulant imposer une vision unilatérale des relations mondiales, ils s'éloignent des fondements qui en ont fait le pays de la liberté, de l'ouverture sur le monde et aussi de la diversité culturelle.

Ce repli semble terriblement en contradiction avec les valeurs de tolérance et de progrès qui ont historiquement fait la force des États-Unis. Pire, il induit une relation d'adversité et de méfiance, qui prend de plus en plus des allures d'une nouvelle forme de guerre dont nous sortirons tous perdants, et certainement en Belgique.

Monsieur le premier ministre, disposez-vous déjà d'une première estimation de l'impact direct et indirect des mesures sur l'économie belge, nos entreprises et notre emploi, des secteurs d'activité les plus affectés, mais aussi de la manière dont nous pouvons davantage soutenir nos entreprises en matière de compétitivité?

Il est essentiel que nous travaillions avec l'Europe pour apporter des réponses efficaces et pertinentes, à la fois en termes de négociations avec les États-Unis, de contre-mesures, aussi non tarifaires; mais également via de nouveaux accords à réaliser. On ne répétera jamais assez à quel point les traités de libre-échange sont ce qui nous protège le mieux de ce genre de dynamique.

Enfin, notre unité est indispensable en la matière. Comment allons-nous négocier ensemble pour peser collectivement, au-delà même des 27, sur les discussions à avoir avec les États-Unis?

Meyrem Almaci:

We horen hier iedereen over elkaar buitelen, moord en brand schreeuwend over hoe dom deze handelsoorlog is, maar het zou wel eens kunnen dat er een methode zit in de waanzin. Miskijk u niet in de retoriek in de Rozentuin, maar kijk naar wie belang bij dat alles heeft. Follow the money .

Trumps focus op het opleggen van heffingen aan de wereld is veel minder gedreven door handelsoverwegingen, maar vooral vanuit het eigenbelang van een zeer select clubje superrijken. De invoerheffingen worden daarbij gebruikt als een onderhandelingstactiek om staten rond de tafel te dwingen. Die superrijken rond Trump hebben namelijk knarsetandend gezien hoe 38 OESO landen een minimumbelasting voor multinationals hebben beslist. De techboys hebben gezien dat er een AI-act van kracht is in Europa. Ze zien en ze voelen aan hun water dat de digitaks eraan komt. Daar zijn ze niet van gediend en dus gaat Trump all-in. Hij weet zeer goed dat die handelsoorlog overal ter wereld onder de bevolking slachtoffers zal maken, maar hij is bereid dat te doen, louter om zijn clubje te helpen.

Mijnheer de premier, voor mij is het eenvoudig. Achter die handelsoorlog staat een losgeslagen 1 % die geen enkele democratische belemmering wil. Het is de walgelijke wetteloosheid van een groepje gigarijke mannen, de tech-oligarchen die vinden dat de wereld naar hun pijpen moet dansen en die de rest van de wereld als hun digitale lijfeigenen zien. Het is die groep die de belastingen ontwijkt. Het is die groep die verkiezingen manipuleert, AfD in Duitsland. Het is die groep die op hun platformen vrijelijk haat laat verspreiden tegen vrouwen, tegen minderheden, om voor hun eigen gewin mensen tegen elkaar op te zetten.

Europa heeft nu de kans om voor haar democratische waarden op te staan en duidelijk te maken dat die agenda niet zal passeren. Mijn vraag is dus heel simpel. Zult u in de onderhandelingen namens ons land eisen dat Europa elke uitholling van de OESO-minimumbelasting en de digitaks zal blokkeren? Want we tolereren geen race to the bottom, niet op vlak van democratische rechten en niet op vlak van rechtvaardige belastingen.

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, à chaque crise son opportunité! L'augmentation des droits de douane et la guerre commerciale lancées par les États-Unis remettent en question les principes de fonctionnement du commerce international. Cela aura un coût économique important pour les entreprises et pour les citoyens, des deux côtés de l'Atlantique. Bien avant ces taxes, la majorité a décidé de prendre ses responsabilités, d'agir pour améliorer le quotidien et d'avoir le courage de changer notre société. Nous pouvons et nous devons développer notre pays et l'Europe sur la base de nos propres forces, en affrontant les nombreuses menaces.

Parmi ces menaces, la guerre commerciale nous force à nous détacher de nos pratiques du passé. Par ailleurs, nos pratiques sont également bousculées par la nécessaire lutte contre le changement climatique, et les enjeux peuvent se rejoindre. Les menaces sont là, mais c'est une opportunité pour encourager le développement des circuits courts, du commerce local, de la souveraineté de nos territoires, et le développement d'une industrie européenne forte qui crée de la valeur. Nous devons défendre une Europe cohérente, simplifiée mais ambitieuse, qui favorise la consommation durable, locale et souveraine, notamment en taxant les biens importés qui détruisent notre santé, notre cadre de vie et notre environnement.

Monsieur le premier ministre, je vous invite à agir avec conviction en ce sens. Dans cette guerre commerciale, comment comptez-vous agir avec cohérence pour la souveraineté de nos territoires, en lien avec nos engagements climatiques? Si la transition est une opportunité économique pour de nombreux acteurs, comment le gouvernement va-t-il développer notre territoire, soutenir les entreprises, le pouvoir d'achat, le commerce et les industries dans ce contexte économique?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, Moi, le reste du monde et les 15 salopards , c'est le titre qu'on pourrait donner à la guerre commerciale menée par Trump. Dans ce mauvais film, en tant que membre de l'Union européenne, nous faisons malheureusement également partie de ces 15 salopards. Mais nous ne sommes évidemment plus à une insulte près.

Après s'être retiré de l'OMS, après avoir trahi ses alliés en Ukraine, après avoir menacé le Groenland, le président Trump lance aujourd'hui une nouvelle offensive en imposant 10 % de droits de douane sur toutes les importations et 20 % sur celles venant de l'Union européenne.

Ce n'est donc pas un jour de libération, mais un jour de plus où Trump joue aux dés sur le dos des travailleurs.

Face à cela, monsieur le premier ministre, pas de panique, mais de la fermeté. Je ne veux évidemment pas vous entendre vous lamenter sur l'impact pour nos entreprises du secteur pharmaceutique ou de la chimie, mais plutôt y voir une opportunité. Une opportunité de relancer notre industrie. Une opportunité de relocaliser notre économie, et peut-être même également de renforcer notre souveraineté industrielle.

Le 27 février, dans cette même assemblée, j'ai interrogé le ministre Clarinval. Qu'avez-vous mis en place, lui demandais-je, depuis? Pour l'instant, malheureusement, monsieur le premier ministre, je ne vois que des mauvaises réponses. Vous limitez les investissements publics de 4 à 3 %. Vous vous apprêtez à vendre des parts de Proximus et bpost. À qui?  Peut-être, demain, à des fonds européens. Et vous persistez, comme un âne qui chute systématiquement sur la même pierre, à vouloir acheter des F-35, renforçant par ailleurs notre dépendance militaire.

Monsieur le premier ministre, on connaît votre admiration sans faille pour les États-Unis. Mais aujourd'hui, quelle est votre analyse de la décision de Trump? Quel sera l'impact pour notre économie? Quelle sera la riposte européenne? Et surtout, quelle sera la réponse concrète de notre gouvernement fédéral?

Bart De Wever:

Chers collègues, nous avons appris hier soir que les États-Unis allaient augmenter leurs droits de douane sur les produits en provenance de l'Union européenne mais aussi du reste du monde.

J'ai regardé une bonne partie de l'annonce du président Trump en direct et je dois reconnaître que c'était plutôt inédit. Les États-Unis relèvent leurs tarifs d'importation à un niveau qui pourrait devenir le plus élevé depuis un siècle. Pour les produits européens en particulier, un tarif général de 20 % est instauré à partir du 9 avril. Cela représente une énorme augmentation du tarif moyen actuel.

En 2024, les États-Unis étaient le principal marché d'exportation de la Belgique après nos pays limitrophes. Nous avons exporté pour environ 33 milliards d'euros vers les États-Unis, soit 5 % de notre PIB. L'impact sera donc considérable pour notre pays. Monsieur Michel, il est encore trop tôt pour le chiffrer précisément. Il est toutefois important de noter qu'à l'heure actuelle, un certain nombre d'exceptions s'appliquent au tarif général; cela concerne entre autres les produits pharmaceutiques, les semi-conducteurs et les métaux précieux. L'exception pour le secteur pharmaceutique est particulièrement pertinente pour notre pays, compte tenu de l'importance de ce secteur dans nos exportations vers les États-Unis.

Donc Koen, pas de souci pour Puurs, tu peux encore exporter ton Viagra! (Rires) .

Men kan niet alles zelf consumeren.

Contrairement à ce que nous avions craint, les nouveaux tarifs ne s'additionnent heureusement pas à ceux qui avaient déjà été introduits ou annoncés sur l'acier et les automobiles. Ce ne sont toutefois que quelques minces rayons de soleil à travers de sombres nuages car, soyons clairs, au final, c'est une véritable catastrophe pour l'économie mondiale!

Ik denk dat het ook voor de Verenigde Staten geen Liberation Day zal blijken, maar een Inflation Day, want de facto gaat het om de grootste belastingverhoging voor de Amerikaanse consumenten in de recente geschiedenis. Volgens economische waarnemers zouden de nieuwe tarieven Joe Sixpack jaarlijks duizenden dollars kunnen kosten. Ik zal hier niet opnieuw Ronald Reagan citeren, ik zou het graag doen, maar deze keer het Amerikaans adagium over handelsoorlogen dat opnieuw waarheid dreigt te worden: ‘ No one ever wins, and consumers always get screwed .’ Het valt te hopen dat de Verenigde Staten dat snel opnieuw zullen inzien en dat de ratio kan wederkeren.

Om die reden ondersteun ik de houding van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, die deze week gecommuniceerd heeft en die ik vooraf bilateraal heb kunnen spreken. Logischerwijze zal er een proportioneel Europees pakket aan tegenmaatregelen worden voorzien. Maar evenzeer ondersteun ik voor de volle honderd procent haar doelstelling om zo snel mogelijk toe te werken naar een negotiated solution . Want beste collega's, het atlantisme is ouder en het is groter dan Trump en een oplossing in plaats van een conflict is in ieders belang.

Als ik sommigen hier aanhoor, kunnen ze blijkbaar niet wachten om de strijd aan te gaan. Dan denk ik dat de huidige situatie voor hen maar een aanleiding is. Répondre à la stupidité avec de la stupidité , dat is niet verstandig, collega's, maar sommigen zitten hier blijkbaar te popelen.

Ik zal dat niet doen. Dat is de boodschap die ik morgen zal overbrengen aan secretary of state Marco Rubio ter gelegenheid van zijn bezoek aan Wetstraat 16.

Ik ben natuurlijk niet naïef. Op korte termijn zal dit in dovemansoren vallen. We zullen eerst de realiteit van die tarieven moeten ondergaan, aan de twee kanten, voor men het belang van vrijhandel opnieuw zal weten te waarderen. Ik kan alleen maar hopen, samen met velen onder u, zij het niet allen, dat de Westerse wereld zal afzien van welvaartsvernietigende protectionistische waanzin.

In de tussentijd zullen we er op Europees niveau voor pleiten zo snel mogelijk werk te maken van een versterking van de interne markt. Europe is in this together, meer dan ooit. Laten we daarnaar handelen, elkaar steunen, en onze eigen competitiviteit versterken.

Het lijkt me het uitgelezen moment om als Europa assertief vrijhandelsakkoorden af te sluiten met nieuwe partners over de hele wereld, met landen die vandaag meer dan ooit naar ons kijken. Want als een grootmacht de wereld de rug toekeert, moet Europa meer dan ooit aangeven dat het open for business is .

Ik ben van nature geen optimist, maar: in the midst of every crisis lies great opportunity . Dat is hier door velen ook gezegd. Die crisis zullen we krijgen door de huidige Amerikaanse attitude. Laten we als Europeanen dus de opportuniteiten in die crisis zien en ze trachten te grijpen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor uw antwoord.

Inderdaad, geen zonnestralen. Europa was van meet af aan bereid te onderhandelen. Maar het moet tegelijkertijd al klaarstaan om te reageren. Gaan we in dialoog of gaan we in tegenzet? Oplossingen, in plaats van conflicten, zegt u. En ik zeg: oef! Die keuze zal essentieel zijn om onze koopkracht te blijven beschermen. De Verenigde Staten zijn onze vierde handelspartner. We moeten er dus alles voor doen, voor onze jobs en voor onze gezinnen.

In Vooruit, mijnheer de eerste minister, zult u altijd een partner vinden om de koopkracht van de mensen te beschermen. Daar kunt u op rekenen. Laat de ratio terugkeren.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, het is inderdaad duidelijk dat we werk moeten maken van een assertief Europees verhaal. We mogen niet vervallen in een goedkoop en contraproductief anti-Amerikanisme, maar moeten een sterk pro-Europees verhaal schrijven. Wij moeten de belemmeringen tussen de Europese landen afbouwen om die importtarieven te compenseren. Ook moeten we werk maken van strategische autonomie binnen Europa, zeker ook op defensievlak.

Het gaat hier niet alleen over de farma-industrie. U gaf mij daarnet een hint, als u ook nog een beetje van dat geneesmiddel nodig hebt, kunt u mij steeds een appje sturen. Het zal direct geleverd worden, Puurs ligt niet ver van Antwerpen. Geef een belletje en het komt er snel aan.

Voor ons is het heel duidelijk, meer made in Europe is the way to go voor cd&v. Ik hoop dat u daarvan mee werk zult maken.

Voorzitter:

Hij heeft mij meegedeeld dat het aanbod geldt voor iedereen. Hij is steeds beschikbaar om zijn voorraad te delen met de collega's.

Katrijn van Riet:

Mijnheer de eerste minister, we moeten inderdaad de Europese kaart trekken, maar als ik u goed begrijp, is het ook hoog tijd om extra door te pakken met Arizona. We moeten zo snel mogelijk door middel van arizonamaatregelen de arbeidsmarkt in België hervormen. De loonkost moet dalen voor bedrijven. De nettolonen voor de werknemers moeten stijgen. We moeten mensen aan het werk houden en ze moeten langer werken.

Collega's van dit Parlement, ik roep u op om deze maatregelen later mee te steunen. Mijnheer de eerste minister, Ik wens u heel veel succes met het uitvoeren ervan.

Robin Tonniau:

Mijnheer de premier van België, het is goed dat u de deur naar internationale samenwerking openzet, maar u bent eigenlijk wel super naïef als u denkt dat de VS na Trump van positie zal veranderen. De VS is geen bondgenoot meer en zal dat na Trump ook niet meer worden. Daarom moeten we de banden met de rest van de wereld nu versterken. We moeten inzetten op die internationale relaties met de slachtoffers van het Amerikaans economisch imperialisme.

U blijft de VS gewoon volgen, terwijl we vandaag zien hoe onbetrouwbaar ze zijn. Ze dienen alleen hun eigen belang en ook de belangen van hun wapenindustrie. Arizona wil nog altijd miljarden spenderen aan hun oorlogseconomie. Die F-35's zullen met onze pensioenen worden betaald. Stop daar alstublieft mee, mijnheer de premier.

Mathieu Michel:

Merci pour votre réponse, monsieur le premier ministre.

Il n'est évidemment plus besoin de rappeler à quel point l'Europe doit compter davantage sur elle-même et sur son marché intérieur. Mais surtout, nous ne devons pas répondre à l'isolement par l'isolement. Nous devons dès aujourd'hui renforcer – vous l'avez mentionné – nos coopérations internationales avec celles et ceux qui sont convaincus que le libre-échange est un vecteur de prospérité et de paix qui est essentiel pour soutenir les démocraties dans le monde. Si les é tats-Unis veulent être seuls, eh bien qu'ils le soient!

L'histoire nous a démontré que l'économie de marché et le libre-échange restent à ce jour la meilleure façon de stabiliser les relations internationales et de réduire les risques de conflits. Mais nous ne devons absolument pas oublier que dans un contexte géopolitique déjà compliqué, une guerre commerciale est excessivement tendue pour notre compétitivité. Dès lors, ce marathon qui s'est accéléré très clairement aujourd'hui ne doit pas se faire avec des morceaux de pierre en plus dans le sac à dos de nos entreprises, parce que préserver la compétitivité de nos entreprises, c'est aussi préserver le pouvoir d'achat de nos concitoyens. Alors surtout qu'elles ne soient pas les victimes collatérales de (…)

Meyrem Almaci:

Collega's, weet u wat triest is? Dat het enige wat u, en wellicht alle mensen die nu aan het kijken zijn, zullen onthouden van dit debat het grapje over een blauw pilletje is, terwijl de situatie wel wat meer ernst verdient dan dat.

Mijnheer de premier, ik heb leiderschap gemist, ook in het antwoord. Ik mis daadkracht. U kunt ontwijkend antwoorden en zeggen dat het erg zal worden, maar ik mis een premier die rechtstaat en die niet zal toelaten dat een losgeslagen autocraat onze bedrijven aanvalt en onze bevolking verarmt. Waar is die vechtlust waarmee u zult zeggen dat we de digitaks niet zullen loslaten, dat we de minimumbelasting van de OESO niet zullen loslaten? Waar is de vechtlust waarmee u zult zeggen dat we zullen opkomen voor onze democratische waarden, of het nu Rubio of een andere Amerikaan is die komt. Die daadkracht, waarmee u pal staat voor uw waarden, heb ik daarnet niet gehoord, maar grapjes, die heb ik genoeg gehoord.

Er ontspint zich een debat zonder micro tussen mevrouw Almaci en de heer Bouchez.

Voorzitter:

Mag ik mevrouw Almaci, de heer Bouchez en alle anderen vragen om aandacht te besteden aan de repliek van de heer Dethier?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.

La majorité demande un redéploiement de l'économie avec une attention particulière pour notre tissu économique local. Il y a une opportunité claire à utiliser la réplique en droits de douane pour avancer sur nos objectifs climatiques, locaux, d'emploi et surtout de souveraineté.

Notre réponse doit être de continuer à défendre le multilatéralisme et la collaboration. L'Europe doit montrer son unité en restant ferme sur sa souveraineté, ses principes et ses engagements.

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, la décision de Trump est un tournant. Il veut assurément extorquer des concessions à ses alliés qu'il voit désormais comme ses adversaires et votre réponse, malheureusement, n'a pas été à la hauteur. Je m'y attendais. Vous avez parlé d'accords commerciaux débridés. C'est un modèle que nous ne défendons pas. Et puis, vous avez beaucoup ironisé sur le Viagra avec le collègue du cd&v. Si cela pouvait seulement faire durcir votre discours à l'égard de Trump, ce serait déjà une belle avancée, monsieur le premier ministre. Votre fascination pour les États-Unis vous aveugle complètement. Dans ma question, je vous ai dit qu'il fallait faire de cette crise une opportunité, que l'Europe avait le talent nécessaire mais également les moyens pour répondre à cette attaque. Malheureusement, votre réponse a été faiblarde et sans ambition. Malheureusement, sur ce sujet comme pour d'autres, vous n'êtes pas à la hauteur de l'enjeu.

De onenigheid in de regering over de crisismaatregelen inzake asiel

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 3 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem (N-VA) bekritiseert minister Van Bossuyt (asiel & migratie) omdat ondanks aankondigingen van het *"strengste migratiebeleid ooit"* de asielstroom stijgt, hotelopvang blijft bestaan en de regering na maanden nog steeds geen concrete crisismaatregelen heeft – terwijl partijen als Vooruit en MR juist pleiten voor *meer opvang en regularisaties*. Van Bossuyt ontkent de toename van hotelopvang (cijfers: 404 → 350), belooft *"doordachte maatregelen"* om asielshoppen en misbruik (66% afwijzingen, dagelijkse kost van €300.000) tegen te gaan, en waarschuwt voor 50.000 aanvragen in 2024 zonder actie. Van Belleghem noemt de aanhoudende aankondigingen *"inktvisgedrag"* en eist een *onmiddellijke asielstop*, wijzend op het gebrek aan regeringsakkoord en de realiteit dat *80% van asielzoekers blijft*.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in Zweden daalt het aantal asielaanvragen met 26 %, alleen al wanneer men er strengere migratiemaatregelen aankondigt. Hier kondigt u het strengste migratiebeleid ooit aan en de toestroom van asielzoekers stijgt. Hoe kunt u trouwens met uitgestreken gezicht zeggen dat u het strengste migratiebeleid ooit voert, wanneer er nog steeds asielzoekers op hotel verblijven? Sinds de N-VA immers in de regering zitting heeft, is de opvang voor asielzoekers in hotels zelfs nog toegenomen.

Het schrijnendste van al is dat wij, nadat er zeven maanden is onderhandeld en de regering-De Wever nu twee maanden oud is, vandaag in de krant vernemen dat u aan het onderhandelen bent over een pakket crisismaatregelen.

Is er eigenlijk nog wel een akkoord in de regering? Vorige week pleitte Vooruit in commissie immers voor meer opvangplaatsen voor asielzoekers en pleitten de MR en Les Engagés voor meer en snellere regularisaties van illegalen.

Mevrouw de minister, de regering is al acht keer in ministerraad samengekomen. Hoelang zal het nog duren tot er een pakket crisismaatregelen komt?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, de hotelopvang is absoluut niet toegenomen. Aan het begin van mijn ministerschap werden 404 asielzoekers in hotels opgevangen en vandaag zijn het er 350.

Maak u zich geen zorgen over de crisismaatregelen. De regering is overtuigd van het belang van maatregelen om de asielcrisis aan te pakken. We gaan op een doordachte manier te werk. We leggen op het moment de laatste hand aan die maatregelen, die we na grondige overleg willen invoeren om de crisis zo snel en ook zo efficiënt mogelijk aan te pakken.

U hoeft dus niet lang meer op hete kolen te zitten. Dat is trouwens geen overbodige luxe. Het is een absolute noodzaak. Als we geen maatregelen zouden nemen, dan zouden de asielaanvragen dit jaar inderdaad stijgen tot 50.000. De recentste cijfers tonen ook aan dat twee derde daarvan eigenlijk geen bescherming krijgt. In afwachting zouden we die personen wel opvang moeten geven. De opvang van asielzoekers die in een andere lidstaat al asiel hebben aangevraagd of daar zelfs bescherming hebben gekregen, kost ons dagelijks 300.000 euro aan opvang. Voor ons moet dat asielshoppen dus stoppen. Daadkracht, controle, verantwoordelijkheid en een streng maar rechtvaardig beleid, dat is de lijn van de regering.

Francesca Van Belleghem:

Minister Van Bossuyt, elke week kunnen we in de krant interviews met u lezen, waarin u grote aankondigingen doet en nieuwe ideeën lanceert. Er vloeit zoveel inkt dat men bijna kan spreken van inktvissengedrag. Al die aankondigingen, al die ideeën vormen een rookgordijn, een gordijn van inkt en slijm om tijd te rekken. Het is vluchtgedrag, omdat er geen akkoord is in de regering om crisismaatregelen te nemen om de toestroom van asielzoekers te stoppen. Of het er nu 35.000 zijn, zoals in 2023, of 40.000, zoals vorig jaar, of 50.000 dit jaar, de realiteit is dat 80 % hier blijft, legaal of illegaal. Stop dus met dat inktvissengedrag, haal die Vlaamse leeuwin in u naar boven, als ze ooit in u heeft gezeten. Bijt van u af en voer nu een asielstop in.

720 iftarpakketten voor de gedetineerden in de Antwerpse Begijnenstraat

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy kritiseert de islamisering van gevangenissen en noemt de uitdeling van 700 iftarpakketten door het Marokkaanse consulaat in Antwerpen een gevaarlijke normalisering, die radicalisering bevordert. Minister Annelies Verlinden benadrukt dat veiligheidscontroles (HACCP) en neutraliteit (aanbod voor *alle* gedetineerden) vooropstaan, maar staat niet fundamenteel afwijzend tegenover religieuze initiatieven. Van Rooy eist een hardere lijn, suggereert repatriëring van Marokkaanse criminelen en beschuldigt de overheid van naïviteit in de omgang met islamitische invloed. De kern: spanningsveld tussen religieuze vrijheid en veiligheidsrisico’s in detentie.

Sam Van Rooy:

"Waarom 700 gedetineerden in Antwerpen mogen smullen van lekkers, bereid in het Marokkaans consulaat. Zo'n iftarpakket kan hen even een positief gevoel geven. De geur van vers bereide harirasoep en zoete chebakia vult de keuken van het Marokkaanse consulaat aan de Boomsesteenweg in Wilrijk. De 750 voedselpakketten die hier bereid worden, maken geen deel uit van een alledaagse iftar, maar zullen verdeeld worden onder 720 gedetineerden en 30 personeelsleden in de Begijnenstraat in Antwerpen. “Met zo’n halve kilo dadels kunnen zij een week verder”, glimlacht de Marokkaanse consul-generaal Mounir Qtitou. We worden hartelijk verwelkomd door consul-generaal Mounir Qtitou, de officiële vertegenwoordiger van Marokko in Antwerpen. Met een warme glimlach vertelt hij…"

Zo'n propaganda-artikel zou men verwachten in een Marokkaanse krant, maar dit staat gewoon in Het Laatste Nieuws . Het artikel werd niet toevallig geschreven door iemand die Ghadija Akouk heet. Ook de islamisering van de mainstream media, minister, is volop bezig.

Minister, wat vindt u ervan dat het Marokkaanse consulaat iftarpakketten uitdeelt aan de gedetineerden in de Antwerpse Begijnenstraat? Worden of werden deze iftarpakketten gecontroleerd?

De Marokkaanse consul-generaal heeft gezegd dat hij nu ook iftarpakketten wil uitdelen in andere gevangenissen. Vindt u dat een goed idee, minister? Steunt u dat?

Tot slot, mogen dan vanaf nu, als u dit steunt, vanuit elke religie of ideologie massaal culinaire leveringen worden gedaan aan gevangenen in dit land?

Ik kijk zeer uit naar uw antwoorden.

Annelies Verlinden:

Beste collega, de administratie heeft met het Marokkaanse consulaat afgesproken hoe het uitdelen van iftarpakketten logistiek op een veilige manier kon worden geregeld. Alles wat binnenkomt in de penitentiaire inrichtingen, ongeacht de oorsprong, wordt gecontroleerd op veiligheid. De HACCP-normen dienen te worden gerespecteerd omdat het om voedingswaren gaat. Dat geldt uiteraard ook voor de iftarpakketten.

Wanneer er een aanbod is vanuit een erkende religie, zal per aanbod worden bekeken welke organisatie die aanbiedt, wat het aanbod is en wat de mogelijkheden zijn en of er op het aanbod wordt ingegaan. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat het aanbod aan alle gedetineerden wordt gedaan, ongeacht de religie.

Sam Van Rooy:

Minister, de oververtegenwoordiging van moslims en meer bepaald Marokkaanse moslims in onze gevangenissen is al erg genoeg. Dat dit land en u nu zelfs toestaan dat het Marokkaanse consulaat massaal iftarpakketten uitdeelt in onze gevangenissen is, laat dat duidelijk zijn, te gek voor woorden. De islamisering van onze gevangenissen is volop bezig en leidt tot radicalisering, geweld en terreur. Aan de Marokkaanse consul-generaal zou ik zeggen als hij dan toch zo graag onze gevangenissen wil bezoeken, minister, dat hij dan zijn vele criminele en terroristische landgenoten meeneemt naar Marokko. Ik zou graag hebben, minister, dat ook u die boodschap aan hem overmaakt.

De stijging van transmigratie in West-Vlaanderen

Gesteld aan

Bernard Quintin (Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transmigratie in West-Vlaanderen steeg in 2024 (632 aanhoudingen vs. <400 in 2023), vooral door inklimmingen in vrachtwagens (160 gevallen) en verschuivingen vanuit Calais/Duinkerke, waar kleine bootjes domineren—België blijft vooral een doorvoerroute naar het VK. De topnationaliteiten zijn Soedanesen, Eritreeërs en Irakesen, terwijl de federale politie en lokale zones (o.a. via het transitteam FGP en expertisecentrum grensbeheer) samenwerken, maar de gouverneur tekortkomende federale steun en behoefte aan innovatieve technieken (bv. IIS-systeem) benadrukt. Critici (o.a. De Vreese) waarschuwen voor herhaling van dodelijke incidenten (bv. Mawda, Essex) en pleiten voor versterkte controles (parkings, wegen) en structurele samenwerking tussen niveaus om escalatie te voorkomen.

Maaike De Vreese:

De gouverneur van West-Vlaanderen communiceerde dat het aantal transmigranten in West-Vlaanderen terug gestegen is. Volgens de gouverneur werden er in 2024 632 transmigranten gevat, in 2023 waren dat er nog minder dan 400. 70 % van alle aangetroffen transmigranten zouden volgens de gouverneur in West-Vlaanderen zijn aangehouden.

Mijnheer de minister, onze provincie is traditioneel de provincie die door de problematiek van transmigranten getroffen wordt. Als we dan vergelijken met een aantal jaren terug, zien we dat de cijfers momenteel nog niet van die aard zijn dat de situatie volledig uit de hand gelopen is. Dat zult u mij vandaag ook niet horen zeggen, zeker en vast aangezien er eigenlijk een veranderde methode is. Door met kleine bootjes te vertrekken aan de Franse kust, worden onze havens veel meer gespaard dan een aantal jaren terug.

De gouverneur zegt in zijn communicatie wel dat hij erbij blijft dat er een gebrek is aan federale steun in de aanpak van de transmigratie en mensensmokkelbendes. Hij pleit om sterk in te zetten op innovatieve technieken om het probleem aan te pakken. Een vorige commissievergadering polste ik reeds naar de werking van het transitteam van de federale gerechtelijke politie van West-Vlaanderen en het expertisecentrum grensbeheer, om het fenomeen aan te pakken.

Kunt u toelichting geven bij de cijfers? Kunt u cijfers geven van het aantal transmigranten dat werd geregistreerd door de politiediensten in 2024 in dit land? Kunt u een overzicht geven van de meest voorkomende nationaliteiten? Kunt u een overzicht geven van de transportmiddelen die deze transmigranten gebruiken? Kunt u een onderscheid maken in locatie? Hoe verklaart u de stijging het laatste jaar? Hoeveel werden er gevat bij inklimming in voertuigen?

Welke politionele acties worden genomen om het fenomeen van transmigratie aan te pakken? Zet u hierbij in op zowel een bestuurlijke als een gerechtelijke aanpak? In welke mate worden de lokale West-Vlaamse politiezones ondersteund door de Coördinatie- en Steundirectie, de CSD van West-Vlaanderen? In hoeverre werd de samenwerking tussen de verschillende diensten en niveaus versterkt?

Kunt u toelichting geven over de aanpak van de smokkelbendes en welke vooruitgang werd geboekt? Welke nieuwe innovatieve technieken worden gebruikt? Heeft het transitteam van de FGP West-Vlaanderen resultaten geboekt? Kunt u toelichting geven over de versterking van het expertisecentrum voor grensbeheer en over de uitrol van het nieuwe systeem van IIS? Hebt u eventueel overlegd met de minister van Asiel en Migratie, die me heeft doorverwezen naar u met deze vraag.

Bernard Quintin:

Mevrouw De Vreese, indien u het oké vindt, zal ik nu mijn inleiding geven en dan de volgende 7 pagina's aan u geven.

De stijging in 2024 wordt vooral verklaard door de historisch lage cijfers in 2023. Voor 2020 werden jaarlijks ongeveer 4.000 transmigranten geïntercepteerd in West-Vlaanderen. Het grootste deel van de transmigranten heeft de Soedanese, Eritrese of Irakese nationaliteit.

Er is opnieuw een duidelijke stijging van het aantal inklimmingen in vrachtwagens, vooral in het havengebied, waar 160 voorvallen geregistreerd werden in 2024. Dit lijkt samen te hangen met het aantal transmigranten in Calais en Duinkerke dat de oversteek per small boat waagt.

De keuze tussen inklimming in een vrachtwagen en een boottocht werkt vaak als communicerende vaten. Transmigranten schakelen tussen de methodes op basis van de slaagkansen, beïnvloed door het weer en door andere praktische factoren. In België vertrekken, op zeldzame uitzonderingen na, geen kleine bootjes. Daardoor blijven de havens de belangrijkste rechtstreekse toevoerroute naar het Verenigd Koninkrijk en een focuspunt voor de betrokken diensten.

De federale politie levert dagelijks op diverse domeinen ondersteuning aan de geïntegreerde politiediensten en de verantwoordelijke overheden. Binnen zijn bevoegdheid en inspanningsverantwoordelijkheid stimuleert en coördineert de directeur-coördinator voor de provincie West-Vlaanderen de eerstelijnsdiensten om actie te ondernemen. Hij faciliteert acties met de aanwezige mensen en middelen.

Zoals u weet, ben ik op bezoek geweest in de lokale politiezone Westkust, een paar weken geleden. Ik heb het heel goede werk gezien dat daar geleverd is. Vorige maandag was ik in Londen voor de Border Immigration Summit, met enkele collega's uit de Europese Unie en uit het Verenigd Koninkrijk, Irak enzovoort.

Zoals hier geschreven staat: we weten dat de small boat-problematiek bij ons niet echt acuut is, maar dat wil niet zeggen dat we die niet goed moeten aanpakken, voor iedereen. Ook voor de transmigranten, die groot gevaar lopen in die small boats .

Ik geef u de andere 7 pagina's.

Maaike De Vreese:

Op het vlak van mensensmokkel en de transmigratieproblematiek hebben we al enkele zeer ernstige situaties meegemaakt. Denk maar aan de kleuter Mawda en aan de Vietnamese slachtoffers in Essex. Als land moeten we daar blijvend op inzetten. De cijfers zijn inderdaad enorm gedaald. Waarschijnlijk reizen minder vluchtelingen door langs ons land. Hoe meer controle, hoe hoger evenwel de cijfers, ook langs onze wegen, op parkings en dergelijke meer. De regio’s moeten de handen in elkaar blijven slaan. Vlaanderen investeert in extra controle op de parkings door privéfirma’s. Ik raad aan om dat te blijven doen, want alvorens men het beseft, loopt de situatie opnieuw uit de hand. Dat dient men absoluut te vermijden om te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen.

De toewijzing van het AM30-contract aan het Spaanse CAF
De gesprekken tussen Alstom en de NMBS
De activiteiten van CAF in de illegale Israëlische nederzettingen
De activiteiten van CAF in de bezette Palestijnse gebieden
De rol van spoorwegbedrijven CAF en Alstom in contracten en bezette gebieden

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 2 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De NMBS-plannen om 600 treinstellen (AM30) aan CAF (Spanje) te gunnen worden fel bekritiseerd omdat CAF betrokken is bij illegale Israëlische nederzettingen via de Jeruzalem-tram, wat indruist tegen internationaal recht en België’s officiële standpunt tegen bezetting. Alstom en Siemens betwisten de aanbesteding bij de Raad van State, terwijl de NMBS volhoudt dat CAF juridisch niet uitgesloten kan worden (geen sancties, geen strafrechtelijke veroordeling) en voldoet aan de wettelijke aanbestedingscriteria—hoewel ethische bezwaren (mensenrechten, "peace"-pijler in NMBS-gedragscode) onbeantwoord blijven. De minister benadrukt procedurele correctheid (anonyme evaluatie, geen fouten in dossier), maar parlementsleden eisen concrete stappen om België’s medeplichtigheid aan Israëlische schendingen te voorkomen, met verwijzing naar de NMBS-eigen CSR-verplichtingen en het Internationaal Gerechtshof (illegale bezetting). Beslissing uitgesteld tot uitspraak Raad van State, maar politieke druk voor heroverweging blijft hoog.

Frank Troosters:

We hebben al een actualiteitsdebat gehad over de bestelling van de AM30-treinstellen. Tot nu toe is de voorkeurspartner CAF uit Spanje. Ik heb begrepen dat Alstom in het verleden had gehoopt om de deal binnen te halen en meer uitleg had gevraagd over de beslissingsprocedure bij de NMBS. Dat gesprek heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden. Intussen hebben Alstom en de Duitse treinbouwer Siemens een procedure opgestart bij de Raad van State.

Waarom heeft het geplande gesprek met Alstom niet plaatsgevonden? Is dat het gevolg van de procedure of is de procedure het gevolg van het niet plaatsvinden van het gesprek? Wat is daaromtrent de stand van zaken?

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, vous le savez, la SNCB a choisi l'entreprise CAF (Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles) pour la construction des nouveaux trains AM30 au détriment d'Alstom et des sites de production en Belgique. Aujourd'hui, nous apprenons que CAF travaille dans les colonies israéliennes illégales. Elle construit l'extension du tramway de Jérusalem reliant ces colonies à Jérusalem-Ouest.

La Cour internationale de Justice a rappelé en 2024 que l'occupation de Gaza, de la Cisjordanie et de Jérusalem-Est par Israël est illégale. Israël est donc un acteur de l'apartheid, un crime contre l'humanité. Le mouvement BDS souligne qu'en attribuant ce contrat à CAF, la SNCB deviendrait complice de l'occupation illégale et du régime d'apartheid d'Israël.

J'aimerais donc vous poser les questions suivantes: comment expliquez-vous le manque de vigilance du conseil d'administration de la SNCB composé des partis traditionnels. La SNCB ayant une responsabilité éthique et légale d'exclure les entreprises impliquées dans le système d'oppression israélien, allez-vous reconsidérer l'attribution de ce contrat de plusieurs milliards d'euros? Le 12 mars dernier, vous avez expliqué que le conseil d'administration aurait pu inclure des critères environnementaux pour privilégier la production locale, pourriez-vous nous en dire plus? Vous avez également mentionné que les offres des différentes entreprises avaient été analysées de manière anonyme mais des retours du terrain indiquent que ce ne serait pas la règle dans les marchés publics. Pourquoi avoir opté pour une telle méthode? Je vous remercie.

Staf Aerts:

In een nog niet zo lang verleden is inderdaad het debat gevoerd over de toekenning van dat contract, waarbij de nabijheid van tewerkstelling als een van de argumenten werd aangehaald. Ik wil daar graag een extra laag aan toevoegen, namelijk de betrokkenheid van CAF in de bezette gebieden. Het is overduidelijk dat dat bedrijf meewerkt aan de uitbreiding van de Jerusalem Light Rail, die een connectie maakt tussen verschillende Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden, die door het internationaal recht als illegaal worden beschouwd.

Ondertussen heb ik het openbaredienstcontract nader bestudeerd. Hoofdstuk 9 van dat contract handelt over 'maatschappelijk verantwoord ondernemen'. Artikel 101 verwijst naar de Corporate Social Responsibility, met 'Peace' als een van de vijf pijlers daarvan. Het is heel belangrijk dat vrede een van die vijf pijlers is. Artikel 103 vermeldt zelfs specifiek duurzame aankopen en stelt dat alle leveranciers aan een gedragscode moeten beantwoorden. Ik heb die gedragscode geprint en nog eens grondig doorgenomen. Daar staan een aantal verregaande zaken in. Zo zijn zowel de huidige als de toekomstige leveranciers verplicht om de gedragscode na te leven. Daarnaast verbindt de leverancier zich ertoe om de mensrechten en alle internationale geldende wetten na te leven. Als dat niet gebeurt, dan is dat een reden om contracten te ontbinden, zowel huidige contracten als toekomstige contracten. Een interne auditdienst voert hierop controle uit.

We weten in welke situatie CAF zich bevindt, we weten dat het bedrijf bijdraagt aan die nederzettingen. Ik heb dan ook een vraag over het contract, dat nog niet is toegekend, maar in de lopende procedure zit.

Hoe zal men onderzoeken of het respect voor het internationale humanitaire recht zowel in het openbaredienstcontract als in de code van de NMBS hoog in het vaandel wordt gedragen? Hoe zult u ervoor zorgen – of de NMBS erop aanspreken – dat ze dat ook zal naleven bij de toewijzing van dat grote, uitgebreide contract voor 600 treintoestellen? Het gaat toch over een miljardencontract, vandaar mijn vragen.

Voorzitter:

Zijn er andere leden die zich wensen aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat? U hebt het woord, mijnheer Tas.

Niels Tas:

Mijnheer de minister, het feit dat de NMBS op het punt staat om een contract van 3 miljard toe te wijzen aan een onderneming die meewerkt aan de verbinding van een tramrailnetwerk tussen Jeruzalem en de bezette Westelijke Jordaanoever, draagt rechtstreeks bij aan de schending van het internationaal recht.

Als België trouw wil blijven aan zijn principes tegen de bezetting, tegen de oorlogsmisdaden en voor het internationaal recht, dan kunnen we dat niet zomaar laten passeren.

Onze regering heeft zich trouwens altijd duidelijk uitgesproken tegen de Israëlische kolonisatie en voor het respect voor het internationaal recht. Hoe valt dat te rijmen met het feit dat wij met publieke middelen een bedrijf zullen steunen dat die principes schaamteloos ondermijnt? Het is voor ons dus niet alleen een ethische kwestie, het is ook een gevaar voor de geloofwaardigheid van ons land.

Op welke manier kan de regering dit contract rijmen met haar officiële standpunt tegen de Israëlische schendingen van het internationaal recht?

Welk concrete stappen zult u effectief zetten om te vermijden dat België zich medeplichtig maakt aan deze schendingen?

Voorzitter:

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, d’abord, je voudrais juste rappeler, pour la précision des choses, madame Jacquet, qu’à ce stade, CAF n’a pas été choisi comme fournisseur. Nous sommes toujours dans une procédure où la société a été désignée comme soumissionnaire préférentiel. Comme vous le savez, il y a un contentieux devant le Conseil d'État. Mais on n’a pas encore – le conseil d'administration n’a pas encore – désigné de fournisseur.

Ik herhaal hier graag mijn antwoorden die ik al in de commissievergadering van 12 maart heb verstrekt. Ten eerste, ik herinner eraan dat de raad van bestuur de gunningsmethode, de aanbestedingsstrategie en de voorgestelde criteria voor de selectie van kandidaten en de gunning van het contract voor het MR30-project op 23 december 2022 unaniem goedkeurde, dat de toenmalige regeringscommissaris daarbij aanwezig was, de destijds bevoegde minister tegen de beslissing niet in beroep ging en de regeringscommissaris ook aanwezig was op de vergadering van de raad van bestuur van 28 februari 2025. Het is dus volkomen logisch dat de NMBS binnen dat aangenomen kader heeft gewerkt.

Ten tweede, wat een eventuele ontmoeting tussen de NMBS en Alstom betreft, de enige afspraak die Alstom op 14 januari 2025 aan de CEO van de NMBS vroeg, betrof de opvolging van het project in uitvoering M7 en de aankoop van locomotieven. Het bedrijf gaf toen zelf bij monde van de managing director van Alstom Benelux expliciet aan niet over de offerte te willen praten – ik citeer: " Bien entendu, nous resterons focalisé sur les projets en cours d'exécution et pas sur les offres ." De vergadering werd vastgelegd op 7 maart. Gezien de actualiteit vond de NMBS het aangewezen om de geplande werkvergadering met een paar weken uit te stellen om te vermijden dat de indruk zou ontstaan dat gesprekken over lopende contracten en gesprekken over het MR30-dossier door elkaar zouden lopen. Op die boodschap van de NMBS heeft Alstom niet gereageerd. Alstom heeft niet om een onderhoud verzocht, noch met de voorzitter van de raad van bestuur, noch met de CEO.

Met betrekking tot het MR30-dossier heeft de NMBS schriftelijk gereageerd op de opmerkingen die Alstom via zijn advocaten heeft geuit op de genomen beslissing. De NMBS bereidt momenteel ook haar antwoord voor op het beroep dat zowel Alstom als Siemens bij de Raad van State heeft ingediend.

Concernant la question de Mme Jacquet et de M. Aerts, en vertu de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, et notamment ses articles 67 à 69, la SNCB a dû s'assurer de la fiabilité des soumissionnaires. Dans ce cadre, la SNCB a notamment vérifié les aspects suivants:

1. L'absence de condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour les infractions visées dans la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, notamment en cas de corruption, de fraude ou de travail des enfants et d’autres formes de traite des êtres humains;

2. l'absence de dette fiscale ou sociale;

3. le respect des obligations dans les domaines du droit environnemental, social et du travail;

4. l'absence de fautes professionnelles graves remettant en cause l'intégrité des soumissionnaires;

5. l'absence de conflits d'intérêts;

6. l'absence de pratiques anticoncurrentielles.

La SNCB a dès lors vérifié que les soumissionnaires impliqués dans le cas du marché AM30 étaient fiables et que le marché AM30 pouvait, de ce point de vue, leur être attribué. Avant l'attribution, le soumissionnaire retenu devra à nouveau confirmer que celle-ci ne relève d'aucun motif d'exclusion. La SNCB a dès lors respecté la législation relative aux marchés publics.

België onderhoudt tot op heden diplomatieke betrekkingen met de staat Israël en bij mijn weten geldt er geen sanctieregeling voor dat land als dusdanig of voor de betreffende activiteit. Bovendien hebben, volgens publiek beschikbare documenten, alle drie de bedrijven die een offerte hebben ingediend voor het MR30-dossier, activiteiten in de bezette gebieden.

D’un point de vue juridique, et si on comprend bien votre question, la SNCB devrait exclure CAFde la procédure de passation pour raison de faute professionnelle grave au sens que lui confère la loi sur les marchés publics. Selon la Cour de justice de l’Union européenne, la notion de faute professionnelle grave couvre tout comportement fautif qui a une incidence sur la crédibilité professionnelle de l’opérateur en cause. C’est un arrêt de la Cour de justice du 13 décembre 2012. Or, vu les éléments mentionnés, je ne conçois pas en quoi le seul fait d’avoir des activités telles que vous les mentionnez constituerait un comportement fautif qui porterait atteinte à la crédibilité professionnelle de CAF. Concernant l’anonymat, il est important de souligner que l’identité du soumissionnaire privilégié et des soumissionnaires placés dans la salle d’attente a bien été communiquée au Conseil d’administration lors du traitement du dossier.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, de communicatie tussen Alstom en de NMBS lijkt mij een beetje vreemd en moeilijk te verlopen, maar we zullen zien hoe het dossier evolueert na de beraadslaging van de Raad van State daarover komende dinsdag. Laten we afwachten wat daar uit de bus komt.

Farah Jacquet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Début mars, je vous avais déjà interpellé à ce sujet. Je vous avais dit alors qu’en Belgique nous avons les travailleurs, le savoir et les outils pour le faire.

Malgré le fait que l’on pouvait garantir l’emploi durablement sur ce site, vous n’avez pas voulu interférer dans le marché public. Aujourd’hui, j’explique qu’accorder le contrat à CAF rendrait la SNCB complice de l’occupation illégale, de la ségrégation raciale et du régime d’apartheid d’Israël sur le peuple palestinien.

Vous n’avez pas l’air de saisir ou de vouloir y faire quelque chose. Je me demande donc ce qu’il vous faut de plus. Selon nous, la faute n’est pas juridique mais plutôt éthique et morale. C’est bien une faute. Quand on a à faire à une entreprise complice d’un régime d’apartheid, on est face à un cas de force majeure. Vous ne pouvez pas rester sans rien dire. Nous reviendrons donc vers vous plus tard mais je tenais simplement à vous dire d’essayer quelque chose.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, wat er op het moment in Gaza gebeurt, is verschrikkelijk. Terwijl er op tien dagen tijd 322 kinderen werden vermoord en doodgeschoten hulpverleners in hun ambulances werden begraven, argumenteert u dat Israël nog niet voor dat geweld is veroordeeld. Jammer genoeg is de internationale gemeenschap veel te stil. Hoe dan ook, ik herinner u aan wat de internationale gemeenschap wel al gezegd heeft, namelijk dat de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever in Palestijns gebied illegaal zijn. België heeft dat zelfs mee onderschreven in september met de bevestiging van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Die nederzettingen gaan in tegen de internationale wetten. U verwijst naar een aantal criteria en daarin was alvast geen sprake van respect voor internationale wetten. Mijnheer de minister, ik verwees naar het openbaardienstcontract, waarin de NMBS zich akkoord heeft verklaard om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Peace is een van de vijf belangrijke criteria. In de gedragscode opgesteld door de NMBS zelf staat dat huidige en toekomstige leveranciers zich aan het internationale recht moeten houden. Hoe kunt u concluderen dat CAF een betrouwbare partner is en een betrouwbaar bod heeft gedaan, als het bedrijf activiteiten ontplooit in illegale nederzettingen. Hoe kunt u dat laten passeren? Ik heb het niet over de inhoud van dat bod, maar over de betrokkenheid van het bedrijf in illegaal bezette gebieden, terwijl België met de NMBS heeft afgesproken dat men maatschappelijk verantwoord zal ondernemen, en de NMBS zelf een gedragscode heeft opgesteld om situaties zoals we nu aankaarten, terecht e vermijden. Een document opstellen is één ding, ernaar handelen is twee. Dus ik verwacht echt nog inspanningen van zowel de NMBS als van u, mijnheer de minister, om ervoor te zorgen dat die clausule wordt nageleefd, want dit kan echt, echt niet.

De Europese top van 6 maart en de Europese strategische autonomie
De steun aan Oekraïne
Een vooruitblik op de Europese top
De conclusies van de Europese top van 20 en 21 maart 2025 inzake defensie
De top over Oekraïne
De Europese top over Oekraïne
Het vredesproces in Oekraïne en het Belgische defensiebudget
De top van bondgenoten van Oekraïne
De Europese defensietop van 27 maart 2025 in Parijs
Europese tops, defensie, strategische autonomie en steun aan Oekraïne

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 1 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en defensie-investeringen in een veranderende geopolitieke context, met focus op Oekraïne, de VS (Trump), en de 2%-NAVO-norm. België bevestigt onwrikbare steun aan Oekraïne (soevereiniteit, "peace through strength") maar benadrukt realisme: Europa moet zelfredzamer worden, gezien de onbetrouwbaarheid van Trump (handelsoorlogen, wapenstop) en Russische agressie. De 2%-doelstelling (nu 7,4 mjd, doel 17 mjd) moet gehaald worden via diverse financieringsbronnen (dividenden Belfius, goudreserves, bezuinigingen), maar concrete afspraken ontbreken nog. F-35-aankopen blijven noodzakelijk (gebrek aan Europees alternatief), ondanks pleidooien voor meer Europese defensiesamenwerking (bv. toekomstige 6e-generatie jagers). Kritiek punt op gebrek aan transparantie (parlementair debat over troepeninzet, sancties Israël) en tegenstrijdigheden: multilateralisme wordt bepleit, maar VS-afhankelijkheid (F-35, handel) en selectieve toepassing internationaal recht (Oekraïne vs. Palestina) ondermijnen die claim. Kernvraag: Kan Europa zowel VS-eisen volgen *als* eigen strategische autonomie opbouwen?

Voorzitter:

Collega's, de minister kan blijven tot 18.00 uur. We doen ons best om er vaart achter te zetten. De vragen die vandaag niet kunnen worden behandeld, worden sowieso uitgesteld naar de volgende vergadering.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, force est de constater que jour après jour, le monde change et qu’on ne sait pas très bien comment adopter une position définitive et résolue.

Votre déclaration de politique gouvernementale était déjà dépassée de fait puisqu’elle était résolument atlantiste et que nous constatons aujourd'hui que les différents épisodes liés à la versatilité de Donald Trump font qu’il faut s’adapter. Il faut que l’Union européenne s’adapte, que la Belgique s’adapte face à la guerre commerciale, aux menaces que fait peser le président Trump sur la sécurité européenne.

Il a voté à l’ONU une résolution contre la paix en Ukraine avec la Russie, la Corée du Nord, l’Iran, la Biélorussie et toute la bonne compagnie qui préside à une version un peu noire du monde. Depuis lors, la riposte se prépare. D’une part, l’Union européenne et la présidente de la Commission annoncent 800 milliards – qui sont plutôt 150 milliards européens et 650 autres milliards à trouver dans les financements nationaux. D'autre part, quelle est votre position quant au budget Défense de 2 % du PIB? Vous avez annoncé qu'un kern aura lieu tout à l'heure. En conséquence, je suppose que je ne recevrai pas le détail des solutions et/ou propositions que vous ferez pour atteindre ces 2 %. Comment les atteindrons-nous et qui va payer?

J’ai plusieurs questions à vous poser concernant la réunion à laquelle vous avez récemment participé à Paris, sur la coalition des volontaires pour l’Ukraine – une trentaine de pays – destinée à finaliser des garanties de sécurité pour Kiev dans un éventuel déploiement militaire européen, dans le cas d'un hypothétique accord avec la Russie.

Nous, Européens, et nous, parlementaires, nous ne voyons pas très bien quelles sont les positions des Américains et des Russes. Les États-Unis sont surtout intéressés par les minerais rares. Mais les Russes, dans leur position pour une négociation de paix, pourraient menacer la sécurité européenne. Si, par exemple, ils réclament le départ de Zelensky, la démocratie en Ukraine est disloquée. S’ils réclament le départ des forces militaires de l’OTAN dans les pays baltes et la Pologne, c’est une insécurisation accrue de l’Union européenne.

Pouvez-vous nous en dire plus sur les positions de négociation des uns et des autres? De quelle manière la Belgique entend-elle peser sur ce débat?

La Belgique pourrait prendre part à une potentielle mission en Ukraine. Quelle forme prendrait notre participation? Quelles seraient les conditions posées par la Belgique? À quelles implications parlementaires vous engagez-vous? Quelles sont les règles d'engagement qui seraient définies pour la participation de la Belgique et peut-être de sa force armée dans le déploiement d'une force en Ukraine ou dans des États limitrophes de l'Ukraine? Avez-vous également énoncé des propositions concernant la contribution volontariste de la Belgique à l'autonomie stratégique européenne?

Finalement, nous sommes face à une dislocation de nos certitudes et face à un président américain qui a repris la phrase de Hobbes: " Bellum omnium contra omnes". Comment vous positionnez-vous et comment comptez-vous positionner l'Union européenne face à ces nouveaux défis?

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, het zijn al zeer bewogen maanden geweest op het internationale toneel. De hallucinante beelden van de ontmoeting tussen de presidenten Trump en Zelensky gaan nog altijd de wereld rond en hebben heel veel mensen gechoqueerd. Dat is ook niet zonder gevolgen gebleven. Meteen bleek hoe wispelturig de VS-politiek momenteel is: van de ene dag op de andere werden de wapenleveringen aan Oekraïne stopgezet, net als de inlichtingen. Die beslissingen werden ondertussen wel teruggedraaid. Ook dat toont echter aan hoe instabiel de situatie is.

Hetzelfde geldt voor de F-35's. President Trump heeft nog maar net verklaard dat de VS de capaciteiten voor hun bondgenoten wat zullen terugschroeven omdat ze niet weten of we wel bondgenoten zullen blijven. Morgen is het ook Liberation Day, zoals het in de VS genoemd wordt: de lancering van een grote ronde van wereldwijde importheffingen. Een handelsoorlog lijkt in de maak. Het zijn dus zeer verontrustende tijden.

Voor ons als groenen moet daarop een Europees antwoord worden geboden. We pleiten voor meer Europese samenwerking, ook op het vlak van defensie. U hebt de afgelopen weken aan verschillende Europese toppen deelgenomen, al dan niet binnen de constellatie van de Europese Unie. U had ook een ontmoeting met president Zelensky. Welke concrete steun hebt u op die verschillende Europese toppen aan Oekraïne toegezegd, zowel op militair als op economisch vlak? We moeten daarbij immers rekening houden met het feit dat we sinds de invasie door Rusland nog altijd meer geld hebben uitgegeven aan fossiele Russische brandstoffen en Russische nucleaire brandstof dan aan financiële steun voor Oekraïne. Is dat iets wat op tafel gelegen heeft tijdens de verschillende ontmoetingen? We moeten ook sterker Europees samenwerken op het vlak van defensie. Welke standpunten hebt u daarover ingenomen? Zult u kiezen voor een meer Europese koers?

Ik wil daarbij toch nog eens verwijzen naar het hele debat over de F-35's. Onze minister van Defensie heeft al een aantal keer gezegd dat ons Belgisch leger te klein is om meer dan een type jachtvliegtuig te hebben. Net dat toont echter aan dat we dat op Europees niveau moeten bekijken, niet alleen op nationaal niveau. Als we dat Europees bekijken, gaat het immers over een bestelde vloot van 500 F-35's. Dat maakt het misschien toch wel mogelijk om te diversifiëren, zoals India en Canada van plan zijn. Zij willen namelijk in Europese jachtvliegtuigen investeren. Aangezien iedereen roept om meer investeringen in de Europese defensie-industrie en om die industrie meer kansen te geven, moeten we dat zeker overwegen. Zeker wanneer er sprake van is die F-35's te downgraden omdat men niet weet of we bondgenoten zullen blijven.

Dat zijn mijn bemerkingen over het luik defensie, dat de debatten overheerst.

Uit de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025 had ik echter ook begrepen dat eveneens zou worden ingegaan op de situatie in het Midden-Oosten. Ik was enigszins teleurgesteld: Israël werd niet bij naam genoemd en er werden geen stevige conclusies getrokken. Nochtans zijn de genocide en de schendingen van het humanitair recht, of hoe u het ook wilt noemen, ondertussen al 17 maanden aan de gang. Het is echter overduidelijk dat het humanitair recht daar heel duidelijk wordt geschonden.

Wat is er de voorbije tien dagen sinds de Europese top immers allemaal niet gebeurd? Ik bedoel niet dat de Europese top de oorzaak was, maar er zijn sindsdien wel 322 kinderen gedood door Israëlische bombardementen. Dat blijkt uit cijfers van UNICEF. Gisteren werden de lichamen van 14 hulpverleners opgegraven. Ze waren samen met de kapotgeschoten ziekenwagens begraven. Er is ook nog een Israëlisch evacuatiebevel voor heel Rafah uitgesproken.

Is er op die Europese Raad ook gesproken over de hefbomen die wij in handen hebben met de associatieovereenkomst met Israël? Acht u het ook geen tijd om dat op de volgende top aan bod te brengen, aangezien de situatie keer op keer onveranderd blijft en de schendingen zich blijven opstapelen?

Voorzitter:

Mevrouw Safai, u hebt twee vragen ingediend over Oekraïne.

Darya Safai:

Mijnheer de eerste minister, op 27 maart 2025 organiseerde de Franse president Macron een Europese defensietop in Parijs. De nieuwe top, na een eerste editie in Londen begin maart 2025, kwam er na door de Verenigde Staten geleide onderhandelingen met Rusland en Oekraïne over een beperkt staakt-het-vuren. Die onderhandelingen vonden plaats in Saoedi-Arabië.

President Macron en Brits eerste minister Starmer proberen samen een coalition of the willing op poten te zetten om Oekraïne te steunen, nadat de Amerikaanse president Donald Trump een maand geleden zijn Oekraïnebeleid omgooide. Voor president Macron moeten de verschillende steunniveaus voor Oekraïne nu worden gedefinieerd, met, nadat er een vredesakkoord is, steun aan het Oekraïense leger en eventueel een ontplooiing van troepen.

Tijdens de Europese top herbevestigden de staatshoofden en regeringsleiders hun engagement om extra te investeren in defensie. Zij willen zowel de Europese defensie versterken als verzekeren dat Europa Oekraïne kan blijven steunen.

Mijnheer de premier, welke beslissingen aangaande Defensie werden er genomen? Welke engagementen is ons land aangegaan? Hoe passen die beslissingen binnen het programma ReArm Europe, dat de Europese Commissie voorstelde?

Welke nieuwe ondersteuning zou Oekraïne ontvangen?

Wat zijn de gevolgen voor Defensie bij ons op korte en lange termijn?

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je souhaite revenir sur deux sujets étroitement liés, à savoir le sommet européen sur l'Ukraine et l'augmentation du budget de la Défense.

Le sommet de Paris, convoqué à l’initiative du président Macron, a marqué une étape décisive. Mais ce sommet a aussi vu émerger des propositions lourdes de conséquences, avec la création d'une coalition de pays "volontaires" pour offrir un soutien renforcé à l'armée ukrainienne via le déploiement de troupes, non combattantes certes mais bel et bien présentes sur le terrain ukrainien. C'est une présence dans des zones dites "stratégiques" en dehors de la ligne de front. Cela représente un changement profond dans l'engagement européen et donc belge dans ce conflit. Or c'est un changement de cap, monsieur le premier ministre, qui ne peut pas se faire en catimini ou sans débat démocratique, sans transparence sur les engagements pris et sans éclaircissements sur la stratégie de notre pays.

Et, dans le même temps, on apprend que, pour financer l'objectif de 2 % du PIB pour la Défense, votre ministre de l'Économie, M. Clarinval, exclut toute création de taxe mais ouvre la porte à des pistes inquiétantes: vente de participations publiques, notamment de Belfius, cession de réserves d'or de la Banque nationale ou encore économies dans d'autres secteurs de l'État, sans qu'on sache lesquelles. Or, hier, dans la rue, des milliers de personnes protestaient contre ces économies dans des départements qui sont essentiels. Tout cela, sans réel débat public, sans consultation du Parlement et sans évaluation de l'impact de ces mesures sur notre souveraineté économique, sociale et financière.

Monsieur le premier ministre, je souhaiterais dès lors vous poser plusieurs questions précises. Quels résultats concrets retenez-vous de ce sommet de Paris? Quelles étaient les priorités défendues par la Belgique? Et, surtout, quels engagements avez-vous pris au nom de notre pays?

Partagez-vous l'idée avancée par le président Macron selon laquelle l'envoi de troupes sur le territoire ukrainien, même en soutien logistique, serait désormais une option crédible et envisageable? Une telle inflexion dans la nature de notre engagement militaire ne nécessite-t-elle pas selon vous un débat démocratique approfondi ici même au Parlement? Vous engagez-vous à consulter cette Assemblée avant toute décision d'une telle ampleur? Par ailleurs, au-delà de la seule réponse militaire, quelle est aujourd'hui la stratégie belge en matière de diplomatie active, de coordination des sanctions, de soutien humanitaire et de pression internationale sur la Russie? Il est en effet impératif de renforcer aussi notre capacité politique à peser sur l'évolution du conflit.

Concernant le financement de cette hausse du budget de la Défense, quelle est votre position sur les pistes évoquées par le ministre de l'Économie? Que pouvez-vous nous dire? En particulier, quelle serait la plus-value ou quel serait le risque d'une vente de 20 % des parts de Belfius ou d'une cession de nos réserves d'or?

Monsieur le premier ministre, monsieur le président, je vous remercie car j'ai un peu dépassé mon temps de parole.

Voorzitter:

Madame Maouane, avez-vous combiné vos deux questions? Pour le premier ministre, ce n'est pas facile.

Rajae Maouane:

Monsieur le président, je pourrais la reposer après. Il n'y a pas de problème. Je pense que le premier ministre va répondre quelque part à ces questions.

Voorzitter:

J'espère pour vous.

Rajae Maouane:

Si je n'ai pas de réponse, je reposerai ma question. Cela ne pose pas de problème.

Bart De Wever:

Je vais tirer mon plan, monsieur le président.

Rajae Maouane:

Je n'en doute pas, monsieur le premier ministre.

Nabil Boukili:

Monsieur le premier, j'ai moi aussi une question prévue plus tard à l'agenda sur le budget militaire. Voulez-vous que je la pose maintenant ou plus tard? Les deux options me vont. Je ne sais pas laquelle vous convient le mieux.

Bart De Wever:

(Comme vous voulez)

Nabil Boukili:

Dans ce cas, je vais poser les deux, comme la collègue qui m'a précédé.

Monsieur le premier ministre, les questions ont été soumises voici plusieurs semaines déjà mais je souhaiterais également aborder quelques autres points.

Les négociations pour un cessez-le-feu et un processus de paix en Ukraine sont en cours. Toutefois, de nombreuses incertitudes subsistent. Se profile par exemple la menace d'une escalade dans l'Arctique en raison des plans américains visant à annexer le Groenland.

Ce qui est clair, en revanche, c'est que Trump veut imposer un accord qui fasse supporter les coûts de la guerre à l'Europe, tandis que les É tats-Unis acquerront via un nouveau fonds le contrôle de l'extraction des ressources et minerais ukrainiens. Trump veut traiter l'Ukraine comme une colonie, à l'image de nombreux pays du Sud global. Cela confirme que cette guerre n'a jamais été une question de valeurs comme on l'a toujours prétendu mais, comme toutes les guerres, une question d'intérêts géopolitiques et de ressources. Attisée par ces intérêts, la guerre en Ukraine a déjà coûté d'innombrables vies et jeté des millions de personnes sur les routes.

L'idée que davantage d'armes apporteraient la paix est une illusion dangereuse, mais c'est une illusion qui reste malheureusement fortement ancrée chez les dirigeants européens. La semaine dernière, une réunion s'est tenue lors du sommet de Paris, où vous étiez également présent. M. Macron a pris les devants dans les discussions. Il souhaitait demander à chaque représentant de chaque pays ce qu'il pouvait concrètement apporter en vue d'un possible cessez-le-feu en Ukraine, quelles troupes ou quel soutien militaire pourraient être fournis.

Monsieur le premier ministre, quelle a été précisément votre position lors de ce sommet? La Belgique enverra-t-elle des troupes ou du matériel? Concernant le budget, le gouvernement veut dépenser plus de quatre milliards d'euros supplémentaires en dépenses militaires d'ici l'été pour atteindre, à l'horizon de la fin de cette législature, la norme de l'OTAN de 2 % du PIB. Il s'agit de 17 milliards d'euros.

Mais l'Arizona n'a toujours pas d'accord concret parce que vous n'osez pas admettre qu'il faudra encore plus d'économies pour financer la guerre.

Le MR et votre ministre de la Défense sont bien sûr plus honnêtes à ce sujet que les autres. Selon la presse, un accord pourrait éventuellement être bientôt conclu. Nous connaissons déjà plus ou moins ses grandes lignes. Ces 4 milliards seraient répartis en trois parts égales. La première partie proviendrait des recettes exceptionnelles, notamment des taxes que la Belgique prélèverait sur les avoirs russes gelés et déposés chez Euroclear. Cela rapporterait près d'un milliard d'euros. Cinq cents millions supplémentaires proviendraient de dividendes exceptionnels de la banque publique Belfius.

Un deuxième tiers serait puisé dans le futur fonds Défense. L'objectif est d'y regrouper les participations publiques, les actions belges dans Belfius, BNP Paribas et Ethias par exemple, avec un double but: d'une part, encaisser les dividendes et d'autre part, céder, même partiellement, les participations non stratégiques.

Le débat politique se concentre sur le dernier tiers de l'effort: les mesures structurelles en plus des recettes exceptionnelles et des dividendes. Sur ce point, le consensus semble encore loin d'être trouvé.

Monsieur le premier ministre, un accord a-t-il été trouvé entre-temps? Pouvez-vous confirmer qu'il y aura encore des économies?

La discussion sur la manière dont ces milliards supplémentaires seront dépensés n'a pas non plus beaucoup avancé. Quand aurons-nous plus d'informations à ce sujet?

Voorzitter:

Geen andere leden wensen aan te sluiten bij de vragen in dit actualiteitsdebat.

Bart De Wever:

Geachte Kamerleden, ik zal trachten om eerst een soort van update te geven van wat zich allemaal heeft afgespeeld op het internationaal forum en dan op concrete vragen terugkomen of in de marge van die update trachten uit te wijken naar precieze antwoorden op de gestelde vragen.

Sinds de vorige ontmoeting in de commissie voor Binnenlandse Zaken vergaderde de Europese Raad op 20 maart. In die Europese Raad hebben wij via videoverbinding eerst president Zelensky gehoord, die ons een update heeft gegeven, vooral van de situatie op het terrein, en een inschatting van de capaciteit die Oekraïne nog heeft om zich te verdedigen in diverse scenario's, actueel en in de nabije toekomst. U zult begrijpen dat ik daar om evidente redenen niet verder over kan uitweiden. In eerste instantie wilde president Zelensky de steun van de Europese Unie herbevestigd zien en dat is gebeurd vanwege 26 van de 27 lidstaten. Die situatie is bijzonder in die zin dat de steun aan Oekraïne niet unaniem wordt toegekend, maar dat de lidstaat die niet akkoord gaat de consensus van de 26 andere lidstaten ook niet blokkeert.

De principes die op die vergadering zijn herbevestigd, zijn erg belangrijk en ik denk dat u ze kent. Het eerste principe gaat over de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen de erkende grenzen. Dat is uiteraard gebaseerd op het charter van de Verenigde Naties. Het is wel essentieel dat eender welke uitkomst dat conflict mag kennen, de onafhankelijkheid en soevereiniteit erkend blijven en dat Oekraïne niet herleid wordt tot een vazalstaat. Dat laatste is wellicht de meest acute dreiging in elk toekomstscenario over de korte termijn, niet alleen voor de veiligheid van Oekraïne, maar ook van de rest van Europa.

Het tweede principe is peace through strength .

Mijnheer de voorzitter, ik wil u vragen of mij enige latitude in de spreektijd is gegund, gelet op de hoeveelheid vragen die werd gesteld.

Voorzitter:

Mijnheer de premier, ik stel u meteen gerust. Per ingediende vraag krijgt u twee minuten om te antwoorden, waardoor u in totaal 16 minuten spreektijd hebt.

Bart De Wever:

Mijnheer de voorzitter, ik kan gerust stellen dat ik capabel ben om zelfs die spreektijd ver te overschrijden, maar ik zal trachten om dat niet te doen.

De nombreux collègues m’interrogent pour savoir si nous bénéficions encore du soutien des États-Unis dans le principe de " Peace through strenght ". On me demande ce qu’il se passera si ce n’était pas le cas et que M. Trump décide de conclure un accord avec M. Poutine qui leur convient à tous les deux, mais qui ne convient pas à l’Ukraine ou à l’Europe. C’est un scénario dangereux et à éviter. Je comprends que certains collègues estiment que les déclarations quotidiennes de M. Trump sont quelque chose d’à la fois nouveau et pas forcément très agréable, comme lorsqu’il annonce pour demain le " Liberation Day ", une nouvelle guerre commerciale contre l’Union européenne. Ce ne sont pas des conditions très amicales. Il profère également des menaces envers le Danemark et le Canada. Nous vivons dans un monde plein de surprises, qui ne sont malheureusement pas belles.

Ceci dit, tout le monde est conscient qu’il faut mener un dialogue constructif avec les États-Unis, et qu’il faut tâcher de le maintenir. Je dois bien admettre que ce n’est pas si facile et que cela se complique de plus en plus. C’est toutefois essentiel car, si l’on adhère au principe de " P eace through strenght ", il faut avoir conscience du fait que l’Europe n’a pas aujourd’hui la force nécessaire pour s’asseoir à la table des négociations. Et comme le veut le dicton: "Si vous n’êtes pas à table, vous serez au menu". Il faut donc à tout prix éviter que l’Europe et l’Ukraine soient au menu de MM. Poutine et Trump et il nous faut donc réagir avec réalisme. Je peux comprendre l’envie de faire des déclarations fortes et émotionnelles, mais ce n’est pas l’attitude à adopter. Tout le monde autour de la table européenne partage cette idée. C’est là le deuxième principe.

Le troisième principe est que si l’on obtient la paix, celle-ci doit être équitable et durable, basée sur la charte des Nations Unies et sur le droit international.

Dat blijven de drie principes waarop de Europese strategie gebaseerd is. Die zijn onwankelbaar, maar staan onder druk. We moeten daar realistisch in zijn. We moeten als Europeanen trachten op de beste manier daar door te komen en daar de nodige maatregelen aan te koppelen voor Oekraïne en voor onszelf.

Wat we daarvoor moeten doen, was dus het tweede onderwerp.

En tout cas, il faut étendre l'aide bilatérale à l'Ukraine. Beaucoup d' É tats membres sont déjà en train de prévoir les budgets nécessaires. J'espère aussi que nous pourrons nous mettre d'accord à propos d'un budget de la Défense qui puisse être élargi de manière à inclure l'aide militaire bilatérale à l'Ukraine. J'espère m'y rendre en visite au début du mois, en principe le 7 avril. C'est pourquoi je ne tiens pas à y débarquer les mains vides. M. Zelensky nous a décrit sa vision de ce qu'il lui fallait. Je n'entrerai pas dans le détail puisque le sujet est sensible, mais nous ambitionnons d'être un partenaire fiable de l'Ukraine, tout comme les autres pays européens. L'aide à l'Ukraine constitue un élément clé de la sécurité de toute l'Europe.

La deuxième tâche est de renforcer notre propre position en matière de sécurité et de Défense. M. Lacroix a évoqué les 800 milliards, en estimant que 650 proviennent des É tats membres, tandis que le reste émanerait de l'Union européenne. Je dois vous dire que ce n'est pas le cas. Les 650 sont une invitation lancée aux É tats membres en vue de dépenser plus. Il est possible d'invoquer l' Escape Clause . Quant aux 150, ils proviennent également des É tats membres. Ne vous méprenez pas: ce sont des emprunts des É tats membres, mais que l'Union européenne va garantir. Donc, il n'y a pas d'argent européen au sens strict. Cela étant, les emprunts peuvent être facilités, grâce aux conditions européennes très intéressantes. De plus, l' Escape Clause peut aider chaque É tat membre à parvenir aussi vite que possible aux 2 % ou, pour certains, d'aller au-delà de ce taux. En effet, certains ont presque atteint 5 %, telle la Pologne qui se situe à 4,8 %, car c'est un grand pays. Vous comprenez tous que c'est intenable. Dans la famille européenne, nous sommes aussi membres de l'OTAN, laquelle nous demande de dépenser 2 %. M. Di Rupo l'avait déjà promis en 2014 lors d'un Sommet qui se tenait au Pays de Galles. Or cet objectif n'a pas été atteint. Bref, nous sommes membres d'un club, mais nous ne versons pas notre cotisation. Ce n'est pas honnête. Il faut donc le faire. En outre, les 2 % ne resteront plus très longtemps la norme de l'OTAN.

Je crains que d’ici l’été, nous allons être confrontés à une norme de 3 %, ou au-delà de 3 % - peut-être 3,5 %. Nous devons donc, aussi vite que possible, arriver dans le peloton de pays qui font 2 %, pour ne pas être totalement isolés.

Il y a aussi la divergence, dans la famille européenne, avec ceux qui payent presque 5 %, et qui s'occupent de notre sécurité, qui sont proches de la Russie, qui sont des voisins de la Russie. C'est intenable, non seulement dans l'OTAN, mais dans la famille européenne, la famille de l'Union européenne, de dire: "Vous n’avez pas de chance. Vous êtes tout proches de la Russie. Vous devez dépenser 5 %. Mais nous, les autres, nous nous cachons derrière votre dos." C'est intenable, chers collègues.

Nous devrons en tout cas faire un exercice budgétaire. Je comprends que vous vouliez en connaître chaque détail. Vous avez déjà donné un tableau. C'est très intéressant, monsieur Boukili. Je devrais vous inviter au kern. Vous avez beaucoup d’idées très intéressantes. Je comprends les questions. Vous allez me comprendre quand je vous dis que je pourrai vous donner tous les détails dès que nous aurons trouvé un accord au sein du kern et dans le gouvernement. Nous devons arriver aux 2 %. Il n'y a aucun parti dans la coalition qui dise le contraire. Tout le monde dit que nous devons y arriver. Je ne connais pas la position des partis dans l'opposition, mais je pense qu’il est inévitable que nous arrivions aux 2 %. Je serais intéressé de vous entendre si vous dites l'inverse, et quelle est votre motivation pour ne pas le faire. Les 2 %, c'est le minimum des minimums, que nous avons déjà promis au Pays de Galles en 2014.

Mais il n’est pas question de signer un chèque en blanc qui entraînerait des dettes impossibles à couvrir sur le long terme. Compte tenu de la situation budgétaire de notre pays, nous ne pouvons pas nous le permettre. Les Allemands le peuvent, la Belgique ne le peut pas. Le gouvernement, en tout cas, assurera le financement de ces nouvelles dépenses et étudie actuellement comment y parvenir. "Actuellement", vous pouvez prendre cela très littéralement. Si je dois partir à 18 h, c'est pour une réunion du kern consacrée à cette question.

Quoi qu'il en soit, la priorité reste toujours, pour moi, un budget sain. Nous allons revenir là-dessus aussi vite que possible. Mais en tout cas, c’est le deuxième grand sujet.

Le premier sujet était l’aide à l'Ukraine, et les principes que nous allons continuer à suivre dans un monde qui est compliqué. On nous complique les choses, pas seulement à Moscou, mais aussi à Washington.

Le deuxième sujet, c’est que nous devons arriver aux 2 %. Nous avons pris connaissance du livre blanc sur l'avenir de la défense européenne, Readiness 2030 . Il y a un consensus sur le fait que nous devons dépenser plus et que nous devons aussi mettre en avant des principes clairs.

Le premier principe est buy more , acheter davantage. Il ne s’agit pas seulement de dépenser davantage, mais aussi d’efficacité et de coordination, et d’éviter de gaspiller de l’argent. Cela nécessite à mon sens un débat sur l’intégration des capacités (les capabilities ) et l’interopérabilité. Il faut également un débat sur la consolidation, au niveau européen, de la défense de l’industrie, comme le modèle Airbus. Pour dépenser de manière efficace, il faut le faire de la manière la plus intégrée possible. Ce n’est pas facile, mais nous devons avancer sur ce point aussi vite que possible. Je constate qu’il existe là-dessus un accord autour de la table européenne. Or s’il y a un accord sur le principe, il n’est pas si facile de le mettre en pratique, même si c'est nécessaire. Il nous faut également avancer sur l'Union pour l'épargne et l'investissement (le savings and investments Union ou SIU ). Cela me semble très urgent. La question est évoquée depuis des années, mais j’espère nous pourrons enfin y arriver. Une crise représente aussi toujours une opportunité, et avancer sur l’intégration des marchés financiers en est une, de même que l’intégration dans le domaine de l’industrie de la défense et dans celui des capacités et de l’interopérabilité. B uy more , donc, mais de manière intelligente.

Le deuxième principe est b uy together , acheter ensemble. Il faut veiller à des conditions équitables entre les États membres qui ont des marges budgétaires importantes et ceux dont la marge budgétaire est réduite.

Troisième principe: buy european , acheter européen. Nous devons atteindre une autonomie stratégique, tout le monde s’accorde sur ce point. Si cela représente un retour maximal sur investissement, je plaide également pour un peu de réalisme. Par rapport aux avions F-35 par exemple, il faut être réaliste: il n’y a pas d’avion comparable sur le marché. Il y a l’ambition de développer au niveau européen un avion de chasse Airbus de la sixième génération. C’est une bonne décision et, si c’est possible, notre pays devrait participer à un tel projet. Toutefois, cet avion ne sera pas sur le marché demain; cela prendra au moins dix ans. Le F-35 est le meilleur avion disponible. Nous en avons déjà acheté conjointement avec les Pays-Bas. Nous avons en effet un force aérienne totalement intégrée avec les Pays-Bas. Si, cet été, l’OTAN nous impose des capability targets – il ne s’agit en effet pas d’un choix, l'OTAN vous impose les capacités à développer – je n’exclus pas que l’on nous demande d’acheter davantage d’avions de chasse et que ce soient des F-35, car pour l'instant il est inimaginable d'avoir deux systèmes.

Si on parle d'intégration au niveau européen, on parle d'une réduction des systèmes d'armes et pas d'encore plus compliquer les choses. Buy european , tout le monde est d'accord, mais il faut un peu de réalisme à ce sujet.

Ik zou er nog aan kunnen toevoegen dat we op die Europese top ook veel over competitiviteit hebben gesproken. Aangezien u daarover geen vragen hebt gesteld, ga ik er niet op in. Weet dat het wel een pertinent thema wordt, wanneer we zonder twijfel met een tarievenoorlog worden geconfronteerd en morgen de Europese Unie doubledigittarieven worden opgelegd, om nog niet te spreken van het feit dat we ons ook aan specifieke reshoring strategieën van president Trump mogen verwachten, die volgens mij op economische waanzin gebaseerd zijn. Ik wik mijn woorden, want we proberen constructief te blijven, maar af en toe moet men toch nog zijn idee daarover kunnen geven. Het is dus volgens mij economische waanzin – Ronald Reagan draait zich om in zijn graf – te denken dat men met specifieke tarieven voor automotive , staal, metaal, halfgeleiders en farma erin zou slagen de eigen industriële capaciteit op te bouwen. Dat leidt nergens toe.

U zult dus begrijpen dat wij aan de Europese tafel ook van gedachten hebben gewisseld rond competitiviteit en reactie op een eventuele handelsoorlog. Het is ook interessant, beste collega's, als ik mij de bedenking mag permitteren, dat de pro-Oekraïnecoalitie enerzijds kleiner is dan de Europese Unie - er zijn maar 26 landen echt aan boord -, maar anderzijds ook groter en dat landen zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan en IJsland in die pro-Oekraïnecoalitie niet toevallig ook slachtoffer zijn van een eventuele handelsoorlog en net als wij wakker werden in een wereld waarin het multilateralisme als principe weer ter discussie wordt gesteld. Aangezien ook een land als India op het moment naar de wereld kijkt en op dat gebied in beweging kan komen - het is wel een vraagteken of China mee de imperialistische toer zal opgaan, de toer van de ongeremde rivaliteit met brutale macht, of toch veeleer zal kiezen voor het multilateralisme en een wereld die gebaseerd is op regels – ligt daar een werkelijke opportuniteit voor Europa.

Mevrouw Lagarde, die op de Europese Raad aanwezig was, heeft zich de beeldspraak gepermitteerd – ik vond die wel treffend - van de poolster. In de duistere nacht vaart men op de poolster. Europa moet proberen die poolster te zijn van het multilateralisme, van rechtszekerheid, van een wereld die op regels is gebaseerd en waar men niet wordt geconfronteerd met politieke leiders die elke dag van de week van de ene dag op de andere een nieuwe verrassing of een of andere fantastische wending of radicale omkeringen van ideeën of het soort economische policies die de wereld op zijn kop zetten, brengen. Ik vind dat juist.

Die pro-Oekraïnecoalitie levert ons ook een ad-hocframework aan met het oog op een gezonde basis voor het multilateralisme, die enerzijds wat kleiner is dan de Europese Unie, maar anderzijds ook veel groter om beslissingen op te kunnen funderen en ons desgevallend te verdedigen.

Trouwens, ook de heer Guterres, die op het afsluitend diner van de Raad een soort status quaestionis vanuit het perspectief van de Verenigde Naties voorstelde, sprak heel duidelijk in die richting. In elke crisis ligt een opportuniteit en ik denk dat het voor ons misschien deze zou kunnen zijn. In die zin zijn alle onderwerpen uiteraard aan elkaar gebonden.

Mijnheer de voorzitter, mag ik nog even voortgaan of houdt u streng aan de spreektijd? Het thema is ongelooflijk interessant.

Voorzitter:

Mijnheer de eerste minister, alles hangt inderdaad samen met mekaar; ik veronderstel dat u een aantal uren kunt debatteren over het onderwerp.

Bart De Wever:

Je voulais simplement conclure avec les questions qu'on m'a posées au sujet du sommet convoqué par M. Macron à Paris. Je comprends que l'on me demande si nous avons promis d'envoyer des troupes en Ukraine dans un certain cadre. Je peux vous rassurer: ce n'est pas le cas. Ce que nous avons dit, c'est que, si ce monde multilatéral décidait de lancer une mission de paix, nous devrions y participer. Je pense que c'est notre devoir. Et la Belgique est ouverte à participer à une telle mission. Mais ce sera sur la base d'un mandat international multilatéral, qui devra être clair et qui n'existe pas actuellement. Et c'est loin d'une évidence de voir comment, par qui et à qui un tel mandat sera donné. Cela doit s'inscrire dans le cadre d'une paix durable, cela veut dire une situation de paix acceptée tant par l'Ukraine que par l'Europe.

Chers collègues, je n'exagère pas quand je vous dis que nous sommes encore très loin d'une telle situation; au contraire, nous semblons nous en éloigner de jour en jour avec la réalité sur le terrain de l'agression de la Russie qui ne cesse pas et M. Poutine qui n'est ni un homme de paix ni un homme de parole.

Nous ne pouvons qu'espérer que M. Trump constate que Poutine n'est pas fiable, que par conséquent aucun deal honorable ne peut être conclu et que le monde occidental – l'Union européenne, les pays tiers et les États-Unis – se retrouve sur la même longueur d'onde. C'est à espérer, mais malheureusement, je ne m'attends pas à ce que les conditions d'une paix durable qui permettraient d'envoyer des troupes pour une mission de paix soient remplies d è s demain. Nous en sommes encore très loin.

Als die situatie zich voordoet, lijkt het mij evident dat we daarover een normaal democratisch debat voeren, dat we niet alleen in de regering maar ook in het huis hier bekijken wat dat betekent voor ons land, welke capaciteiten we kunnen sturen en wat er van ons wordt verwacht.

Wat ik wel niet verhul, is dat die situatie wordt voorbereid. De CHOD's van de coalition de pays volontaires , de coalition of the willing , hebben elkaar ook al gezien.

Ils se sont déjà rencontrés à Paris pour analyser la disponibilité des capacités.

La situation de notre pays est délicate puisque nos capacités sont limitées. Nous investissons beaucoup moins que nécessaire dans la Défense, alors même que nous sommes déjà impliqués dans le Nordic Policing et que nous venons de renforcer notre présence au sein de la mission KFOR. À court terme, notre pays ne dispose donc pas de grandes capacités disponibles à envoyer en Ukraine. Il n'y a aucun souci à ce sujet.

Cependant, nous sommes en train de planifier, d'examiner et de discuter avec nos alliés pour évaluer quel pourrait être l'effort de notre pays, ainsi que celui des autres pays, en vue d'une paix ou d'un armistice durable. La situation pourrait varier selon que l'on bénéficie ou non du soutien des États-Unis et qu'il s'agisse d'une mission en Ukraine ou ailleurs. De nombreux cas de figure restent encore possibles. Je crains malheureusement que nous soyons encore loin d'une décision concrète à ce sujet.

Monsieur Lacroix, vous avez cité Thomas Hobbes qui a popularisé l'expression latine bellum omnium contra omnes . Nous devons absolument tout mettre en œuvre pour ne pas nous réveiller dans un tel monde, qui serait véritablement infernal.

Vous m'avez demandé quelle position j'ai défendue lors du sommet européen ainsi que lors du sommet de Paris. La position de la Belgique est de toujours rester fermement engagée dans le camp du multilatéralisme, des nations qui aspirent à un monde fondé sur des règles, et non sur la force ou la violence. Je pense que c'est la seule position que ce pays peut adopter et j'espère qu'elle est soutenue par vous tous.

Excusez-moi d'avoir pris un peu trop de temps pour mes explications, mais je considère ce sujet comme étant d'une importance capitale.

Voorzitter:

Over dat laatste zal iedereen het wel eens zijn.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour avoir effectivement répondu très largement mais les sujets le méritaient.

Vous rejetez le monde de Thomas Hobbes – je suis heureux de le vérifier avec vous – et vous vous positionnez dans le camp du multilatéralisme, du respect du droit international. C'est bien en ce qui concerne l'Ukraine mais c'est moins bien lorsque cela concerne le droit des Palestiniens où on sent un peu moins d'importance accordée au sujet du droit international.

Le deuxième élément que je veux souligner, c'est votre appel au réalisme: "Il faut arrêter d'être romantique." Je crois que c'est vous quelque part le romantique qui avez toujours cru aux États-Unis et qui êtes déçu que cette histoire d'amour se termine. Aujourd'hui, il faut que l'Europe se réveille et se prenne en main. Certes, cela ne se fera pas du jour au lendemain mais ce n'est pas en continuant à croire qu'après Donald Trump, cela ira mieux que l'histoire d'amour avec les États-Unis va reprendre.

Notre souveraineté européenne et fondamentale doit être construite, bâtie dès aujourd'hui avec un temps moyen, court et long terme. Vous dites qu'il faut acheter européen en matière de défense mais par réalisme, on va continuer à acheter américain et vous faites un plaidoyer extraordinaire pour le F-35. Mais que font les Anglais, les Italiens, les Allemands, les Espagnols, les Turcs qui ont des Eurofighters? Que font les Suédois qui ont des Gripen? Que font les Français avec le Rafale, les Grecs qui ont une flotte composée à la fois de Rafale et de F-35? Bref, à un moment donné, il y a beaucoup de contradictions dans votre positionnement et le réalisme, je ne sais pas où il se trouve. On doit prendre acte des positions américaines. Elles ne changeront plus. Elles ont été annoncées par Barak Obama, de manière plus douce que par Donald Trump. Mais Donald Trump comme Vladimir Poutine sont des brutes épaisses avec qui on ne négocie plus.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor de toelichting en ook omdat u een en ander duidelijk hebt geschetst.

U zegt dat wij met de Verenigde Staten enerzijds een constructieve dialoog moeten blijven behouden. U bent echter ook eerlijk geweest, toen u zei: “pas de conditions amicales” . Dat is wel het minste wat wij kunnen stellen. Wij moeten dus ook vraagtekens bij die band plaatsen.

Mij valt op dat, wanneer het over buy European gaat, die stelling voor de F-35 nog altijd moeilijk ligt. U hebt verwezen naar de partners buiten de Europese Unie en naar de grotere coalitie die voor het multilateralisme wil gaan. Net die nieuwe partners, zoals Canada en India, willen echter investeren in Europese gevechtsvliegtuigen, om niet meer alleen in F-35’s te gaan investeren. Ik begrijp dus niet waarom Europa dan niet hetzelfde zou doen, om dat naast elkaar te laten bestaan. Het is cruciaal om daarmee op die manier aan de slag te gaan, zodat wij ook onafhankelijker zijn, met zowel F-35’s als andere wapensystemen. Ik kan mij niet voorstellen dat zoiets op Europese schaal onmogelijk zou zijn, aangezien India en Canada dat wel kunnen.

Ik ben blij met het pleidooi voor multilateralisme. Ik wil echter nogmaals benadrukken dat multilateralisme ook vraagt om te blijven investeren in diplomatie en in ontwikkelingssamenwerking. Op dat vlak maakt deze regering natuurlijk andere keuzes. Er zal bijvoorbeeld op ontwikkelingssamenwerking zwaar worden bespaard.

Ik ben het ook helemaal met u eens als u stelt dat een en ander op regels gebaseerd moet zijn. Voor Groen zullen het internationaal humanitair recht en de mensenrechten altijd het kompas zijn. Ik stel echter vast dat dit voor de arizonapartijen tot nu toe niet het kompas is, toch niet als het over Israël gaat. Het is bijzonder pijnlijk om vast te stellen dat er steeds met fluwelen handschoenen met hen wordt omgegaan en dat Israël telkens opnieuw alle regels naast zich neer mag leggen. Bovendien stelt onze minister van Defensie nog altijd dat voor ons leger de Israëlische Defensie nog altijd een betrouwbare partner is. Dat begrijp ik niet. Doe dat voor iedereen, gebaseerd op regels en op het internationaal humanitair recht. In dat geval zal u aan ons een partner hebben.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik vier minuten spreektijd heb voor mijn repliek, aangezien ik twee vragen had ingediend.

Voorzitter:

Mevrouw Safai, in de repliek hebt u één minuut per vraag.

Darya Safai:

Ja, dat is waar.

Mijnheer de premier, bedankt voor de uitleg. We leven inderdaad in een andere wereld en het wel belangrijk om te beseffen dat landen zoals Rusland, Iran, China en Noord-Korea proberen de wereldorde te veranderen. Die wetenschap moet ons in deze moeilijke tijden samenhouden.

U hebt gesproken over het principe van peace through strength , want wij hebben geen andere manier om onze vrede en tevens solidariteit met elkaar in de Europese Unie, wat ook heel erg belangrijk is, te behouden. Op dit moment is de 2 %-regel nog van kracht, maar we weten niet of dat binnen een paar dagen of maanden verandert. Ook wij moeten daar klaar voor zijn, niet omdat we oorlogszuchtig zijn, maar omdat wij gewoon onze vrede willen behouden.

De tijden zijn aan het veranderen en wij kunnen niet echt voorspellen wat Amerika gaat doen binnen een paar dagen of maanden. Dat geldt evenzeer voor Palestina en Israël, waarover veel collega's spreken. In die context wil ik een misschien toch wel belangrijk punt aanhalen. Ik hoor namelijk geen enkele collega, ook niet in de commissies voor Landsverdediging of voor Buitenlandse Betrekkingen, praten over het feit dat Iran bezig is met de ontwikkeling van een nucleair wapen, waarover het land mogelijk binnenkort beschikt. De enige landen in de hele wereld die aankondigen dat ze dat zullen tegenhouden, zijn net Amerika en Israël. Zijn wij minder angstig als het gaat over de nucleaire wapens van een theocratisch totalitair land als het Iran van de ayatollahs? Dat snap ik echt niet. Wij houden ons veel en terecht bezig met wat er in de wereld gaande is, maar dat stuk valt altijd weg.

Mijn boodschap is dus dat we klaar moeten zijn. Wij moeten voor onze vrede en voor ons nageslacht zorgen. Ik ben blij dat u op het vlak van defensie en in al die toppen de boodschap van vrede aanhoudt.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses parfois rassurantes, parfois un peu moins. J'entends les collègues parler de droit international et c'est très bien, c'est un rappel essentiel. Mais il faut, pour que le droit international continue à être cohérent, être aussi cohérent et plaider pour son respect, quel que soit le conflit, pas seulement dans certaines régions du monde. Il faut qu'on puisse plaider avec la même cohérence partout.

Monsieur le premier ministre, vous serez d'accord avec moi pour dire que la paix, la défense et la souveraineté ne peuvent être dissociées de la démocratie. Ici, ce n'est pas simplement une question de stratégie ou de chiffres, c'est aussi une affaire de vision. C'est de cette vision que je vous demandais de débattre ici. Je comprends parfaitement qu'à certains moments, certaines discussions doivent avoir lieu de manière discrète. Mais une de mes questions était de savoir si l'inflexion de notre engagement militaire – qu'il soit financier ou autre – nécessitait un débat démocratique approfondi et si vous alliez vous engagez à consulter notre Assemblée avant toute décision de grande ampleur. Je vous avais posé ces questions et je n'ai malheureusement pas eu de réponse. Si vous pouviez y répondre à un moment donné, ce serait bien.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses qui étaient très importantes. J'essayerai d'y répliquer mais deux minutes seront bien sûr insuffisantes. Il y a une chose avec laquelle je suis tout à fait d'accord et que je trouve très importante, c'est quand vous dites que la Belgique doit être inscrite dans le multilatéralisme et qu'elle doit être non alignée, avec une diplomatie qui ait sa propre voix et sa propre vision du développement industriel, dans le respect du droit international. Cette politique non alignée s'ouvrirait sur le reste du monde et ses géants, qu'il s'agisse des États-Unis, de l'Inde, du Brésil ou de la Chine. Sur ce sujet, je vous rejoins. En effet, le multilatéralisme garantirait un dialogue avec l'ensemble des peuples du monde. Vous avez parlé de continuer le dialogue constructif avec les Américains, mais cela devient compliqué maintenant que l'Europe découvre la violence de l'impérialisme américain, qui a toujours été aussi violent et agressif envers le reste du monde, sauf que l'Europe était du bon côté à ce moment-là. Maintenant qu'elle passe de l'autre côté du ring, nous ressentons la violence de l'impérialisme américain; cela se concrétise en Ukraine. Vous avez parlé du fait qu'il faut défendre, dans les accords de paix, les intérêts de l'Ukraine et de l'Union européenne. J'aimerais demander quels sont les intérêts de l'Union européenne. On pourrait croire, comme vous l'avez dit, qu'il s'agit de la défense du droit international ou de nos valeurs, mais je suis très sceptique par rapport au fait que ce serait notre seule motivation. En effet, le droit international n'est pas appliqué dans d'autres conflits comme lorsqu'Israël reste un allié privilégié de l'Union européenne ou que le Rwanda le soit resté jusqu'à très récemment. J'aimerais donc bien savoir quelles sont les motivations réelles. Pour les Américains, nous savons qu'il s'agit des minerais. Pour les Européens, s'agit-il de l'agriculture, des minerais? Ou d'autres éléments? J'ai du mal à croire que cela se limite au seul respect du droit international. Par contre, en ce qui concerne les 2 %, vous avez dit qu'on avait un retard à rattraper. Mais vous parlez comme si on n'avait jamais augmenté notre budget militaire auparavant, alors que de 2017 à 2024, on est passé quand même de 3,8 milliards à 7,4 milliards d'euros en termes de budget Défense. On a donc toujours augmenté notre budget Défense. Ces 10 dernières années, l'Europe a doublé son budget défense. Or on parle comme si on n'avait pas augmenté notre budget militaire. C'est juste qu'on ne l'a pas augmenté autant que les Américains le veulent. Et les 2 % dont vous parlez, c'est ce qu'exigent les Américains. D'un côté, on dit qu'il faut de l'autonomie stratégique et se protéger des Américains parce qu'ils deviennent agressifs et, de l'autre côté, on fait exactement ce qu'ils nous imposent et ce qu'ils nous demandent, en achetant en plus leurs propres armes, notamment les F-35. Il y a donc une incohérence totale dans ce discours-là. Même si je comprends les éléments que vous avancez, vous représentez dans votre discours l'ambiguïté européenne sur ces questions. Il serait bien de clarifier ces éléments de manière un peu plus concrète.

Trump, Netanyahu en België
Het standpunt van België met betrekking tot de erkenning van de genocide in Gaza
De demarche van België bij het ICJ over het genociderisico in Gaza
België, internationale politiek en genocidekwesties in Gaza

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 1 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België blijft vasthouden aan een diplomatieke tweestatenoplossing en een onmiddellijk staakt-het-vuren als prioriteit in het Israël-Palestina-conflict, maar vermijdt concrete stappen zoals sancties, een militair embargo of het opzeggen van het EU-samenwerkingsakkoord met Israël, ondanks herhaalde beschuldigingen van oorlogsmisdaden en genocide (gestaveerd door VN-experts, Amnesty International en massagraven van hulpverleners). De eerste minister ontwijkt juridische kwalificaties (genocide, medeplichtigheid) en verwijst naar rechterlijke instanties, terwijl hij de eerdere Belgische toezegging om te interveniëren bij het Internationaal Gerechtshof niet concreet maakt—wat kritiek uitlokt op dubbele standaarden (vs. Oekraïne) en passiviteit ondanks 50.000+ Palestijnse doden. Oppositie eist erkenningsacties (Palestijnse staat), sancties en stopzetting wapenexport, maar krijgt enkel vage diplomatieke beloftes.

Sofie Merckx:

Mijnheer de eerste minister, ik diende mijn vraag in, toen begin februari 2025 Trump Netanyahu uitnodigde naar het Witte Huis en hij stelde dat alle Palestijnen uit Gaza zouden moeten wegtrekken en de Verenigde Staten de controle over de Gazastrook zouden overnemen. Op 24 februari 2025 zat de heer Prévot dan weer met Israël aan tafel in het kader van de Europese Unie en verbond hij enige voorwaarden aan het samenwerkingsakkoord, zonder dat evenwel op de helling te plaatsen.

Intussen is de situatie geëvolueerd. Sinds 18 maart 2025 is de hel opnieuw losgebarsten voor de Palestijnen in de Gazastrook. Gisteren hebben wij allemaal de beelden gezien van de vijftien Palestijnse hulpverleners en reddingswerkers die een voor een waren vermoord door het Israëlische leger en in een massagraf waren begraven. Ook hun ambulances werden opgegraven. Nochtans was het duidelijk dat de slachtoffers gewoon hun uniform droegen en duidelijk herkenbaar waren als hulpverleners. Bovendien zijn er de voorbije dagen ook opnieuw 322 kinderen vermoord.

Welke misdaad moet Israël nog plegen vooraleer onze regering een duidelijk standpunt inneemt in de kwestie? Het gaat duidelijk om oorlogsmisdaden. De lijst van oorlogsmisdaden die Israël pleegt, is gewoonweg niet meer bij te houden.

Wat is het standpunt van de Belgische regering?

Ik was verbaasd, toen ik vanochtend de verklaring van de heer Prévot las dat de reactie van Israël niet langer proportioneel is. De vraag is echter of ze sinds 7 oktober 2023 ooit proportioneel is geweest. Er werden 50.357 Palestijnen vermoord. Er is nooit enige proportionaliteit geweest.

Wat is het standpunt van de Belgische regering tegenover het Europese samenwerkingsakkoord met Israël? Meent u niet dat wij het samenwerkingsakkoord eindelijk moeten opzeggen? Hoe staat u tegenover een militair embargo en economische sancties tegen Israël?

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, on pourrait vous adresser des questions sur la situation à Gaza tous les jours. Je souhaitais pour ma part vous interroger plus spécifiquement sur un aspect, à savoir celui de la reconnaissance d’un génocide.

Un nombre croissant de voix s’élève au sein de la communauté internationale pour qualifier la situation de génocide. Les enquêteurs indépendants des Nations Unies parlent d’actes constitutifs de génocide, notamment les mesures visant à entraver la naissance et la soumission d’un groupe à des conditions de vie destinées à entraîner sa destruction. Amnesty International affirme clairement qu’Israël a commis des actes interdits par la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide, avec une intention spécifique de destruction du peuple palestinien à Gaza, incluant un ciblage spécifique des femmes, des enfants et des maternités, l’utilisation de la famine comme arme de guerre, des déplacements forcés, des attaques aveugles, l’obstruction de l’aide humanitaire et des déclarations déshumanisantes des dirigeants israéliens. Tous ces éléments sont rassemblés par les ONG et sont documentés par des experts indépendants et des institutions judiciaires internationales.

Les récents événements à Gaza continuent malheureusement d’être particulièrement alarmants. Comme l’a évoqué ma collègue, hier encore, les corps de 15 secouristes, membres du Croissant rouge palestinien et des Nations Unies notamment, ont été retrouvés dans une fosse commune dans le sud de la bande de Gaza. Il s’agissait de travailleurs humanitaires tués alors qu’ils tentaient de porter secours aux blessés. Il s’agit ici encore d’une violation flagrante du droit international.

Face à ces constats graves, la Belgique ne peut pas se taire. Le journal De Standaard a d’ailleurs révélé la semaine dernière que toutes les déclarations de M. Prévot, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, au sujet de Gaza, devaient être approuvées par la tête du gouvernement.

Monsieur le premier ministre, la Belgique reconnaît-elle les éléments constitutifs du génocide en cours à Gaza, comme décrits par Amnesty International et les enquêteurs des Nations Unies? Quelle est la position officielle de notre pays sur cette qualification juridique? M. Prévot et vous-même partagez-vous une même position sur ce sujet? La Belgique entend-elle soutenir une enquête élargie de la Cour pénale internationale (CPI) qui inclurait le génocide? Quelles actions diplomatiques concrètes notre pays entend-il mettre en place pour faire respecter la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide?

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, le 11 mars 2024, la Belgique annonçait son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice (CIJ ) dans l'affaire opposant l'Afrique du Sud à Israël. Cette intervention, pleinement légitime et fondée sur l'article 63 du statut de la Cour, permet à tout État signataire de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide de se joindre à la procédure en tant qu'intervenant.

Depuis lors, plus d'un an s'est écoulé et, entre-temps, la situation a connu de nombreuses mutations et plusieurs États ont déjà transformé leurs déclarations en actes. Effectivement, plus d'une dizaine de pays ont déjà officiellement exprimé leur volonté d'intervenir devant la Cour internationale de Justice dans l'affaire Afrique du Sud contre Israël. Douze États ont déjà déposé une demande formelle auprès de la CIJ. Parmi eux, l'Espagne, pays européen, a soumis sa demande officielle le 28 juin 2024, démontrant ainsi une prise de position claire et concrète.

Pourtant, malgré son annonce assez précoce, la Belgique demeure au stade des intentions et notre absence d'action soulève de multiples interrogations. Dans le même temps, la Belgique a multiplié les échanges diplomatiques. Lors de la séance plénière du 16 janvier 2025, l'ancien ministre des Affaires étrangères, Bernard Quintin, déclarait attendre un échange avec le premier ministre palestinien dès le lendemain, suivi d'une rencontre avec son homologue égyptien le 20 janvier 2025. Ces initiatives traduisent un intérêt diplomatique pour la situation à Gaza et la procédure en cours devant la CIJ, mais elles ne s'accompagnent d'aucune avancée concrète sur l'intervention belge devant la Cour.

Face à ce que je considère comme une inertie, j'ai trois questions à vous poser, monsieur le premier ministre. Quelles démarches concrètes la Belgique a-t-elle entreprises depuis l'annonce de son intention d'intervenir devant la Cour internationale de Justice? Quels obstacles expliquent l'absence de demande officielle d'intervention? La Belgique entend-elle toujours aller au bout de cette démarche. Si oui, selon quel calendrier?

Bart De Wever:

Bedankt voor de vragen. Het is misschien een mooi moment om terug te komen op de replieken van daarnet over Oekraïne. Vele leden suggereerden toen dat wij selectief zouden zijn inzake het multilateralisme. We zouden ons voor Oekraïne wel beroepen op het internationaal recht, maar niet voor het conflict in het Midden-Oosten.

Je voudrais commencer par nier cela! Notre position par rapport aux évènements qui déchirent le Moyen-Orient est clairement formulée dans l’accord de gouvernement. Comme pour l’Ukraine, nous accordons une importance maximale au respect du droit international. Notre ministre des Affaires étrangères l’a expliqué.

In het regeerakkoord zult u ook heel duidelijk de verwijzing vinden naar het basisprincipe van wat het internationaal recht wenst, namelijk de diplomatieke en politieke oplossing voor het conflict. De vraag is dan welke voortrekkersrol met name de Europese Unie zou kunnen opnemen om via diplomatieke weg te komen tot die oplossing. Het betreft dan de tweestatenoplossing, waar deze regering zich achter schaart. Dat is de basis van de internationaalrechtelijke visie op het conflict tussen Israël en de Palestijnen. De parameters daarvoor zijn in het regeerakkoord opgesomd en moeten de leidraad zijn van het politiek handelen van deze regering. Laat dat heel duidelijk zijn. Op korte termijn is natuurlijk het staakt-het-vuren belangrijk.

Un cessez-le-feu est, à court terme, l’essentiel. C'est la priorité principale actuelle des efforts diplomatiques. Il s'agit d'arriver à un cessez-le-feu ainsi qu’à la libération des otages.

Dat is op korte termijn het belangrijkste waarop we nu moeten focussen, dat in het kader van de internationaalrechtelijk gewenste situatie die in het regeerakkoord heel duidelijk omschreven is.

Le premier objectif doit être de mettre fin au conflit actuel. Il serait judicieux d'éviter toute action susceptible de compliquer cette tâche.

En ce qui concerne l'évaluation de la qualification juridique des faits, comme le stipule l'accord de gouvernement, nous insistons sur l'importance fondamentale du respect du droit international, qui reste essentiel, dans ce domaine aussi, pour assurer une paix durable.

Il revient donc aux autorités judiciaires compétentes de mener l'enquête ainsi que de recueillir et qualifier les informations.

Sofie Merckx:

Mijnheer de premier, u hebt geen woord gezegd over de Palestijnse slachtoffers. U hebt geen woord gezegd over het feit dat daar 15 hulpverleners in een massagraf zijn gevonden. Dit is geen conflict tussen Israël en de Palestijnen, mijnheer de eerste minister. Het is een illegale bezetting van de Palestijnse gebieden die al tientallen jaren bezig is. Sinds 7 oktober is men daar bezig met het uitmoorden van een bevolking.

Hier is sprake van een risico op genocide, op zijn minst. Als wij de beelden vandaag zien, dan is dit gewoon onmenselijk. Het enige wat u zegt, is dat er een diplomatieke oplossing moet komen, maar Israël luistert niet naar diplomatie. Als wij ook geen actie ondernemen, dan zijn wij medeplichtig, dan is ons land medeplichtig.

Wij kunnen van alles doen. Wij kunnen ons aansluiten bij de klachten bij het Internationaal Gerechtshof, maar we kunnen ook de Palestijnse Staat erkennen. Andere landen zoals Spanje hebben dat gedaan. Wij kunnen sancties nemen. We kunnen er ook voor zorgen dat er vanuit de haven van Antwerpen geen duizenden kilo's aan militair materieel meer naar Israël worden verzonden, waardoor we ook nog eens extra medeplichtig zijn.

Mijnheer de eerste minister, ik ben gechoqueerd door uw antwoord.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je ne sais pas comment commencer cette réplique. J'ai beaucoup de respect pour vous et votre fonction mais la presque nonchalance avec laquelle vous répondez à peine à nos questions est assez incroyable et en total décalage avec la violence qui nous parvient de cette région.

Vous faites référence à l'accord de gouvernement à juste titre, avec le recours au droit international. Mais si on veut être honnête deux secondes, il y a des doubles standards. La rapidité et la fermeté avec laquelle vous et nous avons réagi face à l'invasion russe en Ukraine contraste cruellement avec votre nonchalance ici, avec votre prudence voire votre inertie lorsqu'il s'agit des violations graves commises dans les territoires palestiniens occupés. Je ne parle même pas des sanctions, puisque le mot apparaît peut-être une ou deux fois dans l'accord lorsqu'il s'agit des colons violents ou des responsables de l'occupation.

Vous ne dites pas quelles actions sont entreprises pour mettre en place un cessez-le-feu. Vous ne dites pas ce qu'on doit mettre en place pour faire respecter le droit international humanitaire. Vous n'avez pas une pensée pour les victimes. Vous ne répondez pas à ma question sur la différence d'opinion avec Maxime Prévot ni sur les actions juridiques entreprises. Je suis dès lors assez déçue et assez atterrée par la nonchalance avec laquelle vous répondez, monsieur le premier ministre.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, vos non-réponses sont en fait des réponses. Vous avez pris acte de la décision de la Belgique du 11 mars 2024 et, depuis, le temps s'écoule. Aujourd'hui vous êtes aux rênes de ce gouvernement, vous le présidez. J'ai vu tout à l'heure votre volonté par rapport à l'Ukraine et ici votre absence totale de volonté, votre passivité par rapport à ce qui se passe en Palestine. Donc je n'ai pas de calendrier par rapport à l'intervention de la Belgique devant la Cour internationale de Justice. Je n'ai pas de confirmation de la décision antérieure du gouvernement prédécesseur au vôtre. Je n'ai pas de confirmation de votre volonté d'aller avec l'Espagne et 12 autres États aux côtés de l'Afrique du Sud. Mais pendant ce temps-là, ce sont des dizaines, des centaines, des milliers de victimes civiles qui meurent en Palestine et, apparemment, ça ne semble pas provoquer chez vous beaucoup d'émoi.

Een mysterieuze ziekte in Congo
De uitbraak van een onbekende, dodelijke ziekte in de Democratische Republiek Congo
Onbekende dodelijke ziekte-uitbraak in Congo

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 1 april 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke nuanceert de uitbraak in Congo: de huidige epidemie (provincie Equateur) is geïsoleerd, anders dan de eerdere malaria-uitbraak in Kwango, en minimaal risico voor België door beperkt verkeer, maar monitoring blijft cruciaal. Geen verscherpte maatregelen (screening, quarantaine of reisadviezen) nu, maar aanpassingen mogelijk bij nieuwe inzichten via WHO/ECDC, met internationale samenwerking (experts, vaccins) als sleutel. Bury benadrukt waakzaamheid: ondanks afzondering zijn doden al gemeld, en onderschatting in vroeie fase kan gevaarlijk zijn. Paraatheid en opvolging blijven prioriteit.

Katleen Bury:

Mijnheer de minister, ik heb in december hierover reeds een vraag gesteld. De WHO heeft opnieuw alarm geslagen omdat er in de Democratische Republiek Congo meer dan 50 mensen in korte tijd zijn overleden. Hoeveel uitbraken van die onbekende ziekten zijn er tot op heden vastgesteld? Welke maatregelen worden genomen om de insleep van deze ziekte naar België te minimaliseren? Welke specifieke protocollen heeft België? Zijn er verscherpte maatregelen? Is er screening en quarantaine om de verspreiding tegen te gaan? Hoe ziet u de internationale samenwerking voor bijzondere ziekten, zeker in landen met zwakkere gezondheidssystemen zoals Congo?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Bury, misschien moet ik iets verduidelijken met betrekking tot uw vraag. Er was in december 2024 inderdaad een uitbraak van malaria binnen een context van ondervoeding in de gezondheidszone Panzi in de provincie Kwango. Het aantal doden als gevolg van deze epidemie is gedaald en is nu onder controle. De epidemie van onbekende oorsprong die nu echter woedt in de provincie Equateur is niet dezelfde epidemie. De provincie Equateur ligt op bijna 2.000 kilometer van Panzi en ook hier kunnen we niet concluderen dat de situatie verslechtert, dus dat is een zekere nuance.

Hoe groot acht ik de kans dat de ziekte overkomt naar ons land? De dorpen die momenteel getroffen worden door deze epidemie zijn extreem geïsoleerd, met een relatief beperkt verkeer van goederen en mensen, zelfs binnen de gezondheidszone van Basankuzu. Hoewel de kans nooit nul is, lijkt het ons daarom niet waarschijnlijk dat deze ziekte ons land zal bereiken. Tot nu toe zijn er geen gevallen gemeld buiten deze gezondheidszone of buiten de provincie Equateur.

Worden de reisadviezen aangepast? Afgezien van het feit dat er verschillende Belgische autoriteiten op de hoogte zijn gebracht van deze situatie, waaronder het Nationaal Crisiscentrum en de FOD Buitenlandse Zaken, zijn er momenteel geen plannen om het advies voor reizigers naar de Democratische Republiek Congo aan te passen of specifiek te maken. Uiteraard is het altijd raadzaam om in dit soort situaties de aanbevelingen van de lokale autoriteiten op te volgen.

U vroeg ook of we maatregelen overwegen om mensen die naar hier komen te monitoren. Het is momenteel niet aan de orde om andere maatregelen te nemen dan de epidemiologische en diagnostische evolutie van deze ziekte op te volgen. Het is uiteraard mogelijk dat we, afhankelijk van de informatie die we in de toekomst van onze contacten in de DRC, de WHO en het ECDC ontvangen, deze maatregelen moeten aanpassen. We zullen in dat geval niet nalaten de verschillende sectoren en ministeries te informeren.

Hoeveel uitbraken zijn er? Omdat de ziekte nog onbekend is, weten we niet hoeveel epidemische uitbraken er zijn geweest.

Kunnen we bijdragen? Wel, we hebben regelmatig contact met de lokale autoriteiten via de internationale kanalen van het ECDC, de WHO en het Early Warning and Response System, wat ons in staat stelt om relevante informatie en ervaringen met hen en met verschillende Europese partners uit te wisselen. Het is ook mogelijk om hulpbronnen te sturen, zoals experten van het ITG voor de malariaepidemie in Panzi of experten van het UZA voor de huidige ebolaepidemie in Oeganda. We kunnen ook hulpmiddelen en materiaal sturen, zoals onze donatie van vaccins tijdens de mpox-epidemie.

Katleen Bury:

Dank u wel, mijnheer de minister. Ik neem nota dat u enigszins gerustgesteld bent, omdat het in kleine, onbekende dorpjes gebeurt, maar er is natuurlijk wel een bezorgdheid. De informatie is immers toch bij ons geraakt, dus zo afgelegen zijn die dorpjes dan toch niet. We zien ook dat er verschillende doden zijn gevallen op korte termijn en we moeten altijd oppassen met onderschattingen in de beginfase. Het is dus goed dat u de situatie monitort. Paraatheid is zeer belangrijk. Het kan altijd heel snel gaan dat de ziekte toch tot bij ons komt, vandaar is waakzaamheid geboden. We volgen het verder op. De voorzitster : Vraag nr. 56003161C van mevrouw De Knop wordt uitgesteld.

De tijdelijke stopzetting van de toekenning van asielrecht in Polen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 27 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem dringt aan op onmiddellijke, drastische maatregelen zoals een asielstop en stopzetting van gezinshereniging voor erkende vluchtelingen, verwijzend naar Oostenrijk en Polen, en bekritiseert het gebrek aan actie ondanks hoge aantallen (40.000 asielzoekers, 60.000 gezinsmigranten in 2023). Minister Van Bossuyt wijst op structurele oplossingen (versnelde procedures, strengere regels, terugkeerbeleid) en relativeert de Poolse maatregelen als reactie op een geopolitieke hybride aanval, maar erkent de druk op België; Van Belleghem werpt haar dralen en gebrek aan concrete crisisactie voor, ondanks eerdere verkiezingsbeloftes. De discussie draait om de urgentie van harde migratiebeperkingen versus geleidelijke systeemhervorming binnen EU-kaders.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, zeggen dat België geconfronteerd wordt met massa-immigratie, is letterlijk en figuurlijk een open deur intrappen. Vorig jaar waren er 40.000 asielaanvragen en 60.000 gezinsmigranten, maar de deur blijft gewoon openstaan.

Dat staat in schril contrast met andere Europese landen. Kijk maar naar Oostenrijk. Daar werd twee weken geleden beslist om de gezinshereniging met erkende asielzoekers te stoppen. Kijk maar naar Polen. Daar werd gisteren een wet aangenomen en ondertekend om een asielstop in te voeren. Voor alle duidelijkheid, Polen telde vorig jaar 14.500 asielzoekers en beroept zich nu op een noodsituatie. Als iemand zich echter zou moeten beroepen op een noodsituatie, dan bent u het wel. Wij hebben misschien drie keer minder inwoners dan Polen, maar we hebben wel bijna drie keer meer asielzoekers dan Polen. We zijn al jaar en dag een bestemmingsland voor asielzoekers, een vestigingsland, dus wij moeten ons beroepen op die noodsituatie. We zouden de eersten moeten zijn die gezinshereniging voor erkende asielzoekers stoppen en die een asielstop invoeren, maar we staan erbij en kijken ernaar, als een zieke koe die kijkt naar een voorbijrijdende trein.

Mevrouw de minister, wanneer zult u maatregelen nemen om de instroom van asielzoekers in te dammen en de Oostenrijkse en Poolse voorbeelden te volgen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, als u beweert dat ik in de twee maanden dat ik deze functie bekleed nog niets zou hebben gedaan, bent u niet erg aandachtig geweest. U hebt mij er trouwens al vragen over gesteld, dus dat is voor uw rekening. Wij kunnen alleen maar weten dat we actie ondernemen.

De Poolse maatregel om asielaanvragen te blokkeren aan de grens met Wit-Rusland – want het gebeurt enkel daar, niet in het algemeen – is natuurlijk genomen in een zeer uitzonderlijke context. Polen deelt een grens van 400 kilometer met Wit-Rusland. Polen is sinds 2021 het doelwit van wat het omschrijft als een hybride aanval waarbij migratie wordt gebruikt, of eigenlijk misbruikt, door Rusland en Wit-Rusland, als wapen. Die situatie vormt volgens Polen een georganiseerde poging tot ontwrichting van de nationale en de Europese veiligheid.

Wij erkennen het belang van grensbescherming. Dat staat trouwens in het federale regeerakkoord. Zeggen dat de Poolse situatie te vergelijken is met de onze, is echter een denkfout. Wij kennen op dit moment niet zo'n geopolitieke aanval op ons territorium. Wij worden geconfronteerd met een andere migratiepolitiek. De hoge instroom van asielzoekers zorgt voor een ongeziene belasting van onze samenleving. Het is daarom goed dat de EU beseft dat we in die uitzonderlijke situatie zitten.

Dat is de reden waarom het federale regeerakkoord het strengste asiel- en migratiebeleid ooit omvat. We kiezen bewust voor structurele oplossingen. We investeren in snellere en efficiëntere asielprocedures. We scherpen de regels inzake gezinshereniging aan. We versterken ons terugkeerbeleid. We zetten volop in op samenwerking, Europees en internationaal. We respecteren daarbij de rechtsstaat. We gaan misbruik van het systeem tegen. We zetten in op een gecontroleerde migratiestroom.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, u doet mij denken aan een automatisch antwoordapparaat: "Ja, het is hier met Anneleen van de stad van licht en liefde. Ik ben er even niet, maar ik kom zo snel mogelijk met een pakket crisismaatregelen. Wanneer, dat kan ik niet zeggen. Voor al uw andere vragen verwijs ik naar het EU Migratiepact." Ik stel voor dat u die boodschap als voicemail instelt.

Mevrouw de minister, alle gekheid op een stokje, de maatregelen die wij vragen en die u enkele maanden geleden zelf nog vroeg, kunnen nu niet meer. Het Australisch model, de opt-out en de asielstop waren goed genoeg voor uw verkiezingspropaganda, maar niet voor het regeringswerk. U neemt de zorgen van onze mensen niet ernstig. Wij doen dat wel en we zullen dat altijd blijven doen, ook na verkiezingen.

Voorzitter:

Ik sluit hierbij de vragenronde af. We kunnen overgaan tot het wetgevend werk.

De toekomstige FOD Migratie en de onafhankelijkheid van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt verdedigt de hervorming van het CCE (hernieuwbare mandaten, geschreven procedures als norm) als efficiëntieverhogend en juridisch conform, met behoud van onafhankelijkheid door uniformere jurisprudentie en snellere asielbehandeling, maar De Smet blijft twijfelen aan de autonomie van het CCE en de compatibiliteit met grondrechten. Het toekomstige SPF Migratie bundelt enkel OE, CCE, CGRA en Fedasil, met focus op ketenaanpak.

François De Smet:

Madame la ministre, selon le Conseil du Contentieux des Étrangers (CCE) lui-même, son travail et ses objectifs pourraient être menacés par plusieurs mesures présentées dans l’accord de gouvernement.

D’une part, les juges seront nommés de manière renouvelable. Voilà qui paraît en contradiction avec la Constitution qui prévoit l’inamovibilité des magistrats. Voilà qui interroge aussi sur leur degré d’indépendance.

D’autre part, votre gouvernement souhaite "mettre un terme à la quantité et à la diversité complexe de procédures d’appel", ce qui se traduira par un recours quasi automatique aux procédures écrites, la procédure orale devenant l’exception. Ceci interpelle à juste titre le président du CCE, M. Oswald, qui rappelle que les instruments internationaux "prévoient qu’en principe chacun a droit à ce que sa cause soit entendue publiquement. Cette possibilité de recourir à une procédure écrite constitue donc une exception."

Enfin, le CCE est supposé intégrer le futur SPF Migration qui devrait regrouper également l’Office des étrangers (OE), Fedasil et le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA). Ceci interroge quand même sur la spécialisation de chacune de ces agences qui n’ont pas les mêmes fonctions: le CGRA, l’OE, le CCE a fortiori traitent par définition des mêmes dossiers, les uns s'occupant parfois de la recevabilité des autres, ou les uns constituant le degré d’appel des autres.

Madame la ministre, pouvez-vous garantir l’indépendance du Conseil du Contentieux des é trangers alors que ses juges seront intérimaires? Le recours à une procédure écrite généralisée est-il compatible avec les instruments internationaux et le respect des droits des personnes concernées? Comment le futur SPF Migration garantira-t-il l’autonomie des agences supposées traiter ces dossiers individuels en toute indépendance? Par ailleurs, ce SPF intégrera-t-il d'autres structures que celles citées jusqu'à présent (OE, CCE, CGRA et Fedasil)?

Anneleen Van Bossuyt:

Monsieur De Smet, je vous remercie pour votre question à laquelle j'ai déjà partiellement répondu précédemment. La réponse que je vais vous donner maintenant sera plus large.

Soyons clairs, nous ne voulons en aucun cas porter atteinte à l'indépendance du Conseil du Contentieux des Étrangers. Ce que nous voulons, c'est une plus grande unité de la jurisprudence et donc une plus grande sécurité juridique tant pour le demandeur, l'étranger, que pour le gouvernement. Ainsi, par exemple, lorsqu'il n'y a pas d'unanimité sur l'interprétation de la législation ou de la jurisprudence européenne, nous voulons donner au service de migration la possibilité de demander au CCE de se réunir avec l'assemblée générale et/ou les chambres réunies pour adopter une position uniforme.

Il devrait également y avoir plus de questions préjudicielles, à mon avis. Il s'agirait de questions adressées à la Cour de justice de l'Union européenne.

La décision de réformer les nominations avec des mandats de cinq ans renouvelables vise à améliorer le partage des connaissances et à assurer un pouvoir judiciaire évolué. Je me suis entretenue avec M. Oswald au sujet de la façon dont nous pourrions mettre en place un tel système, le CCE ayant déjà donné des pistes à explorer à cet égard.

Je n'interviens pas dans la prise de décisions individuelles du CGRA, par exemple, mais j'émettrai davantage de lignes directrices.

Les procédures écrites, avec la possibilité d'être entendu, sont déjà la norme aujourd'hui et n'ont pas pour but de limiter les droits des demandeurs d'asile, mais d'accélérer le temps de traitement des dossiers et d'éviter de surcharger les juges. Cela contribue à un traitement plus rapide et plus équitable des dossiers, ce qui est également plus humain pour le demandeur d'asile.

Les réformes proposées respectent la séparation des pouvoirs et sont conformes aux modèles internationaux. Comme dans d'autres pays européens où les unités chargées des migrations travaillent au sein d'administrations globales, le pouvoir judiciaire reste indépendant.

Les défis actuels en matière de migration exigent des politiques à la fois équitables et réalisables. Les mesures proposées servent à améliorer le fonctionnement du système sans sacrifier la sécurité juridique ou les droits fondamentaux.

Le SPF devra principalement promouvoir l'approche en chaîne. La forme des structures sera examinée en collaboration avec les services concernés.

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse, que nous allons analyser. Je prends en compte certains arguments, notamment l'unité de jurisprudence, qui est un vrai point, je le reconnais. Il reste à voir si, dans l'équilibre, les services concernés pourront préserver leur indépendance. Vous me confirmez par ailleurs qu’hormis les quatre structures que j'ai citées, le SPF Migration n'en réunira pas d'autres.

De daling van het aantal uitgezette illegale gedetineerden

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overbevolking in gevangenissen en dalende uitzettingen van illegale gedetineerden (van 1.511 in 2022 naar 1.261 in 2024) zijn rechtstreeks gelinkt aan de striktere uitvoering van korte straffen, waarbij vervroegde vrijlating moeilijker wordt en repatriëring vertraging oploopt door administratieve knelpunten en gebrek aan terugkeerakkoorden. Minister Van Bossuyt benadrukt dat de regering het aantal uitzettingen wil opvoeren via meer gesloten centra, extra terugnameakkoorden (gekoppeld aan visabeleid, handel en veiligheid) en betere samenwerking tussen Justitie en DVZ, maar een wetswijziging (bevoegdheid Justitie) is nodig om de vertraging door de externe rechtspositiewet aan te pakken. De Vreese hamert op versnelde tussenstatelijke overbrengingen (straf uitzitten in herkomerland) als meest efficiënte oplossing, maar wijst op capaciteitsgebrek bij de bevoegde dienst en pleit voor versterking ervan. De focus ligt op praktische afspraken met herkomstlanden om repatriëring vanaf detentie te vereenvoudigen.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, onlangs verschenen er heel wat artikels in de pers over de overbevolking in onze gevangenissen. Een thematiek die daarbij op de voorgrond trad, was het aantal gedetineerde illegalen, ongeveer 30 %, en de problematiek van hun repatriëring. Dat is blijkbaar een ongewenste bijwerking van de striktere uitvoering van de korte gevangenisstraffen tot drie jaar. Sinds de invoering van die wet is het aantal verwijderingen van gedetineerden gedaald van 1.511 in 2022 tot 1.261 in 2024.

Volgens de DVZ zijn de voornaamste oorzaken dat gedetineerden in onwettig verblijf vaker hun volledige straf uitzitten en het dus langer duurt vooraleer ze kunnen worden verwijderd. Sinds de uitvoering van de kortere straffen moet een rechter oordelen over de vrijlating in plaats van de gevangenisdirecteur en dat pas na een verzoek van de gedetineerde zelf. Rechtbanken zouden minder geneigd zijn om een vervroegde vrijlating toe te kennen en gedetineerden zijn minder happig om de procedure aan te vragen, in tegenstelling tot vroeger toen gedetineerden vervroegd werden vrijgelaten met het oog op onmiddellijke repatriëring. De wet op de externe rechtspositie werd op dat vlak heel strikt aangepast, waardoor gedetineerde illegalen voor geen enkele gunstiger strafuitvoeringsmaatregel in aanmerking komen. Zij kunnen enkel vervroegd vrijkomen als ze meewerken aan hun terugkeer en er een laissez-passer is.

Verder vormt ook de overbevolking van de gevangenissen een groot probleem. Door de verschillende noodmaatregelen zitten meer veroordeelden, gedetineerden in onwettig verblijf incluis, hun straf buiten de gevangenis uit. Daardoor is het moeilijker voor de DVZ om hen te verwijderen. De DVZ heeft immers schriftelijke toestemming en politiebijstand nodig om een woonst te betreden voor de repatriëring.

Bovendien, als iemand zijn straf thuis uitzit, wat primeert er dan? Het bestuurlijke, om die persoon terug te sturen naar zijn land van herkomst, of het feit dat hij strafrechtelijk zijn straf nog moet uitzitten? Daardoor ontstaan er vaak hallucinante situaties tussen de administraties en tussen justitie en de DVZ, bijvoorbeeld als iemand die zijn straf uitzit met een enkelband aangetroffen wordt op het grondgebied en de DVZ niet goed weet wat te doen.

Wat is uw standpunt met betrekking tot deze laatste ontwikkelingen en het perverse effect van de wet waardoor er minder gedetineerden illegalen worden uitgezet? Er lopen daarover gesprekken binnen de regering. Op welke manier kunnen wij dat aantal uitzettingen opkrikken? Welke opties zijn mogelijk en welke stappen zult u hiervoor ondernemen? Wanneer bent u hierover in overleg gegaan met uw collega-minister van Justitie? Welke stappen zult u ondernemen om meer terugkeerakkoorden met anderen landen te sluiten om de illegale criminelen rechtstreeks vanuit de gevangenis terug te sturen naar hun land van oorsprong?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw De Vreese, de gesprekken hierover binnen de regering zijn bezig. De regering heeft absoluut de intentie om het aantal gedetineerden in illegaal verblijf dat terugkeert te verhogen. Mijn departement zit samen met Justitie in de periodieke COTER-werkgroep (Coördinatie Terugkeer) om de concrete samenwerking op operationeel en strategisch vlak te bespreken. We willen de terugkeercijfers van illegale criminelen verhogen door het aantal plaatsen in gesloten centra te verhogen en door extra terugnameakkoorden te sluiten. Zoals het regeerakkoord voorschrijft, zullen we die terugnameakkoorden samen met andere departementen maken volgens de whole-of-government approach . Het is zeer belangrijk om op dit vlak met één stem te spreken. Inreisvisa, samenwerking inzake veiligheid en defensie en samenwerking inzake handel en economie zullen aan het sluiten van die terugnameakkoorden worden gekoppeld. Dat is een groot verschil met het verleden.

De vermindering van het aantal verwijderingen uit de gevangenissen betekent niet dat deze gedetineerden niet verwijderd zullen worden. Ingevolge de huidige wet op de externe rechtspositie van gedetineerden worden zij later verwijderd dan voordien mogelijk was. Als men dat wil aanpassen, dan is een wetswijziging noodzakelijk. Hiervoor verwijs ik naar de voor deze materie bevoegde minister, de minister van Justitie.

De Dienst Vreemdelingenzaken optimaliseerde de interne werking om sneller en meer te kunnen inzetten op de verwijdering van personen die aan het einde van hun straf zijn. Het DG Penitentiaire inrichtingen (DG EPI) en de DVZ houden regelmatig bilateraal overleg op operationeel en strategisch niveau om de samenwerking te optimaliseren. Tot slot, de tussenstatelijke overbrengingen van gedetineerden ressorteren ook onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.

Maaike De Vreese:

Bedankt, mevrouw de minister. Die tussenstatelijke overbrengingen, waarbij iemand in illegaal verblijf zijn straf uitzit in het land van herkomst, zijn eigenlijk de eerste stap die zou moeten worden gezet. Dat is eigenlijk dé manier om mensen al heel vroeg in het proces terug te krijgen naar hun land van herkomst. Dan komt de Dienst Vreemdelingenzaken daar zelfs niet meer aan te pas. Die dienst bestaat momenteel maar uit een beperkt aantal mensen. De minister van Justitie moet dus eens goed bekijken op welke manier die dienst versterkt kan worden en op welke manier die het meest efficiënt kan werken. Dat is namelijk een dienst die zeer veel kennis in huis heeft. Ook bij het onderhandelen over terugnameakkoorden en in de contacten is het zeer belangrijk dat die tussenstatelijke overbrengingen aan bod komen, zodat het gemakkelijker wordt om die mensen terug te laten nemen. U stelt dus een terechte prioriteit voor deze regering. Veel succes daarmee en hopelijk zien we die cijfers binnenkort opnieuw stijgen.

De migratiestop

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Vlaams Belang verdedigt zijn 116 maatregelen voor een migratiestop (inclusief Europese samenwerking en een *opt-out* voor lidstaten), ontkent dat dit een EU-exit vereist, en eist afschaffing van de gezinsherenigingsrichtlijn als sleutel tot migratiebeheersing. Minister Van Bossuyt wijst een totale stop af als onhaalbaar binnen EU-kaders, benadrukt Europese samenwerking voor asielbeperking en grenscontroles, en noemt VB’s voorstellen *niet nieuw* en *deels EU-strijdig*. VB repliceert dat richtlijnen moeten sneuvelen voor nationale autonomie, terwijl de minister vasthoudt aan hervorming binnen het EU-systeem. Kernconflict: soevereiniteit vs. Europese afhankelijkheid in migratiebeleid.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, in een interview met De Zondag verklaarde u geen migratiestop te willen, zoals het Vlaams Belang. U beweert dat zoiets alleen kan door uit de Europese Unie te stappen, maar wat u daar zei klopt helemaal niet. Een migratiestop, zoals het Vlaams Belang voorstelt, is niet gewoon één maatregel. Het zijn meer dan honderd maatregelen om immigratie te doen stoppen en om van immigratie terug de uitzondering te maken. Ik heb daar een boek over geschreven. Dat zijn 116 oplossingen: 10 op korte termijn, fundamenteel, meer Europees, en dan nog eens 106 maatregelen die nationaal kunnen worden genomen. Laat ons boek uitzonderingen toe? Natuurlijk, op elke regel zijn er uitzonderingen en bij immigratie is dat niet anders.

Waarom zegt u in De Zondag dat het Vlaams Belang eigenlijk uit de Europese Unie wil stappen? Hebt u ons boek Immigratiestop gelezen? Staan er volgens u oplossingen in die vereisen dat wij uit de Europese Unie zouden willen stappen? Volgens mij niet, maar vindt u dat wel?

Ik heb er ook geen probleem mee dat u mij of het beleid dat het Vlaams Belang voorstelt, bekritiseert. Ik vind het zelfs leuk om daarover te debatteren, maar zeggen dat wij uit de Europese Unie willen stappen om een immigratiestop te bekomen is een leugen. Waarom doet u dat?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, in uw vraag spreekt u zowel over een migratiestop als over een asielstop. Dat zijn natuurlijk twee verschillende zaken. U weet goed dat de verschillende voorgestelde maatregelen, zoals een volledige migratiestop, niet kunnen. Denk maar aan de gezinshereniging, waarvoor de Europese richtlijn duidelijke voorwaarden stelt en waarvan men niet volledig kan afwijken. Ook de uitwerking van de externe dimensie van het migratiebeleid houdt een verdere hertekening van de Europese regels in. Wie dat ontkent, is intellectueel oneerlijk.

U doet graag alsof u nieuwe voorstellen formuleert. Quod non. Daarnet is al gezegd dat jullie zaken van anderen hebben gepikt.

Ja, wij willen de asielstroom aan banden leggen. Ja, wij willen illegale migratie tegengaan. Denken dat men dat op eigen houtje kan doen, zonder Europese samenwerking, is natuurlijk wishful thinking.

U weet goed genoeg dat een regeerakkoord een compromis is. We zullen alle mogelijke verstrengingen in het Europese asiel- en migratiepact hanteren om de asielinstroom in te dijken. Ondertussen zullen we op Europees niveau samenwerken aan de verdere hervorming van het Europese asielsysteem, ook aan de externe dimensie van het migratiebeleid. Daar horen ook betere grenscontroles en een herziening van de terugkeerrichtlijn bij.

Francesca Van Belleghem:

Op ideeën rust er geen intellectueel eigendom. Als anderen een goed idee hebben dat wij steunen, dan kunnen ze dat voorstel gerust overnemen. Op die manier is samenwerking mogelijk en dat is eigenlijk hoe politiek zou moeten zijn. Ik geef u trouwens telkens erkenning als ik een idee goed vind.

Uit uw antwoord kan ik echter duidelijk afleiden dat u het boek Immigratiestop niet hebt gelezen, want voor die tien oplossingen op lange termijn streven wij ook naar Europese samenwerking. Wij streven naar een opt-out op het vlak van asiel en migratie, waardoor lidstaten zelf hun migratiebeleid kunnen uitstippelen. Wij zeggen echter ook dat Europese samenwerking met gelijkgezinde partners mogelijk moet zijn. Dat mag zelfs met landen buiten de Europese Unie zijn, zo staat in ons boek.

Een migratiestop is niet één maatregel. Het is ook geen druk op de rode knop waardoor alles wordt dichtgedraaid. Dat zou wel heel gemakkelijk zijn. Velen zouden al op die knop geduwd hebben.

Ik vind het echter een beetje oneerlijk dat u zegt dat hetgeen wij voorstellen tegen de Europese richtlijnen ingaat. Het is inderdaad ons standpunt om die Europese richtlijnen af te schaffen, of ze althans voor ons niet van toepassing te verklaren, zeker die gezinsherenigingsrichtlijn, die ervoor zorgt dat wij geen grip kunnen hebben op migratie. Er zal steeds heel veel gezinshereniging zijn en dat komt door die gezinsherenigingsrichtlijn. Ik hoop dat u afstand zult nemen van die gezinsherenigingsrichtlijn, want als u werkelijk grip wilt krijgen, dan schaft u die richtlijn af.

Voorzitter:

Vraag nr. 56003170C van de heer Troosters is zonder voorwerp.

De conclusies van de Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken inzake asiel en migratie
De Raad Justitie en Binnenlandse Zaken en de externe dimensie van het migratiebeleid
De Europese Raad en de terugkeerhubs
Europese migratie- en asielbeleid, externe dimensies en terugkeermaatregelen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (5 maart 2025) lag de focus op terugkeerbeleid (Syrië, Afghanistan), EU-grensbeheer (Schengen, Eurodac) en het EU-migratiepact, met als kernpunt dat grootschalige terugkeer naar Syrië nog prematuur is, maar lidstaten welwillend zijn om vrijwillige en gedwongen terugkeer te faciliteren via *go-and-see-missies* en financiële steun (cash-uitkeringen door gebrek aan lokale partners). België steunt een gecoördineerd EU-beleid, inclusief de hervorming van de terugkeerrichtlijn (2008 → verordening 2025) voor snellere procedures, maar concrete terugkeerhubs blijven omstreden door juridische bezwaren (o.a. socialisten) en praktische obstakels. Secundaire migratie (M-statushouders) en Afghaanse terugkeer (beperkt door talibanbeleid) werden bilateraal besproken met Frankrijk, Nederland en Denemarken, zonder directe EU-afspraken. Nationale plannen (noodplan opvang, migratiestrategie) moeten tegen 12 april bij de Commissie ingediend worden.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, op 5 maart 2025 kwam de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken bijeen. In het kader van die bijeenkomst zouden de ministers van Asiel en Migratie ook overleg plegen. Op de agenda stonden onder meer het EU-grensbeheer, de EURODAC-databank, Syrië en de Schengenevaluatie. Het was het uitgelezen moment om ook enkele andere dossiers aan te kaarten. Denk aan de terugkeerakkoorden en meer specifiek de gedwongen terugkeer van Afghanen in EU-context, alsook aan de problematiek waarbij migranten met M-status, ondanks dat ze reeds een internationaal beschermingsstatuut kregen in Griekenland, toch doorreizen naar ons land om hier nogmaals asiel aan te vragen.

Kunt u toelichting geven over de recente vergadering van de Raad? Wat waren de voornaamste conclusies?

Welke collega's hebt u gesproken en welke samenwerkingen zullen hieruit voortvloeien?

Welk standpunt hebt u ingenomen inzake de terugkeer van Syriërs? Welke stappen zal de EU hieromtrent nemen?

Op welke manier zullen er concrete stappen worden genomen om het terugkeerproces te verbeteren?

Wat is de jongste stand van zaken van de uitrol van het EU-migratiepact?

Welke stappen worden er genomen voor de gedwongen terugkeer van Afghanen in een EU-context?

Hebt u gesproken over de problematiek van de M-statussen? Hebt u hieromtrent extra afspraken gemaakt?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de minister, ik zal een korte versie brengen, gezien het vergevorderde uur.

Tijdens de vorige vragensessie gaf u aan dat de externe dimensie, waaronder de terugkeerhubs, een belangrijk agendapunt op de vergadering van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken zou zijn. In het korte verslag daarover vinden wij niets terug, maar dat kan aan ons liggen.

De Europese Commissie heeft ondertussen een nieuw pakket aan maatregelen voorgesteld voor een eengemaakt terugkeerbeleid. Wat was het Belgisch standpunt in de Raad over de terugkeerhubs? Hoe zijn de gesprekken over de terugkeerhubs tot een conclusie gekomen? Is het werken aan terugkeerhubs nog steeds een standpunt van de regering? Welke juridische en praktische obstakels ziet u bij het opzetten van terugkeerhubs in derde landen?

Wanneer wordt het nieuwe pakket maatregelen besproken in de Raad en wanneer wordt het Belgisch standpunt bepaald?

Hoe zal België tijdens de onderhandelingen garanderen dat de terugkeerhubs geen rechteloze zones worden?

Hoe verhoudt het eengemaakt Europees terugkeerbevel zich tot het terugkeercontract van de regering? Het gaat immers over twee verschillende instrumenten en ik zie niet in hoe zij compatibel zijn met elkaar, maar u zult mij dat uitleggen.

Francesca Van Belleghem:

Op 5 maart kwam de Raad van ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bijeen om verschillende migratiedossiers te bespreken, waaronder de zogenaamde terugkeerhubs. Op 11 maart werden die terugkeerhubs ook besproken in de Europese Commissie. Bovendien zouden ze zijn vermeld in de voorlopige tekst van de ontwerpverordening over het terugkeerbeleid.

Wat is het standpunt van de regering over de terugkeerhubs? Kunnen alle regeringspartijen zich in dat standpunt vinden of moet er nog naar een meerderheid worden gezocht? De totstandkoming van die terugkeerhubs vergt natuurlijk ook een meerderheid in het Europees Parlement, maar de socialistische leden zouden zich in het verleden al kritisch hebben uitgelaten over het principe van de terugkeerhubs. Vorige week maandag zou de socialistische fractie in een persbericht hebben laten weten dat de hubs geen deel kunnen uitmaken van de aanpak. Hebben de linkse partijen in de arizonaregering dezelfde bezorgdheden geuit?

Anneleen Van Bossuyt:

De vergadering van de Europese Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken was heel interessant en ik zal een vrij uitgebreid antwoord geven op uw vragen. Er werden daar heel belangrijke discussiepunten aangekaart en volgende conclusies vloeiden eruit voort.

Aangaande het grensbeheer en Schengen governance werden monitoring en aanpak van verschuivende migratiedruk, weerbaarheid tegen onrustwekkende hybride dreigingen en de verhoogde waakzaamheid ten opzichte van conflicten in het Midden-Oosten als belangrijkste prioriteiten benoemd.

Lidstaten legden hun focus bovendien sterk op verbetering van terugkeer in afwachting van het nieuwe terugkeervoorstel, dat ondertussen op 11 maart door de Europese Commissie werd gepubliceerd.

Aangaande het Entry/Exit System, Eurodac en algemene interoperabiliteit werd de geleidelijke en gecoördineerde implementatie doorgesproken en ook goedgekeurd

Wat de externe dimensie betreft, spitste de discussie zich toe op Syrië, waarbij de opties van go and see visits , waarover hier al vragen zijn gesteld, vrijwillige terugkeer en gedwongen terugkeer in het kader van openbare orde werden verkend.

We kunnen concluderen dat het nog te vroeg is voor grootschalige terugkeer, maar dat er wel een grote bereidheid is onder de lidstaten om terugkeer te faciliteren en dat ze nog van mening verschillen over de richting van de gecoördineerde Europese aanpak.

De Commissie en de internationale agentschappen werken samen om zo snel mogelijk pistes op tafel te leggen, op basis waarvan dan de discussie concreter gevoerd kan worden.

In de marge van de raadsvergadering heb ik bilaterale gesprekken aangeknoopt met enkele collega-ministers, namelijk van Luxemburg, Frankrijk, Nederland, Zweden en Denemarken. Ik heb ook informeel kennisgemaakt met Europees commissaris Brunner.

Intussen zijn we door verschillende collega's uitgenodigd het beleid verder bilateraal af te stemmen, waar we natuurlijk met veel plezier op zullen ingaan. De inhoud van de gesprekken ligt nog niet vast, laat staan de mogelijke samenwerkingen die eruit voort kunnen vloeien. Maar laat het duidelijk zijn, België steunt de gecoördineerde Europese initiatieven inzake de vrijwillige en de gedwongen terugkeer naar Syrië en Afghanistan.

Een zeer concrete stap was de publicatie op 11 maart van het voorstel tot herziening van de terugkeerrichtlijn van 2008. Om het Europese terugkeerbeleid te hervormen, deed de Commissie nu een voorstel tot terugkeerverordening, wat absoluut noodzakelijk is. België is al lange tijd voorstel van die hervorming, zeker omdat terugkeer de grote ontbrekende component was in het Europese Asiel- en Migratiepact. Het doel is te komen tot een snellere en efficiëntere terugkeer.

De meerderheid van de lidstaten heeft ondertussen zijn nationaal implementatieplan overgezonden naar de Commissie.

Collega De Vreese, u vroeg naar de stappen die ondertussen gedaan zijn met het oog op het Europese Asiel- en Migratiepact. België zal, zoals overeengekomen werd met de Commissie, zeer binnenkort een nieuwe versie van zijn nationaal implementatieplan sturen, waarin de nieuwe politieke richting zal worden weerspiegeld, en waarin duiding zal worden gegeven over het financiële aspect.

Ondertussen werken de lidstaten, inclusief België, aan hun nationaal noodplan inzake opvang en asiel, dat op 12 april aan de Europese Commissie overgezonden moet worden. Dat noodplan heeft als doel een weerbaarder opvang- en asielsysteem te creëren.

Tot slot starten de lidstaten met de uitwerking van hun nationale asiel- en migratiebeheerstrategie. Die strategie moet een omvattend en whole-of-governementbeleid inzake asiel en migratie beschrijven voor de komende vijf jaar.

De Commissie en de lidstaten zijn het eens over het belang van Eurodac voor een volledige en tijdige implementatie van het gehele pact. De Commissie roept de lidstaten dan ook op om nauw samen te werken met eu-LISA, het European Union Agency for the Operational Management of Large-Scale IT Systems in the Area of Freedom, Security and Justice.

Op Belgisch niveau wordt momenteel volop onderzocht hoe de technische en inhoudelijke aspecten van de nieuwe databank zullen worden uitgewerkt. België wordt, net als andere naburige landen, verhoudingsgewijs ten opzichte van het totaal aantal verzoeken om internationale bescherming, bijzonder zwaar getroffen door secundaire migratiestromen. In dat verband zien we de jongste jaren een tendens waarbij verzoekers om internationale bescherming al in een andere lidstaat een beschermingsstatus genieten. De toestroom van die personen, met M-status, die in feite in België geen nood hebben aan bescherming, aangezien zij die in een andere lidstaat genieten, verhoogt de dossierachterstand en draagt bij aan onze actuele opvangcrisis. Die problematiek kwam niet aan bod tijdens de ministerraad, maar werd wel aangekaart in het bilateraal overleg dat ik had met de Franse en Nederlandse ministers, die met gelijkaardige uitdagingen kampen.

Mijnheer Vandemaele, met het terugkeercontract zoals vervat in het regeerakkoord, beklemtonen wij de plichten die de te verwijderen derdelander heeft, vooral wat de samenwerking met de Belgische autoriteiten inzake de terugkeer betreft en verbinden wij sancties aan niet-medewerking. Die aspecten zijn reeds vervat in onze nationale wet betreffende het aanklampend terugkeerbeleid en zijn ook vervat in het wetgevend voorstel van de Europese Commissie.

Voor onze Belgische positie verwijs ik naar het regeerakkoord en naar het feit dat onze eerste minister reeds aan tafel zat met de zogenaamde gelijkgestemde partners, dus de migratierealistische landen. Naast het Europees asiel- en migratiepact zullen we pleiten voor een versterking van de externe dimensie van het migratiebeleid door meer en op verschillende manieren samen te werken met herkomst- en doorreislanden, alsook door andere nuttig geachte pistes te verkennen.

Wat de vrijwillige terugkeer naar Syrië betreft, Fedasil organiseerde dat al in eigen beheer. Sinds 17 maart jongstleden kan terugkeer ook worden georganiseerd via Frontex Application for Return. De terugkeerder ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 125 euro per kind. Momenteel is er geen re-integratiepartner aanwezig waarmee Fedasil samenwerkt, en ontvangt de terugkeerder 1000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. De samenwerking met een re-integratiepartner in Syrië is in voorbereiding.

Damascus is de enige luchthaven die open is. Indien de terugkerende persoon verder moet reizen in Syrië, is een bijkomende ondersteuning van 50 euro voor onwoard transportation mogelijk.

Voor de terugkeer dient de persoon in kwestie in het bezit te zijn van een geldig reisdocument. Dat kan een Syrisch paspoort zijn of een laissez-passer, uitgereikt door de Syrische vertegenwoordiging in Brussel. Die kan verlopen paspoorten verlengen door middel van een stempel, maar zij kan geen nieuwe paspoorten afleveren. Om een laissez-passer te verkrijgen, is in principe een boeking van een ticket nodig. Voor ieder vertrek worden de reisdocumenten ook doorgestuurd naar Emirates voor een dubbele check. Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer kan worden georganiseerd. Sinds 1 januari 2025 zijn 61 personen vrijwillig teruggekeerd naar Syrië.

Daarnaast organiseert Fedasil de vrijwillige terugkeer naar Afghanistan in eigen beheer. Sinds september 2021 is er geen vrijwillige terugkeer naar Afghanistan mogelijk via IOM. Dat kan alleen voor personen met een geldig paspoort. Het talibanregime aanvaardt niet langer de reisdocumenten die de ambassade in België verstrekt. Wij onderzoeken momenteel op welke manier wij de vrijwillige terugkeer toch kunnen organiseren.

De terugkerende persoon ontvangt een re-installatiepremie van 350 euro per volwassene en 150 euro per kind. Re-integratie in Afghanistan kan niet worden aangeboden door de twee partners van Fedasil. IOM heeft alle activiteiten met betrekking tot Afghanistan opgeschort. Caritas is niet aanwezig in Afghanistan.

De terugkerende persoon ontvangt 1.000 euro re-integratiesteun in cash en 500 euro per kind. Fedasil blijft de mogelijkheden verkennen om samen te werken met een re-integratiepartner in Afghanistan.

Fedasil onderzoekt dossier per dossier of een vrijwillige terugkeer mogelijk is. Momenteel zijn er niet veel aanvragen om vrijwillig terug te keren naar Afghanistan. Negentien personen keerden vrijwillig terug naar Afghanistan in 2024 met het programma voor vrijwillige terugkeer van Fedasil. Sinds 1 januari 2025 keerden twee personen vrijwillig terug. Er staan nog twee vertrekken gepland.

Voorzitter:

Dat was een volledig antwoord.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, uw antwoord was zeer volledig, waarvoor dank.

Matti Vandemaele:

Ik heb vandaag geleerd dat al mijn collega's boeken schrijven. Misschien moet ik ook maar eens een boek schrijven, bijvoorbeeld over het EU-implementatieplan, met als titel Hoe geraak ik eraan? . Dat zou een bundeling van al mijn uiteenzettingen tot nu toe kunnen zijn.

U zei dat de geüpdatete versie binnenkort verstuurd zal worden. Misschien is het een goed idee om die daarna ook met de parlementsleden te delen. Op de Europese Raad over de externe dimensie van migratie ging het dus voornamelijk over Syriërs en Afghanen. België moest nog geen standpunt innemen over de terugkeerhubs en ik veronderstel dat dat er ook nog niet is. Daardoor is de rest van mijn vraag zonder onderwerp. Ik zal u de vraag daaromtrent daarom later opnieuw stellen.

Francesca Van Belleghem:

U zou niet alleen het nationaal implementatieplan, maar ook het nationaal noodplan dat u tegen 12 april zult moeten indienen, aan het Parlement moeten bezorgen.

U hebt gezegd dat re-integratiesteun voor Syriërs en Afghanen cash wordt uitbetaald. Is het gebruikelijk om die steun contant uit te betalen? Ik dacht dat de uitbetaling van re-integratiesteun via partners verliep bijvoorbeeld in de vorm van hulp om een zaak op ge starten, en dat men niet gewoon flappen contant geld. Wordt de re-integratiehulp voor Syriërs en Afghanen uitzonderlijk cash uitbetaald bij gebrek aan partners?

Anneleen Van Bossuyt:

Dat klopt. De partners waarmee wij samenwerkten in die landen, waaronder IOM en Caritas, zijn daar niet meer.

Francesca Van Belleghem:

Dank u voor de verduidelijking.

Voorzitter:

Vraag nr. 56003362C van de heer Aouasti is zonder voorwerp. Vraag nr. 56003386C van mevrouw Van Belleghem wordt op haar verzoek uitgesteld. De vragen nrs. 56003389C en 56003399C van de heer Van Rooy worden op zijn verzoek uitgesteld.

Het migratiewetboek

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De timing voor het migratiewetboek (dat de vreemdelingenwet en opvangwet moet vervangen) is nog niet vastgelegd in de regering, ondanks het regeerakkoord, en minister Van Bossuyt prioriteert eerst de asielcrisis en EU-migratiepact-implementatie. Cd&V dringt aan op versnelling, maar Van Bossuyt benadrukt dat het huidige ontwerp niet regeerakkoord-conform is en fasegewijs moet worden aangepakt, wat veel tijd en werk vraagt. Concrete timing ontbreekt, hoewel codificatie en vereenvoudiging wel de bedoeling zijn. Van Belleghem (Cd&V) blijft kritisch op de chaotische huidige wetgeving en belooft verdere opvolging.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, hierover hebben wij daarnet al gesproken. Door de uiteenzettingen van de andere partijen in de meerderheid, is mijn vraag eigenlijk nog interessanter geworden. Dat vind ik zelf toch, of u dat ook vindt, dat laat ik aan u over.

In het regeerakkoord staat: "De eerste ministerraad bepaalt de termijn waarbinnen het migratiewetboek wordt voorgelegd." Daarnet stelde u dat het migratiewetboek er zal komen binnen enkele jaren, op lange termijn dus. Voor alle duidelijkheid, ik wil geen vivaldimigratiewetboek, zoals u al stelde. Maar het komt er dus op lange termijn. Cd&v pleitte er daarnet echter nog voor om het migratiewetboek op zeer korte termijn in te voeren.

Is er nu een akkoord binnen de regering over dat migratiewetboek? Werd die timing tijdens de eerste ministerraad voorgelegd? Zo neen, werd de timing al besproken tijdens een andere ministerraad? Welke ministerraad was dat dan?

Kunt u deze concrete timing, die ongetwijfeld afgesproken is, ook overmaken aan het Parlement? Graag kregen we dan een timing die iets concreter is dan binnen enkele jaren, op korte termijn of wat dan ook.

Zal het migratiewetboek er komen ter vervanging van de vreemdelingenwet en de opvangwet? Zal het er nog deze legislatuur komen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, tijdens de vorige mondelingevragensessie ondervroeg u mij reeds op een gelijkaardige manier over dit onderwerp. Ik ben er ook daarnet dieper op ingegaan.

Het is soms goed om terug te grijpen naar het verleden, maar ik kijk zelf ook graag naar de toekomst. Deze regering heeft een duidelijke visie op het migratiebeleid, met de doelstelling om de instroom te doen dalen, om op termijn het aantal opvangplaatsen te kunnen afbouwen en om het sluitstuk van het asiel- en migratieverhaal, namelijk de terugkeer, te optimaliseren.

De timing voor het migratiewetboek werd nog niet vastgelegd, maar ik zal daarvoor naar de ministerraad gaan. De focus van mijn diensten ligt momenteel op het beheren van deze asiel- en opvangcrisis en het nemen van crisismaatregelen om deze crisissituatie opnieuw onder controle te krijgen, aangezien dit manifest onhoudbaar is.

Ook mag niet vergeten worden dat we gebonden zijn door strakke deadlines voor de implementatie van het Europees asiel- en migratiepact. Ik heb daarnet nog een aantal data gegeven. Mijn prioriteiten liggen momenteel dus daar.

Het is inderdaad de bedoeling om alle wetgeving, zoals de opvangwet en de vreemdelingenwet, te codificeren en vooral te vereenvoudigen, echter wel met de voorziene beleidswijzingen.

Collega Mahdi zei daarnet dat het er daarom niet in één keer hoeft te liggen maar dat het ook in fases kan gebeuren. Het huidige ontwerp van migratiewetboek is niet conform het regeerakkoord. Ik kan me niet voorstellen dat u wil dat we dat zo snel mogelijk implementeren. Dat alles aligneren met het regeerakkoord en onze Europese verplichtingen zal ontzettend veel werk vergen van mijn administratie en van mijn kabinet. We zijn er echter mee aan de slag.

Francesca Van Belleghem:

Dank u wel voor uw antwoord. Ik ben blij dat u duidelijk geantwoord hebt dat de termijn voor het migratiewetboek niet tijdens de eerste ministerraad werd voorgelegd. Ik zal u natuurlijk blijven ondervragen over wanneer dit dan wel zal gebeuren. U kent me intussen al een beetje. Ik pleit niet voor een vivaldimigratiewetboek, maar wel voor duidelijke procedures. De Vreemdelingenwet is nu een chaotische boel. We moeten daar zo snel mogelijk van afstappen. Daarom pleit ik zo sterk voor een migratiewetboek. We zullen dit verder onderzoeken.

De overbrenging van Europese gedetineerden naar hun land

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het transfer en de identificatie van Europese gedetineerden in België: minister Van Bossuyt bevestigt dat EU-burgers wel degelijk traceerbaar zijn (346 gevallen in 2024) en na vrijlating worden teruggestuurd, maar transfers voor strafuitzitting vallen onder Justitie, niet onder het Vreemdelingenoffice. Dubois stelt vast dat de opmerking van de Brusselse procureur over ontbrekende data onjuist is en kondigt aan Justitie hierover te bevragen. Samenwerking tussen justitie, politie en het Vreemdelingenoffice wordt benadrukt als cruciaal voor efficiënte terugkeer van illegale gedetineerden.

Xavier Dubois:

Je vous remercie monsieur le président. Je vais faire mon possible pour que ma question soit courte et concrète.

Madame la ministre, ma première question concerne les détenus européens dans leur pays d'origine. Bien que ce sujet ait déjà été abordé dans le cadre de l'exposé, ma question vise à apporter un éclairage plus précis sur une intervention du procureur du Roi de Bruxelles, lors des débats sur la problématique des violences liées au trafic de drogue à Bruxelles.

Il a mis en avant qu'il n'existait pas une image précise du nombre de détenus ressortissants européens qui pourraient faire l'objet d'un transfert dans leur pays d'origine. Il rappelle que le cadre européen permet ce transfert offrant la possibilité aux détenus de purger leur peine dans leur pays d'origine. Il a également mentionné que les autres pays de l'Union européenne n'hésitent pas à transférer en Belgique les ressortissants belges condamnés à l'étranger.

Ce que ce que le procureur du Roi a dit est-il correct: n'y a-t-il pas la possibilité d'avoir une vision précise du nombre de citoyens européens dans nos prisons qui pourraient faire l'objet de ce transfert? Si c'est le cas, pourquoi et comment pourrait-on répondre à cette difficulté?

De manière plus concrète, concernant la lutte contre les trafiquants de drogue, quelle est la marge de manœuvre et la collaboration que l'Office des étrangers peut apporter, spécifiquement par rapport aux trafiquants d'origine étrangère?

Anneleen Van Bossuyt:

Monsieur Dubois, je vous remercie pour votre question.

L'éloignement des détenus en séjour illégal est une priorité absolue pour ce gouvernement. Nous travaillons en étroite collaboration avec la ministre de la Justice car une bonne coopération entre nos services est cruciale pour atteindre cet objectif.

Les ressortissants de l'Union européenne sont en général facilement identifiables, même lorsqu'ils sont détenus.

Si un transfert interétatique est impossible, ils sont renvoyés dans l' État membre compétent au moment de leur libération conditionnelle ou anticipée, voire à la fin de leur peine . En 2024, cela concernait 346 ex-détenus condamnés provenant d'un autre État membre.

Comme vous le savez, l'éloignement du territoire des détenus en séjour illégal relève d'une compétence partagée. D'une part, l'Office des étrangers organise l'éloignement après que la personne a été libérée par la justice. L'intéressé est libre dès son arrivée dans son pays d'origine. D'autre part, la justice organise l'éloignement du territoire des individus qui doivent encore purger leur peine dans leur pays d'origine. Ils restent privés de liberté et sont transférés en prison pour y purger le reste de leur peine.

Je suppose que la question posée par la procureure générale de Bruxelles concerne spécifiquement la compétence du ministre de la Justice, puisqu'il s'agit de transférer des détenus afin qu'ils poursuivent leur peine dans leur pays d'origine. Par conséquent, vous devriez plutôt vous adresser à ma collègue de la Justice. Je puis vous confirmer que l'Office des étrangers ne se heurte à aucun problème pour éloigner les détenus sans droit de séjour qui ont été libérés par la justice vers des pays tels que les Pays-Bas, l'Italie ou la France.

L'Office des étrangers entretient de bons contacts avec le parquet de Bruxelles ainsi qu'avec les services de police locaux et fédéraux. Une collaboration renforcée et un échange d'informations avec les parquets et les services de police ont également été inclus dans la circulaire 08/2023 du Collège des procureurs généraux. Si des ajustements sont nécessaires à cet égard, je veillerai à l'en informer.

Xavier Dubois:

Madame la ministre, je vous remercie de votre réponse. Tout d'abord, une information me rassure, puisque l'on peut quand même déterminer précisément combien de ressortissants européens se trouvent dans nos prisons. Dès lors, je m'étonne de la remarque du procureur du Roi. J'entends ensuite que cette question relève davantage de la compétence de la ministre de la Justice, étant donné qu'il s'agit en l'occurrence d'individus qui devraient encore purger leur peine dans leur pays d'origine. Par conséquent, je ne manquerai pas d'interroger la ministre en la matière. J'y reviendrai en fonction de la réponse que votre collègue aura apportée.

Alternatieve straffen en elektronisch toezicht
Het bereiken van de kaap van 13.000 gedetineerden
De beslissing van Vlaams minister Demir om in bijkomende enkelbandaansluitingen te voorzien
Alternatieve straffen, elektronisch toezicht en detentiebeleid in Vlaanderen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overbevolking in Belgische gevangenissen (nu 13.000+ gedetineerden, tekort van 6.000 plaatsen) leidt tot mensonwaardige omstandigheden en dreigt straffeloosheid door niet-uitgevoerde vonnissen. Minister Verlinden wil kortetermijnoplossingen (elektronisch toezicht voor straffen tot 3 jaar, 4.000 extra enkelbanden via Vlaanderen) maar benadrukt dat structurele aanpak (budget: 140 miljoen euro voor 2025, holistisch overleg met deelstaten) cruciaal is om net widening (meer gevangenen door alternatieven) te vermijden. Vlaams minister Demir kondigde eenzijdig 4.000 enkelbanden aan zonder federaal overleg, wat financiële en bevoegdheidsconflicten blootlegt—Verlinden bevestigt dat geen akkoord bestaat en wetgeving nog moet bepalen wie in aanmerking komt. Kritiek blijft op elektronisch toezicht als "gunst" (Dillen) versus volwaardig alternatief (Yzermans), terwijl langetermijnplannen (infrastructuur, strafrechtdebat) ontbreken.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, deze vraag heb ik al een tijd geleden ingediend en de actualiteit sinds maandag heeft mijn vraag dan ook wat ingehaald. Mijn ingediende vraag ging over het gegeven dat de overbevolking in onze gevangenissen voor mensonwaardige situaties blijft zorgen. Op het moment dat ik de vraag indiende, waren er volgens de cijfergegevens 12.380 gedetineerden, maar deze week is dat aantal al opgelopen tot meer dan 13.000. U had aangegeven dat u op dat vlak geen cadeaus hebt geërfd van uw liberale voorgangers, die ervoor hebben geopteerd om ook de zeer korte straffen effectief te laten uitvoeren, terwijl daarvoor in de gevangenissen geen plaats was. U riep terecht op om meer in te zetten op alternatieve straffen en om, voor de gevallen waarin dat veilig kan, ook meer gebruik te maken van elektronisch toezicht.

Het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht, dat onder de bevoegdheid valt van uw Vlaamse collega, mevrouw Demir, gaf aan dat het federaal probleem van de overbevolking niet naar de regio's moet worden doorgestuurd. Maandag gaf minister Demir echter toch aan om een aantal maatregelen te nemen.

Mevrouw de minister, hoe kijkt u daarnaar? Hoe beoordeelt u het antwoord van minister Demir? Hebt u ondertussen ook met haar overlegd? Wat hebt u samen precies afgesproken om dat probleem aan te pakken?

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, mijn vraag sluit daarbij aan. Ik wil de cijfers toch nog eens herhalen, omdat ze sprekend zijn. Volgens de recentste gegevens zijn er 13.018 gedetineerden, waarvan 267 grondslapers. Deze voormiddag hebt u die problematiek al benoemd en gezegd dat dat woord niet meer zal voorkomen in uw lexicon. Daar kijk ik kijk mee naar uit. Voorts zijn er 3.400 kortgestraften, de zogenaamde stock, en 713 penitentiaire verloven. Opgeteld resulteert dat in een tekort van 6.091 plaatsen, wat de overbevolkingsgraad niet op 17 à 18 %, maar eerder richting 55 % brengt.

U hebt noodmaatregelen aangekondigd, zoals het elektronisch toezicht, de enkelbanden voor straffen onder de drie jaar en de voorlopige invrijheidstelling voor gedetineerden die op zes maanden van het einde van hun straf zitten. Die noodmaatregelen tonen aan dat er op korte termijn een tussenoplossing moet komen, zoals u hebt gezegd, of bijna een noodplan, denken wij, om die aantallen in te dijken, aangezien er intussen bijna 1.000 gedetineerden bij gekomen zijn. Voor het perspectief worden ook de oude gevangenissen opengehouden, omdat het niet anders kan. U staat voor een enorm moeilijke taak.

De media melden dat de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen het getal van 1 miljard euro oppert. Vandaag is dat uiteraard utopisch, al zult u toch over grote bedragen moeten beschikken als u alle problemen zelfs maar gedeeltelijk wenst op te lossen.

De Centrale Toezichtsraad hekelt eveneens de idee van minister Demir om het elektronisch toezicht als tijdelijke maatregel uit te breiden totdat er voldoende bijkomende capaciteit beschikbaar is, omdat de raad vreest dat het net widening effect of het aanzuigeffect daardoor toeneemt. De Toezichtsraad zegt dat er geen tekort is aan gevangenissen, maar dat er te veel gevangenen zijn. Dat wordt een welles-nietesspelletje over de aanpak.

Wie de bijkomende enkelbanden door de uitbreiding van het elektronisch toezicht zal financieren, blijft onbeantwoord. Een gewestelijke minister spreekt over een financiering door de federale overheid. Hoe zult u dat aanpakken?

Ziet u het elektronisch toezicht als een volwaardig substituut, als vervangmiddel? Bij mijn bezoek aan het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht heb ik vastgesteld hoe het dragen van een enkelband een impact heeft, in die zin dat het in bepaalde gevallen echt wel op een gevangenis lijkt. Sommige beklaagden mogen niet naar buiten, zelfs niet hun eigen tuin in. Dat gaat verder dan de coronamaatregelen. Ik wens het elektronisch toezicht op dit moment niet goed te praten, maar ik vind het wel een volwaardig substituut. Wat vindt u daarvan?

Al die zaken vertel ik met het oog op een aanloop naar een evenwichtige aanpak, waarin zowel elektronisch toezicht als bijkomende infrastructuur nodig zullen zijn om de voorlopige ratio naar beneden te krijgen.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, maandag heeft uw Vlaamse collega van Justitie met heel veel poeha aangekondigd meer dan 4.000 bijkomende enkelbanden te zullen voorzien voor criminelen waarvoor er in de gevangenis geen plaats is vanwege de problematiek van de overbevolking.

Onze fractie vindt enkelbanden niet de oplossing. Voor veroordeelden tot een effectieve gevangenisstraf is het krijgen van een enkelband echt een gunst. Ik hoor collega Yzermans zeggen dat elektronisch toezicht nog erger is dan ten tijde van corona. Tijdens de coronapandemie hebben wij er echter niet voor gekozen om opgesloten te worden, terwijl het voor het elektronisch toezicht gaat om mensen die ervoor kiezen om strafbare feiten te plegen. Daarbij komt dat, vooraleer veroordeeld te worden tot een effectieve gevangenisstraf, men in dit land al wel wat moet uitspoken.

Collega Yzermans heeft al gewezen op de cijfers, dus ik zal ze niet herhalen. Het moet echter heel duidelijk zijn dat een straf ook daadwerkelijk dient te worden uitgezeten.

Mevrouw de minister, graag had ik wat meer toelichting bij de aankondiging van mevrouw Demir. Heeft er daarover overleg plaatsgevonden? Ik vond de communicatie van Vlaamse kant, die ook vanmorgen reeds aan bod kwam, immers heel opmerkelijk. De Vlaamse minister van Justitie had duidelijk kritiek aan uw adres. Als er overleg heeft plaatsgevonden, welke krijtlijnen werden daarin dan besproken en welke beslissingen werden er genomen?

De Vlaamse minister van Justitie heeft aangekondigd 4.000 enkelbanden te zullen aankopen. Welke veroordeelden zullen daarvoor in aanmerking komen? Die beslissing komt immers niet de Vlaamse minister toe.

Hebt u kennis van een termijn binnen dewelke die enkelbanden kunnen worden geïnstalleerd? Zullen die personen ook worden opgevolgd? Moet er daarvoor extra personeel worden aangeworven? Die opvolging en dat extra personeel zijn weliswaar niet uw bevoegdheid. Is er een stappenplan afgesproken met de Vlaamse minister van Justitie?

Wat betreft de financiering, ik vind het heel gemakkelijk om met veel poeha 4.000 extra enkelbanden aan te kondigen, terwijl het federaal niveau die aankoop dan maar moet betalen. Mevrouw Demir is echter niet geplaatst om te beslissen over de portemonnee van de federale minister van Justitie. Ook daarover krijg ik graag duidelijkheid.

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Hecke, mijnheer Yzermans, mevrouw Dillen, de ambitie van deze regering, zoals vorige week en ook vanochtend nog besproken, is zeer duidelijk. Alle straffen die door een rechter worden uitgesproken, moeten effectief en ook op kwalitatieve wijze worden uitgevoerd. Zo staat het in het regeerakkoord. Dat is de ambitie, maar dat is inderdaad minder gemakkelijk gedaan dan gezegd. De prangende problematiek van de overbevolking bemoeilijkt niet alleen de humane detentie, maar sinds enkele maanden ook de effectieve uitvoering van gevangenisstraffen.

Het is geen geheim dat ik op korte termijn maatregelen wil nemen om de overbevolking in onze gevangenissen terug te dringen met het oog op het uitvoeren van de opgeschorte straffen en ook het terugdringen van straffeloosheid. Ik wil daarvoor inderdaad meer inzetten op elektronisch toezicht voor korte straffen, tot en met drie jaar, om ervoor te zorgen dat de massale straffeloosheid, die is gecreëerd door de inwerkingtreding van de wet houdende externe rechtspositie, een halt toe te roepen.

Die maatregelen worden momenteel besproken, zowel binnen de regering als met de deelstaten. Ik heb voor het eerst sinds lang het initiatief genomen om de deelstaten mee uit te nodigen, om te kijken naar die holistische benadering. We zullen immers iedereen nodig hebben om het probleem van de overbevolking op te lossen en om samen te bekijken wat mogelijk is.

Momenteel is er nog geen akkoord over de maatregelen. In Vlaanderen is men alvast, zo blijkt uit de communicatie van de minister in de pers maandag, bereid om de straffen in elektronisch toezicht uit te voeren, waarvoor klaarblijkelijk 4.000 bijkomende enkelbanden zullen worden voorzien. De precieze voorwaarden daaromtrent en het concrete plan van aanpak zullen met de deelstaten, maar ook met het OM en de penitentiaire administratie worden besproken. Dat plan moet verhinderen dat er een plotse onbeheersbare instroom komt van veroordeelden die onder elektronisch toezicht moeten worden geplaatst, omdat elk dossier uiteraard ook opvolging verdient.

Mevrouw Dillen, bij wet zal worden bepaald wie in aanmerking kan komen voor die maatregelen. De bijzondere wet met betrekking tot de zesde staatshervorming is duidelijk: de federale overheid bepaalt de opdrachten die de justitiehuizen of de andere diensten van de gemeenschappen uitoefenen in het kader van de gerechtelijke procedure of de uitvoering van gerechtelijke beslissingen.

Collega Yzermans, er zijn mij geen specifieke stappen bekend van de Centrale Toezichtsraad ten aanzien van de premier. De Centrale Toezichtsraad is een autonoom en onafhankelijk controleorgaan en het komt mij als minister niet toe om een standpunt in te nemen betreffende de adviezen van dat orgaan.

Ik deel echter wel de bezorgdheid van de Toezichtsraad dat de maatregelen die we nemen om de overbevolking aan te pakken geen aanzuigeffect mogen hebben of tot een net widening mogen leiden. U merkt terecht op dat die ongewenste gevolgen heel vaak worden vastgesteld. Een debat ten gronde over het strafrechtelijk beleid en het strafuitvoeringsbeleid als sluitstuk van de strafrechtketen is inderdaad vereist als we de overbevolking structureel willen aanpakken. Ik zie het als een zijsprong.

Ik ontmoette gisteren een homoloog uit de UK, waar het strafbeleid eveneens wordt geanalyseerd, precies vanuit dezelfde overwegingen. Wat is een gepaste straf om ons strafrecht te doen naleven?

Voor onder meer de aanpak van de overbevolking en de strijd tegen de georganiseerde en drugscriminaliteit heb ik inderdaad een bijkomend budget gevraagd. Ik heb die taskforces, zoals we vanochtend bespraken, ook in het leven geroepen, precies om heel concreet de uitvoering van het regeerakkoord mogelijk te maken en de stappen daarvoor voor te bereiden. Dat gaat gepaard met een bijkomende investering, die noodzakelijk is om in capaciteit te voorzien in de gevangenis- en detentiehuizen voor de geïnterneerden, maar ook voor de terugkeer van de niet-Belgen in onze gevangenissen. Het bedrag dat we nu voor 2025 hebben genoemd, is 140 miljoen euro, maar dat zeg ik onder voorbehoud van de verdere bespreking in de regering.

Stefaan Van Hecke:

Mevrouw de minister, uit uw antwoord meen ik af te leiden dat er nog geen overleg heeft plaatsgevonden sinds de aankondiging van mevrouw Demir maandag. Heb ik het correct?

Annelies Verlinden:

Ik heb haar niet gehoord, maar er zijn wel werkgroepen waarbij ook de deelstaten betrokken zijn.

Stefaan Van Hecke:

Wij hebben haar wel allemaal gehoord op de radio. U hebt haar ongetwijfeld ook gehoord, maar dan niet in een persoonlijk gesprek. Dat zegt veel.

Alain Yzermans:

Een holistische benadering klinkt zeer waardevol. Dat is inderdaad het te bewandelen pad wanneer we gaan voor een en-enreflex op alle niveaus.

De overbevolking leidt tot onhoudbare spanningen tussen personeel en gevangenen, soms met geweld tot gevolg, ook buiten de muren. Ze zorgt ook voor spanning tussen het personeel en soms tot demotivatie. Overbevolking kan eveneens leiden tot extern geweld. Als het probleem niet wordt aangepakt, dreigt een ernstig drama.

U wilt op korte termijn de druk wat wegnemen, maar dat is een plan voor de korte termijn. Ik had graag van u zo snel mogelijk – misschien bij de voorstelling van uw beleidsnota - een globaal plan dat de overbevolking op korte, middellange en lange termijn moet wegwerken, gekregen, zodat we een duidelijk beeld krijgen van de aanpak van de overbevolking op de verschillende niveaus.

Op middellange termijn is overleg met Vlaanderen zeker nodig, misschien via een brede rondetafelconferentie, om met alle actoren tot afspraken te komen voor de hele strafrechtketen.

Ik wil ook een duidelijk beeld van de financiële mogelijkheden voor zowel de kleine gedifferentieerde aanpak als de infrastructuur op lange termijn. We moeten in dat verband onderzoeken hoe we de bestaande gevangenissen die toe zijn aan herstellingen, kunnen opwaarderen.

Collega Dillen, ik vergelijk de situatie van de gedetineerden onder elektronisch toezicht helemaal niet met die onder de coronacrisis. Ik zeg alleen dat tijdens de coronacrisis iedereen binnen zat. Een enkelband kan onder bepaalde voorwaarden goed functioneren als bewakingsmiddel. Voor slechts 3 % van de enkelbanden is er sprake van uitval. In 97 % van de gevallen zorgt het elektronisch toezicht via de enkelband voor resultaat. In goede omstandigheden kan de enkelband dus een goed substituut of een aanvulling zijn. Het gaat inderdaad dus over een en-enoplossing.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, het is belangrijk om snel een planning aan onze commissie voor te stellen. Wat plant u op korte, middellange en lange termijn? U vindt de uitvoering van gevangenisstraffen zeer belangrijk om straffeloosheid tegen te gaan. Ik volg u daar volledig in. Men moet echter al aardig wat hebben uitgespookt om in dit land tot 3 jaar celstraf te worden veroordeeld. Zo'n straf wordt niet zomaar opgelegd. Het is dus een brug te ver om aan al die gedetineerden d'office de gunst van het elektronisch toezicht te geven. Collega Yzermans, in de praktijk moeten de gedetineerden met een enkelband 24 op 24 uur moeten binnenblijven. Velen onder hen krijgen voorwaarden en mogen overdag gaan werken. Ik geef daar voor alle duidelijkheid op zich geen kritiek op. In de praktijk is het dus niet zo dat zij tussen vier muren zitten gekluisterd. Mevrouw de minister, uw antwoord is bijzonder opmerkelijk na de uitvoerige communicatie van Vlaams N-VA-minister Zuhal Demir. Zij doet grote aankondigingen in de media. U hebt werkgroepen die rond de problematiek werken, maar het is toch erg bizar dat de Vlaamse minister van Justitie de media daar luidkeels over informeert, zonder met u daarover overlegd te hebben. Dat zegt bijzonder veel.

Het staakt-het-vuren in Gaza en de erkenning van Palestina
De genocide in Gaza
Gaza
De aanvallen in Gaza
De schending van het staakt-het-vuren in Gaza
Geweld en mensenrechten in Gaza

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 20 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU worden scherp bekritiseerd voor hun passiviteit tijdens het Israëlisch geweld in Gaza, waar in 48 uur 1.000+ doden vielen, waaronder veel burgers, ondanks een zogenaamd staakt-het-vuren dat nooit effectief was. Parlementsleden eisen concrete sancties (wapenembargo, opschorting EU-associatieakkoord, boycot nederzettingsproducten) en erkenning van Palestina, maar minister Prévot benadrukt enkel juridische procedures (steun aan ICJ) en ontkent België’s betrokkenheid bij wapenleveringen—wat tegenstanders ontkrachten met bewijs van massale wapentransits via Antwerpen. De kernvraag blijft: waarin schuilt de drempel voor daadwerkelijke druk op Israël, terwijl genocide-aantijgingen (ICJ, Amnesty) en systematische schendingen van internationaal recht ongestraft blijven? Woede overheerst over dubbele standaarden (vs. sancties tegen Rusland/China) en het falende morele leiderschap van Europa.

Christophe Lacroix:

Je pense que tout le monde y a cru et l'a espéré. C'est mon cas et je pense celui de nous tous. Monsieur le ministre, un cessez-le-feu n'est pas un accord de paix.

En 48 heures, la machine de guerre infernale du gouvernement israélien et de Netanyahu a encore très durement frappé: 970 morts. Nous sommes 150 dans cette Assemblée. C'est donc six fois cette Assemblée en 48 heures! Imaginez-vous: nous remplissons six fois l'assemblée et c'est vide en 48 heures! Nous n'existons plus!

La spirale infernale a repris de plus belle: des enfants, des femmes, des vieillards, des civils. Les opérations militaires israéliennes totalement disproportionnées, indiscriminées s'emballent à nouveau, les bombes éclatent. Les soldats entrent dans ce minuscule territoire dont il ne reste pratiquement rien, ce territoire en deuil, ce territoire à l'agonie. Israël pousse le cynisme à utiliser l'eau et la nourriture comme arme de guerre et continue de bloquer l'aide humanitaire. Le droit international est bafoué de manière systématique, et j'oserais même dire de manière systémique, dans le chef du gouvernement israélien.

En Cisjordanie occupée, la plus grande déportation forcée depuis le début de l'occupation israélienne est en cours. Voulez-vous savoir pourquoi monsieur le ministre? Parce qu'avec Donald Trump, Netanyahu a carte blanche pour briser la trêve en toute impunité et parce que l'Europe et la communauté internationale – malgré des voix courageuses comme celles de l'Espagne, de l'Irlande, de la Norvège, de la Slovénie ou même de l'Arménie – n'osent pas aller à l'encontre de cette volonté hégémonique et annexionniste d'Israël.

Monsieur le ministre, pourquoi vous faut-il encore plus pour reconnaître la Palestine en tant qu'État? Qu'attendez-vous aujourd'hui comme prémices (…)

Peter Mertens:

Mijnheer de voorzitter, collega's, Israël heeft de voorbije 48 uur de poorten van de hel opnieuw opengezet. Ik heb beelden gezien. Ik heb een dode baby gezien in haar t-shirt met een regenboog op. Ik heb de moeder gezien die voor de laatste keer door de paardenstaart van haar dochter gaat die dood is. Ik heb een dode peuter gezien met een bebloed t-shirt met daarop Mickey Mouse. 900 mensen werden afgeslacht. Mensen, kinderen, jongeren, mama's, papa's, broers en zussen.

Mijnheer de minister, wat is eigenlijk een staakt-het-vuren tijdens een genocide? Wat is dat? Het moorden hield nooit op. Het stelen van grond hield nooit op. Het slopen van woningen hield nooit op. Weet u hoeveel Palestijnen vermoord werden in die periode van zogenaamd staakt-het-vuren? 150. Nog voor dit bloedblad. Weet u hoeveel Israëli's er vermoord werden? Een, een aannemer. Hij werd vermoord door het Israëlisch leger omdat men dacht dat hij een Palestijn was. Dat is de realiteit van vandaag. Er is geen staakt-het-vuren tijdens deze genocide.

Ik vraag mij af hoeveel misdaden er nog moeten gebeuren vooraleer u echt optreedt. Het gaat dan niet over het op het matje roepen van de ambassadeur. Het gaat over het uitwijzen van deze ambassadeur uit België. Het gaat over het uitwijzen van een genocidaal regime hier uit België.

Het is niet alleen met de carte blanche van Donald Trump dat Netanyahu optreedt, hij heeft ook een carte blanche van deze Europese Unie, die akkoorden blijft sluiten met Netanyahu. Het is een schande. Maak een economisch embargo tegenover deze genocidale staat. En maak eindelijk ook een wapenembargo, zodat gestopt wordt met onze wapens een genocide aan te richten.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, depuis lundi, Gaza est à nouveau sous un déluge de bombes. Des centaines de morts en plusieurs heures, de nouvelles familles entières piégées sous les décombres, des civils bombardés en pleine nuit, en plein ramadan, en plein cessez-le-feu. Après des mois de famine et de bombardements, après des années de siège sans eau ni électricité et une aide humanitaire bloquée, après la promesse brisée d'une trêve, ce sont des civils encore et toujours qui paient le prix de l'inaction internationale, de notre inaction qui devient complice et coupable. Cela vient alourdir un bilan tout simplement glaçant: on ne compte plus les dizaines de milliers de morts.

Israël viole toutes les règles du droit international en toute impunité. La Cour internationale de Justice (CIJ) a ordonné des mesures conservatoires pour prévenir un génocide. Israël les ignore. L'Union européenne a rappelé que le respect des droits humains est une condition de son accord d'association avec Israël mais cela n'a aucune conséquence. Les produits des colonies sont interdits par une résolution de l'Organisation des Nations Unies (ONU) mais continuent à être commercialisés.

Monsieur le ministre, quand la Belgique va-t-elle enfin appliquer réellement ses engagements? Quelles sanctions notre pays est-il prêt à prendre et à défendre au sein de l'Union européenne? Va-t-on enfin suspendre l'accord commercial avec Israël? Va-t-on cesser d'importer des produits issus des colonies?

Le droit international ne peut pas être un principe à géométrie variable. Or, on voit beaucoup trop de deux poids, deux mesures. Si on veut être crédibles sur la scène internationale, nous devons agir et vite. Monsieur le ministre, quelles actions, quelles sanctions et quelles pressions concrètes la Belgique est-elle prête à prendre et à exercer pour que ce drame et ce génocide cessent enfin?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, hebt u zich ooit al eens gewassen met producten uit bezette gebieden? Als nieuwjaarscadeau kreeg ik een pakketje van de Israëlische ambassade met AHAVA-verzorgingsproducten. Zoek dat maar eens op. Die producten worden geproduceerd in de illegale nederzettingen. Het is heel duidelijk dat we van de Israëlische regering geen normbesef meer moeten verwachten.

De oorlog is opnieuw begonnen. Twee miljoen Gazanen worden al weken in een wurggreep gehouden, zonder toegang tot voedsel, water en elektriciteit. Om zijn eigen hachje en dat van zijn regering te redden, schiet Netanyahu eigenhandig het vredesakkoord aan flarden. Keer op keer moeten Gazaanse ouders hun dode kinderen begraven. Keer op keer veegt Israël zijn voeten aan het internationaal humanitair recht. Keer op keer wordt elke stap richting een duurzame vrede opgeblazen. Zelfs het lot van de gijzelaars lijkt de Israëlische regering koud te laten.

De wereld kijkt machteloos toe. Halfslachtige veroordelingen volstaan niet meer. Het is tijd voor actie, ook van u, ook van ons land, ook van de Europese Unie. Voor mijn partij is het klaar en helder: schort nu toch dat Europese associatieakkoord op. Neem sancties tegen oorlogsmisdadigers en verbied producten uit illegale nederzettingen. Europa moet het voortouw nemen.

Mijnheer de minister, wat zult u doen om een vuist te maken tegen Netanyahu's vernietigende overlevingsstrategie? Wat zult u doen om het Europese handen wassen in onschuld eindelijk te doorbreken?

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, het was gewoon bullshit. Alle mooie woorden over vrede, de bescherming van gijzelaars, een nieuwe en betere toekomst voor de Palestijnen… het was allemaal bullshit. Iedereen die daar nog aan twijfelt, wordt vandaag keihard met de neus op de bloederige feiten gedrukt. Alweer zijn er meer dan 1.000 doden gevallen: vrouwen, kinderen, mensen die in feite de pech hebben om op de verkeerde plek te zijn geboren.

Vergis u niet, Israël is geen gewone democratie meer, maar wel een land waar extremen aan de macht zijn gekomen en waar mensenrechten niet meer lijken te tellen. We hebben het hier in dit halfrond al vaak gehad over mensenrechten en het belang ervan. Dat is goed, maar is er iemand die echt gelooft dat de Trumps, Poetins en Netanyahu's van deze wereld daarvoor terugdeinzen? Zal dat het verschil maken? Ik denk het niet. Ze lachen ermee.

Voor Vooruit is het duidelijk dat we vandaag voor een fundamentele keuze staan. Mijnheer de minister, gaan we samen met Europa een echt front vormen en opkomen voor de onschuldige slachtoffers of blijven we aan de kant staan en kijken we weg?

Mijnheer de minister, ik vraag u vandaag geen mooie woorden, ik vraag concrete acties. Wat kunnen we doen om aan de kant van het goede te staan? Wat kunnen we doen om voor de onschuldige slachtoffers in Gaza op te komen?

Maxime Prévot:

Monsieur le président, chers collègues, soyons clairs: la nouvelle escalade de la violence au Proche-Orient est totalement inacceptable. J'ai maintes fois appelé au respect du cessez-le-feu et du droit international humanitaire, et voilà ce à quoi nous sommes à nouveau confrontés. J'ai condamné publiquement la reprise des attaques par l'armée israélienne, et fait peu fréquent, j'ai demandé à voir, hier, l'ambassadrice d'Israël pour lui faire part de mon indignation et de mon incompréhension.

Mon incompréhension, d'abord, quant au momentum . Nous nous attendions tous à pouvoir passer à la phase 2 de l'accord. Cette optique était renforcée par le récent plan arabe mis sur la table, qui a été accueilli très favorablement, notamment par nous. L'accord avait jusqu'ici permis un cessez-le-feu et avait permis à de nombreux otages de retrouver leur famille. L'aide humanitaire parvenait enfin à nouveau aux femmes et aux enfants de Gaza.

Het blokkeren van humanitaire hulp door Israël sinds 1 maart is een ernstige schending van het internationaal humanitair recht. De toegang tot voedsel, water, elektriciteit en gezondheidszorg verhinderen is duidelijk onaanvaardbaar.

Et mon indignation, ensuite et surtout, quant au principe même de ces attaques, coûtant la vie à de nombreux Palestiniens, à des membres du personnel de l'ONU et mettant – paradoxe! – en danger les nombreux otages israéliens encore en vie au plus grand dam de leurs familles.

Ik wil mijn diepste compassie betuigen aan alle Palestijnse slachtoffers in Gaza en aan alle Israëli's die vrede willen. Geweld zal niets oplossen. Hamas is niet verdwenen, maar tienduizenden burgers wel en er zijn nog steeds te veel gijzelaars in gevangenschap.

Il faut cesser le feu et reprendre le dialogue, d’autant que les répercussions régionales se font déjà sentir. Les Houthis, restés relativement calmes jusqu’ici, ont repris les hostilités en invoquant la défense des Palestiniens.

S’agissant de la question des ventes d’armes, il n’y a aucune licence d’exportation qui aurait été accordée pour renforcer la capacité militaire de Tsahal ou du Hamas. Vous me demandez donc d’interdire quelque chose qui n’existe pas.

België is een van de beste leerlingen van de Europese klas. Sinds 2009 al zijn de federale regering en de gewesten overeengekomen om geen wapenexportvergunningen te verlenen die de militaire capaciteit van de strijdkrachten in Israël en Palestina zouden versterken.

Madame Maouane, s’agissant de la question du génocide, je laisse à chacun la responsabilité de ses propos. La notion de génocide n’est pas un sujet à propos duquel on peut se permettre des raccourcis faciles.

J’en profite pour rappeler que la Belgique a toujours fortement soutenu et continue de soutenir les travaux de la Cour internationale de Justice. Nous insistons à chaque occasion sur l’obligation d’Israël de se conformer aux ordonnances rendues par la Cour en 2024. Pour rappel, la Cour a notamment ordonné à Israël de prendre toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher la commission d’actes de génocide à Gaza.

België komt tussen in een procedure die Zuid-Afrika tegen Israël heeft aangespannen voor het Internationaal Gerechtshof, maar we trekken geen overhaaste conclusies. Het komt het hof toe, en het hof alleen, om in volledige onafhankelijkheid te beoordelen of er al dan niet genocide is gepleegd.

We verzetten ons tegen elk obstakel voor de tweestatenoplossing, bijvoorbeeld door financiële en politieke steun te geven aan Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen. Ook steunen wij de Palestijnse Autoriteit in haar hervormingsproces, zodat ze de legitimiteit en capaciteit heeft om Palestina te besturen.

On ne doit jamais oublier qu’une Autorité palestinienne faible signifie un Hamas fort. Nous avons tout intérêt à assurer une Autorité palestinienne forte comme interlocuteur pour Israël.

Die stappen maken het mogelijk om de erkenning van een levensvatbare Palestijnse Staat te overwegen, die zowel basisvoorzieningen voor de eigen burgers kan verzorgen als veiligheid voor de Israëli's bieden. (…)

Voorzitter:

Uw tijd is om, mijnheer de minister. Als ik voor u een uitzondering maak, dan moet ik dat voor iedereen doen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. Cependant, elles sont évasives et peu concrètes.

Au-delà des indignations et des mots de compassion, nous réclamons des actes et des sanctions. Comment est-ce possible face à ce monde de salopards, face à ce gouvernement d'extrême droite qui tue et assassine des enfants, des femmes, des vieillards? Avez-vous vu le regard de ces mères éplorées? Avez-vous vu les yeux remplis de larmes de ces enfants dont le destin est brisé à jamais? Et nous allons laisser encore se poursuivre ces crimes? Il nous faut reconnaître l' É tat de Palestine! Il nous faut sanctionner ces dirigeants sanguinaires! Et il faut cesser l'accord de coopération et d'association avec Israël!

Peter Mertens:

"België is de beste leerling van de klas." Mijnheer de minister, in december 2023 kwam aan het licht dat 246 ton militair materiaal via Antwerpen naar Israël werd verscheept. In januari 2024 kwam aan het licht dat 16.000 ton buskruit via de haven van Antwerpen van België naar Israël werd verscheept. Nog steeds leveren schepen van de rederij Maersk via de haven van Antwerpen wapens aan Haifa, nog steeds.

Er is bovendien geen enkele disclosure . Als men gegevens opvraagt, krijgt men een lijst met zwart doorstreepte pagina's. Dat is de realiteit van vandaag in de gemeenteraad van Antwerpen, in het Vlaams Parlement en hier. Iedereen houdt de paraplu op.

Wij zijn niet de beste leerling van de klas. Wij laten toe dat vandaag nog altijd materiaal daarheen wordt verscheept. De massamoord kan alleen maar doorgaan dankzij het wapentransport.

Als u dus wilt dat er een einde aan komt, leg dan het wapenembargo op, mijnheer de minister.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je dois dire que je suis sidérée par vos réponses. C'est la CIJ, ce sont des ONG comme Amnesty International qui parlent de génocide. Ce n'est pas une bande de gauchistes! Il y a un mandat d'arrêt international contre Netanyahu.

Netanyahu est accusé de nuire à son pays. Hier encore, des milliers d'Israéliens manifestaient en disant qu'ils sont pris en otage par un gouvernement sanguinaire. Il est accusé de nuire à son pays, et que fait le monde occidental? Rien. Que fait la Belgique? Rien de suffisant. Votre réponse est insuffisante. Pour sanctionner la Russie, il y a du monde. C'est très bien. Pour sanctionner la Chine, aussi. Mais, pour arrêter un génocide, chers collègues, auquel on assiste en direct, il n'y a plus personne!

Quelle crédibilité avons-nous encore? Quelle crédibilité avons-nous face à ces bébés qui sont morts de froid? Face à ces enfants qui sont traumatisés, qui sont charcutés? Quelle crédibilité avons-nous? Il n'y a plus que de la colère et de la honte, monsieur le ministre!

Els Van Hoof:

Compassie, verontwaardiging, de beste leerling van de klas zijn, het volstaat blijkbaar niet. We moeten nog steviger uithalen op Europees en op multilateraal vlak om ervoor te zorgen dat dit geweld en deze schendingen stoppen.

Dat de extremisten deel uitmaken van de Israëlische regering zegt heel veel over de Israëlische intenties. Dat betekent nog meer nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Er zijn er 4.000 aangekondigd. Men leeft daar nu in angst en depressie, dat heeft de Palestijnse ambassadrice nog deze week tegen mij gezegd. Elke hoop op vrede voor elke Israëli en elke Palestijn is weerom aan flarden geschoten.

Er is dynamiek en goede wil getoond, ook en vooral vanuit de Arabische wereld. Het was een perfect plan dat de steun kreeg van de Europese Unie en van het Verenigd Koninkrijk, maar dat is onderuit gehaald. Dat kan niet. Europa mag zijn handen niet wassen in onschuld. Ik zal dat ook niet doen met mijn verzorgingsproducten. We moeten (…)

Oskar Seuntjens:

Mijnheer de minister, u geeft aan dat het niet makkelijk wordt, maar ik hoop dat u en alle politici hier in de zaal beseffen dat we het niet moeten doen omdat het makkelijk is, maar omdat mensen op ons rekenen. Onschuldige slachtoffers in Gaza rekenen op politici om voor hen op te komen. In de vorige regering hebben we er met Caroline Gennez voor gezorgd dat we voedselpakketten en medicijnen konden brengen. Diezelfde inzet hebben we vandaag nodig, en nog meer. We moeten durven te spreken over sancties tegen Israël, dat is de enige taal die zij begrijpen. We kunnen hier alle schone woorden gebruiken, maar de enige taal die zij begrijpen, is de taal van het geld. Het is aan ons, collega's, om onze verantwoordelijkheid te nemen en aan de juiste kant te staan. Ik reken echt op u, mijnheer de minister. Ik hoop dat u daar rekening mee houdt.

De EU-top van 6 maart over defensie en de steun aan Oekraïne
De Belgische positie in het internationale veiligheidsbeleid
De Europese defensietop na de recente wijzigingen van het Amerikaanse beleid ten aanzien van Oekraïne
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De besluiten en de uitwerking van de EU-top van 6 maart te Brussel
EU-top 6 maart: defensie, Oekraïne-steun, internationaal veiligheidsbeleid

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europese defensieautonomie en financiering na Trumps onbetrouwbare VS-beleid en Poetins agressie, met België onder druk om 4 miljard extra te investeren. Magnette (PS) eist dat Poetin (niet burgers) betaalt en waarschuwt voor dure, inefficiënte Amerikaanse wapenaankopen (bv. F-35’s), terwijl De Wever (N-VA) en Van den Heuvel (CD&V) pleiten voor Europese samenwerking, industriële integratie en strategische autonomie—zonder versnippering of paniek. Critici (Aerts, Ponthier) vrezen ongedekte cheques en escalatie, terwijl Safai (N-VA) het EU-plan *"ReArm Europe"* (800 mjd) als historisch scharniermoment omarmt.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, l'heure est grave! Depuis son retour à la tête des États-Unis, Donald Trump sème le désordre partout. Il sème le désordre autour des États-Unis avec ses projets d'annexion du Groenland et du Canada. Il sème le désordre au Proche-Orient avec ses projets délirants pour la bande de Gaza et son soutien inconditionnel au gouvernement Netanyahou. Il sème le désordre chez nous avec ses mesures douanières qui menacent notre économie et nos emplois. Et il sème le désordre à nos frontières avec son alliance à peine cachée avec le dictateur Poutine et le lâchage en rase campagne de Zelensky et du peuple ukrainien. Trump met le feu au monde! Il est aujourd'hui la première menace pour notre sécurité.

Les Européens doivent prendre leur sort en main. Ils commencent à le faire timidement. Après l'invasion de l'Ukraine par Poutine, en quelques mois, nous nous sommes débarrassés du gaz russe. Nous devons désormais nous passer des armes américaines. Cela impose, c'est vrai, un investissement massif en matière de sécurité, mais pas à n'importe quelle condition. Il faut d'abord tirer les leçons du passé.

Voici 10 ans, le premier gouvernement MR/N-VA a acheté des avions américains, fasciné par le soutien américain.

Ces F-35 nous ont coûté une fortune, 5 milliards, et peut-être ne décolleront jamais. Et votre ministre de la Défense veut à nouveau investir massivement dans de l'armement américain. Il ne faut pas refaire cette erreur. Les investissements doivent profiter à notre économie et à nos emplois.

Et puis, il y a bien sûr la question que tous les Belges se posent. Qui va payer? Qui va payer? Pour nous, la réponse est très claire. Ce ne doit pas être les travailleurs, ce ne doit pas être les pensionnés. Le responsable de la guerre, c'est Poutine et c'est Poutine qui doit payer.

Ma question est donc claire, monsieur le premier ministre. Êtes-vous prêt à vous rallier aux Européens qui veulent saisir les avoirs (…)

Koen Van den Heuvel:

Beste collega's, vandaag is er grote onzekerheid op wereldvlak, zoals we ook hier al gehoord hebben. Een wispelturige Amerikaanse president, die blijkbaar heel goed bevriend is met de Russische beer, dwingt ons in Europa tot keuzes om de veiligheid van onze gezinnen te waarborgen en de democratie van morgen veilig te stellen. Daarbij moeten we een gezonde ambitie tonen, want de tijd is rijp om als Europeanen onze verantwoordelijkheid op te nemen en onze strategische autonomie binnen Europa te versterken.

De extra veiligheidsinvesteringen in defensie zijn nodig. Daarbij telt niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit. We moeten die middelen op de juiste, de meest efficiënte en strategische manier gebruiken. Het is niet de bedoeling dat we met onze goedgevulde portemonnee wereldwijd gaan shoppen. Ik denk dat we de juiste keuzes moeten maken. Dat wil zeggen dat we komaf moeten maken met de versnippering van de militaire investeringen binnen Europa. Gedaan met twaalf verschillende typen tanks, terwijl Amerika één tank heeft. Wij moeten kiezen voor meer Europese samenwerking, we moeten kiezen voor meer strategische autonomie binnen Europa en we moeten kiezen voor een sterke uitbouw van een goede innovatieve Europese defensie-industrie.

Mijnheer de premier, de voorbije weken nam u regelmatig deel aan Europees topoverleg, en dat zal in de toekomst nog meer gebeuren. Vandaar onze vraag welke boodschap u op Europees niveau zult brengen. Hoe ziet u de versterking van de militaire samenwerking binnen Europa? Hoe ziet u de uitbouw van een innovatieve, sterke Europese defensie-industrie? In welke mate speelt in uw ogen de Atlantische samenwerking daarin nog een versterkende rol?

Voorzitter:

Dan zijn er drie vragen die in de commissie werden ingediend en hier worden toegevoegd. De eerste vraag is van collega Aerts.

Staf Aerts:

Mijnheer de eerste minister, collega's, ik neem jullie even mee naar mijn keukentafel van afgelopen maandag. Ik heb drie kinderen van 11 jaar, 15 jaar en 17 jaar. De jongste, Kasper, vroeg, heel ongerust: "Zal mijn grote broer, die volgend jaar 18 wordt, naar het leger moeten gaan en moeten gaan vechten in Oekraïne?" Zo ongerust zijn onze kinderen dus aan het worden. Die ongerustheid is er niet alleen bij onze kinderen, maar in onze hele samenleving.

Ik begrijp dat grotendeels, want de vernederende manier waarop Trump Zelensky vorige week in de hoek heeft gezet, tart alle verbeelding. Poetin is al langer een agressor, maar de VS toont zich echt als een ongelooflijk grote onbetrouwbare speler.

Wat ondertussen niet helpt om die onrust te bedaren, zijn politici die opgaan in het opbod, waarbij ze komen met meer miljarden, met F-35's die men wil bijkopen, Amerikaanse dan ook nog, en met drones. Iedereen heeft noodpakketten nodig. Net nog hoorde ik: pas op, want straks staan de Russische troepen hier op de Grote Markt in Brussel.

Dat gaat de onrust niet wegnemen. Neen, wat wij nodig hebben, zijn politici die niet panikeren maar organiseren, die het hoofd koel houden en die doordacht en samen met Europese partners het gesprek aangaan. Dat betekent meer Europese samenwerking, meer samenwerking, want anders gaan we de fouten maken die we al tientallen jaren aan het maken zijn. Elk land investeert in zijn eigen kleine legertje en internationaal staan we nergens. Dat betekent niet alleen investeren in defensie, maar ook in eerlijke vrede en veiligheid. Dat doen we met meer diplomatie, met meer ontwikkelingssamenwerking. Dat is net hetgene waarop u wil gaan besparen.

Mijnheer de eerste minister, hoe gaat u ervoor zorgen dat we met België volop voor meer Europese samenwerking gaan op al die domeinen van veiligheid?

Darya Safai:

Mijnheer de premier, de 27 lidstaten van de Europese Unie zijn het op de speciale Europese top in Brussel eens geworden over een ambitieus plan voor het versterken van de Europese defensie. Het plan, 'ReArm Europe', is goed voor 800 miljard euro.

Deze top zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Europa eindelijk wakker werd, de dag waarop wij onze harde veiligheid eindelijk opnieuw ernstig namen en de dag waarop onze defensie ontwaakte. Het is een scharniermoment waarop toekomstige generaties zullen terugkijken.

Nu moeten we belangrijke beslissingen nemen. Wij kunnen Europees wegen, op voorwaarde dat we over onze eigen schaduw heen stappen en met een duidelijke visie naar buiten komen. Een juiste visie vergt ook investeringen in defensie.

Mijnheer de premier, zoals u al eerder hebt gezegd, moeten er miljarden euro worden gezocht. Dat is juist. Ik ben blij dat u zich inzet om zo snel mogelijk de minimumnorm van de NAVO te bereiken en de geloofwaardigheid van dit land te herstellen.

Mijnheer de premier, wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top?

Hoe ziet u de verdere Europese samenwerking en de opbouw van de strategische autonomie?

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, de geopolitieke veranderingen komen in sneltempo voorbij. Eerst was er de aangekondigde terugtrekking van de VS-steun aan Oekraïne en aansluitend daarop vond vorige week de Defensietop plaats, waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe plan lanceerde ten belope van 800 miljard euro. Het merendeel daarvan, 650 miljard, zou moeten komen van extra uitgaven van de lidstaten en de rest van leningen.

Wat vaststaat, is dat de sense of urgency wat betreft de versterking van onze nationale en Europese defensiecapaciteit bij vrijwel iedereen begint te dagen. Intussen ligt er een voorstel tot staakt-het-vuren op tafel, met de steun van de VS en Oekraïne en vernemen we vandaag dat het Russische regime zijn eigen eisen ter zake stelt. In elk geval lijkt de diplomatie het op dit moment te halen van de oorlogsretoriek. Dat verhinderde uw minister van Defensie echter niet om tijdens het bilateraal overleg met president Zelensky maar liefst 1 miljard euro extra militaire steun te beloven.

Er blijven nog veel vragen onbeantwoord over de verdere afwikkeling van dit conflict en ik wil u dan ook graag de volgende vragen stellen. Wat betekent het ReArm Europe plan voor België en de inspanningen of het vlak van defensie? Wat betekent dit voor onze defensie-industrie? Wat als er effectief een staakt-het-vuren komt of op termijn een vredesakkoord? Welke rol zal België dan volgens u moeten spelen?

Bart De Wever:

Monsieur Magnette, je comprends votre manque d’enthousiasme à l’égard de M. Trump, mais dire, en tant que pays membre de l’OTAN, que les États-Unis sont la première menace pour notre sécurité est un non-sens dangereux. Tout comme l’est le fait de dire qu’il suffirait simplement de saisir les avoirs gelés, et je pense que vous le savez. J’appelle tout le monde au calme, à rester serein et à dire moins d’inepties.

Le 6 mars s’est tenu un Conseil européen extraordinaire. L’ordre du jour portait sur deux grands thèmes: l’Ukraine et la défense européenne. Cette réunion faisait suite à la réunion informelle en matière de défense de février, au cours de laquelle il fut question de renforcer la capacité de l’Union européenne à faire face aux menaces sécuritaires actuelles et futures.

Permettez-moi de commencer par les conclusions relatives à la défense. Il est clair que la capacité de défense européenne doit être renforcée. L’Union européenne prévoit dès lors des possibilités pour encourager les États membres à dépenser davantage en matière de défense. Elle présentera des décisions concrètes à ce propos au cours du Conseil européen du 20 mars. Comme je viens de l’exposer, nous devrons en tout cas accélérer l’augmentation de notre budget.

In de Raad hebben alle leiders unaniem de wil uitgesproken om onze strategische afhankelijkheden te verminderen en de kritieke capaciteitsgaten op te vullen. Sommigen menen blijkbaar dat dit heel eenvoudig is, maar het zal tijd vergen. We moeten in de toekomst maximaal op onszelf kunnen rekenen bij bedreigingen van onze veiligheid. Tot zolang zou ik alle anti-Amerikaanse statements eerlijk gezegd achterwege laten. Minstens tot zolang.

Om dat te realiseren, zal de Europese defensie-industrie zich dus maximaal moeten gaan ontplooien. Daarbij zullen inderdaad – mijnheer Van den Heuvel, u hebt dat aangeraakt – moeilijke maar levensnoodzakelijke keuzes gemaakt moeten worden inzake de integratie van die industrie op Europees niveau, en dus ook inzake de integratie van militaire capaciteiten. We weten dat allang. Het is een moeilijke weg, maar de dingen bewegen nu wel heel snel.

Voor de financiering van al die ambities wordt de Europese Investeringsbank vanaf nu niet langer ontmoedigd, maar gestimuleerd om te investeren in de defensiesector. Daarnaast zal er zeker mobilisatie nodig zijn van privékapitaal. Dit onderstreept eens te meer de noodzaak van een kapitaalmarktenunie om investeringen efficiënter en sneller te laten doorstromen. Ook hier, we weten dat allang, vergt dit moeilijke keuzes die vandaag echter snel noodzakelijk worden.

Commissievoorzitter Von der Leyen komt zeer binnenkort, normaal gezien volgende week, met een witboek over de toekomst van de Europese defensie, op basis waarvan de Raad naar ik hoop snel de nodige beslissingen zal kunnen nemen.

En ce qui concerne l'Ukraine, 26 É tats membres de l'Union, à l'exception de la Hongrie, ont réaffirmé leur soutien indéfectible à ce pays et à son intégrité territoriale.

Ik mag eigenlijk hopen dat we daar allemaal achter staan, dat we allemaal achter de steun voor Oekraïne staan; tenzij we tot de vijfde colonne van Poetin zouden behoren.

L'Union continuera de soutenir l'Ukraine par tous les moyens possibles: politiques, financiers, humanitaires et aussi militaires. Et j'en suis fier! En parallèle, l'Union maintiendra la pression sur la Russie grâce aux sanctions et à leur application renforcée. L'objectif reste qu'une Ukraine aussi forte que possible puisse s'asseoir à la table des négociations, parce que c'est clair pour nous et pour l'Union européenne: l'Ukraine doit être pleinement impliquée dans les négociations sur son propre avenir. Cela s'inscrit dans le principe plus large de la paix par la force, peace through strength . Ce n'est qu'en étant fortes qu'une Ukraine et une Europe résilientes pourront obtenir une paix durable et juste.

Al de rest lijkt mij ook naïeve onzin die we hier beter niet zouden vertellen. Op 15 maart zal ik deelnemen aan de virtual of leaders meeting on Ukraine op initiatief van de Britse eerste minister Keir Starmer. Op 20 maart zal ook de Europese Raad opnieuw samenkomen. Oekraïne en defensie zullen opnieuw op de agenda staan, samen met een aantal andere cruciale thema’s, zoals de versterking van de Europese competitiviteit, economische veerkracht, migratie, buitenlandse relaties, het beleid rond oceanen en milieu en de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Daarnaast zal deze Europese Raad een eerste aanzet geven tot de opmaak van het volgend meerjarig financieel kader, waar ongetwijfeld ook meer ruimte voor defensie zal moeten worden voorzien. Dat is de stand van zaken.

Paul Magnette:

Monsieur le premier ministre, votre réponse – comme vous éludez l'essentiel des questions, je ne sais pas si c'en est vraiment une – ne nous rassure pas. Dans une interview récente, vous avez déclaré que vous alliez augmenter les dépenses de 4 milliards et que vous alliez essayer, je cite, de "ne pas faire trop mal aux Belges". Mais vous faites déjà très mal aux Belges!

Vous faites déjà mal aux travailleurs, qui ne toucheront que quelques dizaines d'euros en plus dans quatre ans, et qui devront travailler plus longtemps, pour une plus petite pension. Vous faites mal aux pensionnés qui, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux invalides, aux personnes en situation de handicap, qui eux aussi, en moyenne, perdront 1 000 euros par an. Vous faites mal aux patients, qui subiront les conséquences de 2 milliards d'économies dans les soins de santé.

Et, aujourd'hui, vous n'apportez aucune réponse à la question de savoir qui va payer. Vous vous cantonnez à des déclarations extrêmement vagues. En vous écoutant, on ne comprend pas qui payera cet effort de guerre. Les Belges ne sont pas responsables des délires de Trump et de Poutine. Ce n'est pas à eux de payer, c'est inacceptable, et nous continuerons à nous y opposer, avec toutes nos forces!

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Het is heel duidelijk, er zal in de toekomst heel wat meer geld naar defensie gaan. Toch is niet enkel de kwantiteit belangrijk, maar ook de kwaliteit. Voor ons is het heel duidelijk: wij willen niet langer een versnippering van militaire investeringen in Europa, maar wel een grotere Europese samenwerking, een grotere strategische autonomie binnen Europa en een sterkere Europese defensie-industrie.

Mijnheer de premier, we kunnen daar misschien als klein land een heel constructieve rol in spelen om het Europese orkest harmonieuzer te laten klinken. Ik wens u daarmee veel succes!

Staf Aerts:

Mijnheer de premier, collega's, vrede en veiligheid moeten voorop staan. We zullen dus meer moeten investeren in defensie. We kunnen ons immers niet verdedigen tegen Poetin met mes en vork. We moeten wel slim, strategisch en effectief investeren, niet in het wilde weg of holderdebolder.

Premier, ik heb uw oproep goed gehoord. U roept iedereen op om sereen en kalm te blijven, maar ik hoop dat uw minister van Defensie die oproep ook gehoord heeft. Hij is immers ballonnetje na ballonnetje aan het lanceren om het defensiebudget hoger te krijgen.

Waar dat geld vandaan zal komen, is vandaag echter nog niet geweten. Dat is nog een grote ongedekte cheque. Daarover moet echter zeer goed nagedacht worden. Laat ons die cheque ook niet opblazen door alleen maar op een slechte manier te investeren. Volg dus de oproep van de cd&v-collega's om in te zetten op meer efficiëntie en meer samenwerking binnen de Europese Unie. Dat is wat we vandaag absoluut nodig hebben in deze ongeruste wereld.

Darya Safai:

Dank u wel, premier, voor uw antwoorden, voor uw inzet en voor alle maatregelen die u treft voor onze veiligheid en onze toekomst.

Collega’s, in de huidige geopolitieke toestand mogen we geen freerider meer zijn. Wij moeten extra inspanningen leveren voor onze eigen veiligheid als gevolg van het non-beleid van de vorige regering. Nu het nieuwe Amerikaanse bestuur andere beslissingen neemt, komt de beslissing van de Europese Unie op een cruciaal moment voor Oekraïne en de Europese veiligheid. Zoals u zei, is het belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Dat is trouwens ook goed voor onze eigen vrede en voor de welvaart in Europa.

Collega’s, elke crisis brengt opportuniteiten met zich mee. De huidige moeilijke tijden kunnen ons in staat stellen om ons beter voor te bereiden op de komende uitdagingen. Samen kunnen we die uitdagingen aan.

Annick Ponthier:

Mijnheer de premier, de vredesonderhandelingen die momenteel plaatsvinden en die een sprankeltje hoop op vrede in Oekraïne en op veiligheid in Europa bieden, moeten volgens ons alle kansen krijgen. We moeten dan ook uiterst omzichtig omspringen met beslissingen die een escalatie kunnen uitlokken of die het vredesproces kunnen dwarsbomen. Wat ons betreft, hebben we alle miljarden nodig om eerst onze eigen defensiecapaciteit herop te bouwen en onze samenleving en onze mensen veilig te stellen. Dus versterking van onze eigen defensiecapaciteit, ja. Versterking van onze eigen defensie-industrie, ja. Toekomstige generaties opzadelen met een gigantische schuldenberg via dat ReArm Europe plan, neen. Daartoe zullen een aantal heilige huisjes moeten sneuvelen. De oplossing ligt voor de hand: bespaar snel op migratie, bespaar op de politieke factuur en bespaar op de miljardentransfers.

Het aantrekken door BELSPO van door het beleid van Trump getroffen Amerikaanse wetenschappers

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De België-USA-onderzoekscrisis draait om Trumps censuur op wetenschap (klimaat, gender, antiracisme), waarbij data worden gewist, onderzoekers ontslagen en internationale samenwerkingen (bv. UCLouvain) stopgezet, wat de academische vrijheid en democratie ondermijnt. Minister Matz belooft België als veilige haven voor Amerikaanse wetenschappers te positioneren, wil dit op de EU-agenda zetten en benadrukt het belang van kennis voor maatschappelijke uitdagingen, maar blijft vaag over concrete stappen. Schlitz eist directe actie: versnelde visumprocedures, samenwerking met Migratieminister en waarschuwt voor Trump-achtige tendensen in België (budgetkortingen voor wetenschap, Unia en ontwikkelingssamenwerking), die ze ziet als een aanzet tot lokale censuur.

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, égalité, diversité, inclusion, antiracisme, handicap, justice sociale, santé mentale, climat, crise climatique, pollution. Alors non, chers collègues, ce n'est pas la liste de mes mots préférés. Enfin, ça pourrait. C'est une partie de la longue liste qui est désormais interdite au sein de l'administration américaine sous Trump.

Katherine Calvin, climatologue en chef à la NASA, a été virée ce lundi. Son département ainsi que deux autres ont été tout simplement démantelés. Le travail essentiel sur l'observation de la planète est mis sur pause. Et ce ne sont pas des cas isolés. Des chercheurs témoignent avoir eu une heure, montre en main, pour ramasser leurs affaires dans leur bureau et sauvegarder leurs recherches. Des bases de données entières sont supprimées, des recherches sur le climat et le genre effacées.

En fait, tout ce qui n'intéresse pas Trump, tout ce qui va à l'encontre de ses idées et de ses projets est censuré. La science n'est plus une vérité. C'est une opinion. Il refuse d'entendre les vérités qui dérangent et d'écouter ceux qui ne sont pas d'accord avec lui. Cela a un impact, déjà aujourd'hui, sur la liberté académique et sur la coopération scientifique internationale. Une équipe de l'UCLouvain voit une de ses recherches stoppée, sur laquelle elle collaborait avec des chercheurs américains, sur le lien entre la pollution et les animaux marins. Arnaud Ruyssen le résumait assez bien sur La Première : pour l'Administration Trump, il s'agit de casser le thermomètre pour qu'il arrête de montrer la fièvre.

Madame la ministre, face à cette crise, qu'allez-vous faire pour que la Belgique soit une terre d'accueil pour tous ces chercheurs, tous ces cerveaux et pour que leurs recherches ne soient pas menacées? Quelles mesures le SPF Politique scientifique peut-il mettre en place pour intégrer (…)

Vanessa Matz:

Madame la députée, je vous remercie car votre question me permet d’aborder un thème qui m’est cher et qui le sera tout au long de la législature.

Nous assistons aujourd’hui à un phénomène grave aux États-Unis. Chaque jour l’administration remet en cause les principes fondamentaux qui régissent nos démocraties. Elle s’attaque frontalement à la production de savoirs scientifiques, allant jusqu’à entraver la diffusion de recherches dont les conclusions ne cadrent pas avec son agenda politique. Depuis plusieurs semaines maintenant, nous observons des signaux alarmants: des publications scientifiques suspendues ou censurées, des chercheurs licenciés, des études reléguées aux oubliettes sous prétexte de lutte contre le wokisme et une pression accrue exercée sur les institutions académiques. Ces dérives, que l’on pourrait croire appartenir à une autre époque, sont aujourd’hui une réalité dans la première puissance scientifique et économique mondiale. L’histoire nous a montré que lorsqu’on s’attaque à la science, c’est la démocratie elle-même qui vacille.

Cette situation m’alarme. Je tiens à le dire avec force, je me dresserai contre toutes les formes d’obscurantisme, quelles qu’elles soient et d’où qu’elles viennent. La Belgique a fait un choix clair, celui de bâtir une économie de la connaissance, où la science et l’innovation jouent un rôle central. La recherche est un levier stratégique pour répondre aux défis actuels et futurs: changement climatique, pandémies, transition énergétique, égalité des genres ou encore intelligence artificielle. Bien entendu, notre pays se tient prêt et est disposé à accueillir les chercheurs américains qui voudraient éviter la censure.

Je suis extrêmement sensible à la question et compte porter le point à l’agenda du Conseil européen pour me concerter avec mes collègues afin de coordonner l’opportunité belge d’accueillir des chercheurs américains dans nos universités et centres de recherche. Je suis par ailleurs de très près les différentes initiatives et développements européens à ce sujet. Des projets de synergies et de développement des capacités et talents peuvent en outre être examinés dans le cadre de programmes de recherche (…)

Sarah Schlitz:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos propos, que je rejoins. Cela étant, en tant que ministre, vous ne pouvez pas simplement pleurer aux côtés de ces chercheurs et de ces scientifiques; vous devez agir. Et ne vous cachez pas derrière l'Union européenne! La Belgique dispose déjà de leviers pour agir. Je ne vous ai pas entendue parler de tentatives de concertations avec votre collègue de la Migration, mais j'espère qu'elles auront lieu, par exemple, pour délivrer des visas. Ce sont des choses que je n'ai pas entendues. En fait, je vais vous dire une chose: j'ai peur. J'ai vu ici, en Belgique, des personnalités politiques copier les stratégies de Trump sur le wokisme. Et voyez où cela nous mène aujourd'hui: dans votre accord de majorité, on réduit les budgets pour les politiques scientifiques; de même, on réduit d'un quart les budgets pour Unia et on diminue les budgets pour la Coopération au développement. Quelle sera la prochaine étape? Interdire des mots dans l'administration?

Het budget voor asielopvang

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 13 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang) valt de regering aan omdat ze 10 miljoen extra uitgeeft aan asielopvang (2,3 miljoen/dag) zonder de instroom te remmen, terwijl N-VA voor de verkiezingen nog budgetverlaging eiste—nu wordt extra belasting op Vlamingen ingevoerd om dit te financieren. Anneleen Van Bossuyt (minister) verklaart de stijging door verplichte indexering (1,2 mln) en annualisatie (8,7 mln) van bestaande opvangcentra, niet door nieuwe capaciteit, en belooft crisismaatregelen. Van Belleghem blijft kritisch: geen concrete actie (vs. Oostenrijk, dat gezinshereniging opschortte), enkel "aankondigingen" en hogere uitgaven, en eist een onmiddellijke asielstop.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, met wat u doet, breekt u niet met Vivaldi en het is ook geen voortzetting van het wanbeleid van Vivaldi. Wat u doet, is zelfs nog erger dan wat de vorige regering deed, toen de asielfactuur vorig jaar tot een historisch record was opgelopen. U doet daar zelfs nog een schep bovenop. U gaat 2,3 miljoen euro per dag voor de opvang van asielzoekers geven. Dat is op drie maanden tijd 10 miljoen euro meer dan onder Vivaldi.

Dat is toch wel bijzonder vreemd, want vorig jaar, uiteraard net voor de verkiezingen, eiste de N-VA nog dat het asielbudget onmiddellijk zou dalen. Ik heb hier het amendement van Theo Francken, waarin hij vraagt dat het asielbudget onmiddellijk daalt. Hij had daar goede redenen voor. Het budget moest dalen zodat de regering gedwongen werd om maatregelen te nemen.

Nu, na de verkiezingen, betekenen die woorden van de N-VA niets meer. Jullie doen net het omgekeerde. Jullie vragen extra budget voor de opvang van asielzoekers, maar u hebt nog geen enkele maatregel genomen om de toestroom van asielzoekers te stoppen. Uw regering heeft wel plannen om beleggende Vlamingen extra te belasten. Nu is het ook duidelijk waarom. U hebt dat geld nodig om die extra asielopvang te betalen.

Mevrouw de minister, wanneer gaat u die hypocrisie stoppen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, bedankt voor uw vraag.

Ik ga u verblijden met een zeer technisch antwoord, want uw vraag heeft eigenlijk alles te maken met de voorlopige twaalfden.

Ten eerste, de indexering. De referentiebegroting moet volgens de rondzendbrief van BOSA worden geïndexeerd. Dat betekent een verhoging van 1,2 miljoen euro om tot de genormeerde begroting te komen. Dat komt overeen met een indexering van 2 % voor personeelskredieten en 1,9 % voor werkings- en investeringskredieten.

Ten tweede, ook het volume-effect door annualisatie speelt een belangrijke rol. In 2024 opende de regering-De Croo opvangcentra, onder andere in het voorjaar en in het najaar. Daardoor was er dat jaar slechts een budget nodig voor bijvoorbeeld vier of zeven maanden.

In 2025 blijven die centra echter het hele jaar open, wat betekent dat er nu een budget voor 12 maanden nodig is. Dat verschil is een budgettair volume-effect door annualisatie. Voor de tweede schijf, zoals voor de eerste schijf, bedraagt dat 8,7 miljoen euro. Als we die 1,2 miljoen optellen bij die 8,7 miljoen, komen we aan die extra 10 miljoen. Dat is dus geen geld voor extra opvangplaatsen, het wordt verklaard door de verplichte indexering van 1,2 miljoen en de annualisatie van 8,7 miljoen. Bij de voorlopige twaalfden moet hiermee nu eenmaal rekening worden gehouden.

Mevrouw Van Belleghem, toen ik op mijn kabinet kwam, lag er geen toverstokje klaar waarmee ik de crisissituatie kan wegtoveren, maar u kunt ervan op aan dat ik werk aan een pakket crisismaatregelen, want de situatie is onhoudbaar.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, dat is wat u altijd doet, u kondigt crisismaatregelen aan, maar het enige wat we al hebben gezien zijn asielfacturen.

Daarnet zei premier De Wever dat men een euro maar één keer kan uitgeven. Wat doet u echter? Uw eerste wapenfeit is vragen om 10 miljoen extra voor de opvang van asielzoekers. Premier De Wever zegt dat men een euro maar één keer kan uitgeven en u geeft die meteen uit. Neem toch een voorbeeld aan Oostenrijk. Drie dagen na het aantreden van de nieuwe Oostenrijkse regering besliste die al om gezinshereniging voor asielmigranten op te schorten. Wij zijn al 41 dagen verder en het enige wat u hebt gedaan, is om extra geld gebedeld. Het Vlaams Belang wil dat er onmiddellijk een asielstop komt, nu en niet morgen.

Voorzitter:

Hiermee eindigt het vragenuurtje. Aangezien ik het woord zal nemen bij de bespreking van mijn wetsvoorstel, laat ik mij nu als voorzitter vervangen. Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster. Président: Florence Reuter, vice-présidente.

Het Defensiefonds
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
De militaire hulp aan Oekraïne
De herziening van het defensiebudget als gevolg van de internationale druk
Het Belgische standpunt met betrekking tot de oorlog in Oekraïne
De Europese strategische autonomie
De krijtlijnen van de Europese top van 6 maart
Het ReArm Europe-plan, de defensietop van 6 maart en de steun aan Oekraïne
De onduidelijkheid over de voorgenomen verhoging van de defensie-uitgaven tot 2 % van het bbp
De pistes om de voorgenomen verhoging van de defensie-uitgaven tot 2 % van het bbp te financieren
Het investeringsplan voor defensie en de strategische prioriteiten
De Europese defensietop van 6 maart en de versnelde verhoging van de uitgaven tot 2 % van het bbp
De versnelde verhoging van de Belgische defensie-uitgaven
België, Europese defensie en militaire steun aan Oekraïne

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 12 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Belgiës versnelde defensie-investeringen om de NAVO-norm van 2% BBP (nu al tegen eind 2024 in plaats van 2029) te halen, met focus op financiering, Europese strategische autonomie en steun aan Oekraïne. Kernpunten: De regering zoekt 17 miljard euro extra (4 miljard dit jaar) via een Defensiefonds (dividenden/verkoop staatsdeelnemingen) en Europese flexibiliteit (ReArm Europe-plan, schulden buiten begroting). Twistpunten: verkoop strategische bedrijven (bv. Proximus), afhankelijkheid van VS (F-35), en Oekraïne-steun (1 miljard euro, maar onduidelijkheid over vredesonderhandelingen en gebiedsafstand). Kritiek op gebrek aan structurele oplossingen en risico’s van schuldenstijging. Francken benadrukt NAVO-loyaliteit, maar erkent nood aan Europese defensiesamenwerking—zonder volwaardig Europees leger.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vais vous poser plusieurs questions, parce que, depuis l'accord de gouvernement, vous avez fait de nombreuses déclarations. La situation internationale a changé, s'est complexifiée et est devenue encore plus dangereuse. Mais, surtout, je trouve que vous n'êtes pas très aidé par les partenaires de votre coalition.

Sur le Fonds Défense, par exemple, vous avez déclaré qu'il y aura une vente d'actifs et qu'il faudra définir quels sont les actifs stratégiques et non stratégiques. Je vous dis déjà qu'au niveau du Parti Socialiste, nous ne sommes pas d'accord sur le principe de vendre des entreprises publiques pour financer l'achat d'armes. Par ailleurs, j'ai entendu M. Van Peteghem dire que "si c'est neutralisé par l'Europe, il faudra quand même payer". Il n'a pas l'air très ouvert à votre proposition. J'aimerais donc vous entendre à ce sujet.

Puis, une autre idée est venue des Engagés visant à doubler la taxe sur les plus-values. Mais deux fois zéro, en 2025, cela reste quand même zéro! Monsieur le ministre, comment voyez-vous les choses avec vos partenaires?

Et ensuite, je vois à l'agenda d'aujourd'hui, dans le cadre de ce même débat, une question du MR sur le flou autour de l'objectif des 2 % du PIB dédiés à la Défense. Je vous souhaite déjà bonne chance pour ramener la sérénité dans l'équipe gouvernementale autour de vos objectifs.

Je vais être un peu moins taquin vis-à-vis des autres et je vais un peu vous ennuyer, monsieur le ministre. Nous nous connaissons depuis longtemps, depuis 2012. En 2012, j'avais porté au nom du PS une résolution sur l'Europe de la Défense, dont on parle beaucoup aujourd'hui. J'ai repris les commentaires de l'époque et je vous cite, monsieur le ministre: "Une défense européenne demeure un rêve lointain qui n'est pas réalisable. La piste actuelle d'une défense européenne dans un avenir lointain ne mène à rien."

Heureusement, depuis 2012, je vous ai vu évoluer et vos dernières déclarations me rassurent quelque peu. Cependant, j'aimerais que vous confirmiez résolument votre attachement et votre ambition à mener une politique européenne en la matière et donc à faire en sorte que nous participions à l'autonomie stratégique européenne à 100 %. Je m'étonne également des déclarations, toujours d'un partenaire de votre majorité, en l'occurrence M. Charles Michel, qui, après un long congé, revient en disant qu'on va continuer à acheter des F-35, qu'il faut continuer à acheter américain parce que Donald Trump n'est là que pour quatre ans.

Le débat n'est pas Donald Trump, le débat, c'est l'autonomie stratégique de l'Europe. Allons-nous continuer à se mettre pieds et poings liés dans les intérêts américains ou allons-nous assumer nos souverainetés stratégiques sur le plan de la défense, de l'économie, de la production énergétique? Allons-nous continuer business as usual ?

Par ailleurs, à quoi vont servir effectivement les milliards annoncés par l'Europe à travers son plan ReArm Europe qui est déjà contesté aux Pays-Bas? J'ai lu la presse. La Chambre basse aux Pays-Bas s'oppose au plan européen de réarmer l'Europe. Or, j'avais cru comprendre que nous avions une collaboration avec les Pays-Bas en matière de marine. Donc qu'est-ce que cela signifie pour vous? Quel est le signal donné par les Pays-Bas en la matière?

Face à l'annonce américaine de stopper l'aide à l'Ukraine – elle vient d'être reprise puisqu'il y a un cessez-le-feu –, quelle position défendez-vous? Pouvez-vous nous faire le point sur l'aide belge à l'Ukraine? Je parle d'un cessez-le-feu, mais il s'agit plutôt d'une tentative de cessez-le-feu, car il faudra que les Russes l'acceptent.

Quelles sont les conséquences des décisions prises par vos homologues européens? Je vous demande de bien vouloir confirmer que vous êtes attaché à 100 % à un pilier européen au sein de l'OTAN et à une autonomie stratégique de l'Europe au sein de sa défense.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, gisteren vond een gesprek plaats tussen Amerikaanse en Oekraïense delegaties in Jeddah, Saoedi-Arabië. Wij hebben dit met heel veel belangstelling gevolgd, aangezien het de eerste ontmoeting was na het verschrikkelijke incident tussen de twee landen, tussen Trump en Zelensky. Het resultaat van het overleg is dat Oekraïne akkoord gaat met het voorstel van de Verenigde Staten over een voorlopig staakt-het-vuren. We moeten nu wachten op de reactie van Rusland, dat vanochtend niet erg enthousiast was, maar we moeten nog afwachten.

Die vooruitgang neemt niet weg dat Europa de rug moet rechten en de defensie-uitgaven moet opschroeven. Dat is iets waarvoor u ook steeds pleit. In de media verklaarde u dat binnen de regering besproken zal worden hoe we eerder tot die 2 % kunnen komen. In het regeerakkoord staat dat die 2 % bereikt moet worden tegen 2029. De eerste minister zei ook dat hij miljarden euro zoekt. Vanochtend kwamen de partijvoorzitters bijeen om te bekijken waar dat geld het best kan worden gevonden.

Op 6 maart werd er een Europese top georganiseerd waar de situatie in Oekraïne besproken werd, evenals de toekomst van de Europese defensie in de NAVO. Ik benadruk dat laatste. President Zelensky had een onderhoud met de Belgische regering voor deze top van 6 maart. Een dag eerder sprak president Macron over Franse nucleaire afschrikking bij de bescherming van Europese bondgenoten. Ik veronderstel dat dit werd meegenomen op die top.

Mijnheer de minister, hoe verliep het contact met president Zelensky voor de aanvang van de top? Wat zijn de voornaamste conclusies die u trekt na afloop van de Europese top? Hoe ziet u verdere Europese samenwerking met betrekking tot de opbouw van strategische autonomie? Welke conclusies trekt u op het vlak van de bereidheid van de Europese partners om de defensie-industrie op te schalen? Welke besluiten werden er genomen op het vlak van financiering?

Werd de nucleaire afschrikking die de Franse president op tafel bracht, meegenomen in een bredere discussie?

Mijn laatste vraag gaat over het budget dat wij uittrekken voor de NAVO. De Verenigde Staten dringen erop aan dat elke NAVO-lidstaat, net als zijzelf, ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Wij hebben anders besloten, maar binnen welke termijn moeten de inspanningen volgens u gebeuren? Wat vindt u een realistische doelstelling?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, de afgelopen dagen en weken heb ik veel informatie opgevangen via de pers. U geeft veel interviews, u staat vaak in de krant, ik ben er zelf een beetje jaloers op. Ik lees die artikels zeer aandachtig, al blijf ik het jammer vinden dat, in de geopolitieke situatie waarin we zitten en die elke dag grondig wijzigt, mijn vraag om de commissie bijeen te roepen niet werd ingewilligd. Zoals we weten, kan in 24 uur de situatie volledig wijzigen. Ik vind dus dat de discussie hier moet worden gevoerd, hoe belangrijk en leuk het ook is om dat in de krant en op X te doen. Maar goed, we zijn hier vandaag samen om dit te behandelen.

Het gevolg van al die informatie in de pers is dat een aantal van de vragen die ik had ingediend intussen al enigszins achterhaald zijn. Dat komt natuurlijk door de geopolitieke situatie, die telkens grondig wijzigt, maar tegelijk roept dat ook weer nieuwe vragen op. Ik wil ingaan op twee punten in dit debat: de financiering van defensie en Oekraïne.

Mijn eerste punt betreft de financiering van onze Belgische defensie. We hebben veel mogen lezen over of die uitgaven binnen of buiten de begroting moeten gebeuren, met een uitgebreide discussie op Europees niveau. Het mag nu dus buiten de begroting en er zullen geen EU-sancties volgen, maar dat is meteen het enige positieve. Ik denk dat u dat ook wel weet, mijnheer de minister, buiten de begroting, dat bestaat natuurlijk niet. De uitgaven voor defensie zullen oplopen en dat zal ervoor zorgen dat het begrotingstekort groter wordt, waardoor ook de schuldgraad zal stijgen.

Die rekening zal uiteindelijk betaald moeten worden. Het enige positieve is dat we geen EU-sancties zullen krijgen. In de Nederlandse Tweede Kamer werd het plan gisteren al weggestemd, dus we moeten nog zien hoe dat allemaal zal lopen. We moeten een kat een kat blijven noemen. We moeten heel wat centen vinden voor defensie, of dat op papier nu binnen of buiten de begroting zal zijn.

Mijn tweede punt gaat over de middelen voor defensie. Naar aanleiding van de regeerverklaring hebben we daar ook al over gesproken. Toen was de situatie zo dat we naar 2 % zouden evalueren tegen 2029 en dus had u nog 3 à 4 miljard euro nodig die u zou financieren met het defensiefonds. Dat was het plan om structureel de 2 % te bereiken tegen 2029.

Nu is het zo dat die 4 miljard euro voor de zomer gehaald moet worden. Dat betekent dat de 4 miljard euro die we gingen spijzen via het Defensiefonds nu voor de zomer, dus binnen drie maanden, op tafel moet liggen. Daarnaast hebben we van de minister van Begroting gehoord dat we in totaal 17 miljard euro nodig hebben om de 2 % tussen de zomer van dit jaar tot en met 2029 te halen. Dat betekent dat we nog 13 miljard euro moeten vinden en dan spreken we nog niet over de vraag wat er na 2029 moet gebeuren, want die 2 % van het bbp zou een structurele inspanning moeten zijn. Die 17 miljard euro gaat enkel over de periode van nu tot en met 2029.

Mijnheer de minister, u staat voor een huzarenstuk om die middelen te vinden. Ik hoor op dit moment bijzonder veel gegoochel met cijfers in de kranten en in tv-studio's. De ideeën vliegen in het rond, vandaar mijn concrete vragen.

Mijnheer de minister, hoe en waar zult u de 4 miljard euro aan middelen voor defensie voor de zomer vinden? Hoe en waar zult u de overige 13 miljard euro tegen 2029 halen en hoe zult u ervoor zorgen dat die middelen structureel verankerd zijn, zodat we dat niveau kunnen aanhouden na 2029?

Het tweede punt dat ik wil aanhalen, is Oekraïne. We hebben straks – of het zal misschien tijdens een volgende vergadering zijn – nog vragen over de concrete militaire en financiële steun. Ik wil nog kort ingaan op het standpunt van de federale regering over het vredesproces in Oekraïne.

U bent altijd zeer vocaal geweest over dit conflict. U hebt gezegd dat de Belgische boots on the ground bij vredesoperaties de logica zelve zijn. Daarna stelde u ineens dat Oekraïne zeer realistisch moet zijn. Afstand doen van door Rusland veroverde gebieden zou bij zo’n vredesproces horen, maar na uw ontmoeting met Zelensky afgelopen week lazen we weer wat anders. Slava Ukraini! Ook de financiële steun werd weer teruggebracht naar 1 miljard euro. Het Open Vld-standpunt is dat de Europese Unie en België met één stem moeten spreken en dat zij zich onvoorwaardelijk achter Oekraïne moeten scharen. Er is geen ruimte om in deze fase al tegemoet te komen aan de Russische agressor. In een onderhandeling waarvan de EU momenteel zelfs geen deel van uitmaakt, is dat strategisch niet verstandig.

Wat is het officiële en volledige standpunt van deze federale regering? Ik vraag naar uw mening als minister, niet naar uw mening als politiek analist of commentator.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, er is de laatste weken al zeer veel gezegd over de extra middelen die Defensie nodig heeft. Die zijn van cruciaal belang om het beoogde defensieapparaat uit te kunnen bouwen. Het regeerakkoord stipuleert om voor Defensie naar 2 % van het bbp te evolueren. U wordt nu in snelheid gepakt door de snel wijzigende geopolitieke situatie. Dat is niets nieuws natuurlijk. Die 2 %-norm tegen 2029 is intussen compleet achterhaald. Die 2 % moet onder druk van de NAVO en alle internationale partners sneller, tegen deze zomer, gehaald worden. Daarom wordt de trukendoos bovengehaald. Ik hoop alleszins dat het geen trukendoos zal zijn. Er wordt out of the box gedacht en dat is ook wel echt nodig.

Iemand zal echter de rekening moeten betalen. Of we het nu hebben over het plan-Van Peteghem of het buiten de begroting houden van de middelen van de Europese Unie, iemand zal de rekening moeten betalen. Die plannen lijken op dit moment echter onvoldoende financieel onderbouwd te zijn. Ik hoop dat u dat zo meteen kunt toelichten.

Mijn vragen zijn tweeledig, maar hangen onlosmakelijk samen.

Wat zal het groeitraject inhouden richting de 2 %-norm tegen deze zomer? Wat betekent die norm concreet cijfermatig?

In deze commissie hebben we het al gehad over de inhoud van het Defensiefonds, die niet zo structureel lijkt als wordt voorgesteld. Zult u het Defensiefonds inhoudelijk herbekijken, gezien de huidige noden?

Welke impact zal de defensie-inspanning van België hebben op onze internationale betrouwbaarheid? Momenteel staat die betrouwbaarheid immers zeer sterk onder druk, om het eufemistisch uit te drukken.

Vervolgens heb ik een vraag over de defensietop van 6 maart jongstleden waarop Ursula von der Leyen het ReArm Europe Plan voorstelde. Vorige week was internationaal zeer bewogen. U hebt een overleg gehad met president Zelensky tijdens hetwelk u bepaalde beloftes hebt gedaan, ook op budgettair vlak. Ik heb het niet over de inzet, maar echt over budgettaire afspraken die u hebt gemaakt. U zou een bod hebben gedaan van 1 miljard euro, opgesplitst in steun voor grond-luchtbescherming, munitie en dergelijke. Misschien zult u dat zo meteen specificeren.

Kunt u verduidelijken wat er tijdens dat overleg precies is gezegd inzake de budgettaire inspanningen? Hoe rijmt u dat met uw eerdere uitspraken over de vredesonderhandelingen en de gebiedsafstand die Oekraïne zou moeten doen om tot een onderhandeld vredesakkoord te komen? De eerste minister heeft uw uitspraken tegengesproken. Ik zou daar dus graag verduidelijking over krijgen.

Wat is de budgettaire impact van de beloofde steun aan Oekraïne van 1 miljard euro voor onze Belgische Defensie en onze defensiecapaciteit? Welke geplande aankopen of investeringen zouden daardoor misschien on hold worden gezet? Hoe verantwoordt u dat? Wat is de impact daarvan op het bereiken van de door u aangehaalde 2 %-norm?

Wat het ReArm Europe Plan betreft, wat is uw visie op het feit dat de desbetreffende middelen buiten de begroting zullen gehouden worden en op de eventuele verschuivingen op het vlak van budgettaire inspanningen in België of tijdens de regeringsonderhandelingen? Hoe zal de Belgische defensie-industrie worden betrokken bij het ReArm Europe Plan? Hebt u daarover reeds contacten gehad? Wat zal ter zake de communautaire verdeling inhouden? Welk aandeel zou België voor zijn rekening nemen in de nog geplande militaire steun aan Oekraïne? Wat zal daarvan de budgettaire impact zijn?

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, la situation géopolitique actuelle ne nous laisse plus le choix: la Belgique doit accélérer son effort en matière de défense. Notre pays est depuis des années à la traîne derrière ses partenaires de l’OTAN avec un budget sous-financé, très loin du seuil de 2 % du PIB.

Aujourd’hui, un consensus semble émerger quant à cet objectif, mais les annonces récentes des uns et des autres laissent paraître un certain flou quant à la méthode et au calendrier. Vous et le premier ministre êtes sur la même longueur d’onde. À l’inverse, le ministre des Affaires étrangères émet des doutes quant à la faisabilité budgétaire d’une telle accélération.

Quelle est la position officielle du gouvernement? L’objectif est-il bien de parvenir aux 2 % dès 2025 et selon quel calendrier. Au-delà des chiffres, il y a la priorité stratégique. La semaine dernière, vous évoquiez un plan d’investissement qui sera soumis en Conseil des ministres.

En parallèle, la Commission européenne envisage via son projet ReArm Europe de ne pas inclure certaines dépenses militaires dans le calcul des déficits. Quels seront les axes principaux de ce plan d’investissement? Quelles capacités seront-elles renforcées en premier lieu? La cyberdéfense? Les opérations extérieures? L’armée de terre? Les forces spéciales?

Dans un contexte où chaque euro compte, comment garantir que ces fonds seront utilisés de manière efficace et stratégique? Avant d’augmenter le budget, ne faudrait-il pas un audit précis de nos dépenses actuelles pour éviter tout gaspillage et optimiser les futurs investissements.

Il reste la question cruciale du financement. Plusieurs pistes ont été évoquées. Un plan détaillé a-t-il été arrêté pour financer cette montée en puissance? Quelles alternatives durables envisagez-vous pour assurer un financement stable et pérenne de notre Défense au vu de ces nouveaux délais?

Denis Ducarme:

Au niveau du MR, nous avons passé des dizaines d'heures ensemble, monsieur Francken, pour négocier cet accord en matière de Défense. Nous sommes satisfaits car il existe au moins deux engagements clairs, que je voudrais souligner dans le cadre de mon intervention.

Enfin, il y a un engagement du gouvernement belge à atteindre l'investissement de 2 % du PIB en matière de Défense dans le courant de la législature. C’est ce qui est écrit dans cet accord de gouvernement. C'est évidemment une bonne chose, une bonne nouvelle. Il aurait été impossible de déterminer un tel objectif avec une participation socialiste ou écologiste dans ce gouvernement. Enfin, nous allons pouvoir avancer, même peut-être plus vite. Souvent, on reporte les dates mais ici, compte tenu de la situation géopolitique, nous les avançons. Vous nous direz sans doute qu'une part des idées et des propositions doivent être débattues d’une manière plus précise et plus profonde au Conseil des ministres.

Évidemment, vous nous direz la manière dont on va pouvoir profiter du plan ReArm Europe. Vous nous direz peut-être aussi, parce que j'ai vu une déclaration de votre collègue Lecornu, la manière dont la Belgique va pouvoir profiter ou non des intérêts des avoirs russes gelés. M. Lecornu disait qu'il y avait 200 millions d'intérêts qui allaient pouvoir participer, au départ de cette manne, à l'effort français de défense.

Donc, nous devons aller plus vite. Tout le monde est d'accord. Nous ne devons sans doute pas nous précipiter. Le débat aura lieu cette semaine au gouvernement. Vous pourrez sans doute nous en dire quelques mots, monsieur le ministre.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, de arizonaregering heeft beslist deze zomer versneld de NAVO-norm van 2 % van het bruto binnenlands product te bereiken om de Russische dreiging af te wenden. Uit de cijfers blijkt dat Europese NAVO-lidstaten vandaag al twee tot drie keer meer uitgeven aan defensie dan Rusland. We investeren dus samen al lange tijd volop in defensie, meer dan Rusland.

Desondanks stelt minister Van Peteghem dat we de komende vier jaar 17,2 miljard euro extra in defensie moeten investeren. De aandeelhouders van de grote wapenbedrijven zijn de gelukkigen. Via het project ReArm Europe krijgen EU-lidstaten de mogelijkheid om die uitgaven buiten de begroting te houden. De heer Conner Rousseau vindt dat plots een goed idee. Nochtans is dat heel hypocriet. Uitgaven in de defensie-industrie worden buiten de begroting gehouden, terwijl besparingen op de sociale zekerheid en de pensioenen binnen de begroting blijven. De heer Georges-Louis Bouchez ziet zijn kans. Na de aanval op de pensioenen en de vrouwen valt hij nu zelfs de kinderbijslag aan, die binnen de begroting valt.

Mijnheer de minister, u bent het waarschijnlijk eens met de heer Georges-Louis Bouchez. U hebt zelf al eerder gesteld dat onze sociale zekerheid te vet staat en dat besparingen binnen de sociale zekerheid niet per se onmenselijk zijn.

Tijdens de vorige commissievergadering van amper een paar weken geleden hebt u uitgelegd dat de arizonaregering binnen de begroting een inhaaloperatie van het STAR-plan zal uitvoeren om tegen 2029 een structurele verhoging van 1 miljard euro voor Defensie te realiseren. Nu wilt u dat doel evenwel deze zomer al bereiken. Hoe denkt u dat budget op zo'n korte termijn vrij te maken?

De verkoop van overheidsparticipaties verlaagt de structurele inkomsten door het verlies via dividenden en winsten. U had gepland om het grootste deel van de defensie-investeringen via uw Defensiefonds te realiseren. Nu wil de arizonaregering na ruim drie maanden die 2 %-norm al bereiken. Hoe zult u dat realiseren met een fonds dat nog niet eens bestaat?

Hoe kunt u verklaren dat de structurele aankoop van wapens buiten de begroting valt, terwijl dat onmogelijk is voor de pensioenen, de klimaatcrisis of pakweg het openbaar vervoer?

Axel Weydts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, de discussie is enigszins voorbarig. Indien ik mij immers niet vergis, moeten deze week de kern en de regering nog passeren in het hele traject richting de bewuste 2 %. Vooruit heeft al publiekelijk verklaard dat wij absoluut geen probleem hebben met een versnelde verhoging van het defensiebudget. Dat zal ook nodig zijn, gelet op de toenemende dreiging. Op dat vlak hebben wij dus geen probleem.

Het enige waarover wij ons enigszins zorgen maken, is de vraag op welke manier u die verhoging meent te zullen realiseren. Het is immers soms verwarrend. Soms wordt gesteld dat tegen de zomer van 2025 met een plan naar buiten zal worden gekomen om richting 2 % te gaan tegen eind 2025. Soms horen wij in de pers, tenzij een en ander anders is vertaald door de media, dat tegen de zomer van 2025 die 2 % moet zijn uitgegeven.

Ik ben geen begrotingsexpert, maar ik zie niet voor mij op welke manier u dat zult doen. Ik zie niet in hoe u op 4 maanden tijd effectief 4 miljard euro uitgegeven zult hebben, het materieel geleverd zult krijgen en de facturen betaald zult hebben. Ik ben geen expert, maar dat alles zou wel heel erg snel zijn. Kunt u voor de commissie toelichten hoe u de situatie ziet en hoe u denkt op zo'n korte termijn zoveel geld te kunnen uitgeven?

Een tweede punt zijn de prioriteiten die worden gegeven. Het is heel duidelijk dat er een aantal prioriteiten zijn die door weinig partijen in vraag worden gesteld, zoals munitie en luchtverdediging , maar ook de hybride dreiging die vandaag heel actief is. Die dreiging is niet altijd heel zichtbaar, maar ze is vandaag wel bezig. Vandaag zijn wij de facto verwikkeld in een hybride oorlog met Rusland. Ziet u ook de strijd tegen de hybride dreiging als een van de belangrijkste prioriteiten bij het versneld verhogen van ons defensiebudget?

François De Smet:

Monsieur le ministre, bien qu'étant dans l'opposition, je trouve qu'il est absolument nécessaire de parvenir à ces 2 %, et même davantage, rapidement, si possible cet été. Nous vous soutenons là-dessus.

Je crois par contre qu'il y a un effort de pédagogie à faire vis-à-vis de la population. Il faut expliquer qu'il ne s'agit pas tant d'éviter que des chars russes se retrouvent sur la place de Brouckère demain que de lutter contre la guerre hybride. Il faut expliquer ce qu'est la guerre hybride, la lutte contre le piratage informatique, etc.

Je voudrais placer deux balises. D'abord, sur l'alimentation de ce fonds, pour passer de 8 à 12 milliards extrêmement rapidement. Je ne voudrais pas que cela soit l'occasion d'expédier un peu trop facilement certains bijoux de famille. Il faut faire la différence entre deux types de participation. Il y a les participations dans les banques, pour lesquelles tout le monde comprend que l'État n'a pas vocation à rester propriétaire de banques. Nous le sommes uniquement parce que, en 2008, il a fallu les sauver à tout prix. Donc, si on dirige les dividendes et des actifs, comme Belfius le demande elle-même, ou BNP Paribas, pour alimenter notre fonds de défense, c'est de la bonne gestion.

Par contre, je ne voudrais pas qu'on utilise le combo magique d'avoir des nationalistes flamands au 16 rue de la Loi, aux Finances et à la Défense pour se séparer d'actifs stratégiques comme Proximus et bpost. Non seulement parce que, en raison de la valeur actuelle de l'action, ce ne serait vraiment pas le moment, mais surtout parce que ce sont des entreprises qui ont une haute valeur stratégique de service public.

Ensuite, il y a la destination de cet argent. Qu'allons-nous en faire? La revitalisation de l'industrie belge et européenne représente évidemment des bonnes solutions. Par contre, notre ministre de la Défense, avec tout le respect que je lui porte, est plutôt dans un fort tropisme pro-américain. Et il y a le fameux dossier des F-35, qui est sans doute le choix le moins visionnaire des 10 dernières années – on le disait déjà il y a 10 ans. Notre ministre confirme-t-il qu'il veut persister dans cette erreur visant à nous rendre dépendants des États-Unis? Bien sûr qu'il n'y a pas de bouton on/off à la Maison-Blanche, mais toute la logistique de ces avions dépend des Américains.

Theo Francken:

Merci beaucoup pour toutes ces questions, qui portent sur beaucoup de sujets.

Ik zal proberen er een antwoord op te geven. Daarna zal ik op een paar individuele punten reageren.

Sinds de Russische inval in Oekraïne heeft de oorlog daar al enorm veel schade aangericht, mensen op de vlucht gejaagd en duizenden doden geëist. Dat is verschrikkelijk. Er moet dus zo snel mogelijk een staakt-het-vuren komen, gevolgd door een rechtvaardige vrede.

Een rechtvaardige vrede, wat is dat? Dit is mijn standpunt. Dat is niet hetzelfde als een analyse.

Ten eerste, Rusland verlaat alle gebieden die het illegaal en gewelddadig heeft ingenomen.

Ten tweede, Rusland vergoedt Oekraïne voor de geleden schade, zowel menselijk als materieel en moreel.

Ten derde, het Russische politiek-militaire leiderschap, verantwoordelijk voor de gruwelijke inval in Oekraïne, wordt internationaal berecht voor de misdaad van agressie en voor andere internationale misdrijven, waaronder oorlogsmisdrijven.

Daarnaast is het van belang dat Oekraïne in elk akkoord gekend wordt en dat er niet boven hun hoofd beslist wordt.

Il s'agit de mon opinion en tant qu'être humain et en tant que ministre de la Défense.

Cependant, en ma qualité de ministre de la Défense, si je devais répondre à la question sur la manière dont j'analyse l'issue du conflit en Ukraine aujourd'hui ou dans un avenir proche – avec toutes les connaissances que j'ai acquises et tout ce qui s'est passé ces dernières semaines, mois et années –, je vous dirais que ce ne sera pas le résultat que j'attendais. Je pense que cette assemblée partagera mon opinion.

Analisten zien op het terrein, ondanks Amerikaanse en Europese steun, geen realistisch pad naar een militaire overwining. Dat is wat de Amerikaanse minister van Defensie ook zei in zijn toespraak op de NAVO-defensietop. Er is geen realistisch pad naar een militaire overwinning in Oekraïne.

De Russische luchtmacht heeft geen grote verliezen geleden. De marine heeft een paar grote schepen verloren, maar is verder nog altijd bijzonder operationeel. Rusland produceert ook meer wapentuig dan het opgebruikt. Het is zelfs terug stocks aan het aanleggen. Ondanks gruwelijke verliezen blijft het voldoende soldaten mobiliseren om te blijven, blijven, blijven aanvallen.

Dat is wat ik heb gezegd. Dat is een analyse op basis van informatie. Ik denk dat het belangrijk is om dat mee te geven aan de publieke opinie. U krijgt veel vragen daarover, in uw familiesfeer, in uw electorale achterban, in uw partij. Ik krijg die ook. Ik denk dat we allemaal op een goede en correcte manier moeten informeren.

Mijn standpunt is duidelijk, mijnheer Vander Elst. Mevrouw Rutten moet ik eigenlijk zeggen, want u zit hier als een handpop van mevrouw Rutten. Mevrouw Rutten instrueert u. U had de moed om op de Kamerlijst te gaan staan, u hebt fantastisch werk geleverd en u hebt die zetel binnengehaald. Ik denk niet dat mensen die gemakshalve op de Vlaamse parlementslijst gaan staan, waar zetels in Vlaams-Brabant gemakkelijker worden gegeven, u moeten instrueren. Ik zou dat niet pikken als ik u was, maar goed, dat is voor uw rekening. Dat is uw partij, gelukkig niet de mijne.

Het standpunt van de regering is heel helder. Elke vierkante centimeter die op illegale wijze door de Russen is ingenomen moet aan Oekraïne worden teruggegeven. Zij moeten de schade vergoeden. Zij zouden als oorlogsmisdadigers moeten worden berecht. Dat is zeer helder. Ik denk dat dat ook het standpunt is dat uw premier De Croo altijd heeft verdedigd. Als u mij echter vraagt wat volgens mijn inschatting de kans is dat dat ook daadwerkelijk zal gebeuren in de komende weken en maanden, dan zal ik u zeggen dat ik denk dat die kans niet zo groot is. Dat is mijn inschatting.

U zegt dat ik dat niet mag zeggen, omdat dat mijn onderhandelingspositie verzwakt. Dat is niet echt mijn ervaring. Maar goed, ik denk dat we nog uren kunnen discussiëren over het feit of ik zoiets al dan niet mag zeggen. Ik vind dat ik dat mag zeggen. Ik vind zelfs dat ik dat moet zeggen. Ik vind dat ik de mensen op een correcte manier moet informeren. Met alle briefings en informatie waar ik over beschik, mag ik prima zeggen hoe ik de situatie inschat.

Heb ik daarmee gezegd dat ik vind dat Oekraïne zijn grondgebied moet afstaan aan Rusland? Dat heb ik nooit gezegd. Wie beweert dat ik dat gezegd heb, is van kwade wil en is aan het stoken, vanuit een parlement waarin men niet eens verkozen is, om op een pathetische manier aan politiek te doen over een verschrikkelijk gruwelijk conflict. Er is niets zo erg als oorlog. Politieke spelletjes spelen op die oorlog? Doe maar, voor wie denkt dat dat leuk is. Het is nog vijf jaar tot de volgende verkiezingen. Ik trek dus geen sprint, ik loop een marathon. Ik denk dus dat men daarmee moet oppassen, maar goed, iedereen moet maar vooral doen en blijven doen wat men denkt dat nodig is"

Si vous ne pouvez pas emporter la victoire militaire, vous devez rechercher un compromis diplomatique. Cela implique que tout le monde soit prêt à faire des concessions. Voilà mon évaluation de ce qui se passe actuellement et de ce que prévoient les Américains dans les négociations en Arabie saoudite.

Deze regering blijft Oekraïne steunen zolang dat nodig is, voor 100 %. Slava Ukraini! Dat is geen bochtenwerk, ik zeg dat al jaren. Toen de oorlog uitbrak, ben ik meegereden met een medisch konvooi met drie vrachtwagens vol medisch materiaal, als een van de eersten en als enige, denk, ik in deze zaal. Ik zal de Oekraïners altijd blijven steunen. Laat dat heel duidelijk zijn. Dat weten zij maar al te goed. De ophef die u en sommigen hier wilden maken, is er diplomatiek niet gekomen omdat ze goed weten dat ik heel sterk in mijn schoenen sta als het gaat over Oekraïne en over mijn steun aan Oekraïne.

Teneinde hen in een zo goed mogelijke onderhandelingspositie te plaatsen, zullen we Oekraïne blijven steunen. Daarom gaan we met de eerste minister, de minister van Buitenlandse Zaken en de top van onze defensie-industrie binnen enkele weken naar Kiev om die steun verder uit te bouwen en te concretiseren. Woorden zijn immers goedkoop, maar daden zijn wat duurder en ook wat belangrijker.

Ondanks de aanzienlijke hervormingen waar deze regering voor staat, wordt er deze legislatuur toch flink geïnvesteerd in defensie. Het regeerakkoord voorziet een groeipad om tegen 2029 de NAVO-norm van 2 % van het bbp aan defensie-uitgaven te behalen. Dit wordt deels gefinancierd via de begroting en deels via een speciaal Defensiefonds dat wordt gevoed door dividenden van overheidsbedrijven en de verkoop van niet-strategische overheidsparticipaties. Aangezien het zou kunnen gaan over beursgenoteerde bedrijven, zal ik daar niet verder op ingaan. Ik heb dat al meermaals gezegd en ik heb gezien dat iedereen dat begrijpt en respecteert.

Cependant, depuis la rédaction de l'accord de gouvernement, la situation géopolitique ne s'est pas améliorée. Et la pression de nos alliés sur notre pays pour atteindre les 2 % plus rapidement est très élevée, et à juste titre.

Daarom werkte ik samen met de defensiestaf een plan uit om dit jaar nog de 2 %-norm te halen. Bedoeling is dat dit plan tijdens de NAVO-top in Den Haag kan worden voorgesteld. Het plan is klaar en ligt ter bespreking voor binnen de regering, onze eerste minister is daar heel hard mee bezig. We bekijken of er daarover een consensus kan worden gevonden. De financiering en de opbrengst van het Defensiefonds worden besproken in en beslist door de regering.

Er waren collega's die vroegen hoe die 2 %-norm dit jaar nog kan worden vereffend. Dat moet niet gebeuren tegen de top, het moet vereffend zijn tegen 31 december. We hebben dus nog heel het jaar. Dat kan. Het betreft munitiebestellingen en een aantal voorafbetalingen voor grote militaire wapentuigen. Er zijn dus wel degelijk heel concrete dingen die kunnen. Dat is allemaal voorbereid. Er is de voorbije dagen en weken al heel veel gebeurd. De mensen van de stafdiensten werken continu om dat rond te krijgen. Er is dus een concreet plan en dat wordt nu verder besproken met alle collega's.

Momenteel circuleren er inderdaad verschillende andere streefpercentages, maar voorlopig blijft de 2 %-norm de officiële NAVO-norm. Het ziet er nu naar uit dat deze norm op de komende NAVO-top in Den Haag zal worden opgetrokken. De regering zal dan bekijken hoe en op welke termijn dit land aan die nieuwe norm zal voldoen. Hoe Defensie deze middelen zal gebruiken, zal meer in detail beschreven worden in het strategisch plan, dat momenteel in opmaak is en dat normaliter voor de NAVO-top in Den Haag klaar moet zijn.

Le moment venu, je présenterai à la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires le programme d’investissement en matériel majeur.

Dat is het militaire plan. Er werd gevraagd over welke capaciteiten het gaat. In het regeerakkoord staan al een aantal dingen. Het gaat over luchtverdediging, over een fregat, over extra jachtvliegtuigencapaciteit enzovoort.

De betrouwbaarheid van een land wordt niet alleen gemeten aan de defensie-inspanning. De internationale bijdragen aan de operaties in een NAVO-kader worden sterk gewaardeerd. In 2025 zullen we onder meer met een F-16-detachement de Air Policing van IJsland verzekeren, landeenheden ontplooien in het kader van de Forward Land Forces in Roemenië en Litouwen, een mijnenjager en fregat inzetten binnen de maritieme taskforces, onder andere nu in de Baltische Zee, naast een reeks andere inzetten van beperktere omvang.

Deze morgen hebben we onder het voorzitterschap van de heer Weydts lang gepraat over de militaire missies. Dat is geheim, maar we zijn zeer operationeel. We zijn met heel veel bezig en dat zal zo blijven.

Onze partners binnen de NAVO zullen bovendien zien dat België een extra inspanning doet om de 2 %-norm zo snel mogelijk te halen. Samen met onze inzet maakt dat dat België op internationaal niveau als een betrouwbare partner beschouwd wordt. Het gaat dus niet alleen over budget, maar ook over inzet. Laat dat wel duidelijk zijn.

Het budget was heel moeilijk de voorbije jaren. De inzet is er altijd wel geweest, maar ik denk dat we beide moeten verzekeren, want als we blijven onderinvesteren, dan gaat op den duur ook de inzet naar beneden, omdat men gewoon de capaciteiten en de mensen niet heeft.

Cependant, il va sans dire que l'accroissement du budget de la Défense est essentiel pour restaurer la capacité militaire de la Belgique. Les investissements se concentrent sur l'achat de systèmes d'armes et de munitions ainsi que sur la construction d'infrastructures stratégiques, afin que la Défense soit mieux adaptée à la réalité géopolitique actuelle.

Outre les renforcements matériels, des efforts sont également déployés dans le domaine du développement des connaissances et de l'innovation. La guerre moderne nécessite des technologies avancées telles que l'intelligence artificielle, la cybersécurité et la technologie spatiale. En collaboration avec les universités et les entreprises belges, la Défense peut se préparer de manière optimale aux défis futurs.

Le raz-de-marée géopolitique de ces dernières semaines à l'OTAN et à la conférence de Munich sur la sécurité souligne à quel point il est crucial pour l'Europe d'accroître rapidement ses capacités de défense. Des initiatives ont déjà été annoncées, par exemple en matière de défense aérienne, d'antimissiles intégrés et de cyberdéfense. C'est dans cette optique qu'il a été décidé, lors du sommet européen du 6 mars dernier, d'instaurer un plan dénommé ReArm Europe, à hauteur de 800 milliards d'euros.

Op die top hebben de Europese leiders de lijst van prioritaire actiegebieden aangevuld met onder andere gezamenlijke Europese projecten voor artilleriesystemen, missiles en munitie, unmanned aircraft systems , randcapaciteiten, bescherming van kritieke infrastructuur, militaire mobiliteit, artificiële intelligentie en elektronische oorlogsvoering.

Même si de nombreux éléments restent à préciser, ce plan offrira une marge de manœuvre bien plus large pour financer les investissements dans la Défense et l'industrie de défense.

Het belangrijkste is de activering van de nationale escapeclausule van het Stabiliteitspact. Dit wil zeggen dat de defensie-uitgaven mogen afwijken van de normen van het Stabiliteitspact. Zoals jullie weten, zal het erop neerkomen dat we gemaakte schulden buiten de begrotingsdoelstelling kunnen houden. Ik zeg niet dat deze regering dat zal doen, enkel dat de Europese Unie die optie nu mogelijk maakt. Hoe we het zullen aanpakken, dat is te beslissen door de regering in de komende weken. Daar zijn verschillende meningen over.

Er komt ook een nieuw financieel instrument dat leningen verstrekt voor EU-uitgaven. Er komen incentives voor investeringen in de defensie-industrie. En de Europese Investeringsbank zal haar scope aanpassen. Er is nog niet gedefinieerd hoe, maar het zal onder andere over single-use en over investeringen in munitieproductie gaan, enzoverder. Ik meen dat het nu alleen voor dual-use geldt, niet voor single-use .

Activering van privéspaargeld wordt vooropgezet, door de eenmaking van de Europese kapitaalmarkt.

Concernant l'utilisation des revenus des avoirs russes gelés, le gouvernement prendra bientôt une décision. J'ai demandé à pouvoir disposer d'une partie de ces revenus afin de réaliser des achats pour soutenir l'Ukraine.

De gebeurtenissen van de laatste weken en maanden maken duidelijk dat we als Europeanen meer moeten doen voor de verdediging van ons eigen continent. De Amerikanen vragen al decennia van ons dat we nauwer samenwerken en dat we onze eigen defensie-industrie consolideren en versterken. Daarvoor lopen de nodige overlegmomenten op het niveau van regeringsleiders, ministers van Defensie en stafchefs. Ik was gisteren nog in Italië, waar ik mijn collega Guido Crosetto onder andere ook specifiek daarover heb gesproken.

Tegelijkertijd moeten we het hoofd koel houden en kalm blijven. Ondanks forse en soms tegenstrijdige politieke verklaringen uit de Verenigde Staten is de NAVO verre van dood. Er zijn nog vele tienduizenden Amerikaanse soldaten gestationeerd in Europa. De parlementsleden die erbij waren in de haven van Antwerpen vorige week, hebben zelf kunnen zien hoe een hele gevechtsbrigade van het Amerikaanse leger werd ontscheept, dus de NAVO is niet dood. Ter attentie van degenen die dat hopen – ik mag hopen dat niemand dat hoopt, alhoewel er misschien een paar zijn – zeg ik dat dit zeker nog niet het geval is.

Ik denk dat het heel goede nieuws is dat er opnieuw een akkoord is tussen president Trump en president Zelensky. Ik hoop echt dat dit een nieuw begin kan zijn, een nieuwe start. Het is namelijk een feit dat maatregelen die de Amerikanen beslissen een directe impact hebben op het slagveld, en die impact is niet positief. Ik meen dus dat wij er echt alles aan moeten doen opdat de banden tussen die twee landen goed blijven. Voor wie denkt vanuit Europe first of vanuit Europese interesses, dus als we denken vanuit ons eigen belang vanuit Europa of België, is het volgens mij ook echt in ons eigen belang dat Oekraïne en de Verenigde Staten elkaar op het hoogste niveau goed blijven verstaan. Ik hoop dan ook echt dat die onderhandelingen zullen slagen.

De Russen hebben voorlopig nog afwachtend gereageerd. We zullen zien wat daar verder nog uitkomt. Een staakt-het-vuren en mogelijk zelfs een vredesakkoord zouden echt fantastisch zijn. Dat brengt weer een heel ander verhaal mee ter bespreking, namelijk de vragen of wij meedoen aan die vredesoperatie, hoe die eruit zal zien, welke de rules of engagement zijn en welke capaciteiten we zullen inzetten. Maar dat is iets voor de toekomst.

De hybride dreiging is zeker en vast ook heel belangrijk. Met de aanpak daarvan zijn we constant bezig.

Ik licht even toe wat ik over het Europese leger heb gezegd.

Monsieur Lacroix, en ce qui concerne la défense européenne, j'ai dit que je ne croyais pas en une armée européenne.

Ik blijf daarbij. Meer Europese integratie, meer Europese coöperatie, meer samengevoegde en samenwerkende industrie is wat wij moeten bewerkstelligen.

Nous devons avoir davantage d’intégration, de coopération et d’interopérabilité européennes ainsi qu'une industrie plus unifiée et collaborative. C’est la priorité absolue pour les années à venir.

Pour ce qui est de la stratégie d’autonomie, je suis d’accord que nous devons faire plus.

Il est vrai qu'avec l’OTAN, ce n'est pas facile. Quelques propositions et déclarations de l’autre côté de l’Atlantique n’étaient pas faciles à entendre. Quand quelqu'un traite M. Zelensky de "dictateur", je ne suis pas d’accord. Et même plus, je suis fâché que l'on dise une telle bêtise.

Au final, c’est le but qui compte. Je pense qu’hier nous avons fait un pas dans la bonne direction, et pas dans la mauvaise direction.

Wat Nederland betreft, ik heb ook gezien dat het plan daar is weggestemd.

Si j’ai bien compris, le vote concernait surtout les dettes européennes.

Het debat in Nederland gaat vooral over de schulden en niet zozeer over meer samenwerking en de defensie-industrie enzovoort. De grote discussie in Nederland, en die is niet nieuw, betreft de gemaakte Europese schulden. Daar is in Nederland veel over te doen. Het is een heel interessant en belangrijk debat, dat we ook hier moeten voeren. Volgens mij heeft dat debat de stemming beïnvloed. De regeringsleider daar komt daardoor inderdaad in een moeilijke positie terecht.

We zijn volop met het plan bezig. Hopelijk komt men komende week of komend weekend tot een akkoord. Indien we een akkoord bereiken, zal ik dat hier volgende week samen met de beleidsverklaring kunnen voorstellen. We zullen dat dan uitvoerig kunnen bespreken. The stakes are high . We moeten ervoor zorgen dat er voldoende budget wordt uitgetrokken.

Uiteraard zullen we het personeel niet vergeten. Wanneer we praten over een sociaal akkoord, kost dat natuurlijk geld. Misschien ontstaan er dus extra mogelijkheden, indien bijkomende middelen worden voorzien.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je pense que vous faites partie de ceux qui se réveillent douloureusement et qui constatent que les États-Unis nous ont presque mis la tête dans la guillotine et qu'en nous entêtant dans une vision purement otanienne, nous nous retrouvons aujourd'hui pris au piège et complètement coincés. Or, depuis 2009, donc indépendamment de Donald Trump, les États-Unis nous avaient prévenus qu'ils basculaient vers le Pacifique-Sud. D'où l'importance de construire, dès le départ, une Europe de la Défense, quelle qu'en soit la forme. Nous pouvons en effet réfléchir à la manière dont celle-ci doit avancer, notamment quant à la nature de la protection nucléaire: doit-elle être française? C'est une question essentielle. Et c'est justement pour cette raison que je vous dis que continuer à acheter américain, en l'occurrence des F-35, alors que nous savons très bien que leur chaîne logistique continue d'être le fait des Américains et que, tous les 30 jours, il faut une mise à jour du logiciel pour continuer à utiliser ces F-35, c'est à nouveau nous placer dans les mains des Américains.

Donc, nous devons prendre la direction d'une autonomie stratégique européenne en faisant participer non pas la classe moyenne au financement de cette industrie européenne de la défense, mais en saisissant les avoirs russes et en nous servant des capitaux des amis de Poutine pour réarmer l'Union européenne et lui accorder la souveraineté stratégique afin qu'elle défende nos intérêts et notre projet européen, qui est bien différent de celui de Donald Trump.

Darya Safai:

Ik wil graag nog terugkomen op het feit dat ik zo blij ben dat het budget eindelijk werd verhoogd. Wat wij in een paar maand hebben gedaan, moest de afgelopen jaren reeds gebeurd zijn. Het is wel heel positief dat we eindelijk zo ver zijn, ook al zal het niet genoeg zijn voor de komende top in Den Haag.

Zoals u zei, is echter niet alleen het budget belangrijk, maar ook de inzet. Wij tonen die inzet. Wij tonen dat we een betrouwbare partner kunnen zijn in het kader van de NAVO. Het is dus ook een zeer goede beslissing dat wij Oekraïne blijven steunen. Dat is een positief signaal.

Ik ben het ook niet volledig eens met collega Lacroix. Aangezien wij de F-35's nu gekocht hebben, moeten we dat systeem blijven steunen. Anders zullen we meerdere budgetten hebben. We zitten ook niet vast, voor komende investeringen kunnen we nog steeds meer richting Europa kijken. Voor de F-35 is het echter al te laat. Trouwens, het is ook niet zo dat Amerika een bondgenoot is van Poetin en Rusland. Trump eist nu gewoon de beëindiging van de oorlog.

We zullen het samen verder opvolgen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, u hebt duidelijk uw standpunt en uw analyse geschetst.

Ik heb u twee weken geleden een vraag gesteld. Ik heb die vraag daarna aan de Kamervoorzitter en aan de commissievoorzitter gesteld, omdat ik, toen ik het artikel las, het verschil niet zag tussen uw standpunt en uw analyse. Dat kan aan mij liggen. U legt nu heel duidelijk uw standpunt en uw analyse uit. Ik heb dus een vraag gesteld. Dat mag ik toch nog doen? Mag ik nog vragen stellen? Ik ben lid van de Kamer, ik speel hier mijn rol van parlementslid door u te ondervragen. Er wordt geïnsinueerd dat ik van kwade wil zou zijn. Ik heb vandaag negen vragen op de agenda staan. Ik voer op een constructieve manier oppositie. Ik meen dat u dat moet onderschrijven. Ik pik het dus niet dat ik hier van kwade wil wordt beticht. Dat is absoluut niet mijn bedoeling. Ik zit hier niet uit kwade wil of om vuurtjes te stoken. Ik probeer op een constructieve manier oppositie te voeren. Mijnheer de minister, voor veel thema’s trekken wij zelfs aan hetzelfde zeel.

Los daarvan voel ik mij niet aangesproken. U spreekt immers over iemand die hier niet zit. U spreekt over mevrouw Rutten. Ik zie haar hier momenteel niet zitten. Ik ben iemand anders. Ik kom wel uit dezelfde kieskring, maar u en ik komen ook uit dezelfde kieskring. Ik stel dus voor dat u de X- en twitterdiscussies en de persoonlijke vetes voor X houdt. Aarschot en Lubbeek liggen niet ver van elkaar. Spreek desnoods eens met elkaar af. Mijnheer de minister, ik zit hier als parlementslid. Ik stel u vragen en ik wil daarop gewoon antwoorden. Dat is alles wat ik doe.

Ik kom nu tot de inhoud.

Los daarvan heb ik vrij veel vragen gesteld over het budget. U zegt dat de regeringsdiscussies nog moeten beginnen en dat u hoopt op een snel akkoord. Ik kijk uit naar uw beleidsverklaring en verwacht daar vrij veel van. U zegt dat die 4 miljard tegen het einde van het jaar moet worden gevonden. Na 2025 komen er echter nog jaren en u moet nog veel miljarden vinden, dus ik hoop dat we op een constructieve manier heel snel en heel veel kunnen discussiëren in de commissie over dit heel belangrijke onderwerp. Ik zal u namelijk vragen blijven stellen.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, ik wil mee waken over die constructieve dialoog.

Theo Francken:

Ik zeg niet dat u stookt. Natuurlijk mag u vragen stellen en ik mag ook antwoorden. Zo werkt dat nu eenmaal in een parlementaire democratie. Laten we dat vooral zo houden.

Ik heb geen vete met iemand, zeker niet met iemand uit Aarschot, maar als er uit kwade wil constant op die manier wordt gehandeld, zeker rond zoiets gevoeligs als Oekraïne en mijn persoonlijk engagement ten opzichte van dat land en die bevolking, dan krijgt u mij wel op mijn paard. Dat heeft zij goed door en ze zal dat ook blijven doen. Ik vind het bijzonder jammer dat zij u daarvoor instrumentaliseert. Zij is geen Kamerlid, maar het is heel bizar. Zij zegt dat u daarover vragen moet stellen. Dat zijn zaken die ik lees en dat irriteert mij inderdaad.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u hebt uw punt gemaakt.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, u communiceert veel en u communiceert snel. Er heerst op dit moment echter wel een overvloed aan communicatie, zowel op Europees vlak als op nationaal vlak. De concrete uitwerking en de inhoud van het Defensiefonds waren al onduidelijk. Dat hebben we hier al besproken. Nu wordt de trukendoos volledig bovengehaald om de 2 %-norm versneld te halen. De EU wordt in snelheid gepakt en reageert met ReArm Europe. Ook uw coalitiepartners lijken dus overtuigd van meer middelen voor Defensie en voor creatieve oplossingen op dat vlak. Eindelijk, zou ik zeggen.

Het ergste is eigenlijk dat iedereen verrast lijkt, terwijl dit scenario – zelf onze broek ophouden, om de eerste minister te citeren – er al jaren zat aan te komen. Men hoeft daar echt niet verrast over te zijn.

Ik kom tot de essentie. Het buiten de begroting houden van de extra middelen voor Defensie lijkt voor sommigen een mirakeloplossing. Dat is het echter niet. Dat wil ik toch nog eens benadrukken in mijn repliek. Die middelen moeten nog altijd gevonden worden. Ze zullen dus via extra schulden gefinancierd worden, bijvoorbeeld via de defensiebonds van minister Van Peteghem.

De overheidsschuld zal daardoor dus enorm oplopen. Ik herinner me de debatten van voor de verkiezingen. Toen zei men dat voor elke minuut dat er werd gedebatteerd de overheidsschuld verder opliep. Als we dat plan nu evenwel aanhouden zonder bijkomende maatregelen te nemen, dan zal de overheidsschuld tegen 2050 oplopen van bijna 130 % van het bbp naar 170 %. Dat moeten we durven te erkennen.

Daarom pleiten wij voor meer middelen voor Defensie, maar ook voor andere oplossingen dan dit scenario alleen.

Wij pleiten voor gezonde keuzes op korte termijn. Overtuig uw coalitiepartners niet alleen van meer middelen voor Defensie, maar overtuig hen ook om te besparen op de migratiefactuur, de miljardentransfers die nog altijd onaangeraakt blijven in dit land, de politieke factuur en de ongecontroleerde subsidiestromen, die blijkbaar 66 miljard euro bedragen en waarvan men soms de bestemming zelfs niet kent. Daar liggen ook opportuniteiten voor extra middelen voor Defensie, buiten die fictieve trukendoos. Dat zal dus moedige keuzes vergen. Ik wens u alvast veel succes.

Charlotte Deborsu:

Merci monsieur le ministre pour vos différentes réponses. La sécurité de notre pays, de l'Europe, c'est crucial, c'est un enjeu fondamental et il faut éviter la surenchère politique. Je pense qu'on a besoin avant tout d'un débat serein et clair au vu du sujet extrêmement sensible que cela représente. L'urgence impose des décisions réfléchies et pragmatiques et surtout un cadre budgétaire soutenable. Il ne faut donc pas non plus se précipiter.

Je suis évidemment contente que vous travailliez à un consensus, même si c'est votre rôle. Je ne doute pas que le résultat sera à la hauteur de nos espérances. Il faut augmenter le budget mais il faut aussi, comme je le disais dans ma question, mieux gérer ce que nous avons déjà. Je vous donne un exemple: un camion devait partir vendredi, on le sait depuis des mois, et puis on s'aperçoit qu'il est hors service. On a donc un chauffeur mobilisé pour rien qui se préparait depuis des semaines pour cette mission et on a finalement du matériel qui n'arrive pas sur le terrain avec des soldats qui ne peuvent même pas s'entraîner correctement. Ce n'est donc pas juste une question de moyens, c'est aussi une question de gestion et d'organisation.

Avec les milliards qui vont arriver, je pense qu'il est important d'avoir notre attention là-dessus puisqu'on sait que quand de gros budgets sont débloqués, on a parfois l'impression que c'est Byzance et l'attention sur la dépense diminue.

Il faut vraiment éviter cet écueil. Il faut qu'il y ait une stratégie derrière chaque euro pour qu'il soit dépensé de la manière la plus optimale possible.

Il faut bien sûr une vision stratégique, une rigueur budgétaire, malgré le budget qui sera débloqué, et surtout une coordination européenne efficace. Je suis tout à fait d'accord avec vous sur ce sujet.

Robin Tonniau:

Ik blijf het hypocriet vinden om defensie-uitgaven buiten de begroting te houden. We weten allemaal bij wie de factuur …

Theo Francken:

Ik heb nooit gesproken over 'buiten de begroting houden', het betreft 'buiten de begrotingsdoelstelling'. Het is een nuance, maar die is heel belangrijk. De officiële term is 'buiten de begrotingsdoelstelling'.

Robin Tonniau:

Het is de officiële term, maar we weten allemaal bij wie de factuur terecht zal komen, namelijk bij de gewone mensen. De besparingen op het vlak van pensioenen zullen wel degelijk binnen de begrotingsdoelstelling vallen.

Er zijn gelukkig nog kritische stemmen over de NAVO. Ik citeer een van die stemmen: "De NAVO die uiteenvalt, is het beste dat ons kan overkomen." De heer Karel De Gucht zei dat een paar weken geleden in een interview in Het Nieuwsblad . Verder zei hij ook nog: "Amerika is geen bondgenoot meer. Het is een land dat tegen onze belangen ingaat en zelf vindt dat het ons regels kan opleggen. Dat is echt gevaarlijk." Er bestaan dus inderdaad nog kritische stemmen over de NAVO, gelukkig maar. Merci, Karel.

Voorzitter:

De heer De Gucht en de PVDA vormen één front.

Axel Weydts:

Na dit merkwaardige front van communisten en liberalen heb ik toch nog een kleine bedenking, mijnheer de minister. U zei dat u van plan bent om ook een aantal voorafbetalingen te doen inzake materieel dat al besteld is. Dat is een techniek die kan worden gebruikt, maar we mogen onszelf daar niets mee wijsmaken. Daarmee is onze readiness niet verhoogd. Daarmee hebben we hoogstens een factuur die later zou volgen, al voor een stuk betaald, maar we hebben dat materieel nog niet, laat staan dat het al kan worden ingezet, dat er een doctrine is en dat we er al mee aan de slag kunnen gaan. We mogen onszelf dus geen blaasjes wijsmaken.

Ik heb nog een kleine bedenking, mevrouw Safai. Trump is inderdaad misschien geen bondgenoot van Rusland, maar gebaseerd op wat we de afgelopen dagen hebben gezien, met het afsnijden van de intel ten aanzien van de Oekraïners – we hebben daarnet in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies gehoord welke gevolgen dat heeft – kunnen we toch ook niet echt zeggen dat hij een grote bondgenoot van Oekraïne is. Het is echt ongezien en verschrikkelijk erg wat er is gebeurd. Gelukkig worden de violen nu weer gestemd, maar ik ben er toch niet zo gerust op na wat we in de afgelopen dagen hebben gezien.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Sur les actifs, vous n’avez pas répondu. Je continue à dire que se séparer d’actifs stratégiques comme Proximus ou bpost serait une grave erreur. Même si vous êtes tenu par des cours de bourse, je pense qu’il y a un moment où le Parlement, même à huis clos, devrait légitimement être consulté.

Par ailleurs, je pense que nous reparlerons des F‑35. Comme mon collègue M. Lacroix, je continue à penser que c’est un choix stratégique vraiment difficile à assumer. La logistique est aux mains des Américains. On ne peut pas changer cela.

Darya Safai:

Dat is ook niet wat ik gezegd heb. Trump heeft het uiteraard heel slecht aangepakt, maar Trump is niet heel Amerika. Dat bedoelde ik.

In de toekomst zullen we onze manier van doen natuurlijk gewoon kunnen veranderen.

Theo Francken:

Je n'ai pas répondu à propos des F-35 car cela n'était pas vraiment l'objet de ce débat d'actualité. Un débat très intéressant sur les F-35 se tiendra la semaine prochaine. J'en suis sûr.

Voorzitter:

Dat brengt ons bij het einde van de vergadering, collega's. Volgende week houden we het debat over de beleidsverklaring, als die tijdig wordt ingediend tenminste. We hebben daarvoor de hele dag uitgetrokken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.50 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 50.

De vrijstelling van de inschrijvingsplicht en de verkeersbelasting voor wagens van Oekraïners

Gesteld door

lijst: VB Frank Troosters

Gesteld aan

Jean-Luc Crucke (Minister van Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie)

op 12 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Oekraïners met tijdelijke bescherming in België zijn federaal vrijgesteld van voertuiginschrijving en Vlaamse belastingen (BIV/verkeersbelasting), wat inkomstenverlies veroorzaakt maar waarvan het exacte aantal voertuigen onbekend is. Minister Crucke benadrukt dat de uitzondering tijdelijk is (gebonden aan EU-besluiten, mogelijk verlengbaar per jaar) en dat gewesten zelf belastingen kunnen heffen via alternatieve registratie (bv. Oekraïense kentekens). Vlaanderen pleit al voor een afbouwscenario van deze maatregelen, en Troosters dringt aan op een versneld uitdoofbeleid op federaal niveau, mits evaluatie van de noodzaak. De kern: gebrek aan data en spanning tussen federale vrijstelling en gewestelijke belastingautonomie.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, wie in Vlaanderen woont en een voertuig koopt, moet dat voertuig inschrijven en vervolgens Vlaamse BIV en verkeersbelasting betalen. Oekraïners die hier het tijdelijk beschermingsstatuut genieten, zijn van dat alles vrijgesteld omdat ze op federaal niveau een uitzondering kregen van de inschrijvingsplicht. Dat wordt geregeld door de federale regering bij koninklijke besluiten.

Mijn goede collega Tom Lamont heeft in het Vlaams parlement de Vlaamse minister van Financiën daarover ondervraagd op 21 januari jongstleden. Hij kreeg van de minister van Financiën te horen: "In lijn met de vorige vraag dien ik opnieuw te verwijzen naar België, oh België, dat ook in dezen niet zo behulpzaam is, allicht alleszins niet bij de realisatie van onze doelstelling. Het is inderdaad de resultante van federale wetgeving, van een KB en van de algemene beschouwingen en maatregelen die daartoe geleid hebben. In het kader van de Oekraïnecrisis is het zo dat wij op Vlaams niveau al in een afbouwscenario zitten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de noodopvang. Het is onze overtuiging dat we nu naar een uitdoofscenario van het een en ander moeten gaan." Dat werd in het Vlaams Parlement geantwoord.

Mijnheer de minister, hebt u als minister zicht op het aantal wagens dat onder die uitzondering valt? Hebt u ook een zicht op wat dat betekent voor de inkomsten? Bent u als minister, en bij uitbreiding uw regering, ook gewonnen voor een uitdoofscenario, net zoals dat in de Vlaamse regering het geval is?

Jean-Luc Crucke:

Mijnheer Troosters, aangezien die voertuigen niet ingeschreven dienen te worden, heb ik geen zicht op het aantal wagens dat daaronder valt, wat misschien spijtig is. Destijds werd er gekozen om die voertuigen niet in te schrijven, aangezien het merendeel van die voertuigen niet over een Europese goedkeuring beschikt en ze dus in principe niet in België of een andere lidstaat kunnen worden ingeschreven, aangezien ze niet voldoen aan de in Europa geldende technische eisen voor voertuigen. Bovendien geniet de Oekraïense vluchteling slechts over een statuut van tijdelijke bescherming.

De verkeersbelastingen en belasting op de inverkeerstelling zijn een volledig gewestelijke bevoegdheid, zoals u weet, hetgeen de gewesten perfect toelaat om die voertuigen te belasten, los van de inschrijving van een voertuig, bijvoorbeeld door het online registreren van de Oekraïense kentekenplaten. Aangezien de Oekraïense vluchtelingen slechts een tijdelijke bescherming genieten, betekent dat dat deze maatregel sowieso een uitdoofscenario kent. Het mechanisme van tijdelijke bescherming treedt enkel in werking wanneer de Raad van de Europese Unie een besluit aanneemt in het kader van richtlijn 2001-55-EG om het statuut in de EU-lidstaten te activeren. Initieel werd algemeen aangenomen dat uit artikel 4, tweede lid, van de tijdelijke beschermingsrichtlijn volgt dat de tijdelijke bescherming in totaal maximaal drie jaar kan duren.

De Europese Commissie en de Raad kozen in het kader van het conflict in Oekraïne voor een ruimere interpretatie van lid 2. De Raad kan de tijdelijke bescherming na twee jaar niet slechts één keer, maar telkens met maximaal een jaar verlengen.

Frank Troosters:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Het klinkt inderdaad logisch. Helaas hebben we er dus geen zicht op hoeveel van die wagens hier rondrijden, noch op de inkomsten die daardoor zijn misgelopen. U verwijst naar het tijdelijke karakter van de maatregelen. Ik kan alleen maar hopen dat de nodige stappen genomen worden en dat wij in dezen een voorbeeld aan de Vlaamse regering nemen en bekijken of die uitzonderingsmaatregelen nog echt nodig zijn. Anders kunnen we misschien, en het liefst zo snel mogelijk, een uitdoofscenario nastreven.

Vrijgelaten gedetineerden uit het buitenland

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 12 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overbevolking in Belgische gevangenissen wordt verergerd doordat 44% van de gedetineerden buitenlands is (waarvan 31,5% illegaal verblijft), met twee derde van vrijgelaten buitenlanders die spoorloos raakt. Minister Verlinden benadrukt bestaande oplossingen: versnelde terugkeer via samenwerking met Marokko (232 repatriëringen in 2023, waarvan 132 uit gevangenissen) en het unieke gedwongen overbrengingsverdrag met Marokko, maar met strikte voorwaarden. Voor Europese gedetineerden scoort België hoog in vrijwillige/gedwongen overbrengingen, maar veel voldoen niet aan de criteria (verblijfsrecht, familiale banden). Concrete acties: eerdere identificatie door DVZ, ketenaanpak met Asiel & Migratie, en verdere optimalisering van bestaande samenwerkingsverdragen.

Alain Yzermans:

De overbevolking in onze Belgische gevangenissen is een prangend probleem. Die plaat wordt grijsgedraaid in deze commissie, maar dat betekent niet dat we hieraan geen blijvende aandacht moeten geven. We moeten blijven onderstrepen dat hiervoor oplossingen moeten worden gezocht.

In de toelichting die u enkele weken geleden gaf, viel me een getal op. Het grote aantal mensen van buitenlandse afkomst speelt ons namelijk parten in de globale oefening om onze gevangenissen te ontlasten. De cijfers waarover ik vandaag beschik, gaan zelfs nog verder. Zo is 44 % van de gedetineerden in onze gevangenissen afkomstig uit het buitenland en heeft 31,5 % van de totale populatie zelfs geen geldige verblijfsvergunning.

Die onwettigheid vertaalt zich dan ook bij de gevangenen die worden vrijgelaten. Ongeveer twee derde van de gevangenen die worden vrijgelaten, verdwijnt spoorloos en een derde wordt teruggestuurd. Dat zijn verontrustende cijfers voor een stabiele en evenwichtige samenleving. U hebt daaraan aandacht besteed in het regeerakkoord, waaruit ik een aantal passages heb gelezen.

Mevrouw de minister, welke specifieke maatregelen zult u nemen om de sans-papiers in de gevangenissen in kaart te brengen? Ik pleit voor een en-en-enoplossing, maar we zullen al die fenomenen goed in kaart moeten brengen, de samenwerkingsovereenkomsten goed moeten onderzoeken en nagaan welke er werken en welke niet en waar we nog kunnen uitbreiden. Dat alles samen kan immers leiden tot evenwichtigere populatie in onze gevangenissen.

Annelies Verlinden:

Mijnheer Yzermans, voor uw eerste vraag verwijs ik u graag door naar mijn collega Van Bossuyt.

Verder is het van belang om een onderscheid te maken tussen de terugkeer vanuit de gevangenis, die mogelijk is vanaf zes maanden voor het strafeinde, waarvoor we samenwerken met de Dienst Vreemdelingenzaken, en de tussenstaatse overbrenging, waarbij een gedetineerde de rest van zijn straf uitzit in een derde land, doorgaans het land van herkomst.

België is het enige land ter wereld dat een verdrag met Marokko heeft gesloten dat een tussenstaatse overbrenging zonder instemming van de betrokkene toelaat. Dit verdrag legt echter ook zeer strikte voorwaarden op voor een overbrenging zonder instemming, waardoor niet alle gedetineerden met de Marokkaanse nationaliteit in aanmerking komen voor een overbrenging.

Daarnaast werkt de FOD Justitie samen met de Dienst Vreemdelingenzaken aan de terugkeer vanuit de gevangenissen. Die is mogelijk vanaf zes maanden voor strafeinde. Door de heropstart van de relatie met Marokko in 2024 konden vorig jaar 232 mensen zonder recht op verblijf worden teruggestuurd, waarvan 132 vanuit de gevangenissen. Op die weg moeten we mijns inziens verder blijven gaan. Door de versterking van de samenwerking met Marokko, die niet alleen justitie maar ook asiel en migratie aanbelangt en ook een ketenaanpak vraagt, moeten we de terugkeer van Marokkanen in onwettig verblijf vanuit onze gevangenissen nog verder kunnen verhogen.

Samen met mijn collega bevoegd voor Asiel en Migratie, zal ik ook bekijken of de DVZ de identificatie en de voorbereiding van de terugkeer nog vroeger zou kunnen opstarten, zodat een snellere terugkeer wordt verwezenlijkt en we op die manier ook de druk op onze gevangenissen kunnen verlichten.

U vroeg mij ten slotte ook naar de terugkeer van mensen met een Europese nationaliteit vanuit onze gevangenissen. Eerst en vooral wil ik onderstrepen dat België sinds 2013 in de top vijf staat op het vlak van het aantal uitgaande overbrengingen naar andere Europese lidstaten en daarmee zelfs landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje voorafgaat. Dit gezegd zijnde moeten we ook vaststellen dat niet alle Europese onderdanen in onze gevangenissen in aanmerking komen voor een tussenstaatse overbrenging. Velen onder hen hebben weliswaar een andere nationaliteit, maar hebben bijvoorbeeld wel recht op verblijf, zijn in België geboren, hebben hier een sterke familiale binding of komen niet in aanmerking omdat de doorlooptijd om een overbrenging te realiseren te kort is.

Daarnaast komen Europese burgers in onwettig verblijf in onze gevangenissen eveneens in aanmerking voor vrijwillige of gedwongen terugkeer. Ook daarvoor zal ik uiteraard samenwerken met mijn collega voor Asiel en Migratie en de DVZ, die verantwoordelijk zijn voor de terugkeer van mensen in onwettig verblijf.

Alain Yzermans:

Mevrouw de minister, dank u voor het antwoord.

De impact en de haalbaarheid van de re-integratiemaatregelen voor langdurig zieken

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België streeft naar 80% werkgelegenheid tegen 2030 met focus op re-integratie van langdurig zieken, maar huisartsen uiten bezorgdheid over extra administratieve last (capaciteitscertificaten), gebrek aan opleiding en aantasting van hun autonomie. Minister Vandenbroucke belooft digitale vereenvoudiging (e-platforms zoals *TRIO* en *Mult-eMediatt*), overleg met artsensyndicaten voor praktische afstemming en gerichte bijscholing, met nadruk op individuele re-integratietrajecten zonder inbreuk op therapeutische vrijheid. Evaluatie en tussentijdse bijsturing zijn voorzien, maar concrete maatregelen volgen pas na diepgaand sectoroverleg. Kernpunt: balans tussen ambitieuze werkdoelstellingen en haalarbare ondersteuning voor zorgverleners.

Isabelle Hansez:

Monsieur le ministre, dans le cadre de la politique de l'emploi et de la lutte contre l'inactivité, le gouvernement a fixé un objectif ambitieux d'un taux d'emploi de 80 % d'ici 2030. Parmi les mesures proposées, une attention particulière est portée à la réintégration des malades de longue durée, notamment via le plan global de prévention et de réinsertion.

Si certaines de ces mesures sont saluées par les acteurs de terrain, plusieurs inquiétudes subsistent quant à leur mise en œuvre effective, et en particulier concernant les médecins généralistes, à qui on donne un nouveau rôle. Ceux-ci devront désormais établir des certificats d'aptitude précisant les capacités des patients. Ils s’inquiètent de la surcharge de travail et de l’évolution de la nature de leur travail avec de nouvelles missions pour lesquelles ils n’ont pas été formés. Ils dénoncent également l’atteinte à leur autonomie et les contraintes financières qui pourraient leur être imposées en cas de certificats jugés trop longs ou trop fréquents.

Dès lors, je souhaiterais attirer votre attention et vous poser les questions suivantes. Quelles garanties comptez-vous prendre pour éviter une surcharge administrative pour les médecins qui seront amenés à établir ces certificats d'aptitude? Avez-vous déjà réfléchi à la possibilité de déléguer certaines tâches à d’autres profils médicaux ou paramédicaux pour venir en aide aux médecins?

Des processus d’accompagnement ou de formation me semblent indispensables dans le cadre de cette nouvelle mission, les médecins n'y ayant pas été formés. Y avez-vous déjà réfléchi?

Enfin, avez-vous envisagé une évaluation intermédiaire de ces mesures afin de vous assurer de leur efficacité et d’éviter des effets indésirables sur les patients et les professionnels de la santé? Je vous remercie pour vos réponses.

Frank Vandenbroucke:

Madame Hansez, l'accompagnement et le soutien des professionnels de la santé confrontés dans leur vie quotidienne à des situations de travail impliquant un niveau d'exigence très élevé sont fondamentaux. Il faut donc essayer de les soulager au maximum des nombreuses tâches administratives qui restent encore trop présentes dans l'exercice de leur fonction.

L'introduction d'un certificat d'incapacité par voie électronique via l'application Mult-eMediatt ou encore la nouvelle plateforme de communication TRIO constituent des exemples innovants qui répondent à la nécessité de développer des processus plus simples, plus rapides et plus sécurisés et qui permettent ainsi de soulager les médecins dans leur tâche quotidienne et de se concentrer sur le suivi de leurs patients.

Dans le cadre de l'accord de gouvernement 2025-2029, nous continuons à réserver à la simplification administrative une place importante en faisant notamment appel à ces nouvelles applications électroniques en soutien aux échanges primordiaux qui doivent avoir lieu entre les médecins traitants, les médecins-conseils et les médecins du travail, mais aussi à la nécessité pour le médecin de pouvoir identifier le potentiel de travail – l'idée d'une fit note – en vue de pouvoir accompagner la personne dans un processus individualisé de retour vers le travail.

Au cours de ces 10 dernières années, le nombre de personnes reconnues en incapacité de travail de longue durée a connu une évolution exponentielle dans notre pays. C'est pourquoi nous voulons mettre en place un plan global qui touche à la fois à la prévention, mais aussi à la nécessité de soutenir des personnes ayant des problèmes de santé pour éviter qu'elles ne soient durablement absentes du travail et pour qu'elles puissent être accompagnées – pour celles qui disposent d'un potentiel de travail – et ceci dans le cadre d'un trajet individualisé de retour vers le travail.

Je suis conscient de la portée de ce plan global qui implique des actions collectives, mais aussi des efforts de la part de tous les acteurs concernés, à l'heure où cette évolution importante du nombre de personnes reconnues en incapacité de travail devient une réelle question de santé publique dans notre pays.

J'inviterai le secteur afin que l'on puisse dialoguer ensemble quant à la manière de mettre en place les différents défis correspondants, et/ou la formation et l'information du secteur, mais aussi la praticabilité de ces mesures et leur évaluation. Celles-ci pourront être discutées dans un processus qui se veut dynamique et nécessaire dans le rétablissement et l'accompagnement des personnes disposant d'un potentiel de travail vers un trajet de retour au travail, tout en respectant la liberté thérapeutique.

Très concrètement, il y a une semaine, j'ai rencontré les organisations syndicales des médecins, tant les représentants des généralistes que des spécialistes. J'ai proposé d'organiser un dialogue en profondeur, d'abord informel, sur tout ce chapitre de l'accord de gouvernement sur le retour au travail, et tout ce que cela implique comme défis, de territoire inconnu pour les médecins. Je crois qu'il faut développer cela en dialogue et avec une vue positive sur ce que les médecins peuvent apporter et contribuer.

Cela a été accueilli de façon favorable. Il n'y a pas encore de date fixée, mais je veux avoir dans les semaines à venir un dialogue approfondi sur toutes ces questions, qui permettra, j'espère, de bien définir les modalités nécessaires, et aussi de créer la confiance mutuelle qu'il faut dans ce genre de situation, dans ce genre de système. Les modalités doivent suivre après.

Isabelle Hansez:

Merci pour vos réponses. De fait, les incapacités de travail de longue durée augmentent de manière exponentielle. C’est inquiétant et on perçoit la charge de travail que les médecins généralistes devront assumer avec ces certificats d’aptitude. La plateforme TRIO est intéressante dans le cas d’une collaboration entre le médecin du travail qui connait probablement bien le poste de travail, le médecin-conseil et le médecin généraliste. Ce qui serait important de faire quand on veut parler de formation et d’information, c’est cibler le profil des compétences nécessaires et additionnelles par rapport à leur formation de généraliste, cibler les compétences qu’il faudrait développer pour qu’ils soient à l’aise avec ces certificats d’aptitude. La réunion publique de commission est levée à 17 h 33. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.33 uur.

Het gesprek met ENGIE en het FANC
De beslissing van de Europese Commissie inzake de levensduurverlenging van twee kernreactoren
De ad-interimbenoemingen bij Hedera en BE-NUC
De financiering via de nucleaire heffingen
De stillegging van Doel 1 en de levensduurverlenging van de reactors
De stillegging van Doel 1 en het verdere traject
Het beroep tegen de LTO bij het Grondwettelijk Hof
De beslissing van de EC over de staatssteun in het kader van de ENGIE-deal
De strategische autonomie van de Staat en de levensduurverlenging van de kernreactoren
Kernenergiebeleid, levensduurverlenging en regelgeving in België

Gesteld aan

Mathieu Bihet (Minister van Energie)

op 11 maart 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De nieuwe Belgische regering keert het antinucleaire beleid om en wil kernenergie behouden als hoeksteen van de energietransitie, met plannen voor 4 GW bestaande (levensduurverlenging Doel 4/Tihange 3) en 4 GW nieuwe nucleaire capaciteit. ENGIE’s akkoord voor Doel 4 en Tihange 3 (10 jaar verlenging) vereist nog aanpassingen na EU-staatssteungoedkeuring (o.a. prijsgaranties en governance), met onderhandelingen lopende en een kostplaatje van €1,6-2 mjd voor modernisering, waarvoor al €200 mln is voorgeschoten. Doel 1 is definitief gesloten, maar de regering onderzoekt via het FANC-rapport (31/03) of verlenging van andere reactoren (Doel 2/3) technisch en juridisch haalbaar is, terwijl wetswijzigingen (aansprakelijkheidsplafond, bescherming tegen retroactieve wetten) en grondwettelijke bezwaren (van universiteiten) dreigen de plannen te vertragen. Tijdsdruk en ENGIE’s terughoudendheid vormen de grootste obstakels, met ad-interim benoemingen bij Hedera als noopmaatregel om de deal operationeel te houden.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de voorzitter, mijn vraag werd enkele weken geleden ingediend. Midden februari is bij manier van spreken het licht uitgegaan in de oudste kerncentrale van het land, Doel 1, die definitief werd stilgelegd. Intussen is er een nieuwe regering. De beleidsnota zal volgende week worden besproken, maar we lezen in het regeerakkoord dat de antinucleaire tendens die de voorbije jaren in dit land heerste, wordt omgekeerd. Ook heeft de nieuwe minister van Energie publiekelijk laten verstaan dat hij een zekere voorkeur heeft voor nucleaire energie en gelooft in de toekomst ervan. Dat noopt ons tot enkele vragen, want naast de stilgelegde Doel 1 zijn er natuurlijk nog een aantal andere, oudere kernreactoren, waarvan de uitschakeling op de achtergrond sluimert.

Mijnheer de minister, hebt u intussen samengezeten met ENGIE Electrabel en het FANC? Wat zijn de conclusies van dat gesprek?

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik wil het wat diepgaander hebben over de beslissing van 21 februari 2025 van de Europese Commissie. Op grond van de EU-staatssteunregels heeft ze haar goedkeuring gegeven aan een herziene Belgische steunmaatregel voor de verlenging van de levensduur van twee kernreactoren.

Om aan de bezwaren van de Europese Commissie tegemoet te komen, heeft België de voorwaarden van het overheidssteunpakket waar mogelijk gewijzigd, rekening houdend met het ontwerp van de kernreactoren, onder meer een maximum voor het aantal modulaties, de aanvullende financiële steunmechanismen bovenop het contract for difference (CFD) met onder andere de overheveling van de beslissingsbevoegdheid voor economische modulaties van BE-NUC naar een onafhankelijke energiebeheerder, de uitoefenprijs van het CFD, een maximum voor de waarborg inzake de operationele kasstroom, enzovoort. Ik kan nog een tijdje doorgaan.

Volgens uw eerste reactie moet de visie van de Europese Commissie grondig worden bestudeerd, daar bepaalde technische aspecten enkele aanpassingen aan de gesloten akkoorden vereisen.

De laatste documenten van het akkoord moeten blijkbaar ook nog worden afgerond. Laten we niet vergeten dat de moderniseringswerken aan de twee jongste kerncentrales ook moeten worden uitgevoerd. De nodige veiligheidsverbeteringen mogen worden gespreid in de tijd. Dat weten we. Ze moeten in 2028 conform het akkoord met ENGIE allemaal zijn uitgevoerd. De studiefase bij de exploitant is al een hele tijd geleden gestart en moest eind vorig jaar afgewerkt zijn.

Mijnheer de voorzitter, ik wil van de gelegenheid gebruik maken om te polsen naar de volledige tekst van de beslissing van de Europese Commissie, dus niet alleen het persbericht. Mevrouw Van der Straeten had daar terecht naar gevraagd, maar we hebben die jammer genoeg nog niet mogen ontvangen.

Ten eerste, mijnheer de minister, kunt u meer duidelijkheid bieden over de noodzakelijke aanpassingen aan de gesloten akkoorden naar aanleiding van de beslissing van de Europese Commissie van 21 februari 2025?

Is er al een zicht op de kostprijs van de noodzakelijke moderniseringswerken aan de twee betrokken reactoren? Op basis van de eerste inzichten werd door de exploitant een investeringsbedrag van 1,6 à 2 miljard euro voor beide centrales samen verwacht. Zijn er nieuwe cijfers? Wat is de reactie en de controle van de regering?

Ik kom nu tot mijn tweede vraag. Die zal enigszins korter zijn. Ze gaat over de benoemingen rond Hedera en BE-NUC. De federale ministerraad heeft op 21 februari 2025 een beslissing genomen over een aantal ad-interimbenoemingen, meer bepaald voor Hedera.

U hebt blijkbaar teruggegrepen naar de longlist die op vraag van uw voorgangster door headhunter Korn Ferry werd opgesteld. Het gaat over een voorzitter ad interim en een financieel directeur ad interim voor Hedera. Er was ook sprake van een technisch directeur voor Hedera, maar die functie wordt blijkbaar nog niet ingevuld of niet ingevuld. Wel is er ook de aanstelling van de financieel directeur voor BE-NUC. Die naam werd echter nog niet vrijgegeven. Alle kandidaten moesten op dat moment een fit and proper procedure doorlopen om te bepalen of zij wel geschikt waren voor hun functie.

De kern van de zaak is de volgende. Dat de benoemingen ad interim zijn, heeft blijkbaar te maken met wat in het regeerakkoord staat, namelijk dat alle overheidsinstellingen die zijn opgericht voor nucleair beheer, eerst nog eens tegen het licht moeten worden gehouden. Er staat ter zake in het regeerakkoord het volgende: "De regering zal de rollen en verantwoordelijkheden van NIRAS, de Commissie voor nucleaire voorzieningen, het FANC en Hedera specificeren, vervolledigen en op elkaar afstemmen. Vooraleer Hedera te operationaliseren, zal een evaluatie worden gemaakt van de geplande structuur van Hedera in functie van de beoogde activiteiten."

Dat klinkt allemaal veelbelovend, maar is enigszins cryptisch voor mij.

Mijnheer de minister, kunt u meer uitleg geven over het ad-interimkarakter van de benoemingen? Dat lijkt immers in strijd met de wet, die bepaalt dat bestuurders voor zes jaar worden benoemd.

Kunt u toelichting geven bij beide regeringspassages die ik heb geschetst?

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, le 15 février 2025, le réacteur de Doel 1 a commencé sa mise à l'arrêt définitive, concrétisant ainsi l'actuelle loi de 2003 sur la sortie progressive du nucléaire. Les Engagés et plusieurs groupes politiques ont déposé des propositions de loi afin de prolonger le plus de réacteurs possible et de permettre la construction de réacteurs de nouvelle génération. L'objectif est de maintenir la production d'électricité nucléaire dans un contexte où l'approvisionnement est complexe – on l'a vu ces derniers temps –, mais également de conserver autant que possible cette part d'autonomie énergétique et de poursuivre ainsi notre volonté de décarboner notre électricité. De ce point de vue-là, il est clairement déplorable que le démantèlement de Doel 1 ait commencé.

Lors de l'analyse de ces différents textes de loi, les avis rendus par la Commission de Régulation de l' é lectricité et du Gaz (CREG) et le Conseil d'État montraient la complexité de la situation. L'accord passé avec ENGIE pour prolonger Doel 4 et Tihange 3 de 10 ans comporte une série de dispositions qui pourraient leur permettre de demander des dédommagements voire la résiliation de la convention. Une résiliation de la prolongation de Doel 4 et Tihange 3 créerait de sérieux défis en termes d'approvisionnement. Il est bien clair que ces réacteurs doivent pouvoir être prolongés si les conditions matérielles le permettent et que notre volonté est toujours bien présente.

Monsieur le ministre, depuis votre prise de fonction, avez-vous pu avoir des contacts avec ENGIE, voire des réponses de sa part? L'opérateur a, à plusieurs reprises, rappelé son intention d'arrêter l'exploitation des réacteurs nucléaires. Dès lors, des contacts avec d'autres opérateurs existent-ils? Quel est l'état de démantèlement de Doel 1? Des actions irréversibles ont-elles déjà été prises? Le démantèlement de Doel 1 empêche-t-il la prolongation de Doel 2, les deux réacteurs étant couplés? En cas de modification législative pour permettre éventuellement la prolongation de réacteurs supplémentaires, existe-t-il un risque qu'ENGIE remette en question l'accord initial pour les deux réacteurs déjà prolongés, à savoir Doel 4 et Tihange 3? Quelle est l'analyse de votre cabinet et de votre administration de cet accord? Le vote d'un texte législatif modifiant la loi de 2003 de sortie du nucléaire et singulièrement la prolongation des réacteurs ne risque-t-il pas d'entrainer une remise en question de la prolongation de Doel 4 et Tihange 3?

Bert Wollants:

Mijnheer de minister, ik heb drie vragen ingediend, die enigszins uiteenlopen qua onderwerp, maar waarin het nucleaire wel telkens aan bod komt.

Mijn eerste vraag gaat over de stillegging van Doel 1. In het regeerakkoord is voorzien om te bekijken welke opties er zijn om de levensduur te verlengen van de centrales die niet in de ENGIE-deal zijn opgenomen. Na de stillegging van Doel 1 zou ENGIE al een aantal initiatieven hebben genomen die een mogelijke long term operation (LTO) zouden kunnen bemoeilijken. Tegelijkertijd zou binnen de bevoegdheid Nucleaire Veiligheid worden nagegaan welke opties andere landen hebben genomen bij het omzetten van de WENRA-normen. Dat heeft natuurlijk een zeer nauwe band met de mogelijkheden om op het vlak van LTO stappen te zetten voor de genoemde centrales. Het dossier is dus wel urgent in die zin dat het nog zinvol moet zijn om de mogelijke opties te bekijken en er aan het eind van de rit nog mogelijkheden moeten openstaan qua verlenging, zeker als we dat leggen naast de door u geformuleerde doelstelling om zowel 4 gigawatt bestaande als 4 gigawatt nieuwe nucleaire capaciteit te realiseren.

Mijnheer de minister, zijn er al gesprekken met de exploitant geweest in het kader van Doel 1 en eventueel andere centrales? Welke aanpak stelt u voor in het kader van dat dossier? Welke tijdslijn hebt u daarbij voor ogen? Worden daarbij ook wetgevende initiatieven voorzien?

Mijn tweede vraag gaat over de LTO die wel al in uitvoering is. In december 2024 hebben enkele universiteiten beroep aangetekend bij het Grondwettelijk Hof tegen een aantal artikelen van de wet van 26 april 2024 naar aanleiding van de verlenging van Doel 4 en Tihange 3. We hebben daarover al eerder vragen gesteld aan uw voorganger, maar die kon toen nog niet antwoorden over de inhoud en de mogelijke impact van het beroep. Tegelijkertijd is de vraag hoe de onderliggende vrees van de universiteiten kan worden aangepakt zonder dat de LTO in gevaar wordt gebracht.

Mijnheer de minister, wat is de samenvatting van het beroep van de universiteiten? Wat zijn in het slechtste geval de gevolgen van een uitspraak van het Grondwettelijk Hof naar aanleiding van dat beroep? Hebt u al contact gehad met de betrokken universiteiten? Zijn er andere partijen betrokken bij een eventueel overleg met de universiteiten? Daarmee bedoel ik NIRAS, Belgoprocess en eventueel ENGIE. Welke zijn uw volgende stappen in verband met dat beroep?

Tot slot heb ik nog vragen over de staatssteunbeslissing van de Europese Commissie. Ondertussen is het wel duidelijk dat de Europese Commissie de ENGIE-deal heeft goedgekeurd, mits er een aantal aanpassingen worden doorgevoerd, maar het is niet duidelijk welke aanpassingen noodzakelijk worden geacht. In de pers heeft men het over aanpassingen aan de joint venture en de methodiek van de prijsgarantie voor de stroom. Meer details waren nog niet beschikbaar.

Mijnheer de minister, wat zijn de contouren van de goedkeuring? Op welke punten is een bijsturing noodzakelijk? Vergt dat opnieuw onderhandelingen met ENGIE, of zijn die wijzigingen sowieso verworven, gelet op de beslissingen van de Commissie? Kunt u de nodige documenten met betrekking tot de beslissing ter beschikking stellen?

Luc Frank:

Monsieur le ministre, en 2023, le gouvernement a signé un accord avec ENGIE sur la prolongation des deux réacteurs nucléaires. Le gouvernement s'est alors fait aider par des consultants pour l'assister dans les négociations. Ces consultants détiennent dès lors un savoir et des compétences stratégiques pour l'État, au risque de déforcer sa capacité d'action.

Monsieur le ministre, quelles ont été les missions de ces consultants au cours des négociations du deal de prolongation? Quel a été le montant total engagé par l'État? Quel Service public fédéral (SPF) ou organisme a-t-il été chargé de payer les factures de ces consultants? Une garantie d'accès à l'information a-t-elle été prise par le précédent gouvernement afin de garantir aux futurs ministres la possibilité d'accès à cette information stratégique?

En tant que ministre de l'Énergie, quelle est votre analyse de la situation? Ne pensez-vous pas qu'il y a un risque de perte d'autonomie stratégique de l'État si des informations cruciales sont détenues par des privés et pas par les organes de l'État, par exemple la CREG, l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF) ou le SPF?

Enfin, l'accord de gouvernement prévoit la prolongation des réacteurs nucléaires. Dans ce cadre, comptez-vous à nouveau passer par des consultants? Quel groupe de travail allez-vous mettre sur pied?

Christophe Bombled:

Monsieur le président, je souhaiterais participer au débat d'actualité. J'ai une question à poser à M. le ministre.

Monsieur le ministre, depuis votre entrée en fonction, la Belgique a opéré un tournant majeur en matière de politique énergétique, notamment en rejoignant pleinement l'Alliance du nucléaire le 18 février dernier. Cet engagement marque une rupture avec le passé et affirme notre volonté de faire du nucléaire un pilier essentiel de notre mix énergétique.

Vous avez clairement affiché votre ambition: garantir une production d'électricité massive, pilotable et abordable, sans recourir aux énergies fossiles, tout en renforçant la souveraineté énergétique du pays. Dans cette optique, le gouvernement prévoit de s'impliquer activement dans plusieurs axes stratégiques, allant du développement d'infrastructures nucléaires à l'accès aux financements européens, en passant par la formation des compétences et le renforcement des collaborations industrielles et scientifiques.

Monsieur le ministre, pourriez-vous préciser quelles sont les prochaines étapes concrètes que vous entendez mettre en œuvre pour prolonger et renforcer la capacité nucléaire en Belgique? Plus précisément, comment envisagez-vous de traduire cet engagement au sein de l'Alliance du nucléaire en actions tangibles pour assurer la pérennité et le développement du secteur nucléaire dans notre pays?

Voorzitter:

Zijn er nog collega’s die wensen aan te sluiten bij het actualiteitsdebat? (Nee) Dan geef ik het woord aan de minister.

Mathieu Bihet:

Monsieur le président, chers collègues, pour moi, c'est une première avec les rôles inversés. Ayant moi-même participé à ces salves de questions il n'y a pas longtemps, je suis heureux de venir répondre à vos nombreuses questions.

Les différentes questions ont été regroupées. Je vais essayer d'isoler chacune de vos sous-questions au sein de thèmes pour répondre de manière globale à vos différentes interrogations.

Met betrekking tot de geplande sluiting van de kerncentrale Doel 1 wens ik in de eerste plaats te verduidelijken dat de minister van Energie geen bevoegdheid heeft met betrekking tot het FANC. Het FANC valt onder de bevoegdheid van de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.

Ik kom nu tot de vraag over de eventuele gesprekken met de exploitant. Mijn eerste opdracht is om de nodige stappen te zetten om de reeds afgesloten overeenkomst met ENGIE Electrabel voor de levensduurverlenging met 10 jaar van Doel 4 en Tihange 3 uit te voeren.

Le gouvernement a fixé un calendrier pour une éventuelle nouvelle prolongation du parc nucléaire, comme l'ont évoqué plusieurs collègues. La première étape consiste en la mission confiée à l'Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN) par mon collègue Bernard Quintin, qui vise à remettre, en tant qu'organisme indépendant, d'ici le 31 mars prochain, un rapport comparant les différentes exigences de sécurité imposées aux installations nucléaires en Belgique à celles de pays dotés d'une technologie comparable. Ce rapport déterminera le contexte dans lequel se dérouleront les discussions avec l'exploitant.

J'en viens à l'approbation de l'aide d' É tat par la Commission européenne.

De goedkeuring door de Europese Commissie hield een aantal aanpassingen in van de akkoorden met betrekking tot de Phoenixdeal. Over die wijzigingen wordt nog onderhandeld. Het betreft bovendien ook gevoelige commerciële informatie, waaronder ook een lopende selectieprocedure voor de energy management serviceprovider die de geproduceerde volumes van de LTO zal vermarkten. Daarom kan ik nu niet verder op deze vraag ingaan.

De publicatie van de beslissing over de staatssteun valt onder de bevoegdheid van de Europese Commissie. Dat betekent dat ik de beslissing momenteel niet kan delen.

Je le répète pour les collègues francophones: à ce stade, je ne peux pas communiquer cette décision, singulièrement dans cette phase de discussion avec ENGIE.

Ik kom tot de wijziging van de wet van 31 januari 2003.

Monsieur Lejeune, vous m’interrogiez à ce sujet. En ce qui concerne les implications juridiques de l'adaptation de la loi du 31 janvier 2003 – adaptation à laquelle je tiens particulièrement –, je confirme que cette question devra avoir reçu une réponse claire au moment où il vous appartiendra à vous, législateur, d'adapter cette loi. L’accord de gouvernement prévoit spécifiquement un passage clair sur l’adaptation de cette loi.

Ces questions ont déjà été largement soulevées au sein de cette commission. Vous nous demandez l’avis de la DG Énergie qui a rendu un premier avis dans le cadre de cet examen en commission et nous avons déjà reçu des indications quant aux implications en jeu. Cependant, à ce stade, je ne peux anticiper le débat que vous aurez sur la question. L'attention du gouvernement est totalement focalisée sur la conclusion du deal avec Engie .

Dan kom ik tot de vraag over de kosten voor de moderniseringswerken aan de LTO-reactoren Doel 4 en Tihange 3. De rapportering over de investeringen door de exploitant gebeurt in het liaisoncomité tussen Electrabel en de Belgische overheid. Het liaisoncomité werd opgericht in het kader van het akkoord, met het oog op de uitwisseling van informatie. Daarin werd bevestigd dat de inschatting van de kostprijs van 1,6 miljard tot 2 miljard euro voor de werken aan de beide centrales nog steeds actueel is.

De rapportering van de investeringen door de operator gebeurt in het verbindingscomité tussen Electrabel en de Belgische regering. De studies en de nodige voorbereidende werken worden in afwachting van de sluiting gefinancierd door Electrabel en de Belgische Staat, via een systeem van evenredige prefinanciering. In het kader daarvan betaalden Electrabel en de Belgische Staat elk reeds ongeveer 100 miljoen euro.

De kosten van de noodzakelijke werken die verder dienen plaats te vinden na sluiting, worden gedragen door de gezamenlijke vennootschap BE-NUC. Bij BE-NUC zal de door de Belgische overheid aangewezen CFO en bestuurder samen met BE-WATT, namens de regering controle uitoefenen op de uitgaven.

De heer Ravyts had een vraag over het ad-interimkarakter van de benoeming van het directiecomité. Deze regering moest op zeer korte termijn de draad oppikken in de eindspurt van de Phoenixdeal. In dit dossier zag ik me geconfronteerd met de preselectie van de kandidaten voor het directiecomité van Hedera, waaruit geen enkel trio van kandidaten voortkwam dat voldeed aan de taal- en gendervereisten. Overeenkomstig de wet kan ik dan niemand benoemen. Daarmee zou er geen Hedera zijn die rechtsgeldig tot de akkoorden kan toetreden en zou er geen uitbetaling zijn. Kortom, er zou geen verlenging van de kerncentrales zijn geweest.

Ik zie mij dus genoodzaakt om, met het oog op de continuïteit van de openbare dienst, terug te vallen op een ad-interimoplossing in de vorm van de aanstelling van twee van de drie directeuren voor de duur van een jaar. Op die manier is Hedera functioneel en kan de verlenging van de kernreactor doorgaan. De kandidaten, benoemd door de regering, werden geselecteerd op basis van hun kwaliteiten die in de selectieprocedure naar voren kwamen, hun beschikbaarheid, hun kennis van de deal met ENGIE en de uitdagingen.

À ce stade, il n'y avait pas, dans la shortlist établie par les prestataires extérieurs, de possibilité de désigner un comité de direction valablement composé, eu égard aux différentes conditions fixées par la loi. Pour rendre le deal et donc Hedera opérationnels, nous avons choisi cette voie de l' ad interim.

Om op uw tweede vraag te antwoorden, er komt een evaluatie van de manier van werken van de nucleaire instellingen en van de manier waarop ze dienen samen te werken, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheden. De hertekening van het landschap die het door de vorige regering gesloten akkoord met zich meebrengt, vereist dat impliciet.

J'ai une réponse pour M. Lacroix; celui-ci n'étant pas arrivé, je lui ferai passer le message.

Mijnheer Wollants, u had het over het beroep tegen de LTO bij het Grondwettelijk Hof.

In de twee identieke vorderingen, de ene van de Franstalige universiteiten en de andere van de Nederlandstalige universiteiten, wordt een bezwaar geformuleerd tegen het forfaitaire regime voor de exploitanten van de kerncentrales in België, zoals vervat in de wet van 26 april 2024, houdende de verzekering van de bevoorradingszekerheid op het gebied van energie en de hervorming van de sector van de nucleaire energie. Die forfaitaire regel is een gevolg van de cap die overeengekomen werd met de kernexploitant met het oog op de verlenging van de levensduur van de kerncentrales Doel 4 en Tihange 3.

Het Grondwettelijk Hof heeft de twee zaken samengevoegd. In essentie richtten zij zich tegen twee pijlers van de Phoenixwet, met name de cap op de aansprakelijkheid van de kernexploitant en de bescherming tegen wetswijzigingen.

Monsieur Frank, concernant votre question sur l'autonomie stratégique, une équipe de consultants a effectivement été engagée par le gouvernement précédent afin d'assister l'État dans les négociations avec ENGIE et de mener à bon terme entre autres la négociation sur le volet aide d'État dont je viens de parler. Jusqu'à présent, ceci s'est fait à travers la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPI) à qui les moyens pour cet exercice sont alloués au travers du SPF Finances. C'est par ce chemin que cela passe.

Le montant total engagé par l'État durant les trois années précédentes est d'environ 16,5 millions d'euros TVAC. Pour le budget 2025, un budget est prévu à hauteur d'un million d'euros par mois jusqu'au mois de mars et prorogeable à partir du 31 mars si nous ne devions pas atterrir à un accord pleinement opérationnel pour le 31 mars. Il s'agit des consultants suivants: la banque d'affaires Lazard, les cabinets d'avocats Eubelius et Clifford Chance, l'analyste économique Compass Lexecon, Eiya Consult (pour le marché d'électricité) et Korn Ferry (pour le recrutement de Hedera et BE-NUC). Cette dernière mention concerne la question de M. Ravyts et la liste qui avait été établie pour les candidats.

La ministre précédente a décidé d'impliquer activement la DG Énergie et le SPF Économie dans les travaux du deal, mais seulement à la fin, vers l'été 2024. Depuis cette date, l'administration collecte et consolide toutes les informations fournies par les différents consultants. De plus, comme vous l'avez mentionné, l'administration n'a pleinement pris pied dans le dossier que l'été dernier. Ensemble, nous rassemblons les différents éléments pour la clôture du deal dans les prochains jours. C'est un immense dossier dans lequel je m'efforce de compter sur la bonne collaboration et le soutien de chacun, mais plus particulièrement de la DG Énergie, du SPF Économie et de la CREG.

Monsieur le président, je conclus ici. Je suis désolé pour cette réponse complète, mais je me devais de répondre à toutes les questions.

Voorzitter:

Puisque vous avez terminé, bien qu'il vous reste 17 minutes de temps de parole, je donne la parole aux collègues pour la réplique.

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Inzake de gesprekken met ENGIE is er een akkoord voor de eerste fase. De gesprekken voor de andere uitdaging zullen echter niet evident zijn. Dat lezen we in de pers. De houding van ENGIE is zeker aarzelend.

Mijnheer de minister, ik wens u voor de komende maanden heel veel daadkracht om de gesprekken op een goede manier te voeren. Veel succes.

Mathieu Bihet:

Monsieur le président, je me rends compte, honte à moi, que j'ai oublié mon ancien collègue, Christophe Bombled, dans mes réponses. Si cela ne vous dérange pas et que c'est acceptable d'un point de vue procédural, je vais répondre à ses questions, notamment sur la prolongation du calendrier.

Monsieur Bombled, dans un premier temps, notre attention est pleinement consacrée à la conclusion du deal pour Doel 4-Tihange 3. Il faudra préalablement le rapport AFCN, qu'on attend pour le 31 mars, mais également, comme le collègue Lejeune l'a dit tout à l'heure, une modification de la loi. Ou alors, il faudra faire une nouvelle loi ad hoc qui concernera les différents assets qu'il y a en Belgique en matière de nucléaire.

Vous donner un calendrier précis n'est dès lors pas possible mais parmi les prochaines étapes cruciales et importantes, il y a notamment cette date cardinale du 31 mars, à savoir le rapport AFCN.

Je rappelle à nouveau au collègue Van den Heuvel que l'AFCN est une compétence qui est sous l'égide de Bernard Quintin. Mais, évidemment, on travaille en bonne intelligence avec le collègue Quintin, parce que l'un ne va pas sans l'autre. Le nucléaire ne va pas sans sûreté et nous travaillerons à cela.

Je vous remercie, monsieur le président, et vous prie encore de m'excuser.

Kurt Ravyts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Mijn eerste vraag ging over de beslissing van de Europese Commissie. U verwijst naar de zeer belangrijke closing van de ENGIE-deal. Het is natuurlijk een ambetante vraag. U zegt eigenlijk dat ik wel zal merken welke wetswijzigingen zullen voorliggen. Ik zal dat inderdaad opvolgen en gepast reageren. Ik hoop dat u de horde van de closing toch definitief kunt nemen, want de klok tikt.

Ik neem ook akte van het feit dat de preselectie voor de aanstelling van de interimkandidaten niet voldeed. Mevrouw Van der Straeten is niet aanwezig, dus ze kan geen banbliksems uitsturen. Ik vermoed dat daaraan een bepaalde politieke visie ten grondslag ligt. Ik ben zeer benieuwd. We kunnen volgende week misschien ingaan op de passage in het regeerakkoord over de rollen en verantwoordelijkheden van NIRAS, CNV, FANC en Hedera. Daar zitten we opnieuw in de context van de closing van de deal met ENGIE.

Marc Lejeune:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos multiples réponses.

Nous avons reçu l'avis de la DG Énergie lors du dépôt de la proposition de loi. Entre-temps, d'autres débats ont eu lieu et d'autres avis ont été émis. Il serait dès lors intéressant que le cabinet et nous-mêmes ayons accès aux données et avis les plus à jour possible pour nous faire une opinion car nous ne savons pas trop si la modification aura un impact sur l'accord.

Bert Wollants:

Dank u wel, mijnheer de minister, voor het antwoord.

Dat geeft vooral aan dat er nog werk op de plank ligt, dat we nog maar aan het begin van het hele traject staan en dat de uitdagingen natuurlijk niet minder groot worden. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe moeilijker het immers zal worden om ENGIE van het idee af te brengen alles te sluiten.

Ik heb de indruk dat nog veel zaken aan het Parlement zullen worden voorgelegd. Ik vind het enigszins jammer dat bepaalde informatie niet ter beschikking kan worden gesteld. Als ex-lid weet u dat deze commissie de vinger aan de pols wil houden en alles in het werk stelt om mee te denken en te analyseren. Dat zullen we dan ook via toekomstige vragen blijven doen.

Luc Frank:

Tout d'abord, un grand merci pour vos réponses, monsieur le ministre.

Dans ma vie antérieure, pendant plus ou moins 25 ans, j'étais surtout municipaliste. Quand j'entends parler d'un budget de 20 millions d'euros, je me dis que ce n'est pas rien pour des consultants. Bien que je puisse comprendre les honoraires de certains spécialistes, je m'interroge néanmoins quant à cette prise de décision. Des organes étatiques tels que la CREG ou l'ONDRAF peuvent en effet nous conseiller et sont même payés à cet effet pour leur expertise. Donc, d'une certaine manière, nous avons payé deux fois la facture. Bref, je m'interroge sur le recours à de la consultance, alors que nous disposons déjà d'administrations et d'organes qui sont là dans ce but.

Ensuite, comme vous l'avez évoqué dans votre réponse, c'est dans les mains de l' É tat et du public que de telles décisions et cette expertise doivent reposer. Il importe donc d'opérer un transfert de compétences, d'une certaine façon, pour que ces organes prennent connaissance du dossier dans son intégralité ainsi que de sa technicité. À l'avenir, il importe aussi que les gouvernements suivants soutiennent surtout les organes qui sont payés à cet effet.

Christophe Bombled:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je comprends qu’il ne soit pas facile à ce stade de donner un calendrier précis. En effet, le rapport de l’AFCN est attendu pour le 31 mars et, en outre, la loi de 2003 sera bientôt adaptée par une proposition de loi que vous connaissez particulièrement bien. Mais nous allons dans la bonne direction et c’est important.

Een vooruitblik op de volgende week geplande Europese Raad van Defensieministers
Steun aan de economie en de bedrijven gezien de mogelijke verhoging van de Amerikaanse douanerechten
De door Donald Trump gevoerde geopolitiek
De Europese reactie op de verhoging van de douanerechten door de Verenigde Staten
De handelsoorlog met de Verenigde Staten
De door Donald Trump aangekondigde invoerheffingen op Europese producten
De douanerechten en het Europese concurrentievermogen
De grote impact op de farmasector van de Amerikaanse invoertarieven op Europese producten
Oekraïne en de defensie-inspanningen van België
Europese reacties op Amerikaanse handelsbeleid en defensie-strategieën.

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister), David Clarinval (Minister van Werk, Economie en Landbouw), Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 27 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s strategische autonomie en reactie op de dubbele dreiging van Amerikaanse handelstarieven (25% op EU-producten) en de escalerende defensieverplichtingen (NAVO’s 2%-bbp-eis). De kernpunten: (1) Defensie: België moet dringend het 2%-doel halen (voor de zomer) en structurele financiering regelen, met nadruk op Europese samenwerking binnen de NAVO, maar *concrete plannen en timing ontbreken nog*. (2) Handelsoorlog: De VS bedreigen de EU met tarieven, wat de Belgische export (o.a. farmacie, auto) raakt—Europa moet *eengemaakt en proportioneel* reageren, zonder in een escalatiespiraal te belanden, maar met focus op industriële soevereiniteit (innovatie, herindustrialisering) en diversificatie van handelspartners. (3) Critici (o.a. PTB) waarschuwen voor *blind volgen van de VS* en pleiten voor een *niet-gebonden Europa* dat partnerschappen met het Globale Zuiden zoekt, terwijl anderen (N-VA, CD&V) benadrukken dat *veiligheid (via NAVO) voor welvaart gaat*. Actiepunten: België speelt een *verenigende rol* in de EU, maar *concrete maatregelen* (bv. taskforce, budgetten) blijven vaag—urgentie domineert.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, volgende week vindt er een extra EU-top plaats, over de situatie in Oekraïne en defensie. Dat is absoluut noodzakelijk. De geopolitieke situatie is immers zorgwekkend en verandert razendsnel. De wereld staat in brand en Europa heeft veel te lang aan de zijlijn gestaan, zonder de mond open te doen.

Het is dus hoog tijd om te blussen. Mijnheer de eerste minister, om te blussen heeft men echter blusmateriaal nodig. En laat net daarover, over die structurele middelen en financiering van defensie, bijzonder veel onzekerheid bestaan. Hoe zullen we het Defensiefonds structureel financieren? Nog geen idee. Extra uitgaven voor defensie binnen of buiten de begroting? Nog geen idee. Wat gaat de Europese Unie doen? Gaat zij dat toestaan of niet? Nog geen idee. Er moet duidelijkheid komen, want we verliezen tijd. NAVO-baas Mark Rutte heeft het heel duidelijk gezegd. Die absolute ondergrens van 2 % van het bbp moet er komen nog voor de zomer.

Mijnheer de eerste minister, u bent historicus en ik weet dat u graag over het verleden spreekt. Mea culpa, het is juist dat de voorbije decennia heel veel partijen hier aanwezig, ook die van de Zweedse regering, te weinig hebben geïnvesteerd in defensie. We leven vandaag echter in een andere wereld. De wereld is de voorbije jaren grondig door elkaar geschud en grondig gewijzigd. We moeten dus stoppen met achterom te kijken en moeten vooruitkijken en schakelen.

Ik wil van u weten wat de regering vandaag en in de toekomst zal doen. Wat zal het standpunt van uw regering zijn op de komende EU-top? Hoe en wanneer zult u de 2 % voor defensie halen?

Patrick Prévot:

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, votre gouvernement n'a que quelques semaines et déjà, malheureusement, les promesses s'effritent.

Vous aviez promis un taux d'emploi de 80 %, mais, monsieur le premier ministre, vous avez dit cette semaine que ce ne sera pas pour cette législature. Il aurait peut-être fallu être honnête d'emblée, et non pas quelques semaines après le vote de confiance. Vous aviez évoqué les 8 milliards de recettes mais, là aussi, vous avez estimé que les effets retours semblaient incertains. Bref, on l'avait dit, vous ne nous avez pas cru, ces promesses, c'était du vent.

Pendant ce temps-là, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, de l'autre côté de l'Atlantique, le président américain, Donald Trump, lance une guerre économique et annonce que des droits de douane de 25 % sur nos produits pourraient être pratiqués. Face à cela, allez-vous rester passif ou allez-vous avoir une attitude proactive? L'accord de gouvernement parle d'un plan de relance industriel, mais avec moins d'investissements publics – ce que nous déplorons vivement, comme nous vous l'avons dit lors des débats – et peu de vision à long terme.

La Commission européenne, de son côté, propose un pacte pour une industrie propre mais son budget de 100 milliards semble largement insuffisant. Concrètement, avez-vous votre plan pour la relance industrielle? Quel est-il? Soutiendrez-vous nos secteurs stratégiques et nos entreprises? Allez-vous, oui ou non, garantir des emplois de qualité? Une task force a-t-elle été mise en place pour avoir cette vision proactive? Si oui, qui en fait partie? Si cette task force existe, comptez-vous associer les entreprises, les travailleurs, les syndicats, les ONG et la société civile à l'élaboration de cette politique industrielle?

Je vous remercie d'avance de vos réponses.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, pendant des mois, on a mis en garde tous les partis politiques que suivre aveuglément l'impérialisme américain allait détruire l'Europe et notre économie. Pendant des mois, vous avez ri du PTB et de sa vision géopolitique!

Regardez ce qui se passe maintenant! Les Américains sont en train d'humilier l'Europe. Avez-vous vu le comportement de Macron quand il est allé chez Trump? Il était en train de lui cirer les chaussures en lui racontant des petites blagues. C'est pourtant la survie et la stratégie de l'Europe qui sont actuellement en jeu.

Monsieur le premier ministre, je vous avais prévenu que ça n'allait pas marcher.

De Amerikanen gaan altijd voor hun eigen business.

Il suffit d'analyser l'accord sur les minerais. Tout est clair maintenant!

De grondstoffen van Oekraïne gaan direct in de zakken van de Amerikaanse imperialisten!

La situation est similaire en ce qui concerne l'énergie. Les Américains nous ont vendu leur gaz de schiste trois ou quatre fois plus cher pour se faire de l'argent. Nous avons, bien entendu, dit dès le départ qu'il fallait condamner Poutine. C'était évident! Cependant, il fallait aussi défendre les intérêts de l'Union Européenne, ce que vous ne faites pas!

Monsieur le premier ministre, allons-nous continuer à suivre les Américains? La déclaration gouvernementale n'en a d'ailleurs que pour eux. Comment pouvez-vous continuer à être aussi naïfs? Comment pouvez-vous continuer à leur acheter pour des milliards d'armements? Ils ne pensent qu'à l'argent.

Chers collègues, Trump n'est pas un homme de paix. Pourquoi retire-t-il ses troupes aujourd'hui? Pourquoi retire-t-il ses intérêts d'Ukraine? Pour attaquer la Chine? Il le fait pour préparer la guerre de demain!

La question que l'Europe doit se poser est de savoir si nous devons suivre les Américains docilement comme des petits chiens, ou enfin développer une Europe indépendante et stratégique à l'échelle mondiale. C'est de cela dont nous avons besoin.

(…): (…)

Voorzitter:

Mijnheer Hedebouw, u zou het niet op prijs stellen indien uw tussenkomst op deze manier zou worden onderbroken. Ik neem aan dat u dat dan ook niet zult doen voor collega Deborsu.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, l'Union européenne aurait été créée pour entuber les États-Unis. On en apprend tous les jours avec le professeur Trump. Monsieur le premier ministre, connaissant votre amour pour l'histoire, j'imagine que vous avez failli tomber de votre chaise en entendant cela comme nous tous.

Mais au-delà du grotesque, il y a une réalité. Les États-Unis annoncent vouloir taxer à hauteur de 25 % toute une série de produits européens. Cette mesure complètement anti-libérale risque d'avoir un impact direct sur nos entreprises et nos emplois en Belgique et en Europe. À l'heure actuelle, l'Union européenne a une balance commerciale positive avec les États-Unis de 150 milliards sur les biens.

Monsieur le premier ministre, mes questions sont dès lors les suivantes: avez-vous déjà la liste des produits européens qui seraient concernés?

Comment mesurez-vous l'impact de cette décision pour la Belgique? Allez-vous donner des instructions au ministre du Commerce extérieur afin qu'il prenne des mesures, en coopération avec toutes les Régions, pour contrer les effets de cette décision?

Jusqu'à présent, la Commission européenne a préparé des mesures "au cas où". Jugez-vous qu'elles sont suffisamment crédibles et dissuasives pour convaincre le président américain de revenir sur cette décision?

Comment jugez-vous l'unité politique des Européens et la proactivité de la Commission sur ce dossier?

Les États-Unis nous voient désormais comme un adversaire commercial. Nos relations ont changé, dont acte. Quelles sont dès lors vos stratégies pour diversifier notre commerce extérieur au bénéfice de nos entreprises et de notre taux d'emploi? C'est une véritable priorité pour notre groupe.

Je vous remercie déjà pour vos réponses.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, dans son style délicat habituel, M. Trump a annoncé des droits de douane de 25 % sur les produits européens. Nous savions déjà que nous vivions un tournant historique en géopolitique, du point de vue militaire, mais ce tournant est aussi commercial. Nous savons désormais aussi que nous devrons assumer notre défense seuls et sur ce plan-là, comme je l'ai déjà dit, et je n'ai pas de problème à le redire, votre accord de gouvernement va dans le bon sens.

Concernant l'énergie, nous vivons une hyper-dépendance. Nous serions aujourd'hui incapables de nous séparer à la fois du gaz russe et du gaz liquéfié américain. Et sur le plan économique, bien qu'étant le premier marché du monde, la présidence Trump nous confirme avec franchise ce que nous savons déjà: nous sommes des consommateurs de la mondialisation et non plus des acteurs de celle-ci.

Le point faible de l'Europe, chers collègues, a un nom: l'innovation. Nous fermons aujourd'hui notre avant-dernière usine automobile, ce qui nous rappelle que nous avons manqué le virage industriel. Nous, Européens, n'avons créé aucun des outils technologiques qui dirigent le monde aujourd'hui. Nous ne sommes pas les meilleurs en ce qui concerne l'esprit d'entreprise et l'initiative, et nous ne parvenons pas à favoriser l'innovation.

Même votre accord de gouvernement, je le crains, manque le cap. Votre programme est clair: forcer tout le monde à travailler plus sans vraiment gagner plus, que ce soient les demandeurs d'emploi, les malades, les jeunes ou les plus vieux, etc. Très bien, sauf que l'on n'a pas seulement besoin de davantage de travailleurs. On a aussi besoin de davantage d'entrepreneurs, de créateurs, de gens qui peuvent créer de la richesse, créer de l'emploi, prendre des risques en étant encouragés à l'innovation. Sur ce plan-là, votre accord de gouvernement est décevant.

La question qui est le sujet maintenant est de savoir comment faire pour affronter cet allié qui tend à devenir un adversaire, les États-Unis. Comment faire pour s'affirmer davantage comme marché européen, alors que nous sommes le premier marché du monde? Comment défendons-nous nos entreprises? Comment allons-nous faire de ce pays et de ce continent des acteurs clés de l'innovation? Comment faire pour qu'ils redeviennent un véritable poumon industriel, un acteur de l'économie mondiale et non un simple client? Dans l'immédiat comment allons-nous réagir à cette hausse douanière brutale de 25 %?

Meyrem Almaci:

" The European Union was formed in order to screw the United States. That’s the purpose of it. " Die uitspraak is grotesk, zoals we Trump kennen, de man van het recht van de sterkste, die alle regels aan zijn laars lapt.

Na Gaza en Oekraïne richt hij nu de pijlen op de economie van Europa met zijn aankondiging dat hij 25 % invoerheffingen overweegt op auto’s, halfgeleiders, chips en medicijnen. Op de vraag of hij geen schrik had van een forse tegenreactie, antwoordt hij het volgende: " They can try, but they won’t ." We weten al langer dat de huidige president in een alternatieve realiteit leeft. We weten ook dat hij in Europa zijn fans heeft, om onze minister van Defensie niet te noemen, die al meermaals lovend sprak over de man.

"They can try, but they won’t ." Voor ons is het eenvoudig: Yes, we can and we will . Dat is niet van harte, maar als het moet, moet het. Een bullebak als Trump begrijpt immers alleen maar de taal van geld en macht. Ik was tevreden de eerste reactie van Europa te lezen, namelijk dat Europa een partner was, indien de regels werden gevolgd.

De vraag is nu de volgende: wat is de positie van de huidige regering? Immers, handelsoorlogen produceren alleen maar verliezers. Dat is belangrijk om te onthouden met bedrijven als Volvo in ons land en de sterke farmasector. Waakzaamheid is echt geboden.

Hoe zorgen we er dus voor dat de verdeel-en-heersstrategie van Trump bij ons geen voet aan de grond krijgt? Hij heeft immers geprobeerd bij Oekraïne. Hoe zorgen we ervoor dat de expertise, efficiëntie en ontwikkeling hier blijft?

Mijnheer de eerste minister, hebt u al contacten gehad met de collega’s in Europa om één front te vormen? Hebt u al contact gehad met de Wereldhandelsorganisatie? Bent u bereid fors te reageren op de woorden van Trump en op welke manier wilt u dat dan doen in uw hoedanigheid van eerste minister van alle Belgen?

Simon Dethier:

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, cette semaine, les États-Unis ont menacé l'Union européenne de droits de douane de 25 % sur les produits européens.

Au même moment, l'Union européenne a présenté un plan qui a pour ambition d'améliorer la compétitivité des entreprises européennes tout en préservant les objectifs climatiques. L'Europe et la Belgique se trouvent actuellement face à une situation complexe.

D'un côté, la transition vers la neutralité carbone est nécessaire. Nous avons vu les impacts du réchauffement climatique sur notre société. Il est indispensable d'agir. Nous ne sommes pas encore sur la trajectoire de cette neutralité. Il faudra donc redoubler de volontarisme et d'inventivité.

D'un autre côté, comme l'a dit le ministre du Climat, un État en faillite ne peut pas agir pour le climat. Les craintes d'une guerre commerciale et les difficultés d'approvisionnement en énergie plombent la compétitivité des entreprises belges. Il est du devoir de l'ensemble de veiller à préserver nos objectifs climatiques tout en maintenant la compétitivité.

J'aimerais dès lors vous poser deux questions. Comment veillez-vous à préserver les emplois et la compétitivité des entreprises? Comment veillez-vous à soutenir et à aider les entreprises à garder le cap de la neutralité carbone?

Koen Van den Heuvel:

Heren ministers, beste collega's, Trump steekt zijn middenvinger op naar Europa en naar ons en dat mogen we niet onbeantwoord laten. Trump kondigt aan dat hij 25 % invoertarieven op Europese producten zal heffen. Dat is nefast voor Europa en voor onze Belgische economie, want Amerika is nog altijd een heel belangrijke afzetmarkt, de vierde grootste, voor ons. Jaarlijks exporteren we voor meer dan 33 miljard euro goederen naar Amerika.

Vooral de farmasector speelt daarin een belangrijke rol en is verantwoordelijk voor meer dan de helft van die export. Deze sector is van strategisch belang voor de toekomst. Ze innoveert, ze is duurzaam en ze heeft, tegen de industriële trend in, de voorbije vijf jaar 6.000 extra arbeidsplaatsen in de industrie gecreëerd. Deze sector en al onze exportbedrijven mogen we niet in de steek laten, want we zijn in Europa en in België gevoelig voor invoertarieven. Trump probeert op deze manier Amerikaanse bedrijven te dwingen om hun productie vanuit Europa terug naar Amerika te verplaatsen, maar hij ontketent op die manier een wereldwijde handelsoorlog waar niemand bij wint.

We moeten in Europa stevig en onmiddellijk reageren, want we kunnen onze exportbedrijven en onze farmasector op dit moment niet in de steek laten. Collega's, de toekomst van Europa staat op het spel. Met deze Trumpiaanse manier van doen, met een spelletje duimen omhoog-duimen omlaag, probeert men ons lot te bepalen.

Collega's, we moeten sterk genoeg zijn. We moeten met Europa het heft in eigen handen houden. Het is niet Amerika dat de Europese toekomst zal bepalen. Mijnheer Hedebouw, het zijn ook niet uw Chinese vrienden die het lot van Amerika zullen bepalen!

Darya Safai:

Mijnheer de premier, in Saoedi-Arabië zijn gesprekken opgestart tussen de VS en de Russische Federatie over het conflict in Oekraïne. Dat de Europese landen zich gepasseerd voelen, is een understatement. Cruciaal voor het slagen van eender welke oplossing is de aanwezigheid van Oekraïne aan de onderhandelingstafel.

De Amerikaanse regering liet duidelijk verstaan dat Europa niet hoeft te rekenen op Amerikaanse steun en dat de Europese uitgaven voor defensie sterk moeten worden opgeschroefd. De Verenigde Staten dringen er ondertussen op aan dat elke NAVO-lidstaat ongeveer 5 % van het bruto binnenlands product aan defensie zou besteden. Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, dringt erop aan om tegen de zomer 2 % te halen. In de regering wordt er gesproken over het bijsturen van het defensieplan. Afgelopen donderdag verklaarde u dat er miljarden gezocht moesten worden. Dat is een duidelijke boodschap.

Mijnheer de premier, binnen welke termijn moeten volgens u de inspanningen gebeuren? Wat is volgens u een realistische doelstelling? U verklaarde stappen te zetten naar een meer Europees geïntegreerde defensie in de NAVO, onder meer op het vlak van militaire aankopen. Graag krijg ik wat meer duiding over de plannen.

Bart De Wever:

Chers collègues, je vous remercie pour toutes ces questions. Je vais essayer d'y répondre en cinq minutes. Comme vous le savez, mes chers collègues Prévot et Clarinval complèteront ma réponse.

Depuis la séance de la semaine dernière, j'ai eu, comme vous pouvez l'imaginer, de très nombreux contacts internationaux concernant les derniers développements géopolitiques.

Lundi dernier, j'ai participé au sommet sur la sécurité organisé par l'Ukraine où j'ai confirmé la poursuite de notre soutien à l'Ukraine. Mardi après-midi, j'ai eu un entretien téléphonique avec le président Zelensky au cours duquel j'ai réaffirmé et concrétisé ce message. En outre, j'ai eu de nombreux contacts avec les dirigeants européens et le président du Conseil européen. Hier matin, un Conseil européen a eu lieu en vidéoconférence et le président Macron a fait un débriefing sur sa visite à Washington. Vous comprendrez, je l'espère, que je dois rester discret à ce sujet. Je comprends les nombreuses questions très détaillées mais il n'est pas réaliste de développer chaque élément ayant été discuté. Néanmoins, je peux vous dire que la position des partenaires européens reste inchangée.

Premièrement, l'Europe continuera à soutenir l'Ukraine et renforcera sa position dans les négociations de paix car " if you are not at the table you are on the menu " et cela est inacceptable. Deuxièmement, la participation de l'Ukraine et de l'Europe est nécessaire pour parvenir à une paix durable. Troisièmement, l'Europe doit intensifier ses investissements dans la défense. Le temps où notre continent pouvait se reposer sur un dividende de paix est malheureusement révolu. L'Europe doit pouvoir assurer entièrement sa propre sécurité le plus rapidement possible. La Belgique, en tant que membre fondateur de l'Union européenne et de l'OTAN, doit aussi apporter sa contribution. Cela est déjà prévu dans l'accord de gouvernement mais il ne faut pas exclure qu'à court terme, des efforts supplémentaires soient nécessaires.

Ik begrijp uw waarschuwing om niet achterom te kijken, mijnheer Vander Elst,. "Kijk vooral niet achterom" zal waarschijnlijk ook de slagzin worden van uw partij. Dan ziet u namelijk hoe u het hebt nagelaten: rampzalig. We zullen dus een spurtje moeten trekken en dat zal gebeuren.

L'Europe et ses partenaires doivent prendre rapidement des décisions pour renforcer les trois points cruciaux que je viens d'esquisser. Le 6 mars, le Conseil européen se réunira à ce sujet, mais je vous demande de rester très discrets sur cette date, car ma famille pense encore que nous serons ensemble en vacances. C'est la raison pour laquelle je l'ai dit en français. (Rires dans l'assemblée)

Op de bijeenkomst van de Europese Raad gisteren werd afgesproken om een constructieve dialoog met de Verenigde Staten te blijven voeren. Ik begrijp dat collega’s zich opwinden. Er zijn immers wel wat krasse dingen gezegd en hun hart mag koken, maar de consensus onder de Europese regeringsleiders was om het hoofd koel te houden. Vandaag is Keir Starmer in het Witte Huis, morgen is Zelensky aan de beurt. We zullen zien wat het wordt, maar het valt niet te ontkennen dat de verklaringen van de Amerikaanse regering ons zeer ongerust hebben gestemd. Dan gaat het niet alleen over onze Europese partners, maar ook over aantal andere internationale partners, niet het minst Canada.

Uiteraard stelt niemand – ik hoop ook hier niet – het NAVO-bondgenootschap ter discussie, want dat zou buitengewoon dom zijn. Waakzaamheid is zeker geboden. De dreigementen met nieuwe handelstarieven zouden ons als exportnatie ernstige zorgen moeten baren. De Verenigde Staten zijn een zeer belangrijk exportland voor ons. De farmasector, en niet alleen die in Puurs, is zeer afhankelijk van die export. Ik heb gisteren in de marge van de industrietop gesproken met mensen uit die sector en zij zijn bijzonder ongerust. Vooralsnog moeten we een handelsoorlog tussen de meest verweven handelsblokken ter wereld proberen te vermijden. Dat is onze kortetermijndoelstelling.

Madame Deborsu, vous avez de nombreuses questions détaillées sur ce que nous allons faire et comment nous allons réagir. J'en ai parlé hier avec Mme von der Leyen, mais il est encore trop tôt pour élaborer une réponse. Il est toutefois certain que l'Europe devra, le cas échéant, réagir très vite et très clairement.

Tot slot, u leest ongetwijfeld de berichten over een economisch akkoord tussen Oekraïne en de Verenigde Staten. Van die berichten wordt men niet blij. Europa zal in dat licht Oekraïne moeten blijven steunen om het in zijn positie te versterken, en de ontwikkelingen zeer goed moeten opvolgen. Zolang de definitieve modaliteiten van dat akkoord niet bekend zijn, is het evenwel moeilijk om daar precies op te reageren.

Mijnheer de voorzitter, als u mij nog vijf seconden gunt, dan rond ik mijn antwoord af.

Ik doe hier een oproep aan alle fracties in het halfrond om ondubbelzinnig de kant van Europa, de kant van het vrije Westen te kiezen en die te verdedigen.

On peut bien dire que Trump n'est pas un homme de paix, mais vous avez oublié de dire que Poutine est un homme de guerre!

Dat is wel heel belangrijk. ( Luid applaus )

Voorzitter:

Uw interpretatie van vijf seconden is wel bijzonder breed. Dat wordt afgetrokken van de spreektijd van de andere ministers.

Bart De Wever:

Voorzitter, ik kan het ook niet helpen dat er stormachtig applaus is wanneer ik spreek. Dat kost mij spreektijd.

Hoe dan ook moeten we ondubbelzinnig zijn: we moeten de kant van Europa en van het vrije Westen kiezen. We mogen niet naïef zijn. Als kleine en economisch sterke exportnatie is het onze taak vandaag maximaal aan die verbondenheid bij te dragen.

Voorzitter:

Het thema is natuurlijk bijzonder belangrijk. Dat blijkt ook uit de vele interventies erover, maar ik wil de regering toch aanmanen om de tijdslimieten te respecteren.

David Clarinval:

Mesdames et messieurs, chers députés, depuis l'investiture du président Trump, les relations transatlantiques sont mises en effet sous pression. Nos relations commerciales n'y échappent pas. Le président Trump a en effet annoncé son intention d'imposer des tarifs douaniers de 25 % aux importations en provenance de l'Union européenne.

Nous devons veiller à ce que l'on apporte une réponse commune et proportionnée aux décisions prises par l'administration Trump.

Het doel van de Amerikaanse president bestaat erin de vermeende ovenwichtigheden in de handelsbetrekkingen weg te werken. Hij verwijt de Europese Unie normen en regels op te leggen die de toegang tot de Europese markt moeilijker maken voor Amerikaanse producten, terwijl Europese producten genieten van een relatief vrije toegang tot de Amerikaanse markt.

De Verenigde Staten kondigden aan vanaf 12 maart 25 % douanerechten te zullen heffen op de import van staal en aluminium afkomstig uit de Europese Unie. Een volgende ronde maatregelen zou begin april worden aangekondigd.

La présidente de la Commission européenne a exprimé son profond regret face à cette décision et a réaffirmé que l'Union prendrait des contre-mesures fermes et proportionnées pour protéger ses intérêts économiques.

Au niveau belge, dans le cadre du processus de concertation DGE, nous avons initié depuis plusieurs semaines déjà une réflexion afin de définir une position commune, qui se veut assertive et qui tient compte des intérêts belges.

Il faut néanmoins savoir que toutes les mesures américaines ne sont pas encore précisément connues. Par ailleurs, nous attendons encore la proposition que la Commission pourrait faire pour répondre aux mesures américaines annoncées.

La Belgique entretient des relations commerciales fortes avec les États-Unis, tant du côté de l'offre que de la demande. En 2023, les exportations de biens belges vers les États-Unis ont représenté plus de 28 milliards d'euros alors que les importations de biens en provenance des États-Unis s'élevaient à près de 25,8 milliards d'euros.

Sur la base de plusieurs analyses, nos principaux secteurs sensibles ont été identifiés. Il s'agit de la chimie, du secteur pharmaceutique, du secteur métallurgique, de certaines matières critiques, du secteur automobile, des machines et des appareils électroniques.

Dans les semaines à venir, je veillerai, en tant que ministre de l'Économie, avec mon collègue des Affaires étrangères, à défendre au mieux les intérêts stratégiques de la Belgique. Notre position sera largement concertée avec les différentes Régions du pays. Nous veillerons à faire entendre les intérêts des plus petites économies comme la nôtre.

Sur le plan européen, nous plaiderons pour l'unité des États membres face à la politique commerciale menée par le président Trump. Face aux tentatives américaines d'approcher les États membres séparément, il sera en effet essentiel de rester sur la même ligne pour renforcer la cohérence de nos messages et notre position face à l'administration Trump.

Par ailleurs, il me semble aussi urgent de pouvoir développer au niveau européen et belge une stratégie de défense des industries et des entreprises confrontées à la concurrence internationale. Les annonces d'hier, en marge de la conférence d'Anvers sur le Clean Industrial Deal, semblent aller dans le bon sens. Nous devons les mettre en œuvre avec volontarisme et célérité, notamment au travers du plan interfédéral de développement des industries prévu dans notre accord de gouvernement. Je vous remercie pour votre attention.

Maxime Prévot:

Monsieur le président, c'est en ma qualité de ministre des Affaires étrangères et, à ce titre, compétent pour la diplomatie économique et la politique commerciale européenne que je vais compléter les propos du premier ministre et de mon collègue Clarinval.

Les États-Unis sont en train de faire fausse route. En annonçant imposer des droits de douane à tout-va, ils se mettent à dos une bonne partie du monde. Et nous ne voyons aucune justification à l'imposition de tels droits sur nos exportations. Comment peuvent-ils imaginer une seule seconde que cela va leur bénéficier? Comment peut-on penser que l'Union européenne constituerait une menace pour leur sécurité nationale?

De Amerikaanse tarieven zullen economisch contraproductief zijn, vooral gezien de diep geïntegreerde trans-Atlantische toeleveringsketens. Door tarieven op te leggen, zullen de Verenigde Staten hun eigen burgers belasten, de kosten voor hun eigen bedrijven verhogen en de inflatie aanwakkeren. Bovendien zullen de Amerikaanse tarieven waarschijnlijk ontwrichtende effecten hebben op het wereldwijde handelssysteem als geheel.

Die aankondigingen zullen niet onbeantwoord blijven. We moeten echter zeker niet proberen op elke provocatie te reageren. De bedoelingen van president Trump en zijn regering, of ze nu betrekking hebben op Europa, Groenland, Oekraïne of de Gazastrook, kunnen aanleiding geven tot veel berichten op X, die we kunnen betreuren. We moeten echter reageren op tastbare maatregelen, die op dit moment niet erg talrijk zijn.

J'ai demandé à mes services de travailler d'arrache-pied sur comment faire face et redéfinir notre relation avec les États-Unis, tous aspects confondus, le commerce, bien sûr, mais aussi le climat, l'énergie, la diversité, les droits sexuels et reproductifs, le digital, les migrations, l'éthique, la santé, et j'en passe. Ce travail est fait en coordination avec les autres membres du gouvernement et les autres gouvernements du pays. On ne peut pas réagir sur un coup de tête. Ne faisons pas nous-mêmes du Trump en réaction à Trump!

Nous ne devons pas nous arrêter à une posture ébahie, prendre note de chacune des annonces et décisions américaines. Le monde change très vite et nous devons nous montrer proactifs et ne pas seulement agir sur la défensive. Nous devons arrêter la naïveté. Quittons cette posture de victime pour reprendre notre place sur la scène internationale!

We moeten de Europeanen samenbrengen om dit antwoord te bepalen. België moet opnieuw zijn rol als vereniger spelen om een verenigd front te vormen tegenover de nieuwe geopolitieke omwentelingen. We hebben een sterk, veerkrachtig, autonoom en soeverein Europa nodig, dat in staat is de uitdagingen van vandaag en morgen aan te gaan. Dat vereist dat we beter, efficiënter en sneller samenwerken. Een verenigend maar ook assertiever beleid ter verdediging van onze belangen in een wereld waarin de machtsverhoudingen intens zijn, is dan ook precies wat ik sinds mijn aantreden heb gevoerd. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.

En matière de défense, comme cela a été précisé par le premier ministre, une paix juste, globale et durable en Ukraine ne fera bien sûr pas disparaître la menace russe. Nous devons donc renforcer d'urgence nos capacités industrielles de défense, et nous devons assurer la compétitivité de nos entreprises tous secteurs confondus. Le ministre Clarinval l'a rappelé, nous avons le devoir de protéger nos citoyens et nos entreprises contre ces décisions américaines. Non seulement les protéger, mais agir aussi pour augmenter leur compétitivité.

D atzelfde ambitieniveau moet ons drijven als het gaat om het aangaan van de uitdaging van de klimaattransitie. Ik zal u daaraan ook herinneren wanneer ik mijn beleidsverklaring presenteer, want dat zal een constante zijn in het beleid dat ik plan te voeren.

Dans le même temps, la recherche d'un agenda positif avec la nouvelle administration américaine doit rester notre objectif premier. Nous avons tout à gagner dans un partenariat transatlantique fort. Nous devons rester ouverts aux collaborations avec les autorités américaines sur nos priorités communes en matière de prospérité et de sécurité internationale, notamment. Pensons par exemple à la lutte contre le crime organisé, ou contre les drogues, ou contre les trafics d'êtres humains. J'entends poursuivre les discussions entamées par mon prédécesseur à ce sujet avec le secrétaire d'État Rubio.

La relation de la Belgique avec les États-Unis est la plus importante économiquement hors d'Europe, avec plus de 75 milliards d'échanges par an et des investissements soutenant 250 000 emplois.

Die omwentelingen moeten ons ook uitnodigen om nieuwe bondgenoten te vinden. We moeten partnerschappen op intelligente en consequente manier diversifiëren. Ik dank u.

Kjell Vander Elst:

Bedankt, mijnheer de premier. Ook wij staan aan de kant van Europa en van het vrije Westen. Daarop mag u rekenen.

We moeten dan wel ons deel doen. U hebt niet geantwoord op de vraag hoe we tegen de zomer de 2 % die de NAVO ons oplegt, zullen behalen. U noemt het een sprintje trekken. Ik vrees dat dat niet zal volstaan.

Premier, u hebt een zeer ambitieuze minister van Defensie. Er staan zeer goede zaken op papier, maar het budget moet dan ook wel volgen. We spreken elkaar dus in april tijdens de begrotingsbesprekingen en zullen dan zien of u die woorden zult omzetten in daden.

Patrick Prévot:

Malgré le fait que vous ayez envoyé une armée mexicaine pour me répondre, vous avez scrupuleusement répondu aux questions que je n'avais pas posées.

Monsieur le ministre de l'Économie, en rapport avec la question que j'avais posée concernant la task force , je vous signale qu'il y a eu une action symbolique devant votre SPF en marge d'une réunion sur la politique industrielle. J'espère que vous étiez au courant. Les syndicats et les ONG déploraient le fait qu'ils n'étaient pas invités et que vous aviez choisi quelques entreprises. Ma première demande formelle est que vous les invitiez autour de la table.

Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, il faudra évidemment être beaucoup plus offensifs. Quand on vise 80 % de taux d'emploi – même si personne n'y croit –, il va évidemment falloir mener une politique d'investissements publics beaucoup plus ambitieuse. Le pacte pour une industrie propre s'élève à 100 milliards alors que le rapport Draghi en préconisait 800. Plus que jamais, il faut viser un taux d'investissement public (…)

Voorzitter:

Collega’s, het noemen van een naam volstaat niet om er een persoonlijk feit van te maken.

Raoul Hedebouw:

Mijnheer de premier, u hebt hier geantwoord en u gaat blijkbaar door. Wij zeggen al maanden dat blindelings de Amerikanen volgen Europa kapot zal maken en u gaat daar gewoon mee door. U verstaat niet wat er aan het gebeuren is.

Bien sûr que Poutine est à condamner! Évidemment, il est synonyme de guerre. Poutine, c'est la guerre. Mais le monde libre est-il synonyme de paix? Les bombardements américains au Vietnam, c'est la paix? Les bombardements américains en Libye, en Syrie, c'est la paix? Les bombardements américains en Irak: un million de morts! Un million de morts en Irak, est-ce la paix? Comment peut-on continuer à être aussi naïf?

Vous avez raison, monsieur Prévot. L'Europe doit chercher de nouveaux partenaires. Le Sud global est en train de se réveiller aujourd'hui. Pour la première fois depuis la Deuxième Guerre mondiale, une puissance économique mondiale est en train de se faire dépasser par d'autres puissances du Sud.

Si l'Europe veut survivre, il faut arrêter d'être naïf comme ici aujourd'hui et tendre la main. Une Europe non-alignée doit tendre la main aux pays du Sud pour arrêter d'être naïf et se faire détruire (…)

(De heer Hedebouw maakt zwembewegingen.)

Voorzitter:

Voor het verslag, de heer Hedebouw zwemt terug naar zijn plaats.

Charlotte Deborsu:

En tout cas, Trump est ce qu'il est, mais il aura réalisé un grand exploit aujourd'hui. Réussir à amener la gauche à promouvoir le libre marché et à s'opposer aux taxes douanières, chapeau à lui!

Monsieur le premier ministre, je vous pardonne de ne pas avoir répondu à toutes mes questions, qui étaient peut-être un peu trop précises. Face à cette offensive protectionniste, l'Europe ne peut pas trembler, la Belgique ne peut pas trembler. L'Union européenne a les moyens d'agir et la Belgique doit être à l'avant-garde de cette riposte. Nos entreprises doivent être protégées, nos travailleurs soutenus, notre souveraineté économique défendue et même déployée. Et le meilleur moyen d'y arriver est de mener une réelle stratégie de réindustrialisation de l'Europe, pour plus de souveraineté. L'enjeu est là. Profitons de l'occasion pour enfin nous réveiller. Wake up, Europe!

François De Smet:

Merci pour vos réponses.

Les comparatifs entre MM. Trump et Poutine sont intéressants, parce que je crois qu'ils ont beaucoup de points communs. Ils sont imprévisibles, ils sont dangereux, ils ne respectent que le rapport de force et ils font un pari immodéré sur la faiblesse des Européens. Or, M. Poutine a eu tort, au moins en partie. Les Européens ont été solidaires de l'Ukraine. Nous devons continuer à l'être et nous vous soutiendrons évidemment à ce sujet.

De la même manière, il faut que M. Trump ait tort lorsqu'il parie qu'il peut diviser les Européens, et éventuellement mener des négociations pays par pays. Cela veut dire qu'il ne faudra pas juste répliquer par des droits de douane aussi forts ou par une guerre commerciale. Il faudra surtout devenir aussi forts que les États-Unis et d'autres pays, en termes de recherche et d'innovation, parce qu'il n'y a que dans cette indépendance-là que nous arriverons à ne plus être de simples consommateurs de la mondialisation.

Meyrem Almaci:

Mijnheer de eerste minister, de samenvatting van uw antwoord was eigenlijk eendracht maakt macht, in België en in Europa. Ik heb u vroeger wel iets anders horen zeggen. Het kan verkeren.

Het klopt natuurlijk wel. Het is in ons aller belang dat we ons nu niet uit elkaar laten spelen en lijdzaam de agressie ondergaan van een man die leeft in zijn eigen realiteit. Het is het moment voor Europa om zelf maatregelen te nemen en te investeren in innovatie, verduurzaming en groene industriële transitie. De groenen geloven in een samenleving waar niet het recht van de sterkste regeert, maar waar iedereen meegetrokken wordt in een partnerschap met een duidelijke koers en humanistische waarden, met een koel hoofd en een warm hart, in Europa, maar ook in ons land.

Wat dat laatste betreft, verdient ook het project van de arizonaregering de nodige verbeteringen, zowel op het vlak van mensbeeld als van onderzoek en investeringen.

Simon Dethier:

Merci, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, pour ces éléments de réponse qui apportent des informations éclairantes quant à l'orientation du gouvernement pour l'avenir.

Préserver la compétitivité des entreprises, c'est permettre aux citoyens, aux commerçants, aux entrepreneurs et aux travailleurs d'exercer leur métier et maintenir l'emploi. Maintenir le cap climatique, c'est veiller à notre avenir aujourd'hui et pour les générations futures. Les changements ne sont jamais faciles à aborder et je tiens à exprimer tout mon soutien et mon respect aux entreprises et aux citoyens qui œuvrent pour développer notre économie, créer des emplois dans un contexte exigeant, instable, incertain et en profond changement. Ne faisons pas du Trump, saisissons les opportunités de la transition climatique pour une économie résiliente et prospère.

Voorzitter:

Je félicite M. Dethier pour sa première intervention.

(Applaus)

(Applaudissements)

Koen Van den Heuvel:

Mijnheer de eerste minister, heren ministers, dank u voor uw zeer stevige antwoorden. Die stemmen mij blij. U ziet volop de ernst van de situatie in. Als cd&v moedigen we u aan opdat België een duidelijke, constructieve rol in de Europese Unie opneemt om een stevig antwoord te formuleren.

Mijnheer de premier, het antwoord mag niet agressief zijn, maar evenmin naïef. Ga voor een slim en assertief Europees antwoord, want onze Belgische export, onze Belgische farmaceutische industrie verdienen dat. We rekenen dus echt op u.

Darya Safai:

Mijnheer de premier, ik ben blij met uw stelling dat wij als Europeanen de rug moeten rechten. Daarom moeten wij, zoals u hebt gezegd, meer investeren in onze defensie. De Europese landen zullen veel meer moeten samenwerken om hun rol in de NAVO te kunnen opnemen. Wij moeten inderdaad Oekraïne blijven steunen. Dat land is immers de poort van Europa. Capitulatie voor een vijand zoals Poetin mag nooit een optie zijn. Voor de N-VA luidt het motto: geen welvaart zonder veiligheid. Samen kunnen wij het aan.

De recente dankbetuiging van Hamas aan het adres van België

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Bart De Wever (N-VA) bevestigt als eerste minister de onverkorte steun aan Israël en afwijzing van Hamas, maar benadrukt dat België onder zijn leiding *geen* contact met Hamas zal hebben. Barbara Pas (Vlaams Belang) kaart de Brusselse regeringsimpasse aan: Franstaligen (PS) blokkeren vorming door een *cordon sanitaire* tegen N-VA, schenden daardoor de Brusselwet (pariteit taalgroepen) en riskeren institutionele ontwrichting. De Wever veroordeelt dit als *"onconstitutioneel en onverantwoord"* maar wijst federale inmenging af, verwijzend naar Brusselse autonomie en ontbrekende tweederdemeerderheid voor hervormingen. Pas diende een motie in voor krachtige veroordeling, herstel pariteit en structurele hervorming met *meer Vlaamse inbreng*.

Voorzitter:

Goedemorgen, collega’s. Mijnheer de eerste minister, welkom in uw eerste vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken om mondelinge vragen en interpellaties te beantwoorden.

Sam Van Rooy:

Mijnheer De Wever, vanaf nu zal ik u niet meer in het Antwerps stadhuis ondervragen, maar wel hier in het federaal Parlement. Ik heet u welkom.

In januari werd België voor zijn steun bedankt door Khalil al-Hayya, een leider van de genocidale, jihadistische terreurorganisatie Hamas. Naast België, Spanje en Ierland bedankte Hamas ook Turkije, Zuid-Afrika, Algerije, China, Rusland, Maleisië, Indonesië en Iran, stuk voor stuk halve of hele dictaturen of theocratieën. De vorige regering, de vivaldiregering, deed dan ook niets anders dan Israël bashen, de terreurpropaganda van Hamaspapegaaien en moslimfundamentalisme importeren en faciliteren. Het antisemitisme in dit land swingt dan ook de pan uit, zeker in Antwerpen, dat weet u zeer goed.

Laten we ook nooit vergeten dat Hamas een jihadistische tak is van de salafistische Moslimbroederschap, die onze samenleving probeert te veroveren en te onderwerpen aan de islam, islamisering dus. Vlak na de genocidale massaslachting door Hamas op 7 oktober 2023 in Israël, stelde u, mijnheer De Wever, dat we de kant van Israël – de kant van het licht, zo zei u letterlijk – moesten kiezen. Vindt u dat vandaag nog altijd en wil u als kersverse eerste minister die woorden herhalen?

Ten tweede, zult u ervoor zorgen dat Hamas België niet meer zal willen bedanken, maar integendeel België zal willen vervloeken? Ik kijk al uit naar uw antwoorden.

Bart De Wever:

Mijnheer Van Rooy, de vraagstelling is redelijk consistent met die uit het Antwerpse stadhuis. Ik voel mij al helemaal thuis, behoudens dan de iets minder fraaie omgeving.

Een bedanking van Hamas ten aanzien van de regering is mij niet bekend, toch niet ten aanzien van de regering waar ik eerste minister van ben. Ik betwijfel dat Hamas de arizonaregering zou bedanken en ik denk dat uw vraag eigenlijk aan mijn voorganger gericht zou moeten zijn. Ik kan alleen namens de huidige regering spreken.

Het regeerakkoord is, denk ik, glashelder. Wij veroordelen de terreurdaden en de barbarijen van Hamas, klaar en duidelijk, en daar mag niet de minste twijfel over bestaan. Terreur is de kant van de duisternis. De strijd tegen terreur is de kant van het licht.

Wij beklemtonen uiteraard ook het belang van een duurzame vrede en van volgehouden inspanningen voor het vredesproces in het Midden-Oosten.

Uw derde vraag, die mij schriftelijk heeft bereikt, maar die u niet mondeling hebt gesteld, ging over contacten tussen de regering en Hamas, of tussen België en Hamas. Die contacten zijn er bij mijn weten niet geweest en wat mij betreft, zullen ze er nooit komen.

Sam Van Rooy:

Vandaag vindt in het Joodse staatje de begrafenis plaats van de 32-jarige moeder Shiri Bibas en haar zoontjes, de 4-jarige Ariel Bibas en de baby Kfir Bibas. Zij werden op 7 oktober 2023 gekidnapt door Hamas en door Palestijnse burgers om vervolgens met de blote hand te worden gewurgd.

Voor hen draag ik vandaag een oranje das, want net als Israël is het gezinnetje Bibas de kant van het licht tegenover de duisternis, tegenover het kwaad van de islamitische doodscultus van Hamas en co.

Mijnheer De Wever, ik heb dit ook afgelopen maandag in het stadhuis gevraagd: als de nieuwe regering echt de kant van het licht wil kiezen, de juiste kant van de geschiedenis, tegen islamitische terreur en tegen antisemitisme, dan verlicht ze een belangrijk regeringsgebouw in het oranje voor de familie Bibas en voor Israël.

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, u bent er zelf met uw eigen regeringsvorming getuige van geweest: door structurele tekortkomingen draaien de Belgische instellingen al geruime tijd vierkant. Het kan echter nog erger. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is bijna acht maanden na de verkiezingen nog geen enkel uitzicht is op een coalitievorming.

Aanvankelijk lag het probleem aan Nederlandstalige kant, waar geen meerderheid kon worden gevonden, maar eens dat wel het geval was, verschoof het probleem naar de Franstalige kant. De reden was een cordon sanitaire dat de PS in dit land legt rond uw partij. Het is een fenomeen dat u welbekend is. Het wordt in dit land vooral toegepast rond mijn partij. Ik weet dat uw partij er officieel tegenstander van is, maar dat u het zelf wel rigoureus tot in het kleinste polderdistrictje toepast.

Dat cordon sanitaire in Brussel tegen uw partij zorgt ervoor dat de Franstaligen zich plots gaan bemoeien met de coalitievorming aan Nederlandstalige kant. Dat doet de PS door te weigeren een Brusselse regering te vormen met de N-VA, met de gekende totale impasse met betrekking tot de Brusselse regering tot gevolg.

In een poging om hieruit te geraken, heeft de PS ondertussen een manoeuvre trachten uit te voeren, door voor te stellen om eenzijdig aan Franstalige kant een Brusselse regering tot stand te brengen, zonder rekening te houden met die Vlaamse Brusselaars. Het is niet de eerste keer dat de heer Laaouej de Brusselse evenwichten in twijfel trekt, maar hij is ook niet de enige die dat doet.

De formateur, de heer Leisterh van MR, heeft ook al de bekende grondwetspecialist Marc Uyttendaele onder de arm genomen om te laten onderzoeken of er toch geen manier bestaat om die regels betreffende de regeringsvorming te omzeilen en de Vlamingen op die manier aan de kant te schuiven. Dat manoeuvre is door de griffie van het Brussels Parlement terecht onontvankelijk verklaard wegens strijdigheid met de Brusselwet. Met dat manoeuvre – door met name het medebestuur van de Vlamingen in de Brusselse instellingen te negeren – heeft de PS in feite getracht het zogenaamde Brusselse model op te blazen. De partij brengt daarmee de communautaire evenwichten in dit land in het gedrang.

In het Vlaams Parlement werd daarover ondertussen een – in mijn ogen iets te flauwe – resolutie aangenomen. Dat gebeurde nagenoeg unaniem, alleen de communisten hebben niet voorgestemd. Bij de bespreking van die resolutie in het Vlaams Parlement – een debat dat er op vraag van mijn partij kwam – heeft collega Van Rompuy er zeer terecht op gewezen dat de gedeelde machtsdeelname van Vlamingen en Franstaligen in de Brusselse instellingen het spiegelbeeld is van de paritaire machtsdeelname van Vlamingen en Franstaligen in de federale instellingen. Wie het ene opblaast, moet daar dus bijnemen dat ook het andere kan worden opgeblazen.

Die gang van zaken mag ons niet onverschillig laten. Brussel is en blijft onze Vlaamse hoofdstad, met nog altijd een belangrijke aanwezigheid van Brusselse Vlamingen. Dat gaat ons als Vlamingen rechtstreeks aan. Daarom mogen we absoluut niet tolereren dat er in de stad over de Brusselse Vlamingen heen zou worden gelopen en vandaar ook de resolutie in het Vlaams Parlement.

Het resultaat van de impasse is vandaag dat Brussel al geruime tijd onbestuurbaar is en dat allicht ook nog geruime tijd zal blijven. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de gewestbevoegdheden en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, maar natuurlijk ook voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de twee andere gemeenschapscommissies. De impasse is compleet, zoals collega Vanlouwe het zei bij het debat in het Vlaams Parlement: "Het zit muurvast, de impasse is volledig."

Dat gebeurt allemaal op een ogenblik waarop de Brusselse instellingen gigantische begrotingstekorten optekenen, virtueel failliet zijn en nood hebben aan tal van dringende beleidsmaatregelen. Zij worden ondertussen geconfronteerd met een regering in lopende zaken, die beperkt is in haar handelen en uiteraard geen nieuw beleid kan ontwikkelen.

Ondertussen gaan er wel wat stemmen op om Brussel zogenaamd onder curatele te plaatsen. Dat gebeurt allicht in een poging om de onderhandelingen onder druk te zetten en onder het motto dat uitzonderlijke tijden ook uitzonderlijke maatregelen vergen. Ik heb gelezen – voor zover we kunnen afgaan op wat de media allemaal schrijven – dat de bijzondere financieringswet als drukkingsmiddel zou kunnen worden gebruikt en dat de bijzondere Brusselwet als tweede instrument genoemd werd. Dat alles zou dus gebeuren om extra druk te zetten op die gesprekken.

Mijnheer de eerste minister, de huidige impasse wijst er vooral ook op dat die Brusselse instellingen en wellicht het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest dringend aan grondige hervormingen toe zijn. U hebt zelf geantwoord op de vraag van de heer Bouchez vorige week tijdens het vragenuurtje dat Brussel hervormd moet worden. Brussel is – dat is ondertussen genoeg bewezen – niet in staat om zelf zijn politieke structuren te rationaliseren, om zichzelf efficiënt te besturen, noch institutioneel, noch financieel, beleidsmatig of bestuurlijk. Alleen een grondige herstructurering, een grondige hervorming, kan op al die vlakken soelaas bieden, net als een nauwere betrokkenheid van het Vlaamse niveau bij het Brusselse bestuur.

Als we over de nodige institutionele hervormingen spreken, komen we uiteraard op dit niveau terecht en moet ik u daarover vatten. Het is immers de federale overheid die over een aantal hefbomen beschikt om orde op zaken te stellen als de Brusselse instellingen falen. Die hefbomen zijn zowel bestuurlijk als institutioneel van aard. Wat dat laatste betreft, kunt u immers sleutelen aan een hervorming van de Brusselse instellingen vandaag.

Vandaar, mijnheer de eerste minister, heb ik een aantal concrete vragen voor u. Ten eerste, hoe beoordeelt u zelf de situatie met betrekking tot de Brusselse regeringsvorming, meer in het bijzonder het initiatief vanuit Franstalige hoek om de Brusselse Vlamingen buitenspel te zetten en het totale onvermogen om een regering te vormen?

Ten tweede, ben ik benieuwd of u vanuit het federale niveau enig initiatief zal nemen om het medebestuur van de twee taalgemeenschappen in het hoofdstedelijk gebied op voet van volstrekte gelijkheid sterker te waarborgen.

Ten derde, neemt u, gelet op de toch wel catastrofale toestand waarin Brussel zich bevindt, ook een initiatief van institutionele aard om een einde te maken aan de Brusselse onbestuurbaarheid? Zo ja, welk initiatief zal dat dan zijn?

Ten slotte, zorgt u bij gebeurlijke hervormingen ter zake voor een grotere betrokkenheid van Vlaanderen bij het Brusselse bestuur? Dat is volgens ons namelijk een conditio sine qua non om Brussel uit het moeras te kunnen trekken.

Bart De Wever:

Mevrouw Pas, ik dank u voor uw vraag over de betreurenswaardige situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Ten eerste, wat uw vraag betreft over de eisen die voornamelijk de Parti Socialiste stelt over de samenstelling aan de Nederlandstalige kant van de Brusselse regering, wil ik in eerste instantie verwijzen naar de bijzondere Brusselwet, die kristalhelder is. Die wet stelt namelijk dat de Nederlandse en de Franse taalgroep ieder apart een meerderheid vormen. Nadien vormen beide meerderheden samen de Brusselse regering. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eigenlijk een zuivere confederatie. Dat is zo.

Ik ben zelf eerste minister geworden van de eerste regering sinds 16 jaar die een meerderheid in beide landsdelen heeft. Dat is constitutioneel niet vereist, maar het is wel netjes om het op die manier te doen. Het gaat om een dubbele legitimiteit. Dat is een eerbaar feit, dat in Brussel eigenlijk door de Brusselwet voorgeschreven is. Dat is een kwestie van respect. Ik stel samen met u vast dat sommigen dat nu willen ondermijnen. Dat is verontrustend. Die bepaling in de wet is immers een van de hoekstenen van het Belgische federalisme, waaraan nu wordt getrokken. Als men dat wil doen, dan is dat mogelijk, maar dat is een zware verantwoordelijkheid.

Samen met u stel ik vast dat het nu al acht maanden duurt om de Brusselse regering op de been te krijgen. Dat is alvast voor Brussel een record. Naar Belgische normen zijn zij nog niet aan het record, maar naar Brusselse normen hebben ze het record bereikt.

Wat we ook moeten vaststellen en onderstrepen, is dat er aan Nederlandstalige kant al geruime tijd voldaan is aan de voorwaarden om een regering te vormen. Er is een Vlaamse meerderheid die regeringsonderhandelingen kan starten, zoals beschreven in de bijzondere wet, samen met een Franstalige meerderheid. Het is niet alsof die regering geen dringende problemen te tackelen heeft. Daar is immers een immens begrotingstekort.

Ik heb er ook zo eentje op mijn bord gekregen, dat tamelijk immens is en nog geweldig groeit bij een ongewijzigd beleid in geopolitiek moeilijke omstandigheden. Ik moet u dat niet uitleggen, u weet dat. Alle verhoudingen in acht genomen zijn mijn problemen nog klein in vergelijking met die van het Brusselse Gewest.

Het kan niemand ontgaan zijn dat men in Brussel met een veiligheidsproblematiek kampt. In die context zou men veronderstellen dat alle partijen met enige spoed een regering zouden maken. De Vlaamse partijen zijn daar al en hebben de gemeenschapsbevoegdheden al ver met elkaar doorgesproken. Zij zijn dus quasi rond. De Vlamingen in Brussel zijn op het appel.

Ik stel samen met u vast dat er een veto wordt gesteld. U hebt gesproken over veto's tegen partijen. Ik erken dat dat een delicate zaak is. Als men een veto tegen een partij stelt, moet men dat bijzonder goed kunnen motiveren ten aanzien van die partij en ten aanzien van de democratie. Men kan daarover lang discussiëren.

Als men echter een veto stelt tegen een partij in het Brusselse Gewest die zowel de Vlaamse deelstaat als de federale regering bestuurt en daar in beide gevallen zelfs de leiding heeft genomen, dan vind ik dat heel moeilijk te verantwoorden. Het lijkt mij, gezien de situatie en de problemen in Brussel, onverantwoord en onverantwoordelijk.

Vanuit mijn perspectief – dat is mijn persoonlijke opinie over de zaak – is het eigenlijk niet zo moeilijk. Er moet gewoon een regering worden gevormd. Aan beide kanten is er een meerderheid. Als binnen het Franstalige kamp een partij of misschien meerdere partijen eisen dat ze zeggingskracht krijgen over wat er aan Vlaamse kant gebeurt, dan is dat onconstitutioneel en onverantwoord. Als ze eisen dat een bepaalde Vlaamse partij wordt ingewisseld voor een andere, staat dat volkomen haaks op de Brusselwet.

Het is heel eenvoudig. Wat mij betreft, kan er morgen een onderhandeling starten tussen de Vlaamse en de Franstalige meerderheid om een regeerakkoord te sluiten dat hopelijk eindelijk werk maakt van een aantal noodzakelijke hervormingen en een einde maakt aan de budgettaire catastrofe, eerder dan politieke spelletjes te spelen die misschien veel met partijbelangen te maken hebben, maar heel weinig met de Brusselaar en met wat er in deze stad en in dit gewest moet gebeuren.

Inzake uw vraag over initiatieven om het medebestuur van tweetalige gemeenschappen op voet van gelijkheid sterker te waarborgen, herken ik de parallel als het gaat over de taalverhoudingen, de pariteit waarover u het had. Er is een pariteit in de Brusselse regering die inderdaad historisch gekoppeld is aan de pariteit op het federale niveau. Het is daarop dat ik doel wanneer ik zeg dat men gerust aan de hoekstenen van het Belgisch federalisme mag trekken, maar dat men dan wel moet weten wat men allemaal in beweging zet.

De vraag die u stelt, is logisch. Alleen weet u net als ik dat, als men artikel 20, § 2 van de bijzondere Brusselwet van 12 januari 1989 wil wijzigen, men een tweederdemeerderheid en een dubbele meerderheid, dus in elke taalgroep, op de been moet brengen in de Kamer. Die lijkt mij er niet onmiddellijk te zijn, maar ik kan mij vergissen. Ik heb er al veel over gesproken en er zal nog wel wat water door de Zenne vloeien voor we zover zijn. Het lijkt mij zonneklaar dat dit een debat is dat men aan Franstalige kant niet wil.

Ik kom tot uw vraag over initiatieven om binnen de huidige bevoegdheidsverdeling een einde te maken aan de Brusselse onbestuurbaarheid. Als premier heb ik onder andere al in de plenaire vergadering gepleit om een Brusselse regering te vormen en ik doe dat vandaag opnieuw. U weet echter hoe het constitutioneel verdeeld is. Het is aan de Brusselse politici om orde op zaken te stellen en er is geen hiërarchie van de normen voorzien in het Belgisch federalisme. Bundesrecht bricht kein Landesrecht . Ik meen dat u dat principe zult verdedigen en daar niet van zult willen afwijken. De hiërarchie van het federale niveau over de gewesten is niet een van uw punten van geloof en ook niet van het mijne. Die vraag is dus contradictorisch aan uw basisopvattingen.

Ik stel wel samen met u vast dat de bijzondere Brusselwet enkele handvaten voorziet inzake het bestuur van Brussel, maar het is ook niet meer dan dat. Als de situatie echt verslechtert, kan men die handvaten gebruiken indien daarover op federaal niveau een consensus wordt gevonden. De federale regering kan echter niet in de plaats treden van de dubbele Brusselse democratie om de zaken op te lossen of om het bestuur in handen te nemen.

Binnen de federale bevoegdheden kunnen we wel een aantal problemen in Brussel aanpakken. In het bestuursakkoord van de federale regering zult u een aantal zeer relevante passages daarover kunnen terugvinden. Ik denk bijvoorbeeld aan het principe van responsabilisering inzake het stabiliteitspact. Het is moeilijk denkbaar dat men tekorten en schulden kan blijven opstapelen tot in het oneindige en dat men zich in de uiteindelijke Belgische consolidatie voor Europa kan verstoppen en zijn verantwoordelijkheid kan ontwijken. Er is één deelstaat die bij een ongewijzigd beleid perfect in orde is met de Europese uitgavennorm. Alle andere niveaus in dit land, ook het federale, hebben wat werk te doen. Dat werk verbleekt bij de inspanning die Brussel zal moeten leveren.

Ik verwijs ook naar de fusie van de Brusselse politiezones, maar daarover zal ik niet zo veel zeggen. Ten eerste is mijn spreektijd bijna op en ten tweede is daarover een aparte vraag gesteld. Zeker inzake veiligheid heeft de federale overheid uiteraard wel krachtige bevoegdheden, maar als oud-burgemeester ben ik de eerste om te zeggen dat zonder medewerking van het lokale niveau – in Brussel hoort het Brussels Hoofdstedelijk Gewest daar echt bij – het zeer moeilijk is een integrale veiligheidspolitiek uit te rollen.

Ten slotte, wat de Vlaamse betrokkenheid in Brussel vanuit de Vlaamse deelstaat betreft, heeft de Vlaamse regering een Brusselminister, mevrouw Van Achter, om de belangen van de Vlamingen in Brussel te verdedigen. Zij heeft me laten weten dat zij aanwezig zal zijn bij alle vergaderingen van de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Dat werd in het verleden immers veel te weinig gedaan en zij heeft de intentie daarin verandering te brengen.

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, bedankt voor uw antwoord. Ik heb uw voorganger hier ook al over ondervraagd. Eigenlijk kwam zijn antwoord, zij het met een iets minder krachtige veroordeling en verdediging van de pariteit en de Brusselwet, op hetzelfde neer: “We erkennen het probleem, maar we zijn niet van plan een initiatief te nemen.” U hebt uw antwoord iets uitgebreider gemotiveerd, maar helaas komt het op hetzelfde neer.

Qua analyse hoeven we elkaar niet te overtuigen. Het is inderdaad onverantwoord dat in de huidige catastrofale begrotingstoestand banken niet meer willen lenen aan een overheid. De vraag was effectief om niet alleen hervormingen door te voeren op het vlak van veiligheid, maar ook andere hervormingen op te starten die in Brussel nodig zijn. Volgens het regeerakkoord is de voorbereiding van een institutionele hervorming aan de gang. Indien u zich echter op voorhand al wegsteekt achter een tweederde meerderheid die er vandaag nog niet is, dan hoeft u aan die hervorming niet te beginnen. In Brussel is er veel meer nodig dan dat.

Zoals u zelf hebt gezegd, bestaan er bruikbare handvaten. Volgens uw voorzichtige formulering gaat het om handvaten die zouden kunnen worden gebruikt, als er een consensus binnen de regering over is. Die houding is niet echt daadkrachtig en het lijkt erop dat we van u morgen nog geen initiatief mogen verwachten.

Mijnheer de eerste minister, ik heb zelf een motie van aanbeveling klaar - aangezien u mijn analyse helemaal deelt - waarin duidelijk is gesteld wat u ook hebt gezegd, met name dat het buitenspel zetten van de Brusselse Vlamingen absoluut niet kan. Dat om de Brusselwet kracht bij te zetten. In de motie staat ook de oproep om dringend maatregelen te nemen en gebruik te maken van de bestaande handvaten en op zijn minst met de voorbereidingen voor de structurele hervormingen te beginnen. We vragen ook om de betrokkenheid van Vlaanderen te verhogen. De aanwezigheid van de Brusselminister is één zaak, maar ik ben ervan overtuigd dat er qua betrokkenheid van Vlaanderen nog heel wat marge tot verbetering bestaat.

Moties

Motions

Voorzitter:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend. En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées. Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas en luidt als volgt: "De Kamer, gehoord de interpellatie van mevrouw Barbara Pas en het antwoord van de eerste minister, - overwegende dat op 9 juni 2024 verkiezingen hebben plaatsgevonden voor het Brussels Hoofdstedelijk Parlement; - gelet op artikel 35 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen voor wat betreft de regeringsvorming; - overwegende dat het bestuur van de Brusselse instellingen in beginsel gebaseerd is op een gelijke machtsdeelname van de Nederlandstalige en de Franstalige taalgroep; - overwegende dat deze machtsdeling het spiegelbeeld is van de machtsdeling op federaal niveau; - overwegende dat een aantal Franstalige regeringsonderhandelaars gepoogd hebben om de Brusselse Vlamingen buitenspel te zetten bij de Brusselse regeringsvorming; - overwegende dat hiermee een institutionele atoombom wordt ontgrendeld waarmee het 'Brusselse model' wordt opgeblazen; - overwegende dat hiermee ook de zogenaamde 'communautaire evenwichten' zowel op Brussels als op federaal niveau op de helling worden gezet; - overwegende dat de Brusselse regeringsvorming in een totale impasse verzeild is geraakt en bijna acht maanden na de verkiezingen de situatie er volledig geblokkeerd is en er geen enkel uitzicht is op enige regeringsvorming; - overwegende dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ingevolge financieel wanbeheer zo goed als failliet is en gebukt gaat onder een astronomische schuldenlast; - overwegende dat 35 jaar bestuur door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de stad Brussel aan de rand van de afgrond heeft gebracht; - overwegende dat er in Brussel dringend nood is om institutioneel, bestuurlijk, financieel en beleidsmatig orde op zaken te stellen; - overwegende dat dit enkel kan door een grondige herstructurering van het Brusselse institutionele landschap waarbij een nauwere betrokkenheid van Vlaanderen en een versterking van de waarborgen voor een volwaardige machtsdeelname van de Brusselse Vlamingen een conditio sine qua non zijn; vraagt de regering - het initiatief van een aantal Franstalige regeringsonderhandelaars om de Brusselse Vlamingen bij de pogingen tot vorming van een Brusselse regering buitenspel te zetten krachtig te veroordelen; - de principes van het medebestuur van de twee taalgemeenschappen in het hoofdstedelijk gebied op voet van volstrekte gelijkheid sterker te waardborgen; - dringend maatregelen, met inbegrip van grondige structurele hervormingen, te nemen die ertoe strekken een einde te stellen aan de onbestuurbaarheid van de Brusselse instellingen; - daarbij een nauwere betrokkenheid van Vlaanderen na te streven. " Une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas et est libellée comme suit: " La Chambre, ayant entendu l'interpellation de Mme Barbara Pas et la réponse du premier ministre, - considérant que des élections ont eu lieu le 9 juin 2024 pour le Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale; - eu égard à l'article 35 de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises, en ce qui concerne la formation du gouvernement; - considérant que la gestion des institutions bruxelloises est basée sur le principe d'une participation égale des groupes linguistiques néerlandophone et francophone au pouvoir; - considérant que ce partage du pouvoir est identique à celui appliqué à l'échelon fédéral; - considérant que certains négociateurs francophones ont essayé de tenir les Flamands de Bruxelles à l'écart de la formation du gouvernement bruxellois; - considérant qu'un dispositif de bombe atomique institutionnelle est ainsi déclenché et que celui-ci fait voler en éclats le "modèle bruxellois"; - considérant que les "équilibres communautaires" sont ainsi également hypothéqués, tant à l'échelon bruxellois qu'au niveau fédéral; - considérant que la formation du gouvernement bruxellois est complètement dans l'impasse et que la situation, près de huit mois après les élections, est tout à fait bloquée, sans aucune perspective de formation d'un gouvernement; - considérant qu'à la suite d'une gestion financière calamiteuse, la Région de Bruxelles-Capitale est pratiquement en faillite et est confrontée à un endettement astronomique; - considérant que 35 années de gestion par la Région de Bruxelles-Capitale ont mené la ville de Bruxelles au bord du gouffre; - considérant qu'il est urgent de redresser la situation à Bruxelles sur les plans institutionnel, administratif, financier et politique; - considérant que cette évolution n'est possible que moyennant une restructuration approfondie du paysage institutionnel bruxellois, une implication plus étroite de la Flandre et un renforcement des garanties d'une participation à part entière des Flamands de Bruxelles au pouvoir constituant une condition sine qua non; demande au gouvernement - de condamner fermement l'initiative prise par certains négociateurs francophones de tenir les Flamands de Bruxelles à l'écart des tentatives de formation d'un gouvernement bruxellois; - de garantir plus fermement les principes de partage du pouvoir par les deux communautés linguistiques sur le territoire de la capitale, celles-ci étant strictement mises sur un pied d'égalité; - de prendre urgemment des mesures, incluant des réformes structurelles approfondies, visant à mettre fin à l'impossibilité de gouverner à laquelle les institutions bruxelloises sont confrontées; - de veiller à impliquer plus étroitement la Flandre dans ce cadre. " Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Jeroen Bergers. Une motion pure et simple a été déposée par M. Jeroen Bergers . Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Het dragen van levensbeschouwelijke tekenen door Fedasilwerknemers

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de neutraliteit van Fedasil-personeel en het dragen van religieuze symbolen: minister Van Bossuyt bevestigt dat het regeerakkoord streeft naar absolute neutraliteit (zonder onderscheid front/backoffice) om traumatisering van asielzoekers—met name vrouwen uit theocratische regimes—te voorkomen, maar concrete aanpassingen van het arbeidsreglement bij Fedasil zijn nog niet definitief afgerond. De Smet dringt aan op duidelijkheid of het voorstel van haar voorganger (inclusieve neutraliteit) nog geldt en of directies eigen beoordelingsruimte krijgen, maar krijgt geen direct antwoord op de huidige toestand. De minister belooft verdere afstemming met Fedasil, zonder tijdspad of details over het toekomstige kledingbeleid. De kernkwestie—strikte scheiding kerk-staat vs. inclusiviteit—blijft onopgelost.

Voorzitter:

Mevrouw Van Bossuyt, minister van Asiel en Migratie, hartelijk welkom in deze commissie. Hopelijk zullen we u hier regelmatig mogen zien en kunnen we rekenen op goede debatten. Ik ben er zeker van dat dat het geval zal zijn.

François De Smet:

Allereerst proficiat, mevrouw de minister.

C'est une question adressée initialement à votre prédécesseure mais que j'ai redéposée en espérant recevoir une réponse assez différente. J'avais interrogée Mme de Moor au sujet du port des signes convictionnels au sein du personnel des services centraux et décentralisés de Fedasil et elle m'avait indiqué que le règlement de travail devait être modifié dans le sens de la neutralité inclusive, sans prévoir de distinction entre front et back office au niveau du personnel, comme cela se fait toujours au sein du reste de l'administration.

À ce moment, les discussions étaient toujours en cours avec les représentants du personnel et Mme de Moor avait confirmé que cette modification ne devait pas faire l’objet d’une approbation en Conseil des ministres.

Pour des raisons d'attachement à la neutralité et à la laïcité de l'État, je pense toujours que cette modification du règlement qui était envisagée constitue une entrave au statut de la fonction publique fédérale qui dispose la neutralité exclusive des agents, sans compter que dans les faits, et d'ailleurs singulièrement dans un lieu comme Fedasil, elle est susceptible de troubler bon nombre de femmes venant de pays qui sont des régimes théocratiques forts, comme par exemple l'Iran, et qui seraient donc confrontées à des agents portant des signes convictionnels ostentatoires.

Précisons qu'entre-temps, l'accord de gouvernement prévoit un code vestimentaire particulier pour les instances chargées de l'asile.

Quel est l’état actuel de ce dossier au niveau de la modification du règlement de travail qui avait été implémenté par votre prédécesseure au sein de Fedasil? Cette réforme du règlement s’opère-t-elle toujours dans le sens de la neutralité inclusive? Un pouvoir d’appréciation est-il conféré aux directeurs des centres d’accueil ou bien êtes-vous en train de faire marche arrière pour ce qui est du code vestimentaire et, dans ce cas-là, dans quel délai comptez-vous avancer et de quelle manière allez-vous implémenter ce code vestimentaire dont on ne sait encore que peu de choses?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, ik dank u voor uw felicitaties. Ik heb zelf aan de andere kant gezeten en begrijp dus het belang van het Parlement. Ik zal met plezier uw vragen hier komen beantwoorden, collega's.

Merci à vous, monsieur De Smet, pour vos félicitations.

En effet, l'accord de gouvernement prévoit que les instances d'asile et de migration, comme les centres d'accueil et les instances d'appel, doivent garantir à chacun un service de qualité et neutre de la part de l'autorité fédérale. Cela signifie que chaque interaction doit être perçue comme neutre et cela vise à prévenir la discrimination ou la pression du groupe tout en réaffirmant nos valeurs fondamentales, telles que la séparation de la religion et de l'État et l'égalité entre les hommes et les femmes. Les personnes qui fuient, et il y en a beaucoup, des persécutions religieuses et qui y sont à nouveau confrontées peuvent en ressentir un traumatisme profond.

Il incombe aux fonctionnaires dirigeants, et c'est cela qui est mentionné dans l'accord de gouvernement, de garantir ce service de qualité et neutre dans leurs services. Les intentions du gouvernement sont donc claires et nous sommes en contact avec Fedasil à ce sujet afin de définir les formalités et l'élaboration des modifications éventuelles de leur règlement de travail.

François De Smet:

Merci, madame la ministre pour votre réponse. Cela ne répond pas à toutes mes questions. Cela ne répond pas à la question de savoir si le règlement de travail de Mme de Moor avait bien été implémenté et si aujourd'hui, au moment où nous parlons, les signes convictionnels sont autorisés ou pas pour les agents de Fedasil accueillant la population de manière générale. Pour le reste, vous allez appliquer l'accord de gouvernement et nous allons donc suivre cela avec intérêt.

België als topbestemming voor Palestijnen
Antisemitisme bij asielzoekers
Asiel en integratie van Midden-Oosterse gemeenschappen in België

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België ontvangt disproportioneel veel asielaanvragen van Palestijnen (vooral uit Gaza), met een hoge erkenningsgraad (90%), wat volgens Sam Van Rooy leidt tot import van antisemitisme en extremisme, gezien de dominante steun voor Hamas, sharia en geweld onder Palestijnen (cijfers: 72% steunt Hamas-aanslagen, 93% is antisemitisch). Minister Van Bossuyt benadrukt individuele asielbeoordelingen, stapt af van opvang voor herhaalde aanvragen (vaak al beschermd in andere EU-landen) en kondigt strengere maatregelen aan: langere wachttijd voor sociale bijstand, versnelde uitzetting bij terrorisme of waardenconflict (inclusief intrekking nationaliteit), en een verplichte burgerschapstest. Van Rooy wijst deze aanpak af als naïef, eist onmiddellijke stop op Palestijnse asielinstroom en uitzetting van alle Hamassupporters (niet enkel terroristen), gezien hun radicale opvattingen als onverenigbaar met Belgische waarden. De minister houdt vast aan juridische procedures, maar belooft wel verscherpt toezicht op integratie en veiligheidsrisico’s.

Sam Van Rooy:

Minister Van Bossuyt, welkom in dit Parlement.

Geen enkel ander Europees land, mevrouw Van Bossuyt, ontving in 2024 meer asielaanvragen van Palestijnen dan België. Het gaat om in totaal 5.692 asielzoekers, waarvan het overgrote deel afkomstig is uit het antisemitische en jihadistische Hamaslandje Gaza. De redenen waarom ze naar hier komen, zo vernemen wij, zijn "de pro-Palestijnse houding van België" – dat ging over de vorige regering, dus ik hoop dat deze regering daar verandering in brengt – de hoge erkenningsgraad, namelijk 90 %, en "de aanwezigheid van een relatief grote Palestijnse gemeenschap in dit land".

Zopas was er in Duitsland een 19-jarige moslim uit Syrië, een zogenaamde vluchteling, die Joden wilde vermoorden, zo bevestigde hij. Daarom stak hij een man neer bij het Holocaustmuseum in Berlijn. Naast een mes had hij ook de koran en een gebedskleed bij zich. Ondertussen blijft in België het aantal asielzoekers, niet alleen uit de Palestijnse gebieden, maar uit de hele islamitische wereld, toenemen. In de moslimlanden die in de top tien staan, zoals Syrië, Afghanistan en Turkije, wordt antisemitisme met de islamitische paplepel ingegeven.

Mevrouw de minister, u bent een kersverse minister. Ik heb deze vraag uiteraard ook aan de vorige minister gesteld, maar ik ben zeer benieuwd naar wat uw visie hierop is omdat het antisemitisme in dit land, en zeker in een stad als Antwerpen, toeneemt en reeds torenhoog is. Ik wil u vragen hoe u wilt voorkomen dat er steeds meer islamitische haat tegenover Joden en tegenover andere niet-moslims, want dat gaat vaak hand in hand, in dit land wordt binnengehaald.

Last but not least heb ik nog een vraag die ik niet had ingediend, maar ik wil ze u toch stellen, omdat ik daarover via sociale media heel veel vragen krijg. Zult u ervoor proberen te zorgen, en ik begrijp dat dat niet eenvoudig is, of minstens stappen nemen om Hamassupporters, mensen die dat openlijk aangeven en die een dubbele nationaliteit hebben, het land uit te zetten?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Van Rooy, uw beide vragen gaan inderdaad over hetzelfde onderwerp. De eerste werd al ingediend bij mijn voorganger, de tweede is een nieuw ingediende. Ik zal met veel plezier op beide vragen antwoorden.

Eerst en vooral wil ik benadrukken dat ik elke vorm van antisemitisme veroordeel. Het klopt dat België, in vergelijking met andere Europese landen, veel aanvragen van Palestijnen ontvangt. De beschermingsgraad voor deze groep, bepaald door het CGVS, is hoog. Elke verzoeker uit Gaza wordt echter onderworpen aan een individueel onderzoek, waarbij onder andere de recente al dan niet herkomst wordt onderzocht, maar ook wordt bekeken of de persoon in kwestie al internationale bescherming geniet en of er geen uitsluitingsgronden voorhanden zijn.

We zien dat meer dan de helft van de Palestijnen al internationale bescherming geniet in een ander EU-land, voornamelijk in Griekenland. In principe neemt het CGVS in die dossiers een beslissing van niet-ontvankelijkheid. Er wordt echter altijd een individuele analyse gemaakt. Het CGVS bekijkt ook steeds aandachtig in welke dossiers het een cassatieberoep bij de Raad van State kan indienen tegen een arrest van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wanneer die ingaat tegen het beleid dat het CGVS vooropstelt.

Het kan niet de bedoeling zijn dat personen die al bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat toch doorreizen naar ons land en een volgend verzoek indienen. Dergelijke meervoudige asielaanvragen vormen een enorme bijkomende werklast op onze diensten, die al kampen met een historisch hoge werkachterstand, en op ons opvangnetwerk, dat al oververzadigd is.

Het regeerakkoord voorziet in verschillende maatregelen om in meer algemene zin, los van de asielaanvragen ingediend door Palestijnen, de instroom in te perken en de uitstroom te verhogen. Ik zal geen volledige opsomming geven van al die maatregelen, maar ik licht er enkele uit. Ten eerste, het tijdelijk versterken van onze diensten om de achterstand weg te werken, de uitstroom te verhogen en het asielbudget te doen inkrimpen. Ten tweede, gelet op de deadline van midden 2026, prioriteit geven aan de implementatie van het Europese migratiepact en optimaal gebruikmaken van de verstrengingen die daarin zijn voorzien.

Een derde punt is zeer belangrijk in de context van de Palestijnse dossiers. Een aanzienlijk deel van hen heeft al bescherming genoten in een andere lidstaat of heeft daar asiel aangevraagd. In dat geval hoeft België dat verzoek niet opnieuw te onderzoeken. We onderzoeken dus of we bepaalde maatregelen van het Europese migratie- en asielpact versneld kunnen uitvoeren. Misschien nog belangrijker is dat enkel verzoekers die voor het eerst een asielaanvraag indienen, waarvoor dus geen asielprocedure in een andere lidstaat loopt of afgehandeld is, een opvangplaats krijgen.

Een ander voorbeeld van de verstrenging is het feit dat toekomstige nieuwkomers vijf jaar zullen moeten wachten om sociale bijstand te kunnen krijgen. We weten immers allemaal dat de huidige soepele maatregelen een pullfactor zijn naar ons land.

In verband met de jammerlijke gebeurtenissen in Duitsland is het duidelijk dat wie naar ons land komt, zich moet integreren en zich onze waarden en normen eigen moet maken, zoals de gelijkheid van man en vrouw, de scheiding van kerk en staat en onze antidiscriminatiewetgeving. Daartoe behoort ook onze strijd tegen antisemitisme. Wie deel wil uitmaken van onze maatschappij, moet onze normen en waarden onderschrijven. Dat willen we bewerkstelligen door een geslaagde burgerschapstest in te voeren als voorwaarde voor een permanent verblijfsrecht. Daarnaast willen we kordaat optreden door de diensten te versterken die zich bezighouden met de intrekking van beschermings- en verblijfsstatuten naar aanleiding van dergelijke ernstige feiten ten aanzien van onze democratische rechtsstaat. Ook een asielaanvraag kan worden geweigerd wegens dergelijke feiten. Daarop zullen we ook meer focussen.

Ten slotte had u nog een vraag toegevoegd over de nationaliteit. Als iemand met een dubbele nationaliteit veroordeeld wordt voor terrorisme of niet voldoet aan zijn verplichtingen als onderdaan van het land, kan de nationaliteit worden ingetrokken. Het is aan de rechter om daarover te oordelen, maar het regeerakkoord voorziet in een uitbreiding van de mogelijkheid om de nationaliteit in te trekken. Wie daardoor niet langer de Belgische nationaliteit heeft, kan dus ook zijn verblijfsrecht verliezen. Ook dat moet makkelijker worden op basis van een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. In het regeerakkoord staat duidelijk dat die personen het land uitgezet moeten worden.

Sam Van Rooy:

Minister Van Bossuyt, ik deel met u graag dezelfde zorgwekkende cijfers die ik enkele maanden geleden ook aan uw voorganger, staatssecretaris de Moor, heb gegeven. De overgrote meerderheid van de Palestijnen, namelijk 72 %, zoals blijkt uit onderzoek, staat achter de bloedige jihadistische aanslagen van Hamas van 7 oktober 2023. 89 % van die Palestijnen is voorstander van de sharia. 66 % vindt dat wie de islam verlaat de doodstraf moet krijgen. 40 % van de Palestijnen vindt zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. Bijna de helft van de Palestijnen staat negatief tegenover christenen. Meer dan 93 %, mevrouw Van Bossuyt, is antisemitisch en heeft antisemitische denkbeelden. Tot slot een resultaat dat voor u als vrouw op zijn minst even interessant is: 87 % van de Palestijnen vindt dat de vrouw moet gehoorzamen aan haar man en 67 % vindt dat een vrouw niet mag scheiden van haar man. Mevrouw Van Bossuyt, als u die cijfers hoort, blijft u dan nog altijd van mening dat Palestijnen hier überhaupt recht zouden hebben om een vluchtelingenstatuut te krijgen? Of gaat u ze allemaal bekeren en al die denkbeelden ongedaan maken met een of andere burgerschapstest? Gelooft u daarin? Ikzelf geloof daar niet in en ik denk dat het een grote fout is om er wel in te geloven. Ik herhaal dus mijn oproep: stop met de import van Palestijnen en zet Hamassupporters, niet alleen terroristen, maar de moslims die Hamas steunen en ervoor applaudisseren, het land uit. Dat is wat we nodig hebben.

De terugkeer van Syriërs
De herbeoordeling van de asielaanvragen van Syrische staatsburgers
Herbeoordeling van Syriërs en hun asielstatus

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België telde sinds januari 2025 44 vrijwillige Syrië-terugkeren (10-15 wekelijkse aanvragen), maar het CGVS houdt asielbeslissingen voor Syriërs op tot minstens eind maart 2025 wegens gebrek aan betrouwbare informatie over de veiligheidssituatie. België onderzoekt een Oostenrijkse *go-and-see*-aanpak (kennismakingsreizen zonder directe terugkeerplicht) en bespreekt op de aankomende EU-top (met focus op migratie-externalisering en terugkeerhubs) mogelijke vrijwillige terugkeerstimulansen, maar biedt geen financiële bonus zoals Oostenrijk (€1.000). Herbeoordeling van bestaande statuten blijft onderzocht, maar concreet beleid ontbreekt nog. Discrepantie: Oostenrijk moedigt terugkeer aan, terwijl België asieldossiers bevriest.

Voorzitter:

Mevrouw Delcourt laat zich verontschuldigen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, sinds 8 december 2024 zijn al veel Syriërs die in andere Europese en niet-Europese landen verbleven naar hun thuisland teruggekeerd. Volgens de VN zou het al gaan over meer dan 1 miljoen mensen, van wie 280.000 het vluchtelingenstatuut zouden hebben.

Kunt u aangeven of dat ook het geval is in dit land? Hebt u er zicht op hoeveel Syriërs uit België al vrijwillig terugkeerden naar hun herkomstland? In andere EU-landen wordt er gewerkt met een soort terugkeerbonus voor Syriërs. Oostenrijk zou zo 1.000 euro aanbieden aan elke Syriër die vrijwillig terugkeert. Overweegt u om ook zo'n maatregel te nemen?

Het beleid van het CGVS over de asielaanvragen van Syrische vluchtelingen stond on hold. Is dat nog altijd zo? Kunt u dat toelichten? Wanneer verwacht u dat het beleid zal wijzigen? Ondertussen zijn we immers al enkele maanden verder.

Zult u de toegekende statuten herbekijken? Daarnet zei u dat u daar werk van zou maken, als ik het goed begrepen heb. Zult u dat ook doen voor Syriërs?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ik geef eerst een aantal cijfers die u opvroeg.

Fedasil meldt me dat er sinds 16 januari 2025 44 Syriërs vrijwillig zijn teruggekeerd. Sinds 15 januari 2025 zijn er wekelijks 10 à 15 aanvragen voor een vrijwillige terugkeer naar Syrië.

U verwijst naar initiatieven die in Oostenrijk worden genomen onder de naam go and see visits , waarbij een bezoek wordt gefaciliteerd om te gaan kijken in Syrië en er daarna eventueel vrijwillig naar terug te keren. We zijn momenteel aan het onderzoeken of wij dat ook zullen doen.

Ik ga even naar het laatste stukje van uw vraag, waarin u vraagt wat er op Europees vlak zal gebeuren. Volgende week woensdag is er een Europese ministerraad, zoals ik daarnet zei, en daar staat Syrië ook geagendeerd. Dan zullen we daar allicht meer over weten.

Fedasil faciliteert en ondersteunt de vluchten, evenals re-integratie. Daarnaast onderzoekt Fedasil een toekomstige samenwerking met mogelijke re-integratiepartners van Fedasil, zoals IOM en Caritas International Belgium. Zij bieden momenteel geen re-integratiediensten aan in Syrië zelf.

In de context van de recente gebeurtenissen in Syrië heeft het CGVS de behandeling van de dossiers van verzoekers afkomstig uit Syrië tijdelijk opgeschort en dat blijft ook zo. Sinds 9 december 2024 worden geplande persoonlijke gesprekken geannuleerd en worden onderzoeken ook on hold gezet. Alleen de persoonlijke gesprekken en beslissingen voor personen met een status van bescherming in een andere EU-lidstaat worden voortgezet. Overige beslissingen werden opgeschort. Deze opschorting is slechts tijdelijk, maar wel al zeker tot eind maart 2025. Het CGVS heeft op dit moment onvoldoende objectieve informatie om de situatie in Syrië accuraat te kunnen beoordelen. Het volgt de situatie natuurlijk nauwgezet op en zal ook tijdig communiceren of deze deadline wordt opgeheven of verlengd. Het gaat hier over de deadline van eind maart.

Uit Europese overlegplatformen blijkt dat verschillende Europese landen de vrijwillige terugkeer naar Syrië faciliteren. Daar hebt u naar verwezen. Dat gaat over de go and see , waarop ik al geantwoord heb. We onderzoeken of we dat eventueel ook zullen doen. Op de Europese top rond Syrië van volgende week wordt dat ook besproken.

Francesca Van Belleghem:

Ik weet niet of het mogelijk is om een kleine, aanvullende vraag te stellen. Welke zijn de andere agendapunten op die Europese top? Kunnen we die online vinden?

Anneleen Van Bossuyt:

Die informatie is inderdaad online te vinden, maar een ander belangrijk agendapunt gaat specifiek over de externalisering en de externe dimensie van het migratiebeleid, waaronder de terugkeerhubs. Dat is geen geheim. Dat staat dus ook op de agenda. Dat is wel een belangrijk punt op de Europese ministerraad van volgende week woensdag.

Francesca Van Belleghem:

Dank u wel, dat is interessant. Ik vond wel iets raars in uw antwoord. Oostenrijk geeft de zogenaamde go and see -premies. Terwijl ze volgens Oostenrijk kunnen terugkeren naar Syrië, kunnen wij nog altijd geen asielaanvragen beoordelen. Dat lijkt me een discrepantie. Men kan wel terugkeren en vrijwillig terugkeren, maar wij kunnen nog altijd geen asielaanvragen beoordelen.

Ik hoop dat we na maart 2025 enigszins meer zullen kunnen beoordelen.

Anneleen Van Bossuyt:

De go and see dient niet om naar daar te gaan en er te blijven. Die is bedoeld om naar daar te gaan en te kijken of de betrokkene eventueel vrijwillig zou terugkeren. Zij gaan echter eerst terug naar Oostenrijk. Dat is wat de go and see eigenlijk inhoudt.

De stijging van transmigratie in West-Vlaanderen
Transmigratie in West-Vlaanderen
Transmigratieontwikkelingen in West-Vlaanderen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transmigratie in West-Vlaanderen (met name Zeebrugge en de kust) laat een alarmerende stijging zien: 909 onderscheppingen in 2024 (vs. <400 in 2023), waarvan 230 niet-begeleide minderjarigen (leeftijdscontroles worden betwijfeld) en vooral Eritreeërs, Soedanezen en Irakese nationaliteiten. De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) ondersteunt politieacties (13 transmigratie-interventies in 2024), maar terugkeer is moeilijk door gebrek aan terugnameakkoorden, en slechts 37 vasthoudingen leidden tot procedures—vaak via Dublin of gerechtelijke aanpak van smokkelnetwerken. Kernproblemen: samenwerkingstekorten (VK/Frankrijk/België), ontbrekende provinciespecifieke data, en dweilen met de kraan open door gerichte controles die onvoldoende effect sorteren. Eisen: versterkte politiesteun (met name kustregio), betere gsm-analyse voor routes, strengere identificatie, en dringend overleg met Binnenlandse Zaken/Justitie om mensensmokkel en inklimmen in vrachtwagens (levensgevaarlijk) aan te pakken.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, het zal u niet verbazen dat voor deze vraag de twee West-Vlamingen, met name twee Bruggelingen, aan het woord zijn. Wij worden namelijk sinds jaar en dag geconfronteerd met de transmigratieproblematiek. De laatste jaren was ze eigenlijk zo goed als uit het straatbeeld verdwenen. Ik kan niet zeggen dat ze helemaal verdwenen was, maar we zagen toch een enorme daling in West-Vlaanderen.

Onlangs communiceerde de provinciegouverneur echter dat het aantal gevatte transmigranten opnieuw stijgt. In 2024 werden er 632 gevat, terwijl er in 2023 minder dan 400 gevat werden. Volgens de gouverneur zou 70 % van alle aangetroffen transmigranten in onze provincie aangetroffen worden, maar dat is eigenlijk al lang zo. De oorzaak van de stijging is moeilijk te achterhalen, maar er zouden verschillende factoren spelen, zoals de gerichte controles, het weer, het beleid in het Verenigd Koninkrijk en de veranderde routes richting Europa, maar ook richting Groot-Brittannië.

Om dat fenomeen aan te pakken is er inderdaad een goede samenwerking op de verschillende niveaus nodig. In het verleden hadden we ook een werkgroep die er voor 100 % mee bezig was om dat allemaal te monitoren. Kunt u extra toelichting geven over de transmigratieproblematiek, in het bijzonder over West-Vlaanderen? Zijn daar ook minderjarigen bij betrokken? Hoeveel waren er? Wat waren de voornaamste nationaliteiten en hoe verklaart u die stijging? Levert de Dienst Vreemdelingenzaken bijstand bij acties op het terrein? Worden die mensen dan teruggebracht naar een gesloten centrum? In hoeveel gevallen komt er een effectieve terugkeer? Hoe zult u de problematiek verder aanpakken? Zult u in overleg gaan met de minister van Binnenlandse Zaken en bij uitbreiding de minister van Justitie, aangezien het vaak ook om mensensmokkel gaat?

Franky Demon:

Zoals mevrouw De Vreese daarnet aangaf, is het rapport van de West-Vlaamse gouverneur duidelijk. Ik schrok ervan, want de voorbije jaren was er een daling. Plots is er nu een stijging. Als ik de gouverneur volg, werd maar liefst 40 % van alle transmigranten aangetroffen in de havenzone in Zeebrugge. De andere 60 % werd aangetroffen in de kustregio.

Zoals mevrouw De Vreese daarnet opmerkte, kan een stijging verschillende oorzaken hebben, zoals het beleid in het Verenigd Koninkrijk of gerichtere controles. Niettemin blijven onze lokale politiemensen het gevoel hebben dat zij met de kraan open dweilen. Om de transmigratieproblematiek aan te pakken, moet, zoals wij allen weten, worden ingezet op samenwerking, uitwisseling van gegevens en innovatieve technologieën, zodat smokkelbendes opgepakt kunnen worden.

Welke steden en gemeenten of welke geografische gebieden in West-Vlaanderen ervaren de grootste impact van de transmigranten? Hoeveel geregistreerde transmigranten werden er in 2023 en 2024 aangetroffen in West-Vlaanderen? Om welke nationaliteiten gaat het? Zoals mevrouw De Vreese aangaf, is er ook de vraag naar het aantal minderjarigen. Zijn er linken naar netwerken in relatie tot de landen van herkomst van de transmigranten?

U bent nog maar net aangetreden, maar had u al gesprekken met de lokale overheden in de kustregio’s over de transmigratieproblematiek of plant u die gesprekken nog? Bent u van plan te overleggen met de minister van Binnenlandse Zaken om eventueel extra steun van de federale politie te krijgen, ook in de kustregio, teneinde de transmigratieproblematiek te helpen aanpakken?

Ten slotte, de uitwisseling van gegevens tussen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België blijft een heikel punt. Wat zult u ondernemen om de samenwerking beter op punt te kunnen stellen?

Anneleen Van Bossuyt:

Collega's, ik zal antwoorden op basis van cijfers die ik van de Dienst Vreemdelingenzaken heb gekregen. In 2024 ontving de DVZ 909 administratieve verslagen van controles door de politie na een interceptie met vermelding transmigratie. Daarvan waren er 230 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

U vraagt beiden naar cijfers specifiek voor West-Vlaanderen, maar het is blijkbaar niet mogelijk om de cijfers per provincie te geven. Voor meer informatie verwijs ik u naar de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor de politie, aangezien de DVZ enkel informatie kan geven over de verslagen die de politie aan de dienst bezorgt. Die verslagen worden niet per provincie geregistreerd bij de DVZ. Voor specifieke cijfers voor West-Vlaanderen dient u zich dus tot de minister van Binnenlandse Zaken te wenden.

De DVZ leverde in 2024 bijstand bij 267 acties op het terrein. Daarvan waren er 13 acties in het kader van transmigratie. In 2024 werden er betreffende de 909 ontvangen controleverslagen met vermelding transmigratie 37 vasthoudingsbeslissingen genomen, waarvan 15 in het kader van Dublin. Er is echter geen relatie tussen de databank van de intercepties en die van de terugkeer. Momenteel kan de vraag met betrekking tot terugkeer dan ook niet beantwoord worden. Wat ik u wel kan meegeven, is de top vijf van nationaliteiten van personen die onderschept worden: vanuit Eritrea 225, vanuit Soedan 141, vanuit Irak 112, vanuit Iran 65, vanuit Afghanistan 52 en vanuit Ethiopië ook 52.

De DVZ levert samen met de politie hard werk op het terrein in de strijd tegen transmigratie. Als de DVZ een administratief verslag van controle ontvangt, kan een beslissing tot vasthouding genomen worden, ook indien het een transmigrant betreft. Veel transmigranten kunnen vanwege hun verklaarde nationaliteit, bijvoorbeeld uit Irak of Ethiopië, moeilijk gerepatrieerd worden. Daarom moet er volop ingezet worden op identificatie en moeten er prioritair terugnameakkoorden met de herkomstlanden worden gesloten of versterkt om de terugkeer van transmigranten mogelijk te maken.

Voor transmigranten die in een andere lidstaat een asielaanvraag hebben ingediend, wordt de Dublinverordening toegepast.

Voorts is er overleg met de politiediensten, de lokale overheden en de provincies, waaraan de DVZ deelneemt, als dat gevraagd wordt. Een multidisciplinaire aanpak is noodzakelijk met alle actoren: de DVZ, de politie, het parket enzovoort.

Op Belgisch niveau is de aanpak op politioneel en gerechtelijk niveau te situeren. Het uitvoeren van controles is een politionele bevoegdheid en geen bevoegdheid van de DVZ. Acties met betrekking tot transmigratie worden door de politie ingepland. De politie kan daarvoor ondersteuning aan de DVZ vragen. De planning van de dienst Ondersteuning Politiediensten wordt in feite bepaald door de vragen die de DVZ van de politiediensten krijgt. Tegelijkertijd is er ook overleg met de politiediensten, de lokale overheden en de provincies.

De nadruk ligt op het gerechtelijke luik, waarbij de focus ligt op het opsporen en het ontmantelen van netwerken van smokkelaars, want daar gaat heel vaak mensensmokkel mee gepaard.

Er worden dus diverse acties ondernomen, namelijk politionele acties, een versterkte samenwerking met Frankrijk, ondersteuning van de operaties door Frontex en overleg met de Europese Commissie en Frontex.

Maaike De Vreese:

Ik dank u voor het antwoord, mevrouw de minister. Het gaat om 230 niet-begeleide minderjarigen, wat ongelooflijk veel is. Ik vraag me af of dat werkelijke niet-begeleide minderjarigen zijn en of er twijfel over hun leeftijd werd geuit. Dit is iets wat ook in het verleden gebeurde, toen het aantal ook groot was. Op het moment dat ze zich uitgeven voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen stopt de procedure bij de Dienst Vreemdelingenzaken immers en worden ze aan de dienst Voogdij overgedragen. Dat komt er eigenlijk op neer dat ze gewoon terug op de straat worden gezet.

Ik zal een schriftelijke opvolgingsvraag naar de minister van Justitie sturen over wat er met die niet-begeleide minderjarige vreemdelingen gebeurd is.

De inklimming in vrachtwagens en koelwagens baart me echt zorgen, zeker als ik hoor dat het over minderjarigen gaat. Dat moet echt wel worden uitgeklaard.

Ook moeten we volop inzetten op het uitlezen van de gsm's om de routes te weten te komen en die mensen beter te kunnen identificeren met het oog op hun terugkeer.

Franky Demon:

Dank u wel, mevrouw de minister. Ik was ook wel wat geschrokken toen ik hoorde dat ongeveer een vierde minderjarig lijkt. Daarnaast gaf u heel wat technische antwoorden die ik ook verwachtte. Mijn oproep aan u is: trek mee aan de kar! Ik zal bij de minister van Binnenlandse Zaken ook aandringen om extra steun te geven aan de kust. Die steun is misschien een beetje afgenomen, maar we zien onmiddellijk een stijging van de transmigratieproblematiek. Ik maakte nog met een voorgangster van u, mevrouw Daphne Dumery, een wet over inklimming. Als er inderdaad sprake is van inklimming in vrachtwagens of koelwagens kunnen we hen een straf opleggen. Mijn vraag is dus geef extra steun aan de federale politie en trek mee aan de kar. Ik geloof ook echt in betere relaties met het Verenigd Koninkrijk en met Frankrijk. Die uitwisseling moet beter kunnen. Ik begrijp uw technische antwoorden, maar volgens mij moet u er gewoon heen gaan, met de vuist op tafel kloppen en bekijken hoe we beter kunnen samenwerken om de cijfers weer te laten zakken.

De fraude bij studiemigratie

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De publicatie van studiemigratiecijfers is tijdelijk stopgezet door mankrachtsgebrek maar wordt in 2024 hervat, terwijl fraude bij studentenvisa moeilijk aan te tonen is door beperkte weigeringscriteria (enkel bij bewijs van valse documenten of ander migratiedoel). Kameroense studenten vormen de grootste groep met twijfelachtige dossiers en hoge schooluitval, maar misbruik komt breder voor; strengere regels (zoals in het regeerakkoord) worden onderzocht om misbruik via privé-instellingen (waaronder vertraagde studies, asielaanvragen of gezinsvorming) tegen te gaan, hoewel juridische beperkingen blijven bestaan. Van Belleghem dringt aan op snelle wetgeving om fraude en asielinstroom via studiemigratie in te dijken, met focus op betere controle van privé-scholen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag, zodat we wat kunnen opschieten.

Al enige tijd worden geen actuele cijfers meer gepubliceerd inzake studiemigratie (https://dofi.ibz.be/nl/figures/access-and-stay/studenten). Zult u het engagement hernemen om tijdig deze cijfers te publiceren?

Volgens de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken is het aantal fraudegevallen in geval van studiemigratie, waarbij men ondanks het statuut als 'student', niet naar hier komt om te studeren, onvoldoende afgenomen. Kunt u verduidelijken hoe vaak deze vormen van fraude bij studiemigranten voorkomen? Gaat het nog steeds voornamelijk om studenten uit Kameroen? Welke maatregelen zult u nemen om fraude tegen te gaan? Binnen welke termijn?

Volgens de directeur-generaal wordt nog “veel schooluitval vastgesteld bij Kameroense studenten". Kunt u verduidelijken wat “veel" is door hier een aantal op te plakken? Komt dit ook voor bij studenten met andere nationaliteiten? Zo ja, dewelke?

Er zou een groot verschil merkbaar zijn tussen enerzijds officiële instellingen en anderzijds privé-instellingen. Omwille van rechtspraak (vrijheid van onderwijs) kan studiemigratie niet beperkt worden tot officiële instellingen. Welke maatregelen zult u nemen om misbruik bij privé-instellingen tegen te gaan?

Anneleen Van Bossuyt:

Mevrouw Van Belleghem, ten eerste, de DVZ meldt mij dat de publicatie van cijfers over studiemigratie on hold werd gezet vanwege een gebrek aan mankracht. Het is de bedoeling de publicatie dit jaar te hervatten. Het merendeel van de informatie blijft wel beschikbaar en u kunt die terugvinden in het activiteitenverslag van de Dienst Vreemdelingenzaken en op de website in de rapporten over de visumaanvragen.

Ten tweede, de voorwaarden voor een studentenvisum zijn momenteel niet streng. Als er een attest van inschrijving of toelating en een tenlasteneming is, is de beslissingsmarge van de DVZ beperkt. Enkel als er fraude kan worden aangetoond in de voorgelegde documenten of als er kan worden aangetoond dat er een ander migratiedoel is dan studies, kan het visum worden geweigerd.

De mogelijkheden om de wetgeving te verstrengen, worden momenteel bestudeerd. Dat is ook opgenomen in het regeerakkoord. Zoals u allicht hebt gelezen, staan er daarin heel wat verstrengingen met betrekking tot de voorwaarden om met een studentenvisum hierheen te reizen. Tot zo lang is een studentenvisum echter een gemakkelijke toegangspoort tot de Europese Unie. Eenmaal binnen kan men bijvoorbeeld zijn studies zo lang mogelijk rekken, een partner zoeken, een gezin stichten of een verzoek om internationale bescherming indienen. Het bewijzen van fraude in de strikte zin van het woord is dan ook niet zo eenvoudig. Ik kan u hierover geen cijfers bezorgen, want die zijn niet bekend bij de DVZ.

De voorbije tien jaar waren de Kameroense studenten in de meerderheid. Het is dan ook logisch dat er bij hen het meest twijfelachtige dossiers voorkomen, maar het is zeker niet zo dat enkel die groep misbruik maakt van het studentenvisum voor andere migratiedoeleinden.

Ten derde, wat de schooluitval bij de Kameroense studenten betreft, de DVZ heeft geen globale analyse gemaakt van de academische migratie. Er duiken echter zo vaak dossiers op waarin vragen kunnen worden gesteld over de studie-intenties dat de directeur-generaal werd geïnformeerd over het probleem. De DVZ is dus op de hoogte van het probleem.

Officiële en private instellingen voor hoger onderwijs mogen niet allemaal over dezelfde kam geschoren worden. Sommige instellingen werken zeer correct, andere doen dat niet en die hebben veel succes bij buitenlandse studenten. Die laatste instellingen worden nauwlettend in het oog gehouden. De juridische mogelijkheden om de aanvragen systematisch te weigeren, zijn echter beperkt.

Ik geef u enkele cijfers voor 2022, 2023 en 2024 over de privéscholen voor hoger onderwijs. Het aantal aanvragen voor een studentenvisum lag in 2022 op 1.611, in 2023 waren er 1.430 en in 2024 1.175. In 2022 werden er 433 toegekend, in 2023 540 en in 2024 650. Het aantal weigeringen lag in 2022 op 801, in 2023 op 1.222 en in 2024 op 789.

Francesca Van Belleghem:

Dank voor uw uitgebreide antwoord en het cijfermateriaal. We hebben vandaag al vaak gehoord dat een en ander onderzocht wordt en dat is ook logisch, want u staat aan het begin van uw termijn als minister. Ik hoop toch dat er gestaag wetsontwerpen in het Parlement zullen worden ingediend, want er moeten heel snel maatregelen worden genomen, zeker om de instroom van asielzoekers te beperken, de terugkeercijfers te verhogen en de aangehaalde fraudegevallen aan te pakken. Ik hoop dat er specifieke wetgevende initiatieven komen om frauderende privéinstellingen beter te kunnen viseren.

Nieuwe opvangcentra voor asielzoekers

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: De asielopvang kampt met 3.000 wachtenden, 402 hotelopvangplaatsen (stijging ten opzichte van januari) en 15,6 miljoen euro aan onbetaalde dwangsommen door vorig beleid, terwijl 36.168 opvangplaatsen (inclusief oneigenlijke locaties zoals kazernes en campings) actief zijn. Van Bossuyt wil de instroom beperken met aankomende *crisismaatregelen* (geen timing bekend) en vermijdt nieuwe opvang om "aanzuigend effect" tegen te gaan, maar ontkent concrete plannen voor camping Bree of nieuwe asielcentra. Van Belleghem dringt aan op snelle afbouw van hotelopvang als hefboom om instroom te remmen en eist transparantie over nieuwe toewijzingen. De kosten liepen vorig jaar op tot 1 miljard euro, met focus op *eerste asielaanvragers*.

Francesca Van Belleghem:

Deze vraag is zowat een allegaartje, maar ook wel heel belangrijk. Ze gaat namelijk over de belangrijkste crisispunten.

Hoeveel asielzoekers staan er op de wachtlijst voor een opvangplaats en hoeveel asielzoekers verblijven er op dit moment nog op hotel?

Uw voorganger is wegens haar wanbeleid zeer vaak veroordeeld om dwangsommen te betalen. Daarom had ik graag een laatste stand van zaken gehad.

Ook vroeg ik mij af hoeveel plaatsen er op dit moment voorzien zijn in de oneigenlijke opvang. Dat is dus de opvang op campings, in jeugdcentra enzovoort. Zijn er ook plannen om binnenkort meer van deze oneigenlijke opvangplaatsen te openen?

Meer concreet, zijn er plannen om tijdelijk asielzoekers op te vangen op camping Kempenheuvel in Bree? Daarover had ik immers geruchten opgevangen en ik wilde weten of die correct zijn.

Tot slot, zijn er ook plannen om binnenkort nog echte asielcentra, zoals in Charleroi, waar ik het daarnet over had, te openen? Zo ja, waar en wanneer?

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u wel, collega Van Belleghem, voor uw vragen.

Momenteel staan er iets minder dan 3.000 personen op de wachtlijst. Op 17 februari 2025 verbleven er 402 personen in de Brusselse noodopvangplaatsen.

Van januari 2022 tot en met 10 februari 2025 waren er 10.522 betekeningen van veroordelingen om een dwangsom te betalen. Op 31 december 2024 was het theoretische bedrag van de te betalen dwangsommen 15.599.800 euro. Geen enkele dwangsom werd betaald en dat blijft ook mijn beleid.

Het opvangnetwerk telde op 21 februari 2025 36.168 opvangplaatsen in verschillende soorten infrastructuren, gaande van voormalige kazernes van Defensie, voormalige kloosters en oude woonzorgcentra tot toeristische infrastructuur. Ik heb die situatie geërfd. We hebben het er daarnet al eventjes over gehad.

We moeten eerst en vooral de asielinstroom indijken en daarom kom ik met een pakket crisismaatregelen. Ik ga nog niet zeggen wanneer. Pas daarna zullen we geleidelijk kunnen afbouwen. Voorlopig moet dit worden verdergezet tot er beterschap is.

Het gebruik van dergelijke locaties heeft in het verleden uitgewezen dat het een aanzuigende factor is en dat moeten we absoluut vermijden.

Het aantal plaatsen in ons opvangnetwerk is ook historisch hoog, net als de daaraan verbonden kosten. Vorig jaar bedroegen die namelijk 1 miljard euro. De opvang moet beperkt blijven tot zij die een eerste asielaanvraag indienen. De samenleving kan het volume niet langer dragen. Dat is dan ook de reden waarom wij bezig zijn met dat pakket maatregelen.

Francesca Van Belleghem:

Ik heb de cijfers nog eens opgezocht voor deze commissievergadering. In juli verbleven er 728 asielzoekers in de hotelopvang. Op 13 januari daalde dat aantal naar 277. Nu zegt u dat er 402 personen verblijven in de hotelopvang. Dat wil zeggen dat er op heel korte termijn nieuwe hotelopvang voor asielzoekers georganiseerd werd en dat de hotelopvang is toegenomen, wellicht ook onder de nieuwe regering. Zou u dat nog kunnen bevestigen of werden er in het verleden foute cijfers gegeven? Ik heb op mijn vijfde vraag, namelijk over de camping in Bree, ook geen antwoord gekregen.

Anneleen Van Bossuyt:

Ik heb geen informatie over de camping in Bree. Ik kan ook geen verantwoordelijkheid nemen voor cijfers die de vorige regering heeft gegeven. Het klopt wel dat er nu 402 personen in de Brusselse noodopvangplaatsen zitten. Ik heb zelf echter nog geen opdracht gegeven tot het openen van bijkomende plaatsen.

Francesca Van Belleghem:

Ik hoop dat er dan een concrete timing komt voor het afbouwen van die hotelopvangplaatsen. Als u de instroom van asielzoekers wilt beperken, dan is het beperken van de hotelopvang immers een eerste stap. U mag dus ook geen nieuwe asielzoekers meer toewijzen aan die hotelopvangplaatsen. Ook dat zullen we nauwgezet opvolgen, zodat het aantal asielzoekers in hotelopvang zo snel mogelijk zal dalen.

Het asielcentrum in Hasselt

Gesteld door

lijst: VB Frank Troosters

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het tijdelijk asielcentrum in Hasselt—initieel bedoeld voor 18 maanden maar nu al 4,5 jaar open—zal niet sluiten op 16 maart 2025 zoals gepland, omdat de recordhoge asielinstroom (12% stijging ten opzichte van 2023) en falende crisismaatregelen dit onmogelijk maken, aldus minister Van Bossuyt. Sluiting kan pas na een significante daling van de instroom, eerst in jeugdverblijven, dan hotels en LOI’s—geen concrete datum wordt gegeven. Troosters noemt dit "ontgoochelend en herhaling van jarenlang uitstelbeleid", wijst op gebrek aan transparantie en beloftes die niet worden nagekomen, terwijl buurtbewoners blijven wachten. De minister belooft binnen 2-3 weken "uitsluitsel," maar biedt geen garanties of nieuwe sluitingsplannen.

Frank Troosters:

Mevrouw de minister, in oktober 2020 werd er in Hasselt een tijdelijk asielcentrum in het vroegere Parkhotel geopend, initieel voor 12 maanden en eenmalig verlengbaar met 6 maanden. Van die optie werd ook gebruikgemaakt, maar toen die 6 maanden om waren, werd de opdracht in dat verband telkens opnieuw verlengd, waardoor we intussen 4,5 jaar verder zijn en dat tijdelijk asielcentrum nog steeds open is. Op de ministerraad van vrijdag 6 december besliste de regering om het asielcentrum langer open te houden, namelijk tot 16 maart 2025. Kunt u bevestigen dat het asielcentrum in Hasselt effectief gesloten zal worden op 16 maart 2025?

Zo neen, waarom niet? Zal er desgevallend opnieuw worden overgegaan tot het verlengen van de opdracht tot uitbating? Zal dat opnieuw via Umami verlopen? Aan welke voorwaarden? Wat wordt de nieuwe sluitingsdatum?

Welke maatregelen zult u nemen om het asielcentrum in Hasselt zo snel mogelijk te sluiten?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Troosters, ik heb er daarnet in antwoord op een vraag van collega Vandemaele naar verwezen, het aantal asielaanvragen in België ligt momenteel 12 % hoger dan in dezelfde periode van vorig jaar en vorig jaar was al een recordjaar.

Het regeerakkoord voorziet in verschillende hefbomen om de instroom te doen dalen. Dat moet echt gebeuren en heeft absoluut prioriteit. Vandaar dat we een pakket crisismaatregelen voorbereiden.

Met betrekking tot Hasselt vernam ik dat de deadline voor de sluiting van het centrum in Hasselt in maart niet zal kunnen worden gehaald. Fedasil is nu, net zoals vorig jaar, bezig met de organisatie van de afbouw van de tijdelijke opvangplaatsen in de jeugdverblijven. Pas nadat de instroom gevoelig is gedaald, kunnen we starten met het sluiten van andere noodopvangplaatsen in hotels en daarna de LOI's.

Frank Troosters:

Dank u wel, mevrouw de minister. Het is een ontgoochelend antwoord, want uw uitleg dat men eerst de instroom moest beperken, kreeg ik ook vele jaren van uw voorgangster, mevrouw de Moor. Daar hebben de buurtbewoners in Hasselt, die destijds gewoon werden belogen, weinig boodschap aan. Als het centrum nu niet wordt gesloten, wanneer zal dat dan wel gebeuren? Dat weet u niet? Ik begrijp dat het vrij kort dag is, want tussen eind februari en 16 maart liggen twee of drie weken. Ik mag dan aannemen dat er in de komende twee of drie weken uitsluitsel zal komen over het verdere verloop. Ik denk dat de buurtbewoners wel ontgoocheld zullen zijn, want er is nu geen nieuws. Hiermee zet u gewoon het beleid van uw voorgangster voort. Dat is wat zij ervan onthouden.

Het interview in HUMO over onder andere gezinshereniging
Het wetsontwerp betreffende bindende integratietesten bij gezinshereniging
Bindende integratietesten en gezinshereniging in migratiebeleid

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van Bossuyt wil de asielinstroom en opvangkosten drukken door gezinshereniging strenger te maken (o.a. verkorte voorwaardenvrije periode, hogere inkomenseisen) en secundaire migratie (meervoudige asielaanvragen) tegen te gaan via versnelde EU-maatregelen, ondanks kritiek dat dit integratie belemmert en fundamentele rechten ondermijnt. Daems benadrukt dat gezinshereniging al extreem streng is (lange procedures, hoge inkomensdrempel) en geen druk legt op opvang, terwijl Van Belleghem (Vlaams Belang) pleit voor integratietesten en hogere eisen (140-150% leefloon), die volgens haar onvoldoende in het regeerakkoord zijn verankerd. De minister bevestigt cijfers (1.720 weigeringen in 2024 omwille van bestaansmiddelen) en kondigt versnelde wetsvoorstellen aan, maar ontwijkt concrete impact op opvangcapaciteit.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, ik heb heel aandachtig uw interview in Humo gelezen. Daarin zegt u dat u onder andere wilt besparen op asiel en migratie door de instroom te verlagen. Wanneer die instroom dan is verlaagd, zult u het aantal opvangplaatsen verminderen. Een paar alinea's later lezen we dat u de instroom vooral wilt verlagen via een verstrenging van de gezinshereniging.

Ik vind dat nogal bizar, want mensen die via een gezinshereniging naar hier komen, zijn doorgaans niet ten laste van het opvangnetwerk. Mensen kunnen pas gezinshereniging aanvragen als ze een verblijfsvergunning hebben. In dat stadium van de procedure hebben ze het opvangnetwerk al verlaten. Hun instroom verlagen zal dus weinig effect hebben op de opvang van het aantal verzoekers om internationale bescherming.

Mevrouw de minister, waarom wilt u de instroom van gezinshereniging verlagen? Hoeveel mensen die via gezinshereniging naar België kwamen, verblijven momenteel in het opvangnetwerk? Hoeveel aanvragen voor gezinshereniging zijn er nu van mensen die net binnen de huidige inkomensgrens vallen en dus met een verhoging van de inkomensvereisten uit de boot vallen? Hoe zult u de instroom, specifiek van mensen die gebruikmaken van hun recht op opvang, verlagen zodat u de besparingen die in het regeerakkoord zijn afgesproken, kunt uitvoeren? Hoe zult u al die maatregelen nemen zonder enerzijds het recht op een asielaanvraag en anderzijds het recht op opvang te schenden?

Francesca Van Belleghem:

Een paar dagen geleden werd in de commissie het wetsvoorstel van de Vlaams Belangfractie weggestemd om bij gezinshereniging voor vertrek naar dit land integratietesten in te voeren. Dat is natuurlijk bijzonder spijtig, want dat voorstel staat ook in het regeerakkoord.

Wanneer zult u met een wetsontwerp daaromtrent naar het Parlement komen? Zal dat alleen bij gezinsvorming gelden of komt er een uitbreiding naar alle gezinsmigranten, behalve dan diegenen die zich willen herenigen met erkende vluchtelingen? Dat mag volgens Europese richtlijnen namelijk niet. Wat zal het toepassingsgebied zijn van dat wetsontwerp?

Wanneer zult u daarvoor samenzitten met de bevoegde gemeenschappen?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Daems, ik gebruik het woord naïef niet graag, maar eerlijk gezegd denk ik dat het een beetje naïef is van u om te denken dat onze soepele gezinsherenigingsregels geen aantrekkingsfactor zijn voor potentiële asielzoekers. Dat geldt ook voor onze genereuze sociale bijstand.

Ten opzichte van onze buurlanden zijn wij minder streng en onze asielcijfers liegen er niet om. In de hele Europese Unie is er een daling van 12 %. In ons land is er een stijging met 12 %. Alleen al van buiten de Europese Unie zijn 21.000 mensen vorig jaar via gezinshereniging naar ons land gekomen. Het aantal asielaanvragen ligt hier gevoelig hoger dan in de rest van Europa.

Cijfers kunnen in de eerste plaats het best opgevraagd worden door middel van een schriftelijke vraag. Ik kan u wel meegeven dat het detail van de door u gevraagde cijfers niet beschikbaar is. Wat ik u wel kan meegeven, is dat in 2024 17,25 % van de weigeringen werd gemotiveerd door het ontbreken van voldoende bestaansmiddelen.

Het ontbreken van voldoende bestaansmiddelen leidt niet automatisch tot een weigeringsbeslissing. De DVZ moet de situatie van het gezin bekijken en moet de middelen bepalen die nodig zijn om in de gezinsbehoeften te voorzien zonder afhankelijk te zijn van publieke middelen, want daarover gaat het. Als men mensen naar hier laat komen, moet men zelf in het onderhoud van die personen kunnen voorzien.

Wat de weigeringsbeslissingen inzake visa voor gezinshereniging betreft, waren dat er in 2021 5.515 in het algemeen. Specifiek op basis van bestaansmiddelen ging het over 1.039 weigeringen. In 2022 ging het over 5.968 weigeringen, waarvan 1.500 op basis van bestaansmiddelen. In 2023 ging het over 7.491 weigeringen, waarvan 1.622 op basis van bestaansmiddelen. In 2024 ging het over 9.969 weigeringen, waarvan 1.720 wegens onvoldoende bestaansmiddelen. Er zijn geen cijfers beschikbaar over verblijfsaanvragen of -verlengingen.

Het Europees pact voorziet in verschillende mogelijkheden om opvang te beperken en ook ten gronde de beoordeling van bijvoorbeeld volgende verzoeken. Ook aanvragen die in een ander EU-land werden ingediend, zullen als een meervoudige aanvraag worden behandeld. Wanneer iemand reeds bescherming geniet in een andere lidstaat, moet België niet opnieuw dat verzoek om internationale bescherming onderzoeken. Overeenkomstig het Europees recht moeten personen die al een asielaanvraag hebben ingediend – we hebben het daar al meermaals over gehad vandaag – in een andere lidstaat of van wie het verzoek werd verworpen door een andere lidstaat, worden teruggestuurd naar de verantwoordelijke lidstaat. We onderzoeken of we bepaalde maatregelen van het Europese migratiepact versneld kunnen uitvoeren om de secundaire migratie, die vorig jaar trouwens bijna de helft van onze asielaanvragen uitmaakte, tegen te gaan. Enkel de verzoekers die voor het eerst een beschermingsaanvraag indienen die geen lopende of afgehandelde asielprocedure in een andere EU-lidstaat hebben en onvoldoende middelen hebben om zelf in hun levensonderhoud te voorzien, krijgen een opvangplaats.

Unieburgers en onderdanen van de Schengengeassocieerde landen worden uitgesloten van opvang. We geven werkende verzoekers om internationale bescherming die worden opgevangen, voldoende tijd om duurzaam te voorzien in het eigen levensonderhoud.

Asielzoekers die in een ander land een asielaanvraag hebben ingediend, worden in afwachting van hun terugkeer naar de verantwoordelijke lidstaat of naar hun land van herkomst, opgevangen in een Dublincentrum. Dat betreft versoberde centra die worden uitgebaat door de DVZ en die uitsluitend gericht zijn op terugkeer. Die personen worden begeleid in hun terugkeer en zullen alleen materiële hulp ontvangen wanneer een transfer buiten hun wil om nog niet of niet gematerialiseerd kon worden. Meervoudige aanvragen worden maximaal ontmoedigd. We putten hiervoor alle juridische mogelijkheden uit, onder andere omtrent de verdere inperking van het recht op opvang.

Mevrouw Van Belleghem, ik kom tot uw aanvullende vragen. U zei dat we voor erkende vluchtelingen niets kunnen doen in verband met gezinshereniging, vanwege de Europeesrechtelijke regels daaromtrent. Wij kunnen wel, en we hebben dat ook in het regeerakkoord gezet, de voorwaardenvrije periode inperken. Die bedraagt nu één jaar en we zullen die terugbrengen naar zes maanden. Het betreft niet alleen gezinsvorming, maar ook gezinshereniging. Voor gezinsvorming zal de periode twee jaar bedragen. Voor subsidiair beschermden zal de periode voor gezinshereniging twee jaar bedragen. Gezinsvorming zal niet mogelijk zijn voor subsidiair beschermden. Voor gezinshereniging voor anderen zal het één jaar zijn.

We zullen daarvan zo snel mogelijk werk maken om tot een samenwerkingsakkoord te komen over de inhoud van de inburgerings- en taaltesten. We zijn hierover reeds in overleg met de deelstaten. We hebben ook al opdracht gegeven aan de administraties om de overige voorziene verstrengingen voor te bereiden. Die zullen deel uitmaken van het pakket crisismaatregelen waarover ik het eerder had.

Greet Daems:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

U noemt de huidige regels voor gezinshereniging soepel. Mag ik op mijn beurt die uitspraak naïef vinden? U hebt blijkbaar met nog niet veel mensen gepraat die effectief gezinshereniging wilden aanvragen. Ik heb hier de getuigenis van Luc bij, die zijn partner, een arts uit Indië, twee jaar geleden heeft laten overkomen. Hij vertelt dat de procedure liep en dat het zeker een jaar heeft gekost om alle nodige documenten bijeen te krijgen. Zij zijn beide hoogopgeleid. Hij meende dus dat het makkelijk zou zijn om te trouwen en samen te wonen in België. De administratie was echter zo ingewikkeld dat hij hulp moest vragen. Dat is de realiteit.

Gezinshereniging valt al onder enorm strenge voorwaarden. Mensen moeten nu al 2.080 euro per maand verdienen. De procedure is enorm streng en moeilijk. De betrokkenen staan hier ook niet van de ene dag op de andere. Gezinshereniging is een van de laatste manieren om legaal naar een land te kunnen vluchten en voor vrouwen en hun kinderen vaak ook de enige manier om te vluchten. Waarom moeten de diensten er dan nog een schepje bovenop doen? Het recht om samen te leven met zijn of haar gezin is een fundamenteel mensenrecht, niet enkel voor mensen met voldoende middelen maar voor iedereen.

Ten slotte, strengere gezinshereniging zal niet voor minder migratie zorgen, maar veeleer voor minder integratie. Het is bewezen dat gezinshereniging nodig is voor de integratie. Zolang iemands gezin hier niet is, staat de integratie stil.

Francesca Van Belleghem:

Ik weet niet goed op wie ik moet repliceren. Mevrouw Daems, u zegt dat de gezinshereniging streng is, maar er komen jaarlijks 50.000 mensen naar hier via gezinshereniging. Ik woon in Erpe-Mere. Daar wonen 20.000 mensen. Het gaat dus wel degelijk over heel veel mensen. Bij de 20.000 mensen waar de minister daarnet naar verwees, ging het enkel over de visa.

In het regeerakkoord heb ik ook gelezen dat de bestaansmiddelen voor gezinshereniging zouden verhogen. Ik heb dat eens nagerekend en die verhoging is echt wel miniem. Het gaat misschien over een stijging van 200 euro ten opzichte van de huidige situatie. In ons programma stond er dat het 140 % van het leefloon zou moeten zijn. In jullie programma stond er zelfs dat het 150 % van het leefloon zou moeten zijn. Er was een soort van opbod, denk ik, maar ik heb de berekening gemaakt en de verhoging van de bestaansmiddelen zoals vermeld in het regeerakkoord voldoet daar totaal niet aan.

Anneleen Van Bossuyt:

Ik reageer nog even heel kort. Men kan natuurlijk altijd beginnen over bedragen. Het zou over ongeveer 300 euro extra gaan. Dat is toch al iets. Bovendien is er 10 % extra per persoon die erbij komt. Het regeerakkoord is daar dus toch wel vrij gedetailleerd over. Daarbij zou ik van de gelegenheid gebruik willen maken om de mensen hier in de zaal die daarover onderhandeld hebben, zoals Maaike De Vreese en Evelien, te bedanken voor de graad van detail in het regeerakkoord. Dat zal ons helpen om sneller vooruit te gaan. Zo moet u misschien iets minder lang wachten op de wetsontwerpen hier in de Kamer.

Het implementatieplan voor het Europese migratiepact

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België diende een onvolledig nationaal implementatieplan voor het EU-migratiepact in onder de vorige regering, dat nu wordt gefinaliseerd voordat besloten wordt of en hoe het met het parlement wordt gedeeld—geen concrete timing gegeven. Vandemaele dringt aan op transparantie voor een kwalitatief debat, terwijl Van Bossuyt benadrukt dat wetswijzigingen via de normale parlementaire weg lopen. De discussie over een *coalition of the willing* voor externalisering van terugkeerbeleid ontaardt in verwarring over regeerakkoordversies: Van Bossuyt claimt dat de intentie (samenwerking met "gelijkgezinden") behouden blijft, maar de expliciete term ontbreekt in de nieuwste versie, wat Vandemaele als politieke onduidelijkheid aanwijst.

Matti Vandemaele:

Hoewel ik relatief nieuw ben in dit Parlement, kan ik mijn vraag toch al als een evergreen beschouwen. Uw voorgangster heb ik daarover verschillende keren bevraagd. U zegt, zoals het ook in het regeerakkoord staat, dat het Europese migratiepact een centrale as in uw beleid vormt. In dat geval is het heel belangrijk dat wij als parlementsleden over de nodige informatie kunnen beschikken.

Elke lidstaat moest uiterlijk op 12 december 2024 een nationaal implementatieplan indienen. België is die verplichting flink nagekomen. De Europese Commissie heeft gecommuniceerd dat de lidstaten hun implementatieplan openbaar mochten maken. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, dat voor u toch een gidsland is inzake migratie, hebben hun plan inmiddels gedeeld. In het belang van het parlementaire debat en opdat wij ons werk goed zouden kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat wij over dat document kunnen beschikken. Binnen een aantal weken zullen we uw beleidsnota bespreken. Daarin zult u vaak verwijzen naar de implementatie van het Europese migratiepact. Om daarover op een kwaliteitsvolle manier te kunnen spreken, zouden we dat implementatieplan moeten krijgen.

Bent u bereid dat implementatieplan aan ons over te maken, al dan niet onder gesloten envelop, al dan niet achter gesloten deuren? Ik wil het plan kunnen lezen, want dat is belangrijk voor ons. Wilt u daaraan meewerken of niet? Zo ja, wanneer kunnen we het plan krijgen? Zo niet, wat zijn uw argumenten om dat plan niet over te maken?

Ik heb nog enkele seconden voor een bijvraag. U hebt daarnet verklaard nog steeds te willen werken aan een coalition of the willing in het kader van de externalisering van het terugkeerbeleid op Europees niveau, al dan niet in het kader van het implementatieplan van het migratiepact. Het toeval wil dat we drie minuten geleden van het algemeen secretariaat een mail met het regeerakkoord hebben ontvangen. Misschien een nieuwe versie? Ik weet het niet. Het zou een definitieve versie van het regeerakkoord zijn.

Na snel nazicht kan ik zeggen dat de coalition of the willing er niet in is vermeld. In de versie van 9 januari 2025 staat de coalition of the willing wel, maar niet in de laatste versie. U verrast me dus door hier nu te stellen dat u op zoek gaat naar een coalition of the willing , want uw coalitiepartners, cd&v, Les Engagés en Vooruit, zijn er niet. Ze zullen het misschien nooit weten. U stelt echter dat de coalition of the willing niet in het regeerakkoord staat. Kunt u mij dan verklaren welke versie van het regeerakkoord ik moet gebruiken om de debatten voor te bereiden, namelijk de versie met de coalition of the willing of de versie zonder de coalition of the willing ?

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer Vandemaele, ik dank u voor uw vragen. U spreekt over een evergreen, dat is goed, zolang we die maar niet beginnen te zingen.

Heeft iedereen zo iemand in zijn partij? Wij hebben ook partijleden die graag beginnen te zingen. (Hilariteit)

Het nationale implementatieplan in het kader van het EU-pact werd in december 2024 ingediend. Gelet op de deadline gebeurde dat onder de vorige regering, in lopende zaken. Sommige landen van de Europese Unie waren daar trouwens te laat mee, maar wij hebben het tijdig ingediend.

Aangezien bepaalde keuzes die in het plan moesten worden opgenomen niet in lopende zaken konden worden gemaakt, was het plan een onvolledig werkdocument, dat nog nadere afwerking vereist. Het onvolledige werkdocument wordt nu gefinaliseerd, conform de gemaakte beleidskeuzes. Zodra het klaar is, zal opnieuw worden geëvalueerd of het document openbaar wordt gemaakt of gedeeld en in welke vorm of met welke modaliteiten. U hebt al een aantal suggesties gegeven over mogelijke modaliteiten. Wij zullen het evalueren.

U vroeg naar een timing. Zoals ik al aangaf, moet er eerst verder werk worden gemaakt van de inhoud, zodat het vervolledigd kan worden. Daarna zullen wij het evalueren. Ik kan dus nog niets zeggen over de timing.

Wat de transparantie richting het Parlement betreft bij de uitvoering van het migratiepact, een deel van het werk in het kader van de implementatie van het EU-pact vraagt wetswijzigingen. Dat spreekt voor zich. Die wetswijzigingen zullen uiteraard de normale parlementaire weg volgen. Los daarvan hebt u natuurlijk steeds de mogelijkheid om mij daarover te bevragen, zoals u nu doet.

Wat de coalition of the willing betreft, er circuleren dan blijkbaar verschillende versies van het regeerakkoord. Op de website van de federale regering staat toch al een aantal weken de versie waarin het wel staat, tenzij dat nu ineens zou zijn gewijzigd. Het gaat dus over het verder inzetten op de externe dimensie van het migratiebeleid en daarover is er eensgezindheid binnen de regering.

Matti Vandemaele:

Ik vind het jammer dat ik de enige ben die hierover vragen stelt. Anders kon ik even kijken via de link die we net gekregen hebben. Volgens mij staat het er namelijk niet in. Het is dus echt heerlijk, het is zelfs kolder aan het worden, maar toch is dit niet onbelangrijk. Als het in een eerdere versie wel staat en in een volgende versie niet, dan is het dus wegonderhandeld door de ene of de andere partij. Als het wegonderhandeld is door een partij, dan zit er een partij in ons halfrond die zich in de luren laat leggen. Het is dus niet onbelangrijk voor uw coalitiepartners om dat eens te toetsen en te kijken in welke versie... Ondertussen is het voor ons als parlementsleden niet meer duidelijk in welke versie het staat of stond.

Wat het implementatieplan betreft, herhaal ik met de hand op het hart dat ik begrijp dat de vorige versie onvolledig was en dat die moet worden aangepast naar het nieuwe regeerakkoord. Ik begrijp dat, want ik heb ook vier jaar aan die kant gezeten. Ik snap dat dus helemaal.

Ik vind dat perfect verdedigbaar, maar ik zit nu aan deze kant. Wij willen allemaal ons werk op een goede manier doen. Ofwel stellen wij allemaal domme vragen, omdat we niet alle info hebben, ofwel krijgen wij alle info. Het is superbelangrijk dat wij, als parlementsleden, dat document krijgen, zodat wij ons op een goede manier kunnen organiseren om het werk voor u goed te laten verlopen. Ik vraag u dus met aandrang, op mijn knieën – ik weet niet wat ik nog moet doen –, om er toch even over na te denken en ons dat te geven.

Anneleen Van Bossuyt:

Ik heb ook aan de andere kant gezeten. Ik weet hoe graag men een antwoord op zijn vragen krijgt.

Mijnheer Vandemaele, in het regeerakkoord staat: 'samen met gelijkgezinde partners'. Als men dat in het Engels vertaalt, komt het daarop neer.

Matti Vandemaele:

Het gaat over terugkeerhubs. In de vorige versie stond er: coalition of the willing .

Anneleen Van Bossuyt:

(…)

Matti Vandemaele:

Als ik contact heb met uw coalitiepartners kan ik zeggen: coalition of the willing , of de versie in het Nederlands, zodat ze doorhebben waarover het gaat. Dat is belangrijk.

De instroom van asielzoekers en het hoge aantal asielaanvragen

Gesteld aan

Anneleen Van Bossuyt (Minister van Asiel en Migratie, en Maatschappelijke Integratie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De asielinstroom in België (3.540 aanvragen in januari 2025, vooral Palestijnen, Afghanen en Syriërs) is onhoudbaar, met secundaire stromen (herhaalde aanvragen in meerdere EU-landen) als hoofdprobleem, aldus minister Van Bossuyt. Strengere maatregelen—zoals beperkte opvang voor wie al elders bescherming heeft, verscherpte gezinshereniging (inkomenstaal, wachttijd) en snelle implementatie van het EU-migratiepact—moeten de instroom drastisch verminderen, samen met ontradingscampagnes (o.a. in Griekenland) en lokale weerstand tegen extra opvang (bv. Brugge/Gent). De crisismaatregelen richten zich op prioritaire afwijzing van Dublin-gevallen en verminderd draagvlak bij burgemeesters door druk op huisvesting en sociale voorzieningen. Doel: structurele vermindering via Europese samenwerking en nationale verstrenging.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, onlangs publiceerde de Dienst Vreemdelingenzaken de statistieken van asielaanvragen van januari 2025. Maar liefst 3.540 personen dienden een verzoek om internationale bescherming in. De meest voorkomende nationaliteiten zijn Palestijnen, Afghanen, Congolezen, Turken en Syriërs. Er werden 2.259 dossiers overgedragen aan het CVGS, terwijl er 678 werden geweigerd in het kader van de Dublinverordening.

Het asiel- en migratiebeleid is een van de hoekstenen van het regeerakkoord van deze federale regering. We moeten niemand ervan te overtuigen dat de instroom en het hoge aantal asielaanvragen onhoudbaar zijn voor dit land. Met de arizonaploeg moeten we voluit gaan om deze instroom structureel en fors te verminderen.

U hebt al op heel wat vragen geantwoord tijdens deze vergadering. Kunt u echter nog wat toelichting geven bij de asielcijfers? Misschien krijgen we hier wel een primeur over februari. Zet de stijging zich verder of ben ik nog iets te vroeg?

Welke stappen zult u ondernemen om de instroom in te perken? Wat zijn de prioritaire werven waarop u wilt inzetten? Welke crisismaatregelen zult u nemen om de instroom aan te pakken? U zou heel snel komen met een aantal noodmaatregelen.

Kunt u toelichting geven over de uitrol van de ontradingscampagnes? We hadden al het idee om bijvoorbeeld samen te werken met Griekenland en daar forse ontradingscampagnes op te zetten, maar misschien kunt u al wat meer toelichting geven.

Anneleen Van Bossuyt:

Dank u voor uw vragen, mevrouw De Vreese. De cijfers van februari zijn er nog niet. We hebben net deze week die van januari besproken. Voor de cijfers van februari is het net iets te vroeg. De maand is ook nog niet om.

Zoals u weet – daarop werd vanmiddag al een aantal keer gewezen – werd een groot aantal aanvragen ingediend door mensen die reeds in een andere lidstaat geregistreerd zijn, vaak zelfs door mensen die daar al internationale bescherming genieten. Die secundaire stromen aanpakken vormt, zoals u beter dan wie ook weet, een van de prioriteiten van deze regering. Het kan niet dat mensen op twee of zelfs meer plekken asiel aanvragen. Dat is echt de kern van de Dublinverordening.

Het regeerakkoord voorziet in verschillende maatregelen om de instroom in te perken. Ik ga niet de volledige lijst opsommen, maar wij gaan bijvoorbeeld alle mogelijke verstrengingen in het Europese migratiepact hanteren om de secundaire stromen tegen te gaan.

De opvang zit overvol. Het kan niet de bedoeling zijn dat die opvangplaatsen worden ingenomen door mensen die al een asielprocedure hangende hebben in een andere lidstaat of die zelf al bescherming hebben. Ook dat zal deel uitmaken van het pakket van crisismaatregelen. We zullen de opvang beperken en waar mogelijk schrappen voor de asielzoekers die al internationale bescherming in een andere lidstaat hebben gekregen. België moet dat verzoek dan niet opnieuw onderzoeken. We zijn trouwens ook aan het bekijken of we, sneller dan het Europese migratiepact dat vraagt, al tot de implementatie van die maatregelen kunnen overgaan. Ook alleen verzoekers die voor het eerst een asielaanvraag indienen en die geen lopende of afgehandelde asielprocedure in een andere Europese staat hebben, krijgen een opvangplaats.

Over de gezinshereniging hebben we het daarnet al uitgebreid gehad. Ik had het over de manier waarop we die zullen verstrengen, over de inkomensvoorwaarden, over de taal- en inburgeringsvoorwaarden, over de wachttermijn en ook over het feit dat nieuwkomers vijf jaar zullen moeten wachten om sociale bijstand te kunnen krijgen. Dat zijn allemaal maatregelen om de instroom te beperken.

U had ook een vraag over de ontradingscampagnes. We zijn momenteel volop in overleg met de administratie over de praktische uitrol ervan. Dat zal absoluut een van de maatregelen zijn die we snel zullen nemen om tot die ontrading en dus de beperking van de instroom te komen.

Maaike De Vreese:

Het is inderdaad de belangrijkste taak om zo snel mogelijk de instroom naar beneden te krijgen.

Het klopt dat het draagvlak volledig weg is, behalve blijkbaar in Brugge, waar men nog steeds extra LOI’s wil openen. Misschien is dat in Gent ook het geval, mevrouw de minister? Wij zitten op dat vlak in dezelfde situatie. In Brugge wil men de LOI’s nog opdrijven, terwijl in vergelijking met 2024 Brugge 12 % extra leefloners telt, van wie 60 % niet-Belgen zijn. Dat is ongelooflijk.

De algemene tendens is dat de burgemeesters en schepenen die verantwoordelijk zijn zo snel mogelijk naar de vermindering van de instroom willen evolueren, omdat die niet enkel een impact heeft op het feit dat zij voor die mensen opvang moeten creëren, maar ook op al de rest, zoals huisvesting – in Gent vinden de Eritreeërs geen dak boven hun hoofd – en onderwijs en dergelijke meer.

Mevrouw de minister, er ligt dus belangrijk werk op de plank.

Voorzitter:

Met die bemoedigende woorden kunnen we de commissievergadering afsluiten. De vragen die wegens tijdsgebrek niet behandeld konden worden, worden opnieuw geagendeerd in een volgende vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.08 uur. La réunion publique de commission est levée à 17 h 08.

De bestraffing van gedetineerden

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Marijke Dillen kaart aan dat wangedrag van gedetineerden (drugs, wapens, geweld) te weinig bestraft wordt, cipiers bedreigd raken en tuchtrapporten zonder gevolg blijven, terwijl tuchtcommissies directiebeslissingen vaak verwerpen—wat orde en veiligheid ondermijnt. Minister Verlinden ontkent gebrek aan opvolging, wijst op wettelijke klachtenprocedures en noemt genomen maatregelen (agressiebeheersing, drugdetectie, psychologische ondersteuning) om wangedrag preventief en reactief aan te pakken. Dillen blijft kritisch, verwijzend naar vakbondsklachten over onvoldoende sancties en afwezigheid van ordehandhaving, en dringt aan op concrete cijfers over teruggefloten tuchtbeslissingen. De minister belooft verdere inspanningen maar geeft geen direct antwoord op de gevraagde overzichten.

Marijke Dillen:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Gedetineerden die zich misdragen in de gevangenissen moeten ernstig worden gestraft, denken we o.m. aan het bezit en dealen van drugs, aan het bezit van verboden voorwerpen zoals een gsm en wapens, aan het posten van filmpjes op sociale media, aan het bezit van alcohol, aan het plegen van gewelddaden, enzovoort.

Dit gebeurt helaas te weinig, zo bleek duidelijk tijdens de hoorzittingen met de vakbonden betreffende de problematiek van de overbevolking in de gevangenissen. En cipiers die verboden voorwerpen opsporen in de cellen, worden hierbij vaak bedreigd.

Wanneer dergelijke feiten plaatsvinden wordt er door de cipier een rapport opgesteld maar vaak wordt hieraan niet het nodige gevolg gegeven. En als er al eens streng wordt opgetreden, wordt de gevangenisdirecteur vaak teruggefloten door de Tuchtcommissie.

Dit heeft tot gevolg dat cipiers vaak geen rapport meer schrijven omdat er toch geen gevolg aan wordt gegeven maar hun naam wel vermeld staat op het rapport, wat ook het risico inhoudt dat ze moeten vrezen voor vergeldingsmaatregelen in hun private sfeer door de omgeving van de betrokken gedetineerden.

Als er geen bestraffing volgt op feiten gepleegd door de gedetineerden, is er geen sprake meer van orde en tucht. Streng en kordaat optreden tegen wangedrag door gedetineerden moet de enige boodschap zijn. Alleen wanneer dit gebeurt kunnen cipiers terug op een veiligere manier werken.

Is de minister van deze problematiek op de hoogte? Kan u hierover meer toelichting geven? Welke maatregelen werden er deze legislatuur genomen om het gevangeniswezen te versterken in hun opdracht om streng en kordaat te kunnen optreden tegen iedere vorm van wangedrag door een gedetineerde?

Is de minister op de hoogte van het gegeven dat wanneer er dan toch ernstig wordt opgetreden door de gevangenisdirecteur, deze vaak wordt teruggefloten door de Tuchtcommissie? Kan de minister mij een overzicht geven van de gevangenissen waar de Tuchtcommissie dergelijke lakse houding aanneemt?

Annelies Verlinden:

Ik zou vooreerst de bewering willen nuanceren dat niet het nodige gevolg zou gegeven worden aan door de penitentiair beambten opgelegde tuchtrapporten. Dat is niet correct. Wel gebeurt het frequent dat gedetineerden beslissingen van de directeur aanvechten voor de klachtencommissies, waaronder ook tuchtbeslissingen.

Zowel de tuchtprocedure ten aanzien van de gedetineerden als het klachtenrecht zijn bij wet geregeld in de basiswet van 12 januari 2005. De directie kan tijdens de procedure haar beslissing verdedigen, maar de klachtencommissie en de beroepscommissie beoordelen autonoom de ontvankelijkheid en gegrondheid van de klacht en ook het gevolg dat daaraan moet worden gegeven.

Tegen agressie van gedetineerden wordt ook effectief opgetreden. Zo werden al belangrijke inspanningen geleverd om op een efficiënte manier te reageren op ongepast en agressief gedrag, zowel preventief als reactief. Hierna geef ik graag een aantal voorbeelden van dergelijke maatregelen.

Het gaat om het meerjarenproject rond het ontwikkelen en bevorderen van een conflictloze cultuur, met zowel programma’s voor agressiebeheersing voor gedetineerden als institutionele interventies met het oog op een conflictarme cultuur; de strafbaarstelling van het overgooien van voorwerpen die ook gevaar kunnen opleveren; de opleiding van de interventieteams en de modules rond conflict- en agressiehantering die in de basisopleiding van het bewakingspersoneel zijn vervat; het aanbod van drughulpverlening in de gevangenissen maar ook toestellen voor drugdetectie; het testen van jamming ; het aanwerven van eerstelijnspsychologen voor de medische diensten om reeds bij het onthaal van de gedetineerden eventuele psychische en emotionele problemen te kunnen vaststellen; de uitbreiding van de zorgequipes voor de geïnterneerden die in gevangenissen verblijven in afwachting van hun plaatsing in de extrapenitentiaire forensische zorg.

Het spreekt uiteraard voor zich dat deze inspanningen ook deze legislatuur zullen worden verdergezet.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, de klachten die ik in deze vraag heb geformuleerd, zijn heel duidelijk door verschillende vakbonden geformuleerd tijdens de hoorzittingen van enkele weken geleden naar aanleiding van de overbevolking in de gevangenissen. Zij zeggen dat er aan hun rapporten vaak niet het nodige gevolg wordt gegeven. Feiten gepleegd door de gedetineerden worden te weinig bestraft. Zij hebben aangeklaagd, mevrouw de minister, dat er op die manier geen sprake is van orde en tucht. Het zal u niet verwonderen dat ik hieromtrent ga terugkoppelen, want ik vind het merkwaardig dat u dat vandaag heel erg nuanceert. Ik heb geen antwoord gekregen, mevrouw de minister, op mijn vraag naar het aantal klachten waarbij er wel ernstig is opgetreden door de gevangenisdirecteur, maar waar die teruggefloten is door de tuchtcommissie. Ik begrijp dat u mij daarvan vandaag geen volledig overzicht kan geven. Ik zal een schriftelijke vraag indienen en kom daarop later nog terug.

De moeilijkheden die gedetineerden die een opleiding volgen ondervinden door personeelstekorten

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Marijke Dillen kaart aan dat gevangenispersoneelstekorten gedetineerden beletten externe opleidingen te volgen, wat hun re-integratie hindert, gebaseerd op vakbondssignalen. Minister Verlinden ontkent directe problemen bij externe opleidingen (geen begeleiding nodig via uitgaansvergunning) maar bevestigt occasionele annuleringen van interne opleidingen door personeelsgebrek, met pogingen tot flexibele oplossingen. Dillen betwist dit en dringt aan op overleg met vakbonden, wijzend op hun concrete klachten. Kernpunt: tegenstrijdige visies op impact personeelstekort op opleidingscontinuïteit.

Marijke Dillen:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Tijdens de hoorzittingen betreffende de crisis in onze gevangenissen ten gevolge van de overbevolking hebben de vakbonden aangekaart dat gedetineerden die een opleiding volgen buiten de gevangenismuren regelmatig niet naar de opleiding kunnen gaan wegens gebrek aan voldoende personeel.

Nochtans is het volgen van opleidingen belangrijk in het kader van een zinvolle detentie en de toekomstige re-integratie in de samenleving.

1. Is de minister op de hoogte van deze problematiek? Werden er maatregelen genomen om tegemoet te komen aan deze problematiek?

2. Kan de minister mij een overzicht geven van de gevangenissen waar deze problematiek zich stelt?

Annelies Verlinden:

Mevrouw Dillen, wat betreft de opleidingen die buiten de gevangenissen plaatsvinden, is er naar wij begrijpen geen rechtstreekse link vastgesteld tussen personeelstekorten en de mogelijkheid voor gedetineerden om die externe opleidingen te volgen. De gedetineerden die aan de vereiste voorwaarden voldoen, krijgen immers een uitgaansvergunning voor het volgen van die opleidingen en dat vergt geen begeleide transfer naar de opleidingsplaats. Tot heden zijn mij dus geen moeilijkheden gemeld voor het volgen van die opleidingen ingevolge de personeelsproblemen waarmee de gevangenissen kampen.

Aangaande opleidingen binnen de gevangenismuren bestaat er geen precies en volledig overzicht van de penitentiaire inrichtingen waar zich problemen voordoen, maar het komt soms wel voor dat die opleidingen worden geannuleerd of uitgesteld door een gebrek aan personeel. Ook onderbrekingen van een opleiding gelinkt aan specifieke omstandigheden komen occasioneel voor. Het DG EPI erkent dat en de directies doen al het mogelijke om ervoor te zorgen dat activiteiten toch maximaal kunnen plaatsvinden, onder meer door een flexibele invulling van de posten.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat mij wel enigszins verwondert. Net zoals voor mijn eerste vraag, heb ik voor deze vraag de informatie volledig gehaald uit de aanklachten die de vertegenwoordigers van de vakbonden geformuleerd hebben tijdens hoorzittingen. Ze hebben hier aangekaart dat gedetineerden die een opleiding volgen buiten de gevangenismuren daar regelmatig niet naartoe gaan. Wanneer u het een beetje rustiger krijgt, denk ik dus dat u in een volgend gesprek met de vakbonden eens over dit aspect en ook over mijn eerste vraag moet praten. Ik ga er immers van uit dat de vertegenwoordigers dat hier niet zomaar gratuit beweerd hebben.

Het terughalen van Belgische Syrië-jihadisten

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De minister bevestigt dat terugkeer van Belgische Syrië-jihadisten momenteel niet aan de orde is, maar volgt de onvoorspelbare veiligheidssituatie in Syrië nauwgezet via inlichtingendiensten. Vlaams Belang eist een absolute uitsluiting van terugkeer en waarschuwt voor straffeloosheid en herhaald gevaar, pleitend voor gesloten grenzen voor *alle* jihadisten. De regering neemt geen definitief standpunt in over toekomstige terugkeer, maar benadrukt waakzaamheid. Kernpunt: spanning tussen veiligheidsrisico’s (OCAD-waarschuwing) en politiek verzet tegen repatriëring.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, het OCAD heeft in december gesteld dat het na de val van Assad voor onze eigen veiligheid beter zou kunnen zijn om Belgische Syrië-jihadisten die daar nog in een cel of een kamp zitten, terug te halen. Het OCAD vreest dat ze zouden kunnen vrijkomen en via Turkije naar West-Europa of België terugkeren. Er werd ook gewag gemaakt van 13 mannen die niet allemaal de Belgische nationaliteit hebben, maar wel een link hebben met ons land. In de kampen Al-Hol en Al-Roj zouden nog altijd acht Belgische vrouwen en negen kinderen zitten. Dat kan intussen al veranderd zijn, want deze informatie dateert van december.

Ik hoor graag het standpunt van de nieuwe regering, mevrouw de minister. Zijn er plannen om Belgische Syrië-jihadisten terug te halen naar België? En de hamvraag: sluit deze regering uit dat er ooit Syrië-jihadisten kunnen worden teruggehaald naar België?

Annelies Verlinden:

Collega Van Rooy, een gemeenschappelijk front van verschillende rebellengroeperingen onder leiding van Hayat Tahrir al-Sham (HTS) nam in december van vorig jaar de controle over van het gebied dat in Syrië nog in handen was van het Assadregime.

De geopolitieke context en de impact ervan op onze buitenlandse veiligheid werden steeds en worden permanent, tot op vandaag, opgevolgd door onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ze zijn waakzaam voor de houding van HTS en de andere actieve terreurorganisaties in de regio, zoals IS. Ook spanningen tussen de Koerden en de Turken in het grensgebied worden aandachtig opgevolgd. We blijven dus de onvoorspelbare situatie ter plaatse van nabij volgen. En dat steeds in overleg met onze diensten, die uiteraard ook in nauw contact staan met de buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De vraag naar het al dan niet terughalen van Syriëstrijders naar ons land is in dit geval niet aan de orde.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, wat wel aan de orde is, is de vraag of deze nieuwe Belgische regering, deze arizonacoalitie, wil uitsluiten dat er ooit Belgische Syrië-jihadisten worden teruggehaald naar dit land. Het mag duidelijk zijn dat het Vlaams Belang neen zegt. België moet de grenzen sluiten, niet alleen voor asielzoekers, immigranten uit de hele wereld, maar zeker ook voor Syrië-jihadisten. Mochten zij toch worden toegelaten tot ons grondgebied, dan ben ik ervan overtuigd dat zij ervan af zullen komen met een fopstrafje van een aantal jaren, waarna ze op vrije voeten komen en opnieuw een gevaar vormen voor onze samenleving. Mevrouw de minister, luister naar de ervaringen uit het verleden. Sluit onze grenzen, zeker voor jihadisten uit welk land dan ook, zeker ook uit Syrië.

De voortdurende problemen in de gevangenis van Haren
De overbrenging van gedetineerden vanuit Haren naar het Justitiepaleis te Brussel
Gevangenisproblemen en gedetineerdenvervoer in Haren en Brussel

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Justitie)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De gevangenis van Haren kampt met structurele administratieve chaos en personeelstekorten (44/71 administratieve krachten, slechts 2 operationele transportvoertuigen), wat leidt tot te late of foutieve overbrengingen van gedetineerden, lege zittingen en gerechtelijke achterstand—zelfs ten onrechte vrijlatingen (geen exacte cijfers, maar "uitzonderlijk" volgens de minister). Minister Verlinden bevestigt de problemen, wijst op lopende aanwervingen en efficiëntere logistiek (o.a. DAB-kantoren in Haren), maar magistraten en advocaten blijven kritisch over onvoldoende verbeteringen, ondanks herstructureringen sinds juni 2024. Het gebruik van rechtszalen in Haren (bestaand maar onbenut door terughoudendheid) en een mogelijke herbestemming van Sint-Gillis voor arrestanten blijven onopgeloste knelpunten, met een oproep tot dringend overleg met vakbonden.

Marijke Dillen:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Uit berichten blijkt dat er administratief in de gevangenis van Haren een aantal zaken fundamenteel mislopen. Gedetineerden die niet of te laat worden overgebracht naar het Brusselse justitiepaleis, met als gevolg tijdverlies, lege hoorzittingen en stijgende gerechtelijke achterstand, gedetineerden die verwisseld worden, aangehoudenen die maanden aan een stuk geen rechter te zien krijgen en zelfs gedetineerden die ten onrechte worden vrijgelaten, het zijn maar enkele voorbeelden.

Al sinds de opening is er kritiek. Volgens de Toezichtraad zijn personeelsleden niet voldoende opgeleid en is de opening er overhaast gekomen.

Kan de minister meer toelichting geven betreffende deze problemen?

Klopt het dat op de administratieve dienst van deze gevangenis er maar 44 man als administratieve kracht werken, wat een tekort is van 27? Wat is hiervan de oorzaak?

Welke initiatieven zullen er op korte termijn worden genomen om dit tekort weg te werken?

Door dit gebrek aan personeel worden er administratieve fouten gemaakt. Vrijwel iedere advocaat aan de Brusselse Balie heeft cliënten die zijn vrijgelaten door een administratieve fout, zo melden strafpleiters. Kan de minister mij mededelen hoeveel gedetineerden er sinds de opening ten onrechte zijn vrijgelaten omwille van administratieve fouten? Graag een overzicht op jaarbasis.

Ook zijn er blijkbaar dossiers verdwenen van gedetineerden zodat de betrokken advocaten niet te weten komen hoe lang hun cliënten nog moeten zitten. Over hoeveel dossiers gaat dit?

De voorzitter van de commissie Strafrecht van de Franstalige balie pleit ervoor om de gevangenis van Sint-Gillis die momenteel gebruikt wordt voor kortgestraften, te gebruiken als arresthuis voor mensen die nog niet veroordeeld zijn. Dit betekent een grote tijdswinst, want zij moeten het vaakst worden overgebracht. Wat is hier het standpunt van de minister? Is de minister bereid hier een initiatief te nemen?

Ondanks de open brief, geschreven zes maanden geleden door magistraten, griffiers en advocaten van de Franstalige balie te Brussel waarin de problemen aan de kaak werden gesteld, is er weinig of niets veranderd op het terrein. Kan de minister mij een overzicht geven van de initiatieven die sinds deze open brief werden genomen? Graag een gedetailleerde toelichting.

Sophie De Wit:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Op 11 februari verschenen in het weekblad Humo allerlei schrijnende anekdotes over dagelijkse chaos in het justitiepaleis, die het gevolg is van het feit dat men er blijkbaar vanuit de gevangenis te Haren niet in slaagt om dagelijks zowat 80 gedetineerden correct en tijdig te verzamelen en over te brengen naar het Brusselse justitiepaleis. Ofwel dagen de gedetineerden niet of pas laattijdig op, ofwel worden de foute gedetineerden overgebracht naar het justitiepaleis. In het artikel wordt gesteld dat vrijwel elke advocaat aan de Brusselse balie cliënten heeft die zijn vrijgelaten omwille van een administratieve fout.

De directeur van de gevangenis van Haren erkent de problemen bij de overbrenging. Hij stelt dat het, met de middelen die hij ter beschikking heeft, mathematisch onmogelijk is om 80 gedetineerden tegen 9 uur in het justitiepaleis te krijgen. Zo telt de administratieve dienst van de gevangenis, die instaat voor het verzamelen van de gedetineerden die naar de rechtszaal moeten, maar 4 van de 25 personeelsleden. Er zouden volgens het artikel ook maar 2 groene bestelwagens beschikbaar zijn voor gevangenentransport, waardoor er constant heen en weer moet worden gereden.

Ik had u graag de volgende vragen gesteld.

1. Kan u de problemen bij de overbrenging van gedetineerden vanuit Haren, en de impact daarvan op de rechtspraak in het justitiepaleis, bevestigen?

2. Waarom worden de zittingszalen, die in de gevangenis van Haren voorzien zijn, niet gebruikt? Werkt u hiervoor aan een oplossing?

3. Hoe komt het dat het personeelsbestand in de gevangenis, bijv. bij de administratieve dienst, niet ingevuld wordt? Is dit omwille van financiële redenen of is er een andere verklaring?

4. Zijn er effectief slechts 2 bestelwagens beschikbaar voor gevangenentransport?

5. Welke maatregelen zal u nemen om de organisatorische en veiligheidsproblemen in de gevangenis van Haren aan te pakken?

Annelies Verlinden:

Collega's, de overbrenging van gedetineerden naar het Justitiepaleis vanuit de gevangenis van Haren verloopt inderdaad moeizaam. Het parket van Brussel verwacht iedereen ofwel om 9.00 uur ofwel om 14.00 uur op het paleis. Praktisch blijkt het echter zeer moeilijk om 80 gedetineerden op het Poelaertplein te krijgen tegen 9.00 uur.

De Dienst beveiliging (DAB), die instaat voor de overbrengingen, kampt net als de gevangenis van Haren met personeelstekorten. Voor meer toelichting betreffende de problematiek kunt u zich richten tot de minister van Binnenlandse Zaken. Vanuit de directie van de gevangenis van Haren vernemen we dat er momenteel slechts twee vervoersmiddelen operationeel zijn om de gevangenen te vervoeren.

De gevangenis van Haren beschikt inderdaad over vijf rechtszalen, die voldoen aan de normen. De magistraten stellen zich echter vrij terughoudend op tegenover zetelen in de gevangenis zelf. De rechtszalen bevinden zich net buiten de gevangenisperimeter. Sommige magistraten gaan op afroep naar de raadszaal waar ze hun zaak behandelen en keren vervolgens terug naar hun respectieve kantoren in het gerechtsgebouw. Hierbij preciseer ik graag dat de gevangenis van Haren naast de rechtszalen ook over de nodige ruimte beschikt waar griffiers, magistraten en advocaten kunnen werken in afwachting van de zitting. Uiteraard moet ook rekening worden gehouden met de rechten en de positie van slachtoffers en benadeelden en burgerlijke partijen voor het houden van zittingen in de nabijheid van de gevangenis.

Omwille van een voor alle betrokkenen haalbare en aanvaardbare werkwijze lijkt het mij in elk geval nuttig dat we in dialoog gaan, zodat de problematiek en de mogelijke oplossingen kunnen worden besproken. Dat is overigens ook in lijn met het regeerakkoord, waarin is ingeschreven dat zittingen voor de raadkamer en de KI, die vaak slechts enkele minuten duren, in de praktijk maximaal moeten plaatsvinden in faciliteiten bij de detentieplaatsen en/of via videoconferentie.

De regering uit in het regeerakkoord ook de ambitie om gedetineerden zo min mogelijk te verplaatsen. Uitzonderingen hierop dienen te worden gemotiveerd en de ingeroepen omstandigheden moeten verband houden met de rechten van verdediging of het ontbreken van gepaste infrastructuur.

Voorts zal de DAB op korte termijn over kantoren, een eigen vestiaireruimte en eigen parkeerplaatsen beschikken in de gevangenis van Haren. Dat betekent concreet dat de DAB-agenten die belast zijn met de overbrengingen, hun dienst niet langer zullen aanvangen op het Poelaertplein maar in de gevangenis. Dat zal zonder twijfel leiden tot efficiëntere overbrengingen naar het Justitiepaleis.

Met betrekking tot uw vraag inzake het personeelsbestand, de sollicitatiegesprekken voor bijkomend Nederlandstalig en Franstalig administratief personeel voor de gevangenis van Haren zijn lopende. Zodra de aanwervingsprocedure is afgesloten, doen we het nodige voor een snelle indiensttreding.

Het is in dat verband relevant dat de gevangenis van Sint-Gillis nog steeds operationeel is. Heel wat ervaren personeelsleden hebben ervoor gekozen om daar te blijven werken. Daarom moest men voor Haren op zoek gaan naar nieuwe medewerkers die doorgaans geen of te weinig ervaring hebben.

Mevrouw Dillen, sinds juni 2024 zijn er in Haren leidinggevenden aangesteld en werd de griffie heringericht en gereorganiseerd. Sindsdien valt er een verbetering vast te stellen in het dossierbeheer. Mijn administratie beschikt in elk geval niet over cijfers over vrijlatingen ten gevolge van administratieve fouten. Als er al fouten zijn gemaakt, zal het om hoogst uitzonderlijke gevallen gaan. Evenmin kan men bevestigen dat volledige dossiers zijn verdwenen. Hoewel het papieren dossier door de grootschalige verhuizing van gedetineerden en eventuele transfers van gedetineerden misschien niet altijd volledig op de griffie ter beschikking was, bleef het digitale dossier wel steeds voorhanden.

Marijke Dillen:

Mevrouw de minister, opnieuw, ik vind dit bizar. Ik zei dat al in verband met twee vorige vragen: nadat de vakbonden hier een kwestie komen aankaarten, wint u daarover informatie in op het terrein – u kunt niet alles weten – en blijkt er niets aan de hand te zijn. Ik doe nogmaals een oproep om de problematiek grondig te bespreken met de vakbonden en na te gaan wat er al dan niet waar is. Als het wel waar is, moet het worden verholpen.

Sophie De Wit:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Niet alles is me even duidelijk, maar ik zal daarop in een volgend debat terugkomen.

Trump, Netanyahu en België
De plannen van Donald Trump voor de Gazastrook
De uitspraken van president Trump over de overname van de Gazastrook
De escalatie op de Westelijke Jordaanoever
De humanitaire hulp en de duurzame heropbouw in Gaza
Rechtvaardigheid in Gaza en de druk op Israël
De recente verklaringen van Israël en de VS over de toekomst van Gaza
Het Israëlische verbod op UNRWA
De overwogen sancties met betrekking tot de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever
De uitspraken van president Trump over Gaza
Het nieuwe rapport over de hongersnood in Gaza
Het Belgische standpunt in de Associatieraad EU-Israël
De Israëlische mensenrechtenschendingen in Gaza en de Associatieraad EU-Israël
Israël en Palestina
De situatie in Gaza
De Associatieraad EU-Israël
Het Belgische standpunt in de Associatieraad EU-Israël
Palestina en een militair embargo
Internationale spanningen en humanitaire crisis in Gaza en de Westelijke Jordaanoever

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische parlementariërs kritiseren scherp het gebrek aan concrete actie tegen Israël’s schendingen van internationaal recht, ondanks herhaalde oproepen tot sancties, opschorting van het EU-Israël-associatieverdrag (art. 2, mensenrechtenclausule) en erkenning van Palestina. Minister Prévot (BZ) benadrukt weliswaar het belang van dialoog, het respect voor internationaal recht en humanitaire steun (o.a. aan UNRWA), maar wijst opsorting van het verdrag af als "prematuur" door gebrek aan EU-unanimiteit, ondanks aanhoudende beschuldigingen van genocide, etnische zuivering en oorlogsmisdaden in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. België bevestigt wel gehoor te zullen geven aan ICJ-arrestatiebevelen (o.a. tegen Netanyahu) en roept op tot een tweestatenoplossing, maar stelt geen harde maatregelen (bv. handelsembargo’s, sancties tegen nederzettingen) voor, wat parlementsleden als "dubbele standaard" (vs. Rusland) en "compliciteit" bestempelen. Kritiek richt zich ook op de passiviteit tegen Trumps plannen (deportatie Palestijnen, "Gaza Riviera") en de weigering om Palestina eenzijdig te erkennen, ondanks ICJ-adviezen en voorbeelden van Ierland/Spanje.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, j'ai plusieurs questions sur ce sujet.

Je vais commencer par la situation concernant M. Trump et M. Netanyahou sur la question de la Palestine. Je vous rappelle qu'au début du mois de février, Donald Trump a reçu Benjamin Netanyahou, bien que ce dernier soit un criminel de guerre poursuivi par la Cour pénale internationale et faisant l'objet d'un mandat d'arrêt.

Cette rencontre n'était pas seulement une accolade politique, mais un soutien explicite à l'occupation illégale de Gaza et au nettoyage ethnique du peuple palestinien. Trump a apprécié, je cite, que "la bande de Gaza serait remise aux États-Unis par Israël à la fin des combats", ajoutant que "d'ici là, les Palestiniens", je cite encore, "auraient déjà été réinstallés dans des communautés bien plus sûres et plus belles, avec des maisons neuves et modernes dans la région". C'est ce qu'on appelle un soutien explicite au nettoyage ethnique.

Hier soir, Trump a mis en ligne une vidéo réalisée par l'intelligence artificielle intitulée "Riviera de Gaza", dans laquelle on voit Netanyahou prendre un bain de soleil. Le clip présente une chanson dont les paroles sont les suivantes: "Donald Trump vous libérera. Apporte la vie pour que tout le monde puisse l'avoir. Plus de tunnels, plus de peur. La Gaza de Trump est enfin là".

C'est comme si nous étions dans une série de mauvais goût, sauf que c'est le président de la première puissance mondiale qui fait ces déclarations! Nous n'avons malheureusement pas vu, sauf erreur de ma part – et j'espère me tromper – de condamnation claire et ferme de la Belgique à ce sujet.

Je me demande comment la Belgique réagirait si, par exemple, M. Poutine avait mis en ligne une vidéo similaire à propos de l'Ukraine. Je pense qu'à ce moment-là, il y aurait eu, sans la moindre hésitation, des condamnations fermes et justifiées. Nous vous aurions alors soutenu, monsieur le ministre.

Mais quand il s'agit d'Israël ou de Trump, c'est le silence. C'est vraiment déplorable!

L'histoire se répète. Nous constatons que l'Occident agit avec fermeté contre la Russie ou contre ses adversaires stratégiques, en imposant des sanctions. Je pense que nous en sommes au seizième paquet de sanctions contre la Russie, au nom du droit international. Et je ne comprends toujours pas, comme les dizaines de milliers de citoyens qui ont manifesté ces derniers mois pour un cessez-le-feu et la paix en Palestine, les raisons de ce deux poids, deux mesures, et pourquoi il n'y a aucune sanction contre Israël.

Une réunion a eu lieu concernant le traité d'association entre l'Union européenne et Israël et, là encore, cet accord n'est toujours pas suspendu. Vous avez déclaré que "cet accord offre de nombreuses opportunités de coopération bénéfiques dont nous souhaitons continuer de profiter mutuellement. Une solution pacifique de long terme ne pourra se façonner qu'à travers des collaborations politiques franches et constructives". Nous nous demandons donc si un accord pareil est possible avec un État qui est accusé de génocide et qui est responsable de crimes de guerre. Cette décision reste incompréhensible.

Monsieur le ministre, quelle est votre position sur cet accord d'association, en tant que ministre belge des Affaires étrangères? Cet accord doit-il être maintenu ou suspendu? C'est la seule question que je pose, pour laquelle je souhaite recevoir une réponse très claire.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, encore félicitations pour votre prise de fonctions. Je vous l'avais dit: c'est une très belle fonction, un très beau poste qui appelle de belles responsabilités.

Il y a beaucoup de choses à dire sur ce débat, puisqu'une actualité en chasse une autre. J'avais envie de vous entendre sur les propos sidérants du président Trump, qui continue à vouloir provoquer le chaos. En effet, il veut faire de la bande de Gaza une marina, une espèce de Saint-Tropez du Moyen-Orient, après avoir déplacé les Palestiniens vers l'Égypte ou la Jordanie.

Ces deux pays ont refusé ce plan, mais je voulais vous entendre aussi, parce que prendre la population d'un territoire occupé ou contrôlé pour l'expulser ailleurs, à travers des frontières internationales, cela s’appelle une déportation, un nettoyage ethnique.

Monsieur le ministre, je n'ai pas l'impression d'avoir vu une réaction explicite de la Belgique. Je pense que cela doit être une condamnation ferme et sans équivoque de la Belgique, puisque la Belgique s'est toujours positionnée comme un défenseur du droit international, de la démocratie et des droits humains.

Avez-vous entrepris ou allez-vous entreprendre des démarches concrètes au sein des institutions internationales pour exiger justement le respect du droit international et réclamer la fin de l’impunité? Comment la Belgique utilise-t-elle ou compte-t-elle utiliser son influence diplomatique pour défendre une position forte et cohérente sur cette question?

Un autre enjeu sur lequel j'avais envie de vous entendre est une actualité plus récente. C'est ce lundi, monsieur le ministre, que s'est tenue à Bruxelles une réunion du conseil d'association Union européenne-Israël. C'est le plus haut niveau de dialogue politique entre l'Union européenne et Israël. Vous avez d'ailleurs qualifié cet échange de franc et sans tabou.

Cela m'intéresse, puisque la position sur laquelle les 27 se sont mis d'accord en amont de la réunion montre qu'au lieu de centrer les débats sur le respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, soit sa clause de respect des droits humains, l'Union européenne semble, au contraire, vouloir approfondir ses relations dans un certain nombre de domaines.

Pour nous, cela pose extrêmement question, puisque la littérature juridique et les avis, les ordonnances de la Cour internationale de Justice, les mandats d'arrêt émis par la Cour pénale internationale et d'autres rapports internationaux sont autant de preuves qu'Israël continue à violer le droit international et les droits humains.

Si l'Union européenne veut rester crédible aux yeux du monde, elle doit tirer les conséquences de ces violations en suspendant son accord d'association avec Israël.

Dans son accord de coalition, le gouvernement Arizona (votre gouvernement) s'engage à défendre vigoureusement l'ordre international ancré dans le droit international et les accords multilatéraux, et je vous cite: "car nous pensons qu'il s'agit de la seule voie vers une paix et une sécurité durables."

Hier dans un tweet, vous rappeliez que l'accord d'association UE-Israël doit reposer sur le respect des principes démocratiques et des droits humains et vous dites que "cet accord offre de nombreuses opportunités de coopération bénéfiques dont nous souhaitons continuer de profiter mutuellement. Une solution pacifique de long terme ne pourra se façonner qu'à travers des collaborations franches et constructives". Cela me semble contrevenir au respect du droit international.

Avez-vous rappelé à Israël la réalité, à savoir un non-respect du droit international et qu'il doit, à tout prix et très rapidement, se conformer à celui-ci?

Quel a été le message principal porté par l'UE à l'égard d'Israël durant la réunion? Quelle position belge avez-vous défendue? À la suite du conseil d'association et au vu des violations persistantes du droit international et des droits humains par Israël, quelle sera la position de la Belgique au sein du conseil de l'UE?

Soutiendrez-vous la suspension de l'accord d'association qui est pour nous la seule voie possible? La Belgique envisage-t-elle d'agir au sein du conseil des États membres qui partagent le même attachement et que je sais être le vôtre au regard du droit international?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, onze ogen zijn gericht op Gaza met de vraag of het staakt-het-vuren zal standhouden. Netanyahu's extreemrechtse regering flirt met de herstart van de oorlog en blijft het internationaal recht voortdurend schenden. Ook Israëls recente pogingen om de controle over de Westelijke Jordaanoever te vergroten, doen vragen rijzen over Israëls intenties.

De gruwelijke vijandigheden tussen Israël en Hamas en de bombardementen op de Palestijnse bevolking zijn dan wel voor het grootste gedeelte tijdelijk een halt toegeroepen, de noden van de Palestijnse bevolking blijven schrijnend en urgent. De humanitaire crisis duurt voort met verwoeste infrastructuur en amper toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg.

De Palestijnen zijn een volk dat al decennialang gebukt gaat onder dit conflict, terwijl de onderliggende problemen onopgelost blijven. De voortdurende uitbreiding van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, de willekeur van Israëlische veiligheidsdiensten in de behandeling van Palestijnse burgers en de blokkade van Gaza zijn maar enkele van de vele kwesties die een tweestatenoplossing onmogelijk maken.

Israël trekt met een dominante positie economisch, politiek en militair aan het langste eind in dit conflict en verdient het om verantwoording te moeten afleggen. Zonder internationaal ingrijpen zal het staakt-het-vuren slechts een adempauze blijken in een eindeloze cyclus van geweld. Ook het onwezenlijke voorstel van president Trump – dat eigenlijk oproept tot de deportatie van de Palestijnen uit Gaza – helpt niet en versterkt de noodzaak van een duidelijke Europese reactie.

Welke stappen zal België zetten voor meer humanitaire hulp?

Wat zal België doen om een heropbouwplan voor Palestina op te zetten?

Welke rol kan België spelen in duurzame vredesonderhandelingen met kans op slagen?

Wil België verdergaan dan alleen maar diplomatieke verklaringen om druk te zetten op Israël? Plant u bijvoorbeeld de sancties tegen Israëlische kolonisten uit te breiden?

Vindt u dat de federale regering een rol heeft te spelen om het wapenembargo tegen Israël beter te handhaven?

Zal België de arrestatiebevelen van het Internationaal Gerechtshof uitvoeren? Zal België nog interveniëren in de genocidezaak, ingesteld door Zuid-Afrika?

Vindt u, mijnheer de minister, de associatieovereenkomst met Israël nog een goede zaak? Vindt u dat de handel met Israëls illegale nederzettingen toelaatbaar is?

De voorzitster : De heer De Maegd is afwezig.

Staf Aerts:

Welkom mijnheer de minister, in uw nieuwe hoedanigheid. Zoals u weet, is er een tijdelijk staakt-het-vuren in Israël en vooral in Gaza. Daar dreigt een eind aan te komen. Meer nog, Israël zet intussen zijn nederzettingenpolitiek op een agressieve wijze voort op de Westelijke Jordaanoever.

Voor dat tijdelijk staakt-het-vuren werden er tal van rapporten gepubliceerd over oorlogsmisdaden die door Israël werden begaan, over misdaden tegen de menselijkheid en zelfs genocide. Er lopen ook een aantal procedures, maar intussen is er nog steeds een associatieovereenkomst tussen de EU en Israël. Die overeenkomst bevat evenwel ook een mensenrechtenclausule. Meer dan 250 Europese parlementsleden – waaronder leden van deze commissie – hebben samen met een brede internationale coalitie van ngo's opgeroepen om die mensenrechtenclausule te gebruiken om Israël onder druk te zetten en intussen de samenwerking grotendeels op te schorten.

Een maand geleden vertelden vertegenwoordigers van de FOD Buitenlandse Zaken tijdens een hoorzitting in de Kamer dat artikel 2 van de associatieovereenkomst wordt geschonden door Israël. Dat was een duidelijk statement. We moeten daar dus gevolgen aan verbinden.

Ondanks die verschillende oproepen – ook van onze eigen diensten – blijkt de Associatieraad van afgelopen maandag business as usual te hebben toegepast. Er wordt wel met woorden naar het laakbaar gedrag van Israël verwezen, maar de daden wijzen eerder op een verdere intensifiëring en een warme verwelkoming van een verdere samenwerking, wat bijzonder pijnlijk is.

Mijnheer de minister, u had zelf een bilateraal overleg met de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Ik ben ook benieuwd naar de Belgische houding tijdens de Associatieraad EU-Israël. Ik hoop oprecht dat België zich moedig heeft opgesteld en het primaat van het internationaal recht volop heeft verdedigd.

Welke positie hebt u ingenomen in de plenaire vergadering en tijdens de bilaterale ontmoeting met minister Sa'ar? Hoe evalueert u de Israëlische reactie op die positie?

Ondersteunt België het verzoek van Spanje en Ierland aan de Europese Commissie om de associatieovereenkomst met Israël te herzien? Pleit u ook voor een opschorting van die overeenkomst zolang Israël artikel 2 blijft schenden?

Bent u, gelet op het gebrek aan unanimiteit binnen de EU, bereid te pleiten voor een opschorting van de handelsbepalingen van de overeenkomst? Daarvoor volstaat een gekwalificeerde meerderheid. Het lijkt me immers belangrijk dat we niet alleen woorden blijven produceren richting Israël, maar ook daden.

Ik heb ook enkele vragen over UNRWA, de organisatie voor wie de steun werd opgeschort.

Israël heeft de activiteiten van UNRWA verboden. Welke stappen onderneemt de Belgische regering daartegen? Hebben we dat in onze gesprekken ook aangekaart?

Hoe zullen we UNRWA blijven ondersteunen? Is er een mogelijkheid om UNRWA extra steun te bieden? Het is immers overduidelijk – daarvan getuigen de beelden die blijven binnenstromen sinds het tijdelijk staakt-het-vuren in Gaza – dat er meer dan ooit steun nodig is om Gaza te heropbouwen en om opnieuw een menswaardig leven te bieden aan de Gazanen.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous avais déjà félicité en séance plénière lors du débat de plus de 40 heures. Je vais aujourd'hui réitérer officiellement mes félicitations, mais votre tâche va être ardue. Non pas parce que vous avez affaire à Christophe Lacroix mais parce que vous avez affaire à un monde en perdition totale, et j'espère que vous pourrez être l'un des facteurs de régulation et de redressement de la folie de ce monde.

En ce qui concerne la Cisjordanie, Gaza, la Palestine et Israël, depuis 2014, la Belgique a fait un chemin qui est celui de reconnaître, à terme, une solution à deux É tats comme seule issue juste et durable au conflit israélio-palestinien. Et pourtant, depuis plus de dix ans maintenant, malgré toutes les résolutions successives de l'ONU et la reconnaissance de l' É tat de Palestine par un nombre croissant de pays européens, notre pays n'a toujours pas franchi le pas d'une reconnaissance officielle.

Cette absence de décision apparaît d'autant plus incompréhensible que la Cour internationale de Justice, dans son avis consultatif du 19 juillet 2024, a réaffirmé l'illégalité de l'occupation israélienne et l'urgence d'y mettre fin dans les plus brefs délais. Selon moi, par "urgence", il faut entendre douze mois. L'argument du moment opportun avancé par l'ancien ministre Reynders date de plus de dix ans mais, malgré cela, la situation sécuritaire en Cisjordanie et la catastrophe humanitaire à Gaza ne cessent de s'aggraver. Depuis le 7 octobre 2023, on dénombre 49 000 morts et 118 000 blessés. L'expansion des colonies israéliennes en territoire palestinien se poursuit à un rythme accéléré, en violation flagrante du droit international.

Or l'accord de gouvernement ne prévoit ni sanctions ni mesures de pression à l'égard d'Israël. La Belgique ne peut plus se contenter d'un soutien de principe. Je crois qu'il faut à présent prendre ses responsabilités et adopter une position claire et cohérente à la hauteur de nos engagements et de notre rôle historique en matière de diplomatie et de défense des droits fondamentaux.

Face à ces violations répétées du droit international et en cohérence avec les principes belges, le gouvernement belge entend-il reconnaître officiellement l' É tat de Palestine, comme l'ont fait l'Irlande, l'Espagne et la Norvège? Dans la négative, pourquoi? Quelles sont les véritables raisons?

Quelles sanctions la Belgique compte-t-elle prendre vis-à-vis d'Israël concernant la situation sécuritaire à Gaza et en Cisjordanie afin de garantir le respect du droit international?

En ce qui concerne le conseil d'association Union européenne-Israël – le 24 février se tenait à Bruxelles une réunion du conseil d'association –, la position sur laquelle les 27 se sont mis d'accord en amont de la réunion montre qu'au lieu de centrer les débats sur le respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association, soit sa clause de respect des droits humains, l'Union européenne semble au contraire vouloir approfondir ces relations dans un certain nombre de domaines.

Or, dans une carte blanche publiée samedi, des représentants et représentantes d'organisations de la société civile belge dénoncent cette pratique business as usual de l'Union européenne avec Israël. Vous-même – même si je sais que vous n'aimez pas trop tweeter –, vous avez écrit un tweet dans lequel vous dites que vous réitérez le fait que l'accord Union européenne-Israël doit être basé sur le respect des principes démocratiques et des droits humains, mais vous parlez également du fait que cet accord privilégie le respect des droits humains et la coopération mutuellement bénéfique.

Monsieur le ministre, quelle est votre priorité? Est-ce le respect des droits humains ou la coopération mutuellement bénéfique? Le conseil d'association s'est réuni. Quelle a été la position de la Belgique lors de cette rencontre? Soutiendrez-vous la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël? Envisagez-vous d'agir au sein du conseil avec les États membres qui partagent le même attachement au respect du droit international?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik sluit me voor het overgrote deel aan bij de vragen die mijn collega's al hebben gesteld.

Mijn vraag is iets specifieker en gaat over de uitspraken van Trump over Gaza en het Palestijnse volk.

De president van de Verenigde Staten heeft aangekondigd de controle over de Gazastrook te willen overnemen en de Palestijnse bevolking permanent te willen verplaatsen naar buurlanden als Jordanië en Egypte, om zo het gebied om te vormen tot de 'Rivièra van het Midden-Oosten'. Hij heeft die uitspraken vandaag nog wat kracht bijgezet door AI-beelden te laten maken waarop hij in een strandstoel zit aan de grote 'Rivièra van het Midden-Oosten'. Zo zou Gaza eruitzien als hij zijn zin zou mogen doen.

Ik vind het pure waanzin dat een president van een grootmacht als de Verenigde Staten van Amerika zo omgaat met een gebied, met een bevolking. Dat is die mensen in hun gezicht uitlachen. Het ondermijnt ook de tweestatenoplossing, die toch nog altijd het doel moet zijn voor ons land. Wat de president van de Verenigde Staten over Gaza en de Palestijnse bevolking durft te zeggen is echt pure waanzin.

Zijn plan stuit ook op hevig verzet bij landen in de buurt. Zo hebben Jordanië en Egypte al laten weten dat ze daar niet zullen aan meewerken. Trump wil eigenlijk die Palestijnse bevolking verplaatsen naar die buurlanden, maar die hebben al te kennen gegeven dat ze geen Palestijnen wensen op te nemen. De VN waarschuwt dat dit plan mogelijk in strijd is met het internationaal recht en als etnische zuivering kan worden gezien.

Daarom heb ik volgende vragen voor u.

Mijnheer de minister, wat is het standpunt van de Belgische regering over deze uitspraken? Welke impact verwacht de regering dat dit plan zal hebben op de stabiliteit en de veiligheid in het Midden-Oosten en specifiek op de relaties tussen Israël, de Palestijnse gebieden en de buurlanden, zoals Jordanië en Egypte? Heeft België al initiatieven genomen of zal het dat doen om binnen de EU een formeel standpunt in te nemen over het voorstel van Trump voor Gaza? De VN heeft gewaarschuwd dat het plan van Trump mogelijk neerkomt op een etnische zuivering. Hoe beoordeelt de Belgische regering die juridische kwalificatie?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, dit weekend kregen we alweer een barbaars tafereel uit Gaza te zien waarbij leden van Hamas vier lijkkisten droegen in de menigte die de moord op onschuldige kinderen vierde.

Twee kinderen van de familie Bibas werden vermoord door Hamas. Dit soort propaganda en machtsvertoon is niets nieuws, maar dat Hamas zo wreed is om kinderen van 1 en 5 jaar te vermoorden, toont wat voor monsters ze zijn. Hamasterroristen willen niets anders dan oorlog, anders zouden ze in een periode van staakt-het-vuren toch niet zo wreed provoceren. Ze zijn oorlogszuchtig en wensen geen einde aan deze wrede oorlog. Integendeel, ze willen het vuur van de oorlog doen oplaaien tot Israël totaal vernietigd is. Uiteraard maken ze de mensen van Gaza hierbij ook tot slachtoffers. Dit staakt-het-vuren kan niet lang duren als ze de gegijzelde mensen en zelfs de kinderen beginnen te vermoorden.

Wat is uw mening over deze recente ontwikkelingen? Wat is uw visie over dit staakt-het-vuren? Denkt u dat dit duurzaam kan zijn?

Hoe kan ons land iets betekenen voor de duurzaamheid van het staakt-het-vuren? Hoe kunnen wij Hamas duidelijk maken dat het niet met vuur mag spelen en dat dit moet stoppen?

Gisteren had u een ontmoeting met de minister van Buitenlandse Zaken van Israël, meneer Gideon Sa'ar. Hij meldt op X dat hij een goede ontmoeting met u had en dat het tijd is om een pagina om te slaan als het gaat over de relatie tussen Israël en België.

Hoe beschrijft u die ontmoeting en hoe bekijkt u de toekomstige relatie met Israël? Dank u wel.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de wapenstilstand in Gaza blijft voorlopig van kracht, ondanks de dreigende taal vanuit de VS en Israël en de groteske vertoningen van Hamas. Ook president Trump gooit nog meer olie op het vuur.

We moeten de druk blijven opvoeren. Ook op de Westelijke Jordaanoever blijft het geweld escaleren, recent nog met de ontruiming van een aantal vluchtelingenkampen die het Israëlische leger in handen lijkt te willen houden. Bij dergelijke invallen wordt heel wat vernietigd, zoals wegen en waterleidingen. Op sociale media wordt melding gemaakt van vernielingen aan door Europese landen gefinancierde infrastructuur in de Masafer Yattaregio. De Belgische regering heeft dergelijke vernielingen in het verleden al meermaals veroordeeld en neemt een actieve rol op binnen het West Bank Protection Consortium, dat systematisch compensaties vraagt van Israël.

Mijnheer de minister, de collega's hebben al verwezen naar uw ontmoeting van maandag. Wat is de houding van België, wat de opschorting van de associatieovereenkomst betreft? Indien wij niet pleiten voor een opschorting, pleit ons land dan voor een formele beoordeling van Israëls naleving van zijn verplichtingen onder artikel 2 van de associatieovereenkomst?

Welke concrete maatregelen werden op de Raad Buitenlandse Zaken besproken inzake humanitaire noden en duurzame vrede?

Kunt u bevestigen of bij de recente vernielingen op de Westelijke Jordaanoever ook infrastructuur werd vernietigd die werd gefinancierd met Belgisch donorgeld? Zo ja, heeft België officieel compensatie geëist voor die vernielingen?

Tot slot, kunt u bevestigen dat ons land desgevallend gehoor zal geven aan het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en oud-defensieminister Gallant?

De voorzitster : Zijn er collega's die zich hierbij willen aansluiten? Dat is immers altijd mogelijk in een actualiteitsdebat. (Nee)

Dan geef ik het woord aan de minister.

Maxime Prévot:

Mesdames Van Hoof, Lambrecht, Safai, et Maouane, messieurs Aerts, Lacroix, Vander Elst et Boukili, je vous remercie pour vos questions et pour vos aimables paroles d'introduction concernant ma prise de fonctions.

Monsieur Boukili, je n'ai pas la vidéo dont vous avez parlé, qui aurait été, selon vos dires, postée hier soir. En réponse à vos questions sur les déclarations du président Trump par rapport à la bande de Gaza et sa putative riviera, la Belgique a réagi publiquement aux propositions du président Trump le 5 février, via mon département des Affaires étrangères, pour s'offusquer du propos. Je me suis moi-même exprimé clairement sur le sujet, y compris en début de semaine face aux Israéliens.

Le déplacement forcé de populations à Gaza et en Cisjordanie constitue une grave violation du droit international humanitaire. La stabilité au Moyen-Orient demande le plein respect du droit international et la mise en œuvre d'une solution à deux États. Nous souhaitons que le chemin pour y arriver ne soit dès lors pas jonché d'obstacles.

Quelles qu'en soient les intentions, les propositions du président Trump sont problématiques et pourraient mener à une situation de nettoyage ethnique. Je le répète, les déplacements forcés de populations sont des crimes de guerre. Les Gazaouis ont le droit de rester à Gaza. L'accord de cessez-le-feu doit être respecté. Il faut rapidement fournir de l'aide humanitaire en suffisance aux populations civiles et pouvoir reconstruire les infrastructures de base.

J'ai insisté sur ces points lors d'une discussion bilatérale sans tabou que j'ai eue lundi avec le ministre israélien des Affaires étrangères. Nous ne sommes évidemment pas d'accord sur tout mais nous maintenons le dialogue. C'est le travail par essence de la diplomatie et c'est fondamental si on veut faire entendre les messages de la Belgique.

Nous l'avons évoqué lundi lors du Conseil européen des Affaires étrangères, l'Union européenne doit accorder une attention particulière aux propositions alternatives qui sont en cours d'élaboration par les États arabes. Ceux-ci ont prouvé, depuis l'initiative arabe de paix de 1992, qu'ils étaient des acteurs constructifs pour la paix dans la région. Ces propositions devraient être présentées lors du sommet de la Ligue arabe au Caire, le 4 mars prochain.

Nous soutenons une solution sans le Hamas, mais qui soit sous leadership palestinien, tant à Gaza qu'en Cisjordanie et à Jérusalem-Est. L'Autorité palestinienne doit être réformée en profondeur et l'action du premier ministre Mustafa est encourageante dans ce sens car ne perdons pas de vue qu'une Autorité palestinienne faible ou défaillante, c'est le risque accru d'un Hamas fort.

J'ai salué publiquement le geste posé récemment, celui de la signature d'un décret qui tourne la page du système de paiement des prisonniers, que certains appelaient pay for slay ou le Fonds des Martyrs.

De Palestijnse Autoriteit maakte in de uitbetaling geen onderscheid tussen families van terroristen, enerzijds, en echte slachtoffers van de Israëlische bezetting, anderzijds, bijvoorbeeld kinderen die werden gedood op weg naar school. Mevrouw Safai, ik kan u op dat punt echter geruststellen. België heeft dat fonds nooit gesteund.

Je salue également les progrès effectués par l'Autorité palestinienne dans la réforme des programmes scolaires. Ces avancées positives, que nous encourageons, devraient permettre des progrès rapides dans l'adoption du paquet d'aide européen pour la Palestine et inciter Israël à procéder au transfert des taxes prélevées au profit de l'Autorité palestinienne.

In antwoord op uw vraag over een wapenembargo kan ik herhalen wat mijn voorgangers al meegaven. De regio’s zijn bevoegd voor de exportlicenties. Sinds 2009 werd beslist dat geen wapens meer worden uitgevoerd naar Israël. Het is aan de regio’s om dat op te volgen.

Wat een handelsembargo betreft voor producten en diensten uit de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, België heeft de Europese Commissie gevraagd een analyse te maken en Europese aanbevelingen op te stellen. Op de Europese eengemaakte markt kan België immers niet alleen optreden. Het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024 is nochtans duidelijk over de import uit en handel met de nederzettingen. We wachten nog steeds op de analyse en de aanbevelingen en pleiten voor een debat op EU-niveau over de mogelijke gevolgen van het advies.

België herhaalt het voorgaande regelmatig in de verschillende comités van de Europese Raad. Naast de juridische aspecten is het belangrijk om een Europese aanpak te promoten. Het zou immers weinig zin en weinig impact hebben, mochten de producten niet via België maar via onze buurlanden in Europa aankomen.

Concernant le conseil d'association entre l'Union européenne et Israël, j'y ai participé lundi avec tous les ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne et d'Israël. La Belgique avait plaidé pour que ce conseil se tienne afin d'avoir un dialogue franc et sans tabou avec Israël et l'ensemble des États membres de l'Union européenne qui aborde absolument tous les aspects de la relation, autant les aspects positifs que les aspects négatifs, y compris la situation à Gaza et les accusations de violations du droit international et des droits humains. Et c'est exactement ce qu'il s'est passé. Personne, du reste, ne demande la suspension ou le rejet de ce dialogue.

J'ai exprimé ma solidarité avec les otages israéliens et leurs familles, me réjouissant des libérations récentes, mais j'ai aussi interpellé le ministre Saar sur les droits et sur la souffrance des Palestiniens.

Monsieur Boukili, l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël n'encourage pas les exportations d'armes vers Israël. Il permet d'exploiter des aspects bénéfiques de notre relation, pour autant – et je l'ai rappelé sans la moindre ambiguïté – qu'il repose sur le respect total des principes démocratiques et des droits humains. Or les nombreuses accusations de crimes de guerre ou d'obstacles à l'action humanitaire à Gaza, notamment celle de l'UNRWA, soulèvent des questions quant au respect par Israël de l'article 2 de l'accord d'association.

Sa suspension nécessite néanmoins, vous le savez, l'unanimité des États membres, et celle-ci est loin d'être acquise.

L'Espagne et l'Irlande ont questionné l'Union européenne pour savoir si, oui ou non, Israël avait enfreint cet article 2. Nous soutenons par principe toute initiative qui vise à vérifier la situation des droits humains, mais évoquer une suspension de l'accord semble précoce à ce jour, malgré les préoccupations majeures exprimées.

J'ai insisté sur le respect absolu par toutes les parties du droit international humanitaire et des droits humains. J'ai rappelé le soutien à la solution à deux États et demandé au ministre Saar qu'Israël participe au travail de l'Alliance globale pour la mise en œuvre de la solution à deux États.

Tout en saluant l'importance des relations commerciales entre l'Union européenne et Israël, j'ai rappelé que la Belgique respectait la politique de différenciation qui ne reconnaît Israël que dans ses frontières de 1967. J'ai réitéré notre ferme engagement contre le terrorisme et contre l'antisémitisme et appelé au respect de toutes les religions à Jérusalem. De même, j'ai pu, lors d'une discussion bilatérale très franche avec mon homologue israélien, l'interpeller sur la violence des colons et sur les opérations militaires en Cisjordanie. Je lui ai également fait part de mon inquiétude face à un projet de loi de la Knesset, qui envisage de surtaxer les ONG de défense des droits humains financées par l'Union européenne.

Nous suivons de près le débat entre ceux qui cherchent à préserver Israël en tant que démocratie locale et ceux qui prônent des restrictions aux libertés fondamentales des Israéliens et des Palestiniens. La Belgique se tient fermement aux côtés du premier groupe. Nous souhaitons coopérer, mais sur la base de valeurs démocratiques et de respect des droits humains. Suspendre aveuglément toute coopération entre l'Union européenne et Israël reviendrait à sanctionner de façon indiscriminée les Israéliens dont nous ne partageons pas les valeurs et ceux avec lesquels, au contraire, nous voulons travailler.

Sachez – et la Belgique y tient – qu'un dialogue de haut niveau est également prévu dans les prochaines semaines entre l'Union européenne et l'Autorité palestinienne.

Mevrouw Van Hoof, de strijd tegen straffeloosheid is een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord. Ik kan u bevestigen dat ons land desgevallend gehoor zou geven aan het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en oud-minister van Defensie Gallant.

J'ai aussi participé dimanche à un dîner avec le commissaire Lazzarini, en charge de l'UNRWA, et Sigrid Kaag, Coordinatrice spéciale des Nations Unies. Les mêmes standards d'accès humanitaire et de protection sont d'application en Cisjordanie, à Gaza et ailleurs.

Daarom zijn wij ongerust dat de anti-UNRWA-wetten op 1 januari toch in werking zijn getreden. Voorlopig probeert UNRWA haar mandaat uit te voeren in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, ondanks de beperkingen die worden opgelegd door het contactverbod tussen het agentschap en de Israëlische autoriteiten. De visa voor de internationale staf zijn geannuleerd door Israël, terwijl Israël betreurt dat er niet genoeg buitenlandse personeelsleden zijn in vergelijking met het aantal leden van de lokale staf. De stopzetting van hulp via USAID zal de humanitaire inspanningen nog verder beperken.

In Oost-Jeruzalem, waar UNRWA het bevel heeft gekregen zijn activiteiten te staken en het grondgebied te verlaten, is het hoofdkwartier in Sheikh Jarrah volledig geëvacueerd. Op 18 februari werden UNRWA-studenten en personeelsleden in Oost-Jeruzalem mishandeld en onder dwang geëvacueerd uit scholen en klinieken, in strijd met het recht op onderwijs en de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties.

België heeft zijn hulp aan UNRWA nooit stopgezet, maar we besteden veel aandacht aan de uitvoering van het Colonnarapport door het agentschap. De overdracht van de bevoegdheden van UNRWA aan andere agentschappen van de Verenigde Naties of zelfs aan particuliere actoren zou buitengewoon moeilijk zijn, zou gepaard gaan met een drastische daling van de efficiëntie, zou de kosten de hoogte in drijven en zou niet meer dan vandaag kunnen garanderen dat lokale medewerkers geen Hamassympathieën hebben. Andere VN-agentschappen runnen zelf geen scholen noch ziekenhuizen en zijn niet in staat om ze over te nemen.

Op het EU-dinner met UNRWA op zondag 23 februari gaf commissaris-generaal Lazzarini van UNRWA mee dat hij met Israël samenwerkte, maar dat de vele beschuldigingen over deelname van UNRWA-personeel aan Hamasoperaties tot nu toe nog niet gestaafd werden met bewijzen.

Nog belangrijker dan de dienstverlening is de politieke kwestie van het statuut van UNRWA-vluchtelingen. In tegenstelling tot de vluchtelingen die onder het mandaat van UNHCR vallen, kunnen de UNRWA-vluchtelingen tot vandaag niet naar hun land terugkeren. Daarom kan het mandaat niet worden verwaterd of afgeschaft totdat er een politieke oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict is gevonden.

Onze steun, de betaling van core funding , werd in januari overgemaakt. Dat werd zeer gewaardeerd door UNRWA. We pleiten er ook voor dat onze partners, vooral de Arabische landen, ook zelf meer zouden investeren. België initieerde in dat verband een non-paper met de vraag tot hernieuwde Europese structurele steun. We werden grotendeels gesteund door veel andere lidstaten.

De bijdrage van België aan UNRWA is niet de enige manier waarop we humanitaire hulp bieden aan de Palestijnse bevolking. We financieren ook het Palestinian Humanitarian Fund beheerd door OCHA, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, Handicap International, Oxfam en het West Bank Protection Consortium. Ons land draagt meer dan zijn steentje bij. Zoals u weet, zijn er naast het grote programma van Enabel ook een aantal Belgische ngo’s actief op de Westelijke Jordaanoever om de toekomst van de Palestijnen te verbeteren. Het rapport van UK Lawyers for Israel is me bekend, maar het gaat niet om een neutrale organisatie. Voor ons zijn de Verenigde Naties en het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) de meest betrouwbare bronnen.

Depuis le cessez-le-feu, l'ONU a traité 60 000 enfants souffrant de malnutrition sévère. Nombre d'entre eux sont décédés malheureusement. Nous continuons de plaider pour que l'accès humanitaire et la distribution de nourriture et d'eau se poursuivent et s'améliorent encore. Notre préoccupation actuelle est la consolidation du cessez-le-feu. Israël et le Hamas doivent négocier la deuxième phase de l'accord. C'est une question de vie ou de mort pour des millions de personnes à Gaza surtout, mais également en Israël.

La présidente : Chers collègues, le temps de parole pour la réplique est de deux minutes. Je donne la parole à M. Boukili.

Nabil Boukili:

Madame la présidente, répliquer en deux minutes va être compliqué, mais nous allons essayer d'être concis.

Monsieur le ministre, dans vos réponses, certaines choses attirent l'attention et sont surprenantes. D'abord, concernant M. Trump et les États-Unis, votre ministère a certes réagi en disant que ces déclarations prêtent à s'offusquer et sont déplacées, qu'elles ne respectent pas le droit international. Jusque-là, je suis tout à fait d'accord et je partage la description que vous avez donnée. Ce que je ne partage pas, c'est le fait qu'elles n'ont pas été condamnées par le gouvernement belge. Le problème est là. Il y a là une apologie des crimes de guerre et du nettoyage ethnique, et nous, la Belgique, nous ne condamnons pas cette position parce que, tout simplement, les États-Unis sont un allié. C'est le fond du problème. S'il s'était agi d'un autre pays, nous aurions condamné ces déclarations. Mais vu que ce sont les États-Unis, nous ne le faisons pas. Et c'est dit clairement dans l'accord de gouvernement: "Nous restons attachés à des partenariats avec des pays partageant les mêmes idées, notamment en continuant à renforcer les liens transatlantiques entre autres, par exemple, avec les États-Unis et le G7, qui sont des partenaires clés dans la défense des valeurs fondamentales communes et de la sécurité mondiale. Dans d'autres enceintes multilatérales, nous plaidons également en faveur de l'ordre international fondé sur des règles."

Mais quand nous disons que ce sont des partenaires clés pour défendre nos valeurs, de quelles valeurs parlons-nous? Des valeurs défendues par Trump aujourd'hui? Aller annexer le Groenland, le Canada, etc.? Sont-ce ces valeurs que nous défendons? Nous ne nous sommes pas distanciés de ces valeurs-là, de manière officielle. Et je pense que le problème est là.

Ensuite, sur l'accord d'association, vous dites que c'est précoce et qu'on a fait des déclarations vis-à-vis de l'État d'Israël sur le non-respect du droit international. Mais cela fait des mois que nous disons à Israël qu'il ne faut pas bombarder les hôpitaux, et ils bombardent les hôpitaux. Qu'il ne faut pas bombarder les écoles, et ils bombardent les écoles. Qu'il ne faut pas tuer les enfants, et ils tuent les enfants. La parole ne sert donc à rien. Il faut des actes. Et dans les actes, l'accord d'association – dont vous dites que c'est un partenariat économique – participe à l'effort de guerre. Le premier partenaire économique d'Israël, c'est l'Union européenne. Cette économie est aujourd'hui orientée vers la guerre contre les Palestiniens. Nous aidons donc de manière explicite la guerre contre les Palestiniens.

Sur les deux points, nous devenons complices avec notre position. Quand nous disons que c'est un partenaire stratégique et clé pour défendre nos valeurs, cela veut dire que nous cautionnons les valeurs défendues par M. Trump aujourd'hui. Et quand nous ne suspendons pas l'accord d'association, nous cautionnons la politique israélienne (…)

De voorzitster : Ik denk dat de minister geantwoord heeft.

Maxime Prévot:

J’ai répondu.

Nabil Boukili:

Vous êtes pour, alors? Vous avez dit que c'était précoce. "Précoce", cela veut dire que vous n’êtes pas pour la suspension. Ce deux poids, deux mesures est inexplicable et inacceptable.

De voorzitster : Collega's, ik verzoek u zich aan de spreektijd te houden.

Rajae Maouane:

Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Je suis un peu rassurée d'entendre que vous êtes aussi ahuri que nous par les propos de Trump. J'aimerais que nous passions à l'étape suivante, à savoir l'action, mais cela fera l'objet d'autres discussions.

Concernant l'accord d'association, nous touchons à un point essentiel. Nous sommes nombreux et nombreuses à dénoncer ce business as usual de l'Union européenne avec Israël. Nous sommes nombreux à le dénoncer sur les bancs du Parlement, tout comme une série de représentants et de représentantes de la société civile belge.

Ces rencontres sont prévues tous les ans dans le cadre de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, mais elles n'ont plus eu lieu depuis 2013 – sauf en 2022, je pense –, parce qu'il y avait beaucoup trop de violations du droit international et des droits humains par Israël en territoire palestinien occupé.

Depuis octobre 2023 et l'offensive sanglante d'Israël sur la bande de Gaza, on a des preuves de crimes de guerre, de crimes contre l'humanité, un génocide répertorié par les ONG et les rapports internationaux à Gaza. En Cisjordanie, la colonisation continue de manière infatigable et le premier ministre israélien fait l'objet d'un mandat d'arrêt international.

Et pourtant, il est décidé de maintenir cette réunion. Qu'est-ce qui justifie la tenue de cette réunion à ce moment-là? En dépit de ce tableau accablant, on constate que l'Union européenne prend quelque part position en maintenant un rapport économique avec Israël. Là était ma question, et je n'ai pas totalement obtenu satisfaction.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de vele antwoorden.

België mag inderdaad niet aan de zijlijn blijven staan. We hebben een verantwoordelijkheid om actief bij te dragen aan een rechtvaardige maar ook duurzame oplossing, waarin het internationaal recht gehandhaafd moet worden.

Wij rekenen op u, mijnheer de minister, om van het toch vrij uitgebreide regeerakkoord geen lege doos te maken, maar respect voor het internationaal recht om te zetten in concrete daden, met telkens vier krachtlijnen. Ik meen die te hebben gehoord, maar neem ze nog even door.

Ten eerste moeten we aan de kant blijven staan van de onschuldige slachtoffers, waarmee we alle onschuldige slachtoffers bedoelen. Ten tweede moet er onmiddellijk een staakt-het-vuren worden afgekondigd en gerespecteerd. Ten derde moeten de gijzelaars onverwijld worden vrijgelaten. Ten vierde moet er eindelijk werk worden gemaakt van de tweestatenoplossing voor Palestina. Zo niet zal er nooit een duurzame oplossing zijn. Sommige collega's hebben er al naar verwezen, de video die president Trump vandaag heeft gepost zal helemaal niet helpen. Integendeel, daarmee zetten we 20 stappen achteruit.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, er zijn 45.000 dodelijke slachtoffers, waarvan 15.000 kinderen. Daarbovenop komt nog de dodentol door de ontberingen, de hongersnood. Negen kinderen op tien verkeren vandaag in een staat van ernstige voedselarmoede. Meer dan 2 miljoen mensen zijn op de vlucht. Huizen, wegen en ziekenhuizen zijn totaal vernield.

De beelden spreken voor zich, ze tonen een totale verwoesting. Israël begaat oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid. Er is een genocide aan de gang. Ondertussen noemt minister Francken – een van de leden van de arizonaregering – Israël wel een belangrijke handelspartner voor militaire samenwerking en leveringen.

Mijnheer de minister, u pleit voor internationaal recht, maar u verklaart ook dat de blindelingse opschorting van samenwerkingen niet goed zou zijn. Het lijkt u nog te vroeg om de associatieovereenkomst op te schorten. Wanneer zijn er genoeg Gazanen de dood ingejaagd? Blijkbaar is 45.000 niet genoeg, dat is te vroeg om actie te ondernemen. Is 75.000 of 100.000 doden dan wel genoeg?

Wanneer is het genoeg? We laten Israël gewoon doen. De Belgische regering legt wel verklaringen af en zegt wel dat ze dat niet zo flink vindt van Israël, maar ze stelt geen echte daden. Ze heeft zelfs niet de moed om zich bij onder andere Spanje aan te sluiten. Dat doet ze niet, want het is te vroeg. Ondertussen doet Israël gewoon voort. Het neemt nota en doet gewoon voort.

Wanneer zal deze Belgische regering eens fors neen zeggen, en niet alleen iets zeggen maar daar ook daden aan koppelen? Het is hoog tijd. Ik wil niet wachten tot er 75.000 of 100.000 doden vallen; ik weet niet welk getal deze regering in gedachten heeft. Het is hoog tijd voor actie en niet alleen maar voor woorden.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Néanmoins, je reste en partie sur ma faim du fait que vous ne vous êtes pas prononcé sur un délai pour reconnaître l'État palestinien. Vous avez parlé de solution à deux États. Vous parlez d'initiatives prises par la ligue arabe dont j'attends le 4 mars pour voir ce qu'il en ressortira.

Pourquoi est-ce que j'attache tant d'importance à la reconnaissance de l'État palestinien? C'est qu'à partir du moment où on reconnait l'État palestinien, ce n'est pas que symbolique, on lui donne de manière régalienne les pouvoirs de négocier d'égal à égal avec l'État d'Israël car ils devront faire la paix ensemble, mutuellement, sous l'égide des Nations Unies et avec, je l'espère, une stratégie bien plus ambitieuse de l'Union européenne car la mer Méditerranée, c'est un monde européen. Et on a vu les échecs ou la pusillanimité de l'Union européenne par rapport à l'Ukraine, à quel point aujourd'hui on regrette de ne pas avoir été proactifs.

On m'a toujours dit qu'on devait apprendre de ses erreurs. J'espère donc que l'Union européenne va se ressaisir. Je sais la difficulté de faire parler les 27 d'une seule et unique voix. Je sais que ça ne sera pas facile. Mais, je pense qu'avec l'Espagne, avec l'Irlande, avec la Norvège, si la Belgique se joint à ce groupe d'États qui est beaucoup plus volontariste en la matière, on peut activer un levier important. Important et comme le disait Dominique de Villepin, qui n'est pas du tout de ma famille politique, "parce que l'Union européenne doit réincarner le sens de la justice". À côté d'une stratégie politique, elle doit incarner le sens de la justice. Et cette fameuse boussole du droit international, elle doit valoir pour tous les interlocuteurs et pour toutes celles et tous ceux qui le violent. Que ce soit Vladimir Poutine, que ce soit Israël en l'occurrence. Et l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice du 19 juillet 2024 dit très bien que l'occupation d'Israël est illicite et qu'il faut donc y mettre fin, sans délai.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik heb niet veel antwoorden gekregen op de vragen die ik heb gesteld. Ik vraag me wel af waarom de vragen over pay for slay niet zijn toegevoegd aan dit debat, mevrouw de voorzitster, want zij zijn terecht beantwoord geweest.

Ik wil het nog even hebben over pay for slay , mijnheer de minister. Ik ben blij dat België nooit heeft bijgedragen aan zulke betalingen, ook al kunnen we dat nooit helemaal zeker weten. Heel belangrijk is dat de FOD Buitenlandse Zaken op 14 februari heeft verklaard dat dit soort betalingen niet meer zal gebeuren door de Palestijnse Autoriteit, maar Mahmoud Abbas heeft op 21 februari publiekelijk op tv gezegd dat zelfs als er nog maar 1 cent over is, ze het zal blijven doen. Dat is dus nog niet afgesloten. Ik vermoed dat de Palestijnse Autoriteit het niet meer met Amerikaans geld zal doen, aangezien daarop sancties zullen gelden, maar ze zal het wel beginnen te doen met het geld van de Europeanen. Het is belangrijk dat we dat echt in het oog houden, want het is niet de bedoeling dat ons geld naar mensen gaat als beloning voor het vermoorden van Israëli's. Dat moeten we koste wat het kost vermijden.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, het is goed dat u bevestigt dat er gehoor wordt gegeven aan het arrestatiebevel tegen Netanyahu en oud-minister van Defensie Gallant. U sprak ook over etnische zuivering, oorlogsmisdaden, schendingen van het internationaal humanitair recht. Dat is de positie van België. U hebt dat maandag ook voor de voeten gegooid van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken. Dat is een goede zaak. De associatieovereenkomst dient ook om die bezorgdheden te uiten, wat u hebt gedaan. We kunnen de associatieovereenkomst niet eenzijdig opzeggen, maar we moeten duidelijk maken dat het geen business as usual meer is en dat we de relaties met Israël in de associatieovereenkomst niet mogen verdiepen. Ze zijn veel te ver gegaan. U noemt het voorbarig om de associatieovereenkomst op te schorten. We kunnen dat ook niet eenzijdig doen, maar het mag geen business as usual zijn. We moeten ook stellen dat bepaalde nieuwe zaken niet meer aan de orde kunnen komen en moeten een stap verder durven gaan. U zegt ook te wachten op de analyse en de aanbevelingen van de Europese Commissie inzake de importban. Ik hoop dat die er snel zullen komen. Ook daar zijn er mogelijkheden, want de nederzettingen worden constant belaagd. Volgens het internationaal recht is het illegaal om handel te drijven met gebieden waar er nederzettingen zijn als er schendingen zijn. Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of de infrastructuur die wij gefinancierd hebben vernietigd is. Hebt u daar weet van? Wordt daarvoor compensatie gevraagd? Misschien heeft de ambassade daar geen zicht op, maar het is wel goed om dat in het oog te houden. Als er infrastructuur vernietigd is die betaald is door de Belgische ontwikkelingssamenwerking, dan moet die gecompenseerd worden. Het is ook goed dat u blijvende steun hebt gevraagd voor UNRWA, ook op Europees vlak.

De situatie in Goma en Oost-Congo
De aanval op de Belgische ambassade en de ambassades van andere westerse landen in de DRC
De humanitaire crisis in Oost-Congo
De noodsituatie op de luchthaven van Goma
De opschorting van het bilaterale samenwerkingsakkoord door Rwanda n.a.v. de situatie in de DRC
Het seksueel geweld in de Democratische Republiek Congo
De situatie in Oost-Congo en Rwanda
De humanitaire situatie in het oosten van de DRC
De ontwikkelingssamenwerking tussen België en Rwanda
De Democratische Republiek Congo
De situatie in Congo
De situatie in de DRC
Het conflict in Oost-Congo
De reactie van de internationale gemeenschap op de Rwandese agressie
De conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken en de maatregelen tegen Rwanda
De situatie in de DRC
Crisis in Oost-Congo, DRC en Rwanda: conflict, geweld en humanitaire noodsituatie

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België neemt een duidelijke en actieve houding in tegen de Rwanda-gesteunde M23-opmars in Oost-Congo, met focus op humanitaire hulp, sancties en diplomatieke druk. De minister bevestigt opschorting van het EU-grondstoffenakkoord met Rwanda, stopzetting van defensiedialoog, en individuele sancties (afhankelijk van staakt-het-vuren), maar stuit op EU-weerstand voor volledige breuk. Humanitaire steun wordt verhoogd via VN-fondsen en herbestemming van bevroren Rwandese middelen, terwijl België druk zet op VN-resoluties, justitie voor oorlogsmisdaden (inclusief seksueel geweld) en regionale diplomatie stimuleert. Critici eisen snellere, strengere maatregelen (bv. visa-bevriezing, UCI-boycot WK 2025) en hekelen EU’s "dubbele standaard" versus Oekraïne/Palestina.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, terwijl de wereld gefocust blijft op andere mondiale conflicten, escaleert de situatie in Oost-Congo. De M23-rebellen, gesteund door Rwanda, hebben strategische steden zoals de miljoenenstad Goma ingenomen. De gevechten creëren duizenden nieuwe ontheemden, terwijl al miljoenen mensen in onmenselijke omstandigheden leven. Er is een ernstig gebrek aan voedsel, drinkbaar water, medische hulp en sanitaire voorzieningen. Zoals bij elk conflict, zijn burgers opnieuw het eerste slachtoffer. De exploitatie van grondstoffen, zoals coltan, wordt door de M23-rebellen gebruikt om hun oorlogsinspanningen te financieren. Toch lijkt deze crisis grotendeels vergeten bij het grote publiek en ontbreekt elk uitzicht op structurele oplossingen.

Zal België concrete stappen nemen om de humanitaire situatie in Oost-Congo te verlichten?

Zal België aandringen op een versterkte VN-vredesmissie, gezien de ontoereikendheid van de huidige blauwhelmoperatie?

Hoe ziet België zijn rol in de ondersteuning van structurele oplossingen voor de situatie in Oost-Congo, zowel wat betreft politieke stabiliteit als economische vooruitgang? Bent u van mening dat er momenteel voldoende gebeurt?

Welke gerichte maatregelen neemt België tegen Rwanda, zodat de illegale Rwandese militaire aanwezigheid in Oost-Congo zo snel mogelijk wordt beëindigd?

Welke initiatieven kan België ondernemen om de illegale exploitatie van Congolese grondstoffen te bestrijden? Die dragen immers vaak bij aan de financiering van het conflict en aan de instabiliteit van de regio.

Charlotte Deborsu:

Toutes mes félicitations pour votre nomination, monsieur le ministre. Cela suscite en moi une émotion particulière depuis ces bancs car, il y a encore quelques mois, nous étions collègues de la plus belle ville du monde, Namur, vous en tant que bourgmestre et moi jeune échevine. Nous avons travaillé ensemble durant six belles années pour le bien de notre tant aimée ville de Namur.

Aujourd'hui, nous avons rejoint d'autres cieux puisque vous voilà ministre des Affaires étrangères et moi députée fédérale au sein de la commission Relations extérieures. Mes responsabilités ont changé, mais l'envie d'agir reste intacte. Je ne doute pas que nous continuerons à collaborer avec le même engagement.

La situation en République démocratique du Congo est plus alarmante que jamais. Le M23 soutenu par le Rwanda continue son avancée après la prise de Bukavu plongeant l'Est du pays dans la violence et pas n'importe quelle violence!

Des témoignages accablants rapportent que des groupes armés utilisent le viol comme arme de guerre - tactique de terreur - et des déplacements forcés, malheureusement ancrés dans l'histoire de cette région. Ce sont des crimes de guerre: ils brisent des vies et dévastent des communautés entières.

Le 13 février dernier, la directrice de l'Unicef alertait sur l'ampleur inédite de ces violences sexuelles dans les provinces du Nord et du Sud-Kivu.

Quelles actions concrètes la Belgique peut-elle entreprendre pour soutenir la population congolaise face à ces crimes de guerre et atténuer leur impact humanitaire? Envisagez-vous personnellement de plaider auprès des Nations unies et de l'UE pour des initiatives diplomatiques et des mesures concrètes pour mettre fin à ces exactions et garantir la justice aux victimes?

Staf Aerts:

De situatie in Oost-Congo is natuurlijk rampzalig. Opnieuw zijn heel veel mensen op de vlucht. Basisvoorzieningen zoals water, voedsel en medische zorg zijn nauwelijks beschikbaar. Zonder dringende hulp dreigt de bevolking overgeleverd te worden aan hongersnood en ziektes. De rebellen lijken hun opmars niet te willen stopzetten. Ook het Rwandese leger blijft zijn steun uitspreken.

Ondertussen heeft het Europees Parlement een standpunt ingenomen, gesteund door een zeer grote meerderheid, om een einde te maken aan het akkoord rond de zeldzame grondstoffen en aan de financiering van het leger. Nu ligt de bal in het kamp van de Raad en van de lidstaten. Sinds de indiening van mijn vraag heeft Rwanda ook al aangegeven dat het geen ontwikkelingssamenwerking meer wil. Wat was de reactie? Wat is de algemene teneur binnen de Europese Unie met betrekking tot de stopzetting van het grondstoffenakkoord en de militaire samenwerking?

Welke stappen zullen België en de Europese Unie op korte termijn nog zetten ten aanzien van Rwanda?

Wat kan België doen voor de humanitaire situatie in Oost-Congo? Worden er naar aanleiding van het conflict extra middelen aan Congo toegekend om die humanitaire ramp te vermijden?

Misschien kunnen we creatief uit de hoek komen. Rwanda wil onze steun immers niet meer. Het is misschien op dit moment ook gepast dat we die steun niet uitkeren. Kunnen we diezelfde steun echter niet investeren in Congo, want daar zijn de noden alleen maar groter geworden door toedoen van Rwanda?

Ten slotte, het is ondertussen wat ondergesneeuwd, maar er gingen ook heel wat stemmen op om Rwanda geen gastland te laten zijn voor het WK wielrennen. Dat zou niet langer te rechtvaardigen zijn. Hoe staat u daar tegenover? Kunnen we dat nog wel toelaten gezien die zeer penibele houding van Rwanda ten aanzien van Congo?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je réitère mes félicitations, comme l'ont fait mes collègues. Les mots ne suffisent plus pour décrire la situation humanitaire dans l'Est de la République démocratique du Congo, une situation catastrophique, cataclysmique, dramatique. Tous ces mots ne permettent même plus d'appréhender ce que subit la population congolaise depuis la résurgence du M23, grâce à l'appui du président rwandais, M. Kagame.

Qu'il s'agisse de l'accès à l'eau, à la nourriture, aux soins de santé, ou de n'importe quel besoin essentiel, les Congolais sont dépouillés de leur dignité et de leurs droits fondamentaux par ces rebelles qui ont définitivement abandonné toute humanité. La mort vient sous plusieurs formes: par balles, par la faim, par des maladies telles que le choléra, qui est en train de se propager par les eaux souillées que les habitants sont contraints de boire.

Soulignons également la situation dramatique des femmes et des jeunes filles congolaises, qui sont les principales victimes de ce conflit. Elles sont battues, violées, malades et se retrouvent seules dans cet enfer. Le viol est aujourd'hui une arme de guerre, et l'insécurité, qu'elle soit sexuelle ou sanitaire, est devenue le quotidien de ces femmes.

Oxfam nous a alertés la semaine passée sur la nécessité d'intensifier l'aide humanitaire afin d'apporter un soupçon de soulagement aux habitants de l'Est de la RDC. Les défis pour acheminer cette aide tant demandée sont nombreux, mais le premier est le manque de soutien financier. Les besoins sont énormes et, pourtant, l'aide n'arrive pas.

Comment comptez-vous débloquer un budget spécifique pour soutenir l'aide humanitaire envers ces populations civiles? Pouvez-vous nous assurer de votre volonté d'user de toute votre influence pour pousser l'Union européenne à augmenter son rôle humanitaire dans la région?

Par ailleurs, en ce qui concerne le Rwanda, le principal coupable de cette crise, nous avons appris la semaine passée que Kigali a décidé de suspendre unilatéralement sa coopération au développement avec la Belgique. Une décision qui intervient après des années de dénonciation de ces criminels en République démocratique du Congo. Je trouve regrettable que le Rwanda ait pris cette initiative avant même que votre gouvernement ait pu prendre ses responsabilités.

Nous savons tous ce qui se passe dans l'Est de la RDC. Depuis l'attaque de Goma, pas moins de 150 femmes ont été violées et brûlées vives dans la prison de Munzenze et, la semaine passée, l'ONU a accusé le M23 d'exécuter des enfants. Aujourd'hui, les jeunes Congolais sont contraints de s'enrôler dans l'armée par le M23 et ont exécuté cinq jeunes ce matin à Bukavu. Il est temps de prendre des sanctions claires, monsieur le ministre, à l'instar de ce que le Royaume-Uni a pris comme sanctions contre le gouvernement du Rwanda et le M23.

Quel est l'impact de cette rupture unilatérale de la coopération sur les populations civiles rwandaises qui sont appauvries? Nos programmes seront-ils suspendus. Le Rwanda va-t-il dicter notre agenda ou la Belgique va-t-elle enfin adopter des sanctions fermes contre le régime de Paul Kagamé, comme celles qui ont été prises vis-à-vis d'autres pays agresseurs, comme la Russie? Enfin, nous savons que l'Union européenne et la communauté internationale appliquent la politique du double standard. Lors de votre réunion de lundi, un seizième paquet de sanctions a été adopté contre la Russie, mais aucune sanction n'a été adoptée contre le Rwanda parce que l'Europe estime devoir attendre le moment opportun. Quel est, selon vous, ce moment opportun? Devons-nous attendre que le conflit arrive à Kinshasa? Devons-nous attendre que des femmes soient encore enterrées vivantes, comme il y a 20 ans? Devons-nous attendre encore plus de tueries, de viols, de pillages, de morts d'enfants? Quel est, monsieur le ministre, ce moment opportun?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, over de schrijnende situatie in Oost-Congo konden we in de plenaire vergadering vorige week al van gedachten wisselen. Wellicht weet u ook dat wij daarnet een resolutie hebben goedgekeurd, die morgen in de plenaire vergadering wordt besproken, teneinde de regering aan te sporen een aantal concrete acties te ondernemen ter ondersteuning van de bevolking, maar vooral om een einde aan dat bloedbad te bepleiten.

Nu wil ik met u graag even inzoomen op de situatie van de vrijwilligers, de hulpverleners in Congo. We krijgen namelijk signalen dat medewerkers van Artsen Zonder Grenzen zwaargewond raakten. Ook hulpverleners van Zuid-Afrika werden getroffen. Het is absoluut noodzakelijk dat humanitaire hulpverleners in conflictgebieden veilig kunnen werken.

Mijnheer de minister, welke maatregelen zullen u en de regering nemen om landgenoten in de getroffen gebieden effectief te ondersteunen? In welke mate kan hun veiligheid worden gegarandeerd? Op welke manieren gebeurt dat?

Dan kom ik tot de rol van Burundi, dat hier al aangehaald werd door een collega. De Burundese eenheden zijn ondertussen weg uit Congo, nadat hun inzet aan de zijde van het Congolees leger niet heeft geleid tot het terugdringen van de M23-rebellen. Mijnheer de minister, wat is uw inschatting van de impact van die terugtrekking in het licht van de volledige geopolitieke dynamiek in de regio?

In een laatste punt wil ik de rol van Oeganda aanhalen, aangezien het Oegandees leger zich begint te mengen. Hoe schat u dat in?

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, sta mij toe u ook namens onze fractie welkom te heten in deze commissie.

De situatie in Congo is op zijn zachtst gezegd onrustwekkend. De door Rwanda gesteunde rebellen van M23 hebben de miljoenensteden Goma en Bukavu ingenomen en gebruikten daarbij gruwelijk geweld tegen burgers. Daarvan werden al heel veel voorbeelden aangehaald. De provincie Noord-Kivu is al grotendeels in handen van M23. De Congolese regeringstroepen lijken niet in staat hun opmars te stuiten. Bondgenoot Burundi wil de confrontatie met Rwanda en M23 vermijden en trok zijn troepen weg uit Congo.

M23 gebruikt bij de veroveringen brutaal geweld en schendt alle principes van het internationaal humanitair recht. We hebben ook gezien dat hulpverleners worden geviseerd. Een medewerker van Artsen Zonder Grenzen is bijvoorbeeld levensgevaarlijk gewond geraakt. De Belgische ambassade in Kinshasa raadt ondertussen de landgenoten aan om te vertrekken uit de verschillende provincies.

Ik heb dan ook een aantal vragen.

Kan Buitenlandse Zaken garanderen dat alle landgenoten in Congo op veilige bestemmingen geraken?

Hebt u recent nog contact gehad met de ambassadeur en/of uw ambtsgenoot in Congo?

Het debat over de spoedresolutie over de situatie in Congo werd hier ook al aangehaald. Ons amendement voor de opschorting van de ontwikkelingshulp aan Rwanda werd niet aangenomen. Het regeerakkoord is echter vrij duidelijk: er worden strengere criteria verbonden aan ontwikkelingssamenwerking. Overweegt België Rwanda als partnerland van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking te schrappen wegens zijn rol in het geweld in Congo? Zal Enabel zijn samenwerking met Rwanda herzien? Zo ja, op welke manier?

De spoedresolutie was ook redelijk duidelijk over de Belgische boycot van culturele en sportieve evenementen. Kan de situatie implicaties hebben voor het WK wielrennen dat in Kigali zou worden georganiseerd in 2025?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, depuis que j'ai introduit ma question, la situation a évolué. Le Parlement européen demande de suspendre l'accord avec le Rwanda sur les minerais, de geler toute assistance militaire et d'arrêter l'envoi d'armes au Rwanda.

Mon collègue Marc Botenga était coauteur de ce texte, qui était inimaginable il y a un an. Aujourd'hui, les mentalités évoluent, heureusement, et on avance sur ces questions.

En outre, on a appris que le Rwanda refuse aujourd'hui la coopération au développement belge. Par ailleurs, nous avons voté, en début d'après-midi, une résolution qui appelle à des sanctions et à la suspension de cet accord.

Avec tous ces éléments, comment le gouvernement belge mettra-t-il en œuvre ces positions parlementaires? Comment la Belgique défendra-t-elle ce vote du Parlement européen au sein du Conseil? Ce vote au niveau européen sera-t-il suivi d'actes et de réelles sanctions?

Au niveau belge, suite à la résolution qui sera votée en séance plénière demain, comment la Belgique mettra-t-elle en œuvre ce travail sur le terrain? Pour ce qui est de la coopération et des sanctions, comment s'assurer que le peuple rwandais ne soit pas sanctionné, mais plutôt les responsables de ces exactions, de ces violations et de ces crimes à l'Est du Congo?

Ce sont toutes des questions sur les modalités pratiques de positions politiques qui ont été exprimées par le Parlement européen ou le Parlement belge. Si possible, pourrions-nous avoir une feuille de route sur la façon dont tout cela se mettra en place dans les semaines à venir?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de internationale gemeenschap kan niet blind blijven voor de rol van Rwanda in dit conflict. Rwanda heeft zelf de Belgische ontwikkelingssamenwerking opgeschort. De Raad Buitenlandse Zaken bereikte gisteren een politiek akkoord over sancties tegen Rwanda, afhankelijk van de evoluties op het terrein. Ook zijn de EU-defensieconsultaties met Rwanda reeds opgeschort en verklaarde hoge vertegenwoordiger Kallas dat het memorandum of understanding (MoU) rond kritieke grondstoffen under review is.

De vraag is of de EU niet meer financiële en diplomatieke hefbomen kan inzetten om Kagame onder druk te zetten en het brutaal geweld en de schaamteloze plunderingen in Oost-Congo te stoppen. De spoedresolutie die we daarnet hebben aangenomen, heeft daar alvast voor gepleit.

Welke positie heeft België ingenomen op de Raad Buitenlandse Zaken? Welke concrete verdere stappen zullen worden gezet om de sancties concreet invulling te geven? Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn daar ver in gegaan. Zal ook de Europese Commissie die rol opnemen en ervoor zorgen dat ook individuele sancties worden opgelegd ten aanzien van Rwanda?

Wat betekent de review van de MoU rond kritieke grondstoffen concreet? Hoe wordt die invulling gegeven? Hoe verliep het debat daarover?

Daarnet hadden we ook een debat over de opschorting van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Wat betekent dat concreet? Welke positie nam België in ten aanzien van Rwanda inzake ontwikkelingssamenwerking? Hoe zullen de vrijgekomen middelen worden herbestemd om bijvoorbeeld de humanitaire crisis in Oost-Congo effectief aan te pakken?

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, nous n'en sommes qu'à la deuxième question, mais je peux d'ores et déjà vous féliciter pour vos interventions dans les débats qui viennent d'avoir lieu.

Depuis que je vous ai posé une question d'actualité sur l'agression rwandaise dans l'Est du Congo, la semaine dernière, il y a eu des évolutions positives. Le Conseil de sécurité des Nations Unies a enfin réagi en adoptant la résolution 2773 sur la base du chapitre VII de la charte. Cette résolution exige le respect de l'intégrité territoriale de la République démocratique du Congo, la cessation des hostilités, la conclusion d'un cessez-le-feu et le retrait immédiat du M23 ainsi que de ses alliés rwandais des territoires congolais occupés depuis un certain temps, notamment Goma et Bukavu.

Monsieur le ministre, quelles mesures seront-elles adoptées par la Belgique et par la communauté internationale pour faire respecter la résolution 2773?

Pouvez-vous expliquer les raisons de l'absence de consensus au sein du Conseil de l'Union européenne?

Quelles démarches supplémentaires la Belgique compte-t-elle faire pour convaincre ses partenaires européens de la nécessité de mesures fortes?

L'Union européenne compte-t-elle prendre des mesures supplémentaires pour aider les populations de l'Est du Congo?

Je termine en disant que le monde entier a pu voir la violence sanguinaire que promeut M. Kagame depuis plus de deux décennies au Congo.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, la situation humanitaire au Congo est vraiment catastrophique, les collègues l'ont rappelé. Des centaines de milliers de personnes sont en fuite avec des services de base tels que l'eau, la nourriture, les soins médicaux qui sont à peine disponibles, si pas inaccessibles. Sans une aide médicale urgente et sans une aide urgente, la population risque d'être livrée à la famine et aux maladies.

Lors des combats autour de Goma et de Bukavu, le chef des rebelles a annoncé de manière glaciale son intention de marcher jusqu'à la capitale Kinshasa. Dans le même temps, l'armée rwandaise continue de participer ouvertement aux combats aux côté des rebelles du M23 alors que l'Union européenne maintient toujours une coopération militaire avec le Rwanda et des accords avantageux sur l'importation de matières premières rares qui sont largement volées en République démocratique du Congo.

La semaine dernière, le Parlement européen a adopté, à une très large majorité, une résolution qui demande la fin immédiate de cet accord sur les ressources et la fin du financement de l'armée rwandaise. La décision revient aujourd'hui au Conseil de l'Union européenne et donc aux États membres mais la réponse du Conseil de l'UE tarde à venir. Ceci alors qu'on a l'impression, en tout cas c'est la mienne, que la Belgique semble un peu prudente sur cette question cruciale. On ne peut pas continuer à fermer les yeux sur la responsabilité du Rwanda dans cette guerre et encore moins de la récompenser avec des accords commerciaux et des événements internationaux prestigieux. Il est vraiment grand temps d'assumer nos responsabilités et d'adopter une politique ferme et claire.

Dès lors, quelles sont les mesures concrètes que la Belgique défend au sein de l'Union européenne pour sanctionner le soutien du Rwanda aux rebelles du M23? La Belgique va-t-elle s'engager à suspendre toute forme de coopération économique et militaire avec le Rwanda, en ligne avec les demandes du Parlement européen? Que fait ou que fera la Belgique pour améliorer la situation d'urgence et la situation humanitaire dans l'Est du Congo? Des fonds supplémentaires seront-ils alloués pour éviter une catastrophe humanitaire qui menace et qui est déjà quasiment là? Enfin, quel est l'impact de la décision unilatérale du Rwanda de mettre fin à la coopération au développement?

Maxime Prévot:

Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions et, pour celles et ceux qui se sont à nouveau prêtés à l'exercice, pour vos félicitations. J'imagine qu'après les deux ou trois premières questions, chacun aura eu l'occasion de me féliciter. Cela permettra comme ça de ne plus devoir le réitérer, mais ça fait toujours plaisir.

Plus sérieusement, au vu de la nature du débat, je partage bien entendu les graves préoccupations que vous exprimez. Et je pense que, s'il y a un procès qu'on ne peut pas faire à la Belgique, c'est d'avoir manqué de clarté à l'égard du positionnement que nous adoptons dans ce dossier.

Comme vous le savez, depuis la résurgence du M23 en 2022, la Belgique n'est restée ni silencieuse ni inactive. Bien au contraire, notre pays s'est prononcé de façon très claire et à de très nombreuses reprises pour condamner les violences commises par toutes les parties contre les populations civiles, pour dénoncer les offensives du M23 et de l'armée rwandaise sur le sol de la République démocratique du Congo et exiger son retrait immédiat, ainsi que pour appeler à un cessez-le-feu, au dialogue et au respect des droits humains.

Je l'ai dit devant vous en séance plénière la semaine passée et je l'ai répété face à mes homologues européens lundi à Bruxelles et devant le Conseil des droits de l'homme hier encore à Genève. Notre position ferme sur cette crise tient à une conviction simple mais profonde: le droit international doit s'appliquer selon les mêmes critères partout, que ce soit à l'Est du continent européen ou à l'Est de la RDC.

Le respect de l'intégrité territoriale d'un État souverain ne se négocie pas, peu importe sa position géographique. Aucun prétexte ne peut justifier d'agresser militairement un voisin, de l'occuper et d'infliger des violences intolérables à sa population civile. C'est la raison pour laquelle, dans la lignée de mes prédécesseurs, j'ai œuvré à mobiliser la communauté internationale, en particulier l'Union européenne, afin de la convaincre d'agir et de dépasser les condamnations parfois stériles. Il faut mettre la pression nécessaire sur les protagonistes afin de contribuer à les ramener autour de la table des négociations. Il y a des responsabilités du côté congolais – j'y reviendrai – mais dans l'immédiat, l'urgence est de stopper les offensives du M23 et du Rwanda sur le territoire congolais.

Ces avancées militaires se sont en effet poursuivies sans relâche ces dernières semaines, aboutissant à la prise de deux capitales provinciales que sont Goma et Bukavu, malgré les appels unanimes de la communauté internationale, y compris de l'Union africaine, de stopper les combats. Alors que l'armée congolaise est en retraite sur plusieurs fronts, nous constatons désormais que le territoire contrôlé par le M23 et le Rwanda en RDC est environ aussi grand que la taille de la Flandre.

Ces combats ont des conséquences humanitaires inacceptables, tout en induisant des risques accrus de déstabilisation régionale. À cet égard, je dois dire que nous suivons de près la situation au Burundi et le déploiement de troupes ougandaises dans le Nord-Kivu et en Ituri.

De urgentie is dus groot en we kunnen niet passief blijven. Daarom heb ik er tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 24 februari 2025 sterk voor gepleit om felle en concrete maatregelen te nemen. Het ging over de volgende acties.

Ten eerste, bijkomende individuele sancties gericht tegen verantwoordelijken die betrokken zijn bij het conflict en de illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen in Oost-Congo.

Ten tweede, de opschorting van het memorandum of een stemming over kritieke grondstoffen met Rwanda. Dit MoU heeft voor ons geen waarde zonder de implementatie door Rwanda van de cruciale aspecten over de traceerbaarheid en de transparantie.

Ten derde, de opschorting van de dialoog op het gebied van veiligheid en defensie met Rwanda.

Ten vierde, de herziening van de ontwikkelingssamenwerking tussen Rwanda en de EU.

Ten vijfde, de opschorting van de Europese steun aan het Rwandese leger voor zijn ontplooiing in Mozambique.

Na afloop van de Raad kan ik rapporteren dat men een politiek akkoord heeft gevonden om de twee eerste maatregelen, met name de individuele sancties en de herziening van het MoU over kritieke grondstoffen, te activeren afhankelijk van het al dan niet handhaven van een staakt-het-vuren en de vooruitgang van de regionale bemiddelingsinspanningen.

Er is op vrijdag een regionale ministeriële conferentie in Harare gepland, die een belangrijke indicator zal zijn. Bovendien wordt de dialoog over veiligheid en defensie onmiddellijk opgeschort.

Over de twee laatste maatregelen, namelijk de ontwikkelingssamenwerking met Rwanda en de steun voor het Rwandese leger in Mozambique, zijn de gesprekken binnen de Europese Unie nog lopende.

Ik geef toe dat wij niet alle maatregelen hebben aangenomen waarvoor we gepleit hadden, maar we zijn op zoek naar een collectieve aanpak en dat vergt tijd. Ik zie het glas dus liever als halfvol, wat een goede basis is voor de toekomstige stappen. We zullen blijven aandringen op krachtige maatregelen binnen de EU en andere internationale fora.

J'aurais effectivement souhaité aller plus loin. L'Angleterre a désormais la possibilité de décider seule, tandis que nous devons rechercher un consensus au niveau européen. Mais là où on peut agir seul, la Belgique l'a fait. La Belgique a été claire car notre rôle au sein de l'Union européenne sur les Grands Lacs n'est pas d'être dans le gruppetto mais bien dans le peloton de tête, même s'il nous arrive aussi d'être dans des échappées.

Je vous annonçais la semaine passée en plénière que la Belgique n'était pas isolée.

Ik ben verheugd dat onze ondubbelzinnige standpunten door veel landen binnen de EU en door andere partners worden gedeeld. Ik merk bijvoorbeeld op dat de VN-Veiligheidsraad vorige week unaniem een resolutie heeft aangenomen waarin Rwanda krachtig wordt veroordeeld. Onze toekomstige diplomatieke actie zal in lijn zijn met de oproepen die in deze resolutie worden gedaan.

De Verenigde Staten hebben ook sancties opgelegd tegen de rechterhand van president Kagame, terwijl het Verenigd Koninkrijk gisteren een reeks belangrijke maatregelen heeft aangekondigd op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, militaire samenwerking en handelspromotie.

En ce qui concerne notre propre coopération bilatérale avec le Rwanda, vous avez certainement suivi les annonces de la semaine passée. Le Rwanda a décidé de suspendre le programme bilatéral gouvernemental 2024-2029, ce que nous nous apprêtions à faire. C'est d'ailleurs le signe que le message que j'ai porté a été très clair et bien reçu jusqu'à Kigali. Il y a donc, oserais-je dire, convergence de vues.

J'ai demandé à mon administration de se concerter avec Enabel, l'agence belge de coopération qui est chargée d'exécuter le programme bilatéral, afin de faire des propositions de mise en œuvre de cette décision et d'en analyser l'impact. Il s'agit évidemment de faire cela en concertation intelligente avec les autorités rwandaises afin que cela se fasse de manière aussi ordonnée que possible, non seulement pour préserver les acquis de notre coopération de longue date, mais surtout pour préserver les bénéficiaires finaux, la population elle-même, qui n'a pas à pâtir du différend politique qui oppose nos gouvernements.

Dans la lignée de la suspension de la coopération bilatérale, je confirme aussi que nous n'avons pas l'intention d'annoncer de nouveaux engagements financiers pour le Rwanda, que nous limiterons notre participation de haut niveau à des événements organisés par le gouvernement rwandais et que nous continuerons à nous coordonner avec nos partenaires au sein des institutions financières internationales.

Comme je l'ai déjà dit, nous sommes convaincus qu'il n'y a pas de solution militaire à ce conflit. Seul le dialogue peut permettre d'aboutir à une paix durable. C'est pourquoi la Belgique soutient pleinement les efforts diplomatiques régionaux visant à résoudre cette crise. Nous sommes d'ailleurs en contact étroit sur le plan diplomatique avec de nombreux partenaires africains qui apprécient notre rôle proactif et nous demandent de rester particulièrement engagés en faisant passer des messages forts tant à Kinshasa qu'à Kigali.

Depuis le sommet conjoint de la Communauté d'Afrique de l'Est et de la Communauté d'Afrique australe du 8 février, nous observons des développements qu'il faut encourager. L'appel à un cessez-le-feu immédiat et à la fusion des processus de médiation de Luanda et de Nairobi a été endossé par l'Union africaine le 14 février. Nous verrons dans quelle mesure ces efforts diplomatiques se traduiront effectivement en un cessez-le-feu, un retrait des forces rwandaises et une relance du dialogue entre les parties.

Dans le même ordre d'idées, il nous semble extrêmement important que les autorités congolaises saisissent maintenant et rapidement les opportunités du dialogue, sur le plan régional et sur le plan interne. La cohésion nationale doit être renforcée face à un péril extérieur.

Nous pensons que différents formats peuvent être envisagés, qui pourraient correspondre aux visions des uns et des autres.

Selon notre compréhension, il ne s'agit pas de préparer un énième partage de postes ou de lancer un exercice cosmétique mais bien d'arriver à renouveler le vivre ensemble congolais et de s'accorder de manière consensuelle et pacifique sur les grands chantiers à réaliser en matière de gouvernance, de justice, de développement durable et d'autorité de l'État.

Cela permettrait également de traiter les causes profondes du conflit actuel. De manière plus immédiate, il convient de stopper toute collaboration avec l'armée régulière de la RDC et les Forces démocratiques de libération du Rwanda (FDLR), et de lutter contre les discours de haine, comme nous le plaidons depuis des années.

MONUSCO is bezig met een proces van terugtrekking, in overeenstemming met het verzoek van de Congolese autoriteiten. Een versterking van haar mandaat staat niet op de agenda en hangt vooral af van de intenties van de DRC en van de leden van de Veiligheidsraad, waarvan België geen lid is. In ieder geval moet MONUSCO haar mandaat volledig en ongehinderd kunnen uitoefenen. Spijtig genoeg staat MONUSCO sterk onder druk, onder meer door onaanvaardbare aanvallen van de M23, gesteund door het Rwandese leger. De uitvoering van haar mandaat in Goma is beperkt, evenals haar bewegingsvrijheid. Het richt zich op crisisbeheersing, onder meer voor de bescherming van het eigen personeel.

Met betrekking tot de illegale exploitatie van de natuurlijke grondstoffen van Congo, wil ik u eraan herinneren dat de Europese Unie in 2017 een verordening heeft aangenomen over de invoer van mineralen en metalen uit conflictgebieden, zodat de banden worden verbroken tussen conflicten en de illegale winning van tin, tantalium, wolfraam en goud. Vanaf 1 januari 2021 is de verordening volledig van toepassing op EU-importeurs van de genoemde mineralen en metalen.

De EU beschikt ook over een arsenaal aan wetgeving dat ervoor moet zorgen dat grondstoffen die de Europese en Belgische markt binnenkomen, voldoen aan vastgestelde normen op het gebied van milieu, duurzaamheid, mensenrechten en goed bestuur. België draagt bij tot de verbetering van het goed bestuur op dit gebied door de financiering van het Extractive Industries Transparency Initiative en het Extractives Global Programmatic Support Multi-Donor Trust Fund van de Wereldbank. België steunt ook het werk van ngo's zoals IPIS, dat actief is in het in kaart brengen en sensibiliseren van problemen rond grondstoffen en hun banden met gewapende conflicten in de regio.

Wat de wapenexport betreft, deze kwestie werd op ons verzoek in februari besproken door COARM, de EU-werkgroep voor non-proliferatie en wapenexport. We zijn niet op de hoogte van wapenexporten van België naar Rwanda in de afgelopen tien jaar.

La question relative à la coopération militaire entre la Belgique et le Rwanda doit être adressée à mon collègue chargé de la Défense.

Wat betreft het UCI-wereldkampioenschap voor wielrennen dat eind september 2025 in Kigali zal plaatsvinden, dit zal uiteindelijk een beslissing van de Internationale Wielerunie zijn. Wat betreft de deelname van de Belgische ploeg is de overheid niet betrokken bij de besluitvorming. Dat is een zaak van de sportfederatie.

De kwestie van de veiligheid van de renners en de ploegen zal aan de orde komen, maar het is in dit stadium niet mogelijk om zeven maanden voor het kampioenschap definitieve conclusies te trekken. De politieke en veiligheidsanalyse zullen dichterbij het evenement moeten worden uitgevoerd. In dit stadium moet worden opgemerkt dat het reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken reizen naar de districten langs de landgrens met Congo sterk afraadt.

De humanitaire situatie in Kivu is heel zorgwekkend. In overleg met onze partners volgen wij de ontwikkelingen op de voet. Gezien de enorme humanitaire noden en de vele uitdagingen roepen wij op tot humanitaire toegang en bescherming van burgers, stopzetting van het geweld en respect voor de internationale humanitaire rechten.

Il est primordial de pouvoir acheminer de l'aide humanitaire. Goma étant la plateforme et le hub logistique humanitaire qui dessert toute la région, nous soutenons pleinement les négociations menées par l'Union européenne et l'ONU en vue de la réouverture de l'aéroport de Goma ainsi que toutes les autres options pour l'acheminement de l'aide humanitaire.

La RDC est un pays prioritaire de l'aide humanitaire belge. Nous intervenons dans la réponse à cette crise à travers nos contributions aux fonds flexibles à couverture mondiale, tels que le Fonds central d'intervention d'urgence du Bureau des Nations Unies pour la coordination des affaires humanitaires qui vient de libérer 17 millions de dollars US. La Belgique contribue également au Fonds humanitaire pour la RDC.

La flexibilité budgétaire permise dans les programmes de développement et humanitaires permet en outre une réorientation des activités pour mieux répondre à cette période de crise et d'instabilité et apporter une aide plus appropriée dès que la nouvelle loi budgétaire sera votée. Les possibilités de financement pour 2025 seront étudiées.

Il n'est pas prévu d'activer B-FAST qui est un mécanisme de réponse aux catastrophes naturelles. C'était aussi l'une des interrogations de la longue liste de questions qui a été jointe à ce débat.

Wat betreft essentiële infrastructuur, zoals ziekenhuizen die verzadigd zijn door de massale toestroom van mensen, dragen wij bij aan de noodhulp door ngo's en internationale organisaties zoals het internationale Rode Kruis te financieren. Zij verlenen medische zorg aan patiënten en zorgen voor water- en elektriciteitsvoorzieningen.

Betreffende de reactie op seksueel en gendergerelateerd geweld steunt België de activiteit van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) en Dokters van de Wereld in een holistische benadering van het probleem, van preventie tot de reactie op de slachtoffers van seksueel en gendergerelateerd geweld, maar ook in het versterken van de toegang tot en de kwaliteit van de zorg in Zuid-Kivu. Een aspect van die activiteit wordt uitgevoerd in samenwerking met het Hôpital Général de Référence van Panzi door snelle doorverwijzing van slachtoffers en technische ondersteuning. De strijd tegen seksueel en gendergerelateerd geweld en straffeloosheid is ook een transversaal thema van de activiteit van Enabel in Zuid-Kivu.

En tant que membre du Conseil des droits de l'homme, la Belgique a aussi soutenu et coparrainé la résolution sur la situation des droits humains à l'Est de la RDC adoptée à l'issue de la session spéciale du 7 février dernier. Cette résolution a décidé de l'établissement d'urgence d'une mission d'établissement des faits sur les graves violations des droits humains et du droit international humanitaire commises dans les provinces du Nord-Kivu et du Sud-Kivu. Une commission d'enquête indépendante sera ainsi créée, ce qui permettra de contribuer à la lutte contre l'impunité.

Enfin, je souhaite revenir sur les épisodes de violence survenus à Kinshasa à la fin du mois de janvier qui ont ciblé certaines ambassades dont la nôtre, ainsi que sur la sécurité de nos ressortissants en RDC.

Le 28 janvier dernier, suite à la prise de Goma, des groupes de manifestants visiblement instrumentalisés et coordonnés ont attaqué notre chancellerie et le Centre européen des Visas géré par la Belgique avec l'intention manifeste d'y pénétrer. Ils ont tenté de forcer les portails et ont incendié ce qu'ils pouvaient aux entrées.

Je pense que nous avons tous été choqués par ces images. Je salue le grand sang-froid de notre personnel sur place ainsi que celui du détachement d'agents de sécurité (les DAS) affectés à la protection de l'ambassade. Grâce à l'intervention efficace de ces derniers, les manifestants ont été repoussés en utilisant du matériel non létal en attendant l'arrivée de la police nationale.

Aucun membre du personnel n'a été mis directement en danger. Les caméras de surveillance ont été endommagées sans compter d'autres dégâts matériels. Sans l'intervention des agents de sécurité, les manifestants auraient probablement pu s'introduire dans la chancellerie, avec des conséquences encore bien plus importantes. C'est pourquoi nous prenons ces évènements très au sérieux.

En bonne collaboration avec la Défense que je remercie, nous avons renforcé notre propre dispositif de sécurité, depuis fin janvier, à Kinshasa et à Lubumbashi. Nous avons également veillé à ce que les moyens de sécurité physiques de l'ambassade et du Centre européen des Visas soient à nouveaux opérationnels dans des délais très courts.

Lors de tous mes contacts récents avec les autorités de la RDC à différents niveaux, je n'ai jamais manqué de rappeler que la RDC a des obligations internationales en matière de protection du personnel et des bâtiments diplomatiques et j'ai souligné que ces attaques étaient inacceptables. J'ai aussi demandé à ce que soient poursuivis leurs auteurs et leurs commanditaires pour dissuader toute récidive. Il serait dangereux de minimiser ces évènements. Ils surviennent dans un contexte où se développe un sentiment anti-occidental alimenté par de la désinformation et de la mésinformation.

Sinds deze ernstige incidenten hebben de Congolese autoriteiten de aanwezigheid van veiligheidselementen in onze gebouwen versterkt en ons verzekerd dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat dit niet meer kan gebeuren.

Pour assurer la sécurité de nos compatriotes présents dans la région, mes services sont en contact permanent avec nos ambassades et consulats concernés, en RDC même et dans plusieurs pays voisins. Lors des réunions de coordination conjointement avec la Défense, la situation sécuritaire dans l'ensemble du pays et ses conséquences potentielles pour nos compatriotes est examinée.

Sur cette base, les conseils de voyage pour la région sont adaptés si nécessaire, et lorsque cela paraît pertinent, des messages sont envoyés par SMS et/ou par mail à tous les Belges qui ont signalé leur présence. En outre, nous disposons des plans de crise nécessaires qui sont activables en cas de nécessité. Enfin, comme le mentionne notre avis de voyage, nous avons recommandé à nos ressortissants de quitter les provinces du Nord- et du Sud-Kivu par leurs propres moyens, s'ils jugent que c'est possible sans se mettre davantage en danger.

Concernant les provinces du Haut-Katanga, du Lualaba, du Tanganyika et du Haut-Lomami, il est recommandé à nos ressortissants et aux voyageurs de réévaluer la nécessité de leur présence.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, uiteraard ook van de Vooruitfractie felicitaties voor uw aanstelling als minister van Buitenlandse Zaken.

Dank u voor de antwoorden. Ik waardeer die positieve antwoorden en het engagement om actie te ondernemen, wat ik toch uit uw betoog kan opmaken.

Het beëindigen van het geweld in Congo vereist dringende en doortastende maatregelen en geen ad-hocmaatregelen. Ik ben verheugd dat België zijn verantwoordelijkheid zal nemen.

De miljoenen ontheemden kunnen niet langer wachten op hulp. De internationale gemeenschap moet haar rol opnemen om verdere escalatie te voorkomen. Laten we niet wegkijken en alles doen wat we kunnen om bij te dragen aan het stoppen van dit geweld, met respect voor de Congolese grenzen en de mensenrechten.

Ik volg ook wat u hebt gezegd over dialoog en diplomatie, die hier uiterst belangrijk zijn.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, merci pour vos explications.

Vous avez raison lorsque vous dites que le positionnement de la Belgique est clair. J'entends également que vous faites pression sur les scènes européenne et internationale en vue de dégager un plan d'action concret que vous avez exposé. C'est positif.

Pour ce qui concerne ma question plus spécifique sur les actions que vous pourriez mener en matière de violences sexuelles, j'apprends qu'une collaboration a été entreprise avec la Croix-Rouge ainsi qu'avec un hôpital sur place. C'est un bon début, bien sûr, mais vu le nombre extrêmement élevé de viols et de victimes, je doute que ces dispositifs soient suffisants. Il faudrait également veiller à ce que justice soit rendue aux victimes, car l'ampleur des atrocités fait qu'il est urgent d'agir.

Pour rappel, quelque 30 % de ces victimes sont des enfants. Il s'agit là d'une réalité insoutenable. Les crimes de guerre commis par le M23 appellent une réponse ferme et des mesures concrètes, et je pense que vous en êtes bien conscient. La Belgique doit mobiliser tous ses leviers diplomatiques et européens pour soutenir ces victimes et mettre fin à cette impunité.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik ben blij dat u op een aantal punten sterk voor actie hebt gepleit. Dat was natuurlijk net mijn oproep in het vorige debat over Israël en Palestina. Mocht daarin dezelfde bereidwilligheid worden betoond, dan zou u een minder kritisch parlementslid aan mij hebben. Het internationaal recht is overal van toepassing: in Europa, in Afrika, en dus ook in het Midden-Oosten. In dit dossier kan het dus blijkbaar wel om actie te ondernemen; wat ik toejuich, dat is immers belangrijk voor Congo. Laat ons dat echter ook breder toepassen.

Het is goed dat er individuele acties zijn en dat de opschorting van de overeenkomst met de kritieke grondstoffen er ook komt. Dat is goed nieuws.

Ik wil nog twee elementen meegeven.

U gaf aan de internationale samenwerking te willen heroriënteren. U hebt het naar mijn gevoel echter vooral gehad over waar de steun vandaag binnen Congo naartoe gaat. Wij moeten dat naar het regionale niveau trekken, zodat de geweigerde ontwikkelingssamenwerking door Rwanda geen besparing wordt op ontwikkelingssamenwerking. Het is meer dan ooit duidelijk dat de regio extra ondersteuning nodig heeft. Laat ons de middelen die voor Rwanda zijn bestemd dus heroriënteren richting Congo.

Ten slotte, het is inderdaad aan de Internationale Wielerunie zelf om te beslissen over de organisatie van het WK. We moeten ook niet onmiddellijk druk zetten op de Belgische wielerbond. De Belgische regering kan echter misschien wel druk zetten op de UCI, zodat zij, ook van de Belgische regering, een duidelijk signaal krijgt. We hebben immers een aparte stem en misschien wel een sterkere stem wanneer het over Congo gaat. We mogen verwachten dat de Internationale Wielerunie haar beslissing neemt om het WK niet in Rwanda te laten doorgaan, zodat onze Belgische wielerbond niet in moeilijke papieren komt en moeilijke beslissingen moet nemen. Dat zou goed zijn voor het imago van de sport in het algemeen. België kan daar alleen maar wel bij varen.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci monsieur le ministre pour vos réponses.

Je vous crois quand vous dites que vous avez fait de votre mieux au sein de l'Union européenne pour imposer des sanctions. Malheureusement, vous devez être conscient que l'Union européenne a perdu toute sa crédibilité diplomatique depuis le conflit de Gaza, en affichant ce double standard quand il s'agit de l'Afrique, de la Palestine, ou de l'Ukraine, de la Syrie. S'agissant du Rwanda, il est difficile de prendre des sanctions.

Monsieur le ministre, vous ne pouvez effectivement pas comparer la Belgique à l'Angleterre, qui peut décider de ses sanctions. Mais, en Belgique, vous pouvez aussi prendre vos propres sanctions! Il y a, par exemple, beaucoup d'autorités rwandaises qui ont des enfants qui étudient en Belgique. Si vous gelez leurs avoirs bancaires, ce sera une sanction qu'elles vont sentir.

Il y a aussi beaucoup de personnes du M23 ou du Rwanda qui sont en train d'envoyer leur famille ici. Ils tuent à Bukavu, à Goma, mais leur famille vient se réfugier ici. Là également, on peut geler les visas de ces personnes. Je ne vous donnerai pas de noms ici, mais je sais qu'il y a de grandes autorités du M23 dont les femmes et les enfants sont en Belgique. M. Nangaa a même des acolytes au M23 qui sont belges, dont les familles résident sur notre territoire. Et, là, on peut agir et prendre directement des sanctions!

Le problème du conflit à l'Est de la République démocratique du Congo n'est pas un problème du vivre-ensemble congolais. C'est la dialectique que le Rwanda a implantée depuis des années. Ils font les Calimero dès qu'on les met face à leurs responsabilités. C'est vrai qu'il y a eu un horrible génocide, et nous en soutiendrons toujours les victimes. Mais, est-ce une raison pour que le Rwanda attaque des femmes et des enfants depuis 30 ans? La Belgique peut prendre des sanctions contre ces Rwandais et contre le gouvernement rwandais.

Quant à l'aide humanitaire, vous avez parlé de 17 millions, mais les Nations Unies ont prévu 2,6 milliards d'euros pour à peu près 6 millions de personnes qui vivent en Ukraine. Je constate donc un double standard pour le pauvre petit Congo qui recevrait 17 millions! Je ne comprends pas non plus pourquoi il est impossible que nous activions B-FAST. Je suis contente qu'on soutienne la Croix-Rouge, mais j'aimerais aussi connaître le montant que la Belgique lui octroie.

Enfin, je me réjouis qu'une commission d'enquête soit diligentée sur place. C'est une très bonne nouvelle, et j'espère que nous allons également interpeller les instances de justice internationale pour pouvoir poursuivre ces criminels de guerre que sont M. Kagame et M. Corneille Nangaa.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Ik noteer dat er vrijdag opnieuw een regionale vergadering plaatsvindt. Ik vind het goed dat u in de Raad Buitenlandse Zaken al heel duidelijk het standpunt van ons land hebt verdedigd.

U zegt ook dat we onmiddellijk de militaire samenwerking of steun zullen stopzetten. Het zou natuurlijk nog beter zijn dat we onmiddellijk kunnen overgaan tot de stopzetting van het akkoord over de minerale grondstoffen. Het is als staat namelijk net iets te gemakkelijk om op grondstoffen, waarvan men honderd procent zeker weet dat ze in het buurland ontgonnen zijn, belastingen te heffen en vervolgens daarmee de eigen bevolking en eigen werking te financieren. U veroordeelt dat en dat moeten we ook veroordelen, maar we moeten dat ook echt een halt toeroepen. Daartoe hebt u ook opgeroepen, net als tot bijkomende sancties. U zegt dat het afhangt van het al dan niet respecteren van het staakt-het-vuren. Aangezien dat geschonden is, denk ik dat we daar absoluut voor moeten gaan.

In uw vierde en vijfde punt had u het over de herziening van de ontwikkelingssamenwerking voor Rwanda en het einde van de Europese steun voor het leger. Ook dat zijn zaken waarop we naar mijn mening absoluut moeten verdergaan. We moeten doorzetten.

Als u onze resolutie, die vandaag in de commissie is goedgekeurd en waarover morgen in de plenaire vergadering wordt gestemd, nog eens doorneemt, dan zult u zien dat u daarin door het volledige Parlement wordt gesteund. Ik doe dus een warme oproep om heel duidelijk te zijn.

Wat de extra middelen betreft, moet er humanitaire hulp zijn voor de vluchtelingen. De bevroren middelen voor ontwikkelingssamenwerking, waarmee president Kagame het eens is, kunnen worden verschoven zodat de vluchtelingen effectief geholpen worden.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw vrij uitgebreid en ook stevig antwoord. Hopelijk keert het tij spoedig, want de situatie in Oost-Congo is de afgelopen weken steeds slechter geworden.

Geweld tegen burgers, kwetsbare groepen als vrouwen en kinderen, humanitaire hulpverleners en minderheden is een onaanvaardbare schending van het internationaal humanitair recht. U formuleerde het daarnet duidelijk: het internationaal recht moet worden gerespecteerd. We hopen dat alle partijen stoppen met die grove mensenrechtenschendingen en dat ze hun verplichtingen onder het internationaal humanitair recht zullen naleven.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse détaillée.

Oui, un vote a eu lieu au Parlement européen et ici aussi. Il faut donc tout mettre en œuvre pour que ces textes soient appliqués et que l'Union européenne arrête de pratiquer ce deux poids deux mesures hypocrite et un droit international à géométrie variable. Il est temps de retrouver la crédibilité que nous avons perdue ces derniers mois à cause de nos positions hypocrites. C'est donc le moment de reprendre le droit chemin et de redevenir crédibles, s'il n'est pas trop tard.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor u antwoord.

U hebt op de Europese Raad in verband met de vijf aangehaalde thema's een correcte en krachtige positie ingenomen, zeker wat de economische sancties en militaire samenwerking betreft.

Het MoU was nooit een goed idee. Destijds rezen daarover hier in de commissie ook al heel wat kritische vragen. We waren destijds blijkbaar ook het enige land dat die positie innam in de Europese Raad. Ik hoop ook dat we naar een vol glas gaan in plaats van het halfvolle glas waarover u het had.

Rwanda pleegt geweld en valt de soevereiniteit van Congo aan met aanvallen op Oost-Congo. Dat kan niet en we mogen nooit aanvaarden dat Rwanda dergelijke daden stelt. Ik hoop ook dat we alle samenwerking met Rwanda zullen stopzetten. Het is een goed idee om een analyse van de ontwikkelingssamenwerking te maken. Als wij projecten opschorten, brengt dat immers kosten met zich mee gelet op de lopende contracten. Ik hoop dat er dan nog middelen over zullen zijn om ze te heroriënteren naar humanitaire samenwerking met Oost-Congo. Hopelijk komt die analyse er snel.

U zegt dat we een voortrekkersrol spelen in de internationale gemeenschap met betrekking tot het formuleren van een kritische positie ten opzichte van Rwanda. Laten we ook een koppositie innemen wanneer het gaat over sportevenementen. Natuurlijk beslist de UCI, maar we moeten het debat wel aangaan.

We moeten kritisch zijn voor die sportwashing door autoritaire staten. Als financierders moeten we durven aan te dringen op een nog kritischere benadering dan de huidige. Er nemen bijvoorbeeld ploegen deel die deels gefinancierd worden door de Nationale Loterij. Is het aanvaardbaar dat wij wielerploegen daarheen sturen?

Het is belangrijk dat België in het regionale debat krachtiger optreedt. We hebben een ambassadeur en gezant voor de Grote Meren, Marc Pecsteen. Misschien is het ook een idee om hem uit te sturen voor consultaties in de regio en zo aan te tonen dat België betrokken is.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je vous ai entendu. Vous êtes bien déterminé en ce qui concerne le respect de l'intégrité du territoire de la République démocratique du Congo et vous dites que cela ne se négocie pas. Nous vous suivons et jamais, je dis bien jamais, on ne peut accepter actuellement qu'un pays décide comme le fait le Rwanda. Vous avez aussi parlé de quelque chose d'intéressant: le vivre ensemble congolais. Il doit être entretenu. Ils doivent rester ensemble et trouver des solutions pour que le pays avance dans le sens non conflictuel.

Mais le problème qui se pose aussi est celui-ci: jusque quand tiendra la résilience congolaise car les décapitations que Kagame perpètre, les viols, les massacres d'enfants? Toutes ces choses sont des conditions réunies pour qu'un peuple généreux se pose des questions et qu'on amène la résilience congolaise à ses limites. Alors, on parlera facilement de discours de haine, de discours d'inconscience pour certains, mais qui accepterait que dans sa maison, on tue sa famille et quand il reste seul, il se dise: lui, il est le champion du vivre ensemble avec les autres ou il est le champion du non réel? Alors, faites vite monsieur le ministre, le temps presse, et ceci afin que se taisent les misères, se taisent les familles qui pleurent à l'Est du Congo et dans le Congo entier.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous ai écouté attentivement et je vous rejoins sur un point, à savoir la défense du droit international et la souveraineté des peuples. Ainsi, vous avez évoqué l'Est de l'Europe et l'Est du Congo, mais je pense que vous avez oublié le Proche-Orient et, d'après moi, c'est cette cohérence-là qui est recherchée. Je ne peux que constater – peut-être pas de votre part – une espèce de prudence ou de gêne lorsqu'il s'agit d'évoquer des sanctions contre le Rwanda. Alors que nous sommes capables d'imposer des sanctions massives contre Moscou, nous devrions pouvoir faire de même contre Kigali. Bien sûr, la Belgique n'est pas sur une île isolée et a malgré tout une responsabilité historique dans la région. Nous avons d'ailleurs voté un texte à l'unanimité en commission ce midi, et il ne faut pas que ce soit un coup dans l'eau. Nous avons pris fermement position, il faut maintenant que les actions suivent. Je pense que vous êtes bien placé pour concrétiser ces actions. Comme le disait M. Kompany, faites vite, monsieur le ministre.

De onderhandelingen tussen Trump en Poetin over Oekraïne
Het vredesplan van Trump en Poetin voor Oekraïne
De besprekingen tussen Trump en Poetin over de oorlog in Oekraïne, en de plaats van Europa
De positie van Europa tussen de VS en Rusland
Oekraïne
Oekraïne
Rusland, VS en Europa in Oekraïne-conflict

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU verwerpen de eenzijdige vredesonderhandelingen van Trump en Poetin over Oekraïne, die territoriale concessies en NAVO-uitsluiting afdwingen zonder Europese of Oekraïense inbreng, en benadrukken dat geen besluit over Oekraïne zonder Oekraïne en de EU kan. België bevestigt onverminderde militaire (o.a. gevechtsvliegtuigen, pantservoertuigen) en financiële steun aan Kiev, wijst het omstreden VS-grondstoffenakkoord (500 miljard dollar, onjuist bedrag) af, en dringt aan op Europese strategische autonomie, inclusief versterkte defensie-investeringen en een 16e sanctiepakket (o.a. Russische schaduwvloot, aluminium, chemische export). De minister noemt het VN-stemgedrag van de VS ("schande") en hamert op een Europese vredesarchitectuur met Oekraïne als volwaardige partner, terwijl hij bilaterale deals tussen Kiev en Washington niet kan blokkeren maar wel Europese alternatieven wil uitwerken. Urgente eensgezindheid op de EU-top van 6 maart is cruciaal om een Munich-achtig scenario te vermijden.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de Amerikaanse president Trump heeft zonder enige afstemming met Europese bondgenoten het initiatief genomen om vredesbesprekingen over Oekraïne op te starten. In een verrassende wending heeft hij directe onderhandelingen met de Russische president Poetin geïnitieerd en daarbij aangegeven dat Oekraïne mogelijk territoriale concessies moet doen en dat het NAVO-lidmaatschap voor Oekraïne niet realistisch is. Voorts draaide hij de waarheid om door Oekraïne te verwijten de oorlog te zijn gestart en stelde hij dat president Zelensky een dictator is.

Die situatie roept grote vragen op over de positie en de invloed van Europa in het conflict en over de strategische autonomie van de Europese Unie. Terwijl Trump en Poetin de toon zetten met betrekking tot de toekomst van Oekraïne, lijkt Europa opnieuw grotendeels aan de zijlijn te staan, afgezien van het feit dat president Macron en premier Starmer bij Trump mogen langsgaan.

Wat is uw reactie op het feit dat België en de EU als geheel niet formeel zijn betrokken bij de onderhandelingen?

Welke diplomatieke initiatieven zal België nemen, zowel bilateraal als in de EU, opdat Europa toch een volwaardige stem aan de onderhandelingstafel krijgt?

Welke garanties biedt België dat het Oekraïne zal blijven steunen, zowel op militair als op civiel vlak?

Hoe zal België in de EU pleiten voor een onderhandelingskader waarin Oekraïne zelf volledig maar ook volwaardig wordt betrokken, om te voorkomen dat er boven het hoofd van Oekraïne beslissingen worden genomen over de soevereiniteit en veiligheid, zoals nu wellicht gebeurt door de nieuwe grondstoffendeal met Trump?

François De Smet:

Monsieur le ministre, comme je n'ai pas encore eu l'occasion de vous le dire en commission, je tiens à vous féliciter pour votre poste et à vous souhaiter le meilleur dans cette belle fonction.

Depuis le coup de fil du 13 février dernier entre MM. Trump et Poutine au sujet de l'Ukraine, l'histoire s'accélère. Si nous en croyons les déclarations du président américain et de son secrétaire d' É tat à la Défense, les É tats-Unis considèrent déjà que l'Ukraine devra faire des concessions territoriales et ne pourra jamais faire partie de l'OTAN.

Je crois qu'il faut voir les choses en face: nous avons affaire à une administration américaine imprévisible et pro-russe. Elle est même à deux doigts d'estimer que c'est l'Ukraine qui devrait presque s'excuser d'avoir été attaquée.

Tout indique que nous nous dirigeons vers un règlement de paix en l'absence des principaux intéressés, à savoir les Ukrainiens, mais aussi les Européens. Tout indique aussi qu'après des années de lutte soutenues par les Occidentaux, l'Ukraine sera abandonnée et forcée à une paix qui n'en sera pas vraiment une.

Si l'Ukraine se retrouve à devoir accepter le dépeçage de son pays, si elle doit accepter que la loi du plus fort l'emporte sur le respect des frontières et du droit international, alors c'est l'ensemble de nos valeurs qui sera bafoué.

Comme je l'ai souvent répété durant la dernière législature, notre pays fait partie des États européens qui auraient dû aider davantage et mieux l'Ukraine.

Nous avons certes fourni de l'aide, mais en retenant toujours quelque peu notre effort, contrairement à d'autres pays comparables, comme les Pays-Bas par exemple. C'est la raison pour laquelle nous sommes toujours considérés comme appartenant à la seconde division de l'aide militaire.

Quelle sera l'attitude la Belgique, face à ce tournant important?

Quelle sera notre position face à ce qui se dessine comme, au mieux, un nouveau Yalta et, au pire, un nouveau Munich, dont les Européens apparaissent pour l'instant comme les grands absents et les grands exclus?

Quelle position allons-nous adopter au sein du concert des nations européennes?

Si jamais la paix ne se réalise pas, ce que nous ne devons pas exclure, continuerons-nous à aider financièrement et militairement, peut-être plus que jamais, les Ukrainiens qui ont vocation à rejoindre à terme l'OTAN ainsi que notre Union européenne?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, la conférence de Munich, c'était une étape, mais je pense que nous sommes déjà beaucoup plus loin dans la rhétorique et dans l'action brutale du président Trump en concertation avec Vladimir Poutine pour, quelque part, se repaître du cadavre. Nous voyons également à quel point ils essaient de contraindre le président Zelensky à conclure un accord sur les terres rares et les minerais précieux en Ukraine pour rembourser l'aide militaire des États-Unis, on parle d'un marché de 500 milliards.

Négociations de paix sur un territoire souverain sans que ni le gouvernement de ce territoire souverain, ni l'Union européenne, les alliés traditionnels et historiques des États-Unis, y soient associés. Tout cela remet sur un plateau, quelque peu honoré aujourd'hui, Vladimir Poutine.

Le risque de voir l'Ukraine et l'Europe mises devant le fait accompli est aujourd'hui réel, d'autant que Washington semble, désormais, considérer comme irréaliste l'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN et un retour aux frontières d'avant 2014. Alors que l'Europe doit jouer un rôle accru dans la gestion des crises internationales, il est impératif que la voix de nos institutions et de nos partenaires soit entendue. Dans ce contexte, il me semble essentiel que notre pays défende une approche cohérente et équilibrée.

Dès lors, quelle est la position officielle et claire de la Belgique face à ces récentes évolutions et au risque d'un accord négocié en dehors du cadre européen et ukrainien? Quelles initiatives la Belgique peut-elle soutenir pour garantir que l'Ukraine et l'Union européenne restent pleinement impliquées et que leurs intérêts soient préservés? Et pourquoi avoir seulement regretté amèrement et non pas avoir condamné le double vote qui a été amené entre la Russie et les É tats-Unis sur l'Ukraine, lâchant totalement à la fois les Ukrainiens mais également les alliés européens?

Kathleen Depoorter:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Via verschillende kanalen vernemen we dat de Verenigde Staten en Oekraïne bijna een akkoord hebben bereikt waarbij de VS toegang krijgen tot Oekraïense zeldzame aardmetalen. In ruil hiervoor zou de VS militaire steun blijven verzekeren. Het is dit akkoord dat de achterliggende reden zou zijn van de spanningen tussen de Amerikaanse president Trump en de Oekraïense president Zelensky. President Trump bekritiseerde president Zelensky openlijk in niet te verstane bewoordingen toen Oekraïne terughoudend was om het akkoord te ondertekenen. De Britse krant The Telegraph zou het document met de grondstoffen-“deal” in haar bezit hebben of minstens hebben kunnen inzien. Het zou gaan om een kleine 500 miljard dollar in waarde, waarvan de VS exclusieve toegang zou krijgen.

In Frankrijk verklaarde president Macron na overleg met negentien landen, waaronder België, dat er een eensgezind standpunt van de betrokken Europese landen is over Oekraïne. Dat standpunt legt de nadruk op duurzame vrede en robuuste garanties. Indien dit klopt, zou dit kunnen betekenen dat Europa zich in bredere zin positioneert tegenover de geopolitieke implicaties van het mogelijke akkoord tussen de VS en Oekraïne. Daarnaast wordt een nieuwe ronde van sancties tegen het Russische regime voorbereid.

Mijn vragen voor de minister:

Gezien deze ontwikkelingen en de potentiële impact op zowel de Europese als Belgische belangen, verneem ik graag wat de officiële positie van België is ten aanzien van het voorgestelde grondstoffenakkoord tussen de VS en Oekraïne?

Hoe beoordeelt de Belgische regering de mogelijke gevolgen van dit akkoord voor de Europese veiligheid en economie?

Indien het klopt dat de animositeit tussen president Trump en president Zelensky haar oorsprong vindt in het dispuut over de grondstoffen: wat is de positie van de Europese landen hierin?

Klopt volgens u de bewering van president Trump dat de VS meer hulp aan Oekraïne heeft gestuurd dan de Europese landen? Wat is volgens u de verhouding tussen beiden?

President Trump staaft de exclusieve toegang tot Oekraïense grondstoffen op het feit dat de VS het meest hebben bijgedragen in de steun. Hoe rijmt u dat met het antwoord op de vorige vraag? Klopt het circulerende bedrag van 500 miljard dollar?

Zeldzame metalen en grondstoffen vormen de inzet op geopolitiek vlak: onder andere China probeert deze in Afrika te controleren en de Europese landen hebben er steeds moeilijker toegang toe. Werd er door de Europese landen gesproken over een alternatieve grondstoffen-“deal” ten voordele van de Europese landen?

Het Verenigd Koninkrijk kondigde nieuwe sancties aan tegen de Russische Federatie. Vanuit Europa zou eenzelfde pakket onderweg zijn: wat zijn hiervan de contouren en welke sectoren van de Russische Federatie worden hier in het vizier genomen?

Wordt er op Europees niveau onderzoek gedaan naar de zogenaamde “grijze” of “schaduwvloot” van de Russische Federatie? Onderzoekt men hoe deze vloot tot stand kwam met behulp van mogelijk Europese bedrijven?

Els Van Hoof:

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister, het Amerika van Trump lijkt wel een bondgenoot van Poetin. Met zijn uitspraken lijkt Trump Zelensky en Oekraïne te laten vallen als een baksteen. Anderzijds lijken de Verenigde Staten wel geïnteresseerd in de Oekraïense grondstoffen. Onderhandelingen voor een deal rond grondstoffen zouden zich in een finale fase bevinden.

Zoals u aangaf in de marge van Europese Raad op maandag, blijft het cruciaal dat ook Oekraïne en Europa mee aan tafel zitten om de toekomst van Oekraïne vorm te geven. Tegelijk blijft het cruciaal om het lot van Oekraïne én Europa zelf in handen te nemen. Op de afgelopen Raad Buitenlandse Zaken kwam Oekraïne alvast aan bod, waar een zestiende sanctiepakket tegen Rusland werd aangenomen. Ook kondigde commissievoorzitter von der Leyen alvast 3,5 miljard euro extra financiële steun aan voor Oekraïne.

Ik heb daarom voor u de volgende vragen:

Welke concrete maatregelen werden op de Raad Buitenlandse Zaken genomen om Oekraïne zonder de VS verder te ondersteunen, zowel op diplomatiek vlak als wat betreft veiligheids- en economische samenwerking? Welke stappen heeft u daartoe verdedigt op de Raad?

Welke concrete stappen zal de Europese Unie nemen om haar eigen veiligheidsarchitectuur verder te versterken, nu de VS niet langer als een betrouwbare bondgenoot kan worden beschouwd?

Welke bilaterale steun van België aan Oekraïne is nog gepland? Waaruit bestaat die steun concreet?

Maxime Prévot:

Collega’s, u stelt allen terechte vragen inzake deze toch wel bijzondere wending in de houding van de Amerikaanse partner en bondgenoot. Wat de uitsluiting van Europa en Oekraïne betreft, is onze houding altijd geweest dat geen beslissing over Oekraïne kan worden genomen zonder Oekraïne daarbij te betrekken en dat niets over de EU kan worden beslist zonder de EU.

Et c'est d'autant plus le cas aujourd'hui, au moment où la nouvelle administration américaine semble défendre des positions qui vont à l'encontre de nos principes. Depuis trois ans, l'Ukraine se bat pour sa survie face à l'envahisseur russe. Nous ne pouvons accepter que les responsabilités de Moscou dans cette guerre d'agression soient minimisées ou relativisées à la lumière d'une lecture biaisée de l'Histoire. Aucun accord relatif à l'avenir de l'Ukraine ne sera durable ou acceptable sans que l'Union européenne et l'Ukraine y soient pleinement associées.

Sinds 2022 hebben de EU en haar lidstaten 134,5 miljard euro steun verleend aan Oekraïne, waaronder 48,5 miljard euro militaire bijstand. Gezamenlijk heeft de EU in 2024 meer dan de helft van alle militaire steun aan Oekraïne verstrekt. Volgens cijfers die onlangs door het Kiel Institute zijn gepubliceerd en door The Economist zijn overgenomen, bedraagt de hulp van de Verenigde Staten aan Oekraïne 114 miljard euro. De schuld van 500 miljard dollar die de regering-Trump de afgelopen dagen heeft genoemd, lijkt op basis van mijn informatie onjuist en schromelijk overschat.

De EU is niet betrokken bij bilaterale besprekingen over de exploitatie van zeldzame mineralen in Oekraïne. Dat is een gesprekwonderwerp tussen Oekraïne en de VS.

Nous regrettons les démarches américaines unilatérales, non concertées avec les alliés européens, ainsi que leur approche éminemment transactionnelle, qui semble guider l'administration Trump à ce stade.

J'en viens à l'épisode de lundi à New York, aux Nations Unies. On a dû compter sur une mobilisation européenne massive, à défaut d'être unanime, pour contrecarrer la proposition de résolution américaine qui ne parlait pas de violation de l'intégrité territoriale de l'Ukraine et qui parlait du conflit russo-ukrainien, plaçant les deux parties sur un même pied, en oubliant d'identifier qui est l'agresseur et qui est la victime. Cela a été évidemment un épisode marquant, et je dis même choquant.

La résolution proposée par les Européens et l'Ukraine, avec les amendements qui ont été apportés, a pu être soutenue majoritairement à l'Assemblée générale, mais elle n'a pas connu le même sort, hélas, au Conseil de sécurité des Nations Unies, quelques heures plus tard.

Je redis ici ce que j'ai condamné publiquement hier à Genève, ayant eu l'opportunité de m'exprimer juste après mon homologue le ministre des Affaires étrangères de Hongrie, qui n'avait pas nécessairement, pour le dire pudiquement, la même lecture des évènements que moi. Le vote intervenu au Conseil de sécurité des Nations Unies est une honte. Je pense qu'il ne peut pas y avoir de révision de l'Histoire au point, finalement, que l'Ukraine soit salie par des propos visant à assimiler son dirigeant à un dictateur, au point que l'Ukraine soit salie par des propos visant à sous-entendre qu'elle pourrait avoir suscité ou généré le conflit. L'Ukraine ne peut pas être méprisée ni abandonnée. La Belgique est d'une clarté limpide sur ce sujet. Nous sommes et nous resterons des alliés de l'Ukraine.

Les évènements des derniers jours doivent donc nous pousser à faire preuve de réalisme et de lucidité. Qu'on le veuille ou non, nous devons urgemment développer une politique et une approche qui nous garantiront une place à la table des négociations.

Daarom zijn de initiatieven die de Franse president Macron, de voorzitter van de Europese Raad Costa en de ministers van Buitenlandse zaken van de 27 lidstaten nu ontwikkelen van groot belang.

Il est absolument indispensable d'apporter une réaction européenne unanime, rapide et vigoureuse pour garantir un processus de paix qui inclut toutes les parties prenantes dont la Belgique. On sait que cette unanimité n'est aujourd'hui pas acquise.

Il est également clair que les garanties de sécurité d'un éventuel accord devront être développées par l'Europe tant pour assurer le respect de l'accord en question que pour garantir notre propre sécurité. Notre pays prendra ses responsabilités en la matière et ceci passera probablement par une hausse, à court terme, des dépenses de défense.

Pour rappel, l'accord bilatéral de sécurité signé entre l'Ukraine et la Belgique, en mai de l'année dernière, lie nos deux pays pour une période de dix ans. Il symbolise notre engagement à soutenir durablement l'Ukraine dans le domaine militaire et prévoit, entre autres, la livraison d'avions de combat, de véhicules blindés modernes et d'équipements divers. Une coopération est également prévue dans les domaines de l'industrie de la défense, du renseignement, de la cybersécurité ou de la lutte contre la désinformation.

La diplomatie belge reste pleinement mobilisée. Le premier ministre et moi-même avons multiplié les contacts avec nos homologues ukrainiens, européens et américains afin de plaider pour une paix juste et durable. Mon collègue en charge de la Défense a également eu des contacts avec son homologue. Seule l'Ukraine, en étroite coopération avec ses alliés, est en mesure de déterminer si le contexte est propice à l'ouverture de négociations. La Belgique a toujours fait partie des contributeurs importants en matière d'aides à l'Ukraine. C'est à ce titre que le premier ministre De Wever a récemment été contacté par le président Macron. Ces derniers jours, le Royaume-Uni, le Canada, la Norvège et l'Islande ont confirmé qu'ils partageaient la vision européenne du conflit et certainement pas l'obtention de la paix par la force.

Wat ik vandaag ook kan meegeven, is het besef van urgentie en de nood aan een flexibele modus operandi in de EU, die ook België bepleit. We moeten op korte termijn concrete resultaten boeken. In de afgelopen maanden zijn bepaalde Europese hulpmechanismen voor Oekraïne geblokkeerd of gegijzeld door bepaalde EU-lidstaten. Dit is niet langer acceptabel. De tijd is tegen ons.

Pour qu'il n'y ait pas de mauvaise compréhension, il est clair que les pays que j'ai évoqués partagent cette vision européenne du conflit, avec la nécessité – au besoin, par le soutien militaire constant à apporter à l'Ukraine – d'obtenir par la force la cessation du conflit, même s'il y a lieu de déployer tous les efforts diplomatiques afin de parvenir à cette cessation par la négociation.

Het zestiende pakket EU-sancties tegen Rusland werd op 24 februari 2025 goedgekeurd. Het bevat bijkomende oplijstingen van personen en entiteiten die de Russische oorlogseconomie ondersteunen en nadere exportverboden op gevoelige goederen die de Russische oorlogseconomie ondersteunen, zoals chemicaliën, CNC-software en chroom. Ook worden verdere maatregelen getroffen tegen de Russische transport- en infrastructuursectoren. Daarbovenop wordt een importverbod van aluminium uit Rusland toegevoegd. Verder zijn er veel technische wijzigingen die dienen om sanctieomzeiling tegen te gaan en de uitvoering te vereenvoudigen.

In het zestiende pakket worden ook meer dan 70 schepen uit de Russische schaduwvloot gesanctioneerd. Verder worden de bewegingen van die schaduwvloot nauw gevolgd door de maritieme autoriteit van lidstaten en door de Europese Commissie. Landen die aan de Noordzee of Baltische Zee grenzen, waaronder België, zijn zich erg bewust van de mogelijke dreiging die uitgaat van die schaduwvloot. Zij werken samen om die schepen stil te leggen en de uitbreiding van de vloot tegen te gaan. Daarbij wordt ook actief samengewerkt met de zogenaamde vlaggenstaten wereldwijd.

Diplomatiek overleg is nog volop aan de gang om de volgende stappen te bepalen die de Europese Unie zou kunnen nemen. De komende Europese Raad van 6 maart 2025 zal zich over dat thema buigen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

Het is inderdaad van cruciaal belang dat Europa niet buitenspel wordt gezet in dit conflict en dat wij gezamenlijk blijven opkomen voor de soevereiniteit en de veiligheid van Oekraïne. Ik ben blij dat u binnen maar ook met de Europese Unie blijft aandringen op een volwaardige rol aan de onderhandelingstafel. Enkel door een sterke, eensgezinde Europese houding kunnen wij voorkomen dat beslissingen over Oekraïne zouden worden genomen zonder Oekraïne. Het is essentieel dat onze steun aan Oekraïne, zowel militair als humanitair, onverminderd doorgaat. Het is zoals u zegt, België blijft een bondgenoot van Oekraïne. Dat is meer dan nodig.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, franchement, je voudrais vous féliciter pour votre réponse. Vous rendez honneur à ce pays, à l'Union européenne et à la victime, l'Ukraine. Je vous remercie pour cela.

Cependant, vous êtes quelque part coincé, au sein de cette majorité, avec la vision pro-atlantiste qui était dans la déclaration de politique gouvernementale et qu'il va falloir rapidement corriger. Je serai attentif à ce que le sommet européen du 6 mars donnera, car je suis convaincu, comme vous, que c'est l'occasion de construire une nouvelle feuille de route européenne, sans se résigner. Construisons cette feuille de route et réorientons notre politique économique, diplomatique, notre stratégie militaire également, sur le long terme. Abandonnons la centralité américaine comme point de référence!

Les États-Unis étaient nos alliés. Je croyais qu'ils allaient rester nos partenaires. Je me demande s'ils ne vont pas devenir, bientôt, un jour, nos adversaires. Je vous encourage, en tout cas, à faire tout ce que vous pouvez pour que nous soyons fermes. Je pense que Poutine, comme Trump sont des gens brutaux qui ne comprennent que les rapports de force et partagent très peu de valeurs morales et humaines. Bien sûr, on ne conduit pas le monde simplement sur des valeurs, il y a des rapports de force, mais l'Union européenne ne se laissera pas faire. Vous en avez été le témoin, ici, et je vous remercie d'avoir utilisé deux expressions importantes à propos du vote intervenu aux Nations Unies. Vous l'avez condamné publiquement et vous avez dit que c'était une honte. Je vous remercie pour cela.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos propos assez forts sur ce qui s'est produit à l'ONU.

Non, nous ne pouvons pas accepter, au XXI e siècle, que la force entérine des frontières en Europe. C'est impossible, de sorte qu'on a raison d'en faire une question de principe. Non, nous ne pouvons pas accepter la lecture actuelle des É tats-Unis, et nous devons nous en émanciper. J'ai l'impression que les Européens sont en train de se diviser en deux blocs: ceux qui pensent qu'il est encore possible de raisonner M. Trump en allant le voir et en lui expliquant la réalité de la situation, et les autres, qui, eux, ont conscience que cet homme est imprévisible.

Or, si on fait preuve de lucidité face à ses propos et à ses intentions ainsi qu'à ceux de ses proches, il y a un tropisme pro-russe qu'il faut pouvoir intégrer avec cette administration. En tout état de cause, nous pensions tous que le premier Trump serait une parenthèse, et il ne faut pas faire l'erreur de penser que le deuxième en sera une également, même si nous espérons tous pouvoir un jour reprendre nos partenariats avec les Américains.

Nous ne sommes pas encore autour de la grande table européenne en raison de la faiblesse de notre aide militaire, mais nous avons une compensation sous la forme de notre vaste réseau diplomatique – vous en êtes désormais à la tête – qui permet à la Belgique, aux moments clés de l'histoire, de jouer un rôle essentiel. Je ne peux donc que vous encourager à continuer à mettre un pied dans la porte et à continuer à ne pas exclure la possibilité que la guerre se poursuive. En effet, il est tout à fait possible que les efforts de paix n'aboutissent pas. Dans un tel cas, nous devrons être au rendez-vous et apporter l'aide militaire à l'Ukraine.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, de steun van ons land aan Oekraïne moet inderdaad krachtig en duidelijk zijn. Oekraïne misprijzen door te roepen dat het een conflict zou hebben uitgelokt, kunnen wij niet aanvaarden. Het is goed dat dat hier wordt veroordeeld.

Als N-VA-fractie zullen wij de zoektocht naar middelen voor defensie blijven ondersteunen. Minister Francken is daar op het moment al mee bezig. We moeten ervoor zorgen dat we klaar staan om onze toch bijna buur, Oekraïne, verder te helpen.

Ik ben verheugd over de rechtzetting in verband met de middelen. Als Europa effectief 134 miljard steun heeft gegeven aan Oekraïne en de VS 114 miljard, zoals u nu zegt, dan moeten we er rekening mee houden dat men zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan een beetje rijk aan het rekenen is. Hoezeer we ook een partner blijven van de Verenigde Staten, het kan niet dat ze zich rijk rekenen op de rijkdommen en de mineralen die in Oekraïne aanwezig zijn. Het factchecken van de cijfers is belangrijk. We zullen dat moeten blijven doen.

Zoals u aangaf, is het heel belangrijk dat een vredesakkoord onderhandeld wordt met de partners aan tafel. Het kan niet anders dan dat Oekraïne en de Europese Unie daarbij aanwezig zijn. U krijgt al onze steun om er met eerste minister De Wever voor te gaan en om het vredesakkoord te bepleiten met de mensen die echt aan zet zijn.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw krachtig antwoord. Er kan inderdaad geen duurzame vrede zijn zonder Oekraïne aan de tafel, en ook niet zonder de Europese Unie die in veiligheidsgaranties zal moeten voorzien. Het is ook belangrijk dat we blijven inzetten op militaire en humanitaire steun en dat er in de Europese Unie eensgezindheid bestaat, zodat we een krachtig signaal kunnen geven en ons lot in eigen handen kunnen nemen, samen met Oekraïne. Ik heb Kiev twee keer bezocht tijdens de oorlog en het is me bijgebleven dat de miljarden euro's die we hebben gegeven nog altijd niet voldoende zijn. Ik herinner me heel goed het discours aldaar: Oekraïne moet kiezen waar ze één kogel kunnen inzetten om hun grondgebied en hun burgers te beschermen tegenover zes kogels voor Rusland. Dat is onaanvaardbaar. We moeten steun blijven geven en mogen ons niet voorhouden dat het genoeg is. Onze regering is in dat verband eensgezind, net als de oppositie.

Ahmadreza Djalali
De repressie tegen politieke gevangenen in Iran
De vrijlating van professor Djalali
De situatie van professor Djalali en de andere gedetineerden in Iran
De huidige toestand van Ahmadreza Djalali
Ahmadreza Djalali
Het engagement van België met betrekking tot de mensenrechtensituatie in Iran
De zaak van Ahmadreza Djalali en politieke gevangenen in Iran

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU veroordelen scherp de systematische mensenrechtenschendingen in Iran, waaronder politieke executies (880+ in 2024), marteling en willekeurige detenties zoals die van Ahmadreza Djalali (9 jaar gevangen, doodvonnis) en drie andere politieke gevangenen (Ehsani, Hassani, Azizi) wier executie dreigt. België zet diplomatieke druk (bilateraal, via VN/EU), eist vrijlating, betere detentieomstandigheden en een moratorium op de doodstraf, en steunt EU-sancties tegen Iraanse veiligheidsdiensten, maar kritiek blijft dat gijzelingsdiplomatie (ruil van gevangenen) en theocratische hardleersheid om hardere maatregelen vragen, zoals versterkte sancties en een eengemaakte Europese aanpak. De Belgische regering benadrukt discrete maar aanhoudende actie, maar parlementsleden dringen aan op meer daadkracht en publieke verontwaardiging.

François De Smet:

Monsieur le ministre, vous parlez de la répression des prisonniers politiques en Iran. Vous n'êtes pas sans savoir que les opposants au régime iranien sont soumis à la torture et à une répression aveugle. Les ONG, comme Amnesty International, nous relatent la condamnation à mort au terme d'un procès manifestement inéquitable devant la Cour suprême de trois prisonniers politiques dont l'exécution serait imminente.

Il y a Behrouz Ehsani, 69 ans, prisonnier politique des années 80 qui a été arrêté à Téhéran en décembre 2022 et Mehdi Hassani, 48 ans, qui a été arrêté en octobre 2022. Tous deux ont été transférés au quartier 209 de la prison d'Evin où ils ont été soumis à des tortures physiques et psychologiques. Ils étaient membres de la campagne des mardis "Non aux exécutions". Il y a aussi le cas de Mme Azizi, 40 ans, travailleuse sociale et prisonnière politique kurde.

Ces trois exemples, et nous savons qu'il y en a d'autres, soulignent que les droits de l'homme sous leur forme la plus élémentaire sont toujours bafoués de manière sanglante en dépit des appels à l'aide et des campagnes menées avec courage par les ONG. Rappelons que l'année dernière, pas moins de 1000 exécutions ont été recensées dans ce pays où règne un régime de terreur. Les Iraniens et les Iraniennes ont besoin d'un soutien international fort. Ils doivent savoir qu'ils ne sont pas seuls. En l'occurrence, toute voix compte, y compris celle de la Belgique.

Monsieur le ministre peut-il me faire savoir si l'ambassadeur d'Iran en Belgique a récemment été convoqué sur ces affaires? La Belgique entend-elle relayer les appels à cesser toute exécution et en particulier, celles d'opposants politiques, et la diplomatie au niveau de l'Union européenne compte-elle réagir pour dénoncer cette escalade effroyable? Je vous remercie.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, met grote bezorgdheid volg ik de berichten over de situatie van de Iraanse wetenschapper Ahmadreza Djalali, die al bijna negen jaar onterecht vastzit in een Iraanse gevangenis, in mensonwaardige omstandigheden. De laatste maanden gaat zijn gezondheidstoestand zienderogen achteruit, zowel fysiek, door ondervoeding en martelpraktijken, als mentaal, door de constante dreiging met de doodstraf.

Kunt u een laatste stand van zaken geven? Hebt u een zicht op de gezondheidstoestand van professor Djalali? Kan hij door een arts worden bezocht?

Hebt u regelmatig contact over dit dossier met uw Zweedse ambtsgenoot of met de Zweedse ambassadeur? Welke diplomatieke stappen heeft België, al dan niet in samenwerking met de EU, ondernomen om de Iraanse autoriteiten te verzoeken om de onmiddellijke vrijlating van Ahmadreza Djalali?

Wat zal België doen om de mogelijke executie van professor Djalali tegen te gaan? Hebt u daarover gesprekken gehad met uw Iraanse ambtsgenoot en/of de Iraanse ambassadeur?

Hebt u deze situatie recent op internationale fora aangekaart? Zo ja, wat was de conclusie?

Dat Iran gijzelingsdiplomatie gebruikt om zijn terroristen terug te halen, is geen geheim. Deze week nog werd een Nederlandse toergids die onder valse aantijgingen vastzat in de Evingevangenis geruild met een Iraniër die vastzat in Nederland, van wie de VS blijkbaar ook de uitlevering vroegen. Werd de gijzelingsdiplomatie recent nog aangekaart op verschillende internationale fora? Zo ja, welke internationale maatregelen en/of middelen zullen er in dat kader genomen worden?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, de heer Djalali is een Iraans-Zweedse professor die acht jaar lang onderzoek deed voor het Karolinska Instituut in Stockholm. Tijdens een lezingtour doorheen Iran werd hij op 25 april 2016 gearresteerd in Teheran. Iran beschuldigde hem van spionage voor Israël. Een jaar later werd de heer Djalali veroordeeld tot de doodstraf, wat felle kritiek opleverde, zowel bij de EU als bij de VN. Sindsdien blijft de situatie van de professor uitzichtloos.

Ook na de vrijlating van Olivier Vandecasteele en twee andere gevangenen in juni 2023, wil Iran niet spreken over een vrijlating van de heer Djalali.

In een geluidsfragment onlangs zei de heer Djalali dat hij nog steeds hulpeloos is en voortdurend het risico loopt om geëxecuteerd te worden. Hij zit momenteel al negen jaar vast in de beruchte Evingevangenis, waar ook Olivier Vandecasteele een jaar heeft vastgezeten. Hij werd onlangs 53 jaar en spreekt over een zeer verslechterde gezondheidstoestand.

Mijnheer de minister, is de Belgische regering nog bezig met het dossier van de heer Djalali, zodat ook hij kan worden vrijgelaten?

Welke diplomatieke stappen zette België tot nu toe, al dan niet in samenwerking met de EU, om de Iraanse autoriteiten te verzoeken de heer Djalali onmiddellijk vrij te laten?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, mijn vraag is exact dezelfde als die van mevrouw Lambrecht, dus ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals schriftelijk ingediend.

Mijnheer de minister, half januari dook een nieuw geluidfragment op van professor Djalali op de Zweedse omroep SVT. Hij riep hierbij de Zweedse regering op om hem te helpen en thuis te brengen. Djalali zit intussen al bijna 9 jaar vast in schrijnende omstandigheden. In het geluidsfragment zegt hij hulpeloos te zijn en nog steeds voortdurend het risico lopen om te worden geëxecuteerd. Hij zou ook last hebben van een maagvliesontsteking, galstenen en een hartritmestoornis. Het is dan ook van cruciaal belang aandacht te blijven besteden aan zijn onterechte vasthouding.

Ik heb voor u dan ook de volgende vragen:

Welke stappen heeft ons land concreet nog ondernomen om de vrijlating van Djalali bij Iran te bepleiten en erop aan te dringen zijn fundamentele rechten te eerbiedigen met adequate medische zorg?

Welke concrete stappen werden hiertoe nog op Europees niveau ondernomen?

Charlotte Deborsu:

Monsieur le ministre, la situation des droits humains en Iran est plus que jamais alarmante. Behrouz Ehsani et Mehdi Hassani, deux prisonniers politiques, risquent d'être exécutés d'un moment à l'autre. À l'issue de procès totalement biaisés, la décision de leur condamnation à mort a été prononcée en septembre 2024, basée sur des accusations absurdes: "guerre contre Dieu" et "corruption sur Terre". Leur demande de révision du procès a été rejetée par la Cour suprême iranienne le 23 février 2025.

En 2024, plus de 1000 opposants politiques ont été exécutés. Il n'y en a jamais eu autant au cours des 30 dernières années.

Cette vague de répression dépasse les frontières iraniennes et touche également des ressortissants étrangers. L'Europe et la Belgique en ont fait l'expérience avec la détention arbitraire d'Olivier Vandecasteele pendant 15 mois dans des conditions inhumaines, ou encore avec l'arrestation de la journaliste italienne Cecilia Sala le 19 décembre dernier. Cette dernière a heureusement été libérée le 8 janvier. D'autres Européens sont encore en danger. C'est notamment le cas du professeur irano-suédois Ahmadreza Djalali, condamné à mort depuis huit ans.

Monsieur le ministre, quelles nouvelles initiatives diplomatiques la Belgique compte-t-elle entreprendre, tant au niveau bilatéral qu'au sein des instances européennes et internationales, pour condamner ces pratiques et plaider en faveur du respect des droits humains en Iran?

Maxime Prévot:

Beste collega's, in antwoord op uw vragen in verband met dokter Ahmadreza Djalali en de repressie van politieke tegenstrijders, wens ik de volgende elementen te benadrukken.

De situatie van dokter Djalali blijft zorgwekkend na bijna negen jaar in de gevangenis. België blijft zijn aanhoudende detentie van nabij opvolgen, in samenwerking met onze Zweedse collega's. In dergelijke gevallen is discretie vaak synoniem met efficiëntie. Maar ik kan u vertellen dat er nog eergisteren contact was met zijn advocaten en dat zijn gezondheid zorgwekkend is.

We blijven de situatie van dokter Djalali bespreken wanneer we de kans daartoe krijgen. De Belgische positie is zeer duidelijk: we verzoeken de Iraanse autoriteiten om dokter Djalali vrij te laten, zijn doodstraf nietig te verklaren en zijn detentieomstandigheden dringend te verbeteren. We blijven eisen dat het doodsvonnis waartoe hij is veroordeeld, niet wordt uitgevoerd.

Het lot van dokter Djalali wordt regelmatig met de Zweedse collega's besproken. Ik kan ook bevestigen dat mijn diensten de situatie van dokter Djalali de voorbije maanden verschillende keren opnieuw aan de orde hebben gesteld, zowel in Brussel als in Teheran.

Hoewel het niet aan mij is om commentaar te geven op de bilaterale relatie tussen Zweden en Iran en hun consulaire zaken, blijft het een feit dat de kwestie van Europese onderdanen die willekeurig in Iran worden vastgehouden, een zeer belangrijk punt van zorg en actie blijft voor onze regering, zoals duidelijk bevestigd in het regeerakkoord van de federale regering. Zoals u weet, zet de Belgische regering zich in voor andere EU-onderdanen, zoals het geval was met de drie Oostenrijkse en Deense staatsburgers die in 2023 samen met onze landgenoot Olivier Vandecasteele werden vrijgelaten.

België steunt ook de collectieve Europese aanpak ten aanzien van de chantagepolitiek van de Iraanse autoriteiten. Dat vertaalde zich in verschillende verklaringen over Iran van voormalig hoge vertegenwoordiger Josep Borrell namens de Europese Unie, die willekeurige detentie als onaanvaardbaar en onwettig beschouwt. België stond en staat volledig achter deze verklaringen. We zullen de nieuwe hoge vertegenwoordiger ook steunen in soortgelijke verklaringen. Voorts werden ook EU-sancties genomen en het regeerakkoord voorziet ook in verdere initiatieven.

De Iranaanpak heeft ook duidelijk gevolgen voor ons reisadvies en de evolutie van onze bilaterale betrekkingen. Naast dokter Djalali zijn er vandaag nog verschillende onschuldige Europanen in Iran opgesloten. We blijven ijveren voor hun vrijlating.

België blijft samenwerken met zijn Europese partners om deze praktijk te bestrijden. Mijn diensten en ik blijven de algemene situatie van de Europese gedetineerden in Iran aandachtig volgen, evenals de specifieke situatie van dokter Djalali.

S'agissant de la répression des opposants politiques en Iran, de manière plus large, l'abolition universelle de la peine de mort est une priorité de la politique belge en matière de droits humains. La Belgique soulève régulièrement cette question dans diverses enceintes internationales notamment au sein de l'UE, du Conseil des droits de l’homme (CDH) et de la Troisième Commission de l'Assemblée générale de l'ONU.

Dans le cadre de notre mandat actuel au CDH, notre pays s'est engagé à accorder une attention particulière, entre autres, à l'abolition de la peine de mort dans le monde. J'ai pu le répéter moi-même avec force à Genève pas plus tard qu'hier. La Belgique suit de près la situation extrêmement préoccupante des droits humains en Iran, y compris le recours à la peine de mort.

Les situations de Behrouz Ehsani, Mehdi Hassani et Pakhshan Azizi illustrent la répression continue du régime iranien et l'absence de liberté d'expression dans le pays. Selon les chiffres dont disposent mes services, 880 personnes auraient été exécutées en 2024. Cette tendance est à la hausse ces dernières années.

La Belgique a fermement condamné à plusieurs reprises les actions de l'Iran et exprimé sa profonde inquiétude dans les fora multilatéraux, en particulier au Conseil des droits de l'homme et notamment à nouveau, en septembre dernier, à l'occasion du débat général sous point 4 lors de la 57 ème session du CDH.

Lors du dialogue interactif du CDH avec la mission d'établissement des faits pour l'Iran, notre pays a notamment soulevé en 2023 la question des exécutions par l'Iran avec l'appel à l'instauration d'un nouveau moratoire et à l'interdiction de l'exécution de la peine de mort sur les mineurs.

En 2024, nous avons évoqué les violations des droits humains et crimes commis à l'encontre des manifestants pacifiques en Iran. En décembre dernier, la Belgique a également coparainé la résolution de l'Assemblée générale de l'ONU sur la situation des droits de l'Homme en république d'Iran.

En outre, nous soutenons le mandat du rapporteur spécial des Nations unies sur la situation des droits de l'homme en Iran. Ce 24 janvier, à l'occasion de l'examen périodique universel de l'Iran, la Belgique a, entre autres, appelé l'Iran à adopter un moratoire sur les exécutions en vue d'abolir la peine de mort.

Nous avons également soulevé des questions à ce sujet ainsi que concernant l'exercice pacifique et sans entrave par les journalistes, défenseurs des droits humains et autres membres de la société civile de leurs activités. Au-delà des condamnations publiques, la Belgique soulève régulièrement ses vives inquiétudes lors de discussions avec ses interlocuteurs iraniens. Nous insistons sur l'universalité des droits humains et l'importance de la liberté d'expression et de réunion, qui doit être garantie partout et pour tous. La situation en Iran est régulièrement évoquée lors de mes contacts européens et a fréquemment fait l'objet de discussions lors des derniers conseils des Affaires étrangères.

Vous voyez que la Belgique n'est pas en reste et que, partout où elle le peut, dans toutes les instances internationales au sein desquelles les lignes peuvent bouger, des décisions peuvent être prises ou des condamnations peuvent être prononcées, nous agissons. Toujours dans le cadre européen, la Belgique soutient activement les sanctions européennes adoptées à l'encontre des membres et des organes de l'appareil sécuritaire à la manœuvre dans la répression des manifestations en Iran.

Notre pays a régulièrement coparrainé ces propositions de sanctions en tant que co-auteur. Mes services et moi-même restons donc extrêmement attentifs à l'évolution de la situation sur place, et nous continuerons à relayer ces messages auprès des interlocuteurs iraniens et autres partenaires européens.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Professor Djalali zit ondertussen precies 3.229 dagen vast in Iran. We weten allemaal dat het Iraanse regime hem als pasmunt gebruikt. Elke keer er in het Westen een Iraniër terechtstaat, bericht het terreurregime dat men Djalali binnenkort zal executeren. Bijna negen jaar wordt professor Djalali in onmenselijke omstandigheden vastgehouden, fysiek en psychisch gemarteld, en wordt hem zelfs medische hulp ontzegd.

Dat Iran niet kan worden beschouwd als een normaal land, bewijst het land zelf telkens opnieuw. Iran voerde midden december vorig jaar de strenge hoofddoekenwet in. Vrouwen riskeren hierdoor zware cel- en doodstraffen. Het regime sluit zelfs vrouwen die zich niet houden aan de kledingvoorschriften op in psychiatrische klinieken wegens mentaal instabiel.

We moeten ons inderdaad zorgen maken over de executies. Uit een recent mensenrechtenrapport blijkt namelijk dat er vorig jaar minstens 975 executies plaatsvonden, waaronder zelfs executies van minderjarigen.

Uit uw antwoord leer ik dat u moeite onderneemt en ik dank u daarvoor oprecht. Onze vrees blijft echter dat oproepen vanuit België en oproepen vanuit de Europese Unie weinig impact zullen hebben en weinig indruk zullen maken op het Iraanse regime. U haalde het zelf al aan: het regime zet haar gijzelingsdiplomatie immers gewoon verder.

François De Smet:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

On a raison de s'impliquer comme nous le faisons pour les ressortissants européens. Par solidarité pour ces gens qui sont détenus par une politique de chantage, le mot est juste, mais la situation des Iraniens qui sont prisonniers dans leur propre pays doit nous accompagner aussi à chaque instant.

Indépendamment de la peine de mort, le seul fait qu'il s'agisse d'opposants politiques, de gens emprisonnés pour des raisons politiques, heurte aussi nos valeurs. La lutte contre la peine de mort, c'est une valeur universelle et européenne. C'est pareil pour le fait de s'opposer au fait qu'on puisse détenir des gens pour leur position politique.

Nous avons affaire à une théocratie. Il est très difficile de négocier avec une théocratie, parce qu'elle n'a aucun scrupule. La Belgique en a fait les frais, comme d'autres pays. Nous devons, j'en suis sûr, hausser encore plus le ton vis-à-vis de l'Iran, notamment au niveau des sanctions et au plus haut niveau, parce que c'est un pays qui ne comprend rien d'autre que le rapport de force.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, u zegt dat discretie en efficiëntie van belang zijn. Er is echter nog een derde aspect van belang. We moeten permanent onze vragen kracht bijzetten, wat ons posthoofd en onze diensten ter plaatse trouwens ook doen. We moeten zijn toestand en detentieomstandigheden blijven aanklagen. We moeten blijven zijn vrijlating eisen en de doodstraf ter discussie stellen.

Als dat echter niet helpt – het regeerakkoord is daarover duidelijk –, zijn er ook sancties nodig. U kaart dat op verschillende niveaus aan en ik kan u alleen maar aanmoedigen om dat te blijven doen, want het is onaanvaardbaar wat er gebeurt. Als dialoog niet helpt, zijn er daden nodig.

Charlotte Deborsu:

Merci monsieur le ministre pour votre réponse et l'attention que vous portez à cette situation dramatique. Cela me soulage de constater que le nouveau gouvernement en fait une priorité et ne ferme pas les yeux sur ces pratiques inhumaines en Iran. Face à l'intensification de la répression en Iran, il est effectivement impératif d'agir, parce que l'Iran ne se contente pas de réprimer son propre peuple – ce qui est déjà particulièrement horrible – mais prend également en otage des citoyens européens afin de négocier, comme cela a été le cas avec Olivier Vandecasteele, qui a été échangé contre un terroriste condamné ici en Belgique. Aujourd'hui, ces pratiques se poursuivent avec M. Djalali, qui est en attente de son exécution dans le couloir de la mort. Ces méthodes doivent cesser. La Belgique a su se mobiliser avec force pour Olivier Vandecasteele et doit poursuivre dans cette voie. Il faut continuer à faire pression en vue d'obtenir une réponse européenne ferme et coordonnée, car il y va de nos valeurs mais aussi de la sécurité de nos citoyens. Je vous remercie pour les démarches que vous entreprendrez à cet égard.

De mogelijke onteigeningen in Zuid-Afrika

Gesteld door

lijst: VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Zuid-Afrikaanse wet voor onteigening in het publiek belang (ondertekend na een parlementair goedgekeurd proces) voorziet compensatie, behalve bij verlaten of speculatief land, en biedt rechterlijke waarborgen tegen misbruik, zonder specifieke focus op blanke boeren. Ellen Samyn (N-VA) uit bezorgdheid over geweld tegen Afrikaner-boeren en stelt dat de overheid dit faciliteert, terwijl Maxime Prévot benadrukt dat de wet geen discriminatie inhoudt en internationale experts geen direct risico zien. De Democratic Alliance betwist de wet bij het Hooggerechtshof, maar de discussie blijft politiek geladen. Samyn’s fractie belooft de kwestie internationaal aan te kaarten.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa heeft vorige week een omstreden wet ondertekend die het mogelijk maakt om land te onteigenen in het 'belang van de publieke zaak'.

Volgens de administratie van de president zou de onteigening niet willekeurig plaatsvinden en “de wet staat alleen onteigening toe met een rechtvaardige en billijke compensatie", aldus een persverklaring.

Hoewel de maatregel door de regering wordt geprezen als een belangrijke stap in landhervorming, is er ook felle kritiek. Zo wordt er gevreesd dat blanke Zuid-Afrikanen onteigend kunnen worden van hun land, soms zelfs zonder compensatie.

In sommige gevallen, zoals bij verlaten land waarvan de eigenaar niet traceerbaar is, of land dat puur wordt aangehouden voor speculatieve waarde, kan onteigening plaatsvinden zonder compensatie.

Graag verneem ik van de minister:

Er wordt gevreesd dat vooral blanke Zuid-Afrikanen, de boerengemeenschap, zomaar onteigend kunnen worden, soms zelfs zonder compensatie. Heeft u hierover meer informatie?

Werd deze wet bekrachtigd door het parlement? Met andere woorden, is het democratisch proces achter deze wet correct verlopen?

Hoe zal er internationaal op worden toegezien dat de rechten van de landeigenaren worden gewaarborgd?

Maxime Prévot:

Mevrouw Samyn, volgens de meest recente landaudit in Zuid-Afrika is 72 % van het landbouwgebied in Zuid-Afrika nog steeds eigendom van blanke inwoners, die 7,3 % van de bevolking uitmaken. Deze situatie is het gevolg van wetgeving tijdens het apartheidsregime, die beperkingen oplegde aan landeigendom voor de zwarte bevolking.

De nieuwe wet is echter geen landhervorming. Ze bevat geen maatregelen die specifiek gericht zijn tegen of voor een bepaalde bevolkingsgroep. De wet bepaalt louter de procedures en voorwaarden om tot onteigening in het publiek belang over te gaan, zoals dat in vele landen mogelijk is, ook in België. De bepaling in de Zuid-Afrikaanse grondwet die een billijke compensatie verplicht bij zo'n onteigening blijft onder de nieuwe wet onverkort gelden. De nieuwe wet geeft echter aan dat het in sommige uitzonderlijke gevallen billijk is om te onteigenen zonder een vergoeding, bijvoorbeeld wanneer het om verlaten of ongebruikte speculatieve percelen gaat. Landbouwexperts uit binnen- en buitenland, zoals de Agricultural Business Chamber of South Africa en het Nederlandse Ministerie van Landbouw, menen dat de nieuwe wet dan ook geen indirect risico vormt voor landeigenaars in Zuid-Afrika.

De wet is het resultaat van een lang parlementair proces. Het huidige wetsvoorstel werd in 2020 ingediend. Na een uitgebreide consultatie en bespreking keurden beide kamers van het parlement de wet op 27 maart 2024 goed en zond men het goedgekeurde voorstel naar de president voor ondertekening. De president ondertekende de wet op 20 december 2024 en die werd na publicatie in de Staatscourant van kracht op 24 januari 2025. De regeringspartij Democratic Alliance stelde daarna beroep in tegen de wet bij het Hooggerechtshof, dat zich dus zal uitspreken over de vraag of het democratisch proces correct werd gevolgd. De discussie over deze kwestie is bovendien al langer aan de gang. Het wetsvoorstel van 2020 kwam in de plaats van een eerder verdergaand voorstel om de grondwet te wijzigen, dat evenwel werd afgevoerd na een publieke consultatie.

Ten slotte bepaalt de wet dat, indien partijen niet tot een akkoord komen over de hoogte van de vergoeding, het altijd een rechter zal zijn die zal bepalen wat een billijke vergoeding is bij onteigeningen. Die rechterlijke toets biedt een garantie tegen eventueel misbruik van de wet door de overheid.

We zullen uiteraard aandachtig blijven voor deze problematiek, aangezien er ook landgenoten zijn die eigendommen hebben in Zuid-Afrika. Zoals gezegd is er op dit ogenblik evenwel geen reden tot onmiddellijke bezorgdheid.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank u wel voor uw uitgebreid antwoord. We kunnen niet ontkennen dat in Zuid-Afrika de gruwelijke aanvallen op Afrikaner boeren, vaak met de dood tot gevolg, toenemen. Het ergste is dat de overheid zelf daar niets tegen onderneemt. Meer nog, elk juridisch middel, zoals onteigening, wordt ingezet om het leven van de Afrikaner boer ondraaglijk te maken. Onze fractie vindt dat onaanvaardbaar. Wij vinden het ook onaanvaardbaar dat de internationale gemeenschap hier niet wakker van ligt. We zullen deze kwestie dan ook blijven aankaarten in deze commissie. De voorzitster : De samengevoegde vragen nrs. 56002285C, 56003089C en 56003127C van mevrouw Samyn, de heer Boukili en mevrouw Depoorter worden uitgesteld.

De situatie in Venezuela

Gesteld door

lijst: VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt het EU-standpunt dat Maduro’s herverkiezing niet erkent wegens gebrek aan transparantie en respect voor de verkiezingsuitslag (overwinning González Urrutia), en ziet hem als illegitiem president. Gerichte EU-sancties tegen 55 verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen en antidemocratische praktijken blijven van kracht, met focus op democratische transitie zonder economische schade voor de bevolking. De Belgische ambassade in Caracas functioneert met lokaal personeel (geen Belgische diplomaten ter plaatse) en wordt vanuit Bogotá aangestuurd; Venezuela nam nog geen maatregelen tegen België. Samyn benadrukt de urgentie van druk op Maduro’s regime wegens politieke moorden (o.a. oppositieleider) en beloningen voor opposanten, en pleit voor een krachtig signaal ter bescherming van mensenrechten.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik verwijs nogmaals naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De politieke impasse in Venezuela blijft aanslepen. Vorige week legde de autoritaire president Nicolas Maduro de eed af voor een derde termijn. Zijn zogenaamde verkiezingsoverwinning wordt niet erkend door de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Wat is het standpunt van de Belgische regering in dit dossier?

In het verleden was er reeds sprake van grove schendingen van de mensenrechten in Venezuela. Wordt er nagedacht om handelsbetrekkingen tussen België en Venezuela te koppelen aan voorwaarden indien er bepaalde internationale afspraken door Venezuela niet worden nageleefd?

Deze week werden door Venezuela Nederlandse, Franse en Italiaanse diplomaten het land uitgestuurd. België beschikt nog over een ambassade in Venezuela maar de opvolging gebeurt via een zaakgelastigde geaccrediteerd bij Venezuela met residentie in Bogata. Ik maak hieruit op dat er dus geen Belgische diplomaten aanwezig zijn in Venezuela? Door wie wordt de ambassade momenteel bemand? Indien de Belgische ambassade wordt bemand, hoe wordt de veiligheid van het (diplomatiek) personeel gegarandeerd?

Maxime Prévot:

Mevrouw Samyn, in antwoord op uw vraag over de situatie in Venezuela kan ik u bevestigen dat het standpunt van België wordt weerspiegeld in de verklaring van de hoge vertegenwoordiger van de EU van 10 januari 2025: we zijn solidair met het volk van Venezuela, dat op 28 juli 2024 vreedzaam heeft gestemd om de toekomst van zijn land te bepalen.

Miljoenen Venezolanen hebben met een aanzienlijke meerderheid voor democratische verandering gestemd door Edmundo González Urrutia te steunen, volgens openbaar beschikbare kopieën van verkiezingsgegevens. Aangezien de autoriteiten hebben geweigerd officiële gegevens van de stembureaus te publiceren, zijn de aangekondigde resultaten niet geverifieerd en kunnen ze niet worden erkend als representatief voor de wil van het volk.

De Venezolaanse autoriteiten hebben een belangrijke kans gemist om de wil van het volk te respecteren en te zorgen voor een transparante, democratische overgang met garanties voor iedereen. Wij zijn van mening dat Nicolás Maduro de legitimiteit van een democratisch verkozen president mist.

De Europese Unie en de lidstaten hebben ervoor gekozen geen enkele maatregel te treffen die schade zou kunnen toebrengen aan het Venezolaanse volk of aan de economie. We verkiezen gerichte sancties goed te keuren tegen personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de democratie, de rechtsstaat of de mensenrechten in Venezuela. Het doel is een onderhandelde en democratische oplossing voor de crisis te ondersteunen. Het terugdraaien van de EU-sancties zal afhangen van tastbare vooruitgang op het gebied van de mensenrechten en de rechtsstaat in Venezuela, samen met betekenisvolle stappen in de richting van een echte dialoog in een democratische transitie. De autonome sanctieregeling van de EU is gericht tegen 55 personen en is met ingang van 10 januari 2025 met 12 maanden verlengd.

België beschikt nog steeds over een ambassade in Venezuela, maar de opvolging gebeurt via een zaakgelastigde en pied , geaccrediteerd bij Venezuela, met residentie in Bogota. Venezuela heeft geen maatregelen genomen ten aanzien van België.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, waar ik achter sta. Ik deel uw mening. We moeten erop toezien dat de bevolking daar minder onderdrukt wordt en er aandacht wordt besteed aan de politieke gevangenen. Eergisteren nog werd een oppositieleider dood aangetroffen in de gevangenis. Venezuela vaardigt zelfs een beloning van 100.000 dollar uit aan wie Edmundo González uitlevert. Dat is waanzin. Het is geen normaal regime. We moeten vooral zien dat de rechten van de bevolking daar worden gerespecteerd, maar ik maak uit uw antwoord op dat u onze mening deelt. Er moet een krachtig signaal aan Venezuela worden gestuurd.

De Belgische steun aan Syrië

Gesteld door

lijst: CD&V Els Van Hoof

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt voorwaardelijke opheffing van EU-sancties tegen Syrië na de val van Assad, gekoppeld aan respect voor mensenrechten en democratische transitie, en pleit voor een nieuwe Europese Syriëstrategie (besproken in de Raad Buitenlandse Zaken). Humanitaire hulp blijft prioriteit, met focus op veilige vluchtelingenterugkeer en economisch herstel, terwijl diplomatieke contacten met het nieuwe regime al zijn gestart. Van Hoof benadrukt het belang van democratische stabiliteit en waarschuwt voor etnische conflicten en Iraanse invloed. Concrete plannen voor 2025 en verdere Belgische rol worden nog uitgewerkt.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister,

De val van het Assad-regime betekende een opluchting voor veel Syriërs. Toch blijven de noden van de Syrische bevolking groot na 14 jaar oorlog. De gevechten in aanloop naar de regimewissel zorgden eveneens nieuwe ontheemden, doden en gewonden. In sommige delen van het land blijft de veiligheidssituatie ook volatiel. Verschillende humanitaire actoren deden dan ook een oproep tot extra humanitaire hulp. Ook 11.11.11 vraagt bijvoorbeeld dat de humanitaire hulp aan Syrië wordt opgeschaald.

Daarnaast is ook aandacht nodig voor de toekomst van Syrië. 11.11.11. roept de Belgische regering daarom op om een voortrekkersrol te spelen bij de ontwikkeling van een nieuwe Europese Syriëstrategie die de huidige strategie uit 2017 moet vervangen.

Ik heb voor u de volgende vragen:

Welke bijkomende maatregelen voor humanitaire steun nam ons land na de val van het Assad-regime? Welke bijkomende humanitaire steun aan de Syrische bevolking staat nog gepland in 2025?

Zal ons land pleiten voor een nieuwe Europese Syriëstrategie? Werd dit reeds besproken op Europees niveau, bijvoorbeeld op de Europese Raad Buitenlandse Zaken deze week?

Welke concrete houding zal ons land aannemen ten aanzien van de nieuwe Syrische regering? Worden diplomatieke contacten gepland met het nieuwe Syrische leiderschap?

Maxime Prévot:

Mevrouw Van Hoof, ik heb al een antwoord gegeven op uw andere vraag wat onze humanitaire en financiële inspanningen betreft.

De val van het Assadregime en de komst van een nieuw regime biedt opportuniteiten voor Syrië en voor onze relaties met het land, maar men moet snel gaan aan de ene kant en ook zeer voorzichtig zijn aan de andere kant. Daarom hebben we maandag de omkeerbare opheffing van EU-sectorale sancties gesteund. Dat is een signaal van de beschikbaarheid van de EU en van België om de Syrische bevolking te helpen Syrië te heropbouwen op basis van waarden zoals het respect voor mensenrechten, inbegrepen vrouwenrechten en de rechten van de religieuze en etnische minderheden. We pleiten voor een vreedzame en democratische politieke transitie met gelijke rechten voor alle Syriërs en een veilige en waardige terugkeer als duurzame oplossing voor de Syrische vluchtelingen door het economische herstel van het land.

Mijn diensten zijn al ter plaatse geweest en hebben contact opgenomen met de overheden. Ze hebben de situatie kunnen beoordelen, onze beschikbaarheid kunnen tonen en onze wederzijdse verwachtingen kunnen bespreken Binnen de EU wordt er inderdaad gedebatteerd over een aanpassing van de Europese Syriëstrategie aan de huidige situatie. We hebben daarover maandag nog gesproken in de Raad Buitenlandse Zaken.

Els Van Hoof:

Dank u wel. Het is belangrijk dat we dit op de voet blijven volgen. Toch enig hoopvol nieuws op het internationale toneel was inderdaad het verdwijnen van het Assadregime. Ik denk dat het van belang is dat het nieuwe regime een democratische speler wordt. Iran is verzwakt in dezen. We moeten dat van nabij volgen en we moeten ervoor zorgen dat er geen nieuwe etnische conflicten ontstaan en dat men daar de juiste kant van de geschiedenis kiest. Daarom is het belangrijk om ook de Europese Syriëstrategie te herbekijken. We hebben in de vorige legislatuur daaromtrent een resolutie aangenomen. We hebben ook heel veel financiële middelen gegeven om Syrische vluchtelingen op te vangen in de regio. Nu is het van belang dat vluchtelingen kunnen terugkeren naar hun eigen land als ze in de regio verblijven. Ik zal hierover in de toekomst nog vragen stellen, omdat het erg van belang is voor de regio dat we in Syrië opnieuw een stuk stabiliteit krijgen.

De impact van de kolonisatie op de criminalisering van lgbtqi's op het Afrikaanse continent

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 26 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht de criminalisering van homoseksualiteit in 31 Afrikaanse landen, vaak gerechtvaardigd als "traditioneel" maar historisch een koloniaal erfgoed geïntroduceerd door Europese missionarissen, die prekoloniale tolerantie verdrongen. België zet in op diplomatieke druk, ontwikkelingshulp zonder discriminatie (bv. via *Civic Space Initiative* in Tanzania) en steunt VN-organisaties, met een contextgerichte aanpak (discreet of publiek) om LGBTQI+-rechten te beschermen, ook via de *Equal Rights Coalition*. Lacroix benadrukt dat homofobie geen Afrikaanse traditie is maar een wereldwijd probleem, inclusief binnen de EU (bv. Hongarije’s Pride-verbod), en waarschuwt voor een terugval in conservatisme.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, cette question me tient particulièrement et personnellement à cœur.

Aujourd'hui, dans 31 pays d'Afrique, l'homosexualité est toujours criminalisée. Des lois répressives condamnent des individus sur la seule base de leur orientation sexuelle, allant parfois jusqu'à la peine de mort, comme en Ouganda où une législation d'une brutalité extrême a récemment été adoptée. Ces politiques, souvent justifiées par l'argument selon lequel "l'homosexualité serait étrangère aux traditions africaines", doivent être replacées dans leur véritable contexte historique. De plus, elles ne tiennent pas la route.

En effet, avant la colonisation, de nombreuses cultures africaines avaient une approche bien plus nuancée des identités de genre et des relations homosexuelles. Dans plusieurs sociétés, celles-ci étaient non seulement tolérées, mais parfois même valorisées. De l'Antiquité égyptienne aux traditions des Beti du Cameroun ou des Maale d'Éthiopie, les exemples ne manquent pas.

C'est avec l'arrivée des puissances coloniales, en particulier les missionnaires catholiques et protestants, que ces pratiques ont été réprimées. Les missionnaires européens, porteurs d'une vision morale rigide, ont imposé des normes occidentales en matière de sexualité et de genre, puisqu'ils considéraient aussi que la personne d'origine africaine était libidineuse et ne pensait qu'au sexe. Après les indépendances, cette vision a souvent été conservée, devenant un héritage colonial persistant.

Ainsi, loin d'être une valeur africaine, l'homophobie institutionnalisée est une construction imposée par l'Occident. Maintenir ces lois aujourd'hui, c'est perpétuer une idéologie qui a été introduite par ceux-là mêmes qui prétendaient "civiliser" le continent africain. Cette réalité historique doit être reconnue et combattue, car les droits humains ne doivent pas être soumis à des héritages injustes. Lutter contre ces discriminations, c'est aussi reconnaître notre part de responsabilité dans l'Histoire et agir pour un monde plus juste.

Monsieur le ministre, face à cette situation préoccupante, voici mes questions. Dans le cadre de notre coopération au développement, des initiatives spécifiques existent-elles pour soutenir les droits des personnes LGBTQI+ dans les pays où elles sont persécutées?

Quelles sont nos positions et nos messages dans nos relations diplomatiques avec les pays qui bafouent les droits des personnes LGBTQI+, et même les persécutent, voire les assassinent?

Je vous remercie pour l'attention réservée à ces questions.

Maxime Prévot:

Merci, monsieur Lacroix, pour votre question, effectivement importante.

La Belgique accorde une priorité à la protection et la promotion des droits humains des personnes LGBTQI+ partout dans le monde et pas uniquement en Afrique. Ces droits humains sont de plus en plus mis sous pression. Dans ce contexte regrettable, la Belgique continuera de plaider, tant au niveau bilatéral que multilatéral, pour le respect de leurs droits, la décriminalisation des relations entre personnes de même sexe ainsi que la suppression des lois dépassées et de toute forme de discrimination.

L'action de la coopération développement belge suit une approche basée sur les droits humains ainsi que sur le principe du leave no one behind . À cet égard, nous veillons à ce que les programmes financés soient mis en œuvre sans aucune discrimination. À titre d'exemple, lors de l'adoption de la loi anti-homosexualité en Ouganda à laquelle vous avez fait référence, la Belgique a rapidement activé l'article 11 de son accord de coopération permettant l'ouverture d'un dialogue visant à l'adoption de mesures d'atténuation afin de ne pas discriminer les personnes LGBTQI+ dans la mise en œuvre des programmes.

En outre, la Belgique finance via le fonds "Civic Space Initiative" un programme de soutien aux droits des personnes LGBTQI+ en Tanzanie. Ces dernières années, nous avons également soutenu plusieurs projets visant notamment à renforcer les organisations LGBTQI+ afin qu'elles puissent revendiquer l'espace civique. Par ailleurs, nous soutenons la protection des personnes LGBTQI+ à travers nos financements aux organisations telles que le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l'homme, ONU Sida, ONU Femmes et le Fonds des Nations Unies pour la population.

La Belgique veille aussi à respecter pleinement le principe du do not harm . En fonction du contexte local, une action discrète pourrait être privilégiée à une action et à des communications publiques. Ce positionnement se fait toujours après consultation de la société civile locale. Enfin, la Belgique soutient le mandat du rapporteur spécial des Nations Unies sur l'orientation sexuelle et l'identité de genre.

La Belgique est aussi membre de l'Equal Rights Coalition, à travers laquelle nous nous exprimons avec d'autres sur des développements inquiétants dans certains pays. Ce fut le cas par rapport à l'Ouganda, mais également la Géorgie ou la Russie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse complète qui montre bien les différents niveaux d'action que vous privilégiez dans le cadre de la lutte contre l'homophobie. Vous avez raison de dire que le problème n'est pas qu'en Afrique. J'ai pris le biais de l'Afrique parce que c'était un exemple clair. On veut soi-disant promouvoir une forme de tradition africaine alors que la vraie tradition africaine n'était pas une tradition homophobe. Mais nous devons être vigilants chez nous. Vous avez raison de rappeler que même en Europe, dans certains pays ou dans les pays qui sont proches de la sphère géographique européenne comme la Géorgie, il y a des mesures anti-LGBTQI+; je viens même d'apprendre que Viktor Orbàn, membre de l'Union européenne, a interdit la Gay Pride à Budapest. C'est vous dire que même au sein de l'Union européenne, avec ces forces conservatrices, voire d'extrême droite, puissantes, on en revient à un monde que nous pensions révolu, et que nous pensions avoir quitté depuis très longtemps. Je n'irai pas plus loin. C'est déjà pas mal.

De vrijstelling van de inschrijvingsplicht en de verkeersbelasting voor wagens van Oekraïners

Gesteld aan

Jan Jambon (Minister van Financiën en Pensioenen)

op 25 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Wouter Vermeersch kaart aan dat Oekraïners met tijdelijke bescherming in Vlaanderen vrijgesteld zijn van BIV en verkeersbelasting voor hun ingevoerde voertuigen via federaal KB, wat oneerlijk is voor Vlaamse burgers en inkomsten misloopt. Jan Jambon bevestigt dat hij een *uitdoofscenario* steunt maar verwijst voor cijfers naar bevoegde ministers (Crucke voor DIV, gewesten voor belasting). Vermeersch benadrukt de onrechtvaardigheid van deze subsidie op vervuilende wagens en kondigt opvolging aan om het KB af te bouwen, zodat gelijke fiscale regels gelden. Kern: federaal besluit creëert ongelijkheid, beide partijen willen afbouw naar gelijkheid.

Wouter Vermeersch:

Mijnheer de minister, wie in Vlaanderen woont en een auto koopt, moet die auto inschrijven en vervolgens Vlaamse BIV en verkeersbelasting betalen. Oekraïners die hier het tijdelijk beschermingsstatuut genieten, zijn van dit alles vrijgesteld omdat zij op federaal niveau een uitzondering kregen op de inschrijvingsplicht.

De federale regering heeft op 29 juni 2022 een koninklijk besluit uitgevaardigd dat een uitzondering toevoegt op de inschrijvingsplicht voor voertuigen die worden meegebracht door personen die de tijdelijke bescherming hebben verkregen, zoals de Oekraïense vluchtelingen. De minister van Financiën en de minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hun bevoegdheid betreft, belast met de uitvoering van dit koninklijk besluit.

Ondervraagd door mijn collega Tom Lamont in het Vlaams Parlement, antwoordde de Vlaamse minister van Financiën Ben Weyts – u welbekend – op 21 januari 2025 het volgende: “In lijn met de vorige vraag dien ik opnieuw te verwijzen naar België, o België, dat ook in dezen niet zo behulpzaam is, alleszins niet bij de realisatie van onze doelstellingen. Het is inderdaad de resultante van federale regelgeving, van een KB. (…) Los van de algemene beschouwing van de maatregelen die we hebben getroffen in het kader van Oekraïnecrisis, is het zo dat wij op Vlaams niveau al in het afbouwscenario zitten. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de noodopvang. Het is onze overtuiging dat we nu naar een uitdoofscenario van het een en het ander gaan."

Mijnheer de minister, hebt u zicht op het aantal wagens dat onder deze uitzondering valt? Hebt u er zicht op hoeveel inkomsten hierdoor worden mislopen? Bent u gewonnen voor het uitdoofscenario dat uw Vlaamse collega-minister schetst?

Jan Jambon:

Op de laatste vraag kan ik bevestigend antwoorden. Ik ben daarvoor gewonnen.

Voor de andere vraag moet ik echter opmerken dat de DIV onder de bevoegdheid van de heer Crucke, minister van Mobiliteit, valt. De verkeersbelasting wordt geïnd door de gewesten. Ik kan dus jammer genoeg geen antwoord op uw vraag geven. U zult de vraag aan de heer Crucke moeten stellen. Hij kan daarop antwoorden.

Ik ben het er echter wel mee eens dat we stilaan naar een uitdoofscenario moeten gaan.

Wouter Vermeersch:

Dat klinkt positief. U bent mee verantwoordelijk voor het koninklijk besluit waar het uw bevoegdheid betreft. Ik hoor hier duidelijk, net zoals van de Vlaamse minister, een pleidooi om een en ander effectief te laten uitdoven. Dat is iets waarvoor wij gewonnen zijn. Dat was ook de insteek van mijn vraag. Het is voor ons ongehoord dat wij de voertuigen van Oekraïners, die vaak een heel zware uitstoot hebben, subsidiëren, terwijl de gewone Vlaamse burger wel de volle pot moet betalen. Het gaat daarbij over billijkheid en over rechtvaardigheid. Mijnheer de minister, wij zullen ook voor dat punt een vervolgvraag opstellen, zodat we het dossier bij u kunnen opvolgen teneinde te kunnen nagaan welke stappen u onderneemt om het koninklijk besluit effectief te laten uitdoven, zodat iedereen op dezelfde manier wordt getaxeerd.

Het Europese overleg over Oekraïne en de Europese defensie
Het Europese overleg over Oekraïne
Europese veiligheidsstrategie

Gesteld aan

Bart De Wever (Eerste minister)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om Europa’s afhankelijkheid van de VS en de dreiging van Trump’s pro-Russische houding, waarbij kritiek is op plannen voor extra Amerikaanse wapeninkopen (F-35’s) en de passiviteit tegenover Trump’s verdeel-en-heersstrategie (o.a. Oekraïne, Groenland). De Wever benadrukt meer Europese defensie-investeringen en eensgezindheid (steun aan Oekraïne, "vrede door kracht"), maar ontwijkt concrete antwoorden over wapenbestellingen. Mertens en Van Hoof waarschuwen voor blind vertrouwen in de VS en pleiten voor strategische autonomie, zonder de trans-Atlantische band volledig te verbreken. Kernpunt: Europa moet zelf veiligheid garanderen, maar blijft verdeeld over hoe om te gaan met Amerikaanse en Russische belangen.

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, in De Tijd zegt minister van Defensie Francken dat we ons beter wat zouden inspireren op het Amerikaanse model, dat de sociale zekerheid iets voor wussies is en dat we beter nog wat meer Amerikaans materiaal zouden bestellen.

Ik heb het gevoel dat er in Europa een soort Stockholmsyndroom heerst, want sinds de eerste dag dat Donald Trump opnieuw president is geworden, heeft hij alleen maar gehandeld alsof de Europese lidstaten niet van tel zijn. Dat was al duidelijk in de Groenlandkwestie, een land vol mineralen dat al 800 jaar bij Denemarken hoort en waarvan Theo Francken trouwens zegt dat de Verenigde Staten het best mogen hebben. Er kwam daarop zo goed als geen reactie.

Dat was ook duidelijk met de inmenging van Elon Musk in de politieke aangelegenheden in Europa, met name in Duitsland. J.D. Vance heeft dat nadien nog eens overgedaan. Er kwam daarop enkel een erg flauwe reactie. Dat is vandaag opnieuw het geval met de deal tussen Trump en Poetin over Oekraïne, waarbij Trump wil dat Europa de oorlogskosten draagt en hij met de kostbare grondstoffen kan gaan lopen. Get real , Trump is niet de vriend van de Europese Unie en zal dat ook niet worden. Het is niet door meer materiaal te bestellen bij Lockheed Martin dat Trump van mening zal veranderen.

Mijn vraag aan u en aan deze regering is of deze regering nog steeds van plan is om, zoals Theo Francken beweert, extra F-35's in de Verenigde Staten te bestellen, F-35's die trouwens niet kunnen opstijgen zonder de toestemming van het Pentagon. Is ons land nog steeds van plan om meer militaire bestellingen bij de VS te plaatsen in de hoop dat Trump daardoor kalmeert?

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, de mensen liggen wakker van de dagelijkse onheilsberichten die de wereld op zijn kop zetten. Donald Trump heeft duidelijk geen gebrek aan fantasie: Zelensky is een dictator en Oekraïne is verantwoordelijk voor de oorlog. Er is duidelijk een open lijn tussen Moskou en Washington. Trump lijkt wel een Russische onderhandelaar, bijna een communist, mijnheer Mertens.

Moskou kan zich geen beter openingsbod indenken. Het vredesplan van Trump is duidelijk een capitulatie, terwijl we net nood hebben aan veiligheidsgaranties, zowel voor Oekraïne als voor Europa. Als kers op de taart lijkt het erop dat Oekraïne verdeeld wordt in Russische en Amerikaanse wingewesten, terwijl Oekraïne en de Europese Unie lijdzaam moeten toekijken. We vragen ons dus af of de Verenigde Staten nog een bondgenoot zijn.

We hebben vandaag nood aan een Europese sense of urgency en aan eensgezindheid. Daarnaast zijn er meer investeringen in veiligheid en meer investeringen in defensie nodig. Ik ben het dus niet eens met de communistische partij hier. We moeten de duidelijke boodschap brengen dat er geen Oekraïense vrede komt zonder Oekraïne en dat er geen Europese veiligheidsregeling komt zonder Europa.

Mijnheer de premier, wat werd er besproken tijdens de al dan niet virtuele digitale top in Parijs? Welke boodschap zal Macron brengen in Washington? Als er geen eensgezindheid is tussen de 27 lidstaten, is er dan bereidheid tot samenwerking tussen gelijkgezinde staten?

Bart De Wever:

Bedankt, collega Van Hoof, om alle vragen te stellen waarover wij gezworen hadden te zullen zwijgen. Ik zal mijn best doen.

Mijnheer Mertens, het viel mij op dat er een langgerekte aanval op Trump was – daar is misschien een reden voor, het is nog altijd een NAVO-bondsgenoot – maar geen kwaad woord over Vladimir Poetin. Dat viel me wel op in uw tussenkomst.

De eerste twee weken van mijn premierschap, dat nog twintig jaar zou moeten duren, waren alleszins redelijk vermoeiend. Er was de defensietop, er waren heel wat bilaterale contacten met regeringsleiders, er was een gesprek met de voorzitter van de Europese Raad, er was een onderhoud met de Oekraïense premier en gisteren was er de informele top van Macron in Parijs. Het waren drukke weken, met als voornaamste onderwerp uiteraard het onderwerp van uw vraag.

In het laatste overleg in Parijs was de pertinente vraag die iedereen bezighield hoe een duurzame vrede er nu uit zou zien. Hoe kan die eruit zien? Wat is daarvoor nodig? Het is natuurlijk een zaak om die oorlog te doen stoppen, het is een andere om te verzekeren dat Rusland geen nieuwe aanvallen op Oekraïne of op het Westen zou kunnen lanceren. Ik herinner u aan de Minskakkoorden van 2014-2015, zeven jaar later door Rusland versnipperd met een brutale invasie.

Het is dus alleszins zeker dat ons land meer defensie-inspanningen zal moeten leveren, om bij te dragen tot de veiligheid van ons continent. Inderdaad, ons defensiebudget zal stijgen en wij zullen op een verstandige manier met die centen omgaan, mijnheer Mertens.

Ik denk dat in Europa heel wat beslissingen, die anders misschien heel veel tijd vragen, met betrekking tot de integratie van de markten, tot minder wapensystemen, tot intelligente keuzes over de eigen productie en intelligente keuzes over de aankoop weleens op korte termijn zouden kunnen worden genomen, maar het moet gebeuren.

Ik moet discreet blijven over het overleg in Parijs, maar ik zal u de principes meegeven, waarvan iedereen wel weet heeft en die voor alle deelnemende naties enorm belangrijk zijn.

Ten eerste moeten we de steun aan Oekraïne volhouden. Daarover waren we het allemaal eens. Ten tweede zal een deal zonder Oekraïne en zonder Europa nooit een aanvaardbare optie zijn en nooit tot een gewenst resultaat leiden. Men kan de Europeanen niet vragen een vredesbestand te verdedigen aan hun buitengrens waarover zij geen zeggenschap hebben gehad. Ik moest terugdenken aan de 18 e eeuw, namelijk aan 1713 en de vrede van Utrecht met Melchior de Polignac: "Nous traiterons de vous, chez vous, sans vous". Die vernedering weerklinkt nog altijd in de geschiedenis en die mag zich niet herhalen. Ten derde en ten slotte was iedereen het erover eens dat de Europese landen en bijkomende partners zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en IJsland op korte termijn beslissingen moeten nemen om die posities kracht bij te zetten: peace through strength .

President Macron heeft aangegeven de nodige contacten hiervoor te leggen. Hij heeft een leiderschapsrol opgenomen en zou coördineren met de EU en de NAVO. We zullen de lijnen met die partners heel kort houden.

Het is alleszins zeker dat agressie richting Europa niet mag worden getolereerd en dat Rusland de agressor en Oekraïne het slachtoffer is. Het vrije democratische westen heeft maar een keuze, als het trouw wil blijven aan zijn waarden: Oekraïne steunen op weg naar een door hen aanvaardde en duurzame vrede. Dat zal ook de boodschap zijn die ik morgen uitspreek, wanneer ik president Zelensky zal spreken. Ik hoop dat ik die boodschap kan geven met de ondubbelzinnige steun van ieder lid in dit halfrond. Slava Ukraini! (Applaus)

Peter Mertens:

Mijnheer de eerste minister, het valt mij op dat u in het regeerakkoord heel veel spreekt over Poetin en wellicht is dat terecht. Over de Verenigde Staten staat er één belangrijke zin in dat regeerakkoord, namelijk dat het onze belangrijkste en beste bondgenoot voor wereldwijde stabiliteit is. Wel, ik mag hopen dat u noteert wat de president vindt over bijvoorbeeld Panama, dat u noteert wat hij vindt over bijvoorbeeld Groenland, een deel van de Europese Unie nota bene, dat u noteert wat de president denkt over Gaza, dat hij wil opkopen, en dat u beseft wat hij nu aan het doen is met Poetin, namelijk het onderling verdelen van Oekraïne en het roven van de grondstoffen. Dat is hetgeen gebeurt.

Ik had een beetje zelfreflectie van de Europese leiders verwacht. Ook in ons land had ik een klein beetje zelfreflectie verwacht. Is het wel strategisch voor Europa om ons wagonnetje aan dat van de Verenigde Staten te blijven hangen? Is het wel strategisch om daar nieuw materiaal te bestellen? Daarop hebt u trouwens niet geantwoord en dat is heel duidelijk.

Els Van Hoof:

Mijnheer de premier, om toch al een tipje van de sluier te lichten, ik nam in mijn vraag dezelfde positie in al u. Wat we nodig hebben en dit is wat mensen willen, is duurzame vrede. Mijnheer Mertens, mensen willen veilig zijn. Dat betekent ook investeren in Europese defensie. Wij moeten onze eigen belangen kunnen behartigen. Moeten we daarom de trans-Atlantische bruggen opblazen? Nee, maar we moeten wel onze eigen boontjes kunnen doppen, want het is heel duidelijk dat Europa solidair moet blijven met Oekraïne. Europa kan namelijk niet veilig zijn zonder een veilig en soeverein Oekraïne. Het is onze morele plicht om die waarden te verdedigen, zoals we altijd hebben gedaan, en we mogen Oekraïne dus niet in de steek laten.

De betrekkingen tussen België en Rwanda
De situatie in Congo
Betrekkingen België en Centraal-Afrika

Gesteld aan

Maxime Prévot (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking)

op 20 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België verwerpt de Rwandese beschuldigingen van ingérence en benadrukt zijn neutrale, principiële stand: respect voor internationaal recht, territoriale integriteit van Congo en mensenrechten, met stevige sancties tegen Rwanda (opschorting defensiesamenwerking, mijnbouwakkoorden en financiering) op de EU-agenda van 24 februari. Kernpunt: Rwanda’s steun aan M23-rebellen—verantwoordelijk voor humanitaire crisis (6,5 mln vluchtelingen, plunderingen, folter)—moet stoppen, terwijl ook Congo wordt aangespoord tot governance-hervormingen en dialoog voor een politieke (niet-militaire) oplossing. België, met historische banden, speelt een sleutelrol in internationale druk, maar N-VA eist onmiddellijke opschorting van alle ontwikkelingsgelden aan Rwanda zolang het geweld en plunderingen aanhouden.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, ce 18 février, dans un communiqué baignant dans l'hypocrisie, le gouvernement rwandais a annoncé qu'il suspendait le programme d'aide bilatérale avec la Belgique. Le Rwanda nous accuse donc de politiser le développement, de prendre des mesures punitives unilatérales, de pratiquer une ingérence externe injustifiée et de mettre à mal le processus de médiation dirigé par les Africains. Il va même jusqu'à nous accuser d'orchestrer une campagne agressive, en coopération avec la République démocratique du Congo, pour saboter l'accès du Rwanda au financement du développement. Je ferai remarquer que le Rwanda est le premier exportateur de minerais de haute valeur. Je n'ai rien dit, mais cela signifie qu'il y a de l'argent.

Visiblement, les dirigeants rwandais sont devenus maîtres dans l'art de projeter chez les autres leurs propres pratiques inacceptables, alors qu'ils se rendent eux-mêmes coupables de mesures punitives et d'ingérence extérieure vis-à-vis de leur voisin, à savoir la République démocratique du Congo, sapant ainsi les processus de médiation régionaux.

Monsieur le ministre, que répondez-vous aux accusations fallacieuses proférées par cet É tat qui ne respecte rien? Quelle position avez-vous adoptée après la suspension du programme de coopération bilatérale? Quelles mesures allez-vous demander au Conseil des ministres de l'Union européenne du 24 février? Quelle position allez-vous défendre? Quel est le plaidoyer de la Belgique vis-à-vis des autorités congolaises pour qu'elles participent aussi à une solution pacifique?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, collega's, de situatie in Congo blijft maar escaleren. De M23-rebellen, die gesteund worden door de Rwandese regering, hebben de steden Goma en Bukavu volledig in hun greep en rukken ook verder op naar de rest van het land. Het is dus echt wel een verontrustende situatie.

Er zijn op dit moment ook heel wat vluchtelingen: 6,5 miljoen mensen zijn op de vlucht. Dat destabiliseert de hele regio van de Grote Meren. We horen ook van hulporganisaties dat de gezondheidstoestand heel ernstig is. Kinderen worden eveneens volledig aan hun lot overgelaten; 800.000 kinderen hebben geen toegang tot school, zelfs niet tot voedsel of tot zorg. Ondertussen blijft de Rwandese regering met de steun van die rebellen heel vrolijk verder doen. Ze plundert de rijkdommen van haar buurman, foltert de bevolking en respecteert de territoriale soevereiniteit van Congo absoluut niet.

Een paar weken geleden stond ik hier ook. Toen vroeg ik naar een aantal sancties. Ik vroeg onder andere om de middelen voor ontwikkelingssamenwerking aan Rwanda op te schorten. Nu lijkt het, mijnheer de minister, dat president Kagame die vergadering heeft gevolgd, want hij vraagt net hetzelfde. Dus we hebben een akkoord. Er voltrekt zich echter een humanitaire ramp, dat weten we en dat verklaren we.

Mijnheer de minister, zult u die middelen opschorten? Hoe zult u ze gebruiken? Hoe zult u er concreet mee omgaan?

Maxime Prévot:

Monsieur Kompany, mevrouw Depoorter, hartelijk bedankt voor uw vragen. De situatie ter plaatse is uiterst zorgwekend en onstabiel na de val van Goma, Bukavu en andere steden. Ondanks diplomatieke inspanningen op regionaal en internationaal niveau, wordt er nog steeds gevochten in Noord- en Zuid-Kivu. De M23-rebellen en het Rwandese leger zetten hun offensieven met weinig weerstand voort. Ook de gevolgen voor de regionale stabiliteit staan op het spel. Het geweld tegen burgers en de humanitaire gevolgen daarvan zijn onaanvaardbaar.

S'agissant des réactions rwandaises, je pense qu'il faut regarder les choses de manière factuelle pour ne pas entrer dans des polémiques stériles. Avec quelles lunettes faut-il lire et comprendre la position de la Belgique? La question n'est pas de savoir si nous sommes pour les uns ou contre les autres; nous sommes simplement, constamment et fermement pour la défense du respect du droit international, pour le respect de l'intégrité territoriale, pour le respect des droits humains. C'est notre seul agenda et c'est précisément cela qui explique notre positionnement clair dans les enceintes internationales, sur la région des Grands Lacs, comme aussi d'ailleurs dans le conflit ukrainien ou encore au Moyen-Orient. Et nous ne rougissons pas des positions fortes que nous prenons.

Il serait par ailleurs naïf de croire que nous sommes isolés et que nous soyons le seul pays qui souhaite prendre des mesures. Je note, par exemple, que le groupe international de contact dont nous faisons partie avec les é tats-Unis, la Grande-Bretagne, la Suisse, l'Allemagne, la France, les Pays-Bas et d'autres encore, a pris une position très ferme vis-à-vis du Rwanda, hier, dans son communiqué. Hier, toujours, des voix se sont encore élevées, y compris de pays africains, au Conseil des Nations Unies pour dénoncer la situation et appeler à une réaction de la communauté internationale. Tout ce dossier sera traité, à ma demande, au Conseil Affaires étrangères de lundi prochain, où nous cherchons à avoir une approche collective. J'y défendrai à nouveau l'importance de prendre des sanctions individuelles, de suspendre le dialogue sécurité-défense avec le Rwanda, de suspendre le mémorandum d'entente sur les matières premières critiques ou encore de suspendre le financement de l'armée rwandaise au Mozambique.

Rwanda verwijt ons dat wij de samenwerking tussen de democratische strijdkrachten voor de bevrijding van Rwanda en het Congolese leger niet veroordelen. Niets is absurder, gezien het aantal communiqués dat België over het onderwerp heeft uitgegeven om de situatie aan de kaak te stellen. We hebben ook een groot aantal diplomatieke stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat alle samenwerking onmiddellijk wordt stopgezet. Ook voor ons is haatzaaien tegen een specifieke gemeenschap totaal onaanvaardbaar.

Nous ne manquerons pas non plus de demander à la République démocratique du Congo des réformes en matière de gouvernance et de justice et de souligner l'importance de travailler sur les causes profondes du conflit. En outre, nous sommes très clairs vis-à-vis des autorités congolaises sur le besoin de saisir les opportunités de dialogue au niveau régional et national. Leur responsabilité pour arriver à la paix est également importante. Et je le dis et le répète, il n'y aura pas de solution militaire à ce conflit.

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, je crois que, si aujourd'hui les Congolais avaient branché leurs appareils pour écouter et voir peut-être ce qui se passe ici, ils auraient compris que la Belgique peut permettre à tout le monde de faire un pas en avant. Pourquoi la Belgique? Parce que la Belgique est ce pays qui est le mieux placé pour parler avec le Congo depuis longtemps. Tous les autres se sont ajoutés après la Première Guerre mondiale.

Monsieur le ministre, vous semblez connaître l'adage qui dit et qui est chanté en Afrique: "Quand le mensonge prend l'ascenseur, la vérité prend l'escalier. Elle met du temps mais finit toujours par arriver." Nous sommes à l'heure où la vérité est en train d'arriver dans cette histoire de l'Est du Congo.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, dat er diplomatieke oplossingen moeten worden geboden, defensiehulp moet worden stopgezet, dat de mensenrechten moeten worden gerespecteerd en dat er humanitaire hulp moet worden geboden, daarover zijn wij het absoluut eens. Laat het echter helder zijn dat voor de N-VA middelen voor ontwikkelingssamenwerking dienen om samen te werken aan een betere toekomst en aan een betere wereld en niet dienen ter sponsoring van wat er vandaag in Rwanda gebeurt, met name plundering, chaos en foltering.

De Amerikaanse steun voor Oekraïne
Het vredesplan van Trump en Poetin voor Oekraïne
Oekraïne en de Europese strategische autonomie
De uitspraken van de minister in De Tijd aangaande een Belgische vredesmissie in Oekraïne
De verklaringen van de Amerikaanse regering
De positie van België bij mogelijke vredesonderhandelingen voor Oekraïne
De uitspraken van J.D. Vance en Keir Starmer
Het sturen van Belgische grondtroepen naar Oekraïne
Internationale diplomatie en militaire betrokkenheid in de Oekraïne-oorlog

Gesteld aan

Theo Francken (Minister van Defensie)

op 19 februari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Europa staan onder druk door de verschuivende Amerikaanse houding in het Oekraïne-conflict, waar de VS (onder Trump) Oekraïne’s NAVO-lidmaatschap uitsluiten, territoriale concessies eisen en vredesonderhandelingen *zonder* EU/Oekraïne voeren—wat als een "nieuwe Yalta" of "Munich" wordt gezien. Minister Francken (Defensie) bevestigt ongewijzigde Belgische steun aan Oekraïne, benadrukt dat vrede *alleen* met Oekraïne’s instemming mogelijk is, maar waarschuwt dat een eventuele vredesmacht (waaraan België zou kunnen deelnemen) afhankelijk is van een concreet akkoord, internationaal mandaat (VN) en consensus in de regering—wat nu ontbreekt. Kernpunten: Europa moet dringend strategische autonomie ontwikkelen binnen de NAVO, maar België’s defensiecapaciteit (munitie, manschappen) is ontoereikend voor langdurige inzet, terwijl Rusland elke westerse troepeninzet als escalatie ziet. De VS trekken zich de facto terug, wat Poetin’s positie versterkt—terwijl EU-lidstaten (o.a. Frankrijk) zonder België overleggen, wat de Europese eenheidscrisis blootlegt. *Critici* (o.a. PVDA) eisen snelle vredesonderhandelingen *met* Rusland; *atlanticisten* (o.a. Open Vld) willen de VS-band behouden maar erkennen dat Europa zichzelf moet verdedigen. Francken: "Geen 'boots on the ground' als gevechtstroepen, wel steun aan Oekraïne—maar prioriteit is eigen defensieherstel."

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik heb deze vraag ingediend op 12 februari, een week geleden. Intussen is ze compleet gedateerd. Er beweegt immers heel veel op het Europese en op het wereldtoneel, en niet altijd in een positieve richting. De aanleiding voor mijn vraag waren een aantal uitspraken van de nieuwe defensieminister van de Verenigde Staten, Hegseth, die België en bij uitbreiding Europa met de neus op de feiten drukte dat we in de toekomst zelf onze boontjes zullen moeten doppen.

Ondertussen zijn er in Saoedi-Arabië onderhandelingen opgestart tussen de Verenigde Staten en Rusland, zonder Oekraïne, zonder de Europese Unie. Volgens president Trump moeten Oekraïne en de Europese Unie een toontje lager zingen. Macron organiseerde op zijn beurt een Europees veiligheidsoverleg. Zonder ons. Vandaag is er een veiligheidsoverleg aan toegevoegd waar onze eerste minister wel aan zal deelnemen, zij het digitaal.

Er zijn eigenlijk niet zoveel positieve vooruitzichten, maar ik wil hier niet van Trump de baarlijke duivel maken. Hij heeft een aantal punten, zeker als hij zegt dat Europa en België stilaan hun NAVO-verplichtingen moeten nakomen. Daarin heeft hij 100 % gelijk.

Waar ik me wel veel zorgen over maak, is de houding van de Verenigde Staten ten aanzien van Oekraïne. Hegseth heeft toch heel duidelijk gezegd dat Oekraïne er stevig over moet nadenken de door Rusland bezette gebieden op te geven en dat het zijn toetreding tot de NAVO vooral moet vergeten. Wij moeten die toetreding volgens hem uit ons hoofd zetten. Op dat vlak is het standpunt van de Verenigde Staten wel heel duidelijk.

Het ging ook over de vredestroepen. Als er vredestroepen naar Oekraïne gestuurd worden, zal dat zonder de Verenigde Staten zijn. Het zijn toch allemaal zeer sterke uitspraken, waardoor meer en meer duidelijk wordt dat België en Europa hun plan zullen moeten leren trekken. Ik vind het echter wel belangrijk dat we de banden met de Verenigde Staten niet volledig verbranden, vandaar een aantal vragen.

Mijnheer de minister van Defensie, wat is uw standpunt met betrekking tot die uitspraken? Vindt u ook dat Oekraïne de bezette gebieden zou moeten opgeven? Wat denkt u over een NAVO-bondgenootschap met Oekraïne? Wat is het standpunt van de regering ten aanzien van de steun aan Oekraïne? Wat is nu de te volgen strategie van Europa als bondgenoot van Oekraïne?

Gelet op de recente ontwikkelingen, ziet u op korte termijn vredesgesprekken aanvatten tussen Oekraïne en Rusland? Het gaat dan om echte vredesgesprekken, niet het aftasten dat nu gebeurt tussen de Verenigde Staten en Rusland. Welke rol is daarin voor de Europese Unie weggelegd?

François De Smet:

Monsieur le ministre, on apprenait le 13 février dernier, le coup de téléphone entre MM. Trump et Poutine au sujet de l’Ukraine et, à en croire les déclarations du président américain et de son secrétaire à la Défense, les États-Unis considèrent déjà que l’Ukraine devra faire des concessions territoriales et ne pourra jamais faire partie de l’OTAN. Tout indique, malheureusement, qu’un règlement de paix se dessine dans le dos des principaux intéressés: les Ukrainiens et les Européens. Cela se confirme depuis lors par les échanges intervenus à Riyad entre Russes et Américains.

Tout indique qu’après des années de lutte soutenue par les occidentaux, l’Ukraine va être abandonnée et forcée à une paix qui n’en sera pas vraiment une. Si l’Ukraine se retrouve à devoir accepter le dépeçage de son pays, s’il elle doit accepter que la loi du plus fort l’emporte sur le respect des frontières et le droit international, c’est l’ensemble de nos valeurs qui sera bafoué. Notre pays, je l’ai souvent dit sous la précédente législature, fait partie des États européens qui auraient pu aider davantage et mieux l’Ukraine. Nous avons fourni de l’aide, oui, mais en retenant toujours quelque peu notre bras lorsqu’on regarde ce qui a été investi par des pays comparables comme les Pays-Bas. C’est pour cette raison que nous sommes aujourd’hui considérés comme étant en seconde division et que notre premier ministre n’est invité à l’Élysée qu’aujourd’hui, à la réunion de rattrapage, un peu comme aux demi-finales de l’Eurovision.

Quelle sera donc l’attitude de la Belgique face à ce tournant important? Quelle sera notre position face à ce qui sera au mieux un nouveau Yalta et au pire un nouveau Munich dont les européens apparaissent à ce jour comme les grands absents, les grands exclus? Quelle position la Belgique va-t-elle défendre au milieu du concert des nations européennes sur l’Ukraine et les perspectives de cette soi-disant paix? Continuerons-nous quoi qu’il en coûte à aider financièrement et militairement ce pays qui a tant vocation à rejoindre l’Union et l’Alliance atlantique? Je vous remercie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, en marge d’un sommet européen consacré à la Défense, auquel vous avez participé, mais également interrogé par la presse, le premier ministre, lui, s’est défini comme un atlantiste désireux de préserver la relation avec Washington et de poursuivre en indiquant, je cite: "C’est une erreur de penser que l’Union européenne peut ou devrait se défendre toute seule." Alors, force est de constater que le gouvernement de Donald Trump ne partage pas du tout cette analyse. Durant un sommet de l’OTAN, auquel vous avez participé, le secrétaire américain à la Défense a jugé que l’adhésion de l’Ukraine à l’OTAN n’était pas réaliste, pas plus qu’un retour aux frontières d’avant 2014. Il a indiqué que si les forces de paix devaient être déployées – vous avez d’ailleurs fait des déclarations en ce sens sur la participation éventuelle de l’armée belge dans les forces de paix destinées à être déployées –, celles-ci ne le seraient pas dans le cadre de l’OTAN. C'est très clair. Elles ne pourraient pas invoquer l'article 5 du Traité de l'Alliance en cas d'attaque. L'armée américaine n'y participera pas.

Pour mon groupe, le retour de Donald Trump à la Maison-Blanche devrait être l'occasion, pour l'Union européenne et notre pays, d'un électrochoc pour une véritable autonomie stratégique européenne au sein de l'OTAN. Ce sont des difficultés, mais il y a d'immenses opportunités.

Monsieur le ministre, quelle est votre réaction suite aux propos du gouvernement de Donald Trump quant à l'Ukraine? Quelle position avez-vous défendue au nom de la Belgique durant le sommet de l'OTAN, notamment au sujet de l'Ukraine, des négociations en cours qui excluent les autorités ukrainiennes, et du besoin d'une véritable autonomie stratégique de l'Union européenne? Quelles initiatives allez-vous prendre en ce sens au sein de l'Union européenne pour tenter de renforcer le pilier européen au sein de l'OTAN? Je vous remercie pour vos réponses.

Annick Ponthier:

Mijnheer de minister, u hebt recentelijk verkondigd dat België aan een vredesmissie in Oekraïne zou kunnen deelnemen. U sprak over vredesonderhandelingen en een vredesbestand dat mee kon worden gehandhaafd met onze militairen. In het bewuste artikel leek u de realpolitik van Trump te smaken, ook al lijkt hij dus snel een einde te willen maken aan de oorlog en de deur open te zetten voor gebiedsafstand in de Donbas en het zuiden van Oekraïne. Dat roept toch enkele vragen op.

U beklaagde zich in april 2024 nog over de lamentabele staat van de munitiestocks en van ons defensieapparaat in het algemeen. Dat zou op dit moment eerder een last dan een bijdrage zijn. Ik citeer: “In elk geval klopt het dat wij op dit moment geen munitie hebben om een langdurige oorlogsinspanning van welke aard dan ook vol te houden. Een vredesmissie aan de – toekomstig – voormalige Oekraïense frontlijnen na een vredesdeal draagt altijd het potentieel van opflakkering in zich. We moeten dus erg goed voorbereid zijn op dit scenario als we die stap willen zetten en onze militairen effectief aan zo'n missie zouden willen laten deelnemen.”

Wat is uw visie op de lopende vredesonderhandelingen? Wat is uw visie op het door Trump beoogde vredesakkoord met Poetin? Hoe rijmt u dat met uw eerder geuite standpunt dat we tot de laatste man moeten vechten? Hoe zou zo'n vredesmissie er concreet uitzien? Hoeveel manschappen zouden we moeten sturen om enig gewicht in de schaal te kunnen leggen en uit welke eenheden zouden zij komen? Hoeveel munitie zouden zij moeten meenemen?

Is Defensie wat u betreft voorbereid op een mogelijk zeer langdurige vredesmissie in Oekraïne? Ik vrees namelijk dat het geen kwestie van enkele maanden zal zijn. Wat zal de impact op onze capaciteit zijn? Wat zal de kostprijs zijn?

Is Defensie voorbereid op effectieve vredeshandhaving indien Rusland een eventueel vredesbestand zou schenden? Oud-generaal Thys stelde immers dat we dit nog nooit in die vorm hebben gedaan. U zegt zelf dat Poetin zich niet aan een akkoord zal houden, wat effectief in de lijn der verwachtingen ligt. Kan onze Defensie dat scenario dan wel aan op dit moment? Dat lijkt me een cruciale vraag.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, we krijgen nu op korte termijn een realitycheck. Dat ons land niet mee aan tafel zat bij de Europese besprekingen hebt u in de pers al gekaderd. U zult het echter wel met ons eens zijn dat Oekraïne een plaats aan de onderhandelingstafel moet krijgen. We vernemen dat de Oekraïense strijdkrachten zich bij eender welke boven hun hoofd besliste deal niet zullen neerleggen.

Graag hoor ik van u of u bij uw Amerikaanse collega de grote strategie hebt meegekregen, dan wel of hun diplomatie eerder heel situationeel is.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, een maand geleden was ik op bezoek op de Amerikaanse ambassade. De rode draad doorheen het gesprek met de daar aanwezige diplomaten was: fasten your seatbelts, it's gonna be a hell of a ride . Die woorden zijn nog maar drie weken oud en we hebben al gezien wat die in de praktijk betekenen.

We hebben de afgelopen weken heel wat uitspraken gehoord in het kader van internationale bijeenkomsten in de Munich Conference, maar ook op de NAVO-top van Defensieministers. Daarbij is het heel duidelijk dat het met deze Amerikaanse administratie wel degelijk een hell of a ride zal worden.

Europa is volgens mij terecht bezorgd dat het op dit moment enigszins buitenspel gezet wordt bij de mogelijke vredesonderhandelingen voor Oekraïne. Ik hoop dat Europa zich daar krachtdadig zal tonen, maar vooral ook dat Europa de rug recht en schouder aan schouder blijft staan en niet collectief in tranen uitbarst bij uitspraken van Amerikaanse officials, maar dat we vooral rekenen op onszelf en dat we onszelf voldoende sterk tonen op het internationaal toneel.

Mijnheer de minister, u hebt zelf verklaard dat het mogelijk moet zijn dat ook Belgen deelnemen aan een eventuele vredesoperatie in Oekraïne. Vooruit kan dat absoluut ondersteunen, want ook dat is een vorm van internationale solidariteit. Dat zal echter moeten gebeuren onder een aantal belangrijke voorwaarden. De basisvoorwaarde is natuurlijk dat er vrede bereikt wordt. Zonder vrede kan men geen peacekeepingoperatie opstarten. Dat zal dus een belangrijke voorwaarde zijn. Het zal ook onder een internationale paraplu moeten gebeuren, met duidelijke inzetregels en een duidelijk mandaat. Kunt u die mogelijke Belgische deelname aan de toekomstige peacekeepingoperatie al wat verder duiden?

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je ne vous souhaite pas la bienvenue car vous étiez là bien avant moi, mais je vous félicite pour l'engagement déjà pris, et certainement pour tout le travail que vous pourrez réaliser au sein de votre ministère.

Les États-Unis ont décidé dernièrement et unilatéralement de mettre les Européens devant leurs responsabilités en affirmant que la sécurité du continent devait être assurée par leurs soins. Cela n'est pas resté sans suite ni sans effet puisque, immédiatement, le président Macron a convoqué à Paris une réunion entre certains pays de l'Union européenne, et ensuite une réunion supplémentaire, qui a lieu ce jour.

Suite aux déclarations du premier ministre britannique ce dimanche, disant que la Grande-Bretagne était prête à envoyer des troupes en Ukraine, et en raison de la possibilité d'arrêt du soutien des États-Unis prochainement dans la gestion du conflit russo-ukrainien, j'aimerais vous poser quelques questions.

L'Europe travaille-t-elle à un envoi coordonné de troupes sur le sol ukrainien? Le gouvernement belge y est-il favorable? À quelles fins nos troupes seraient-elles utilisées le cas échéant? Serait-ce en soutien au cessez-le-feu sur le front?

Pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas été invitée à la première réunion d'urgence à Paris? On a un peu l'impression qu'hier avait lieu la Champions League et qu'aujourd'hui a lieu la Conference League. Pourquoi sommes-nous seulement invités aujourd'hui? Si vous aviez une réponse à nous apporter, cela serait évidemment fort éclairant pour nous tous.

Robin Tonniau:

Mijnheer de minister, de vredesonderhandelingen zijn opgestart. Dat is op zich een positief feit. Dat toont aan dat onderhandelingen mogelijk zijn. We hadden daar veel eerder aan moeten beginnen, want de afgelopen drie jaar zijn er honderdduizenden slachtoffers voor niets gevallen.

Trump is vooral in zijn eigen belangen geïnteresseerd. De 500 miljard euro aan grondstoffen die hij zou opeisen in Oekraïne is vooral bedoeld om zijn geopolitieke doelen en zijn financiële achterban te dienen. Hij beslist boven de hoofden van de Europeanen, van de Oekraïners, van iedereen. Dat toont ook aan dat alle oorlogen het eigen financiële belang dienen en niet de mensenrechten, niet het redden van de democratie en niet de vrijheid.

Europa moet stoppen met het slaafs volgen van de VS en de NAVO. Europa moet de vrede in Oekraïne verdedigen op basis van een gemeenschappelijke veiligheidsarchitectuur en de weg van internationale samenwerking, ook met de landen van het Zuiden, bewandelen en niet de weg van de militarisering volgen. Europa moet het vredesproces in Oekraïne verdedigen, samen met de Oekraïners, samen met de Russen en ook met de andere mondiale machten. Dat is de enige manier om de oorlog te stoppen.

De vragen die ik had ingediend, gingen over uw 'boots on the ground'-uitspraken. Werd het sturen van Belgische militairen op de ministerraad besproken? Is iedereen in de arizonaregering het daarmee eens? Denkt u dat de aanwezigheid van Belgische grondtroepen en de permanente aanwezigheid van militairen in Oekraïne een positieve factor voor de veiligheid van de regio is? Om hoeveel troepen gaat het precies, als u wilt meedoen? Aan welke veiligheidsgarantie moet worden voldaan? Zijn de missies in Roemenië en Estland daaraan gelinkt? Ziet u de Belgische troepen opereren binnen de NAVO of uitsluitend in een Europese context?

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, ik wil eigenlijk minder genuanceerd zijn dan mijn collega's Weydts en Vander Elst. Is Europa een beetje buitenspel gezet? Neen, Europa is totaal buitenspel gezet. Moeten we de gedragingen van Trump een beetje veroordelen? Neen, we moeten die compleet veroordelen.

De Verenigde Staten willen zich enerzijds terugtrekken van het wereldtoneel en anderzijds gedragen ze zich als een bullebak in de wereldpolitiek, door vredesgesprekken aan te knopen met Rusland zonder Europa en zonder Oekraïne erbij. Dat is een rode lijn: vredesgesprekken moeten steeds samen met Oekraïne en samen met de Europese Unie gebeuren. Er kan immers niet worden gesproken over Oekraïne of over de Europese Unie zonder dat Oekraïne of de Europese Unie daarbij worden betrokken. Ik vind het zeer sterk wat daar gebeurt.

Daar komt nog bij dat de president van de Verenigde Staten tegen president Zelensky zei dat hij eigenlijk niet hoefde te klagen dat hij niet bij de gesprekken was, aangezien hij de oorlog allang zelf had kunnen stoppen en die zelf nooit had mogen beginnen. Hij legt de schuld van de oorlog dus ook nog eens bij Oekraïne. De waarheid heeft haar rechten. Wij moeten dat absoluut streng veroordelen. Wij kunnen dat niet dulden, ook niet vanuit de Europese Unie. Wij moeten daarop een fors antwoord geven.

Verschillende Europese leiders hebben aangegeven dat ze eventueel vredestroepen willen sturen. Mijnheer de minister, u hebt ook een dergelijke verklaring gedaan. U zei daarstraks dat u contact had met de ambassadeur in Moskou en benieuwd was naar diens reactie, vooral in het licht van de verklaring van de Russische minister van Buitenlandse Zaken gisteren dat Rusland welk initiatief ook waarbij een nationaal leger, een NAVO-leger of een Europees leger ook maar één voet aan grond in Oekraïne zet, zal beschouwen als een brug te ver. Ook Rusland hanteert natuurlijk de bullebaktactiek. Is daarop feedback gegeven door de ambassadeur? Hoe kijkt hij daarnaar en wat zijn de mogelijkheden daaromtrent?

Theo Francken:

Voor alle duidelijkheid, dat was onze ambassadeur in Moskou, niet de Russische ambassadeur, want die heb ik nog niet gezien. Ik wil wel, maar dan zou ik ook wel wat vragen krijgen.

Récemment, la position géopolitique américaine a été clairement annoncée dans de nombreux forums. La Belgique et ses partenaires se tiennent prêts à apporter une réponse appropriée afin de sauvegarder la cohésion au sein de l'Union européenne et de l'OTAN.

België moet daarbij rekening houden met de realiteit van zijn oostflank, namelijk de Russische dreiging die nog gedurende enkele decennia pertinent zal blijven. Tegelijk hangen veel Europese landen voor hun veiligheid sterk af van de Verenigde Staten. Veel partnerlanden zullen vermoedelijk een pragmatische koers varen ten opzichte van de vooropgestelde Amerikaanse oplossingen voor de crisis aan onze oostflank.

Sans tirer de conclusions prématurées sur un éventuel nouvel ordre mondial et sur la pérennité des organisations internationales, la Belgique continue d'adhérer à ses valeurs et défend également cette position au sein de la communauté internationale. En 2025, nous ne pouvons pas écarter l'hypothèse que les États-Unis durcissent leurs attentes vis-à-vis de l'Union européenne et au sein de l'OTAN.

In uitvoering van het regeerakkoord en van het Belgisch-Oekraïense veiligheidsakkoord van 28 mei 2024 heeft België zijn steun toegezegd aan Oekraïne op korte en op lange termijn. De snel veranderende actualiteit schept veel onzekerheid in de internationale relaties. De regering zal in het kader van die nieuwe realiteit nagaan welke maatregelen België kan en zal nemen.

Wat het mogelijke Oekraïense lidmaatschap van de NAVO betreft, staat België volledig achter het standpunt van het bondgenootschap dat in 2023 tijdens de NAVO-top in Vilnius werd vastgelegd. Oekraïne kan met name pas een uitnodiging ontvangen om zich bij het bondgenootschap aan te sluiten, wanneer de bondgenoten daartoe hebben besloten en wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Zoals u weet, moet er rond een lidmaatschap van de NAVO consensus bestaan binnen de NAVO, dus tussen alle 32 lidstaten, zoals dat trouwens ook geldt voor de Europese Unie. Natuurlijk zijn er ook voorwaarden aan het lidmaatschap verbonden. Het duurzame einde van het conflict is een van die voorwaarden.

La Défense belge accueille favorablement toute initiative visant à mettre fin de manière honorable à la guerre en Ukraine. Le principe fondamental est qu'aucune paix durable ne peut être réalisée sans l'assentiment de l'Ukraine, et qu'il n'y aura pas de paix durable sur le continent européen sans que l'Europe n'y participe.

Dat lijkt mij nogal logisch. Een vredesmacht kan enkel in het leven worden geroepen met de toestemming van alle betrokken partijen, eerst en vooral van Oekraïne zelf. Ook is een internationaal kader en een duidelijk mandaat noodzakelijk en liefst een goedkeuring van de Veiligheidsraad. De rol en bijdrage van elk land dient te worden afgesproken. Geen van de voorwaarden is op dit ogenblik ingevuld, waardoor niet alle elementen beschikbaar zijn om een adequaat antwoord te kunnen geven op de vraag voor een Belgische deelname aan een eventuele internationale interventiemacht in Oekraïne.

La Belgique déplore de ne pas avoir été invitée à la réunion d'urgence organisée à Paris le 17 février, tout comme d'autres partenaires européens. Cependant, le choix des participants relève de la prérogative de l' É tat hôte. En vue de concertations futures, la Belgique exprime sa volonté de participer à toute discussion constructive, comme celle qui aura lieu aujourd'hui.

Ik wil nog enkele punten aanhalen. Ten eerste, wat ik nu zeg, heb ik in elk interview gezegd, ook in dat weekendinterview. Het is een virtuele discussie, want er is geen vredesakkoord. Er is geen vraag om een internationale vredesmacht op de been te brengen, want er is nog geen vredesakkoord waarvan die dan eventueel een deel zou uitmaken.

Het is altijd beter om niet te antwoorden op virtuele vragen, maar als men mij dat zou vragen, dan zou ik antwoorden dat het mij niet onlogisch lijkt om, als die vraag wordt gesteld en als er consensus bestaat binnen de regering, binnen de Belgische Defensie te kijken welke capaciteit we beschikbaar kunnen stellen. Ik lees vandaag dat dit een uniek gegeven is, maar dat is niet waar. We hebben daar wel degelijk ervaring in en we hebben dat al vaak gedaan. Elk conflict is natuurlijk anders. Er zijn altijd andere vijanden, andere posities en andere strijdtonelen, maar basically is het wel iets dat we al hebben gedaan.

U vraagt of er nog wel munitie zal zijn. De aankoop van munitie is voor mij een absolute prioriteit, want die kwestie is nog altijd problematisch. Er zijn wachtlijsten en er kunnen daarover binnen het bondgenootschap onderlinge afspraken worden gemaakt, zoals we in het verleden al hebben gedaan. Er zijn landen die veel munitie in stock hebben en andere minder, dus er kunnen daarover afspraken worden gemaakt. Dat staat dit dus zeker niet in de weg. Het is niet dat we niemand kunnen sturen omdat we geen kogels hebben. Het is misschien leuk om dat de mensen zo voor te spiegelen, maar dat is absurd.

Ik heb gezien dat sommige partijen ervoor pleiten om de militairen niet naar Oekraïne, maar wel naar Anderlecht te sturen. Dat is dan toch in tegenspraak met de partijstandpunten over Operation Vigilant Guardian (OVG). Ik kan mij vergissen en partijen kunnen van standpunt veranderen. Men kan jaren pleiten tegen OVG en zeggen dat de militairen niet op straat moeten worden ingezet, dat dit niet hun kerntaak is, dat er geen kader is en dat OVG een ramp en een schande is en daarna zeggen dat Francken geen militairen moet inzetten in Oekraïne, maar wel in Anderlecht. Enige consequentie van mijn kant is belangrijk, maar zou ook bij de oppositie geen kwaad kunnen. Daarvoor zit ik al iets te lang in deze commissie. Ik heb dat allemaal wel al eens gehoord en kan dus het ene ook afzetten tegen het andere. Op dit moment is er dus geen concrete vraag.

Collega's, ik denk inderdaad dat we aan realpolitik moeten doen. De terugtrekking van Amerikaanse troepen zal niet volgende week plaatsvinden. Integendeel, er is momenteel zelfs Fort to Port, wat betekent dat Amerikaanse troepen toekomen om naar het oosten en de oostflank te gaan. Het is dus momenteel zelfs omgekeerd.

Is het echter op dit moment zeer onduidelijk? Is er veel stress, frustratie en onbegrip langs twee kanten? Dat is het minste wat men kan zeggen. Ik deel uw emotie dus natuurlijk en we zullen zien wat daaruit komt. Ik weet dat ook niet, want ik zit daar niet. We zullen dus afwachten.

Er is overleg, ook binnen de Europese Unie. We moeten blijven overleggen en duidelijk stellen dat we Oekraïne blijven steunen en dat dat heel belangrijk is. Dat is mijn absolute mening. We moeten echter niet zeggen dat we boots on the ground en nu onmiddellijk gevechtstroepen zullen sturen om mee te gaan vechten tegen de Russen. Sommigen hebben geïnsinueerd dat ik dat zou hebben gezegd. Dat getuigt echter van slechte wil. Ik heb dat nooit, maar dan ook nooit, gezegd. Ik zal dat ook niet zeggen, want ik ben niet gek. We hebben dat tot nu toe niet gedaan en zullen dat ook niet doen.

Wat we wel moeten doen, is Oekraïne blijven steunen. Ik heb de heer Oemjerov, de minister van Defensie, vorige week ontvangen. Dat was een van mijn eerste ontmoetingen. Een uur ervoor had ik enkel de minister van Luxemburg gesproken. De premier en ik zullen ook zo snel mogelijk naar daar gaan. Er was dus ook overleg met Oekraïne en we moeten die lijn aanhouden. Maar goed, er zijn partijen die misschien denken dat dat geen goed idee is. Dan hoor ik het echter graag vandaag, want dat is belangrijk om te weten.

Quant à savoir si on est en Conference League ou en Champions League, on ne peut nier, sur le plan des capacités militaires, qu'on n'est pas du tout en Champions League. Je souhaiterais que ce soit différent mais on sait que ce n'est pas le cas. On ne doit pas le nier et être clair vis-à-vis du public. Il importe d'être transparent.

Nous avons des capacités substantielles. Notre frégate Louise-Marie est partie avant-hier dans le cadre d'une opération très importante en mer Baltique. Ce n'est donc pas que nous n'avons rien. En tant que bourgmestre de Florennes, vous savez que nous avons des F-16 qui travaillent super bien et qui remplissent des missions très importantes comme la mission Baltic Air Policing . Ce n'est donc pas comme si l'armée belge n'avait rien mais nous ne sommes pas en Champions League. Cependant, pour parler de football, en Conference League, on peut aussi avoir un match assez intéressant.

Ten slotte, ik heb hier op een aantal vragen kunnen antwoorden. Ik begrijp dat ik nog niet alle antwoorden heb gegeven, maar de situatie evolueert elke dag. Wij volgen die natuurlijk ook op. Ze zal hier de komende weken en maanden nog vaak aan bod komen.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik wil heel even reageren op de heer Tonniau van de PVDA. Mijnheer Tonniau, ik hoor u hier opnieuw met dubbele tong spreken over Oekraïne en Rusland. U werpt op dat heel veel slachtoffers voor niets zijn gevallen. Ik moet er u dus op wijzen dat Rusland Oekraïne is binnengevallen. Ik weet dat Rusland een bevriende natie is voor u en dat u dat regime misschien graag ziet, maar zeggen dat slachtoffers voor niets zijn gevallen in Oekraïne is echt de waarheid geweld aandoen. Ik hoop dat u die uitspraak corrigeert. Mocht ik zoiets uitspreken, dan zou ik beschaamd zijn.

Mijnheer de minister, ik wil het nu hebben over uw antwoorden, waarvoor ik u dank. De houding van België ten aanzien van Oekraïne is niet gewijzigd. Wij blijven hen actief steunen en dat is een goede zaak. Alleen is de houding van de Verenigde Staten wel gewijzigd. Die houding is veel forser en veel actiever geworden. Europa en ons land moeten hun tanden dus laten zien, tonen dat ze aan hetzelfde zeel trekken en eendrachtig tot beslissingen kunnen komen. De positie van Europa op het wereldtoneel wordt immers grondig onder druk gezet en ook enigszins ondermijnd.

Wij moeten daarop blijven hameren. Ik hoop dat België Oekraïne onvoorwaardelijk kan blijven steunen. We kunnen het best aan de tafel zitten om ons standpunt te verkondigen. Ik hoop dat dit in de toekomst continu het geval zal zijn. We voeren heel veel hypothetische gesprekken in dit debat, maar we moeten zoals u aangeeft alle opties in het oog houden. Op alle opties die op tafel kunnen komen, moeten we actief kunnen reageren, dus ook op besprekingen over de vredestroepen in de toekomst. Het is goed dat we dat bespreken, zodat we snel kunnen schakelen op het moment waarop dat op de tafel komt. Ik hoop dat we de Belgische steun aan Oekraïne onvoorwaardelijk kunnen voortzetten.

François De Smet:

Merci pour vos réponses. Trois éléments rapidement. Oui, nous regrettons de ne pas avoir été invités à la concertation européenne, mais nous pouvons mettre un pied dans la porte et tenter de monter en première division. Nous sommes un petit pays dans l'investissement militaire mais nous avons d'autres atouts, comme le réseau diplomatique. Il n'y a pas que la Champions League, il y a aussi la Croky Cup et les matchs de coupe, où les petits poucets peuvent tenter d'aller plus haut.

Deux, la Belgique n'exclut pas d'avoir des forces de paix sur place dans le cadre d'un accord de paix. Je crois en effet que nous ne devons pas l'exclure. Si un jour, une force de paix se déploie dans ce pays, elle doit être européenne. Les Russes sont farouchement contre cette idée mais je pense que c'est pourtant la bonne solution.

Et trois, je pense qu'il ne faut quand même pas écarter une hypothèse que tout le monde semble écarter, c'est tout simplement que la guerre continue. Tout le monde a l'air d'être dans l'idée que la paix va s'imposer parce que M. Trump est arrivé et que les planètes s'aligneraient. Mais en fait, les obstacles sont immenses.

Je crois que le gouvernement Arizona ne doit pas seulement tenter de mettre le pied dans la porte pour que les Européens soient intégrés dans un processus de paix. Il doit aussi prévoir, si ça ne marche pas, que la guerre continue et que le soutien à l'Ukraine devra s'intensifier davantage que sous la Vivaldi.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.

Participer, dans le cadre d'un accord de paix, au maintien de cette paix: oui, pourquoi pas. Nous l'avons fait par le passé. Vous l'avez dit. Nous avions, notamment au Liban, participé à des opérations de déminage à travers l'opération Blue Line. Cela a malheureusement été interrompu mais nous avons une expertise en la matière.

Deuxièmement, j'ai l'impression que pour l'instant, Poutine est en train de gagner. Il gagne pour les raisons suivantes. Il y a une forme d'acceptation de fait des territoires qu'il occupe déjà aujourd'hui. Cela semble déjà être une forme de préaccord possible. Il refuse l'adhésion à l'OTAN de l'Ukraine mais il permet à l'Ukraine d'éventuellement aller vers l'Union européenne. Il pourrait même interdire que des armes soient livrées à l'Ukraine, que des infrastructures militaires américaines y soient installées. Cela arrangerait bien Donald Trump. Il est en train de discréditer, et Donald Trump aussi, le président Zelensky. Pourquoi? À mon avis, dans l'intention de faire basculer le régime ukrainien et peut-être d'y installer à terme une potiche aux ordres de Poutine. Il faut donc être très vigilant parce que ce pays était sur la voie d'une démocratisation et d'une intégration au niveau de l'Union européenne.

En outre, Poutine a réussi à faire en sorte que la relation entre les États-Unis et l'Union Européenne se dégrade et que le lien transatlantique soit complètement distendu. Donc pour l'instant, qui gagne? C'est Poutine. Nous avons en conséquence besoin d'un leadership commun et d'une stratégie ambitieuse au niveau de l'Union européenne.

En tant que membre fondateur, la Belgique peut jouer un rôle, même si elle n'a pas été invitée à la première réunion, comme élément de stabilisation de l'Union européenne. Cela peut nous apporter des éléments sur lesquels je suppose que dans les jours, semaines et mois à venir, nous aurons l'occasion de discuter non seulement avec vous, mais également avec votre collègue en charge des Affaires étrangères.

Annick Ponthier:

Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Dit is eigenlijk een provisoir debat, maar u hebt wel een aantal zaken duidelijk gesteld. Daarvoor wil ik u danken. Er is op dit moment uiteraard nog geen vraag gekomen, daar waren we ons allemaal van bewust. Er is wel gezegd dat de houding van de Verenigde Staten gewijzigd is, dat klopt. We weten ook allemaal hoe dat komt. Het draagvlak voor de steun aan Oekraïne is natuurlijk sterk afgenomen in de Verenigde Staten. De huidige president voert uit wat zijn bevolking hem heeft gevraagd. We moeten daar eigenlijk niet al te verbaasd over zijn.

Anderzijds biedt het voor Europa wel de opportuniteit om eindelijk zelf onze verantwoordelijkheid te nemen in een aantal scenario's. Die opportuniteit moeten we dan ook grijpen. We hebben het al eerder gezegd, Europa heeft jarenlang, decennialang, de snooze button ingedrukt. Het wordt misschien tijd dat we daarvan afstappen.

Verder weten we uit de vredesonderhandelingen dat de Russen absoluut niet gewonnen zijn – oh verrassing – voor het idee van een vredesmissie van welke orde dan ook, zelfs buiten de NAVO om. Zij stellen natuurlijk zo hun eisen scherp. Dat zou ons van een aantal zaken zeer bewust moeten maken. Enerzijds moeten we er ons bewust van worden dat het potentieel inschakelen van een vredesmissie een heel langdurige inzet zou kunnen vereisen. Dat heb ik al in mijn vraagstelling gezegd, maar ik wil dat toch nog eens herhalen. Er moet dus heel omzichtig met die situatie omgesprongen worden. Anderzijds moeten we prioriteit geven aan de opschaling van onze defensiecapaciteiten en nog even afwachten of dat vredesakkoord er wel effectief zal komen.

Aan alle collega's die ons in het verleden een beetje naïef hebben genoemd als we het over vredesonderhandelingen of diplomatie hadden, wil ik nog even het volgende zeggen. Niet iedere oorlog wordt gestopt met een bijkomende militaire inzet, maar de stopzetting van iedere oorlog begint natuurlijk wel met onderhandelingen. We mogen daar dus ook niet te meewarig over doen.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, ik ben blij te horen dat we Oekraïne blijven steunen. Overigens, de oorlog in Oekraïne vandaag is ook onze oorlog. Het is dus heel belangrijk dat we Oekraïne blijven steunen. Oekraïne is de poort van Europa. De imperialistische dromen van Rusland zullen daar niet eindigen. Wij moeten er dus voor zorgen dat Oekraïne sterk staat en iets te zeggen heeft, als het ooit aan de onderhandelingstafel komt.

Wij moeten Oekraïne blijven steunen, maar het is ook belangrijk in te zetten op de eigen veiligheid en de eigen defensie. Dat is de boodschap die ik wil brengen.

Axel Weydts:

Mijnheer de minister, partijen die u woorden in de mond proberen te leggen die u niet gezegd hebt, kunt u gewoon wegzetten als fake news. Die tactiek wordt ook door Rusland gebruikt. Of dat toeval is, laat ik in het midden, maar ik wil het toch duidelijk stellen.

Nogmaals, voor ons is het heel duidelijk dat er voorwaarden vervuld moeten worden, voor er nagedacht kan worden over de eventuele inzet van Belgische troepen in een Oekraïense vredesmacht. Ten eerste, er moet uiteraard eerst een vredesakkoord zijn. Ten tweede, er moet een concrete vraag komen. Ten derde, die vredesmacht moet in een internationale context tot stand komen, en, ten vierde, een duidelijk mandaat hebben, het liefst een mandaat van de Verenigde Naties, via een resolutie in die zin, zoals u zelf hebt onderstreept.

Onze enige bezorgdheid – die delen we trouwens met de defensiestaf – bestaat erin dat de inzet van onze militairen voor zo'n vredesoperatie, waar ik achter kan staan, als het zo ver komt, niet ten koste mag gaan van de opbouw van onze Defensie en van de vele investeringen die we daarvoor zullen moeten doen. Defensie moet effectief kunnen werken aan die opbouw. Ik hoop dat u daaraan gehoor geeft.

Stéphane Lasseaux:

Monsieur le ministre, je suis entièrement d'accord avec vous. Peu importe la division dans laquelle nous sommes, il nous faut absolument avoir une défense forte. Nous devons dès lors en avoir les moyens et continuer à entraîner nos équipes. La décision de l'Arizona va dans ce sens.

Robin Tonniau:

Mijnheer de voorzitter, ik wil eerst even tijd maken om collega Vander Elst van antwoord te dienen. Ja, in de jaren 2000 schreef de PVDA al kritische artikels over de imperialistische politiek van Poetin, we hebben Poetin toen al veroordeeld, en op het moment waarop wij die artikels publiceerden, ging Guy Verhofstadt bij Poetin op de koffie, waar hij op de rode loper ontvangen werd, en vice versa. Welk standpunt nam de Open Vld in tijdens de oorlog in Tsjetsjenië, toen Rusland Tsjetsjenië binnenviel? Ik heb jullie niet gehoord.

Wij hebben geen enkele band met Rusland, in tegenstelling tot Open Vld. In de vorige legislatuur was de heer Leysen lid van de Kamer en hij had en heeft financiële en ook zakelijke banden met Rusland. Ik vraag u dus om te stoppen met beschuldigingen die nergens op gebaseerd zijn.

De PVDA pleit al vanaf de eerste dag voor vredesonderhandelingen. Wij werden daar toen om uitgelachen. Nu zijn we drie jaar verder. Duizenden mensen zijn effectief voor niets gestorven. Nu zal de oorlog uiteindelijk stoppen via, jawel, vredesonderhandelingen. Er zal geen militaire oplossing komen.

Ik ben blij dat minister Francken heeft gezegd: ik ben niet gek, geen boots on the ground. Dat was een virtueel debat, maar de realiteit is wel keihard, want we zijn al drie jaar in oorlog

De enige manier om de oorlog te stoppen, zijn onderhandelingen. We zien vandaag jammer genoeg, omdat Europa veel te lang getalmd heeft, dat Europa niet meetelt op internationaal gebied, en binnen Europa telt België niet mee op defensievlak. Met andere woorden, we hadden veel vroeger zelf initiatieven, vredesinitiatieven, moeten nemen om mensenlevens te redden, collega Weydts.

Voorzitter:

Collega Aerts heeft geen repliek.

Nabil Boukili:

Monsieur le président, au départ, je ne souhaitais pas intervenir dans ce débat, mais c'est le constat que je fais qui m'y conduit. En fait, pour arriver à la fin du conflit, il y a plusieurs visions. Il y a une vision militariste: plus on envoie d'armes et de soldats, plus on fait ceci et cela, plus vite on aboutira à la paix. On a vu le résultat que cela a donné! Il y a une autre vision qui est basée sur le travail diplomatique, et sur la coopération entre les États et entre les peuples. On peut être en désaccord à ce sujet, mais ce qui est insupportable dans ce Parlement, et qui devient vraiment aujourd'hui très flagrant, c'est le fait d'éviter ce débat-là et de diaboliser une vision qui est différente de l'autre, dont on voit qu'elle est majoritaire dans cette commission. Vous faites cela en qualifiant de "pro-Poutine", "pro-Russie", toute position qui est différente de la vôtre. Ça, c'est un déni de démocratie. Si on veut vraiment avoir une vision, et un débat sur la manière de sortir de cette guerre, avec de la bonne foi, comme M. le ministre l'a dit, je pense que nous avons un intérêt commun ici, c'est-à-dire comment trouver une solution au conflit, et comment retrouver la souveraineté de l'Ukraine, du peuple ukrainien et de son territoire. C'est l'objectif. Alors, comment y arriver? On peut être en désaccord. On peut se tromper. Mais diaboliser les positions parce qu'on n'est pas d'accord avec elles, je trouve cela insupportable et je trouve que c'est un déni de démocratie.

Concentrons-nous maintenant sur le débat de fond et si vous n'avez pas d'arguments dans ce débat, ne le menez pas, mais ne venez pas avec des mensonges et avec des fake news par rapport à la Russie! Si quelqu'un ici a des preuves, si quelqu'un a la moindre preuve de ce qu'il avance sur la Russie, je veux bien l'entendre. Après, je ferai mon mea culpa et je me tairai. Mais vous n'avez rien du tout. Donc arrêtez de dévier le débat et restons dans le débat de fond! Même si on n'est pas d'accord, le débat mérite au moins d'être mené.

Voorzitter:

Mijnheer de minister, u wou nog iets toevoegen?

Theo Francken:

Dit is de commissie voor Landsverdediging. Mijnheer Boukili haalt thema's aan voor de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. Ik begrijp dat die zeer sterk met Defensie verbonden zijn en ik ben uiteraard blij dat het debat ook hier kan worden gevoerd. Elkaar diaboliseren hoeft inderdaad niet, maar dat werkt natuurlijk aan beide kanten. Ik denk dat dit iets is dat we de komende jaren kunnen meenemen. Dat 'iedereen voor niets is gestorven', vind ik persoonlijk wel een vreemde uitspraak, maar iedereen moet maar zeggen wat hij denkt te moeten zeggen. Freedom of speech is me zeer dierbaar, zoals jullie weten.

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, er zijn nog heel veel belangrijke vragen, onder andere over de pensioenen en over OVG. Ik heb evenwel om twaalf uur een briefing, dus ik moet nu vertrekken. Ik had dat ook vooraf laten weten.

Voorzitter:

Dan sluit ik de vergadering. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 59.

De situatie in de DRC
De situatie in de DRC
De situatie in Oost-Congo
De situatie in de DRC
De situatie in Congo
De oorlog in de Democratische Republiek Congo
De situatie in de Democratische Republiek Congo
De geopolitieke focus van Europa in Afrika
Conflicten en geopolitiek in Centraal-Afrika

Gesteld aan

Bernard Quintin, Alexander De Croo (Eerste minister)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische politiek wordt scherp bekritiseerd voor haar passiviteit in het conflict in Oost-Congo, waar Rwanda (via M23-rebellen) systematisch etnische zuiveringen, verkrachtingen als oorlogswapen en plundering van Congolese mineralen pleegt, met 7 miljoen ontheemden en decennia van straffeloosheid als gevolg. Terwijl België en de EU snelle sancties en wapembargo’s eisen tegen Rusland in Oekraïne, blokkeert economisch en strategisch belang (kobalt, coltan) concrete actie tegen Rwanda, ondanks bewijzen van Rwandese agressie en schendingen van internationaal recht—wat door parlementsleden wordt afgedaan als "twee maten en twee gewichten". De regering belooft diplomatieke druk (o.a. via VN, EU-sancties, herziening van minerale akkoorden en militaire steun aan Rwanda) en humanitaire hulp, maar critici—onder meer Congolese diaspora en oppositiepartijen—eisen onmiddellijke sancties, een totaal embargo op "Rwandese" mineralen (die de facto uit Congo komen) en stopzetting van alle EU-financiering aan Kagame’s regime, met de dreiging dat Bukavu het volgende doelwit is. Kernpunt: zonder eind aan westerse hypocrisie en economische afhankelijkheid van Congolese grondstoffen zal de crisis—met Rwanda als centrale dader—voortduren.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, chaque jour qui passe en République démocratique du Congo, ce sont des vies qui sont brisées dans un silence complice. La prise de Goma par les rebelles du M23 soutenus par le Rwanda n'est pas qu'un fait militaire. C'est un crime contre l'humanité, voire un génocide qui se déroule sous nos yeux. Ce sont des femmes violées, utilisées comme armes de guerre. Ce sont des villages détruits, des familles arrachées, plus de sept millions de personnes déplacées. Ce sont des civils bombardés dans des camps de réfugiés. Ce sont des enfants qui grandissent dans le chaos et dans la peur.

Pourtant, que fait la communauté internationale? Eh bien, elle ne fait pas grand-chose.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, l'Europe a su sanctionner la Russie pour son agression en Ukraine, et c'est très bien. Mais pourquoi n'y arrive-t-elle pas quand c'est le Rwanda? Il est temps d'arrêter ce deux poids deux mesures insupportable. Le droit international doit être une boussole de Kiev à Kinshasa en passant par Gaza. Les discours ne suffisent plus. Nous demandons que la Belgique et l'Union européenne prennent des mesures fermes et immédiates. Nous demandons des sanctions ciblées contre les dirigeants rwandais impliqués dans ce conflit. Nous demandons un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais qui sont, en réalité, des minerais de sang pillés au Congo. Nous demandons un soutien à la justice internationale. Nous devons répondre aux appels de la société civile du Congo. Il ne peut y avoir de paix sans justice, et tant que l'impunité régnera, les massacres continueront.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quand allons-nous enfin passer des paroles aux actes? Quelles mesures concrètes la Belgique compte-t-elle prendre pour stopper ce massacre et protéger les populations civiles de l'Est du Congo? Quand la Belgique ordonnera-t-elle la fin du massacre et exigera le retrait des troupes rwandaises, comme le réclamait d'ailleurs l'ambassadeur de la République démocratique du Congo que nous avons rencontré hier? La Belgique sera-t-elle au premier plan aux Nations Unies (l'ONU) pour réclamer des sanctions contre le Rwanda?

Michel De Maegd:

Messieurs les ministres, chers collègues, je vais aller droit au but. Pardonnez-moi ce cri de rage, mais le peuple congolais en crève, au sens propre comme au sens figuré! Les femmes de l'Est du Congo sont mutilées et violées, l'arme de guerre la plus immonde. Elles en crèvent, à petit feu ou sous les balles du M23. Les enfants de l'Est du Congo, sans eau ni électricité, sans de quoi subsister dignement, n'ont-ils droit à un autre destin que celui d'enfants soldats? Les hommes de l'Est du Congo n'ont-ils comme seul avenir que de survivre dans la peur et la perpétuelle violence, au gré des groupes rebelles qui s'affrontent dans une indifférence quasi générale? Alors oui, cela fait des décennies que les Congolais de l'Est en crèvent, qu'ils soient de Goma, du Nord ou du Sud-Kivu, qu'ils survivent dans d'innombrables camps de réfugiés ou dans des villes et villages dans lesquels "vivre" veut d'abord dire "survivre". Au nom de mon groupe, je veux avoir une pensée sincère pour ces femmes, ces enfants et ces hommes qui, chers collègues, nous attendent.

Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le premier ministre, je sais qu'en tant qu'amis fervents de l'Afrique, vous partagez mon désarroi. Hier en commission, nous recevions l'ambassadeur de la RDC, qui a adressé quatre demandes à la Belgique: ordonner la fin des hostilités et le retrait des troupes rwandaises de la RDC; mettre en place un embargo total sur les minerais étiquetés rwandais et introduire une traçabilité dès le sol congolais; plaider auprès de l'Union européenne pour revoir les accords militaires et économiques avec le Rwanda; plaider pour un registre complet des armes vendues à celui-ci.

Messieurs les ministres, dans quelle mesure pouvons-nous répondre à ces demandes? Quels sont les leviers que nous pouvons immédiatement actionner pour éviter de nouveaux massacres? L'Union européenne annonce une aide humanitaire d'urgence de 60 millions d'euros, insuffisants certes, mais comment garantir que cette aide atteigne les populations touchées? Et puis, enfin, messieurs les ministres, pouvez-vous dresser un bilan de la sécurité de nos ressortissants dans la région et de nos équipes diplomatiques en RDC? Nous savons en effet que plusieurs ambassades ont été attaquées.

Pierre Kompany:

Monsieur le président, je suis fier d’être ici devant deux représentants du pays, qui travaillent et connaissent le Congo. Je connais le Congo, mais je ne peux pas prétendre le connaître nécessairement mieux que vous.

Des questions se posent. Le pays qui souffre, c’est le Congo. Des questions se posent. Pourquoi cela a-t-il duré tant d’années sans que des êtres humains – comme nous, qui sommes ici les représentants du peuple – aient débattu de ce problème et aient mis un terme, il y a longtemps, à ce que nous vivons aujourd'hui?

Je me le demande, et je vous le demande, monsieur le ministre des Affaires étrangères. Je sais que le premier ministre couvre tout. La Belgique va-t-elle soutenir l’adoption de sanctions contre le Rwanda au sein du Conseil de sécurité des Nations Unies? Avez-vous des contacts sur ce sujet avec les États actuellement membres du Conseil de sécurité?

La Belgique va-t-elle demander, au sein de l’Union européenne, la suspension de tous les accords avec le Rwanda et la suspension des financements accordés par l’Union? Ils sont accordés y compris par le biais de la Facilité européenne pour la paix – étonnant!

Quel soutien la Belgique va-t-elle elle-même donner à la MONUSCO et aux troupes africaines de la SADC qui défendent la République démocratique du Congo? Quelles actions diplomatiques les Affaires étrangères mettent-elles en œuvre pour rétablir la paix?

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous interpelle évidemment sur les événements dramatiques en cours à l'Est de la République démocratique du Congo, notamment la prise de Goma par le M23 soutenu par l'armée rwandaise. Je vous pose tout de suite la question. Pourquoi autant d'inaction? Pourquoi laisse-t-on faire?

Waarom laten wij hen gewoon doen? In Oekraïne komen wij direct tussen: sancties, het leger, wapens enzovoort, alles erop en eraan. Als het echter over Congo gaat, gebeurt er niets. Waarom?

C'est cela la question! Tout le monde sait ici que l'armée rwandaise ne pourrait pas se permettre cela sans le soutien de l'impérialisme américain. Sans le soutien des États-Unis d'Amérique, c'est impossible. Vous le savez. Vous regardez par terre parce que vous le savez. Un petit pays comme cela ne peut pas intervenir chez son voisin sans un appui occidental important.

Il y a aujourd'hui des protocoles d'accord entre l'Union européenne et le Rwanda. Le protocole sur les minerais stratégiques est signé. Ce sont des accords favorables à l'Union européenne et au Rwanda. On aide le Rwanda. Il y a des accords entre l'armée rwandaise et les institutions européennes. Pourquoi? Pourquoi tant d'hypocrisie? C'est la question qui est posée aujourd'hui par les peuples africains et par le peuple congolais.

Va-t-on faire sauter ces protocoles? Le PTB a proposé de faire sauter ces protocoles. Tous les partis traditionnels belges ont voté contre, ils ont voté pour le maintien de ce partenariat stratégique. Pourquoi? Business! Les minerais, le cobalt, le coltan, le cuivre. Business, business, business! C'est pour cela que vous ne voulez pas intervenir.

Monsieur le ministre, va-t-on enfin soutenir le peuple congolais, soutenir l'intégrité territoriale de ce pays, ne pas appliquer le deux poids deux mesures? Quand ça nous arrange, on ferme les yeux parce qu'il y a de l'argent, et quand ça ne nous arrange pas, on intervient aussi, parce que là aussi il y a de l'argent. Les droits humains ne sont pas à géométrie variable. C'est une question de principes, monsieur le ministre.

Els Van Hoof:

Minister Quintin, ik merk het ook aan u, de oorlog in Oost-Congo raakt u persoonlijk. U was destijds kandidaat-speciaal gezant van de EU voor de Grote Meren. U werd geweigerd door Rwanda.

Dood, vernieling, plundering en seksueel geweld, het raakt mij ook als vrouw, al decennialang. Moeders en dochters worden verkracht en dokter Mukwege herstelt. Dat is het cynische spel vandaag in Oost-Congo. Het Rwandese regime ligt er niet wakker van. Het heeft een onverzadigbare honger naar grondstoffen. Opportunistische rebellen als die van M23 helpen hen. Dat zijn de recepten van het Rwandese imperialisme.

Poetin inspireert, mijnheer Hedebouw, en de Congolese bevolking crepeert. België kan niet langer toekijken. Maandag zei u het al, mijnheer de minister: woorden volstaan echt niet meer.

Hoe kunnen we vanuit de EU het geweld veroordelen en tegelijkertijd toch grondstoffen importeren uit Rwanda? Hoe kunnen we vrolijk een WK wielrennen organiseren in de straten van Kigali in Rwanda? De Belgische kritische houding leidt al langer tot ruis op de diplomatieke lijn met Rwanda, maar dat zal Kagame worst wezen. Only money talks .

Het is hoog tijd om een ethische en morele grens te trekken. De Congolese ambassadeur vroeg dat gisteren ook. Wij steunen hem. Leg een embargo op voor de Rwandese grondstoffen. Ze zijn trouwens niet van Rwanda, ze komen uit Oost-Congo. Herroep de Europese militaire en economische samenwerking. Er moeten sancties komen!

Daarom is mijn vraag aan u, mijnheer de eerste minister en mijnheer de minister: welke concrete maatregelen stellen wij voor aan de Europese Unie? Welke bilaterale maatregelen nemen wij zelf? Ik merk dat Duitsland en het VK kijken naar hun ontwikkelingssamenwerking. U moet natuurlijk de Rwandese bevolking niet straffen, maar er is wel een heroriëntatie nodig.

François De Smet:

Messieurs les ministres, les combats qui ont repris il y a quelques semaines dans l'Est du Congo ont déjà fait de trop nombreuses victimes et ont jeté des centaines de milliers de personnes sur les routes. Et, comme toujours, ce sont les civils qui payent le prix principal, en premier lieu les femmes et les enfants.

Mais, en réalité, nous le savons, voilà des décennies que l'Est du Congo est abandonné, dans un conflit meurtrier par intermittence et qui est, en fait, tout simplement, le conflit le plus meurtrier de l'histoire moderne. Alors, oui, on doit pouvoir cibler les responsables principaux: le M23, bien sûr, qui est le principal groupe paramilitaire qui terrorise la région, mais aussi ses soutiens et, en premier lieu, le Rwanda de M. Paul Kagame qui, dès l'instant où il choisit de soutenir et d'armer ces milices, porte aussi la responsabilité de leurs exactions. Et puis, il y a la communauté internationale, dont l'inaction et le silence ne sont plus possibles.

Que peut faire, que doit faire la Belgique? DéFI vous demande, monsieur le premier ministre, d'abord dans les mots les plus clairs et les plus durs, de condamner les responsables de ces exactions, à savoir le M23 et le Rwanda. Mais il faut aussi ajouter, en effet, des armes plus dures. Il faut qu'on parle d'embargo sur les armes, il faut qu'on puisse parler de sanctions économiques, et nous pourrions aussi demander – nous vous le demandons – que l'Union européenne suspende et rompe dès que possible le partenariat sur l'extraction des minerais entre l'Union européenne et le Rwanda.

Je n'oublie pas l'aspect humanitaire. En ce moment-même, des centaines de milliers de personnes sont isolées, notamment parce que la prise de l'aéroport de Goma rend les accès difficiles. La Belgique peut participer à l'ouverture d'un corridor humanitaire. Et puis, il faudra tôt ou tard que, dans cette région meurtrie, vienne l'heure de la justice. La Cour pénale internationale (CPI) a repris des enquêtes et des activités. C'est très bien, et nous devons les soutenir. Tous les démocrates doivent soutenir le fait que, quels qu'ils soient, les responsables des viols et des meurtres soient poursuivis parce qu'au Congo comme ailleurs, il n'y aura pas de paix sans justice.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Messieurs les ministres, la peur! La peur! Voilà l'état de la population de Goma et de l'Est du Congo. Mais on ne peut pas dire qu'ils ne sont pas habitués à cette situation car cela fait 30 ans que le Kivu et l'Est de la RDC se sentent en insécurité. Trente ans que des factions rebelles soutenues par le Rwanda pillent, violent, tuent, sèment la terreur dans les zones rurales! Trente ans qu'il y a des millions de déplacés! Trente ans qu'il y a des millions de morts!

Pourquoi, monsieur le ministre? C'est pour la richesse du sous-sol de cette région, pour des minerais – oui, monsieur le ministre, vous m'avez bien entendue! – pour que nous puissions rouler dans nos belles voitures électriques, pour que nous puissions utiliser nos smartphones. Trente ans, monsieur le ministre, et nous n'avons voulu rien voir. La Communauté internationale est silencieuse. Pourquoi? Monsieur le ministre, le Congo, c'est trop loin! L'Ukraine, c'est à côté! Ce sont nos voisins! C'est beaucoup plus facile. Et puis, les Rwandais sont des personnes sérieuses. Ils sont considérés comme des partenaires stables. C'est un régime autoritaire avec un président élu à 99 % des voix mais c'est un régime stable. Belligérant mais stable! Parce que, surtout, on a besoin d'or, de diamants, de cobalt, de coltan. Oui, j'ose le dire, monsieur le ministre. Nous sommes restés silencieux. J'apprécie toutefois votre sortie volontariste de cette semaine. Je devais quand même vous le dire.

Comment la Belgique compte-t-elle agir? Quelles solutions diplomatiques sont envisagées pour éviter ce bain de sang et sauver cette population qui a trop souffert? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre ce protocole de coopération sur les matières critiques avec le Rwanda qui sont pillées en RDC? Comment la Belgique compte-t-elle faire pression à l'Union européenne pour suspendre la coopération militaire?

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de crisis in Oost-Congo, een van de vergeten conflicten, duurt al dertig jaar en het is pas sinds vorige week met de val van Goma dat de internationale gemeenschap eindelijk tot actie oproept.

De M23-terreurgroepen hebben de miljoenenstad, een economisch knooppunt aan de rand van Rwanda, al jaren in hun greep. We zien er een vicieuze cirkel van mensenrechtenschade en van terreur, waaraan de staat Rwanda deelneemt. Het land financiert de rebellen immers. Die houden zich ook niet in. Vrouwen worden verkracht, kinderen worden vermoord, mensen verdwijnen. Er is geen voedsel. Er zijn geen geneesmiddelen. De ziekenhuizen liggen vol. De humanitaire crisis is op het moment enorm.

De greep van de M23-rebellen en van Rwanda op Oost-Congo wordt ook alleen maar groter, omdat zij het slagveld uitbreiden. Zij trekken ook naar het zuiden, naar Bukavu.

De mensen in Congo zijn angstig en boos. Zij komen op straat, want zij voelen zich in de kou gelaten. Wij, de westerse overheden, praten immers nog altijd met de militaire regimes in Rwanda. Wij blijven ook financieren. Wij financieren niet alleen het leger, maar besteden ook 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking in Rwanda.

Mijnheer de minister, is dit niet het moment waarop wij onze hulp ter discussie moeten stellen? U hebt gepleit voor concrete acties. Welke acties zijn dat? Wat hebt u aan uw Europese collega’s gevraagd?

Voorzitter:

Mevrouw Depoorter, u eindigt net als de andere sprekers keurig op tijd, waarvoor mijn dank.

Alexander De Croo:

Mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions relatives à la situation dans l'Est du Congo, situation dramatique depuis bien trop longtemps.

En effet, cela fait des décennies que les conflits sont quotidiens dans cette région. Malheureusement, la situation a empiré récemment.

La réaction de la Belgique a été très claire. Elle a demandé à l'ensemble des partis de faire tout le nécessaire pour veiller à une désescalade. Le Rwanda doit arrêter son soutien au M23. Cela a été documenté partout et il est important que le message soit très clair. Mais du côté congolais, il y a aussi des choses à faire: arrêter les discours haineux, tenter de restaurer l'autorité dans la région. Il y a bien des efforts à faire des deux côtés.

Le point principal est d'arrêter l'ingérence dans l'Est du Congo depuis le Rwanda. J'ai eu l'occasion de m'entretenir avec le président Félix Tshisekedi hier au sujet d'actions que nous pourrions entreprendre pour mobiliser la communauté internationale. De plus, s'agissant de la situation à Kinshasa, je lui ai demandé d'agir avec fermeté pour faire cesser les attaques contre l'ambassade belge et les ambassades d'autres pays. Il m'a assuré qu'il ferait tout ce qui est nécessaire pour calmer la situation à Kinshasa. On voit aujourd'hui que ce genre de manifestations se produit moins souvent qu'auparavant.

Avant de donner la parole au ministre des Affaires étrangères concernant les actions internationales et notre position par rapport à des sanctions, je rappellerai que la Belgique a toujours été très critique, notamment concernant le protocole européen sur les minerais. La Belgique a d'emblée alerté sur le fait que ce n'était pas une bonne idée. Malheureusement, nous le voyons aujourd'hui, nous avions raison d'émettre de nombreuses questions au sujet de cet accord.

Dans un contexte plus large, la position internationale de la Belgique a toujours été de respecter le droit international et la souveraineté d'un pays, position que nous affichons partout.

Concernant ce qui se passe en Ukraine, cela a été notre position. Nous avons dit que la souveraineté et l'intégrité d'un pays devaient être respectées. Concernant ce qui se passe au Proche-Orient, nous avons toujours été clairs. Les lois internationales et les conventions doivent être respectées. Pour ce qui se passe au Congo, le même raisonnement s'applique. L'intégrité du pays doit être respectée. Les ingérences auxquelles nous assistons de la part du Rwanda ou de groupes soutenus par le Rwanda au Congo sont insupportables. Nous ferons tout pour les arrêter et pour sauver les vies de ceux qui vivent pour l'instant des moments extrêmement pénibles et difficiles.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, j'ai décidé de revenir anticipativement de ma mission officielle au Maroc pour pouvoir répondre à vos vives inquiétudes. Ce n'est que normal car la situation actuelle en RDC nous mobilise pleinement.

Wij volgen de situatie minuut per minuut en zijn in permanent contact met onze ambassade, de Belgische gemeenschap, de Congolese autoriteiten en onze internationale partners.

La prise de Goma constitue une violation supplémentaire, claire et nette du droit international et, en plus, du cessez-le-feu conclu via le processus de Luanda.

Nous ne restons ni silencieux ni inactifs, madame Maouane, je puis vous l'assurer. Lundi, j'ai appelé mes homologues européens à prendre des mesures concrètes. J'ai évoqué explicitement les dossiers suivants, mevrouw Depoorter: le MoU sur les matières premières critiques – pour répondre aussi à Mme Mutyebele –, la Facilité européenne pour la paix dite "Cabo Delgado", la suspension du dialogue sécuritaire avec le Rwanda, monsieur De Smet. Il faut trouver un compromis à l'échelle européenne, parce que c'est à ce niveau-là que nous aurons un impact significatif.

Monsieur Kompany, s'agissant des Nations Unies, j'ai pris contact, dès dimanche dernier, avec mes homologues européens qui siègent au Conseil de sécurité afin de faire passer nos messages et pour que soit nommé le Rwanda dans son agression.

Ondertussen heb ik de Rwandese zaakgelastigde al door mijn FOD laten ontbieden en heb ik het reisadvies voor Rwanda laten aanpassen. Alle reizen naar de parken in het westen van het land worden afgeraden. Het doel is om de druk op de partijen, vooral Rwanda, op te voeren. De Rwandese autoriteiten mogen zich niet onaantastbaar voelen, als ze het internationaal recht aan hun laars lappen.

C'est la seule façon de les ramener autour de la table des négociations afin de travailler à une solution pacifique, comme on a pu le constater en 2012. J'ai partagé ce point de vue de modus operandi avec mon homologue américain, Marco Rubio, hier soir.

Il y a urgence. Kigali a déjà communiqué publiquement qu'elle compte prendre Bukavu. Mais soyons clairs, comme l'a dit le premier ministre, les autorités congolaises doivent aussi prendre leurs responsabilités: rétablir l'autorité sur l'Est de la RDC, mettre fin aux discours de haine et mettre fin à la coopération avec des groupes armés, singulièrement les FDLR, comme nous le demandons systématiquement dans chacun des contacts que nous avons avec toutes les autorités congolaises.

Monsieur De Maegd, en effet, il faut s'attaquer aux racines de ce conflit qui dure depuis plus de 30 ans.

De gevolgen voor de bevolking zijn inderdaad afschuwelijk, mevrouw Van Hoof.

Ce conflit me parle personnellement, puisque je le suis depuis de nombreuses années déjà et que j'en ai vu de mes propres yeux les conséquences innommables il y a déjà 20 ans.

Wat de situatie in Kinshasa betreft, veroordeel ik ten zeerste de aanvallen op onze ambassade en die van onze partners. Zodra ik op de hoogte werd gebracht van de situatie, heb ik onmiddellijk contact opgenomen met de Congolese autoriteiten en hen gevraagd om in te grijpen. Die interventie heeft geleid tot een terugkeer van de rust.

Sans la présence et l’intervention de nos militaires qui ont protégé notre équipe sur place, nous aurions un autre débat aujourd'hui. Je tiens ici à les remercier sincèrement, comme je tiens à remercier notre personnel à Kinshasa ainsi que mes services à Bruxelles qui ont géré avec beaucoup de sang-froid une situation explosive.

De veiligheid van het personeel van de ambassade en de Belgische gemeenschap is zoals steeds onze prioriteit. We nemen sindsdien bijkomende veiligheidsmaatregelen en passen ons reisadvies aan in functie van de evolutie.

Je suis pleinement mobilisé, tout comme le SPF Affaires étrangères, afin de tout mettre en œuvre pour faire cesser les combats dans l'Est de la RDC.

Le droit international, comme cela a été rappelé par le premier ministre, doit être respecté et défendu partout, en tout temps et en tous lieux. La Belgique joue et continuera à jouer pleinement son rôle dans la promotion de la paix et de la sécurité dans la région.

Rajae Maouane:

Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses.

Je dois dire qu'elles me laissent un peu sur ma faim. Je trouve que la réponse de la Belgique n'est pas à la hauteur de la situation. La Belgique a une responsabilité historique dans ce pays et dans cette région. On ne demande pas aux agresseurs de désescalader. On dit aux agresseurs d'arrêter de violer le droit international. On fait en sorte de sanctionner les agresseurs.

Je suis révoltée, je dois le dire, par l'hypocrisie que j'entends parfois, de ceux qui prêchent la paix tout en fermant les yeux sur des crimes, par opportunisme politique ou par intérêt économique. L'heure aujourd'hui n'est plus aux déclarations, aussi fortes soient-elles. Il faut des actions. Nous exigeons des sanctions dès maintenant. Nous exigeons un embargo et nous exigeons la justice.

Michel De Maegd:

Merci, messieurs les ministres, pour vos réponses franches et déterminées.

Je voudrais insister sur les responsabilités de chacun, toujours au détriment des populations de l'Est du Congo. C'est indéniable pour le Rwanda. Je le dis depuis des années. Il fait fi de toute règle internationale au travers du M23, pour s'accaparer des minerais du Congo, et aujourd'hui, pour violer, de façon flagrante, la souveraineté de la RDC. C'est tout aussi indéniable pour d'autres pays voisins qui, avec d'autres rebelles, s'assurent de leur part du gâteau. C'est encore indéniable pour le pouvoir en place à Kinshasa, miné par la corruption endémique, et dont les discours vigoureux peinent à masquer les énormes défaillances quand il s'agit de protéger son peuple avec une armée en perdition.

Soyons francs, que dire de l'Europe et de sa réalpolitique? En effet, pour ne pas se faire damer le pion sur cet échiquier morbide, les adversaires occidentaux mais aussi, soyons honnêtes, monsieur Hedebouw, chinois, indiens, turcs et, demain, russes, prennent aussi leur part du gâteau, encore et toujours sur le dos des populations congolaises.

Pierre Kompany:

Monsieur le président, je suis vraiment fier d'être ici, tout simplement parce que je suis d'origine congolaise. J'en ai presque les larmes aux yeux.

Monsieur le premier ministre, vous avez parlé des discours de haine. Pensez quand même un seul instant que ce peuple congolais a une générosité qui dépasse le monde. Il a reçu tous ceux qui, aujourd'hui, deviennent les agresseurs. Des bourses d'études ont été distribuées à la peine des enfants congolais. La plupart des gens que vous voyez, qui font le Rwanda et qui sont du côté congolais ont souvent étudié avec des bourses d'études congolaises que les Congolais n'ont pas eues. Alors, remettons les choses en place: le Rwanda doit remercier le Congo au lieu de faire ce qu'il fait avec l'argent du monde entier.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre de Belgique, monsieur le ministre des Affaires étrangères de Belgique, Frantz Fanon, un grand militant panafricain disait que "l'Afrique a la forme d'un revolver dont la gâchette se trouve au Congo". Et je pense qu'il a raison. Le but des puissances occidentales aujourd'hui est d'avoir un Congo faible pour qu'il n'y ait plus de gâchette, pour avoir un continent africain faible devant les puissances mondiales. Voilà ce qui se joue aujourd'hui, le but étant d'avoir une balkanisation du pays.

On n'a pas eu de réponse, monsieur De Maegd, à la question de savoir pourquoi les États-Unis d'Amérique soutiennent Kagame depuis le début. Vous le savez! C'est là où tout le monde se tait car l'échiquier mondial se joue à coups de millions de morts. C'est cela qu'il faut dénoncer aujourd'hui et c'est pour cela qu'il y a de l'impunité. J'aurais espéré aujourd'hui que la Belgique dise stop: "Stop, United States! Stop!" Mais non, business, business, business! C'est un problème. On mène le combat contre (…)

Els Van Hoof:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, het is goed dat wij concrete voorstellen hebben voorgelegd aan de Europese Unie, maar nu moeten wij doorpakken, er is nog niets gebeurd. Tolereren wij in Oost-Congo wat wij niet tolereren in Oekraïne? Dat is de vraag waarvoor wij staan.

U sprak ook over de haat die vandaag heerst bij de Congolezen. Is het echter niet normaal dat die mensen boos zijn na zoveel straffeloosheid? MONUSCO staat daar al jarenlang naar te kijken en kan niets ondernemen wegens het beperkte mandaat. De Congolezen zijn terecht boos. Er wordt gewerkt met twee maten en twee gewichten. Dat aanvaarden zij niet meer. Het is ook heel terecht dat ze dat niet meer aanvaarden.

Er wordt Kigali weinig of niets in de weg gelegd. Dat moet veranderen. Gaan wij vandaag tolereren dat het internationaal recht word opgeofferd op het altaar van geld en grondstoffen? Misschien valt Bukavu binnenkort. Het is tijd voor sancties en acties. Wij moeten niet alleen naar de Verenigde Staten kijken, wij moeten vooral ook kijken naar onszelf. Ik vertrouw op u, heren ministers.

François De Smet:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Trois choses. D’abord, attention quand même au relativisme. Bien sûr que tout ne va pas bien au Congo. C’est évident. Mais dans cette histoire, il y a quand même très clairement un agresseur et un agressé. L’agresseur, c’est le Rwanda. L’agressé, c’est la République démocratique du Congo.

Ensuite, huit partis se sont succédé à cette tribune, et pratiquement tout le monde a demandé de hausser le ton sur les sanctions économiques et sur les sanctions sur les armes. Cela veut dire que ce gouvernement et le suivant – s’il advient – ont un mandat extrêmement clair de cette Assemblée et auront un soutien pour aller en ce sens.

Enfin, vous n’avez pratiquement pas évoqué le volet humanitaire. On parle de 400 000 personnes qui se trouvent sur les routes. Si la Belgique, d’autres démocraties et les ONG n’aident pas très rapidement, cela va devenir très vite une catastrophe humanitaire.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Messieurs les ministres, merci pour vos réponses.

Moi, je vais vous parler un peu de ma famille qui est coincée à Goma sans eau et sans électricité, de la fille que mon frère a adoptée dans cette mauvaise situation. Je vais vous parler de mes nombreuses visites à Panzi où j’ai vu des enfants emmenés parce qu’ils ont été violés, des petites filles de un an, des mamans complètement désorientées.

Alors maintenant, il est temps d’agir. Le temps est aux actes. On doit dire au M23 de se retirer. On doit dire au Rwanda de se retirer. La Belgique ne doit plus rester passive. Il faut que nous puissions préserver l’intégrité territoriale de la RDC. Surtout, nous devons imposer des sanctions fermes contre le Rwanda.

Une réponse humanitaire et diplomatique urgente est nécessaire, messieurs les ministres. La paix doit être rétablie en RDC, et les crimes doivent cesser.

Je voudrais également présenter toutes mes condoléances aux familles de ces soldats de la MONUSCO et des FARDC qui sont tombés au front.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het militaire regime van Rwanda aarzelt niet om bij zijn buurman de minerale rijkdommen te gaan plunderen en om daar de bevolking te gaan verkrachten en te folteren.

We mogen vandaag niet aarzelen om daadkrachtig op te treden en om te pleiten voor een opbouw van de humanitaire hulp in Oost-Congo, maar we mogen ook niet aarzelen om te herevalueren hoe we de 40 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking zullen besteden. De 500.000 mensen op de vlucht hebben nood aan hulp. We mogen ook niet aarzelen in de herevaluatie van onze omgang met de middelen die naar het Rwandese leger gaan, want met die middelen worden de M23-rebellen betaald.

De aarzeling moet voorbij zijn, de stilte moet worden gebroken. Dank u.

Voorzitter:

Collega's, wij hebben nog 25 minuten de tijd om onze stem uit te brengen, maar nog niet heel veel mensen hebben dat gedaan, dus u bent daartoe uitgenodigd.

Het plan van de Europese Commissie om het concurrentievermogen van de EU te stimuleren

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om EU-competitiviteit en strategische autonomie, met focus op vereenvoudigde regelgeving (met name voor KMO’s), bevordering van Europese technologische kampioenen en energie- en investeringsuitdagingen. Minister Quintin benadrukt de Belgische prioriteiten: administratieve lastenverlichting, een sterker interne markt en talentontwikkeling, gekoppeld aan de EU-"competitiviteitsboussole" (geïnspireerd door rapporten Draghi/Letta). Financierings- en energiekwesties (zoals kapitaalvlucht en hoge EU-energieprijzen) blijven kritiek, maar concrete maatregelen ontbreken nog. Snelheid en eenheid tussen EU-lidstaten en Belgische overheden worden cruciaal geacht voor succes.

Youssef Handichi:

Monsieur le ministre des Affaires européennes, après la publication des rapports Draghi et Letta, la Commission européenne a rendu publiques une série de propositions en renfort du tissu économique des pays de l'Union européenne. Monsieur le ministre, les entreprises ne doivent plus avoir la vie dure, grâce à différents paquets de simplification de législations européennes, appelés poétiquement "paquets omnibus". Un point important, à mes yeux, concerne une révision des règles sur les appels d'offres publics pour introduire une préférence européenne pour les secteurs technologiques stratégiques, la révision des règles de la concurrence pour favoriser la création sur notre sol de champions internationaux.

Monsieur le ministre, ma première question concerne la portée de cette simplification administrative pour les entreprises, les premières législations ou les secteurs particuliers qui vont être ciblés et la nature de la concertation avec les entreprises. Comment l'État fédéral, en concertation avec les Régions, va-t-il pouvoir aider nos entreprises à tirer profit de cette modification structurelle du cadre législatif européen?

Ma deuxième question porte sur l'aspect financier ou budgétaire qui sous-tend ces mesures. On se rappelle des propositions du rapport Draghi qui évoquaient 750 à 800 milliards d'euros d'investissements additionnels nécessaires par an. Or on constate la fuite des capitaux européens: 300 milliards d'euros d'épargne européenne filent vers des contrées plus accueillantes. Comment mobiliser l'épargne européenne et les investissements étrangers vers les entreprises européennes?

Monsieur le ministre, nous savons aussi que les prix élevés de l'énergie dans l'Union européenne pénalisent les entreprises européennes par rapport à leurs concurrentes internationales. Quelles sont les mesures envisagées par la Commission sur cet aspect cardinal?

Enfin, nous sommes attentifs à la poursuite des ambitions climatiques européennes, afin d'atteindre la neutralité carbone.

Bernard Quintin:

Monsieur le député, une des priorités de la présidence belge de l'Union européenne était la compétitivité. Vous vous rappellerez que nous avons demandé le rapport Letta, que nous avons soutenu le rapport Draghi et que nous avons présenté la Déclaration d'Anvers. Les constats étaient clairs et ont été une inspiration pour cette "boussole pour la compétitivité" de l'Union européenne que j'accueille donc favorablement.

C'est notre conviction qu'il est temps d'écouter le quatrième wake-up call . Nous avons eu la première administration Trump, le covid, la crise énergétique liée à la guerre contre l'Ukraine. Il nous faut donc maintenant travailler à l'autonomie stratégique de l'Union européenne. Et cette initiative y contribuera.

Plusieurs initiatives sont regroupées sous cette "boussole". Je voudrais revenir sur certaines qui, selon moi, sont essentielles pour la Belgique.

Premièrement, il s'agit de la simplification des règles, qui réduira les charges administratives et qui permettra aussi de mieux prendre en compte l'intérêt de nos entreprises européennes. C'est très important pour les PME belges qui sont, comme nous le savons, le moteur de notre économie. Deuxièmement, je pense à la réduction des obstacles au marché unique. C'est crucial pour une économie interconnectée comme la nôtre, avec plus de 60 % de nos exportations destinées aux pays de l'Union européenne. Enfin, troisièmement, il s'agit de la promotion des compétences et emplois de qualité, car nous avons des talents incroyables en Belgique, qui ne demandent qu'à être utiles et utilisés.

Beaucoup reste à faire, mais une chose est certaine: il est plus que temps d'agir, en étant rapides et unis. Dans un monde en mutation, l'Union européenne et, singulièrement, la Belgique doivent rester compétitives pour maintenir leur position de leader à l'échelle mondiale. L'initiative montre la voie à suivre et sera une mission importante pour le futur gouvernement. Soyons au cœur de l'élaboration des plans. Nous devons saisir l'opportunité qui découle de ce rapport pour le bien de nos acteurs économiques, qui sont les garants de notre prospérité. Et c'est, comme vous l'avez souligné, ce que nous devons faire en Belgique avec tous les acteurs qui sont impliqués à tous les niveaux. Je vous remercie de votre attention.

Youssef Handichi:

Monsieur le ministre, agir vite et uni: " wake-up call "! Effectivement c'est ce dont nous avons besoin et c'est ce que le futur gouvernement devra mettre en place rapidement, car il s'agit de notre autonomie stratégique. Les travailleurs en ont besoin. Je vais peut-être oser, pour une certaine gauche, un gros mot: les PME et les entrepreneurs ont besoin de ce " wake-up call" , de cette énergie. C'est la raison pour laquelle je vous remercie pour vos réponses. Nous soutiendrons le prochain gouvernement pour que cette stratégie soit appliquée.

De impact op de ontvangsten van de reactie van VS-president Trump aangaande de minimumbelasting

Gesteld aan

Vincent Van Peteghem (Minister van Financiën)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België zit klem tussen Trumps dreiging (35% Amerikaanse bronheffing op Europese dividenden, wat samen met de Belgische roerende voorheffing 65% belasting oplevert) en Europese verplichtingen (de UPTR-minimumbelasting toepassen of sancties riskeren). Van Peteghem benadrukt dat de huidige regels robuust en rechtvaardig zijn en houdt vast aan de afspraken, ondanks Trumps "stomp in de maag" voor beleggers en kmo’s, terwijl hij pleit voor Europese samenhang om competitiviteit en fiscale rechtvaardigheid te waarborgen. Van Quickenborne dringt aan op een pragmatische, gecoördineerde EU-aanpak om zowel de belastingmaatregel als de VS-relaties te behouden, met een knipoog naar Von der Leyens realpolitiek. De begrotingsimpact (624 miljoen in 2024, 75 miljoen in 2025) blijft onopgelost in het spanningsveld tussen investerdersbelangen en staatinkomsten.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, vorige week kondigde president Trump aan dat hij zijn land terugtrekt uit het wereldwijde verdrag voor een minimumbelasting van 15 %. Daarover werd een vraag gesteld in de plenaire vergadering en in de commissie. Gisteren werd die dreiging wel heel concreet, want Trump viseert nu ook de Europese en daarmee ook de Belgische belegger en investeerder. Als landen vasthouden aan dat belastingverdrag, wil hij de Amerikaanse bronheffing op dividenden van inwoners van Europa optrekken naar 35 %. In combinatie met de Belgische roerende voorheffing van 30 % zorgt dat voor een belastingaanslag van 65 %. Zelfs linkse partijen zullen dat redelijk veel vinden.

Mijnheer de minister, het gaat hier concreet over de fameuze UPTR, de vangnetbepaling, die stelt dat als een land zijn eigen bedrijven geen minimumbelasting oplegt andere landen dat wel kunnen doen ten aanzien van die buitenlandse bedrijven via de zogenaamde bijheffing. Het gevolg hiervan is dat ons land zich tussen twee vuren bevindt. Ofwel passen we die regels toe en dan dreigen er Amerikaanse belastingen voor beleggers en investeerders, ofwel passen we die regels niet toe en riskeren we Europese sancties, want die regel is een omzetting van een Europese richtlijn.

Mijnheer de minister, met al uw wijsheid, hoe geraken we uit die beknelling? Niets doen is geen optie, want dan zal Trump ons komen scheren. Europa en de OESO moeten reageren. Gaat u initiatieven nemen?

Wat zou de impact hiervan zijn op de begroting? Mijnheer Bertels, in de begroting voor 2024 stond 624 miljoen euro ingeschreven en in de begroting voor 2025 stond nog eens 75 miljoen euro ingeschreven.

Kiest u voor de belangen van onze beleggers en investeerders of kiest u voor de schatkist?

Vincent Van Peteghem:

Mijnheer Van Quickenborne, ik heb vorige week inderdaad al veel meegedeeld en ben ook in de commissievergadering op die vragen teruggekomen. Inzake de internationale minimumbelasting voor ondernemingen heb ik heel duidelijk gemaakt dat wij een vuist moeten maken en ervoor moeten zorgen dat de lasten rechtvaardig verdeeld worden. Natuurlijk moeten we ook zorgen voor een eerlijk speelveld voor onze eigen zelfstandigen en onze eigen kmo's. In die zin sprak premier De Croo in de context van de begrotingscontrole, toen we dat ingevoerd hebben, ook over een belangrijke mijlpaal.

De dreigementen van president Trump zorgen vandaag inderdaad voor een scheeftrekking in dat gelijk speelveld. Hij geeft een stomp in de maag van onze burgers en onze eigen ondernemingen. Daardoor mogen wij ons echter niet laten ontmoedigen. Belangrijk is immers te weten dat de huidige van toepassing zijnde regels inzake de minimumbelasting bijzonder robuust zijn en ook in lijn liggen met gemaakte internationale afspraken. Voor alle duidelijkheid, de VS passen dezelfde regels, die nog ingevoerd werden tijdens de vorige ambtstermijn van Donald Trump, op onze bedrijven toe. Het is dus belangrijk en we blijven ervoor ijveren dat multinationals een eerlijke bijdrage blijven betalen. Daarvoor zullen we dan ook zorgen.

Immers, ook zonder de VS moeten we in staat zijn om rechtvaardige fiscaliteit te verzoenen met een competitieve economie. Europa moet waken over haar competitiviteit. De minimumbelasting vormt daar een onderdeel van, onder andere voor onze kmo's en onze zelfstandigen.

Op Europees niveau hebben we dat al besproken in de vergaderingen van de Ecofinraad, maar uiteraard zal ik dat de volgende keer opnieuw aanhalen.

Vincent Van Quickenborne:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Uiteraard heeft iedereen de mond vol van rechtvaardige belastingen, dat is evident. Wat zijn we daar echter mee als uiteindelijk onze beleggers en onze investeerders er de dupe van zijn? We weten allemaal dat Trump een dealmaker is en we have to deal with it . Het beste is een pragmatische en gecoördineerde houding van de verschillende lidstaten om de kern van de maatregel overeind te houden, maar ook om ervoor te zorgen dat onze relaties met de Verenigde Staten niet op het spel worden gezet. Ik zou zeggen: doe zoals Ursula von der Leyen heeft gezegd. Hoewel sommigen in Europa en waarschijnlijk ook in dit halfrond de realiteit in Amerika niet prettig vinden, moeten we klaar zijn om ermee om te gaan. Misschien kunt u dat doen als de volgende minister van Financiën in een volgende vergadering.

De gevolgen van de verstrenging van het Duitse asielbeleid voor België

Gesteld door

lijst: VB Werner Somers

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 30 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Duitse CDU/CSU, FDP en AfD verscherpen asielbeleid met grenscontroles, gesloten centra en versnelde uitzettingen (inclusief naar Syrië/Afghanistan), terwijl staatssecretaris De Moor benadrukt dat België al vergelijkbare maatregelen neemt (migratiewetboek, terugkeerbeleid, integratievoorwaarden) maar Somers dat afdoet als dralen en symptoombestrijding, wijzend op recordaantallen asielzoekers en het Duitse afscheid van Merkels *"Willkommenskultur"*.

Werner Somers:

Mevrouw de staatssecretaris, gisteren stemde de Bundestag, het Duitse Parlement, over een voorstel om het asiel- en migratiebeleid van Duitsland een heel stuk strenger te maken. Het voorstel werd ingediend door uw zusterpartijen, de CDU en de CSU en het werd aangenomen met een meerderheid van CDU/CSU, de liberale FDP en het rechts-nationalistische AfD. Ook in Duitsland, mevrouw de Moor, begint de zogenaamde Brandmauer , het Duitse equivalent van het cordon sanitaire, dus stilaan af te brokkelen.

Ik doe een greep uit de voorgestelde maatregelen. Er zouden permanente controles moeten komen aan de staatsgrenzen van Duitsland met alle buurlanden, dus ook met België. Het aantal plaatsen in gesloten centra zou ferm worden opgedreven. Men denkt er onder meer aan leegstaande kazernes in te richten als gesloten centra en containers te bouwen, zodat mensen die het land moeten verlaten, niet langer op vrije voeten kunnen rondlopen en het aantal uitwijzingen fel kan worden opgedreven. Er is sprake van dagelijkse uitwijzingen, onder meer naar Syrië en naar Afghanistan. Vreemdelingen die niet in het bezit zijn van geldige inreisdocumenten, zouden meteen aan de grens, zonder pardon en zonder uitzondering, uitgewezen worden.

Morgen wordt er in de Bundestag ook gestemd over een voorstel van Zustrombegrenzungsgesetz , een wettekst dus ter beperking van de instroom. Een aantal van de voorstellen die gisteren zijn goedgekeurd, zou dus binnenkort daadwerkelijk omgezet kunnen worden in beleid.

Mevrouw de staatssecretaris, ik heb een drietal vragen voor u.

Ten eerste, wat zou de impact zijn van die maatregelen op België?

Ten tweede, waarom zijn dergelijke maatregelen onder deze regering (…)

Nicole de Moor:

Mijnheer Somers, migratie is een van de grote uitdagingen van onze tijd. We zien dat overal in Europa. We zien dat ook in de rest van de wereld, kijk maar naar de Verenigde Staten. Overal plaatsen regeringen het onderwerp centraal. Dat is terecht, want mensen maken zich zorgen over migratie. Dus ook in onze buurlanden, in Nederland, in Duitsland en in Frankrijk, regent het dezer dagen aankondigingen.

Vooralsnog gaat het in het bijzonder in Duitsland om woorden en nog niet om wetgevende daden. Mijnheer Somers, als u de tijd zou nemen om door die aankondigingen heen te kijken, dan zou u zien dat in onze buurlanden geen fundamenteel andere beslissingen genomen worden dan in België. Natuurlijk zijn de uitdagingen in België heel gelijkaardig. Natuurlijk zijn we allemaal gebaat bij een goedwerkend Europees systeem. Dat heb ik al eerder verteld. We moeten ons dus niet laten leiden door slogans en emoties, maar door feiten.

De voorbije jaren hebben we gewerkt aan een beleid dat de instroom kan beperken, een beleid dat misbruik van het systeem aanpakt. Wij bereikten een akkoord over het nieuwe Europees Migratiepact. Er ligt een migratiewetboek klaar. Er is een blauwdruk voor een eenmaking van verschillende migratiediensten in een FOD Migratie. We werkten aan een versterkt terugkeerbeleid. We breidden ook de capaciteit van de gesloten centra uit.

Daarnaast is het cruciaal dat we ook werk maken van een betere integratie van nieuwkomers. En ja, wij moeten daaraan ook gevolgen koppelen, bijvoorbeeld in de sociale bijstand. Het gaat om rechten en plichten en die moeten in evenwicht zijn. Wij moeten de weg van die hervormingen verder bewandelen. Dat zijn geen slogans, dat zijn daden.

Collega's, we doen dat om het systeem overeind te houden, om bescherming te kunnen blijven bieden aan mensen die het echt nodig hebben. Ik hoop dan ook dat we de komende uren een akkoord zullen bereiken over een nieuwe regering om daarvan verder werk te maken.

Werner Somers:

Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord, dat even voorspelbaar als teleurstellend is.

Hoeveel jaren wordt hier nu al gesproken over een nieuw migratiewetboek? Dat is zoals het monster van Loch Ness, dat voortdurend opduikt.

In Duitsland hebben uw christendemocratische zusterpartijen blijkbaar het licht gezien, want zij zien in dat de fameuze slogan wir schaffen das van hun partijgenote, gewezen bondskanselier Angela Merkel, een loze kreet is gebleken en dat de naïeve Willkommenskultur hun land in de afgrond heeft geleid.

Mevrouw de staatssecretaris, wanneer zal ons land eindelijk eens volgen? Waarom is hier niet mogelijk wat in andere Europese landen wel mogelijk blijkt te zijn? Wat u de voorbije jaren allemaal gedaan hebt, is niet meer dan gemorrel in de marge, of, om het in de taal van onze oosterburen te zeggen, kurieren am Symptom . De resultaten zijn ernaar. Wat hebben we gekregen? Dat zijn een recordaantal asielzoekers, een recordaantal gezinsherenigingen, een recordaantal nieuwe Belgen en een absoluut (…)

Voorzitter:

Mijnheer Somers, ik mag u ook gelukwensen met uw eerste betoog in de plenaire vergadering. (Applaus)

De perspectieven inzake het effectieve dichtdraaien van de Russische gaskraan
De gevolgen van het aflopen van het contract voor de invoer van Russisch gas in Europa via Oekraïne
De impact van Russische gasleveringsbeperkingen aan Europa

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de impact van de stopzetting van Russisch gastransit via Oekraïne (per 1/1/2025) en de Belgische/Europese strategie om afhankelijkheid te verminderen. België voert strikte controles in op GNL-transit (o.a. via Zeebrugge), met traceringsmechanismen en sancties bij fraude, maar blijft kwetsbaar door bestaande langetermijncontracten en transit via derde landen (bv. Turkije). De afhankelijkheid van Russisch gas daalt (6,5% minder GNL-import in 2024 vs. 2023), maar de EU blijft geconfronteerd met energieprijsstijgingen, lagere reserves (74% gevuld) en industriële concurrentieverlies vs. de VS/China. België pleit voor verstrengde EU-maatregelen (o.a. volledige GNL-sancties) en versnelt alternatieven zoals Qataarse/Noorse leveringen binnen het REPowerEU-plan, met een nieuwe roadmap in februari 2025.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, vous venez d'évoquer le coût du gaz et la compétitivité de ce marché entre l'Europe et les États-Unis. La décision est tombée concernant le gaz russe – et je crois qu'on ne peut pas la remettre en cause – depuis le début de l'année 2025. Le fait que le gazoduc Brotherhood, qui relie la Russie à l'Union européenne, a cessé de livrer, rend les choses extrêmement claires. Toutefois, clair ne veut pas dire définitif. Certains affirment que cela n'aura pas d'impact sur la Russie qui exportera ou réexportera via des pays tels que la Turquie.

Vous avez plaidé pour ce dossier et je pense que vous avez bien fait de le faire. Ainsi, l'Europe institue-t-elle un système de suivi et de contrôle. Je voulais avoir votre lecture, vos explications par rapport à la manière dont ce dossier a été abordé par les autres États européens. Où en sommes-nous et comment les choses risquent-elles de se développer?

Par ailleurs, vous savez que le port de Zeebrugge est un point stratégique en termes de transbordement du GNL, y compris celui qui provient de Russie. Comment le gouvernement aborde-t-il ces éventuelles difficultés? Quels sont les chiffres pour 2024? Cela nous permettrait de voir comment les choses peuvent se dérouler à l'avenir.

Enfin, l'arrêt du transit de gaz via le gazoduc aura-t-il un impact sur la sécurité énergétique belge et quel impact? Cela rejoint un débat que nous venons d'avoir tout à l'heure. Dans l'affirmative, quelles sont les solutions alternatives? Comment développer ou renforcer encore les accords avec des pays producteurs de GNL? Je pense au Qatar, à la Norvège ou à d'autres régions. L'idée est de faire le point avec vous sur ce dossier également.

François De Smet:

Monsieur le président, madame la ministre, en effet, le contrat qui permet au gaz russe de passer par l’Ukraine pour alimenter l’Europe n’a pas été prolongé et a expiré le 1 er janvier 2025.

C’est bien connu, l’approvisionnement énergétique constitue une arme de chantage politique utilisée par le président russe, M. Poutine, vis-à-vis des pays européens. Il n’en demeure pas moins que d’après le think tank énergétique Bruegel, la fin du contrat de transit aura un impact significatif sur l’approvisionnement européen, même si le combustible envoyé par pipeline à travers l’Ukraine ne représente plus qu’environ 5 % des importations européennes.

Les réserves européennes sont ainsi remplies à 75 % aujourd’hui, contre 87 % il y a un an à la même période. Dans notre pays, le taux serait de 74 %.

Malgré ses efforts pour remplacer le gaz russe, l'Union européenne a ressenti les effets de la hausse des coûts de l'énergie, qui a affecté sa compétitivité industrielle par rapport à la concurrence des États-Unis et de la Chine. De nombreux pays ont connu et connaîtront un ralentissement économique, tandis que les taux d'inflation ont grimpé en flèche, aggravant l’augmentation du coût de la vie.

Madame la ministre, mes questions sont assez simples. Quel est l’état de la dépendance actuelle de notre pays par rapport au gaz russe? Quelles sont les conséquences de la fin de la prolongation de ce contrat pour notre pays en termes de sécurité d’approvisionnement?

Quels sont les développements du réseau de remplacement complet du gaz russe entamé par l’Union européenne? Quel rôle entend jouer notre pays au niveau européen en termes de transition énergétique? Je vous remercie.

Tinne Van der Straeten:

Tout d’abord, merci pour ces questions, et merci surtout à M. Crucke, pour des questions très pertinentes et intéressantes qui nous donnent l’opportunité d’élaborer et d'éclaircir quelque peu la matière sur différents volets.

Je vais commencer avec la sanction qui a été décidée dans le quatorzième paquet de sanctions, dans lequel l’Union européenne a renforcé ses mesures pour limiter les revenus de la Russie issus de son industrie fossile. Ce paquet interdit le transbordement de gaz; uniquement le transbordement de gaz naturel liquéfié russe, dans les ports européens, sauf si une exception est accordée pour des besoins énergétiques spécifiques d’un État membre.

Donc, c'est un règlement qui est directement applicable dans l'Union européenne, mais nous avons élaboré un arrêté royal pour préciser les règles et les procédures nationales, parce que la sanction est complexe en soi. Il s'agit uniquement du transbordement. Cela veut dire que si un transbordement arrive à Zeebrugge, nous devons être capables de voir si c'est un transbordement, donc de savoir si cela va partir par après en Asie par exemple, ou si cela entre, via Zeebrugge, pour aller vers l'Allemagne par exemple. En effet, c'est très facile, par exemple, si on a une installation, un nouveau terminal, de dire que l'on va interdire le gaz russe dans ces nouvelles installations, comme l'Allemagne le fait. Je fais cette référence parce qu'elle est indiquée dans les articles de presse. Mais si l'on a des capacités existantes avec des contrats à long terme, ce n'est pas si facile que cela. Cela veut donc dire qu'en Allemagne, il n'y a pas de nouveau contrat qui amène des quantités de gaz russe en Allemagne, ce qui est une bonne chose en soi. En même temps, il y a toujours, via le transbordement, des quantités de GNL russe qui entrent en Allemagne.

Cela veut donc dire que nous avons acquis l'opportunité, dans notre propre législation nationale déjà, de faire rentrer quelques instruments pour réagir si par après se présentent encore d'autres initiatives provenant de l'Union européenne, et cela pour pouvoir agir contre le GNL russe dans sa totalité.

Dans la mise en œuvre de la sanction au niveau belge, nous avons introduit plusieurs mécanismes. D'abord, il s'agit d'une déclaration d'origine et d'un contrôle. Chaque utilisateur du terminal de GNL doit déclarer l'origine de ses cargaisons au SPF Économie et à la DG Navigation. Ces informations sont vérifiées via un traçage des routes maritimes, en collaboration avec la DG Énergie.

Ensuite, un système de mass balance : Fluxys LNG suit précisément l'origine des cargaisons grâce à un système de comptabilité de masse.

Cela permet de vérifier si les cargaisons respectent les restrictions avec une rigueur supérieure à celle d'autres É tats membres. C'est notamment sur ce point qu'il y a deux conseils, j'ai demandé le soutien de la Commission européenne pour que ce que nous implémentons en Belgique le soit aussi ailleurs.

Troisième chose, le contrôle des rechargements. Les rechargements de GNL russe nécessitent une attestation d'un É tat membre confirmant son caractère indispensable à l'approvisionnement énergétique. Quatrième sanction, en cas de fausse déclaration ou d'infraction, la DG Navigation peut interdire l'accès aux ports belges.

Cela signifie qu'à partir de l'implémentation prévue le 27 mars – c'est-à-dire au moment de l'entrée en vigueur du quatorzième train de sanctions –, nous serons capables d'avoir un traçage de tout flux en provenance de Russie. Si la cargaison est un transbordement pur et simple, il ne sera plus possible mais s'il s'agit d'un transbordement ou d'un volume qui arrive sous forme de transbordement pour être ensuite injecté pour des raisons de sécurité d'approvisionnement, comme cela est prévu dans le paquet de sanctions, ce flux sera tracé. Nous connaîtrons donc avec plus de détails à partir du 27 mars les flux, leur niveau, leur direction, etc.

Cela signifie que si, dans une étape ultérieure, la Commission décide de sanctionner le GNL dans sa totalité ou de l'inclure dans le roadmap que le commissaire J ø rgensen doit développer, il existe déjà un instrument pour faciliter ce travail. Mes réponses contiennent beaucoup de chiffres, je propose de vous les transmettre pour le rapport. J'ajouterai que les importations de GNL russe diminuent mais qu'il y en a encore. Ils sont toujours là.

Il y a aussi différents flux via diverses installations. L'Allemagne a indiqué que les flux ne pouvaient plus entrer dans ses nouvelles installations. Il y en a donc plus qui arrivent via la Belgique. C'est un peu logique. Autrement dit, cela signifie que, pour pouvoir limiter les flux dans leur totalité, la Belgique doit disposer d'une sanction ou d'une mesure européenne plus stricte. Ainsi que je l'ai déjà expliqué à plusieurs reprises, des contrats pluriannuels ont été signés, comme c'est le cas aux Pays-Bas.

S'agissant de la dépendance de la Belgique au gaz russe, les données préliminaires pour 2024 montrent une baisse de 6,5 % des importations de GNL russe par rapport à 2023. La consommation belge de gaz naturel a également diminué de 4 % environ. Ces chiffres montrent que notre dépendance au gaz russe est aujourd'hui très limitée. Mais, je le répète, cela ne veut pas dire qu'aucun gaz n'entre chez nous, mais qu'il transite par la suite.

Pour les contrats de transit Russie-Ukraine, l'impact direct de leur expiration sur notre sécurité d'approvisionnement est négligeable, car nous importons peu de gaz russe par pipeline. En revanche, les marchés restent fragilisés par des facteurs externes, notamment une baisse des réserves européennes et une diminution des importations de GNL. Le remplacement du gaz russe dans l'Union européenne implique plusieurs mesures importantes dans le cadre de REPowerEU. Nous constatons ainsi une réduction de 18 % de la consommation de gaz naturel en 2023 par rapport à la moyenne 2017-2021. La Commission européenne va présenter une roadmap, REPowerEU, le 24 février prochain, marquant le troisième anniversaire du début de la guerre en Ukraine. Ce document contiendra des mesures concrètes pour éliminer les derniers flux de gaz russe.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour les explications et pour les informations bien précises et utiles que vous avez communiquées. Je crois effectivement qu'avoir une traçabilité parfaite est une obligation si on veut tenir la route. Mais, comme vous l'avez dit aussi, il faut que tout le monde puisse accepter et appliquer les mêmes règles. Je prendrai connaissance des chiffres que vous nous communiquerez qui, j'imagine, pourront fournir l'éclairage supplémentaire par rapport aux explications que vous avez données.

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour le caractère très détaillé de votre réponse. Nous ne manquerons pas de regarder également les chiffres pour compléter notre propre information.

Het strategische partnerschapsakkoord met Frankrijk over de levering van kleinkalibermunitie

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 29 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het strategisch partnerschap tussen België (FN Herstal) en Frankrijk voor kleinkalibermunitie is operationeel, met een productielijn in Frankrijk en leveringen aan defensie/politie, gericht op Europese strategische autonomie en 20-jarige bevoorradingszekerheid. Nederland, Luxemburg, Malta toonden interesse via intentieverklaringen; toetreding vereist een *Memorandum of Understanding*, terwijl vergelijkbare initiatieven nodig zijn om niet-Europese afhankelijkheid te verminderen. Het akkoord versterkt interoperabiliteit, Europese defensie-integratie en de Belgische defensie-industrie (jobs/economie), met potentieel voor uitbreiding. Kjell Vander Elst benadrukt het belang voor autonomie, economie en werkgelegenheid, terwijl Dedonder de multinationaal-schalbare aanpak en flexibiliteit onderstreept.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Eind mei 2024 sloot u met uw Franse ambtsgenoot een strategisch partnerschap af rond kleinkalibermunitie. Een belangrijke overeenkomst om onze defensie-industrie te versterken en uit te breiden. Het akkoord omvat twee hoofdcomponenten. Ten eerste koopt Frankrijk kleinkalibermunitie van FN Herstal, die niet alleen wordt ingezet door het Franse leger maar ook door andere diensten zoals de politie en de douane. Ten tweede voorziet het akkoord in de oprichting van een productielijn voor deze munitie op Frans grondgebied, waarbij de expertise van FN Herstal een centrale rol speelt.

Wat is de stand van zaken van dit partnerschap? In welke fase zit men? Zijn er nog stappen nodig om dit partnerschap volledig uit te rollen?

Zijn er op dit moment gesprekken met andere landen waar een dergelijk partnerschap mee zou afgesloten kunnen worden?

Hoe draagt dit akkoord concreet bij aan de strategische autonomie van België en Europa?

Welke volgende stappen ziet u noodzakelijk voor België en Europa om de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers te verminderen?

Ludivine Dedonder:

Je tiens tout de même à préciser que, si des questions ont été posées il y a un certain temps, j’ai toujours répondu favorablement à l’invitation de venir y répondre ici en commission. Je sais qu’il y a eu des échanges à ce sujet mais, en ce qui me concerne, au niveau de mon cabinet, chaque fois que ma présence a été requise pour répondre aux questions, j’ai toujours répondu positivement aux invitations.

Même si les agendas étaient compliqués en raison des auditions menées en commission, cela ne m’a jamais empêchée de répondre aux questions et je suis toujours restée jusqu’à la fin des commissions pour répondre à toutes les questions inscrites à l’ordre du jour. Je constate qu’on m’impute le retard de certaines questions au motif que je ne serais plus assez disponible, mais je suis comme les scouts, toujours prête pour défendre ce département et répondre à vos questions légitimes.

In 2024 sloten de Belgische Defensie en de firma FN Herstal een multinationaal strategisch partnerschap voor lichte wapensystemen en de bijhorende munitie. Deze samenwerking heeft een dubbele doelstelling: enerzijds het garanderen van de operationaliteit dankzij bevoorradingszekerheid en anderzijds het behoud van de strategische autonomie door zowel kwantitatief als kwalitatief te voldoen aan toekomstige behoeften op het gebied van lichte bewapening en munitie voor de komende 20 jaar.

Een partnerschap op lange termijn combineert de voordelen van stabiliteit in de tijd en flexibiliteit ten aanzien van evoluerende behoeftes. Naast het feit dat een dergelijk breed partnerschap leidt tot een performanter beheer en administratieve en financiële vereenvoudiging, kan er tevens gerekend worden op een brede knowhow.

Naast de belofte van duurzaamheid en de versterking van de technologische en industriële defensiebasis in ons land, heeft dit partnerschap een multinationale focus. Alle lidstaten van de Europese Unie en/of de NAVO kunnen aansluiten bij dit partnerschap. Het multinationaal strategisch partnerschap met FN Herstal versterkt onder andere onze interoperabiliteit te velde, consolideert de integratie van de Europese legers, verstevigt onze nationale industrie en bijhorende autonomie en versterkt bijgevolg onze Europese veerkracht.

Dit partnerschap werd intussen al voorgesteld aan enkele van onze directe buren met wie Defensie actieve samenwerkingen heeft, waaronder Nederland, Luxemburg en ook Frankrijk in het kader van het CaMo-project. Ook met Malta zijn momenteel gesprekken lopende voor toetreding tot dit partnerschap. De wens tot toetreding van die landen wordt in een eerste tijd uitgedrukt in een intentieverklaring op politiek niveau. De effectieve toetreding tot dit multinationaal strategisch partnerschap met FN Herstal dient nadien te worden geformaliseerd via een memorandum of understanding . Initiatieven die vergelijkbaar zijn met dit partnerschap met FN Herstal zullen nodig zijn om de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers verder af te bouwen.

Kjell Vander Elst:

Bedankt, mevrouw de minister. U hebt gelijk als u zegt dat het een belangrijk partnerschap is. Ik ben ook blij te horen dat het partnerschap al is voorgesteld aan andere landen, zoals Nederland en Luxemburg, en dat ook Malta geïnteresseerd is. Strategische autonomie zal namelijk de komende jaren een thema zijn binnen Europa, maar ook binnen België. Het is dus belangrijk dat we onze bedrijven en de expertise die we op bepaalde domeinen hebben opgebouwd kunnen benutten. Ook voor de defensie-industrie is dit een belangrijk partnerschapsakkoord. Het is goed voor de economie en het levert jobs op, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Het is dus een zeer goede zaak dat dit partnerschapsakkoord bestaat en dat er verder aan wordt gewerkt. Ik hoop maar dat dit in de toekomst nog uitgebreid kan worden.

De recordinbeslagnames van 'erectiehoning' in Frankrijk
Honing waaraan libidoverhogende supplementen worden toegevoegd
Illegale honing met toegevoegde stimulerende middelen

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 28 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In België is "erectiehoning" (met illegaal toegevoegde Viagra-achtige stoffen zoals sildenafil) verboden, maar het fenomeen groeit in omringende landen, met ernstige gezondheidsrisico’s (hartproblemen, nierfalen). AFSCA en FOD Economie controleren actief (o.a. in nightshops) en waarschuwen consumenten via media, maar geen exacte cijfers beschikbaar door juridische afhandeling via parketten. De Knop en Prévot dringen aan op versterkte informatiecampagnes (ludiek maar krachtig) en een mogelijk verkoopverbod, terwijl minister Clarinval benadrukt dat samenwerking tussen instanties (AFMPS, douane, justitie) cruciaal is. Online verkoop blijft moeilijk te controleren, dus consumenten worden opgeroepen alert te zijn.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, les douanes françaises viennent de rapporter publiquement que l'année 2024 a marqué un record absolu en termes de quantités saisies de miel dit érectile. On parle ici de plus de 30 000 tonnes, écoulées notamment dans des night shops. Parmi ces 30 000 tonnes, 13 000 avaient été saisies en novembre à Marseille.

C'est une explosion du phénomène, comme le rapporte le pendant français de l'AFSCA. L'Agence nationale de sécurité sanitaire de l'alimentation, de l'environnement et du travail (Anses) estime en effet que la consommation de miel érectile s'amplifie en dépit des recommandations des autorités. Ces recommandations se résument à un précepte simple, monsieur le ministre: ne pas en consommer. Provenant le plus souvent de Malaisie, de Turquie, de Tunisie ou de Thaïlande, ces sticks de miels d'apparence anodine sont en réalité coupés avec des principes actifs présents notamment dans le Viagra. Ils peuvent provoquer des effets secondaires indésirables graves: convulsions, œdèmes cérébraux, insuffisances rénales aiguës majeures, etc. Pour l'instant, aucun décès n'a été constaté mais le principe de précaution prévaut.

On a du mal à croire que la Belgique fasse exception à ce phénomène qui s'amplifie chez nos voisins. Monsieur le ministre, l'AFSCA a-t-elle connaissance de cas de ces miels érectiles sur le territoire belge? Si tel est le cas, pouvez-vous nous communiquer toutes les informations dont vous disposez sur le sujet? Si aucun cas n'a été détecté ou n'a pas encore été détecté, comment l'AFSCA envisage-t-elle de réagir face à cette déferlante aux risques sanitaires sérieux? Des contrôles dans les night shops proches de la frontière française, par exemple, vont-ils être menés par l'Agence fédérale?

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik moest eerst even glimlachen toen ik las dat er honing wordt verkocht waaraan de libidoverhogende supplementen tadalafil en sildenafil, die een gelijkaardige werking als viagra hebben, zouden zijn toegevoegd. In de volksmond wordt de honing erectiehoning genoemd en in onze buurlanden wordt al gesproken over een echte hype. Daar is een hele hetze rond ontstaan, want de zakjes met de bewuste honing zijn makkelijk verkrijgbaar via onlinebedrijven, terwijl dat conflicteert met onze regels dat dergelijke stoffen enkel verkrijgbaar zijn op voorschrift van een arts. Dat is ook logisch, want het innemen van die stoffen is risicovol voor personen met hartritmestoornissen en het kan leiden tot een lage bloeddruk, hartklachten, diarree, nierfalen of een wazig zicht. Wat het probleem nog acuter maakt, is dat de toegevoegde stoffen niet op de verpakking vermeld staan. Dat heeft in Nederland blijkbaar al geleid tot een verbod op de verkoop van deze honing.

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) heeft reeds gewaarschuwd voor de risico's voor de volksgezondheid. De hamvraag is of een waarschuwing voldoende is, vandaar enkele vragen.

Welke maatregelen zult u samen met het FAVV nemen om consumenten te waarschuwen voor de gevolgen van het consumeren van dergelijke honing?

Kan de honing met toevoeging van libidoverhogende middelen wettelijk op onze markt worden gebracht?

Welk advies geeft het FAVV omtrent het toelaten of verbieden van de verkoop van deze honing?

Welke initiatieven kunnen worden genomen tegen buitenlandse verkopers van honing waaraan stoffen worden toegevoegd die volgens onze regelgeving uitsluitend na doktersvoorschrift beschikbaar kunnen worden gesteld?

Op welke manier kan de consument zijn of haar recht op volledige informatie laten gelden om gezondheidsrisico's ter vermijden?

Zult u, in overleg met de inspectiediensten, nagaan of dergelijke goederen in beslag kunnen worden genomen?

Zult u het Nederlandse voorbeeld volgen en de verkoop van de honing verbieden?

David Clarinval:

Madame et monsieur les députés, je commencerai par un petit rappel. La vente de miel auquel sont ajoutés des exhausteurs de libido n'est pas autorisée en Belgique. En cas de découverte par les services, ces médicaments et ces miels sont saisis. Le Tadalafil et le Sildénafil sont en effet des médicaments et ne doivent pas être ajoutés aux aliments, y compris aux compléments alimentaires.

Ce phénomène n'est pas nouveau et est bien connu des services d'inspection. Le contrôle des médicaments relève de la compétence de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé (AFMPS). Le SPF Économie est chargé d'effectuer les contrôles de la composition, de la dénomination, de la tromperie et de la fraude économique des denrées alimentaires.

L'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA) est chargée, quant à elle, d'effectuer des contrôles relatifs aux aspects de santé publique et de sécurité alimentaire. Dans le cadre de son programme de contrôle, l'AFSCA effectue régulièrement des analyses pour détecter la présence de substances interdites dans les aliments, comme le Sildénafil dans les compléments alimentaires à allégation aphrodisiaque. Des contrôles sont déjà effectués dans les night shops et autres points de vente sur l'ensemble du territoire.

Les produits non conformes sont rappelés et signalés par le biais du système Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF), qui informe les autres États membres. Étant donné qu'il s'agit de produits importés illégalement sur le territoire belge en provenance de pays tiers, tous les dossiers relatifs à cette problématique sont judiciaires et gérés par différents parquets. De ce fait, l'AFSCA ne peut pas fournir de chiffres exacts quant à la quantité de produits saisis.

Het FAVV informeert en waarschuwt de consumenten via persberichten en sociale media over de risico’s van het aankopen online van voedingssupplementen. Hierbij wordt eveneens de boodschap beklemtoond dat het FAVV onmogelijk alle producten die via het internet worden aangeboden kan controleren, aangezien die meestal niet worden verkocht via klassieke verkoopkanalen of verkoopoperatoren die onder de controle van het FAVV vallen. Consumenten worden daarom opgeroepen om alert te zijn en desgevallend advies te vragen aan de arts of apotheker. Daarnaast geeft het agentschap op zijn website tips voor aankopen op webshops.

Concernant les compléments alimentaires "Gouttes d'amour" et "Miel du Soudan aphrodisiaque", vous pouvez retrouver les informations mises en ligne sur le site web de l'AFSCA à la rubrique "Rappel de produits et avertissements". Un homme averti en vaut deux, monsieur Prévot.

Patrick Prévot:

Merci, monsieur le ministre, d'avoir rappelé que le produit est interdit en Belgique. Vous nous apprenez également que ce phénomène est bien connu, même s'il a été médiatisé davantage ces dernières semaines. Vous avez rappelé aussi la structure qui est la nôtre, les missions du SPF Économie, qui est plutôt chargé d'examiner la composition, et le rôle de l'AFSCA.

J'entends qu'on ne dispose pas de chiffres parce que les produits sont importés et que c'est géré par les différents parquets. Il s'agit d'un vrai problème de santé publique car on retrouve dans ces produits des composants du Viagra, qui n'est délivré que sur prescription médicale et qui ne peut pas être donné à tout le monde, et singulièrement pas aux personnes cardiaques. C'est un problème qui est pris très au sérieux chez nos voisins.

Même si j'entends la limitation des moyens qui sont les nôtres, il faudra pouvoir y travailler. L'information transmise par l'AFSCA me semble déjà une bonne chose. Il faut relayer largement que ces produits, "Gouttes d'amour" ou autres, malgré leurs noms très mignons, peuvent potentiellement être dangereux pour la santé. Dès lors, je ne peux qu'encourager l'AFSCA à continuer cette campagne d'information et à la relayer très largement via les réseaux sociaux et tous les canaux qui permettraient de toucher un maximum de personnes.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, u erkent het probleem, maar ik begrijp uit uw antwoord dat het met de aangekaarte zaak hetzelfde is als met vele andere zaken in de politiek, namelijk de bevoegdheden zijn zeer versnipperd. Een deel van de bevoegdheid valt onder de FOD Economie, een ander deel onder het FAVV en de opvolging van de kwestie komt dan weer toe aan het justitiedepartement. Dat stelt me dus niet helemaal gerust. We moeten de zaak blijven opvolgen. Zoals de heer Prévot vraagt, moet er vooral een ruime informatiecampagne worden opgezet, maar geen campagne waarbij we zelf naar de website van het FAVV moeten surfen om te weten te komen wat het gevaar van de betreffende producten is. Het moet perfect mogelijk zijn om een ludieke, maar treffende campagne op poten te zetten. Indien mogelijk moet een verbod op de verkoop van de honing nader worden onderzocht. Dat is misschien een symbolische maar wel een belangrijke politieke daad.

Het door de Amerikaanse gezondheidsautoriteiten aangekondigde verbod op erytrosine

Gesteld door

lijst: PS Patrick Prévot

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 28 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De EU beperkt E127 (érythrosine) strikt tot cerises confites, conserven voor cocktails en bigarreaux in sirop, maar verbiedt directe verkoop aan consumenten, terwijl de VS het additief volledig verboden hebben na kankerstudies bij ratten. Volgens de EFSA (2011) en WHO (2018) is de huidige blootstelling veilig en niet-genotoxisch, met een dagelijkse limiet van 0,1 mg/kg die niet overschreden wordt, ondanks het inconsistente verbod in cosmetica sinds 1990. Het hormonale kankermechanisme bij ratten is niet op mensen toepasbaar, aldus de autoriteiten, en farmaceutisch gebruik (bv. paracétamol) valt buiten EU-voedselregels. Er zijn geen recente EU-debatten geweest om het additief volledig te bannen.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, le 15 janvier dernier, les autorités américaines ont annoncé l'interdiction de l'érythrosine, présente dans près de 3 000 produits commercialisés outre-Atlantique.

Il s'agit d'une véritable victoire pour les associations de consommateurs comme Consumer Reports car ce sont elles qui avaient déposé en 2022 une requête auprès de l'Agence américaine de contrôle alimentaire et pharmaceutique (FDA). Leur objectif est atteint: bannir cet additif déjà interdit depuis 1990 dans les produits cosmétiques et les traitements à caractère cutané.

Mieux connu chez nous sous l'appellation "E127", ce colorant était jusqu'à aujourd'hui encore utilisé pour donner un ton rouge vif aux denrées alimentaires et aux médicaments. Dans l'Union européenne (UE), l'utilisation de l'érythrosine est extrêmement restreinte et contrôlée.

Par ma question, vu sous retour sur le devant de la scène, je souhaitais revenir sur ce qu'il reste de sa présence au sein de l'Union européenne.

Monsieur le ministre, en me documentant sur l'additif E127, j'apprends qu'il est encore utilisé dans les cerises en conserve et pour cocktail (pour ce qui est des denrées alimentaires) et surtout encore utilisé pour rougir les gélules de paracétamol (pour ce qui est du volet pharmaceutique): pouvez-vous confirmer mes dires? Le retrouve-t-on encore aujourd'hui sur d'autres produits outre ceux que j'ai pu citer?

Toujours dans ma documentation, j'ai pu relever l'ironie de certains experts scientifiques qui pointaient du doigt le décalage incohérent qui existait depuis 1990: il était interdit d'étaler l'érythrosine sur sa peau, mais toujours autorisé à l'ingérer. Comment la présence de cet additif se justifie-t-elle encore aujourd'hui dans les cerises en conserve et pour cocktail ainsi que dans des médicaments? Comment l'Autorité européenne de sécurité des aliments (EFSA) explique ce régime d'exception?

Par ailleurs, ce régime d'exception a-t-il fait l'objet de débats au niveau européen au cours de cette dernière législature afin de le bannir complètement de tous les produits susceptibles d'être ingérés par les consommatrices et consommateurs?

David Clarinval:

Monsieur Prévot, l'autorisation comme additif alimentaire n'est possible que pour les conserves de cerises pour cocktail, les cerises confites et les bigarreaux en sirop pour cocktail, selon le règlement de la Commission européenne. Ce colorant ne peut être vendu directement au consommateur.

L'Autorité européenne de sécurité des aliments (EFSA) a réévalué l'érythrosine en 2011. Dans son avis, il a été conclu qu'aucun problème de sécurité ne se posait sur le plan de l'exposition, y compris pour d'autres sources d'exposition – par exemple, les dentifrices ou les produits pharmaceutiques. La dose journalière acceptable de 0,1 mg/kg a été confirmée et n'a pas été dépassée sur la base des données d'exposition. Il n'y a donc aucune raison de modifier ou de retirer les autorisations comme additif alimentaire, qui sont déjà limitées.

L'EFSA était déjà au courant des études sur le cancer chez les rats. Par ailleurs, elle a conclu que l'érythrosine n'est pas génotoxique. Un seuil de sécurité peut être dérivé. La conclusion est qu'il n'est pas dépassé. L'Organisation mondiale de la Santé (OMS) a abouti aux mêmes conclusions en 2018.

Comme communiqué par l'Agence américaine de contrôle alimentaire et pharmaceutique, les études à la base de l'interdiction aux États-Unis ont montré la présence d'un cancer chez des rats mâles de laboratoire exposés à des niveaux élevés de E127 en raison d'un mécanisme hormonal qui leur est propre. Ce mécanisme par lequel le colorant provoque le cancer chez les rats n'est pas transposable chez les humains. Il n'y a donc aucune raison de modifier ou de retirer les autorisations comme additif alimentaire.

Pour terminer, l'utilisation dans les produits pharmaceutiques ne relève pas de mes compétences ministérielles.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse qui se veut rassurante.

J'avais lu qu'outre-Atlantique, on avait légiféré beaucoup plus fermement. Comme les Américains ne sont pas souvent coutumiers du fait ni précurseurs en la matière, je m'étais dit que, s'ils le faisaient, c'est qu'il y avait un danger potentiel. Votre réponse relative au recours limité à ce colorant dans les cerises en conserve est évidemment de nature à me rassurer sur le plan de la sécurité alimentaire.

Voorzitter:

Monsieur le ministre, chers collègues, c'était la dernière question de cet après-midi. Il me reste à vous souhaiter une bonne fin de journée à toutes et tous. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.29 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 29.

De eedaflegging van president Trump

Gesteld door

lijst: PVDA Peter Mertens

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 23 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Peter Mertens bekritiseert Trumps oligarchische miljardairsregering, die via belastingontwijking en imperialistisch beleid (o.a. "America First"-protectionisme) Europa economisch en politiek onder druk zet, terwijl de Belgische regering passief blijft. Bernard Quintin benadrukt de VS als cruciale NAVO- en handelspartner (120.000 Belgische jobs), maar pleit voor proactieve Europese strategische autonomie (energie, defensie, handel) om afhankelijkheid te verminderen. Mertens kaart aan dat Trumps aangekondigde invoertarieven (auto’s, EU-producten) en politieke inmenging (via figuren als Musk) een economische oorlog tegen Europa inluiden, waar België te slap op reageert. De kern: Europa moet harder opkomen tegen Trumps agressieve handelspolitiek en imperialisme, maar blijft verdeeld over de aanpak.

Peter Mertens:

Mijnheer de minister, iedereen heeft gezien wie bij de inauguratie van Trump op de eerste rij achter hem aan het shinen was voor de foto: de ene miljardair naast de andere, een ware oligarchie van miljardairs die net een regering hebben gekocht en daar enorm fier op zijn.

Intussen hebben al negen miljardairs een functie in het nieuwe kabinet van Trump. Een van die mannen –het zijn allemaal mannen –, met name Scott Bessent, wordt minister van Financiën. Hij is CEO van een hefboomfonds en heeft bijna 1 miljoen dollar belastingen aan Medicare ontweken. Welnu, het eerste wat hij zal doen, is de enorme fiscale cadeaupolitiek die onder Trump I in 2017 was ingezet, voortzetten. Dit jaar zou dat beleid aflopen, maar Bessent zal het voortzetten. Hij zal dus een enorm cadeau aan zichzelf, aan zijn hefboomfonds en aan zijn vrienden miljardairs toekennen. Dat is het kapitalisme vandaag, het aasgierkapitalisme in de VS, zonder enige scrupule.

Ook in het buitenlands beleid zien we die trend. In het kabinet van Trump zitten enkele mensen die de wereld beschouwen als een verzameling grondstoffen die de Verenigde Staten toekomen op basis van een of andere goddelijke lotsbestemming, a manifest destiny . Trump zegt: Canada is van ons, Panama is van ons, Mexico is eigenlijk ook van ons, zeker de Golf van Mexico, Groenland is van ons. Die imperialistische mentaliteit wordt door een aantal mensen aan de rechterzijde in de Kamer natuurlijk heel hard ondersteund.

De vraag is wat onze regering zal doen tegen de dreiging vanuit het kabinet-Trump. Hoe zal ons land zich in Europa opstellen om daarop te reageren?

Bernard Quintin:

Mijnheer Mertens, ten eerste, president Trump is op een democratische manier verkozen door de Amerikaanse kiezer. Ten tweede, net als ik hebt u de inauguratie van president Trump en de beslissingen die sindsdien zijn genomen, gevolgd, maar ik zal niet op elke uitspraak reageren en ik zal ook niet op de gastenlijst van president Trump reageren. Wat wel heel duidelijk zal zijn, is dat wij het internationaal recht verdedigen. Dat is een duidelijke boodschap voor onze bondgenoten.

Ik wil ook van de gelegenheid gebruikmaken om te zeggen dat de Verenigde Staten een belangrijke partner zijn en zullen blijven. De VS zijn een historische partner, een historische vriend. Een paar weken geleden was ik nog in Bastogne. De VS zijn een NAVO-bondgenoot, maar ze zijn ook een economische partner. Ze zijn zelfs onze vierde belangrijkste handelspartner, na Duitsland, Frankrijk en Nederland. 120.000 jobs in België zijn aan Amerikaanse bedrijven of aan Amerikaanse investeringen gelinkt.

Dat neemt niet weg dat we niet naïef mogen zijn. Dat is fout in buitenlandse zaken. President Trump heeft al een aantal beleidsmaatregelen aangekondigd. "America first" zal geen slogan blijven. We moeten dus vooral proactief zijn.

Voor ons is het na de eerste Trumpadministratie, de covidcrisis en de oorlog tegen Oekraïne de vierde wake-up-call. Een vijfde moeten we voorkomen. Het is dus tijd dat we meer en beter samenwerken op het Europese niveau om onze strategische autonomie te versterken. Ik denk daarbij aan de kritieke sectoren energie en defensie en aan de handel, sectoren die voor een land als België zo existentieel zijn.

Peter Mertens:

Maandag zei de heer Trump: "The European Union is very, very bad to us. So they're going to be in for tarrifs" . Tot zover uw vriend.

Trump zal invoertarieven heffen. Hij zal dat doen ten opzichte van Mexico. Dat zal invloed hebben op Volkswagen. Dat zal invloed hebben op de automobielsector in Europa. Als hij daarenboven nog invoertarieven oplegt voor producten uit Europa, zal dat ook een enorme invloed hebben op de auto-industrie, die het vandaag al moeilijk heeft.

We mogen niet naïef zijn. Er wordt een economische oorlog tegen Europa gevoerd; er wordt een politieke oorlog tegen Europa gevoerd. Elon Musk mag zich een vriend van Meloni in Italië noemen, van AfD, van de heer Van Grieken, om iedereen in Europa tegen elkaar uit te spelen, en wat zegt de Belgische regering daarop? Haar antwoord luidt dat we zullen zien en dat we vrienden moeten blijven. Ik denk dat we in dezen een iets hardere taal zullen moeten spreken.

Voorzitter:

Daarmee ronden we deze vragensessie af en komen wij aan het volgende punt van de agenda.

Overlijdens in Congo

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 22 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een mysterieuze dodelijke ziekteuitbraak in DRC’s provincie Kwango (67 doden, 376 besmettingen, vooral kinderen) bleek geen nieuwe ziekte, maar een combinatie van malaria, ondervoeding, influenza A, rhinovirus en COVID-19, vastgesteld door ITG en Congolese onderzoekers met Belgische steun. Minister Vandenbroucke benadrukte de sterke samenwerking met ITG en lokale autoriteiten, die snelle respons en toegang tot testmateriaal (via DGD-fondsen) mogelijk maakte, ook voor mpox-bestrijding, zonder directe bedreiging voor Belgische projecten of personeel. Memisa’s werk in Kwango wordt niet onderbroken, maar de kwetsbare bevolking blijft zorgwekkend, ondanks voldoende medicatie en monitoring. De situatie is onder controle, maar vraagt blijvende waakzaamheid.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn vraag betreft een uitbraak van een onbekende dodelijke ziekte in de DRC. De vraag dateert van enige tijd geleden. Op dat moment waren er in de provincie Kwango minstens 67 mensen overleden en werden er meer dan 376 besmettingen vastgesteld. De ziekte veroorzaakt griepachtige symptomen, waaronder koorts, hoofdpijn, ademhalingsproblemen en bloedarmoede en treft vooral kinderen jonger dan 15 jaar. De situatie leidde tot grote angst onder de lokale bevolking, die werd opgeroepen om strikte hygiënemaatregelen in acht te nemen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een team naar het gebied gestuurd om onderzoek te doen, monsters te verzamelen en patiënten te behandelen. U weet dat de uitbraak een extra uitdaging vormt voor Congo, dat ook al worstelt met de verspreiding van het mpox-virus.

Graag verneem ik of u contact hebt opgenomen met het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) naar aanleiding van deze uitbraak? Welke maatregelen hebt u genomen om het personeel in ontwikkelingssamenwerking en diplomatie dat aanwezig is in de Democratische Republiek Congo te beschermen? In welke mate worden lopende projecten in de regio beïnvloed door de uitbraak van deze mysterieuze ziekte? Kunt u de stand van zaken toelichten?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Depoorter, u verwijst er terecht naar. Het is dankzij onze langdurige samenwerking met het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen en onze bilaterale samenwerking met de Congolese gezondheidsautoriteiten, inclusief een nauwe samenwerking met de Belgische ambassade in Kinshasa, dat we echt wel goed geïnformeerd blijven over deze en andere opdoemende ziektebeelden in Congo. In dit geval zeggen mijn experten gelukkig dat er geen reden is tot een bijzondere bezorgdheid. Na laboratoriumonderzoek werd op 20 december geconcludeerd dat het hier niet om een nieuwe ziekte gaat, maar eerder over een samenloop van verschillende factoren, namelijk een uitbraak van malaria, binnen een context van ondervoeding bij de lokale bevolking, circulatie van influenza A, het menselijke rhinovirus en COVID-19. Natuurlijk zijn ze allemaal zorgwekkend, maar het is niet echt een nieuw ziektebeeld.

Het onderzoek naar de ziekteverschijnselen is uitgevoerd door het Institut National de Recherche Biomédicale (INRB), gesteund door de virologen van het ITG. Daarbij werd niet alleen kennis gedeeld, maar werd ook een beroep gedaan op de strategische voorraad aan testmateriaal van het INRB, aangekocht via fondsen van ons DGD-programma bij het ITG. Het onderzoek vereiste toegang van de vorsers tot cruciale informatie en locaties. Het is dankzij jarenlange samenwerking tussen het INRB en het ITG, met ook steun van onze Belgische Ontwikkelingssamenwerking, dat het vertrouwen er was om die toegang te verzekeren.

Die goede samenwerking wordt ook ingezet voor de mpox-respons. We mogen zeggen dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking ons vandaag in staat stelt snel te reageren op opdoemende ziektebeelden. Dat is niet alleen belangrijk voor de volksgezondheid buiten België, maar het is in tweede orde natuurlijk ook relevant voor het afstemmen van ons beleid in België op nieuwe dreigingen.

Tot slot, de ngo Memisa is actief in de provincie Kwango, maar niet in de gezondheidszone Panzi, dus niet in het getroffen gebied. Op dit moment zijn er door de ngo geen beslissingen genomen of gepland om haar activiteiten te onderbreken.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, het is inderdaad niet alarmerend, zoals u zegt, maar het gaat daar uiteraard om een zeer kwetsbare samenleving. Het is goed dat er samenwerking is en dat de expertise van ons Tropisch Instituut wordt ingeschakeld. Ik neem uit uw antwoord dan ook aan dat er voldoende medicatie is om de patiënten daar te behandelen, en dat er ter zake geen alarmerende signalen meer komen. Het spreekt voor zich dat dergelijke situaties goed opgevolgd moeten worden. Dat blijkt hier wel het geval te zijn.

De financiële steun aan UNRWA
De humanitaire situatie in Gaza
De situatie in Gaza
De impact van de recente Israëlische maatregelen op de humanitaire hulpverlening in Gaza
Humanitaire crisis en hulpverlening in Gaza

Gesteld aan

Bernard Quintin, Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 22 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België blijft UNRWA financieren (76 miljoen euro sinds 2019) ondanks kritiek op vermeende Hamas-betrokkenheid van medewerkers, omdat de organisatie volgens minister Vandenbroucke onvervangbaar is voor humanitaire hulp in Gaza en het internationaal recht moet worden beschermd—een standpunt gedeeld door de EU. Sam Van Rooy (N-VA) noemt dit "hypocriet" en eist stopzetting, wijzend op terrorisme-links en gijzelingen in UNRWA-faciliteiten, terwijl Lydia Mutyebele en Rajae Maouane (PS/Ecolo) dringende hulp, vrouwenrechten en reconstructie benadrukken, met kritiek op Israëls blokkades en vernietigde Belgische projecten. De minister bevestigt 70 miljoen euro structurele steun en druk op Israël voor compensaties, maar geen directe hygiëne-hulp voor vrouwen.

Sam Van Rooy:

Stel u voor dat er een hulporganisatie zou zijn waarvan talloze medewerkers ofwel terroristen zijn die hebben deelgenomen aan dodelijke terreuraanslagen tegen Oekraïners bijvoorbeeld, ofwel hand-en-spandiensten hebben verleend aan die terroristen, ofwel online die terroristen en terreuraanslagen verheerlijken. Mijnheer de minister, zou er dan een haar op uw hoofd zijn dat nog maar zou overwegen om elk jaar opnieuw veel belastinggeld aan die zogenaamde hulporganisatie te geven? Dat is immers exact wat er al vele jaren gebeurt. Jaarlijks geeft de Belgische regering miljoenen euro's aan belastinggeld aan UNRWA.

Het was natuurlijk al veel langer geweten, maar sinds de genocidale jihadistische aanslag van Hamas op 7 oktober 2023 kwamen er maand na maand meer details naar buiten over de ware aard van vele UNRWA-medewerkers in Gaza. Daarbij zitten trouwens ook leraren. De afgelopen 15 maanden werden steeds meer UNRWA-personeelsleden ontmaskerd als moorddadige moslimterroristen van Hamas of Hezbollah, als handlanger van jihadisten of als online verheerlijker van Hamas en Hezbollah of van dodelijke jihadterreur. Ik raad u aan om daarover de rapporten van UN Watch te lezen, want zij dragen hiervoor tonnen bewijsmateriaal aan, mijnheer de minister.

Steeds meer landen zullen dan ook de financiële steun aan UNRWA afbouwen of stopzetten, zoals nu ook Nederland, Zweden en de VS. UNRWA kan overigens perfect vervangen worden door UN Refugee Agency, UN Development Programme of World Food Programme.

Mijnheer de minister, mijn vraag die ik voor de zoveelste keer stel en ook zal blijven stellen, is evident. Wanneer stopt België eindelijk met het subsidiëren van dit UNRWA-broeinest van jodenhaat en jihadterreur?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je voudrais vous interpeller sur la situation humanitaire et politique à Gaza, dans le contexte de la trêve récemment instaurée.

Cette trêve représente une étape cruciale pour permettre un répit aux populations civiles et ouvrir une fenêtre d'opportunité pour des discussions en vue d'une solution durable. Cet accord de trêve permet notamment la libération des otages israéliens et palestiniens ainsi que l'arrivée des aides humanitaires dans la région de Gaza.

Cependant, une paix durable dans la région ne pourra exister qu'en respectant le droit international, ce qui implique la fin de l'occupation israélienne et enfin la reconnaissance formelle de l'État palestinien.

La situation à Gaza est une tragédie humaine qui exige une réponse forte, solidaire et cohérente de la part de la communauté internationale. La Belgique, en tant qu'État engagé en faveur des droits humains et de la coopération internationale, a un rôle crucial à jouer.

Je souhaite également rappeler que l’OMS et ses partenaires ont annoncé la mise en œuvre d'un plan de 60 jours axé sur les soins traumatologiques, les soins d’urgence, les soins de santé primaires, la santé infantile, les maladies non transmissibles, la santé et les droits sexuels et reproductifs, la rééducation ainsi que la santé mentale et le soutien psychosocial.

L’OMS a également récemment estimé à plus de 10 milliards de dollars le montant nécessaire pour remettre sur pied le système de santé palestinien durement frappé par les bombardements.

Monsieur le ministre, quel bilan pouvez-vous dresser des initiatives humanitaires entreprises par la Belgique dans le cadre de cette trêve? Dans l'aide humanitaire que la Belgique envoie, des stocks de produits d'hygiène féminine sont-ils prévus?

Comment la Belgique collabore-t-elle avec les organisations internationales présentes sur le terrain? Des partenariats renforcés ou des canaux spécifiques sont-ils mis en place pour garantir que l'aide arrive bien aux populations les plus vulnérables?

Qu'en est-il des demandes de compensation à Israël pour les projets financés par la Belgique et détruits par l'armée israélienne? Dans le cadre de la Coopération belge au développement, quelles mesures prévoyez-vous pour assurer un soutien durable et une reconstruction post-conflit?

Rajae Maouane:

Monsieur le vice-premier ministre, la situation à Gaza est une tache indélébile sur la conscience du monde. La trêve récemment instaurée, bien que fragile, a permis un répit temporaire pour des millions de civils pris au piège dans une crise humanitaire sans précédent. Mais ce répit ne suffit pas. L'urgence d'une aide humanitaire massive est criante.

La Belgique doit être à la hauteur de ses principes: solidarité, justice et respect du droit international.

Les bombardements incessants et les génocides ont laissé Gaza à genoux. Les infrastructures médicales sont en ruine. L'accès à l'eau potable et à l'énergie est quasi inexistant. Les femmes et les enfants payent un lourd tribut.

Face à cette catastrophe, l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) a estimé à plus de 10 milliards de dollars les besoins pour restaurer le système de santé palestinien.

Il faudra beaucoup de temps et de moyens pour reconstruire Gaza et la vie des Gazaouis. Certaines études parlent d'une trentaine voire d'une quarantaine d'années pour tout reconstruire.

Monsieur le vice-premier ministre, quelle est la réponse concrète de la Belgique à cette catastrophe humanitaire?

Quels sont les moyens que nous pouvons mobiliser pour garantir l'accès à la santé, à l'eau potable et à des conditions de vie dignes pour les habitants de Gaza?

Quelles garanties avons-nous que l'aide envoyée atteint effectivement les populations civiles et n'est pas entravée par le blocus israélien ou par des considérations géopolitiques? Nous voyons en effet que, malgré un cessez-le-feu et une trêve à Gaza, Israël continue des opérations militaires, notamment en Cisjordanie. Nous n'avons pas de garantie à 100 % sur ses engagements à faire entrer l'aide humanitaire.

La Belgique a-t-elle demandé des comptes à Israël pour les projets financés par notre Coopération au développement qui ont été détruits lors des frappes? Comptez-vous exiger des compensations concrètes?

Dans le cadre de la Coopération belge au développement, quels sont vos plans pour une reconstruction durable à Gaza? Envisagez-vous un soutien spécifique pour la remise en état des infrastructures essentielles comme les écoles, les hôpitaux et les réseaux d'eau?

Les besoins spécifiques des femmes et des jeunes filles sont souvent ignorés dans les plans d'aide humanitaire. La Belgique inclut-elle dans son aide des produits d'hygiène féminine, une attention particulière aux violences de genre et un soutien aux femmes enceintes, dans un contexte où des structures médicales sont détruites? Nous avons d'ailleurs vu de nombreux bébés en grande détresse, certains sont malheureusement décédés de froid.

La Belgique est-elle prête à prendre l'initiative d'une coalition européenne pour répondre à l'appel des organisations humanitaires sur le terrain, en finançant des plans d'urgence à court terme mais aussi en soutenant une vision à long terme pour Gaza et la Palestine?

Frank Vandenbroucke:

Madame Mutyebele Ngoi, madame Maouane, la réponse de la Belgique à la catastrophe humanitaire à Gaza se traduit par des financements à l'Office de secours et de travaux des Nations unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) et à d'autres acteurs humanitaires des Nations Unies, à la Croix-Rouge et à certaines ONG comme Oxfam et Handicap International.

En ce qui concerne les besoins de santé à Gaza, l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) assure la coordination et est prête à intensifier sa réponse en collaboration avec le Fonds des Nations Unies pour la population (UNFPA), l'UNRWA et le Fonds des Nations Unies pour l'enfance (UNICEF).

La Palestine est un pays partenaire de la Coopération belge et la Belgique finance également des ONG belges sur des thématiques telles que le droit à l'éducation, le droit à la santé et le droit à l'alimentation. La Belgique met en œuvre un programme quinquennal de 70 millions d'euros visant à soutenir et autonomiser les jeunes par l'éducation et l'accès à l'emploi et visant des investissements softs et en infrastructure pour un environnement durable et propice, particulièrement pour le climat et l'environnement.

En 2024, la Belgique a décidé d'ajouter cinq millions d'euros au programme bilatéral pour soutenir la mise en œuvre du plan du secteur de l'éducation palestinien, contribuant de la sorte au processus plus large de construction de l'État. La Belgique répond ainsi aux besoins de la coopération structurelle à Gaza, à Jérusalem-Est et en Cisjordanie.

Une aide humanitaire directe de la Belgique pour la fourniture de produits d'hygiène féminine n'est pas envisagée actuellement, mais l'égalité des genres est une priorité transversale de la Belgique qui se traduit également dans nos partenariats avec les agences comme l'UNRWA, l'OMS et l'UNFPA.

La Belgique participe activement aux réunions internationales sur Gaza et le Moyen-Orient. Afin de garantir que l'aide envoyée atteigne effectivement les populations civiles, nous insistons pour faire le point sur l'accès humanitaire à Gaza chaque fois que nous sommes en contact avec les autorités israéliennes, à qui nous rappelons leurs obligations.

Concernant les demandes de compensation adressées à l'État israélien, nous avons convoqué plusieurs fois déjà l'ambassadeur d'Israël en Belgique. Plus spécifiquement, la Belgique joue un rôle actif au sein du West Bank Protection Consortium, qui rassemble plusieurs États membres et non-membres de l'Union européenne, où nous demandons systématiquement des compensations à Israël.

En outre, la Belgique est prête à contribuer à la reconstruction de Gaza dans le cadre d'un horizon politique pour les Palestiniens. La Belgique continue à œuvrer pour une solution politique à deux É tats.

Nous regrettons que les Nations Unies et les institutions de droit international soient de plus en plus critiquées. Nous venons une fois de plus de nous exprimer en ce sens lors du débat ouvert sur le Moyen-Orient au sein du Conseil de sécurité.

Ik kom bij de vragen van mevrouw Van Hoof, die hier nu niet aanwezig is, en die van de heer Van Rooy, die er het spiegelbeeld van zijn. Mijnheer Van Rooy, de argumenten die u geeft, worden inderdaad ook hier en daar in Israël gegeven. Die overtuigen echter absoluut niet. Ik zal niet opnieuw het hele debat voeren over de wijze waarop UNRWA zelf is opgetreden, nadat er aanduidingen waren dat sommige medewerkers banden hadden met Hamas. Veel problematischer is het feit dat er met de zogenaamde Knessetwetten, die ook door dat soort verhalen werden gemotiveerd, een heel gevaarlijk precedent voor de internationale gemeenschap ontstaat, niet alleen omdat Israël zijn verplichtingen in het internationale recht verwaarloost, maar ook omdat het gaat over een uitholling van het internationaal recht.

Met het oog op de inwerkingtreding van de Knessetwetten heeft België meermaals zijn steun betuigd aan UNRWA en ik doe dat hier vandaag opnieuw. Zolang er geen politieke oplossing is voor de Palestijnse vluchtelingen, zal België het mandaat van UNRWA beschermen. Het werk van UNRWA is essentieel en onvervangbaar. Ook in het licht van het staakt-het-vuren in Gaza is UNRWA onmisbaar als ruggengraat van alle hulp. Die positie wordt ook gedeeld door de Europese Unie en alle andere donoren, behalve de regering-Trump in de Verenigde Staten.

Kort samengevat, there is no alternative for UNRWA . We maken dan ook dringend werk van een snelle betaling van onze corebijdrage 2025 aan UNRWA. Ook de EU kondigde recent een extra bijdrage van 120 miljoen euro aan humanitaire hulp voor Gaza aan, als onderdeel van de blijvende inzet van de EU aan de Palestijnse bevolking.

België heeft zijn positie inzake UNRWA en het internationaal humanitair recht al verschillende keren in verschillende formats aan Israël kenbaar gemaakt. Onze boodschap richt zich voornamelijk op het wegwerken van alle belemmeringen tegenover VN-agentschappen en humanitaire hulpverleners, evenals op de verplichtingen van Israël ten opzichte van UNRWA onder het internationaal recht.

Tot slot, voor 25 februari staat een bijeenkomst van de Associatieraad EU-Israël op de planning. België eist daar dat de EU Israël duidelijk aanspoort zijn verplichtingen onder het internationaal recht en het internationaal humanitair recht na te komen.

Sam Van Rooy:

Van 2019 tot 2024 heeft België aan UNRWA zo'n 76 miljoen euro gegeven. Ook dit jaar en volgend jaar krijgt dat broeinest van antisemitisme en jihadterreur miljoenen euro's aan Belgisch belastinggeld, en dat terwijl alleen al de top drie van de terroristen van Hamas een geschat vermogen heeft van 11 miljard euro en de dochter van de terrorist en kleptocraat Yasser Arafat een vermogen bezit van 8 miljard euro. Dat is waar u de belastingbetaler eigenlijk voor laat meebetalen, mijnheer de minister.

Gisteren werd bekend dat de drie door Hamas gegijzelde jonge Israëlische vrouwen Romi, Doron en Emily ook gevangen gehouden werden in faciliteiten van URNWA. Met dank dus aan de Belgische Staat. Wat een schande. Volgende week, op 27 januari, zult u allen, en u op kop, mijnheer de minister, allicht krokodillentranen huilen op de Internationale Dag van de Holocaust. Het is werkelijk te hypocriet voor woorden.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je suis rassurée de savoir que n otre gouvernement ne tombe pas dans la désinformation et dans la diabolisation de l'action humanitaire en Palestine, dont l'UNRWA est le principal moteur. Certains de nos collègues ici veulent empêcher l'action humanitaire de l'ONU au bénéfice des populations palestiniennes. Je suis donc vraiment heureuse que vous continuiez toujours à l'encourager.

La situation de Gaza est vraiment catastrophique. Elle atteint des niveaux que l'on n'avait plus vus depuis la Seconde Guerre mondiale. Comme dans tous les conflits, les femmes sont les grandes victimes. Il est nécessaire d'apporter une réponse adaptée à leurs besoins spécifiques. Vous avez dit que cela n'était pas prévu dans votre plan d'action mais il serait nécessaire de porter une attention particulière aux besoins des femmes.

De plus, le système hospitalier a été pratiquement détruit. Les livraisons humanitaires ont dramatiquement diminué. Vu la gravité de la situation, j'espère que la Belgique répondra toujours aux besoins urgents des Palestiniens, en apportant une réponse adaptée à cette crise. La Belgique se doit d'être un moteur de l'aide humanitaire, de la coopération et de la reconstruction. En effet, sans aide, sans stabilité, il n'y aura pas de paix durable. Je vous félicite, vous et votre équipe, pour le travail qui a été fait durant ce conflit.

Rajae Maouane:

Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour vos réponses et pour les efforts que vous avez déployés dans le dossier. J'aimerais cependant réagir aux propos de certains collègues, qui semblent avoir la lutte contre l'antisémitisme comme priorité, mais que nous n'entendons pas dénoncer des saluts nazis. Or il faut une certaine cohérence dans la lutte contre l'antisémitisme et dénoncer tout propos qui nous y précipite. Donc, le combat contre toutes les formes de haine et de discrimination doit être mené avec cohérence et intégrité. Il me semble que certains collègues en manquent… Pour revenir à Gaza, je n'ai pas entendu de réponse claire, à moins que j'aie mal entendu, au sujet de l'exigence visant à demander des comptes relativement aux projets qui ont été financés par notre Coopération au développement et qui ont été détruits par les frappes. Il me paraît judicieux de mettre le gouvernement israélien face à ses responsabilités quant au respect du droit international. Il faut donc obtenir des compensations et continuer à soutenir des associations comme l'UNRWA, qui sont reconnues mondialement et qui sont absolument nécessaires à la reconstruction de Gaza. Comme je l'ai dit, il faudra trente à quarante années pour reconstruire un pays en ruines et à genoux, dont les conduites d'eau et de gaz sont anéanties et où les camps de réfugiés et les écoles ont été bombardés, causant le décès de femmes et d'enfants. Nous sommes parfois contraints de les mentionner afin de susciter un peu d'humanité et d'humanisme, comme si les civils morts ne comptaient pas. En tout cas, merci pour vos réponses. Nous continuerons à suivre attentivement le dossier.

De situatie in Oost-Congo

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 22 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunde in 2024 het oosten van Congo met €18,5 miljoen voor noodhulp (gezondheid, onderdak, GBV, kindersoldaten) en zette in op langetermijnstabilisatie via de *Nexus-aanpak* (humanitair-ontwikkeling-vrede), samenwerking met VN-partners en lokale NGO’s. Kritiek blijft op de zwakke diplomatieke actie tegen Rwanda’s steun aan M23—belangrijkste oorzaak van geweld en massale ontheemding (230.000 in 2023)—en de ineffectieve EU-regels rond conflictmineralen, die illegale Rwandese export niet stoppen. België pleit voor transparantie in mijnbouw (via EITI en Wereldbankfonds) maar ontwijkt harde maatregelen tegen Kagame’s rol. Dringende oproep tot scherper beleid en mediattentie voor de vergeten crisis.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je souhaitais vous interroger sur l'état actuel des aides et de la coopération belge concernant la situation dramatique à l'Est de la République démocratique du Congo (RDC). Alors que cette région continue de subir les conséquences d'un conflit aussi long que sanglant, il me parait essentiel de faire le point sur l'engagement belge dans cette crise.

Ce conflit constitue une immense source de souffrance pour la population civile. Le Haut-Commissariat des Nations Unies pour les réfugiés estime que, depuis 2023, 230 000 personnes ont été déplacées à cause des combats. Le M23 poursuit son avancée. Encore hier, il s'est emparé de la ville de Minova, qui se situe à 50 kilomètres de Goma, entraînant de nouveaux déplacements de la population, qui est épuisée. La guerre menée par le M23 est alimentée par l'exploitation illégale des ressources naturelles, mais surtout par l'ingérence honteuse et cupide du président rwandais Paul Kagame, qu'on oublie trop souvent de mentionner lorsqu'on évoque les crimes commis par le M23, milice qu'il soutient.

Les besoins humanitaires demeurent criants tandis que les violations des droits humains persistent à un degré alarmant.

Monsieur le ministre, j'aimerais savoir où en est l'aide humanitaire apportée par la Belgique à cette région. Des progrès ont-ils été enregistrés depuis vos dernières communications sur ce dossier? Quels nouveaux projets ont été lancés ou renforcés pour répondre aux besoins urgents des populations? Dans le cadre de la Coopération belge au développement, quelles sont les priorités actuelles pour soutenir cette région? Des efforts spécifiques ont-ils été fournis pour améliorer la santé, l'éducation et la protection des groupes les plus vulnérables? Quelles actions la Belgique entreprend-elle pour encourager une meilleure coordination internationale? Comment notre pays collabore-t-il avec les Nations Unies, la Conférence Internationale sur la Région des Grands Lacs (CIRGL) ou d'autres acteurs régionaux pour promouvoir une solution politique durable? Enfin, la Belgique prévoit-elle de renforcer ses efforts pour lutter contre l'exploitation illégale des ressources naturelles?

Monsieur le ministre, la situation à l'Est de la RDC reste une crise complexe qui exige une réponse immédiate, mais aussi un engagement à long terme pour instaurer une paix durable. Votre rôle est essentiel pour garantir que la Belgique demeure un acteur de premier plan.

Frank Vandenbroucke:

En 2024, la Belgique a alloué 18 471 701 euros pour l'aide humanitaire en RDC.

Nous avons aussi alloué du budget à des fonds flexibles à couverture mondiale. Ces fonds ont été activés pour répondre aux besoins de personnes déplacées à l'Est, du fait de l'escalade de la violence dans cette région. À côté des fonds flexibles, une part importante de notre aide humanitaire est directement destinée à l'Est de la RDC.

Grâce au travail des organisations financées, la Belgique apporte une réponse aux besoins humanitaires les plus sévères en termes de protection – en ce compris les violences basées sur le genre –, de sécurité alimentaire, de soins de santé, de logement, d'eau et d'hygiène.

La santé et l'éducation font partie des priorités sur lesquelles la Coopération belge au développement travaille, notamment grâce au concours de plus d'une vingtaine d'acteurs belges de la coopération non gouvernementale.

La Belgique participe également à la réponse aux risques en matière de protection des personnes les plus vulnérables, s'agissant notamment des violences basées sur le genre et du recrutement et de l'utilisation d'enfants soldats.

Les actions entreprises proposent également un volet attentif à la dimension psychosociale.

L'attention portée à l'approche Nexus Humanitaire-Développement-Paix permet, dans une certaine mesure, de s'assurer d'apporter une réponse urgente tout en mettant en œuvre des actions stabilisatrices multisectorielles.

Plusieurs de nos partenaires des Nations Unies ont de grands programmes en cours en RDC. Nous visons aussi une meilleure collaboration entre les organisations. Nous le faisons notamment en soutenant activement le coordinateur résident des Nations Unies dans l'accomplissement de son mandat et en tant que chef de l'équipe des pays des Nations Unies.

En ce qui concerne la contribution belge à la recherche d'une solution politique au conflit, mon collègue Quintin a déjà apporté des éléments de réponse le 18 décembre dernier, en mentionnant notamment notre soutien aux processus de paix régionaux.

La Belgique s'engage à renforcer la transparence, la bonne gestion et la lutte contre la corruption dans l'extraction des ressources naturelles. Au niveau multilatéral, elle finance l'Initiative pour la transparence dans les industries extractives et participe au Fonds fiduciaire de la Banque mondiale pour l'appui programmatique mondial aux industries extractives, qui s'engagent dans la formalisation de l'exploitation minière artisanale et à petite échelle.

Les réglementations récemment adoptées par l'Union européenne devraient contribuer à garantir que les matières premières et les matériaux mis sur les marchés européen et belge répondent aux normes établies en matière d'environnement et de droits humains.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. J'espère que notre gouvernement et celui qui suivra seront conscients de la gravité de cette situation en RDC qui est souvent peu médiatisée et souvent mise à nu dans l'espace public. La situation est inédite; elle est vraiment dramatique. Des tels déplacements massifs de populations sont dramatiques et, pourtant, l'action diplomatique et humanitaire est beaucoup trop faible et beaucoup trop timide. Il est indispensable non seulement d'apporter une aide humanitaire conséquente mais aussi une action diplomatique résolue afin d'empêcher le président rwandais Kagame de continuer à soutenir son M23 qui plonge la population congolaise dans le chaos pour ses propres intérêts. Quant à votre dernière réponse par rapport à l'accord passé par l'Union européenne, cet accord est décrié par toute une série d'opérateurs économiques. Comment un pays qui ne produit aucun minerai peut-il être le premier pays exportateur? Comment l'Union européenne peut-elle signer des accords avec un pays qui n'est pas producteur de minerais? Malheureusement, cette question est sans réponse jusqu'à présent.

De hulp aan Oekraïne

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 22 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunde Oekraïne sinds 2022 met €128 miljoen aan humanitaire hulp (gezondheid, onderwijs, energie, kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen) en €220 miljoen voor wederopbouw (via *BE-RELIEVE*, gericht op duurzame infrastructuur, energie-efficiëntie en sociale dienstverlening). Prioriteiten zijn *snelle noodhulp* (VN-fondsen, medische teams) en *langetermijnherstel* (samen met EU, PNUD en private partners zoals Google). Lydia Mutyebele Ngoi erkent de inspanningen maar benadrukt de nood aan gelijkwaardige financiële aandacht voor andere conflictzones (Gaza, Sahel, Congo), met een oproep tot *herverdeling* en *leren uit de Oekraïne-aanpak* voor efficiëntere wereldwijde hulp.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je souhaite vous interpeller aujourd'hui sur la situation en Ukraine, qui continue d'être le théâtre d'un conflit dévastateur ayant des répercussions profondes tant sur le plan humanitaire qu'économique. Ce conflit, provoqué par l'agression russe contre l'Ukraine, a causé des milliers de morts, des millions de déplacés et une destruction massive des infrastructures civiles. Il menace également la stabilité de l'Europe et du monde, tout en mettant en péril les principes fondamentaux du droit international.

La Belgique, en tant que membre de l'Union européenne et de la communauté internationale, a un rôle crucial à jouer dans la recherche d'une résolution pacifique de ce conflit. Toutefois, il est essentiel de faire le point sur l'état actuel de notre engagement.

Monsieur le ministre, j'aimerais vous poser les questions suivantes. Quel est l'état actuel de l'aide humanitaire apportée par la Belgique à l'Ukraine? Quels montants ont été alloués depuis le début du conflit, et quels domaines prioritaires (santé, logement, éducation, etc.) ont été ciblés? Des initiatives spécifiques sont-elles en cours pour répondre aux besoins des groupes les plus vulnérables, notamment les femmes, les enfants et les personnes âgées?

Enfin, quelle est la vision du gouvernement belge pour contribuer à la reconstruction de l'Ukraine après le conflit? La Belgique envisage-t-elle de participer à des initiatives de financement ou de reconstruction des infrastructures essentielles en Ukraine?

Frank Vandenbroucke:

Madame, depuis le début de l'escalade du conflit en 2022, la Belgique a débloqué 128 millions d'euros, à la fois en matériel et en financement de partenaires, pour soutenir la réponse humanitaire internationale. Des contributions importantes ont été apportées au Ukrainian Humanitarian Fund, un fonds commun géré par les Nations Unies qui peut répondre rapidement et de manière flexible dans divers secteurs humanitaires en Ukraine.

Dans toutes ses interventions, l'aide humanitaire belge s'efforce d'atteindre les plus vulnérables, ceux qui sont le plus touchés par l'agression russe, à savoir les femmes, les enfants et les personnes âgées. Les interventions humanitaires se focalisaient sur les secteurs de la santé, l'éducation, la migration (Support to Refugees and Internally Displaced Persons (IDPs), l'assainissement et la sécurité alimentaire et l'infrastructure énergétique.

La Coopération a soutenu plusieurs actions multilatérales, comme une intervention du Global Survivors Fund (GSF) ainsi qu'un programme d'UNFPA. GSF a travaillé à l'amélioration de l'accès aux réparations pour les victimes de violences sexuelles liées au conflit, notamment en aidant le gouvernement ukrainien à mettre en place un cadre national de réparation. Quant au Fonds des Nations Unies pour la population (UNFPA), ses principales activités furent notamment de distribuer des équipements et des fournitures de santé reproductive aux établissements touchés, de fournir des kits sanitaires d'urgence et de mettre en place des équipes sanitaires mobiles offrant des services spécialisés.

Le Global Partnership for Education (GPE) reçoit une contribution annuelle via le core funding . L'Ukraine est un pays partenaire du GPE depuis 2022. En 2023, un partenariat avec l'Organisation des Nations Unies pour l’éducation, la science et la culture (UNESCO), le Fonds des Nations Unies pour l'enfance (UNICEF), Google et Microsoft a permis de distribuer du matériel informatique pour un montant de 51 millions de dollars, afin de garantir l'accès à l'éducation à distance. En 2024, 60 000 professionnels de l'éducation ukrainiens ont reçu des formations pour offrir un soutien psycho-social à leurs élèves.

Pour la santé, la Coopération soutient l'Organisation mondiale de la Santé (OMS), le Programme commun des Nations Unies sur le VIH/sida (ONUSIDA) et le Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria via des contributions au budget régulier de ces organisations. Ces organisations œuvrent pour la prévention et le traitement du VIH et de la tuberculose, et s'engagent pour la santé mentale.

La Belgique a décidé de jouer un rôle actif dans la reconstruction et le redressement durable de l'Ukraine, tout en contribuant à son adhésion à l'Union européenne. Au total, la Belgique a déjà alloué 220 millions d'euros à la reconstruction et à la résilience de l'Ukraine, dont 150 millions pour le programme BE-RELIEVE, mis en œuvre par Enabel.

Ce programme de reconstruction se concentre sur l'efficacité énergétique, la reconstruction durable, la santé, la protection sociale, l'éducation et l'emploi. La Belgique vise à promouvoir des pratiques de reconstruction durable tout en assurant la transition vers une économie circulaire et zéro carbone.

Be-Relieve répond aux besoins énergétiques immédiats liés à la résilience ainsi qu'à la reconstruction à plus long terme en appliquant les principes build back better et en se concentrant sur les infrastructures à haute efficacité énergétique.

En 2024, la Coopération a donné neuf millions d'euros au Programme des Nations Unies pour le développement (PNUD) pour un programme de redressement énergétique du PNUD, le Green Energy Recovery Program, avec des activités visant à restaurer les infrastructures énergétiques décentralisées et à petite échelle, de façon durable, afin d'assurer l'approvisionnement en énergie des services de base essentiels, des hôpitaux, des écoles, etc.

Enfin, la Belgique contribue aussi à l’Ukraine Facility et à l'assistance macro-financière de l'Union européenne.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je ne doute pas que la Belgique apporte une aide humanitaire adaptée aux Ukrainiens. J'entends les montants qui sont versés en vue d'assister la population non seulement sur le plan de la santé, mais également sur celui de la reconstruction. Cette situation est unique en Europe. J'espère que la Belgique se montre à la hauteur des besoins et qu'elle tirera des enseignements pour améliorer son action en Ukraine et ailleurs. Cette commission a mis en évidence les besoins humanitaires à travers le monde, qui sont multiples et variés. À cet égard, le rôle de la Belgique est majeur et, surtout, bienvenu dans toutes ces régions qui sont victimes de conflits. Nous pouvons toujours mieux faire, mais je tenais à saluer votre action à travers les trois situations que j'ai évoquées. De la sorte, nous pouvons montrer que la Belgique fait preuve de volonté pour assister les populations en zone de conflits. Cela dit, j'espère que nous pourrons obtenir une équivalence en termes de montants financiers. Quand je vois les millions d'euros qui sont affectés à certaines régions et les faibles moyens qui sont déployés dans d'autres, je suis incitée à réfléchir à une adaptation de notre aide. Il est évidemment essentiel d'aider l'Ukraine, et nous devons continuer à le faire, mais d'autres zones méritent notre attention: Gaza, la Palestine, la RDC, le Mali et toute la région du Sahel. Merci, monsieur le ministre. Le développement des questions se termine à 15 h 41. De behandeling van de vragen eindigt om 15.41 uur.

Het signaal dat met de uitnodigingen voor de inauguratie van Donald Trump afgegeven wordt

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Benoît Lutgen kritiseert de selectieve uitnodigingen voor Trump’s inauguratie (o.a. aan extreemrechtse leiders zoals Meloni en Bolsonaro) als symbool van minachting voor Europa en waarschuwt voor Amerikaanse en andere buitenlandse inmenging via sociale media (bv. Musk), die de Europese democratie ondermijnen, met onvoldoende EU-tegenactie ondanks bestaande wetten zoals de *Digital Services Act*. Premier De Croo bagatelliseert de uitnodigingen als niet-traditioneel en onbelangrijk, maar benadrukt dat grove inmenging (bv. dreiging met militaire actie) of systematische desinformatie wel hard moeten worden aangepakt—selectief reageren is volgens hem cruciaal. Lutgen houdt vol dat symbolische signalen én concrete EU-strategie (met bestaande juridische middelen) nodig zijn om soevereiniteit te beschermen, ongeacht de herkomst van de inmenging.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, pas plus que vos homologues allemand ou français, vous n'assisterez à l'investiture du 47 e président des États-Unis. Je constate votre déception de ne pas pouvoir assister à ce moment de grande subtilité et d'élégance, votre déception également de ne pas être aux côtés de personnages aussi particuliers que M. Zemmour, Mme Meloni, M. Bolsonaro, ou d'autres encore.

Plus sérieusement, ces invitations sont le signal, une fois de plus, d'une forme de non-respect à l'égard de l'ensemble des chefs d'État européens. Plus particulièrement, nous avons vu ces dernières semaines, au travers de toute une série d'actions de M. Musk et d'autres, s'opérer une ingérence dans la réalité démocratique de l'Europe, au cœur même de notre démocratie. Cela se fait via une voix totalement libérée, de façon complètement exagérée, et sans réaction réelle de l'Union européenne. M. Macron a bien réagi en disant qu'on assistait à la création d'une internationale réactionnaire et liberticide, mais nous attendons autre chose de l'Union européenne en termes de réaction, de protection de nos valeurs, de notre démocratie, de nos intérêts, et de force de l'Europe qui doit pouvoir agir.

Nous avons d'ailleurs des instruments à notre disposition; je pense au Digital Services Act et au Digital Markets Act, qui permettent d'agir en la matière, notamment au niveau des réseaux de ceux qui détiennent, quelque part, l'information ou la désinformation, oserais-je dire.

Monsieur le premier ministre, quels sont les actes concrets que vous avez menés ces dernières semaines, avec vos homologues européens, pour réagir avec force face à ces ingérences d'aujourd'hui mais aussi de demain?

Alexander De Croo:

Monsieur Lutgen, il n'est pas de coutume d'inviter des chefs d' É tat et de gouvernement à la cérémonie d'investiture du président américain. Par le passé, cela ne s'est jamais produit et aucun premier ministre belge n'y a jamais été invité. C'est le cas cette fois encore, comme pour la plupart de mes collègues européens. En revanche, l'ambassadeur belge aux É tats-Unis y assistera.

De toute évidence, le président Trump a tendance à rompre avec beaucoup de traditions et de coutumes et il a invité certains chefs d' É tat. Je vous laisse vous forger votre opinion quant au choix des personnes qui sont invitées ou pas. Ceci dit, je pense que, plus largement, on peut s'attendre, dans les mois et les années à venir, à ce que l'administration américaine rompe avec certaines traditions ou coutumes. Toute la question, en tant que pays européen, est de déterminer quand il est opportun de réagir et quand s'abstenir de le faire. Je pense que dans le cas précis de ces invitations et non-invitations, on finira par s'épuiser à force de chercher la petite bête, et ce n'est pas une bonne chose.

Il est d'autres situations, par contre, où une réaction s'impose. Lorsque les É tats-Unis se disent intéressés par l'achat du territoire d'un pays allié, d'un pays européen, et laissent planer la menace éventuelle d'une intervention militaire en cas de refus, nous devons dire que cela va trop loin et que de tels propos sont inacceptables. Si des plateformes sont utilisées pour une ingérence poussée dans notre politique, dans notre démocratie, nous devons réagir. Je pense donc que nous devons réagir avec force pour certaines choses et qu'il vaut juste mieux ignorer ce qui est insignifiant.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, il est clair que ces invitations sont en partie symboliques. Cependant, elles veulent quand même dire quelque chose. Nous ne pouvons pas simplement dire qu'elles sont insignifiantes. Elles ont une signification, également à l’égard de ceux qui sont invités et qui assisteront à cette investiture. Ensuite, nous pouvons faire les constats à l’infini. L’urgence, au niveau européen, c’est d’avoir une stratégie en la matière et d’utiliser les outils qui sont à notre disposition. Il y a déjà, aujourd'hui, des infractions aux législations européennes en termes de diffusion de l’information via les réseaux, notamment. Je vous ai cité les législations européennes qui vous permettent d’utiliser des leviers pour réagir et pour faire face à cette désinformation et à cette forme d’ingérence dans nos démocraties. C’est cela que je vous demande: d’avoir une stratégie et de réagir avec force. Vous savez bien que je suis, à titre personnel, un ami des États-Unis et des Américains. Ma ville en est certainement un symbole très fort. Mais nous devons lutter contre toutes les formes d’ingérence, qu’elle soit chinoise, qatarie, américaine ou autre.

Het vredesproces in het Midden-Oosten
Het akkoord over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het mogelijke staakt-het-vuren in Gaza
De onderhandelingen over een staakt-het-vuren in Gaza
Het staakt-het-vuren in Gaza
Het akkoord over een staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas
Het mogelijke akkoord over een wapenstilstand in Gaza
Conflictontwikkelingen tussen Israël en Gaza.

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na 15 maanden bloedige oorlog tussen Israël en Hamas, met 46.000+ doden in Gaza en 1.200 Israëlische slachtoffers op 7 oktober, brengt een fragiel staakt-het-vuren hoop: 33 gijzelaars zouden vrijkomen, humanitaire hulp kan Gaza bereiken, en het geweld pauzeert—mits Israël het akkoord (nog niet officieel goedgekeurd) nakomt. Kernpunten: De humanitaire crisis (honger, verwoeste infrastructuur, 80% kinderslachtoffers) eist onmiddellijke hulp via UNRWA (waar Israël sancties tegen overweegt), terwijl politieke druk nodig is om een duurzame tweestatenoplossing af te dwingen—met erkenning van Palestina, sancties tegen Israël (om oorlogsmisdaden te bestraffen) en internationale rechtszaken (ICC/IGH) als sleutelvragen. België’s rol: Steun aan UNRWA, diplomatieke druk (o.a. via EU), maar geen concrete sancties of Palestijnse erkenning—wat kritiek uitlokt op dubbele standaarden (vs. Rusland/Oekraïne). Vrede blijft hypothetisch zonder politieke oplossing; het akkoord is een adempauze, geen eindpunt. Scherpe tegenstellingen: Sommigen eisen genocidestop en straf voor Netanyahu, anderen benadrukken Israëls veiligheidsrecht—maar alleen een tweestatenmodel biedt perspectief, mits extremisme aan beide kanten wordt ingetoomd.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, enfin une lueur d'espoir après 15 mois d'horreur. Chers collègues, il y a 15 mois, les attaques barbares du Hamas et du Jihad islamique sur le territoire d'Israël semaient l'effroi dans le monde entier. Près de 1 200 personnes ont été sauvagement tuées, des femmes, des jeunes, des enfants; les terroristes se vantant face caméra de les avoir torturées, exécutées parce qu'elles étaient juives. Il y a 15 mois, les terroristes emmenaient dans la bande de Gaza 251 otages. Le Hamas et le Hezbollah libanais pilonnaient l'État hébreu. Ensuite, ce fut au tour des Houthis du Yémen. Tous les bras armés de l'Iran.

Les attaques du 7 octobre ont entraîné un embrasement régional et une riposte impitoyable de l'armée israélienne, soutenue par les États-Unis. Une riposte que le Hamas savait effroyable, vu le nombre de dommages collatéraux. Et c'est en cela que le groupe terroriste a enfermé la population de Gaza dans une impasse mortifère.

Il s'en est suivi une guerre effroyable, avec des tirs quotidiens de roquettes d'un côté et des bombardements de l'autre. Depuis, des dizaines de milliers de Palestiniens, dont là encore des femmes et des enfants innocents, ont péri dans la bande de Gaza. Avec cette question, jusqu'ici sans réponse: quand va s'arrêter cette folie meurtrière? Quand les otages seront-ils libérés?

Après 15 mois d'horreur, un accord de cessez-le-feu a donc été annoncé hier soir. Mon groupe s'en réjouit, bien entendu. Cet accord doit constituer un tournant, un espoir – avouons-le, à ce stade, hypothétique et précaire puisqu'il n'a pas encore été officialisé.

L'ensemble de la communauté internationale doit redoubler d'efforts en ce sens. Tout est à reconstruire, tout est à construire entre Israéliens et Palestiniens qui n'ont qu'un seul destin: vivre côte à côte, pour que la paix soit juste et durable.

Cela m'amène à mes questions, monsieur le ministre. Que pouvez-vous nous dire concrètement de cet accord et de cette garantie? Il est prévu que 33 otages soient libérés. Qu'en sera-t-il des autres?

Vu la situation complexe dans laquelle se trouve l'UNRWA, comment va s'organiser l'aide humanitaire cruciale dans la bande de Gaza?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, “we wenen en we vieren”, dat zijn de gemengde gevoelens op het terrein, of beter gezegd het slagveld. Er is hoop en opluchting over een potentieel staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. Er is hoop op dagen van minimale menselijkheid na 15 maanden van bloedvergieten. Er is op hoop op een leven zonder honger, zonder bombardementen en zonder drones, hoop op basiszorg voor fysieke en mentale wonden, hoop voor de gijzelaars dat zij hun familie weer in de armen kunnen sluiten. De uitdagingen blijven echter immens. Israël moet het akkoord nog goedkeuren en het rommelt vandaag in de regering-Netanyahu.

Voor ons en voor de grote internationale gemeenschap is het duidelijk: het verwoesten van mensenlevens moet stoppen. Honderden vrachtwagens met humanitaire hulp moeten Gaza kunnen binnenrijden. Een heropbouw is nodig, zonder dat Gaza weer een openluchtgevangenis wordt. Dat is wat België vraagt en wat cd&v al jaren vraagt.

We moeten echter waakzaam blijven. Er is een potentieel akkoord, maar dit mag geen voorwendsel zijn om met de zegen van president-elect Trump extremisten in die regering te paaien met nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dat zou catastrofaal zijn voor een tweestatenoplossing en voor een duurzame vrede in de regio.

Komt er een adempauze? Komt er vrede? Komt er niets? We moeten alles in het werk stellen om dit akkoord in alle fasen ervan te ondersteunen. Hoe voorziet u dat? De Europese Unie heeft al 120 miljoen euro voorzien. Welke diplomatieke tussenkomsten voorziet u op de weg naar duurzame vrede?

Annick Lambrecht:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister en collega’s, we horen het gejuich in de straten van Gaza en we zien vreugde met tranen. Na maanden van horror en verdriet is er eindelijk zicht op het staakt-het-vuren, maar de vraag is of er hoop is op een duurzaam akkoord. De reactie van Netanyahu vandaag is geen goed teken.

Gewone mensen zijn altijd het eerste slachtoffer in een conflict, maar zullen zij ook de eersten zijn die profiteren van het beëindigen van dat conflict? Die vraag is heel moeilijk te beantwoorden. De krantenkoppen zijn positief, maar als we verder lezen maken we ons toch zorgen, want Israël klaagt vandaag al dat Hamas de eerste afspraken niet nakomt en bovendien is er nog heel veel onduidelijkheid over de status van Noord-Gaza, waar velen verdreven zijn.

De wederopbouw is een werk van zeer lange adem. Hoe bouwt men iets op als er niets meer is? Hoe werkt men aan vrede als er zoveel spanning is? Cruciale vragen die enkel beantwoord kunnen worden met voldoende druk van de internationale gemeenschap. Het conflict had al lang moeten stoppen, want er was geen enkele reden om te blijven bombarderen, maar dat is het effect van extremen aan de macht.

Mijnheer de minister, wat Vooruit betreft kunnen de mensen in Gaza niet wachten. Zij hebben vandaag hulp nodig en morgen moet die heropbouw kunnen beginnen. België kan in beide een cruciale rol spelen. UNRWA staat klaar om te starten en om aan de slag te gaan.

Mijnheer de minister, hoe kunnen we garanderen dat de humanitaire hulp heel snel bij de mensen in Gaza terechtkomt?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, c’est un soulagement. Après 15 mois de génocide à Gaza, l’annonce d’un cessez-le-feu a été un soulagement pour les Gazaouis, parce qu’il y a déjà eu assez de morts. Plus de 46 000 morts, selon l’estimation la plus basse, sans parler des conséquences de la famine, du manque de médicaments et du blocage de l'aide humanitaire. Ce cessez-le-feu permettra de sauver ceux qui peuvent encore être sauvés. Par ailleurs, c'est également un soulagement car les otages israéliens et palestiniens seront libérés.

Cet accord a abouti avec l'arrivée de l'administration Trump aux États-Unis, ce qui démontre que les États-Unis peuvent arrêter le massacre en Palestine aujourd'hui, et qu’ils sont complices du génocide actuel, parce que quand ils décident que le massacre doit s'arrêter, ils l'arrêtent. Nous devons donc maintenir la pression sur les États-Unis et sur Israël.

Par ailleurs, cette trêve intervient aussi parce qu'Israël est de plus en plus isolé dans le monde. Il n'a jamais été aussi isolé qu'aujourd'hui, face à une mobilisation mondiale sans précédent. Ne soyons pas dupes: nous devons maintenir la pression, maintenir la mobilisation, parce qu'il y a toujours une occupation en Palestine, il y a toujours une colonisation. Ne faisons pas confiance au gouvernement d'extrême droite pour respecter un cessez-le-feu. S'il n'y a pas de pression, il ne le respectera pas. Nous maintiendrons la pression.

Monsieur le ministre, après 465 jours de génocide, la Belgique n'a toujours pas pris de sanctions contre Israël. Allez-vous mettre en place des sanctions pour maintenir la pression sur Israël, pour qu'il respecte le cessez-le-feu? Oui ou non, monsieur le ministre?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, dimanche 19 janvier, normalement, si tout se passe bien, les enfants de Gaza vont se lever sans crainte de se prendre une bombe sur la tête, et ce pour la première fois depuis de trop longs mois. Un cessez-le-feu à Gaza semble imminent, même si ce n'est pas totalement clair. Cette trêve annonce la fin des bombardements, la libération d'otages et de prisonniers palestiniens. Nous n'y croyions presque plus et, pour la première fois depuis longtemps, une lueur d'espoir est apparue pour les populations civiles massacrées.

Cependant, la situation humanitaire à Gaza reste désastreuse, avec près de 60 000 morts selon certaines estimations, des infrastructures détruites à 80 %, un système de soins de santé à l'arrêt, des milliers d'enfants traumatisés et amputés, une population déplacée mourant de froid et de faim. Le territoire gazaoui est à genoux. L'un des enjeux actuels est de garantir un accès humanitaire immédiat et inconditionnel à Gaza, en soutenant notamment des organisations comme l'UNRWA.

Ce cessez-le-feu apporte un soulagement, mais il ne peut en aucun cas servir de totem d'impunité. Nous ne cesserons de demander justice pour les dizaines de milliers de Gazaouis massacrés sous les bombes, dans un déchaînement de violence aveugle orchestré par le gouvernement d'extrême droite de Benyamin Netanyahu. Cette barbarie ne peut rester sans réponse ni sans conséquences.

Monsieur le ministre, envisagez-vous de soutenir une enquête internationale sur les crimes de guerre et les crimes contre l'humanité, ainsi que sur les accusations de génocide contre le gouvernement israélien, afin que les responsables soient traduits devant la justice?

Quelles garanties demandez-vous à l' É tat d'Israël pour que cette trêve ne soit pas seulement une pause temporaire, mais un premier pas vers un processus durable de paix et de justice?

L'un des enjeux des prochains jours sera aussi de sortir de Gaza les milliers de blessés graves pour qu'ils puissent être soignés. La Belgique accueillera-t-elle des blessés, comme elle a pu le faire par le passé?

Comment comptez-vous agir aux côtés de vos partenaires européens et internationaux pour reconstruire Gaza dans les vingt à trente prochaines années – car c'est bien le temps qui sera nécessaire pour sa reconstruction – et permettre aux Palestiniennes et Palestiniens de vivre dans la dignité après ces destructions massives?

Et puis, la Belgique va-t-elle enfin reconnaître l' État palestinien, comme nous le demandons depuis longtemps?

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, j'aimerais y croire. L'accord de cessez-le-feu signé hier entre Israël et le Hamas est peut-être un vrai signal d'espoir. On entrevoit, en tout cas, une lueur.

J'ai vraiment une pensée pour les plus de 47 000 victimes, dont plus de 13 000 enfants. Treize mille enfants ont été assassinés, tués. J'ai une pensée pour toutes ces femmes, qui doivent aussi aujourd'hui scruter les heures qui viennent pour voir si cet accord sera respecté car il reste fragile. On a dénombré 73 morts ce matin dont une vingtaine d'enfants encore.

Gaza est complètement détruite et 1,9 million d'habitants, soit 90 % de la population, ont été déplacés. Le cessez-le-feu doit permettre une aide humanitaire massive, une aide médicale d'urgence. Cette trêve est donc un premier pas vers une paix durable qui doit être l'objectif. Car oui, monsieur le ministre, les Palestiniens devraient avoir droit à s'alimenter. Oui, ils devraient avoir droit à boire de l'eau potable. Oui, ils ont des droits en matière de sécurité, de soins médicaux et d'éducation; 95 % des écoles ont été détruites à Gaza. Ils ont droit au logement. Ils devraient avoir le droit de se déplacer librement. Ils devraient avoir le droit, enfin, d'envisager une vie en paix et en sécurité.

Ce dont nous avons besoin, monsieur le ministre, et en particulier les Palestiniens, c'est d'un véritable accord de paix pour que deux É tats reconnus vivent en paix. Israël a le droit de vivre en paix, la Palestine également.

Monsieur le ministre, comment comptez-vous soutenir le retour à la table des négociations afin d'imposer le silence des armes, définitif et sans conditions? Quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin la Palestine?

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le ministre, c'est effectivement un moment de soulagement. C'est le soulagement de voir que des familles vont être recomposées, que des prisonniers vont être échangés, que des enfants et des adultes innocents vont cesser de mourir.

C'est aussi – vous ne m'empêcherez pas de le penser – un moment d'amertume, parce que le plan que l'on voit est en fait le plan Biden, qui, depuis huit ou neuf mois, aurait pu être concrétisé. Et il a fallu la main de Trump, celle qui menace plus vite qu'il ne parle, pour que même les plus extrémistes décident qu'il était temps de signer un accord.

Mais c'est un moment de prudence aussi. J'entends déjà certaines voix dire que c'est un accord provisoire. Et c'est ma première question. Quelles sont les garanties que vous, l'Europe, les États-Unis pouvez apporter pour que ce ne soit pas du provisoire? C'est de la prudence parce qu'on est au début du chemin. Or celui-ci sera très long et très compliqué. Comment la Belgique et l'Europe peuvent-elles faire entendre leur voix?

Et, en même temps, c'est une occasion. C'est une occasion qu'il faut saisir pour restabiliser ce Moyen-Orient qui est déstabilisé depuis trop longtemps, et pas depuis la guerre, pour qu'effectivement une solution à deux États – je vous le dis comme je le pense – puisse exister. Quelle sera la voix de la Belgique et de l'Europe, monsieur le ministre? Voilà les questions, en ce moment à la fois peut-être opportun mais toujours prudent, que je voulais vous poser.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, gisteren was er veel opluchting, want er zou eindelijk een staak-het-vuren komen tussen Israël en Hamas. Dat zal hopelijk een einde maken aan het gruwelijke geweld in Gaza. Er vielen al 46.000 doden, er zijn 110.000 gewonden en 100.000 Palestijnen zijn op de vlucht en dakloos. De kinderen lopen daar in de winter verweesd op hun blote voeten door het puin na een zoveelste bominslag.

De wereld wil dat dit ophoudt, maar minder dan 24 uur later staan er alweer grote vraagtekens bij dit akkoord. Opnieuw voerde Israël afgelopen nacht immers zware bombardementen uit. Opnieuw werden 70 mensen gedood, waaronder 20 kinderen. Netanyahu dreigt op dit moment al terug te krabbelen en dat moet ons zorgen baren. Israël heeft zich immers al 15 maanden lang niets aangetrokken van het internationaal en humanitair recht. Er waren aanvallen op burgers, op scholen en op ziekenhuizen. Daar is dus een genocide aan de gang en wie dat niet wil zien is stekeblind. Israëlische ministers zetten immers aan tot geweld, herleiden Palestijnen tot ongedierte en hongeren hen bewust uit. Er zijn veel te veel pijnlijke bewijzen. Zelfs het staak-het-vuren tussen Israël en Hamas kan nooit een reden zijn om dit onbestraft te laten. Daarvoor is Israël veel en veel te ver gegaan.

Ik heb dan ook een aantal vragen, mijnheer de minister.

Welke initiatieven zal onze regering nemen om de inwoners van Gaza te ondersteunen? Hoe zullen we helpen bij de heropbouw van huizen, ziekenhuizen en scholen?

Zal ons land ook pleiten voor onderzoek naar de mogelijke oorlogsmisdaden? De Belgische regering heeft al een hele tijd geleden beslist om tussen te komen in de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Mijnheer de minister, waar blijft die tussenkomst?

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs les députés, comme vous l'avez tous dit, "enfin" – je crois c'est le mot qui convient – une lueur d'espoir au Moyen-Orient. Het werd tijd . L'annonce faite hier par le Qatar, l'Égypte et les États-Unis de la conclusion d'un accord entre le Hamas et Israël sur un cessez-le-feu est une étape cruciale. En effet, le gouvernement israélien doit certes encore l'approuver officiellement, mais il est difficile d'imaginer qu'il en soit autrement. Monsieur De Maegd, la première phase sur trois, celle du cessez-le-feu provisoire, doit commencer ce dimanche avec la libération d'un premier groupe d'otages. Nous nous réjouissons tous qu'ils puissent retrouver les leurs.

Dat er een einde komt aan een verwoestende oorlog die 15 maanden duurde, is geweldig nieuws voor Palestijnen en Israëli's die vrede willen. We kunnen ons wellicht niet voorstellen hoezeer Israëli's en Palestijnen snakken naar vrede, rust en perspectief.

Monsieur Boukili, cet accord reprend en effet la structure du plan Biden présenté en mai dernier. Il comprend trois étapes dont les détails doivent encore être négociés.

Comme je le disais, la première phase doit commencer ce dimanche pour une durée de six semaines. Cette première étape, attendue de longue date, permettra de faire taire les armes, de mettre fin à la violence et d'assurer une distribution sûre et effective d'une importante aide humanitaire. Je vous rejoins, monsieur Crucke, ce ne sera pas un long fleuve tranquille.

Madame Van Hoof, un travail diplomatique important reste encore à accomplir pour nous tous. J'en parlerai avec mon homologue égyptien – qui est d'ailleurs l'un des architectes de l'accord – quand je le recevrai à Bruxelles lundi prochain, le 20 janvier. Demain, je m'entretiendrai avec le premier ministre palestinien qui est à Bruxelles.

Nous le savons tous très bien, la situation humanitaire sur place est désastreuse et demande une réponse rapide et immédiate.

De VN-agentschappen en de ngo's bereiden zich voor om de humanitaire hulp op te schalen. Vannacht zouden al een aantal bijkomende trucks met humanitaire hulp toegelaten zijn. Het Wereldvoedselprogramma heeft hulp klaarstaan om drie maanden een miljoen mensen te voeden.

Un programme similaire de l'UNRWA est aussi en préparation. Madame Lambrecht, monsieur Aerts, cette organisation des Nations Unies est évidemment indispensable sur place pour venir en aide à la population locale, que ce soit pour l'aide humanitaire ou la scolarisation de plus d'un million d'enfants qui n'ont plus vu les bancs de l'école depuis deux ans.

Nous suivons d'ailleurs de près la prochaine entrée en vigueur des lois anti-UNRWA votées par la Knesset. Nous continuons à appeler le gouvernement israélien à ne pas les mettre en œuvre. Il n'y a pas d'alternative à l'UNRWA et aux Nations Unies! Les Nations Unies doivent être reconnues et respectées à tous les niveaux!

Madame Maouane, cette avancée positive annoncée hier ne doit pas éclipser la nécessité d'établir clairement les responsabilités pour tous les crimes commis. C'est d'ailleurs essentiel pour tracer un chemin vers une paix durable.

De verantwoordelijken voor de gruweldaden moeten worden gestraft. België heeft altijd gepleit voor de eerbiediging van het internationaal recht en het internationaal humanitair recht. België heeft altijd zijn volle steun betuigd aan het Internationaal Strafhof en het Internationaal Hof van Justitie.

Mijnheer Aerts, bij het Internationaal Hof van Justitie loopt een zaak van Zuid-Afrika tegen Israël. Zoals u weet zal België daaraan meewerken.

Chères députées, chers députés, vous l'avez compris, la Belgique appelle les parties à respecter cet accord et à le mettre en œuvre. C'est une chance unique, comme cela a été souligné par chacune et chacun d'entre vous, de mettre fin à 15 mois d'une guerre absolument terrible, avec un nombre incroyable de victimes innocentes.

Ce sera certes un défi. De nombreux points doivent encore être éclaircis afin de mettre fin de manière permanente aux hostilités et d'établir un horizon politique pour les Palestiniens, les Israéliens et cette région.

Monsieur Lacroix, notre pays soutiendra tous les efforts en vue d'une solution à deux États vivant côte à côte dans la sécurité et la paix, comme nous l'avons déjà fait. Vous vous rappellerez que ma prédécesseure a organisé, quelques jours avant la fin de son mandat, une deuxième conférence sur la solution à deux États, avec le Haut représentant de l’Union européenne pour les affaires étrangères et la politique de sécurité de l'époque, Josep Borrell. C'est en tout cas ce que nous souhaitons toutes et tous ici.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. J'exprime ici, au nom de mon groupe, le vœu que cet accord de cessez-le-feu voie le jour très rapidement et soit durable; le vœu que les otages puissent enfin retourner chez eux pour tenter, tant bien que mal, de surmonter la terrible épreuve qu'ils ont subie, et que les familles des otages décédés puissent entamer un très difficile travail de deuil; le vœu que la population palestinienne de Gaza, après 15 mois de guerre, puisse également être épargnée, secourue par une aide humanitaire cruciale, panser ses plaies et tenter de se construire un avenir légitime. Cet accord de cessez-le-feu marque un espoir après plus de 15 mois d'une guerre effroyable, qui a fait des dizaines de milliers de victimes.

Cependant, nous devons rester très prudents, chers collègues, cet accord ne marquera pas la fin des tensions. Un cessez-le-feu sans perspective politique sérieuse est la porte ouverte à la répétition des horreurs auxquelles on assiste depuis maintenant 75 ans dans cette région. Cet accord, enfin, ne doit pas, monsieur le ministre, nous détourner de l'objectif à long terme de l'instauration d'une paix juste et durable à Gaza, en Cisjordanie et en Israël.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het akkoord is inderdaad een eerste stap om het leed in Gaza te verlichten. Het is een sprankel hoop in het nieuwe jaar. Euforie is nog niet aan de orde. We hebben wel een constructieve houding nodig. Die houding hebt u daarnet ook uitgesproken. We hebben diplomatieke contacten in de komende dagen. Er wordt ook ondersteuning gegeven aan UNRWA om ter plaatse humanitaire hulp te verschaffen. We geven steun aan het Internationaal Gerechtshof en aan het Internationaal Strafhof. Dat zijn belangrijke stappen die België en de Europese Unie kunnen zetten.

We mogen ons echter niet gedragen als een olifant in een porseleinwinkel. Dat is het vandaag immers nog. Wij moeten waakzaam blijven. Dat betekent dat er geen communicerende vaten zijn. Als er een verdere escalatie is op de Westelijke Jordaanoever, moeten we nieuwe stappen durven zetten.

Onze partij denkt in dat verband ook aan een handelsverbod vanuit de nederzettingen naar de Europese Unie en naar België.

De stappen naar een duurzame vrede en een tweestatenoplossing zijn cruciaal, met een erkenning van Palestina. Laten we echter eerst starten met de menselijkheid.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. UNRWA is inderdaad onontbeerlijk en niet vervangbaar. Er zijn geen alternatieven.

De ellende voor de Palestijnen is nog lang niet voorbij. In Gaza en bij de familieleden van de gegijzelden heerst nu hoop. Op de Westelijke Jordaanoever is er echter niets veranderd. Er is daar geen enkel zicht op vooruitgang. Sterker nog, met de nieuwe president in de Verenigde Staten is het einde helemaal niet in zicht.

Iedereen in Europa moet een keuze maken. Voeren wij de druk verder op – die keuze meen ik uit uw antwoord te kunnen opmaken – of kijken we de andere kant uit?

Mijnheer de minister, voor Vooruit is het heel helder: er is nood aan duurzame vrede. Dat kan enkel, zoals u ook hebt aangegeven, door een tweestatenoplossing. Wij blijven daarvoor pleiten. Wij zullen daar hard voor blijven strijden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous avez répondu à plusieurs questions, sauf une: les sanctions. Pourquoi pas de sanctions? Vous dites que la Belgique tient au respect du droit international. Alors, il faut être cohérent: quand ce droit international est violé, il faut sanctionner ceux qui le violent sinon cela n'a pas de sens de dire que la Belgique respecte le droit international.

Vous avez parlé d'une guerre atroce. Je rappelle que ce n'est pas une guerre mais un génocide, monsieur le ministre. C'est un génocide et ce n'est pas moi ou le PTB qui le disons: la Cour internationale de Justice a prévenu du génocide; la Cour pénale internationale a émis un mandat d'arrêt contre Netanyahu; l'ONU a fait un rapport sur le génocide; Oxfam a fait un rapport sur le génocide. Même le monde académique belge s'est mobilisé: 6 700 signatures dans le monde académique belge pour dénoncer le génocide et le manque de sanctions. Ils appellent à sanctionner Israël. Quand allez-vous bouger sur ce sujet? Si vous voulez être cohérent avec votre respect du droit international, il faut le faire parce que pour l'instant, c'est seulement du bla-bla.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Malheureusement, vous l'avez dit, à Gaza, le droit international a été réduit en poussière, emporté par les bombes. Netanyahu et ses complices doivent finir en prison comme les criminels de guerre qu'ils sont. Il ne faut pas oublier ce qui s'est passé. On n'oubliera pas les 300 journalistes tués, on n'oubliera pas la famine organisée, on n'oubliera pas les civils brûlés vifs, on n'oubliera pas le système hospitalier détruit, on n'oubliera pas les camps de réfugiés bombardés, on n'oubliera pas l'aide humanitaire bloquée, on n'oubliera pas le génocide perpétré. On continuera à se battre pour que justice soit rendue, que les criminels soient derrière les barreaux. On continuera à se battre pour que la colonisation s'arrête et pour que l'État de Palestine soit enfin reconnu.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.

Je suis heureux, car je sens que notre pays est volontaire et qu'il soutiendra le processus des futures négociations. Je reste cependant inquiet quant au respect du droit international. Vous avez été clair. J'espère que le futur gouvernement Arizona le sera tout autant que vous et que vous resterez, le cas échéant, ministre des Affaires étrangères.

J'entends bien que la notion de crime de génocide à Gaza ne fait plus aucun doute. Six mille sept cents universitaires ont signé une lettre ouverte cette semaine, rappelant ce génocide et appelant à des sanctions. Vous avez été clair également sur le respect du droit international. Cela signifie que si on ne le respecte pas, on doit être sanctionné. Israël devra l'être. Il faudra par conséquent faire preuve d'une capacité de résister à toutes les pressions. Et j'espère qu'au sein de l'Arizona, vous parviendrez à vous mettre d'accord sur tout ce que vous avez dit aujourd'hui.

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le ministre, je tiens à le souligner, vous attestez de votre connaissance et de votre maîtrise du dossier. Les contacts que vous nouerez dans les prochains jours prouvent aussi que Bruxelles, ce petit pays qu'est la Belgique, et l'Union européenne ont un rôle à jouer. Je veux soutenir les démarches qui sont les vôtres.

Je pense qu'il ne faut pas se tromper. L' État d'Israël a droit à la reconnaissance de sa souveraineté et à la paix, mais les Palestiniens ont aussi le droit de vivre en paix. Donc, ce que je voudrais tant voir en réalité, pour ces deux États, et seule la constance de l'Union européenne permettra de le montrer, c'est que c'est la nuance qui apporte des solutions. Nous, Les Engagés, c'est aussi en ce sens que nous entendons soutenir votre travail.

Staf Aerts:

Mijnheer de minister, een constructieve houding is belangrijk als wij de inwoners van Gaza willen helpen, als we ervoor willen zorgen dat zij opnieuw humanitaire hulp krijgen en als we willen bijdragen aan de heropbouw aldaar. Daarvoor is er alleszins een staakt-het-vuren nodig. Komt dat er niet omdat Israël zich terugtrekt van de tafel en er de stekker uit trekt, dan moeten we fors reageren, zoals tegen Rusland, toen Poetin Oekraïne is binnengevallen. Dan moeten we het hele gamma aan maatregelen om Israël onder druk te zetten, uit de kast halen. Dan moeten we het Europees handelsakkoord met Israël stopzetten, de import van producten uit de bezette gebieden verbieden, de genocide aldaar politiek erkennen en ook de Palestijnse staat erkennen – ik heb de instemming van velen genoteerd –, want dat laatste blijft meer dan ooit van belang voor een duurzame oplossing voor het geweld in de regio.

De piekende asielcijfers
De asielcrisis
Asielproblematiek

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie), Alexander De Croo (Eerste minister)

op 16 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De asielcrisis in België (40.000 aanvragen in 2024, +12% vs. 2023) domineert het debat: oppositie (Van Belleghem, Safai) hekelt het falend beleid—recordaantallen, overbelaste opvang (2.800 op straat), en het ontbreken van effectieve maatregelen, terwijl buurlanden de instroom wel beperken. Staatssecretaris De Moor wijst op externe oorzaken (Gaza, Syrië) en benadrukt Europese oplossingen (migratiepact, grenzen, akkoorden met Tunesië) plus nationale stappen (beperkte opvang voor wie elders al bescherming heeft, versnelde procedures), maar erkent dat snelle fixes onrealistisch zijn. Politieke blokkade (onderhandelingen *arizonapartijen* vastgelopen, links pleit voor *meer* opvang) en kritiek op het vivaldibeleid (België te aantrekkelijk door soepel systeem) ondermijnen vertrouwen in herstel. Kern: systeem crasht, maar structurele hervorming en politieke eenheid ontbreken.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, Ninove telt 40.000 inwoners. Beeld u nu eens in dat alle inwoners van Ninove asiel aanvragen, in één jaar tijd. Concreet zou dat dus willen zeggen dat men alle inwoners van Ninove een gratis dak boven het hoofd en eten moet geven, moet helpen met de asielprocedure en kosteloos moet voorzien van een advocaat. Wel, er waren in 2024 in dit land 40.000 asielaanvragen en dus 40.000 keer bed, bad, brood.

U antwoordde gisteren in de commissie dat het aantal asielaanvragen in december toch verrassend hoger lag dan verwacht. Mevrouw de staatssecretaris, onder welke steen hebt u het afgelopen jaar geleefd? Maand na maand stijgen de asielcijfers; dat weet ondertussen iedereen. Het enige wat daaraan nog verrassend is, is het feit dat u verrast bent.

Ik vraag u niet meer welke maatregelen u zult nemen om de toestroom van asielzoekers te beperken, want het heeft geen zin. U kondigt altijd nieuwe maatregelen aan, maar u voert ze nooit uit. Ik vraag u dus vandaag alleen nog om een beetje zelfreflectie. Leg ons nu eens alstublieft uit waar het volgens u het afgelopen jaar is misgegaan.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, collega's, gisteren hebben we de cijfers ontvangen van het aantal asielaanvragen in 2024. Het gaat om het hoogste aantal in tien jaar tijd. In 2024 hebben bijna 40.000 mensen een verzoek ingediend voor internationale bescherming, bijna 12 % meer dan het jaar voordien, en met een piek in de maand oktober, toen meer dan 4.000 mensen een verzoek indienden, het hoogste cijfer sinds het najaar van 2015. Het aantal asielzoekers in België is sinds 2021 opnieuw de hoogte ingegaan. In 2024 telde Fedasil een recordaantal opvangplaatsen, meer dan 36.000. Toch staan er nog ruim 2.800 alleenstaande mannen op de wachtlijst. Vandaag slapen mensen op straat. Terwijl wij geen opvang kunnen voorzien voor de mensen die nu al hier zijn, blijven er nog mensen naar dit land komen.

Nochtans dalen de asielcijfers in onze buurlanden. Weet u hoe dat komt? De reden is dat onze buurlanden maatregelen nemen tegen een hoge, oncontroleerbare instroom. Van ons land kan ik alleen maar zeggen dat ons systeem totaal crasht en dat wij het niet meer onder controle hebben.

Mevrouw de staatssecretaris, ik heb daarom vandaag maar één vraag. Hoe verklaart u dat de ons omringende landen er wel in slagen om hun asielaanvragen significant terug te dringen, maar België niet?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, u vraagt me waar het het afgelopen jaar is misgelopen. Ik zal het u zeggen. Het is de afgelopen jaren misgelopen in Gaza, Syrië, Afghanistan en Eritrea, en dat zien we in onze asielstatistieken. Dan spreek ik nog niet over hoe het is misgelopen in Oekraïne, want ook vanuit Oekraïne blijven er mensen toekomen in ons land.

Collega's, ik ben het met u eens, er komen te veel asielzoekers naar ons land. Daar zijn ook mensen bij die geen bescherming nodig hebben. De voorbije drie jaar samen gaat het om meer dan 110.000 mensen. Dat is onhoudbaar, maar wie beweert dat we op een paar weken tijd nog enkele opvangplaatsen bij moeten creëren om dit snel op te lossen, dwaalt. Wie beweert dat men met een vingerknip de instroom omlaag kan krijgen, maakt de mensen ook iets wijs.

Wat kunnen we wel doen? Ten eerste, het antwoord zal vooral Europees zijn. Iets anders beweren is onzin. We moeten onze buitengrenzen beter versterken en daar bepalen wie kans maakt op bescherming en wie niet. Met het migratiepact zetten we daar een belangrijke stap in de juiste richting. Ons land zal dat pact versneld implementeren. Ook de akkoorden die de Europese Unie sluit met landen, bijvoorbeeld aan de zuidgrens, zoals Tunesië, hebben hun effect. Ze beginnen te werken. Het aantal oversteken over de Middellandse Zee is gedaald. Het aantal illegale binnenkomsten in de hele Europese Unie is in 2024 met 38 % gedaald. Er was heel veel kritiek op die akkoorden, maar we zien dat ze werken.

Dat de druk op ons land zo groot blijft, komt dus vooral door de asielaanvragen van mensen die dat elders ook al hebben gedaan. Er vragen heel wat mensen asiel aan die dat niet voor het eerst doen, die dat ook al in andere Europese landen hebben gedaan. Daarom moeten we, ten tweede, ook op nationaal vlak blijven doen wat we kunnen doen. Ik heb bijvoorbeeld recent beslist om de opvang te beperken van mensen die al bescherming genieten in een ander Europees land, omdat het rechtvaardig is om dat te doen. Daarnaast moeten we ingrijpen in de procedure. Mensen die al bescherming krijgen, hebben die niet opnieuw nodig. We stellen daarom ook alles in het werk om de huidige, te ruime rechtspraak over deze materie te wijzigen. Dat doen we bijvoorbeeld door cassatieberoep aan te tekenen of door verduidelijking te vragen aan het Hof van Justitie in Europa.

Ons land wil solidair zijn en bescherming bieden aan wie dat nodig heeft, maar het is gewoon niet rechtvaardig dat we opnieuw opvang en bescherming moeten geven aan degenen die al in een ander Europees land kunnen wonen en werken en daar een toekomst kunnen uitbouwen.

We nemen dus wel degelijk concrete maatregelen. We kondigen die niet alleen aan, we nemen ook maatregelen om de instroom naar beneden te krijgen. Ik hoop dat we met de arizonapartijen snel tot een akkoord kunnen komen om op die weg verder te gaan.

Francesca Van Belleghem:

Mocht de regering niet ontslagnemend zijn, mevrouw de staatssecretaris, dan had elke partij hier vandaag, van links tot rechts, uw ontslag gevraagd. In de media hoor ik al 221 dagen dat de arizonapartijen aan het onderhandelen zouden zijn over het strengste asielbeleid ooit. Gisteren heb ik echter mijn hoop daarop definitief begraven, want toen heeft de linkse partij Vooruit in de commissie voor Binnenlandse Zaken gepleit voor meer opvangplaatsen voor asielzoekers. Dat is dus het strengste asielbeleid ooit. Dat is niet mogelijk als er een partij aan tafel zit die pleit voor meer asielzoekers.

Beste cd&v'ers, beste N-VA'ers, jullie kiezen de verkeerde partners en jullie weten dat ook.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat deze mensen hier zijn omdat het is misgelopen in Gaza. Mijn vraag is echter waarom ze bijna allemaal naar België komen. Dat komt door het vivaldibeleid, dat dit land veel aantrekkelijker maakte voor Palestijnen dan andere landen. Eén ding is zeker: het beleid van de vivaldiregering verderzetten is geen optie. De asielinstroom blijft torenhoog en mensen slapen op straat. We moeten dat aanpakken. Er is nood aan een diepgaande hervorming van ons asielsysteem. We moeten inzetten op legale en gecontroleerde migratie, tegen de illegale migratie via de maffia van mensensmokkelaars.

Voorzitter:

Hiermee sluiten we de mondelinge vragen af.

Het aanmeldcentrum in de Belliardstraat
De instroom en hotelopvang van asielzoekers
Asielopvang en instroomprocedures in Brussel

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De wachtrijen en veiligheid in het asielcentrum Belliardstraat zijn verbeterd door vroegere opening (7.00-7.15 uur), wat de drukte en registratiecapaciteit verlicht, dankzij flexibel personeel dat ook de wachttijden voor afspraken tot onder 10 dagen terugbracht. Asielcijfers 2024 toonden een recordinstroom van 39.615 aanvragen (bijna 2015-niveau), met 3.560 aanvragen in december en 2.947 alleenstaande mannen op de wachtlijst, ondanks dalende hotelopvang (nu 277 personen). Kritiek blijft op het ontbreken van structurele maatregelen om de instroom te remmen, naast ad-hocoplossingen zoals jeugdverblijven. Opvolging van de nieuwe werking en effecten op wachtrijen blijft prioriteit.

Greet Daems:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, al meermaals heb ik u vragen gesteld over de situatie in het nieuw aanmeldcentrum in de Belliardstraat, meer bepaald over de wachtrijen, de veiligheid tijdens het wachten en de eventuele mogelijkheid om mensen binnen te laten wachten, zeker gezien het slechte weer.

Op 27 november hebt u geantwoord dat uw diensten alle mogelijke opties bespreken om de organisatie van de wachtrijen te verbeteren. U zei ook dat het in de huidige toestand niet mogelijk is om mensen binnen te laten voor het openingsuur, maar wel dat verschillende mogelijkheden onderzocht worden. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld om al heel vroeg in de ochtend een deel van de mensen binnen te laten. Ook zou u bekijken hoe dat zo snel mogelijk georganiseerd kan worden.

Nu, anderhalve maand later, benieuwt het mij zeer wat u intussen ondernomen hebt. Zijn er al opties om mensen binnen te laten wachten? Op welke manier hebt u de organisatie van de wachtrijen verbetert, zodat het ook veiliger is?

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, vooreerst mijn beste wensen aan iedereen.

Mevrouw de staatssecretaris, mijn vraag is in zekere zin een allegaartje. Op 25 november 2024 verbleven nog 355 personen in de hotelopvang voor asielzoekers. Ondertussen heb ik vernomen dat het tegenwoordig nog om 277 mensen gaat, dus dat deel van mijn vraag is al beantwoord. Wel wil ik graag vernemen hoeveel asielzoekers nog op de wachtlijst staan.

Het Vlaams Belang verneemt ook graag hoeveel asielaanvragen in december 2024 werden ingediend, zodat we de jaarcijfers voor 2024 in totaal hebben. Aangezien het reeds 15 januari is, zou het leuk zijn om daarop een antwoord te hebben.

Nicole de Moor:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, op 13 januari verbleven er 277 personen in gezinsverband in die noodopvang, in juli waren dat er nog 728. De bezetting is dus verder gedaald, onder andere dankzij de tijdelijke opening van winteropvang in de jeugdverblijven. Daardoor kon de samenwerking met de locatie in Anderlecht worden afgesloten op 6 december.

Op 1 januari stonden 2.947 alleenstaande mannen op de wachtlijst. De stijging ten opzichte van november van het aantal mensen op de wachtlijst is vrij logisch, aangezien ook de instroom in december hoger was dan verwacht. Er werden 3.560 asielaanvragen ingediend in december, wat een stuk meer is dan de decembermaanden van de vorige jaren, namelijk 3.304 in 2023, 2.620 in 2022 en 2.739 in 2021.

Collega Daems, ik deel uw bezorgdheid over de situatie in de Belliardstraat. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft de voorbije weken verschillende pistes verkend. Gisteren, 14 januari, werd er gestart met een nieuwe werking. Dat is dus goed nieuws. Deze nieuwe werking wordt de komende maanden getest. Voorlopig loopt die zeer goed. Het personeel van de DVZ is bereid gevonden om de deuren van het registratiecentrum vroeger te openen, namelijk tussen 7.00 uur en 7.15 uur. Daardoor bevinden de meeste kandidaat-verzoekers zich al voor de verkeersspits in de gebouwen van de DVZ. Het tweede voordeel van die oplossing is dat de registratiecapaciteit daardoor licht toeneemt.

Er werd intern geschoven met personeel om de dienst Registratie te versterken. Dankzij deze inspanningen worden er nu geen afspraken meer gegeven die de termijn van 10 dagen overschrijden. Ik wil bij deze echt het personeel van de Dienst Vreemdelingenzaken bedanken voor deze flexibiliteit.

Greet Daems:

Ik hoor dat er schot in de zaak komt wat het binnen wachten betreft. Dat is heel goed nieuws. Ik vind het ook fantastisch van het personeel dat het dat wil doen en dat het daarin zo flexibel is. We zullen opvolgen welk effect dat zal hebben op de wachtrijen, zoals we de hele zaak verder zullen opvolgen.

Francesca Van Belleghem:

Bedankt voor uw antwoord, mevrouw de staatssecretaris, evenals voor uw bereidwilligheid om cijfers mee te delen. Er waren 3.560 asielaanvragen in december, dat is gigantisch veel. We zijn dus op 39.615 asielaanvragen uitgekomen in 2024. Dat is ook gigantisch veel. We zitten immers bijna aan de aantallen van 2015, toen er 44.000 aanvragen waren. Het is het hoogste aantal sindsdien en bijna het hoogste aantal van voor 2015. Dat is dus een gigantische instroom. U zegt dat de hotelopvang sluit, maar het is dan wel ook de bedoeling dat er geen nieuwe asielopvang de deuren opent of dat men de asielzoekers verplaatst van de hotelopvang naar jeugdcentra. De bedoeling is dat de instroom omlaag gaat. Dat zal niet lukken door enkel aan te kondigen dat de instroom omlaag moet, maar er moeten ook effectief maatregelen worden genomen.

De terugkeer van Syriërs

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België zag in 2024 slechts zeven Syrische terugkeren (twee via vrijwillige terugkeer, vijf na uitzetbevel), maar sinds 8 december neemt de interesse toe: 24 Syriërs (waaronder gezinnen) staan ingeschreven voor vertrek vanaf 16 januari. Een terugkeerbonus (zoals in Oostenrijk) is niet gepland, want Syrië wordt nog steeds als onveilig beoordeeld—het CGVS-beleid blijft on hold tot betrouwbare veiligheidsinformatie beschikbaar is. Andere EU-landen registreren amper terugkeerdossiers, en veel vertrekken mogelijk onopgemerkt.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, sinds 8 december keerden al veel Syriërs die in andere Europese en niet-Europese landen verbleven terug naar hun thuisland. Kunt u aangeven of dat ook het geval is in België? Hebt u er zicht op hoeveel Syriërs uit ons land al vrijwillig naar hun herkomstland terugkeerden?

De Oostenrijkse regering heeft verklaard dat ze Syrische vluchtelingen in het land een terugkeerbonus van 1.000 euro aanbiedt om terug te gaan naar Syrië. Bent u ook van plan om een dergelijke bonus in te voeren als de situatie in Syrië positief evolueert?

Staat het beleid van het CGVS inzake Syrië nog steeds on hold? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo niet, wanneer verwacht u dat dat beleid zal wijzigen of is dat al gewijzigd?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, in juni en november 2024 keerde telkens één persoon terug naar Syrië via de vrijwillige terugkeer. Daarnaast hebben we voor 2024 weet van vijf Syriërs die een bevel om het grondgebied van België te verlaten kregen en die zijn teruggekeerd zonder ondersteuning van de overheid. Zij vertrokken allen v óór de val van Assad. Sinds de val van Assad hebben we bij het loket vrijwillige terugkeer van Fedasil een toenemende belangstelling gemerkt van Syriërs die willen terugkeren.

De eerste vertrekken zijn morgen gepland, dus op 16 januari. Er werden 24 personen geregistreerd die interesse in vrijwillige terugkeer naar Syrië hebben. Het grootste deel betreft alleenstaande mannen, maar het gaat ook om alleenstaande vrouwen en een gezin met kinderen. Dat is een significante stijging, aangezien in 2024 slechts twee Syriërs terugkeerden naar Syrië via een programma vrijwillige terugkeer. Ik heb Fedasil onmiddellijk na de gebeurtenissen van 8 december gevraagd om te onderzoeken hoe we die vrijwillige terugkeer naar Syrië konden faciliteren en hoe we daar verder op konden inzetten.

Uit een recente Europese rondvraag bleek dat bijvoorbeeld in Frankrijk nog geen enkel dossier van terugkeer naar Syrië werd ingediend en volgens mijn informatie zijn er ook vanuit de andere Europese landen nog geen grote aantallen Syriërs vertrokken. Daarenboven is het altijd mogelijk dat personen die een hangende asielaanvraag hebben of die inmiddels erkend of zelfs Belg zijn, zijn teruggekeerd zonder de overheid daarover te informeren. We hebben daar niet altijd zicht op als men geen hulp vraagt van de overheid.

Het CGVS behandelt nog steeds geen dossiers van verzoekers uit Syrië. Alleen de persoonlijke onderhouden en de beslissingen voor personen met een status van bescherming in een andere EU-lidstaat worden wel voortgezet, omdat we daar wel beslissingen in willen nemen.

Op dit moment beschikt het CGVS nog niet over voldoende objectieve informatie om de veiligheidssituatie in Syrië en het risico van vervolging te kunnen beoordelen. Wanneer het CGVS over voldoende informatie zal beschikken om opnieuw de dossierbehandeling te kunnen voortzetten kunnen we momenteel niet voorspellen.

Francesca Van Belleghem:

Dank u wel voor uw antwoord.

Asielaanvragen door elders erkende vluchtelingen
De opvangweigering voor verzoekers om internationale bescherming met een M-status
Erkenning en opvang van internationale beschermingszoekenden

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In 2024 dienden 4.825 asielzoekers met een M-status (bescherming in een andere EU-lidstaat) een hernieuwd verzoek in België in, wat de opvangcrisis verergert. Staatssecretaris Nicole de Moor verdedigt de opvangweigering voor deze groep, gebaseerd op artikel 4 van de opvangwet en EU-rechtspraak die M-statussen als *"volgende verzoekers"* kwalificeert, maar de Raad van State schorste de maatregel om procedurele redenen. Een wetsontwerp om de weigering wettelijk te verankeren komt er "zo snel mogelijk", maar wordt politiek geblokkeerd; de Moor wijst op juridische vooruitgang via betere motivering en vervroegde EU-opvangrichtlijn. Kritiek blijft op de haastige juridische onderbouwing en de praktische uitvoering, met vragen over extra werklast voor CGVS en individuele weigeringen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, de Raad van State heeft de opvangstop geschorst voor asielzoekers die reeds een beschermingsstatus hebben. Per maand zouden er 400 à 500 van deze zogenaamde M-statussen asiel aanvragen.

Hoeveel M-statussen vroegen in 2024 in totaal asiel aan? Het totale aantal asielaanvragen overschrijdt intussen 39.000. Hoeveel aanvragen daarvan betreffen M-statussen? Hoe verklaart u dit hoge aantal?

In november kondigde u een wetsontwerp aan om de opvangstop voor de M-statussen alsnog door te voeren. U hebt steeds verklaard dit zo snel mogelijk te doen, maar intussen is het al 15 januari. Wanneer is ‘zo snel mogelijk’?

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat asielaanvragen van wie al een beslissing kreeg in een ander land, beschouwd kunnen worden als een volgend verzoek. Volgens de opvangwet kan aan deze personen opvang worden geweigerd. In de media verklaarde u deze rechtspraak te zullen toepassen in individuele gevallen. Kunt u een raming geven van het percentage van de nieuwe M-statussen die individueel geweigerd worden in het opvangnetwerk sinds de uitspraak van de Raad van State? Zorgt dit niet voor een extra werklast voor het CGVS?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, op 27 december schorste de Raad van State uw instructie om verzoekers met een M-status geen opvang meer te bieden. In een reactie kondigde u aan dat u een wetsontwerp zou voorbereiden en in afwachting van dit ontwerp op individuele basis opvang zou weigeren voor personen met een M-status, op basis van artikel 1, 20 van de vreemdelingenwet en artikel 4, 3 van de opvangwet. Volgens deze redenering vallen verzoekers met een M-status onder de categorie 'volgende verzoekers'. Artikel 33 van de procedurerichtlijn omschrijft de procedure voor het nemen van een niet-ontvankelijkheidsbeslissing en hierin wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen verzoekers met een M-status en verzoekers die een volgend verzoek indienen.

Kunt u de wettelijke basis van het weigeren van opvang nog eens toelichten? Hoe kijkt u naar artikel 33 van de procedurerichtlijn?

De arresten C-123/23 en C-202/23 van het Europees Hof van Justitie zorgen ervoor dat lidstaten een verzoek van iemand met een negatieve beslissing in een andere lidstaat als volgend verzoek moeten behandelen. Volgens ons gaat dit arrest dan ook over een volledig andere situatie dan een eerste verzoek van iemand met een M-status. Bijgevolg kan dit arrest geen ondersteuning geven aan de praktijk van het weigeren van opvang aan personen met een M-status. Deelt u onze mening of kijkt u daar anders naar?

U hebt in deze commissie al een paar keer verwezen naar het wetsontwerp dat u voorbereidt. Wanneer plant u dat voor te leggen? Is dat iets wat nog in lopende zaken kan gebeuren of moeten we wachten tot er een nieuwe regering is? Alleenstaande mannen krijgen geen opvang en moeten zich registreren op een wachtlijst. Krijgen ze hierna een tweede opvangweigering als gevolg van hun M-status? Hoe ziet u dat in de praktijk? Hoeveel mannen met een M-status kregen ondertussen al een dergelijke opvangweigering?

Nicole de Moor:

Geachte leden, het afgelopen jaar hebben maar liefst 4.825 personen met een beschermingsstatus in een andere lidstaat in België opnieuw een verzoek om internationale bescherming ingediend. De laatste maanden van 2024 kenden de hoogste aantallen van asielaanvragen van de zogenaamde M-statussen. Dat zijn heel hoge cijfers en die situatie is dan ook onhoudbaar.

Daarom heb ik actie ondernomen. We willen bescherming blijven geven aan wie ze nodig heeft, maar het is niet verdedigbaar, collega's, dat wie al bescherming gekregen heeft in een ander Europees land die bescherming opnieuw aanvraagt in ons land, waar we al met een opvangtekort en zeer hoge cijfers kampen. Hiervoor heb ik dus een aantal maatregelen genomen.

Ten eerste worden we geconfronteerd met een zeer strikte rechtspraak van de RvV. Die rechtspraak proberen we te wijzigen door in cassatie te gaan bij de Raad van State, maar ook door onze beslissingen beter en anders te motiveren zodat ze niet meer vernietigd worden. Recent bevestigde de RvV bijvoorbeeld zo'n nieuwe motivering van het CGVS over de M-statussen. We boeken hier dus vooruitgang.

Daarnaast maken we gebruik van de mogelijkheid om opvang te weigeren aan mensen met een M-status op basis van het huidige wettelijke kader. U verwijst beiden naar het recente arrest van de Raad van State waarin de beslissing om opvang te beperken voor M-statussen werd geschorst. De Raad schorste de beslissing echter omdat het ging om een reglementaire handeling die voor advies had moeten worden voorgelegd aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State. Het ging dus om formeel juridische redenen, de Raad stelde namelijk niet dat er een gebrek aan wettelijke basis zou zijn om de opvang van M-statussen te beperken. De opvangwet biedt namelijk nu reeds de juridische basis om de materiële hulp van volgende verzoekers te beperken. Dat staat duidelijk in artikel 4 van de opvangwet. Volgende verzoekers zijn personen die al een definitieve beslissing over hun asielaanvraag hebben ontvangen. Welnu, M-statussen zijn ook personen die al een definitieve beslissing hebben ontvangen, doordat zij al erkend zijn in een andere lidstaat.

Het Europees Hof van Justitie bevestigde die stelling ook in de arresten waarnaar u verwijst, mijnheer Vandemaele, want voor die arresten was er immers twijfel of een volgend verzoek een Europese of slechts een nationale invulling zou moeten krijgen. Het Europees Hof van Justitie geeft nu duidelijk een Europese invulling aan dat concept. Als een verzoeker al een definitieve beslissing heeft gekregen in een lidstaat en vervolgens een nieuwe asielaanvraag indient in een andere lidstaat, dan zal dat verzoek als een volgend verzoek kunnen worden gekwalificeerd. Fedasil kan dus op die wettelijke basis de opvang van M-statussen beperken. Wanneer Fedasil van die mogelijkheid gebruikmaakt, zal het steeds de individuele situatie van de betrokken persoon onderzoeken, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen zoals zieken, gezinnen met kinderen of alleenstaande vrouwen.

Tegelijkertijd zijn mijn diensten inderdaad momenteel ook bezig om bepaalde delen van het migratiepact vervroegd om te zetten. Daarvoor hebben we groen licht gekregen van de Europese Commissie. Een van die delen betreft de vervroegde omzetting van de nieuwe opvangrichtlijn. Met die vervroegde omzetting verstevigen wij nog de juridische positie van Fedasil bij de beperking van de opvang. De juristen van Fedasil werken daaraan volop, mevrouw Van Belleghem. Wij proberen het wetsontwerp zo snel als mogelijk klaar te stomen. Tegelijkertijd moeten we natuurlijk realistisch zijn. Verschillende instanties moeten worden bevraagd en juridische oplossingen moeten worden gezocht. Een effectieve indiening zal dus nog niet voor volgende week zijn.

Mijnheer Vandemaele, u vraagt nog of ik in de periode van lopende zaken een wetsontwerp daarover door de regering kan krijgen. Welnu, ik heb zo'n flauw vermoeden dat uw partij daar een stokje voor zal steken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat u een flauw vermoeden hebt dat Groen daar een stokje voor zal steken. Wij delen dat vermoeden, maar als Groen het wetsontwerp in lopende zaken zou saboteren, dan kunt u het nog altijd als wetsvoorstel indienen. U zult wellicht genoeg partners vinden om dat wetsvoorstel te steunen, tenminste als het streng genoeg is. Wij zijn voor verstrengingen en elke verstrenging die in de goede richting gaat, zullen wij steunen. Wij stellen ons altijd constructief op.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, ik zal even constructief zijn, want ik heb toch de indruk dat de juridische interpretaties met plak en spuug aan elkaar hangen en dat we een echt wetgevend initiatief nodig hebben. U hebt in Groen precies een mooie zondebok gevonden. Ik hoor u eigenlijk zelf zeggen dat u uw wetgevend initiatief naar de Griekse kalender verwijst en dat het dus aan een volgende regering zal zijn om hierin stappen vooruit te zetten.

De redenen waarom we niet alle mogelijke plaatsen gebruiken om asielzoekers onderdak te geven
De door het Rode Kruis voorgestelde opvangplaatsen
De spreiding van de opvang van asielzoekers
De opvang van asielzoekers die buiten moeten slapen
Alternatieven en uitdagingen bij asielopvanglocaties

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De opvangcrisis voor asielzoekers, met name alleenstaande mannen (2.947 op straat in volle winter), staat centraal: het Rode Kruis biedt honderden tijdelijke opvangplaatsen in jeugdverblijven (niet jeugdlokalen) aan, maar staatssecretaris Nicole de Moor (N-VA) gaat hier niet op in, wijzend op logistieke beperkingen (tijdelijkheid, afhankelijkheid van bestaande opvangcentra, jeugdwerk niet hinderen) en structurele oplossingen (Migratiewetboek, EU-pact). Critici (Groen, Vooruit, PS) beschuldigen haar van dwalend beleid en prioriteren van instroombeperking boven noodhulp, terwijl zij benadrukt dat gezinnen wel opgevangen worden en lokale overheden (woningnood, personeelstekort) de knelpunten zijn voor LOI’s (lokaal opvanginitiatief, gedaald met 28%). De regionale ongelijkheid (Wallonië vs. Vlaanderen) en tijdelijke vs. structurele oplossingen blijven onopgelost, met polarisatie over menswaardigheid en politieke verantwoordelijkheid.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, voor deze vraag baseer ik mij op een bijzonder artikel dat vorige week in De Standaard verscheen.

Het is natuurlijk geen nieuws dat alleenstaande mannen in ons land geen opvang krijgen; dat was ook niet het nieuws in dat artikel. Wel nieuwswaardig was de boodschap van het Rode Kruis dat het zeer snel enkele honderden plaatsen extra beschikbaar kan maken, maar dat u daarop niet wilt ingaan.

Dat vond ik een bijzondere boodschap. Daarop heb ik op het medium X gepolst wat u daarvan vindt. U stuurde meteen een antwoord waarin u schreef dat Groen vindt dat alle scouts- en Chirolokalen opgevorderd moeten worden voor asielopvang en dat u dat een slecht idee vindt. Welnu, mevrouw de staatssecretaris, ook ik vind het een slecht idee om jeugdlokalen op te vorderen voor asielopvang.

Ik vraag mij wel af of u dat bewust antwoordde, dan wel of uw kennis van de jeugdsector beperkt is. Die sector ken ik toevallig wel goed. In een jeugdlokaal vinden dagelijks, wekelijks of maandelijks activiteiten plaats zonder overnachting. In een jeugdverblijfcentrum kan overnacht worden, want dat centrum is gebouwd met dat doel. U mengt die twee om een of andere reden graag door elkaar, terwijl het toch twee heel verschillende zaken zijn. De jeugdverblijven hebben traditioneel in de maanden december, januari en februari een veel lagere bezetting, omdat bosklassen, vredesklassen en dergelijke veel minder plaatsvinden in die diepe winterperiode. Om die reden is er in die verblijven capaciteit over.

Mevrouw de staatssecretaris, hoeveel mensen staan er nog op de wachtlijst? Waarom gaat u niet in op het aanbod van het Rode Kruis? Hebt u met de onderhandelende partijen voor de arizonaregering misschien al afgesproken dat er geen tijdelijke oplossingen meer mogen komen in afwachting van uw rechtse regering?

Ik ben benieuwd.

Greet Daems:

Mevrouw de staatssecretaris, u zei net dat er nog 2.947 mensen op de wachtlijst staan voor een opvangplaats. Volgens het Rode Kruis zou er potentieel zijn voor honderden extra slaapplaatsen, vooral in jeugdverblijven. Het zou naar verluidt een week duren om de noodopvang in te richten.

Het Rode Kruis wacht nog op een vraag van Fedasil om die bijkomende satellietcentra te kunnen openen, maar voorlopig kwam die vraag er maar voor vier locaties. In de kranten lazen we gisteren dat het aantal LOI's fors gedaald is. Op die manier zullen we er natuurlijk niet komen. We moeten op dit moment elke mogelijke piste benutten, anders komen we terecht in een situatie met nog meer mensen op straat en daar wordt niemand beter van.

U moet de juiste keuze maken en voor ons is dat een beleid dat de opvangcrisis echt aanpakt, met degelijke opvang. Waarom blijft de vraag van Fedasil om bijkomende locaties te openen uit? We lezen dat u geen nieuwe oproep plant om andere jeugdverblijfplaatsen te bekijken en te openen. Waarom niet?

Marie Meunier:

Madame la secrétaire d' É tat, l'accueil des demandeurs d'asile reste une question cruciale qui met en jeu de nombreux droits fondamentaux, particulièrement dans cette période de grand froid. Selon les données de Fedasil, la répartition des centres d’accueil et des initiatives locales d’accueil (ILA) témoigne d'un déséquilibre entre les Régions: environ 14 500 places en Wallonie, 11 000 en Flandre et 3 100 à Bruxelles.

Dans les villes wallonnes comme la mienne, à savoir Mons, qui jouent un rôle clé dans cet effort de solidarité, les défis sont nombreux et les places peuvent arriver à manquer.

Madame la secrétaire d’État, quel est l’état des lieux précis des capacités d’accueil et des ILA en particulier, et comment évolue leur répartition entre les Régions?

Comment expliquez-vous cette répartition inégale entre la Flandre et la Wallonie, en sachant que les communes ne disposent pas du droit d'initiative dans la création de places d'hébergement? Qu'avez-vous entrepris pour y remédier?

Enfin, comment le gouvernement fédéral répond-il aux besoins urgents d’hébergement en cette période de grand froid, notamment pour soutenir des villes comme Mons où la charge est déjà élevée?

Achraf El Yakhloufi:

Collega's, ik wens u allereerst een goed nieuw jaar toe, met vooral een goede gezondheid en een constructieve samenwerking over de partijgrenzen heen tussen meerderheid en oppositie.

Mevrouw de staatssecretaris, recent vernamen wij hier in commissie dat momenteel ongeveer 2.800 alleenstaande mannen die asiel hebben aangevraagd noodgedwongen op straat moeten slapen. Dat gebeurt in volle winter, terwijl het Rode Kruis – volgens De Standaard – nochtans heeft aangegeven dat er op korte termijn honderden extra noodopvangplaatsen gecreëerd kunnen worden. Toch zien we weinig beweging om die bijkomende capaciteit in te zetten. Bovendien daalt ook het aantal plaatsen in lokale opvanginitiatieven. De cijfers tonen aan dat er de voorbije vier jaar 28 % minder plaatsen beschikbaar waren in de gemeenten.

Daarom wens ik u enkele vragen te stellen over de noodopvang in de jeugdverblijfcentra.

Wat is de reden waarom er niet meer jeugdverblijfcentra worden ingezet voor noodopvang, ondanks de bereidheid van het Rode Kruis?

Hoe wordt de noodzaak van extra opvang tijdens de koude periodes in aanmerking genomen bij de selectie van de potentiële locaties?

Hoe beoordeelt u de daling met 28 % op vier jaar tijd van het aantal plaatsen in LOI’s? Bent u van plan om hier in te grijpen? Zal de federale overheid de gemeenten aanmoedigen om de geschorste plaatsen opnieuw te activeren, zeker nu de nood zo hoog is?

Wat het evenwicht tussen de collectieve en de lokale opvang betreft, hoe wordt de doorstroom van asielzoekers uit collectieve centra naar kleinschalige, lokale opvang of reguliere huisvesting gestimuleerd, zodat er plaatsen vrijgemaakt kunnen worden?

Bestaat er volgens u een mogelijkheid om gemeenten die geen of heel weinig LOI’s aanbieden sterker te motiveren en te ondersteunen?

Welke stappen worden er in het kader van de langetermijnvisie op de opvangcrisis concreet gezet om te vermijden dat er in de toekomst opnieuw grote groepen mensen op straat terechtkomen zodra er tijdelijke of noodopvang wordt afgebouwd? Hoe bereikt men een evenwicht tussen enerzijds de wens om de instroom te beperken en anderzijds het humane aspect en de juridische verplichtingen die België heeft ten aanzien van alle asielzoekers?

Nicole de Moor:

Geachte leden, het Rode Kruis Vlaanderen is al tientallen jaren een gewaardeerde en belangrijke partner van de federale overheid voor de organisatie voor de opvang van asielzoekers. Als humanitaire actor staat het Rode Kruis altijd klaar om de overheid bij te springen bij de diverse crisissen, zoals bij de opvang van asielzoekers of bij de noodopvang van Oekraïense vluchtelingen. Uiteraard deel ik hun bezorgdheid over het lot van alleenstaande mannen die we niet meteen kunnen opvangen bij Fedasil.

De overeenkomst tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Fedasil verzekert de financiering van 2.000 opvangplaatsen voor die alleenstaande mannen onder de coördinatie van Bruss’Help. Binnen die samenwerking werd vorige week dinsdag het koudeplan geactiveerd. De uitbouw van infopunten, bijvoorbeeld in Bordet en de sociaal-juridische begeleiding naast het Refugee Medical Point, geven eveneens ondersteuning aan die doelgroep.

Dankzij onder andere de inspanningen van het Rode Kruis Vlaanderen van de afgelopen jaren werden tot nu toe alle gezinnen met kinderen opgevangen, ondanks de bijna 40.000 aanvragen in België in 2024, het hoogste cijfer sinds de Syriëcrisis van 2015. Het is dus een enorme uitdaging om al die gezinnen met kinderen te blijven opvangen, maar we slagen daar wel in.

Op 6 januari stonden er 2.947 alleenstaande mannen op de wachtlijst. Sinds november 2024 maakt Fedasil opnieuw gebruik van de jeugdverblijven voor meer dan 500 opvangplaatsen, net zoals vorig jaar. Mijnheer Vandemaele, ik ken wel degelijk het verschil tussen een jeugdverblijf en een jeugdlokaal. U kent de sector zeer goed en u weet ook dat de jeugdverblijven waarvan sprake private eigendom zijn en dat de overheid die dus niet zomaar op te vorderen heeft. Als u daar een andere mening over hebt, hoor ik die graag. Wij hebben gekozen voor de weg van de dialoog. Hiermee herhalen we het initiatief van vorig jaar, destijds met de ondersteuning van toenmalig Vlaams minister van Jeugd Benjamin Dalle. Bij het beoordelen van het aanbod van dergelijke tijdelijke infrastructuur houdt Fedasil bovendien ook rekening met de duur van de beschikbaarheid. Er wordt alleen van gebruikgemaakt in periodes waarin er geen jeugdwerk doorgaat. We zorgen er altijd voor dat het gewone jeugdwerk niet gehinderd wordt. Als u daarover een andere mening hebt, hoor ik die ook graag.

Een bijkomende oproep, mevrouw Daems, zou die goede samenwerking dan ook in het gedrang brengen. Daarnaast worden die jeugdverblijven gelinkt aan de werking van een regulier opvangcentrum. Daarvoor moet er natuurlijk een effectieve aanwezigheid zijn van een opvangcentrum. Die jeugdverblijven worden tijdelijk ingezet als een soort satelliet van een bestaand opvangcentrum. Men moet dus eerst een bestaand opvangcentrum in de buurt hebben om die jeugdverblijven te ondersteunen.

Ten slotte is de capaciteit in de jeugdverblijven altijd tijdelijk. Binnenkort sluit het eerste jeugdverblijf immers al. In het voorjaar moet alles weer afgebouwd worden omdat het jeugdwerk herneemt. Men moet dat kunnen opvangen. Dat is altijd een zeer moeilijk moment voor de capaciteit van de opvang, wanneer men heel veel tijdelijke plaatsen moet sluiten. Men moet dat immers kunnen opvangen binnen de gewone capaciteit. Dat betekent dus inderdaad een limiet voor de tijdelijke capaciteit die men kan inzetten in jeugdverblijven.

Er wordt dus wel degelijk bijkomende opvang voorzien om de traditionele winterpiek en -periode te overbruggen. We doen dat op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld ook op campings die we al jaren gebruiken in de winter.

Er moeten effectief ook maatregelen worden genomen om te vermijden dat families op straat komen als die tijdelijke opvangplaatsen opnieuw moeten sluiten. Ten eerste moet daarvoor de instroom beteugeld worden, zeker voor mensen die al in andere Europese lidstaten bescherming kregen. Daarnaast moet de output van de asielinstanties verder verhoogd worden.

Ik was ook wel wat verbaasd over de communicatie van het Rode Kruis, die de situatie als gewaardeerde opvangpartner zeer goed kent. Het is immers helemaal niet zo dat er een aanbod zou zijn van honderden extra opvangplaatsen die op heel korte termijn in gebruik kunnen worden genomen en waarop ik niet zou willen ingaan. Deze legislatuur heeft de regering – zoals u zeer goed weet – meer dan 10.000 bijkomende opvangplaatsen gecreëerd. Voor Groen lijkt het echter nooit genoeg, mijnheer Vandemaele. Ik heb de afgelopen jaren vooral gewerkt aan structurele oplossingen, zoals het Migratiewetboek en het Europees migratiepact. Tot in de eeuwigheid extra opvang openen is immers geen oplossing, voor de asielzoekers noch voor de maatschappij. Voor die structurele oplossingen heb ik echter niet altijd uw steun gekregen.

La création des places d'accueil collectives se réalise là où l'infrastructure est apte et est offerte à l'Agence, madame Meunier. Ce n'est donc pas un choix volontaire de Fedasil d'ouvrir plus de places dans telle ou telle autre Région. Cela dépend de la disponibilité de l'infrastructure.

La création de places d'accueil individuelles est et reste un choix des autorités locales. D'ailleurs, au vu de la répartition géographique des places d'accueil, je suis d'avis qu'il faut également prendre en compte la répartition des réfugiés reconnus sur le territoire.

Je répète, madame Meunier, que Fedasil collabore depuis des années avec la Région bruxelloise pour l'organisation d'un accueil d'urgence pour 2 000 hommes seuls avec droit à l'accueil. La Ville de Mons organise pour l'instant 13 places d'accueil sur 96 358 habitants.

De lokale besturen zullen steeds een belangrijke partner blijven, voor individuele maar vooral ook voor collectieve opvang. Wij hebben vorige legislatuur verregaande maatregelen genomen om die lokale besturen te ondersteunen als zij eigen opvanginitiatieven uitbaten of om die niet langer te schorsen. De realiteit is echter dat gemeenten kampen met een heel grote woningnood en zeer moeilijk personeel vinden, wat ook druk zet op hun mogelijkheden om een antwoord te bieden op de vele uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden.

Ik heb altijd voor dialoog en stimulatie gekozen, waarbij de gemeenten de keuze maken en niet verplicht worden. Ik zal mij altijd blijven verzetten tegen een verplicht spreidingsplan.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, u lijkt een beetje een onetrickpony te worden: het is voor Groen nooit genoeg, Groen heeft mij nooit gesteund, Groen heeft alles gesaboteerd. Dat is wat u antwoord na antwoord vertelt. In hetzelfde antwoord zegt u dat er meer dan 2.000 alleenstaande mannen op straat slapen.

Er zijn in dit land geen A- en B-burgers. Het leven van een alleenstaande man is evenveel waard als het leven van een vrouw of van een kind. Misschien bent u daar niet van doordrongen, maar ik en mijn partij zijn er absoluut van doordrongen. Het leven van elke mens is evenveel waard. Wij zullen dus nooit accepteren dat u als staatssecretaris zegt dat het goed genoeg is, dat er gerust alleenstaande mannen op straat mogen slapen. Wij kunnen daarmee niet akkoord gaan, absoluut niet.

U zegt eigenlijk dat het Rode Kruis liegt. Het Rode Kruis zegt dat er plaatsen beschikbaar zijn op korte termijn. Ik ken die sector heel goed. Er zijn in de jeugdsector wel degelijk honderden bedden beschikbaar op korte termijn, die u niet moet opvorderen. Als u die eenvoudige vraag stelt, is er plaats, dan zullen die jeugdverblijfcentra op korte termijn zeggen dat er plaats is en die plaatsen aanbieden. Het gaat dus niet over opvorderen, het gaat niet over de werking van jeugdverblijven saboteren of onmogelijk maken. Dat is allemaal niet nodig. Het Rode Kruis kan binnen de week honderden bedden vrijmaken voor alleenstaande mannen. Voor u zijn dat echter B-burgers, minderwaardige burgers. Ik zal die visie altijd bestrijden.

Nicole de Moor:

Het is niet omdat ik vandaag een ponykapsel heb, dat u me een onetrickpony moet noemen. Ik zal bovendien nooit accepteren dat u me woorden in de mond legt.

Voor mij is elke mens evenveel waard en wij spannen ons in om iedereen op te vangen. Ik heb nooit gezegd dat het oké is om mensen zomaar op straat te laten slapen, maar ik span me in om de situatie structureel te veranderen, terwijl u blind blijft voor de realiteit. Door het licht van de zon te ontkennen, gaat u niemand helpen.

Matti Vandemaele:

Met alle respect, maar het is zuivere, simpele en eenvoudige wiskunde. Er is een nood en er is een oplossing. Het Rode Kruis zegt dat het een oplossing voorstelt, terwijl de minister wegkijkt en de vraag niet stelt. Ofwel liegt het Rode Kruis, ofwel liegt u, mevrouw de staatssecretaris. Het is een van de twee.

Door niet in te gaan op dat aanbod, kiest u er wel degelijk voor om alleenstaande mannen tot B-burgers te maken, die voor u gerust op straat mogen slapen.

Greet Daems:

Mevrouw de staatssecretaris, er slapen nog steeds 2.947 mensen op straat en ik verneem nu dat er geen beterschap op komst is. Ik vind dat onbegrijpelijk, want de opvangcrisis sleept al heel uw mandaat aan.

U moet, zoals ik daarnet al zei, een duidelijke keuze maken: ofwel kiest u voor een beleid dat de opvangcrisis echt aanpakt, met degelijke opvang, ofwel kiest u voor verloedering. Het Rode Kruis biedt u opvangplaatsen aan, maar u trekt in twijfel of die extra plaatsen er wel degelijk zijn. Het aantal LOI’s daalt, terwijl dat eigenlijk de beste weg naar integratie is. De tijd dringt en u zit mee aan de onderhandelingstafel voor asiel en migratie. Ik verwacht echt dat u op tafel slaat voor de juiste keuze.

Marie Meunier:

Merci, madame la secrétaire d' É tat, pour ces différentes réponses.

Je vous avoue rester un peu sur ma faim, notamment en ce qui concerne la répartition entre la Wallonie, la Flandre et Bruxelles. J'entends bien que cela dépend des communes et de la disponibilité des établissements mais vous n'avez pas vraiment répondu à ma question concernant les actions que vous avez entreprises pour faire en sorte que davantage de places se développent de manière plus égale au niveau notamment de la Flandre par rapport à la Wallonie. Je reviendrai peut-être ultérieurement avec une question de suivi.

Achraf El Yakhloufi:

Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Ik wil op drie punten ingaan. Ten eerste, u zegt dat u niet op de hoogte bent van de plaatsen van het Rode Kruis. Ik ben nieuw in dit Parlement, dus ik weet nog niet precies hoe u te werk gaat, maar ik hoop wel dat u met het Rode Kruis in gesprek gaat. Het gaat immers om mensen die vandaag op straat slapen. Ik hoor dat u de mensenrechten heel belangrijk vindt. Ook in dat opzicht is het heel belangrijk dat we elke plaats benutten waar we mensen kunnen opvangen. Ik kijk niet naar wie liegt, daar gaat het mij niet om, het gaat mij vooral om het beleid dat wordt gevoerd. Ten tweede, ook het aantal LOI's neemt af. U vertrekt straks waarschijnlijk naar de onderhandelingstafel. Ik hoop dat u dit meeneemt om daar een menselijk beleid te bepleiten. Ten derde, die procedures vormen nog een ander thema dat we moeten bespreken. De mensen die hier zijn, moeten we opvangen en zo snel mogelijk ofwel terugsturen, ofwel integreren in de samenleving.

Het budget voor asielopvang

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De staatssecretaris bevestigde dat Fedasil’s budget voor 2024 op 929 miljoen euro uitkomt (inclusief 133 miljoen extra via het KB van 10 januari 2025), samengesteld uit basisdotaties en diverse provisies, maar suggereerde dat dit nog steeds ontoereikend is voor de migratiedruk. Van Belleghem (N-VA) benadrukte dat ondanks een daling van lokale opvanginitiatieven (30%) het totale aantal opvangplaatsen met 30% steeg, en kaartte tegenstrijdige standpunten aan: *Vooruit* eist meer capaciteit, terwijl *N-VA/cd&v* onderhandelen over strengere asielbeperkingen, wat ze als een inconsistente coalitiestrategie afschildert.

Francesca Van Belleghem:

Op 10 januari 2025 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit houdende de 9de verdeling van het provisioneel krediet. In dat KB staat dat er onvoldoende krediet is uitgetrokken om de uitgaven in verband met de asiel- en migratiecrisis te dekken. Bijgevolg werd via dit KB een bijkomend budget voor Fedasil voor 2024 ten belope van 133 miljoen euro uitgetrokken.

Mevrouw de staatssecretaris, kunt u een finaal overzicht geven van het budget van Fedasil voor 2024, van start tot finish? Zullen er nog KB's bijkomen of is dit het laatste?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, op het begrotingsconclaaf van 2024, dus in oktober 2023, werd een provisiebeheer Migratie van 137.366.000 euro in de interdepartementale provisie gereserveerd, getiteld "Beheer migratie ten behoeve van alle asiel- en opvanginstanties voor het begrotingsjaar 2024".

De afgelopen jaren werd het budget voor Fedasil steeds uit twee elementen opgebouwd: een dotatie om de bestaande werking te financieren en een trekking uit een algemene provisie Asiel en Migratie om eventuele volume-effecten te financieren. Als dotatie en uit de verschillende provisies verkreeg Fedasil een initiële dotatie van 786.220.000 euro, volgens de wet van 22 december 2023. Dan volgden er een aantal kleinere provisies: de provisie van het Europees voorzitterschap van 225.000 euro, de IDP Migratiebeheer voor de huur van het Dublincentrum in Zaventem van 292.000 euro, de IDP Oekraïne van 6.329.914 euro, de provisie voor de indexatie van 2.123.804 euro, de IDP voor schadevergoedingen van 601.318 euro en een grotere IDP Migratiebeheer voor 2024 van 133.599.250 euro.

In totaal komt u, wanneer u de bedragen optelt, uit op 929.391.289 euro. Ik rekende het even in uw plaats uit, dat gaat sneller.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, u spreekt over 929 miljoen euro en het is nog niet genoeg. Mijn collega van Vooruit, die al is vertrokken, sprak daarnet immers over de daling van het aantal lokale opvanginitiatieven met 30 %. Hij vergat echter wel te vermelden dat het totale aantal opvangplaatsen voor asielzoekers met 30 % is gestegen, ondanks de daling van de lokale opvanginitiatieven. Ik hoor Vooruit nu pleiten voor meer opvangplaatsen, hoewel de arizonapartijen beweren te onderhandelen over minder opvangplaatsen. Aangezien Vooruit nu al haar kar keert, wens ik N-VA en cd&v heel veel succes met het strengste asielbeleid ooit, waarover ze onderhandelen. Een zaak is duidelijk, u verkiest de verkeerde partners.

De onrustwekkende stijging van de gezinsmigratie door derdelanders

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De stijging van gezinsherenigingsvisa (van 14.133 in 2019 naar 19.513+ in 2024, vooral voor Syriërs, Marokkanen en Indiërs) zet zich onverminderd door, mede door toegenomen asielmigratie en gezinshereniging met beschermingsstatushouders. De Vreese wijst op de maatschappelijke druk (lage arbeidsparticipatie, uitkeringsafhankelijkheid, integratie-achterstand en belasting van onderwijs/huisvesting) en pleit voor verscherpte criteria, zoals in 2011 effectief was. De Moor bevestigt de stijging, verwijst naar de recente procedurehervorming (september 2024, nog zonder zichtbaar effect) en erkent dat verdere verstrenging nodig is, met aandacht hiervoor in de federale regeringsonderhandelingen.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, gezinshereniging is al vele jaren het grootste migratiekanaal voor niet-Europeanen naar dit land. In 2023 werden meer dan 19.700 visa voor langverblijf goedgekeurd wegens gezinshereniging aan derdelanders. De meeste daarvan gingen naar Syriërs, Marokkanen en Indiërs. Dat cijfer stijgt jaar na jaar, zo leren ons de jaarverslagen van de Dienst Vreemdelingenzaken. In 2019 ging het nog om amper 14.133 visa. Dat is een stijging met liefst 40 % in vier jaar tijd. Het cijfer van vorig jaar is ons nog niet bekend, maar zal, indien de trend zich doorzet, nog hoger liggen.

Dit alles legt een zeer zware maatschappelijke last op onze ontvangende samenleving. Uit statistieken daarover op Statbel blijkt dat actueel minder dan de helft van de inwoners geboren buiten de Europese Unie op arbeidsleeftijd werkt. Er is bij deze groep sprake van een zorgwekkende oververtegenwoordiging in de diverse uitkerings- en bijstandsstelsels. Vooral de kwestie van gezinscreatie, waarbij allochtone inwoners huwen met een partner uit het land van herkomst, is daarbij problematisch. Hierdoor wordt de klok van de integratie en taalverwerving binnen allochtone gezinnen namelijk telkens opnieuw teruggedraaid.

Ik heb in het Vlaams Parlement de problematiek van inburgering en integratie opgevolgd. Wij staan daar wel degelijk voor heel wat uitdagingen de komende jaren. Om die redenen werden in 2011 de criteria voor gezinshereniging verstrengd. Die hervorming slaagde er toen in om het aantal uitgereikte visa voor gezinshereniging te doen dalen. De cijfers van de afgelopen jaren maken evenwel afdoende duidelijk dat het huidige wetgevende kader niet langer volstaat om dit immigratiekanaal onder controle te houden.

Kunt u ons verduidelijken of de stijging van dit cijfer zich voortzet in 2024? Wat is daarvoor volgens u de verklaring? Bent u het eens met ons dat de criteria hiervoor verstrengd dienen te worden?

Nicole de Moor:

Mevrouw De Vreese, in de eerste elf maanden van 2024 tellen we 19.513 goedgekeurde visa in het kader van gezinshereniging. De cijfers voor het hele jaar zullen binnen enkele dagen terug te vinden zijn op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken. Op het einde van het jaar gaat de DVZ steeds zorgvuldig na of alle cijfers volledig zijn, alvorens die finaal gepubliceerd worden.

Een mogelijke verklaring voor een stijging in de uitgereikte visa voor gezinshereniging is de toename van het aantal aanvragen van gezinshereniging met een persoon met internationale beschermingsstatus. Dat is een logisch gevolg van de stijging in asiel.

We hebben de afgelopen legislatuur een hervorming van de procedure van gezinshereniging doorgevoerd, maar die is pas in september in werking getreden. We zullen dus nog geen grote wijziging kunnen waarnemen in de cijfers van 2024. Bovendien ben ik inderdaad van mening dat de procedure nog verder hervormd kan worden. Het is daarom ook goed dat we daarover spreken in het kader van de federale regeringsonderhandelingen.

Maaike De Vreese:

Bedankt, mevrouw de staatssecretaris. Ik was even aan het nagaan wat 19.513 gedeeld door het aantal maanden plus een extra maand bijgeteld, oplevert. Sowieso zullen we de cijfers van 2023 overschrijden. Die stijging zet zich door. We maken ons zorgen over die heel grote stijging. We merken dat het aantal asielaanvragen nog steeds op een piek zit. Daarop volgt vervolgens die gezinsmigratie. De gevolgen hebben niet enkel betrekking op sociale steun, maar ook op huisvesting. Ook in het onderwijs staan we voor enorm grote uitdagingen. Spreek eens met onderwijzers over de uitdagingen die zij ervaren met kinderen die anderstalig zijn. Een verstrenging van de wetgeving dringt zich volgens mij inderdaad op. U weet even goed als ik dat daartoe een aantal voorstellen op de onderhandelingstafel liggen. Ik hoop dat we daar zo snel mogelijk mee aan de slag kunnen gaan.

De evolutie van de asielcijfers

Gesteld door

lijst: N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

In december 2024 dienden 3.560 asielzoekers een verzoek in België in, wat de stijgende trend van late 2024 bevestigt, hoewel een daling in 2025 wordt verwacht. België blijft oververtegenwoordigd in EU-asielcijfers door aanhoudende conflicten, secundaire migratie en wisselende beleidsmaatregelen in andere lidstaten. De staatssecretaris benadrukt dat Europese samenwerking (via het Migratiepact) en afspraken met herkomstlanden cruciaal zijn om de instroom te verminderen. Structurele oplossingen en een sneller akkoord met de nieuwe federale regering zijn noodzakelijk om de druk op het systeem te verlichten.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, in november 2024 registreerde de DVZ 3.236 verzoekers om internationale bescherming. Bovendien werden in november 2024 nog 45 personen geregistreerd die via hervestiging naar België kwamen. Dat brengt het totaalaantal verzoekers voor november 2024 op 3.281. Nog in november 2024 nam het CGVS 1.987 beslissingen, die betrekking hadden op 2.632 personen. Dat impliceert dat alleen al in november 2024 de administratieve achterstand in de dossiers opnieuw steeg, goed voor meer dan 600 asielzoekers. Het effect daarvan op de opvang laat zich raden: nog langere looptijden met een nog groter tekort tot gevolg.

Hebt u al data over het aantal asielaanvragen in de maand december 2024?

Wat is uw inschatting van het aantal asielaanvragen dat de komende maanden kan worden verwacht?

Hoe verklaart u dat België zo sterk oververtegenwoordigd is in de Europese asielstatistieken en het aldus de neerwaartse trend niet volgt die elders waarneembaar is?

Nicole de Moor:

Mevrouw Safai, ik kan u mededelen dat in de maand december 2024 3.560 personen een verzoek tot internationale bescherming hebben ingediend. Om dat cijfer in perspectief te plaatsen, moet ik opmerken dat we in de maanden oktober, november en december altijd de hoogste aantallen verzoeken tellen. Ik hoop dat het cijfer vanaf januari 2025 opnieuw afneemt. Normaal gezien is dat het geval.

Het blijft echter heel moeilijk om met een glazen bol te kijken naar de asielcijfers voor 2025. Het feit is wel dat verschillende conflicten blijven woeden aan de buitengrenzen van Europa, waarvoor misschien niet onmiddellijk een oplossing in het vooruitzicht is. Bovendien is er ook het fenomeen van de secundaire migratie. Wanneer andere Europese lidstaten hun beleid sterk wijzigen, kan dat ook een effect hebben op de asielaanvragen in België.

België kende inderdaad een lichte stijging van de cijfers in vergelijking met 2023. Die cijfers fluctueren van jaar tot jaar en van land tot land. Het aantal asielaanvragen stijgt nu in België, net zoals in Ierland, Italië, Polen en Griekenland. In 2023 was er echter een daling in ons land, hoewel de instroom in de Europese Unie steeg. Er is dus wel enig verschil in de cijfers van jaar tot jaar.

Globaal is de belangrijkste vaststelling dat sinds 2022 in heel Europa de cijfers op een heel hoog, een te hoog niveau liggen. Het gaat dus niet om een louter Belgisch fenomeen. Zoals ik al vaker heb gezegd, is het daarom van essentieel belang dat we verder maatregelen nemen om de instroom naar omlaag te krijgen. Dat moet in de eerste plaats op Europees niveau gebeuren, met het Migratiepact, maar ook door een nog verdergaande samenwerking met herkomst- en transitlanden om de instroom onder controle te krijgen, waar mogelijk ook op Belgisch niveau. Ik hoop dus dat we snel een akkoord kunnen bereiken om daarop met een nieuwe federale regering verder te kunnen inzetten.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. We hebben inderdaad een structurele oplossing nodig. De instroom moet naar omlaag. Dat is wat ons systeem nodig heeft en we proberen daarvoor in de onderhandelingen oplossingen te vinden.

Het cancelen van de filmvertoning 'La Belle de Gaza' onder druk van het anti-Israëlprotest

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 15 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Brusselse festival Cinemamed annuleerde de vertoning van *La Belle de Gaza*—een film over transvrouwen die van Gaza naar Tel Aviv vluchten—na dreigementen van anti-Israëlische groeperingen die Israël van *pinkwashing* beschuldigden, wat Sam Van Rooy ziet als capitulatie voor intimiderende zelfcensuur en een teken dat het "progressieve" establishment een *clash of civilizations* ontkent. Minister Verlinden bevestigde dat de politie geen protesten aantrof en benadrukte dat de overheid niet kan ingrijpen in festivalprogrammatie, terwijl de organisator de film afblies uit vrees voor verstoring. Van Rooy kaartte aan dat de annulering hypocriet is, omdat de film juist de tolerantie in Israël tegenover LGBTQ+-personen toont—in contrast met hun vervolging onder Palestijns islamitisch bestuur—en dat het establishment zwicht voor druk in plaats van vrijheid te verdedigen. De discussie onthulde een patroon van toegeven aan activistische druk, zonder concrete oplossingen vanuit de overheid.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, het Brusselse festival Cinemamed besliste de geplande film La Belle de Gaza niet te vertonen. Het betreft een film over transpersonen die van Gaza naar Tel Aviv vluchten. Anti-Israëlische groeperingen hadden opgeroepen tot protestacties tegen wat zij de pinkwashing van Israël noemen. De organisatoren meenden dat een gezellige filmavond zo niet meer mogelijk was en cancelden de filmvertoning. Capitulatie dus. Nooit eerder in het dertigjarig bestaan van dit Brusselse festival werd een film gedeprogrammeerd.

Mevrouw de minister, wat is uw reactie hierop? Bij het indienen van deze vraag, ondertussen al een tijdje geleden, had ik u gevraagd of u een sterk signaal kon geven om de film alsnog te doen vertonen. Die vraag is ondertussen natuurlijk achterhaald. Kunt of wilt u iets doen om dit soort zelfcensuur onder druk van intimiderende anti-Israëlorganisaties en protesten tegen te gaan?

Annelies Verlinden:

Mijnheer Van Rooy, de politiezone Brussel Hoofdstad-Elsene heeft op 3 december 2024 vernomen dat er op sociale media werd gereageerd op een geplande voorstelling van die film op 4 december, in de vorm van een oproep tot boycot van de voorstelling.

Vóór de geplande aanvang van het evenement heeft de politie ter plaatse contact gehad met de organisator, die toen meldde dat de vertoning al was afgelast. De beslissing werd kennelijk meegedeeld op de affiches die waren aangeplakt aan de ingang. Volgens de organisator werd de beslissing genomen uit bezorgdheid over een mogelijke verstoring van de vertoning. Voor, tijdens en na het initieel geplande tijdstip van de voorstelling heeft de politie gepatrouilleerd in de buurt, maar werden geen potentiële manifestanten aangetroffen, noch ontstonden er protesten.

Ik wil bijkomend nog aangeven dat het uiteraard niet aan de minister van Binnenlandse Zaken kan zijn om te interveniëren in de programmatie van dergelijke evenementen.

Sam Van Rooy:

De film La Belle de Gaza handelt over transvrouwen uit Gaza die de gewelddadige Palestijnse vervolging ontvluchten naar Tel Aviv in Israël, om daar een nieuw en vrij leven te kunnen beginnen. De film laat dus zien hoe tolerant Israël is voor transpersonen en homoseksuelen, terwijl transpersonen en homoseksuelen onder Palestijns bestuur op brutale wijze worden vervolgd, omdat zoals we weten de islamitische wet dat voorschrijft.

Het is dus veelzeggend dat de intimiderende anti-Israël meute, die zichzelf natuurlijk heel progressief vindt, die film heeft doen cancelen. Het is ook veelzeggend dat het laffe Brusselse filmfestival Cinemamed daarvoor heeft gecapituleerd. De beleidsmakers stonden erbij en keken ernaar, net zoals bij de recente afgelaste voorstelling van een islamkritisch boek.

Het doet mij concluderen dat het establishment nog altijd niet snapt dat er een clash of civilizations bezig is en dat we die helaas aan het verliezen zijn.

Voorzitter:

De samengevoegde vragen nrs. 56001606C en 56001841C van respectievelijk de heer Demon en mevrouw De Vreese worden uitgesteld.

De herhaalde aanvallen van Elon Musk tegen Europese regeringsleiders
De bescherming van België tegen inmenging door Elon Musk
De dreigende taal van Donald Trump en Elon Musk met betrekking tot de Europese democratieën
De inmenging door Elon Musk
Elon Musks invloed op Europese politiek.

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 9 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de dreigende ondermijning van de Europese democratie door Elon Musk (X) en Meta, die via algoritmen, desinformatie en haatzaaiende content extreemrechts promoten en verkiezingen beïnvloeden—met name in Duitsland en het VK—terwijl Musk als toekomstig Trump-regeringslid ook politieke druk uitoefent. Premier De Croo benadrukt dat de EU (via het *Digital Services Act*) en lidstaten hard moeten optreden tegen platformen die regels schenden, maar waarschuwt tegen overreactie op provocaties; hij stelt vertrouwen in burgers, juridische handhaving en Europese samenwerking centraal, met een oproep aan de Commissie om sancties toe te passen. Critici (o.a. Lacroix, Maouane, De Smet) eisen onmiddellijke actie: suspendering van X in België, versterkte wetgeving tegen digitale inmenging, en een offensieve EU-strategie om afhankelijkheid van Amerikaanse techgiganten te doorbreken, gezien hun imperialistische en autoritaire dreiging—vergeleken met Russische desinformatie. De kern: Europa’s democratie staat op het spel door digitale oorlogsvoering, en België/EU moeten nu het DSA afdwingen, propagandakanalen blokkeren en technologische soevereiniteit claimen—of riskeren ze definitief de controle te verliezen.

Ismaël Nuino:

Monsieur le premier ministre, ces derniers jours, Elon Musk a encore fait parler de lui et, malheureusement, pas en bien. Patron de X, il a commencé par y supprimer toute modération sérieuse. Les discours de haine y prospèrent, la désinformation domine et, maintenant, il s'attaque directement à des dirigeants européens. Il insulte Olaf Scholz, le chancelier allemand; il appelle à des élections anticipées au Royaume-Uni; et, peut-être le pire, il amplifie des discours d'extrême droite sur son réseau social.

Mais il n'est pas le seul à agir ainsi. Ce mardi, Mark Zuckerberg, patron de Meta, a annoncé qu'il allait suivre cette même voie en réduisant drastiquement la modération sur Facebook et Instagram. Cela ne semble donc plus être une série de choix individuels, c'est un mouvement qui remet en cause le cadre de responsabilité des plateformes numériques.

En outre, dans moins de deux semaines, Elon Musk deviendra un membre du gouvernement de Donald Trump. Il ne s'agit donc plus seulement d'un milliardaire fou, mais d'un officiel américain utilisant sa plateforme pour s'immiscer dans les affaires démocratiques européennes.

Rappelons-le, l'Europe est le premier marché mondial pour les plateformes numériques. Et pourtant, elle semble impuissante face à ces géants. Des règlements européens existent pour l'éviter: le Digital Services Act (DSA), dont nous avons adopté la transposition il y a quelques semaines ici, doit empêcher la manipulation des algorithmes. Des sanctions existent, l'Europe doit les appliquer!

Monsieur le premier ministre, que pensez-vous du fait qu'un officiel américain tente directement d'influencer les élections en Europe? Par ailleurs, si vous deviez être attaqué personnellement, comment réagiriez-vous?

Ensuite, comment votre gouvernement agit-il pour protéger la Belgique et s'assurer que les normes européennes soient respectées ici et partout ailleurs? Le DSA permet de suspendre les plateformes ne respectant pas son règlement. La Commission européenne doit l'appliquer. Si elle ne le fait pas, comme cela semble être le cas, que comptez-vous faire? Que fera le gouvernement belge?

Monsieur le premier ministre, il ne s'agit pas seulement des folies d'un homme. Il s'agit d'attaques violentes et répétées contre nos démocraties (…)

Rajae Maouane:

Monsieur le président, monsieur le premier ministre, chers collègues, je vous présente mes meilleurs vœux.

Depuis qu’Elon Musk a repris Twitter, désormais appelé X, les ingérences étrangères dans nos démocraties se sont intensifiées. Des exemples inquiétants se multiplient: soutien manifeste à des partis d'extrême droite ou extrémistes comme l'AfD en Allemagne, campagne de déstabilisation ciblant Justin Trudeau au Canada et division active de populations comme au Groenland. Ces pratiques rappellent tristement les campagnes de déstabilisation et de désinformation de la Russie et menacent directement nos institutions et notre sécurité.

Sous la direction d'Elon Musk, X favorise les contenus clivants, des contenus racistes, des contenus haineux, climatosceptiques et incompatibles avec nos valeurs. La plateforme s'est transformée en machine politique sauvage pour imposer un agenda conservateur et un agenda de division, en piétinant lois et protections européennes. Ce n'est pas à un milliardaire américain ou à une entreprise privée de décider de l'avenir de nos démocraties.

L'Union européenne a mis en place des règles strictes, notamment via le règlement sur les services numériques (DSA), pour protéger les citoyens et lutter contre la désinformation. Pourtant, X continue de contourner ses obligations en matière de modération, de transparence et de lutte contre les fake news . L'attitude d'Elon Musk face à ces règles montre un mépris alarmant pour la législation européenne et pour nos institutions.

Garantir la liberté d'expression est fondamental, mais garantir la liberté et la sécurité d'expression l'est tout autant. Il n'y a pas de liberté quand certaines et certains risquent leur vie pour s'exprimer.

Monsieur le premier ministre, comment comptez-vous garantir que X ou toute autre plateforme similaire comme Meta respecte enfin les règles européennes en vigueur? Soutiendrez-vous une suspension temporaire de l'accès à X en Belgique tant qu'elle ne sera pas en conformité avec les lois européennes?

Quels sont vos projets pour renforcer nos lois en Belgique et éviter que les nouvelles règles des plateformes ne créent un dangereux appel d'air? Nous devons envoyer un signal clair. Nos démocraties ne sont pas à vendre et la Belgique ne tolérera pas de telles dérives.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je n'ai aucun plaisir à le dire, parce que philosophiquement je suis plutôt atlantiste, comme pas mal de collègues ici, mais il faut pouvoir dire les choses comme elles sont.

D'Amérique, ces jours-ci, nous vient un vent hostile. MM. Trump et Musk nous envoient des signaux très clairs. Le premier nous explique vouloir annexer le Groenland, le canal de Panama, le Canada avec ou sans approbation des intéressés. Le second s'amuse à déstabiliser les démocraties européennes, à commencer par l'Allemagne ou le Royaume-Uni.

Certains diront que c'est de l'esbroufe ou que c'est de l'intimidation. Moi, je crois qu'on doit prendre ce qui est en train de se produire extrêmement au sérieux. Nous sommes peut-être à quelques jours d'une bascule dans un monde nouveau où l'un de nos plus anciens alliés se transforme de manière assumée en force impérialiste et déstabilisatrice, avec en plus une alliance encore inédite entre autoritarisme et technologies de l'information.

Face à cette tempête qui se lève, comme beaucoup, je m'inquiète. Je m'inquiète de constater le silence, l'apathie, la mollesse des Européens, en ce compris la Belgique. Je m'inquiète de voir une Union européenne où les seules voix qui s'expriment fort sont celles des alliés de M. Trump, Mme Meloni, M. Orb á n, profitant aussi de la faiblesse de la France, de l'Allemagne et d'une position à tout le moins très attentiste de la présidente de la Commission européenne.

Monsieur le premier ministre, nous n'avons pas de gouvernement – si ce n'est en affaires courantes – et ce n'est pas de votre faute, mais ce n'est pas une raison pour, dans l'intervalle, ne pas avoir une voix qui peut peser fort, puisque nous avons affaire à des gens qui ne comprennent que le rapport de force.

Quelle réponse les Européens et la Belgique entendent-ils apporter aux menaces constituées par M. Trump et M. Musk? Une concertation européenne est-elle prévue sur le sujet?

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, ce 23 février, l'Allemagne doit élire un nouveau chancelier. L'homme le plus riche du monde, Elon Musk, futur ministre de Trump – et certainement pas de la Culture –, met tout son poids et ses algorithmes de X, ex-Twitter, dans la balance pour faire gagner l'extrême droite. L’utilisation que fait son propriétaire de ce réseau X est aujourd'hui une grave menace pour la démocratie européenne. Il ne s'agit plus d'une plateforme d'échange d'informations, mais d'un média, d'un outil à usage de propagande.

Certains parleront de liberté d'expression. Non: il s'agit d'ingérence, d'interférence dans un processus électoral, de manipulation. Aujourd'hui, Musk utilise son réseau et manipule ses algorithmes comme une arme pour faire gagner l'extrême droite partout où il le peut.

Les réseaux sociaux et leurs systèmes de messagerie sont manipulés, sont instrumentalisés. J'en veux pour preuve également la suppression du fact-checking d'un autre géant de la communication digitale, le réseau Meta et son outil Facebook.

Monsieur le premier ministre, on ne peut plus simplement dire que la démocratie est menacée. À ce stade, elle est véritablement en grand danger. Je pense qu'elle n'a jamais été aussi fragile.

Contrairement aux dirigeants des trois grands pays européens qui ont réagi aux déclarations provocatrices d'Elon Musk (le président Macron, le premier ministre Starmer et le chancelier Scholz), la bien décevante Commission européenne reste frileuse. Vous êtes resté silencieux, et votre ministre des Affaires étrangères également.

J’ai très peur pour la démocratie. Le processus électoral est un socle fondamental de cette démocratie. Je suis profondément européen, mais l'Europe, c'est la protection des citoyens, c'est la protection de la démocratie.

Monsieur le premier ministre, la Belgique s'est-elle positionnée au niveau européen pour faire part de sa grande préoccupation par rapport à la propagande de l'extrême droite, soutenue très clairement par le géant X, en pleine campagne électorale d'un État membre?

Alexander De Croo:

Monsieur le président, chers collègues, je vous remercie pour ces questions tout à fait pertinentes. La situation dans laquelle on se trouve est sans précédent. En Europe, nous sommes aujourd'hui soumis à des attaques constantes de notre souveraineté, à des attaques de certains pays tels que la Russie. Il s'agit parfois d'attaques visibles, parfois d'attaques hybrides moins visibles. Il y a notamment l'exemple des élections présidentielles en Roumanie qui ont dû être annulées pour cause d'ingérence. Je ne pense pas qu'on aurait imaginé, voici cinq ans, être dans cette situation. On fait face à des ingérences de pays mais aussi clairement de personnages, de personnages riches et très puissants au vu de leurs actifs économiques, actifs dans les communications et dans les médias. On ne peut pas tolérer cela! L'organisation libre et convenable d'élections, c'est la base de notre système politique et de notre système social. Cela doit pouvoir se faire sans aucune ingérence, de pays ou de personnes puissantes et riches.

On a beaucoup parlé d'ingérences étrangères mais, maintenant, on constate que ce type d'ingérences est devenu beaucoup plus large. On ne peut pas tolérer cela et il nous faut intervenir. Il importe maintenant de définir la manière d'intervenir par rapport à ce à quoi on est confronté aujourd'hui.

Tout d'abord, en tant que pays européen, il nous faut garder notre sang froid. Une leçon que nous avons apprise du premier mandat du président Trump, c'est qu'il ne faut pas réagir à tout. Souvent, le seul objectif est de lancer une discussion qui finalement ne mène pas à grand-chose. Il ne faut pas réagir à chaque provocation. Si on le faisait, on ne ferait que cela tous les jours. En effet, aujourd'hui, il y a des provocations quasiment tous les jours.

Deuxièmement, je pense que nous pouvons avoir confiance en notre population. La majorité de la population dans nos pays fait très bien la différence entre information et désinformation. Cela veut naturellement dire que nous devons investir dans l'éducation à ces sujets en informant nos populations mais je tiens à insister en la nécessaire confiance que nous devons avoir en notre population.

Troisièmement, cela veut aussi dire que nous devons intervenir en faisant usage des bases légales existantes. Nous devons faire respecter notre législation, comme le Digital Services Act (DSA) par exemple: je trouve que la Commission devrait entrer en action et utiliser les éléments qui sont à sa disposition dans le Digital Services Act.

Soyons clairs: la liberté d'expression m'est très chère mais elle ne peut jamais servir de prétexte à des mensonges ou manipulations. Ceux qui, aujourd'hui, crient le plus qu'il est nécessaire de préserver la liberté d'expression sont ceux qui la maltraitent et la manipulent. Face à cela, nous devons veiller à la préserver. Or, si l'on constate qu'il y a trop de concentration de pouvoirs et que ceux qui détiennent ces pouvoirs en abusent, c'est dangereux et nous devons intervenir, la Commission doit intervenir: je plaiderai auprès de la Commission pour qu'elle utilise le DSA et intervienne en cas d'abus manifeste de concentration de pouvoirs et de communications, comme c'est le cas maintenant.

Ismaël Nuino:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie de vos réponses.

Je suis ravi d'entendre que vous allez plaider auprès de la Commission européenne pour qu'elle agisse et j'espère qu'elle agira vite. C'est en effet nécessaire, vu le timing des élections allemandes mais aussi de manière générale: plus cela avance, plus cela s'aggrave.

J'ai entendu que nous ne devions pas réagir à chaque provocation. Je suis évidemment d'accord, mais je pense que ce à quoi nous assistons en ce moment ne sont pas des provocations; ce sont des attaques répétées contre notre démocratie. Nous devons bien distinguer entre les provocations de Donald Trump et les attaques que nous subissons aujourd'hui de la part d'Elon Musk.

Vous avez également parlé de la liberté d'expression. Elle est extrêmement importante. Toutefois, comme vous l'avez dit, si elle est sans limites, elle devient tyrannique. Une liberté d'expression où seule est entendue la voix du plus fort n'en est plus une. Aujourd'hui, monsieur le premier ministre, ce n'est pas à vous que je dois l'expliquer, mais j'ai peut-être envie de l'indiquer pour que cette Chambre l'entende, ainsi que tous ceux qui voudront l'entendre: le numérique est politique! Nous allons devoir nous en saisir sérieusement avant qu'il ne nous échappe. Merci, monsieur le premier ministre.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.

La protection de notre démocratie ainsi que des citoyennes et des citoyens exige une réponse ferme et coordonnée. Nous comptons sur votre engagement et celui de la Belgique pour défendre nos valeurs face à ces dérives et attaques qui ne sont pas seulement des provocations, mais qui constituent également des menaces numériques aux conséquences bien réelles.

Liberté d'expression, comme vous l'avez dit, oui! Mais sécurité d'expression, oui également! Prendre la parole s'accompagne d'une prise de risque. Or, non, de nos jours, notre justice ne la protège pas suffisamment. Au demeurant, nous ne disposons toujours pas d'une procédure judiciaire efficace pour réprimer les propos violents tenus en ligne.

Enfin, je note votre conseil de ne pas réagir à chaque provocation. Cela me semble un bon conseil que nous devons appliquer face aux propos de certains présidents de parti.

François De Smet:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. En effet, appliquons le droit belge et le droit européen.

Résumons la faiblesse européenne: nous n'avons pas d'autonomie énergétique, nous n'avons pas de défense commune, nous n'avons pas de Google européen, pas de X, pas de Facebook, ni de TikTok européen.

Il est temps de se réveiller et de concevoir que nous avons deux chemins possibles: soit nous comprenons enfin que nous sommes entourés de menaces impérialistes qui prospèrent sur notre faiblesse, soit nous restons des herbivores, comme le dirait M. Macron.

En optant pour le premier chemin, nous devons commencer à nous dire qu'il faut réagir, nous réveiller, aller dans une direction plus offensive et nous orienter à la fois sur l'industrie, sur l'énergie, sur la défense et sur la défense numérique. Je crois que c'est la leçon du jour.

Christophe Lacroix:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. Imaginez, monsieur le premier ministre, la campagne électorale ici en Belgique. Une conférence est organisée sur le réseau X et diffusée à tous ses abonnés. Le leader du Vlaams Belang, Tom Van Grieken, y est l'invité principal avec d'autres dirigeants d'extrême droite. Donald Trump et son ministre de la Vérité, Musk, le soutiennent ouvertement. Imaginez-vous cela ici, monsieur le premier ministre? Ce n'est pas une fiction, ça se passe en Allemagne! En ce qui me concerne, je ne peux pas l'imaginer, c'est certain. Nous ne pouvons pas rester sans agir contre la résurgence de ces propagandes fascisantes. Nous devons lutter contre la désinformation, la manipulation des masses par l'extrême droite. Nous devons réagir fermement, défendre pied à pied nos valeurs, nos principes et notre démocratie. D'ailleurs, comme d'autres, je joindrai le geste à la parole et, en toute cohérence, je quitterai X dès ce soir.

De toestand in Palestina en de genocide in Gaza

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 9 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een fel debat over Belgiës rol in het Israëlisch-Palestijnse conflict toonde een scherp contrast: Ribaudo beschuldigt België van medeplichtigheid aan een *genocide* in Gaza door wapenleveringen en EU-steun aan Israël, eist een onmiddellijk embargo en opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord, en wijst op landelijke acties (o.a. Spanje) die wel ingrijpen. Minister Quintin erkent de "catastrofale" situatie, verwijst naar juridische procedures (ICJ-zaak Zuid-Afrika) en "mogelijke" oorlogsmisdaden, maar stelt dat België druk uitoefent via diplomatie (EU-dialoog, naleving ICJ-maatregelen)—zonder concrete sancties—en benadrukt dat genocidelabels aan rechtbanken zijn. Ribaudo verwierp dit als dodelijk uitstel en riep op tot massale protesten.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, le 25 décembre, une mère, quelque part dans les ruines de Gaza, pleure au-dessus du corps de son bébé mort de froid. En fait, il n'est pas mort de froid, mais bien parce que le gouvernement israélien bloque l'aide humanitaire. Le 27 décembre, le seul hôpital debout dans le nord de Gaza est rayé de la carte. Et son directeur, qui a passé sa vie à soigner ses patients, est arrêté par l'armée israélienne et torturé dans ce que l'on appelle le "Guantanamo israélien". Le 9 janvier, un père déterre le corps de ses deux filles parmi les décombres de sa maison.

Cette horreur se poursuit. Depuis octobre 2023, le nombre de victimes a dépassé les 46 000 morts. Ce chiffre, aussi choquant soit-il, n'est pas le fruit du hasard. Il est le résultat d'une politique délibérée et systématique: blocus, bombardements, famine. Ce n'est pas seulement une tragédie; c'est un génocide.

Là où des crimes sont commis, il y a aussi des complices. L'Union européenne, par exemple, a versé 250 millions d'euros d'aide aux institutions israéliennes. Depuis octobre, près de 675 000 euros l'ont été à un fabricant d'armes: Israel Aerospace Industries. En Belgique, les ports et aéroports continuent de laisser passer des armes à destination d'Israël. Votre inaction nous rend complices de génocide.

Je vais vous poser deux questions, monsieur le ministre. Allez-vous prendre vos responsabilités et activement plaider pour la suspension de l'accord d'association UE-Israël? Allez-vous organiser un embargo militaire, de sorte qu'aucune arme ne passe par notre territoire?

Bernard Quintin:

Monsieur le président, comme c'est la première fois que j'interviens dans cet hémicycle cette année, permettez-moi de présenter à la Chambre mes meilleurs vœux.

Monsieur le député, la situation à Gaza, nous en sommes d'accord, est absolument catastrophique. C'est un sujet que nous suivons de près tant au niveau du gouvernement que moi-même, en tant que ministre des Affaires étrangères, avec tous mes services et toutes mes équipes sur place. C'est par ailleurs un point que je fais dans tous mes entretiens bilatéraux, comme j'ai eu l'occasion de le faire le 2 janvier avec mon homologue turc à Ankara et hier avec mon homologue jordanien qui était en visite à Bruxelles.

Les choses sont très claires en ce qui concerne la Belgique: le respect du droit international et le respect du droit international humanitaire ne sont pas optionnels.

Verschillende rapporten, waaronder een VN-rapport, spreken van genocide en etnische zuivering. Die ontsnappen niet aan onze aandacht.

Notre pays condamne fermement ce qui se passe sur le terrain et nous continuerons à le faire chaque jour.

Pour répondre à votre question, la qualification de crime de génocide relève des cours. Ici, singulièrement, de la Cour internationale de Justice. C'est donc à cette Cour qu'il revient de dire le droit.

La Belgique apporte d'ailleurs et apportera sa contribution à l'affaire introduite par l'Afrique du Sud contre Israël concernant la violation de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. J'ajoute que les infractions dont nous sommes témoins pourraient – je dis bien "pourraient" – pour le moment être constitutives de crimes de guerre ou de crimes contre l'humanité.

We hebben er op aangedrongen en blijven er bij Israël op aandringen dat het de voorlopige maatregelen die het Internationale Gerechtshof in januari, maart en mei 2024 heeft bevolen volledig naleeft. Dat zullen we vastberaden blijven doen.

Enfin, je rappelle que la Belgique a plaidé, au sein de l'Union européenne, pour la tenue d'une réunion du Conseil d'association UE-Israël, parce que nous pensons que nous devons parler avec ce partenaire de l'Union européenne. C'est une réunion qui devrait se tenir en théorie, la date n'a pas encore été fixée.

Julien Ribaudo:

Monsieur le ministre, nous en avons assez de parler. Il nous faut des actes et votre réponse aujourd'hui est sans équivoque. Elle montre bien le choix politique que vous faites et que vos prédécesseurs ont fait, mais aussi que votre parti, allié d'Israël, fait. L'Espagne, l'Irlande, la Suède n'ont pas attendu l'Union européenne ni quiconque pour reconnaître l'État de Palestine. L'Espagne n'a pas attendu l'Union européenne ni quiconque pour interdire le transit d'armes sur son territoire vers Israël. C'est cela, un embargo.

Voulez-vous qu'on s'habitue à ces horreurs? Voulez-vous qu'on les oublie? On ne s'habituera pas. On n'oubliera pas ces horreurs. On continuera à parler de la Palestine. Pour cela, je voudrais inviter tout le monde le 26 janvier dans les rues de Bruxelles pour manifester et dénoncer le génocide qui se passe à Gaza.

Voorzitter:

Chers collègues, je signale que c'était la première intervention de Mme Carmen Ramlot dans cet hémicycle. (Applaudissements) Ceci clôture les questions orales.

Het rekruteren van tieners door Iran om Joodse en Israëlische doelwitten in Europa aan te vallen

Gesteld door

lijst: VB Sam Van Rooy

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 8 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België’s veiligheidsdiensten bevestigen dat Iran via criminele netwerken en jonge rekruten (zelfs tieners) aanslagen pleegt op Israëlische/Joodse doelen in Europa, zoals in Zweden en Denemarken, en werken hierover samen met internationale partners zoals de Zweedse diensten. Van Tigchelt erkent de dreiging ook voor België, waar de VSSE de situatie monitort, maar benadrukt dat de modus operandi (ontkenbare proxy-aanvallen) moeilijk te bestrijden is. Van Rooy waarschuwt voor onvoldoende erkenning van Iran’s jihadistische expansie, wijst op bedreigingen aan Iraanse dissidenten in België (zoals zelfcensuur uit angst) en noemt het gebrek aan bescherming een overheidsfaling, met hoop op externe druk (Trump/Netanyahu) om het regime te ontmantelen. Kern: Iran gebruikt Europa als proxy-oorlogsveld, België is waakzaam maar kwetsbaar.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, volgens Bloomberg huurt de islamitische staat Iran tieners in om Joodse en Israëlische doelwitten in Europa aan te vallen. Zo was in Stockholm een 15-jarige met een geladen geweer in een taxi op weg naar de Israëlische ambassade. Een 13-jarige schoot dan weer met een wapen naar de Israëlische firma Elbit Systems. Zweedse en Noorse veiligheidsdiensten hebben gewaarschuwd voor door Iran gestuurde aanslagen op Israëlische en Joodse doelwitten. Teheran rekruteert criminelen die vaak piepjong zijn om gewapende aanvallen te plegen op Israëlische ambassades in Stockholm en Kopenhagen. Zo werden twee tieners van 16 en 19 jaar gearresteerd na schoten op de Israëlische ambassade in Stockholm en twee explosies nabij de Israëlische ambassade in Kopenhagen. Uit onderzoek bleek dat de islamitische staat Iran daarbij betrokken was.

De Zweedse inlichtingendienst heeft Teheran ervan beschuldigd bendeleden te rekruteren om Israëlische doelwitten aan te vallen. De Iraanse ayatollahs spreken openlijk hun steun uit voor wereldwijde aanslagen op Israëlische, Joodse en niet-Joodse doelwitten.

Volgens de Zweedse veiligheidsdienst gebruikt het Iraanse regime criminele netwerken om gewelddadige acties uit te voeren tegen groepen of individuen die Iran als een bedreiging beschouwen. Het gaat dus over critici en politieke dissidenten.

Zijn onze veiligheidsdiensten bezig met dat soort jihadistische terreur door de islamitische staat Iran op Belgisch grondgebied? Had onze veiligheidsdienst daarover ook contact met bijvoorbeeld de Zweedse veiligheidsdienst? Hoe groot is de dreiging in België?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer Van Rooy, regimes zoals Rusland, de zware en georganiseerde misdaad en de Islamitische Republiek Iran gebruiken inderdaad de modus operandi waarbij ze jongeren onder andere via Telegram rekruteren om in Europe specifieke aanvallen of sabotageacties uit te voeren. Dat is ook het geval in Zweden. We hadden daarover contact met de Zweedse diensten en ook de Zweedse minister van Justitie, die ik onlangs zag naar aanleiding van de bijeenkomst van de Justice and Home Affairs Council in Brussel.

De Veiligheid van de Staat heeft kennis van aanvallen tegen of in de nabijheid van Israëlische diplomatieke posten in Kopenhagen en Stockholm in 2024. Er wordt in de pers ook gewag gemaakt van linken met Iran. Onze inlichtingendienst onderschrijft de hypothese dat de modus operandi waarbij transnationale criminele netwerken en jonge individuen zonder banden met Iran worden ingezet, er een is van de Iraanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Iran kan dan ontkennen dat het bij aanvallen zelf betrokken is.

De VSSE volgt die kwestie op de voet, ook wat ons land betreft. Onze veiligheidsdiensten doen wat ze moeten doen, samen met de internationale partners.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, de jihadistische intentie van de islamitische staat Iran wordt onderschat. Op ons grondgebied bevinden zich reeds heel wat sympathisanten en pionnen van de jihadistische ayatollahs. Het Iraanse islamitische regime pleegt in het buitenland aanslagen en liquideert dissidenten. Pas nog werd het Nederlandse Kamerlid Ulysse Ellian bedreigd door het Iraanse islamitische regime. Ellian zegt: "Het regime zal je altijd volgen. Ongelovigen worden nooit met rust gelaten. Nooit." Seculiere Iraniërs op ons grondgebied – ik ken er velen – voelen zich alsmaar minder veilig en zijn soms doodsbang. Velen houden zich bewust low profile en censureren zichzelf. Mijnheer de minister, dat betekent dat de overheid faalt. Laten we hopen dat Netanyahu en Trump ervoor zorgen dat het Iraanse volk en de wereld worden bevrijd van de jihadistische ayatollahs.

De aankoop van difterievaccins en de B-FAST-missie in Libanon

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 7 januari 2025

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Vandenbroucke verduidelijkt dat de aankoop van 150 difterievaccins deel uitmaakt van de strategische voorraad en niet gelinkt is aan B-FAST’s missie in Libanon, waar enkel shelters en medisch materiaal werden gedoneerd—zonder inzet van personeel, dus ook zonder risicoanalyse. Depoorter bevestigt haar initiële misvatting over de koppeling tussen beide dossiers.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, op 8 november besliste de ministerraad om een budgettaire aanpassing te maken voor de missie van B-FAST naar Libanon. Daarnaast werd voor de volksgezondheid beslist tot de aankoop van 150 vaccins die difterie moeten tegengaan.

Mijnheer de minister, hoe gebeurde de aankoop van deze vaccins in het kader van de missie van B-FAST? Kunt u meer duiding geven over het verloop van deze missie en de gezondheidsrisico's?

Frank Vandenbroucke:

De aankoop van difterievaccins staat los van B-FAST, maar past binnen de aankopen voor de strategische stock. B-FAST heeft aan Libanon een donatie van shelteroplossingen en medisch materiaal gedaan. Omdat het om een gift van materiaal gaat en er ter plaatse geen personeel van B-FAST werd ingezet, is er geen risicoanalyse voor het personeel geweest.

Kathleen Depoorter:

Mijnheer de minister, dat is duidelijk. Ik dacht dat de twee gelinkt waren, maar dat was een foute inschatting van ons.

Het beperkte gebruik van de vouchers voor het Terug-naar-werkfonds
De re-integratie van langdurig zieken via een terug-naar-werktraject
Terug-naar-werkbeleid voor langdurig zieken

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 19 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België telt evenveel langdurig zieken (500.000 personen, kost: 23 miljard/jaar) als Duitsland, ondanks goedbedoelde maar weinig effectieve maatregelen—zoals een boete van €1.800 voor ontslag om medische redenen, waar slechts 23 van 3.000 ontslagen werknemers gebruik van maakten. Minister Vandenbroucke erkent dat de doelgroep te beperkt was (alleen medische overmacht) en verruimt vanaf april naar alle invaliden, maar benadrukt dat werkgevers, ziekenfondsen en langdurig zieken zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen—met positieve signalen (meer progressieve wedertewerkstelling en informele trajecten). Oppositie (Ronse, N-VA) en meerderheid (Vanrobaeys, sp.a) eisen strengere, bindende maatregelen—geen vrijblijvendheid, maar actieve begeleiding op maat via VDAB/Forem/Actiris—met druk op werkgevers om re-integratie te prioriteren. Samenwerking tussen politiek en private sector (uitzendkantoren) moet tanden geven aan het beleid.

Axel Ronse:

Collega's, ik geef u een schrijnend cijfer: België telt evenveel langdurig zieken, dus personen die langer dan een jaar ziek thuiszitten, als het grote Duitsland. Onvoorstelbaar! Dat kost ons 23 miljard euro per jaar en het gaat over meer dan een half miljoen mensen. Dat is ontzettend veel.

Mijnheer de minister, ere wie ere toekomt, u hebt in de voorbije vijf jaar meer dan wie ook geprobeerd een aantal maatregelen te nemen om dat aantal terug te dringen Dat zijn goedbedoelde maatregelen, maar volgens mij papieren maatregelen, zonder tanden.

Ik heb er een aantal van geanalyseerd. Zo moet een bedrijf dat iemand wegens medische overmacht ontslaat, een boete van 1800 euro betalen. Die boete dient om een fonds te stijven dat ervoor moet zorgen dat wie ontslagen wordt wegens medische overmacht, met een soort cheque een begeleiding kan aankopen om opnieuw aan de slag te gaan. Dat fonds had in april al meer dan 5 miljoen euro opgehaald. Welnu, weet u hoeveel mensen gebruik hebben gemaakt van die vorm van begeleiding? Ik heb het vandaag gecheckt: dat zijn er 23 van de 3.000 werknemers die sindsdien wegens medische overmacht werden ontslagen.

Mijn vraag is eigenlijk heel eenvoudig. Wat is de reden dat het aantal mensen dat gebruikmaakt van die begeleiding, zo beperkt is?

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, het overkomt heel wat werknemers die langdurig op het werk uitvallen, dat ze na een periode van ziekte terug aan het werk willen, maar niet goed weten hoe ze daaraan moeten beginnen. Eigenlijk willen ze graag aan de slag, maar de vraag is hoe. Zij worden vaak van het kastje naar de muur gestuurd, van de personeelsdienst naar de arbeidsgeneeskundige dienst naar de hr-dienst. Dat is onaanvaardbaar.

Het is goed dat u werk hebt gemaakt van een oplossing voor het probleem, dat er terug-naar-werktrajecten worden aangeboden en coaches de langdurig zieken persoonlijk begeleiden en samen met de werkgevers nagaan welk werk nog haalbaar is. Dat is belangrijk, want werken is belangrijk om zich goed en gelukkig te voelen; het is meer dan alleen geld verdienen. Voor veel mensen is het zelfs een passie. Hoe langer men ziek thuis zit, hoe moeilijker het is om weer aan het werk te gaan. Mijnheer de minister, u hebt wat dat betreft – ere wie ere toekomt; de vorige spreker zei het ook al – een stap vooruit gezet en hebt opnieuw kansen gegeven aan langdurig zieken om weer en met betere begeleiding aan het werk te gaan.

Ook de werkgevers hebben daarin een verantwoordelijkheid. Men kan niet constant werknemers oppompen om dan, nadat ze ziek uitvallen, ze af te voeren en ervan uit te gaan dat men niets meer met hen kan doen. Het is goed dat er sancties zijn. Beter nog, de opbrengsten van die sancties worden geïnvesteerd in preventie en werkbaar werk. Dat is solidariteit, mijnheer de minister.

Welke evolutie ziet u vandaag?

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de werkhervattingspremies? Hoe zorgen we ervoor dat werknemers daarvan effectief gebruikmaken?

Frank Vandenbroucke:

Mijnheer Ronse, we hebben inderdaad een maatregel genomen die zich specifiek richt op actie die georganiseerd wordt vanuit de private sector met private actoren. Dat idee is gegroeid bij Federgon, waarna wij dat hebben opgepikt en dan hebben beslist om de private sector te betrekken bij het bieden van kansen aan langdurig zieken om weer werk te vinden. We hebben die doelgroep eerst zeer nauw afgebakend tot mensen van wie het contact verbroken werd wegens medische overmacht. Zij zijn definitief ongeschikt verklaard in de context van hun bedrijf. We wilden die doelgroep via private actoren, bijvoorbeeld uitzendkantoren, acties aanbieden om ze kansen te bieden om weer werk te vinden.

Misschien zijn we wat te voorzichtig geweest. We hebben reeds voorzien dat in een tweede fase, vanaf 1 april, de doelgroep zeer sterk verruimd zal worden naar iedereen in invaliditeit. Voorlopig hebben we de doelgroep om budgettaire redenen zeer sterk ingeperkt. Voorlopig is de maatregel geen groot succes, maar toch denk ik dat we daar verder aan moeten werken.

Er is misschien ook nog werk aan het aanbod. Tot nu toe hebben een tiental organisaties zich ingeschreven en een erkenning gekregen om een initiatief op 439 locaties te ontwikkelen. Ik wil de private sector nog even de kans geven om daar een rol in te spelen.

Ik kijk ook uit naar de effecten van de verruiming van de doelgroep naar alle mensen in invaliditeit. Dan komt inderdaad de hele fameuze groep van langdurige zieken in aanmerking. Ik ben het echter volledig met u eens dat de beperkte reactie hierop en op een aantal andere maatregelen aantoont dat heel het beleid in de breedte moet worden versterkt en dat we nog veel meer zullen moeten inzetten op krachtige maatregelen die mensen nieuwe kansen geven.

Mevrouw Vanrobaeys, ik ben het met u eens dat we maximaal een beroep zullen moeten doen op de verantwoordelijkheid van de betrokken langdurig zieken, de ziekenfondsen, de preventieadviseurs-arbeidsartsen en de werkgevers. De verantwoordelijkheid van de werkgever is nu eenmaal cruciaal wanneer men iemand "ontslaat" en zijn of haar contract wegens medische overmacht verbreekt. Ook de werkgever zal meer moeten inzetten op re-integratie.

Er zijn inderdaad ook een aantal gunstige evoluties. Ik zal niet alle cijfers geven, want dat zou te veel vragen. Zo is er een aanzienlijke verbetering van het aantal werknemers die in progressieve wedertewerkstelling zijn ingestapt, een verbetering die zich blijft doorzetten. Ook het aantal personen dat zich bij de diensten voor arbeidsbemiddeling aanmeldt, is fors toegenomen, net zoals het aantal werknemers die zich gewoon tot hun werkgever richten met de vraag om een nieuwe kans te krijgen, de zogenoemde informele trajecten bij werkgevers, waarrond we niet veel regels bepalen.

Ik denk dus dat de zaken in beweging zijn. We mogen hierover zeker niet defaitistisch zijn, maar we zullen inderdaad een krachtiger beleid moeten voeren dat nog meer dan vroeger op de verantwoordelijkheid van eenieder, ook van de werkgever, een beroep zal moeten doen om werknemers die getroffen zijn door ziekte, echt kansen te geven om opnieuw aan de slag te gaan.

Axel Ronse:

Mijnheer de minister, u zegt eigenlijk op een heel beleefde manier dat u met de vivaldicoalitie niet de partners had om echt tanden te geven aan de maatregelen die u neemt. Wel, ik heb goed nieuws voor u: aan ons hebt u een warme partner om dat wel te doen. We zullen dat de komende maanden ook uitwerken. Ik kijk daar ongelofelijk hard naar uit, want het is broodnodig: 23 miljard euro, 500.000 werknemers die meer dan een jaar lang ziek thuis zijn. Er zijn heel wat mensen die goede redenen hebben om thuis te zijn, maar ook heel wat mensen bij wie er nog potentieel is om te gaan werken.

We moeten af van de vrijblijvendheid. Zodra iemand langdurig ziek is, moeten we bekijken wat die persoon nog kan doen. Op die basis moeten we, met de VDAB, Forem en Actiris, die persoon responsabiliseren en activeren richting werk. Is dat niet bij dezelfde werkgever, dan bij een andere. Laten we daar samen werk van maken, mijnheer de minister, zodat de maatregelen die u hebt genomen, effectief tanden krijgen.

Anja Vanrobaeys:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik noteer dat alsmaar meer werknemers de weg naar de re-integratie terugvinden, uiteraard via verschillende trajecten, wat u ook hebt aangeduid, en op verschillende manieren. Dat pad moeten we blijven bewandelen want re-integratie kan alleen maar op maat. Er is geen one size fits all -oplossing. Samen kunnen we op die manier de tanker keren. Dat kan, mijnheer Ronse, door iedereen op diens verantwoordelijkheid te wijzen, ook de werkgevers, die bereid moeten zijn mensen die ziek zijn geweest, opnieuw een job aan te bieden. Wij, socialisten, zullen altijd aan de zijde staan van degenen die elke dag hard hun best doen. Wij zullen altijd aan de zijde staan van de langdurig zieken en hun de nodige begeleiding en ondersteuning geven, zodat zij opnieuw aan de slag kunnen en doen wat zij zo graag zouden willen doen.

Het gegeven dat het aantal nieuwe asielaanvragen alleen in België en Ierland stijgt
De sterke stijging van het aantal asielvragen in ons land
Stijgend aantal asielaanvragen in België en Ierland

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 19 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met een recordstijging (12-13%) van asielaanvragen—uniek in West-Europa waar buurlanden dalingen tot 60% noteren—door een te aantrekkelijk opvangsysteem en structureel falend beleid, terwijl 50% van de aanvragers geen recht op bescherming heeft. Staatssecretaris De Moor wijst op Europese oplossingen (migratiepact, deals met transitlanden zoals Tunesië waar instroom daalde) en versnelde maatregelen tegen secundaire migratie, maar erkent dat resultaten tijd vragen. Critici Van Belleghem en Vander Elst hekelen dure, inefficiënte opvang (€235 miljoen voor 3 maanden), gebrek aan dringende nationale actie en politiek getalm (Arizona-onderhandelingen, €2,5 miljoen dagelijkse extra kosten), eisend onmiddellijke verstrenging om de crisis af te wenden. Kernpunt: België moet minder aantrekkelijk worden, maar concrete stappen ontbreken nog.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de Moor, wat zou er in dit land slechter zijn: de begroting of de asielinstroom? Als men de Europese ranglijsten bekijkt, behoren we in beide gevallen tot de slechtste leerlingen van de klas. Erger nog, al onze buurlanden doen het beter. In Nederland is de instroom van asielzoekers met 3 % gedaald. Frankrijk doet het 7 % beter dan vorig jaar. In Duitsland is het aantal asielaanvragen met een vierde op een jaar gedaald.

Wij doen het niet een klein beetje slecht, want dat zou een stagnatie betekenen, wij doen het ronduit slecht. Onze instroom van asielzoekers stijgt met 13 %. Vorige week hebt u een reden gegeven waarom onze asielinstroom zo hoog is. U zei dat men een kat een kat moet noemen: onze socio-economische situatie is beter dan in Griekenland.

In het leven moet men een kat inderdaad een kat durven te noemen, maar men moet de kat vooral niet bij de melk zetten. De enige manier om de instroom van asielzoekers te beperken, is door dit land minder aantrekkelijk voor asielzoekers te maken. Andere landen doen dat ook. Mevrouw de Moor, geef die kat water. Hij zal de melk wel in een ander land gaan zoeken.

Ons land is dus veel te aantrekkelijk voor die gelukszoekers, want de helft heeft zelfs geen recht op erkenning. Mevrouw de Moor, een regering in lopende zaken kan en moet noodmaatregelen nemen als het nodig is. Welke nieuwe maatregelen zult u vandaag voorstellen?

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ons land staat nog eens op het podium. Samen met Ierland zijn wij het enige West-Europese land dat de cijfers van de asielstroom in 2024 heeft zien toenemen. Ik denk dat ik net als u geen reden zie om te feesten, want als er een podium is waarop ik liever niet had gestaan, was het net dat podium wel. De cijfers zijn immers zorgwekkend. Het CGVS verwacht dat we uiteindelijk op zowat 40.000 aanvragen zullen uitkomen in 2024. Dat zijn er ongeveer 5.000 meer dan in 2023. Het is een exponentiële stijging, terwijl dat aantal in bijna alle andere West-Europese landen daalt, in Oostenrijk zelfs een daling van 60 %.

De diensten kunnen het tempo van de asielinstroom niet meer aan. Ons opvangsysteem kraakt in al zijn voegen. Ons land botst op dit moment op de limieten van wat het aankan. Mensen slaan op de vlucht voor oorlogssituaties. Dat is van alle tijden en dat zal ook in de toekomst nog gebeuren. Ook ons land moet zijn deel blijven doen. Als echter keer op keer, jaar na jaar, duidelijk wordt dat ons land het land van melk en honing is, dan zitten we met een structureel probleem. We moeten de instroom beperken. Uzelf herhaalt die boodschap ook al jaren.

Mevrouw de staatssecretaris, wat hebt u de afgelopen jaren gedaan om de instroom te beperken? Wat doet u klaarblijkelijk verkeerd, aangezien de cijfers terug de verkeerde richting uitgaan?

Nicole de Moor:

(…) debat voeren, maar misschien eerst op basis van de juiste cijfers. U stelt terecht vragen over het hoge aantal asielaanvragen. Dit jaar kent Europa in het algemeen een daling van 12 %. In bepaalde landen, waaronder België, stijgt het aantal asielaanvragen. Ons land tekent een stijging van 12 % op, in Ierland is het aantal aanvragen met 43 % gestegen, in Italië bedraagt de stijging 16 %, de toename in Polen is 70 % en in Griekenland steeg het aantal asielaanvragen met 14 %. Vorig jaar was het net omgekeerd. In 2023 lag het aantal asielzoekers in ons land 4 % lager dan in 2022, terwijl de instroom in heel Europa met 25 % steeg. Daar valt dus niet zomaar een lijn in te trekken. Voor mij is het al lang klaar en duidelijk dat de instroom in ons land te hoog is en dat die moet afnemen. We doen dat op verschillende manieren.

Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat er minder mensen irregulier naar Europa migreren. Daarvoor hebben we beter gecontroleerde Europese buitengrenzen nodig. Eerder dit jaar werd het migratiepact dat daarvoor moet zorgen aangenomen, maar we moeten dat pact nu ook versneld uitrollen op het terrein. We zetten daar stappen in. Op 12 december heb ik de belangrijke stap genomen via de indiening van het nationaal implementatieplan bij de Europese Commissie. Dat is belangrijk, want het moet vooruitgaan.

We werken vanuit Europa ook samen met herkomst- en transitlanden om te vermijden dat mensen hun leven riskeren tijdens zo’n gevaarlijke overtocht. Vorig jaar hebben we in dit Parlement vrij heftige debatten gevoerd over de deal met Tunesië. Het aantal overtochten van bootvluchtelingen vanuit Tunesië is in de eerste jaarhelft van 2024 met 60 % gedaald. De Europese Commissie zegt zelfs dat er nu al een daling van 80 % zou zijn.

Vervolgens moeten we ook secundaire migratie aanpakken met asielzoekers die van het ene naar het andere land doorreizen. Het is immers onaanvaardbaar dat mensen asiel aanvragen in België terwijl ze dat reeds eerder hebben gedaan in een ander Europees land, of terwijl ze zelfs al bescherming hebben gekregen in een ander Europees land, bijvoorbeeld Griekenland. Ik verzet mij daar al langer tegen en dankzij het migratiepact zullen we in de toekomst over meer mogelijkheden beschikken om daartegen te strijden en maatregelen te nemen. We moeten die ten volle benutten en waar we kunnen ook al vervroegd toepassen. Daarover heb ik eind november maatregelen aangekondigd. We passen een aantal zaken vervroegd toe. We zetten dus concrete stappen om de instroom te beperken.

Dat gebeurt echter niet van vandaag op morgen. Iedereen die u dat vertelt, maakt u iets wijs. We gaan in de goede richting en ik hoop dat we ook in de nabije toekomst kunnen landen met de arizonaformatie waarin hopelijk meer mogelijk zal zijn dan tijdens Vivaldi, met een sterk regeerakkoord dat ons controle kan blijven geven op migratie.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de Moor, op alles en iedereen moet er worden bespaard, maar straks zult u allen er een begroting doorjagen waarin nog 10 miljoen euro extra wordt gevraagd voor de opvang van asielzoekers. In het totaal vraagt u maar liefst 235 miljoen euro om asielzoekers drie maanden lang op te vangen in de maanden januari, februari en maart. Wist u dat dat bedrag bijna evenveel is als wat er in 2017 op één jaar werd uitgegeven aan asielzoekers?

De landen rondom ons verstrengen de regels voor asielzoekers. Wij blijven hier als enigen achter. Uw voorgangers en de andere staatssecretaris posten om de zoveel dagen leuke foto’s en selfies over hoe de migratieonderhandelingen vorderen. Elke dag dat de arizonapartijen niet tot een akkoord komen, gaat er 2,5 miljoen euro extra asielbudget de deur uit. Daar bent u allen verantwoordelijk voor.

Kjell Vander Elst:

Dank u voor uw antwoord. U hebt het herhaald: zoals ik het hoor, zal het bij Arizona allemaal sneller, beter, efficiënter en strenger worden. Dat lees ik alvast op de socialemediakanalen van collega Theo Francken. Het is jammer dat hij afwezig is. Ik kijk uit naar de voorstellen. Mevrouw de staatssecretaris, de vraag is wanneer we die zullen zien. Terwijl Arizona rondjes en cirkels blijft draaien, stevenen we immers misschien af op een asielcrisis en swingen de cijfers de pan uit.

Laat mij duidelijk zijn, ik verwacht van u geen wonderoplossingen, want die bestaan niet. Het is echter wel duidelijk dat we geen tijd te verliezen hebben. We stevenen recht op de muur af. U bent 2,5 jaar staatssecretaris, u bent bevoegd. Ik heb voor u twee suggesties: stop met talmen met die regeringsonderhandelingen en doe intussen uw job en zorg voor bijkomende beperkingen op het vlak van de instroom.

Voorzitter:

Einde van de mondelinge vragen.

De door Defensie getroffen voorbereidselen in het kader van de vredesplannen voor Oekraïne

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt het NAVO-standpunt (Vilnius 2023) dat Oekraïne pas kan toetreden na een duurzame vrede, maar zet nu in op praktische steun (training, wapens, F-16-coalitie) en bilaterale veiligheidsakkoorden. Trumps vage vredesplannen (gedemilitariseerde zone, uitgestelde NAVO-toetreding) werden besproken in NAVO/EU, maar zonder concrete actie door ontbrekende details. Dedonder bevestigt geen Belgische troepenplanning, maar openstaat voor toekomstige vredesinitiatieven—mits draagvlak. Frank benadrukt Europese verantwoordelijkheid om VS-steun te compenseren, met dringende oproep tot defensieplanning en publieke voorbereiding op moeilijke keuzes.

Luc Frank:

Madame la ministre, cette question est d'actualité car le président Zelensky vient précisément pour cette raison aujourd'hui à l'OTAN à Bruxelles. Ma question porte sur le rôle de la Belgique.

Des plans de paix pour l’Ukraine circulent. La presse américaine s'est fait l'écho d’un plan de paix de la future administration Trump qui impliquerait le déploiement de troupes d’interposition européenne le long d’une ligne de front gelée. L'idée que les Européens "s'impliquent physiquement dans le jeu" en matière de sécurité de l'Ukraine est une idée que des proches de Trump poussent depuis des mois. D’autre part, le nouveau vice-président J.D. Vance a préconisé une zone démilitarisée à la coréenne entre les positions russes et ukrainiennes si et quand les hostilités prennent fin.

De son côté, le plan de paix d'avril 2024 du nouvel envoyé spécial de Donald Trump pour l'Ukraine, le général Kellogg, prévoit notamment de reporter de dix ans l’entrée de l'Ukraine dans l'OTAN. Enfin, au niveau européen, le président français Emmanuel Macron a discuté de la possibilité de l’envoi de soldats de maintien de la paix avec le dirigeant polonais, Donald Tusk, et le chancelier allemand, Olaf Scholz. Le président ukrainien Volodymyr Zelensky a fait référence à cette idée lors d'une rencontre avec Friedrich Merz, qui est en passe de succéder à Olaf Scholz.

Madame la ministre, avez-vous eu l’occasion de discuter de ces différentes idées et projets avec votre collègue ukrainien ou avec vos autres collègues de manière bilatérale, ou dans le cadre de l'OTAN ou même de l'Union européenne? La Belgique a-t-elle une position ferme sur l'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN? Une planification a-t-elle été mise en place au sein de l'OTAN? La Défense est-elle en train de planifier des options pour une éventuelle participation belge à la mise en œuvre de tels plans et d'en évaluer les coûts?

Ludivine Dedonder:

Les déclarations de la future administration Trump ont effectivement été évoquées au cours des différentes réunions à l'OTAN et à l'Union européenne. Cependant, en l'absence de projet concret – il s'agit de simples déclarations faites par un candidat en campagne –, il n'est évidemment pas possible d'anticiper en détail les conséquences qui en découleraient, tant pour l'Ukraine que pour l'Europe.

En matière d'adhésion de l'Ukraine à l'OTAN, la Belgique s'inscrit pleinement dans la position de l'Alliance présentée à l'issue du sommet de Vilnius en 2023, à savoir qu'une invitation sera lancée à l'Ukraine dès lors que les alliés l'auront décidé et que toutes les conditions seront réunies. À ce titre, la fin durable du conflit constitue l'une des conditions préalables.

Lors du récent sommet de Washington, les alliés ont néanmoins effectué un pas vers l’Ukraine en avançant quatre initiatives: la création d’une plateforme OTAN de coordination de l’aide et des formations qui sont en faveur de l’Ukraine; la promesse d’un engagement financier fort; la désignation d’un représentant spécial de l’OTAN en Ukraine; la publication d’une déclaration commune OTAN-Ukraine.

Parallèlement à ces initiatives au sein de l’OTAN, plusieurs alliés, dont la Belgique, ont conclu avec l’Ukraine un accord bilatéral de coopération dans le domaine de la sécurité.

Notre pays s’inscrit aussi pleinement dans les efforts internationaux en faveur de l’Ukraine, notamment en participant aux formations et activités coordonnées par la mission européenne d’assistance militaire à l’Ukraine, en fournissant un appui matériel létal et non létal, et ce à titre national ou à travers des coalitions capacitaires telles que la coalition F-16, avec la formation des pilotes et des techniciens, la coalition artillerie ou la coalition pour le déminage en mer.

D’un point de vue belge, la Défense accueillera favorablement toute initiative visant à mettre fin de manière durable au conflit en Ukraine.

Luc Frank:

Madame la ministre, merci beaucoup pour la réponse. Nous restons en effet dans l’incertitude totale sur les contours que pourrait prendre le plan de paix et sur la possibilité de le mettre en œuvre. Les États européens, l’Union européenne, l’OTAN devront certainement prendre leurs responsabilités, agir plus et donc dépenser plus, soit en soutenant un accord de cessez-le-feu, une paix provisoire en étant sur le terrain, soit en renforçant le soutien à l’Ukraine, y compris pour remplacer un moindre soutien américain. Mais la question reste: avec quoi? Le 16 décembre, le président Trump a encore rappelé sa volonté de mettre en place une paix pour l’Ukraine, de stopper la guerre. Dans tous les cas, la Belgique devra jouer son rôle. J'espère que la Défense se prépare à toutes les options et qu’un processus de planification est en cours. Il est aussi nécessaire de préparer la population aux choix difficiles que nous allons devoir faire.

De bezoeken van de CHOD aan de militairen op missie in Afrika

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt zijn militaire samenwerking met Benin en DR Congo via gerichte opleidingen (commando’s, medisch, marine, ontmijning) en de training van Congolese snelle-reactiebrigades, wat door lokale partners als zeer effectief wordt beoordeeld. De minister benadrukt dat deze bilaterale programma’s – gestructureerd via jaarlijkse stafoverleggen – prioritair zijn voor stabiliteit in de regio, naast diplomatie en ontwikkelingshulp. Lacroix onderstreept het belang van een geïntegreerde aanpak (defensie, diplomatie, ontwikkeling) voor vrede in het Sahel- en Grote Merengebied, maar betreurt de opschorting van het modelproject in Niger (met Enabel) door politieke instabiliteit, met de hoop op heropstart bij verbeterde omstandigheden.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, dans le cadre de sa tournée annuelle de fin d'année, le CHOD s'est rendu dans deux pays d'Afrique dans lesquels des militaires belges sont déployés.

Au Bénin d'abord, où il a rendu visite à notre détachement à Ouassa. Là-bas, des soldats du 2 e bataillon de commandos, de l'engagement civilo-militaire, du 14 e bataillon médical et du centre d'entraînement des soldats du commando de la Garde républicaine béninoise s'entraînent.

En République démocratique du Congo (RDC) ensuite, où il a pu rencontrer son homologue, le général d'armée Christian Tshiwewe. Cette rencontre symbolise un partenariat clair en faveur de la paix et de la sécurité dans les régions de l'Est du Congo notamment. Il s'est également rendu à Kindu auprès des militaires du 2 e bataillon de commandos, du 14 e bataillon médical, du 6 Gp CIS et du 29 e bataillon logistique.

Madame la ministre, après toute cette tournée, pouvez-vous nous en dire plus sur le type de collaborations menées dans ces deux pays d'Afrique? Quels sont les retours du CHOD quant à la qualité du travail mené sur place, de la relation de partenariat et sur l'état de nos collaborations? Je ne vous demanderai évidemment pas de vous prononcer sur le futur, qui ne vous appartiendra peut-être pas. Je dis "peut-être" parce qu'on ne voit pas cet Arizona dont on parle si souvent poindre le bout du nez jusqu'à présent.

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lacroix, le Bénin et la République démocratique du Congo sont deux pays prioritaires pour la coopération militaire en Afrique sub-saharienne, comme stipulé dans la note de politique générale. La Défense entretient des programmes de coopération bilatérale avec ces deux pays, structurés par des réunions annuelles entre les états-majors, appelées commissions militaires mixtes.

Concernant le Bénin la coopération se structure actuellement autour de quatre piliers: la formation apportée à la Garde nationale, la formation d'équipages de la marine nationale dans le port de Cotonou, la formation des cadres en Belgique et diverses formations dispensées à la demande des autorités béninoises dans des domaines spécifiques comme le déminage, la marine, la communication stratégique et le renseignement.

Concernant la RDC, la coopération bilatérale s'oriente sur trois axes: la formation de cadres en Belgique et en RDC, l'équipement et l'entraînement de la 31 e Brigade de réaction rapide, et l'appui médical.

Après sa visite sur place, le CHOD a souligné la grande satisfaction exprimée par nos partenaires africains ainsi que la grande qualité des activités menées ces dernières années. Particulièrement en RDC, l'encadrement fourni aux instructeurs congolais de la 31 e Brigade de réaction rapide a permis de former des sous-unités entraînées et performantes. Cela a été confirmé de vive voix par les dirigeants congolais qui ont participé à la visite du centre d'entraînement à Kindu avec le CHOD et, notamment, par le chef d'état-major général des armées.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, je vous remercie beaucoup pour vos réponses. Il est vrai qu'en 2017, le président de la République démocratique du Congo d'alors avait unilatéralement cessé toute coopération militaire. Le ministre Reynders en charge des Affaires étrangères et, temporairement, de la Défense avait relancé cette coopération. Puis, vous, vous l'avez significativement augmentée en en faisant l'une des nombreuses priorités de reconstruction de votre mandat. Nous voyons bien qu'afin de garantir la sécurité et la paix dans la région du Sahel et des Grands Lacs, il est fondamental de travailler sur une approche globale, s'appuyant sur la Défense et la diplomatie, mais également sur la coopération au développement. En commission des Relations extérieures, nous avons eu toute une série d'auditions et de débats sur la coopération au développement, singulièrement en Afrique, et sur l'intérêt de la maintenir, y compris à travers le travail de nos militaires sur place qui peut être considéré comme une forme de coopération au développement dans le cadre d'une approche globale, parce que cela stabilise d'abord les institutions, ensuite les hommes et les femmes qui composent ces pays, puis les populations et, enfin, l'équilibre géopolitique fragile de l'Afrique. Nous savons qu'un tel équilibre est fragmenté de nos jours en Orient, au Moyen-Orient, en Ukraine et en Afrique, donc dans des zones très proches de l'Europe. C'est pourquoi j'insiste sur la nécessité d'honorer toutes les demandes de la résolution qui fut portée par mon groupe sous la précédente législature. Il importe que cette approche constitue une occasion pour travailler en toute cohérence avec vos collègues des Affaires étrangères et de la Coopération au développement. Nous avions salué la mise en place du premier projet d'approche globale avec Enabel au Niger. À ce stade, nous ne pouvons que regretter qu'il ait été suspendu, tant l'impact sur la population était favorable. J'espère donc que, lorsque la situation politique sur place sera davantage stabilisée, nous pourrons reprendre la mise en œuvre de ce projet.

De stijging van de gemiddelde duur van de asielopvang

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De gemiddelde verblijfsduur in asielopvang stijgt (531 dagen) ondanks maatregelen zoals versnelde uitstroom na negatieve beslissingen en maaltijdcheques, door hoge instroom, werkachterstand bij asieldiensten, woningnood, medische gevallen en rechterlijke beslissingen—hoewel de uitstroom wel toeneemt (nu >2.200/mnd). Een extreem geval (9 jaar opvang) betreft een zwaar zieke persoon met een afgeronde asielprocedure maar een lopende alternatieve verblijfsregeling (zorgoverdracht loopt). De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) wordt door oppositie aangewezen als belangrijke bottleneck (rechterlijke beslissingen vertragen procedures), maar een gevraagde hoorzitting haalt geen parlementssteun. Staatssecretaris bevestigt meervoudige aanpak nodig: versnelde procedures, betere terugkeerintegratie en structurele oplossingen voor woningmarkt en medische dossiers.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, een gemiddelde verblijfsduur van 531 dagen in opvangcentra voor asielzoekers betekent opnieuw een stijging ten opzichte van 2023 en 2022. Die stijging vinden wij onverwacht, want in juni hebt u maatregelen genomen om de gemiddelde verblijfsduur in een opvangcentrum te verkorten. Iedereen die sindsdien een negatieve asielbeslissing kreeg, moest de asielopvang binnen een periode van dertig dagen verlaten. Daarnaast werd sinds enige tijd ook het systeem van de maaltijdcheques ingevoerd.

We zijn intussen een half jaar verder, dus redelijkerwijs zouden we mogen verwachten dat de effecten van uw gewijzigd beleid al voelbaar zouden zijn. Mevrouw de staatssecretaris, hoe verklaart u dat de gemiddelde verblijfsduur in de opvangcentra voor asielzoekers stijgt, ondanks de maatregelen die u hebt genomen om die te doen dalen? Welke bijkomende maatregelen zouden er volgens u genomen kunnen worden om de gemiddelde opvangduur te doen dalen?

Uit een antwoord op een schriftelijke vraag die ik indiende, blijkt dat de langste verblijfsduur in een opvangcentrum maar liefst 3.419 dagen bedraagt, meer dan negen jaar. Het zou om een zwaar zieke persoon gaan die ten laste van de asieldiensten in een zorginstelling verblijft. Hoe komt het dat iemand negen jaar lang ten laste van Fedasil in een opvangcentrum kan verblijven zonder een antwoord op zijn of haar asielverzoek? Voor dergelijke personen bestaat de medische regularisatie, maar hoe komt het dat die in dit geval niet is toegepast?

Nicole de Moor:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, de gemiddelde verblijfsduur in de opvang is de afgelopen periode inderdaad niet gedaald. Asielzoekers moeten te lang in de opvang blijven. Meerdere factoren spelen daarbij een rol. De verblijfsduur is vandaag vooral heel duidelijk het gevolg van de hoge instroom en de stijgende werkachterstand bij de asielinstanties, maar daarnaast spelen ook de crisis op de woningmarkt, rechterlijke beslissingen over het recht op opvang, de medische situatie van de opvangbegunstigden en de terugkeermogelijkheden allemaal een rol.

De genomen uitstroommaatregelen zijn wel degelijk effectief, want we stellen gelukkig ook een gestegen uitstroom vast. We kunnen dus niet beweren dat de aanwervingen bij de asieldiensten niets hebben opgeleverd. Dat heeft mevrouw Van Balberghe gisteren ook goed toegelicht. De output is wel degelijk gestegen, maar we kennen nog altijd een hoge instroom. Hoewel de uitstroommaatregelen vanaf juli 2024 in werking traden, worden die effecten pas op langere termijn merkbaar en blijven ook andere belangrijke factoren, zoals aangekaart, de gemiddelde verblijfsduur beïnvloeden.

Voorlopig kunnen wij concluderen dat de maatregelen dus wel een effect hebben gehad. Immers, terwijl tussen februari 2023 en juni 2024 de uitstroom per maand slechts twee keer boven 2.000 personen per maand lag, ligt hij sinds juli 2024 ononderbroken boven 2.200 personen per maand, met een piek in juli 2024 van 2.887 personen die de opvang hebben verlaten.

Er zal op alle factoren moeten worden ingezet om de verblijfsduur naar een redelijke termijn te herleiden, namelijk minder uitstroom, snellere procedures en meer mogelijkheden in het kader van terugkeer en integratie.

Zoals u weet, kan ik geen individuele informatie delen over de persoon die al zo lang in het opvangnetwerk verblijft. Het is dus niet evident om op uw vraag te antwoorden. Ik kan wel meegeven dat het om een persoon gaat met heel erg zware medische problemen en die in een instelling moest worden opgevangen. Hij verblijft dus niet in een opvangnetwerk, maar in een zorginstelling. De asielprocedure werd negatief beoordeeld. Er is inmiddels echter een andere verblijfsprocedure, die tot een positief resultaat heeft geleid. Daardoor zitten wij in een proces om de betrokkene over te dragen aan de nodige zorginstellingen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord.

Gisteren was er inderdaad een hoorzitting met Sophie Van Balberghe, commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Zij liet blijken dat haar job onmogelijk werd gemaakt door rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Dat verklaart ook de lange verblijfsduur in de opvangcentra voor asielzoekers.

Wij wilden een hoorzitting vragen met de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Omdat het quorum echter niet bereikt is en parlementsleden het niet belangrijk vinden om hun job uit te oefenen, kunnen wij dat nu helaas niet vragen.

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, ik kan dat idee alleen maar steunen. Het is een goed idee. De hoorzitting met mevrouw Van Balberghe was heel interessant. Ik heb geprobeerd delen ervan te volgen. Het was een goed en open debat. Ik weet dat ook de heer Roosemont op korte termijn naar de commissie zal komen. Het is geen slecht idee om ook een dergelijke hoorzitting te houden met de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Voorzitter:

Wij proberen inderdaad met de commissie de traditie voort te zetten. Wij nodigen altijd de verschillende asielinstanties uit voor een interessante hoorzitting.

Voorzitter:

Vraag nr. 56001280C van mevrouw Van Belleghem wordt ingetrokken.

De bijdrageplicht voor werkende asielzoekers

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Staatssecretaris Nicole de Moor belooft transparantie over de aangepaste bijdrageplicht voor asielzoekers met inkomsten (ingegaan op 1 juli 2024), maar kan nog steeds geen definitief antwoord geven omdat Fedasil de benodigde gegevens (kruising van data) nog niet heeft geleverd, ondanks herhaalde beloftes en een wachttijd van maanden. Van Belleghem dringt aan op spoedige feedback, zelfs tijdens het kerstreces, om de 30-dagentermijn te vermijden. De Moor benadrukt trots op het complexe wettelijke en controle-traject, maar biedt geen concrete timing.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, op 1 juli 2024 wijzigde de bijdrageplicht voor asielzoekers met beroeps- of andere inkomsten die tegelijk materiële hulp krijgen.

Op 23 juli heb ik daarover een schriftelijke vraag ingediend, maar u zei toen dat het nog te vroeg was om mij daarop een antwoord te geven. Vol goede moed diende ik eind oktober mijn vraag opnieuw in en meende effectief antwoord te zullen krijgen. Gisteren, op 17 december, hebt u mij dan eindelijk een antwoord gestuurd. Dat luidde als volgt: "Ik verwacht een antwoord te krijgen van Fedasil in de week van 16 december."

Dat is deze week, dus mijn vraag is of u al antwoord hebt gekregen van Fedasil. Zo ja, kunt u mij dat dan bezorgen?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, u hebt ondertussen een antwoord gekregen op uw vraag, maar ik wil u gerust het antwoord van Fedasil voorlezen.

Francesca Van Belleghem:

Ik kan het natuurlijk zelf lezen, maar in het antwoord op de vraag staat: "Fedasil hoopt in de week van 16 december het resultaat van die kruising te krijgen." We zijn nu in de week van 16 december, dus mijn vraag is…

Nicole de Moor:

Als ik het antwoord had gekregen, dan zou ik het u gegeven hebben. Ik heb u het antwoord gegeven zoals ik dat ontvangen heb. Ik heb u ook uitgelegd waarop we wachten en ik heb u de cijfers gegeven waarover we vandaag al beschikken.

Francesca Van Belleghem:

Als u deze week het antwoord nog zou ontvangen, kunt u ons dat dan bezorgen in het kerstreces, zodat ik niet de hele antwoordtermijn van 30 dagen moet afwachten?

Nicole de Moor:

Ik heb er geen probleem mee om daarover transparant te zijn. Ik ben bijzonder fier op het traject dat we hebben afgelegd. Het was een heel moeilijk traject om die bijdrageplicht niet alleen in een wet te gieten, maar er ook voor te zorgen dat we dat kunnen controleren.

De kostprijs voor de hotelopvang van asielzoekers

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Francesca Van Belleghem vraagt herhaaldelijk om verduidelijking of de opgegeven kostprijs (duizenden euro’s) voor hotelopvang de jaarlijkse of maandelijkse uitgave in 2024 betreft, maar staatssecretaris Nicole de Moor ontwijkt een direct antwoord en benadrukt enkel dat het om een *maximale budgettaire impact* gaat (niet voor een volledig jaar). De Moor verwijst naar een eerder schriftelijk antwoord, zonder concrete jaarsom te geven.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, het antwoord op een schriftelijke vraag is mij niet helemaal duidelijk. Daarom vraag ik een kleine verduidelijking.

De kostprijs die ik heb ontvangen – de vele duizenden euro’s – is dat de totale kostprijs voor 2024 of is dat het budget voor een maand? Dat blijkt niet duidelijk uit het schriftelijke antwoord.

Nicole de Moor:

Het betreft de maximale budgettaire impact. We hebben de dagprijs en de maximaal voorziene capaciteit vermeld. U kunt dan de berekening van de maximale budgettaire impact maken, maar wij hebben ze ook voor u gemaakt.

Francesca Van Belleghem:

Is dat het bedrag voor 2024 of voor één maand?

Nicole de Moor:

Die plaatsen zijn niet over het hele jaar 2024 gebruikt. Het kan nooit voor een heel jaar zijn.

Francesca Van Belleghem:

Mijn vraag was wat de kostprijs bedroeg voor de hotelopvang voor één jaar. Hoeveel hebt u daarvoor betaald?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, ik heb op uw vraag geantwoord. U hebt een volledig antwoord ontvangen.

Francesca Van Belleghem:

Ik zal het nader bekijken.

De situatie in Syrië en het beleid van het CGVS inzake terugkeer
De asielaanvragen van Syriërs
Syrische vluchtelingen in België
De opschorting van de behandeling van de asielaanvragen van Syriërs
De situatie van Syrische vluchtelingen en asielbeleid in België

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na het vertrek van Assad blijft Syriës toekomst onzeker, waardoor het CGVS 3.111 asielaanvragen van Syriërs opschort tot de situatie ter plaatse duidelijker is, zonder te wachten op volledige stabiliteit. 35.000 Syriërs kregen al bescherming in België, met dit jaar 4.725 nieuwe aanvragen, maar huidige beslissingen worden uitgesteld wegens onduidelijkheid over mensenrechten (minderheden, vrouwen) onder een mogelijk nieuw regime. Het exacte aantal asielzoekers in opvang is nog niet bekend, maar de staatssecretaris belooft dit later te bezorgen. De focus ligt op afwachten en latere risicobeoordeling op basis van nieuwe informatie.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik had deze vraag ingediend de dag nadat dictator Al-Assad Syrië was ontvlucht, dus ze is minder actueel.

U hebt daarover al antwoorden gegeven in de Kamer, maar kunt u mij een laatste stand van zaken geven?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, heel wat collega's hadden daarover vragen ingediend, maar ik beperk mij tot het geven van een update over de situatie.

De snelheid van de ontwikkelingen in Syrië heeft de internationale gemeenschap verrast. Ik hoop, samen met iedereen, dat de vrede en stabiliteit kan terugkeren in Syrië, maar het blijft afwachten. We zijn nog niet zo heel lang na het omverwerpen van het regime, dus het is te vroeg om te zeggen wat de toekomst zal brengen. Het enige wat we kunnen zeggen, is dat Al-Assad weg is, maar we weten nog niet wat er in de plaats komt. We kennen dat nieuwe regime onvoldoende.

Hoe zal het nieuwe regime eruitzien en zal er stabiliteit zijn? Als er een nieuw regime is, hoe zal het zich opstellen tegenover bijvoorbeeld de christelijke of Koerdische minderheden en zal het de vrouwenrechten beperken? Dat zijn vragen waarop we op dit moment geen antwoord kunnen geven, dus kunnen we ook onmogelijk een antwoord geven wat betreft de mensen die hier bescherming aanvragen.

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen heeft daarom beslist om die asielaanvragen on hold te zetten tot er een duidelijker zicht is op de situatie. Dat betekent echter niet dat het per definitie wacht tot er vrede en stabiliteit is in Syrië, maar het commissariaat wacht wel met het opnieuw nemen van beslissingen tot het een zicht heeft op de situatie ter plaatse, of het nu de goede of de slechte kant uitgaat.

Ik kan wel nog een aantal cijfers geven. De afgelopen tien jaar kregen ongeveer 35.000 Syriërs bescherming in ons land. Ook dit jaar zijn Syriërs trouwens de eerste nationaliteit wat asielaanvragen betreft. Tot en met oktober waren het er 4.725 en momenteel wachten nog 3.111 Syriërs op een beslissing van het CGVS. Dat betekent dat deze mensen op dit moment geen beslissing in hun asielaanvraag zullen krijgen. Het CGVS zal afwachten en later het risico op vervolging in de toekomst beoordelen op basis van alle objectieve informatie waarover het dan zal beschikken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, weet u ook hoeveel van die 3.111 er in een asielopvang verblijven of kunt u daarop nu geen antwoord geven?

Nicole de Moor:

Ik heb daar een zicht op, ik heb alleen het exacte cijfer niet bij mij. Ik zal het opzoeken en het u bezorgen.

Illegale migratie over het Kanaal
Het actieplan tegen mensensmokkel en transmigratie
Maatregelen tegen illegale migratie en mensensmokkel

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Calaisgroep (VK, FR, DE, NL, BE + EU) versterkt in 2025 de gezamenlijke aanpak van illegale migratie en mensensmokkel via het Kanaal, na concrete successen zoals het ontmantelen van criminele netwerken (o.a. botenleveranciers) en beslag op 600 reddingsvesten, maar blijvende dodelijke incidenten. Het vijfpuntactieplan 2025 mikt op systeemontwrichting van smokkelnetwerken via intensievere samenwerking, justitiële vervolging en preventie in derde landen, met focus op sociale media waar smokkelaars actief zijn. Frontex’ operatie Opal Coast (met surveillancedrones en live-datadeling) wordt als effectief beoordeeld voor grensbewaking, terwijl bilaterale samenwerking met het VK (bv. Zeebrugge) cruciaal blijft. België benadrukt Europese solidariteit maar erkent dat tragedies aanhouden door escalerende smokkelmethodes.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

De illegale migratie via de zogenaamde Kanaalroute piekt. Sinds januari wisten bijna 34.000 migranten Groot-Brittannië via deze weg te bereiken. Daarbij zijn ondertussen minstens 70 mensen om het leven gekomen.

Om dit fenomeen onder controle te krijgen en de strijd tegen de criminele netwerken die zich bezighouden met illegale immigratie in Europa op te voeren, kwamen de ministers van Binnenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Nederland en België op 10 december in Londen bijeen. Aan dit overleg namen ook vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de agentschappen van Frontex en Europol deel om een "versterkt actieplan" voor 2025 op tafel te leggen.

Graag een antwoord op volgende vragen:

Wat zijn de voornaamste conclusies die uit dit overleg kunnen getrokken worden?

Wat leverde deze bijeenkomst concreet op? Welke initiatieven werden genomen en/of aangekondigd?

Wat houdt het “verstrekt actieplan" voor 2025 precies in?

Eind 2021 riepen Frankrijk en België al de bijstand in van Frontex. Hoe beoordeelt u in het algemeen de inzet van Frontex op dit vlak? Welke concrete resultaten leverde deze operatie op?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, op 10 december 2024 vond in Londen de vierde bijeenkomst plaats van de ministers van Binnenlandse Zaken en Migratie van de Calaisgroep. Samen met collega Annelies Verlinden vertegenwoordigde ik ons land. Verder waren ook de bevoegde ministers uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland aanwezig, evenals de Europese Commissie en de agentschappen Europol en Frontex.

Het overleg richtte zich op het versterken van de gezamenlijke aanpak van irreguliere migratie en mensensmokkel. In de afgelopen zes maanden hebben gezamenlijke onderzoeken via Europol, Eurojust, en de wethandhavingsinstanties van de Calaisgroep in die landen geleid tot concrete resultaten. Zo werden meerdere criminele netwerken ontmanteld, waaronder een belangrijke leverancier van boten aan mensensmokkelaars, en minstens twintig personen die gelinkt zijn aan een van Europa's grootste smokkelnetwerken. Daarnaast werden levensgevaarlijke uitrustingen, zoals 600 reddingsvesten, bedoeld voor Kanaalovertochten, in beslag genomen.

Ondanks deze successen blijven tragedies langs migratieroutes een groot probleem. Criminele netwerken maken schaamteloos misbruik van kwetsbare migranten en hanteren steeds gevaarlijker methodes die mensenlevens in gevaar brengen. Om hier sterker tegen op te treden, hebben de partners van de Calaisgroep besloten hun samenwerking te intensifiëren en voort te bouwen op bestaande structuren. Het doel is de verdienmodellen van de mensensmokkelaars te ontmantelen en hun netwerken effectief voor de rechter te brengen.

Hiervoor hebben de ministers een vijfpuntenprioriteitenplan voor 2025 goedgekeurd dat online beschikbaar is. Zoals de naam van dit plan weergeeft, gaat het om acties die in 2025 worden uitgerold.

De federale regering zal er opvolging aan geven via Justitie en Binnenlandse Zaken. Wat mijn diensten betreft, ligt de focus op samenwerking in Calaisformaat rond preventie in derde landen en op het werken rond sociale media waar de smokkelaars actief op zijn.

Frontex, Frankrijk en België werken nauw samen in een gezamenlijke grensbewakingsoperatie, operatie Opal Coast. Frontex biedt hierbij technische en operationele ondersteuning met surveillanceluchtvaartuigen die zijn uitgerust met maritieme radars en met technische camera's die live beelden en gegevens doorsturen naar onze monitoringscentra.

België is tevreden over deze samenwerking, die een belangrijke bijdrage levert aan de versterkte grenscontroles en aan meer veiligheid in de regio. Bovendien onderstreept het de kracht van Europese solidariteit en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen grensoverschrijdende criminaliteit.

Ook met het VK hebben wij een goede en zeer gewaardeerde bilaterale samenwerking, bijvoorbeeld in de haven van Zeebrugge. Over de details van deze politionele samenwerking kunt u collega Verlinden uiteraard verder bevragen.

Francesca Van Belleghem:

Dank u wel voor uw toelichting.

De stijging van het budget voor Fedasil

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De staatssecretaris verklaart dat het prognosemodel voor asielopvang (beheerd door FOD Binnenlandse Zaken) op basis van historische data en vijf instroomscenario’s de benodigde capaciteit voor 2025 ramend op 33.500 plaatsen in het middenscenario, maar benadrukt dat dit louter een budgettaire oefening is zonder garantie op realiteit. De begrotingsstijging van €8,8 miljoen in 2025 is een *annualisatie-effect* (12 maanden financieren i.p.v. 7 in 2024) en geen uitbreiding, terwijl het laagscenario onwaarschijnlijk wordt geacht. Van Belleghem dringt aan op transparantie (kopie model) en wijst op de voorspelbare stijging van asielaanvragen onder de Vivaldi-regering, maar krijgt geen concreet antwoord op haar vraag. De voorzitter verwijst haar door voor een nieuwe schriftelijke vraag.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, het opvangbudget van Fedasil zou in de eerste drie maanden van 2025 – exclusief indexering – stijgen met 8,8 miljoen euro. Volgens het Rekenhof zou dit het gevolg zijn van volume-effecten die berekend werden aan de hand van het prognosemodel.

Kunt u ons een kopie overmaken van dit prognosemodel? Welke volume-effecten worden verwacht? Kunt u verduidelijken waarom de begroting de facto stelt dat het budget voor Fedasil dient te stijgen omdat men uitgaat van het scenario van niet-sluiting van de bestaande opvangcapaciteit?

Wat is het bestcase- en wat is het worstcasescenario voor het aantal benodigde opvangplaatsen voor asielzoekers in 2025?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, het prognosemodel is een wiskundig basismodel dat wordt beheerd door de cel Ketenmonitoring van de FOD Binnenlandse Zaken, dat op basis van Europese methodologie en Belgische historische data een raming maakt van de instroom van alle asielaanvragen voor de komende maanden, de verwachte werkvoorraad van alle asielinstanties en de benodigde opvangcapaciteit. Het gaat uit van vijf scenario's van instroom – van extreem laag tot extreem hoog – met de toekenning van een bepaalde probabiliteit en wordt minstens tweemaal per jaar geüpdatet in functie van de budgettaire cyclus.

In het model worden meer dan 140 parameters in rekening gebracht. Het zit in een continu proces van evaluatie en verbetering, met onder andere input van het Federaal Planbureau, BOSA, de Inspectie van Financiën, en uitwisselingen met de dienst Ketensturing in Nederland.

Zoals collega Bertrand in een vorige commissie voor Financiën en Begroting al toelichtte, is het aan een volgende regering om te bepalen hoe de opvangcapaciteit in de volgende jaren moet evolueren. Wij hebben gezorgd voor een begroting die de continuïteit van het bestaande opvangnetwerk garandeert.

Het volume-effect dat het Rekenhof signaleerde, gaat over een annualisatie. Kortweg gesteld: in 2024 werden er in het voorjaar opvangcentra geopend waarvoor men slechts zeven maanden budget nodig heeft. Als die centra heel 2025 open moeten blijven, heeft men budget voor 12 maanden nodig. Dat kan men beschouwen als een budgettair volume-effect. Het gaat dus niet over bijkomende opvangplaatsen, maar men moet wel gedurende heel 2025 plaatsen financieren die men misschien in maart 2024 heeft geopend, waardoor men in 2024 niet de volledige 12 maanden heeft moeten betalen.

De FOD BOSA is eerst uitgegaan van een laag-instroomscenario in 2025, wat minder opvangplaatsen vereiste, en heeft daarna het verschil tussen laag- en middenscenario als een provisie gezet, dus een budgettaire verzekering, omdat het op basis van de gegevens van 2024 concludeerde dat het laagscenario in 2025 eerder onwaarschijnlijk is. De laatste update van het prognosemodel stelt dat België in dat scenario eind 2025 33.500 plaatsen nodig zou hebben.

Ik wil echter benadrukken dat deze oefeningen allemaal voorbarig en heel abstract zijn. Dat is een puur budgettaire oefening. Het is duidelijk dat we niet oneindig veel plaatsen kunnen bij creëren. We hebben vandaag ook minder plaatsen dan we er eigenlijk nodig zouden hebben om iedereen op te vangen. Dat is een puur budgettaire oefening, geen oefening die men naar de realiteit van vandaag kan doortrekken.

Met verschillende beleidsmaatregelen wordt vooral getracht om die instroom naar beneden te krijgen, zodat men ook de benodigde capaciteit en de budgetten die men daarvoor moet voorzien naar beneden kan krijgen. Uiteraard moet om begrotingstechnische redenen zo'n oefening worden gemaakt. Ik weet dat ik in herhaling val, maar ik heb al heel vaak gezegd dat asiel geen absolute of exacte wetenschap is. Het is onmogelijk om dat te voorspellen, ook al vraagt een budgettaire oefening wel dat we daar cijfers op plakken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, het is inderdaad geen exacte wetenschap, maar we konden er wel vanuit gaan dat met de vivaldiregering het aantal asielaanvragen zou stijgen en dat is ook zo gebleken.

Ik dank u voor de uitgebreide uitleg, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of we een kopie van dat prognosemodel zouden kunnen krijgen.

Nicole de Moor:

(…)

Francesca Van Belleghem:

Twee jaar geleden hebben we van het Rekenhof een bestcase- en een worstcasescenario ontvangen, een raming van het aantal opvangplaatsen voor een bepaald jaar, dus er moet toch iets op papier bestaan.

Voorzitter:

Ik kan niet antwoorden in de plaats van de staatssecretaris. U zult hierover dus opnieuw een vraag moeten indienen.

Het implementatieplan voor het EU-migratiepact en het solidariteitsmechanisme
Het implementatieplan van het Europese asiel- en migratiepact
EU-asiel- en migratiepactimplementatie en solidariteitsmechanisme

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België diende zijn technisch-administratief implementatieplan voor het EU-migratiepact tijdig in (12/12), maar onder politieke en budgettaire voorbehouden vanwege de lopende regeringsvorming, waardoor politieke validatie en openbaarmaking uitblijven tot een nieuwe regering besluit. Het plan bevat concrete operationele details (bv. capaciteit grenscentra, Eurodac-aansluiting) maar geen nieuwe beleidskeuzes, terwijl transparantie beperkt blijft ondanks parlementsvragen – andere landen (bv. Nederland) publiceerden hun plannen wel. Kritiek richt zich op het ontbreken van een "Australisch model" (strengere externalisering) en de afhankelijkheid van lidstaten: zonder hun medewerking (bv. solidariteitsmechanisme) dreigt het pact te falen, hoewel de EU druk kan uitoefenen via verplichtingen en beheer door de Commissie. Parlementariërs eisen inzage maar krijgen enkel de belofte van latere betrokkenheid bij wetgevende omzetting.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, ik heb al een aantal keren vragen gesteld over het Europees migratiepact en ik zal vragen blijven stellen. Het is heel erg belangrijk om het migratiebeleid van ons land de komende jaren, en misschien zelfs decennia, vorm te geven. Er staan zeer goede elementen in het migratiepact; ik ben er zelfs voorstander van. Er staan echter ook zaken in die mij de wenkbrauwen doen fronsen en waarvoor ik mijn hart vasthoud.

Het kalf ligt gebonden in de implementatie en uitvoering. Ik zit daar al een tijdje op mijn honger, moet ik eerlijk bekennen. De deadline voor het indienen van het implementatieplan was 12 december. Ik hoor dat België op tijd was, maar dat niet alle landen op tijd waren. De woordvoerder van de Europese Commissie bevestigde dat de implementatieplannen publiek mogen worden gemaakt. Meer zelfs, het voor sommigen gidsland Nederland heeft dat al gedaan. Het Nederlandse implementatieplan is online terug te vinden.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot ons implementatieplan? Mag ik dat inzien en lezen? U zei daarstraks dat u bereid bent transparant te zijn en ik kom dus graag terug op uw belofte om transparant te zijn. Wilt u het implementatieplan openbaar maken? Indien niet, waarom niet? Hoe waarborgt u de nodige transparantie ten aanzien van het Parlement?

Kunt u bevestigen dat het Belgisch implementatieplan op tijd werd ingediend? Kunt u meegeven welke landen niet op tijd waren? Ik hoor dat een aantal landen weigert deel te nemen aan het solidariteitsmechanisme. Hoe gaan wij daarmee om? Kunnen wij lidstaten verplichten om een bijdrage te leveren? Welke mogelijkheden hebben wij om druk uit te oefenen op de landen die niet willen meedoen?

Maaike De Vreese:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, België heeft zijn implementatieplan inderdaad op de valreep ingediend. Het implementatieplan is een administratief werkdocument dat in kaart brengt wat er in België precies moet gebeuren om het nieuwe pact vanaf juni 2026 te kunnen toepassen. Zoals collega Vandemaele zegt, we zullen in de commissie voor Binnenlandse Zaken dus nog heel wat vragen kunnen stellen over die implementatie.

Het implementatieplan bestaat uit verschillende stappen. Zo zullen onder andere onze diensten zich moeten aansluiten op de nieuwe Eurodacdatabank en moet de capaciteit voor de overdracht van asielzoekers naar andere lidstaten worden verhoogd. De deadline voor de indiening van het plan was 12 december 2024. Via de pers vernamen we echter dat verschillende lidstaten die deadline niet hebben gerespecteerd of gehaald, hoewel lidstaten als Duitsland en Spanje – niet de minste – hadden opgeroepen voor een versnelde uitrol van het pact.

In het verleden heeft onze fractie zich steeds kritisch opgesteld tegenover dat pact, wat u wel weet, mevrouw de staatssecretaris. De paradigmashift naar een Australisch model met een externalisering blijft uit en de basisfilosofie van het pact zit volgens ons verkeerd en zal niet volstaan. Het pact gaat nog altijd uit van open asielgrenzen na illegale binnenkomst in Europa, waardoor het in feite een aantrekkelijke optie blijft voor illegale migranten.

Mevrouw de staatssecretaris, verschillende lidstaten hebben hun plan niet tijdig ingediend. Waarom was het volgens u dan wel nodig om dat in de periode van lopende zaken te doen?

Kunt u het Belgisch implementatieplan toelichten? Welke zijn de belangrijkste uit te voeren ingrepen? Wanneer zal het Belgisch implementatieplan volledig worden uitgevoerd?

Wat is de laatste stand van zaken omtrent de indiening van de implementatieplannen van andere lidstaten? Hoe groot schat u de kans in op een vervroegde uitrol van het Europese migratiepact?

Hoewel wij kritisch staan tegenover het migratieplan, erkennen we wel dat er zeer belangrijke stappen mee gezet worden, die inderdaad zo snel als mogelijk moeten worden uitgevoerd.

Nicole de Moor:

Collega's, ik kan u inderdaad bevestigen dat het Belgisch Nationaal Implementatieplan op 12 december tijdig werd ingediend bij de Europese Commissie. Zoals ik al eerder heb toegelicht, is dat nationaal implementatieplan een administratief document van onze diensten en van andere diensten die daarbij betrokken zijn, dus niet alleen van de migratiediensten. Dat plan beschrijft op een heel technisch- administratief vlak hoe de verschillende overheidsdiensten de nieuwe wetgeving zullen toepassen. Het is dus een technisch plan dat werkprocessen uiteenzet en dat in een latere fase door de politiek verantwoordelijke zal worden aangevuld.

Ons plan is ingediend onder twee heel belangrijke voorwaarden: een politieke disclaimer en een budgettaire disclaimer.

De besprekingen op het politieke en het budgettaire vlak zijn nog volop lopende in ons land. Mijnheer Vandemaele, we zitten inderdaad rond de tafel met collega De Vreese om een regering te vormen en niet met u. Ik begrijp dat u op uw honger blijft zitten en dat het voor u moeilijker is om een zicht te krijgen op de politieke keuzes die in de toekomst zullen worden gemaakt. Die gesprekken zijn volop aan de gang en zijn heel constructief. Zodra er een nieuwe regering is, zult u daarop meer zicht krijgen. Ik kan u in deze commissie nog geen volledig beeld geven.

Waarom vond ik het dan toch belangrijk om dit plan in te dienen? Omdat onze diensten zich zo goed mogelijk moeten kunnen voorbereiden op een correcte uitvoering van dat pact in België. Ik wil ons land zo goed mogelijk voorbereiden en zal binnen mijn bevoegdheden en in lopende zaken alle nodige beslissingen nemen om de migratiediensten te ondersteunen bij hun belangrijke taken. Ook dat maakt immers deel uit van een periode van lopende zaken, mevrouw De Vreese. We mogen geen gat laten vallen en moeten de diensten ondersteunen om de verplichtingen op Europees vlak zo goed mogelijk voor te bereiden.

De nationale plannen van de lidstaten maken deel uit van de diplomatieke correspondentie tussen de lidstaten en de Commissie. Dit is dus in essentie een bilateraal traject, waarbij lidstaten op basis van hun nationale situatie de Commissie inlichten. België heeft heel duidelijk gemaakt dat we geen regering in volheid van bevoegdheid hebben.

Het is niet aan mij om te communiceren over de situatie of de gevolgde tijdslijnen in andere lidstaten. Ik kan u wel zeggen dat ik de voorbije week met heel veel collega's contact heb gehad. Er was vorige week toevallig ook een JBZ-raad op de dag dat wij ons plan hebben ingediend. In het rondetafelgesprek dat we hebben gevoerd over de opvolging van het implementatieplan hebben alle lidstaten bevestigd dat zij volop bezig zijn met die implementatieplannen. De meesten hebben al een plan ingediend en degenen die dat nog niet hebben gedaan, zeiden dat het een kwestie van dagen of weken was.

Mijnheer Vandemaele, u sprak al over sancties voor landen die niet willen meewerken aan het pact. Ik moet u teleurstellen. Rond de Europese tafel is er veel meer enthousiasme over het pact dan er bij u is.

Nu, wat de openbaarmaking van het finale Belgisch implementatieplan betreft, wanneer er een politiek verantwoordelijke is, en er ook politieke keuzes gemaakt kunnen worden, zal die beslissing aan mijn eventuele opvolger overgelaten worden.

U vraagt ook transparantie, mijnheer Vandemaele. U doet alsof het om een soort geheim plan gaat, maar ik kan u zeggen: er is volledige transparantie. Het Europees Asiel- en Migratiepact is op Europees niveau aangenomen door de medewetgevers. Die plannen zijn volledig toegankelijk. Negen van de tien instrumenten van het pact zijn trouwens verordeningen die geen omzetting in nationale wetgeving vereisen. Er is één richtlijn die België wel moet omzetten. Uiteraard zullen de nationale parlementen daarbij betrokken worden zodra er wetgevende projecten worden ingediend om de implementatie van het pact te faciliteren.

Op de vraag wat er dan allemaal in het plan zit, kan ik antwoorden dat het een heel concreet beeld geeft van onze diensten. Nemen we nu de grensprocedure. Wij hebben in België al een grensprocedure. Wij moeten voorzien in capaciteit aan de grens. Wel, wij hebben in dat plan beschreven wat de huidige capaciteit is in de gesloten centra aan onze grens en hoeveel personen er vastgehouden kunnen worden in het gesloten centrum Caricole. Dat staat allemaal in het plan beschreven. Ook hoeveel mensen daar werken en hoeveel mensen specifiek voor onze grensprocedure werken. Het plan bevat dus heel technische details. Niets nieuws, want alles wat wij moeten doen kunt u lezen op de website van de Europese diensten.

Het pact voorziet voor het eerst in een permanent en verplicht solidariteitsmechanisme, zodat de lidstaten niet alleen staan bij migratiedruk. De lidstaten dragen flexibel bij aan dit mechanisme en kiezen zelf hoe zij solidariteit tonen. De Europese Commissie beheert het systeem en kan dus altijd optreden wanneer de lidstaten hun verplichtingen niet zouden nakomen.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, u zei dat ik alles kan terugvinden en dat er helemaal niets geheim is aan dat plan. Ik stel alleen maar vast dat dit de derde commissievergadering op rij is waarin ik vraag om ons dat plan te bezorgen.

U zegt dat u aan het onderhandelen bent. Dat kan goed zijn, maar wij zijn een volwaardig Parlement, met volheid van bevoegdheden. Dat is iets anders dan de regering waarvan u op dit moment nog deel uitmaakt en dan de regering waaraan u aan het werken bent. De arizonaregering zou er komen voor Kerstmis. Eerst zou zij er zelfs na twee weken zijn en dan tegen Kerstmis. Nu zou het voor na de kerstvakantie zijn. Het kan nog een halfjaar duren vooraleer de arizonaregering er is. Ondertussen moeten wij, parlementariërs, gewoon wachten? Wij moeten dus wachten op een regering die ons een document bezorgt waarin volgens u enkel basiszaken staan. Er staan blijkbaar twee disclaimers in, onder andere dat het politiek niet gevalideerd is. Mevrouw de staatssecretaris, u kunt dat document toch overmaken met diezelfde disclaimers? Als wij weten dat dat document niet politiek gevalideerd is bij gebrek aan een volwaardige regering, dan is dat oké voor ons. U kunt ons er toch niet van weerhouden ons werk te doen?

Ik ben bijzonder teleurgesteld, want u bent bijzonder minachtend naar dit Huis en de parlementsleden. Zo moeilijk is dat nu toch niet? In andere landen plaatst men die documenten gewoon op de website, terwijl u dat liever in de achterkamertjes houdt. Ik kan dus niet anders dan denken dat er iets aan de hand is en mij de vraag stellen waarom u dat niet met de Kamerleden wilt delen. Ik ben bijzonder ontgoocheld in uw ontwijkende antwoord.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, we zitten inderdaad rond de tafel en we spreken daar grondig over migratie en dat is ook absoluut nodig. We staan voor grote uitdagingen als we de doorstart nemen, gelet op de grote instroom van asielzoekers in België. Dat migratiepact staat of valt met de implementatie van de andere lidstaten. U zegt ook steeds dat we hebben gedaan wat verwacht werd, maar ik vind het zeer belangrijk dat u hier zegt dat u dat onder twee belangrijke voorwaarden hebt gedaan, namelijk de politieke voorwaarde en de budgettaire voorwaarde. Die maken inderdaad deel uit van de onderhandelingen. Voor mijn partij zijn die zeer belangrijk. We moeten dit absoluut opvolgen aan de Europese tafel. U hebt aangegeven dat daar veel enthousiasme over is en u vertrouwt erop dat de andere lidstaten hun plan binnen nu en enkele weken zullen invoeren. Het is dan ook zeer belangrijk om dit op te volgen. Indien een aantal lidstaten niet meewerkt, dan valt dit migratiepact immers volledig weg.

De asielzoekers uit Bangladesh en Pakistan

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België ziet geen stijging van asielaanvragen uit Bangladesh (21→22) en Pakistan (194→151), maar secundaire migratie uit Spanje dreigt het al overbelaste asielsysteem (40.000 aanvragen in 2024) verder onder druk te zetten. Staatssecretaris De Moor bevestigt samenwerking met Spanje (o.a. via bezoeken aan Mauritanië en de Canarische Eilanden) om de Canarische smokkelroute te bestrijden, hoewel aankomsten daar recent daalden maar nog steeds hoog zijn. België zet in op Europese grensbeheersing en partnerschappen met Afrikaanse landen om de Atlantische route te ontmoedigen. Van Belleghem vreest dat doorstroom van Bangladese en Pakistaanse asielzoekers het systeem zal doen collapsen.

Francesca Van Belleghem:

In Spanje ziet men steeds meer asielaanvragen van asielzoekers uit Bangladesh en Pakistan. De staatsveiligheidsdiensten waarschuwen dat mensensmokkelaars in de gevaarlijke Canarische route een lucratief alternatief hebben gevonden om Europa te bereiken.

Zien we in België eenzelfde stijging? Ik had graag cijfers gekregen van asielzoekers zowel uit Bangladesh als uit Pakistan.

Mevrouw de staatssecretaris, bent u op de hoogte van deze Europese ontwikkeling?

Welke maatregelen zal België nemen om te helpen die smokkelroute aan banden te leggen? Hebt u daarover al contact gehad met de Spaanse autoriteiten? Zo niet, wanneer neemt u op dat vlak initiatief?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, u vraagt de cijfers van de laatste jaren voor beide nationaliteiten. Voor beide zien we in België geen stijging. Voor Bangladesh blijven de cijfers zeer laag en ongeveer ex aequo ten opzichte van vorig jaar. Voor Pakistan is er zelfs sprake van een aanzienlijke daling ten opzichte van vorig jaar. In 2023 kwamen er 21 mensen uit Bangladesh, in 2024 waren dat er 22. Voor Pakistan gaat het om 194 mensen in 2023 en 151 in 2024. Nog preciezere cijfers kan ik u uiteraard bezorgen als antwoord op een eventuele schriftelijke opvolgvraag.

Ik volg de situatie op de Canarische Eilanden al geruime tijd op met de nodige aandacht en zorg. Vorige week nog sprak ik toevallig, in de marge van de Raadsvergadering Migratie, met de Spaanse minister. Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Raad hebben wij samen een bezoek gebracht aan Mauritanië, om daar samen met de Europese Commissie te onderhandelen over een partnerschap. Op verzoek van mijn Spaanse collega bezocht ik destijds ook de Canarische Eilanden. Zijn kabinet bevestigde ons nu ook een algemene daling van het aantal aankomsten op de eilanden vergeleken met die eerdere periode, maar toch blijft het aantal aankomsten in het algemeen hoog. Zoals ook voor Spanje de ingeslagen weg aan de grenzen de juiste is gebleken, blijven wij in Europees verband wel werken aan de uitdagingen op de migratieroute via de Atlantische Oceaan.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik ben verheugd dat de cijfers met betrekking tot Bangladesh en Pakistan laag zijn, maar ik hoop dat die asielzoekers die in Spanje asiel aanvragen niet zullen doorstromen naar ons land, want dat is wat we nu zien. De cijfers met betrekking tot secundaire migratie stijgen. Ik hoop dat de secundaire migratie van mensen uit Bangladesh en Pakistan niet zal toenemen. Wij zullen dit jaar bijna 40.000 asielaanvragen hebben. Als we die er nog eens moeten bij nemen, ligt het systeem helemaal plat.

De Syrische burgeroorlog
De Syrische burgeroorlog
De val van het Syrische regime
Syrië
De situatie in Syrië
De situatie in Syrië
De oorlog in Syrië
De omverwerping van het regime van Bashar al-Assad in Syrië
De situatie na de val van het Syrische regime
De Israëlische aanvallen op Syrië en de Israëlische opmars in de gedemilitariseerde bufferzone
Syrië
De situatie in Syrië en het expansionistische beleid van Israël
Het conflict in Syrië en de regionale spanningen met Israël

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de val van Assad’s regime in december 2024 heerst voorzichtige hoop op democratische transitie in Syrië, maar de EU en België benadrukken strenge voorwaarden: respect voor mensenrechten, minderheden (met name Koerden en christenen), vrouwenrechten, territoriale integriteit en strafvervolging van oorlogsmisdaden (via IIIM). HTS (ex-Al Qaida-tak) blijft op de EU-terreurlijst tot het aan deze eisen voldoet, hoewel diplomatieke contacten (zoals heropening EU-kantoor Damascus) worden overwogen om invloed uit te oefenen—zonder automatische legitimering. België pleit voor gecoördineerde EU-actie, waaronder druk op Rusland (sluiting bases Tartous/Khmeimim) en Turkije (beperking Koerdische repressie), maar wijst direct militair ingrijpen af. FTF’ers (terroristen met Belgische link) worden alleen gerapatrieerd onder strikte veiligheidsvoorwaarden, met nadruk op kinderrechten. Israël’s bombardementen en expansiedreigingen worden veroordeeld, maar concrete sancties blijven uit.

Michel De Maegd:

Madame la présidente, je vais synthétiser les questions que j'avais déposées.

Monsieur le ministre, avant toute chose, j'aimerais profiter de cette occasion pour vous souhaiter la bienvenue dans notre commission.

Dans la nuit du 7 au 8 décembre 2024, la chute du régime syrien de Bachar al-Assad a marqué un tournant historique, mettant fin à 54 ans de règne autoritaire et de répression. Cet événement ouvre une période d'incertitude majeure pour la Syrie et la région, mais aussi d'opportunités pour encourager la transition, que l'on espère bien sûr démocratique, et la reconstruction. Les défis sont néanmoins immenses avec un pays ruiné, une société fragmentée et un vide du pouvoir susceptible d'être exploité par des acteurs extrémistes.

La Belgique a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie, notamment via les résolutions des Nations Unies. Elle a également contribué à l'aide humanitaire en faveur des populations civiles. La nouvelle donne politique appelle toutefois à une réévaluation de notre politique étrangère et de nos engagements dans la région.

Monsieur le ministre, au cours de la séance plénière de la semaine passée, vous avez insisté sur la nécessité d'une transition politique pacifique et inclusive, respectueuse des minorités. Dans ce contexte, vous avez également souligné l'importance de la coopération internationale, de la coordination humanitaire et du respect des droits humains.

Monsieur le ministre, quelle est la vision de la Belgique en termes de risque pour la stabilité régionale et internationale?

Un Conseil des Affaires étrangères a eu lieu ce lundi. Quelles ont été les conclusions au sujet de cette chute de régime? Comment agira l'Union dans les prochaines semaines?

Vous avez annoncé la semaine dernière une entrevue très prochaine avec votre homologue turc. Nous connaissons les enjeux pour la Turquie dans la région et les risques que cette situation fait peser sur les Kurdes. Cette réunion a-t-elle eu lieu? Dans l'affirmative, qu'en est-il ressorti? Dans la négative, quand est-elle prévue?

En ce qui concerne les crimes commis sous le régime al-Assad, la Belgique reste engagée pour qu'ils ne demeurent pas impunis. À ce titre, quel rôle notre pays envisage-t-il de jouer dans le renforcement des mécanismes internationaux? Quelles actions concrètes seront-elles proposées lors des prochaines réunions avec vos homologues régionaux, mais aussi européens?

Quelle est la position de la Belgique au sein du Conseil européen sur le maintien ou le retrait du groupe HTC de la liste des organisations terroristes?

Enfin, au sujet des Foreign Terrorist Fighters et de leurs familles, vous avez évoqué la nécessité d'une coordination gouvernementale pour toute future décision de rapatriement. Quelles sont les orientations du gouvernement dans ce domaine et quelles garanties peuvent être apportées quant à la sécurité nationale dans ce processus?

Darya Safai:

Mijnheer de minister, de val van Assad is eigenlijk een heuglijke gebeurtenis. Ondanks de eenheid die nu wordt uitgedragen, blijft Syrië diep verdeeld, zowel ideologisch, etnisch als religieus. Het is een heel moeilijke samenleving. De boodschap is dus helder: de Syrische burgeroorlog is verre van voorbij. Er zijn immers verschillende soorten inmengingen, ook van Turkije, the Syrian National Army (SNA), HTS en verschillende groeperingen.

De Europese Unie lijkt evenwel haastig een nieuwe pagina om te slaan. De boodschap van mevrouw Kaja Kallas is dat we geen vacuüm kunnen achterlaten in Syrië en dat de EU er aanwezig moet zijn. De EU toont zich opmerkelijk bereid om toenadering te zoeken tot Al-Jolani en overweegt de steun aan Syrië op te voeren. De EU stelt enkele voorwaarden voor haar steun: de bescherming van minderheden, het toezicht op een inclusieve transitie en het vermijden van extremisme.

Daarnaast wil de EU onderhandelen over de aanwezigheid van Russische basissen in het land. Er werden al gezanten uitgestuurd en er wordt overwogen het diplomatieke kantoor in Damascus te heropenen.

HTS staat niet op de Europese terreurlijst, maar wel op de VN-lijst, die de EU automatisch onderschrijft. Het zou opmerkelijk zijn als wij die nu naast ons neer zouden leggen en toch contacten zouden aanknopen. Hoe zal België voortaan omgaan met vertegenwoordigers van HTS of Syrië? Welke positie wenst u van de EU? De criteria die de EU stelt aan de nieuwe leiders van Syrië lijken geen voorwaarden te zijn voor de heropstart van de betrekkingen. Waar zijn het dan wel de criteria voor?

De EU heropent een diplomatiek kantoor in Damascus. Hoe staat België tegenover een wederzijdse heropstart van de diplomatieke betrekkingen en de eventuele accreditatie van diplomaten of ambassadeurs?

De Russische aanwezigheid in Syrië en zijn vermogen om zich te projecteren in de Middellandse Zee en Afrika staan onder druk. Het Westen en Europa hebben er alle belang bij om nu maximale druk uit te oefenen en de sluiting van de Tartous- en de Khmeimimbasis te eisen alvorens Moskou en de nieuwe machthebber in Damascus zich weer verzoenen.

Waarom worden deze eisen door de EU niet sterker verwoord of als voorwaarden gesteld? Moet er bovendien geen maximale druk worden uitgeoefend op Libië om te voorkomen dat Tripoli de nieuwe uitvalsbasis van Rusland wordt?

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, ook namens onze fractie welkom in de commissie. Het beloven nog boeiende tijden te worden.

Na een jarenlange burgeroorlog is het Assadregime op enkele dagen tijd gevallen. Op een week tijd slaagden Syrische rebellen erin om alle belangrijke steden, inclusief Damascus, in te nemen. De grootste rebellengroep stamt uit een salafistische militie, die ooit verbonden was aan Al Qaida. Ze verbraken die banden weliswaar in 2016. Sinds de Arabische Lente en de machtsovername van de taliban in Afghanistan zien we dat na een machtsovername in deze regio de rechten eerder ingeperkt dan uitgebreid worden.

Hoe zal erop worden toegezien dat de rechten van minderheden, zoals christenen en Koerden, zullen worden gewaarborgd? En de rechten van vrouwen en meisjes? Gelet op het verleden inzake IS-terroristen, welke maatregelen zullen er worden genomen om geradicaliseerde elementen en terroristen de toegang tot de Europese Unie en bij uitbreiding België te ontzeggen? Wordt reizen naar Syrië momenteel afgeraden? Worden personen die nu zouden afreizen extra gecontroleerd?

Momenteel wordt het noordoosten van Syrië door Koerdische Syriërs gecontroleerd. Zij vormen een belangrijke schakel in de bestrijding van IS en de controle van de gevangenenkampen waar IS-terroristen worden vastgehouden. Wordt er rekening mee gehouden dat de rebellen die het regime hebben doen vallen, mogelijk banden zouden kunnen hebben met IS-terroristen? Hoe kan de veiligheid van het Westen gegarandeerd worden inzake deze IS-terroristen?

Turkije heeft in de afgelopen jaren mee gezorgd voor de decentralisatie van Syrië en heeft meermaals militaire operaties uitgevoerd in het noordoosten. De huidige president van Turkije, Erdogan, heeft al ettelijke keren gedreigd om deze regio te bezetten. Houdt u, en bij uitbreiding de Europese Unie, rekening met dit scenario?

Er is veel te doen – dat is ook logisch – rond de massagraven die ten noorden van Damascus ontdekt zijn door de ngo Syrian Emergency Task Force (SETF). Volgens een conservatieve schatting liggen daar 100.000 lijken, allemaal tegenstanders van het Assadregime. Er zouden ook nog duizenden, tienduizenden Syriërs vermist zijn.

Naar verluidt zouden er ook buitenlandse slachtoffers gevonden zijn. Hebt u daar weet van? Zijn daar ook Belgische slachtoffers bij?

Voorzitter:

Mevrouw Samyn, kunt u afronden?

Ellen Samyn:

Ik dacht dat de tijd bij een actualiteitsdebat iets ruimer lag.

Voorzitter:

Ook in een actualiteitsdebat bedraagt die twee minuten.

Ellen Samyn:

Dan sluit ik mij tot slot aan bij de vraag van mevrouw Safai over de Russische inmenging.

Voorzitter:

De timer staat aan. U kunt die overal volgen. Die stond daarnet nog niet aan en u kon dat dus nog niet weten.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, welkom in de commissie. De machtswissel in Syrië is historisch te noemen. Ik weet niet van welke provincie u bent, maar in Vlaams-Brabant zegt men: soort zoek soort. Assad is na jaren van schrikbewind en terreur weg. Hij kon daarbij rekenen op de gastvrijheid van Vladimir Poetin. Hij kan nu bij zijn partner in crime op de koffie gaan. Los van het feit dat die twee schurken, wat ze allebei zijn, achter slot en grendel zouden moeten zitten, is het een goede zaak voor de Syrische bevolking dat ze eindelijk van Assad verlost zijn.

Mijnheer de minister, collega's, ik weiger echter mee te gaan in de euforie en de extase die bij sommigen heerst over het feit dat Assad nu weg is en er iets in de plaats komt. Het is niet omdat de ene schurk het land verlaat, dat er geen andere schurk in de plaats kan komen. We moeten ons ervan bewust zijn dat HTS geen koorknapen zijn. We horen en zien berichten van plunderingen. Als we zien dat christenen al meteen worden geviseerd, dan maak ik mij daar grote zorgen over. Als het een prioriteit is om kerstbomen weg te halen en een Arabisch weekend van zaterdag tot zondag in te stellen, dan stel ik mij daar zeer veel vragen bij. De rebellengroep HTS bestaat absoluut niet uit koorknapen.

Mijnheer de minister, vorige week vond er al een actualiteitsdebat plaats. Ik zal er nog een aantal vragen aan toevoegen. Wat is de huidige stand van zaken in Syrië? Welke rol moet België spelen in deze nieuwe geopolitieke realiteit? Hoe ziet u de nabije en iets verdere toekomst? Worden er in de EU maatregelen genomen om de situatie te stabiliseren?

Rajae Maouane:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, bienvenu dans cette commission, même si j'ai par ailleurs déjà eu l'occasion de vous interroger en séance plénière.

Ce mois de décembre a vu un évènement historique se jouer en Syrie, avec la fin du régime des al-Assad après 54 ans de règne autoritaire, marqué par une répression des plus brutales. Ce moment signe la fin d’une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l’horreur absolue, mais il ouvre aussi une période d'interrogations. Cette chute d’Assad est une étape qui jette un grand flou pour l’avenir de la région mais qui est néanmoins très importante pour le peuple syrien. Les défis sont nombreux, en particulier en ce qui concerne la transition démocratique que l'on espère être la plus inclusive et pacifique possible. Nous nous devons d'accompagner cette transition sans la confisquer.

Comment la Belgique analyse-t-elle les risques pour la stabilité régionale et internationale à la suite de la chute du régime? Quels sont les enjeux prioritaires identifiés pour éviter un nouvel effondrement ou une escalade des violences?

Notre pays prévoit-il d’établir des contacts pour encourager une transition inclusive et respectueuse des droits humains? Quelles initiatives diplomatiques sont-elles envisagées pour coordonner les efforts internationaux de stabilisation?

Au sein de l’Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d’une Syrie engagée sur la voie des réformes? Quels leviers la Belgique va-t-elle activer, notamment avec l'UE pour éviter que l'État d'Israël continue à bombarder impunément la région vu les milliers de bombardements qui ont eu lieu depuis la chute du régime?

Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique met-elle en œuvre pour intensifier le soutien aux millions de Syriens déplacés, que ce soit à l’intérieur du pays ou dans les camps de réfugiés en Turquie, au Liban et en Jordanie?

Il est cependant absolument nécessaire d'éviter que les différentes puissances occidentales mais aussi de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, ik heet u vooreerst welkom en wens u veel succes namens de Vooruitfractie.

De oorlog in Syrië ging gepaard met grootschalige schendingen van de mensenrechten, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid door het Syrische regime, Daesh en andere groeperingen. Alle misdrijven werden uitgebreid gedocumenteerd, maar toch blijft straffeloosheid de regel. In april 2024, net voordat ze haar functie na zeven jaar neerlegde, heeft mevrouw Catherine Marchi-Uhel, het voormalige hoofd van het International Impartial and Independent Mechanism (IIIM), de internationale gemeenschap opgeroepen om de misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die werden begaan in Syrië, te vervolgen op basis van door het IIIM verzameld bewijsmateriaal.

De machtswissel in Damascus biedt nu een unieke kans om gehoor te geven aan die oproep. Ik verwijs ook naar de persartikels van vandaag die rapporteren over massagraven met tienduizenden, misschien wel honderdduizenden lichamen. Onderzoek zal uitwijzen om hoeveel slachtoffers het uiteindelijk gaat. In ieder geval zijn er honderdduizenden vermisten.

Hoe zet België zich momenteel in voor internationale gerechtigheid en internationale strafrechtelijke verantwoordelijkheid in Syrië?

Welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat ook misdaden die gepleegd werden door niet-statelijke actoren zoals Daesh, worden vervolgd?

Welke concrete stappen kunnen worden gezet om het huidige momentum dat de machtswissel biedt, te benutten en ervoor te zorgen dat die unieke kans niet verloren gaat?

Hoe zal België in multilaterale fora aandringen op actie om de strijd tegen straffeloosheid te ondersteunen?

Christophe Lacroix:

Je tiens tout d'abord à féliciter M. le ministre des Affaires étrangères d'entamer avec nous son premier parcours en commission. Je le lui souhaite le plus long et le plus fructueux possible, et je vois d'ailleurs qu'il est très bien entouré.

J'en viens à mes questions. Le régime al-Assad – père et fils – a été l'un des plus tyranniques, des plus violents et des plus sanguinaires qui puissent être, car il s'est attaqué à son propre peuple. Aujourd'hui, le 27 novembre plus précisément, une révolution a eu lieu, à l'initiative du groupe HTC et ses alliés. Il n'a fallu que quelques jours pour que le régime syrien soit démantelé.

On peut effectivement penser que la progression rapide des rebelles a été garantie par des accords qui ont été passés avec les populations locales, y compris dans les zones chrétiennes, les zones ismaéliennes et les zones alaouites. C'est du sud du pays qu'a été lancé l'assaut sur la capitale, depuis Deraa, berceau du soulèvement de 2011, qui a été si violemment réprimé, et de Suwayda, cœur du pays druze.

La victoire finale est donc due aussi bien à HTC qu'à des milices d'orientations diverses. C'est la raison pour laquelle je plaide évidemment pour que le peuple syrien soit respecté dans sa diversité politique, sociale, économique et religieuse. De même, je plaide pour que l'aspect du genre – et en particulier celui des femmes – soit respecté. En tout état de cause, il appartient bien sûr au peuple syrien d'assurer son avenir.

Je crains néanmoins que l'Union européenne et ses alliés – et notamment les É tats-Unis – privilégient la mise en place d'un régime fort et autoritaire pour avoir un interlocuteur. Mais avant de placer ou d'inciter à placer quelqu'un de fort, et avec le passé qu'on lui connaît – et qui n'est pas particulièrement positif –, je pense que l'Union européenne a une responsabilité importante à jouer en la matière. Il convient à tout le moins de fournir une aide humanitaire et une aide à la reconstruction du pays, tout en accompagnant politiquement les efforts de réconciliation et de transition.

L'objectif ultime est de permettre au peuple syrien de reprendre le contrôle de son destin dans un cadre de paix, de justice et de liberté, tout en respectant pleinement la diversité culturelle et religieuse qui fait la richesse de la nation syrienne, une nation qui était, par ailleurs, très francophile.

Les pays francophones, dont la Belgique fait partie, ont peut-être d'ailleurs aussi un rôle à jouer quant à sa place au niveau de l'Union européenne. Ce pays s'est caractérisé par une histoire magnifique.

Je voulais revenir sur l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM) qui a identifié 196 combattants terroristes étrangers recensés dans la zone de conflit irako-syrienne dont 89 seraient toujours en vie. Sur ces 89 Belges considérés comme toujours vivants, 26 individus seraient retenus dans des camps de réfugiés où des prisons sont identifiées. Par contre, on dispose de moins d'informations au sujet des 63 autres.

Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime mis en place? Quelle position portera-t-elle au niveau européen? Avez-vous des informations concernant les 63 personnes que j'ai citées qui se trouvent potentiellement en Syrie? Comment la Belgique va-t-elle se positionner à ce sujet?

J'avais également une question sur Israël et les frappes israéliennes en Syrie. Sauf erreur de ma part, je n'ai pas entendu de condamnation de la Belgique à ce sujet. Quelle est donc la position de la Belgique et comment comptons-nous faire enfin respecter les règles de droit international qui sont notre boussole pour tous nos interlocuteurs, en ce compris Israël?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, zowel de internationale gemeenschap als de Syrische bevolking is opgelucht na de vlucht van dictator Assad. Eindelijk is de terreur voorbij. Nu moet de internationale gemeenschap verder kijken en bijdragen aan een duurzame vrede en aan stabiliteit in Syrië. HTS, dat Assad van de macht verdreef, komt voort uit extremistische groepen als Al Qaida. Het staat zowel in de VS, bij de VN als in de EU op de lijst van terroristische organisaties. Toch raakte bekend dat Hoge Vertegenwoordiger Kallas een hoge diplomaat opdracht zou geven om met HTS in contact te treden. Nood breekt wet, niemand zag die evolutie aankomen.

Er ontstaat een machtsvacuüm in Syrië, waarvan iedereen zoveel mogelijk wil profiteren. Turkije bestookt de Koerdische milities in het land. Israël vernietigt wapenarsenalen in Syrië. Ik had toevallig contact met een Syrische christen in Leuven. Het huis van zijn vader werd geplunderd. Er is momenteel geen staat. Er is momenteel geen veiligheid. Wij moeten voorkomen dat het land weer in verkeerde handen terechtkomt, met als gevolg terreur. Dat is een schrikbeeld voor de omliggende landen.

Wat werd er besproken op 16 december op de Raad Buitenlandse Zaken en wat werd er beslist? We hebben het in de media kunnen volgen, maar het is steeds beter om informatie van de bron te krijgen.

Welk standpunt hebt u daar verdedigd?

Zal de EU HTS van de lijst met terroristische organisaties schrappen? Wanneer zal dat exact gebeuren? Aan welke voorwaarden moet daarvoor voldaan zijn?

Dan is er de vraag naar gerechtigheid. Er worden massagraven ontdekt en wij zien vreselijke beelden van detentiecentra. Op welke manier zullen wij daarmee omgaan? U zei dat het IIIM een belangrijke rol zal spelen. Zullen wij de initiatieven ervan financieren?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, la chute du régime d’Assad pourrait présager d'une intensification de la compétition au sein de la Syrie, parmi les forces étrangères. Les conflits actuels en Ukraine, en Palestine, au Yémen et à Taiwan illustrent un paysage mondial marqué par l'élargissement de ces fronts. Tout cela rend l’avenir de la Syrie incertain, offrant un terrain propice aux interventions étrangères.

Dans ce contexte déjà fragile, les récentes déclarations de membres du gouvernement d'extrême droite de Netanyahu, qui envisage sans détour que Damas pourrait devenir israélienne, s’inscrivent dans une politique expansionniste alarmante et menaçante pour la stabilité régionale. La Belgique, attachée au droit international et au respect des frontières reconnues, ne peut rester silencieuse sur cette question.

Quand la Belgique prendra-t-elle des mesures concrètes contre cette volonté expansionniste, telles que l’imposition de sanctions contre Israël, pour dénoncer et freiner ces dérives inacceptables? Par ailleurs, avez-vous réagi à la suite de ces déclarations de membres du gouvernement israélien? Quelle est votre position à propos de ces déclarations?

François De Smet:

Madame la présidente, je souhaite moi aussi la bienvenue à notre nouveau ministre des Affaires étrangères en nos travaux.

Nous ne pouvons tous, je crois, que nous réjouir de la fin du régime sanguinaire de M. al-Assad, mais nous pouvons néanmoins craindre pour la Syrie et les Syriens, tant la nature des nouveaux maîtres de la Syrie paraît incertaine.

Je voudrais juste ajouter dans ce débat que la Syrie nous concerne tous, tant ce territoire fut l'épicentre de toutes les tensions des quinze dernières années. C'est au cœur de la guerre civile qu'a pris racine Daech, avec les conséquences que l'on sait, entre autres pour nous Européens. C'est parce que les Occidentaux ont renoncé à intervenir après le massacre chiite de 2013 que M. Poutine a compris la faiblesse des Occidentaux, ce qui a renforcé son soutien au dictateur syrien, mais aussi sa prise de confiance sur tous les fronts, de la Crimée en passant par la répression des opposants, le piratage des élections occidentales et, finalement, l'invasion de l'Ukraine. C'est l'implication de la Russie en Syrie qui a convaincu une large partie des réfugiés syriens de chercher refuge en Europe, déclenchant la vague migratoire de 2015 et toutes ses conséquences, en ce compris le carburant du Brexit et des différentes extrêmes droites européennes.

Nous ne pouvons donc pas nous désintéresser de l'avenir de cette région. Nous devons soutenir tous les démocrates qui souhaiteront s'impliquer dans la stabilisation de ce pays. Effectivement, nous pouvons avoir des craintes sur la caractère des nouveaux maîtres de la Syrie et du groupe HTC qui est de nature djihadiste. Je suis très attentif à leurs dernières déclarations et je crois que nous ne devons pas être dupes. Personnellement, je ne crois pas plus aux djihadistes inclusifs que je ne croyais hier aux talibans inclusifs.

Monsieur le ministre, quelles initiatives la Belgique va-t-elle prendre concernant l'avenir de la Syrie, à titre bilatéral ou au niveau européen? Quelle est votre analyse du leadership actuel dans ce pays?

Bernard Quintin:

Madame la présidente, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos nombreuses questions qui me permettent de revenir sur les derniers événements survenus en Syrie.

Depuis 53 ans, le régime de la famille Assad s'est rendu coupable d'atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Encore, cette semaine, un charnier avec des milliers de corps – peut-être 100 000 – a été découvert, sans parler des nombreuses images des prisons et autres que l'on a vues.

Sa chute apporte une lumière d'espoir pour le pays. La joie des Syriens prouve qu'ils envisagent l'avenir avec optimisme même si la situation sur le terrain reste volatile. J'aime cependant à croire que tous ici nous nous réjouissons pour eux.

Il importe à présent que tous les acteurs concernés contribuent à une paix durable, respectueuse de toutes les communautés qui composent le pays, y compris les minorités. Bien qu'il soit trop tôt pour tirer de grandes conclusions, certains signaux exprimés publiquement donnent l'espoir d'un lendemain meilleur pour le peuple syrien.

Si cette période de transition ouvre des opportunités, elle comprend néanmoins des risques auxquels nous devons rester attentifs. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer – mais surtout et avant tout à leur peuple –qu'ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous les jugerons sur leurs actes et non pas uniquement sur leurs paroles, qui sont relativement rassurantes pour l'instant.

We volgen de situatie dus op de voet. We hebben contacten in de Europese Unie en met landen in de regio om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken.

Na de goedkeuring van een verklaring van de EU-27 over Syrië op 9 december hebben wij de kwestie op 16 december ook besproken tijdens de Europese Raad Buitenlandse Zaken. In de discussie tijdens die recente Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) werd de convergentie van de standpunten in de EU over de belangrijkste principes, namelijk respect voor de territoriale integriteit door iedereen, onafhankelijkheid en soevereiniteit van Syrië, de strijd tegen straffeloosheid, inclusie, respect voor minderheden en vrouwenrechten, bevestigd.

België en de Europese Unie streven naar een Syrische transitie die een inclusief politiek proces voor alle lagen van de samenleving en steun voor de Syrische bevolking in haar geheel omvat. Wij steunen de inspanningen voor een nieuwe dialoog die wordt geleid door en in handen is van de Syriërs zelf, met de steun van de Verenigde Naties, in de geest van resolutie 2254 van de Veiligheidsraad, die gericht is op een ordelijke, vreedzame en inclusieve overgang, met behoud van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Syrië.

De l'avis unanime des États membres de l'Union européenne, l'Union doit agir rapidement et de manière pragmatique, bien que prudente. Les discussions sont en cours pour décider de la façon dont nous souhaitons nous engager avec les nouveaux acteurs syriens, dont certains ont aujourd'hui des rôles de premier plan, mais restent sous sanctions onusiennes et donc aussi européennes.

Pour autant, il apparaît clair qu'un certain niveau d'engagement est nécessaire pour faire passer nos messages, aborder les questions délicates et évaluer les actions à mener en soutien à la population syrienne en termes d'aide humanitaire, de relèvement rapide de la situation et de soutien à la transition politique.

Pendant cette réunion, nous avons aussi parlé des bases russes en Syrie. Ce point a donc été soulevé lors du dernier Conseil de ce lundi. De nombreux ministres ont souligné que le retrait de la présence russe devrait être une des conditions pour les nouvelles autorités. Ce point sera soulevé par l'Union européenne lors de ses interactions avec les nouveaux dirigeants de la Syrie.

Dans ce cadre, la haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, a notamment annoncé que le chef de délégation de l'Union européenne en Syrie, qui est basé à Beyrouth, s'était rendu à Damas dans le but d'établir des contacts avec les nouvelles autorités syriennes et de transmettre ces messages de l'Union européenne. Plusieurs autres États en ont fait de même. La haute représentante a également annoncé que l'Union européenne allait rouvrir la délégation européenne en Syrie afin de mener des engagements constructifs et recevoir des informations du terrain et donc d'être en contact avec tout le monde. C'est le travail des diplomates, je le sais et je le soutiens.

L'engagement belge avec les nouveaux acteurs syriens, dont certains restent sous sanctions onusiennes et européennes, fera l'objet d'une discussion en kern ce vendredi.

Il est évident que nos actions seront conditionnées par les mesures prises par les nouveaux dirigeants. Nous devons nous assurer que ceux-ci ouvriront la voie à un gouvernement non confessionnel et représentatif en évitant de tomber dans la radicalisation.

Notre engagement se fera à la lueur de nos priorités politiques et du respect des valeurs qui nous animent, c'est-à-dire la protection et le respect des minorités, le respect des droits humains, veiller à ce que les crimes les plus graves ne restent pas impunis, etc. Un engagement ne signifie évidemment pas une légitimation à tout prix. Comme j'ai eu l'occasion de le dire au début de mon intervention, nous serons d'abord et avant tout attentifs aux actes.

En ce qui concerne la question de la lutte contre l'impunité, la Belgique restera engagée pour que les crimes les plus graves commis en Syrie ne restent pas impunis. L'obligation de rendre des comptes est essentielle. Les tenants du régime al-Assad et al-Assad lui-même doivent être tenus responsables des crimes terribles qui ont été commis contre le peuple syrien.

Nous soulignons la pertinence des travaux du International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM) for Syria. Ces dernières années, la Belgique s'est investie de manière importante dans la mise en place de ce mécanisme.

Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, de coördinatie van humanitaire hulp en het respect van de mensenrechten, minderheden en vluchtelingen in het land.

Het herstel van de soevereiniteit, eenheid, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Syrië staat voorop. We roepen alle partijen op om een verdere militaire escalatie te vermijden. België is zich bewust van de risico's die de jongste ontwikkelingen in Syrië voor de regionale stabiliteit inhouden en roept alle regionale actoren op om de territoriale integriteit van Syrië te respecteren. In dat verband bevestigt België zijn steun aan de United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF) en volgt het met bezorgdheid de Israëlische actie op de Golanhoogten. Die druist in tegen het terugtrekkingsakkoord van 1974, waarvan België de naleving vraagt.

België zal zich er ook voor blijven inzetten dat de ernstige misdaden die in Syrië worden gepleegd, niet onbestraft blijven.

Concernant la question des Foreign Terrorist Fighters (FTF), vous savez bien entendu que les services belges compétents, singulièrement l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace (OCAM), suivent la situation de très près. Je vous renvoie donc au ministre de tutelle de ces services pour davantage d'informations. Mais mes propres services sont évidemment en contact avec les services de mes collègues. Je précise toutefois que, concernant le rapatriement des FTF, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité (CNS) en 2021, qui a défini des critères d'éligibilité auxdits rapatriements. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu en 2022. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.

Pour conclure, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera, nous l'espérons, à la sécurité et à la stabilité de la région.

Pour répondre à la question, je suis en contact avec plusieurs de mes homologues de la région. Si mon homologue turc est présent, je pense me rendre au début de la semaine prochaine à Ankara pour un contact avec lui. En même temps, vous comprendrez que mes homologues dans la région, qu'ils soient turcs, jordaniens et autres, ont un agenda sensiblement plus chargé que le mien, et je m'adapte donc évidemment à leur agenda. Nous nous tenons à leur disposition pour aider à ce que cette nouvelle phase dans l'histoire de la Syrie soit la plus positive possible, d'abord pour les Syriens, mais aussi pour la région, et, partant, pour nous-mêmes.

Darya Safai:

Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.

Het is inderdaad zeer belangrijk dat er geen machtsvacuüm in Syrië komt, want niemand hier wil een tweede Libië. Wij willen dat koste wat het kost vermijden. Dat neemt niet weg dat we heel erg waakzaam zijn voor HTS, een tak van Al Qaida in Syrië. Het is heel erg belangrijk dat wij de situatie monitoren en HTS te kennen geven dat we geen relatie met de groepering zullen opbouwen, als die niet aan onze eisen voldoet. HTS moet beseffen dat, als het een relatie met Europa wil, het aan onze voorwaarden moet voldoen. Die duidelijkheid is belangrijk wanneer men start met het opbouwen van diplomatieke relaties. Ook moet er klaar worden verwoord dat de Russische basissen daar moeten worden opgeruimd.

Ik onderstreep voorts dat FTF'ers hier niet thuishoren. Sommigen argumenteren dat we hen omwille van de veiligheid moeten laten terugkeren en hen hier opvangen, maar we kunnen hun geen afdoende straffen opleggen: twee maanden of twee jaar gevangenis is niet genoeg om FTF'ers, die ervan uitgaan dat ze altijd en zonder enige voorwaarden mogen terugkeren, hier onder controle te houden. Dat geldt trouwens ook voor personen die de Belgische nationaliteit hebben gekregen. We moeten daar aandacht voor hebben.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse aussi complète que possible.

Nous actons cette lueur d'espoir pour le peuple syrien, libéré du joug de la dictature de la famille Assad. Nous pouvons, certes, y voir une possible opportunité, mais nous devons rester évidemment prudents et lucides. Ne soyons pas dupes. N'oublions pas, primo , à qui nous avons affaire – HTC, un groupe terroriste islamiste – et, secundo , les risques d'embrasement potentiel, notamment dans la partie kurde du pays. Ne croyons pas que tout est réglé.

À mes yeux, il y a trois priorités: le respect de l'intégrité territoriale de la Syrie, le respect du droit international et le respect des droits de l'homme et des minorités. Ce seront les conditions préalables pour rebâtir une nouvelle Syrie. Nous devons examiner la manière dont évolue la situation là-bas. Beaucoup de questions restent toujours en suspens, comme vous l'avez indiqué: le dialogue en devenir avec les autorités turques, la question des FTF et aussi le maintien ou non de HTC sur la liste terroriste rédigée par l'Union européenne.

C'est vrai, la chute de Bachar al-Assad constitue certainement un moment clé pour l'avenir du Moyen-Orient. En tant que défenseur des droits humains et acteur responsable sur la scène internationale, la Belgique a une opportunité de contribuer significativement à ce tournant, mais surtout en restant ouverte vers la population syrienne qui a souffert le martyre ces dernières décennies.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, dank voor uw antwoorden.

Nu de ene brutale dictatuur voorbij is, lijkt al een andere in zicht. Het democratische paradijs waar alle Syrische minderheden in harmonie samenleven, is in elk geval nog veraf, gezien de jihadistische wortels van de nieuwe machthebbers. Ze moeten zeker waken over de rechten van vrouwen en meisjes en van minderheden, zoals de christenen. Ook het lot van de Koerden is zeer zorgwekkend. HTS streeft hun assimilatie na in de nieuwe Syrische staat, met één nationaal leger waarin alle milities zijn opgenomen. De Koerden willen dat natuurlijk niet. Intussen rukt Turkije steeds verder op vanuit het noorden. Bovendien wil noch Rusland, noch Iran Syrië zomaar lossen. Voor ons is dat een explosieve cocktail, waarover we ons zorgen moeten maken.

In uw antwoord haalde u even ook de foreign terrorist fighters (FTF) aan. Dat probleem moeten we zeker in het oog houden en we moeten waakzaam blijven voor mogelijke terroristische elementen die naar Europa zouden kunnen terugkeren. We hopen dat alles in het werk wordt gesteld om onze grenzen en dus ook onze burgers te beschermen.

Kjell Vander Elst:

Bedankt, mijnheer de minister, voor uw zeer uitgebreide antwoord.

Het is inderdaad nog vroeg en we moeten de ontwikkelingen afwachten. U ziet alleszins kansen. Ik hoop alvast dat het positieve kansen zijn.

U onderstreept dat de principes van het internationaal recht vooropstaan: dat is een evidentie. Het is goed dat Assad weg is, want hij heeft die internationale principes vaak geschonden. We moeten erop toezien dat het nieuwe regime de internationale rechten waarborgt.

U ziet een steunende rol weggelegd voor Europa in de politieke transitie. Wij moeten inderdaad die verantwoordelijkheid opnemen. Ons land doet dat al vele jaren, bijvoorbeeld door veel Syrische vluchtelingen op te vangen. Het CGVS heeft gisteren in de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken aangetoond dat het merendeel van asielaanvragen uit Syrië komt. Dat is ook terecht, want men is op de vlucht voor het regime-Assad. Dat onderstreept nog maar eens het grote belang voor ons dat de situatie in Syrië en het Midden-Oosten stabiliseert. Zo kan de Syrische bevolking een toekomst in haar thuisland opbouwen.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Nous voyons que le ballet diplomatique a repris en Syrie, dans le cadre d'une espèce de normalisation ou en tout cas d'une recherche de création de relations avec les différents représentants. Comme l'a reconnu la haute représentante de l'Union européenne pour les affaires étrangères, Kaja Kallas, les choses vont dans la bonne direction, même s'il faut rester très attentif à ce qu'il n'y ait pas un décalage entre le discours qui est porté par le nouveau dirigeant et les actes qui sont posés.

Il faut continuer à vérifier que les droits fondamentaux, les droits des femmes et des minorités sont respectés, tout en se réjouissant de la chute de la dynastie al-Assad. La Belgique, en tant qu'État important dans l'Union européenne, doit accompagner cette transition pour que les Syriens et les Syriennes retrouvent leur souveraineté et que les puissances, qu'elles soient occidentales ou de la région, ne confisquent pas cette révolution et que les Syriens puissent décider de leur sort de manière totalement libre.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het is te vroeg voor heel grote conclusies, behalve de conclusie dat we allen heel verheugd kunnen zijn dat Al-Assad verdreven is en met hem ook zijn regime.

Ik heb in mijn vraag uiting gegeven aan mijn bezorgdheid over mogelijke straffeloosheid en u hebt erop gewezen dat de Europese Raad als principe verdedigt dat er tegen straffeloosheid moet worden opgetreden. Het gaat natuurlijk over straffeloosheid voor daden uit het verleden, maar evenzeer moeten we oog hebben voor de daden van het nieuwe regime.

België wil dat misdaden bestraft worden. Dat is heel belangrijk voor de zware misdaden. Dat zal tijd vergen. We lezen immers overal dat er jarenlang onderzoek nodig zal zijn om voldoende bewijsmateriaal te verzamelen en om de omvang van de massagraven te kennen. Gaat het om 10.000, 100.000 of nog meer doden? Bewijsmateriaal is cruciaal en zeker archiefmateriaal en overheidsarchieven. Er moet nog een hele weg worden afgelegd, maar het verheugt mij dat zowel op Europees als op Belgisch niveau wordt gezegd dat we geen straffeloosheid kunnen tolereren en dat we daar hard tegen moeten optreden.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.

Vous avez dit des choses très intéressantes. Je retiens notamment que vous avez dit: "Rien n'est réglé." Effectivement, je pense que tout commence et que rien n'est réglé à partir du moment où, quelle que soit la personnalité au pouvoir en Syrie, la Turquie et Israël continuent à être des facteurs de déstabilisation potentiels. On doit regarder la situation en Syrie de manière équilibrée, c'est-à-dire en faisant pression également sur la Turquie – la Turquie étant potentiellement un État pour une solution – ainsi que sur Israël pour qu'il arrête de profiter de la crise syrienne et de la mise en place d'un nouveau pouvoir aujourd'hui pour continuer à incorporer du territoire, contrairement à ce que le droit international lui autorise. C'est même plutôt l'inverse: le droit international le lui interdit.

Quand on dit que les crimes les plus graves ne peuvent rester impunis, je vous entends. Pour al-Assad et ses sbires et tous ceux qui sont responsables des violences et des crimes atroces commis là-bas, c'est très clair. Mais cela vaut pour toutes celles et tous ceux qui violent le droit international. À cet égard, la Belgique doit être claire aussi.

J'ajouterai que nous avons besoin de travailler avec quelqu'un qui donne des signes assez encourageants pour l'instant mais qui devrait, à mon sens, avoir trois priorités: rétablir une paix civile, rétablir des services publics qui fonctionnent en Syrie et qu'il importe pour nous de soutenir – c'est le côté un peu humanitaire – mais également recréer un nouveau contrat social entre tous les Syriens. Un signal encourageant consiste dans le fait que l'administration kurde du nord-est du pays a adopté le drapeau de l'indépendance à trois étoiles qui flotte aussi à Damas.

Enfin, pour ce qui concerne les FTF, vous m'avez renvoyé au ministre de la Justice. Évidemment, je ne lâcherai pas le morceau.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. De met de EU afgestemde Belgische positie waarbij men een pragmatische houding aanneemt tegenover de potentiële interim-regering in Damascus is toe te juichen.

Ik ben ook tevreden over het antwoord van Kallas dat HTS eerst moet bewijzen dat het stabiliteit en vrede in Syrië kan brengen, alle minderheden beschermt en de territoriale integriteit respecteert, vooraleer de kwalificatie als terroristische groepering wordt geschrapt.

De omliggende landen zijn als de dood voor een heropleving van IS. Ik had contact met de ambassadeur van Irak, die mij eraan herinnerde wat er na de val van Saddam Hoessein gebeurde met Iraanse milities op het grondgebied. Niemand was voorbereid. De pragmatische houding die wij vandaag aan de dag leggen, en de lessen die we geleerd hebben, moeten we aanhouden.

Onze aanwezigheid op het terrein is de beste manier om ook in contact te treden en uit te leggen waarvoor een internationale gemeenschap zoals de EU staat, onder andere voor de bescherming van minderheden en territoriale integriteit. De omliggende landen, zoals Irak en Jordanië, staan daar ook voor op. Het gevaar is inderdaad dat Turkije mogelijk zijn gang zal gaan ten aanzien van de Koerdische minderheden aldaar. In verband met haar Syrische schoonvader zei mijn contactpersoon dat het op dit moment niet beter is voor de mensen en dat houdt voor bepaalde minderheden een gevaar in. We moeten dus snel, accuraat en pragmatisch optreden.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. La chute du régime est une bonne nouvelle pour le peuple syrien, mais sa joie ne sera pas complète s'il ne devient pas souverain. La première garantie de stabilité et d'un avenir pour la Syrie, c'est sa souveraineté. Toute ingérence ou intervention étrangère, quelle que soit sa provenance (Russie, é tats-Unis, Israël, etc.), doit être empêchée. Garantir sa souveraineté doit être un de nos objectifs en termes de politique étrangère. Ensuite, vous avez mentionné l'impunité et l'intolérance à l'impunité. Je suis d'accord avec vous. Tout crime de guerre doit être puni. Tous les crimes de guerre contre le peuple syrien doivent être punis. Mais cette intolérance à l'impunité doit aussi être présente dans l'actualité. On ne peut pas regarder le régime israélien sans réagir, sans le punir alors qu'il envahit le territoire syrien dans l'objectif de coloniser. Les membres du gouvernement l'ont affirmé. Je vous ai entendu condamner cette politique, ce qui est un bon début mais cela ne suffit pas. Les Israéliens se foutent des condamnations. Il faut des actes et des sanctions: un embargo militaire, remettre nos alliances et notre accord d'association avec Israël en question. Tant que l'impunité persiste, Israël ne changera pas sa politique coloniale dans la région. Certes, il y a déjà une condamnation, mais il faudrait passer aux actes et aux mesures contre l'État d'Israël.

De akkoorden en de samenwerking tussen de Europese Unie en Rwanda
De nieuwe steun van de Europese Unie voor de militaire operaties van Rwanda
De Europese samenwerking met Rwanda
De Belgische onthouding over Europese steun voor het leger in Mozambique
Europese samenwerking en militaire steun aan Rwanda en Mozambique

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België uit kritische bezorgdheid over de EU-steun aan Rwanda, ondanks diens betrokkenheid bij het M23-conflict in Oost-Congo en schendingen van internationaal recht. Hoewel de EU Rwanda blijft financieren via de *Europese Vredesfaciliteit* (voor antiterrorisme in Mozambique), onthield België zich als enige lidstaat, eisend bindende voorwaarden: terugtrekking van Rwandese troepen uit Congo en strikte controle op het niet-militaire gebruik van EU-gelden—met dreiging van opschorting bij non-compliance. De MoU over strategische mineralen met Rwanda (om EU-afhankelijkheid te verminderen) wordt door België kritisch gevolgd, met nadruk op traçabiliteit om illegale exploitatie van Congolese grondstoffen te voorkomen, maar concrete garanties ontbreken nog. België benadrukt diplomatieke druk op Rwanda en steun voor regionale vredesprocessen (o.a. Luanda-akkoord), terwijl het bilaterale relaties openhoudt—mits goede trouw van Rwanda. Kernpunt: België kiest voor een genuanceerd standpunt—steun aan antiterrorisme in Mozambique zonder legitimering van Rwandese agressie in Congo—maar blijft geïsoleerd binnen de EU, waar de meerderheid Rwanda’s dubbelrol (vredesactor *en* conflictpartij) tolerant benadert. Critici vragen hardere EU-sancties en een stem *tegen* in plaats van onthouding.

Pierre Kompany:

Merci, madame la présidente. Monsieur le ministre, bienvenue. Vous arrivez quand le monde et les observateurs géopolitiques sont inquiets. Et vous avez alors beaucoup de soucis à résoudre. En février dernier, l'Union européenne a conclu un mémorandum d'entente avec le Rwanda concernant les minerais stratégiques. Il a rapidement été contesté, notamment par notre partenaire, la République démocratique du Congo, car il semblait donner un blanc-seing à l'exploitation illégale des ressources minières congolaises par le Rwanda.

Dans sa récente audition devant le Parlement européen, le futur commissaire européen chargé de partenariats internationaux, M. Jozef Sikela, a soutenu cet accord et l'aurait même qualifié d'exemplaire. De même, l'Union européenne vient de renouveler le soutien de la facilité européenne pour la paix, je dis bien pour la paix, de financer les opérations de l'armée rwandaise au Mozambique, alors que cette armée, en soutenant le mouvement M23, participe à l'agression contre la République démocratique du Congo.

Depuis février 2024, la Belgique a-t-elle reçu les assurances que le mémorandum d'entente permettra une traçabilité de tous les minerais ou de leurs produits dérivés en provenance du Rwanda, afin d'éviter l'exploitation illégale des minerais congolais? Dans le cas contraire, pourquoi ne remet-elle pas en cause cet a priori ? De même, pourquoi la Belgique n'a-t-elle pas bloqué le financement de l'armée rwandaise par la facilité européenne pour la paix, alors qu'elle n'a pas l'assurance que cette armée ne soutient pas et ne soutient plus les forces du M23?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, bienvenue parmi nous. L’Union européenne prévoit de renouveler son soutien à l’armée rwandaise dans le cadre de la Facilité européenne pour la paix. Bien que cet instrument soit destiné à financer des équipements militaires et des opérations logistiques, il est difficile d’ignorer les inquiétudes liées à l’implication continue du Rwanda dans le soutien au groupe rebelle M23, responsable de crimes de guerre dans l’Est de la RDC.

Des rapports de l’ONU et d’organisations de la société civile congolaise sont explicites. Les violences contre les civils s’intensifient, les déplacements de population se multiplient et l’instabilité dans le Nord-Kivu s’aggrave. À ce jour, ce conflit a causé environ 10 millions de morts et plus de 7 millions de déplacés; une tragédie humanitaire qui continue d’évoluer en silence.

Vous le savez bien, il y a un réel risque que les fonds de l’Union européenne soient utilisés pour alimenter le conflit à l’Est de la RDC, même si le Rwanda affirme qu’ils sont uniquement destinés aux opérations au Mozambique. De plus, le sentiment que le Rwanda influe sur les décisions européennes, notamment après la nomination controversée d’un représentant spécial de l’Union européenne pour la région, accentue les doutes de la société civile quant à l’impartialité de l’Union européenne.

Monsieur le ministre, dans ce contexte, voici mes questions. Pourquoi l’Union européenne soutient-elle militairement un pays accusé de violer le droit international humanitaire: le viol comme arme de guerre, des violences contre les populations civiles, et j’en passe? Comment explique-t-elle cette différence entre les théâtres d’opérations militaires au Mozambique et la situation dramatique à l’Est de la RDC? Le Rwanda peut-il être considéré comme un grand acteur de paix dans un pays et comme un acteur de la guerre dans un autre pays?

La Belgique bloquera-t-elle ces fonds tant que le Rwanda n’aura pas prouvé qu’il ne soutient plus le M23, ce dont il existe plusieurs preuves? Dans le cas contraire, quelles garanties obtiendra-t-elle pour que l’argent soit bien utilisé au Mozambique?

Comment l’Union européenne vérifiera-t-elle l’utilisation de ces fonds? Quelles sanctions seront-elles infligées au Rwanda s’il ne respecte pas les garanties demandées?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de vorige vragen. De collega’s hebben al perfect uitgelegd waarom de Europese steun aan Rwandese militairen omstreden is, namelijk de betrokkenheid van Rwanda bij het conflict in Oost-Congo. België onthield zich daarom bij de stemming in de Raad. Dat was een goede houding van België.

In een persbericht dat de FOD Buitenlandse Zaken daarop verspreidde, werd het belang onderstreept van de aanvullende conditionaliteitselementen verbonden aan de Europese steun. Er werd ook gepreciseerd dat de niet-naleving van de mensenrechten of het internationaal recht kan leiden tot opschorting of beëindiging van de steun.

Kunt u het standpunt van België nader toelichten? Hebben andere lidstaten een gelijkaardig standpunt verdedigd?

Waaruit bestaan precies de voorwaarden die aan de bijkomende steun verbonden zijn? Hoe zal de naleving ervan concreet gegarandeerd worden?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, lors du dernier Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne en novembre dernier, la Belgique s'est abstenue sur le renouvellement de l'assistance militaire accordée au RDF rwandais dans le cadre de la lutte contre le terrorisme dans la province de Cabo Delgado, au Mozambique. Cette position est motivée par des inquiétudes sur l'implication des forces rwandaises dans le soutien au mouvement rebelle M23 en République démocratique du Congo et reflète une volonté de garantir que l'aide européenne soit strictement dédiée à la lutte contre le terrorisme au Mozambique.

Monsieur le ministre, pouvez-vous revenir sur cette abstention? D'autres pays ont-ils suivi le même raisonnement que le nôtre? Cette décision reflète-t-elle une divergence plus grande entre la Belgique et ses partenaires européens quant à la manière de gérer les questions de sécurité en Afrique? La Belgique envisage-t-elle de proposer des mécanismes de suivi ou de contrôle pour s'assurer que l'aide européenne au Mozambique ne soit pas utilisée à d'autres fins ou dans d'autres zones d'opération, comme le Nord-Kivu? Cette abstention pourrait-elle affecter les relations bilatérales, déjà fragiles, entre la Belgique et le Rwanda, notamment sur le plan de la coopération diplomatique, économique et/ou sécuritaire? Enfin, pouvez-vous nous dire où en est ce dossier à l'échelle européenne?

Bernard Quintin:

Mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui sont de deux ordres.

Concernant la question sur le Memorandum of understanding (MoU), sur les matières premières critiques entre l'Union européenne et le Rwanda, il convient de replacer cela dans un contexte approprié. L'Union européenne a signé des accords de ce genre avec toute une série de pays, y compris avec la République démocratique du Congo. Ce dernier a d'ailleurs été conclu avant celui avec le Rwanda grâce à l'insistance belge. Nous en avons également avec la Zambie, l'Ouganda ou encore le Kazakhstan, l'Argentine et le Chili.

Ces accords illustrent les efforts de l'Union européenne pour diversifier l'approvisionnement en matières premières critiques. C'est un secteur prioritaire pour consolider notre autonomie stratégique, ce qui devient dans le monde d'aujourd'hui toujours plus important

Dans ces MoU, nous nous attaquons aux problèmes d'exploitation et de commerce illégal de ces ressources. L'objectif est également de renforcer la traçabilité des chaînes d'approvisionnement. L'Union européenne condamne régulièrement l'exploitation et le commerce illégal des matières premières dans la région des Grands Lacs.

Le régime européen des sanctions liées à la situation en RDC prévoit d'ailleurs des mesures restrictives ciblant des acteurs, individus, entités ou organisations qui alimentent ou profitent des conflits armés, de l'instabilité ou de l'insécurité dans le pays. Cela inclut les responsables de violences ou ceux impliqués dans l'exploitation et le commerce illicite de ressources naturelles.

Lors de la signature du MoU en question avec le Rwanda, ma prédécesseure a souligné devant ce Parlement que ces accords doivent être utilisés comme des leviers pour améliorer la transparence et la traçabilité du commerce des matières premières, contribuant ainsi à traiter l'une des causes profondes des conflits dans l'Est de la RDC.

Pour mettre en œuvre ces memorandums , l'Union européenne négocie actuellement avec le Rwanda une feuille de route détaillant les actions à entreprendre. La Belgique suivra de près la mise en œuvre de ces actions pour s'assurer qu'elles respectent pleinement les objectifs fixés.

Concernant vos questions sur la mesure d'assistance de la Facilité européenne pour la paix, destinée à appuyer les poursuites du déploiement des Forces rwandaises de défense (RDF) au Cabo Delgado, au Mozambique, je rappelle qu'il s'agit d'une réponse à une demande précise et répétée des autorités mozambiquaines pour faire face à la menace terroriste qui est encore active dans cette partie de leur pays.

Le SPF Affaires étrangères a publié le lundi 18 novembre et ce, directement après la communication de l'Union européenne annonçant l'approbation de cette mesure, un communiqué expliquant la position de la Belgique dans ce dossier, à savoir son abstention. Je reviendrai par la suite sur ce point.

Cette abstention exprime deux choses. Il s'agit tout d'abord de notre soutien à la lutte contre le terrorisme au Cabo Delgado, ainsi que notre approche constructive et solidaire au sein de l'Union européenne. Il est en effet important que celle-ci continue de se positionner comme un partenaire qui réponde aux demandes des pays africains dans le domaine de la sécurité, parce que vous savez aussi bien que moi que l'Union n'est pas le seul acteur sur le terrain. Ensuite, je rappelle l'attachement de la Belgique au respect de la Charte des Nations Unies et aux principes du droit international, en rapport notamment avec la situation dans l'Est de la République démocratique du Congo.

Comme vous le savez, et tel que documenté à de multiples reprises par les Nations Unies, ainsi que vous l'avez souligné, madame la députée, le Rwanda poursuit son appui militaire aux forces du M23 et, par là-même, viole l'intégrité territoriale et la souveraineté de la République démocratique du Congo. La Belgique continue de condamner fermement ce soutien rwandais au M23 et exige le retrait immédiat des RDF de l'Est de la RDC. La Belgique a également été très claire vis-à-vis de la RDC quant à la nécessité d'un arrêt immédiat de la collaboration avec le FDLR et autres groupes armés et à leur neutralisation.

Nous soutenons pleinement les processus de médiation régionaux, au premier chef desquels celui de Luanda. Cette position est, du reste, pleinement partagée par l'Union européenne.

Lorsqu'il s'est agi de discuter d'un nouvel appui au déploiement des RDF au Cabo Delgado, il n'était pas possible, selon nous, de dissocier complètement les situations, étant donné la présence simultanée des militaires rwandais sur les deux théâtres. Les discussions européennes ont montré que cette vision était partagée par plusieurs autres États membres. Cependant, pour le dire clairement, seule la Belgique s'est abstenue.

Door het optreden van België en andere lidstaten werden aanvullende politieke en technische voorwaarden toegevoegd in vergelijking met de oorspronkelijke maatregelen. In de eerste plaats zorgden we ervoor dat de European Peace Facility (EPF) gelinkt werd aan de inspanningen van Rwanda in het kader van het Rwandaproces en dus aan de gevraagde terugtrekking uit Oost-Congo.

En plus, l’appui européen est strictement non létal et consiste en l’acquisition d’équipement personnel non repris dans la liste des équipements militaires de l’Union européenne, ainsi que le financement du transport aérien entre le Rwanda et la province de Cabo Delgado au Mozambique.

Dat weerspiegelt onze doelstelling dat de hulp uitsluitend bestemd moet blijven voor de strijd tegen het terrorisme in Mozambique door de Rwanda Defence Force (RDF), ter ondersteuning van de Mozambikaanse strijdkrachten en ten behoeve van de Mozambikaanse bevolking, en niet voor andere doeleinden of in andere gebieden mag worden gebruikt.

In ons persbericht hebben we het belang benadrukt van een zorgvuldige monitoring van de naleving van de extra voorwaarden die van toepassing zijn op de uitvoering van deze steunmaatregel. Sommige van die voorwaarden zijn juridisch bindend voor Rwanda. De niet-naleving van het internationale recht en het niet respecteren van de mensenrechten zouden bijvoorbeeld kunnen resulteren in de opschorting of stopzetting van de steun.

Enfin, je tiens à souligner que les contacts diplomatiques ne sont pas à l’arrêt, ni avec le Rwanda, ni avec la République démocratique du Congo, et que via ces contacts, nous avons l’occasion d’échanger, mais aussi d’expliquer nos positions en toute transparence.

Concernant nos relations bilatérales avec le Rwanda, nos canaux restent ouverts et nous sommes évidemment prêts à en discuter à tout moment avec les autorités rwandaises, afin d’évaluer leur état et d’envisager leur futur. C’est d’ailleurs le sens du message que nous avons transmis aux autorités rwandaises.

Vous l’aurez compris – et cela vient de moi – nous sommes à disposition, comme nous l’avons toujours été, pour travailler à des relations apaisées, mais cela nécessite, bien entendu, un minimum de bonne foi de part et d’autre. Nous attendons donc maintenant que les Rwandais nous disent, et surtout nous montrent, qu’ils sont eux aussi disposés à poursuivre une telle relation.

Pierre Kompany:

Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse que vous avez donnés. Mais la chose la plus embêtante dans cette histoire, c'est que toute l'Afrique pense qu'on a créé un petit gendarme – même si mes mots sont exagérés – pour la paix en Afrique. Alors que, si on regarde bien la situation dans ce pays, il n'y a que trois tribus. Je l'affirme. Le vivre ensemble n'est pas garanti. Je ne veux pas rentrer dans l'analyse de ce qu'il s'y passe ou non, mais le vivre ensemble n'est pas garanti. Vous ne garantissez pas le vivre ensemble chez vous. Allez-vous le garantir ailleurs? À moins qu'il y ait des intérêts cachés qui ne soient pas nécessairement ceux de notre pays, la Belgique. Cela, tout le monde le sait. La Belgique est peut-être une médiatrice de paix. La Belgique, on l'écoute partout dans le monde, même si on ne tient pas compte de ses conseils.

Je crois que pour cette fois-ci, l'Union européenne, via son commissaire, a dit n'importe quoi. Il est temps de changer de dialogue. Il est temps de changer de façon de parler. L'Afrique, que vous comme moi nous représentons ici – car la plupart d'entre nous connaissent l'Afrique et nous n'avons rien à leur apprendre –, est choquée. Encore heureux que la Belgique se soit abstenue. Mais la réalité est très forte. Merci.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses complètes.

Je suis heureuse que la Belgique se soit abstenue. Comme je l'avais dit à votre prédécesseur, j'aimerais que la Belgique aille plus loin en votant contre et je regrette profondément que l'Union européenne ne prenne pas en compte les nombreuses victimes et les exactions commises par le Rwanda et le M23.

Comme souligné précédemment, nous sommes dans une position contradictoire de l'Union européenne qui considère que le Rwanda est, d'une part, un acteur de paix dans un pays et, d'autre part, ne respecte pas le droit international ni les droits humains. L'Union européenne continue à dialoguer avec un pays qui méprise les droits humains en RDC. J'espère que la Belgique continuera à avoir cette position exemplaire en continuant à vouloir dialoguer avec les deux États.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik zie een goede evolutie in het standpunt van België. We zeggen nu duidelijk waarop het staat: respect voor het Rwandaproces, geen ondersteuning aan de M23 en respect voor de integriteit van Oost-Congo.

Ons standpunt over de steun is ook in goede zin geëvolueerd. Bij de eerste stemming hebben we ons immers onthouden. Vorige keer hebben we het gesteund. Er is dus evolutie in het standpunt.

Het is ook opmerkelijk dat België zich onthouden heeft. Dat geeft immers duidelijk een signaal naar Rwanda. Zo zeggen we immers dat het uitsluitend bestemd is om de jihadisten te bestrijden en ter ondersteuning van de strijdkrachten van Mozambique en dat we geen letale wapens willen. Die monitoring en opvolging zijn ook heel erg belangrijk om dit au sérieux te nemen. Op deze manier maken we duidelijk dat wat er in Oost-Congo gebeurt onaanvaardbaar is. We moeten daaraan paal en perk stellen en duidelijke taal spreken. We hebben dat dus gedaan, waarvoor dank.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, merci pour cette réponse très franche. La charte des Nations Unies doit être notre boussole absolue, et la présence du RDF en République démocratique du Congo la viole. Il faut donc être ferme. Nous devons maintenir la pression pour que toute force affiliée, de près ou de loin, au Rwanda se retire de la RDC et pour tendre vers un processus de médiation régionale. Dans le même temps, il est primordial de garantir la sécurité et de soutenir l'aide contre le terrorisme. Je compte donc sur vous pour convaincre vos homologues européens d'aller plus loin dans les garanties concernant cette aide. Celle-ci ne peut bénéficier qu'à la lutte antiterroriste et à la population du Mozambique et ne peut être détournée à d'autres fins. L'Europe doit tout faire pour s'en assurer. Je vous remercie. De voorzitster : Aan de orde is vraag nr. 56000948C, maar de heer Freilich is niet aanwezig.

De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu, Gallant en Deif
De arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu, Gallant en Deif
Het aanhoudingsbevel tegen Netanyahu
De gevolgen van de door het ICC tegen Israëlische leiders uitgevaardigde aanhoudingsbevelen
De recente provocaties van Viktor Orbán met betrekking tot de aanhoudingsbevelen van het ICC
De aanhoudingsbevelen van het ICC
ICC-aanhoudingsbevelen tegen Israëlische en internationale leiders

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt dat het de arrestatiebevelen van het Internationaal Strafhof (ICC) tegen Netanyahu, Gallant (Israël) en Hamas-leider Deif zal uitvoeren bij aanwezigheid op Belgisch grondgebied, in lijn met het Statuut van Rome, en roept EU-lidstaten op hetzelfde te doen. De minister benadrukt geen ruimte voor afwijking van de premier’s standpunt en wijst politisering van het ICC af, terwijl Hongarije’s provocaties (zoals het uitnodigen van Netanyahu) juridisch nog niet sanctioneerbaar zijn. België zal tussenkomen in de ICJ-zaak Zuid-Afrika vs. Israël (genocideconventie) maar neemt nog geen concrete sancties (diplomatisch/economisch) tegen Israël, ondanks oproepen tot strengere maatregelen van oppositiepartijen die een genocide in Gaza aanklagen. De focus blijft op humanitaire hulp, gijzelaarsvrijlating en wapenstilstand, met diplomatieke druk voor een duurzame vredesoplossing.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft vanwege vermeende oorlogsmisdaden in de Gazastrook arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu, de Israëlische voormalige minister van Defensie Gallant en Hamasleider Mohammed al-Masri, ook wel bekend als Mohammed Deif. Israël meldde deze zomer dat de militaire leider Mohammed Deif op 13 juli al uitgeschakeld zou zijn.

Het Internationaal Strafhof zegt dat er aanwijzingen zijn dat Netanyahu en Gallant in hun werk als premier en als minister van Defensie strafbare verantwoordelijkheid dragen voor een aantal misdaden. Het gaat om de inzet van uithongering als wapen – een oorlogsmisdaad – en moord, vervolging en andere onmenselijke daden die neerkomen op misdaden tegen de menselijkheid. Het Internationaal Strafhof denkt ook dat de Israëliërs mogelijk een oorlogsmisdaad hebben gepleegd door opdracht te geven voor aanvallen op de burgerbevolking in de Palestijnse gebieden. Deif was de hoogste commandant van de Al-Qassambrigades, de militaire tak van Hamas. Hij wordt door het Strafhof gezocht voor onder meer moord, uitroeiing, martelingen, gijzelingen en verkrachtingen.

Meer dan 120 landen zijn betrokken bij het Internationaal Strafhof. Zij zijn verplicht om de arrestatiebevelen van het Hof uit te voeren. Het is evenwel onzeker of ze ook echt tot één of meerdere arrestaties zullen leiden.

Nederland respecteert de beslissing van het Internationaal Strafhof om een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen Netanyahu. Als hij op Nederlandse bodem komt, zal hij worden gearresteerd, zei de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Veldkamp, in de Nederlandse Tweede Kamer. Ook zal Nederland geen niet-essentiële contacten meer aanknopen met Netanyahu. Hetzelfde geldt voor de voormalige Israëlische minister van Defensie Gallant en de heer Deif. Nederland voert het statuut van Rome voor honderd procent uit, zei minister Veldkamp. Dat statuut regelt de oprichting van het in Den Haag gevestigde Internationaal Strafhof en de wijze van omgaan met uitspraken daarvan.

Mijnheer de minister, zal België de aanhoudingsmandaten van het Internationaal Strafhof uitvoeren en de gezochte personen arresteren als zij voet zouden zetten op Belgische bodem?

Voorzitter:

De heer Aerts en de heer Boukili zijn niet aanwezig.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, le 21 novembre dernier, la Cour pénale internationale (CPI) a émis des mandats d'arrêt internationaux contre le premier ministre israélien, Benyamin Netanyahu, et son ancien ministre de la Défense, Yoav Gallant, pour des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité présumés dans le contexte des événements survenus à Gaza entre octobre 2023 et mai 2024.

Cette décision, historique pour la CPI, marque une première à l'encontre de dirigeants d'un État appartenant au camp occidental et soulève de nombreuses interrogations sur les répercussions politiques, diplomatiques et juridiques à l'échelle internationale. En Europe, les réactions ont été diverses: certains États membres de l'Union européenne ont marqué leur soutien, rappelant leur attachement au respect du droit international et des institutions multilatérales; tandis que d'autres, comme la France, se sont montrés plus nuancés. Viktor Orbán, le premier ministre hongrois, s'est quant à lui une nouvelle fois tristement distingué, en invitant le premier ministre israélien pour défier la CPI. Une provocation de plus.

Monsieur le ministre, quels impacts immédiats ou potentiels cette décision de la CPI pourrait-elle avoir sur les relations diplomatiques entre la Belgique et Israël?

En cas de présence sur le territoire belge des personnes visées par ces mandats, la Belgique s'engage-t-elle à respecter ses obligations découlant du Statut de Rome? Le premier ministre a déjà répondu à cette question en séance plénière, et j'imagine que vous confirmerez sa ligne.

Comment le gouvernement belge prévoit-il de concilier ses engagements juridiques internationaux avec la volonté de maintenir un dialogue diplomatique avec Israël, compte tenu des tensions que cela pourrait engendrer?

Quel rôle la Belgique entend-elle jouer au sein de l'Union européenne pour encourager une réponse commune à cette situation, en particulier concernant l'applicabilité des mandats d'arrêt?

La Hongrie préside encore pour quelques jours le Conseil de l'Union européenne, tout en multipliant les provocations et bloquant certaines décisions. Estimez-vous qu'elle est en mesure d'assumer la neutralité et la responsabilité requises pour la présidence tournante? Quelle est la stratégie de la Belgique pour répondre aux divisions provoquées par ces positions? Quel leviers diplomatiques notre pays peut-il activer pour défendre efficacement le projet européen et ses valeurs démocratiques?

Rajae Maouane:

Monsieur le président, mon collègue Staf Aerts avait signalé qu'il serait absent.

Monsieur le ministre, entre le moment où nous avons introduit cette question et aujourd'hui, il s'est passé tellement de choses: vous avez été nommé ministre, le régime de Bachar al-Assad est tombé, etc. Veuillez donc m'excuser si certains aspects de ma question sont devenus quasiment obsolètes.

La Cour pénale internationale a émis des mandats d'arrêt contre Benyamin Netanyahu, Yoav Gallant et Mohammed Deif pour crimes contre l'humanité et crimes de guerre. Le ministre néerlandais des Affaires étrangères a réagi en affirmant que les Pays-Bas exécuteraient ces mandats et éviteraient tout contact non essentiel avec les personnes concernées. Il est crucial que les États membres de l’Union européenne, y compris la Belgique, soutiennent maintenant la CPI, confirment leur engagement envers le Statut de Rome et s’engagent à exécuter ces mandats d’arrêt.

Je vais actualiser certaines questions, puisque le premier ministre s'est déjà exprimé à ce sujet en déclarant que la Belgique respecterait et appliquerait le mandat d'arrêt en arrêtant ces personnes si elles mettaient le pied sur le territoire belge. Tout d'abord, êtes-vous aligné sur le raisonnement du premier ministre? C'est évidemment une question rhétorique. La Belgique plaidera-t-elle également en faveur de cette position dans les instances européennes? Nous constatons en effet que la France a inventé une espèce d'immunité dont pourrait bénéficier Netanyahu, qui est un criminel de guerre et qui, je le rappelle, est en plein procès dans son pays pour corruption.

Le gouvernement belge a annoncé son intention de rejoindre l’affaire sud-africaine devant la Cour internationale de Justice (CIJ), accusant Israël de violer la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide pour son attaque militaire. Où en est le gouvernement belge dans le dépôt de sa position devant la Cour? Quand pouvons-nous nous attendre à des actions concrètes, telles des sanctions diplomatiques et économiques à l'encontre du gouvernement israélien?

Bernard Quintin:

De verantwoordelijkheid om het bevel tot aanhouding van het ICC af te dwingen ligt bij de staten. Volgens het artikel 86 van het Statuut van Rome hebben de staten die verdragspartijen zijn in het statuut een wettelijke verplichting om mee te werken met het ICC. Ook roept België de Europese lidstaten op om aan deze verplichting te voldoen.

Als een persoon die onder een aanhoudingsbevel van het hof staat zich op Belgisch grondgebied bevindt, zullen de Belgische autoriteiten voldoen aan hun verplichting onder het Statuut van Rome.

Le premier ministre s'est exprimé en plénière le 28 novembre et a confirmé le soutien belge à la Cour pénale internationale, pour autant que de besoin, et que la Belgique assumera sa responsabilité et exécutera les mandats d'arrêt délivrés par la CPI.

Dit is een positie die België ook op de Europese fora verdedigt.

Il va sans dire – mais c'est encore mieux en le disant – qu'il n'y a pas l'espace d'un papier à cigarette entre la position du premier ministre et celle du ministre des Affaires étrangères que je suis.

Les modalités précises d'exécution des mandats d'arrêt relèvent de la compétence du SPF Justice. Concernant les mesures pratiques que prendra notre pays dans cette situation actuelle, des consultations auront lieu prochainement entre les SPF Affaires étrangères et Justice.

La Belgique souligne dans toutes ses communications que la CPI fonctionne de manière indépendante et impartiale et que la Belgique s'oppose aux tentatives de politisation de cette même Cour.

Met betrekking tot Hongarije, zolang er geen concrete schending van internationale verplichtingen is, zijn juridische sancties niet aan de orde.

Met betrekking tot de procedure voor het Internationaal Gerechtshof heeft de ministerraad in mei 2024 beslist dat België zal tussenkomen voor het Internationaal Gerechtshof in de zaak Gambia tegen Myanmar en Zuid-Afrika tegen Israël.

Le but de l'intervention est d'informer la Cour internationale de Justice de l'interprétation que la Belgique donne à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide. Il ne s'agit donc pas de devenir partie au différend en se joignant à l'une ou l'autre partie mais de renforcer l'universalité de la compétence de ladite Convention, à laquelle la Belgique est partie.

Dans les deux affaires, les déclarations d'intervention devront être déposées en tenant compte des impératifs de la procédure suivie respectivement dans l'une et l'autre affaire.

In december heeft België zijn verklaring tot tussenkomst ingediend in de zaak Gambia tegen Myanmar, want deze procedure is het verst gevorderd.

Er is nog geen datum gekend voor de volgende Belgische stappen in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël. Dit zal afhangen van de ontwikkelingen die zich voordoen naar aanleiding van het onderzoek door het Internationaal Gerechtshof naar zijn jurisdictie, in het geval dat Israël die jurisdictie betwist.

Nous soutenons les efforts qui sont faits entre autres aussi par nos partenaires européens dans ce cadre-là.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, la position de mon groupe a toujours été en réalité très claire et constante pour le droit d’Israël à se défendre face à une menace contre son existence, mais dans le respect du droit international.

Nous avons par ailleurs toujours marqué une différence très nette entre Israël en tant qu’État et son gouvernement. Il n’y a donc aucune ambiguïté chez nous. Une juridiction internationale a rendu son verdict, et il doit être respecté.

Je répète une nouvelle fois les trois grandes priorités pour nous: la libération inconditionnelle des otages; l’accès à l’aide humanitaire pour toutes les populations qui en ont besoin; faire taire les armes. Sur cette base, la diplomatie devra reprendre ses droits pour aller vers une solution de paix qui soit juste et durable pour l’ensemble des parties.

Sur un mode plus léger, je vous ai entendu utiliser l’expression "il n’y a pas de fumée sans feu". Je me réjouis de ce qu’il n’y ait pas l’espace d’une feuille de cigarette entre votre position et celle du premier ministre. Cela évitera à la Belgique de faire un tabac sur cette question.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse claire sur cette absence de divergence entre le premier ministre et vous. Je m’en réjouis, mais je n’avais aucun doute à ce sujet. Par rapport au fait de nous joindre à l’affaire sud-africaine devant la Cour internationale de Justice, je pense que la Belgique peut se montrer plus volontariste. Vous y êtes attentif, vos précédentes prises de position l’ont démontré. Il est plus que temps que la justice et le respect du droit international et des droits humains reprennent leurs droits – c’est le cas de le dire – sur place, et que la Belgique se montre beaucoup plus ambitieuse en termes de sanctions. Sanctions économiques, sanctions diplomatiques envers le gouvernement israélien, qui continue à violer régulièrement toute une série de juridictions internationales. Nous sommes aujourd'hui face à un génocide sur place. De plus en plus d’associations reconnaissent ce fait. Il serait vraiment très intéressant et important que la Belgique puisse le reconnaître et agir. Certes, c’est un petit pays, mais un pays qui a quand même une place importante sur la scène internationale.

Mercosur
Het Mercosur-akkoord
Het Mercosur-akkoord
Het Mercosur-akkoord
Mercosur
De gevolgen van het Mercosur-akkoord voor Belgische landbouwers, industrie en voedselveiligheid
Mercosur-handelsakkoord en impact op België

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Bernard Quintin, David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Mercosur-akkoord wordt beoordeeld als een strategisch economisch en geopolitiek belang voor België en de EU, met kansen voor industrie, kritieke grondstoffen en markttoegang, maar roept sterke bezorgdheden op in de landbouwsector (met name vlees, gevogelte en suiker), ondanks quota en vrijwaringsmaatregelen. België neemt nog geen definitief standpunt in (beslissing pas in 2025) en streeft naar consensus, maar Frankrijk en Polen blokkeren, terwijl de landbouwsector (o.a. FJA, Copa-Cogeca) het akkoord als bedreigend ziet door oneerlijke concurrentie (normen, pesticiden, ggo’s). Controles op voedselveiligheid blijven volgens de minister ongewijzigd, maar critici vrezen versoepeling via WHO-standaarden en beperkte inspecties. De spiegelclausules (bijv. dierenwelzijn) worden als moeilijk haalbaar gezien, terwijl 1 miljard euro EU-steun voor getroffen boeren als ontoereikend wordt bestempeld. Hypocrisie rond ggo-import en export van verboden pesticiden blijft een ethisch en praktisch twistpunt. België riskeert onthouding bij stemming door gebrek aan interne eenheid, met Anvers’ havenbelangen als mogelijke doorslaggevende factor.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de minister, ik ben blij dat ik vandaag mijn eerste vraag aan u kan stellen.

Het Mercosur-akkoord is recent ondertekend door Ursula von der Leyen en we mogen dat een historische stap noemen. Het is een historische stap richting een vrijhandelszone van meer dan 700 miljoen mensen. Het is dus een zeer grote markt. We kunnen het Mercosur-akkoord dus als veel meer dan een vrijhandelsakkoord beschouwen. Het akkoord versterkt immers onze economische banden met de Mercosur-landen, zoals Brazilië en Argentinië. Het positioneert de Europese Unie echter ook veel sterker in een wereld waarin verschillende grootmachten, zoals China, hun invloed in Zuid-Amerika willen uitbreiden. Daar zijn immers ook heel wat edele metalen te vinden, dus het akkoord is ook van groot geopolitiek belang. Als de Europese Unie haar invloed daar dus niet zal laten gelden, zal China dat met heel veel plezier in onze plaats doen. Dan zal er echter veel minder voor het klimaat gedaan worden en zullen wij als Europese Unie daarvan ook de gevolgen dragen.

België heeft een zeer open economie. Wij zijn ook de derde grootste exporteur naar de Mercosur-landen. Voor ons biedt dit akkoord dus toegang tot onder andere kritieke grondstoffen, die we in het kader van de klimaattransitie eveneens veel meer nodig zullen hebben. Het zorgt daarenboven voor meer diversificatie, die we ook nodig hebben, ten opzichte van anderen. We krijgen daarnaast toegang tot snelgroeiende markten. Het kan dus eveneens onze economie stimuleren en onze open en strategische autonomie, waaraan we toch heel veel werken vanuit de Europese Unie, versterken.

Op Europees niveau wordt er vaak gepleit voor een industrial deal en dus voor een industrieel beleid. Ursula von der Leyen zal normaal gezien rond juni daartoe de eerste voorstellen doen. Dit akkoord is echter al een heel concrete stap om ervoor te zorgen dat we onze industrie wel hier kunnen houden en dat die zich niet zal verplaatsen. Voor heel veel van onze bedrijven is dit akkoord dan ook van cruciaal belang.

Ik wil ook nog even ingaan op de landbouw, want er is heel veel te doen rond Mercosur en landbouw. We kunnen niet in het algemeen zeggen dat het een negatief akkoord is voor de landbouw. Er zijn immers bepaalde sectoren, zoals uitvoerders van diepvriesproducten en de graansector, die er wel heel veel voordelen van zullen hebben. Bovendien worden er vrijwaringsmaatregelen voorzien in het akkoord.

Veronderstel dat ineens heel veel vlees ingevoerd zou worden, dan zijn er quota ter vrijwaring voorzien. Ik verwijs naar het CETA-akkoord, het vrijhandelsakkoord met Canada, waarvan ook werd beweerd dat wij hier overspoeld zouden worden met Canadese producten, maar zelfs de Franse president Macron heeft al toegegeven dat we van dat akkoord zelfs beter geworden zijn.

Inzake de sanitaire en fytosanitaire maatregelen wordt gewezen op onze voedselstandaarden. Welnu, geen enkel internationaal akkoord kan onze voedselstandaarden in de Europese Unie wijzigen. Ik herinner me nog de discussies over het vrijhandelsakkoord met de VS. Na dat akkoord zouden wij hier onder meer plofkippen krijgen. Dat kan echter gewoonweg niet, want onze voedselstandaarden kunnen niet wijzigen door de sluiting van een vrijhandelsakkoord.

Mijnheer de minister, daarom heb ik drie concrete vragen voor u.

Ten eerste, wij hopen dat België geen blokkerende rol zal spelen bij de ondertekening en ratificering van het Mercosur-vrijhandelsakkoord. Kunt u dat garanderen?

Ten tweede, spiegelclausules kunnen een boemerangeffect hebben ten aanzien van onze landbouwers. Koeien zouden bijvoorbeeld altijd buiten moeten grazen en zouden niet meer op stal kunnen verblijven. Hoe staat u ten opzichte van alternatieve benaderingen van die spiegelclausules?

Ten derde, staat u open voor een eventuele splitsing van het akkoord in enerzijds een puur en zuiver handelsgedeelte en anderzijds een gemengd gedeelte?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, je ne reviendrai pas sur l'ensemble des rétroactes, mais sur les faits. L'accord a été signé avec le Mercosur le 6 décembre dernier. Pour la FJA et la Fugea, c'est une gifle pour les agriculteurs. Pour le Copa-Cogeca au niveau européen, c'est un message de mépris pour l'agriculture familiale, six jours à peine après l'entrée en fonction des nouveaux commissaires européens.

Monsieur le ministre, concernant le contenu de l'accord, et ce seront mes premières questions, pouvez-vous le détailler, en particulier le volet agricole? Pouvez-vous le mettre à disposition des membres? Quelle est votre position sur cet accord?

Concernant la procédure d'adoption, un accord mixte commercial et d'investissement doit être ratifié par les parlements de tous les États membres, tandis qu'un accord scindé en deux volets peut n'être approuvé que par une majorité qualifiée d'États membres au Conseil et par une majorité simple au Parlement européen. Confirmez-vous que la Commission doit encore statuer sur la forme juridique que revêtira l'accord? Si oui, quand interviendra cette décision? La Belgique est-elle intervenue ou va-t-elle intervenir pour qu'on choisisse une procédure plutôt qu'une autre, si oui, laquelle, si non, pourquoi?

La France cherche à rassembler une minorité de blocage pour s'opposer à l'adoption de l'accord avec le Mercosur. Quel est l'état des forces en présence au niveau européen? La Belgique rejoindra-t-elle cette minorité de blocage? Je vous remercie.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, in verband met het politiek akkoord over Mercosur dat op 6 december werd gesloten, zei Commissievoorzitter von der Leyen in haar perscommuniqué dat men naar de bezorgdheden van de landbouwers had geluisterd en daaraan tegemoetgekomen was. Welnu, wij hebben toch nog een aantal vragen gekregen van onze landbouwers.

Ik sluit mij aan bij de verzuchtingen van collega Prévot en heb voor u enkele specifieke vragen, mijnheer de minister. Het EU-Mercosur-akkoord beperkt het voorzichtigheidsbeginsel. Bijvoorbeeld, onder het hoofdstuk over sanitaire en fytosanitaire maatregelen staat dat men niet op Europese regelgeving een beroep zal doen, maar op WHO-standaarden. Concreet wil dat zeggen dat er door het akkoord bij de invoer van voedingsmiddelen meer residuen van pesticiden worden toegestaan, inclusief de meest schadelijke chemische bestrijdingsmiddelen, zoals glyfosaat. Klopt het, mijnheer de minister, dat door de Europese overeenkomst onze regels zullen versoepelen?

Het handelsakkoord limiteert de mogelijkheden om bij de import van bijvoorbeeld vlees en gevogelte uit de Mercosur-landen voedselinspecties uit te voeren en preventieve maatregelen te nemen om de import te blokkeren, indien er een vermoeden van verontreiniging is. Klopt het, mijnheer de minister, dat de Europese overeenkomst onze nationale controlebevoegdheden zal limiteren?

Pesticiden die hier vandaag verboden zijn voor gebruik in landbouw, maar die wel nog steeds door onze chemische industrie geproduceerd worden, worden uitgevoerd naar onder andere de Mercosur-landen. Het Mercosur-akkoord vergemakkelijkt de export van de chemische bestrijdingsmiddelen, waardoor men een incentive creëert om die schadelijke stoffen nog meer te gebruiken. Klopt het, mijnheer de minister, dat België naar onder andere Brazilië en Paraguay pesticiden uitvoert die hier niet meer gebruikt mogen worden en ginder wel?

Tot slot, genetisch gemodificeerde organismen worden tot heden slechts heel beperkt toegelaten in Europa. Het toepassen van genetisch gemodificeerde organismen is in de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen echter de standaard. In het handelsakkoord wordt de mogelijkheid tot asynchrone toestemming voor gmo's gecreëerd om de impact op de handel te minimaliseren. Klopt het, mijnheer de minister, dat door het akkoord het aandeel genetisch gemodificeerde ingrediënten in onze voedselketen kan toenemen?

Bernard Quintin:

J'allais répondre par une blague mais je vais m'abstenir. Je dois faire bonne impression pour ma première audition en commission! Il ne faut pas me pousser, monsieur le député, ce n'est pas gentil.

Beste collega's, Buitenlandse Zaken coördineert het Belgische standpunt en informeert onze verschillende politieke autoriteiten over de ontwikkelingen in Europese aangelegenheden, in overeenstemming met het samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994. Zoals bij elk handelsdossier zal het definitieve Belgische standpunt worden ingenomen wanneer de Commissie de voorstellen voor besluitvorming aan de Raad voorlegt. Dit zal pas rond de zomer van 2025 kunnen plaatsvinden, aangezien de teksten nu in alle officiële talen van de EU moeten worden vertaald en wettelijk worden geverifieerd.

Monsieur Prévot, c'est également au moment de la présentation des propositions de décision au Conseil que la Commission définira la base légale et la structure juridique de l'accord, notamment sur la base du contenu de celui-ci. La Commission n'a donc pas encore arrêté la structure finale de l'accord.

Il est difficile d'anticiper la position finale du Conseil. La France et la Pologne ont annoncé être contre l'accord, alors que l'Autriche est pour l'instant tenue par une résolution de son Parlement précédent. Le Parlement des Pays-Bas a également adopté une résolution similaire mais d'ici à la présentation du dossier au Conseil, les positions de plusieurs É tats membres sont encore susceptibles d'évoluer dans un sens ou l'autre.

Dans les semaines et mois à venir, les Affaires étrangères seront en contact avec les autorités politiques et les parties prenantes afin de partager les informations reçues et d'expliquer le contenu de l'accord.

Zodra de ontwerpbesluiten zijn verzonden, zal het Belgische standpunt op basis van consensus met alle autoriteiten van ons land worden gecoördineerd. Als er geen intra-Belgisch akkoord komt, zal ons land zich bij de stemming moeten onthouden.

C'est aussi cette procédure qui sera suivie en ce qui concerne la position sur la structure juridique.

Het is waar dat dit akkoord economische opportuniteiten bevat voor de Belgische industrie en de dienstensector. In 2023 boekte ons land een positieve handelsbalans van 3,45 miljard euro met de landen van de regio op het gebied van de handel in goederen, met een aanzienlijke bijdrage van de chemische en farmaceutische industrie, machines en transportmateriaal. Ons land is ook goed ingeburgerd op het gebied van diensten, met name in de vervoerssector, de telecommunicatie en de zakelijke dienstverlening.

Het akkoord moet iets meer dan 90 % van de tarieflijnen tussen de twee blokken liberaliseren. Het moet de handel in goederen, diensten, toegang tot markten voor overheidsopdrachten en kritieke grondstoffen vergemakkelijken.

Alle teksten van het akkoord van 2019 zijn sinds 2022 voor het publiek beschikbaar op de website van de Commissie. De nieuw onderhandelde teksten werden op dinsdag 10 december ook op de website van de Commissie gedeeld.

Mevrouw Van Bossuyt, zoals u aangaf, is het akkoord ook geopolitiek belangrijk, aangezien de regio bijna 270 miljoen inwoners heeft en aangezien Europa er veel historische en politieke banden mee heeft. Zoals u weet, roept dit akkoord echter ook zorgen op bij bepaalde sectoren, vooral met betrekking tot duurzame ontwikkeling en landbouw.

Sur ce volet agricole justement, l'accord réduit ou supprime les tarifs douaniers sur les biens agricoles, permettant d'offrir des opportunités d'exportation pour nos producteurs, notamment en matière de pommes de terre surgelées, de bières, de chocolat, de certains fruits ou de produits laitiers. L'accord protège également 350 indications géographiques européennes. Treize de ces indications sont belges, parmi lesquelles le jambon d'Ardenne, la plate de Florenville, la gentse azalea et le peket.

Certains secteurs seront cependant soumis à des pressions, notamment ceux de la viande bovine, de la volaille ou du sucre. Pour ces secteurs, la Commission a négocié des quotas visant à limiter l'importation de ces produits en Europe. Ceux-ci entreront en vigueur de façon graduelle, entre cinq et dix ans en fonction des produits. En outre, ces quotas sont, pour la première fois dans un accord commercial de l'Union européenne, soumis au mécanisme de sauvegarde permettant de réintroduire temporairement les tarifs en cas de perturbation du marché.

Enfin, la présidente de la Commission européenne, Ursula Von der Leyen a annoncé, lors de la conclusion des négociations le 6 décembre dernier à Montevideo, que la Commission allait proposer une réserve d'au moins un milliard d'euros comme une forme d'assurance en cas d'impact négatif sur les agriculteurs et les zones rurales.

Des mesures de simplification devraient également être annoncées prochainement. Nous attendons donc la publication de la Vision pour le futur de l'agriculture, attendue durant les 100 premiers jours de la nouvelle Commission afin d'en évaluer le contenu. Vous savez que ces mesures de simplification sont une demande très forte de notre secteur agricole, singulièrement le secteur de l'élevage.

Par ailleurs, tous les produits mis sur le marché européen doivent respecter les normes sanitaires et phytosanitaires européennes, en ce compris en ce qui concerne l'utilisation des hormones, l'utilisation des OGM et les résidus maximum de pesticides. Les contrôles se font à l'arrivée des biens aux points d'entrée au sein de l'Union européenne par les autorités des États membres, par exemple le port d'Anvers. Les contrôles sont ensuite effectués par les douanes sur la base des règles applicables. L'accord ne modifie pas cela.

Mijnheer Keuten, het is dus niet correct om te zeggen dat de overeenkomst de Europese normen zou versoepelen, de controlebevoegdheden van de lidstaten zou beperken en de deuren wagenwijd zou openzetten voor de invoer van ggo-producten.

We moeten werken aan het beperken van de gevolgen, het activeren van voorzorgsmaatregelen in het geval van een storing en het compenseren, ondersteunen en vereenvoudigen van het werk voor onze boeren. Tegelijkertijd moeten we de algemene gevolgen analyseren die het akkoord zou kunnen hebben op alle sectoren van onze economie en op de werkgelegenheid.

Wat duurzame ontwikkeling betreft, is het noodzakelijk te melden dat het Akkoord van Parijs opgenomen is als essentieel element van het akkoord en dat de Mercosur-landen zich hebben geëngageerd om tegen 2030 de ontbossing te stoppen.

Wat de spiegelclausules voor landbouw betreft, ben ik van mening dat ze voor bepaalde subsectoren op een gerichte manier nuttig zouden kunnen zijn. Het Mercosur-akkoord bevat bijvoorbeeld een clausule over de productie van eieren. Spiegelclausules moeten echter bilateraal worden onderhandeld en zijn niet gemakkelijk om in de praktijk na te komen. Ze kunnen ook gepaard gaan met hogere vragen van onze partners op het gebied van toegang tot de EU-markt. Daarom heeft de EU de afgelopen jaren unilateraal maatregelen ontwikkeld die verenigbaar zijn met de WTO-regels, bijvoorbeeld de regelgeving inzake pesticiden, verlaging van de maximumwaarde voor residuen of ontbossing.

Laat mij afsluiten inzake het Mercosur-akkoord door te onderstrepen dat het nodig zal zijn om een Belgische positie te bepalen die niet alleen rekening houdt met de impact van het akkoord op onze defensieve belangen, maar uiteraard ook op onze offensieve belangen.

Je me permets d'insister: comme cela été dit, entre autres, par Mme la députée Van Bossuyt, nous sommes une économie ouverte, puisque 80 à 85 % de notre PIB dépend du commerce international. Par conséquent, pour la Belgique, il faut de bons accords commerciaux internationaux. Nous serons évidemment attentifs à tout ce qui est écrit. C'est pourquoi nous analysons les nombreuses pages de l'accord. En tout cas, nous avons besoin de ces bons accords internationaux pour notre développement économique. Comme cela a été indiqué dans d'autres questions, notre autonomie stratégique ouverte est extrêmement importante dans un monde où les choses sont en pleine mutation. Je vous remercie de votre attention.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de minister, hartelijk dank voor uw antwoord. Ik vind het heel jammer dat er rond dit akkoord van alles gezegd wordt op basis van wat er gehoord wordt in plaats van naar de tekst en de mogelijke impact te kijken. Ik hoor zeggen dat het “un mépris pour nos agriculteurs ” is. Er zijn inderdaad zorgen voor onze landbouw of voor bepaalde sectoren uit onze landbouw, maar met die zorgen is ook rekening gehouden. Zeer uitzonderlijk voor een vrijhandelsakkoord zijn er expliciet quota en vrijwaringsmaatregelen opgenomen. Dat is zeker niet evident.

Collega’s, het gaat hier over twee hamburgers of een biefstuk per Europeaan en twee kippenfilets. Daarover gaat het. Daarvoor zou een akkoord dat zo belangrijk is voor zovele sectoren in onze Belgische economie op de helling gezet worden. Misdadig is een te groot woord, maar het zou heel jammer zijn.

Ik hoor hier ook spreken over de ggo’s. Dat is heel hypocriet, want ggo’s worden hier niet toegelaten maar we voeren ze wel massaal in. We voeren massaal ggo-gemodificeerde soja in uit die landen maar hier mag die niet gefabriceerd worden. Er is nu een nieuwe methode, CRISPR. Ik hoop dat we daarvoor in Europa eindelijk wel het licht op groen zetten, want ze wordt al in de hele wereld toegepast behalve in de Europese Unie. Nochtans spelen we daar een voortrekkersrol op het vlak van innovatie.

Mijnheer de minister, ik ga dus absoluut akkoord met uw eindconclusie. Dit akkoord is zeer belangrijk voor onze industrie, ook voor onze landbouw, en dus voor de werkgelegenheid in ons land. Elke donderdag tijdens de plenaire sessies zijn er vragen over de werkgelegenheid, over bedrijven die het moeilijk hebben. Welnu, met dit akkoord kunnen we concrete stappen in de goede richting zetten. Laat ons dus alstublieft aan één zeel trekken om dat ook te kunnen waarmaken.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse détaillée.

Je vais vous donner raison sur la fin de notre intervention quand vous dites que de bons accords commerciaux sont indispensables pour le développement socio-économique de notre pays. Vous avez raison, mais il faut de bons accords commerciaux! Nous avons ici un vrai déséquilibre. Je plaide depuis longtemps pour une exception agricole et je trouve complètement hallucinant qu'on puisse échanger des voitures allemandes contre de la viande bovine.

Madame Van Bossuyt souligne le faible taux de consommation de viande, indiquant deux steaks hachés et une cuisse de poulet par habitant. Il faudrait un jour multiplier tous les accords commerciaux passés et futurs pour évaluer l'impact réel sur le secteur, notamment sur celui de l'élevage, et principalement celui de l'élevage de viande bovine. C'est évidemment cela qui impacte très fortement nos éleveurs. C'est la raison pour laquelle nos agriculteurs sont mécontents par rapport à cet accord.

Vous dites que les produits qui arrivent sur notre territoire doivent pouvoir répondre aux mesures européennes. Nous avons des mesures drastiques en Belgique. Celles qui sont imposées à l'agriculture conventionnelle pourraient parfois être considérées comme des mesures bio dans certains autres pays tant elles sont strictes. Il y a donc, là aussi, une concurrence déloyale pour notre secteur agricole.

Je reste donc intimement persuadé que de bons accords sont évidemment nécessaires pour notre pays mais que cet accord du Mercosur est dangereux pour notre modèle agricole. Je comprends bien qu'un milliard d'euros est mis en réserve pour couvrir d'éventuelles grosses pertes mais un milliard d'euros sur l'échelle européenne pour le secteur agricole, c'est évidemment dérisoire.

Je sais que vous n'êtes pas Madame Irma et que vous ne pouvez évidemment pas prédire la position de la Belgique. Moi, par contre, je vais vous la donner la position de la Belgique: nous nous abstiendrons, comme à chaque fois, car c'est malheureusement le port d'Anvers qui va décider. J'ai interrogé à plusieurs reprises votre collègue, le ministre de l'Agriculture Clarinval. Il m'a répondu, un peu en mode "Annie Cordy": je voudrais bien mais je ne peux point. Nous aurons donc, une fois de plus, une réponse "chèvrechoutiste" de la part de notre pays et nous nous abstiendrons, contrairement à d'autres pays qui auront été beaucoup plus volontaristes que nous.

Voorzitter:

Monsieur Prévot, je vous confirme que Mme Irma n'est pas présente pour nos travaux de l'après-midi.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, ik deel de mening van mevrouw Van Bossuyt over de hypocrisie betreffende de ggo's of de gmo's. Ze zijn in ons land verboden, maar worden massaal ingevoerd. Met het akkoord doen we er nog een schepje bovenop en importeren we nog meer genetisch gemodificeerde ingrediënten en voedingsmiddelen. Het gaat niet over de hoeveelheid vlees en gevogelte die we morgen zullen invoeren als het akkoord tot stand komt, het gaat wel over de controle op de voedselveiligheid van dat vlees en gevogelte. Als er een vermoeden van verontreiniging bestaat, dan moeten we de controlebevoegdheid behouden waarover we vandaag beschikken. Ten slotte heb ik geen antwoord gekregen op mijn vraag over de chemische bestrijdingsmiddelen die massaal worden geproduceerd in ons land, die hier verboden zijn en geëxporteerd worden. Die export wordt vergemakkelijkt, dus zullen er nog meer verboden bestrijdingsmiddelen in Zuid-Amerika gebruikt worden. De daarmee behandelde voedingsmiddelen zullen we dan opnieuw in ons land importeren. Dat is een cyclus van hypocrisie die gestopt moet worden. Bestrijdingsmiddelen die in ons land verboden zijn, hoeven hier ook niet meer geproduceerd te worden.

De oorlog tegen Oekraïne

Gesteld door

N-VA Anneleen Van Bossuyt

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Poetins dreigementen met de inzet van de Oresjnik-raket (een nucleair-capabel wapen) en zijn retoriek over Westerse "escalatie" zijn voornamelijk een voorwendsel om Russische militaire tests en nucleaire afschrikking te rechtvaardigen, terwijl de nucleaire drempel weliswaar daalt maar niet radicaal verandert. België en de NAVO moeten hybride dreigingen, cyberaanvallen en Russische agressie serieus nemen, door verhoogde waakzaamheid, meer steun aan Oekraïne en strengere sancties, zonder diplomatieke kanalen met Moskou te sluiten. Van Bossuyt benadrukt dat Poetins dreigementen – hoe symbolisch ook – realistisch moeten worden opgenomen, en dat NAVO-lidstaten (inclusief België) hun 2%-defensieverplichtingen dringend moeten nakomen om op escalatie voorbereid te zijn.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister, Rusland heeft bij haar terreurcampagne tegen Oekraïne een nieuwe middellangeafstandsraket, de Oresjnik, ingezet. Daarbij dreigde president Poetin ook met verdere aanvallen, niet alleen op Oekraïne, maar ook op landen die wapens leveren of het gebruik daarvan tegen Rusland toestaan. Poetin stelt dat met de inzet van Westerse wapens tegen strategische Russische doelen het conflict in Oekraïne een mondiaal karakter heeft gegeven, waarbij hij de NAVO verantwoordelijk stelt. Ofschoon de gebruikte raket geen ICBM was zoals eerst werd geclaimd, moet haar inzet vooral gezien worden als een simulatie van hoe een nucleaire aanval eruit zou zien.

Vandaar dat ik u volgende vragen wil stellen:

Hoe beoordeelt u de uitspraken en dreigementen van Poetin in deze context van escalatie?

Verandert deze aanval iets aan de inschatting bij onze veiligheidsdiensten over het nucleair/conventioneel/hybride risico dat van Rusland uitgaat?

Welke diplomatieke stappen wensen wij dat Europa en NAVO ondernemen?

Bernard Quintin:

Mevrouw Van Bossuyt, het is duidelijk dat president Poetin de inzet van de Oresjnikraket tracht te presenteren als reactie op de zogenaamde Westerse escalatie, met name op de toestemming vanwege de VS en het VK aan Oekraïne langeafstandswapens in te zetten op Russische doelwitten op Russisch grondgebied, in het bijzonder in de regio Koersk. Deze argumentatie laat evenwel achterwege dat deze raket al eerder, lang voor er sprake was van de inzet van langeafstandswapens, getest was. De lancering in november zou naar verluidt de derde test geweest zijn, weliswaar voor het eerst binnen de context van een actief theater. Het heeft er met andere woorden alle schijn van dat de door Poetin aangehaalde escalatie een voorwendsel is om een militaire test uit te voeren die hoe dan ook gebeurd zou zijn.

De inzet van een dergelijk wapen, uitgerust om kernkoppen te dragen, moet gezien worden in samenhang met de update van de Russische nucleaire doctrine in reactie op de Amerikaanse beslissing ATACMS toe te laten voor gebruik tegen Russische doelwitten in Koersk. Die update, evenals de genoemde Oresjnik past in een langere rij van Russische dreigementen met nucleaire escalatie. Die dreigementen zijn bedoeld om het Westen af te schrikken en om de steun aan Oekraïne af te zwakken. De update van de Russische nucleaire doctrine verlaagt weliswaar de nucleaire drempel, maar is geen radicale afwijking van de vorige doctrine van 2020.

Dat neemt niet weg dat president Poetin zich in een eenrichtingsstraat lijkt te hebben begeven waarbij hij niet van plan is zijn agressie tegen Oekraïne te stoppen. De dreiging van verdere escalatie moet ernstig genomen worden, in eerste instantie op het vlak van hybride oorlogsvoering en cyberaanvallen. Europa en de NAVO-lidstaten moeten dan ook hun waakzaamheid verhogen, hun reactievermogen opvoeren, en de kosten voor Rusland aanzienlijk doen toenemen. Meer steun aan Oekraïne en een verdergezet en verbeterd sanctiebeleid tegen Russische belangen en die van handlangers, zijn daarvoor de best aangewezen middelen.

Wat diplomatieke inspanningen betreft, kan ik u meegeven dat Moskou de VS naar verluidt kort voor de lancering van de Oresjnik op de hoogte had gebracht. De beschikbaarheid en de operationaliteit van de juiste communicatiekanalen met Rusland blijven van primordiaal belang voor de verdere mondiale veiligheid.

Anneleen Van Bossuyt:

Mijnheer de minister, we zijn intussen al even de symbolische kaap van 1.000 dagen oorlog gepasseerd. Ik ben het volledig met u eens dat president Poetin praktisch alle middelen aanwendt om de Russische escalatie van het conflict te verantwoorden. Het gaat misschien alleen maar om dreigementen, maar we moeten die wel ernstig nemen en we moeten ook realistisch blijven in dit conflict in onze achtertuin. We moeten absoluut onze verantwoordelijkheid blijven nemen en onze verplichtingen nakomen. De woorden van de nieuwe NAVO-baas, Mark Rutte, waren op dat vlak zeer duidelijk. Misschien kwam zijn waarschuwing om ons op een escalatie van het conflict voor te bereiden wat bedreigend over, maar we moeten onze verplichtingen met betrekking tot die 2 % effectief nakomen. Als men lid is van de club moet men ook de spelregels volgen, zeker gelet op de lopende conflicten en de huidige geopolitieke situatie.

De situatie in het Midden-Oosten
De kwalificatie van genocide voor de gebeurtenissen in Gaza
Conflict en mensenrechtenschendingen in Gaza en het Midden-Oosten

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België wordt opgeroepen om Israëls acties in Gaza als genocide te kwalificeren, gebaseerd op rapporten van Amnesty International, juristen (o.a. in *Le Monde*) en herhaalde waarschuwingen van de CIJ (genocideris) en VN-experts, hoewel de minister juridische voorzichtigheid betuigt en wacht op uitspraken van de CIJ. Ierland krijgt Belgische steun na de sluiting van zijn ambassade door Israël, terwijl België wapenembargo’s (sinds 2009) en diplomatieke druk via de EU en VN handhaaft, maar het PS dit onvoldoende noemt. Kernpunt: de spanning tussen juridische procedures (CIJ-onderzoek) en dringende morele/politieke actie tegen schendingen van internationaal recht, met verwijzingen naar dubbele standaarden (bv. Oeigoeren vs. Palestijnen).

Voorzitter:

M. Mertens est absent. Monsieur Lacroix, vous avez la parole pour deux minutes.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, très récemment, début décembre, Amnesty International a établi, dans un rapport de 300 pages, que dans le cadre de l'offensive militaire que le gouvernement israélien a lancée à la suite des attaques meurtrières du Hamas dans le Sud de son territoire le 7 octobre 2023, Israël a fait subir aux Palestiniens de Gaza un déchaînement de violences et de destructions permanent en toute impunité.

Le même jour, un collectif de juristes, dont un Belge d'ailleurs, François Dubuisson, affirme dans une tribune dans Le Monde qu'il est fondé en droit international d'employer ici la notion de génocide, qui n'est pas un terme à galvauder. Selon eux notamment, la définition de ce crime n'exige pas du tout la destruction totale du groupe ciblé. La commission de certains actes perpétrés dans l'intention de détruire le groupe en tout ou en partie est suffisante. Il n'est pas nécessaire non plus de démontrer l'existence d'un plan génocidaire pour qu'un génocide soit caractérisé. La définition ne se limite donc pas non plus à la systématisation des assassinats.

Si Amnesty appelle Israël à mettre fin à ce génocide et à respecter le droit international, elle appelle également les États du monde à agir fermement en réponse à ces violations. Il nous est demandé de ne plus fournir d'aide qui maintiendrait l'occupation illégale des territoires palestiniens, de faire respecter la décision de la Cour pénale internationale en respectant les mandats d'arrêt émis et de faciliter l'accès des enquêteurs internationaux à Gaza.

La Belgique prend déjà une série de mesures en ce sens. Le 11 décembre dernier, nous avons voté en faveur de deux résolutions portant sur la situation à Gaza et sur la préservation du mandat de l'UNRWA dans le cadre de la session extraordinaire d'urgence de l'Assemblée générale des Nations Unies. Pour le PS, les mesures prises ne sont pas suffisamment fortes au regard de l'urgence et de la gravité de la situation.

Monsieur le ministre, j'en arrive à mes questions. Sur la nature de l'intervention de la Belgique dans le cas porté par la Cour internationale de Justice, vous avez déjà répondu à des questions de mes collègues. Je n'y reviendrai donc pas.

J'aimerais par contre savoir quelle solidarité le gouvernement belge pourrait exprimer envers la République d'Irlande du Nord. Cette dernière a été ciblée par le gouvernement israélien qui vient de fermer son ambassade. La République d'Irlande du Nord est pourtant un allié, mais aussi un gouvernement qui fait respecter le droit international et le dit.

Qu'est-ce que la Belgique a mis en place en vertu de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) de 1948? En vertu de cette convention, notre pays a l'obligation de prendre toutes les mesures en son pouvoir pour prévenir le crime de génocide.

Enfin, n'est-il pas temps que la Belgique reconnaisse et condamne le caractère génocidaire des opérations menées par l'armée israélienne à Gaza ?

Bernard Quintin:

Monsieur Lacroix, nous sommes très préoccupés par les éléments mis en avant dans le récent rapport d'Amnesty International qui parle de génocide mais aussi dans celui de Human Rights Watch qui évoque des déplacements forcés ainsi qu'un nettoyage ethnique.

Nous soutenons et respectons l'indépendance des juridictions internationales. Pour le moment, la situation est étudiée par la Cour internationale de Justice (CIJ) qui devra déterminer ce qui se passe en termes de droit. Sur le plan juridique, la CIJ est également saisie d'une affaire introduite par l'Afrique du Sud. Je l'ai déjà dit et je n'y reviendrai pas.

Le point a été abordé lors du Conseil des Affaires étrangères de ce lundi. Au nom de la Belgique, j'ai appelé à l'organisation d'un débat entre nous sur les conséquences et les implications de l'avis de la CIJ pour savoir ce que cela signifie pour nous et comment nous ferons le suivi à notre niveau.

Nous plaidons aussi au sein de l'Union européenne pour que nous ayons un débat sur l'avis de la CIJ sur la présence israélienne illégale dans les territoires palestiniens occupés.

En ce qui concerne la question des armes, ma prédécesseure, la ministre Lahbib, y a déjà répondu à de nombreuses reprises. Les Régions appliquent déjà depuis 2009 un embargo sur les exportations d'armes vers Israël. En outre, des mesures garantissant une vigilance accrue ont été annoncées par les Régions, notamment concernant le transit.

S'agissant de l'Irlande, votre question est très pertinente. Je suis moi-même intervenu pour soutenir notre partenaire irlandais qui fait l'objet de mesures qui n'ont pas lieu d'être prises par l'État d'Israël par rapport à des positions qu'elle prend. L'Irlande est un État souverain. Elle a le droit de prendre des positions. Cela ne mérite pas pour autant de faire fermer son ambassade. Il faut justement maintenir nos relations diplomatiques surtout quand on n'est pas d'accord car cela permet de maintenir les canaux de communication – c'est le diplomate qui parle. J'ai demandé à ce que l'on exprime notre solidarité avec l'Irlande partout où l'on peut le faire, et c'est ce que je fais ici avec plaisir.

Christophe Lacroix:

Je vous remercie, monsieur le ministre. Sur l'Irlande, vous êtes clair. S'agissant de la qualification de génocide, je comprends votre prudence. Néanmoins, je considère que la Belgique fait en tout cas une grosse partie de son travail au sein des instances internationales pour tenter de faire avancer une solution pacifique et surtout respectueuse du droit international qui est violé par Israël de manière manifeste. Concernant le génocide, et je reprends quelques propos de la carte blanche du Monde , il est rappelé que la Cour internationale de Justice a, dès janvier 2024, affirmé l'existence d'un risque de génocide dans la bande de Gaza. Ce risque de génocide a été reconnu par la Cour le 26 janvier, puis le 28 mars, puis le 24 mai et il avait déjà été identifié par les experts indépendants des Nations Unies bien avant, en 2023. Le Comité spécial des Nations Unies chargé d'enquêter sur les pratiques israéliennes affectant les droits du peuple palestinien affirme que les faits qu'il a examinés présentent des éléments caractéristiques d'un génocide. Comparaison n'est évidemment pas toujours raison, il faut être très prudent car le mot génocide a une charge émotionnelle capitale. Ce qui peut se passer à Gaza n'est pas ce qui s'est passé il y a trente ans au Rwanda ou à Srebrenica en Bosnie-Herzégovine, mais quand on condamne le génocide des Ouïghours ou des Rohingyas, on doit faire pareil par rapport à Israël et ne pas simplement autoriser Israël à faire ce qu'il veut. Parce que nous voudrions nous, en tant qu'Européens, nous libérer de ce qu'on appelle d'ailleurs dans la carte blanche le fameux fardeau mémoriel. Je terminerai par ce qui suit. On dit souvent que ce sont certains courants de pensée qui voudraient qualifier ou faire qualifier l'action israélienne de génocide. Je citerai Amos Goldberg, historien israélien, que vous devez connaître, qui est un spécialiste de la Shoah à l'université hébraïque de Jérusalem. Il a dit: "Ce qui se passe à Gaza est un génocide car Gaza n'existe plus." Voorzitster: Els Van Hoof. Présidente: Els Van Hoof.

De landgenoot die al sinds mei vastzit in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België volgt de zaak van Figueira Martin, een Belg-Portugees die sinds mei in Centraal-Afrika gevangen zit op beschuldiging van spionage, met consulaire en diplomatieke steun (samen met Portugal), maar zijn vrijlating hangt af van het nog lopende gerechtelijk onderzoek. Zijn gezondheid is stabiel dankzij medische bijstand, terwijl de authenticiteit van bewijsmateriaal (WhatsApp-berichten) niet becommentarieerd wordt. Er is geen concreet uitzicht op vrijlating, maar hoogwaardige diplomatieke contacten benadrukken het belang van een eerlijk proces. Huybrechts dringt aan op verdere opvolging voor zijn veilige terugkeer.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Deze zomer stelde ik een schriftelijke vraag over een landgenoot die al meer dan 50 dagen vastzit in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Figueira Martin werkt voor de Amerikaanse NGO FHI 360, die sterk aanwezig is in Afrika en daar programma's opzet voor de preventie en behandeling van HIV en aids. Daarnaast helpt de organisatie bij moeder- en kindzorg en streeft ze naar verbetering van het onderwijs. Eind mei werkte hij in Zémio, in het oosten van het land, toen het gebied werd veroverd door Wagner-eenheden. Deze eenheden ondersteunen de instabiele regering bij het handhaven van de macht door te strijden tegen de rebellen. Omdat Figueira Martin op het moment van zijn arrestatie in een gebied werkte dat onder controle stond van de rebellen en daardoor contact had met die lokale machthebbers, wordt hij in een zeer slecht daglicht gesteld en zelfs beschuldigd van spionage voor de Amerikanen. Om die reden werd hij dan ook gevangengenomen.

Uit het antwoord van mijn schriftelijke vraag kon ik afleiden dat onze diensten met hem bezig zijn, maar enkele maanden later is er precies nog steeds geen update en zit onze landgenoot waarschijnlijk nog steeds gevangen in dit instabiele land.

Wat is de huidige gezondheidstoestand van Figueira Martin?

Is de authenticiteit van de gelekte Whatsapp- en spraakberichten al achterhaald? Deze berichten vormen het 'belangrijkste bewijs' tegen hem.

Wordt er nog verdere consulaire bijstand verleend?

Is er al uitzicht op vrijlating?

Welke initiatieven worden er genomen om de man veilig thuis te brengen?

Bernard Quintin:

De gezondheidstoestand van Joseph Martin is momenteel stabiel. Hij krijgt dankzij de Belgische tussenkomst bijna dagelijks bezoek om zijn gezondheid te bespreken en ontvangt de nodige geneesmiddelen.

Over de inhoud en de authenticiteit van de berichten waarnaar u verwijst en over andere elementen die met het lopende gerechtelijk onderzoek te maken hebben, kan ik geen commentaar geven. We moeten het lopende onderzoek en proces dan ook afwachten vooraleer we zicht zullen krijgen op het verdere verloop, met inbegrip van de vrijlating van de heer Martin.

We verlenen consulaire bijstand aan de heer Martin en staan in contact met zijn familie. Omdat de heer Martin tevens de Portugese nationaliteit heeft, wordt de consulaire bijstand zowel door Portugal als België verleend. Dat geldt ook voor de diplomatieke opvolging van deze zaak. We hadden samen met de Portugezen al contact met de Centraal-Afrikaanse autoriteiten tot op het hoogste niveau om hun aandacht op deze zaak te vestigen en onze gehechtheid aan de rechtsstaat en het belang van een eerlijk proces te onderstrepen.

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, ik zal dit blijven opvolgen in de hoop dat we onze landgenoot terug naar België kunnen halen wanneer het onderzoek bijna is afgerond.

Het aantal gedode journalisten in de wereld en in Gaza

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht de alarmant hoge dodentol onder journalisten in 2024, met name in Gaza (55 van 104 wereldwijd), waar Israël wordt beschuldigd van systematische aanvallen op mediawerkers zonder EU-sancties. België steunt UN-initiatieven (o.a. via de Mensenrechtenraad en de *Coalitie voor Mediavrijheid*), maar ziet geen concrete stappen voor een bindend verdrag of gerichte straffen tegen Israël, wat Lacroix onvoldoende vindt gezien de schendingen van persvrijheid en mensenlevens. De focus ligt op diplomatieke druk in plaats van harde maatregelen.

Christophe Lacroix:

Madame la présidente, monsieur le ministre, selon le rapport annuel de la Fédération internationale des journalistes (FIJ), l'année 2024 a été terrible et particulièrement meurtrière pour les journalistes et les professionnels des médias. Au 10 décembre 2024, 104 journalistes ont été tués dans le monde dont plus de la moitié, 55, à Gaza.

Pour la deuxième année consécutive, c'est la région du Moyen-Orient et du monde arabe qui détient le macabre record de journalistes tués: 66 morts sont à déplorer en 2024.

La guerre à Gaza et au Liban souligne une fois encore le massacre dont sont victimes les professionnels des médias palestiniens (55), libanais (6) et syrien (1) à ce stade, soit 60 % de l'ensemble des journalistes tués en 2024.

Depuis le début de la guerre, le 7 octobre 2023, le nombre de journalistes palestiniens tués s'élève à au moins 138, faisant de ce pays l'un des plus dangereux de l'histoire du journalisme moderne, derrière l'Irak, les Philippines et le Mexique.

Le 13 octobre 2023, la FIJ appelait l'UNESCO à protéger les journalistes, à instaurer un cessez-le-feu durable, à ouvrir des couloirs humanitaires pour les civils et à permettre aux journalistes de Gaza de se réfugier à l'extérieur de l'enclave et aux reporters étrangers d'entrer dans l'enclave. En vain, malheureusement…

Ces tristes chiffres démontrent une fois encore combien la liberté de la presse est fragile, alors que le besoin d'information des populations est bien réel à l'heure où se développent partout dans le monde des régimes autoritaires qui exigent une vigilance accrue de la part des journalistes. Par ailleurs, des milliardaires détiennent des réseaux sociaux et y propagent des vérités alternatives, voire des thèses conspirationnistes.

Monsieur le ministre, comment la Belgique compte-t-elle se positionner au niveau des Nations Unies pour permettre l'adoption d'une convention contraignante sur la sécurité des journalistes afin de mettre un terme aux hécatombes recensées chaque année? Des sanctions sont-elles envisagées plus spécifiquement à l'égard d'Israël afin de mettre fin à ces agissements?

Bernard Quintin:

Monsieur le député Lacroix, la liberté de la presse et des journalistes, qui peuvent exercer leur métier en toute sécurité et indépendance, constituent des pierres angulaires de toute société démocratique ouverte.

Plus que jamais, un engagement durable pour sauvegarder le droit à la liberté d'opinion et d'expression – ce qui inclut la liberté d'information et la liberté de la presse – est nécessaire dans le monde entier. Notre pays s'y engage aux côtés de l'Union européenne.

Le régime mondial de sanctions de l'Union européenne en matière de droits humains est en effet utilisé dans le contexte de violences contre les journalistes, notamment dans les cas impliquant la Russie, la Biélorussie, le Nicaragua, le Venezuela et le Myanmar.

En ce qui concerne le conflit "Israël-Palestine", il n'existe actuellement aucune sanction de l'Union européenne spécifiquement pour les violences contre les journalistes, même si cela ne peut bien entendu pas être exclu à l'avenir.

Concernant l'adoption d'une convention contraignante sur la sécurité des journalistes au niveau des Nations Unies, nous ne sommes pas informés d'éventuelles discussions en cours à ce sujet. Même si cette initiative n'est actuellement pas à l'ordre du jour des Nations Unies, leur plan d'action sur la sécurité des journalistes et la question de l'impunité vise cependant à rendre plus efficace l'application des nombreux outils et instruments juridiques contraignants existants et doit contribuer à promouvoir la sécurité des journalistes.

Je peux toutefois vous assurer et vous rassurer sur le fait que, dans le cadre des Nations Unies, la Belgique soutient des initiatives au sein du Conseil des droits de l'homme et de la troisième commission de l'Assemblée générale qui promeut la sécurité des journalistes.

La Belgique soutient également le mandat de la rapporteuse spéciale pour la promotion et la protection de la liberté d'opinion et de la liberté d'expression, notamment à travers notre participation aux dialogues interactifs avec cette experte indépendante.

De plus, notre pays formule également régulièrement des questions et des recommandations sur la liberté d'expression et la protection des journalistes dans le cadre de l'examen périodique universel du Conseil des droits de l'homme à Genève.

Au niveau multilatéral encore, la Belgique se joint aux déclarations communes et résolutions appelant à la promotion et à la protection de la liberté de la presse et de la sécurité des journalistes. Ces questions sont également soulevées lors des contacts bilatéraux.

Enfin, cette année, à l'occasion de la Journée mondiale de la liberté de la presse du 3 mai, la Belgique a rejoint la Coalition pour la liberté des médias. Cette coalition est un partenariat de plus de 50 pays dont le but est de défendre la liberté des médias et la sécurité des journalistes dans le monde entier.

Christophe Lacroix:

Monsieur le ministre, je tiens à vous remercier pour vos réponses qui sont assez exhaustives et précises. Bien évidemment, je reste sur ma faim dans la mesure où aucune sanction contre Israël n'est, à ce stade, envisagée. Au sein de l'Union européenne, mais peut-être avant tout en Belgique, il va falloir prendre le taureau par les cornes, parce que plusieurs droits y sont violés. Et ce sont des personnes qui en paient les conséquences à travers la perte de ce qui est le plus fondamental dans une existence, à savoir sa propre vie. Je vous remercie.

De recente oproep tot genocide tegen Afrikaners door Julius Malema

Gesteld door

lijst: VB Ellen Samyn

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Quintin veroordeelt Malema’s oproepen tot anti-blank geweld als onaanvaardbaar en vertrouwt op Zuid-Afrika’s juridisch kader (inclusief nieuwe hatespeech-wet), maar Ellen Samyn noemt dit naïef, wijzend op systematisch onbestraft geweld tegen Afrikanerboeren (erfmoorden, wekelijkse aanvallen) en het ontbreken van concrete actie. België voert mensenrechten dialoog met Zuid-Afrika maar heeft sinds 2019 geen bilaterale ontwikkelingssteun of staatsleningen meer. Samyn benadrukt dat antiblank racisme en geweld structureel worden genegeerd, ondanks herhaalde signalen.

Ellen Samyn:

Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mijnheer de minister, Julius Malema, leider van het extreemlinkse Economic Freedom Front, heeft weer in niet mis te verstane bewoordingen tot anti-blank geweld opgeroepen in Zuid-Afrika. Op een partijcongres afgelopen zondag verklaarde hij: “The revolution will require us to kiII". Het is niet de eerste keer dat hij oproept tot het vermoorden van Afrikanerboeren. Eind augustus 2023 scandeerde hij het beruchte 'Kill the Boer'-lied in een afgeladen volle FNB-stadion in Johannesburg, tijdens de tiende verjaardag van het EEF. Malema wakkert zo het anti-blank geweld tegen de Afrikanerboeren aan.

Graag verneem ik van de minister:

Wat is uw mening over deze uitspraken?

Zal u president Ramaphosa aanmanen actie te ondernemen tegen het gewelddadige EEF en zijn leider Malema?

Welke internationale en/of Europese maatregelen zullen er genomen worden om de blanke minderheid te beschermen in Zuid-Afrika?

Wordt er op dit moment Belgische overheidssteun voorzien voor Zuid-Afrika, Zo ja, welke steun? Worden er consequenties aan verbonden indien dat land zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen?

Bernard Quintin:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw Samyn, dergelijke uitspraken zijn uiteraard onaanvaardbaar, temeer daar België eender welke vorm van oproep tot haat en geweld veroordeelt. Ik ben ervan overtuigd dat de Zuid-Afrikaanse instanties de nodige maatregelen hiertegen zullen nemen. Zuid-Afrika beschikt immers over een sterk juridisch kader, met onder meer een zeer vooruitstrevende grondwet en de nodige wetten, waaronder de wet rond de preventie van en strijd tegen haatmisdrijven en hatespeech, die in mei 2024 werd aangenomen. Bovendien is Zuid-Afrika, net als ons land, partij bij de meeste VN-mensenrechtenverdragen, waaronder het rassendiscriminatieverdrag.

Op bilateraal vlak blijft het onderwerp 'mensenrechten en strijd tegen racisme' deel uitmaken van onze regelmatige en verrijkende uitwisseling. Ook vandaag nog werd het onderwerp besproken, tijdens de gemengde commissie Zuid-Afrika-België in Brussel.

Sinds 2019 heeft de federale overheid geen bilaterale ontwikkelingssamenwerking meer met de overheid in Zuid-Afrika. We hebben ook geen actieve staatslening met of investering in het land.

Ellen Samyn:

Mijnheer de minister, het Zuid-Afrikaanse dossier is een van mijn stokpaardjes. U veroordeelt de uitspraken wel, maar – neem me niet kwalijk – ik vind dat toch een klein beetje naïef. Het Zuid-Afrikaanse regime zal hier niet tegen optreden. Het blijft me verbazen hoe laks en voorzichtig er steeds wordt opgetreden tegen antiblank geweld. In feite wordt er niet tegen opgetreden. Het lijkt alsof antiblank geweld en antiblank racisme niet bestaan. De Afrikanergemeenschap in Zuid-Afrika weet wel beter. Laten we niet vergeten dat er wekelijks erfaanvallen en erfmoorden plaatsvinden in Zuid-Afrika, gruwelijke moorden ten aanzien van families, ten aanzien van werknemers. Ik heb het al vaak aangekaart hier in de commissie. Ik heb uw voorganger er ook over ondervraagd. We mogen die erfaanvallen en plaasmoorde zeker niet vergeten.

Een aankomende grondwetswijziging in de Democratische Republiek Congo

Gesteld door

lijst: CD&V Els Van Hoof

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische parlementariërs en minister Quintin uiten zorgen over grondwetswijzigingen in Congo, die door oppositie worden gezien als een poging van president Tshisekedi om langer aan de macht te blijven, hoewel hij ontkent verlenging na te streven. Mensenrechten en democratie staan onder druk: censuur, bedreigingen tegen journalisten en opposanten, en de herinvoering van de doodstraf voor politieke tegenstanders worden scherp veroordeeld, met België en de EU die in bilaterale en multilaterale gesprekken druk uitoefenen voor verbetering. De dialoog met Congolese autoriteiten blijft open maar kritisch, met nadruk op waakzaamheid tegen verdere inperking van vrijheden en straffeloosheid. Tshisekedi’s beperkte controle over het systeem en de complexe machtsdynamiek in Congo benadrukken de noodzaak van continue diplomatieke betrokkenheid.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, in de Democratische Republiek Congo heeft president Tshisekedi de wil uitgesproken om de grondwet aan te passen. De oppositie vreest dat hij hiermee vooral een langer verblijf aan de macht wil verzekeren. President Tshisekedi heeft zich nog niet uitgesproken over zijn persoonlijke ambities in de marge van deze grondwetswijziging.

In Afrika in het algemeen worden grondwetswijzigingen doorgevoerd om langer aan de macht te kunnen blijven. We kennen het slechte voorbeeld van Joseph Kabila, die op het einde van zijn tweede ambtstermijn ook op verschillende manieren heeft geprobeerd om aan de macht te blijven via le glissement . Toen kwam de bevolking massaal op straat. Mensen stierven bij protesten. Dat moeten we voorkomen. In mijn persoonlijke dialoog met autoriteiten kaart ik dat onderwerp telkens aan. Die dialoog verloopt goed. Ik vermoed dat dat voor de minister ook geldt.

We kaarten toch aan dat er onvrije omstandigheden heersen. Journalisten worden steeds meer gecensureerd en bedreigd. Opposanten riskeren steeds meer hun leven, op het gevaar af van ontvoerd of vermoord te worden. Zelfs president Tshisekedi bestempelt het systeem als 'ziek'. Hij bezit niet de volledige controle, denk ik, maar wel over het feit dat onder andere de doodstraf opnieuw werd ingevoerd als bedreiging tegen politieke tegenstanders, mensenrechtenactivisten en journalisten.

Hoe positioneert België zich tegenover de inperking van vrijheden, democratie en de rechtsstaat in de DRC?

Zijn er contacten tussen de Belgische en Congolese autoriteiten over de intenties van een grondwetswijziging in Congo?

Bernard Quintin:

Het debat over de grondwet in eender welk land, en zeker in de DRC, is een uiterst belangrijk debat. In België weten we dat goed genoeg.

Voorlopig hebben de Congolese autoriteiten nog geen details over hun concrete plannen op het vlak van vorm en inhoud van deze eventuele grondwetsherziening gegeven. Een mogelijke grondwetswijziging in de DRC werd dan ook nog niet uitvoerig besproken tijdens onze officiële bilaterale contacten. Ik ben natuurlijk wel op de hoogte van de verschillende verklaringen waarin het voornemen om de grondwet te herzien werd aangekondigd en volg de reacties hierop in de media en de sociale media.

U zegt dat de president zich nog niet uitgesproken heeft. Dat is niet zo. Hij gaf al verschillende keren aan geen verlenging te wensen. We moeten niet naïef zijn, maar we mogen dergelijke uitspraken van een staatshoofd ook niet negeren. We merken ook al dat dit debat de politieke aandacht en energie van de autoriteiten zal opeisen.

Wat betreft de situatie op het vlak van de mensenrechten en de algemene vrijheden erkennen we de inzet van de DRC inzake mensenrechten. We steunen ook enkele Congolese initiatieven, met name in de strijd tegen straffeloosheid en seksueel geweld, en in het kader van transitionele justitie.

We moeten echter erkennen dat de mensenrechtensituatie in de DRC problematisch blijft, in het bijzonder met betrekking tot de toegang tot justitie en het optreden van veiligheidsdiensten. Ook wordt de vrijheid van meningsuiting en demonstratie bedreigd.

We hebben een regelmatige en open dialoog met de Congolese autoriteiten. In onze contacten met de Congolese autoriteiten hebben we ook al meermaals onze bezorgdheid geuit over de opheffing van het moratorium op de doodstraf. De meest recente uitspraken van de Congolese minister van Justitie in dit verband zijn bijzonder onrustwekkend. We blijven dit nauwgezet opvolgen.

Ons zeer duidelijke standpunt over de doodstraf is fundamenteel, globaal en wordt ook gedragen door de Europese Unie. Ook in multilaterale fora laat België niet na zijn bezorgdheid te uiten over de mensenrechtensituatie in de DRC en de inperking van de burgerlijke en democratische ruimte in de afgelopen maanden, recent nog in de Mensenrechtenraad.

Mijn diensten en ik zullen de mensenrechtensituatie in de DRC op de voet blijven volgen. We zullen erop toezien dat de kwestie op de agenda van onze bilaterale contacten en internationale fora blijft staan om een verbetering van de situatie in het land te ondersteunen.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord, ook wat de waakzaamheid en de dialoog ter zake betreft. We moeten die op alle vlakken volhouden. Er mogen geen taboes bestaan. Als voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen heb ik in de vorige legislatuur zelf een bezoek gebracht aan Congo en gemerkt dat de dialoog vrij open was en dat er een mogelijkheid was tot gesprek. Dat was onder de heer Kabila op het einde niet meer mogelijk. We moeten dat volhouden, niet alleen op multilaterale fora, maar vooral ook bilateraal. We moeten onze bezorgdheden ook uiten. Congo is inderdaad een heel complex land, moeilijk om te besturen en te beheren. Men wordt vanuit diverse clans bestookt, ook als men president is. Het is moeilijk om daar een evenwicht te vinden. Het is goed dat u de dialoog bestendigt in diverse fora en het signaal geeft dat de inperking van rechten en vrijheden, bijvoorbeeld inzake de doodstraf, niet aanvaardbaar is.

Het arrest van het hof van beroep van Brussel over misdaden tegen metissenkinderen

Gesteld door

lijst: CD&V Els Van Hoof

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische regering onderzoekt nog of ze cassatie aantekent tegen het vonnis dat schadevergoeding eist voor metissenkinderen uit het koloniale tijdperk, terwijl het historisch onderzoek (rol van staat en kerk) volgens planning verloopt en in 2026 wordt afgerond. Een fysiek herdenkingsmonument in Brussel is in voorbereiding, met lopend overleg over locatie, budget en inhoud. De uitvoering van de Kamerresolutie (2018) beperkt zich vooralsnog tot dit onderzoek en het monument, zonder nieuwe maatregelen. Overleg met metissengroepen blijft cruciaal, maar concrete stappen hangen af van de regeringstandpunten over het arrest en de resolutie.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, in verband met de problematiek van de metissenkinderen antwoordde eerste minister De Croo op 5 december op een vraag van collega Kompany over het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, waarbij de Belgische Staat op 2 december tot de betaling van een schadevergoeding werd veroordeeld, dat men het arrest nader zou onderzoeken. Hij verwees ook naar de excuses die toenmalig eerste minister Michel al in 2019 aanbood. Daarnaast is er de Kamerresolutie van 2018, met 11 concrete verzoeken, waarover uw voorganger in de commissie zei dat het de bedoeling is om het historisch onderzoek tegen 2026 te finaliseren en dat er nog gereflecteerd wordt met verschillende belangengroepen over de oprichting van een herdenkingsmonument.

Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken met betrekking tot het arrest van het hof van beroep? Zal de Belgische Staat cassatieberoep aantekenen?

Hoe ver staat het met de uitvoering van de resolutie inzake de finalisering van het historisch onderzoek in 2026?

Kunt u een update geven van het overleg inzake het herdenkingsmonument?

Zijn er nog andere maatregelen genomen in uitvoering van de resolutie?

Bernard Quintin:

Mevrouw Van Hoof, de regering heeft nog geen standpunt ingenomen over de maatregelen die ze zal nemen naar aanleiding van het arrest van het hof van beroep. Het arrest wordt nog geanalyseerd, zoals de eerste minister aangaf. Ondanks enkele onduidelijkheden, die het lot zijn van alle wetenschappelijke onderzoeksteams, verloopt het gedetailleerd historisch onderzoek naar de rol van de burgerlijke en kerkelijke autoriteiten in de manier waarop de metissen tijdens het koloniale tijdperk in Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi werden behandeld volgens schema.

De belangrijkste beschikbare archiefbronnen, zowel in België als in het buitenland werden onderzocht en er werden verschillende missies uitgevoerd om getuigenissen en archieven te verzamelen in de DRC, Burundi en Rwanda. De laatste fase, het schrijven van het rapport, is begonnen. Behoudens grote tegenslagen zal het eindrapport volgens schema worden afgeleverd, dat wil zeggen in 2026.

Wat de gedenksteen betreft, is op basis van gesprekken met de verenigingen voorgesteld om een fysiek gedenkmonument op een openbare plaats in de hoofdstad te plaatsen. Om het bestek voor de offerteaanvraag voor het aanstellen van een kunstenaar af te ronden, wordt het overleg qua locatie, budget en inhoud met de betrokken administraties en beleidscellen van de stad Brussel, de burgemeester, de schepen van stedenbouw en de schepen van cultuur voortgezet.

Wat de 11 punten van de metissenresolutie betreft, moet het gedetailleerd historisch onderzoek worden afgerond en het rapport worden opgesteld, zoals ik heb uitgelegd, en er moet ook een fysiek gedenkmonument worden opgericht.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, ik dank u voor de update van de uitvoering van de resolutie. Het is een goede zaak dat er vooruitgang wordt geboekt met het rapport. We zullen dat in onze commissie voor Buitenlandse Betrekkingen kunnen bespreken. Het zal vermoedelijk veel interessante informatie bevatten. Ik noteer ook dat er goed overleg is met de stad Brussel inzake het herdenkingsmonument. Ten slotte wachten we de positie van de Belgische Staat over cassatieberoep af. Alleszins is het belangrijk om in overleg te gaan met de verschillende metissengroepen, zowel over de uitvoering van de resolutie als over het arrest. Het overleg met de vertegenwoordigers is in het verleden altijd vruchtbaar verlopen. Het zou voor de FOD Buitenlandse Zaken interessant zijn om kennis te nemen van hun standpunten.

De plaats van Afrika in de prioriteiten van de nieuwe hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie

Gesteld aan

Bernard Quintin

op 18 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Pierre Kompany drong aan op meer EU-aandacht voor Afrika’s conflicten (Sahel, Soedan, RDC) en kritiseerde de focus op Oekraïne/Midden-Oosten, terwijl minister Quintin bevestigde dat hij bij Kallas pleitte voor een strategische EU-Afrika-agenda, gesteund door een gezamenlijke brief van alle 27 EU-ministers. Kompany benadrukte België’s unieke positie als brug naar Afrika, waar Quintin’s “open strategische autonomie” via Afrika als cruciaal en wisselwerking bevorderend werd onderschreven. De discussie bevestigde Afrika als existentiële prioriteit voor EU-belangen, met concrete stappen richting structurele opname in de EU-agenda.

Pierre Kompany:

Madame la présidente, monsieur le ministre, je tiens d'abord à féliciter Mme la présidente car j'ai entendu mon nom et j'ai entendu que tant Mme la présidente que vous-même, monsieur le ministre, êtes prêts à suivre ce qu'elle a dit: le monument commémoratif. Ce serait formidable que l'on prenne cela à cœur parce que les souffrances humaines, parfois, il n'y a que les êtres humains, comme nous sommes ici, qui peuvent y apporter une solution. Et la solution sera belle.

Monsieur le ministre, le 10 décembre dernier, vous avez rencontré la nouvelle haute représentante de l’Union européenne et vice-présidente de la Commission, Mme Kaja Kallas. Si l’on en croit votre tweet du même jour, vous avez eu un échange constructif. Vous avez préparé le Conseil des Affaires étrangères du 16 décembre 2024 et discuté de l’Ukraine, du Moyen-Orient et de la Syrie.

Ces dossiers revêtent évidemment une grande importance comme le démontrent les questions de mes collègues parlementaires aujourd’hui. Néanmoins, j’aimerais partager mon inquiétude sur la place de l’Afrique dans les priorités politiques de Mme Kallas.

Il est naturel que ses yeux se dirigent d’abord vers le voisinage oriental vu qu’elle a été premier ministre d’Estonie. Comme ancien ambassadeur du Burundi, où – je le dis – vous avez été apprécié, je ne doute pas que vous auriez eu naturellement un tropisme vers l’Afrique des Grands Lacs, si vous aviez été nommé à ce poste.

Mais la politique de l’Union européenne ne doit pas négliger nos voisins du Sud. C’est pourquoi, monsieur le ministre, je me permets de vous poser ces questions. Avez-vous eu l’occasion de souligner l’importance d’avoir une politique active en Afrique lors de votre rencontre avec Mme Kallas? Avez-vous pu aborder les différentes crises et conflits en Afrique, que ce soit le Sahel, le Soudan et l’agression du Rwanda contre la République démocratique du Congo? Le Conseil des Affaires étrangères de l’Union européenne va-t-il rapidement aborder ces sujets qui nous tiennent tous à cœur? Merci pour les réponses que j'attends.

Bernard Quintin:

Monsieur Kompany, vous êtes bien informé, et me suivez sur Twitter, c'est très bien. J'ai rencontré la nouvelle haute représentante et vice-présidente de la Commission européenne le 10 décembre dernier pour une première prise de contact, comme il convient de le faire, surtout que nous avions pris nos fonctions respectives le même jour, à savoir le 1 er décembre 2024. Nous nous sommes évidemment concentrés sur les sujets d'actualité et singulièrement ceux qui étaient à l'ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères qui se tenait six jours plus tard.

Un de mes messages principaux a été de veiller à ce qu'on donne l'importance qu'elles méritent aux relations entre l'Union européenne et le continent africain, et de veiller à ce que ce soit autant que possible mis à l'ordre du jour du Conseil des Affaires étrangères.

Nous avons d'ailleurs eu, sans entrer dans tous les détails, une séance fermée des ministres des Affaires étrangères avec la haute représentante, en matinée, pour parler des méthodes de travail. Un des éléments qui a été soulevé par de nombreux collègues ministres des Affaires étrangères consistait à demander d'être un peu plus créatif dans l'ordre du jour et, entre autres, dans la manière d'aborder les choses et parfois simplement l'ordre des sujets. Cela permettrait de donner de l'espace à d'autres sujets que les sujets qui – il faut le rappeler – restent d'une importance cruciale pour l'Union européenne. Je ne pense pas que la haute représentante se concentre sur la guerre de la Russie contre l'Ukraine uniquement de par son passé de première ministre estonienne, mais aussi parce que c'est une question tout à fait existentielle pour l'Union européenne.

Notre relation avec le continent africain n'en est pas moins importante, pour ne pas dire existentielle – et c'est un point que j'ai porté avec vigueur –, pour de multiples raisons. Il y a des raisons historiques; mais il y a aussi – mon travail de ministre des Affaires étrangères est de veiller aux intérêts de la Belgique et, partant, de l'Union européenne – l'importance de veiller à l'autonomie stratégique ouverte de l'Union européenne.

Ma conviction profonde, monsieur le député – je ne suis pas encore parvenu à fatiguer mes collaborateurs mais ça viendra –, est que cette open strategic autonomy ne fonctionnera que si nous la basons en bonne partie sur le continent africain.

Si je précise "en bonne partie" c'est que cela n'aurait pas de sens de parler d'une autonomie stratégique en la fixant sur un seul continent. L'objectif est d'ouvrir le jeu. Je suis assez rassuré (et je voulais partager cela avec vous aussi) de l'écho très positif de très nombreux collègues par rapport à cet intérêt à diversifier nos partenariats et à les approfondir aussi dans cette optique de nos propres intérêts. Je les entends comme un développement des intérêts mutuellement bénéfiques pour nos deux continents.

C'est à tel point positif que j'ai pris l'initiative d'écrire une lettre à la haute représentante pour indiquer qu'il serait important que ces points africains ne soient pas oubliés. Elle a été cosignée par mes 26 collègues – une forme de EU 27 , les 27 ministres des Affaires étrangères, en ce compris le ministre des Affaires étrangères estonien, ont signé cette lettre à l'attention de la haute représentante. Un premier pas important a donc été fait pour développer une approche cohérente et stratégique.

Comme je le disais, ce n'est pas par romantisme mais bien par conviction. C'est dans l'intérêt de notre continent de travailler plus étroitement et de prendre à bras-le-corps – pour autant que ce soit possible – les nombreux conflits et points de tension qu'il y a sur le continent africain.

J'ai eu l'occasion aussi d'indiquer au cours de mes différents contacts avec la presse belge et internationale que s'il y a la situation en Ukraine, situation existentielle pour nous, s'il y a les conflits au Moyen-Orient avec la situation de la Syrie, il y a de nombreux conflits sur le continent africain pour lesquels l'UE doit aussi s'engager comme elle le fait déjà, mais peut-être plus encore!

Pierre Kompany:

Monsieur le ministre, j'ai bien entendu votre réponse, qui contient de la sagesse, en ce sens que l'Europe ne peut pas vivre sans l'Afrique et que nous avons des liens qui datent, quoi que nous ayons pu nous faire et que nous nous ferons probablement encore. Je crois que, quand vous établissez une échelle des valeurs et que vous citez l'Afrique, cela fait plaisir. Non pas à Pierre Kompany, personnellement, mais je crois que l'Afrique partage cette vision avec vous. Je pense que la Belgique est mieux placée que beaucoup de pays en Afrique pour ne pas sombrer si les géants se mangent entre eux. À cet égard, l'Union européenne ferait mieux d'écouter un peu plus la Belgique, qui a un pied mieux placé en Afrique que la plupart des pays européens, qui tanguent tout le temps, qui ont des problèmes, des soucis. La Belgique devrait peut-être leur donner de temps en temps des conseils. Telle est la vision de quelqu'un qui vient de l'africanisme. L'africanisme, nous le partageons avec vous, avec tous ceux qui connaissent l'Afrique et sentent ce qui s'y passe. Je crois que nous avons un bon représentant à l'Union européenne. Tenez bon! Merci. De voorzitster : Ik meen dat de aanwezige volksvertegenwoordigers uw beleid en uw sterke interventie ter zake zeker ondersteunen, mijnheer de minister. Dank daarvoor, alsook voor uw eerste sessie en uw goed getimede antwoorden. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.09 uur. La réunion publique de commission est levée à 18 h 09.

De opvattingen van Syriërs en onze veiligheid
De Belgische Syriëstrijders
De waarschuwing van het OCAD voor Belgische Syriëstrijders
De impact van Syriëstrijders op Belgische veiligheid

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De uittredende regering (niet de huidige) haalde 26 kinderen en 12 moeders terug uit Syrische kampen, niet 103 jihadisten zoals ten onrechte beweerd, en houdt vast aan berechting ter plaatse voor de overige 13 mannen en 8 vrouwen (met 9 kinderen) die nog in Koerdische kampen zitten—zonder concrete plannen voor verdere repatriëring. Minister Van Tigchelt (ex-OCAD) benadrukt dat de veiligheidsrisico’s beperkt blijven zolang de Koerden de kampen controleren, maar waarschuwt voor onvoorspelbare ontwikkelingen in Syrië, terwijl kritiek komt op het eerdere globalistische migratiebeleid dat radicalisering zou hebben bevorderd. Geen enkelbanden of recidivecijfers werden concreet bevestigd, en bilaterale afspraken met Koerden ontbreken nog steeds, ondanks eerdere bereidheid tot lokale berechting zonder doodstraf.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, deze uittredende regering heeft de afgelopen jaren niet minder dan 103 Syriëjihadisten naar dit land teruggehaald. Wij hebben ons altijd verzet tegen deze waanzin. 70 van de 103 uit Syrië teruggehaalde moslimterroristen waren begin dit jaar zelfs alweer op vrije voeten. De Syrische dictator Assad is gevallen. De antiterreurdienst OCAD stelt dat het beter zou zijn om alle Belgische Syriëjihadisten die daar nog in de cel of in de kampen zouden zitten, terug te halen. Het OCAD vreest immers dat ze zouden kunnen vrijkomen en vervolgens via Turkije naar West-Europa of België zullen reizen. Volgens het OCAD gaat het om 13 mannen die niet allemaal de Belgische nationaliteit bezitten, maar die wel een zogenaamde link met ons land hebben. Daarnaast zitten in de kampen Al-Hol en Al-Roj nog altijd 8 Belgische jihadvrouwen en 9 kinderen.

Wat is het standpunt van de regering? Zullen er nog meer Syriëjihadisten naar België worden teruggehaald? Als zij niet over de Belgische nationaliteit beschikken, wat is dan hun link met België? Hoeveel van alle teruggehaalde Syriëjihadisten zijn er momenteel op vrije voeten en hoeveel van hen dragen een enkelband?

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, het is vandaag exact 4 jaar geleden dat ik in Syrië was. Ik heb daar toen de kampen Al-Roj en Al-Hol bezocht met toenmalig collega-Kamerlid Georges Dallemagne. Dat was behoorlijk ontluisterend. In Al-Hol konden we niemand spreken of herkennen, het was destijds al een totale chaos. Al-Roj was beter georganiseerd en we hebben toen met alle vrouwelijke terroristen gesprekken kunnen voeren. Van enig berouw was er zeer weinig sprake. We hebben daar de toenmalige minister van Justitie, Vincent Van Quickenborne, ook over bericht.

Een paar maanden later repatrieerde de vivaldiregering de eerste lichting. Later volgde een tweede dure repatriëring. We hebben ons daar steeds zeer veel vragen bij gesteld. Ik heb het OCAD-rapport iets genuanceerder gelezen, aangezien ik er nergens in lees dat ze per definitie teruggehaald moeten worden. Er staat duidelijk in dat het beter zou zijn om ze daar te laten, maar dan moet er natuurlijk wel een bilateraal overleg komen tussen de Koerdische overheid en onze regering

Sinds wanneer dateert het laatste onderhoud met de Koerdische instanties ginds?

Ik heb ook gelezen dat er nog dertien mannelijke terroristen zijn en acht vrouwelijke terroristen, van wie een aantal niet wil terugkomen. Zullen wij ze verplicht terughalen? Het gaat om de zogenaamde ‘kraaien’, die ginds willen blijven, en de negen kinderen.

U bent zelf ook de baas geweest van het OCAD. U bent kabinetschef geweest van minister Van Quickenborne. U bent nu zelf minister van Justitie. Ik ben dus benieuwd naar uw mening daarover.

De tweede repatriëring is in alle luwte gebeurd. Staat er nog zoiets op til? Zijn er al gesprekken bezig om opnieuw personen te repatriëren? Zult u ervoor zorgen dat die repatriëring ditmaal niet kan doorgaan?

Ik ben ook benieuwd naar uw antwoord op de vraag van de vorige spreker.

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer Van Rooy, ik weet niet waar u vandaan haalt dat de huidige regering 103 FTF’ers uit Syrië naar ons land zou hebben gehaald. Dat is onzin. De vorige regering heeft 26 kinderen teruggehaald uit de kampen die de heer Metsu beschrijft, met in totaal 12 moeders, conform de criteria die zijn uitgewerkt door de Nationale Veiligheidsraad op advies van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Op die manier wordt op een ernstige manier met veiligheidsissues omgegaan. Stop dus met te beweren dat wij 103 FTF’ers hebben teruggehaald. Niets is minder waar. Het Parlement dient ook om feiten te brengen en niet alleen om tendentieuze vragen te stellen.

Mijnheer Metsu, ons land is al jaren voorstander van berechting ter plaatse van de Foreign Terrorist Fighters , ook toen ik nog directeur van het OCAD was en toen ik nog adjunct-kabinetschef was bij mijn voorganger. Daarover hebben op internationaal niveau verschillende vergaderingen plaatsgevonden. Dat werd op een gegeven ogenblik de Core 7 genoemd, waarbij België betrokken was. Wij zijn voorstander van berechting ter plaatse. Dat blijft het geval.

De voorbije jaren zijn verschillende pistes onderzocht op het internationale toneel. Die hebben echter nog niet tot een concreet resultaat geleid.

Ten tweede, de cijfers over de Belgische mannen en vrouwen in de kampen die u aanhaalt zijn correct. Het zijn inderdaad de officiële cijfers waarover wij beschikken. Er zitten 13 Belgische mannen in de kampen in Noordoost Syrië en 8 Belgische vrouwen. Bij die 8 vrouwen verblijven in totaal 9 kinderen.

De kampen waar die Belgen verblijven, zowel de mannen als de vrouwen, staan onder controle van de Koerden. Ik ben blij dat u de nuance zag in het interview dat de directeur van het OCAD heeft gegeven. De directeur van het OCAD heeft gewezen op het risico dat door de recente gebeurtenissen in Syrië, een van de scenario's kan zijn dat de Koerden de controle op die kampen zouden verliezen, wat een veiligheidsrisico zou meebrengen. Dat is vooralsnog niet het geval.

Onze diensten zijn vorige week samengekomen in het SCIV, het Strategisch Comité voor Inlichtingen en Veiligheid. De situatie wordt op de voet gevolgd. Vooralsnog lijkt er echter geen gevaar dat de Koerden de controle over die kampen verliezen. U haalt het correct aan. Vier jaar geleden bent u er geweest. U weet ook dat al vier jaar gezegd wordt dat er gevaar is dat de Koerden de controle op die kampen zouden verliezen, maar vooralsnog is dat niet het geval.

Ten derde, België heeft enkele kinderen met moeders teruggehaald die voldeden aan de criteria van de Nationale Veiligheidsraad, maar daar houdt het voor de regering in lopende zaken op. De personen die zich nog in detentie in die kampen bevinden, hebben niet per se allemaal de Belgische nationaliteit. Het zijn personen die op de OCAD-lijst staan omdat ze een link met België hebben, maar zij hebben niet per se allemaal de Belgische nationaliteit.

U weet dat een aantal vonnissen geveld is waarbij hen, vaak bij verstek, de nationaliteit ontnomen werd. Van het aantal dat genoemd werd, hebben dus niet alle mensen de Belgische nationaliteit.

Ik herhaal: daar houdt het voor de regering in lopende zaken op. Het is niet aan deze regering desgevallend nieuwe criteria of wat dan ook te bepalen. Ik herhaal dat de veiligheidssituatie in Syrië nauw wordt opgevolgd. Het is moeilijk te voorspellen wat daar in de komende maanden precies staat te gebeuren. Het kan verschillende kanten op. Ik hoop dat wij het er eens over zijn dat we alleen maar kunnen hopen dat het de goede kant opgaat. Met de goede kant bedoel ik in eerste instantie: voor de inwoners van Syrië. Zij hebben meer dan 50 jaar miserie achter de rug. Het mag daarmee wel eens gedaan zijn.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, wie dertig jaar geleden zou hebben gezegd dat de regering zich vandaag moet bezighouden met levensgevaarlijke Belgische moslimterroristen in Syrië, zou voor gek zijn verklaard. Het roekeloze globalistische pamperbeleid dat al decennia wordt gevoerd door oikofobe traditionele partijen, zoals de uwe, heeft onze samenleving opgezadeld met talloze orthodoxe moslims die ons en onze vrije samenleving minachten of zelfs haten. In het beste geval integreren ze niet en zijn ze slechts een last. In het slechtste geval bestrijden ze actief ons en onze niet-islamitische samenleving, of worden ze zelfs jihadist.

Het is werkelijk te gek voor woorden hoe beleidsmakers de voorbije decennia onze vrije, stabiele samenleving opgeofferd hebben op het altaar van het globalistische diversiteitsdogma.

Koen Metsu:

Mijnheer de minister, u zegt dat u hen ter plaatse wilt berechten, daarvoor pleit ik ook. Mogelijk is het gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vier jaar geleden werd er een tribunaal gebouwd. Men is klaar om onze terroristen – en ik zeg duidelijk 'onze' – daar te berechten. Men was zelfs bereid om de doodstraf niet uit te voeren, want daar zouden we moeilijker kunnen achter staan. Daar heeft men natuurlijk wel de bewijslast. Als ze terugkeren naar België, dan kunnen wij ze hier alleen berechten voor het feit dat ze deel uitmaakten van een terreurgroepering. Tot voor kort stond daar een strafmaat op van maximaal 5 jaar. We hebben al begrepen dat er Syrische terroristes zijn die vrij zijn. Het was een vraag van de vorige spreker: hoeveel zijn er nu al vrij? En is er sprake van enige recidive? Dat zijn vragen die we opnieuw zullen indienen. Ik hoop ook dat we de Koerden ginds niet in de steek zullen laten. HTS zorgt natuurlijk voor een volledige gamechanger. De druk was al groot vier jaar geleden. Ik denk dat de druk de komende tijd immens zal zijn. Dus we mogen degenen die ons beschermen tegen die terroristen niet in de steek laten.

De opvolging van de Belgische militairen in het Israëlische leger

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische justitie onderzoekt een Ucclese sniper die mogelijk betrokken was bij Israëlische oorlogsmisdaden, maar het dossier is onder instructie geplaatst en details blijven geheim. De Sûreté de l'État bewaakt geen specifieke verdachten voor dit profiel, maar volgt wel Belgen met extremistische banden in conflictzones via de TER-strategie. Maouane dringt aan op directe aanhouding van verdachten bij terugkeer, terwijl Van Tigchelt benadrukt dat België als koploper in het Statuut van Rome oorlogsmisdadigers *prioritair* vervolgt. Concrete actie blijft afhankelijk van justitiële uitspraken.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, le 17 octobre, je vous posais une question d'actualité au sujet de ce jeune Ucclois qui avait rejoint un groupe de snipers d'élite de l'armée israélienne. Nous savons que cette unité ne respecte pas le droit international humanitaire et qu'elle est responsable de la mort de plusieurs civils. Vous aviez répondu que le parquet fédéral avait ouvert une enquête sur cet individu en raison d'une possible implication dans la commission de crimes de guerre.

Monsieur le ministre, où en est le suivi de cette enquête? Combien de personnes sont surveillées par la Sûreté de l' É tat? Pouvez-vous nous garantir qu'une attention particulière sera réservée aux Belges se rendant coupables de crimes de guerre à l'étranger et qu'ils seront mis hors d'état de nuire dès leur retour sur notre territoire?

Paul Van Tigchelt:

Madame Maouane, tout d'abord, je vais confirmer ce que j'ai déjà dit. Le parquet fédéral a en effet ouvert une enquête relative aux faits qui constituent l'objet de votre question. Par la suite, une plainte avec constitution de partie civile a été déposée auprès d'un juge d'instruction de Bruxelles pour les mêmes faits. Dès lors, le parquet fédéral a joint son dossier à cette instruction.

Vous savez que le ministre de la Justice n'est pas le porte-parole de la justice bruxelloise. Je ne suis pas censé violer le secret de l'instruction. Les autorités judiciaires communiqueront au moment voulu au sujet de l'évolution du dossier. Donc, en tant que ministre de la Justice, je ne puis vous apporter plus de détails.

Combien de personnes sont suivies par la Sûreté de l' État? Celle-ci est responsable du suivi des menaces extrémistes et terroristes. Les personnes ayant un profil extrémiste et se rendant dans une zone de conflit sont surveillées conformément à la stratégie "Terrorisme, Extrémisme et Radicalisation", qui a été approuvée par tous les gouvernements de notre pays. Pour le moment, la Sûreté n'a pas connaissance d'un profil tel que décrit dans votre question. Il va de soi que, s'il est avéré que des Belges ont commis des crimes de guerre, ces cas seront traités en priorité par la justice.

En début de réunion, le président m’a posé des questions concernant la position belge vis-à-vis de la Cour pénale internationale. La Belgique est é tat partie au statut de Rome. Plus que cela, elle figure parmi les front runners du statut de Rome. La Belgique protège les victimes de crimes de guerre. Elle est en faveur du droit international. Il faut le souligner aussi dans ce contexte.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces éléments de suivi.

Vous n’êtes effectivement pas le porte-parole de la justice. Par ailleurs, d’autres détails seront fournis le cas échéant.

Cet individu était de retour en Belgique et n’avait pas été inquiété. Je voulais donc m’assurer que des coupables de crimes de guerre et de crimes contre l’humanité, une fois présents en Belgique, soient bien arrêtés et mis hors d’état de nuire.

Voorzitter:

N'ayant pas eu de nouvelles des collègues Boukili et Thiébaut, les questions n° 56001244C et n° 56001245C de M. Nabil Boukili et n° 56001303C de M. é ric Thiébaut sont retirées. De behandeling van de vragen eindigt om 11.09 uur. Le développement des questions se termine à 11 h 09.

Het onderhoud met Teresa Ribera, uitvoerend vicevoorzitster van de Europese Commissie
De ontmoeting van de minister met de nieuwe Eurocommissaris voor Transitie
Duurzame Europese energie- en klimaatbeleid

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 17 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Van der Straeten besprak met EU-commissaris Ribera vooral het ENGIE-staatssteundossier (kernenergie, CFD, afvalregeling), dat in de finale fase zit en eind 2024/begin 2025 afgerond moet worden, mits verduidelijking van risico’s voor ENGIE. Kort werd ook de Clean Industrial Deal (transitie + mededinging) aangestipt, met focus op koopkracht en bedrijfsconcurrentie. Het CRM-dossier en Noordzeewindmolens bleven onbesproken, maar zijn eveneens prioriteit. Ravyts bevestigde dat de ENGIE-deal centraal stond en spoedig kan landen.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik kan het kort houden. U hebt een gesprek gehad met de uitvoerend vicevoorzitster van de Europese Commissie, die ook bevoegd is voor Schone, Rechtvaardige en Concurrentiële Transitie.

U hebt het wellicht onder meer gehad over de Clean Industrial Deal. Die houdt uiteraard verband met het dossier-ArcelorMittal. Daarover hebt u ongetwijfeld ook gesproken met mevrouw Ribera. In uw communicatie had u het over dossiers die cruciaal zijn voor de energiebevoorrading van ons land. Kunt u ons vertellen welke dossiers besproken werden? Wat was telkens de uitkomst van het onderhoud?

Tinne Van der Straeten:

Mijnheer Ravyts, dank u wel voor uw vraag.

De aanleiding voor het aanvragen van een meeting met de vicevoorzitster van de Europese Commissie, mevrouw Teresa Ribera, was uiteraard de ENGIE-deal. We hebben er heel erg op aangedrongen om, zodra de Commissie volledig was aangesteld – wat het geval was op 1 december, meen ik – zo snel mogelijk een meeting te hebben met de commissaris.

Waarom? We zitten met dit staatssteundossier werkelijk in de laatste rechte lijn. U weet dat we al verschillende staatssteundossiers besproken hebben. Er waren er eigenlijk drie die er met kop en schouders bovenuit staken: het CRM, de windmolens op de Noordzee en het dossier-ENGIE. Die drie Belgische dossiers kunnen niet gewoon door de mazen van het net glippen. Zij zijn bijzonder.

Het CRM-dossier was bijzonder omdat dat het eerste dossier was waar de verordeningen inzake ACER (Agentschap voor de samenwerking tussen Energieregulators) speelden. Het dossier van de windmolens op de Noordzee was bijzonder omdat dat het eerste dossier was dat vertrok van wat er in het EMD (Electricity Market Design) besloten was. Dit dossier is ook bijzonder, omdat het voortgaat op het EMD, namelijk op het aspect PPA (Power Purchase Agreement). Het is echter ook bijzonder omdat dit het eerste dossier zal zijn waarover de nieuwe Commissie zal beraadslagen. Bovendien is het een kernenergiedossier.

We hadden met mevrouw Margrethe Vestager, de voorganger van mevrouw Teresa Ribera, een heel strikte timing afgesproken. U weet dat er in-depth investigation gebeurd is, in samenspraak met de Commissie, om zo snel mogelijk te kunnen gaan. Er is ook zeer veel en zeer intensief overleg met de technische mensen, zowel van mijn diensten als van de diensten van de Commissie.

Op het einde van zo'n dossier blijven er natuurlijk een aantal open punten, die dan rechtstreeks met de commissaris moeten worden besproken. Daarom hebben we die meeting aangevraagd zodra de Commissie was geïnstalleerd. De vergadering duurde een uur en we hebben drie kwartier gepraat over de ENGIE-deal. Dat is eigenlijk logisch, omdat het een nucleair dossier betreft, waarbij veel aspecten komen kijken. Er is de cap met betrekking tot afval, maar ook het CFD (contract for difference) zit erin. De Commissie bekijkt het echt langs alle kanten om tot een goede en robuuste beslissing te komen.

Uit die meeting bleek dat er veel appreciatie is voor het werk dat technisch gedaan was door de verschillende teams. Tevens bleek dat er absoluut mogelijkheden zijn om het dossier effectief afgerond te krijgen binnen de timeline die iedereen hier voor ogen heeft, dus eind dit jaar, begin volgend jaar. Ik verwacht dat we de komende weken finaal zullen landen en dat we effectief op een zucht staan van een akkoord. Er wordt vooral nog gekeken naar een aantal elementen in het kader van het CFD.

Aan onze kant, dus de Belgische Staat en ENGIE, wordt er nog gewerkt aan een aantal verduidelijkingen om de Commissie aan te tonen dat er nog voldoende risico blijft bij ENGIE en dat het niet een volledige de-risking is die op tafel ligt. Zoals altijd in dit domein, wil dat zeggen dat onze mensen tot de laatste dag voor de kerstvakantie hieraan zullen voortwerken. Het is wel de bedoeling – en dat is dan het positieve – dat ze dan met een goed gevoel de kerstvakantie kunnen ingaan.

In het overige kwartier hebben we gesproken over de brief die we gestuurd hebben, de clean industrial en de elementen die voor de nieuwe Commissie op tafel liggen. Teresa Ribera zei dat het de bedoeling is om de twee elementen in haar portefeuille, mededingen en transitie, samen te brengen voor de koopkracht van onze gezinnen, maar ook voor de concurrentiekracht van onze bedrijven.

Kurt Ravyts:

Ik was de voorbije dagen een beetje in de war door de titel van de bevoegdheden van mevrouw Ribera. Ik had niet door dat ze de opvolgster was van mevrouw Vestager voor mededingen. Bijgevolg had ik niet door dat het vooral ging over de zeer belangrijke ENGIE-deal en het staatssteundossier, dat dus blijkbaar elke dag kan landen, en in mindere mate over de brief rond Assouar Wittelmar. Ik ga ervan uit dat de ENGIE-deal in de volgende vragensessie weer aan bod zal komen.

Het standpunt van de regering over Syrië en het lot van de Syrische vluchtelingen in België
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De toestand in Syrië
De voorwaarden voor een nieuwe samenwerking met Syrië
De toestand in Syrië
De evolutie van de toestand in Syrië
De toestand in Syrië
Syrische crisis en gevolgen voor België

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister), Bernard Quintin

op 12 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Na de val van Assad’s regime in Syrië heerst onzekerheid over de toekomst: terwijl sommigen (o.a. Vlaams Belang, N-VA) pleiten voor onmiddellijke terugkeer van Syrische vluchtelingen en strenge maatregelen (zoals in Oostenrijk), waarschuwen anderen (o.a. Groen, cd&v) voor premature terugzendingen gezien de instabiele veiligheidssituatie, bombardementen en opkomst van extremistische groepen (HTS, ex-Al Qaida). De regering bevestigt dat terugkeer nu niet aan de orde is, zetten asielaanvragen *on hold* en benadrukt gecoördineerde EU-actie voor stabiliteit, mensenrechten en straffeloosheidbestrijding, maar bereidt zich wel voor op toekomstige, veilige terugkeer bij stabilisatie. Kernpunten conflict: veiligheid (terreurdreiging, Syriëstrijders), moraal (vluchtelingenbescherming vs. politiek misbruik) en geopolitiek (vreemde inmenging, Israëlische bombardementen, rol EU). Critici vrezen dat haastige beslissingen (statuten intrekken, gezinshereniging stoppen) mensenrechten schenden en de fragiele transitie in Syrië ondermijnen.

Matti Vandemaele:

Geachte premier, mijnheer Quintin, welkom.

Het zijn bijzondere tijden in Syrië. Na meer dan een halve eeuw kan het Syrische volk eindelijk opnieuw dromen van vrijheid. Op het moment dat het zijn bevrijding viert, wordt het al getrakteerd op een serie aanvallen en bommen van andere landen. Als bevrijdingscadeau kan dat tellen.

In ons land hebben we dan het Vlaams Belang dat meteen moord en brand begint te schreeuwen over alle Syriërs die hier werden opgevangen en nu zo snel mogelijk moeten terugkeren. Ik moet u zeggen dat ik daardoor gedegouteerd ben. Op een moment dat er nog geen duidelijkheid is over hoe het land Syrië zich verder zal ontwikkelen, op een moment dat er nog dagelijks bombardementen zijn, is het choquerend dat men nu al mensen wil terugsturen. Het toont eens te meer aan dat het voor het Vlaams Belang alleen maar gaat over een antivluchtelingenagenda.

Ook mevrouw de Moor deed uitspraken. Het is de mening van onze fractie dat we op dit moment terughoudend moeten zijn en ons beter niet tot grote uitspraken laten verleiden, zeker als we in rekening brengen welke gruwel daar de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden.

Mijnheer de eerste minister, ten eerste, bent u het met mij eens dat het vandaag niet aan de orde is om Syrische vluchtelingen terug te sturen? Ten tweede, kunt u bevestigen dat mensen die als vluchteling werden erkend en een bijdrage aan onze welvaartsstaat leveren ook niet moeten vrezen om te worden teruggestuurd? Ten derde, bent u van mening dat het CGVS de autoriteit is om te bepalen wie al dan niet bescherming moet krijgen, en niet de stem van een of andere politicus?

Barbara Pas:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de vicepremier, het regime van de Syrische tiran Al-Assad is verleden tijd en dat is maar goed ook.

Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor Europa, zeker op het vlak van asiel en migratie. In Nederland, mijnheer Vandemaele, werd gisteren in het Parlement een motie goedgekeurd om snel werk te maken van de terugkeer van Syrische vluchtelingen. Oostenrijk heeft ondertussen aangekondigd dat alle toegekende statuten zullen worden herbekeken. De gezinshereniging van erkende Syrische vluchtelingen wordt daar opgeschort en de diensten hebben daar nu al de opdracht gekregen om een terugkeerprogramma uit te werken. Waarom heeft de Belgische regering nog geen concrete initiatieven genomen? Mohammed al-Bashir, de nieuwe interimpremier van Syrië, heeft immers zelf al de Syriërs die gevlucht zijn, opgeroepen om terug te keren naar hun land.

Gisteren vernamen wij dat een achttal Belgen betrokken is bij HTS. Het gaat om landgenoten die jaren geleden al naar Syrië zijn getrokken. Ik hoorde minister Van Tigchelt vandaag op de radio zeggen dat het best mogelijk is dat een aantal van hen een jihadistische ideologie aanhangt, maar desondanks maakt hij zich niet ongerust, want "HTS heeft voorlopig geen internationale agenda”. HTS wordt door de Europese Unie nog altijd als een terroristische organisatie beschouwd en dat is toch niet niks. Mijnheer Quintin, u hebt daarover als nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zelfs nog wereldvreemdere verklaringen gedaan. U weet niet of die personen nog zullen radicaliseren en terugkeren naar ons land.

Weet het OCAD om wie het precies gaat en wat zij daar al die jaren in Syrië hebben gedaan? Waren zij actief bij IS? Zijn er daarvan ondertussen veroordeeld? Zult u hen hier zomaar opnieuw binnenlaten?

Darya Safai:

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, de oorlog in Syrië heeft meer dan 600.000 doden geëist en miljoenen mensen ontheemd. Nu het regime van Al-Assad is gevallen, hopen sommigen dat aan dat verhaal een einde zal komen, maar in werkelijkheid is het slechts het begin van een nieuw en gevaarlijk hoofdstuk. Het land is nog even verdeeld als gisteren.

HTS mag Al Qaida en IS publiek hebben afgezworen, het is nog steeds de erfgenaam van de gevreesde Al-Nusrabrigade. Sommige naïeve media beweren dat de groep gematigd is. Niets is minder waar. Het gaat om islamisten, die de sharia willen implementeren. Minderheden, christenen, Koerden en vrouwen zijn weer kwetsbaarder dan ooit tevoren. Een machtsvacuüm opent de deur voor nieuwe migratiestromen en de heropleving van extremistische groeperingen.

Mijnheer de eerste minister, het conflict raakt ook ons in België. Syriëstrijders bevinden zich nog steeds in de regio. Sommigen blijven loyaal aan de jihadistische groepen, terwijl anderen zouden kunnen proberen terug te keren. Dat vormt een directe bedreiging voor onze nationale veiligheid, vandaar mijn vragen aan u.

Welke concrete maatregelen neemt u om terugkerende Syriëstrijders te identificeren en de dreiging voor België te beperken?

Hoe zal België actief bijdragen aan de stabiliteit van de regio, zowel politiek als humanitair?

Franky Demon:

Mijnheer de premier, na 54 jaar is de tirannie van de familie Assad in Syrië eindelijk voorbij. Ik vind dat natuurlijk een bijzonder goede zaak, maar laten wij vooral niet te snel euforisch worden. De vraag is welk regime er in de plaats komt. De internationale gemeenschap, met name ook de Europese Unie, moet nu haar verantwoordelijkheid nemen in de begeleiding van Syrië op de weg naar een veilig en democratisch land.

De afgelopen jaren vluchtten heel wat Syriërs naar Europa, ook naar ons land. Staatssecretaris de Moor heeft werkelijk kordaat gereageerd door de beoordeling van de lopende aanvragen van Syriërs on hold te zetten, tot er meer duidelijkheid is. De afgelopen tien jaar kregen 35.000 Syriërs bescherming in ons land, van wie ongeveer een derde de afgelopen vijf jaar. Een vluchtelingenstatus is niet noodzakelijk voor altijd. Als de situatie duurzaam verbetert en de stabiliteit weerkeert, kunnen voor cd&v de statussen opnieuw individueel beoordeeld worden. Daarvoor is het nu echter nog te vroeg.

Het is belangrijk dat ons land zich op internationaal niveau inspant om nu samenwerking en informatie-uitwisseling met Syrië te versterken. We moeten op Europees niveau pleiten voor een gemeenschappelijke aanpak.

Ik heb dan ook drie misschien wel gemakkelijke vragen voor u. Ten eerste, steunt u de door staatssecretaris uitgezette beleidslijn aangaande de manier waarop ons land met de Syrische vluchtelingen zal omgaan?

Ten tweede, welke rol ziet u voor ons land en de EU? (…)

Voorzitter:

Collega's, ik wens in herinnering te brengen dat de spreektijd om een vraag te stellen, twee minuten bedraagt.

Ismaël Nuino:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, nous avons tous suivi avec attention les événements qui se sont passés ces derniers jours en Syrie.

Nous devons nous réjouir de la chute du régime de Bachar al-Assad. Ce fut une dictature qui, avec celle de son père, aura duré plus de cinq décennies. Depuis 2011, ce régime barbare a causé la mort de 500 000 personnes et provoqué le déplacement de plus de 10 millions de personnes. Ce régime a incarné l'une des pires violations des droits humains de notre époque.

Comme l'histoire nous l'a malheureusement montré, la chute d'un tel régime peut créer une profonde instabilité. Nous avons vu que les périodes de transition peuvent mener à une grande instabilité, notamment après la chute des régimes de Saddam Hussein et de Mouammar Kadhafi par exemple. Dans un contexte géopolitique très tendu, la Syrie ne fait pas exception.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, quelle est la position officielle de la Belgique face aux récents et derniers événements qui se sont passés en Syrie?

Notre diplomatie a-t-elle eu ou prévoit-elle d'avoir des contacts avec les autorités de transition syriennes qui semblent se mettre en place?

La Belgique compte-t-elle demander à la nouvelle haute représentante de l'Union européenne, Kaja Kallas, d'engager l'Union dans un dialogue actif avec ces nouveaux dirigeants? Le Conseil des Affaires étrangères (CAE) de ce 16 décembre pourrait être une bonne opportunité pour mettre ce sujet à l'agenda.

La Belgique va-t-elle proposer, avec l'Union européenne, une feuille de route politique et diplomatique claire afin d'accompagner la Syrie vers la stabilité?

Enfin, comme vous l'avez également déjà exprimé, monsieur le ministre, l'intégrité territoriale de la Syrie doit être garantie. Nous observons cependant déjà des actions militaires, notamment israéliennes, sur le territoire syrien. Quel regard portez-vous sur ces actions en cours?

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je tenais à vous interroger sur la situation en Syrie et au Moyen-Orient de manière générale. Nous avons vu ce qu'il s'est passé en Syrie: la chute du régime autoritaire de Bachar al-Assad, qui est une bonne nouvelle pour le peuple syrien. Mais nous sommes encore beaucoup à être inquiets de l'avenir de la Syrie et de la souveraineté du peuple syrien.

De nombreuses puissances sont impliquées en Syrie et on remarque une ingérence de plusieurs forces sur le terrain, avec les bombardements américains, la présence de puissances régionales comme le Qatar, l'Arabie saoudite, la Turquie et Israël, qui est responsable de plus de 500 bombardements en deux ou trois jours. Ce dernier pays profite de la situation pour étendre sa présence sur le sol syrien, notamment au niveau du plateau du Golan, qui est illégalement occupé. Il est fou qu'Israël puisse se permettre d'agir de manière meurtrière en étant complètement impuni, alors que ce pays est accusé de génocide et que son chef d'État est poursuivi pour crime de guerre.

Monsieur le premier ministre, pour sortir du chaos dans cette région, nous avons besoin de plusieurs choses. Tout d'abord, il faut mettre fin au génocide à Gaza, garantir l'aide humanitaire pour les Palestiniens et mettre en place un appareil de sanctions contre cet État impuni et source d'instabilité dans la région.

Deuxièmement, il faut garantir la protection et les droits du peuple syrien et de toutes les forces syriennes qui œuvrent à la construction d'une Syrie nouvelle et unifiée, dans le respect de la diversité culturelle et religieuse, et à un gouvernement fort et souverain. Pour cela, il faut aussi mettre fin à toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut que les forces américaines, israéliennes, turques et saoudiennes sortent de la Syrie.

(Brouhaha)

Voorzitter:

Collega's, ik stel voor dat wij de spreekster van MR de ruimte geven. Ik wil nog eens iedereen die zich niet kan inhouden erop wijzen dat hun interrupties niet in het verslag worden opgenomen en dus eigenlijk volkomen overbodig zijn. Deze interrupties zullen geen spoor nalaten in de geschiedenis.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre des Affaires étrangères, depuis votre entrée en fonction dont je me félicite, vous vous êtes déjà exprimé sur la situation en Syrie, encore ce matin. Je note avec grande satisfaction la fin d'un régime dynastique et cruel.

Nous nous situons, pour moi, dans la continuité des "Printemps arabes" qui ont débuté en 2011. Ils avaient suscité énormément d'espoir en un avenir meilleur. Mais soyons honnêtes, certaines espérances sont loin d'avoir été exaucées. Ne répétons pas les erreurs du passé. Il me semble essentiel que la communauté internationale soit unie, malgré ses divergences. Nous devons soutenir une transition politique ambitieuse pour le bien des Syriens et la stabilité de la région. En outre, la Belgique a des intérêts de sécurité à faire valoir, notamment quant au suivi des combattants de Daech incarcérés en territoire contrôlé par les autorités kurdes.

Monsieur le ministre, j'ai quatre questions à vous poser.

Premièrement, comment surmonter les obstacles juridiques qui pèsent sur le groupe HTC qui, je le rappelle, est reconnu comme une organisation terroriste? Or nous nous devons d'établir un dialogue politique avec eux pour favoriser une transition pacifique.

Deuxièmement, comment trouver un équilibre subtil entre l'aide de la communauté internationale et la non-ingérence étatique des puissances voisines de la Syrie?

Troisièmement, comment contribuer à la lutte contre l'impunité des autorités de l'ancien régime, puisque les victimes méritent une reconnaissance de leurs souffrances ainsi qu'un procès équitable de leurs bourreaux?

Quatrièmement, la lutte contre Daech n'est malheureusement pas terminée. Les autorités kurdes se doivent d'être soutenues afin de maintenir incarcérés les combattants radicaux. Rappelons que des Belges en font partie. Dès lors, comment soutenir nos services compétents, monsieur le ministre, afin d'assurer la sécurité de notre pays?

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, ce mois de décembre a vu un événement historique se produire en Syrie: la fin du régime des al-Assad. Cinquante-quatre ans de règne sanguinaire marqués par la répression et les violences les plus brutales, des violences en partie inspirées par les méthodes du nazi Aloïs Brunner, qui est l'un des principaux responsables de la solution finale, le projet d'extermination des Juifs en Europe. Ce moment signe la fin d'une dictature qui a plongé le peuple syrien dans l'horreur absolue. Les images de l'emblématique et terrifiante prison de Saidnaya où des enfants et des prisonniers retrouvent la liberté sont absolument bouleversantes. Ce moment ouvre une période de soulagement d'abord, mais aussi d'interrogations.

La chute d'Assad est sans aucun doute une étape importante pour le peuple syrien et potentiellement pour l'avenir de la région. Les défis sont nombreux et nous nous devons d'accompagner cette transition démocratique et inclusive en Syrie, mais sans confisquer cette transition et cette révolution. La Belgique, en tant qu'acteur international engagé pour la paix et la justice, a toujours plaidé pour une solution politique en Syrie. Nous avons soutenu des résolutions aux Nations Unies et contribué à des aides humanitaires.

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, cet événement rappelle à quel point les aspirations des peuples pour la liberté et pour la dignité sont extrêmement puissantes, même après des décennies d'oppression. Mais ces espoirs nécessitent un soutien international fort pour éviter que les différentes puissances coloniales occidentales ou d'autres puissances de la région ne confisquent la révolution du peuple syrien. Un nouveau régime se met doucement en place entre espoirs et interrogations.

Comment la Belgique compte-t-elle se positionner par rapport au régime qui se met en place? Au sein de l'Union européenne, quel rôle spécifique la Belgique envisage-t-elle de jouer pour contribuer à la reconstruction d'une Syrie engagée sur la voie des réformes? Dans ce contexte de bouleversement, quels moyens la Belgique déploie-t-elle pour protéger les populations civiles dans une région qui est déjà sous haute tension à cause du comportement de voyou et de génocidaire de l'État d'Israël? Merci pour vos réponses.

Alexander De Croo:

Mijnheer de voorzitter, samen met miljoenen Syriërs zijn wij blij dat er een einde is gekomen aan 53 jaar dictatuur in Syrië.

Vele sprekers hebben de nadruk gelegd op de meer dan 500.000 Syriërs die het leven hebben gelaten. Niet iedereen is echter blij dat Assad vertrekt. Mevrouw Pas, u noemt Assad hier een tiran. Uw woorden zijn echter goedkoop. De heer Dewinter betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers van de voorbije eeuw vertrekt. Hij betreurt dat.

Mevrouw Pas, misschien moet u eens duidelijk maken aan wiens kant u staat. Staat u aan de kant van een Vlaams Parlementslid van u, van iemand die vandaag durft te zeggen dat hij betreurt dat een van de grootste oorlogsmisdadigers moet vertrekken of neemt u hier afstand van zijn woorden? Daarover moet u misschien eens duidelijkheid geven. (Applaus)

Il est vrai que la situation sur le terrain reste très instable. Ce qui compte aujourd'hui, c'est que la transition puisse se dérouler d'une façon pacifique et que vienne en Syrie un pouvoir qui soit représentatif et en ligne avec la résolution 2254 du Conseil de sécurité des Nations Unies. L'intégrité territoriale de la Syrie doit être respectée et les bombardements qui ont lieu aujourd'hui doivent cesser au plus vite.

Ik wil graag ingaan op een aantal vragen die werden gesteld.

De voorbije tien jaar zijn honderdduizenden Syrische vluchtelingen naar Europa gekomen. Ook in ons land hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen. We hebben internationale bescherming gegeven aan mensen die getiranniseerd worden en uit een land komen waar mensenrechten absoluut niet gerespecteerd worden. Wij hebben dus onze verantwoordelijkheid opgenomen en voldaan aan onze verplichting om bescherming te bieden.

Als land hebben we echter ook de opdracht om op een gecoördineerde manier ervoor te zorgen dat mensen veilig terug kunnen keren naar hun thuisland als de situatie stabiliseert. Dat is logisch en ligt volledig in lijn met internationale verdragen. Vandaag is dat nog niet het geval. De situatie is namelijk nog zeer instabiel. Zodra de situatie stabiel is, moeten we dat op een menselijke manier samen met andere Europese landen doen. We moeten vandaag daarvoor de nodige voorbereidingen treffen.

De regering heeft inderdaad beslist om de lopende aanvragen on hold te zetten. Dat lijkt mij volledig logisch. Volgende week is er ook een Europese Raad. We moeten daar samen kijken op welke manier we gecoördineerd die voorbereidingen kunnen treffen.

Ons land en onze samenleving hebben daarvoor een enorme inspanning geleverd. Wij hebben onze verantwoordelijkheid opgenomen. Het is dan ook nu aan ons om er samen met de internationale gemeenschap alles aan te doen opdat Syrië zo snel mogelijk een stabiel land kan worden, dat opnieuw opgebouwd kan worden door de duizenden Syriërs die hier ook ervaring hebben opgedaan. We moeten ervoor zorgen dat ze op een veilige manier naar hun thuisland kunnen terugkeren om het te kunnen heropbouwen en een vredevolle samenleving te kunnen zijn.

Bernard Quintin:

Monsieur le président, mesdames et messieurs, honorables députés, je vous remercie pour vos questions qui me donnent l’opportunité de m’exprimer pour la première fois devant vous. Je suis bien conscient de l’honneur que cela représente.

En 53 ans, le régime des Assad s’est rendu coupable d’atrocités et de nombreux crimes contre son propre peuple. Vous avez parlé de la prison. C’est un régime qui n’a pas hésité à gazer plusieurs fois sa propre population.

Sa chute amène une lueur d’espoir pour le pays. La joie des Syriennes et des Syriens prouve qu’ils veulent envisager l’avenir avec optimisme. Je pense que nous devons aussi prendre le temps de partager cette joie avec eux. Il sera maintenant important que tous les acteurs impliqués contribuent à une paix durable en Syrie, respectueux de toutes les communautés qui composent le pays, y compris et surtout les minorités.

Bien qu’il soit encore trop tôt pour tirer de grandes conclusions, les signaux exprimés publiquement sont plutôt positifs pour les Syriennes et les Syriens. Les nouveaux dirigeants syriens devront nous démontrer, à nous certes, mais surtout et avant tout à leur population, qu’ils peuvent garantir une transition politique pacifique et inclusive. Nous évaluerons leurs actes, et pas seulement leurs paroles.

We volgen de situatie op de voet en hebben contacten binnen de Europese Unie, maar ook met landen in de regio, om informatie uit te wisselen. De hele internationale gemeenschap moet samenwerken. Na de goedkeuring van een verklaring van de EU 27 over Syrië deze week, zullen we de kwestie maandag ook bespreken tijdens de Raad Buitenlandse Zaken met mevrouw Kallas, de nieuwe Hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (HRVP). Het is belangrijk om onze krachten te bundelen voor de heropbouw van Syrië, voor de coördinatie van de humanitaire hulp en voor het respect van de mensenrechten en de minderheden in het land.

La restauration de la souveraineté, de l'unité, de l'indépendance et de l'intégrité territoriale de la Syrie sont des éléments primordiaux. Nous appelons toutes les parties à éviter une nouvelle escalade militaire.

La Belgique restera également engagée pour que les crimes commis en Syrie ne restent pas impunis. Le mécanisme international, impartial et indépendant pour la Syrie (IIIM) aura un rôle clé à jouer.

J'aurai très prochainement un contact avec mon homologue turc.

Er is voor volgende week in Brussel ook een ontmoeting gepland met mijn Libanese en Jordaanse collega’s.

Concernant la question des foreign terrorist fighters , comme vous le savez, la position du gouvernement a été arrêtée par le Conseil national de sécurité en 2021 qui a défini des critères d'éligibilité au rapatriement. Sur cette base, des rapatriements d'enfants accompagnés de mères ont eu lieu. Si une nouvelle décision de ce type devait être prise, elle devrait l'être avec l'ensemble du gouvernement.

Mesdames et messieurs, honorables députés, une Syrie stable qui se reconstruit dans la concorde et l'unité bénéficiera non seulement aux Syriennes et aux Syriens mais aussi à tous les pays du Moyen-Orient et contribuera – nous l'espérons – à la sécurité et à la stabilité de la région et bien au-delà d'ailleurs. C'est ce que je souhaite. C'est ce que nous souhaitons et nous continuerons à encourager cette voie.

Voorzitter:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie et donne maintenant la parole aux orateurs qui disposent chacun d'une minute pour leur réplique.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, de situatie is duidelijk nog instabiel en erg gevaarlijk. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi om momenteel terughoudend te zijn. Het Syrische volk smacht al decennialang naar stabiliteit en vrijheid. Het is ook onze plicht om het Syrische volk daarin te steunen.

Ik heb een laatste boodschap voor het Vlaams Belang. Ik heb hier een foto van uw goede vriend, mensen van het Vlaams Belang, de partij die op de koffie ging bij Al-Assad. Uw partij heeft dat regime gelegitimeerd en ondersteund. Als het dus over Syrië gaat, kunt u het best een toontje lager zingen en zou u misschien beter gewoon zwijgen.

Barbara Pas:

Ik ben zeer duidelijk geweest over de tiran Al-Assad. Wij hebben allang afstand genomen van die zaken, mijnheer Vandemaele. Ik ben evenwel niet zo naïef als vicepremier De Sutter om te denken dat daar in Syrië een democratie in de plaats zal komen.

U noemt mijn woorden goedkoop, mijnheer de premier, maar ik vind het zeer goedkoop om als premier van een zevende partijtje zonder democratisch draagvlak jarenlang verantwoordelijk te zijn voor een desastreus migratiebeleid en dan vandaag niet op mijn pertinente vragen te willen antwoorden.

Mijn vragen en mijn standpunten zijn politiek legitiem. In andere landen wordt uitgevoerd wat wij vandaag vragen. Maak u geen illusies, een meerderheid van die 35.000 Syrische vluchtelingen zal niet vrijwillig terugkeren. Wij vragen u om maatregelen zoals in Oostenrijk te nemen, om de gezinshereniging van Syrische vluchtelingen op te schorten, om de vrijwillige terugkeer van Syriërs te faciliteren en om het vluchtelingenstatuut in te trekken (…)

Darya Safai:

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, Assad was een monster, laat daar geen twijfel over bestaan. We moeten echter zeer waakzaam zijn voor de mensen die hem nu opvolgen. Ik toon u een foto van de heer Al-Jolani, de leider van HTS. Hier ziet u de vlag van Jabhat al-Nusra, Al Qaida en hier is de foto van Al-Jolani met de HTS-vlag. Ze hebben allebei dezelfde islamkleuren en dragen het opschrift ‘geen andere god dan Allah en geen andere profeet dan Mohammed’. Ze willen de sharia invoeren. Ze beweren de vrouwen niets te zullen opleggen, maar daar heb ik mijn twijfels bij, ik geloof daar niets van. Khomeini beweerde hetzelfde na de Iraanse Revolutie in 1979. (…)

Franky Demon:

Mijnheer de premier, we zitten duidelijk op dezelfde lijn. Het is goed dat u verder wilt inzetten op de voorbereiding en de coördinatie op Europees niveau. Ik ben blij dat u ermee kunt lachen, mijnheer de premier. Ik hoop dat uw woorden ook overeenstemmen met uw daden, want de EU moet het momentum grijpen om samen met de Syriërs te bouwen aan een democratisch land, dat op termijn een stabiele partner in de regio moet zijn.

Mijnheer de premier, ik wil u nog één ding vragen. HST, de militie die heeft geholpen Assad te verdrijven, staat vandaag nog op de terreurlijst van de EU. Wij roepen u op om samen met de collega’s duidelijke voorwaarden af te spreken op basis waarvan we met dergelijke organisaties in gesprek kunnen gaan. De belangrijkste opdracht is voor ons de stabiliteit en de rust in dat land te laten terugkeren.

Ismaël Nuino:

Monsieur le ministre, monsieur le premier ministre, tout ce qu'il faut retenir, c'est que nous allons avoir besoin d'une réponse de l'Union européenne qui soit coordonnée, forte et rapide parce qu'il est malheureusement à craindre que dans les années à venir nous ayons très peu d'aide et de soutien de nos voisins outre-Atlantique. L'Union européenne doit donc être au rendez-vous.

Alors, monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, loin de l'outrance et des simplismes et face à une situation qui est excessivement complexe, la prudence est de mise aujourd'hui. La prudence n'est pas une faiblesse mais une exigence en premier lieu pour notre sécurité, pour la reconstruction de la Syrie, pour qu'elle retrouve son indépendance, sa souveraineté, et que surtout les Syriens retrouvent ce pour quoi ils se sont tant battus: leur liberté.

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, vous avez rappelé qu'il faut arrêter tout bombardement aujourd'hui. Arrêter la violence sur le sol syrien est la première chose à faire. Il faut aussi garantir l'intégrité territoriale de la Syrie, condition indispensable pour espérer une stabilité. Mais il faut surtout, et je le répète ici, arrêter toute ingérence étrangère sur le sol syrien. Il faut garantir la souveraineté du peuple syrien dans sa diversité religieuse et ethnique. C'est une condition indispensable si on veut avoir une lueur d'espoir dans cette région pétrie de violence. Aujourd'hui, il faut cesser cette violence. Et cela passe par la souveraineté du peuple syrien et l'arrêt de toute ingérence étrangère en Syrie.

Charlotte Deborsu:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses détaillées. La fin de ce régime tyrannique est, on l’a dit et redit, une opportunité. Certes, elle suscite d’autres interrogations mais il y a enfin de l’espoir, et c’est ce que j’ai envie de retenir. Cette fois-ci, je veux que nous ne rations pas le coche.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Nous avons une responsabilité énorme, historique pour accompagner au mieux cette transition et qu’elle soit la plus pacifique et la plus inclusive possible, toujours à l’écoute des revendications du peuple syrien, quelle que soit la religion ou l’origine ethnique. Quand j’entends certains ici regretter à demi-mot le régime al-Assad, je me demande dans quel monde on vit. Pourtant, malgré la situation instable sur place, malgré des tensions religieuses, malgré des tensions ethniques, malgré une situation géopolitique régionale totalement instable avec Israël qui a envahi le plateau syrien du Golan, l’Europe et, dans son sillage, la Belgique, ont déjà annoncé suspendre les demandes d’asile des réfugiés syriens. C’est une décision qui n’honore pas l’Europe et qui ne nous honore pas.

De zware agressie door een beruchte Tsjetsjeense gedetineerde in de gevangenis van Beveren

Gesteld door

lijst: VB Marijke Dillen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 11 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Tsjetsjeense gedetineerde met een gewelddadig verleden verwondde op 11 november 2024 in Beveren twee cipiers (één met messteken in de nek), die fysiek en mentaal getraumatiseerd raakten maar niet levensbedreigend gewond. Het parket opende een strafonderzoek, de dader—bekend om herhaalde agressie tegen bewakers—werd overgeplaatst en onder strikte, multidisciplinaire maatregelen geplaatst, waarvan details om veiligheidsredenen niet worden prijsgegeven. Marijke Dillen benadrukt de onaanvaardbare risico’s voor cipiers en hoopt op een definitieve, veilige opsluiting van de geweldenaar. Minister Van Tigchelt bevestigt de ernst maar wijst op lopende opvang (POBOS) en juridische stappen, zonder concrete preventieve oplossingen te beloven.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik had het daarnet over het incident in Merksplas op 12 november. Een dag eerder, op 11 november, was er een zwaar incident in de penitentiaire instelling van Beveren. Dat toont opnieuw pijnlijk aan hoe gevaarlijk het werk van de gevangenisbewakers is.

Een Tsjetsjeense gedetineerde verwondde in de instelling van Beveren enkele cipiers en een van hen moest met messteken in de nek naar het ziekenhuis worden overgebracht. De gevangene was niet aan zijn proefstuk toe. De Tsjetsjeen kreeg eerder al zes jaar cel voor een brutale aanval op drie cipiers in de Brugse gevangenis. Daarnaast sloeg hij blijkbaar ook al een medegedetineerde in elkaar in de gevangenis van Beveren.

Ook dit was een zware vorm van agressie tegen de cipiers binnen de gevangenismuren. Ik krijg ook hierover graag wat meer toelichting. Hoeveel cipiers werden er hierbij gewond? Wat is hun gezondheidstoestand nu? Ik hoop alleszins dat de man die naar het ziekenhuis moest worden gebracht aan de beterhand is.

Werd er een strafonderzoek geopend lastens de Tsjetsjeense gedetineerde? Wat is daarvan de stand van zaken? De dader in kwestie was niet aan zijn proefstuk toe, integendeel. Op regelmatige basis worden cipiers door hem bedreigd en aangevallen. Het is meer dan genoeg geweest. Welke maatregelen of speciale regimes zullen er worden voorzien om ervoor te zorgen dat die geweldenaar eindelijk wordt gestopt?

Paul Van Tigchelt:

Mijnheer de voorzitter, wat in de pers werd geschreven over deze zaak, is grosso modo correct. Ik heb daarin geen grove onwaarheden gezien.

Op maandag 11 november 2024 werden twee penitentiaire beambten in de gevangenis van Beveren gewond. Zij konden dezelfde dag nog het ziekenhuis verlaten en verkeerden nooit in levensgevaar, wat niet wegneemt dat de feiten natuurlijk ernstig waren. Gezien de omstandigheden stellen zij het momenteel behoorlijk goed. Ze hebben wel nog fysieke klachten en – en dat zal niet verbazen – kampen vooral nog met de mentale gevolgen van wat daar is gebeurd, en wat uiteraard onaanvaardbaar was.

De beide beambten werden in eerste instantie opgevangen door het lokale opvangteam van de gevangenis en werden doorverwezen naar POBOS, de gespecialiseerde instelling voor psychologische begeleiding. Ze worden van nabij opgevolgd.

De beambten die gewond werden bij de overmeestering van de gedetineerde, liepen lichte verwondingen op en waren niet arbeidsongeschikt. Ook zij kregen ondersteuning van het interne opvangteam.

Zoals bij elk incident van agressie werd het parket in kennis gesteld. Het parket heeft een onderzoeksrechter gevorderd en die heeft de gedetineerde ondertussen aangehouden. De gedetineerde is inderdaad een man met een problematische voorgeschiedenis in verschillende gevangenissen en dan druk ik mij eufemistisch uit. De gedetineerde werd ondertussen overgeplaatst naar een andere gevangenis en de omkadering wordt daar multidisciplinair uitgewerkt en opgevolgd. Het gevangeniswezen heeft mij gevraagd om niet in detail in te gaan op wat daarmee wordt bedoeld, omwille van de veiligheid van het gevangenispersoneel.

Marijke Dillen:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Ik begrijp dat u er niet gedetailleerd op kunt ingaan. De veiligheid van de cipiers en van alle gevangenispersoneel is daarvoor veel te belangrijk, maar het blijft wel bizar. Die man heeft echt een geschiedenis die aangeeft dat nieuwe gevallen van agressie mogelijk zijn. Ik hoop dat hij op dit ogenblik in een zodanig beveiligde omgeving zit dat dit niet meer voor herhaling vatbaar is.

Het rapport waarin Amnesty International Israël beschuldigt van genocide in Gaza

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent zowel de onaanvaardbare Hamas-aanval van 7 oktober als Israël’s disproportionele reactie—met schendingen van internationaal recht—maar wacht het oordeel van het Internationaal Gerechtshof (dat al plausibiliteit zag voor genocide) af, terwijl het wel juridisch tussenkomt om de Genocideconventie te verduidelijken. Amnesty’s genocide-beschuldiging bevestigt voor de socialisten de noodzaak om actief het hof te steunen en wapenexport te blokkeren, wat België al doet en andere landen oproept te volgen. Humanitaire hulp (zoals evacuatie van Gaza-patiënten) blijft cruciaal, maar politieke druk om het geweld te stoppen moet volgens de oppositie dringend opvoeren. De premier benadrukt dat onmiddellijke vrede en onbeperkte hulptoegang prioriteit hebben, ongeacht de juridische uitspraak.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega’s, Israëlische spindoctors draaien overuren. Het valt wel mee, niets te zien hier, we kunnen niet anders, argumenteren ze. Het is alsof ze de horror uit Gaza willen wegpraten. Het rapport van Amnesty International benoemt echter onze ergste vrees, want volgens het rapport is er geen sprake van een gewone oorlog, maar wel degelijk van een genocide. Willekeurige aanvallen, willekeurige doden, de volledige vernietiging van steden, dorpen en ziekenhuizen: Amnesty International heeft er maar één woord voor, namelijk genocide.

Andere landen trokken al hun conclusies. Zuid-Afrika startte een zaak voor het Internationaal Gerechtshof. Het is nu onze plicht om dat gerechtshof alle steun te verlenen, zodat het zijn werk kan doen. Mijnheer de premier, wij zouden op dat proces spreken. Waar wachten we eigenlijk nog op? Voor de socialisten is de grens bereikt. Ja, we bieden voedselhulp en ja, we geven medische steun, maar dat is niet genoeg.

Mijnheer de premier, wanneer laten wij onze stem horen in het Internationaal Gerechtshof en nemen wij de conclusies uit het Amnestyrapport mee in onze interventie?

Alexander De Croo:

Mevrouw Lambrecht, het is jammer genoeg niet de eerste maal dat we over dat vreselijke conflict in het halfrond spreken. Ons land heeft zeer vroeg duidelijk gemaakt dat de terroristische daad op 7 oktober onaanvaardbaar was, net zoals de disproportionele reactie van Israël met herhaalde schendingen van het internationaal recht, waaronder uithongering van de bevolking en gedwongen volksverplaatsingen.

Een aantal landen hebben inderdaad een procedure aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof. Dat zal moeten onderzoeken of er daadwerkelijk daden van genocide plaatsvinden. In het initiële oordeel heeft het hof de plausibiliteit met betrekking tot verplichtingen betreffende de genocideconventie voor Israël aanvaard. Conform de afspraak in de regering zal ons land in de procedure tussenkomen om de rechter bij te staan in de interpretatie van de genocideconventie. De uitspraak ten gronde gebeurt uiteraard door het hof.

Welke ook de uitspraak van het hof is, die vreselijke oorlog moet stoppen. Er is teveel menselijk leed geweest en er moet onbeperkte toegang voor humanitaire hulp komen. Het geweld moet eindelijk stoppen.

U refereert aan het rapport van Amnesty International. Welnu, daarin roept de organisatie landen op om exact hetzelfde te doen als ons land, namelijk ervoor zorgen dat de export van wapens naar Israël stopt. Ons land heeft steeds de positie ingenomen dat mensen moeten worden beschermd, aan welke zijde ook van het conflict. We hebben ook daden gesteld in de juridische procedure en initiatieven genomen om de export van wapens stop te zetten. Ik nodig andere landen uit om ons daarin te volgen.

Annick Lambrecht:

Mijnheer de premier, bedankt voor uw antwoord. Terwijl het vandaag op sommige banken nog altijd stil blijft, doen de socialisten wel wat ze kunnen. Afgelopen week nog besloten minister Vandenbroucke en de regering om opnieuw jonge patiënten uit Gaza te evacueren, omdat zij ter plaatse in hun land niet veilig geholpen worden. Dokters die daar levens redden, weten immers dat hun eigen leven op het spel staat. Mijnheer de premier, u beaamt dat dat walgelijk conflict moet stoppen. Dat kan snel, als we de druk maar hoog genoeg blijven houden. Wij geven de strijd nooit op.

De veroordeling van België in de zaak van de metissenkinderen
De veroordeling van België voor misdaden tegen de mensheid in de toenmalige kolonie Congo
Belgische koloniale misdaden, metissenkinderen

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische staat werd door het hof in Brussel veroordeeld voor misdaad tegen de menselijkheid wegens het systematisch ontvoeren van duizenden métisse kinderen (15.000–20.000) uit Congo in de koloniale periode, uitsluitend om hun gemengde afkomst. Premier De Croo bevestigt steun voor eerdere excuses (2019) en wijst op juridische stappen (zoals toegang tot geboorteaktes), maar ontwijkt concrete beloftes over verdere herstelbetalingen, nationaliteitserkenning of archieftoegang, aangezien het vonnis nog moet worden bestudeerd. Parlementsleden Kompany en Maouane dringen aan op snelle, brede reparaties—financieel, symbolisch en praktisch (visa, DNA-tests)—en eisen erkenning van het leed van moeders en slachtoffers uit de Grote Merenregio. De discussie benadrukt de historische omwenteling van het vonnis, maar onthult een kloof tussen juridische erkenning en daadwerkelijke staatverantwoordelijkheid.

Pierre Kompany:

Monsieur le premier ministre, permettez-moi de les nommer: Simone Ngalula, Monique Bitu Bingi, Léa Tavares Mujinga, Noelle Verbeken et Marie-José Loshi. Ces noms sont ceux d'enfants de moins de sept ans nées d'une mère noire et d'un père blanc, élevées par leur mère au Congo belge et enlevées à celle-ci pour être placées de force. Ces noms sont ceux de cinq femmes courageuses et d'une résilience inspirante, qui ont obtenu ce lundi 2 décembre 2024, dans un arrêt inédit et historique, la condamnation de l'État belge par la cour d'appel de Bruxelles du chef de crime contre l'humanité.

Selon la cour, ces femmes ont été enlevées en exécution d'un plan de recherche et d'enlèvement systématique des enfants nés d'une mère noire et d'un père blanc élevés par leur mère au Congo belge, uniquement en raison de leur origine.

Monsieur le premier ministre, quelle est la réaction du gouvernement à la suite de cette décision? Un recours sera-t-il introduit?

La Belgique a été condamnée à indemniser les victimes. Le gouvernement a-t-il bien l'intention de le faire dans le cadre des affaires courantes?

Si cet arrêt constitue un tournant historique, les enfants métis victimes de tels actes sont cependant encore nombreux. Leur nombre est généralement évalué entre 15 000 et 20 000. Dès lors, un mécanisme d'indemnisation plus large (…)

Voorzitter:

Ik ben ervan overtuigd dat die laatste worden de oren van de premier hebben bereikt.

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, vous connaissez sans doute l'histoire de Léa, Monique, Marie-José, Noelle et Simone.

C'est l'histoire de milliers d'enfants métis. Ces enfants métis nés au Congo belge étaient appelés "enfants de la honte". Ces enfants étaient enlevés, arrachés à leur famille et leur nom changé pour qu'ils ne puissent plus retrouver leurs proches. Lors de l'indépendance, certains enfants ont été adoptés en Belgique mais la plupart ont été abandonnés sur place.

La cour d'appel de Bruxelles a qualifié l'enlèvement de ces enfants d'acte inhumain et de persécution constitutive d'un crime contre l'humanité. Elle a condamné l'État à indemniser ces cinq femmes victimes. Cette décision est une victoire historique pour les enfants métis et marque une étape clé dans la reconnaissance et les réparations des souffrances infligées durant le passé colonial.

Les actions concrètes restent pourtant insuffisantes malgré les efforts des associations et des témoignages de mères encore vivantes aujourd'hui.

Des initiatives ont certes été mises en place, comme une commission parlementaire – qui a mis une grosse partie de la poussière sous le tapis – et une visite éclair de métis organisée par la ministre des Affaires étrangères de l'époque. Ces initiatives n'ont pas encore abouti à des actions significatives.

Aujourd'hui, ces personnes revendiquent leurs droits, l'accès aux archives, l'accès à la nationalité belge et des tests ADN pour retrouver leur famille. Ceci nécessite une présence en Belgique et donc une facilitation de l'octroi de visas.

Nous attendons du gouvernement, même s'il est en affaires courantes, qu'il assume ses responsabilités envers les mères et les métis coloniaux de la région des Grands Lacs, qu'il facilite les retrouvailles familiales et qu'il se positionne sur les réparations et la reconnaissance de ces injustices.

Monsieur le premier ministre, le gouvernement compte-t-il accepter l'arrêt de la cour d'appel? Quelles mesures le gouvernement prévoit-il pour reconnaître la souffrance des mères congolaises, rwandaises, burundaises et les aider à retrouver leurs enfants? Le gouvernement compte-t-il faciliter la reconnaissance de la nationalité aux métis coloniaux nés de parents belges? Le gouvernement prévoit-il des réparations financières ou symboliques plus larges pour les victimes des crimes coloniaux, comme l'a recommandé la cour d'appel?

Alexander De Croo:

Madame et monsieur les députés, je tiens tout d'abord à exprimer ma sympathie à l'égard des cinq personnes, grands-mères et arrière-grands-mères, éprouvées par les souffrances qu'a causées l' É tat belge. Arrachées à leur maman et à leur famille africaines, elles ont ensuite grandi dans des familles d'accueil et d'adoption dans des orphelinats. Les liens avec leur mère et leur pays natal ont été complètement rompus.

Je soutiens donc pleinement les excuses qui ont été présentées en 2019 par le premier ministre Charles Michel pour la manière dont notre pays a traité les métis. Ce gouvernement a également œuvré dans leur intérêt. Le ministre de la Justice a ainsi élaboré une procédure avec le Collège des procureurs généraux afin de permettre enfin aux métis d'obtenir leur acte de naissance par l'intermédiaire du tribunal de la famille, une possibilité que l' État n'avait pas accordée par le passé .

Nous n'avons, au sein du gouvernement, pas encore pu examiner en détail l'arrêt de la cour d'appel de Bruxelles. Je ne ferai par conséquent aucun commentaire quant à la suite, puisque nous devons bien analyser la démarche et le raisonnement juridiques qui ont été développés. Quoi qu'il en soit, j'espère que les victimes se sentiront enfin entendues et qu'elles pourront avancer dans leur processus de reconstruction. Je pense que c'est le minimum que notre pays leur doit. Regardons en détail la teneur de cet arrêt. En tout cas, après les excuses qui ont été exprimées par le premier ministre Michel et les démarches entreprises par le ministre de la Justice, nous pouvons finalement regarder ce passé douloureux droit dans les yeux et comprendre notre responsabilité en tant qu' État belge.

Pierre Kompany:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie pour ces éléments de réponse.

Je vous reprends. Vous avez dit: "Quoi qu’il en soit." Donc: quoi qu’il en coûte.

Je ne peux que vous encourager à aller très vite de l'avant vers une réponse humaine pour tous ces gens qui ont porté le poids des êtres humains qui se rencontrent et qui, un jour, abandonnent le chemin des enfants qu’ils ont faits.

Dans ce Parlement, nous sommes nombreux à vouloir le bien de nos enfants. Sans même demander à chacun la vie qu’il mène avec sa famille, ses enfants, je sais que chacun y pense nuit et jour. Et je voudrais que vous (…)

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, merci pour vos réponses. Il est effectivement extrêmement important que ces enfants métis, qui ont été arrachés à leurs parents, mais aussi plus largement que toutes les victimes des crimes coloniaux soient reconnus, et qu’il y ait un vrai travail de justice, de reconnaissance et de réparation. Il importe, comme vous l’avez dit, que la Belgique regarde droit dans les yeux son passé colonial et l'assume en amenant des réparations, qu’elles soient financières ou symboliques. Je voudrais remercier Léa, Monique, Marie-José, Noelle et Simone, et à travers elles, toutes les victimes qui se sont levées pour dénoncer le passé et les crimes coloniaux, notamment de la Belgique.

De politieke instabiliteit in Frankrijk

Gesteld door

lijst: PTB Raoul Hedebouw

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Raoul Hedebouw hekelt in het Belgisch parlement het falen van Macrons neoliberale beleid (pensioenverhoging, belastingverlaging voor rijken, onderdrukking van protesten) en diens poging de opkomst van het Nouveau Front Populaire te negeren door een omstreden premier (Barnier) aan te stellen met steun van het extreemrechtse RN. Premier De Croo wijst de "propaganda"-discussie af, benadrukt dat het Belgisch parlement geen platform is voor Franse politiek, en stelt dat regeringsfalen in Europa normaal zijn, maar wijst op EU-budgetflexibiliteit voor hervormingen. Hedebouw linkt de Franse onrust aan dreigende Belgische bezuinigingen (pensioenen, ambtenaren) en roept op tot verzet, terwijl De Croo elke vergelijking met België ontwijkt. Kern: conflict tussen links activisme en institutionele afbakening van debat.

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre de Belgique, l'échec du président Macron résonne jusqu'ici en Belgique. Vous l'avez entendu. Comment peut-on se planter autant en tant que président d'une des plus grandes nations d'Europe? Quel plantage industriel!

Macron, le président des riches qui a gouverné contre son peuple! Macron, le président qui a augmenté l'âge de la retraite pour faire travailler les gens de plus en plus longtemps! Macron, l'homme qui a supprimé l'impôt sur la fortune pour augmenter les inégalités en France! Macron, qui a mené une politique autoritaire de répression à coups de matraque contre le mouvement des gilets jaunes, contre les organisations syndicales. C'est l'autoritarisme européen! Macron, qui a décidé d'augmenter le budget militaire français à coups de milliards pour couper dans les dépenses sociales! Voilà le président Macron que beaucoup ont applaudi lorsqu'il a été élu. Quel échec flagrant de l'élite européenne! Quel échec flagrant!

Vous n'aimez pas qu'on le dise! Le président Macron joue un rôle important en France. Je le dis à toutes les couches populaires françaises: la droite en Belgique a peur aussi!

Monsieur le premier ministre, ma question est très simple. Le président Macron a voulu nier la percée du Nouveau Front populaire et a nommé Barnier, un premier ministre illégitime qui a pactisé avec le Rassemblement National. Le gouvernement français a compté sur l'appui du Rassemblement national.

(…) : (…)

Raoul Hedebouw:

Écoutez-les! Monsieur le président, puis-je avoir un peu de temps supplémentaire, s'il vous plaît?

Voorzitter:

Deux secondes!

Raoul Hedebouw:

Monsieur le premier ministre belge, l'arrogance des élites européennes se paie un jour où l'autre. C'est ce qui s'est passé avec le gouvernement français. Allez-vous, au Conseil européen, tirer toutes les leçons (…)

Voorzitter:

Ook al is het met veel pijn in het hart, mijnheer Hedebouw, ik moet uw micro uitzetten. De regels zijn de regels. Ik heb u zelfs een minimale hoeveelheid seconden extra gegeven wegens de onderbrekingen. Gelieve de eerste minister nu de ruimte te laten om te antwoorden.

Alexander De Croo:

Monsieur Hedebouw, je dois avouer ma perplexité face à la manière dont vous utilisez ce Parlement belge pour une sorte de propagande politique. (Brouhaha)

Raoul Hedebouw:

(…)

Alexander De Croo:

Monsieur Hedebouw, chacun a naturellement ses opinions politiques mais au Parlement belge, on discute la situation politique en Belgique. Vous n'avez posé aucune question sur un domaine au sujet duquel le premier ministre belge doit s'exprimer. Pensez-vous sérieusement que je viens ici en me disant que je vais donner mon opinion sur le président français ou le chancelier allemand? Vous semblez vivre dans une utopie politique, monsieur Hedebouw. Vous mettez la tribune au service de votre propagande; cela vous appartient mais cet hémicycle n'est pas le lieu où il convient de le faire. Honnêtement, vous abusez! (Brouhaha)

Voorzitter:

Collega's, laat de premier zich uitdrukken.

Alexander De Croo:

Je constate qu'un gouvernement a échoué en France. Ce sont des choses qui arrivent en politique. Oui, parfois il y a des gouvernements qui vont jusqu'au bout et d'autres qui échouent avant le terme de la législature; cela s'est produit ici sur une discussion budgétaire. Peut-être pouvons-nous aborder brièvement la situation budgétaire en Europe. La Commission européenne donne des possibilités de mener les réformes nécessaires pour apporter des solutions au coût du vieillissement ou par rapport aux besoins d'investissement qui permettront de sécuriser le continent européen. Eu égard à l'évolution de la situation, la Commission a octroyé une période de sept ans pour ce faire.

Voorzitter:

Kunt u afronden, mijnheer de eerste minister?

Alexander De Croo:

Je constate qu'en France, des forces politiques ont rendu impossible la tenue d'un vrai débat (…)

Voorzitter:

Dank u wel, premier.

Dat geeft mijnheer Hedebouw één minuut om een link te leggen met België.

Raoul Hedebouw:

C'est incroyable! Dès qu'il y a de l'instabilité en Afrique, en Amérique latine, en Asie, il n'y a pas de problème! Le débat est open bar ! Mais quand c'est la France, on ne peut rien dire, alors que c'est un pays majeur de l'Union européenne. L'instabilité est présente en France et en Allemagne, et le débat est inexistant sur les bancs de la Chambre. C'est incroyable! Vous vous cachez les yeux. Vous ne voyez pas la réalité aujourd'hui. Et vous avez raison de faire le lien, monsieur le premier ministre, avec toutes les mesures d'austérité que l'Arizona veut instaurer ici en Belgique. Augmenter l'âge de la retraite, sanctionner de plus en plus les fonctionnaires via leurs pensions, faire de la répression, etc. C'est cela qui a explosé à la face des élites.

J'ai envie de dire à la classe ouvrière et aux couches populaires françaises: merci de votre combat. On va s'en inspirer ici en Belgique pour résister à notre gouvernement et à la droite à venir. Bravo, les camarades!

Voorzitter:

Il est clair que la lutte continue.

Mercosur
De ongerustheid bij de landbouwers
Mercosur
Handelsakkoord Mercosur, boerenprotesten

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om het omstreden EU-Mercosur-handelsakkoord, dat door boeren en oppositiepartijen fel wordt afgewezen vanwege oneerlijke concurrentie, gebrek aan klimaat- en gezondheidsgaranties en bedreiging van de Europese landbouw. Minister Clarinval (Agricultuur) stelt dat België zich zal onthouden door gebrek aan consensus tussen gewesten, hoewel hij persoonlijk eist dat "spiegelmaatregelen" (gelijke normen) verplicht moeten zijn om het akkoord te aanvaarden. Boerenprotesten en politieke druk (o.a. van Frankrijk en Polen) onderstrepen de urgentie, terwijl de Commissie-Von der Leyen onder vuur ligt voor haar haastige ondertekeningspoging. Vaccinsteun (40 mln euro) voor bluetongue wordt wel concreet verwacht, maar de landbouwsector blijft ongerust over haar toekomst.

Dieter Keuten:

Mijnheer de voorzitter, collega's, minder dan een week geleden is de nieuwe Europese Commissie van start gegaan. Nu ja, 'nieuw' is een relatief begrip, want mevrouw von der Leyen is nog steeds voorzitster van een uitvoerend comité dat niet democratisch maar in achterkamers wordt benoemd. Blijkbaar zijn er hier nog geen uitdagingen genoeg voor mevrouw von der Leyen want vannacht stapte ze op een vliegtuig naar Uruguay. Als we haar laatste post mogen geloven, komt mevrouw von der Leyen binnen enkele uren aan in het zonnige Montevideo.

De Europese Commissie neemt dus letterlijk de vlucht vooruit om een handelsakkoord dat al 20 jaar niet goedgekeurd raakt, nu plots te gaan ondertekenen. Dit akkoord roept al 20 jaar bijzonder veel protest op, in heel Europa. Ook vandaag weer voeren Vlaamse en Waalse boeren actie, elk op hun eigen manier. Vlaams Belang is zoals steeds consequent en standvastig, wij kiezen resoluut de kant van onze landbouwers, die terecht oneerlijke concurrentie vrezen.

Mijnheer de minister, uw voorganger en partijgenoot, de heer Ducarme, verklaarde op 5 november 2019: "Ik vind dat dit akkoord vandaag niet voldoende garanties bevat, noch voor de gezondheid van de consument, noch voor het respect voor het internationaal engagement op het vlak van klimaat, noch voor de bescherming van de familiale landbouw."

Mijnheer de minister, u verklaarde deze week zich te willen onthouden in deze discussie. Enerzijds zegt u de Mercosurtekst in zijn huidige vorm niet te steunen. Anderzijds weigert u om de hand uit te steken naar Frankrijk en Polen die het akkoord wel durven te blokkeren en op zoek zijn naar een blokkeringsminderheid.

Mijnheer de minister, ik wil u vragen om voor dit Parlement, en dus ook voor de landbouwondernemers die u vertegenwoordigt, kleur te bekennen. Wat is uw standpunt met betrekking tot Mercosur? Bevat de huidige tekst voldoende bescherming en garanties voor onze bedrijven? Waarom steunt u mevrouw von der Leyen om deze tekst inderhaast te gaan ondertekenen?

Julie Taton:

Monsieur le ministre, depuis hier, plusieurs axes routiers sont bloqués par nos agriculteurs. On connaît leurs peurs et leurs inquiétudes face à l'accord du Mercosur, un dossier sur lequel nous avons déjà beaucoup échangé en plénière. Les lourdeurs administratives sont aussi un véritable problème pour nos agriculteurs. Leur trésorerie est aussi fortement mise à mal. On a également parlé de la problématique de la fièvre catarrhale, en plénière et en commission mardi passé.

Il faut aller droit au but pour rassurer nos agriculteurs. Monsieur le ministre, vous avez parlé d'une solution financière en commission de la Santé mardi passé. Avez-vous des nouvelles? Cela pourra-t-il débloquer la situation et aider nos agriculteurs? Le but est vraiment de les rassurer et de les aider. Ces vaccins seront-ils disponibles pour la campagne 2025?

S'agissant du Mercosur, pouvez-vous rassurer nos agriculteurs? C'est le but aujourd'hui.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, une nouvelle fois, malheureusement, les agriculteurs se sentent trahis. En début d'année, ils étaient dans la rue et ils avaient trois revendications majeures: avoir des revenus décents pour le fruit de leur travail; avoir enfin cette simplification administrative qu'on leur promet depuis tant d'années; voir davantage de décence lors de la ratification des accords commerciaux.

Aujourd'hui, ils sont dans la rue parce que c'est un jour symbolique. Aujourd'hui débute le sommet Mercosur en Uruguay. Les inquiétudes sont évidemment importantes. En effet, soit on signe cet accord du Mercosur et c'est évidemment une nouvelle gifle pour notre agriculture, soit l'Europe se réveille, elle protège enfin ses filières agricoles, elle garantit la souveraineté alimentaire et surtout le respect d'une concurrence équitable. Et cette voie, monsieur le ministre, signifie le rejet de l'accord avec le Mercosur. C'est une voie que nous, socialistes, défendons et réclamons depuis le début.

Malheureusement, vous avez déclaré ce mardi que la Belgique allait probablement s'abstenir lors du vote. Je ne peux que déplorer une nouvelle fois cette position chèvre-choutiste où, en Wallonie, les libéraux et Les Engagés bombent le torse sur fond de no pasar á n mais portent une position très faiblarde à propos de l'accord du Mercosur.

Certains membres du Parlement voient évidemment énormément de vertus dans ces accords de libre-échange, votre président de parti notamment. Monsieur le ministre, pensez-vous qu'un sursaut soit possible pour enfin défendre nos agriculteurs?

La Belgique doit rejoindre cette minorité de blocage avec des pays tels que la France et s'opposer au traité du Mercosur. Oui ou non, pourrez-vous influer et peut-être convaincre le Nord du pays?

David Clarinval:

Madame et messieurs les députés, j'ai déjà eu l'occasion de m'exprimer à plusieurs reprises sur cette question. Une fois de plus, je veux rappeler que je comprends tout à fait l'inquiétude des agriculteurs belges et européens face aux mesures qui pourraient figurer dans l'accord avec le Mercosur.

La concurrence, en particulier dans un secteur comme l'agriculture, doit être équitable. Je veux donc être très clair, comme je l'ai déjà été à plusieurs reprises: sans mesures miroirs contraignantes, l'accord Mercosur n'est pas acceptable en l'état. C'est très clair. Des mesures miroirs doivent donc être prévues et les contrôles doivent être effectifs. Sans cela, je ne soutiendrai pas le Mercosur.

Le contenu de l'accord, qui pourrait être conclu très prochainement, n'est toutefois pas encore définitivement arrêté et n'a donc pas encore été transmis aux États membres.

Cette semaine, j'ai pris note des propos tenus au Parlement européen selon lesquels les discussions sont en cours, y compris au niveau politique, et que de grands pays tels que la France et la Pologne entendent s'opposer à l'accord.

Ik heb er ook kennis van genomen dat de voorzitter van de Europese Commissie momenteel in Latijns-Amerika is en dat het sluiten van het akkoord in zicht zou zijn. Ik stel ook vast dat de directeur-generaal Handel bij de Europese Commissie zich bewust is van de vragen die worden opgeworpen. Zij herhaalde immers dat de Europese gezondheids- en veiligheidsnormen niet onderhandelbaar zijn. Ze wees erop dat er wederkerigheidsmaatregelen voorzien zijn waar dat gerechtvaardigd is. Wij vragen enkel haar te geloven.

Comme pour tous les dossiers commerciaux, la Belgique déterminera sa position officielle sur la base du dossier final que la Commission soumettra au Conseil, en coordination avec les Régions. L'impact sur le secteur agricole sera évidemment crucial dans le positionnement de la Belgique.

Comme je l'ai expliqué récemment, notre pays devra s'abstenir, étant donné que, pour une matière qui est partagée entre le fédéral et les Régions, les positions doivent être consensuelles si l'on veut pouvoir déboucher sur une décision claire. Or, malheureusement, il n'y a, à ma connaissance, pas vraiment de consensus. Donc, faute de consensus, la Belgique doit s'abstenir. Ce n'est pas une position personnelle; c'est simplement le résultat de notre système institutionnel. Autrement dit, quand bien même une Région se montrerait favorable, mais une autre non, nous serions obligés de nous abstenir. En tant que ministre de l'Agriculture, ma position est claire et reste inchangée, mais la Belgique ne peut adopter une position unifiée que s'il y a consensus. Si tel n'est pas le cas, nous devrons nous abstenir.

À propos de la question relative à la vaccination, je puis vous indiquer que le dossier figure à l'ordre du jour du Conseil des ministres de demain. Tout est en ordre sur le plan administratif. J'espère donc qu'un accord unanime pourra être conclu par toutes les parties qui composent le gouvernement. J'ai déjà reçu des messages positifs et de soutien, notamment en commission de la part du Parti Socialiste. Par conséquent, je remercie tous ceux qui soutiendront ce texte et j'espère que, là encore, nous obtiendrons un consensus demain. On parle tout de même d'un montant de 40 millions d'euros en vue de rembourser les agriculteurs qui devront recourir à la vaccination.

Quant à la question de la disponibilité des vaccins, c'est justement parce que nous rendons la vaccination obligatoire que nous envoyons un message positif aux entreprises pharmaceutiques. Les vaccins seront donc disponibles, puisque nous avons reçu la garantie d'un marché qui sera suffisamment présent l'année prochaine.

Voilà, madame et messieurs, les différentes réponses que je souhaitais apporter aux questions que vous m'avez posées.

Dieter Keuten:

Mijnheer de minister, u herinnert zich misschien hoe begin 2024 duizenden tractoren uit heel Europa naar België reden om een duidelijke vraag te stellen: red ons, red de boeren, red onze primaire economische sector.

Het Vlaams Belang neemt het steeds op voor die topondernemers in de stal, in de serre en op het veld. Onze boeren worden al decennialang geplaagd door Europese en Vlaamse regelgeving die hun het boeren onmogelijk maakt en die de toekomst van een hele sector bedreigt.

Vandaag zien we ondanks alle protest dat onze landbouw en industrie, onze levensnoodzakelijke economische sectoren, bloeden. Wat doen onze overheden? Zij reguleren en reguleren maar door. Onze excellenties openen bovendien alsmaar verder de poorten naar oneerlijke concurrentie. Waar zijn jullie mee bezig?

Mijnheer de minister, onze Vlaamse landbouwsector is een strategische sector die in België moet blijven. Het gaat om onze voedselzekerheid, onze volksgezondheid, ons leefmilieu en het welzijn van onze dieren.

Julie Taton:

Monsieur le ministre, merci beaucoup pour ces éclaircissements concernant le Mercosur. Le but est vraiment de rassurer nos agriculteurs.

Concernant la fièvre catarrhale et les vaccins, nous sommes très impatients de connaître la réponse qui sera fournie demain. Le but est aussi de soutenir les agriculteurs. Comme nous l’avons dit, avec le groupe MR, nous sommes bien sûr favorables au remboursement de ces vaccins.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, je vous cite: "Sans mesures miroirs, le Mercosur n’est pas, en l’état, acceptable." Réponse de la Belgique: abstention. Vous conviendrez avec moi que nous avons déjà été plus combatifs. J’entends bien que ce n’est pas la position personnelle du ministre Clarinval. Mais vous êtes ministre fédéral de l’Agriculture et vous êtes pour l’instant en négociations avec la N-VA. Je sais que ce pays est de plus en plus dirigé depuis le port d’Anvers. Je sais pourquoi quelqu'un comme Bart De Wever, notamment, est favorable à cette économie débridée et à ces traités de libre-échange. Vous négociez avec la N-VA pour l’instant. S'il vous plaît, ne dansez pas comme la N-VA siffle! Essayez de peser dans la balance pour, enfin, écouter les agriculteurs! Aujourd'hui, ils sont dans la rue. Ils attendent des réponses. Alors, s'il vous plaît, essayez d’influer sur une partie du Nord du pays pour avoir une position claire, à savoir que la Belgique doit dire "non" à l’accord Mercosur!

De Belgische militaire steun aan Oekraïne na 1 januari 2025

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 5 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische steun aan Oekraïne dreigt vanaf 1 januari 2025 te stoppen door ontbrekende budgettaire voorzieningen (geen hernieuwing gelden uit bevroren Russische activa) en een caretaker-regering die enkel beperkte beslissingen kan nemen. Minister Dedonder bevestigt dat militaire hulp (1,2 mjd tot nu) en training (3.000+ soldaten) doorgaan in afwachting, met twee nieuwe wapenpakketten (luchtverdediging, drones) en plannen voor 2025-training, maar een structureel fonds vereist een volwaardige regering. De Smet benadrukt de kritieke noodzaak om Oekraïne—geconfronteerd met Amerikaanse terugtrekking en Europese vermoeidheid—voldoende te steunen om niet te verliezen of sterker te onderhandelen, met een oproep tot snelle actie begin 2025. Een Europees fonds (vanaf maart) met Belgische defensieprojecten biedt deels soelaas.

François De Smet:

Madame la ministre, une commission des Finances s'est réunie cette semaine pour examiner le projet de loi de finances 2025, bien sûr en douzièmes provisoires. Il a été noté, au cours des débats, notamment grâce à la Cour des comptes, que la provision "Ukraine" prévue dans ce budget couvrait uniquement les dépenses sociales pour l'aide aux réfugiés, à l'exclusion de nouvelles dépenses militaires. Plus précisément, durant la discussion, la secrétaire d' État au Budget a précisé que l'utilisation des recettes fiscales perçues sur les avoirs russes gelés avait été inscrite au budget 2024 en one shot et ne pouvait donc être rétablie en 2025. Voilà qui a inquiété plusieurs parlementaires.

En effet, sauf erreur de ma part, à moins que vous ne me démentiez, si rien ne se passe, il faudrait en déduire qu'à partir du 1 er janvier 2025, dans le cas où un gouvernement de plein exercice n'entrait pas entre-temps en fonction et qu'aucune initiative ne fût prise par le gouvernement en affaires courantes, la Belgique pourrait cesser d'apporter toute aide militaire à l'Ukraine. Voilà qui serait fort inquiétant, puisque c'est une période-clef qui s'ouvre pour la guerre en Ukraine. Beaucoup espèrent qu'elle s'achèvera en 2025. De plus, nous savons que le retrait des États-Unis va devoir responsabiliser davantage encore les Européens. Ce n'est donc sans doute pas le moment de diminuer notre aide, mais bien au contraire d'imaginer de la renforcer.

Madame la ministre, mes questions sont assez simples. Corroborez-vous l'analyse de la Cour des comptes et de la secrétaire d'État au Budget? Quelle aide s'arrêtera-t-elle à partir du 1 er janvier 2025? Laquelle pourra continuer? Enfin, quelle initiative avez-vous prise ou pouvez-vous encore prendre en affaires courantes pour éviter une rupture dans le soutien dont notre pays doit témoigner envers l'Ukraine?

Ludivine Dedonder:

Monsieur De Smet, depuis le début du conflit, la Belgique a apporté un soutien militaire et logistique considérable à l'Ukraine, à hauteur de 1,2 milliard d'euros. Cela inclut la fourniture d'armements variés ainsi que du matériel non létal sur les propres stocks de notre Défense, par des achats auprès de notre industrie de sécurité et de défense ou encore par des participations à des initiatives européennes. Par ailleurs, nous accueillons toujours des patients ukrainiens à l'Hôpital Militaire Reine Astrid et nous formons activement les militaires ukrainiens dans différents domaines (terrestre, maritime et aérien); ils sont aujourd'hui plus de 3 000 militaires ukrainiens à avoir été formés par la Belgique.

Même en affaires courantes, l'aide à l'Ukraine se poursuit, que ce soit en livraison de matériel ou en formation. Je présenterai encore au Conseil des ministres de ce vendredi deux nouveaux paquets d'aide militaire: la livraison de systèmes de défense antiaérienne et de drones de reconnaissance.

En ce qui concerne la création d'un fonds spécifique en 2025, sa mise en place et son financement relèvent, en effet, de la responsabilité d'un gouvernement de plein exercice qui devra définir la part qui revient à l'aide militaire. Sachez que dans les compétences qui sont les miennes, j'ai d'ores et déjà intégré dans le plan Opérations 2025 les moyens nécessaires à la formation et à l'entraînement des soldats ukrainiens. Ce dossier sera présenté en commission le 11 décembre. En outre, un fonds européen, financé par les avoirs russes gelés, pourrait être mobilisé dès le mois de mars pour des projets définis en concertation avec l'Ukraine. Nous avons été sollicités pour présenter des projets qui sont portés avec nos entreprises belges de sécurité et de défense et que j'ai évidemment rentrés dans ce cadre.

Nous devons rester pleinement (…)

François De Smet:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je crois en effet que vous faites ce que vous pouvez dans le cadre des affaires courantes en préparant même ce qu'il sera possible de faire en 2025. Beaucoup de choses reposeront sur la bonne volonté du gouvernement suivant s'il advient rapidement. Il ne faut pas sous-estimer le défi qui se trouve devant nous. Avec le retrait américain possible, avec la démobilisation possible des Européens, il est de notre devoir d'aider l'Ukraine soit à ne pas perdre la guerre, soit à au moins arriver à une table des négociations dans le meilleur état possible. Une députée européenne française, Nathalie Loiseau, a résumé la situation en disant: "Nous avons aidé l'Ukraine à moitié. Nous les avons aidés assez pour ne pas perdre la guerre mais nous ne les avons pas aidés assez pour la gagner." Il faut donc que nous soyons au rendez-vous dans ces premières semaines de 2025. J'espère que le prochain gouvernement, Arizona ou non, en sera très rapidement conscient.

Transmigratie
De transmigratieproblematiek
Transmigratie en gerelateerde vraagstukken

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 4 december 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden verklaart de daling van geregistreerde transmigranten niet door minder intercepties, maar door veranderde routes (minder inklimming in havens, meer *small boats* vanuit Frankrijk) en betere beveiliging (investeringen in detectie en infrastructuur), terwijl de politie wel verplicht is illegale verblijvers te melden aan de DVZ, maar niet altijd systematisch samenwerkt bij acties. Van Belleghem benadrukt dat transmigratie opnieuw stijgt volgens lokale politie, en pleit voor een hardere aanpak van mensensmokkel via extern asielbeleid buiten de EU om de illegale stromen aan de bron te stoppen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor ziet, samen met de korpschef van de politiezone Westkust, een toename van het aantal transmigranten. Vorige week merkte de staatssecretaris in de commissie op dat de Dienst Vreemdelingenzaken zeer weinig gecontacteerd wordt door de politie wanneer die transmigranten intercepteert. Mevrouw de Moor suggereerde om u daarover te ondervragen. Dat doe ik dus bij dezen.

De Dienst Vreemdelingenzaken heeft dit jaar slechts 800 administratieve verslagen inzake transmigratie ontvangen van de politie. Vorig jaar waren dat er bijna 3.500 en het jaar daarvoor zelfs 13.000. Hoe verklaart u dat de korpschef van de politiezone Westkust zegt dat transmigratie in de lift zit, terwijl het aantal opgestelde verslagen drastisch is gedaald? Is er sprake van onderrapportering? Zie ik dat verkeerd en is er een andere uitleg daarvoor? Vraagt de politie systematisch ondersteuning van de DVZ bij politionele acties inzake transmigratie of niet? Waarom wel of niet?

Annelies Verlinden:

Collega Van Belleghem, het is belangrijk om in de eerste plaats te duiden dat de term transmigrant op zich niet bestaat als juridische definitie. In algemene termen gaat het ook daar over een vreemdeling in illegaal verblijf.

Transmigrant is een subcategorie van die vreemdeling in illegaal verblijf, in die zin dat het een persoon betreft die niet de intentie heeft om in België te blijven en wil doorreizen naar een ander land, vaak het Verenigd Koninkrijk. Hoewel de intentie soms duidelijk is, kan het label transmigrant subjectief zijn, afhankelijk van de omstandigheden. Het hangt ook af van de verklaringen van de persoon in kwestie of de vaststellingen bij de onderschepping van die persoon.

Het stabiele aantal onderscheppingen van vreemdelingen in illegaal verblijf voor het hele grondgebied suggereert echter dat de daling in geregistreerde transmigranten eerder komt door de minder frequente toekenning van dit label. De voornaamste reden daarvoor is dat er minder onderscheppingen zijn aan de buitengrenzen richting het Verenigd Koninkrijk, waarbij de intentie van transmigranten heel duidelijk is en het label transmigrant eenvoudig wordt toegekend. Er zijn dus minder vaststellingen in de haven en de kuststreek. Wanneer die mensen aangetroffen of onderschept worden, gebeurt dat in hoofdzaak in de buurt van zeehavens, in het bijzonder die van Zeebrugge

De afname van dat aantal transmigranten is enerzijds gelinkt aan de genomen maatregelen om de infrastructuur te versterken tegen inklimming en de detectie aan te scherpen, waarin we in de afgelopen jaren heel veel hebben geïnvesteerd, en anderzijds is de jongste jaren de modus operandi om met kleine bootjes vanuit Frankrijk naar het Verenigd Koninkrijk te varen enorm toegenomen, waardoor de aantrekkingskracht van die route via inklimming in de Belgische havens sterk is afgenomen. Een andere indicator voor de afname van het aantal transmigranten zijn de vaststellingen van de private bewakingsondernemingen betreffende het toezicht op de Vlaamse snelwegparkings dieper in het land. Ook daaruit blijkt een daling van het aantal opgemerkte transmigranten.

Binnen de informatiegestuurde werking zullen extra politiepatrouilles worden bepaald op basis van lokale, specifieke, politionele informatie. Voor de federale en lokale politie ligt de focus op de criminele organisaties en de logistieke keten van de small boats , zijnde het transport en de aanlevering van nautisch materiaal over de Belgische wegen om te worden gebruikt voor de oversteek over het Kanaal. In dat kader organiseren zowel federale als lokale politie-eenheden controleacties gericht op voertuigen die kunnen worden gebruikt voor het vervoer van small boats en al hun onderdelen. De afweging voor extra patrouilles voor de bestrijding van dat fenomeen zal dan ook informatiegestuurd gebeuren.

Daarnaast blijven ook het verhinderen van de inklimming in vrachtwagens en van de toegang tot de Belgische haveninfrastructuur, om zo clandestien de oversteek naar het VK aan boord van een schip te maken, aandachtspunten. Niettegenstaande de afname van het aantal pogingen en onderscheppingen wordt daar nog steeds sterk op ingezet door de politiediensten, zeker ook gelet op de mogelijk levensbedreigende omstandigheden bij dat soort van inklimmingen en overtochten. Dit jaar zijn er geen bootjes aangetroffen in onze Belgische wateren. Overigens is de stroming ongunstig voor wie met een gammel bootje vanuit onze kuststreek het Verenigd Koninkrijk wil bereiken.

Het inlichten van de Dienst Vreemdelingenzaken via een administratief verslag over een vreemdeling in illegaal verblijf, is voor de politie de uitvoering van een wettelijke opdracht. De politie maakt een administratief verslag op voor alle gevatte personen gevat in illegaal verblijf op het grondgebied, waarna de DVZ een beslissing neemt over de verdere afhandeling. Op centraal niveau worden bij de federale politie geen cijfers bijgehouden met betrekking tot de participatie van de DVZ op het terrein. Op frequente tijdstippen worden kleinere acties ondernomen, die niet altijd op voorhand worden gepland of aangekondigd en waarbij de DVZ niet altijd aanwezig is. Bij de grotere acties wordt vaak wel vooraf gepland en een beroep gedaan op de ondersteuning door de DVZ, om op die manier op het terrein de communicatie met het oog op een snelle beslissing door de DVZ te kunnen faciliteren.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, dank u voor uw uitgebreide antwoord. De transmigratie daalt inderdaad dankzij de maatregelen die genomen zijn, voornamelijk in de havens. Volgens de korpschef zien we nu echter opnieuw een stijging van het aantal vaststellingen van transmigranten. Het verbaast mij dan ook enigszins dat u zegt dat het aantal vaststellingen daalt. Het was gedaald, maar het is nu opnieuw aan het stijgen. Het is belangrijk dat we hier blijvend de aandacht op vestigen. Transmigratie en illegaliteit zullen altijd blijven bestaan zolang we de mensensmokkelbusiness niet aanpakken. Dat is het fundamentele probleem. Voor elke mensensmokkelaar die wordt veroordeeld, staan er tien nieuwe mensensmokkelaars klaar. Het zou een verademing zijn als we een poging zouden doen om die business te breken in plaats van steeds de feiten achterna te lopen. Hoe kan men die business breken? Dat is door een extern asielbeleid te voeren. Men moet de asielprocedure buiten de EU laten plaatsvinden. Dat is de enige oplossing die we kunnen vinden om die illegaliteit tegen te gaan. Deels zullen we daarmee ook de transmigratie tegengaan.

Het aanhoudingsbevel tegen de Israëlische eerste minister Netanyahu
De aanhoudingsbevelen van het ICC tegen Benjamin Netanyahu e.a.
Internationale rechtszaken tegen Benjamin Netanyahu

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 28 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt ondubbelzinnig dat het het CPI-mandaat tegen Netanyahu zal uitvoeren bij een bezoek aan België, benadrukkend dat recht zonder uitzonderingen moet gelden en impuniteit voor oorlogsmisdaden onaanvaardbaar is. De premier stelt dat 120 landen (waaronder België) hun verantwoordelijkheid onder het Statuut van Rome moeten nakomen, zonder politieke tweedracht. Kritiek op Frankrijks ambiguïteit en oproepen tot erkenning van Palestina en sancties tegen Israël klinken, maar De Croo beperkt zich tot de juridische verplichting om mandaten te handhaven.

Nabil Boukili:

Monsieur le premier ministre, il y a une semaine, la Cour pénale internationale a émis un mandat d'arrêt contre le premier ministre israélien Benyamin Netanyahu.

C'est une décision historique! Historique d'abord parce qu'elle reconnaît que le peuple palestinien subit des crimes de guerre et des crimes contre l'humanité. Ces faits sont officialisés par une juridiction internationale. Historique aussi parce que c'est la première fois qu'un dirigeant allié de l'Occident est condamné par la Cour pénale internationale.

Cette condamnation du premier ministre israélien est aussi une condamnation à l'encontre des pays occidentaux, vu qu'ils soutiennent de manière inconditionnelle l'État d'Israël.

Si aujourd'hui Israël bombarde Gaza, c'est grâce aux bombes américaines. Plus de 20 milliards d'euros d'armement américain contribuent à la guerre à Gaza. Si aujourd'hui on tue des femmes et des enfants à Gaza, c'est grâce à des armes allemandes, qui transitent par le port d'Anvers, chez nous!

Nous sommes donc complices de ces crimes de guerre et de ces crimes contre l'humanité.

On pouvait croire que tout le monde s'unirait autour d'une telle décision juridique et l'appliquerait. Comme nous l'avons vu, M. Emmanuel Macron, le président français, sème le doute et l'ambiguïté sur cette décision et évoque une possible immunité pour M. Netanyahu.

C'est une honte, monsieur le premier ministre, de remettre en question le droit international ainsi qu'une décision judiciaire de la Cour pénale.

Monsieur le premier ministre, je ne poserai qu'une seule question très simple afin que la réponse puisse être claire. L'État belge va-t-il arrêter M. Benyamin Netanyahu ou le laisser en liberté s'il vient en Belgique?

Rajae Maouane:

Monsieur le premier ministre, je vous interpelle ici sur une question qui engage directement la réputation et la crédibilité de notre pays, le respect du droit international et de nos obligations en tant qu'État signataire du statut de Rome.

La Cour pénale internationale (CPI) a récemment émis un mandat d'arrêt à l'encontre de Benyamin Netanyahu et d'autres accusés pour crimes de guerre et crimes contre l'humanité. Ces faits extrêmement graves touchent au cœur des valeurs que nous défendons en tant que démocratie attachée à l'État de droit et à la justice.

Plusieurs pays européens, conscients de leurs responsabilités, ont déjà annoncé qu'ils appliqueront pleinement les mandats de la Cour pénale internationale. Les Pays-Bas, siège de la Cour, ont exprimé sans ambiguïté leur engagement de même que l'Irlande et l'Espagne. Ces exemples montrent qu'il est totalement possible de faire passer la justice avant les intérêts politiques.

Face à cela, la position de la France, oscillant entre ambigüité et recul, est un signal très alarmant. Cette attitude incompréhensible et scandaleuse affaiblit la lutte contre l'impunité pour les crimes les plus graves.

En tant que pays profondément attaché à la justice internationale – et nous vous savons très attaché à l'image de la Belgique –, la Belgique ne peut ni ne doit suivre cet exemple. Nous avons une responsabilité historique et morale, celle de défendre les victimes de crimes atroces et de garantir que ceux qui en sont responsables soient traduits devant la justice. Nous ne pouvons pas nous permettre que la Belgique soit perçue comme un refuge pour ceux qui violent et bafouent les lois internationales.

Monsieur le premier ministre, ma question est claire, simple et directe. La Belgique s'engage-t-elle sans réserve et sans ambigüité à appliquer les mandats d'arrêt émis par la Cour pénale internationale, y compris à l'encontre de Benyamin Netanyahu dès qu'il posera un pied sur le sol belge?

Alexander De Croo:

Monsieur Boukili, madame Maouane, la Belgique soutient la Cour pénale internationale (CPI) depuis le début de ses activités à La Haye en 2002. Elle a ratifié le statut de Rome. Pour notre pays, il est crucial que les crimes graves, tels que les crimes contre l'humanité et les crimes de guerre, ne restent pas impunis et que les victimes de ces crimes soient également entendues et indemnisées. Car sans justice, il ne peut jamais y avoir de paix durable.

Nous vivons, je pense, dans une époque où l'ordre juridique international est soumis à une pression incroyable et nous devons résister à cela. Plus que jamais, il est important de confirmer que la Belgique – et pas uniquement la Belgique car elle n'est pas toute seule – et plus de 120 pays qui ont ratifié le statut de Rome doivent assumer leurs responsabilités.

Lorsque la Cour pénale internationale délivre un mandat d'arrêt pour de présumés crimes de guerre, la Belgique assume sa responsabilité. Donc, si une personne recherchée se trouve sur notre territoire, nous devons exécuter un mandat d'arrêt. Il ne peut y avoir deux poids et deux mesures par rapport à cela.

Nabil Boukili:

Merci, monsieur le premier ministre, pour cette réponse claire: la Belgique va appliquer le mandat d'arrêt contre Benyamin Netanyahu s'il vient sur le sol belge. La Belgique a saisi ici une occasion où la crédibilité des pays européens est remise en question au niveau mondial. Le peu de crédibilité qu'il nous reste, je pense que c'est maintenant qu'il faut l'exercer et qu'il faut appliquer le droit international.

Je prends acte, monsieur le premier ministre, et j'espère que les autres dirigeants européens prendront la même position. Il faut rappeler à des dirigeants tels que M. Macron en France que le droit international ne peut pas être utilisé à géométrie variable en fonction de nos intérêts et en fonction de qui est visé. Le droit international s'applique à tous. Sans justice, il ne peut y avoir de paix dans ce monde.

Rajae Maouane:

Merci, monsieur le premier ministre, vous ne m'avez pas déçue, j'ai été rassurée par votre réponse claire et sans ambiguïté. Il faut que la Belgique soit un exemple. Il faut également qu'elle continue ses efforts et puisse sanctionner économiquement et diplomatiquement Israël, et cesse toute coopération. Il est aussi temps que la Belgique reconnaisse sans tarder l'État de Palestine. C'est la demande de la société civile, mais aussi de nombreux diplomates européens et dans le monde. J'en appelle donc aux partis qui sont engagés dans la négociation, en tout cas ceux qui se disent progressistes et ceux qui se prononcent en faveur de la reconnaissance de la Palestine. Je n'attends rien du MR, ni de la N-VA, mais Vooruit, Les Engagés et le cd&v, l'histoire vous regarde et vous demande d'être du bon côté de celle-ci.

De nieuwe aanvallen op Oekraïne en de recente Amerikaanse verklaringen

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 28 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en de EU blijven Oekraïne steunen met humanitaire hulp (o.a. energie), militaire leveringen (zoals F-16’s) en een 45 miljard G7-fonds, maar premier De Croo benadrukt dat onderhandelingen enkel mogelijk zijn op Oekraïense voorwaarden (sterke positie, territoriale integriteit) en met Europese betrokkenheid. Lutgen dringt aan op versneld en versterkt militair ingrijpen, vooral voor luchtafweer, en waarschuwt dat uitstel de Europese veiligheid duurder maakt—met Polen als voorbeeld van urgentie. De Croo erkent de escalatie (Noord-Korea, China) maar stelt dat Europa’s eenheid cruciaal is, ook als de VS onder Trump een andere koers vaart. Kern: Oekraïne’s soevereiniteit is niet-onderhandelbaar, maar steun moet concreet en onmiddellijk zijn.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, les drones et les missiles russes pleuvent avec une intensité inégalée ces derniers jours et ces dernières heures sur la population ukrainienne. Les différentes infrastructures, surtout énergétiques, ont été touchées durement. Plus d'un million d'Ukrainiens se retrouvent sans électricité en pleine période hivernale. Par ailleurs, le président élu Trump a décidé de désigner le général Kellogg comme envoyé spécial pour négocier la paix et forcer la main de l'Ukraine.

Dans ce contexte, d'abord, quelles sont les mesures que vous comptez prendre pour aider plus massivement le peuple ukrainien sur le plan humanitaire? Ensuite, quel est le périmètre de négociations de paix que vous pourriez dessiner à l'échelle européenne? Pour le dire autrement, au regard des déclarations américaines qui sont inquiétantes, les négociations doivent-elles partir d'une restitution de l'intégralité des territoires que la Russie a conquis par les armes? Avez-vous eu des contacts avec vos homologues européens sur ce point en particulier? En effet, il faut plus que s'y préparer: les semaines s'écoulent, et Donald Trump va bientôt arriver avec un cadre de négociations qui ne correspond pas tout à fait avec l'idée que nous nous faisons du respect du territoire et de la liberté.

Enfin, quels sont les nouveaux soutiens militaires que vous pourriez apporter avec l'Union européenne, tout particulièrement envers le ciel ukrainien qui est aujourd'hui largement attaqué et qui le sera encore tant qu'aucun système de défense européen ne viendra soutenir la Défense ukrainienne de toute urgence?

Alexander De Croo:

Monsieur Lutgen, merci pour cette question. Il est en effet important de confirmer que la Belgique et les pays européens sont des partenaires fidèles de la population ukrainienne dans sa quête de pouvoir vivre en paix et de pouvoir faire respecter sa souveraineté. Depuis le début de cette guerre, la Belgique a été là pour soutenir les forces armées ukrainiennes et contribuer aux besoins tant dans les sphères civile qu'humanitaire.

La Belgique a d'ailleurs conclu un accord de sécurité avec l'Ukraine, dont le champ est très large puisqu'il couvre la livraison des F-16 au moment où la Belgique ne les utilisera plus. Le soutien civil est également très important. On constate une escalade dans ce conflit avec, par exemple, le déploiement de militaires nord-coréens ou la Chine qui ne fait plus beaucoup d'efforts pour cacher qu'elle est dans les faits un partenaire de l'agresseur russe.

Je pense que, plus que jamais, il est essentiel de montrer que nous sommes capables de continuer à soutenir l'Ukraine. Je crois que les Américains le feront, même s'il est difficile de le distinguer à l'heure actuelle, mais l'Europe doit continuer à répondre présente. Une négociation interviendra en temps opportun, car je suis convaincu que c'est par ce moyen que viendra la paix. Cependant, cette négociation ne pourra avoir lieu qu'aux conditions expresses que l'Ukraine soit dans une position forte et dise que le moment de négocier est venu. Cette paix devra être négociée avec les Ukrainiens et les pays européens.

Vous demandez quels sont les plans futurs. Une pièce maîtresse en est ce fonds de 45 milliards qui est en train de se mobiliser au niveau du G7 et dont la Belgique est un des concepteurs au point de vue technique. Je pense que nous devons continuer à soutenir les Ukrainiens et nous continuerons à le faire tant que nécessaire.

Benoît Lutgen:

Monsieur le premier ministre, je vous invite à poursuivre, à aller beaucoup plus fort, beaucoup plus vite dans cette volonté de soutenir l’Ukraine. C’est également notre liberté qui est en jeu, au-delà du soutien nécessaire sur le plan humain. Plus vite, plus fort! Et pour ceux qui ne voient cela que de façon froide, sur le plan budgétaire, si les investissements n’ont pas lieu maintenant pour aider l’Ukraine sur le plan militaire, dans quelques années, les montants pour défendre notre liberté européenne seront bien plus importants. En plus, nous aurions laissé tomber un peuple qui nous est proche. Je pense que les Polonais le comprennent mieux que nous, de par la proximité de la frontière. Nous paierions beaucoup plus cher, sur le plan budgétaire, la protection de notre liberté, de l’Europe et des valeurs qui s’y rattachent.

De te hoge zonne-energieproductie in België
Het gevaar voor een grootschalige stroomstoring door de overproductie van zonne-energie
Het gevaar voor stroomonderbrekingen door de integratie van hernieuwbare energie
Risico's van overproductie en integratie van zonne-energie op het elektriciteitsnet

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De overproductie van zonne-energie in België tijdens zomerperiodes zorgt voor netinstabiliteit (o.a. 369 uur negatieve prijzen, frequentie-overschrijding op 9 juni 2024), wat het risico op grootschalige stroompannes vergroot. Minister Van der Straeten benadrukt kortetermijnmaatregelen (betere voorspellingen, exportcoördinatie, flexibiliteit via batterijen en slimme meters) en langetermijnoplossingen (wetsvoorstel voor vraagsturing, CRM-hervorming, interconnectie), maar stuit op bevoegdheidsconflicten tussen federale en regionale overheden. Elia’s rol in het weigeren van nieuwe intermittente projecten bij netrisico’s wordt voorgesteld als mogelijke oplossing, terwijl flexibiliteit (o.a. via elektrificatie en opslag) centraal staat in toekomstige energietransitiestrategieën. De samenwerking tussen niveaus blijft cruciaal maar vertraagd door institutionele blokkades.

Mathieu Bihet:

Madame la Ministre,

« La production solaire trop importante en Belgique? », on pourrait presque douter de cet intitulé tant on connait notre pays pluvieux! Et pourtant… la récente étude de la Creg met en lumière des défis préoccupants liés à la gestion du réseau électrique belge, notamment en raison d'une surproduction d'énergie solaire durant les périodes estivales.

En effet, l'été dernier, nous avons assisté à un record de 369 heures de prix négatifs sur le marché de gros de l'électricité, conséquence d'un déséquilibre entre l'offre et la demande.

Cette situation a culminé le 9 juin dernier, jour des élections, où Elia n'a pas pu éliminer l'offre excédentaire d'énergie solaire, causant une hausse de la fréquence du réseau au-delà de la limite de sécurité.

Ces incidents mettent en lumière la vulnérabilité de notre réseau face à une production renouvelable de plus en plus imprévisible. La transition énergétique et l'essor des énergies renouvelables, bien que nécessaires pour atteindre nos objectifs climatiques, posent des défis techniques importants.

Dès lors, je souhaiterais vous poser les questions suivantes:

Ce phénomène n'étant pas nouveau, quelles études avez-vous commandées pour renforcer la résilience du réseau électrique face à ces surplus de production, notamment lors des périodes estivales?

Etant donné votre position très ferme sur les énergies renouvelables, qu'avez-vous envisager avec votre parti pour mieux anticiper et prévenir les risques de panne à grande échelle liés à ces déséquilibres croissants du réseau électrique?

Je vous remercie pour vos réponses.

Marie Meunier:

Madame la ministre, la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG) a réalisé début octobre une étude très intéressante sur l'impact de l'intégration des énergies renouvelables sur le fonctionnement des marchés de l'électricité à court terme. Ces énergies présentent d'énormes avantages pour la société et doivent être développées. Elles permettent un système électrique plus durable, réduisent la dépendance aux combustibles fossiles, diminuent les émissions de CO 2 et permettent de diversifier notre approvisionnement énergétique.

L'intégration de ces énergies présente aussi de grands défis que la CREG expose dans son rapport, avec notamment une mise sous pression des recettes en raison d'une production massive à certains moments de l'année, ainsi qu'une augmentation du nombre d'heures avec des prix négatifs cette année, mais aussi la difficulté de gérer le réseau et d'équilibrer la fréquence de celui-ci.

Ces déséquilibres sont de plus en plus difficiles à gérer et nous nous inquiétons pour l'été prochain. Le risque de panne générale n'est pas négligeable et nous nous interrogeons sur la multiplication d'évènements comme celui du 9 juin dernier, où la fréquence du réseau a dépassé sa limité de sécurité.

Madame la ministre, quelles sont vos solutions pour améliorer la situation? Que pensez-vous des recommandations de la CREG, notamment la volonté de réformer les mécanismes de soutien aux énergies renouvelables pour inciter à plus de flexibilité?

Tinne Van der Straeten:

Chers collègues, le rapport d'Elia de juin dernier est une étude très importante et constitue, au vu des résultats, un appel à la vigilance en anticipation de la surproduction électrique. Un suivi hebdomadaire est réalisé par Elia sur la base des dernières prévisions de production et de consommation. Il convient de noter qu'à l'heure actuelle, de nombreux efforts ont été entrepris pour pallier la surproduction solaire identifiée. Elia a désigné en première ligne de gestion les Balance Responsible Parties (BRP) en charge de l'équilibrage du réseau dans le cadre des marchés day-ahead, intraday et balancing.

Les entités régionales ont mis en place respectivement des cadres légaux permettant un remplacement progressif des anciens compteurs classiques par des compteurs intelligents. Ces compteurs intelligents forment un outil essentiel de la gestion de cette surproduction solaire. Elia intervient également au niveau du réseau haute tension en activant la flexibilité des diverses unités de production. Un outil supplémentaire réside en l'exportation du surplus vers les États limitrophes via une coordination entre les gestionnaires de réseau. Sur le long terme, il est encore envisagé de faire appel à une flexibilité plus importante: la gestion active de la demande, le déploiement des compteurs intelligents et les nouvelles sources de flexibilité dues à l'électrification grandissante, par exemple les véhicules électriques et les pompes à chaleur.

De manière plus spécifique, Elia a mis en place cet été plusieurs mesures de mitigation pour le court terme et les a communiquées aux secteurs du marché lors d'un working group en juin 2024. J'en mentionne quelques-unes: un travail sur de meilleures prédictions des risques et un meilleur partage d'informations aux BRP, une optimisation des capacités d'exportation en day-ahead et intraday , une optimisation de la gestion des arrêts, etc.

Vous me demandez également ce que mon parti et moi avons déjà fait et mon avis sur la proposition de la CREG. En réponse à cette partie de la question, je tiens à souligner explicitement que des infrastructures d'interconnexion aux quatre coins de notre pays sont indispensables et cruciales et constituent un instrument optimal pour l'échange d'électricité par importation ou exportation afin de pouvoir répondre à des moments de pic et de surproduction. Elles nous permettent aussi d'exporter l'énergie excédentaire vers d'autres pays.

Concernant l'anticipation des risques à venir, nous avons obtenu l'accord de la Commission européenne pour modifier le cadre du mécanisme de rémunération de la capacité (CRM). Cette modification permet une exemption de l'obligation de remboursement pour les grandes unités de stockage d'énergie et la gestion active de la demande. Cela constitue un incitant considérable à la participation aux enchères du mécanisme. Comme vous le savez, la flexibilité était l'un des grands leviers à pouvoir activer dans le CRM, d'où aussi le partage de volume sur les différents moments d'enchère. Nous avons donc constaté que des barrières subsistent pour certaines capacités, tant pour la gestion de la demande que pour les batteries, notamment cette exemption de l'obligation de remboursement. Une fois corrigé, cela permettra que la gestion de la demande puisse plus activement participer au CRM et pourra amener davantage de flexibilité pour pourvoir répondre à ces pics de surproduction.

L'exemption de tarif réseau et d'accises sur l'électricité réinjectée pour une période de dix ans qui bénéficie aux parcs de batteries permet de créer un environnement favorable au développement des batteries. Le succès de cette initiative se mesure au nombre de parcs de batteries déjà construits ou en cours de développement.

Je voudrais également souligner que la flexibilité est l'un des axes les plus importants pour tous les appels à projets dans le cadre du Fonds de transition énergétique. Dans les différents appels qui ont été lancés, nous avons toujours mis l'accent là-dessus. Il n'était pas nécessaire d'attendre les résultats de cette étude d'Elia pour voir venir ce challenge.

Nous avons aussi élaboré un avant-projet de loi visant à mieux intégrer la flexibilité de l'offre et de la demande dans le marché de gros de l'électricité, en particulier en ce qui concerne des technologies telles que les pompes à chaleur, les véhicules électriques, les chauffe-eaux électriques, les électrolyseurs ainsi que d'autres formes d'électrification des usages fossiles. Par "flexibilité", nous entendons également des mesures permettant, en fonction des conditions du marché, la déconnexion temporaire d'installations telles que les panneaux photovoltaïques, les cogénérations ou les éoliennes.

Ce projet de loi s'est toutefois heurté à des difficultés liées à la répartition des compétences entre le niveau fédéral et les Régions. La gestion de la flexibilité au niveau des réseaux de distribution relève exclusivement des compétences régionales.

Cette année, nous avons travaillé sur un texte de compromis en concertation avec les ministres régionaux, les administrations, les gestionnaires des réseaux et les régulateurs. Au printemps, ce texte a reçu un avis du Conseil d'État indiquant qu'une coopération formelle entre le niveau fédéral et les Régions était nécessaire pour avancer. Nous avons donc clôturé cette législature avec un accord selon lequel nos administrations, dans le cadre de CONCERE, développeraient une proposition commune.

Nous avons effectué le travail préparatoire et j'ose espérer que le prochain gouvernement fédéral et les gouvernements régionaux poursuivront ces chantiers importants en vue de répondre aux inquiétudes.

Je tiens également à rappeler que les parlementaires intéressés peuvent adresser leurs questions, notamment celles qui touchent aux compétences régionales et au développement des énergies renouvelables, aux ministres régionaux compétents.

Mathieu Bihet:

Je vous remercie pour votre réponse, madame la ministre. La répartition actuelle des compétences n'aide évidemment pas pour les projets renouvelables onshore , que ce soit les éoliennes onshore ou les parcs photovoltaïques importants qui se connectent directement au réseau de transport. Il serait cependant sans doute opportun qu'Elia, dans sa compétence d'avis sur l'ensemble de ces projets qui visent des énergies intermittentes dans les compétences régionales, puisse rendre des avis et même refuser la connexion de certaines nouvelles capacités si le risque pour le réseau se concrétise. Nous ne manquerons évidemment pas d'être attentifs à ce sujet.

Het afvuren van een ballistische middellangeafstandsraket op Oekraïne door Rusland

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Rusland vuurde een nucleair-capabel IRBM-missiel (Orechnik) af op Oekraïne als waarschuwing aan het Westen, verwijzend naar Oekraïense ATACMS/Storm Shadow-aanvallen en dreigend met escalatie. België en de NAVO veroordelen de aanval scherp, bevestigen steun aan Oekraïne en onderzoeken versterking van raketverdediging (IAMD/BMD), met concrete plannen tijdens de NAVO-top in Den Haag (juni 2025). Frank benadrukt dat de NAVO dringend dissuasieve capaciteiten moet ontwikkelen om Russische agressie af te schrikken, ondanks de terugkeer van Koude Oorlog-retoriek. Dedonder bevestigt dat de analyse loopt, maar stelt geen directe tegenmaatregelen voor.

Luc Frank:

Madame la ministre, jeudi 21 novembre, la Russie a tiré, sur le théâtre de guerre ukrainien, un missile balistique à moyenne portée (IRBM) de type "Orechnik",conçu en principe exclusivement pour transporter une tête nucléaire. Le missile russe est tombé sur une usine de la ville de Dnipro, dans l’est de l’Ukraine.

La Russie justifie ce tir par le fait que l’Ukraine a employé plusieurs missiles à longue portée américains ATACMS et des missiles britanniques Storm Shadow pour frapper différentes cibles militaires sur son territoire.

L’utilisation de ce type de missile, autrefois interdit par le Traité de Washington du 8 décembre 1987 sur les Forces nucléaires intermédiaires en Europe est un message clair envoyé par la Russie aux Etats qui soutiennent l’Ukraine: "Nous avons les moyens de frapper vos bases et infrastructures avec des missiles qui peuvent transporter des charges conventionnelles ou nucléaires multiples". Elle entend donc nous dissuader d’aider l’Ukraine. Cela a été confirmé par l’intervention Télévisée de Vladimir Poutine le soir même du tir.

Madame la ministre, la dissuasion est un dialogue entre des puissances adverses. D’une façon ou d’une autre, l’OTAN va devoir répondre à la Russie. Avez-vous été en contact avec vos homologues à propos de ce nouvel acte d’agression russe?

Une réunion du Conseil conjoint OTAN-Ukraine a lieu ce mardi 26 novembre 2024. Quelle a été la position de la Belgique? Quelles sont les réponses envisagées par l’OTAN? Une réflexion sur le redéploiement de capacités similaires par l’OTAN est-elle envisagée?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Frank, l’utilisation de missiles balistiques à portée intermédiaire par la Russie dans le conflit ukrainien est évidemment prise très au sérieux, tant par l’Alliance qu’au niveau belge. Cependant, ce tir ne constitue pas la première utilisation de missiles à double capacité, conventionnelle et nucléaire, par la Russie depuis le début du conflit.

Durant la réunion du Conseil conjoint OTAN-Ukraine de ce mardi 26 novembre, la Belgique a exprimé ses profondes préoccupations suite à cette attaque et a condamné fermement le mode d’action russe par lequel les villes ukrainiennes et la population civile sont délibérément attaquées. L’Ukraine a également été assurée du soutien de la Belgique aussi longtemps que cela sera nécessaire.

L’Alliance a pour sa part fermement condamné l’utilisation par Moscou de ce type de missiles, ainsi que le ciblage des populations civiles. En outre, durant le sommet de Washington, les alliés se sont accordés pour accroître la cohérence des missions prévues dans le cadre de la Integrated Air and Missile Defence d’une part, et de la Ballistic Missile Defence ,d’autre part. Une analyse en la matière est en cours. Les résultats seront présentés aux chefs d’État et de gouvernement lors du sommet de La Haye, qui est prévu en juin 2025.

Luc Frank:

Madame la ministre, merci pour la réponse.

Il est important de rester calmes face aux diatribes de Poutine, mais il est également important de rester fermes. C’est la Russie qui est l’agresseur. C’est elle qui pratique l'escalade. L’OTAN doit aussi avoir la capacité de dissuader la Russie, d’abord en développant une défense antibalistique adéquate, et ensuite en ayant les moyens de répondre à toute agression.

Il est regrettable de devoir retrouver dans ce domaine le langage de la guerre froide, même en le rénovant, mais le régime russe ne nous laisse pas le choix.

Voorzitter:

Vraag nr. 56001131C van mevrouw Annick Ponthier wordt uitgesteld. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.39 uur. La réunion publique de commission est levée à 12 h 39.

Het akkoord met Niger inzake illegale immigratie

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Niger schortte in 2023 zijn migratieakkoord met de EU op, trok de anti-mensensmokkelwet in en stopte de hervestiging van migranten uit Libië, waardoor het Emergency Transit Mechanism (ETM)—sinds 2017 actief—nu wordt beëindigd. De EU schortte officiële migratieprojecten met Niger op maar blijft via UNHCR en civiele organisaties tijdelijke opvang bieden, terwijl diplomatieke druk en gesprekken over politieke transitie weinig resultaat opleveren. België kritiseert het gebrek aan concrete EU-actie tegen illegale migratie en pleit voor een voortrekkersrol, maar de staatssecretaris wijst op beperkte nationale bevoegdheden door Europese centralisatie. De EU zoekt nu alternatieven via buurlanden en multilaterale samenwerking in de Sahel.

Francesca Van Belleghem:

Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mevrouw de staatssecretaris, sinds 2015 was Niger een partner in het tegengaan van de illegale immigratie richting Europa. Het land kreeg aanzienlijke financiële hulp toegezegd als het migranten die illegaal op weg waren naar onze contreien zou tegenhouden én (een deel van) betrokkenen uit Libië zou terugnemen voor hervestiging.

Eind vorig jaar zegde de militaire junta in het West-Afrikaanse land éénzijdig deze overeenkomst op. In één klap werd een wet die de (welig tierende) mensensmokkel strafbaar maakte, ingetrokken en alle veroordelingen die op basis van voornoemde wet werden uitgesproken, geannuleerd.

De Europese Commissie reageerde met de mededeling over deze gang van zaken 'zeer bezorgd' te zijn. Weinig verbazend, aangezien de Europese Commissie zich - als men de opeenvolgende verklaringen mag geloven - zich zowat in een permanente toestand van bezorgdheid bevindt… wat helaas niet altijd betekent dat daar concrete daden aan gekoppeld worden.

Graag een antwoord op volgende vragen:

Betekent het intrekken van de wet die mensensmokkel strafbaar maakte ook het einde van het engagement van Niger om migranten die illegaal op weg zijn naar Europa uit Libië terug te nemen met het oog op hervestiging?

Maakte de éénzijdige beslissing van Niger het afgelopen jaar het voorwerp uit van besprekingen op Europees niveau?

Werden in dezelfde periode vanuit de Europese Commissie initiatieven ondernomen?

Zo ja, dewelke en met welk resultaat?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, deze vraag gaat wederom over de migratiesamenwerking tussen de Europese Unie en Niger, en weer moet ik u zeggen dat ik niet namens de Europese Commissie kan antwoorden. Ik raad u opnieuw aan om in het Europees Parlement de bevoegde Commissaris daarover te ondervragen.

Algemeen kan ik u wel meegeven dat er zich inderdaad een wijziging aftekent in het beleid van Niger met betrekking tot het migratiebeheer. Niger ziet zijn samenwerking met Europa rond migratiekwesties niet langer als een prioriteit. Anderzijds heeft de Europese Unie de dialoog met Niger opgeschort zolang er niet voldaan is aan de voorwaarden van politieke transitie. Over die transitievoorwaarden kunt u de minister van Buitenlandse Zaken verder ondervragen.

Op migratievlak werden de projecten met de Nigerese overheid opgeschort, maar de projecten van de civiele maatschappij en internationale organisaties blijven wel lopen. Het hervestigingsprogramma valt onder de laatste categorie. Dat Emergency Transit Mechanism zoekt duurzame oplossingen voor kwetsbare personen die uit Libië werden geëvacueerd. Dat houdt onder andere een tijdelijke bescherming in Niger in, met een eventuele hervestiging in een derde land als volgende stap.

Het ETM bestaat in Niger sinds 2017. Het werd uitgewerkt door UNHCR, met financiële steun van de EU. Na de staatsgreep op 26 juli 2023 liep dit programma nog steeds verder. Toen de overeenkomst met Niger in juli 2024 afliep, werd die niet verlengd door Niger. De laatste vluchtelingen in het kader van het ETM-programma zullen binnenkort vertrekken. Het UNHCR-centrum zal voorlopig worden gesloten.

De relatie tussen de Europese Unie en Niger wordt regelmatig besproken in de EU, onder andere in de werkgroepen met betrekking tot Buitenlandse Zaken. De Europese Commissie heeft, naar ik begrijp, vooral ingezet op diplomatieke contacten en probeert om via gesprekken het huidige bewind te bewegen tot een constructievere houding en een oplossing voor het ETM.

Verder tracht de Europese Unie de situatie in de Sahelregio breder aan te pakken door versterkte samenwerking met de buurlanden van Niger en multilaterale organisaties. Voor België is deze link van cruciaal belang voor ons Sahelbeleid. Ik kan alleen maar benadrukken dat de samenwerking tussen de EU en landen in de Sahelregio van cruciaal belang is om migratiestromen onder controle te krijgen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, u zegt tot twee keer toe dat ik mijn vragen beter zou richten tot de Europese Commissie, maar dat is net het probleem: we geven onze soevereiniteit uit handen, waardoor de Europese Commissie beslist wat wij in feite zouden moeten kunnen beslissen. De Europese politiek heeft nu eenmaal gevolgen voor dit land. Het is dan ook logisch dat ik u hierover ondervraag. Het is duidelijk dat de Europese Commissie onvoldoende maatregelen neemt om de illegale immigratie tegen te gaan. België zou daarin een voortrekkersrol moeten spelen.

Asielaanvragen van Turkse staatsburgers

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De stijgende asielmigratie uit Turkije (top 5 in België, 1.900 aanvragen in 2024) wordt door staatssecretaris De Moor verklaard als Europees trend (3e plaats EU-breed in 2022-2023) met individuele motieven (politiek, religie, etniciteit), terwijl het erkenningspercentage in België hoog ligt (42-46%)—veel hoger dan in Duitsland (13%). Terugkeer verloopt via het EU-Turkije akkoord (110 gedwongen verwijderingen in 2023, 77 in 2024), met goede Turkse medewerking, maar Van Belleghem vindt dit onvoldoende en pleit voor strengere voorwaarden, zoals koppelen van arbeidsmigratie aan terugkeer van illegalen en betere afstemming met Vlaamse collega’s. Kernpunt: Turkije’s dubbele rol als EU-kandidaat en asielbron botst met lage terugkeercijfers en hoge migratiedruk, ondanks visumverplichtingen en subsidies.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, het is opvallend dat naast de klassieke herkomstlanden zoals Syrië, Afghanistan en Palestina ook de asielmigratie vanuit Turkije in de lift zit. Zo zat Turkije vorige maand zelfs in de top 5 van de herkomstlanden voor asielaanvragen. Dat is heel opmerkelijk, want Turkije is kandidaat om lid te worden van de EU.

Ook onze Duitse oosterburen worden in toenemende mate geconfronteerd met een Turkse asielinstroom. Volgens de universiteit van Duisburg-Essen heeft die ontwikkeling in eerste instantie te maken met de economische situatie in Turkije.

Het erkenningspercentage voor de Turken ligt bijzonder laag. Vorig jaar zou het om ongeveer 13 % zijn gegaan. Een andere opvallende vaststelling van die universiteit is dat niet alleen de instroom van Turkse asielzoekers stijgt, maar dat ook de gezinshereniging en de studie- en arbeidsmigratie toeneemt.

Hoe verklaart u de toegenomen asielmigratie vanuit Turkije?

Wat is momenteel het erkenningspercentage?

Hebt u overleg met de Turkse autoriteiten over die evolutie?

Hoeveel afgewezen Turkse asielzoekers zijn er teruggekeerd? Werkt Turkije goed mee?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, het aantal Turkse verzoekers is in België al enkele jaren hoog. Het aantal is echter volledig in lijn met de cijfers op Europees niveau.

Dat blijkt ook uit het meest recente jaarverslag van het European Union Agency for Asylum, waarin staat dat Turkije al in 2022 en 2023 op de derde plaats prijkt als land met de meeste verzoeken tot internationale bescherming in de Europese Unie. Dat was misschien niet het geval in België maar wel in de rest van Europa. Zelfs in het halfjaarlijkse overzicht van het Agency for Asylum van 2024 blijft Turkije of de vijfde plaats staan.

De effectieve redenen voor migratie en voor de aanvraag van een beschermingsstatuut zijn verschillend en heel individueel: politiek, religieus, etnisch of familiaal. De beschermingsgraad ten gronde van Turkse aanvragen bedraagt in ons land 42 % in 2023 en 46 % in 2024. Turkije is een belangrijke strategische partner, waarmee wij zowel bilaterale als Europese contacten onderhouden.

Ik wil daarbij nog beklemtonen dat België voor Turken behalve een algemene visumplicht ook een specifieke plicht heeft opgelegd wanneer zij naar België komen met het vliegtuig. Turkse burgers moeten met name in het bezit zijn van een visum type A, waardoor België een grondigere controle kan uitvoeren voor Turkse burgers die in België aankomen.

Inzake de verwijderingen kan ik u meegeven dat er in 2023 110 gedwongen verwijderingen naar Turkije waren. In 2024 waren dat er tot en met oktober 77. Mijn diensten werken daarvoor goed samen met de Turkse autoriteiten. De aanvragen inzake identificatie en terugkeer van irreguliere Turkse onderdanen op het Belgische grondgebied worden in een goede dialoog en verstandhouding met de Turkse autoriteiten afgehandeld. Ze zijn gebaseerd op het re-admissieakkoord tussen de Europese Unie en Turkije.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor uw antwoord. Turkije is het land waarheen jaarlijks duizenden Vlamingen op vakantie gaan. Het land is ook kandidaat-lid van de Europese Unie. Het krijgt daarvoor ook jaarlijks miljoenen euro's subsidies, indien ik me niet vergis. Wij zien Turkije nu echter opduiken in de top vijf van het aantal asielaanvragen. In 2024 hebben al 1.900 Turken hier in België asiel aangevraagd. U merkt op dat al 77 Turken gedwongen zijn teruggekeerd en noemt dat goed samenwerken. Dat is heel verbazingwekkend. Ik hoop dat u nog veel beter zult samenwerken in de toekomst. Wij zien ook veel Turkse arbeidsmigranten. Overleg dus met uw Vlaamse collega’s en maak arbeidsmigratie afhankelijk van de terugkeer van illegalen.

‘Griekse vluchtelingen’ die in België asiel aanvragen

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met een stijging van dubbele asielaanvragen (vooral Palestijnen en Syriërs) die al een vluchtelingenstatus hebben in EU-landen zoals Griekenland, maar door betere socio-economische omstandigheden of bestaande gemeenschappen alsnog in België asiel zoeken. Staatssecretaris De Moor wil dit stoppen via juridische beroepen tegen gunstige uitspraken van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (die Griekenland als onvoldoende beschouwt) en versnelde toepassing van het EU-migratiepact om opvang te weigeren, maar een concreet wetsontwerp en tijdschema ontbreken nog. De kosten lopen op tot miljoenen per maand voor opvang van personen met een *M-status*, terwijl het asielsysteem bedoeld is voor wie *daadwerkelijk* bescherming nodig heeft. Kritiek blijft op de praktische uitvoering van Dublin en het migratiepact voor secundaire migratie.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik had een vraag ingediend over de erkende vluchtelingen die al een status hebben gekregen in een andere EU-lidstaat, maar alsnog naar België komen en hier nogmaals asiel aanvragen.

Vanochtend gaf u op Radio 1 al antwoord op mijn vragen. Het is overigens niet voor het eerst dat u naar de media stapt en vervolgens pas naar het Parlement; denk maar aan het migratiewetboek. Goed, geen probleem, ik stel mijn vraag toch.

Al enige tijd verklaart u dat de stijging van het aantal asielaanvragen deels ligt aan het feit dat steeds meer personen asiel aanvragen in België terwijl ze al asiel hebben gekregen in een andere EU-lidstaat. Het gaat dan voornamelijk om Griekenland. Dat blijkt ook uit de cijfers: er verblijven nu 1.643 Palestijnen in onze asielopvangcentra die eigenlijk al een vluchtelingenstatuut in een andere EU-lidstaat kregen.

Wat zijn volgens u de redenen waarom asielzoekers die al erkend zijn in een andere EU-lidstaat alsnog naar België komen om nog eens asiel aan te vragen en zo de dure en schaarse asielopvangplaatsen innemen?

Klopt het dat die dubbele asielaanvragen onontvankelijk kunnen worden verklaard, maar dat de rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen daar een stokje voor steekt? Zo ja, was dat dan een uitspraak van een Franstalige rechter? De Franstalige rechtbanken staan immers iets meer bekend om hun rechterlijk activisme.

Biedt het EU-migratiepact een oplossing voor dit probleem? De bestaande Dublinverordening is heel mooi op papier, maar in de praktijk worden de regels niet gerespecteerd. Zal dat in de toekomst veranderen?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, ons land stelt inderdaad een aanzienlijke stijging van het aantal asielaanvragen vast van vooral Palestijnen en Syriërs die al bescherming hebben in een ander Europees land, meestal Griekenland en in mindere mate Bulgarije. In de afgelopen maanden ging het telkens om meer dan 450 aanvragen per maand. Dat is dus zeker geen uitzondering.

Waarom België een verhoogde uitstroom uit deze zogenaamde M-statussen kent, is moeilijk te zeggen. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met de reeds aanwezige gemeenschap in België. We moeten een kat echter ook een kat durven te noemen, de algemene sociaal-economische situatie in België is beter dan die in Griekenland. Ook dat kan voor sommige vluchtelingen een reden zijn om naar België te komen.

Alleen, daar dient het asielsysteem niet voor. Asiel is er voor wie vlucht voor oorlog of vervolging. Veiligheid kan men ook in andere Europese landen vinden, ook al is het daar socio-economisch anders dan in België. Dat is nu eenmaal de basis van ons asielsysteem. Als we dat niet aanvaarden, zal het systeem nooit werken.

Aan het fenomeen van de M-status wil ik inderdaad paal en perk stellen. Het valt niet uit te leggen dat iemand die als vluchteling erkend is in Griekenland of Bulgarije en daar een toekomst mag uitbouwen, nog eens asiel aanvraagt in België. Ons land wil solidair zijn met oorlogsvluchtelingen, maar het systeem draait vierkant als we ook nog eens dossiers moeten behandelen van mensen die elders al bescherming gekregen hebben. Dat is niet rechtvaardig. Dat is niet houdbaar. Daar moeten we komaf mee maken.

De huidige wetgeving maakt het al mogelijk om asielaanvragen van erkende vluchtelingen onontvankelijk te verklaren en dus niet te behandelen. In de praktijk zorgt de rechtspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen er echter voor dat twee derde van die aanvragen wel behandeld worden en dat bijna de helft daarvan ook erkend wordt. Dat komt doordat de RvV de sociale voorzieningen in Griekenland als onvoldoende en ontoegankelijk beschouwt.

Om het fenomeen van deze asielaanvragen door erkende vluchtelingen een halt toe te roepen, zal ik me met alle mogelijke juridische middelen verzetten tegen de rechtspraak van de RvV. Dat betekent dat de Belgische Staat in beroep zal gaan tegen beslissingen van ontvankelijkheid of erkenning in dergelijke dossiers. Griekenland en Bulgarije zijn namelijk veilige landen waar men effectief bescherming krijgt. Wie vlucht voor oorlog of vervolging is daar veilig. Ook zijn de sociale voorzieningen daar de jongste jaren enorm vooruitgegaan. Die beroepen hebben daarom kans op slagen, precies omdat de situatie voor erkende vluchtelingen in Griekenland verbeterd is, wat Griekenland zelf trouwens volledig erkent. Het land krijgt al jaren Europese steun, niet enkel voor asiel en opvang, maar ook voor de integratie van erkende vluchtelingen. Voor de periode van 2021 tot 2027 gaat het om meer dan 400 miljoen euro. Ik werk dan ook nauw samen met mijn Griekse collega om deze kwestie van nabij op te volgen.

Naast het juridisch aanvechten van de rechtspraak kunnen we nu ook delen van het Europees migratiepact vervroegd toepassen, zodat opvang geweigerd kan worden aan de asielzoekers die al een vluchtelingenstatus genieten in een ander Europees land. Dat is een maatregel die in het Europees migratiepact staat. We hebben gevraagd of we die vervroegd kunnen implementeren. Vorige week heeft de Europese Commissie me bevestigd dat we daar effectief versneld mee kunnen beginnen. Ik zal daarnaast dus ook met een wetsontwerp met deze nieuwe Europese regels naar het Parlement komen.

De hogere instroom van deze personen met M-status noopt me ertoe deze maatregelen te nemen. Het draait hier immers om de kern van het Europese asielbeleid dat hiermee op de helling komt te staan. Onze bescherming dient te gaan naar mensen die bescherming nodig hebben, dus niet naar mensen die die bescherming al hebben gekregen in een ander Europees land en daar een toekomst kunnen uitbouwen.

Francesca Van Belleghem:

Bedankt voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de staatssecretaris. Hebt u een concreet tijdschema voor dat wetsontwerp voor ogen?

Nicole de Moor:

Zo snel mogelijk.

Francesca Van Belleghem:

We kijken ernaar uit. In afwachting van de beroepsprocedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen moeten die mensen uit de opvangcentra geweerd worden. Die 1.600 Palestijnse vluchtelingen in onze opvangcentra kosten ons maandelijks bakken vol geld: 3,5 miljoen euro per maand. Tel daar nog de Syriërs bij en het gaat in werkelijkheid over nog veel meer geld dat we verspillen aan mensen die al een status hebben gekregen in een ander land. Het probleem gaat natuurlijk ruimer dan de zogenaamde M-statussen. Er is ook nog de secundaire migratie van mensen uit de EU die hun asielprocedure in een ander land niet afwachten. Daarvoor hebt u natuurlijk nog geen oplossing en wij betwijfelen of het EU-migratiepact daar wel een oplossing voor biedt. Dat wordt afwachten. Daarom zullen we de zaak nauwlettend in de gaten houden.

Het stijgende aantal asielaanvragen
De Europese abnormaliteit van de sterke asielinstroom in België
België en Europa: asielinstroom en -aanvragen

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kent een unieke stijging van asielaanvragen (+11%) in 2023, terwijl buurlanden en de EU gemiddeld dalen, door aantrekkingsfactoren zoals bestaande Palestijnse/Afghaanse netwerken, soepeler beleid (bv. herhaalde aanvragen van al erkende vluchtelingen) en sociaal voorzieningenstelsel. Staatssecretaris De Moor benadrukt genomen maatregelen (versnelde procedures voor kansloze aanvragen, ontradingscampagnes, voorbereiding EU-migratiepact) maar wijst op structurele uitdagingen (internationale conflicten, complexe EU-samenwerking). Oppositie (Van Belleghem, Safai) kaart gebrek aan strenge beleidsaanpassingen aan (vb. Zweden daalde door strengere regels) en eist snellere, drakere herzieningen (asielbeleid voor Syriërs/Palestijnen, leefloon, Dublin-afspraken). Kernpunt: België mist effectief afschrikbeleid waar buurlanden wel in slagen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, in de EU zijn er maar vier landen waar het aantal asielaanvragen significant stijgt. Een van die vier landen is België. Het aantal asielaanvragen ligt in ons land maar liefst 11 % hoger dan vorig jaar. Nochtans is het aantal asielaanvragen in de EU op dit moment met 12 % gedaald in vergelijking met vorig jaar. Ook bij onze buurlanden zien we die trend. Frankrijk telt 8 % minder asielaanvragen en Nederland 13 %. Luxemburg en Duitsland hebben zelfs 28 % minder asielaanvragen.

Hoe verklaart u dat het aantal asielaanvragen in België blijft stijgen terwijl er in de EU minder asielaanvragen zijn? Wat zijn volgens u de pullfactoren, waardoor asielzoekers duidelijk België kiezen als bestemmingsland en niet onze buurlanden?

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, in oktober 2023 kende Duitsland een enorm hoog aantal asielaanvragen: 37.140. Daarop nam de Duitse bondsregering een pakket aan strenge maatregelen. Dat werd via ontradingscampagnes ook aan de betreffende doelgroepen gecommuniceerd, met succes. Vandaag ligt het maandelijkse aantal asielaanvragen er maar liefst 42 % lager. Ook in Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Zweden en Oostenrijk is er een significante daling van de asielinstroom ten opzichte van vorig jaar waarneembaar. De hele Europese Unie plukt dus de vruchten van het succesvolle beleid van de rechtse regeringen in lidstaten aan de buitenste Schengengrens.

Slechts één eindbestemming voor asielzoekers in Europa vormt een notoire uitzondering op deze regel: België. Hier stijgen de asielaanvragen sterk. U wijt dit vanmorgen in de pers aan misbruik van onze asielprocedures door mensen die hier asiel aanvragen terwijl ze al een vluchtelingenstatus verkregen in een ander Europees land. U vermeldt ook het cijfer van 4.400 asielaanvragen. Maar ook zonder die groep steeg het aantal asielaanvragen in België ten opzichte van vorig jaar, terwijl de instroom in al onze buurlanden daalt. Het probleem gaat dus dieper dan dat.

Mevrouw de staatssecretaris, ik heb daarom vandaag maar één vraag voor u. Hoe verklaart u dat de ons omringende landen er wel in slagen om hun asielaanvragen significant terug te dringen en België niet?

Nicole de Moor:

De cijfers zijn inderdaad hoog. In oktober vroegen 4.300 personen asiel aan. Dat is een zeer hoog, te hoog aantal. Het aantal asielaanvragen voor november zal, zoals het er voorlopig naar uitziet, lager liggen. Oktober is traditioneel de maand met de hoogste cijfers van het jaar, maar dit jaar lagen de cijfers uitzonderlijk hoog. In november zal het aantal wellicht een duizendtal personen minder bedragen. We moeten het einde van de maand afwachten, maar er is alvast een sterke daling zichtbaar.

U maakt een vergelijking met andere Europese landen, maar die moet ik toch wat nuanceren. De Europese asielcijfers fluctueren immers voortdurend. In de Europese Unie was er in 2023 bijvoorbeeld een stijging met 20 % van het aantal asielaanvragen in vergelijking met 2022. In Frankrijk was er een stijging met 5,5 %, in Nederland met 7,6 %, in Duitsland zelfs met 51,1 %, terwijl we in België een daling met 8,8 % hadden.

Het is moeilijk vast te stellen wat de beweegredenen van individuen zijn om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Voor België kan het zeker meespelen dat er al een aanzienlijke Palestijnse en Afghaanse gemeenschap is in België, terwijl net bij die nationaliteiten in Europa de asielaanvragen stijgen. Als mensen al kunnen bogen op een aanwezig netwerk van vrienden of familie, merken we dat ze vaker kiezen voor een land waar dat netwerk al aanwezig is.

Mevrouw Safai en mevrouw Van Belleghem, het is pertinent onwaar dat ik geen maatregelen neem om de instroom naar omlaag te krijgen. Alleen wilt u blijkbaar allebei de illusie wekken dat de instroom gemakkelijk onder controle te brengen is, dat ik maar aan een paar knoppen heb te draaien. Sorry, zo werkt het niet.

Om de asieldruk op ons land te verminderen heb ik wel degelijk al een aantal initiatieven genomen. Te veel mensen die in de asielprocedure zitten, horen daar niet in thuis. Uiteraard helpt de woelige internationale context met veel conflicten niet om de hoge instroom te verminderen.

Sinds februari is als een van de maatregelen al een fast-trackprocedure ingesteld voor nationaliteiten die nauwelijks kans maken op asiel, zoals Georgiërs en Congolezen, twee nationaliteiten in de top 10 van de aanvragen, en Moldaviërs. Die aanvragen worden zo snel mogelijk binnen de 40 werkdagen behandeld om ervoor te zorgen dat mensen zo snel mogelijk de opvang verlaten en kunnen terugkeren en dat ze zo snel mogelijk een signaal krijgen dat asiel niet voor hen is bedoeld.

Intussen zijn reeds de aanvragen van 850 mensen via die procedure behandeld. We merken dat ze in 96 % van de gevallen een negatieve beslissing krijgen. Sinds kort wordt er dan ook voor die doelgroep van mensen sterker ingezet op ontrading om te vermijden dat ze ü berhaupt asiel aanvragen.

Heel wat Palestijnen zijn vandaag op de vlucht voor een gruwelijke oorlog. Ons land toont zich solidair, maar het is wel heel problematisch dat er vandaag vele Palestijnen asiel aanvragen in ons land hoewel ze al erkend zijn als vluchteling in Griekenland. Daarover hebben we het daarnet al gehad. Ook wat dat betreft worden er dus maatregelen genomen.

Daarnaast is de implementatie van het migratiepact in volle voorbereiding, ook in ons land. Dat pact is een fundamentele wijziging van het interne Europese asielbeleid, met een betere controle van de Europese buitengrenzen, korte procedures aan de grenzen en een spreiding van solidariteit. Hoe graag we dat ook morgen in werking zouden zien, de uitwerking van zoiets omvangrijks kost nu eenmaal tijd. Uiteraard moet dat goed worden geïmplementeerd door alle Europese landen, niet alleen door ons, maar ook door de landen aan de buitengrenzen, die heel wat bijkomende taken krijgen om de buitengrenzen beter te controleren. Dat is iets waaronder ik ook in lopende zaken mijn schouders blijf zetten.

Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie ons nu groen licht gegeven om bepaalde delen van dat pact vervroegd te kunnen uitwerken. Daardoor zouden we bijvoorbeeld op het vlak van opvang van personen die onder Dublin vallen of voor M-statussen al maatregelen kunnen nemen. Deze maatregelen kunnen dan ook op kortere termijn al hun vruchten afwerpen. We nemen dus wel degelijk maatregelen.

Uiteraard is er nog meer nodig. We onderhandelen vandaag een regeerakkoord met opnieuw maatregelen om meer controle te krijgen op migratie. We zullen nog veel meer dan vandaag moeten samenwerken met landen van herkomst en transitlanden om de migratiedruk op Europa naar beneden te krijgen. Beweren dat men de instroom naar beneden kan krijgen door gewoon wat te draaien aan de knoppen, is echter de mensen iets wijsmaken en daaraan doe ik niet mee.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, de asielcijfers in de EU fluctueren inderdaad. Waar maatregelen genomen of zelfs nog maar aangekondigd worden, daalt de asielinstroom. Bij ons gaan de asielcijfers maar één richting uit, namelijk omhoog. Sinds 2019, maar vooral sinds 2021, stijgt het aantal asielaanvragen systematisch.

Zweden heeft in 2022 aangekondigd de asielinstroom te willen beperken en heeft daartoe ook maatregelen genomen. Sinds 2022 evolueren de asielaanvragen in Zweden ook maar in één richting, namelijk naar beneden.

U kunt dus wel degelijk aan meer knoppen draaien dan u denkt. U kunt wel degelijk maatregelen nemen. Het gaat niet om onbestaande tovermaatregelen. Zweden doet het, dus wij kunnen het ook, mevrouw de staatssecretaris. Het vergt alleen een portie lef.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, belangrijk om te weten is wel dat de enige reden waarom wij meer Palestijnen, Syriërs en Afghanen hebben, ons eigen beleid is. Het beleid is nog niet aangepast. Veronderstel dat Nederland zegt dat het de asielaanvragen van mensen van Syrische afkomst vanaf nu strenger zal beoordelen, terwijl wij nog altijd hetzelfde beleid aanhouden, dan is het resultaat dat veel Syriërs naar ons komen. Dat geldt evenzeer voor inwoners van Palestina. We weten dat Gaza gewoonweg afgesloten is, dus dat geen enkele vluchteling rechtstreeks uit Gaza komt, maar toch blijven we mensen van Palestijnse oorsprong die veilig in een ander land leven, hier aanvaarden. Dat beleid moet natuurlijk veranderd worden. Het CGVS moet dat aanpakken. Ons land is daarnaast ook interessant gelet op het leefloonsysteem. Ook daarin dringen drastische veranderingen zich op. Er moet zo snel mogelijk een regeerakkoord komen. Daarvan zullen we werk moeten maken. Hopelijk kunnen we het zo snel mogelijk oplossen.

Transmigratie
De transmigratieproblematiek
Transmigratie en gerelateerde vraagstukken

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transmigratie aan de Westkust neemt toe—meer pogingen, geslaagde oversteken en dodelijke slachtoffers—met zorgwekkende signalen over niet-begeleide minderjarigen die na aanhouding vaak vrijgelaten worden, wat frustratie bij politie en lokale diensten veroorzaakt. Staatssecretaris De Moor bevestigt de stijging (769 verslagen in 2024 vs. 3.458 in 2023) maar wijst op gebrekkige meldingen door politie aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ), terwijl de focus ligt op gerechtelijke aanpak (smokkelnetwerken ontmantelen) en samenwerking met Frankrijk/Frontex; bestuurlijke maatregelen zoals opsluiting in gesloten centra schieten tekort door capaciteitsgebrek. De Vreese dringt aan op versterkt bestuurlijk optreden (vingerafdrukken, verhoren, opsluiting) om politiemotivatie en registratie te verbeteren, en kritiseert dat gerechtelijke prioriteit ten koste gaat van structurele aanpak. Gezamenlijke grenscontroles lopen al, maar coördinatie en opvolging—met name voor minderjarigen—blijven knelpunten door bevoegdheidsversnippering (Justitie, Binnenlandse Zaken) en gebrek aan integrale data.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, volgens de korpschef van de politiezone Westkust zijn de cijfers inzake transmigratie zorgwekkend. Ik citeer hem: “We merken een stijging in het aantal pogingen om de oversteek te wagen, in het aantal geslaagde oversteken, in het aantal dodelijke slachtoffers tijdens mislukte oversteken en in het aantal vaststellingen van fenomenen gelinkt aan transmigratie."

Merkt u dat transmigratie vanaf de Westkust inderdaad toeneemt? Hoe verklaart u dat? Welke maatregelen zult u nemen om dat tegen te gaan, desgevallend samen met de minister van Binnenlandse Zaken? Zijn grenscontroles volgens u een nuttig instrument om transmigratie tegen te gaan?

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, ik zal de korpschef van de politiezone Westkust geen tweede keer citeren, maar ik denk dat hij tevreden zal zijn dat we in deze Kamer aandacht hebben voor de problematiek van transmigratie waarmee hij dagelijks wordt geconfronteerd.

Al sinds mei krijg ik verontrustende berichten van de politie dat er een probleem is dat dringend moet worden aangepakt. Er werd nu gestart met controles aan onze grensovergangen, op de stranden en in de duinen en aan de op- en afritten van onze autosnelwegen.

Er wordt ook melding van gemaakt dat er een stijging is van het aantal oversteken, dodelijke slachtoffers en vaststellingen. Ik heb nog een bijkomende vraag wat betreft de oversteken. Gaat het ook om een stijging van het aantal oversteken aan onze kust, of bedoelen ze daarmee enkel de oversteken vanaf de Franse kust?

We moeten de transmigratieproblematiek kordaat aanpakken, want dit is een problematiek die op heel korte tijd kan toenemen. Ook moeten we onze politiediensten op het terrein gemotiveerd houden. Ik heb daarnet al gezegd dat het aantal plaatsen in de gesloten centra daarin een heel belangrijke rol speelt, zodat we kunnen overgaan tot opsluitingen. Ik heb heel onrustwekkende berichten gekregen over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die worden aangetroffen en die de boel kort en klein slaan. Dat zijn jongeren van 14 tot 17 jaar, die daarna gewoon mogen beschikken en op straat worden gezet. U begrijpt dat dat helemaal niet kan, aangezien het om minderjarigen gaat, en dat het heel frustrerend is voor de diensten die dag en nacht de grenzen bewaken.

Wanneer bent u op de hoogte gebracht van de stijgende transmigratiecijfers aan onze kust? Kunt u een correct beeld schetsen van de huidige transmigratieproblematiek, met focus op West-Vlaanderen en de grensproblematiek? Wat gebeurt er met de aangetroffen niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en de illegale migranten? Wanneer bent u in overleg gegaan met de minister van Binnenlandse Zaken en Justitie over die problematiek? Wat waren de conclusies van het overleg? Welke extra acties zult u nog ondernemen om de problematiek aan te pakken?

Nicole de Moor:

Mijnheer de voorzitter, collega's, het is juist dat we een toename zien van het aantal transmigranten, maar ik merk dat de Dienst Vreemdelingenzaken in het algemeen zeer weinig door de politie gecontacteerd wordt wanneer die transmigranten intercepteert.

De Dienst Vreemdelingenzaken ontving in september 76 administratieve verslagen van de politie. Dat is inderdaad een verdubbeling ten opzichte van de 34 verslagen die de DVZ in augustus ontving. In oktober daalde het aantal verslagen weer tot 65. In totaal ontving de DVZ dit jaar 769 verslagen inzake transmigratie. Dat aantal verdwijnt echter in het niets bij de 12.848 ontvangen verslagen in 2018 en zelfs bij de 3.458 in 2023.

Het spreekt voor zich dat de Dienst Vreemdelingenzaken weinig kan betekenen indien hij niet door de politie op de hoogte wordt gesteld bij een interceptie.

Mevrouw De Vreese, het uitvoeren van controles en het onderzoek naar fenomenen van transitmigratie zijn inderdaad politionele bevoegdheden. Voor meer antwoorden kunt u zeker terecht bij mijn collega van Binnenlandse Zaken. Ik kan u evenwel meegeven dat de actuele aanpak, waarbij de nadruk ligt op het gerechtelijke gedeelte, waar men focust op het opsporen en ontmantelen van netwerken van smokkelaars, volgens mij de juiste aanpak is. In dit kader wordt ingezet op politionele acties, versterkte samenwerking met Frankrijk en ondersteuning van de operaties door Frontex.

De acties met betrekking tot transmigratie worden door de politie ingepland. Men kan daarvoor desgewenst ook ondersteuning vragen van de Dienst Vreemdelingenzaken. In feite wordt de planning van de dienst Ondersteuning Politie op het Terrein bepaald door de vragen die de DVZ van de politiediensten krijgt. Tegelijkertijd is er ook overleg met politiediensten, lokale overheden en de provincie, waaraan de DVZ indien gevraagd deelneemt.

Voor de vragen naar de opvolging van de niet-begeleide minderjarigen onder de transmigranten verwijs ik naar de minister van Justitie, die vandaag nog steeds bevoegd is voor de Dienst Voogdij. Daaraan kan ik op dit moment weinig veranderen. Mevrouw De Vreese, net als u maak ik me zorgen. Ik maak me ongerust over het gedrag dat we zien bij de minderjarigen, het feit dat het gaat om minderjarigen en de opvolging. We moeten dat zeker aanpakken.

Mevrouw Van Belleghem, met betrekking tot de grenscontroles kan ik u meegeven dat voor het specifieke fenomeen van de transmigranten die zich ophouden aan de Frans-Belgische grens, nu al gezamenlijke controles door de Franse en Belgische politie worden uitgevoerd.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Begrijp ik het goed dat de politiediensten niet altijd de verslagen aan de DVZ doorgeven? Of zijn er gewoon minder verslagen?

Nicole de Moor:

Ik kan u alleen de cijfers geven van de verslagen die de DVZ krijgt. Ik kan u de cijfers van de politie niet geven. Ik stel alleen vast dat het aantal verslagen dat we ontvangen veel lager is dan het aantal verslagen dat we in het verleden ontvingen.

Francesca Van Belleghem:

Dan zullen wij dat navragen voor u.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, u zegt dat de focus van de aanpak volledig op het gerechtelijke deel ligt en dat dat dan ook de prioriteit verdient. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind dat het bestuurlijke deel minstens even belangrijk is. Als men zegt dat het aantal administratieve verslagen vermindert, komt dat door de redenering dat het bestuurlijke niet zo belangrijk is. Wat gebeurt er? Heel wat transmigranten worden gezien. Daarvan worden meldingen gemaakt, maar men laat na om de volledige triptiek te maken en vingerafdrukken en verhoren af te nemen, omdat dat heel wat rompslomp met zich meebrengt. Toch vind ik dat we die rompslomp moeten doorgaan. Ik vind dat de politie iedere keer moet optreden. Wat hen motiveert, is dat er gevolg wordt gegeven aan het feit dat er bestuurlijk wordt aangehouden. Het onderbrengen in een gesloten centrum is het sluitstuk, maar dat ontbreekt. Daarom is de politie helemaal niet gemotiveerd om die bestuurlijke aanhoudingen te doen. Daardoor ontstaat ook dat beeld in de statistieken. Focus u daarom ook op het bestuurlijke deel, samen met het gerechtelijke deel, om zo de problematiek aan te pakken. Ik zal zeker de minister van Binnenlandse Zaken ook de nodige vragen stellen, als we op dat moment niet samen aan het onderhandelen zijn.

Grenscontroles en de strijd tegen illegale immigratie

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België sluit tijdelijke grenscontroles (zoals Duitsland) niet uit, maar weegt af of ze effectief, proportioneel en EU-conform zijn, met focus op samenwerking en alternatieven zoals versterkte controles aan de EU-buitengrenzen (via Frontex) en politiële grensoverschrijdende samenwerking. Delcourt benadrukt dat de Duitse maatregelen (13% daling illegale migratie) aantonen dat gerichte controles werken, maar de Moor bevestigt dat België de Schengen-principes (vrije circulatie) en fundamentele rechten vooropstelt, zonder harde plannen voor eigen controles.

Catherine Delcourt:

Madame la secrétaire d'État, depuis le 16 septembre dernier, l'Allemagne a réintroduit des contrôles aux frontières avec plusieurs de ses voisins, dont la Belgique, invoquant des raisons liées à l'immigration irrégulière, à la criminalité transfrontalière et à la lutte contre le terrorisme.

Les données récentes issues des autorités allemandes révèlent une diminution significative des franchissements de frontières illégaux (-13 %) au cours des trois premières semaines suivant la mise en place de contrôles permanents, par rapport aux trois semaines précédentes.

Étant donné que ces mesures semblent produire des résultats concrets, je souhaiterais poser les questions suivantes:

1) La Belgique envisage-t-elle, à l'instar de l'Allemagne, de recourir à des contrôles renforcés ou ciblés à ses frontières dans le cadre de la lutte contre l'immigration illégale et la criminalité transfrontalière? Des discussions sont-elles envisagées avec le SPF Intérieur?

2) Quels autres outils ou coopérations transfrontalières la Belgique considère-t-elle comme prioritaires pour répondre aux défis posés par l'immigration irrégulière et garantir une gestion efficace de nos frontières, tout en respectant les règles européennes en vigueur?

Nicole de Moor:

Madame Delcourt, le rétablissement temporaire de contrôles aux frontières internes dans l’espace Schengen est un outil prévu par le code frontières Schengen. La législation européenne fixe des règles claires à ce sujet, exigeant que ces contrôles soient temporaires, juridiquement fondés et justifiés sous le contrôle de la Commission européenne.

La Belgique peut décider à tout moment d’introduire des contrôles temporaires à ses frontières. Cette compétence relève conjointement de la ministre de l’Intérieur et de moi-même. À cet égard, des échanges réguliers ont lieu pour évaluer la situation, mais toute décision éventuelle tiendrait compte de plusieurs facteurs, notamment l’impact sur le trafic transfrontalier, le coût ou encore l’efficacité des mesures.

La gestion efficace des frontières, en ce compris la lutte contre l’immigration irrégulière, repose sur plusieurs axes prioritaires. Ainsi, la gestion de l’immigration irrégulière commence aux frontières extérieures de l’Union européenne. La Belgique, quant à elle, s’assure que ses propres frontières extérieures font l’objet d’un contrôle strict, tout en soutenant d’autres É tats membres dans cette tâche, pour la bonne et simple raison que leurs frontières sont également nos frontières. Cette solidarité européenne s’appuie notamment sur l’assistance de l’agence Frontex et sur des fonds spécifiques de l’Union européenne.

Aux frontières intérieures, les services de police et de migration belges coopèrent étroitement avec leurs homologues des pays voisins. Des initiatives communes, telles que les équipes d’enquête transfrontalières et les échanges d’informations en temps réel, renforcent l’efficacité des contrôles sans pour autant entraver indûment la libre circulation. La Belgique reste attachée au principe de la libre circulation, tout en veillant à ce que toute mesure prise respecte les droits fondamentaux et l’équilibre entre sécurité et mobilité.

Catherine Delcourt:

Madame la secrétaire d' é tat, je vous remercie pour votre réponse. L’Allemagne a invoqué des raisons liées à l’immigration irrégulière, à la criminalité transfrontalière ou encore à la lutte contre le terrorisme pour renforcer les contrôles aux frontières. Je me réjouis que la Belgique soit attentive au respect des principes de fonctionnement Schengen car c’est primordial, mais je souhaite également que la ministre de l’Intérieur comme vous-même restiez attentives à ces critères, qui peuvent à un moment donné nécessiter le renforcement des contrôles aux frontières. Nous avons vu que ce renforcement avait eu une incidence en Allemagne, qui a rapidement enregistré une baisse de 13 % de l’immigration irrégulière. Merci donc de rester attentive à ces aspects-là, dans le respect des principes de libre circulation.

De deloyale en onwettige Spaanse migratiepolitiek en de nood aan Europese actie daartegen

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kritiseert Spanjes plan om 300.000 illegale migranten per jaar (2025-2027) te regulariseren, omdat dit illegale migratie beloont, Schengenregels schendt en doorstroom naar andere EU-landen (zoals België) stimuleert. Staatssecretaris De Moor stelt dat Spanje binnen zijn bevoegdheid handelt en wijst formele kritiek af, maar belooft het informeel aan te kaarten in de JBZ-Raad (12 december), benadrukkend dat Spaanse vergunningen geen rechten in België geven. De Vreese blijft bezorgd over doorstroom en eist nadrukkelijke EU-actie, met een vervolgvraag over de Spaanse reactie na het overleg.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, de socialistische regering van eerste minister Sanchez in Spanje kondigde aan per jaar zowat 300.000 mensen in illegaal verblijf te regulariseren in 2025, 2026 en 2027. In de praktijk gaat het om asielzoekers die op illegale wijze de Schengenzone binnendrongen via mensensmokkel, dan wel langer in de Schengenzone bleven dan hun visum of visumvrijgesteld paspoort toeliet. Daarmee geeft de Spaanse regering een totaal verkeerd signaal. Illegale binnenkomst via mensensmokkel noch het negeren van de vervaldatum van een visum mag worden beloond met een legaal verblijf. Dergelijke maatregel is behalve deloyaal ook onwettig voor een lid van de Schengenzone. Het lidmaatschap daarvan veronderstelt immers het bestrijden van illegale migratie en niet het aanvaarden en faciliteren ervan.

Daarenboven zullen de verblijfsvergunningen die Spanje in dat verband zal uitreiken,ook een negatief effect hebben op de Schengenzone als geheel. Nog meer mensen zullen proberen met mensensmokkel via Spanje Europa te bereiken.

De verblijfsvergunningen die Spanje uitreikt, geven ook recht op vrije circulatie in de Schengenzone, met bijkomende asielaanvragen of andere aanvragen in lidstaten als Frankrijk en België tot gevolg, zoals we in 2009 al hebben gezien.

Tijdens de commissievergadering van 6 november 2024 stelde ik u over de materie reeds een vraag. Toen gaf u aan dat u daarover uiteraard in contact zou treden met uw Spaanse ambtgenoot. Er is volgens ons echter nog veel meer nodig dan louter bilateraal overleg. U dient de kwestie ook aan te kaarten op Europees niveau, opdat de Europese Raad en de Europese Commissie de Spaanse regering herinneren aan haar verplichtingen als lid van de Schengenzone.

Hebt u ondertussen reeds contact opgenomen met uw Spaanse ambtgenoot? Wat was het concrete resultaat daarvan? Indien niet, wanneer plant u dat te doen?

Zult u de onwettige en deloyale houding van Spanje in de Europese Raad aankaarten?

Nicole de Moor:

Zoals ik tijdens de vorige commissievergadering al heb aangegeven, beschikken Europese lidstaten inderdaad over beleidsruimte met betrekking tot verblijf op hun grondgebied. Het is dan ook niet aan mij om formeel kritiek te uiten op een binnenlandse beslissing die volledig binnen die wettelijke en politieke beleidsruimte valt. België zou evenmin een Europese inmenging in zijn regularisatiebeleid waarderen.

Laat dat ook duidelijk zijn: het Belgische regularisatiebeleid staat zeer ver af van het Spaanse voorbeeld. Mijn Spaanse collega moet mij daarover ook niet formeel aanspreken of berispen. Op een informele manier zal ik het punt uiteraard wel bij een volgende gelegenheid, de JBZ-Raad van 12 december, onder de aandacht brengen bij mijn collega's en dus ook bij mijn Spaanse collega.

Ik wil u er ook aan herinneren dat een verblijf dat door Spanje wordt toegekend, geen recht geeft op verblijf in België. Voor die personen geldt evenmin een recht op werk, sociale rechten of bijstand in ons land.

Maaike De Vreese:

De maatregel opent hier inderdaad geen rechten, maar de betrokkenen zullen wel naar hier doorstromen. Ik wou natuurlijk liever dat het niet zo was, maar het verleden heeft al aangetoond dat een dergelijke maatregel ook een impact bij ons heeft. Daarom is het zeer belangrijk dat u de kwestie op het overleg met uw Spaanse collega op 12 december zeker en vast aankaart. Ik zal u nadien ondervragen over zijn reactie. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.16 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 16.

De maatregelen tegen het aanzwellende antisemitisme na de gebeurtenissen in Amsterdam
De vervolging van de daders van de 'Jodenjacht' in Amsterdam voor terrorisme
De dreiging met terroristische aanslagen op Israëlische ambassades
Antisemitisme, terrorisme en dreigingen tegen Joodse en Israëlische doelen

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 27 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie belicht de alarmistische toename van antisemitisme in België, waar Joden structureel worden lastiggevallen, aangevallen en zich onveilig voelen, met een dark number aan ongemelde incidenten en groeiende twijfel over hun toekomst in het land. Minister Van Tigchelt bevestigt de ernstige dreiging (dreigingsniveau 3 voor Joodse/Israëlische doelen), benadrukt dat België—net als Nederland—nationaliteit kan intrekken bij terrorisme, en wijst op samenwerking met veiligheidsdiensten (OCAD, BKA) en recente arrestaties, maar geeft geen operationele details. Van Rooy kaart aan dat straffeloosheid en zwak optreden (fopstraffen, onbestrafte haatuitingen) het probleem verergeren, waarschuwt voor segregatie in "no-go zones" en citeert het risico dat Joden als "kanarie in de koolmijn" voorspellen wat christenen te wachten staat bij verder falend beleid. De kernboodschap: zonder harde aanpak van antisemitisme en islamitisch extremisme staat de veiligheid van *alle* westerse burgers op het spel.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, het antisemitisme in het Westen en in België swingt de pan uit en het is veel erger dan de cijfers laten uitschijnen. Het dark number is enorm.

Ik citeer de Joodse bewakingsdienst in Antwerpen: "Nu is er veel aandacht voor het geweld, maar eigenlijk is dit al jaren aan de gang. Joden kunnen niet meer zorgeloos op straat komen. Ze worden zonder reden nageroepen. Ze worden achtervolgd. Iemand probeert het keppeltje van hun hoofd te halen of ze worden fysiek aangepakt. Niet alle incidenten worden altijd gemeld bij de politie of opgepikt door de media, maar ze zijn er wel voortdurend."

Minister, recent stelde u dat een Jodenjacht, zoals we die in Amsterdam hebben gezien, ook bij ons zou kunnen plaatsvinden. Enkele dagen geleden vertelde een Joodse man me dat binnen de Joodse gemeenschap nooit eerder door zovelen zo serieus werd getwijfeld of hun toekomst, en zeker die van hun kinderen, nog wel in dit land kan liggen.

Ik kreeg een bericht van een Joodse kennis, die me zei: "Het is te ziek voor woorden dat ik aan mijn familie in West-Europa moet vragen of ze wel veilig zijn, terwijl ik hier in Israël in oorlogsgebied zit."

Een Joodse jongedame vertelde me: "Ik kan gewoon nergens nog mijn Joodse identiteit tonen. Het leven in angst is vermoeiend.”

De Nederlandse minister-president Schoof heeft bevestigd dat de daders van de Jodenjacht in Amsterdam kunnen worden vervolgd op basis van terrorisme en dat een veroordeling tot het intrekken van de Nederlandse nationaliteit kan leiden. Dat is zelfs mogelijk zonder wetswijziging. Ook wordt in Nederland bekeken of antisemitisme als extra grond voor denaturalisatie kan worden geïntroduceerd.

Hoe zit dat in België en wat vindt u daarvan? Verdient dat volgens u navolging? Wat mij betreft, is dat uiteraard het geval.

Mijn tweede vraag gaat over de Duitse federale recherchedienst, die waarschuwt voor jihadistische aanvallen op Israëlische ambassades, niet alleen in Duitsland, maar ook in andere landen. De dreiging komt uit de hoek van de islamitische terreurorganisatie Hamas. Op Telegram roept Hamas op om "ambassades van de zionistische entiteit en staten die haar ondersteunen te belegeren".

Eind vorige maand werd een islamitische aanslag op de Israëlische ambassade in Berlijn verijdeld. De dader was een moslim die terreurorganisatie Islamitische Staat aanhangt. Ondertussen werd ook bekend dat Hamas in verschillende Europese landen – Duitsland, Denemarken, Polen en Bulgarije – wapenvoorraden heeft aangelegd om jihadistische aanslagen te plegen.

Ik daarover de volgende vragen, mijnheer de minister.

Werden onze veiligheidsdiensten geïnformeerd door de Duitse politiedienst BKA (Bundeskriminalamt) over de dreiging van de terreurorganisatie Hamas?

Hoe groot is de terreurdreiging voor de Israëlische ambassade in België en voor Belgische ambassades in het buitenland?

Tot slot, wat onderneemt de regering om de Israëlische ambassade, evenals andere gebouwen en panden in België die verbonden zijn aan Israël of de Joodse gemeenschap, voldoende te beveiligen?

Paul Van Tigchelt:

Collega, de Joodse gemeenschap is ongerust. De Joodse gemeenschap is bang. Dat is zo sinds 7 oktober 2023. Dat is zeker zo na wat er in Amsterdam is gebeurd. Die ongerustheid en die angst moeten we ernstig nemen, en nemen we ook ernstig. In de dagen na het incident waren er via de sociale media ook oproepen in Antwerpen. Het mag en moet worden gezegd: de lokale politie van Antwerpen is daar op een uitstekende manier mee omgegaan. Zij was aanwezig op de sociale media en heeft daar elke oproep tot onlusten op een snelle manier in de kiem gesmoord via een aantal bestuurlijke en zelfs gerechtelijke arrestaties. Het viel inderdaad op dat er vaak minderjarige jongeren bij betrokken waren.

De Nederlandse regering – en daar hebt u geen melding van gemaakt – heeft ondertussen een plan goedgekeurd voor de aanpak van antisemitisme. Ik heb hierover telefonisch overleg gehad met de nieuwe Nederlandse collega van Justitie en Veiligheid. Ik heb vorige week dat plan ook ontvangen. We bekijken wat we daaruit kunnen leren.

U weet dat ook bij ons de aanpak van antisemitisme bovenaan de agenda staat. Dat is de rode lijn voor de vrijheid van meningsuiting. Racisme en antisemitisme zijn niet aanvaardbaar.

Over de vervallenverklaring van de nationaliteit heeft de Nederlandse minister-president een aantal uitspraken gedaan, weliswaar enigszins anders dan u in uw vraag doet uitschijnen. Net als in Nederland bestaat in België de mogelijkheid om de nationaliteit in te trekken. Die vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit kan voor het hof van beroep gevraagd worden door het openbaar ministerie wegens ernstige tekortkoming aan de verplichtingen van het Belgische burgerschap. Dat is in het verleden bijvoorbeeld gebeurd voor de vermeende leider van Sharia4Belgium, die ook veroordeeld werd.

Verder kan de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit ook worden uitgesproken door de strafrechter, op verzoek van het openbaar ministerie, in het kader van een strafprocedure, bij veroordelingen voor bepaalde misdrijven, onder andere de veroordeling tot een gevangenisstraf van minstens 5 jaar voor terroristische misdrijven.

De terroristische, extremistische dreiging tegen de Joodse en Israëlische belangen in België, onder andere de Israëlische ambassade, wordt als ernstig beschouwd. Dat is al lang het geval. Dat weet u. Sinds decennia geldt dreigingsniveau 3 voor die instellingen in ons land. De situatie wordt nauwlettend gevolgd. Alle relevante informatie en inlichtingen worden uitgewisseld, zowel nationaal als met de buitenlandse diensten. De beveiligingsmaatregelen zelf vallen onder de bevoegdheid van het Nationaal Crisiscentrum, de minister van Binnenlandse Zaken en de Nationale Veiligheidsraad.

U vroeg of onze diensten geïnformeerd werden door het Bundeskriminalamt. Ja, het OCAD, ons antiterreurorgaan, was op de hoogte. U vroeg ook hoe groot de terreurdreiging voor de Israëlische ambassade is. Die is ernstig, maar ik ga uiteraard niet in detail en ik geef geen operationele informatie over specifieke plaatsen of personen, ook al is geweten dat de terreurdreiging ten aanzien van de Joodse instellingen als ernstig wordt ingeschat door het OCAD.

Alle desbetreffende informatie wordt uitgewisseld. Onder andere op basis van de dreigingsevaluatie van het OCAD worden de passende beschermingsmaatregelen genomen. Ik zei het al vaak en ik herhaal het hier: onze diensten zijn alert. Er werden de voorbije maanden meerdere personen gearresteerd ten aanzien van wie er aanwijzingen bestonden dat zij extremistisch geweld wilden plegen tegen de Joodse gemeenschap.

Sam Van Rooy:

Mijnheer de minister, in grote steden in West-Europa, inclusief België, zijn er steeds meer wijken die door vooral door vrouwen, joden en homoseksuelen worden gemeden of waar ze hun kledij of gedrag aanpassen. Het is dus al lang vijf over twaalf. Dat komt doordat de traditionele politici het met hun globalistische pamperbeleid zover hebben laten komen. Wie vandaag Joden achtervolgt, naroept of aanvalt, komt er vaak vanaf met een waarschuwing of met een fopstrafje, indien de dader al wordt gevonden en opgepakt. We zwijgen dan nog over de hakenkruizen, de anti-Israëlbekladdingen en de genocidale anti-Israëlleuzen, waarmee Joden steeds meer worden geconfronteerd en die doorgaans onbestraft blijven. Eergisteren nog werden Joodse gezinnen in Antwerpen ’s nachts opgeschrikt door een Allahoe akbar -schreeuwende moslim, die door de straten liep. Arabist Hans Jansen, die ik goed heb gekend, leerde ons vele jaren geleden het volgende. Ik citeer: "De politici die nu wegkijken van wat de joden wordt aangezegd, zullen gaan ondervinden wat het Arabische spreekwoord 'na de zaterdag komt de zondag' betekent. Dat spreekwoord betekent dat na de joden de christenen eraan gaan. Geen bezwaar, zegt u misschien als atheïst, maar de islamitische definitie van christen is nogal ruim." Joden, zoals de geschiedenis ook leert, zijn de kanarie in de koolmijn. Indien we er in het Westen niet in slagen de Joodse gemeenschap te beschermen en hier te houden, zijn we ook zelf op termijn een vogel voor de islamitische kat.

Het voorkomen van de Afrikaanse varkenspest

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 26 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Afrikaanse varkenspest (AVP) dreigt België opnieuw te treffen via besmet vlees, jachttrofeeën of illegale ever-import, met zware economische gevolgen voor de varkenssector (o.a. Chinese exportblokkades). Het FAVV neemt preventieve maatregelen (desinfectie, jachtbeperkingen, monitoring) en werkt samen met jagersverenigingen (Sint-Hubertus), gewesten en buurlanden (o.a. Duitsland) via bilaterale en EU-kanalen (ADIS, PAFF-comité) voor gecoördineerde bestrijding. Handhaving gebeurt via gerichte controles (bioveiligheidsenquêtes, transportdocumenten) en sancties (waarschuwingen, boetes of strafrechtelijke stappen), terwijl bevoegdheden gesplitst zijn: FAVV voor gedomesticeerde varkens, gewesten voor wilde everzwijnen. Samenwerking en waakzaamheid van alle actoren (varkenssector, jagers, transport) blijven cruciaal om insluiping te voorkomen.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Naar aanleiding van het jachtseizoen heeft het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) een oproep gedaan om waakzaam te zijn voor Afrikaanse varkenspest (AVP). De ziekte kan via besmet materiaal, besmet vlees en jachttrofeeën in België terechtkomen. Of via illegale import van besmette levende evers uit het buitenland om in onze jachtgebieden uitgezet te worden.

In Frankfurt zijn deze zomer tientallen gevallen van varkenspest vastgesteld. De laatste keer dat ons land getroffen werd door AVP was in het Zuiden van Wallonië bij wilde zwijnen. De gevolgen voor de gedomesticeerde varkenshouderij waren verregaand. Verschillende landen, waaronder China, sloten hun grenzen. Dat had een betekenisvolle impact, vermits China afnemer is van het zogenaamde 'vijfde kwartier' (oren en poten) dat daar geldt als een delicatesse, terwijl het bij ons helemaal niet gegeerd is. De naweeën van die crisis zijn nog niet helemaal uitgewist.

Om te vermijden dat besmet vlees in België terechtkomt en om de gezondheid van de everzwijnenpopulaties te beschermen, vraagt het FAVV jagers hun wapens, voertuigen en schoeisel te desinfecteren voor en na het betreden van een risicogebied, en om hun kleding en uitrusting grondig schoon te maken voor ze terugkeren naar België. Ook vraagt het FAVV om geen vlees of producten van wilde zwijnen mee te nemen uit gebieden waar AVP voorkomt. Daarnaast mogen jagers 72 uur na de jacht in een risicogebied niet elders jagen, noch aanwezig zijn in een varkensbedrijf in de 72 uur na contact met een levend of dood everzwijn. Tot slot vraagt het FAVV om in het eigen jachtgebied de wilde zwijnenpopulatie nauwlettend in de gaten te houden.

Het is positief dat het FAVV proactief inspeelt op de dreiging van AVP. Maatregelen afkondigen is één deel van het verhaal, ze handhaven een ander.

Wat wordt er ondernomen om de afgekondigde maatregelen door het FAVV om besmettingen met AVP te voorkomen effectief te controleren en te handhaven?

Wordt hierbij samengewerkt met Sint-Hubertus of andere relevante verenigingen?

Zijn er sancties voorzien indien er overtredingen op de afgekondigde maatregelen zouden worden vastgesteld?

Zijn er contacten met onze buurlanden, in het bijzonder Duitsland, om te voorkomen dat het AVP-virus de grens oversteekt?

Wordt er vanuit het FAVV overlegd met de gewesten om het preventiebeleid inzake AVP ten volle op elkaar af te stemmen?

David Clarinval:

Mevrouw De Knop, de handhaving van de preventiemaatregelen en de voortdurende waakzaamheid van alle betrokkenen zijn van vitaal belang om de insluiping van de Afrikaanse varkenspest in ons land te voorkomen.

Alle betrokkenen moeten de nodige verantwoordelijkheid en inzet tonen, niet alleen de varkenssector zelf, maar elke sector en al wie die helpt om de insluiping van de ziekte via menselijke factoren te voorkomen. Ik heb het dan over onder andere de operatoren van de openbare netheid langs de autosnelwegen en bedrijfsleiders van andere sectoren die buitenlandse werknemers in dienst hebben. Hetzelfde geldt voor al wie plaatsen bezoekt waar de ziekte de ronde doet of wie uit die landen varkensvlees of vlees van everzwijnen meebrengt. Vandaar dat het FAVV hierover regelmatig communiceert.

Omdat het voor het FAVV onmogelijk is om elk varkensbedrijf jaarlijks te controleren, zijn alle varkensbedrijven sinds 2021 verplicht om een bioveiligheidsenquête te laten invullen door hun bedrijfsdierenarts. In deze bioveiligheidsenquête worden ook alle wettelijke verplichtingen ondervraagd. Voor alle non-conformiteiten moet er verplicht een actieplan worden opgesteld. Het FAVV heeft inzage in de resultaten van die enquêtes en in de actieplannen. Op basis van de resultaten kan het FAVV meer gerichte controles uitvoeren op bedrijven die niet voldoen aan de voorziene maatregelen. Afrikaanse varkenspest was een van de belangrijkste aanleidingen voor de start van deze bioveiligheidsenquête.

Wat betreft de vervoerders van varkens, moet alles met betrekking tot de reiniging en ontsmetting in een document geattesteerd worden. Die documenten worden tijdens de inspectie van het FAVV gecontroleerd. Het FAVV is louter bevoegd voor de maatregelen op varkenshouderijen en in de varkenssector. De maatregelen met betrekking tot everzwijnen en alles wat wilde fauna in het algemeen betreft, zoals wildbeheer, de jacht en het gebruik van bossen, vallen onder de bevoegdheid van de gewesten. Het FAVV werkt uiteraard samen met de regionale autoriteiten om Afrikaanse varkenspest te voorkomen en te bestrijden.

Het FAVV is vragende partij om de populatie everzwijnen te reguleren en heeft in september nog een taskforce Afrikaanse pest opgericht, waarin zowel de Vlaamse als de Waalse jagersorganisaties vertegenwoordigd zijn. Het FAVV is bevoegd om overtredingen vast te stellen van de wetgeving inzake de Afrikaanse varkenspest bij gehouden varkens, de bioveiligheid op varkensbedrijven en het vervoer van dieren. Bij de vaststelling van overtredingen wordt naargelang de ernst een waarschuwing gegeven of een proces-verbaal opgesteld. In dit laatste geval kan zowel een strafrechtelijke vervolging plaatsvinden of een administratieve boete worden opgelegd.

Het FAVV heeft contacten met onze buurlanden om samen de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest te beperken. Er is een rechtstreekse informatie-uitwisseling met Duitsland via bilaterale contacten. Bovendien is er de Europese samenwerking. Alle meldingen van Afrikaanse varkenspest in Europa worden in het ADIS-systeem gerapporteerd, waardoor de andere lidstaten op de hoogte blijven van de uitbraken in de verschillende lidstaten.

De Europese Commissie organiseert ook maandelijks het PAFF-comité, the Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed, waar de lidstaten een stand van zaken over de sanitaire situatie in hun land kunnen geven.

Ja, er wordt nauw overlegd tussen het FAVV en de gewesten om het preventiebeleid inzake de Afrikaanse varkenspest optimaal op elkaar af te stemmen. Deze samenwerking is essentieel om een consistente en effectieve aanpak te garanderen, waarbij zowel de federale middelen met betrekking tot de gedomesticeerde varkens als de gewestelijke maatregelen met betrekking tot de everzwijnen elkaar aanvullen en versterken.

Tot daar mijn omstandig antwoord op de vijf vragen. Het is belangrijk om alle vragen goed te beantwoorden.

Irina De Knop:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord.

Het regeringsstandpunt over het akkoord met Mercosur

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 26 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kritiseert het Mercosur-handelsakkoord omwille van de bedreiging voor landbouwers (oneerlijke concurrentie door lagere normen, loonkosten en importdruk op rundvlees) en milieu- en mensenrechtenschendingen (ontbossing, inheemse rechten). Minister Clarinval bevestigt dat België strengere, bindende spiegelclausules eist en alleen akkoord gaat met voldoende bescherming, maar wacht op het definitieve EU-dossier en regionale afstemming. Schlitz noemt het akkoord onverdedigbaar, zelfs met extra voorwaarden, en dringt aan op actieve deelname aan de blokkeringsminoriteit, gezien de klimaatcrisis en falende COP29-afspraken.

Sarah Schlitz:

Monsieur le ministre, le traité de libre-échange avec le Mercosur représente une menace existentielle pour nos agriculteurs, déjà durement éprouvés, comme nous venons de le dire pendant cette commission, par les épisodes climatiques intenses que nous avons connus ces derniers mois, et également par la crise sanitaire que nous traversons. Les études d’impact montrent que cet accord entraînerait une augmentation des importations agricoles vers l’Union européenne, aggravant la pression sur les secteurs sensibles comme l’élevage bovin, particulièrement vulnérable en Wallonie, comme l’a souligné le rapport de l’IWEPS en 2021. En effet, un des objectifs annoncés par les pays du Mercosur est de pouvoir exporter davantage encore de viande bovine.

Les produits en provenance du Mercosur pourraient concurrencer de manière déloyale les productions européennes, soumises à des normes strictes en matière de santé publique et d’environnement. On se trouve aussi dans des pays où les salaires sont moins élevés, et cela crée à nouveau une concurrence déloyale sur le plan social. Les propositions de la Commission européenne, comme un fonds de compensation ou l’insertion de clauses miroirs, sont à nos yeux insuffisantes pour garantir une équivalence réelle des normes ou pour protéger les revenus agricoles européens. Cela pose aussi la question de la capacité à réaliser des contrôles effectifs sur le respect des normes qui sont déjà compliquées actuellement. Car en effet, ces normes existent déjà.

Plusieurs États membres, dont la France, les Pays-Bas, la Pologne et l’Italie, ont annoncé leur opposition à cet accord ou travaillent activement à la formation d’une minorité de blocage. En Wallonie, le gouvernement s’est également engagé à ne pas marquer son accord dans l’état actuel des négociations.

Dans ce contexte, qu’attend le gouvernement fédéral pour clarifier sa position et s’opposer fermement au Mercosur? Quelles actions concrètes envisagez-vous pour défendre les agriculteurs belges face à cette menace? Ils étaient encore dans la rue la semaine dernière. Ils méritent qu'on les protège de cet accord qui est véritablement destructeur.

David Clarinval:

Comme évoqué en séance plénière le 14 novembre dernier, depuis plusieurs années déjà, la Belgique a indiqué à la Commission européenne que l’accord négocié en 2019 avec les pays du Mercosur n’est pas suffisant. La Belgique plaide pour l’ajout de dispositions relatives au développement durable et demande clairement à la Commission européenne de prendre des mesures pour protéger nos secteurs agricoles sensibles.

En mai 2022, j’avais d’ailleurs moi-même adressé, au nom de la Belgique, un courrier officiel au commissaire européen du Commerce et à celui de l’Agriculture, au sujet de l’impact des accords commerciaux sur le secteur agricole. J’y soulevais notamment nos préoccupations relatives à l’impact sur le secteur agricole européen. Il me paraît évident que sans mesures miroirs contraignantes, nous ne pourrons pas accepter un tel accord. De manière pragmatique, je plaide depuis longtemps pour que des mesures miroirs unilatérales et générales soient adoptées dans ces différentes matières.

Comme pour tous les dossiers commerciaux, la Belgique déterminera sa position officielle sur la base du dossier final que la Commission européenne soumettra au Conseil européen, en coordination avec les Régions qui, comme vous le savez, sont également compétentes en partie dans ce domaine. L’impact sur les secteurs agricoles sensibles sera évidemment crucial dans le positionnement de la Belgique.

Sarah Schlitz:

Merci pour votre réponse. Malheureusement, c’est pour moi une hérésie de vouloir poursuivre les négociations. Même en ajoutant toutes les clauses et balises possibles, en particulier en matière de développement durable, nous savons déjà que l’impact de cet accord sur la déforestation sera terrible. Nous savons comme il est déjà très compliqué pour les populations indigènes de faire respecter leurs droits et de se défendre. Ces droits seront encore davantage compromis par cet accord. Les populations indigènes étaient d’ailleurs représentées à la manifestation à Bruxelles à la veille du démarrage de la Cop29. Aujourd’hui, dans le contexte de crises climatiques successives que nous connaissons, et alors que les É tats ne se sont pas montrés à la hauteur lors de la Cop29, vouloir passer cet accord, même avec toutes les balises possibles, sera quoi qu’il en soit un pas dans la mauvaise direction. Nous ne serons pas en mesure de faire respecter les balises en question. Je vous enjoins de rejoindre la majorité de blocage à cet accord.

1.000 dagen oorlog in Oekraïne

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 21 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België en Europa blijven ondubbelzinnig de militaire, humanitaire en langetermijnsteun aan Oekraïne versterken (1,2 miljard euro, trainingen, wapens, medische hulp) ondanks Russische nucleaire dreigingen en onzekerheid over VS-steun onder Trump, terwijl Europese defensie-autonomie (interoperabiliteit, industrie) versneld wordt uitgebouwd als sleutel tot veiligheid. Diplomatie mag geen capitulatie betekenen, benadrukt Courard, met vrees voor een Amerikaans-Russisch akkoord ten koste van Oekraïne en Europa. Dedonder bevestigt onverkorte inzet via NAVO, EU-samenwerking en eigen defensie-investeringen, maar roept op tot versterkte Europese solidariteit. De kern: Oekraïne’s weerbaarheid en Europese soevereiniteit moeten hand in hand gaan, ongeacht Amerikaanse politieke schommelingen.

Philippe Courard:

Madame la ministre, mille jours de guerre en Ukraine! Ce n'est même pas tout à fait juste car quand on évoque la Crimée, on arrive quasiment à quatre mille jours. Mais il s'agit de mille jours au cours desquels d'affreuses souffrances ont été éprouvées par les Ukrainiens. C'est évidemment inacceptable, et depuis cette attaque de l'Ukraine par le président Poutine, on ne fait que des constats désastreux de décès, de blessés dans le camp ukrainien, mais également dans le camp russe – de la chair à canon, parfois, du côté russe.

On sait que la Belgique a réagi. Elle a soutenu l'Ukraine et la population ukrainienne en accueillant d'ailleurs des Ukrainiens. En termes de défense, nous avons consacré beaucoup de moyens. Nous nous sommes inscrits dans une démarche européenne également. La paix est ce que tout le monde souhaite, bien entendu.

Je ressens auprès de la population belge une crainte terrible pour le moment. On ne s'habituera évidemment jamais à la guerre. On sait le cortège de souffrances que cela procure. Mais depuis qu'on sait que le président Poutine menace avec le nucléaire, depuis qu'on sait que le futur président des États-Unis s'appelle Donald Trump, nous avons les pires craintes. En effet, comment va réagir l'OTAN, puisque le soutien américain ne semble pas définitif par rapport à cette guerre? Trump a déclaré qu'en 48 heures il réglerait le problème. Comment veut-il le faire? Sur le dos de qui va-t-il le faire? Bien sûr sur le dos des Ukrainiens, mais aussi, probablement, sur celui de l'Europe.

La question que je souhaite vous poser vise à savoir comment nous, Belgique, nous réagissons dans ce concert de déclarations. Comment l'Europe va-t-elle réagir? Comment, demain, allons-nous faire face à nos engagements par rapport à l'Ukraine, à la démocratie et à la paix dans notre Europe?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Courard, derrière ce chiffre, ce sont des centaines de familles brisées, des vies perdues, des personnes qui sont obligées de fuir des infrastructures qui ont été détruites, ce sont surtout de la violence et de la peur vécues quotidiennement en Ukraine. Comme vous l'avez dit, c'est le retour d'une guerre en Europe qui suscite une certaine insécurité. Tout cela par la volonté d'un seul homme, qui a conduit son pays à cette guerre d'invasion inacceptable.

La situation qui prévaut en Ukraine, aux portes de l'hiver, confirme certainement la nécessité absolue de poursuivre nos efforts. Depuis le début de la guerre, la Défense a confirmé sa détermination à soutenir l'Ukraine à court, moyen et long termes. Le soutien militaire de la Belgique au profit de l'Ukraine s'élève aujourd'hui à plus de 1,2 milliard. Nous participons à l'essentiel des coalitions capacitaires: F-16, maritime, IT, artillerie, déminage, défense anti-aérienne. Et nous avons fourni plusieurs armements et munitions, notamment des grenades, mais également du matériel médical et l'accueil de blessés à l'hôpital militaire. Aujourd'hui, nous sommes à plus de 3 000 soldats ukrainiens formés par la Belgique. Nous continuerons à le faire. Je puis vous dire évidemment que nous restons fermement engagés dans cette approche intégrée, qui vise à offrir à l'Ukraine des garanties de sécurité à long terme.

Je tiens à préciser que nous n'avons pas attendu l'élection du nouveau président des États-Unis pour être résolument engagés à construire une Europe de la Défense, tant pour le renforcement de nos armées que pour leur interopérabilité et leur complémentarité et que pour le renforcement de notre base industrielle de Défense et de sécurité nationale et européenne. Là se situe la clef. Nous avançons. Il faut poursuivre en ce sens. Il reste encore de nombreux efforts à fournir, mais nous devons être solidaires entre Européens.

Philippe Courard:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je pense que la Belgique a toujours été à la hauteur de ses engagements. Nous serons toujours derrière la population ukrainienne. Nous devons évidemment privilégier la diplomatie et la paix, mais pas à n'importe quel prix et en tout cas pas comme le souhaitent Donald Trump et Poutine. J'espère donc que nous continuerons à nous intégrer dans une réaction européenne avec une Europe qui prendra ses responsabilités et poursuivra évidemment sur sa lancée, avec les objectifs qui ont été fixés.

De asielcrisis

Gesteld door

lijst: N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 21 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met een recordstijging (20%) asielaanvragen (4.400 in oktober), vooral door Syriërs (+40%), terwijl buurlanden zoals Nederland dalingen zien door strengere maatregelen. Staatssecretaris De Moor erkent de crisis, benadrukt dat veel aanvragers geen recht hebben op bescherming (bv. al status elders in EU) en kondigt nieuwe maatregelen aan om instroom te beperken, maar ontkent dat gezinnen met kinderen zonder opvang vallen—alleen afgewezenen worden niet meer opgevangen. Safai eist een "operationele pauze" (tijdelijk stoppen met nieuwe asieldossiers) en strenger beleid, wijzend op capaciteitsgebrek en noodzaak van een functionerende regering voor structurele oplossingen. Kern: asielstroom is onbeheersbaar zonder drastische beleidswijziging en Europese samenwerking.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, deze week publiceerde het CGVS de asielstatistieken voor oktober. Het aantal asielaanvragen steeg in een maand tijd met 20 %. Bijna 4.400 mensen hebben asiel aangevraagd. Het is onmogelijk om voor al die mensen opvang te creëren. Er lagen al mensen op straat, nu zien we ook kinderen en gezinnen op straat. Het is de eerste keer dat we kinderen geen dak boven het hoofd kunnen bieden.

Onze buurlanden kennen deze stijging niet. In Nederland daalde het aantal asielaanvragen in oktober zelfs. Weet u waarom? Nederland heeft noodmaatregelen genomen. Nederland kondigde ook aan strenger te zullen beslissen over Syrische asieldossiers. U hebt daarentegen geen enkele maatregel genomen, waardoor het aantal asielaanvragen van Syriërs in België met 40 % steeg.

Ook het aantal positieve beslissingen van het CGVS is erg sterk gestegen in oktober. Toen hebben 1.800 mensen een definitieve positieve beslissing ontvangen. Zij kunnen hier dus blijven. Die mensen hebben ook nood aan huisvestiging, het OCMW, noem maar op.

Mevrouw de staatssecretaris, het is hoog tijd om toe te geven dat het niet meer gaat. Dit trekken wij niet meer, zeker niet in dit tempo. Wat gaat u ondernemen om deze crisis aan te pakken?

Nicole de Moor:

Mevrouw Safai, uw vraag over het hoge aantal asielaanvragen in ons land is terecht. Zoals ik al langer zeg, is dat aantal te hoog en moet de instroom omlaag. Ik denk dat - bijna - iedereen in dit halfrond erachter staat dat we mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en vervolging moeten beschermen.

Wat vooral problematisch is, is dat er heel veel mensen in onze asielprocedure zitten terwijl ze daar helemaal niet in thuishoren. Heel wat mensen hebben bijvoorbeeld al een beschermingsstatus gekregen in een ander Europees land. Dat gaat om enkele honderden per maand en dat aantal stijgt. Verder zijn er ook heel wat nationaliteiten bij die nauwelijks tot geen kans maken om als vluchteling erkend te worden. Ik verzet mij daar al langer tegen.

Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie hebben we het Europese migratiepact goedgekeurd en nu zijn we volop bezig met de uitrol ervan. Ondertussen mogen we echter zeker niet stilzitten, want ook in deze periode van lopende zaken kunnen we het ons niet permitteren om de pauzeknop in te drukken wat betreft het migratiebeleid. Ik zal binnenkort met maatregelen komen om de groeiende groep van mensen die al een beschermingsstatus hebben aan te pakken. We moeten maatregelen blijven nemen om de instroom omlaag te krijgen.

Mevrouw Safai, het gerucht doet vandaag inderdaad de ronde dat we geen gezinnen met kinderen meer zouden kunnen opvangen. Ik moet dat echt tegenspreken. Dat is niet waar. Ik kan daarover heel stellig zijn. Alle gezinnen met kinderen die vandaag asiel aanvragen en die opvang nodig hebben, worden ook effectief opgevangen. Er zijn echter ook gezinnen met kinderen die al een asielprocedure doorlopen hebben en die geen recht op opvang hebben omdat ze een bevel om het grondgebied te verlaten hebben gekregen. Zij worden niet opgevangen, maar moeten terugkeren naar hun land van herkomst.

We moeten ervoor zorgen dat er minder mensen in die asielprocedure terechtkomen en in de val van mensensmokkelaars trappen. We moeten dat samen aanpakken in Europa, zodat die asielprocedure opnieuw kan werken.

Darya Safai:

Dank u wel voor uw antwoord.

Wat tot nu toe gedaan is, is niet genoeg. We hebben nood aan een operationele pauze. U moet aan de DVZ vragen tijdelijk te stoppen met asielloketten. We hebben zelfs geen ruimte voor de bestaande asielaanvragen.

Intussen moeten wij werken aan een strenger asielbeleid. Dat hebben we nodig, want we hebben geen andere oplossing dan het strenger te maken.

Ons land moet een regering hebben. We moeten daar harder aan werken. We hebben verschillende keren samengezeten over een strenger asielbeleid. We hebben dat nu nodig. Laten we nu landen.

Voorzitter:

Ik wil nog even opmerken dat mevrouw Yigit daarnet haar eerste tussenkomst hier heeft gehouden. Ik heb daaraan geen aandacht besteed omdat ze al in de Senaat zetelde, maar hier was het daarnet dus haar maidenspeech. (Applaus)

De afschaffing van UNRWA
Het voorstel van Josep Borrell om de politieke dialoog tussen de EU en Israël op te schorten
De Israëlische wet waarmee UNRWA van het Israëlische grondgebied verbannen wordt
Het VN-rapport waaruit blijkt dat de methoden van Israël kenmerkend zijn voor een volkenmoord
Het verbieden van alle UNRWA-activiteiten door Israël
De betrekkingen tussen de EU en Israël
De sancties tegen Israël
De Belgische reactie op de afschaffing van UNRWA
Internationale spanningen rond Israël, UNRWA en EU-betrekkingen

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 20 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische parlementariërs en minister Lahbib (Buitenlandse Zaken) discussiëren over Israëls verbod op UNRWA—een cruciale VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen—en de humanitaire crisis in Gaza, met beschuldigingen van genocide en schendingen van internationaal recht. België steunt UNRWA politiek, financieel en juridisch, dringt binnen de EU aan op naleving van het associatieakkoord (art. 2: mensenrechten) en roept Israël op de wet in te trekken, maar concrete sancties of een EU-brede opschorting blijven uit door gebrek aan unanimiteit. Kritiek richt zich op Belgiës terughoudendheid—geen wapenembargo, geen importverbod op nederzettingsproducten—terwijl parlementsleden eisen dat België unilateraal optreedt (bv. handelsbeperkingen) en zich aansluit bij Zuid-Afrika’s ICJ-zaak tegen Israël voor genocide. Lahbib benadrukt diplomatieke druk (o.a. via VN, bilaterale contacten) en humanitaire hulp, maar erkent dat Europese verdeeldheid actie blokkeert.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, het Israëlische Parlement heeft een wetsvoorstel goedgekeurd om de activiteiten van UNRWA, de VN-organisatie voor de Palestijnse vluchtelingen, op het territorium van de Staat Israël te verbieden. De wet verbiedt alle activiteiten van UNRWA op Israëlisch grondgebied vanaf 2025, met inbegrip van Oost-Jeruzalem. De facto zal de organisatie haar activiteiten in de Palestijnse gebieden, in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem niet meer kunnen voortzetten, omdat Israël alle grensovergangen controleert.

De FOD Buitenlandse Zaken stelt dat de uitwijzing een rampzalig precedent schept dat het multilaterale systeem en de Verenigde Naties zelf diep ondermijnt. De FOD erkende ook de cruciale en onvervangbare rol van het VN-agentschap. Ons land betreurt dat de krachtige oproepen van de internationale gemeenschap opnieuw zijn genegeerd. De wetten in kwestie zijn een directe schending van de verplichtingen van Israël onder het internationaal recht, zo klinkt het in een persbericht.

Buitenlandse Zaken stelt uiterst bezorgd te zijn over de gevolgen die de uitvoering van de wetten zal hebben voor de miljoenen Palestijnse vluchtelingen, die voor hun levensonderhoud en waardigheid afhankelijk zijn van de noodzakelijke diensten van UNRWA. Ons land herhaalde ook de oproep aan de Israëlische regering als bezettingsmacht om zich te houden aan haar internationale verplichtingen, zoals het ongehinderd mogelijk maken van humanitaire hulp in al haar vormen.

Zolang er geen wereldwijde, rechtvaardige en duurzame oplossing is voor het conflict en de status van de Palestijnse vluchtelingen, is het mandaat van UNRWA van vitaal belang, omdat het volgens de FOD de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties ten aanzien van de Palestijnse kwestie vertegenwoordigt.

Mevrouw de minister, ik heb de hiernavolgende vragen.

Ten eerste, welke inspanningen levert België om UNRWA politiek te steunen in die context?

Ten tweede, welke acties worden binnen de Verenigde Naties ondernomen om Israël onder druk te zetten om de beslissing te herzien en niet uit te voeren?

Ten derde, hoe dringt u er bij Europa op aan om UNRWA te blijven ondersteunen?

Ten vierde, welke inschatting hebt u zelf van de humanitaire situatie in Gaza en de West Bank?

De voorzitster : U ziet de klok hier vooraan. Het is geen probleem, maar ten bate van de andere leden beperkt u uw vraag beter tot twee minuten. Ik hoop dat u ze ziet, want ik zie ze niet. U bent dus gewaarschuwd.

Christophe Lacroix:

Merci, madame la présidente. Si on a deux questions, a-t-on droit à deux fois deux minutes?

Madame la ministre, merci d'être présente pour répondre à nos questions sur un sujet majeur qui a déj à été évoqué à de nombreuses reprises. Mes interventions se situeront sur deux niveaux: la volonté de Josep Borrell de suspendre le dialogue politique entre l'Union européenne et Israël et la loi israélienne visant à supprimer l'UNRWA.

Le 14 novembre, le chef de la diplomatie européenne – ce n'est pas n'importe qui – a proposé aux Vingt-sept de suspendre le dialogue politique instauré entre l'Union européenne et Israël. Dernièrement, il a déclaré qu'il avait épuisé tous les mots pour qualifier ce qu'Israël commettait en Palestine. Le dialogue était prévu dans le cadre de l'accord d'association entre Israël et l'Union européenne qui est entré en vigueur en juin 2000. Les vingt-sept É tats membres s'étaient mis d'accord en mai – nous sommes en novembre – pour demander une réunion du Conseil d'association entre Israël et l'Union européenne pour examiner notamment la situation des droits humains à Gaza, mais cette réunion n'a toujours pas eu lieu faute d'accord sur l'agenda.

Comme vous le savez, mon parti est favorable à la suspension de l'accord d'association Union européenne-Israël. Cette position se fonde sur l'article 2 de cet accord qui impose aux parties le respect des droits humains et des principes démocratiques comme étant un élément essentiel de l'accord. En outre, la Cour internationale de Justice a rendu trois ordonnances conservatoires concernant Israël, notamment sur l'obligation d'acheminement de l'aide humanitaire, et la Cour pénale internationale a demandé un mandat d'arrêt concernant le premier ministre israélien. Vous savez comme moi que sur base des différentes décisions de la Cour internationale de Justice, l'Assemblée générale de l'ONU a fixé, le 18 septembre dernier, un cap pour contraindre – ou à tout le moins inciter – les É tats nationaux à prendre des décisions en la matière en leur donnant un délai de douze mois.

Madame la ministre, comment la Belgique se positionnera-t-elle pour donner suite très rapidement à l'appel de Josep Borrell?

S'agissant de l'interdiction de l'UNRWA, fin octobre, le Parlement israélien a adopté cette fameuse loi qui vise à interdire une agence humanitaire des Nations Unies – qui n'est pas, comme le prétendent certains, un réseau d'islamistes terroristes – qui opère sur le territoire d'Israël. Cette interdiction pourrait entrer en vigueur dans les trois mois qui suivent l'adoption du projet de loi et rien ne laisse présupposer aujourd'hui que le premier ministre israélien et le Parlement israélien feraient marche arrière.

Cette loi interdit à l'UNRWA d'opérer dans les zones sous contrôle israélien, ce qui entraînerait la fermeture de ses locaux dans les territoires palestiniens occupés: la Cisjordanie, y compris Jérusalem-Est occupée, et Gaza.

La législation proposée mettrait fin immédiatement à l'accord conclu entre Israël et l'UNRWA en 1967, dans lequel Israël s'engageait à faciliter le travail de l'UNRWA. Cela paralysera effectivement la capacité de l'agence à remplir son mandat tel qu'il a été défini par l'Assemblée générale des Nations Unies en 1949.

Tout cela peut sembler assez éloigné et assez technique, mais cette interdiction pourrait entraîner l'expulsion du siège et des bureaux de l'UNRWA et entraver gravement sa capacité à agir sur le terrain et à fournir des services essentiels tels que les soins de santé et l'éducation à des millions de réfugiés palestiniens.

Madame la ministre, comment la Belgique a-t-elle réagi à cette annonce? Pouvez-vous me garantir que la Belgique continuera à soutenir l'UNRWA, comme elle l’a toujours fait depuis très longtemps, et qu'elle prendra enfin des sanctions à l'égard d'Israël pour ses actes génocidaires, en lien avec la résolution de l’ONU?

Rajae Maouane:

Madame la ministre, permettez-moi d'abord de vous féliciter pour le grand oral que vous avez passé avec succès. Pour en revenir à l'actualité, chaque jour apporte son lot de nouvelles dramatiques en provenance du Proche-Orient.

Tout d'abord, cette décision récente du parlement israélien qui, en adoptant des lois, a interdit les opérations de l'UNRWA en Israël, réduisant donc son accès aux territoires palestiniens en Cisjordanie occupée et à Gaza. Cette décision a un impact direct sur l'accès à des services humanitaires, comme l'éducation ou la santé, pour les Palestiniens et Palestiniennes réfugiés.

Quelle réaction la Belgique a-t-elle mis en avant face à cette interdiction? Comment la Belgique continuera-t-elle à soutenir l’UNRWA et à permettre à ses services de continuer à fonctionner? Est-ce que vous envisagez de prendre des sanctions contre Israël, comme les écologistes le demandent depuis de nombreux mois?

L'autre aspect de ma question a trait au fait que les personnes qui utilisent le terme "génocide" pour décrire ce qui se passe à Gaza se sentent de moins en moins seuls. En effet, le rapport de la Rapporteure spéciale de l'ONU – Francesca Albanese – indique que trois des actes de génocide définis par la convention ont été commis contre les Palestiniens à Gaza: meurtre, atteinte à l’intégrité physique ou mentale et soumission à des conditions de vie destructrices. Elle évoque une volonté de destruction physique des Palestiniens, soutenue par une rhétorique anti-palestinienne omniprésente, visant à éradiquer ce groupe. On parle également de nettoyage ethnique, ce sont donc des termes très forts. Elle dénonce le fait que les dirigeants israéliens incitent publiquement à des actions génocidaires, sans distinction entre civils et combattants.

Elle rappelle également que la Cour internationale de Justice et la Cour pénale internationale devront examiner la situation, mais estime que les États ont désormais la responsabilité d'agir face à ces accusations, ce qui engage donc la responsabilité de la Belgique. Par conséquent, face aux conclusions de ce rapport alarmant, et alors que nous assistons à la destruction méthodique du peuple palestinien, qu’attend la Belgique pour condamner fermement ces actes et imposer des sanctions contre Israël? Comment justifiez-vous l'absence de sanctions de la Belgique alors que des actes de génocide sont commis? Comment la Belgique entend-elle prendre davantage position face à cette impunité qui, selon l'experte, mène à une tragédie annoncée?

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, de heer Lacroix verwees al naar de uitspraak op de Raad van 18 november van Hoge Vertegenwoordiger Borrell om de politieke dialoog met Israël op te schorten. Gelet op de oorlog wordt al langer opgeroepen om de relatie tussen de EU en Israël te herbekijken, bijvoorbeeld via een herziening van het associatieakkoord. In de commissievergadering van 16 oktober verklaarde u nog dat ons land pleit voor de bijeenroeping van de Associatieraad om de naleving van de mensenrechtenclausule te evalueren.

In een recent rapport herinnerde de VN-mensenrechtencommissaris de VN-lidstaten aan hun verplichtingen om schendingen van het internationaal humanitair recht te voorkomen. Ook riep hij op om het werk van het Internationaal Strafhof te ondersteunen.

België ondersteunt het Internationaal Strafhof al aanzienlijk. Maar zal ons land het Internationaal Strafhof extra financieel ondersteunen of zullen wij bijkomende experts via het Internationaal Strafhof leveren?

Wat werd er in de vergadering van 18 november van de Raad met betrekking tot de oorlog in Gaza en Libanon besproken? Welk standpunt heeft ons land er ingenomen? Werd er een beslissing over het associatieakkoord genomen?

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, sinds oktober 2023 zijn we getuige van ongekende en gruwelijke militaire aanvallen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en ondertussen ook Libanon. Minstens 45.000 Palestijnen zijn gedood. Israël gebruikte meer dan 85.000 ton bommen, meer dan de totale hoeveelheid die tijdens het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog is gebruikt. De vernietiging treft vooral de Gazastrook, waar de levensomstandigheden bijna ondraaglijk zijn geworden en waar de dreigende uitzetting van het United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) de toegang tot basisvoorzieningen voor miljoenen burgers in gevaar brengt.

Belgische burgers uiten hun verontwaardiging en eisen maatregelen. Volgens een enquête van 11.11.11 steunt 54 % van de Belgen sancties tegen Israël, eist 73 % een onmiddellijk staakt-het-vuren en wil de helft een handelsembargo tegen de illegale nederzettingen. Ondanks de groeiende roep van de burgers en het bewijs van flagrante mensenrechtenschendingen heeft België nog altijd geen harde maatregelen genomen.

Op 18 september nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met steun van België een resolutie aan omtrent de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden. Als VN-lidstaat hebben we de plicht om op te treden tegen die illegale bezetting en over te gaan tot concrete maatregelen. Israël beweegt zich momenteel in een context van gehele straffeloosheid. Het is duidelijk dat het ons niet aan opties ontbreekt, maar aan politieke wil om actie te ondernemen en Israël sancties op te leggen.

Kunt u uitleggen waarom ons land nog altijd geen doortastende maatregelen heeft genomen, in het bijzonder sancties en de stopzetting van de wapenverkoop aan en wapendoorvoer naar Israël?

Waarom neemt België geen actieve positie in om het associatieakkoord tussen de EU en Israël op te schorten, aangezien Israël artikel 2 van dat akkoord schendt?

Waarom is er nog altijd geen importverbod op producten uit de door Israël illegaal bezette Palestijnse gebieden?

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, bij de Palestijnse bevolking vielen al meer dan 40.000 doden, onder wie meer dan 15.000 kinderen. Dat is al vaker gezegd. Die mensen sneuvelen soms bij bombardementen, maar evengoed door sluipschutters. Volgens de VN lijdt de volledige bevolking van Gaza honger.

Twee dagen geleden tweette u: "In Oekraïne, het Midden-Oosten en de rest van de wereld moet het internationaal recht ons enige kompas zijn. We kunnen niet toelaten dat deze principes straffeloos worden geschonden." Ik juich dat toe, want dat komt exact overeen met het standpunt van Groen gedurende die hele crisis.

Schendt Israël het internationaal recht? Het antwoord is toch duidelijk volmondig ja. Human Rights Watch heeft al eerder vastgesteld dat Israël in Gaza oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaat. Collega Maouane wees er al op dat een speciale VN-commissie vorige week stelde dat de oorlogspraktijken in Gaza overeenkomen met de eigenschappen van genocide.

Na woorden is het nu dus tijd voor daden. In al die chaos speelt UNRWA een ongelooflijk belangrijke rol voor de inwoners van Gaza zelf. UNRWA runt de broodnodige ziekenhuizen in barre omstandigheden, staat in voor voedselbedeling en zorgt voor gezuiverd water, cruciaal voor de Gazanen. Nu wil Israël UNRWA verbieden. Dat is niet minder dan een ramp voor de twee miljoen burgers ter plaatse.

Mevrouw de minister, wat zal België doen om die catastrofale en ongeziene ban op UNRWA tegen te houden? Welke stappen zult u zetten?

De Belgische regering kondigde in het verleden aan dat ze zich zou aansluiten bij de zaak die Zuid-Afrika aanhangig maakte bij het Internationaal Gerechtshof om te bewijzen dat Israël met zijn militaire aanval het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide schendt. Hoever staat de Belgische regering met dat aansluiten, met het indienen van een positie bij het Internationaal Gerechtshof? Wanneer mogen we de nodige stappen verwachten?

Zal de Belgische regering het initiatief nemen om de VN-Mensenrechtenraad, waarvan België lid is, bijeen te roepen voor een speciale sessie over de schendingen van het oorlogsrecht in Libanon? Ook daar zijn op amper twee maanden tijd alleen al meer dan 200 kinderen gesneuveld, dus ook daartegen moeten we absoluut actie ondernemen.

De voorzitster : Wensen leden zich aan te sluiten bij de vragen in het debat?

Nabil Boukili:

Je n’ai pas déposé de question mais je tenais à participer au débat, surtout à la suite de l’échange que nous avons eu ce matin avec le premier ministre, notamment dans le cadre du débriefing du sommet européen et le deux poids deux mesures dans la façon de traiter, d’une part, la Russie par rapport à l’Ukraine et, d’autre part, Israël par rapport à Gaza, alors que la Russie comme Israël violent tous deux le droit international, à la différence près qu’Israël va encore plus loin en matière de crimes de guerre et de crimes contre l’humanité.

La réponse du premier ministre était similaire à vos réponses précédentes, madame la ministre. M. De Croo nous a en effet dit que la Belgique faisait des efforts et que l’Union européenne s’efforçait d’aller vers la paix, mais que la situation était compliquée et nécessitait des accords. J’ai posé une nouvelle fois la question au premier ministre mais je n’ai pas eu de réponse à la question suivante: comment l’Union européenne – ou le monde occidental, de manière générale – peut-elle prétendre qu’elle veut la paix dans la région, tout en fournissant des armes à Israël?

En effet, les É tats-Unis fournissent pour plus de 20 milliards d’euros d’armes à Israël, mais il y a aussi l’Allemagne: 30 % des armes achetées par Israël proviennent d’Allemagne! Cela signifie que nous avons donc un pays au sein de l’Union européenne qui déclare qu’on veut la paix mais qui vend des armes à Israël! Dès lors, je me demande si l’Union européenne aurait accepté qu’un pays de l’Union envoie des armes à la Russie lors de son agression contre le peuple ukrainien. De même, aurait-on accepté de maintenir des relations économiques privilégiées avec la Russie – par le biais de l'accord d’association – pendant qu’elle agresse l’Ukraine? Pourquoi l’accepter pour Israël?

Comment pouvons-nous être crédibles à l’échelle internationale en propageant des valeurs tout en faisant preuve d’hypocrisie dans la gestion du conflit au Moyen-Orient?

Benoît Lutgen:

Merci, madame la ministre. Nous avons effectivement déj à eu, en partie, un débat avec le premier ministre ce matin dans le cadre des avis pour les questions européennes. Je pense que passer par l'Union européenne et le Conseil s'impose comme seule voie possible pour tenter de dégager un consensus.

Je voudrais tout d'abord vous remercier pour tous vos efforts déployés ces derniers mois pour rechercher un consensus dans ce conflit. On sait que les positions sont pour le moins divergentes au sein du Conseil en la matière. Sur la position de Borrell – votre futur collègue avec Mme Kaja Kallas –, avez-vous eu des contacts sur ce sujet en particulier, plus globalement sur le conflit ou encore par rapport aux propositions qu'il a développées?

Je tenais à terminer en vous remerciant au nom des Engagés pour votre travail. Vous allez exercer des responsabilités importantes et nous espérons que vous pourrez les mener de la même façon dans les prochaines années à un autre niveau de pouvoir avec tous vos collègues, notamment au travers de la gestion des crises. Merci beaucoup.

Hadja Lahbib:

Je vous remercie pour toutes vos questions qui me ramènent à un débat que nous avons eu avant-hier au Conseil Affaires étrangères de l'Union européenne. Ce débat fut animé autour de la situation humanitaire à Gaza, en Cisjordanie et au Liban. Nous n'avons évidemment pas parlé que de ces sujets mais aussi des lois israéliennes à l'encontre de l'UNRWA.

De Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de heer Borrell, voor wie het de laatste Raadsvergadering was, heeft voorgesteld om de politieke dialoog tussen de EU en Israël op te schorten wegens het niet respecteren van de mensenrechten. Het respecteren van de mensenrechten is gestipuleerd in artikel 2 van de associatieovereenkomst.

Vous me demandez quelle était la position que j'ai défendue au nom de la Belgique. Tout d'abord, j'ai partagé l'analyse du représentant spécial européen pour les droits humains selon laquelle des violations des droits humains et du droit international humanitaire sont commises par le gouvernement israélien et que cela devait donc absolument entraîner des conséquences.

La proposition du représentant Borrell nécessitait l'unanimité mais elle n'a pas été trouvée. Elle a même été loin d'être trouvée. J'ai donc répété la position belge demandant le plus vite possible la tenue d'un Conseil d'association avec Israël, lors duquel le dialogue se focaliserait sur le respect de cet article 2.

J'ai également réitéré que le respect du droit international devait demeurer notre seule et unique boussole et qu'il devait être respecté partout, de façon indifférenciée et sans double standard. J'ai aussi appelé les États membres à mener une analyse plus approfondie sur la conformité de l'Union européenne à l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice sur l'occupation israélienne illégale des territoires palestiniens occupés et à prendre des nouvelles mesures dans le cadre européen et à s'y conformer.

Veel lidstaten, waaronder België, pleiten met de nodige juridische grondslag in de Raad voor bijkomende sancties tegen gewelddadige kolonisten en het Hamasregime.

Le Conseil Affaires étrangères a aussi abordé les récentes lois israéliennes anti-UNRWA, appelons-les ainsi. La plupart des États membres, parmi lesquels la Belgique, se sont exprimés en faveur de la poursuite du soutien juridique, financier et politique à l'UNRWA. Comme vous le savez, notre pays s'est engagé politiquement et financièrement auprès de cet organisme depuis 1953. Nous avons réaffirmé notre soutien après les attaques du 7 octobre 2023 lorsque plusieurs pays ont suspendu leur aide.

La Belgique a également joué un rôle déterminant en appelant les autres États donateurs à reprendre le financement de l'UNRWA, en particulier pendant sa présidence du Conseil de l'Union européenne, au cours de laquelle j'ai mené au nom de la Belgique une médiation pour tenter de maintenir l'aide de plusieurs États membres qui avaient décidé de la suspendre.

België uitte zijn principiële steun voor UNRWA en Shared Commitments on UNRWA regelmatig op Europees en internationaal niveau.

La Belgique a très activement participé aux efforts diplomatiques qui ont précédé le vote de cette loi anti-UNRWA, que ce soit à New York, au niveau de l’ONU et du Conseil de sécurité, au niveau européen, dans les conclusions du Conseil européen, ou encore au niveau bilatéral, sur le terrain, directement avec Israël, avec nos postes, nos ambassades, nos représentations diplomatiques à Jérusalem, Tel-Aviv et New York.

La Belgique a également publié une déclaration nationale pour exprimer son profond regret suite au vote et pour réaffirmer le rôle irremplaçable et indispensable de l’UNRWA. Le 6 novembre, notre pays a pris la parole lors du débat informel sur l’UNRWA à l’Assemblée générale des Nations Unies, au nom du Core Group.

Cela montre que la Belgique est un intermédiaire crédible sur cette question. C’est dû notamment au fait que nous n’avons jamais changé de position. Nous avons cette positions depuis 1953. Nous l’avons tenue. Nous avons demandé que les enquêtes soient menées. J’ai eu moi-même des contacts, avant même la parution du rapport d’expertise de l’ancienne ministre des Affaires étrangères française, Mme Colonna, pour avoir déjà un aperçu de son enquête. C’est ce qui nous a permis de tenir une ligne claire.

Nous avons également invité l’ambassadrice d’Israël à Bruxelles le 8 novembre et de nouveau, pas plus tard qu’hier, le 19 novembre, pour lui faire part de notre profonde inquiétude et aussi lui demander des explications sur le statut de l’UNRWA et son statut à venir.

In lijn met dit duidelijke en consequente standpunt zal België zijn inspanningen voortzetten om Israël ervan te overtuigen deze wetten toe te passen. Dat is in ieders belang, ook in dat van de Israëli’s. We hebben dit ook herhaald tijdens de Raad Buitenlandse Zaken op 18 november en we hebben deze boodschap gisteren ook overgemaakt aan de Israëlische ambassadeur.

En réponse à la question portant sur l'ONU, qui estime que les méthodes d'Israël correspondent aux caractéristiques d'un génocide, permettez-moi de vous rappeler quelques-unes de nos positions et, surtout, certaines actions que nous avons déjà entreprises. Depuis 2009, déjà pour faire face à la situation à Gaza, il a été convenu avec les Régions – qui sont compétentes en ce domaine – de ne procurer aucune licence d'exportation d'armes qui renforcerait la capacité militaire d'Israël. C'est important de le rappeler, parce que vous revenez souvent avec cette question. Nous invitons donc les États européens à suivre notre exemple, mais nous ne pouvons que les y inviter. Je ne peux pas préjuger ni décider de ce que fait l'Allemagne, par exemple. Je tiens, du reste, à souligner qu'elle est le premier pays donateur sur le plan de l'aide humanitaire apportée aux Palestiniens.

Vous savez que nous avons systématiquement et fermement condamné les bombardements touchant les civils à Gaza, en insistant chaque fois auprès d'Israël pour qu'il respecte intégralement le droit international et le droit international humanitaire. Depuis le début, nous sommes très clairs: les crimes commis à Gaza devront être jugés au plus niveau, peu importe qui en sont les auteurs. Et j'ai moi-même demandé la convocation de l'ambassadrice d'Israël en Belgique plusieurs fois au cours de cette année, y compris hier, en l'occurrence pour aborder la destruction par Israël d'un bâtiment à Jérusalem qui est cofinancé par Enabel et l'Union européenne.

Nous continuons d'appeler avec force à un cessez-le-feu immédiat à Gaza et à la libération des otages. Nous avons envoyé à plusieurs reprises de l'aide humanitaire, du matériel médical et de secours, et facilité aussi l'évacuation de nombreux civils. Lors du Conseil de lundi, j'ai de nouveau plaidé pour que le plus d' États membres se joignent à la Belgique afin de demander aux autorités israéliennes d'autoriser les évacuations médicales depuis Gaza.

En ce qui concerne plus précisément votre question relative à un possible génocide, nous avons insisté auprès d'Israël pour le total respect des mesures conservatoires ordonnées par la Cour internationale de Justice en janvier et en mars de cette année.

Pour rappel, en tant que partie à la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG), la Belgique a par ailleurs décidé d'intervenir dans deux affaires qui ont été portées devant la Cour internationale de Justice dont celle introduite par l'Afrique du Sud contre Israël en décembre 2023 pour informer la Cour de l'interprétation que la Belgique fait de l'article 2 de cette Convention qui définit le crime de génocide.

Les deux affaires soulèvent des questions similaires concernant l'interprétation et l'application de la Convention, plus particulièrement en ce qui concerne le concept d'intention génocidaire dans un contexte de conflit armé. Il reviendra d'ailleurs à la Cour seule d'appliquer aux faits de la cause l'interprétation des dispositions de la Convention de 1948.

J'espère ainsi avoir répondu à toutes vos questions.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden. Ze liggen enigszins in de lijn van wat we al gehoord hebben, aangezien we over dit onderwerp natuurlijk al vaker gesproken hebben. Het is jammer dat we het er nog vaak over zullen moeten hebben, want ik blijf eigenlijk met één enkele vraag zitten.

U hebt al veel gedaan, u somt dat ook op. Gelukkig, in tegenstelling tot Duitsland levert ons land geen wapens; dat is een goede zaak. Met Vooruit vragen wij ons wel af of u mogelijk meer druk kunt uitoefenen om economische sancties ten aanzien van Israël uit te voeren met de gehele EU. Gelet op de nieuwe functie die u op Europees niveau zult bekleden, zult u mogelijk nog meer in die mogelijkheid zijn. Wij denken dat de tijd van dialoog voorbij is, dat men het echt economisch moet voelen, opdat die genocide stopt. Dat is de enige vraag die ik nog heb.

Christophe Lacroix:

Merci, madame la ministre. Je pense que vous avez sans doute lu, comme moi, l'article de Baudouin Loos paru dans Le Soir tout récemment sur la situation à Gaza o ù il explique bien, au moyen de différents témoignages, qu'"Israël a transformé la bande de Gaza en couloir de la mort"; c'est d'ailleurs le titre de son texte. Quand on dit cela, c'est une référence historique et on pourrait dire: "Attention, on atteint le point Godwin." Mais cela est corroboré par des gens de tous milieux, notamment un ancien secrétaire général adjoint de l'ONU, Jan Egeland. C'est dire à quel point la situation est catastrophique.

Deuxième élément de réponse, il y a bien sûr le niveau international et le niveau de l'Union européenne. Mais je pense qu'il reste des moyens d'action et, plus que cela, une obligation d'action dans le chef des É tats nationaux. Parce que l'avis consultatif de la Cour internationale de Justice que vous avez mentionné a été traduit en acte politique par l'Assemblée générale de l'ONU du 18 septembre 2024. Cette résolution va très loin dans le détail: on ne peut prêter aide et assistance au maintien de l'occupation; ni les É tats nationaux ni les entreprises ne peuvent investir; ils doivent mettre fin au commerce des produits des colonies et les interdire ou cesser leur transfert dans le cadre de l'occupation; gel des avoirs de toute personne ou association ayant des liens, notamment des flux financiers, avec l'occupation israélienne en Palestine.

Il est urgent d'interdire les produits des colonies. Il est urgent de suspendre l'accord au niveau belge. C'est une obligation internationale qu'un É tat national doit prendre, dans un délai de douze mois à compter du 18 septembre 2024. Il y aura donc urgence pour votre successeur ou successeure.

Je vous souhaite un bon travail au sein de la Commission européenne. Nous avons eu parfois des divergences de vues et quelques tensions, mais j'apprécie la personne que vous êtes, sachez-le.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, merci pour vos réponses.

En ce qui concerne la responsabilité des É tats, de nombreux rapports indiquent que les É tats ont la responsabilité et même la possibilité d’agir. Selon moi, cela s’applique également à nous, au niveau belge. Nous avons en effet la possibilité – et aussi l'obligation – d’agir, notamment sur les accords et l’interdiction des produits issus des colonies. À ce sujet, je vais vous citer une phrase qui n’est pas de moi, qui n’est pas d’une militante de gauche ou du milieu associatif, mais qui est de Francesca Albanese, une rapporteuse des Nations Unies: “La violence qu’Israël déchaîne contre les Palestiniens depuis l’après-7 octobre ne surgit pas du néant, mais s’inscrit dans une campagne orchestrée intentionnellement au niveau de l’État pour provoquer systématiquement le déplacement forcé et le remplacement à long terme des Palestiniens.”

Cette phrase est extraite du rapport intitulé “L’effacement colonial par le génocide”. Nous assistons effectivement à un génocide en direct, en mondovision, et je pense que nous avons la responsabilité et le devoir moral d’agir. Je sais que de là où vous serez dorénavant, vous aurez également à cœur d’agir sur ce plan, et je vous remercie pour les quelques échanges que nous avons eus à ce sujet depuis mon arrivée au Parlement. Merci également de continuer à porter cette voix-là et de continuer à essayer de trouver des solutions afin d’agir davantage au niveau de la Belgique.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, u zegt duidelijk en consequent te zijn in het Belgische standpunt. U pleit voor sancties en het behoud van de ondersteuning op alle vlakken van UNWRA. Het schoentje knelt duidelijk op Europees niveau. Er is geen opschorting of herziening van het associatieakkoord, waarvoor ook al lang wordt gepleit vanuit dit Parlement. Er is hier een duidelijke meerderheid daarvoor.

Er is ook een probleem inzake de importban. De juridische vraag is of dat op Europees vlak moet worden aangepakt. Men weet dat dit niet zal gebeuren op Europees vlak. We moeten overgaan tot meer Belgische acties ter zake. Dat was ook het pleidooi gisteren van de zaakgelastigde van de Palestijnse Autoriteit. We moeten ons Belgisch standpunt nog scherper stellen en moeten meer acties ondernemen om te voorkomen dat er inderdaad verder een genocide plaatsvindt in Gaza.

Ayse Yigit:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. U hebt geen antwoord gegeven op de vraag van de heer Boukili, want niet de export maar de doorvoer is het probleem. Het grootste deel van de Duitse wapens gaat via de Antwerpse haven naar Israël. Hoe kunnen we geloven dat de EU voor de vrede in de regio zal opkomen als Duitsland in de EU wapens produceert en uitvoert naar Israël? Daarom is het urgent dat België zelf maatregelen neemt en niet wacht op de EU, zowel met betrekking tot de wapens als met betrekking tot de handel met de illegale kolonies.

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik blijf wel wat op mijn honger zitten. U zegt dat het aan het Internationaal Strafhof is om te oordelen of het al dan niet om een genocide gaat. Dat klopt, maar ik vroeg hoever we staan met het aanhangig maken en neerleggen van onze positie, zodat we die zaak samen met Zuid-Afrika mee kunnen voeren. Het is niet alleen de bedoeling dat we dat aankondigen, maar ook dat we het daadwerkelijk doen. Ik denk dat ik dit antwoord heb gemist, tenzij ik mij vergis.

Ook met betrekking tot de schending van de mensenrechten in Libanon, nemen we daar een initiatief richting de VN-Mensenrechtenraad? U zegt dat het internationaal recht ons kompas is. Ik juich toe dat u de schending van de mensenrechten expliciet benoemt. Het is zeer belangrijk dat dat daadwerkelijk wordt benoemd, maar het is wel echt tijd om tot acties over te gaan, zoals de voorzitter ook zei.

Dan richt ik me ook tot alle collega's in het Parlement. Gisteren hoorde ik van de MR-fractie dat we de kant van de vrede moeten kiezen. Ik denk dat iedereen daarachter kan staan, maar als men de kant van de vrede kiest, dan kiest men ook tegen de agressor. Dat betekent dat men ook concrete acties moet ondernemen. Dat is meer dan alleen woorden produceren en verwijzen naar het Europese standpunt.

Onze fractie heeft een resolutie met een heel aantal concrete acties ingediend. Ik hoop dat die integraal worden overgenomen, maar ik hoop vooral dat we met dit Parlement minstens kunnen zeggen: tot hier en niet verder, dit zullen wij concreet ondernemen. Ik hoop dat men zich niet verschuilt achter de lopende regeringsonderhandelingen. Daar zijn de Gazanen niets mee. Elke dag opnieuw sterven daar veel te veel mensen. We zijn het aan hen verplicht om acties te ondernemen en niet te wachten tot er een regering is. Daar hebben de mensen in de Gazastrook niets aan.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de minister, ik noteer dat u zegt dat u UNRWA een blijvende juridische, politieke en financiële steun zult geven.

Humanitaire hulp in Gaza is absoluut noodzakelijk, maar enkele van uw antwoorden baren me zorgen. Die niet-kritische benadering van de organisatie UNRWA maakt me bezorgd. Toen hier vorige week vertegenwoordigers van UNRWA aanwezig waren, heb ik hun gevraagd hoe het komt dat UNRWA Hamas niet als militante organisatie kan benoemen, hoe het komt dat men geen verklaring geeft dat lidmaatschap van gewapende groepen absoluut ontoelaatbaar is en hoe het komt dat er terreurinfrastructuur aanwezig is in faciliteiten van de VN. Dat men mij daarop niet antwoordt, of eromheen fietst, baart me zorgen.

We moeten absoluut voor humanitaire hulp zorgen, maar u haalde ook het Colonnarapport aan, dat ik ook heb gelezen, waarin duidelijke feiten staan die bij ons bepaalde lichten moeten doen branden. Het is aan ons, aan de westerse overheden, om het mogelijk te maken om, wanneer die Israëlische wet in voege zou treden en UNRWA niet meer toegelaten is, de humanitaire acties geleidelijk aan over te hevelen naar andere VN-organisaties of andere autoriteiten. Met een organisatie die Hamas niet kan veroordelen, kunnen we niet verder in zee blijven gaan. We moeten ervoor zorgen dat onze middelen, die noodzakelijk zijn om de mensen in Gaza te helpen, optimaal besteed worden en niet in handen van Hamassympathisanten kunnen terechtkomen.

Hadja Lahbib:

Je vous remercie tout d'abord pour vos appréciations. Je pense que ce débat est le plus difficile qu'on ait eu. Croyez-moi, ce n'est pas facile d'être dans ma position.

Je vous souhaite un prochain ministre des Affaires étrangères qui apportera des réponses à toutes vos questions et qui vous amènera surtout un accord de paix. C'est ce dont on a tous rêvé autour de la table du Conseil européen, encore hier, en espérant avoir une position qui permette simplement d'avancer.

Les divisions que nous subissons au sein de l'Union européenne nous empêchent d'avancer. Nous ne cessons de répéter, surtout après les élections américaines, qu'il faut que nous parlions d'une même voix, que nous soyons unis et que nous soyons même proactifs. Nous ne pouvons malheureusement pas l'être pour l'instant. C'est la réalité mais j'espère que nous le serons à l'avenir.

Pour revenir spécifiquement à vos remarques, il y a eu plusieurs enquêtes sur l'UNRWA. Il n'y a donc pas eu que le rapport Colonna. Il y a d'abord eu une enquête interne. Des décisions ont été prises de façon proactive par l'UNRWA, qui a suspendu sa collaboration avec neuf des collaborateurs qui n'étaient que suspectés.

Il y a donc eu des enquêtes différentes et des conditions ont été posées par la Commission européenne. L'UNRWA est prête à les respecter. Toute une démarche a donc été mise en place. Je suis d'accord avec vous sur le fait que nous ne pouvons pas faire confiance à une entreprise qui est suspectée, ni même collaborer avec elle. Dans ce cas-ci, nous n'avions pas d'élément qui permettait de suspendre le maintien de notre collaboration et de notre financement de l'UNRWA. C'est d'ailleurs pour cette raison que je l'ai défendu au nom de la Belgique, mais aussi parce que, selon d'autres ONG sur place, l'analyse nous revient qu'il n'y a rien qui puisse remplacer l'UNRWA à l'heure actuelle. Les ONG sont assez fermes sur le fait qu'elles ne pourront pas prendre le relais.

Nous n'avons pas non plus de plan B de la part des autorités israéliennes.

Je vous remercie pour vos questions et pour avoir quand même apprécié mes réponses, même si je ne peux sans doute pas apporter les solutions qui pourraient amener une paix demain au Proche-Orient.

Kathleen Depoorter:

Mevrouw de minister, ik vraag daarom om de humanitaire taken geleidelijk over te dragen naar andere VN-organisaties of autoriteiten. Uit het rapport blijkt dat 10 % van de personeelsleden betrokken is bij Hamas. Er blijkt ook bezorgdheid over de boodschappen die worden verspreid en men vraagt meer vrouwen in de raad van bestuur of managementfuncties, zodat de harde, islamitische kern wat gecounterd wordt. Voorts blijken de inspecteurs niet voldoende kennis te hebben van het Arabisch om de beslissingen van de raad van bestuur te controleren. Als we correcte humanitaire hulp willen verlenen, die gedragen wordt door de bevolking, dan is het onze taak om ons te organiseren, zodat we dergelijke rapporten niet meer hoeven op te stellen.

De situatie in Oost-Congo
Het conflict in Oost-Congo
De huidige situatie in de DRC
Humanitaire crisis en conflicten in Oost-Congo

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 20 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om EU-steun aan Rwanda ondanks diens betrokkenheid bij het conflict in Oost-Congo, met name via de M23-rebellen en illegale mijnbouw. België (als enige EU-lid) onthield zich bij de recent goedgekeurde EU-financiering voor Rwandese troepen in Mozambique, uit vrees voor misbruik in Congo, maar dringt niet aan op een volledig verbod of sancties tegen Rwanda. Kritiek richt zich op de EU’s dubbele standaard: enerzijds partnerschappen met Rwanda (o.a. voor kritieke mineralen), anderzijds ontkenning van Rwandese agressie en plundering van Congolese hulpbronnen, ondanks bewijzen (zelfs van president Kagame). België benadrukt diplomatieke druk en sancties tegen individuen, maar de structurele hypocrisie en koloniale erfenis in EU-beleid blijven onopgelost.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Madame la présidente, pourquoi mes questions sur l'Est du Congo et sur le Rwanda n'ont-elles pas été jointes? Je propose de mélanger ici ces questions, leurs sujets étant liés.

Madame la ministre, l’Union européenne envisage de renouveler prochainement son soutien à l’armée rwandaise dans le cadre de la Facilité européenne pour la paix (FEP). Bien que cet instrument vise à financer des équipements militaires et des projets logistiques, il est difficile d'ignorer les inquiétudes qui sont liées au soutien continu du Rwanda au groupe rebelle M23, responsable de nombreux crimes de guerre dans l’Est de la République démocratique du Congo (RDC). Des rapports de l’ONU et d’organisations de la société civile congolaise attestent de l'intensification des violences contre les civils et de l’augmentation des déplacements de population. L'instabilité au Nord Kivu s'aggrave.

À ce jour, on dénombre à peu près 10 millions de morts et 7 millions de déplacés. C'est une tragédie humanitaire qui continue d'évoluer en silence. Le risque que les fonds affectés par l'Union européenne au Rwanda soient utilisés dans le cadre de ce conflit est bien réel. Bien entendu, le Rwanda affirme qu'il utilisera ces fonds pour les opérations au Mozambique. Nous avons en outre le sentiment que le Rwanda influence les décisions européennes, notamment à la suite de la nomination controversée d’un représentant spécial de l'Union européenne pour la région, qui renforce les doutes de la société civile quant à l’impartialité de l'Union européenne.

Madame la ministre, pourquoi l’Union européenne soutient-elle militairement un pays accusé de violer le droit international humanitaire, notamment en utilisant le viol comme arme de guerre et des actes de violence contre les populations civiles? Comment explique-t-on la distinction entre les théâtres d’opérations militaires au Mozambique et à l'Est de la RDC? Le Rwanda est considéré comme le grand défenseur de la paix au Mozambique et comme un acteur de la guerre en RDC. Cela n'a pas de sens.

La Belgique bloquera-t-elle ces fonds tant que le Rwanda n’aura pas prouvé l'arrêt de son soutien au M23? Il y a en effet de nombreuses preuves de l'implication du Rwanda dans cette guerre à l'Est de la RDC. Comment l'Union européenne prévoit-elle de vérifier que les fonds octroyés au Rwanda sont affectés aux opérations au Mozambique et non à la RDC?

Comme vous l'avez dit tout à l'heure, il ne faut pas reporter au lendemain (...)

De voorzitster : Collega, u moet afronden. Aangezien u de spreektijd overschrijdt, moet ik uw microfoon uitschakelen. De minister heeft niet veel tijd meer.

Het kabinet heeft uw ingediende vragen als verschillende vragen benaderd. U zult dus een antwoord krijgen op uw vraag over Congo.

Lydia Mutyebele Ngoi:

(…)

La présidente : je m'excuse de devoir vous interrompre mais je suis dans mon rôle de présidente.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, aangezien u maar weinig tijd hebt, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Mevrouw de minister, in juli 2024 werd door bemiddeling van Angola een staakt-het-vuren gesloten tussen Rwanda en de Democratische Republiek Congo, met ingang vanaf 4 augustus 2024. Ondertussen zijn verdere stappen gezet richting de implementatie van dit akkoord onder bemiddeling van Angola. Zo bereikten de hoofden van de Rwandese en Congolese veiligheidsdiensten eind augustus een akkoord georiënteerd rond drie principes: het neutraliseren van het FDLR in de DRC, het terugtrekken van de Rwandese troepen uit de DRC, en het opzetten van een sterker ad-hoc mechanisme om de implementatie te monitoren. Op 5 november sloten de Rwandese en Congolese ministers van Buitenlandse Zaken vervolgens een akkoord over een zogenaamd 'Enhanced Ad Hoc Verification Mechanism' bestaande uit 18 Angolaanse militairen aangevuld met telkens 3 Rwandese en Congolese officieren.

Deze initiatieven zijn uiteraard toe te juichen, maar op het terrein blijft het geweld voortduren en wordt het staakt-het-vuren voortdurend geschonden. De rebellen van M23 namen begin deze maand bijvoorbeeld het dorp Kamandi Gîte in aan de oevers van Lake Edward, een strategisch punt op de route naar Beni.

Ik heb voor u dan ook de volgende vragen:

Werden er vanuit de Belgische regering nog diplomatieke initiatieven ondernomen om het vredesproces in Oost-Congo te ondersteunen? Heeft u dit nog aangekaart op Europees niveau? Op welke manier?

Tijdens de commissie van 23 april gaf u aan dat er binnen de EU werk wordt gemaakt van het uitbreiden van de lijst gesanctioneerde personen. Is hierin nog vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld ten aanzien van wie zich schuldig blijft maken aan het steunen van M23 en andere gewapende groepen in Oost-Congo?

Nabil Boukili:

Madame la ministre, la République démocratique du Congo est confrontée à des violences persistantes dans l'Est du pays, particulièrement au Nord Kivu où des groupes armés comme le M23, soutenu par le Rwanda, commettent de graves crimes. Ces violences sont étroitement liées à l'exploitation illégale de ressources minières précieuses, telles que le coltan, indispensable aux industries technologiques mondiales. Le Rwanda est accusé de financer ces dépenses militaires grâce au commerce illicite de ces ressources extraites en République démocratique du Congo.

En outre, l'absence de responsabilisation internationale fait l'objet de nombreuses critiques. Des voix s'élèvent pour réclamer des mesures concrètes, notamment une surveillance accrue des multinationales profitant du commerce illégal des ressources de la RDC ainsi qu'une réévaluation des partenariats internationaux avec des pays impliqués dans ces pratiques.

Dans ce contexte, on retrouve l'Union européenne encore une fois dans le "deux poids, deux mesures". L'accord signé en 2024 entre l'Union européenne et le Rwanda, censé garantir la durabilité et la traçabilité des minéraux critiques, suscite de vives inquiétudes, et pour cause. En effet, ces minéraux sont sous le sol congolais. On ne voit donc pas pourquoi on signe un accord avec le Rwanda pour des minéraux qui viennent du sol congolais. Des militants et experts dénoncent un risque de légitimation des ressources issues du conflit, ce qui compromettrait la souveraineté congolaise et aggraverait les violences dans la région.

Madame la ministre, quelles actions spécifiques la Belgique envisage-t-elle de mener à l'échelle nationale et européenne pour garantir que les multinationales, y compris celles basées en Europe, ne profitent pas de l'exploitation minière illégale en RDC?

Quand l'Union européenne prévoit-elle de se retirer de cet accord, compte tenu de l'implication avérée du Rwanda dans les violences en RDC?

Hadja Lahbib:

Madame la présidente, je vais essayer de répondre aux questions posées dans le désordre.

Tout d’abord, en ce qui concerne nos activités diplomatiques, nous avons appelé à plusieurs reprises, et dans des termes sans équivoque, le Rwanda à retirer ses troupes et à respecter l’intégrité territoriale de la République démocratique du Congo. Nous avons également souligné l’importance pour la RDC de neutraliser une bonne fois pour toutes les Forces démocratiques de libération du Rwanda (FDLR).

À l’initiative de la Belgique, le Conseil de l’Union européenne a imposé en juillet dernier des mesures restrictives supplémentaires à l’encontre de neuf personnes et d’une entité responsable de graves violations des droits humains en République démocratique du Congo, perpétuant le conflit armé, l’instabilité et l’instabilité dans l’Est de la RDC. Une autre contribution concrète de la Belgique à la lutte contre l’impunité consiste à soutenir la mise en place de processus de justice transitionnelle, par l’intermédiaire de notre financement du Bureau Conjoint des Nations Unies pour les Droits de l’Homme (BCNUDH). Un montant d’un million d’euros a ainsi pu être étalé sur 2023 et 2024.

Par ailleurs, lors de la dernière session du Conseil des droits de l’homme, la Belgique a soutenu et coparrainé une résolution concernant les droits humains en RDC, qui renouvelle le mandat de l’équipe d’experts de justice transitionnelle. À l’heure où nous parlons, la RDC vient de connaître le 5 novembre dernier son quatrième cycle de l'Examen périodique universel aux Nations Unies à Genève. La Belgique est d’ailleurs intervenue à cette occasion afin de formuler des recommandations visant à améliorer la situation sur place en matière de droits humains.

Je vais à présent aborder le mémorandum d’entente sur les matières premières critiques entre l’Union européenne et le Rwanda, qui vise à concrétiser les efforts de l’Europe pour diversifier l’approvisionnement en matières critiques, mais aussi à lutter contre l’exploitation et le commerce illégal des matières premières critiques ainsi qu’à accroître leur traçabilité. Pour rappel, l’Union européenne a conclu des accords similaires avec d’autres pays, dont la République démocratique du Congo. L’Union européenne dénonce d’ailleurs régulièrement l’exploitation et le commerce illégal de matières premières dans la région.

Voorzitster: Annick Lambrecht.

Présidente: Annick Lambrecht.

Le régime européen de sanctions en lien avec la situation en RDC prévoit des mesures restrictives à l'encontre de personnes physiques ou morales, d'entités et d'organismes qui entretiennent ou soutiennent les conflits armés, l'instabilité ou l'insécurité en RDC, ou en tirent profit, ainsi que ceux qui sont responsables d'inciter à la violence ou d'instrumentaliser les conflits armés, l'instabilité ou l'insécurité en RDC ou l'exploitation et le commerce illicites de ressources naturelles.

Lors de la signature de ce mémorandum d'entente au début 2024, j'ai expliqué devant ce Parlement qu'il convenait d'utiliser ce mémorandum d'entente comme levier permettant d'améliorer la transparence et la traçabilité du commerce et de l'exploitation des matières premières dans la région, ce qui permettra de s'attaquer aux causes profondes de l'instabilité, des guerres et des conflits dans l'Est de la République démocratique du Congo.

Concernant vos questions sur la mesure d'assistance de la Facilité européenne pour la paix (FEP) qui vise à soutenir la poursuite du déploiement des forces de défense rwandaises au moyen d'équipements, de personnel et en couvrant des coûts liés au transport aérien stratégique vers la province de Cabo Delgado au Mozambique, nous avons publié ce lundi 18 novembre un communiqué qui explique la position de la Belgique dans ce dossier, à savoir notre abstention. Nous sommes le seul pays de l'Union européenne à nous être abstenu. Notre abstention – je le souligne – n'est pas anodine du tout. Bien que la Belgique soit le seul É tat membre à s'abstenir, notre pays était loin d'être seul lors des discussions au sein de l'Union européenne sur cette mesure d'assistance. Plusieurs É tats membres partageaient la même position au sujet de cette mesure d'assistance et de ces conditionnalités.

Tout en soutenant la lutte contre le terrorisme au Cabo Delgado et tenant à adopter une position constructive et solidaire au sein de l'Union européenne, la Belgique insiste sur l'importance du respect de la Charte des Nations Unies. Elle souligne le fait que la présence des troupes de défense rwandaises sur le territoire de la République démocratique du Congo constitue une violation de l'intégrité territoriale et de la souveraineté de la RDC.

La Belgique condamne systématiquement le soutien rwandais au M23, appelle les RDF au retrait de l'Est de la République démocratique du Congo et exhorte le Rwanda et la RDC à apaiser leurs tensions et à s'engager de bonne foi dans les processus de médiation régionaux, notamment celui de Luanda. Cette position est partagée au sein de l'Union européenne.

Grâce à l'intervention de la Belgique et d'autres États membres, des conditions politiques et techniques supplémentaires ont été ajoutées par rapport à la mesure initialement proposée. Ces conditions reflètent notre objectif selon lequel l'aide doit rester exclusivement destinée à la lutte des RDF contre le terrorisme au Mozambique, au soutien des forces armées mozambicaines et au bénéfice du peuple mozambicain, et ne doit pas être utilisée à d’autres fins ou domaines. Dans notre communiqué, nous avons souligné l'importance de surveiller attentivement le respect des conditions supplémentaires applicables à la mise en œuvre de cette mesure d'assistance.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Madame la ministre, je me réjouis de l’abstention de la Belgique. Cependant, comme je l’ai dit dans ma question, je me demande comment cela se fait que l’Union européenne continue d’assister un pays qui est dirigé par un dictateur, élu à 99,18 % des voix. Un dictateur ne peut pas être pacificateur dans un pays et auteur d’une guerre dans un autre pays. J’ai l’impression que l’Union européenne ferme sciemment les yeux sur la volonté de M. Kagame de mener une politique de guerre, de crimes, justement pour entrer en RDC et prendre ces minerais.

C’est vrai que la Belgique s’abstient mais j’aimerais qu'elle aille plus loin qu’une abstention: dire non et condamner une personne qui est un dictateur. Mais, apparemment, il est caché: dictateur selon certaines personnes, mais grand pacificateur selon d’autres personnes.

J'espère que nous pourrons évoluer petit à petit dans notre position sur ce conflit parce que tant que nous nous abstenons, tant que nous ne sommes pas plus stricts et plus incisifs envers le Rwanda et M. Kagame et sa politique d’hypocrisie, je pense que ce conflit ne se terminera pas.

Nabil Boukili:

Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses, que j'ai écoutées attentivement.

Vous dites que l'Union européenne se montre attentive au respect de cet accord en vue de contrôler le parcours des minerais, mais c'est plutôt de la politique de l'autruche qu'il s'agit. En effet, la réalité est autre. Peut-être vais-je vous surprendre, mais ce n'est pas moi qui le dis puisque je cite le président Kagame lui-même. Il a ainsi confessé et reconnu récemment sur Kigali Today que le Rwanda servait de plaque tournante aux minerais de contrebande en provenance de la RDC et organisait leur exportation vers des destinations telles que Bruxelles, Tel-Aviv, Dubaï ou la Russie. C'est M. Kagame qui le dit; ce n'est pas moi. Si j'ai pu trouver cette vidéo, l'Union européenne peut la voir également. Voilà la preuve que votre accord est biaisé!

Vous m'indiquez qu'un accord a aussi été conclu avec la RDC. Encore heureux, puisque ces minerais sont extraits de son sol! Quelle est la logique dans cette affaire?

De voorzitster : Mijnheer Boukili, kunt u afronden?

Nabil Boukili:

Oui, désolé, madame la présidente. Mais il est toujours frustrant de voir la politique européenne se complaire dans cette mentalité coloniale, suivant laquelle elle est prête à sacrifier des populations pour convoiter la richesse d'autres pays. Vu ce qu'il se passe aujourd'hui au Congo, c'est inacceptable.

Pierre Kompany:

Je suis dans l'embarras de devoir d'intervenir alors que le sujet devait être traité dans les semaines qui viennent. Je n'interviens pas pour poser des questions, mais pour faire remarquer, par rapport à l'Union européenne – dont notre ministre sera désormais proche –, qu'une telle incohérence dans la prise de décisions et dans les publications n'est pas faite pour faire la paix avec le Fonds Européen pour la Paix.

L'incohérence vient du fait que la traçabilité des minerais de sang a existé. Ces minerais de sang sont-ils ceux du Congo, de la Chine ou d'ailleurs? C'était en 2017 et nous nous retrouvons maintenant devant une autre procédure de mémorandum dont nous ne connaissons pas le résultat.

Madame la ministre, je crois que vous allez garder la position ferme belge sur tout ce qui n'est pas cohérent quand vous serez à l'Union européenne.

Le Congo est le seul pays au monde qui a vécu avec la Belgique depuis 1885 alors que tous les autres sont arrivés en 1921. La Belgique devrait reprendre la balle au bond car les Congolais seraient très heureux d'entendre que la Belgique parle d'une même voix avec eux.

Hadja Lahbib:

Madame la présidente, je voulais juste dire un petit mot parce que c'est peut-être ma dernière fois. Je n'ai pas préparé de texte mais je voudrais en tous cas vous remercier pour les échanges que nous avons eus, qui ont parfois été houleux mais toujours passionnés et passionnants. J'ai beaucoup appris à vos côtés; j'ai commencé ma vie politique à vos côtés. Cela m'a bien armé pour la suite, je dois dire. C'était une très bonne école. J'espère que nous resterons en contact. Je ne serai jamais très loin. Je vous remercie beaucoup. Au revoir. De voorzitster : Mevrouw de minister, ik dank u en wens u heel veel succes in naam van de hele commissie. Ik had nog een mededeling voor de commissieleden. Indien de leden de vragen die nu nog zijn geagendeerd willen omzetten in schriftelijke vragen, kunnen ze nu onmiddellijk het antwoord meekrijgen. Indien ze dat niet wensen, wordt hun vraag geagendeerd op een volgende commissie, waarvan ik de datum nog niet weet. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.06 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 06.

De uitspraken van een vicepremier over de gerichte militaire actie tegen Hezbollah
De situatie in het Midden-Oosten
De associatieovereenkomst van de EU met Israël
EU-beleid, Midden-Oostenconflicten en internationale veiligheid

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 20 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Sam Van Rooy looft Israël voor de gerichte Mossad-aanval op Hezbollah (een door de EU als terroristisch bestempelde jihadistische groepering) en valt vicepremier Petra De Sutter aan omdat zij de actie als "terreur" bestempelde, terwijl Hezbollah zelf duizenden raketaanvallen op Israëlische burgers uitvoert. De Croo bevestigt dat Hezbollah’s militaire tak een terreurorganisatie is, maar benadrukt dat Israël herhaaldelijk het internationaal humanitair recht schendt (met disproportionele aanvallen en massale burgerslachtoffers in Gaza) en dat de VN vraagtekens zetten bij de recentste aanval, zonder duidelijke afwijzing van De Sutters uitspraak. Van Rooy kaart aan dat België’s zwakke houding—mede door Open Vld’s migratiebeleid—islamitisch extremisme in de hand werkt, terwijl De Croo’s reactie als "appeasement" wordt afgedaan. Kernconflict: *Is gerichte uitschakeling van terroristen (zelfs met controversiële methoden) gerechtvaardigd, of primeert strikt oorlogsrecht, ongeacht de dreiging?*

Sam Van Rooy:

Mijnheer de eerste minister, onlangs vond er een gerichte actie plaats, van waarschijnlijk de Mossad, tegen de jihadistische terreurorganisatie Hezbollah, waarbij zogenaamde pagers of beepers van Hezbollahterroristen vanop afstand tot explosie werden gebracht. Talloze moslimterroristen werden zo op een ongezien gesofisticeerde en precieze wijze uitgeschakeld.

Uw vicepremier, mevrouw De Sutter, vond het nodig om die sublieme actie op het platform X te bestempelen als een terreuraanval tegen Hezbollah.

De militaire vleugel van Hezbollah staat sinds 2013 op de terreurlijst van de Europese Unie. Hezbollah is door de Iraanse overheid in de jaren tachtig opgericht om te strijden tegen Israël. Sindsdien is de organisatie uitgegroeid tot de grootste terreurbeweging in de wereld. "Zuid-Libanon is veranderd in een militaire basis voor grootayatollah Ali Khamenei", aldus de Nederlands-Perzische rechtsgeleerde en ervaringsdeskundige Afshin Ellian.

"Hezbollah" betekent "partij van Allah" en is een tot op de tanden bewapende jihadistische terreurorganisatie. Het is eigenlijk een jihadleger. Het is een bende islamnazi’s, die als heilig jihadistisch doel heeft een tweede holocaust te plegen. Hezbollah voerde duizenden raketaanvallen uit op onschuldige Israëlische burgers, zelfs onlangs nog. Tienduizenden Israëlische burgers moesten daardoor uit hun huizen worden geëvacueerd. Daarover horen we geen woord van uw vicepremier, wier bevoegdheden nota bene overheidsbedrijven en ambtenarenzaken zijn.

Spreekt mevrouw Petra De Sutter in naam van de regering wanneer ze stelt dat de geniale Israëlische actie tegen Hezbollah een terreuraanval is? Deelt u de mening van uw vicepremier? Zult u mevrouw Petra De Sutter terechtwijzen op het internationale forum om de door haar veroorzaakte imagoschade voor België te herstellen?

Alexander De Croo:

Mijnheer Van Rooy, de Belgische regering sluit zich, ten eerste, volledig aan bij de EU-wetgeving, die stelt dat de militaire vleugel van Hezbollah een terreurorganisatie is. De vice-eersteminister heeft dat trouwens nergens ontkend.

U zult het misschien met mij eens zijn dat Israël de voorbije dertien maanden meer dan eens het internationaal humanitair recht heeft geschonden. De bevolking van Gaza kampt al bijna een jaar met chronische ondervoeding, met disproportionele aanvallen en met gedwongen volksverplaatsingen zonder veiligheidsgaranties. Het aantal burgerslachtoffers doet hopelijk ook u huiveren.

Het totale gebrek aan respect voor de mensenlevens van de burgerbevolking in Gaza en van de gegijzelden zit mij bijzonder hoog.

Specifiek over de beeperaanval is het evident dat Israël zoals alle staten het internationaal humanitair recht moet respecteren. De analyse van de vraag of het oorlogsrecht en het proportionaliteitsbeginsel werden gerespecteerd, is voer voor rechtsgeleerden. Ik stel op dit moment echter vast dat de speciale rapporteurs van de Verenigde Naties ernstige vragen hebben bij de aard van de aanval.

Sam Van Rooy:

Mijnheer De Croo, Israël knapt het vuile werk op voor ons, het Westen. Hoe minder jihadisten, ongeacht of ze nu van Islamitische Staat, de taliban, Boko Haram, Al Qaida, Hamas, Islamitische Jihad of Hezbollah zijn, hoe beter en hoe veiliger het is voor het Westen en voor België. Uw vice-eersteminister, Petra De Sutter, waardeert dat niet en neemt het duidelijk op voor een bende terroristische, islamitische Jodenhaters, vrouwenhaters en homohaters, die zeker iemand als haar, geheel volgens de sharia, zouden opknopen. Mijnheer De Croo, dat u daar vandaag zo soft en zo zwak op reageert, is echt te gek voor woorden. Tegelijkertijd is dat helaas niet verbazend. Uw regeringspartij, Open Vld, voert immers al decennialang een globalistisch beleid, waardoor vele Hezbollahaanhangers en andere moslimfundamentalisten dit land gewoon binnenkomen. Mijnheer De Croo, daarvan zullen we de komende jaren en decennia nog heel veel ellende ondervinden.

Het imago van België na de verplaatsing van de voetbalwedstrijden Israël-België

Gesteld door

lijst: MR Denis Ducarme

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 14 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België weigerde het Nations League-voetbalwedstrijd tussen België en Israël te organiseren door veiligheidsvrees en politieke druk, terwijl Frankrijk wel doorzette—wat Ducarme als een overwinning voor antisemitisme bestempelt. Premier De Croo bevestigde dat alle betrokken burgemeesters (Brussel, Antwerpen, Charleroi, Oostende, Eupen) weigerden, ondanks zijn pogingen om een oplossing (zelfs achter gesloten deuren) te forceren, en benadrukte dat sport en politiek gescheiden moeten blijven. Ducarme kaartte aan dat België gebrek aan moed toont tegen antisemitisch geweld en drong aan op structurele maatregelen om herhaling te voorkomen. De discussie onthulde een diepe verdeeldheid over veiligheidsverantwoordelijkheid versus principiële standvastigheid.

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, je sais que vous êtes amateur de sport et de grandes compétitions sportives. On sait combien nos politiques de sport sont étroitement liées aux politiques de santé publique, ce qui est évidemment important.

Il ne vous aura pas échappé qu'un match de Nations League s'organise ce soir en France. En effet, la France, après l'Italie, reçoit Israël dans cette grande compétition footballistique.

Vous vous souviendrez que la Belgique avait choisi de ne pas organiser ce match contre Israël le 6 septembre, sous l'impulsion du bourgmestre socialiste de Bruxelles. Il avait décidé de ne pas laisser se dérouler ce match au stade Roi Baudouin, sans doute en partie pour des raisons idéologiques.

Nous ne sommes certes pas le seul pays qui refuse d'organiser ce type de match de football ou de grandes compétitions sportives, il y a la Syrie et l'Ukraine. Mais si ces compétitions sportives ne sont pas organisées dans ces pays, c'est pour d'autres raisons. Si nous n'avons pas organisé ce match, c'est parce que nous avons peur, parce que la Belgique a peur. Elle a peur de se mesurer à l'antisémitisme et aux violences antisémites.

Monsieur le premier ministre, allez-vous regarder ce match de football? Comme moi, allez-vous féliciter la France d'avoir organisé ce match de football? Si tous les pays européens faisaient comme nous, ce serait la victoire de l'antisémitisme.

Alexander De Croo:

Monsieur Ducarme, je regrette que ce match n'ait pas pu avoir lieu sur le sol belge. La Fédération de football belge m'a contacté avant ce match et m'a expliqué qu'elle avait eu des difficultés pour l'organiser. En effet, à ce moment-là déjà, les autorités d'Anvers et de Charleroi avaient dit qu'elles n'étaient pas prêtes à organiser un tel match sur leur sol – ce sont les bourgmestres qui sont responsables de la sécurité sur leur sol.

Bruxelles avait également pris la décision de ne pas l'organiser. Je me suis adressé à la Fédération belge car je trouve que de tels matches doivent pouvoir avoir lieu en Belgique, peut-être même à huis clos.

Suite à cela, j'ai eu des contacts avec le bourgmestre d'Ostende. Là non plus, ce n'était pas possible.

Finalement, j'ai pris contact avec mon collègue Oliver Paasch pour lui demander si c'était possible de le faire à Eupen, parce que la Fédération belge m'avait donné une liste de stades capables d'accueillir ce match. Une réunion a eu lieu entre la bourgmestre d'Eupen et les autorités, et la demande avait été formulée de pouvoir disposer d'assez de forces policières. La ministre de l'Intérieur a expliqué la manière dont elle aurait voulu gérer cet événement et la bourgmestre d'Eupen a décidé de refuser.

Je le regrette parce que je trouve que les matches de football ou d'autres événements sportifs doivent pouvoir se dérouler sans qu'il y ait un lien politique. Je trouve qu'il faut bien séparer les deux. J'ai déployé beaucoup d'efforts mais quand les bourgmestres refusent, je pense que c'est dommage (…)

Denis Ducarme:

Monsieur le premier ministre, je vous remercie d’avoir mis tout en œuvre pour tenter que ce match s’organise en Belgique. Il est clair que nous ne pourrons pas rester pour l’avenir, et sans doute pour le prochain gouvernement, dépendants de ceux qui plient devant la menace antisémite, devant la menace de violences, devant la menace de racisme. Nous devrons trouver des dispositifs qui nous permettent de ne pas voir ce type de situations se répéter à l’avenir. Nous devons avoir plus de courage. Aujourd'hui, la démonstration est faite. Le ministre de l’Intérieur le disait: "Regardez, en Belgique, ils ne l’ont pas fait. Ils n’ont pas osé le faire. Ils ont eu peur de le faire." Cela ne pourra plus se reproduire.

De betoging van gisteren en het regeringsstandpunt over het akkoord met Mercosur
De betoging van de landbouwers
Het standpunt van België inzake het EU-Mercosur-vrijhandelsakkoord
De betoging van de landbouwers tegen het Mercosur-vrijhandelsakkoord
De woede van de landbouwers
De betoging van de landbouwers
De Mercosur-onderhandelingen en de gevolgen voor de Belgische land- en tuinbouwers
Betogingen landbouwers, EU-Mercosur-akkoord, Belgische landbouw.

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 14 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om felle kritiek op het EU-Mercosur-akkoord, dat door landbouwers, oppositie en zelfs regionale MR-regeringen wordt afgewezen om drie redenen: oneerlijke concurrentie (geen gelijke sanitaire/ecologische normen), bedreiging van gezondheid (pesticiden in geïmporteerd voedsel) en milieuschade (versnelde Amazone-ontbossing). Minister Clarinval (MR) bevestigt dat België *geen akkoord steunt zonder bindende spiegelclausules* en pleit voor EU-brede garanties, maar blijft vaag over concrete acties of een *blokkerend nee* – wat tegenstanders (PS, Ecolo, cd&v) onvoldoende vinden. Dringende landbouwcrisissen (fièvre catarrhale, taalblaauw) verergeren het wantrouwen: vaccinatie wordt verplicht maar *niet gratis* (vs. Frankrijk), en boeren eisen *structurele oplossingen* (eerlijke prijzen, minder administratie) in plaats van compensaties. Polarisatie blijft tussen *vrijhandelsvoorstanders* (N-VA, deel MR) en *beschermers* (Wallonië, PS, Groenen), met oproepen tot een *Belgische frontvorming* tegen het akkoord.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, hier après-midi à Bruxelles défilaient des agriculteurs. Ils manifestaient contre un accord entre l'Union européenne et les pays du Mercosur et s'opposaient notamment à la concurrence déloyale qu'introduirait cet accord. Celui-ci représente une triple menace: une menace pour notre santé, une menace pour nos agriculteurs et une menace pour notre environnement. Sur le plan sanitaire également, cet accord permettrait d'importer des produits agricoles qui ont été cultivés avec des pesticides qui sont pourtant interdits ici. Il est incompréhensible à nos yeux que des substances jugées dangereuses pour notre santé et notre environnement puissent se retrouver dans nos assiettes via des produits importés et donc entraîner un impact sur la santé de nos concitoyens. C'est totalement absurde.

Comme je l'ai dit, cet accord introduit une concurrence déloyale pour nos agriculteurs. En effet, tandis qu'eux respectent des règles sanitaires et environnementales, ces produits importés, en revanche, ne suivent aucune norme équivalente. Cet accord menace l'avenir de notre agriculture et met en danger notre autonomie alimentaire.

Enfin, sur le plan environnemental, ce texte favorise la déforestation de l'Amazonie, qui est un écosystème essentiel pour le climat, pour la biodiversité mondiale et donc pour notre santé.

Monsieur le ministre, quelle position vous inspire cet accord, compte tenu de la menace qu'il représente pour notre santé, l'avenir de nos agriculteurs et la survie de notre planète? Je rappelle que la majorité wallonne, dans laquelle siège le MR, a approuvé le rejet de cet accord. Si vous y êtes favorable, alors que vos homologues wallons le rejettent, quelles garanties concrète pouvez-vous nous apporter comme ministre fédéral afin de protéger les citoyens, soutenir nos agriculteurs et préserver l'environnement?

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, la situation du monde agricole et singulièrement des éleveurs est dramatique. En début d'année, c'était l'inquiétude. C'est maintenant une forme de désespoir qui s'est emparée de nos fermes. Ceci est lié notamment à la fièvre catarrhale.

Le premier volet de mes questions concerne la fièvre catarrhale ovine (FCO) et la maladie hémorragique épizootique (MHE). Pourquoi, en son temps, avez-vous décidé de supprimer le financement des analyses FCO et MHE, et donc de baisser la garde épidémiologique au niveau belge? Par rapport à la vaccination, pourquoi attendre pour la rendre obligatoire? Quels financements sont-ils prévus pour qu'elle soit gratuite, comme c'est par exemple le cas en France, pour soutenir les agriculteurs, sachant que les trésoreries sont en grande difficulté et qu'ils n'ont pas la possibilité aujourd'hui de débourser de l'argent pour cette vaccination? La vaccination n'est pas la solution à tous les problèmes. Le gouvernement wallon a pris des mesures que je salue en termes d'indemnisation mais l'urgence de la surveillance et de la vaccination est très importante pour l'ensemble des éleveurs.

Le deuxième volet concerne la manifestation d'hier liée au Mercosur et à ses éventuels accords futurs. Quelles actions avez-vous menées au niveau européen? Comment avez-vous porté la voix la Belgique? Des contacts ont-ils été pris ces derniers jours ou dernières semaines avec la France notamment, qui est très engagée contre ces accords avec le Mercosur? Rejoignez-vous la position du gouvernement wallon, du Parlement wallon dans son ensemble contre ces accords qui, je le rappelle, représentent un danger pour la santé des consommateurs ainsi qu'une forme de gifle pour nos agriculteurs puisque les mêmes normes ne sont pas appliquées? L'année dernière, pour la première fois, le Parlement européen avait voté des clauses miroirs. J'espère que vous pourrez les porter également au niveau du Conseil européen pour que ce ne soit pas uniquement le cas dans les accords du Mercosur mais dans tous les accords de libre-échange, et ce, afin que cette concurrence loyale soit synonyme de protection pour notre agriculture.

François De Smet:

Monsieur le ministre, il y a de grandes questions face auxquelles l’être humain reste sans réponses: quelle est l’origine de la vie? Sommes-nous seuls dans l’univers? Et surtout, aujourd’hui: quelle est la position de la Belgique sur le traité européen avec le Mercosur? En effet, rien ne va dans cette affaire: rien ne va dans le fait d’échanger des voitures allemandes contre des steaks argentins et rien ne va dans le fait de précariser des agriculteurs et des éleveurs, présents en nombre hier dans les rues de Bruxelles, en les mettant face à une concurrence déloyale.

Comme beaucoup ici, je suis favorable au principe du libre-échange. Mais l’échange cesse d’être libre dès lors que les conditions sont à ce point déloyales. Nos éleveurs et nos agriculteurs ont raison de demander au monde politique, et notamment au monde politique fédéral chargé de coordonner le dossier, une clarification qui, pour l’instant, ne vient pas. C’est aussi, comme l’a souligné ma collègue, une absurdité sur les plans environnemental et climatique. Il est temps que l’Union européenne se dote à nouveau d’une forme de protectionnisme intelligent. Nous n’avons sans doute pas à ce point besoin de biens venus de l’autre côté de la planète, alors que nous disposons de produits équivalents ici.

Je vous accorde que, politiquement, l’affaire n’est pas simple: la Commission européenne insiste pour conclure un accord, de grands pays comme l’Espagne et l’Allemagne sont extrêmement favorables au traité avec le Mercosur, la France semble vouloir s’y opposer, alors que d’autres pays se tâtent encore. Pour la Belgique, on ne sait pas. Il semblerait que la Flandre, et donc la N-VA, penche davantage en faveur d’un accord avec le Mercosur.

Monsieur le ministre, vous contenterez-vous, comme c’est malheureusement souvent le cas, d’une molle abstention, ou obtiendrez-vous des garanties, une clause miroir, ou carrément un refus qui permettra de montrer que nous avons écouté nos éleveurs et nos agriculteurs qui sont très légitimement inquiets?

Leentje Grillaert:

Mijnheer de vice-eersteminister, gisteren kwamen bezorgde landbouwers opnieuw op straat in Brussel om terecht de toenemende druk op hun sector aan te klagen. De toekomst van de landbouw in België en Europa staat onder grote druk. Het Mercosur-akkoord in zijn huidige vorm is nefast voor hun toekomst. Het huidige Mercosur-handelsverdrag houdt voor cd&v te weinig rekening met de bezorgdheden van onze landbouwsector. Er is momenteel geen gelijk speelveld tussen de Europese landbouw en de Mercosur-landen. Wij vrezen vooral dat de oneerlijke concurrentie en de extra milieunormen die niet van toepassing zullen zijn op de ingevoerde producten, veel landbouwers de das zullen omdoen.

Net in moeilijke tijden als deze kan de sector dit missen als kiespijn. Het is voor cd&v zeer belangrijk dat de ingevoerde producten aan de geldende Europese kwaliteitsvereisten voldoen. Met spiegelclausules in dit handelsakkoord zouden we ervoor kunnen zorgen dat de Mercosur-exporteurs dezelfde normen naleven als de Europese boeren. De Franse eerste minister Barnier treedt ons hierin bij. Hij gaf gisteren te kennen aan voorzitter von der Leyen van de Europese Commissie dat het huidige akkoord niet aanvaardbaar is voor Frankrijk. Sterker nog, het gaat niet over punten en komma’s die de Fransen anders willen zien, maar over structurele aanpassingen om een desastreuze impact op de volledige landbouwsector te vermijden.

Minister Lahbib verklaarde vorige week in de plenaire vergadering dat het voor deze regering een prioriteit blijft om bij elk gesloten handelsakkoord de landbouwsector te beschermen.

Mijnheer de vice-eersteminister, zal België het voorbeeld van Frankrijk volgen om op de rem te staan bij de onderhandelingen, om zo toch een evenwichtig handelsakkoord zonder negatieve gevolgen voor de landbouwsector te bereiken?

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, ce n’est pas la première fois, et malheureusement pas la dernière, que je m’inquiète au sein de cet hémicycle de la situation de notre agriculture.

Vous vous souviendrez qu’en début d’année, les agriculteurs étaient dans la rue pour crier leur colère. Ce qu’ils réclamaient à l’époque était légitime: la simplification administrative, un prix juste pour leur travail et évidemment du bon sens dans les accords commerciaux. C’étaient leurs revendications principales et elles étaient claires.

Que s’est-il passé depuis leur action? Je serais tenté de dire: peu de choses. Vos collègues et vous-même aviez promis de les écouter mais surtout de les aider. Malheureusement, près d’un an plus tard, les résultats ne sont pas à la hauteur de leurs attentes. Hier, j’étais aux côtés des agriculteurs dans le quartier européen. Leur colère reste intacte. Ils ont la désagréable impression de ne pas avoir été entendus; pire, de ne pas avoir été compris.

On leur dit aujourd'hui que l’accord avec le Mercosur pourrait être signé prochainement. De notre côté, au Parti Socialiste, notre position est limpide puisque nous nous opposons depuis de le début à ce traité de libre-échange. Pour nous, il n’est pas envisageable qu’on puisse échanger du bœuf argentin contre des voitures allemandes. La position de votre parti est un peu moins claire car nous avons parfois l’impression qu’il y a un MR des champs et un MR des villes.

Enfin, monsieur le ministre, que dire de la maladie de la langue bleue qui ne cesse de progresser dans notre pays? Là aussi, qu’avez-vous fait? Malheureusement, rien ou si peu. Comment, d’ailleurs, expliquer à nos agriculteurs que le vaccin que vous rendez obligatoire soit gratuit en France et payant en Belgique?

Monsieur le ministre, quel est aujourd'hui votre message au monde agricole? Quelle est la position de la Belgique sur l’accord avec le Mercosur? Allons-nous enfin avoir une position commune ferme contre ce traité de libre-échange? Quelle est votre stratégie pour compenser les pertes liées à la fièvre catarrhale?

Benoît Piedboeuf:

Chers collègues, monsieur le ministre, voici justement le MR des champs! Les tracteurs sont revenus hier à Bruxelles. Ils ne l'ont pas fait avec violence ni en masse, mais comme un geste symbolique pour se rappeler à notre bon souvenir. En effet, on sait que l'agriculture ne va pas bien. Il y a eu des améliorations mais on sait que le secteur va mal et que le problème est justement de pouvoir appliquer un juste prix.

Au moment où l'on parle de juste prix, on entend qu'il se pourrait que la Commission ait ratifié l'accord entre l'Union européenne et le Mercosur, avec évidemment des clauses agricoles qui peuvent inquiéter nos éleveurs et nos producteurs parce que tous les producteurs de ces pays ne sont pas soumis aux mêmes règles sanitaires, phytosanitaires, environnementales que les nôtres. On risque donc d'avoir des produits qui n'ont pas la même qualité, d'une part, et qui, d'autre part, sont soumis à beaucoup moins de contraintes.

On parle de compensations mais la FUGEA a dit qu'elle n'était pas là pour avoir des compensations financières mais pour pouvoir pratiquer un juste prix dans des conditions de concurrence loyale. La Région wallonne a pris une position claire: pas de ratification du traité du Mercosur sans clauses miroirs. Monsieur le ministre, vous avez déjà évoqué cela aussi.

Je voudrais savoir quelle est votre position spécifiquement sur cet accord, sachant qu'il y a aussi des intérêts, notamment par rapport à l'exportation de nos fruits et légumes. Sauf que chez nous, les fruits et légumes sont de bonne qualité. On ne va pas exporter des produits qui ne sont pas de bonne qualité. Monsieur le ministre, que pouvez-vous répondre au monde agricole qui est en souffrance et qui est venu nous le dire gentiment?

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik ben net als u een liberaal. Wij weten dat vrijhandel de manier is om welvaart te creëren aan beide zijden van een akkoord, om volkeren meer welvaart te bieden, om mensen erop te doen vooruitgaan, om de taart groter te maken.

De hoeksteen van vrijhandel is eerlijke concurrentie. Als we kijken naar het Mercosur-verdrag, dan zien we dat die eerlijke concurrentie niet beschermd is. Wij leggen vandaag terecht heel veel lasten op aan onze landbouwers, heel veel extra kosten voor de productie van landbouwproducten, lasten en kosten die niet opgelegd worden door andere landen. Daardoor verloopt de concurrentiestrijd met onze producten niet eerlijk meer. We dreigen onze eigen producten duurder te maken dan de producten die we zouden kunnen importeren uit het buitenland. We moeten daar waakzaam voor zijn wanneer we dit soort verdragen sluiten. De concurrentie, het level playing field, moet intact blijven.

Mijnheer de minister, daarom hebben we gisteren ondernemers op straat gezien, heel specifiek landbouwondernemers. Zij vragen wat alle ondernemers vragen, namelijk om hen op die wereldschaal een eerlijke concurrentiestrijd te laten aangaan met hun eerlijk geproduceerde producten.

Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar dat Mercosur-verdrag? Hoever staan de onderhandelingen daarover? Welke positie kunnen wij samen met onze Europese partners innemen om de landbouwers en alle andere ondernemers te garanderen dat het level playing field intact blijft?

David Clarinval:

Mesdames et messieurs les députés, comme l'a rappelé la ministre des Affaires é trang è res la semaine dernière et comme je l'ai moi-même rappelé ici le 8 février 2024, la Belgique a indiqué depuis plusieurs années déj à à la Commission européenne que l'accord négocié en 2019 avec les pays du Mercosur n'était pas suffisant.

La Belgique plaide en effet pour l'ajout de dispositions relatives au développement durable et demande clairement à la Commission européenne de prendre des mesures pour protéger nos secteurs agricoles. J'avais d'ailleurs moi-même adressé en mai 2022 au nom de la Belgique un courrier officiel aux commissaires européens du Commerce et de l'Agriculture au sujet de l'impact des accords commerciaux sur le secteur agricole. J'y soulignais notamment nos préoccupations relatives à l'impact sur le secteur agricole européen et j'y demandais à la Commission de respecter son engagement de mettre notamment un fonds de compensation d'un milliard d'euros dans cet accord.

De Europese Commissie heeft in 2023 onderhandelingen hervat met de Mercosur-landen om in de vorm van een bijkomend protocol extra engagementen te integreren op het vlak van duurzame ontwikkeling, met name inzake ontbossing. Die onderhandelingen zijn nog aan de gang, maar zouden geen betrekking hebben op land- en tuinbouwproducten en verwerkte voedingsproducten. Zo bevestigt u, mijnheer Coenegrachts, dat het akkoord in 2019 nog steeds de markttoegang van elke partij definieert op het vlak van landbouw. Ik vestig evenwel uw aandacht op het feit dat in alle akkoorden de toegang tot de Europese markt voor geïmporteerde landbouwproducten afhankelijk is van de naleving van sanitaire en fytosanitaire normen. Die voorwaarden worden niet gewijzigd door het akkoord.

Mesdames et messieurs les députés, notamment monsieur De Smet, je serai très clair afin de vous rassurer. Il me paraît évident que, sans mesures miroirs contraignantes, nous ne pourrons accepter, nous ne pourrons pas être favorables à l'accord avec le Mercosur. De manière pragmatique, je plaide pour que des mesures miroirs unilatérales et générales soient adoptées en matière agricole.

À la question de l'impact sur les exportations, l'étude publiée par le SPF É conomie en 2021 montre que l'accord présente un potentiel d'exportations positif pour plusieurs secteurs belges: ceux de la pomme de terre et du chocolat, mais également les produits laitiers et les fruits frais. Cependant, son impact serait négatif sur la viande bovine, notamment.

Comme pour tous les dossiers commerciaux, la Belgique, en coordination avec les Régions, déterminera donc sa position officielle sur la base du dossier final que la Commission soumettra au Conseil. L'impact sur le secteur agricole sera évidemment crucial dans le positionnement que nous adopterons.

Enfin, permettez-moi de conclure sur le Mercosur en soulignant qu'il est essentiel que la nouvelle Commission garantisse la cohérence entre les politiques internes et externes et prenne en compte, dans celles-ci, les difficultés auxquelles se heurtent les agriculteurs européens, notamment la concurrence déloyale, le level playing field . La compétitivité de nos entreprises, en particulier agricoles, doit se situer au cœur des préoccupations de la prochaine Commission avant qu'il ne soit trop tard pour ces entreprises.

J'ai aussi été interrogé au sujet de la maladie de la langue bleue. Monsieur Lutgen, l'impact pour les éleveurs en 2024 a été considérable. Pour l'année prochaine, il faut être bien conscient qu'à cause de la mortalité et de la morbidité que nous avons connues, les conséquences économiques seront malheureusement encore pires. Nous avons déjà échangé sur le sujet et nous en reparlerons encore le 26 novembre. En tout cas, je puis déjà vous dire que le seul moyen de protéger notre bétail contre la maladie de la langue bleue est la vaccination. Cette année, nous avons constaté que la vaccination n'avait pas été assez efficace. C'est la raison pour laquelle j'ai décidé de rendre la vaccination contre la maladie de la langue bleue pour les sérotypes 3 et 8 obligatoire pour les bovins et les moutons en 2025. C'est la seule façon d'atteindre un niveau de vaccination suffisamment élevé.

J'ai réuni, encore hier, des représentants des secteurs agricoles et des administrations de manière à élaborer une stratégie efficace de façon à ce qu'il y ait assez de vaccins disponibles au meilleur moment afin de pouvoir vacciner les animaux, dès le début 2025, soit avant que les animaux ne soient en pâture.

À la demande des secteurs, je vais également établir un point de coordination qui sera chargé de rassembler tous les éléments et de faciliter les échanges avec les éleveurs. Je voudrais déjà insister aussi sur le rôle des vétérinaires qui est crucial dans ce dossier.

Vu l'impact financier de cette crise sur le secteur, j'ai également décidé d'introduire une demande au sein du gouvernement en affaires courantes pour trouver les moyens supplémentaires en vue d'aider les agriculteurs à traverser cette période inédite.

Mesdames et messieurs les députés, monsieur Prévot, madame Maouane, madame Grillaert, monsieur Coenegrachts, je compte donc sur votre soutien (…)

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Je dois dire qu'elle me laisse un peu sur ma faim; en effet, si les clauses miroirs sont évidemment nécessaires, il y a bien d'autres problèmes et même de gros problèmes.

Hier, dans la rue, il n'y avait pas seulement des agriculteurs, il y avait aussi des syndicats, des militants, des associations environnementales, toutes et tous réunis pour dire d'une même voix non à ce traité Mercosur.

Les écologistes sont clairement opposés à ce traité, non pas parce qu'il met en danger notre santé, mais bien parce qu'il enfonce les agriculteurs, qui attendent des réponses claires et qui voient une fois de plus la droite rester sourde à leurs demandes. Nous y sommes aussi opposés parce que ce traité est un non-sens environnemental.

C'est bien beau, que l'on soit des villes ou des champs, d'aller faire campagne dans les salons de l'agriculture. Mais quand il s'agit de voter des textes, de prendre en considération la souffrance des travailleurs et des travailleuses de l'agriculture, et d'aider des familles entières à subvenir à leurs besoins, là on ne vous entend plus, on ne vous voit plus, ni dans les villes, ni dans les champs.

Benoît Lutgen:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Concernant le Mercosur et les traités de libre-échange en général, je regrette que la Belgique, qui a eu la présidence du Conseil européen, n'ait pas fait de cet élément des clauses miroirs la première priorité. On en voit aujourd'hui en partie les conséquences.

Vous n'avez rien dit sur les contacts pris avec vos collègues d'autres pays européens, que ce soit la France ou d'autres, pour essayer de mener une force et une union la plus importante possible pour contrer ces accords du Mercosur.

Pour ce qui est du financement, vous avez tout notre soutien. J'espère que vos collègues du gouvernement vous suivront pour qu'il y ait très rapidement une gratuité de la vaccination. Chaque jour qui passe enfonce un peu plus notre agriculture et désespère encore un peu plus nos agriculteurs. Je compte sur vous et vos collègues pour que soit prise très rapidement la décision du financement à 100 % à partir du moment où la vaccination est obligatoire. J'espère d'ailleurs que celle-ci interviendra encore avant la fin de l'année. Je compte sur vous vu l'urgence de la situation.

François De Smet:

Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Quand vous dites que vous ne soutiendrez pas l'accord sans clauses miroirs, vous décrivez en fait une situation d'abstention. Je voudrais plus que cela. Je voudrais que la Belgique dise non et se joigne à une minorité de blocage avec la France, les Pays-Bas et l'Autriche. Il y a moyen de faire mieux. Je ne sais pas s'il y a un MR des villes et un MR des champs mais il y a effectivement un MR qu'on voit au rond-point Schuman, ici et au gouvernement wallon qui a un discours assez fort. Il y en a un autre qui a soutenu l'accord de libre-échange entre l'Union européenne et le Canada (CETA) et qui a peut-être plus de leviers qu'on croit.

Je rappelle que cette Commission européenne, qui a décidé de passer la seconde pour essayer d'obtenir cet accord sur le Mercosur, compte depuis cinq ans un membre de votre parti ainsi que pour les cinq prochaines années. La Commission européenne, c'est un tout petit peu aussi le MR des villes!

Leentje Grillaert:

Dank u wel, mijnheer de vice-eersteminister, voor uw antwoord. Hopelijk zijn de onderhandelingen over het Mercosur-akkoord nog niet op hun eindpunt beland. We mogen onze landbouwsector dat niet aandoen. De leefbaarheid van de landbouwbedrijven en de toekomst van onze landbouw staan op het spel.

We moeten blijven onderhandelen en blijven praten. We moeten ons buitenlands handelsbeleid als instrument gebruiken in de strijd tegen klimaatverandering en om de mensenrechten en arbeidsrechten wereldwijd te verbeteren.

Patrick Prévot:

Monsieur le ministre, je vais vous aider. Nous avons déposé une proposition de résolution invitant le gouvernement à ne pas signer l'accord du Mercosur et à doter les futurs accords commerciaux d'une série de conditions strictes, telles l'introduction de normes et de clauses miroirs. N'hésitez pas à la lire et à la soutenir, vous aurez alors cette épine hors du pied.

Pour la fi è vre catarrhale, la doctrine d'affaires courantes vous permet de réagir à l'urgence. C'est une maladie qui a été découverte en 2008 et 2010 au sein de notre pays sous des ministres de l'Agriculture qui étaient, eux aussi, libéraux. J'ai malheureusement l'image de l'âne qui achoppe sur la même pierre puisque nous n'avons pas anticipé en dépit du fait que nous connaissions le mode de propagation du virus. J'ai dit que j'allais vous aider et je tiens parole: j'ai également déposé un texte sur la table du Parlement afin de rendre la vaccination obligatoire – vous l'avez fait – et de demander à l' É tat belge de financer pleinement la vaccination pour nos agricultrices et agriculteurs.

Benoît Piedboeuf:

Merci, monsieur le ministre. Vos réponses étaient claires. Certains n'entendent pas ce que vous dites mais moi j'ai entendu vos propos. On se plaint de ne plus avoir de secteur industriel, on se bat pour avoir un secteur énergétique, on a une capacité d'avoir une autonomie en matière agricole. Nous avons un bon secteur, de bons agriculteurs; nous les connaissons vous et moi, pas seulement parce qu'on les voit à Bruxelles mais en allant dans les fermes. Défendons notre secteur à tous les niveaux de pouvoir, c'est indispensable! Installons une concurrence loyale, parce que nous sommes les champions du gold-plating , des mesures que nous nous imposons à nous-mêmes mais sans jamais les imposer aux autres! Nous devons les imposer aux autres et nous devons garder notre autonomie alimentaire avec un bon secteur agricole.

Steven Coenegrachts:

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord. U spreekt over het beschermen van onze landbouwsector. Ik doe dat niet zo heel graag. Wat ik vraag, en wat ik denk dat de sector ook vraagt, is een eerlijke kans, een kans om de strijd op de wereldmarkt eerlijk te voeren, om die concurrentiestrijd eerlijk te voeren. Dat is een eerlijkheid die alle ondernemers, betrokken bij elk handelsakkoord, vragen. Ik denk dat onze landbouwsector daarin speciaal is, omdat die op het vlak van duurzaamheid een andere rol te spelen heeft, iets wat wij als politici graag aan hen vragen, iets wat de productie van hun producten duurder maakt. Ik denk dat we hen vooral moeten steunen in hun vraag om ervoor te zorgen dat zij met al die duurzaamheidsdoelstellingen die strijd op de wereldmarkt nog altijd op een eerlijke manier kunnen voeren. Ik heb van u gehoord dat u daarin een partner bent. Ik wil u daarvoor bedanken.

De veiligheid van Israëliërs/Joden in België
De maatregelen tegen het aanzwellende antisemitisme na de gebeurtenissen in Amsterdam
Antisemitisme en veiligheidsmaatregelen voor Joodse gemeenschappen in België en Nederland

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 13 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de alarmerende toename van gewelddadig antisemitisme in België, met gecoördineerde aanvallen op Joden (geïnspireerd door gebeurtenissen in Amsterdam), online oproepen tot "Jodenjacht" in Antwerpen en Brussel, en een groeiend onveiligheidsgevoel binnen de Joodse gemeenschap. Minister Verlinden benadrukt versterkte politie-inzet, dreigingsanalyses via OCAD en samenwerking met lokale besturen, maar wijst (voorlopig) legerinzet af wegens gebrek aan wettelijk kader en voldoende politiecapaciteit; ze pleit voor permanente opvolging en Europese afstemming. Critici (Van Rooy, Freilich) hekelen het falend migratie- en integratiebeleid als bron van geïmporteerd antisemitisme, eisen harde actie tegen haatpredikers (zoals een onbestrafte imam die tot "verbranden van Joden" opriep) en een effectieve antisemitisme-coördinator met budget (nu een "papieren tijger"), naast juridische voorbereiding op mogelijke legerinzet. Kernpunt: woorden volstaan niet—daadkrachtige bestrijding van haat, straffeloosheid en systeemfalen is urgent.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, de jaren 30 zijn terug: niet alleen in het Midden-Oosten, waar islamitische terreurorganisaties zoals Hamas, Hezbollah en Islamitische Staat een tweede Holocaust proberen te plegen, maar ook hier in België. Vorige week pleegden moslimjongeren in Amsterdam een reeks gecoördineerde antisemitische pogromachtige aanvallen op Joden. Dat is dus Jodenjacht anno 2024.

Afgelopen weekend volgden ook in Antwerpen, waar ik woon, online oproepen om op Jodenjacht te gaan. Zeven moslimjongeren werden preventief opgepakt alvorens ze Joden in elkaar konden gaan slaan. Weer maar eens blijkt dat de Joodse gemeenschap in Antwerpen extra beveiliging nodig heeft.

Ondertussen worden voetbalwedstrijden met de Israëlische ploeg en een frisbeewedstrijd met Israëlische sporters geweerd uit België. Dat gebeurde deels uit veiligheidsoverwegingen, maar ook om politieke redenen. Capitulatie noem ik dat: een grove schande!

Het aantal meldingen en gevallen van antisemitisme swingt eveneens de pan uit. We zien video's waarop Joden worden achtervolgd, uitgescholden of in elkaar geslagen. Veel Israëliërs en Joden voelen zich in België steeds onveiliger, zeker in sterk geïslamiseerde steden als Antwerpen en Brussel.

Mevrouw de minister, mijn vragen zijn helder en de antwoorden broodnodig. Wat onderneemt u tegen dit toenemende, virulente en steeds gewelddadiger wordende antisemitisme? Wat onderneemt de regering opdat Israëlische toeristen en Joodse inwoners veilig kunnen zijn in ons land? Wil u, zoals ook burgemeester De Wever opperde, het leger opnieuw inzetten in de Joodse wijk? Wil u zich ervoor inzetten dat Israëlische sporters en sportploegen vanaf nu altijd welkom en veilig kunnen zijn op ons grondgebied? Tot slot hebben de pro-Palestijnse organisaties in Brussel en Gent onomwonden verklaard dat ze achter de islamitische Jodenjacht staan. Kunnen deze organisaties volgens u verder vrij opereren op ons grondgebied? Zo ja, waarom?

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, we hebben inderdaad gezien dat in Antwerpen enkele oproepen uitgebracht zijn om naar de buurt rond het Harmoniepark af te zakken om daar effectief op Jodenjacht te gaan. Dat is een copycat van recente gebeurtenissen in Amsterdam en dat is enorm te betreuren.

Als lid van de Joodse gemeenschap kan ik u zeggen dat onze gemeenschap ongerust is, maar er is geen paniek. We zijn ongerust omdat we zien dat de grenzen steeds verlegd worden, steeds verder. Eerst ging het om online aanvallen en haat. Het conflict in het Midden-Oosten krijgt heel veel eenzijdige media-aandacht, heel polariserend. Ook enkele politici spreken zich eenzijdig uit en willen het conflict graag importeren. We hebben gezien dat er met de verkiezingen daaromtrent heel wat te doen was. Nu de verkiezingen zijn gaan liggen, valt te hopen dat een aantal partijen daarmee nu stopt, hoewel, we weten maar nooit. We zien vandaag effectief dat de polarisatie nog steeds voortgezet wordt.

Daarom wil ik u vragen wat wij kunnen ondernemen om er zeker van te zijn dat de Joodse gemeenschap veilig is. Ik moet daarbij zeggen dat de politie van Antwerpen goed werk verricht heeft. De politieleden hebben kordaat opgetreden en extra manschappen ingezet afgelopen week, dus dat is al bij al eigenlijk nog goed gekomen.

Ook vraag ik u naar het bredere plaatje, namelijk de strijd tegen het antisemitisme. U weet dat de Europese Commissie vraagt dat elk land een coördinator voor antisemitismebestrijding heeft. Ons land heeft dat enigszins omzeild door geen coördinator aan te stellen, maar met een mechanisme te werken. Dat mechanisme werkt echter niet, het is een papieren tijger. Ik heb mensen gesproken die in dat overlegorgaan zitten. Ze zeggen dat zij een keer om de zes weken eens samenkomen bij een koffietje en wat broodjes. Daarbij wordt gesproken over een incident hier en daar.

Wat ontbreekt, is daadkracht. In Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië is één persoon bevoegd, een coördinator, die ook een budget ter beschikking heeft. Die coördinator kan scholen bezoeken en evenementen opzetten. Hij heeft moreel gezag om te spreken en hij kan ook proactief ageren, niet enkel reactief, zoals het orgaan in ons land. Uiteraard is dat een vraag voor de volgende regering, maar ik hoop dat u het verzoek ondersteunt opdat de volgende regering over zo'n coördinator beschikt, zodat een effectief plan voor antisemitismebestrijding ingevoerd wordt.

Annelies Verlinden:

De regering veroordeelt uitdrukkelijk elke vorm van geweld, discriminatie en antisemitisme streng. Ook de diensten zijn daarvoor beducht. Daarom geven we sinds oktober 2023 een grotere prioriteit hieraan en hebben we de diensten samengebracht. We hebben herhaaldelijk gesproken met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap om te overleggen welke diensten kunnen worden ingericht voor beveiliging en bewaking. De politie en de veiligheids- en bewakingsdiensten leveren vandaag 24 op 24 en 7 op 7 zeer belangrijke inspanningen, zowel in Antwerpen als in Brussel, om de veiligheid van de Joodse gemeenschap en alle Joodse belangen en instellingen te kunnen verzekeren.

Gelet op de gebeurtenissen in Amsterdam en het eventuele copycatgedrag zijn de Belgische veiligheidsdiensten bijzonder waakzaam. Afgelopen zondag hebben alle federale en lokale diensten alle informatie bijeengelegd en zeer kordaat gehandeld.

De informatie wordt ook ter beschikking gesteld van het OCAD, dat vervolgens instaat voor de analyse van de dreiging ten aanzien van de Joodse gemeenschap en de Joodse instellingen. Het Nationaal Crisiscentrum zal vervolgens op basis van die analyses beslissen om al dan niet operationele maatregelen te nemen. Die beslissingen worden bijgestuurd op basis van nieuwe elementen. Dat systeem geldt voor alle veiligheidsvraagstukken in ons land en zeker ook voor de veiligheid van mensen van Joodse afkomst en voor de Joodse instellingen.

In geval van copycatgedrag in België naar aanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam komt het in de eerste plaats de lokale besturen en de lokale politie toe om de maatregelen te nemen. Zij zijn vertrouwd met het terrein en dat geldt ook voor de beveiliging van de Joodse gemeenschap en Joodse instellingen. De federale overheid biedt met alle veiligheids- en inlichtingendiensten en de federale politie ondersteuning waar dit nodig en mogelijk is. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld de federale politie de opdracht gegeven om bijkomende toezichtspatrouilles te organiseren ter ondersteuning van de lokale politie in Brussel en Antwerpen. Van de mensen op het terrein heb ik vernomen dat die samenwerking goed verloopt.

Zo geven wij invulling aan de bijkomende verhoogde waakzaamheid die sinds de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 aan de dag wordt gelegd, en zorgen wij vooral ook voor een nog meer zichtbare aanwezige politie op het terrein. Ik kan u bijtreden, mijnheer Freilich, dat de politie het fantastisch doet en dat zij al het mogelijke doet binnen haar capaciteiten en mogelijkheden om de veiligheid te garanderen.

Uw vraag naar de inzet van de militairen van Defensie is een vraag die heel snel terugkomt. Uiteraard noopt zij tot een beslissing van de voltallige regering. Zoals u weet, is daar vandaag geen specifiek wettelijk kader voor. Mijns inziens is zo'n interventie in de eerste plaats aan de orde wanneer uit de onafhankelijke adviezen en analyses van de veiligheidsdiensten zou blijken dat de situatie en de beschikbare middelen van die aard zijn dat onze politiediensten niet meer in staat zijn de dreiging af te wenden. Zoals wij zondag en in de afgelopen dagen gezien hebben, stel ik vast dat tot heden de inzet van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de harde inzet van de verschillende politiekorpsen, een afdoende antwoord heeft kunnen bieden op de aangekondigde dreigingen zoals die werden ingeschat en geanalyseerd.

Ik wil daarbij wel onderstrepen – en ik zal dit blijven herhalen – dat deze analyse permanent voortgezet moet worden, en opgevolgd worden. Als het nodig zou zijn naar een andere inzet over te gaan, moeten wij die noodzaak zeker evalueren. Zoals u weet, moeten wij voor de bevoegdheden van Defensie een wettelijk kader maken, daar de militairen van Defensie vandaag geen processen-verbaal kunnen opmaken, geen arrestaties kunnen verrichten, en ook niet zonder meer informatie kunnen doorgeven aan de politie. Wij moeten dus opletten of wij wel met de juiste middelen het kwaad van de dreiging trachten te bestrijden.

Inzake de sportevenementen waarnaar u verwees, collega Van Rooy, kan ik melden dat wanneer het Crisiscentrum op de hoogte wordt gesteld van de aanwezigheid van een Israëlisch sportteam op het Belgische grondgebied, het contact opneemt met de betrokken politiezones van de verblijfplaats of de training- en wedstrijdlocaties van die ploeg. De nodige beschermingsmaatregelen zullen worden bepaald en bezorgd aan de betrokken politiekorpsen, die op hun beurt instaan voor de operationele vertaling ervan. Het Crisiscentrum baseert zich daarvoor, zoals gezegd, op de dreigingsevaluaties door het OCAD.

Dat is een evaluatie die wordt gemaakt. Lokale korpsen en lokale besturen kunnen ook een dreigingsanalyse aanvragen aan het OCAD, mochten zij van oordeel zijn dat een bijkomende analyse nodig is.

Het OCAD heeft in oktober-november 2023 een toename gezien van het aantal antisemitische dreigingsmeldingen en incidenten. Dat zijn de officiële meldingen natuurlijk. Het subjectieve veiligheidsgevoel of de andere klachten die intern worden gecommuniceerd, zijn niet opgenomen in de statistieken, omdat de meldingen niet gebeuren. Wij hebben gemerkt dat na een initiële toename van het aantal officiële meldingen er sindsdien een afname is geweest.

Mijnheer Van Rooy, het klopt dus niet dat er vandaag meer meldingen zijn dan enige tijd geleden. Toen ze echter verhoogden na oktober 2023, is dat wel precies de reden geweest om naar een versterkte politieaandacht en -inzet over te gaan en een versterkte ondersteuning door de federale politie. Uiteraard blijft de verhoogde waakzaamheid tot op vandaag. Bij speciale evenementen wordt daarop nog meer ingezet, onder meer bij de aanvang en het einde van de schooltijd in de Joodse wijk en bij vieringen.

Het is ook belangrijk te vermelden dat de dienst in het kader van de Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie TER), behalve op de meer algemene dreigingsanalyse ook inzet op individuele evaluaties van personen die het gebruik van geweld in een ideologische context propageren. Daarbij wordt ook voor een passende opvolging gezorgd, gegarandeerd door alle partners van de zogeheten Strategie TER. Bijkomend laat dat desgevallend ook het parket toe bij aanwijzingen voor een haatmisdrijf een onderzoek te openen.

Mijnheer Freilich, u verwees naar de coördinatie in de strijd tegen het antisemitisme. Ik zou niet durven stellen dat het om een papieren tijger gaat. Het betreft een overlegorgaan waarin de verschillende overheden – ons land zit nu eenmaal op die manier in elkaar – en de verschillende bevoegdheden samenkomen. Dat is niet enkel na de feiten. Er wordt ook ingezet op preventie en acties die in het onderwijs kunnen worden ondernomen. Er wordt dus wel degelijk over alle verschillende mogelijke schakels van de keten in de strijd tegen antisemitisme gesproken. Ik zou durven stellen dat de verschillende coördinatoren van de strijd tegen antisemitisme daarvan deel uitmaken.

Uiteraard staan wij open voor verbeteringen. U weet zelf dat het coördinatiemechanisme nog geen eeuwigheid in het leven is geroepen. Ik heb echter wel het gevoel dat ter zake stappen vooruit worden gezet en dat in dat mechanisme heel gefocust wordt gewerkt in de strijd tegen antisemitisme.

Wanneer organisaties of personen de openbare orde verstoren of dreigen te verstoren, is het essentieel dat de politiediensten informatie kunnen inwinnen. De DJSOC Terro van de federale politie volgt de gebeurtenissen van nabij op en neemt deel aan de informatie-uitwisseling aangaande de materie met alle andere veiligheids- en inlichtingendiensten. Informatie over gerechtelijke onderzoeken die lopen in het kader van dergelijke gebeurtenissen kan alleen door de betrokken gerechtelijke autoriteiten worden meegedeeld, en dat uiteraard om de lopende onderzoeken niet te schaden.

De zware incidenten die vorige week plaatsvonden in Amsterdam moeten wij allemaal in de strengst mogelijke bewoordingen veroordelen. Ik heb daarover gisteren nog gesproken met de Nederlandse minister van Asiel en Migratie, mevrouw Marjolein Faber, en zal morgen nog contact hebben met mijn homoloog, de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid, de heer David van Weel. Ik heb onder meer aan de minister van Asiel en Migratie gevraagd wat zij overwegen te doen met betrekking tot die rellen. Een van de antwoorden was dat men hoopt dat er snel en streng berecht zal worden. Dat is natuurlijk aan justitie. Toen ik vroeg naar concrete maatregelen, verwees men in de richting van die berechting. Het is dus ook voor de mensen in Nederland niet evident om daaraan onmiddellijk een einde te maken.

U verwees naar die coördinatie. Ook daar is het niet bij een dag gebleven. Ondanks het feit dat er mogelijk aankondigingen waren op sociale media, dat men mogelijk bepaalde informatie had kunnen inwinnen, is dat toch nog kunnen gebeuren. Laten wij elkaar zeker vasthouden in die strijd tegen antisemitisme. Dat is mogelijk een element dat moet worden besproken op een volgend contact met mijn Europese collega's, informeel of in een plenaire sessie. Heel veel landen hebben immers te maken met deze problematiek. Wij kunnen van elkaar leren hoe wij die strijd zo goed mogelijk kunnen voeren.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, de regeringen in dit land, ongeacht de partijen die er deel van uitmaken, voeren al decennialang een beleid van islamitische massa-integratie en islamgepamper. Daardoor verkeren Joden op ons grondgebied steeds meer in onveiligheid. In de islamitische herkomstlanden van talloze migranten en asielzoekers wordt antisemitisme doorgaans met de paplepel ingegeven. Reeds decennialang worden hier islamitische aanslagen gepland of gepleegd op Joodse doelwitten. Reeds decennialang moeten Joodse wijken, instellingen en evenementen zwaar worden beveiligd. Het achtervolgen en aanvallen van Joden gebeurt in Antwerpen anno 2024 wekelijks. De situatie wordt wel degelijk erger. Onlangs nog werd in Brussel voor een massa moslims in het Arabisch opgeroepen om de Joden te verbranden.

Als u en de anderen in dit Parlement het menen met de strijd tegen antisemitisme, stop dan met de import van islamitische Jodenhaat. Never again is now , mevrouw de minister.

Michael Freilich:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb een aantal opmerkingen. Een eerste betreft het juridisch kader voor de operaties van Defensie in onze straten. U weet het misschien niet, maar er is een wetsvoorstel hangende in dit Huis dat ik samen met mijn collega's heb ingediend. Ik zeg niet dat dit vandaag al het geval is, maar als de nood er zou zijn om Defensie in te schakelen om te helpen, dan moeten we wel klaar zijn. We zouden dat juridisch kader nu dus al moeten bespreken in dit Parlement en ik hoop dat uw partij daarvoor ook de nodige steun zal geven. Als die dag ooit komt, als het ooit zo erg wordt dat er een acute dreiging voor aanslagen is of als er aanslagen zijn gepleegd en we opnieuw militairen op straat moeten brengen, dan moeten we klaar zijn. Een tweede punt betreft de uitspraak een paar weken geleden van die imam in Brussel dat we de Joden moeten verbranden. Ik heb u gisteren op de televisie horen zeggen dat u die casus niet kent. U zou die moeten kennen. De VRT heeft een factcheck gedaan en heeft nagegaan of die imam dat inderdaad had gezegd. De VRT heeft allerlei redenen gevonden om te zeggen dat hij dat eigenlijk niet echt meende. Er werd een professor islam bijgehaald die zei dat de imam wel had gezegd dat men Joden moet verbranden, maar dat hij eigenlijk zionisten bedoelde. Een tweede argument was dat hij het wel had over verbranden, maar dat hij mogelijk bedoelde dat dit in de hel moet gebeuren, dat Allah hun ziel moet verbranden. Er werden dus allerlei excuses aangebracht, maar het feit is dat een imam in Brussel een paar weken geleden daadwerkelijk opriep om de Joden te verbranden. Een van mijn collega's heeft daarover in de plenaire vergadering zelfs een vraag gesteld aan de premier, dus dat u dat niet weet, is op zich al een probleem. Dat coördinatiecentrum werkt dus blijkbaar niet goed genoeg. Uit onze informatie blijkt dat die man nog steeds niet is geïdentificeerd, ondervraagd, gearresteerd of berecht. Het is belangrijk dat deze regering toont dat ze ernstige maatregelen neemt in de strijd tegen het antisemitisme. Het mag niet enkel bij woorden blijven, we moeten ook daden hebben. Woorden zoals die van die imam mogen we als samenleving nooit tolereren. Ik kijk daarvoor naar u, naar de voltallige regering en naar uw collega, de minister van Justitie, om daar voor eens en altijd paal en perk aan te stellen.

De overbrenging van gedetineerden door de Directie beveiliging (DAB) van de federale politie

Gesteld door

lijst: MR Pierre Jadoul

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 13 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De DAB (Direction de la sécurisation) van de federale politie kampt met capaciteitsproblemen (tekort van 307 agenten, 22% van de bezetting), wat leidt tot mislukte gevangenentransfers en gerechtelijke vertragingen—zoals een niet-doorgegane rechtszaak in Brussel door herhaalde afwezigheid van een verdachte. Minister Verlinden bevestigt dat overbelasting (o.a. door nieuwe taken zoals nucleaire beveiliging, grote processen en medische transfers) en personeelstekort de kern zijn, maar wijst op recrutering (240 agenten in 2025) en betere planning met justitie en gevangenissen als oplossingen. Jadoul benadrukt dat dit systeemfalen ook rechtbanken platlegt, maar juicht de geplande maatregelen toe.

Pierre Jadoul:

Madame la ministre, en Belgique, la Direction de la sécurisation (DAB) de la police fédérale est notamment responsable d'assurer le transfèrement des détenus et la police des cours et tribunaux.

La DAB se compose, sauf erreur, d'une direction unique et centrale à Bruxelles qui chapeaute un ensemble d'unités déconcentrées. En ce qui concerne la police des cours et tribunaux, il y a 12 unités DAB, soit une par arrondissement judiciaire.

Le 31 octobre dernier, une juge du tribunal correctionnel de Bruxelles n'a eu d'autre choix que de prononcer l'irrecevabilité des poursuites à l'égard d'une personne accusée de vols du fait de l'absence à plusieurs reprises du prévenu qui n'a pas été transféré vers le tribunal par la DAB. Pour l'audience du 3 octobre, le parquet avait pourtant bien signalé par mail à la prison de Malines que le détenu devait "absolument être extrait" de la prison pour se présenter au tribunal. Rien n'y fit une fois encore.

La juge a donc fini par considérer que "les manquements successifs des services dûment mandatés par le ministère public en vue de l'extraction et du transfert du prévenu aux fins de comparaître devant le tribunal emportent clairement une violation irrémédiable des droits de la défense et du droit à un procès équitable".

La DAB de la police fédérale est donc en l'occurrence pointée du doigt pour des dysfonctionnements. Celle-ci répond que "dans le cas évoqué, il s'agit malheureusement d'un problème d'échange d'informations entre partenaires concernant la priorité donnée".

Madame la ministre, pouvez-vous faire le point et la clarté sur ces récents dysfonctionnements constatés au sein de la DAB? Quelles pistes d'amélioration envisagez-vous afin d'éviter ce type de problèmes? Le manque de personnel au sein de la DAB est souvent invoqué. Est-il toujours d'actualité? Le cas échéant, prendrez-vous certaines initiatives à cet égard?

Annelies Verlinden:

Cher collègue, la Direction de la sécurisation rencontre effectivement des problèmes d'ordre capacitaire. La reprise progressive des missions qui lui ont été légalement confiées est logiquement dépendante de son développement en moyens humains et matériels. Les perspectives de recrutement des agents de sécurisation n'ont pas encore permis de reprendre toutes les missions légalement confiées à la DAB. Depuis fin 2022, la DAB fait en outre face, en plus de nouvelles missions qui lui ont été confiées, à une augmentation significative de sa charge de travail, comme l'ouverture de la prison de Haren et l'allongement corrélatif des temps de parcours vers le palais de justice de Bruxelles ou la tenue de grands proc è s, comme ceux des attentats de Bruxelles, du dossier EncroChat et de Sky ECC qui ont mobilisé un très grand nombre d'agents durant de longues périodes au détriment des missions quotidiennes.

En outre, depuis janvier 2023, la prise en charge par la DAB de la sécurisation de sites nucléaires sensibles en Flandre a mobilisé de nombreux agents et le nombre de détenus a significativement augmenté dans le pays, requérant davantage de transferts. Enfin, la diminution du personnel médical disponible dans les prisons a également entraîné une hausse significative du nombre de transferts pour des visites médicales en dehors des prisons.

À l'heure actuelle, la capacité en personnel de la DAB est telle qu'elle doit faire des choix et mettre des priorités dans ses deux missions principales que sont le transf è rement des détenus et la police des cours et tribunaux. Pour assurer ces missions au mieux, la direction de la DAB multiplie les demandes de renfort auprès des corps d'intervention de la police fédérale et de la réserve fédérale. Un plan d'action axé sur l'adaptation du processus de sélection pour le profil d'agent de sécurisation a été élaboré et est en cours d'exécution. Des concertations périodiques ont lieu au sujet des mécanismes de renfort tandis que des discussions sont en cours afin d'améliorer le processus de planification avec l'ensemble des partenaires concernés, à savoir la magistrature ainsi que la Direction générale des établissements pénitentiaires.

Doter durablement la Direction de la sécurisation des moyens humains et matériels nécessaires pour assurer toutes ses missions constitue donc un point d'attention permanent.

En ce qui concerne la capacité de la DAB, celle-ci souffre à ce jour d'un manque de 307 agents de sécurisation, soit 22 % de l'effectif théorique prévu pour l'ensemble des missions de la DAB. Les premières mesures prises dans le cadre du plan d'action de recrutement montrent déjà leurs effets positifs, avec des classes d'aspirants bien plus remplies qu'au cours des deux dernières années. L'année prochaine, il est prévu de recruter 240 nouveaux agents de sécurisation afin d'augmenter substantiellement la capacité opérationnelle de la DAB. Cet effort, à l'instar de différentes initiatives prises en concertation avec les partenaires de la DAB en vue de parfaire le processus de travail, devra se poursuivre les années suivantes afin de pallier les flux sortants générés notamment par le processus statutaire de promotion sociale.

Pierre Jadoul:

Madame la ministre, je vous remercie pour ces réponses qui apportent des solutions partielles à ce problème. Pour avoir participé à une visite d'audience avant les élections fédérales du 9 juin, je puis témoigner avoir constaté que certaines juridictions et chambres au tribunal de première instance de Bruxelles et à la Cour d'appel de Bruxelles se trouvaient quasiment en chômage technique en raison de l'absence de plusieurs détenus. Cela constitue donc un enjeu majeur non seulement pour la DAB mais également pour le fonctionnement de la justice dans la foulée. Je me réjouis par conséquent de vous savoir attentive à cette question et j'ose espérer que les mesures prises produiront leurs effets.

De gevolgen van de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten
De herverkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten
De politieke gevolgen van de verkiezingen in de Verenigde Staten
De verkiezingen in de Verenigde Staten
De verkiezing van Donald Trump
De Amerikaanse verkiezingen
Amerikaanse presidentsverkiezingen en politieke impact.

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 7 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De herverkiezing van Donald Trump als Amerikaanse president dompelt Europa in een strategische crisis: zijn protectionisme, NAVO-scepticisme en pro-Russische houding (met risico’s voor Oekraïne) dwingen de EU tot drastische autonomie op defensie (meer investeringen), energie (kernenergie + hernieuwbaar) en economie (minder afhankelijkheid van VS/China). Terwijl sommigen paniek zaaien over democratische terugval en extremisme, benadrukken anderen de noodzaak van Europese soevereiniteit—zonder de transatlantische band te verbreken, maar wel met eigen industriële, militaire en diplomatieke slagkracht. België, met een caretaker-regering, riskeert achterop te raken door interne vertraging, terwijl de EU onder druk staat om unanimiteit te tonen in steun aan Oekraïne, handelsspanningen en een multipolaire wereldorde waar de VS niet langer de Europese belangen garandeert. Kernboodschap: Europa moet volwassen worden—nu.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, ik weet niet of u de voorbije dagen veel tijd hebt gehad om u voor te bereiden op de vergadering van vandaag; u hebt dat alleszins gedaan, en met verve, voor een andere vragenronde.

François De Smet:

Monsieur le président, madame la ministre, le peuple américain a parlé. Il l’a fait clairement, et il a choisi une nouvelle fois d’envoyer à la présidence un personnage autocrate, outrancier et qui a déjà mis en danger les institutions démocratiques. Mais il l’a fait démocratiquement et souverainement, et nous devons en prendre acte.

Le message me paraît clair. Le nationalisme et le populisme ne sont pas des parenthèses de l’Histoire. Ce sont des courants structurants. Ceux qui veulent combattre ces courants doivent sortir de leur bulle et en prendre acte, là aussi.

Il me semble que cette élection est un séisme pour le monde, et donc pour l’Europe. Cela doit être un réveil pour l’Europe, sur trois plans.

D’abord, sur la question de l’industrie et de l’économie. Je rappelle que nous sommes en train de fermer notre avant-dernière industrie automobile. Voulons-nous continuer à être les simples consommateurs d’une mondialisation décidée par les Américains et la Chine, ou voulons-nous une place dans le cockpit?

Ensuite, il y a l’énergie. La guerre en Ukraine l’a montré: l’Europe est extrêmement dépendante aux énergies fossiles en général. Nous savons qu’une Europe plus indépendante demain doit absolument reposer sur un pilier renouvelable et un pilier nucléaire.

Enfin, il y a la question de la défense. C’est ma principale question, madame la ministre. Un crash test va arriver très vite: c’est la question de l’Ukraine. Nous savons que M. Trump a l’intention de sacrifier l’Ukraine. Nous ne le voyons pas, d’ailleurs, prendre une décision qui pourrait contrarier M. Poutine de manière générale.

Allons-nous abandonner l’Ukraine? Nous, les Européen, et nous, la Belgique. Allons-nous abandonner ce peuple qui, depuis deux ans, fait face à l’impérialisme de M. Poutine? Allons-nous suivre le mouvement des Américains qui vont très probablement se retirer? Ou allons-nous, au contraire, profiter de ce moment, en nous disant que nous n’allons pas abandonner les Ukrainiens, que nous allons au contraire rehausser notre investissement et enfin faire en sorte que cet investissement soit à la hauteur de nos mots, car, malheureusement, nous avons beaucoup de grands principes, mais nos moyens, l’aide financière, l’aide militaire à l’Ukraine, ne suffisent pas?

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik wil u in de eerste plaats feliciteren met uw hoorzitting van gisteren. Als Eurocommissaris voor Paraatheid en Crisisbeheer zult u uw handen vol hebben. Dat blijkt ook sinds gisteren. Donald Trump is immers verkozen als Amerikaans president met een zeer sterk mandaat van de Amerikaanse bevolking. Ik weiger echter mee te gaan in de paniekzaaierij. De wereld zal van vandaag op morgen niet ineens vergaan. De Verenigde Staten zijn een belangrijke bondgenoot van België en de Europese Unie. De strategische en economische banden tussen ons land en Amerika zijn sterk. Die zijn er vandaag en die zullen er in de toekomst ook nog steeds zijn.

We mogen echter niet naïef zijn. De Verenigde Staten en Trump zullen ons met de neus op een aantal zaken duwen. Een van die zaken is dat wij onvoldoende investeren in onze defensie en in onze veiligheid. Wij zijn freeriders in het NAVO-partnerschap en dat moet stoppen. Trump heeft daarin voor de volle 100 % gelijk. We moeten meer investeren in onze defensie, beter samenwerken met de Europese lidstaten om onze veiligheid te garanderen en we moeten af van het imago dat wij het kleine broertje van de Verenigde Staten zijn. Kortom, ons continent moet volwassen worden en de Europese Unie moet haar verantwoordelijkheid nemen.

Mevrouw de minister, hoe ziet u de samenwerking met Amerika de komende jaren en wat is voor u de belangrijkste uitdaging voor de toekomst?

Michel De Maegd:

Madame la ministre, les électeurs américains l'ont décidé, et de façon incontestable: Donald Trump sera le prochain président des États-Unis. Cela soulève bien des inquiétudes en Europe. Dans le même temps, vous le savez, nous sommes viscéralement attachés à une relation transatlantique constructive, au bénéfice des deux partenaires. Cela ne doit donc pas occulter la nécessité primordiale pour les Européens de développer leur autonomie stratégique. C'est crucial pour constituer une relation équilibrée dans laquelle chacun puisse se respecter et se retrouver.

J'aimerais donc vous poser quelques questions sur les perspectives d'avenir de cette relation dans un contexte géopolitique mondial des plus tendus et des plus complexes.

Madame la ministre, comment analysez-vous les résultats de cette élection et ses conséquences sur les intérêts de la Belgique aux États-Unis? La Belgique et l'Europe peuvent craindre un impact sérieux sur leur commerce extérieur, et donc sur notre croissance économique. Comment peut-on y faire face?

La sécurité européenne, le rôle de l'OTAN, la poursuite de l'aide à l'Ukraine restent des enjeux primordiaux. Comment les Européens vont-ils assumer leurs responsabilités et rester des acteurs respectés en la matière?

On connaît la proximité politique entre Donald Trump et le premier ministre israélien Benjamin Netanyahu. Comment le message européen peut-il rester audible et crédible afin de parvenir à une paix régionale et à une solution à deux États?

Enfin, madame la ministre, l'élection de Donald Trump doit plus que jamais accélérer l'approfondissement du projet européen, accélérer notre autonomie stratégique. Nous devons renforcer l'Union, assumer nos responsabilités en termes de sécurité, d'énergie, de commerce international mais aussi de politique étrangère. Comment l'Union européenne s'est-elle préparée à ce défi, et comment la Belgique va-t-elle y contribuer?

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, depuis hier, nous avons à la tête d'une des plus grandes puissances de ce monde un véritable danger. Donald Trump a gagné largement les élections et a bénéficié d'un soutien populaire massif. C'est, du reste, un large soutien que nous n'imaginions même pas. Rendez-vous compte: 20 % des hommes noirs ont voté pour un raciste décomplexé; 54 % des latinos ont voté pour un homme qui n'a pas hésité à dire que des immigrés mangent des chats et des chiens; 52 % des femmes blanches ont voté pour un misogyne, un violeur et un homme qui veut supprimer leurs droits les plus élémentaires comme celui de disposer de leur corps et le droit à l'avortement. Nous espérions la victoire de Kamala Harris, mais il n'en sera pas ainsi.

Les États-Unis , le pays de la liberté, retombent aux mains du conservatisme et de l'obscurantisme. Nous recommençons une traversée glaçante et glaciaire, axée sur le protectionnisme, l'augmentation des droits de douane, le repli sur soi et la diffusion de la haine de ceux qui sont différents. Nous débutons une période violente, durant laquelle la recherche de la paix ne sera pas la priorité. Je pense à l'Ukraine et aux Palestiniens.

Nous sommes des démocrates, nous respectons bien entendu le résultat des urnes, mais notre responsabilité est immense. Toute faiblesse doit être exclue, de même que toute passivité. Nous devons mettre fin à cet extrémisme de droite, à ce terreau pour le populisme, car nous nous situons sur une faille, un point de basculement violent, une période sans scrupule.

Madame la ministre, dans ce moment que je qualifierais d'historique, la Belgique s'est-elle exprimée à l'annonce de l'élection de Trump? Comment envisagez-vous nos futures relations bilatérales et multilatérales?

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre des Affaires étrangères de Belgique, l'élection de Donald Trump est une mauvaise chose pour la classe ouvrière et la classe travailleuse américaine. Son programme est clair. C'est le programme du pourcent les plus riches. Il est lui-même un milliardaire fini. Il a lui-même gagné sa campagne en recevant le soutien d'Elon Musk, le big business de la big tech , la communication des plus riches. Il a lui-même, quand il était d'ailleurs président, organisé mille milliards de cadeaux fiscaux aux grandes multinationales. Il a exclu huit millions de travailleurs américains du paiement des heures supplémentaires. Il s'est opposé à l'augmentation du salaire minimum. C'est donc une mauvaise choses pour les travailleurs américains.

Mais cette victoire a évidemment aussi été possible par la défaite cuisante du parti démocrate qui, lui aussi, est le parti de Wall Street et qui, lui aussi, n'a plus su écouter les travailleurs et a organisé réellement la perte de pouvoir d'achat des travailleurs. Comme le dit Bernie Sanders, le parti démocrate a été confronté au fait que, si le parti démocrate a abandonné la classe travailleuse, évidemment, la classe travailleuse a abandonné le parti démocrate.

Se pose maintenant la question pour toutes les forces sociales du monde, pas uniquement aux États-Unis, de savoir ce que nous allons faire. Qu'allons-nous faire ici en Europe, madame la ministre des Affaires étrangères? Continuerons-nous à suivre les Américains?

Zullen wij alweer de schoothondjes zijn van de Amerikanen en de NAVO? Zullen wij alweer blindelings de imperialistische operaties van Amerika in Afghanistan, in Irak en in Syrië volgen?

Ou prendrons-nous notre vraie politique indépendante? C'est la question que j'avais posée pendant la campagne électorale. Allons-nous suivre notre propre voie et tendre la main aux peuples du Sud, tendre la main solidaire plutôt que de suivre la politique guerrière des Américains? Voilà la question!

Anneleen Van Bossuyt:

Goedemiddag, mevrouw de minister. Proficiat met uw verkiezing als Europees commissaris. Ik hoop dat u van die positie zult gebruikmaken om de belangen van Europa en de Verenigde Staten te vrijwaren.

Afgelopen dinsdag werd een nieuwe Amerikaanse president verkozen. Wij horen dat sommigen hier in het halfrond daar een probleem mee hebben. Het is niet de kandidaat geworden die zij hoopten dat het ging worden. Wij als democraten respecteren echter de keuze van het Amerikaanse volk.

Volgens ons is het nu vooral essentieel dat wij onze relatie met de Verenigde Staten in de veranderde context blijven versterken. Wij hebben elkaar meer dan ooit nodig. De Verenigde Staten behoren tot onze belangrijkste handelspartners. Het beleid van de nieuwe Amerikaanse regering zal ook gevolgen hebben voor onze Europese economie. De economische band tussen de Verenigde Staten en Europa is immers zeer sterk. Denk maar aan sectoren als chemie, energie, industrie, technologie en zelfs landbouw. Eventuele veranderingen in het Amerikaanse handelsbeleid zullen direct voelbaar zijn in onze economie. Stel dat de Verenigde Staten een zeer protectionistische koers varen, dan heeft dat een directe invloed op onze export en zal dat ook onze inflatie aanwakkeren.

Daarnaast zijn er geopolitieke uitdagingen. Donald Trump heeft al gezegd dat NAVO-partners die hun defensiedoelen niet halen, minder steun zullen krijgen. Wij, als rode lantaarn wat dat betreft, moeten daar toch aandacht voor hebben.

Mevrouw de minister, hoe zal, ten eerste, dit land zich in de toekomst positioneren ten opzichte van de Verenigde Staten?

Ten tweede, hoe ziet u de effecten op onze geopolitieke relaties, onze handelsrelaties, onze economische relaties en onze veiligheidsbelangen?

Hadja Lahbib:

Mesdames et messieurs les députés, j'entends vos avis. Cette maison permet à chacun de s'exprimer sur le vote qui a été émis hier matin de façon démocratique par les électeurs américains. Je ne me permettrai pas de juger, en tant que ministre des Affaires étrangères, ce choix démocratique. Le premier ministre a d'ailleurs félicité Donald Trump au nom de la Belgique.

Tout le monde se demande quelles seront les conséquences de cette élection. Les États-Unis, l'Europe et la Belgique ont toujours été des partenaires économiques intenses. Ce sont des centaines de milliers d'emplois et les échanges économiques entre nos deux continents représentent évidemment un chiffre d'affaires très important. Ce sont aussi des relations diplomatiques, stratégiques qui sont essentielles.

Nous devons absolument continuer à renforcer cette relation transatlantique à tous les niveaux, autour des valeurs démocratiques de l'État de droit et du multilatéralisme, qui est de plus en plus mis en danger avec les nombreuses violations du droit international auxquelles nous assistons actuellement.

Dans le même temps, l'Union européenne doit prendre son destin en main, peu importe finalement le résultat outre-Atlantique. Il est important de ne pas rester spectateurs des évolutions mondiales et de ne pas être dépendants d'un contexte international. Nous devons continuer à renforcer notre autonomie stratégique à tous les niveaux. Je pense au secteur de l'énergie, à notre politique de Défense, à notre politique industrielle mais aussi à la lutte contre toutes nos formes de dépendances stratégiques, qu'elles soient au niveau de la Défense, de la sécurité sanitaire ou encore de notre compétitivité.

Vous m'avez questionnée sur notre Défense et en particulier sur l'OTAN.

In de NAVO zijn de Verenigde Staten een belangrijke en betrouwbare partner, net als de 31 andere lidstaten. Wij blijven sterk geloven in de onderlinge duurzame banden. Onze collectieve veiligheid kan er alleen maar wel bij varen.

Le Conseil européen va d'ailleurs mener ce soir à Budapest un débat sur les relations transatlantiques et leur impact sur la sécurité et la géopolitique, notamment s'agissant des conflits qui nous occupent le plus. En ce qui concerne l'Ukraine, notre position est que tout processus de paix ne peut avoir lieu qu'en impliquant étroitement l'Ukraine et en prenant en compte ses préoccupations légitimes.

In Boedapest zullen de Europese leiders ook ingaan op de mondiale uitdagingen, waaronder de klimaatveranderingen.

Mesdames et messieurs les députés, dans un monde instable, plein de défis, où les crises deviennent la norme, l'Europe doit plus que jamais se montrer unie et prendre son destin en main, pour garantir sa propre souveraineté, son autonomie stratégique et pour faire demeurer ce projet de paix et de prospérité qui fait la fierté de quelques 450 millions d'Européens.

François De Smet:

Merci pour votre réponse, madame la ministre.

Je ne peux pas m'empêcher d'être inquiet – parce que nous vivons des moments difficiles, historiques et en face de cela, nous avons un gouvernement qui est en affaires courantes, qui n'est donc pas encore plein et légitime.

Moi aussi, je vous félicite pour votre confirmation au sein de la Commission européenne et je vous souhaite un bon travail là-bas. Or, votre départ marque aussi le fait que ce gouvernement va devenir un vaisseau fantôme, comme c'était le cas déjà lorsque Charles Michel et Didier Reynders sont partis. Nous avons d'un côté Trump, nous avons l'Ukraine, nous avons le climat, nous avons une possible récession et, d'un autre côté, nous avons des partis de l'Arizona dont on ne comprend pas très bien où ils en sont. Certains font des notes, d'autres diffusent les notes, les troisièmes contestent les notes. Vous avez des gens qui se disputent sur les tableaux budgétaires, vous avez des gens qui vont voir le Roi et qui ne sont pas d'accord à cinq. Je pense qu'il est grand temps que nous nous hissions à la hauteur des enjeux, parce que le monde, lui, n'attend pas.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw duidelijke antwoord.

Eén zaak is glashelder: de Europese Commissie en de Europese Unie zullen sterk uit de startblokken moeten schieten.

Ik herhaal dat het schrikbeeld en de paniekzaaierij, die hier door verschillende partijen opnieuw zijn tentoongespreid, ons geen stap vooruitbrengen. Wij moeten onze rug rechten. Europa moet een sterk blok vormen.

Ook ons land moet verantwoordelijkheid opnemen. Door het getreuzel van de onderhandelende arizonapartijen verliezen we tijd. Die luxe hebben we niet. De prioriteit voor ons land moet zijn dat we investeren in defensie en in onze veiligheid, nu meer dan ooit.

Michel De Maegd:

Merci, madame la ministre, pour vos réponses

Le retour de Donald Trump à la Maison-Blanche marque, il est vrai, un tournant décisif, mais je ne partage évidemment pas les outrances et la vision quelque peu caricaturale des communistes. En effet, à les écouter, on se demande pourquoi les Américains ont voté pour Donald Trump, en réalité. Ceci étant dit, c'est un signal d'alarme pour l'Europe. Elle ne peut plus être dépendante de Washington et d'un président imprévisible, et qui ne vise au final que l'intérêt américain.

Défense, énergie, commerce, nouvelles technologies: nous devons renforcer d'urgence notre autonomie. C'est une question de souveraineté mais c'est aussi, chers collègues, une question de survie du projet européen. L'Union européenne s'est construite dans les crises, comme celles qu'elle traverse aujourd'hui, avec notamment la guerre en Ukraine. Ces crises doivent être le marchepied d'une Europe beaucoup plus forte. Nous devons être maîtres de notre destin, un destin lié à nos alliés, bien sûr, mais qui ne dépend pas de leur seul bon vouloir. Alliés oui, aliénés non: ce serait le début de la fin.

Dans un autre registre, madame la ministre, permettez-moi, au nom de mon groupe, de vous féliciter pour votre accession à la Commission européenne.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, je vous remercie.

Ce que Trump et ses alliés, Milei, Orban, Meloni, Le Pen, Wilders et j'en passe et pas des meilleurs, espèrent, c'est notre résignation. Mais il y a quelque chose qui ne nous manquera jamais à nous, socialistes: c'est la résolution, c'est le courage et la fidélité.

Je l'affirme avec une forme de solennité car le moment est historique, mais aussi et surtout avec une conviction inébranlable: nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre la démocratie et les libertés. Nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre les droits des femmes et le droit à l'avortement. Nous, socialistes, serons toujours en première ligne pour défendre les minorités et les personnes LGBTQIA+. Nous, socialistes, serons en première ligne pour protéger la santé et la protection sociale. Nous, socialistes, serons en première ligne aux côtés des Palestiniens et des Ukrainiens et de tous ceux qui souffrent.

L'espoir est toujours plus fort que la peur. La justice triomphe toujours de la haine.

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre, comment peut-on être aussi naïf? Donald Trump dit clairement qu'il va se battre à fond pour les intérêts impérialistes américains, et uniquement ceux-là, et votre conclusion politique est qu'il faut renforcer les relations transatlantiques! Mais combien de temps allons-nous encore nous faire berner en croyant naïvement que les Américains défendent les intérêts des Européens? Les Américains défendent l'impérialisme américain. Quand ils disent qu'ils soutiennent Netanyahu au moyen de milliards de dollars en armement, que fait l'Union européenne? Elle se met au garde-à-vous. Que fait-elle lorsque les États-Unis d'Amérique annoncent qu'ils vont bombarder l'Afghanistan, la Libye, la Syrie? Elle se met au garde-à-vous! Quand les Américains nous vendent un gaz très cher pour des milliards d'euros aux dépens de notre industrie, que fait-elle? Elle se met au garde-à-vous.

Combien de temps allons-nous encore croire que cela peut continuer? Tendons la main à tous les pays du Sud qui, aujourd'hui, n'acceptent plus l'ordre (…)

Anneleen Van Bossuyt:

Collega’s, de Amerikaanse kiezer heeft gekozen en we moeten die democratische keuze respecteren. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar geloof mij: als men uitgescholden, uitgejouwd en bespuwd wordt, terwijl men een duidelijk mandaat van de kiezer heeft gekregen, dan beseft men dat dat voor sommigen in onze samenleving niet meer zo vanzelfsprekend is. (Applaus en staande ovatie op de banken van de N-VA)

Het regeringsstandpunt over het akkoord met Mercosur in de aanloop naar de G20-top in Brazilië

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 7 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België blijft kritisch over het EU-Mercosur-akkoord (2019), eist bindende duurzaamheidsclausules (klimaat, ontbossing, sociale rechten) en bescherming van de landbouwsector tegen oneerlijke concurrentie door import zonder EU-normen. De minister bevestigt lopende onderhandelingen voor een aanvullend protocol, maar benadrukt dat de finale Belgische positie afhangt van het definitieve voorstel—ratificatie door lidstaten mag niet omzeild worden. Wallonië en oppositie (Les Engagés) sluiten zich aan bij de eis: geen akkoord zonder herzien agrarisch luik. Onderhandelingen lopen nog, met mogelijke doorbraak "binnen weken/maanden".

Anne Pirson:

Madame la ministre, en 2019, un accord a été conclu entre le Mercosur et l’Union européenne. Cet accord comprend de nombreuses insuffisances au niveau des normes environnementales, du respect des droits sociaux et de l’équilibre des concessions. Mais surtout, il prévoit une ouverture du marché de l’Union européenne aux importations de viande bovine, ce qui aura des conséquences néfastes sur une filière qui est déjà très fragile aujourd'hui.

L’incompréhension du monde agricole face à la politique commerciale de l’Union européenne a été démontrée. On se souvient des manifestations d’il y a quelques mois.

La politique commerciale de l’Union européenne considère la filière agricole comme une simple variable d’ajustement. Elle favorise l’importation de produits qui ne respectent pas nos normes de production et cela, au détriment de notre souveraineté alimentaire, de notre économie rurale et de l’environnement.

Certes, la Commission européenne est en train d’essayer d’améliorer cet accord, mais il n’y a aucune négociation sur le volet agricole. Il n’y a rien sur la nécessité d’introduire des clauses miroirs pour assurer une concurrence loyale dans ce secteur. Il paraît que des avancées au niveau des négociations interviendront les 18 et 19 novembre prochains lors de la réunion du G20 à Rio.

J’ai quatre questions à vous poser, madame la ministre. Quelle est la position du gouvernement fédéral? Avez-vous fait comprendre à la Commission européenne que sans une révision du volet agricole, l’accord est inacceptable en l’état? Avez-vous invoqué la nécessité d’introduire des clauses miroirs? Avez-vous essayé de vous coordonner avec les pays qui partagent (…)

Hadja Lahbib:

Madame la députée, je vous remercie pour votre question qui me permet de rappeler qu'en fait, depuis plusieurs années, la Belgique dit clairement à la Commission européenne que l'accord qui a été négocié en 2019 n'est pas suffisant en l'état. Nous plaidons pour l'ajout de dispositions législatives relatives au développement durable, avec des mesures contraignantes sur le climat, la déforestation et les droits sociaux. Nous demandons systématiquement à la Commission de prendre des mesures pour protéger notre secteur agricole sensible, que ce soit pour l'accord du Mercosur ou pour n'importe quel autre accord commercial. Cela reste et restera une priorité pour nous.

La Commission européenne a repris en 2023, entre autres à notre demande, des négociations avec les pays du Mercosur pour intégrer, sous la forme d'un protocole additionnel, des engagements supplémentaires en matière de développement durable, notamment concernant la déforestation. Suite à la réouverture des négociations, des ajustements ont également été demandés par les pays du Mercosur. Les négociations sont toujours en cours. Elles pourraient aboutir dans les prochaines semaines ou les prochains mois. La Commission européenne est responsable des négociations, du timing et de l'architecture juridique de cet accord. Nous continuons bien entendu à suivre l'évolution des négociations avec attention, ainsi que les développements au sein des entités fédérées, en espérant évidemment qu'un gouvernement bruxellois soit formé.

La position finale de la Belgique se fera en concertation avec tous les acteurs concernés sur la base de l'accord définitif présenté par la Commission européenne aux États membres. Nous n'en sommes pas encore là.

Anne Pirson:

Madame la ministre, des informations circulent aussi au sujet d'une éventuelle scission de l'accord pour séparer le volet commercial du reste, pour que celui-ci ne soit pas soumis à la ratification des États membres. Nous trouvons que c'est évidemment inacceptable et que les parlements des différents pays doivent pouvoir donner leur avis sur un texte avec de pareilles conséquences. Par ailleurs, je vous ai entendu dire qu'il est essentiel pour vous de revoir les normes au niveau environnemental et des droits sociaux. Je souhaite rappeler que, pour Les Engagés, il est hors de question d'accepter un accord qui attaquerait directement les agriculteurs si le volet agricole n'était pas revu. Je tiens également à souligner que toutes ces exigences sont partagées par le Parlement wallon qui a voté une résolution hier. Je vous remercie.

Het verbod op enige activiteit van UNRWA op Israëlisch grondgebied
De situatie in het Midden-Oosten
Midden-Oosten: UNRWA-activiteiten op Israëlisch grondgebied

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 7 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende humanitaire crisis in Gaza, waar Israël via geweld, blokkades en het verbod op UNRWA (de cruciale VN-hulporganisatie) systematisch hulp onmogelijk maakt, met 43.400 doden en massale hongersnood als gevolg. Minister Lahbib bevestigt diplomatieke druk (o.a. namens 123 landen) voor onbelemmerde hulptoegang en behoud van UNRWA’s mandaat, maar concrete sancties ontbreken, ondanks groeiende internationale en Belgische (54% voorstanders) oproepen daartoe. Kritische stemmen (Lambrecht, Merckx) eisen dringend bindende maatregelen tegen Israël’s “genocide” en impuniteit, wijzend op het falen van louter woorden nu zelfs de laatste hulproutes worden afgesloten. De kernvraag blijft: wanneer schakelt België over van retoriek naar daadkracht, gegeven de onhoudbare situatie?

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, ook vanwege onze fractie proficiat gewenst. We wensen u heel veel succes.

De situatie in Gaza dreigt alleen maar erger te worden in 2025. Na het vernietigen van scholen, ziekenhuizen, woningen, het massaal op de vlucht doen slaan van inwoners, het bombarderen van tentenkampen op plaatsen waar men zich veilig waande, is het blijkbaar voor de extreemrechtse regering van Netanyahu nog altijd niet genoeg. Er is nog niet genoeg geweld, er zijn nog niet genoeg doden. Dat heeft allang niks meer met het conflict tussen twee strijdende partijen te maken. Het verbieden van voedselhulp heeft eigenlijk maar een enkel doel: mensen die geen kant meer op kunnen nog meer treffen.

Collega’s, de wereld wordt elke dag grimmiger en het ondermijnen van een VN-instantie zoals UNRWA is de zoveelste horror in het Gaza-conflict. Het resultaat zal nog meer onschuldige slachtoffers en zeker nog meer doden zijn. Iedereen kan online de vreselijke beelden meevolgen en zien hoe afhankelijk men daar ter plaatse in Gaza van onze noodhulp is.

Mevrouw de minister, ik heb voor u de volgende vraag. Zal de voedselhulp nog ter plaatse in Gaza geraken als de nieuwe wet in werking treedt op 1 januari? Zal de vrije toegang van hulpgoederen gegarandeerd kunnen worden door u?

Sofie Merckx:

Monsieur le président, madame la ministre, le peuple palestinien, c'est 75 ans d'apartheid, d'occupation. Ce sont des millions de réfugiés dans le monde entier et, depuis un an, c'est aussi un génocide qui est en cours. Il y a déjà eu 43 400 morts. À chaque fois qu'on pense avoir tout vu de la part d'Israël (bombardements d'hôpitaux, bombes au phosphore, meurtres de journalistes, mutilations et décès d'enfants), Israël fait ou veut faire quelque chose de nouveau. Le dernier élément, dont ma collègue a parlé, c'est la décision d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) des territoires palestiniens.

Toutefois, alors que ceci se passe, je constate aussi quelque chose de positif. C'est le fait que nous sommes de plus en plus nombreux, tant en Belgique qu'en Europe ou dans le monde entier, à dire qu'on ne peut plus accepter cela. Ce matin encore, un sondage de 11.11.11 démontrait que 54 % de la population belge demandent qu'il y ait enfin des sanctions contre Israël.

Madame la ministre, mes questions sont simples. Combien de morts faut-il encore? Combien de crimes faut-il encore? Combien d'enfants doivent-ils encore être mutilés? Combien d'enfants devront-ils encore mourir avant que vous ne preniez vos responsabilités pour défendre les droits du peuple palestinien?

Hadja Lahbib:

Mesdames les députées, la situation dans le Nord de Gaza est dramatique. Les conditions de vie y sont de plus en plus inhumaines, l'aide humanitaire ne parvenant plus suffisamment depuis trop longtemps.

J'ai donné des instructions très claires à nos ambassades dans la région, en leur demandant d'intensifier les contacts diplomatiques pour rallier d'autres États et organisations internationales à la nécessité de faire pression pour que le gouvernement israélien respecte le droit international et permette l'accès de l'aide à Gaza, en particulier au Nord de Gaza. Je ne rentrerai pas dans les détails car il s'agit de démarches diplomatiques qui sont en cours.

Ik wil hieraan toevoegen dat het leveren van humanitaire hulp aan Gaza op het laagste niveau sinds 7 oktober 2023 zit. De Verenigde Naties vragen om 500 vrachtwagens per dag, maar we tellen momenteel 30 vrachtwagens per dag. Maandag liet Israël de secretaris-generaal van de VN in een officiële brief weten dat de operaties van UNRWA binnen drie maanden verboden zouden worden. Vervolgens werd een bijzondere VN-zitting in New York gehouden om te praten over UNRWA en de door de Knesset aangenomen wetten die UNRWA-operaties in de bezette gebieden zullen verbieden.

Hier, la Belgique a pris la parole au nom de 123 pays, c'est-à-dire le groupe des Shared Commitments, en soutenant le mandat de l'UNRWA, en demandant l'accès humanitaire sans entrave et en insistant sur les responsabilités d'Israël en tant que force occupante et partie prenante au conflit. Aucune agence d'aide humanitaire – aucune! – n'est en mesure de remplacer l'UNRWA. Son mandat doit être préservé tant qu'une solution durable au conflit n'est pas trouvée. C'est le message que nous avons transmis et que nous continuerons à défendre sur la scène internationale, en invitant les autres États à partager cette position qui rappelle les principes universels du droit international humanitaire. Je vous remercie de votre attention.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, wanneer houdt het op? Het wordt elke dag erger, elke dag slechter. De allerlaatste organisatie die voedselhulp naar Gaza kon brengen, wordt nu ook verboden.

De nood om het verschil te maken, was nog nooit zo groot. Het is echt essentieel dat u, zoals u vandaag doet – u moet dat vooral blijven doen en krachtiger doen – uw stem laat horen, omdat dit echt niet kan. Velen – het zijn er steeds meer – hebben de voorbije maanden laten horen dat het zo niet kan en dat het moet stoppen. De onschuldige slachtoffers zijn niet alleen, steeds meer mensen kunnen dit niet meer aanzien en aanvaarden. Vooruit zal altijd aan de kant van de onschuldige slachtoffers staan, keer op keer en zeker ook nu.

Sofie Merckx:

Madame la ministre, vous confirmez donc bien que, en exécutant cette décision, Israël bafoue tous les principes universels du droit humanitaire. Par conséquent, en effet, s'exprimer comme vous le faites devant les instances des Nations Unies est une chose positive mais qui ne suffit pas. Les gens attendent de vous que vous preniez des mesures concrètes et des sanctions. D'ailleurs ce matin, l'Espagne a interdit à un avion transportant une cargaison militaire de faire escale sur son sol. L'État d'Israël n'écoute pas les belles paroles mais agit en toute impunité. Il faut agir concrètement avec des sanctions pour mettre fin à ces agissements et cesser d'en être complice.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, ik wil u op mijn beurt hartelijk gelukwensen met uw hoorzitting in het Europees Parlement, die u succesrijk hebt afgerond. Ik wens u veel succes bij de uitvoering van uw mandaat. (Applaus) (Applaudissements) Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 6 november 2024 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen. Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 6 novembre 2024, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui. Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee) Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non) Bijgevolg is de agenda aangenomen. En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Het technische probleem met de Airbus A330 MRTT die op weg was om Belgen uit Libanon te evacueren

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De modernisering van de marinebasis in Zeebrugge loopt vertraging: de renovatie van dok 1 (nodig voor nieuwe fregatten) start pas in 2027 (in plaats van 2025), terwijl de middelen en planning nog onduidelijk blijven, en de DEF-toren (nieuw hoofdkwartier) is nog in voorbereiding met voldoende budget. Onderhoud van nieuwe mijnenjagers verplaatst naar een drijvend droogdok in Zeebrugge’s achterhaven, met behoud van personeel maar zonder extra onderhoudscentrum; bestaande infrastructuur is ongeschikt. Het sportcomplex blijft volgens planning in 2025 starten. Qua MRTT-vliegtuigen (luchttransport) is de beschikbaarheid hoog, met zeldzame technische problemen zoals de recent afgebroken missie naar Libanon, waarbinnen geen reserve-toestel gegarandeerd is maar binnen 24 uur een alternatief werd geregeld—compensatie voor mislukte vluchten ontbreekt.

Peter Buysrogge:

Mevrouw de minister, uw kazerneplan voorzag in een grondige modernisering van de basis in Zeebrugge. Vooreerst gaat het over de renovatie van de dokken en de kaaien, omdat deze momenteel niet toelaten om de nieuwe fregatten te ontvangen. Het tweede luik omvat de constructie van de grote toren, een nieuw hoofdkwartier ter vervanging van de oude infrastructuur.

De werken aan dok 1 zouden aanvangen in 2025. Kunt u bevestigen dat het dossier klaar is en dat de nodige middelen voorzien zijn om de werken effectief in de loop van 2025 van start te laten gaan? Zo niet, wat is de oorzaak van de vertraging?

Wat is de status van de DEF-toren die in het centrum van de nieuwe basis zou worden gebouwd? In welke fase bevindt dit dossier zich en zijn er voldoende middelen binnen het bestaande budgettaire traject?

De huidige scheepslift en de onderhoudsloods voor de mijnenjagers zouden niet langer bruikbaar zijn voor de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen. Het onderhoud zou elders in een drijvend droogdok plaatsvinden. Wat zal er met deze werkplaatsen en het personeel gebeuren? Zal een bijkomend onderhoudscentrum nodig zijn als de eerste grondige onderhoudswerken aan de schepen na zes jaar nodig zijn?

In 2025 zouden de werken aan het nieuwe sportcomplex starten. Kunt u bevestigen dat deze nog steeds op schema zitten?

Ludivine Dedonder:

De voorbereidende studies voor de werken aan het dok zijn nog lopende, waardoor de werken in 2027 zouden moeten kunnen starten. Dit laat nog steeds toe dat het dok tijdig klaar zal zijn om de nieuwe fregatten te ontvangen.

Het dossier DEF-toren is momenteel in opmaak en zal te gepasten tijde aan de ministerraad worden voorgelegd. De middelen voor dat project zijn voorzien.

De huidige faciliteiten in het droogdok in de basis zijn op het vlak van hefvermogen en afmetingen niet geschikt voor het droogzetten van de nieuwe mijnenjagers. Voor het onderhoud van die platformen en van de toolbox aan onbemande systemen, kan zowel op defensiepersoneel als op contracten met de industrie een beroep worden gedaan. Voor het onderhoud van de mijnenjagers wordt een specifiek contract afgesloten waarbij een droogdok in de achterhaven van Zeebrugge wordt voorzien. De overige onderhoudswerkzaamheden zullen in de marinebasis van Zeebrugge plaatsvinden. De nodige werken aan de werkplaatsen zijn daarvoor gepland.

De behoefte aan personeel om het onderhoud te waarborgen, zowel voor de nog enkele jaren in stand te houden huidige capaciteiten als voor de nieuwe capaciteit, blijft bestaan. Het personeel zal ingezet blijven worden ten dienste van de vloot.

De gunning van de afbraak en de heropbouw van het sportcomplex in Zeebrugge staat nog steeds in 2025 gepland. Aansluitend volgt de start van de werken.

Peter Buysrogge:

Mevrouw de minister, in de initiële planning stond dat de werken aan dok 1 zouden aanvangen in 2025. U zegt hier vandaag dat ze zullen aanvangen in 2027 en stelt dat dit geen probleem is, want dat de nieuwe fregatten er toch later zullen zijn. In dat opzicht is dat beperkte uitstel misschien te verantwoorden.

Mijn concrete vraag met betrekking tot dok 1 ging over de middelen voorzien voor de realisatie van het dok. Ik denk niet dat ik daarop een antwoord heb gekregen, tenzij ik het gemist heb. Het is me alleszins niet duidelijk hoeveel middelen er specifiek voor dok 1 in het budget voorzien zijn en of die middelen toereikend zijn conform het dossier in opmaak. Specifiek met betrekking tot die middelen voor dok 1 blijf ik voorlopig echter nog een beetje op mijn honger.

Ludivine Dedonder:

(…)

Luc Frank:

Sehr geehrte Frau Ministerin, madame la ministre, le mercredi 9 octobre 2024, l'Airbus A330 Multi Role Tanker Transport (MRTT) qui devait, d'une part, apporter une cargaison rassemblée pour les hôpitaux publics libanais dans le cadre de l'aide d'urgence B-FAST et, d'autre part, rapatrier des ressortissants belges du Liban, a dû faire demi-tour au-dessus de la mer Adriatique à cause d'un problème technique du moteur.

Si un problème technique peut toujours arriver, celui-ci s'est produit au pire moment. Le matériel médical était urgent pour les hôpitaux libanais et les ressortissants belges attendaient leur évacuation avec impatience. Ceci me conduit à vous poser des questions plus structurelles sur la disponibilité des Airbus A330 MRTT.

Madame la ministre, ce type de panne, ou problème technique, est-il fréquent avec ces avions? Connaissent-ils des problèmes de disponibilité?

Quand un avion, qui est assigné à disposition d'un État participant à la Multinational MRTT Unit (MMU), connaît un problème technique, y a-t-il un avion de réserve rapidement et automatiquement disponible?

L'État utilisateur reçoit-il une sorte de compensation, comme par exemple une neutralisation des heures de vol "inutiles", par rapport à son quota annuel lié à la flotte de MRTT?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Frank, d'une manière générale, les appareils de la flotte MRTT affichent une grande disponibilité. Ce genre de panne est extrêmement rare pour le MRTT. Dans ce cas précis, la situation sécuritaire à Beyrouth a joué un rôle déterminant, étant donné qu'il fallait éviter que l'avion ne tombe en panne sur place.

La MRTT Unit reçoit des missions de différentes nations membres du programme. La disponibilité d'un avion de réserve éventuel n'est donc pas garantie et dépend, notamment, du nombre de missions planifiées en parall è le. Il faut en outre tenir compte de la disponibilité des équipages. Dans le cas présent, un autre appareil avec équipage a été mis à disposition dans les 24 heures et l'opération a donc pu se dérouler dans les 24 heures.

Il n'y a pas de système de compensation pour les vols qui n'ont pu avoir lieu parce que cela fait partie du modèle d'exploitation.

Luc Frank:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU over de asielaanvragen van Afghaanse vrouwen
De vluchtelingenstatus voor Afghaanse vrouwen
De situatie van de Afghaanse vrouwen
Afghaanse vrouwen en de vluchtelingenstatus
De uitspraak van het Europees Hof van Justitie over asielaanvragen van Afghaanse vrouwen
EU-uitspraken en asielstatus voor Afghaanse vrouwen

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het Europees Hof van Justitie oordeelde dat Afghaanse vrouwen automatisch als vervolgde sociale groep moeten worden erkend op basis van nationaliteit en geslacht, wat in België al grotendeels werd toegepast door het CGVS (erkenningsgraad: 95,6% voor vrouwen in 2024). De staatssecretaris benadrukte dat individuele toetsing (o.a. nationaliteitscontrole, uitsluitingsgronden) blijft gelden, zonder automatisch asiel toe te kennen, om misbruik en aanzuigeffect te voorkomen. Kritiekpunten betroffen de onzekere status van Afghaanse mannen (slechts 38% erkenning) en de lage instroom van vrouwen (16% van Afghaanse asielzoekers) door reisbeperkingen. Partijen waarschuwden voor te globaal groepsbeleid, maar steunden humanitaire opvang met behoud van strikt individueel onderzoek.

Voorzitter:

Mevrouw Safai is verontschuldigd.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, op 4 oktober 2024 stelde het Europees Hof van Justitie in Luxemburg dat Afghaanse vrouwen als een specifieke sociale groep aangezien moeten worden en dat ze bij hun terugkeer naar het land van herkomst daadwerkelijk en specifiek vervolging dreigen te ondergaan vanwege de onderdrukking door de taliban. Om te oordelen over de asielaanvraag, volstaat het volgens het Hof om alleen te kijken naar de nationaliteit, zijnde Afghaans, en naar het geslacht, zijnde vrouw, om in aanmerking te komen voor een asielstatus.

Bestaat er volgens u een risico dat dat zal leiden tot een toename van het aantal asielaanvragen en dat de uitspraak een aanzuigeffect heeft?

Zal er bij de beoordeling van toekomstige asielaanvragen door het CGVS rekening worden gehouden met die beslissing, of oordeelde het CGVS al in die zin en zal het arrest dus geen impact hebben?

Wat is momenteel de erkenningsgraad van Afghaanse vrouwen?

Bent u voorstander van beslissingen waarbij het voldoende is om nationaliteit en geslacht in aanmerking te nemen voor de toekenning van een asielaanvraag?

Hoe zorgt u ervoor dat de individuele toetsing van een asielaanvraag gewaarborgd blijft?

Khalil Aouasti:

Madame la secrétaire d'État, les droits des femmes en Afghanistan sont de jour en jour de plus en plus restreints par le régime des talibans et ces droits finiront par devenir inexistants.

Face à cette situation, aux discriminations graves, aux violences de genre, qui hélas ne font plus les gros titres de la presse internationale depuis de trop nombreux mois, la Cour de justice de l'Union européenne a publié un arrêt important. Elle indique que dans le cadre d'une procédure d'asile, la nationalité et le sexe suffisent pour établir qu'une femme afghane fasse l'objet de persécutions en cas de retour dans son pays. Chaque État membre pourra désormais se baser uniquement sur ces critères pour accorder une protection internationale aux femmes afghanes.

Madame la secrétaire d'Etat, dans le cadre de la procédure d'asile en Belgique, quelles sont les conséquences concrètes de cet arrêt pour les femmes afghanes?

Le CGRA a-t-il revu ses instructions dans le sens précisé par la Cour de justice de l'Union européenne?

Au 1 er octobre 2024, combien de femmes afghanes ont demandé le statut de réfugiées dans notre pays et combien ont reçu une suite favorable cette année?

Une procédure de révision des décisions prises pour les femmes afghanes toujours présentes sur le territoire est-elle envisagée ou leur demanderez-vous d'introduire une nouvelle demande, dite multiple, qui serait justifiée par ce nouvel arrêt de la Cour de justice?

Qu'en est-il des membres de la famille accompagnant ces femmes?

Pourriez-vous m'indiquer ce qu'il en est de la situation des hommes afghans qui sont toujours dans un no man's land juridique sur notre territoire?

François De Smet:

Madame la secrétaire d'État, l'Afghanistan est redevenu un enfer pour les femmes depuis le retour des talibans. Nous ne comptons plus les mesures de privation de droits qui touchent les femmes afghanes qui sont interdites d'accès à l'éducation, exclues de la quasi-totalité des emplois, interdites de vie sociale, interdites d'apparaître dans l'espace public sans être accompagnées.

Il leur a même été récemment interdit de parler entre elles. La presse nous apprend en effet que le ministre afghan de la Promotion de la vertu et de la Prévention du vice a affirmé que les femmes ne devaient pas entendre la voix d'autres femmes, même lorsqu'elles prient.

Nous n'avons évidemment pas de moyens directs d'action pour aider ces femmes là-bas mais notre pays, comme les autres pays de l'Union européenne, a un levier: se montrer ouvert.

Lorsque des femmes venues d'Afghanistan introduisent une demande d'asile, nous pourrions faire en sorte qu'être femme et venir d'Afghanistan constituent en soi une catégorie de personnes à laquelle nous pouvons et devons offrir asile et protection, comme nous le permet désormais la Cour de justice de l'Union européenne.

Madame la secrétaire d'État, pouvez-vous nous dire si cette catégorie de réfugiées fait l’objet d’une attention spécifique du CGRA? Pouvez-vous nous donner les chiffres relatifs au nombre de demandes concernées?

Rajae Maouane:

Madame la secrétaire d'État, chaque jour, les droits des femmes en Afghanistan s’effacent sous le régime des talibans. Elles sont privées de toute liberté. Alors que le monde regarde malheureusement ailleurs, la Cour de justice de l'Union européenne a affirmé qu'être femme et afghane suffit désormais pour être considérée en danger et obtenir protection en Europe.

Madame la secrétaire d'État, que signifie concrètement cet arrêt pour les femmes afghanes en Belgique? Le CGRA a-t-il revu ses pratiques pour faciliter leur demande d'asile? Combien de femmes afghanes ont été protégées ici cette année? Pour celles qui sont déjà présentes, une révision de leur dossier est-elle envisagée ou devront-elles reprendre la démarche pour faire valoir ce droit?

Concernant leurs proches, en particulier les hommes afghans, comment ce statut est-il appliqué?

Je vous remercie pour vos réponses, dont j’espère qu’elles éclaireront un peu le sort de ces femmes qui ont tout perdu.​

Voorzitter:

Zijn er leden die zich daarbij wensen aan te sluiten?

Greet Daems:

Mevrouw de staatssecretaris, nooit en nergens ter wereld zouden vrouwen moeten meemaken wat er nu in Afghanistan gebeurt. Daarover zijn we het allemaal eens. De vrouwen die in ons land bescherming vragen, moeten die ook kunnen krijgen. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie komt neer op een directe erkenning van de vluchtelingenstatus van Afghaanse vrouwen. Alleen de nationaliteit en het geslacht zijn al voldoende om aan te tonen dat ze vervolging riskeren. De PVDA vindt het dan ook uw plicht om dat arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie ook in België ten uitvoer te leggen.

Zult u dat doen? We hopen alvast dat u dat zeer ernstig neemt.

Nicole de Moor:

Mijnheer de voorzitter, ik bedank de parlementsleden voor hun vragen over het beschermingsstatuut van Afghaanse vrouwen en het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie daarover.

Depuis la reprise du traitement de toutes les demandes d'Afghans en mars 2022, le traitement de ces dossiers par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) va déjà dans le sens de cet arrêt. La pratique du CGRA est donc déjà conforme à l'arrêt de la Cour européenne de Justice qui a été discuté. Il n'y a donc pas lieu de procéder à un réexamen du dossier, monsieur Aouasti. Toutes les ressortissantes afghanes peuvent prétendre au statut de réfugiée en tant que groupe social déterminé.

Het begrip 'sociale groep' wordt namelijk in die zin geïnterpreteerd. Het is al langer duidelijk dat vrouwen in Afghanistan zich in een zeer precaire situatie bevinden. De discriminerende maatregelen die de taliban aan Afghaanse vrouwen opleggen, volstaan volgens de huidige rechtspraak op zich om te worden beschouwd als daden van vervolging. Het is goed dat het Hof van Justitie ook duidelijkheid schept met het oog op een uniforme toepassing van de kwalificatierichtlijn en de Conventie van Genève in alle lidstaten. Een harmonisering van de interpretatie wat dat betreft door verschillende lidstaten is een belangrijke zaak.

Wat de cijfers betreft, in 2024 is 16 % van de Afghaanse verzoekers een vrouw, wat iets hoger ligt dan voorgaande jaren. In 2023 was dat 11 %, in 2022 was dat 7 %. De voorgaande jaren waren er ongeveer 250 volwassen Afghaanse vrouwelijke verzoekers. Voor de eerste 9 maanden van dit jaar zitten we ook aan dat cijfer. Wellicht zal het aantal dus iets hoger liggen dit jaar, al betreft het een zeer beperkte stijging.

Het verbaast niet dat die cijfers zo laag zijn. Het is geweten dat Afghaanse vrouwen veel moeilijker het land kunnen verlaten en veel moeilijker op eigen houtje kunnen reizen. Het is belangrijk op te merken dat we de afgelopen jaren een heel sterke daling hebben gezien van het aantal Afghaanse niet-begeleide minderjarigen. Daar ging het voornamelijk om jongens. Er is dus inderdaad een kleine procentuele stijging van de vrouwen, tot 16 % vandaag.

En 2024, jusqu'à la fin du mois de septembre, un total de 2 486 personnes afghanes ont demandé une protection internationale dont 390 femmes et filles. Au cours de la même période de référence, le CGRA a accordé le statut de réfugiée à 372 femmes et filles afghanes. Cela représente un taux de reconnaissance de 95,6 %. Veuillez noter aussi que les décisions de 2024 ne sont pas nécessairement liées aux demandes de 2024.

Het is belangrijk op te merken dat er een daling is in het totale aantal Afghaanse verzoeken en een nog grotere daling van het aantal eerste verzoeken in België. Maar vergis u niet, collega's, er vindt nog altijd een onderzoek op individuele basis plaats. Ik vind dit zelf heel belangrijk. Het CGVS zal nog altijd moeten nagaan of de verzoekster daadwerkelijk de Afghaanse nationaliteit heeft, of er bepaalde uitsluitingsgronden spelen en of de verzoekster niet reeds internationale bescherming geniet in een andere Europese lidstaat.

Het CGVS kan dus nog steeds een weigeringsbeslissing nemen wegens nationaliteitsfraude, of een beslissing van niet-ontvankelijkheid wegens het reeds hebben van een statuut van internationale bescherming in een andere Europese lidstaat. Het CGVS volgt altijd de wettelijk voorziene procedures en zal dus niet zomaar overgaan tot een automatisch erkenningsbeleid.

Hetzelfde geldt uiteraard voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Il convient toutefois de noter que la grande majorité des demandeurs afghans sont des hommes. Pour les hommes célibataires, le CGRA évaluera également sur une base individuelle, pour chaque demandeur, s'il existe un besoin de protection tenant compte de la situation actuelle en Afghanistan. Actuellement, le taux de reconnaissance global du CGRA pour les Afghans est de 38 %.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, op basis van uw antwoord heb ik toch nog een kleine, bijkomende vraag. Ik weet niet of dat mogelijk is?

Spelen de uitsluitingsgronden nog steeds, bijvoorbeeld die wegens verstoring van de openbare orde, ongeacht de rechtspraak? (De staatssecretaris knikt instemmend.) Oké.

Los van de situatie in Afghanistan moeten we echt wel opletten voor rechterlijke uitspraken die de individuele toetsing van asielaanvragen moeilijker of onmogelijk maken, al wordt er in de praktijk gesproken van een sociale groep of al erkent men in de praktijk al bijna alle vrouwen. Ik meen dat we zeer voorzichtig moeten zijn groepen in globo te erkennen. Daar gaat volgens mij wel een aanzuigeffect van uit.

Khalil Aouasti:

Madame la secrétaire d' é tat, je vous remercie pour vos réponses. Je vous remercie aussi d'avoir confirmé que notre pays n'a pas attendu l'arrêt de la Cour de justice pour considérer que la condition de femme était malheureusement une condition pour être maltraitée et persécutée sur le territoire afghan. Je vous remercie également d'avoir confirmé que le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides a anticipé les choses. Je pense qu'il est très heureux que notre jurisprudence ait anticipé cette jurisprudence de la Cour de justice et qu'elle se maintienne comme telle.

Je rappelle néanmoins malheureusement toujours le sort de ces centaines d'hommes afghans qui sont ici. Ils ne sont pas reconnus, mais ils sont considérés comme inexpulsables vers leur pays d'origine; ils se trouvent donc dans un no man's land et errent aujourd'hui dans une relative incertitude pour un temps dont on ignore la longueur. Je pense qu'il faut aussi pouvoir profiter de cette tribune pour lancer un message et faire en sorte qu'il y ait de l'humanité dans la manière dont sont traitées ces demandes-là, afin que ces hommes afghans qui sont sur le territoire puissent avoir un avenir.

François De Smet:

Madame la secrétaire d'État, je vous remercie pour vos réponses très claires. Moi aussi, je suis heureux que la Belgique n'ait pas attendu l'arrêt de la Cour de justice pour considérer que les femmes afghanes sont une catégorie devant bénéficier de cette protection. Je pense que c'est le devoir de notre pays de continuer en ce sens et de s'intéresser malgré tout au sort des hommes afghans. Ces derniers ne sont pas dans la même situation, mais la leur n'est pas très enviable non plus.

Rajae Maouane:

Merci, madame la secrétaire d'État, pour vos réponses qui sont assez rassurantes. Aujourd'hui, notre attention et notre engagement envers ces femmes doivent être totaux, pleins et entiers, face à cette situation tragique. Je vous appelle à continuer à faire de notre pays un allié inébranlable pour ces femmes qui sont contraintes de fuir et qui sont dans des situations absolument désastreuses là-bas. Comme mes collègues, je rejoins l'appel lancé concernant les hommes afghans; il faut traiter ces dossiers avec humanité. Je sais que vous en faites preuve. Merci beaucoup.

Voorzitter:

Zijn er leden die wensen aan te sluiten?

Maaike De Vreese:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, mevrouw Darya Safai en ikzelf hebben het arrest zelf heel goed gelezen. Daarin kan worden vastgesteld dat het Europees Hof de lidstaten toestemming geeft om de vluchtelingenstatus uit te reiken op basis van louter herkomst en geslacht. Daarin is de toestemming belangrijk. Het Europees Hof verplicht de lidstaten inderdaad in geen enkel geval een en ander categorisch te doen, over de hele categorie heen. Dus weigeren op basis van een individueel onderzoek is en blijft mogelijk. Het lijkt voor ons heel belangrijk dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, op dit moment een heel onafhankelijke organisatie of instantie, het op die manier ook blijft doen, namelijk op strikt individuele basis blijven oordelen. Indien een Afghaanse vrouw immers niet in dat geval is, moeten wij de status ook niet toekennen. Wij zijn bezorgd dat, wanneer dat voor een hele categorie wordt gedaan, daarvan binnen de kortste keren misbruik zal worden gemaakt en het een aanzuigeffect kan hebben. Afghaanse vrouwen worden dan naar hier gestuurd opdat de mannen ook naar hier kunnen komen op basis van het statuut dat de vrouw hier heeft gekregen. We mogen ter zake niet naïef zijn en moeten de dossiers op individuele basis blijven bekijken.

De vluchtelingenstatus van de ‘talibaninfluencer’ Jamil Qadery

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Afghaanse "talibaninfluencer" Jamil Qadery verloor in mei 2024 zijn vluchtelingenstatus na heronderzoek door het CGVS, nadat staatssecretaris De Moor in 2023 om intrekking vroeg wegens zijn openlijke talibansteun en haatpropaganda op sociale media (400.000+ volgers). Het onderzoeksproces liep vertraging omdat zijn activiteiten pas laat werden opgemerkt, maar het CGVS gebruikt nu een gespecialiseerde media-unit voor grondige screening van asielzoekers op sociale media, met geavanceerde tools en taalkundige expertise. Qadery vecht de intrekking aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, terwijl zijn recentste video’s aantonen dat hij nog actief is. Terugkeer naar Afghanistan (zoals Duitsland doet) blijft een openstaand punt, met druk van Van Belleghem om dit te heractiveren.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, we hadden het daarnet al over de Afghaanse vrouwen. Nu heb ik het over een Afghaanse man.

Uit een artikel van het weekblad Knack blijkt dat het CGVS de vluchtelingenstatus van Jamil Qadery heeft opgeheven. Jamil is niet zomaar iemand. Hij heeft heel wat volgers op YouTube (80.000), TikTok (45.000), Twitter (19.000) en Facebook (160.000). Hij kwam vorig jaar in opspraak nadat hij op sociale media zijn steun voor de taliban had uitgesproken. Hij wordt niet voor niets de 'talibaninfluencer' genoemd.

U hebt in 2023 aangekondigd dat het CGVS de vluchtelingenstatus van de man opnieuw zou onderzoeken, wat ook is gebeurd. Het CGVS heeft in mei 2024 zijn vluchtelingenstatus opgeheven. Op 5 juni zou Jamil Qadery bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een beroep tegen de beslissing hebben ingesteld. Er zou echter nog geen zittingsdatum zijn vastgelegd.

Hoe is het überhaupt mogelijk dat iemand met een dergelijk profiel alsnog de vluchtelingenstatus heeft verkregen? Qadery zijn YouTubekanaal bestaat al sinds 2020. Hoe is het mogelijk dat het tot 2023 duurt alvorens zijn vluchtelingenstatus wordt heronderzocht?

Strekken de onderzoeksmogelijkheden van de protection officers van het CGVS wel ver genoeg? Hebben ze genoeg tijd en ruimte om statussen te heronderzoeken of is er nog steeds een gebrek aan personeel?

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de terugkeer van illegalen naar Afghanistan?

Nicole de Moor:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van Belleghem, u hebt heel veel vragen gesteld. Eén vraag heb ik inderdaad al beantwoord, ik probeer de andere vragen zo kort mogelijk te beantwoorden.

Een asielaanvraag wordt in ons land individueel en onafhankelijk beoordeeld door het CGVS. Dat betekent dat ik als staatssecretaris niet tussenkom in die individuele beoordeling. Ik kan echter wel aan het CGVS vragen om een beoordeling opnieuw te evalueren of te herzien. In mei 2023 heb ik inderdaad aan het CGVS gevraagd om de vluchtelingenstatus van die persoon in te trekken. De asielprocedure dient om mensen te beschermen die gevaar lopen voor oorlog of vervolging en niet voor wie zich schuldig maakt aan haatspraak of het verheerlijken van moorddadige regimes. De aanwezigheid van dergelijke personen in ons land kunnen wij niet tolereren.

Het CGVS heeft mijn verzoek als onafhankelijke instantie beoordeeld en heeft inderdaad de vluchtelingenstatus ingetrokken. Momenteel wordt het beroep tegen die intrekking behandeld door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Doordat het CGVS is gebonden aan het beroepsgeheim kan ik u uiteraard geen verdere, gedetailleerde informatie geven over dit individuele dossier. Ik kan u wel zeggen dat elk dossier grondig wordt beoordeeld door het CGVS. Bovendien is daar ook bijzondere aandacht voor het veiligheidsaspect. Er gebeurt een veiligheidsscreening bij elke registratie van een verzoek om internationale bescherming bij de DVZ door de inlichtingendiensten.

Informatie over haatpropaganda verkrijgt het CGVS zowel door eigen onderzoek, onder andere door de nieuwe media-unit, als via derden, dat zijn dan andere diensten of landgenoten die het CGVS op de hoogte brengen. Dat kan gaan om radicale religieuze preken, om propaganda voor de taliban of ISKP, om haatdragende standpunten tegen etnische of religieuze minderheden enzovoort. Het CGVS zal de elementen waarvan het op de hoogte is altijd onderzoeken tijdens de asielprocedure of zal, indien het om een persoon gaat die al een beschermingsstatus heeft, onderzoeken in welke mate een intrekking van de status van vluchteling of subsidiaire bescherming mogelijk is. Het is daarbij van belang om de aanwijzingen van haatpropaganda zoveel mogelijk te objectiveren en hard te kunnen maken. De betrokken persoon krijgt ook steeds de kans om te reageren op de elementen en desgevallend op het voornemen van het CGVS om de status in te trekken.

Bij het beoordelen van verzoeken om internationale bescherming kan het CGVS gebruikmaken van publiek toegankelijke elektronische informatie. Wanneer het CGVS online informatie van sociale media wil raadplegen en verwerken in een beslissing, dient dit evenwel conform de GDPR-wetgeving te gebeuren. Een onderzoek naar de sociale media van de verzoeker kan alleen plaatsvinden als daar tijdens de behandeling van het dossier een specifieke reden voor is.

Als er tijdens een lopende procedure nood is aan een grondig online onderzoek naar de socialemediaprofielen van een verzoeker, wordt dit uitgevoerd door gespecialiseerde medewerkers van de nieuwe media-unit van Cedoca, de dienst van het CGVS die onderzoek voert naar de herkomstlanden van verzoekers om internationale bescherming. Die unit ondersteunt Cedoca en de protection officers in hun onderzoek door zich te specialiseren in het verzamelen van informatie uit open bronnen en het onderzoek op sociale netwerken. Die medewerkers zijn specifiek opgeleid om publiek beschikbare informatie te verzamelen en te analyseren, met respect voor de GDPR-richtlijnen. Ze maken daarbij gebruik van zeer geavanceerde zoektechnieken.

Zo’n onderzoek begint standaard met het nagaan van de online aanwezigheid van de verzoeker op verschillende platformen: Facebook, YouTube, Instagram, Telegram, TikTok, VKontakte – dat ik zelfs niet ken – enzovoort. Wanneer onlineprofielen met zekerheid kunnen worden gelinkt aan een bepaalde verzoeker en wanneer er relevante openbare informatie terug te vinden is, wordt die informatie geanalyseerd met het oog op het behandelen van het verzoek.

De nieuwe media-unit beschikt hiervoor over gespecialiseerd materiaal en medewerkers die verschillende talen beheersen. Bovendien heeft de unit toegang tot software voor analyse en vertaling en kan men zo nodig een beroep doen op beëdigde tolken van het CGVS. Alle relevante informatie die tijdens het onderzoek is verzameld, wordt via gespecialiseerde software opgeslagen. Dat waarborgt de authenticiteit ervan en voorkomt vervalsingen.

De unit rapporteert haar bevindingen aan de bevoegde protection officer , die de informatie dan kan gebruiken bij het nemen van een beslissing.

In een notendop kunnen we zeggen dat de socialemediaprofielen van verzoekers om internationale bescherming vandaag heel grondig worden onderzocht.

Op de vraag naar terugkeer heb ik al geantwoord.

Francesca Van Belleghem:

Dank voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de staatssecretaris. Ik vind het werkelijk heel erg dat dit soort 'talibaninfluencer' zo lang op ons grondgebied kan blijven en dat hij überhaupt de vluchtelingenstatus heeft gekregen, dat hij drie jaar ongestoord op sociale media zijn haatspraak heeft kunnen verkondigen. Zijn laatste video op YouTube dateert van 13 dagen geleden, hij is dus nog steeds actief. Ik versta geen snars van wat hij zegt, maar ik heb er geen goed oog in. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de juiste beslissing neemt. Ik zie trouwens maar één mogelijke juiste beslissing. Ik hoop ook dat de terugkeer vanuit België naar Afghanistan opnieuw opgestart kan worden. Als Duitsland het kan, moeten wij het ook kunnen. We zullen alleszins heel grondig opvolgen of u die terugkeer weer oppikt.

De aanpak van transmigratie

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transmigratie via België (met name West-Vlaanderen) neemt sterk toe, met een piek in small boats en vrachtvervoer, terwijl gerechtelijke acties en netwerkontmanteling centraal staan in de aanpak. Bij een recente grensactie werden 8 van de 22 opgepakte transmigranten (voornamelijk uit Tsjaad, Guinee, Soedan, Sierra Leone) enkel bestuurlijk beboet met een vertrekbevel—geen detentie door capaciteitsgebrek en moeilijke terugkeerakkoorden, behalve bij zware ordeverstoring of identificatie. Niet-begeleide minderjarigen (1 geval) vallen onder Dienst Voogdij (Justitie), maar hun opvolging blijft onduidelijk, wat frustratie oproept over hun lot (mogelijk straatplaatsing). DVZ ondersteunt politie logistiek maar heeft beperkte bevoegdheden; verdere acties en samenwerking met Frankrijk/Frontex worden bevestigd, met nadruk op netwerkbestrijding in plaats van individuele detentie.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, op donderdag 3 oktober werd een grootschalige actie georganiseerd aan de Frans-Belgische grens om alle soorten grenscriminaliteit tegen te gaan en tevens de transmigratieproblematiek aan te pakken. Daarbij werden 22 transmigranten opgepakt. Naast de Belgische en Franse politiediensten namen ook de douane, de Dienst Vreemdelingenzaken en sociaal inspecteurs deel. Er werden nog dergelijke acties aangekondigd.

Het zwaartepunt van het aantal vaststellingen inzake transmigratie via België ligt in West-Vlaanderen. Naast vrachtwagens en containers wordt er ook gebruikgemaakt van small boats . Het parket van West-Vlaanderen stelde het al, er is een heel grote toename ten opzichte van vorig jaar. De laatste maanden is er weer een zeer sterke stijging.

Kunt u de evolutie schetsen van transmigratie in België in de voorbije jaren? Welk aandeel was daarbij weggelegd voor West-Vlaanderen? Hoe is dit de laatste maanden geëvolueerd? Zullen de acties verdergezet worden en welke inspanningen zal de Dienst Vreemdelingenzaken leveren? Werden er ook minderjarige transmigranten aangetroffen en welke opvolging werd daaraan gegeven? Kwamen die gewoon op straat terecht of werden ze werkelijk opgevolgd? Hoeveel transmigranten werden er overgebracht naar een gesloten centrum? Wat zijn de voornaamste nationaliteiten? Welke instructies hanteert de Dienst Vreemdelingenzaken in verband met de verdere opvolging van bijvoorbeeld de mensen die in vrijheid werden gesteld of terechtkomen in een gesloten centrum?

Nicole de Moor:

Mevrouw De Vreese, dit is een belangrijk onderwerp dat wij nauwlettend moeten blijven opvolgen. Het is de federale politie die het fenomeen onderzoekt, dus voor heel wat van uw vragen dien ik u naar mijn collega van Binnenlandse Zaken te verwijzen. Ik heb uiteraard mijn diensten, zeker de DVZ, gevraagd om de politie maximaal te ondersteunen in de strijd tegen transmigratie.

Het uitvoeren van de controles zelf is een politionele bevoegdheid, niet de bevoegdheid van de Dienst Vreemdelingenzaken. Ik kan echter wel meegeven dat de actuele aanpak, waarbij de nadruk echt ligt op het gerechtelijke deel en waarbij men ook focust op het opsporen en ontmantelen van netwerken van smokkelaars, volgens mij de goede aanpak is. We moeten de netwerken ontmantelen om het fenomeen echt helemaal te stoppen. In dit kader wordt er ingezet op politionele acties, versterkte samenwerking met Frankrijk en ondersteuning van de operaties door Frontex.

De acties met betrekking tot transmigratie worden door de politie ingepland. Zij kan daarvoor desgewenst ondersteuning vragen van de DVZ. In feite wordt de planning van de dienst Ondersteuning Politie op het Terrein bepaald door de vragen die de DVZ van de politiediensten krijgt. Tegelijkertijd is er ook overleg met de politiediensten, met lokale overheden en met de provincies, waaraan de DVZ kan deelnemen.

Bij de actie waarnaar u verwees, was er inderdaad een DVZ-medewerker aanwezig. Er werden echter 8 en dus geen 22 vreemdelingen bestuurlijk aangehouden. Enkel voor de personen voor wie de DVZ een administratief verslag van controle ontvangt, kan men een beslissing nemen.

Onder deze 8 personen was er één niet-begeleide minderjarige. Daar de DVZ niet bevoegd is voor deze categorie, verwijst de politie dan door naar de Dienst Voogdij. Ook uw vraag over de opvolging van deze minderjarige moet worden voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor politie, en aan de minister van Justitie, bevoegd voor de Dienst Voogdij.

Ik kan u wel zeggen dat er ten gevolge van die actie geen personen werden vastgehouden door de DVZ, omdat gedwongen terugkeer op dat moment bijna onmogelijk was. Uitgezonderd de niet-begeleide minderjarige kregen zij allen een bevel om het grondgebied te verlaten. De betrokkenen verklaarden afkomstig te zijn uit Tsjaad, Guinee, Soedan en Sierra Leone. Vasthouding in een gesloten centrum is uiteraard enkel mogelijk indien er op het moment van de interceptie plaats is, maar ook enkel indien de betrokkene gedwongen verwijderd kan worden. Onder de transitmigranten bevinden zich helaas heel wat personen van nationaliteiten waarvoor een gedwongen terugkeer niet uitgevoerd kan worden, bijvoorbeeld omdat er geen samenwerking is voor de identificatie of omdat er tout court geen gedwongen verwijderingen naar bepaalde herkomstlanden mogelijk zijn.

Dat betekent echter niet dat deze personen geen bevel krijgen om het grondgebied te verlaten, maar gelet op het beperkte aantal plaatsen voor detentie worden deze voorbehouden voor gevallen van zware verstoring van de openbare orde en eerder vlot verwijderbare personen, dus personen van wie identificatie mogelijk is of voor wie er een akkoord voor overname is, of die in het bezit zijn van een geldig reisdocument.

Maaike De Vreese:

Bedankt, mevrouw de staatssecretaris. Het is inderdaad belangrijk om in te zetten op gerechtelijke onderzoeken en de ontmanteling van de netwerken, maar het is wel de bestuurlijke informatie die heel vaak de nodige informatie geeft om gerechtelijk verder te werken. Ik meen dat het bestuurlijke aspect minstens even belangrijk is in de aanpak van het probleem. Ik heb natuurlijk de vraag ook al aan minister Verlinden gesteld, gefocust op het politionele aspect, maar ook de Dienst Vreemdelingenzaken speelt hierin een zeer belangrijke rol, al was het maar omdat de politiediensten enorm gefrustreerd zijn door het feit dat niemand van de mensen die aangetroffen worden overgebracht wordt naar een gesloten centrum. U hebt dat ook bevestigd. Ik vroeg eerst of die informatie klopte. U bevestigt het. Nog veel grotere frustratie is er omdat niet-begeleide minderjarigen gewoon terug op straat belanden, al hebt u niet gezegd of dat klopt of niet. Het is niet logisch dat niet-begeleide minderjarigen nog steeds onder de Dienst Voogdij van Justitie vallen en dat wij er zo geen grip op hebben of u niet kunnen bevragen over wat er met die mensen gebeurt, terwijl het gaat om min 18-jarigen die onze specifieke aandacht moeten kunnen krijgen. Blijf inspanningen leveren. De regering is wel in lopende zaken, maar ik hoop dat die acties minstens voortgezet worden.

De gap analysis en het implementatieplan met betrekking tot het Europese migratiepact

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Staatssecretaris Nicole de Moor belooft transparantie over de implementatie van het Europees migratiepact, maar deelt crucial documenten zoals de *gap analysis* en het voorlopig implementatieplan niet, omdat ze intern en diplomatiek vertrouwelijk zouden zijn – ondanks EU-toestemming voor openbaarmaking. Matti Vandemaele (Parlement) kritiseert dit als schijntransparantie, benadrukt het recht op parlementaire inbreng en eist concrete documenten om beleid te kunnen controleren, in plaats van louter wetsteksten. De Moor bevestigt dat middenveldorganisaties slechts ad-hoc worden geraadpleegd, niet structureel betrokken, en houdt vast aan een gesloten administratief proces tot het definitieve plan (12/12). Kernconflict: democratische controle vs. ambtelijke afscherming bij een beleid dat de Moor zelf "heel belangrijk" noemt.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, we hebben dit punt al eens besproken tijdens de vergadering van 1 oktober. Toen zei u dat u bereid was om te bekijken hoe u de gap analysis met het Parlement kon delen. Ondertussen is ook een eerste versie van het implementatieplan aan de Europese Commissie bezorgd. Tegen 12 december moet er een definitieve versie zijn. Ik heb eens geïnformeerd. Blijkbaar laat de Europese Commissie toe dat die documenten publiekelijk gedeeld worden.

Mevrouw de staatssecretaris, hoe zit het met uw belofte om het document met ons te delen? Als u dat niet wilt delen, wat is daarvoor dan de reden?

Zal het definitieve implementatieplan wel publiekelijk beschikbaar worden gesteld? U zegt in veel verklaringen altijd dat de implementatie van het Europese migratiepact heel belangrijk is voor uw beleid. Dat kan, maar dan lijkt het ons zinvol dat we die informatie krijgen.

U had het de vorige keer over een werkgroep. Wat is daar besproken? Wordt het middenveld daarbij betrokken? Ik heb dat de vorige keer ook gevraagd, maar u hebt dat toen handig ontweken. Wordt het middenveld bij het implementatieplan betrokken? Hoe zal de implementatie op een transparante manier gebeuren, zodat wij als parlementsleden ons werk kunnen doen?

Nicole de Moor:

Dank u voor uw vragen over de implementatie van het Europees migratiepact. U hebt daarover al eerder vragen gesteld. Zoals u weet ben ik heel vastberaden om dit proces zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen en ons land voor te bereiden op de operationalisering van dat pact. Ik denk dat ik ook duidelijk ben geweest over het proces tijdens onze vorige uitwisseling hierover, maar ik herhaal mijn standpunt graag.

De wetgeving die België moet respecteren, is openbaar. U kunt die raadplegen. Negen verordeningen zullen rechtstreeks van toepassing worden, één richtlijn moet worden omgezet. U kunt deze wetgeving nalezen in het Publicatieblad van de Europese Unie . Wanneer dat nodig blijkt, zal er ook nationale wetgeving moeten worden aangenomen en dan zal dit Huis uiteraard zijn gebruikelijke parlementaire rol kunnen spelen.

We zijn daar echter nog niet. Het proces dat nu loopt, is een administratief proces van mijn diensten, waarbij de verschillende betrokken diensten analyseren welke wijzigingen in wetgeving en beleid er precies nodig zijn. We staan daarover in nauw contact met de Europese Commissie. De inhoud van onze eigen contacten met de Europese Commissie is inderdaad niet publiek.

De diensten maakten deze zomer een stand van zaken van de Belgische situatie. Er werd in oktober ook een ontwerp van nationaal implementatieplan door hen opgesteld. Beide documenten zijn overgemaakt aan de Europese Commissie.

Het implementatieplan bevindt zich momenteel nog in een vroege fase. Een eerste ontwerpversie is slechts een indicatieve inschatting van een aantal acties die België moet ondernemen. We streven ernaar om het definitieve implementatieplan tegen 12 december klaar te hebben. Ook die versie is in de eerste plaats een werkdocument voor de diensten.

De Europese Commissie heeft nog geen formele feedback verstrekt over het voorlopige ontwerp van implementatieplan. Er lopen wel al constructieve gesprekken met een landenteam dat ons begeleidt. We verwachten binnenkort gerichte feedback over de noodzakelijke bijsturingen.

Middenveldorganisaties werden ook al ingelicht over dit proces, maar maken geen deel uit van de Belgische stuurgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende administraties. Voor specifieke thema's en vraagstukken kunnen en zullen zij evenwel op ad-hocbasis worden geraadpleegd. Dat zorgt ervoor dat we bij relevante aspecten van de implementatie ook hun expertise kunnen valoriseren.

Transparantie is en blijft een prioriteit voor mij. Ik zal daarom updates blijven geven aan de betrokken stakeholders, waaronder het Parlement en het bredere publiek, over de voortgang van de implementatie binnen de grenzen van de diplomatieke vertrouwelijkheid, maar vandaag heb ik er het volste vertrouwen in dat mijn diensten dit proces op een gedegen manier aan het voorbereiden zijn.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, u verklaart meermaals dat u transparant bent, maar daarna verklaart u dat u toch niet transparant kunt zijn en ons geen informatie kunt bezorgen. De Europese Commissie verklaart letterlijk dat er geen probleem is om de gap analysis te bezorgen en het voorlopige document publiek te maken. U zegt dat we de wetgeving kunnen terugvinden. Dat kan ik uiteraard, maar ik ben niet geïnteresseerd in de wetgeving, maar wel in de manier waarop ons land dat Europees migratiepact ten uitvoer zal brengen. Het is een legitieme vraag om daarover in dit Parlement met elkaar van gedachten te wisselen. Voor ons is het heel moeilijk om te bepalen welke richting u uit gaat als we geen enkel document ontvangen en op geen enkele manier feedback mogen of kunnen geven op de huidige werkzaamheden. U beweert ook transparant te zijn voor het middenveld, maar dat wordt er niet bij betrokken, u zegt enkel dat u het te gepasten tijde eens zult informeren. Dat is eerder een manier van werken van de vorige eeuw. Ik ben meer fan van het samenwerkingsmodel, waarbij de bevoegdheid van het Parlement gerespecteerd wordt en de parlementsleden dus samen met u de wetgeving bekijken en daarover discussiëren en van gedachten wisselen. We moeten elkaar helpen in plaats van informatie af te schermen voor elkaar.

De Europese Raad over migratie
De concrete resultaten van de Europese top
De opschorting van het asielrecht in Finland en Polen
Europese migratiebeleid, topresultaten en asielrechtwijzigingen

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese Raad (okt 2024) bereikte weinig concrete afspraken over migratie, ondanks dringende vragen om illegale instroom te beperken en terugkeer afgedwongen asielzoekers te versnellen, terwijl het EU-migratiepact als ontoereikend wordt gezien. België steunt versnelde uitvoering van delen van het pact (o.a. strengere terugkeerrichtlijn met verplichte medewerking van herkomstlanden) en wil handels- en visuminstrumenten harder inzetten om terugkeer af te dwingen, maar ziet geen heil in een algemene asielstop zoals Polen/Finland, behalve bij hybride oorlogsvoering. Van Belleghem dringt aan op een Belgische asielstop wegens overbelasting (duizenden dakloze asielzoekers, veroordelingen voor falend beleid) en budgettaire onhoudbaarheid, maar De Moor houdt vast aan het recht op asielaanvraag en wijst op Europese rechtshandhaving als grens. Kernpunt blijft het gebrek aan concrete EU-maatregelen en weerstand tegen nationale eenzijdige acties.

Greet Daems:

Mevrouw de staatssecretaris, vorige week kwam de Europese Raad samen om over migratie te spreken en te kijken hoe het staat met de uitvoering van de integrale aanpak van migratie, waarover zij overeenstemming bereikten tijdens de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 9 februari 2023.

Wat zijn de conclusies van de Europese Raad van 17 oktober mbt migratie? Hoe verhoudt België zich tot die conclusies?

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, midden oktober 2024 vond een veelbesproken Europese top plaats met als thema het indammen van de illegale immigratie. Men zocht er naar innovatieve oplossingen om de instroom te verminderen en de terugkeer van afgewezen asielzoekers op te drijven. Daarmee lijkt in ieder geval het inzicht te groeien dat het fameuze en historische EU-migratiepact, op zijn zachtst gezegd, helemaal niet het middel zal zijn dat de illegale instroom aan banden zal leggen. Eigenlijk is de vraag ondertussen of de Europese Unie zelf nog gelooft in het pact. Indien we de berichten mogen geloven, werd tijdens de recente top weinig of niets concreets beslist.

In een brief aan de lidstaten opperde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, het idee om sommige onderdelen van het EU-migratiepact versneld uit te voeren. Over welke onderdelen zou het gaan? Welke concrete impact zou dat hebben? Bent u voorstander van dat idee?

Een ander prominent idee dat de revue passeerde, was de aanpassing van de terugkeerrichtlijn uit 2008, omdat die niet meer aangepast is aan de realiteit van vandaag. Dat had eigenlijk moeten zijn gebeurd bij het EU-migratiepact. Toen werd echter geen overeenstemming daarover gevonden. Welke verstrengingen mogen wij verwachten? Voor welke verstrengingen bent u vragende partij?

Ik heb in de krant ook gelezen dat de nieuwe Commissievoorzitter zelf ook tegen juni 2025 een plan zou opstellen om de terugkeer op te drijven. Wat is de stand van zaken in dat verband?

Hoe men het ook draait of keert, het centrale probleem blijft altijd de gebrekkige medewerking van herkomstlanden bij de terugkeer van illegalen. Mogelijke instrumenten zoals het visumbeleid en de gunstige handelstarieven blijven tot op heden naar onze mening onderbenut. Is er op dat vlak een vooruitzicht op verandering? Indien ja, aan welke maatregelen wordt dan gedacht? Wat zit concreet in de pijplijn?

Voorts vernam ik graag wat uw standpunt is ten opzichte van de tijdelijke opschorting van het asielrecht door Finland en Polen. Bent u daar voorstander van? Steunt u die beslissing?

Kunnen wij ook een dergelijke asielstop opleggen aan de EU? Wij hebben hier geen last van hybride oorlogsvoering, maar we hebben wel te maken met een forse toename van asielaanvragen. Duizenden asielzoekers slapen buiten. U hebt nog meer veroordelingen opgelopen, er zijn inbeslagnames geweest wegens een gebrekkig asielbeleid. Misschien is ook hier de enige oplossing een asielstop? Ik zou graag uw standpunt hieromtrent kennen.

Nicole de Moor:

Collega’s, het is uiteraard de eerste minister die België vertegenwoordigt op de Europese Raad. Zoals gebruikelijk wordt het standpunt dat hij namens België verdedigt vastgelegd tijdens onze coördinatievergaderingen van de DGE. Ik geef u graag mijn lezing van de zaken, maar voor meer gedetailleerde vragen over de dynamieken tijdens de Europese Raad verwijs ik u graag door naar de eerste minister.

De conclusies van de Europese Raad, mevrouw Daems, zijn openbaar. U vindt ze terug op het internet. De Europese Raad neemt beslissingen bij consensus. Dat betekent dat alle lidstaten, met inbegrip van ons land, met de beslissingen hebben ingestemd.

Mevrouw Van Belleghem, ik ben blij dat u ook geïnteresseerd bent in de versnelde uitvoering van het Europese asiel- en migratiepact. Dat pact zal een diepgaande hervorming van het Europese migratiesysteem introduceren en zal de lidstaten toelaten om asiel en migratie beter te beheren en onze interne huishouding op orde te zetten. Wat mij betreft kan dat niet snel genoeg worden uitgevoerd.

We moeten echter wel realistisch zijn. Een vergaande hervorming neemt tijd in beslag en moet zorgvuldig gebeuren. IT-systemen moeten worden opgezet, wetten moeten in 27 landen worden aangenomen. Waar we sneller kunnen gaan, moeten we dat absoluut doen. De brief van de Commisievoorzitter behoort niet tot het publieke domein, maar aangezien u er blijkbaar inzage in hebt, zult u ook kunnen lezen wat haar concrete voorstel is.

De uitvoering van het Europese asiel- en migratiepact hangt af van effectieve terugkeerprocedures. De organisatie van terugkeer voor wie het al kan vanaf de buitengrenzen van de EU, is een absolute noodzaak voor een correct migratiebeheer. De hervorming van de terugkeerrichtlijn kan dus niet langer worden uitgesteld.

Tijdens de vorige vergadering van de Raad Migratie in Luxemburg hebben we de hervorming van het juridisch kader besproken. Ik heb er daar voor gepleit om in de Europese wetgeving een verplichting in te schrijven voor derdelanders om samen te werken met de autoriteiten tijdens het terugkeerproces. Voor wie terugkeer weigert moeten er duidelijke consequenties volgen, bijvoorbeeld wanneer men onderduikt of niet naar verplichte afspraken komt. Ik heb zelf tijdens de vorige legislatuur een dergelijke medewerkingsplicht ingevoerd in onze eigen Belgische wetgeving. Ik kan onze Belgische ervaringen dus met de Europese collega's delen.

Daarnaast had u ook een vraag over het inzetten van verschillende instrumenten om terugkeer af te dwingen. Ik wijs u graag op de bepaling in de conclusies van de jongste Europese Raad, waar u ook naar verwijst. Daarin stelden de Europese leiders dat alle relevante instrumenten moeten worden gebruikt om de terugkeer te bevorderen. Zelf zei ik het al tijdens mijn aantreden: we hebben een brede kijk op terugkeer nodig en moeten de thematiek integreren in onze diplomatieke en handelsgesprekken met derde landen.

U had ook vragen over Polen en Finland. U vraagt naar het Belgische standpunt over een tekst die we zelf mee hebben aangenomen. Het lijkt me dus duidelijk dat het geen rode lijn was. Het is niet aan mij of aan België om na te gaan of het nationaal beleid van andere lidstaten het Europese recht schendt. Dat is de job van de Europese Commissie als hoedster van de verdragen.

Vanuit principieel standpunt kan ik u wel bevestigen, zoals ik al vaak heb gedaan, dat er een recht bestaat en moet blijven bestaan om asiel aan te vragen op Europees grondgebied, maar dat we tegelijkertijd maatregelen moeten nemen om op te treden wanneer migranten door buitenlandse regimes aan onze buitengrenzen worden geïnstrumentaliseerd.

Greet Daems:

Dank voor uw antwoord, mevrouw de staatssecretaris.

Francesca Van Belleghem:

Het is intussen al zover gekomen dat Ursula von der Leyen aan Polen toegeeft dat het zijn grenzen moet kunnen beschermen en dat een asielstop daarvoor een aanvaardbare maatregel is. Met alle respect voor de Poolse beslissing, maar onze asieldruk ligt vele malen hoger. Er slapen hier duizenden mensen op straat en u bent al duizenden keren veroordeeld voor een gebrekkig asielbeleid. Niet alleen Polen en Finland zouden recht moeten hebben op die buitengewone maatregelen, maar ook België. Is het niet wegens hybride oorlogsvoering, dan is het wel wegens de buitengewone verzadiging. Wij kampen met een gigantisch begrotingstekort en we kunnen dat eenvoudigweg niet meer betalen. Elke dag dat er geen beslissing komt en u geen maatregelen neemt, werken we ons dieper in de nesten.

De verhuis van het registratiecentrum voor verzoeken om internationale bescherming
Het aanmeldcentrum voor asielzoekers en de tentenkampen
Verplaatsing en opvang van asielzoekers en internationale beschermingsverzoeken

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het tijdelijke registratiecentrum voor asielzoekers is verhuisd van de Pachecolaan naar de Belliardstraat door renovaties aan het KU Leuven-gebouw, met capaciteits- en toegankelijkheidsproblemen (wachtrijen op stoepen, gebrek aan beschutting, ontoegankelijkheid voor rolstoelen). Hoewel de communicatie laat kwam (23 oktober) en middenveldorganisaties te weinig betrokken waren, verliep de verhuis zelf vlot zonder sluitingsdagen, met doorverwijzing via flyers en personeel. Een definitieve, gecentraliseerde locatie (inclusief DVZ, Fedasil en Voogdij) wordt gezocht, maar het Klein Kasteeltje is geen optie door eerdere chaos en ongeschiktheid. Structurele oplossingen voor pieken in aanvragen en betere wachtomstandigheden (bv. verplaatste rijen naar een parking) blijven urgent, terwijl de instroom van asielzoekers als kernprobleem wordt benadrukt.

Matti Vandemaele:

Het registratiecentrum voor verzoeken om internationale bescherming is op 24 oktober verhuisd naar de Belliardstraat. Het is belangrijk dat we de verzoekers goed informeren over die verhuizing, dat er voldoende capaciteit is om de aanvragen te verwerken en dat de toegankelijkheid van het gebouw in orde is.

Wat is de aanleiding voor die verhuizing? Is die permanent of tijdelijk? Hoelang zal de verhuizing duren? Is er voldoende capaciteit beschikbaar in dat gebouw? We nemen elk jaar pieken waar in de aanvragen. Het is belangrijk dat de capaciteit daarop is afgestemd.

Waarom hebt u of hebben de diensten zo laattijdig gecommuniceerd naar de betrokkenen en naar het middenveld over de verhuizing? Welke maatregelen neemt de DVZ om te communiceren met de doelgroep? Staan er vandaag aan de Pachecolaan nog medewerkers om mensen naar de juiste plek door te verwijzen?

Francesca Van Belleghem:

Ik kan het kort houden. Er was vorige week een tentenkamp aan het voormalige aanmeldcentrum van de Dienst Vreemdelingenzaken in de Pachecolaan, waar 70 asielzoekers sliepen. Nu is het aanmeldcentrum tijdelijk verhuisd naar de Belliardstraat. Het oude tentenkamp is ondertussen ontruimd. Hebt u er zicht op of er nieuwe tentenkampen zijn opgedoken? Hoeveel tentenkampen zijn er momenteel en hoeveel asielzoekers verblijven er?

Nicole de Moor:

Collega's, de aanleiding van de verhuis is zeer duidelijk. Het Pachecogebouw, waar de registratie van de DVZ in augustus 2022 zijn intrek nam, naast het hoofdkantoor van de Dienst Vreemdelingenzaken, is eigendom van de KU Leuven. De KU Leuven heeft andere plannen met het gebouw, dat nu wordt gerenoveerd, zodat de Regie der Gebouwen wel een nieuwe locatie voor het registratiecentrum moest zoeken.

De Regie is daar een hele tijd mee bezig geweest. Er werd een tijdelijke oplossing gevonden, in overleg met de stad Brussel. Vandaar de verhuis naar de Belliardstraat.

De dagelijkse registratiecapaciteit kan niet weergegeven worden met een concreet cijfer, want die is afhankelijk van meerdere factoren, bijvoorbeeld het aantal personen dat zich aanbiedt of het profiel van die personen. De registratie van een niet-begeleide minderjarige neemt bijvoorbeeld meer tijd in beslag dan de registratie van een alleenstaande man. Daarnaast speelt ook de personeelscapaciteit een rol, de beschikbare infrastructuur en de beschikbaarheid van tolken.

De directe partners en de indirecte partners van de cel Registratie van de DVZ, Fedasil, de Dienst Voogdij, het CGVS en de RvV, werden allemaal tijdig ingelicht. De communicatie aan de verzoekers en aan het brede publiek werd doelbewust op 23 oktober gedaan, ook om te vermijden dat de verzoekers zich te vroeg op het nieuwe adres zouden aanmelden. Voor de opening was daar niemand aanwezig om hen door te verwijzen, en zo zou er chaos ontstaan.

De communicatie werd wel zeer zorgvuldig aangepakt. De verzoekers werden onder andere geïnformeerd via een affiche aan de poort van de oude locatie en via een bericht op de website en de sociale media van de DVZ. Ook de partners van de DVZ hebben het adres van het registratiecentrum op hun website aangepast. Aan het onthaal van het Pachecogebouw zijn bovendien door het onthaalpersoneel flyers ter beschikking gesteld van de verzoekers. De affiche, de flyers en de elektronische communicatie bevatten dezelfde informatie: de datum van de verhuis, het adres van de nieuwe locatie en een wegbeschrijving met plan.

De verzoekers worden doorverwezen naar de nieuwe locatie door de medewerkers van het onthaal van het hoofdkantoor aan de hand van flyers. Op donderdag 24 en vrijdag 25 oktober waren ook medewerkers van de DVZ aanwezig aan het oude registratiecentrum om de verzoekers door te verwijzen naar de nieuwe locatie.

Mijnheer Vandemaele, de oude locatie is aan het hoofdkantoor van de DVZ. Uiteraard is daar altijd personeel aanwezig.

Ik kan u meedelen dat de communicatie goed gelopen is, want de verhuis zelf is over het algemeen goed verlopen, mede ook dankzij de hulp van de Civiele Bescherming. We bekijken nu hoe we een aantal zaken op het terrein nog verder kunnen verbeteren.

Aangezien dat geen evidentie is geweest, wil ik overigens benadrukken dat de DVZ gedurende de hele verhuisoperatie, die een grote operatie was, open gebleven is. Dagelijks zijn minstens alle kwetsbaren geregistreerd. Ik wil daarvoor de diensten expliciet bedanken. Geen enkele dag moest de dienst gesloten worden vanwege de verhuis.

De verhuis naar de Belliardstraat is inderdaad tijdelijk. Ik heb ervoor gepleit om zo snel als mogelijk een definitieve oplossing te vinden in Brussel. Ook tijdens de formatiegesprekken heb ik daarvoor trouwens gepleit. Voor mij moet die oplossing inhouden dat alle actoren, waaronder de DVZ, Fedasil en bijvoorbeeld de Dienst Voogdij, gecentraliseerd worden op één locatie, omdat het aanmeldproces op die manier zo efficiënt mogelijk kan verlopen.

Mevrouw Van Belleghem, ik ben niet op de hoogte van tentenkampen waar asielzoekers vandaag verblijven. Ik kan u enkel zeggen dat heel wat mensen die in Brussel op straat verblijven, geen asielzoekers zijn.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord. Ik leid uit uw antwoord af dat een definitieve oplossing nog wel even op zich zal laten wachten.

Inzake de communicatie wil ik het volgende opmerken. We zijn het erover eens dat rond heel de procedure een aanzienlijk deel van de taken opgenomen wordt door spelers van het middenveld. Ook zij werden echter zeer laat geïnformeerd. In een beleid waarin wordt samengewerkt aan oplossingen, denk ik dat het handig zou zijn om de middenveldorganisaties te erkennen in de rol die zij spelen. U had hen beter vroeger geïnformeerd, zodat de overgang nog beter verlopen was.

In die zin wil ik wel mijn felicitaties overmaken, want het is goed dat de DVZ geen enkele dag gesloten moest worden, dus dat het proces kon blijven doorlopen.

Inzake de capaciteit sta ik er nog altijd van te kijken – mogelijk omdat ik een nieuw kindje ben in dit Huis – dat we het niet georganiseerd krijgen om pieken op te vangen. Dat dat zo onvoorbereid gebeurt, snap ik absoluut niet. Mocht ik staatssecretaris zijn, zou ik mijn diensten meteen opdragen om dat te bekijken en op te lossen.

Ik heb nog een aantal detailopmerkingen. Kandidaat-aanvragers schuiven nu aan op het voetpad, waardoor het voetpad op die locatie eigenlijk niet meer bruikbaar is. Soms schuift men in de Belliardstraat ook op het fietspad aan. Dat leidt onvermijdelijk tot ongelukken, dat zien we zo. Ik denk dat dat beter georganiseerd moet worden.

Aan de toegang is de dorpel bovendien 30 centimeter hoog. Rolstoelgebruikers moeten daar door andere mensen in de rij opgetild worden. Dat is echt niet meer van deze tijd.

Voor de mensen die daar staan te wachten is er bovendien geen beschutting, in tegenstelling tot op de vorige locatie. Misschien moet u uw diensten ook daar nog eens naar laten kijken.

Francesca Van Belleghem:

Tegenover het gebouw van de DVZ ligt het kantoor van de federale politie. We bevonden ons in een situatie waarbij agenten van de federale politie zich onveilig voelden wegens de tentenkampen in en rond hun gebouwen, in de parking, waar zich asielzoekers, illegalen en druggebruikers bevonden.

Ik heb de Belliardstraat eens opgezocht op Google Maps. Daar is inderdaad niet veel ruimte. Als er wachtrijen zijn, kan het snel uit de hand lopen. We moeten ervoor zorgen dat daar niet dezelfde problemen ontstaan. Dat doet men in de eerste plaats door de instroom van asielzoekers in te dammen. Daar schuilt het grote probleem, niet per se bij het gebouw.

Dat gebouw ligt wel vlak bij het Europees Parlement. Als men daar met deze situatie wordt geconfronteerd, zal men inzien dat de instroom hier zo hoog is dat we het niet meer aankunnen en dan zal het Europees Parlement misschien eindelijk meewerken om die instroom in te dammen.

Nicole de Moor:

Ik wil graag een aantal zaken aanvullen wat betreft de wachtrijen. Op dit moment bekijken we samen met de Regie en de stad om ze te verplaatsen, omdat we daar zelf ook al lang vragende partij voor waren. Dat zou mogelijk moeten zijn op een parking, zodat de mensen niet op straat moeten wachten, ook omwille van de veiligheid van voorbijgangers en fietsers. Dat is belangrijk omdat er inderdaad dagelijks ’s ochtends een wachtrij op het voetpad staat. Dat is absoluut iets wat we aan het bekijken zijn.

Wat de locatie zelf betreft, kan ik zeggen dat die een keuze van de Regie der Gebouwen en de stad Brussel is. De Dienst Vreemdelingenzaken heeft er geen zeg in en we hadden geen andere mogelijkheid. We proberen op de nieuwe locatie, in samenwerking met de stad Brussel en de Regie der Gebouwen, de situatie zo goed als mogelijk te beheren. Het is inderdaad belangrijk dat er zo snel mogelijk een nieuwe locatie gevonden wordt. Ik begrijp dat het niet altijd evident is voor de bevoegde autoriteiten, maar vanuit mijn insteek kan ik er alleen maar voor pleiten om snel een geschikte locatie te kunnen hebben.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, als er een oplossing kan worden gevonden door de wachtrij te verplaatsen, zou ik ervoor opteren om ook beschutting te voorzien voor de mensen, zeker in de winter, als het regent, en er een uur of langer gewacht moet worden. Ik denk dat het belangrijk is dat er min of meer op een ernstige manier gewacht kan worden.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, is het Klein Kasteeltje een oplossing om terug naartoe te verhuizen, of is dat niet mogelijk?

Nicole de Moor:

Neen. Er is een reden waarom we er weggegaan zijn. In 2022 liep de situatie aan het Klein Kasteeltje helemaal uit de hand en het gebouw is ook absoluut niet geschikt. Dat is niet mogelijk. We hebben op dat moment beslist om de Dienst Vreemdelingenzaken en de registratie terug van elkaar te scheiden. Dat is een tijdelijke oplossing, want het is beter om al de diensten terug samen te brengen. Het Klein kasteeltje is niet de beste locatie om iedereen terug samen te brengen en ik ben blij dat we die toestanden van toen vandaag niet meer zien. Dat wil nog niet zeggen dat we er al zijn, we hebben nog altijd een nieuw aanmeldcentrum nodig.

De door Gazanen ingediende aanvragen om humanitaire visa

Gesteld door

lijst: PS Khalil Aouasti

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België ontving sinds oktober 2023 53 kortetermijn- en 559 langetermijnvisumaanvragen (waarvan 196 voor gezinshereniging) van Palestijnen, met 20-33% weigeringen voor kort verblijf en 44-54% acceptaties voor lang verblijf—cijfers specifiek voor Gaza ontbreken. Gezinshereniging kende 1.011 aanvragen (lang verblijf) met 753 acceptaties, maar trage afhandeling blijft een zorg. De secretaris-generaal benadrukte *"versnelde behandeling"*, terwijl Aouasti kritiseerde dat de humanitaire crisis in Gaza (40.000 doden, VN-waarschuwingen voor genocide) onvoldoende vertaald wordt in concrete visumoplossingen. De focus ligt op dringende humanitaire toegang versus bureaucratische vertragingen.

Khalil Aouasti:

Monsieur le président, madame la secrétaire d'État, ​depuis plus d'un an, la population civile de Gaza paie un très lourd tribut à la réponse militaire israélienne disproportionnée et indiscriminée à la suite de l'attentat perpétré par le Hamas.

On parle de plus de 40 000 morts civils dont de nombreuses femmes et enfants et de centaines de milliers de déplacés dans des conditions de vie insupportables et dénoncées par l'ONU. La Cour internationale de Justice a, pour rappel, ordonné en janvier 2024 qu'Israël prenne immédiatement des mesures pour garantir que son armée ne viole pas la Convention sur le génocide.

Alors que la guerre et ses conséquences destructrices pour les civils tend à devenir régionale et qu'aucune solution de paix durable ne semble se dessiner, j'aimerais, Madame la secrétaire d'État, vous poser les questions suivantes.

Depuis le début des opérations militaires israéliennes dans la bande de Gaza en octobre 2023, combien de demandes de visas humanitaires ont-elles été introduites par des Gazaouis dans notre pays? Combien ont-elles été octroyées? Des mesures ont-elles été prises pour réduire le temps de traitement de ces demandes au regard de la situation sur place? Enfin, dans ce cadre, pourriez-vous m'indiquer le nombre de visas demandés et octroyés au regard du regroupement familial?

Nicole de Moor:

Monsieur Aouasti, il n'est pas possible de fournir des chiffres distincts pour les habitants de la bande de Gaza. Les chiffres que je vais vous donner concernent donc en général les demandes des Palestiniens. Veuillez noter aussi que les décisions ne sont pas nécessairement liées aux demandes de la même période.

Entre le 8 octobre 2023 et fin septembre, 53 demandes de visa de court séjour pour raisons humanitaires ont été introduites de même que 559 demandes de visa de long séjour pour raisons humanitaires (363 pour raisons humanitaires et 196 pour regroupement familial élargi).

Dans ce même cadre, 20 décisions positives et 33 décisions négatives ont été rendues pour des visas de court séjour, et 178 décisions positives et 147 décisions négatives ont été rendues pour des visas de long séjour.

Entre le 8 octobre 2023 et fin septembre, 15 demandes de visa de court séjour et 1 011 demandes de visa de long séjour ont été introduites dans le cadre d'un regroupement familial. Dans ce même cadre, 8 décisions positives et 1 décision négative ont été rendues pour des visas de court séjour, et 753 décisions positives et 106 décisions négatives ont été rendues pour des visas de long séjour. L'Office des étrangers traite ces demandes aussi vite que possible.

Khalil Aouasti:

Madame la secrétaire d'État, je vous remercie pour ces réponses détaillées. Je les analyserai et je pourrai ensuite vous revenir. J'ose espérer que le "traitement le plus vite possible" reste un traitement dans la durée moyenne.

De asielopvang in hotels
Asielzoekers die in hotels opgevangen worden in ongezonde omstandigheden
Asielopvang in hotels met ongeschikte leefomstandigheden

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België huisvest momenteel 500 asielzoekers (vooral gezinnen met kinderen) in hotels als noodoplossing, tegen €50/nacht per persoon, om dakloosheid te voorkomen—hoewel de omstandigheden vaak onwaardig zijn. Staatssecretaris De Moor benadrukt dat dit een tijdelijke maatregel is (gemiddeld 50 dagen) en wil de hotelopvang zo snel mogelijk afbouwen, maar ontkent dat dit een "aanzuigeffect" veroorzaakt, wijzend op Nederland waar duizenden asielzoekers al jaren in hotels verblijven. Critici (Van Belleghem, De Smet) beweren dat gebrek aan strenge migratiebeleid en slechte leefomstandigheden in hotels de asieldruk verergeren, terwijl De Moor geen concrete maatregelen aankondigt om de instroom te beperken.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, graag kreeg ik een laatste stand van zaken van de asielopvang in hotels. Hoeveel asielzoekers verblijven op dit moment in hotels? Wat zijn de vooruitzichten? Hoeveel kost het in euro's om een asielzoeker een nacht onder te brengen op hotel? De vorige keer zei u dat er reguliere opvangtarieven golden. Kunt u dat in euro's uitdrukken?

François De Smet:

Madame la secrétaire d'État, la presse a évoqué la situation de ces demandeurs d'asile logés dans trois hôtels à Bruxelles, en abordant la question de leurs conditions de résidence: insalubrité, inconfort et insécurité semblent être le quotidien de nombreux demandeurs logés par Fedasil dans ces chambres faute de mieux. À en croire L'Echo , six hôtels bruxellois auraient été préemptés pour accueillir entre 600 et 800 personnes. Ces hôtels se trouvent à Jette, Saint-Gilles ou à Schaerbeek. Et malgré le soutien de Fedasil ou de la Croix-Rouge, dans certains cas, les conditions de logement deviendraient critiques. Cela serait notamment le cas à Jette selon plusieurs témoignages. Cela pose la question de la manière dont la Belgique remplit ses obligations en termes d'accueil de demandeurs d'asile. Il n'est déjà pas normal en soi d'avoir des demandeurs d'asile dans des hôtels. Cela devient carrément inacceptable si ces conditions deviennent indignes.

Madame la secrétaire d' é tat, pourriez-vous me confirmer aujourd'hui combien de personnes sont actuellement hébergées en hôtels? Quelles sont les conditions de séjour? Y a-t-il une durée maximale? Comment les autorités s'assurent-elles que ces personnes, en particulier les familles, sont logées dans des conditions de salubrité dignes? Quel est le statut administratif et de séjour exact de ces personnes? Parlons-nous bien de demandeurs d'asile exclusivement? Cette politique des chambres d'hôtel prendra-t-elle bientôt fin?

Nicole de Moor:

Geachte leden, ik ben altijd heel duidelijk geweest dat ik wilde vermijden dat families met kinderen op straat zouden terechtkomen. Omdat dit anders het geval zou zijn geweest, heeft Fedasil samen met het Brussels Gewest en het Rode Kruis de voorbije maanden inderdaad gebruikgemaakt van noodopvangplaatsen, waaronder een aantal hotels. Het was een noodingreep om kinderen van de straat te houden.

Ik heb Fedasil de opdracht gegeven om deze plaatsen af te bouwen en te stoppen zodra dat mogelijk is. Begin juli verbleven er nog meer dan 700 verzoekers om internationale bescherming in deze plaatsen. Intussen is dat aantal gedaald tot 500. Ik heb aan Fedasil gevraagd om dat verder af te bouwen.

Het zijn personen met een eerste asielaanvraag die daar gemiddeld een vijftigtal dagen verblijven vooraleer ze aan een gewone opvangplaats worden toegewezen. Het gaat dus om kinderen en hun ouders.

Ik val in herhaling. Het blijft mijn bedoeling om de opvang van asielzoekers in deze logementen zo snel mogelijk af te bouwen, maar ik wil evenmin gezinnen met kinderen op straat zetten, zeker met de winter voor de deur.

De opvangkosten zijn inderdaad dezelfde als voor reguliere opvangplaatsen, mevrouw Van Belleghem, dat heb ik u al gezegd. U weet dat dit rond de 50 euro per dag per plaats is.

Les autorités locales peuvent être rassurées sur le fait que la gestion se fait correctement. Les équipes ambulatoires passent régulièrement dans les hébergements d'urgence et peuvent constater les éventuels probl è mes. Les demandeurs ont également la possibilité de demander à contacter les équipes par téléphone 24 h/24 pour faire part de probl è mes.

En effet, monsieur De Smet, l'accueil dans ces structures n'est vraiment pas idéal mais en ce qui me concerne, c'est toujours mieux que de laisser des familles avec enfants à la rue.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik dank u voor het antwoord. In juli zei u dat er inderdaad 700 asielzoekers op hotel verbleven. Begin oktober heb ik u daarover ondervraagd. Toen zei u dat er 500 asielzoekers op hotel verbleven en dat u dat zo snel mogelijk zou afbouwen.

We zijn een maand later en er verblijven nog steeds 500 asielzoekers op hotel. Dat zorgt werkelijk voor een aanzuigeffect. Onze cijfers bewijzen dat aanzuigeffect, want de asieldruk is hier veel hoger dan in de ons omringende landen. Onze asieldruk is in absolute cijfers zelfs hoger dan in Nederland, terwijl Nederland zo veel groter dan België is. We doen het slechter dan Frankrijk en Duitsland. Die asielopvang in hotels zorgt voor een aanzuigeffect en dat ziet men in de cijfers.

François De Smet:

Madame la secrétaire d' É tat, je vous remercie pour votre réponse et tout particulièrement pour les chiffres. Tant mieux si des équipes ambulatoires passent. Le font-elles assez régulièrement pour éviter que les problèmes stagnent? Je n'en suis pas sûr, ce n'est en tout cas pas ce que nous dit la presse.

Nous sommes d'accord sur le fait que c'est mieux de mettre des familles à l'hôtel que de les laisser dans la rue. Mais que certaines familles aient le choix entre des logements insalubres ou la rue est inacceptable, et l' É tat ne devrait pas proposer un tel choix. Il faut donc que cette politique prenne fin et que, si recours aux hôtels il y a, cela se fasse dans des conditions de salubrité dignes.

Nicole de Moor:

Ik wou nog even reageren op wat mevrouw Van Belleghem zei. Ik ben het absoluut met u eens dat de instroomcijfers in ons land vandaag zeer hoog zijn en dat we die naar beneden moeten krijgen, maar u vergeleek de situatie met die in de buurlanden alsof de hotels er de oorzaak van zouden zijn dat er hier veel mensen toekomen. In Nederland worden al jaren hotels gebruikt en verblijven er duizenden mensen op hotel. Dat wou ik nog graag toevoegen.

Francesca Van Belleghem:

In Nederland verblijven er inderdaad asielzoekers op hotel, maar …

Nicole de Moor:

Duizenden …

Francesca Van Belleghem:

Ja, maar in België worden er geen maatregelen genomen om de instroom te beperken. Met Vivaldi hebt u werkelijk nul effectieve maatregelen genomen. Daardoor moeten er asielzoekers op hotel verblijven. Dat zorgt voor het aanzuigeffect. Het gaat dus niet om de hotelopvang tout court, u nam met de vivalidiregering gewoon geen maatregelen.

De externalisering van de asielprocedure

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de noodzaak van een strenger Europees migratiebeleid, met focus op externalisering van asielprocedures en terugkeerhubs voor afgewezen asielzoekers. Staatssecretaris De Moor benadrukt dat het EU-migratiepact een stap vooruit is, maar onvoldoende: ze pleit voor praktische samenwerking met derdelanden (zoals de Italiaans-Albanese deal) en open debat over terugkeerhubs, hoewel die juridisch en logistiek complex zijn. De Vreese (oppositie) kritiseert de ontslagnemende regering voor haar weigering om terugkeerhubs te steunen, vindt externalisering onvermijdelijk door de onhoudbare migratiedruk en dringt aan op snel regeringsbeleid om België niet achterop te laten raken. Concreet beleid ontbreekt nog, maar de druk groeit voor Europese oplossingen buiten de EU-grenzen.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, de Europese Unie staat reeds jaren onder zeer zware migratiedruk. Dat spoort veel Europese lidstaten aan om een strakker nationaal beleid te voeren. Zo voerde Duitsland midden september weer grenscontroles in, Frankrijk volgde begin november en ook Nederland zal deze maand grenscontroles invoeren of heeft dat al gedaan. De migratieproblematiek vraagt een nieuw Europees en federaal migratiebeleid.

Mevrouw de staatssecretaris, voor onze partij is het migratiepact misschien een stap in de goede richting, maar volstaat het absoluut niet. De externalisering van de asielprocedure is voor ons een belangrijke hoeksteen van een kordaat toekomstig asiel- en migratiesysteem. Op die manier kan asiel aangevraagd worden buiten de EU. Wie illegaal binnenkomt, moet elke kans op legaal verblijf verliezen.

Italië heeft alvast de eerste stappen gezet omtrent de externalisering van zijn asielprocedure. Zo sloot het land een akkoord met Albanië voor de behandeling van de dossiers in het buitenland. Ook Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen brak een lans voor de zogenaamde terugkeerhubs op Europees niveau en ze beloofde kordatere regelgeving inzake het Europees migratiebeleid. Hoewel de huidige federale regering ontslagnemend is, sprak de premier zich op de Europese top uit tegen die hubs. Dat is niet alleen ongehoord, maar ook ongrondwettelijk. De huidige federale regering is ontslagnemend en beschikt niet langer over een meerderheid in de Kamer. Grondwettelijk moet ze zich beperken tot het behartigen van de lopende zaken.

Wat vindt u van het standpunt ingenomen door de premier? Kan hij dat zomaar doen in lopende zaken?

Welke stappen wilt u eventueel ondernemen om op nationaal en Europees vlak terugkeerhubs te realiseren? Bent u daar voorstander van?

Nicole de Moor:

Mevrouw De Vreese, het antwoord op uw vraag begint vanzelfsprekend met een verwijzing naar het Europese asiel- en migratiepact, dat onder het Belgische voorzitterschap is goedgekeurd. Het pact biedt een meer gestructureerd en uniform kader voor de lidstaten om asiel en migratie beter te beheren. Ik weet dat we vandaag allemaal naar de Verenigde Staten kijken. Op het vlak van migratie moeten we er echter ook voor zorgen dat wij Europees op eigen benen kunnen staan en samen een sterk Europees migratiebeleid hebben. Het pact is een enorm grote stap in de richting van meer controle over migratie. Dat is een rechtmatige verwachting van heel veel Europese burgers.

Het pact voorziet niet in een automatisch recht op verblijf in de Europese Unie, maar behoudt wel het recht om asiel aan te vragen, zowel aan de grens als op het Europese grondgebied. Bovendien biedt het een juridisch kader om aanvragen sneller en efficiënter te verwerken.

Zoals ik al aangaf, is het een enorme stap vooruit. Is dat pact echter voldoende? Neen, dat is het niet. Dat heb ik ook altijd opgemerkt. We hebben een betere samenwerking en partnerschappen nodig met herkomstlanden en transitlanden om de migratie beter te beheren. We moeten ook blijven zoeken naar oplossingen voor de terugkeer van mensen die weigeren mee te werken en naar landen die weigeren mee te werken.

Op dit moment circuleren er al enkele aanvullende ideeën bij het pact. Als u het mij vraagt, zijn sommige daarvan realistischer om te organiseren of te implementeren dan andere. Ze brengen echter in elk geval zowel praktische als juridische uitdagingen met zich mee.

De terugkeerhubs, waarover nu ook de voorzitter van de Europese Commissie spreekt, bevinden zich in een heel prille fase. Dat is op dit moment slechts een idee, maar we moeten het debat daarover wel voeren. Zoals gezegd zijn er nog heel veel praktische uitdagingen ter zake, maar we moeten wel de openheid hebben om daarover te spreken.

Helemaal concreet is dat dus nog niet. Het idee is echter dat mensen die hier onwettig verblijven en die bevel na bevel om te vertrekken negeren, of mensen die we niet teruggestuurd krijgen omdat het land van herkomst niet meewerkt – mensen kunnen zelf meewerken, maar we kunnen hen niet gedwongen terugsturen omdat het land van herkomst bijvoorbeeld niet meewerkt –, naar een ander land kunnen worden gestuurd waarmee er afspraken zijn gemaakt. De betrokkenen kunnen dan vanuit dat land finaal terugkeren naar hun herkomstland. Het betreft dus geen externalisering van de asielprocedure, maar het gaat over de terugkeer van mensen die hun asielprocedure bijvoorbeeld al achter de rug hebben.

Om dat te realiseren, moet men dat natuurlijk eerst intern Europees concretiseren en landen vinden die bereid zijn om daarin mee te stappen. Dat zal zeker niet evident zijn, maar ik vind wel dat we de openheid moeten hebben om dat debat te voeren.

Ik kijk op dezelfde manier naar de deal die Italië met Albanië sloot. Ook dat is geen zuivere externalisering van de asielprocedure. Het is ook geen terugkeerhub, zoals het in de pers werd voorgesteld. Daar gaat het om het organiseren van de asielprocedure en de opvang buiten de grenzen van Italië. Men wil mensen die door de Italianen op de Middellandse Zee worden gered naar Italiaanse opvangcentra in Albanië brengen, maar Italië behoudt wel de controle over de opvang en de procedure, die daar verloopt volgens Europese regels. Wie bescherming krijgt, gaat nadien naar Italië.

Al deze pistes kunnen wat mij betreft nuttige aanvullingen zijn op het Europese migratiepact, net zoals partnerschappen met derde landen, zoals dat met Tunesië of zoals de EU-Turkijedeal van 2016. Ik ben alleszins bereid om die innovatieve pistes met open vizier te bekijken.

Wat het Belgische standpunt betreft, het is op dit moment niet nodig om een Belgisch standpunt in te nemen, want er ligt vandaag geen enkel concreet voorstel op de Europese tafel. Er lopen wel gesprekken, waaraan ik uiteraard deelneem, maar er ligt geen voorstel voor. België hoeft op dit moment dus geen formeel standpunt in te nemen.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de staatssecretaris, we weten natuurlijk niet hoelang de onderhandelingen over een nieuwe federale regering nog zullen aanslepen. Wie weet komt er op een bepaald moment wel een voorstel op tafel. De vraag is dan op welke manier de standpuntbepaling zal worden gedaan voor dit land. Ik kan alleen hopen dat we snel richting een federale regering gaan, die op het vlak van migratie echt stappen vooruit durft te zetten. Op Europees niveau zien we nu immers toch dat de standpunten en de meningen de afgelopen jaren enorm veranderd zijn. U zegt dat dit absoluut geen externalisering van de asielprocedure is. Volgens mij zullen de meningen daarover traag maar zeker rijpen en gaan we die richting uit, omdat de situatie anders gewoonweg niet houdbaar blijft.

De impact van de Nederlandse noodwet op de instroom van Syrische asielzoekers naar België

Gesteld door

lijst: N-VA Darya Safai

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 6 november 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Samenvatting: Darya Safai waarschuwt dat Nederland het asielbeleid voor Syriërs aanscherpt (kortere verblijfsvergunningen, terugkeer bij veiligheid), wat een toestroom naar België dreigt te veroorzaken door het ruimere Belgische beleid (nog steeds hoge erkenningen ondanks "veilige" gebieden). Staatssecretaris Nicole de Moor benadrukt de onafhankelijkheid van het CGVS (beslissingen gebaseerd op EUAA-richtlijnen en individuele gevallen) en dat gedwongen terugkeer naar Syrië nog niet veilig is (volgens UNHCR/EU), maar vrijwillige wel. Ze bevestigt Dublin-regels strikt toe te passen om secundaire migratie tegen te gaan, maar politieke wijzigingen (bv. verkorte beschermingsduur) zijn voor een toekomstige regering. Safai dringt aan op een parlementair gesprek met het CGVS om het Belgische beleid af te stemmen op buurlanden.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, op vrijdagnacht 22 oktober kwam de Nederlandse regering tot een akkoord om de asielcrisis daar te bestrijden. De regering wil er een strikter erkenningsbeleid en wil ook meer beschermingsstatussen opnieuw intrekken indien delen van het land van herkomst veilig zijn geworden. Om dit mogelijk te maken zal Nederland de duur van de verblijfsvergunning die erkende vluchtelingen er krijgen terugbrengen van vijf naar drie jaar.

Premier Dick Schoof verklaarde hierover op een persconferentie: “Zo groeit het besef van de tijdelijkheid van asielbescherming in Nederland." Daarbij gaf de premier het voorbeeld van Syrië. Syriërs uit gebieden die vandaag veilig zijn, zouden geen verblijfsvergunning meer kunnen krijgen en moeten terugkeren.

Net als in Nederland zijn ook in België Syriërs de belangrijkste groep asielaanvragers. Dat komt niet omdat er in Syrië actueel een oorlog heerst. De burgeroorlog daar is al vele jaren voorbij. Grote delen van het land zijn veilig. Dat komt omdat het CGVS zijn beleid niet aan die verbeterde situatie heeft aangepast. Op 2.807 eindbeslissingen ten gronde die het CGVS in 2024 in asieldossiers van Syriërs nam, verkregen er maar liefst 2.279 een beschermingsstatus.

Indien het Nederlandse beschermingsbeleid voor Syriërs fors strikter wordt terwijl het Belgische even ruim blijft, laat het zich raden wat er zal gebeuren: een forse stijging van het aantal asielaanvragen door Syriërs in België.

Bent u bereid het aangescherpte Nederlandse beschermingsbeleid voor Syrische asielzoekers te bespreken met de commissaris-generaal?

Bent u bereid de nodige ontradende communicatie te doen opdat de Syriërs weten dat België als asielbestemming niet aantrekkelijker wordt dan Nederland?

Bent u bereid de beleidsnota van de commissaris-generaal wat Syriërs betreft op te vragen en te delen met de leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken, desgevallend achter gesloten deuren en met de plicht van vertrouwelijkheid, opdat wij het Belgische beleid voor Syrische asieldossiers kunnen vergelijken met dat van de asielinstanties van Nederland, Frankrijk en Duitsland?

Nicole de Moor:

Mevrouw Safai, het Commissariaat-generaal is vandaag inderdaad een onafhankelijke instantie. Dat betekent dat er geen inmenging in individuele dossiers mag zijn, zowel vanuit de uitvoerende als vanuit de wetgevende macht.

U kunt de commissaris-generaal wel altijd uitnodigen voor een informatief gesprek in dit Huis en in deze commissie. Daarvoor is mijn interventie noch mijn aanwezigheid vereist. U kunt bij die gelegenheid dan de informatie opvragen die u wilt en u kunt in dialoog gaan over het erkenningsbeleid. Ik meen dat het een goed idee is de commissaris-generaal uit te nodigen over de zaken die u met hem wilt bespreken.

Onafhankelijkheid sluit goede contacten met politieke vertegenwoordigers immers niet uit. Ik houd ook zelf regelmatig overleg met de commissaris-generaal. Mijn kabinet zorgt ook voor een goede informatie-uitwisseling over gevoelige dossiers en over landenanalyses. Wekelijks organiseren wij op mijn kabinet een vergadering met alle hoofden van de migratiediensten om ontwikkelingen in de asielketen te bespreken, waarbij Syrië heel vaak aan bod komt.

Ik kan u dus wel zeggen dat het Commissariaat-generaal de situatie op de voet volgt en dat het kenniscentrum Cedoca zich continu informeert over de actuele situatie in de landen van herkomst. De commissaris-generaal neemt daar beslissingen op basis van algemene, objectieve landeninformatie en op basis van persoonlijke elementen als het asielmotief.

In een concreet geval zal het CGVS in eerste instantie nagaan of het individu vervolgd wordt in Syrië, waarbij de criteria van de Vluchtelingenconventie worden toegepast, waarvoor het CGVS het landenbeleid van het EUAA volgt. De EUAA Country Guidance is publiek beschikbaar. Zo draagt het CGVS ook bij tot een uniformere asielbeoordeling binnen de EU.

Het CGVS zal vervolgens de subsidiaire beschermingsstatus onderzoeken op basis van individuele elementen en de algemene situatie in Syrië. Uit het meest recente rapport van het EUAA blijkt dat de burgeroorlog nog niet is afgelopen.

In verband met de mogelijke beleidsmaatregelen herinner ik u eraan dat de huidige regering in lopende zaken is. Het verkorten van de beschermingsduur lijkt me een politieke beslissing die enkel door een volgende regering kan worden genomen.

De vraag of een land veilig genoeg is voor terugkeer wordt binnen de EU bepaald zowel aan de hand van de richtlijnen van de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen als via Europese informatie. Recent overleg op Europees niveau en met UNHCR heeft bevestigd dat de omstandigheden voor veilige en waardige gedwongen terugkeer naar Syrië nog niet zijn vervuld, maar vrijwillige terugkeer is wel mogelijk. Ik moedig nauwe samenwerking hieromtrent tussen de Europese Commissie en UNHCR aan. Ik heb dit zelf ook al besproken met de Assistant High Commissioner van UNHCR. Het thema ligt me na aan het hart en ik ga hierover verschillende diplomatieke gesprekken aan.

Secundaire migratie binnen de EU blijft een uitdaging. Mijn beleid is duidelijk: wie in een andere lidstaat een asielaanvraag heeft lopen, moet daar blijven volgens de Dublinregels. Mensen met een beschermingsstatus in een lidstaat mogen maximaal 90 op de 180 dagen buiten dat land verblijven. Nieuwe asielaanvragen van personen die al beschermd worden in een andere lidstaat worden in België het best zo snel mogelijk onontvankelijk verklaard opdat de betrokkene kan worden teruggestuurd naar de lidstaat die bescherming bood. Deze regels worden regelmatig onder de aandacht gebracht binnen de EU. Het is cruciaal om daarop te blijven hameren in afwachting van de implementatie van het migratiepact. Enkel op die manier kan een Europees asielsysteem blijven functioneren.

Darya Safai:

Het CGVS is uiteraard een onafhankelijke instantie. Dat weten we allemaal. Als onze buurlanden hun eigen beleid echter veranderen en updaten, moeten we dat ook volgen. Anders krijgen we een aanzuigeffect. Het is ook niet verplicht om de EUAA Country Guidance te volgen.

Zoals u zegt, zou het dus interessant zijn om het CGVS uit te nodigen in de commissie zodat we kunnen luisteren naar wat ze doen. U hebt immers gezegd dat ze dat op de voet opvolgen, maar hun beleid is nog niet veranderd. We zouden dus graag met hen in gesprek gaan en zullen hen daartoe uitnodigen in deze commissie.

Voorzitter:

Met deze mooie suggestie van de staatssecretaris sluiten we deze vergadering af. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.38 uur. La réunion publique de commission est levée à 16 h 38.

Het importeren in ons land van het conflict in het Midden-Oosten

Gesteld door

lijst: MR Michel De Maegd

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 24 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Premier De Croo veroordeelt antisemitische incidenten (o.a. oproepen tot geweld tegen Joden en haat in het parlement) scherp en benadrukt dat daders juridisch vervolgd worden, terwijl hij vrijheid van meningsuiting binnen de wet verdedigt—België kiest geen partij in het conflict maar pleit voor bescherming van burgers en veroordeelt zowel Hamas als extreem-Israëlische uitspraken. De Maegd (MR) eist hard optreden tegen de escalerende antisemitische retoriek (o.a. in betogingen en parlementaire commissies, waar de Israëlische ambassadeur werd aangevallen) en waarschuwt voor politieke instrumentalisering van het conflict door extreemlinks (PTB, Ecolo, PS), wat de democratische normen ondermijnt.

Michel De Maegd:

Monsieur le premier ministre, depuis le 7 octobre 2023, des faits d'une violence extrême marquent dans leur chair les populations israéliennes, les populations palestiniennes et désormais les populations libanaises. Le nombre de morts et l'ampleur des destructions battent en brèche un espoir de paix que nous appelons depuis tant d'années. Dans le même temps, Israël a le devoir, comme tout É tat, de défendre sa population contre le terrorisme qui l'assaille de toute part.

Monsieur le premier ministre, un de vos soucis est de tout faire pour ne pas importer ce conflit en Belgique, tout faire pour garantir la sécurité de tous, y compris celle de la communauté juive, et le vivre ensemble. Néanmoins, lors des commémorations belges des événements sans précédent depuis la Shoah, lors de la manifestation de dimanche passé à Bruxelles, j'ai été profondément heurté par de nouveaux appels à l'intifada, par des prêches virulents et cet appel à la haine purement antisémite à, je cite, "brûler des juifs".

Selon l'Organe de coordination pour l’analyse de la menace (OCAM), ces faits explosent ces derniers mois: antisémitisme décomplexé dans la rue et, désormais aussi, dérapages assumés dans notre Parlement. Mardi, en commission des Relations extérieures, la violence verbale et la grossièreté du PTB à l'encontre de l'ambassadrice d'Israël dépassaient largement le ton d'un débat politique contradictoire. La commission a aussi été perturbée par la présence d'un public vindicatif, dont le comportement a été applaudi par Ecolo.

Monsieur le premier ministre, je voudrais entendre de votre part une condamnation sans équivoque de ces faits antisémites et votre volonté de voir les auteurs traduits en justice. Ces faits sont punissables. Quelle suite judiciaire faut-il leur donner? Comment resserrer notre surveillance sur ces activistes, sur leur financement, et les empêcher d'agir? En tant que premier ministre, quelle est votre réaction à la suite de l'agression verbale qu'a subie la représentante officielle d'un É tat étranger au cœur de notre démocratie?

Je voudrais enfin que vous rappeliez à l'ensemble de notre classe politique l'importance fondamentale de ne pas instrumentaliser ce conflit à des fins politiques ou communautaristes.

Alexander De Croo:

Monsieur De Maegd, je vous remercie pour cette question. Naturellement, je condamne fermement chaque acte d'antisémitisme. Cela va de soi.

En effet, dans notre pays et dans d'autres pays dans le monde, nous constatons une multiplication des faits d'antisémitisme. Face à de tels faits, notre police et notre parquet agissent. Si des infractions pénales ont eu lieu dimanche dernier, elles seront poursuivies par le parquet.

Dans notre pays, nous avons tout fait pour conserver la possibilité de manifester. Dans notre pays, les paroles sont libres. Dans d'autres pays, des manifestations ont été interdites, ce qui n'a jamais été le cas en Belgique et j'en suis fier. Mais cela peut uniquement se faire si on reste dans le cadre légal. Face à ce conflit, tout le monde a le droit d'avoir son opinion mais l'expression d'opinions doit rester dans le cadre légal. Les expressions antisémites ne sont évidemment pas possibles dans notre pays.

Depuis l'an dernier, tout a été fait pour que ce conflit ne soit pas importé dans notre pays. La Belgique n'a pas pris position ni d'un côté ni de l'autre. La Belgique prend position pour essayer de sauver des civils innocents. Trop de civils innocents ont été tués en Palestine, en Israël, au Liban. Nous avons condamné les actes du Hamas mais nous trouvons aussi, par exemple, que des propos tels que ceux tenus par le ministre Smotrich devraient figurer sur une liste de sanctions de l'Union européenne.

Pour ce qui est de l'activité de ce Parlement, il ne revient pas au gouvernement de juger de la manière dont le Parlement s'organise. Mais, d'une manière globale, une démocratie fonctionne (…)

Voorzitter:

Het spijt me zeer, maar gelijke monniken, gelijke kappen. Wanneer ik voor u een uitzondering maak, vrees ik dat voor anderen ook te moeten doen.

(De premier gaat door zonder micro.)

Los van de inhoud, mijnheer de premier, moet ik u melden dat het deel van uw antwoord buiten de micro niet in het verslag zal worden opgenomen.

Michel De Maegd:

Monsieur le premier ministre, je ne le répéterai jamais assez: les tragédies qui se déroulent à Gaza, au Liban et en Israël sont dramatiques pour toutes les victimes. Les otages doivent être libérés, les populations épargnées, le droit international respecté. Mais l'importation de ce conflit, le climat nauséabond qu'alimentent les groupuscules à l'égard d'un État visé comme jamais par le terrorisme sont plus graves. L'attitude ouvertement antisémite, anti-juive dans nos villes doit mobiliser tous les démocrates. Monsieur le président de la Chambre, si vous le permettez, je redirai ici que ce qui s'est passé en commission est intolérable. La violence verbale et la grossièreté avec lesquelles l'ambassadrice d'Israël a été agressée, alors que la Chambre elle-même l'avait sollicitée, sont indignes. La liberté d'expression, le respect s'imposent et doivent s'imposer à tous. L'extrême gauche, suivie par les verts et le PS, qui désormais lui cède même une part de son temps de parole – un dangereux précédent dans cet hémicycle! –, les manifestations du public en commission, tout cela doit vous inciter à remettre de l'ordre dans cette enceinte. Je vous remercie.

De financiering van het door Hamasterroristen geïnfiltreerde en geïnfecteerde UNRWA
De Belgische steun aan UNRWA
Financiering en steun aan geïnfiltreerd UNRWA

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België handhaaft ondanks bewijzen van betrokkenheid van 9 UNRWA-medewerkers bij de Hamas-aanslag op 7 oktober 2023 (en herhaalde beschuldigingen van antisemitisme en terrorismebanden) zijn €27,5 miljoen steun (2024-2026), verwijzend naar UNRWA’s "onmisbare humanitaire rol" in Gaza en Libanon en positieve onafhankelijke rapporten (Colonna, OIOS, MOPAN) die haar neutraliteitsmechanismen bevestigen. Critici (o.a. Van Rooy) eisen stopzetting, wijzend op systematische infiltratie door Hamas, verheerlijking van geweld door personeel en alternatieven zoals WFP of UNHCR, maar minister Vandenbroucke benadrukt gebrek aan Israëlisch bewijs voor structurele problemen en afwezigheid van fraude bij Belgische controles. Kernstandpunt: België prioriteert humanitaire noodzaak boven politieke druk, ondanks morale en veiligheidsbezware.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de minister, begin 2024 beschuldigde Israël UNRWA van betrokkenheid bij de genocidale jihadistische terreuraanslag op 7 oktober 2023 door Hamas. Verschillende UNRWA-medewerkers werden geïdentificeerd terwijl ze actief participeerden aan die jihadistische moorddadige aanslag. Er werden in de Gazastrook ook terreurtunnels van Hamas onder gebouwen van UNRWA aangetroffen.

De aanwijzingen van sympathie voor en verheerlijking van de jihadistische massaslachting van Hamas vanwege UNRWA-medewerkers zijn legio. Zo schreef een lerares van UNRWA: bij Allah, iedereen die een Israëlische crimineel kan doden en afslachten maar dat niet doet, verdient het niet om te leven; dood hen en zit hen overal achterna; het enige wat Israël verdient, is de dood.

Verschillende donorstaten schortten hun hulp aan UNRWA op. De Franse ex-minister van Buitenlandse Zaken, Catherine Colonna, startte een onderzoek waaruit bleek dat de jihadistische ideologie van Hamas breed ingang kon vinden bij UNRWA. Ondanks dat alles besliste eerste minister De Croo net als een aantal donorlanden door te gaan met de financiële steun van België aan UNRWA.

Nu werd bekend dat Israël uiteraard gelijk had. De VN hebben genoeg bewijsmateriaal gevonden dat 9 UNRWA-medewerkers inderdaad betrokken waren bij de jihadistische massaslachting van 7 oktober, de grootste op joden sinds de holocaust.

Zal de federale regering de steun aan UNRWA alsnog intrekken? Zo neen, waarom niet?

Welke sommen geld vloeiden en vloeien vanuit de federale begroting naar UNRWA?

Welke controles voert men uit op de precieze aanwending van de gelden? Is er in clausules ingeschreven om dat geld, als het is aangewend voor jihadterreur tegen joden, terug te vorderen?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, le 6 octobre, la Knesset israélienne a approuvé deux projets de loi qui seront adoptés dans les jours ou dans les semaines qui suivent. Ils révoquent les privilèges et immunités de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) en interdisant à l'agence d'agir sur le territoire souverain d'Israël. Les projets de loi vont mettre fin, pour l'agence, à toute possibilité d'opérer à Gaza et probablement en Cisjordanie.

L'agence des Nations Unies, on le sait, est la cible d'Israël depuis déjà plusieurs années et ses attaques ont pris un tournant particulièrement virulent depuis un an. Pourtant, le rôle de l'UNRWA peut être considéré, selon M. Antonio Guterres, comme la colonne vertébrale de la réponse humanitaire à Gaza, à la fois indispensable et irremplaçable. Elle continue à fournir des services essentiels aux réfugiés palestiniens, en ce compris les soins de santé primaires à Gaza, en Cisjordanie, à Jérusalem, comme en Syrie, au Liban et en Jordanie.

Environ six millions de réfugiés palestiniens bénéficient de ce soutien qui joue un rôle crucial pour la stabilité de la région. En 2024, la Belgique, par l'intermédiaire de la ministre Caroline Gennez, a réaffirmé son soutien flexible et pluriannuel aux ressources générales de l'UNRWA en s'engageant à fournir une contribution de 27,5 millions d'euros sur la période allant de 2024 à 2026. C'est un financement de base qui permet vraiment à l'UNRWA d'exercer ses activités.

Monsieur le ministre, la Belgique confirme-t-elle son soutien à l'UNRWA et envisage-t-elle une contribution concernant les besoins supplémentaires du Liban? Avez-vous pu questionner l'ambassadrice d'Israël sur les nombreuses structures de l'UNRWA qui ont été détruites par Israël, notamment une école, et sur les 228 employés de l'UNRWA qui sont décédés depuis le 7 octobre 2023 en raison des attaques de l'armée israélienne?

Frank Vandenbroucke:

Merci, chers collègues, pour vos questions. En effet, la Belgique confirme son engagement financier et son soutien politique envers l'UNRWA.

Zoals u weet, zijn de humanitaire noden in Gaza gigantisch. UNRWA is de enige organisatie die over voldoende capaciteit beschikt om in deze verschrikkelijke omstandigheden de weinige hulp die er is tot bij de mensen te brengen. Ze is de ruggengraat van het humanitaire systeem in de regio voor de Palestijnen en de Palestijnse vluchtelingen.

L'agence est d'ailleurs indispensable au Liban, o ù la Belgique finance le programme UNRWA spécifique É ducation en situation d'urgence. Au Liban, la Belgique soutient également le système humanitaire au travers des fonds flexibles du système ONU.

Concernant l'ambassadrice d'Israël en Belgique, Caroline Gennez, ma prédécesseure, lui avait adressé, en juillet dernier, un courrier faisant part des inquiétudes de la Belgique quant aux mesures envisagées par la Knesset contre l'UNRWA. En février dernier, elle a été convoquée en raison de la destruction du bâtiment de l'agence belge Enabel à Gaza. La destruction d'infrastructures de l'UNRWA et les employés de l'agence tués à Gaza ont été relevés dans des messages diplomatiques de la Belgique, notamment aux Nations Unies.

Beschuldigingen over de betrokkenheid van personeel bij terroristische aanslagen moeten natuurlijk altijd, onmiddellijk en heel ernstig worden behandeld. Sta mij dan ook toe nogmaals te benadrukken dat UNRWA onmiddellijk actie ondernam toen de beschuldigingen over de vermeende betrokkenheid bij de aanslag van 7 oktober 2023 werden geuit.

Met het Colonnarapport werd op onafhankelijke wijze onderzocht welke systemen UNRWA heeft, om zijn neutraliteit te waarborgen. De conclusie van het rapport bevestigde dat – ik citeer – “ UNRWA has a more developed approach to neutrality than similar UN or NGO entities ”.

In het rapport worden heel wat aanbevelingen gedaan, die onmiddellijk zijn aanvaard door de commissaris-generaal van UNRWA. Ook het onafhankelijke onderzoek door het VN-orgaan OIOS of Office of Internal Oversight Services in opdracht van de VN-secretaris-generaal bracht geen gebreken aan de oppervlakte, afgezien van de door UNRWA zelf verschafte informatie en de daarop getroffen maatregelen.

Ik wil benadrukken dat het OIOS-onderzoek in goede samenwerking met UNRWA verliep. Van de Israëlische autoriteiten werd echter geen nadere informatie of bewijslast ontvangen. Ik citeer: “ OIOS was not able to independently authenticate information used by Israel to support the allegations .”

Een recente MOPAN-evaluatie bevestigde nogmaals onder andere dat – ik citeer – “ the Agency’s ability to deliver education, health and social services at scale to one of the world’s most vulnerable populations is unparalleled .” MOPAN staat voor de Multilateral Organisation Performance Assessment Network. Dat is een netwerk van 22 landen met als gemeenschappelijk doel rigoureuze onafhankelijke evaluaties te hebben van internationale organisaties die het financiert. Wij zijn ook lid van MOPAN.

Inzake de controlesystemen schrijft de Belgische wetgeving voor dat alle bijdragen moeten worden aangewend voor de doeleinden waarvoor ze werden verleend en dat de ontvangende organisatie de nodige maatregelen moet treffen om onregelmatigheden, fraude en actieve of passieve corruptiepraktijken te voorkomen en te verhelpen.

Op basis van documenten die verstrekt zijn door de humanitaire organisatie en monitoring die uitgevoerd is via de board van UNRWA, waarvan België sinds 1953 lid is, heeft België beslist dat de aan UNRWA toegewezen bijdrage gebruikt is voor de doeleinden waarvoor het is toegekend.

In het licht van het bovenstaande en gezien UNRWA alle aanbevelingen van het Colonnarapport expliciet heeft aanvaard en daarnaar handelt, en gezien de resultaten van het OIOS-rapport, heeft België zijn steun aan UNRWA behouden en herbevestigd, net zoals elke andere donor, inclusief Duitsland, wel met uitzondering van de VS.

Ook op Europees niveau werd de steun voor UNRWA behouden en herbevestigd door de Europese Commissie.

Sam Van Rooy:

Negen UNRWA-medewerkers waren betrokken bij de genocidale jihadistische massaslachting op 7 oktober. Enkele weken geleden nog moest UNRWA toegeven dat een Hamasleider in Libanon een UNRWA-medewerker was en werd bekend dat drie door het IDF uitgeschakelde Hamasterroristen tegelijk ook UNRWA-medewerkers waren. In de schuilplaats van de nu gelukkig geëlimineerde terroristische Hamasleider Sinwar werden zakken van UNRWA gevonden.

Gazanen getuigen dat UNRWA Hamas helpt om hen te onderdrukken, minister. Duizenden UNRWA-medewerkers, niet zelden leraren, verheerlijken online antisemitisme, Hitler, jihadterreur en/of de genocidale jihadaanslag op 7 oktober, de grootste op joden sinds de Holocaust.

UNRWA kan perfect worden vervangen door het World Food Programme, het UN Refugee Agency en het UN Development Programme, die actief zijn in Syrië, Soedan en Jemen. Dat zijn landen die veel groter zijn dan dat kleine Gazastrookje. Toch kiest België ervoor om antisemitisme en dodelijke jihadterreur te blijven sponsoren met ons belastinggeld en dat is werkelijk beschamend.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse qui est rassurante, car je vois que la campagne menée par Israël contre l'UNRWA n'a pas eu d'effet sur le gouvernement belge, lequel a compris qu'il doit continuer à soutenir cette agence. Vous savez que les membres du personnel de cette agence sont constamment harcelés dans le cadre de leur travail et il est important pour nous de savoir que vous continuerez à les soutenir et j'espère qu'on pourra également continuer à augmenter leurs moyens pour leur permettre d'agir en faveur du bien-être des populations qui sont brimées depuis si longtemps dans le cadre de ce conflit qui reste complètement inhumain et dégradant. Je vous remercie donc pour vos réponses.

De opstoot van mpox in Afrika

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De mpox-epidemie in DRC (32.000+ gevallen, 900+ doden) leidde tot een Belgische donatie van 20.000 vaccins (gericht op risicogroepen/zones) en extra steun via Enabel (€2M), UNICEF, OMS en Team Europe (inclusief 215.000 EU-vaccins en €26,7M onderzoeksfondsen). Sensibilisering en logistieke coordinatie lopen via lokale partners (bv. Institut de Médecine Tropicale, Alima), met focus op vaccinatie-impactstudies en preventie in Burundi/RDC. Belgische acties tegen stigmatisering (o.a. gericht op Congolezen) blijven beperkt tot indirecte informatieverspreiding via ontwikkelingsprojecten; Mutyebele Ngoi dringt aan op een zichtbare, lokale sensibiliseringscampagne om vooroordelen te ontkrachten en het Belgische engagement te benadrukken.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, le 14 août dernier, l'OMS a déclenché son plus haut niveau d'alerte sanitaire au niveau international face à la résurgence des cas de variole du singe. Ce virus affecte principalement la République démocratique du Congo où on a pu identifier 22 000 cas de personnes atteintes et 700 décès.

La Belgique a répondu rapidement à la demande de la RDC, de l'OMS et de l'Union européenne en faisant don d'une partie stratégique de ses vaccins pour que les personnes les plus à risque en RDC soient vaccinées rapidement. Je salue cette réponse rapide et solidaire. On a vu avec l'expérience du Covid-19 qu'il faut une coordination internationale au niveau des crises sanitaires.

Cette épidémie a également ravivé certaines discriminations à l'égard des personnes issues de l'Afrique subsaharienne et du Congo et il est regrettable de constater que, malgré les progrès réalisés, les stigmatisations existent toujours pour certaines maladies liées à l'Afrique. La pandémie mpox en est l'exemple et il est nécessaire d'apporter non pas seulement une réponse sanitaire mais également sociale pour éviter toute forme de préjugé.

Monsieur le ministre, pouvez-vous me répondre par rapport à la situation sanitaire liée à l'épidémie en Afrique? Qui a reçu ces premières doses? Pouvez-vous donner des détails sur cette situation sanitaire?

Comment la Belgique, l'UE et l'OMS prévoient-ils de soutenir les États touchés? D'autres appuis sont-ils prévus? Des actions de sensibilisations sont-elles prévues? De la coordination logistique est-elle prévue?

Que faisons-nous en Belgique pour éviter la stigmatisation de ces personnes issues d'Afrique et, spécialement, de la RDC? Des actions de sensibilisation et d'information seront-elles menées afin d'éviter tout préjugé et tout mélange suite à la résurgence de ce virus?

Frank Vandenbroucke:

Merci pour cette question importante. Permettez-moi de dire, tout d’abord, que pour développer nos réponses, nous nous appuyons sur nos services, nos ambassades, des partenaires multilatéraux ainsi que l’expertise académique belge. Ainsi, au début de l’épidémie, j’ai eu un échange très intéressant avec le professeur Liesenborghs, de l’Institut de médecine tropicale à Anvers, qui nous a remerciés pour nos efforts. En effet, c’est grâce à la coopération belge, qui finance le programme de l’institut en République démocratique du Congo (RDC), que ce virus a été découvert. Il s’agit là d’un élément qui mérite d’être souligné, parce qu’il montre l’importance de notre Aide à la coopération.

Si l’on en croit les derniers chiffres, il y a 42 438 cas cumulés et 1 100 décès sur le continent. En RDC, on dénombre 32 297 cas cumulés et 943 décès. La campagne de vaccination en RDC a été lancée le 5 octobre et a permis, à ce jour, de vacciner 20 897 personnes. Vous n’ignorez pas que la vaccination est réservée à certains groupes et n’a lieu que dans certaines zones à risque.

La Belgique, quant à elle, a déjà fourni 20 000 vaccins à la RDC. En outre, un projet de vaccination et de recherche pour le consortium Mbote a été approuvé. L’Institut de médecine tropicale, en collaboration avec l’Institut national de recherche biomédicale à Kinshasa et l’ONG Alima, lancera cette campagne au Sud-Kivu. Parallèlement, l’institut mènera une étude sur l’efficacité du vaccin et l'impact de la campagne.

Par ailleurs, notre agence belge de développement Enabel réaffectera ses activités pour près de 2 millions d’euros en RDC et au Burundi, en se concentrant sur l’amélioration de la coordination, la sensibilisation et la prévention. La Belgique fournit également un financement de base à l’UNICEF et à l’Organisation mondiale de la Santé (OMS), qui sont tous les deux actifs dans les zones touchées. Nos partenaires des ONG Médecins du monde et Memisa y sont également actifs et s’adaptent à la crise.

La Belgique travaille en outre dans le cadre de Team Europe pour coordonner la réponse. L'Agence européenne HERA a annoncé un don de 215 000 vaccins Mpox et coordonne aussi le don belge que j'ai mentionné. La Commission européenne fournit aussi des fonds, par exemple 6,7 millions d'euros via le European and Developing Countries Clinical Trials Partnership (EDCPT) pour des recherches et une enveloppe de 20 millions d'euros pour lutter contre l'épidémie en RDC. L'OMS et l'UNİCEF font partie de l'équipe de coordination mise en place, avec le CDC-Afrique. De plus, L'OMS a élaboré une feuille de route pour la préparation à la vaccination dans les pays touchés.

De cette manière, nous espérons contenir suffisamment le virus. En tant que Coopération belge au développement, nous assumons donc notre responsabilité dans la lutte contre ce virus. Si j'ai tiré une leçon du coronavirus, c'est que nous ne pouvons pas nous préoccuper de santé publique sans nous intéresser à ce qu'il se passe ailleurs dans le monde. C'est cette préoccupation qui motive notre action dans ce cas précis.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse très complète. Il est vrai que nous n'avons pas abordé ici les aspects de sensibilisation et discrimination des personnes issues de l'Afrique et de la RDC plus particulièrement. En tant que femme politique, des personnes m'adressent des questions car elles ignorent le travail qui est fait par la Coopération technique belge. Il est donc important d'informer la population sur l'action que nous menons à l'étranger parce que ce voient les gens, ce sont les photos sur les réseaux sociaux et ils en retirent l'impression que toute personne qui vient de la RDC et qui aurait touché une personne à risque va rapporter cette maladie. Informer sur les actions positives que nous menons à l'extérieur est une façon de montrer que nous ne sommes pas un pays replié sur lui-même. Je pense que cela vaut vraiment la peine de mener une campagne de sensibilisation ici auprès de toutes les populations au sens large pour qu'elles puissent voir le travail qui est fait, afin que les personnes se sentent en sécurité quand elles voient des personnes qui viennent de ces pays-là, sachant que la Belgique protège aussi ses ressortissants au travers des campagnes qui sont faites en dehors de la Belgique.

De humanitaire situatie in Gaza

Gesteld door

lijst: CD&V Els Van Hoof

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De catastrofale hongersnood in Gaza (IPC-fase 5, 96% acute voedselonzekerheid) en Israëlische dreiging om UNRWA te verbieden—de enige effectieve hulpverlener ter plaatse—stonden centraal, met België dat al €27 miljoen steunde en flexibele EU-fondsen inzet voor snelle noodhulp. Minister Vandenbroucke bevestigde EU-druk voor onmiddellijke UNRWA-financiering (ondanks Israëlische tegenwerking) en toegang via grensposten zoals Kerem Shalom, gekoppeld aan sancties bij schendingen van internationaal recht. Van Hoof benadrukte dat UNRWA onmisbaar is en objectief toezicht (niet geruchten) moet leiden, terwijl België’s budget uitgeput is en verdere actie bij de EU ligt. Kernpunt: humanitaire hulp moet ongehinderd doorgaan, ondanks politieke obstructie.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, de humanitaire situatie in Gaza, die we al kort besproken hebben naar aanleiding van de vorige samengevoegde vragen, is dramatisch aan het worden, onder andere omdat het Israëlische offensief in de Gazastrook geïntensifieerd werd. Volgens de Integrated Food Security Phase Classification, het IPC-systeem, dreigt een catastrofale hongersnood in Gaza en geldt daar, op basis van metingen, IPC-fase 5.

Des te dramatischer is het feit dat men in de Knesset een wetsvoorstel bespreekt om UNRWA te bannen van het Israëlische grondgebied, terwijl dat vooralsnog de enige organisatie is die hulp ter plaatse kan brengen. Secretaris-generaal Guterres waarschuwde al dat dergelijke wetgeving de humanitaire hulp in Gaza ernstig zou inperken.

Uit het gesprek gisteren met de Israëlische ambassadeur moeten we besluiten dat er allerhande rare berichten en verdachtmakingen de ronde doen, onder andere dat er ergens humanitaire hulp geparkeerd zou staan, maar niet ter plaatse wordt gebracht. Ik weet niet of ons land daarvan op de hoogte is en welke boodschappen de Belgische regering daaromtrent al dan niet van de Israëlische overheid ontvangt.

Mijnheer de minister, wordt er nog in bijkomende humanitaire hulp voorzien voor Gaza? Werd dat op de Europese Raad besproken?

Welke maatregelen worden op EU-niveau inzake UNRWA genomen?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw Van Hoof, helaas is het opnieuw een zeer pertinente vraag, want na meer dan een jaar oorlog blijft de situatie in Gaza catastrofaal. Met de recentste bevinding van de Integrated Food Security Phase Classification wordt een zeer grimmig beeld van de hongersnood in Gaza geschetst: 96 % van de bevolking heeft te maken met acute voedselonzekerheid op crisisniveau of hoger, IPC-categorie 3+, terwijl bijna een half miljoen mensen in catastrofale omstandigheden als IPC-categorie 5 moeten overleven. Dat zijn hallucinante cijfers.

België heeft het afgelopen jaar al bijna 27 miljoen euro bijgedragen aan humanitaire hulp voor de Palestijnse gebieden. Recent werd een nieuwe financiering toegewezen aan UNRWA om onderwijs in noodsituaties te ondersteunen. Dat project bestrijkt alle regio's waarin UNRWA actief is, inclusief Gaza. Met die financiering is het humanitaire budget voor 2024 volledig toegewezen.

Om een antwoord te bieden op dergelijke nieuwe noodsituaties en de daarmee gepaard gaande humanitaire noden, kiezen we ervoor om meer dan 60 % van het humanitaire budget flexibel toe te wijzen, zodat humanitaire organisaties, waaronder het Wereldvoedselprogramma, UNRWA en OCHA, snel kunnen reageren, zonder dat ze moeten wachten op extra middelen. Zo hebben de globale flexibele fondsen van OCHA, het World Food Programme, Food and Agriculture Organization of the UN en de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies al middelen vrijgemaakt om tegemoet te komen aan de stijgende noden in de Palestijnse gebieden.

De Raad Buitenlandse Zaken besprak de situatie in het Midden-Oosten, inclusief de humanitaire situatie in Gaza, riep op tot een staakt-het-vuren, de onvoorwaardelijke vrijlating van de gijzelaars en de volledige eerbiediging van het internationale humanitair recht. Ook de situatie van UNRWA, dat het doelwit is van maatregelen van de Knesset, werd besproken. De Hoge Vertegenwoordiger deelde het verzoek gericht aan de Commissie om de volgende schijf van de EU-steun onmiddellijk ter beschikking te stellen van UNRWA, wat mijn voorgangster ook meermaals eiste tijdens verschillende bijeenkomsten van de Raad en wat intussen ook gebeurd is. De Commissie blijft tegelijkertijd toezicht houden op de uitvoering van de aanbevelingen van het verslag van het onafhankelijke beoordelingspanel.

Mevrouw Van Hoof, onze focus ligt al meer dan een jaar consistent op de humanitaire toegang en humanitaire bescherming, gestut door het internationaal en vooral het humanitair recht, dat niet alleen de Palestijnse bevolking beschermt, maar ook de gijzelaars. Zo hebben we consistent beargumenteerd ten opzichte van Israël en in het Europese debat. We hebben lang gestreden voor de opening van meerdere grensovergangen, zoals Kerem Shalom, en we moeten de inbreuken op het internationaal recht die we zien gebeuren, inderdaad koppelen aan sancties.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, bedankt voor uw volledige antwoord. Ik ben het helemaal met u eens. België heeft inderdaad al veel geïnvesteerd en aangezien de envelop opgebruikt is, kunnen we jammer genoeg niets meer doen. Het is goed dat de Europese Unie in het kader van UNRWA een tandje hoger schakelt. Naast de lokaal actieve ngo’s is UNRWA de enige optie om ter plaatse hulp te bieden. UNRWA kent het terrein het best en weet het best hoe hulp ter plaatse geraakt. Zoals we gisteren reeds hebben besproken, moeten we het toezicht op de hulpverlening aanhouden. We mogen ons niet laten leiden door verdachtmakingen. Objectieve rapporten moeten de basis vormen om na te gaan of UNRWA de middelen goed aanwendt. We zullen de kwestie blijven opvolgen, want we mogen niet blind blijven voor de catastrofale hongersnood. Dat doen we overigens niet.

De humanitaire situatie in Libanon

Gesteld door

lijst: CD&V Els Van Hoof

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België versterkt humanitaire hulp in Libanon (740.000 ontheemden, instortend gezondheidssysteem) via 52,3 miljoen euro core-financiering (UNRWA, Rode Kruis, WFP) en flexibele fondsen (43 miljoen dollar), plus 150.000 euro medisch materiaal via B-FAST. Minister Vandenbroucke benadrukt op de Parijse conferentie (Macron) de nood aan staakt-het-vuren, naleving van VN-resolutie 1701 en bescherming van burgers/hulpverleners, terwijl hij verdere steun onderzoekt. Van Hoof onderstreept het belang van snelle, flexibele hulp en politieke druk voor vrede, maar vreest escalatie door regionaal machtsspel (o.a. Israël). Beide wijzen op de cruciale rol van internationaal recht om verdere escalatie te voorkomen.

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, in Libanon zien we eenzelfde verhaal met eenzelfde teneur als in Gaza. Sinds oktober vorig jaar zijn er meer dan 740.000 intern ontheemde personen. Toen al waarschuwde men dat het gezondheidssysteem in Libanon door de vijandelijkheden zwaar onder druk stond. VN-experten vrezen dan ook voor eenzelfde scenario als in Gaza.

We hebben momenteel al heel wat humanitaire hulp vrijgemaakt. Zo werd er 150.000 euro uitgetrokken en bracht B-FAST het medische materiaal ter plaatse. De Europese bijdrage wordt reeds geschat op 40 miljoen euro voor bijkomende humanitaire hulp.

We werken daar vandaag in een failed state. Er zijn heel wat Syrische vluchtelingen aanwezig. De meeste vluchtelingen uit Syrië worden immers opgevangen in Libanon. We doen heel wat moeite om daar ook in opvang en humanitaire hulp te voorzien, net zoals de voorbije jaren. Ik heb dat steeds van nabij opgevolgd in het Parlement. Het was een goede zaak om op die manier preventief te werk te gaan.

Plannen we nog meer en via welke kanalen? Wat heeft de Europese Raad daarover gezegd vorige week? Hoe neemt ons land deel aan de International Conference in Support of Lebanon's People and Sovereignty, die morgen in Parijs wordt georganiseerd op initiatief van president Macron?

Frank Vandenbroucke:

Mevrouw van Hoof, opnieuw moeten we zeggen dat het een zeer zorgwekkende humanitaire situatie is, die we op de voet opvolgen.

België droeg dit jaar op verschillende manieren bij aan de humanitaire hulp in Libanon. Die Belgische flexibele financiering draagt vandaag bij aan de humanitaire respons op de huidige crisis. Het betreft ten eerste core financiering voor een aantal humanitaire actoren, zoals UNRWA, het International Committee of the Red Cross, UNHCR, het World Food Programme en het United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA). Ze konden de afgelopen weken snel reageren en hun activiteiten opdrijven. De totale core financiering voor deze humanitaire actoren bedraagt dit jaar 52,3 miljoen euro.

Ten tweede betreft het bijdragen aan flexibele fondsen die de voorbije weken bijkomende middelen hebben vrijgemaakt voor Libanon, namelijk het Lebanon Humanitarian Fund en het Central Emergency Response Fund, beheerd door OCHA. Die hebben respectievelijk 24 miljoen dollar en 19 miljoen dollar toegewezen om tegemoet te komen aan de stijgende noden in Libanon. Tot slot is er ook het Disaster Response Emergency Fund, beheerd door de Internationale Federatie van het Rode Kruis en de Red Crescent Societies, dat bijkomend 3 miljoen dollar toewees aan Libanon.

Het belang van die core financiering en de flexibele fondsen wordt in deze crisis jammer genoeg nogmaals aangetoond. Zo kunnen humanitaire actoren snel en efficiënt te reageren in situaties die niet alleen snel veranderen, maar ook snel escaleren.

Tot nu toe heeft België ook voor 150.000 euro medisch materiaal vrijgemaakt voor de Libanese ziekenhuizen via B-FAST. We bekijken op dit moment met B-FAST of we nog bijkomend materiaal kunnen leveren.

Gezien de enorme omvang van de crisis in de regio heb ik onze administratie ook de opdracht gegeven om te onderzoeken hoe we, binnen onze beperkte middelen en de situatie van lopende zaken, een bijkomende respons kunnen leveren op de verschillende vragen van de internationale gemeenschap om Libanon en zijn bevolking te ondersteunen. Ik ben daarover op het eigenste moment in overleg met mijn collega's in de regering.

Ik zal morgen inderdaad deelnemen aan de internationale conferentie over Libanon in Parijs, georganiseerd door president Macron. We zullen tijdens deze conferentie natuurlijk verschillende kwesties onder de aandacht brengen, die vorige week ook tijdens de Raad Buitenlandse Zaken aan bod kwamen.

Eerst en vooral dringen we aan op een staak-het-vuren voor het volledige Libanese grondgebied en benadrukken we het belang van de naleving van resolutie 1701 van de VN-veiligheidsraad door alle partijen. Daarin vindt men immers alle nodige elementen om tot een diplomatieke oplossing te komen. Daarnaast herhalen we het belang van het naleven van het internationaal recht – en met name het internationaal humanitair recht – met inbegrip van de bescherming van burgers en humanitaire werkers en de vrijwaring van de humanitaire toegang. We zullen natuurlijk de aanvallen ten aanzien van Unifil, de VN-vredesmissie in Libanon, daarbij ten stelligste veroordelen.

De conferentie van morgen is een belangrijke opportuniteit. We zijn de laatste loodjes aan het leggen om zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Ik hoop dat dit een stap is op weg naar een betere toekomst voor de Libanese bevolking.

Els Van Hoof:

Het is inderdaad goed dat we kort op de bal spelen met flexibele en core financiering. We zijn immers al ter plekke en kunnen op die manier aan verdere harm reduction doen. Misschien is het een druppel op een hete plaat, maar hopelijk kan de conferentie van morgen soelaas bieden. Het is ook positief dat de conferentie plaatsvindt en dat we daar een goede positie innemen inzake het politieke luik, het staat-het-vuren, het internationaal humanitair recht en het naleven van VN-resolutie 1701. Er is ook nog een tweede resolutie, die begint met de cijfers 150. Beide resoluties zijn zeer belangrijk in het kader van de situatie in Libanon en vormen een goede leidraad om duidelijk positie in te nemen en er hopelijk voor te zorgen dat de vijandigheden stoppen in Libanon. Vrede is wat we allemaal willen. Dat heb ik gisteren ook verklaard aan de Israëlische ambassadeur. Hopelijk komt die vrede er vooraleer Netanyahu verkiezingen organiseert in 2026. Het lijkt helemaal een machtsspel te worden in die regio. Het dossier wordt ongetwijfeld vervolgd. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.59 uur. La réunion publique de commission est levée à 14 h 59.

De problematiek van de small boats aan de kust
De aanpak van transmigratie
Migratiestromen en grensbeheer aan de kust

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transmigratieproblematiek in West-Vlaanderen – met name *small boats* naar het VK en mensensmokkel – neemt toe door strengere Franse controles ("waterbedeffect"), met september-november als piekperiode. Maatregelen omvatten versterkte politiële samenwerking (TransIT-team, drones, grensbewaking), internationale acties met het VK/Frankrijk (informatiedeling, gezamenlijke operaties) en technologische innovatie (AI, scanners), maar wettelijke belemmeringen (privacyregels voor drones/camera’s) en capaciteitstekorten (gesloten centra, personeel) frustreeren de aanpak. De minister bevestigt een daling van 83% in transmigratie (2020-2023), maar 2024 toont hernieuwde stijging, met 11 *small boats*-dossiers tot augustus. Structurele oplossingen (expertisecentrum grensbeheer, EU-migratiepact) en langetermijnsamenwerking met het VK (ondanks politieke wissels) worden benadrukt als cruciaal.

Franky Demon:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, eind augustus deed de politie een oproep aan de bewoners van de kustgemeenten om extra waakzaam te zijn en om verdachte bewegingen op het strand te melden. Aanleiding daartoe was de verhoogde waakzaamheid voor transmigranten die met een zogenaamde small boat zouden kunnen proberen om vanaf onze stranden de oversteek te maken naar Groot-Brittannië. Dat is een levensgevaarlijke onderneming, die we zoveel mogelijk moeten trachten tegen te gaan.

De lokale politie van de zone Westkust, de scheepvaartpolitie en de wegpolitie werken nauw samen om het fenomeen van transmigratie en de small boats tegen te gaan in de provincie West-Vlaanderen. Men geeft echter aan dat door verstrengde controles in Frankrijk een waterbedeffect richting ons land ontstaat. De gouverneur van West-Vlaanderen trok daarom eind augustus nogmaals aan de alarmbel. Hij vraagt bijkomende menselijke en innovatieve steun in de strijd tegen mensensmokkelaars. De laatste maanden stelt men op het terrein opnieuw een stijging van het fenomeen vast. September is traditioneel al een maand waarin veel pogingen tot oversteek worden ondernomen.

De politiediensten aan de kust wijzen erop dat in de strijd tegen de mensensmokkelaars de beschikbare technologie niet optimaal kan worden benut. Ze wijzen onder meer op de beperkingen inzake de sterkte van hun zendapparatuur en de wettelijke beperkingen voor de inzet van drones door de politie.

Mevrouw de minister, kan u in cijfers een actueel beeld geven van de problematiek van de transmigratie en de small boats ?

Welke maatregelen worden er momenteel genomen in de strijd tegen transmigratie en mensensmokkelaars aan de kust en bij uitbreiding in de provincie West-Vlaanderen? Welke ondersteuning wordt vanuit het federale niveau geboden om de traditioneel drukke maand september, met natuurlijk een uitloop naar oktober en november, op te vangen?

Hoe reageert u op de vraag van de gouverneur van West-Vlaanderen naar meer personele capaciteit en innovatieve steun? Ziet u mogelijkheden om bijvoorbeeld de drones waarover de politie beschikt efficiënter in te zetten? Welke wettelijke barrières staan dat in de weg en hoe kunt u die wegwerken?

Kunt u een stand van zaken geven over de samenwerking met de Britse Border Force? Lopen er gezamenlijke acties? Is er financiering vanuit het Verenigd Koninkrijk?

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, de problematiek van de transmigranten bij ons in West-Vlaanderen aan de Franse grens speelt al opnieuw een aantal maanden. Op donderdag 3 oktober 2024 werd een grootschalige actie aan de Frans-Belgische grens georganiseerd om de grenscriminaliteit tegen te gaan. De focus lag daar ook op de transmigratieproblematiek. Daarbij werden 22 transmigranten opgepakt. Naast Belgische en Franse politiediensten namen ook de douane, de Dienst Vreemdelingenzaken en inspecteurs van de sociale zekerheid deel. Er werden toen nog dergelijke acties aangekondigd.

Het zwaartepunt van het aantal vaststellingen inzake transmigratie in België ligt in West-Vlaanderen. Dat is niet nieuw. Naast vrachtwagens en containers wordt ook van small boats gebruikgemaakt.

In uitvoering van het Nationaal Veiligheidsplan (NVP) 2022-2025 werd voorzien in het datagestuurd uitlezen van de in beslag genomen smartphones door het TransIT-team van de Federale Gerechtelijke Politie van West-Vlaanderen. De werking van TransIT werd verder uitgediept, waarbij meer politiezones betrokken worden en info uit de smartphones ter beschikking van de Dienst Vreemdelingenzaken wordt gesteld. Dat is zeer belangrijk voor de identificatie van de mensen die daar worden aangetroffen. Het TransIT-team zoekt via artificiële intelligentie ook naar eerdere verblijfsdocumenten en andere aliassen.

In het NVP werd ook in de creatie van een expertisecentrum grensbeheer voorzien in de schoot van de federale politie. Dit expertisecentrum moet een strategische visie en een beleid inzake grensbeheer ontwikkelen, maar ook innovatieve oplossingen aanbieden en gebruikmaken van nieuwe technologieën en digitale toepassingen. Het is inderdaad belangrijk om wettelijke barrières weg te werken en te bekijken hoe we onze mensen op het terrein nog meer ondersteuning kunnen geven voor die moeilijke taak die zij al jaar en dag moeten doen.

Mevrouw de minister, kunt u de evolutie schetsen van de transmigratie in België van de afgelopen vijf jaar? Welk aandeel was daarbij voor West-Vlaanderen weggelegd? Hoe zit het op dit moment aan de Frans-Belgische grens? Is die problematiek nu enorm gestegen? Kunt u tevens meedelen welke transportmodi daarbij werden gebruikt, in verhouding tot het totaal?

Hoe ver staat u met de verdere uitrol van het TransIT-team? Ik denk dat het heel belangrijk is dat zij verder ondersteund worden, zodat ze de problematiek terdege kunnen aanpakken.

Wat is de stand van zaken van het expertisecentrum grensbeheer? Welke nieuwe technologieën en digitale toepassingen hebben zij al aangeboden?

Annelies Verlinden:

Collega's, dit is inderdaad een actuele problematiek. Vandaag was er alweer een bericht vanuit Frankrijk over een transit die voor minstens twee mensen heel slecht is afgelopen.

Wat betreft uw vragen naar cijfers over de problematiek van small boats , voor dit jaar is er een poging geregistreerd van vertrek vanuit België en een andere vanuit Frankrijk, waar het bootje finaal in Belgische wateren werd onderschept. Voor 2024 heb ik de cijfers gekregen tot en met eind augustus. Er zijn 18 dossiers geopend door de FGP West-Vlaanderen, waarvan 11 over small boats en/of koelcontainers.

In het algemeen kan worden gesteld dat de transmigratie in vergelijking met het verleden de afgelopen vijf jaar sterk is afgenomen, met een daling van 83 % in de periode 2020 tot 2023. Voor meer gedetailleerde cijfers kunt u een schriftelijke vraag indienen.

Wat de genomen maatregelen betreft, de CSD van de provincie West-Vlaanderen ondersteunt de eerstelijnsdiensten, zowel de lokale politiezones als de entiteiten van de federale politie, die controleacties uitvoeren inzake transmigratie op de sporen of de wegen. Dat was trouwens ook het geval met de actie van vorige week. Daarvoor zet de CSD haar interventiekorps in, dat steun levert bij fouilleringen, transfers en afnames van vingerafdrukken. De CSD stimuleert, faciliteert en coördineert eveneens eigen operationele supralokale acties inzake transmigratie, zoals de actie supply chain small boats . Daarbij wordt zelfs een beroep gedaan op toeristen om uit te kijken naar verdachte aankopen van motoren of ander nautisch materiaal. De focus wordt gelegd op de aanvoer van small boats of onderdelen daarvan, zoals motoren en nautisch materiaal op het grondgebied van West-Vlaanderen, maar ook breder, zoals langs snelwegparkings. Daarbij wordt gefocust op het opsporen van transmigranten in voertuigen, containers en trailers van vrachtwagens op de parkings van de E40 en op het industriegebied van Veurne. We werken daar trouwens ook samen met de buurlanden, want we hebben gemerkt dat soms motoren in Duitsland of bootjes in Nederland worden aangekocht. Het is dus goed om die informatie samen te leggen.

Binnen de FGP West-Vlaanderen werd in 2021 een TransIT-team opgericht, met als voornaamste doel de identificatie en opsporing van de criminele netwerken achter de mensensmokkel. Dat TransIT-team volgt de problematiek nauwgezet op, zowel op operationeel, tactisch als strategisch niveau. Aangezien het fenomeen niet beperkt is tot het grondgebied van West-Vlaanderen, wordt dat ook opgevolgd door de gehele federale gerechtelijke politie.

De scheepvaartpolitie staat in voor de grensbewaking. Zo is er 24/7 een ploeg met een boot actief langsheen de kust die belast is met onder meer grensbewaking tijdens de patrouilles. Het maritiem informatiekruispunt is ook 24/7 bemand met operatoren. Een van hun taken is grensbewaking. Langsheen de kust zijn er zowel 's avonds als 's nachts politiepatrouilles, vanuit Oostende, Nieuwpoort, Zeebrugge en Blankenberge. Deze TIG-ploegen, dat staat voor toezicht, interventie en grens, staan eveneens in voor proactieve controles. Verder zijn er ook verschillende teams van de federale politie, zoals de hondensteunteams, actief in de haven van Zeebrugge. De politiezone Westkust zet in op een droneteam voor nazicht van het strand en de duinen.

De scheepvaartpolitie maakt gebruik van detectiemiddelen, zoals een x-ray cargoscanner, CO 2 -detectoren en drones. Mijnheer Demon, u vroeg naar de wettelijke beperkingen. Vaste camera's zijn permanent aanwezig en richten zich ook op toeristen op het strand en andere vaarbewegingen. Daarom is er specifieke regelgeving nodig, omdat het moeilijk is deze camera's precies af te stemmen. Wij hechten allen sterk aan privacy en andere algemene beginselen. We hebben hier al soortgelijke discussies gehad, bijvoorbeeld over de bodycams en vaste camera's voor de brandweer. Men stapt daarbij telkens in een nieuwe digitale wereld. Daarom moeten we zorgvuldig bespreken hoe we daarmee willen omgaan.

Wat de internationale samenwerking betreft, de federale politie werkt zeer nauw samen met de Britse Border Force. Dat is een samenwerking op operationele, maar ook op structurele en strategische wijze. Er wordt informatie uitgewisseld via verschillende kanalen, waaronder de verbindingsofficier van de Belgische federale politie in Londen en de unités de renseignement opérationnel. Dat is een multilateraal samenwerkingsverband onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, specifiek gericht op de problematiek van small boats .

Daarnaast biedt de UK Border Force dagelijks technische ondersteuning voor de controle tegen illegale migratie die de scheepvaartpolitie uitvoert in de haven van Zeebrugge. Ik ben enkele weken geleden op gesprek geweest bij de nieuwe Home Secretary van het Verenigd Koninkrijk, mevrouw Yvette Cooper. Ik heb dit met haar besproken en heb haar uiteraard ook bedankt voor de ondersteuning die ze geven. Die samenwerking loopt goed. Het is een piste die we de komende jaren verder kunnen uitbouwen en verkennen.

De federale politie krijgt momenteel geen steun van de UK Border Force. Er werd wel een MoU afgesloten in 2020 met het UK Home Office voor de aankoop van materiaal voor de directie van de scheepvaartpolitie, de directie Hondensteun en de CSD West-Vlaanderen. De focus daarbij ligt vooral op de haven van Zeebrugge en de scanning en het nagaan van containers, om zo de smokkel van transmigranten te kunnen opvolgen.

We hebben, zoals ik zei, gesproken met de nieuwe UK Home Secretary over die problematiek. We moeten ons ervan bewust zijn dat het, wat de transfers via gammele bootjes betreft, een vorm van symptoombestrijding is. De hele problematiek van transmigratie, de migratieproblematiek, het Europees Migratiepact, maar ook de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit – we zien dat die bendes soms ook gelieerde activiteiten hebben – is een absolute prioriteit die we moeten aanpakken om dat fenomeen verder tegen te gaan.

In antwoord op uw vraag, collega De Vreese, kan ik u zeggen dat de oprichting van het expertisecentrum voor grensbeheer, dat valt onder DAO, van start is gegaan met de aanwerving van diverse profielen. Er is een strategische visie op grensbeheer ontwikkeld, afgestemd op het Europese geïntegreerd grensbeheer. De dienst fungeert dan ook als een nationaal coördinatie- en contactpunt en heeft een detectiesignaal, maar ook een adviesfunctie voor de betrokken overheden op het gebied van grensbeheer.

De dienst speelt eveneens een rol in de aanpak van de problematiek van transmigratie door middel van datacollectie, maar ook -analyse, de big data. Die is voornamelijk gericht op de verbetering van de beeldvorming over de problematiek, wat vervolgens kan worden vertaald in het Nationaal Veiligheidsplan. Het gaat zowel om de beeldvorming inzake illegale grensoverschrijding en inklimmingen in havens, maar ook intercepties op het Belgische grondgebied. Soms zijn er safehouses van waaruit men telkens pogingen onderneemt om in te klimmen en dan te kunnen vertrekken. Die beeldvorming is dus uiteraard zeer belangrijk.

Het gebruik van nieuwe technologieën en nieuwe digitale toepassingen wordt daarbij ook verkend. Dat valt voornamelijk onder de herziening van de grenscontroleprocessen aan de Belgische buitengrenzen. Het gaat dan om e-gates, scanners, vingerafdruklezers en apparatuur om op een vlotte, maar wel deugdelijke manier grenscontroles te faciliteren en mogelijk te maken.

Het nieuwe systeem van IIS, zal allicht weldra en mogelijk gefaseerd in werking treden. We hebben dat immers besproken op de laatste Europese Raad. Dat ligt dus niet alleen aan België, want we hebben daarvoor een hele Europese samenwerking nodig. Het IIS-systeem zal hopelijk ook de controle faciliteren van wie in Europa binnenkomt en dan vervolgens opnieuw zou vertrekken. We nemen daaraan dus deel en zijn zelfs voorloper, maar niet alle landen waren klaar om dat IIS-systeem binnenkort al full-fledged te implementeren.

Franky Demon:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het zeer gestoffeerde antwoord. Cameraprivacy is zeer belangrijk, maar ik vind dat we toch moeten bekijken wat de mogelijkheden met de drones zijn, want men kan er de mensen op die bootjes mee redden van de verdrinkingsdood. We moeten heel goed bekijken wat we ter zake aan de wetgeving kunnen veranderen, natuurlijk altijd in combinatie met de privacy van de mensen. Dat staat buiten kijf.

Maaike De Vreese:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Ik denk dat u gelijk hebt, wat de verhoogde samenwerking met andere landen betreft, met name Frankrijk en Groot-Brittannië, maar ik hoor u ook graag Nederland en Duitsland zeggen, want we zijn natuurlijk geen eiland. Dit is een grensoverschrijdende problematiek.

U verwees naar de gesprekken met de Home Secretary op hoog politiek niveau. Toen ik op het kabinet van staatssecretaris Francken werkte, zijn we met toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, naar Groot-Brittannië gegaan om daar te spreken. De moeilijkheid is dat de Home Secretary daar om de zoveel tijd verandert. Ik denk dat we in de volgende legislatuur opnieuw met de Britten contact zullen moeten opnemen, omdat de wissel van de wacht daar heel snel gaat. Het vraagt inspanningen van de ministers hier om dat te blijven doen.

Ik denk dat we voorts op innovatieve middelen moeten blijven inzetten. Een wettelijke basis is daarvoor noodzakelijk. Anders komt onze lokale politie in de problemen, terwijl ze gewoon gemotiveerd zijn om hun wettelijke taken uit te oefenen.

Een grote frustratie bij de mensen die deelnemen aan deze grootschalige acties is het tekort aan plaatsen in de gesloten centra. Zij houden de mensen in illegaal verblijf bestuurlijk aan, maar er zijn onvoldoende plaatsen in de gesloten centra zijn om daadwerkelijk tot terugkeer over te kunnen gaan. Ik denk dat daarop in de volgende legislatuur absoluut moet worden ingezet, zodat er daadwerkelijk gevolg kan worden gegeven aan al die bevelen om het grondgebied te verlaten en al het werk dat onze politiediensten daar, samen met alle andere diensten, uitvoeren.

Maaike De Vreese:

Mijnheer de voorzitter, ik wens mijn andere vragen om te zetten of uit te stellen, omdat ik naar een andere vergadering moet.

De grensoverschrijdende samenwerking tussen Frankrijk en de politiezones van Henegouwen

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De transfrontalière politiële achtervolging tussen België en Frankrijk blijft problematisch door strikte Franse voorwaarden (beperkte lijst misdrijven, vereiste van flagrant delict) en een Frans constitutioneel obstakel dat buitenlandse politie belemmert in interpellatierechten. België dringt aan op vollédige assouplissement (geen lijst, geen flagrantie-eis) maar Frankrijk blokkeert, ondanks een onvoldoende tegemoetkomend voorstel en lopende gesprekken met de nieuwe Franse minister. Concrete cijfers ontbreken door gebrek aan gecentraliseerde registratie, al loopt een Belgisch pilootproject om dit te verbeteren. De kwestie blijft onopgelost door Franse weerstand en institutionele belemmeringen, met veiligheidsrisico’s voor grensregio’s als gevolg.

Hervé Cornillie:

Madame la ministre, je viens d'une région transfrontalière. Vous me direz qu'on est vite transfrontalier dans ce pays tant il tient sur un mouchoir de poche. En effet, il compte 1 385 kilomètres de frontières terrestres avec ses voisins directs: l'Allemagne, la France, le Luxembourg et les Pays-Bas. Mais le problème n'est pas le même en fonction du pays dont il est question, car il y a déjà eu des avancées pour certains d'entre eux.

Ma question concerne les poursuites transfrontalières suite au constat d'une infraction. Elles sont strictement codées, encadrées par la convention d'application des accords de Schengen aux articles 41 et 42, mais aussi dans les accords de Tournai I et II pour ce qui concerne la Belgique et la France. C'est de ces deux pays qu'est tiré le cas de figure présent qui sert de prétexte à cette question.

L'actuel bourgmestre de Tournai, M. Paul-Olivier Delannoy, qui a d'ailleurs fréquenté cette Assemblée, a échangé avec votre homologue français d'alors, M. Gérald Darmanin sur ce problème. En effet, M. Delannoy lui a fait part d'une situation difficile qui complique le travail des policiers belges et français, à savoir les conditions très restrictives pour entamer une poursuite transfrontalière côté français. Il visait notamment l'interdiction de poursuivre au-delà de la frontière nationale en cas de refus d'obtempérer, une situation hélas de plus en plus fréquente.

Malheureusement, si une solution a pu être trouvée avec les autres pays du Benelux et avec l'Allemagne, pour assouplir ces conditions, c'est-à-dire la suppression d'une référence à une liste limitative d'infractions ainsi que l'exigence d'un flagrant délit, la situation est toute différente avec la France, qui a peut-être une vision plus centrée de la gestion de son autorité.

Madame la ministre, vous avez précisé dans la presse que les discussions avec les autorités françaises étaient difficiles et que vous ne sentiez pas de véritable volonté d'assouplissement de ces conditions. Qu'en est-il aujourd'hui? La situation a-t-elle quelque peu évolué? Doit-elle évoluer en raison du nombre de cas que l'on rencontre sur le territoire? Combien de franchissements ont été totalisés durant le premier semestre 2024 et de quelle nature étaient-ils? Avez-vous déjà eu l'occasion de faire le point avec votre homologue français? Que pouvez-vous nous dire dans ce dossier pour que, finalement, cette question de coopération transfrontalière entre les zones de police soit résolue de manière bénéfique pour nos concitoyens et pour la sécurité globale?

Annelies Verlinden:

Collègue Cornillie, en l'absence de centralisation officielle des chiffres, tant du côté belge que français, je ne suis pas en mesure de vous fournir les informations demandées. Un projet pilote est en cours au niveau des services de police belges afin de remédier à cette situation, dans le cadre de la mise en œuvre de la recommandation européenne 2022/915 du Conseil du 9 juin 2022 relative à la coopération opérationnelle des services répressifs.

Concernant le gouvernement français, je n'ai pas encore eu l'occasion de faire part des préoccupations belges au nouveau ministre français de l'Intérieur, M. Retailleau. Toutefois, j'ai déjà relayé à de nombreuses reprises des difficultés connues de longue date auprès des autorités françaises à différents niveaux. J'espère pouvoir rencontrer prochainement mon homologue afin d'aborder ce sujet avec lui et connaître sa position officielle concernant les poursuites transfrontalières entre la France et la Belgique.

Il y a quelques mois, les autorités françaises ont proposé à la Belgique de revoir les déclarations nationales basées sur la convention d'application de l'accord de Schengen afin d'assouplir quelque peu les conditions d'ouverture de poursuites transfrontalières entre nos deux pays. Cette proposition ne rencontrait pas complètement nos attentes. En effet, la Belgique tient à ce que, d'une part, les conditions d'ouverture de la poursuite soient assouplies en supprimant la référence à une liste limitative d'infractions et l'exigence d'un flagrant délit et d'autre part, que les conditions d'exercice de la poursuite soient améliorées en reconnaissant un droit d'interpellation aux policiers étrangers; ces deux aspects étant selon nous indissociables. Sur ce dernier point, la France est confrontée à un obstacle constitutionnel qui semble ne pas pouvoir être levé si facilement.

L'évolution favorable de la situation dépendra donc de la position française et de la solution qui pourra, le cas échéant, être trouvée pour remédier à l'obstacle constitutionnel.

Hervé Cornillie:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse. Je sais qu'on est dans des situations de transition tant en Belgique qu'en France. De ce fait, je comprends que la volonté de sensibiliser n'ait pas encore pu être menée mais, quelle que soit l'évolution des fonctions personnelles des uns et des autres, je resterai attentif à cette question, tant la difficulté transfrontalière est réelle et a un impact en matière de sécurité pour nos concitoyens. Vous avez d'ailleurs fait assez utilement le bilan en la matière et précisé de nouvelles difficultés, notamment une difficulté assez conséquente d'ordre constitutionnel en France. Je puis donc bien imaginer la difficulté que cela représente pour nous, Belgique, au niveau du suivi de cette problématique et de la volonté d'améliorer les conditions de la coopération transfrontalière. Cela doit bel et bien être notre objectif mais il se heurte manifestement à quelques difficultés sur le terrain. Je reviendrai sur le sujet.

Grenscontroles
Grenscontroles door Frankrijk
Grensbewaking en -controles in Europa

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Minister Verlinden benadrukt dat vrij verkeer binnen Schengen essentieel is voor economie en veiligheid, en waarschuwt voor de nadelen van interne grenscontroles, die volgens haar weinig efficiënt zijn tegen transmigratie maar wel de interne markt verstoren. Ze pleit voor versterkte externe EU-grenzen en politionele samenwerking (bv. gerichte acties tegen smokkel) in plaats van systematische controles, en stelt dat Duitsland tot nu toe beperkte hinder veroorzaakt met zijn maatregelen, binnen het Europese kader. Van Belleghem (Vlaams Belang) dringt aan op "slimme, mobiele grenscontroles" om illegale migratie en terrorisme tegen te gaan, wijzend op het Britse reisadvies en de maatregelen van buurlanden, en vindt dat de regering in lopende zaken hier dringend moet optreden.

Voorzitter:

De heer Thiébaut is verontschuldigd.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, Duitsland voerde op 16 september opnieuw grenscontroles in, voor een periode van zes maanden. Ook Frankrijk, Denemarken en Oostenrijk hebben aangekondigd opnieuw tijdelijke grenscontroles uit te voeren. Het doel van die maatregelen is illegale migratie tegen te gaan en de binnenlandse veiligheid te versterken.

Wat is uw visie daarop? Vindt u dat de regering, ofschoon ze in lopende zaken is, opnieuw grenscontroles moet invoeren? Wanneer andere landen dat doen, omdat ze de dreiging groot achten, lijkt het mij logisch dat België hun voorbeeld volgt en grenscontroles uitvoert om illegale immigratie tegen te gaan en de binnenlandse veiligheid te versterken.

Er wordt al een tijdje gecontroleerd aan de Duits-Belgische grens. Hoe evalueert u die? Hebt u cijfers over het aantal personen dat naar België werd teruggestuurd aan de Belgisch-Duitse grens? Wat zijn de concrete gevolgen van een weigering tot het Duitse grondgebied omdat de betrokken persoon bijvoorbeeld illegaal in België verblijft of drugs smokkelt?

Annelies Verlinden:

Collega Van Belleghem, de mogelijkheid om binnen het Schengengebied te reizen zonder grenscontroles, is een van de grootste verwezenlijkingen van de EU, omdat dat vrij verkeer van personen de economie en de werkgelegenheid bevordert, om nog maar te zwijgen van andere meerwaarden. Dat vrij verkeer is de ruggengraat van de interne markt en we stellen vast dat die verwezenlijking met toegevoegde waarde door de recente ontwikkelingen alsmaar meer onder druk komt. Uitdagingen op het vlak van migratie en veiligheid nopen lidstaten ertoe om interne grenscontroles in te voeren, waarmee ze potentieel wel het vrij verkeer van personen, goederen en diensten belemmeren.

De nieuwe Schengengrenscode, die is onderhandeld en goedgekeurd onder het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU, legt de voorwaarden vast waaronder lidstaten tijdelijk en voor welke doelen lidstaten grenscontroles mogen invoeren. Het is daarbij belangrijk om steeds de mogelijke nadelen van die grenscontroles en van die interne grensobstakels voor onze bedrijven en inwoners in het dagelijkse leven in te gaten te houden en die tegenover de voordelen af te wegen. Het is productiever, zowel voor onze economie als voor onze vrijheid om ons te richten op het beheer en de beveiliging van onze externe Europese en Schengengrenzen en de operationele samenwerking tussen de lidstaten te vergroten in plaats van interne grenscontroles in te voeren.

De Schengengrenscode voorziet enerzijds in de grenscontroles in strikte zin en anderzijds in controles binnen het grondgebied. Een lidstaat kan immers niet zomaar iemand terugsturen over de grens, ongeacht of het om illegale immigranten dan wel asielzoekers gaat. Dat moet steeds conform de Europese regels gebeuren.

Daarnaast moet ook de terugkeerrichtlijn worden gerespecteerd. Gelet op dat strakke Europese kader en de extreme verwevenheid van ons land als grensregio met verschillende landen, lijkt die maatregel weinig efficiënt om transmigratie te stoppen en transmigranten terug te sturen. Artikel 23 laat wel de uitoefening toe van de politiebevoegdheid door de bevoegde instantie van de lidstaten, overeenkomstig het nationaal recht, voor zover de uitoefening van die bevoegdheid niet hetzelfde effect heeft als grenscontroles.

Het is perfect mogelijk om in de grensregio of aan de grens gerichte politionele maatregelen te nemen om fenomenen zoals grenscriminaliteit, mensensmokkel of drugstrafiek in te dijken, zonder dat men spreekt van grenscontroles met alle daarmee gepaard gaande belemmeringen. Uiteraard beoordeelt onze politie of en welke dispositieven daarvoor moeten worden ingezet.

Algemeen verlopen de gesprekken en de uitwisseling van informatie tussen de politiediensten van de verschillende lidstaten in goede verstandhouding en is er ook begrip voor de bezorgdheden over de Duitse controles van onze bedrijven en burgers, onder meer van Oost-België. Tot nu toe heeft Duitsland de controles dieper in het binnenland georganiseerd, zodat de hinder voor ons land minimaal is en er geen lange files ontstaan, die mogelijk ook gevaarlijk zijn. Tijdens die gesprekken, die nog steeds aan de gang zijn, is het inderdaad steeds de betrachting om de negatieve impact op het Belgische grondgebied te beperken. Mijn Duitse collega, waarmee ik vorige week nog een onderhoud had, beseft heel goed dat de verschillende politiediensten goed samenwerken.

Overigens kan ook Duitsland niet zomaar iemand terugsturen over de grens. Zoals ik al zei, moet dat conform de Europese regels gebeuren. Vanuit de politiediensten in de grensregio is er geen enkel signaal dat Duitsland zich niet aan de regels zou houden, maar er is wel een algemene waakzaamheid ter zake bij beide partijen. Als het toch nodig is om de controles in de grenszone of aan de grenzen te versterken, dan zullen we daar te nodige voor doen, maar er moet daarvoor een aanleiding zijn en men moet dat ook melden aan de Europese Commissie, die dan zal beoordelen of de maatregel gerechtvaardigd en proportioneel is.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de minister, begrijp ik goed dat u het niet nodig vindt om nu grenscontroles te doen? Dat leid ik immers af uit uw antwoord.

Mag ik erop wijzen dat het Verenigd Koninkrijk, dat weliswaar geen deel meer uitmaakt van de Europese Unie, een negatief reisadvies voor België geeft, omdat, zo luidt het, terroristen waarschijnlijk aanvallen op België zullen uitvoeren? Als zelfs het Verenigd Koninkrijk dat doet en als al onze buurlanden de grens met ons land zullen controleren, omdat ze beseffen dat dat noodzakelijk is om de illegale immigratie terug te dringen en vooral onze binnenlandse veiligheid te beschermen, dan begrijp ik niet goed waarom de vivaldiregering dat standpunt niet deelt.

Het Vlaams Belang is voorstander van slimme grenscontroles. Het betreft dan geen statische grenscontroles, maar slimme, mobiele grenscontroles. Daarmee kan men effectief criminelen oppakken en desgevallend terugsturen conform de Europese regels.

De regering in lopende zaken kan volgens mij die beslissing nemen. De regering is immers nog steeds bevoegd voor dringende zaken en het lijkt ons een heel dringende zaak dat illegale immigratie wordt tegengegaan en de binnenlandse veiligheid beschermd blijft.

Voorzitter:

Vraag nr. 55000560C van de heer Thiébaut wordt uitgesteld, aangezien zijn aanwezigheid vereist is in het Vast Comité P en I. Vraag nr. 55000561C van de heer Keuten wordt ingetrokken.

De repatriëring van Belgen uit Libanon

Gesteld aan

Annelies Verlinden (Minister van Binnenlandse Zaken)

op 23 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De minister bevestigt dat geëvacueerde Belgen uit Libanon voor vertrek preventief worden gescreend op radicalisering en veiligheidsrisico’s door inlichtingendiensten, met een definitieve controle door de Dienst Vreemdelingenzaken en een grenscheck bij aankomst in België—zonder tot nu toe verdachte bevindingen. Opvolging na aankomst valt onder het bestaande multidisciplinaire radicaliseringsbeleid, maar concrete langetermijnmonitoring wordt niet expliciet bevestigd. Huybrechts dringt aan op structurele nazicht om latere radicalisering of contacten met extremistische netwerken te detecteren. De focus ligt op veiligheidsrisico’s bij repatriëring en het voorkomen van geïmporteerd terrorisme.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de minister, vermits de agenda van deze commissie zeer uitgebreid is, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

Met de gecoördineerde aanval in Libanon waar de biepers van duizenden leden van de terroristische organisatie Hezbollah tot ontploffing werden gebracht met verschillende doden tot gevolg en vervolgens de tweede actie met de walkietalkies is het conflict terug naar ongeziene hoogtes gebracht. In de dagen die daarop volgden werden dan ook nog verschillende terroristische kopstukken van Hezbollah uitgeschakeld. De situatie is er vandaag nog steeds gespannen met de vlucht van Libanezen tot gevolg.

Het is uiteraard prioriteit om landgenoten zo snel en zo veilig mogelijk terug te brengen, maar anderzijds ook om onze eigen veiligheid in België zelf te waarborgen. Het is dus zeker aangeraden dat de geëvacueerde Belgen gescreend worden op vormen van radicalisering of contacten met de terroristische organisatie Hezbollah en anderen. Enkel op die manier verzekeren we dat we het conflict niet verder importeren en vermijden we eventuele toekomstige terroristische aanslagen.

De minister van Buitenlandse Zaken verwees me naar het ministerie voor Binnenlandse Zaken.

Graag verneem ik van de minister:

Heeft u een plan klaar om de geëvacueerde landgenoten te screenen op radicalisering of contacten met de terroristische organisatie Hezbollah of anderen?

Kunt u garanderen dat alle landgenoten die geëvacueerd (zullen) worden een grondige screening zullen ondergaan?

Vinden de screenings plaats alvorens de personen in kwestie geëvacueerd worden, of wordt er gescreend wanneer de betrokkenen zich al in België bevinden?

Wat waren de resultaten van de screenings van de gerepatrieerde Belgen? Zijn er bij bepaalde personen 'alarmbellen' afgegaan, en indien affirmatief, welke gevolgen koppelt u daaraan?

Worden de gerepatrieerde Belgen eenmaal in België op latere tijdstippen nog eens gescreend?

Annelies Verlinden:

Mevrouw Huybrechts, in situaties waarbij onderdanen moeten worden geëvacueerd uit een crisissituatie in het buitenland, coördineert het Nationaal Crisiscentrum het onthaal en de ontvangst in België. Dat was ook het geval voor de begeleide terugkeer van Belgen uit Libanon. Alle geëvacueerde onderdanen werden preventief gescreend door de betrokken veiligheids- en inlichtingendiensten. Nadien volgde een definitieve controle door de Dienst Vreemdelingenzaken.

De hele screeningsprocedure werd uitgevoerd vooraleer de passagiers aan boord gingen van het vliegtuig in Libanon. Zodra die personen op ons grondgebied aankomen, maken zij, net zoals alle andere burgers die een buitengrens overschrijden, het voorwerp uit van een klassieke fysieke grenscontrole.

Bij aankomst in Melsbroek werden alle passagiers door LPA BruNat aan een face-to-facegrenscontrole onderworpen. Er werd nagegaan of de persoon in kwestie wel degelijk de eigenaar was van het reisdocument, of het reisdocument authentiek was en of het reisdocument voorkwam op de vooraf gescreende passagierslijst. Tijdens deze screenings werden in dit geval geen bijzonderheden vastgesteld.

In gevallen van mogelijke radicalisering zijn de normale structuren van toepassing, zoals uiteengezet in de strategische nota Extremisme en Terrorisme: het Belgische multidisciplinaire plan van aanpak tegen extremisme en het radicaliseringsproces in België.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de minister, ik ben blij te horen dat gerepatrieerde Belgen zowel voor vertrek in Libanon als bij aankomst in België goed worden gecontroleerd.

Ik heb alleen nog de vraag of er ook op latere tijdstippen wordt gecontroleerd of ze hier in België in contact zijn gekomen met geradicaliseerde mensen of mogelijk zelf zijn geradicaliseerd. Ik hoop dus dat die mensen ook na aankomst in België op de voet worden gevolgd.

Voorzitter:

Mevrouw Daems stelt haar vraag nr. 55000579C uit.

De Europese top over asiel en migratie

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 17 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België kampt met 60.000 nieuwe illegalen sinds 2020 door falend asielbeleid, terwijl omringende EU-landen (Nederland, Italië, Polen) eigen strengere maatregelen nemen—terugkeerdeals, asielstops of externe opvang (bv. Albanië). Staatssecretaris De Moor wijst op het Europese migratiepact en partnerschappen met herkomstlanden (bv. Tunesië) als oplossing, plus mogelijke terugkeerhubs, maar stelt geen directe Belgische actie voor. Van Belleghem kaart aan dat België blijft talmen (regeringsformatie als excuus), terwijl andere landen al wetten aanscherpen, wat dreigt te leiden tot nog meer asielinstroom naar België. Kern: geen concrete Belgische maatregelen, enkel afwachten van EU-beslissingen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de Moor, sinds het aantreden van de vivaldiregering, op 1 oktober 2020, tellen we al 130.000 asielaanvragen. Omgerekend betekent dat 90 asielaanvragen per dag. Als men weet dat 60 % van de asielzoekers geen recht heeft op asiel en maar een op de vijf effectief ook terugkeert naar het land van herkomst, dan wil dat zeggen dat er sinds Vivaldi 60.000 nieuwe illegalen in dit land zijn.

In veel landen in de EU is intussen het besef doorgedrongen dat we niet kunnen rekenen op de EU om tot strengere asiel- en migratieregels te komen. Wat doen die landen dan? Die nemen zelf strengere maatregelen.

Nederland gaat voor de striktste asiel- en migratiewetgeving ooit. Italië stuurt zijn asielzoekers zelfs naar Albanië. Polen wil een asielstop. Hongarije wil niet langer gebonden zijn aan de Europese asiel- en migratieregels. Daarnaast zijn er nog meer landen die maatregelen nemen. Wat ze doen, komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer: ze wachten niet op de EU, maar ze nemen zelf maatregelen.

Weet u wat wij hier in België doen? Wij babbelen. We babbelen heel veel en zeggen daarbij niets. Het enige wat we zeggen, is dat de instroom van asielzoekers omlaag moet. U zegt dat altijd, mevrouw de staatssecretaris, en de premier zegt het ook, maar we nemen nooit concrete maatregelen.

Mijn vraag aan u is heel duidelijk. Zult u vandaag op de Europese top opnieuw babbelen en niets doen, of zult u concrete maatregelen voorstellen om de instroom van asielzoekers te beperken?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, vandaag en morgen worden er op de Europese top belangrijke besprekingen gehouden, onder andere over migratie.

Een van de zaken die de Europese Commissie naar voren schuift, is een versnelde uitvoering van het nieuwe Europese migratiepact. Ik vind het een heel goede zaak dat men sneller wil proberen te gaan. Het is dat pact dat we nodig hebben, het is dat pact dat onze interne Europese huishouding op orde zet.

Migratie beheren, begint natuurlijk waar de migratie zelf begint en daarom wordt er ook verder gesproken over partnerschappen met de herkomstlanden om irreguliere migratie tegen te gaan. We hebben vandaag verschillende van die partnerschappen, bijvoorbeeld met Tunesië. Die zorgen ervoor dat veel minder mensen de gevaarlijke overtocht maken.

Het kan daarbij geen kwaad om af en toe eens out of the box te denken, bijvoorbeeld over terugkeer. Ik ben nu al een aantal jaren bevoegd voor dit departement en we zien de terugkeercijfers jaar na jaar stijgen. We hebben een sterker terugkeerbeleid, maar we botsen stilaan op de limieten van wat we op Belgisch niveau nog kunnen doen. Er zijn nog steeds te veel mensen in onwettig verblijf die niet terugkeren. We mogen ons niet neerleggen bij een situatie waarin mensen weigeren om terug te keren en landen weigeren om hen terug te nemen.

De piste van de terugkeerhubs, waarover onder andere Commissievoorzitter von der Leyen nu spreekt, moeten we durven onderzoeken. We moeten dat debat open voeren. Er worden daarover vandaag nog geen beslissingen genomen. Dat ligt ook nog niet concreet op tafel en het is dus niet nodig om daarover al een concreet standpunt in te nemen, maar ik wil wel heel duidelijk zijn. We moeten dat debat aangaan, maar als we gaan voor een innovatieve aanpak, dan kan dat niet om het even hoe of om het even waar. Dat kan alleen als we mensen die vluchten voor oorlog of vervolging blijven beschermen en als we de verantwoordelijkheid voor hoe we met mensen omgaan in eigen handen houden.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ik noteer dat u vandaag opnieuw gaat babbelen. Er is dus altijd een nieuw excuus: eerst kon de vivaldiregering geen maatregelen nemen omdat de groenen in de regering zaten, nu kan de regering geen maatregelen nemen omdat ze in lopende zaken is, maar in de 131 dagen dat de arizonapartijen al aan het onderhandelen zijn, hebben Nederland, Polen, Zweden en Italië effectief al een striktere asiel- en migratiewetgeving aangenomen. Het gevolg daarvan zal zijn dat alle asielzoekers die anders naar die landen zouden gaan, naar hier zullen komen. We hebben dus geen tijd om te wachten op een nieuwe regering om maatregelen te nemen, want als al die asielzoekers naar hier komen, worden we letterlijk overspoeld.

De aansluiting van een Brusselaar bij een sluipschutterseenheid van het Israëlische leger in Gaza

Gesteld aan

Paul Van Tigchelt (Minister van Justitie en Noordzee)

op 17 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Een Belgische dubbelnationaliteit-houdende scherpschutter uit het Israëlische *Refaim*-team—beschuldigd van het opzettelijk doden van ongewapende burgers in Gaza—is onderzocht door het Belgisch parket, dat een dossier opende om mediaberichten te verifiëren en te coördineren met het ICC-onderzoek naar oorlogsmisdaden. De minister bevestigt dat België juridische stappen kan zetten via artikel 136bis (universele rechtsmacht) als bewijs van oorlogsmisdaden wordt gevonden, maar wacht op concrete feiten. Maouane dringt aan op actief opsporen en vervolgen van Belgen betrokken bij mogelijke genocide of terrorisme, benadrukkend dat straffeloosheid onaanvaardbaar is.

Rajae Maouane:

Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, on parle souvent dans cet hémicycle de l'horreur et de l'enfer qui se déchaînent sur les populations civiles à Gaza mais aussi au Liban.

Si je suis là aujourd'hui, c'est pour vous parler de "Refaim" qui est un groupe de tireurs de l'armée israélienne. Ces tireurs d'élite ont comme consigne et comme instruction de tirer sur des civils même si les civils ne sont pas armés et parfois à plus de 1 200 mètres. La devise de cette unité, c'est "hors de vue mais dans le cœur", ce qui signifie qu'ils sont invisibles car ils sont très loin mais qu'ils sont sommés de tirer quand même. C'est une unité dont on sait qu'elle ne respecte pas le droit international ou humanitaire et qui est responsable de la mort de nombreux civils, notamment à proximité des écoles où s'abritent des civils.

Monsieur le ministre, un de ces tireurs d'élite est un Belge, un Bruxellois d'une vingtaine d'années. Il paraît que ce jeune compatriote est revenu récemment dans notre pays pour visiter des amis.

En vertu de l'article 136 bis du Code pénal, des violations graves potentielles du droit international humanitaire commises à l'étranger peuvent être poursuivies devant les tribunaux belges. C'est par exemple le cas lorsque des crimes de guerre ou la complicité à ces crimes sont commis par un Belge ou lorsque les victimes ont un lien avec la Belgique. Les victimes peuvent déposer une plainte elles-mêmes. Si elles ne sont plus là, c'est compliqué. Mais le parquet fédéral peut également lancer une enquête de sa propre initiative.

Monsieur le ministre, vos services sont-ils au courant de cette affaire et l'ont-ils suivie? Que pouvez-vous nous en dire aujourd'hui? Le parquet fédéral lui-même a-t-il déjà pris des initiatives à ce sujet?

Paul Van Tigchelt:

Chère collègue, la personne à laquelle vous faites référence a la double nationalité et ne vit plus dans notre pays depuis février 2022. Cette personne aurait déménagé en Isra ë l, comme vous le dites. Nos services de sécurité sont parfaitement au courant de cette affaire.

Comme vous le savez, notre pays respecte les conventions internationales en matière de violation du droit humanitaire et des crimes de guerre. Isra ë l a le droit à l'autodéfense mais cela ne le dispense en rien de l'obligation de respecter le droit international humanitaire.

Dès lors, si – et je dis bien si, car en tant que ministre de la Justice, je ne peux pas anticiper cette situation – des preuves existent que des crimes de guerre ont été commis par cette personne, elle pourra être poursuivie soit par notre parquet fédéral soit par la Cour pénale internationale (CPI) de La Haye dont le procureur, M. Karim Khan, mène une enquête sur les crimes de guerre et les crimes contre l'humanité commis entre autres dans la bande de Gaza.

Concrètement, je peux vous dire que notre parquet fédéral a ouvert un dossier d'information judiciaire à ce sujet. Il tentera de vérifier les informations publiées dans la presse et se coordonnera avec le procureur de la CPI à cette fin.

Je ne vais pas vous surprendre, chère collègue, en disant que j'ai confiance dans les instances judiciaires nationales et internationales qui veillent à l'application des conventions internationales. C'est ce à quoi les victimes ont droit.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses. En effet, il est rassurant de voir que quelqu'un qui a commis des crimes dans un autre pays peut être poursuivi ici, comme il jouit de la double nationalité. Vous disposez en outre d'un droit d'injonction positive auprès du procureur fédéral et pouvez donc lui demander de prendre des mesures. J'espère que de tels crimes ne resteront pas impunis et qu'on est en train de réaliser un screening complet des personnes qui combattent aux côtés d'organisations terroristes ou d' É tats qui commettent des génocides, afin qu'elles soient poursuivies ici en bonne et due forme.

De situatie in het Midden-Oosten en het nieuwe evacuatiebevel voor burgers in Libanon

Gesteld door

lijst: PTB Raoul Hedebouw

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 17 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Raoul Hedebouw kaart de Belgische impuniteit tegenover Israël scherp aan, eist sancties voor de >40.000 Palestijnse doden (inclusief kinderen) en wijst op Belgische wapen- en investeringsbanden, die hij hypocriet en onderworpen aan VS-belangen noemt. Minister Lahbib benadrukt Belgiës pleidooi voor onmiddellijk staakt-het-vuren, humanitaire hulp en een tweestatenoplossing, maar stelt dat EU-sancties unanimiteit vereisen—wat Hedebouw afdoet als geopolitiek dubbelspel. De kern: België handelt niet ondanks bekende hefbomen (transithandel, diplomatie), terwijl Hedebouw selectieve EU-moraal aanklaagt.

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre des Affaires étrangères de Belgique, je vous interpelle une nouvelle fois sur la situation du peuple palestinien. Pourquoi une telle impunité de l'État d'Israël? Plus de 40 000 Palestiniens sont morts sous les bombes israéliennes mais que constate-t-on? Impunité de l'État d'Israël! Parmi ces 43 000 victimes, il y a beaucoup d'enfants, de mamans, de familles mais que constate-t-on? Impunité de l'État d'Israël! Ces bombes ont déchiqueté des gens brûlés vivants ces dernières semaines mais que constate-t-on? Impunité de l'État d'Israël! Pas moins de 1,2 million de Libanais sont déplacés mais que constate-t-on? Impunité de l'État d'Israël! Bombardement par l'armée israélienne des troupes de l'ONU, des Casques bleus dans la région mais que constate-t-on? Impunité de l'État d'Israël! Accusations de génocide contre le peuple palestinien mais que constate-t-on? Impunité de l'État d'Israël! Pourquoi une telle impunité? Pourquoi y a-t-il des sanctions contre de nombreux pays mais pas contre l'État d'Israël? C'est la question qu'une grande partie de l'humanité se pose.

Pourquoi, madame la ministre des Affaires étrangères d'un pays d'Occident, n'imposez-vous pas des sanctions contre Israël? Cette question, je vais vous la répéter. Répondez-moi! Pourquoi n'y a-t-il pas de sanction? Pourquoi n'y a-t-il pas de sanction? Pourquoi n'y a-t-il pas de sanction? J'écoute votre réponse, madame la ministre.

Hadja Lahbib:

Monsieur le député, je suis étonnée de votre question puisque nous avons eu un très long débat sur ce sujet hier. J’attendais des éléments neufs dans votre question, que vous n’apportez pas. Je vais vous en donner. Un nouvel ordre d’évacuation a été annoncé par Israël. Ceci renforce le message que j’ai toujours exprimé, et ce encore hier: l’appel à un cessez-le-feu immédiat par toutes les parties, par l’armée israélienne et par le Hezbollah, qui continue à lancer des roquettes vers Israël. Je persiste à demander, au nom de la Belgique, le respect du droit international humanitaire, l’acheminement et la distribution de l’aide humanitaire à Gaza et la libération des otages israéliens détenus depuis le 7 octobre 2023.

La situation au Liban, et plus largement au Moyen-Orient, était au centre d’une réunion de travail mardi soir entre les ministres des Affaires étrangères européens et des pays du Golfe. Nous avons ensemble échangé nos points de vue, les solutions et les perspectives pour encourager la paix. La semaine prochaine se tiendra aussi, à l’initiative de la France, une grande conférence sur le Liban, qui se concentrera sur une solution pacifique et le renforcement de la souveraineté du Liban.

La Belgique participe également à la coalition globale pour une solution à deux É tats. Une réunion se tiendra très bientôt à Riyad. En outre, la Belgique travaille avec l’Union européenne à la tenue d’une deuxième réunion à Bruxelles d’ici à la fin de l’année. La Belgique soutient l’organisation d’une réunion du Conseil d’association Union européenne-Israël afin d’examiner le respect de tous les engagements par Israël, y compris l’article 2 qui concerne le respect des droits humains.

Quant aux sanctions, il faut l’unanimité au sein du Conseil de l’Union européenne pour en adopter. J’espère que vous comprendrez cette nécessité, inscrite dans les traités de l’Union européenne.

Raoul Hedebouw:

Madame la ministre, vous avez commencé votre réponse en disant qu'il n'y avait pas d'éléments neufs. Or, il y en a chaque jour. Chaque jour, il y a des morts, madame la ministre. Pour ce qui est de la question de savoir si la Belgique peut imposer des sanctions, la réponse est oui, évidemment. Vous le savez très bien. Des armes approvisionnant l'armée d'Israël transitent encore par la Belgique et des investissements se font encore en Israël. Vous le savez très bien, madame la ministre. Vous n'avez pas répondu au pourquoi de l'absence de sanctions. La raison pour laquelle il n'y a pas de sanctions est tout simplement l'hypocrisie; c'est le deux poids deux mesures; c'est la vitesse avec laquelle vous acceptez et appliquez des sanctions envers d'autres pays dans le monde mais pas envers Israël. C'est une hypocrisie géostratégique, une question de pouvoir, de suivisme des É tats-Unis dans leur logique impérialiste de la part de l'Union européenne. Et cela, madame la ministre, c'est déplorable.

De situatie in het Midden-Oosten
De situatie in Libanon
De evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgische staatsburgers uit Libanon
De situatie van Belgen die nog in Libanon zijn
De situatie in het Midden-Oosten
De repatriëring van Belgen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
Het conflict in het Midden-Oosten
Het oorlogsgeweld in Libanon
De steeds verdergaande bezetting van de Westelijke Jordaanoever
De rampzalige situatie in het Midden-Oosten
De steeds verdergaande schendingen van het internationaal recht door Israël
De zoveelste schendingen van het internationale recht door Israël
De aanval op een vluchtelingenkamp
De situatie in Gaza en de diplomatieke reactie van België
De situatie in Libanon
De situatie in Libanon
België en het escalerende conflict in het Midden-Oosten, Gaza en Libanon

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 16 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het actualiteitsdebat over het Midden-Oosten draait om de escalerende crisis in Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever, met focus op Belgiës diplomatieke en humanitaire rol. België pleit voor een onmiddellijk staakt-het-vuren, vrijlating van gijzelaars en humanitaire hulp, maar botst op Europese verdeeldheid (bv. Tsjechië, Duitsland) over sancties of een wapenembargo tegen Israël—waarvoor België wel steun uitspreekt, maar de bevoegdheid bij de gewesten ligt. Concrete acties (zoals sancties tegen kolonisten of opschorting van het EU-Israël-associatieakkoord) blijven uit door gebrek aan unanimiteit in de EU, terwijl kritiek klinkt op dubbele standaarden (vs. Rusland) en Belgiës rol in wapentransit (Antwerpen, Luik). Humanitaire evacuaties (Gaza/Libanon) verlopen moeizaam door Israëlische blokkades, ondanks Belgische inspanningen.

Voorzitter:

Collega's, ik wil u alvast meedelen dat de minister geen einduur opgeeft. Oorspronkelijk was het geplande einduur van de vergadering 20.00 , maar de minister is bereid om langer te blijven, waarvoor dank.

Eerst staat er een actualiteitsdebat op de agenda. Het is belangrijk om de regels af te spreken. Er is een timer, dus u kunt perfect volgen. U krijgt twee minuten per vraag, met een maximum van vier minuten, ongeacht uw aantal vragen. Er wordt daarop strikter dan vroeger toegezien. Zo niet zou het debat oeverloos uitlopen. In vier minuten kunt u heel wat vragen stellen. In de plenaire vergadering beschikt u maar over twee minuten.

Als ik u het woord geef, stelt u al uw vragen na elkaar, binnen de vier minuten, waarna de minister antwoordt. Uit ervaring weet ik dat zij zich aan de tijd weet te houden. Indien u dat wenst, krijgt u daarna nog twee minuten voor een repliek.

De eerste vraagsteller, mevrouw Yigit, is niet aanwezig.

Collega's, in een actualiteitsdebat mag u aansluiten als u geen vraag hebt ingediend. U hebt dan wel geen recht meer op een repliek. U kiest dus voor een vraag of een repliek.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, u wordt al weken bevraagd over de situatie in het Midden-Oosten na de toegenomen Israëlische agressie tegen Libanon, het blijvend geweld en de militaire aanvallen op de Westelijke Jordaanoever en de schijnbare onwil om tot een staakt-het-vuren te komen in Gaza, ondanks het gruwelijke leed van de burgerbevolking en duizenden doden. Noch de Israëlische regering, noch Hamas, noch Hezbollah respecteert het internationaal humanitair recht en het oorlogsrecht.

Nu het conflict met een grondoffensief van Israël in Libanon, een land dat al jaren van crisis naar crisis gaat, in een nog hogere versnelling is gezet, lijkt het tot een hoogtepunt te komen. Het conflict zal echter niet stoppen, maar enkel verergeren. Analisten voorspelden dat al maandenlang en ook uw eigen diplomaten gaven al aan dat Netanyahu een noordelijk front zou openen.

Ik laat mijn vorige vragen achterwege, want de actualiteit verandert elke dag. De afgelopen dagen is er een verontrustende escalatie in Gaza aan de gang, die in zekere mate onder de radar blijft door de aanhoudende Israëlische operatie in Libanon. Het Israëlische leger heeft opnieuw evacuatiebevelen uitgevaardigd voor het noorden van Gaza. In centraal Gaza werden onlangs een VN-school en een ziekenhuis getroffen, met talloze burgerslachtoffers tot gevolg. Volgens rapporten van de WHO en andere bronnen blijft de humanitaire situatie dramatisch verslechteren. Die gebeurtenissen, waaronder het bombardement op het Al Ahliziekenhuis, onderstrepen de noodzaak om actie te ondernemen.

Josep Borrell sprak daarover zijn afschuw uit en riep op tot respect voor het internationaal humanitair recht.

In dat kader is er groeiende steun voor een Europees wapenembargo tegen Israël, een voorstel dat recent nog kracht werd bijgezet door president Macron. Tegelijk zien we echter verdeeldheid binnen Europa over dat punt, vooral bij Duitsland. België heeft eerder al aangegeven voorstander te zijn van een dergelijk embargo. Daarover heb ik enkele vragen.

Mevrouw de minister, hoe zal ons land zich inzake het wapenembargo positioneren tijdens de komende Europese Raad? Bent u bereid om extra druk uit te oefenen op de Europese partners om een gezamenlijk wapenembargo te realiseren?

De voorzitster : Mevrouw Lambrecht, u bleef perfect binnen de toegekende spreektijd.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, mijn eerste vraag gaat over de evacuatie van Belgische burgers en rechthebbenden uit Gaza. Via de media vernamen we dat nog honderden Belgische burgers en rechthebbenden vastzitten in de Gazastrook. Sinds Israël op 7 mei de grensovergang met Egypte bij Rafah heeft overgenomen en gesloten, is het voor hen vrijwel onmogelijk geworden om het gebied te verlaten. De enige optie is vertrekken via de door Israël gecontroleerde overgang bij Kerem Shalom, maar die staat alleen open voor humanitair personeel en een beperkt aantal ernstig gewonde of zieke personen.

Volgens verschillende ngo's is een evacuatie via die grensovergang naar Egypte of Jordanië moeilijk, tenzij en op voorwaarde dat de Belgische overheid een officieel verzoek indient bij Israël en voorafgaand het akkoord verkrijgt van de Jordaanse of Egyptische autoriteiten.

Mevrouw de minister, wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de communicatie tussen België en Israël, specifiek over de coördinatie voor het vertrek van die mensen via de grensovergang van Kerem Shalom?

Mijn volgende vragen sluiten aan bij die van mevrouw Lambrecht.

Er is op 14 oktober een vergadering geweest van de Raad Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten, vooral in Libanon. Het is belangrijk dat wij wegen op het Europese standpunt inzake dit conflict. Het is belangrijk dat wij weten welk standpunt België op dit moment verdedigt, nu de regering in lopende zaken is. België is bovendien lid van de VN-Mensenrechtenraad. Daar moet het alle schendingen van het internationaal recht duidelijk en bij naam veroordelen.

Ik heb hierover enkele concrete vragen. Welke maatregelen zijn er bepleit door België inzake de situatie in Gaza? Welke maatregelen zal België in de toekomst bepleiten in de Europese Raad inzake de Westelijke Jordaanoever en Libanon?

Hoe zit het met het instellen van een verbod op handel met illegaal bezette gebieden, gelet op de resolutie van de VN-Veiligheidsraad ter zake? Komt er een Europese coalition of the willing? Steunt u de oproep van 11.11.11 tot onmiddellijke oprichting van een VN-onderzoekscommissie voor Libanon?

Nabil Boukili:

Madame la ministre, je vous pose ma question aujourd'hui après un an de génocide contre le peuple palestinien. Il s'agit d'un génocide planifié et méthodique, d'un nettoyage ethnique qui est pensé depuis longtemps et exécuté aujourd'hui par l'armée israélienne d'occupation. C'est un génocide lors duquel des journalistes ont été assassinés pour qu'ils ne rapportent pas l'information, pour cacher la brutalité et la barbarie de ce que fait l'armée israélienne à Gaza. On a vu aussi une planification de nettoyage ethnique en Cisjordanie avec un renforcement de la colonisation, un renforcement et un surarmement des colons et encore des morts en Cisjordanie. Tant que les yeux sont rivés sur Gaza, on oublie ce qui se passe en Cisjordanie. Or l'atrocité n'y est pas moins importante.

Aujourd'hui, avec la situation au Liban, on se rend compte que le projet de l'armée israélienne est clair. Cela a d'ailleurs été démontré par plusieurs experts et par la BBC. Elle aussi, sur la base de déclarations d'anciens ministres et de ministres actuels, a évoqué la planification de ce qui se fait aujourd'hui – mais aussi ce qui s'est fait bien avant le 7 octobre – pour récupérer des territoires libanais et palestiniens et pour aller vers le projet colonial israélien prévu. Cette situation, nous ne pouvons pas l'accepter. Mais, malheureusement, si Israël arrive à exécuter son projet génocidaire et son projet de colonisation, c'est parce que et seulement parce qu'Israël a un soutien inconditionnel des pays occidentaux, des États-Unis et de l'Union européenne.

Les États-Unis, parce que les Etats-Unis fournissent les armes qui tuent au Moyen-Orient. Plus de 20 milliards d’euros d’armes sont exportées par les États-Unis. Et l’Union européenne, parce qu’elle n’est pas seulement un partenaire économique d’Israël. Non, l’Union européenne fait d’Israël un partenaire privilégié, parmi toutes les autres nations, dans ses relations économiques, à travers l’accord d’association entre l’Union européenne et Israël.

C’est une honte, madame la ministre. C’est une honte que les pays qui vont faire la guerre dans tous les coins du monde pour défendre la soi-disant démocratie et les droits humains, aujourd'hui sont complices du génocide au Moyen-Orient.

Trente pourcents des armes reçues par l’État d’apartheid sont exportées par l’Allemagne. Une grande partie de ces exportations passe par le port d’Anvers. Les armes américaines transitent par l’aéroport de Liège.

Madame la ministre, ma question est très simple. Quand allez-vous imposer un embargo militaire sur le transit et l’exportation d’armes qui contribuent à tuer la population palestinienne, avec ses femmes et ses enfants, et qui contribue à les "génocider" aujourd'hui?

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, ondertussen is de repatriëring van Belgen uit Libanon gestart. Het Vlaams Belang vindt het goed dat we onze mensen terug naar België brengen, maar blijft wel enkele bedenkingen hebben. Ik kreeg enkele weken geleden, in de plenaire vergadering, geen antwoord op mijn vraag naar de opstart van de screening van die Belgen op vormen van radicalisering of eventuele connecties met terroristische organisaties zoals Hezbollah, Hamas enzovoort. Het is onze en hopelijk ook uw prioriteit om onze mensen veilig te houden in het buitenland, maar zeker ook in het binnenland. We mogen geen buitenlandse conflicten importeren. In het verleden hebben er nog repatriëringen plaatsgevonden, zoals in Afghanistan. Daar zijn toen zeer grote fouten begaan, waaruit we maar beter lessen kunnen trekken.

Daarom heb ik enkele vragen voor u, mevrouw de minister.

Hebt u zicht op hoeveel Belgen er nog in Libanon verblijven en hoeveel er wensen terug te keren? Wat is daarin het aandeel van de dubbele nationaliteiten? Zijn het alleen maar Belgen of zitten er tussen de mogelijk gerepatrieerden ook erkende vluchtelingen?

Tijdens de operatie Red Kite in Afghanistan bleken er tussen de gerepatrieerden ook vakantiegangers te zitten. Kunt u met deze repatriëring garanderen dat dat niet zal gebeuren? Hebt u een draaiboek klaarliggen met de lessons learned van de chaotische evacuatiemissie uit Afghanistan? Zijn onze diplomatieke diensten in Libanon voorbereid op dat scenario? Heeft men geleerd uit al de administratieve fouten die gebeurd zijn tijdens de evacuatie uit Afghanistan?

Hebt u een plan klaarliggen om de geëvacueerde landgenoten te screenen op radicalisering of op contacten met terroristische organisaties zoals Hezbollah of andere? Bent u van plan om deze screening verder op te volgen?

Tot slot, hoeveel geld werd er voor het jaar 2023 voorzien voor Libanon? Welke projecten werden hiermee gesponsord? Idem voor 2024, kunt u garanderen dat het geld is terechtgekomen bij de doelen die u voor ogen had en niet bij terroristische organisaties?

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik wil focussen op een aantal nieuwe zaken die recent zijn gebeurd, zoals de aanval van het Israëlische leger op het hoofdkwartier van de VN-blauwhelmen van de UNIFIL-missie in Libanon. Dat is absoluut onaanvaardbaar. Die aanval op de VN kan echt niet door de beugel. Heeft de VN maatregelen genomen na de aanval op UNIFIL?

Over welke militaire steun hebben de zuidelijke Europese landen het in de MED 9-verklaring? Welke steun zullen ze aan het Libanese leger geven? Werd dat op Europees niveau besproken? Zo ja, wat is het standpunt van België ter zake?

Staf Aerts:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik heb verschillende vragen, over Gaza, Libanon en de Westelijke Jordaanoever.

De situatie in Gaza werd al uitvoerig geschetst: 42.000 dodelijke slachtoffers, onder wie heel veel kinderen en heel veel burgerslachtoffers. Dat toont aan dat er een gigantisch probleem is. Het internationaal recht wordt continu met voeten getreden. Ik wil verwijzen naar de verklaring van de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Martin. Hij stelt dat de Israëlische aanval op het vluchtelingenkamp Jabalia in Gaza een oorlogsmisdaad is en dat de internationale gemeenschap elk drukkingsmiddel tot haar beschikking moet gebruiken om Israël onder druk te zetten om deze oorlog te stoppen.

Hoe kijkt u naar die uitspraak van uw Ierse collega? Staat u er erachter? Indien niet, waarom niet? Welke concrete drukkingsmiddelen kan België volgens u inzetten om te proberen die oorlog te stoppen en mensen terug aan de vredestafel te krijgen?

Verschillende mensenrechtenorganisaties verwijzen ook naar de nieuwe aanval op het noorden van Gaza als een geplande etnische zuivering. Ze hebben het namelijk over het Generals' Plan , dat opgesteld werd door de voormalige Israëlische veiligheidsadviseur. Hoe kijkt u naar dat etnischezuiveringsplan? Hoe beoordeelt u dat? Welke stappen kunnen we zetten om dat te stoppen?

Israël valt momenteel ook civiele infrastructuur in Libanon aan. Men heeft het daar over een 'Gaza 2.0'. Er vielen reeds 2.000 doden en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Hoe veroordeelt u de aanval op die civiele infrastructuur? Kunnen we het EU Global Human Rights Sanctions Regime toepassen op de situatie in Libanon?

We zijn nu dus bij mijn vragen over Libanon aanbeland.

Welke stappen hebt u al gezet om een staakt-het-vuren af te dwingen? Hebt u aan uw Tsjechische collega laten weten dat België zeer ontevreden is over hun belemmerende houding met betrekking tot de Europese oproep voor een onmiddellijk staakt-het-vuren? Tsjechië houdt die immers tegen.

Voorziet u de mogelijkheid om extra humanitaire middelen naar Libanon te sturen? Neemt u actief deel aan de discussie om een Europees wapenembargo tegen Israël in te stellen?

Ik wil het tot slot nog hebben over de Westelijke Jordaanoever. Daar breidt Israël zijn nederzettingen nog steeds uit, hoewel de VN dat heel duidelijk veroordeelt. Ons land heeft die resolutie ook gesteund. Hoe zult u daar sancties tegenover stellen? De politiek van zachtjes zeggen dat het niet oké is, werkt immers niet. Is het niet tijd om ernstigere stappen te zetten en met straffere maatregelen te komen, zoals het associatieregime? Hoe kijkt u daarnaar?

Rajae Maouane:

Madame la ministre, beaucoup de choses ont été dites, dont je ne répéterai pas l'essentiel, mais nous nous trouvons à présent face à une escalade sans précédent depuis plus d'un an, dont le niveau d'horreur a été rarement atteint dans l'Histoire de l'humanité. De plus en plus de juridictions et d'organisations parlent de génocide qui se déroule sous nos yeux: des populations sont déplacées, des civils massacrés, des enfants abattus, des patients brûlés vifs. C'est une réalité insoutenable qui se déroule sous nos yeux.

Je souhaite vous poser plusieurs questions au sujet de la situation tragique au Liban, mais aussi à Gaza, ainsi qu'à propos des positionnements diplomatiques de la Belgique.

Madame la ministre, pourquoi n'avez-vous pas encore réclamé des sanctions internationales immédiates contre les responsables des frappes qui ciblent des enfants et civils innocents? Je me réfère, en l'occurrence, au récent massacre dans un camp de réfugiés.

Quand la Belgique imposera-t-elle un embargo sur les armes à destination d'Israël?

Comment garantir la protection des civils, en particulier des enfants, alors même que des centres humanitaires, des écoles et des camps de réfugiés sont pris pour cible?

Nous connaissons votre engagement en faveur des droits humains, mais comment expliquer l'absence de prise de position publique ferme face à cette crise humanitaire, alors que des pays comme la Chine, qui ne sont pourtant pas des modèles sur le plan des droits humains, ont osé prendre leur téléphone et contacter leur homologue israélien?

De plus, nous attendons que la Belgique joue un rôle actif pour mettre fin à cette tragédie humanitaire. Partagez-vous l'analyse selon laquelle ce qui se passe aujourd'hui au nord de Gaza constitue un nettoyage ethnique, voire un génocide? Dans le cas contraire, pourquoi?

Par ailleurs, nous savons qu'Israël a fait preuve d'une agressivité sans précédent à l'égard des Nations Unies en attaquant à plusieurs reprises des Casques bleus et en interdisant au Secrétaire général de l'ONU d'entrer sur son territoire. Quelles mesures avez-vous prises pour y mettre fin? Comment vous positionnez-vous contre ces offensives visant les Nations Unies, qui menacent gravement l'ordre international et les fondements mêmes du droit humanitaire?

Lydia Mutyebele Ngoi:

Madame la ministre, je suis très heureuse de la couleur que vous portez (la ministre porte une robe rouge) et j'espère que c'est une prémonition.

Les vives tensions qui ont lieu au Proche-Orient, depuis maintenant plus d'un an, nous offrent un spectacle de débâcle et de désolation. Le gouvernement israélien, malgré les nombreuses mobilisations de ses citoyens, n'a de cesse de provoquer des pertes civiles massives et répétées dans des proportions qui ne font plus douter de l'absence de ciblage de ces frappes. Le bilan de cette opération est catastrophique: plus de 41 000 morts, les chiffres annoncés étant certainement sous-évalués. L'État d'Israël a également minutieusement organisé une catastrophe humanitaire en bloquant physiquement l'accès de quasiment toute aide et, bien sûr, celui des journalistes, pour ne pas que ses mensonges quotidiens puissent être contredits.

Les crimes de guerre sont répétés et délibérés. M. Nétanyahou a beau clamer que ses opérations sont ciblées, son offensive est en réalité un carnage. Nous dénombrons 90 % de victimes collatérales et le droit international humanitaire n'est pas respecté. Comme il n'y a plus rien à détruire à Gaza, M. Nétanyahou est maintenant prêt à sacrifier les derniers otages.

Il met en œuvre la même stratégie au Liban, en prétendant cibler le Hezbollah libanais. Le bilan humain y est également catastrophique: plus de 2 000 personnes ont été tuées depuis octobre 2023. Parmi ces victimes, nous dénombrons de nombreux civils, dont 127 enfants, selon le ministère de la Santé. À cela s'ajoute le drame des déplacés. Leur nombre a dépassé le million, soit près d'un cinquième de la population. Les centres d'hébergement d'urgence sont saturés. Des milliers de familles avec des enfants en bas âge dorment dans la rue. Elles ont quitté leur maison en laissant tout derrière elles pour fuir les bombardements israéliens.

Madame la ministre, quand la Belgique reconnaîtra-t-elle enfin l'État palestinien? Quand la Belgique compte-t-elle enfin imposer des sanctions et se positionner à cet égard au niveau européen? Qu'en est-il de la position de la Belgique par rapport à la suspension de l'accord d'association avec Israël?

La Belgique s'est engagée à dégager des moyens humanitaires pour la prise en charge des déplacés et à augmenter les moyens de B-FAST mais quand mettra-t-elle en place un soutien de la Protection civile?

Des facilités consulaires, telle la demande de visa en ligne, sont-elles envisagées?

La présidente : Monsieur Cornillie, vous souhaitez intervenir. Je vous donne la parole.

Hervé Cornillie:

Madame la présidente, madame la ministre des Affaires étrang è res, beaucoup de choses ayant déj à été dites, j'irai droit au but.

Le Mouvement Réformateur est constant et clair sur cette question: nous voulons une plus grande implication de l'Union européenne tant sur le volet diplomatique que sécuritaire au sens large, parce que c'est avec ce poids-l à et à cette échelle-l à que nous pourrons mieux atteindre nos objectifs, à savoir: rapatrier de façon coordonnée nos ressortissants des zones à risques – priorité évidente pour la Belgique –; demander de façon répétée le cessez-le-feu avec une mission internationale de surveillance; exiger la libération des otages prisonniers à Gaza et le retour des dépouilles; fournir une aide humanitaire appropriée à la veille de l'hiver. Il convient également de rappeler qu'il n'a jamais fait aucun doute que la Belgique se range derri è re une exigence de solution à deux É tats, que seule la négociation et la reconnaissance d'un É tat palestinien gouverné par une autorité légitime et représentative viendra garantir. Sans compter le statut particulier de Jérusalem et le rôle symbolique de cette ville pour trois religions; elle accueille des lieux de culte représentatifs éminemment importants pour chacune d'entre elles. Il importe également, madame la ministre, de rappeler la coordination de nos actions avec les É tats arabes de la région. Cette coordination avec les É tats arabes de la région et les É tats voisins de ce pays est tout autant nécessaire que la coordination européenne.

Comment réagir à l'annonce des autorités israéliennes d'expulsion de l'Office de secours et de travaux des Nations Unies pour les réfugiés de Palestine dans le Proche-Orient (UNRWA) de son quartier général de Jérusalem? Les atteintes à l'encontre des représentants des Nations Unies sont inacceptables et intolérables. Nous devons, par ailleurs, dans ce contexte, convaincre les autorités israéliennes que la guerre se gagne aussi sur le terrain politique; je ne rappellerai pas la citation de Carl von Clausewitz. La guerre peut être évitée, il n'est pas nécessaire d'aller jusque-l à .

Si, à moyen terme, le premier ministre israélien ne parvient pas à proposer un r è glement crédible de la question palestinienne, son pays n'aura engrangé aucune avance sécuritaire, en ce compris pour ses propres citoyens. C'est donc une vraie interrogation.

Nous devons, en outre, lutter contre le financement du Hamas et du Hezbollah de mani è re plus décisive.

De voorzitster : Gelieve af te ronden.

Hervé Cornillie:

Oui, je termine, madame la présidente.

Madame la ministre, quels efforts ont-ils été faits en matière de financement de ces deux partis? Je dois en rester là.

La présidente : C'est un exercice!

Zijn er collega's die willen aansluiten bij de vraagstellingen? (Nee)

Mevrouw de minister, u hebt het woord.

Hadja Lahbib:

Je vais peut-être d'abord présenter mon équipe, parce que il y a eu un changement. Je me réjouis de faire connaissance avec vous tous, puisque c'est la première commission des Relations extérieures que nous tenons. Je suis heureuse d'entendre vos préoccupations et je vais vous présenter mon équipe qui, elle aussi, est neuve. Nous avons Marc Pecsteen à ma droite, ambassadeur de retour de Genève, où il a suivi de près toutes les résolutions onusiennes entre autres. Voici Marianne Laruelle, qui est ma spécialiste du Moyen-Orient, et Emmanuel Rixhon, qui s'occupe de toutes les affaires consulaires et qui nous vient de Jérusalem. Il est du terrain et a suivi les choses de près. Nous avons donc une super équipe, comme vous le voyez.

Merci pour vos nombreuses questions sur le Liban et plus largement sur le Moyen-Orient, où se joue avant tout un drame humain, une escalade de la violence que nous avons dénoncée, il faut le rappeler, dès le premier jour. Nous nous sommes mobilisés pleinement après les attaques du 7 octobre et j'ai envie de dire, pour ceux qui n'étaient pas là, bien avant. En effet, j'avais mis le Moyen-Orient dans mes priorités, entre autres, de la présidence belge, parce que tous les marqueurs étaient déjà au rouge bien avant le 7 octobre, entre autres avec la violence de plus en présente en Cisjordanie. Et c'est précisément pour éviter un embrasement de la région que j'avais placé le Moyen-Orient dans mes priorités dès que j'ai pris mes fonction en 2022. Il me tient à cœur de remettre en perspective l'action que j'ai menée au nom de la Belgique. Je l'ai encore vérifié hier, puisque nous avions une réunion qui se tenait en marge du sommet GCC-Union européenne lors de laquelle les pays arabes du Golfe et ceux de l'Union européenne ont rappelé à quel point ils appréciaient la position juste et équilibrée que la Belgique a tenue depuis ces sanglantes attaques du 7 octobre.

La situation aujourd'hui est malheureusement dramatique mais, comme je l'ai dit hier, on ne perd pas espoir parce qu'on ne peut pas se le permettre. Il faut, aujourd'hui plus qu'hier, faire preuve de volonté politique pour parvenir à une solution durable pour permettre aux Israéliens et aux Palestiniens de vivre en paix et en sécurité. Je vous dis que n'avons pas perdu espoir parce qu'encore le 26 septembre dernier, nous étions partie prenante d'une coalition pour une solution globale à deux États qui a été lancée en marge de l'Assemblée générale des Nations Unies à New York.

L’urgence aujourd'hui est d’éviter un embrasement qui entraînerait toute la région dans la guerre. Vous le savez, un intense travail diplomatique est en train d’être mené par plusieurs États. Parallèlement à cet engagement diplomatique, nous venons bien sûr en aide aux populations qui sont durement éprouvées par la guerre par de l’aide humanitaire. Nous apportons également l’aide nécessaire à nos citoyens et ressortissants dans la région.

Comme vous le savez, à ma demande, le Conseil des ministres a adopté il y a deux semaines un ensemble de mesures graduelles pour venir en aide à nos citoyens au Liban. J’en profite pour remercier sincèrement et du fond du cœur les services des Affaires étrangères qui se sont mobilisés jour et nuit, sans compter leurs heures, pour venir en aide à nos ressortissants, et qui ont fourni un travail extraordinaire.

Staat u mij toe te beginnen met de situatie in het Midden-Oosten. De gebeurtenissen in Gaza, Libanon en Iran zijn nauw met elkaar verbonden en zorgen voor een zeer zorgwekkende situatie in de hele regio.

Iets meer dan een jaar geleden lanceerde Hamas een bloedige aanval op Israël, waarbij bij bijna 1.200 mensen omkwamen. Sinds 7 oktober 2023 hebben tienduizenden burgers het leven verloren en blijft de humanitaire situatie verslechteren.

La Belgique, je tiens également à le rappeler, a voté en faveur de la toute première résolution qui demandait un cessez-le-feu, une libération des otages et un accès humanitaire sans entrave. C'était le 27 octobre 2023, nous n'étions alors que huit pays européens à avoir cette position.

Nous continuons aujourd'hui, en ligne avec la majorité et parfois l'ensemble de l'Union européenne, à appeler toutes les parties à un cessez-le-feu immédiat au Liban et à Gaza et à la libération inconditionnelle de tous les otages, et à l'amélioration urgente de l'accès et de la distribution de l'aide humanitaire à Gaza. Cette proposition se retrouve d'ailleurs dans la résolution 2735 du Conseil de sécurité des Nations Unies adoptée le 10 juin dernier et, pour rappel, celle-ci propose un plan de paix en trois étapes assortie d'une garantie de cessation des hostilités, le retour des otages et la reconstruction de Gaza.

Cette position est, de fait, le reflet de ma conviction profonde. Toute poursuite de l'escalade militaire aura des conséquences désastreuses sur la sécurité et la stabilité de toute la région et de ses populations. Comme je l'ai dit et répété, il est temps que la diplomatie reprenne ses droits, que nous puissions enfin avoir un échange franc, direct, complet pour aller vers la compréhension de tous les tenants et les aboutissants qui sont en jeu. Il faut trouver des solutions, avoir des réunions avec les deux parties autour de la table et je m'attelle à cela en tant que ministre des Affaires étrangères depuis le début du conflit.

Certains d'entre vous ont évoqué des initiatives qui auraient été prises par la Chine. Je peux vous dire que je n'ai pas manqué d'appeler mes homologues, en l'occurrence tous ceux de la région, y compris mes homologues israéliens, pour les exhorter à tendre vers la paix, la reprise des négociations pour relancer les pourparlers et cesser la guerre.

Ce conflit, outre le fait d'être dramatique sur le plan humain, met en outre en danger – comme certains d'entre vous l'ont évoqué – l'ordre international et le multilatéralisme. Le dernier rapport de l'ONU de la commission d'enquête indépendante dénonce des crimes de guerre commis tant par Israël que par le Hamas. Une commission internationale indépendante de l'ONU affirme dans un autre rapport que les attaques infligées aux hôpitaux de Gaza depuis octobre 2023 répondent à "une volonté de punition collective".

Nos lignes rouges sont claires et elles sont connues. Israël comme le Hamas, et comme chaque partie à un conflit dans le monde – y compris d'ailleurs si cela se passe en Ukraine –, doivent respecter le droit international humanitaire. Nous ne pratiquons et ne tolérerons aucun double standard. Maintenir cette position et œuvrer à une paix durable, cela relève de notre crédibilité. C'est d'ailleurs ce que je défendais à l'ONU en septembre 2023, soit un mois – je tiens à le souligner – avant les attaques du 7 octobre. La Belgique devait d'ailleurs – je le dis d'ailleurs aujourd'hui avec beaucoup d'amertume – accueillir la première réunion pour relancer les pourparlers de paix. Cela s'appelait " The Peace Day Effort " et visait notamment une normalisation des relations entre l'Arabie Saoudite et Israël. C'était d'ailleurs une initiative lancée par l'Arabie Saoudite, l'Égypte, la Jordanie et l'Union européenne.

Peace Day Effort, het gezamenlijke initiatief van de Europese Unie en de Arabische landen, is geëvolueerd. Op 26 september nam België deel aan de lancering van de wereldcoalitie voor een tweestatenoplossing in New York. Zoals u weet beschouwt België deze oplossing als de enige haalbare manier om een einde aan dit conflict te maken. We hopen om in de nabije toekomst samen met de EU een bijeenkomst van de wereldcoalitie in Brussel te organiseren, met als doel vooruitgang te boeken richting vrede tussen de Palestijnen en Israëli.

Alors, non, nous ne perdons pas du tout de vue ce qui se passe en Cisjordanie, ni à Gaza d'ailleurs. Ce n'est pas parce que toute l'attention médiatique est attirée aujourd'hui par Beyrouth et ce qui se passe au Liban que nous perdons de vue ce qui se passe à Gaza ou en Cisjordanie.

La diplomatie belge a dénoncé les agissements du gouvernement israélien et des colons qui nuisent à l'instauration d'une paix durable. Nous finançons des ONG sur le terrain que j'ai d'ailleurs moi-même visitées en me rendant sur place. Elles monitorent la situation et veillent à ce qu'il n'y ait pas d'impunité.

Nous avons augmenté notre contribution à la Cour pénale internationale pour aider à mener des enquêtes sur les violences et établir les responsabilités de part et d'autre. En outre, nous avons aussi initié, au niveau des sanctions, avec la France et les Pays-Bas, des sanctions européennes contre des colons israéliens en Cisjordanie. En outre, de nouvelles sanctions sont en cours de négociation au niveau européen contre le Hamas aussi bien d'ailleurs que contre des colons violents. Nous condamnons tout usage de la violence, que ce soit par les groupes terroristes du Hamas, par le groupe Jihad islamique palestinien ou par des colons. Et je tiens à souligner au passage que, pour qu'il y ait sanction, il faut qu'il y ait unanimité au niveau du Conseil européen.

En ce qui concerne l'accord d'association Union européenne-Israël, la Belgique fait partie des États membres qui demandent la tenue d'une réunion d'association en particulier pour examiner le fameux article 2 qui parle du respect des clauses de droit humain. Il n'a pas été possible pour l'instant de trouver une date et un agenda qui conviennent à la fois à Israël et au Conseil des ministres des Affaires étrangères de l'Union européenne parce que, là encore, il faut qu'il y ait unanimité et il faut qu'il y ait l'accord sur les agendas.

Nombreux sont ceux qui me demandent ce que fait l'Union européenne et quelles sont les sanctions que nous prenons. Tant qu'il n'y a pas unanimité, nous sommes paralysés. Nous sommes divisés, il est vrai, mais c'est la réalité et c'est le reflet des différentes forces politiques en présence autour de la table du Conseil de l'Union européenne.

Je tiens à rappeler que la Belgique soutient le travail des Cours internationales ainsi que la mise en œuvre de leurs arrêts et avis. Comme vous le savez, tant la Cour internationale de Justice que la Cour pénale internationale se penchent sur le conflit israélo-palestinien.

België stemde voor de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om het advies van het Internationaal Gerechtshof uit te voeren. Hierin werd verklaard dat Israël de Palestijnse gebieden illegaal bezet.

Ik pleit er op Europees niveau voor dat wij de nodige maatregelen onderzoeken om het advies na te leven, met inbegrip van de invoer van de producten uit de nederzettingen.

À l’heure actuelle, nous nous inquiétons du fait que la Knesset puisse passer des lois qui visent à désigner l’UNRWA comme une organisation terroriste. Ces lois visent à rompre tous les liens avec l’agence des Nations Unies et à la priver de l’immunité nécessaire à son fonctionnement. Ces projets de loi n’interdiraient pas seulement à l’UNRWA d’opérer en Israël mais criminaliseraient également l’organisation, ses activités ainsi que son personnel, aussi bien à Gaza, à Jérusalem-Est qu’en Cisjordanie.

Il s’agirait d’une attaque inacceptable contre l’architecture multilatérale, qui saperait non seulement l’assistance humanitaire indispensable sur le terrain mais également la solution à deux États. Ce point a été abordé lors du Conseil Affaires étrangères de l’Union européenne de ce lundi et le sera également lors du Conseil du sommet européen de cette semaine.

Beaucoup d’entre vous ont parlé de l’embargo sur les armes. Cette question revient régulièrement. J’y ai répondu à plusieurs reprises mais je tiens encore une fois à mettre les points sur les i. Nous avons pris, au niveau de la Belgique, des dispositions déjà en 2009, et qui ont été rappelées et resignées en 2016, qui visent à ne jamais contribuer à armer une partie à un conflit, quel qu’il soit. Cette disposition interdit à la Belgique d’armer une partie à un conflit.

Cela relève de la compétence des Régions. Je tiens une nouvelle fois à le rappeler. L’année dernière, il y a eu un débat suite à des découvertes qui auraient été faites par les médias de transit d’armes par l’aéroport de Liège, si je ne m’abuse. Des dispositions ont été prises par le gouvernement, sous Elio Di Rupo à ce moment-là, pour éviter tout transit d’armes sur notre territoire.

C’est de la compétence des Régions mais j’imagine, je suis quasi sûre – il faut leur demander, parce que le débat ne doit pas se mener ici, mais bien au niveau régional – que toutes les dispositions ont été prises.

In Libanon blijft Hezbollah raketten afvuren en hebben de Israëlische troepen hun operaties opgevoerd. Na de aanval op de biepers gingen de luchtaanvallen door en lanceerde Israël een grondoperatie in Zuid-Libanon. Die dagelijkse operaties zijn gericht op leden en instellingen van Hezbollah. Zij brengen echter ook heel zware schade toe aan de burgerbevolking. De humanitaire situatie in Libanon is dramatisch. Een groot deel van de bevolking is gedwongen ontheemd.

Er is Belgische medische humanitaire hulp naar Libanon gestuurd op verzoek van de Libanese autoriteiten. België zal humanitaire hulp blijven verlenen aan de burgerbevolking in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.

Je reviens brièvement sur les sanctions. Certains d’entre vous ont évoqué des sanctions qui auraient été refusées par certains pays de l’Union européenne, en évoquant la Tchéquie. De nombreux autres pays y étaient opposés, je ne veux donc pas jeter l’opprobre sur un seul pays, car il n’y avait pas que la Tchéquie qui était opposée à ces sanctions.

J’ai d’ailleurs pour habitude de ne pas commenter les positions des uns et des autres, qu’il s’agisse du ministre irlandais des Affaires étrangères, de la Tchéquie ou de la Hongrie. Nous formons une Union, nous sommes unis et devons absolument mettre tout en œuvre pour essayer de trouver des solutions et adopter des positions communes. C’est ce que nous avons pu faire pendant la présidence belge de l’Union européenne, et nous pouvons en être fiers, car nous avons alors eu l’occasion de faire une déclaration commune quant à la situation au Moyen-Orient. Nous devons donc continuer à être des créateurs de compromis et des constructeurs de ponts plutôt que des agents de division. Telle a toujours été ma position et je continuerai à la défendre.

Par ailleurs, vous avez souligné, à juste titre, les attaques des forces de défense israéliennes contre la force intérimaire des Nations Unies au Liban, la FINUL, attaques que la Belgique a d’ailleurs dénoncées. Là aussi, je vous invite à rester attentifs aux dénonciations et aux prises de position que nous prenons très régulièrement. Ces prises de position sont tout à fait ouvertes et sont publiées soit sur nos sites, soit sur nos comptes X.

En plus de dénoncer ces attaques, nous avons soutenu une déclaration au niveau européen afin d’exprimer la grave préoccupation des 27 É tats membres au regard des attaques qui ont blessé des Casques bleus de l’ONU en violation du droit international. Nous avons également réaffirmé notre soutien à la suite des attaques à l’encontre du Secrétaire général de l’ONU, Ant ó nio Guterres, ainsi que certains d’entre vous l’ont rappelé.

Au nom de la Belgique, j’ai appelé toutes les parties à respecter l’intégrité territoriale et la souveraineté du Liban, dans le respect de la résolution 1701 du Conseil de sécurité des Nations Unies ainsi que du droit international humanitaire. En outre, le 24 octobre prochain se tiendra à Paris une conférence sur l’aide humanitaire, à l’initiative du président français Emmanuel Macron. La Belgique participera bien évidemment à cette conférence internationale qui vise à soutenir le Liban à différents niveaux.

Le Liban a besoin de notre soutien en vue d’une désescalade, du respect de son intégrité territoriale, du renforcement des capacités militaires des forces libanaises, de même que pour faire face à l’urgence humanitaire.

Op 1 oktober heeft Iran voor de tweede keer in een jaar tijd meer dan 200 ballistische raketten op Israël afgevuurd. Het was een vergelding voor de dood van de leiders van Hamas, Hezbollah en de commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde. Israël kondigde aan dat het van plan was om vergeldingsmaatregelen te nemen en voerde zijn luchtaanvallen en militaire operaties op Syrisch grondgebied op. De Europese Unie en België veroordeelden de Iraanse aanval. Er zijn onlangs ook Europese sancties goedgekeurd voor de destabiliserende rol die Iran speelt in Oekraïne met zijn hulp aan Rusland.

Plus que jamais, à la vue de ces derniers développements, il est important de rappeler la position du gouvernement belge. Cette position est équilibrée, elle ne défend aucun camp, sauf celui de la paix qui doit être établie dans la région pour qu'enfin les deux peuples puissent vivre en paix et en sécurité.

J'en viens à l'aide que nous apportons à nos concitoyens dans la région et aux conditions dans lesquelles nous rapatrions nos concitoyens. Le SPF Affaires étrangères joue évidemment un rôle central dans la vie quotidienne de nos concitoyens à l'étranger. Nos diplomates, nos consuls, tous les collègues de la diplomatie belge effectuent un travail crucial dans des conditions très difficiles. Je tiens encore à les féliciter pour cela.

Pour ce qui concerne le screening des citoyens que nous ramenons sur notre territoire, ceux-ci sont pris en charge et passés en revue par la Sûreté de l'État, qui relève du SPF Intérieur. Je vous invite à lui poser des questions, mais sachez que toutes les mesures sont prises pour un screening en bonne et due forme.

J'en reviens au travail fourni par le SPF Affaires étrangères.

Een van de vele voorbeelden is dat Buitenlandse Zaken op 3 oktober meteen de nodige steun verleende aan twee journalisten van VTM die gewond raakten in Beiroet. De journalisten werden direct verzorgd in het ziekenhuis en onze post deed er alles aan om hen in staat te stellen het land te verlaten via de geassisteerde vlucht op 5 oktober.

Dans ce contexte, j'ai pris la décision de renforcer nos postes à Beyrouth en envoyant immédiatement un diplomate spécialisé dans la gestion de crise. Il est arrivé sur place voici quinze jours. Le 4 octobre, il a été rejoint par un second diplomate et une collaboratrice consulaire. Je renforcerai encore le poste à Beyrouth par un autre diplomate qui viendra les rejoindre dans un avenir proche, en vue de pouvoir suivre toutes les demandes consulaires qui sont introduites sur place.

Il est à noter que l'ambassade de Belgique à Beyrouth et sa section consulaire continuent de travailler normalement et traitent les demandes d'assistance qui émanent de Belges ou les demandes de visa qui proviennent de tous les ayants droit, tout en respectant les procédures en vigueur telles que l'introduction de visa par un bureau d'externalisation qui est subordonné à l'Office des é trangers, chaque fois que c'est nécessaire. Nous n'avons pas besoin de procédure en ligne, puisque tous nos services sont ouverts et accessibles, de même qu'ils se montrent à l'écoute de tous nos ressortissants sur place.

Plusieurs questions avaient déjà été posées en plénière au sujet de l'aide que nous fournissons à tous nos concitoyens qui désirent quitter le pays. À l'heure actuelle, nous estimons à quelque 1 500 le nombre de compatriotes qui se trouvent encore au Liban. Cependant, concernant le nombre de ceux qui souhaitent quitter le pays, je tiens à insister sur sa fluctuation permanente. De plus, il est très difficile à évaluer. En effet, pour le dire simplement, de nombreuses personnes s'inscrivent et demandent l'aide consulaire pour être accompagnées au moment de leur retour, mais dès que nous leur proposons de partir et que l'avion est prêt, il arrive régulièrement que plusieurs d'entre elles ne désirent plus s'envoler et préfèrent rester. Du reste, je tiens également à souligner que des vols commerciaux sont toujours disponibles. Pour vous citer un exemple, l'avion militaire que nous avons affrété n'a pas été rempli du tout, de sorte que nous avons pris d'autres nationalités à bord afin qu'un peu moins de la moitié de sa capacité soit remplie. Bref, nous avons tout mis en œuvre pour les rapatrier en toute sécurité, mais l'appétit manquait – pour le dire en termes diplomatiques.

Er opereren nog steeds commerciële vluchten, maar we kennen het exacte aantal niet van personen die Libanon op die manier verlaten.

Les services du SPF Affaires étrangères ont contacté tous les Belges qui se trouvent au Liban pour vérifier s'ils avaient besoin d'aide pour quitter le pays. Et dans le cadre du mécanisme européen de protection civile, nous avons offert, comme je l'ai dit, près de 100 places sur deux vols militaires néerlandais. C'était, si ma mémoire est bonne, les vendredi 4 et samedi 5 octobre dernier. Ce 10 octobre, un vol militaire belge a eu lieu, sur lequel 240 places étaient disponibles. Il est revenu avec 111passagers, 58 Belges et leurs ayants droits, 41 Néerlandais, 11 Français et 1 Luxembourgeois. Excusez-moi pour tous ces détails, mais il est important que vous sachiez quelque peu comment cela se passe.

Finalement, il n'y a que 150 Belges qui ont quitté le Liban via nos vols assistés. Comme le prévoit la procédure, je le rappelle, tous les screenings sécuritaires ont été effectués au préalable par le SPF Intérieur.

Op de heenvlucht werd ook een B-FAST-hulpzending met medische apparatuur geladen als antwoord op een hulpverzoek van de Libanese autoriteiten. De medische apparatuur werd naar openbare ziekenhuizen vervoerd om aan de behoeften van de burgerbevolking te voldoen. Onze steun valt onder het EU-mechanisme voor civiele bescherming, dat instaat voor de coördinatie van de Europese hulp.

Nous continuons à suivre d'heure en heure et à soutenir les Belges, sur place, qui désirent rentrer en Belgique. Nous sommes prêts à tous les scénarios.

Madame Van Hoof, vous m'avez demandé quelles mesures concrètes ont été prises par la Belgique jusqu'à présent pour permettre aux ressortissants belges qui le souhaitent de quitter Gaza. Depuis les attaques de 2023, les Affaires étrangères ont remis aux autorités israéliennes, particulièrement au Coordinator of Government Activities in the Territories (COGAT) et aux autorités égyptiennes des listes de citoyens et de bénéficiaires belges pour demander leur évacuation.

Notre consulat à Jérusalem maintient un contact permanent avec les instances israéliennes que je viens de citer. En outre, nos postes au Moyen-Orient mènent des consultations de façon très régulière avec les autorités gouvernementales de la région, ainsi qu'avec d'autres acteurs sur le terrain, afin de trouver des solutions pour les personnes qui ne parviennent pas à quitter Gaza.

We hebben ook contact gehad met de families van de getroffenen in Brussel om de situatie op de voet te volgen en om zieke kinderen te evacueren.

On a d'ailleurs très récemment encore évacué de Gaza des enfants atteints du cancer. Depuis la fermeture du poste frontière de Rafah par Israël le 7 mai dernier, aucun ayant droit n'a pu quitter Gaza. Il y a d'ailleurs toujours des ayants droit à Gaza. Après avoir pris connaissance de la correspondance entre l'ONG Gisha et le COGAT (Coordination of Government Activities in the Territories), nos services cherchent à clarifier les demandes précises de COGAT concernant l'évacuation via Kerem Shalom, en consultation avec les autres membres de l'Union européenne.

Il y a cependant toujours beaucoup d'incertitudes qui demeurent et COGAT n'a pas encore formulé à l'heure actuelle de propositions concrètes pour aider à cette évacuation. Évidemment, notre réseau diplomatique reste mobilisé et met tout en œuvre pour obtenir des informations et des directives claires pour pouvoir évacuer ces ayants droit de Gaza.

Dois-je encore rappeler la position de la Belgique? Elle est claire: nous demandons un cessez-le-feu, la libération de tous les otages, l'accès et la distribution de l'aide humanitaire en suffisance et la protection de toutes les populations civiles.

Il faut absolument que la diplomatie et le dialogue remplacent le bruit sourd des bombes et des armes. Les négociations diplomatiques sont à nos yeux la seule voie à suivre pour aboutir à une paix durable dans la région. Je pense que c'est notre vœu à tous, notre vœu le plus cher, et je continuerai bien sûr à me mobiliser jusqu'à la fin de mon mandat pour aider à faire avancer une solution pacifique.

Je sais que je pourrai compter aussi sur votre mobilisation à tous, sur les forces parlementaires ici présentes, pour contribuer à cette pacification de la région, puisque je pense qu'on est tous d'accord sur le fait que cette région souffre depuis trop longtemps, depuis trois quarts de siècle. Il est temps de faire la paix, de permettre aux Israéliens, aux Palestiniens, aux Iraniens, aux Libanais, de se projeter dans un avenir commun, pacifié, où chacun reconnaît à l'autre le droit d'exister. Je vous remercie.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, dank u voor uw uitvoerige antwoord. Vanaf de eerste dag van het conflict was de positie van Vooruit helder: we staan altijd aan de kant van de burgerslachtoffers, alle burgerslachtoffers. Onze vragen kaderen dan ook in die houding.

Ik wil even terugkomen op het wapenembargo, waarvan u terecht hebt gezegd dat dat onder de bevoegdheid van de gewesten valt. Ik blijf bij mijn vraag of u de gewesten niet meer onder druk kunt zetten of met hen overleg kunt plegen. U hebt immers duidelijk aangegeven dat u daar, net als de Europese Unie, voorstander van bent. Ik heb u ook gevraagd om dat item aan te kaarten op de Europese Raad en druk uit te oefenen op de Europese partners. De gewesten bevinden zich dichter bij ons, dus ik herhaal mijn vraag om ook op hen druk te zetten.

We volgen volledig uw discours voor een staakt-het-vuren, voor de bevrijding van de gijzelaars, voor toegang tot humanitaire hulp en de hervatting van de dialoog en de diplomatieke onderhandelingen. Daarover bestaat een zekere consensus. Het thema van het wapenembargo blijft echter hangende en zou zeer snel aangepakt moeten worden. Zolang er massa’s wapens die richting uitgaan, is de kans op vrede nihil.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Eerst wil ik ingaan op de rechthebbenden en landgenoten die Gaza moeilijk kunnen verlaten. Vermits de druk op het noorden van Gaza heel erg toeneemt, is de vraag terecht. Als ik daar zou wonen, zou ik Gaza ook liefst verlaten. We moeten dus absoluut alles in het werk stellen om de mensen en landgenoten die daar recht op hebben te evacueren. Aan uw antwoord voel ik aan dat het niet altijd evident is bij het Israëlische agentschap COGAT. Ik hoop dat onze diensten al het nodige blijven doen om de rechthebbenden en landgenoten te evacueren.

U hebt nog eens de Belgische positie herhaald, een goede positie. In de afgelopen legislatuur hebt u moeite gedaan om de importban op de agenda te zetten. Het associatieakkoord kan alleen op Europees niveau worden opgeheven, maar het is goed dat België blijft benadrukken dat die vergadering georganiseerd moet worden, meer bepaald om in te gaan op artikel 2. Daartoe moeten we inderdaad met de Europese Unie en met Israël aan tafel zitten. Ik hoop dat het lukt en dat we druk blijven uitoefenen.

Daarnaast blijft de tweestatenoplossing overeind. Op dit moment escaleert de situatie alleen maar, maar dat maakt weinig indruk op de strijdende partijen – om Israël niet bij naam te noemen, dat ook gewoon doorgaat. België moet altijd blijven evalueren wanneer we een tandje bijsteken om de druk op te voeren, samen met andere gelijkgezinde staten.

Nabil Boukili:

Merci, madame la ministre, pour vos réponses. Je ne vais pas vous surprendre, elles ne sont pas convaincantes car elles ne sont que des paroles. Or je pense que pour agir aujourd'hui sur ce qu'il se passe l à -bas, il faut des actes forts. Donc, je veux bien que l'on fasse des réunions, des colloques, des meetings ou tout ce que l'on veut mais pendant ce temps-l à , un génocide est en train de se dérouler et nous, pays occidentaux, continuons notre accord d'association avec Isra ë l. Il n'a toujours pas été suspendu. Nous continuons à exporter des armes depuis l'Europe, elles transitent par notre pays. Alors certes, on rejette la responsabilité sur les niveaux de pouvoir mais lorsqu'il s'agissait de la Russie, vous n'avez pas cherché les niveaux de pouvoir. L à , tout le monde a été actif et s'est bougé.

Cette hypocrisie, ce deux poids deux mesures fait honte aux pays occidentaux, à l'Union européenne et aux É tats-Unis qui en est l'allié ou plutôt le patron car l'Union ne fait que suivre leur ligne. Vous nous dites qu'il y a eu des dénonciations et des condamnations depuis le début mais cela ne suffit plus. Il faut des actes. Vous nous dites qu'il y a de l'espoir mais comment peut-on avoir l'espoir d'un cessez-le feu? Comment peut-on avoir l'espoir de la concrétisation de la solution à deux É tats tout en étant complice de la colonisation? Nous finançons cette colonisation avec les relations économiques que nous entretenons avec Isra ë l! Nous sommes partie prenante.

Vous nous dites que la Belgique s'est toujours montrée équidistante par rapport au conflit. Mais non, c'est faux! Nous sommes partie prenante, nous commerçons, nous échangeons avec Isra ë l. Nous sommes une partie du probl è me. Tant que vous ne reconnaîtrez pas cela, madame la ministre, vous n'aurez pas de cessez-le-feu, vous ne r è glerez pas la situation parce que tant que l'on ne reconnaît pas sa propre complicité et la nécessité d'agir sur nos relations avec Isra ël, vous aurez beau attendre que Nétanyahou change d'avis en raison de telle ou telle déclaration de votre part. Ça ne change pas, ça ne marche pas. Il faut des sanctions et un changement de politique vis-à-vis d'Israël.

De voorzitster : Collega's, ik wil u vragen om u toch, in de mate van het mogelijke, aan de tijd te houden. Ik weet dat het niet steeds gemakkelijk is, het vraagt oefening. Graag vraag ik u om de tijdslimiet te respecteren.

Britt Huybrechts:

Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, ik ben blij te horen dat er nu wel screenings plaatsvinden. Voor de resultaten zal ik uw collega van Binnenlandse Zaken verder bevragen.

Het is ook goed om te vernemen hoeveel Belgen exact zijn teruggekeerd. Het is ook goed om te horen dat als er geen Belgen werden meegenomen, het burgers uit onze buurlanden betrof.

Ik heb geen antwoord gekregen met betrekking tot de dubbele nationaliteit van de Belgen. Ik hoop in een later stadium nog antwoord te krijgen op die vraag.

Ik ben zeer blij dat de diplomatieke diensten in Libanon worden versterkt. Dat is immers enorm belangrijk voor de verdere opvolging van deze repatriëring en om andere zaken voldoende correct en vlot te kunnen opvolgen.

Over de financiën van België naar Libanon zal ik verder uw collega van Ontwikkelingssamenwerking ondervragen. Ik hoop dat ik van hem nog wat details krijg over waar de gelden heen zijn gegaan en of die gelden goed besteed werden en dus niet in handen zijn gekomen van terroristische organisaties of erbij horende organisaties.

Kjell Vander Elst:

Mevrouw de minister, ik dank u voor het heel uitgebreide antwoord.

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden. Vermoedelijk is niemand hier in de zaal tegen de grote lijnen die u hebt geschetst, namelijk het blijven geven van humanitaire hulp, een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing.

Vanuit mijn bekommernis dat een en ander voorlopig niet heeft geholpen, dring ik echter ook aan op sterkere acties. Ik zal één voorbeeld geven. Inzake humanitaire hulp hebben de Verenigde Naties ondertussen een extra noodkreet om noodhulp geslaakt. Zullen wij dan ook extra hulp bieden? Op die vraag heb ik vandaag geen antwoord gekregen.

Een tweestatenoplossing is goed, maar de erkenning van Palestina is daar automatisch aan verbonden. Daarover meldt u vandaag niets, tenzij ik die passage heb gemist.

Ik zal nog één uitstap maken naar alles rond wapenhandel, omdat ik die materie in het Vlaams Parlement heel intensief heb gevolgd. Ik heb daarover heel veel vragen gesteld aan de minister-president, die daarvoor bevoegd was. Er is ondertussen een nieuwe minister-president. Zijn antwoord was dat de Vlaamse regering doet wat zij kan, maar dat de federale overheid in gang moest schieten.

Dat is nu exact hetzelfde als wat ik hier vandaag heb gehoord, namelijk een pingpongspel. De federale overheid heeft haar rol op te nemen. De Vlaamse, de Waalse en de Brusselse overheid hebben dat ook te doen. Elke keer opnieuw, ongeacht of ik nu aan de andere kant van de straat zit of hier, hoor ik dat het aan de andere overheid is om die rol op te nemen. Ik stel dan ook voor dat men dringend eens gaat samenzitten om samen en eendrachtig te beslissen dat er vanuit België geen wapen meer vertrekt, niet van de Luikse luchthaven, niet van de Zaventemse luchthaven en niet uit de Antwerpse haven. Het is nodig dat wij daar eendrachtig op inzetten in plaats van er telkens opnieuw op te wijzen dat het de verantwoordelijkheid van de overheid aan de andere kant van de straat is.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. En effet, la Belgique, par la voix de son premier ministre mais aussi par la vôtre, a toujours adopté une position volontariste, ainsi que je l’ai déjà souligné à plusieurs reprises. Il va sans dire que nous vous en félicitons.

Aujourd’hui, néanmoins, après les déclarations d’intention, ce sont les actes qui me laissent quelque peu sur ma faim. Ces actes semblent en effet en-deçà de l’urgence de la situation et des prises de parole. Aujourd’hui, le gouvernement israélien viole le droit international, viole le droit humanitaire et viole le droit de la guerre et, malheureusement, les sanctions se font cruellement attendre.

Je ne comprends toujours pas ce qu’il faut faire pour réclamer et obtenir des sanctions, qu’elles soient diplomatiques ou économiques. Il ne s’agirait là que d’une suite logique après les efforts diplomatiques que vous déployez depuis des mois. Ainsi, l’accord d’association avec Israël est toujours en cours, et nous pensons qu’avec les autres É tats européens, il faut véritablement intensifier les pressions en vue d’obtenir des sanctions, car c’est là le seul rapport de force que le gouvernement israélien semble comprendre.

Par ailleurs, j’entends bien que vous ne souhaitez pas commenter les propos de votre collègue irlandais en rapport avec le nettoyage ethnique à Gaza, mais le but de ma question était de savoir ce que vous en pensez, et je ne pense pas avoir obtenu de réponse de votre part.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je suis contente que la Belgique se positionne en faveur de la suspension de l'accord d'association. Vous avez parlé du calendrier, mais, pendant qu'on cherche des dates, il faut continuer à pousser l'Union européenne à régler ce problème. Au niveau des sanctions, je trouve qu'il y a une différence entre le traitement du conflit russo-ukrainien et celui de ce conflit. Le gel des comptes en banque russes était une sanction qui avait été prise par la Belgique et pas spécialement par l'Union européenne. Nous avons décidé de nos propres sanctions. Je m'attends au même traitement pour ce conflit. Concernant l'accueil des réfugiés ukrainiens, un statut de protection temporaire leur a été accordé, ainsi que des facilités pour l'accès à l'emploi, à l'aide sociale. Mais je ne vois pas qu'une aide similaire est donnée aux réfugiés palestiniens en Belgique. Même si cela ne relève pas de vos compétences, je voulais souligner ce deux poids deux mesures en fonction du conflit qu'on estime peut-être plus grave, ou plus proche de nous. Selon nous, pour qu'il y ait la paix dans cette région, il faut que l'État palestinien soit reconnu. Vous n'en avez pas parlé, mais vous avez évoqué deux pays et des négociations diplomatiques. Comment peut-on négocier avec un État qui n'est pas reconnu formellement? Comment peut-on parler de l'existence d'un État qu'on ne reconnaît pas? La reconnaissance de l'État palestinien résoudra ce conflit.

De toestand in Libanon
De toestand in het Midden-Oosten
Het conflict in het Midden-Oosten één jaar na de aanval van Hamas
Het toenemende antisemitisme in België één jaar na de aanval van Hamas op 7 oktober 2023
De toestand in het Midden-Oosten
Stabiliteit in het Midden-Oosten na Hamas' aanval.

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 8 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Belgische politieke discussie draait om de escalerende crisis in Israël, Gaza en Libanon, een jaar na de Hamas-aanval van 7 oktober, met dringende oproepen tot een staakt-het-vuren, diplomatieke oplossingen en humanitaire hulp. België’s rol wordt bekritiseerd als te passief: er is vraag naar erkenning van Palestina, sancties tegen Israël, en concrete actie (zoals stoppen van wapenhandel en repatriëring van Belgen), maar de regering (met name MR) blokkeert stappen zoals sancties. Antisemitisme en polarisatie in België nemen toe, terwijl de humanitaire ramp (40.000 doden, vluchtelingen, ingestorte gezondheidszorg) en langetermijnrisico’s (radicalisering, generatietrauma) de urgentie van een tweestatenoplossing en internationale druk benadrukken.

Voorzitter:

Chers collègues, c'est M. le ministre Clarinval qui répondra aux questions au nom de la ministre des Affaires étrangères, qui est absente aujourd'hui.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, ce qu'il se passe actuellement au Liban et dans la région est insoutenable. Je voudrais commencer par remercier le premier ministre, qui est absent, pour ses déclarations d'hier. Il a dit, textuellement, que les familles des victimes et les populations civiles ont assez souffert et qu'il est temps d'instaurer un cessez-le-feu sur tous les fronts.

Nous ne voulons pas que le Liban devienne un deuxième Gaza. Nous devons montrer que la Belgique est aux côtés du Liban. En effet, les frappes israéliennes continuent malheureusement. à ce jour, plus de 2 000 Libanais ont été tués, six hôpitaux ont été détruits, 1 635 médecins tués. Le système sanitaire du Liban est en train de s'écrouler. Plus d'un million de déplacés et de réfugiés, pour la plupart palestiniens ou syriens, ne savent pas où aller. Des centaines de milliers de Syriens et de Libanais sont contraints de traverser la frontière, pour trouver quoi? Rien: leurs villages sont détruits, ainsi que leurs maisons. Ils fuient la guerre pour retrouver une totale désolation.

Non, monsieur le ministre, nous ne voulons pas de cela pour le peuple libanais, nous ne voulons pas de cela pour le peuple palestinien. La Belgique et l'Union européenne ne peuvent rester au balcon. Le temps presse et des millions de vies civiles sont en jeu.

Ces tensions régionales ne doivent pas détourner notre attention de Gaza, qui est le nœud du problème. La communauté internationale doit s'unir pour exiger un cessez-le-feu immédiat et instaurer un dialogue de paix durable afin de s'attaquer aux racines du conflit.

Monsieur le ministre, le Liban a absolument besoin de soutien pour la prise en charge de ses déplacés. (…)

François De Smet:

Monsieur le ministre, au Proche-Orient, c'est le monde entier qui semble être en affaires courantes. Voici un an et un jour donc, le Hamas perpétrait le pire pogrom, le pire massacre de Juifs depuis la Seconde Guerre mondiale, traumatisant tout un peuple, en ce compris le camp de la paix. Qu'avons-nous fait depuis lors? Nous avons beaucoup parlé, nous avons constaté surtout que nous avons à faire à une barbarie sans nom et nous voyons, je crois, trop peu à quel point cette barbarie du Hamas est calculée. Cette barbarie est calculée car ce que le Hamas voulait, ce n'est pas seulement faire du mal à Israël. C'était agir de la manière la plus innommable et la plus dure possible, en espérant qu'Israël réponde aussi de manière dure, de manière disproportionnée, en commettant des crimes de guerre et en sabotant donc toute idée même de paix.

Hélas, un an plus tard, cet abominable piège s'est refermé. Un an plus tard, il y a toujours une centaine de civils Israéliens dans les tunnels de Gaza. Un an plus tard, il y a des dizaines de milliers de Gazaouis morts sous les bombes, en ce compris un nombre absolument insupportable d'enfants. Un an plus tard, il y a des civils Libanais, qui sont eux-mêmes colonisés par un autre mouvement terroriste, le Hezbollah, qui payent un lourd tribut. Il y a toujours des civils Israéliens qui doivent fuir les rockets , et il y a évidemment la communauté juive dans le monde entier qui est mise en danger par ce conflit et que nous devons protéger, aussi en Belgique.

Alors, il y a des évidences dans ces temps sombres qui commencent à s'effacer qu'il faut rappeler. Non, il n'est pas possible de faire une paix avec des mouvements comme le Hezbollah et le Hamas. Non, il n'y aura jamais de sécurité totale d'Israël sans un État palestinien. Non, il n'y a pas d'autre alternative que deux États: la Palestine et Israël en paix.

Quelles sont les possibilités, monsieur le ministre, dans ces temps sombres, pour que la Belgique et l'Europe sortent de cette passivité, cessent d'être des spectateurs et redeviennent des acteurs face à ce désastre?

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, chers collègues, voici un an, l'horreur frappait et, depuis lors, chaque jour, l'enfer se déchaîne.

Les écologistes ont toujours suivi la même ligne, la même boussole, celle du respect du droit international. Depuis un an, nous demandons inlassablement la libération des otages palestiniens et israéliens, la libération des prisonniers palestiniens, un cessez-le-feu immédiat et la fin du massacre à Gaza – voire du "génocide" comme certains le disent – ainsi que le respect du droit international. Nous demandons également la reconnaissance de l'État de Palestine comme le soutenait feu le gouvernement Vivaldi. Nous demandons également des sanctions tant diplomatiques qu'économiques à l'encontre du gouvernement israélien.

Aujourd'hui, nous ne sommes pas seulement un an après des attaques terroristes. Cela fait aussi un an depuis le début d'un nettoyage ethnique, d'une destruction méthodique du peuple palestinien. Nous sommes un an après des bombardements aveugles, qui frappent maintenant le Liban, avec un embrasement généralisé de la région. En une année, ce sont des dizaines de milliers de personnes qui ont perdu tragiquement la vie, dont une majorité écrasante de femmes et d'enfants.

Or ce conflit ne date pas d'hier, ni d'il y a un an. Ce conflit s'inscrit vraiment dans des décennies de politique de colonisation des gouvernements israéliens successifs.

Alors qu'on fait face à une escalade certaine dans la région, nous voulons affirmer avec force que toutes les populations ont droit à la sécurité, tant les populations israélienne, palestinienne que libanaise. Une vie égale une vie.

Monsieur le ministre, que fait le gouvernement belge pour sortir de sa passivité et pour ramener la paix dans la région? On a évoqué des pistes telles que la reconnaissance de l'État de Palestine et des sanctions à l'encontre du gouvernement israélien. Quels leviers comptez-vous activer pour que Netanyahou, accroché à son siège et enfermé dans une folie meurtrière, arrête le massacre et l'escalade?

Michel De Maegd:

Monsieur le ministre, hier, nous commémorions avec beaucoup de tristesse la pire attaque subie il y un an par Israël et le peuple juif depuis la Shoah. Deux mille terroristes du Hamas, soutenus par l'envoi de milliers de roquettes, on commis l'irréparable. Nous dénombrons 1 205 personnes – dont plus de 800 civils – qui ont été violées, massacrées, brûlées vives parce qu'elles étaient juives. En outre, 205 autres personnes ont été prises en otage à Gaza, dont 70 ont hélas perdu la vie et 64 sont toujours détenus comme boucliers humains. Leur libération devrait être une priorité absolue. S'en est suivi la riposte et la dramatique escalade qui a fait des dizaines de milliers de morts en Israël mais surtout en Palestine et au Liban. Nous déplorons chaque jour cette escalade tragique. Tout cela a été causé par des fanatiques religieux intégristes téléguidés par l'Iran, qui ne vise que l'éradication d'Israël et du peuple juif.

Malheureusement, comme dans beaucoup d'autres conflits, certains irresponsables ont importé ce conflit chez nous, que ce soit à travers des discours de haine, des agressions, des profanations ou de l'instrumentalisation politique. Cette situation crée un climat d'insécurité au sein de la communauté juive de notre pays, qui se sent de plus en plus isolée et menacée. Cette situation est intolérable!

Monsieur le ministre, quelles actions concrètes ont été entreprises par le gouvernement depuis un an afin de lutter contre l'explosion de l'antisémitisme? Comment renforcer ces actions? Après quelques mois, quel bilan pouvez-vous tirer du mécanisme de coordination national de lutte contre l'antisémitisme? Finalement, pour en revenir de manière plus générale à la situation au Proche-Orient, je ne cesse de répéter que la diplomatie devra nécessairement reprendre le dessus. Pouvez-vous faire à nouveau le point sur l'opération de rapatriement de nos citoyens belges dans la région? Combien ont pu rentrer en Belgique et combien attendent encore leur retour?

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, j'aimerais, avant de commencer, avoir une pensée pour toutes les victimes qui sont mortes au cours de cette année écoulée à cause de l'embrasement de la région. Mais j'ai l'impression qu'ici, on ne se rend pas compte de la gravité de la situation et de l'horreur qui est vécue l à -bas. Je pense que nous ne réalisons pas que nous sommes en train d'assister à l'une des guerres les plus meurtri è res que la région ait connue.

Un rapide examen du passé nous le confirmera.

La violence est continue depuis 76 ans. La première intifada a fait 1 000 morts en cinq ans, c'était violent. Ici, nous sommes à 40 000 morts en un an, soit quarante fois plus en cinq fois moins de temps. La deuxi è me intifada, plus violente, a fait 3 000 morts. Et même la guerre de 1948-49, avec ses 13 000 morts, est loin du bilan actuel.

Aujourd'hui, nous sommes face à une situation qui évolue, qui est délibérément programmée par l' É tat israélien. Je n'invente pas ces intentions génocidaires, ce sont les responsables israéliens eux-mêmes qui les prof è rent. Giora Eiland – qui n'est pas un colon extrémiste –, général des forces de défense israéliennes et ancien chef du Conseil national de sécurité israélien, dit: "La prochaine guerre se déroulera entre Isra ë l et le Liban" – cette déclaration est bien antérieure au 7 octobre – "et non entre Isra ë l et le Hezbollah. Une telle guerre conduira à l'élimination de l'armée libanaise, à la destruction de l'infrastructure nationale et à d'intenses souffrances au sein de la population." Yoav Gallant, ministre de la Défense: "Il n'y aura pas d'électricité, pas de nourriture, pas d'eau, pas de carburant. Tout sera fermé. Nous nous battrons contre des animaux humains et nous agirons en conséquence."

Monsieur le ministre, (…)

Voorzitter:

Merci, coll è gue Boukili.

David Clarinval:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, je vais en effet vous donner la réponse de la ministre des Affaires étrangères, qui est actuellement retenue à l’étranger.

Il y a tout juste un an, le 7 octobre, nous assistions avec effroi à une attaque terroriste sans précédent qui ciblait des civils, des femmes et des enfants. Nos pensées vont aux familles et aux proches des victimes.

Nous exigeons la libération immédiate et inconditionnelle des otages retenus par le Hamas. Les négociations menées par l’entremise des États-Unis, du Qatar et de l’Égypte n’ont malheureusement toujours pas donné de résultats, malgré les nombreux efforts entrepris.

Ces attaques ont immédiatement causé une contre-offensive israélienne à Gaza et, aujourd'hui, au Liban. Trop de civils innocents sont tombés dans ces opérations. Nous déplorons ces décès tragiques. Chaque mort civil est un mort de trop.

La Belgique n’a eu de cesse de rappeler la nécessité, pour les parties au conflit, de respecter le droit international humanitaire. Plus que jamais, les armes doivent aujourd'hui se taire et faire place à la diplomatie. La Belgique a soutenu une déclaration européenne sur l’escalade militaire entre Israël et le Hezbollah, qui appelle notamment à soutenir les efforts américains et français pour un cessez-le-feu au Liban. Nous continuerons nos appels à un cessez-le-feu dans la région et à des avancées vers une solution à deux États. Nous soutenons activement toutes les initiatives en ce sens, notamment au sein de l’Union.

Au Liban, compte tenu de la dégradation de la situation, la Belgique et de nombreux autres pays ont fourni de l’aide à leurs ressortissants pour quitter le pays. À la demande de la ministre des Affaires étrangères, le Conseil des ministres a adopté la semaine dernière un ensemble de mesures pour venir en aide à nos concitoyens.

Les Affaires étrangères ont contacté tous les Belges se trouvant au Liban pour vérifier s’ils avaient besoin d’aide pour quitter le pays. En concertation avec d’autres pays européens, nous avons offert près de 100 places sur deux vols militaires néerlandais vendredi et samedi derniers.

Demain, c'est-à-dire le mercredi 9 octobre, un vol militaire belge partira à son tour vers le Liban, avec 240 places disponibles au total. Une cargaison d'aide B-FAST de matériel médical, fournie à la demande des autorités libanaises, sera chargée dans le vol aller. La Belgique a ouvert, dans un mécanisme de coopération européenne, des places à d'autres pays européens. La France et les Pays-Bas ont déjà confirmé que plusieurs de leurs ressortissants embarqueraient à bord du vol.

Nous regrettons que ces développements dramatiques au Proche-Orient accroissent le sentiment d'insécurité dans notre pays et, plus généralement, dans le monde. L'Agence des droits fondamentaux de l'Union européenne a mené une enquête au début de l'année et a constaté une augmentation de 400 % de l'antisémitisme dans certains pays européens. Il est donc essentiel de continuer à bien distinguer la foi juive et le judaïsme, d'une part, et les politiques et actions du gouvernement israélien, d'autre part. Malheureusement, nous constatons que tout le monde n'opère pas cette distinction, ce qui peut contribuer à expliquer le nombre croissant d'incidents.

Ce conflit suscite partout dans le monde des tensions énormes. L'antisémitisme et le racisme sont en hausse de manière effrayante. Ayons le courage collectif de ne pas céder à la tentation de dresser chez nous, en Belgique, les citoyens les uns contre les autres. Continuons ensemble à nous mobiliser pour, finalement, ramener la paix au Proche-Orient.

Voilà, monsieur le président, la réponse de la ministre des Affaires étrangères.

Lydia Mutyebele Ngoi:

Monsieur le ministre, nous condamnons toute forme de violence à l'égard des civils autant de la part d'Israël que du Hamas, du Hezbollah libanais ou encore de l'Iran. Pour nous, la seule solution est de nature diplomatique, mais cela ne va pas sans des sanctions ni sans une position forte vis-à-vis de l' É tat d'Israël. Il faut également réfléchir sérieusement à des solutions d'accueil et de visas humanitaires, ainsi qu'à une aide humanitaire urgente pour le million de déplacés au Liban.

Enfin, nous pouvons regretter notre absence dans la région à la suite du retrait – décidé par le gouvernement Michel – de la force onusienne de pacification. Je le répète, bien entendu, la Belgique doit reconnaître l' État palestinien pour mettre fin à ce conflit qui n'a que trop duré.

Voorzitter:

Merci, chère collègue. C'était votre première prise de parole dans cet hémicycle. (Applaudissements)

François De Smet:

Monsieur le ministre, merci pour votre réponse convenue, mais qui était une réponse tout de même. Je ne suis pas sûr qu'on imagine combien les événements que nous avons vécus depuis un an redessinent durablement la situation et pèseront sur les épaules politiques internationales et même nationales. D'abord à cause du choc inouï que représente le 7 octobre pour la population israélienne – il faut voir à quel point le camp de la paix est complétement décontenancé – mais aussi à cause du choc que représente l'ampleur des représailles pour les Palestiniens et même pour les Libanais. J'ai lu une statistique assez effrayante: 60 % des combattants du Hezbollah seraient des orphelins d'autres combattants ou d'autres victimes de bombardements.

Quand on connaît ce genre de statistiques, comment ne pas voir que ce qui est en train de se dessiner aujourd'hui pour des générations? Sans intervention extérieure, sans plus de pression internationale, cela ne peut que nous amener collectivement vers l'abîme. C'est la raison pour laquelle nous devons absolument protéger l'ensemble de nos citoyens contre le racisme et l'antisémitisme, et singulièrement la communauté juive de Belgique qui compte sur nous et notre protection.

Rajae Maouane:

Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Je dois bien avouer qu'elles me laissent un peu sur ma faim.

En effet, la Belgique, notamment à travers les propos de M. De Croo, s'est montrée plutôt volontariste en la matière. Nous avons entendu des paroles fortes, notamment sur la question de la reconnaissance de l'État de Palestine. On le sait, on ne peut pas avoir de paix juste et durable s'il n'y a pas deux États. Cette proposition existe sur la table du gouvernement, mais elle a malheureusement été bloquée par votre parti, le Mouvement Réformateur.

Concernant la demande de sanctions économiques et diplomatiques à l'égard du gouvernement israélien, cette proposition a là aussi été bloquée par le Mouvement Réformateur. Au-delà des déclarations d'intention et de bonne volonté, nous manquons d'actes forts et concrets, que l'histoire nous demande de poser. La Belgique reste un mauvais élève.

Voorzitter:

Ik zie dat de klok al een aantal keren niet heeft gewerkt. Dat maakt het een beetje moeilijk voor de vragenstellers. Ik zal dat hier controleren. Ergens boven u hangt er een limiet.

Michel De Maegd:

Face à la montée de la haine, de l'antisémitisme, les mots ne suffisent évidemment pas. Chaque incident, chaque agression, chaque mot est une attaque contre nos valeurs fondamentales et contre notre démocratie. Le climat de peur qui s'installe chez nous, dans la communauté juive, est intolérable et, comme l'a si bien dit E lie Wiesel, le contraire de l'amour n'est pas la haine mais l'indifférence.

Monsieur le ministre, nous devons donc faire plus. Nulle part en Belgique, une personne ne doit être prise pour cible en raison de son origine ou de ses croyances. Chacun doit pouvoir vivre libre et en sécurité. Quant à la situation au Proche-Orient, l'histoire a montré ce qu'il en coûte de fermer les yeux face à la haine. La communauté internationale, il faut le dire, n'a pas été à la hauteur ces douze derniers mois, elle doit donc redoubler d'efforts pour trouver une solution politique à ce conflit insensé et meurtrier. Je vous remercie.

Nabil Boukili:

Monsieur le ministre, vous avez dit vouloir que les armes se taisent. Si vous voulez qu'elles se taisent, il faut arrêter de les laisser transiter par notre pays. Si vous voulez que les armes se taisent, il faut que les É tats-Unis arrêtent de livrer plus de 20 milliards d'euros d'armement à Isra ë l. Si Isra ë l fait ce qu'il fait aujourd'hui, c'est parce qu'il est soutenu par les pays occidentaux. Pour l'arrêter, il faut que la Belgique sorte de l'accord d'association avec Isra ë l. Il faut des actes au lieu de paroles. Si vous voulez réellement un cessez-le-feu sur place, il faut cesser de soutenir Isra ë l et prendre des sanctions contre l' É tat génocidaire. Il faut passer aux actes, monsieur le ministre. Les blablas, ça suffit!

De humanitaire hulp aan Libanon
De repatriëring uit Libanon en de humanitaire hulp
De screening bij evacuaties uit Libanon
De humanitaire hulp en de repatriëringen uit Libanon
De situatie in het Midden-Oosten
De escalatie van de crisis in het Midden-Oosten en de evacuatie van Belgische burgers
De situatie in het Midden-Oosten
De opflakkering van het geweld in het Midden-Oosten
Midden-Oosten crisis, evacuaties en humanitaire hulp.

Gesteld aan

Frank Vandenbroucke (Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 3 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de escalerende crisis in het Midden-Oosten, met focus op Libanon en Israël, waar geweld honderden doden en een miljoen vluchtelingen veroorzaakt, terwijl België noodhulp (B-FAST), repatriëring van 1.800 Belgen en een staakt-het-vuren prioriteert. Belangrijkste standpunten: Ministers Lahbib en Vandenbroucke bevestigen onmiddellijke repatriëring (via Nederland, MEA en Defensie), 150.000 euro medische hulp en pleidooien voor de-escalatie in EU-verband, maar sancties tegen Israël (gevraagd door oppositie) blíjven uit. Kritiek komt van Groen (selectief geweldsvertoor), VB (screening geradicaliseerden), PTB/PVDA (België "medeplichtig" via EU-Israël-akkoord) en N-VA/CD&V (diplomatie eerst). Kern: Humanitaire actie loopt, maar politieke oplossing (tweestaten, staakt-het-vuren) en strengere houding tegen Israël blijven omstreden.

Voorzitter:

U bent misschien verbaasd dat minister Vandenbroucke hier zit om op het thema te reageren. Dat heeft te maken met het feit dat niet alleen mevrouw Depraetere is vervangen omdat ze is toegetreden tot de Vlaamse regering, maar dat ook collega Gennez nu deel uitmaakt van die regering en ons eveneens heeft verlaten. De heer Vandenbroucke heeft haar bevoegdheden overgenomen.

Fatima Lamarti:

Collega's, iedereen wordt geraakt door wat er vandaag in het Midden-Oosten gebeurt. Het geweld ontziet ginder niemand, ook niet journalisten, die strijden voor de waarheid. Ook al wie daar vrienden, kennissen of familie heeft, wordt erdoor geraakt.

Soms lijkt het alsof het conflict in het Midden-Oosten onze samenleving enkel verdeelt. Politieke partijen die campagne voeren op conflicten helpen niemand vooruit. Wij maken een andere keuze: geen loze woorden aan de zijlijn, maar actie op het terrein. Vooruit kiest namelijk de kant van de burgerslachtoffers, zeker nu er elke dag honderden burgerslachtoffers bij komen.

Terwijl Israël Libanon bombardeert, vluchten gezinnen met kinderen voor het geweld. Libanon redt het niet alleen. Woorden zijn niet voldoende. Daarom pleitte mijn collega Lambrecht vorige week ook voor sancties en een onmiddellijk staakt-het-vuren. Dat is evenwel nog geen oplossing voor de slachtoffers vandaag. Gelukkig kondigt u, mijnheer de minister, aan om te doen waar België goed in is, namelijk noodhulp verlenen. Wij deden het de afgelopen jaren in Turkije, Gaza en nu in Libanon. Met B-FAST redden we levens, als we effectief kunnen zijn.

Hoe garandeert u die effectiviteit? Waar gaan onze mensen aan de slag? Met wie werken zij samen? Hoe redden wij zoveel mogelijk mensen?

Staf Aerts:

Mijnheer de voorzitter, mijnheer en mevrouw de minister, collega's, het conflict in het Midden-Oosten is de afgelopen weken nog verder geëscaleerd. Dat verontrust me enorm, want ik vrees dat Israël van Libanon een tweede Gaza zal maken. Vorige week waren er ontploffende biepers. Ondertussen is het Israëlische leger Libanon binnengetrokken en werd Beiroet gebombardeerd. Op een week tijd vielen er honderden doden en er zijn naar schatting 1 miljoen mensen op de vlucht. Het is overduidelijk dat er een de-escalatie, een staakt-het-vuren in het Midden-Oosten nodig is. We roepen alle conflictpartijen daartoe op. Voor alle duidelijkheid, ook Iran moet stoppen met het afvuren van raketten op Israël, wat absoluut veroordeeld moet worden.

Het grootste slachtoffer is natuurlijk de lokale bevolking. Die mensen worden gebombardeerd, moeten vluchten en lijden honger. Libanon was al een erg arm land met ontzettend veel vluchtelingen.

Daarom doe ik de volgende oproep. België moet, ten eerste, de noodkreet van de Verenigde Naties om humanitaire steun te bieden, ondersteunen. Ten tweede, het is goed dat we repatriëren, maar zorg ervoor dat we het niet aanpakken zoals destijds in Afghanistan. Zorg ervoor dat we dus niet enkel Belgen, maar ook andere mensen repatriëren. Red voldoende mensenlevens; dat is absoluut onze morele plicht. Ten slotte, vandaag wijst men mensen door naar commerciële vluchten voor repatriëring, maar die tickets zijn peperduur en die vluchten zijn praktisch volgeboekt. Mevrouw de minister, wanneer start u de repatriëring via het Belgisch leger op?

Britt Huybrechts:

Mijnheer de minister, mevrouw de minister, met de gecoördineerde aanvallen waarbij biepers van duizenden leden van de terroristische organisatie Hezbollah tot ontploffing werden gebracht en waarbij ook verschillende doden vielen, escaleerde het conflict verder. De actie werd nadien nog eens herhaald, maar dan met walkietalkies. De situatie in Libanon is dan ook zeer gespannen. Vanochtend las ik nog in de krant dat een Belgische journalist en cameraman gewond zijn geraakt bij een incident.

Het Vlaams Belang is dan ook zeer verheugd om te horen dat u eindelijk van plan bent om evacuatieplannen op te stellen, maar wij hebben wel een aantal kritische noten. Wij moeten er eerst en vooral voor zorgen dat onze landgenoten zo snel en veilig mogelijk terugkeren naar België. Wij moeten echter ook opletten wie zij zijn. Daarom vragen wij dat deze geëvacueerde Belgen worden gescreend op eventuele vormen van radicalisering en dat wordt bekeken of zij contact hebben gehad met terroristische organisaties als Hezbollah en andere. Dat is de enige manier om de Belgen hier in België veilig te houden en het conflict niet te importeren in ons Belgenland.

Weet u hoeveel Belgen er zullen terugkeren?

Bent u van plan om deze screening serieus te nemen en dus de geëvacueerde Belgen te screenen op eventuele vormen van radicalisering of contact met terroristische organisaties als Hezbollah en andere?

Bent u bereid om deze screening ook verder te zetten, eventueel in samenspraak met de eerste minister?

Els Van Hoof:

Mijnheer de minister, mevrouw de minister, wie vrede en diplomatie predikt, wordt blijkbaar persona non grata. Dat is wat VN-secretaris-generaal Guterres de voorbije week heeft ondervonden. Hij wordt door Israël persona non grata verklaard. Hij heeft gisteren in de VN-Veiligheidsraad nochtans duidelijke woorden gesproken. Hij zei: "Een inferno waar de ene aanval de andere rechtvaardigt, leidt slechts tot meer leed van burgerslachtoffers."

Iran gooit uiteraard meer olie op het vuur. Mevrouw de minister, u hebt dat duidelijk veroordeeld, maar ik denk dat ze in Teheran en Tel Aviv nog altijd niet onder de indruk zijn en andere prioriteiten hebben. Dat heeft natuurlijk te maken met een aantal bondgenoten. Ik denk concreet aan de VS, die door de verkiezingskoorts worden verlamd. Daardoor springt Israël in een gat en krijgt het meer speelruimte.

Ik hoorde vandaag op de radio dat er een soort van hoerastemming heerst. Ik vind dat totaal ongepast. Wij moeten uiteraard niet pleiten voor een militaire uitbreiding van het conflict, maar voor vrede, voor de-escalatie en voor vredesonderhandelingen.

Ik heb hier al een twintigtal keer hetzelfde gezegd, maar ik ga die plaat nooit afzetten. Wij moeten pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren. Wij moeten pleiten voor een tweestatenoplossing. Wij moeten pleiten voor een onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars. Ik hoop dat u deze plaat ook niet afzet in de Europese Raad en ook niet in de Raad Buitenlandse Zaken, waar u voor dezelfde zaken zou moeten pleiten.

Mijnheer de minister, mevrouw de minister, welke positie neemt België vandaag concreet in?

Wij hebben het goede nieuws van de repatriëring vernomen. (…)

Nabil Boukili:

Monsieur le président, madame et monsieur les ministres, cette dernière année, Israël a montré son vrai visage, en tout cas, à ceux qui sont aveugles depuis septante-cinq ans. Depuis un an, un génocide se déroule devant nos yeux. À croire qu'ici, en Europe, on a oublié ce que signifie un génocide, vu une telle passivité et inaction. On parle de 41 000 morts, sans compter les disparus ni les corps qui se trouvent sous les décombres, en plus de la famine et des maladies avec leurs conséquences sur les générations à venir!

Depuis deux semaines, c'est le peuple libanais: plus de 1 000 morts, plus de 6 300 blessés. Aucune réaction! Désormais, nous voyons la région s'embraser complètement. Le seul responsable de cette situation est l' É tat colonial d'Israël. Il en est responsable parce qu'il est impuni. Et nous ne sommes pas simplement passifs; le pire est que nous sommes complices. En effet, lorsque les États-Unis fournissent 20 milliards de dollars d'armements qui tuent les enfants palestiniens et le peuple libanais et que l'Union européenne conclut un accord d'association, ils participent à l'économie de guerre israélienne. Nous sommes complices du génocide, des crimes de guerre au Liban et de l'embrasement du Moyen-Orient. C'est inacceptable!

Madame la ministre, quand allez-vous mettre fin à notre complicité avec ces crimes de guerre et imposer un embargo militaire contre Israël? Quand allez-vous mettre fin à cette complicité en arrêtant le commerce (…)

Jean-Luc Crucke:

Monsieur le vice-premier ministre, madame la ministre, la semaine passée déjà, je m'inquiétais au sujet du sort des ressortissants belges au Liban. Même si je lis parfois que certains voient plus clair, je crois qu'il ne fallait pas être grand clerc pour comprendre que l'introduction des forces israéliennes sur le territoire libanais ne se ferait pas à la vitesse éclair.

Aujourd'hui, nous sommes face à nos responsabilités. Il y a 1 800 ressortissants qui sont toujours présents, dont 100, dites-vous, souhaitent quitter le territoire libanais. Le gouvernement s'est enfin réuni – certes par voie électronique – et a décidé qu'il y avait trois modalités, la première étant les vols commerciaux. Y a-t-il encore aujourd'hui des vols commerciaux qui pourraient être pris par ces ressortissants dans des conditions de prix décentes? Deuxième modalité, l'aide militaire provenant des partenaires étrangers, comme les Pays-Bas. Avons-nous des garanties de présence sur ces avions pour les Belges? Quel est le pourcentage? Combien de sièges? Et, troisièmement, l'intervention éventuelle de l'aviation et des forces militaires sur le territoire.

Cette troisième option n'est-elle pas à privilégier si nous voulons permettre à ces ressortissants de pouvoir revenir chez eux, chez nous, dans des conditions qui sont sûres? Ce conflit ne s'arrêtera pas; et, si nous ne prenons pas les devants, si la préparation n'est pas immédiate – en termes d'urgence, le gouvernement a l'obligation de réagir –, …je ne souhaite pas le pire, mais je ne voudrais pas qu'on puisse l'imaginer.

Voorzitter:

Bedankt, mijnheer Crucke.

Collega's, gelieve allemaal op uw woorden te letten, want behalve de talloze kijkers thuis bevindt er zich een hele groep jonge mensen in de tribune.

Michel De Maegd:

Madame la ministre, monsieur le ministre, le Liban est à feu et à sang, une nouvelle fois. Un drame pour les civils, un de plus depuis plusieurs décennies. Politiquement, chers collègues, à travers l'élimination du chef du Hezbollah, c'est le régime iranien qui a été visé en plein cœur, un régime qui, ne l'oublions pas ici, ne vise qu'une chose: l'anéantissement total d'Israël.

Israël a aussi encore été durement touché ces derniers jours, par des attentats meurtriers à Tel-Aviv, par des tirs de missiles venant des Houthis au Yémen et, enfin, par l'envoi de 200 missiles balistiques en provenance de l'Iran, heureusement pour la plupart neutralisés. Imaginez, un instant, s'ils avaient atteint leur cible, quel désastre cela aurait été pour la population civile en Israël. Personne ne devrait, chers collègues, accepter le terrorisme, et nous devons aussi comprendre qu'Israël lutte pour sa survie. C'est un combat existentiel.

Néanmoins, il faut être clair. Promouvoir la sécurité de l'État d'Israël et de sa population ne signifie pas soutenir aveuglément la politique menée par le gouvernement Netanyahou.

À ce propos, les événements de ces derniers jours nous font craindre une escalade encore plus importante qui fera encore plus de victimes dans la région, à Gaza, en Cisjordanie, au Liban et en Israël – victimes que mon groupe déplore toutes.

Alors pour faire taire le fracas des armes, une réponse diplomatique est indispensable. C'est une responsabilité de la communauté internationale toute entière. Celle-ci n'est pas exempte de reproches en ayant fermé les yeux depuis un an sur les tirs quotidiens de missiles venant du Hezbollah.

Dans ce contexte, madame et monsieur les ministres, voici mes questions. Nous accordons une grande importance à la sécurité des Belges qui sont toujours présents au Liban. Vous avez annoncé en avoir identifié une centaine qui désirent rentrer chez nous. Ce nombre a-t-il évolué depuis hier? Dans quels délais ces rapatriements auront-ils lieu? Nous apprenons aujourd'hui que deux journalistes belges ont été blessés. Avez-vous plus d'informations à leur propos? Enfin, quelle aide humanitaire sera mobilisée en faveur de la population libanaise qui souffre depuis tant de mois?

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, chaque semaine, nous devons malheureusement vous interpeller. Chaque semaine, nous devons dénoncer votre absence de courage politique dans ce dossier. Toujours pas de sanctions contre Israël ni de reconnaissance de la Palestine; toujours pas d'aide massive au Liban. La situation au Proche-Orient est à tel point dramatique que le risque d'embrasement mondial n'est aujourd'hui plus une menace mais une réalité. Nous y sommes, madame la ministre. Nous sommes véritablement à un point de bascule géopolitique. Nous sommes au-delà des 41 000 morts et des 90 000 blessés dont 90 % sont des victimes collatérales, des victimes civiles, rappelons-le.

Madame la ministre, au Parti Socialiste, nous avons toujours condamné la violence d'où qu'elle vienne, que ce soit bien clair. Nous avons toujours dit que le droit international devait être notre boussole partout dans le monde. Nous avons toujours dit que l' É tat d'Israël le bafoue allègrement et que nous devions agir résolument pour le contraindre à un cessez-le-feu. Sur Gaza, et maintenant sur le Liban mais également sur la Syrie. Mais où le premier ministre israélien s'arrêtera-t-il? Cela ne peut plus durer. Madame la ministre, nous sommes véritablement à un tournant de l'histoire. La réaction du régime théocratique iranien, que nous condamnons avec autant de force, nous laisse malheureusement présager du pire.

J'ai trois questions et j'aimerais à nouveau vous demander ceci: quand allez-vous porter au gouvernement le dossier des sanctions à l'égard d'Israël pour les forcer à revenir à la paix et à la stabilité dans la région? Il faut reconnaître l' É tat de Palestine pour forcer une solution à Gaza aussi. Pour le Liban, des facilités consulaires et une possibilité de rapatriement par la Défense belge seront-elles mises en place pour les 1 800 Belgo-libanais présents sur le territoire? Des solutions d'accueil et des visas humanitaires seront-ils envisagés pour leurs familles? Et quelle aide humanitaire est prévue pour le million de déplacés que compte le Liban, qui connaît un bilan désastreux depuis de très nombreuses années?

Hadja Lahbib:

Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, je vous remercie pour vos questions. Je voudrais tout d'abord reprendre une des questions principales. Sachez que, dès demain, des Belges seront à bord d'avions pour quitter le Liban.

La situation au Moyen-Orient nous préoccupe chaque jour, chaque instant, de jour comme de nuit. La communauté internationale, dans son ensemble, n'est pas parvenue à éviter l'escalade de la violence. L'Histoire retiendra sans aucun doute ceux qui étaient aux commandes, qui auraient pu arrêter cet engrenage et qui n'ont pas choisi d'emprunter le chemin de la paix, celui qu'au nom de la Belgique, je n'ai cessé de défendre depuis le premier jour de ma prise de fonction. Mais l'escalade est là et toute la région est au bord d'un embrasement général.

Dinsdagavond lanceerde Iran bijna tweehonderd ballistische raketten richting Israël. Ik heb de aanval onmiddellijk veroordeeld en opgeroepen tot de-escalatie en tot bescherming van burgers. Wij hebben ook bijgedragen aan een verklaring namens de Europese Unie waarin wij alle partijen oproepen tot terughoudendheid.

La situation humanitaire s'aggrave. La Belgique va évidemment répondre, dans le cadre du programme B-FAST, à la demande d'assistance introduite par les autorités libanaises afin d'appuyer les hôpitaux publics. Un budget de 150 000 euros est réservé pour l'achat de matériel médical. À cela s'ajoutera du matériel issu du stock stratégique de la Santé publique. L'envoi de ce matériel est déjà en cours de préparation.

En ce qui concerne la situation plus générale des Belges au Liban, suite à ma demande, le Conseil des ministres a adopté, hier, un ensemble de mesures qui visent à leur venir en aide. Dès demain, comme je l'ai dit, des avions ramèneront des Belges du Liban. Dans le cadre d'une coordination européenne, des Belges rentreront entre autres par un avion dépêché par les Pays-Bas.

Andere Belgen zullen Libanon verlaten dankzij plaatsen die zijn onderhandeld met Middle East Airlines (MEA), met bestemmingen als Cyprus en Istanboel.

Il a aussi été décidé d'aider les Belges qui souhaitent quitter le Liban, si nécessaire, dans un second temps, par la mise en place de vols assistés par la Défense. Actuellement, il est prématuré de parler d'évacuation de non-combattants (NEO). En fonction de la situation sur le terrain, une approche graduelle sera mise en place car l'aéroport de Beyrouth est encore accessible aux vols civils et militaires. Je rappelle que nous sommes en concertation avec d'autres pays européens. La France par exemple, qui compte au Liban 20 000 de ses ressortissants, n'a pas commencé d'évacuation. Un navire est en route et devrait accoster ce week-end.

L'ambassade belge de Beyrouth a contacté tous les Belges, résidents ou de passage, qui se sont inscrits dans les registres consulaires de Travellers Online afin de vérifier qui, parmi eux, souhaite quitter le Liban, et qui a besoin d'aide. Ce chiffre est évidemment en constante évolution. De zéro, nous sommes passés à 90, ensuite à 180 aujourd'hui. Ces personnes ont manifesté leur souhait de quitter le Liban. Bien sûr, nous leur accorderons toute l'aide nécessaire.

Wat de journalist en de cameraman van VTM betreft, Robin Ramaekers en Stijn De Smet, wil ik mijn steun betuigen aan deze mensen die gisteren in Beiroet zijn aangevallen. Zij werden onmiddellijk bijgestaan door onze ambassade. Zij werden voor spionnen aanzien en in elkaar geslagen door lokale bewoners. Onze ambassade en onze medewerkers staan aan hun kant. Onze ambassadeur heeft hen vanmorgen bezocht.

Je l'ai eu au téléphone. Il m’a informée que Robin Ramaekers a pu quitter l’hôpital et se trouve à l’hôtel. Nous les rapatrierons dès que leur état le permettra.

Je connais ces deux journalistes. Ils m’ont accompagnée récemment encore au Moyen Orient. Je sais ce que c’est être reporter de guerre, pour l’avoir été moi-même. Je tiens à manifester toute mon empathie et mon soutien à leur égard. Les journalistes défendent la liberté de la presse et font partie des piliers de la démocratie.

Notre message, pour le reste, demeure le même: la mise en place d’un cessez-le-feu, la libération des otages et laisser une chance aux négociations diplomatiques, qui sont la seule solution pour aboutir à une solution viable, à la solution à deux États. Nous soutenons (…)

Frank Vandenbroucke:

Mijnheer de voorzitter, collega's, de escalatie van het geweld in het Midden-Oosten zorgt vandaag voor een van de ergste humanitaire crisissen van de afgelopen 25 jaar. Op dit ogenblik leven miljoenen kinderen in voortdurende angst. Dat is het geval in Libanon en in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en ook in Israël. Tienduizenden doden zijn gevallen, de overgrote meerderheid vrouwen en kinderen, ook tienduizenden gewonden, en miljoenen mensen zijn op de vlucht. Laten we ons ook niet vergissen: de gevolgen daarvan zullen niet enkel in het Midden-Oosten gevoeld worden.

Zonder respect voor het internationaal humanitair recht, zonder een goed functionerend systeem van de Verenigde Naties en, inderdaad, mevrouw Van Hoof, zonder respect voor de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, is binnenkort geen enkele burger in conflict nog beschermd. Ook in bijvoorbeeld Soedan, in de DRC en in Oekraïne worden altijd maar meer hulpverleners gedood, medische faciliteiten aangevallen en burgers uitgehongerd. De grenzen van het aanvaardbare worden steeds verlegd. Het is dus in ons aller belang, overal in de wereld, dat dit stopt.

De spiraal van het geweld moet stoppen. Zoals mijn collega-minister al zei, de enige goede oplossing die vrede en veiligheid waarborgt voor iedereen, is een onderhandelde oplossing en een onmiddellijk staakt-het-vuren, zowel tussen Hezbollah en Israël als in Gaza. Ons land neemt daartoe mede het voortouw. Ik sluit mij aan bij wat gezegd is en ik kan u tevens meedelen dat op de Europese Raad van 17 en 18 oktober België ook zal pleiten voor een onmiddellijk staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël.

Maar inderdaad, ondertussen moeten we ook de onmiddellijke nood proberen te lenigen. Wij hebben beslist dat B-FAST een transport van medische middelen tot stand brengt. Het gaat over elementair materiaal zoals handschoenen, naalden en kompressen, alles wat nodig is, een beperkt pakket dat volgende week getransporteerd wordt. Mevrouw Lamarti, u vroeg terecht of dat effectief helpt. Welnu, belangrijk te weten is dat de Libanese regering de vraag gesteld heeft via de Europese Unie, via de Europese Commissie, die zorgt voor de Europese coördinatie. Dat is essentieel. Op die vraag bieden wij een antwoord. Wij zullen ook de garantie hebben dat het materiaal dat wij geven enkel gebruikt wordt in ziekenhuizen en medische faciliteiten die beheerd worden door de Libanese overheid. Dat is heel essentieel.

Tot slot, wat de operationele actie betreft heb ik alle vertrouwen in B-FAST. We hebben in de afgelopen regeerperiode samen beslist om B-FAST een nieuw en sterker leven te geven en de nu voorliggende opdracht bewijst dat dat een goede beslissing was.

Vanzelfsprekend is dat niet de enige humanitaire hulp die wordt geboden. Wij zijn een land dat heel belangrijke bijdragen levert. Dat gaat elk jaar over meerdere miljoenen euro's aan internationale fondsen, die snel en soepel kunnen optreden. Ik denk daarbij met name aan het noodfonds van de Verenigde Naties CERF. Ik denk aan het noodfonds van het Rode Kruis. Ik denk ook aan het humanitaire landenfonds voor Libanon. België geeft aan die fondsen elk jaar miljoenen euro's. Dat geld wordt nu soepel en onmiddellijk ingezet. U moet weten dat de voorbije twee weken die verschillende fondsen al 36 miljoen euro uit hun kas hebben gehaald om extra hulp te bieden in de humanitaire crisis die zich aandient in Libanon. Met andere woorden, het werken met die fondsen is heel essentieel.

Onze gedachten zijn vanzelfsprekend bij de verschrikkelijke en onbeschrijflijke ellende die de burgerbevolking in het Midden-Oosten treft. De enige oplossing is onderhandelen en dus een staakt-het-vuren. Ondertussen moet België in Europees verband, maar ook op internationaal vlak, met bestaande internationale fondsen die wij heel stevig steunen, al het mogelijke doen om de nood te lenigen.

Fatima Lamarti:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, op het terrein maken onze helden het verschil. Dat zijn de mensen van B-FAST. Hoe groot de horror ook is, zij kijken nooit weg en blijven verder werken. Diezelfde moed zou de politiek moeten hebben in plaats van met twee maten en twee gewichten te meten. Alle vormen van geweld zou de politiek moeten veroordelen, maar dat gebeurt tot op heden nog steeds te weinig. Het is terecht dat mensen Iran veroordelen als dat land een rakettenregen op Israël afstuurt, maar dat Israël dag in dag uit in Gaza en Libanon kinderen, gezinnen en kwetsbaren treft, verdient dezelfde veroordeling. Wij moeten altijd aan de kant van de burgerslachtoffers staan. U zet vandaag een belangrijke stap, nu de rest nog. De mensen in het Midden-Oosten wachten erop.

Voorzitter:

Ik dank u voor uw eerste betoog in de Kamer, mevrouw Lamarti. (Applaus)

Staf Aerts:

Mevrouw de minister, u schetste de weg die u sinds uw aantreden hebt gevolgd en u steunt verklaringen om elk geweld te veroordelen, maar ik heb u nog niet streng horen zijn ten aanzien van Israël. Nochtans, wat is er het afgelopen jaar gebeurd – maandag is het een jaar na 7 oktober 2023? Er zijn 41.000 doden gevallen, een op de twee jonge kinderen is ondervoed en er zijn honderdduizenden mensen in Gaza op de vlucht. Het wordt tijd om de tactiek te veranderen en strenger te worden, want anders kunnen wij blijven humanitaire steun bieden. Humanitaire steun biedt men immers op een moment dat het te laat is. Dat is het gevolg van onze passieve houding. Ik verwacht van België een straffere houding. Groen verwacht dat wij ook ten aanzien van Israël een strengere houding durven aannemen. Er is in middelen voorzien – dat geeft u aan –, maar het is noodzakelijk om in extra middelen te voorzien, want dat is ook de vraag van de VN. Er moeten extra middelen worden vrijgemaakt om de Libanezen op het terrein te helpen, want zij zitten (…)

Britt Huybrechts:

(…) beginnen met het evacueren van onze mensen uit Libanon. Ik vind het alleen heel jammer dat ik geen antwoord gekregen heb op mijn allereerste vraag hier, inzake de screenings van eventuele geradicaliseerde Belgen. Ik hoop dat dit geen voorbode is met het oog op mijn toekomstige vragen, of een voorbode van hoe uw opvolger zal antwoorden in de nieuwe coalitie.

Dit is enorm belangrijk om de eenvoudige reden dat wij dit conflict niet verder mogen importeren in ons land. Zo kunnen wij toekomstige terroristische aanslagen in België vermijden.

Voorzitter:

Ook voor collega Huybrechts was dit de eerste interventie in de Kamer. (Applaus)

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

Zoals u zei, de repatriëring van de Belgen moet goed verlopen zodat wij niet terechtkomen in toestanden als bij de evacuatie uit Afghanistan. Maar het is ook belangrijk dat wij humanitaire hulp bieden, al is die niet meer dan een pleisters op een gapende wonde die alleen maar gedicht kan worden door duurzame diplomatieke vredesonderhandelingen. Het internationaal recht is daarvoor onze bijbel.

Iraanse raketaanvallen of Israëlische bombardementen zijn daar niet mee in overeenstemming. Die moeten stoppen.

Deze plaat zetten wij van de cd&v-fractie niet af. Er is genoeg bloed gevloeid.

Nabil Boukili:

Chers collègues, il est quand même scandaleux d'entendre ici les éléments de langage "d'État génocidaire" repris par le MR. On a déjà entendu le MR qualifier de "coup de génie" l'assassinat terroriste d'enfants, d'innocents. Mais reprendre aujourd'hui le même vocabulaire, dire qu'Israël se défend... Aujourd'hui, celui qui lutte pour sa survie, c'est le peuple palestinien! Ce n'est pas Israël, chers collègues. Israël est l'agresseur dans la région!

Madame la ministre, jouer l'impuissance face à la situation, c'est au mieux de l'hypocrisie, au pire de la lâcheté, parce que continuer à être membre de l'accord d'association Union européenne-Israël, c'est de la complicité dans les crimes de guerre israéliens et dans le génocide que commet Israël. Quand il s'agissait de la Russie, vous aviez pris des dizaines de sanctions. Et, aujourd'hui, vous vous trouvez impuissante face à Israël. C'est vraiment de l'hypocrisie totale.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Je voudrais revenir à l'urgence dans l'actualité. On reparlera malheureusement encore du Moyen-Orient. L'urgence, c'est l'évacuation des ressortissants. Comme vous l'avez dit, dès demain, certains pourront quitter le pays mais le chiffre augmente de jour en jour, de minute en minute, et cela n'est pas étonnant. Je crois donc qu'on est dans ce qu'on appelle "la gestion de crise". C'est quelque chose que vous allez peut-être découvrir dans les semaines à venir.

Sincèrement, l'Europe a des obligations également. Il figure dans les traités européens que les ressortissants européens doivent pouvoir quitter les lieux dans lesquels ils sont lorsqu'il y a une crise. Au lieu d'envoyer un avion sur place, ne faudrait-il pas aussi avoir une coordination européenne? Cela manque franchement et clairement. C'est plus qu'important.

Michel De Maegd:

Madame et monsieur les ministres, je vous remercie de vos réponses.

Tout d'abord, je ne vais pas réagir aux outrances de l'extrême gauche et de tous ceux qui défendent des recettes simplistes – nous en avons l'habitude ici – à propos d'un conflit qui dure depuis des décennies. Je rappellerai qu'actuellement, Joe Biden – le principal allié d'Israël – ne parvient pas à obtenir un cessez-le-feu. J'invite donc chacun à la lucidité face à l'immense complexité de la situation.

J'acte, bien sûr, avec soulagement que le plan de rapatriement est prêt et que B-FAST enverra rapidement une aide et du matériel sur place. Notre pays ne laisse jamais tomber ses ressortissants et vient toujours en aide aux populations qui en ont besoin.

Politiquement, pour nous, il est clair que l'élimination d'Hassan Nasrallah constitue un espoir pour l'avenir du Liban. Son peuple n'aspire qu'à la liberté et à la paix, paix à laquelle aspire également le peuple israélien qui, je le rappelle encore – n'en déplaise aux extrémistes de gauche –, vit sous l'énorme menace du Hezbollah, du Hamas, mais aussi des Houthis du Yémen ainsi que de l'Iran.

Et puis, notre objectif immédiat est de faire taire les armes. Je vous encourage donc, madame et monsieur les ministres, à plaider plus que jamais avec insistance à tous les niveaux afin de faire régner la paix. Je vous remercie.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, tout d'abord, je voudrais remercier le ministre Vandenbroucke pour son efficacité immédiate à la suite du travail de Mme Caroline Gennez qui, dans ce gouvernement, a toujours défendu avec force la reconnaissance de la Palestine et s'est battue sans cesse pour convoyer de l'aide humanitaire à Gaza. Bravo à Mme Gennez et bravo à vous, monsieur Vandenbroucke! Enfin, je voudrais rappeler que nous condamnons toute forme de violence à l'égard des victimes, tant de la part du gouvernement israélien, que je distingue d'Israël, que du Hamas, du Hezbollah libanais ou de l'Iran. Pour nous, la seule solution est diplomatique: il faut que les ennemis d'aujourd'hui s'assoient à table et négocient une paix durable. Il faut que le rapatriement des Belges soit immédiatement organisé. La Défense est prête. Et M. Crucke le sait très bien, puisqu'il a été bourgmestre: dans une gestion de crise, il faut être proactif et il convient d'envisager immédiatement les capacités maximales. On peut regretter aujourd'hui notre absence dans la région, en raison du retrait décidé en 2014 par le gouvernement Michel de la force de pacification de l'ONU sur place. C'est bien dommage!

De levering van F-16's aan Oekraïne

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België bevestigt zijn toezegging om 30 F-16’s aan Oekraïne te leveren tegen 2028, maar de eerste toestellen komen niet dit jaar door vertragingen in de F-35-leveringen en het behoud van eigen operationele capaciteit. Training van Oekraïense piloten en technici heeft prioriteit, aangezien vliegtuigen zonder gekwalificeerd personeel nutteloos zijn, terwijl België wel onderdelen, onderhoudsmateriaal en lucht-doelraketten zal meeleveren. De minister benadrukt samenwerking binnen de F-16-coalitie, waarbij andere landen al wel toestellen hebben geleverd. België blijft maximale inspanningen leveren, maar eigen veiligheid en F-35-transitie beperken versnelling.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, en juillet 2023, la Défense belge a officiellement rejoint la coalition F-16 ( Air Force Capability Coalition ) à laquelle participent douze pays. L'objectif est de fournir à l'Ukraine des avions de combat afin de pouvoir protéger son territoire et son espace aérien.

En mai dernier, dans le cadre de la signature d'un accord bilatéral de sécurité et de soutien à long terme, la Belgique s'engageait à livrer 30 avions de combat F-16 d'ici la fin 2028. On espérait à ce moment la livraison des premiers avions avant la fin de l'année. Ce calendrier est lié à la livraison des F-35 qui prend du retard.

Avec la livraison de moyens sol-air, la livraison de ces avions est essentielle pour la défense de l'espace aérien ukrainien soumis tous les jours à des attaques de drones ou de missiles qui visent notamment les infrastructures énergétiques et surtout touchent les populations civiles.

Madame la ministre, quel est le calendrier de livraison de ces F-16? Les premiers appareils seront-ils livrés cette année? Avez-vous envisagé, en partenariat avec les Pays-Bas, d'accélérer la livraison de ces F-16, quitte à diminuer temporairement les capacités belges? Quels sont les autres matériels et armements que nous livrons en même temps que nos F-16? Je pense par exemple aux pièces détachées, aux appareils liés à l'entretien, à la mise en œuvre des F-16 et aux missiles air-air ou sol-air.

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lasseaux, la Belgique participe activement au sein de la coalition F-16 dans différents domaines. Ces différents domaines sont la formation et l'entraînement des pilotes ainsi que des techniciens, avec un échange d'expérience, d'expertise et de conseils techniques. Toutes ces actions sont coordonnées et synchronisées avec les partenaires de la coalition et l'Ukraine.

Pour ce qui concerne la livraison des F-16, je n'ai jamais changé de ligne. J'ai toujours dit qu'elle se ferait aussi vite que possible pour renforcer la capacité de défense de l'Ukraine et nous mettons tout en œuvre, en concertation avec les alliés partenaires de la coalition F-16 et en fonction du besoin de l'Ukraine, pour accélérer la livraison, si possible avant la fin de l'année. On a toujours dit aussi que cela ne pouvait pas mettre en péril notre propre sécurité et l'opérationnalité de notre capacité aérienne et qu'on devait tenir compte également de la livraison des F-35. Aujourd'hui, je reste sur ce qui a été dit. Nous faisons le maximum mais, à ce stade, nous sommes dans l'impossibilité de livrer les F-16.

Par ailleurs, nous sommes membres d'une coalition au sein de laquelle certains pays ont déjà livré des F-16. Je parlais tout à l'heure de la formation des pilotes, il ne sert évidemment a rien d'avoir deux fois plus d'appareils que de pilotes formés. J'insiste donc vraiment sur la complémentarité fondamentale entre l'envoi de capacités et la formation de pilotes et techniciens car l'usage qui sera fait de ces avions réclamera des techniciens parfaitement rodés à la maintenance de ce matériel.

Comme nous nous y sommes engagés, en fonction de l'arrivée des F-35, nous effectuerons la livraison des F-16 ainsi que du matériel de soutien et des pièces de rechange à l'Ukraine.

Stéphane Lasseaux:

Merci pour votre réponse, madame la ministre. Vous me rassurez quant au fait que nous possédons bien toutes les capacités pour continuer à assurer toutes les missions sur notre territoire et l'entraînement de nos pilotes qui doivent demeurer opérationnels. Il est bon d'entendre que la formation nécessaire et obligatoire à destination des pilotes et techniciens ukrainiens est assurée car ce matériel de haut vol – excusez le jeu de mots – doit rester fonctionnel.

De steun voor de levering van langeafstandswapens aan Oekraïne

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België levert wapens aan Oekraïne uitsluitend voor verdediging op eigen grondgebied, volgens internationaal recht, maar stelt geen juridische beperkingen op langereikend gebruik door anderen. Het land steunt Europese productie-initiatieven (zoals ASAP) voor munitie en coördineert nauw met bondgenoten, zonder zelf dergelijke wapens te bezitten of actief aan te dringen op levering door partners. Kernpunt: autodéfense (Art. 51 VN-Handvest) mag, maar strategische militaire doelen in Rusland moeten civiele schade vermijden om humanitair recht te respecteren.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, le débat sur la fourniture d'armes de longue portée à l'Ukraine bat son plein. Les États qui soutiennent l'Ukraine sont divisés, même si de plus en plus d'entre eux favorisent essentiellement la livraison de telles armes et de tels missiles, mais aussi des drones. Ils entendent également lever les restrictions sur l'utilisation de ces armes contre des objectifs en Russie. Une attaque par des drones ukrainiens contre un dépôt de munitions à Toropets en Russie ce 18 septembre a d'ailleurs démontré l'efficacité de ces attaques à longue portée.

Quelle est la position de la Belgique dans ce dossier? Soutenez-vous la livraison d'armes de ce type et leur utilisation contre des cibles militaires en Russie? Même si la Belgique ne dispose pas de ce type d'armes, incitez-vous nos partenaires qui en disposent à en livrer? Soutenez-vous une action européenne concernant la production et la livraison de ce type d'armements, notamment dans le cadre de l'initiative ASAP (Action de soutien à la production de munitions), comme cela a pu se faire pour les munitions d'artillerie?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Lasseaux, il est d'abord important de noter qu'aucune restriction légale ne peut être invoquée pour limiter l'utilisation d'armes à un certain territoire, y compris en ce qui concerne les armes à longue portée, et ce, pour autant que leur utilisation soit conforme au droit international et au droit des conflits armés. Cela étant dit, les documents qui accompagnent le matériel que la Belgique fournit à l'Ukraine stipulent que le matériel sera utilisé pour la défense du territoire ukrainien.

Le soutien de la Défense belge comprend les dons de stocks et de carburant, les achats auprès de l'industrie et les participations financières dans le cadre des différentes coalitions. Notre effort est constant et fait l'objet d'une coordination étroite entre partenaires et alliés afin d'être complémentaires et de pouvoir répondre au mieux aux besoins des Ukrainiens.

Notre pays soutient fermement les initiatives européennes qui visent à renforcer les capacités de production pour répondre aux besoins d'une défense européenne performante. Nous travaillons avec nos partenaires pour garantir que les actions européennes soient coordonnées de manière optimale.

Stéphane Lasseaux:

Madame la ministre, je vous remercie. Bien évidemment, nous soutenons par principe l'application de l'article 51 de la Charte des Nations Unies relativement au droit à l'autodéfense. Du reste, notre groupe a plaidé en ce sens au Parlement européen. Toutefois, un recours unique contre des sites militaires stratégiques est requis, car il faut naturellement éviter de nouveaux dommages collatéraux impliquant des civils, de manière à respecter pleinement le droit international humanitaire.

De levering van 155 millimetermunitie aan Oekraïne

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België steunt Oekraïne met 200 miljoen euro voor 155mm-artilleriemunitie via de Tsjechische initiatief (levering tweede helft 2024), met strikte kwaliteits- en transparantiecontroles. Daarnaast doneert België rechtstreeks uit eigen voorraden en participeert indirect in de EU’s ASAP (500 miljoen euro voor productieverhoging). Frank dringt aan op versnelling naar "oorlogseconomie" om levens te redden, maar Dedonder wijst op politieke implicaties (regeringsvorming). België blijft militair en industrieel ondersteunen zolang nodig.

Luc Frank:

Madame la ministre, la fourniture d'obus d'artillerie, principalement de 155 mm, est essentielle pour assurer la défense de l'Ukraine. Or les forces ukrainiennes continuent à éprouver des difficultés sur le champ de bataille en raison de la faiblesse des livraisons d'obus par ses partenaires occidentaux. L'Union européenne avait promis de livrer un million d'obus pour la fin 2024. Il importe donc de faire le point sur ces livraisons.

Où en est l'initiative tchèque de livraison d'obus à laquelle la Belgique a annoncé participer en février dernier? À combien s'élève la participation financière de la Belgique sur le plan des engagements et des déboursements? De même, quelles assurances avez-vous reçues en matière de transparence, de qualité des obus et de lutte contre de possibles détournements?

Où en est l'initiative européenne ASAP (Action de soutien à la production de munitions) et quelle est la participation de la Belgique à celle-ci? Enfin, quelles autres actions la Belgique a-t-elle entreprises pour renforcer la fourniture d'obus d'artillerie à l'Ukraine?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Frank, après plus de deux ans et demi d'une guerre unilatérale, la Belgique maintient évidemment ses efforts pour soutenir l'Ukraine dans sa lutte contre l'invasion russe, tant sur le plan de l'aide matérielle, de la formation et de l'entraînement des forces armées ukrainiennes que sur celui de la facilitation de contacts entre les industries belge et ukrainienne. Nous continuons également de participer aux coalitions qui se forment en soutien à l'Ukraine. S'agissant de la formation par la Belgique de militaires ukrainiens, je puis vous dire que nous en sommes aujourd'hui à quelque 3 100 soldats.

En ce qui concerne plus précisément l'engagement belge dans l'initiative tchèque, celle-ci a été approuvée lors du Conseil des ministres du 15 mars dernier. La contribution belge consiste en la livraison de munitions dans le courant du second semestre 2024 pour un montant de 200 millions d'euros.

Dès que les munitions seront livrées, la Défense présentera une demande de remboursement auprès de la Facilité européenne pour la paix.

Le processus de contrôle qualitatif et quantitatif est réalisé en étroite collaboration avec l'entité Security Advisory Group Ukraine International Donor Coordination et la République tchèque. Aucune anomalie n'a été identifiée à ce jour. Comme vous l'avez dit, ASAP (Action de soutien à la production de munitions) est un instrument de la Commission européenne qui négocie directement avec les entreprises. La Défense belge n'est donc pas impliquée dans le processus décisionnel. La Commission européenne dispose d'un budget de 500 millions d'euros qui a pour objectif de soutenir l'augmentation de la capacité de production de munitions et de missiles dans toute l'Europe, d'aider les États membres à reconstituer leurs stocks et de livrer des munitions et des missiles à l'Ukraine. Outre l'initiative tchèque, la Belgique a également soutenu l'Ukraine de manière bilatérale. Nous avons libéré une partie de notre stock de munitions d'artillerie et en avons fait don à l'Ukraine.

Je terminerai en répétant que la Défense belge continue et continuera de répondre aux demandes ukrainiennes, que ce soit au travers de dons effectués à partir de nos propres stocks ou grâce à la mobilisation de notre base industrielle. Le soutien de la Défense belge aux forces armées ukrainiennes perdurera évidemment aussi longtemps que nécessaire.

Luc Frank:

Merci beaucoup pour toutes les initiatives qui ont été prises et pour l'augmentation de la production d'obus. Nous sommes d'avis qu'il faut accélérer le passage à l'économie de guerre – ce que d'autres pays font déjà – car tout retard dans la production et la fourniture d'obus se paie par des vies ukrainiennes. Il faut aussi s'assurer de la transparence des procédures et de la qualité des obus, notamment par le biais de l'initiative tchèque.

Ludivine Dedonder:

Il va falloir que vous parliez du passage à l'économie de guerre dans les discussions pour la formation du gouvernement, parce que cela entraînera d'autres répercussions.

Luc Frank:

Je suis d'accord avec vous.

Het bedrag van de militaire steun voor Oekraïne

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische militaire steun aan Oekraïne bedraagt 1,21 miljard euro (sinds 24/02/2022), met 0,13% van het BBP in 2024 als piekjaar, waarvan 539,2 miljoen (0,09% BBP) daadwerkelijk uitgevoerd dit jaar—terwijl de minister benadrukt dat de focus ligt op langetermijnmodernisering (o.a. defensie-industrie) naast directe wapenleveranties. EPF-terugbetalingen bedragen tot nu toe ~16 miljoen (gespreid tot 2027), met 2,3 miljoen in 2024. Frank hamert op transparantie over geleverde vs. beloofde middelen en waarschuwt voor Duitstalige scepticisme over steun aan Oekraïne, gekleurd door Duitse invloeden en pro-Russische sentimenten. Dedonder bevestigt onverkorte voortzetting van de steun, inclusief F-16-training, medische opvang en humanitaire hulp.

Luc Frank:

Sehr geehrte Frau Ministerin , madame la ministre, il n'est pas toujours aisé de déterminer le niveau exact de l'aide militaire belge à l'Ukraine. Entre les chiffres publiés sur le site du SPF Affaires étrangères, les évaluations du Kiel Institute, qui sert d'étalon au niveau international, ou les annonces que nous pouvons retrouver dans la presse, il y a de quoi être un peu perdu. C'est pourquoi j'estime qu'il est essentiel de pouvoir dresser un bilan chiffré en ce début de législature.

Madame la ministre, quel est le montant total des engagements depuis le 24 février 2022? Que cela représente-t-il en part du PIB? De ces engagements, quel est le montant de ce qui a été réellement liquidé? Que cela représente-t-il en part du PIB? Quels sont les remboursements dont nous avons bénéficié de la part de la Facilité européenne pour la paix (EPF ou European Peace Facility )?

Ludivine Dedonder:

Monsieur Frank, à ce jour, la Défense belge a fait des dons de matériel militaire à l’Ukraine pour environ 1,21 milliard d’euros. Ce montant reprend les dons qui proviennent des propres stocks de la Défense, les achats réalisés auprès des firmes et les participations financières à différentes coalitions.

Dans tous les domaines de coopération, la Belgique essaie à chaque fois de se distinguer par la plus-value qu’elle peut apporter en complément des autres contributions de partenaires, afin de renforcer les capacités actuelles de l’armée ukrainienne et de la moderniser pour lui permettre de se défendre à plus long terme.

Je pense sincèrement que cette dimension est très importante. La Belgique ne s’arrête pas uniquement à de l’aide sur le court terme, en fournissant des armes, des munitions et du matériel humanitaire. Il est également primordial de pérenniser cet appui sur le long terme. Cela passe indéniablement par le renforcement de la base industrielle et technologique de défense ukrainienne.

En ce qui concerne les achats et les participations financières, le montant total des engagements depuis le 24 février 2022 se répartit comme suit.

Les engagements s'élèvent, en 2022, à 76,5 millions d'euros, soit 0,01 % du PIB. En 2023, ils sont de 185,5 millions, soit 0,03 % du PIB et, en 2024, de 806,1 millions, soit 0,13 % du PIB.

Les liquidations s'élèvent, en 2022, à 65,9 millions, soit 0,01 % du PIB. En 2023, il s'agit de 196,1 millions, soit 0,03 % du PIB et, en 2024, de 539,2 millions (l'année n'est pas terminée), soit 0,09 % du PIB.

Le remboursement du fonds EPF, qui se fait au profit de la Trésorerie, ne couvre pas seulement les dépenses engagées par la Défense, il prend également en compte les demandes des autres départements fédéraux belges. Une première tranche de 1,8 million d'euros a été remboursée en 2022 et en 2023, à raison de 904 000 euros par année. Une deuxième tranche de 11,3 millions d'euros et une troisi è me de 10,6 millions ont également été approuvées. Le remboursement de ces deux tranches s'étend sur quatre ans, de 2024 à 2027. Pour le moment, 2,3 millions d'euros ont déj à été versés cette année.

Pour terminer, je voudrais réaffirmer notre soutien à l'Ukraine, tant dans le domaine politique, humanitaire que militaire. Nous nous sommes engagés à contribuer activement à l'organisation de la formation et de l'entraînement; à l'accueil des soldats gravement brûlés; à la livraison du matériel humanitaire, d'équipements, d'armes et de munitions; à la contribution structurelle aux coalitions de capacités telles que la coalition F-16, la coalition de déminage ou la coalition IT, et je pourrais encore poursuivre cette énumération. Nous maintiendrons notre soutien tant que nécessaire.

Luc Frank:

Madame la ministre, je vous remercie vivement. Il est vraiment important d'être le plus transparent possible pour le Parlement, mais aussi pour le grand public. Comme vous l'aurez sans doute entendu, je suis germanophone. Dans ma région, nous avons une vision un peu différente. Nous subissons en effet beaucoup d'influence de la part de l' Allemagne. Il importe également de sensibiliser la population à la situation dans laquelle nous sommes et aux aides médicales que nous fournissons. De plus en plus de personnes disent ne pas apprécier que l'on fasse la guerre contre l'ex-Union soviétique, c'est-à-dire la Russie. Elles pensent plutôt que c'est bon État. Je ne vois pas du tout les choses de cette façon. Il importe de donner les chiffres. Que ce soit pour les montants fournis ou pour le matériel, il faut clairement distinguer ce à quoi nous nous sommes engagés et ce qui a été véritablement livré aux Ukrainiens.

De militaire samenwerking tussen België en Israël

Gesteld door

lijst: PVDA Robin Tonniau

Gesteld aan

Ludivine Dedonder

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België erkent de catastrofale humanitaire crisis in Gaza (41.000 doden, massale ondervoeding, verwoeste infrastructuur) en benadrukt de nood aan een onmiddellijk staakt-het-vuren en een tweestatenoplossing als enige duurzame uitweg. Minister Dedonder bevestigt geen directe militaire samenwerking met Israël (geen wapenleveringen, reparaties of reserveonderdelen), maar Belgische bedrijven leveren wel onderdelen voor F-35’s (via Amerikaanse contracten) die Israël inzet, en Israëlische firma’s doen onderhoud voor Belgisch defensiematerieel. Tonniau eist een totale boycot van Israël, inclusief wapenembargo en verbreking van alle banden, en wijst op Belgische medeplichtigheid via indirecte wapenproductie en politieke steun. De kern: België distantieert zich retorisch van Israëlische oorlogsvoering maar blijft economisch-militair verbonden via omwegen.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, het afgelopen jaar heeft het Israëlische leger meer dan 41.000 Palestijnen gedood, vermoord. Die cijfers zijn verschrikkelijk en achter die cijfers schuilen mensen, bejaarden, vrouwen, kinderen en baby's. Het aantal gedode kinderen wordt vandaag op 14.100 geschat, vermorzeld onder ingestorte gebouwen. Nog eens 12.000 kinderen werden verwond door kogels, bommen en granaten. Een derde van de nog levende kinderen in Gaza lijdt aan acute ondervoeding. De humanitaire situatie in Gaza is meer dan kritiek. Vijfentachtig procent van de schoolgebouwen is beschadigd of vernietigd, alle universiteiten zijn verwoest. Vijfennegentig procent van de Gazanen kampt met ernstige voedseltekorten. In de couveuses die nog werken, liggen er drie tot vier baby'tjes tegelijkertijd. Negentien van de 36 ziekenhuizen in Gaza zijn kapotgeschoten. Waterpompen zijn stuk of werken niet meer door gebrek aan brandstof. Kinderen drinken dus vervuild of zout water. Een miljoen mensen is hun huis moeten ontvluchten.

Dat alles is de verantwoordelijkheid van het crimineel regime dat aan de macht is in Israël, en van het Westen, dat het regime steunt. De mensenrechtenschendingen en de oorlogsmisdaden in het Midden-Oosten, specifiek in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Libanon, gaan onverminderd voort. Dag na dag worden onschuldige burgers gedood, vermoord door het Israëlische leger. Israël zet daarvoor F-16- en F-35-gevechtsvliegtuigen in, maar ook drones die mensen targetten met behulp van artificiële intelligentie.

Het zou toch onmenselijk zijn dat België zulke oorlogsmisdaden steunt door samen te werken met het Israëlische leger. Werkt de Belgische Defensie samen met die van Israël? Indien ja, op welke manier? Werden er de afgelopen vijf jaar door de Belgische Defensie reserveonderdelen uitgewisseld of verkocht aan het Israëlische leger? Werden er de afgelopen vijf jaar door onze Defensie reparaties uitgevoerd aan Israëlische gevechtsvliegtuigen, zoals F-16's,?

Zijn er vandaag Belgische bedrijven betrokken bij de productie van Israëlisch militair materiaal, zoals hun F35-gevechtsvliegtuigen? Zo ja, welke samenwerkingen zijn er en hoe zijn die te verantwoorden? Kunt u garanderen dat er vandaag geen enkele vorm van militaire samenwerking is tussen België en Israël?

Ludivine Dedonder:

Op het eigenste moment zijn er te veel burgerslachtoffers te betreuren in het conflict, dat uitzichtloos lijkt te zijn. Ik maak van de gelegenheid gebruik om nogmaals te beklemtonen hoe belangrijk het is om internationale resoluties en verdragen te respecteren, vooral inzake het internationaal humanitair recht. We moeten ook absoluut de burgers sparen. Mijn oproep is geen wensdenken. Het moet duidelijk zijn dat het de absolute basis vormt van ons standpunt: het volledige internationale recht en niets anders dan het internationale recht, overal.

De conflicten zijn meer dan ooit symptomatisch voor de problemen van onze tijd, zoals polarisatie en de opkomsten van extremistische of gewelddadige meningen, en bevatten de kiemen van een potentiële regionale vuurzee. Ook al lijkt een politieke en diplomatieke dialoog nog zo moeilijk, er is geen andere duurzame oplossing voor het conflict. Ons standpunt moet duidelijk zijn: het conflict kan enkel worden opgelost door de oprichting van een Palestijnse staat, die de beste garantie zou zijn voor de veiligheid van Israël en de stabiliteit in de regio, met name op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon.

De tragedies die die oorlogen hebben veroorzaakt, maken een humanitair staakt-het-vuren met de dag urgenter.

Dan kom ik aan de militaire samenwerking tussen België en Israël. Er is momenteel geen samenwerking betreffende aankopen. Wel heeft de Belgische Defensie met Israëlische firma's een aantal contracten lopen voor het onderhoud van en de levering van wisselstukken voor kritisch materieel dat in het verleden werd aangekocht. Er werden de voorbije vijf jaar geen reserveonderdelen uitgewisseld met noch verkocht aan het Israëlische leger. De Belgische Defensie heeft de voorbije vijf jaar geen herstellingen aan Israëlische gevechtsvliegtuigen uitgevoerd.

Het F-35-programma wordt beheerd via het F-35 Lightning II Joint Program Office, via contracten met de Amerikaanse industrie, zijnde Lockheed Martin en Pratt & Whitney. Die firma's bestellen productieonderdelen bij onderaannemers, onder andere in de Belgische industrie, en wijzen binnen de assemblagelijn de onderdelen op anonieme wijze toe aan de verschillende landen die over F-35's beschikken.

Robin Tonniau:

Mevrouw de minister, over de politieke oplossing zijn we het eens, maar er is dus wel degelijk een samenwerking tussen de Belgische Defensie en die van Israël. Of dat nu van ons land naar Israël is of omgekeerd, er zijn Israëlische bedrijven die onderhoud doen voor onze Defensie en er zijn ook Belgische bedrijven die onderdelen leveren voor de productie van F-35's die uiteindelijk ook in Israël worden gebruikt om Palestijnen, Libanezen en Jemenieten te bombarderen. Voor ons is het duidelijk, wij willen een boycot en een verbod op de doorvoer van wapens, alsook op elke andere manier van samenwerking. Elke andere manier van samenwerking moet ook stopgezet worden. We moeten ons distantiëren van het regime in Israël. We moeten dat genocidaire regime, dat zich onoverwinnelijk gedraagt, een boycot opleggen. Israël ontsteekt de lont in het kruitvat in het Midden-Oosten en dat kan het alleen maar dankzij de steun van het Westen, van de Verenigde Staten. Israël bombardeert en wij steken onze duim omhoog. Hier moeten we een lijn trekken. We moeten alle banden met Israël verbreken. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 11.40 uur. La réunion publique de commission est levée à 11 h 40.

Palestijnse asielzoekers
Palestijnse terreurverdachten
De uitzetting van twee in Griekenland als vluchteling erkende Palestijnen naar Egypte
Het persbericht van Myria over de visumaanvragen van Gazanen
De asielaanvragen van Palestijnen in België
Palestijnse asiel- en migratiekwesties in Europa

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De discussie draait om de stijgende instroom van Palestijnse asielzoekers in België en de veiligheids- en erkenningrisico’s die daarmee gepaard gaan. Staatssecretaris Nicole de Moor bevestigt dat België disproportioneel veel Palestijnse asielaanvragen ontvangt (vaak via *M-statussen* na eerdere erkenning elders in de EU, zoals Griekenland) en dat de hoge erkenningsgraad (90% in 2024) te wijten is aan jurispudentie die UNRWA-bescherming niet langer als voldoende ziet, plus de humanitaire crisis in Gaza. Ze benadrukt individuele screening op veiligheidsrisico’s (samenwerking met Veiligheid van de Staat, politie) en dat terreurverdachten (bv. Hamas-leden) kunnen worden uitgesloten, maar verwijdering naar Gaza is nu onmogelijk. Kritiekpunten: Oppositieleden (Van Rooy, Safai) wijzen op potentiële radicalisering (onderzoek toont brede steun voor Hamas, sharia en antisemitisme bij Palestijnen), misbruik van het asielsysteem (groepserkenning in strijd met Genève-conventie) en gebrek aan strenge veiligheidschecks, terwijl Aouasti vraagt om duidelijkheid over terugkeerrisico’s naar Egypte en digitale visumprocedures voor Libanese familiehereniging. Vandemaele dringt aan op meer soepelheid voor humanitaire visa uit Gaza, maar de Moor houdt vast aan wettelijke kaders en wijst op bestaande digitale kanalen voor gezinshereniging.

Voorzitter:

Voor de nieuwe collega's verduidelijk ik eerst even dat we ook in de commissie met een klok werken, althans voor de mondelinge vragen en interpellaties. Voor een mondelinge vraag bedraagt de spreektijd twee minuten. Daarna volgt het antwoord van de minister, waarop u nog één minuut krijgt voor een repliek. Voor collega's die meerdere vagen hebben ingediend, wordt de spreektijd proportioneel verhoogd.

Sam Van Rooy:

Zes Palestijnse moslims van wie er vier in België verblijven en van wie er één een voormalig lid van Hamas is, hebben allicht via het islamitische hawalaprincipe op zeven jaar tijd tientallen tot honderden miljoenen euro’s versluisd naar de Palestijnse gebieden voor jihadistische terreur en dus allicht ook voor de genocidale, jihadistische massaslachting van 7 oktober in Israël. Een deel van de transacties werd uitgevoerd via cryptocurrencies.

Die zes staan nu terecht wegens deelname aan een terroristische groepering en het financieren van terrorisme. Het islamitische hawalasysteem is populair bij criminele netwerken en terroristische groeperingen. Een van de verdachten, Husam A., ook gekend als Abou Adam, geboren in Khan Younis in het zuiden van de Gazastrook, is gedomicilieerd in Sint-Joost-ten-Node en zou in België verantwoordelijk zijn voor een jihadistisch netwerk met mondiale vertakkingen. Hij staat aan het hoofd van het wereldwijde netwerk ‘De handelaren van Groter Europa’ op WhatsApp, dat ook actief is in andere landen waaronder Frankrijk, Syrië, Koeweit, Canada, Qatar, Turkije en Maleisië.

Mevrouw de staatssecretaris, in hoeverre was u op de hoogte van het vaak door criminelen en terroristen gebruikte islamitische hawalabanksysteem. In welke mate wordt dat in België gebruikt?

Hoe konden die Palestijnse verdachten in België verblijven? Waarom hebben ze destijds een verblijfsvergunning gekregen? Ik vraag dus meer toelichting over de zes verdachten met betrekking tot hun aankomst in België, hun procedure en hun verblijfsstatus.

Wat weten we over het jihadistische netwerk met mondiale vertakkingen waarvan sprake en in hoeverre werd het blootgelegd en opgerold?

Hebt u een idee hoeveel voormalige leden van Hamas en Hezbollah in België verblijven? Hoeveel sympathisanten van Hamas en Hezbollah wonen intussen in België?

Indien die zes Palestijnen worden veroordeeld, zullen zij dan hun verblijfsvergunning verliezen en het land worden uitgezet?

Tot slot – de belangrijkste vraag in het licht van deze zorgwekkende terreurzaak –, zal er een extra veiligheidsscreening gebeuren – ik kom daar dadelijk in mijn andere ingediende vraag op terug – van de Palestijnen die naar België komen en die al dan niet asiel aanvragen? Wat is het gevolg als een Palestijnse asielzoeker sympathie vertoont voor Hamas, voor de gewapende jihad en/of antisemitische sentimenten blijkt te hebben? Ik woon namelijk in Antwerpen, waar joden steeds meer bang zijn voor en steeds meer worden belaagd door antisemitische, vaak jonge, moslims.

Ik ga nu over naar mijn vraag over de grote groep Palestijnse asielzoekers die momenteel ons land binnenkomt. Uit cijfers van het CGVS blijkt dat Palestijnen sinds maart de grootste groep asielzoekers vormen in ons land. Die cijfers zijn best onrustwekkend: van januari tot juni van dit jaar hebben 2.500 Palestijnen bescherming gevraagd. In heel 2023 ging het om 3.249 aanvragen. Ook binnen het totale aantal asielaanvragen van 17.853 zijn Palestijnen de grootste groep.

Voorzitter:

Mijnheer Van Rooy, u zult moeten afronden, want uw vier minuten zijn intussen al verstreken.

Sam Van Rooy:

Het gaat hier heel snel, mijnheer de voorzitter.

Voorzitter:

Ik bepaal de snelheid van de tijd niet.

Sam Van Rooy:

Ongeveer 90 % van de Palestijnen komt uit Gaza. Ook in het licht van mijn vorige vraag over de terreurverdachten vraag ik uw reactie hierop. Waarom kiezen al die Palestijnen voor België en niet voor een ander land? Hoe geraken zij vanuit Gaza België binnen? Waarom is de beschermingsgraad zo hoog geworden? Tot slot, begrijpt u dat het toelaten van meer Palestijnen in ons land gelijkstaat met het binnenhalen van meer moslimfundamentalisme en antisemitisme?

Khalil Aouasti:

Madame la ministre, ce débat devait, à notre demande, porter sur la situation au Moyen-Orient, puisque c'est une question qui est plus globale et intrinsèquement liée.

Ma première question est liée à un événement spécifique qui s'est produit au cours de l'été. Il s'agit du renvoi de personnes palestiniennes qui ont été reconnues réfugiées dans un autre État européen – en l'occurrence la Grèce – vers le territoire égyptien. La presse et différentes organisations s'en sont émues en se demandant pourquoi et sur quelle base des personnes qui sont reconnues comme réfugiées dans un autre État européen sont renvoyées vers un État tiers et non pas vers cet État européen qui les a reconnues. Sur base de quelles conditions et suivant quelle analyse de risque cette décision est-elle prise? Quelle est l'analyse de risques qui est développée par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) pour pouvoir renvoyer des personnes vers l'Égypte, alors même que l'on sait que les conditions d'accueil et d'acceptation de ces personnes en Égypte sont désastreuses?

Ma deuxième question concerne le Liban. De nombreux Belgo-Libanais ou Libanais établis en Belgique nous indiquent l'effroi qu'ils ont pour leurs familles qui se trouvent encore sur le territoire libanais avec l'impossibilité pour ces personnes de pouvoir s'adresser à un poste diplomatique pour pouvoir demander un visa et venir en Belgique rejoindre leur famille. Quelles sont les procédures mises en place pour digitaliser ces processus et pour permettre à ces Libanais qui sont bloqués au Liban d'introduire des demandes de visas et de rejoindre leurs familles ici en Belgique?

Finalement, face à la guerre, nous ne nierons pas qu'il y aura un afflux de réfugiés. Quel accueil digne allons-nous leur réserver?

Matti Vandemaele:

Mijnheer de voorzitter, collega's, de situatie in het Midden-Oosten oogt erg somber en de toestand in onder andere Gaza is dramatisch. Scholen, ziekenhuizen en zelfs hele woonwijken worden verwoest. Een accurate beschrijving van de situatie aldaar is eigenlijk niet mogelijk. Gaza was al een openluchtgevangenis en is ondertussen misschien wel de minst leefbare plek op aarde.

Myria, het federaal migratiecentrum, publiceerde in juni een persbericht waarin het pleit voor meer soepelheid bij de indiening en behandeling van visumaanvragen voor Gazanen. Ook in zijn jaarverslag vraagt Myria bijzondere aandacht voor Belgen of familieleden van Belgen en mensen met een verblijfsrecht die vastzitten in Gaza.

Visumaanvragen voor gezinsherenigingen kunnen via e-mail worden ingediend en worden prioritair behandeld. Toch zijn er veel obstakels om die gezinshereniging mogelijk te maken. Zo is het bijvoorbeeld heel erg moeilijk om officiële documenten te verkrijgen en om de familieband te bewijzen. Een visumaanvraag om humanitaire redenen kan niet digitaal ingediend worden, waardoor mensen die in Gaza zitten geen toegang hebben tot die procedure. Humanitaire visa zijn een gunst en worden voornamelijk toegekend aan mensen met een familiale band of een andere link met ons land.

In een persbericht roept Myria de overheid dus op om in de nodige administratieve soepelheid te voorzien bij die visumaanvragen. Daarnaast vraagt Myria ook dat duidelijke, gecentraliseerde informatie beschikbaar is voor de mensen.

Mevrouw de staatssecretaris, bent u op de hoogte van dat persbericht? Ik veronderstel van wel. Myria stelt dat duidelijke, gecentraliseerde informatie nodig is. Hoe zal de Dienst Vreemdelingenzaken dat aanpakken?

In welke mate houdt de DVZ bij de behandeling van visumaanvragen voor gezinshereniging rekening met de ernst van de oorlog in Gaza? Hoe zal u voor die soepelheid zorgen? Waarom blijft het voor Gazanen met een band met België of met familieleden in ons land onmogelijk om humanitaire visumaanvragen digitaal in te dienen? Kan ook daar meer soepelheid worden toegepast?

Voor hoeveel Gazanen werd een visum voor gezinshereniging afgeleverd sinds 7 oktober 2023? Werden in de afgelopen maanden nog Gazanen geëvacueerd?

Mijnheer de voorzitter, mijn verontschuldigingen omdat ik de spreektijd met 20 seconden heb overschreden.

Voorzitter:

U hebt het perfect gedaan, bijna perfect.

Darya Safai:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het aantal asielaanvragen ingediend door Palestijnen is momenteel heel hoog. Voor de eerste acht maanden van 2024 staat de teller op 3.078 aanvragen. Dat fenomeen kan niet worden herleid tot de actuele oorlog tussen Israël en de terreurgroep Hamas in de Gazastrook. Egypte houdt zijn grens met Gaza immers hermetisch dicht. Enkel Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever kunnen naar het buitenland vertrekken. Ook leven grote gemeenschappen Palestijnen in buurlanden zoals Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon met een vluchtelingenstatus van de Verenigde Naties, evenals een onbekend aantal in Europa.

Niettemin kent het CGVS aan zo goed als elke Palestijnse asielzoeker het vluchtelingenstatuut toe. Concreet nam het die beslissing in 1.715 van de 1.898 gevallen in 2024. In geen enkel geval werd de subsidiaire bescherming toegekend. Dat werpt vragen op. Het vluchtelingenstatuut vereist dat een asielzoeker kan aantonen persoonlijk en individueel te zijn vervolgd. Het CGVS kende in 2024 evenwel dat statuut toe in negen op tien gevallen. Dat duidt erop dat het CGVS ter zake aan groepserkenning doet, wat in tegenspraak is met zowel de Belgische wetgeving als met de Europese kwalificatierichtlijnen en de Conventie van Genève zelf.

Daarom heb ik voor u de hiernavolgende vragen.

Kunt u ons een beeld schetsen van de herkomst van de Palestijnse asielzoekers in België? Aangezien Egypte zijn grensmuur met Gaza hermetisch dichthoudt, kunnen zij namelijk niet uit Gaza komen.

Bent u van plan de anomalie in het beschermingsbeleid, namelijk de praktijk van groepserkenning als vluchteling, aan te kaarten op een informeel overleg met het CGVS? Bent u van plan desgevallend beroep aan te tekenen tegen zulke erkenningen indien op uw vraag daarover geen bevredigend antwoord wordt gegeven? Dat beleid genereert immers een aanzuigeffect op België op een moment waarop wij reeds met een asielcrisis worstelen.

Ten slotte, hoe verloopt de veiligheidsscreening van die asielzoekers? Het kan immers niet worden uitgesloten dat sommigen onder hen sympathieën voor, dan wel een rechtstreekse betrokkenheid hebben met jihadistische terreurgroepen als Hamas en Hezbollah.

Voorzitter:

Het betreft hier een actuadebat. Wensen nog leden zich aan te sluiten? (Nee)

In dat geval geef ik het woord aan mevrouw de staatssecretaris.

Nicole de Moor:

Collega's, het is de eerste keer dat ik mondelinge vragen kom beantwoorden in het nieuw samengestelde Parlement. Ik wil u eerst en vooral dus allemaal welkom heten in deze commissie. Er zijn enkele bekende gezichten uit de vorige legislatuur, zowel onder de Parlementsleden als onder hun medewerkers, en er zijn zelfs medewerkers die Parlementslid geworden zijn. Proficiat. Ik ben blij u hier te ontmoeten.

Wij hebben in de vorige legislatuur altijd zeer boeiende debatten gehouden over het thema migratie. Ik ben ervan overtuigd dat wij die ook zullen kunnen houden in deze legislatuur. In de periode waarin ik hier nog ben als staatssecretaris in lopende zaken zal ik alvast mijn uiterste best doen om uw vragen te antwoorden.

Ik kom meteen bij de eerste vraag. De huidige situatie in Palestina is zeer complex. Zij zorgt voor verschillende vragen over uiteenlopende thema's. Ik zal mijn best doen om op alle vragen te antwoorden, al waren het er heel wat. Ik verontschuldig mij alvast omdat ik heel wat tijd nodig zal hebben om alle vragen te beantwoorden.

Mijnheer Van Rooy, wij stellen inderdaad vast dat er proportioneel gezien meer Palestijnse asielzoekers naar België komen dan naar andere Europese lidstaten. Het is altijd moeilijk om exact vast te stellen wat precies de beweegredenen zijn van individuen om asiel aan te vragen in een bepaalde lidstaat. Het kan zeker meespelen dat er in België al een aanzienlijke Palestijnse gemeenschap aanwezig is. Als mensen kunnen steunen op een reeds aanwezig netwerk, op vrienden of familie bijvoorbeeld, merken wij dat zij vaker kiezen voor een land waar zo'n netwerk reeds aanwezig is.

Het klopt ook dat de beschermingsgraad van Palestijnse asielzoekers gestegen is in de afgelopen jaren. Een van de redenen hiervoor is juridisch-technisch. Voor 2021-2022 kregen Palestijnse verzoekers vaak geen asiel omdat zij al onder de bescherming van UNRWA vielen, de organisatie van de VN voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. Omdat zij al bescherming genoten van deze organisatie, moest België hen niet erkennen en bleven zij uitgesloten van de vluchtelingenstatus. In de voorbije jaren werd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen echter vastgesteld dat UNRWA niet altijd daadwerkelijk bescherming kon bieden aan Palestijnse vluchtelingen. Door toedoen van de rechtspraak kon het CGVS de uitsluitingsclausule ten aanzien van Palestijnen dan ook niet langer toepassen. Hierdoor steeg de beschermingsgraad voor Palestijnen dan ook aanzienlijk. Ook de huidige dramatische situatie in de Palestijnse gebieden zorgt er uiteraard voor dat het CGVS nog vaker oordeelt dat een terugkeer, zeker naar Gaza, niet veilig is.

Een ander fenomeen dat we vaststellen, is de stijging van het aantal Palestijnen dat in België asiel aanvraagt nadat ze al eerder asiel hadden gekregen in een andere lidstaat, meestal in Griekenland. Dat zijn de zogenaamde M-statussen. Ik vind dat echt problematisch. Ik organiseerde daarover al vaak overleg met mijn diensten en ook met Europese collega's om na te gaan hoe we dit kunnen tegengaan. Ik vind het immers niet rechtvaardig dat deze mensen soms ook een plaats in de opvang innemen, terwijl ze eigenlijk al bescherming in een andere Europese lidstaat genieten.

Ik besef zeker dat de situatie in Griekenland niet altijd evident is, maar ik kan u zeggen dat die bij ons ook niet evident is. Ons land wil zeker solidair zijn met oorlogsvluchtelingen – dat zijn Palestijnen vandaag –, maar het is niet normaal en ook niet houdbaar dat wij consequent de helft of meer dan de helft van alle asielaanvragen van Palestijnen in de hele EU ontvangen. Elk land moet zijn deel daarin doen.

In het Europees Asiel- en Migratiepact worden een aantal mechanismen ingebouwd om een betere verdeling en solidariteit tussen de lidstaten te bekomen. Hierdoor kan in de toekomst worden vermeden dat de instroom van een bepaalde nationaliteit te zwaar zou wegen op het asielsysteem van een lidstaat. Het is dan ook cruciaal voor mij om ervoor te zorgen dat we deze nieuwe Europese regels zo snel mogelijk in elke Europese lidstaat uitrollen.

U zei dat het zeer moeilijk is om Gaza te verlaten, mijnheer Van Rooy, mevrouw Safai. Dat is daadwerkelijk zo. De grenzen van Gaza zijn sinds het conflict grotendeels gesloten, zowel aan Israëlische zijde als aan Egyptische zijde. Dat betekent dat Palestijnen die nu in Europa of in ons land aankomen vaak al eerder Gaza hadden verlaten.

Mijnheer Van Rooy, u had een vraag over de denkbeelden van Palestijnen. Ik kan u alleen zeggen dat het CGVS als onafhankelijke instantie elke asielaanvraag individueel beoordeelt, op grond van Europese en nationale wetgeving.

Personen die een veiligheidsrisico zouden vormen – mevrouw Safai, u had daarover ook vragen – worden grondig gescreend door onze diensten. Bij de registratie van een verzoeker om internationale bescherming door de DVZ worden veiligheidsscreenings in de verschillende databanken gedaan. De screening wordt ook uitgevoerd door de Veiligheid van de Staat, de ADIV en de politie. De verzoeker wordt gecontroleerd in het Schengeninformatiesysteem om na te gaan of hij geseind staat met het oog op weigering van toegang tot het grondgebied. In het geval van een eerdere aanvraag wordt ook de ANG van de politie geconsulteerd.

Wij nemen dus elke potentiële bedreiging bijzonder ernstig. Asielzoekers die een ernstig gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormen, kunnen dan ook van de beschermingsstatus worden uitgesloten. Hetzelfde geldt voor personen die actief militair waren in een terroristische groepering zoals Hamas. Ook zij kunnen van de vluchtelingenstatus worden uitgesloten.

Die initiële screening is niet definitief. De DVZ kan zijn partners op ieder ogenblik opnieuw contacteren om ze op de hoogte te brengen van een problematisch profiel, zodat een grondig onderzoek kan gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld na verklaringen van de verzoeker bij zijn interview bij de DVZ of op basis van informatie die wij krijgen van de gemeentelijke administratie, de politie en dies meer.

Mevrouw Safai, het feit dat er sprake is van een hoge beschermingsgraad van Palestijnen betekent niet dat er sprake is van groepserkenning. Het CGVS is een onafhankelijke instantie en elk dossier wordt individueel beoordeeld op grond van internationale en Europese normen. Het is niet omdat er veel Palestijnen erkend worden dat dit op groepsbasis gebeurt. Elk dossier wordt individueel beoordeeld. Als het CGVS vervolgens van oordeel is dat een persoon uit Gaza bescherming nodig heeft omdat hij zich in Gaza in een levensbedreigende situatie zou bevinden, dan heb ik niet de intentie om beroep aan te tekenen tegen die beslissing. Ik heb daarbij het volste vertrouwen in de grondige en onafhankelijke beoordeling van het CGVS. Wetend hoe de situatie in Gaza vandaag is, vind ik de hoge erkenningsgraad ook niet zo opmerkelijk.

Mijnheer Van Rooy, wat uw vragen over de zes individuele personen betreft, moet ik u meedelen dat ik niet bevoegd ben om deze te beantwoorden. Aangezien u nieuw bent in deze commissie, heb ik daar alle begrip voor. Ik denk dat u ook wel weet dat ik niet op al die vragen een antwoord kan geven. U peilt bijvoorbeeld naar informatie die de veiligheidsdiensten verzamelen en verwerken. Ik verwijs u daarvoor naar de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. Andere vragen hebben betrekking op details uit individuele dossiers, waarover ik u evenmin informatie kan geven in deze commissie.

Ik kan u wel meedelen dat van de zes personen die u vermeldt er vier een vluchtelingenstatus hebben. Voor drie van hen vroeg de Dienst Vreemdelingenzaken de intrekking van hun statuut. In twee gevallen werd dit verzoek niet ingewilligd door het CGVS, dat onafhankelijk oordeelt. Een derde vraag tot intrekking is nog in behandeling. Een vijfde persoon verblijft onwettig op het grondgebied en zit nu in de gevangenis. Een zesde persoon bevindt zich niet in België.

Zoals daarnet al uitgelegd, gebeurt er altijd een screening wanneer iemand in België asiel aanvraagt en kan de screening op ieder ogenblik opnieuw gebeuren.

De federale vreemdelingenwet en het internationale vluchtelingenverdrag bepalen dat een aanvrager wordt uitgesloten van internationale bescherming als hij of zij verantwoordelijk is voor daden die zo ernstig zijn dat men geen internationale bescherming verdient. Bovendien mogen de bepalingen met betrekking tot internationale bescherming ook niet toestaan dat criminelen in hun eigen land aan berechting ontsnappen. Wanneer het CGVS dus tot uitsluiting besluit, dient het ook advies over een eventuele verwijdering uit te brengen.

Wat Palestijnen betreft, is het CGVS bijzonder aandachtig voor aanwijzingen die de toepassing van de uitsluitingsclausule rechtvaardigen. Indien er vermoedens zijn dat een uitsluiting nodig is, worden die dossiers aan gespecialiseerde protection officers toegewezen. Zij volgen deze dossiers dan op met de nodige expertise, zorg en aandacht.

In overeenstemming met de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie is het louter behoren tot een groep die op een lijst van terroristische organisaties staat op zich niet voldoende om iemand uit te sluiten van het vluchtelingenstatuut. Het CGVS moet altijd kijken naar individuele en concrete handelingen van de betrokkenen. Het CGVS onderzoekt deze grondig. Bepaalde activiteiten van de personen die betrokken zijn bij deze terroristische groepering kunnen uiteraard aanleiding geven tot de toepassing van de uitsluitingsclausules. Zo heeft het CGVS onlangs bijvoorbeeld verschillende aanvragers van internationale bescherming uitgesloten die deelnamen aan de bouw van het tunnelnetwerk van de Al Qassambrigades – de gewapende vleugel van Hamas – dat cruciaal is voor het vermogen van de groep om militaire operaties uit te voeren.

U polst ook naar het geval waarin bepaalde informatie pas in een latere fase, dus na de toekenning van de vluchtelingenstatus, bekend wordt. Dat is een vraag naar de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling voor het verblijfsstatuut en de verwijdering. Die gevolgen hangen af van het precieze verblijfsstatuut dat de betrokkene heeft en de aard van de veroordeling. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om meteen de verblijfstitel van een erkend vluchteling in te trekken. Het is wel mogelijk om de intrekking van het statuut te vragen aan het CGVS, waarna ook het verblijfstatuut kan worden ingetrokken.

Als het vluchtelingenstatuut wordt ingetrokken door het CGVS, dan zal worden bekeken of het verblijf kan worden ingetrokken door de DVZ. Het is immers pas wanneer de betrokkene geen verblijfsrecht meer heeft dat een verwijdering kan worden onderzocht. Dat is ook afhankelijk van de bestemming waarnaar de betrokkene kan worden verwijderd. Indien de betrokkene bijvoorbeeld vandaag afkomstig is uit Gaza of van de Westelijke Jordaanoever, dan is het in de huidige omstandigheden niet mogelijk om een verwijdering naar die regio te organiseren. Als de persoon echter over verblijfsrecht beschikt of zou kunnen beschikken in een ander land dan België, dan kunnen de nodige stappen worden gezet om daarvoor reisdocumenten te verkrijgen.

Monsieur Aouasti, vous m’avez demandé des détails sur des dossiers individuels de certaines personnes qui ont été renvoyées en Égypte. Comme vous le savez, je ne peux pas donner ce genre de détails sur des dossiers individuels, mais je peux vous expliquer la procédure suivie, dans le respect, bien sûr, des droits des personnes concernées.

Tout d’abord, je tiens à rappeler que mes services agissent toujours dans un cadre juridique. Les fonctionnaires belges appliquent le droit international et européen en vigueur. Dans les deux dossiers, les actions de mes services ont été soumises à un contrôle judiciaire par le Conseil du Contentieux des é trangers (CCE).

Concernant les faits, les deux cas impliquent des passagers arrivant par vol commercial depuis l’Égypte à la frontière belge. À leur arrivée, l’inspection aux frontières a constaté que ces personnes ne remplissaient ni les conditions d’entrée, ni celles pour un séjour de courte durée. Elles se sont ainsi vu refuser l’accès au territoire.

Dans les deux cas, une demande d’asile a ensuite été déposée à la frontière. Les deux demandes ont été déclarées irrecevables par le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA), cette décision ayant été confirmée en appel par le CCE. Les deux instances indépendantes disposaient de toutes les informations nécessaires, y compris le pays d’origine et de départ.

Conformément à la convention de Chicago relative à l’aviation civile internationale, les passagers ont été renvoyés dans leur pays de départ, à savoir l’Égypte, et bien évidemment pas dans le pays de nationalité, soit un pays tiers de leur choix.

Dans le cadre de l’aviation commerciale, le transporteur est responsable de la vérification des documents de voyage avant le départ. La convention de Chicago oblige les États membres, dont l’Égypte, à reprendre les personnes dont l’entrée a été refusée dans le pays de destination.

L’Égypte est signataire de la convention de Genève relative au statut des réfugiés et accueille de nombreux réfugiés et migrants de la région, dont les Palestiniens. L’Égypte était aussi le pays de résidence volontaire de ces deux personnes.

Tot slot, mijnheer Vandemaele, de situatie in Gaza is inderdaad nog steeds verschrikkelijk en verdient onze blijvende aandacht. Myria geeft ook terecht aandacht aan de kwetsbare groep Gazanen die vaak geblokkeerd zit aan de grens. De DVZ overlegt trouwens regelmatig over dit onderwerp met Myria en UNHCR. De laatste keer was dat op 24 september.

Er wordt binnen de grenzen van de wet gezocht naar allerhande manieren om tegemoet te komen aan problemen op het terrein. De modaliteiten voor het indienen van een visumaanvraag, zoals de indiening per mail voor gezinshereniging, zijn al lange tijd beschikbaar op de website van de DVZ en van de twee berokken regionale posten in Jeruzalem en Caïro. De informatie over evacuaties wordt ook gegeven door het crisiscentrum van de FOD Buitenlandse Zaken.

Zoals u weet, zijn de voorwaarden voor een gezinshereniging wettelijk vastgelegd. Die criteria worden vandaag ook toegepast. Er wordt bij deze aanvragen bijzondere aandacht geschonken aan de bewijzen van verwantschap. Het is noodzakelijk om te controleren of iemand al dan niet aan de voorwaarden voldoet.

Een veralgemening van het indienen van een aanvraag voor een humanitair visum per mail is vandaag onwenselijk. Gezinshereniging is een recht dat in de wet wordt verduidelijkt, een humanitair visum is dat niet. Dat is een gunst waarvoor bij wet geen criteria zijn vastgelegd. Een dergelijke uitbreiding zou een enorme stijging van de werklast voor de diplomatieke en consulaire posten met zich meebrengen, ten koste van andere categorieën van aanvragers.

De statistieken van de de DVZ zijn gebaseerd op nationaliteit en niet op woonplaats. Ik kan u dan ook geen specifieke cijfers geven met betrekking tot de personen die afkomstig zijn uit Gaza. De situatie aan de buitengrenzen van Gaza is precair. Zoals ik al zei, is het volgens de DVZ sinds mei 2024 bijna niet meer mogelijk om de grens over te steken in Rafah. De personen die erin geslaagd zijn de Gazastrook te verlaten, hebben dit waarschijnlijk via een andere weg gedaan. Indien u daarover meer informatie wenst, raad ik u aan om te rade te gaan bij de minister van Buitenlandse Zaken.

Monsieur Aouasti, pour ce qui est de votre question concernant le Liban, o ù la situation est évidemment tr è s difficile et précaire, les procédures normales sont d'application aujourd'hui.

Sam Van Rooy:

Mevrouw de staatssecretaris, vier islamitische Palestijnen die zich jarenlang bezighielden met jihadterreur, konden gewoon in België verblijven. De screening waarover u spreekt, heeft dus gefaald. Vandaag komen duizenden Palestijnse moslims zonder probleem naar dit land. Ze kiezen voor België, omdat ze weten dat ze hun antisemitisme hier kunnen botvieren en hun islam hier wordt gepamperd en gesubsidieerd. Ze kiezen voor België, omdat een hamasorganisatie als Samidoun in dit land wordt getolereerd.

De overgrote meerderheid van de Palestijnen, namelijk 72 %, zo blijkt uit onderzoek, staat achter de bloedige, jihadistische, genocidale aanslagen van 7 oktober. 89 % van de Palestijnen is voorstander van de sharia, inclusief steniging. 66 % vindt dat wie de islam verlaat, de doodstraf moet krijgen. 40 % van de Palestijnen vindt zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. Bijna de helft van de Palestijnen staat negatief tegenover ons, tegenover christenen. 93 % koestert negatieve denkbeelden, antisemitische denkbeelden over joden. 87 % van de Palestijnen vindt dat de vrouw steeds moet gehoorzamen aan haar man. 67 % vindt dat een vrouw niet mag scheiden van haar man.

Kom straks dus geen krokodillentranen huilen als er incidenten gebeuren. Kom straks geen krokodillentranen huilen wanneer er jihadaanslagen worden gepleegd. Kom straks geen krokodillentranen huilen wanneer weer maar eens blijkt dat het antisemitisme toeneemt en dat joden in onze samenleving, in ons land steeds meer angst hebben.

Khalil Aouasti:

Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses.

Je ne demandais pas d'entrer dans les dossiers particuliers mais de comprendre les mécanismes. Ce qui m'étonne dans les informations que vous me communiquez, c'est notamment le fait que les trois ressortissants palestiniens n'avaient pas le droit de court séjour en Belgique. D'après les informations dont nous disposons, ils étaient reconnus comme réfugiés en Grèce. Or les personnes qui sont reconnues comme réfugiées dans un pays européen et qui ont un titre de séjour dans un pays européen ont le droit, dans le cadre des territoires Schengen, de se déplacer, avec un maximum de 90 jours, dans l'espace Schengen. À partir de ce moment-là, considérer de facto que quelqu'un dont le séjour est autorisé dans un autre pays européen ne peut pas se déplacer en Belgique me paraît particulier.

Pour le reste, je n'ai pas eu d'information sur la manière dont on analysait le risque en cas de retour sur le territoire égyptien.

Enfin, en ce qui concerne les ressortissants libanais, vous avez indiqué que la procédure normale s'appliquait. Votre conception est-elle de considérer que la procédure normale est aussi une procédure digitale, comme l'exige désormais la jurisprudence belge?

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, dank u voor uw antwoorden. Ik ben blij met uw erkenning dat de situatie in Gaza echt dramatisch is.

Uitzonderlijke situaties vragen een uitzonderlijk beleid. Vandaar onze vraag naar meer soepelheid. Het is inderdaad goed dat voor gezinshereniging de digitale toegangspoort bestaat, maar gezien de huidige specifieke situatie in Gaza zou het ook een goed idee zijn om daarin eveneens te voorzien voor de humanitaire visa. We vragen om daar soepel mee om te springen.

Op mijn vraag met betrekking tot de expliciete wens van Myria om over één gecentraliseerde plek met publieke informatie te beschikken, hebt u volgens mij niet geantwoord.

Nicole de Moor:

Alle informatie staat op de website van de Dienst Vreemdelingenzaken.

Darya Safai:

Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoorden. Een en ander is mij niet helemaal duidelijk. De betreffende personen komen niet uit Gaza, maar leefden al in een ander land in veiligheid. Het probleem is dat wij hen geen subsidiaire bescherming geven, maar meteen erkennen als vluchtelingen volgens de Conventie van Genève, terwijl die conventie nochtans bedoeld is voor wie individueel vervolgd wordt. Zo creëert men een aanzuigeffect. U hebt het correct benoemd: zij komen hierheen omdat ze hier vaak familie hebben of omdat hier soepele regels gelden. Dat is niet aanvaardbaar. Volgens mij kunt u beroep aantekenen bij de Raad van State om die hoge graad van erkenning tegen te gaan.

De uitspraken van de Hongaarse regering over immigratie en het Europese migratiebeleid
Het Hongaarse dreigement om illegale migranten en asielzoekers naar Brussel te sturen
Hongarije
De plannen van Hongarije wat het beheer van de migratiestromen betreft
Het Hongaarse dreigement om bussen vol asielzoekers en illegalen naar Brussel te sturen
Hongarije en het Europese migratiebeleid, dreigementen en plannen

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie), Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Belgische staatssecretaris Nicole de Moor veroordeelt Hongarije’s populistische dreiging om asielzoekers per bus naar Brussel te sturen als onacceptabele politieke chantage, bevestigt diplomatieke actie (contact met EU-Commissie, Hongaarse ambassadeur en lidstaten) en benadrukt dat de EU de Hongaarse asielwetschendingen via het Hof van Justitie moet afdwingen. Khalil Aouasti (PTB) kritiseert het gebrek aan harde reactie van BZ-minister Lahbib en betwijfelt het EU-migratiepact, terwijl Francesca Van Belleghem (N-VA) het pact als ineffectief bestempelt en pleit voor een Australisch model tegen illegale migratie. De Moor houdt vast aan EU-solidariteit en vertrouwen in het pact, maar waarschuwt dat Hongarije’s provocaties de EU-samenwerking ondermijnen. Kernpunt: Hongarije’s anti-EU-houding en Belgisch-Europese reactie op asielcrisis en rechtsstatelijkheid.

Voorzitter:

Monsieur Aouasti, vous avez droit à quatre minutes.

Khalil Aouasti:

Je vous remercie, monsieur le président, mais je n'en aurai pas besoin puisque mes deux questions sont identiques et qu'elles étaient destinées à Mmes la ministre des Affaires étrangères et la secrétaire d' É tat. Je regrette que Mme la ministre se défausse sur Mme la secrétaire d' É tat pour répondre à sa place. En effet, les enjeux ne sont pas tout à fait les mêmes. J'aurais aimé entendre Mme Lahbib, mais j'entendrai donc Mme de Moor ici. Je la remercie déjà par avance pour sa présence et pour avoir accepté de répondre à nos questions.

Madame la secrétaire d' É tat, une nouvelle fois, le premier ministre hongrois et son gouvernement versent dans le populisme, les démarches xénophobes et anti-européennes en visant directement Bruxelles et, à travers elle, l'Union européenne. Afin de dénoncer la politique de solidarité européenne en matière d’asile et de migration, le gouvernement Orban a dit vouloir offrir aux "migrants illégaux" un aller simple gratuit en bus vers la capitale européenne. Face à cet énième écart au regard de ses obligations – qui furent, du reste, récemment négociées sous la présidence belge du Conseil européen –, vous avez réagi dans les médias pour marquer votre désapprobation. Vous avez indiqué avoir demandé au représentant de la Belgique auprès de l'Union européenne de s'entretenir à ce sujet avec son homologue hongrois. C'est la raison pour laquelle j'avais aussi adressé ma question à Mme Lahbib, afin de savoir comment les Affaires étrangères avaient réagi.

Madame la secrétaire d’ É tat, au sein du gouvernement, avez-vous pris contact avec votre homologue hongrois afin de dénoncer cet acte contraire au droit et à la solidarité internationale et qui, je suis désolé de le dire, sent la xénophobie?

Vous avez indiqué vouloir que la Commission européenne réagisse "avec fermeté et détermination". Quels contacts avez-vous (vous et la ministre des Affaires étrangères) pris en ce sens? Quelle a été ou sera la réponse des autorités européennes?

Plus fondamentalement, et alors que la Hongrie occupe actuellement la présidence tournante du Conseil de l’Union européenne, quelle position comptez-vous prendre afin de faire respecter les droits et devoirs – puisque la droite et l'extrême droite en parlent souvent – qui incombent à chaque É tat membre de l’Union européenne, y compris en matière de politique d’asile et de migration?

Voorzitter:

Merci, monsieur Aouasti. M. De Smet est absent.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, begin september dreigde de Hongaarse regering ermee bussen vol asielzoekers en illegalen naar Brussel te sturen. Op 16 september hebt u op Twitter gemeld dat u een open en constructief gesprek had met de Hongaarse ambassadeur in de EU.

Mevrouw de staatssecretaris, wat is de laatste stand van zaken in de kwestie?

Nicole de Moor:

Mijnheer de voorzitter, geachte collega's, de Hongaarse regering dreigde er inderdaad mee, via haar woordvoerder en de staatssecretaris, om asielzoekers naar Brussel te brengen. Dat dreigement werd zelfs in beeld gebracht tijdens een persconferentie aan de Hongaarse buitengrens waar een rij bussen stond opgesteld met Brussel als veronderstelde eindbestemming.

Graag schets ik u nu, enkele weken later, nogmaals de context. De harde communicatie van Hongarije vloeit voort uit een Europese discussie. Hongarije onderhandelt namelijk met de Europese Commissie over een boete die werd opgelegd door het Europees Hof van Justitie wegens de niet-naleving van de Europese asielwetgeving. België komt daarbij in beeld, omdat de hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel gevestigd is.

Laat ik duidelijk stellen dat wij niet kunnen noch zullen accepteren dat premier Orban en zijn regering ons op die manier afdreigen en politieke spelletjes spelen op ons grondgebied, bovendien op de kap van mensen die daardoor de valse hoop krijgen dat zij, eenmaal ze in Hongarije zijn, per bus naar Brussel worden gebracht.

Ik heb dan ook meteen de nodige stappen gezet om de Belgische belangen te beschermen en de situatie te ontmijnen. Ten eerste nam mijn kabinet onmiddellijk contact op met de Europese Commissie, zowel op administratief als op hoog politiek niveau. Ten tweede heb ik de Belgische permanente vertegenwoordiging bij de EU gevraagd om ten aanzien van de Hongaarse collega een demarche te ondernemen, wat nog dezelfde dag is gebeurd. Ten derde heeft mijn kabinet contacten gelegd met Hongaarse collega's en collega's van andere lidstaten. Ten slotte heb ikzelf de Hongaarse ambassadeur in België uitgenodigd voor een gesprek op mijn kabinet. De inhoud van diplomatieke gesprekken blijft vertrouwelijk, maar ik kan u meedelen dat de Belgische zorgen duidelijk en krachtig zijn overgebracht en dat daarop werd geantwoord.

Wij delen met Hongarije wel de analyse dat het in essentie om een Europese kwestie gaat, die dan ook op Europees niveau moet worden opgelost. Het komt de Europese Unie als hoedster van de verdragen toe om de naleving van de asielwetgeving in Hongarije af te dwingen en bij conflicten velt het Europees Hof een oordeel. Dat zijn de spelregels. Respect voor de Europese instellingen is wat mij betreft een minimumvereiste voor Europees lidmaatschap.

Des discussions de ces dernières semaines, il ressort que tant la Belgique que la Hongrie apprécient leurs relations bilatérales. Cependant, la coopération au sein de l'Union européenne et de l'espace de Schengen exige également une confiance mutuelle. J'ai insisté sur ce point à tous les niveaux. La Belgique fait confiance à la Hongrie, y compris dans son rôle actuel de présidence du Conseil de l'Union européenne; depuis le début de cette présidence hongroise, nous avons effectivement déjà eu des échanges fructueux. Toutefois, cette confiance établie ne doit pas être compromise car cela rendrait impossible la coopération au sein de l'Union intégrée. La Belgique demande donc que cette confiance ne soit pas rompue.

Cette discussion est évidemment liée aux réformes adoptées par l'Union européenne ce printemps sous la forme du pacte européen sur l'asile et la migration. Pour les pays situés aux frontières extérieures, un pacte qui fonctionne bien est crucial car il met fin aux transferts de responsabilité. Le pacte européen sur l'asile et la migration répartit les charges, tous les É tats membres montrant leur solidarité. Nous soutiendrons les pays des frontières extérieures en facilitant des procédures d'asile rapides et une meilleure gestion des frontières et nous prendrons également notre part en accueillant certains demandeurs d'asile.

J'ai confiance en ce pacte car il touche à l'essentiel: chaque pays contribue. Cela est également plus équitable pour un pays comme la Belgique qui est souvent la destination finale des flux migratoires secondaires.

Khalil Aouasti:

Madame la secrétaire d' É tat, je vous remercie pour votre réponse.

Je ne partage pas votre optimisme sur le pacte à partir du moment o ù il a été poignardé dans le dos avant même sa naissance par ceux-là même qui occupent aujourd'hui la présidence du Conseil. Je pense par ailleurs que son contenu est plus que discutable; nous en avons débattu de manière approfondie voici quelques mois.

Ce qui est important à mon sens est que chaque État européen continue à assurer l'accueil et que ces États européens, pour des logiques purement internes et politiques, ne commencent pas à jouer l'absence de solidarité en prenant Bruxelles pour cible. J'attendais une réponse ferme de la ministre des Affaires étrangères. Elle est malheureusement absente; ce sera donc un silence au lieu d'une réponse.

J'entends que, par votre intermédiaire, des contacts auraient malgré tout été pris et des relations normalisées, mais que veut dire "normalisées" et pour combien de temps? J'ose espérer à tout le moins que la dignité de l'accueil sur le territoire européen restera une préoccupation conjointe de l'ensemble des membres de cette Union et que cet accueil digne pourra être assuré partout sur le territoire de l'Union européenne.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de Moor, de realiteit is dat het dreigement van Orban eigenlijk een schreeuw om aandacht is. Het Europese migratiebeleid werkt immers niet en het Europese migratiepact zal ook niet werken. Zolang men asiel kan aanvragen na een illegale immigratie, zullen wij gevoelig blijven voor stromen asielzoekers die naar hier komen. Jaarlijks sterven zo zelfs duizenden asielzoekers. Ik meende dat wij in de N-VA een bondgenoot hadden voor het Australische model tegen illegale immigratie. Ik hoop dat ik mij daarin niet vergist heb.

Het asielcentrum in Hasselt

Gesteld door

lijst: VB Frank Troosters

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Het tijdelijke asielcentrum in Hasselt (geopend in 2020 voor max. 1,5 jaar) blijft ondanks beloftes open: de overeenkomst met Umami werd opnieuw verlengd tot 15 december 2024 (zelfde voorwaarden), met momenteel 130 opgevangenen. Troosters kritiseert het gebrek aan overleg en structurele verlengingen, wijst op onvrede bij omwonenden en eist definitieve sluiting, terwijl De Moor geen garanties geeft en de beslissing bij de ministerraad legt.

Frank Troosters:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, u weet het ongetwijfeld; ik heb er u ook al veel over bevraagd. In oktober 2020 werd een asielcentrum geopend in Hasselt. Er werd toen gesteld dat het centrum tijdelijk zou zijn, maximaal een jaar, verlengbaar met een half jaar. Het zou dus maximaal anderhalf jaar open zijn. Wij zijn nu vier jaar later. De laatste sluitingsdatum was gepland voor 15 september 2024. Die datum is al voorbij.

Wat is de stand van zaken? Is er opnieuw een nieuwe uitbatingsovereenkomst gesloten? Met wie is ze gesloten, tegen welke voorwaarden en tot wanneer?

Mogen wij ditmaal verwachten dat er wel een sluiting zal volgen? Op basis van welke punten zouden wij dat moeten geloven?

Is het aantal asielzoekers dat op dit moment wordt opgevangen, nog steeds hetzelfde als voorheen?

Nicole de Moor:

Mijnheer Troosters, u hebt mij daarover inderdaad al een aantal vragen gesteld.

De overheidsopdracht met Umami voor de uitbating van het opvangcentrum in Hasselt liep tot 15 september 2024. De ministerraad heeft op 19 juli 2024 de overeenkomst verlengd tot 15 december 2024 tegen dezelfde voorwaarden. Er verblijven nu 130 personen in de opvanglocatie.

Ik kan u op dit moment geen verdere beloftes over de toekomst van het centrum doen.

Frank Troosters:

Mevrouw de staatssecretaris, de laatste zin siert u. Het is echter een feit dat vier jaar geleden het asielcentrum in Hasselt er zonder enig overleg is gekomen. Het is een verhaal van een staatssecretaris die wikt en beschikt en een burgemeester van Hasselt die braafjes knikt. Ondertussen zijn de inwoners in en rond het voormalige Parkhotel aan de Genkersteenweg, zijnde de locatie van het centrum, bijzonder ongelukkig daarmee. Wij hopen dus nogmaals dat het bij die drie maanden zal blijven en dat effectief zal worden overgegaan tot een sluiting van het asielcentrum.

De asielopvang in hotels

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Staatssecretaris Nicole de Moor verdedigt de tijdelijke hotelopvang voor asielzoekersgezinnen met kinderen (500 personen, vroeger 700) als noodoplossing om straatleven te voorkomen, maar belooft deze zo snel mogelijk af te bouwen. Ze bevestigt dat alleen gezinnen (geen alleenstaande mannen) in hotels verblijven, dat de kosten binnen reguliere opvangtarieven vallen (geen exact bedrag genoemd), en dat één contract (uitbreiding bestaande samenwerking met Brussel) door Fedasil werd afgesloten, ondanks eerdere ontkenningen. Francesca Van Belleghem blijft kritisch over transparantie (cijfers, duur, discrepanties) en de efficiëntie van de aanpak.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, op donderdag 19 september ondervroeg ik u over de hotelopvang van asielzoekers. Vermits u op geen enkele vraag een echt antwoord hebt gegeven, ben ik genoodzaakt deze opnieuw te stellen. Ik zal dat blijven doen.

Al langer was bekend dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest asielzoekers in hotels opvangt en daarvoor ook contracten afsluit met hotels. In juni verklaarde u bij VRT NWS dat de federale regering deze contracten heeft overgenomen. Het gaat dus niet om nieuwe hotelcontracten. Uit een onderzoek van De Standaard blijkt dat dit niet klopt en dat u in mei wel zelf een contract hebt afgesloten met een hotel voor de opvang van asielzoekers.

Hoe verklaart u die discrepantie, mevrouw de staatssecretaris? Is het onderzoek van De Standaard verkeerd?

Nog belangrijker is de vraag hoeveel asielzoekers nu eigenlijk in hotels worden opgevangen. Over welke hotels gaat het? Hoeveel zijn het er? Hoeveel kost die hotelopvang? Hoelang zal dit nog duren?

U verklaarde twee weken geleden ook dat u asielzoekers opvangt in hotels, omdat u niet wilt dat er kinderen op straat slapen. Ik heb daar natuurlijk alle begrip voor, maar hoeveel procent van de asielzoekers die op hotel slapen zijn gezinnen met kinderen? Of zijn er ook veel alleenstaande mannen? Kunt u daarover meer duidelijkheid geven alstublieft?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, ik was inderdaad een beetje verrast door uw vraag, want u hebt mij die vraag al gesteld in de plenaire vergadering twee weken geleden. Ik heb toen op al uw vragen geantwoord, maar ik beantwoord uw vragen uiteraard nogmaals met plezier.

Ons land wordt, net als onze buurlanden, al enkele jaren geconfronteerd met een bijzonder hoge instroom van asielzoekers, zoals u weet. Dat heeft ons al voor bijzonder grote uitdagingen gesteld qua opvang. Ik heb dan ook al moeilijke beslissingen moeten nemen. Zo heb ik meer dan een jaar geleden de beslissing moeten nemen om tijdelijk geen onmiddellijke opvang aan alleenstaande mannen te geven. Ik heb ook altijd gezegd, daarin ben ik zeer consequent geweest, dat ik alles in het werk wil stellen om te vermijden dat er kinderen op straat moeten slapen. Ik denk dat we het daarover eens zijn met heel veel partijen. Dat is de voorbije maanden niet evident gebleken. Ik ben daar heel eerlijk over. In februari zou het zelfs niet meer gelukt zijn om alle kinderen op te vangen als we toen niet in samenwerking met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aantal noodplaatsen in gebruik hadden genomen op verschillende locaties in Brussel, waarvan sommigen als budgethotel fungeerden.

Inderdaad, mevrouw Van Belleghem, ik blijf erbij dat hotelopvang geen structurele oplossing is voor de opvang van asielzoekers, maar in dit geval was dat een noodgreep om kinderen van de straat te houden. De nuchtere realiteit is dat er 300 kinderen op straat hadden moeten slapen als we dat niet hadden gedaan.

Zoals ik u tijdens de plenaire vergadering ook heb gezegd, is het voor iedereen die niet op mijn stoel zit heel gemakkelijk om te zeggen dat we zeker geen hotelkamers willen inzetten, maar ook zeker geen kinderen op straat willen laten slapen. Ook dat laatste zegt immers iedereen. De realiteit is echter dat ik wel op deze stoel zit en dat ik voor een binaire keuze stond. Ik heb daarom een keuze gemaakt en dat was een keuze om kinderen niet op straat te laten slapen.

Fedasil heeft, behoudens een uitzondering, de overeenkomsten van het gewest overgenomen. De uitzonderingssituatie betrof een eigenaar die reeds samenwerkte met het gewest en Fedasil een bijkomend aanbod voor uitbreiding heeft gedaan. Fedasil is daarop ingegaan. Het was dus een uitbreiding van een samenwerking die het gewest eerder had opgezet.

Op alle locaties worden uitsluitend gezinnen met kinderen opgevangen. De kamers werden door Fedasil dus nooit gebruikt voor alleenstaande mannen. Alle zeven contracten werden in juli ook voorgelegd aan de ministerraad.

De noodopvangkamers in het budgethotel in Anderlecht waarover sprake was, werden sinds vorige week niet meer gebruikt. Daar verblijven sinds 27 september dus geen families met kinderen in een asielprocedure meer. Er zijn op dit moment nog ongeveer 500 personen in gezinsverband die in dergelijke noodopvangkamers verblijven, terwijl dat er meer dan 700 waren in juli. Nogmaals, het gaat voor 100 % om kinderen en hun gezin. Fedasil heeft de instructie gekregen van mij om het gebruik van deze kamers zo snel mogelijk af te bouwen en zo snel mogelijk te stoppen.

U vroeg ook nog naar de opvangkosten. Deze ligt binnen de verschillende reguliere opvangtarieven.

Francesca Van Belleghem:

De opvangkosten liggen dus binnen de reguliere tarieven. Mijn vraag is echter wat de kostprijs nu eigenlijk is. Kunt u daarop een antwoord geven? Kunt u dat ramen? Dat is immers wat de burgers willen weten: hoeveel kost het om asielzoekers op te vangen in hotels? Wat zijn de reguliere kosten?

Nicole de Moor:

U kunt altijd vragen stellen over cijfers, maar 'binnen de reguliere opvangkosten' wil zeggen dat het binnen de normaal geldende tarieven valt. Er zijn dus geen hogere kosten aan verbonden dan bij opvang in een opvangcentrum.

Voorzitter:

Volstaat dat, mevrouw Van Belleghem? (instemming)

Asielzoekers uit Burundi

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België ondervond in 2022 een piek in Burundese asielzoekers via Servië’s tijdelijke visumvrijstelling, maar ondanks de heringvoering van de visumplicht blijven er dit jaar al 650 aanvragen binnenkomen, mogelijk door secundaire migratie binnen de EU. Staatssecretaris De Moor bevestigt de hoge erkenningsgraad (81-92%) maar benadrukt dat Burundi weigert laissez-passers af te geven, wat terugkeer van afgewezen asielzoekers blokkeert. Van Belleghem dringt aan op strengere EU-druk op Servië en koppeling van arbeidsmigratie aan terugkeerakkoorden om herkomstlanden te dwingen mee te werken. Servië’s mogelijke nieuwe opheffing van de visumplicht blijft onbevestigd maar wordt nauw opgevolgd.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, in 2022 kende België een sterke instroom van asielzoekers uit Burundi, die voornamelijk via Servië kwamen. Servië hanteerde toen een soort visumvrijstelling voor Burundezen. De Burundezen die zo naar Servië reisden, gingen dan verder naar de EU via illegale migratie en vroegen hier asiel aan.

Ik heb begrepen dat er is onderhandeld met Servië en dat de visumvrijstelling niet meer van toepassing is. Desondanks tellen wij dit jaar alleen al meer dan 650 Burundese asielzoekers.

Ik heb echter via via vernomen dat Servië van plan is om de visumplicht opnieuw op te schorten waardoor wij in de toekomst wellicht een nieuwe instroom van Burundese asielzoekers zullen kennen. Ik weet niet of die informatie klopt.

Bent u hiervan op de hoogte? Zo ja, welke acties zult u ondernemen? Zo neen, zult u minstens informeren bij de Servische ambassadeur om te weten wat hun plannen zijn in de toekomst?

Hoe verklaart u dat wij dit jaar nog altijd 650 Burundese asielzoekers tellen, hoewel de visumplicht voor Burundezen die naar Servië willen reizen opnieuw is ingevoerd?

Wat is de gemiddelde erkenningsgraad van asielzoekers uit Burundi?

Hoe zit het met de terugkeer van afgewezen asielzoekers uit Burundi? Verloopt die vlot?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, het klopt dat wij twee jaar geleden een plotse instroom kenden van Burundese asielzoekers nadat Servië de visumplicht voor onderdanen van dat land had opgeschort. De Europese Commissie en verschillende EU-lidstaten, waaronder België, hebben toen met succes druk uitgeoefend op Servië om die visumvrijstelling weer in te trekken en kort nadien daalde het aantal Burundese verzoeken snel.

Over wat u via via hebt vernomen, misschien weet u meer dan ik, maar ik heb op dit ogenblik geen weet van nieuwe plannen van Servië om de visumplicht voor Burundese onderdanen opnieuw op te schorten. Wij hebben ook verder navraag gedaan, maar zullen dat uiteraard verder opvolgen.

Ik heb geen exacte verklaring voor het aantal Burundese asielzoekers op dit moment en evenmin informatie over de reisroutes. Vermoedelijk is er ook sprake van secundaire migratie, waarbij Burundezen in de EU aankomen met een visum afgeleverd door een lidstaat met het oog op een kort verblijf, bijvoorbeeld een familiebezoek, of een lang verblijf, bijvoorbeeld voor studies, en dan naar België afreizen.

Ik kan u melden dat de gemiddelde erkenningsgraad ten gronde voor Burundezen voor 2023 81 % en voor 2024 92 % bedraagt.

Voor de identificatie werkt de ambassade van Burundi in Brussel mee, want zij organiseert interviews met mensen die in de gesloten centra belanden. In de praktijk leveren zij echter geen laissez-passers af, zelfs niet wanneer het op basis van documenten of verklaringen overduidelijk is dat de betrokkenen Burundezen zijn, tenzij de betrokkene vrijwillig wenst terug te keren. De laatste jaren deed dat geval zich echter niet voor. Dat is zeer problematisch. Vandaar mijn continue oproep op nationaal en op Europees niveau om meer gewicht in de schaal te leggen bij de onderhandelingen met herkomstlanden die weigeren mee te werken aan terugkeer.

Voor de andere cijfers, naast diegene die ik al heb gegeven, verzoek ik u die vraag schriftelijk in te dienen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, ook wij zullen opvolgen wat Servië al dan niet zal doen met die visumplicht. Het is inderdaad heel problematisch dat Burundi niet meewerkt aan de terugkeer van illegale Burundezen. Wij hebben het al zo vaak gezegd: we moeten meer gewicht in de schaal leggen op het vlak van de terugkeer naar de landen van herkomst. Dat kan door arbeidsmigratie, bijvoorbeeld, afhankelijk te maken van de terugkeer van illegalen.

De implementatie van het Europese migratiepact

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België moet tegen 12 oktober 2024 een eerste en tegen 12 december 2024 een definitief nationaal implementatieplan voor het Europese migratiepact indienen, met een stuurgroep (Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, CGVS, etc.) onder leiding van een ervaren coördinator die de gap analysis al deelde met de EU—maar weigert deze (nog) openbaar te maken ondanks parlementaire vraag om transparantie. Middenveldorganisaties zijn niet structureel betrokken, terwijl de implementatie tegen 2026 ingrijpende wijzigingen in wetgeving en procedures vereist. De EU biedt gerichte ondersteuning, maar de uiteindelijke aanpassingen hangen af van toekomstige feedback en mogelijke vertraging door de regeringsvorming.

Matti Vandemaele:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de staatssecretaris, het Europese migratiepact is al een paar keer aan bod gekomen vandaag. U verwees er zowel tijdens de vorige legislatuur als nu tijdens uw antwoorden vrij regelmatig naar. Er zou een structurele verandering komen.

Ter voorbereiding van het pact heeft de Europese Commissie een Common Implementation Plan op tafel gelegd. Het is de bedoeling dat de lidstaten dat plan nu concretiseren in een nationaal implementatieplan. Wij krijgen daarvoor ook hulp van de Europese Commissie, onder andere door het opstellen van een gap analysis .

Zoals ik het heb begrepen, moeten wij op 12 oktober 2024, dus over elf dagen al, een eerste versie van het implementatieplan klaar hebben. De Europese Commissie zal het plan becommentariëren, evalueren en bijsturen waar nodig. Dat moet ons land in staat stellen om, naar ik meen, op 12 december 2024 een finaal implementatieplan in te dienen.

Mijn vragen zijn de volgende.

Welke implementation gaps heeft de Europese Commissie geïdentificeerd voor ons land? Wat zijn de volgende stappen, om de implementation gaps weg te werken? Kunnen de Kamerleden de gap analysis krijgen?

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie? Wie wordt bijvoorbeeld de nationale coördinator voor het opstellen van het plan? Welke diensten worden daarbij betrokken? Is er al een ontwerpdocument beschikbaar? Zo ja, kunnen wij het document ontvangen?

Hoe verloopt het proces tussen 12 oktober 2024 en 12 december 2024?

Ten slotte, welke nadere ondersteuning krijgen wij van de Europese Commissie om de implementatie rond te krijgen?

Ik stel u die vragen heel expliciet, omdat wij net uit uw antwoorden hebben gehoord hoe belangrijk het Europese migratiepact is in de uitwerking van zowel het beleid van de huidige regering als het beleid van de komende regering. Daarom stelde ik u mijn vragen.

Nicole de Moor:

Mijnheer Vandemaele, ik ben ontzettend blij dat u mij in uw eerste commissievergadering een vraag stelt over het Europese migratiepact. U merkt zeer terecht op dat ik daar vaak naar verwijs. Het sluiten van dat pact was een belangrijke prioriteit voor mij en het blijft een belangrijke prioriteit om dat pact uit te voeren.

Op respectievelijk 10 april en 14 mei hebben het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie het Europees Asiel- en Migratiepact goedgekeurd na jaren van intensieve discussies. Dat pact zal aanzienlijke wijzigingen met zich meebrengen, zowel binnen het unierecht als op nationaal niveau. De meeste nieuwe wetgevende instrumenten zijn verordeningen die vanaf het voorjaar van 2026, sommige zelfs eerder, rechtstreeks van toepassing zullen worden binnen de Belgische rechtsorde. De veranderingen zijn van die aard dat België zich nu al moet voorbereiden om de nationale wetgeving en praktijk aan te passen aan de nieuwe Europese regelgeving.

De Europese Commissie is zich wel bewust van de uitdagingen waar de lidstaten voor staan en heeft hen dus opgedragen om uiterlijk op 12 december een nationaal implementatieplan in te dienen, waarbij een eerste ontwerp al op 12 oktober klaar moet zijn. Dat plan zal beschrijven hoe België het pact zal toepassen op het grondgebied en aan de buitengrenzen.

In het kader van die aankomende wetgevende veranderingen heb ik beslist een nationale stuurgroep op te richten die de implementatie van het pact in België in goede banen zal leiden. Die stuurgroep zal een grondige analyse uitvoeren van het wetgevingspakket en de impact ervan op de Belgische asiel- en migratieprocedures. Het is de stuurgroep die het nationaal implementatieplan opstelt. Die stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken administraties, waaronder de Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de federale politie, het Nationaal Crisiscentrum en de Dienst Voogdij van de FOD Justitie. Daarnaast zullen ook op ad-hocbasis vertegenwoordigers van de administraties van de deelstaten worden uitgenodigd, met name voor de bevoegdheden sociale zaken, integratie en onderwijs. Ook deze administraties zal gevraagd worden een bijdrage te leveren aan het nationaal implementatieplan.

De coördinatie werd in handen gegeven van een uitmuntend ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken die voor ons land ook de onderhandelingen van het pact opvolgde.

Deze zomer – we hebben hard doorgewerkt – werd door die Belgische stuurgroep reeds een gap analysis opgesteld en gedeeld met de Commissie. Dat document geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van het Belgisch migratiesysteem. Zoals u weet, is de diplomatieke correspondentie tussen België en de Commissie niet publiek, maar in de wetgevende teksten van het pact kunt u wel nalezen welke maatregelen België in de komende jaren zal moeten nemen om het nieuw Europees recht ter zake te respecteren.

Ons land zit ook regelmatig samen met de coördinator die door de Europese Commissie is aangesteld voor België om de implementatie van het pact te bespreken. Na indiening van het finaal nationaal plan in december zullen wij meer gerichte feedback van de Commissie ontvangen over de nog benodigde bijsturingen om de eventueel bestaande implementation gaps te vermijden tegen de ultieme deadline in 2026.

Matti Vandemaele:

Mevrouw de staatssecretaris, bedankt voor uw antwoord.

Ik ben natuurlijk nieuw in deze commissie, maar van de gemaakte gapanalyse kan ik mij niet inbeelden wat erin zou staan dat wij als parlementsleden niet zouden mogen weten. Ik ben nogal voorstander van een open democratie waarin wij documenten delen met elkaar en in dat opzicht vraag ik u nogmaals te overwegen om dat document met ons te delen. Mij lijkt daar niets gevaarlijk aan. Dat u het plan niet met ons wilt delen, kan ik wel begrijpen, aangezien het nog niet definitief is goedgekeurd, dus die beslissing valt nog te verdedigen, maar de analyse as such zou ik wel graag ontvangen.

Het zal inderdaad snel moeten gaan, want het traject dat u meedeelt, zal wellicht nog doorkruist worden door de federale regeringsvorming. Daarom ben ik blij dat de stuurgroep daar nu al hard aan werkt.

Wat die stuurgroep betreft, heb ik nog een kleine vraag. U noemt allerhande diensten op, maar ik vraag me af of ook in overleg voorzien is met organisaties uit bijvoorbeeld het middenveld, zodat ook die insteek over de implementatie van het migratiepact in ons land op de een of andere manier kan worden meegenomen.

Voorzitter:

Mevrouw de staatssecretaris, hebt u nog bijkomende antwoorden voor de heer Vandemaele?

Nicole de Moor:

Niet op dit moment, want de analyse is nog volop bezig, maar we bekijken op welke manier we die beter kunnen delen met het Parlement.

Het actieplan voor de vermindering van de kostprijs van de asielopvang

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 1 oktober 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Fedasil huurt 19% van haar opvangcapaciteit op de privémarkt (8% van de totale opvangkost), maar kan door hoge instroom en dringende nood niet onderhandelen over lagere prijzen, waardoor de kosten hoog blijven. Een vastgoedstrategie (geïnspireerd op Nederland) werd al voorgelegd aan de regering, maar concrete besparingen hangen af van dalende asielinstroom. Van Belleghem wijst op een budgettekort (1,1 mjd in 2024) door hogere instroom dan voorzien en eist transparantie over het actieplan, dat de staatssecretaris niet deelt. Kritiek: belastingbetalers (met name Vlamingen) draaien op voor de stijgende kosten.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, begin dit jaar raakte bekend dat de federale overheid, om de instroom van asielzoekers op te vangen, steeds duurdere huurcontracten sloot op de privémarkt. In het vertrouwelijke verslag van de ministerraad werd het als volgt gesteld: “Door de dringende zoektocht naar nieuwe sites wordt Fedasil gedwongen om langetermijnengagementen aan te gaan, die vaak een hoge kostprijs met zich meebrengen."

Er werd destijds in het vooruitzicht gesteld dat deze engagementen tegen 30 juni 2024 in kaart zouden worden gebracht en dat er een actieplan zou worden voorgesteld om de kostprijs op lange termijn te drukken.

Werden die engagementen in kaart gebracht? Om hoeveel locaties waar Fedasil op de privémarkt huurt gaat het? Hoeveel asielzoekers worden daar opgevangen? Wat is de totale kostprijs van dit soort opvang? Heeft de regering dat actieplan om de kostprijs te drukken ondertussen opgesteld? Wat zijn de eerste resultaten? Kunt u wat er in kaart is gebracht delen met het Parlement?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, Fedasil heeft een overzicht van zijn huurengagementen opgesteld. We zien dat 19 % van het totale opvangnetwerk wordt georganiseerd in opvanglocaties die Fedasil op de private markt huurt.

De totale kostprijs van de opvang in federale centra bestaat voor ongeveer 8 % uit huurlasten. De blijvende druk op het opvangnetwerk zorgt er inderdaad voor dat Fedasil op dit moment geen sterke onderhandelingspositie kan afdwingen bij het sluiten van huurcontracten voor nieuwe of bestaande opvanglocaties. Dat element in de kosten voor opvang kan volgens mij pas fundamenteel veranderen als de instroom daalt en dus ook de nood aan opvangplaatsen.

We hebben de vastgoedstrategie al in april en mei aan de regering overgemaakt, geïnspireerd op de aanpak in Nederland. We bekijken op elk moment hoe we de kostprijs van de opvang verder kunnen doen dalen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, u hebt geen echt antwoord gegeven op mijn vraag. Kunt u het plan dat u hebt opgemaakt delen met het Parlement? In november 2023 werd het budget voor Fedasil voor 2024 bepaald. Alles samen, dus ook met het CGVS en de DVZ, bedraagt dat 1,1 miljard euro. De instroom van asielzoekers is eigenlijk veel hoger dan voorspeld, er slapen massaal veel asielzoekers op hotel en er zijn de dure huurcontracten op de privémarkt. Ik vrees dus dat we met dat budget niet zullen toekomen. Eén ding is zeker: het is altijd de belastingbetaler die het moet betalen. Vaak – ook weer in dit geval – is dat de Vlaming. De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.41 uur. La réunion publique de commission est levée à 15 h 41.

De escalerende situatie in Libanon
De situatie in Libanon
De escalerende situatie in het Midden-Oosten
De situatie in het Midden-Oosten
Situatie in Libanon en het Midden-Oosten

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen)

op 26 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België’s parlementaire debat draait om Israëls schendingen van internationaal recht in Libanon en Gaza, met name de dodelijke aanval met ontploffende biepers (waardoor burgers zoals de 9-jarige Fatima omkwamen) en de escalerende oorlogsvoering die duizenden slachtoffers maakt. Kritiek spitst zich toe op de zwakke Belgische reactie: minister Lahbib (MR) benadrukt diplomatieke inspanningen (o.a. steun voor VN-resoluties, oproep tot staakt-het-vuren en onderhandelingen), maar oppositiepartijen (PVDA, Ecolo, Vooruit) eisen concrete sancties (wapenembargo, economische maatregelen) en veroordeling van Israël als *terroristische staat*, met verwijzing naar genocide in Gaza en oorlogsmisdaden in Libanon. De controversiële uitspraak van MR-voorzitter Bouchez – die Israëls acties een *"coup de génie"* noemde – dompelt het debat onder in politieke verontwaardiging, waarbij oppositie hem beschuldigt van goedpraten van staatsterrorisme en minachting voor parlementsregels door herhaalde onderbrekingen. Lahbib distantieert zich niet expliciet van Bouchez’ woorden, wat de geloofwaardigheid van België’s "neutrale boussole" (internationaal recht) verder ondermijnt, terwijl ze Europese unanimiteit als blokkade voor sancties aanhaalt. Oproep tot daden (o.a. eenparige Kamerresolutie voor sancties) blijft onbeantwoord.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, ze was al bang voor bommen, maar nu kwam het gevaar van een totaal andere kant, namelijk van een bieper die beneden in de keuken ontplofte, gewoon thuis, in Libanon. De negenjarige Fatima overleed. Zoals zij zijn er velen en deze keer had Israël geen terroristische aanslag nodig om deze actie uit te voeren. Israël blijft het oorlogs- en internationaal recht schenden en daarom komt er geen einde aan dit conflict.

Mevrouw de minister, uitspraken zijn nodig. Het is goed dat u hebt gezegd dat een de-escalatie noodzakelijk is, maar het kan krachtiger. Toen Israël Gaza binnenviel, maakte België een zeer krachtig statement door te verklaren aan de kant van de burgerslachtoffers te staan, dat het oorlogsrecht gerespecteerd moet worden en dat er onmiddellijk een staakt-het-vuren moet komen. Bijna een jaar later is er niets veranderd. Integendeel, het geweld in de regio is gigantisch geëscaleerd. Caroline Gennez en uw regering doen hun best met voedselpakketten, met tenten en met noodhulp. Dat is goed, maar ondertussen blijven de bommen vallen in Gaza en in Libanon. Nu staan er Libanezen in ellenlange files, op de vlucht voor de horror, wetende dat er nergens in Libanon een plaats is waar het veilig is.

Mevrouw de minister, er is slechts één positief puntje, namelijk dat België niet meer alleen staat. We hoorden dat Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk (…)

Rajae Maouane:

Madame la ministre, la semaine dernière, vous nous parliez ici de droit international et vous nous disiez que "ce droit international était votre unique boussole, une boussole juste, une boussole équilibrée et non partisane". Je me demande où est passée cette boussole, madame la ministre. Quelle est cette boussole qui permet au président du Mouvement réformateur, votre parti, de parler de la mort d'enfants comme d'un coup de génie? Où est passée cette boussole, madame la ministre? Quelle est cette boussole qui permet de parler (…)

(Protestations de M. Georges-Louis Bouchez)

Monsieur le président, j'aimerais bien terminer mon intervention.

Georges-Louis Bouchez:

(…)

Voorzitter:

Mag ik de collega's vragen om de spreker aan het woord te laten?

( De heer Bouchez blijft protesteren. )

Rajae Maouane:

Non, monsieur Bouchez, ces attaques ne sont pas un coup de génie! Ces attaques sont une violation – encore une! – du droit international par le gouvernement israélien. Ces attaques sont ignobles et méritent une condamnation ferme et sans ambiguïté! Ces attaques ont tué des enfants, blessé des civils. Ces attaques sont des crimes de guerre. Quelle boussole faut-il au MR pour condamner non seulement ces attaques mais aussi les propos de son président?

Après l'horreur absolue à Gaza, où les civils morts se comptent par dizaines de milliers, on voit des violations du droit international en Cisjordanie et au Liban, on voit que M. Netanyahu continue à semer la discorde, la haine et le chaos et nous mène vers un embrasement général de la région.

Madame Lahbib, vous êtes ministre MR des Affaires étrangères. Quel regard portez-vous sur ces attaques? Quel rôle la Belgique va-t-elle jouer pour faire cesser cette folie de Netanyahu et prendre des sanctions diplomatiques et économiques, comme nous le demandons depuis de longs mois (…)

Voorzitter:

Ik heb u tien seconden extra gegeven. U hebt terecht die tien seconden gekregen omdat u onderbroken werd. Ik heb daar rekening mee gehouden.

(Protest van mevrouw Maouane)

Als u verder praat, wordt dat toch niet geregistreerd, mevrouw Maouane. Het geeft geen zin. U spreekt voor dovemansoren.

Ik geef het woord aan de heer Lacroix.

Madame Maouane, je vous ai donné dix secondes supplémentaires étant donné que vous avez été interrompue et je pense que vous avez donc eu droit aux deux minutes qui étaient les vôtres. La parole est donc à notre collègue Lacroix.

Collega's, we krijgen natuurlijk een onduidelijkheid wanneer ik effectief meer spreektijd geef, met vragen als 'wanneer' en 'hoeveel'. Als iedereen de kans krijgt om de volle twee minuten ongestoord te gebruiken, hebben we dat soort discussies niet. Ik vraag iedereen om dat te respecteren. Door het geven van meer tijd aan de collega, die dat terecht opeiste, heb ik een compensatie gegeven voor die onderbreking.

Christophe Lacroix:

Monsieur le président, je vais tout de même prendre un peu de mon temps pour regretter l'incident qui vient de se passer à propos d'un événement aussi important. Je comprends parfaitement la colère de Mme Maouane. Vous avez absolument respecté le Règlement, certes, mais il faut que les éléments perturbateurs de cette Chambre le respectent également. Il me semble que c'est primordial pour assurer un débat démocratique dans cette Chambre. Quel est l'enjeu?

(Applaudissements sur les bancs PS, PVDA-PTB et Ecolo-Groen)

(Applaus op de banken van de PS, de PVDA-PTB en Ecolo-Groen)

L'enjeu, c'est 41 000 morts. Et ici, on fait du cinéma: "Je n'ai pas dit cela exactement". Par qui le "coup de génie" a-t-il été prononcé? C'est une invention, une fake news ? Est-ce quelque chose que l'on a pensé? C'est inimaginable de qualifier de coup de génie une stratégie qui viole le droit humanitaire international. Ce n'est pas un coup de génie, ce sont des crimes de guerre.

Madame la ministre, il y a une semaine vous nous avez annoncé triomphalement que la Belgique avait voté la résolution de l'ONU. Depuis cette semaine, il y a les événements au Liban. Qu'avez-vous fait pour mettre en application le contenu des résolutions de l'ONU? Quelles sanctions économiques avez-vous prises? Avez-vous appelé à cesser la colonisation par l'État d'Israël? Qu'avez-vous fait depuis tout ce temps? Quels sont les actes, quelles sont les sanctions en cohérence avec la résolution et avec le vote?

J'attends vos réponses. Il faut arrêter avec les indignations à géométrie variable. "Tout le droit international, rien que le droit international": cela doit être notre boussole à nous, Belgique, à Gaza, à Beyrouth et à Kiev.

Peter Mertens:

Monsieur le président, madame la ministre, "un coup de génie"! C'est ainsi que Georges-Louis Bouchez et Theo Francken décrivent les crimes de guerre commis par Israël au Liban. Donc, faire sauter des milliers d'explosifs cachés dans des bipeurs et des radios, c'est "un coup de génie". Blesser 3 500 personnes dans les supermarchés et aux arrêts de bus, c'est "un coup de génie", selon vous! Créer un climat de terreur tel que toute une population vit dans la peur, c'est "un coup de génie"!

Voorzitter:

Collega’s, mag ik even? Mag ik ook even vragen de klok met de spreektijd stop te zetten?

Ik zal de tijd stopzetten, omdat ik de heer Mertens niet langer dan twee minuten zal laten spreken. Ik heb daarstraks de tijd niet stopgezet. Daarom ben ik van de tweeminutenregel afgeweken.

Collega’s, kunnen we nu allemaal een klein beetje de regels volgen? Ik vraag dus opnieuw de vraagsteller de tijd te laten gedurende de twee minuten spreektijd die hem of haar ter beschikking staan om zijn of haar standpunt te ontwikkelen.

(Rumoer)

Collega’s, ik houd altijd van een stevig debat.

(…) : (…)

De tijd loopt niet.

(…) : (…)

Ik kan u trouwens meegeven dat uw woorden niet geregistreerd zullen worden en dat ik voor de komende minuut en tweeëntwintig seconden de heer Mertens het woord verleen.

Peter Mertens:

Mener une guerre illégale et s’essuyer les pieds sur la Charte des Nations Unies, c’est ça, un coup de génie? Non, il ne s’agit pas d’un coup de génie, il s’agit d’un acte de terrorisme! (Brouhaha)

Woorden die dat soort terroristisch gedrag goedpraten, doen ertoe. Woorden die oorlogsmisdaden goedpraten,…

(Georges-Louis Bouchez en Stefaan Van Hecke begeven zich naar de voorzitter.)

Voorzitter:

Collega’s, we zitten hier in een orgaan waar diverse standpunten worden uitgewisseld. Het moet duidelijk zijn dat ik handel zonder onderscheid des persoons. Ik zal dat zeer consequent doen, ook al vinden sommigen – uiteraard – dat ze niet correct worden behandeld. Dat zal dan eerder liggen aan de eigen inschatting dan aan de feiten.

Ik zal heel consequent en rechtlijnig zijn. Er zijn bepaalde regels na te leven, ook wanneer het thema’s betreft die de gemoederen meer dan gemiddeld opzwepen. We moeten ruimte geven aan de vragenstellers en aan de minister om hun standpunt en het thema te ontwikkelen. Degenen die daaromtrent vragen hebben, zal ik niet toestaan om het debat te onderbreken. Na het afronden van deze vragensessie zal ik hun het woord verlenen, zoals dat passend is. Gelieve u daarnaar te voegen.

Peter Mertens:

Dit soort toneeltje is gewoon een schande voor dit Parlement.

U bent een blaam voor dit Parlement. (De spreker richt zich tot de heer Georges-Louis Bouchez.) Het gaat om honderden, duizenden mensen die het slachtoffer zijn van een regime dat een genocide aan het uitvoeren is. Woorden, mijnheer Bouchez en mijnheer Francken, doen ertoe. Woorden zijn belangrijk. Hoeveel doden moeten er nog vallen? 300 doden, niet belangrijk. 3.000 doden, niet belangrijk. 30.000 doden doen er allemaal niet toe. Daarom is mijn vraag aan deze regering en aan u, mevrouw de minister: wanneer zal de Belgische regering het terrorisme van de staat Israël veroordelen en de woorden veroordelen van diegenen die dat terrorisme goedpraten?

Hadja Lahbib:

Dames en heren volksvertegenwoordigers, ik dank u voor uw vragen.

Tout d'abord, je voudrais partager avec vous le sentiment de désolation que je ressens à voir ce spectacle à côté de l'enjeu. Je ne sais en fait pas très bien de quoi on parle. S'agit-il de l'enjeu électoral du 13 octobre qui arrive ou de l'enjeu au Moyen-Orient? (Brouhaha)

(…) : (...)

Hadja Lahbib:

Justement, parlons-en! Oui, des enfants meurent et c'est de cela qu'il faut parler.

(Heel veel rumoer in het halfrond)

Voorzitter:

Maar enfin, collega's! Ik vraag opnieuw om de tijd even te stoppen.

(De minister gaat door zonder micro.) Mevrouw de minister, uw tijd is gestopt en u krijgt die uiteraard terug.

Ik heb de indruk dat opnieuw niet iedereen in staat is om op een ordentelijke manier een parlementair debat te voeren. Ik begrijp alle emotionele oprispingen, maar gelieve die te uiten op een manier die het Parlement waardig is.

Mevrouw de minister, u krijgt opnieuw het woord.

Hadja Lahbib:

Je recommence. Je vais parler de la situation au Moyen-Orient et pas ailleurs. Cette situation n'a cessé de s'aggraver, la semaine dernière et cette semaine encore, avec des échanges de tirs des deux côtés, que ce soit dans le sud du Liban ou au nord d'Israël, jusqu'à Tel Aviv. L'escalade régionale, celle que nous voulions éviter à tout prix, est là. Les deux parties au conflit disent viser les infrastructures militaires mais touchent aussi les populations civiles. Cette violence, qui est directement liée à celle qui a embrasé Gaza il y a bientôt un an, ne fait qu'aggraver la situation. Des centaines de milliers de personnes – des Palestiniens, des Israéliens et des Libanais – sont en danger. Des populations sont déplacées et forcées de fuir pour survivre.

Ce qui se passe au Liban et à Gaza nous conforte dans notre position, celle que je maintiens et que je défends, au nom de la Belgique, depuis le début, à savoir un cessez-le-feu immédiat, la libération des otages et la relance des négociations de paix. C'est la seule et unique voie à suivre pour apaiser cette région du monde qui a trop longtemps souffert et qui souffre depuis trop longtemps.

Vous me demandez ce que j'ai fait. Comme la majorité des ministres des Affaires étrangères, j'ai multiplié les contacts diplomatiques, parce que c'est mon job, afin d'essayer d'obtenir la relance des négociations. Avant-hier encore, j'ai eu des contacts avec le ministre des Affaires étrangères libanais à qui j'ai rappelé l'importance de respecter la résolution du Conseil de sécurité 1701 qui, en 2006, a permis d'obtenir un cessez-le-feu entre Israël et le Liban. Je ferai la même chose avec le ministre des Affaires étrangères israélien.

Le droit international doit être respecté, à commencer par le droit international humanitaire qui protège les populations civiles. Au nom de la Belgique, j'ai voté en faveur de toutes les résolutions appelant à la désescalade et à la paix. Par ailleurs, je soutiens pleinement l'appel qui a été lancé hier soir par les États-Unis, la France et l'Union européenne. Cet appel, qui demande un cessez-le-feu de 21 jours a été rejeté aujourd'hui par les deux parties. Alors voilà ce que j'ai fait! Je ne cesse de m'activer pour que le dialogue et la diplomatie reprennent leurs droits.

J'aimerais aussi profiter de la tribune qui m'est offerte pour relancer un appel à tous les Belges qui se trouvent encore au Liban. Cela fait des mois que nous leur demandons de quitter la région et de ne plus s'y rendre. Malgré tout, nous avons encore 1 800 Belges présents au Liban. Il reste encore des lignes aériennes. De même, il est possible de quitter le pays par bateau commercial. Je leur demande donc de quitter le pays!

Pour ce qui concerne des sanctions éventuelles, je vous l'ai dit et je le redis encore: la Belgique est très présente dans toutes les négociations européennes qui visent à sanctionner toutes les parties au conflit qui violent le droit international. Pour qu'une décision soit prise, je vous rappelle qu'il faut l'unanimité des Vingt-sept. Donc, nous poursuivons les négociations, mais l'unanimité est nécessaire pour que nous puissions prendre une décision.

En tout cas, je reste convaincue que, plus que les sanctions, il importe de relancer les négociations, d'obtenir un cessez-le-feu et de libérer les otages, de sorte que les deux parties puissent enfin relancer la solution à deux É tats et permettre aux Israéliens, aux Palestiniens et aux Libanais de vivre en paix. Je vous remercie.

Annick Lambrecht:

Mevrouw de minister, vanaf dag één stond Vooruit aan de kant van de burgerslachtoffers, van á lle burgerslachtoffers. Het hart van iedereen die aan diezelfde kant staat, bloedt vandaag.

Hoeveel leed moet er nog volgen? Ik roep op om nog hardere sancties te nemen. We zijn het allemaal eens als het gaat over sancties tegen Poetin, die de internationale regels aan zijn laars lapt. Waarom is dan het zo moeilijk om sancties te nemen tegen het regime van Netanyahu en zijn extreemrechtse partners? Ik vraag u met aandrang om de druk daarvoor op te voeren.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.

Aucun respect pour les civils tués, aucun respect pour le Parlement, voilà le sombre visage de ces autocrates et de cette future coalition Arizona! Ce n’est pas le visage de cette Belgique que nous voulons, que nous devons incarner et qui devrait être guidée par les droits humains.

Que répondre aux dizaines de milliers de Belgo-Libanais dont les familles sont là-bas, et qui doivent entendre un leader politique francophone qualifier ces attaques et la perte de civils de "coup de génie"? Voilà la vraie question!

En ce qui concerne la situation au Liban, je comprends votre malaise, vous y auriez gagné à vous distancer des propos tenus par votre président. À ce sujet, un Belgo-Libanais me disait: "Je ne suis même plus en colère, parce qu’être en colère, c’est croire encore, attendre quelque chose. Je suis juste triste car je sais que personne ne fera rien."

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, selon la formule consacrée, merci, mais je vous rappelle que même si vous êtes en affaires courantes, vous avez le bénéfice des affaires urgentes également. Dès lors, prenez votre courage à deux mains et allez-y! Ne vous cachez pas derrière l’Europe, que vous connaîtrez bientôt! La Belgique peut, et vous devez aller plus loin et interdire, tout de suite, les produits des colonies, imposer un embargo total sur les armes et mettre en place des sanctions ciblées à l’encontre de ceux qui contribuent au maintien de cette occupation horrible.

Mais il faut se réveiller! Il faut aller au boulot, il faut arrêter d’étudier! Si vous voulez étudier, vous faites comme Didier Reynders et vous prenez congé, parce que vous postulez pour un autre poste. Arrêtez, me dites-vous? Non, je n’arrêterai pas! Reprenez les drapeaux internationaux, vous verrez que vous ne ferez plus de confusion par rapport au drapeau libanais!

Peter Mertens:

We leven in een land met een regering die ontslag neemt, en met een andere regering die zich aan het vormen is, of die al gevormd is en al akkoorden afsluit, of niet afsluit. Ondertussen gaat de escalatie evenwel door. Ondertussen gaat ook de genocide door. Ondertussen gaat de slachting door.

Ik hoor heel veel stemmen in dit Parlement die oproepen om als land verder te gaan. Dat verheugt mij. Ik hoor heel veel stemmen die zeggen dat we ons niet mogen verbergen achter de Europese Unie of achter de tijd en laten begaan. We moeten nu optreden. Nogmaals, dat verheugt mij.

Daarom stel ik voor dat dit Parlement volgende week met een meerderheid beslist om economische en militaire sancties te treffen tegen Israël. Het mag niet alleen bij woorden blijven. Er moet in de praktijk gezegd worden dat België dit soort staatsterrorisme niet meer tolereert!

Stefaan Van Hecke:

Mijnheer de voorzitter, ik betreur de manier waarop het debat werd gevoerd.

U hebt daarnet gezegd dat er regels zijn. Waar staat in het Reglement dat een lid een spreker vier tot vijf keer in één minuut tijd luidkeels mag onderbreken?

Het is uw taak als voorzitter om het debat te leiden. Het mag levendig zijn, maar het moet deftig blijven. Als er één iemand is die deze namiddag het Reglement niet heeft gerespecteerd, dan is dat wel de heer Bouchez. Mijnheer de voorzitter, u hebt de tijd niet stopgezet voor mijn collega. U hebt er voor de volgende spreker 10 seconden aan toegevoegd, terwijl de onderbreking meer dan 10 seconden bedroeg. We hebben vertrouwen in u als voorzitter omdat we ervan overtuigd zijn dat u de capaciteiten hebt om deze assemblee op een correcte manier voor te zitten, maar in dit debat zijn we teleurgesteld in u. U moet optreden tegen personen die zich in dit Parlement als een hooligan gedragen. Mijnheer de voorzitter, ik heb u een bericht gestuurd omdat ik daarnet zelf twee keer ben geciteerd en aangevallen door de heer Dedecker. Ik heb evenwel niet als een hooligan gereageerd. Ik had ook het woord kunnen vragen, maar ik doe dat op een deftige manier, al zou ik het in het vervolg ook op die andere manier kunnen doen.

Ik vraag u dus namens mijn fractie om de debatten op een ordentelijke manier te leiden en ervoor te zorgen dat hooliganisme geen plaats krijgt in dit halfrond. Misschien kan dat bij Francs Borains, maar niet in de Kamer.

Voorzitter:

Ik stel voor dat er bij de MR-fractie wordt beslist wie het woord vraagt over de regeling van de werkzaamheden. Graag brengt u geen inhoudelijke opmerkingen.

Benoît Piedboeuf:

Monsieur le président, j'ai confiance en votre façon de mener les débats. On constate déjà une marque de fabrique intéressante.

Pendant la législature précédente, j'ai fait remarquer que l'on citait souvent le nom de Georges-Louis Bouchez. On pouvait s'amuser à le citer. J'avais annoncé qu'il serait là cette année. Et il est là. Je suis désolé, mais à partir du moment où on le met en cause, il y a effectivement un fait personnel qui lui permet de rétorquer. Si, au moment du fait personnel, on ne lui permet pas de répliquer, il y a un problème.

Raoul Hedebouw:

(…)

Georges-Louis Bouchez:

Ne t'inquiète pas, Raoul, pour bousculer les choses, on te fait confiance!

Voorzitter:

Collega's, ik wil u graag nogmaals opmerkzaam maken op het feit dat als de microfoon aanstaat u wel uw buurman kunt informeren over wat u denkt, maar niet het hele publiek. Collega Piedboeuf heeft dus nu het woord.

Benoît Piedboeuf:

Monsieur le président, à partir du moment où on interroge la ministre, c'est la ministre qu'il faut interroger. Si on vise directement le président du MR qui est là, il ne faut pas s'attendre à ce qu'il reste calme.

Monsieur le président, j'attire donc l'attention sur le fait que si on continue sur cette voie-là, on va effectivement avoir un problème. Je pense qu'il faut que chacun réoriente ses questions sur le sujet et sur la personne à laquelle il s'adresse. S'il dévie, il faut alors donner ce droit de réponse. Je vous remercie de votre attention, monsieur le président.

Theo Francken:

Mijnheer de voorzitter, collega's, er staat inderdaad nergens in het Reglement dat men kan roepen en tieren om de vraagsteller te destabiliseren. Er staat echter evenmin in het Reglement dat de vraagsteller vijf à zes keer een naam mag noemen. Die heeft dan geen recht om zich te verdedigen, omdat hij of zij geen vraag heeft ingediend. Dat is ook een beetje laf. Het is geëscaleerd door die twee feiten.

Ik ben ook een aantal keren genoemd. Ik kon mij dus niet verdedigen, want ik had geen vraag ingediend. Dat is overigens geen probleem, want ik doe dat wel op andere manieren.

Het is voor een voorzitter niet gemakkelijk als er zich zoiets afspeelt. De ene kan zich niet verdedigen, de andere wordt constant genoemd en repliceert. Dan ontstaat er natuurlijk chaos. Misschien is het een wijze les om parlementsleden niet individueel te noemen als ze zelf niet kunnen repliceren in het debat. Dat toch doen, is intellectueel bijzonder oneerlijk en in mijn ogen ook bijzonder lafhartig.

Sofie Merckx:

Monsieur le président, il me semble tout à fait normal de citer le nom d'un homme politique quand on pose une question. Lorsque le président du plus grand parti considère que l'action d'Israël est un coup de génie, oui, nous attendons une réponse de la ministre des Affaires étrangères – question qu'elle a, du reste, éludée, mais c'est son droit.

En tout cas, M. Bouchez ne s'est pas contenté de donner son avis, comme cela se passe souvent, mais il a carrément gueulé, à tel point que le président a été obligé de couper le micro des intervenants. Donc, sur cette base, invoquer un fait personnel ne me semble pas applicable. Sinon, cela se répèterait ici chaque semaine. Forcément, M. Bouchez fait beaucoup de déclarations polémiques auxquelles nous avons déjà réagi par le passé, notamment lorsqu'il ne siégeait pas encore ici. Cela arrive souvent.

Donc, non, M. Bouchez ne peut pas déstabiliser les orateurs et commencer à crier et gueuler jusqu'à une interruption de séance! Je suis désolée.

Éric Thiébaut:

Chers collègues, vous avez vu: j'ai demandé la parole avant de m'exprimer. Normalement, c'est ainsi que nous travaillons dans ce Parlement. J'espère que cela se passera toujours de la sorte, que chacun gardera son calme et restera dans sa fonction de parlementaire.

Je suis élu depuis 2017 ici et je n'ai jamais vu, monsieur le président, qu'on interrompait un parlementaire qui posait une question au gouvernement. Cela ne se fait pas et cela ne s'est jamais fait. Vous avez rappelé le Règlement.

Voorzitter:

Collega's, als de heer Thiébaut opmerkt dat hij het nooit heeft meegemaakt dat iemand werd onderbroken, moet ik opmerken dat het record vandaag meteen zeer scherp wordt gesteld. Hij wordt namelijk in diezelfde opmerking al onderbroken. Dat is opvallend. Gelieve collega Thiébaut dus te laten uitspreken.

Éric Thiébaut:

Monsieur le président, je souhaiterais terminer mon propos qui n'est vraiment pas polémique du tout. Vous avez rappelé la règle. Il est vrai que si un parlementaire se sent attaqué ou interpellé, il y a effectivement un fait personnel. Quand nous sommes en débat sur des projets ou des propositions de loi ou dans le cadre d'une déclaration de politique générale, il demande la parole et vous la lui accordez. Mais pas pendant les questions car les questions sont bien cadrées. Il est prévu deux minutes de temps de parole. Laissez donc les deux minutes!

Si on ne sait pas tenir ses nerfs pendant deux minutes, c'est un peu inquiétant quand on a des responsabilités. J'ai vu passer ici beaucoup de femmes et d'hommes d'État et, en tant que tel, on doit savoir garder ses nerfs mieux que cela, je pense.

C'était simplement une petite mise au point que je voulais faire, monsieur le président. Mais je vous fais confiance car vous avez rappelé justement le Règlement et je vous en remercie.

Voorzitter:

Merci.

Collega Pas heeft ook het woord gevraagd. Collega Bouchez, ik laat in alle omstandigheden iedereen aan het woord, maar in dit geval heb ik uw fractievoorzitter het woord verleend.

(Protest van de heer Bouchez)

Barbara Pas:

Mijnheer de voorzitter, het is met stijgende verbazing dat ik collega's hoor zeggen dat ze het nog nooit hebben meegemaakt dat sprekers onderbroken werden of dat er geroepen werd. Ik denk dat deze collega's dan wel heel veel vergaderingen en vragenuurtjes hebben gemist in de voorbije legislatuur.

Mijnheer de voorzitter, u moet meteen ingrijpen, de tijd stilzetten en op die manier de rust laten weerkeren indien zoiets zich voordoet. Er is nu echter eenmaal een artikel 55 in het reglement om een persoonlijk feit aan te vragen. U kunt daar ook niet onderuit. Ik heb er alle begrip voor dat dit niet tijdens de twee minuten spreektijd in het vragenuurtje moet gebeuren, maar ik vraag wel om dat consequent toe te passen voor iedereen. Zo hebben we geen incidenten zoals tijdens de vorige legislatuur, waarin de voorzitster persoonlijke feiten tijdens vragenuurtjes voor bepaalde parlementsleden van mijn fractie weigerde, maar ze wel toestond voor leden van andere fracties.

Ik steun u dus in uw beslissing om dat soort tussenkomsten te bundelen na het vragenuurtje, maar ik wil u wel op het hart drukken om dat consequent te blijven toepassen voor iedereen.

François De Smet:

Monsieur le président, je ne suis élu que depuis une législature et j'ai déjà connu des interruptions mais je n'ai quand même pas le souvenir d'un événement pareil, en ce compris dans la manière d'interrompre et dans la manière d'aller jusqu'à votre pupitre.

Si vous autorisez le fait personnel dans les questions d'actualité, il va falloir prévoir deux fois plus de temps chaque jeudi pour les questions d'actualité et, surtout, nous nous éloignons de ce que doit être la philosophie de l'échange parlementaire ici. Si le temps est limité et qu'on ne peut pas s'interrompre, c'est précisément pour permettre d'aller au fond parce que le parlementaire doit avoir l'assurance que pendant deux minutes, quoi qu'il puisse dire, il va être écouté. Si une réplique lui est donnée par le ministre ou après, éventuellement, dans d'autres occasions, cela sera fait de la même manière. Si vous insécurisez tout le monde dans l'idée qu'il suffit de balancer le nom de quelqu'un pour lui donner la possibilité de vous interrompre, vous allez transformer les sessions de questions parlementaires en chaos. Précisément, ce système fonctionne pour laisser toute forme d'intimidation ou de violence verbale dehors et c'est donc là que cela doit rester.

Voorzitter:

Cher collègue, je vous remercie. Ik heb enkele reacties op de interessante tussenkomsten. Collega's, het principe is duidelijk, de toepassing is dat minder. Het spreekt vanzelf dat de sprekers, zoals ik daarnet al beklemtoonde, hun twee minuten spreektijd in alle vrijheid moeten kunnen invullen. U zegt, collega Van Hecke, dat er moet worden ingegrepen, als zij luidkeels onderbroken worden. Ik ben het daar volledig mee eens. Natuurlijk hebben we hier geen decibelmeter om te meten wat luidkeels is. Dat is dus heel makkelijk gezegd: luidkeels. Aangezien er op een bepaald moment door mij geoordeeld werd dat de interventies vanuit de zaal de spreekster hebben gehinderd in het uitspreken van haar betoog, heb ik daarop gereageerd. Heb ik voldoende gereageerd, collega? Dat is geen exacte wiskunde. Ik kan niet ontkennen dat ik haar extra tijd gegeven heb. We kunnen van mening verschillen of dat een voldoende reactie was, maar het is de eerste keer in mijn nog korte carrière als voorzitter dat iemand langer dan twee minuten heeft mogen spreken. Ik heb daar dus wel degelijk op gereageerd. Of ik er voldoende op gereageerd heb, is een interpretatie. Ik vind dat we inzake een interventie naar aanleiding van een persoonlijk feit, waarnaar in artikel 55 wordt verwezen, consequent moeten zijn. Ik heb trouwens geen vraag gekregen naar aanleiding van een persoonlijk feit. Vragen worden gesteld na het opsteken van de hand, of op een andere manier. Artikel 55 is wat dat betreft minder duidelijk dan de indruk die hier gewekt wordt. Er is namelijk een beperking in het vragenuurtje. Ik stel dan ook voor dat te agenderen voor de Conferentie van voorzitters, zodat we ter zake een duidelijke lijn kunnen trekken, waaraan we ons dan kunnen houden. Een interventie wegens een persoonlijk feit wordt in de regel toegepast – hopelijk consequent – tijdens de bespreking van wetsontwerpen en wetsvoorstellen. In het vragenuurtje – ik steun nu op mensen die het beter weten dan ikzelf – is er een grijze zone. Ik stel dus voor dat we de regels in overleg afbakenen in de Conferentie van voorzitters, zodat we weten wat dat betekent en wat het niet betekent. Ik denk dat we er met goede afspraken voor moeten zorgen dat de debatten in volle consequentie worden geleid. Ik verzeker u dat te zullen doen, hoewel we er steeds over kunnen discussiëren of iets al dan niet genoeg is, of te snel is enzovoort. In die context hoop ik dat we op een ordentelijke manier kunnen discussiëren. Er werd terecht opgemerkt dat mondelinge vragen aan de minister worden geadresseerd. Wanneer daar derden bij betrokken worden, kunnen we ons de vraag stellen, aangezien zij niet kunnen repliceren, of we artikel 55 zullen toepassen. Dat zullen we in de Conferentie van voorzitters moeten bekijken. Collega’s hebben ook de consequenties daarvan aangegeven, namelijk een verlenging van het vragenuurtje. Dat is onvoldoende reden om nee te zeggen en dat is voldoende reden om dat debat in alle openheid en sereniteit te voeren. Ik zou nu het debat hierover willen afsluiten, want we zullen dat in de Conferentie van voorzitters aankaarten om duidelijke regels te hebben, aangezien het Reglement die niet altijd voor 100 % verzekert.

De aanslag in Libanon
De opflakkering van het geweld in het Midden-Oosten
Libanon
Escalatie van conflicten in Libanon en het Midden-Oosten

Gesteld aan

Hadja Lahbib (Minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken, Buitenlandse Handel en Federale Culturele Instellingen), Alexander De Croo (Eerste minister)

op 19 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België stemde voor de VN-resolutie die het einde van Israëlische bezetting en sancties eist, maar concrete maatregelen (wapenembargo, sancties tegen Israël, erkenning Palestijnse staat) blijven uit, ondanks herhaalde oproepen van oppositiepartijen (Groen, PTB). Minister Lahbib (MR) benadrukt diplomatieke druk en bestaande sancties tegen gewelddadige kolonisten, maar wijst verdere stappen af, wat kritiek uitlokt op dubbelstandaarden (VN-stem vs. gebrek aan daadkracht). De escalatie in Libanon (bipeurs/aanslagen) en Gaza (massale burgerdoden, oorlogsmisdaden) verergert, terwijl België EU-breed optreden voorstaat maar zelf geen unilateralisme riskeert. Oppositie noemt Belgisch beleid "te laf" en wijst op moreel falen door uitblijven van harde sancties tegen Israël.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, depuis des mois, on assiste à un embrasement sans précédent au Proche-Orient où les attaques se multiplient et ont lieu quasiment quotidiennement. Il y a quelques jours, c'est au Liban que l'armée israélienne a frappé, blessant et tuant de nombreuses personnes, dont une grande partie de civils qui n'ont rien à voir avec le Hezbollah. On parle des bipeurs qui ont explosé dans des magasins, dans des rues, sur des marchés, terrorisant en fait une population qui est depuis longtemps très marquée et éprouvée.

Après la destruction méthodique de Gaza, où le nombre de civils tués augmente tous les jours, où des écoles sont bombardées, où des camps de réfugiés sont incendiés, où des journalistes sont assassinés, on voit tous les jours des violations flagrantes du droit international à Gaza, en Cisjordanie mais aussi au Liban.

On sait que le gouvernement israélien, emmené par la folie électorale et meurtrière de Netanyahu et de son ami Trump, embrase la région sans réussir à libérer les otages.

Madame la ministre Lahbib, depuis des mois, les écologistes – Simon Moutquin avant moi, d'autres également – vous pressent d'agir et demandent des actions concrètes.

Quand le MR, votre parti, arrêtera-t-il de bloquer la prise de mesures que le droit international et le devoir moral nous obligent à prendre? Quelles mesures la Belgique va-t-elle prendre pour que la folie meurtrière de Netanyahu et de son gouvernement soit arrêtée et sanctionnée comme le demandent les écologistes depuis des mois?

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, vous avez dû noter comme moi le vote historique d’hier à l’Assemblée générale des Nations Unies, qui demande notamment la fin de l’occupation mais également des actions concrètes de la part des É tats membres ainsi que des sanctions à l’égard d’Israël. Étrangement, vous semblez très absente sur ce dossier depuis plusieurs mois mais, maintenant, vous allez répondre à mes questions. Les faux-fuyants, c’est terminé!

Madame la ministre, qu’avez-vous fait depuis quatre mois? Quand allons-nous enfin agir, comme nous y invitent l’avis de la Cour internationale de Justice et la nouvelle résolution de l’ONU?

Quand allons-nous enfin sanctionner l’ É tat d’Israël? Quand allons-nous nous prononcer sur un embargo total des armes, à l’instar du gouvernement wallon d’Elio Di Rupo?

Quand allons-nous interdire les produits des colonies et quand allons-nous prendre des sanctions ciblées à l’encontre des individus et des entités qui contribuent au maintien de l’occupation?

Vous allez répondre, madame la ministre, parce qu’il y a aujourd’hui 41 000 morts, parce qu’il y a des pertes civiles massives et répétées en raison de l’absence de ciblage des frappes israéliennes, parce qu’il y a une catastrophe humanitaire, parce que des crimes de guerre sont commis délibérément, parce que 90 % des victimes sont des victimes civiles collatérales et parce que le droit humanitaire international n’est pas respecté!

Et comme il n’y a plus rien à détruire à Gaza, et maintenant qu’il est prêt à sacrifier les derniers otages, le gouvernement israélien met en œuvre deux nouvelles attaques disproportionnées et indiscriminées, en utilisant – et je mesure mes mots – des méthodes terroristes et en prétendant cibler le Hezbollah libanais. Ce n’est pas moi qui le dis, ce sont des experts en stratégie militaire. Même un ancien ambassadeur israélien tient les mêmes propos. Maintenant, vous allez répondre!

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, 32 doden en meer dan 3.200 gewonden: dat is de voorlopige, trieste balans van de walkietalkieontploffingen in Libanon. Het zijn niet alleen Hezbollahstrijders, maar ook kinderen en burgers. Dit is de zoveelste escalatie in een conflict dat de-escalatie nodig heeft. Mensen wereldwijd verlangen naar vrede en stabiliteit, maar in de regio krijgt men nog meer geweld, nog meer burgerslachtoffers en nog meer trauma's, en in onze eigen contreien nog meer vluchtelingen. Het humanitaire drama in Gaza blijft zich voltrekken. Ook gijzelaars van Israël blijven omkomen. Dit moet stoppen.

Verontrustend is dat Israël de laatste maanden steeds meer lijkt aan te sturen op escalatie. We hebben de aanval gehad op de Iraanse ambassade in Damascus en op Hamasleider Haniyeh, en nu dit. Israël spreekt over een nieuwe fase in de oorlog. Iedereen houdt zijn hart vast, want wat betekent dat? Wat is het volgende? What's next ?

Mevrouw de minister, ik heb hier enkele vragen over. Wat heeft België ondernomen om het belang van vrede op de agenda te zetten en de nood aan de-escalatie te benadrukken? Volgende week vindt een Europese Raad Algemene Zaken plaats. We moeten daar aandringen op een grondig debat over het Midden-Oosten, dat focust op vredesonderhandelingen in plaats van op escalatie in de regio.

Voorzitter:

Mevrouw de minister, u krijgt vier minuten de tijd voor uw antwoord.

Hadja Lahbib:

Mesdames et messieurs les députés, tout d'abord, je tiens à vous remercier de m'avoir posé ces questions.

En effet, la situation au Moyen-Orient est certainement aujourd'hui l'une des plus graves et requiert toute notre attention. Voilà des mois que nous assistons à un engrenage de la violence, et les récents développements au Liban sont des plus inquiétants.

Eergisteren ontplofte een serie beepers, verspreid over de stad, en gisteren was het de beurt aan walkietalkies.

Deze explosies zijn gericht tegen leden van Hezbollah in Libanon. Meer dan 4.000 apparaten waren het doelwit. Meer dan 3.000 mensen raakten gewond, onder wie leden van Hezbollah, maar ook collaterale slachtoffers, onder wie kinderen. Er zou een dertigtal mensen omgekomen zijn.

Wat vandaag in Libanon gebeurt, versterkt enkel onze oproep tot terughoudendheid en de-escalatie. Het is dringender dan ooit dat de vicieuze cirkel van geweld doorbroken wordt, om een vuurzee in de hele regio te voorkomen. Die zou nog ergere gevolgen hebben voor de bevolking, die al een hoge prijs betaalt voor dit conflict.

Ces appels à la retenue s'accompagnent évidemment d'actions concrètes. Depuis le 7 octobre, j'ai multiplié les contacts diplomatiques, y compris encore récemment avec mes homologues de la région, pour contribuer aux négociations qui doivent amener à une solution pacifique, et je continuerai bien sûr à le faire.

Alors oui, un vote très important a eu lieu hier. Il est intervenu aux Nations Unies, à New York, et demande à tous les é tats membres de prendre les mesures légales nécessaires pour mettre fin à l'occupation illégale des territoires palestiniens.

Qu'a fait la Belgique? Elle a voté en faveur de cette résolution, sur mon instruction, tout comme 123 autres pays. Le vote belge en faveur de cette résolution, qui suit l'avis récent de la Cour internationale de Justice, est en ligne avec notre position dans ce conflit. La Belgique défend de façon constante le respect du droit international, et cela restera notre unique boussole, juste, équilibrée et non partisane. Je vous rappelle d'ailleurs qu'en matière de sanctions, la Belgique est en position pionnière. Nous appliquons par exemple déjà la politique de différenciation à l'égard des colonies israéliennes. Par ailleurs, nous avons mené la discussion au niveau européen, pendant notre présidence au Conseil de l'Union européenne, pour que des actions et des sanctions soient prises contre les colons violents. La Belgique est prête à discuter de mesures supplémentaires dans un cadre européen.

Je voudrais conclure en rappelant une fois de plus toutes les parties à la retenue, à la protection des populations civiles et au respect du droit international que nous continuerons à défendre dans toutes les enceintes nationales et internationales.

Rajae Maouane:

Madame la ministre, je vous remercie.

Vous avez beau jeu de vous targuer du vote de la Belgique en faveur des sanctions. C'est ce que nous, écologistes, demandons avec insistance au gouvernement depuis de nombreux mois sur les bancs du Parlement. La Belgique est donc peut-être pionnière, mais elle ne l'est toujours pas dans la reconnaissance de l' É tat palestinien, alors que nous la demandons depuis de nombreux mois et que cette demande a toujours été rejetée.

Que faut-il au Mouvement Réformateur pour prendre vraiment la mesure et accepter que des sanctions soient prises contre un É tat qui commet, ainsi que le disent certaines instances internationales, une épuration ethnique, un nettoyage ethnique, voire un génocide? Je me demande ce qu'il faut au MR pour que des sanctions plus dures et effectives soient prises.

Christophe Lacroix:

Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses, qui n'en sont cependant pas.

La Belgique a voté à l'ONU en faveur de l'action des Nations Unies. Il n'aurait plus manqué que cela! Ensuite, je note que vous dites: "Nous prenons des sanctions contre les colons violents." Mais la colonisation de la Palestine, de la Cisjordanie et de Gaza est un acte violent par définition!

Vous semblez déjà bien étrangère à votre ministère, madame la ministre, et vous semblez déjà bien loin. Or tout silence et toute inaction résonnent comme un écho de complicité. Et je vous mets donc en garde, chers collègues, car j'ai vraiment l'impression qu'avec le MR, à Gaza, en Cisjordanie et au Liban, la vie c'est l'enfer.

Els Van Hoof:

Mevrouw de minister, op 7 oktober zijn we een jaar na de aanslag. Het is een trieste verjaardag: de dodentol is dramatisch en de emotionele en psychologische gevolgen voor de mensen daar blijven levenslang. Ze zullen de trauma's over generaties heen meedragen. België was inderdaad consequent. We hebben heel veel maatregelen genomen en zijn pionier in Europa, samen met andere lidstaten. We moeten de internationale druk echter opdrijven om tot een staakt-het-vuren en de vrijlating van de gijzelaars te komen. We moeten ook geloofwaardige stappen zetten richting een tweestatenoplossing. Daarom moeten we volgende week internationale druk uitoefenen. Dit is een cruciaal moment, want het dreigt een regioconflict te worden. We moeten inzetten op vredesonderhandelingen in plaats van het conflict te laten escaleren in de regio.

De stemming bij de Verenigde Naties over sancties tegen Israël

Gesteld door

lijst: PVDA Peter Mertens

Gesteld aan

Alexander De Croo (Eerste minister)

op 19 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Peter Mertens confronteert minister Lahbib met België’s hypocrisie: terwijl het in de VN voor sancties tegen Israël stemde (als een van weinige EU-landen), blijft het wapentransit via Antwerpen, Luik en Zaventem toelaten en aarzelt het om het EU-associatieverdrag met Israël op te schorten, ondanks 41.000 Palestijnse doden (waaronder baby’s) en flagrante schendingen van mensenrechten. Lahbib wijst de bevoegdheid voor wapentransit af naar de gewesten en benadrukt België’s diplomatieke inspanningen, maar Mertens eist onmiddellijke actie: een wapenembargo en opschorting van het verdrag, in plaats van passief wachten terwijl de dodentol stijgt. De kern: woorden volstaan niet, daden ontbreken.

Peter Mertens:

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, mijn vraag gaat niet over Libanon. Ik heb een deel bij van een lijst van in totaal 649 bladzijden met de namen van dode, vermoorde Palestijnen. Die lijst is speciaal omdat de eerste 14 bladzijden gevuld zijn met de namen van vermoorde Palestijnen die hun eerste verjaardag niet hebben gehaald. Baby's van 0 tot 1 jaar, veertien bladzijden achtereen. Een staat die zo handelt, is crimineel. Het is een zieke, criminele staat die maar kan begaan met de steun van de Verenigde Staten, van Duitsland en van de Europese Unie. Daarover gaat mijn vraag.

Ik wil ingaan op de vergadering van de Verenigde Naties gisteren. Bij de stemming heeft ook België gestemd voor sancties tegen die criminele staat. Ik vraag mij af hoelang dat surrealisme nog zal duren. Enerzijds wordt Israël met woorden veroordeeld, maar anderzijds moeten wij hier maand na maand aantonen dat er wapens van België naar Israël gestuurd worden via de luchthavens van Luik en Zaventem en via de haven van Antwerpen. Dat is de schande. De Belgische regering kan in de Verenigde Naties geen signaal geven of geen sancties opleggen als ze tegelijk de deur openhoudt voor wapentrafiek naar Israël.

Spreek dus niet alleen woorden in de Verenigde Naties, maar neem ook maatregelen, zelfs al bent u een ontslagnemende regering. Het is belangrijk genoeg om die genocide tegen te gaan. Zorg daarbij dat er eindelijk een wapenembargo komt. Zorg ervoor dat België eindelijk pleit voor het einde van het associatieverdrag met Israël. Dan zult u het respect van de Palestijnse bevolking en van het internationaal recht echt verdienen, mevrouw de minister.

Hadja Lahbib:

Monsieur le président, j'ai déjà répondu amplement à cette question. J'ajouterai deux détails importants.

D'une part, la question du transport et du transit d'armes à destination d'Israël relève de la compétence des Régions et je pense que toutes les mesures ont été prises pour les empêcher. Je vous invite à questionner le gouvernement régional à cet égard.

D'autre part, cette résolution, nous l'avons portée et défendue et nous avons également fait de l' outreach vers d'autres États membres pour parvenir à 123 États. Nous avons donc fait partie des douze seuls États européens qui ont voté en faveur de cette résolution.

Enfin, pour ce qui concerne le Conseil d'association, nous avons soutenu la demande faite par l'Espagne et l'Irlande et attendons toujours que cette réunion du Conseil d'association ait lieu au niveau européen.

Peter Mertens:

In mei, toen er al 35.000 doden gevallen waren, hebt u aan Europa gevraagd om het associatieverdrag met Israël te analyseren. Intussen zijn er nog eens 6.000 doden bij gekomen, wat het totaal op 41.000 doden brengt. Kinderen sterven niet alleen door bommen, maar ook van honger, door ontbering en door een gebrek aan medicamenten. Vandaag verklaart u nog steeds te wachten op het antwoord. Hoelang zullen wij nog wachten? Hoelang zult u nog wachten om in Europa die vergadering bijeen te roepen om dat associatieverdrag op te schorten? Het is intussen voor heel de wereld duidelijk dat alle mogelijke mensrenrechten werden geschonden, wat uitdrukkelijk verboden is door het associatieverdrag. U wacht en wacht maar, terwijl mensen blijven sterven. Over een paar maanden moeten we terugkomen met een lijst van 800 bladzijden aan doden. Zult u dan nog steeds wachten? Beste minister, neem nu uw verantwoordelijkheid en wacht niet langer!

De vertegenwoordiging van België in de Europese Commissie

Gesteld aan

David Clarinval (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Institutionele Hervormingen)

op 19 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

België’s vertraagde en nonchalante benoeming van Hadja Lahbib als Europees Commissaris – genomen *tussen regeringsonderhandelingen door* – degradeert het land van Europese agenda-zetter naar bijrolspeler, met een zwakke portefeuille die België naar de *achterbank* verplaatst, aldus Kjell Vander Elst. David Clarinval wijst de kritiek af door te verwijzen naar de eerste minister en prijst Lahbib’s kwaliteiten, maar ontwijkt de *strategische zwakte* van de keuze. Vander Elst benadrukt dat het niet om de persoon gaat, maar om het verlies van Belgische invloed in cruciale EU-dossiers, wat Europa’s waarneming van België als *figurant* versterkt. De discussie onthult een diepe bezorgdheid over België’s afglijdende Europese leiderschapspositie.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de vicepremier, ons land stond aan de wieg van de Europese eenmaking. De Europese hoofdstad is Brussel, waar ook de Europese Commissie gevestigd is. Veel belangrijke beslissingen worden in een Europese context genomen en deze hebben een impact op 500 miljoen Europeanen. Belangrijke beslissingen in cruciale domeinen als handelsbeleid, de competitiviteit van bedrijven en industrieel beleid worden binnen een Europese context genomen.

Ons land heeft de voorbije decennia een ijzersterke reputatie opgebouwd op Europees niveau. Wij bepalen al jaren de Europese agenda en we zitten al jaren op de eerste rij om Europese beslissingen te nemen. Mijnheer de vicepremier, net dat is nu gedaan. We zullen op het Europese toneel veroordeeld worden tot een bijrol. Waarom? Omdat we niet meer geïnteresseerd zijn in een hoofdrol. Door het getalm waren we weer te laat. We hebben onze Europese positie bepaald tussen de soep en de patatten, als een variapunt op de agenda van de regeringsonderhandelingen. Als eerste en enige signaal naar Europa van een toekomstige federale regering kan dat wel tellen. Ik ben er vrij zeker van dat dit een onverstandige beslissing was, collega’s. Het is niet alleen een onverstandige, maar ook onverantwoorde beslissing.

Ik heb dan ook maar één duidelijke en eenvoudige vraag voor u, mijnheer de vicepremier. Welke rol ziet u voor ons land nog weggelegd na het debacle van de laatste weken?

David Clarinval:

Mijnheer Vander Elst, ik feliciteer u met uw maidenspeech.

Misschien had u uw vraag beter aan de eerste minister gericht. De leden van het kernkabinet hebben kennisgenomen van het voorstellen van een kandidaat door de partijen die onderhandelen over de vorming van een volgende regering, onder leiding van koninklijk formateur Bart De Wever, in antwoord op de brief van mevrouw von der Leyen. De bespreking in het kernkabinet heeft, zoals u hebt kunnen lezen in de pers, geleid tot een brief van de eerste minister aan de voorzitster van de Europese Commissie. Daarin wordt mevrouw Hadja Lahbib, die beschikt over alle vereiste kwaliteiten, voorgesteld voor de functie van Europees Commissaris. Persoonlijk vind ik haar een uitstekende keuze.

Ik nodig u uit om bijkomende vragen die u relevant zou achten te stellen aan de eerste minister, die beschikt over meer informatie hieromtrent.

Kjell Vander Elst:

Mijnheer de minister, ik heb daarnet vermeld dat de beslissing is genomen tussen de soep en de patatten. U hebt de hete patat aardig doorgeschoven.

Mij ging het niet over het individu of de persoon, mij gaat het over de inhoud.

De bevoegdheid die België nu heeft gekregen, zorgt voor een portefeuille waarmee België niet langer in de cockpit zit maar naar de achterbank is verbannen. Dat signaal naar Europa maakt van ons land een figurant. Ik betreur dat. In onze fractie zult u altijd een partner vinden om op Europees niveau met ons land het voortouw te nemen binnen een sterk Europa.

Voorzitter:

Ze passeren in een hoog tempo, maar ook de heer Vander Elst heeft voor het eerst het woord gevoerd in de Kamer. (Applaus) (Applaudissements) Wij hebben vele nieuwe krachten, maar met dat tempo zullen zij bijzonder snel de nodige routine in de vingers krijgen.

De opvang van asielzoekers in hotels

Gesteld aan

Nicole de Moor (Staatssecretaris voor Asiel en Migratie)

op 19 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

Staatssecretaris Nicole de Moor verdedigt de noodopvang van asielzoekers in hotels (waaronder 300 kinderen) als tijdelijke oplossing om dakloosheid te voorkomen, ondanks eerdere CD&V-bezwaren, en kondigt afbouw aan nu de druk afneemt door vertrekkende asielzoekers. Francesca Van Belleghem (CD&V) valt haar hard aan: de instroom stijgt met 10% (25.000 aanvragen dit jaar), terwijl de Moor enkel extra opvang creëert en geen nationale maatregelen neemt (in tegenstelling tot Zweden/Nederland), maar wacht op een Europees migratiepact dat volgens Van Belleghem nooit komt. De Moor benadrukt precaire toekomstrisico’s (bv. Libanon) en blijft hameren op Europese samenwerking, maar Van Belleghem werpt haar gebrek aan daadkracht en holle retoriek voor de voeten. Kernconflict: *ad-hocoplossingen vs. structurele instroombeperking*.

Francesca Van Belleghem:

Hier staan we dan. Dit is mijn eerste plenaire vraag en die komt geen seconde te vroeg. Het aantal asielaanvragen blijft immers maar toenemen, jaar na jaar. Voor dit jaar alleen al staat de teller op 25.000 aanvragen.

Mevrouw de staatssecretaris, u bent wanhopig op zoek naar extra opvangplaatsen voor asielzoekers. Eerst ging u bedelen bij de lokale besturen, dan bij de jeugdcentra en u bent zelfs bij kazernes geweest. Ik geloof dat er zelfs asielzoekers worden opgevangen op campings.

Er was slechts één rode lijn voor cd&v, namelijk asielzoekers opvangen in hotels. Ik citeer cd&v-voorzitter Sammy Mahdi: "Asielzoekers opvangen in hotels zorgt voor een extra aanzuigeffect van nog meer asielzoekers."

U hebt die rode lijn van Sammy Mahdi intussen al zoveel keer overschreden dat het zelfs geen stippellijn meer is. Wat is er namelijk gebeurd? In 2022 heeft de Brusselse regering massaal contracten afgesloten met hotels voor de opvang van asielzoekers. Net toevallig nu, na de verkiezingen, heeft de federale regering al die contracten overgenomen van de Brusselse regering. Het is eigenlijk nog veel erger, want vorige week publiceerde De Standaard een onderzoek waaruit blijkt dat u al in mei een contract voor de opvang van asielzoekers hebt gesloten met een hotel in Anderlecht.

Het is nu tijd om eindelijk open kaart te spelen, mevrouw de staatssecretaris. Hoeveel asielzoekers verblijven er in hotels? Hoelang zal dat nog duren? Hoeveel kost ons dat?

Nicole de Moor:

Mevrouw Van Belleghem, net als onze buurlanden worden wij geconfronteerd met een heel hoge instroom van asielzoekers. Ik heb daaromtrent al moeilijke beslissingen moeten nemen. Ongeveer een jaar geleden heb ik bijvoorbeeld de moeilijke beslissing genomen om alleenstaande mannen tijdelijk geen opvang meer te geven. Ik heb ook steeds heel consequent gezegd dat ik alles in het werk wil stellen om te vermijden dat kinderen op straat terechtkomen.

Ook dat bleek de voorbije maanden niet evident. In februari zou het niet meer gelukt zijn om alle kinderen een bed te geven als we niet, in samenwerking met het Brussels Gewest, een aantal noodbedden in gebruik hadden genomen. Die kwamen er op verschillende locaties in Brussel, waarvan sommige als budgethotel fungeerden.

Mevrouw Van Belleghem, ik blijf erbij dat hotelopvang geen structurele oplossing is voor de opvang van asielzoekers, maar de nuchtere realiteit is dat er 300 kinderen op straat hadden geslapen als we die noodgreep niet hadden ingezet. Voor wie niet op mijn stoel zit, is het heel gemakkelijk om te zeggen dat men geen hotelkamers mag inzetten, maar tegelijk wil men ook geen kinderen op straat. Dat zegt immers iedereen. Dat is de nuchtere realiteit. Ik zou dat ook zeggen, mevrouw Van Belleghem, maar ik zit wel op deze stoel, ik draag een verantwoordelijkheid. Ik stond voor een binaire keuze en ik heb gekozen voor die kinderen.

Vandaag is er iets meer ademruimte in het opvangnetwerk, omdat deze zomer heel veel asielzoekers zijn vertrokken uit onze centra, onder meer omdat we werkende asielzoekers nu laten bijdragen aan de opvang. Ik heb aan Fedasil gevraagd om de inzet van noodplaatsen af te bouwen en stop te zetten zodra dat mogelijk is.

De situatie blijft echter precair. Kijk maar naar de situatie in Libanon. We dreigen opnieuw een heel moeilijke winter tegemoet te gaan. Daarom blijft het een absolute prioriteit om die instroom naar beneden te krijgen, door de uitrol van het Europees migratiepact, door partnerschappen af te sluiten met landen rondom de EU. Dat is ook wat we de komende jaren moeten blijven doen.

Francesca Van Belleghem:

Mevrouw de staatssecretaris, in elk interview zegt u dat de instroom van asielzoekers omlaag moet. Dat zei u zonet weer. U hebt echter geen enkele maatregel genomen om dat te verhelpen. Zelfs de asielzoekers geloven u niet meer. Zij weten dat u holle frasen uitspreekt, want de instroom is opnieuw 10 % hoger in vergelijking met vorig jaar.

Het enige wat u doet, is extra opvangplaatsen creëren en wachten op een Europees migratiepact. Daarop hoeft u evenwel niet te wachten, want er zijn landen die nu op nationaal niveau maatregelen nemen om de instroom van asielzoekers te beperken. Zweden en Nederland doen dat bijvoorbeeld. De enige reden waarom u dergelijke maatregelen niet neemt, is omdat u het niet wilt.

Voorzitter:

Daarmee is deze vragensessie afgerond, opnieuw met een maidenspeech. (Applaus) (Applaudissements) Collega's, ik dank u voor het zeer gedisciplineerde verloop van de vragenronde. Ik heb amper de bedieningsknop van de microfoons moeten beroeren.

Het advies van de EC over staatssteun voor de verlenging van de levensduur van twee kerncentrales
Het Europese onderzoek naar de Belgische overheidssteun voor de verlenging van Doel 4 en Tihange 3
Het onderzoek van de Europese Commissie naar de staatssteun bij de ENGIE-deal
Europese staatssteunonderzoeken naar kerncentraleverlengingen in België

Gesteld aan

Tinne Van der Straeten

op 17 september 2024

Bekijk antwoord

AI Samenvatting Deze samenvatting werd gegenereerd door een LLM (large language model). De samenvatting bevat dus geen uitspraken van echte mensen. De inhoud kan foutief zijn en/of aan nuanceverlies lijden ten opzichte van de originele tekst. De volledige discussie is te vinden onder de samenvatting.

De Europese Commissie voert een diepgaand onderzoek naar de staatssteun voor de verlenging van kerncentrales Doel 4 en Tihange 3, met name naar marktverstoring, de noodzaak van joint venture BE-NUC en de 15 miljard euro compensatie voor nucleair afval. Minister Van der Straeten benadrukt dat de procedure normaal is, vergelijkbaar met eerdere dossiers (bv. offshore-wind), en streeft naar goedkeuring eind 2024/begin 2025 om de heropstart in 2025 te garanderen, mits stabiliteit in de afspraken en nauwe samenwerking met ENGIE en de Commissie. Kritische punten (marktconcurrentie, proportionele steun) worden onderhandeld, terwijl veiligheidsinvesteringen niet-onderhandelbaar zijn. Het tijdschema is krap, maar de minister toont vertrouwen in een succesvolle afronding, met politieke en technische opvolging om vertragingen te voorkomen.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, le 22 juillet, la Commission européenne a remis un premier avis sur les aides d' É tat relatives à la prolongation de l'exploitation des centrales nucléaires Doel 4 et Tihange 3. En même temps, comme le prévoit le processus, elle a décidé d'ouvrir cette enquête approfondie qui permet à tout tiers intéressé d'exprimer ses observations.

Nous reconnaissons que l'avis émis par la Commission est largement favorable, ce dont nous nous réjouissons. Ce n'est pas sur cet avis favorable que je vais vous questionner mais sur les quelques nuages qui malgré tout persistent, comme dans tout dossier, et sur les doutes que la Commission peut avoir à l'égard de trois éléments plus précis.

Il s'agit de la compatibilité de l'aide avec les r è gles du marché intérieur, de la nécessité ou non de créer une coentreprise BE-NUC et de l'indemnisation d'un montant de 15 milliards d'euros pour le transfert des risques liés aux déchets nucléaires. Par rapport à ces trois éléments, dont l'importance ne doit ni être minorée ni exagérée au point de masquer les autres, j'aimerais recueillir votre réaction et votre sentiment sur la manière dont vous considérez que ces trois points peuvent être abordés.

Comme je l'ai fait dans ma question précédente, je pense qu'il est important à ce stade de préciser chronologiquement les étapes à venir, non seulement eu égard à la Commission mais également au processus décisionnel belge.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, die andere grote werf inzake de bevoorradingszekerheid is het akkoord over de verlenging van de levensduur van twee kernreactoren. Als onderdeel van dat akkoord zijn er zeer veel maatregelen genomen.

De Europese Commissie bekijkt al die maatregelen als één geheel. Hoewel de Belgische maatregel gerechtvaardigd lijkt, aldus de Commissie, twijfelt de Commissie in dit stadium over de verenigbaarheid met de Europese staatssteunregels. Het is een normale stap in de procedure om een diepgaand onderzoek te voeren naar de noodzaak van de aanvullende steunmechanismen, de geschiktheid van het CFD-ontwerp en de combinatie van financiële en structurele regelingen, aangezien de begunstigden onrechtmatig zouden kunnen worden ontlast van een te groot marktaandeel en van operationele risico's. Vandaar het onderzoek naar de evenredigheid van de combinatie van die financiële en structurele regelingen en het forfaitbedrag van 15 miljard euro. Dat is in de commissie voor Energie al vaker aan bod gekomen.

Mevrouw de minister, kunt u een stand van zaken geven betreffende de uitwisseling van vragen, opmerkingen en antwoorden met de Europese Commissie in dit dossier, waarbij de Commissie evalueert of de inhoudelijke bepalingen van het akkoord noodzakelijk, gepast en proportioneel zijn?

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, beide collega's hebben de situatie al geschetst omtrent het diepgaande onderzoek naar de ENGIE-deal dat de Europese Commissie momenteel voert.

Mevrouw de minister, kunt u toelichten welke stappen sinds de start van dat onderzoek zijn gezet in dat dossier? Hoe schat u het verdere verloop van die procedure in?

Voorzitter:

Vraagt iemand van de andere fracties het woord?

Marie Meunier:

Mon groupe rejoint les questions posées par nos collègues. Où en est la procédure, madame la ministre? Pouvez-vous faire le point sur l'état d'avancement du dossier? Quelles informations pouvez-vous nous communiquer? Quelles sont les demandes de la Commission européenne? Enfin, avez-vous un agenda à nous communiquer?

Tinne Van der Straeten:

Allereerst, de Commissie heeft op 22 juli 2024 beslist om een diepgaand onderzoek te voeren. Dat kwam niet onverwacht. Het betreft niet de start van de procedure, maar wel de officiële lancering van een procedure. Onze interacties met de Commissie waren echter al geruime tijd aan de gang. Zelfs tijdens de onderhandelingen is er op verschillende momenten informeel met de Europese Commissie gesproken.

Eigenlijk zijn we in dit dossier niet anders te werk gegaan dan in de andere zeven staatssteundossiers waarvoor een in-depth procedure is doorlopen. Zo is het CRM goedgekeurd na die in-depth procedure. Daarnet hadden we het ook al over de procedure voor de Prinses Elisabethzone. Daarnaast was er ook de staatssteunprocedure voor de omschakeling van het financieringsmechanisme voor het afromen van de overwinsten voor wind op zee. Er zijn twee keer aanpassingen geweest van het CRM, waaronder het CRM met inclusie van 2 GW nucleair, die door de Commissie zijn goedgekeurd. Deze namiddag zal door de Commissie een persbericht worden verspreid over de goedkeuring van de T-2-veiling met de payback obligation voor het demand-side management . Daarnaast was er ook het non-dossier van de offshorebijdrage, waarin de Commissie met een infringement dreigde. We hebben daar de accijnshervorming aan gekoppeld, waardoor we buiten het bestek van de staatssteun vielen.

Ik geef deze inleiding om aan te geven dat het niet ons eerste dossier is. Ondertussen hebben we een goede relatie en goede werkmethodes met case handlers opgebouwd. Ik heb vertrouwen in de afloop van het dossier, vooral ook wat de gehanteerde timing betreft. Net als in de offshore, waarvoor de staatssteun toegekend moet zijn op 31 december 2025, zal in dit dossier het eindpunt van de timing niet bewegen. De kerncentrale van Tihange 3 zal elektriciteit leveren vanaf september 2025 en de kerncentrale van Doel 4 vanaf november 2025. Om dat mogelijk te maken, is de goedkeuring van de Europese Commissie inzake staatsteun nodig. De goedkeuring door de Commissie betekent meteen dat de transactie kan worden afgesloten, wat een aantal andere zaken in gang zal zetten, namelijk de oprichting van de joint venture en het storten van 11 miljard euro voor de waste cap .

Net als het offshoredossier is dit een dossier waarin heel wat zaken parallel lopen. Zo zal bijvoorbeeld over het investeringsprogramma van de exploitanten al parallel beslist worden. Wij verwachten dat dit begin volgend jaar zal gebeuren. Op zich is dat niet afhankelijk van het afsluiten van de transactie, maar de tijdslijnen zullen wel samenkomen. Er is namelijk een indirecte link, want 60 dagen nadat het FANC het actieplan goedkeurt, zal de exploitant het financieringsmodel moeten voorstellen. In dat financieringsmodel zal de voorlopige strike price voorgesteld worden.

U ziet, het is een puzzel met vele stukjes die allemaal parallel gelegd worden om de grote puzzel te kunnen maken. Het stukje van de staatssteun is daarbij absoluut essentieel.

La Commission a donc décidé d'ouvrir une enquête approfondie, comme c'est la coutume dans quasiment tous les dossiers nucléaires. Bref, ce n'est pas neuf. Et j'estime sain que la Commission agisse ainsi. Sinon, certains É tats membres pourraient s'étonner que la Commission ne pose pas de questions. Au moyen de cette étape qu'est l'enquête approfondie, celle-ci souhaite qu'une décision aussi robuste que possible soit prise.

Le processus avance à grands pas. Bien entendu, il s'agit d'une étape importante en vue d'une décision finale. Dans le dossier de presse, vous avez pu lire quels étaient les principaux éléments de la Commission européenne.

Het is eigenlijk vergelijkbaar met de Prinses Elisabethzone. Door deze aanpak wordt de markt niet onnodig verstoord. Negatieve of lage prijzen zorgen in dit geval voor een modulering van de kerncentrales. Bij offshore is het eerder curtailment , bij kerncentrales spreken we van modulering, wat technische beperkingen heeft.

Verder zijn er ook vragen over de economische aspecten, met name of er niet te veel garanties worden voorzien. Op het vlak van de veiligheidsinvesteringen verschilt dit dossier van dat over de Prinses Elisabethzone. De veiligheidsautoriteiten moeten de investeringsplannen goedkeuren. De driver daarvoor is nucleaire veiligheid, waarvoor zeer weinig onderhandelingsmarge bestaat.

Ce processus est donc en cours.

Na het persbericht van de Europese Commissie en de opening van de Europese Commissie in juli 2024 heeft de Belgische Staat de kans gehad om een aantal elementen extra te motiveren. Wij hebben bijvoorbeeld gemotiveerd dat de marktsignalen niet worden verstoord en dat wij integendeel een aantal punten hebben opgenomen die naar maximumbeschikbaarheid, maar ook naar flexibiliteit duwen.

In-depth investigation betekent ook dat de markt wordt geconsulteerd en dat de marktpartijen hun opmerkingen kunnen geven, waarop wij opnieuw onze reactie kunnen geven. Daarna starten uiteraard de verdere onderhandelingen met de Europese Commissie, met een nadere evaluatie.

Het betreft een dossier dat wij uiteraard hand in hand met de verschillende stakeholders beheren. ENGIE is natuurlijk ook zelf bij het dossier betrokken. Het is voor ons belangrijk dat ENGIE uit de eerste hand hoort wat de eventuele opmerkingen van de Europese Commissie zijn.

U weet ook dat Ursula von der Leyen vandaag haar nieuwe Europese Commissie voorstelt en dat het mijn collega Teresa Ribera is die wellicht bevoegd zal worden voor Mededinging. Ik ken haar goed. Wij waren collega’s, maar ook buren, in de Europese Raad. Het is mijn vaste voornemen om, zodra de Europese Commissie benoemd is, met Teresa Ribera een gesprek te hebben over het dossier.

De case handlers en de verschillende diensten werken uiteraard heel nauw samen. Het dossier wordt alsmaar verder gebracht. Het is echter ook altijd zo dat er politiek toezicht is of dat politieke autoriteiten voldoende op de hoogte moeten zijn.

Collega’s, het betreft een ambitieus tijdschema. Er is binnen dat schema geen dag te verliezen. Het zal ook zeker heel intensief werken zijn, wat in de andere dossiers niet anders is geweest. Ik ben dus absoluut confident . Ik heb vertrouwen dat wij het dossier kunnen afronden binnen de timing die ik hier altijd heb aangegeven, namelijk eind 2024 of begin 2025, dus aan het begin van de winter. Op die manier kunnen de implementatie en de operationalisering op een goede manier verlopen, met het oog op een tijdige heropstart van Doel 4 en Tihange 3.

Collega’s, er is nog één element dat ik graag wil meegeven aan het Parlement. Net als in alle andere staatssteundossiers – dit is dus niet nieuw voor dit dossier – vraagt de Europese Commissie stabiliteit in het voorliggende dossier. Het grootste deel van mijn bezoeken aan de commissaris had dan ook als doel toelichting te geven en vooral gerust te stellen dat dit de definitieve versie was. Mijn taak is nu af te werken wat eerste minister De Croo en ikzelf hebben onderhandeld.

Ik wil benadrukken, voor zover dat nodig is, dat ik 100 % trouw ben aan elke komma, elke letter en elk detail van dit contract van 1.000 pagina’s. U kunt op mij rekenen om toelichting te verschaffen in het Parlement indien nodig. De regering heeft alle elementen van die deal ook al toegelicht bij de onderhandelende partijen. Ik neem daar mijn verantwoordelijkheid voor. Sinds mijn eerste dag als minister heb ik daaraan gewerkt en ik zal dat blijven doen zolang ik op deze stoel zit. Ik kan echter geen verantwoordelijkheid nemen voor elementen buiten deze deal.

De deadlines van september 2025 en november 2025 staan vast. Het is zeer complex. We kunnen deze elementen tot een goed einde brengen, maar de stabiliteit van de gemaakte afspraken zal van cruciaal belang zijn om de finish te halen.

Jean-Luc Crucke:

Madame la ministre, je vous remercie pour cette réponse. Je crois que vous avez raison de dire qu'il y a des éléments de comparaison entre le dossier offshore, et d'autres d'ailleurs, et celui de la prolongation de ces deux centrales nucléaires.

Dans ces dossiers, on constate que deux éléments capitaux s'entrecroisent. Il s'agit du timing et du capital, de l'argent qui est sur la table – et il n'est pas ici question de montants légers.

Par contre, on ne peut pas s'étonner de ce que la Commission ait un œil versé sur les éventuelles perturbations des marchés. Je ne dis d'ailleurs pas ce que c'est le cas. C'est le rôle de la Commission qui est garante de l'esprit de concurrence également et je pense qu'elle remplit son rôle. Toutefois, les réponses peuvent être données aussi.

Madame la ministre, j'entends à la fois toute votre confiance et une forme de prudence aussi par rapport aux questions soulevées. Vous n'apportez pas ici directement les réponses. Je peux l'entendre. Cela doit effectivement se faire en bonne intelligence mais, malgré tout, il faut continuer à y travailler. Au vu des premiers éléments que j'ai évoqués et du travail qu'il reste à faire, on voit bien que, si la montagne est en train d'être escaladée, on n'est pas encore arrivé au sommet et les différents pics qu'il reste à surmonter ne sont pas minces. Madame la ministre, j'espère que le travail qui a été engagé par vous pourra se terminer avec le succès que vous espérez.

Kurt Ravyts:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.

U hebt natuurlijk zelf de voorzet gegeven. Ik heb op het einde van de vorige legislatuur gezegd dat u een aantal zaken in gang hebt gezet waarmee uw opvolger rekening zal moeten houden en die hij zal moeten afwerken. Ik zie het niet anders gebeuren. Er lekt heel weinig uit van de federale onderhandelingen over energie. Er zijn wat nucleaire ambities en zaken die zijn bijgeschaafd. U kunt uw loyauteit alleen bewijzen op wat door deze regering werd overeengekomen in het voorjaar. Ik ben heel benieuwd naar de eventuele bijsturingen van een nieuwe regering in dit dossier en het andere.

Bert Wollants:

Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Dit proces zal nog enige tijd lopen. We moeten kijken waar de klemtonen gelegd zullen worden. Ik ben het met u eens dat het niet zo bijzonder is dat er een diepgaand onderzoek komt. Ik kan u ook volgen wanneer u zegt dat het goed is voor het dossier en dat het er is om te kunnen zorgen voor wat meer stabiliteit achteraf. Het gaat dus de juiste richting uit. We zullen moeten opvolgen waar de Commissie haar klemtonen in dit dossier zal leggen, of dat aanpassingen vereist of niet en hoe het verder zal worden behandeld.

Sowieso zullen wij dit dossier van nabij opvolgen in deze commissie. Dat is tegelijkertijd de verklaring voor mijn laattijdigheid, want de commissie voor Binnenlandse Zaken heeft zonet de aanzet gegeven voor de oprichting van de subcommissie Nucleaire Veiligheid en ik verwacht dat wij het dossier ook daar verder zullen kunnen opvolgen op het vlak van nucleaire veiligheid.

Voorzitter:

Zijn er nog leden die het woord wensen? ( Nee)

Tinne Van der Straeten:

Volgens mij is er geen link tussen de nucleaire veiligheid en het staatssteundossier.

Het persbericht van de Europese Commissie geeft wel aan welke elementen aandacht moeten krijgen. Uit dossiers van de afgelopen tijd blijkt dat een aantal zaken uitgelegd moet worden en een aantal zaken soms ook anders geformuleerd kan worden. Soms, zoals in het CRM-dossier, bestaat de oplossing uit evaluaties naderhand.

Mijnheer de voorzitter, ik stel voor dat we dit samen met het Parlement goed blijven opvolgen. Ik kan niet vooruitlopen op de zaken, ik heb vandaag geen indicatie. Ik blijf natuurlijk altijd optimistisch en ik wil ook altijd tot resultaten komen. Ik heb het boek The Tragic Mind van Robert Kaplan gelezen, die stelt dat beleid gevoerd moet worden met anxious forsights . Dat houdt in dat men optimistisch moet blijven, maar zich wel moet inbeelden wat er zou kunnen gebeuren. In dit geval, indien een wetswijziging noodzakelijk is, dan denk ik wel dat de commissie voor Energie dient samen te komen. Daarvoor heb ik nu echter geen indicaties. In de huidige fase van het dossier is dat niet aan de orde en hoef ik dus niet aan de bel te trekken. Wanneer dat wel het geval is, stel ik voor dat de commissie snel bijeengeroepen wordt om te bekijken hoe we dat aanpakken.

Voorzitter:

Dat staat genoteerd, mevrouw de minister.

Wetsontwerp (986)

Wetsontwerp houdende de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden de strafbaarstelling en van de beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal en betreffende het afnemen van drugstesten in de gevangenis en de herroeping van het elektronisch toezicht in het kader van de strafuitvoering

Wetsontwerp aangenomen op 18 december 2025

Wetsvoorstel (267)

Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden wat de drugstesten bij gedetineerden betreft

Wetsvoorstel

Wetsvoorstel (907)

Wetsvoorstel tot wijziging van diverse bepalingen voor wat betreft de invoering van de strafbaarstelling van de ontsnapping van gedetineerden en van de beschadiging of sabotage van een enkelband

Wetsvoorstel

Wetsontwerp (1129)

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en het Kabinet van ministers van Oekraïne betreffende technische en financiële samenwerking, gedaan te Brussel en Kyiv op 20 augustus 2024

Wetsontwerp aangenomen op 18 december 2025

Wetsontwerp (1130)

Wetsontwerp houdende instemming met de Partnerschapsen samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds, gedaan te Brussel op 19 oktober 2018

Wetsontwerp aangenomen op 18 december 2025

Wetsontwerp (1118)

Wetsontwerp houdende instemming met de Wijzigingen aan de Overeenkomst houdende oprichting van het Afrikaans Ontwikkelingsfonds, aangenomen te Sharm el-Sheikh bij resolutie F/BG/2023/04 op de 49ste jaarvergadering van de Raad van bestuur van het Afrikaans Ontwikkelingsfonds op 23 mei 2023

Wetsontwerp aangenomen op 18 december 2025

Wetsvoorstel (995)

Wetsvoorstel tot opheffing de wet van 17 augustus 2013 voor wat betreft de afschaffing van het Federaal Migratiecentrum (MYRIA) Wetsontwerp ter afschaffing van het Federaal Migratiecentrum en opheffing van de bijhorende regelgeving uit 2013

Wetsvoorstel verworpen op 16 oktober 2025

Wetsontwerp (1001)

Wetsontwerp houdende goedkeuring van de inschrijving van België op de algemene kapitaalverhoging van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling Wetsontwerp ter goedkeuring van Belgische deelname aan kapitaalverhoging Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling

Wetsontwerp aangenomen op 9 oktober 2025

Voorstel van resolutie (52)

Voorstel van resolutie betreffende de ondersteuning van de opschorting van de preferentiële associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Israël **Resolutievoorstel ter opschorting van de handelsvoordelen voor Israël binnen de EU-associatieovereenkomst**

Voorstel van resolutie verworpen op 2 oktober 2025

Wetsvoorstel (459)

Wetsvoorstel tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen, teneinde pensioenrechten toe te kennen

Wetsvoorstel aangenomen op 10 juli 2025

Wetsontwerp (914)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen Wetsontwerp ter aanpassing opvang asielzoekers en andere vreemdelingen.

Wetsontwerp aangenomen op 10 juli 2025

Voorstel van resolutie (53)

Voorstel van resolutie betreffende de afkondiging van een volledig en onmiddellijk militair embargo tegen Israël Wetsontwerp ter instelling van een volledig en onmiddellijk militair embargo tegen Israël.

Voorstel van resolutie verworpen op 5 juni 2025

Voorstel van resolutie over de huidige situatie in Gaza, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem en over de hervatting van het Israëlisch-Palestijnse vredesproces

Voorstel van resolutie (733)

Voorstel van resolutie betreffende een opt-out voor de EU-afspraken op het gebied van asiel en migratie Wetsontwerp ter invoering opt-out voor EU-asiel- en migratieafspraken.

Voorstel van resolutie verworpen op 24 april 2025

Verslag (742)

Voorstel van resolutie betreffende de situatie in het oosten van de DR Congo

Verslag aangenomen op 27 februari 2025

Wetsvoorstel (480)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wat het invoeren van een extern asielbeleid betreft Wetsontwerp ter invoering van extern asielbeleid.

Wetsvoorstel verworpen op 27 februari 2025

Wetsontwerp (496)

Wetsontwerp houdende gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie Wetsontwerp ter implementatie EU-richtlijn voor toereikende minimumlonen.

Wetsontwerp aangenomen op 12 december 2024